summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--44084-0.txt3
-rw-r--r--44084-8.txt10194
-rw-r--r--44084-8.zipbin188129 -> 0 bytes
-rw-r--r--44084-h.zipbin192242 -> 0 bytes
-rw-r--r--44084-h/44084-h.htm4
-rw-r--r--44084.json5
-rw-r--r--old/44084-8.txt10194
-rw-r--r--old/44084-8.zipbin188129 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/44084-h.zipbin192242 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/44084-h/44084-h.htm10351
10 files changed, 3 insertions, 30748 deletions
diff --git a/44084-0.txt b/44084-0.txt
index 402e6f8..7d88fb6 100644
--- a/44084-0.txt
+++ b/44084-0.txt
@@ -1,4 +1,4 @@
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***
LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID
@@ -9804,5 +9804,4 @@ atelier--verzonk....
End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***
diff --git a/44084-8.txt b/44084-8.txt
deleted file mode 100644
index 768b863..0000000
--- a/44084-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,10194 +0,0 @@
-Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: Langs lijnen van geleidelijkheid
-
-Author: Louis Couperus
-
-Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-
-
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-
-
-
-LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID
-
-DOOR
-
-LOUIS COUPERUS
-
-EERSTE DEEL
-
-L.J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM
-
-1887
-
-
-
-
-I.
-
-
-Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de
-gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het
-huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de
-oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór
-de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche
-villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia;
-het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere
-antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan:
-ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension
-had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen
-te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen,
-behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men
-er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te
-boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere
-andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol:
-de reizigers kwamen reeds in October--die het vroegst in den season
-kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen,
-bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar
-Napels af te zakken.
-
-Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan
-Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence
-geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat
-zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan
-het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het
-plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van
-de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen
-en met de tong--om haar aandacht te trekken--kreeg zij hare "lieve
-Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn.
-
-Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het
-instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk
-herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en
-glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit
-en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien--vroeg of zij
-prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de
-victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare
-koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij
-met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te
-worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe,
-terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met
-even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij
-zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen
-maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het
-nieuwe Palazzo Piombino--waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was--en
-toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij
-bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel
-vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen
-cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische
-genre--groezelige haren, lossige blouses,--zaten, in een hoek, in haar
-Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het
-hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al
-bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den
-Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt
-en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú
-vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief:
-
---I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw
-kamer meênemen?
-
-Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op
-waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide
-niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd
-en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van
-Engelsche dames.
-
-De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch,
-in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar
-ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de
-naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets
-van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een
-blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden
-ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke
-vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare
-frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden
-portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden
-naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een
-getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef
-eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping.
-
---Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag.
-
---Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende
-beweren, dat--hetgeen heel natuurlijk scheen,--er geen water genoeg
-was om den lift in beweging te stellen.
-
-De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen
-aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den
-kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en
-bereikte eindelijk, bijna, de derde étage.
-
---Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne
-spieren spanden, de lift bleef roerloos.
-
---Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even.
-
-Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte
-zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare
-gymnastiek navolgde.
-
---Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening.
-Hier is uw kamer.
-
-Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag
-van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig.
-
---Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers
-op het Zuiden.
-
---O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch
-niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het
-Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer.
-
---Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa.
-
-La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een
-ander vertrek.
-
---En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan....
-
---Is dit het Zuiden?
-
---Bijna.
-
---Ik moet het volle Zuiden hebben.
-
---Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste
-zonsondergangen.
-
---Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa.
-
---Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de
-beelderigste zonsopgangen.
-
---Neen, marchesa....
-
---Heeft u geen gevoel voor natuurschoon?
-
---Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid.
-
---Ik slaap wel op het Noorden.
-
---U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa.
-
---Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden.
-
---Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken.
-
-Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is
-soms de keuze van een leven....
-
-De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar
-koelen toon, maar haar stem was als balsem.
-
---Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden!
-Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier....
-
-En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige
-pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de
-lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter.
-
---Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa.
-
---Deze wil ik gaarne hebben, marchesa....
-
---Zestien lire, glimlachte la Belloni.
-
---Tien, zooals u geschreven had.
-
---Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren.
-
---Ik blijf--als het mij bevalt--den heelen winter.
-
---U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem,
-stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten
-wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een
-Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee
-dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel?
-
---Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op
-reis....
-
-De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos,
-blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat
-gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht.
-Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer
-was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over
-Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten
-chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige
-portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken
-door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen,
-pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf.
-
-Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met
-een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de
-chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging
-en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij
-dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet
-denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er
-niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand.
-Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel,
-zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en
-stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich
-frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich
-gepoeierd te hebben ging zij naar beneden.
-
-Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij
-moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet
-zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de
-geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe
-dame, en verdwenen weêr.
-
-Cornélie zag om zich rond en wachtte af.
-
-De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een
-plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze
-hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was.
-Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie
-de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been
-trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks
-zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb.
-
-Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een
-kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich
-in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie.
-
-Hij groette beleefd en at ook van de macaroni.
-
-En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van
-locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van
-de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den
-grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes
-en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag,
-bespeurde zij, dat hij ook glimlachte.
-
-Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog
-zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch:
-
---Het is amuzant, niet waar?
-
-Cornélie trok de wenkbrauwen op.
-
---Hoe meent u?
-
---Een cosmopolitisch gezelschap....
-
---O ja....
-
---U is een Hollandsche?
-
---Hoe weet u?
-
---Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye....
-
---Het is waar....
-
---Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn
-charmant.
-
-Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester.
-
---Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier
-Genzano,--en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en
-drink mijn eigen wijn.
-
-De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis
-begrepen in haar pension.
-
-Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce
-61....
-
-Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van
-den pokdaligen heer vermaakten haar.
-
---U ziet naar den hofmeester, vroeg hij.
-
---U let goed op, glimlachte zij.
-
---Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in
-het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet
-wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten
-vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni.
-Maar wat een waardigheid....
-
-Hij boog zich voorover.
-
---De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél
-jong. Dat betaalt minder.
-
-Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en dochter, die waren
-binnengekomen en naast hem plaats namen.
-
---Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo
-Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch.
-
---Is dan de prins terug?
-
---Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor
-u.
-
-Hij boog galant.
-
-De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon
-doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om
-den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt.
-
-Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie.
-
---En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de
-eigen kapel van Zijne Heiligheid....
-
-Miss Taylor straalde van genot.
-
---Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort.
-
---Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It
-was most exquisite.
-
---Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te
-rusten.
-
---Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan....
-
---U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt
-u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders
-krijgt u niet de kaart voor de vroegmis.
-
-De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij
-zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid
-moest vernemen.
-
-Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes.
-Cornélie stond op.
-
---Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer.
-Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via
-della Croce, een fiasco voor u....
-
-Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver.
-Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken
-en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te
-lezen.
-
---Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is,
-een versterkenden wijn drinkt.
-
-Cornélie beaamde het.
-
---Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet
-daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco.
-
-Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok.
-
-De Duitsche dames bogen tegen Cornélie.
-
---Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard....
-
---Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch,
-Amerikaansch?
-
-
-
-
-II.
-
-
-Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door
-Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo
-verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling
-geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare
-fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas
-beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van
-een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had
-vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan,
-en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke
-perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de
-volgende, nauw aaneengeschakeld.
-
-Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso
-nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had
-zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij
-aan geen enkelen keizer kunnen denken.
-
-En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en
-toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar
-heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet
-teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie,
-vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor
-geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van
-de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor
-haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw
-leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat
-zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij
-eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die
-onafhankelijkheid....
-
-Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare
-scheiding? Zij was zwak--egoïst--; zij wist het; maar zij had een slag
-gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen
-zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich
-gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van
-hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een
-anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude
-japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden
-jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu
-gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij
-had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog
-goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt.
-Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er
-doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting
-uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij
-dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien
-had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden
-had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel,
-en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien
-geweest de redding voor hare jeugd.
-
-Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is
-er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare
-tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde
-naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen,
-niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom.
-Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van
-nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere
-vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in
-haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt,
-de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om
-haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed,
-trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat
-meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon
-worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne
-dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van
-zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde,
-die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit
-hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet
-sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het
-niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie
-haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets
-bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring
-gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te
-houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare
-omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in
-evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar
-behoud, maar in elk geval haar noodlot.
-
-Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence,
-en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan
-vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij
-was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de
-sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome.
-Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij
-zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op
-een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote
-en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij
-voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect,
-lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van
-Rome, die zij buiten ried.
-
-En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet
-van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde
-klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het
-schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was
-te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar
-kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten
-stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn
-deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar
-mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich
-omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve,
-wringend de handen:
-
---O God, zèg mij wat ik doen moet!
-
-
-
-
-III.
-
-
-Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was
-het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan
-wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had
-laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes
-draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den
-welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden,
-en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en
-sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien
-middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij
-sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê
-was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de
-dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die
-Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten
-op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling
-uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel
-gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg
-snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over
-de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was
-om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst
-in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met
-de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst,
-en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij
-vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij
-van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid,
-types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders
-ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig.
-Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen
-in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van
-ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de
-avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken,
-en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar
-haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge
-barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar
-rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met
-Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die
-zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene
-jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en
-Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen,
-groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van
-de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling.
-Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te
-jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of
-zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een
-reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met
-zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde
-haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren,
-vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging
-ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde
-het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een
-kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte
-dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was,
-van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij
-heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee
-broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de
-Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door
-haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar
-daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy".
-Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en
-Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en
-de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid
-op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken,
-maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk
-had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope
-met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass
-schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel,
-die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen
-de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie
-voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een
-kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na
-den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine
-wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of
-zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa
-Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een
-hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep.
-
---Blijf bij mij zitten in het salon....
-
---Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie.
-
---Die Duitsche dame?
-
---Ja.
-
---Is zij van adel?
-
---Ik vermoed van wel.
-
---Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig.
-
-Cornélie lachte.
-
---Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen.
-
---Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel
-adel was. Is u van adel?
-
---Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen.
-
---Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb?
-Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album
-met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van
-Italië.... Wil u het eens zien?
-
---Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten.
-
-Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche
-dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom
-zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de
-koningin, en het was een groote vroolijkheid.
-
---Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging,
-de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard.
-
-Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze
-Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op
-het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving.
-
---Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen
-veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen
-pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt
-ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier,
-invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij
-schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan,
-wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door....
-
-Zij liepen voort.
-
-De baronin nam Cornélie's arm.
-
---Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog
-niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis,
-in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet
-slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door
-ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en
-egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik
-ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind
-mij niet aan hem.
-
-Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij
-Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig.
-
---En denkt uw dochter ook zoo?
-
---O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie
-voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen
-alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is
-misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden,
-door ons reizen. Wat kan het mij schelen....
-
-De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie
-begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene
-vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel
-was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven?
-Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat
-nonchalante schouderophalen....
-
-En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici.
-De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den
-blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder
-de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een
-ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af....
-
---Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht.
-
-Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's
-woorden.
-
---Rome _is_ mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een
-groote troost voor velen.
-
-In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen
-mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond
-voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke
-beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank
-van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag
-gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek.
-
-Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken
-over het woord, dat hij gesproken had:
-
---Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost....
-
-En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had
-het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû.
-
-
-
-
-IV.
-
-
-De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel,
-als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in
-eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de
-eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij
-ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden,
-in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen,
-maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de
-Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds
-kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een
-besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen
-van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan
-den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens
-thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een
-zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen,
-las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten,
-die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun
-guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van
-muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar
-pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare
-onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond
-zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het
-cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van
-het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde
-haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope
-was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude
-Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar
-alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis
-aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw
-van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen
-van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het
-menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie
-was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag.
-
-Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling
-alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio,
-keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en
-droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest
-voor het diner.
-
-En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk.
-Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen
-kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners
-draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van
-zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van
-Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid
-te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee
-groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding:
-altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke
-boek; de booze blik omdat er gesproken werd.
-
-En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier,
-daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie
-was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde
-den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij
-glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de
-dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die
-en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en
-dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten
-en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke
-nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen,
-die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar
-Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen
-machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen
-een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van
-Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend
-insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan
-zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails.
-
-Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare
-vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet
-aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het
-zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare
-tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks
-through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las
-Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als
-zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets
-meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen
-avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe
-die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin,
-goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer
-bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope
-vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin
-kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche
-en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te
-bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste,
-soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher
-op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn
-schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande
-die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje
-Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij
-zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon
-of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond
-iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van
-juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak
-van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten
-onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of
-den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes
-van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen
-ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De
-jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in
-toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een
-Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve
-hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden
-telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten
-kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse,"
-genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen
-Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de
-marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op
-haar toe--mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan
-een barones--trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als
-monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij
-haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg
-zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het
-interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor
-een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen,
-dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele
-schilderijen te verklaren in Doria en Corsini.
-
-
-
-
-V.
-
-
-Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie,
-naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw
-Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen
-winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek
-vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den
-volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en
-hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû
-komen voor archeologische studiën.
-
-Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen,
-dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te
-kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij
-intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten
-avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van
-zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij
-nauwlijks enkele dagen kende.
-
-Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een
-gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond
-was kil.
-
-Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij
-over Italië, over zichzelve.
-
---Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie
-geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen
-zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn
-vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet
-niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om
-me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde
-gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von
-Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het
-Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing,
-en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat
-ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang,
-statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje
-lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar
-onverschillig van haar lippen vallen....
-
---U merkt goed op ... zei Van der Staal.
-
---O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik
-onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik
-weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan
-de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en
-Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en
-altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend,
-ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone
-Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op
-dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me.
-
---Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes.
-
---Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd,
-hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te
-krijgen.
-
---Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal.
-
---Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet.
-
---Pas dan maar op, lachten de meisjes.
-
---Ben je Katholiek? vroeg mevrouw.
-
---Neen....
-
---En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet?
-
---Neen....
-
---Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard
-is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis
-woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel
-minzaamheid zielen poogt te winnen....
-
-Cornélie wilde niet gelooven.
-
---Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit,
-een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat....
-
---La Belloni...? vroeg Cornélie.
-
---Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier
-drie Engelsche zusjes bekeerd.
-
---Door Rudyard?
-
---Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter
-voor het eerst....
-
---Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei
-de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord.
-
-Cornélie viel achterover in haar stoel.
-
---Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die
-in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te
-zien.
-
-En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed,
-terwijl het zwom voor hare oogen....
-
-
-
-
-VI.
-
-
-Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een
-morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den
-jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel.
-
---U fietst niet? vroeg hij, afspringende.
-
---Neen....
-
---Waarom niet?
-
---Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde
-Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar
-wandeling stoorde.
-
---Mag ik met u meêloopen?
-
---Zeker.
-
-Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep,
-natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten.
-
---Het is hier zoo mooi, zeide hij.
-
-Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst,
-met opmerkzaamheid.
-
---U is archeoloog? vroeg zij.
-
---Neen, weerde hij af.
-
---Wat dan?
-
---Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een
-heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk.
-
---U studeert toch?
-
---Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren.
-
---Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen?
-
---Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê.
-
---Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren?
-
---Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen.
-
---Dichter?
-
---Neen. Niets. Heusch niets.
-
-Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met
-haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar,
-in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden,
-maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn
-leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende
-oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd
-fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet
-schelen konden.
-
-Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het
-noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht
-naar woorden.
-
---Het is hier zoo mooi, stamelde zij.
-
---O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat
-zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die
-perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk,
-zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die
-rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven
-alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi
-hier....
-
-Zij gingen zitten op een bank.
-
---Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn
-nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen,
-wolken!
-
---Schildert u?
-
---Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al
-geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder.
-
---Schrijft u ook misschien?
-
---Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog
-niet alles geschilderd, maar geschreven _alles_. Ieder nieuw boek van
-niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is
-gezegd, en iedere roman is geschreven.
-
---Leest u niet veel?
-
---Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers.
-
---Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd.
-
---Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets,
-ik besta.
-
---Vindt u dat een goede levensopvatting?
-
---Neen....
-
---Maar waarom neemt u dan geen andere?
-
---Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets?
-
---U spreekt niet in ernst, zeide zij boos.
-
---Waarom is u zoo kwaad op mij?
-
---Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd.
-
-Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide:
-
---Dan zal ik liever wat gaan fietsen.
-
-En hij wandelde langzaam heen.
-
---Idiote jongen! dacht zij kribbig.
-
-Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder
-en zijne zusters.
-
-
-
-
-VII.
-
-
-In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er
-geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest
-was, en zelfs--omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten
-maken--vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn
-zouden gaan.
-
---Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig.
-
---En gaat u niet de ruïnes bezoeken?
-
---Neen.
-
---Waarom niet?
-
---Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien.
-Ik zie alleen maar ruïnes.
-
---Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd.
-
-Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten.
-
---Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook
-kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt
-mij tegen.
-
---Hoedat?
-
---Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet
-waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een
-stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts.
-
-Hij glimlachte.
-
---Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien.
-Rome is zoo mooi.
-
-Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich
-vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de
-zweepen.
-
---Vole, vole!? riepen zij.
-
-Hij koos er een.
-
---Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet
-waar, Gaëtano?
-
---Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op
-zijn paard.
-
-Zij reden weg.
-
---Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie.
-
---U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû
-van het volk. Het is een aardig volk.
-
---U vindt alles goed in Rome.
-
---En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk.
-
---Waarom verkeerd?
-
---Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid,
-altijd de zelfde, en altijd verkeerd is.
-
---Ik vind Rome moeilijk.
-
---O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum.
-
---Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering.
-
-Hij zeide niets, boos.
-
---En hier is de Palatijn.
-
-Zij stegen uit en gingen door den ingang.
-
---Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit
-paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien.
-
---Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers
-waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer,
-niet waar?
-
---Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen?
-
---Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken.
-
---Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten.
-
-Zij deden zoo.
-
---Voelt u Rome hier niet? vroeg hij.
-
---Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te
-hooren.
-
---Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel
-denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als
-iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een
-table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu
-gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome.
-Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande
-de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de
-antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door
-onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van
-Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld
-ik het me....
-
-Zij zweeg.
-
---Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele
-leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze
-verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van
-ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over
-wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat
-niet. En de toekomst interesseert mij niet.
-
---Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij.
-
---Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede?
-
---Bijvoorbeeld.
-
---Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze.
-
---Hoe meent u?
-
---Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te
-droomen, en het Verleden is mijn groote droom.
-
---Droomt u niet over uzelven?
-
---Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig.
-
---Heeft u ooit geleden?
-
---Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen
-nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik
-gelukkig.
-
---Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken?
-
-Hij zag haar verbaasd aan.
-
---Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat óf niet, óf ik praat
-zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek.
-
---Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk?
-
---Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg,
-u vindt me zeker ziekelijk?
-
---Neen, ik geloof van niet.
-
---Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het
-hier mooi. Ademt u Rome in?
-
---Welk Rome?
-
---Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem
-er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende
-oogen--hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest.
-Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een
-geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te
-spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was
-geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois.
-
---Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek?
-
---Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom.
-
---Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de
-vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede?
-
-Hij zag haar aan.
-
---Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn
-zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet.
-
-Zij zag hem aan, bijna met minachting.
-
---U is niet van uw tijd, zeide zij koel.
-
---Neen....
-
---Heeft u ooit honger gehad?
-
-Hij lachte en haalde de schouders op.
-
---Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of
-fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een
-korst brood?
-
---O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over!
-smeekte hij.
-
-Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij
-stond op.
-
---Is u boos? vroeg hij deemoedig.
-
---Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos....
-
---Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en
-gedroom vindt?
-
---Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten?
-
---O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering.
-
---Wat?
-
---Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden.
-
---En als _ik_ de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral
-zijn: brood voor de toekomst.
-
---Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is
-u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte
-fabrieksplaats?
-
---Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet,
-dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden.
-
---En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand
-krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal
-u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst....
-
-Zij zweeg. Toen zeide zij koel:
-
---Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan....
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier
-gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij,
-boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat
-hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den
-Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te
-zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment
-beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille,
-holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het
-was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum
-voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich
-die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij
-een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was,
-en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van
-kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn
-eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder
-voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer,
-voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden
-met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles
-geschapen was, en dat _zijn_ kunst nutteloos was.
-
-Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig
-maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven--en zijne
-behoeften waren uiterst gering--, voelde hij zich rijk, en was
-gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang,
-onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste
-pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als
-een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van
-vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem
-meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in
-den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner
-Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van
-Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,--verblindend vizioen
-van droomzuilen,--etherische tempels, paleizen van marmer transparant
-oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun
-Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man,
-onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus,
-voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies
-van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een
-standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen
-hemel.
-
-Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog,
-hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch
-kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en
-de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met
-toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep
-van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij
-leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in
-Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen,
-het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren
-kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In
-de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte
-ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit
-weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van
-oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende
-oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte
-naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich
-verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er
-zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius,
-een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de
-arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de
-ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag
-hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van
-oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele
-zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde
-ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud
-door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling,
-zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen,
-van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve,
-na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand
-van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven,
-en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen
-hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den
-Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en
-hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna,
-en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche
-bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom....
-
-Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een
-element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na
-dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen
-gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem
-geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om
-zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met
-zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en
-zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen,
-was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de
-zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk
-of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem
-heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met
-het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in
-schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen
-leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het
-getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin,
-gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend
-in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend
-hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden
-der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven,
-zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte,
-en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in
-zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en
-zusters--hij sliep en hij at bij Belloni--veel menschen ontmoet, zich
-met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor
-toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met
-haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel
-en al zich onmogelijk voelende in den kring--half Italiaansch, half
-cosmopolitisch--van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes,
-die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen.
-
-En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen,
-dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de
-wezenlijkheid van zoo een vrouw--nog wel in een boek--maar niet in
-werkelijkheid. Haar uiterlijk al,--het bleeke, het gebroken bevallige,
-het moede, had hem verbaasd--, en hare woorden verbaasden hem nog meer:
-het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê
-te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen
-inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden
-verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als
-hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr
-matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze
-peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed
-tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in
-het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der
-pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der
-engelen en der madonna's op doek en wandtapijt.
-
-In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd
-beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer
-geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone
-amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een
-te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil,
-tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en
-Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met
-Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van
-gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar
-liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit
-verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht,
-begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel
-eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven
-nog nooit.
-
-En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag
-met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom
-in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn
-rust door verloren had.
-
-
-
-
-IX.
-
-
-Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit
-feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal
-daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een
-gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet
-gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie
-zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van
-zeer goede pensions, waar tal van reizigers--dames vooral--niet kwamen,
-omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis.
-
-De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne
-had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te
-goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was
-juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie
-eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend
-feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op
-hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een
-prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik
-van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude
-knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze
-feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke
-avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier,
-Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje--een gast
-afhalen of wegbrengen naar het station--,de post een paar keer per dag
-rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den
-lift,--haatte het bal, om al de invités der pensionnaires--want ieder
-mocht twee of drie invitaties doen--, om al het vermoeiende gedoe
-met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten
-te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was
-de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen
-dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking
-hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met
-hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen
-op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die
-in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu
-dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud
-de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men
-als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om
-niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde
-facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte
-figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de
-gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en
-bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten.
-Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch
-ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine
-jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het
-waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en
-afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar
-toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en
-zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig.
-Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden
-waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat
-schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er
-gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire
-per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden
-sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg
-te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd
-algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige
-esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de
-diepste verachting.
-
-Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men
-stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden
-opgesteld--een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen,
-de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel.
-Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en
-jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal
-van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend,
-voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met
-Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices
-en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden
-het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de
-kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men
-lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken
-hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in
-de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en
-juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor.
-
-Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken
-en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de
-baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren
-Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze
-particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle
-pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen
-elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men
-was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt
-en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd
-in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels
-verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin,
-wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn
-en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor
-iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons,
-toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem,
-omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders
-in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie,
-Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich
-niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde
-bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde
-binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere
-vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren
-van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch
-laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen
-telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor:
-
---Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio....
-
-De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres
-luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar
-den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de
-kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet
-in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van
-San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa,
-en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de
-baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een
-wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen
-als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel
-Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam:
-klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte
-gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne
-had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen
-neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar
-vader in Chicago.
-
-Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was
-bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was
-den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes
-van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal
-nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed
-hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht,
-aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke
-verschijning.
-
-Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering
-van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen
-was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la
-Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen
-der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,--Cornélie en
-Duco--in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een
-der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij
-praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te
-voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden
-praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister
-verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om,
-en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en
-zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van
-den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op
-een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte
-deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch
-van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel,
-dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden
-zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig
-luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk
-uitgesproken door de marchesa.
-
---En wie dan? vroeg de prins zacht.
-
---Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in
-dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar
-dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de
-mooie Amerikaansche.
-
---En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins.
-
-De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets.
-
---En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder.
-
---Geen geld, antwoordde de marchesa kort.
-
---En de jonge baronesse?
-
---Geen geld, herhaalde Belloni.
-
---Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê.
-
-La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare
-afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op.
-
---... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en
-schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier,
-omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is
-en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en
-betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets.
-Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den
-wijn laat ik haar betalen.
-
---Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig.
-
---Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand
-is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een
-dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet
-zoo moeilijk zijn.
-
---Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig.
-
---Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet.
-
---Hoeveel heeft papa u beloofd, als u....
-
-De muziek boemde op.
-
---... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is
-gemakkelijk.... Miss Hope....
-
---Ik heb zooveel kousen niet noodig....
-
---... erg geestig. Als je niet wilt....
-
---... neen....
-
---... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel?
-
---... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies.
-
---... Urgent?
-
---Schulden zijn nooit urgent!
-
---Wil je?
-
---Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen....
-En dan krijgt ... u....
-
-Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania.
-
---Urania? vroeg hij.
-
---Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk
-aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden
-die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur.
-Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering.
-
---... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet
-minder dan tien millioen.
-
---Vijf....
-
---Neen, tien....
-
-De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco
-lachte.
-
---Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid.
-
-Cornélie schrikte.
-
---Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal?
-
---Ja, ze maakten gekheid.
-
---Ik geloof van niet.
-
---Ik van wel.
-
---Heeft u menschenkennis?
-
---O neen, heelemaal niet.
-
---Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn
-en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet....
-
---Wat dan?
-
---Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen
-geld hebben, dan toch voor Urania Hope....
-
---Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert
-me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik
-het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...!
-Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en
-om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet....
-
---Heeft u ooit liefgehad?
-
---Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo
-gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie
-is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is,
-zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te
-kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in
-een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde
-zich noemt.
-
-Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber.
-
---Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo
-alleen....
-
-
-
-
-X.
-
-
-Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk;
-eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard,
-zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en
-hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa
-wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd
-beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een
-kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij
-liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met
-miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in
-verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje,
-dat eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of
-Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde
-zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle
-kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte
-met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke
-soprani.
-
-Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch
-over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het
-gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel
-geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden
-ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne
-koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig
-de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer
-onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog
-altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend
-aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte
-over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor
-van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam,
-dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar
-na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss
-Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen
-had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension,
-waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare
-verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard,
-de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de
-baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich
-aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook--om
-de tocht, zooals de baronin verzekerde--; nieuwe gasten namen hare
-plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen
-met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt
-en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde
-haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en
-hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss
-Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den
-Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem
-den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was,
-ja dan niet.
-
-Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard,
-en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij
-priester was of leek.
-
-
-
-
-XI.
-
-
---Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij.
-
-Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de
-meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss
-Taylor en Urania.
-
---Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie.
-
---U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania
-kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik
-zie ze niet en voel niet voor ze....
-
---En ik ben geen schim?
-
---Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u
-een schim te vinden.
-
---Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie.
-
---Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco.
-
-Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide
-lachend:
-
---Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan
-godsdienst--ik meen kerkelijken godsdienst--behoefte had, zoû ik liever
-Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu....
-
-Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze
-zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij
-voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche
-van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een
-beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes,
-waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo
-geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant
-door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het
-Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne
-moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna
-en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en
-verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over
-Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar
-zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde
-Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en
-verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke
-indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen
-haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want
-hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke
-aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië:
-de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië;
-Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het
-forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje
-zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht:
-het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum
-in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom
-en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze
-mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers
-van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen
-fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde
-hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en
-apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat
-was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij
-zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's.
-
-Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij
-over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve
-Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een
-jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele
-satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan
-hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel
-hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke
-leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens
-zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf
-discipelen.
-
-En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam
-hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan,
-en verloor zich in de edele marmers.
-
-Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij
-er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding,
-als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen
-stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet
-meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven
-getrouw gebleven.
-
---En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû
-ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan?
-Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan
-dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet
-schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer
-over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood?
-
---Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde
-donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn
-moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en
-weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo
-zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel.
-
---Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven
-heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het
-leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en _die_ lijn is
-moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden.
-
---Ik zie mijn lijn ook niet voor me....
-
---Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is
-een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was
-gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en
-denken de zusjes er aan?
-
-De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken,
-gichelden een beetje. Mama stond op.
-
---Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat
-zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die
-lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat....
-
---Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn
-lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is
-heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust
-verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een
-doel konden vinden! Voor de Toekomst....
-
-Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af,
-tastende.
-
---Brood? vroeg hij zich af.
-
-
-
-
-XII.
-
-
-Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die
-in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos
-was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren,
-waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante
-en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl
-het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te
-maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van
-Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu
-niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan.
-Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen
-zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten
-en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide
-waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het
-deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij
-zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche
-madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig
-liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek
-haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet
-ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er
-zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk,
-maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek,
-terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van
-de wereld.
-
-Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den
-Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker
-geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was
-als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen:
-kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren,
-zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van
-uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd
-van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn
-dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien--in
-de teleurstelling van hare illuzie--, in het grauwe licht eener
-toenemende onverschilligheid--niet edel was en niet goed; en wist zij,
-dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als
-een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en
-Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans
-en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland.
-Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om
-dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet
-modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich
-eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel
-woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een
-doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan
-moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern
-vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt,
-vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een
-droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst
-alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo
-te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend
-een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was
-het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij
-voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed
-alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig,
-en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had
-geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden
-van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille,
-het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en
-stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij
-leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij
-had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar
-Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag
-zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit
-begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in
-haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo
-lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië
-niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en
-de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk.
-Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn....
-
-Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel
-jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien
-roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En
-doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de
-Vrouw, voor het Meisje....
-
-Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de
-Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal.
-Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij
-had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten
-den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette....
-
-En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen
-dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure
-vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de
-meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was
-in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn
-van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was
-in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig,
-in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie,
-wist zij niet:
-
---O God, zèg mij, wat wij moeten doen!
-
-
-
-
-XIII.
-
-
-Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te
-verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in
-hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens
-schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed
-van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter
-gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en
-trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via
-dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna
-geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er,
-en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot
-de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een
-rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze
-niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de
-zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat
-Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien
-dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek;
-en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet
-weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid
-niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken
-toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door
-enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens,
-zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie,
-intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef
-zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en
-ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie
-voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat
-daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum
-toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich
-gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer
-ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes,
-die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien,
-om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem,
-geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier
-heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de
-eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war
-en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant,
-elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van
-verleden,--in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure,
-met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar
-na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten,
-bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken,
-terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat
-hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets
-onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw,
-met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl
-voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name
-de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een
-ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las,
-dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen
-leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom
-dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend
-stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem
-zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek
-en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei
-hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten,
-ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe
-te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot
-medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw,
-als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn
-harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij
-haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers
-aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij
-voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer,
-zag soms scherp, tròts zijn droomen, tròts zijn soms alles omvattend
-gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer,
-zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der
-menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar
-eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet
-wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar
-lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog
-nimmer had gevonden.
-
-Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste
-bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts
-in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen
-vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor
-de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling,
-weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en
-schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over
-zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar
-Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en
-aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst,
-alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en
-een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in
-haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie
-flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,--op wien zij
-verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in
-zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals
-hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig
-snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk
-uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn,
-delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor
-haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk
-grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en
-een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld
-nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te
-maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn
-ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg,
-schudde en kwakte tegen den muur aan....
-
-Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden
-met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm,
-mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen,
-tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij
-vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij
-had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat
-niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als
-alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan
-hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden
-vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk
-terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar
-zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en
-niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij,
-walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich
-diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder
-iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden
-vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld
-en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad
-was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste
-van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het
-niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens
-voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een
-beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij
-nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende
-zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de
-conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden,
-generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij
-hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar
-was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet
-artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had,
-dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn,
-en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan
-moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch
-zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als
-een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn
-geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als
-de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar
-hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in
-hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun
-aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan
-haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij
-dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst.
-De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen
-lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar
-levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat
-zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad,
-een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende
-menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen
-en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot
-de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich
-vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en
-levensbeweging....
-
-Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in
-hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor
-haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om
-zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd,
-en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar
-brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van
-hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij
-vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten,
-eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde
-zich klaar om te weenen, te snikken, en--vreemd--in haar bitterheid,
-dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich
-niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder
-zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn
-zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén
-zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar;
-zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen
-goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar
-knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor
-menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt
-opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en
-restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging.
-Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet
-alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien
-avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij
-liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen
-gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij
-hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij
-had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat
-haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de
-rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn
-droomen--als was die draad zijn levensrichting,--zoo veel kalmte en
-zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem
-opzag.
-
-En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs
-droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,--zij voelden
-elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen,
-terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van
-werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den
-hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar.
-
-En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies
-waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor
-den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde
-stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om
-zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte.
-
-Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare
-rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar
-het Colosseum--donker te raden boog in donkeren nacht--, snikte zij,
-zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en
-eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes
-der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en
-wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld
-verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel.
-
-
-
-
-XIV.
-
-
-Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was.
-Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger,
-en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het
-overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens
-gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette
-daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje.
-Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat
-afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet
-gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per
-avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet
-lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd.
-En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich
-'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en
-de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van
-Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de
-gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige
-menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en
-niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan,
-maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en
-aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van
-San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat
-het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine
-ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag
-zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in
-druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten.
-Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen
-bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman.
-
-Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen,
-voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats
-innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een
-prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes,
-herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat
-tegen de maatschappij en de wereld en de menschen.
-
-Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der
-Staals mevrouw en de meisjes en Duco--naar het salon, zette zich in
-een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar
-tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame--de meisjes hadden haar al
-bijgenaamd: het satijnen fregat--glimlachend naar hen toe zagen komen
-en zeggen al van verre:
-
---I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al
-sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot
-na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner--maar ook alleen
-maar nà het diner--in _dezen_ hoek, aan _deze_ tafel, op _deze_ plaats.
-Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr
-innemen....
-
-En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van
-der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich
-ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren,
-zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag
-plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach;
-
---Very much obliged, I thank you very much.
-
-Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen
-fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende,
-verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de
-meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames,
-met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te
-lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en
-gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte.
-
---It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en
-groezelig draaiden zij de deur uit.
-
---Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen....
-Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen
-zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit
-misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...?
-
-Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij
-wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het
-laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij
-nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten
-bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in
-de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte
-op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en
-de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig
-oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk
-niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan
-mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû
-toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te
-zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte
-bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco....
-Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn
-koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op
-een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner,
-stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat
-was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor
-roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel
-eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den
-nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het
-maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene
-zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn
-binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte
-de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome:
-keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende
-wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen
-schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij
-eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in
-schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder
-den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij
-hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij
-drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om
-haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde
-haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig
-uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide
-niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En
-zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus
-het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen
-heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog
-en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht.
-Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm.
-Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de
-kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten,
-en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis,
-en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht
-te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij,
-dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe
-weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn
-nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ...
-was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep
-in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke
-satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw
-Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar
-banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich
-zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij
-zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht
-aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon
-zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan
-iets moois....
-
-Maar Urania moest zij waarschuwen.
-
-En moê sliep zij in.
-
-
-
-
-XV
-
-
-Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent
-haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar,
-zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en
-voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken
-had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat
-zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep
-ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie
-stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich
-te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij
-mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in
-Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar
-Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten
-van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling:
-zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare
-prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende
-aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn
-moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken,
-klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden
-zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk
-heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden,
-maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde,
-tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper
-uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij
-zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij
-bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als
-twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht
-over hare brochure; hij sprak,--om haar lief te zijn--over den
-toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij
-laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de
-luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een
-man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de
-Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist.
-Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee
-bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij
-zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte
-met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde
-alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner.
-In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het
-aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was
-tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had
-een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij
-niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel.
-Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een
-prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel
-moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe,
-in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure
-nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht.
-Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar
-Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van
-gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam
-over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar
-geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde
-jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van
-Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde,
-vond zij Italië toch wel interessant.
-
-Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij
-geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet
-voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de
-woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare
-avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel
-niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden
-met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar
-de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een
-tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp:
-ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij
-wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo
-gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij
-dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen
-leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest
-in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad.
-Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo
-kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê....
-Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem,
-alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn
-oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak,
-had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij....
-Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare
-natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe
-gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien
-in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van
-alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar
-schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne
-onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit
-in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het
-haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man
-comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde
-het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich,
-rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur,
-haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en
-glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in
-een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de
-frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar
-was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij
-voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel
-vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen
-zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en,
-starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar
-toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû,
-langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende
-door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere
-zoekende zielen?
-
-
-
-
-XVI.
-
-
-Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met
-Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje
-en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en
-om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van
-Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano,
-in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke
-tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie
-had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp
-alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn,
-twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania
-stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz,
-en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden.
-Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania
-lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan,
-dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche
-meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer
-gewichtig--een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!--en zij
-fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende
-vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord
-had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met
-haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke
-erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel
-voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de
-bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met
-haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen--geen vat krijgende op haar
-argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en--als Cornélie vermoedde,
---daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals
-had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa
-te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de
-beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender
-waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die
-lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet,
-verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te
-zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in
-te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere
-stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En
-Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over
-zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had
-geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand
-van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had
-doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op
-dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania
-haar erg knap vond--a very clever girl--zoo te kunnen redeneeren en
-te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk
-op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel
-gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den
-langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de
-onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt,
-geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar
-eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een
-tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene
-niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het
-"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare
-eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn
-grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende,
-dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij
-terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes
-alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld
-lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een
-verarmd Italiaansch huis,--dat den Paus was trouw gebleven, en den
-koning niet diende--te verbeteren in zijn finanties. En zij waren
-beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt
-werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten,
-zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio
-zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei,
-dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier
-hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En
-hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond
-Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van
-haar aannam en een koekje wilde eten.
-
-En Urania toonde haar album met wapens--de prins had het zijne er al
-in afgedrukt--en toen haar album met stalen van de baljaponnen der
-koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij
-opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met
-zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij
-zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare
-Majesteit; zijn nicht,--niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet
-pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,--had hem dit
-lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien:
-de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging
-daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet
-naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit
-vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon
-hem kwaad doen in zijn carrière,--welke carrière? vroeg Cornélie zich
-af--als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel
-bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen.
-
-En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den
-maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd,
-en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven
-Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een
-koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur:
-
---Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede.
-
-En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar
-kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in
-die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid
-en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen
-tricot-fabrikant.
-
-
-
-
-XVII.
-
-
-Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en
-Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni.
-In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco
-iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo
-zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen
-dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg
-er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren:
-'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café,
-meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde
-Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel
-te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door
-kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen,
-begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij
-haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar
-sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar
-"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg
-tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en
-begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge
-vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking,
-dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad;
-nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen
-uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar
-Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven
-in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar
-hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke
-Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele
-intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden,
-levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal
-onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie
-verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet
-meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde
-voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van
-kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof
-scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania
-Hope haar niet schelen kon.
-
-Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie
-voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke
-tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en
-eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen,
-te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in
-gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist
-had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet
-waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar
-aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde
-hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van
-haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte,
-de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met
-de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange
-wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief
-voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als
-van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren.
-Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren
-hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de
-contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan,
-in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint,
-ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in
-een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een
-levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was
-niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie,
-zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en
-uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij
-werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet
-slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van
-côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch
-cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur
-naar wat onnoozele intrigue,--nauwelijks intrigue, dacht hij--en was
-zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken
-van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte
-om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat
-hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij?
-Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste
-geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den
-droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde
-op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond
-als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij
-was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim
-dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar
-zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield
-van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich
-heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies
-doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen
-en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan
-Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid,
-van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare
-van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat
-samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:--een
-onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig,
-klein tevreden en kalm--maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van
-iederen dag.
-
-En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw
-Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli,
-wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar
-het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel--als tafel--in de
-villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen,
-zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van
-het Nemi-meer,--spiegel van Diana---en reden over Frascati terug. In
-het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men
-overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht
-aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer
-trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo
-jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom,
-zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en
-dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen
-alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het
-droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig
-naast hem--rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend
-in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van
-een nauwlijks goudenen zonsondergang,--dat hij haar dierbaar was om
-die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende:
-klare stem uit droomschemer opklinkend--en dat zij gelukkig was naast
-hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn
-hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de
-lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar
-het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde
-toekomst....
-
-
-
-
-XVIII.
-
-
-Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich
-met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met
-Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling.
-Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het
-Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van
-Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren
-op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die
-praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen.
-Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap,
-dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den
-prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk
-niet veel zeggen. Toen na het hofbal--waar de koningin waarlijk het
-gepailletteerde brokaat had gedragen!--zocht Urania Cornélie weêr op en
-bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had
-hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als
-was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg
-hoe zij zoo iets had kunnen beloven....
-
---Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn
-visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien,
---hij woont in het Palazzo Ruspoli--als hij mij een paar schilderijen
-toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren
-te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke
-kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang
-met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je
-dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in
-zijn atelier....
-
---Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand
-verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is
-onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een
-huwelijk?
-
---Als ik Roomsch word....
-
---En...?
-
---Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij
-weifelend.
-
-Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van
-prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen.
-
---Alleen.... begon zij.
-
---Wat...?
-
---Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten.
-Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets,
-geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging
-naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn
-vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord
-van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel
-van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude
-Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano....
-Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar
-woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie;
-maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is
-er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb
-mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla,
-de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel
-niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat
-vervelend....
-
-Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes:
-tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit
-huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een
-titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij
-hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar
-ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû.
-
---En wanneer zoû je naar den prins gaan?
-
---Van avond....
-
---Ga niet.
-
---Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan.
-
---Verzeker je het mij?
-
---Ja, ja.
-
---Ga niet, Urania.
-
---Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal
-niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan....
-
-
-
-
-XIX.
-
-
-Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat
-Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant,
-waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang,
-niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde
-onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken
-en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek,
-gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan
-den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de
-Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht,
-en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire
-voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam
-van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi
-was....
-
-Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij:
-
---Ik ga naar het Palazzo Ruspoli....
-
-Hij zag verbaasd op.
-
---Waarom?
-
---Om naar miss Hope te vragen.
-
-Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien.
-
---Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er
-... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken....
-
-Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo
-excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van
-onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te
-vinden. Cornélie zag op haar horloge.
-
---Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen
-tijd.
-
-Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht
-en stond op. Hij volgde haar.
-
---Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er
-allerlei last meê krijgen.
-
---Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad
-doen.
-
-Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken
-niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw
-Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de
-Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien
-prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij
-werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al
-aan den suisse:
-
---Is de signore principe thuis?
-
-De man zag haar argwanend aan.
-
---Neen, sprak hij kort.
-
---Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne
-Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond
-den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets,
-dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz....
-
-Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde
-het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het
-iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen
-bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die
-gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam
-het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den
-portiek.
-
-Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij
-deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar
-weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû
-hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare
-van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo
-tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien
-hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok
-en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare
-minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine
-restauratie.... De suise kwam terug.
-
---Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen....
-
-Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne
-verwarring.
-
---Ga je meê?
-
---Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten.
-
-Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den
-breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar
-tegemoet.
-
---Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen
-waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar
-hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak.
-
---Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken....
-
-Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen.
-
---U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als
-het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ...
-maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug,
-zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken?
-
-De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een
-vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij
-de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer.
-
---Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij
-beide handen en zag haar angstig aan.
-
---Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken.
-Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden.
-Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen?
-
-Urania begon te weenen.
-
---Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet.
-Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk....
-
---Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend.
-
---Waarom deed je het dan?
-
---Ik kon het niet laten.
-
---Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet....
-
---Ik weet het!
-
---Wat zie je in hem?
-
---Ik hoû van hem....
-
---Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer
-je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande
-vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn?
-
---Cornélie ... stil...!
-
---Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen
-reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch,
-liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed,
-maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind!
-
---Cornélie....
-
---Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of
-neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook....
-
---Ja, blijf jij ook....
-
---We zullen hem roepen.
-
---Ja.
-
-Cornélie belde, een lakei verscheen.
-
---Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een
-pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis
-zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer
-hoffelijk, en uiterlijk kalm.
-
---Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en
-huichelglimlach.
-
---Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak
-Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent
-haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!?
-
-De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met
-haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag
-eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en
-frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid:
-die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van
-een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep
-grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw,
-bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome,
-morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw,
-die hem--hij was er zeker van--doorzag; die hem--antipathiek--toch
-toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit
-louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij
-bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij
-vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer
-gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat
-hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar,
-zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te
-hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van
-nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas,
-niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug,
-en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich
-tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins:
-
---Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid
-ben: màg ik ze zien?
-
-De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur,
-éen vlam in een oogenblik.
-
---Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek.
-Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der
-Staal.
-
-De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij
-twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en
-signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie
-werd hem zeer sympathiek.
-
---Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te
-komen.
-
---Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen....
-
---Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig.
-
-Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar
-zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag
-in den spiegel.
-
---Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania.
-
-Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie.
-En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin
-aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien
-Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later
-schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der
-gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en
-tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte
-vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk
-schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en
-neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een
-donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie
-en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van
-bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende....
-
-Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus,
-niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had
-gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk
-verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen.
-
-Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde
-om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde
-den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij
-de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten.
-Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne
-vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die
-kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er
-een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na,
-levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer
-van dat groote salon, bureau van den prins--zijn schrijftafel stond
-er--de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen
-van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen
-tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei
-geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar
-nooit gezien--niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn
-atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij
-éene vrouw, of tien vrouwen?
-
-En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere
-openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als
-een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet,
-meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat
-element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze
-woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door
-elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en
-regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het,
-dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen.
-Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen--want
-bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende
-hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare--maar zijn
-natuur was zoo weinig ernstig--hij zoû trouwen meer om zijn vader en
-de marchesa Belloni, dan om zichzelven;--hij leefde even pleizierig
-met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû
-doen--dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat
-hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa
-zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op
-Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had.
-Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole,
-morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die
-Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië?
-Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig,
-mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich
-met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas
-vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm
-Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij
-beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor:
-
---Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij
-_overwonnen: ik geef mij gewonnen_....
-
-De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd
-om niets, maar tusschen henbeiden--den prins en Cornélie--klonken zij
-vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen....
-
-Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de
-champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen:
-
---O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!!
-
-
-
-
-XX.
-
-
-Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij
-zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord
-had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure
-verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd
-zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat
-zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond,
-scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te
-praten.
-
-Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten
-in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten
-afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele
-guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en
-zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis
-achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der
-osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de
-halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte
-eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts
-half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne
-gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het
-even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach,
-geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar,
-aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas
-kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige
-manteltje--losgeknoopt--en in hare blouse een ruikertje viooltjes
-gestoken.
-
-De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere--den
-eenigen,--die hen goed kende, van iederen dag--familiaar minzaam
-iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote
-plannen, hare blijde woorden--het schitterde hem alles tegen,
-studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral
-gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van
-assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan
-den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die
-openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze
-was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder
-en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn
-zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad
-tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een
-innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn,
-samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was
-geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen
-liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van
-opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet.
-Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar
-leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties,
-vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar
-eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar
-het overwoog niet in hare waardeering.
-
-En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder
-behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met
-den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania
-opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare
-natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen
-Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij
-betaalde--het was zijn beurt--en zij stonden op en zij nam vroolijk
-zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier
-doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij
-zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het
-nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En
-zij wilde het hem geven.
-
-Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan
-en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij
-zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De
-vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij
-stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat
-gestapeld lag.
-
---Cornélie...! riep hij nu, iets radende.
-
---Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil....
-
-Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen.
-
---Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet.
-
-Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest
-vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor
-honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria.
-
-En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen
-op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk.
-In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat
-Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist
-neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn
-goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog,
-recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om
-den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn
-armen.
-
---Mag ik je danken, Cornélie?
-
-En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug.
-
-
-
-
-XXI.
-
-
-Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een
-gewone beleefdheid na gisteren avond--haar geïmprovizeerd bezoek in
-het Palazzo Ruspoli--en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een
-prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk
---artikel eerst--was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû
-zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had
-gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette
-zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij
-gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij
-zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres
-plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij
-bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal
-van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het
-kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van
-vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst,
-in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel;
-wetten voor huwelijk en scheiding....
-
-Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er
-bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche,
-Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd.
-Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk;
-sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met
-inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en
-gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar
-leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht?
-In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde
-meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij
-liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur
-en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar
-huwelijk, hare scheiding....
-
-Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij
-er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te
-denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen....
-Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel
-te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en
-zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen
-roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms
-te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht
-zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde
-zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid
-geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten
-vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk
-in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor
-zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar
-zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van
-hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar
-wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had
-zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een
-twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven
-uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar
-artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der
-Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten
-van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige,
-werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,--te oppervlakkig;--en
-dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar
-ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus
-met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De
-Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het
-Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat
-hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en
-te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van
-het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn.
-Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk
-gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en
-nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan....
-Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een
-week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden,
-van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere
-coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen....
-Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst
-dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en
-champagne--: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt--en de prins,
-klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd
-viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel
-aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en
-flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was
-zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad....
-
-Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan.
-Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat
-zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar
-ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje
-en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de
-concierge bezorgen liet....
-
-Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie,
-toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het
-was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich
-klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak
-een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den
-schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag
-goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn
-gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat
-wel gebeuren zoû gaan....
-
-
-
-
-XXII.
-
-
-Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar
-belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de
-proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar
-zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte
-zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf
-een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde
-gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,--met
-aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen,
-viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel
-slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk.
-
-Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam,
-zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem
-glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van
-een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze
-handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en
-hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur,
-over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg,
-of hij haar stoorde.
-
---U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan
-het hart ligt?
-
---Neen. Ik zag drukproeven na.
-
---Drukproeven?
-
---Ja....
-
---Schrijft u?
-
---Voor het eerst.
-
---Een novelle?
-
---Neen, een artikel.
-
---Een artikel? Waarover??
-
-Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte
-vroolijk.
-
---Dat had u nooit gedacht, niet waar?
-
---Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend
-aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In
-het Hollandsch?
-
---In het Hollandsch.
-
---Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen....
-
-Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem
-bonbons. Hij knabbelde er ettelijke.
-
---Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig?
-
---Soms ben ik heel ernstig.
-
---Ik ook....
-
---Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel
-ernstig geworden.
-
-Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan.
-
---U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap.
-Wat u wil, dat gebeurt.
-
---Soms....
-
---Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. _Als_ ik wil.
-Maar meestal wil ik niet.
-
---Verleden wilde u wel....
-
-Hij lachte.
-
---Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan
-u.
-
---Wie weet!
-
-Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit
-het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in.
-
---Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig.
-
---Wat?
-
---Een souvenir aan onze eerste kennismaking.
-
---Het is charmant van u. Wat zal het zijn?
-
-Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij
-opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in
-den vorm van een volant, voor een laag lijf.
-
---Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met
-zooveel genot.
-
-Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij
-hem doorzien.
-
---Zoo moet u het dragen....
-
-Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den
-eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien,
-zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn
-geschenk. Hij ging zitten.
-
---Ik ben blij, dat u het aanneemt.
-
---Heeft u Miss Hope ook wat gegeven?
-
-Hij lachte, zijn overwinnaarslachje.
-
---Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan
-u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant.
-
---Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken?
-
---Ach! lachte hij.
-
---Welke carrière?
-
---Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij?
-
---Hoe meent u?
-
---Zoû ik haar trouwen?
-
---Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen....
-
-Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze
-toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen.
-
---Dus voor vrije liefde?
-
---Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen....
-
-Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had
-hij misschien nog getwijfeld.
-
---En.... vindt u mij ontwikkeld?
-
-Zij lachte, coquet, met even iets van minachting.
-
---Hoor eens, wil u ernstig spreken?
-
---Heel graag.
-
---Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde.
-
---Dus ben ik niet ontwikkeld?
-
---Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling.
-
---Dus ben ik niet modern?
-
---Neen, sprak zij, een beetje geërgerd.
-
---Leer mij modern zijn.
-
-Zij lachte nerveus.
-
---Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania _niet_ te
-trouwen.
-
---Waarom niet?
-
---Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief,
-Amerikaansch parvenuetje....
-
---Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft....
-
-Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op.
-
---Doe het dan, sprak ze onverschillig.
-
---Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet.
-
---En uw papa? En de marchesa?
-
---Wat weet u daarvan?
-
---O, alles.... en niets!
-
---U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat
-weet u van mijn vader en van de marchesa?
-
---Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien
-millioen?
-
-Hij zag haar in stupefactie aan.
-
---Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf
-millioen.... Dollars of lire?
-
-Hij sloeg de handen in elkaâr.
-
---U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe
-weet u? Hoe weèt u? Weet u alles??
-
-Zij wierp zich achterover en lachte.
-
---Alles....
-
---Maar hoé?
-
-Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde.
-
---Zeg mij....
-
---Neen. Dat is mijn geheim....
-
---En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag?
-
---Ik durf niet raden in uw belang.
-
---En wat Urania betreft?
-
---Raad ik haar af.
-
---Hèeft u haar al afgeraden?
-
---Zoo nu en dan....
-
---U is dus mijn vijand? riep hij boos.
-
---Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin....
-
---Een vriendin? Tot hoever?
-
---Tot zoo ver _ik_ gaan wil.
-
---Niet tot zoo ver _ik_ wil...?
-
---O, neen nooit!
-
---Maar misschien willen wij even ver?
-
-Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna
-kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de
-knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren.
-
---O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen.
-
-Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak:
-
---Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen!
-
-Zij lachte hem uit. Hij stond op.
-
---Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij.
-
-Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar.
-
---Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik
-niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we
-spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te
-trouwen?
-
---Wat kan ik doen, als _u_ me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als
-een lieve vriendin....
-
-Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor
-hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen;
-hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden.
-
---Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar
-millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft
-kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten.
-
---Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan
-komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....--hij
-trok een tragisch gezicht--: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik
-toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ...
-zal elders zijn....
-
---Waar?
-
---Met de richting der vrouwenbeweging meê.
-
-Zij lachte.
-
---Nu wil ik dan lief zijn?
-
---Ja....
-
---En u beloven te helpen?
-
-Wat kon het haar schelen?
-
---O, engel, demon! riep hij uit.
-
-Hij knabbelde een bonbon.
-
---En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend.
-
-Zij trok de wenkbrauwen op.
-
---Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst.
-
---En aan u.
-
-Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin.
-
---En aan mij.
-
---U dineert dikwijls met hem.
-
---Ja.
-
---Dineer ook eens met mij.
-
---O, heel gaarne.
-
---Morgen avond? Waar?
-
---Waar u wil.
-
---In het Grand-Hôtel?
-
---Vraag er dan Urania bij.
-
---Waarom wij niet alleen?
-
---Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik
-zal haar chaperonneeren.
-
---U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van
-der Staal mij ook het genoegen te doen....
-
---Ik zal het doen.
-
---Dan tot morgen, half negen?
-
---Tot morgen, half negen.
-
-Hij stond op, om afscheid te nemen.
-
---Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik
-liever....
-
---Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet.
-
---U zoo koel.
-
---En u denkt lang niet genoeg aan Urania.
-
---Ik denk aan de vrouwenbeweging.
-
-Hij ging zitten.
-
---Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij
-kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal.
-
-Hij kuste hare hand.
-
---U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de
-interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet.
-
---Omdat ik drukproeven corrigeer.
-
---Omdat u is, die u is....
-
-En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend:
-
---Ik zal u nooit kunnen vergeten....
-
-En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was
-zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur:
-zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen
-iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag.
-Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen....
-Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren.
-
-En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur
-kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje,
-het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had
-opgehouden.
-
-
-
-
-XXIII.
-
-
-Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar
-Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het
-was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel,
-en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst
-uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste
-huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de
-antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest,
-blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel
-nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op
-zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene
-met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje
-gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder
-wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een
-ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde
-vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest--meende men--;
-zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met
-dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men
-had er spoedig alles van geweten....
-
-Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en
-zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos
-was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog
-in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende
-over een fraze in haar brochure--werd er geklopt, bracht de meid
-haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde.
-Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare
-chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk
-overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een
-hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat
-de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor
-Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet
-haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust
-was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als
-getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar
-niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen
-dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort....
-Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende
-haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel,
-antwoordde zij eindelijk:
-
---Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever
-hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer
-bewijst....
-
---Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben....
-
---En wat ben je dan?
-
---Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom
-stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie?
-
---Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio
-flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat
-mij niets aan....
-
---Een reden te meer.
-
---Het is afgesproken, hoor kindje.
-
-Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg:
-
---En blijven wij toch "good friends?"
-
---Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te
-brouilleeren? Ik zie er geen....
-
-Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had
-tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij
-later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van
-het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige
-hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij
-de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij
-stond op, rekte zich uit.
-
---Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen....
-
-Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de
-zitkamer. Urania weende.
-
---Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je
-huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je
-bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je
-denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin
-di San Stefano wordt?
-
---Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik
-weet het niet....
-
-Cornélie haalde de schouders op.
-
---Je bent nog verstandiger dan ik dacht....
-
---Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik
-vertrouwen op je raad?
-
---Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten.
-
-Urania vatte haar hand.
-
---Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet?
-
-Cornélie zag haar diep in de oogen.
-
---Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het
-denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû
-niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets
-socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel....
-
---Ik ook niet....
-
---Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren,
-dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik
-antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal
-koud.
-
---En je noemt je mijn vriendin....
-
---Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan
-niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten....
-
---Je bent coquet....
-
---Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio.
-
---Heusch?
-
---Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als
-het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel
-ik het niet.
-
---Je houdt van Mr. Van der Staal?
-
---Heel veel....
-
---Ga je met hem trouwen, Cornélie?
-
---Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk
-is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo
-overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan.
-Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di
-Spagna....
-
-Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij
-Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten,
-hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins.
-
---Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar
-huis?
-
---Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer.
-
---Wat?
-
---Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het
-Grand-Hôtel en geen champagne.
-
---Waarom niet?
-
---De aanstaande prinses wil het niet.
-
---Is zij jaloersch?
-
---Cornélie vertelde hem van de scène.
-
---En u mag zelfs niet met me meêloopen.
-
---Jawel.
-
---Neen, neen.
-
---Ik doe het toch.
-
---Dus het recht van den man, van den sterkste?
-
---Juist.
-
---Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn
-roeping ongetrouw.
-
---U is allerliefst ... als altijd.
-
---Dat mag u niet meer zeggen.
-
---Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar
-trouwen?
-
-Cornélie schaterlachte.
-
---U vraagt beiden _mij_ raad!
-
---Ja, ja, wat denkt u?
-
---Zeker, trouw haar!
-
-Hij zag niet hare minachting.
-
---Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en
-lachte.
-
-Nu zag hij er iets van.
-
---U veracht mij, ons beiden misschien.
-
---O, neen....
-
---Zeg mij, dat u me niet veracht.
-
---U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar
-dat niet alleen moet reizen. En u....
-
---En ik?
-
---U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u....
-
---Dadelijk, dadelijk....
-
-Hij kocht het boeketje.
-
---U is zoo dol op viooltjes, niet waar....
-
---Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij
-afscheid van elkaâr.
-
---Neen, ik breng u thuis.
-
---Ik ga niet naar huis.
-
---Waarheen dan?
-
---Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar.
-
---Hij is wel gelukkig!
-
---Waarlijk?
-
---Kan het anders!
-
---Ik weet het niet. Dag, prins.
-
---Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen.
-
---Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik
-geloof....
-
---Wat....
-
---Dat Duco precies is als Urania....
-
---Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr?
-
---Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de
-viooltjes.
-
-Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat
-Duco door het raam hun afscheid had gezien.
-
-
-
-
-XXIV.
-
-
-Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en
-zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had.
-
---Wat is er? vroeg zij lief.
-
---Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken.
-
---Waarover?
-
---Je doet niet goed.
-
---In welk opzicht?
-
---Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem
-dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak
-hij--en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de
-restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder
-beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem
-in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt.
-Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet.
-De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem
-aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te
-gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van
-je hoû--waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je
-stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij
-spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden.
-En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij
-spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat
-is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden
-je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen.
-Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven?
-Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik
-begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat
-vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb
-je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar
-ik voel toch, dat _dit_ niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet
-meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren,
-het was me een marteling....
-
---Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar
-waarom?
-
---Waarom? Waarom? Je vernedert je.
-
---Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil _ik_ spreken. Ik ben niet hoog.
-Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler
-zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon
-vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco,
-nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel
-een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat _ik_ ook
-veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos
-zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met
-je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar
-vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar
-soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou.
-Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te
-hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er
-is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik
-daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht?
-
-Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en
-hij antwoordde niet.
-
---Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om
-tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik
-ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou
-vergeet ik niet.
-
-Hij zag haar glanzend aan.
-
---Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer?
-Geef me een hand, wees niet boos meer....
-
-Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers.
-
---Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie,
-word mijn vrouw.
-
-Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en
-staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden
-op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit
-voor hen neêrgezet en trok zich terug.
-
-Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem
-en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had
-kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden.
-
---Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag
-in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde
-natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het
-kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het
-niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige
-gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde....
-Wat het dan wel is...?
-
-Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij
-het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort:
-
---Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik
-weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die
-gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het
-huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het
-huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het
-huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk,
-maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke
-moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze
-banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd--en ik geloof die belofte
-te houden--dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is
-er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje
-van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar
-ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû
-hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik
-opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort
-om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor
-behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk,
-er is de kwestie der kinderen, er _zijn_ velerlei moeilijkheden.... Ik
-kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat
-_ik_ ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je
-niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb
-je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik.
-Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te
-hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu
-kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit
-eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie,
-trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe
-hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven,
-heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet
-... ben ik alleen met Gilio....
-
-Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den
-kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen.
-Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op
-van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open
-waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan
-de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en
-sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand.
-Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs
-de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps
-Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op
-een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in
-zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en
-omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij
-gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem
-daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid,
-en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in
-zijn armen.
-
-
-
-
-XXV.
-
-
-Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn
-moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende
-aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet
-Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal
-en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie
-minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco
-begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar
-aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en
-wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden
-het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide
-aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten
-tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels
-niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde,
-in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan.
-En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en
-louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden
-zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri
-en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk
-gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen
-zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten
-en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo
-rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid
-werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk
-verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun
-geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen
-de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi,
-aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente:
-de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag
-wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van
-den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook.
-
-Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle
-touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat
-zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek,
-dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij
-hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in
-elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige
-bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt.
-
-Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar
-Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in
-zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun
-droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder
-dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen
-der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende
-met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn
-liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring
-was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet
-zagen en de gewone menschen niet ontmoetten.
-
-Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer
-van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij
-zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij
-dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen
-liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar
-eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun
-droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof
-een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat
-zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij
-nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest,
-zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het
-oude kasteel _a dear old house_, de oude man _a dear old man_. Zij
-zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel.
-Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor
-Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden
-ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader
-kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op
-tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend
-détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij
-zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice:
-het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende,
-vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de
-monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de
-Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio....
-De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar,
-fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En
-de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij
-naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien....
-
-Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te
-bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach:
-
---Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau
-en een titel zouden mij niet gelukkig maken.
-
---Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan
-kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg....
-
-En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden--hunne vingers
-in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,--dat ook _zij_ gelukkig
-waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op:
-zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel
-op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende
-bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen
-van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan
-werkelijkheid.
-
-
-
-
-XXVI.
-
-
-De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen
-ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed
-in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem
-werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere
-rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar
-oogen, blijdschap om haar mond--van nerveuze aandoening trilden
-zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië
-welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige
-kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden
-van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken:
-natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van
-de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt
-tot water--en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps
-gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en
-overwinning.
-
-Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken,
-bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid
-was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging.
-Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf
-zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn
-tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep
-van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal.
-Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel
-Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging
-zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie
-van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij
-schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid,
-wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet
-waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw
-der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets--en
-zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een
-groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels
-en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en
-haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter
-en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet
-het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als
-centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de
-verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken
-van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en
-geleiding....
-
-En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat
-_zij_ leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur,
-waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat _hij_ als op
-zijn schets--heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,--een moderne stad
-zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen
-natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral
-voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart
-van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar
-wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en
-gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk
-zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien
-en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid,
-waarin zij droomden--terwijl het was zuivere waarheid en voelbare
-werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal
-van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke
-lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij
-bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch
-aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart,
-maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en
-zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij
-dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie
-elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen:
-enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi;
-andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;--hij
-zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los
-uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare
-gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed,
-de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der
-liefdezusters--zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster
-modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening
-van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval
-tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie
-overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene
-mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen
-snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening
-was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar
-modern--nerveus en morbide--en toch zonder conventioneel ideaal
-van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische
-harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de
-ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer
-en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte
-lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij
-voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang
-gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en
-zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende
-vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij
-met enkele veegjes van wit en tikken van licht--of hij licht had onder
-zijn kleuren--de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij
-haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar
-naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee,
-tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij
-langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug
-tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar
-de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders
-blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch
-gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de
-verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten....
-
-
-
-
-XXVII.
-
-
-En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele
-gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en
-het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een
-wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn
-figuren karakterizeerde--en ze liep langzaam dalende lijn af naar een
-sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen
-staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een
-wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen
-haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de
-diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen
-orchideeën, als monden van liefde....
-
-Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling
-deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er
-niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking,
-spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er
-zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het
-wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote
-aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen....
-
-En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en
-werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam
-een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare
-afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en
-overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze
-weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de
-"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide.
-
-Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke
-lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter
-zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel
-scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen
-de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze,
-zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen....
-
-Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en
-Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van
-geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter
-met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio
-naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen
-weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield
-alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die
-feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die
-feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat
-alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen
-hoe moeilijk het was--zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord
-willen staan--aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale
-en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën
-van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij
-genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij
-was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in
-de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij
-hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes....
-Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal
-wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen,
-al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen
-Duco en haar, Cornélie--al nam de Romeinsche wereld hen tijdens
-die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als
-landgenooten--wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier.
-Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met
-wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen
-voor hen uit....
-
-Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief
-ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke
-bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit.
-Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet
-dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht
-van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al
-lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten
-verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter;
-mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad;
-de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij
-had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein
-kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg
-haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen
-en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had
-verkeerd gehandeld--maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar,
-zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen.
-
-Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was
-in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht
-haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog
-wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en
-ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde
-haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich
-te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem
-vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij
-drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag
-met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende
-Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst,
-daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat
-ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend
-hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar
-vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij
-doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat
-zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare
-kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog
-genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal
-zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben.
-Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar
-dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat
-dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met
-hem. Hij had wel genoeg--een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij
-verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en
-kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein
-aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat
-zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over
-een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet
-noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht.
-Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij
-gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en
-hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken
-in de Via dei Serpenti--en dineerden in de osteria. Cornélie stelde
-voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis
-gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats
-innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter
-dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun
-toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van
-schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van
-een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede.
-Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van
-niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend
-en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter
-aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een
-land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende
-kunst.
-
-Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in
-zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag
-aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar
-nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren
-voor hun leven van geluk en eenvoud.
-
-En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met
-hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen
-onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef
-zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie
-af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen
-allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen
-van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte.
-En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets
-dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en
-lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag
-naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan
-kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde,
-dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver,
-maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld,
-verslapte--momenteel--zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû _zij_
-moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon
-niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû
-willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen
-blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden,
-werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij?
-Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving
-haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden:
-zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een
-blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan
-wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein,
-zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon.
-En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor
-Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en
-begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van
-Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in
-het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden
-was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even
-hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef
-enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op,
-hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk
-geluk....
-
-En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl
-van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige
-reisbrief....
-
-Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat
-behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar
-ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor
-hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij
-een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij.
-En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam
-aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij
-elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden.
-
-
-
-
-XXVIII.
-
-
-Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van
-Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten,
-weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op
-een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de
-zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti,
-over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste
-bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende
-oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met
-een blijden glimlach en trad haastig op haar toe.
-
---Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome
-en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend
-zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan
-weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier
-weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet
-eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen?
-
---Ik kon waarlijk niet komen....
-
---Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men
-vertelde mij, dat u verhuisd was....
-
-Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen.
-Zij zweeg.
-
---Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met
-bedoeling.... Waar gaat u heen?
-
---Ik moet naar het postkantoor.
-
---Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm
-om te wandelen?
-
---O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met
-Urania?
-
---Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig
-prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken.
-Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn
-huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio!
-
---Waarom?
-
---U wist, niet waar--hoe weet ik nog niet--u wist voor hoeveel ik me
-verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia,
-wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk.
-Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij
-kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet.
-Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen
-daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante
-kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat
-had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest.
-Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer
-zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze
-kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was
-rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu
-niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had
-dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante,
-de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr
-wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad,
-tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora,
-ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze
-met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de
-vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie
-millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het
-dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn
-zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies
-hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig.
-Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke
-vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice
-en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre
-in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij
-"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of
-daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken.
-Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen
-als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet
-uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er
-aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven
-dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû
-Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar
-vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart
-meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen
-mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we
-heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een
-beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit
-veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is
-onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is
-het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn,
-om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich
-in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin,
-ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen.
-Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen
-had in een kousenfabriek te Chicago??
-
-Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep
-ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had
-behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen
-en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en
-hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten
-aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij
-gevoel had voor San Stefano.
-
---O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit
-gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de
-tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U
-wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u
-een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een
-bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik
-eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu
-gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van
-gehoord in onze wereld.
-
---Uw wereld is de mijne niet, prins.
-
---Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën
-hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig
-doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan
-versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel
-gemakkelijk.... Maar dàt mag niet!
-
---Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer.
-
---Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want
-ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och
-toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees
-barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het
-aan Urania zeggen....
-
-Zij lachte.
-
---Wat?
-
---Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres
-voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal....
-
-Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan.
-
---Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes
-neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag
-verklaren.
-
-Hij was blijkbaar verlucht.
-
---Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano?
-
---Neen, ik kan niet, heusch niet.
-
---Waarom niet?
-
---In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn
-verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig.
-
-Hij haalde de schouders op.
-
---Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere
-convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd.
-
---Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet....
-
---Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend.
-
---Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te
-treden.
-
-Hij vouwde de handen.
-
---Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen
-wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom
-te San Stefano.
-
-Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij:
-
---Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ...
-dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten.
-
---Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen
-vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen"
-van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe
-dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik
-zal haar voorstellen u spoedig te vragen....
-
---Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet....
-
---Waarom niet?
-
-Zij zag hem lang aan.
-
---Wil ik heel eerlijk zijn?
-
---Natuurlijk.
-
-Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil
-op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan.
-
---Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden.
-Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje
-verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een
-artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig
-en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit
-oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen
-in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven
-woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij
-scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik
-niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen
-geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe....
-
-Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen;
-nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch
-meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg.
-
---Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig....
-
-Zij glimlachte en haalde de schouders op.
-
---Wat wil u? Dat ik er over jammer?
-
---Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij
-uit. Hoe is Van der Staal er onder?
-
---Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele
-moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent
-te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen
-ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San
-Stefano.
-
---Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld
-gevraagd?
-
---Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet
-bij ons opgekomen.
-
---Te fier?
-
---Te fier, ja.
-
---Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar
-honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal
-Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb.
-
---Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet
-aannemen.
-
---Van _mij_ niet?
-
---Neen.
-
---Van Urania niet?
-
---Ook niet van haar.
-
---Waarom?
-
---Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen.
-
---Een mooi principe. Maar voor het oogenblik.
-
---Blijf ik het nog getrouw.
-
---Mag ik u wat zeggen.
-
---Wat dan?
-
---Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging
-met de hand en fronste de wenkbrauwen.
-
---Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet
-in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan
-ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik
-vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik
-waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten
-ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u
-niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons
-rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft.
-
-Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels.
-
---Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar
-leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een
-tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis?
-
-Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had.
-
---Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij.
-
-Zij dankte glimlachend van neen.
-
---Eet u thuis? vroeg hij.
-
-Zij keek hem komisch aan.
-
---Ja, zeide zij.
-
-Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen.
-
---Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel
-mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet
-in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij
-kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij!
-
-Zijn tranen kon hij niet weêrhouden.
-
---Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach.
-
-Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het
-atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig.
-Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam
-de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier
-binnentrad.
-
-
-
-
-XXIX.
-
-
-Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware
-hoofdpijn en zij zette zich naast hem.
-
---Wel? vroeg hij.
-
---De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij
-beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij
-herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben.
-
---De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets
-te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen.
-
-Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar
-hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd.
-
---Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij.
-
---Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan?
-
---Neen, neen ... Dan ga _ik_. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen
-wel koopen, maar nooit verkoopen.
-
---Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd
-wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag
-van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar
-ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb?
-
---Neen.
-
---Den prins.
-
-Zijn voorhoofd fronste.
-
---Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij.
-
---Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik
-geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van
-avond, heel eenvoudig.
-
---Neen, ik heb geen lust....
-
-Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee.
-
---Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een
-boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger?
-
---Neen, zeide hij ontwijkend.
-
-Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij
-sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij
-zich naast hem, ook met een kopje in de hand.
-
---Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria....
-
-Zij toonde hem lachend haar leêge beurs.
-
---Hier zijn de postzegels, sprak ze.
-
-Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens.
-
---Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb
-ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen.
-Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt.
-Het zoû je opgewekt hebben.
-
---Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn....
-
-Zij zweeg even. Toen zeide zij:
-
---De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij
-woû me tweehonderd lire geven....
-
---Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest.
-
---Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano,
-waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd.
-
---Waarom?
-
---Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben,
-wel?
-
---Neen, sprak hij mat.
-
-Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd.
-Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht
-buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel
-van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun
-onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels
-der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's
-tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van
-zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers--waren als een
-opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste
-licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der
-Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende
-het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij
-harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen
-ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire,
-want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach
-bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing
-zijn hand.
-
-Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende,
-dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde
-te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij
-had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half
-fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte
-het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en
-zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en
-bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde
-in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel
-moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch
-geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van
-lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch
-en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht;
-nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van
-een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst
-duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen,
-banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de
-extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht
-zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En
-hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken
-zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij:
-hij had honger....
-
-Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de
-prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets
-in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op.
-
---Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen
-lust uit te gaan--hij heeft gewerkt en is moê--en ik had niemand om u
-een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen.
-
---Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te
-hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...!
-
-En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van
-verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco--onwillig,
-stroef--over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders
-op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn
-gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge
-repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een
-pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om
-meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd
-had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat
-zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem;
-maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering
-voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje
-glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en
-duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat
-gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de
-dialoog van een Fransch tooneelstuk.
-
-
-
-
-XXX.
-
-
-Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel
-vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje:
-
- Waarde Prins.
-
- Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo
- vriendelijk mij uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo
- vriendschappelijk aanbod te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u
- mij niet al te grillig vindt als ik mij van daag tot u wend met
- het verzoek: leen mij, wat u mij gisteren wilde aanbieden.
-
- Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te
- kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania
- te zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn
- braceletten willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor
- heel weinig geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven,
- maar éen was ik wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want
- ik had geen soldo meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw
- vriendschap en u vragen: sluit in een couvert de tweehonderd lire
- en laat mij die _zelve_ komen afhalen bij den portier. Ontvang bij
- voorbaat de betuiging mijner innige erkentelijkheid.
-
- Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een
- paar uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij
- goed. Hoe gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van
- geldelijke zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco
- ophoud. Tobben over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in
- zijn werkkracht. Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over,
- en vraag u dus uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim.
-
- Nogmaals: ik ben u innig dankbaar.
-
- CORNÉLIE DE RETZ.
-
-
-Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo
-Ruspoli.
-
---Is zijne Excellentie al vertrokken?
-
-De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk.
-
---Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief
-en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij
-even te halen....
-
-Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief.
-
-Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de
-enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje:
-
- Mijn zeer vereerde.
-
- Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo
- zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te
- handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend,
- met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen
- en te behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk
- niet zeggen: neem ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo
- vrijpostig u een souvenir te zenden. Toen ik namelijk las, dat u
- zich gedwongen gevoeld had een bracelet te verkoopen, deed mij
- deze mededeeling zulk een hevige smart aan, dat ik zonder mij te
- bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, zoo goed ik kon, een
- armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten smeek te willen
- aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, zoowel voor
- Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven.
-
- Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft
- mijn hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs
- op den allerhoogsten prijs stel.
-
- Uw zeer nederige dienaar,
-
- VIRGILIO DI F.B.
-
-
-Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband
-in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en
-saffieren.
-
-
-
-
-XXXI.
-
-
-In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden
-gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie
-gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te
-dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen
-waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte
-met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om
-elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in
-een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de
-aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te
-Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest
-zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn
-groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had
-gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en
-toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat
-hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht,
-had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange
-zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde
-uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe
-blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu
-hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een
-trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge
-en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de
-menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was
-iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde
-als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden
-Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof
-genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte
-haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem,
-en trotsch op hun leven en op hun geluk.
-
-Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de
-beschouwingen over haar brochure--bestrijdingen dikwijls, maar nooit
-kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze
-zaak te voeren--; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel
-in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is
-zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op
-de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na
-eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding
-alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en
-leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet
-uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit
-nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde
-voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij
-herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring,
-zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver
-was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had
-zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere
-van hemzelven; nu voelde zij hem--om zijn kunst--hoog, edel, zonder
-bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar
-ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots
-en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij
-nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel,
-dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En
-zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig
-huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo
-véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid
-bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve.
-Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk....
-
-Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania
-niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen
-zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de
-oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van
-haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom,
-zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat
-eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar
-trotschheid--niet schijnbaar, maar in werkelijkheid--zoodra zij vreesde
-voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het
-een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet
-over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat
-zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet
-leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met
-zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid
-en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij
-niet van Gilio's bracelet....
-
-Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen
-zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb
-verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist
-het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het
-niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te
-dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins.
-Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn
-bereidwilligheid haar bij te staan.
-
-En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij
-wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure.
-Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel
-eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was
-het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten.
-
-Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden
-luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op
-waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn
-levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend
-van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn
-omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag
-zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om
-hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen.
-
-
-EINDE VAN HET EERSTE DEEL.
-
-
- * * * * *
-
-
-LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID
-
-DOOR
-
-LOUIS COUPERUS
-
-TWEEDE DEEL
-
-L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM
-
-1887
-
- * * * * *
-
-
-XXXII.
-
-
-Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel
-stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het
-kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het
-allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam
-doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene
-invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en
-werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus,
-dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij
-begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek....
-
-De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier,
-steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid
-en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde
-Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen
-komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû
-aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar
-met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit
-te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl
-Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om
-Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover
-het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend
-niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn.
-Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo
-geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag.
-
-Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig
-kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele
-dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem
-verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die
-zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder
-haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum
-vastgesteld....
-
-Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig
-te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in.
-Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp
-haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg
-of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide
-vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten
-soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin
-houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan
-een stervende.
-
-De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge
-was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn.
-
-Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie,
-vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein
-schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden.
-Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van
-vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed.
-
---Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet
-mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...!
-
-Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte
-meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen
-glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen.
-
---Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een
-blik in het rond.
-
-Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit
-aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van
-opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de
-bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte,
-dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun
-zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde,
-rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte
-slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet,
-tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen
-buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje
---blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen
-reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd
-zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen
-van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige
-vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd
-door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger,
-tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker,
-hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en
-kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber
-droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat
-rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot
-natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen
-iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden.
-En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke
-ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief
-zich het kasteel gelijk zijn sombere waker.
-
-De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een
-bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine
-stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en
-alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den
-Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn
-proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins.
-
---Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij
-opgetogen en drukte hare handen.
-
-Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier,
-met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den
-koffer brengen naar het kasteel.
-
---Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog
-nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u
-de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom....
-
-Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met
-zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind.
-Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over
-de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees,
-lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in
-eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen
-van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van
-engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof
-van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had
-tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het
-allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof
-waren gezonken tusschen iedere voeg.
-
-De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen
-van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd
-en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets
-klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de
-neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder
-steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de
-in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met
-plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper
-neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide
-heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn
-mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen
-trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot
-plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar
-en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem
-bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer,
-tusschen hemel en meer.
-
-De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep,
-smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek
-niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken
-de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer
-zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een
-bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed,
-gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot
-uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen,
-over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede
-gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een
-vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen
-uit.
-
-Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en
-bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters
-stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En
-nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie
-op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere
-schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van
-cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was
-veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi
-meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd,
-meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had
-gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie
-verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond
-scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen;
-haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie
-had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio,
-hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed
-was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi.
-En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en
-nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel
-nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van
-ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde.
-En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar
-met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe
-familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's
-kennissen--vooral de dames--sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had
-al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren
-zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope,
-tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige
-was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen
-om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij
-niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio
-frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten
-met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij
-een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even,
-ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker.
-Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel--al
-de beroemde namen van Italië--die haar neêrbuigend bejegenden, en
-altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime
-bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid.
-Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio
-om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam,
-en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar
-als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar
-eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke
-millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar _zij_ hield
-die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen
-zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar
-pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren.
-Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht:
-wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een
-Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's
-oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de
-Romeinen?
-
-Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als
-"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor
-anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij
-voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu
-haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar,
-die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd
-had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West.
-Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû
-hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie
-gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit
-had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week.
-Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde
-beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens,
-oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar
-mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde
-in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie,
-maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen,
-die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde,
-fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania
-herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger,
-tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij,
-Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat
-Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar
-haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch....
-
-En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen,
-scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen,
-wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu
-den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde
-voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch,
-wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar
-armen, zij troostte haar--het schreiende prinsesje--als met een nieuwe
-vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer
-als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de
-waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat
-zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar
-moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien....
-
-Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen,
-zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees
-edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor
-zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht
-over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat
-Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en
-fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid,
-stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen
-op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit
-den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot,
-waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar
-wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te
-duren, nog enkele geslachten na....
-
-Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot....
-Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is
-alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van
-eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien....
-
-En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif
-van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de
-lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare
-oogen, tusschen het meer en den hemel.
-
-
-
-
-XXXIII.
-
-
-Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den
-corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort;
-plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen
-twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een
-atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van
-Mantegna--in beeld gebrachte daden der San Stefano's--welfden naar een
-koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar,
-rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten.
-
-Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het
-terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij
-naar haar toe.
-
---Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag
-ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel
-geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien
-er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène
-daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is
-gesloten. Wacht....
-
-Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar
-met zwaren sleuteltros en bood ze den prins.
-
---Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel.
-
-De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de
-reliefs.
-
---Giovanni da Bologna, zeide hij.
-
-Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond
-van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht
-der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door
-Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum,
-met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den
-adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom,
-bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast
-hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels
-waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken.
-Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de
-kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen
-paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele,
-zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus,
-Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt
-waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane
-weefsels, en alle kleur neutralizeerde.
-
-Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als
-een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen,
-een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de
-meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van
-leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor
-fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren
-her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls
-over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de
-spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als
-een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde
-en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar
-zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor
-uitkomend, dat hij niet meer wist.
-
---En hier is de camera degli sposi....
-
-Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende
-knarsend toen de deur, en zij traden binnen.
-
-En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een
-groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd
-en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de
-geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus
-met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid
-der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en
-sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en
-zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van
-goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en
-verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende
-glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop
-de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar
-àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van
-bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de
-stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over
-hadden gespreid.
-
---Wat is dit mooi! zei Cornélie.
-
---Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden
-die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek.
-Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht.
-Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij
-hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania!
-Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente
-godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania
-is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die
-doem van haar overneem....
-
---In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet
-gerept?
-
---Neen, daar werd--en wordt nog altijd--heel weinig prijs op
-gesteld....
-
---Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het
-hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien!
-Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen
-weeklagend er om.... Het is een sprookje....
-
---Het is mij te veel goud....
-
---Misschien was het vroeger zoo, te veel goud....
-
---Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu
-voorbij....
-
---Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd....
-
---De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel
-bemind.
-
-Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde
-een toespeling.
-
-Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de
-tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden
-cupido's met duiven.
-
---Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar
-middel. Engel, engel!
-
-Zij weerde hem af.
-
---Prins....
-
---Zeg Gilio...!
-
---Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven....
-
---Omdat ik meer dan vriendschap wil.
-
-Zij maakte zich nu geheel los.
-
---Ik niet, antwoordde zij koel.
-
---Heeft u dan alleen éen lief?
-
---Ja....
-
---Dat kan niet zijn.
-
---Waarom....
-
---Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der
-Staal, zoû u hem trouwen.
-
---Ik ben tegen het huwelijk.
-
---Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn,
-mag ik ook vragen, mijn moment van liefde.
-
-Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting.
-
---U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en
-medelijdend.
-
---U mij wel.
-
---O ja. U is zoo heel eenvoudig.
-
---Waarom wil u niet?
-
---Omdat ik niet wil.
-
---Waarom niet?
-
---Omdat ik niet voor u voel.
-
---Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen.
-
---Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om
-gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt
-aan het mijne.
-
---Wat weet u van mijn temperament?
-
---Ik zie u.
-
---U is geen dokter.
-
---Ik ben een vrouw.
-
---En ik een man.
-
---Maar niet voor mij.
-
-Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat
-zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los
-en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar
-hooger richtte zij zich op.
-
---Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te
-kunnen dwingen?
-
---Natuurlijk.
-
-Zij lachte schamper.
-
---U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet
-dwingen.
-
-Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en
-weêrstaan, hij had altijd overwonnen.
-
-Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer
-open.
-
-De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was
-iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij
-was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam
-voort, aandachtig kijkend links en rechts.
-
-Hij voegde zich aan hare zijde.
-
---U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit.
-Nooit!
-
---Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik
-moest mij toch verdedigen.
-
---Waarom?
-
---Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die
-passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo
-charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie
-en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven.
-
---Neen, smeekte hij.
-
---Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het
-mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u
-zelf grof is.
-
---Ik...?
-
---Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid.
-
---Neen!
-
---Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw?
-
---Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik.
-
---Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als
-vroeger.
-
---U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken.
-
---Dus een strijd op leven en dood?
-
---Neen, op zege, voor mij....
-
-Zij waren de atrio genaderd.
-
---Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De
-camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos
-zijn.
-
-Zij bood haar hand.
-
---Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang
-gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan.
-
---Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard?
-
---Ja....
-
---Hoe kan ik dien gloed weêr dooven?
-
-Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende
-karbonkeloogen.
-
---U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken.
-
-Zij lachte.
-
---Met een zoen? vroeg zij.
-
---Demon! siste hij tusschen zijne tanden.
-
---Met een zoen? herhaalde zij.
-
---Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi.
-
---Neen, hier.
-
---Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig.
-Toen bood zij hem de hand.
-
---En nu is dit voorbij. Het incident gesloten.
-
---Engel, duivelin, siste hij haar achterna.
-
-Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het
-meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch
-achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar
-amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij
-dacht aan Duco.
-
---Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar
-hem!...
-
-Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren
-Urania en de marchesa Belloni.
-
-
-
-
-XXXIV.
-
-
-Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was
-buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de
-zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed
-of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde.
-
---Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet
-zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter
-gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr
-gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek,
-marchesa?
-
-De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier,
-op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster
-van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension;
-zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen
-op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de
-marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had
-hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar
-handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier
-haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel
-hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden
-spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een
-geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,--de markies was een broêr
-geweest van de overleden prinses--geene distinctie had, trots al hare
-kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De
-kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette,
-verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het
-palazzo Belloni.
-
---O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel
-koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een
-vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u
-terug te zien, erg veel pleizier....
-
---En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl
-zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren
-kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door
-den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit
-geloopen.
-
-De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere
-raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had
-gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare
-vraag klonk ironie en triomf.
-
---Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch.
-Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust.
-
---De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend.
-
---Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den
-Hemel....
-
---Ik dacht, dat u niet godsdienstig was?
-
---Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig.
-Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is
-geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft
-getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven.
-
-De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een
-gevaarlijke vrouw.
-
---En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u?
-
---Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar
-dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik
-geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft
-bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet
-eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw
-pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook....
-U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet
-ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend
-zoû het zeker zijn.
-
-De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan.
-
---Winstgevend....
-
---Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû
-dat winstgevend zijn.
-
---Hoe meent u?
-
---Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori,
-marchesa....
-
---Wat weet u?! Wat denkt u?
-
---Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik
-zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer,
-of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses
-Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u....
-
-De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist
-die vrouw _iets_ van haar onderhandelingen met den ouden prins en de
-monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare
-bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht?
-
-Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die
-vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte
-in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der
-gettatura, en lispelde: vade retro, satanas....
-
-In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie
-spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje
-weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof
-der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en
-engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den
-Overvloed,--nimfen met uitstortende hoornen van overvloed--was half
-antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met
-enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend
-modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een
-jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr.
-De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij
-droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een
-kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen
-ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje:
-dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo
-gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke
-handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots
-de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far
-West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude
-San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen
-dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie
-eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche
-naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een
-zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een
-beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen
-haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der
-San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di
-Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania
-een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot.
-Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen
-haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie
-met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed
-beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie
-gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat
-kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa
-neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom
-haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr
-over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte
-hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had
-hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte
-zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende
-melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn
-oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed,
-die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie
-verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg
-zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er
-vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten!
-
-Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van
-een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel.
-En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie
-haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde
-haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn
-humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de
-oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich
-op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses,
-dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden
-Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester,
-die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij
-zag Urania lachende aan, en Urania bloosde.
-
---Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem
-maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo
-Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen
-hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij
-heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu
-heb je je niet verkleed!
-
---Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar
-broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn
-kuiten aan tafel kwam.
-
-
-
-
-XXXV.
-
-
-Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met
-het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken
-beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart
-marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren
-luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal,
-maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van
-schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere
-schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker
-fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke
-oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk
-met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier
-klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd
-geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en
-waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna
-niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur
-werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man,
-die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem.
-De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de
-kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg
-een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem
-hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren,
-even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem
-met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel
-langzaam--als wijdde hij haar--een kus gaf op het voorhoofd; toen
-naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard
-knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie.
-Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de
-oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië
-haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten
-en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop
-zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die
-tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast
-zijne zuster.
-
---Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe.
-
---Cht! zeide Urania.
-
-Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir,
-plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element
-terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van
-voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat.
-Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig
-werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge
-blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst
-nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan
-op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at
-de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden.
-De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De
-luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de
-schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole
-zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen
-met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het
-Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef
-het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie
-op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft
-bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat
-beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars?
-Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd
-egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de
-levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien
-middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer:
-de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe
-levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn
-gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw
-koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de
-slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog
-geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had
-Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door
-prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,--zeventig
-jaar--, naar den jongen frisschen Far-Wester--achttien, en zag van hem
-naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier,
-in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien
-nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal,
-gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers
-geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit
-op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte.
-
-Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden
-bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet
-als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als
-een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij:
-van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede
-schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig
-kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt,
-vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan
-zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er
-steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die
-wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en
-om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar
-hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van
-een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn
-humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...!
-
-Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op
-te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds
-geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees
-op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen
-afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn
-kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De
-marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon,
-de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug
-naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in
-het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat
-hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte,
-hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes
-voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en
-vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun
-gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden
-prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's
-morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem
-schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk,
-Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan
-een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte
-haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins
-Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte
-was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect
-over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het
-kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht
-bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk
-doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst
-te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr
-stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig
-van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking
-planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de
-ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij
-bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school
-opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende
-voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het
-diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk
-van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van
-Rome, haar door de monsignori aanbevolen.--
-
-Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den
-zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom
-omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw,
-dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief
-vond--"so nice"--het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen
-der koningin--album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg--het
-meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum,
-en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst....
-
-En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San
-Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij
-doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het
-met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen.
-
-Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht,
-bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen
-zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen
-veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar
-Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in
-al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen.
-
-
-
-
-XXXVI.
-
-
-Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een
-warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij
-op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug.
-
---Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte
-Cornélie.
-
-Hij bromde wat.
-
---Hoe heeft u geslapen, prins?
-
-Hij bromde iets.
-
---Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het
-_moet_. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop,
-dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek
-weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer.
-
-Hij mopperde iets.
-
---Adieu, prins, zei Cornélie kort.
-
-En zij keerde op haar weg terug.
-
---Waar gaat u heen? vroeg hij.
-
---Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten.
-
---Maar waarom?
-
---Omdat u me niet bevalt als gastheer.
-
---Ik niet?
-
---Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft
-grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs
-een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste
-manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U
-komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en
-moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van
-galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is
-alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u
-te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer.
-
---Neen, smeekte hij.
-
---Jawel.
-
---Neen, neen.
-
---Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw
-nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij,
-terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben
-niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg
-iets liefs, zeg iets aardigs.
-
---Ik ben dol op u.
-
---Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk,
-beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer.
-
---Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft
-me geslagen.
-
---Vergeeft u nooit die zelfverdediging?
-
---Neen, nooit!
-
---Adieu, dan.
-
-Zij keerde zich om.
-
---Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij
-ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet
-grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste
-vrouw, die ik ken. Ik aanbid u.
-
---Aanbid dan in stilte, en amuzeer me.
-
-Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op
-te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op.
-
---Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn.
-
---Ik geloof er niets van.
-
---Heusch, ik heb verdriet, ik lijd....
-
---Arme prins!
-
---U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar
-uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg,
-mag ik nooit iets hopen?
-
---Niet veel.
-
---U is onverbiddelijk, en zoo streng.
-
---Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O,
-daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap?
-
---Ik zal zoet zijn.
-
---En amuzant.
-
-Hij zuchtte.
-
---Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas!
-
-Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola,
-begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze
-bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en
-hermen--nimfen, saters en faunen--wier bovenlijven eindigden in slank
-voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en
-bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een
-open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar
-een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was
-een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden
-prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur,
-een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw
-fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen
-cannelures het meer verzonk als een ovalen beker.
-
---O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt.
-
-Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner
-van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij
-straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid
-terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs
-met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den
-slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit
-en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste;
-de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van
-de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam
-plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins
-en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het
-voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania
-was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit
-piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte
-zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken
-met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet
-altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen
-haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat
-naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen,
-schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart,
-alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch,
-dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief,
-vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er
-was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak
-en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar
-parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw
-onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg,
-en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig,
-om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had
-zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde
-voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche
-meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed
-te bekleeden? Admirabile!--vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie
-in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig,
-uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn
-kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden
-van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het
-vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met
-eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed
-was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij
-wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar
-Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij
-liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag.
-En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam
-meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui
-groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden
-naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl
-Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en
-op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de
-knieën, om te bekoelen.
-
-
-
-
-XXXVII.
-
-
-Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het
-plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan
-prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie
-en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar
-Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij
-gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een
-blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels
-kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het
-meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de
-andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond
-aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de
-starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en
-achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen--de saters
-en nimfen--torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een
-betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar
-zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich
-op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte
-zich tegen hem aan.
-
---Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb,
-Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik
-dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier
-zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet
-het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te
-loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen
-binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de
-fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid
-van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola
-niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen,
-jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk!
-Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van
-je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ...
-ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven
-aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome,
-aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet,
-die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als
-dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien,
-ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik
-voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat
-me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan,
-dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento
-op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die
-parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar
-toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen
-om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik
-om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je
-zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van
-jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je
-gelooft me niet. Toch? Geloof je me?
-
---Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is
-hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om
-jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt
-uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven
-uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te
-danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik
-heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar
-wat--maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen,
-je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een
-vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste
-wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we
-toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het,
-geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons....
-
-Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een
-langen triller. Maar verder sliep alles....
-
---Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem
-geheel.
-
-De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders
-armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden--faunen
-en nimfen--slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met
-starren bepoeierde lucht.
-
-
-
-
-XXXVIII.
-
-
-Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest
-iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania
-en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel
-bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar
-malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te
-energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte
-wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos
-op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien
-avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania
-was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor
-de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en
-hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen.
-Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te
-dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men
-hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn
-temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die
-vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij
-was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië,
-zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar
-nauwlijks begreep,--ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,--
-nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de
-vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet
-stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een
-schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen
-moraal--_hij_ wist van godsdienst en van moraal--zij was des duivels;
-demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante
-Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd,
-dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks!
-Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar
-silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van
-Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras
-der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht,
-tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En
-waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met
-al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare
-uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als
-was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde
-zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen
-eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur
-van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang
-beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet,
-maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar
-en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn
-weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn
-vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest,
-was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor
-zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en
-flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal
-te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte"
-nicht--hofdame der koningin--hen voor enkele dagen kwam bezoeken,
-flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie
-te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich
-met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling.
-Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale
-Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij
-was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld,
-en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio
-nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over
-de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers
-amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare,
-onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van
-het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of
-_zij_ begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel
-goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij--questa Cornelia,--meer
-van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio
-lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te
-praten.
-
-Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich
-met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den
-architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te
-verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met
-geld, en het bedierf alles.
-
-Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den
-architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in
-elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden.
-En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en
-Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en
-geregeld--meende Duco--, met artistiek te schikken wat nu zonder
-gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen?
-vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen,
-maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het
-was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld.
-Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins
-was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier,
-duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het
-geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan
-haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek:
-hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten,
-charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het
-was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit
-onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit
-Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude
-prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen,
-verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig.
-Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer
-in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen
-waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens
-een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio.
-Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten,
-maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris,
-die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in
-verontschuldiging.
-
-
-
-
-XXXIX.
-
-
-Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd.
-Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de
-pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte
-schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg
-hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden
-sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en
-sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde
-aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep
-hij...?
-
-Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan
-de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken
-stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep
-terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding.
-Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de
-gravin....
-
-Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen
-niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich
-verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort
-achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag
-hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr
-uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank....
-Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch
-vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio,
-maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown:
-zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij
-boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een
-ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets
-innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij
-niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem,
-Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht
-tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede
-en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid
-tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet
-langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste
-verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van
-achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen
-hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps
-schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel
-plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen,
-hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij
-was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat
-hij zeggen zoû. Hij boog ironisch.
-
---Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in
-den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen
-profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht
-gezelschap!
-
-Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet
-konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming.
-
---Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel
-het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur.
-
---En wat doet u hier, op dit uur?
-
---Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal....
-
---Op dit uur?
-
---Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u?
-
---Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is.
-
---Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet.
-
---En u bevalt mij heelemaal niet....
-
---Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht....
-
-Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten.
-
---Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons
-zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds
-hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan
-dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden.
-
---Onwaardig? Onwaardig?--Hij was onmachtig zich meer te
-beheerschen.--Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik
-heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel
-aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin!
-Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij
-al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt
-me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn
-geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat
-je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je
-man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij
-meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!...
-
-En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo
-onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend.
-Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet
-Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden
-elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie
-iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar
-zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in
-ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op
-Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde.
-
---Laat los! krijschte de prins.
-
---Laat dat mes los! krijschte Duco.
-
-De prins, onwillig, hield vol.
-
---Laat los! krijschte hij nog eens.
-
---Laat dat mes los Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en
-stond op.
-
---Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder
-primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met
-degen of pistool.
-
-De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven.
-
---Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt.
-Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische
-kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij
-hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel.
-Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu
-zeker, dat je me zoû dooden. _Zij_ beschermt je....
-
---Ik wensch geen duel, zei Duco.
-
-Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een
-hand ... Duco strekte de hand. Gilio drukte die.
-
---Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u
-beleedigd....
-
---Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet.
-
---Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag.
-
---Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw
-spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u
-op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u
-geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes.
-
---Wij zijn dus vijanden, voor altijd?
-
---Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis....
-
---Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn
-bloed is hevig.
-
---Ik heb u totnogtoe gekend als een heer....
-
---Ik ben ook nog een Italiaan.
-
---Ik vergeef u niet.
-
---Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn.
-
---Het is geen oogenblik het mij te herinneren.
-
---Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen.
-
---Dat is alles te vergeefs.
-
---Dus vijanden?
-
---Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis....
-
---Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt.
-
---Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis.
-
---Ik zal u voorgaan....
-
-Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort
-en liet hen het eerst binnen.
-
-Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers.
-
-Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer.
-Duco was het eerst bij zijn vertrek.
-
---Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig.
-
-Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur.
-Daar viel hij op zijn knieën.
-
---Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel.
-
---Neen, zeide zij.
-
-En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een
-oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem
-pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht.
-
---Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan
-ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik
-heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om
-hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen
-zijn, dan ik....
-
-Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een
-snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op
-zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door
-het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij
-zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten.
-De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw
-op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn
-nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen
-te strijden zoû zijn, nooit.
-
-Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug.
-
---Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore....
-
-Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een
-andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind.
-
-
-
-
-XL.
-
-
-Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge
-prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen
-in Urania's eigen salon.
-
---Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende.
-
-Cornélie vertelde haar den vorigen avond.
-
---Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het
-prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb
-er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik
-beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd
-gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het
-niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn
-natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo
-weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht.
-Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed
-doen, als je me niet vergaf....
-
---Verzoen je met Gilio en blijf nog....
-
---Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio
-heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele
-beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven.
-
---Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû
-van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik
-blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt....
-
---Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven;
-je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit
-kasteel, dat je eigen nu is.
-
---Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte
-aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio
-te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij.
-Niemand geeft hier om mij....
-
---Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel.
-
---Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel
-te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier.
-
---Prins Ercole toch....
-
---Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens
-verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen
-waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn
-familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di
-Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in
-de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze
-te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste
-is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en
-bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven.
-Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de
-juweelen van hun grootmoeders!
-
---Het is een schande! zei Cornélie.
-
---Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om
-mij....
-
---Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk.
-
---Het is waar, gaf zij zuchtende toe.
-
---Het is alles mijn schuld.
-
---Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ...
-
---Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld.
-Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome
-opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu
-moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein?
-
---Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen.
-
---Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen.
-
---Wat zal je hem zeggen?
-
---Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome
-erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt,
-omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole
-denkt.
-
---Cornélie....
-
---Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En
-vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben
-veel van je gaan houden....
-
-Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de
-prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio.
-
---Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem.
-
---Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig.
-
---Het doet mij veel leed....
-
-Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania
-snikte.
-
-
-
-
-XLI.
-
-
-In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden
-Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was
-het echter koel, eenzaam en rustig.
-
---Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en
-den prins. Waarom heb je hem geslagen?
-
-Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de
-scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en
-van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om
-hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de
-tentoonstelling in Londen voltooide.
-
---Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio
-dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet
-gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in
-staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem
-vermoord, als hij je verwond had....
-
---Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je
-lief ...
-
-Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe.
-
-Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem
-aan.
-
---Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes.
-
---Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen
-spelen....
-
-Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij
-vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien
-strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij
-wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel
-jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij
-was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door
-te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er
-niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat
-niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van
-gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek,
-na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te
-praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid
-met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust,
-een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken
-en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke
-kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in
-afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van
-kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde
-Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht
-weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek
-zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van
-Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano
-en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de
-schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak
-niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst,
-en hare vingers streelden zijn gezicht.
-
---De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig
-pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we
-gauw den prins die duizend lire teruggeven.
-
---Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes.
-
---Maar ik wil die schuld niet langer hebben ...
-
-Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming
-om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan
-zijn borst....
-
-Ben je boos, Duco?
-
---Neen ... maar je hadt het niet moeten doen....
-
-Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat
-hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had
-gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken
-over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden
-nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te
-praten.
-
---Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen....
-
-Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid.
-
---Waarom?
-
---Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de
-wereld, de menschen.
-
---Om de wereld, de menschen?
-
---Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb
-er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over,
-maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding.
-Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano
-deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit....
-
---Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die
-bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt....
-
---Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en
-Urania is de eenige vriendin, die je hebt....
-
---Ik heb jou: ik heb niemand noodig.
-
-Hij kuste haar.
-
---Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je
-meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen.
-
---Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en
-menschen als San Stefano en den prins.
-
---De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te
-midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren
-en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij
-andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan,
-zonder eenig gemeenschapsgevoel.
-
---Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën.
-
---Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd.
-
---Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig
-van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te
-rusten van al die emotie, en die warme reis.
-
---Heusch Cornélie, laten wij trouwen....
-
-Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij
-doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde....
-
---Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets
-aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere
-menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben
-niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo
-veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij
-telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons
-atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken--om aan het werk te gaan.
-Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting
-... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein
-maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent
-mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter
-van niet....
-
-Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille
-tusschen half-affe schetsen.
-
---Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor
-iets bang te zijn.
-
-Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij
-hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte
-aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit.
-
---Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster.
-Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf
-niet.
-
-Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem
-niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was
-nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het
-was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was
-het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in
-zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen
-achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren
-later zoû zij dien onwil begrijpen....
-
---Neen Duco, het is beter van niet....
-
---Denk er nu eens over na, Cornélie.
-
---Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer
-over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je
-te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik
-zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is
-beter ... van niet!
-
-Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem.
-
---Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je
-er nog altijd over denken zult.
-
-Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen.
-
---Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil
-niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom
-jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je
-schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk
-als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud
-Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een
-novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar
-gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens
-zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch: ik
-meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw
-hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende
-lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den
-afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê?
-
---Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk....
-
---Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet
-waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû
-niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de
-Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat
-was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het
-verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen.
-Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet
-vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...?
-
-Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij
-zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve
-de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was,
-om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw
-afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen
-vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten,
-over de Campagna, Venetië en Napels.
-
-En hij zette zich aan het werk.
-
-
-
-
-XLII.
-
-
-Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden
-voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd
-geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een
-enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het
-atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio
-het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst
-naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid
-te nemen, en toen zagen zij niemand meer.
-
-Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een
-schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij
-niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam
-oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus.
-Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de
-zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke
-en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en
-kazuifelkleuren.
-
-Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel,
-maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen
-van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden
-van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms
-moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms
-een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar
-toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant
-uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar
-haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe
-voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar
-frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in
-haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo
-groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna
-nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon
-gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste
-"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij
-aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij
-niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar
-het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden
-verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat
-zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en
-verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat
-het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende
-eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En
-ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem,
-niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat
-zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte
-van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar
-zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een
-onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen,
-en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo
-niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een
-geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger
-stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor
-zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare
-feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een
-huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der
-Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn
-moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk
-weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als
-hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp
-geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania
-een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had
-aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij
-zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland
-dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat
-wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en
-ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij
-zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven
-zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij
-leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk.
-
-En het bleef er bij: zij _konden_ niets veranderen, zij leefden zoo
-gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen
-af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel
-te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde
-weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist
-echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene
-harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat
-men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had
-zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat
-zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij
-sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties....
-Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde
-die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen
-het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef
-koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw.
-Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu
-aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het
-scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de
-band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen
-van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen
-haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor
-heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij
-ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets.
-Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en
-studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood
-zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar
-versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het
-salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat
-zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare
-ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap,
-voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis
-ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van
-sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen:
-
---O God, zèg mij, wat ik doen moet...!!
-
-
-
-
-XLIII.
-
-Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania
-schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie
-weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich,
-voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij
-toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het.
-Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde,
-nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het
-steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes
-van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr
-bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar
-geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief,
-hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn
-zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen
-zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij
-voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd.
-Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke
-leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als
-trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu
-voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister
-was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere
-van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te
-lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed:
-glimlachend steunden zij elkanders kracht.
-
-Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te
-San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter
-naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het
-atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij
-begroetten elkander heel innig.
-
---Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben
-blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven.
-En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent
-gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...!
-
-En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht
-vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en
-vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast
-elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg
-met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs
-tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend
-van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en
-zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen
-horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid.
-Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan,
-draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat
-haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting.
-En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van
-Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie
-lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar
-Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van
-topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat
-zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar--Urania's
---hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een
-oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig
-jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk:
-een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog
-steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld,
-coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar
-geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische
-kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te
-voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal
-in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante
-d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de
-geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een
-karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden.
-Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame,
-een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames
-hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad,
-verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig,
-capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het
-eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare
-vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk.
-Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot
-November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in
-Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie
-vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû
-Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel
-zoû het alles heel goed zijn--een gemakkelijk leven, dat haar toelachte
-na dien knak harer moreele fierheid--maar zij kon er niet aan denken
-Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij
-kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als
-een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af
-te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan
-zulk een leven--afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk--zonder
-Duco! En toen Urania weg was--zij ging door naar San Stefano--was
-Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke
-afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij
-zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn
-edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel
-haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van
-kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden,
-haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij
-hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan.
-Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te
-verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij
-hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen
-scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom
-hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende,
-een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met
-geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten
-levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen
-ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen
-te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het
-leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van
-den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich
-warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk,
-verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet
-zouden aanwijzen, beroeren, duwen....
-
-En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste
-de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte
-op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en
-de oogen sloot, als om te slapen....
-
-
-
-
-XLIV.
-
-
-Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen
-weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en
-bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden
-éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en
-moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen,
-kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid
-en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij
-niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in
-zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten
-treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij
-nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten
-bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den
-dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het
-atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met
-de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van
-het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel,
-leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots
-de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen
-door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam.
-Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit
-elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten
-staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij
-luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets
-meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het
-zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was.
-En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind,
-dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken.
-
-Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren
-te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij
-werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania
-schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley
-zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens
-opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem
-weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen
-heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met
-het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind
-tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder
-hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij
-sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf,
-haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van
-lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd,
-liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed
-weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als
-krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het
-vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer
-haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook
-hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem,
-troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr....
-Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in
-een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen,
-bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen,
-van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders,
-deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur
-op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid
-heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen
-zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden
-morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was,
-in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden
-elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten.
-Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte
-duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo
-benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp,
-haar gezicht waschte met Eau de Cologne....
-
-Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers
-haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat
-ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield
-nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel
-hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij
-at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den
-volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte
-omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij
-was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een
-paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen,
-dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam
-Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem
-danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En
-de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte
-Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet
-alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania
-lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien
-middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te
-zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie
-hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte
-met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in
-een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van
-Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was.
-Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij
-zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat
-Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel
-gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande
-dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende
-uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie,
-in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met
-den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig
-bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten
-en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed
-met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel
-bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem
-te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon
-honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit
-minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets
-noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres
-bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een
-paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin,
-alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar
-willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend
-met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol,
-zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een
-plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte.
-Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook
-Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was
-meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig
-jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om
-elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!!
-
-Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig
-toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat
-alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde
-een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene
-onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie
-verzwakt, alsof hun twee-geluk--van Duco en van haar--haar ongeschikter
-had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn
-heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en
-zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het
-was alleen de noodzakelijkheid zelve--de geleidelijkheid van de dingen
-des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs
-eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn--de noodzakelijkheid, die
-haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles
-wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar
-niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde
-haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in
-het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol
-ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen
-haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw,
-ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had
-tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist
-te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig
-over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was
-haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij
-vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te
-moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken,
-vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men
-van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men
-zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was
-bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en
-alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door
-Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr
-meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te
-zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren,
-hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om
-dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen
-brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn
-arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat
-zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten
-kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar
-brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat
-ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw
-van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met
-het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven
-haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had
-zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer,
-omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid
-woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren
-zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook
-brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef
-haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in
-Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij
-niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij
-iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek,
-de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn
-landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen
-blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen,
-of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht
-van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een
-lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen.
-Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag
-schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar
-verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om
-zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood.
-
-Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa
-twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des
-Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde
-als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan
-met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil
-van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar
-boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en
-soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best.
-Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat
-vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij.
-Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist.
-Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop
-de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van
-parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe,
-water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór
-zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd,
-haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in
-de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop
-kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main,
-waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar
-de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij
-een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling
-van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld
-porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen
-zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen,
-die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat
-moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij
-leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen
-dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat
-zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée,
-maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van
-werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare
-uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren
-het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar.
-
-Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen,
-bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet
-bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen
-morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde,
-gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit
-duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde
-zij weêr langzaam op.
-
-Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende
-bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij
-legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen,
-Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote
-Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon
-er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was
-soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen
-daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een
-anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude
-vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen,
-vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de
-Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand.
-En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's
-dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond
-eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij
-rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën,
-hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje
-teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf
-alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten
-over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot
-zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums,
-haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei
-mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet,
-ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich
-altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan
-had, was niet goed....
-
-Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude
-vrouw geregeld--haar eenige slaap--en dan kwam Urania Cornélie halen.
-Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin
-Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare
-nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De
-wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige
-laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de
-schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de
-onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio.
-
-Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd
-maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde
-bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de
-pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor
-hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren.
-Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem
-dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen,
-voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden
-overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht
-had terug gewonnen.
-
-In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur
-van haar leven, van de oude vrouw--ijdel, egoïst, onbeduidend,
-belachelijk--voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot
-zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de
-kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor
-zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het
-eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in
-den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar
-parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich.
-Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar
-heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken
-zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij
-zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de
-punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende
-zijn wandelstok. Soms plotseling--vizioen, dwarrelend door de menigte
-heen--zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen
-wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers
-tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn
-brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen
-haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde.
-
-En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij
-voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het
-voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin
-zij mat, moê, zwak, lusteloos,--meêspeelde.
-
-
-
-
-XLV.
-
-
-Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste
-wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een
-wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch,
-na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites,
-afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal,
-een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen
-en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of
-zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te
-gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een
-intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve
-ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen
-en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden
-hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar
-voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was
-een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar
-zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag
-duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als
-de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn
-vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di
-Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was.
-En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor
-haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield
-Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond
-telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier,
-dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen
-kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon,
-tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds
-zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid
-en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren
-waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren
-naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als
-verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende
-en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem
-toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken,
-zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de
-dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de
-voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam
-op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen
-oogen hatelijk uitpriemde als een naald:
-
---Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di
-Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te
-spreken....
-
-En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan,
-zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon
-heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de
-gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met
-open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die
-dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog,
-als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel
-kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij
-er met haar om gichelde van genot.
-
---Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een
-kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had.
-
---Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij.
-
-Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang
-voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg
-te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens
-toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk
-te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste
-diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl
-Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die
-zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst
-jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond
-als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op
-die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames
-zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar
-vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het
-ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar
-toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij
-zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan
-bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet
-als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur
-had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie
-gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze
-nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen
-molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk
-over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach,
-de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets
-aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie
-niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar
-nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het
-te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie
-kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren
-zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan?
-en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder
-vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes
-heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde.
-En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met
-zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome,
-aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare
-zwakte verloren had.
-
-
-
-
-XLVI.
-
-
-Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het
-waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een
-van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren
-thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed
-Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij
-behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar
-Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging
-er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en
-het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen
-weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve
-gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste
-nalatigheid te verliezen.
-
-Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare
-insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm
-vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar
-wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar
-uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op
-het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk
-hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa
-van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge
-flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen
-ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare
-excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea.
-
-Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen
-zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd
-spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het
-waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde;
-eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als
-een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen,
-die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette
-zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als
-porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen.
-Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en
-zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend
-snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand--de
-handschoenen nog niet aan--had zij een wandelstok met gouden knop,
-haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar
-ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op
-haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie,
-nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht,
-bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al
-moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij
-was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de
-eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de
-rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte
-in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare
-lange sorties--bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,--en die zij
-met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten
-kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en
-tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig.
-Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open
-en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen
-en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en
-roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht
-in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren,
-en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het
-feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van
-feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in
-schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om
-als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen
-was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen,
-achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor
-vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs.
-Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf
-slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen,
-die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een
-hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel
-van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar
-dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin
-di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal,
-waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid
-Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met
-kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere
-licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen
-twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden.
-Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien
-zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie
-wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van
-de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over
-de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar
-blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij
-liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep,
-dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van
-haar man--en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te
-walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar
-onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het
-had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de
-conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen
-als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher,
-brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de
-leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd
-geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als
-waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen
-door de zalen, voegde zich--volgens hare gewoonte--even bij Mrs.
-Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had,
-of alles goed was--en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij
-een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart
-fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch:
-
---Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den
-uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland
-geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen
-over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond
-heel veel interessants in wat u schreef.
-
---U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik
-herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het
-Vrouwencongres in Londen?
-
---Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u
-niet in Londen komen?
-
---Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon
-niet.
-
---Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest.
-Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes
-gehad.
-
---Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard....
-
---Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook
-voordeel voor de groote zaak.
-
---Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje?
-
---Twijfelt u daar dan aan?
-
---Heel dikwijls....
-
---Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven.
-
---Misschien juist daarom.
-
---Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij
-Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie
-luchten in uw karakters.
-
---Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het
-kind?
-
---Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb
-zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor
-de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure
-zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu
-bezig aan een andere brochure?
-
---Neen, helaas niet....
-
---Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen.
-
---Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een
-impulsie, uit eigen ondervinding. En toen.
-
---Toen....
-
---Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik
-vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat _vele_ vrouwen
-met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als
-zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij
-voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn.
-Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar
-eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld
-en de toekomst haar belang verliezen.
-
---Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het.
-
---Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof
-wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller
-is.
-
---U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar
-geleden schreef....
-
---Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk,
-ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû
-het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak....
-
---Niet, met een verstandige opvoeding.
-
---Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding....
-
---Van het kind, van het meisje....
-
---Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn
-zwakte zijn.
-
---Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld
-worden.
-
---U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo
-gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het
-meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij
-ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten
-zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne
-opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op
-den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze
-ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij
-zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt
-worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt.
-Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk
-hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet
-om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en
-onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die
-niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak
-bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge
-jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer
-te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich
-in stilte, bekennen _moeten_, gedwaald te hebben in hun kinderliefde.
-Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo
-dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna
-liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb....
-
-
-
-
-XLVII.
-
-
-Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge
-emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare
-vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde.
-
---Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u
-ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat
-vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er
-uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten.
-Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley?
-
---Heel gaarne, met heel veel pleizier....
-
-Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich tusschen
-andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën knikten. Zij
-bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den spiegel. Op de
-console speelden hare vingers met de orchideeën in een Venetiaansch
-glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel haar hart
-klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij zag eerst
-haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet van
-zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van
-volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met
-staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel
-mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet. Drie
-parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar witte
-veêren waaier--een geschenk van Urania--was als een schuim tegen haar
-hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den spiegel zag zij hèm.
-Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare vingers speelden met
-de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van te willen vluchten,
-maar hare knieën knikten en hare voeten waren als verlamd. Zij was als
-vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon zich niet bewegen. En
-zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij den rug half keerde
-tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering scheen een web uit
-te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was nu vlak bij haar,
-hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij de oogen op en zag
-in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne oogen. Zij dacht flauw
-te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd tusschen hem en het
-glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om de kaarsen, als
-een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag alleen zijn oogen
-kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En hij zeide nog niets.
-Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en den spiegel, die zelfs
-niet beveiligde als een muur had gedaan, maar die hem weêrkaatste
-zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en voor--wendde zij
-zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij sprak ook niet. Zij
-zagen elkaâr sprakeloos aan.
-
---Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij
-eindelijk.
-
-Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde
-zijn stem in zich.
-
---Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar
-keer gezien heb, in de stad, op de Jetée.
-
---Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je?
-
-Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde
-voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond.
-
---Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde
-aan te spreken.
-
-Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond
-voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn
-beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid.
-
---Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij
-voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar
-als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens
-ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet
-aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land....
-
---Wat doet er dat toe?
-
---Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten.
-Kunnen we dat niet doen als vreemden?
-
---Als vreemden ... herhaalde zij.
-
---Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs
-verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je
-het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?...
-
---Ja, zeide zij.
-
-Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een
-Louis-XV-paravent, half damast, half glas--en zij liet zich neêrvallen
-in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze
-rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe,
-een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen
-gevouwen.
-
---Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure.
-En toen over je schilder.
-
-Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte.
-
---Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat
-van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe.
-
---Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden.
-
---Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben
-gezegd, dat je niet meer voor ze bestond.
-
---Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd
-gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk.
-
---O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze
-bestaan.
-
-Zij haalde de schouders op.
-
---Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat
-ik niet meer kon zenden.
-
---Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet....
-
---Dat betaal ik niet....
-
---Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd
-mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je
-eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden.
-
-Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest.
-
-Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar
-naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier:
-
---Dat doet me verdomd veel pleizier.
-
-Hij lachte, dik luid.
-
---Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad
-rem. Verdomd leuk van je!
-
-Zij stond op, nerveus, verwrongen.
-
---Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley.
-
-Hij breidde de armen wat uit.
-
---Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten.
-
---Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet
-meer gewend aan.
-
---Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten.
-
-Zij viel neêr en school achter haar waaier.
-
---Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie
-vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment?
-
---Het heeft er iets meer van.
-
---Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed
-vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar?
-
---Waarom moet ik je daarover vertellen?
-
---Omdat ik er belang in stel.
-
---Je hebt niet in mij belang te stellen....
-
---Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit.
-En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt.
-
---Heelemaal, zeide zij koel.
-
-Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij
-voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen.
-
---Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal?
-
-Zij zag hem hoog aan.
-
---Nou, vertel nou eens....
-
---Ja....
-
---Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer
-schelen?
-
---Neen....
-
---En hoe doe je hier, bij dat wijf?
-
---Hoe meen je?
-
---Nemen ze dat zoo hier in Nice aan?
-
---Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn
-gedrag hier iets aanmerken.
-
---Waar is Van der Staal?
-
---In Florence.
-
---Waarom is hij niet hier?
-
---Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt
-daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen.
-
-Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit.
-
---Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley
-toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige
-orders vragen en geven. Laat me gaan.
-
---Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren?
-
---Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo
-onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen,
-ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je
-me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me
-ontmoeten zoû.
-
---Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten
-woû.
-
---Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je
-er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te
-plagen.
-
---Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr.
-
---Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig.
-
-Hij lachte.
-
---Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik
-nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je
-in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat
-je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet,
-dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel
-mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest
-was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind.
-Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten,
-met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik
-niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs
-Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland....
-
---Rudolf....
-
---Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en
-het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in
-Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben
-verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je
-eens met me meê...?
-
---Je bent dol!
-
---Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan
-mijn arm te hebben.
-
-Zij trok haar arm terug.
-
---Je hebt op niets trotsch te zijn....
-
---Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu
-amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit.
-
-Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een
-tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken,
-Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er
-zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen,
-wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen.
-
---Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een
-landgenoot voorstellen, baron Brox....
-
-Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg
-of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide.
-
---Een landgenoot, Cornélie?
-
---Ja, Mrs. Uxeley.
-
---Hoe zeg je ... zijn naam?
-
---Baron Brox....
-
---A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is
-hij, wat doet hij?
-
---Hij is officier, eerste luitenant....
-
---Welk wapen?
-
---Van de huzaren....
-
---In Den Haag?
-
---In Den Haag.
-
---Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen.
-
---Mrs. Uxeley, gaat alles goed?
-
---Ja, darling.
-
---Voelt u u wel?
-
---Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel.
-
---Moet de pavane niet gauw worden gedanst?
-
---Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch
-nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui?
-
---Ja....
-
---Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet
-later dan over een half uur beginnen....
-
-Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren
-lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde,
-en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar.
-
---Cornélie....
-
---Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de
-pavane verzamelen. Ik heb veel te doen....
-
---Ik zal je helpen....
-
-Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui
-opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan.
-Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam.
-
---Wat is er?
-
---Ik ben moê.
-
---Laten wij dan wat gaan drinken.
-
-Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare
-orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden
-de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament.
-Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte,
-luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der
-dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en
-lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen.
-Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld.
-De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets
-vragen. En Brox week niet van haar zijde.
-
---Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij.
-
-Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw.
-Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de
-Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de
-buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen.
-Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij
-beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om
-een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde
-prezenteerde.
-
---De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...?
-
---Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel,
-bleek.
-
---Wat wil je hebben?
-
---Een glas champagne.
-
---Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat
-eten.
-
-Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen
-nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar
-glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem
-alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was
-van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn
-zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote
-grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed
-verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in
-glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok,
-dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met
-pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn.
-
-Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas
-champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar
-bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden.
-
---Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met
-zijn glas in de handen. En hij dronk het uit.
-
---De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij.
-
-En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten,
-als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen.
-
---Hier moeten de danseurs zich verzamelen....
-
---Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch.
-
-Zij zetten zich op de bank.
-
---Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal.
-
---Ja ... ik ben beter....
-
---Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten?
-
---Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen
-kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is....
-
---Nou ja, dat is nou gebeurd....
-
---Vindt je het discreet van je ... en kiesch?
-
---Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van
-die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn
-hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij
-je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze
-ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden,
-goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen
-iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke.
-Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere
-ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet
-wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd
-op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner
-me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je,
-toen wij eens....
-
-Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor.
-Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij
-bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam,
-dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn
-stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar
-binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch.
-Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende
-zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd,
-met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring--als zij
-lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte
-broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem
-kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen
-haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte
-vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was,
-maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde
-zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar
-bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten.
-In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had
-zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest,
-zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw
-had kunnen blijven...!
-
-Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen
-harmonie...!
-
-Het ging alles bliksemsnel door haar heen.
-
-O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had
-zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het
-verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was
-zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het
-met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren
-durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide.
-Onherroepelijk, onuitwischbaar.
-
---Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!!
-
-Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij
-lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van
-smeeking.
-
---Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen,
-dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot....
-
-Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen
-lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed
-als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af.
-
---Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En
-zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester
-naderde. Zij verstond niet wat hij zeide.
-
---Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een
-heesche stem, de meisjes na.
-
---Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal....
-
-Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij
-verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote
-danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in
-de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal,
-op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van
-sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn....
-de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een
-degen....
-
-
-
-
-XLVIII.
-
-
---Urania, ik smeek je, help mij!
-
---Wat is er?
-
---Kom meê....
-
-Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar
-meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel
-verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der
-groote danszaal om er de pavane te zien dansen.
-
---Wat is er, Cornélie?
-
-Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij
-trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.
-
---Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid.
-Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je
-niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem
-al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen
-ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om
-hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang
-voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me
-heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo
-vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens
-ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd
-gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden.
-Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst.
-Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar
-Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley,
-dat ik naar mijn kamer wil.
-
-Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen
-in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog
-di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.
-
---Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de
-hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren,
-beaamden het: zij misten haar overal....
-
-Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek,
-geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer.
-Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.
-
-Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog
-en met de Breuil en de journalisten.
-
---Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio
-in.
-
---Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar
-waaier.
-
-De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten
-zich weêr verspreidden door de zalen.
-
---Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.
-
-Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst,
-steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels
-boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog:
-de journalisten vonden alles even geestig.
-
---Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En
-hoe dan met den cotillon?
-
---Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.
-
---Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.
-
---Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie
-een diepe stem.
-
-Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk
-om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder
-zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te
-herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....
-
-Zij murmelde:
-
---Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox
-... De prinses di Forte-Braccio.
-
-Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.
-
---Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer
-brengen. Ik zorg voor alles.
-
---Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen
-wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.
-
---Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn
-glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.
-
-Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.
-
---Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn
-cotillon?
-
---Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een
-klein talent voor cotillon-directeur....
-
-Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio
-en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden
-dirigeeren.
-
---Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?
-
-Cornélie glimlachte.
-
---Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den
-arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.
-
-
-
-
-XLIX.
-
-
-Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot
-door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes
-binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een
-morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame
-zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle
-kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen
-dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos,
-slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren.
-Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan
-haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als
-na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met
-glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen
-dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet
-alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar
-weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op
-te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen
-had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar
-bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende
-en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt.
-
-Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende
-morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche
-jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het
-jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar
-flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste
-ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet
-had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij
-was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de
-wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht
-willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven
-jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist--en altijd met
-den lach om zijn mooien mond--hield hij haar onder. Tot zij getrouwd
-waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst
-niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij
-had zich bevrijd, zij was gevlucht!
-
-De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote
-geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van
-droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met
-geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden.
-Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij
-waarlijk niet meer zijn vrouw?!
-
-Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice
-gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien
-eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag
-hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante
-victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses--hij had haar zoo gezien,
-mooi, chic, en gelukkig--en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie
-vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de
-wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw
-gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de
-onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was
-het geweest....
-
-Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken....
-Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als
-een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was
-onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar
-bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû
-zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te
-verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare
-handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En
-zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk
-tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij
-ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun
-geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en
-zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O,
-ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn
-arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk.
-Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had
-bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand
-een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven
-Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij
-zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man
-in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû
-sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel
-haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een
-bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk
-verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen
-spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich
-en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had
-en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de
-verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû _zij_ zegevieren
-met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En
-zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir.
-Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade.
-En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste
-ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal....
-Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd,
-dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden
-en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte
-voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van
-gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet.
-
-Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met
-Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief
-aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen
-was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren?
-
-
-
-
-L.
-
-
-Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch
-bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte
-of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den
-volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen
-kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen
-Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week
-daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de
-volte der visites--beleefdheidsbezoeken na het feest--wist hij haar een
-oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het
-zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij
-verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem.
-
---Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het
-niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden.
-Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland
-hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik
-heb--ik weet nog niet hoe--kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om
-met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit,
-ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je:
-ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van
-de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken.
-
---Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die
-airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel
-prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt....
-
---Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke
-mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te
-ontzeggen....
-
-Hij lachte. Zij werd driftig.
-
---Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert?
-
-Hij werd rood, zijn vuisten balden zich.
-
---Verdomd! siste hij, in zijn snor.
-
---Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door.
-
-Hij beheerschte zich.
-
---We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen
-waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer.
-Bruut! Bruut!!
-
---En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die
-haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik
-zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen....
-
---Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend.
-Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène!
-
-Hij ging kalm zitten.
-
---Ga je gang, zeide hij rustig.
-
-Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de
-knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich
-beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij,
-coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de
-hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk,
-schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van
-kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen
-vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots
-de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij
-was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe
-hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen:
-dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk
-was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij
-wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag
-zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch:
-
---Cornélie....
-
-Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had
-liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een
-geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar
-viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde.
-
---Wat is er?
-
---Ik wil je even alleen spreken.
-
---Neen.
-
---Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm,
-dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik
-je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet
-ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden
-week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de
-deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst.
-Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden....
-Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je
-spreken....
-
---Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het
-salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar.
-
-Hij lachte.
-
---Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was.
-Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast.
-
---Neen.
-
---Jawel.
-
---Waarover heb je me te spreken?
-
---Dat kan ik hier niet zeggen.
-
---Ik kan je niet alleen te woord staan.
-
---Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang.
-
---Neen.
-
---Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je
-eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn.
-
---Ik ben niet bang.
-
---Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me
-ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu
-je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang.
-
---Ik ben niet bang....
-
---Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken
-Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik
-zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen
-heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer
-kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me
-meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me
-nooit meer terug.
-
---Wat kan je me te zeggen hebben.
-
---Ga meê....
-
-Het was om zijne stem, niet om zijn woorden.
-
---Maar niet langer dan drie minuten.
-
---Niet langer dan drie minuten.
-
-Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon.
-
---Wat is er? vroeg zij, bang.
-
---Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik
-woû je alleen maar zeggen ... DAT JE MIJN VROUW BENT. Begrijp je dat?
-Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld,
-toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen
-te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt.
-JE BENT MIJN VROUW. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En
-jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets.
-Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ...
-is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek
-en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond.
-Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ...
-dat het waar is, wat ik zeg: en DAT JE MIJN VROUW NOG BENT. Die wet
-beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een
-wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het
-ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een
-heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou
-vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt,
-ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat
-zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal _niets_,
-Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je
-en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû
-je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet
-bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met
-je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze
-voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me
-niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat
-je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de
-prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn
-naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu
-maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets
-zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet.
-Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig.
-Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een
-openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog
-geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon.
-En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat
-blijf ik altijd.
-
-Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten
-brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde
-haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding,
-de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong
-wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat
-hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot
-zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich
-af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn
-eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat
-anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen
-herinnering meer en gedachte....
-
-Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar
-langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar
-geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als
-in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor
-drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij
-sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet
-telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij
-haar losliet, wankelde zij.
-
---Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker.
-En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is
-niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten
-spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu
-tot ziens. Tot ziens....
-
-Hij zoende haar nog eens.
-
---Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem...
-
-Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond.
-
---Tot ziens, zeide hij nog eens.
-
-Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend
-haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen
-klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen
-tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer,
-waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij
-zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was
-het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten
-wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die
-menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die
-stikte.
-
-
-
-
-LII.
-
-
-Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn
-meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die,
-geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en
-haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich
-dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij
-driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar
-liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar
-hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn
-arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem
-zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie
-in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had
-in hare weêrstreving--toen nog van flirt en aardigheid, weldra van
-kribbigheid, later van drift en razernij--alsof hij pleizier had in
-hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen.
-Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En
-zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere
-man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed,
-uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had
-een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot
-afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk
-gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord,
-lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de
-mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond
-zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom,
-vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek
-opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij
-had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als
-éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer
-liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien
-als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet
-overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken.
-Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen:
-zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den
-man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed
-de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit
-geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en
-teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee
-langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen....
-Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de
-handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen,
-en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende
-spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg
-van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige
-slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst
-vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste
-uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest?
-
-Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de
-geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde
-niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op
-den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco,
-en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot
-weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk....
-
-Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij
-smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de
-oude vrouw, die zij nu plotseling verliet.
-
-En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid,
-haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar
-scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te
-verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk,
-haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord
-verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het
-niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar
-verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van
-Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid.
-Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar
-het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur
-was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en
-zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco.
-En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit
-meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die
-zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de
-heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk
-maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van
-maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier
-de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet,
-dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep
-zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en
-hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was
-het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte
-zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen!
-En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare
-vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar
-verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de
-zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand,
-steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich
-eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant....
-
-Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles
-hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria
-Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van
-redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende
-naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig
-om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende,
-dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende
-zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel,
-haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem,
-zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad
-zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar,
-en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij
-viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het
-was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als
-het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren.
-En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was,
-haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht
-over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem
-aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar
-plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe
-kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij
-weêr weg in zijn arm en sliep zij in.
-
-Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst,
-met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even
-loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door.
-Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in
-zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen.
-
-
-
-
-LIII.
-
-
-Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij
-overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met
-een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû
-kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo
-overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een
-vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij
-geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat
-je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb
-je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu
-ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar
-Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd
-verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de
-Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al
-geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten.
-O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven.
-Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier
-goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets.
-Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga
-werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is
-heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen,
-maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een
-boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet
-Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello.
-Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi,
-de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze
-mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we
-zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of
-ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat
-dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later
-gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en
-heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet
-langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen
-welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst
-kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw.
-Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn
-vrouw. En _voel_ je je mijn vrouw--ook al wachten we nog een paar
-weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,--dan zal
-je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over
-je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat
-als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles
-goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren,
-wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen.
-
-Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in
-de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een
-marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en
-Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting,
-massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak
-zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,--de heuvelen met
-Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie
-bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn.
-
---Wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een
-weifelende vraag.
-
---Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling....
-
---Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet,
-dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund,
-vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien
-ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk
-dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet....
-
---Hoû je niet genoeg van mij....
-
---Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar
-dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet
-vrij ben....
-
---Niet vrij....
-
---Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien
-ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je
-immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo
-vreemd.... Ik voelde toch, dat....
-
---Dat wat....
-
-Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag.
-
---Zie je ... hij is toch mijn man geweest.
-
---Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd!
-
---Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet....
-
---Maar wat dan, mijn kind....
-
-Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan.
-
---Ik kan het niet zeggen, Duco....
-
---Waarom niet.
-
---Ik schaam mij....
-
---Zeg me, hoû je nog altijd van hem?
-
---Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou.
-
---Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je?
-
-Zij begon tegen hem aan te weenen.
-
---Ik voel....
-
---Wat....
-
---Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ...
-mij toch zijn vrouw.
-
-Zij fluisterde het bijna onhoorbaar.
-
---Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij.
-
---Neen, neen, ik zweer je van niet!
-
---Maar hoe kan dat dan, mijn kind!
-
---Ja, dat kan.
-
---Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk!
-
---Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het.
-
---Maar hij hypnotizeert je!
-
---Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een
-werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet
-hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit
-iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ...
-die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien
-ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik
-mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn
-ding.
-
-Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn
-borst.
-
---Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink
-zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te
-vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat
-hij zegt....
-
---Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken.
-Ik zal je helpen....
-
---Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep
-in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het
-kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik _mag_ je vrouw niet
-worden. Nu minder dan ooit. Misschien....
-
---Misschien?
-
---... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet
-mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien
-was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn
-antipathie tegen het huwelijk.
-
---Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem!
-
---Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch....
-
---Toch ben je verliefd op hem!!
-
---Toch behoor ik hem toe....
-
---En je zegt, dat je mij liefhebt!!
-
-Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen.
-
---Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt.
-Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw....
-
---Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...!
-
---Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik
-zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw.
-
---Niet mijn vrouw!!
-
---Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb
-medelij!
-
-Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte.
-
---Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê,
-en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling,
-mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat
-moeten wij doen?!
-
---Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw
-mogelijk. Je wilt niet.
-
---Ik kan niet. Ik mag niet.
-
---Dan weet ik het niet.
-
---Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je
-lief, ik hoû van je, ik hoû van je!
-
-Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en
-wanhoop. Hij zoende haar woest terug....
-
---O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne
-omhelzing.
-
-
-
-
-LIV.
-
-
-Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den
-cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen
-en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde
-zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar
-opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met
-menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien
-weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid
-van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was
-het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing
-tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen
-van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven
-de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid
-van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare
-hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een
-onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten
-hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in
-Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag
-aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar
-welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over
-hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden,
-gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat
-zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij
-vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer,
-op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde
-zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij
-even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met
-zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam,
-dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij
-noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort:
-Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg
-op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu:
-waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien
-zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde
-hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden
-brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam,
-vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat
-laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet
-tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing,
-getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn
-vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen
-haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog
-vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij
-beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat
-hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de
-wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had,
-een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken
-had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij
-te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het
-achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat
-zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat
-zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was
-voor de gevolgen van haar weigering.
-
-Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den
-brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest
-beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de
-gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn
-borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende,
-voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen
-de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop
-op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat
-hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw.
-Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij
-sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik,
-van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij
-klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen
-dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij
-dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in
-slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij
-weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen
-antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat;
-het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij
-wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was
-een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op
-de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber,
-streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had....
-O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome
-naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk.
-Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de
-tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven
-van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude
-brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen
-turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder,
-in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem
-samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in
-den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten!
-Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs,
-in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs
-voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij
-herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs
-hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even
-cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij,
-het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij
-wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn
-vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld,
-toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen
-trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon,
-en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes
-van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend
-tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet
-volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet,
-een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch
-en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid
-had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en
-ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en
-van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit
-maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit
-misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar _in_ het
-leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid,
-het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat
-overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar
-bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak
-van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en
-snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû
-hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden.
-Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en
-hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde,
-stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij!
-
-Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte
-weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een
-lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij
-bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan
-halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm
-te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende
-zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een
-aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef
-hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren
-moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag--hij zoû
-uitrekenen welken,--haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok
-naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor
-haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet
-schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift,
-zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht.
-Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een
-flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende
-in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre,
-door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding.
-Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van
-den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging
-duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij
-een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco....
-En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig:
-
---Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen?
-
-Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit.
-
-Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij
-oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een
-goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem
-daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij
-schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein.
-
-Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij
-had niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel
-vroeg? Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van
-niets. Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû. En zij zoû
-gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht was, zag zij
-het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn vrouw, moest
-zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven, waar ook, trots
-haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij wilde, moest zij
-terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht niet aan zich,
-zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in bloed. Zij dacht
-er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij het hem vragen? O
-God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan, trots haar telegram!
-Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij had willen gaan, als
-hij uit was, stilletjes naar het station.... Of zoû zij het hem liever
-zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn? Of ... of zoû zij alles
-zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ... vluchten, vluchten ergens
-heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar als hij hen uitvond! En hij
-zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij vermoorden!!
-
-Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen,
-hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam
-binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem
-alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den
-brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem
-neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij
-werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat
-hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam
-hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden,
-zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden.
-Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem
-aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht
-van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn
-ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar
-vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling
-haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde--zij knikte
-moedeloos van ja,--het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren,
-reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit
-voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte
-zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht
-ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde
-ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij
-terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt,
-zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem:
-
---Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen
-wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet
-anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan
-moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt,
-dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig
-zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind.
-
---Breng je me?
-
---Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen
-leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben;
-hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal
-iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan
-zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan
-inzien...!
-
-Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte
-hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl
-hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig
-het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door....
-
-
-
-
-LII.
-
-
-Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien
-hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé
-gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het
-einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand
-gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende
-scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen
-niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een
-spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te
-sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen
-had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij
-hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem
-zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld,
-zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en
-zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist,
-die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere
-menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop
-van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen
-weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert
-ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren.
-
-Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen
-en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende
-zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de
-zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en
-onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven
-wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom
-dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in
-zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan
-de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid,
-en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte
-harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein
-voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen
-geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen,
-die duwden en leidden en wezen....
-
-En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer
-wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot
-een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag
-en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het
-eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje,
-waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op,
-poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile
-voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij
-een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles
-onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het
-verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met
-dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi
-moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein
-het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten,
-omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere
-machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle
-station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn
-steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele
-schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van
-breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch
-geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid,
-en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen
-zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen
-doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed
-dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van
-minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond
-animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend
-sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze
-eigenlijk telden--dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar.
-Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht,
-maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang.
-
-Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij
-boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn
-snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij
-zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar
-buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik
-monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken
-manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die
-moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw.
-
---Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn
-verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk.
-
---Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht.
-
-Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op.
-Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was.
-Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er
-allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het
-bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had
-gesproken.
-
---Ben je moê? vroeg hij.
-
---Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht
-natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend.
-
-De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental.
-In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel
-binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een
-gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te
-zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen
-met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij
-als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer.
-
-Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een
-houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de
-oogen, verblind door den stroom van zonnelicht.
-
---Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen?
-
---Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en
-hij bestelde haar ontbijt.
-
---Doe je hoed af, zeide hij.
-
-Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was
-verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin
-uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die
-zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar
-linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande,
-rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk
-een kop thee.
-
---Heb jij al ontbeten? vroeg zij.
-
---Ja.
-
-Zij zwegen weêr en zij at.
-
---En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende.
-
---Goed....
-
---Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je
-eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek
-van je....
-
-Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was
-een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg
-weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden.
-
---Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een
-oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar
-nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat
-ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we
-al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw
-geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je,
-trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die
-indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice.
-
---Ja, zeide zij kalm.
-
---Geef je dat toe?
-
---Ja, herhaalde zij.
-
---Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil.
-Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude
-onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan
-hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn
-vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet
-hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw
-ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet
-doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat
-alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles--finantieel ook--
-mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een
-formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van
-zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit
-den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik
-kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland
-wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe.
-
---Neen ... murmelde zij.
-
---Waar zoû je willen wonen?
-
---Ik weet het niet....
-
---In Italië?
-
---Neen ... vroeg zij smeekend.
-
---Hier blijven?
-
---Liever niet ... den eersten tijd.
-
---Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen?
-
---Goed....
-
---Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan,
-en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw
-voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs.
-
---Goed....
-
-Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte.
-
---Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen?
-
---Hoe meen je?
-
---Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond?
-
---Neen....
-
---Kom eens hier, op mijn knie.
-
-Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op
-zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn
-hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de
-oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang.
-
---Heelemaal ben je me toch niet vergeten?
-
-Zij knikte van neen.
-
---We hadden maar nooit moeten scheiden, wel?
-
-Zij knikte weêr van neen....
-
---Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer
-driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben
-je veel liever en mooier.
-
-Zij glimlachte flauwtjes.
-
---Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op
-haar mond.
-
-Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen
-haar vel, en zijn mond hare lippen drukten.
-
---Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten?
-
---Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden.
-
---Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je
-zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier.
-
---Is Urania niet boos....
-
---Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte.
-
-Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een
-vriendin had.
-
---En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien.
-
---Zij is wèl boos op mij, niet waar?
-
-Hij lachte.
-
---Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand
-heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich
-heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic,
-niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik
-je alleen en ga ergens beneden zitten.
-
-Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn
-ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen.
-
---Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben.
-Ben je van mij, zeg, ben je van mij?
-
-Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen
-zwaar om haar heen.
-
---Zeg, ben je van mij?
-
---Ja....
-
---Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was?
-
-Zij aarzelde.
-
---Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen
-zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen.
-
---Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...!
-
-Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als
-met een krachtsinspanning los.
-
---Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later
-terug.
-
-Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn
-borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat
-hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de
-middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En
-zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen
-gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was
-alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij
-voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep
-in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van
-hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van
-kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid,
-wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem
-zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van
-het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede
-huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi
-meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij
-figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar
-zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem
-tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen
-zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en
-wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap
-zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een
-duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven--Rome Duco, het
-atelier--verzonk....
-
- * * * * *
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-***** This file should be named 44084-8.txt or 44084-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License available with this file or online at
- www.gutenberg.org/license.
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation information page at www.gutenberg.org
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at 809
-North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
-contact links and up to date contact information can be found at the
-Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/44084-8.zip b/44084-8.zip
deleted file mode 100644
index a720700..0000000
--- a/44084-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/44084-h.zip b/44084-h.zip
deleted file mode 100644
index 4d24038..0000000
--- a/44084-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/44084-h/44084-h.htm b/44084-h/44084-h.htm
index b8c28a4..2ebefca 100644
--- a/44084-h/44084-h.htm
+++ b/44084-h/44084-h.htm
@@ -80,9 +80,9 @@ v:link {color: #800000; text-decoration: none; }
</style>
</head>
<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div>
-<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div>
@@ -9942,7 +9942,7 @@ atelier&mdash;verzonk....</p>
-<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div>
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div>
</body>
</html>
diff --git a/44084.json b/44084.json
deleted file mode 100644
index ea41008..0000000
--- a/44084.json
+++ /dev/null
@@ -1,5 +0,0 @@
-{
- "DATA": {
- "CREDIT": "Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe (Images generously made available by the Internet Archive - University of Toronto, Robarts Library.)"
- }
-}
diff --git a/old/44084-8.txt b/old/44084-8.txt
deleted file mode 100644
index 768b863..0000000
--- a/old/44084-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,10194 +0,0 @@
-Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: Langs lijnen van geleidelijkheid
-
-Author: Louis Couperus
-
-Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-
-
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-
-
-
-LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID
-
-DOOR
-
-LOUIS COUPERUS
-
-EERSTE DEEL
-
-L.J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM
-
-1887
-
-
-
-
-I.
-
-
-Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de
-gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het
-huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de
-oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór
-de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche
-villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia;
-het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere
-antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan:
-ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension
-had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen
-te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen,
-behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men
-er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te
-boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere
-andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol:
-de reizigers kwamen reeds in October--die het vroegst in den season
-kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen,
-bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar
-Napels af te zakken.
-
-Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan
-Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence
-geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat
-zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan
-het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het
-plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van
-de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen
-en met de tong--om haar aandacht te trekken--kreeg zij hare "lieve
-Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn.
-
-Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het
-instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk
-herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en
-glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit
-en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien--vroeg of zij
-prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de
-victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare
-koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij
-met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te
-worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe,
-terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met
-even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij
-zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen
-maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het
-nieuwe Palazzo Piombino--waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was--en
-toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij
-bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel
-vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen
-cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische
-genre--groezelige haren, lossige blouses,--zaten, in een hoek, in haar
-Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het
-hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al
-bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den
-Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt
-en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú
-vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief:
-
---I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw
-kamer meênemen?
-
-Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op
-waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide
-niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd
-en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van
-Engelsche dames.
-
-De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch,
-in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar
-ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de
-naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets
-van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een
-blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden
-ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke
-vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare
-frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden
-portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden
-naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een
-getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef
-eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping.
-
---Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag.
-
---Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende
-beweren, dat--hetgeen heel natuurlijk scheen,--er geen water genoeg
-was om den lift in beweging te stellen.
-
-De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen
-aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den
-kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en
-bereikte eindelijk, bijna, de derde étage.
-
---Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne
-spieren spanden, de lift bleef roerloos.
-
---Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even.
-
-Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte
-zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare
-gymnastiek navolgde.
-
---Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening.
-Hier is uw kamer.
-
-Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag
-van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig.
-
---Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers
-op het Zuiden.
-
---O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch
-niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het
-Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer.
-
---Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa.
-
-La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een
-ander vertrek.
-
---En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan....
-
---Is dit het Zuiden?
-
---Bijna.
-
---Ik moet het volle Zuiden hebben.
-
---Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste
-zonsondergangen.
-
---Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa.
-
---Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de
-beelderigste zonsopgangen.
-
---Neen, marchesa....
-
---Heeft u geen gevoel voor natuurschoon?
-
---Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid.
-
---Ik slaap wel op het Noorden.
-
---U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa.
-
---Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden.
-
---Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken.
-
-Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is
-soms de keuze van een leven....
-
-De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar
-koelen toon, maar haar stem was als balsem.
-
---Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden!
-Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier....
-
-En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige
-pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de
-lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter.
-
---Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa.
-
---Deze wil ik gaarne hebben, marchesa....
-
---Zestien lire, glimlachte la Belloni.
-
---Tien, zooals u geschreven had.
-
---Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren.
-
---Ik blijf--als het mij bevalt--den heelen winter.
-
---U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem,
-stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten
-wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een
-Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee
-dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel?
-
---Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op
-reis....
-
-De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos,
-blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat
-gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht.
-Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer
-was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over
-Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten
-chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige
-portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken
-door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen,
-pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf.
-
-Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met
-een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de
-chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging
-en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij
-dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet
-denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er
-niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand.
-Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel,
-zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en
-stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich
-frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich
-gepoeierd te hebben ging zij naar beneden.
-
-Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij
-moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet
-zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de
-geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe
-dame, en verdwenen weêr.
-
-Cornélie zag om zich rond en wachtte af.
-
-De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een
-plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze
-hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was.
-Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie
-de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been
-trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks
-zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb.
-
-Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een
-kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich
-in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie.
-
-Hij groette beleefd en at ook van de macaroni.
-
-En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van
-locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van
-de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den
-grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes
-en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag,
-bespeurde zij, dat hij ook glimlachte.
-
-Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog
-zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch:
-
---Het is amuzant, niet waar?
-
-Cornélie trok de wenkbrauwen op.
-
---Hoe meent u?
-
---Een cosmopolitisch gezelschap....
-
---O ja....
-
---U is een Hollandsche?
-
---Hoe weet u?
-
---Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye....
-
---Het is waar....
-
---Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn
-charmant.
-
-Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester.
-
---Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier
-Genzano,--en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en
-drink mijn eigen wijn.
-
-De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis
-begrepen in haar pension.
-
-Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce
-61....
-
-Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van
-den pokdaligen heer vermaakten haar.
-
---U ziet naar den hofmeester, vroeg hij.
-
---U let goed op, glimlachte zij.
-
---Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in
-het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet
-wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten
-vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni.
-Maar wat een waardigheid....
-
-Hij boog zich voorover.
-
---De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél
-jong. Dat betaalt minder.
-
-Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en dochter, die waren
-binnengekomen en naast hem plaats namen.
-
---Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo
-Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch.
-
---Is dan de prins terug?
-
---Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor
-u.
-
-Hij boog galant.
-
-De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon
-doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om
-den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt.
-
-Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie.
-
---En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de
-eigen kapel van Zijne Heiligheid....
-
-Miss Taylor straalde van genot.
-
---Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort.
-
---Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It
-was most exquisite.
-
---Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te
-rusten.
-
---Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan....
-
---U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt
-u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders
-krijgt u niet de kaart voor de vroegmis.
-
-De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij
-zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid
-moest vernemen.
-
-Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes.
-Cornélie stond op.
-
---Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer.
-Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via
-della Croce, een fiasco voor u....
-
-Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver.
-Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken
-en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te
-lezen.
-
---Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is,
-een versterkenden wijn drinkt.
-
-Cornélie beaamde het.
-
---Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet
-daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco.
-
-Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok.
-
-De Duitsche dames bogen tegen Cornélie.
-
---Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard....
-
---Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch,
-Amerikaansch?
-
-
-
-
-II.
-
-
-Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door
-Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo
-verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling
-geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare
-fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas
-beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van
-een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had
-vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan,
-en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke
-perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de
-volgende, nauw aaneengeschakeld.
-
-Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso
-nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had
-zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij
-aan geen enkelen keizer kunnen denken.
-
-En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en
-toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar
-heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet
-teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie,
-vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor
-geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van
-de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor
-haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw
-leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat
-zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij
-eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die
-onafhankelijkheid....
-
-Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare
-scheiding? Zij was zwak--egoïst--; zij wist het; maar zij had een slag
-gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen
-zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich
-gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van
-hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een
-anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude
-japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden
-jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu
-gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij
-had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog
-goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt.
-Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er
-doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting
-uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij
-dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien
-had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden
-had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel,
-en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien
-geweest de redding voor hare jeugd.
-
-Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is
-er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare
-tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde
-naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen,
-niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom.
-Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van
-nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere
-vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in
-haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt,
-de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om
-haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed,
-trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat
-meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon
-worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne
-dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van
-zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde,
-die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit
-hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet
-sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het
-niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie
-haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets
-bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring
-gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te
-houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare
-omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in
-evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar
-behoud, maar in elk geval haar noodlot.
-
-Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence,
-en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan
-vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij
-was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de
-sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome.
-Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij
-zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op
-een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote
-en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij
-voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect,
-lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van
-Rome, die zij buiten ried.
-
-En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet
-van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde
-klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het
-schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was
-te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar
-kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten
-stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn
-deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar
-mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich
-omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve,
-wringend de handen:
-
---O God, zèg mij wat ik doen moet!
-
-
-
-
-III.
-
-
-Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was
-het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan
-wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had
-laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes
-draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den
-welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden,
-en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en
-sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien
-middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij
-sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê
-was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de
-dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die
-Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten
-op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling
-uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel
-gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg
-snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over
-de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was
-om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst
-in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met
-de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst,
-en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij
-vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij
-van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid,
-types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders
-ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig.
-Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen
-in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van
-ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de
-avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken,
-en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar
-haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge
-barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar
-rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met
-Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die
-zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene
-jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en
-Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen,
-groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van
-de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling.
-Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te
-jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of
-zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een
-reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met
-zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde
-haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren,
-vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging
-ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde
-het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een
-kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte
-dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was,
-van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij
-heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee
-broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de
-Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door
-haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar
-daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy".
-Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en
-Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en
-de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid
-op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken,
-maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk
-had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope
-met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass
-schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel,
-die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen
-de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie
-voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een
-kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na
-den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine
-wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of
-zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa
-Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een
-hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep.
-
---Blijf bij mij zitten in het salon....
-
---Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie.
-
---Die Duitsche dame?
-
---Ja.
-
---Is zij van adel?
-
---Ik vermoed van wel.
-
---Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig.
-
-Cornélie lachte.
-
---Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen.
-
---Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel
-adel was. Is u van adel?
-
---Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen.
-
---Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb?
-Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album
-met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van
-Italië.... Wil u het eens zien?
-
---Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten.
-
-Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche
-dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom
-zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de
-koningin, en het was een groote vroolijkheid.
-
---Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging,
-de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard.
-
-Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze
-Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op
-het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving.
-
---Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen
-veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen
-pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt
-ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier,
-invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij
-schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan,
-wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door....
-
-Zij liepen voort.
-
-De baronin nam Cornélie's arm.
-
---Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog
-niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis,
-in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet
-slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door
-ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en
-egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik
-ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind
-mij niet aan hem.
-
-Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij
-Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig.
-
---En denkt uw dochter ook zoo?
-
---O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie
-voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen
-alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is
-misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden,
-door ons reizen. Wat kan het mij schelen....
-
-De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie
-begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene
-vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel
-was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven?
-Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat
-nonchalante schouderophalen....
-
-En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici.
-De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den
-blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder
-de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een
-ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af....
-
---Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht.
-
-Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's
-woorden.
-
---Rome _is_ mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een
-groote troost voor velen.
-
-In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen
-mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond
-voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke
-beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank
-van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag
-gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek.
-
-Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken
-over het woord, dat hij gesproken had:
-
---Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost....
-
-En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had
-het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû.
-
-
-
-
-IV.
-
-
-De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel,
-als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in
-eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de
-eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij
-ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden,
-in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen,
-maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de
-Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds
-kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een
-besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen
-van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan
-den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens
-thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een
-zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen,
-las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten,
-die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun
-guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van
-muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar
-pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare
-onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond
-zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het
-cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van
-het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde
-haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope
-was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude
-Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar
-alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis
-aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw
-van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen
-van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het
-menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie
-was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag.
-
-Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling
-alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio,
-keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en
-droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest
-voor het diner.
-
-En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk.
-Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen
-kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners
-draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van
-zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van
-Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid
-te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee
-groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding:
-altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke
-boek; de booze blik omdat er gesproken werd.
-
-En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier,
-daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie
-was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde
-den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij
-glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de
-dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die
-en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en
-dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten
-en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke
-nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen,
-die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar
-Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen
-machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen
-een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van
-Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend
-insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan
-zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails.
-
-Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare
-vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet
-aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het
-zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare
-tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks
-through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las
-Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als
-zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets
-meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen
-avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe
-die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin,
-goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer
-bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope
-vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin
-kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche
-en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te
-bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste,
-soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher
-op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn
-schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande
-die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje
-Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij
-zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon
-of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond
-iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van
-juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak
-van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten
-onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of
-den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes
-van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen
-ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De
-jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in
-toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een
-Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve
-hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden
-telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten
-kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse,"
-genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen
-Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de
-marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op
-haar toe--mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan
-een barones--trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als
-monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij
-haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg
-zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het
-interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor
-een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen,
-dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele
-schilderijen te verklaren in Doria en Corsini.
-
-
-
-
-V.
-
-
-Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie,
-naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw
-Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen
-winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek
-vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den
-volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en
-hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû
-komen voor archeologische studiën.
-
-Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen,
-dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te
-kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij
-intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten
-avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van
-zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij
-nauwlijks enkele dagen kende.
-
-Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een
-gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond
-was kil.
-
-Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij
-over Italië, over zichzelve.
-
---Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie
-geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen
-zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn
-vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet
-niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om
-me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde
-gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von
-Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het
-Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing,
-en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat
-ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang,
-statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje
-lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar
-onverschillig van haar lippen vallen....
-
---U merkt goed op ... zei Van der Staal.
-
---O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik
-onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik
-weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan
-de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en
-Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en
-altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend,
-ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone
-Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op
-dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me.
-
---Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes.
-
---Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd,
-hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te
-krijgen.
-
---Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal.
-
---Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet.
-
---Pas dan maar op, lachten de meisjes.
-
---Ben je Katholiek? vroeg mevrouw.
-
---Neen....
-
---En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet?
-
---Neen....
-
---Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard
-is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis
-woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel
-minzaamheid zielen poogt te winnen....
-
-Cornélie wilde niet gelooven.
-
---Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit,
-een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat....
-
---La Belloni...? vroeg Cornélie.
-
---Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier
-drie Engelsche zusjes bekeerd.
-
---Door Rudyard?
-
---Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter
-voor het eerst....
-
---Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei
-de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord.
-
-Cornélie viel achterover in haar stoel.
-
---Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die
-in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te
-zien.
-
-En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed,
-terwijl het zwom voor hare oogen....
-
-
-
-
-VI.
-
-
-Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een
-morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den
-jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel.
-
---U fietst niet? vroeg hij, afspringende.
-
---Neen....
-
---Waarom niet?
-
---Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde
-Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar
-wandeling stoorde.
-
---Mag ik met u meêloopen?
-
---Zeker.
-
-Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep,
-natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten.
-
---Het is hier zoo mooi, zeide hij.
-
-Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst,
-met opmerkzaamheid.
-
---U is archeoloog? vroeg zij.
-
---Neen, weerde hij af.
-
---Wat dan?
-
---Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een
-heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk.
-
---U studeert toch?
-
---Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren.
-
---Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen?
-
---Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê.
-
---Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren?
-
---Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen.
-
---Dichter?
-
---Neen. Niets. Heusch niets.
-
-Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met
-haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar,
-in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden,
-maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn
-leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende
-oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd
-fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet
-schelen konden.
-
-Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het
-noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht
-naar woorden.
-
---Het is hier zoo mooi, stamelde zij.
-
---O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat
-zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die
-perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk,
-zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die
-rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven
-alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi
-hier....
-
-Zij gingen zitten op een bank.
-
---Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn
-nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen,
-wolken!
-
---Schildert u?
-
---Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al
-geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder.
-
---Schrijft u ook misschien?
-
---Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog
-niet alles geschilderd, maar geschreven _alles_. Ieder nieuw boek van
-niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is
-gezegd, en iedere roman is geschreven.
-
---Leest u niet veel?
-
---Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers.
-
---Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd.
-
---Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets,
-ik besta.
-
---Vindt u dat een goede levensopvatting?
-
---Neen....
-
---Maar waarom neemt u dan geen andere?
-
---Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets?
-
---U spreekt niet in ernst, zeide zij boos.
-
---Waarom is u zoo kwaad op mij?
-
---Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd.
-
-Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide:
-
---Dan zal ik liever wat gaan fietsen.
-
-En hij wandelde langzaam heen.
-
---Idiote jongen! dacht zij kribbig.
-
-Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder
-en zijne zusters.
-
-
-
-
-VII.
-
-
-In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er
-geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest
-was, en zelfs--omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten
-maken--vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn
-zouden gaan.
-
---Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig.
-
---En gaat u niet de ruïnes bezoeken?
-
---Neen.
-
---Waarom niet?
-
---Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien.
-Ik zie alleen maar ruïnes.
-
---Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd.
-
-Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten.
-
---Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook
-kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt
-mij tegen.
-
---Hoedat?
-
---Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet
-waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een
-stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts.
-
-Hij glimlachte.
-
---Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien.
-Rome is zoo mooi.
-
-Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich
-vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de
-zweepen.
-
---Vole, vole!? riepen zij.
-
-Hij koos er een.
-
---Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet
-waar, Gaëtano?
-
---Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op
-zijn paard.
-
-Zij reden weg.
-
---Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie.
-
---U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû
-van het volk. Het is een aardig volk.
-
---U vindt alles goed in Rome.
-
---En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk.
-
---Waarom verkeerd?
-
---Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid,
-altijd de zelfde, en altijd verkeerd is.
-
---Ik vind Rome moeilijk.
-
---O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum.
-
---Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering.
-
-Hij zeide niets, boos.
-
---En hier is de Palatijn.
-
-Zij stegen uit en gingen door den ingang.
-
---Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit
-paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien.
-
---Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers
-waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer,
-niet waar?
-
---Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen?
-
---Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken.
-
---Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten.
-
-Zij deden zoo.
-
---Voelt u Rome hier niet? vroeg hij.
-
---Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te
-hooren.
-
---Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel
-denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als
-iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een
-table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu
-gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome.
-Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande
-de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de
-antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door
-onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van
-Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld
-ik het me....
-
-Zij zweeg.
-
---Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele
-leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze
-verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van
-ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over
-wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat
-niet. En de toekomst interesseert mij niet.
-
---Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij.
-
---Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede?
-
---Bijvoorbeeld.
-
---Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze.
-
---Hoe meent u?
-
---Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te
-droomen, en het Verleden is mijn groote droom.
-
---Droomt u niet over uzelven?
-
---Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig.
-
---Heeft u ooit geleden?
-
---Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen
-nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik
-gelukkig.
-
---Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken?
-
-Hij zag haar verbaasd aan.
-
---Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat óf niet, óf ik praat
-zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek.
-
---Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk?
-
---Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg,
-u vindt me zeker ziekelijk?
-
---Neen, ik geloof van niet.
-
---Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het
-hier mooi. Ademt u Rome in?
-
---Welk Rome?
-
---Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem
-er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende
-oogen--hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest.
-Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een
-geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te
-spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was
-geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois.
-
---Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek?
-
---Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom.
-
---Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de
-vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede?
-
-Hij zag haar aan.
-
---Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn
-zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet.
-
-Zij zag hem aan, bijna met minachting.
-
---U is niet van uw tijd, zeide zij koel.
-
---Neen....
-
---Heeft u ooit honger gehad?
-
-Hij lachte en haalde de schouders op.
-
---Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of
-fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een
-korst brood?
-
---O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over!
-smeekte hij.
-
-Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij
-stond op.
-
---Is u boos? vroeg hij deemoedig.
-
---Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos....
-
---Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en
-gedroom vindt?
-
---Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten?
-
---O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering.
-
---Wat?
-
---Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden.
-
---En als _ik_ de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral
-zijn: brood voor de toekomst.
-
---Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is
-u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte
-fabrieksplaats?
-
---Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet,
-dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden.
-
---En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand
-krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal
-u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst....
-
-Zij zweeg. Toen zeide zij koel:
-
---Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan....
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier
-gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij,
-boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat
-hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den
-Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te
-zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment
-beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille,
-holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het
-was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum
-voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich
-die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij
-een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was,
-en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van
-kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn
-eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder
-voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer,
-voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden
-met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles
-geschapen was, en dat _zijn_ kunst nutteloos was.
-
-Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig
-maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven--en zijne
-behoeften waren uiterst gering--, voelde hij zich rijk, en was
-gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang,
-onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste
-pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als
-een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van
-vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem
-meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in
-den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner
-Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van
-Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,--verblindend vizioen
-van droomzuilen,--etherische tempels, paleizen van marmer transparant
-oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun
-Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man,
-onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus,
-voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies
-van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een
-standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen
-hemel.
-
-Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog,
-hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch
-kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en
-de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met
-toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep
-van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij
-leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in
-Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen,
-het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren
-kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In
-de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte
-ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit
-weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van
-oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende
-oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte
-naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich
-verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er
-zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius,
-een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de
-arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de
-ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag
-hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van
-oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele
-zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde
-ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud
-door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling,
-zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen,
-van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve,
-na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand
-van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven,
-en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen
-hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den
-Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en
-hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna,
-en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche
-bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom....
-
-Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een
-element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na
-dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen
-gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem
-geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om
-zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met
-zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en
-zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen,
-was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de
-zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk
-of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem
-heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met
-het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in
-schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen
-leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het
-getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin,
-gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend
-in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend
-hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden
-der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven,
-zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte,
-en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in
-zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en
-zusters--hij sliep en hij at bij Belloni--veel menschen ontmoet, zich
-met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor
-toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met
-haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel
-en al zich onmogelijk voelende in den kring--half Italiaansch, half
-cosmopolitisch--van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes,
-die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen.
-
-En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen,
-dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de
-wezenlijkheid van zoo een vrouw--nog wel in een boek--maar niet in
-werkelijkheid. Haar uiterlijk al,--het bleeke, het gebroken bevallige,
-het moede, had hem verbaasd--, en hare woorden verbaasden hem nog meer:
-het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê
-te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen
-inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden
-verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als
-hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr
-matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze
-peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed
-tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in
-het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der
-pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der
-engelen en der madonna's op doek en wandtapijt.
-
-In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd
-beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer
-geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone
-amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een
-te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil,
-tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en
-Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met
-Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van
-gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar
-liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit
-verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht,
-begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel
-eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven
-nog nooit.
-
-En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag
-met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom
-in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn
-rust door verloren had.
-
-
-
-
-IX.
-
-
-Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit
-feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal
-daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een
-gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet
-gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie
-zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van
-zeer goede pensions, waar tal van reizigers--dames vooral--niet kwamen,
-omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis.
-
-De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne
-had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te
-goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was
-juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie
-eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend
-feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op
-hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een
-prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik
-van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude
-knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze
-feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke
-avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier,
-Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje--een gast
-afhalen of wegbrengen naar het station--,de post een paar keer per dag
-rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den
-lift,--haatte het bal, om al de invités der pensionnaires--want ieder
-mocht twee of drie invitaties doen--, om al het vermoeiende gedoe
-met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten
-te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was
-de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen
-dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking
-hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met
-hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen
-op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die
-in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu
-dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud
-de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men
-als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om
-niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde
-facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte
-figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de
-gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en
-bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten.
-Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch
-ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine
-jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het
-waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en
-afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar
-toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en
-zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig.
-Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden
-waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat
-schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er
-gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire
-per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden
-sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg
-te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd
-algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige
-esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de
-diepste verachting.
-
-Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men
-stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden
-opgesteld--een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen,
-de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel.
-Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en
-jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal
-van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend,
-voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met
-Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices
-en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden
-het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de
-kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men
-lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken
-hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in
-de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en
-juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor.
-
-Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken
-en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de
-baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren
-Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze
-particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle
-pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen
-elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men
-was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt
-en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd
-in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels
-verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin,
-wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn
-en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor
-iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons,
-toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem,
-omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders
-in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie,
-Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich
-niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde
-bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde
-binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere
-vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren
-van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch
-laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen
-telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor:
-
---Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio....
-
-De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres
-luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar
-den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de
-kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet
-in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van
-San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa,
-en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de
-baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een
-wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen
-als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel
-Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam:
-klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte
-gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne
-had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen
-neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar
-vader in Chicago.
-
-Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was
-bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was
-den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes
-van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal
-nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed
-hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht,
-aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke
-verschijning.
-
-Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering
-van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen
-was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la
-Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen
-der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,--Cornélie en
-Duco--in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een
-der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij
-praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te
-voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden
-praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister
-verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om,
-en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en
-zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van
-den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op
-een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte
-deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch
-van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel,
-dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden
-zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig
-luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk
-uitgesproken door de marchesa.
-
---En wie dan? vroeg de prins zacht.
-
---Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in
-dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar
-dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de
-mooie Amerikaansche.
-
---En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins.
-
-De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets.
-
---En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder.
-
---Geen geld, antwoordde de marchesa kort.
-
---En de jonge baronesse?
-
---Geen geld, herhaalde Belloni.
-
---Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê.
-
-La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare
-afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op.
-
---... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en
-schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier,
-omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is
-en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en
-betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets.
-Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den
-wijn laat ik haar betalen.
-
---Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig.
-
---Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand
-is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een
-dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet
-zoo moeilijk zijn.
-
---Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig.
-
---Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet.
-
---Hoeveel heeft papa u beloofd, als u....
-
-De muziek boemde op.
-
---... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is
-gemakkelijk.... Miss Hope....
-
---Ik heb zooveel kousen niet noodig....
-
---... erg geestig. Als je niet wilt....
-
---... neen....
-
---... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel?
-
---... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies.
-
---... Urgent?
-
---Schulden zijn nooit urgent!
-
---Wil je?
-
---Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen....
-En dan krijgt ... u....
-
-Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania.
-
---Urania? vroeg hij.
-
---Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk
-aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden
-die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur.
-Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering.
-
---... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet
-minder dan tien millioen.
-
---Vijf....
-
---Neen, tien....
-
-De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco
-lachte.
-
---Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid.
-
-Cornélie schrikte.
-
---Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal?
-
---Ja, ze maakten gekheid.
-
---Ik geloof van niet.
-
---Ik van wel.
-
---Heeft u menschenkennis?
-
---O neen, heelemaal niet.
-
---Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn
-en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet....
-
---Wat dan?
-
---Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen
-geld hebben, dan toch voor Urania Hope....
-
---Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert
-me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik
-het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...!
-Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en
-om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet....
-
---Heeft u ooit liefgehad?
-
---Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo
-gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie
-is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is,
-zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te
-kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in
-een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde
-zich noemt.
-
-Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber.
-
---Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo
-alleen....
-
-
-
-
-X.
-
-
-Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk;
-eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard,
-zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en
-hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa
-wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd
-beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een
-kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij
-liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met
-miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in
-verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje,
-dat eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of
-Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde
-zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle
-kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte
-met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke
-soprani.
-
-Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch
-over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het
-gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel
-geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden
-ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne
-koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig
-de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer
-onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog
-altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend
-aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte
-over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor
-van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam,
-dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar
-na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss
-Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen
-had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension,
-waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare
-verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard,
-de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de
-baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich
-aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook--om
-de tocht, zooals de baronin verzekerde--; nieuwe gasten namen hare
-plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen
-met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt
-en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde
-haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en
-hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss
-Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den
-Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem
-den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was,
-ja dan niet.
-
-Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard,
-en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij
-priester was of leek.
-
-
-
-
-XI.
-
-
---Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij.
-
-Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de
-meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss
-Taylor en Urania.
-
---Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie.
-
---U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania
-kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik
-zie ze niet en voel niet voor ze....
-
---En ik ben geen schim?
-
---Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u
-een schim te vinden.
-
---Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie.
-
---Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco.
-
-Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide
-lachend:
-
---Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan
-godsdienst--ik meen kerkelijken godsdienst--behoefte had, zoû ik liever
-Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu....
-
-Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze
-zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij
-voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche
-van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een
-beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes,
-waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo
-geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant
-door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het
-Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne
-moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna
-en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en
-verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over
-Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar
-zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde
-Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en
-verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke
-indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen
-haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want
-hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke
-aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië:
-de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië;
-Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het
-forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje
-zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht:
-het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum
-in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom
-en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze
-mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers
-van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen
-fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde
-hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en
-apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat
-was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij
-zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's.
-
-Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij
-over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve
-Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een
-jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele
-satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan
-hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel
-hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke
-leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens
-zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf
-discipelen.
-
-En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam
-hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan,
-en verloor zich in de edele marmers.
-
-Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij
-er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding,
-als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen
-stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet
-meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven
-getrouw gebleven.
-
---En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû
-ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan?
-Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan
-dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet
-schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer
-over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood?
-
---Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde
-donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn
-moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en
-weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo
-zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel.
-
---Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven
-heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het
-leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en _die_ lijn is
-moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden.
-
---Ik zie mijn lijn ook niet voor me....
-
---Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is
-een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was
-gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en
-denken de zusjes er aan?
-
-De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken,
-gichelden een beetje. Mama stond op.
-
---Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat
-zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die
-lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat....
-
---Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn
-lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is
-heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust
-verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een
-doel konden vinden! Voor de Toekomst....
-
-Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af,
-tastende.
-
---Brood? vroeg hij zich af.
-
-
-
-
-XII.
-
-
-Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die
-in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos
-was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren,
-waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante
-en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl
-het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te
-maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van
-Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu
-niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan.
-Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen
-zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten
-en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide
-waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het
-deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij
-zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche
-madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig
-liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek
-haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet
-ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er
-zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk,
-maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek,
-terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van
-de wereld.
-
-Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den
-Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker
-geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was
-als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen:
-kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren,
-zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van
-uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd
-van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn
-dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien--in
-de teleurstelling van hare illuzie--, in het grauwe licht eener
-toenemende onverschilligheid--niet edel was en niet goed; en wist zij,
-dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als
-een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en
-Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans
-en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland.
-Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om
-dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet
-modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich
-eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel
-woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een
-doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan
-moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern
-vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt,
-vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een
-droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst
-alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo
-te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend
-een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was
-het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij
-voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed
-alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig,
-en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had
-geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden
-van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille,
-het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en
-stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij
-leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij
-had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar
-Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag
-zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit
-begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in
-haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo
-lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië
-niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en
-de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk.
-Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn....
-
-Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel
-jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien
-roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En
-doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de
-Vrouw, voor het Meisje....
-
-Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de
-Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal.
-Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij
-had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten
-den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette....
-
-En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen
-dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure
-vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de
-meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was
-in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn
-van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was
-in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig,
-in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie,
-wist zij niet:
-
---O God, zèg mij, wat wij moeten doen!
-
-
-
-
-XIII.
-
-
-Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te
-verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in
-hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens
-schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed
-van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter
-gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en
-trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via
-dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna
-geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er,
-en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot
-de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een
-rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze
-niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de
-zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat
-Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien
-dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek;
-en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet
-weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid
-niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken
-toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door
-enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens,
-zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie,
-intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef
-zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en
-ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie
-voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat
-daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum
-toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich
-gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer
-ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes,
-die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien,
-om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem,
-geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier
-heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de
-eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war
-en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant,
-elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van
-verleden,--in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure,
-met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar
-na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten,
-bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken,
-terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat
-hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets
-onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw,
-met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl
-voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name
-de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een
-ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las,
-dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen
-leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom
-dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend
-stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem
-zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek
-en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei
-hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten,
-ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe
-te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot
-medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw,
-als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn
-harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij
-haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers
-aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij
-voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer,
-zag soms scherp, tròts zijn droomen, tròts zijn soms alles omvattend
-gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer,
-zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der
-menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar
-eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet
-wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar
-lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog
-nimmer had gevonden.
-
-Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste
-bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts
-in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen
-vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor
-de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling,
-weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en
-schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over
-zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar
-Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en
-aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst,
-alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en
-een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in
-haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie
-flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,--op wien zij
-verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in
-zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals
-hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig
-snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk
-uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn,
-delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor
-haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk
-grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en
-een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld
-nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te
-maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn
-ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg,
-schudde en kwakte tegen den muur aan....
-
-Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden
-met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm,
-mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen,
-tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij
-vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij
-had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat
-niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als
-alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan
-hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden
-vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk
-terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar
-zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en
-niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij,
-walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich
-diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder
-iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden
-vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld
-en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad
-was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste
-van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het
-niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens
-voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een
-beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij
-nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende
-zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de
-conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden,
-generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij
-hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar
-was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet
-artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had,
-dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn,
-en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan
-moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch
-zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als
-een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn
-geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als
-de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar
-hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in
-hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun
-aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan
-haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij
-dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst.
-De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen
-lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar
-levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat
-zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad,
-een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende
-menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen
-en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot
-de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich
-vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en
-levensbeweging....
-
-Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in
-hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor
-haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om
-zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd,
-en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar
-brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van
-hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij
-vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten,
-eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde
-zich klaar om te weenen, te snikken, en--vreemd--in haar bitterheid,
-dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich
-niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder
-zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn
-zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén
-zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar;
-zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen
-goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar
-knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor
-menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt
-opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en
-restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging.
-Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet
-alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien
-avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij
-liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen
-gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij
-hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij
-had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat
-haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de
-rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn
-droomen--als was die draad zijn levensrichting,--zoo veel kalmte en
-zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem
-opzag.
-
-En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs
-droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,--zij voelden
-elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen,
-terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van
-werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den
-hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar.
-
-En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies
-waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor
-den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde
-stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om
-zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte.
-
-Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare
-rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar
-het Colosseum--donker te raden boog in donkeren nacht--, snikte zij,
-zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en
-eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes
-der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en
-wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld
-verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel.
-
-
-
-
-XIV.
-
-
-Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was.
-Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger,
-en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het
-overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens
-gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette
-daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje.
-Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat
-afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet
-gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per
-avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet
-lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd.
-En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich
-'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en
-de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van
-Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de
-gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige
-menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en
-niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan,
-maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en
-aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van
-San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat
-het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine
-ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag
-zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in
-druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten.
-Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen
-bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman.
-
-Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen,
-voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats
-innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een
-prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes,
-herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat
-tegen de maatschappij en de wereld en de menschen.
-
-Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der
-Staals mevrouw en de meisjes en Duco--naar het salon, zette zich in
-een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar
-tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame--de meisjes hadden haar al
-bijgenaamd: het satijnen fregat--glimlachend naar hen toe zagen komen
-en zeggen al van verre:
-
---I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al
-sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot
-na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner--maar ook alleen
-maar nà het diner--in _dezen_ hoek, aan _deze_ tafel, op _deze_ plaats.
-Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr
-innemen....
-
-En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van
-der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich
-ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren,
-zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag
-plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach;
-
---Very much obliged, I thank you very much.
-
-Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen
-fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende,
-verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de
-meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames,
-met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te
-lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en
-gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte.
-
---It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en
-groezelig draaiden zij de deur uit.
-
---Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen....
-Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen
-zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit
-misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...?
-
-Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij
-wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het
-laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij
-nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten
-bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in
-de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte
-op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en
-de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig
-oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk
-niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan
-mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû
-toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te
-zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte
-bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco....
-Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn
-koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op
-een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner,
-stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat
-was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor
-roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel
-eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den
-nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het
-maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene
-zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn
-binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte
-de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome:
-keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende
-wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen
-schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij
-eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in
-schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder
-den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij
-hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij
-drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om
-haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde
-haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig
-uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide
-niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En
-zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus
-het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen
-heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog
-en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht.
-Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm.
-Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de
-kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten,
-en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis,
-en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht
-te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij,
-dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe
-weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn
-nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ...
-was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep
-in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke
-satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw
-Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar
-banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich
-zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij
-zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht
-aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon
-zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan
-iets moois....
-
-Maar Urania moest zij waarschuwen.
-
-En moê sliep zij in.
-
-
-
-
-XV
-
-
-Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent
-haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar,
-zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en
-voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken
-had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat
-zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep
-ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie
-stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich
-te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij
-mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in
-Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar
-Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten
-van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling:
-zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare
-prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende
-aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn
-moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken,
-klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden
-zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk
-heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden,
-maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde,
-tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper
-uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij
-zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij
-bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als
-twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht
-over hare brochure; hij sprak,--om haar lief te zijn--over den
-toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij
-laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de
-luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een
-man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de
-Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist.
-Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee
-bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij
-zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte
-met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde
-alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner.
-In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het
-aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was
-tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had
-een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij
-niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel.
-Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een
-prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel
-moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe,
-in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure
-nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht.
-Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar
-Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van
-gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam
-over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar
-geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde
-jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van
-Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde,
-vond zij Italië toch wel interessant.
-
-Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij
-geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet
-voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de
-woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare
-avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel
-niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden
-met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar
-de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een
-tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp:
-ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij
-wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo
-gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij
-dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen
-leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest
-in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad.
-Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo
-kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê....
-Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem,
-alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn
-oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak,
-had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij....
-Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare
-natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe
-gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien
-in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van
-alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar
-schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne
-onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit
-in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het
-haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man
-comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde
-het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich,
-rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur,
-haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en
-glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in
-een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de
-frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar
-was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij
-voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel
-vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen
-zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en,
-starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar
-toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû,
-langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende
-door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere
-zoekende zielen?
-
-
-
-
-XVI.
-
-
-Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met
-Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje
-en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en
-om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van
-Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano,
-in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke
-tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie
-had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp
-alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn,
-twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania
-stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz,
-en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden.
-Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania
-lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan,
-dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche
-meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer
-gewichtig--een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!--en zij
-fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende
-vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord
-had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met
-haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke
-erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel
-voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de
-bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met
-haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen--geen vat krijgende op haar
-argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en--als Cornélie vermoedde,
---daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals
-had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa
-te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de
-beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender
-waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die
-lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet,
-verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te
-zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in
-te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere
-stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En
-Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over
-zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had
-geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand
-van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had
-doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op
-dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania
-haar erg knap vond--a very clever girl--zoo te kunnen redeneeren en
-te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk
-op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel
-gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den
-langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de
-onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt,
-geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar
-eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een
-tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene
-niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het
-"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare
-eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn
-grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende,
-dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij
-terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes
-alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld
-lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een
-verarmd Italiaansch huis,--dat den Paus was trouw gebleven, en den
-koning niet diende--te verbeteren in zijn finanties. En zij waren
-beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt
-werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten,
-zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio
-zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei,
-dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier
-hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En
-hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond
-Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van
-haar aannam en een koekje wilde eten.
-
-En Urania toonde haar album met wapens--de prins had het zijne er al
-in afgedrukt--en toen haar album met stalen van de baljaponnen der
-koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij
-opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met
-zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij
-zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare
-Majesteit; zijn nicht,--niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet
-pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,--had hem dit
-lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien:
-de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging
-daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet
-naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit
-vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon
-hem kwaad doen in zijn carrière,--welke carrière? vroeg Cornélie zich
-af--als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel
-bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen.
-
-En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den
-maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd,
-en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven
-Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een
-koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur:
-
---Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede.
-
-En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar
-kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in
-die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid
-en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen
-tricot-fabrikant.
-
-
-
-
-XVII.
-
-
-Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en
-Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni.
-In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco
-iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo
-zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen
-dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg
-er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren:
-'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café,
-meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde
-Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel
-te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door
-kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen,
-begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij
-haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar
-sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar
-"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg
-tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en
-begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge
-vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking,
-dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad;
-nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen
-uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar
-Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven
-in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar
-hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke
-Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele
-intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden,
-levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal
-onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie
-verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet
-meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde
-voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van
-kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof
-scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania
-Hope haar niet schelen kon.
-
-Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie
-voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke
-tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en
-eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen,
-te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in
-gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist
-had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet
-waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar
-aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde
-hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van
-haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte,
-de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met
-de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange
-wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief
-voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als
-van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren.
-Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren
-hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de
-contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan,
-in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint,
-ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in
-een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een
-levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was
-niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie,
-zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en
-uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij
-werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet
-slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van
-côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch
-cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur
-naar wat onnoozele intrigue,--nauwelijks intrigue, dacht hij--en was
-zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken
-van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte
-om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat
-hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij?
-Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste
-geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den
-droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde
-op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond
-als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij
-was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim
-dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar
-zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield
-van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich
-heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies
-doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen
-en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan
-Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid,
-van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare
-van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat
-samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:--een
-onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig,
-klein tevreden en kalm--maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van
-iederen dag.
-
-En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw
-Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli,
-wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar
-het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel--als tafel--in de
-villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen,
-zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van
-het Nemi-meer,--spiegel van Diana---en reden over Frascati terug. In
-het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men
-overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht
-aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer
-trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo
-jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom,
-zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en
-dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen
-alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het
-droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig
-naast hem--rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend
-in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van
-een nauwlijks goudenen zonsondergang,--dat hij haar dierbaar was om
-die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende:
-klare stem uit droomschemer opklinkend--en dat zij gelukkig was naast
-hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn
-hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de
-lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar
-het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde
-toekomst....
-
-
-
-
-XVIII.
-
-
-Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich
-met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met
-Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling.
-Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het
-Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van
-Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren
-op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die
-praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen.
-Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap,
-dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den
-prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk
-niet veel zeggen. Toen na het hofbal--waar de koningin waarlijk het
-gepailletteerde brokaat had gedragen!--zocht Urania Cornélie weêr op en
-bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had
-hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als
-was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg
-hoe zij zoo iets had kunnen beloven....
-
---Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn
-visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien,
---hij woont in het Palazzo Ruspoli--als hij mij een paar schilderijen
-toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren
-te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke
-kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang
-met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je
-dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in
-zijn atelier....
-
---Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand
-verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is
-onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een
-huwelijk?
-
---Als ik Roomsch word....
-
---En...?
-
---Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij
-weifelend.
-
-Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van
-prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen.
-
---Alleen.... begon zij.
-
---Wat...?
-
---Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten.
-Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets,
-geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging
-naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn
-vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord
-van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel
-van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude
-Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano....
-Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar
-woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie;
-maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is
-er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb
-mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla,
-de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel
-niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat
-vervelend....
-
-Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes:
-tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit
-huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een
-titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij
-hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar
-ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû.
-
---En wanneer zoû je naar den prins gaan?
-
---Van avond....
-
---Ga niet.
-
---Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan.
-
---Verzeker je het mij?
-
---Ja, ja.
-
---Ga niet, Urania.
-
---Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal
-niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan....
-
-
-
-
-XIX.
-
-
-Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat
-Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant,
-waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang,
-niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde
-onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken
-en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek,
-gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan
-den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de
-Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht,
-en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire
-voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam
-van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi
-was....
-
-Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij:
-
---Ik ga naar het Palazzo Ruspoli....
-
-Hij zag verbaasd op.
-
---Waarom?
-
---Om naar miss Hope te vragen.
-
-Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien.
-
---Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er
-... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken....
-
-Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo
-excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van
-onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te
-vinden. Cornélie zag op haar horloge.
-
---Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen
-tijd.
-
-Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht
-en stond op. Hij volgde haar.
-
---Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er
-allerlei last meê krijgen.
-
---Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad
-doen.
-
-Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken
-niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw
-Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de
-Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien
-prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij
-werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al
-aan den suisse:
-
---Is de signore principe thuis?
-
-De man zag haar argwanend aan.
-
---Neen, sprak hij kort.
-
---Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne
-Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond
-den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets,
-dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz....
-
-Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde
-het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het
-iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen
-bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die
-gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam
-het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den
-portiek.
-
-Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij
-deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar
-weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû
-hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare
-van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo
-tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien
-hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok
-en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare
-minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine
-restauratie.... De suise kwam terug.
-
---Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen....
-
-Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne
-verwarring.
-
---Ga je meê?
-
---Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten.
-
-Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den
-breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar
-tegemoet.
-
---Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen
-waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar
-hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak.
-
---Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken....
-
-Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen.
-
---U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als
-het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ...
-maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug,
-zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken?
-
-De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een
-vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij
-de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer.
-
---Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij
-beide handen en zag haar angstig aan.
-
---Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken.
-Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden.
-Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen?
-
-Urania begon te weenen.
-
---Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet.
-Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk....
-
---Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend.
-
---Waarom deed je het dan?
-
---Ik kon het niet laten.
-
---Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet....
-
---Ik weet het!
-
---Wat zie je in hem?
-
---Ik hoû van hem....
-
---Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer
-je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande
-vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn?
-
---Cornélie ... stil...!
-
---Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen
-reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch,
-liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed,
-maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind!
-
---Cornélie....
-
---Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of
-neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook....
-
---Ja, blijf jij ook....
-
---We zullen hem roepen.
-
---Ja.
-
-Cornélie belde, een lakei verscheen.
-
---Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een
-pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis
-zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer
-hoffelijk, en uiterlijk kalm.
-
---Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en
-huichelglimlach.
-
---Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak
-Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent
-haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!?
-
-De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met
-haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag
-eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en
-frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid:
-die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van
-een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep
-grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw,
-bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome,
-morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw,
-die hem--hij was er zeker van--doorzag; die hem--antipathiek--toch
-toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit
-louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij
-bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij
-vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer
-gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat
-hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar,
-zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te
-hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van
-nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas,
-niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug,
-en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich
-tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins:
-
---Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid
-ben: màg ik ze zien?
-
-De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur,
-éen vlam in een oogenblik.
-
---Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek.
-Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der
-Staal.
-
-De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij
-twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en
-signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie
-werd hem zeer sympathiek.
-
---Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te
-komen.
-
---Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen....
-
---Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig.
-
-Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar
-zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag
-in den spiegel.
-
---Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania.
-
-Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie.
-En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin
-aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien
-Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later
-schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der
-gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en
-tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte
-vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk
-schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en
-neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een
-donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie
-en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van
-bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende....
-
-Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus,
-niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had
-gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk
-verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen.
-
-Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde
-om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde
-den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij
-de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten.
-Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne
-vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die
-kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er
-een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na,
-levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer
-van dat groote salon, bureau van den prins--zijn schrijftafel stond
-er--de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen
-van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen
-tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei
-geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar
-nooit gezien--niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn
-atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij
-éene vrouw, of tien vrouwen?
-
-En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere
-openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als
-een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet,
-meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat
-element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze
-woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door
-elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en
-regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het,
-dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen.
-Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen--want
-bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende
-hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare--maar zijn
-natuur was zoo weinig ernstig--hij zoû trouwen meer om zijn vader en
-de marchesa Belloni, dan om zichzelven;--hij leefde even pleizierig
-met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû
-doen--dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat
-hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa
-zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op
-Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had.
-Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole,
-morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die
-Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië?
-Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig,
-mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich
-met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas
-vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm
-Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij
-beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor:
-
---Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij
-_overwonnen: ik geef mij gewonnen_....
-
-De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd
-om niets, maar tusschen henbeiden--den prins en Cornélie--klonken zij
-vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen....
-
-Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de
-champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen:
-
---O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!!
-
-
-
-
-XX.
-
-
-Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij
-zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord
-had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure
-verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd
-zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat
-zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond,
-scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te
-praten.
-
-Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten
-in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten
-afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele
-guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en
-zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis
-achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der
-osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de
-halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte
-eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts
-half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne
-gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het
-even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach,
-geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar,
-aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas
-kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige
-manteltje--losgeknoopt--en in hare blouse een ruikertje viooltjes
-gestoken.
-
-De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere--den
-eenigen,--die hen goed kende, van iederen dag--familiaar minzaam
-iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote
-plannen, hare blijde woorden--het schitterde hem alles tegen,
-studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral
-gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van
-assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan
-den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die
-openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze
-was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder
-en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn
-zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad
-tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een
-innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn,
-samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was
-geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen
-liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van
-opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet.
-Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar
-leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties,
-vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar
-eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar
-het overwoog niet in hare waardeering.
-
-En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder
-behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met
-den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania
-opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare
-natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen
-Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij
-betaalde--het was zijn beurt--en zij stonden op en zij nam vroolijk
-zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier
-doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij
-zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het
-nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En
-zij wilde het hem geven.
-
-Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan
-en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij
-zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De
-vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij
-stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat
-gestapeld lag.
-
---Cornélie...! riep hij nu, iets radende.
-
---Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil....
-
-Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen.
-
---Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet.
-
-Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest
-vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor
-honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria.
-
-En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen
-op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk.
-In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat
-Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist
-neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn
-goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog,
-recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om
-den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn
-armen.
-
---Mag ik je danken, Cornélie?
-
-En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug.
-
-
-
-
-XXI.
-
-
-Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een
-gewone beleefdheid na gisteren avond--haar geïmprovizeerd bezoek in
-het Palazzo Ruspoli--en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een
-prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk
---artikel eerst--was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû
-zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had
-gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette
-zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij
-gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij
-zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres
-plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij
-bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal
-van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het
-kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van
-vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst,
-in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel;
-wetten voor huwelijk en scheiding....
-
-Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er
-bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche,
-Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd.
-Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk;
-sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met
-inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en
-gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar
-leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht?
-In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde
-meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij
-liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur
-en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar
-huwelijk, hare scheiding....
-
-Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij
-er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te
-denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen....
-Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel
-te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en
-zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen
-roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms
-te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht
-zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde
-zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid
-geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten
-vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk
-in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor
-zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar
-zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van
-hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar
-wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had
-zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een
-twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven
-uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar
-artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der
-Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten
-van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige,
-werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,--te oppervlakkig;--en
-dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar
-ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus
-met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De
-Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het
-Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat
-hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en
-te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van
-het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn.
-Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk
-gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en
-nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan....
-Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een
-week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden,
-van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere
-coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen....
-Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst
-dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en
-champagne--: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt--en de prins,
-klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd
-viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel
-aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en
-flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was
-zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad....
-
-Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan.
-Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat
-zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar
-ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje
-en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de
-concierge bezorgen liet....
-
-Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie,
-toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het
-was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich
-klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak
-een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den
-schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag
-goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn
-gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat
-wel gebeuren zoû gaan....
-
-
-
-
-XXII.
-
-
-Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar
-belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de
-proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar
-zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte
-zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf
-een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde
-gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,--met
-aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen,
-viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel
-slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk.
-
-Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam,
-zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem
-glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van
-een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze
-handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en
-hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur,
-over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg,
-of hij haar stoorde.
-
---U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan
-het hart ligt?
-
---Neen. Ik zag drukproeven na.
-
---Drukproeven?
-
---Ja....
-
---Schrijft u?
-
---Voor het eerst.
-
---Een novelle?
-
---Neen, een artikel.
-
---Een artikel? Waarover??
-
-Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte
-vroolijk.
-
---Dat had u nooit gedacht, niet waar?
-
---Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend
-aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In
-het Hollandsch?
-
---In het Hollandsch.
-
---Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen....
-
-Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem
-bonbons. Hij knabbelde er ettelijke.
-
---Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig?
-
---Soms ben ik heel ernstig.
-
---Ik ook....
-
---Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel
-ernstig geworden.
-
-Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan.
-
---U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap.
-Wat u wil, dat gebeurt.
-
---Soms....
-
---Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. _Als_ ik wil.
-Maar meestal wil ik niet.
-
---Verleden wilde u wel....
-
-Hij lachte.
-
---Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan
-u.
-
---Wie weet!
-
-Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit
-het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in.
-
---Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig.
-
---Wat?
-
---Een souvenir aan onze eerste kennismaking.
-
---Het is charmant van u. Wat zal het zijn?
-
-Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij
-opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in
-den vorm van een volant, voor een laag lijf.
-
---Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met
-zooveel genot.
-
-Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij
-hem doorzien.
-
---Zoo moet u het dragen....
-
-Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den
-eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien,
-zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn
-geschenk. Hij ging zitten.
-
---Ik ben blij, dat u het aanneemt.
-
---Heeft u Miss Hope ook wat gegeven?
-
-Hij lachte, zijn overwinnaarslachje.
-
---Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan
-u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant.
-
---Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken?
-
---Ach! lachte hij.
-
---Welke carrière?
-
---Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij?
-
---Hoe meent u?
-
---Zoû ik haar trouwen?
-
---Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen....
-
-Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze
-toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen.
-
---Dus voor vrije liefde?
-
---Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen....
-
-Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had
-hij misschien nog getwijfeld.
-
---En.... vindt u mij ontwikkeld?
-
-Zij lachte, coquet, met even iets van minachting.
-
---Hoor eens, wil u ernstig spreken?
-
---Heel graag.
-
---Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde.
-
---Dus ben ik niet ontwikkeld?
-
---Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling.
-
---Dus ben ik niet modern?
-
---Neen, sprak zij, een beetje geërgerd.
-
---Leer mij modern zijn.
-
-Zij lachte nerveus.
-
---Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania _niet_ te
-trouwen.
-
---Waarom niet?
-
---Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief,
-Amerikaansch parvenuetje....
-
---Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft....
-
-Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op.
-
---Doe het dan, sprak ze onverschillig.
-
---Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet.
-
---En uw papa? En de marchesa?
-
---Wat weet u daarvan?
-
---O, alles.... en niets!
-
---U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat
-weet u van mijn vader en van de marchesa?
-
---Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien
-millioen?
-
-Hij zag haar in stupefactie aan.
-
---Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf
-millioen.... Dollars of lire?
-
-Hij sloeg de handen in elkaâr.
-
---U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe
-weet u? Hoe weèt u? Weet u alles??
-
-Zij wierp zich achterover en lachte.
-
---Alles....
-
---Maar hoé?
-
-Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde.
-
---Zeg mij....
-
---Neen. Dat is mijn geheim....
-
---En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag?
-
---Ik durf niet raden in uw belang.
-
---En wat Urania betreft?
-
---Raad ik haar af.
-
---Hèeft u haar al afgeraden?
-
---Zoo nu en dan....
-
---U is dus mijn vijand? riep hij boos.
-
---Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin....
-
---Een vriendin? Tot hoever?
-
---Tot zoo ver _ik_ gaan wil.
-
---Niet tot zoo ver _ik_ wil...?
-
---O, neen nooit!
-
---Maar misschien willen wij even ver?
-
-Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna
-kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de
-knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren.
-
---O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen.
-
-Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak:
-
---Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen!
-
-Zij lachte hem uit. Hij stond op.
-
---Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij.
-
-Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar.
-
---Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik
-niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we
-spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te
-trouwen?
-
---Wat kan ik doen, als _u_ me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als
-een lieve vriendin....
-
-Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor
-hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen;
-hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden.
-
---Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar
-millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft
-kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten.
-
---Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan
-komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....--hij
-trok een tragisch gezicht--: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik
-toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ...
-zal elders zijn....
-
---Waar?
-
---Met de richting der vrouwenbeweging meê.
-
-Zij lachte.
-
---Nu wil ik dan lief zijn?
-
---Ja....
-
---En u beloven te helpen?
-
-Wat kon het haar schelen?
-
---O, engel, demon! riep hij uit.
-
-Hij knabbelde een bonbon.
-
---En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend.
-
-Zij trok de wenkbrauwen op.
-
---Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst.
-
---En aan u.
-
-Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin.
-
---En aan mij.
-
---U dineert dikwijls met hem.
-
---Ja.
-
---Dineer ook eens met mij.
-
---O, heel gaarne.
-
---Morgen avond? Waar?
-
---Waar u wil.
-
---In het Grand-Hôtel?
-
---Vraag er dan Urania bij.
-
---Waarom wij niet alleen?
-
---Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik
-zal haar chaperonneeren.
-
---U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van
-der Staal mij ook het genoegen te doen....
-
---Ik zal het doen.
-
---Dan tot morgen, half negen?
-
---Tot morgen, half negen.
-
-Hij stond op, om afscheid te nemen.
-
---Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik
-liever....
-
---Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet.
-
---U zoo koel.
-
---En u denkt lang niet genoeg aan Urania.
-
---Ik denk aan de vrouwenbeweging.
-
-Hij ging zitten.
-
---Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij
-kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal.
-
-Hij kuste hare hand.
-
---U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de
-interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet.
-
---Omdat ik drukproeven corrigeer.
-
---Omdat u is, die u is....
-
-En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend:
-
---Ik zal u nooit kunnen vergeten....
-
-En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was
-zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur:
-zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen
-iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag.
-Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen....
-Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren.
-
-En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur
-kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje,
-het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had
-opgehouden.
-
-
-
-
-XXIII.
-
-
-Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar
-Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het
-was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel,
-en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst
-uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste
-huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de
-antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest,
-blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel
-nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op
-zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene
-met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje
-gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder
-wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een
-ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde
-vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest--meende men--;
-zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met
-dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men
-had er spoedig alles van geweten....
-
-Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en
-zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos
-was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog
-in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende
-over een fraze in haar brochure--werd er geklopt, bracht de meid
-haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde.
-Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare
-chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk
-overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een
-hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat
-de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor
-Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet
-haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust
-was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als
-getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar
-niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen
-dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort....
-Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende
-haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel,
-antwoordde zij eindelijk:
-
---Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever
-hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer
-bewijst....
-
---Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben....
-
---En wat ben je dan?
-
---Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom
-stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie?
-
---Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio
-flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat
-mij niets aan....
-
---Een reden te meer.
-
---Het is afgesproken, hoor kindje.
-
-Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg:
-
---En blijven wij toch "good friends?"
-
---Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te
-brouilleeren? Ik zie er geen....
-
-Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had
-tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij
-later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van
-het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige
-hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij
-de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij
-stond op, rekte zich uit.
-
---Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen....
-
-Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de
-zitkamer. Urania weende.
-
---Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je
-huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je
-bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je
-denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin
-di San Stefano wordt?
-
---Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik
-weet het niet....
-
-Cornélie haalde de schouders op.
-
---Je bent nog verstandiger dan ik dacht....
-
---Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik
-vertrouwen op je raad?
-
---Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten.
-
-Urania vatte haar hand.
-
---Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet?
-
-Cornélie zag haar diep in de oogen.
-
---Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het
-denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû
-niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets
-socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel....
-
---Ik ook niet....
-
---Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren,
-dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik
-antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal
-koud.
-
---En je noemt je mijn vriendin....
-
---Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan
-niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten....
-
---Je bent coquet....
-
---Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio.
-
---Heusch?
-
---Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als
-het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel
-ik het niet.
-
---Je houdt van Mr. Van der Staal?
-
---Heel veel....
-
---Ga je met hem trouwen, Cornélie?
-
---Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk
-is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo
-overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan.
-Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di
-Spagna....
-
-Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij
-Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten,
-hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins.
-
---Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar
-huis?
-
---Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer.
-
---Wat?
-
---Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het
-Grand-Hôtel en geen champagne.
-
---Waarom niet?
-
---De aanstaande prinses wil het niet.
-
---Is zij jaloersch?
-
---Cornélie vertelde hem van de scène.
-
---En u mag zelfs niet met me meêloopen.
-
---Jawel.
-
---Neen, neen.
-
---Ik doe het toch.
-
---Dus het recht van den man, van den sterkste?
-
---Juist.
-
---Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn
-roeping ongetrouw.
-
---U is allerliefst ... als altijd.
-
---Dat mag u niet meer zeggen.
-
---Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar
-trouwen?
-
-Cornélie schaterlachte.
-
---U vraagt beiden _mij_ raad!
-
---Ja, ja, wat denkt u?
-
---Zeker, trouw haar!
-
-Hij zag niet hare minachting.
-
---Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en
-lachte.
-
-Nu zag hij er iets van.
-
---U veracht mij, ons beiden misschien.
-
---O, neen....
-
---Zeg mij, dat u me niet veracht.
-
---U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar
-dat niet alleen moet reizen. En u....
-
---En ik?
-
---U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u....
-
---Dadelijk, dadelijk....
-
-Hij kocht het boeketje.
-
---U is zoo dol op viooltjes, niet waar....
-
---Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij
-afscheid van elkaâr.
-
---Neen, ik breng u thuis.
-
---Ik ga niet naar huis.
-
---Waarheen dan?
-
---Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar.
-
---Hij is wel gelukkig!
-
---Waarlijk?
-
---Kan het anders!
-
---Ik weet het niet. Dag, prins.
-
---Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen.
-
---Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik
-geloof....
-
---Wat....
-
---Dat Duco precies is als Urania....
-
---Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr?
-
---Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de
-viooltjes.
-
-Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat
-Duco door het raam hun afscheid had gezien.
-
-
-
-
-XXIV.
-
-
-Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en
-zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had.
-
---Wat is er? vroeg zij lief.
-
---Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken.
-
---Waarover?
-
---Je doet niet goed.
-
---In welk opzicht?
-
---Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem
-dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak
-hij--en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de
-restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder
-beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem
-in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt.
-Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet.
-De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem
-aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te
-gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van
-je hoû--waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je
-stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij
-spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden.
-En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij
-spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat
-is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden
-je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen.
-Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven?
-Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik
-begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat
-vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb
-je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar
-ik voel toch, dat _dit_ niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet
-meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren,
-het was me een marteling....
-
---Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar
-waarom?
-
---Waarom? Waarom? Je vernedert je.
-
---Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil _ik_ spreken. Ik ben niet hoog.
-Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler
-zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon
-vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco,
-nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel
-een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat _ik_ ook
-veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos
-zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met
-je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar
-vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar
-soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou.
-Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te
-hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er
-is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik
-daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht?
-
-Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en
-hij antwoordde niet.
-
---Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om
-tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik
-ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou
-vergeet ik niet.
-
-Hij zag haar glanzend aan.
-
---Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer?
-Geef me een hand, wees niet boos meer....
-
-Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers.
-
---Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie,
-word mijn vrouw.
-
-Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en
-staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden
-op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit
-voor hen neêrgezet en trok zich terug.
-
-Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem
-en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had
-kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden.
-
---Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag
-in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde
-natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het
-kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het
-niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige
-gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde....
-Wat het dan wel is...?
-
-Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij
-het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort:
-
---Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik
-weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die
-gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het
-huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het
-huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het
-huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk,
-maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke
-moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze
-banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd--en ik geloof die belofte
-te houden--dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is
-er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje
-van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar
-ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû
-hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik
-opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort
-om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor
-behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk,
-er is de kwestie der kinderen, er _zijn_ velerlei moeilijkheden.... Ik
-kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat
-_ik_ ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je
-niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb
-je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik.
-Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te
-hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu
-kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit
-eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie,
-trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe
-hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven,
-heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet
-... ben ik alleen met Gilio....
-
-Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den
-kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen.
-Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op
-van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open
-waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan
-de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en
-sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand.
-Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs
-de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps
-Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op
-een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in
-zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en
-omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij
-gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem
-daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid,
-en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in
-zijn armen.
-
-
-
-
-XXV.
-
-
-Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn
-moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende
-aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet
-Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal
-en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie
-minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco
-begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar
-aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en
-wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden
-het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide
-aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten
-tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels
-niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde,
-in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan.
-En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en
-louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden
-zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri
-en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk
-gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen
-zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten
-en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo
-rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid
-werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk
-verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun
-geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen
-de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi,
-aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente:
-de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag
-wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van
-den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook.
-
-Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle
-touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat
-zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek,
-dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij
-hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in
-elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige
-bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt.
-
-Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar
-Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in
-zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun
-droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder
-dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen
-der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende
-met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn
-liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring
-was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet
-zagen en de gewone menschen niet ontmoetten.
-
-Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer
-van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij
-zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij
-dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen
-liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar
-eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun
-droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof
-een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat
-zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij
-nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest,
-zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het
-oude kasteel _a dear old house_, de oude man _a dear old man_. Zij
-zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel.
-Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor
-Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden
-ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader
-kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op
-tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend
-détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij
-zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice:
-het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende,
-vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de
-monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de
-Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio....
-De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar,
-fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En
-de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij
-naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien....
-
-Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te
-bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach:
-
---Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau
-en een titel zouden mij niet gelukkig maken.
-
---Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan
-kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg....
-
-En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden--hunne vingers
-in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,--dat ook _zij_ gelukkig
-waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op:
-zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel
-op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende
-bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen
-van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan
-werkelijkheid.
-
-
-
-
-XXVI.
-
-
-De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen
-ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed
-in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem
-werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere
-rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar
-oogen, blijdschap om haar mond--van nerveuze aandoening trilden
-zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië
-welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige
-kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden
-van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken:
-natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van
-de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt
-tot water--en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps
-gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en
-overwinning.
-
-Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken,
-bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid
-was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging.
-Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf
-zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn
-tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep
-van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal.
-Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel
-Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging
-zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie
-van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij
-schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid,
-wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet
-waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw
-der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets--en
-zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een
-groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels
-en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en
-haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter
-en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet
-het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als
-centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de
-verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken
-van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en
-geleiding....
-
-En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat
-_zij_ leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur,
-waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat _hij_ als op
-zijn schets--heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,--een moderne stad
-zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen
-natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral
-voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart
-van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar
-wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en
-gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk
-zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien
-en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid,
-waarin zij droomden--terwijl het was zuivere waarheid en voelbare
-werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal
-van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke
-lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij
-bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch
-aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart,
-maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en
-zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij
-dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie
-elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen:
-enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi;
-andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;--hij
-zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los
-uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare
-gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed,
-de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der
-liefdezusters--zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster
-modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening
-van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval
-tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie
-overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene
-mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen
-snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening
-was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar
-modern--nerveus en morbide--en toch zonder conventioneel ideaal
-van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische
-harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de
-ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer
-en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte
-lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij
-voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang
-gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en
-zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende
-vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij
-met enkele veegjes van wit en tikken van licht--of hij licht had onder
-zijn kleuren--de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij
-haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar
-naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee,
-tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij
-langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug
-tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar
-de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders
-blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch
-gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de
-verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten....
-
-
-
-
-XXVII.
-
-
-En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele
-gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en
-het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een
-wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn
-figuren karakterizeerde--en ze liep langzaam dalende lijn af naar een
-sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen
-staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een
-wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen
-haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de
-diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen
-orchideeën, als monden van liefde....
-
-Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling
-deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er
-niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking,
-spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er
-zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het
-wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote
-aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen....
-
-En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en
-werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam
-een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare
-afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en
-overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze
-weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de
-"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide.
-
-Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke
-lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter
-zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel
-scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen
-de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze,
-zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen....
-
-Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en
-Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van
-geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter
-met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio
-naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen
-weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield
-alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die
-feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die
-feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat
-alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen
-hoe moeilijk het was--zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord
-willen staan--aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale
-en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën
-van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij
-genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij
-was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in
-de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij
-hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes....
-Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal
-wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen,
-al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen
-Duco en haar, Cornélie--al nam de Romeinsche wereld hen tijdens
-die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als
-landgenooten--wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier.
-Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met
-wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen
-voor hen uit....
-
-Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief
-ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke
-bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit.
-Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet
-dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht
-van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al
-lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten
-verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter;
-mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad;
-de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij
-had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein
-kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg
-haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen
-en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had
-verkeerd gehandeld--maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar,
-zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen.
-
-Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was
-in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht
-haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog
-wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en
-ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde
-haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich
-te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem
-vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij
-drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag
-met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende
-Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst,
-daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat
-ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend
-hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar
-vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij
-doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat
-zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare
-kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog
-genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal
-zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben.
-Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar
-dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat
-dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met
-hem. Hij had wel genoeg--een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij
-verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en
-kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein
-aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat
-zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over
-een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet
-noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht.
-Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij
-gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en
-hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken
-in de Via dei Serpenti--en dineerden in de osteria. Cornélie stelde
-voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis
-gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats
-innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter
-dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun
-toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van
-schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van
-een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede.
-Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van
-niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend
-en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter
-aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een
-land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende
-kunst.
-
-Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in
-zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag
-aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar
-nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren
-voor hun leven van geluk en eenvoud.
-
-En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met
-hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen
-onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef
-zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie
-af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen
-allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen
-van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte.
-En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets
-dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en
-lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag
-naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan
-kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde,
-dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver,
-maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld,
-verslapte--momenteel--zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû _zij_
-moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon
-niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû
-willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen
-blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden,
-werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij?
-Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving
-haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden:
-zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een
-blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan
-wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein,
-zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon.
-En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor
-Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en
-begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van
-Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in
-het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden
-was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even
-hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef
-enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op,
-hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk
-geluk....
-
-En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl
-van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige
-reisbrief....
-
-Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat
-behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar
-ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor
-hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij
-een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij.
-En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam
-aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij
-elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden.
-
-
-
-
-XXVIII.
-
-
-Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van
-Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten,
-weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op
-een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de
-zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti,
-over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste
-bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende
-oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met
-een blijden glimlach en trad haastig op haar toe.
-
---Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome
-en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend
-zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan
-weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier
-weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet
-eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen?
-
---Ik kon waarlijk niet komen....
-
---Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men
-vertelde mij, dat u verhuisd was....
-
-Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen.
-Zij zweeg.
-
---Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met
-bedoeling.... Waar gaat u heen?
-
---Ik moet naar het postkantoor.
-
---Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm
-om te wandelen?
-
---O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met
-Urania?
-
---Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig
-prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken.
-Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn
-huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio!
-
---Waarom?
-
---U wist, niet waar--hoe weet ik nog niet--u wist voor hoeveel ik me
-verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia,
-wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk.
-Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij
-kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet.
-Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen
-daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante
-kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat
-had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest.
-Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer
-zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze
-kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was
-rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu
-niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had
-dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante,
-de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr
-wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad,
-tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora,
-ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze
-met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de
-vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie
-millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het
-dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn
-zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies
-hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig.
-Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke
-vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice
-en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre
-in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij
-"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of
-daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken.
-Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen
-als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet
-uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er
-aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven
-dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû
-Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar
-vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart
-meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen
-mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we
-heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een
-beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit
-veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is
-onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is
-het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn,
-om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich
-in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin,
-ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen.
-Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen
-had in een kousenfabriek te Chicago??
-
-Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep
-ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had
-behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen
-en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en
-hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten
-aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij
-gevoel had voor San Stefano.
-
---O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit
-gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de
-tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U
-wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u
-een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een
-bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik
-eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu
-gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van
-gehoord in onze wereld.
-
---Uw wereld is de mijne niet, prins.
-
---Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën
-hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig
-doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan
-versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel
-gemakkelijk.... Maar dàt mag niet!
-
---Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer.
-
---Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want
-ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och
-toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees
-barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het
-aan Urania zeggen....
-
-Zij lachte.
-
---Wat?
-
---Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres
-voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal....
-
-Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan.
-
---Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes
-neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag
-verklaren.
-
-Hij was blijkbaar verlucht.
-
---Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano?
-
---Neen, ik kan niet, heusch niet.
-
---Waarom niet?
-
---In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn
-verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig.
-
-Hij haalde de schouders op.
-
---Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere
-convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd.
-
---Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet....
-
---Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend.
-
---Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te
-treden.
-
-Hij vouwde de handen.
-
---Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen
-wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom
-te San Stefano.
-
-Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij:
-
---Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ...
-dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten.
-
---Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen
-vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen"
-van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe
-dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik
-zal haar voorstellen u spoedig te vragen....
-
---Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet....
-
---Waarom niet?
-
-Zij zag hem lang aan.
-
---Wil ik heel eerlijk zijn?
-
---Natuurlijk.
-
-Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil
-op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan.
-
---Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden.
-Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje
-verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een
-artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig
-en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit
-oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen
-in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven
-woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij
-scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik
-niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen
-geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe....
-
-Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen;
-nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch
-meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg.
-
---Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig....
-
-Zij glimlachte en haalde de schouders op.
-
---Wat wil u? Dat ik er over jammer?
-
---Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij
-uit. Hoe is Van der Staal er onder?
-
---Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele
-moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent
-te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen
-ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San
-Stefano.
-
---Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld
-gevraagd?
-
---Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet
-bij ons opgekomen.
-
---Te fier?
-
---Te fier, ja.
-
---Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar
-honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal
-Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb.
-
---Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet
-aannemen.
-
---Van _mij_ niet?
-
---Neen.
-
---Van Urania niet?
-
---Ook niet van haar.
-
---Waarom?
-
---Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen.
-
---Een mooi principe. Maar voor het oogenblik.
-
---Blijf ik het nog getrouw.
-
---Mag ik u wat zeggen.
-
---Wat dan?
-
---Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging
-met de hand en fronste de wenkbrauwen.
-
---Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet
-in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan
-ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik
-vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik
-waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten
-ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u
-niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons
-rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft.
-
-Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels.
-
---Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar
-leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een
-tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis?
-
-Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had.
-
---Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij.
-
-Zij dankte glimlachend van neen.
-
---Eet u thuis? vroeg hij.
-
-Zij keek hem komisch aan.
-
---Ja, zeide zij.
-
-Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen.
-
---Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel
-mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet
-in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij
-kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij!
-
-Zijn tranen kon hij niet weêrhouden.
-
---Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach.
-
-Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het
-atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig.
-Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam
-de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier
-binnentrad.
-
-
-
-
-XXIX.
-
-
-Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware
-hoofdpijn en zij zette zich naast hem.
-
---Wel? vroeg hij.
-
---De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij
-beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij
-herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben.
-
---De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets
-te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen.
-
-Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar
-hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd.
-
---Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij.
-
---Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan?
-
---Neen, neen ... Dan ga _ik_. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen
-wel koopen, maar nooit verkoopen.
-
---Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd
-wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag
-van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar
-ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb?
-
---Neen.
-
---Den prins.
-
-Zijn voorhoofd fronste.
-
---Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij.
-
---Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik
-geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van
-avond, heel eenvoudig.
-
---Neen, ik heb geen lust....
-
-Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee.
-
---Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een
-boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger?
-
---Neen, zeide hij ontwijkend.
-
-Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij
-sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij
-zich naast hem, ook met een kopje in de hand.
-
---Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria....
-
-Zij toonde hem lachend haar leêge beurs.
-
---Hier zijn de postzegels, sprak ze.
-
-Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens.
-
---Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb
-ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen.
-Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt.
-Het zoû je opgewekt hebben.
-
---Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn....
-
-Zij zweeg even. Toen zeide zij:
-
---De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij
-woû me tweehonderd lire geven....
-
---Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest.
-
---Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano,
-waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd.
-
---Waarom?
-
---Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben,
-wel?
-
---Neen, sprak hij mat.
-
-Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd.
-Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht
-buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel
-van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun
-onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels
-der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's
-tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van
-zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers--waren als een
-opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste
-licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der
-Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende
-het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij
-harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen
-ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire,
-want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach
-bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing
-zijn hand.
-
-Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende,
-dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde
-te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij
-had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half
-fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte
-het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en
-zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en
-bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde
-in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel
-moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch
-geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van
-lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch
-en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht;
-nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van
-een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst
-duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen,
-banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de
-extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht
-zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En
-hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken
-zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij:
-hij had honger....
-
-Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de
-prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets
-in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op.
-
---Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen
-lust uit te gaan--hij heeft gewerkt en is moê--en ik had niemand om u
-een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen.
-
---Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te
-hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...!
-
-En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van
-verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco--onwillig,
-stroef--over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders
-op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn
-gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge
-repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een
-pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om
-meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd
-had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat
-zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem;
-maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering
-voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje
-glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en
-duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat
-gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de
-dialoog van een Fransch tooneelstuk.
-
-
-
-
-XXX.
-
-
-Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel
-vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje:
-
- Waarde Prins.
-
- Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo
- vriendelijk mij uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo
- vriendschappelijk aanbod te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u
- mij niet al te grillig vindt als ik mij van daag tot u wend met
- het verzoek: leen mij, wat u mij gisteren wilde aanbieden.
-
- Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te
- kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania
- te zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn
- braceletten willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor
- heel weinig geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven,
- maar éen was ik wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want
- ik had geen soldo meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw
- vriendschap en u vragen: sluit in een couvert de tweehonderd lire
- en laat mij die _zelve_ komen afhalen bij den portier. Ontvang bij
- voorbaat de betuiging mijner innige erkentelijkheid.
-
- Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een
- paar uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij
- goed. Hoe gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van
- geldelijke zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco
- ophoud. Tobben over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in
- zijn werkkracht. Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over,
- en vraag u dus uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim.
-
- Nogmaals: ik ben u innig dankbaar.
-
- CORNÉLIE DE RETZ.
-
-
-Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo
-Ruspoli.
-
---Is zijne Excellentie al vertrokken?
-
-De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk.
-
---Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief
-en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij
-even te halen....
-
-Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief.
-
-Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de
-enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje:
-
- Mijn zeer vereerde.
-
- Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo
- zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te
- handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend,
- met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen
- en te behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk
- niet zeggen: neem ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo
- vrijpostig u een souvenir te zenden. Toen ik namelijk las, dat u
- zich gedwongen gevoeld had een bracelet te verkoopen, deed mij
- deze mededeeling zulk een hevige smart aan, dat ik zonder mij te
- bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, zoo goed ik kon, een
- armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten smeek te willen
- aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, zoowel voor
- Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven.
-
- Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft
- mijn hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs
- op den allerhoogsten prijs stel.
-
- Uw zeer nederige dienaar,
-
- VIRGILIO DI F.B.
-
-
-Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband
-in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en
-saffieren.
-
-
-
-
-XXXI.
-
-
-In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden
-gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie
-gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te
-dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen
-waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte
-met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om
-elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in
-een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de
-aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te
-Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest
-zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn
-groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had
-gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en
-toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat
-hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht,
-had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange
-zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde
-uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe
-blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu
-hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een
-trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge
-en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de
-menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was
-iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde
-als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden
-Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof
-genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte
-haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem,
-en trotsch op hun leven en op hun geluk.
-
-Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de
-beschouwingen over haar brochure--bestrijdingen dikwijls, maar nooit
-kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze
-zaak te voeren--; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel
-in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is
-zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op
-de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na
-eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding
-alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en
-leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet
-uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit
-nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde
-voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij
-herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring,
-zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver
-was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had
-zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere
-van hemzelven; nu voelde zij hem--om zijn kunst--hoog, edel, zonder
-bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar
-ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots
-en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij
-nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel,
-dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En
-zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig
-huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo
-véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid
-bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve.
-Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk....
-
-Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania
-niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen
-zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de
-oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van
-haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom,
-zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat
-eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar
-trotschheid--niet schijnbaar, maar in werkelijkheid--zoodra zij vreesde
-voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het
-een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet
-over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat
-zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet
-leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met
-zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid
-en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij
-niet van Gilio's bracelet....
-
-Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen
-zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb
-verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist
-het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het
-niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te
-dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins.
-Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn
-bereidwilligheid haar bij te staan.
-
-En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij
-wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure.
-Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel
-eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was
-het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten.
-
-Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden
-luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op
-waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn
-levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend
-van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn
-omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag
-zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om
-hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen.
-
-
-EINDE VAN HET EERSTE DEEL.
-
-
- * * * * *
-
-
-LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID
-
-DOOR
-
-LOUIS COUPERUS
-
-TWEEDE DEEL
-
-L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM
-
-1887
-
- * * * * *
-
-
-XXXII.
-
-
-Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel
-stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het
-kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het
-allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam
-doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene
-invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en
-werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus,
-dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij
-begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek....
-
-De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier,
-steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid
-en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde
-Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen
-komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû
-aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar
-met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit
-te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl
-Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om
-Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover
-het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend
-niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn.
-Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo
-geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag.
-
-Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig
-kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele
-dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem
-verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die
-zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder
-haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum
-vastgesteld....
-
-Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig
-te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in.
-Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp
-haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg
-of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide
-vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten
-soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin
-houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan
-een stervende.
-
-De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge
-was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn.
-
-Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie,
-vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein
-schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden.
-Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van
-vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed.
-
---Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet
-mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...!
-
-Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte
-meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen
-glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen.
-
---Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een
-blik in het rond.
-
-Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit
-aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van
-opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de
-bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte,
-dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun
-zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde,
-rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte
-slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet,
-tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen
-buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje
---blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen
-reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd
-zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen
-van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige
-vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd
-door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger,
-tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker,
-hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en
-kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber
-droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat
-rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot
-natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen
-iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden.
-En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke
-ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief
-zich het kasteel gelijk zijn sombere waker.
-
-De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een
-bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine
-stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en
-alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den
-Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn
-proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins.
-
---Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij
-opgetogen en drukte hare handen.
-
-Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier,
-met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den
-koffer brengen naar het kasteel.
-
---Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog
-nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u
-de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom....
-
-Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met
-zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind.
-Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over
-de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees,
-lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in
-eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen
-van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van
-engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof
-van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had
-tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het
-allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof
-waren gezonken tusschen iedere voeg.
-
-De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen
-van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd
-en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets
-klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de
-neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder
-steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de
-in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met
-plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper
-neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide
-heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn
-mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen
-trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot
-plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar
-en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem
-bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer,
-tusschen hemel en meer.
-
-De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep,
-smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek
-niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken
-de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer
-zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een
-bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed,
-gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot
-uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen,
-over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede
-gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een
-vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen
-uit.
-
-Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en
-bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters
-stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En
-nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie
-op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere
-schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van
-cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was
-veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi
-meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd,
-meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had
-gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie
-verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond
-scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen;
-haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie
-had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio,
-hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed
-was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi.
-En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en
-nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel
-nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van
-ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde.
-En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar
-met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe
-familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's
-kennissen--vooral de dames--sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had
-al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren
-zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope,
-tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige
-was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen
-om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij
-niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio
-frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten
-met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij
-een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even,
-ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker.
-Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel--al
-de beroemde namen van Italië--die haar neêrbuigend bejegenden, en
-altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime
-bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid.
-Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio
-om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam,
-en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar
-als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar
-eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke
-millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar _zij_ hield
-die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen
-zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar
-pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren.
-Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht:
-wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een
-Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's
-oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de
-Romeinen?
-
-Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als
-"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor
-anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij
-voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu
-haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar,
-die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd
-had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West.
-Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû
-hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie
-gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit
-had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week.
-Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde
-beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens,
-oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar
-mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde
-in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie,
-maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen,
-die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde,
-fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania
-herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger,
-tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij,
-Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat
-Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar
-haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch....
-
-En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen,
-scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen,
-wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu
-den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde
-voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch,
-wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar
-armen, zij troostte haar--het schreiende prinsesje--als met een nieuwe
-vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer
-als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de
-waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat
-zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar
-moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien....
-
-Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen,
-zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees
-edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor
-zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht
-over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat
-Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en
-fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid,
-stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen
-op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit
-den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot,
-waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar
-wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te
-duren, nog enkele geslachten na....
-
-Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot....
-Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is
-alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van
-eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien....
-
-En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif
-van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de
-lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare
-oogen, tusschen het meer en den hemel.
-
-
-
-
-XXXIII.
-
-
-Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den
-corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort;
-plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen
-twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een
-atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van
-Mantegna--in beeld gebrachte daden der San Stefano's--welfden naar een
-koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar,
-rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten.
-
-Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het
-terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij
-naar haar toe.
-
---Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag
-ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel
-geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien
-er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène
-daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is
-gesloten. Wacht....
-
-Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar
-met zwaren sleuteltros en bood ze den prins.
-
---Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel.
-
-De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de
-reliefs.
-
---Giovanni da Bologna, zeide hij.
-
-Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond
-van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht
-der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door
-Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum,
-met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den
-adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom,
-bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast
-hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels
-waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken.
-Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de
-kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen
-paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele,
-zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus,
-Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt
-waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane
-weefsels, en alle kleur neutralizeerde.
-
-Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als
-een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen,
-een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de
-meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van
-leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor
-fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren
-her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls
-over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de
-spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als
-een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde
-en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar
-zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor
-uitkomend, dat hij niet meer wist.
-
---En hier is de camera degli sposi....
-
-Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende
-knarsend toen de deur, en zij traden binnen.
-
-En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een
-groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd
-en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de
-geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus
-met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid
-der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en
-sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en
-zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van
-goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en
-verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende
-glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop
-de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar
-àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van
-bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de
-stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over
-hadden gespreid.
-
---Wat is dit mooi! zei Cornélie.
-
---Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden
-die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek.
-Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht.
-Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij
-hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania!
-Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente
-godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania
-is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die
-doem van haar overneem....
-
---In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet
-gerept?
-
---Neen, daar werd--en wordt nog altijd--heel weinig prijs op
-gesteld....
-
---Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het
-hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien!
-Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen
-weeklagend er om.... Het is een sprookje....
-
---Het is mij te veel goud....
-
---Misschien was het vroeger zoo, te veel goud....
-
---Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu
-voorbij....
-
---Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd....
-
---De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel
-bemind.
-
-Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde
-een toespeling.
-
-Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de
-tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden
-cupido's met duiven.
-
---Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar
-middel. Engel, engel!
-
-Zij weerde hem af.
-
---Prins....
-
---Zeg Gilio...!
-
---Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven....
-
---Omdat ik meer dan vriendschap wil.
-
-Zij maakte zich nu geheel los.
-
---Ik niet, antwoordde zij koel.
-
---Heeft u dan alleen éen lief?
-
---Ja....
-
---Dat kan niet zijn.
-
---Waarom....
-
---Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der
-Staal, zoû u hem trouwen.
-
---Ik ben tegen het huwelijk.
-
---Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn,
-mag ik ook vragen, mijn moment van liefde.
-
-Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting.
-
---U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en
-medelijdend.
-
---U mij wel.
-
---O ja. U is zoo heel eenvoudig.
-
---Waarom wil u niet?
-
---Omdat ik niet wil.
-
---Waarom niet?
-
---Omdat ik niet voor u voel.
-
---Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen.
-
---Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om
-gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt
-aan het mijne.
-
---Wat weet u van mijn temperament?
-
---Ik zie u.
-
---U is geen dokter.
-
---Ik ben een vrouw.
-
---En ik een man.
-
---Maar niet voor mij.
-
-Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat
-zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los
-en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar
-hooger richtte zij zich op.
-
---Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te
-kunnen dwingen?
-
---Natuurlijk.
-
-Zij lachte schamper.
-
---U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet
-dwingen.
-
-Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en
-weêrstaan, hij had altijd overwonnen.
-
-Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer
-open.
-
-De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was
-iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij
-was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam
-voort, aandachtig kijkend links en rechts.
-
-Hij voegde zich aan hare zijde.
-
---U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit.
-Nooit!
-
---Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik
-moest mij toch verdedigen.
-
---Waarom?
-
---Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die
-passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo
-charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie
-en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven.
-
---Neen, smeekte hij.
-
---Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het
-mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u
-zelf grof is.
-
---Ik...?
-
---Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid.
-
---Neen!
-
---Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw?
-
---Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik.
-
---Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als
-vroeger.
-
---U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken.
-
---Dus een strijd op leven en dood?
-
---Neen, op zege, voor mij....
-
-Zij waren de atrio genaderd.
-
---Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De
-camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos
-zijn.
-
-Zij bood haar hand.
-
---Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang
-gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan.
-
---Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard?
-
---Ja....
-
---Hoe kan ik dien gloed weêr dooven?
-
-Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende
-karbonkeloogen.
-
---U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken.
-
-Zij lachte.
-
---Met een zoen? vroeg zij.
-
---Demon! siste hij tusschen zijne tanden.
-
---Met een zoen? herhaalde zij.
-
---Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi.
-
---Neen, hier.
-
---Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig.
-Toen bood zij hem de hand.
-
---En nu is dit voorbij. Het incident gesloten.
-
---Engel, duivelin, siste hij haar achterna.
-
-Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het
-meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch
-achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar
-amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij
-dacht aan Duco.
-
---Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar
-hem!...
-
-Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren
-Urania en de marchesa Belloni.
-
-
-
-
-XXXIV.
-
-
-Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was
-buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de
-zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed
-of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde.
-
---Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet
-zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter
-gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr
-gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek,
-marchesa?
-
-De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier,
-op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster
-van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension;
-zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen
-op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de
-marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had
-hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar
-handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier
-haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel
-hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden
-spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een
-geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,--de markies was een broêr
-geweest van de overleden prinses--geene distinctie had, trots al hare
-kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De
-kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette,
-verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het
-palazzo Belloni.
-
---O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel
-koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een
-vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u
-terug te zien, erg veel pleizier....
-
---En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl
-zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren
-kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door
-den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit
-geloopen.
-
-De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere
-raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had
-gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare
-vraag klonk ironie en triomf.
-
---Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch.
-Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust.
-
---De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend.
-
---Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den
-Hemel....
-
---Ik dacht, dat u niet godsdienstig was?
-
---Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig.
-Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is
-geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft
-getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven.
-
-De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een
-gevaarlijke vrouw.
-
---En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u?
-
---Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar
-dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik
-geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft
-bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet
-eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw
-pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook....
-U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet
-ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend
-zoû het zeker zijn.
-
-De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan.
-
---Winstgevend....
-
---Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû
-dat winstgevend zijn.
-
---Hoe meent u?
-
---Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori,
-marchesa....
-
---Wat weet u?! Wat denkt u?
-
---Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik
-zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer,
-of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses
-Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u....
-
-De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist
-die vrouw _iets_ van haar onderhandelingen met den ouden prins en de
-monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare
-bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht?
-
-Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die
-vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte
-in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der
-gettatura, en lispelde: vade retro, satanas....
-
-In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie
-spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje
-weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof
-der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en
-engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den
-Overvloed,--nimfen met uitstortende hoornen van overvloed--was half
-antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met
-enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend
-modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een
-jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr.
-De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij
-droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een
-kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen
-ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje:
-dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo
-gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke
-handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots
-de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far
-West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude
-San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen
-dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie
-eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche
-naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een
-zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een
-beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen
-haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der
-San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di
-Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania
-een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot.
-Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen
-haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie
-met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed
-beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie
-gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat
-kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa
-neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom
-haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr
-over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte
-hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had
-hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte
-zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende
-melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn
-oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed,
-die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie
-verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg
-zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er
-vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten!
-
-Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van
-een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel.
-En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie
-haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde
-haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn
-humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de
-oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich
-op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses,
-dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden
-Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester,
-die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij
-zag Urania lachende aan, en Urania bloosde.
-
---Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem
-maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo
-Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen
-hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij
-heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu
-heb je je niet verkleed!
-
---Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar
-broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn
-kuiten aan tafel kwam.
-
-
-
-
-XXXV.
-
-
-Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met
-het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken
-beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart
-marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren
-luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal,
-maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van
-schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere
-schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker
-fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke
-oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk
-met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier
-klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd
-geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en
-waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna
-niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur
-werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man,
-die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem.
-De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de
-kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg
-een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem
-hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren,
-even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem
-met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel
-langzaam--als wijdde hij haar--een kus gaf op het voorhoofd; toen
-naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard
-knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie.
-Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de
-oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië
-haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten
-en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop
-zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die
-tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast
-zijne zuster.
-
---Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe.
-
---Cht! zeide Urania.
-
-Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir,
-plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element
-terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van
-voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat.
-Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig
-werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge
-blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst
-nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan
-op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at
-de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden.
-De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De
-luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de
-schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole
-zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen
-met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het
-Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef
-het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie
-op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft
-bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat
-beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars?
-Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd
-egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de
-levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien
-middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer:
-de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe
-levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn
-gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw
-koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de
-slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog
-geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had
-Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door
-prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,--zeventig
-jaar--, naar den jongen frisschen Far-Wester--achttien, en zag van hem
-naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier,
-in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien
-nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal,
-gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers
-geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit
-op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte.
-
-Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden
-bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet
-als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als
-een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij:
-van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede
-schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig
-kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt,
-vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan
-zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er
-steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die
-wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en
-om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar
-hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van
-een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn
-humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...!
-
-Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op
-te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds
-geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees
-op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen
-afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn
-kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De
-marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon,
-de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug
-naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in
-het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat
-hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte,
-hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes
-voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en
-vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun
-gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden
-prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's
-morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem
-schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk,
-Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan
-een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte
-haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins
-Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte
-was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect
-over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het
-kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht
-bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk
-doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst
-te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr
-stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig
-van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking
-planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de
-ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij
-bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school
-opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende
-voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het
-diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk
-van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van
-Rome, haar door de monsignori aanbevolen.--
-
-Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den
-zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom
-omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw,
-dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief
-vond--"so nice"--het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen
-der koningin--album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg--het
-meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum,
-en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst....
-
-En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San
-Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij
-doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het
-met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen.
-
-Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht,
-bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen
-zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen
-veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar
-Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in
-al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen.
-
-
-
-
-XXXVI.
-
-
-Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een
-warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij
-op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug.
-
---Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte
-Cornélie.
-
-Hij bromde wat.
-
---Hoe heeft u geslapen, prins?
-
-Hij bromde iets.
-
---Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het
-_moet_. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop,
-dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek
-weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer.
-
-Hij mopperde iets.
-
---Adieu, prins, zei Cornélie kort.
-
-En zij keerde op haar weg terug.
-
---Waar gaat u heen? vroeg hij.
-
---Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten.
-
---Maar waarom?
-
---Omdat u me niet bevalt als gastheer.
-
---Ik niet?
-
---Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft
-grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs
-een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste
-manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U
-komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en
-moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van
-galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is
-alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u
-te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer.
-
---Neen, smeekte hij.
-
---Jawel.
-
---Neen, neen.
-
---Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw
-nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij,
-terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben
-niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg
-iets liefs, zeg iets aardigs.
-
---Ik ben dol op u.
-
---Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk,
-beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer.
-
---Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft
-me geslagen.
-
---Vergeeft u nooit die zelfverdediging?
-
---Neen, nooit!
-
---Adieu, dan.
-
-Zij keerde zich om.
-
---Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij
-ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet
-grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste
-vrouw, die ik ken. Ik aanbid u.
-
---Aanbid dan in stilte, en amuzeer me.
-
-Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op
-te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op.
-
---Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn.
-
---Ik geloof er niets van.
-
---Heusch, ik heb verdriet, ik lijd....
-
---Arme prins!
-
---U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar
-uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg,
-mag ik nooit iets hopen?
-
---Niet veel.
-
---U is onverbiddelijk, en zoo streng.
-
---Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O,
-daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap?
-
---Ik zal zoet zijn.
-
---En amuzant.
-
-Hij zuchtte.
-
---Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas!
-
-Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola,
-begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze
-bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en
-hermen--nimfen, saters en faunen--wier bovenlijven eindigden in slank
-voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en
-bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een
-open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar
-een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was
-een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden
-prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur,
-een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw
-fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen
-cannelures het meer verzonk als een ovalen beker.
-
---O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt.
-
-Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner
-van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij
-straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid
-terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs
-met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den
-slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit
-en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste;
-de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van
-de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam
-plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins
-en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het
-voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania
-was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit
-piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte
-zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken
-met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet
-altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen
-haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat
-naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen,
-schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart,
-alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch,
-dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief,
-vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er
-was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak
-en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar
-parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw
-onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg,
-en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig,
-om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had
-zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde
-voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche
-meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed
-te bekleeden? Admirabile!--vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie
-in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig,
-uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn
-kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden
-van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het
-vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met
-eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed
-was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij
-wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar
-Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij
-liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag.
-En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam
-meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui
-groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden
-naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl
-Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en
-op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de
-knieën, om te bekoelen.
-
-
-
-
-XXXVII.
-
-
-Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het
-plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan
-prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie
-en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar
-Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij
-gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een
-blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels
-kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het
-meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de
-andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond
-aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de
-starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en
-achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen--de saters
-en nimfen--torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een
-betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar
-zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich
-op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte
-zich tegen hem aan.
-
---Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb,
-Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik
-dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier
-zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet
-het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te
-loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen
-binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de
-fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid
-van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola
-niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen,
-jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk!
-Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van
-je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ...
-ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven
-aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome,
-aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet,
-die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als
-dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien,
-ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik
-voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat
-me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan,
-dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento
-op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die
-parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar
-toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen
-om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik
-om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je
-zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van
-jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je
-gelooft me niet. Toch? Geloof je me?
-
---Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is
-hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om
-jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt
-uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven
-uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te
-danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik
-heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar
-wat--maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen,
-je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een
-vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste
-wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we
-toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het,
-geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons....
-
-Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een
-langen triller. Maar verder sliep alles....
-
---Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem
-geheel.
-
-De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders
-armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden--faunen
-en nimfen--slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met
-starren bepoeierde lucht.
-
-
-
-
-XXXVIII.
-
-
-Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest
-iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania
-en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel
-bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar
-malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te
-energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte
-wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos
-op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien
-avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania
-was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor
-de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en
-hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen.
-Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te
-dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men
-hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn
-temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die
-vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij
-was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië,
-zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar
-nauwlijks begreep,--ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,--
-nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de
-vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet
-stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een
-schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen
-moraal--_hij_ wist van godsdienst en van moraal--zij was des duivels;
-demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante
-Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd,
-dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks!
-Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar
-silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van
-Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras
-der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht,
-tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En
-waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met
-al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare
-uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als
-was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde
-zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen
-eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur
-van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang
-beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet,
-maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar
-en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn
-weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn
-vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest,
-was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor
-zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en
-flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal
-te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte"
-nicht--hofdame der koningin--hen voor enkele dagen kwam bezoeken,
-flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie
-te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich
-met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling.
-Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale
-Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij
-was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld,
-en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio
-nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over
-de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers
-amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare,
-onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van
-het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of
-_zij_ begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel
-goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij--questa Cornelia,--meer
-van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio
-lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te
-praten.
-
-Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich
-met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den
-architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te
-verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met
-geld, en het bedierf alles.
-
-Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den
-architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in
-elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden.
-En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en
-Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en
-geregeld--meende Duco--, met artistiek te schikken wat nu zonder
-gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen?
-vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen,
-maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het
-was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld.
-Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins
-was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier,
-duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het
-geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan
-haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek:
-hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten,
-charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het
-was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit
-onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit
-Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude
-prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen,
-verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig.
-Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer
-in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen
-waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens
-een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio.
-Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten,
-maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris,
-die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in
-verontschuldiging.
-
-
-
-
-XXXIX.
-
-
-Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd.
-Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de
-pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte
-schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg
-hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden
-sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en
-sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde
-aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep
-hij...?
-
-Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan
-de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken
-stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep
-terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding.
-Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de
-gravin....
-
-Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen
-niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich
-verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort
-achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag
-hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr
-uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank....
-Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch
-vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio,
-maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown:
-zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij
-boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een
-ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets
-innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij
-niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem,
-Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht
-tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede
-en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid
-tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet
-langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste
-verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van
-achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen
-hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps
-schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel
-plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen,
-hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij
-was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat
-hij zeggen zoû. Hij boog ironisch.
-
---Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in
-den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen
-profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht
-gezelschap!
-
-Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet
-konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming.
-
---Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel
-het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur.
-
---En wat doet u hier, op dit uur?
-
---Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal....
-
---Op dit uur?
-
---Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u?
-
---Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is.
-
---Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet.
-
---En u bevalt mij heelemaal niet....
-
---Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht....
-
-Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten.
-
---Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons
-zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds
-hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan
-dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden.
-
---Onwaardig? Onwaardig?--Hij was onmachtig zich meer te
-beheerschen.--Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik
-heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel
-aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin!
-Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij
-al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt
-me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn
-geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat
-je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je
-man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij
-meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!...
-
-En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo
-onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend.
-Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet
-Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden
-elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie
-iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar
-zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in
-ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op
-Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde.
-
---Laat los! krijschte de prins.
-
---Laat dat mes los! krijschte Duco.
-
-De prins, onwillig, hield vol.
-
---Laat los! krijschte hij nog eens.
-
---Laat dat mes los Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en
-stond op.
-
---Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder
-primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met
-degen of pistool.
-
-De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven.
-
---Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt.
-Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische
-kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij
-hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel.
-Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu
-zeker, dat je me zoû dooden. _Zij_ beschermt je....
-
---Ik wensch geen duel, zei Duco.
-
-Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een
-hand ... Duco strekte de hand. Gilio drukte die.
-
---Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u
-beleedigd....
-
---Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet.
-
---Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag.
-
---Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw
-spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u
-op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u
-geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes.
-
---Wij zijn dus vijanden, voor altijd?
-
---Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis....
-
---Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn
-bloed is hevig.
-
---Ik heb u totnogtoe gekend als een heer....
-
---Ik ben ook nog een Italiaan.
-
---Ik vergeef u niet.
-
---Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn.
-
---Het is geen oogenblik het mij te herinneren.
-
---Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen.
-
---Dat is alles te vergeefs.
-
---Dus vijanden?
-
---Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis....
-
---Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt.
-
---Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis.
-
---Ik zal u voorgaan....
-
-Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort
-en liet hen het eerst binnen.
-
-Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers.
-
-Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer.
-Duco was het eerst bij zijn vertrek.
-
---Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig.
-
-Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur.
-Daar viel hij op zijn knieën.
-
---Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel.
-
---Neen, zeide zij.
-
-En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een
-oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem
-pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht.
-
---Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan
-ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik
-heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om
-hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen
-zijn, dan ik....
-
-Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een
-snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op
-zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door
-het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij
-zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten.
-De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw
-op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn
-nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen
-te strijden zoû zijn, nooit.
-
-Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug.
-
---Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore....
-
-Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een
-andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind.
-
-
-
-
-XL.
-
-
-Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge
-prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen
-in Urania's eigen salon.
-
---Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende.
-
-Cornélie vertelde haar den vorigen avond.
-
---Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het
-prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb
-er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik
-beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd
-gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het
-niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn
-natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo
-weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht.
-Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed
-doen, als je me niet vergaf....
-
---Verzoen je met Gilio en blijf nog....
-
---Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio
-heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele
-beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven.
-
---Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû
-van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik
-blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt....
-
---Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven;
-je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit
-kasteel, dat je eigen nu is.
-
---Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte
-aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio
-te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij.
-Niemand geeft hier om mij....
-
---Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel.
-
---Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel
-te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier.
-
---Prins Ercole toch....
-
---Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens
-verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen
-waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn
-familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di
-Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in
-de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze
-te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste
-is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en
-bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven.
-Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de
-juweelen van hun grootmoeders!
-
---Het is een schande! zei Cornélie.
-
---Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om
-mij....
-
---Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk.
-
---Het is waar, gaf zij zuchtende toe.
-
---Het is alles mijn schuld.
-
---Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ...
-
---Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld.
-Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome
-opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu
-moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein?
-
---Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen.
-
---Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen.
-
---Wat zal je hem zeggen?
-
---Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome
-erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt,
-omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole
-denkt.
-
---Cornélie....
-
---Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En
-vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben
-veel van je gaan houden....
-
-Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de
-prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio.
-
---Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem.
-
---Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig.
-
---Het doet mij veel leed....
-
-Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania
-snikte.
-
-
-
-
-XLI.
-
-
-In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden
-Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was
-het echter koel, eenzaam en rustig.
-
---Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en
-den prins. Waarom heb je hem geslagen?
-
-Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de
-scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en
-van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om
-hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de
-tentoonstelling in Londen voltooide.
-
---Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio
-dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet
-gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in
-staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem
-vermoord, als hij je verwond had....
-
---Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je
-lief ...
-
-Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe.
-
-Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem
-aan.
-
---Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes.
-
---Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen
-spelen....
-
-Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij
-vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien
-strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij
-wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel
-jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij
-was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door
-te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er
-niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat
-niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van
-gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek,
-na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te
-praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid
-met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust,
-een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken
-en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke
-kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in
-afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van
-kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde
-Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht
-weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek
-zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van
-Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano
-en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de
-schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak
-niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst,
-en hare vingers streelden zijn gezicht.
-
---De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig
-pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we
-gauw den prins die duizend lire teruggeven.
-
---Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes.
-
---Maar ik wil die schuld niet langer hebben ...
-
-Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming
-om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan
-zijn borst....
-
-Ben je boos, Duco?
-
---Neen ... maar je hadt het niet moeten doen....
-
-Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat
-hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had
-gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken
-over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden
-nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te
-praten.
-
---Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen....
-
-Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid.
-
---Waarom?
-
---Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de
-wereld, de menschen.
-
---Om de wereld, de menschen?
-
---Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb
-er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over,
-maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding.
-Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano
-deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit....
-
---Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die
-bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt....
-
---Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en
-Urania is de eenige vriendin, die je hebt....
-
---Ik heb jou: ik heb niemand noodig.
-
-Hij kuste haar.
-
---Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je
-meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen.
-
---Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en
-menschen als San Stefano en den prins.
-
---De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te
-midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren
-en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij
-andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan,
-zonder eenig gemeenschapsgevoel.
-
---Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën.
-
---Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd.
-
---Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig
-van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te
-rusten van al die emotie, en die warme reis.
-
---Heusch Cornélie, laten wij trouwen....
-
-Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij
-doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde....
-
---Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets
-aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere
-menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben
-niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo
-veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij
-telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons
-atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken--om aan het werk te gaan.
-Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting
-... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein
-maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent
-mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter
-van niet....
-
-Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille
-tusschen half-affe schetsen.
-
---Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor
-iets bang te zijn.
-
-Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij
-hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte
-aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit.
-
---Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster.
-Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf
-niet.
-
-Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem
-niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was
-nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het
-was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was
-het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in
-zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen
-achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren
-later zoû zij dien onwil begrijpen....
-
---Neen Duco, het is beter van niet....
-
---Denk er nu eens over na, Cornélie.
-
---Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer
-over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je
-te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik
-zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is
-beter ... van niet!
-
-Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem.
-
---Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je
-er nog altijd over denken zult.
-
-Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen.
-
---Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil
-niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom
-jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je
-schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk
-als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud
-Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een
-novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar
-gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens
-zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch: ik
-meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw
-hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende
-lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den
-afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê?
-
---Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk....
-
---Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet
-waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû
-niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de
-Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat
-was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het
-verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen.
-Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet
-vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...?
-
-Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij
-zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve
-de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was,
-om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw
-afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen
-vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten,
-over de Campagna, Venetië en Napels.
-
-En hij zette zich aan het werk.
-
-
-
-
-XLII.
-
-
-Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden
-voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd
-geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een
-enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het
-atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio
-het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst
-naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid
-te nemen, en toen zagen zij niemand meer.
-
-Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een
-schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij
-niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam
-oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus.
-Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de
-zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke
-en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en
-kazuifelkleuren.
-
-Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel,
-maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen
-van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden
-van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms
-moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms
-een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar
-toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant
-uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar
-haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe
-voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar
-frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in
-haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo
-groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna
-nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon
-gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste
-"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij
-aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij
-niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar
-het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden
-verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat
-zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en
-verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat
-het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende
-eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En
-ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem,
-niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat
-zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte
-van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar
-zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een
-onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen,
-en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo
-niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een
-geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger
-stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor
-zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare
-feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een
-huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der
-Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn
-moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk
-weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als
-hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp
-geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania
-een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had
-aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij
-zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland
-dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat
-wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en
-ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij
-zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven
-zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij
-leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk.
-
-En het bleef er bij: zij _konden_ niets veranderen, zij leefden zoo
-gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen
-af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel
-te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde
-weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist
-echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene
-harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat
-men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had
-zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat
-zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij
-sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties....
-Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde
-die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen
-het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef
-koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw.
-Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu
-aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het
-scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de
-band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen
-van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen
-haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor
-heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij
-ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets.
-Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en
-studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood
-zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar
-versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het
-salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat
-zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare
-ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap,
-voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis
-ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van
-sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen:
-
---O God, zèg mij, wat ik doen moet...!!
-
-
-
-
-XLIII.
-
-Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania
-schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie
-weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich,
-voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij
-toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het.
-Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde,
-nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het
-steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes
-van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr
-bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar
-geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief,
-hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn
-zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen
-zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij
-voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd.
-Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke
-leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als
-trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu
-voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister
-was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere
-van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te
-lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed:
-glimlachend steunden zij elkanders kracht.
-
-Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te
-San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter
-naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het
-atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij
-begroetten elkander heel innig.
-
---Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben
-blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven.
-En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent
-gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...!
-
-En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht
-vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en
-vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast
-elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg
-met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs
-tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend
-van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en
-zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen
-horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid.
-Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan,
-draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat
-haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting.
-En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van
-Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie
-lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar
-Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van
-topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat
-zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar--Urania's
---hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een
-oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig
-jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk:
-een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog
-steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld,
-coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar
-geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische
-kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te
-voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal
-in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante
-d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de
-geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een
-karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden.
-Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame,
-een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames
-hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad,
-verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig,
-capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het
-eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare
-vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk.
-Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot
-November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in
-Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie
-vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû
-Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel
-zoû het alles heel goed zijn--een gemakkelijk leven, dat haar toelachte
-na dien knak harer moreele fierheid--maar zij kon er niet aan denken
-Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij
-kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als
-een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af
-te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan
-zulk een leven--afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk--zonder
-Duco! En toen Urania weg was--zij ging door naar San Stefano--was
-Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke
-afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij
-zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn
-edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel
-haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van
-kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden,
-haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij
-hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan.
-Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te
-verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij
-hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen
-scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom
-hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende,
-een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met
-geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten
-levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen
-ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen
-te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het
-leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van
-den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich
-warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk,
-verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet
-zouden aanwijzen, beroeren, duwen....
-
-En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste
-de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte
-op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en
-de oogen sloot, als om te slapen....
-
-
-
-
-XLIV.
-
-
-Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen
-weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en
-bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden
-éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en
-moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen,
-kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid
-en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij
-niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in
-zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten
-treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij
-nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten
-bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den
-dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het
-atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met
-de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van
-het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel,
-leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots
-de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen
-door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam.
-Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit
-elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten
-staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij
-luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets
-meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het
-zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was.
-En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind,
-dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken.
-
-Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren
-te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij
-werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania
-schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley
-zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens
-opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem
-weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen
-heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met
-het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind
-tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder
-hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij
-sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf,
-haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van
-lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd,
-liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed
-weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als
-krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het
-vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer
-haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook
-hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem,
-troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr....
-Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in
-een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen,
-bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen,
-van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders,
-deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur
-op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid
-heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen
-zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden
-morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was,
-in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden
-elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten.
-Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte
-duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo
-benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp,
-haar gezicht waschte met Eau de Cologne....
-
-Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers
-haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat
-ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield
-nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel
-hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij
-at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den
-volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte
-omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij
-was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een
-paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen,
-dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam
-Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem
-danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En
-de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte
-Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet
-alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania
-lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien
-middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te
-zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie
-hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte
-met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in
-een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van
-Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was.
-Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij
-zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat
-Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel
-gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande
-dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende
-uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie,
-in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met
-den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig
-bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten
-en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed
-met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel
-bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem
-te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon
-honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit
-minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets
-noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres
-bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een
-paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin,
-alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar
-willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend
-met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol,
-zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een
-plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte.
-Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook
-Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was
-meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig
-jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om
-elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!!
-
-Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig
-toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat
-alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde
-een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene
-onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie
-verzwakt, alsof hun twee-geluk--van Duco en van haar--haar ongeschikter
-had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn
-heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en
-zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het
-was alleen de noodzakelijkheid zelve--de geleidelijkheid van de dingen
-des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs
-eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn--de noodzakelijkheid, die
-haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles
-wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar
-niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde
-haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in
-het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol
-ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen
-haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw,
-ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had
-tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist
-te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig
-over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was
-haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij
-vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te
-moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken,
-vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men
-van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men
-zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was
-bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en
-alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door
-Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr
-meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te
-zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren,
-hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om
-dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen
-brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn
-arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat
-zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten
-kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar
-brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat
-ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw
-van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met
-het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven
-haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had
-zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer,
-omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid
-woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren
-zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook
-brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef
-haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in
-Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij
-niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij
-iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek,
-de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn
-landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen
-blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen,
-of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht
-van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een
-lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen.
-Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag
-schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar
-verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om
-zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood.
-
-Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa
-twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des
-Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde
-als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan
-met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil
-van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar
-boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en
-soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best.
-Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat
-vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij.
-Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist.
-Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop
-de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van
-parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe,
-water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór
-zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd,
-haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in
-de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop
-kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main,
-waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar
-de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij
-een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling
-van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld
-porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen
-zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen,
-die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat
-moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij
-leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen
-dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat
-zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée,
-maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van
-werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare
-uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren
-het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar.
-
-Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen,
-bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet
-bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen
-morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde,
-gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit
-duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde
-zij weêr langzaam op.
-
-Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende
-bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij
-legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen,
-Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote
-Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon
-er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was
-soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen
-daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een
-anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude
-vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen,
-vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de
-Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand.
-En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's
-dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond
-eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij
-rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën,
-hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje
-teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf
-alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten
-over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot
-zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums,
-haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei
-mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet,
-ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich
-altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan
-had, was niet goed....
-
-Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude
-vrouw geregeld--haar eenige slaap--en dan kwam Urania Cornélie halen.
-Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin
-Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare
-nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De
-wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige
-laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de
-schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de
-onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio.
-
-Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd
-maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde
-bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de
-pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor
-hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren.
-Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem
-dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen,
-voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden
-overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht
-had terug gewonnen.
-
-In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur
-van haar leven, van de oude vrouw--ijdel, egoïst, onbeduidend,
-belachelijk--voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot
-zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de
-kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor
-zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het
-eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in
-den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar
-parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich.
-Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar
-heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken
-zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij
-zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de
-punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende
-zijn wandelstok. Soms plotseling--vizioen, dwarrelend door de menigte
-heen--zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen
-wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers
-tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn
-brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen
-haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde.
-
-En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij
-voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het
-voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin
-zij mat, moê, zwak, lusteloos,--meêspeelde.
-
-
-
-
-XLV.
-
-
-Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste
-wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een
-wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch,
-na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites,
-afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal,
-een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen
-en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of
-zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te
-gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een
-intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve
-ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen
-en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden
-hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar
-voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was
-een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar
-zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag
-duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als
-de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn
-vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di
-Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was.
-En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor
-haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield
-Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond
-telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier,
-dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen
-kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon,
-tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds
-zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid
-en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren
-waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren
-naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als
-verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende
-en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem
-toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken,
-zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de
-dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de
-voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam
-op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen
-oogen hatelijk uitpriemde als een naald:
-
---Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di
-Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te
-spreken....
-
-En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan,
-zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon
-heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de
-gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met
-open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die
-dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog,
-als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel
-kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij
-er met haar om gichelde van genot.
-
---Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een
-kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had.
-
---Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij.
-
-Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang
-voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg
-te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens
-toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk
-te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste
-diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl
-Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die
-zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst
-jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond
-als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op
-die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames
-zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar
-vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het
-ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar
-toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij
-zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan
-bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet
-als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur
-had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie
-gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze
-nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen
-molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk
-over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach,
-de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets
-aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie
-niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar
-nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het
-te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie
-kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren
-zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan?
-en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder
-vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes
-heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde.
-En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met
-zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome,
-aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare
-zwakte verloren had.
-
-
-
-
-XLVI.
-
-
-Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het
-waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een
-van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren
-thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed
-Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij
-behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar
-Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging
-er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en
-het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen
-weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve
-gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste
-nalatigheid te verliezen.
-
-Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare
-insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm
-vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar
-wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar
-uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op
-het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk
-hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa
-van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge
-flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen
-ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare
-excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea.
-
-Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen
-zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd
-spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het
-waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde;
-eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als
-een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen,
-die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette
-zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als
-porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen.
-Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en
-zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend
-snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand--de
-handschoenen nog niet aan--had zij een wandelstok met gouden knop,
-haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar
-ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op
-haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie,
-nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht,
-bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al
-moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij
-was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de
-eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de
-rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte
-in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare
-lange sorties--bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,--en die zij
-met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten
-kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en
-tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig.
-Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open
-en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen
-en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en
-roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht
-in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren,
-en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het
-feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van
-feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in
-schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om
-als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen
-was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen,
-achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor
-vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs.
-Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf
-slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen,
-die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een
-hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel
-van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar
-dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin
-di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal,
-waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid
-Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met
-kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere
-licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen
-twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden.
-Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien
-zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie
-wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van
-de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over
-de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar
-blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij
-liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep,
-dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van
-haar man--en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te
-walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar
-onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het
-had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de
-conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen
-als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher,
-brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de
-leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd
-geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als
-waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen
-door de zalen, voegde zich--volgens hare gewoonte--even bij Mrs.
-Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had,
-of alles goed was--en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij
-een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart
-fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch:
-
---Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den
-uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland
-geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen
-over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond
-heel veel interessants in wat u schreef.
-
---U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik
-herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het
-Vrouwencongres in Londen?
-
---Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u
-niet in Londen komen?
-
---Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon
-niet.
-
---Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest.
-Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes
-gehad.
-
---Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard....
-
---Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook
-voordeel voor de groote zaak.
-
---Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje?
-
---Twijfelt u daar dan aan?
-
---Heel dikwijls....
-
---Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven.
-
---Misschien juist daarom.
-
---Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij
-Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie
-luchten in uw karakters.
-
---Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het
-kind?
-
---Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb
-zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor
-de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure
-zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu
-bezig aan een andere brochure?
-
---Neen, helaas niet....
-
---Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen.
-
---Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een
-impulsie, uit eigen ondervinding. En toen.
-
---Toen....
-
---Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik
-vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat _vele_ vrouwen
-met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als
-zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij
-voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn.
-Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar
-eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld
-en de toekomst haar belang verliezen.
-
---Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het.
-
---Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof
-wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller
-is.
-
---U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar
-geleden schreef....
-
---Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk,
-ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû
-het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak....
-
---Niet, met een verstandige opvoeding.
-
---Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding....
-
---Van het kind, van het meisje....
-
---Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn
-zwakte zijn.
-
---Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld
-worden.
-
---U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo
-gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het
-meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij
-ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten
-zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne
-opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op
-den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze
-ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij
-zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt
-worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt.
-Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk
-hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet
-om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en
-onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die
-niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak
-bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge
-jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer
-te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich
-in stilte, bekennen _moeten_, gedwaald te hebben in hun kinderliefde.
-Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo
-dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna
-liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb....
-
-
-
-
-XLVII.
-
-
-Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge
-emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare
-vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde.
-
---Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u
-ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat
-vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er
-uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten.
-Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley?
-
---Heel gaarne, met heel veel pleizier....
-
-Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich tusschen
-andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën knikten. Zij
-bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den spiegel. Op de
-console speelden hare vingers met de orchideeën in een Venetiaansch
-glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel haar hart
-klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij zag eerst
-haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet van
-zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van
-volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met
-staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel
-mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet. Drie
-parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar witte
-veêren waaier--een geschenk van Urania--was als een schuim tegen haar
-hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den spiegel zag zij hèm.
-Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare vingers speelden met
-de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van te willen vluchten,
-maar hare knieën knikten en hare voeten waren als verlamd. Zij was als
-vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon zich niet bewegen. En
-zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij den rug half keerde
-tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering scheen een web uit
-te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was nu vlak bij haar,
-hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij de oogen op en zag
-in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne oogen. Zij dacht flauw
-te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd tusschen hem en het
-glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om de kaarsen, als
-een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag alleen zijn oogen
-kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En hij zeide nog niets.
-Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en den spiegel, die zelfs
-niet beveiligde als een muur had gedaan, maar die hem weêrkaatste
-zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en voor--wendde zij
-zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij sprak ook niet. Zij
-zagen elkaâr sprakeloos aan.
-
---Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij
-eindelijk.
-
-Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde
-zijn stem in zich.
-
---Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar
-keer gezien heb, in de stad, op de Jetée.
-
---Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je?
-
-Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde
-voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond.
-
---Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde
-aan te spreken.
-
-Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond
-voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn
-beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid.
-
---Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij
-voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar
-als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens
-ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet
-aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land....
-
---Wat doet er dat toe?
-
---Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten.
-Kunnen we dat niet doen als vreemden?
-
---Als vreemden ... herhaalde zij.
-
---Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs
-verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je
-het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?...
-
---Ja, zeide zij.
-
-Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een
-Louis-XV-paravent, half damast, half glas--en zij liet zich neêrvallen
-in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze
-rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe,
-een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen
-gevouwen.
-
---Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure.
-En toen over je schilder.
-
-Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte.
-
---Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat
-van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe.
-
---Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden.
-
---Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben
-gezegd, dat je niet meer voor ze bestond.
-
---Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd
-gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk.
-
---O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze
-bestaan.
-
-Zij haalde de schouders op.
-
---Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat
-ik niet meer kon zenden.
-
---Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet....
-
---Dat betaal ik niet....
-
---Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd
-mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je
-eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden.
-
-Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest.
-
-Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar
-naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier:
-
---Dat doet me verdomd veel pleizier.
-
-Hij lachte, dik luid.
-
---Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad
-rem. Verdomd leuk van je!
-
-Zij stond op, nerveus, verwrongen.
-
---Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley.
-
-Hij breidde de armen wat uit.
-
---Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten.
-
---Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet
-meer gewend aan.
-
---Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten.
-
-Zij viel neêr en school achter haar waaier.
-
---Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie
-vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment?
-
---Het heeft er iets meer van.
-
---Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed
-vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar?
-
---Waarom moet ik je daarover vertellen?
-
---Omdat ik er belang in stel.
-
---Je hebt niet in mij belang te stellen....
-
---Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit.
-En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt.
-
---Heelemaal, zeide zij koel.
-
-Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij
-voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen.
-
---Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal?
-
-Zij zag hem hoog aan.
-
---Nou, vertel nou eens....
-
---Ja....
-
---Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer
-schelen?
-
---Neen....
-
---En hoe doe je hier, bij dat wijf?
-
---Hoe meen je?
-
---Nemen ze dat zoo hier in Nice aan?
-
---Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn
-gedrag hier iets aanmerken.
-
---Waar is Van der Staal?
-
---In Florence.
-
---Waarom is hij niet hier?
-
---Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt
-daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen.
-
-Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit.
-
---Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley
-toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige
-orders vragen en geven. Laat me gaan.
-
---Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren?
-
---Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo
-onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen,
-ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je
-me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me
-ontmoeten zoû.
-
---Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten
-woû.
-
---Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je
-er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te
-plagen.
-
---Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr.
-
---Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig.
-
-Hij lachte.
-
---Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik
-nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je
-in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat
-je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet,
-dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel
-mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest
-was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind.
-Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten,
-met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik
-niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs
-Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland....
-
---Rudolf....
-
---Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en
-het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in
-Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben
-verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je
-eens met me meê...?
-
---Je bent dol!
-
---Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan
-mijn arm te hebben.
-
-Zij trok haar arm terug.
-
---Je hebt op niets trotsch te zijn....
-
---Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu
-amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit.
-
-Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een
-tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken,
-Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er
-zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen,
-wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen.
-
---Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een
-landgenoot voorstellen, baron Brox....
-
-Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg
-of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide.
-
---Een landgenoot, Cornélie?
-
---Ja, Mrs. Uxeley.
-
---Hoe zeg je ... zijn naam?
-
---Baron Brox....
-
---A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is
-hij, wat doet hij?
-
---Hij is officier, eerste luitenant....
-
---Welk wapen?
-
---Van de huzaren....
-
---In Den Haag?
-
---In Den Haag.
-
---Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen.
-
---Mrs. Uxeley, gaat alles goed?
-
---Ja, darling.
-
---Voelt u u wel?
-
---Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel.
-
---Moet de pavane niet gauw worden gedanst?
-
---Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch
-nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui?
-
---Ja....
-
---Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet
-later dan over een half uur beginnen....
-
-Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren
-lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde,
-en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar.
-
---Cornélie....
-
---Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de
-pavane verzamelen. Ik heb veel te doen....
-
---Ik zal je helpen....
-
-Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui
-opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan.
-Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam.
-
---Wat is er?
-
---Ik ben moê.
-
---Laten wij dan wat gaan drinken.
-
-Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare
-orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden
-de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament.
-Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte,
-luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der
-dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en
-lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen.
-Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld.
-De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets
-vragen. En Brox week niet van haar zijde.
-
---Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij.
-
-Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw.
-Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de
-Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de
-buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen.
-Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij
-beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om
-een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde
-prezenteerde.
-
---De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...?
-
---Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel,
-bleek.
-
---Wat wil je hebben?
-
---Een glas champagne.
-
---Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat
-eten.
-
-Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen
-nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar
-glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem
-alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was
-van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn
-zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote
-grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed
-verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in
-glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok,
-dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met
-pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn.
-
-Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas
-champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar
-bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden.
-
---Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met
-zijn glas in de handen. En hij dronk het uit.
-
---De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij.
-
-En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten,
-als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen.
-
---Hier moeten de danseurs zich verzamelen....
-
---Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch.
-
-Zij zetten zich op de bank.
-
---Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal.
-
---Ja ... ik ben beter....
-
---Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten?
-
---Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen
-kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is....
-
---Nou ja, dat is nou gebeurd....
-
---Vindt je het discreet van je ... en kiesch?
-
---Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van
-die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn
-hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij
-je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze
-ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden,
-goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen
-iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke.
-Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere
-ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet
-wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd
-op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner
-me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je,
-toen wij eens....
-
-Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor.
-Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij
-bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam,
-dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn
-stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar
-binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch.
-Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende
-zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd,
-met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring--als zij
-lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte
-broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem
-kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen
-haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte
-vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was,
-maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde
-zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar
-bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten.
-In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had
-zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest,
-zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw
-had kunnen blijven...!
-
-Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen
-harmonie...!
-
-Het ging alles bliksemsnel door haar heen.
-
-O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had
-zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het
-verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was
-zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het
-met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren
-durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide.
-Onherroepelijk, onuitwischbaar.
-
---Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!!
-
-Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij
-lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van
-smeeking.
-
---Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen,
-dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot....
-
-Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen
-lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed
-als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af.
-
---Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En
-zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester
-naderde. Zij verstond niet wat hij zeide.
-
---Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een
-heesche stem, de meisjes na.
-
---Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal....
-
-Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij
-verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote
-danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in
-de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal,
-op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van
-sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn....
-de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een
-degen....
-
-
-
-
-XLVIII.
-
-
---Urania, ik smeek je, help mij!
-
---Wat is er?
-
---Kom meê....
-
-Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar
-meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel
-verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der
-groote danszaal om er de pavane te zien dansen.
-
---Wat is er, Cornélie?
-
-Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij
-trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.
-
---Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid.
-Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je
-niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem
-al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen
-ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om
-hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang
-voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me
-heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo
-vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens
-ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd
-gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden.
-Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst.
-Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar
-Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley,
-dat ik naar mijn kamer wil.
-
-Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen
-in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog
-di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.
-
---Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de
-hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren,
-beaamden het: zij misten haar overal....
-
-Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek,
-geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer.
-Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.
-
-Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog
-en met de Breuil en de journalisten.
-
---Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio
-in.
-
---Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar
-waaier.
-
-De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten
-zich weêr verspreidden door de zalen.
-
---Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.
-
-Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst,
-steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels
-boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog:
-de journalisten vonden alles even geestig.
-
---Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En
-hoe dan met den cotillon?
-
---Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.
-
---Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.
-
---Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie
-een diepe stem.
-
-Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk
-om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder
-zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te
-herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....
-
-Zij murmelde:
-
---Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox
-... De prinses di Forte-Braccio.
-
-Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.
-
---Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer
-brengen. Ik zorg voor alles.
-
---Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen
-wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.
-
---Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn
-glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.
-
-Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.
-
---Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn
-cotillon?
-
---Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een
-klein talent voor cotillon-directeur....
-
-Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio
-en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden
-dirigeeren.
-
---Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?
-
-Cornélie glimlachte.
-
---Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den
-arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.
-
-
-
-
-XLIX.
-
-
-Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot
-door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes
-binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een
-morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame
-zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle
-kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen
-dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos,
-slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren.
-Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan
-haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als
-na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met
-glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen
-dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet
-alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar
-weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op
-te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen
-had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar
-bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende
-en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt.
-
-Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende
-morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche
-jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het
-jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar
-flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste
-ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet
-had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij
-was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de
-wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht
-willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven
-jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist--en altijd met
-den lach om zijn mooien mond--hield hij haar onder. Tot zij getrouwd
-waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst
-niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij
-had zich bevrijd, zij was gevlucht!
-
-De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote
-geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van
-droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met
-geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden.
-Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij
-waarlijk niet meer zijn vrouw?!
-
-Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice
-gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien
-eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag
-hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante
-victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses--hij had haar zoo gezien,
-mooi, chic, en gelukkig--en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie
-vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de
-wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw
-gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de
-onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was
-het geweest....
-
-Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken....
-Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als
-een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was
-onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar
-bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû
-zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te
-verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare
-handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En
-zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk
-tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij
-ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun
-geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en
-zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O,
-ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn
-arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk.
-Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had
-bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand
-een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven
-Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij
-zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man
-in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû
-sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel
-haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een
-bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk
-verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen
-spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich
-en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had
-en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de
-verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû _zij_ zegevieren
-met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En
-zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir.
-Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade.
-En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste
-ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal....
-Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd,
-dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden
-en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte
-voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van
-gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet.
-
-Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met
-Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief
-aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen
-was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren?
-
-
-
-
-L.
-
-
-Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch
-bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte
-of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den
-volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen
-kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen
-Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week
-daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de
-volte der visites--beleefdheidsbezoeken na het feest--wist hij haar een
-oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het
-zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij
-verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem.
-
---Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het
-niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden.
-Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland
-hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik
-heb--ik weet nog niet hoe--kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om
-met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit,
-ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je:
-ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van
-de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken.
-
---Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die
-airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel
-prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt....
-
---Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke
-mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te
-ontzeggen....
-
-Hij lachte. Zij werd driftig.
-
---Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert?
-
-Hij werd rood, zijn vuisten balden zich.
-
---Verdomd! siste hij, in zijn snor.
-
---Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door.
-
-Hij beheerschte zich.
-
---We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen
-waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer.
-Bruut! Bruut!!
-
---En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die
-haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik
-zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen....
-
---Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend.
-Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène!
-
-Hij ging kalm zitten.
-
---Ga je gang, zeide hij rustig.
-
-Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de
-knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich
-beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij,
-coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de
-hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk,
-schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van
-kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen
-vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots
-de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij
-was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe
-hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen:
-dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk
-was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij
-wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag
-zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch:
-
---Cornélie....
-
-Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had
-liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een
-geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar
-viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde.
-
---Wat is er?
-
---Ik wil je even alleen spreken.
-
---Neen.
-
---Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm,
-dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik
-je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet
-ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden
-week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de
-deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst.
-Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden....
-Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je
-spreken....
-
---Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het
-salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar.
-
-Hij lachte.
-
---Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was.
-Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast.
-
---Neen.
-
---Jawel.
-
---Waarover heb je me te spreken?
-
---Dat kan ik hier niet zeggen.
-
---Ik kan je niet alleen te woord staan.
-
---Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang.
-
---Neen.
-
---Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je
-eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn.
-
---Ik ben niet bang.
-
---Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me
-ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu
-je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang.
-
---Ik ben niet bang....
-
---Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken
-Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik
-zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen
-heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer
-kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me
-meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me
-nooit meer terug.
-
---Wat kan je me te zeggen hebben.
-
---Ga meê....
-
-Het was om zijne stem, niet om zijn woorden.
-
---Maar niet langer dan drie minuten.
-
---Niet langer dan drie minuten.
-
-Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon.
-
---Wat is er? vroeg zij, bang.
-
---Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik
-woû je alleen maar zeggen ... DAT JE MIJN VROUW BENT. Begrijp je dat?
-Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld,
-toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen
-te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt.
-JE BENT MIJN VROUW. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En
-jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets.
-Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ...
-is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek
-en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond.
-Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ...
-dat het waar is, wat ik zeg: en DAT JE MIJN VROUW NOG BENT. Die wet
-beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een
-wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het
-ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een
-heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou
-vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt,
-ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat
-zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal _niets_,
-Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je
-en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû
-je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet
-bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met
-je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze
-voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me
-niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat
-je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de
-prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn
-naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu
-maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets
-zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet.
-Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig.
-Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een
-openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog
-geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon.
-En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat
-blijf ik altijd.
-
-Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten
-brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde
-haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding,
-de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong
-wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat
-hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot
-zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich
-af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn
-eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat
-anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen
-herinnering meer en gedachte....
-
-Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar
-langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar
-geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als
-in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor
-drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij
-sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet
-telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij
-haar losliet, wankelde zij.
-
---Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker.
-En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is
-niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten
-spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu
-tot ziens. Tot ziens....
-
-Hij zoende haar nog eens.
-
---Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem...
-
-Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond.
-
---Tot ziens, zeide hij nog eens.
-
-Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend
-haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen
-klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen
-tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer,
-waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij
-zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was
-het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten
-wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die
-menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die
-stikte.
-
-
-
-
-LII.
-
-
-Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn
-meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die,
-geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en
-haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich
-dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij
-driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar
-liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar
-hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn
-arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem
-zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie
-in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had
-in hare weêrstreving--toen nog van flirt en aardigheid, weldra van
-kribbigheid, later van drift en razernij--alsof hij pleizier had in
-hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen.
-Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En
-zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere
-man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed,
-uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had
-een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot
-afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk
-gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord,
-lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de
-mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond
-zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom,
-vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek
-opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij
-had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als
-éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer
-liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien
-als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet
-overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken.
-Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen:
-zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den
-man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed
-de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit
-geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en
-teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee
-langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen....
-Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de
-handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen,
-en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende
-spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg
-van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige
-slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst
-vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste
-uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest?
-
-Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de
-geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde
-niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op
-den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco,
-en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot
-weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk....
-
-Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij
-smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de
-oude vrouw, die zij nu plotseling verliet.
-
-En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid,
-haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar
-scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te
-verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk,
-haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord
-verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het
-niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar
-verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van
-Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid.
-Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar
-het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur
-was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en
-zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco.
-En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit
-meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die
-zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de
-heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk
-maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van
-maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier
-de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet,
-dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep
-zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en
-hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was
-het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte
-zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen!
-En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare
-vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar
-verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de
-zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand,
-steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich
-eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant....
-
-Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles
-hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria
-Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van
-redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende
-naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig
-om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende,
-dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende
-zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel,
-haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem,
-zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad
-zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar,
-en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij
-viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het
-was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als
-het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren.
-En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was,
-haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht
-over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem
-aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar
-plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe
-kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij
-weêr weg in zijn arm en sliep zij in.
-
-Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst,
-met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even
-loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door.
-Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in
-zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen.
-
-
-
-
-LIII.
-
-
-Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij
-overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met
-een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû
-kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo
-overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een
-vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij
-geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat
-je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb
-je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu
-ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar
-Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd
-verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de
-Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al
-geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten.
-O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven.
-Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier
-goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets.
-Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga
-werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is
-heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen,
-maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een
-boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet
-Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello.
-Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi,
-de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze
-mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we
-zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of
-ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat
-dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later
-gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en
-heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet
-langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen
-welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst
-kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw.
-Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn
-vrouw. En _voel_ je je mijn vrouw--ook al wachten we nog een paar
-weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,--dan zal
-je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over
-je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat
-als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles
-goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren,
-wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen.
-
-Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in
-de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een
-marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en
-Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting,
-massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak
-zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,--de heuvelen met
-Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie
-bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn.
-
---Wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een
-weifelende vraag.
-
---Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling....
-
---Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet,
-dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund,
-vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien
-ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk
-dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet....
-
---Hoû je niet genoeg van mij....
-
---Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar
-dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet
-vrij ben....
-
---Niet vrij....
-
---Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien
-ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je
-immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo
-vreemd.... Ik voelde toch, dat....
-
---Dat wat....
-
-Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag.
-
---Zie je ... hij is toch mijn man geweest.
-
---Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd!
-
---Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet....
-
---Maar wat dan, mijn kind....
-
-Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan.
-
---Ik kan het niet zeggen, Duco....
-
---Waarom niet.
-
---Ik schaam mij....
-
---Zeg me, hoû je nog altijd van hem?
-
---Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou.
-
---Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je?
-
-Zij begon tegen hem aan te weenen.
-
---Ik voel....
-
---Wat....
-
---Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ...
-mij toch zijn vrouw.
-
-Zij fluisterde het bijna onhoorbaar.
-
---Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij.
-
---Neen, neen, ik zweer je van niet!
-
---Maar hoe kan dat dan, mijn kind!
-
---Ja, dat kan.
-
---Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk!
-
---Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het.
-
---Maar hij hypnotizeert je!
-
---Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een
-werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet
-hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit
-iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ...
-die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien
-ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik
-mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn
-ding.
-
-Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn
-borst.
-
---Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink
-zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te
-vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat
-hij zegt....
-
---Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken.
-Ik zal je helpen....
-
---Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep
-in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het
-kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik _mag_ je vrouw niet
-worden. Nu minder dan ooit. Misschien....
-
---Misschien?
-
---... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet
-mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien
-was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn
-antipathie tegen het huwelijk.
-
---Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem!
-
---Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch....
-
---Toch ben je verliefd op hem!!
-
---Toch behoor ik hem toe....
-
---En je zegt, dat je mij liefhebt!!
-
-Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen.
-
---Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt.
-Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw....
-
---Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...!
-
---Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik
-zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw.
-
---Niet mijn vrouw!!
-
---Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb
-medelij!
-
-Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte.
-
---Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê,
-en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling,
-mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat
-moeten wij doen?!
-
---Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw
-mogelijk. Je wilt niet.
-
---Ik kan niet. Ik mag niet.
-
---Dan weet ik het niet.
-
---Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je
-lief, ik hoû van je, ik hoû van je!
-
-Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en
-wanhoop. Hij zoende haar woest terug....
-
---O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne
-omhelzing.
-
-
-
-
-LIV.
-
-
-Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den
-cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen
-en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde
-zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar
-opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met
-menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien
-weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid
-van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was
-het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing
-tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen
-van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven
-de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid
-van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare
-hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een
-onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten
-hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in
-Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag
-aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar
-welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over
-hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden,
-gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat
-zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij
-vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer,
-op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde
-zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij
-even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met
-zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam,
-dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij
-noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort:
-Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg
-op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu:
-waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien
-zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde
-hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden
-brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam,
-vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat
-laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet
-tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing,
-getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn
-vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen
-haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog
-vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij
-beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat
-hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de
-wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had,
-een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken
-had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij
-te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het
-achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat
-zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat
-zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was
-voor de gevolgen van haar weigering.
-
-Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den
-brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest
-beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de
-gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn
-borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende,
-voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen
-de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop
-op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat
-hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw.
-Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij
-sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik,
-van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij
-klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen
-dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij
-dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in
-slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij
-weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen
-antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat;
-het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij
-wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was
-een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op
-de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber,
-streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had....
-O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome
-naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk.
-Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de
-tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven
-van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude
-brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen
-turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder,
-in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem
-samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in
-den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten!
-Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs,
-in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs
-voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij
-herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs
-hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even
-cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij,
-het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij
-wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn
-vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld,
-toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen
-trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon,
-en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes
-van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend
-tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet
-volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet,
-een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch
-en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid
-had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en
-ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en
-van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit
-maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit
-misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar _in_ het
-leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid,
-het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat
-overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar
-bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak
-van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en
-snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû
-hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden.
-Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en
-hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde,
-stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij!
-
-Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte
-weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een
-lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij
-bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan
-halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm
-te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende
-zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een
-aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef
-hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren
-moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag--hij zoû
-uitrekenen welken,--haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok
-naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor
-haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet
-schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift,
-zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht.
-Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een
-flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende
-in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre,
-door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding.
-Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van
-den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging
-duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij
-een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco....
-En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig:
-
---Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen?
-
-Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit.
-
-Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij
-oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een
-goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem
-daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij
-schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein.
-
-Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij
-had niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel
-vroeg? Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van
-niets. Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû. En zij zoû
-gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht was, zag zij
-het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn vrouw, moest
-zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven, waar ook, trots
-haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij wilde, moest zij
-terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht niet aan zich,
-zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in bloed. Zij dacht
-er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij het hem vragen? O
-God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan, trots haar telegram!
-Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij had willen gaan, als
-hij uit was, stilletjes naar het station.... Of zoû zij het hem liever
-zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn? Of ... of zoû zij alles
-zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ... vluchten, vluchten ergens
-heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar als hij hen uitvond! En hij
-zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij vermoorden!!
-
-Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen,
-hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam
-binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem
-alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den
-brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem
-neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij
-werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat
-hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam
-hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden,
-zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden.
-Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem
-aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht
-van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn
-ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar
-vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling
-haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde--zij knikte
-moedeloos van ja,--het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren,
-reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit
-voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte
-zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht
-ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde
-ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij
-terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt,
-zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem:
-
---Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen
-wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet
-anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan
-moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt,
-dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig
-zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind.
-
---Breng je me?
-
---Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen
-leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben;
-hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal
-iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan
-zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan
-inzien...!
-
-Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte
-hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl
-hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig
-het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door....
-
-
-
-
-LII.
-
-
-Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien
-hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé
-gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het
-einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand
-gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende
-scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen
-niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een
-spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te
-sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen
-had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij
-hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem
-zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld,
-zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en
-zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist,
-die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere
-menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop
-van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen
-weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert
-ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren.
-
-Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen
-en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende
-zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de
-zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en
-onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven
-wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom
-dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in
-zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan
-de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid,
-en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte
-harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein
-voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen
-geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen,
-die duwden en leidden en wezen....
-
-En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer
-wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot
-een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag
-en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het
-eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje,
-waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op,
-poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile
-voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij
-een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles
-onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het
-verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met
-dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi
-moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein
-het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten,
-omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere
-machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle
-station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn
-steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele
-schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van
-breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch
-geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid,
-en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen
-zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen
-doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed
-dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van
-minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond
-animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend
-sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze
-eigenlijk telden--dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar.
-Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht,
-maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang.
-
-Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij
-boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn
-snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij
-zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar
-buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik
-monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken
-manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die
-moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw.
-
---Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn
-verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk.
-
---Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht.
-
-Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op.
-Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was.
-Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er
-allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het
-bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had
-gesproken.
-
---Ben je moê? vroeg hij.
-
---Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht
-natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend.
-
-De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental.
-In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel
-binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een
-gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te
-zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen
-met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij
-als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer.
-
-Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een
-houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de
-oogen, verblind door den stroom van zonnelicht.
-
---Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen?
-
---Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en
-hij bestelde haar ontbijt.
-
---Doe je hoed af, zeide hij.
-
-Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was
-verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin
-uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die
-zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar
-linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande,
-rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk
-een kop thee.
-
---Heb jij al ontbeten? vroeg zij.
-
---Ja.
-
-Zij zwegen weêr en zij at.
-
---En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende.
-
---Goed....
-
---Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je
-eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek
-van je....
-
-Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was
-een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg
-weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden.
-
---Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een
-oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar
-nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat
-ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we
-al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw
-geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je,
-trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die
-indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice.
-
---Ja, zeide zij kalm.
-
---Geef je dat toe?
-
---Ja, herhaalde zij.
-
---Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil.
-Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude
-onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan
-hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn
-vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet
-hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw
-ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet
-doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat
-alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles--finantieel ook--
-mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een
-formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van
-zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit
-den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik
-kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland
-wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe.
-
---Neen ... murmelde zij.
-
---Waar zoû je willen wonen?
-
---Ik weet het niet....
-
---In Italië?
-
---Neen ... vroeg zij smeekend.
-
---Hier blijven?
-
---Liever niet ... den eersten tijd.
-
---Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen?
-
---Goed....
-
---Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan,
-en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw
-voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs.
-
---Goed....
-
-Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte.
-
---Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen?
-
---Hoe meen je?
-
---Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond?
-
---Neen....
-
---Kom eens hier, op mijn knie.
-
-Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op
-zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn
-hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de
-oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang.
-
---Heelemaal ben je me toch niet vergeten?
-
-Zij knikte van neen.
-
---We hadden maar nooit moeten scheiden, wel?
-
-Zij knikte weêr van neen....
-
---Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer
-driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben
-je veel liever en mooier.
-
-Zij glimlachte flauwtjes.
-
---Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op
-haar mond.
-
-Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen
-haar vel, en zijn mond hare lippen drukten.
-
---Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten?
-
---Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden.
-
---Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je
-zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier.
-
---Is Urania niet boos....
-
---Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte.
-
-Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een
-vriendin had.
-
---En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien.
-
---Zij is wèl boos op mij, niet waar?
-
-Hij lachte.
-
---Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand
-heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich
-heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic,
-niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik
-je alleen en ga ergens beneden zitten.
-
-Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn
-ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen.
-
---Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben.
-Ben je van mij, zeg, ben je van mij?
-
-Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen
-zwaar om haar heen.
-
---Zeg, ben je van mij?
-
---Ja....
-
---Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was?
-
-Zij aarzelde.
-
---Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen
-zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen.
-
---Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...!
-
-Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als
-met een krachtsinspanning los.
-
---Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later
-terug.
-
-Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn
-borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat
-hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de
-middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En
-zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen
-gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was
-alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij
-voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep
-in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van
-hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van
-kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid,
-wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem
-zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van
-het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede
-huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi
-meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij
-figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar
-zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem
-tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen
-zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en
-wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap
-zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een
-duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven--Rome Duco, het
-atelier--verzonk....
-
- * * * * *
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-***** This file should be named 44084-8.txt or 44084-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License available with this file or online at
- www.gutenberg.org/license.
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation information page at www.gutenberg.org
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at 809
-North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
-contact links and up to date contact information can be found at the
-Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/44084-8.zip b/old/44084-8.zip
deleted file mode 100644
index a720700..0000000
--- a/old/44084-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/44084-h.zip b/old/44084-h.zip
deleted file mode 100644
index 4d24038..0000000
--- a/old/44084-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/44084-h/44084-h.htm b/old/44084-h/44084-h.htm
deleted file mode 100644
index 5ec0b83..0000000
--- a/old/44084-h/44084-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,10351 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
- "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
-<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl" lang="nl">
- <head>
- <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
- <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
- <title>
- The Project Gutenberg eBook of Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus.
- </title>
- <style type="text/css">
-
-body {
- margin-left: 10%;
- margin-right: 10%;
-}
-
- h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
- text-align: center; /* all headings centered */
- clear: both;
-}
-
-p {
- margin-top: .51em;
- text-align: justify;
- margin-bottom: .49em;
-}
-
-
-hr {
- width: 33%;
- margin-top: 2em;
- margin-bottom: 2em;
- margin-left: auto;
- margin-right: auto;
- clear: both;
-}
-
-hr.tb {width: 45%;}
-hr.chap {width: 65%}
-hr.full {width: 95%;}
-
-hr.r5 {width: 5%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
-hr.r65 {width: 65%; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
-
-table {
- margin-left: auto;
- margin-right: auto;
-}
-
- .tdl {text-align: left;}
- .tdr {text-align: right;}
- .tdc {text-align: center;}
-
-.blockquot {
- margin-left: 5%;
- margin-right: 10%;
-}
-
-a:link {color: #800000; text-decoration: none; }
-
-v:link {color: #800000; text-decoration: none; }
-
-.bb {border-bottom: solid 2px;}
-
-.bl {border-left: solid 2px;}
-
-.bt {border-top: solid 2px;}
-
-.br {border-right: solid 2px;}
-
-.bbox {border: solid 2px;}
-
-.center {text-align: center;}
-
-.right {text-align: right;}
-
-.smcap {font-variant: small-caps;}
-
-
- </style>
- </head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: Langs lijnen van geleidelijkheid
-
-Author: Louis Couperus
-
-Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-
-
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-
-
-<h1>LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID</h1>
-
-<h4>DOOR</h4>
-
-<h2>LOUIS COUPERUS</h2>
-
-<h4>EERSTE DEEL</h4>
-
-<h5>L.J. VEEN&mdash;UITGEVER&mdash;AMSTERDAM</h5>
-
-<h5>1887</h5>
-
-
-
-<hr class="full" />
-
-<p><a href="#LANGS_LIJNEN_VAN_GELEIDELIJKHEID">Tweede Deel</a></p>
-<p><a href="#INHOUD">Inhoud</a></p>
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="I" id="I">I.</a></h3>
-
-
-<p>Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de
-gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het
-huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de
-oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór
-de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche
-villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia;
-het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere
-antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan:
-ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension
-had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen
-te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen,
-behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men
-er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te
-boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere
-andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol:
-de reizigers kwamen reeds in October&mdash;die het vroegst in den season
-kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen,
-bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar
-Napels af te zakken.</p>
-
-<p>Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan
-Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence
-geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat
-zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan
-het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het
-plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van
-de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen
-en met de tong&mdash;om haar aandacht te trekken&mdash;kreeg zij hare "lieve
-Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn.</p>
-
-<p>Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het
-instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk
-herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en
-glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit
-en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien&mdash;vroeg of zij
-prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de
-victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare
-koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij
-met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te
-worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe,
-terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met
-even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij
-zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen
-maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het
-nieuwe Palazzo Piombino&mdash;waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was&mdash;en
-toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij
-bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel
-vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen
-cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische
-genre&mdash;groezelige haren, lossige blouses,&mdash;zaten, in een hoek, in haar
-Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het
-hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al
-bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den
-Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt
-en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú
-vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief:</p>
-
-<p>&mdash;I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw
-kamer meênemen?</p>
-
-<p>Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op
-waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide
-niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd
-en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van
-Engelsche dames.</p>
-
-<p>De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch,
-in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar
-ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de
-naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets
-van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een
-blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden
-ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke
-vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare
-frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden
-portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden
-naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een
-getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef
-eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping.</p>
-
-<p>&mdash;Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag.</p>
-
-<p>&mdash;Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende
-beweren, dat&mdash;hetgeen heel natuurlijk scheen,&mdash;er geen water genoeg
-was om den lift in beweging te stellen.</p>
-
-<p>De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen
-aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den
-kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en
-bereikte eindelijk, bijna, de derde étage.</p>
-
-<p>&mdash;Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne
-spieren spanden, de lift bleef roerloos.</p>
-
-<p>&mdash;Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even.</p>
-
-<p>Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte
-zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare
-gymnastiek navolgde.</p>
-
-<p>&mdash;Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening.
-Hier is uw kamer.</p>
-
-<p>Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag
-van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig.</p>
-
-<p>&mdash;Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers
-op het Zuiden.</p>
-
-<p>&mdash;O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch
-niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het
-Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer.</p>
-
-<p>&mdash;Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa.</p>
-
-<p>La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een
-ander vertrek.</p>
-
-<p>&mdash;En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan....</p>
-
-<p>&mdash;Is dit het Zuiden?</p>
-
-<p>&mdash;Bijna.</p>
-
-<p>&mdash;Ik moet het volle Zuiden hebben.</p>
-
-<p>&mdash;Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste
-zonsondergangen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa.</p>
-
-<p>&mdash;Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de
-beelderigste zonsopgangen.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, marchesa....</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u geen gevoel voor natuurschoon?</p>
-
-<p>&mdash;Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid.</p>
-
-<p>&mdash;Ik slaap wel op het Noorden.</p>
-
-<p>&mdash;U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa.</p>
-
-<p>&mdash;Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden.</p>
-
-<p>&mdash;Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken.</p>
-
-<p>Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is
-soms de keuze van een leven....</p>
-
-<p>De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar
-koelen toon, maar haar stem was als balsem.</p>
-
-<p>&mdash;Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden!
-Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier....</p>
-
-<p>En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige
-pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de
-lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter.</p>
-
-<p>&mdash;Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa.</p>
-
-<p>&mdash;Deze wil ik gaarne hebben, marchesa....</p>
-
-<p>&mdash;Zestien lire, glimlachte la Belloni.</p>
-
-<p>&mdash;Tien, zooals u geschreven had.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren.</p>
-
-<p>&mdash;Ik blijf&mdash;als het mij bevalt&mdash;den heelen winter.</p>
-
-<p>&mdash;U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem,
-stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten
-wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een
-Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee
-dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op
-reis....</p>
-
-<p>De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos,
-blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat
-gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht.
-Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer
-was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over
-Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten
-chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige
-portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken
-door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen,
-pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf.</p>
-
-<p>Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met
-een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de
-chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging
-en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij
-dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet
-denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er
-niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand.
-Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel,
-zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en
-stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich
-frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich
-gepoeierd te hebben ging zij naar beneden.</p>
-
-<p>Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij
-moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet
-zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de
-geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe
-dame, en verdwenen weêr.</p>
-
-<p>Cornélie zag om zich rond en wachtte af.</p>
-
-<p>De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een
-plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze
-hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was.
-Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie
-de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been
-trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks
-zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb.</p>
-
-<p>Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een
-kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich
-in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie.</p>
-
-<p>Hij groette beleefd en at ook van de macaroni.</p>
-
-<p>En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van
-locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van
-de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den
-grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes
-en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag,
-bespeurde zij, dat hij ook glimlachte.</p>
-
-<p>Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog
-zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch:</p>
-
-<p>&mdash;Het is amuzant, niet waar?</p>
-
-<p>Cornélie trok de wenkbrauwen op.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meent u?</p>
-
-<p>&mdash;Een cosmopolitisch gezelschap....</p>
-
-<p>&mdash;O ja....</p>
-
-<p>&mdash;U is een Hollandsche?</p>
-
-<p>&mdash;Hoe weet u?</p>
-
-<p>&mdash;Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye....</p>
-
-<p>&mdash;Het is waar....</p>
-
-<p>&mdash;Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn
-charmant.</p>
-
-<p>Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester.</p>
-
-<p>&mdash;Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier
-Genzano,&mdash;en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en
-drink mijn eigen wijn.</p>
-
-<p>De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis
-begrepen in haar pension.</p>
-
-<p>Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce
-61....</p>
-
-<p>Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van
-den pokdaligen heer vermaakten haar.</p>
-
-<p>&mdash;U ziet naar den hofmeester, vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;U let goed op, glimlachte zij.</p>
-
-<p>&mdash;Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in
-het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet
-wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten
-vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni.
-Maar wat een waardigheid....</p>
-
-<p>Hij boog zich voorover.</p>
-
-<p>&mdash;De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél
-jong. Dat betaalt minder.</p>
-
-<p>Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en
-dochter, die waren binnengekomen en naast hem plaats namen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo
-Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch.</p>
-
-<p>&mdash;Is dan de prins terug?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor
-u.</p>
-
-<p>Hij boog galant.</p>
-
-<p>De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon
-doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om
-den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt.</p>
-
-<p>Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de
-eigen kapel van Zijne Heiligheid....</p>
-
-<p>Miss Taylor straalde van genot.</p>
-
-<p>&mdash;Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It
-was most exquisite.</p>
-
-<p>&mdash;Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te
-rusten.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan....</p>
-
-<p>&mdash;U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt
-u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders
-krijgt u niet de kaart voor de vroegmis.</p>
-
-<p>De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij
-zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid
-moest vernemen.</p>
-
-<p>Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes.
-Cornélie stond op.</p>
-
-<p>&mdash;Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer.
-Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via
-della Croce, een fiasco voor u....</p>
-
-<p>Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver.
-Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken
-en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te
-lezen.</p>
-
-<p>&mdash;Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is,
-een versterkenden wijn drinkt.</p>
-
-<p>Cornélie beaamde het.</p>
-
-<p>&mdash;Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet
-daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco.</p>
-
-<p>Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok.</p>
-
-<p>De Duitsche dames bogen tegen Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard....</p>
-
-<p>&mdash;Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch,
-Amerikaansch?</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="II" id="II">II.</a></h3>
-
-
-<p>Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door
-Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo
-verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling
-geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare
-fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas
-beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van
-een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had
-vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan,
-en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke
-perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de
-volgende, nauw aaneengeschakeld.</p>
-
-<p>Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso
-nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had
-zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij
-aan geen enkelen keizer kunnen denken.</p>
-
-<p>En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en
-toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar
-heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet
-teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie,
-vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor
-geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van
-de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor
-haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw
-leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat
-zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij
-eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die
-onafhankelijkheid....</p>
-
-<p>Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare
-scheiding? Zij was zwak&mdash;egoïst&mdash;; zij wist het; maar zij had een slag
-gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen
-zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich
-gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van
-hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een
-anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude
-japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden
-jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu
-gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij
-had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog
-goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt.
-Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er
-doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting
-uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij
-dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien
-had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden
-had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel,
-en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien
-geweest de redding voor hare jeugd.</p>
-
-<p>Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is
-er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare
-tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde
-naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen,
-niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom.
-Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van
-nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere
-vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in
-haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt,
-de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om
-haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed,
-trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat
-meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon
-worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne
-dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van
-zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde,
-die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit
-hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet
-sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het
-niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie
-haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets
-bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring
-gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te
-houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare
-omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in
-evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar
-behoud, maar in elk geval haar noodlot.</p>
-
-<p>Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence,
-en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan
-vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij
-was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de
-sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome.
-Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij
-zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op
-een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote
-en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij
-voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect,
-lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van
-Rome, die zij buiten ried.</p>
-
-<p>En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet
-van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde
-klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het
-schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was
-te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar
-kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten
-stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn
-deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar
-mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich
-omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve,
-wringend de handen:</p>
-
-<p>&mdash;O God, zèg mij wat ik doen moet!</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="III" id="III">III.</a></h3>
-
-
-<p>Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was
-het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan
-wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had
-laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes
-draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den
-welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden,
-en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en
-sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien
-middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij
-sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê
-was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de
-dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die
-Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten
-op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling
-uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel
-gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg
-snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over
-de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was
-om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst
-in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met
-de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst,
-en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij
-vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij
-van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid,
-types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders
-ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig.
-Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen
-in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van
-ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de
-avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken,
-en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar
-haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge
-barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar
-rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met
-Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die
-zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene
-jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en
-Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen,
-groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van
-de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling.
-Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te
-jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of
-zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een
-reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met
-zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde
-haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren,
-vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging
-ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde
-het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een
-kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte
-dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was,
-van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij
-heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee
-broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de
-Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door
-haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar
-daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy".
-Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en
-Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en
-de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid
-op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken,
-maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk
-had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope
-met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass
-schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel,
-die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen
-de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie
-voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een
-kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na
-den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine
-wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of
-zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa
-Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een
-hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep.</p>
-
-<p>&mdash;Blijf bij mij zitten in het salon....</p>
-
-<p>&mdash;Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Die Duitsche dame?</p>
-
-<p>&mdash;Ja.</p>
-
-<p>&mdash;Is zij van adel?</p>
-
-<p>&mdash;Ik vermoed van wel.</p>
-
-<p>&mdash;Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig.</p>
-
-<p>Cornélie lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel
-adel was. Is u van adel?</p>
-
-<p>&mdash;Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb?
-Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album
-met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van
-Italië.... Wil u het eens zien?</p>
-
-<p>&mdash;Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten.</p>
-
-<p>Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche
-dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom
-zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de
-koningin, en het was een groote vroolijkheid.</p>
-
-<p>&mdash;Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging,
-de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard.</p>
-
-<p>Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze
-Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op
-het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving.</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen
-veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen
-pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt
-ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier,
-invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij
-schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan,
-wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door....</p>
-
-<p>Zij liepen voort.</p>
-
-<p>De baronin nam Cornélie's arm.</p>
-
-<p>&mdash;Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog
-niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis,
-in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet
-slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door
-ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en
-egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik
-ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind
-mij niet aan hem.</p>
-
-<p>Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij
-Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig.</p>
-
-<p>&mdash;En denkt uw dochter ook zoo?</p>
-
-<p>&mdash;O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie
-voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen
-alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is
-misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden,
-door ons reizen. Wat kan het mij schelen....</p>
-
-<p>De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie
-begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene
-vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel
-was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven?
-Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat
-nonchalante schouderophalen....</p>
-
-<p>En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici.
-De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den
-blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder
-de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een
-ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af....</p>
-
-<p>&mdash;Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht.</p>
-
-<p>Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's
-woorden.</p>
-
-<p>&mdash;Rome <i>is</i> mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een
-groote troost voor velen.</p>
-
-<p>In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen
-mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond
-voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke
-beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank
-van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag
-gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek.</p>
-
-<p>Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken
-over het woord, dat hij gesproken had:</p>
-
-<p>&mdash;Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost....</p>
-
-<p>En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had
-het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="IV" id="IV">IV.</a></h3>
-
-
-<p>De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel,
-als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in
-eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de
-eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij
-ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden,
-in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen,
-maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de
-Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds
-kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een
-besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen
-van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan
-den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens
-thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een
-zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen,
-las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten,
-die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun
-guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van
-muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar
-pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare
-onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond
-zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het
-cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van
-het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde
-haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope
-was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude
-Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar
-alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis
-aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw
-van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen
-van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het
-menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie
-was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag.</p>
-
-<p>Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling
-alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio,
-keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en
-droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest
-voor het diner.</p>
-
-<p>En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk.
-Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen
-kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners
-draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van
-zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van
-Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid
-te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee
-groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding:
-altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke
-boek; de booze blik omdat er gesproken werd.</p>
-
-<p>En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier,
-daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie
-was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde
-den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij
-glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de
-dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die
-en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en
-dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten
-en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke
-nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen,
-die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar
-Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen
-machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen
-een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van
-Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend
-insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan
-zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails.</p>
-
-<p>Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare
-vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet
-aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het
-zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare
-tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks
-through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las
-Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als
-zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets
-meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen
-avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe
-die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin,
-goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer
-bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope
-vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin
-kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche
-en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te
-bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste,
-soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher
-op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn
-schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande
-die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje
-Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij
-zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon
-of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond
-iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van
-juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak
-van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten
-onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of
-den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes
-van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen
-ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De
-jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in
-toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een
-Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve
-hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden
-telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten
-kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse,"
-genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen
-Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de
-marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op
-haar toe&mdash;mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan
-een barones&mdash;trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als
-monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij
-haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg
-zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het
-interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor
-een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen,
-dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele
-schilderijen te verklaren in Doria en Corsini.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="V" id="V">V.</a></h3>
-
-
-<p>Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie,
-naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw
-Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen
-winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek
-vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den
-volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en
-hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû
-komen voor archeologische studiën.</p>
-
-<p>Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen,
-dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te
-kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij
-intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten
-avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van
-zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij
-nauwlijks enkele dagen kende.</p>
-
-<p>Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een
-gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond
-was kil.</p>
-
-<p>Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij
-over Italië, over zichzelve.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie
-geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen
-zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn
-vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet
-niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om
-me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde
-gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von
-Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het
-Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing,
-en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat
-ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang,
-statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje
-lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar
-onverschillig van haar lippen vallen....</p>
-
-<p>&mdash;U merkt goed op ... zei Van der Staal.</p>
-
-<p>&mdash;O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik
-onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik
-weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan
-de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en
-Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en
-altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend,
-ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone
-Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op
-dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me.</p>
-
-<p>&mdash;Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd,
-hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te
-krijgen.</p>
-
-<p>&mdash;Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet.</p>
-
-<p>&mdash;Pas dan maar op, lachten de meisjes.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je Katholiek? vroeg mevrouw.</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet?</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard
-is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis
-woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel
-minzaamheid zielen poogt te winnen....</p>
-
-<p>Cornélie wilde niet gelooven.</p>
-
-<p>&mdash;Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit,
-een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat....</p>
-
-<p>&mdash;La Belloni...? vroeg Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier
-drie Engelsche zusjes bekeerd.</p>
-
-<p>&mdash;Door Rudyard?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter
-voor het eerst....</p>
-
-<p>&mdash;Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei
-de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord.</p>
-
-<p>Cornélie viel achterover in haar stoel.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die
-in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te
-zien.</p>
-
-<p>En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed,
-terwijl het zwom voor hare oogen....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="VI" id="VI">VI.</a></h3>
-
-
-<p>Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een
-morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den
-jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel.</p>
-
-<p>&mdash;U fietst niet? vroeg hij, afspringende.</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde
-Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar
-wandeling stoorde.</p>
-
-<p>&mdash;Mag ik met u meêloopen?</p>
-
-<p>&mdash;Zeker.</p>
-
-<p>Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep,
-natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten.</p>
-
-<p>&mdash;Het is hier zoo mooi, zeide hij.</p>
-
-<p>Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst,
-met opmerkzaamheid.</p>
-
-<p>&mdash;U is archeoloog? vroeg zij.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, weerde hij af.</p>
-
-<p>&mdash;Wat dan?</p>
-
-<p>&mdash;Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een
-heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk.</p>
-
-<p>&mdash;U studeert toch?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren.</p>
-
-<p>&mdash;Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê.</p>
-
-<p>&mdash;Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen.</p>
-
-<p>&mdash;Dichter?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Niets. Heusch niets.</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met
-haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar,
-in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden,
-maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn
-leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende
-oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd
-fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet
-schelen konden.</p>
-
-<p>Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het
-noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht
-naar woorden.</p>
-
-<p>&mdash;Het is hier zoo mooi, stamelde zij.</p>
-
-<p>&mdash;O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat
-zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die
-perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk,
-zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die
-rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven
-alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi
-hier....</p>
-
-<p>Zij gingen zitten op een bank.</p>
-
-<p>&mdash;Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn
-nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen,
-wolken!</p>
-
-<p>&mdash;Schildert u?</p>
-
-<p>&mdash;Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al
-geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder.</p>
-
-<p>&mdash;Schrijft u ook misschien?</p>
-
-<p>&mdash;Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog
-niet alles geschilderd, maar geschreven <i>alles</i>. Ieder nieuw boek van
-niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is
-gezegd, en iedere roman is geschreven.</p>
-
-<p>&mdash;Leest u niet veel?</p>
-
-<p>&mdash;Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers.</p>
-
-<p>&mdash;Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd.</p>
-
-<p>&mdash;Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets,
-ik besta.</p>
-
-<p>&mdash;Vindt u dat een goede levensopvatting?</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;Maar waarom neemt u dan geen andere?</p>
-
-<p>&mdash;Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets?</p>
-
-<p>&mdash;U spreekt niet in ernst, zeide zij boos.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom is u zoo kwaad op mij?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd.</p>
-
-<p>Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide:</p>
-
-<p>&mdash;Dan zal ik liever wat gaan fietsen.</p>
-
-<p>En hij wandelde langzaam heen.</p>
-
-<p>&mdash;Idiote jongen! dacht zij kribbig.</p>
-
-<p>Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder
-en zijne zusters.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="VII" id="VII">VII.</a></h3>
-
-
-<p>In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er
-geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest
-was, en zelfs&mdash;omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten
-maken&mdash;vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn
-zouden gaan.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig.</p>
-
-<p>&mdash;En gaat u niet de ruïnes bezoeken?</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien.
-Ik zie alleen maar ruïnes.</p>
-
-<p>&mdash;Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd.</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten.</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook
-kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt
-mij tegen.</p>
-
-<p>&mdash;Hoedat?</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet
-waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een
-stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts.</p>
-
-<p>Hij glimlachte.</p>
-
-<p>&mdash;Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien.
-Rome is zoo mooi.</p>
-
-<p>Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich
-vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de
-zweepen.</p>
-
-<p>&mdash;Vole, vole!? riepen zij.</p>
-
-<p>Hij koos er een.</p>
-
-<p>&mdash;Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet
-waar, Gaëtano?</p>
-
-<p>&mdash;Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op
-zijn paard.</p>
-
-<p>Zij reden weg.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû
-van het volk. Het is een aardig volk.</p>
-
-<p>&mdash;U vindt alles goed in Rome.</p>
-
-<p>&mdash;En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom verkeerd?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid,
-altijd de zelfde, en altijd verkeerd is.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind Rome moeilijk.</p>
-
-<p>&mdash;O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum.</p>
-
-<p>&mdash;Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering.</p>
-
-<p>Hij zeide niets, boos.</p>
-
-<p>&mdash;En hier is de Palatijn.</p>
-
-<p>Zij stegen uit en gingen door den ingang.</p>
-
-<p>&mdash;Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit
-paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien.</p>
-
-<p>&mdash;Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers
-waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer,
-niet waar?</p>
-
-<p>&mdash;Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken.</p>
-
-<p>&mdash;Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten.</p>
-
-<p>Zij deden zoo.</p>
-
-<p>&mdash;Voelt u Rome hier niet? vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te
-hooren.</p>
-
-<p>&mdash;Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel
-denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als
-iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een
-table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu
-gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome.
-Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande
-de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de
-antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door
-onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van
-Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld
-ik het me....</p>
-
-<p>Zij zweeg.</p>
-
-<p>&mdash;Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele
-leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze
-verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van
-ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over
-wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat
-niet. En de toekomst interesseert mij niet.</p>
-
-<p>&mdash;Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij.</p>
-
-<p>&mdash;Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede?</p>
-
-<p>&mdash;Bijvoorbeeld.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meent u?</p>
-
-<p>&mdash;Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te
-droomen, en het Verleden is mijn groote droom.</p>
-
-<p>&mdash;Droomt u niet over uzelven?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig.</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u ooit geleden?</p>
-
-<p>&mdash;Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen
-nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik
-gelukkig.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken?</p>
-
-<p>Hij zag haar verbaasd aan.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat òf niet, òf ik praat
-zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek.</p>
-
-<p>&mdash;Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg,
-u vindt me zeker ziekelijk?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik geloof van niet.</p>
-
-<p>&mdash;Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het
-hier mooi. Ademt u Rome in?</p>
-
-<p>&mdash;Welk Rome?</p>
-
-<p>&mdash;Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem
-er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende
-oogen&mdash;hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest.
-Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een
-geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te
-spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was
-geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de
-vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede?</p>
-
-<p>Hij zag haar aan.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn
-zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet.</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, bijna met minachting.</p>
-
-<p>&mdash;U is niet van uw tijd, zeide zij koel.</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u ooit honger gehad?</p>
-
-<p>Hij lachte en haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of
-fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een
-korst brood?</p>
-
-<p>&mdash;O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over!
-smeekte hij.</p>
-
-<p>Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij
-stond op.</p>
-
-<p>&mdash;Is u boos? vroeg hij deemoedig.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos....</p>
-
-<p>&mdash;Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en
-gedroom vindt?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten?</p>
-
-<p>&mdash;O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering.</p>
-
-<p>&mdash;Wat?</p>
-
-<p>&mdash;Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden.</p>
-
-<p>&mdash;En als <i>ik</i> de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral
-zijn: brood voor de toekomst.</p>
-
-<p>&mdash;Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is
-u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte
-fabrieksplaats?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet,
-dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden.</p>
-
-<p>&mdash;En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand
-krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal
-u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst....</p>
-
-<p>Zij zweeg. Toen zeide zij koel:</p>
-
-<p>&mdash;Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="VIII" id="VIII">VIII.</a></h3>
-
-
-<p>In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier
-gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij,
-boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat
-hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den
-Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te
-zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment
-beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille,
-holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het
-was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum
-voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich
-die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij
-een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was,
-en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van
-kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn
-eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder
-voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer,
-voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden
-met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles
-geschapen was, en dat <i>zijn</i> kunst nutteloos was.</p>
-
-<p>Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig
-maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven&mdash;en zijne
-behoeften waren uiterst gering&mdash;, voelde hij zich rijk, en was
-gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang,
-onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste
-pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als
-een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van
-vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem
-meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in
-den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner
-Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van
-Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,&mdash;verblindend vizioen
-van droomzuilen,&mdash;etherische tempels, paleizen van marmer transparant
-oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun
-Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man,
-onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus,
-voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies
-van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een
-standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen
-hemel.</p>
-
-<p>Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog,
-hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch
-kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en
-de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met
-toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep
-van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij
-leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in
-Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen,
-het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren
-kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In
-de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte
-ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit
-weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van
-oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende
-oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte
-naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich
-verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er
-zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius,
-een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de
-arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de
-ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag
-hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van
-oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele
-zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde
-ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud
-door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling,
-zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen,
-van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve,
-na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand
-van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven,
-en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen
-hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den
-Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en
-hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna,
-en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche
-bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom....</p>
-
-<p>Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een
-element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na
-dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen
-gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem
-geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om
-zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met
-zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en
-zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen,
-was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de
-zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk
-of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem
-heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met
-het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in
-schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen
-leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het
-getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin,
-gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend
-in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend
-hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden
-der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven,
-zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte,
-en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in
-zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en
-zusters&mdash;hij sliep en hij at bij Belloni&mdash;veel menschen ontmoet, zich
-met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor
-toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met
-haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel
-en al zich onmogelijk voelende in den kring&mdash;half Italiaansch, half
-cosmopolitisch&mdash;van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes,
-die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen.</p>
-
-<p>En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen,
-dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de
-wezenlijkheid van zoo een vrouw&mdash;nog wel in een boek&mdash;maar niet in
-werkelijkheid. Haar uiterlijk al,&mdash;het bleeke, het gebroken bevallige,
-het moede, had hem verbaasd&mdash;, en hare woorden verbaasden hem nog meer:
-het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê
-te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen
-inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden
-verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als
-hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr
-matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze
-peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed
-tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in
-het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der
-pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der
-engelen en der madonna's op doek en wandtapijt.</p>
-
-<p>In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd
-beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer
-geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone
-amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een
-te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil,
-tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en
-Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met
-Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van
-gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar
-liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit
-verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht,
-begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel
-eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven
-nog nooit.</p>
-
-<p>En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag
-met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom
-in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn
-rust door verloren had.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="IX" id="IX">IX.</a></h3>
-
-
-<p>Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit
-feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal
-daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een
-gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet
-gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie
-zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van
-zeer goede pensions, waar tal van reizigers&mdash;dames vooral&mdash;niet kwamen,
-omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis.</p>
-
-<p>De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne
-had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te
-goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was
-juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie
-eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend
-feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op
-hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een
-prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik
-van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude
-knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze
-feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke
-avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier,
-Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje&mdash;een gast
-afhalen of wegbrengen naar het station&mdash;, de post een paar keer per dag
-rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den
-lift,&mdash;haatte het bal, om al de invités der pensionnaires&mdash;want ieder
-mocht twee of drie invitaties doen&mdash;, om al het vermoeiende gedoe
-met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten
-te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was
-de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen
-dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking
-hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met
-hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen
-op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die
-in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu
-dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud
-de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men
-als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om
-niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde
-facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte
-figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de
-gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en
-bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten.
-Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch
-ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine
-jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het
-waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en
-afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar
-toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en
-zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig.
-Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden
-waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat
-schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er
-gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire
-per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden
-sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg
-te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd
-algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige
-esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de
-diepste verachting.</p>
-
-<p>Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men
-stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden
-opgesteld&mdash;een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen,
-de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel.
-Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en
-jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal
-van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend,
-voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met
-Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices
-en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden
-het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de
-kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men
-lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken
-hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in
-de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en
-juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor.</p>
-
-<p>Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken
-en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de
-baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren
-Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze
-particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle
-pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen
-elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men
-was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt
-en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd
-in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels
-verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin,
-wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn
-en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor
-iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons,
-toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem,
-omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders
-in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie,
-Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich
-niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde
-bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde
-binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere
-vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren
-van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch
-laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen
-telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor:</p>
-
-<p>&mdash;Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio....</p>
-
-<p>De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres
-luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar
-den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de
-kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet
-in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van
-San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa,
-en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de
-baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een
-wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen
-als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel
-Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam:
-klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte
-gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne
-had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen
-neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar
-vader in Chicago.</p>
-
-<p>Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was
-bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was
-den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes
-van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal
-nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed
-hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht,
-aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke
-verschijning.</p>
-
-<p>Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering
-van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen
-was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la
-Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen
-der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,&mdash;Cornélie en
-Duco&mdash;in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een
-der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij
-praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te
-voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden
-praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister
-verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om,
-en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en
-zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van
-den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op
-een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte
-deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch
-van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel,
-dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden
-zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig
-luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk
-uitgesproken door de marchesa.</p>
-
-<p>&mdash;En wie dan? vroeg de prins zacht.</p>
-
-<p>&mdash;Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in
-dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar
-dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de
-mooie Amerikaansche.</p>
-
-<p>&mdash;En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins.</p>
-
-<p>De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets.</p>
-
-<p>&mdash;En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder.</p>
-
-<p>&mdash;Geen geld, antwoordde de marchesa kort.</p>
-
-<p>&mdash;En de jonge baronesse?</p>
-
-<p>&mdash;Geen geld, herhaalde Belloni.</p>
-
-<p>&mdash;Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê.</p>
-
-<p>La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare
-afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op.</p>
-
-<p>&mdash;... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en
-schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier,
-omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is
-en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en
-betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets.
-Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den
-wijn laat ik haar betalen.</p>
-
-<p>&mdash;Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig.</p>
-
-<p>&mdash;Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand
-is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een
-dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet
-zoo moeilijk zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig.</p>
-
-<p>&mdash;Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet.</p>
-
-<p>&mdash;Hoeveel heeft papa u beloofd, als u....</p>
-
-<p>De muziek boemde op.</p>
-
-<p>&mdash;... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is
-gemakkelijk.... Miss Hope....</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb zooveel kousen niet noodig....</p>
-
-<p>&mdash;... erg geestig. Als je niet wilt....</p>
-
-<p>&mdash;... neen....</p>
-
-<p>&mdash;... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel?</p>
-
-<p>&mdash;... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies.</p>
-
-<p>&mdash;... Urgent?</p>
-
-<p>&mdash;Schulden zijn nooit urgent!</p>
-
-<p>&mdash;Wil je?</p>
-
-<p>&mdash;Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen....
-En dan krijgt ... u....</p>
-
-<p>Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania.</p>
-
-<p>&mdash;Urania? vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk
-aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden
-die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur.
-Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering.</p>
-
-<p>&mdash;... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet
-minder dan tien millioen.</p>
-
-<p>&mdash;Vijf....</p>
-
-<p>&mdash;Neen, tien....</p>
-
-<p>De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco
-lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid.</p>
-
-<p>Cornélie schrikte.</p>
-
-<p>&mdash;Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ze maakten gekheid.</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof van niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik van wel.</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u menschenkennis?</p>
-
-<p>&mdash;O neen, heelemaal niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn
-en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet....</p>
-
-<p>&mdash;Wat dan?</p>
-
-<p>&mdash;Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen
-geld hebben, dan toch voor Urania Hope....</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert
-me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik
-het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...!
-Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en
-om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet....</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u ooit liefgehad?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo
-gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie
-is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is,
-zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te
-kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in
-een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde
-zich noemt.</p>
-
-<p>Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber.</p>
-
-<p>&mdash;Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo
-alleen....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="X" id="X">X.</a></h3>
-
-
-<p>Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk;
-eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard,
-zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en
-hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa
-wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd
-beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een
-kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij
-liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met
-miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in
-verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje, dat
-eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of
-Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde
-zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle
-kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte
-met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke
-soprani.</p>
-
-<p>Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch
-over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het
-gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel
-geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden
-ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne
-koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig
-de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer
-onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog
-altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend
-aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte
-over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor
-van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam,
-dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar
-na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss
-Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen
-had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension,
-waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare
-verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard,
-de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de
-baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich
-aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook&mdash;om
-de tocht, zooals de baronin verzekerde&mdash;; nieuwe gasten namen hare
-plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen
-met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt
-en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde
-haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en
-hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss
-Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den
-Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem
-den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was,
-ja dan niet.</p>
-
-<p>Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard,
-en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij
-priester was of leek.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XI" id="XI">XI.</a></h3>
-
-
-<p>--Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij.</p>
-
-<p>Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de
-meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss
-Taylor en Urania.</p>
-
-<p>--Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie.</p>
-
-<p>--U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania
-kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik
-zie ze niet en voel niet voor ze....</p>
-
-<p>&mdash;En ik ben geen schim?</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u
-een schim te vinden.</p>
-
-<p>&mdash;Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie.</p>
-
-<p>&mdash;Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco.</p>
-
-<p>Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide
-lachend:</p>
-
-<p>&mdash;Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan
-godsdienst&mdash;ik meen kerkelijken godsdienst&mdash;behoefte had, zoû ik liever
-Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu....</p>
-
-<p>Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze
-zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij
-voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche
-van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een
-beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes,
-waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo
-geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant
-door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het
-Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne
-moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna
-en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en
-verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over
-Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar
-zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde
-Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en
-verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke
-indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen
-haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want
-hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke
-aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië:
-de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië;
-Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het
-forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje
-zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht:
-het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum
-in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom
-en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze
-mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers
-van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen
-fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde
-hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en
-apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat
-was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij
-zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's.</p>
-
-<p>Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij
-over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve
-Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een
-jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele
-satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan
-hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel
-hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke
-leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens
-zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf
-discipelen.</p>
-
-<p>En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam
-hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan,
-en verloor zich in de edele marmers.</p>
-
-<p>Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij
-er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding,
-als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen
-stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet
-meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven
-getrouw gebleven.</p>
-
-<p>&mdash;En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû
-ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan?
-Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan
-dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet
-schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer
-over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood?</p>
-
-<p>&mdash;Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde
-donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn
-moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en
-weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo
-zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel.</p>
-
-<p>&mdash;Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven
-heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het
-leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en <i>die</i> lijn is
-moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zie mijn lijn ook niet voor me....</p>
-
-<p>&mdash;Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is
-een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was
-gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en
-denken de zusjes er aan?</p>
-
-<p>De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken,
-gichelden een beetje. Mama stond op.</p>
-
-<p>&mdash;Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat
-zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die
-lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat....</p>
-
-<p>&mdash;Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn
-lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is
-heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust
-verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een
-doel konden vinden! Voor de Toekomst....</p>
-
-<p>Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af,
-tastende.</p>
-
-<p>&mdash;Brood? vroeg hij zich af.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XII" id="XII">XII.</a></h3>
-
-
-<p>Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die
-in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos
-was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren,
-waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante
-en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl
-het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te
-maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van
-Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu
-niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan.
-Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen
-zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten
-en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide
-waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het
-deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij
-zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche
-madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig
-liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek
-haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet
-ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er
-zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk,
-maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek,
-terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van
-de wereld.</p>
-
-<p>Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den
-Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker
-geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was
-als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen:
-kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren,
-zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van
-uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd
-van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn
-dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien&mdash;in
-de teleurstelling van hare illuzie&mdash;, in het grauwe licht eener
-toenemende onverschilligheid&mdash;niet edel was en niet goed; en wist zij,
-dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als
-een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en
-Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans
-en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland.
-Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om
-dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet
-modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich
-eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel
-woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een
-doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan
-moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern
-vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt,
-vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een
-droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst
-alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo
-te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend
-een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was
-het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij
-voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed
-alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig,
-en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had
-geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden
-van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille,
-het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en
-stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij
-leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij
-had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar
-Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag
-zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit
-begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in
-haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo
-lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië
-niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en
-de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk.
-Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn....</p>
-
-<p>Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel
-jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien
-roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En
-doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de
-Vrouw, voor het Meisje....</p>
-
-<p>Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de
-Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal.
-Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij
-had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten
-den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette....</p>
-
-<p>En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen
-dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure
-vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de
-meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was
-in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn
-van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was
-in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig,
-in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie,
-wist zij niet:</p>
-
-<p>&mdash;O God, zèg mij, wat wij moeten doen!</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XIII" id="XIII">XIII.</a></h3>
-
-
-<p>Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te
-verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in
-hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens
-schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed
-van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter
-gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en
-trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via
-dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna
-geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er,
-en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot
-de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een
-rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze
-niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de
-zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat
-Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien
-dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek;
-en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet
-weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid
-niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken
-toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door
-enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens,
-zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie,
-intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef
-zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en
-ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie
-voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat
-daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum
-toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich
-gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer
-ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes,
-die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien,
-om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem,
-geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier
-heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de
-eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war
-en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant,
-elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van
-verleden,&mdash;in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure,
-met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar
-na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten,
-bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken,
-terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat
-hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets
-onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw,
-met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl
-voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name
-de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een
-ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las,
-dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen
-leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom
-dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend
-stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem
-zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek
-en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei
-hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten,
-ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe
-te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot
-medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw,
-als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn
-harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij
-haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers
-aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij
-voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer,
-zag soms scherp, trots zijn droomen, trots zijn soms alles omvattend
-gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer,
-zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der
-menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar
-eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet
-wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar
-lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog
-nimmer had gevonden.</p>
-
-<p>Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste
-bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts
-in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen
-vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor
-de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling,
-weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en
-schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over
-zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar
-Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en
-aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst,
-alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en
-een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in
-haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie
-flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,&mdash;op wien zij
-verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in
-zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals
-hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig
-snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk
-uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn,
-delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor
-haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk
-grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en
-een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld
-nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te
-maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn
-ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg,
-schudde en kwakte tegen den muur aan....</p>
-
-<p>Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden
-met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm,
-mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen,
-tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij
-vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij
-had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat
-niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als
-alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan
-hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden
-vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk
-terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar
-zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en
-niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij,
-walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich
-diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder
-iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden
-vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld
-en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad
-was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste
-van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het
-niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens
-voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een
-beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij
-nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende
-zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de
-conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden,
-generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij
-hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar
-was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet
-artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had,
-dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn,
-en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan
-moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch
-zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als
-een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn
-geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als
-de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar
-hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in
-hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun
-aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan
-haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij
-dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst.
-De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen
-lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar
-levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat
-zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad,
-een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende
-menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen
-en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot
-de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich
-vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en
-levensbeweging....</p>
-
-<p>Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in
-hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor
-haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om
-zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd,
-en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar
-brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van
-hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij
-vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten,
-eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde
-zich klaar om te weenen, te snikken, en&mdash;vreemd&mdash;in haar bitterheid,
-dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich
-niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder
-zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn
-zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén
-zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar;
-zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen
-goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar
-knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor
-menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt
-opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en
-restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging.
-Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet
-alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien
-avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij
-liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen
-gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij
-hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij
-had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat
-haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de
-rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn
-droomen&mdash;als was die draad zijn levensrichting,&mdash;zoo veel kalmte en
-zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem
-opzag.</p>
-
-<p>En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs
-droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,&mdash;zij voelden
-elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen,
-terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van
-werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den
-hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar.</p>
-
-<p>En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies
-waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor
-den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde
-stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om
-zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte.</p>
-
-<p>Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare
-rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar
-het Colosseum&mdash;donker te raden boog in donkeren nacht&mdash;, snikte zij,
-zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en
-eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes
-der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en
-wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld
-verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XIV" id="XIV">XIV.</a></h3>
-
-
-<p>Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was.
-Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger,
-en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het
-overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens
-gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette
-daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje.
-Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat
-afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet
-gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per
-avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet
-lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd.
-En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich
-'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en
-de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van
-Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de
-gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige
-menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en
-niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan,
-maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en
-aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van
-San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat
-het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine
-ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag
-zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in
-druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten.
-Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen
-bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman.</p>
-
-<p>Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen,
-voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats
-innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een
-prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes,
-herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat
-tegen de maatschappij en de wereld en de menschen.</p>
-
-<p>Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der
-Staals mevrouw en de meisjes en Duco&mdash;naar het salon, zette zich in
-een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar
-tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame&mdash;de meisjes hadden haar al
-bijgenaamd: het satijnen fregat&mdash;glimlachend naar hen toe zagen komen
-en zeggen al van verre:</p>
-
-<p>&mdash;I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al
-sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot
-na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner&mdash;maar ook alleen
-maar nà het diner&mdash;in <i>dezen</i> hoek, aan <i>deze</i> tafel, op <i>deze</i> plaats.
-Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr
-innemen....</p>
-
-<p>En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van
-der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich
-ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren,
-zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag
-plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach;</p>
-
-<p>&mdash;Very much obliged, I thank you very much.</p>
-
-<p>Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen
-fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende,
-verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de
-meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames,
-met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te
-lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en
-gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte.</p>
-
-<p>&mdash;It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en
-groezelig draaiden zij de deur uit.</p>
-
-<p>&mdash;Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen....
-Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen
-zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit
-misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...?</p>
-
-<p>Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij
-wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het
-laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij
-nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten
-bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in
-de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte
-op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en
-de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig
-oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk
-niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan
-mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû
-toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te
-zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte
-bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco....
-Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn
-koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op
-een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner,
-stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat
-was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor
-roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel
-eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den
-nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het
-maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene
-zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn
-binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte
-de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome:
-keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende
-wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen
-schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij
-eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in
-schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder
-den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij
-hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij
-drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om
-haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde
-haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig
-uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide
-niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En
-zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus
-het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen
-heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog
-en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht.
-Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm.
-Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de
-kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten,
-en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis,
-en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht
-te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij,
-dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe
-weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn
-nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ...
-was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep
-in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke
-satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw
-Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar
-banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich
-zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij
-zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht
-aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon
-zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan
-iets moois....</p>
-
-<p>Maar Urania moest zij waarschuwen.</p>
-
-<p>En moê sliep zij in.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XV" id="XV">XV</a></h3>
-
-
-<p>Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent
-haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar,
-zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en
-voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken
-had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat
-zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep
-ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie
-stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich
-te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij
-mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in
-Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar
-Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten
-van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling:
-zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare
-prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende
-aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn
-moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken,
-klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden
-zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk
-heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden,
-maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde,
-tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper
-uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij
-zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij
-bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als
-twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht
-over hare brochure; hij sprak,&mdash;om haar lief te zijn&mdash;over den
-toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij
-laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de
-luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een
-man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de
-Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist.
-Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee
-bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij
-zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte
-met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde
-alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner.
-In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het
-aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was
-tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had
-een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij
-niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel.
-Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een
-prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel
-moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe,
-in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure
-nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht.
-Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar
-Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van
-gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam
-over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar
-geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde
-jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van
-Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde,
-vond zij Italië toch wel interessant.</p>
-
-<p>Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij
-geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet
-voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de
-woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare
-avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel
-niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden
-met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar
-de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een
-tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp:
-ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij
-wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo
-gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij
-dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen
-leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest
-in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad.
-Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo
-kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê....
-Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem,
-alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn
-oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak,
-had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij....
-Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare
-natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe
-gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien
-in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van
-alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar
-schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne
-onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit
-in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het
-haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man
-comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde
-het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich,
-rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur,
-haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en
-glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in
-een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de
-frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar
-was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij
-voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel
-vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen
-zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en,
-starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar
-toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû,
-langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende
-door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere
-zoekende zielen?</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XVI" id="XVI">XVI.</a></h3>
-
-
-<p>Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met
-Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje
-en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en
-om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van
-Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano,
-in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke
-tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie
-had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp
-alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn,
-twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania
-stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz,
-en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden.
-Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania
-lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan,
-dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche
-meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer
-gewichtig&mdash;een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!&mdash;en zij
-fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende
-vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord
-had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met
-haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke
-erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel
-voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de
-bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met
-haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen&mdash;geen vat krijgende op haar
-argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en&mdash;als Cornélie vermoedde,
-&mdash;daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals
-had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa
-te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de
-beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender
-waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die
-lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet,
-verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te
-zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in
-te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere
-stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En
-Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over
-zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had
-geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand
-van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had
-doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op
-dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania
-haar erg knap vond&mdash;a very clever girl&mdash;zoo te kunnen redeneeren en
-te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk
-op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel
-gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den
-langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de
-onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt,
-geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar
-eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een
-tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene
-niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het
-"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare
-eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn
-grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende,
-dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij
-terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes
-alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld
-lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een
-verarmd Italiaansch huis,&mdash;dat den Paus was trouw gebleven, en den
-koning niet diende&mdash;te verbeteren in zijn finanties. En zij waren
-beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt
-werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten,
-zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio
-zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei,
-dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier
-hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En
-hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond
-Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van
-haar aannam en een koekje wilde eten.</p>
-
-<p>En Urania toonde haar album met wapens&mdash;de prins had het zijne er al
-in afgedrukt&mdash;en toen haar album met stalen van de baljaponnen der
-koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij
-opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met
-zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij
-zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare
-Majesteit; zijn nicht,&mdash;niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet
-pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,&mdash;had hem dit
-lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien:
-de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging
-daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet
-naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit
-vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon
-hem kwaad doen in zijn carrière,&mdash;welke carrière? vroeg Cornélie zich
-af&mdash;als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel
-bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen.</p>
-
-<p>En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den
-maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd,
-en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven
-Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een
-koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur:</p>
-
-<p>&mdash;Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede.</p>
-
-<p>En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar
-kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in
-die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid
-en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen
-tricot-fabrikant.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XVII" id="XVII">XVII.</a></h3>
-
-
-<p>Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en
-Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni.
-In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco
-iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo
-zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen
-dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg
-er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren:
-'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café,
-meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde
-Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel
-te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door
-kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen,
-begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij
-haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar
-sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar
-"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg
-tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en
-begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge
-vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking,
-dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad;
-nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen
-uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar
-Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven
-in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar
-hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke
-Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele
-intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden,
-levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal
-onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie
-verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet
-meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde
-voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van
-kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof
-scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania
-Hope haar niet schelen kon.</p>
-
-<p>Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie
-voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke
-tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en
-eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen,
-te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in
-gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist
-had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet
-waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar
-aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde
-hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van
-haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte,
-de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met
-de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange
-wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief
-voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als
-van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren.
-Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren
-hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de
-contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan,
-in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint,
-ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in
-een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een
-levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was
-niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie,
-zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en
-uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij
-werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet
-slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van
-côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch
-cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur
-naar wat onnoozele intrigue,&mdash;nauwelijks intrigue, dacht hij&mdash;en was
-zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken
-van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte
-om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat
-hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij?
-Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste
-geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den
-droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde
-op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond
-als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij
-was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim
-dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar
-zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield
-van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich
-heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies
-doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen
-en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan
-Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid,
-van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare
-van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat
-samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:&mdash;een
-onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig,
-klein tevreden en kalm&mdash;maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van
-iederen dag.</p>
-
-<p>En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw
-Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli,
-wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar
-het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel&mdash;als tafel&mdash;in de
-villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen,
-zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van
-het Nemi-meer,&mdash;spiegel van Diana&mdash;-en reden over Frascati terug. In
-het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men
-overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht
-aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer
-trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo
-jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom,
-zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en
-dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen
-alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het
-droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig
-naast hem&mdash;rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend
-in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van
-een nauwlijks goudenen zonsondergang,&mdash;dat hij haar dierbaar was om
-die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende:
-klare stem uit droomschemer opklinkend&mdash;en dat zij gelukkig was naast
-hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn
-hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de
-lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar
-het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde
-toekomst....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XVIII" id="XVIII">XVIII.</a></h3>
-
-
-<p>Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich
-met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met
-Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling.
-Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het
-Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van
-Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren
-op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die
-praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen.
-Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap,
-dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den
-prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk
-niet veel zeggen. Toen na het hofbal&mdash;waar de koningin waarlijk het
-gepailletteerde brokaat had gedragen!&mdash;zocht Urania Cornélie weêr op en
-bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had
-hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als
-was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg
-hoe zij zoo iets had kunnen beloven....</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn
-visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien,
-&mdash;hij woont in het Palazzo Ruspoli&mdash;als hij mij een paar schilderijen
-toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren
-te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke
-kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang
-met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je
-dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in
-zijn atelier....</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand
-verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is
-onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een
-huwelijk?</p>
-
-<p>&mdash;Als ik Roomsch word....</p>
-
-<p>&mdash;En...?</p>
-
-<p>&mdash;Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij
-weifelend.</p>
-
-<p>Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van
-prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen.</p>
-
-<p>&mdash;Alleen.... begon zij.</p>
-
-<p>&mdash;Wat...?</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten.
-Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets,
-geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging
-naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn
-vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord
-van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel
-van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude
-Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano....
-Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar
-woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie;
-maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is
-er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb
-mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla,
-de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel
-niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat
-vervelend....</p>
-
-<p>Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes:
-tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit
-huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een
-titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij
-hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar
-ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû.</p>
-
-<p>&mdash;En wanneer zoû je naar den prins gaan?</p>
-
-<p>&mdash;Van avond....</p>
-
-<p>&mdash;Ga niet.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan.</p>
-
-<p>&mdash;Verzeker je het mij?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ja.</p>
-
-<p>&mdash;Ga niet, Urania.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal
-niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XIX" id="XIX">XIX.</a></h3>
-
-
-<p>Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat
-Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant,
-waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang,
-niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde
-onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken
-en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek,
-gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan
-den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de
-Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht,
-en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire
-voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam
-van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi
-was....</p>
-
-<p>Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij:</p>
-
-<p>&mdash;Ik ga naar het Palazzo Ruspoli....</p>
-
-<p>Hij zag verbaasd op.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Om naar miss Hope te vragen.</p>
-
-<p>Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien.</p>
-
-<p>&mdash;Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er
-... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken....</p>
-
-<p>Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo
-excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van
-onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te
-vinden. Cornélie zag op haar horloge.</p>
-
-<p>&mdash;Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen
-tijd.</p>
-
-<p>Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht
-en stond op. Hij volgde haar.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er
-allerlei last meê krijgen.</p>
-
-<p>&mdash;Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad
-doen.</p>
-
-<p>Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken
-niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw
-Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de
-Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien
-prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij
-werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al
-aan den suisse:</p>
-
-<p>&mdash;Is de signore principe thuis?</p>
-
-<p>De man zag haar argwanend aan.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, sprak hij kort.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne
-Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond
-den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets,
-dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz....</p>
-
-<p>Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde
-het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het
-iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen
-bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die
-gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam
-het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den
-portiek.</p>
-
-<p>Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij
-deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar
-weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû
-hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare
-van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo
-tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien
-hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok
-en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare
-minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine
-restauratie.... De suise kwam terug.</p>
-
-<p>&mdash;Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen....</p>
-
-<p>Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne
-verwarring.</p>
-
-<p>&mdash;Ga je meê?</p>
-
-<p>&mdash;Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten.</p>
-
-<p>Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den
-breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar
-tegemoet.</p>
-
-<p>&mdash;Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen
-waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar
-hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak.</p>
-
-<p>&mdash;Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken....</p>
-
-<p>Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen.</p>
-
-<p>&mdash;U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als
-het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ...
-maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug,
-zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken?</p>
-
-<p>De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een
-vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij
-de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij
-beide handen en zag haar angstig aan.</p>
-
-<p>&mdash;Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken.
-Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden.
-Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen?</p>
-
-<p>Urania begon te weenen.</p>
-
-<p>&mdash;Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet.
-Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk....</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom deed je het dan?</p>
-
-<p>&mdash;Ik kon het niet laten.</p>
-
-<p>&mdash;Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet....</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het!</p>
-
-<p>&mdash;Wat zie je in hem?</p>
-
-<p>&mdash;Ik hoû van hem....</p>
-
-<p>&mdash;Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer
-je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande
-vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn?</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie ... stil...!</p>
-
-<p>&mdash;Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen
-reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch,
-liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed,
-maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind!</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie....</p>
-
-<p>&mdash;Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of
-neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook....</p>
-
-<p>&mdash;Ja, blijf jij ook....</p>
-
-<p>&mdash;We zullen hem roepen.</p>
-
-<p>&mdash;Ja.</p>
-
-<p>Cornélie belde, een lakei verscheen.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een
-pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis
-zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer
-hoffelijk, en uiterlijk kalm.</p>
-
-<p>&mdash;Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en
-huichelglimlach.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak
-Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent
-haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!?</p>
-
-<p>De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met
-haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag
-eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en
-frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid:
-die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van
-een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep
-grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw,
-bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome,
-morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw,
-die hem&mdash;hij was er zeker van&mdash;doorzag; die hem&mdash;antipathiek&mdash;toch
-toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit
-louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij
-bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij
-vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer
-gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat
-hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar,
-zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te
-hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van
-nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas,
-niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug,
-en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich
-tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins:</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid
-ben: màg ik ze zien?</p>
-
-<p>De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur,
-éen vlam in een oogenblik.</p>
-
-<p>&mdash;Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek.
-Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der
-Staal.</p>
-
-<p>De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij
-twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en
-signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie
-werd hem zeer sympathiek.</p>
-
-<p>&mdash;Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te
-komen.</p>
-
-<p>&mdash;Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen....</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig.</p>
-
-<p>Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar
-zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag
-in den spiegel.</p>
-
-<p>&mdash;Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania.</p>
-
-<p>Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie.
-En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin
-aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien
-Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later
-schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der
-gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en
-tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte
-vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk
-schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en
-neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een
-donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie
-en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van
-bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende....</p>
-
-<p>Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus,
-niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had
-gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk
-verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen.</p>
-
-<p>Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde
-om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde
-den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij
-de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten.
-Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne
-vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die
-kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er
-een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na,
-levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer
-van dat groote salon, bureau van den prins&mdash;zijn schrijftafel stond
-er&mdash;de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen
-van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen
-tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei
-geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar
-nooit gezien&mdash;niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn
-atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij
-éene vrouw, of tien vrouwen?</p>
-
-<p>En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere
-openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als
-een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet,
-meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat
-element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze
-woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door
-elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en
-regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het,
-dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen.
-Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen&mdash;want
-bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende
-hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare&mdash;maar zijn
-natuur was zoo weinig ernstig&mdash;hij zoû trouwen meer om zijn vader en
-de marchesa Belloni, dan om zichzelven;&mdash;hij leefde even pleizierig
-met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû
-doen&mdash;dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat
-hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa
-zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op
-Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had.
-Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole,
-morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die
-Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië?
-Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig,
-mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich
-met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas
-vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm
-Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij
-beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor:</p>
-
-<p>&mdash;Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij
-<i>overwonnen: ik geef mij gewonnen</i>....</p>
-
-<p>De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd
-om niets, maar tusschen henbeiden&mdash;den prins en Cornélie&mdash;klonken zij
-vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen....</p>
-
-<p>Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de
-champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen:</p>
-
-<p>&mdash;O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!!</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XX" id="XX">XX.</a></h3>
-
-
-<p>Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij
-zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord
-had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure
-verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd
-zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat
-zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond,
-scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te
-praten.</p>
-
-<p>Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten
-in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten
-afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele
-guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en
-zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis
-achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der
-osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de
-halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte
-eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts
-half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne
-gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het
-even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach,
-geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar,
-aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas
-kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige
-manteltje&mdash;losgeknoopt&mdash;en in hare blouse een ruikertje viooltjes
-gestoken.</p>
-
-<p>De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere&mdash;den
-eenigen,&mdash;die hen goed kende, van iederen dag&mdash;familiaar minzaam
-iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote
-plannen, hare blijde woorden&mdash;het schitterde hem alles tegen,
-studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral
-gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van
-assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan
-den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die
-openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze
-was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder
-en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn
-zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad
-tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een
-innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn,
-samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was
-geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen
-liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van
-opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet.
-Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar
-leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties,
-vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar
-eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar
-het overwoog niet in hare waardeering.</p>
-
-<p>En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder
-behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met
-den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania
-opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare
-natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen
-Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij
-betaalde&mdash;het was zijn beurt&mdash;en zij stonden op en zij nam vroolijk
-zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier
-doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij
-zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het
-nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En
-zij wilde het hem geven.</p>
-
-<p>Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan
-en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij
-zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De
-vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij
-stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat
-gestapeld lag.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie...! riep hij nu, iets radende.</p>
-
-<p>&mdash;Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil....</p>
-
-<p>Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen.</p>
-
-<p>&mdash;Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet.</p>
-
-<p>Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest
-vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor
-honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria.</p>
-
-<p>En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen
-op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk.
-In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat
-Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist
-neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn
-goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog,
-recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om
-den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn
-armen.</p>
-
-<p>&mdash;Mag ik je danken, Cornélie?</p>
-
-<p>En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXI" id="XXI">XXI.</a></h3>
-
-
-<p>Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een
-gewone beleefdheid na gisteren avond&mdash;haar geïmprovizeerd bezoek in
-het Palazzo Ruspoli&mdash;en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een
-prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk
-&mdash;artikel eerst&mdash;was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû
-zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had
-gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette
-zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij
-gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij
-zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres
-plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij
-bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal
-van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het
-kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van
-vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst,
-in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel;
-wetten voor huwelijk en scheiding....</p>
-
-<p>Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er
-bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche,
-Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd.
-Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk;
-sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met
-inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en
-gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar
-leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht?
-In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde
-meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij
-liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur
-en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar
-huwelijk, hare scheiding....</p>
-
-<p>Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij
-er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te
-denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen....
-Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel
-te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en
-zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen
-roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms
-te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht
-zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde
-zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid
-geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten
-vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk
-in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor
-zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar
-zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van
-hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar
-wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had
-zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een
-twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven
-uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar
-artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der
-Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten
-van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige,
-werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,&mdash;te oppervlakkig;&mdash;en
-dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar
-ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus
-met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De
-Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het
-Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat
-hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en
-te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van
-het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn.
-Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk
-gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en
-nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan....
-Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een
-week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden,
-van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere
-coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen....
-Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst
-dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en
-champagne&mdash;: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt&mdash;en de prins,
-klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd
-viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel
-aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en
-flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was
-zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad....</p>
-
-<p>Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan.
-Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat
-zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar
-ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje
-en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de
-concierge bezorgen liet....</p>
-
-<p>Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie,
-toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het
-was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich
-klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak
-een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den
-schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag
-goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn
-gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat
-wel gebeuren zoû gaan....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXII" id="XXII">XXII.</a></h3>
-
-
-<p>Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar
-belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de
-proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar
-zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte
-zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf
-een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde
-gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,&mdash;met
-aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen,
-viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel
-slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk.</p>
-
-<p>Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam,
-zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem
-glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van
-een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze
-handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en
-hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur,
-over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg,
-of hij haar stoorde.</p>
-
-<p>&mdash;U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan
-het hart ligt?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Ik zag drukproeven na.</p>
-
-<p>&mdash;Drukproeven?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Schrijft u?</p>
-
-<p>&mdash;Voor het eerst.</p>
-
-<p>&mdash;Een novelle?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, een artikel.</p>
-
-<p>&mdash;Een artikel? Waarover??</p>
-
-<p>Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte
-vroolijk.</p>
-
-<p>&mdash;Dat had u nooit gedacht, niet waar?</p>
-
-<p>&mdash;Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend
-aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In
-het Hollandsch?</p>
-
-<p>&mdash;In het Hollandsch.</p>
-
-<p>&mdash;Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen....</p>
-
-<p>Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem
-bonbons. Hij knabbelde er ettelijke.</p>
-
-<p>&mdash;Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig?</p>
-
-<p>&mdash;Soms ben ik heel ernstig.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ook....</p>
-
-<p>&mdash;Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel
-ernstig geworden.</p>
-
-<p>Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan.</p>
-
-<p>&mdash;U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap.
-Wat u wil, dat gebeurt.</p>
-
-<p>&mdash;Soms....</p>
-
-<p>&mdash;Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. <i>Als</i> ik wil.
-Maar meestal wil ik niet.</p>
-
-<p>&mdash;Verleden wilde u wel....</p>
-
-<p>Hij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan
-u.</p>
-
-<p>&mdash;Wie weet!</p>
-
-<p>Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit
-het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in.</p>
-
-<p>&mdash;Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig.</p>
-
-<p>&mdash;Wat?</p>
-
-<p>&mdash;Een souvenir aan onze eerste kennismaking.</p>
-
-<p>&mdash;Het is charmant van u. Wat zal het zijn?</p>
-
-<p>Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij
-opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in
-den vorm van een volant, voor een laag lijf.</p>
-
-<p>&mdash;Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met
-zooveel genot.</p>
-
-<p>Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij
-hem doorzien.</p>
-
-<p>&mdash;Zoo moet u het dragen....</p>
-
-<p>Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den
-eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien,
-zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn
-geschenk. Hij ging zitten.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben blij, dat u het aanneemt.</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u Miss Hope ook wat gegeven?</p>
-
-<p>Hij lachte, zijn overwinnaarslachje.</p>
-
-<p>&mdash;Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan
-u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant.</p>
-
-<p>&mdash;Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken?</p>
-
-<p>&mdash;Ach! lachte hij.</p>
-
-<p>&mdash;Welke carrière?</p>
-
-<p>&mdash;Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij?</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meent u?</p>
-
-<p>&mdash;Zoû ik haar trouwen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen....</p>
-
-<p>Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze
-toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen.</p>
-
-<p>&mdash;Dus voor vrije liefde?</p>
-
-<p>&mdash;Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen....</p>
-
-<p>Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had
-hij misschien nog getwijfeld.</p>
-
-<p>&mdash;En.... vindt u mij ontwikkeld?</p>
-
-<p>Zij lachte, coquet, met even iets van minachting.</p>
-
-<p>&mdash;Hoor eens, wil u ernstig spreken?</p>
-
-<p>&mdash;Heel graag.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde.</p>
-
-<p>&mdash;Dus ben ik niet ontwikkeld?</p>
-
-<p>&mdash;Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling.</p>
-
-<p>&mdash;Dus ben ik niet modern?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, sprak zij, een beetje geërgerd.</p>
-
-<p>&mdash;Leer mij modern zijn.</p>
-
-<p>Zij lachte nerveus.</p>
-
-<p>&mdash;Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania <i>niet</i> te
-trouwen.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief,
-Amerikaansch parvenuetje....</p>
-
-<p>&mdash;Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft....</p>
-
-<p>Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Doe het dan, sprak ze onverschillig.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet.</p>
-
-<p>&mdash;En uw papa? En de marchesa?</p>
-
-<p>&mdash;Wat weet u daarvan?</p>
-
-<p>&mdash;O, alles.... en niets!</p>
-
-<p>&mdash;U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat
-weet u van mijn vader en van de marchesa?</p>
-
-<p>&mdash;Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien
-millioen?</p>
-
-<p>Hij zag haar in stupefactie aan.</p>
-
-<p>&mdash;Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf
-millioen.... Dollars of lire?</p>
-
-<p>Hij sloeg de handen in elkaâr.</p>
-
-<p>&mdash;U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe
-weet u? Hoe weèt u? Weet u alles??</p>
-
-<p>Zij wierp zich achterover en lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Alles....</p>
-
-<p>&mdash;Maar hoé?</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg mij....</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Dat is mijn geheim....</p>
-
-<p>&mdash;En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag?</p>
-
-<p>&mdash;Ik durf niet raden in uw belang.</p>
-
-<p>&mdash;En wat Urania betreft?</p>
-
-<p>&mdash;Raad ik haar af.</p>
-
-<p>&mdash;Hèeft u haar al afgeraden?</p>
-
-<p>&mdash;Zoo nu en dan....</p>
-
-<p>&mdash;U is dus mijn vijand? riep hij boos.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin....</p>
-
-<p>&mdash;Een vriendin? Tot hoever?</p>
-
-<p>&mdash;Tot zoo ver <i>ik</i> gaan wil.</p>
-
-<p>&mdash;Niet tot zoo ver <i>ik</i> wil...?</p>
-
-<p>&mdash;O, neen nooit!</p>
-
-<p>&mdash;Maar misschien willen wij even ver?</p>
-
-<p>Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna
-kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de
-knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren.</p>
-
-<p>&mdash;O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen.</p>
-
-<p>Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak:</p>
-
-<p>&mdash;Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen!</p>
-
-<p>Zij lachte hem uit. Hij stond op.</p>
-
-<p>&mdash;Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij.</p>
-
-<p>Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar.</p>
-
-<p>&mdash;Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik
-niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we
-spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te
-trouwen?</p>
-
-<p>&mdash;Wat kan ik doen, als <i>u</i> me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als
-een lieve vriendin....</p>
-
-<p>Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor
-hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen;
-hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden.</p>
-
-<p>&mdash;Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar
-millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft
-kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten.</p>
-
-<p>&mdash;Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan
-komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....&mdash;hij
-trok een tragisch gezicht&mdash;: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik
-toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ...
-zal elders zijn....</p>
-
-<p>&mdash;Waar?</p>
-
-<p>&mdash;Met de richting der vrouwenbeweging meê.</p>
-
-<p>Zij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Nu wil ik dan lief zijn?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;En u beloven te helpen?</p>
-
-<p>Wat kon het haar schelen?</p>
-
-<p>&mdash;O, engel, demon! riep hij uit.</p>
-
-<p>Hij knabbelde een bonbon.</p>
-
-<p>&mdash;En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend.</p>
-
-<p>Zij trok de wenkbrauwen op.</p>
-
-<p>&mdash;Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst.</p>
-
-<p>&mdash;En aan u.</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin.</p>
-
-<p>&mdash;En aan mij.</p>
-
-<p>&mdash;U dineert dikwijls met hem.</p>
-
-<p>&mdash;Ja.</p>
-
-<p>&mdash;Dineer ook eens met mij.</p>
-
-<p>&mdash;O, heel gaarne.</p>
-
-<p>&mdash;Morgen avond? Waar?</p>
-
-<p>&mdash;Waar u wil.</p>
-
-<p>&mdash;In het Grand-Hôtel?</p>
-
-<p>&mdash;Vraag er dan Urania bij.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom wij niet alleen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik
-zal haar chaperonneeren.</p>
-
-<p>&mdash;U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van
-der Staal mij ook het genoegen te doen....</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal het doen.</p>
-
-<p>&mdash;Dan tot morgen, half negen?</p>
-
-<p>&mdash;Tot morgen, half negen.</p>
-
-<p>Hij stond op, om afscheid te nemen.</p>
-
-<p>&mdash;Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik
-liever....</p>
-
-<p>&mdash;Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet.</p>
-
-<p>&mdash;U zoo koel.</p>
-
-<p>&mdash;En u denkt lang niet genoeg aan Urania.</p>
-
-<p>&mdash;Ik denk aan de vrouwenbeweging.</p>
-
-<p>Hij ging zitten.</p>
-
-<p>&mdash;Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij
-kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal.</p>
-
-<p>Hij kuste hare hand.</p>
-
-<p>&mdash;U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de
-interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet.</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik drukproeven corrigeer.</p>
-
-<p>&mdash;Omdat u is, die u is....</p>
-
-<p>En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend:</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal u nooit kunnen vergeten....</p>
-
-<p>En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was
-zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur:
-zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen
-iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag.
-Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen....
-Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren.</p>
-
-<p>En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur
-kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje,
-het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had
-opgehouden.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXIII" id="XXIII">XXIII.</a></h3>
-
-
-<p>Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar
-Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het
-was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel,
-en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst
-uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste
-huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de
-antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest,
-blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel
-nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op
-zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene
-met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje
-gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder
-wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een
-ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde
-vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest&mdash;meende men&mdash;;
-zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met
-dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men
-had er spoedig alles van geweten....</p>
-
-<p>Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en
-zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos
-was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog
-in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende
-over een fraze in haar brochure&mdash;werd er geklopt, bracht de meid
-haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde.
-Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare
-chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk
-overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een
-hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat
-de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor
-Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet
-haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust
-was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als
-getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar
-niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen
-dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort....
-Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende
-haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel,
-antwoordde zij eindelijk:</p>
-
-<p>&mdash;Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever
-hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer
-bewijst....</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben....</p>
-
-<p>&mdash;En wat ben je dan?</p>
-
-<p>&mdash;Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom
-stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie?</p>
-
-<p>&mdash;Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio
-flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat
-mij niets aan....</p>
-
-<p>&mdash;Een reden te meer.</p>
-
-<p>&mdash;Het is afgesproken, hoor kindje.</p>
-
-<p>Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg:</p>
-
-<p>&mdash;En blijven wij toch "good friends?"</p>
-
-<p>&mdash;Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te
-brouilleeren? Ik zie er geen....</p>
-
-<p>Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had
-tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij
-later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van
-het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige
-hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij
-de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij
-stond op, rekte zich uit.</p>
-
-<p>&mdash;Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen....</p>
-
-<p>Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de
-zitkamer. Urania weende.</p>
-
-<p>&mdash;Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je
-huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je
-bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je
-denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin
-di San Stefano wordt?</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik
-weet het niet....</p>
-
-<p>Cornélie haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Je bent nog verstandiger dan ik dacht....</p>
-
-<p>&mdash;Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik
-vertrouwen op je raad?</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten.</p>
-
-<p>Urania vatte haar hand.</p>
-
-<p>&mdash;Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet?</p>
-
-<p>Cornélie zag haar diep in de oogen.</p>
-
-<p>&mdash;Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het
-denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû
-niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets
-socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel....</p>
-
-<p>&mdash;Ik ook niet....</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren,
-dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik
-antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal
-koud.</p>
-
-<p>&mdash;En je noemt je mijn vriendin....</p>
-
-<p>&mdash;Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan
-niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten....</p>
-
-<p>&mdash;Je bent coquet....</p>
-
-<p>&mdash;Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio.</p>
-
-<p>&mdash;Heusch?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als
-het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel
-ik het niet.</p>
-
-<p>&mdash;Je houdt van Mr. Van der Staal?</p>
-
-<p>&mdash;Heel veel....</p>
-
-<p>&mdash;Ga je met hem trouwen, Cornélie?</p>
-
-<p>&mdash;Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk
-is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo
-overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan.
-Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di
-Spagna....</p>
-
-<p>Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij
-Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten,
-hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar
-huis?</p>
-
-<p>&mdash;Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer.</p>
-
-<p>&mdash;Wat?</p>
-
-<p>&mdash;Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het
-Grand-Hôtel en geen champagne.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;De aanstaande prinses wil het niet.</p>
-
-<p>&mdash;Is zij jaloersch?</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie vertelde hem van de scène.</p>
-
-<p>&mdash;En u mag zelfs niet met me meêloopen.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik doe het toch.</p>
-
-<p>&mdash;Dus het recht van den man, van den sterkste?</p>
-
-<p>&mdash;Juist.</p>
-
-<p>&mdash;Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn
-roeping ongetrouw.</p>
-
-<p>&mdash;U is allerliefst ... als altijd.</p>
-
-<p>&mdash;Dat mag u niet meer zeggen.</p>
-
-<p>&mdash;Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar
-trouwen?</p>
-
-<p>Cornélie schaterlachte.</p>
-
-<p>&mdash;U vraagt beiden <i>mij</i> raad!</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ja, wat denkt u?</p>
-
-<p>&mdash;Zeker, trouw haar!</p>
-
-<p>Hij zag niet hare minachting.</p>
-
-<p>&mdash;Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en
-lachte.</p>
-
-<p>Nu zag hij er iets van.</p>
-
-<p>&mdash;U veracht mij, ons beiden misschien.</p>
-
-<p>&mdash;O, neen....</p>
-
-<p>&mdash;Zeg mij, dat u me niet veracht.</p>
-
-<p>&mdash;U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar
-dat niet alleen moet reizen. En u....</p>
-
-<p>&mdash;En ik?</p>
-
-<p>&mdash;U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u....</p>
-
-<p>&mdash;Dadelijk, dadelijk....</p>
-
-<p>Hij kocht het boeketje.</p>
-
-<p>&mdash;U is zoo dol op viooltjes, niet waar....</p>
-
-<p>&mdash;Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij
-afscheid van elkaâr.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik breng u thuis.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ga niet naar huis.</p>
-
-<p>&mdash;Waarheen dan?</p>
-
-<p>&mdash;Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar.</p>
-
-<p>&mdash;Hij is wel gelukkig!</p>
-
-<p>&mdash;Waarlijk?</p>
-
-<p>&mdash;Kan het anders!</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet. Dag, prins.</p>
-
-<p>&mdash;Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik
-geloof....</p>
-
-<p>&mdash;Wat....</p>
-
-<p>&mdash;Dat Duco precies is als Urania....</p>
-
-<p>&mdash;Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr?</p>
-
-<p>&mdash;Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de
-viooltjes.</p>
-
-<p>Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat
-Duco door het raam hun afscheid had gezien.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXIV" id="XXIV">XXIV.</a></h3>
-
-
-<p>Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en
-zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er? vroeg zij lief.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken.</p>
-
-<p>&mdash;Waarover?</p>
-
-<p>&mdash;Je doet niet goed.</p>
-
-<p>&mdash;In welk opzicht?</p>
-
-<p>&mdash;Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem
-dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak
-hij&mdash;en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de
-restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder
-beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem
-in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt.
-Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet.
-De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem
-aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te
-gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van
-je hoû&mdash;waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je
-stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij
-spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden.
-En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij
-spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat
-is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden
-je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen.
-Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven?
-Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik
-begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat
-vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb
-je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar
-ik voel toch, dat <i>dit</i> niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet
-meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren,
-het was me een marteling....</p>
-
-<p>&mdash;Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar
-waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Waarom? Waarom? Je vernedert je.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil <i>ik</i> spreken. Ik ben niet hoog.
-Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler
-zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon
-vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco,
-nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel
-een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat <i>ik</i> ook
-veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos
-zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met
-je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar
-vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar
-soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou.
-Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te
-hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er
-is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik
-daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht?</p>
-
-<p>Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en
-hij antwoordde niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om
-tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik
-ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou
-vergeet ik niet.</p>
-
-<p>Hij zag haar glanzend aan.</p>
-
-<p>&mdash;Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer?
-Geef me een hand, wees niet boos meer....</p>
-
-<p>Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie,
-word mijn vrouw.</p>
-
-<p>Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en
-staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden
-op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit
-voor hen neêrgezet en trok zich terug.</p>
-
-<p>Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem
-en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had
-kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden.</p>
-
-<p>&mdash;Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag
-in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde
-natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het
-kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het
-niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige
-gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde....
-Wat het dan wel is...?</p>
-
-<p>Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij
-het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort:</p>
-
-<p>&mdash;Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik
-weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die
-gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het
-huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het
-huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het
-huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk,
-maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke
-moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze
-banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd&mdash;en ik geloof die belofte
-te houden&mdash;dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is
-er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje
-van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar
-ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû
-hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik
-opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort
-om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor
-behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk,
-er is de kwestie der kinderen, er <i>zijn</i> velerlei moeilijkheden.... Ik
-kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat
-<i>ik</i> ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je
-niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb
-je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik.
-Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te
-hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu
-kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit
-eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie,
-trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe
-hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven,
-heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet
-... ben ik alleen met Gilio....</p>
-
-<p>Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den
-kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen.
-Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op
-van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open
-waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan
-de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en
-sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand.
-Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs
-de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps
-Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op
-een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in
-zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en
-omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij
-gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem
-daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid,
-en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in
-zijn armen.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXV" id="XXV">XXV.</a></h3>
-
-
-<p>Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn
-moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende
-aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet
-Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal
-en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie
-minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco
-begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar
-aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en
-wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden
-het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide
-aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten
-tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels
-niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde,
-in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan.
-En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en
-louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden
-zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri
-en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk
-gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen
-zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten
-en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo
-rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid
-werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk
-verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun
-geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen
-de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi,
-aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente:
-de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag
-wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van
-den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook.</p>
-
-<p>Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle
-touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat
-zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek,
-dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij
-hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in
-elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige
-bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt.</p>
-
-<p>Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar
-Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in
-zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun
-droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder
-dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen
-der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende
-met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn
-liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring
-was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet
-zagen en de gewone menschen niet ontmoetten.</p>
-
-<p>Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer
-van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij
-zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij
-dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen
-liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar
-eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun
-droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof
-een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat
-zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij
-nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest,
-zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het
-oude kasteel <i>a dear old house</i>, de oude man <i>a dear old man</i>. Zij
-zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel.
-Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor
-Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden
-ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader
-kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op
-tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend
-détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij
-zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice:
-het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende,
-vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de
-monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de
-Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio....
-De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar,
-fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En
-de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij
-naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien....</p>
-
-<p>Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te
-bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach:</p>
-
-<p>&mdash;Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau
-en een titel zouden mij niet gelukkig maken.</p>
-
-<p>&mdash;Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan
-kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg....</p>
-
-<p>En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden&mdash;hunne vingers
-in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,&mdash;dat ook <i>zij</i> gelukkig
-waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op:
-zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel
-op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende
-bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen
-van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan
-werkelijkheid.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXVI" id="XXVI">XXVI.</a></h3>
-
-
-<p>De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen
-ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed
-in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem
-werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere
-rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar
-oogen, blijdschap om haar mond&mdash;van nerveuze aandoening trilden
-zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië
-welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige
-kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden
-van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken:
-natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van
-de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt
-tot water&mdash;en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps
-gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en
-overwinning.</p>
-
-<p>Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken,
-bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid
-was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging.
-Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf
-zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn
-tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep
-van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal.
-Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel
-Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging
-zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie
-van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij
-schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid,
-wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet
-waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw
-der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets&mdash;en
-zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een
-groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels
-en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en
-haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter
-en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet
-het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als
-centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de
-verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken
-van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en
-geleiding....</p>
-
-<p>En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat
-<i>zij</i> leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur,
-waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat <i>hij</i> als op
-zijn schets&mdash;heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,&mdash;een moderne stad
-zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen
-natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral
-voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart
-van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar
-wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en
-gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk
-zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien
-en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid,
-waarin zij droomden&mdash;terwijl het was zuivere waarheid en voelbare
-werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal
-van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke
-lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij
-bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch
-aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart,
-maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en
-zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij
-dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie
-elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen:
-enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi;
-andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;&mdash;hij
-zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los
-uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare
-gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed,
-de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der
-liefdezusters&mdash;zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster
-modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening
-van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval
-tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie
-overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene
-mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen
-snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening
-was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar
-modern&mdash;nerveus en morbide&mdash;en toch zonder conventioneel ideaal
-van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische
-harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de
-ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer
-en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte
-lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij
-voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang
-gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en
-zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende
-vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij
-met enkele veegjes van wit en tikken van licht&mdash;of hij licht had onder
-zijn kleuren&mdash;de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij
-haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar
-naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee,
-tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij
-langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug
-tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar
-de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders
-blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch
-gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de
-verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXVII" id="XXVII">XXVII.</a></h3>
-
-
-<p>En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele
-gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en
-het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een
-wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn
-figuren karakterizeerde&mdash;en ze liep langzaam dalende lijn af naar een
-sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen
-staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een
-wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen
-haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de
-diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen
-orchideeën, als monden van liefde....</p>
-
-<p>Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling
-deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er
-niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking,
-spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er
-zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het
-wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote
-aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen....</p>
-
-<p>En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en
-werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam
-een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare
-afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en
-overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze
-weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de
-"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide.</p>
-
-<p>Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke
-lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter
-zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel
-scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen
-de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze,
-zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen....</p>
-
-<p>Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en
-Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van
-geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter
-met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio
-naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen
-weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield
-alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die
-feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die
-feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat
-alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen
-hoe moeilijk het was&mdash;zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord
-willen staan&mdash;aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale
-en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën
-van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij
-genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij
-was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in
-de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij
-hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes....
-Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal
-wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen,
-al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen
-Duco en haar, Cornélie&mdash;al nam de Romeinsche wereld hen tijdens
-die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als
-landgenooten&mdash;wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier.
-Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met
-wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen
-voor hen uit....</p>
-
-<p>Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief
-ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke
-bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit.
-Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet
-dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht
-van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al
-lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten
-verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter;
-mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad;
-de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij
-had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein
-kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg
-haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen
-en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had
-verkeerd gehandeld&mdash;maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar,
-zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen.</p>
-
-<p>Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was
-in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht
-haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog
-wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en
-ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde
-haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich
-te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem
-vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij
-drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag
-met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende
-Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst,
-daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat
-ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend
-hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar
-vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij
-doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat
-zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare
-kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog
-genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal
-zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben.
-Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar
-dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat
-dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met
-hem. Hij had wel genoeg&mdash;een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij
-verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en
-kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein
-aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat
-zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over
-een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet
-noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht.
-Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij
-gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en
-hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken
-in de Via dei Serpenti&mdash;en dineerden in de osteria. Cornélie stelde
-voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis
-gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats
-innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter
-dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun
-toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van
-schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van
-een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede.
-Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van
-niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend
-en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter
-aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een
-land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende
-kunst.</p>
-
-<p>Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in
-zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag
-aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar
-nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren
-voor hun leven van geluk en eenvoud.</p>
-
-<p>En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met
-hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen
-onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef
-zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie
-af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen
-allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen
-van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte.
-En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets
-dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en
-lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag
-naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan
-kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde,
-dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver,
-maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld,
-verslapte&mdash;momenteel&mdash;zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû <i>zij</i>
-moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon
-niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû
-willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen
-blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden,
-werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij?
-Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving
-haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden:
-zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een
-blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan
-wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein,
-zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon.
-En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor
-Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en
-begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van
-Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in
-het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden
-was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even
-hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef
-enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op,
-hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk
-geluk....</p>
-
-<p>En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl
-van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige
-reisbrief....</p>
-
-<p>Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat
-behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar
-ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor
-hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij
-een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij.
-En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam
-aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij
-elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXVIII" id="XXVIII">XXVIII.</a></h3>
-
-
-<p>Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van
-Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten,
-weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op
-een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de
-zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti,
-over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste
-bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende
-oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met
-een blijden glimlach en trad haastig op haar toe.</p>
-
-<p>&mdash;Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome
-en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend
-zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan
-weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier
-weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet
-eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik kon waarlijk niet komen....</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men
-vertelde mij, dat u verhuisd was....</p>
-
-<p>Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen.
-Zij zweeg.</p>
-
-<p>&mdash;Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met
-bedoeling.... Waar gaat u heen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik moet naar het postkantoor.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm
-om te wandelen?</p>
-
-<p>&mdash;O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met
-Urania?</p>
-
-<p>&mdash;Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig
-prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken.
-Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn
-huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio!</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;U wist, niet waar&mdash;hoe weet ik nog niet&mdash;u wist voor hoeveel ik me
-verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia,
-wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk.
-Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij
-kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet.
-Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen
-daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante
-kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat
-had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest.
-Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer
-zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze
-kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was
-rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu
-niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had
-dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante,
-de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr
-wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad,
-tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora,
-ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze
-met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de
-vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie
-millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het
-dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn
-zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies
-hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig.
-Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke
-vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice
-en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre
-in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij
-"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of
-daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken.
-Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen
-als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet
-uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er
-aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven
-dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû
-Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar
-vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart
-meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen
-mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we
-heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een
-beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit
-veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is
-onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is
-het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn,
-om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich
-in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin,
-ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen.
-Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen
-had in een kousenfabriek te Chicago??</p>
-
-<p>Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep
-ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had
-behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen
-en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en
-hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten
-aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij
-gevoel had voor San Stefano.</p>
-
-<p>&mdash;O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit
-gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de
-tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U
-wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u
-een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een
-bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik
-eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu
-gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van
-gehoord in onze wereld.</p>
-
-<p>&mdash;Uw wereld is de mijne niet, prins.</p>
-
-<p>&mdash;Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën
-hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig
-doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan
-versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel
-gemakkelijk.... Maar dàt mag niet!</p>
-
-<p>&mdash;Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer.</p>
-
-<p>&mdash;Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want
-ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och
-toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees
-barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het
-aan Urania zeggen....</p>
-
-<p>Zij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Wat?</p>
-
-<p>&mdash;Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres
-voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal....</p>
-
-<p>Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan.</p>
-
-<p>&mdash;Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes
-neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag
-verklaren.</p>
-
-<p>Hij was blijkbaar verlucht.</p>
-
-<p>&mdash;Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik kan niet, heusch niet.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn
-verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig.</p>
-
-<p>Hij haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere
-convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd.</p>
-
-<p>&mdash;Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet....</p>
-
-<p>&mdash;Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend.</p>
-
-<p>&mdash;Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te
-treden.</p>
-
-<p>Hij vouwde de handen.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen
-wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom
-te San Stefano.</p>
-
-<p>Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij:</p>
-
-<p>&mdash;Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ...
-dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten.</p>
-
-<p>&mdash;Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen
-vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen"
-van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe
-dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik
-zal haar voorstellen u spoedig te vragen....</p>
-
-<p>&mdash;Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet....</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>Zij zag hem lang aan.</p>
-
-<p>&mdash;Wil ik heel eerlijk zijn?</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk.</p>
-
-<p>Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil
-op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan.</p>
-
-<p>&mdash;Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden.
-Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje
-verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een
-artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig
-en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit
-oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen
-in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven
-woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij
-scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik
-niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen
-geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe....</p>
-
-<p>Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen;
-nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch
-meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg.</p>
-
-<p>&mdash;Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig....</p>
-
-<p>Zij glimlachte en haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Wat wil u? Dat ik er over jammer?</p>
-
-<p>&mdash;Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij
-uit. Hoe is Van der Staal er onder?</p>
-
-<p>&mdash;Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele
-moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent
-te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen
-ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San
-Stefano.</p>
-
-<p>&mdash;Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld
-gevraagd?</p>
-
-<p>&mdash;Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet
-bij ons opgekomen.</p>
-
-<p>&mdash;Te fier?</p>
-
-<p>&mdash;Te fier, ja.</p>
-
-<p>&mdash;Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar
-honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal
-Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb.</p>
-
-<p>&mdash;Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet
-aannemen.</p>
-
-<p>&mdash;Van <i>mij</i> niet?</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Van Urania niet?</p>
-
-<p>&mdash;Ook niet van haar.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen.</p>
-
-<p>&mdash;Een mooi principe. Maar voor het oogenblik.</p>
-
-<p>&mdash;Blijf ik het nog getrouw.</p>
-
-<p>&mdash;Mag ik u wat zeggen.</p>
-
-<p>&mdash;Wat dan?</p>
-
-<p>&mdash;Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging
-met de hand en fronste de wenkbrauwen.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet
-in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan
-ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik
-vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik
-waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten
-ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u
-niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons
-rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft.</p>
-
-<p>Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels.</p>
-
-<p>&mdash;Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar
-leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een
-tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis?</p>
-
-<p>Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had.</p>
-
-<p>&mdash;Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij.</p>
-
-<p>Zij dankte glimlachend van neen.</p>
-
-<p>&mdash;Eet u thuis? vroeg hij.</p>
-
-<p>Zij keek hem komisch aan.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide zij.</p>
-
-<p>Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen.</p>
-
-<p>&mdash;Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel
-mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet
-in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij
-kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij!</p>
-
-<p>Zijn tranen kon hij niet weêrhouden.</p>
-
-<p>&mdash;Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach.</p>
-
-<p>Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het
-atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig.
-Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam
-de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier
-binnentrad.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXIX" id="XXIX">XXIX.</a></h3>
-
-
-<p>Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware
-hoofdpijn en zij zette zich naast hem.</p>
-
-<p>&mdash;Wel? vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij
-beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij
-herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben.</p>
-
-<p>&mdash;De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets
-te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen.</p>
-
-<p>Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar
-hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd.</p>
-
-<p>&mdash;Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij.</p>
-
-<p>&mdash;Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen ... Dan ga <i>ik</i>. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen
-wel koopen, maar nooit verkoopen.</p>
-
-<p>&mdash;Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd
-wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag
-van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar
-ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb?</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Den prins.</p>
-
-<p>Zijn voorhoofd fronste.</p>
-
-<p>&mdash;Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik
-geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van
-avond, heel eenvoudig.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik heb geen lust....</p>
-
-<p>Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee.</p>
-
-<p>&mdash;Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een
-boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide hij ontwijkend.</p>
-
-<p>Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij
-sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij
-zich naast hem, ook met een kopje in de hand.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria....</p>
-
-<p>Zij toonde hem lachend haar leêge beurs.</p>
-
-<p>&mdash;Hier zijn de postzegels, sprak ze.</p>
-
-<p>Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens.</p>
-
-<p>&mdash;Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb
-ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen.
-Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt.
-Het zoû je opgewekt hebben.</p>
-
-<p>&mdash;Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn....</p>
-
-<p>Zij zweeg even. Toen zeide zij:</p>
-
-<p>&mdash;De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij
-woû me tweehonderd lire geven....</p>
-
-<p>&mdash;Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest.</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano,
-waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben,
-wel?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, sprak hij mat.</p>
-
-<p>Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd.
-Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht
-buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel
-van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun
-onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels
-der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's
-tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van
-zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers&mdash;waren als een
-opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste
-licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der
-Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende
-het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij
-harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen
-ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire,
-want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach
-bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing
-zijn hand.</p>
-
-<p>Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende,
-dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde
-te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij
-had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half
-fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte
-het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en
-zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en
-bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde
-in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel
-moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch
-geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van
-lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch
-en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht;
-nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van
-een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst
-duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen,
-banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de
-extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht
-zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En
-hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken
-zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij:
-hij had honger....</p>
-
-<p>Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de
-prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets
-in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op.</p>
-
-<p>&mdash;Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen
-lust uit te gaan&mdash;hij heeft gewerkt en is moê&mdash;en ik had niemand om u
-een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen.</p>
-
-<p>&mdash;Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te
-hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...!</p>
-
-<p>En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van
-verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco&mdash;onwillig,
-stroef&mdash;over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders
-op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn
-gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge
-repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een
-pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om
-meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd
-had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat
-zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem;
-maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering
-voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje
-glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en
-duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat
-gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de
-dialoog van een Fransch tooneelstuk.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXX" id="XXX">XXX.</a></h3>
-
-
-<p>Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel
-vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje:</p>
-
-<blockquote>
-<p>
-Waarde Prins.</p>
-
-<p>Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo vriendelijk mij
-uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo vriendschappelijk aanbod
-te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u mij niet al te grillig vindt
-als ik mij van daag tot u wend met het verzoek: leen mij, wat u mij
-gisteren wilde aanbieden.</p>
-
-<p>Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te
-kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania te
-zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn braceletten
-willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor heel weinig
-geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven, maar éen was ik
-wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want ik had geen soldo
-meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw vriendschap en u vragen:
-sluit in een couvert de tweehonderd lire en laat mij die <i>zelve</i> komen
-afhalen bij den portier. Ontvang bij voorbaat de betuiging mijner
-innige erkentelijkheid.</p>
-
-<p>Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een paar
-uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij goed. Hoe
-gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van geldelijke
-zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco ophoud. Tobben
-over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in zijn werkkracht.
-Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over, en vraag u dus
-uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim.</p>
-
-<p>Nogmaals: ik ben u innig dankbaar.</p>
-
-<p style="margin-left: 70%; font-size: 0.7em;">CORNÉLIE DE RETZ.
-</p>
-</blockquote>
-
-<p>Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo
-Ruspoli.</p>
-
-<p>&mdash;Is zijne Excellentie al vertrokken?</p>
-
-<p>De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk.</p>
-
-<p>&mdash;Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief
-en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij
-even te halen....</p>
-
-<p>Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief.</p>
-
-<p>Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de
-enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje:</p>
-
-<blockquote>
-
-<p>Mijn zeer vereerde.</p>
-
-<p>Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo
-zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te
-handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend,
-met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen en te
-behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk niet zeggen: neem
-ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo vrijpostig u een souvenir
-te zenden. Toen ik namelijk las, dat u zich gedwongen gevoeld had een
-bracelet te verkoopen, deed mij deze mededeeling zulk een hevige smart
-aan, dat ik zonder mij te bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en,
-zoo goed ik kon, een armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten
-smeek te willen aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat,
-zoowel voor Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven.</p>
-
-<p>Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft mijn
-hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs op den
-allerhoogsten prijs stel.</p>
-
-<p>
-<span style="margin-left: 55%;">Uw zeer nederige dienaar,</span><br />
-<span style="margin-left: 70%; font-size: 0.7em;">VIRGILIO DI F.B.</span><br />
-</p>
-</blockquote>
-
-<p>Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband
-in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en
-saffieren.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h2><a name="XXXI" id="XXXI">XXXI.</a></h2>
-
-
-<p>In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden
-gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie
-gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te
-dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen
-waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte
-met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om
-elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in
-een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de
-aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te
-Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest
-zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn
-groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had
-gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en
-toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat
-hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht,
-had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange
-zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde
-uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe
-blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu
-hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een
-trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge
-en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de
-menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was
-iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde
-als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden
-Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof
-genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte
-haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem,
-en trotsch op hun leven en op hun geluk.</p>
-
-<p>Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de
-beschouwingen over haar brochure&mdash;bestrijdingen dikwijls, maar nooit
-kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze
-zaak te voeren&mdash;; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel
-in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is
-zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op
-de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na
-eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding
-alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en
-leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet
-uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit
-nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde
-voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij
-herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring,
-zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver
-was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had
-zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere
-van hemzelven; nu voelde zij hem&mdash;om zijn kunst&mdash;hoog, edel, zonder
-bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar
-ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots
-en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij
-nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel,
-dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En
-zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig
-huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo
-véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid
-bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve.
-Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk....</p>
-
-<p>Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania
-niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen
-zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de
-oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van
-haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom,
-zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat
-eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar
-trotschheid&mdash;niet schijnbaar, maar in werkelijkheid&mdash;zoodra zij vreesde
-voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het
-een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet
-over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat
-zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet
-leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met
-zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid
-en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij
-niet van Gilio's bracelet....</p>
-
-<p>Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen
-zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb
-verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist
-het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het
-niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te
-dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins.
-Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn
-bereidwilligheid haar bij te staan.</p>
-
-<p>En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij
-wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure.
-Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel
-eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was
-het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten.</p>
-
-<p>Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden
-luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op
-waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn
-levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend
-van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn
-omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag
-zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om
-hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen.</p>
-
-
-<h4>EINDE VAN HET EERSTE DEEL.</h4>
-
-
-<hr class="full" />
-
-
-<h1><a id="LANGS_LIJNEN_VAN_GELEIDELIJKHEID"></a>LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID</h1>
-
-<h4>DOOR</h4>
-
-<h2>LOUIS COUPERUS</h2>
-
-<h4>TWEEDE DEEL</h4>
-
-<h5>L. J. VEEN&mdash;UITGEVER&mdash;AMSTERDAM</h5>
-
-<h5>1887</h5>
-
-<hr class="full" />
-
-<h3><a id="XXXII"></a>XXXII.</h3>
-
-
-<p>Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel
-stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het
-kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het
-allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam
-doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene
-invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en
-werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus,
-dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij
-begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek....</p>
-
-<p>De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier,
-steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid
-en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde
-Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen
-komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû
-aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar
-met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit
-te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl
-Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om
-Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover
-het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend
-niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn.
-Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo
-geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag.</p>
-
-<p>Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig
-kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele
-dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem
-verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die
-zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder
-haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum
-vastgesteld....</p>
-
-<p>Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig
-te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in.
-Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp
-haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg
-of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide
-vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten
-soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin
-houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan
-een stervende.</p>
-
-<p>De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge
-was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn.</p>
-
-<p>Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie,
-vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein
-schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden.
-Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van
-vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed.</p>
-
-<p>&mdash;Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet
-mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...!</p>
-
-<p>Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte
-meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen
-glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen.</p>
-
-<p>&mdash;Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een
-blik in het rond.</p>
-
-<p>Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit
-aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van
-opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de
-bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte,
-dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun
-zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde,
-rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte
-slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet,
-tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen
-buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje
-&mdash;blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen
-reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd
-zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen
-van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige
-vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd
-door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger,
-tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker,
-hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en
-kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber
-droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat
-rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot
-natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen
-iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden.
-En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke
-ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief
-zich het kasteel gelijk zijn sombere waker.</p>
-
-<p>De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een
-bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine
-stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en
-alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den
-Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn
-proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij
-opgetogen en drukte hare handen.</p>
-
-<p>Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier,
-met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den
-koffer brengen naar het kasteel.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog
-nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u
-de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom....</p>
-
-<p>Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met
-zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind.
-Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over
-de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees,
-lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in
-eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen
-van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van
-engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof
-van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had
-tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het
-allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof
-waren gezonken tusschen iedere voeg.</p>
-
-<p>De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen
-van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd
-en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets
-klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de
-neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder
-steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de
-in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met
-plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper
-neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide
-heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn
-mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen
-trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot
-plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar
-en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem
-bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer,
-tusschen hemel en meer.</p>
-
-<p>De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep,
-smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek
-niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken
-de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer
-zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een
-bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed,
-gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot
-uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen,
-over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede
-gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een
-vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen
-uit.</p>
-
-<p>Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en
-bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters
-stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En
-nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie
-op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere
-schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van
-cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was
-veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi
-meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd,
-meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had
-gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie
-verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond
-scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen;
-haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie
-had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio,
-hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed
-was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi.
-En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en
-nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel
-nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van
-ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde.
-En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar
-met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe
-familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's
-kennissen&mdash;vooral de dames&mdash;sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had
-al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren
-zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope,
-tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige
-was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen
-om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij
-niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio
-frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten
-met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij
-een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even,
-ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker.
-Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel&mdash;al
-de beroemde namen van Italië&mdash;die haar neêrbuigend bejegenden, en
-altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime
-bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid.
-Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio
-om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam,
-en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar
-als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar
-eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke
-millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar <i>zij</i> hield
-die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen
-zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar
-pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren.
-Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht:
-wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een
-Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's
-oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de
-Romeinen?</p>
-
-<p>Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als
-"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor
-anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij
-voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu
-haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar,
-die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd
-had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West.
-Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû
-hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie
-gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit
-had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week.
-Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde
-beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens,
-oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar
-mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde
-in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie,
-maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen,
-die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde,
-fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania
-herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger,
-tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij,
-Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat
-Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar
-haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch....</p>
-
-<p>En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen,
-scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen,
-wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu
-den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde
-voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch,
-wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar
-armen, zij troostte haar&mdash;het schreiende prinsesje&mdash;als met een nieuwe
-vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer
-als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de
-waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat
-zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar
-moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien....</p>
-
-<p>Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen,
-zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees
-edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor
-zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht
-over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat
-Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en
-fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid,
-stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen
-op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit
-den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot,
-waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar
-wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te
-duren, nog enkele geslachten na....</p>
-
-<p>Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot....
-Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is
-alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van
-eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien....</p>
-
-<p>En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif
-van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de
-lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare
-oogen, tusschen het meer en den hemel.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXIII" id="XXXIII">XXXIII.</a></h3>
-
-
-<p>Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den
-corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort;
-plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen
-twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een
-atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van
-Mantegna&mdash;in beeld gebrachte daden der San Stefano's&mdash;welfden naar een
-koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar,
-rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten.</p>
-
-<p>Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het
-terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij
-naar haar toe.</p>
-
-<p>&mdash;Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag
-ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel
-geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien
-er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène
-daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is
-gesloten. Wacht....</p>
-
-<p>Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar
-met zwaren sleuteltros en bood ze den prins.</p>
-
-<p>&mdash;Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel.</p>
-
-<p>De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de
-reliefs.</p>
-
-<p>&mdash;Giovanni da Bologna, zeide hij.</p>
-
-<p>Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond
-van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht
-der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door
-Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum,
-met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den
-adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom,
-bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast
-hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels
-waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken.
-Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de
-kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen
-paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele,
-zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus,
-Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt
-waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane
-weefsels, en alle kleur neutralizeerde.</p>
-
-<p>Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als
-een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen,
-een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de
-meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van
-leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor
-fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren
-her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls
-over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de
-spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als
-een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde
-en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar
-zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor
-uitkomend, dat hij niet meer wist.</p>
-
-<p>&mdash;En hier is de camera degli sposi....</p>
-
-<p>Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende
-knarsend toen de deur, en zij traden binnen.</p>
-
-<p>En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een
-groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd
-en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de
-geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus
-met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid
-der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en
-sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en
-zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van
-goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en
-verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende
-glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop
-de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar
-àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van
-bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de
-stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over
-hadden gespreid.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is dit mooi! zei Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden
-die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek.
-Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht.
-Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij
-hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania!
-Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente
-godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania
-is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die
-doem van haar overneem....</p>
-
-<p>&mdash;In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet
-gerept?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, daar werd&mdash;en wordt nog altijd&mdash;heel weinig prijs op
-gesteld....</p>
-
-<p>&mdash;Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het
-hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien!
-Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen
-weeklagend er om.... Het is een sprookje....</p>
-
-<p>&mdash;Het is mij te veel goud....</p>
-
-<p>&mdash;Misschien was het vroeger zoo, te veel goud....</p>
-
-<p>&mdash;Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu
-voorbij....</p>
-
-<p>&mdash;Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd....</p>
-
-<p>&mdash;De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel
-bemind.</p>
-
-<p>Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde
-een toespeling.</p>
-
-<p>Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de
-tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden
-cupido's met duiven.</p>
-
-<p>&mdash;Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar
-middel. Engel, engel!</p>
-
-<p>Zij weerde hem af.</p>
-
-<p>&mdash;Prins....</p>
-
-<p>&mdash;Zeg Gilio...!</p>
-
-<p>&mdash;Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven....</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik meer dan vriendschap wil.</p>
-
-<p>Zij maakte zich nu geheel los.</p>
-
-<p>&mdash;Ik niet, antwoordde zij koel.</p>
-
-<p>&mdash;Heeft u dan alleen éen lief?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Dat kan niet zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom....</p>
-
-<p>&mdash;Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der
-Staal, zoû u hem trouwen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben tegen het huwelijk.</p>
-
-<p>&mdash;Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn,
-mag ik ook vragen, mijn moment van liefde.</p>
-
-<p>Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting.</p>
-
-<p>&mdash;U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en
-medelijdend.</p>
-
-<p>&mdash;U mij wel.</p>
-
-<p>&mdash;O ja. U is zoo heel eenvoudig.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom wil u niet?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik niet wil.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik niet voor u voel.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om
-gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt
-aan het mijne.</p>
-
-<p>&mdash;Wat weet u van mijn temperament?</p>
-
-<p>&mdash;Ik zie u.</p>
-
-<p>&mdash;U is geen dokter.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben een vrouw.</p>
-
-<p>&mdash;En ik een man.</p>
-
-<p>&mdash;Maar niet voor mij.</p>
-
-<p>Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat
-zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los
-en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar
-hooger richtte zij zich op.</p>
-
-<p>&mdash;Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te
-kunnen dwingen?</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk.</p>
-
-<p>Zij lachte schamper.</p>
-
-<p>&mdash;U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet
-dwingen.</p>
-
-<p>Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en
-weêrstaan, hij had altijd overwonnen.</p>
-
-<p>Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer
-open.</p>
-
-<p>De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was
-iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij
-was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam
-voort, aandachtig kijkend links en rechts.</p>
-
-<p>Hij voegde zich aan hare zijde.</p>
-
-<p>&mdash;U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit.
-Nooit!</p>
-
-<p>&mdash;Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik
-moest mij toch verdedigen.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die
-passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo
-charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie
-en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, smeekte hij.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het
-mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u
-zelf grof is.</p>
-
-<p>&mdash;Ik...?</p>
-
-<p>&mdash;Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid.</p>
-
-<p>&mdash;Neen!</p>
-
-<p>&mdash;Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw?</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik.</p>
-
-<p>&mdash;Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als
-vroeger.</p>
-
-<p>&mdash;U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken.</p>
-
-<p>&mdash;Dus een strijd op leven en dood?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, op zege, voor mij....</p>
-
-<p>Zij waren de atrio genaderd.</p>
-
-<p>&mdash;Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De
-camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos
-zijn.</p>
-
-<p>Zij bood haar hand.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang
-gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan.</p>
-
-<p>&mdash;Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Hoe kan ik dien gloed weêr dooven?</p>
-
-<p>Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende
-karbonkeloogen.</p>
-
-<p>&mdash;U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken.</p>
-
-<p>Zij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Met een zoen? vroeg zij.</p>
-
-<p>&mdash;Demon! siste hij tusschen zijne tanden.</p>
-
-<p>&mdash;Met een zoen? herhaalde zij.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, hier.</p>
-
-<p>&mdash;Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig.
-Toen bood zij hem de hand.</p>
-
-<p>&mdash;En nu is dit voorbij. Het incident gesloten.</p>
-
-<p>&mdash;Engel, duivelin, siste hij haar achterna.</p>
-
-<p>Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het
-meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch
-achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar
-amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij
-dacht aan Duco.</p>
-
-<p>&mdash;Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar
-hem!...</p>
-
-<p>Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren
-Urania en de marchesa Belloni.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXIV" id="XXXIV">XXXIV.</a></h3>
-
-
-<p>Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was
-buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de
-zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed
-of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde.</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet
-zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter
-gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr
-gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek,
-marchesa?</p>
-
-<p>De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier,
-op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster
-van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension;
-zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen
-op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de
-marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had
-hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar
-handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier
-haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel
-hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden
-spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een
-geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,&mdash;de markies was een broêr
-geweest van de overleden prinses&mdash;geene distinctie had, trots al hare
-kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De
-kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette,
-verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het
-palazzo Belloni.</p>
-
-<p>&mdash;O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel
-koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een
-vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u
-terug te zien, erg veel pleizier....</p>
-
-<p>&mdash;En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl
-zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren
-kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door
-den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit
-geloopen.</p>
-
-<p>De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere
-raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had
-gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare
-vraag klonk ironie en triomf.</p>
-
-<p>&mdash;Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch.
-Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust.</p>
-
-<p>&mdash;De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend.</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den
-Hemel....</p>
-
-<p>&mdash;Ik dacht, dat u niet godsdienstig was?</p>
-
-<p>&mdash;Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig.
-Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is
-geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft
-getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven.</p>
-
-<p>De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een
-gevaarlijke vrouw.</p>
-
-<p>&mdash;En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u?</p>
-
-<p>&mdash;Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar
-dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik
-geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft
-bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet
-eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw
-pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook....
-U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet
-ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend
-zoû het zeker zijn.</p>
-
-<p>De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan.</p>
-
-<p>&mdash;Winstgevend....</p>
-
-<p>&mdash;Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû
-dat winstgevend zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meent u?</p>
-
-<p>&mdash;Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori,
-marchesa....</p>
-
-<p>&mdash;Wat weet u?! Wat denkt u?</p>
-
-<p>&mdash;Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik
-zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer,
-of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses
-Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u....</p>
-
-<p>De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist
-die vrouw <i>iets</i> van haar onderhandelingen met den ouden prins en de
-monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare
-bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht?</p>
-
-<p>Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die
-vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte
-in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der
-gettatura, en lispelde: vade retro, satanas....</p>
-
-<p>In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie
-spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje
-weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof
-der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en
-engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den
-Overvloed,&mdash;nimfen met uitstortende hoornen van overvloed&mdash;was half
-antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met
-enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend
-modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een
-jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr.
-De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij
-droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een
-kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen
-ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje:
-dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo
-gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke
-handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots
-de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far
-West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude
-San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen
-dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie
-eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche
-naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een
-zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een
-beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen
-haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der
-San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di
-Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania
-een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot.
-Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen
-haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie
-met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed
-beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie
-gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat
-kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa
-neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom
-haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr
-over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte
-hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had
-hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte
-zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende
-melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn
-oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed,
-die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie
-verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg
-zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er
-vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten!</p>
-
-<p>Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van
-een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel.
-En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie
-haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde
-haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn
-humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de
-oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich
-op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses,
-dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden
-Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester,
-die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij
-zag Urania lachende aan, en Urania bloosde.</p>
-
-<p>&mdash;Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem
-maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo
-Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen
-hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij
-heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu
-heb je je niet verkleed!</p>
-
-<p>&mdash;Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar
-broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn
-kuiten aan tafel kwam.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXV" id="XXXV">XXXV.</a></h3>
-
-
-<p>Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met
-het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken
-beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart
-marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren
-luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal,
-maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van
-schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere
-schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker
-fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke
-oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk
-met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier
-klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd
-geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en
-waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna
-niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur
-werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man,
-die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem.
-De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de
-kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg
-een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem
-hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren,
-even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem
-met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel
-langzaam&mdash;als wijdde hij haar&mdash;een kus gaf op het voorhoofd; toen
-naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard
-knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie.
-Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de
-oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië
-haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten
-en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop
-zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die
-tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast
-zijne zuster.</p>
-
-<p>&mdash;Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe.</p>
-
-<p>&mdash;Cht! zeide Urania.</p>
-
-<p>Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir,
-plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element
-terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van
-voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat.
-Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig
-werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge
-blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst
-nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan
-op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at
-de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden.
-De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De
-luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de
-schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole
-zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen
-met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het
-Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef
-het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie
-op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft
-bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat
-beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars?
-Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd
-egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de
-levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien
-middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer:
-de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe
-levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn
-gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw
-koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de
-slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog
-geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had
-Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door
-prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,&mdash;zeventig
-jaar&mdash;, naar den jongen frisschen Far-Wester&mdash;achttien, en zag van hem
-naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier,
-in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien
-nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal,
-gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers
-geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit
-op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte.</p>
-
-<p>Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden
-bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet
-als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als
-een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij:
-van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede
-schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig
-kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt,
-vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan
-zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er
-steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die
-wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en
-om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar
-hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van
-een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn
-humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...!</p>
-
-<p>Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op
-te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds
-geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees
-op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen
-afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn
-kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De
-marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon,
-de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug
-naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in
-het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat
-hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte,
-hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes
-voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en
-vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun
-gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden
-prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's
-morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem
-schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk,
-Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan
-een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte
-haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins
-Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte
-was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect
-over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het
-kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht
-bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk
-doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst
-te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr
-stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig
-van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking
-planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de
-ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij
-bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school
-opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende
-voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het
-diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk
-van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van
-Rome, haar door de monsignori aanbevolen.&mdash;</p>
-
-<p>Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den
-zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom
-omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw,
-dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief
-vond&mdash;"so nice"&mdash;het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen
-der koningin&mdash;album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg&mdash;het
-meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum,
-en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst....</p>
-
-<p>En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San
-Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij
-doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het
-met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen.</p>
-
-<p>Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht,
-bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen
-zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen
-veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar
-Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in
-al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXVI" id="XXXVI">XXXVI.</a></h3>
-
-
-<p>Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een
-warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij
-op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte
-Cornélie.</p>
-
-<p>Hij bromde wat.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe heeft u geslapen, prins?</p>
-
-<p>Hij bromde iets.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het
-<i>moet</i>. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop,
-dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek
-weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer.</p>
-
-<p>Hij mopperde iets.</p>
-
-<p>&mdash;Adieu, prins, zei Cornélie kort.</p>
-
-<p>En zij keerde op haar weg terug.</p>
-
-<p>&mdash;Waar gaat u heen? vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten.</p>
-
-<p>&mdash;Maar waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat u me niet bevalt als gastheer.</p>
-
-<p>&mdash;Ik niet?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft
-grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs
-een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste
-manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U
-komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en
-moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van
-galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is
-alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u
-te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, smeekte hij.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen.</p>
-
-<p>&mdash;Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw
-nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij,
-terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben
-niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg
-iets liefs, zeg iets aardigs.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben dol op u.</p>
-
-<p>&mdash;Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk,
-beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft
-me geslagen.</p>
-
-<p>&mdash;Vergeeft u nooit die zelfverdediging?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, nooit!</p>
-
-<p>&mdash;Adieu, dan.</p>
-
-<p>Zij keerde zich om.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij
-ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet
-grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste
-vrouw, die ik ken. Ik aanbid u.</p>
-
-<p>&mdash;Aanbid dan in stilte, en amuzeer me.</p>
-
-<p>Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op
-te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof er niets van.</p>
-
-<p>&mdash;Heusch, ik heb verdriet, ik lijd....</p>
-
-<p>&mdash;Arme prins!</p>
-
-<p>&mdash;U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar
-uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg,
-mag ik nooit iets hopen?</p>
-
-<p>&mdash;Niet veel.</p>
-
-<p>&mdash;U is onverbiddelijk, en zoo streng.</p>
-
-<p>&mdash;Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O,
-daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap?</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal zoet zijn.</p>
-
-<p>&mdash;En amuzant.</p>
-
-<p>Hij zuchtte.</p>
-
-<p>&mdash;Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas!</p>
-
-<p>Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola,
-begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze
-bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en
-hermen&mdash;nimfen, saters en faunen&mdash;wier bovenlijven eindigden in slank
-voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en
-bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een
-open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar
-een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was
-een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden
-prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur,
-een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw
-fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen
-cannelures het meer verzonk als een ovalen beker.</p>
-
-<p>&mdash;O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt.</p>
-
-<p>Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner
-van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij
-straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid
-terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs
-met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den
-slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit
-en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste;
-de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van
-de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam
-plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins
-en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het
-voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania
-was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit
-piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte
-zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken
-met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet
-altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen
-haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat
-naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen,
-schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart,
-alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch,
-dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief,
-vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er
-was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak
-en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar
-parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw
-onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg,
-en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig,
-om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had
-zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde
-voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche
-meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed
-te bekleeden? Admirabile!&mdash;vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie
-in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig,
-uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn
-kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden
-van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het
-vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met
-eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed
-was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij
-wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar
-Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij
-liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag.
-En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam
-meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui
-groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden
-naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl
-Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en
-op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de
-knieën, om te bekoelen.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXVII" id="XXXVII">XXXII.</a></h3>
-
-
-<p>Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het
-plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan
-prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie
-en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar
-Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij
-gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een
-blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels
-kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het
-meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de
-andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond
-aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de
-starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en
-achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen&mdash;de saters
-en nimfen&mdash;torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een
-betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar
-zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich
-op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte
-zich tegen hem aan.</p>
-
-<p>&mdash;Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb,
-Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik
-dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier
-zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet
-het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te
-loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen
-binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de
-fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid
-van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola
-niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen,
-jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk!
-Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van
-je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ...
-ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven
-aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome,
-aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet,
-die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als
-dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien,
-ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik
-voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat
-me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan,
-dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento
-op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die
-parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar
-toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen
-om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik
-om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je
-zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van
-jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je
-gelooft me niet. Toch? Geloof je me?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is
-hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om
-jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt
-uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven
-uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te
-danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik
-heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar
-wat&mdash;maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen,
-je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een
-vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste
-wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we
-toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het,
-geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons....</p>
-
-<p>Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een
-langen triller. Maar verder sliep alles....</p>
-
-<p>&mdash;Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem
-geheel.</p>
-
-<p>De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders
-armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden&mdash;faunen
-en nimfen&mdash;slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met
-starren bepoeierde lucht.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXVIII" id="XXXVIII">XXXVIII.</a></h3>
-
-
-<p>Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest
-iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania
-en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel
-bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar
-malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te
-energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte
-wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos
-op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien
-avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania
-was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor
-de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en
-hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen.
-Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te
-dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men
-hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn
-temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die
-vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij
-was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië,
-zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar
-nauwlijks begreep,&mdash;ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,&mdash;
-nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de
-vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet
-stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een
-schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen
-moraal&mdash;<i>hij</i> wist van godsdienst en van moraal&mdash;zij was des duivels;
-demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante
-Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd,
-dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks!
-Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar
-silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van
-Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras
-der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht,
-tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En
-waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met
-al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare
-uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als
-was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde
-zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen
-eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur
-van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang
-beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet,
-maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar
-en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn
-weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn
-vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest,
-was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor
-zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en
-flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal
-te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte"
-nicht&mdash;hofdame der koningin&mdash;hen voor enkele dagen kwam bezoeken,
-flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie
-te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich
-met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling.
-Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale
-Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij
-was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld,
-en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio
-nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over
-de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers
-amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare,
-onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van
-het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of
-<i>zij</i> begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel
-goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij&mdash;questa Cornelia,&mdash;meer
-van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio
-lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te
-praten.</p>
-
-<p>Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich
-met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den
-architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te
-verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met
-geld, en het bedierf alles.</p>
-
-<p>Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den
-architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in
-elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden.
-En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en
-Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en
-geregeld&mdash;meende Duco&mdash;, met artistiek te schikken wat nu zonder
-gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen?
-vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen,
-maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het
-was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld.
-Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins
-was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier,
-duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het
-geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan
-haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek:
-hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten,
-charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het
-was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit
-onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit
-Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude
-prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen,
-verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig.
-Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer
-in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen
-waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens
-een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio.
-Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten,
-maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris,
-die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in
-verontschuldiging.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XXXIX" id="XXXIX">XXXIX.</a></h3>
-
-
-<p>Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd.
-Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de
-pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte
-schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg
-hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden
-sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en
-sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde
-aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep
-hij...?</p>
-
-<p>Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan
-de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken
-stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep
-terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding.
-Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de
-gravin....</p>
-
-<p>Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen
-niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich
-verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort
-achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag
-hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr
-uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank....
-Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch
-vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio,
-maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown:
-zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij
-boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een
-ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets
-innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij
-niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem,
-Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht
-tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede
-en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid
-tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet
-langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste
-verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van
-achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen
-hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps
-schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel
-plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen,
-hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij
-was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat
-hij zeggen zoû. Hij boog ironisch.</p>
-
-<p>&mdash;Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in
-den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen
-profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht
-gezelschap!</p>
-
-<p>Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet
-konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming.</p>
-
-<p>&mdash;Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel
-het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur.</p>
-
-<p>&mdash;En wat doet u hier, op dit uur?</p>
-
-<p>&mdash;Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal....</p>
-
-<p>&mdash;Op dit uur?</p>
-
-<p>&mdash;Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u?</p>
-
-<p>&mdash;Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is.</p>
-
-<p>&mdash;Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet.</p>
-
-<p>&mdash;En u bevalt mij heelemaal niet....</p>
-
-<p>&mdash;Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht....</p>
-
-<p>Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten.</p>
-
-<p>&mdash;Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons
-zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds
-hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan
-dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden.</p>
-
-<p>&mdash;Onwaardig? Onwaardig?&mdash;Hij was onmachtig zich meer te
-beheerschen.&mdash;Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik
-heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel
-aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin!
-Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij
-al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt
-me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn
-geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat
-je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je
-man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij
-meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!...</p>
-
-<p>En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo
-onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend.
-Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet
-Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden
-elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie
-iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar
-zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in
-ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op
-Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde.</p>
-
-<p>&mdash;Laat los! krijschte de prins.</p>
-
-<p>&mdash;Laat dat mes los! krijschte Duco.</p>
-
-<p>De prins, onwillig, hield vol.</p>
-
-<p>&mdash;Laat los! krijschte hij nog eens.</p>
-
-<p>&mdash;Laat dat mes los....</p>
-
-<p>Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en
-stond op.</p>
-
-<p>&mdash;Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder
-primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met
-degen of pistool.</p>
-
-<p>De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt.
-Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische
-kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij
-hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel.
-Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu
-zeker, dat je me zoû dooden. <i>Zij</i> beschermt je....</p>
-
-<p>&mdash;Ik wensch geen duel, zei Duco.</p>
-
-<p>&mdash;Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een
-hand....</p>
-
-<p>Duco strekte de hand. Gilio drukte die.</p>
-
-<p>&mdash;Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u
-beleedigd....</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet.</p>
-
-<p>&mdash;Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw
-spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u
-op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u
-geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes.</p>
-
-<p>&mdash;Wij zijn dus vijanden, voor altijd?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis....</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn
-bloed is hevig.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb u totnogtoe gekend als een heer....</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben ook nog een Italiaan.</p>
-
-<p>&mdash;Ik vergeef u niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Het is geen oogenblik het mij te herinneren.</p>
-
-<p>&mdash;Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen.</p>
-
-<p>&mdash;Dat is alles te vergeefs.</p>
-
-<p>&mdash;Dus vijanden?</p>
-
-<p>&mdash;Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis....</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt.</p>
-
-<p>&mdash;Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal u voorgaan....</p>
-
-<p>Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort
-en liet hen het eerst binnen.</p>
-
-<p>Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers.</p>
-
-<p>Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer.
-Duco was het eerst bij zijn vertrek.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig.</p>
-
-<p>Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur.
-Daar viel hij op zijn knieën.</p>
-
-<p>&mdash;Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide zij.</p>
-
-<p>En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een
-oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem
-pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht.</p>
-
-<p>&mdash;Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan
-ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik
-heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om
-hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen
-zijn, dan ik....</p>
-
-<p>Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een
-snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op
-zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door
-het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij
-zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten.
-De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw
-op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn
-nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen
-te strijden zoû zijn, nooit.</p>
-
-<p>Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug.</p>
-
-<p>&mdash;Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore....</p>
-
-<p>Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een
-andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XL" id="XL">XL.</a></h3>
-
-
-<p>Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge
-prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen
-in Urania's eigen salon.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende.</p>
-
-<p>Cornélie vertelde haar den vorigen avond.</p>
-
-<p>&mdash;Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het
-prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb
-er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik
-beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd
-gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het
-niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn
-natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo
-weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht.
-Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed
-doen, als je me niet vergaf....</p>
-
-<p>&mdash;Verzoen je met Gilio en blijf nog....</p>
-
-<p>&mdash;Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio
-heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele
-beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven.</p>
-
-<p>&mdash;Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû
-van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik
-blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt....</p>
-
-<p>&mdash;Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven;
-je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit
-kasteel, dat je eigen nu is.</p>
-
-<p>&mdash;Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte
-aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio
-te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij.
-Niemand geeft hier om mij....</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel
-te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier.</p>
-
-<p>&mdash;Prins Ercole toch....</p>
-
-<p>&mdash;Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens
-verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen
-waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn
-familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di
-Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in
-de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze
-te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste
-is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en
-bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven.
-Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de
-juweelen van hun grootmoeders!</p>
-
-<p>&mdash;Het is een schande! zei Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om
-mij....</p>
-
-<p>&mdash;Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk.</p>
-
-<p>&mdash;Het is waar, gaf zij zuchtende toe.</p>
-
-<p>&mdash;Het is alles mijn schuld.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ...</p>
-
-<p>&mdash;Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld.
-Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome
-opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu
-moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein?</p>
-
-<p>&mdash;Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen.</p>
-
-<p>&mdash;Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen.</p>
-
-<p>&mdash;Wat zal je hem zeggen?</p>
-
-<p>&mdash;Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome
-erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt,
-omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole
-denkt.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie....</p>
-
-<p>&mdash;Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En
-vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben
-veel van je gaan houden....</p>
-
-<p>Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de
-prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio.</p>
-
-<p>&mdash;Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem.</p>
-
-<p>&mdash;Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig.</p>
-
-<p>&mdash;Het doet mij veel leed....</p>
-
-<p>Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania
-snikte.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLI" id="XLI">XLI.</a></h3>
-
-
-<p>In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden
-Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was
-het echter koel, eenzaam en rustig.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en
-den prins. Waarom heb je hem geslagen?</p>
-
-<p>Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de
-scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en
-van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om
-hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de
-tentoonstelling in Londen voltooide.</p>
-
-<p>&mdash;Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio
-dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet
-gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in
-staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem
-vermoord, als hij je verwond had....</p>
-
-<p>&mdash;Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je
-lief ...</p>
-
-<p>Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe.</p>
-
-<p>Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem
-aan.</p>
-
-<p>&mdash;Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes.</p>
-
-<p>&mdash;Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen
-spelen....</p>
-
-<p>Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij
-vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien
-strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij
-wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel
-jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij
-was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door
-te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er
-niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat
-niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van
-gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek,
-na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te
-praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid
-met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust,
-een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken
-en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke
-kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in
-afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van
-kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde
-Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht
-weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek
-zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van
-Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano
-en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de
-schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak
-niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst,
-en hare vingers streelden zijn gezicht.</p>
-
-<p>&mdash;De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig
-pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we
-gauw den prins die duizend lire teruggeven.</p>
-
-<p>&mdash;Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes.</p>
-
-<p>&mdash;Maar ik wil die schuld niet langer hebben ...</p>
-
-<p>Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming
-om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan
-zijn borst....</p>
-
-<p>Ben je boos, Duco?</p>
-
-<p>&mdash;Neen ... maar je hadt het niet moeten doen....</p>
-
-<p>Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat
-hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had
-gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken
-over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden
-nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te
-praten.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen....</p>
-
-<p>Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom?</p>
-
-<p>&mdash;Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de
-wereld, de menschen.</p>
-
-<p>&mdash;Om de wereld, de menschen?</p>
-
-<p>&mdash;Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb
-er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over,
-maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding.
-Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano
-deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit....</p>
-
-<p>&mdash;Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die
-bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt....</p>
-
-<p>&mdash;Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en
-Urania is de eenige vriendin, die je hebt....</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb jou: ik heb niemand noodig.</p>
-
-<p>Hij kuste haar.</p>
-
-<p>&mdash;Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je
-meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen.</p>
-
-<p>&mdash;Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en
-menschen als San Stefano en den prins.</p>
-
-<p>&mdash;De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te
-midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren
-en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij
-andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan,
-zonder eenig gemeenschapsgevoel.</p>
-
-<p>&mdash;Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd.</p>
-
-<p>&mdash;Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig
-van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te
-rusten van al die emotie, en die warme reis.</p>
-
-<p>&mdash;Heusch Cornélie, laten wij trouwen....</p>
-
-<p>Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij
-doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde....</p>
-
-<p>&mdash;Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets
-aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere
-menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben
-niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo
-veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij
-telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons
-atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken&mdash;om aan het werk te gaan.
-Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting
-... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein
-maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent
-mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter
-van niet....</p>
-
-<p>Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille
-tusschen half-affe schetsen.</p>
-
-<p>&mdash;Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor
-iets bang te zijn.</p>
-
-<p>Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij
-hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte
-aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit.</p>
-
-<p>&mdash;Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster.
-Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf
-niet.</p>
-
-<p>Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem
-niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was
-nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het
-was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was
-het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in
-zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen
-achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren
-later zoû zij dien onwil begrijpen....</p>
-
-<p>&mdash;Neen Duco, het is beter van niet....</p>
-
-<p>&mdash;Denk er nu eens over na, Cornélie.</p>
-
-<p>&mdash;Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer
-over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je
-te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik
-zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is
-beter ... van niet!</p>
-
-<p>Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem.</p>
-
-<p>&mdash;Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je
-er nog altijd over denken zult.</p>
-
-<p>Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen.</p>
-
-<p>&mdash;Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil
-niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom
-jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je
-schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk
-als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud
-Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een
-novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar
-gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens
-zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch:
-ik meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw
-hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende
-lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den
-afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê?</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk....</p>
-
-<p>&mdash;Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet
-waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû
-niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de
-Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat
-was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het
-verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen.
-Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet
-vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...?</p>
-
-<p>Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij
-zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve
-de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was,
-om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw
-afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen
-vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten,
-over de Campagna, Venetië en Napels.</p>
-
-<p>En hij zette zich aan het werk.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLII" id="XLII">XLII.</a></h3>
-
-
-<p>Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden
-voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd
-geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een
-enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het
-atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio
-het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst
-naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid
-te nemen, en toen zagen zij niemand meer.</p>
-
-<p>Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een
-schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij
-niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam
-oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus.
-Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de
-zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke
-en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en
-kazuifelkleuren.</p>
-
-<p>Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel,
-maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen
-van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden
-van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms
-moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms
-een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar
-toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant
-uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar
-haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe
-voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar
-frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in
-haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo
-groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna
-nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon
-gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste
-"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij
-aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij
-niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar
-het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden
-verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat
-zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en
-verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat
-het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende
-eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En
-ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem,
-niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat
-zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte
-van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar
-zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een
-onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen,
-en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo
-niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een
-geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger
-stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor
-zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare
-feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een
-huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der
-Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn
-moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk
-weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als
-hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp
-geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania
-een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had
-aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij
-zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland
-dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat
-wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en
-ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij
-zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven
-zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij
-leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk.</p>
-
-<p>En het bleef er bij: zij <i>konden</i> niets veranderen, zij leefden zoo
-gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen
-af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel
-te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde
-weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist
-echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene
-harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat
-men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had
-zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat
-zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij
-sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties....
-Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde
-die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen
-het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef
-koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw.
-Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu
-aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het
-scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de
-band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen
-van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen
-haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor
-heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij
-ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets.
-Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en
-studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood
-zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar
-versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het
-salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat
-zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare
-ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap,
-voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis
-ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van
-sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen:</p>
-
-<p>&mdash;O God, zèg mij, wat ik doen moet...!!</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLIII" id="XLIII">XLIII.</a></h3>
-
-<p>Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania
-schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie
-weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich,
-voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij
-toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het.
-Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde,
-nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het
-steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes
-van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr
-bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar
-geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief,
-hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn
-zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen
-zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij
-voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd.
-Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke
-leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als
-trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu
-voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister
-was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere
-van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te
-lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed:
-glimlachend steunden zij elkanders kracht.</p>
-
-<p>Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te
-San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter
-naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het
-atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij
-begroetten elkander heel innig.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben
-blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven.
-En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent
-gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...!</p>
-
-<p>En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht
-vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en
-vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast
-elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg
-met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs
-tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend
-van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en
-zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen
-horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid.
-Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan,
-draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat
-haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting.
-En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van
-Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie
-lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar
-Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van
-topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat
-zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar&mdash;Urania's
-&mdash;hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een
-oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig
-jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk:
-een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog
-steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld,
-coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar
-geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische
-kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te
-voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal
-in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante
-d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de
-geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een
-karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden.
-Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame,
-een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames
-hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad,
-verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig,
-capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het
-eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare
-vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk.
-Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot
-November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in
-Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie
-vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû
-Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel
-zoû het alles heel goed zijn&mdash;een gemakkelijk leven, dat haar toelachte
-na dien knak harer moreele fierheid&mdash;maar zij kon er niet aan denken
-Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij
-kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als
-een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af
-te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan
-zulk een leven&mdash;afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk&mdash;zonder
-Duco! En toen Urania weg was&mdash;zij ging door naar San Stefano&mdash;was
-Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke
-afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij
-zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn
-edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel
-haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van
-kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden,
-haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij
-hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan.
-Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te
-verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij
-hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen
-scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom
-hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende,
-een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met
-geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten
-levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen
-ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen
-te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het
-leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van
-den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich
-warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk,
-verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet
-zouden aanwijzen, beroeren, duwen....</p>
-
-<p>En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste
-de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte
-op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en
-de oogen sloot, als om te slapen....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLIV" id="XLIV">XLIV.</a></h3>
-
-
-<p>Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen
-weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en
-bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden
-éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en
-moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen,
-kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid
-en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij
-niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in
-zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten
-treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij
-nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten
-bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den
-dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het
-atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met
-de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van
-het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel,
-leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots
-de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen
-door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam.
-Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit
-elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten
-staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij
-luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets
-meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het
-zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was.
-En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind,
-dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken.</p>
-
-<p>Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren
-te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij
-werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania
-schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley
-zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens
-opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem
-weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen
-heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met
-het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind
-tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder
-hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij
-sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf,
-haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van
-lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd,
-liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed
-weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als
-krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het
-vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer
-haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook
-hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem,
-troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr....
-Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in
-een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen,
-bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen,
-van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders,
-deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur
-op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid
-heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen
-zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden
-morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was,
-in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden
-elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten.
-Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte
-duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo
-benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp,
-haar gezicht waschte met Eau de Cologne....</p>
-
-<p>Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers
-haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat
-ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield
-nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel
-hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij
-at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den
-volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte
-omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij
-was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een
-paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen,
-dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam
-Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem
-danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En
-de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte
-Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet
-alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania
-lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien
-middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te
-zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie
-hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte
-met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in
-een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van
-Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was.
-Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij
-zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat
-Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel
-gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande
-dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende
-uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie,
-in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met
-den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig
-bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten
-en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed
-met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel
-bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem
-te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon
-honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit
-minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets
-noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres
-bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een
-paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin,
-alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar
-willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend
-met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol,
-zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een
-plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte.
-Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook
-Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was
-meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig
-jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om
-elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!!</p>
-
-<p>Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig
-toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat
-alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde
-een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene
-onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie
-verzwakt, alsof hun twee-geluk&mdash;van Duco en van haar&mdash;haar ongeschikter
-had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn
-heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en
-zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het
-was alleen de noodzakelijkheid zelve&mdash;de geleidelijkheid van de dingen
-des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs
-eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn&mdash;de noodzakelijkheid, die
-haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles
-wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar
-niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde
-haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in
-het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol
-ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen
-haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw,
-ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had
-tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist
-te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig
-over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was
-haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij
-vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te
-moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken,
-vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men
-van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men
-zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was
-bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en
-alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door
-Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr
-meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te
-zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren,
-hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om
-dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen
-brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn
-arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat
-zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten
-kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar
-brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat
-ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw
-van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met
-het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven
-haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had
-zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer,
-omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid
-woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren
-zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook
-brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef
-haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in
-Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij
-niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij
-iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek,
-de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn
-landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen
-blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen,
-of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht
-van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een
-lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen.
-Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag
-schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar
-verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om
-zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood.</p>
-
-<p>Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa
-twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des
-Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde
-als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan
-met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil
-van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar
-boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en
-soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best.
-Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat
-vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij.
-Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist.
-Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop
-de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van
-parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe,
-water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór
-zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd,
-haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in
-de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop
-kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main,
-waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar
-de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij
-een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling
-van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld
-porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen
-zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen,
-die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat
-moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij
-leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen
-dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat
-zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée,
-maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van
-werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare
-uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren
-het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar.</p>
-
-<p>Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen,
-bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet
-bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen
-morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde,
-gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit
-duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde
-zij weêr langzaam op.</p>
-
-<p>Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende
-bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij
-legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen,
-Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote
-Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon
-er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was
-soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen
-daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een
-anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude
-vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen,
-vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de
-Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand.
-En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's
-dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond
-eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij
-rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën,
-hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje
-teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf
-alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten
-over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot
-zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums,
-haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei
-mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet,
-ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich
-altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan
-had, was niet goed....</p>
-
-<p>Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude
-vrouw geregeld&mdash;haar eenige slaap&mdash;en dan kwam Urania Cornélie halen.
-Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin
-Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare
-nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De
-wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige
-laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de
-schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de
-onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio.</p>
-
-<p>Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd
-maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde
-bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de
-pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor
-hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren.
-Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem
-dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen,
-voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden
-overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht
-had terug gewonnen.</p>
-
-<p>In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur
-van haar leven, van de oude vrouw&mdash;ijdel, egoïst, onbeduidend,
-belachelijk&mdash;voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot
-zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de
-kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor
-zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het
-eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in
-den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar
-parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich.
-Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar
-heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken
-zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij
-zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de
-punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende
-zijn wandelstok. Soms plotseling&mdash;vizioen, dwarrelend door de menigte
-heen&mdash;zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen
-wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers
-tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn
-brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen
-haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde.</p>
-
-<p>En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij
-voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het
-voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin
-zij mat, moê, zwak, lusteloos,&mdash;meêspeelde.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLV" id="XLV">XLV.</a></h3>
-
-
-<p>Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste
-wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een
-wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch,
-na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites,
-afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal,
-een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen
-en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of
-zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te
-gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een
-intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve
-ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen
-en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden
-hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar
-voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was
-een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar
-zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag
-duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als
-de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn
-vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di
-Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was.
-En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor
-haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield
-Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond
-telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier,
-dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen
-kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon,
-tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds
-zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid
-en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren
-waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren
-naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als
-verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende
-en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem
-toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken,
-zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de
-dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de
-voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam
-op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen
-oogen hatelijk uitpriemde als een naald:</p>
-
-<p>&mdash;Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di
-Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te
-spreken....</p>
-
-<p>En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan,
-zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon
-heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de
-gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met
-open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die
-dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog,
-als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel
-kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij
-er met haar om gichelde van genot.</p>
-
-<p>&mdash;Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een
-kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had.</p>
-
-<p>&mdash;Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij.</p>
-
-<p>Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang
-voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg
-te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens
-toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk
-te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste
-diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl
-Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die
-zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst
-jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond
-als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op
-die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames
-zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar
-vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het
-ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar
-toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij
-zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan
-bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet
-als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur
-had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie
-gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze
-nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen
-molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk
-over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach,
-de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets
-aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie
-niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar
-nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het
-te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie
-kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren
-zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan?
-en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder
-vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes
-heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde.
-En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met
-zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome,
-aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare
-zwakte verloren had.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLVI" id="XLVI">XLVI.</a></h3>
-
-
-<p>Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het
-waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een
-van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren
-thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed
-Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij
-behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar
-Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging
-er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en
-het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen
-weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve
-gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste
-nalatigheid te verliezen.</p>
-
-<p>Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare
-insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm
-vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar
-wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar
-uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op
-het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk
-hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa
-van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge
-flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen
-ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare
-excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea.</p>
-
-<p>Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen
-zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd
-spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het
-waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde;
-eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als
-een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen,
-die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette
-zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als
-porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen.
-Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en
-zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend
-snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand&mdash;de
-handschoenen nog niet aan&mdash;had zij een wandelstok met gouden knop,
-haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar
-ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op
-haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie,
-nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht,
-bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al
-moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij
-was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de
-eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de
-rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte
-in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare
-lange sorties&mdash;bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,&mdash;en die zij
-met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten
-kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en
-tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig.
-Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open
-en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen
-en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en
-roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht
-in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren,
-en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het
-feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van
-feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in
-schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om
-als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen
-was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen,
-achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor
-vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs.
-Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf
-slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen,
-die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een
-hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel
-van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar
-dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin
-di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal,
-waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid
-Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met
-kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere
-licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen
-twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden.
-Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien
-zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie
-wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van
-de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over
-de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar
-blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij
-liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep,
-dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van
-haar man&mdash;en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te
-walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar
-onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het
-had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de
-conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen
-als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher,
-brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de
-leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd
-geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als
-waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen
-door de zalen, voegde zich&mdash;volgens hare gewoonte&mdash;even bij Mrs.
-Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had,
-of alles goed was&mdash;en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij
-een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart
-fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch:</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den
-uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland
-geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen
-over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond
-heel veel interessants in wat u schreef.</p>
-
-<p>&mdash;U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik
-herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het
-Vrouwencongres in Londen?</p>
-
-<p>&mdash;Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u
-niet in Londen komen?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon
-niet.</p>
-
-<p>&mdash;Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest.
-Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes
-gehad.</p>
-
-<p>&mdash;Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard....</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook
-voordeel voor de groote zaak.</p>
-
-<p>&mdash;Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje?</p>
-
-<p>&mdash;Twijfelt u daar dan aan?</p>
-
-<p>&mdash;Heel dikwijls....</p>
-
-<p>&mdash;Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven.</p>
-
-<p>&mdash;Misschien juist daarom.</p>
-
-<p>&mdash;Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij
-Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie
-luchten in uw karakters.</p>
-
-<p>&mdash;Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het
-kind?</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb
-zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor
-de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure
-zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu
-bezig aan een andere brochure?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, helaas niet....</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een
-impulsie, uit eigen ondervinding. En toen.</p>
-
-<p>&mdash;Toen....</p>
-
-<p>&mdash;Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik
-vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat <i>vele</i> vrouwen
-met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als
-zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij
-voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn.
-Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar
-eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld
-en de toekomst haar belang verliezen.</p>
-
-<p>&mdash;Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het.</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof
-wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller
-is.</p>
-
-<p>&mdash;U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar
-geleden schreef....</p>
-
-<p>&mdash;Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk,
-ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû
-het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak....</p>
-
-<p>&mdash;Niet, met een verstandige opvoeding.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding....</p>
-
-<p>&mdash;Van het kind, van het meisje....</p>
-
-<p>&mdash;Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn
-zwakte zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld
-worden.</p>
-
-<p>&mdash;U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo
-gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het
-meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij
-ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten
-zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne
-opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op
-den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze
-ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij
-zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt
-worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt.
-Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk
-hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet
-om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en
-onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die
-niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak
-bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge
-jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer
-te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich
-in stilte, bekennen <i>moeten</i>, gedwaald te hebben in hun kinderliefde.
-Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo
-dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna
-liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLVII" id="XLVII">XLVII.</a></h3>
-
-
-<p>Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge
-emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare
-vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde.</p>
-
-<p>&mdash;Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u
-ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat
-vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er
-uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten.
-Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley?</p>
-
-<p>&mdash;Heel gaarne, met heel veel pleizier....</p>
-
-<p>Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich
-tusschen andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën
-knikten. Zij bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den
-spiegel. Op de console speelden hare vingers met de orchideeën in een
-Venetiaansch glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel
-haar hart klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij
-zag eerst haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet
-van zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van
-volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met
-staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel
-mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet.
-Drie parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar
-witte veêren waaier&mdash;een geschenk van Urania&mdash;was als een
-schuim tegen haar hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den
-spiegel zag zij hèm. Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare
-vingers speelden met de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van
-te willen vluchten, maar hare knieën knikten en hare voeten waren als
-verlamd. Zij was als vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon
-zich niet bewegen. En zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij
-den rug half keerde tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering
-scheen een web uit te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was
-nu vlak bij haar, hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij
-de oogen op en zag in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne
-oogen. Zij dacht flauw te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd
-tusschen hem en het glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om
-de kaarsen, als een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag
-alleen zijn oogen kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En
-hij zeide nog niets. Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en
-den spiegel, die zelfs niet beveiligde als een muur had gedaan, maar
-die hem weêrkaatste zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en
-voor&mdash;wendde zij zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij
-sprak ook niet. Zij zagen elkaâr sprakeloos aan.</p>
-
-<p>&mdash;Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij
-eindelijk.</p>
-
-<p>Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde
-zijn stem in zich.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar
-keer gezien heb, in de stad, op de Jetée.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je?</p>
-
-<p>Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde
-voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde
-aan te spreken.</p>
-
-<p>Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond
-voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn
-beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid.</p>
-
-<p>&mdash;Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij
-voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar
-als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens
-ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet
-aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land....</p>
-
-<p>&mdash;Wat doet er dat toe?</p>
-
-<p>&mdash;Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten.
-Kunnen we dat niet doen als vreemden?</p>
-
-<p>&mdash;Als vreemden ... herhaalde zij.</p>
-
-<p>&mdash;Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs
-verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je
-het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?...</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide zij.</p>
-
-<p>Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een
-Louis-XV-paravent, half damast, half glas&mdash;en zij liet zich neêrvallen
-in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze
-rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe,
-een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen
-gevouwen.</p>
-
-<p>&mdash;Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure.
-En toen over je schilder.</p>
-
-<p>Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat
-van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe.</p>
-
-<p>&mdash;Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden.</p>
-
-<p>&mdash;Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben
-gezegd, dat je niet meer voor ze bestond.</p>
-
-<p>&mdash;Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd
-gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk.</p>
-
-<p>&mdash;O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze
-bestaan.</p>
-
-<p>Zij haalde de schouders op.</p>
-
-<p>&mdash;Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat
-ik niet meer kon zenden.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet....</p>
-
-<p>&mdash;Dat betaal ik niet....</p>
-
-<p>&mdash;Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd
-mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je
-eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden.</p>
-
-<p>Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest.</p>
-
-<p>Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar
-naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier:</p>
-
-<p>&mdash;Dat doet me verdomd veel pleizier.</p>
-
-<p>Hij lachte, dik luid.</p>
-
-<p>&mdash;Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad
-rem. Verdomd leuk van je!</p>
-
-<p>Zij stond op, nerveus, verwrongen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley.</p>
-
-<p>Hij breidde de armen wat uit.</p>
-
-<p>&mdash;Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten.</p>
-
-<p>&mdash;Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet
-meer gewend aan.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten.</p>
-
-<p>Zij viel neêr en school achter haar waaier.</p>
-
-<p>&mdash;Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie
-vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment?</p>
-
-<p>&mdash;Het heeft er iets meer van.</p>
-
-<p>&mdash;Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed
-vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar?</p>
-
-<p>&mdash;Waarom moet ik je daarover vertellen?</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik er belang in stel.</p>
-
-<p>&mdash;Je hebt niet in mij belang te stellen....</p>
-
-<p>&mdash;Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit.
-En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt.</p>
-
-<p>&mdash;Heelemaal, zeide zij koel.</p>
-
-<p>Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij
-voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen.</p>
-
-<p>&mdash;Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal?</p>
-
-<p>Zij zag hem hoog aan.</p>
-
-<p>&mdash;Nou, vertel nou eens....</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer
-schelen?</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;En hoe doe je hier, bij dat wijf?</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meen je?</p>
-
-<p>&mdash;Nemen ze dat zoo hier in Nice aan?</p>
-
-<p>&mdash;Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn
-gedrag hier iets aanmerken.</p>
-
-<p>&mdash;Waar is Van der Staal?</p>
-
-<p>&mdash;In Florence.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom is hij niet hier?</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt
-daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen.</p>
-
-<p>Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit.</p>
-
-<p>&mdash;Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley
-toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige
-orders vragen en geven. Laat me gaan.</p>
-
-<p>&mdash;Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren?</p>
-
-<p>&mdash;Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo
-onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen,
-ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je
-me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me
-ontmoeten zoû.</p>
-
-<p>&mdash;Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten
-woû.</p>
-
-<p>&mdash;Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je
-er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te
-plagen.</p>
-
-<p>&mdash;Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr.</p>
-
-<p>&mdash;Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig.</p>
-
-<p>Hij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik
-nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je
-in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat
-je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet,
-dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel
-mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest
-was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind.
-Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten,
-met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik
-niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs
-Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland....</p>
-
-<p>&mdash;Rudolf....</p>
-
-<p>&mdash;Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en
-het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in
-Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben
-verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je
-eens met me meê...?</p>
-
-<p>&mdash;Je bent dol!</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan
-mijn arm te hebben.</p>
-
-<p>Zij trok haar arm terug.</p>
-
-<p>&mdash;Je hebt op niets trotsch te zijn....</p>
-
-<p>&mdash;Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu
-amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit.</p>
-
-<p>Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een
-tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken,
-Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er
-zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen,
-wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen.</p>
-
-<p>&mdash;Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een
-landgenoot voorstellen, baron Brox....</p>
-
-<p>Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg
-of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide.</p>
-
-<p>&mdash;Een landgenoot, Cornélie?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, Mrs. Uxeley.</p>
-
-<p>&mdash;Hoe zeg je ... zijn naam?</p>
-
-<p>&mdash;Baron Brox....</p>
-
-<p>&mdash;A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is
-hij, wat doet hij?</p>
-
-<p>&mdash;Hij is officier, eerste luitenant....</p>
-
-<p>&mdash;Welk wapen?</p>
-
-<p>&mdash;Van de huzaren....</p>
-
-<p>&mdash;In Den Haag?</p>
-
-<p>&mdash;In Den Haag.</p>
-
-<p>&mdash;Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen.</p>
-
-<p>&mdash;Mrs. Uxeley, gaat alles goed?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, darling.</p>
-
-<p>&mdash;Voelt u u wel?</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel.</p>
-
-<p>&mdash;Moet de pavane niet gauw worden gedanst?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch
-nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet
-later dan over een half uur beginnen....</p>
-
-<p>Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren
-lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde,
-en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar.</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie....</p>
-
-<p>&mdash;Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de
-pavane verzamelen. Ik heb veel te doen....</p>
-
-<p>&mdash;Ik zal je helpen....</p>
-
-<p>Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui
-opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan.
-Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er?</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben moê.</p>
-
-<p>&mdash;Laten wij dan wat gaan drinken.</p>
-
-<p>Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare
-orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden
-de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament.
-Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte,
-luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der
-dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en
-lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen.
-Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld.
-De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets
-vragen. En Brox week niet van haar zijde.</p>
-
-<p>&mdash;Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij.</p>
-
-<p>Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw.
-Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de
-Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de
-buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen.
-Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij
-beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om
-een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde
-prezenteerde.</p>
-
-<p>&mdash;De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel,
-bleek.</p>
-
-<p>&mdash;Wat wil je hebben?</p>
-
-<p>&mdash;Een glas champagne.</p>
-
-<p>&mdash;Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat
-eten.</p>
-
-<p>Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen
-nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar
-glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem
-alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was
-van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn
-zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote
-grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed
-verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in
-glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok,
-dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met
-pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn.</p>
-
-<p>Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas
-champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar
-bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden.</p>
-
-<p>&mdash;Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met
-zijn glas in de handen. En hij dronk het uit.</p>
-
-<p>&mdash;De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij.</p>
-
-<p>En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten,
-als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen.</p>
-
-<p>&mdash;Hier moeten de danseurs zich verzamelen....</p>
-
-<p>&mdash;Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch.</p>
-
-<p>Zij zetten zich op de bank.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal.</p>
-
-<p>&mdash;Ja ... ik ben beter....</p>
-
-<p>&mdash;Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten?</p>
-
-<p>&mdash;Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen
-kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is....</p>
-
-<p>&mdash;Nou ja, dat is nou gebeurd....</p>
-
-<p>&mdash;Vindt je het discreet van je ... en kiesch?</p>
-
-<p>&mdash;Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van
-die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn
-hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij
-je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze
-ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden,
-goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen
-iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke.
-Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere
-ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet
-wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd
-op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner
-me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je,
-toen wij eens....</p>
-
-<p>Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor.
-Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij
-bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam,
-dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn
-stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar
-binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch.
-Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende
-zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd,
-met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring&mdash;als zij
-lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte
-broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem
-kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen
-haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte
-vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was,
-maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde
-zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar
-bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten.
-In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had
-zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest,
-zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw
-had kunnen blijven...!</p>
-
-<p>Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen
-harmonie...!</p>
-
-<p>Het ging alles bliksemsnel door haar heen.</p>
-
-<p>O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had
-zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het
-verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was
-zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het
-met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren
-durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide.
-Onherroepelijk, onuitwischbaar.</p>
-
-<p>&mdash;Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!!</p>
-
-<p>Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij
-lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van
-smeeking.</p>
-
-<p>&mdash;Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen,
-dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot....</p>
-
-<p>Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen
-lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed
-als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af.</p>
-
-<p>&mdash;Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En
-zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester
-naderde. Zij verstond niet wat hij zeide.</p>
-
-<p>&mdash;Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een
-heesche stem, de meisjes na.</p>
-
-<p>&mdash;Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal....</p>
-
-<p>Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij
-verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote
-danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in
-de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal,
-op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van
-sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn....
-de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een
-degen....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLVIII" id="XLVIII">XLVIII.</a></h3>
-
-
-<p>&mdash;Urania, ik smeek je, help mij!</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er?</p>
-
-<p>&mdash;Kom meê....</p>
-
-<p>Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar
-meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel
-verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der
-groote danszaal om er de pavane te zien dansen.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er, Cornélie?</p>
-
-<p>Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij
-trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.</p>
-
-<p>&mdash;Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid.
-Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je
-niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem
-al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen
-ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel ... dat was om
-hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang
-voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me
-heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo
-vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens
-ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd
-gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden.
-Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst.
-Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar
-Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley,
-dat ik naar mijn kamer wil.</p>
-
-<p>Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen
-in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog
-di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.</p>
-
-<p>&mdash;Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de
-hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren,
-beaamden het: zij misten haar overal....</p>
-
-<p>Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek,
-geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer.
-Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.</p>
-
-<p>Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog
-en met de Breuil en de journalisten.</p>
-
-<p>&mdash;Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio
-in.</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar
-waaier.</p>
-
-<p>De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten
-zich weêr verspreidden door de zalen.</p>
-
-<p>&mdash;Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.</p>
-
-<p>Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst,
-steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels
-boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog:
-de journalisten vonden alles even geestig.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En
-hoe dan met den cotillon?</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.</p>
-
-<p>&mdash;Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.</p>
-
-<p>&mdash;Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie
-een diepe stem.</p>
-
-<p>Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk
-om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder
-zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te
-herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....</p>
-
-<p>Zij murmelde:</p>
-
-<p>&mdash;Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox
-... De prinses di Forte-Braccio.</p>
-
-<p>Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.</p>
-
-<p>&mdash;Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer
-brengen. Ik zorg voor alles.</p>
-
-<p>&mdash;Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen
-wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.</p>
-
-<p>&mdash;Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn
-glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.</p>
-
-<p>Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.</p>
-
-<p>&mdash;Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn
-cotillon?</p>
-
-<p>&mdash;Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een
-klein talent voor cotillon-directeur....</p>
-
-<p>Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio
-en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden
-dirigeeren.</p>
-
-<p>&mdash;Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?</p>
-
-<p>Cornélie glimlachte.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den
-arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="XLIX" id="XLIX">XLIX.</a></h3>
-
-
-<p>Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot
-door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes
-binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een
-morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame
-zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle
-kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen
-dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos,
-slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren.
-Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan
-haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als
-na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met
-glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen
-dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet
-alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar
-weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op
-te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen
-had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar
-bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende
-en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt.</p>
-
-<p>Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende
-morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche
-jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het
-jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar
-flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste
-ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet
-had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij
-was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de
-wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht
-willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven
-jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist&mdash;en altijd met
-den lach om zijn mooien mond&mdash;hield hij haar onder. Tot zij getrouwd
-waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst
-niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij
-had zich bevrijd, zij was gevlucht!</p>
-
-<p>De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote
-geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van
-droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met
-geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden.
-Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij
-waarlijk niet meer zijn vrouw?!</p>
-
-<p>Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice
-gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien
-eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag
-hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante
-victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses&mdash;hij had haar zoo gezien,
-mooi, chic, en gelukkig&mdash;en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie
-vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de
-wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw
-gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de
-onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was
-het geweest....</p>
-
-<p>Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken....
-Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als
-een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was
-onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar
-bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû
-zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te
-verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare
-handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En
-zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk
-tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij
-ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun
-geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en
-zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O,
-ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn
-arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk.
-Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had
-bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand
-een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven
-Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij
-zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man
-in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû
-sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel
-haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een
-bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk
-verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen
-spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich
-en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had
-en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de
-verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû <i>zij</i> zegevieren
-met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En
-zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir.
-Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade.
-En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste
-ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal....
-Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd,
-dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden
-en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte
-voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van
-gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet.</p>
-
-<p>Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met
-Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief
-aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen
-was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren?</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="L" id="L">L.</a></h3>
-
-
-<p>Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch
-bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte
-of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den
-volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen
-kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen
-Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week
-daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de
-volte der visites&mdash;beleefdheidsbezoeken na het feest&mdash;wist hij haar een
-oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het
-zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij
-verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem.</p>
-
-<p>&mdash;Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het
-niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden.
-Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland
-hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik
-heb&mdash;ik weet nog niet hoe&mdash;kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om
-met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit,
-ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je:
-ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van
-de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken.</p>
-
-<p>&mdash;Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die
-airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel
-prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt....</p>
-
-<p>&mdash;Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke
-mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te
-ontzeggen....</p>
-
-<p>Hij lachte. Zij werd driftig.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert?</p>
-
-<p>Hij werd rood, zijn vuisten balden zich.</p>
-
-<p>&mdash;Verdomd! siste hij, in zijn snor.</p>
-
-<p>&mdash;Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door.</p>
-
-<p>Hij beheerschte zich.</p>
-
-<p>&mdash;We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen
-waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer.
-Bruut! Bruut!!</p>
-
-<p>&mdash;En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die
-haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik
-zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen....</p>
-
-<p>&mdash;Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend.
-Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène!</p>
-
-<p>Hij ging kalm zitten.</p>
-
-<p>&mdash;Ga je gang, zeide hij rustig.</p>
-
-<p>Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de
-knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich
-beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij,
-coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de
-hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk,
-schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van
-kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen
-vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots
-de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij
-was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe
-hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen:
-dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk
-was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij
-wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag
-zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch:</p>
-
-<p>&mdash;Cornélie....</p>
-
-<p>Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had
-liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een
-geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar
-viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er?</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil je even alleen spreken.</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm,
-dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik
-je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet
-ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden
-week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de
-deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst.
-Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden....
-Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je
-spreken....</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het
-salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar.</p>
-
-<p>Hij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was.
-Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast.</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel.</p>
-
-<p>&mdash;Waarover heb je me te spreken?</p>
-
-<p>&mdash;Dat kan ik hier niet zeggen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan je niet alleen te woord staan.</p>
-
-<p>&mdash;Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang.</p>
-
-<p>&mdash;Neen.</p>
-
-<p>&mdash;Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je
-eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben niet bang.</p>
-
-<p>&mdash;Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me
-ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu
-je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben niet bang....</p>
-
-<p>&mdash;Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken
-Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik
-zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen
-heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer
-kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me
-meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me
-nooit meer terug.</p>
-
-<p>&mdash;Wat kan je me te zeggen hebben.</p>
-
-<p>&mdash;Ga meê....</p>
-
-<p>Het was om zijne stem, niet om zijn woorden.</p>
-
-<p>&mdash;Maar niet langer dan drie minuten.</p>
-
-<p>&mdash;Niet langer dan drie minuten.</p>
-
-<p>Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon.</p>
-
-<p>&mdash;Wat is er? vroeg zij, bang.</p>
-
-<p>&mdash;Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik
-woû je alleen maar zeggen ... <span style="font-size: 0.7em;">DAT JE MIJN VROUW BENT</span>. Begrijp je dat?
-Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld,
-toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen
-te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt.
-<span style="font-size: 0.7em;">JE BENT MIJN VROUW</span>. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En
-jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets.
-Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ...
-is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek
-en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond.
-Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ...
-dat het waar is, wat ik zeg: en <span style="font-size: 0.7em;">DAT JE MIJN VROUW NOG BENT</span>. Die wet
-beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een
-wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het
-ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een
-heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou
-vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt,
-ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat
-zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal <i>niets</i>,
-Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je
-en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû
-je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet
-bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met
-je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze
-voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me
-niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat
-je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de
-prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn
-naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu
-maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets
-zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet.
-Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig.
-Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een
-openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog
-geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon.
-En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat
-blijf ik altijd.</p>
-
-<p>Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten
-brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde
-haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding,
-de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong
-wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat
-hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot
-zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich
-af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn
-eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat
-anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen
-herinnering meer en gedachte....</p>
-
-<p>Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar
-langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar
-geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als
-in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor
-drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij
-sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet
-telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij
-haar losliet, wankelde zij.</p>
-
-<p>&mdash;Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker.
-En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is
-niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten
-spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu
-tot ziens. Tot ziens....</p>
-
-<p>Hij zoende haar nog eens.</p>
-
-<p>&mdash;Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem...</p>
-
-<p>Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond.</p>
-
-<p>&mdash;Tot ziens, zeide hij nog eens.</p>
-
-<p>Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend
-haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen
-klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen
-tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer,
-waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij
-zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was
-het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten
-wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die
-menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die
-stikte.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="LI" id="LI">LI.</a></h3>
-
-
-<p>Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn
-meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die,
-geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en
-haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich
-dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij
-driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar
-liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar
-hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn
-arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem
-zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie
-in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had
-in hare weêrstreving&mdash;toen nog van flirt en aardigheid, weldra van
-kribbigheid, later van drift en razernij&mdash;alsof hij pleizier had in
-hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen.
-Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En
-zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere
-man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed,
-uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had
-een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot
-afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk
-gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord,
-lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de
-mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond
-zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom,
-vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek
-opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij
-had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als
-éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer
-liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien
-als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet
-overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken.
-Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen:
-zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den
-man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed
-de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit
-geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en
-teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee
-langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen....
-Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de
-handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen,
-en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende
-spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg
-van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige
-slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst
-vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste
-uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest?</p>
-
-<p>Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de
-geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde
-niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op
-den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco,
-en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot
-weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk....</p>
-
-<p>Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij
-smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de
-oude vrouw, die zij nu plotseling verliet.</p>
-
-<p>En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid,
-haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar
-scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te
-verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk,
-haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord
-verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het
-niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar
-verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van
-Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid.
-Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar
-het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur
-was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en
-zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco.
-En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit
-meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die
-zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de
-heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk
-maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van
-maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier
-de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet,
-dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep
-zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en
-hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was
-het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte
-zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen!
-En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare
-vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar
-verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de
-zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand,
-steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich
-eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant....</p>
-
-<p>Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles
-hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria
-Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van
-redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende
-naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig
-om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende,
-dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende
-zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel,
-haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem,
-zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad
-zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar,
-en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij
-viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het
-was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als
-het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren.
-En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was,
-haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht
-over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem
-aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar
-plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe
-kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij
-weêr weg in zijn arm en sliep zij in.</p>
-
-<p>Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst,
-met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even
-loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door.
-Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in
-zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="LII" id="LII">LII.</a></h3>
-
-
-<p>Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij
-overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met
-een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû
-kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo
-overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een
-vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij
-geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat
-je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb
-je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu
-ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar
-Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd
-verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de
-Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al
-geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten.
-O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven.
-Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier
-goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets.
-Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga
-werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is
-heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen,
-maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een
-boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet
-Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello.
-Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi,
-de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze
-mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we
-zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of
-ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat
-dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later
-gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en
-heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet
-langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen
-welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst
-kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw.
-Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn
-vrouw. En <i>voel</i> je je mijn vrouw&mdash;ook al wachten we nog een paar
-weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,&mdash;dan zal
-je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over
-je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat
-als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles
-goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren,
-wij <i>moeten</i> zoo gauw mogelijk trouwen.</p>
-
-<p>Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in
-de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een
-marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en
-Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting,
-massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak
-zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,&mdash;de heuvelen met
-Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie
-bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn.</p>
-
-<p>&mdash;Wij <i>moeten</i> zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een
-weifelende vraag.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling....</p>
-
-<p>&mdash;Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet,
-dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund,
-vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien
-ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk
-dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet....</p>
-
-<p>&mdash;Hoû je niet genoeg van mij....</p>
-
-<p>&mdash;Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar
-dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet
-vrij ben....</p>
-
-<p>&mdash;Niet vrij....</p>
-
-<p>&mdash;Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien
-ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je
-immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo
-vreemd.... Ik voelde toch, dat....</p>
-
-<p>&mdash;Dat wat....</p>
-
-<p>Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag.</p>
-
-<p>&mdash;Zie je ... hij is toch mijn man geweest.</p>
-
-<p>&mdash;Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd!</p>
-
-<p>&mdash;Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet....</p>
-
-<p>&mdash;Maar wat dan, mijn kind....</p>
-
-<p>Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan.</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan het niet zeggen, Duco....</p>
-
-<p>&mdash;Waarom niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik schaam mij....</p>
-
-<p>&mdash;Zeg me, hoû je nog altijd van hem?</p>
-
-<p>&mdash;Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou.</p>
-
-<p>&mdash;Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je?</p>
-
-<p>Zij begon tegen hem aan te weenen.</p>
-
-<p>&mdash;Ik voel....</p>
-
-<p>&mdash;Wat....</p>
-
-<p>&mdash;Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ...
-mij toch zijn vrouw.</p>
-
-<p>Zij fluisterde het bijna onhoorbaar.</p>
-
-<p>&mdash;Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, neen, ik zweer je van niet!</p>
-
-<p>&mdash;Maar hoe kan dat dan, mijn kind!</p>
-
-<p>&mdash;Ja, dat kan.</p>
-
-<p>&mdash;Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk!</p>
-
-<p>&mdash;Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het.</p>
-
-<p>&mdash;Maar hij hypnotizeert je!</p>
-
-<p>&mdash;Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een
-werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet
-hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit
-iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ...
-die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien
-ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik
-mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn
-ding.</p>
-
-<p>Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn
-borst.</p>
-
-<p>&mdash;Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink
-zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te
-vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat
-hij zegt....</p>
-
-<p>&mdash;Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken.
-Ik zal je helpen....</p>
-
-<p>&mdash;Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep
-in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het
-kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik <i>mag</i> je vrouw niet
-worden. Nu minder dan ooit. Misschien....</p>
-
-<p>&mdash;Misschien?</p>
-
-<p>&mdash;... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet
-mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien
-was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn
-antipathie tegen het huwelijk.</p>
-
-<p>&mdash;Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem!</p>
-
-<p>&mdash;Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch....</p>
-
-<p>&mdash;Toch ben je verliefd op hem!!</p>
-
-<p>&mdash;Toch behoor ik hem toe....</p>
-
-<p>&mdash;En je zegt, dat je mij liefhebt!!</p>
-
-<p>Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen.</p>
-
-<p>&mdash;Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt.
-Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw....</p>
-
-<p>&mdash;Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...!</p>
-
-<p>&mdash;Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik
-zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw.</p>
-
-<p>&mdash;Niet mijn vrouw!!</p>
-
-<p>&mdash;Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb
-medelij!</p>
-
-<p>Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte.</p>
-
-<p>&mdash;Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê,
-en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling,
-mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat
-moeten wij doen?!</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw
-mogelijk. Je wilt niet.</p>
-
-<p>&mdash;Ik kan niet. Ik mag niet.</p>
-
-<p>&mdash;Dan weet ik het niet.</p>
-
-<p>&mdash;Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je
-lief, ik hoû van je, ik hoû van je!</p>
-
-<p>Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en
-wanhoop. Hij zoende haar woest terug....</p>
-
-<p>&mdash;O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne
-omhelzing.</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="LIII" id="LIII">LIII.</a></h3>
-
-
-<p>Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den
-cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen
-en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde
-zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar
-opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met
-menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien
-weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid
-van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was
-het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing
-tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen
-van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven
-de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid
-van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare
-hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een
-onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten
-hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in
-Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag
-aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar
-welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over
-hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden,
-gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat
-zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij
-vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer,
-op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde
-zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij
-even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met
-zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam,
-dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij
-noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort:
-Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg
-op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu:
-waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien
-zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde
-hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden
-brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam,
-vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat
-laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet
-tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing,
-getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn
-vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen
-haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog
-vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij
-beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat
-hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de
-wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had,
-een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken
-had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij
-te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het
-achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat
-zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat
-zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was
-voor de gevolgen van haar weigering.</p>
-
-<p>Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den
-brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest
-beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de
-gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn
-borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende,
-voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen
-de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop
-op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat
-hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw.
-Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij
-sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik,
-van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij
-klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen
-dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij
-dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in
-slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij
-weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen
-antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat;
-het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij
-wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was
-een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op
-de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber,
-streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had....
-O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome
-naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk.
-Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de
-tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven
-van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude
-brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen
-turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder,
-in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem
-samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in
-den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten!
-Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs,
-in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs
-voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij
-herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs
-hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even
-cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij,
-het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij
-wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn
-vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld,
-toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen
-trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon,
-en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes
-van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend
-tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet
-volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet,
-een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch
-en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid
-had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en
-ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en
-van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit
-maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit
-misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar <i>in</i> het
-leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid,
-het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat
-overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar
-bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak
-van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en
-snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû
-hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden.
-Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en
-hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde,
-stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij!</p>
-
-<p>Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte
-weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een
-lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij
-bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan
-halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm
-te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende
-zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een
-aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef
-hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren
-moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag&mdash;hij zoû
-uitrekenen welken,&mdash;haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok
-naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor
-haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet
-schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift,
-zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht.
-Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een
-flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende
-in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre,
-door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding.
-Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van
-den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging
-duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij
-een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco....
-En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig:</p>
-
-<p>&mdash;Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen?</p>
-
-<p>Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit.</p>
-
-<p>Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij
-oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een
-goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem
-daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij
-schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein.</p>
-
-<p>Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij had
-niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel vroeg?
-Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van niets.
-Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû.
-En zij zoû gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht
-was, zag zij het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn
-vrouw, moest zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven,
-waar ook, trots haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij
-wilde, moest zij terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht
-niet aan zich, zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in
-bloed. Zij dacht er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij
-het hem vragen? O God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan,
-trots haar telegram! Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij
-had willen gaan, als hij uit was, stilletjes naar het station.... Of
-zoû zij het hem liever zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn?
-Of ... of zoû zij alles zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ...
-vluchten, vluchten ergens heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar
-als hij hen uitvond! En hij zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij
-vermoorden!!</p>
-
-<p>Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen,
-hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam
-binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem
-alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den
-brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem
-neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij
-werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat
-hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam
-hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden,
-zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden.
-Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem
-aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht
-van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn
-ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar
-vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling
-haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde&mdash;zij knikte
-moedeloos van ja,&mdash;het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren,
-reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit
-voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte
-zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht
-ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde
-ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij
-terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt,
-zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem:</p>
-
-<p>&mdash;Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen
-wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet
-anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan
-moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt,
-dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig
-zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind.</p>
-
-<p>&mdash;Breng je me?</p>
-
-<p>&mdash;Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen
-leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben;
-hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal
-iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan
-zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan
-inzien...!</p>
-
-<p>Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte
-hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl
-hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig
-het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door....</p>
-
-
-
-<hr class="chap" />
-<h3><a name="LIV" id="LIV">LIV.</a></h3>
-
-
-<p>Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien
-hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé
-gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het
-einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand
-gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende
-scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen
-niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een
-spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te
-sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen
-had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij
-hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem
-zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld,
-zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en
-zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist,
-die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere
-menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop
-van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen
-weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert
-ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren.</p>
-
-<p>Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen
-en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende
-zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de
-zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en
-onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven
-wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom
-dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in
-zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan
-de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid,
-en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte
-harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein
-voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen
-geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen,
-die duwden en leidden en wezen....</p>
-
-<p>En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer
-wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot
-een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag
-en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het
-eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje,
-waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op,
-poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile
-voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij
-een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles
-onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het
-verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met
-dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi
-moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein
-het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten,
-omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere
-machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle
-station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn
-steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele
-schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van
-breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch
-geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid,
-en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen
-zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen
-doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed
-dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van
-minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond
-animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend
-sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze
-eigenlijk telden&mdash;dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar.
-Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht,
-maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang.</p>
-
-<p>Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij
-boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn
-snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij
-zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar
-buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik
-monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken
-manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die
-moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw.</p>
-
-<p>&mdash;Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn
-verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk.</p>
-
-<p>&mdash;Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht.</p>
-
-<p>Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op.
-Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was.
-Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er
-allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het
-bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had
-gesproken.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je moê? vroeg hij.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht
-natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend.</p>
-
-<p>De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental.
-In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel
-binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een
-gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te
-zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen
-met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij
-als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer.</p>
-
-<p>Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een
-houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de
-oogen, verblind door den stroom van zonnelicht.</p>
-
-<p>&mdash;Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en
-hij bestelde haar ontbijt.</p>
-
-<p>&mdash;Doe je hoed af, zeide hij.</p>
-
-<p>Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was
-verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin
-uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die
-zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar
-linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande,
-rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk
-een kop thee.</p>
-
-<p>&mdash;Heb jij al ontbeten? vroeg zij.</p>
-
-<p>&mdash;Ja.</p>
-
-<p>Zij zwegen weêr en zij at.</p>
-
-<p>&mdash;En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende.</p>
-
-<p>&mdash;Goed....</p>
-
-<p>&mdash;Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je
-eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek
-van je....</p>
-
-<p>Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was
-een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg
-weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden.</p>
-
-<p>&mdash;Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een
-oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar
-nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat
-ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we
-al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw
-geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je,
-trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die
-indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice.</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide zij kalm.</p>
-
-<p>&mdash;Geef je dat toe?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, herhaalde zij.</p>
-
-<p>&mdash;Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil.
-Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude
-onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan
-hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn
-vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet
-hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw
-ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet
-doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat
-alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles&mdash;finantieel ook&mdash;
-mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een
-formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van
-zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit
-den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik
-kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland
-wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe.</p>
-
-<p>&mdash;Neen ... murmelde zij.</p>
-
-<p>&mdash;Waar zoû je willen wonen?</p>
-
-<p>&mdash;Ik weet het niet....</p>
-
-<p>&mdash;In Italië?</p>
-
-<p>&mdash;Neen ... vroeg zij smeekend.</p>
-
-<p>&mdash;Hier blijven?</p>
-
-<p>&mdash;Liever niet ... den eersten tijd.</p>
-
-<p>&mdash;Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen?</p>
-
-<p>&mdash;Goed....</p>
-
-<p>&mdash;Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan,
-en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw
-voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs.</p>
-
-<p>&mdash;Goed....</p>
-
-<p>Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen?</p>
-
-<p>&mdash;Hoe meen je?</p>
-
-<p>&mdash;Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond?</p>
-
-<p>&mdash;Neen....</p>
-
-<p>&mdash;Kom eens hier, op mijn knie.</p>
-
-<p>Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op
-zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn
-hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de
-oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang.</p>
-
-<p>&mdash;Heelemaal ben je me toch niet vergeten?</p>
-
-<p>Zij knikte van neen.</p>
-
-<p>&mdash;We hadden maar nooit moeten scheiden, wel?</p>
-
-<p>Zij knikte weêr van neen....</p>
-
-<p>&mdash;Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer
-driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben
-je veel liever en mooier.</p>
-
-<p>Zij glimlachte flauwtjes.</p>
-
-<p>&mdash;Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op
-haar mond.</p>
-
-<p>Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen
-haar vel, en zijn mond hare lippen drukten.</p>
-
-<p>&mdash;Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten?</p>
-
-<p>&mdash;Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden.</p>
-
-<p>&mdash;Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je
-zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier.</p>
-
-<p>&mdash;Is Urania niet boos....</p>
-
-<p>&mdash;Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte.</p>
-
-<p>Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een
-vriendin had.</p>
-
-<p>&mdash;En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien.</p>
-
-<p>&mdash;Zij is wèl boos op mij, niet waar?</p>
-
-<p>Hij lachte.</p>
-
-<p>&mdash;Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand
-heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich
-heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic,
-niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik
-je alleen en ga ergens beneden zitten.</p>
-
-<p>Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn
-ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen.</p>
-
-<p>&mdash;Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben.
-Ben je van mij, zeg, ben je van mij?</p>
-
-<p>Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen
-zwaar om haar heen.</p>
-
-<p>&mdash;Zeg, ben je van mij?</p>
-
-<p>&mdash;Ja....</p>
-
-<p>&mdash;Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was?</p>
-
-<p>Zij aarzelde.</p>
-
-<p>&mdash;Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen
-zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen.</p>
-
-<p>&mdash;Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...!</p>
-
-<p>Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als
-met een krachtsinspanning los.</p>
-
-<p>&mdash;Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later
-terug.</p>
-
-<p>Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn
-borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat
-hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de
-middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En
-zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen
-gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was
-alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij
-voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep
-in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van
-hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van
-kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid,
-wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem
-zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van
-het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede
-huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi
-meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij
-figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar
-zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem
-tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen
-zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en
-wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap
-zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een
-duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven&mdash;Rome Duco, het
-atelier&mdash;verzonk....</p>
-
-<hr class="tb" />
-
-<h4><a id="INHOUD"></a>INHOUD</h4>
-
-
-<div class="center" style="font-size: 0.8em;">
-<table border="0" cellpadding="2" cellspacing="0" summary="">
-<tr><td align="left"><a href="#I">Eerste Deel<br />I.</a></td><td align="left"><a href="#XXVIII">XXVIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#II">II.</a></td><td align="left"><a href="#XXIX">XXIX.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#III">III.</a></td><td align="left"><a href="#XXX">XXX.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#IV">IV.</a></td><td align="left"><a href="#XXXI">XXXI.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#V">V.</a></td><td align="left"><a href="#XXXII">Tweede Deel<br />XXXII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#VI">VI.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIII">XXXIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#VII">VII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIV">XXXIV.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXV">XXXV.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#IX">IX.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVI">XXXVI.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#X">X.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVII">XXXVII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XI">XI.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVIII">XXXVIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XII">XII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIX">XXXIX.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XIII">XIII.</a></td><td align="left"><a href="#XL">XL.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XIV">XIV.</a></td><td align="left"><a href="#XLI">XLI.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XV">XV</a></td><td align="left"><a href="#XLII">XLII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XVI">XVI.</a></td><td align="left"><a href="#XLIII">XLIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XVII">XVII.</a></td><td align="left"><a href="#XLIV">XLIV.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XVIII">XVIII.</a></td><td align="left"><a href="#XLV">XLV.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XIX">XIX.</a></td><td align="left"><a href="#XLVI">XLVI.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XX">XX.</a></td><td align="left"><a href="#XLVII">XLVII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXI">XXI.</a></td><td align="left"><a href="#XLVIII">XLVIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXII">XXII.</a></td><td align="left"><a href="#XLIX">XLIX.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXIII">XXIII.</a></td><td align="left"><a href="#L">L.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXIV">XXIV.</a></td><td align="left"><a href="#LI">LI.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXV">XXV.</a></td><td align="left"><a href="#LII">LII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXVI">XXVI.</a></td><td align="left"><a href="#LIII">LIII.</a></td></tr>
-<tr><td align="left"><a href="#XXVII">XXVII.</a></td><td align="left"><a href="#LIV">LIV.</a></td></tr>
-
-
-</table></div>
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID ***
-
-***** This file should be named 44084-h.htm or 44084-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/
-
-Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at
-http://www.freeliterature.org (Images generously made
-available by the Internet Archive - University of Toronto,
-Robarts Library.)
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License available with this file or online at
- www.gutenberg.org/license.
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation information page at www.gutenberg.org
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at 809
-North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
-contact links and up to date contact information can be found at the
-Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>