diff options
| -rw-r--r-- | 44084-0.txt | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 44084-8.txt | 10194 | ||||
| -rw-r--r-- | 44084-8.zip | bin | 188129 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44084-h.zip | bin | 192242 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44084-h/44084-h.htm | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | 44084.json | 5 | ||||
| -rw-r--r-- | old/44084-8.txt | 10194 | ||||
| -rw-r--r-- | old/44084-8.zip | bin | 188129 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44084-h.zip | bin | 192242 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44084-h/44084-h.htm | 10351 |
10 files changed, 3 insertions, 30748 deletions
diff --git a/44084-0.txt b/44084-0.txt index 402e6f8..7d88fb6 100644 --- a/44084-0.txt +++ b/44084-0.txt @@ -1,4 +1,4 @@ -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 *** +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 *** LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID @@ -9804,5 +9804,4 @@ atelier--verzonk.... End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - *** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 *** diff --git a/44084-8.txt b/44084-8.txt deleted file mode 100644 index 768b863..0000000 --- a/44084-8.txt +++ /dev/null @@ -1,10194 +0,0 @@ -Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: Langs lijnen van geleidelijkheid - -Author: Louis Couperus - -Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - - - - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - - - - -LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID - -DOOR - -LOUIS COUPERUS - -EERSTE DEEL - -L.J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM - -1887 - - - - -I. - - -Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de -gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het -huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de -oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór -de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche -villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia; -het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere -antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan: -ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension -had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen -te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen, -behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men -er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te -boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere -andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol: -de reizigers kwamen reeds in October--die het vroegst in den season -kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen, -bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar -Napels af te zakken. - -Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan -Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence -geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat -zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan -het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het -plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van -de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen -en met de tong--om haar aandacht te trekken--kreeg zij hare "lieve -Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn. - -Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het -instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk -herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en -glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit -en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien--vroeg of zij -prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de -victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare -koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij -met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te -worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe, -terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met -even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij -zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen -maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het -nieuwe Palazzo Piombino--waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was--en -toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij -bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel -vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen -cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische -genre--groezelige haren, lossige blouses,--zaten, in een hoek, in haar -Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het -hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al -bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den -Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt -en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú -vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief: - ---I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw -kamer meênemen? - -Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op -waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide -niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd -en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van -Engelsche dames. - -De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch, -in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar -ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de -naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets -van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een -blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden -ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke -vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare -frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden -portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden -naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een -getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef -eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping. - ---Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag. - ---Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende -beweren, dat--hetgeen heel natuurlijk scheen,--er geen water genoeg -was om den lift in beweging te stellen. - -De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen -aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den -kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en -bereikte eindelijk, bijna, de derde étage. - ---Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne -spieren spanden, de lift bleef roerloos. - ---Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even. - -Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte -zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare -gymnastiek navolgde. - ---Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening. -Hier is uw kamer. - -Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag -van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig. - ---Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers -op het Zuiden. - ---O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch -niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het -Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer. - ---Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa. - -La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een -ander vertrek. - ---En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan.... - ---Is dit het Zuiden? - ---Bijna. - ---Ik moet het volle Zuiden hebben. - ---Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste -zonsondergangen. - ---Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa. - ---Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de -beelderigste zonsopgangen. - ---Neen, marchesa.... - ---Heeft u geen gevoel voor natuurschoon? - ---Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid. - ---Ik slaap wel op het Noorden. - ---U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa. - ---Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden. - ---Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken. - -Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is -soms de keuze van een leven.... - -De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar -koelen toon, maar haar stem was als balsem. - ---Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden! -Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier.... - -En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige -pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de -lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter. - ---Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa. - ---Deze wil ik gaarne hebben, marchesa.... - ---Zestien lire, glimlachte la Belloni. - ---Tien, zooals u geschreven had. - ---Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren. - ---Ik blijf--als het mij bevalt--den heelen winter. - ---U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem, -stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten -wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een -Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee -dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel? - ---Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op -reis.... - -De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos, -blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat -gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht. -Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer -was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over -Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten -chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige -portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken -door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen, -pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf. - -Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met -een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de -chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging -en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij -dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet -denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er -niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand. -Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel, -zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en -stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich -frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich -gepoeierd te hebben ging zij naar beneden. - -Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij -moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet -zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de -geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe -dame, en verdwenen weêr. - -Cornélie zag om zich rond en wachtte af. - -De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een -plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze -hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was. -Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie -de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been -trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks -zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb. - -Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een -kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich -in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie. - -Hij groette beleefd en at ook van de macaroni. - -En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van -locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van -de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den -grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes -en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag, -bespeurde zij, dat hij ook glimlachte. - -Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog -zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch: - ---Het is amuzant, niet waar? - -Cornélie trok de wenkbrauwen op. - ---Hoe meent u? - ---Een cosmopolitisch gezelschap.... - ---O ja.... - ---U is een Hollandsche? - ---Hoe weet u? - ---Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye.... - ---Het is waar.... - ---Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn -charmant. - -Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester. - ---Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier -Genzano,--en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en -drink mijn eigen wijn. - -De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis -begrepen in haar pension. - -Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce -61.... - -Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van -den pokdaligen heer vermaakten haar. - ---U ziet naar den hofmeester, vroeg hij. - ---U let goed op, glimlachte zij. - ---Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in -het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet -wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten -vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni. -Maar wat een waardigheid.... - -Hij boog zich voorover. - ---De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél -jong. Dat betaalt minder. - -Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en dochter, die waren -binnengekomen en naast hem plaats namen. - ---Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo -Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch. - ---Is dan de prins terug? - ---Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor -u. - -Hij boog galant. - -De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon -doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om -den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt. - -Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie. - ---En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de -eigen kapel van Zijne Heiligheid.... - -Miss Taylor straalde van genot. - ---Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort. - ---Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It -was most exquisite. - ---Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te -rusten. - ---Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan.... - ---U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt -u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders -krijgt u niet de kaart voor de vroegmis. - -De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij -zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid -moest vernemen. - -Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes. -Cornélie stond op. - ---Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer. -Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via -della Croce, een fiasco voor u.... - -Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver. -Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken -en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te -lezen. - ---Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is, -een versterkenden wijn drinkt. - -Cornélie beaamde het. - ---Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet -daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco. - -Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok. - -De Duitsche dames bogen tegen Cornélie. - ---Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard.... - ---Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch, -Amerikaansch? - - - - -II. - - -Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door -Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo -verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling -geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare -fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas -beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van -een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had -vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan, -en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke -perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de -volgende, nauw aaneengeschakeld. - -Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso -nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had -zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij -aan geen enkelen keizer kunnen denken. - -En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en -toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar -heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet -teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie, -vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor -geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van -de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor -haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw -leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat -zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij -eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die -onafhankelijkheid.... - -Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare -scheiding? Zij was zwak--egoïst--; zij wist het; maar zij had een slag -gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen -zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich -gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van -hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een -anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude -japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden -jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu -gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij -had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog -goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt. -Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er -doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting -uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij -dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien -had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden -had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel, -en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien -geweest de redding voor hare jeugd. - -Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is -er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare -tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde -naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen, -niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom. -Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van -nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere -vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in -haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt, -de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om -haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed, -trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat -meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon -worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne -dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van -zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde, -die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit -hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet -sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het -niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie -haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets -bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring -gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te -houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare -omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in -evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar -behoud, maar in elk geval haar noodlot. - -Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence, -en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan -vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij -was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de -sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome. -Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij -zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op -een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote -en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij -voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect, -lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van -Rome, die zij buiten ried. - -En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet -van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde -klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het -schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was -te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar -kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten -stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn -deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar -mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich -omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve, -wringend de handen: - ---O God, zèg mij wat ik doen moet! - - - - -III. - - -Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was -het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan -wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had -laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes -draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den -welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden, -en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en -sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien -middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij -sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê -was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de -dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die -Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten -op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling -uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel -gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg -snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over -de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was -om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst -in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met -de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst, -en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij -vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij -van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid, -types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders -ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig. -Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen -in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van -ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de -avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken, -en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar -haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge -barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar -rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met -Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die -zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene -jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en -Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen, -groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van -de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling. -Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te -jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of -zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een -reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met -zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde -haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren, -vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging -ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde -het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een -kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte -dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was, -van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij -heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee -broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de -Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door -haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar -daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy". -Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en -Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en -de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid -op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken, -maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk -had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope -met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass -schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel, -die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen -de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie -voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een -kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na -den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine -wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of -zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa -Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een -hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep. - ---Blijf bij mij zitten in het salon.... - ---Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie. - ---Die Duitsche dame? - ---Ja. - ---Is zij van adel? - ---Ik vermoed van wel. - ---Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig. - -Cornélie lachte. - ---Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen. - ---Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel -adel was. Is u van adel? - ---Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen. - ---Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb? -Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album -met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van -Italië.... Wil u het eens zien? - ---Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten. - -Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche -dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom -zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de -koningin, en het was een groote vroolijkheid. - ---Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging, -de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard. - -Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze -Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op -het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving. - ---Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen -veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen -pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt -ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier, -invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij -schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan, -wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door.... - -Zij liepen voort. - -De baronin nam Cornélie's arm. - ---Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog -niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis, -in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet -slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door -ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en -egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik -ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind -mij niet aan hem. - -Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij -Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig. - ---En denkt uw dochter ook zoo? - ---O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie -voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen -alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is -misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden, -door ons reizen. Wat kan het mij schelen.... - -De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie -begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene -vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel -was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven? -Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat -nonchalante schouderophalen.... - -En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici. -De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den -blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder -de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een -ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af.... - ---Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht. - -Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's -woorden. - ---Rome _is_ mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een -groote troost voor velen. - -In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen -mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond -voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke -beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank -van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag -gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek. - -Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken -over het woord, dat hij gesproken had: - ---Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost.... - -En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had -het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû. - - - - -IV. - - -De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel, -als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in -eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de -eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij -ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden, -in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen, -maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de -Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds -kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een -besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen -van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan -den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens -thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een -zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen, -las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten, -die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun -guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van -muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar -pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare -onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond -zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het -cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van -het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde -haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope -was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude -Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar -alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis -aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw -van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen -van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het -menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie -was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag. - -Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling -alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio, -keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en -droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest -voor het diner. - -En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk. -Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen -kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners -draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van -zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van -Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid -te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee -groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding: -altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke -boek; de booze blik omdat er gesproken werd. - -En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier, -daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie -was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde -den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij -glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de -dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die -en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en -dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten -en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke -nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen, -die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar -Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen -machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen -een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van -Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend -insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan -zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails. - -Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare -vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet -aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het -zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare -tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks -through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las -Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als -zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets -meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen -avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe -die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin, -goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer -bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope -vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin -kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche -en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te -bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste, -soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher -op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn -schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande -die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje -Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij -zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon -of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond -iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van -juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak -van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten -onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of -den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes -van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen -ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De -jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in -toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een -Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve -hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden -telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten -kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse," -genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen -Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de -marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op -haar toe--mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan -een barones--trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als -monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij -haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg -zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het -interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor -een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen, -dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele -schilderijen te verklaren in Doria en Corsini. - - - - -V. - - -Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie, -naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw -Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen -winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek -vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den -volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en -hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû -komen voor archeologische studiën. - -Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen, -dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te -kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij -intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten -avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van -zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij -nauwlijks enkele dagen kende. - -Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een -gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond -was kil. - -Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij -over Italië, over zichzelve. - ---Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie -geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen -zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn -vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet -niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om -me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde -gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von -Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het -Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing, -en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat -ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang, -statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje -lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar -onverschillig van haar lippen vallen.... - ---U merkt goed op ... zei Van der Staal. - ---O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik -onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik -weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan -de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en -Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en -altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend, -ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone -Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op -dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me. - ---Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes. - ---Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd, -hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te -krijgen. - ---Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal. - ---Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet. - ---Pas dan maar op, lachten de meisjes. - ---Ben je Katholiek? vroeg mevrouw. - ---Neen.... - ---En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet? - ---Neen.... - ---Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard -is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis -woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel -minzaamheid zielen poogt te winnen.... - -Cornélie wilde niet gelooven. - ---Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit, -een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat.... - ---La Belloni...? vroeg Cornélie. - ---Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier -drie Engelsche zusjes bekeerd. - ---Door Rudyard? - ---Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter -voor het eerst.... - ---Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei -de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord. - -Cornélie viel achterover in haar stoel. - ---Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die -in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te -zien. - -En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed, -terwijl het zwom voor hare oogen.... - - - - -VI. - - -Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een -morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den -jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel. - ---U fietst niet? vroeg hij, afspringende. - ---Neen.... - ---Waarom niet? - ---Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde -Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar -wandeling stoorde. - ---Mag ik met u meêloopen? - ---Zeker. - -Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep, -natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten. - ---Het is hier zoo mooi, zeide hij. - -Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst, -met opmerkzaamheid. - ---U is archeoloog? vroeg zij. - ---Neen, weerde hij af. - ---Wat dan? - ---Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een -heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk. - ---U studeert toch? - ---Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren. - ---Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen? - ---Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê. - ---Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren? - ---Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen. - ---Dichter? - ---Neen. Niets. Heusch niets. - -Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met -haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar, -in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden, -maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn -leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende -oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd -fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet -schelen konden. - -Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het -noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht -naar woorden. - ---Het is hier zoo mooi, stamelde zij. - ---O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat -zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die -perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk, -zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die -rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven -alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi -hier.... - -Zij gingen zitten op een bank. - ---Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn -nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen, -wolken! - ---Schildert u? - ---Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al -geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder. - ---Schrijft u ook misschien? - ---Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog -niet alles geschilderd, maar geschreven _alles_. Ieder nieuw boek van -niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is -gezegd, en iedere roman is geschreven. - ---Leest u niet veel? - ---Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers. - ---Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd. - ---Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets, -ik besta. - ---Vindt u dat een goede levensopvatting? - ---Neen.... - ---Maar waarom neemt u dan geen andere? - ---Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets? - ---U spreekt niet in ernst, zeide zij boos. - ---Waarom is u zoo kwaad op mij? - ---Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd. - -Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide: - ---Dan zal ik liever wat gaan fietsen. - -En hij wandelde langzaam heen. - ---Idiote jongen! dacht zij kribbig. - -Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder -en zijne zusters. - - - - -VII. - - -In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er -geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest -was, en zelfs--omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten -maken--vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn -zouden gaan. - ---Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig. - ---En gaat u niet de ruïnes bezoeken? - ---Neen. - ---Waarom niet? - ---Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien. -Ik zie alleen maar ruïnes. - ---Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd. - -Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten. - ---Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook -kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt -mij tegen. - ---Hoedat? - ---Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet -waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een -stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts. - -Hij glimlachte. - ---Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien. -Rome is zoo mooi. - -Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich -vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de -zweepen. - ---Vole, vole!? riepen zij. - -Hij koos er een. - ---Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet -waar, Gaëtano? - ---Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op -zijn paard. - -Zij reden weg. - ---Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie. - ---U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû -van het volk. Het is een aardig volk. - ---U vindt alles goed in Rome. - ---En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk. - ---Waarom verkeerd? - ---Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid, -altijd de zelfde, en altijd verkeerd is. - ---Ik vind Rome moeilijk. - ---O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum. - ---Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering. - -Hij zeide niets, boos. - ---En hier is de Palatijn. - -Zij stegen uit en gingen door den ingang. - ---Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit -paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien. - ---Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers -waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer, -niet waar? - ---Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen? - ---Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken. - ---Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten. - -Zij deden zoo. - ---Voelt u Rome hier niet? vroeg hij. - ---Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te -hooren. - ---Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel -denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als -iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een -table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu -gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome. -Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande -de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de -antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door -onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van -Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld -ik het me.... - -Zij zweeg. - ---Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele -leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze -verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van -ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over -wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat -niet. En de toekomst interesseert mij niet. - ---Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij. - ---Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede? - ---Bijvoorbeeld. - ---Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze. - ---Hoe meent u? - ---Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te -droomen, en het Verleden is mijn groote droom. - ---Droomt u niet over uzelven? - ---Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig. - ---Heeft u ooit geleden? - ---Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen -nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik -gelukkig. - ---Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken? - -Hij zag haar verbaasd aan. - ---Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat óf niet, óf ik praat -zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek. - ---Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk? - ---Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg, -u vindt me zeker ziekelijk? - ---Neen, ik geloof van niet. - ---Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het -hier mooi. Ademt u Rome in? - ---Welk Rome? - ---Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem -er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende -oogen--hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest. -Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een -geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te -spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was -geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois. - ---Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek? - ---Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom. - ---Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de -vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede? - -Hij zag haar aan. - ---Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn -zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet. - -Zij zag hem aan, bijna met minachting. - ---U is niet van uw tijd, zeide zij koel. - ---Neen.... - ---Heeft u ooit honger gehad? - -Hij lachte en haalde de schouders op. - ---Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of -fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een -korst brood? - ---O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over! -smeekte hij. - -Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij -stond op. - ---Is u boos? vroeg hij deemoedig. - ---Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos.... - ---Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en -gedroom vindt? - ---Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten? - ---O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering. - ---Wat? - ---Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden. - ---En als _ik_ de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral -zijn: brood voor de toekomst. - ---Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is -u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte -fabrieksplaats? - ---Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet, -dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden. - ---En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand -krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal -u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst.... - -Zij zweeg. Toen zeide zij koel: - ---Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan.... - - - - -VIII. - - -In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier -gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij, -boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat -hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den -Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te -zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment -beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille, -holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het -was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum -voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich -die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij -een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was, -en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van -kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn -eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder -voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer, -voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden -met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles -geschapen was, en dat _zijn_ kunst nutteloos was. - -Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig -maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven--en zijne -behoeften waren uiterst gering--, voelde hij zich rijk, en was -gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang, -onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste -pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als -een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van -vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem -meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in -den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner -Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van -Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,--verblindend vizioen -van droomzuilen,--etherische tempels, paleizen van marmer transparant -oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun -Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man, -onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus, -voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies -van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een -standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen -hemel. - -Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog, -hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch -kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en -de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met -toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep -van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij -leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in -Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen, -het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren -kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In -de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte -ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit -weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van -oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende -oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte -naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich -verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er -zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius, -een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de -arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de -ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag -hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van -oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele -zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde -ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud -door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling, -zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen, -van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve, -na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand -van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven, -en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen -hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den -Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en -hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna, -en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche -bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom.... - -Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een -element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na -dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen -gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem -geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om -zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met -zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en -zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen, -was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de -zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk -of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem -heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met -het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in -schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen -leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het -getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin, -gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend -in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend -hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden -der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven, -zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte, -en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in -zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en -zusters--hij sliep en hij at bij Belloni--veel menschen ontmoet, zich -met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor -toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met -haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel -en al zich onmogelijk voelende in den kring--half Italiaansch, half -cosmopolitisch--van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes, -die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen. - -En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen, -dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de -wezenlijkheid van zoo een vrouw--nog wel in een boek--maar niet in -werkelijkheid. Haar uiterlijk al,--het bleeke, het gebroken bevallige, -het moede, had hem verbaasd--, en hare woorden verbaasden hem nog meer: -het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê -te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen -inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden -verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als -hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr -matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze -peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed -tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in -het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der -pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der -engelen en der madonna's op doek en wandtapijt. - -In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd -beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer -geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone -amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een -te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil, -tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en -Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met -Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van -gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar -liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit -verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht, -begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel -eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven -nog nooit. - -En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag -met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom -in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn -rust door verloren had. - - - - -IX. - - -Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit -feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal -daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een -gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet -gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie -zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van -zeer goede pensions, waar tal van reizigers--dames vooral--niet kwamen, -omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis. - -De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne -had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te -goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was -juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie -eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend -feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op -hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een -prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik -van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude -knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze -feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke -avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier, -Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje--een gast -afhalen of wegbrengen naar het station--,de post een paar keer per dag -rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den -lift,--haatte het bal, om al de invités der pensionnaires--want ieder -mocht twee of drie invitaties doen--, om al het vermoeiende gedoe -met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten -te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was -de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen -dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking -hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met -hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen -op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die -in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu -dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud -de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men -als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om -niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde -facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte -figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de -gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en -bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten. -Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch -ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine -jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het -waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en -afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar -toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en -zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig. -Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden -waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat -schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er -gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire -per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden -sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg -te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd -algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige -esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de -diepste verachting. - -Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men -stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden -opgesteld--een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen, -de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel. -Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en -jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal -van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend, -voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met -Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices -en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden -het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de -kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men -lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken -hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in -de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en -juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor. - -Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken -en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de -baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren -Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze -particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle -pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen -elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men -was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt -en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd -in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels -verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin, -wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn -en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor -iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons, -toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem, -omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders -in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie, -Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich -niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde -bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde -binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere -vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren -van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch -laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen -telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor: - ---Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio.... - -De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres -luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar -den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de -kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet -in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van -San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa, -en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de -baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een -wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen -als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel -Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam: -klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte -gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne -had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen -neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar -vader in Chicago. - -Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was -bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was -den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes -van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal -nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed -hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht, -aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke -verschijning. - -Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering -van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen -was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la -Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen -der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,--Cornélie en -Duco--in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een -der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij -praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te -voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden -praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister -verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om, -en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en -zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van -den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op -een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte -deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch -van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel, -dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden -zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig -luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk -uitgesproken door de marchesa. - ---En wie dan? vroeg de prins zacht. - ---Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in -dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar -dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de -mooie Amerikaansche. - ---En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins. - -De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets. - ---En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder. - ---Geen geld, antwoordde de marchesa kort. - ---En de jonge baronesse? - ---Geen geld, herhaalde Belloni. - ---Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê. - -La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare -afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op. - ---... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en -schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier, -omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is -en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en -betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets. -Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den -wijn laat ik haar betalen. - ---Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig. - ---Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand -is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een -dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet -zoo moeilijk zijn. - ---Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig. - ---Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet. - ---Hoeveel heeft papa u beloofd, als u.... - -De muziek boemde op. - ---... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is -gemakkelijk.... Miss Hope.... - ---Ik heb zooveel kousen niet noodig.... - ---... erg geestig. Als je niet wilt.... - ---... neen.... - ---... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel? - ---... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies. - ---... Urgent? - ---Schulden zijn nooit urgent! - ---Wil je? - ---Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen.... -En dan krijgt ... u.... - -Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania. - ---Urania? vroeg hij. - ---Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk -aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden -die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur. -Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering. - ---... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet -minder dan tien millioen. - ---Vijf.... - ---Neen, tien.... - -De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco -lachte. - ---Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid. - -Cornélie schrikte. - ---Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal? - ---Ja, ze maakten gekheid. - ---Ik geloof van niet. - ---Ik van wel. - ---Heeft u menschenkennis? - ---O neen, heelemaal niet. - ---Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn -en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet.... - ---Wat dan? - ---Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen -geld hebben, dan toch voor Urania Hope.... - ---Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert -me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik -het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...! -Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en -om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet.... - ---Heeft u ooit liefgehad? - ---Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo -gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie -is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is, -zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te -kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in -een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde -zich noemt. - -Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber. - ---Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo -alleen.... - - - - -X. - - -Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk; -eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard, -zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en -hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa -wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd -beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een -kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij -liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met -miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in -verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje, -dat eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of -Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde -zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle -kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte -met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke -soprani. - -Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch -over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het -gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel -geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden -ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne -koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig -de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer -onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog -altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend -aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte -over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor -van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam, -dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar -na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss -Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen -had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension, -waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare -verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard, -de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de -baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich -aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook--om -de tocht, zooals de baronin verzekerde--; nieuwe gasten namen hare -plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen -met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt -en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde -haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en -hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss -Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den -Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem -den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was, -ja dan niet. - -Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard, -en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij -priester was of leek. - - - - -XI. - - ---Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij. - -Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de -meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss -Taylor en Urania. - ---Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie. - ---U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania -kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik -zie ze niet en voel niet voor ze.... - ---En ik ben geen schim? - ---Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u -een schim te vinden. - ---Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie. - ---Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco. - -Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide -lachend: - ---Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan -godsdienst--ik meen kerkelijken godsdienst--behoefte had, zoû ik liever -Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu.... - -Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze -zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij -voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche -van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een -beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes, -waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo -geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant -door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het -Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne -moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna -en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en -verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over -Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar -zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde -Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en -verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke -indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen -haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want -hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke -aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië: -de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië; -Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het -forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje -zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht: -het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum -in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom -en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze -mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers -van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen -fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde -hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en -apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat -was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij -zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's. - -Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij -over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve -Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een -jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele -satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan -hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel -hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke -leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens -zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf -discipelen. - -En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam -hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan, -en verloor zich in de edele marmers. - -Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij -er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding, -als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen -stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet -meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven -getrouw gebleven. - ---En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû -ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan? -Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan -dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet -schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer -over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood? - ---Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde -donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn -moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en -weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo -zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel. - ---Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven -heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het -leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en _die_ lijn is -moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden. - ---Ik zie mijn lijn ook niet voor me.... - ---Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is -een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was -gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en -denken de zusjes er aan? - -De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken, -gichelden een beetje. Mama stond op. - ---Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat -zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die -lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat.... - ---Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn -lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is -heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust -verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een -doel konden vinden! Voor de Toekomst.... - -Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af, -tastende. - ---Brood? vroeg hij zich af. - - - - -XII. - - -Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die -in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos -was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren, -waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante -en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl -het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te -maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van -Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu -niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan. -Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen -zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten -en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide -waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het -deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij -zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche -madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig -liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek -haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet -ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er -zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk, -maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek, -terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van -de wereld. - -Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den -Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker -geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was -als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen: -kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren, -zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van -uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd -van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn -dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien--in -de teleurstelling van hare illuzie--, in het grauwe licht eener -toenemende onverschilligheid--niet edel was en niet goed; en wist zij, -dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als -een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en -Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans -en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland. -Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om -dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet -modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich -eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel -woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een -doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan -moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern -vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt, -vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een -droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst -alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo -te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend -een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was -het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij -voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed -alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig, -en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had -geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden -van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille, -het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en -stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij -leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij -had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar -Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag -zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit -begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in -haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo -lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië -niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en -de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk. -Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn.... - -Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel -jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien -roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En -doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de -Vrouw, voor het Meisje.... - -Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de -Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal. -Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij -had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten -den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette.... - -En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen -dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure -vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de -meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was -in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn -van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was -in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig, -in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie, -wist zij niet: - ---O God, zèg mij, wat wij moeten doen! - - - - -XIII. - - -Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te -verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in -hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens -schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed -van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter -gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en -trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via -dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna -geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er, -en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot -de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een -rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze -niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de -zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat -Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien -dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek; -en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet -weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid -niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken -toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door -enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens, -zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie, -intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef -zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en -ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie -voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat -daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum -toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich -gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer -ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes, -die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien, -om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem, -geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier -heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de -eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war -en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant, -elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van -verleden,--in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure, -met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar -na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten, -bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken, -terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat -hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets -onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw, -met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl -voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name -de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een -ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las, -dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen -leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom -dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend -stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem -zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek -en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei -hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten, -ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe -te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot -medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw, -als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn -harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij -haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers -aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij -voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer, -zag soms scherp, tròts zijn droomen, tròts zijn soms alles omvattend -gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer, -zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der -menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar -eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet -wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar -lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog -nimmer had gevonden. - -Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste -bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts -in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen -vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor -de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling, -weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en -schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over -zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar -Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en -aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst, -alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en -een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in -haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie -flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,--op wien zij -verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in -zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals -hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig -snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk -uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn, -delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor -haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk -grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en -een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld -nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te -maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn -ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg, -schudde en kwakte tegen den muur aan.... - -Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden -met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm, -mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen, -tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij -vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij -had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat -niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als -alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan -hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden -vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk -terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar -zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en -niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij, -walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich -diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder -iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden -vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld -en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad -was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste -van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het -niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens -voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een -beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij -nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende -zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de -conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden, -generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij -hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar -was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet -artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had, -dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn, -en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan -moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch -zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als -een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn -geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als -de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar -hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in -hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun -aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan -haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij -dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst. -De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen -lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar -levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat -zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad, -een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende -menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen -en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot -de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich -vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en -levensbeweging.... - -Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in -hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor -haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om -zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd, -en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar -brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van -hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij -vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten, -eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde -zich klaar om te weenen, te snikken, en--vreemd--in haar bitterheid, -dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich -niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder -zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn -zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén -zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar; -zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen -goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar -knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor -menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt -opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en -restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging. -Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet -alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien -avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij -liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen -gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij -hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij -had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat -haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de -rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn -droomen--als was die draad zijn levensrichting,--zoo veel kalmte en -zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem -opzag. - -En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs -droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,--zij voelden -elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen, -terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van -werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den -hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar. - -En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies -waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor -den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde -stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om -zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte. - -Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare -rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar -het Colosseum--donker te raden boog in donkeren nacht--, snikte zij, -zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en -eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes -der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en -wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld -verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel. - - - - -XIV. - - -Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was. -Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger, -en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het -overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens -gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette -daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje. -Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat -afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet -gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per -avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet -lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd. -En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich -'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en -de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van -Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de -gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige -menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en -niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan, -maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en -aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van -San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat -het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine -ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag -zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in -druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten. -Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen -bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman. - -Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen, -voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats -innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een -prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes, -herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat -tegen de maatschappij en de wereld en de menschen. - -Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der -Staals mevrouw en de meisjes en Duco--naar het salon, zette zich in -een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar -tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame--de meisjes hadden haar al -bijgenaamd: het satijnen fregat--glimlachend naar hen toe zagen komen -en zeggen al van verre: - ---I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al -sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot -na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner--maar ook alleen -maar nà het diner--in _dezen_ hoek, aan _deze_ tafel, op _deze_ plaats. -Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr -innemen.... - -En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van -der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich -ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren, -zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag -plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach; - ---Very much obliged, I thank you very much. - -Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen -fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende, -verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de -meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames, -met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te -lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en -gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte. - ---It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en -groezelig draaiden zij de deur uit. - ---Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen.... -Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen -zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit -misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...? - -Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij -wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het -laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij -nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten -bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in -de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte -op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en -de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig -oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk -niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan -mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû -toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te -zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte -bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco.... -Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn -koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op -een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner, -stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat -was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor -roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel -eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den -nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het -maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene -zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn -binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte -de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome: -keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende -wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen -schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij -eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in -schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder -den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij -hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij -drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om -haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde -haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig -uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide -niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En -zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus -het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen -heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog -en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht. -Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm. -Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de -kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten, -en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis, -en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht -te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij, -dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe -weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn -nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ... -was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep -in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke -satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw -Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar -banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich -zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij -zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht -aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon -zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan -iets moois.... - -Maar Urania moest zij waarschuwen. - -En moê sliep zij in. - - - - -XV - - -Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent -haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar, -zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en -voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken -had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat -zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep -ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie -stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich -te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij -mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in -Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar -Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten -van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling: -zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare -prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende -aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn -moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken, -klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden -zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk -heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden, -maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde, -tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper -uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij -zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij -bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als -twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht -over hare brochure; hij sprak,--om haar lief te zijn--over den -toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij -laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de -luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een -man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de -Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist. -Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee -bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij -zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte -met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde -alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner. -In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het -aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was -tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had -een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij -niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel. -Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een -prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel -moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe, -in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure -nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht. -Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar -Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van -gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam -over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar -geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde -jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van -Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde, -vond zij Italië toch wel interessant. - -Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij -geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet -voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de -woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare -avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel -niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden -met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar -de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een -tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp: -ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij -wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo -gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij -dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen -leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest -in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad. -Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo -kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê.... -Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem, -alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn -oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak, -had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij.... -Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare -natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe -gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien -in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van -alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar -schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne -onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit -in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het -haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man -comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde -het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich, -rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur, -haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en -glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in -een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de -frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar -was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij -voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel -vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen -zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en, -starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar -toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû, -langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende -door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere -zoekende zielen? - - - - -XVI. - - -Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met -Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje -en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en -om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van -Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano, -in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke -tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie -had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp -alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn, -twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania -stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz, -en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden. -Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania -lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan, -dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche -meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer -gewichtig--een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!--en zij -fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende -vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord -had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met -haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke -erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel -voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de -bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met -haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen--geen vat krijgende op haar -argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en--als Cornélie vermoedde, ---daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals -had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa -te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de -beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender -waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die -lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet, -verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te -zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in -te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere -stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En -Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over -zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had -geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand -van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had -doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op -dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania -haar erg knap vond--a very clever girl--zoo te kunnen redeneeren en -te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk -op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel -gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den -langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de -onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt, -geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar -eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een -tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene -niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het -"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare -eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn -grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende, -dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij -terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes -alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld -lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een -verarmd Italiaansch huis,--dat den Paus was trouw gebleven, en den -koning niet diende--te verbeteren in zijn finanties. En zij waren -beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt -werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten, -zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio -zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei, -dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier -hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En -hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond -Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van -haar aannam en een koekje wilde eten. - -En Urania toonde haar album met wapens--de prins had het zijne er al -in afgedrukt--en toen haar album met stalen van de baljaponnen der -koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij -opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met -zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij -zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare -Majesteit; zijn nicht,--niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet -pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,--had hem dit -lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien: -de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging -daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet -naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit -vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon -hem kwaad doen in zijn carrière,--welke carrière? vroeg Cornélie zich -af--als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel -bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen. - -En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den -maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd, -en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven -Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een -koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur: - ---Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede. - -En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar -kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in -die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid -en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen -tricot-fabrikant. - - - - -XVII. - - -Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en -Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni. -In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco -iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo -zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen -dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg -er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren: -'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café, -meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde -Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel -te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door -kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen, -begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij -haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar -sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar -"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg -tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en -begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge -vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking, -dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad; -nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen -uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar -Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven -in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar -hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke -Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele -intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden, -levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal -onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie -verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet -meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde -voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van -kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof -scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania -Hope haar niet schelen kon. - -Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie -voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke -tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en -eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen, -te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in -gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist -had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet -waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar -aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde -hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van -haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte, -de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met -de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange -wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief -voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als -van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren. -Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren -hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de -contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan, -in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint, -ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in -een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een -levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was -niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie, -zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en -uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij -werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet -slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van -côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch -cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur -naar wat onnoozele intrigue,--nauwelijks intrigue, dacht hij--en was -zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken -van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte -om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat -hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij? -Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste -geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den -droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde -op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond -als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij -was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim -dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar -zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield -van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich -heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies -doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen -en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan -Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid, -van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare -van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat -samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:--een -onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig, -klein tevreden en kalm--maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van -iederen dag. - -En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw -Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli, -wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar -het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel--als tafel--in de -villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen, -zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van -het Nemi-meer,--spiegel van Diana---en reden over Frascati terug. In -het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men -overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht -aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer -trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo -jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom, -zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en -dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen -alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het -droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig -naast hem--rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend -in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van -een nauwlijks goudenen zonsondergang,--dat hij haar dierbaar was om -die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende: -klare stem uit droomschemer opklinkend--en dat zij gelukkig was naast -hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn -hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de -lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar -het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde -toekomst.... - - - - -XVIII. - - -Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich -met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met -Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling. -Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het -Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van -Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren -op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die -praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen. -Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap, -dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den -prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk -niet veel zeggen. Toen na het hofbal--waar de koningin waarlijk het -gepailletteerde brokaat had gedragen!--zocht Urania Cornélie weêr op en -bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had -hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als -was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg -hoe zij zoo iets had kunnen beloven.... - ---Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn -visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien, ---hij woont in het Palazzo Ruspoli--als hij mij een paar schilderijen -toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren -te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke -kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang -met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je -dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in -zijn atelier.... - ---Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand -verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is -onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een -huwelijk? - ---Als ik Roomsch word.... - ---En...? - ---Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij -weifelend. - -Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van -prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen. - ---Alleen.... begon zij. - ---Wat...? - ---Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten. -Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets, -geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging -naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn -vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord -van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel -van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude -Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano.... -Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar -woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie; -maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is -er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb -mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla, -de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel -niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat -vervelend.... - -Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes: -tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit -huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een -titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij -hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar -ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû. - ---En wanneer zoû je naar den prins gaan? - ---Van avond.... - ---Ga niet. - ---Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan. - ---Verzeker je het mij? - ---Ja, ja. - ---Ga niet, Urania. - ---Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal -niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan.... - - - - -XIX. - - -Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat -Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant, -waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang, -niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde -onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken -en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek, -gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan -den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de -Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht, -en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire -voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam -van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi -was.... - -Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij: - ---Ik ga naar het Palazzo Ruspoli.... - -Hij zag verbaasd op. - ---Waarom? - ---Om naar miss Hope te vragen. - -Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien. - ---Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er -... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken.... - -Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo -excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van -onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te -vinden. Cornélie zag op haar horloge. - ---Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen -tijd. - -Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht -en stond op. Hij volgde haar. - ---Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er -allerlei last meê krijgen. - ---Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad -doen. - -Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken -niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw -Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de -Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien -prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij -werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al -aan den suisse: - ---Is de signore principe thuis? - -De man zag haar argwanend aan. - ---Neen, sprak hij kort. - ---Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne -Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond -den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets, -dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz.... - -Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde -het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het -iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen -bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die -gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam -het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den -portiek. - -Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij -deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar -weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû -hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare -van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo -tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien -hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok -en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare -minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine -restauratie.... De suise kwam terug. - ---Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen.... - -Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne -verwarring. - ---Ga je meê? - ---Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten. - -Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den -breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar -tegemoet. - ---Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen -waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar -hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak. - ---Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken.... - -Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen. - ---U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als -het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ... -maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug, -zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken? - -De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een -vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij -de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer. - ---Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij -beide handen en zag haar angstig aan. - ---Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken. -Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden. -Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen? - -Urania begon te weenen. - ---Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet. -Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk.... - ---Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend. - ---Waarom deed je het dan? - ---Ik kon het niet laten. - ---Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet.... - ---Ik weet het! - ---Wat zie je in hem? - ---Ik hoû van hem.... - ---Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer -je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande -vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn? - ---Cornélie ... stil...! - ---Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen -reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch, -liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed, -maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind! - ---Cornélie.... - ---Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of -neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook.... - ---Ja, blijf jij ook.... - ---We zullen hem roepen. - ---Ja. - -Cornélie belde, een lakei verscheen. - ---Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een -pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis -zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer -hoffelijk, en uiterlijk kalm. - ---Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en -huichelglimlach. - ---Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak -Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent -haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!? - -De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met -haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag -eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en -frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid: -die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van -een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep -grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw, -bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome, -morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw, -die hem--hij was er zeker van--doorzag; die hem--antipathiek--toch -toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit -louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij -bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij -vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer -gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat -hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar, -zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te -hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van -nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas, -niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug, -en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich -tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins: - ---Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid -ben: màg ik ze zien? - -De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur, -éen vlam in een oogenblik. - ---Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek. -Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der -Staal. - -De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij -twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en -signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie -werd hem zeer sympathiek. - ---Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te -komen. - ---Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen.... - ---Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig. - -Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar -zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag -in den spiegel. - ---Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania. - -Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie. -En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin -aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien -Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later -schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der -gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en -tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte -vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk -schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en -neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een -donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie -en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van -bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende.... - -Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus, -niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had -gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk -verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen. - -Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde -om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde -den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij -de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten. -Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne -vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die -kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er -een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na, -levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer -van dat groote salon, bureau van den prins--zijn schrijftafel stond -er--de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen -van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen -tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei -geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar -nooit gezien--niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn -atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij -éene vrouw, of tien vrouwen? - -En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere -openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als -een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet, -meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat -element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze -woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door -elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en -regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het, -dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen. -Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen--want -bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende -hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare--maar zijn -natuur was zoo weinig ernstig--hij zoû trouwen meer om zijn vader en -de marchesa Belloni, dan om zichzelven;--hij leefde even pleizierig -met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû -doen--dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat -hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa -zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op -Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had. -Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole, -morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die -Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië? -Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig, -mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich -met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas -vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm -Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij -beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor: - ---Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij -_overwonnen: ik geef mij gewonnen_.... - -De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd -om niets, maar tusschen henbeiden--den prins en Cornélie--klonken zij -vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen.... - -Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de -champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen: - ---O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!! - - - - -XX. - - -Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij -zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord -had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure -verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd -zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat -zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond, -scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te -praten. - -Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten -in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten -afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele -guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en -zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis -achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der -osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de -halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte -eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts -half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne -gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het -even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach, -geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar, -aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas -kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige -manteltje--losgeknoopt--en in hare blouse een ruikertje viooltjes -gestoken. - -De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere--den -eenigen,--die hen goed kende, van iederen dag--familiaar minzaam -iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote -plannen, hare blijde woorden--het schitterde hem alles tegen, -studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral -gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van -assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan -den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die -openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze -was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder -en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn -zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad -tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een -innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn, -samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was -geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen -liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van -opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet. -Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar -leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties, -vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar -eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar -het overwoog niet in hare waardeering. - -En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder -behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met -den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania -opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare -natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen -Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij -betaalde--het was zijn beurt--en zij stonden op en zij nam vroolijk -zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier -doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij -zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het -nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En -zij wilde het hem geven. - -Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan -en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij -zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De -vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij -stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat -gestapeld lag. - ---Cornélie...! riep hij nu, iets radende. - ---Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil.... - -Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen. - ---Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet. - -Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest -vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor -honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria. - -En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen -op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk. -In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat -Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist -neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn -goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog, -recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om -den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn -armen. - ---Mag ik je danken, Cornélie? - -En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug. - - - - -XXI. - - -Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een -gewone beleefdheid na gisteren avond--haar geïmprovizeerd bezoek in -het Palazzo Ruspoli--en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een -prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk ---artikel eerst--was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû -zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had -gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette -zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij -gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij -zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres -plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij -bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal -van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het -kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van -vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst, -in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel; -wetten voor huwelijk en scheiding.... - -Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er -bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche, -Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd. -Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk; -sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met -inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en -gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar -leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht? -In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde -meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij -liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur -en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar -huwelijk, hare scheiding.... - -Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij -er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te -denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen.... -Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel -te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en -zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen -roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms -te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht -zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde -zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid -geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten -vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk -in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor -zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar -zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van -hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar -wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had -zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een -twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven -uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar -artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der -Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten -van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige, -werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,--te oppervlakkig;--en -dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar -ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus -met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De -Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het -Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat -hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en -te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van -het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn. -Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk -gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en -nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan.... -Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een -week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden, -van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere -coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen.... -Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst -dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en -champagne--: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt--en de prins, -klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd -viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel -aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en -flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was -zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad.... - -Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan. -Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat -zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar -ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje -en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de -concierge bezorgen liet.... - -Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie, -toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het -was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich -klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak -een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den -schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag -goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn -gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat -wel gebeuren zoû gaan.... - - - - -XXII. - - -Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar -belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de -proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar -zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte -zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf -een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde -gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,--met -aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen, -viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel -slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk. - -Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam, -zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem -glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van -een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze -handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en -hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur, -over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg, -of hij haar stoorde. - ---U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan -het hart ligt? - ---Neen. Ik zag drukproeven na. - ---Drukproeven? - ---Ja.... - ---Schrijft u? - ---Voor het eerst. - ---Een novelle? - ---Neen, een artikel. - ---Een artikel? Waarover?? - -Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte -vroolijk. - ---Dat had u nooit gedacht, niet waar? - ---Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend -aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In -het Hollandsch? - ---In het Hollandsch. - ---Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen.... - -Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem -bonbons. Hij knabbelde er ettelijke. - ---Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig? - ---Soms ben ik heel ernstig. - ---Ik ook.... - ---Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel -ernstig geworden. - -Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan. - ---U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap. -Wat u wil, dat gebeurt. - ---Soms.... - ---Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. _Als_ ik wil. -Maar meestal wil ik niet. - ---Verleden wilde u wel.... - -Hij lachte. - ---Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan -u. - ---Wie weet! - -Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit -het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in. - ---Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig. - ---Wat? - ---Een souvenir aan onze eerste kennismaking. - ---Het is charmant van u. Wat zal het zijn? - -Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij -opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in -den vorm van een volant, voor een laag lijf. - ---Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met -zooveel genot. - -Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij -hem doorzien. - ---Zoo moet u het dragen.... - -Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den -eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien, -zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn -geschenk. Hij ging zitten. - ---Ik ben blij, dat u het aanneemt. - ---Heeft u Miss Hope ook wat gegeven? - -Hij lachte, zijn overwinnaarslachje. - ---Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan -u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant. - ---Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken? - ---Ach! lachte hij. - ---Welke carrière? - ---Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij? - ---Hoe meent u? - ---Zoû ik haar trouwen? - ---Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen.... - -Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze -toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen. - ---Dus voor vrije liefde? - ---Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen.... - -Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had -hij misschien nog getwijfeld. - ---En.... vindt u mij ontwikkeld? - -Zij lachte, coquet, met even iets van minachting. - ---Hoor eens, wil u ernstig spreken? - ---Heel graag. - ---Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde. - ---Dus ben ik niet ontwikkeld? - ---Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling. - ---Dus ben ik niet modern? - ---Neen, sprak zij, een beetje geërgerd. - ---Leer mij modern zijn. - -Zij lachte nerveus. - ---Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania _niet_ te -trouwen. - ---Waarom niet? - ---Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief, -Amerikaansch parvenuetje.... - ---Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft.... - -Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op. - ---Doe het dan, sprak ze onverschillig. - ---Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet. - ---En uw papa? En de marchesa? - ---Wat weet u daarvan? - ---O, alles.... en niets! - ---U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat -weet u van mijn vader en van de marchesa? - ---Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien -millioen? - -Hij zag haar in stupefactie aan. - ---Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf -millioen.... Dollars of lire? - -Hij sloeg de handen in elkaâr. - ---U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe -weet u? Hoe weèt u? Weet u alles?? - -Zij wierp zich achterover en lachte. - ---Alles.... - ---Maar hoé? - -Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde. - ---Zeg mij.... - ---Neen. Dat is mijn geheim.... - ---En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag? - ---Ik durf niet raden in uw belang. - ---En wat Urania betreft? - ---Raad ik haar af. - ---Hèeft u haar al afgeraden? - ---Zoo nu en dan.... - ---U is dus mijn vijand? riep hij boos. - ---Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin.... - ---Een vriendin? Tot hoever? - ---Tot zoo ver _ik_ gaan wil. - ---Niet tot zoo ver _ik_ wil...? - ---O, neen nooit! - ---Maar misschien willen wij even ver? - -Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna -kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de -knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren. - ---O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen. - -Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak: - ---Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen! - -Zij lachte hem uit. Hij stond op. - ---Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij. - -Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar. - ---Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik -niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we -spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te -trouwen? - ---Wat kan ik doen, als _u_ me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als -een lieve vriendin.... - -Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor -hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen; -hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden. - ---Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar -millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft -kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten. - ---Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan -komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....--hij -trok een tragisch gezicht--: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik -toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ... -zal elders zijn.... - ---Waar? - ---Met de richting der vrouwenbeweging meê. - -Zij lachte. - ---Nu wil ik dan lief zijn? - ---Ja.... - ---En u beloven te helpen? - -Wat kon het haar schelen? - ---O, engel, demon! riep hij uit. - -Hij knabbelde een bonbon. - ---En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend. - -Zij trok de wenkbrauwen op. - ---Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst. - ---En aan u. - -Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin. - ---En aan mij. - ---U dineert dikwijls met hem. - ---Ja. - ---Dineer ook eens met mij. - ---O, heel gaarne. - ---Morgen avond? Waar? - ---Waar u wil. - ---In het Grand-Hôtel? - ---Vraag er dan Urania bij. - ---Waarom wij niet alleen? - ---Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik -zal haar chaperonneeren. - ---U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van -der Staal mij ook het genoegen te doen.... - ---Ik zal het doen. - ---Dan tot morgen, half negen? - ---Tot morgen, half negen. - -Hij stond op, om afscheid te nemen. - ---Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik -liever.... - ---Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet. - ---U zoo koel. - ---En u denkt lang niet genoeg aan Urania. - ---Ik denk aan de vrouwenbeweging. - -Hij ging zitten. - ---Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij -kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal. - -Hij kuste hare hand. - ---U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de -interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet. - ---Omdat ik drukproeven corrigeer. - ---Omdat u is, die u is.... - -En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend: - ---Ik zal u nooit kunnen vergeten.... - -En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was -zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur: -zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen -iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag. -Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen.... -Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren. - -En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur -kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje, -het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had -opgehouden. - - - - -XXIII. - - -Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar -Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het -was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel, -en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst -uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste -huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de -antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest, -blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel -nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op -zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene -met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje -gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder -wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een -ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde -vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest--meende men--; -zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met -dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men -had er spoedig alles van geweten.... - -Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en -zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos -was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog -in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende -over een fraze in haar brochure--werd er geklopt, bracht de meid -haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde. -Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare -chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk -overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een -hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat -de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor -Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet -haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust -was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als -getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar -niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen -dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort.... -Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende -haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel, -antwoordde zij eindelijk: - ---Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever -hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer -bewijst.... - ---Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben.... - ---En wat ben je dan? - ---Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom -stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie? - ---Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio -flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat -mij niets aan.... - ---Een reden te meer. - ---Het is afgesproken, hoor kindje. - -Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg: - ---En blijven wij toch "good friends?" - ---Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te -brouilleeren? Ik zie er geen.... - -Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had -tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij -later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van -het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige -hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij -de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij -stond op, rekte zich uit. - ---Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen.... - -Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de -zitkamer. Urania weende. - ---Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je -huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je -bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je -denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin -di San Stefano wordt? - ---Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik -weet het niet.... - -Cornélie haalde de schouders op. - ---Je bent nog verstandiger dan ik dacht.... - ---Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik -vertrouwen op je raad? - ---Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten. - -Urania vatte haar hand. - ---Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet? - -Cornélie zag haar diep in de oogen. - ---Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het -denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû -niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets -socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel.... - ---Ik ook niet.... - ---Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren, -dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik -antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal -koud. - ---En je noemt je mijn vriendin.... - ---Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan -niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten.... - ---Je bent coquet.... - ---Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio. - ---Heusch? - ---Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als -het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel -ik het niet. - ---Je houdt van Mr. Van der Staal? - ---Heel veel.... - ---Ga je met hem trouwen, Cornélie? - ---Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk -is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo -overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan. -Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di -Spagna.... - -Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij -Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten, -hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins. - ---Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar -huis? - ---Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer. - ---Wat? - ---Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het -Grand-Hôtel en geen champagne. - ---Waarom niet? - ---De aanstaande prinses wil het niet. - ---Is zij jaloersch? - ---Cornélie vertelde hem van de scène. - ---En u mag zelfs niet met me meêloopen. - ---Jawel. - ---Neen, neen. - ---Ik doe het toch. - ---Dus het recht van den man, van den sterkste? - ---Juist. - ---Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn -roeping ongetrouw. - ---U is allerliefst ... als altijd. - ---Dat mag u niet meer zeggen. - ---Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar -trouwen? - -Cornélie schaterlachte. - ---U vraagt beiden _mij_ raad! - ---Ja, ja, wat denkt u? - ---Zeker, trouw haar! - -Hij zag niet hare minachting. - ---Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en -lachte. - -Nu zag hij er iets van. - ---U veracht mij, ons beiden misschien. - ---O, neen.... - ---Zeg mij, dat u me niet veracht. - ---U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar -dat niet alleen moet reizen. En u.... - ---En ik? - ---U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u.... - ---Dadelijk, dadelijk.... - -Hij kocht het boeketje. - ---U is zoo dol op viooltjes, niet waar.... - ---Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij -afscheid van elkaâr. - ---Neen, ik breng u thuis. - ---Ik ga niet naar huis. - ---Waarheen dan? - ---Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar. - ---Hij is wel gelukkig! - ---Waarlijk? - ---Kan het anders! - ---Ik weet het niet. Dag, prins. - ---Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen. - ---Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik -geloof.... - ---Wat.... - ---Dat Duco precies is als Urania.... - ---Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr? - ---Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de -viooltjes. - -Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat -Duco door het raam hun afscheid had gezien. - - - - -XXIV. - - -Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en -zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had. - ---Wat is er? vroeg zij lief. - ---Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken. - ---Waarover? - ---Je doet niet goed. - ---In welk opzicht? - ---Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem -dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak -hij--en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de -restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder -beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem -in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt. -Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet. -De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem -aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te -gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van -je hoû--waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je -stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij -spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden. -En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij -spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat -is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden -je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen. -Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven? -Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik -begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat -vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb -je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar -ik voel toch, dat _dit_ niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet -meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren, -het was me een marteling.... - ---Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar -waarom? - ---Waarom? Waarom? Je vernedert je. - ---Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil _ik_ spreken. Ik ben niet hoog. -Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler -zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon -vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco, -nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel -een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat _ik_ ook -veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos -zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met -je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar -vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar -soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou. -Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te -hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er -is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik -daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht? - -Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en -hij antwoordde niet. - ---Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om -tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik -ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou -vergeet ik niet. - -Hij zag haar glanzend aan. - ---Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer? -Geef me een hand, wees niet boos meer.... - -Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers. - ---Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie, -word mijn vrouw. - -Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en -staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden -op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit -voor hen neêrgezet en trok zich terug. - -Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem -en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had -kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden. - ---Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag -in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde -natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het -kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het -niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige -gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde.... -Wat het dan wel is...? - -Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij -het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort: - ---Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik -weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die -gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het -huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het -huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het -huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk, -maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke -moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze -banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd--en ik geloof die belofte -te houden--dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is -er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje -van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar -ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû -hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik -opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort -om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor -behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk, -er is de kwestie der kinderen, er _zijn_ velerlei moeilijkheden.... Ik -kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat -_ik_ ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je -niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb -je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik. -Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te -hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu -kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit -eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie, -trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe -hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven, -heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet -... ben ik alleen met Gilio.... - -Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den -kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen. -Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op -van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open -waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan -de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en -sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand. -Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs -de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps -Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op -een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in -zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en -omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij -gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem -daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid, -en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in -zijn armen. - - - - -XXV. - - -Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn -moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende -aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet -Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal -en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie -minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco -begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar -aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en -wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden -het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide -aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten -tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels -niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde, -in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan. -En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en -louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden -zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri -en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk -gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen -zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten -en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo -rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid -werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk -verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun -geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen -de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi, -aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente: -de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag -wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van -den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook. - -Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle -touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat -zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek, -dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij -hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in -elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige -bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt. - -Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar -Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in -zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun -droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder -dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen -der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende -met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn -liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring -was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet -zagen en de gewone menschen niet ontmoetten. - -Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer -van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij -zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij -dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen -liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar -eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun -droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof -een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat -zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij -nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest, -zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het -oude kasteel _a dear old house_, de oude man _a dear old man_. Zij -zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel. -Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor -Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden -ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader -kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op -tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend -détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij -zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice: -het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende, -vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de -monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de -Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio.... -De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar, -fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En -de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij -naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien.... - -Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te -bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach: - ---Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau -en een titel zouden mij niet gelukkig maken. - ---Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan -kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg.... - -En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden--hunne vingers -in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,--dat ook _zij_ gelukkig -waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op: -zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel -op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende -bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen -van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan -werkelijkheid. - - - - -XXVI. - - -De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen -ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed -in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem -werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere -rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar -oogen, blijdschap om haar mond--van nerveuze aandoening trilden -zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië -welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige -kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden -van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken: -natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van -de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt -tot water--en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps -gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en -overwinning. - -Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken, -bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid -was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging. -Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf -zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn -tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep -van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal. -Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel -Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging -zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie -van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij -schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid, -wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet -waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw -der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets--en -zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een -groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels -en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en -haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter -en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet -het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als -centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de -verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken -van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en -geleiding.... - -En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat -_zij_ leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur, -waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat _hij_ als op -zijn schets--heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,--een moderne stad -zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen -natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral -voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart -van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar -wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en -gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk -zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien -en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid, -waarin zij droomden--terwijl het was zuivere waarheid en voelbare -werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal -van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke -lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij -bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch -aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart, -maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en -zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij -dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie -elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen: -enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi; -andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;--hij -zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los -uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare -gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed, -de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der -liefdezusters--zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster -modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening -van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval -tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie -overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene -mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen -snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening -was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar -modern--nerveus en morbide--en toch zonder conventioneel ideaal -van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische -harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de -ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer -en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte -lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij -voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang -gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en -zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende -vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij -met enkele veegjes van wit en tikken van licht--of hij licht had onder -zijn kleuren--de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij -haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar -naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee, -tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij -langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug -tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar -de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders -blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch -gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de -verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten.... - - - - -XXVII. - - -En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele -gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en -het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een -wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn -figuren karakterizeerde--en ze liep langzaam dalende lijn af naar een -sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen -staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een -wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen -haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de -diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen -orchideeën, als monden van liefde.... - -Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling -deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er -niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking, -spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er -zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het -wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote -aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen.... - -En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en -werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam -een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare -afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en -overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze -weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de -"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide. - -Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke -lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter -zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel -scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen -de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze, -zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen.... - -Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en -Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van -geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter -met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio -naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen -weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield -alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die -feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die -feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat -alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen -hoe moeilijk het was--zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord -willen staan--aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale -en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën -van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij -genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij -was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in -de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij -hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes.... -Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal -wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen, -al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen -Duco en haar, Cornélie--al nam de Romeinsche wereld hen tijdens -die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als -landgenooten--wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier. -Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met -wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen -voor hen uit.... - -Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief -ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke -bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit. -Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet -dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht -van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al -lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten -verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter; -mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad; -de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij -had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein -kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg -haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen -en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had -verkeerd gehandeld--maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar, -zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen. - -Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was -in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht -haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog -wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en -ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde -haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich -te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem -vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij -drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag -met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende -Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst, -daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat -ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend -hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar -vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij -doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat -zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare -kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog -genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal -zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben. -Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar -dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat -dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met -hem. Hij had wel genoeg--een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij -verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en -kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein -aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat -zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over -een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet -noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht. -Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij -gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en -hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken -in de Via dei Serpenti--en dineerden in de osteria. Cornélie stelde -voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis -gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats -innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter -dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun -toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van -schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van -een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede. -Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van -niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend -en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter -aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een -land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende -kunst. - -Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in -zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag -aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar -nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren -voor hun leven van geluk en eenvoud. - -En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met -hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen -onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef -zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie -af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen -allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen -van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte. -En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets -dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en -lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag -naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan -kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde, -dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver, -maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld, -verslapte--momenteel--zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû _zij_ -moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon -niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû -willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen -blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden, -werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij? -Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving -haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden: -zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een -blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan -wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein, -zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon. -En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor -Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en -begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van -Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in -het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden -was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even -hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef -enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op, -hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk -geluk.... - -En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl -van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige -reisbrief.... - -Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat -behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar -ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor -hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij -een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij. -En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam -aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij -elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden. - - - - -XXVIII. - - -Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van -Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten, -weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op -een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de -zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti, -over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste -bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende -oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met -een blijden glimlach en trad haastig op haar toe. - ---Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome -en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend -zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan -weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier -weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet -eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen? - ---Ik kon waarlijk niet komen.... - ---Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men -vertelde mij, dat u verhuisd was.... - -Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen. -Zij zweeg. - ---Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met -bedoeling.... Waar gaat u heen? - ---Ik moet naar het postkantoor. - ---Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm -om te wandelen? - ---O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met -Urania? - ---Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig -prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken. -Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn -huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio! - ---Waarom? - ---U wist, niet waar--hoe weet ik nog niet--u wist voor hoeveel ik me -verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia, -wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk. -Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij -kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet. -Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen -daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante -kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat -had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest. -Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer -zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze -kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was -rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu -niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had -dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante, -de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr -wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad, -tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora, -ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze -met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de -vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie -millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het -dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn -zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies -hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig. -Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke -vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice -en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre -in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij -"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of -daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken. -Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen -als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet -uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er -aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven -dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû -Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar -vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart -meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen -mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we -heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een -beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit -veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is -onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is -het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn, -om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich -in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin, -ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen. -Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen -had in een kousenfabriek te Chicago?? - -Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep -ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had -behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen -en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en -hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten -aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij -gevoel had voor San Stefano. - ---O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit -gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de -tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U -wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u -een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een -bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik -eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu -gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van -gehoord in onze wereld. - ---Uw wereld is de mijne niet, prins. - ---Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën -hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig -doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan -versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel -gemakkelijk.... Maar dàt mag niet! - ---Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer. - ---Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want -ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och -toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees -barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het -aan Urania zeggen.... - -Zij lachte. - ---Wat? - ---Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres -voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal.... - -Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan. - ---Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes -neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag -verklaren. - -Hij was blijkbaar verlucht. - ---Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano? - ---Neen, ik kan niet, heusch niet. - ---Waarom niet? - ---In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn -verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig. - -Hij haalde de schouders op. - ---Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere -convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd. - ---Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet.... - ---Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend. - ---Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te -treden. - -Hij vouwde de handen. - ---Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen -wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom -te San Stefano. - -Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij: - ---Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ... -dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten. - ---Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen -vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen" -van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe -dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik -zal haar voorstellen u spoedig te vragen.... - ---Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet.... - ---Waarom niet? - -Zij zag hem lang aan. - ---Wil ik heel eerlijk zijn? - ---Natuurlijk. - -Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil -op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan. - ---Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden. -Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje -verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een -artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig -en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit -oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen -in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven -woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij -scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik -niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen -geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe.... - -Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen; -nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch -meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg. - ---Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig.... - -Zij glimlachte en haalde de schouders op. - ---Wat wil u? Dat ik er over jammer? - ---Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij -uit. Hoe is Van der Staal er onder? - ---Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele -moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent -te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen -ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San -Stefano. - ---Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld -gevraagd? - ---Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet -bij ons opgekomen. - ---Te fier? - ---Te fier, ja. - ---Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar -honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal -Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb. - ---Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet -aannemen. - ---Van _mij_ niet? - ---Neen. - ---Van Urania niet? - ---Ook niet van haar. - ---Waarom? - ---Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen. - ---Een mooi principe. Maar voor het oogenblik. - ---Blijf ik het nog getrouw. - ---Mag ik u wat zeggen. - ---Wat dan? - ---Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging -met de hand en fronste de wenkbrauwen. - ---Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet -in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan -ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik -vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik -waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten -ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u -niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons -rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft. - -Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels. - ---Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar -leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een -tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis? - -Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had. - ---Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij. - -Zij dankte glimlachend van neen. - ---Eet u thuis? vroeg hij. - -Zij keek hem komisch aan. - ---Ja, zeide zij. - -Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen. - ---Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel -mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet -in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij -kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij! - -Zijn tranen kon hij niet weêrhouden. - ---Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach. - -Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het -atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig. -Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam -de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier -binnentrad. - - - - -XXIX. - - -Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware -hoofdpijn en zij zette zich naast hem. - ---Wel? vroeg hij. - ---De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij -beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij -herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben. - ---De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets -te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen. - -Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar -hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd. - ---Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij. - ---Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan? - ---Neen, neen ... Dan ga _ik_. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen -wel koopen, maar nooit verkoopen. - ---Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd -wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag -van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar -ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb? - ---Neen. - ---Den prins. - -Zijn voorhoofd fronste. - ---Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij. - ---Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik -geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van -avond, heel eenvoudig. - ---Neen, ik heb geen lust.... - -Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee. - ---Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een -boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger? - ---Neen, zeide hij ontwijkend. - -Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij -sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij -zich naast hem, ook met een kopje in de hand. - ---Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria.... - -Zij toonde hem lachend haar leêge beurs. - ---Hier zijn de postzegels, sprak ze. - -Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens. - ---Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb -ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen. -Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt. -Het zoû je opgewekt hebben. - ---Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn.... - -Zij zweeg even. Toen zeide zij: - ---De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij -woû me tweehonderd lire geven.... - ---Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest. - ---Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano, -waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd. - ---Waarom? - ---Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben, -wel? - ---Neen, sprak hij mat. - -Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd. -Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht -buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel -van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun -onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels -der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's -tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van -zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers--waren als een -opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste -licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der -Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende -het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij -harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen -ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire, -want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach -bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing -zijn hand. - -Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende, -dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde -te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij -had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half -fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte -het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en -zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en -bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde -in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel -moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch -geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van -lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch -en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht; -nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van -een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst -duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen, -banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de -extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht -zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En -hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken -zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij: -hij had honger.... - -Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de -prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets -in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op. - ---Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen -lust uit te gaan--hij heeft gewerkt en is moê--en ik had niemand om u -een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen. - ---Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te -hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...! - -En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van -verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco--onwillig, -stroef--over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders -op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn -gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge -repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een -pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om -meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd -had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat -zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem; -maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering -voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje -glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en -duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat -gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de -dialoog van een Fransch tooneelstuk. - - - - -XXX. - - -Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel -vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje: - - Waarde Prins. - - Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo - vriendelijk mij uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo - vriendschappelijk aanbod te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u - mij niet al te grillig vindt als ik mij van daag tot u wend met - het verzoek: leen mij, wat u mij gisteren wilde aanbieden. - - Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te - kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania - te zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn - braceletten willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor - heel weinig geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven, - maar éen was ik wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want - ik had geen soldo meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw - vriendschap en u vragen: sluit in een couvert de tweehonderd lire - en laat mij die _zelve_ komen afhalen bij den portier. Ontvang bij - voorbaat de betuiging mijner innige erkentelijkheid. - - Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een - paar uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij - goed. Hoe gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van - geldelijke zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco - ophoud. Tobben over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in - zijn werkkracht. Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over, - en vraag u dus uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim. - - Nogmaals: ik ben u innig dankbaar. - - CORNÉLIE DE RETZ. - - -Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo -Ruspoli. - ---Is zijne Excellentie al vertrokken? - -De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk. - ---Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief -en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij -even te halen.... - -Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief. - -Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de -enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje: - - Mijn zeer vereerde. - - Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo - zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te - handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend, - met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen - en te behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk - niet zeggen: neem ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo - vrijpostig u een souvenir te zenden. Toen ik namelijk las, dat u - zich gedwongen gevoeld had een bracelet te verkoopen, deed mij - deze mededeeling zulk een hevige smart aan, dat ik zonder mij te - bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, zoo goed ik kon, een - armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten smeek te willen - aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, zoowel voor - Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven. - - Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft - mijn hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs - op den allerhoogsten prijs stel. - - Uw zeer nederige dienaar, - - VIRGILIO DI F.B. - - -Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband -in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en -saffieren. - - - - -XXXI. - - -In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden -gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie -gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te -dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen -waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte -met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om -elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in -een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de -aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te -Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest -zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn -groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had -gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en -toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat -hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht, -had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange -zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde -uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe -blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu -hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een -trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge -en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de -menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was -iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde -als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden -Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof -genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte -haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem, -en trotsch op hun leven en op hun geluk. - -Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de -beschouwingen over haar brochure--bestrijdingen dikwijls, maar nooit -kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze -zaak te voeren--; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel -in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is -zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op -de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na -eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding -alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en -leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet -uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit -nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde -voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij -herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring, -zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver -was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had -zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere -van hemzelven; nu voelde zij hem--om zijn kunst--hoog, edel, zonder -bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar -ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots -en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij -nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel, -dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En -zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig -huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo -véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid -bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve. -Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk.... - -Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania -niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen -zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de -oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van -haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom, -zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat -eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar -trotschheid--niet schijnbaar, maar in werkelijkheid--zoodra zij vreesde -voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het -een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet -over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat -zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet -leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met -zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid -en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij -niet van Gilio's bracelet.... - -Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen -zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb -verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist -het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het -niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te -dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins. -Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn -bereidwilligheid haar bij te staan. - -En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij -wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure. -Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel -eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was -het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten. - -Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden -luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op -waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn -levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend -van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn -omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag -zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om -hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen. - - -EINDE VAN HET EERSTE DEEL. - - - * * * * * - - -LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID - -DOOR - -LOUIS COUPERUS - -TWEEDE DEEL - -L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM - -1887 - - * * * * * - - -XXXII. - - -Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel -stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het -kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het -allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam -doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene -invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en -werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus, -dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij -begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek.... - -De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier, -steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid -en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde -Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen -komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû -aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar -met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit -te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl -Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om -Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover -het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend -niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn. -Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo -geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag. - -Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig -kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele -dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem -verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die -zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder -haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum -vastgesteld.... - -Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig -te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in. -Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp -haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg -of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide -vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten -soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin -houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan -een stervende. - -De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge -was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn. - -Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie, -vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein -schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden. -Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van -vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed. - ---Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet -mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...! - -Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte -meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen -glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen. - ---Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een -blik in het rond. - -Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit -aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van -opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de -bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte, -dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun -zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde, -rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte -slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet, -tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen -buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje ---blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen -reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd -zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen -van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige -vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd -door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger, -tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker, -hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en -kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber -droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat -rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot -natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen -iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden. -En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke -ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief -zich het kasteel gelijk zijn sombere waker. - -De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een -bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine -stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en -alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den -Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn -proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins. - ---Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij -opgetogen en drukte hare handen. - -Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier, -met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den -koffer brengen naar het kasteel. - ---Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog -nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u -de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom.... - -Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met -zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind. -Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over -de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees, -lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in -eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen -van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van -engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof -van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had -tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het -allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof -waren gezonken tusschen iedere voeg. - -De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen -van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd -en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets -klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de -neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder -steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de -in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met -plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper -neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide -heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn -mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen -trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot -plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar -en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem -bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer, -tusschen hemel en meer. - -De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep, -smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek -niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken -de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer -zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een -bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed, -gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot -uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen, -over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede -gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een -vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen -uit. - -Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en -bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters -stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En -nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie -op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere -schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van -cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was -veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi -meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd, -meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had -gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie -verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond -scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen; -haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie -had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio, -hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed -was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi. -En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en -nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel -nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van -ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde. -En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar -met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe -familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's -kennissen--vooral de dames--sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had -al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren -zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope, -tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige -was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen -om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij -niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio -frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten -met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij -een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even, -ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker. -Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel--al -de beroemde namen van Italië--die haar neêrbuigend bejegenden, en -altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime -bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid. -Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio -om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam, -en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar -als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar -eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke -millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar _zij_ hield -die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen -zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar -pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren. -Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht: -wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een -Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's -oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de -Romeinen? - -Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als -"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor -anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij -voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu -haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar, -die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd -had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West. -Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû -hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie -gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit -had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week. -Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde -beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens, -oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar -mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde -in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie, -maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen, -die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde, -fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania -herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger, -tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij, -Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat -Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar -haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch.... - -En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen, -scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen, -wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu -den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde -voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch, -wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar -armen, zij troostte haar--het schreiende prinsesje--als met een nieuwe -vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer -als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de -waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat -zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar -moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien.... - -Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen, -zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees -edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor -zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht -over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat -Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en -fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid, -stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen -op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit -den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot, -waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar -wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te -duren, nog enkele geslachten na.... - -Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot.... -Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is -alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van -eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien.... - -En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif -van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de -lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare -oogen, tusschen het meer en den hemel. - - - - -XXXIII. - - -Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den -corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort; -plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen -twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een -atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van -Mantegna--in beeld gebrachte daden der San Stefano's--welfden naar een -koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar, -rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten. - -Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het -terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij -naar haar toe. - ---Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag -ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel -geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien -er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène -daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is -gesloten. Wacht.... - -Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar -met zwaren sleuteltros en bood ze den prins. - ---Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel. - -De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de -reliefs. - ---Giovanni da Bologna, zeide hij. - -Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond -van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht -der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door -Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum, -met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den -adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom, -bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast -hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels -waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken. -Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de -kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen -paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele, -zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus, -Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt -waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane -weefsels, en alle kleur neutralizeerde. - -Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als -een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen, -een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de -meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van -leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor -fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren -her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls -over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de -spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als -een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde -en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar -zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor -uitkomend, dat hij niet meer wist. - ---En hier is de camera degli sposi.... - -Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende -knarsend toen de deur, en zij traden binnen. - -En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een -groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd -en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de -geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus -met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid -der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en -sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en -zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van -goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en -verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende -glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop -de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar -àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van -bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de -stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over -hadden gespreid. - ---Wat is dit mooi! zei Cornélie. - ---Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden -die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek. -Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht. -Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij -hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania! -Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente -godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania -is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die -doem van haar overneem.... - ---In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet -gerept? - ---Neen, daar werd--en wordt nog altijd--heel weinig prijs op -gesteld.... - ---Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het -hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien! -Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen -weeklagend er om.... Het is een sprookje.... - ---Het is mij te veel goud.... - ---Misschien was het vroeger zoo, te veel goud.... - ---Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu -voorbij.... - ---Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd.... - ---De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel -bemind. - -Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde -een toespeling. - -Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de -tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden -cupido's met duiven. - ---Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar -middel. Engel, engel! - -Zij weerde hem af. - ---Prins.... - ---Zeg Gilio...! - ---Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven.... - ---Omdat ik meer dan vriendschap wil. - -Zij maakte zich nu geheel los. - ---Ik niet, antwoordde zij koel. - ---Heeft u dan alleen éen lief? - ---Ja.... - ---Dat kan niet zijn. - ---Waarom.... - ---Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der -Staal, zoû u hem trouwen. - ---Ik ben tegen het huwelijk. - ---Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn, -mag ik ook vragen, mijn moment van liefde. - -Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting. - ---U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en -medelijdend. - ---U mij wel. - ---O ja. U is zoo heel eenvoudig. - ---Waarom wil u niet? - ---Omdat ik niet wil. - ---Waarom niet? - ---Omdat ik niet voor u voel. - ---Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen. - ---Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om -gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt -aan het mijne. - ---Wat weet u van mijn temperament? - ---Ik zie u. - ---U is geen dokter. - ---Ik ben een vrouw. - ---En ik een man. - ---Maar niet voor mij. - -Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat -zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los -en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar -hooger richtte zij zich op. - ---Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te -kunnen dwingen? - ---Natuurlijk. - -Zij lachte schamper. - ---U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet -dwingen. - -Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en -weêrstaan, hij had altijd overwonnen. - -Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer -open. - -De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was -iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij -was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam -voort, aandachtig kijkend links en rechts. - -Hij voegde zich aan hare zijde. - ---U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit. -Nooit! - ---Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik -moest mij toch verdedigen. - ---Waarom? - ---Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die -passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo -charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie -en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven. - ---Neen, smeekte hij. - ---Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het -mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u -zelf grof is. - ---Ik...? - ---Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid. - ---Neen! - ---Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw? - ---Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik. - ---Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als -vroeger. - ---U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken. - ---Dus een strijd op leven en dood? - ---Neen, op zege, voor mij.... - -Zij waren de atrio genaderd. - ---Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De -camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos -zijn. - -Zij bood haar hand. - ---Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang -gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan. - ---Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard? - ---Ja.... - ---Hoe kan ik dien gloed weêr dooven? - -Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende -karbonkeloogen. - ---U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken. - -Zij lachte. - ---Met een zoen? vroeg zij. - ---Demon! siste hij tusschen zijne tanden. - ---Met een zoen? herhaalde zij. - ---Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi. - ---Neen, hier. - ---Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig. -Toen bood zij hem de hand. - ---En nu is dit voorbij. Het incident gesloten. - ---Engel, duivelin, siste hij haar achterna. - -Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het -meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch -achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar -amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij -dacht aan Duco. - ---Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar -hem!... - -Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren -Urania en de marchesa Belloni. - - - - -XXXIV. - - -Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was -buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de -zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed -of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde. - ---Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet -zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter -gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr -gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek, -marchesa? - -De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier, -op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster -van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension; -zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen -op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de -marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had -hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar -handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier -haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel -hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden -spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een -geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,--de markies was een broêr -geweest van de overleden prinses--geene distinctie had, trots al hare -kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De -kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette, -verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het -palazzo Belloni. - ---O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel -koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een -vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u -terug te zien, erg veel pleizier.... - ---En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl -zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren -kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door -den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit -geloopen. - -De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere -raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had -gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare -vraag klonk ironie en triomf. - ---Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch. -Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust. - ---De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend. - ---Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den -Hemel.... - ---Ik dacht, dat u niet godsdienstig was? - ---Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig. -Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is -geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft -getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven. - -De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een -gevaarlijke vrouw. - ---En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u? - ---Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar -dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik -geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft -bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet -eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw -pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook.... -U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet -ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend -zoû het zeker zijn. - -De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan. - ---Winstgevend.... - ---Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû -dat winstgevend zijn. - ---Hoe meent u? - ---Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori, -marchesa.... - ---Wat weet u?! Wat denkt u? - ---Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik -zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer, -of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses -Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u.... - -De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist -die vrouw _iets_ van haar onderhandelingen met den ouden prins en de -monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare -bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht? - -Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die -vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte -in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der -gettatura, en lispelde: vade retro, satanas.... - -In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie -spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje -weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof -der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en -engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den -Overvloed,--nimfen met uitstortende hoornen van overvloed--was half -antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met -enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend -modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een -jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr. -De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij -droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een -kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen -ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje: -dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo -gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke -handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots -de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far -West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude -San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen -dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie -eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche -naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een -zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een -beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen -haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der -San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di -Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania -een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot. -Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen -haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie -met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed -beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie -gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat -kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa -neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom -haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr -over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte -hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had -hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte -zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende -melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn -oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed, -die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie -verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg -zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er -vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten! - -Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van -een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel. -En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie -haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde -haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn -humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de -oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich -op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses, -dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden -Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester, -die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij -zag Urania lachende aan, en Urania bloosde. - ---Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem -maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo -Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen -hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij -heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu -heb je je niet verkleed! - ---Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar -broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn -kuiten aan tafel kwam. - - - - -XXXV. - - -Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met -het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken -beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart -marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren -luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal, -maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van -schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere -schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker -fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke -oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk -met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier -klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd -geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en -waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna -niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur -werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man, -die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem. -De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de -kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg -een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem -hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren, -even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem -met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel -langzaam--als wijdde hij haar--een kus gaf op het voorhoofd; toen -naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard -knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie. -Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de -oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië -haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten -en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop -zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die -tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast -zijne zuster. - ---Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe. - ---Cht! zeide Urania. - -Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir, -plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element -terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van -voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat. -Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig -werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge -blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst -nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan -op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at -de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden. -De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De -luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de -schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole -zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen -met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het -Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef -het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie -op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft -bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat -beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars? -Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd -egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de -levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien -middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer: -de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe -levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn -gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw -koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de -slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog -geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had -Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door -prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,--zeventig -jaar--, naar den jongen frisschen Far-Wester--achttien, en zag van hem -naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier, -in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien -nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal, -gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers -geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit -op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte. - -Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden -bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet -als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als -een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij: -van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede -schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig -kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt, -vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan -zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er -steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die -wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en -om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar -hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van -een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn -humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...! - -Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op -te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds -geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees -op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen -afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn -kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De -marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon, -de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug -naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in -het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat -hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte, -hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes -voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en -vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun -gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden -prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's -morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem -schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk, -Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan -een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte -haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins -Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte -was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect -over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het -kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht -bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk -doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst -te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr -stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig -van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking -planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de -ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij -bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school -opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende -voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het -diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk -van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van -Rome, haar door de monsignori aanbevolen.-- - -Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den -zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom -omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw, -dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief -vond--"so nice"--het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen -der koningin--album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg--het -meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum, -en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst.... - -En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San -Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij -doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het -met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen. - -Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht, -bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen -zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen -veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar -Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in -al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen. - - - - -XXXVI. - - -Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een -warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij -op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug. - ---Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte -Cornélie. - -Hij bromde wat. - ---Hoe heeft u geslapen, prins? - -Hij bromde iets. - ---Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het -_moet_. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop, -dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek -weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer. - -Hij mopperde iets. - ---Adieu, prins, zei Cornélie kort. - -En zij keerde op haar weg terug. - ---Waar gaat u heen? vroeg hij. - ---Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten. - ---Maar waarom? - ---Omdat u me niet bevalt als gastheer. - ---Ik niet? - ---Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft -grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs -een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste -manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U -komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en -moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van -galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is -alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u -te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer. - ---Neen, smeekte hij. - ---Jawel. - ---Neen, neen. - ---Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw -nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij, -terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben -niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg -iets liefs, zeg iets aardigs. - ---Ik ben dol op u. - ---Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk, -beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer. - ---Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft -me geslagen. - ---Vergeeft u nooit die zelfverdediging? - ---Neen, nooit! - ---Adieu, dan. - -Zij keerde zich om. - ---Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij -ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet -grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste -vrouw, die ik ken. Ik aanbid u. - ---Aanbid dan in stilte, en amuzeer me. - -Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op -te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op. - ---Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn. - ---Ik geloof er niets van. - ---Heusch, ik heb verdriet, ik lijd.... - ---Arme prins! - ---U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar -uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg, -mag ik nooit iets hopen? - ---Niet veel. - ---U is onverbiddelijk, en zoo streng. - ---Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O, -daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap? - ---Ik zal zoet zijn. - ---En amuzant. - -Hij zuchtte. - ---Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas! - -Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola, -begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze -bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en -hermen--nimfen, saters en faunen--wier bovenlijven eindigden in slank -voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en -bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een -open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar -een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was -een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden -prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur, -een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw -fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen -cannelures het meer verzonk als een ovalen beker. - ---O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt. - -Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner -van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij -straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid -terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs -met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den -slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit -en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste; -de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van -de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam -plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins -en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het -voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania -was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit -piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte -zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken -met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet -altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen -haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat -naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen, -schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart, -alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch, -dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief, -vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er -was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak -en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar -parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw -onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg, -en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig, -om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had -zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde -voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche -meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed -te bekleeden? Admirabile!--vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie -in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig, -uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn -kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden -van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het -vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met -eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed -was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij -wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar -Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij -liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag. -En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam -meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui -groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden -naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl -Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en -op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de -knieën, om te bekoelen. - - - - -XXXVII. - - -Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het -plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan -prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie -en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar -Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij -gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een -blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels -kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het -meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de -andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond -aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de -starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en -achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen--de saters -en nimfen--torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een -betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar -zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich -op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte -zich tegen hem aan. - ---Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb, -Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik -dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier -zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet -het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te -loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen -binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de -fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid -van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola -niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen, -jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk! -Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van -je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ... -ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven -aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome, -aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet, -die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als -dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien, -ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik -voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat -me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan, -dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento -op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die -parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar -toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen -om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik -om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je -zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van -jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je -gelooft me niet. Toch? Geloof je me? - ---Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is -hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om -jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt -uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven -uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te -danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik -heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar -wat--maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen, -je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een -vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste -wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we -toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het, -geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons.... - -Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een -langen triller. Maar verder sliep alles.... - ---Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem -geheel. - -De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders -armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden--faunen -en nimfen--slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met -starren bepoeierde lucht. - - - - -XXXVIII. - - -Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest -iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania -en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel -bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar -malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te -energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte -wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos -op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien -avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania -was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor -de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en -hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen. -Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te -dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men -hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn -temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die -vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij -was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië, -zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar -nauwlijks begreep,--ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,-- -nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de -vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet -stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een -schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen -moraal--_hij_ wist van godsdienst en van moraal--zij was des duivels; -demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante -Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd, -dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks! -Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar -silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van -Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras -der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht, -tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En -waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met -al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare -uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als -was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde -zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen -eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur -van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang -beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet, -maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar -en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn -weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn -vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest, -was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor -zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en -flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal -te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte" -nicht--hofdame der koningin--hen voor enkele dagen kwam bezoeken, -flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie -te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich -met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling. -Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale -Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij -was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld, -en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio -nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over -de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers -amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare, -onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van -het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of -_zij_ begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel -goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij--questa Cornelia,--meer -van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio -lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te -praten. - -Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich -met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den -architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te -verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met -geld, en het bedierf alles. - -Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den -architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in -elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden. -En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en -Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en -geregeld--meende Duco--, met artistiek te schikken wat nu zonder -gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen? -vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen, -maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het -was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld. -Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins -was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier, -duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het -geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan -haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek: -hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten, -charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het -was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit -onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit -Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude -prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen, -verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig. -Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer -in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen -waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens -een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio. -Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten, -maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris, -die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in -verontschuldiging. - - - - -XXXIX. - - -Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd. -Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de -pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte -schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg -hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden -sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en -sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde -aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep -hij...? - -Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan -de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken -stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep -terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding. -Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de -gravin.... - -Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen -niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich -verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort -achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag -hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr -uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank.... -Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch -vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio, -maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown: -zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij -boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een -ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets -innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij -niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem, -Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht -tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede -en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid -tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet -langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste -verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van -achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen -hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps -schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel -plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen, -hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij -was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat -hij zeggen zoû. Hij boog ironisch. - ---Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in -den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen -profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht -gezelschap! - -Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet -konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming. - ---Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel -het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur. - ---En wat doet u hier, op dit uur? - ---Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal.... - ---Op dit uur? - ---Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u? - ---Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is. - ---Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet. - ---En u bevalt mij heelemaal niet.... - ---Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht.... - -Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten. - ---Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons -zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds -hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan -dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden. - ---Onwaardig? Onwaardig?--Hij was onmachtig zich meer te -beheerschen.--Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik -heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel -aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin! -Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij -al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt -me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn -geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat -je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je -man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij -meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!... - -En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo -onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend. -Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet -Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden -elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie -iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar -zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in -ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op -Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde. - ---Laat los! krijschte de prins. - ---Laat dat mes los! krijschte Duco. - -De prins, onwillig, hield vol. - ---Laat los! krijschte hij nog eens. - ---Laat dat mes los Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en -stond op. - ---Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder -primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met -degen of pistool. - -De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven. - ---Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt. -Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische -kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij -hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel. -Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu -zeker, dat je me zoû dooden. _Zij_ beschermt je.... - ---Ik wensch geen duel, zei Duco. - -Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een -hand ... Duco strekte de hand. Gilio drukte die. - ---Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u -beleedigd.... - ---Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet. - ---Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag. - ---Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw -spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u -op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u -geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes. - ---Wij zijn dus vijanden, voor altijd? - ---Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis.... - ---Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn -bloed is hevig. - ---Ik heb u totnogtoe gekend als een heer.... - ---Ik ben ook nog een Italiaan. - ---Ik vergeef u niet. - ---Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn. - ---Het is geen oogenblik het mij te herinneren. - ---Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen. - ---Dat is alles te vergeefs. - ---Dus vijanden? - ---Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis.... - ---Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt. - ---Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis. - ---Ik zal u voorgaan.... - -Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort -en liet hen het eerst binnen. - -Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers. - -Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer. -Duco was het eerst bij zijn vertrek. - ---Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig. - -Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur. -Daar viel hij op zijn knieën. - ---Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel. - ---Neen, zeide zij. - -En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een -oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem -pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht. - ---Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan -ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik -heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om -hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen -zijn, dan ik.... - -Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een -snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op -zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door -het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij -zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten. -De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw -op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn -nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen -te strijden zoû zijn, nooit. - -Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug. - ---Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore.... - -Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een -andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind. - - - - -XL. - - -Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge -prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen -in Urania's eigen salon. - ---Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende. - -Cornélie vertelde haar den vorigen avond. - ---Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het -prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb -er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik -beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd -gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het -niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn -natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo -weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht. -Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed -doen, als je me niet vergaf.... - ---Verzoen je met Gilio en blijf nog.... - ---Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio -heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele -beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven. - ---Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû -van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik -blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt.... - ---Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven; -je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit -kasteel, dat je eigen nu is. - ---Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte -aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio -te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij. -Niemand geeft hier om mij.... - ---Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel. - ---Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel -te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier. - ---Prins Ercole toch.... - ---Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens -verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen -waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn -familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di -Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in -de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze -te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste -is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en -bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven. -Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de -juweelen van hun grootmoeders! - ---Het is een schande! zei Cornélie. - ---Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om -mij.... - ---Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk. - ---Het is waar, gaf zij zuchtende toe. - ---Het is alles mijn schuld. - ---Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ... - ---Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld. -Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome -opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu -moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein? - ---Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen. - ---Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen. - ---Wat zal je hem zeggen? - ---Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome -erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt, -omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole -denkt. - ---Cornélie.... - ---Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En -vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben -veel van je gaan houden.... - -Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de -prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio. - ---Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem. - ---Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig. - ---Het doet mij veel leed.... - -Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania -snikte. - - - - -XLI. - - -In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden -Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was -het echter koel, eenzaam en rustig. - ---Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en -den prins. Waarom heb je hem geslagen? - -Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de -scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en -van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om -hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de -tentoonstelling in Londen voltooide. - ---Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio -dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet -gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in -staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem -vermoord, als hij je verwond had.... - ---Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je -lief ... - -Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe. - -Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem -aan. - ---Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes. - ---Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen -spelen.... - -Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij -vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien -strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij -wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel -jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij -was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door -te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er -niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat -niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van -gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek, -na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te -praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid -met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust, -een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken -en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke -kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in -afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van -kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde -Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht -weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek -zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van -Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano -en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de -schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak -niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst, -en hare vingers streelden zijn gezicht. - ---De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig -pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we -gauw den prins die duizend lire teruggeven. - ---Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes. - ---Maar ik wil die schuld niet langer hebben ... - -Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming -om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan -zijn borst.... - -Ben je boos, Duco? - ---Neen ... maar je hadt het niet moeten doen.... - -Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat -hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had -gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken -over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden -nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te -praten. - ---Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen.... - -Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid. - ---Waarom? - ---Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de -wereld, de menschen. - ---Om de wereld, de menschen? - ---Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb -er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over, -maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding. -Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano -deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit.... - ---Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die -bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt.... - ---Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en -Urania is de eenige vriendin, die je hebt.... - ---Ik heb jou: ik heb niemand noodig. - -Hij kuste haar. - ---Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je -meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen. - ---Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en -menschen als San Stefano en den prins. - ---De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te -midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren -en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij -andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan, -zonder eenig gemeenschapsgevoel. - ---Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën. - ---Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd. - ---Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig -van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te -rusten van al die emotie, en die warme reis. - ---Heusch Cornélie, laten wij trouwen.... - -Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij -doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde.... - ---Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets -aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere -menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben -niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo -veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij -telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons -atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken--om aan het werk te gaan. -Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting -... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein -maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent -mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter -van niet.... - -Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille -tusschen half-affe schetsen. - ---Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor -iets bang te zijn. - -Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij -hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte -aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit. - ---Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster. -Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf -niet. - -Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem -niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was -nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het -was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was -het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in -zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen -achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren -later zoû zij dien onwil begrijpen.... - ---Neen Duco, het is beter van niet.... - ---Denk er nu eens over na, Cornélie. - ---Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer -over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je -te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik -zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is -beter ... van niet! - -Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem. - ---Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je -er nog altijd over denken zult. - -Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen. - ---Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil -niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom -jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je -schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk -als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud -Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een -novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar -gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens -zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch: ik -meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw -hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende -lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den -afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê? - ---Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk.... - ---Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet -waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû -niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de -Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat -was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het -verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen. -Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet -vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...? - -Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij -zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve -de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was, -om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw -afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen -vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten, -over de Campagna, Venetië en Napels. - -En hij zette zich aan het werk. - - - - -XLII. - - -Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden -voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd -geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een -enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het -atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio -het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst -naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid -te nemen, en toen zagen zij niemand meer. - -Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een -schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij -niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam -oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus. -Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de -zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke -en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en -kazuifelkleuren. - -Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel, -maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen -van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden -van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms -moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms -een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar -toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant -uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar -haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe -voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar -frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in -haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo -groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna -nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon -gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste -"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij -aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij -niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar -het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden -verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat -zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en -verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat -het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende -eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En -ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem, -niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat -zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte -van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar -zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een -onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen, -en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo -niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een -geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger -stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor -zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare -feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een -huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der -Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn -moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk -weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als -hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp -geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania -een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had -aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij -zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland -dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat -wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en -ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij -zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven -zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij -leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk. - -En het bleef er bij: zij _konden_ niets veranderen, zij leefden zoo -gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen -af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel -te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde -weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist -echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene -harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat -men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had -zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat -zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij -sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties.... -Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde -die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen -het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef -koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw. -Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu -aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het -scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de -band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen -van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen -haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor -heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij -ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets. -Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en -studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood -zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar -versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het -salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat -zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare -ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap, -voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis -ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van -sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen: - ---O God, zèg mij, wat ik doen moet...!! - - - - -XLIII. - -Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania -schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie -weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich, -voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij -toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het. -Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde, -nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het -steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes -van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr -bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar -geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief, -hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn -zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen -zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij -voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd. -Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke -leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als -trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu -voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister -was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere -van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te -lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed: -glimlachend steunden zij elkanders kracht. - -Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te -San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter -naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het -atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij -begroetten elkander heel innig. - ---Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben -blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven. -En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent -gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...! - -En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht -vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en -vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast -elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg -met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs -tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend -van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en -zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen -horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid. -Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan, -draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat -haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting. -En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van -Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie -lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar -Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van -topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat -zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar--Urania's ---hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een -oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig -jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk: -een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog -steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld, -coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar -geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische -kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te -voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal -in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante -d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de -geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een -karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden. -Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame, -een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames -hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad, -verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig, -capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het -eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare -vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk. -Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot -November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in -Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie -vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû -Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel -zoû het alles heel goed zijn--een gemakkelijk leven, dat haar toelachte -na dien knak harer moreele fierheid--maar zij kon er niet aan denken -Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij -kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als -een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af -te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan -zulk een leven--afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk--zonder -Duco! En toen Urania weg was--zij ging door naar San Stefano--was -Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke -afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij -zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn -edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel -haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van -kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden, -haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij -hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan. -Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te -verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij -hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen -scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom -hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende, -een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met -geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten -levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen -ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen -te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het -leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van -den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich -warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk, -verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet -zouden aanwijzen, beroeren, duwen.... - -En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste -de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte -op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en -de oogen sloot, als om te slapen.... - - - - -XLIV. - - -Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen -weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en -bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden -éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en -moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen, -kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid -en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij -niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in -zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten -treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij -nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten -bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den -dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het -atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met -de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van -het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel, -leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots -de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen -door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam. -Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit -elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten -staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij -luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets -meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het -zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was. -En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind, -dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken. - -Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren -te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij -werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania -schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley -zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens -opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem -weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen -heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met -het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind -tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder -hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij -sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf, -haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van -lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd, -liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed -weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als -krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het -vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer -haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook -hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem, -troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr.... -Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in -een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen, -bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen, -van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders, -deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur -op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid -heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen -zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden -morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was, -in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden -elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten. -Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte -duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo -benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp, -haar gezicht waschte met Eau de Cologne.... - -Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers -haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat -ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield -nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel -hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij -at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den -volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte -omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij -was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een -paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen, -dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam -Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem -danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En -de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte -Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet -alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania -lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien -middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te -zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie -hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte -met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in -een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van -Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was. -Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij -zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat -Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel -gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande -dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende -uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie, -in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met -den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig -bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten -en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed -met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel -bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem -te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon -honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit -minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets -noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres -bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een -paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin, -alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar -willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend -met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol, -zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een -plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte. -Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook -Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was -meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig -jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om -elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!! - -Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig -toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat -alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde -een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene -onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie -verzwakt, alsof hun twee-geluk--van Duco en van haar--haar ongeschikter -had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn -heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en -zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het -was alleen de noodzakelijkheid zelve--de geleidelijkheid van de dingen -des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs -eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn--de noodzakelijkheid, die -haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles -wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar -niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde -haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in -het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol -ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen -haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw, -ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had -tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist -te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig -over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was -haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij -vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te -moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken, -vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men -van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men -zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was -bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en -alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door -Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr -meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te -zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren, -hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om -dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen -brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn -arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat -zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten -kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar -brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat -ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw -van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met -het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven -haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had -zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer, -omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid -woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren -zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook -brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef -haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in -Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij -niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij -iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek, -de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn -landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen -blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen, -of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht -van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een -lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen. -Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag -schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar -verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om -zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood. - -Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa -twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des -Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde -als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan -met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil -van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar -boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en -soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best. -Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat -vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij. -Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist. -Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop -de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van -parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe, -water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór -zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd, -haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in -de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop -kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main, -waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar -de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij -een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling -van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld -porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen -zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen, -die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat -moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij -leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen -dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat -zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée, -maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van -werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare -uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren -het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar. - -Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen, -bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet -bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen -morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde, -gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit -duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde -zij weêr langzaam op. - -Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende -bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij -legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen, -Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote -Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon -er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was -soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen -daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een -anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude -vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen, -vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de -Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand. -En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's -dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond -eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij -rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën, -hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje -teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf -alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten -over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot -zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums, -haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei -mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet, -ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich -altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan -had, was niet goed.... - -Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude -vrouw geregeld--haar eenige slaap--en dan kwam Urania Cornélie halen. -Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin -Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare -nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De -wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige -laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de -schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de -onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio. - -Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd -maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde -bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de -pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor -hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren. -Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem -dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen, -voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden -overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht -had terug gewonnen. - -In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur -van haar leven, van de oude vrouw--ijdel, egoïst, onbeduidend, -belachelijk--voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot -zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de -kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor -zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het -eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in -den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar -parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich. -Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar -heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken -zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij -zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de -punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende -zijn wandelstok. Soms plotseling--vizioen, dwarrelend door de menigte -heen--zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen -wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers -tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn -brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen -haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde. - -En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij -voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het -voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin -zij mat, moê, zwak, lusteloos,--meêspeelde. - - - - -XLV. - - -Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste -wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een -wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch, -na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites, -afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal, -een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen -en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of -zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te -gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een -intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve -ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen -en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden -hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar -voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was -een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar -zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag -duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als -de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn -vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di -Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was. -En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor -haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield -Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond -telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier, -dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen -kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon, -tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds -zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid -en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren -waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren -naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als -verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende -en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem -toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken, -zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de -dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de -voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam -op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen -oogen hatelijk uitpriemde als een naald: - ---Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di -Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te -spreken.... - -En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan, -zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon -heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de -gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met -open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die -dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog, -als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel -kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij -er met haar om gichelde van genot. - ---Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een -kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had. - ---Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij. - -Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang -voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg -te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens -toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk -te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste -diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl -Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die -zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst -jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond -als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op -die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames -zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar -vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het -ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar -toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij -zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan -bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet -als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur -had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie -gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze -nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen -molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk -over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach, -de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets -aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie -niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar -nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het -te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie -kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren -zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan? -en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder -vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes -heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde. -En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met -zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome, -aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare -zwakte verloren had. - - - - -XLVI. - - -Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het -waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een -van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren -thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed -Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij -behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar -Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging -er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en -het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen -weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve -gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste -nalatigheid te verliezen. - -Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare -insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm -vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar -wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar -uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op -het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk -hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa -van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge -flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen -ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare -excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea. - -Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen -zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd -spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het -waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde; -eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als -een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen, -die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette -zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als -porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen. -Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en -zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend -snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand--de -handschoenen nog niet aan--had zij een wandelstok met gouden knop, -haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar -ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op -haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie, -nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht, -bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al -moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij -was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de -eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de -rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte -in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare -lange sorties--bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,--en die zij -met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten -kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en -tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig. -Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open -en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen -en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en -roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht -in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren, -en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het -feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van -feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in -schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om -als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen -was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen, -achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor -vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs. -Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf -slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen, -die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een -hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel -van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar -dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin -di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal, -waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid -Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met -kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere -licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen -twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden. -Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien -zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie -wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van -de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over -de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar -blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij -liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep, -dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van -haar man--en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te -walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar -onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het -had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de -conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen -als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher, -brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de -leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd -geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als -waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen -door de zalen, voegde zich--volgens hare gewoonte--even bij Mrs. -Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had, -of alles goed was--en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij -een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart -fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch: - ---Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den -uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland -geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen -over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond -heel veel interessants in wat u schreef. - ---U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik -herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het -Vrouwencongres in Londen? - ---Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u -niet in Londen komen? - ---Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon -niet. - ---Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest. -Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes -gehad. - ---Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard.... - ---Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook -voordeel voor de groote zaak. - ---Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje? - ---Twijfelt u daar dan aan? - ---Heel dikwijls.... - ---Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven. - ---Misschien juist daarom. - ---Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij -Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie -luchten in uw karakters. - ---Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het -kind? - ---Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb -zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor -de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure -zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu -bezig aan een andere brochure? - ---Neen, helaas niet.... - ---Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen. - ---Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een -impulsie, uit eigen ondervinding. En toen. - ---Toen.... - ---Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik -vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat _vele_ vrouwen -met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als -zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij -voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn. -Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar -eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld -en de toekomst haar belang verliezen. - ---Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het. - ---Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof -wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller -is. - ---U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar -geleden schreef.... - ---Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk, -ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû -het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak.... - ---Niet, met een verstandige opvoeding. - ---Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding.... - ---Van het kind, van het meisje.... - ---Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn -zwakte zijn. - ---Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld -worden. - ---U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo -gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het -meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij -ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten -zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne -opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op -den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze -ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij -zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt -worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt. -Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk -hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet -om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en -onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die -niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak -bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge -jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer -te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich -in stilte, bekennen _moeten_, gedwaald te hebben in hun kinderliefde. -Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo -dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna -liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb.... - - - - -XLVII. - - -Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge -emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare -vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde. - ---Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u -ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat -vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er -uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten. -Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley? - ---Heel gaarne, met heel veel pleizier.... - -Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich tusschen -andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën knikten. Zij -bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den spiegel. Op de -console speelden hare vingers met de orchideeën in een Venetiaansch -glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel haar hart -klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij zag eerst -haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet van -zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van -volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met -staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel -mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet. Drie -parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar witte -veêren waaier--een geschenk van Urania--was als een schuim tegen haar -hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den spiegel zag zij hèm. -Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare vingers speelden met -de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van te willen vluchten, -maar hare knieën knikten en hare voeten waren als verlamd. Zij was als -vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon zich niet bewegen. En -zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij den rug half keerde -tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering scheen een web uit -te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was nu vlak bij haar, -hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij de oogen op en zag -in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne oogen. Zij dacht flauw -te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd tusschen hem en het -glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om de kaarsen, als -een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag alleen zijn oogen -kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En hij zeide nog niets. -Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en den spiegel, die zelfs -niet beveiligde als een muur had gedaan, maar die hem weêrkaatste -zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en voor--wendde zij -zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij sprak ook niet. Zij -zagen elkaâr sprakeloos aan. - ---Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij -eindelijk. - -Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde -zijn stem in zich. - ---Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar -keer gezien heb, in de stad, op de Jetée. - ---Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je? - -Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde -voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond. - ---Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde -aan te spreken. - -Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond -voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn -beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid. - ---Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij -voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar -als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens -ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet -aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land.... - ---Wat doet er dat toe? - ---Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten. -Kunnen we dat niet doen als vreemden? - ---Als vreemden ... herhaalde zij. - ---Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs -verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je -het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?... - ---Ja, zeide zij. - -Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een -Louis-XV-paravent, half damast, half glas--en zij liet zich neêrvallen -in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze -rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe, -een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen -gevouwen. - ---Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure. -En toen over je schilder. - -Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte. - ---Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat -van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe. - ---Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden. - ---Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben -gezegd, dat je niet meer voor ze bestond. - ---Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd -gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk. - ---O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze -bestaan. - -Zij haalde de schouders op. - ---Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat -ik niet meer kon zenden. - ---Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet.... - ---Dat betaal ik niet.... - ---Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd -mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je -eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden. - -Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest. - -Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar -naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier: - ---Dat doet me verdomd veel pleizier. - -Hij lachte, dik luid. - ---Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad -rem. Verdomd leuk van je! - -Zij stond op, nerveus, verwrongen. - ---Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley. - -Hij breidde de armen wat uit. - ---Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten. - ---Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet -meer gewend aan. - ---Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten. - -Zij viel neêr en school achter haar waaier. - ---Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie -vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment? - ---Het heeft er iets meer van. - ---Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed -vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar? - ---Waarom moet ik je daarover vertellen? - ---Omdat ik er belang in stel. - ---Je hebt niet in mij belang te stellen.... - ---Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit. -En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt. - ---Heelemaal, zeide zij koel. - -Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij -voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen. - ---Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal? - -Zij zag hem hoog aan. - ---Nou, vertel nou eens.... - ---Ja.... - ---Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer -schelen? - ---Neen.... - ---En hoe doe je hier, bij dat wijf? - ---Hoe meen je? - ---Nemen ze dat zoo hier in Nice aan? - ---Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn -gedrag hier iets aanmerken. - ---Waar is Van der Staal? - ---In Florence. - ---Waarom is hij niet hier? - ---Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt -daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen. - -Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit. - ---Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley -toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige -orders vragen en geven. Laat me gaan. - ---Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren? - ---Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo -onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen, -ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je -me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me -ontmoeten zoû. - ---Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten -woû. - ---Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je -er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te -plagen. - ---Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr. - ---Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig. - -Hij lachte. - ---Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik -nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je -in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat -je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet, -dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel -mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest -was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind. -Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten, -met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik -niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs -Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland.... - ---Rudolf.... - ---Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en -het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in -Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben -verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je -eens met me meê...? - ---Je bent dol! - ---Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan -mijn arm te hebben. - -Zij trok haar arm terug. - ---Je hebt op niets trotsch te zijn.... - ---Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu -amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit. - -Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een -tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken, -Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er -zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen, -wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen. - ---Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een -landgenoot voorstellen, baron Brox.... - -Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg -of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide. - ---Een landgenoot, Cornélie? - ---Ja, Mrs. Uxeley. - ---Hoe zeg je ... zijn naam? - ---Baron Brox.... - ---A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is -hij, wat doet hij? - ---Hij is officier, eerste luitenant.... - ---Welk wapen? - ---Van de huzaren.... - ---In Den Haag? - ---In Den Haag. - ---Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen. - ---Mrs. Uxeley, gaat alles goed? - ---Ja, darling. - ---Voelt u u wel? - ---Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel. - ---Moet de pavane niet gauw worden gedanst? - ---Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch -nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui? - ---Ja.... - ---Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet -later dan over een half uur beginnen.... - -Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren -lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde, -en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar. - ---Cornélie.... - ---Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de -pavane verzamelen. Ik heb veel te doen.... - ---Ik zal je helpen.... - -Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui -opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan. -Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam. - ---Wat is er? - ---Ik ben moê. - ---Laten wij dan wat gaan drinken. - -Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare -orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden -de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament. -Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte, -luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der -dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en -lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen. -Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld. -De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets -vragen. En Brox week niet van haar zijde. - ---Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij. - -Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw. -Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de -Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de -buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen. -Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij -beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om -een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde -prezenteerde. - ---De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...? - ---Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel, -bleek. - ---Wat wil je hebben? - ---Een glas champagne. - ---Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat -eten. - -Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen -nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar -glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem -alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was -van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn -zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote -grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed -verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in -glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok, -dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met -pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn. - -Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas -champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar -bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden. - ---Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met -zijn glas in de handen. En hij dronk het uit. - ---De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij. - -En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten, -als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen. - ---Hier moeten de danseurs zich verzamelen.... - ---Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch. - -Zij zetten zich op de bank. - ---Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal. - ---Ja ... ik ben beter.... - ---Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten? - ---Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen -kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is.... - ---Nou ja, dat is nou gebeurd.... - ---Vindt je het discreet van je ... en kiesch? - ---Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van -die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn -hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij -je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze -ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden, -goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen -iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke. -Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere -ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet -wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd -op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner -me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je, -toen wij eens.... - -Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor. -Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij -bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam, -dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn -stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar -binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch. -Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende -zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd, -met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring--als zij -lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte -broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem -kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen -haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte -vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was, -maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde -zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar -bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten. -In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had -zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest, -zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw -had kunnen blijven...! - -Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen -harmonie...! - -Het ging alles bliksemsnel door haar heen. - -O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had -zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het -verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was -zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het -met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren -durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide. -Onherroepelijk, onuitwischbaar. - ---Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!! - -Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij -lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van -smeeking. - ---Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen, -dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot.... - -Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen -lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed -als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af. - ---Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En -zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester -naderde. Zij verstond niet wat hij zeide. - ---Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een -heesche stem, de meisjes na. - ---Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal.... - -Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij -verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote -danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in -de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal, -op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van -sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn.... -de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een -degen.... - - - - -XLVIII. - - ---Urania, ik smeek je, help mij! - ---Wat is er? - ---Kom meê.... - -Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar -meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel -verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der -groote danszaal om er de pavane te zien dansen. - ---Wat is er, Cornélie? - -Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij -trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand. - ---Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid. -Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je -niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem -al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen -ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om -hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang -voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me -heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo -vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens -ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd -gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden. -Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst. -Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar -Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley, -dat ik naar mijn kamer wil. - -Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen -in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog -di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld. - ---Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de -hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren, -beaamden het: zij misten haar overal.... - -Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek, -geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer. -Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos. - -Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog -en met de Breuil en de journalisten. - ---Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio -in. - ---Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar -waaier. - -De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten -zich weêr verspreidden door de zalen. - ---Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio. - -Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst, -steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels -boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog: -de journalisten vonden alles even geestig. - ---Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En -hoe dan met den cotillon? - ---Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania. - ---Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen. - ---Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie -een diepe stem. - -Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk -om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder -zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te -herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was.... - -Zij murmelde: - ---Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox -... De prinses di Forte-Braccio. - -Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was. - ---Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer -brengen. Ik zorg voor alles. - ---Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen -wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley. - ---Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn -glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen. - -Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat. - ---Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn -cotillon? - ---Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een -klein talent voor cotillon-directeur.... - -Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio -en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden -dirigeeren. - ---Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk? - -Cornélie glimlachte. - ---Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den -arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na. - - - - -XLIX. - - -Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot -door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes -binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een -morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame -zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle -kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen -dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos, -slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren. -Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan -haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als -na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met -glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen -dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet -alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar -weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op -te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen -had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar -bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende -en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt. - -Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende -morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche -jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het -jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar -flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste -ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet -had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij -was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de -wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht -willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven -jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist--en altijd met -den lach om zijn mooien mond--hield hij haar onder. Tot zij getrouwd -waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst -niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij -had zich bevrijd, zij was gevlucht! - -De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote -geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van -droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met -geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden. -Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij -waarlijk niet meer zijn vrouw?! - -Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice -gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien -eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag -hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante -victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses--hij had haar zoo gezien, -mooi, chic, en gelukkig--en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie -vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de -wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw -gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de -onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was -het geweest.... - -Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken.... -Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als -een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was -onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar -bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû -zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te -verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare -handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En -zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk -tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij -ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun -geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en -zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O, -ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn -arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk. -Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had -bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand -een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven -Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij -zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man -in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû -sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel -haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een -bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk -verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen -spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich -en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had -en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de -verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû _zij_ zegevieren -met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En -zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir. -Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade. -En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste -ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal.... -Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd, -dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden -en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte -voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van -gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet. - -Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met -Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief -aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen -was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren? - - - - -L. - - -Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch -bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte -of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den -volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen -kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen -Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week -daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de -volte der visites--beleefdheidsbezoeken na het feest--wist hij haar een -oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het -zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij -verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem. - ---Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het -niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden. -Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland -hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik -heb--ik weet nog niet hoe--kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om -met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit, -ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je: -ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van -de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken. - ---Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die -airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel -prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt.... - ---Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke -mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te -ontzeggen.... - -Hij lachte. Zij werd driftig. - ---Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert? - -Hij werd rood, zijn vuisten balden zich. - ---Verdomd! siste hij, in zijn snor. - ---Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door. - -Hij beheerschte zich. - ---We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen -waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer. -Bruut! Bruut!! - ---En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die -haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik -zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen.... - ---Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend. -Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène! - -Hij ging kalm zitten. - ---Ga je gang, zeide hij rustig. - -Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de -knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich -beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij, -coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de -hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk, -schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van -kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen -vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots -de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij -was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe -hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen: -dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk -was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij -wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag -zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch: - ---Cornélie.... - -Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had -liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een -geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar -viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde. - ---Wat is er? - ---Ik wil je even alleen spreken. - ---Neen. - ---Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm, -dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik -je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet -ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden -week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de -deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst. -Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden.... -Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je -spreken.... - ---Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het -salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar. - -Hij lachte. - ---Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was. -Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast. - ---Neen. - ---Jawel. - ---Waarover heb je me te spreken? - ---Dat kan ik hier niet zeggen. - ---Ik kan je niet alleen te woord staan. - ---Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang. - ---Neen. - ---Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je -eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn. - ---Ik ben niet bang. - ---Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me -ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu -je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang. - ---Ik ben niet bang.... - ---Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken -Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik -zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen -heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer -kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me -meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me -nooit meer terug. - ---Wat kan je me te zeggen hebben. - ---Ga meê.... - -Het was om zijne stem, niet om zijn woorden. - ---Maar niet langer dan drie minuten. - ---Niet langer dan drie minuten. - -Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon. - ---Wat is er? vroeg zij, bang. - ---Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik -woû je alleen maar zeggen ... DAT JE MIJN VROUW BENT. Begrijp je dat? -Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld, -toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen -te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt. -JE BENT MIJN VROUW. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En -jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets. -Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ... -is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek -en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond. -Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ... -dat het waar is, wat ik zeg: en DAT JE MIJN VROUW NOG BENT. Die wet -beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een -wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het -ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een -heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou -vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt, -ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat -zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal _niets_, -Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je -en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû -je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet -bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met -je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze -voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me -niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat -je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de -prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn -naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu -maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets -zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet. -Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig. -Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een -openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog -geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon. -En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat -blijf ik altijd. - -Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten -brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde -haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding, -de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong -wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat -hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot -zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich -af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn -eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat -anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen -herinnering meer en gedachte.... - -Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar -langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar -geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als -in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor -drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij -sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet -telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij -haar losliet, wankelde zij. - ---Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker. -En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is -niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten -spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu -tot ziens. Tot ziens.... - -Hij zoende haar nog eens. - ---Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem... - -Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond. - ---Tot ziens, zeide hij nog eens. - -Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend -haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen -klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen -tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer, -waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij -zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was -het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten -wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die -menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die -stikte. - - - - -LII. - - -Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn -meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die, -geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en -haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich -dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij -driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar -liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar -hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn -arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem -zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie -in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had -in hare weêrstreving--toen nog van flirt en aardigheid, weldra van -kribbigheid, later van drift en razernij--alsof hij pleizier had in -hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen. -Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En -zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere -man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed, -uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had -een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot -afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk -gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord, -lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de -mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond -zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom, -vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek -opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij -had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als -éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer -liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien -als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet -overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken. -Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen: -zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den -man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed -de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit -geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en -teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee -langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen.... -Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de -handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen, -en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende -spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg -van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige -slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst -vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste -uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest? - -Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de -geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde -niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op -den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco, -en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot -weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk.... - -Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij -smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de -oude vrouw, die zij nu plotseling verliet. - -En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid, -haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar -scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te -verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk, -haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord -verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het -niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar -verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van -Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid. -Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar -het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur -was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en -zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco. -En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit -meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die -zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de -heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk -maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van -maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier -de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet, -dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep -zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en -hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was -het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte -zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen! -En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare -vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar -verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de -zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand, -steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich -eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant.... - -Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles -hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria -Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van -redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende -naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig -om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende, -dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende -zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel, -haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem, -zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad -zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar, -en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij -viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het -was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als -het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren. -En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was, -haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht -over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem -aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar -plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe -kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij -weêr weg in zijn arm en sliep zij in. - -Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst, -met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even -loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door. -Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in -zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen. - - - - -LIII. - - -Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij -overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met -een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû -kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo -overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een -vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij -geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat -je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb -je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu -ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar -Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd -verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de -Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al -geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten. -O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven. -Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier -goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets. -Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga -werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is -heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen, -maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een -boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet -Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello. -Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi, -de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze -mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we -zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of -ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat -dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later -gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en -heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet -langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen -welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst -kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw. -Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn -vrouw. En _voel_ je je mijn vrouw--ook al wachten we nog een paar -weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,--dan zal -je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over -je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat -als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles -goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren, -wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen. - -Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in -de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een -marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en -Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting, -massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak -zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,--de heuvelen met -Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie -bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn. - ---Wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een -weifelende vraag. - ---Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling.... - ---Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet, -dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund, -vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien -ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk -dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet.... - ---Hoû je niet genoeg van mij.... - ---Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar -dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet -vrij ben.... - ---Niet vrij.... - ---Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien -ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je -immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo -vreemd.... Ik voelde toch, dat.... - ---Dat wat.... - -Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag. - ---Zie je ... hij is toch mijn man geweest. - ---Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd! - ---Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet.... - ---Maar wat dan, mijn kind.... - -Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan. - ---Ik kan het niet zeggen, Duco.... - ---Waarom niet. - ---Ik schaam mij.... - ---Zeg me, hoû je nog altijd van hem? - ---Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou. - ---Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je? - -Zij begon tegen hem aan te weenen. - ---Ik voel.... - ---Wat.... - ---Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ... -mij toch zijn vrouw. - -Zij fluisterde het bijna onhoorbaar. - ---Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij. - ---Neen, neen, ik zweer je van niet! - ---Maar hoe kan dat dan, mijn kind! - ---Ja, dat kan. - ---Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk! - ---Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het. - ---Maar hij hypnotizeert je! - ---Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een -werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet -hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit -iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ... -die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien -ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik -mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn -ding. - -Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn -borst. - ---Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink -zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te -vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat -hij zegt.... - ---Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken. -Ik zal je helpen.... - ---Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep -in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het -kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik _mag_ je vrouw niet -worden. Nu minder dan ooit. Misschien.... - ---Misschien? - ---... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet -mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien -was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn -antipathie tegen het huwelijk. - ---Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem! - ---Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch.... - ---Toch ben je verliefd op hem!! - ---Toch behoor ik hem toe.... - ---En je zegt, dat je mij liefhebt!! - -Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen. - ---Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt. -Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw.... - ---Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...! - ---Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik -zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw. - ---Niet mijn vrouw!! - ---Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb -medelij! - -Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte. - ---Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê, -en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling, -mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat -moeten wij doen?! - ---Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw -mogelijk. Je wilt niet. - ---Ik kan niet. Ik mag niet. - ---Dan weet ik het niet. - ---Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je -lief, ik hoû van je, ik hoû van je! - -Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en -wanhoop. Hij zoende haar woest terug.... - ---O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne -omhelzing. - - - - -LIV. - - -Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den -cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen -en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde -zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar -opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met -menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien -weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid -van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was -het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing -tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen -van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven -de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid -van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare -hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een -onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten -hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in -Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag -aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar -welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over -hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden, -gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat -zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij -vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer, -op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde -zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij -even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met -zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam, -dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij -noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort: -Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg -op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu: -waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien -zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde -hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden -brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam, -vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat -laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet -tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing, -getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn -vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen -haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog -vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij -beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat -hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de -wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had, -een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken -had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij -te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het -achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat -zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat -zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was -voor de gevolgen van haar weigering. - -Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den -brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest -beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de -gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn -borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende, -voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen -de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop -op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat -hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw. -Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij -sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik, -van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij -klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen -dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij -dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in -slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij -weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen -antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat; -het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij -wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was -een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op -de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber, -streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had.... -O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome -naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk. -Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de -tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven -van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude -brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen -turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder, -in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem -samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in -den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten! -Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs, -in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs -voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij -herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs -hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even -cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij, -het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij -wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn -vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld, -toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen -trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon, -en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes -van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend -tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet -volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet, -een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch -en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid -had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en -ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en -van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit -maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit -misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar _in_ het -leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid, -het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat -overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar -bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak -van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en -snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû -hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden. -Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en -hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde, -stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij! - -Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte -weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een -lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij -bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan -halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm -te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende -zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een -aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef -hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren -moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag--hij zoû -uitrekenen welken,--haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok -naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor -haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet -schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift, -zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht. -Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een -flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende -in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre, -door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding. -Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van -den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging -duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij -een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco.... -En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig: - ---Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen? - -Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit. - -Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij -oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een -goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem -daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij -schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein. - -Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij -had niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel -vroeg? Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van -niets. Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû. En zij zoû -gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht was, zag zij -het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn vrouw, moest -zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven, waar ook, trots -haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij wilde, moest zij -terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht niet aan zich, -zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in bloed. Zij dacht -er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij het hem vragen? O -God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan, trots haar telegram! -Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij had willen gaan, als -hij uit was, stilletjes naar het station.... Of zoû zij het hem liever -zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn? Of ... of zoû zij alles -zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ... vluchten, vluchten ergens -heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar als hij hen uitvond! En hij -zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij vermoorden!! - -Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen, -hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam -binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem -alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den -brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem -neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij -werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat -hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam -hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden, -zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden. -Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem -aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht -van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn -ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar -vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling -haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde--zij knikte -moedeloos van ja,--het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren, -reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit -voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte -zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht -ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde -ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij -terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt, -zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem: - ---Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen -wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet -anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan -moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt, -dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig -zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind. - ---Breng je me? - ---Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen -leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben; -hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal -iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan -zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan -inzien...! - -Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte -hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl -hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig -het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door.... - - - - -LII. - - -Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien -hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé -gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het -einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand -gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende -scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen -niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een -spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te -sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen -had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij -hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem -zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld, -zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en -zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist, -die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere -menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop -van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen -weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert -ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren. - -Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen -en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende -zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de -zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en -onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven -wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom -dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in -zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan -de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid, -en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte -harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein -voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen -geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen, -die duwden en leidden en wezen.... - -En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer -wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot -een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag -en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het -eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje, -waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op, -poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile -voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij -een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles -onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het -verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met -dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi -moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein -het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten, -omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere -machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle -station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn -steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele -schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van -breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch -geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid, -en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen -zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen -doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed -dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van -minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond -animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend -sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze -eigenlijk telden--dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar. -Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht, -maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang. - -Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij -boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn -snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij -zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar -buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik -monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken -manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die -moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw. - ---Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn -verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk. - ---Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht. - -Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op. -Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was. -Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er -allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het -bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had -gesproken. - ---Ben je moê? vroeg hij. - ---Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht -natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend. - -De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental. -In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel -binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een -gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te -zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen -met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij -als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer. - -Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een -houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de -oogen, verblind door den stroom van zonnelicht. - ---Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen? - ---Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en -hij bestelde haar ontbijt. - ---Doe je hoed af, zeide hij. - -Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was -verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin -uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die -zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar -linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande, -rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk -een kop thee. - ---Heb jij al ontbeten? vroeg zij. - ---Ja. - -Zij zwegen weêr en zij at. - ---En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende. - ---Goed.... - ---Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je -eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek -van je.... - -Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was -een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg -weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden. - ---Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een -oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar -nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat -ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we -al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw -geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je, -trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die -indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice. - ---Ja, zeide zij kalm. - ---Geef je dat toe? - ---Ja, herhaalde zij. - ---Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil. -Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude -onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan -hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn -vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet -hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw -ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet -doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat -alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles--finantieel ook-- -mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een -formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van -zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit -den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik -kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland -wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe. - ---Neen ... murmelde zij. - ---Waar zoû je willen wonen? - ---Ik weet het niet.... - ---In Italië? - ---Neen ... vroeg zij smeekend. - ---Hier blijven? - ---Liever niet ... den eersten tijd. - ---Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen? - ---Goed.... - ---Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan, -en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw -voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs. - ---Goed.... - -Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte. - ---Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen? - ---Hoe meen je? - ---Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond? - ---Neen.... - ---Kom eens hier, op mijn knie. - -Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op -zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn -hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de -oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang. - ---Heelemaal ben je me toch niet vergeten? - -Zij knikte van neen. - ---We hadden maar nooit moeten scheiden, wel? - -Zij knikte weêr van neen.... - ---Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer -driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben -je veel liever en mooier. - -Zij glimlachte flauwtjes. - ---Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op -haar mond. - -Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen -haar vel, en zijn mond hare lippen drukten. - ---Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten? - ---Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden. - ---Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je -zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier. - ---Is Urania niet boos.... - ---Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte. - -Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een -vriendin had. - ---En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien. - ---Zij is wèl boos op mij, niet waar? - -Hij lachte. - ---Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand -heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich -heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic, -niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik -je alleen en ga ergens beneden zitten. - -Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn -ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen. - ---Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben. -Ben je van mij, zeg, ben je van mij? - -Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen -zwaar om haar heen. - ---Zeg, ben je van mij? - ---Ja.... - ---Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was? - -Zij aarzelde. - ---Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen -zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen. - ---Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...! - -Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als -met een krachtsinspanning los. - ---Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later -terug. - -Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn -borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat -hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de -middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En -zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen -gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was -alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij -voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep -in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van -hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van -kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid, -wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem -zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van -het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede -huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi -meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij -figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar -zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem -tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen -zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en -wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap -zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een -duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven--Rome Duco, het -atelier--verzonk.... - - * * * * * - - - - - -End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - -***** This file should be named 44084-8.txt or 44084-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/ - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License available with this file or online at - www.gutenberg.org/license. - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation information page at www.gutenberg.org - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at 809 -North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email -contact links and up to date contact information can be found at the -Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For forty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/44084-8.zip b/44084-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index a720700..0000000 --- a/44084-8.zip +++ /dev/null diff --git a/44084-h.zip b/44084-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 4d24038..0000000 --- a/44084-h.zip +++ /dev/null diff --git a/44084-h/44084-h.htm b/44084-h/44084-h.htm index b8c28a4..2ebefca 100644 --- a/44084-h/44084-h.htm +++ b/44084-h/44084-h.htm @@ -80,9 +80,9 @@ v:link {color: #800000; text-decoration: none; } </style> </head> <body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div> -<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div> @@ -9942,7 +9942,7 @@ atelier—verzonk....</p> -<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div> +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44084 ***</div> </body> </html> diff --git a/44084.json b/44084.json deleted file mode 100644 index ea41008..0000000 --- a/44084.json +++ /dev/null @@ -1,5 +0,0 @@ -{
- "DATA": {
- "CREDIT": "Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe (Images generously made available by the Internet Archive - University of Toronto, Robarts Library.)"
- }
-}
diff --git a/old/44084-8.txt b/old/44084-8.txt deleted file mode 100644 index 768b863..0000000 --- a/old/44084-8.txt +++ /dev/null @@ -1,10194 +0,0 @@ -Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: Langs lijnen van geleidelijkheid - -Author: Louis Couperus - -Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - - - - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - - - - -LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID - -DOOR - -LOUIS COUPERUS - -EERSTE DEEL - -L.J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM - -1887 - - - - -I. - - -Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de -gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het -huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de -oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór -de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche -villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia; -het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere -antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan: -ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension -had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen -te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen, -behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men -er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te -boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere -andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol: -de reizigers kwamen reeds in October--die het vroegst in den season -kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen, -bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar -Napels af te zakken. - -Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan -Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence -geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat -zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan -het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het -plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van -de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen -en met de tong--om haar aandacht te trekken--kreeg zij hare "lieve -Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn. - -Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het -instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk -herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en -glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit -en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien--vroeg of zij -prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de -victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare -koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij -met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te -worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe, -terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met -even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij -zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen -maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het -nieuwe Palazzo Piombino--waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was--en -toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij -bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel -vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen -cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische -genre--groezelige haren, lossige blouses,--zaten, in een hoek, in haar -Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het -hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al -bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den -Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt -en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú -vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief: - ---I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw -kamer meênemen? - -Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op -waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide -niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd -en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van -Engelsche dames. - -De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch, -in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar -ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de -naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets -van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een -blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden -ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke -vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare -frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden -portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden -naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een -getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef -eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping. - ---Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag. - ---Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende -beweren, dat--hetgeen heel natuurlijk scheen,--er geen water genoeg -was om den lift in beweging te stellen. - -De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen -aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den -kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en -bereikte eindelijk, bijna, de derde étage. - ---Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne -spieren spanden, de lift bleef roerloos. - ---Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even. - -Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte -zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare -gymnastiek navolgde. - ---Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening. -Hier is uw kamer. - -Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag -van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig. - ---Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers -op het Zuiden. - ---O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch -niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het -Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer. - ---Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa. - -La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een -ander vertrek. - ---En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan.... - ---Is dit het Zuiden? - ---Bijna. - ---Ik moet het volle Zuiden hebben. - ---Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste -zonsondergangen. - ---Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa. - ---Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de -beelderigste zonsopgangen. - ---Neen, marchesa.... - ---Heeft u geen gevoel voor natuurschoon? - ---Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid. - ---Ik slaap wel op het Noorden. - ---U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa. - ---Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden. - ---Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken. - -Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is -soms de keuze van een leven.... - -De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar -koelen toon, maar haar stem was als balsem. - ---Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden! -Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier.... - -En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige -pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de -lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter. - ---Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa. - ---Deze wil ik gaarne hebben, marchesa.... - ---Zestien lire, glimlachte la Belloni. - ---Tien, zooals u geschreven had. - ---Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren. - ---Ik blijf--als het mij bevalt--den heelen winter. - ---U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem, -stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten -wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een -Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee -dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel? - ---Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op -reis.... - -De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos, -blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat -gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht. -Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer -was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over -Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten -chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige -portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken -door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen, -pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf. - -Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met -een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de -chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging -en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij -dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet -denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er -niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand. -Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel, -zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en -stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich -frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich -gepoeierd te hebben ging zij naar beneden. - -Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij -moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet -zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de -geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe -dame, en verdwenen weêr. - -Cornélie zag om zich rond en wachtte af. - -De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een -plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze -hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was. -Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie -de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been -trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks -zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb. - -Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een -kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich -in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie. - -Hij groette beleefd en at ook van de macaroni. - -En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van -locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van -de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den -grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes -en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag, -bespeurde zij, dat hij ook glimlachte. - -Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog -zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch: - ---Het is amuzant, niet waar? - -Cornélie trok de wenkbrauwen op. - ---Hoe meent u? - ---Een cosmopolitisch gezelschap.... - ---O ja.... - ---U is een Hollandsche? - ---Hoe weet u? - ---Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye.... - ---Het is waar.... - ---Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn -charmant. - -Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester. - ---Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier -Genzano,--en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en -drink mijn eigen wijn. - -De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis -begrepen in haar pension. - -Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce -61.... - -Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van -den pokdaligen heer vermaakten haar. - ---U ziet naar den hofmeester, vroeg hij. - ---U let goed op, glimlachte zij. - ---Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in -het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet -wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten -vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni. -Maar wat een waardigheid.... - -Hij boog zich voorover. - ---De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél -jong. Dat betaalt minder. - -Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en dochter, die waren -binnengekomen en naast hem plaats namen. - ---Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo -Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch. - ---Is dan de prins terug? - ---Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor -u. - -Hij boog galant. - -De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon -doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om -den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt. - -Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie. - ---En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de -eigen kapel van Zijne Heiligheid.... - -Miss Taylor straalde van genot. - ---Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort. - ---Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It -was most exquisite. - ---Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te -rusten. - ---Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan.... - ---U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt -u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders -krijgt u niet de kaart voor de vroegmis. - -De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij -zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid -moest vernemen. - -Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes. -Cornélie stond op. - ---Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer. -Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via -della Croce, een fiasco voor u.... - -Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver. -Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken -en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te -lezen. - ---Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is, -een versterkenden wijn drinkt. - -Cornélie beaamde het. - ---Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet -daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco. - -Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok. - -De Duitsche dames bogen tegen Cornélie. - ---Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard.... - ---Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch, -Amerikaansch? - - - - -II. - - -Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door -Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo -verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling -geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare -fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas -beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van -een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had -vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan, -en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke -perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de -volgende, nauw aaneengeschakeld. - -Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso -nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had -zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij -aan geen enkelen keizer kunnen denken. - -En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en -toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar -heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet -teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie, -vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor -geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van -de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor -haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw -leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat -zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij -eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die -onafhankelijkheid.... - -Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare -scheiding? Zij was zwak--egoïst--; zij wist het; maar zij had een slag -gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen -zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich -gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van -hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een -anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude -japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden -jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu -gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij -had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog -goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt. -Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er -doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting -uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij -dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien -had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden -had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel, -en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien -geweest de redding voor hare jeugd. - -Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is -er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare -tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde -naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen, -niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom. -Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van -nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere -vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in -haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt, -de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om -haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed, -trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat -meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon -worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne -dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van -zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde, -die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit -hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet -sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het -niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie -haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets -bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring -gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te -houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare -omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in -evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar -behoud, maar in elk geval haar noodlot. - -Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence, -en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan -vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij -was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de -sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome. -Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij -zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op -een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote -en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij -voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect, -lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van -Rome, die zij buiten ried. - -En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet -van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde -klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het -schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was -te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar -kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten -stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn -deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar -mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich -omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve, -wringend de handen: - ---O God, zèg mij wat ik doen moet! - - - - -III. - - -Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was -het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan -wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had -laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes -draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den -welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden, -en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en -sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien -middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij -sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê -was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de -dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die -Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten -op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling -uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel -gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg -snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over -de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was -om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst -in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met -de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst, -en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij -vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij -van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid, -types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders -ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig. -Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen -in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van -ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de -avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken, -en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar -haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge -barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar -rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met -Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die -zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene -jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en -Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen, -groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van -de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling. -Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te -jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of -zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een -reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met -zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde -haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren, -vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging -ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde -het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een -kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte -dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was, -van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij -heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee -broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de -Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door -haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar -daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy". -Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en -Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en -de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid -op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken, -maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk -had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope -met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass -schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel, -die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen -de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie -voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een -kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na -den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine -wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of -zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa -Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een -hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep. - ---Blijf bij mij zitten in het salon.... - ---Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie. - ---Die Duitsche dame? - ---Ja. - ---Is zij van adel? - ---Ik vermoed van wel. - ---Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig. - -Cornélie lachte. - ---Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen. - ---Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel -adel was. Is u van adel? - ---Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen. - ---Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb? -Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album -met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van -Italië.... Wil u het eens zien? - ---Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten. - -Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche -dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom -zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de -koningin, en het was een groote vroolijkheid. - ---Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging, -de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard. - -Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze -Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op -het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving. - ---Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen -veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen -pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt -ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier, -invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij -schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan, -wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door.... - -Zij liepen voort. - -De baronin nam Cornélie's arm. - ---Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog -niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis, -in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet -slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door -ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en -egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik -ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind -mij niet aan hem. - -Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij -Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig. - ---En denkt uw dochter ook zoo? - ---O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie -voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen -alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is -misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden, -door ons reizen. Wat kan het mij schelen.... - -De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie -begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene -vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel -was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven? -Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat -nonchalante schouderophalen.... - -En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici. -De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den -blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder -de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een -ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af.... - ---Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht. - -Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's -woorden. - ---Rome _is_ mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een -groote troost voor velen. - -In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen -mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond -voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke -beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank -van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag -gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek. - -Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken -over het woord, dat hij gesproken had: - ---Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost.... - -En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had -het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû. - - - - -IV. - - -De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel, -als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in -eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de -eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij -ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden, -in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen, -maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de -Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds -kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een -besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen -van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan -den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens -thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een -zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen, -las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten, -die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun -guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van -muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar -pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare -onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond -zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het -cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van -het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde -haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope -was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude -Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar -alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis -aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw -van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen -van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het -menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie -was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag. - -Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling -alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio, -keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en -droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest -voor het diner. - -En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk. -Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen -kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners -draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van -zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van -Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid -te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee -groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding: -altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke -boek; de booze blik omdat er gesproken werd. - -En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier, -daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie -was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde -den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij -glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de -dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die -en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en -dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten -en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke -nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen, -die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar -Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen -machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen -een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van -Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend -insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan -zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails. - -Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare -vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet -aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het -zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare -tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks -through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las -Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als -zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets -meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen -avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe -die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin, -goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer -bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope -vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin -kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche -en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te -bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste, -soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher -op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn -schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande -die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje -Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij -zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon -of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond -iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van -juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak -van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten -onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of -den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes -van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen -ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De -jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in -toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een -Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve -hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden -telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten -kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse," -genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen -Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de -marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op -haar toe--mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan -een barones--trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als -monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij -haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg -zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het -interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor -een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen, -dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele -schilderijen te verklaren in Doria en Corsini. - - - - -V. - - -Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie, -naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw -Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen -winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek -vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den -volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en -hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû -komen voor archeologische studiën. - -Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen, -dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te -kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij -intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten -avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van -zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij -nauwlijks enkele dagen kende. - -Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een -gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond -was kil. - -Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij -over Italië, over zichzelve. - ---Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie -geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen -zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn -vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet -niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om -me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde -gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von -Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het -Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing, -en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat -ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang, -statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje -lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar -onverschillig van haar lippen vallen.... - ---U merkt goed op ... zei Van der Staal. - ---O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik -onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik -weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan -de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en -Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en -altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend, -ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone -Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op -dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me. - ---Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes. - ---Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd, -hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te -krijgen. - ---Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal. - ---Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet. - ---Pas dan maar op, lachten de meisjes. - ---Ben je Katholiek? vroeg mevrouw. - ---Neen.... - ---En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet? - ---Neen.... - ---Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard -is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis -woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel -minzaamheid zielen poogt te winnen.... - -Cornélie wilde niet gelooven. - ---Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit, -een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat.... - ---La Belloni...? vroeg Cornélie. - ---Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier -drie Engelsche zusjes bekeerd. - ---Door Rudyard? - ---Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter -voor het eerst.... - ---Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei -de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord. - -Cornélie viel achterover in haar stoel. - ---Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die -in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te -zien. - -En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed, -terwijl het zwom voor hare oogen.... - - - - -VI. - - -Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een -morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den -jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel. - ---U fietst niet? vroeg hij, afspringende. - ---Neen.... - ---Waarom niet? - ---Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde -Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar -wandeling stoorde. - ---Mag ik met u meêloopen? - ---Zeker. - -Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep, -natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten. - ---Het is hier zoo mooi, zeide hij. - -Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst, -met opmerkzaamheid. - ---U is archeoloog? vroeg zij. - ---Neen, weerde hij af. - ---Wat dan? - ---Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een -heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk. - ---U studeert toch? - ---Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren. - ---Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen? - ---Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê. - ---Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren? - ---Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen. - ---Dichter? - ---Neen. Niets. Heusch niets. - -Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met -haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar, -in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden, -maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn -leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende -oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd -fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet -schelen konden. - -Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het -noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht -naar woorden. - ---Het is hier zoo mooi, stamelde zij. - ---O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat -zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die -perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk, -zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die -rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven -alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi -hier.... - -Zij gingen zitten op een bank. - ---Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn -nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen, -wolken! - ---Schildert u? - ---Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al -geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder. - ---Schrijft u ook misschien? - ---Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog -niet alles geschilderd, maar geschreven _alles_. Ieder nieuw boek van -niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is -gezegd, en iedere roman is geschreven. - ---Leest u niet veel? - ---Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers. - ---Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd. - ---Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets, -ik besta. - ---Vindt u dat een goede levensopvatting? - ---Neen.... - ---Maar waarom neemt u dan geen andere? - ---Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets? - ---U spreekt niet in ernst, zeide zij boos. - ---Waarom is u zoo kwaad op mij? - ---Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd. - -Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide: - ---Dan zal ik liever wat gaan fietsen. - -En hij wandelde langzaam heen. - ---Idiote jongen! dacht zij kribbig. - -Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder -en zijne zusters. - - - - -VII. - - -In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er -geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest -was, en zelfs--omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten -maken--vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn -zouden gaan. - ---Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig. - ---En gaat u niet de ruïnes bezoeken? - ---Neen. - ---Waarom niet? - ---Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien. -Ik zie alleen maar ruïnes. - ---Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd. - -Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten. - ---Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook -kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt -mij tegen. - ---Hoedat? - ---Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet -waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een -stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts. - -Hij glimlachte. - ---Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien. -Rome is zoo mooi. - -Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich -vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de -zweepen. - ---Vole, vole!? riepen zij. - -Hij koos er een. - ---Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet -waar, Gaëtano? - ---Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op -zijn paard. - -Zij reden weg. - ---Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie. - ---U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû -van het volk. Het is een aardig volk. - ---U vindt alles goed in Rome. - ---En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk. - ---Waarom verkeerd? - ---Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid, -altijd de zelfde, en altijd verkeerd is. - ---Ik vind Rome moeilijk. - ---O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum. - ---Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering. - -Hij zeide niets, boos. - ---En hier is de Palatijn. - -Zij stegen uit en gingen door den ingang. - ---Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit -paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien. - ---Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers -waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer, -niet waar? - ---Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen? - ---Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken. - ---Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten. - -Zij deden zoo. - ---Voelt u Rome hier niet? vroeg hij. - ---Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te -hooren. - ---Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel -denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als -iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een -table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu -gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome. -Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande -de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de -antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door -onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van -Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld -ik het me.... - -Zij zweeg. - ---Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele -leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze -verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van -ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over -wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat -niet. En de toekomst interesseert mij niet. - ---Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij. - ---Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede? - ---Bijvoorbeeld. - ---Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze. - ---Hoe meent u? - ---Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te -droomen, en het Verleden is mijn groote droom. - ---Droomt u niet over uzelven? - ---Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig. - ---Heeft u ooit geleden? - ---Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen -nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik -gelukkig. - ---Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken? - -Hij zag haar verbaasd aan. - ---Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat óf niet, óf ik praat -zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek. - ---Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk? - ---Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg, -u vindt me zeker ziekelijk? - ---Neen, ik geloof van niet. - ---Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het -hier mooi. Ademt u Rome in? - ---Welk Rome? - ---Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem -er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende -oogen--hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest. -Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een -geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te -spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was -geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois. - ---Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek? - ---Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom. - ---Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de -vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede? - -Hij zag haar aan. - ---Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn -zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet. - -Zij zag hem aan, bijna met minachting. - ---U is niet van uw tijd, zeide zij koel. - ---Neen.... - ---Heeft u ooit honger gehad? - -Hij lachte en haalde de schouders op. - ---Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of -fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een -korst brood? - ---O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over! -smeekte hij. - -Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij -stond op. - ---Is u boos? vroeg hij deemoedig. - ---Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos.... - ---Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en -gedroom vindt? - ---Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten? - ---O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering. - ---Wat? - ---Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden. - ---En als _ik_ de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral -zijn: brood voor de toekomst. - ---Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is -u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte -fabrieksplaats? - ---Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet, -dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden. - ---En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand -krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal -u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst.... - -Zij zweeg. Toen zeide zij koel: - ---Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan.... - - - - -VIII. - - -In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier -gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij, -boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat -hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den -Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te -zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment -beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille, -holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het -was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum -voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich -die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij -een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was, -en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van -kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn -eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder -voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer, -voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden -met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles -geschapen was, en dat _zijn_ kunst nutteloos was. - -Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig -maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven--en zijne -behoeften waren uiterst gering--, voelde hij zich rijk, en was -gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang, -onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste -pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als -een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van -vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem -meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in -den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner -Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van -Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,--verblindend vizioen -van droomzuilen,--etherische tempels, paleizen van marmer transparant -oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun -Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man, -onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus, -voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies -van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een -standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen -hemel. - -Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog, -hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch -kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en -de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met -toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep -van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij -leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in -Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen, -het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren -kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In -de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte -ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit -weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van -oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende -oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte -naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich -verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er -zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius, -een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de -arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de -ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag -hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van -oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele -zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde -ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud -door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling, -zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen, -van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve, -na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand -van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven, -en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen -hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den -Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en -hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna, -en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche -bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom.... - -Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een -element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na -dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen -gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem -geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om -zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met -zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en -zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen, -was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de -zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk -of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem -heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met -het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in -schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen -leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het -getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin, -gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend -in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend -hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden -der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven, -zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte, -en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in -zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en -zusters--hij sliep en hij at bij Belloni--veel menschen ontmoet, zich -met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor -toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met -haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel -en al zich onmogelijk voelende in den kring--half Italiaansch, half -cosmopolitisch--van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes, -die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen. - -En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen, -dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de -wezenlijkheid van zoo een vrouw--nog wel in een boek--maar niet in -werkelijkheid. Haar uiterlijk al,--het bleeke, het gebroken bevallige, -het moede, had hem verbaasd--, en hare woorden verbaasden hem nog meer: -het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê -te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen -inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden -verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als -hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr -matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze -peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed -tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in -het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der -pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der -engelen en der madonna's op doek en wandtapijt. - -In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd -beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer -geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone -amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een -te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil, -tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en -Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met -Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van -gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar -liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit -verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht, -begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel -eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven -nog nooit. - -En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag -met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom -in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn -rust door verloren had. - - - - -IX. - - -Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit -feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal -daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een -gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet -gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie -zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van -zeer goede pensions, waar tal van reizigers--dames vooral--niet kwamen, -omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis. - -De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne -had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te -goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was -juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie -eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend -feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op -hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een -prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik -van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude -knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze -feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke -avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier, -Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje--een gast -afhalen of wegbrengen naar het station--,de post een paar keer per dag -rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den -lift,--haatte het bal, om al de invités der pensionnaires--want ieder -mocht twee of drie invitaties doen--, om al het vermoeiende gedoe -met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten -te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was -de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen -dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking -hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met -hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen -op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die -in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu -dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud -de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men -als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om -niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde -facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte -figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de -gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en -bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten. -Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch -ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine -jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het -waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en -afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar -toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en -zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig. -Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden -waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat -schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er -gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire -per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden -sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg -te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd -algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige -esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de -diepste verachting. - -Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men -stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden -opgesteld--een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen, -de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel. -Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en -jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal -van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend, -voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met -Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices -en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden -het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de -kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men -lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken -hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in -de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en -juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor. - -Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken -en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de -baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren -Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze -particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle -pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen -elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men -was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt -en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd -in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels -verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin, -wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn -en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor -iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons, -toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem, -omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders -in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie, -Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich -niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde -bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde -binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere -vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren -van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch -laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen -telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor: - ---Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio.... - -De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres -luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar -den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de -kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet -in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van -San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa, -en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de -baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een -wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen -als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel -Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam: -klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte -gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne -had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen -neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar -vader in Chicago. - -Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was -bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was -den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes -van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal -nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed -hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht, -aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke -verschijning. - -Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering -van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen -was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la -Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen -der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,--Cornélie en -Duco--in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een -der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij -praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te -voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden -praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister -verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om, -en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en -zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van -den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op -een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte -deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch -van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel, -dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden -zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig -luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk -uitgesproken door de marchesa. - ---En wie dan? vroeg de prins zacht. - ---Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in -dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar -dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de -mooie Amerikaansche. - ---En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins. - -De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets. - ---En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder. - ---Geen geld, antwoordde de marchesa kort. - ---En de jonge baronesse? - ---Geen geld, herhaalde Belloni. - ---Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê. - -La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare -afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op. - ---... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en -schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier, -omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is -en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en -betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets. -Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den -wijn laat ik haar betalen. - ---Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig. - ---Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand -is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een -dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet -zoo moeilijk zijn. - ---Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig. - ---Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet. - ---Hoeveel heeft papa u beloofd, als u.... - -De muziek boemde op. - ---... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is -gemakkelijk.... Miss Hope.... - ---Ik heb zooveel kousen niet noodig.... - ---... erg geestig. Als je niet wilt.... - ---... neen.... - ---... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel? - ---... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies. - ---... Urgent? - ---Schulden zijn nooit urgent! - ---Wil je? - ---Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen.... -En dan krijgt ... u.... - -Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania. - ---Urania? vroeg hij. - ---Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk -aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden -die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur. -Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering. - ---... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet -minder dan tien millioen. - ---Vijf.... - ---Neen, tien.... - -De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco -lachte. - ---Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid. - -Cornélie schrikte. - ---Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal? - ---Ja, ze maakten gekheid. - ---Ik geloof van niet. - ---Ik van wel. - ---Heeft u menschenkennis? - ---O neen, heelemaal niet. - ---Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn -en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet.... - ---Wat dan? - ---Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen -geld hebben, dan toch voor Urania Hope.... - ---Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert -me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik -het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...! -Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en -om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet.... - ---Heeft u ooit liefgehad? - ---Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo -gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie -is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is, -zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te -kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in -een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde -zich noemt. - -Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber. - ---Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo -alleen.... - - - - -X. - - -Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk; -eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard, -zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en -hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa -wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd -beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een -kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij -liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met -miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in -verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje, -dat eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of -Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde -zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle -kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte -met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke -soprani. - -Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch -over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het -gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel -geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden -ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne -koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig -de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer -onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog -altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend -aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte -over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor -van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam, -dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar -na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss -Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen -had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension, -waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare -verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard, -de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de -baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich -aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook--om -de tocht, zooals de baronin verzekerde--; nieuwe gasten namen hare -plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen -met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt -en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde -haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en -hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss -Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den -Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem -den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was, -ja dan niet. - -Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard, -en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij -priester was of leek. - - - - -XI. - - ---Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij. - -Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de -meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss -Taylor en Urania. - ---Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie. - ---U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania -kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik -zie ze niet en voel niet voor ze.... - ---En ik ben geen schim? - ---Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u -een schim te vinden. - ---Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie. - ---Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco. - -Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide -lachend: - ---Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan -godsdienst--ik meen kerkelijken godsdienst--behoefte had, zoû ik liever -Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu.... - -Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze -zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij -voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche -van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een -beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes, -waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo -geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant -door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het -Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne -moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna -en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en -verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over -Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar -zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde -Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en -verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke -indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen -haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want -hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke -aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië: -de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië; -Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het -forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje -zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht: -het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum -in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom -en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze -mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers -van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen -fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde -hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en -apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat -was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij -zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's. - -Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij -over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve -Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een -jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele -satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan -hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel -hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke -leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens -zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf -discipelen. - -En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam -hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan, -en verloor zich in de edele marmers. - -Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij -er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding, -als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen -stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet -meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven -getrouw gebleven. - ---En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû -ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan? -Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan -dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet -schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer -over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood? - ---Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde -donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn -moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en -weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo -zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel. - ---Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven -heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het -leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en _die_ lijn is -moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden. - ---Ik zie mijn lijn ook niet voor me.... - ---Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is -een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was -gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en -denken de zusjes er aan? - -De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken, -gichelden een beetje. Mama stond op. - ---Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat -zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die -lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat.... - ---Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn -lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is -heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust -verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een -doel konden vinden! Voor de Toekomst.... - -Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af, -tastende. - ---Brood? vroeg hij zich af. - - - - -XII. - - -Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die -in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos -was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren, -waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante -en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl -het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te -maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van -Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu -niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan. -Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen -zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten -en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide -waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het -deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij -zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche -madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig -liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek -haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet -ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er -zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk, -maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek, -terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van -de wereld. - -Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den -Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker -geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was -als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen: -kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren, -zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van -uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd -van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn -dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien--in -de teleurstelling van hare illuzie--, in het grauwe licht eener -toenemende onverschilligheid--niet edel was en niet goed; en wist zij, -dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als -een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en -Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans -en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland. -Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om -dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet -modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich -eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel -woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een -doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan -moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern -vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt, -vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een -droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst -alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo -te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend -een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was -het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij -voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed -alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig, -en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had -geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden -van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille, -het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en -stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij -leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij -had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar -Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag -zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit -begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in -haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo -lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië -niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en -de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk. -Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn.... - -Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel -jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien -roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En -doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de -Vrouw, voor het Meisje.... - -Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de -Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal. -Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij -had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten -den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette.... - -En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen -dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure -vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de -meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was -in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn -van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was -in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig, -in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie, -wist zij niet: - ---O God, zèg mij, wat wij moeten doen! - - - - -XIII. - - -Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te -verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in -hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens -schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed -van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter -gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en -trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via -dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna -geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er, -en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot -de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een -rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze -niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de -zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat -Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien -dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek; -en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet -weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid -niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken -toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door -enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens, -zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie, -intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef -zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en -ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie -voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat -daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum -toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich -gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer -ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes, -die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien, -om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem, -geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier -heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de -eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war -en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant, -elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van -verleden,--in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure, -met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar -na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten, -bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken, -terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat -hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets -onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw, -met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl -voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name -de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een -ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las, -dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen -leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom -dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend -stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem -zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek -en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei -hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten, -ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe -te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot -medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw, -als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn -harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij -haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers -aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij -voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer, -zag soms scherp, tròts zijn droomen, tròts zijn soms alles omvattend -gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer, -zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der -menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar -eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet -wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar -lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog -nimmer had gevonden. - -Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste -bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts -in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen -vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor -de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling, -weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en -schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over -zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar -Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en -aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst, -alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en -een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in -haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie -flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,--op wien zij -verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in -zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals -hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig -snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk -uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn, -delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor -haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk -grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en -een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld -nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te -maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn -ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg, -schudde en kwakte tegen den muur aan.... - -Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden -met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm, -mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen, -tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij -vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij -had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat -niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als -alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan -hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden -vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk -terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar -zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en -niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij, -walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich -diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder -iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden -vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld -en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad -was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste -van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het -niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens -voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een -beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij -nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende -zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de -conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden, -generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij -hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar -was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet -artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had, -dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn, -en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan -moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch -zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als -een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn -geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als -de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar -hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in -hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun -aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan -haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij -dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst. -De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen -lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar -levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat -zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad, -een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende -menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen -en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot -de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich -vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en -levensbeweging.... - -Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in -hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor -haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om -zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd, -en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar -brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van -hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij -vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten, -eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde -zich klaar om te weenen, te snikken, en--vreemd--in haar bitterheid, -dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich -niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder -zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn -zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén -zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar; -zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen -goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar -knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor -menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt -opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en -restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging. -Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet -alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien -avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij -liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen -gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij -hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij -had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat -haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de -rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn -droomen--als was die draad zijn levensrichting,--zoo veel kalmte en -zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem -opzag. - -En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs -droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,--zij voelden -elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen, -terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van -werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den -hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar. - -En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies -waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor -den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde -stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om -zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte. - -Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare -rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar -het Colosseum--donker te raden boog in donkeren nacht--, snikte zij, -zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en -eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes -der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en -wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld -verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel. - - - - -XIV. - - -Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was. -Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger, -en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het -overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens -gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette -daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje. -Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat -afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet -gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per -avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet -lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd. -En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich -'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en -de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van -Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de -gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige -menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en -niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan, -maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en -aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van -San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat -het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine -ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag -zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in -druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten. -Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen -bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman. - -Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen, -voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats -innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een -prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes, -herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat -tegen de maatschappij en de wereld en de menschen. - -Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der -Staals mevrouw en de meisjes en Duco--naar het salon, zette zich in -een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar -tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame--de meisjes hadden haar al -bijgenaamd: het satijnen fregat--glimlachend naar hen toe zagen komen -en zeggen al van verre: - ---I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al -sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot -na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner--maar ook alleen -maar nà het diner--in _dezen_ hoek, aan _deze_ tafel, op _deze_ plaats. -Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr -innemen.... - -En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van -der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich -ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren, -zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag -plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach; - ---Very much obliged, I thank you very much. - -Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen -fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende, -verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de -meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames, -met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te -lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en -gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte. - ---It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en -groezelig draaiden zij de deur uit. - ---Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen.... -Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen -zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit -misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...? - -Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij -wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het -laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij -nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten -bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in -de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte -op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en -de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig -oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk -niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan -mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû -toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te -zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte -bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco.... -Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn -koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op -een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner, -stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat -was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor -roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel -eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den -nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het -maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene -zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn -binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte -de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome: -keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende -wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen -schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij -eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in -schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder -den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij -hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij -drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om -haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde -haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig -uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide -niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En -zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus -het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen -heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog -en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht. -Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm. -Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de -kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten, -en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis, -en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht -te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij, -dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe -weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn -nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ... -was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep -in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke -satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw -Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar -banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich -zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij -zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht -aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon -zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan -iets moois.... - -Maar Urania moest zij waarschuwen. - -En moê sliep zij in. - - - - -XV - - -Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent -haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar, -zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en -voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken -had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat -zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep -ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie -stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich -te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij -mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in -Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar -Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten -van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling: -zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare -prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende -aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn -moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken, -klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden -zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk -heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden, -maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde, -tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper -uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij -zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij -bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als -twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht -over hare brochure; hij sprak,--om haar lief te zijn--over den -toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij -laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de -luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een -man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de -Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist. -Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee -bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij -zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte -met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde -alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner. -In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het -aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was -tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had -een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij -niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel. -Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een -prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel -moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe, -in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure -nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht. -Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar -Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van -gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam -over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar -geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde -jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van -Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde, -vond zij Italië toch wel interessant. - -Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij -geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet -voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de -woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare -avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel -niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden -met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar -de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een -tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp: -ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij -wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo -gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij -dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen -leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest -in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad. -Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo -kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê.... -Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem, -alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn -oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak, -had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij.... -Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare -natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe -gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien -in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van -alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar -schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne -onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit -in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het -haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man -comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde -het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich, -rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur, -haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en -glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in -een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de -frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar -was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij -voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel -vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen -zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en, -starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar -toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû, -langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende -door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere -zoekende zielen? - - - - -XVI. - - -Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met -Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje -en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en -om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van -Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano, -in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke -tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie -had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp -alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn, -twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania -stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz, -en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden. -Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania -lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan, -dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche -meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer -gewichtig--een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!--en zij -fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende -vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord -had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met -haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke -erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel -voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de -bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met -haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen--geen vat krijgende op haar -argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en--als Cornélie vermoedde, ---daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals -had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa -te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de -beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender -waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die -lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet, -verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te -zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in -te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere -stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En -Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over -zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had -geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand -van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had -doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op -dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania -haar erg knap vond--a very clever girl--zoo te kunnen redeneeren en -te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk -op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel -gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den -langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de -onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt, -geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar -eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een -tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene -niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het -"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare -eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn -grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende, -dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij -terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes -alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld -lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een -verarmd Italiaansch huis,--dat den Paus was trouw gebleven, en den -koning niet diende--te verbeteren in zijn finanties. En zij waren -beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt -werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten, -zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio -zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei, -dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier -hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En -hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond -Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van -haar aannam en een koekje wilde eten. - -En Urania toonde haar album met wapens--de prins had het zijne er al -in afgedrukt--en toen haar album met stalen van de baljaponnen der -koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij -opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met -zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij -zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare -Majesteit; zijn nicht,--niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet -pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,--had hem dit -lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien: -de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging -daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet -naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit -vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon -hem kwaad doen in zijn carrière,--welke carrière? vroeg Cornélie zich -af--als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel -bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen. - -En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den -maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd, -en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven -Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een -koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur: - ---Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede. - -En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar -kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in -die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid -en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen -tricot-fabrikant. - - - - -XVII. - - -Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en -Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni. -In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco -iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo -zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen -dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg -er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren: -'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café, -meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde -Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel -te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door -kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen, -begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij -haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar -sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar -"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg -tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en -begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge -vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking, -dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad; -nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen -uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar -Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven -in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar -hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke -Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele -intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden, -levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal -onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie -verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet -meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde -voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van -kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof -scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania -Hope haar niet schelen kon. - -Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie -voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke -tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en -eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen, -te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in -gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist -had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet -waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar -aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde -hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van -haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte, -de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met -de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange -wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief -voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als -van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren. -Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren -hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de -contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan, -in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint, -ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in -een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een -levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was -niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie, -zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en -uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij -werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet -slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van -côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch -cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur -naar wat onnoozele intrigue,--nauwelijks intrigue, dacht hij--en was -zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken -van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte -om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat -hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij? -Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste -geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den -droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde -op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond -als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij -was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim -dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar -zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield -van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich -heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies -doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen -en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan -Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid, -van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare -van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat -samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:--een -onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig, -klein tevreden en kalm--maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van -iederen dag. - -En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw -Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli, -wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar -het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel--als tafel--in de -villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen, -zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van -het Nemi-meer,--spiegel van Diana---en reden over Frascati terug. In -het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men -overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht -aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer -trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo -jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom, -zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en -dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen -alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het -droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig -naast hem--rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend -in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van -een nauwlijks goudenen zonsondergang,--dat hij haar dierbaar was om -die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende: -klare stem uit droomschemer opklinkend--en dat zij gelukkig was naast -hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn -hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de -lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar -het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde -toekomst.... - - - - -XVIII. - - -Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich -met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met -Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling. -Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het -Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van -Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren -op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die -praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen. -Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap, -dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den -prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk -niet veel zeggen. Toen na het hofbal--waar de koningin waarlijk het -gepailletteerde brokaat had gedragen!--zocht Urania Cornélie weêr op en -bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had -hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als -was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg -hoe zij zoo iets had kunnen beloven.... - ---Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn -visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien, ---hij woont in het Palazzo Ruspoli--als hij mij een paar schilderijen -toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren -te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke -kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang -met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je -dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in -zijn atelier.... - ---Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand -verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is -onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een -huwelijk? - ---Als ik Roomsch word.... - ---En...? - ---Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij -weifelend. - -Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van -prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen. - ---Alleen.... begon zij. - ---Wat...? - ---Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten. -Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets, -geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging -naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn -vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord -van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel -van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude -Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano.... -Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar -woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie; -maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is -er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb -mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla, -de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel -niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat -vervelend.... - -Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes: -tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit -huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een -titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij -hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar -ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû. - ---En wanneer zoû je naar den prins gaan? - ---Van avond.... - ---Ga niet. - ---Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan. - ---Verzeker je het mij? - ---Ja, ja. - ---Ga niet, Urania. - ---Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal -niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan.... - - - - -XIX. - - -Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat -Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant, -waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang, -niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde -onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken -en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek, -gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan -den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de -Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht, -en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire -voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam -van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi -was.... - -Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij: - ---Ik ga naar het Palazzo Ruspoli.... - -Hij zag verbaasd op. - ---Waarom? - ---Om naar miss Hope te vragen. - -Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien. - ---Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er -... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken.... - -Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo -excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van -onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te -vinden. Cornélie zag op haar horloge. - ---Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen -tijd. - -Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht -en stond op. Hij volgde haar. - ---Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er -allerlei last meê krijgen. - ---Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad -doen. - -Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken -niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw -Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de -Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien -prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij -werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al -aan den suisse: - ---Is de signore principe thuis? - -De man zag haar argwanend aan. - ---Neen, sprak hij kort. - ---Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne -Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond -den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets, -dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz.... - -Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde -het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het -iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen -bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die -gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam -het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den -portiek. - -Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij -deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar -weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû -hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare -van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo -tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien -hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok -en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare -minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine -restauratie.... De suise kwam terug. - ---Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen.... - -Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne -verwarring. - ---Ga je meê? - ---Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten. - -Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den -breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar -tegemoet. - ---Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen -waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar -hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak. - ---Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken.... - -Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen. - ---U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als -het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ... -maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug, -zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken? - -De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een -vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij -de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer. - ---Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij -beide handen en zag haar angstig aan. - ---Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken. -Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden. -Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen? - -Urania begon te weenen. - ---Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet. -Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk.... - ---Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend. - ---Waarom deed je het dan? - ---Ik kon het niet laten. - ---Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet.... - ---Ik weet het! - ---Wat zie je in hem? - ---Ik hoû van hem.... - ---Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer -je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande -vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn? - ---Cornélie ... stil...! - ---Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen -reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch, -liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed, -maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind! - ---Cornélie.... - ---Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of -neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook.... - ---Ja, blijf jij ook.... - ---We zullen hem roepen. - ---Ja. - -Cornélie belde, een lakei verscheen. - ---Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een -pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis -zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer -hoffelijk, en uiterlijk kalm. - ---Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en -huichelglimlach. - ---Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak -Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent -haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!? - -De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met -haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag -eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en -frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid: -die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van -een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep -grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw, -bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome, -morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw, -die hem--hij was er zeker van--doorzag; die hem--antipathiek--toch -toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit -louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij -bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij -vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer -gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat -hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar, -zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te -hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van -nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas, -niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug, -en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich -tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins: - ---Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid -ben: màg ik ze zien? - -De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur, -éen vlam in een oogenblik. - ---Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek. -Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der -Staal. - -De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij -twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en -signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie -werd hem zeer sympathiek. - ---Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te -komen. - ---Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen.... - ---Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig. - -Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar -zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag -in den spiegel. - ---Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania. - -Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie. -En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin -aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien -Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later -schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der -gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en -tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte -vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk -schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en -neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een -donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie -en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van -bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende.... - -Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus, -niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had -gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk -verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen. - -Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde -om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde -den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij -de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten. -Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne -vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die -kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er -een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na, -levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer -van dat groote salon, bureau van den prins--zijn schrijftafel stond -er--de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen -van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen -tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei -geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar -nooit gezien--niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn -atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij -éene vrouw, of tien vrouwen? - -En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere -openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als -een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet, -meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat -element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze -woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door -elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en -regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het, -dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen. -Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen--want -bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende -hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare--maar zijn -natuur was zoo weinig ernstig--hij zoû trouwen meer om zijn vader en -de marchesa Belloni, dan om zichzelven;--hij leefde even pleizierig -met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû -doen--dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat -hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa -zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op -Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had. -Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole, -morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die -Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië? -Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig, -mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich -met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas -vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm -Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij -beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor: - ---Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij -_overwonnen: ik geef mij gewonnen_.... - -De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd -om niets, maar tusschen henbeiden--den prins en Cornélie--klonken zij -vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen.... - -Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de -champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen: - ---O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!! - - - - -XX. - - -Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij -zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord -had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure -verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd -zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat -zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond, -scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te -praten. - -Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten -in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten -afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele -guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en -zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis -achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der -osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de -halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte -eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts -half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne -gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het -even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach, -geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar, -aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas -kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige -manteltje--losgeknoopt--en in hare blouse een ruikertje viooltjes -gestoken. - -De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere--den -eenigen,--die hen goed kende, van iederen dag--familiaar minzaam -iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote -plannen, hare blijde woorden--het schitterde hem alles tegen, -studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral -gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van -assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan -den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die -openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze -was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder -en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn -zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad -tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een -innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn, -samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was -geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen -liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van -opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet. -Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar -leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties, -vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar -eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar -het overwoog niet in hare waardeering. - -En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder -behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met -den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania -opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare -natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen -Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij -betaalde--het was zijn beurt--en zij stonden op en zij nam vroolijk -zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier -doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij -zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het -nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En -zij wilde het hem geven. - -Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan -en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij -zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De -vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij -stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat -gestapeld lag. - ---Cornélie...! riep hij nu, iets radende. - ---Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil.... - -Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen. - ---Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet. - -Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest -vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor -honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria. - -En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen -op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk. -In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat -Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist -neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn -goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog, -recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om -den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn -armen. - ---Mag ik je danken, Cornélie? - -En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug. - - - - -XXI. - - -Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een -gewone beleefdheid na gisteren avond--haar geïmprovizeerd bezoek in -het Palazzo Ruspoli--en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een -prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk ---artikel eerst--was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû -zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had -gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette -zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij -gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij -zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres -plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij -bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal -van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het -kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van -vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst, -in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel; -wetten voor huwelijk en scheiding.... - -Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er -bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche, -Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd. -Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk; -sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met -inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en -gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar -leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht? -In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde -meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij -liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur -en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar -huwelijk, hare scheiding.... - -Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij -er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te -denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen.... -Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel -te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en -zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen -roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms -te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht -zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde -zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid -geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten -vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk -in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor -zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar -zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van -hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar -wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had -zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een -twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven -uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar -artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der -Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten -van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige, -werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,--te oppervlakkig;--en -dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar -ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus -met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De -Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het -Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat -hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en -te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van -het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn. -Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk -gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en -nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan.... -Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een -week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden, -van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere -coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen.... -Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst -dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en -champagne--: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt--en de prins, -klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd -viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel -aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en -flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was -zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad.... - -Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan. -Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat -zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar -ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje -en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de -concierge bezorgen liet.... - -Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie, -toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het -was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich -klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak -een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den -schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag -goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn -gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat -wel gebeuren zoû gaan.... - - - - -XXII. - - -Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar -belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de -proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar -zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte -zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf -een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde -gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,--met -aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen, -viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel -slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk. - -Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam, -zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem -glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van -een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze -handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en -hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur, -over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg, -of hij haar stoorde. - ---U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan -het hart ligt? - ---Neen. Ik zag drukproeven na. - ---Drukproeven? - ---Ja.... - ---Schrijft u? - ---Voor het eerst. - ---Een novelle? - ---Neen, een artikel. - ---Een artikel? Waarover?? - -Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte -vroolijk. - ---Dat had u nooit gedacht, niet waar? - ---Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend -aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In -het Hollandsch? - ---In het Hollandsch. - ---Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen.... - -Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem -bonbons. Hij knabbelde er ettelijke. - ---Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig? - ---Soms ben ik heel ernstig. - ---Ik ook.... - ---Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel -ernstig geworden. - -Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan. - ---U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap. -Wat u wil, dat gebeurt. - ---Soms.... - ---Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. _Als_ ik wil. -Maar meestal wil ik niet. - ---Verleden wilde u wel.... - -Hij lachte. - ---Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan -u. - ---Wie weet! - -Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit -het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in. - ---Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig. - ---Wat? - ---Een souvenir aan onze eerste kennismaking. - ---Het is charmant van u. Wat zal het zijn? - -Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij -opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in -den vorm van een volant, voor een laag lijf. - ---Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met -zooveel genot. - -Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij -hem doorzien. - ---Zoo moet u het dragen.... - -Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den -eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien, -zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn -geschenk. Hij ging zitten. - ---Ik ben blij, dat u het aanneemt. - ---Heeft u Miss Hope ook wat gegeven? - -Hij lachte, zijn overwinnaarslachje. - ---Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan -u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant. - ---Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken? - ---Ach! lachte hij. - ---Welke carrière? - ---Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij? - ---Hoe meent u? - ---Zoû ik haar trouwen? - ---Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen.... - -Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze -toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen. - ---Dus voor vrije liefde? - ---Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen.... - -Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had -hij misschien nog getwijfeld. - ---En.... vindt u mij ontwikkeld? - -Zij lachte, coquet, met even iets van minachting. - ---Hoor eens, wil u ernstig spreken? - ---Heel graag. - ---Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde. - ---Dus ben ik niet ontwikkeld? - ---Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling. - ---Dus ben ik niet modern? - ---Neen, sprak zij, een beetje geërgerd. - ---Leer mij modern zijn. - -Zij lachte nerveus. - ---Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania _niet_ te -trouwen. - ---Waarom niet? - ---Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief, -Amerikaansch parvenuetje.... - ---Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft.... - -Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op. - ---Doe het dan, sprak ze onverschillig. - ---Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet. - ---En uw papa? En de marchesa? - ---Wat weet u daarvan? - ---O, alles.... en niets! - ---U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat -weet u van mijn vader en van de marchesa? - ---Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien -millioen? - -Hij zag haar in stupefactie aan. - ---Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf -millioen.... Dollars of lire? - -Hij sloeg de handen in elkaâr. - ---U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe -weet u? Hoe weèt u? Weet u alles?? - -Zij wierp zich achterover en lachte. - ---Alles.... - ---Maar hoé? - -Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde. - ---Zeg mij.... - ---Neen. Dat is mijn geheim.... - ---En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag? - ---Ik durf niet raden in uw belang. - ---En wat Urania betreft? - ---Raad ik haar af. - ---Hèeft u haar al afgeraden? - ---Zoo nu en dan.... - ---U is dus mijn vijand? riep hij boos. - ---Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin.... - ---Een vriendin? Tot hoever? - ---Tot zoo ver _ik_ gaan wil. - ---Niet tot zoo ver _ik_ wil...? - ---O, neen nooit! - ---Maar misschien willen wij even ver? - -Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna -kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de -knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren. - ---O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen. - -Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak: - ---Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen! - -Zij lachte hem uit. Hij stond op. - ---Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij. - -Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar. - ---Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik -niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we -spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te -trouwen? - ---Wat kan ik doen, als _u_ me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als -een lieve vriendin.... - -Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor -hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen; -hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden. - ---Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar -millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft -kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten. - ---Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan -komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....--hij -trok een tragisch gezicht--: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik -toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ... -zal elders zijn.... - ---Waar? - ---Met de richting der vrouwenbeweging meê. - -Zij lachte. - ---Nu wil ik dan lief zijn? - ---Ja.... - ---En u beloven te helpen? - -Wat kon het haar schelen? - ---O, engel, demon! riep hij uit. - -Hij knabbelde een bonbon. - ---En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend. - -Zij trok de wenkbrauwen op. - ---Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst. - ---En aan u. - -Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin. - ---En aan mij. - ---U dineert dikwijls met hem. - ---Ja. - ---Dineer ook eens met mij. - ---O, heel gaarne. - ---Morgen avond? Waar? - ---Waar u wil. - ---In het Grand-Hôtel? - ---Vraag er dan Urania bij. - ---Waarom wij niet alleen? - ---Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik -zal haar chaperonneeren. - ---U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van -der Staal mij ook het genoegen te doen.... - ---Ik zal het doen. - ---Dan tot morgen, half negen? - ---Tot morgen, half negen. - -Hij stond op, om afscheid te nemen. - ---Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik -liever.... - ---Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet. - ---U zoo koel. - ---En u denkt lang niet genoeg aan Urania. - ---Ik denk aan de vrouwenbeweging. - -Hij ging zitten. - ---Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij -kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal. - -Hij kuste hare hand. - ---U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de -interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet. - ---Omdat ik drukproeven corrigeer. - ---Omdat u is, die u is.... - -En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend: - ---Ik zal u nooit kunnen vergeten.... - -En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was -zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur: -zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen -iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag. -Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen.... -Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren. - -En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur -kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje, -het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had -opgehouden. - - - - -XXIII. - - -Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar -Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het -was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel, -en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst -uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste -huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de -antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest, -blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel -nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op -zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene -met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje -gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder -wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een -ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde -vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest--meende men--; -zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met -dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men -had er spoedig alles van geweten.... - -Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en -zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos -was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog -in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende -over een fraze in haar brochure--werd er geklopt, bracht de meid -haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde. -Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare -chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk -overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een -hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat -de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor -Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet -haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust -was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als -getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar -niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen -dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort.... -Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende -haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel, -antwoordde zij eindelijk: - ---Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever -hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer -bewijst.... - ---Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben.... - ---En wat ben je dan? - ---Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom -stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie? - ---Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio -flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat -mij niets aan.... - ---Een reden te meer. - ---Het is afgesproken, hoor kindje. - -Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg: - ---En blijven wij toch "good friends?" - ---Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te -brouilleeren? Ik zie er geen.... - -Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had -tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij -later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van -het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige -hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij -de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij -stond op, rekte zich uit. - ---Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen.... - -Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de -zitkamer. Urania weende. - ---Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je -huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je -bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je -denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin -di San Stefano wordt? - ---Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik -weet het niet.... - -Cornélie haalde de schouders op. - ---Je bent nog verstandiger dan ik dacht.... - ---Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik -vertrouwen op je raad? - ---Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten. - -Urania vatte haar hand. - ---Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet? - -Cornélie zag haar diep in de oogen. - ---Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het -denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû -niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets -socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel.... - ---Ik ook niet.... - ---Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren, -dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik -antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal -koud. - ---En je noemt je mijn vriendin.... - ---Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan -niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten.... - ---Je bent coquet.... - ---Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio. - ---Heusch? - ---Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als -het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel -ik het niet. - ---Je houdt van Mr. Van der Staal? - ---Heel veel.... - ---Ga je met hem trouwen, Cornélie? - ---Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk -is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo -overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan. -Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di -Spagna.... - -Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij -Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten, -hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins. - ---Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar -huis? - ---Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer. - ---Wat? - ---Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het -Grand-Hôtel en geen champagne. - ---Waarom niet? - ---De aanstaande prinses wil het niet. - ---Is zij jaloersch? - ---Cornélie vertelde hem van de scène. - ---En u mag zelfs niet met me meêloopen. - ---Jawel. - ---Neen, neen. - ---Ik doe het toch. - ---Dus het recht van den man, van den sterkste? - ---Juist. - ---Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn -roeping ongetrouw. - ---U is allerliefst ... als altijd. - ---Dat mag u niet meer zeggen. - ---Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar -trouwen? - -Cornélie schaterlachte. - ---U vraagt beiden _mij_ raad! - ---Ja, ja, wat denkt u? - ---Zeker, trouw haar! - -Hij zag niet hare minachting. - ---Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en -lachte. - -Nu zag hij er iets van. - ---U veracht mij, ons beiden misschien. - ---O, neen.... - ---Zeg mij, dat u me niet veracht. - ---U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar -dat niet alleen moet reizen. En u.... - ---En ik? - ---U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u.... - ---Dadelijk, dadelijk.... - -Hij kocht het boeketje. - ---U is zoo dol op viooltjes, niet waar.... - ---Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij -afscheid van elkaâr. - ---Neen, ik breng u thuis. - ---Ik ga niet naar huis. - ---Waarheen dan? - ---Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar. - ---Hij is wel gelukkig! - ---Waarlijk? - ---Kan het anders! - ---Ik weet het niet. Dag, prins. - ---Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen. - ---Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik -geloof.... - ---Wat.... - ---Dat Duco precies is als Urania.... - ---Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr? - ---Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de -viooltjes. - -Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat -Duco door het raam hun afscheid had gezien. - - - - -XXIV. - - -Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en -zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had. - ---Wat is er? vroeg zij lief. - ---Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken. - ---Waarover? - ---Je doet niet goed. - ---In welk opzicht? - ---Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem -dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak -hij--en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de -restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder -beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem -in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt. -Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet. -De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem -aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te -gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van -je hoû--waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je -stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij -spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden. -En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij -spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat -is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden -je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen. -Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven? -Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik -begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat -vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb -je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar -ik voel toch, dat _dit_ niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet -meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren, -het was me een marteling.... - ---Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar -waarom? - ---Waarom? Waarom? Je vernedert je. - ---Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil _ik_ spreken. Ik ben niet hoog. -Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler -zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon -vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco, -nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel -een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat _ik_ ook -veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos -zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met -je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar -vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar -soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou. -Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te -hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er -is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik -daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht? - -Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en -hij antwoordde niet. - ---Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om -tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik -ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou -vergeet ik niet. - -Hij zag haar glanzend aan. - ---Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer? -Geef me een hand, wees niet boos meer.... - -Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers. - ---Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie, -word mijn vrouw. - -Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en -staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden -op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit -voor hen neêrgezet en trok zich terug. - -Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem -en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had -kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden. - ---Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag -in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde -natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het -kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het -niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige -gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde.... -Wat het dan wel is...? - -Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij -het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort: - ---Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik -weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die -gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het -huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het -huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het -huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk, -maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke -moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze -banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd--en ik geloof die belofte -te houden--dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is -er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje -van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar -ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû -hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik -opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort -om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor -behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk, -er is de kwestie der kinderen, er _zijn_ velerlei moeilijkheden.... Ik -kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat -_ik_ ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je -niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb -je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik. -Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te -hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu -kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit -eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie, -trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe -hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven, -heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet -... ben ik alleen met Gilio.... - -Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den -kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen. -Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op -van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open -waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan -de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en -sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand. -Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs -de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps -Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op -een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in -zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en -omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij -gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem -daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid, -en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in -zijn armen. - - - - -XXV. - - -Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn -moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende -aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet -Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal -en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie -minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco -begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar -aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en -wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden -het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide -aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten -tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels -niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde, -in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan. -En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en -louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden -zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri -en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk -gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen -zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten -en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo -rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid -werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk -verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun -geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen -de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi, -aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente: -de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag -wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van -den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook. - -Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle -touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat -zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek, -dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij -hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in -elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige -bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt. - -Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar -Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in -zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun -droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder -dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen -der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende -met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn -liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring -was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet -zagen en de gewone menschen niet ontmoetten. - -Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer -van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij -zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij -dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen -liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar -eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun -droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof -een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat -zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij -nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest, -zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het -oude kasteel _a dear old house_, de oude man _a dear old man_. Zij -zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel. -Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor -Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden -ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader -kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op -tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend -détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij -zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice: -het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende, -vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de -monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de -Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio.... -De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar, -fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En -de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij -naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien.... - -Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te -bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach: - ---Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau -en een titel zouden mij niet gelukkig maken. - ---Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan -kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg.... - -En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden--hunne vingers -in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,--dat ook _zij_ gelukkig -waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op: -zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel -op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende -bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen -van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan -werkelijkheid. - - - - -XXVI. - - -De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen -ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed -in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem -werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere -rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar -oogen, blijdschap om haar mond--van nerveuze aandoening trilden -zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië -welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige -kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden -van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken: -natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van -de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt -tot water--en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps -gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en -overwinning. - -Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken, -bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid -was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging. -Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf -zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn -tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep -van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal. -Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel -Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging -zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie -van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij -schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid, -wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet -waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw -der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets--en -zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een -groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels -en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en -haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter -en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet -het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als -centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de -verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken -van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en -geleiding.... - -En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat -_zij_ leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur, -waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat _hij_ als op -zijn schets--heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,--een moderne stad -zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen -natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral -voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart -van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar -wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en -gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk -zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien -en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid, -waarin zij droomden--terwijl het was zuivere waarheid en voelbare -werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal -van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke -lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij -bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch -aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart, -maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en -zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij -dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie -elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen: -enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi; -andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;--hij -zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los -uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare -gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed, -de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der -liefdezusters--zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster -modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening -van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval -tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie -overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene -mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen -snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening -was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar -modern--nerveus en morbide--en toch zonder conventioneel ideaal -van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische -harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de -ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer -en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte -lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij -voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang -gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en -zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende -vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij -met enkele veegjes van wit en tikken van licht--of hij licht had onder -zijn kleuren--de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij -haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar -naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee, -tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij -langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug -tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar -de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders -blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch -gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de -verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten.... - - - - -XXVII. - - -En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele -gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en -het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een -wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn -figuren karakterizeerde--en ze liep langzaam dalende lijn af naar een -sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen -staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een -wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen -haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de -diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen -orchideeën, als monden van liefde.... - -Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling -deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er -niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking, -spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er -zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het -wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote -aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen.... - -En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en -werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam -een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare -afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en -overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze -weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de -"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide. - -Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke -lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter -zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel -scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen -de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze, -zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen.... - -Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en -Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van -geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter -met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio -naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen -weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield -alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die -feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die -feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat -alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen -hoe moeilijk het was--zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord -willen staan--aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale -en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën -van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij -genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij -was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in -de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij -hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes.... -Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal -wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen, -al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen -Duco en haar, Cornélie--al nam de Romeinsche wereld hen tijdens -die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als -landgenooten--wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier. -Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met -wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen -voor hen uit.... - -Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief -ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke -bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit. -Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet -dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht -van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al -lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten -verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter; -mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad; -de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij -had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein -kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg -haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen -en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had -verkeerd gehandeld--maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar, -zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen. - -Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was -in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht -haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog -wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en -ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde -haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich -te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem -vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij -drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag -met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende -Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst, -daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat -ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend -hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar -vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij -doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat -zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare -kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog -genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal -zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben. -Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar -dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat -dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met -hem. Hij had wel genoeg--een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij -verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en -kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein -aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat -zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over -een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet -noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht. -Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij -gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en -hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken -in de Via dei Serpenti--en dineerden in de osteria. Cornélie stelde -voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis -gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats -innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter -dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun -toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van -schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van -een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede. -Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van -niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend -en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter -aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een -land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende -kunst. - -Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in -zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag -aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar -nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren -voor hun leven van geluk en eenvoud. - -En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met -hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen -onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef -zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie -af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen -allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen -van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte. -En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets -dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en -lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag -naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan -kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde, -dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver, -maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld, -verslapte--momenteel--zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû _zij_ -moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon -niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû -willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen -blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden, -werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij? -Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving -haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden: -zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een -blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan -wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein, -zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon. -En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor -Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en -begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van -Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in -het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden -was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even -hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef -enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op, -hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk -geluk.... - -En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl -van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige -reisbrief.... - -Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat -behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar -ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor -hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij -een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij. -En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam -aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij -elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden. - - - - -XXVIII. - - -Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van -Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten, -weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op -een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de -zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti, -over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste -bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende -oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met -een blijden glimlach en trad haastig op haar toe. - ---Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome -en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend -zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan -weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier -weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet -eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen? - ---Ik kon waarlijk niet komen.... - ---Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men -vertelde mij, dat u verhuisd was.... - -Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen. -Zij zweeg. - ---Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met -bedoeling.... Waar gaat u heen? - ---Ik moet naar het postkantoor. - ---Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm -om te wandelen? - ---O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met -Urania? - ---Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig -prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken. -Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn -huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio! - ---Waarom? - ---U wist, niet waar--hoe weet ik nog niet--u wist voor hoeveel ik me -verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia, -wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk. -Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij -kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet. -Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen -daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante -kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat -had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest. -Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer -zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze -kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was -rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu -niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had -dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante, -de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr -wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad, -tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora, -ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze -met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de -vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie -millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het -dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn -zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies -hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig. -Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke -vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice -en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre -in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij -"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of -daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken. -Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen -als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet -uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er -aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven -dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû -Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar -vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart -meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen -mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we -heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een -beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit -veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is -onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is -het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn, -om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich -in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin, -ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen. -Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen -had in een kousenfabriek te Chicago?? - -Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep -ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had -behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen -en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en -hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten -aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij -gevoel had voor San Stefano. - ---O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit -gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de -tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U -wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u -een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een -bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik -eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu -gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van -gehoord in onze wereld. - ---Uw wereld is de mijne niet, prins. - ---Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën -hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig -doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan -versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel -gemakkelijk.... Maar dàt mag niet! - ---Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer. - ---Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want -ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och -toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees -barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het -aan Urania zeggen.... - -Zij lachte. - ---Wat? - ---Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres -voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal.... - -Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan. - ---Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes -neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag -verklaren. - -Hij was blijkbaar verlucht. - ---Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano? - ---Neen, ik kan niet, heusch niet. - ---Waarom niet? - ---In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn -verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig. - -Hij haalde de schouders op. - ---Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere -convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd. - ---Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet.... - ---Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend. - ---Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te -treden. - -Hij vouwde de handen. - ---Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen -wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom -te San Stefano. - -Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij: - ---Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ... -dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten. - ---Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen -vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen" -van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe -dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik -zal haar voorstellen u spoedig te vragen.... - ---Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet.... - ---Waarom niet? - -Zij zag hem lang aan. - ---Wil ik heel eerlijk zijn? - ---Natuurlijk. - -Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil -op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan. - ---Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden. -Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje -verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een -artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig -en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit -oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen -in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven -woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij -scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik -niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen -geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe.... - -Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen; -nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch -meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg. - ---Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig.... - -Zij glimlachte en haalde de schouders op. - ---Wat wil u? Dat ik er over jammer? - ---Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij -uit. Hoe is Van der Staal er onder? - ---Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele -moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent -te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen -ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San -Stefano. - ---Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld -gevraagd? - ---Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet -bij ons opgekomen. - ---Te fier? - ---Te fier, ja. - ---Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar -honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal -Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb. - ---Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet -aannemen. - ---Van _mij_ niet? - ---Neen. - ---Van Urania niet? - ---Ook niet van haar. - ---Waarom? - ---Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen. - ---Een mooi principe. Maar voor het oogenblik. - ---Blijf ik het nog getrouw. - ---Mag ik u wat zeggen. - ---Wat dan? - ---Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging -met de hand en fronste de wenkbrauwen. - ---Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet -in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan -ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik -vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik -waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten -ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u -niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons -rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft. - -Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels. - ---Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar -leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een -tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis? - -Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had. - ---Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij. - -Zij dankte glimlachend van neen. - ---Eet u thuis? vroeg hij. - -Zij keek hem komisch aan. - ---Ja, zeide zij. - -Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen. - ---Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel -mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet -in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij -kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij! - -Zijn tranen kon hij niet weêrhouden. - ---Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach. - -Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het -atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig. -Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam -de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier -binnentrad. - - - - -XXIX. - - -Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware -hoofdpijn en zij zette zich naast hem. - ---Wel? vroeg hij. - ---De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij -beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij -herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben. - ---De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets -te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen. - -Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar -hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd. - ---Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij. - ---Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan? - ---Neen, neen ... Dan ga _ik_. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen -wel koopen, maar nooit verkoopen. - ---Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd -wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag -van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar -ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb? - ---Neen. - ---Den prins. - -Zijn voorhoofd fronste. - ---Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij. - ---Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik -geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van -avond, heel eenvoudig. - ---Neen, ik heb geen lust.... - -Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee. - ---Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een -boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger? - ---Neen, zeide hij ontwijkend. - -Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij -sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij -zich naast hem, ook met een kopje in de hand. - ---Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria.... - -Zij toonde hem lachend haar leêge beurs. - ---Hier zijn de postzegels, sprak ze. - -Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens. - ---Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb -ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen. -Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt. -Het zoû je opgewekt hebben. - ---Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn.... - -Zij zweeg even. Toen zeide zij: - ---De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij -woû me tweehonderd lire geven.... - ---Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest. - ---Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano, -waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd. - ---Waarom? - ---Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben, -wel? - ---Neen, sprak hij mat. - -Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd. -Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht -buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel -van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun -onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels -der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's -tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van -zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers--waren als een -opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste -licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der -Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende -het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij -harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen -ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire, -want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach -bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing -zijn hand. - -Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende, -dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde -te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij -had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half -fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte -het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en -zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en -bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde -in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel -moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch -geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van -lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch -en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht; -nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van -een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst -duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen, -banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de -extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht -zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En -hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken -zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij: -hij had honger.... - -Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de -prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets -in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op. - ---Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen -lust uit te gaan--hij heeft gewerkt en is moê--en ik had niemand om u -een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen. - ---Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te -hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...! - -En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van -verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco--onwillig, -stroef--over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders -op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn -gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge -repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een -pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om -meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd -had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat -zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem; -maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering -voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje -glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en -duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat -gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de -dialoog van een Fransch tooneelstuk. - - - - -XXX. - - -Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel -vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje: - - Waarde Prins. - - Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo - vriendelijk mij uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo - vriendschappelijk aanbod te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u - mij niet al te grillig vindt als ik mij van daag tot u wend met - het verzoek: leen mij, wat u mij gisteren wilde aanbieden. - - Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te - kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania - te zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn - braceletten willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor - heel weinig geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven, - maar éen was ik wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want - ik had geen soldo meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw - vriendschap en u vragen: sluit in een couvert de tweehonderd lire - en laat mij die _zelve_ komen afhalen bij den portier. Ontvang bij - voorbaat de betuiging mijner innige erkentelijkheid. - - Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een - paar uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij - goed. Hoe gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van - geldelijke zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco - ophoud. Tobben over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in - zijn werkkracht. Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over, - en vraag u dus uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim. - - Nogmaals: ik ben u innig dankbaar. - - CORNÉLIE DE RETZ. - - -Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo -Ruspoli. - ---Is zijne Excellentie al vertrokken? - -De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk. - ---Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief -en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij -even te halen.... - -Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief. - -Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de -enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje: - - Mijn zeer vereerde. - - Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo - zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te - handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend, - met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen - en te behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk - niet zeggen: neem ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo - vrijpostig u een souvenir te zenden. Toen ik namelijk las, dat u - zich gedwongen gevoeld had een bracelet te verkoopen, deed mij - deze mededeeling zulk een hevige smart aan, dat ik zonder mij te - bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, zoo goed ik kon, een - armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten smeek te willen - aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, zoowel voor - Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven. - - Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft - mijn hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs - op den allerhoogsten prijs stel. - - Uw zeer nederige dienaar, - - VIRGILIO DI F.B. - - -Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband -in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en -saffieren. - - - - -XXXI. - - -In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden -gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie -gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te -dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen -waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte -met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om -elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in -een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de -aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te -Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest -zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn -groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had -gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en -toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat -hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht, -had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange -zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde -uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe -blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu -hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een -trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge -en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de -menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was -iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde -als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden -Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof -genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte -haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem, -en trotsch op hun leven en op hun geluk. - -Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de -beschouwingen over haar brochure--bestrijdingen dikwijls, maar nooit -kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze -zaak te voeren--; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel -in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is -zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op -de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na -eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding -alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en -leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet -uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit -nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde -voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij -herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring, -zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver -was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had -zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere -van hemzelven; nu voelde zij hem--om zijn kunst--hoog, edel, zonder -bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar -ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots -en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij -nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel, -dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En -zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig -huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo -véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid -bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve. -Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk.... - -Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania -niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen -zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de -oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van -haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom, -zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat -eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar -trotschheid--niet schijnbaar, maar in werkelijkheid--zoodra zij vreesde -voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het -een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet -over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat -zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet -leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met -zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid -en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij -niet van Gilio's bracelet.... - -Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen -zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb -verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist -het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het -niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te -dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins. -Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn -bereidwilligheid haar bij te staan. - -En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij -wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure. -Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel -eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was -het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten. - -Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden -luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op -waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn -levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend -van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn -omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag -zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om -hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen. - - -EINDE VAN HET EERSTE DEEL. - - - * * * * * - - -LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID - -DOOR - -LOUIS COUPERUS - -TWEEDE DEEL - -L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM - -1887 - - * * * * * - - -XXXII. - - -Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel -stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het -kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het -allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam -doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene -invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en -werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus, -dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij -begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek.... - -De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier, -steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid -en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde -Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen -komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû -aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar -met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit -te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl -Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om -Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover -het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend -niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn. -Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo -geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag. - -Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig -kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele -dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem -verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die -zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder -haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum -vastgesteld.... - -Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig -te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in. -Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp -haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg -of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide -vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten -soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin -houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan -een stervende. - -De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge -was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn. - -Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie, -vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein -schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden. -Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van -vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed. - ---Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet -mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...! - -Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte -meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen -glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen. - ---Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een -blik in het rond. - -Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit -aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van -opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de -bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte, -dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun -zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde, -rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte -slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet, -tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen -buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje ---blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen -reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd -zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen -van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige -vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd -door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger, -tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker, -hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en -kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber -droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat -rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot -natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen -iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden. -En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke -ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief -zich het kasteel gelijk zijn sombere waker. - -De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een -bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine -stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en -alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den -Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn -proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins. - ---Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij -opgetogen en drukte hare handen. - -Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier, -met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den -koffer brengen naar het kasteel. - ---Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog -nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u -de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom.... - -Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met -zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind. -Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over -de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees, -lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in -eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen -van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van -engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof -van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had -tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het -allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof -waren gezonken tusschen iedere voeg. - -De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen -van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd -en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets -klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de -neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder -steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de -in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met -plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper -neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide -heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn -mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen -trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot -plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar -en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem -bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer, -tusschen hemel en meer. - -De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep, -smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek -niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken -de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer -zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een -bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed, -gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot -uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen, -over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede -gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een -vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen -uit. - -Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en -bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters -stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En -nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie -op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere -schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van -cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was -veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi -meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd, -meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had -gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie -verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond -scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen; -haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie -had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio, -hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed -was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi. -En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en -nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel -nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van -ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde. -En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar -met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe -familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's -kennissen--vooral de dames--sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had -al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren -zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope, -tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige -was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen -om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij -niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio -frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten -met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij -een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even, -ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker. -Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel--al -de beroemde namen van Italië--die haar neêrbuigend bejegenden, en -altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime -bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid. -Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio -om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam, -en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar -als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar -eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke -millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar _zij_ hield -die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen -zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar -pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren. -Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht: -wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een -Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's -oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de -Romeinen? - -Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als -"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor -anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij -voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu -haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar, -die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd -had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West. -Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû -hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie -gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit -had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week. -Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde -beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens, -oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar -mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde -in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie, -maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen, -die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde, -fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania -herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger, -tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij, -Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat -Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar -haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch.... - -En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen, -scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen, -wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu -den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde -voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch, -wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar -armen, zij troostte haar--het schreiende prinsesje--als met een nieuwe -vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer -als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de -waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat -zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar -moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien.... - -Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen, -zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees -edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor -zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht -over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat -Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en -fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid, -stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen -op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit -den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot, -waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar -wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te -duren, nog enkele geslachten na.... - -Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot.... -Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is -alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van -eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien.... - -En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif -van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de -lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare -oogen, tusschen het meer en den hemel. - - - - -XXXIII. - - -Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den -corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort; -plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen -twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een -atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van -Mantegna--in beeld gebrachte daden der San Stefano's--welfden naar een -koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar, -rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten. - -Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het -terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij -naar haar toe. - ---Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag -ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel -geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien -er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène -daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is -gesloten. Wacht.... - -Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar -met zwaren sleuteltros en bood ze den prins. - ---Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel. - -De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de -reliefs. - ---Giovanni da Bologna, zeide hij. - -Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond -van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht -der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door -Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum, -met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den -adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom, -bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast -hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels -waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken. -Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de -kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen -paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele, -zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus, -Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt -waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane -weefsels, en alle kleur neutralizeerde. - -Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als -een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen, -een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de -meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van -leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor -fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren -her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls -over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de -spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als -een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde -en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar -zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor -uitkomend, dat hij niet meer wist. - ---En hier is de camera degli sposi.... - -Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende -knarsend toen de deur, en zij traden binnen. - -En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een -groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd -en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de -geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus -met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid -der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en -sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en -zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van -goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en -verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende -glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop -de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar -àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van -bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de -stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over -hadden gespreid. - ---Wat is dit mooi! zei Cornélie. - ---Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden -die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek. -Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht. -Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij -hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania! -Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente -godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania -is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die -doem van haar overneem.... - ---In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet -gerept? - ---Neen, daar werd--en wordt nog altijd--heel weinig prijs op -gesteld.... - ---Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het -hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien! -Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen -weeklagend er om.... Het is een sprookje.... - ---Het is mij te veel goud.... - ---Misschien was het vroeger zoo, te veel goud.... - ---Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu -voorbij.... - ---Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd.... - ---De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel -bemind. - -Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde -een toespeling. - -Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de -tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden -cupido's met duiven. - ---Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar -middel. Engel, engel! - -Zij weerde hem af. - ---Prins.... - ---Zeg Gilio...! - ---Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven.... - ---Omdat ik meer dan vriendschap wil. - -Zij maakte zich nu geheel los. - ---Ik niet, antwoordde zij koel. - ---Heeft u dan alleen éen lief? - ---Ja.... - ---Dat kan niet zijn. - ---Waarom.... - ---Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der -Staal, zoû u hem trouwen. - ---Ik ben tegen het huwelijk. - ---Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn, -mag ik ook vragen, mijn moment van liefde. - -Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting. - ---U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en -medelijdend. - ---U mij wel. - ---O ja. U is zoo heel eenvoudig. - ---Waarom wil u niet? - ---Omdat ik niet wil. - ---Waarom niet? - ---Omdat ik niet voor u voel. - ---Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen. - ---Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om -gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt -aan het mijne. - ---Wat weet u van mijn temperament? - ---Ik zie u. - ---U is geen dokter. - ---Ik ben een vrouw. - ---En ik een man. - ---Maar niet voor mij. - -Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat -zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los -en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar -hooger richtte zij zich op. - ---Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te -kunnen dwingen? - ---Natuurlijk. - -Zij lachte schamper. - ---U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet -dwingen. - -Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en -weêrstaan, hij had altijd overwonnen. - -Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer -open. - -De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was -iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij -was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam -voort, aandachtig kijkend links en rechts. - -Hij voegde zich aan hare zijde. - ---U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit. -Nooit! - ---Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik -moest mij toch verdedigen. - ---Waarom? - ---Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die -passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo -charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie -en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven. - ---Neen, smeekte hij. - ---Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het -mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u -zelf grof is. - ---Ik...? - ---Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid. - ---Neen! - ---Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw? - ---Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik. - ---Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als -vroeger. - ---U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken. - ---Dus een strijd op leven en dood? - ---Neen, op zege, voor mij.... - -Zij waren de atrio genaderd. - ---Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De -camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos -zijn. - -Zij bood haar hand. - ---Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang -gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan. - ---Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard? - ---Ja.... - ---Hoe kan ik dien gloed weêr dooven? - -Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende -karbonkeloogen. - ---U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken. - -Zij lachte. - ---Met een zoen? vroeg zij. - ---Demon! siste hij tusschen zijne tanden. - ---Met een zoen? herhaalde zij. - ---Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi. - ---Neen, hier. - ---Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig. -Toen bood zij hem de hand. - ---En nu is dit voorbij. Het incident gesloten. - ---Engel, duivelin, siste hij haar achterna. - -Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het -meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch -achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar -amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij -dacht aan Duco. - ---Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar -hem!... - -Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren -Urania en de marchesa Belloni. - - - - -XXXIV. - - -Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was -buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de -zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed -of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde. - ---Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet -zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter -gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr -gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek, -marchesa? - -De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier, -op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster -van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension; -zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen -op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de -marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had -hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar -handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier -haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel -hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden -spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een -geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,--de markies was een broêr -geweest van de overleden prinses--geene distinctie had, trots al hare -kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De -kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette, -verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het -palazzo Belloni. - ---O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel -koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een -vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u -terug te zien, erg veel pleizier.... - ---En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl -zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren -kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door -den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit -geloopen. - -De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere -raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had -gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare -vraag klonk ironie en triomf. - ---Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch. -Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust. - ---De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend. - ---Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den -Hemel.... - ---Ik dacht, dat u niet godsdienstig was? - ---Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig. -Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is -geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft -getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven. - -De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een -gevaarlijke vrouw. - ---En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u? - ---Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar -dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik -geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft -bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet -eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw -pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook.... -U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet -ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend -zoû het zeker zijn. - -De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan. - ---Winstgevend.... - ---Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû -dat winstgevend zijn. - ---Hoe meent u? - ---Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori, -marchesa.... - ---Wat weet u?! Wat denkt u? - ---Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik -zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer, -of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses -Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u.... - -De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist -die vrouw _iets_ van haar onderhandelingen met den ouden prins en de -monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare -bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht? - -Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die -vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte -in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der -gettatura, en lispelde: vade retro, satanas.... - -In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie -spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje -weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof -der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en -engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den -Overvloed,--nimfen met uitstortende hoornen van overvloed--was half -antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met -enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend -modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een -jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr. -De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij -droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een -kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen -ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje: -dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo -gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke -handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots -de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far -West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude -San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen -dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie -eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche -naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een -zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een -beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen -haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der -San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di -Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania -een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot. -Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen -haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie -met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed -beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie -gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat -kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa -neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom -haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr -over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte -hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had -hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte -zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende -melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn -oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed, -die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie -verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg -zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er -vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten! - -Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van -een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel. -En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie -haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde -haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn -humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de -oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich -op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses, -dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden -Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester, -die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij -zag Urania lachende aan, en Urania bloosde. - ---Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem -maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo -Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen -hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij -heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu -heb je je niet verkleed! - ---Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar -broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn -kuiten aan tafel kwam. - - - - -XXXV. - - -Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met -het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken -beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart -marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren -luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal, -maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van -schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere -schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker -fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke -oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk -met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier -klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd -geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en -waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna -niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur -werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man, -die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem. -De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de -kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg -een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem -hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren, -even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem -met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel -langzaam--als wijdde hij haar--een kus gaf op het voorhoofd; toen -naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard -knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie. -Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de -oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië -haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten -en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop -zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die -tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast -zijne zuster. - ---Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe. - ---Cht! zeide Urania. - -Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir, -plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element -terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van -voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat. -Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig -werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge -blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst -nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan -op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at -de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden. -De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De -luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de -schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole -zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen -met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het -Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef -het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie -op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft -bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat -beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars? -Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd -egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de -levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien -middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer: -de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe -levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn -gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw -koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de -slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog -geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had -Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door -prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,--zeventig -jaar--, naar den jongen frisschen Far-Wester--achttien, en zag van hem -naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier, -in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien -nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal, -gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers -geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit -op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte. - -Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden -bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet -als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als -een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij: -van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede -schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig -kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt, -vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan -zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er -steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die -wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en -om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar -hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van -een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn -humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...! - -Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op -te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds -geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees -op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen -afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn -kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De -marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon, -de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug -naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in -het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat -hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte, -hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes -voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en -vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun -gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden -prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's -morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem -schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk, -Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan -een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte -haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins -Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte -was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect -over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het -kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht -bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk -doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst -te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr -stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig -van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking -planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de -ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij -bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school -opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende -voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het -diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk -van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van -Rome, haar door de monsignori aanbevolen.-- - -Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den -zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom -omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw, -dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief -vond--"so nice"--het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen -der koningin--album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg--het -meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum, -en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst.... - -En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San -Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij -doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het -met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen. - -Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht, -bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen -zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen -veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar -Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in -al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen. - - - - -XXXVI. - - -Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een -warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij -op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug. - ---Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte -Cornélie. - -Hij bromde wat. - ---Hoe heeft u geslapen, prins? - -Hij bromde iets. - ---Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het -_moet_. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop, -dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek -weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer. - -Hij mopperde iets. - ---Adieu, prins, zei Cornélie kort. - -En zij keerde op haar weg terug. - ---Waar gaat u heen? vroeg hij. - ---Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten. - ---Maar waarom? - ---Omdat u me niet bevalt als gastheer. - ---Ik niet? - ---Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft -grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs -een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste -manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U -komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en -moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van -galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is -alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u -te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer. - ---Neen, smeekte hij. - ---Jawel. - ---Neen, neen. - ---Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw -nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij, -terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben -niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg -iets liefs, zeg iets aardigs. - ---Ik ben dol op u. - ---Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk, -beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer. - ---Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft -me geslagen. - ---Vergeeft u nooit die zelfverdediging? - ---Neen, nooit! - ---Adieu, dan. - -Zij keerde zich om. - ---Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij -ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet -grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste -vrouw, die ik ken. Ik aanbid u. - ---Aanbid dan in stilte, en amuzeer me. - -Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op -te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op. - ---Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn. - ---Ik geloof er niets van. - ---Heusch, ik heb verdriet, ik lijd.... - ---Arme prins! - ---U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar -uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg, -mag ik nooit iets hopen? - ---Niet veel. - ---U is onverbiddelijk, en zoo streng. - ---Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O, -daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap? - ---Ik zal zoet zijn. - ---En amuzant. - -Hij zuchtte. - ---Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas! - -Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola, -begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze -bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en -hermen--nimfen, saters en faunen--wier bovenlijven eindigden in slank -voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en -bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een -open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar -een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was -een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden -prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur, -een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw -fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen -cannelures het meer verzonk als een ovalen beker. - ---O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt. - -Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner -van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij -straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid -terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs -met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den -slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit -en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste; -de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van -de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam -plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins -en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het -voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania -was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit -piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte -zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken -met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet -altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen -haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat -naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen, -schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart, -alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch, -dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief, -vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er -was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak -en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar -parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw -onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg, -en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig, -om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had -zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde -voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche -meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed -te bekleeden? Admirabile!--vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie -in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig, -uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn -kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden -van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het -vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met -eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed -was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij -wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar -Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij -liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag. -En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam -meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui -groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden -naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl -Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en -op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de -knieën, om te bekoelen. - - - - -XXXVII. - - -Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het -plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan -prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie -en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar -Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij -gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een -blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels -kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het -meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de -andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond -aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de -starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en -achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen--de saters -en nimfen--torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een -betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar -zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich -op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte -zich tegen hem aan. - ---Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb, -Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik -dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier -zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet -het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te -loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen -binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de -fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid -van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola -niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen, -jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk! -Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van -je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ... -ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven -aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome, -aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet, -die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als -dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien, -ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik -voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat -me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan, -dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento -op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die -parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar -toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen -om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik -om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je -zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van -jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je -gelooft me niet. Toch? Geloof je me? - ---Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is -hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om -jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt -uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven -uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te -danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik -heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar -wat--maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen, -je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een -vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste -wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we -toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het, -geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons.... - -Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een -langen triller. Maar verder sliep alles.... - ---Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem -geheel. - -De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders -armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden--faunen -en nimfen--slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met -starren bepoeierde lucht. - - - - -XXXVIII. - - -Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest -iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania -en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel -bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar -malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te -energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte -wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos -op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien -avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania -was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor -de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en -hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen. -Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te -dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men -hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn -temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die -vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij -was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië, -zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar -nauwlijks begreep,--ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,-- -nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de -vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet -stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een -schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen -moraal--_hij_ wist van godsdienst en van moraal--zij was des duivels; -demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante -Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd, -dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks! -Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar -silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van -Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras -der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht, -tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En -waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met -al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare -uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als -was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde -zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen -eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur -van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang -beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet, -maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar -en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn -weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn -vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest, -was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor -zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en -flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal -te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte" -nicht--hofdame der koningin--hen voor enkele dagen kwam bezoeken, -flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie -te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich -met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling. -Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale -Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij -was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld, -en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio -nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over -de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers -amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare, -onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van -het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of -_zij_ begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel -goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij--questa Cornelia,--meer -van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio -lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te -praten. - -Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich -met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den -architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te -verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met -geld, en het bedierf alles. - -Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den -architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in -elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden. -En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en -Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en -geregeld--meende Duco--, met artistiek te schikken wat nu zonder -gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen? -vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen, -maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het -was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld. -Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins -was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier, -duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het -geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan -haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek: -hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten, -charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het -was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit -onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit -Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude -prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen, -verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig. -Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer -in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen -waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens -een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio. -Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten, -maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris, -die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in -verontschuldiging. - - - - -XXXIX. - - -Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd. -Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de -pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte -schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg -hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden -sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en -sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde -aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep -hij...? - -Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan -de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken -stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep -terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding. -Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de -gravin.... - -Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen -niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich -verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort -achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag -hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr -uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank.... -Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch -vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio, -maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown: -zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij -boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een -ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets -innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij -niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem, -Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht -tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede -en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid -tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet -langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste -verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van -achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen -hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps -schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel -plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen, -hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij -was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat -hij zeggen zoû. Hij boog ironisch. - ---Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in -den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen -profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht -gezelschap! - -Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet -konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming. - ---Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel -het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur. - ---En wat doet u hier, op dit uur? - ---Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal.... - ---Op dit uur? - ---Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u? - ---Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is. - ---Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet. - ---En u bevalt mij heelemaal niet.... - ---Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht.... - -Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten. - ---Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons -zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds -hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan -dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden. - ---Onwaardig? Onwaardig?--Hij was onmachtig zich meer te -beheerschen.--Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik -heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel -aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin! -Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij -al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt -me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn -geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat -je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je -man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij -meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!... - -En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo -onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend. -Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet -Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden -elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie -iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar -zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in -ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op -Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde. - ---Laat los! krijschte de prins. - ---Laat dat mes los! krijschte Duco. - -De prins, onwillig, hield vol. - ---Laat los! krijschte hij nog eens. - ---Laat dat mes los Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en -stond op. - ---Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder -primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met -degen of pistool. - -De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven. - ---Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt. -Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische -kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij -hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel. -Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu -zeker, dat je me zoû dooden. _Zij_ beschermt je.... - ---Ik wensch geen duel, zei Duco. - -Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een -hand ... Duco strekte de hand. Gilio drukte die. - ---Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u -beleedigd.... - ---Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet. - ---Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag. - ---Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw -spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u -op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u -geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes. - ---Wij zijn dus vijanden, voor altijd? - ---Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis.... - ---Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn -bloed is hevig. - ---Ik heb u totnogtoe gekend als een heer.... - ---Ik ben ook nog een Italiaan. - ---Ik vergeef u niet. - ---Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn. - ---Het is geen oogenblik het mij te herinneren. - ---Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen. - ---Dat is alles te vergeefs. - ---Dus vijanden? - ---Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis.... - ---Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt. - ---Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis. - ---Ik zal u voorgaan.... - -Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort -en liet hen het eerst binnen. - -Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers. - -Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer. -Duco was het eerst bij zijn vertrek. - ---Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig. - -Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur. -Daar viel hij op zijn knieën. - ---Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel. - ---Neen, zeide zij. - -En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een -oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem -pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht. - ---Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan -ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik -heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om -hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen -zijn, dan ik.... - -Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een -snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op -zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door -het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij -zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten. -De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw -op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn -nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen -te strijden zoû zijn, nooit. - -Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug. - ---Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore.... - -Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een -andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind. - - - - -XL. - - -Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge -prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen -in Urania's eigen salon. - ---Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende. - -Cornélie vertelde haar den vorigen avond. - ---Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het -prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb -er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik -beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd -gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het -niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn -natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo -weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht. -Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed -doen, als je me niet vergaf.... - ---Verzoen je met Gilio en blijf nog.... - ---Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio -heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele -beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven. - ---Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû -van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik -blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt.... - ---Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven; -je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit -kasteel, dat je eigen nu is. - ---Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte -aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio -te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij. -Niemand geeft hier om mij.... - ---Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel. - ---Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel -te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier. - ---Prins Ercole toch.... - ---Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens -verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen -waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn -familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di -Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in -de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze -te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste -is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en -bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven. -Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de -juweelen van hun grootmoeders! - ---Het is een schande! zei Cornélie. - ---Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om -mij.... - ---Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk. - ---Het is waar, gaf zij zuchtende toe. - ---Het is alles mijn schuld. - ---Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ... - ---Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld. -Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome -opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu -moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein? - ---Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen. - ---Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen. - ---Wat zal je hem zeggen? - ---Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome -erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt, -omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole -denkt. - ---Cornélie.... - ---Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En -vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben -veel van je gaan houden.... - -Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de -prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio. - ---Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem. - ---Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig. - ---Het doet mij veel leed.... - -Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania -snikte. - - - - -XLI. - - -In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden -Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was -het echter koel, eenzaam en rustig. - ---Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en -den prins. Waarom heb je hem geslagen? - -Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de -scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en -van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om -hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de -tentoonstelling in Londen voltooide. - ---Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio -dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet -gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in -staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem -vermoord, als hij je verwond had.... - ---Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je -lief ... - -Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe. - -Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem -aan. - ---Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes. - ---Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen -spelen.... - -Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij -vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien -strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij -wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel -jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij -was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door -te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er -niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat -niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van -gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek, -na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te -praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid -met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust, -een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken -en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke -kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in -afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van -kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde -Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht -weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek -zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van -Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano -en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de -schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak -niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst, -en hare vingers streelden zijn gezicht. - ---De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig -pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we -gauw den prins die duizend lire teruggeven. - ---Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes. - ---Maar ik wil die schuld niet langer hebben ... - -Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming -om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan -zijn borst.... - -Ben je boos, Duco? - ---Neen ... maar je hadt het niet moeten doen.... - -Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat -hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had -gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken -over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden -nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te -praten. - ---Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen.... - -Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid. - ---Waarom? - ---Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de -wereld, de menschen. - ---Om de wereld, de menschen? - ---Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb -er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over, -maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding. -Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano -deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit.... - ---Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die -bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt.... - ---Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en -Urania is de eenige vriendin, die je hebt.... - ---Ik heb jou: ik heb niemand noodig. - -Hij kuste haar. - ---Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je -meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen. - ---Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en -menschen als San Stefano en den prins. - ---De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te -midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren -en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij -andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan, -zonder eenig gemeenschapsgevoel. - ---Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën. - ---Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd. - ---Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig -van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te -rusten van al die emotie, en die warme reis. - ---Heusch Cornélie, laten wij trouwen.... - -Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij -doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde.... - ---Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets -aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere -menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben -niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo -veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij -telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons -atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken--om aan het werk te gaan. -Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting -... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein -maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent -mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter -van niet.... - -Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille -tusschen half-affe schetsen. - ---Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor -iets bang te zijn. - -Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij -hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte -aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit. - ---Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster. -Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf -niet. - -Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem -niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was -nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het -was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was -het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in -zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen -achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren -later zoû zij dien onwil begrijpen.... - ---Neen Duco, het is beter van niet.... - ---Denk er nu eens over na, Cornélie. - ---Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer -over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je -te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik -zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is -beter ... van niet! - -Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem. - ---Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je -er nog altijd over denken zult. - -Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen. - ---Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil -niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom -jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je -schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk -als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud -Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een -novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar -gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens -zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch: ik -meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw -hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende -lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den -afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê? - ---Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk.... - ---Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet -waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû -niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de -Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat -was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het -verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen. -Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet -vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...? - -Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij -zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve -de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was, -om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw -afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen -vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten, -over de Campagna, Venetië en Napels. - -En hij zette zich aan het werk. - - - - -XLII. - - -Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden -voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd -geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een -enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het -atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio -het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst -naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid -te nemen, en toen zagen zij niemand meer. - -Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een -schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij -niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam -oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus. -Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de -zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke -en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en -kazuifelkleuren. - -Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel, -maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen -van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden -van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms -moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms -een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar -toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant -uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar -haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe -voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar -frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in -haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo -groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna -nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon -gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste -"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij -aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij -niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar -het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden -verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat -zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en -verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat -het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende -eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En -ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem, -niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat -zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte -van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar -zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een -onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen, -en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo -niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een -geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger -stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor -zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare -feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een -huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der -Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn -moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk -weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als -hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp -geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania -een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had -aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij -zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland -dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat -wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en -ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij -zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven -zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij -leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk. - -En het bleef er bij: zij _konden_ niets veranderen, zij leefden zoo -gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen -af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel -te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde -weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist -echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene -harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat -men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had -zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat -zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij -sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties.... -Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde -die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen -het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef -koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw. -Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu -aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het -scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de -band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen -van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen -haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor -heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij -ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets. -Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en -studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood -zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar -versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het -salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat -zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare -ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap, -voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis -ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van -sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen: - ---O God, zèg mij, wat ik doen moet...!! - - - - -XLIII. - -Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania -schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie -weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich, -voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij -toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het. -Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde, -nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het -steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes -van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr -bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar -geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief, -hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn -zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen -zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij -voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd. -Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke -leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als -trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu -voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister -was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere -van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te -lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed: -glimlachend steunden zij elkanders kracht. - -Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te -San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter -naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het -atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij -begroetten elkander heel innig. - ---Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben -blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven. -En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent -gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...! - -En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht -vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en -vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast -elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg -met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs -tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend -van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en -zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen -horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid. -Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan, -draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat -haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting. -En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van -Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie -lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar -Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van -topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat -zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar--Urania's ---hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een -oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig -jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk: -een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog -steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld, -coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar -geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische -kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te -voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal -in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante -d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de -geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een -karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden. -Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame, -een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames -hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad, -verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig, -capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het -eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare -vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk. -Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot -November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in -Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie -vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû -Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel -zoû het alles heel goed zijn--een gemakkelijk leven, dat haar toelachte -na dien knak harer moreele fierheid--maar zij kon er niet aan denken -Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij -kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als -een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af -te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan -zulk een leven--afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk--zonder -Duco! En toen Urania weg was--zij ging door naar San Stefano--was -Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke -afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij -zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn -edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel -haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van -kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden, -haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij -hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan. -Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te -verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij -hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen -scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom -hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende, -een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met -geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten -levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen -ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen -te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het -leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van -den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich -warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk, -verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet -zouden aanwijzen, beroeren, duwen.... - -En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste -de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte -op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en -de oogen sloot, als om te slapen.... - - - - -XLIV. - - -Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen -weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en -bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden -éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en -moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen, -kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid -en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij -niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in -zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten -treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij -nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten -bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den -dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het -atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met -de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van -het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel, -leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots -de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen -door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam. -Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit -elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten -staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij -luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets -meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het -zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was. -En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind, -dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken. - -Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren -te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij -werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania -schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley -zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens -opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem -weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen -heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met -het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind -tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder -hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij -sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf, -haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van -lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd, -liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed -weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als -krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het -vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer -haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook -hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem, -troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr.... -Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in -een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen, -bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen, -van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders, -deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur -op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid -heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen -zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden -morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was, -in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden -elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten. -Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte -duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo -benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp, -haar gezicht waschte met Eau de Cologne.... - -Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers -haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat -ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield -nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel -hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij -at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den -volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte -omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij -was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een -paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen, -dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam -Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem -danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En -de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte -Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet -alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania -lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien -middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te -zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie -hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte -met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in -een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van -Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was. -Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij -zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat -Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel -gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande -dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende -uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie, -in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met -den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig -bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten -en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed -met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel -bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem -te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon -honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit -minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets -noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres -bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een -paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin, -alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar -willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend -met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol, -zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een -plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte. -Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook -Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was -meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig -jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om -elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!! - -Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig -toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat -alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde -een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene -onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie -verzwakt, alsof hun twee-geluk--van Duco en van haar--haar ongeschikter -had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn -heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en -zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het -was alleen de noodzakelijkheid zelve--de geleidelijkheid van de dingen -des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs -eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn--de noodzakelijkheid, die -haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles -wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar -niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde -haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in -het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol -ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen -haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw, -ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had -tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist -te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig -over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was -haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij -vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te -moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken, -vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men -van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men -zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was -bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en -alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door -Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr -meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te -zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren, -hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om -dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen -brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn -arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat -zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten -kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar -brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat -ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw -van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met -het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven -haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had -zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer, -omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid -woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren -zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook -brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef -haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in -Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij -niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij -iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek, -de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn -landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen -blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen, -of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht -van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een -lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen. -Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag -schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar -verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om -zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood. - -Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa -twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des -Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde -als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan -met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil -van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar -boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en -soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best. -Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat -vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij. -Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist. -Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop -de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van -parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe, -water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór -zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd, -haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in -de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop -kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main, -waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar -de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij -een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling -van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld -porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen -zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen, -die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat -moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij -leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen -dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat -zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée, -maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van -werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare -uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren -het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar. - -Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen, -bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet -bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen -morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde, -gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit -duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde -zij weêr langzaam op. - -Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende -bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij -legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen, -Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote -Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon -er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was -soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen -daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een -anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude -vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen, -vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de -Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand. -En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's -dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond -eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij -rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën, -hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje -teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf -alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten -over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot -zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums, -haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei -mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet, -ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich -altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan -had, was niet goed.... - -Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude -vrouw geregeld--haar eenige slaap--en dan kwam Urania Cornélie halen. -Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin -Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare -nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De -wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige -laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de -schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de -onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio. - -Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd -maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde -bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de -pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor -hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren. -Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem -dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen, -voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden -overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht -had terug gewonnen. - -In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur -van haar leven, van de oude vrouw--ijdel, egoïst, onbeduidend, -belachelijk--voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot -zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de -kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor -zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het -eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in -den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar -parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich. -Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar -heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken -zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij -zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de -punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende -zijn wandelstok. Soms plotseling--vizioen, dwarrelend door de menigte -heen--zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen -wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers -tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn -brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen -haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde. - -En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij -voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het -voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin -zij mat, moê, zwak, lusteloos,--meêspeelde. - - - - -XLV. - - -Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste -wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een -wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch, -na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites, -afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal, -een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen -en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of -zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te -gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een -intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve -ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen -en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden -hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar -voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was -een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar -zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag -duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als -de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn -vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di -Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was. -En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor -haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield -Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond -telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier, -dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen -kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon, -tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds -zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid -en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren -waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren -naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als -verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende -en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem -toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken, -zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de -dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de -voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam -op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen -oogen hatelijk uitpriemde als een naald: - ---Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di -Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te -spreken.... - -En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan, -zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon -heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de -gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met -open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die -dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog, -als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel -kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij -er met haar om gichelde van genot. - ---Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een -kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had. - ---Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij. - -Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang -voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg -te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens -toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk -te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste -diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl -Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die -zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst -jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond -als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op -die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames -zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar -vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het -ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar -toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij -zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan -bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet -als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur -had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie -gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze -nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen -molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk -over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach, -de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets -aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie -niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar -nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het -te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie -kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren -zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan? -en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder -vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes -heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde. -En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met -zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome, -aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare -zwakte verloren had. - - - - -XLVI. - - -Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het -waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een -van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren -thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed -Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij -behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar -Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging -er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en -het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen -weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve -gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste -nalatigheid te verliezen. - -Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare -insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm -vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar -wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar -uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op -het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk -hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa -van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge -flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen -ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare -excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea. - -Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen -zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd -spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het -waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde; -eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als -een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen, -die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette -zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als -porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen. -Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en -zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend -snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand--de -handschoenen nog niet aan--had zij een wandelstok met gouden knop, -haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar -ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op -haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie, -nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht, -bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al -moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij -was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de -eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de -rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte -in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare -lange sorties--bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,--en die zij -met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten -kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en -tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig. -Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open -en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen -en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en -roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht -in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren, -en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het -feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van -feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in -schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om -als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen -was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen, -achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor -vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs. -Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf -slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen, -die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een -hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel -van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar -dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin -di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal, -waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid -Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met -kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere -licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen -twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden. -Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien -zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie -wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van -de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over -de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar -blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij -liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep, -dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van -haar man--en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te -walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar -onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het -had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de -conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen -als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher, -brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de -leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd -geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als -waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen -door de zalen, voegde zich--volgens hare gewoonte--even bij Mrs. -Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had, -of alles goed was--en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij -een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart -fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch: - ---Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den -uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland -geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen -over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond -heel veel interessants in wat u schreef. - ---U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik -herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het -Vrouwencongres in Londen? - ---Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u -niet in Londen komen? - ---Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon -niet. - ---Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest. -Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes -gehad. - ---Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard.... - ---Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook -voordeel voor de groote zaak. - ---Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje? - ---Twijfelt u daar dan aan? - ---Heel dikwijls.... - ---Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven. - ---Misschien juist daarom. - ---Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij -Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie -luchten in uw karakters. - ---Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het -kind? - ---Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb -zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor -de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure -zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu -bezig aan een andere brochure? - ---Neen, helaas niet.... - ---Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen. - ---Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een -impulsie, uit eigen ondervinding. En toen. - ---Toen.... - ---Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik -vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat _vele_ vrouwen -met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als -zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij -voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn. -Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar -eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld -en de toekomst haar belang verliezen. - ---Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het. - ---Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof -wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller -is. - ---U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar -geleden schreef.... - ---Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk, -ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû -het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak.... - ---Niet, met een verstandige opvoeding. - ---Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding.... - ---Van het kind, van het meisje.... - ---Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn -zwakte zijn. - ---Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld -worden. - ---U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo -gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het -meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij -ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten -zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne -opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op -den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze -ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij -zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt -worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt. -Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk -hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet -om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en -onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die -niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak -bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge -jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer -te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich -in stilte, bekennen _moeten_, gedwaald te hebben in hun kinderliefde. -Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo -dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna -liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb.... - - - - -XLVII. - - -Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge -emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare -vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde. - ---Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u -ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat -vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er -uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten. -Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley? - ---Heel gaarne, met heel veel pleizier.... - -Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich tusschen -andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën knikten. Zij -bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den spiegel. Op de -console speelden hare vingers met de orchideeën in een Venetiaansch -glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel haar hart -klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij zag eerst -haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet van -zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van -volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met -staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel -mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet. Drie -parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar witte -veêren waaier--een geschenk van Urania--was als een schuim tegen haar -hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den spiegel zag zij hèm. -Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare vingers speelden met -de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van te willen vluchten, -maar hare knieën knikten en hare voeten waren als verlamd. Zij was als -vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon zich niet bewegen. En -zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij den rug half keerde -tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering scheen een web uit -te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was nu vlak bij haar, -hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij de oogen op en zag -in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne oogen. Zij dacht flauw -te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd tusschen hem en het -glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om de kaarsen, als -een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag alleen zijn oogen -kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En hij zeide nog niets. -Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en den spiegel, die zelfs -niet beveiligde als een muur had gedaan, maar die hem weêrkaatste -zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en voor--wendde zij -zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij sprak ook niet. Zij -zagen elkaâr sprakeloos aan. - ---Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij -eindelijk. - -Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde -zijn stem in zich. - ---Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar -keer gezien heb, in de stad, op de Jetée. - ---Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je? - -Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde -voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond. - ---Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde -aan te spreken. - -Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond -voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn -beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid. - ---Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij -voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar -als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens -ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet -aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land.... - ---Wat doet er dat toe? - ---Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten. -Kunnen we dat niet doen als vreemden? - ---Als vreemden ... herhaalde zij. - ---Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs -verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je -het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?... - ---Ja, zeide zij. - -Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een -Louis-XV-paravent, half damast, half glas--en zij liet zich neêrvallen -in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze -rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe, -een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen -gevouwen. - ---Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure. -En toen over je schilder. - -Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte. - ---Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat -van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe. - ---Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden. - ---Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben -gezegd, dat je niet meer voor ze bestond. - ---Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd -gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk. - ---O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze -bestaan. - -Zij haalde de schouders op. - ---Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat -ik niet meer kon zenden. - ---Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet.... - ---Dat betaal ik niet.... - ---Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd -mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je -eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden. - -Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest. - -Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar -naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier: - ---Dat doet me verdomd veel pleizier. - -Hij lachte, dik luid. - ---Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad -rem. Verdomd leuk van je! - -Zij stond op, nerveus, verwrongen. - ---Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley. - -Hij breidde de armen wat uit. - ---Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten. - ---Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet -meer gewend aan. - ---Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten. - -Zij viel neêr en school achter haar waaier. - ---Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie -vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment? - ---Het heeft er iets meer van. - ---Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed -vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar? - ---Waarom moet ik je daarover vertellen? - ---Omdat ik er belang in stel. - ---Je hebt niet in mij belang te stellen.... - ---Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit. -En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt. - ---Heelemaal, zeide zij koel. - -Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij -voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen. - ---Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal? - -Zij zag hem hoog aan. - ---Nou, vertel nou eens.... - ---Ja.... - ---Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer -schelen? - ---Neen.... - ---En hoe doe je hier, bij dat wijf? - ---Hoe meen je? - ---Nemen ze dat zoo hier in Nice aan? - ---Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn -gedrag hier iets aanmerken. - ---Waar is Van der Staal? - ---In Florence. - ---Waarom is hij niet hier? - ---Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt -daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen. - -Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit. - ---Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley -toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige -orders vragen en geven. Laat me gaan. - ---Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren? - ---Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo -onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen, -ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je -me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me -ontmoeten zoû. - ---Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten -woû. - ---Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je -er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te -plagen. - ---Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr. - ---Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig. - -Hij lachte. - ---Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik -nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je -in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat -je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet, -dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel -mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest -was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind. -Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten, -met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik -niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs -Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland.... - ---Rudolf.... - ---Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en -het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in -Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben -verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je -eens met me meê...? - ---Je bent dol! - ---Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan -mijn arm te hebben. - -Zij trok haar arm terug. - ---Je hebt op niets trotsch te zijn.... - ---Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu -amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit. - -Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een -tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken, -Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er -zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen, -wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen. - ---Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een -landgenoot voorstellen, baron Brox.... - -Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg -of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide. - ---Een landgenoot, Cornélie? - ---Ja, Mrs. Uxeley. - ---Hoe zeg je ... zijn naam? - ---Baron Brox.... - ---A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is -hij, wat doet hij? - ---Hij is officier, eerste luitenant.... - ---Welk wapen? - ---Van de huzaren.... - ---In Den Haag? - ---In Den Haag. - ---Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen. - ---Mrs. Uxeley, gaat alles goed? - ---Ja, darling. - ---Voelt u u wel? - ---Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel. - ---Moet de pavane niet gauw worden gedanst? - ---Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch -nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui? - ---Ja.... - ---Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet -later dan over een half uur beginnen.... - -Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren -lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde, -en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar. - ---Cornélie.... - ---Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de -pavane verzamelen. Ik heb veel te doen.... - ---Ik zal je helpen.... - -Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui -opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan. -Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam. - ---Wat is er? - ---Ik ben moê. - ---Laten wij dan wat gaan drinken. - -Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare -orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden -de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament. -Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte, -luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der -dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en -lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen. -Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld. -De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets -vragen. En Brox week niet van haar zijde. - ---Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij. - -Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw. -Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de -Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de -buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen. -Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij -beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om -een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde -prezenteerde. - ---De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...? - ---Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel, -bleek. - ---Wat wil je hebben? - ---Een glas champagne. - ---Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat -eten. - -Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen -nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar -glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem -alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was -van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn -zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote -grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed -verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in -glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok, -dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met -pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn. - -Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas -champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar -bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden. - ---Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met -zijn glas in de handen. En hij dronk het uit. - ---De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij. - -En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten, -als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen. - ---Hier moeten de danseurs zich verzamelen.... - ---Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch. - -Zij zetten zich op de bank. - ---Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal. - ---Ja ... ik ben beter.... - ---Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten? - ---Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen -kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is.... - ---Nou ja, dat is nou gebeurd.... - ---Vindt je het discreet van je ... en kiesch? - ---Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van -die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn -hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij -je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze -ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden, -goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen -iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke. -Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere -ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet -wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd -op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner -me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je, -toen wij eens.... - -Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor. -Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij -bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam, -dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn -stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar -binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch. -Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende -zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd, -met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring--als zij -lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte -broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem -kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen -haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte -vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was, -maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde -zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar -bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten. -In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had -zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest, -zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw -had kunnen blijven...! - -Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen -harmonie...! - -Het ging alles bliksemsnel door haar heen. - -O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had -zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het -verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was -zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het -met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren -durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide. -Onherroepelijk, onuitwischbaar. - ---Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!! - -Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij -lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van -smeeking. - ---Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen, -dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot.... - -Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen -lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed -als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af. - ---Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En -zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester -naderde. Zij verstond niet wat hij zeide. - ---Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een -heesche stem, de meisjes na. - ---Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal.... - -Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij -verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote -danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in -de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal, -op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van -sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn.... -de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een -degen.... - - - - -XLVIII. - - ---Urania, ik smeek je, help mij! - ---Wat is er? - ---Kom meê.... - -Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar -meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel -verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der -groote danszaal om er de pavane te zien dansen. - ---Wat is er, Cornélie? - -Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij -trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand. - ---Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid. -Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je -niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem -al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen -ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel.... dat was om -hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang -voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me -heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo -vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens -ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd -gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden. -Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst. -Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar -Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley, -dat ik naar mijn kamer wil. - -Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen -in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog -di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld. - ---Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de -hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren, -beaamden het: zij misten haar overal.... - -Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek, -geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer. -Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos. - -Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog -en met de Breuil en de journalisten. - ---Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio -in. - ---Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar -waaier. - -De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten -zich weêr verspreidden door de zalen. - ---Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio. - -Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst, -steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels -boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog: -de journalisten vonden alles even geestig. - ---Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En -hoe dan met den cotillon? - ---Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania. - ---Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen. - ---Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie -een diepe stem. - -Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk -om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder -zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te -herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was.... - -Zij murmelde: - ---Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox -... De prinses di Forte-Braccio. - -Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was. - ---Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer -brengen. Ik zorg voor alles. - ---Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen -wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley. - ---Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn -glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen. - -Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat. - ---Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn -cotillon? - ---Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een -klein talent voor cotillon-directeur.... - -Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio -en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden -dirigeeren. - ---Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk? - -Cornélie glimlachte. - ---Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den -arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na. - - - - -XLIX. - - -Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot -door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes -binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een -morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame -zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle -kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen -dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos, -slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren. -Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan -haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als -na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met -glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen -dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet -alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar -weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op -te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen -had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar -bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende -en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt. - -Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende -morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche -jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het -jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar -flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste -ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet -had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij -was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de -wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht -willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven -jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist--en altijd met -den lach om zijn mooien mond--hield hij haar onder. Tot zij getrouwd -waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst -niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij -had zich bevrijd, zij was gevlucht! - -De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote -geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van -droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met -geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden. -Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij -waarlijk niet meer zijn vrouw?! - -Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice -gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien -eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag -hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante -victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses--hij had haar zoo gezien, -mooi, chic, en gelukkig--en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie -vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de -wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw -gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de -onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was -het geweest.... - -Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken.... -Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als -een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was -onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar -bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû -zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te -verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare -handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En -zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk -tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij -ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun -geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en -zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O, -ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn -arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk. -Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had -bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand -een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven -Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij -zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man -in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû -sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel -haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een -bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk -verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen -spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich -en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had -en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de -verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû _zij_ zegevieren -met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En -zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir. -Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade. -En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste -ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal.... -Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd, -dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden -en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte -voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van -gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet. - -Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met -Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief -aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen -was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren? - - - - -L. - - -Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch -bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte -of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den -volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen -kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen -Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week -daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de -volte der visites--beleefdheidsbezoeken na het feest--wist hij haar een -oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het -zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij -verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem. - ---Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het -niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden. -Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland -hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik -heb--ik weet nog niet hoe--kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om -met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit, -ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je: -ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van -de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken. - ---Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die -airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel -prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt.... - ---Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke -mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te -ontzeggen.... - -Hij lachte. Zij werd driftig. - ---Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert? - -Hij werd rood, zijn vuisten balden zich. - ---Verdomd! siste hij, in zijn snor. - ---Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door. - -Hij beheerschte zich. - ---We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen -waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer. -Bruut! Bruut!! - ---En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die -haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik -zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen.... - ---Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend. -Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène! - -Hij ging kalm zitten. - ---Ga je gang, zeide hij rustig. - -Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de -knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich -beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij, -coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de -hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk, -schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van -kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen -vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots -de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij -was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe -hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen: -dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk -was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij -wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag -zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch: - ---Cornélie.... - -Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had -liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een -geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar -viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde. - ---Wat is er? - ---Ik wil je even alleen spreken. - ---Neen. - ---Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm, -dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik -je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet -ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden -week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de -deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst. -Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden.... -Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je -spreken.... - ---Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het -salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar. - -Hij lachte. - ---Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was. -Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast. - ---Neen. - ---Jawel. - ---Waarover heb je me te spreken? - ---Dat kan ik hier niet zeggen. - ---Ik kan je niet alleen te woord staan. - ---Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang. - ---Neen. - ---Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je -eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn. - ---Ik ben niet bang. - ---Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me -ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu -je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang. - ---Ik ben niet bang.... - ---Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken -Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik -zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen -heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer -kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me -meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me -nooit meer terug. - ---Wat kan je me te zeggen hebben. - ---Ga meê.... - -Het was om zijne stem, niet om zijn woorden. - ---Maar niet langer dan drie minuten. - ---Niet langer dan drie minuten. - -Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon. - ---Wat is er? vroeg zij, bang. - ---Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik -woû je alleen maar zeggen ... DAT JE MIJN VROUW BENT. Begrijp je dat? -Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld, -toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen -te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt. -JE BENT MIJN VROUW. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En -jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets. -Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ... -is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek -en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond. -Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ... -dat het waar is, wat ik zeg: en DAT JE MIJN VROUW NOG BENT. Die wet -beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een -wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het -ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een -heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou -vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt, -ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat -zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal _niets_, -Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je -en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû -je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet -bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met -je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze -voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me -niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat -je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de -prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn -naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu -maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets -zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet. -Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig. -Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een -openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog -geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon. -En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat -blijf ik altijd. - -Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten -brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde -haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding, -de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong -wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat -hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot -zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich -af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn -eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat -anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen -herinnering meer en gedachte.... - -Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar -langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar -geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als -in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor -drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij -sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet -telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij -haar losliet, wankelde zij. - ---Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker. -En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is -niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten -spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu -tot ziens. Tot ziens.... - -Hij zoende haar nog eens. - ---Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem... - -Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond. - ---Tot ziens, zeide hij nog eens. - -Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend -haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen -klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen -tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer, -waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij -zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was -het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten -wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die -menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die -stikte. - - - - -LII. - - -Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn -meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die, -geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en -haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich -dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij -driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar -liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar -hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn -arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem -zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie -in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had -in hare weêrstreving--toen nog van flirt en aardigheid, weldra van -kribbigheid, later van drift en razernij--alsof hij pleizier had in -hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen. -Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En -zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere -man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed, -uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had -een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot -afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk -gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord, -lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de -mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond -zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom, -vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek -opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij -had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als -éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer -liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien -als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet -overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken. -Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen: -zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den -man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed -de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit -geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en -teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee -langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen.... -Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de -handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen, -en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende -spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg -van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige -slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst -vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste -uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest? - -Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de -geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde -niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op -den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco, -en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot -weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk.... - -Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij -smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de -oude vrouw, die zij nu plotseling verliet. - -En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid, -haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar -scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te -verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk, -haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord -verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het -niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar -verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van -Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid. -Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar -het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur -was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en -zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco. -En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit -meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die -zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de -heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk -maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van -maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier -de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet, -dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep -zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en -hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was -het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte -zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen! -En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare -vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar -verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de -zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand, -steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich -eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant.... - -Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles -hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria -Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van -redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende -naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig -om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende, -dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende -zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel, -haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem, -zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad -zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar, -en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij -viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het -was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als -het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren. -En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was, -haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht -over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem -aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar -plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe -kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij -weêr weg in zijn arm en sliep zij in. - -Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst, -met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even -loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door. -Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in -zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen. - - - - -LIII. - - -Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij -overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met -een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû -kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo -overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een -vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij -geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat -je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb -je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu -ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar -Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd -verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de -Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al -geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten. -O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven. -Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier -goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets. -Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga -werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is -heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen, -maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een -boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet -Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello. -Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi, -de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze -mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we -zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of -ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat -dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later -gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en -heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet -langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen -welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst -kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw. -Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn -vrouw. En _voel_ je je mijn vrouw--ook al wachten we nog een paar -weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,--dan zal -je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over -je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat -als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles -goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren, -wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen. - -Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in -de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een -marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en -Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting, -massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak -zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,--de heuvelen met -Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie -bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn. - ---Wij _moeten_ zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een -weifelende vraag. - ---Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling.... - ---Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet, -dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund, -vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien -ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk -dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet.... - ---Hoû je niet genoeg van mij.... - ---Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar -dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet -vrij ben.... - ---Niet vrij.... - ---Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien -ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je -immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo -vreemd.... Ik voelde toch, dat.... - ---Dat wat.... - -Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag. - ---Zie je ... hij is toch mijn man geweest. - ---Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd! - ---Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet.... - ---Maar wat dan, mijn kind.... - -Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan. - ---Ik kan het niet zeggen, Duco.... - ---Waarom niet. - ---Ik schaam mij.... - ---Zeg me, hoû je nog altijd van hem? - ---Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou. - ---Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je? - -Zij begon tegen hem aan te weenen. - ---Ik voel.... - ---Wat.... - ---Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ... -mij toch zijn vrouw. - -Zij fluisterde het bijna onhoorbaar. - ---Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij. - ---Neen, neen, ik zweer je van niet! - ---Maar hoe kan dat dan, mijn kind! - ---Ja, dat kan. - ---Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk! - ---Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het. - ---Maar hij hypnotizeert je! - ---Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een -werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet -hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit -iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ... -die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien -ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik -mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn -ding. - -Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn -borst. - ---Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink -zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te -vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat -hij zegt.... - ---Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken. -Ik zal je helpen.... - ---Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep -in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het -kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik _mag_ je vrouw niet -worden. Nu minder dan ooit. Misschien.... - ---Misschien? - ---... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet -mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien -was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn -antipathie tegen het huwelijk. - ---Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem! - ---Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch.... - ---Toch ben je verliefd op hem!! - ---Toch behoor ik hem toe.... - ---En je zegt, dat je mij liefhebt!! - -Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen. - ---Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt. -Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw.... - ---Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...! - ---Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik -zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw. - ---Niet mijn vrouw!! - ---Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb -medelij! - -Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte. - ---Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê, -en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling, -mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat -moeten wij doen?! - ---Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw -mogelijk. Je wilt niet. - ---Ik kan niet. Ik mag niet. - ---Dan weet ik het niet. - ---Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je -lief, ik hoû van je, ik hoû van je! - -Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en -wanhoop. Hij zoende haar woest terug.... - ---O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne -omhelzing. - - - - -LIV. - - -Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den -cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen -en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde -zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar -opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met -menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien -weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid -van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was -het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing -tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen -van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven -de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid -van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare -hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een -onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten -hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in -Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag -aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar -welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over -hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden, -gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat -zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij -vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer, -op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde -zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij -even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met -zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam, -dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij -noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort: -Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg -op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu: -waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien -zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde -hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden -brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam, -vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat -laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet -tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing, -getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn -vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen -haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog -vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij -beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat -hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de -wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had, -een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken -had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij -te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het -achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat -zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat -zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was -voor de gevolgen van haar weigering. - -Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den -brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest -beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de -gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn -borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende, -voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen -de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop -op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat -hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw. -Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij -sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik, -van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij -klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen -dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij -dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in -slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij -weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen -antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat; -het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij -wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was -een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op -de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber, -streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had.... -O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome -naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk. -Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de -tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven -van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude -brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen -turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder, -in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem -samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in -den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten! -Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs, -in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs -voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij -herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs -hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even -cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij, -het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij -wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn -vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld, -toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen -trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon, -en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes -van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend -tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet -volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet, -een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch -en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid -had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en -ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en -van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit -maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit -misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar _in_ het -leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid, -het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat -overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar -bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak -van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en -snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû -hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden. -Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en -hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde, -stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij! - -Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte -weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een -lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij -bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan -halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm -te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende -zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een -aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef -hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren -moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag--hij zoû -uitrekenen welken,--haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok -naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor -haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet -schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift, -zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht. -Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een -flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende -in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre, -door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding. -Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van -den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging -duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij -een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco.... -En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig: - ---Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen? - -Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit. - -Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij -oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een -goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem -daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij -schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein. - -Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij -had niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel -vroeg? Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van -niets. Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû. En zij zoû -gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht was, zag zij -het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn vrouw, moest -zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven, waar ook, trots -haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij wilde, moest zij -terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht niet aan zich, -zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in bloed. Zij dacht -er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij het hem vragen? O -God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan, trots haar telegram! -Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij had willen gaan, als -hij uit was, stilletjes naar het station.... Of zoû zij het hem liever -zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn? Of ... of zoû zij alles -zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ... vluchten, vluchten ergens -heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar als hij hen uitvond! En hij -zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij vermoorden!! - -Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen, -hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam -binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem -alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den -brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem -neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij -werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat -hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam -hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden, -zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden. -Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem -aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht -van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn -ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar -vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling -haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde--zij knikte -moedeloos van ja,--het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren, -reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit -voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte -zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht -ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde -ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij -terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt, -zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem: - ---Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen -wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet -anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan -moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt, -dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig -zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind. - ---Breng je me? - ---Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen -leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben; -hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal -iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan -zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan -inzien...! - -Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte -hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl -hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig -het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door.... - - - - -LII. - - -Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien -hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé -gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het -einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand -gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende -scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen -niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een -spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te -sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen -had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij -hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem -zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld, -zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en -zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist, -die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere -menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop -van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen -weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert -ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren. - -Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen -en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende -zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de -zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en -onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven -wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom -dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in -zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan -de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid, -en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte -harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein -voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen -geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen, -die duwden en leidden en wezen.... - -En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer -wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot -een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag -en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het -eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje, -waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op, -poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile -voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij -een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles -onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het -verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met -dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi -moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein -het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten, -omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere -machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle -station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn -steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele -schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van -breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch -geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid, -en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen -zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen -doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed -dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van -minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond -animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend -sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze -eigenlijk telden--dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar. -Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht, -maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang. - -Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij -boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn -snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij -zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar -buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik -monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken -manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die -moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw. - ---Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn -verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk. - ---Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht. - -Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op. -Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was. -Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er -allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het -bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had -gesproken. - ---Ben je moê? vroeg hij. - ---Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht -natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend. - -De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental. -In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel -binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een -gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te -zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen -met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij -als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer. - -Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een -houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de -oogen, verblind door den stroom van zonnelicht. - ---Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen? - ---Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en -hij bestelde haar ontbijt. - ---Doe je hoed af, zeide hij. - -Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was -verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin -uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die -zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar -linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande, -rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk -een kop thee. - ---Heb jij al ontbeten? vroeg zij. - ---Ja. - -Zij zwegen weêr en zij at. - ---En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende. - ---Goed.... - ---Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je -eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek -van je.... - -Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was -een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg -weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden. - ---Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een -oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar -nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat -ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we -al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw -geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je, -trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die -indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice. - ---Ja, zeide zij kalm. - ---Geef je dat toe? - ---Ja, herhaalde zij. - ---Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil. -Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude -onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan -hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn -vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet -hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw -ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet -doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat -alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles--finantieel ook-- -mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een -formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van -zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit -den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik -kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland -wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe. - ---Neen ... murmelde zij. - ---Waar zoû je willen wonen? - ---Ik weet het niet.... - ---In Italië? - ---Neen ... vroeg zij smeekend. - ---Hier blijven? - ---Liever niet ... den eersten tijd. - ---Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen? - ---Goed.... - ---Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan, -en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw -voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs. - ---Goed.... - -Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte. - ---Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen? - ---Hoe meen je? - ---Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond? - ---Neen.... - ---Kom eens hier, op mijn knie. - -Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op -zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn -hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de -oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang. - ---Heelemaal ben je me toch niet vergeten? - -Zij knikte van neen. - ---We hadden maar nooit moeten scheiden, wel? - -Zij knikte weêr van neen.... - ---Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer -driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben -je veel liever en mooier. - -Zij glimlachte flauwtjes. - ---Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op -haar mond. - -Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen -haar vel, en zijn mond hare lippen drukten. - ---Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten? - ---Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden. - ---Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je -zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier. - ---Is Urania niet boos.... - ---Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte. - -Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een -vriendin had. - ---En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien. - ---Zij is wèl boos op mij, niet waar? - -Hij lachte. - ---Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand -heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich -heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic, -niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik -je alleen en ga ergens beneden zitten. - -Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn -ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen. - ---Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben. -Ben je van mij, zeg, ben je van mij? - -Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen -zwaar om haar heen. - ---Zeg, ben je van mij? - ---Ja.... - ---Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was? - -Zij aarzelde. - ---Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen -zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen. - ---Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...! - -Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als -met een krachtsinspanning los. - ---Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later -terug. - -Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn -borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat -hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de -middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En -zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen -gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was -alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij -voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep -in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van -hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van -kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid, -wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem -zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van -het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede -huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi -meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij -figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar -zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem -tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen -zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en -wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap -zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een -duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven--Rome Duco, het -atelier--verzonk.... - - * * * * * - - - - - -End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - -***** This file should be named 44084-8.txt or 44084-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/ - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License available with this file or online at - www.gutenberg.org/license. - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation information page at www.gutenberg.org - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at 809 -North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email -contact links and up to date contact information can be found at the -Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For forty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/44084-8.zip b/old/44084-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index a720700..0000000 --- a/old/44084-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/44084-h.zip b/old/44084-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 4d24038..0000000 --- a/old/44084-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/44084-h/44084-h.htm b/old/44084-h/44084-h.htm deleted file mode 100644 index 5ec0b83..0000000 --- a/old/44084-h/44084-h.htm +++ /dev/null @@ -1,10351 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" - "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> -<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl" lang="nl"> - <head> - <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> - <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> - <title> - The Project Gutenberg eBook of Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus. - </title> - <style type="text/css"> - -body { - margin-left: 10%; - margin-right: 10%; -} - - h1,h2,h3,h4,h5,h6 { - text-align: center; /* all headings centered */ - clear: both; -} - -p { - margin-top: .51em; - text-align: justify; - margin-bottom: .49em; -} - - -hr { - width: 33%; - margin-top: 2em; - margin-bottom: 2em; - margin-left: auto; - margin-right: auto; - clear: both; -} - -hr.tb {width: 45%;} -hr.chap {width: 65%} -hr.full {width: 95%;} - -hr.r5 {width: 5%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;} -hr.r65 {width: 65%; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;} - -table { - margin-left: auto; - margin-right: auto; -} - - .tdl {text-align: left;} - .tdr {text-align: right;} - .tdc {text-align: center;} - -.blockquot { - margin-left: 5%; - margin-right: 10%; -} - -a:link {color: #800000; text-decoration: none; } - -v:link {color: #800000; text-decoration: none; } - -.bb {border-bottom: solid 2px;} - -.bl {border-left: solid 2px;} - -.bt {border-top: solid 2px;} - -.br {border-right: solid 2px;} - -.bbox {border: solid 2px;} - -.center {text-align: center;} - -.right {text-align: right;} - -.smcap {font-variant: small-caps;} - - - </style> - </head> -<body> - - -<pre> - -Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: Langs lijnen van geleidelijkheid - -Author: Louis Couperus - -Release Date: November 1, 2013 [EBook #44084] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - - - - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - - - - - -</pre> - - - -<h1>LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID</h1> - -<h4>DOOR</h4> - -<h2>LOUIS COUPERUS</h2> - -<h4>EERSTE DEEL</h4> - -<h5>L.J. VEEN—UITGEVER—AMSTERDAM</h5> - -<h5>1887</h5> - - - -<hr class="full" /> - -<p><a href="#LANGS_LIJNEN_VAN_GELEIDELIJKHEID">Tweede Deel</a></p> -<p><a href="#INHOUD">Inhoud</a></p> - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="I" id="I">I.</a></h3> - - -<p>Het pension van de marchesa Belloni was gelegen in een van de -gezondste, zoo niet dichterlijkste wijken van Rome: de helft van het -huis was een gedeelte van een villino der oude Ludovisi-tuinen; de -oude mooie tuinen, betreurd door een ieder, die ze gekend had, vóór -de nieuwe kazernewijken verrezen waren, waar eerst het Romeinsche -villa-park zich had uitgestrekt. Het pension stond in de Via Lombardia; -het oude villino-gedeelte had voor de locataires van de marchesa zekere -antieke bekoring gehouden, en het nieuw aangebouwde perceel bood aan: -ruime kamers, moderne waterleiding en electrisch licht. Het pension -had een zekere reputatie van goed en goedkoop en aangenaam gelegen -te zijn; enkele minuten wandelens van den Pincio af, hoog gelegen, -behoefde men er niet voor malaria te vreezen, en de prijs, dien men -er voor een langer verblijf betaalde, en die acht lire nauwlijks te -boven ging, was buitengewoon voor Rome, bekend als duurder dan iedere -andere Italiaansche stad. Zoo was het pension dan ook meestal vol: -de reizigers kwamen reeds in October—die het vroegst in den season -kwamen, betaalden het minst; en behalve enkele haastige toeristen, -bleven zij meest allen tot Paschen, om na de groote kerkfeesten naar -Napels af te zakken.</p> - -<p>Het pension was door Engelsche reiskennissen zeer aanbevolen aan -Cornélie de Retz van Loo, die alleen in Italië reisde, en uit Florence -geschreven had aan de marchesa Belloni. Het was de eerste keer, dat -zij in Italië reisde; het was de eerste keer, dat zij uitstapte aan -het groote holle station bij de Thermen van Diocletianus, en op het -plein, in de gouden zonnelucht van Rome, terwijl de groote fontein van -de Acqua Marcia ruischte, en de koetsiers klapperden met de zweepen -en met de tong—om haar aandacht te trekken—kreeg zij hare "lieve -Italiaansche sensatie", zooals zij dacht en was blij in Rome te zijn.</p> - -<p>Zij zag een oud moeilijk loopend mannetje op haar toe komen, met het -instinct van een oud-gedienden portier, die zijn reizigers dadelijk -herkent, en zij zag op zijn pet: Hôtel Belloni en wenkte hem, en -glimlachte. Hij begroette haar als een oude kennis, met familiariteit -en eerbied tegelijk, als was hij blij haar te zien—vroeg of zij -prettig gereisd had, of zij niet moê was, geleidde haar naar de -victoria, schikte haar plaid, haar valies, vroeg het biljet van hare -koffers, en zeide, dat zij maar gaan moest: in tien minuten volgde hij -met de bagage. Zij kreeg een gevoel van gezelligheid, van verzorgd te -worden door het oude hinkende mannetje, en knikte hem vriendelijk toe, -terwijl de koetsier wegreed. Zij gevoelde zich licht en luchtig, met -even den weemoed van iets onbekends, dat haar gebeuren ging: en zij -zag links en rechts om nu te zien de straten van Rome: zij zag alleen -maar huizen en huizen, kazernehuizen; toen een groot wit paleis: het -nieuwe Palazzo Piombino—waar zij wist, dat de Juno Ludovisi was—en -toen hield hij stil, en een knoopenjongentje kwam naar haar toe. Hij -bracht haar in den salon: een donker vertrek; in het midden een tafel -vol tijdschriften, gerangschikt in een regelmatigen, nog ongelezen -cirkel; twee dames, klaarblijkelijk Engelsch, en van het esthetische -genre—groezelige haren, lossige blouses,—zaten, in een hoek, in haar -Baedekers te studeeren, voor zij uit gingen. Cornélie boog even het -hoofd, maar ontving geen groet terug; zij nam het niet kwalijk, al -bekend met Albionsche reismanieren. Zij zette zich aan tafel en nam den -Romeinschen "Herald" op, het blad, dat om de veertien dagen verschijnt -en waaruit men leert, alles wat er die weken te doen is in Rome, en nú -vroeg een der dames haar, uit haar hoek, agressief:</p> - -<p>—I beg your pardon, maar zal u, als-u-blieft den Herald niet naar uw -kamer meênemen?</p> - -<p>Cornélie richtte heel hoog en kwijnend haar hoofd in de richting op -waar de dames zaten, zag vaag over hare groezelige hoofden heen, zeide -niets en blikte weêr terug in den Herald, en zij vond zich zeer bereisd -en glimlachte inwendig, omdat zij wist hoe men deed tegen dit genre van -Engelsche dames.</p> - -<p>De marchesa trad binnen, en verwelkomde Cornélie in het Italiaansch, -in het Fransch. Zij was een groote dikke matrone, vulgair dik; haar -ampelen boezem omspande een zijden kuras of spencer, dat glom op de -naden en barstte onder de armen: haar grijze frizuur gaf haar iets -van een leeuw; de groote geel en blauw gebistreerde oogen sperden een -blik open, onnatuurlijk van bella-donna; in hare ooren regenboogden -ontzaglijke kristallen, en naamlooze eêlgesteenten waren aan hare dikke -vette vingertjes gerist. Zij sprak heel vlug, en Cornélie vond hare -frazen even gezellig huiselijk als de verwelkomst van den krukkenden -portier op het stationsplein. Zij liet zich door de marchesa geleiden -naar den lift, en steeg met haar in: de hydraulische lift, een -getraliede kooi, opgaande langs de trappen, steeg plechtig en bleef -eensklaps roerloos, tusschen tweede en derde verdieping.</p> - -<p>—Derde verdieping! riep de marchesa naar omlaag.</p> - -<p>—Non c'è aqua! riep het knoopenjongentje kalm terug, daarmeê willende -beweren, dat—hetgeen heel natuurlijk scheen,—er geen water genoeg -was om den lift in beweging te stellen.</p> - -<p>De marchesa schreeuwde schel eenige bevelen; twee facchino's liepen -aan, heeschen zich met het ijverig doende knoopenjongentje aan den -kabel van den lift, en met schokjes steeg de kooi hooger en hooger en -bereikte eindelijk, bijna, de derde étage.</p> - -<p>—Nog iets hooger! beval de marchesa. Maar hoe de facchino's hunne -spieren spanden, de lift bleef roerloos.</p> - -<p>—Wij kunnen er wel uit! zei de marchesa. Wacht even.</p> - -<p>Met een grooten stap, die haar enorme witte kuit zien liet, stapte -zij op de étage, glimlachte en reikte de hand aan Cornélie, die hare -gymnastiek navolgde.</p> - -<p>—Wij zijn er! zuchtte de marchesa met een glimlach van voldoening. -Hier is uw kamer.</p> - -<p>Zij opende een deur en liet een kamer zien. Hoewel het buiten een dag -van helle zon was, was de kamer als een kelder kil en vochtig.</p> - -<p>—Marchesa, zei Cornélie dadelijk. Ik heb u geschreven om twee kamers -op het Zuiden.</p> - -<p>—O ja? vroeg de marchesa argeloos en naïf. Ik herinnerde het me heusch -niet meer. Ja, dat is zoo een idee van de vreemdelingen: kamers op het -Zuiden.... Dit is heusch een mooie kamer.</p> - -<p>—Het spijt mij, maar ik kan deze niet nemen, marchesa.</p> - -<p>La Belloni bromde een beetje, ging door den corridor en opende een -ander vertrek.</p> - -<p>—En deze kamer, signora.... Wat dunkt u hiervan....</p> - -<p>—Is dit het Zuiden?</p> - -<p>—Bijna.</p> - -<p>—Ik moet het volle Zuiden hebben.</p> - -<p>—Dit is op het Westen: u ziet uit uw raam hier de prachtigste -zonsondergangen.</p> - -<p>—Ik moet bepaald een kamer op het Zuiden hebben, marchesa.</p> - -<p>—Ook heb ik allerliefste vertrekjes op het Oosten: u heeft daar de -beelderigste zonsopgangen.</p> - -<p>—Neen, marchesa....</p> - -<p>—Heeft u geen gevoel voor natuurschoon?</p> - -<p>—Een klein beetje, maar nog meer voor mijn gezondheid.</p> - -<p>—Ik slaap wel op het Noorden.</p> - -<p>—U is een Italiaansche en er gewend aan, marchesa.</p> - -<p>—Het spijt mij wel, maar ik heb geen kamers op het Zuiden.</p> - -<p>—Dan spijt het mij ook, marchesa, maar dan zal ik ergens anders zoeken.</p> - -<p>Cornélie wendde zich af, als om weg te gaan. De keuze van een kamer is -soms de keuze van een leven....</p> - -<p>De marchesa vatte haar hand en glimlachte. Zij had niet meer haar -koelen toon, maar haar stem was als balsem.</p> - -<p>—Davvero, het is zoo een idee van vreemdelingen: kamers op het Zuiden! -Maar ik heb er nog twee hokjes. Hier....</p> - -<p>En zij opende snel twee deuren: twee kleine gezellige zonnige -pijpelaadjes, uit de open ramen een hoog en wijd luchtgezicht over de -lagere straten en daken heen, en, blauwe dom, in de verte, Sint-Pieter.</p> - -<p>—Het zijn mijn eenige kamers nog op het Zuiden, klaagde de marchesa.</p> - -<p>—Deze wil ik gaarne hebben, marchesa....</p> - -<p>—Zestien lire, glimlachte la Belloni.</p> - -<p>—Tien, zooals u geschreven had.</p> - -<p>—Ik zoû er twee personen in kunnen logeeren.</p> - -<p>—Ik blijf—als het mij bevalt—den heelen winter.</p> - -<p>—U is dapper! riep de marchesa eensklaps uit met haar liefste stem, -stem van overwonnene. U krijgt de kamers, voor twaalf lire. Laten -wij er niet verder over spreken. De kamers zijn van u. U is een -Hollandsche? Wij hebben nog een Hollandsche familie; een mama met twee -dochters en een zoon. Wil u naast ze zitten aan tafel?</p> - -<p>—Neen, zet mij liever ergens anders; ik hoû niet van landgenooten op -reis....</p> - -<p>De marchesa liet Cornélie alleen. Zij zag uit het raam, gedachteloos, -blij in Rome te zijn, met even den weemoed van het onbekende, dat -gebeuren ging. Er werd geklopt, hare koffers werden binnengebracht. -Zij zag, dat het elf uur was en begon uit te pakken. Haar eene kamer -was een klein zitkamertje, als een vogelkooi in de lucht, ziende over -Rome heen. Zij schikte zelve de meubels anders, drapeerde de verschoten -chaise-longue met een lap uit de Abruzzen en bevestigde eenige -portretten en fotografieën met punaises in den kalkwand, gebroken -door ruwe fresco-arabesken. En zij lachte om den rand van purperen, -pijldoorstoken harten, die het frescovak van den wand omgaf.</p> - -<p>Zij werkte een uur en hare zitkamer was geschikt: een eigen home met -een paar eigen lappen, een schut zoo, een tafeltje zus: kussens op de -chaise-longue, boeken bij de hand. Toen zij klaar was en zitten ging -en om zich heen zag, voelde zij zich plotseling zeer eenzaam. Zij -dacht aan Den Haag, aan wat zij er achterliet. Maar zij wilde niet -denken, nam haar Baedeker en bestudeerde het Vaticaan. Zij kon er -niet hare gedachten bijhouden en nam Hare's "Walks in Rome" ter hand. -Een bel luidde. Zij was moê, voelde zich nerveus, zag in den spiegel, -zag hare haren uit den krul, haar blouse-hemd vuil van steenkool en -stof, ontsloot een tweeden koffer en verkleedde zich. Terwijl zij zich -frizeerde, schreide zij, snikte zij. De tweede bel luidde en na zich -gepoeierd te hebben ging zij naar beneden.</p> - -<p>Zij dacht laat te zijn, maar er was niemand in de eetzaal en zij -moest wachten voor zij bediend werd. Zij beloofde zich voortaan niet -zoo dadelijk te komen. Sommige locataires keken naar binnen door de -geopende deur, zagen, dat er nog niemand aan tafel zat dan éene nieuwe -dame, en verdwenen weêr.</p> - -<p>Cornélie zag om zich rond en wachtte af.</p> - -<p>De eetzaal was de antieke eetzaal van het oude villino-gedeelte met een -plafond van Guercino. De kellners drentelden wat rond. Een oude grijze -hofmeester zag met een verren blik over de tafel, of alles in orde was. -Hij werd ongeduldig, omdat niemand kwam en beval, dat men Cornélie -de macaroni diende. Het viel Cornélie op, dat hij ook met het been -trok, evenals de portier. Maar de kellners waren heel jong, nauwlijks -zestien, achttien jaar en zonder het gewone kellner-aplomb.</p> - -<p>Een dikke heer, levendig, gewichtig, pokdalig, slecht geschoren, in een -kale zwarte jas, zonder veel linnen te toonen, kwam binnen, wreef zich -in de handen, zette zich op zijn plaats, tegenover Cornélie.</p> - -<p>Hij groette beleefd en at ook van de macaroni.</p> - -<p>En het scheen een sein te zijn, dat men ging eten, want tal van -locataires, meestal dames, kwamen nu binnen, zetten zich en namen van -de macaroni, die de jonge kellners ronddienden onder toezicht van den -grijzen hofmeester. Cornélie glimlachte om het amuzante dier reistypes -en toen zij, onwillekeurig, naar den pokdaligen heer over zich zag, -bespeurde zij, dat hij ook glimlachte.</p> - -<p>Hij haastte zich zijn beetje tomatensaus nog met brood te eten, boog -zich een weinig over de tafel en fluisterde bijna in het Fransch:</p> - -<p>—Het is amuzant, niet waar?</p> - -<p>Cornélie trok de wenkbrauwen op.</p> - -<p>—Hoe meent u?</p> - -<p>—Een cosmopolitisch gezelschap....</p> - -<p>—O ja....</p> - -<p>—U is een Hollandsche?</p> - -<p>—Hoe weet u?</p> - -<p>—Ik zag uw naam in het vreemdelingenboek, en daarachter: la Haye....</p> - -<p>—Het is waar....</p> - -<p>—Er zijn hier nog meer Hollandsche dames, daar zitten zij ... ze zijn -charmant.</p> - -<p>Cornélie vroeg een ordinairen wijn aan den hofmeester.</p> - -<p>—Die wijn is niet goed, zei de dikke heer, levendig. Ik heb hier -Genzano,—en hij wees op zijn fiasco. Ik betaal een klein kurkegeld en -drink mijn eigen wijn.</p> - -<p>De hofmeester zette haar half fleschje voor Cornélie: dat was gratis -begrepen in haar pension.</p> - -<p>Ik zal u, als u wilt, het adres geven van mijn wijn: Via della Croce -61....</p> - -<p>Cornélie bedankte. De meer dan gewone gemakkelijkheid, levendigheid van -den pokdaligen heer vermaakten haar.</p> - -<p>—U ziet naar den hofmeester, vroeg hij.</p> - -<p>—U let goed op, glimlachte zij.</p> - -<p>—Een type, onze hofmeester, Giuseppe. Hij was vroeger hofmeester in -het paleis van een Oostenrijkschen aartshertog. Hij heeft, ik weet niet -wat gedaan. Gestolen misschien. Of brutaal geweest. Of een lepel laten -vallen. Hij is gedegringoleerd. Hij is nu maar in ons pension Belloni. -Maar wat een waardigheid....</p> - -<p>Hij boog zich voorover.</p> - -<p>—De marchesa is zuinig. Al de bedienden hier zijn òf oud, of héél -jong. Dat betaalt minder.</p> - -<p>Hij boog tot twee Duitsche dames: moeder en -dochter, die waren binnengekomen en naast hem plaats namen.</p> - -<p>—Ik heb voor u de permissie, die ik u beloofd heb: om het palazzo -Rospigliosi te zien; de Aurora van Guido Reni, sprak hij in het Duitsch.</p> - -<p>—Is dan de prins terug?</p> - -<p>—Neen, de prins is in Parijs. Het paleis is niet te zien, behalve voor -u.</p> - -<p>Hij boog galant.</p> - -<p>De Duitsche dames riepen uit hoe lief hij was, hoe hij toch alles kon -doen, op alles iets vinden. Hoeveel moeite hadden zij niet gedaan om -den portier van Rospigliosi om te koopen. Het was haar niet gelukt.</p> - -<p>Een mager Engelsch dametje had plaats genomen naast Cornélie.</p> - -<p>—En voor u, miss Taylor, heb ik een kaart voor een vroegmis in de -eigen kapel van Zijne Heiligheid....</p> - -<p>Miss Taylor straalde van genot.</p> - -<p>—Is u weêr aan het sight-seeing geweest? ging de pokdalige heer voort.</p> - -<p>—Ja, muzeum Kircher, zeide miss Taylor; maar ik ben nu doodmoê.... It -was most exquisite.</p> - -<p>—Ik schrijf u voor vanmiddag thuis te blijven, miss Taylor, en uit te -rusten.</p> - -<p>—Ik heb een afspraak om naar den Aventijn te gaan....</p> - -<p>—U mag niet. U is moê. Iederen dag ziet u er slechter uit en wordt -u magerder. Rome is te vermoeiend voor u. U moet rust nemen, anders -krijgt u niet de kaart voor de vroegmis.</p> - -<p>De Duitsche dames lachten. Miss Taylor beloofde, gestreeld, zalig. Zij -zag naar den pokdaligen heer, of zij van hem het woord der wijsheid -moest vernemen.</p> - -<p>Het déjeuner was afgeloopen: de biefstuk, de pudding, de droge vijgjes. -Cornélie stond op.</p> - -<p>—Mag ik u even inschenken, uit mijn flesch? vroeg de dikke heer. -Proeft u eens mijn wijn. Vindt u dien goed? Dan bestel ik, in de Via -della Croce, een fiasco voor u....</p> - -<p>Cornélie wilde niet weigeren. Zij dronk. De wijn was heerlijk zuiver. -Zij dacht, dat het goed zoû zijn in Rome een zuiveren wijn te drinken -en terwijl zij zoo dacht, scheen de dikke heer haar snelle denken te -lezen.</p> - -<p>—Het is goed, zeide hij; als u in Rome, waar het leven vermoeiend is, -een versterkenden wijn drinkt.</p> - -<p>Cornélie beaamde het.</p> - -<p>—Dit is Genzano, van twee-vijf-en-zeventig lire de fiasco. U doet -daar lang meê, de wijn bederft niet. Ik bestel u dus een fiasco.</p> - -<p>Hij boog in het rond tegenover de dames en vertrok.</p> - -<p>De Duitsche dames bogen tegen Cornélie.</p> - -<p>—Altijd zoo minzaam, die Mr. Rudyard....</p> - -<p>—Wat zoû hij zijn, dacht Cornélie. Fransch, Duitsch, Engelsch, -Amerikaansch?</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="II" id="II">II.</a></h3> - - -<p>Zij had na het lunch een victoria genomen, en een toer gemaakt door -Rome, als een eerste kennismaking met de stad, waarnaar zij zoo -verlangd had. Die eerste indruk was haar een groote teleurstelling -geweest. Hare frissche verbeelding, hare lectuur, zelfs hare -fotografieën, in Florence gekocht en met de liefde van een pas -beginnend toerist bestudeerd, hadden haar al een illuzie gegeven van -een stad uit een ideale oudheid, een ideale Renaissance, en zij had -vergeten, dat, vooral in Rome, het leven meêdoogenloos is voortgegaan, -en de tijden er niet in gebouwen en ruïnes opstaan als afzonderlijke -perioden, maar iedere periode door dagen en jaren verbonden is aan de -volgende, nauw aaneengeschakeld.</p> - -<p>Zoo had zij den koepel van Sint-Pieter klein kunnen vinden; het Corso -nauw; de zuil van Trajanus, een zuil als een andere; en het Forum had -zij niet gezien terwijl zij er langs reed, en bij den Palatijn had zij -aan geen enkelen keizer kunnen denken.</p> - -<p>En zij was nu thuis en moê, en rustte uit en dacht na, weemoedig en -toch genietende van hare vage gedachten, van de stilte rondom haar -heen, in het groote huis, waar de meeste pensionnaires nog niet -teruggekeerd waren. Zij dacht aan Den Haag, aan hare groote familie, -vader, moeder, broers en zusters, die zij vaarwel gezegd had voor -geruimen tijd, om te reizen. Haar vader, gepensionneerd kolonel van -de huzaren, zonder groot fortuin, had haar niets kunnen meegeven voor -haar gril, zooals hij zeide, en zij had zich dien gril, van een nieuw -leven te beginnen, niet kunnen inwilligen zonder een klein legaat, dat -zij reeds jaren geleden van een peettante geërfd had. Zij was blij -eenigszins onafhankelijk te zijn, hoewel zij voelde het egoïsme van die -onafhankelijkheid....</p> - -<p>Maar wat had zij voor haar kring kunnen doen, na het éclat van hare -scheiding? Zij was zwak—egoïst—; zij wist het; maar zij had een slag -gehad, waaronder zij eerst gedacht had te zullen bezwijken. En toen -zij toch leefde, had zij bijéen geschraapt haar beetje energie, en zich -gezegd, dat zij niet kon blijven bestaan in hetzelfde kringetje van -hare zusters en vriendinnetjes, en had zij haar leven gedwongen een -anderen kant uit te gaan. Zij had steeds den tact bezeten van een oude -japon een schijnbaar nieuw toilet te arrangeeren, een hoed van verleden -jaar te herscheppen tot een nieuwerwetschen hoed, en zoo had zij ook nu -gedaan met haar verstrooid en ellendig leven, verwaaid en gebroken: zij -had bij elkaâr gezocht, als met een zuinigheid, wat nog over was en nog -goed, en van die overblijfselen had zij zich een nieuw bestaan gemaakt. -Maar dit nieuwe leven kon niet ademen in de oude atmosfeer, was er -doelloos, vreemd, en zij had het weten te dwingen een andere richting -uit, trots allen weêrstand van familie en kennissen. Misschien had zij -dit niet zoo vermocht, als zij niet zoo gebroken was geweest. Misschien -had zij die energie niet zoo gevoeld als zij maar een beetje geleden -had. Zij had hare kracht en zij had hare zwakte; zij was zeer geheel, -en zij was toch zeer verscheiden en deze complexiteit was misschien -geweest de redding voor hare jeugd.</p> - -<p>Daarbij, zij wàs heel jong; drie-en-twintig; en op dien leeftijd is -er een onbewuste levenskracht, trots alle schijnbare zwakte. En hare -tegenstrijdigheden vormden haar evenwicht, zoodat zij niet overhelde -naar den afgrond.... Dat alles ging als wolkjes vaag door haar heen, -niet met het concieze van woorden, maar met de nevels van moê gedroom. -Zooals zij daar lag, zag zij er niet uit of zij ooit die kracht van -nieuwe richting aan haar leven geven, beoefend had. Een bleeke tengere -vrouw, rank, met gebroken bewegingen, liggende op een langen stoel, in -haar niet geheel meer frisschen peignoir, waarvan het rose verbleekt, -de kant verkreukeld was. En toch was er die poëzie van haarzelve om -haar heen, trots die moede oogen, de slappe lijnen van haar kleed, -trots de pensionkamer, met het vlug in elkaâr gezette comfort, dat -meer tact was dan werkelijkheid en in iederen koffer geborgen kon -worden. Zij had in haar broze figuur, in haar bleeke, meer fijne -dan mooie trekken, zij had om zich heen als een halo, de poëzie van -zichzelve, als een atmosfeer, die zij onbewust om zich heen straalde, -die uitging van haar oogen over de dingen, waarop zij staarde, uit -hare vingers over de dingen, waarover zij streek. Voor wie haar niet -sympathiek waren, was die atmosfeer het ongewone, het excentrieke, het -niet-Haagsche-vrouwtjesachtige, dat men haar dan verweet. Voor wie -haar sympathiek waren, was dat iets van talent, iets van ziel, iets -bizonders, dat bijna genie, maar ontzenuwd scheen, en groote bekoring -gaf, en veel deed denken, en veel beloofde: misschien te veel om te -houden. En deze vrouw was het kind van haren tijd maar vooral van hare -omgeving, en daarom zoo weinig af: strijdigheid tegen strijdigheid, in -evenwicht van tegenstrijdigheden, dat haar ondergang kon zijn, of haar -behoud, maar in elk geval haar noodlot.</p> - -<p>Zij voelde zich eenzaam in Italië. Zij had weken gewoond in Florence, -en zij had er een rijk leven pogen te leven van kunst en verleden. Dan -vergat zij wel veel van zichzelve, maar voelde zich toch eenzaam. Zij -was twee weken in Sienna geweest, maar Sienna had haar beklemd: de -sombere straten, de doodsche paleizen, en zij had gesmacht naar Rome. -Maar zij had Rome dien middag nog niet gevonden. En al voelde zij -zich moê, zij voelde zich vooral eenzaam, doodeenzaam en nutteloos op -een groote wereld, in een groote stad, een stad, waar men het groote -en nuttelooze, en eeuwenwijde, misschien zóó voelt als nergens. Zij -voelde zich als een kleine atoom van leed, als een mier, een insect, -lam getrapt, half verpletterd, tusschen de inmense koepelingen van -Rome, die zij buiten ried.</p> - -<p>En hare hand dwaalde ijdel over hare lectuur, die zij, zoo nauwgezet -van geweten, bij zich op een tafeltje gestapeld had: eenige vertaalde -klassieken: Ovidius, Tacitus, en dan Dante, Petrarca, Tasso. Het -schemerde in hare kamer, het was geen licht om te lezen, zij was -te weifelend om te bellen voor een lamp; een kilte dreef door haar -kamertje, nu de zon geheel onder was, en zij had vergeten te laten -stoken dien eersten dag. Wijd was de eenzaamheid om haar heen, pijn -deed haar heur leed, haar ziel verlangde naar een ziel, maar haar -mond naar een zoen, haar armen naar hèm, eenmaal haar man, en zich -omwentelend in hare kussens, vroeg zij, uit het diepst van zichzelve, -wringend de handen:</p> - -<p>—O God, zèg mij wat ik doen moet!</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="III" id="III">III.</a></h3> - - -<p>Het diner was gonzend van stemmen; om de drie, vier lange tafels was -het vol; de marchesa zat aan het hoofd der middentafel. Nu en dan -wenkte zij ongeduldig Giuseppe, den ouden hofmeester, die een lepel had -laten vallen aan een aartshertogelijk hof, en de piepjonge kennertjes -draafden buiten adem rond. Cornélie vond, over haar gezeten, den -welwillenden dikken heer, dien de Duitsche dames Mr. Rudyard noemden, -en vóór haar couvert haar fiasco Genzano. Zij bedankte lachende, en -sprak met Mr. Rudyard, het gewone praatje: dat zij getoerd had dien -middag, de eerste kennismaking met Rome, het Forum, de Pincio. Zij -sprak met de Duitsche dames en met de Engelsche, die altijd zoo moê -was van het "sight-seeing", en de Duitsche, eene "Baronin", en de -dochter, "Baronesse", lachten met haar om de twee esthetischen, die -Cornélie dien morgen al in den salon had aangetroffen. Deze twee zaten -op eenigen afstand; lang en hoekig, groezelig van haar, in zonderling -uitgeknipte evening-dress, die borst en armen vertoonde, comfortabel -gedekt door een grauwen Jaeger-borstrok, waarover dan nog rustig-weg -snoeren van groote blauwe kralen hingen. Haar beider blik weidde over -de lange tafel, als beklaagden zij een ieder, die in Rome gekomen was -om kunst te leeren kennen, omdat zij beiden alleen wisten wat kunst -in Rome was. Zij lazen onder het eten, dat zij onsmakelijk, bijna met -de vingers, deden, in esthetische werken, de wenkbrauwen gefronst, -en nu en dan verstoord opkijkende, omdat men aan tafel praatte. Zij -vertoonden in hare waanwijsheid, hare onmogelijke manieren, en kleedij -van minder dan geen smaak, en daarbij nog groote aanstellerigheid, -types van reizende Engelsche dames, zooals men ze nergens anders -ontmoet dan in Italië. De kritiek over haar was aan tafel eenstemmig. -Ze kwamen iederen winter in het pension Belloni, en waschten aquarellen -in het Forum of op de Via Appia. En zij waren zóó opmerkelijk van -ongeziene oorspronkelijkheid, in hare hoekige groezeligheid, met de -avondjapon, de Jaegers, de blauwe snoeren, de esthetische werken, -en hare, vleesch uitrafelende, vingers, dat aller oogen steeds naar -haar toegingen, als onder een medusa-achtige suggestie. De jonge -barones, een type uit de Fliegende Blätter, geestig, vlug, met haar -rond Duitsche gezichtje en hoog geteekende wenkbrauwen, lachte met -Cornélie, en toonde haar in een schetsboek een vlugge krabbel, die -zij van de twee esthetische dames gemaakt had, toen Giuseppe eene -jonge dame leidde aan het einde van de tafel, waar Cornélie en -Rudyard over elkander zaten. Zij was klaarblijkelijk pas aangekomen, -groette met een "evening" in het rond, en ging ruischende zitten. Van -de esthetische dames af, gingen aller oogen naar deze nieuweling. -Men zag dadelijk, dat zij een Amerikaansche was, bijna te mooi, te -jong, om zoo maar alleen te reizen, met een glimlachend aplomb, of -zij thuis was, heel blank, heel mooie donkere oogen, tanden als een -reclame voor een dentiste, haar volle buste gegoten in mauve laken met -zilveren passement geheel gearabeskeerd, op haar zwaar uitgegolfde -haren een grooten mauve hoed met een cascade van zwarte struisveêren, -vastgehouden door een te groote gesp van strass. Bij iedere beweging -ruischte de zijde van haar onderrok, wuifden de pluimen, schitterde -het strass. En niettegenstaande deze opzichtigheid was zij als een -kind, misschien even twintig jaar, met een naïeven blik: zij richtte -dadelijk het woord tot Cornélie, tot Rudyard; zeide, dat zij moê was, -van Napels kwam, gisteren avond gedanst had bij prins Cibo, dat zij -heette Miss Urania Hope, dat haar vader woonde te Chicago, dat zij twee -broêrs had, die, trots het fortuin van papa werkten op een hoeve in de -Far West, maar dat zij als een bedorven kindje was grootgebracht door -haar vader, die echter wilde, dat zij op haar eigen kon staan, en haar -daarom alleen liet reizen, in de Oude Wereld, in "dear old Italy". -Zij vond het heerlijk te hooren, dat Cornélie ook alleen reisde, en -Rudyard plaagde de dames met haar nieuwe begrippen, maar de baronin en -de baronesse juichten toe. Miss Hope vatte dadelijk eene genegenheid -op voor hare Hollandsche medereizigster en wilde afspraken maken, -maar Cornélie, huiverig, weerde zacht af, zeide, dat zij het druk -had, studeeren in de muzea wilde. Zóó ernstig dus, vroeg Miss Hope -met eerbied, en de onderrok ruischte, de pluimen wuifden, het strass -schitterde. Zij maakte op Cornélie den indruk van eene bonte kapel, -die dartel en onbezonnen zich wel eens te pletter kon vliegen tegen -de serre-glazen van het nauwe leven. Zij voelde wel geen sympathie -voor dat mooie vreemde wezentje, dat er uitzag als een cocotte en een -kind tegelijk, maar zij voelde medelijden, waarom, wist zij niet. Na -den eten stelde Rudyard aan de beide Duitsche dames voor, een kleine -wandeling te maken. De jonge baronesse kwam naar Cornélie, vroeg of -zij meêging, om Rome te zien in den maneschijn, vlak bij, bij de villa -Medici. Zij was dankbaar voor dat vriendelijke woord, en ging even een -hoed opzetten, toen Miss Hope haar achterna liep.</p> - -<p>—Blijf bij mij zitten in het salon....</p> - -<p>—Ik ga wandelen met de baronin, antwoordde Cornélie.</p> - -<p>—Die Duitsche dame?</p> - -<p>—Ja.</p> - -<p>—Is zij van adel?</p> - -<p>—Ik vermoed van wel.</p> - -<p>—Is er veel adel in dit pension? vroeg Miss Hope gretig.</p> - -<p>Cornélie lachte.</p> - -<p>—Ik weet het niet. Ik ben hier pas sedert van morgen.</p> - -<p>—Ik geloof wel, dat er veel adel is. Ik heb gehoord, dat hier veel -adel was. Is u van adel?</p> - -<p>—Geweest! lachte Cornélie. Maar ik heb mijn titel af moeten schaffen.</p> - -<p>—Hoe jammer! riep Miss Hope uit. Adel is zoo lief. Weet u wat ik heb? -Een album met wapens, van allerlei geslachten, en een ander album -met staaltjes zij en brokaat van iedere baljapon van de koningin van -Italië.... Wil u het eens zien?</p> - -<p>—Dolgaarne! lachte Cornélie. Maar nu moet ik mijn hoed opzetten.</p> - -<p>Zij ging, zij kwam terug, een hoed op, een pélérine om: de Duitsche -dames en Rudyard wachtten reeds in de vestibule en vroegen waarom -zij lachte. Zij vertelde van het stalenalbum der baljaponnen van de -koningin, en het was een groote vroolijkheid.</p> - -<p>—Wie is hij? vroeg zij aan de baronin, terwijl zij met deze voorging, -de Via Sistina door; de baronesse volgde met Rudyard.</p> - -<p>Zij vond de baronin een charmante vrouw, maar haar trof in deze -Duitsche vrouw, uit militaire adelkringen, een koud cynischen blik op -het leven, niet bepaald eigen aan hare Berlijnsche omgeving.</p> - -<p>—Ik weet het niet, antwoordde de baronin onverschillig. Wij reizen -veel. Wij hebben op het oogenblik geen huis in Berlijn. Wij willen -pleizier van onze reis hebben. Mr. Rudyard is heel aardig. Hij helpt -ons met allerlei: kaarten voor een mis van den Paus, introducties hier, -invitaties daar. Hij schijnt veel invloed te hebben. Wat kan het mij -schelen, wie en wat hij is. Else denkt ook zoo. Ik neem van hem aan, -wat hij ons geeft, en verder dring ik niet in hem door....</p> - -<p>Zij liepen voort.</p> - -<p>De baronin nam Cornélie's arm.</p> - -<p>—Mijn beste kind, vind ons niet al te cynisch. Ik ken je bijna nog -niet, maar ik voel sympathie voor je. Zoo vreemd, niet waar, op reis, -in eens aan een table-d'hôte, bij een magere kip. Vind ons niet -slecht, niet cynisch. Ach, misschien zijn wij het. Men wordt zoo door -ons cosmopolitisch, plichtvrij, bandenloos leven: onedel, cynisch en -egoïst. Heel egoïst. Rudyard bewijst ons veel diensten. Waarom zoû ik -ze niet aannemen. Het kan mij niet schelen wat en wie hij is. Ik bind -mij niet aan hem.</p> - -<p>Cornélie zag onwillekeurig om. In de bijna donkere straat zag zij -Rudyard en de jonge baronesse, bijna fluisterend en geheimzinnig.</p> - -<p>—En denkt uw dochter ook zoo?</p> - -<p>—O ja. Wij binden ons niet aan hem. Wij voelen niet eens sympathie -voor hem, met zijn pokdalig gezicht en zijn zwarte nagels. Wij nemen -alleen zijn introducties aan. Doe ook zoo. Of ... doe het niet. Het is -misschien edeler als je het niet doet. Ik, ik ben erg egoïst geworden, -door ons reizen. Wat kan het mij schelen....</p> - -<p>De donkere straat scheen tot vertrouwen uit te lokken, en Cornélie -begreep iets van die cynische onverschilligheid, bizonder in eene -vrouw, opgevoed in enge begrippen van plichtmatigheid en moraal. Edel -was het niet; maar was het niet moêheid om het plagen van het leven? -Hoe dan ook, vaagweg begreep zij het: die onverschillige toon, dat -nonchalante schouderophalen....</p> - -<p>En zij sloegen langs het Hôtel Hassler om, en naderden de villa Medici. -De volle maan vloot haar vloed uit van wit licht, en Rome lag in den -blauwen blankigen nachtgloed. Uit den vollen beker der fontein, onder -de zwarte steeneiken, wier loover de schilderij van Rome omvatte in een -ebben lijst, plaste, klaterend, het overvloedige water af....</p> - -<p>—Rome moet wel mooi zijn, zei Cornélie zacht.</p> - -<p>Rudyard en de baronesse waren ook nader gekomen, en hoorden Cornélie's -woorden.</p> - -<p>—Rome <i>is</i> mooi, zeide hij ernstig. En Rome is meer. Rome is een -groote troost voor velen.</p> - -<p>In den blauwigen maannacht troffen zijne woorden haar. De stad scheen -mystiek aan te golven aan hare voeten. Zij zag hem aan: hij stond -voor haar, in zijn zwarte jas, zonder veel linnen: altijd een dikke -beleefde heer. Zijn stem was heel doordringend, met een rijken klank -van overtuiging. Zij zag hem lang aan, niet van zichzelve zeker en vaag -gevoelende een naderende suggestie, maar stil antipathiek.</p> - -<p>Toen zeide hij nog na, als wilde hij haar niet te veel laten nadenken -over het woord, dat hij gesproken had:</p> - -<p>—Een groote troost, voor velen ... omdat schoonheid troost....</p> - -<p>En zij vond zijn laatste woord een esthetische banaliteit, maar hij had -het ook bedoeld, dat zij het zoo vinden zoû.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="IV" id="IV">IV.</a></h3> - - -<p>De eerste dagen in Rome vermoeiden Cornélie zeer. Zij deed te veel, -als een ieder, die pas in Rome is; zij wilde de geheele stad in -eens omhelzen, en de afstanden, schoon met rijtuig afgelegd, de -eindelooze galerijen der muzea braken haar van vermoeidheid. Daarbij -ondervond zij telkens teleurstellingen, in schilderijen, in beelden, -in gebouwen. Eerst dorst zij zich die teleurstellingen niet bekennen, -maar op een middag, doodmoê, na een smartelijke teleurstelling in de -Sixtijnsche kapel, bekende zij het zich. Alles wat zij zag en reeds -kende van studie, was haar eene teleurstelling. Toen nam zij een -besluit vooreerst niets meer te gaan zien. En na hare vermoeiende dagen -van 's morgens-uit, 's middags-uit, was het een wellust zich aan -den onbewusten stroom der dagen over te geven. Zij bleef 's morgens -thuis, in een peignoir, in haar gezellig hoog vogelkooitje van een -zitkamer, schreef brieven, droomde wat, de armen om het hoofd gebogen, -las in Ovidius, in Petrarca, hoorde naar een paar straatmuzikanten, -die, met trillende tenorstemmen, bij het snerpend gejammer van hun -guitaren, de stille straat vervulden met een snikkenden hartstocht van -muziek. Aan het lunch vond zij, dat zij het getroffen had met haar -pension, met haar hoekje aan tafel: de baronin Von Rothkirch, met hare -onverschillige aristocratische neêrbuigendheid tegen Rudyard, vond -zij interessant, omdat zij zag hoe reizen iemand rukken kan uit het -cirkeltje van côterie-begrip. De jonge baronesse, die zich niets van -het leven aantrok en maar schilderde en maar schetste, interesseerde -haar in haar gefluister met Rudyard, dat zij niet begreep. Miss Hope -was zoo naïef, zoo kinderlijk dol, dat Cornélie niet inzag hoe de oude -Hope, de rijke tricot-fabrikant daar ginds in Chicago, dit kind maar -alleen liet reizen met haar al te ruim maandgeld en haar totaal gemis -aan wereld- en menschenkennis; en Rudyard zelve, hoewel zij soms afschuw -van hem had, boeide haar ondanks dien afschuw. Hoewel zij dus in geen -van die tafelgenooten gevonden had diepere vriendschap, waren het -menschen om haar heen, met wie zij spreken kon, en de tafelconversatie -was een afleiding in haar eenzaamheid van den geheelen dag.</p> - -<p>Want 's middags ging zij deze dagen van moêheid en teleurstelling -alleen een kleine wandeling maken in het Corso, of op den Pincio, -keerde dan thuis, zette zelve haar thee in haar zilveren trekpotje, en -droomde bij het houtvuur, in den donker, tot zij zich kleeden moest -voor het diner.</p> - -<p>En de goed verlichte eetzaal met het plafond van Guercino was vroolijk. -Het pension was vol: de marchesa sliep in de badkamer en had hare eigen -kamer afgestaan. Een gegons van stemmen ruischte aan tafel, de kellners -draafden, lepels en vorken klakkerden. De melancholieke stemming van -zoovele table-d'hôtes was hier niet. Men kende elkaâr, en de drukte van -Rome's leven, de zuurstof van Rome's lucht, scheen een levendigheid -te geven aan gebaar en gesprekken. In die levendigheid vielen de twee -groezelige esthetische dames op door haar onveranderlijke houding: -altijd de evening-dress, de Jaegers, de kralen, de lectuur in het dikke -boek; de booze blik omdat er gesproken werd.</p> - -<p>En na, het eten zat men in het salon, in den hall, maakte kennis hier, -daar, en sprak men over Rome, Rome, Rome.... Een groote agitatie -was steeds om de muziek in de verschillende kerken: men raadpleegde -den Herald, men vroeg Rudyard, die alles wist, omringde hem en hij -glimlachte, dik en beleefd, en deelde kaartjes uit en zeide de -dagen, de uren, waarop er een gewichtige dienst plaats greep in die -en die kerk. Aan Engelsche dames, niet op de hoogte, gaf hij nu en -dan, terloops, inlichtingen omtrent de ingewikkelde formaliteiten -en hierarchieën van den Katholieken eeredienst: hij vertelde welke -nationaliteiten de verschillende kleuren der seminaristen aanwezen, -die men 's middags bij troepen op den Pincio ontmoette, starende naar -Sint-Pieter, in extaze om Sint-Pieter, machtig symbool van hunnen -machtigen godsdienst; hij vertelde wat het onderscheid was tusschen -een kerk en een baziliek; hij vertelde intimiteiten uit het leven van -Leo XIII. De wijze, waarop hij over dit alles sprak, had iets boeiend -insinueerends: de Engelsche dames, gretig op informatie, hingen aan -zijne lippen, vonden hem allerliefst, vroegen hem duizend détails.</p> - -<p>Deze dagen waren dus rust voor Cornélie. Zij bekwam van hare -vermoeidheid, zij werd onverschillig om Rome. Maar zij dacht niet -aan eerder weggaan. Of zij hier was of ergens anders, het was het -zelfde: zij moest ergens zijn. Daarbij, het pension was goed, hare -tafelgenooten gezellig, vroolijk. Zij las niet meer "Hare's Walks -through Rome," en niet meer de Metamorfozen van Ovidius, maar zij las -Ariadne over van Ouida. Zij vond het boek niet zoo mooi meer, als -zij het drie jaar geleden gevonden had in Den Haag, en las nu niets -meer. Maar zij amuzeerde zich met de dames Von Rothkirch een geheelen -avond over de cachetverzameling en het stalenalbum van Miss Hope. Hoe -die Amerikanen toch tuk waren op adel en vorstelijkheid. De baronin, -goedig, drukte in het album haar wapen af. En de stalen werden zeer -bewonderd, goudbrokaat, zilverzware zij, tulle met loovers. Miss Hope -vertelde hoe zij er aan kwam: een van de kameniers van de koningin -kende zij, doordat deze vroeger gediend had bij eene Amerikaansche -en tegen een hoogen prijs wist die kamenier haar nu de stalen te -bezorgen: een kostbaar lapje, opgeraapt als de koningin paste, -soms zelfs afgeknipt van een breeden naad. Het kind was trotscher -op hare verzameling staaltjes dan een Italiaansche prins op zijn -schilderijen, zeide de baronin Von Rothkirch. Maar niettegenstaande -die belachelijkheid, die ijdelheid, werd het mooie Amerikaansche meisje -Cornélie sympathiek om het spontane en eerlijke van haar natuur. Zij -zag er 's avonds allerliefst uit, in een zwarte gedecolleteerde japon -of in een blouse van roze chiffon. Trouwens, het was iederen avond -iets anders. Het was een kaleidoscoop van toiletten, van blouses, van -juweelen. Door de ruïnes van het Forum wandelde zij in een tailorpak -van bijna wit laken, met oranje zij gevoerd, en hare witte kanten -onderrok tipte luchtig over de grondvesten van de Basilica, Julia of -den tempel van Vesta. Hare druk opgemaakte hoeden gaven kleurvlekjes -van de Avenue de l'Opéra of Regentstreet midden in den tragischen -ernst van het Colosseum of in de paleisruïnes van den Palatijn. De -jonge baronesse plaagde haar met haar oranje zijden voering, zoo in -toon met het Forum; met hare hoeden, zoo in toon met den ernst van een -Christenmartelplaats, maar zij werd nooit boos. 't Is toch een lieve -hoed! antwoordde zij met haar Yankee-accent, dat hare mooie tanden -telkens goed liet zien, maar haar mondje opensperde, of zij hazelnooten -kraakte. En het kind genoot, genoot van de "baronin" en de "baronesse," -genoot van te zijn in een pension, gehouden door een vervallen -Italiaansche markiezin. En zoodra zij den grijzen leeuwenkop van de -marchesa Belloni in het oog kreeg, verliet zij de anderen, vloog zij op -haar toe—mevrouw Von Rothkirch zeide, omdat een markiezin meer is dan -een barones—trok la Belloni meê in een hoekje en behield haar daar als -monopolie, zoo mogelijk den geheelen avond. Rudyard voegde zich dan bij -haar beiden, de marchesa en miss Hope, en Cornélie, dit ziende, vroeg -zich weêr af, wat Rudyard was, wie hij was, en wat hij wilde. Maar het -interesseerde de baronin niet, die pas een kaartje gekregen had voor -een mis in de Pauselijke kapel, en de jonge baronesse zeide alleen, -dat hij aardig vertellen kon, legenden van Heiligen, om haar enkele -schilderijen te verklaren in Doria en Corsini.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="V" id="V">V.</a></h3> - - -<p>Een van die avonden maakte Cornélie kennis met de Hollandsche familie, -naast wie de marchesa haar eerst had willen aan tafel plaatsen: mevrouw -Van der Staal en hare twee dochters. Zij bleven ook den geheelen -winter in Rome, zij hadden er kennissen, en gingen er uit. Het gesprek -vlotte, en mevrouw vroeg Cornélie te komen praten in haar zitkamer. Den -volgenden dag ging zij met hare nieuwe kennissen naar het Vaticaan, en -hoorde zij, dat mevrouw haar zoon uit Florence wachtte, die in Rome zoû -komen voor archeologische studiën.</p> - -<p>Cornélie was blij een Hollandsch element in het hôtel aan te treffen, -dat haar niet antipathiek was. Zij vond het prettig Hollandsch te -kunnen praten en zij bekende het ronduit. In een paar dagen was zij -intiem met mevrouw Van der Staal en de twee meisjes, en den eersten -avond, dat de jonge Van der Staal was aangekomen, gaf zij meer van -zich, dan zij ooit gedacht had te kunnen doen aan vreemden, die zij -nauwlijks enkele dagen kende.</p> - -<p>Zij zaten in de zitkamer van de Van der Staals, Cornélie in een -gemakkelijken stoel, bij het hooge, vlammende houtvuur, want de avond -was kil.</p> - -<p>Zij had gesproken over Den Haag, over hare scheiding, en nu sprak zij -over Italië, over zichzelve.</p> - -<p>—Ik zie niets meer, bekende zij. Ik ben duizelig van Rome. Ik zie -geen kleur meer, geen vorm. Ik herken geen menschen meer. Ze dwarrelen -zoo om mij heen. Soms heb ik behoefte uren alleen te zitten in mijn -vogelkooi, boven, om te bekomen. Van morgen in het Vaticaan, ik weet -niet meer, ik heb niets onthouden. Het is alles grauw en grijs om -me heen. Dan de menschen van het pension. Iederen dag die zelfde -gezichten. Ik zie ze, en ik zie ze toch niet. Ik zie ... mevrouw Von -Rothkirch en haar dochter, dan de schoone Urania, Rudyard en het -Engelsche dametje, miss Taylor, dat altijd zoo moê is van sight-seeing, -en alles "most exquisite" vindt. Maar mijn geheugen is zoo slecht, dat -ik in mijn eenzaamheid moet bedenken: mevrouw Von Rothkirch is lang, -statig, met den glimlach van de Duitsche keizerin, op wie ze een beetje -lijkt, druk pratende en toch onverschillig, of hare woorden zoo maar -onverschillig van haar lippen vallen....</p> - -<p>—U merkt goed op ... zei Van der Staal.</p> - -<p>—O, zeg dat niet! sprak Cornélie bijna geërgerd. Ik zie niets, ik -onthoû niet. Ik krijg geen indrukken. Alles is grijs om me heen. Ik -weet niet waarom ik eigenlijk reis.... Als ik alleen ben, denk ik aan -de menschen, die ik ontmoet.... Mevrouw Von Rothkirch weet ik nu, en -Else weet ik. Zoo een rond, geestig gezicht met hooge wenkbrauwen, en -altijd een geestigheid of een "pointe": soms vind ik dat vermoeiend, -ik moet er zooveel om lachen. Ze zijn toch wel lief. Dan de schoone -Urania. Die vertelt mij alles: ze is zoo mededeelzaam, als ikzelf op -dit oogenblik. En Rudyard, dien zie ik ook voor me.</p> - -<p>—Rudyard! glimlachten mevrouw, de meisjes.</p> - -<p>—Wat is hij? vroeg Cornélie, nieuwsgierig. Hij is altijd zoo beleefd, -hij heeft mij wijn gerecommandeerd; hij weet altijd allerlei kaarten te -krijgen.</p> - -<p>—Weet je niet wat Rudyard is? vroeg mevrouw Van der Staal.</p> - -<p>—Neen, en mevrouw Von Rothkirch weet het ook niet.</p> - -<p>—Pas dan maar op, lachten de meisjes.</p> - -<p>—Ben je Katholiek? vroeg mevrouw.</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—En de schoone Urania ook niet? En de Von Rothkirchen ook niet?</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—Nu, daarom heeft la Belloni Rudyard aan je tafel geplaatst. Rudyard -is een Jezuïet. In ieder pension van Rome is een Jezuïet, die er gratis -woont, als de eigenaar goeien vriend met de kerk is, en die met veel -minzaamheid zielen poogt te winnen....</p> - -<p>Cornélie wilde niet gelooven.</p> - -<p>—Geloof me vast, ging mevrouw voort; dat in een pension zooals dit, -een pension van beteekenis, van naam, heel veel intrigue omgaat....</p> - -<p>—La Belloni...? vroeg Cornélie.</p> - -<p>—Onze marchesa is een volbloed intrigante. Verleden winter zijn hier -drie Engelsche zusjes bekeerd.</p> - -<p>—Door Rudyard?</p> - -<p>—Neen, door een anderen priester. Rudyard is hier van dezen winter -voor het eerst....</p> - -<p>—Rudyard is van morgen met mij op straat een heel eind opgeloopen, zei -de jonge Van der Staal. Ik heb hem laten praten, ik heb hem uitgehoord.</p> - -<p>Cornélie viel achterover in haar stoel.</p> - -<p>—Ik ben moê van de menschen, zeide zij met de vreemde oprechtheid, die -in haar was. Ik zoû wel eens een maand willen slapen, zonder iemand te -zien.</p> - -<p>En na een korte pooze, stond zij op, nam afscheid, en ging naar bed, -terwijl het zwom voor hare oogen....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="VI" id="VI">VI.</a></h3> - - -<p>Zij bleef toen een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een -morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den -jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel.</p> - -<p>—U fietst niet? vroeg hij, afspringende.</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde -Cornélie boos, dat zij iemand ontmoette, die de eenzaamheid van haar -wandeling stoorde.</p> - -<p>—Mag ik met u meêloopen?</p> - -<p>—Zeker.</p> - -<p>Hij gaf zijn wiel in bewaring bij den portier aan de poort, en liep, -natuurlijk, met haar meê, zonder veel te praten.</p> - -<p>—Het is hier zoo mooi, zeide hij.</p> - -<p>Zijn woord klonk eenvoudig gemeend. Zij zag hem aan, voor het eerst, -met opmerkzaamheid.</p> - -<p>—U is archeoloog? vroeg zij.</p> - -<p>—Neen, weerde hij af.</p> - -<p>—Wat dan?</p> - -<p>—Niets. Mama zegt dat zoo, om me te excuzeeren. Ik ben niets en een -heel nutteloos lid van de maatschappij. En daarbij niet eens rijk.</p> - -<p>—U studeert toch?</p> - -<p>—Neen. Ik lees wat hier en daar. De zusjes noemen dat studeeren.</p> - -<p>—Houdt u van uitgaan, zooals de zusjes hier doen?</p> - -<p>—Neen, ik vind het afschuwelijk. Ik ga nooit meê.</p> - -<p>—Houdt u niet van menschen ontmoeten en bestudeeren?</p> - -<p>—Neen. Ik hoû van schilderijen, van beelden en van boomen.</p> - -<p>—Dichter?</p> - -<p>—Neen. Niets. Heusch niets.</p> - -<p>Zij zag hem aan, meer en meer opmerkzaam. Hij liep dood-eenvoudig met -haar meê, een lange magere jongen van misschien zes-en-twintig-jaar, -in zijn figuur, in zijn gelaat meer jongen gebleven dan man geworden, -maar met een zekerheid en rust, die hem weêr ouder maakten dan zijn -leeftijd. Hij was bleek, hij had donkere koele, bijna verwijtende -oogen, en zijn lang en mager figuur had, in zijn niet verzorgd -fietspak, iets onverschilligs, of zijn armen en zijn beenen hem niet -schelen konden.</p> - -<p>Hij sprak niet meer, maar liep, natuurlijk, gezellig meê, zonder het -noodig te vinden te praten. Cornélie echter werd zenuwachtig en zocht -naar woorden.</p> - -<p>—Het is hier zoo mooi, stamelde zij.</p> - -<p>—O, het is hier heel mooi, antwoordde hij kalm, zonder te zien, dat -zij nerveus was. Zoo groen, zoo wijd, zoo rustig: die lange lanen, die -perspectieven van lanen, zoo een antieke boog daarginds, en daar, kijk, -zoo blauw, zoo ver, Sint-Pieter, altijd Sint-Pieter. Jammer van al die -rare dingen verder op; die restauratie, die melkkiosk.... Ze bederven -alles tegenwoordig.... Laat ons hier gaan zitten: het is zoo mooi -hier....</p> - -<p>Zij gingen zitten op een bank.</p> - -<p>—Het is zoo zalig als iets mooi is, ging hij voort. Menschen zijn -nooit mooi. Dingen zijn mooi: beelden, schilderijen. En dan boomen, -wolken!</p> - -<p>—Schildert u?</p> - -<p>—Soms, bekende hij onwillig. Een beetje. Maar eigenlijk is alles al -geschilderd, en eigenlijk kan ik niet zeggen, dat ik schilder.</p> - -<p>—Schrijft u ook misschien?</p> - -<p>—Er is nog veel meer geschreven, dan geschilderd. Misschien is nog -niet alles geschilderd, maar geschreven <i>alles</i>. Ieder nieuw boek van -niet bepaald wetenschappelijk belang is overbodig. Alle poëzie is -gezegd, en iedere roman is geschreven.</p> - -<p>—Leest u niet veel?</p> - -<p>—Bijna niets. Ik blader soms wat in oude schrijvers.</p> - -<p>—Maar wat doet u dan? vroeg zij eensklaps, geërgerd.</p> - -<p>—Niets, antwoordde hij kalm, en zag haar deemoedig aan. Ik doe niets, -ik besta.</p> - -<p>—Vindt u dat een goede levensopvatting?</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—Maar waarom neemt u dan geen andere?</p> - -<p>—Zooals ik een nieuwe jas zoû nemen, of een nieuwe fiets?</p> - -<p>—U spreekt niet in ernst, zeide zij boos.</p> - -<p>—Waarom is u zoo kwaad op mij?</p> - -<p>—Omdat u mij agaceert, zeide zij geërgerd.</p> - -<p>Hij stond op, groette heel beleefd, en zeide:</p> - -<p>—Dan zal ik liever wat gaan fietsen.</p> - -<p>En hij wandelde langzaam heen.</p> - -<p>—Idiote jongen! dacht zij kribbig.</p> - -<p>Maar zij vond het vervelend met hem gekibbeld te hebben, om zijn moeder -en zijne zusters.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="VII" id="VII">VII.</a></h3> - - -<p>In het hôtel echter, na tafel, sprak hij met Cornélie, beleefd, of er -geen nerveuze woordenwisseling van klein gekibbel tusschen hen geweest -was, en zelfs—omdat mama en de zusjes dien middag visites moesten -maken—vroeg hij haar dood-eenvoudig, of zij samen naar den Palatijn -zouden gaan.</p> - -<p>—Ik ben er verleden langs geweest, zeide zij onverschillig.</p> - -<p>—En gaat u niet de ruïnes bezoeken?</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—Ze interesseeren me niet. Ik kan er toch geen verleden meer in zien. -Ik zie alleen maar ruïnes.</p> - -<p>—Maar waarom is u dan in Rome gekomen? vroeg hij geërgerd.</p> - -<p>Zij zag hem aan, en had wel in snikken kunnen uitbarsten.</p> - -<p>—Ik weet het niet, zeide zij deemoedig. Ik had wel ergens anders ook -kunnen gaan.... Maar ik had mij veel van Rome voorgesteld, en Rome valt -mij tegen.</p> - -<p>—Hoedat?</p> - -<p>—Ik vind Rome hard en onverbiddelijk, en zonder gevoel. Ik weet niet -waarom, maar ik krijg dien indruk. En ik ben tegenwoordig in een -stemming, dat ik juist behoefte heb aan iets gevoeligs en zachts.</p> - -<p>Hij glimlachte.</p> - -<p>—Kom, zeide hij. Ga meê naar den Palatijn. Ik moet u Rome laten zien. -Rome is zoo mooi.</p> - -<p>Zij voelde zich te treurig om alleen te blijven, en zij kleedde zich -vlug en ging met hem het hôtel uit. Vóor klapperden de koetsiers met de -zweepen.</p> - -<p>—Vole, vole!? riepen zij.</p> - -<p>Hij koos er een.</p> - -<p>—Dit is Gaëtano, zeide hij. Dien neem ik altijd. Hij kent mij, niet -waar, Gaëtano?</p> - -<p>—Si Signorino. Cavallo di sangue, Signorina! zeide Gaëtano, en wees op -zijn paard.</p> - -<p>Zij reden weg.</p> - -<p>—Ik ben altijd bang voor die koetsiers, zei Cornélie.</p> - -<p>—U kent ze niet, antwoordde hij, glimlachend. Ik hoû van ze. Ik hoû -van het volk. Het is een aardig volk.</p> - -<p>—U vindt alles goed in Rome.</p> - -<p>—En u geeft u zonder voorbehoud over aan een verkeerden indruk.</p> - -<p>—Waarom verkeerd?</p> - -<p>—Omdat die eerste indruk omtrent Rome, van hardheid en gevoelloosheid, -altijd de zelfde, en altijd verkeerd is.</p> - -<p>—Ik vind Rome moeilijk.</p> - -<p>—O ja. Zie, hier gaan we langs het Forum.</p> - -<p>—Als ik het zie, denk ik aan miss Hope en haar oranje voering.</p> - -<p>Hij zeide niets, boos.</p> - -<p>—En hier is de Palatijn.</p> - -<p>Zij stegen uit en gingen door den ingang.</p> - -<p>—Deze houten trap brengt ons naar het paleis van Tiberius. Boven dit -paleis, boven deze bogen is een tuin, vanwaar we op het Forum zien.</p> - -<p>—Vertel mij van Tiberius. Ik weet, dat er goede en slechte keizers -waren. Zoo leerden wij dat op school. Tiberius was een slechte keizer, -niet waar?</p> - -<p>—Hij was een somber beest. Maar waarom moet ik iets van hem vertellen?</p> - -<p>—Omdat ik anders geen belang stel in die bogen en vertrekken.</p> - -<p>—Laten we dan boven, in den tuin gaan zitten.</p> - -<p>Zij deden zoo.</p> - -<p>—Voelt u Rome hier niet? vroeg hij.</p> - -<p>—Ik voel overal mezelve, antwoordde zij. Maar hij scheen haar niet te -hooren.</p> - -<p>—Het is de atmosfeer, ging hij door. U moet nu eens niet aan ons hôtel -denken, niet aan Belloni en al onze medegasten, en niet aan uzelve. Als -iemand pas hier komt, heeft hij al het gedoe van een hôtel, kamers, een -table-d'hôte, vage sympathieke of antipathieke menschen. Dat heeft u nu -gehad. Vergeet dat. En probeer alleen te voelen de atmosfeer van Rome. -Het is of de atmosfeer hier de zelfde is gebleven, niettegenstaande -de eeuwen op elkaâr gestapeld liggen. Eens hebben de middeneeuwen de -antiquiteit van het Forum bedekt, en nu wordt ze overal verborgen door -onze negentiende-eeuwsche touristenwoede. Dat is de oranje voeling van -Miss Hope. Maar de atmosfeer is altijd de zelfde gebleven. Of verbeeld -ik het me....</p> - -<p>Zij zweeg.</p> - -<p>—Misschien, ging hij door. Maar wat kan het me schelen. Ons heele -leven is verbeelding, en verbeelding is mooi. Het mooie van onze -verbeelding is voor ons, die geen menschen van doen zijn, de troost van -ons leven. Hoe heerlijk een heel leven lang te droomen, te droomen over -wat gebeurd is. Het verleden is de mooiheid. Het heden is niet, bestaat -niet. En de toekomst interesseert mij niet.</p> - -<p>—Denkt u dan niet over de moderne vraagstukken? vroeg zij.</p> - -<p>—Het feminisme? vroeg hij. Het socialisme? De vrede?</p> - -<p>—Bijvoorbeeld.</p> - -<p>—Neen, glimlachte hij. Ik denk wel aan ze, maar niet over ze.</p> - -<p>—Hoe meent u?</p> - -<p>—Ik kom er niet verder meê. Dat is mijn natuur. Mijn natuur is te -droomen, en het Verleden is mijn groote droom.</p> - -<p>—Droomt u niet over uzelven?</p> - -<p>—Neen. Over mijn ziel, mijn inwezen? Neen. Het interesseert mij weinig.</p> - -<p>—Heeft u ooit geleden?</p> - -<p>—Geleden? Ja, neen. Ik weet het niet. Ik voel leed over mijn volslagen -nutteloosheid als mensch, als zoon, als man, maar als ik droom, ben ik -gelukkig.</p> - -<p>—Hoe komt u er toe zoo open met mij te spreken?</p> - -<p>Hij zag haar verbaasd aan.</p> - -<p>—Waarom zoû ik mij verbergen? vroeg hij. Ik praat òf niet, òf ik praat -zooals nu. Het is misschien wel een beetje gek.</p> - -<p>—Praat u dan met iedereen zoo vertrouwelijk?</p> - -<p>—Neen, bijna met niemand. Vroeger had ik een vriend, hij is dood. Zeg, -u vindt me zeker ziekelijk?</p> - -<p>—Neen, ik geloof van niet.</p> - -<p>—Het zoû me ook niet kunnen schelen, als u het vond. O, wat is het -hier mooi. Ademt u Rome in?</p> - -<p>—Welk Rome?</p> - -<p>—Dat van de oudheid. Hier onder is het paleis van Tiberius. Ik zie hem -er loopen, met zijn hooge sterke gestalte, met zijn groote spiedende -oogen—hij was heel sterk, hij was heel somber, en hij was een beest. -Hij was zonder ideaal. Daar verder op is het paleis van Caligula, een -geniale gek. Hij bouwde een brug over het Forum om op het Capitool te -spreken met Jupiter. Zoo iets zoû men niet meer kunnen doen. Hij was -geniaal en gek. Als men zoo is, heeft men veel moois.</p> - -<p>—Hoe kan u mooi vinden een tijd van keizers, die beesten waren en gek?</p> - -<p>—Omdat ik hun tijd vóór mij zie, in het verleden, als droom.</p> - -<p>—Hoe is het mogelijk, dat u het heden niet voor u ziet, en de -vraagstukken van dezen tijd, vooral dat van de eeuwige armoede?</p> - -<p>Hij zag haar aan.</p> - -<p>—Ja, zeide hij; dat weet ik, dat is in mij mijn slechtheid, mijn -zonde. De idee van de eeuwige armoede treft mij niet.</p> - -<p>Zij zag hem aan, bijna met minachting.</p> - -<p>—U is niet van uw tijd, zeide zij koel.</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—Heeft u ooit honger gehad?</p> - -<p>Hij lachte en haalde de schouders op.</p> - -<p>—Heeft u u ooit verplaatst in het leven van een arbeider, of -fabrieksmeid, die zich moê, oud, half dood werkt voor nauwlijks een -korst brood?</p> - -<p>—O, die dingen zijn zoo akelig, en zoo leelijk: praat daar niet over! -smeekte hij.</p> - -<p>Hare oogen stonden koel, haar lippen trokken neêr van walging en zij -stond op.</p> - -<p>—Is u boos? vroeg hij deemoedig.</p> - -<p>—Neen, zeide zij zacht. Ik ben niet boos....</p> - -<p>—Maar u veracht me, omdat u me een nutteloos wezen van esthetiek en -gedroom vindt?</p> - -<p>—Neen. Wat ben ikzelf, om u uw nutteloosheid te verwijten?</p> - -<p>—O, als wij wat vinden konden! riep hij uit, bijna in vervoering.</p> - -<p>—Wat?</p> - -<p>—Een doel. Maar het mijne zoû altijd schoonheid blijven. En verleden.</p> - -<p>—En als <i>ik</i> de kracht had mij te wijden aan een doel, zoû het vooral -zijn: brood voor de toekomst.</p> - -<p>—Wat klinkt dat afschuwelijk! sprak hij, onbeleefd oprecht. Waarom is -u toch niet naar Londen gegaan, naar Manchester, of naar zoo een zwarte -fabrieksplaats?</p> - -<p>—Omdat ik geen kracht had en te veel aan mijzelf denk, aan verdriet, -dat ik pas gehad heb. En ik dacht in Italië afleiding te vinden.</p> - -<p>—En dat is uw teleurstelling.... Maar misschien wordt u langzamerhand -krachtiger, en wijdt u dan aan uw doel: brood voor de Toekomst. Ik zal -u dan echter niet benijden: Brood voor de Toekomst....</p> - -<p>Zij zweeg. Toen zeide zij koel:</p> - -<p>—Het wordt laat. Laat ons naar huis gaan....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="VIII" id="VIII">VIII.</a></h3> - - -<p>In de Via del Babuino had Duco van der Staal een groot hol atelier -gehuurd, drie trappen hoog, kil van het Noorden. Hier schilderde hij, -boetseerde hij, studeerde hij, hier sleepte hij bij elkaâr alles wat -hij voor moois en antieks kon krijgen in de winkeltjes langs den -Tiber of op de Mercato dei Fiori. Dat was hem een hartstocht: te -zoeken door Rome naar een oud stuk tryptiek of een antiek fragment -beeldhouwkunst. Zoo was zijn atelier niet gebleven de groote, kille, -holle werkplaats, die van ijverige en ernstige studie getuigt, maar het -was geworden een asyl van vaagkleurig verleden en oude kunst, muzeum -voor zijn droomenden geest. Als kind, als jongen had hij reeds in zich -die passie voor antiquiteit voelen ontwikkelen, kon hij snuffelen bij -een ouden jood, leerde hij schacheren als zijn beurs niet vol was, -en verzamelde hij eerst prullen, later, langzamerhand, voorwerpen van -kunst- en geldswaarde. En hij had er alles voor over: het was zijn -eenige ondeugd: hij verdeed er al zijn zakgeld aan, en later, zonder -voorbehoud, het beetje, dat hij verdiende. Want soms, een enkelen keer, -voltooide hij iets en verkocht het. Maar meestal was hij te ontevreden -met zichzelven om te voltooien, en was zijn nederig idee, dat alles -geschapen was, en dat <i>zijn</i> kunst nutteloos was.</p> - -<p>Dit idee verlamde hem soms voor maanden, zonder dat het hem ongelukkig -maakte. Als hij wat geld had, om van te blijven leven—en zijne -behoeften waren uiterst gering—, voelde hij zich rijk, en was -gelukkig in zijn atelier, of dwaalde, gelukkig, door Rome. Zijn lang, -onverschillig, mager en slank lichaam was dan gestoken in zijn oudste -pak, dat, zonder aanstellerij, een slordig sporthemd en een das als -een touwtje zien liet; en een hoed zonder kleur, en verregend van -vorm, was zijn liefste hoofddeksel. Zijne moeder en zusters vonden hem -meestal ontoonbaar, maar hadden het opgegeven hem te metamorfozeeren in -den eleganten zoon en broêr, dien zij zoo gaarne in de salons hunner -Romeinsche kennissen hadden gebracht. Blij te ademen de atmosfeer van -Rome, dwaalde hij uren door de ruïnes, en zag hij,—verblindend vizioen -van droomzuilen,—etherische tempels, paleizen van marmer transparant -oprijzen in een trillenden zonnelichtschemer, en de volgens hun -Baedeker naspeurende touristen, die dezen langen, mageren jongen man, -onverschillig gezeten op het fondament van den tempel van Saturnus, -voorbijgingen, hadden nooit willen gelooven aan zijne illuzies -van architectuur: harmonisch opgaande lijnen, bekroond door een -standbeeldentheorie met edel en goddelijk gebaar, hoog in den blauwen -hemel.</p> - -<p>Hij, hij zag ze voor zich. Hij richtte de schachten der zuilen omhoog, -hij flûteerde de strenge Dorische zuil, hij boog week het Ionisch -kapiteelkussen rond, en liet bladeren-uit de Corinthische akanth; en -de tempels zuilden in een oogwenk op; de basilica's boogden als met -toover omhoog, de statuen gebaarden blank tegen het ongrijpbare diep -van de lucht, en de Via Sacra leefde. Hij, hij vond dat mooi, hij -leefde zijn droom, zijn Verleden. Het was of hij voorbestaan had in -Rome antiek, en de moderne huizen, het modern Capitool, en zij allen, -het graf van zijn Forum omgevelend, zag hij voor zijn oogen niet. Uren -kon hij zoo zitten, of dwalen, of weêr neêrzitten en gelukkig zijn. In -de intensiteit van zijn verbeelding riep hij de historie op, wolkte -ze uit het verleden hoog, eerst als een damp, een tooverwaas, waaruit -weldra de figuren duidelijk traden, tegen den marmeren achtergrond van -oud Rome aan. De reusachtige drama's speelden voor zijne droomende -oogen af als op een ideaal tooneel, dat zich van het Forum uitstrekte -naar de wazige zonneblauwtes van de Campagna; met coulissen, die zich -verloren in de diepte van de lucht. Het Romeinsche leven gebaarde er -zich, met een armbeweging uit een toga, een dichtregel van Horatius, -een plotseling vizioen van een keizermoord of een gladiatorenspel in de -arena. En plotseling ook verbleekte het beeld, en zag hij de ruïnes, de -ruïnes alleen, als de tastbare schaduw zijner onwezenlijke illuzie: zag -hij de ruïnes, zooals zij waren, verbruind en vergrauwd, opgegeten van -oudheid, verbrokkeld, gemarteld, met mokers verminkt, tot maar ènkele -zuilen nog optrilden en droegen een bevende architraaf, die dreigde -ineen te storten. En het bruin en het grauw was zoo edel rijk aangegoud -door vegen van zon, de ruïnes waren zoo heerlijk mooi van afbrokkeling, -zoo weemoedvol in hare onbewuste toevalligheid van stukkende lijnen, -van barstende bogen en verminkte sculptuur, dat het was of hijzelve, -na zijn luchtvizioen van stralende droomarchitectuur, ze met een hand -van artist gemarteld had en verminkt, zoo had barsten laten, en beven, -en trillen, om het weemoedige na-mooi ervan. Dan werden zijne oogen -hem vochtig, dan was hem zijn hart te vol, dan liep hij weg, door den -Titusboog langs het Colosseum, den boog van Constantijn door, door, en -hij haastte zich langs het Lateraan, naar de Via Appia en de Campagna, -en zijne stekende oogen dronken het blauw van de verre Albaansche -bergen in, als zoû dat ze genezen van te veel gestaar en gedroom....</p> - -<p>Hij vond noch in zijne moeder, noch in zijne beide zusters een -element, dat sympathiek was aan zijne excentrieke neigingen, en na -dien eenen vriend, die gestorven was, had hij nooit een anderen -gevonden en was hij altijd als door eene voorbeschikking, die hem -geen sympathie ontmoeten liet, eenzaam geweest in zichzelven en om -zich heen. Maar hij had zijne eenzaamheid zoo dicht bevolkt met -zijne droomen, dat hij er zich nooit ongelukkig om gevoeld had, en -zooals hij hield van alleen dwalen door ruïnes en langs buitenwegen, -was hem ook lief de intimiteit van zijn eenzaam atelier, met de -zoovele stille silhouetten op een oud stuk tryptiek, op tapijtwerk -of op de vele dicht bij elkaâr bevestigde schetsen, allen rondom hem -heen, allen met de bekoring van hunne lijnen en kleuren, allen met -het stille gebaar van hun beweging en emotie, en samensmeltend in -schemering van hoeken en schaduw van antiek kabinet. En daartusschen -leefde zijn porcelein en brons en oud-zilver, en straalde-uit dof het -getaande goudborduursel van een kerkelijk gewaad, en stonden bruin, -gezellig gereid, de oude leêren banden van boeken, waaruit, geopend -in zijne handen, ook opstegen en wolkten-op de vele figuren, levend -hun liefde en smart in die getemperde bruinen en rooden en gouden -der geluidelooze atelier-atmosfeer. Zoo was zijn eenvoudig leven, -zonder veel twijfel aan zich, omdat hij niet veel van zich eischte, -en zonder de melancholie van modern artist, omdat hij gelukkig was in -zijn mijmering. Nooit had hij, trots zijn hôtelbestaan met moeder en -zusters—hij sliep en hij at bij Belloni—veel menschen ontmoet, zich -met vreemdelingen bezig gehouden, van nature een beetje schuw voor -toeristen met Baedekers, voor Engelsche dames in korte rokken, met -haar steeds zelfde uitroepjes van gelijkmatige bewondering, en geheel -en al zich onmogelijk voelende in den kring—half Italiaansch, half -cosmopolitisch—van zijne vrij wereldsche moeder en elegante zusjes, -die met Italiaansche prinsjes en jonge hertogen dansten en fietsen.</p> - -<p>En nu dat hij Cornélie de Retz had ontmoet, moest hij zich bekennen, -dat hij weinig menschenkennis had en nooit had kennen denken aan de -wezenlijkheid van zoo een vrouw—nog wel in een boek—maar niet in -werkelijkheid. Haar uiterlijk al,—het bleeke, het gebroken bevallige, -het moede, had hem verbaasd—, en hare woorden verbaasden hem nog meer: -het besliste en toch weifelende, het artistieke en toch pogende meê -te spreken in haar tijd: tijd, dien hij nog niet artistiek had kunnen -inzien, dwepende als hij deed met Rome en Verleden. En hare woorden -verbaasden hem, sympathiek als hem de klank ervan was, en geërgerd als -hij dikwijls werd, door dat dikwijls bittere, snijdende, en dan weêr -matte en moedelooze, tot hij over ze dacht en weêr dacht, tot hij ze -peinzende weêr klinken hoorde van haar eigen lippen af, tot zij meêdeed -tusschen de koppen en torsen van zijn atelier, en voor hem opdoomde in -het weeke lelieachtige van hare geziene werkelijkheid, te midden der -pre-rafaëlitische stijfte van lijnen, en Byzantijnsche goudkleuren der -engelen en der madonna's op doek en wandtapijt.</p> - -<p>In zijn ziel was nooit liefde geweest en hij had liefde altijd -beschouwd als verbeelding en poëzie. In zijn leven was nooit meer -geweest dan de natuurlijke drang zijner viriliteit en het gewone -amouretje met een model. En zijn ideeën over liefde wiegelden in een -te wijd en onwezenlijk evenwicht, zonder overgang en graadverschil, -tusschen een vrouw, die zich voor enkele lires naakt toonde, en -Laura; tusschen het verlangen naar een mooi lichaam en het dwepen met -Beatrice, tusschen het vleesch en de droom. Aan eene ontmoeting van -gelijksoortige zielen had hij nooit gedacht; naar sympathie, naar -liefde in den vol bloesemenden zin van het woord en zijn idee, nooit -verlangd. En dat hij over Cornélie de Retz nu dacht, en veel dacht, -begreep hij niet in zich. Over een vrouw in een gedicht, had hij wel -eens dagen, een week, gepeinsd, gedroomd; over een vrouw in het leven -nog nooit.</p> - -<p>En dat hij, geërgerd door sommige harer woorden, haar toch staan zag -met haar lelielijn tegen zijn Byzantijnsche tryptieken, als een fantoom -in zijn droomers-eenzaamheid, maakte hem bijna bang, omdat hij er zijn -rust door verloren had.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="IX" id="IX">IX.</a></h3> - - -<p>Het was Kerstmis, en de marchesa Belloni bood bij gelegenheid van dit -feest aan hare pensionnaires aan: een boom in het salon, en een bal -daarna in de antieke eetzaal van Guercino. Bal te geven en boom was een -gewoonte van vele hôtelhouders, en de pensions, waar bal en boom niet -gegeven werden, waren bekend en werden om dezen inbreuk op de traditie -zeer gelaakt door de vreemdelingen. Er waren voorbeelden bekend van -zeer goede pensions, waar tal van reizigers—dames vooral—niet kwamen, -omdat er noch boom, noch bal was met Kerstmis.</p> - -<p>De marchesa vond haar boom duur en haar bal ook niet goedkoop en gaarne -had zij eens het een of ander voorwendsel gevonden, om beiden weg te -goochelen, maar zij dorst niet: de reputatie van haar pension was -juist het wereldsche, het chique ervan: de table-d'hôte in de mooie -eetzaal, waar men toilet maakte, en dan met Kerstmis een schitterend -feest. En het was aardig te zien, hoe fel die dames allen waren op -hare rekening van den geheelen winter op den koop toe te krijgen een -prullig kerstcadeautje, en de gelegenheid om te dansen met vrij gebruik -van een orgeade en een koekje, een sandwich en een bouillon. De oude -knikkende maître-d'hôtel, Giuseppe, zag met minachting neêr op deze -feestelijkheid: hij herinnerde zich het gala zijner aartshertogelijke -avonden en vond het bal min, en de boom armoedig; de krukkende portier, -Antonio, gewend aan zijn betrekkelijk rustig leventje—een gast -afhalen of wegbrengen naar het station—, de post een paar keer per dag -rustigjes sorteeren, en verder wat lummelen in en om zijn loge en den -lift,—haatte het bal, om al de invités der pensionnaires—want ieder -mocht twee of drie invitaties doen—, om al het vermoeiende gedoe -met rijtuigen, als de genoodigden dan nog vlug in hun fiacre wisten -te stappen zonder hem zijn fooitje te geven. Om en bij Kerstmis was -de stemming tusschen de marchesa en haar beide eerste dignitarissen -dan ook verre van harmonisch, en een storm van bevel en vervloeking -hagelde deze dagen neêr op de ruggen der oude cameriera's, die, met -hare warme-waterketeltjes in de bevende handen, moeizaam de trappen -op en neêr krabbelden, en der jeugdige blanc-becs van kellners, die -in onbesuisden ijver tegen elkaâr in draafden en borden braken. En nu -dat het heele personeel aan het werk was gezet, zag men eerst hoe oud -de cameriera's waren, en hoe jong al de kellners, en kritizeerde men -als "shame and shocking," de zuinigheids-maatregel van de marchesa om -niets dan ruïnes en kinderen in dienst te nemen. De enkele gespierde -facchino, noodzakelijk om koffers te zeulen, maakte een onverwachte -figuur van mannelijken leeftijd en stevigheid. Maar vooral haatten de -gasten hunne marchesa om het groote aantal harer bedienden, nu, om en -bij Kerstmis, bedenkende, dat zij aan ieder een fooitje geven moesten. -Neen, men had niet geweten, dat er zooveel personeel was. Dat was toch -ook niet noodig! Als de marchesa voor al die oude vrouwen en kleine -jongentjes nu eens een paar flinke jonge meiden en knechts nam! En het -waren in de hoeken der gangen en aan tafel stille samenzweringen en -afspraken, hoeveel fooi men zoû geven: men wilde niet bederven, maar -toch bleef men den geheelen winter, en was éen lire dus te weinig, en -zoo weifelde men tusschen éen lire-vijf-en-twintig en éen lire-vijftig. -Maar toen men op de vingers telde, dat er wel vijf-en-twintig bedienden -waren en dat men dus bij de veertig lire kwijt was, vond men dat -schrikbarend veel en organizeerde men lijsten van inschrijving. Er -gingen twee lijsten rond, een van éen lire, en een van twaalf lire -per gast, voor het geheele personeel. Op die laatste lijst teekenden -sommigen, die een maand vroeger gekomen waren of van plan waren weg -te gaan, voor tien lire, en sommigen voor zes lire. Vijf lire werd -algemeen te weinig gevonden, en toen het bekend was, dat de groezelige -esthetische dames vijf lire wilden geven, werden zij aangekeken met de -diepste verachting.</p> - -<p>Het waren groote emoties en groote drukten. Kerstmis naderde en men -stroomde naar de presepio's, die schilders in Palazzo Borghese hadden -opgesteld—een panorama van Jeruzalem; en de herders, de engelen, -de koningen, en Maria met het kindje in den stal met os en ezel. -Men hoorde in Ara-Coeli naar de predicatie der kleine meisjes en -jongentjes, die beurtelings op een estrade klommen en het verhaal -van de Geboorte deden: sommigen, verlegen een versje opzeggend, -voorgefluisterd door een angstige moeder; andere, meisjes vooral, met -Italiaansche tragiek en rollende oogen deklameerend als kleine actrices -en eindigend met een religieuze moraal. Om de predicaties luisterden -het volk en tallooze toeristen: een prettige geest heerschte in de -kerk, waar de jonge schelle kinderstemmetjes hoog-op oreerden; men -lachte luid om een gebaar en effect; en de ronddwalende geestelijken -hadden een zalvenden glimlach, omdat het zoo aardig en lief was. En in -de kapel van den Santo Bambino straalde de houten wonderpop van goud en -juweelen, en de dichte menigte verdrong zich er voor.</p> - -<p>Alle gasten van Belloni kochten op de Piazza di Spagna hulsttakken -en versierden er hunne kamers mede, en sommigen, bijvoorbeeld de -baronin Von Rothkirch, richtten in haar eigen kamer een particulieren -Kerstboom op. Den avond vóor het groote feest ging een ieder deze -particuliere boomen bewonderen; liep men kamer in, kamer uit, en alle -pensionnaires, hoe ze anders soms ook kibbelden en intrigeerden tegen -elkaâr, hadden een welwillenden feestlach, en ontvingen iedereen. Men -was het er algemeen over eens, dat de baronin veel werk had gemaakt -en haar boom prachtig was, en haar slaapkamer aardig omgetooverd -in een boudoir; de bedden gedrapeerd tot divans, de waschtafels -verborgen, en de boom stralende van licht en goud. En de baronin, -wat sentimenteel gestemd op dezen avond, die haar veel aan Berlijn -en verloren huiselijkheid herinnerde, opende hare deuren wijd voor -iedereen, en prezenteerde zelfs de twee esthetische dames bonbons, -toen de marchesa ook glimlachend aan de deur verscheen, haar boezem, -omspannen in hemelsblauw satijn, en nog grootere kristallen dan anders -in de ooren. De kamer was vol; er waren de Van der Staals, Cornélie, -Rudyard, Urania Hope, andere in- en uitloopende gasten, zoodat men zich -niet verroeren kon, en op elkaâr gepakt stond en zat op de gedrapeerde -bedden van moeder en dochter. De marchesa voerde aan hare zijde -binnen een onbekend jongmensch: klein, smal, olijfbleek, met donkere -vif geestige schitteroogen, in rok, en met de vage en nette manieren -van een onverschilligen en moeden viveur; gedistingeerd, en toch -laatdunkend. En zij naderde fier de baronin, die hare vochtige oogen -telkens bevallig afwischte en stelde met arrogantie voor:</p> - -<p>—Mijn neef, duca di San Stefano, principe di Forte-Braccio....</p> - -<p>De algemeen bekende Italiaansche naam klonk van hare lippen expres -luid op in de volle, niet groote kamer en aller oogen gingen naar -den jongen man, die voor de baronin boog en toen vaag en ironisch de -kamer rondzag. Men had dien winter den neef van de marchesa nog niet -in het hôtel gezien, maar een ieder wist, dat de jonge hertog van -San Stefano, prins van Forte-Braccio, een neef was van de marchesa, -en een der reclames voor haar pension. En terwijl de prins met de -baronin en hare dochter sprak, staarde Urania Hope hem aan als een -wonderwezen uit een andere wereld. Zij had Cornélie's arm vastgegrepen -als voor een steun, als zoû zij bezwijmen bij den aanblik van zooveel -Italiaansche adelgrootheid. Zij vond hem heel mooi, heel voornaam: -klein en smal en bleek, met zijn oogen als karbonkelen, met zijn matte -gedistingeerdheid, en de witte orchidee in zijn knoopsgat. En dolgaarne -had zij de marchesa gevraagd haar in kennis te brengen met haar chiquen -neef, maar zij dorst niet, want zij dacht aan de tricotfabriek van haar -vader in Chicago.</p> - -<p>Den volgenden avond was het feest van den boom en het bal. Het was -bekend, dat de neef van de marchesa ook dien avond zoû komen en het was -den geheelen dag een groote emotie. De prins kwam, nadat de prezentjes -van den boom waren afgehaakt en uitgedeeld, en in de zaal, waar het bal -nog niet begonnen was, maar de gasten reeds hier en daar zaten, deed -hij aan de zijde van zijn tante, de marchesa, een soort van intocht, -aller blikken zich richtend naar zijn hertogelijke en prinselijke -verschijning.</p> - -<p>Cornélie wandelde met Duco van der Staal, die tot groote verwondering -van moeder en zusters zijn rok te voorschijn had gehaald en verschenen -was in den ruimen hall, en zij zagen beiden den zegetocht van la -Belloni en haar neef, en zij lachten om de dwepend opkijkende oogen -der Engelsche en Amerikaansche dames. Zij zetten zich,—Cornélie en -Duco—in den hall op twee stoelen, voor een groep van palmen, die een -der deuren van de zaal maskeerden, terwijl binnen het bal begon. Zij -praatten over de beelden in het Vaticaan, die zij een paar dagen te -voren gezien hadden, toen zij, als vlak aan hun ooren, een stem hoorden -praten, die zij herkenden als het te vergeefs zich in gefluister -verzachtende commando-orgaan van de marchesa. Verbaasd zagen zij om, -en bespeurden de verborgen deur met een breede reet opengekraakt, en -zagen door die reet ten deele de slanke hand en de zwarte mouw van -den prins, en een stuk blauwen boezem van Belloni, beiden gezeten op -een canapé in de zaal. Zij waren dus, gescheiden door de opengekraakte -deur, rug aan rug. Voor amuzement hoorden zij naar het Italiaansch -van de marchesa; wat de prins antwoordde, was zoo een zacht gelispel, -dat zij het niet verstonden. En van wat de marchesa zeide, hoorden -zij slechts enkele woorden en stukken van zinnen. Onwillekeurig -luisterden zij, toen zij den naam van Rudyard hoorden noemen, duidelijk -uitgesproken door de marchesa.</p> - -<p>—En wie dan? vroeg de prins zacht.</p> - -<p>—Een Engelsche miss, zei de marchesa. Miss Taylor, ze zit daar, in -dien hoek alleen.... Een simpel menschje.... Dan de baronin en haar -dochter.... Dan de Hollandsche; een gescheiden vrouw.... En dan de -mooie Amerikaansche.</p> - -<p>—En die twee aardige Hollandsche meisjes? vroeg de prins.</p> - -<p>De muziek boem-boemde luider op en Cornélie en Duco verstonden niets.</p> - -<p>—En de gescheiden Hollandsche vrouw? vroeg de prins verder.</p> - -<p>—Geen geld, antwoordde de marchesa kort.</p> - -<p>—En de jonge baronesse?</p> - -<p>—Geen geld, herhaalde Belloni.</p> - -<p>—Dus niemand dan de kousenverkoopster? vroeg de prins moê.</p> - -<p>La Belloni werd boos, maar Cornélie en Duco verstonden niet hare -afratelende zinnetjes: de muziek boem-boemde steeds op.</p> - -<p>—... Ze is mooi, hoorden zij de marchesa zeggen. Ze is schat- en -schatrijk. Ze zoû in een eerste hôtel kunnen zijn, maar ze is hier, -omdat ze als jong en alleen reizend meisje aan mij gerecommandeerd is -en het hier gezelliger is. Ze heeft het groote salon voor zich en -betaalt vijftig lire per dag voor haar twee kamers. Ze ziet op niets. -Haar hout betaalt ze driemaal zoo duur als de anderen en ook voor den -wijn laat ik haar betalen.</p> - -<p>—Ze verkoopt kousen, murmelde de prins onwillig.</p> - -<p>—Onzin, sprak de marchesa. Bedenk, dat er op het oogenblik niemand -is. Verleden winter hadden wij rijke Engelsche lui van adel, met een -dochter, maar je vondt haar te lang. Je vindt altijd wat. Je moet niet -zoo moeilijk zijn.</p> - -<p>—Ik vind die twee Hollandsche poppetjes aardig.</p> - -<p>—Ze hebben geen geld. Je vindt altijd wat je niet vinden moet.</p> - -<p>—Hoeveel heeft papa u beloofd, als u....</p> - -<p>De muziek boemde op.</p> - -<p>—... Zoû er niets toe doen.... Als Rudyard met haar praat.... Taylor is -gemakkelijk.... Miss Hope....</p> - -<p>—Ik heb zooveel kousen niet noodig....</p> - -<p>—... erg geestig. Als je niet wilt....</p> - -<p>—... neen....</p> - -<p>—... dan trek ik mij terug ... zal Rudyard zeggen.... Hoeveel?</p> - -<p>—... Zestig à zeventig duizend: ik weet niet precies.</p> - -<p>—... Urgent?</p> - -<p>—Schulden zijn nooit urgent!</p> - -<p>—Wil je?</p> - -<p>—Goed dan. Maar ik verkoop me niet minder dan voor tien millioen.... -En dan krijgt ... u....</p> - -<p>Zij lachten beiden en weêr klonken de namen van Rudyard, Urania.</p> - -<p>—Urania? vroeg hij.</p> - -<p>—Urania ... antwoordde la Belloni. Die Amerikaantjes zijn handig. Denk -aan de gravin de Castellane, aan de hertogin van Marlborough; houden -die niet den naam van hun mannen hoog. Ze slaan een uitstekend figuur. -Ze worden genoemd in iedere modekroniek en altijd met waardeering.</p> - -<p>—... goed dan. Ik ben moê van al die vergeefsche winters. Maar niet -minder dan tien millioen.</p> - -<p>—Vijf....</p> - -<p>—Neen, tien....</p> - -<p>De prins en de marchesa waren opgestaan. Cornélie zag Duco aan. Duco -lachte.</p> - -<p>—Ik begrijp ze niet goed, zeide hij. Het is natuurlijk een aardigheid.</p> - -<p>Cornélie schrikte.</p> - -<p>—Een aardigheid, dunkt u, meneer Van der Staal?</p> - -<p>—Ja, ze maakten gekheid.</p> - -<p>—Ik geloof van niet.</p> - -<p>—Ik van wel.</p> - -<p>—Heeft u menschenkennis?</p> - -<p>—O neen, heelemaal niet.</p> - -<p>—Ik doe wat op, langzamerhand. Ik geloof, dat Rome gevaarlijk kan zijn -en dat een marchesa-hôtelhoudster, een prins en een Jezuïet....</p> - -<p>—Wat dan?</p> - -<p>—Ook gevaarlijk kunnen zijn, zoo niet voor uw zusjes, omdat ze geen -geld hebben, dan toch voor Urania Hope....</p> - -<p>—Ik geloof er niets van.... Het was alles gekheid. En het interesseert -me niet. Maar wat vindt u van den Eros van Praxiteles? O, dat vind ik -het goddelijkste beeld, dat ik ooit heb gezien. O, de Eros, de Eros...! -Dat is de liefde, de ware liefde; het niet anders kunnen, het fatale en -om vergeving smeekende van de liefde, voor het leed, dat hij aandoet....</p> - -<p>—Heeft u ooit liefgehad?</p> - -<p>—Neen. Ik heb geen menschenkennis en ik had nooit lief. U is zoo -gedecideerd altijd. Droomen zijn mooi, beelden zijn heerlijk en poëzie -is alles. De Eros is alles, van liefde. Zoo mooi als de Eros liefde is, -zoû ik nooit in werkelijkheid kunnen lief hebben.... Neen, menschen te -kennen interesseert mij niet, en een droom van Praxiteles, nog over in -een romp verminkt marmer, is edeler dan alles wat op de wereld liefde -zich noemt.</p> - -<p>Zij fronste hare wenkbrauwen; zij zag somber.</p> - -<p>—Laat ons in de balzaal gaan, zeide zij. Wij zitten hier zoo -alleen....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="X" id="X">X.</a></h3> - - -<p>Den dag na het bal, aan tafel, kreeg Cornélie een vreemden indruk; -eensklaps, proevende van haar heerlijken Genzano, besteld door Rudyard, -zag zij in, dat het niet toevallig was, dat zij zat met de baronin en -hare dochter, met Urania en miss Taylor; zag zij in, dat de marchesa -wel degelijk eene bedoeling had met die schikking. Rudyard, altijd -beleefd, voorkomend, steeds vol attenties, in zijn zak altijd een -kaartje of introductie, moeilijk te verkrijgen, ten minste naar hij -liet voorkomen, praatte steeds door, en den laatsten tijd vooral met -miss Taylor, die trouw alle mooie kerkmuziek hooren ging en steeds in -verrukking thuis kwam. Het bleeke, simpele, magere Engelsche dametje, dat -eerst dweepte met muzea, ruïnes en zonsondergangen op Aventijn of -Monte Mario, en steeds moê was van hare omzwervingen door Rome, wijdde -zich voortaan alleen aan de honderden kerken, bezag en bestudeerde àlle -kerken, ging vooral trouw alle muzikale diensten bijwonen en dweepte -met het Sixtijnsche kapelkoor en de bevende gloria's der mannelijke -soprani.</p> - -<p>Cornélie sprak met mevrouw Van der Staal en de baronin Von Rothkirch -over wat zij achter de opengekraakte deur had opgevangen van het -gesprek der marchesa met haar neef, maar geen van beiden, hoewel -geïntrigeerd, namen de woorden der marchesa ernstig op, en beschouwden -ze alleen als een loszinnig balgesprek van een malle tante, die gaarne -koppelen wilde, en een onwilligen neef. Het trof Cornélie, hoe weinig -de menschen aan ernst gelooven kunnen, maar de baronin was zeer -onverschillig, zei, dat Rudyard haar geen kwaad zoû doen en haar nog -altijd kaartjes gaf, en mevrouw Van der Staal, lang in Rome, gewend -aan pension-intriguetjes, meende, dat Cornélie zich te ongerust maakte -over het lot van de schoone Urania. Eensklaps echter was miss Taylor -van tafel verdwenen. Men dacht, dat zij ziek was, toen het uitkwam, -dat zij het pension Belloni verlaten had. Rudyard zeide niets, maar -na enkele dagen was het door het geheele pension bekend, dat miss -Taylor bekeerd was tot den Katholieken godsdienst en intrek genomen -had in een pension, haar door Rudyard gerecommandeerd: een pension, -waar vele monsignori kwamen en een geestelijke stemming heerschte. Hare -verdwijning gaf eene gedwongenheid aan het gesprek tusschen Rudyard, -de Duitsche dames en Cornélie, en deze, gedurende een week, die de -baronin te Napels doorbracht, veranderde van plaats, en voegde zich -aan tafel bij hare landgenooten. De Rothkirchen veranderden ook—om -de tocht, zooals de baronin verzekerde—; nieuwe gasten namen hare -plaatsen in: en te midden dier vreemde elementen bleef Urania alleen -met Rudyard samen aan lunch en diner. Cornélie gevoelde zelfverwijt -en eens sprak zij ernstig met het Amerikaansche meisje en waarschuwde -haar. Maar zij dorst niet zeggen wat zij overhoord had op het bal, en -hare waarschuwing maakte geen indruk op Urania. En toen Rudyard miss -Hope het voorrecht bezorgd had van een particuliere audientie bij den -Paus, wilde Urania geen kwaad van Rudyard meer hooren en vond zij hem -den vriendelijksten man, dien zij ooit ontmoet had, of hij Jezuïet was, -ja dan niet.</p> - -<p>Maar er bleef in het hôtel een waas van geheimzinnigheid over Rudyard, -en men was het niet eens, of hij Jezuïet was, en zelfs niet of hij -priester was of leek.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XI" id="XI">XI.</a></h3> - - -<p>--Wat kan u die vreemde menschen schelen? vroeg hij.</p> - -<p>Zij zaten in zijn atelier, mevrouw Van der Staal, Cornélie en de -meisjes, Annie en Emilie. Annie schonk thee en zij spraken over miss -Taylor en Urania.</p> - -<p>--Ik ben voor u ook vreemd! antwoordde Cornélie.</p> - -<p>--U is niet vreemd voor mij, voor ons.... Maar miss Taylor en Urania -kunnen mij niets schelen. Door ons leven dwalen honderde schim men: ik -zie ze niet en voel niet voor ze....</p> - -<p>—En ik ben geen schim?</p> - -<p>—Ik heb met u te veel gesproken in Borghese en op den Palatijn om u -een schim te vinden.</p> - -<p>—Rudyard is een gevaarlijke schim, zeide Annie.</p> - -<p>—Hij heeft geen vat op ons, antwoordde Duco.</p> - -<p>Mevrouw Van der Staal zag Cornélie aan. Zij begreep dien blik en zeide -lachend:</p> - -<p>—Neen, hij heeft geen vat op mij ook.... Toch, als ik aan -godsdienst—ik meen kerkelijken godsdienst—behoefte had, zoû ik liever -Roomsch-Katholiek willen zijn dan Hervormd. Maar nu....</p> - -<p>Zij voltooide niet. Zij voelde zich veilig in dit atelier, in deze -zachte, bonte samenwemeling van mooie dingen, in hunne sympathie: zij -voelde zich met hen allen harmonisch: met het bevallige en wereldsche -van die ietwat oppervlakkige moeder en hare twee mooie meisjes: een -beetje poppig en vaag cosmopolitisch, vrij ijdel op de markiesjes, -waar ze meê dansten en fietsten; en met dier zoon, dien broêr, zoo -geheel verschillend van haar drieën en haar toch zichtbaar verwant -door een beweging, een gebaar, en een enkel woord. Ook trof het -Cornélie, dat zij elkaâr met liefde namen, zooals zij waren; Duco zijne -moeder en zusters met hare verhaaltjes over de prinsessen Colonna -en Odescalchi; mevrouw en de meisjes hem, met zijn oude jasje en -verwarde haren. En als hij begon te spreken, vooral te spreken over -Rome, als hij zijn droom gaf in woorden, in bijna boeke-zinnen, maar -zoo geleidelijk en natuurlijk vloeiende van zijne lippen, voelde -Cornélie zich harmonisch, voelde ze zich veilig, geïnteresseerd, en -verloor ze een weinig die zucht tot tegenspraak, die zijn artistieke -indolentie soms bij haar opwekte. En daarbij, zijne indolentie scheen -haar eensklaps maar schijnbaar, en misschien wel aanstellerij, want -hij toonde haar schetsen, aquarellen, geen enkele af, maar elke -aquarel levend van licht, van licht vooral, van alle licht van Italië: -de parelen zonsondergangen over het vloeiende emerald van Venetië; -Florence's torens droomvaag geteekend in theeroos-teedere luchten; het -forteresachtige Sienna zwartblauw in blauwenden maneschijn; oranje -zonnebranden achter Sint-Pieter, en vooral de ruïnes en in ieder licht: -het Forum in felle zon, de Palatijn in den avondschemer, het Colosseum -in den nacht geheimzinnig, en dan de Campagna: al het luchtgedroom -en lichtgewaas van de blijde en droeve Campagna, met zachtroze -mauve's, dauwende blauwen, opduisterend violet, of de brallende okers -van zonsondergangen als vuurwerk, en wolkuitwaaiïngen als purperen -fenixwieken. En toen Cornélie hem vroeg waarom niets was af, antwoordde -hij, dat niets goed was. Hij zag de luchten als droomen, vizioenen en -apotheozen, en op zijn papier werden ze water en verf, en vèrf, dat -was niet af te maken. En dan miste hij zelfvertrouwen. En dan liet hij -zijn luchten, zeide hij en teekende-na Byzantijnsche madonna's.</p> - -<p>Toen hij zag, dat zijn aquarellen haar toch interesseerden, sprak hij -over zichzelven voort. Hoe hij eerst dweepte met de edele en naïve -Primitieven, met Giotto en vooral Lippo Memmi.... Hoe hij daarna, een -jaar in Parijs, gevonden had dat niets ging boven Forain: droogkoele -satyre in twee of drie lijnen; hoe zich toen, in den Louvre, Rubens aan -hem geopenbaard had: Rubens, wiens eigen talent en wiens eigen penseel -hij opspoorde tusschen al het nagedoe en leerwerk van al zijn talrijke -leerlingen, tot hij wist te zeggen, welk cherubijntje van Rubens -zelven was in een hemel vol cherubijnen, geschilderd door vier, vijf -discipelen.</p> - -<p>En dan, zeide hij, dacht hij weken niet na over schilderkunst, en nam -hij geen penseel ter hand, en ging hij iederen dag naar het Vaticaan, -en verloor zich in de edele marmers.</p> - -<p>Eens had hij een morgen lang zitten droomen voor den Eros, eens had hij -er een poëem gedroomd op heele zachte melodie van monotone begeleiding, -als een innige incantatie: thuis had hij gedicht en muziek willen -stellen op papier, maar had hij niet gekund. Nu kon hij Forain niet -meer zien, vond Rubens walgelijk en grof, maar was de Primitieven -getrouw gebleven.</p> - -<p>—En stel nu, dat ik veel schilderde, en veel naar expozities zond? Zoû -ik gelukkiger zijn? Zoû ik voldoening voelen iets te hebben gedaan? -Ik geloof het niet. Soms maak ik een aquarel af, verkoop die, en kan -dan een maand bestaan zonder mama lastig te vallen. Geld kan mij niet -schelen. Roemzucht is mij heelemaal vreemd! Maar laat ons niet meer -over mij praten. Denkt u nog aan de toekomst en ... brood?</p> - -<p>—Misschien, antwoordde zij, droef lachende, en om haar heen duisterde -donkerder het atelier, verzwijmden zacht-aan de silhouetten van zijn -moeder en zusters, die stil zaten, loom in gemakkelijke stoelen, en -weinig geïnteresseerd, en verschaduwde stil alle kleur. Maar ik ben zoo -zwak. U zegt, dat u geen artist is, en ik, ik ben geen apostel.</p> - -<p>—Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven -heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het -leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en <i>die</i> lijn is -moeilijk te vinden. Ik zal mijn lijn niet vinden.</p> - -<p>—Ik zie mijn lijn ook niet voor me....</p> - -<p>—Weet u, er is een onrust over me gekomen. Mama, hoort u, er is -een onrust over me gekomen. Vroeger droomde ik in het Forum, ik was -gelukkig en dacht niet aan mijn lijn. Mama, denkt u aan uw lijn, en -denken de zusjes er aan?</p> - -<p>De zusjes, in den donker, als poesjes in de diepe stoelen verzonken, -gichelden een beetje. Mama stond op.</p> - -<p>—Beste Duco, je weet, ik kan je niet volgen. Ik bewonder Cornélie, dat -zij je aquarellen mooi kan vinden, en begrijpt, wàt je bedoelt met die -lijn. Mijn lijn is nu naar huis, want het is al heel laat....</p> - -<p>—Dat is de lijn van de naaste seconde. Maar er is een onrust over mijn -lijn van dagen en weken hierna. Ik leef niet goed. Het Verleden is -heel mooi, en zoo rustig, omdat het geweest is. Maar ik heb die rust -verloren. Het Heden is wel heel klein. Maar de Toekomst. O, als we een -doel konden vinden! Voor de Toekomst....</p> - -<p>Zij hoorden niet meer naar hem; zij gingen de donkere trappen af, -tastende.</p> - -<p>—Brood? vroeg hij zich af.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XII" id="XII">XII.</a></h3> - - -<p>Op een morgen, dat Cornélie thuis bleef, zag zij hare lectuur na, die -in hare kamer verspreid lag. En zij vond, dat het voor haar nutteloos -was, Ovidius te lezen, om enkele Romeinsche zeden te bestudeeren, -waarvan sommige haar verschrikt en geschokt hadden; zij vond, dat Dante -en Petrarca te moeilijk waren om Italiaansch te bestudeeren, terwijl -het genoeg was een paar woorden op te vangen om zich verstaanbaar te -maken in een winkel of tegen de bedienden; zij vond de Wandelingen van -Hare een te vermoeiende gids, omdat ieder steentje van Rome haar nu -niet zóó belang inboezemde als het klaarblijkelijk Hare had gedaan. -Toen bekende zij zich, dat zij nooit Italië, nooit Rome zóo zoû kunnen -zien als Duco van der Staal deed. Zij zag nooit het licht van luchten -en gedrijf van wolken als zij het gezien had in zijn onvoltooide -waterverfstudies. Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het -deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij -zag zij alleen maar met het oog van een leek; voor een Byzantijnsche -madonna voelde zij niets. Zij hield wel van beelden; maar innig -liefhebben een romp verminkt marmer, als hij den Eros liefhad, leek -haar ziekelijk ... en toch het ware gevoel om den Eros te zien. Niet -ziekelijk, dacht zij toen ... maar "morbide": het woord, hoewel zij er -zelve om glimlachte, gaf haar beter hare opinie weêr. Niet ziekelijk, -maar morbide. En een olijf vond zij een boom, die op een wilg leek, -terwijl Duco haar gezegd had, dat een olijf den mooisten boom was van -de wereld.</p> - -<p>Zij was het niet met hem eens, noch wat die olijf, noch wat den -Eros aanging en toch voelde zij, dat hij gelijk had van een zeker -geheimzinnig standpunt, waarop zij zich niet stellen kon, omdat het was -als een mystieke heuvel, te midden van onoverschrijdbare tooverkringen: -kringen, die hij doorging als gevoelsferen, die de hare niet waren, -zooals de heuvel haar was een onbekende troon van gevoel en van -uitzicht. Zij was het niet met hem eens en toch was zij overtuigd -van zijn beter recht, zijn beteren blik, zijn edeler inzicht, zijn -dieper gevoel; en was zij zeker, dat haar wijze van Italië-zien—in -de teleurstelling van hare illuzie—, in het grauwe licht eener -toenemende onverschilligheid—niet edel was en niet goed; en wist zij, -dat de schoonheid van Italië haar ontsnapte; terwijl ze hem was als -een tastbaar en omhelsbaar vizioen. En zij ruimde Ovidius, Petrarca en -Hare's gidsboek op, en sloot ze in haar koffer, en nam er uit de romans -en brochures, dat jaar verschenen over de vrouwenbeweging in Holland. -Zij stelde belang in het vraagstuk en zij vond er zich moderner om -dan Duco, die haar eensklaps toescheen van een verleden tijd. Niet -modern. Niet modern. Zij herhaalde het woord met wellust en voelde zich -eensklaps krachtiger. Modern te zijn, zoû haar kracht zijn. Een enkel -woord van Duco had haar zeer getroffen: die uitroep: O, als wij een -doel konden vinden! Ons leven heeft een lijn, een pad, dat het gaan -moet.... Modern zijn, was dat geen lijn; oplossing vinden van modern -vraagstuk, was dat geen doel? Hij, hij had gelijk, op zijn standpunt, -vanwaar hij Italië zag, maar was geheel Italië niet een verleden, een -droom, tenminste dàt Italië, dat Duco zag, droomparadijs van kunst -alleen? Het kon niet goed zijn, zoo te staan en zoo te zien, en zoo -te droomen. Het Heden was er: aan de grauwe kimmen daverde naderend -een storm en de moderne vraagstukken flikkerden op als weêrlicht. Was -het dat niet, waar zij voor leven moest? Zij voelde voor de Vrouw, zij -voelde voor het Meisje: zij was zelve het Meisje geweest, opgevoed -alleen met salon-educatie, om te schitteren, als mooi en bevallig, -en dan wel te trouwen. En zij was mooi geweest, en bevallig, zij had -geschitterd en was getrouwd, en nu was zij drie-en-twintig, gescheiden -van dien man, die eens haar eenige doel was geweest, en, haar terwille, -het doel harer ouders: nu was zij alleen, verloren, wanhopig en -stervens-troosteloos: zij had niets om zich aan vast te klemmen, zij -leed. Zij had hem nog lief, hem, een ploert, een ellendeling; en zij -had gedacht al heel flink te zijn: te gaan reizen, om kunst, naar -Italië. Maar zij begreep geen kunst, zij voelde niet Italië. O, hoe zag -zij het in, na die gesprekken, gewisseld met Duco: dat zij kunst nooit -begrijpen zoû, al had zij vroeger wat geteekend, al had zij vroeger in -haar boudoir een biscuitgroep gehad naar Canova: Amor en Psyche: zoo -lief voor een jong meisje. En hoe zeker wist zij nu, dat zij Italië -niet begrijpen zoû, omdat zij een olijfboom niet zoo heel mooi vond, en -de lucht van de Campagna nooit gezien had als een waaiende fenix-vlerk. -Neen, Italië zoû nooit haar levenstroost zijn....</p> - -<p>Maar wat dan? Veel had zij doorgemaakt, maar zij leefde en was heel -jong. En op nieuw, bij den aanblik dier brochures, den aanblik van dien -roman, kwam het verlangen in haar ziel op: modern zijn, modern zijn! En -doen aan de moderne problemen. Leven voor de toekomst! Leven voor de -Vrouw, voor het Meisje....</p> - -<p>Zij dorst niet diep in zich zien, vreezende te weifelen. Leven voor de -Toekomst.... Het scheidde haar iets meer van Duco, dat nieuwe ideaal. -Kon haar dat schelen, had zij hem lief? Neen, zij dacht van niet. Zij -had haar man lief gehad en wilde niet dadelijk verlieven op den eersten -den besten aardigen jongen, dien zij bij toeval in Rome ontmoette....</p> - -<p>En zij las de brochures. Over de Vrouwenkwestie en de Liefde. Toen -dacht zij aan haar man, toen aan Duco. En moê liet zij de brochure -vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de -meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was -in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn -van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was -in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig, -in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie, -wist zij niet:</p> - -<p>—O God, zèg mij, wat wij moeten doen!</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XIII" id="XIII">XIII.</a></h3> - - -<p>Toen was het na eenige dagen, dat Cornélie idee kreeg het pension te -verlaten en op kamers te gaan wonen. Het hôtelleven stoorde haar in -hare opkomende gedachten, als een wind van ijdelheid, die telkens -schroeide over heel vage bloesems, en niettegenstaande een scheldvloed -van woorden van de marchesa, die haar verweet voor den geheelen winter -gehuurd te hebben, trok zij in de kamers, die zij na veel zoeken en -trappenklimmen, met Duco van der Staal had gevonden. Het was in de Via -dei Serpenti, vele trappen op, een suite van twee ruime, maar bijna -geheel ongemeubeleerde vertrekken: alleen het hoog noodige stond er, -en hoewel het uitzicht wijd over de huizenmassa's van Rome streek tot -de cirkelige ruïne van het Colosseum toe, waren de kamers van een -rulle ongezelligheid, van een naakte onbewoonbaarheid. Duco had ze -niet goed gevonden en zeide, dat hij er rilde, hoewel ze lagen op de -zonnezijde, maar er was iets in de stroefheid van dit verblijf, dat -Cornélie in hare nieuwe stemming harmonisch aandeed. Toen zij dien -dag scheidden, dacht hij van haar: wat is ze toch weinig artistiek; -en zij van hem: wat is hij onmodern! Zij zagen elkaâr in dagen niet -weêr, en Cornélie was geheel eenzaam, maar voelde hare eenzaamheid -niet, omdat zij een brochure schreef over den maatschappelijken -toestand der gescheiden vrouw. Dat idee was bij haar opgekomen door -enkele zinnen in een brochure over de Vrouwenbeweging, en in eens, -zonder veel te hebben nagedacht, schreef zij in impulsie na impulsie, -intuïtie na intuïtie, hare zinnen, stroef, koel, en klaar; schreef -zij in een epistolairen stijl, zonder kunst, maar met overtuiging en -ondervinding, als om meisjes te waarschuwen tegen te veel illuzie -voor het Huwelijk. Zij had hare kamers niet gezellig gemaakt; zij zat -daar, hoog in Rome, met haar blik over de daken tot het Colosseum -toe, te schrijven, te schrijven, zich verdiepende in haar leed, zich -gevende in hare weêrbarstige zinnen, bitter, maar den alsem harer -ziel gietende in hare brochure. Mevrouw Van der Staal en de meisjes, -die haar kwamen bezoeken, waren verbaasd, om haar slordig uitzien, -om haar rulle kamers, een stervend vuur in het haardje, geen bloem, -geen boeken, geen thee, en geen kussens, en toen zij na een kwartier -heengingen, voorgevende boodschappen te moeten doen, zagen zij, de -eindelooze trappen aftrippende elkaâr verbaasd aan, geheel in de war -en niets begrijpende van die herschepping: die van een interessant, -elegant vrouwtje, met om zich heen een waas van poëzie, een tragiek van -verleden,—in een "vrije vrouw", die verwoed schreef aan een brochure, -met bittere verwenschingen tegen de maatschappij. En toen Duco haar -na een week weêr opzocht, en een oogenblik bij haar kwam zitten, -bleef hij doodstil, stijfrecht op zijn stoel, zonder te spreken, -terwijl Cornélie hem het begin harer brochure voorlas. Hem roerde wat -hij er in schemeren zag, van eigen leed en ondervinding, maar iets -onharmonisch ergerde hem tusschen die slanke, lelieachtige vrouw, -met hare gebroken bewegingen, en de omgeving, waarin zij zich nu wèl -voelde, geheel verdiept in haar haat tegen de maatschappij, met name -de Haagsche, die haar vijandig was geworden, omdat zij niet met een -ploert, die haar mishandelde, was samengebleven. En terwijl zij las, -dacht Duco: zij zoû zoo niet schrijven, als zij niet alles uit eigen -leed naschreef. Waarom schept zij er niet een novelle uit...? Waarom -dat generalizeeren van persoonlijk verdriet, en waarom dat waarschuwend -stemgeluid.... Hij vond het niet mooi. Hij vond den klank van die stem -zoo hard, die waarheden zoo persoonlijk, die bitterheid onsympathiek -en die conventie-haat zoo klein. En toen zij hem iets vroeg, zei -hij niet veel, schudde vaag goedkeurend het hoofd, en bleef zitten, -ongemakkelijk strak. Hij wist niet wat te antwoorden, hij wist niet hoe -te bewonderen, hij vond haar onartistiek. En toch welde in hem groot -medelijden, toch zag hij hoe lief zij zoû zijn, en hoe edel vrouw, -als zij gevonden had de lijn van haar leven, en zich langs die lijn -harmonisch bewoog met de muziek van haar eigen beweging. Nu zag hij -haar gaan een verkeerden weg; een pad, door anderen haar met vingers -aangewezen, en niet ingeslagen uit eigen aandrang van ziel. En hij -voelde een diep medelijden voor haar. Hij, artist, maar vooral droomer, -zag soms scherp, trots zijn droomen, trots zijn soms alles omvattend -gevoel voor lijn en voor kleur en voor waas; hij, artist en droomer, -zag dikwijls als helderziend de emotie schemeren door het voordoen der -menschen, zag de ziel, als een licht door albast heen, en hij zag haar -eensklaps verloren, zoekende, dwalende; zoekende, zij wist zelve niet -wat; dwalende, zij wist zelve niet door welk labyrinth; ver van haar -lijn, haar levenslijn en richting van haar zielebeweging, die zij nog -nimmer had gevonden.</p> - -<p>Zij zat opgewonden voor hem, zij had gelezen haar allerlaatste -bladzijden, met verhit gelaat, met klinkende stem, met een koorts -in heel haar wezen. Het was als wilde zij nu smijten die bladen -vol bitterheid voor de voeten harer Hollandsche zusteren, voor -de voeten van alle vrouwen. Hij, verloren in zijne bespiegeling, -weemoedig in zijn meêlij voor haar, had nauwlijks geluisterd, en -schudde vaag goedkeurend het hoofd. En eensklaps sprak zij over -zichzelve, en gaf ze zich geheel, vertelde zij haar leven: haar -Haagsche-jongemeisjes-bestaan, haar opvoeding om wat te schitteren, en -aardig en mooi te zijn, zonder éen ernstigen blik op haar toekomst, -alleen afwachtende een goed huwelijk, met een flirtation hier, en -een verliefdheidje daar, tot zij getrouwd was; een goed huwelijk in -haar kringetje; haar man eerste luitenant van de huzaren, een mooie -flinke jongen, goede notabele familie, een beetje geld,—op wien zij -verliefd was geworden om zijn mooie gezicht, en zijn flink figuur in -zijn uniform, die hem goed stond; die op haar verliefd was, zooals -hij op een ander meisje ook had kunnen worden, omdat zij een aardig -snoetje had: toen, de openbaring al dier allereerste dagen: de dadelijk -uitbarstende disharmonie hunner karakters. Zij, thuis verwend, fijn, -delicaat, fijngevoelig, maar egoïst fijngevoelig, maar prikkelbaar voor -haar eigen verwende ik-je; hij, niet meer hofmakerig, maar dadelijk -grofweg man met rechten hierop en rechten daarop, met een vloek nu en -een gedonder dan weêr; zij, zonder eenigen tact, zonder eenig geduld -nog te maken van hunne verongelukkende levens wat er misschien nog te -maken zoû zijn: nerveus, driftig, drift tegen grofheid in, wat zijn -ruwheid zoo oprazen deed, dat hij haar mishandelde, uitschold, sloeg, -schudde en kwakte tegen den muur aan....</p> - -<p>Toen hare scheiding; hij eerst niet gewild; trots alles, tevreden -met een huis te hebben, en in dat huis een vrouw, wijfje van hèm, -mannetje, en niet willende weêr de ellende van op kamers wonen, -tot zij eenvoudig wegliep, naar hare ouders toe, de stad uit bij -vrienden, razende op de wet, zoo onrechtvaardig jegens vrouwen.... Hij -had eindelijk toegegeven, zich laten beschuldigen van overspel, wat -niet bezijden de waarheid was. Toen was zij vrij, maar zij stond als -alleen, aangekeken door al hare kennissen, niet willende toegeven aan -hun conventie-eisch van die soort van halve rouw, die een gescheiden -vrouw moest omgeven volgens hunne conventie-ideetjes, en dadelijk -terugkeerende tot haar vroeger jonge-meisjes-schitterbestaan. Maar -zij had gevoeld, dat dat niet wezen kon, niet om de kennissen en -niet om zichzelve: de kennissen, schuin naar haar kijkende, en zij, -walgende van de kennissen, van hun soirées en diners, tot zij zich -diep ongelukkig gevoeld had, eenzaam, verloren, zonder iets, zonder -iemand, en zij gevoeld had al den druk, die weegt op de gescheiden -vrouw. Diep in zich had zij wel eens gedacht, dat zij met veel geduld -en veel tact dien man nog had kunnen beheerschen, dat hij niet kwaad -was, alleen maar grof, dat zij toch wel nog van hem hield, ten minste -van zijn mooie gezicht en van zijn flinke lichaam. Liefde, dat was het -niet, maar had zij ooit over liefde gedacht, zooals zij die nu wel eens -voorgevoelde? En leefde niet bijna een ieder zoo-zoo maar, zich een -beetje schikkende naar wat hem gegeven werd? Maar die spijt bekende zij -nauwlijks zichzelve, bekende zij ook nu niet aan Duco, en wèl bekende -zij haar bitterheid, haar haat tegen haar man, tegen het huwelijk, de -conventie, de menschen, de wereld: tegen al de groote algemeenheden, -generalizeerend haar eigen gevoel tot éen vloek tegen het leven. Hij -hoorde haar aan, met medelijden. Hij voelde, dat er iets edels in haar -was, maar verstikt, van den beginne af. Hij vergaf haar, dat zij niet -artistiek was, maar het smartte hem, dat zij zich nooit gevonden had, -dat zij niet wist wat zij was, wiè zij was, hoe haar leven moest zijn, -en waar de lijn slingerde van haar leven, het eenige pad, dat zij gaan -moest, zooals ieder leven volgt éen pad. O, hoe vaak, als een mensch -zich maar gaan liet, als een bloem, als een vogel, als een wolk, als -een ster, die haar baan zoo gehoorzaam beschreef, zoû een mensch zijn -geluk en zijn leven wel vinden, als de bloem en de vogel ze vonden, als -de wolk weg dreef in de zon, en de ster haar hemelbaan volgde. Maar -hij zeide haar niets van zijn gedachten, wetende, dat zij vooral in -hare stemming van bitterheid ze niet begrijpen zoû, en er geen steun -aan grijpen kon, omdat ze haar te vaag zouden zijn, en te vreemd aan -haar eigen denken. Zij dacht aan zichzelve, maar zij dàcht, dat zij -dacht aan de Vrouwen, de Meisjes, en hare beweging naar de Toekomst. -De lijnen van de vrouwen.... Maar had iedere vrouw niet haar eigen -lijn? Alleen, hoe weinigen wisten haar, haar richting, haar pad, haar -levenslijn, haar meander in de toekomstschemering. En misschien, omdat -zij niet wisten voor zich, zochten zij allen te zamen nu een breed pad, -een hoofdweg, waarop zij voortgaan zouden met scharen, met dringende -menigte van vrouwen, met regimenten van vrouwen, met leuzen en vanen -en oorlogskreet, breed pad, paralel aan de beweging der mannen, tot -de paden zouden versmelten tot éen, tot de scharen der vrouwen zich -vermengen zouden met de scharen der mannen, met gelijke rechten en -levensbeweging....</p> - -<p>Hij zeide haar niets. Zij merkte zijn zwijgen, en zag niet, hoeveel in -hem omging, hoe innig hij over haar dacht, hoe diep meêlij hij voor -haar voelde. Zij dacht, dat zij hem verveeld bad. En eensklaps, om -zich heen, zag zij de duisterende naakte kamer, het vuur uitgedoofd, -en zonk haar geestdrift, verkoelde haar koorts, vond zij slècht haar -brochure, zonder kracht, overtuiging. Hoe gaarne had zij een woord van -hem gehoord! Maar hij zat stil, hij scheen geen belang te stellen, hij -vond haar stijl zeker niet mooi. En zij voelde zich treurig, verlaten, -eenzaam, vervreemd van hem, en bitter om die vervreemding, zij voelde -zich klaar om te weenen, te snikken, en—vreemd—in haar bitterheid, -dacht zij aan hèm, haar man, met zijn mooie gezicht. En zij kon zich -niet houden: zij weende. Hij naderde haar, hij legde op haar schouder -zijn hand. Toen voelde zij iets, van wat er in hem omging, en dat zijn -zwijgen niet koude was. Zij zeide hem, dat zij dien avond niet alleén -zoû kunnen blijven, te rampzalig, te rampzalig.... Hij troostte haar; -zei, dat er veel goeds, veel waars in haar brochure was, dat hij geen -goed beoordeelaar was over zulke moderne kwesties; dat hij alleen maar -knap was als hij sprak over Italië; dat hij zoo weinig voelde voor -menschen, en zoo veel voor beelden; zoo weinig voor wat nieuw wordt -opgebouwd voor een volgende eeuw, en zoo veel voor wat in ruïnes lag en -restte uit vorige eeuwen. Hij zei het als vroeg hij verontschuldiging. -Zij glimlachte door hare tranen heen, maar herhaalde, dat zij niet -alleen kon blijven, en dat zij met hem meêging naar Belloni, dien -avond, naar zijn moeder en zusters. En zij gingen samen uit, zij -liepen samen om; en hij vertelde haar, om haar af te leiden, van eigen -gedachten, vertelde haar anecdoten van meesters uit de Renaissance. Zij -hoorde niet wat hij zeide, maar zijn stem was lief aan haar ooren. Hij -had zoo iets zachts in zijn onverschilligheid voor het moderne, dat -haar interesseerde: hij had zooveel kalmte, weldadig als balsem, in de -rust van zijn ziel, die zich liet gaan aan den goudenen draad van zijn -droomen—als was die draad zijn levensrichting,—zoo veel kalmte en -zachtheid, dat ook zij kalmer werd, en zachter, en glimlachend tot hem -opzag.</p> - -<p>En hoe ver zij ook van elkaâr verwijderd waren, hij gaande langs -droomenlijn, zij verloren in een duisteren doolhof,—zij voelden -elkaâr toch naderen, voelden hunne zielen van verre toch naderen, -terwijl hunne lichamen zich naast elkaâr bewogen op een straat van -werkelijkheid, dwars door Rome in den avond. Hij stak zijn arm door den -hare, maar steunde haár, ondanks dat gebaar.</p> - -<p>En toen zij Belloni naderden, dankte zij hem, zij wist niet precies -waarvoor: voor zijn blik, voor zijn stem, voor hunne wandeling, voor -den troost, dien zij onuitlegbaar, maar toch duidelijk, uit hem voelde -stralen, en zij was dien avond blijde met hem meê gegaan te zijn, en om -zich heen te voelen de afleiding van Belloni's table-d'hôte.</p> - -<p>Maar des nachts, alleen, alleen in haar rulle kamers, kwam hare -rampzaligheid als een zwarte zee over haar heen, en, uitziende naar -het Colosseum—donker te raden boog in donkeren nacht—, snikte zij, -zich tot stervens toe voelende verzinken, wegspoelen, verlaten en -eenzaam, zoo hoog boven Rome, boven de daken, boven de flauwe lichtjes -der nachtstad, onder de wolken van den donkeren nacht, verzinken en -wegspoelen, als dreef zij, schipbreukeling op een oceaan, die de wereld -verdronk, en klagend opruischte tegen den onverbiddelijken hemel.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XIV" id="XIV">XIV.</a></h3> - - -<p>Toch kwam er een kalmte in Cornélie nu hare brochure geschreven was. -Zij pakte hare koffers uit, arrangeerde hare kamers wat gezelliger, -en, rustiger, schreef zij de brochure over en verbeterde onder het -overschrijven haar stijl, en zelfs haar gedachten. Als zij des morgens -gewerkt had, lunchte zij meestal in een kleine osteria en ontmoette -daar bijna altijd Duco van der Staal, en at met hem aan éen tafeltje. -Meestal dineerde zij bij Belloni, bij de Van der Staals, om wat -afleiding te hebben voor haar avond. De marchesa had haar eerst niet -gegroet, al duldde zij haar aan de table-d'hôte, voor drie lire per -avond, maar langzamerhand groette zij weêr Cornélie, met een zuurzoet -lachje, want zij had de beide kamertjes al voordeeliger weêr verhuurd. -En Cornélie, in hare kalmere stemming, vond het eene gezelligheid zich -'s avonds te kleeden, naar Belloni te gaan, mevrouw Van der Staal en -de meisjes te zien, verhaaltjes van haar te hooren over de salons van -Rome, en een blik te weiden over de lange tafels. En zij zag, dat de -gasten alweêr anderen waren, als met een kaleidoskoop van vluchtige -menschen. Rudyard was verdwenen, met een schuld aan de marchesa, en -niemand wist waarheen. De Rothkirchen waren naar Griekenland gegaan, -maar Urania Hope was er nog steeds en zat naast de marchesa Belloni, en -aan hare andere zijde de neef: de prins van Forte-Braccio, hertog van -San Stefano, die geregeld bij Belloni dineerde. En Cornélie zag, dat -het was als eene samenzwering: de marchesa en de prins, die de kleine -ijdele Amerikaansche van beide zijden bestookten. Een volgenden dag -zag Cornélie aan de tafel van de marchesa twee monsignori zitten in -druk gesprek met Urania, terwijl de marchesa en de prins toeknikten. -Alle gasten spraken er over, aller oogen zagen die kant uit, allen -bespiedden de manoeuvre en vermaakten zich met dien roman.</p> - -<p>Alleen Cornélie lachte er niet om; zij had Urania willen waarschuwen, -voor de marchesa, den prins en de monsignori, die Rudyards plaats -innamen, maar vooral waarschuwen voor het Huwelijk, al was het met een -prins-hertog. En zich opwindende, sprak zij met mevrouw en de meisjes, -herhaalde zij hare brochure-zinnen, gloeide, rood-òp, haar jonge haat -tegen de maatschappij en de wereld en de menschen.</p> - -<p>Het diner was afgeloopen; druk pratende nog ging zij met de Van der -Staals mevrouw en de meisjes en Duco—naar het salon, zette zich in -een hoek, vervolgde haar gesprek, vaarde uit tot mevrouw, die haar -tegensprak, tot zij eensklaps een dikke dame—de meisjes hadden haar al -bijgenaamd: het satijnen fregat—glimlachend naar hen toe zagen komen -en zeggen al van verre:</p> - -<p>—I beg your pardon, maar ik woû u iets zeggen.... Kijk, ik kom al -sedert tien jaren geregeld iederen winter bij Belloni, van November tot -na Paschen, en dan zit ik iederen avond, nà het diner—maar ook alleen -maar nà het diner—in <i>dezen</i> hoek, aan <i>deze</i> tafel, op <i>deze</i> plaats. -Neemt u me dus niet kwalijk, maar ik zoû ook nu gaarne mijn plaats weêr -innemen....</p> - -<p>En het "satijnen fregat" glimlachte lieftallig, maar toen de Van -der Staals en Cornélie op rezen in stomme verbazing, liet zij zich -ruischende ploffen op de canapé, deinde even op en neêr op de veeren, -zette haar haakwerk op de tafel met een gebaar of ze een Engelsche vlag -plantte op een kolonie, en zeide met haar lieftalligsten glimlach;</p> - -<p>—Very much obliged, I thank you very much.</p> - -<p>Duco schaterde het uit, de meisjes gichelden, maar het "satijnen -fregat" knikte hen goedmoedig toe. En nog niet goed beseffende, -verbaasd, maar vroolijk, zetten zij zich in een anderen hoek, de -meisjes met een onuitbluschbaar gegichel. De twee esthetische dames, -met de evening-dress en de Jaegers, die aan de middentafel zaten te -lezen, sloegen tegelijkertijd hare twee boeken dicht, en stonden op en -gingen verontwaardigd heen, omdat men in het salon lachte en praatte.</p> - -<p>—It is a shame! zeiden zij hard op, en rechthoekig, verwaten en -groezelig draaiden zij de deur uit.</p> - -<p>—Vreemde menschen! dacht Duco glimlachend; schimmen van menschen.... -Hun lijnen dwarrelen als arabesken door onze lijnen. Waarom kruisen -zij onze lijnen met hun kleine beweging, en waarom kruisen ons nooit -misschien die ons het liefst zouden zijn aan onze ziel...?</p> - -<p>Steeds bracht hij Cornélie des avonds naar de Via dei Serpenti. Zij -wandelden dan langzaam door de stille verlaten straten. Soms was het -laat, maar soms was het dadelijk nà het diner, en dan wandelden zij -nog het Corso in, dan vroeg hij haar meestal nog wat te gaan zitten -bij Aragno. Zij deed dit, en samen gebruikten zij een kop koffie, in -de vroolijkheid van het verlichte café, kijkende naar de avonddrukte -op straat. Zij spraken dan weinig, afgeleid door de voorbijgangers en -de bezoekers van het café, maar zij vonden het beiden een gezellig -oogenblik, en voelden zich één met elkaâr. Duco dacht klaarblijkelijk -niet na over het liberale van hun doen, maar Cornélie dacht aan -mevrouw Van der Staal, en dat zij het niet goed zoû keuren en niet zoû -toestemmen in een harer dochters: 's avonds alleen met een heer te -zitten in een café. En Cornélie dacht ook aan Den Haag en glimlachte -bij de gedachte aan hare Haagsche kennissen. En zij zag naar Duco.... -Rustig zat hij, tevreden met haar samen te zitten, en hij dronk zijn -koffie, en zei nu en dan een woord en wees haar op een type of op -een mooie vrouw, die voorbijging.... Op een avond, na het diner, -stelde hij voor allen te gaan naar de ruïnes: de maan scheen, dat -was wondermooi. Maar mevrouw was bang voor malaria, de meisjes voor -roovers; en zij gingen alleen, Duco en Cornélie. De straten waren heel -eenzaam, het Colosseum rees dreigend op als een zwarte forteres in den -nacht, maar zij gingen er binnen, en door de open bogen scheen het -maanlichte blauw van den nacht: in de ronde put van de arena, ter eene -zijde zwart, schaduw, stroomde ter andere de stroom van maneschijn -binnen, als een witte vloed, als een waterval, en het was als spookte -de nacht, als spookte het Colosseum en het geheele verleden van Rome: -keizers, gladiatoren en martelaars; schaduwen slopen om als kruipende -wilde beesten, een lichtvlak was als een naakte vrouw, en de galerijen -schenen te ruischen van menigte.... En toch was er niets en waren zij -eenzaam, Duco en Cornélie, in de diepte der hooge reuze-ruïne, half in -schaduw en half in licht, en hoewel zij niet bang was, was zij onder -den indruk van het ontzaglijk gespook des verledens, en schoof bij -hem nader en klemde zijn arm, en voelde zich klein, heel klein. Hij -drukte even haar hand, met zijn eenvoudige gemakkelijkheid, als om -haar gerust te stellen. En de nacht beklemde haar, het spook benauwde -haar, de maan scheen te duizelen hoog in de lucht en zich reusachtig -uit te breiden en rond te draaien als een zilveren wiel. Hij zeide -niets, hij was in zijn droom, hij zag het verleden voor zich.... En -zwijgend gingen zij heen, en hij voerde haar door den boog van Titus -het Forum binnen. Links rezen de ruïnes der keizerpaleizen, en om hen -heen stonden de zwarte brokkelingen op, wezen de enkele zuilen omhoog -en stroomde de blanke mane-stroom neêr, als een spookzee uit de lucht. -Zij ontmoetten niemand, maar zij was bang en klemde vaster zijn arm. -Toen zij even gingen zitten op een stuk fondament, huiverde zij van de -kilte. Hij schrikte, zeide, dat zij op moest passen geen koû te vatten, -en zij gingen verder en verlieten het Forum. Hij bracht haar thuis, -en alleen ging zij de trappen op, een lucifer afstekende om wat licht -te hebben in het duistere trappenhuis. In haar kamer bevroedde zij, -dat het gevaarlijk was 's avonds in de ruïnes te dwalen. Zij dacht hoe -weinig Duco gesproken had, niet denkende aan gevaar, verloren in zijn -nachtelijken droom, turende in het ontzaglijk gespook.... Waarom ... -was hij niet alleen gegaan? Waarom had hij haar meêgevraagd? Zij sliep -in, na een chaos van warrelende gedachte: de prins en Urania; de dikke -satijnen dame, en het Colosseum en de martelaren, en Duco en mevrouw -Van der Staal.... Zijn moeder was zoo gewoon, zijn zusjes lief maar -banaal, en hij ... zoo vreemd! Zoo eenvoudig, zoo zonder voordoen, zich -zoo gevende als hij was; en daarom zoo vreemd.... Onmogelijk zoû hij -zijn in Den Haag, onder haar kennissen.... Zij glimlachte als zij dacht -aan wat hij gezegd had, en hoè hij dat gezegd had en hoe hij lustig kon -zwijgen, minuten lang, een glimlach om zijn mond, als dacht hij aan -iets moois....</p> - -<p>Maar Urania moest zij waarschuwen.</p> - -<p>En moê sliep zij in.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XV" id="XV">XV</a></h3> - - -<p>Wat Cornélie voorgedacht had over mevrouw Van der Staals opinie omtrent -haar omgang met Duco, werd bewaarheid: mevrouw sprak ernstig met haar, -zeggende, dat zij, zoo voortgaande, zich comprometteeren zoû, en -voegde er tevens aan toe, dat zij ook met Duco in dien geest gesproken -had. Maar Cornélie antwoordde vrij hoog, en nonchalant, beweerde, dat -zij, na zich steeds aan conventie gestoord te hebben, en toch diep -ongelukkig te zijn geworden, zich voortaan niet meer aan conventie -stoorde, en dat zij Duco's conversatie op prijs stelde zonder zich -te laten weêrhouden door wat "men" dacht en vond. En dan, vroeg zij -mevrouw Van der Staal, wie was "men"? Hun drie, vier kennissen in -Belloni? Wie kende haar anders? Waar kwam zij verder? Wat deerde haar -Den Haag? En zij lachte schamper, uit de hoogte afwerende de argumenten -van mevrouw Van der Staal. Het gaf tusschen haar eene verkoeling: -zij kwam dien avond niet bij Belloni dineeren, gekrenkt in hare -prikkelbare overfijngevoeligheid. Den volgenden dag, Duco ontmoetende -aan hun tafeltje in de osteria, vroeg zij, wat hij dacht van zijn -moeders berisping. Hij glimlachte vaag, de wenkbrauwen opgetrokken, -klaarblijkelijk niet beseffende de middelmaat-waarheid der woorden -zijner moeder, zeggende: dat dat zoo ideeën waren van mama, natuurlijk -heel goed en gangbaar in den cirkel, waarin mama en de zusjes leefden, -maar waarin hij zich niet verdiepte, waaraan hij zich niet stoorde, -tenzij Cornélie vond, dat mama gelijk had. En Cornélie vaarde schamper -uit, haalde hare schouders op, vroeg terwille van wie en wat zij -zich zouden laten weêrhouden in hun vriendschappelijken omgang. Zij -bestelden samen een halve fiasco, en zij aten lang en gezellig, als -twee kameraden, als twee studenten. Hij zeide, dat hij had nagedacht -over hare brochure; hij sprak,—om haar lief te zijn—over den -toestand der moderne vrouw, over het huwelijk, over de meisjes. Zij -laakte de opvoeding, die mevrouw Van der Staal aan zijn zusjes gaf, de -luchtige schitter-educatie en dat eeuwige uitgaan en zoeken naar een -man. Zij sprak uit ondervinding, zeide zij. Dien dag wandelden zij de -Via Appia op, en gingen in de Catacomben, geleid door een Trappist. -Daarna namen zij een rijtuigje, reden naar Rome terug en dronken thee -bij Ramazotti, den banketbakker. Toen Cornélie thuis kwam, voelde zij -zich pleizierig en luchtig en vroolijk. Zij ging niet meer uit, stookte -met veel hout haar vuur op voor den avond, die kil werd, en soupeerde -alleen met wat brood en gelei, om niet uit te gaan voor haar diner. -In haar peignoir, de handen om het hoofd gebogen, tuurde zij in het -aardig brandende hout, en liet den avond over zich glijden. Zij was -tevreden met haar leven, zoo vrij, los van alles, en iedereen. Zij had -een beetje geld, zij kon zoo blijven leven. Vele behoeften had zij -niet. Haar leven op kamers, in kleine restauraties kostte niet veel. -Toiletten had zij niet noodig. Zij voelde zich tevreden. Duco was een -prettige vriend; wat zoû zij eenzaam zijn zonder hem. Alleen, een doel -moest haar leven krijgen.... Wat? Wat? De vrouwenbeweging...? Maar hoe, -in den vreemde? Er aan te arbeiden was zoo moeilijk.... Hare brochure -nu zoû zij zenden aan een nieuw blad voor vrouwen, pas opgericht. -Maar dan? Zij was nu eenmaal niet in Holland, en zij wilde niet naar -Holland: en toch, daar zoû ze zeker gemakkelijker werkzaam zijn, van -gedachte wisselen met anderen. Maar hier in Rome.... Een luiheid kwam -over haar, in de loomte van haar gezellige kamer. Want Duco had haar -geholpen haar zitkamer te arrangeeren. Hij was toch een ontwikkelde -jongen, al was hij niet modern. Wat wist hij veel van geschiedenis, van -Italië, wat vertelde hij aardig. Zooals hij haar Italië verklaarde, -vond zij Italië toch wel interessant.</p> - -<p>Maar hij was alleen niet modern. Voor de politiek van Italië had hij -geen oog, niet voor den strijd tusschen Quirinaal en Vaticaan; niet -voor het anarchisme, dat er den kop opstak in Milaan, niet voor de -woelingen in Sicilië.... Een doel; zoo moeilijk een doel.... En in hare -avondloomheid na een prettigen dag, voelde zij het gemis van een doel -niet, smaakte zij de zachte wellust hare gedachten te laten glijden -met de lome avonduren meê, in een egoïsme van welbehagen. Zij zag naar -de bladen harer brochure, verspreid op hare groote schrijftafel: een -tafel om aan te werken: ze lagen geel in het licht van hare werklamp: -ze waren allen nog niet overgeschreven, maar zij had nu geen lust: zij -wierp een blok in het haardje, en het vuur rookte en vlamde op. Zoo -gezellig in het buitenland, dat stoken met blokken hout.... En zij -dacht aan haar man. Soms miste zij hem. Zoû zij hem niet hebben kunnen -leiden met een beetje tact en geduld? Hij was toch heel aardig geweest -in den tijd van hun engagement. Hij was ruw, maar hij was niet kwaad. -Hij vloekte wel eens tegen haar, maar misschien had hij het niet zoo -kwaad gemeend. Hij walste heerlijk, hij draaide je zoo stevig meê.... -Hij was een mooie jongen, en, ze bekende zich, ze was verliefd op hem, -alleen om zijn mooie gezicht, zijn mooie lijf. Hij had iets in zijn -oogen en mond gehad, dat zij niet had kunnen weêrstaan. Als hij sprak, -had zij naar zijn mond moeten kijken. Enfin, het was nu voorbij.... -Het Haagsche leven was toch misschien te eentonig geweest voor hare -natuur. Zij hield van reizen, van nieuwe menschen zien, van nieuwe -gedachten in zich ontwikkelen, en ze had nooit kunnen vastgroeien -in haar côterie-tje. En nu was zij vrij, los van alle banden, van -alle menschen. Als mevrouw Van der Staal boos was, wat kon het haar -schelen.... En Duco, hij was toch wèl modern, een beetje, in zijne -onverschilligheid omtrent conventie. Of was het alleen artisticiteit -in hem; of was het hèm, als on-modern man, onverschillig, zooals het -haar, moderne vrouw, was? Een man kon zich meer veroorloven. Een man -comprometteerde zich zoo gauw niet. Moderne vrouw.... Zij herhaalde -het trotsch. Iets fiers stak op in hare loomheid. Zij richtte zich, -rekkende-uit hare armen, zag in den spiegel haar slanke figuur, -haar fijne gezichtje, een beetje bleek, de oogen groot, en grauw en -glansend, onder opvallend lange wimpers; haar donker-blonde haren in -een losse verwarde wrong; haar gebroken lelie-lijn heel bevallig in de -frommelplooien van haar ouden peignoir, bleek roze en verschoten. Waar -was haar pad? Zij voelde zich niet alleen werkster en streefster, zij -voelde zich zoo complex; zij voelde zich vrouw ook, zij voelde veel -vrouwelijkheid in zich, als een loomte, die haar werkkracht verlammen -zoû. En zij dwaalde de kamer door, besluiteloos naar bed te gaan, en, -starende in de gloei-asch van het uitgebrande vuur, dacht zij aan haar -toekomst, aan wat en hoe zij worden zoû, en hoe en waar zij gaan zoû, -langs welke arabesk des levens, wendende door welke wouden, krullende -door welke dreven, kruisende welke andere arabesken, van welke andere -zoekende zielen?</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XVI" id="XVI">XVI.</a></h3> - - -<p>Reeds langen tijd was het een idee-fixe van Cornélie, dat zij met -Urania Hope moest spreken, en op een morgen schreef zij een briefje -en vroeg belet voor dien middag. Miss Hope antwoordde toestemmend en -om vijf uur vond Cornélie haar thuis in haar mooi en duur salon van -Belloni: veel licht op, veel bloemen; Urania, hamerende op de piano, -in een robe-d'interieur van Venetiaansche kant, terwijl een rijke -tea met koekjes, boterhammetjes, bonbons, was klaargezet. Cornélie -had geschreven, dat zij Miss Hope over een belangrijk onderwerp -alleen wilde spreken en vroeg ook dadelijk of zij alleen zouden zijn, -twijfelende, nu Urania haar zoo receptie-achtig ontving. Maar Urania -stelde haar gerust: zij had alleen thuis gegeven voor Mrs. De Retz, -en zij was zeer nieuwsgierig waarover Cornélie haar wilde onderhouden. -Cornélie herinnerde Urania hare eerste waarschuwing en toen Urania -lachte, vatte zij haar hand en zag haar met zulke ernstige oogen aan, -dat zij indruk maakte op de luchtige natuur van het Amerikaansche -meisje, en Urania geïntrigeerd werd. Nu vond zij het eensklaps zeer -gewichtig—een geheim, een intrigue, een gevaar in Rome!—en zij -fluisterden samen. En Cornélie, niet angstig meer in deze toenemende -vertrouwelijkheid, bekende haar wat zij op het Kerstbal overhoord -had, door de opengekraakte deur: de machinatie van de marchesa met -haar neef, dien zij met alle geweld koppelen wilde aan een rijke -erfgename ter wille van des prinsen vader, die haar item zooveel -voor dat huwelijk scheen beloofd te hebben. Daarop sprak zij over de -bekeering van Miss Taylor, door Rudyard bewerkt; Rudyard, die niet met -haar, Urania, scheen te kunnen klaar komen—geen vat krijgende op haar -argelooze, maar luchtige vlindernatuur, en—als Cornélie vermoedde, -—daarom de ongenade van zijn geestelijke superieuren zich op den hals -had gehaald, en verdwenen was, zonder zijn schuld aan de marchesa -te hebben kunnen voldoen. Nu scheen hij vervangen te zijn door de -beide monsignori, die er deftiger, wereldscher uitzagen, en zalvender -waren, met meer glimlach. En Urania, starende in dit gevaar, in die -lagen aan hare voeten, waarin Cornélie haar eensklaps blikken liet, -verschrikte nu werkelijk, werd bleek, en beloofde op hare hoede te -zijn. Eigenlijk had zij maar dadelijk hare kamenier willen zeggen in -te pakken om zoo spoedig mogelijk Rome te verlaten, naar een andere -stad, in een ander pension, waar veel adel was: adel was zoo lief! En -Cornélie, ziende, dat zij indruk gemaakt had, voer voort, sprak over -zichzelve, sprak over het huwelijk, zeide, dat zij een brochure had -geschreven tegen het huwelijk en over den Maatschappelijken Toestand -van de Gescheiden Vrouw. En zij sprak over het leed, dat zij had -doorgemaakt, en over de Vrouwenbeweging in Holland. En, eenmaal op -dreef, kon zij zich niet betoomen, heviger en heftiger, tot Urania -haar erg knap vond—a very clever girl—zoo te kunnen redeneeren en -te schrijven over een "question brûlante." Zij gaf een flinken nadruk -op de eerste lettergrepen der Fransche woorden, bekende, dat zij wel -gaarne kiesrecht zoû willen hebben, en plooide bij die woorden den -langen sleep van haar kanten tea-gown uit. Cornélie sprak over de -onrechtvaardigheid der wet, die de vrouw niets laat, alles ontneemt, -geheel dwingt in de macht van den man, en Urania was het met haar -eens en prezenteerde het schaaltje met fijne bonbons. En onder een -tweede kop thee spraken zij, opgewonden, beiden te samen, de eene -niet hoorende naar wat de andere betoogde, en Urania zeide, dat het -"a shame" was. Van een algemeene beschouwing kwamen zij weêr op hare -eigen belangen: Cornélie beschreef het karakter van haar man, in zijn -grofheid de natuur van een vrouw niet begrijpende, en niet toegevende, -dat een vrouw naàst hem stond, en niet beneden. En nogmaals kwam zij -terug op de Jezuïeten, op het gevaarlijke in Rome voor rijke meisjes -alleen, op die tang van een marchesa, en op dien prins: getiteld -lokaas, dat de Jezuïeten uitwierpen, om een ziel te winnen, en een -verarmd Italiaansch huis,—dat den Paus was trouw gebleven, en den -koning niet diende—te verbeteren in zijn finanties. En zij waren -beiden zoo hevig en opgewonden, dat zij niet hoorden, hoe er geklopt -werd, en eerst opzagen, toen de deur langzaam open ging. Zij schrikten, -zagen op, en verbleekten beiden toen zij den prins van Forte-Braccio -zagen binnenkomen. Hij verontschuldigde zich met een glimlach, zei, -dat hij licht gezien had in het salon van miss Urania, dat de portier -hem wel belet had gegeven, maar dat hij het consigne geforceerd had. En -hij zette zich, en trots alles wat zij zooeven besproken hadden, vond -Urania het verrukkelijk, dat de prins daar zat, en een kop thee van -haar aannam en een koekje wilde eten.</p> - -<p>En Urania toonde haar album met wapens—de prins had het zijne er al -in afgedrukt—en toen haar album met stalen van de baljaponnen der -koningin. Toen lachte de prins en zocht uit zijn zak een couvert: hij -opende het en haalde er voorzichtig uit een lapje blauw brokaat met -zilveren parelen bewerkt. Wat was het? vroeg Urania verrukt. En hij -zeide, dat hij haar bracht een staal van het nieuwste toilet van Hare -Majesteit; zijn nicht,—niet een Zwarte, als hij, maar een Witte; niet -pauselijk, maar koningsgezind, hofdame der Koningin,—had hem dit -lapje weten te bezorgen voor Urania's album. Urania zoû het zelve zien: -de koningin zoû dit toilet dragen op het hofbal over een week. Hij ging -daar niet heen, hij ging zelfs niet officieel naar zijn nicht, niet -naar hare receptie's, maar hij zag haar toch uit familierelatie, uit -vriendschap. Nu smeekte hij Urania hem toch niet te verraden: het kon -hem kwaad doen in zijn carrière,—welke carrière? vroeg Cornélie zich -af—als men wist, dat hij zijn nicht veel zag, maar hij had haar veel -bezocht, den laatsten tijd, voor Urania, om dat staaltje te krijgen.</p> - -<p>En Urania was zoo dankbaar, dat zij alles vergat van den -maatschappelijken toestand van meisje en vrouw, getrouwd of ongetrouwd, -en zij had haar kiesrecht gaarne geofferd voor zoo een lieven -Italiaanschen prins. Cornélie ergerde zich, stond op, groette met een -koele hoofdbuiging den prins, en trok Urania even meê bij de deur:</p> - -<p>—Vergeet ons gesprek niet, waarschuwde zij. Wees op je hoede.</p> - -<p>En zij zag den prins, toen zij fluisterden, sarcastisch naar haar -kijken, vermoedende, dat zij over hèm sprak, radende een antipathie in -die Hollandsche vrouw, maar prat op de macht van zijn persoonlijkheid -en zijn titel en zijn attenties, voor de dochter van een Amerikaanschen -tricot-fabrikant.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XVII" id="XVII">XVII.</a></h3> - - -<p>Er was eene verkoeling gekomen tusschen mevrouw Van der Staal en -Cornélie, en Cornélie kwam 's avonds niet meer dineeren bij Belloni. -In weken zag zij mevrouw en de meisjes niet meer, maar zag zij Duco -iederen dag. Zij waren, trots hun essentieel verschil van karakter, zoo -zeer gewend aan hun samenzijn, dat zij elkaâr misten zoo zij elkaâr éen -dag niet gezien hadden, en zij waren langzamerhand als natuurlijkweg -er toe gekomen iederen dag met elkaâr te déjeuneeren en te dineeren: -'s ochtends in de osteria, 's middags in het een of ander kleine café, -meestal heel eenvoudig. Om niet te behoeven af te rekenen, betaalde -Duco den eenen keer en Cornélie den anderen. Meestal hadden zij veel -te praten; hij leerde haar Rome, leidde haar na het lunch rond door -kerken en muzea, en, onder zijne leiding, begon zij te begrijpen, -begon zij te waardeeren en mooi te vinden. Onbewust suggereerde hij -haar eenige zijner ideeën: schilderkunst was haar heel moeilijk, maar -sculptuur begreep zij veel sneller. En zij begon hem niet alleen maar -"morbide" te vinden; zij zag tegen hem op, hij sprak eenvoudig weg -tegen haar als van zijn hoog standpunt van sentiment en kennis en -begrijpen, over heel hooge dingen, die zij als jong meisje, als jonge -vrouw later, nooit had gezien in het edele licht van verheerlijking, -dat hij voor haar liet opgaan, als de eerste glans van een dageraad; -nieuwe dag, waarin zij nieuwe dingen des levens aanschouwde, geschapen -uit het edelste van kunstenaarsziel. Hij betreurde het, dat hij haar -Giotto niet kon laten zien in Santa Croce te Florence, de Primitieven -in de Uffizie, en dat hij haar dadelijk moest Rome leeren, maar -hij leidde haar in al het exuberante kunstleven van de Pauselijke -Renaissance, tot zij het, onder zijn woorden, meêleefde een enkele -intense seconde, en Michelangelo, Rafaël, voor haar uitstonden, -levende ook. Hij dacht, na zoo een dag: zij is toch niet zoo heelemaal -onartistiek, en zij dacht aan hem met eerbied, ook als de suggestie -verbroken was, en zij nadacht, en, eigenlijk heel diep in zich, niet -meer zoo goed begreep als dien morgen, omdat haar ontbrak de liefde -voor die dingen. Maar toch bleef er 's avonds dan nog zooveel glans van -kleur en verleden dwarrelen voor hare oogen, dat haar brochure haar dof -scheen, dat de Vrouwenbeweging haar niet interesseerde, en dat Urania -Hope haar niet schelen kon.</p> - -<p>Hij bekende zich, dat hij zijn rust geheel verloren had, dat Cornélie -voor hem stond in zijn gepeins, tusschen hem en zijn antieke -tryptieken; dat zijn leven, eenzaam, zonder kennissen, naïef en -eenvoudig, tevreden met te dwalen in en buiten Rome, met te lezen, -te droomen, en nu en dan wat te schilderen, geheel veranderd was in -gewoonte en lijn, nu de lijn van zijn leven haar levenslijn gekruist -had en zij samen éen weg schenen te gaan; hij wist, eigenlijk niet -waarom. Liefde kon hij niet noemen het gevoel, dat hem tot haar -aantròk.... En maar heel vaag, heel diep in zich, onbewust, vermoedde -hij, altijd onuitgesproken, en zelfs onuitgedacht, dat het de lijn van -haar lichaam was, bijna iets Byzantijnsch; de tengerte der gestalte, -de lange armen, de gebroken lelie-lijn van die vrouw van leed, met -de melancholie in haar grauwe oogen, waarover de bijna te lange -wimpers schaduwden; dat het was de adel van haar hand, klein en lief -voor een groote vrouw; dat het een beweging was van haar hals, als -van buigenden stengel, of zwaan, die moê was, en omzag naar achteren. -Hij had nooit veel vrouwen ontmoet, en die hij ontmoet had, waren -hem steeds heel gewoon geweest, maar zij was hem oneigenlijk, in de -contradicties van haar karakter, in het vage en ongrijpbare ervan, -in al de halftinten, die aan zijn oog, toch gewend aan halftint, -ontsnapten.... Hoe was zij?... Een vrouw in een boek, een heldin in -een gedicht, had hij steeds gezien in haar karakter. Hoe was zij, een -levende vrouw, vleesch en bloed?! Zij was niet artistiek, en zij was -niet onartistiek; zij had geen energie, en zij miste toch geen energie, -zij was niet zeer ontwikkeld, en toch schreef zij, na impulsie en -uit intuïtie, een brochure over een der modernste kwestie's en zij -werkte er aan, en zij schreef ze af, en het werd een geschrift, niet -slechter dan anderen. Zij had ruimte van denken, hatende kleinheid van -côterie, zich, na haar leed, niet meer thuis voelende in haar Haagsch -cirkeltje, en hier in Rome luisterde zij op een bal, achter een deur -naar wat onnoozele intrigue,—nauwelijks intrigue, dacht hij—en was -zij gegaan naar Urania Hope, om zich te mengen in de verwarde arabesken -van kleinere levens, zonder belang, van menschen, die hij minachtte -om hun gemis aan lijn, aan kleur, aan droom, aan waas, aan alles, wat -hem levensdierbaar was en voor hem het leven maakte.... Hoe was zij? -Hij begreep haar niet. Maar hàre arabesk was hem van belang. Zij miste -geen lijn: geen kunstlijn en geen levenslijn; zij bewoog zich in den -droom harer eigen vaagheid voor zijn turende oogen, en zij schemerde -op uit het waas, uit den schemer van zijn atelier-atmosfeer, en stond -als fantoom voor zijn oogen. Hij kon dat geen liefde noemen, maar zij -was hem dierbaar als eene openbaring, die zich telkens met geheim -dichtsluierde. En zijn leven van eenzamen dwaler was wel veranderd, maar -zij had in zijn leven geen onharmonische gewoonte gebracht: hij hield -van te eten in een klein café of osteria, met het volk van Rome om zich -heen, en zij deed dat met hem meê gemakkelijk en eenvoudig, niet vies -doende, maar gezellig, harmonisch, met een groot gemak van zich voegen -en met even veel natuurlijke gratie, als zij 's avonds dineerde aan -Belloni's table-d'hôte. Dat alles, het weêrspel van oneigenlijkheid, -van tegenstrijdigheid, dat levend vizioen van vaagheid, dat ontastbare -van hare eigenlijkheid, dat zich verschuilen van haar ziel, dat -samensmelten harer essence's, was hem eene bekoring geworden:—een -onrust, een behoefte, een nervoziteit in zijn leven, anders zoo rustig, -klein tevreden en kalm—maar bekoring vooral, onmisbare bekoring van -iederen dag.</p> - -<p>En zonder zich te storen aan wat men er van denken kon, aan wat mevrouw -Van der Staal er van dacht, gingen zij soms een dag samen naar Tivoli, -wandelden een anderen dag van Castel-Gandolfo tot Albano, en reden naar -het meer van Nemi, en ontbeten op een antiek kapiteel—als tafel—in de -villa Sforza-Cesarini. Zij rustten te samen in de schaduw der boomen, -zij bewonderden de camelia's, zagen zwijgend naar de glasklaarte van -het Nemi-meer,—spiegel van Diana—-en reden over Frascati terug. In -het rijtuig waren zij stil, en hij dacht er over, glimlachend, hoe men -overal hen had aangezien dien dag voor man en vrouw. Zij ook dacht -aan hun toenemende intimiteit, en dacht tevens, dat zij nooit meer -trouwen zoû. En zij dacht aan haar man en vergeleek hem bij Duco. Zoo -jong in zijn gezicht, maar de oogen vol diepte, vol ziel, vol droom, -zijn stem zoo geleidelijk, wat hij zeide zoo knap, zoo welwetend, en -dan zijn kalmte, zijn naïveteit, zijn gemis aan drift, of zijn zenuwen -alleen zich gevormd hadden tot het voelen van kalmte van kunst, in het -droomwaas van zijn leven. En zij bekende zich, daar in dat rijtuig -naast hem—rondom hen heen de zacht glooiende heuvelen, wegpaarschend -in den avond, voor hen uit het verglanzende mauve-achtige roze van -een nauwlijks goudenen zonsondergang,—dat hij haar dierbaar was om -die kalmte, om dat gemis aan drift, die naïveteit, en dat welwetende: -klare stem uit droomschemer opklinkend—en dat zij gelukkig was naast -hem te zitten, te hooren die stem, en bij toeval te voelen zijn -hand ... gelukkig, dat haar levenslijn de zijne gekruist had, en de -lijnen beiden een pad schenen te vormen, naar het opschemerende, naar -het iederen dag meer en meer opklarende, van hun dichtstbijzijnde -toekomst....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XVIII" id="XVIII">XVIII.</a></h3> - - -<p>Cornélie zag niemand meer dan Duco. Mevrouw Van der Staal had zich -met haar gebrouilleerd en wenschte niet, dat hare dochters meer met -Cornélie omgingen. Zelfs tusschen moeder en zoon was verkoeling. -Zij zag niemand meer dan Duco en een enkelen keer Urania Hope. Het -Amerikaansche meisje kwam dikwijls bij haar en vertelde haar van -Belloni: men sprak er veel over Cornélie en Duco en maakte commentaren -op hun omgang. Urania was blij zich verheven te achten boven die -praatjes van het hôtel, maar zij wilde Cornélie toch waarschuwen. -Er was in haar woorden iets eenvoudig spontaans van vriendschap, -dat Cornélie sympatisch aandeed. Als Cornélie echter vroeg naar den -prins, werd zij stilzwijgend, verlegen en wilde klaarblijkelijk -niet veel zeggen. Toen na het hofbal—waar de koningin waarlijk het -gepailletteerde brokaat had gedragen!—zocht Urania Cornélie weêr op en -bekende onder een kop thee, dat zij dien morgen den prins beloofd had -hem in zijne woning te komen bezoeken. Zij zeide dit eenvoudig weg, als -was het de natuurlijkste zaak ter wereld. Cornélie schrikte en vroeg -hoe zij zoo iets had kunnen beloven....</p> - -<p>—Waarom niet? antwoordde Urania. Wat is daar aan? Ik ontvang zijn -visites.... waarom, als hij mij vraagt zijn kamers te komen zien, -—hij woont in het Palazzo Ruspoli—als hij mij een paar schilderijen -toonen wil, miniaturen, en antieke kant ... waarom zoû ik dan weigeren -te komen? Why should I make such a fuss about it? Ik sta boven zulke -kleingeestigheden. Wij, Amerikaansche meisjes, hebben een vrijen omgang -met onze heeren. En jijzelf? Je wandelt met Mr. Van der Staal, je -dineert en déjeuneert met hem, je maakt uitstapjes met hem, je komt in -zijn atelier....</p> - -<p>—Ik ben getrouwd geweest, antwoordde Cornélie. Ik ben aan niemand -verantwoording schuldig. Jij hebt je ouders.... Wat je doen wilt is -onberaden en overmoedig.... Zeg mij, denkt de prins .... aan een -huwelijk?</p> - -<p>—Als ik Roomsch word....</p> - -<p>—En...?</p> - -<p>—Ik denk van ja.... Ik heb geschreven naar Chicago, zeide zij -weifelend.</p> - -<p>Zij sloot even haar mooie oogen en werd bleek, omdat de titel van -prinses-hertogin haar schemerde voor de oogen.</p> - -<p>—Alleen.... begon zij.</p> - -<p>—Wat...?</p> - -<p>—Ik zal geen vroolijk leven hebben. De prins behoort tot de Zwarten. -Ze zijn altijd in rouw om den Paus. Er is in hun côterie bijna niets, -geen bals, geen feesten. Ik woû, dat als wij trouwden, hij meêging -naar Amerika. Hun kasteel in de Abruzzen is eenzaam en vervallen. Zijn -vader is heel trotsch, ongenaakbaar en stilzwijgend. Ik heb dat gehoord -van verschillende kanten. Wat moet ik doen, Cornélie? Ik hoû veel -van Gilio; Virgilio heet hij. En dan, weet je, de titel is een oude -Italiaansche titel: principe di Forte-Braccio, duca di San Stefano.... -Maar zie je, dat is ook alles, alles. San Stefano is een gat. Daar -woont de papa. Ze verkoopen wijn en daar leven ze van. En olijfolie; -maar ze maken geen geld. Mijn vader fabriceert tricot, maar hij is -er meê rijk geworden. Veel familie-juweelen hebben ze niet. Ik heb -mijn informaties genomen.... Zijn nicht, de contessa di Rosavilla, -de hofdame van de koningin, is lief ... maar die zouden we officieel -niet zien. Ik zoû nergens naar toe kunnen gaan. Het lijkt me wel wat -vervelend....</p> - -<p>Cornélie nam heftig het woord, vaarde uit en herhaalde hare frazes: -tegen het huwelijk in het algemeen en nu in het bizonder tegen dit -huwelijk, alleen om een titel. Urania beaamde het: het wàs alleen een -titel ... maar dan was het toch ook Gilio: hij was zoo lief en zij -hield van hem. Maar Cornélie geloofde er niets van, en zeide het haar -ronduit. Urania weende: zij wist niet wat zij doen zoû.</p> - -<p>—En wanneer zoû je naar den prins gaan?</p> - -<p>—Van avond....</p> - -<p>—Ga niet.</p> - -<p>—Neen, neen, je hebt gelijk, ik zal niet gaan.</p> - -<p>—Verzeker je het mij?</p> - -<p>—Ja, ja.</p> - -<p>—Ga niet, Urania.</p> - -<p>—Neen, ik zal niet gaan. You are a dear girl. Je hebt gelijk: ik zal -niet gaan. Ik zweer het je, ik zal niet gaan....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XIX" id="XIX">XIX.</a></h3> - - -<p>Er was echter zooveel vaagheid geweest in Urania's verzekering, dat -Cornélie zich ongerust voelde en er Duco dien avond, in den restaurant, -waar zij elkaâr ontmoetten, over sprak. Maar hij stelde geen belang, -niet in Urania, niet in wat zij deed, of niet doen zoû, en hij haalde -onverschillig zijn schouders op. Zij echter was stil en afgetrokken -en hoorde niet naar wat hij zeide: een zijpaneel van een tryptiek, -gedecideerd van Lippo Memmi, dat hij ontdekt had in een winkeltje aan -den Tiber: de engel van de Annonciatie, bijna zoo mooi als die van de -Uffizie, neêrgeknield in den waai nog van het laatste zijner vlucht, -en de lelietak in de handen. Maar de koopman vroeg er tweehonderd lire -voor en hij wilde maar vijftig geven. En toch, de koopman had den naam -van Memmi niet genoemd: hij vermoedde niet, dat de engel van Memmi -was....</p> - -<p>Cornélie had niet geluisterd en plotseling sprak zij:</p> - -<p>—Ik ga naar het Palazzo Ruspoli....</p> - -<p>Hij zag verbaasd op.</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—Om naar miss Hope te vragen.</p> - -<p>Hij was stom van verbazing en bleef haar met open mond aanzien.</p> - -<p>—Als zij er niet is.... hernam Cornélie; dan is het goed. Is zij er -... is zij toch gegaan, dan vraag ik haar dringend te spreken....</p> - -<p>Hij wist niet wat te zeggen, hij vond haar inval zoo vreemd, zoo -excentriek, zoo nuttelooze arabesk om te kruisen arabesken van -onbeduidende, onverschillige menschen, dat hij geen woorden wist te -vinden. Cornélie zag op haar horloge.</p> - -<p>—Het is over half negen. Gaat zij toch, dan gaat zij omstreeks dezen -tijd.</p> - -<p>Zij wenkte den kellner en betaalde. En zij knoopte haar manteltje dicht -en stond op. Hij volgde haar.</p> - -<p>—Cornélie, begon hij, is het niet vreemd wat je wilt doen. Je zal er -allerlei last meê krijgen.</p> - -<p>—Als men altijd tegen wat last opzag, zoû niemand eens een goede daad -doen.</p> - -<p>Zij wandelden stilzwijgend door, hij boos aan hare zijde. Zij spraken -niet: hij vond het eenvoudig dol wat zij wilde: zij vond hem flauw -Urania niet te willen beschermen. Zij dacht aan hare brochure, aan de -Vrouwen, en zij wilde Urania beschermen voor het Huwelijk, en voor dien -prins. En zij wandelden door het Corso, naar het Palazzo Ruspoli. Hij -werd zenuwachtig, wilde haar nog eenmaal weêrhouden, maar zij vroeg al -aan den suisse:</p> - -<p>—Is de signore principe thuis?</p> - -<p>De man zag haar argwanend aan.</p> - -<p>—Neen, sprak hij kort.</p> - -<p>—Ik vermoed van wel. Zoo ja, vraag dan of miss Hope bij zijne -Excellentie is. Miss Hope was niet thuis; ik vermoed, dat zij van avond -den prins komt bezoeken en ik moet haar dringend spreken ... over iets, -dat geen uitstel lijdt. Hier ... la signora De Retz....</p> - -<p>Zij reikte haar kaartje over. Zij sprak met zooveel aplomb, zij stelde -het bezoek van Urania voor met zooveel rust en eenvoud, alsof het -iederen avond voorkwam, dat Amerikaansche meisjes Italiaansche prinsen -bezochten, en alsof zij niets anders dacht, dan dat de suisse die -gewoonte wel wist. De man werd er door uit het veld geslagen, boog, nam -het kaartje aan en verwijderde zich. Cornélie en Duco wachtten in den -portiek.</p> - -<p>Hij bewonderde haar om hare kalmte. Hij vond het wel excentriek wat zij -deed, maar zij deed hare excentriciteit met eene zekerheid, die haar -weêr in een ander licht bescheen. Zoû hij haar dan nooit begrijpen, zoû -hij nooit iets tasten, en zeker weten, in het wisselen en ontastbare -van die vaagheid van haarzelve? Hij had nooit die enkele woorden zoo -tot dien suisse kunnen zeggen. Hoe had zij dien tact gevonden, dien -hoog-ernstigen toon tegen dien impozanten deurwachter met zijn stok -en zijn steek! Zij deed het even gemakkelijk als zij, met familiare -minzaamheid, hun eenvoudig diner bestelde aan den kellner in hun kleine -restauratie.... De suise kwam terug.</p> - -<p>—Miss Hope en zijne Excellentie verzoeken u boven te willen komen....</p> - -<p>Zij zag Duco glimlachend aan, zegevierend, geamuzeerd om zijne -verwarring.</p> - -<p>—Ga je meê?</p> - -<p>—Wel neen, stotterde hij. Ik zal hier wel op je wachten.</p> - -<p>Zij volgde een lakei de trappen op. Familieportretten hingen in den -breeden corridor. De deur van het salon stond open. De prins kwam haar -tegemoet.</p> - -<p>—Vergeef mij, prins, sprak zij kalm en strekte de hand uit: zijn oogen -waren klein als dichtgeknepen karbonkels, hij was wit van woede, maar -hij bedwong zich en drukte even zijn lippen op de hand, die zij uitstak.</p> - -<p>—Vergeef mij, ging zij voort. Ik heb miss Hope dringend te spreken....</p> - -<p>Zij trad in het salon; Urania was daar, blozende, verlegen.</p> - -<p>—U begrijpt, glimlachte Cornélie; ik had u niet durven storen, als -het niet voor een zaak van gewicht was. Een zaak tusschen vrouwen ... -maar toch van gewicht! schertste zij en de prins zeide iets terug, -zoetsappig galant. Mag ik miss Hope even alleen spreken?</p> - -<p>De prins zag haar aan. Hij vermoedde in haar: antipathie, en meer, een -vijand. Maar hij boog, met zijn zoetsappigen glimlach en zei, dat hij -de dames even alleen liet. Hij trok zich terug in een andere kamer.</p> - -<p>—Cornélie, wat is er? vroeg Urania gejaagd. Zij greep Cornélie bij -beide handen en zag haar angstig aan.</p> - -<p>—Er is niets, sprak Cornélie streng. Ik heb je over niets te spreken. -Ik vermoedde alleen en ik was zeker, dat je je belofte niet zoû houden. -Ik woû zekerheid hebben, of je hier was.... Waarom ben je gekomen?</p> - -<p>Urania begon te weenen.</p> - -<p>—Huil niet! fluisterde Cornélie meêdoogenloos. In godsnaam huil niet. -Wat je gedaan hebt is zoo onbezonnen mogelijk....</p> - -<p>—Ik weet het ... bekende Urania zenuwachtig, hare tranen drogend.</p> - -<p>—Waarom deed je het dan?</p> - -<p>—Ik kon het niet laten.</p> - -<p>—Alleen, met hem, hier, 's avonds...! Een bekend mauvais sujet....</p> - -<p>—Ik weet het!</p> - -<p>—Wat zie je in hem?</p> - -<p>—Ik hoû van hem....</p> - -<p>—Je wil hem alleen trouwen om zijn titel. Om zijn titel compromitteer -je je. Wat, als hij je van avond niet respecteert als zijn aanstaande -vrouw? Wat als hij je dwingt zijn maîtresse te zijn?</p> - -<p>—Cornélie ... stil...!</p> - -<p>—Je bent een kind, een onbezonnen kind. En je vader laat je alleen -reizen. Om "dear old Italy" te zien.... Je bent Amerikaansch, -liberaal: goed; flink op je eigen om de wereld door te trekken: goed, -maar je bent nog geen vrouw, je bent een kind!</p> - -<p>—Cornélie....</p> - -<p>—Ga met me meê; zeg, dat je met me meêgaat. Om een dringende reden. Of -neen ... zeg liever niets. Blijf. Maar ik blijf ook....</p> - -<p>—Ja, blijf jij ook....</p> - -<p>—We zullen hem roepen.</p> - -<p>—Ja.</p> - -<p>Cornélie belde, een lakei verscheen.</p> - -<p>—Zeg zijne Excellentie, dat wij hem wachten. De man ging. Na een -pooze kwam de prins binnen. Hij was nog nooit in zijn eigen huis -zoo behandeld geworden. Hij ziedde van woede, maar hij bleef zeer -hoffelijk, en uiterlijk kalm.</p> - -<p>—Is de gewichtige zaak afgehandeld? vroeg hij met zijn kleine oogen en -huichelglimlach.</p> - -<p>—Ja, dank u zeer voor uw discretie ons even alleen te laten! sprak -Cornélie. Nu ik miss Hope gesproken heb, ben ik gerust gesteld omtrent -haar opinie.... O, u zoû gaarne weten, waarover wij hebben gesproken!?</p> - -<p>De prins trok de wenkbrauwen op. Cornélie had coquet gesproken, met -haar vinger gedreigd, geglimlacht, en de prins zag haar aan, en zag -eensklaps, dat zij mooi was. Niet met de treffende schoonheid en -frischheid van Urania Hope, maar met een complexere aantrekkelijkheid: -die van een getrouwde vrouw, gescheiden, maar heel jong, die van -een vrouw, eind'eeuwsch, met een lichte perversiteit in hare diep -grauwe oogen, werkende onder heel lange wimpers, die van een vrouw, -bizonder gracieus in de gebroken lijnen van haar moede, loome, -morbide bevalligheid: een vrouw, die het leven kende, een vrouw, -die hem—hij was er zeker van—doorzag; die hem—antipathiek—toch -toesprak met coquetterie om hem te behagen, te winnen, onbewust, uit -louter perverse vrouwelijkheid. Hij zag haar mooi en pervers, en hij -bewonderde haar, gevoelig voor verschillende types van vrouwen. Hij -vond haar eensklaps mooier en niet zoo banaal als Urania, en veel meer -gedistingeerd, en niet zoo naïef gevoelig voor zijn titel, iets wat -hij zoo mal in Urania vond. Hij was eensklaps op zijn gemak met haar, -zijn woede zakte: hij vond het aardig twee mooie vrouwen bij zich te -hebben in plaats van éene, en hij schertste terug, zei, dat hij van -nieuwsgierigheid brandde, aan de deur geluisterd had, maar helaas, -niets had opgevangen.... Cornélie lachte vroolijk, coquetteerde terug, -en zag op haar horloge. Zij sprak iets van weggaan, maar zette zich -tegelijkertijd neêr, knoopte haar mantel los en zei tot den prins:</p> - -<p>—Ik heb zoo veel gehoord van uw miniaturen; nu ik in de gelegenheid -ben: màg ik ze zien?</p> - -<p>De prins was bereid, bekoord door haar blik, door haar stem, éen vuur, -éen vlam in een oogenblik.</p> - -<p>—Maar ... sprak Cornélie. Mijn cavalier wacht buiten in den portiek. -Hij wilde niet boven komen, hij kent u niet.... Het is meneer Van der -Staal.</p> - -<p>De prins zag haar lachende aan. Hij wist de praatjes van Belloni. Hij -twijfelde geen oogenblik aan een liaison tusschen Van der Staal en -signora De Retz. Hij wist, dat zij zich stoorden aan niets. En Cornélie -werd hem zeer sympathiek.</p> - -<p>—Maar ik zal dadelijk den heer Van der Staal laten vragen om boven te -komen.</p> - -<p>—Hij wacht in den portiek, zei Cornélie. Hij zal niet willen....</p> - -<p>—Ik zal zelve gaan, sprak de prins, levendig en gedienstig.</p> - -<p>Hij ging. De dames bleven achter. Cornélie trok haar mantel uit; maar -zij hield haar hoed op, omdat hare haren in de war zouden zijn. Zij zag -in den spiegel.</p> - -<p>—Heb je je poeier bij je? vroeg zij Urania.</p> - -<p>Urania haalde haar ivoren doosje uit den zak en gaf het aan Cornélie. -En terwijl Cornélie zich even poeierde, zag Urania hare vriendin -aan, en begreep niet. Zij herinnerde zich den ernstigen indruk, dien -Cornélie dadelijk op haar gemaakt had, studeerende Rome ... later -schrijvende een brochure over de Vrouwenkwestie, en de toestand der -gescheiden vrouw.... Toen haar waarschuwingen tegen het Huwelijk en -tegen den prins. En nu zag zij haar eensklaps als allerliefst wufte -vrouw, onweêrstaanbaar bekoorlijk, meer betooverend nog dan werkelijk -schoon, vol behaagzucht in de diepte van haar grauwe oogen, die op en -neêr glansden onder de kruivende wimpers, eenvoudig gekleed in een -donker zijden blouse en een laken rok, maar met zooveel distinctie -en toch coquetterie, zooveel voornaamheid en toch broze lijn van -bevalligheid, dat zij haar nauwlijks meer herkende....</p> - -<p>Maar de prins was binnengekomen en voerde Duco meê, onwillig, nerveus, -niet wetende wat was voorgevallen, niet begrijpende, hoe Cornélie had -gehandeld. Hij zag haar rustig zitten, glimlachend en hem dadelijk -verklarend, dat de prins haar zijn miniaturen zoû toonen.</p> - -<p>Duco zei ronduit, dat hij niet om miniaturen gaf. De prins vermoedde -om zijn boozen toon, dat hij jaloersch was. En dit vermoeden prikkelde -den prins, om Cornélie het hof te maken. En hij deed als toonde hij -de miniaturen alleen aan haàr, als toonde hij haàr zijne kanten. -Zij bewonderde vooral de kanten, en frommelde ze met hare fijne -vingers. Zij vroeg hem te verhalen van zijne grootmoeders, die die -kanten gedragen hadden. Hadden zij avonturen gehad? Hij vertelde er -een, dat haar zeer lachen deed: hij vertelde een paar anecdoten na, -levendig, opvlammende onder haar blik, en zij lachte. In de atmosfeer -van dat groote salon, bureau van den prins—zijn schrijftafel stond -er—de kaarsen op, bloemen gezet om Urania, begon iets te tintelen -van perverse vroolijkheid en luchtigen lust om te leven. Maar alleen -tusschen Cornélie en den prins. Urania was stil geworden, en Duco zei -geen woord. Ook hem was Cornélie eene openbaring. Zoo had hij haar -nooit gezien—niet op het kerstbal, aan de table-d'hôte niet, in zijn -atelier niet, niet op hun uitstapjes, en in hun restauratie. Was zij -éene vrouw, of tien vrouwen?</p> - -<p>En hij bekende zich, dat hij haar liefhad, meer lief met iedere -openbaring, meer lief met iedere vrouw, die hij in haar zag, als -een facet, dat zij weêr liet glanzen. Maar spreken kon hij niet, -meêschertsen kon hij niet, vreemd in die atmosfeer, vreemd in dat -element van zooveel luchtigen levenslust, om niets dan doellooze -woorden, als parelde het Fransch en het Italiaansch, dat zij door -elkaâr spraken, als glinsterde hun scherts als klatergoud, en -regenboogden hunne equivoque woordspelingen.... De prins betreurde het, -dat zijn thee niet meer was te drinken, maar hij liet champagne komen. -Hij vond zijn avond ten eenen deele mislukt voor zijne plannen—want -bang Urania te verliezen, had hij Urania willen dwingen; want ziende -hare weifeling, had hij vast besloten tot het onherstelbare—maar zijn -natuur was zoo weinig ernstig—hij zoû trouwen meer om zijn vader en -de marchesa Belloni, dan om zichzelven;—hij leefde even pleizierig -met schulden en zonder vrouw, dan hij mèt een vrouw en millioenen zoû -doen—dat hij dien mislukten avond alleramuzantst begon te vinden, dat -hij er in zichzelven om lachen moest, als hij dacht aan de marchesa -zijne tante, aan zijn vader: aan hunne machinaties, die geen vat op -Urania hadden, omdat een aardige coquette vrouw niet gewild had. -Waarom wilde zij niet, dacht hij, inschenkende de schuimende Monopole, -morsende over de kelken; waarom stelt zij zich tusschen mij en die -Amerikaansche kousenverkoopster? Zoekt zijzelve een titel in Italië? -Maar het kon hem verder niet schelen: hij vond de indringster aardig, -mooi, heel mooi, coquet, verleidelijk, betooverend. Hij bemoeide zich -met haar. Hij verwaarloosde Urania. Hij schonk nauwlijks haar glas -vol. En toen het eindelijk laat was en Cornélie opstond en in haar arm -Urania's arm trok en den prins aanzag met een blik van triumf, dien zij -beiden begrepen tusschen elkaâr, fluisterde hij aan haar oor:</p> - -<p>—Ik dank u innig voor uw bezoek in mijn nederige woning: u heeft mij -<i>overwonnen: ik geef mij gewonnen</i>....</p> - -<p>De woorden schenen maar toespeling op hun scherts, op hun woordenstrijd -om niets, maar tusschen henbeiden—den prins en Cornélie—klonken zij -vol bedoeling en hij zag in haar oog de zege glimlachen....</p> - -<p>Hij bleef alleen in zijn kamer en schonk zich het laatste in van de -champagne. En hij sprak luid, het glas aan zijne lippen:</p> - -<p>—O, che occhi! Che belli occhi...! Che belli occhi...!!</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XX" id="XX">XX.</a></h3> - - -<p>Den volgenden dag, toen Duco Cornélie in de osteria ontmoette, was zij -zeer opgewonden en vroolijk: zij deelde hem meê, dat zij reeds antwoord -had van het Vrouwenblad, waaraan zij een week geleden hare brochure -verzonden had, en dat haar werk was aangenomen en zelfs gehonoreerd -zoû worden. Zij was zoo fier haar eerste geld te zullen verdienen, dat -zij vroolijk was als een kind. Zij sprak niet over den vorigen avond, -scheen den prins en Urania vergeten, maar had behoefte exuberant te -praten.</p> - -<p>Zij had allerlei groote plannen: reizen als journaliste, zich storten -in de beweging der steden, naloopen iedere actualiteit, zich laten -afvaardigen door een blad naar congressen en feesten. De enkele -guldens, die zij verdienen zoû, maakten haar al dronken van ijver, en -zij zoû veel willen verdienen en veel willen doen en geen vermoeienis -achten. Hij vond haar eenvoudig aanbiddelijk: in het halflicht der -osteria, aan het kleine tafeltje etende hare gnocchi, voor zich de -halve fiasco, waarin de gele landwijn bleekte, kreeg hare gewone loomte -eene nieuwe levendigheid, die hem verbaasde; kreeg haar croquis, rechts -half donker, links aangelicht door den straatschijn, een moderne -gratie van teekening, die hem aan Fransche teekenaars herinnerde: het -even bleeke gelaat met de fijne trekken, opgelicht door haar lach, -geschetst onder haar matelot, die diep in de oogen stond; het haar, -aangegoud, of donker schemerblond; de witte voile opgelicht en een waas -kreukende van boven; haar figuur, rank en gracieus in het eenvoudige -manteltje—losgeknoopt—en in hare blouse een ruikertje viooltjes -gestoken.</p> - -<p>De manier, waarop zij zich inschonk, aan den cameriere—den -eenigen,—die hen goed kende, van iederen dag—familiaar minzaam -iets vroeg; de levendigheid, die hare loomte afwisselde, hare groote -plannen, hare blijde woorden—het schitterde hem alles tegen, -studentikoos en toch gedistingeerd, vrij en toch vrouwelijk, en vooral -gemakkelijk, zooals zij overal gemakkelijk was; met een tact van -assimilatie, die hem trof als een bizondere harmonie. Hij dacht aan -den vorigen avond, maar zij sprak er niet over. Hij dacht aan die -openbaring harer behaagzucht maar zij dacht aan geen coquetterie. Ze -was met hem nooit coquet. Ze zag tegen hem op, ze vond hem bizonder -en knap, hoewel niet van zijn tijd; zij had een eerbied voor zijn -zeggen en denken, en ze was zóo gewoon tegen hem, als een kameraad -tegen een anderen, een ouderen, een knapperen. Zij voelde voor hem een -innige vriendschap, iets onbeschrijflijks van samen-te-moeten-zijn, -samen-te-moeten-leven; of hunne lijnen één lijn zouden vormen. Het was -geen zustergevoel en het was geen passie, en vóor zich zag zij het geen -liefde, maar het was een groot gevoel van eerbiedige teederheid, van -opziend verlangen en van aanhankelijke vreugde hem te hebben ontmoet. -Zag zij hem niet meer, zij zoû hem missen als zij niet éen in haar -leven meer missen zoû. En dat hij niets voelde voor moderne kwesties, -vernederde hem niet in haar oog van jonge moderne strijdster, die haar -eerste vaan zoû zwaaien. Het kon haar ergeren voor een oogenblik, maar -het overwoog niet in hare waardeering.</p> - -<p>En hij zag het, dat zij met hem zoo eenvoudig aanhankelijk was, zonder -behaagzucht. Toch zoû hij nooit vergeten, zooals zij gisteren met -den prins was geweest. Jalouzie had hij gevoeld en ook bij Urania -opgemerkt. Maar zijzelve had zeker gehandeld zoo spontaan naar hare -natuur, dat zij nu niet dacht aan dien avond, aan geen prins, aan geen -Urania, geen coquetterie, en geen mogelijke jalouzie van hun kant. Hij -betaalde—het was zijn beurt—en zij stonden op en zij nam vroolijk -zijn arm en zei, dat ze hem wilde verrassen. Zij wilde hem een pleizier -doen. Zij wilde hem iets geven, een mooi, een heel mooi souvenir. Zij -zoû aan dat souvenir willen besteden haar honorarium. Maar zij had het -nog niet ... wat kwam het er op aan! Zij zoû het immers krijgen.... En -zij wilde het hem geven.</p> - -<p>Hij vroeg lachende wat het zoû zijn...? Zij riep een rijtuigje aan -en fluisterde den koetsier een adres in; hij verstond niet wat zij -zeide.... Wat zoû het zijn? Maar zij weigerde nog te zeggen.... De -vetturino reed hen het Borgo door naar den Tiber. Daar hield hij -stil voor een donker winkeltje van bric-à-brac, die tot op de straat -gestapeld lag.</p> - -<p>—Cornélie...! riep hij nu, iets radende.</p> - -<p>—Je engel van Lippo Memmi: ik koop hem voor je, stil....</p> - -<p>Hij kreeg tranen in de oogen; zij traden binnen.</p> - -<p>—Vraag hem hoeveel hij er voor hebben moet.</p> - -<p>Hij was zoo aangedaan, dat hij niet spreken kon en Cornélie moest -vragen en dingen. Zij dong niet lang; zij kreeg het paneel voor -honderd-en-twintig lire.... Zelve droeg zij het in de victoria.</p> - -<p>En zij reden naar zijn atelier. Zij torsten samen den engel de trappen -op, glimlachende, als torsten zij binnen zijn woning een rein geluk. -In het atelier zetten zij den engel op een stoel. Edel, met het ietwat -Mongoolsche type, de oogen lang amandelvormig, knielde de engel juist -neêr in den laatsten waai van zijn vlucht, en de gouden sjerp van zijn -goud-purperen mantel fladderde op, terwijl zijn lange wieken, hoog, -recht, trilden. Duco staarde naar zijn Memmi, vol dubbele emotie; om -den engel zelven en om hàar.... En natuurlijk weg breidde hij uit zijn -armen.</p> - -<p>—Mag ik je danken, Cornélie?</p> - -<p>En hij omhelsde haar, en zij gaf hem zijn zoen terug.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXI" id="XXI">XXI.</a></h3> - - -<p>Toen zij thuis kwam vond zij een kaartje van den prins. Het was een -gewone beleefdheid na gisteren avond—haar geïmprovizeerd bezoek in -het Palazzo Ruspoli—en zij dacht er verder niet aan. Zij was in een -prettige stemming, prettig voor zichzelve; tevreden, dat haar werk -—artikel eerst—was aangenomen door "Het Recht der Vrouw"; later zoû -zij het als brochure uitgeven; tevreden, dat zij Duco genoegen had -gedaan met den Memmi. Zij verkleedde zich in haar peignoir en zette -zich bij het vuur in hare mijmerhouding en zij dacht er over hoe zij -gevolg zoû kunnen geven aan hare groote plannen.... Tot wie zoû zij -zich moeten wenden? Er had in Londen een Internationaal Vrouwen-Congres -plaats en "Het Recht der Vrouw" had haar een prospectus gezonden. Zij -bladerde er in. Verschillende vrouwelijke leiders zouden spreken: tal -van sociale kwesties zouden worden behandeld: de psychologie van het -kind; de verantwoordelijkheid der ouders; de invloed der toelating van -vrouwen, tot alle beroep, op het huiselijk leven; vrouwen in kunst, -in medicijnen; de vrouw in de mode, de vrouw in huis, op het tooneel; -wetten voor huwelijk en scheiding....</p> - -<p>Kleine biografieën der spreeksters, met portretten, waren er -bijgevoegd. Het waren Amerikaansche en Russische, Engelsche, Zweedsche, -Deensche vrouwen; bijna elke nationaliteit was vertegenwoordigd. -Het waren oude en jonge vrouwen; sommige mooi, sommige leelijk; -sommige mannelijk, sommige vrouwelijk; sommige hard en energiesch met -inseksueele jongensgezichten; een enkele elegant, gedecolleteerd en -gefrizeerd. In groepen waren ze niet te verdeelen. Wat was in haar -leven de stoot geweest om meê te strijden voor het vrouwelijk recht? -In sommige zeker neiging, natuur; in een enkele roeping; in een vierde -meêdoen met mode.... En in haarzelve, wat was de stoot geweest...? Zij -liet den prospectus zakken in haar schoot, en zij staarde in het vuur -en dacht na.... Voor haar oog trok weêr haar salon-educatie, haar -huwelijk, hare scheiding....</p> - -<p>Waar was de stoot...? Waar was de aanleiding...? Geleidelijk was zij -er toe gekomen te reizen, haar gezichtskring uit te breiden; na te -denken, kunst te willen kennen, het moderne leven der vrouwen.... -Geleidelijk was zij gegleden langs de lijn van haar leven, zonder veel -te willen, zonder veel te strijden, zelfs zonder veel te denken, en -zonder veel te voelen Zij blikte in zichzelve, als las zij een modernen -roman, psychologie van een vrouw.... Soms schéen zij te willen, soms -te willen strijden, als nu, met hare groote plannen.... Soms dacht -zij, als dezer dagen dikwijls, bij haar gezellig vuur. Soms voelde -zij, als voor Duco nu.... Maar meestal was haar leven geleidelijkheid -geweest, glijden langs de lijn, die zij gaan moest, met zachten -vingerdruk van het noodlot.... Een oogenblik zag zij het duidelijk -in. Veel oprechtheid was in haar: ze speelde geen komedie, noch voor -zichzelve, noch voor anderen. Tegenstrijdigheden waren in haar, maar -zij bekende ze zich allen, voor zoover zij zich zag. Maar het open van -hare ziel werd haar duidelijk in dit oogenblik. Het complexe van haar -wezen zag zij even schitteren met zijn facetten.... Geschreven had -zij, met impulsie en uit intuïtie, maar was haar geschrift goed? Een -twijfel rees in haar op. Het wetboek lag op tafel, haar nog bijgebleven -uit hare scheidingsdagen ... maar had zij de wet goed begrepen? Haar -artikel was aangenomen, maar waren de redactrices van "Het Recht der -Vrouw" oordeelkundig? Haar blik weêr latende gaan over die portretten -van vrouwen, hare biografieën, over de ernst en hardheid van sommige, -werd zij bang, dat haar werk niet goed zoû zijn,—te oppervlakkig;—en -dat hare gedachten niet werden geleid door studie en kennis.... Maar -ook kon zij zich voorstellen haar eigen portret in dien prospectus -met er onder haren naam en die korte toevoeging: schrijfster van: "De -Maatschappelijke Toestand der Gescheiden Vrouw," verschenen in Het -Recht der Vrouw; met datum, etcetera. En zij glimlachte: wat klonk dat -hoog overtuigend! Maar wat was het moeilijk te studeeren, te doen, en -te weten en te handelen en zich te bewegen in de moderne beweging van -het leven! Zij was nu in Rome: zij had gaarne in Londen willen zijn. -Maar de reis convenieerde haar niet op het oogenblik. Zij had zich rijk -gevoeld toen zij Duco's Memmi kocht, denkende aan haar honorarium: en -nu voelde zij zich arm. Zij had gaarne naar Londen willen gaan.... -Maar Duco zoû zij dan gemist hebben. En het congres duurde maar een -week. Hier was zij nu wat ingeburgerd, zij begon van Rome te houden, -van hare kamers, van het Colosseum, ginds als donkere boog, als sombere -coulisse aan het einde der stad, er achter de vaagblauwe bergen.... -Toen kwam een gedachte in haar op aan den prins, en voor het eerst -dacht zij aan gisteren, zag zij dien avond terug, avond van scherts en -champagne—: Duco stil en boudeerend, Urania neêrgedrukt—en de prins, -klein, levendig, slank, opgewekt uit zijne matheid van gedistingeerd -viveur, en met zijn toegeknepen karbonkelen van oogen. Zij vond hem wel -aardig, zij hield een enkelen keer wel van dien toon van coquetterie en -flirt, en de prins had haar begrepen. Urania had zij gered: daar was -zij zeker van: zij voelde de voldoening van hare goede daad....</p> - -<p>Zij was te lui om zich aan te kleeden en naar den restaurant te gaan. -Zij had niet veel honger en zij zoû alleen maar wat soupeeren met wat -zij thuis in haar kast had: een paar eieren, brood, wat vruchten. Maar -ze dacht aan Duco en dat hij zeker haar wachten zoû aan hun tafeltje -en zij schreef hem een briefje, dat zij door het jongentje van de -concierge bezorgen liet....</p> - -<p>Duco ging juist de trappen af, om uit te gaan, naar de restauratie, -toen hij het ventje op de trap ontmoette. Hij las het briefje en het -was hem, als ondervond hij een groote teleurstelling. Hij voelde zich -klein, treurig als een kind. En hij ging terug naar zijn atelier, stak -een enkele lamp aan, gooide zich op een breeden divan, en bleef in den -schemer turen naar den engel van Memmi, die, nog op den stoel, vaag -goud opstraalde in het midden der kamer, zoet als een troost, met zijn -gebaar van annonciatie, alsof hij aankondigen wilde al het geheim, dat -wel gebeuren zoû gaan....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXII" id="XXII">XXII.</a></h3> - - -<p>Enkele dagen later wachtte Cornélie het bezoek van den prins, die haar -belet had gevraagd. Zij zat aan hare schrijftafel en corrigeerde de -proeven van haar artikel. Een lamp op de schrijftafel bescheen haar -zacht door een geel zijden kap; en zij was in een peignoir van witte -zijden krip, viooltjes op hare borst. Een andere lamp, staande, gaf -een tweede schijnsel van uit een kamerhoek; en het vertrek schemerde -gezellig, vertrouwelijk op in dien derden schijn van het houtvuur,—met -aquarellen van Duco, schetsen en fotografieën, witte anemonen in vazen, -viooltjes overal, en een enkele, groote palm. Over hare schrijftafel -slingerden de boeken en gedrukte vellen, getuigende van haar werk.</p> - -<p>Er werd geklopt en zij riep binnen, en toen de prins binnenkwam, -zat zij nog even, legde haar pen neêr, en rees op. Zij kwam hem -glimlachend nader en strekte de hand uit, die hij kuste. Hij was van -een groote correctheid in zijn gekleede jas, hoogen hoed, lichtgrijze -handschoenen; een parel in zijn das. Zij zetten zich bij het vuur en -hij maakte haar enkele complimenten na elkaâr, over haar interieur, -over haar toilet en over haar oogen. Zij schertste terug en hij vroeg, -of hij haar stoorde.</p> - -<p>—U schreef misschien een interessanten brief aan iemand, die u na aan -het hart ligt?</p> - -<p>—Neen. Ik zag drukproeven na.</p> - -<p>—Drukproeven?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Schrijft u?</p> - -<p>—Voor het eerst.</p> - -<p>—Een novelle?</p> - -<p>—Neen, een artikel.</p> - -<p>—Een artikel? Waarover??</p> - -<p>Zij zeide den langen titel. Hij keek met open mond op. Zij lachte -vroolijk.</p> - -<p>—Dat had u nooit gedacht, niet waar?</p> - -<p>—Santa Maria! prevelde hij in verbazing, in zijne wereld niet gewend -aan "moderne" vrouwen, die zich bewogen in een Vrouwenbeweging.... In -het Hollandsch?</p> - -<p>—In het Hollandsch.</p> - -<p>—Schrijf een volgenden keer in het Fransch: dan kan ik u lezen....</p> - -<p>Zij beloofde het lachende en schonk hem een kop thee, prezenteerde hem -bonbons. Hij knabbelde er ettelijke.</p> - -<p>—Is u zoo ernstig? Altijd geweest? Verleden was u toch niet ernstig?</p> - -<p>—Soms ben ik heel ernstig.</p> - -<p>—Ik ook....</p> - -<p>—Dat begrijp ik. Toen, als ik niet was gekomen, was u misschien heel -ernstig geworden.</p> - -<p>Hij lachte, met fatuïteit en zag haar welwetend aan.</p> - -<p>—U is een bizondere vrouw! zeide hij. Heel interessant en heel knap. -Wat u wil, dat gebeurt.</p> - -<p>—Soms....</p> - -<p>—Soms, wat ik wil, ook.... Soms ben ik ook heel knap. <i>Als</i> ik wil. -Maar meestal wil ik niet.</p> - -<p>—Verleden wilde u wel....</p> - -<p>Hij lachte.</p> - -<p>—Ja! Toen is u knapper geweest dan ik. Morgen ik misschien knapper dan -u.</p> - -<p>—Wie weet!</p> - -<p>Zij lachten beiden. Hij knabbelde de bonbons, den een na den ander, uit -het schaaltje, en hij dronk liever een glas port. Zij schonk hem in.</p> - -<p>—Mag ik u wat geven? vroeg hij ernstig.</p> - -<p>—Wat?</p> - -<p>—Een souvenir aan onze eerste kennismaking.</p> - -<p>—Het is charmant van u. Wat zal het zijn?</p> - -<p>Hij haalde uit zijn binnenzak iets in vloei en overhandigde het. Zij -opende het pakje en zag een stuk antieke Venetiaansche kant, gewerkt in -den vorm van een volant, voor een laag lijf.</p> - -<p>—Neem het aan, smeekte hij. Het is iets heel moois. Ik geef het u met -zooveel genot.</p> - -<p>Zij zag hem aan met al hare coquetterie in haar oogen, als wilde zij -hem doorzien.</p> - -<p>—Zoo moet u het dragen....</p> - -<p>Hij stond op, nam de kant, drapeerde ze op haar witten peignoir van den -eenen schouder naar den anderen. Zijne vingers frommelden de plooien, -zijne lippen beroerden even hare haren. Zij bedankte hem voor zijn -geschenk. Hij ging zitten.</p> - -<p>—Ik ben blij, dat u het aanneemt.</p> - -<p>—Heeft u Miss Hope ook wat gegeven?</p> - -<p>Hij lachte, zijn overwinnaarslachje.</p> - -<p>—Staaltjes zijn genoeg voor haar, van de japonnen van de koningin. Aan -u zoû ik geen staaltjes durven geven. Aan u geef ik antieke kant.</p> - -<p>—Maar u had voor dat staaltje bijna uw carrière gebroken?</p> - -<p>—Ach! lachte hij.</p> - -<p>—Welke carrière?</p> - -<p>—Ach neen! weerde hij af. Zeg mij, wat raadt u mij?</p> - -<p>—Hoe meent u?</p> - -<p>—Zoû ik haar trouwen?</p> - -<p>—Ik ben tegen alle huwelijk, tusschen ontwikkelde menschen....</p> - -<p>Zij wilde eenige harer frazen zeggen, maar dacht: waarom? Hij zoû ze -toch niet begrijpen. Hij zag haar diep aan, met zijn karbonkeloogen.</p> - -<p>—Dus voor vrije liefde?</p> - -<p>—Soms. Niet altijd. Tusschen ontwikkelde menschen....</p> - -<p>Hij was nu zeker van een liaison tusschen haar en Van der Staal, had -hij misschien nog getwijfeld.</p> - -<p>—En.... vindt u mij ontwikkeld?</p> - -<p>Zij lachte, coquet, met even iets van minachting.</p> - -<p>—Hoor eens, wil u ernstig spreken?</p> - -<p>—Heel graag.</p> - -<p>—Ik vind noch u, noch Miss Hope geschikt voor vrije liefde.</p> - -<p>—Dus ben ik niet ontwikkeld?</p> - -<p>—Ik meen niet, in beschaving. Ik meen in moderne ontwikkeling.</p> - -<p>—Dus ben ik niet modern?</p> - -<p>—Neen, sprak zij, een beetje geërgerd.</p> - -<p>—Leer mij modern zijn.</p> - -<p>Zij lachte nerveus.</p> - -<p>—Ach, laat ons niet zoo spreken. Wat ik u raad? Urania <i>niet</i> te -trouwen.</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—Omdat uw leven samen een ellende zoû zijn. Zij is een lief, -Amerikaansch parvenuetje....</p> - -<p>—Ik bied haar wat ik heb; zij mij wat zij heeft....</p> - -<p>Hij knabbelde de bonbons. Zij haalde de schouders op.</p> - -<p>—Doe het dan, sprak ze onverschillig.</p> - -<p>—Zeg mij, dat u het niet hebben wilt, en ik doe het niet.</p> - -<p>—En uw papa? En de marchesa?</p> - -<p>—Wat weet u daarvan?</p> - -<p>—O, alles.... en niets!</p> - -<p>—U is een demon! riep hij uit. Een engel en een demon. Zeg mij, wat -weet u van mijn vader en van de marchesa?</p> - -<p>—Voor hoeveel verkoopt u u aan Urania? Voor niet minder dan tien -millioen?</p> - -<p>Hij zag haar in stupefactie aan.</p> - -<p>—Maar de marchesa vindt vijf genoeg. Het is ook mooi: vijf -millioen.... Dollars of lire?</p> - -<p>Hij sloeg de handen in elkaâr.</p> - -<p>—U is een duivel!! riep hij uit. U is een engel en een duivel! Hoe -weet u? Hoe weèt u? Weet u alles??</p> - -<p>Zij wierp zich achterover en lachte.</p> - -<p>—Alles....</p> - -<p>—Maar hoé?</p> - -<p>Zij zag hem aan, schudde het hoofd, coquetteerde.</p> - -<p>—Zeg mij....</p> - -<p>—Neen. Dat is mijn geheim....</p> - -<p>—En u vindt, dat ik mij niet verkoopen mag?</p> - -<p>—Ik durf niet raden in uw belang.</p> - -<p>—En wat Urania betreft?</p> - -<p>—Raad ik haar af.</p> - -<p>—Hèeft u haar al afgeraden?</p> - -<p>—Zoo nu en dan....</p> - -<p>—U is dus mijn vijand? riep hij boos.</p> - -<p>—Neen, zeide zij zacht, hem willende terugwinnen. Een vriendin....</p> - -<p>—Een vriendin? Tot hoever?</p> - -<p>—Tot zoo ver <i>ik</i> gaan wil.</p> - -<p>—Niet tot zoo ver <i>ik</i> wil...?</p> - -<p>—O, neen nooit!</p> - -<p>—Maar misschien willen wij even ver?</p> - -<p>Hij was opgestaan, zijn bloed in vuur. Zij bleef kalm zitten, bijna -kwijnend, haar hoofd achterover. Zij antwoordde niet. Hij viel op de -knieën en vatte haar hand en kuste die, voor zij kon afweren.</p> - -<p>—O, engel, engel! O, demon! mompelde hij in zijn kussen.</p> - -<p>Zij trok haar hand nu terug, duwde hem zachtjes van zich en sprak:</p> - -<p>—Wat is een Italiaan toch vlug met zoenen!</p> - -<p>Zij lachte hem uit. Hij stond op.</p> - -<p>—Leer mij hoe Hollandsche vrouwen zijn, al zijn ze langzamer dan wij.</p> - -<p>Zij wees hem zijn stoel, met een imperieus gebaar.</p> - -<p>—Ga zitten. Ik ben geen specifiek Hollandsche vrouw. Anders zoû ik -niet in Rome komen. Ik piqueer me cosmopolitisch te zijn. Maar we -spraken niet over mij, we spreken over Urania. Denkt u ernstig haar te -trouwen?</p> - -<p>—Wat kan ik doen, als <i>u</i> me tegenwerkt? Werk liever met mij meê, als -een lieve vriendin....</p> - -<p>Zij weifelde. Deze menschen, noch Urania, noch hij, waren rijp voor -hare ideeën. Zij minachtte hen beiden. Goed, zij mochten dan trouwen; -hij om rijk te zijn; zij om prinses-hertogin te worden.</p> - -<p>—Hoor eens! sprak ze, zich buigend naar hem toe. U trouwt haar om haar -millioenen. Maar uw huwelijk is dadelijk ongelukkig. Zij is een wuft -kindje; zij verlangt brille ... en u behoort tot de Zwarten.</p> - -<p>—Wij kunnen in Nice wonen: dan kan zij doen wat zij wil. Nu en dan -komen wij in Rome, en nu en dan op San Stefano. En ongelukkig....—hij -trok een tragisch gezicht—: wat kan het mij schelen. Gelukkig ben ik -toch niet. Ik zal Urania pogen gelukkig te maken. Maar mijn hart ... -zal elders zijn....</p> - -<p>—Waar?</p> - -<p>—Met de richting der vrouwenbeweging meê.</p> - -<p>Zij lachte.</p> - -<p>—Nu wil ik dan lief zijn?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—En u beloven te helpen?</p> - -<p>Wat kon het haar schelen?</p> - -<p>—O, engel, demon! riep hij uit.</p> - -<p>Hij knabbelde een bonbon.</p> - -<p>—En wat denkt de heer Van der Staal ervan? vroeg hij ondeugend.</p> - -<p>Zij trok de wenkbrauwen op.</p> - -<p>—Hij denkt er niet over. Hij denkt alleen aan zijn kunst.</p> - -<p>—En aan u.</p> - -<p>Zij zag hem aan, en boog het hoofd, toestemmend als een koningin.</p> - -<p>—En aan mij.</p> - -<p>—U dineert dikwijls met hem.</p> - -<p>—Ja.</p> - -<p>—Dineer ook eens met mij.</p> - -<p>—O, heel gaarne.</p> - -<p>—Morgen avond? Waar?</p> - -<p>—Waar u wil.</p> - -<p>—In het Grand-Hôtel?</p> - -<p>—Vraag er dan Urania bij.</p> - -<p>—Waarom wij niet alleen?</p> - -<p>—Ik denk, dat het beter is uw aanstaande vrouw er bij te vragen. Ik -zal haar chaperonneeren.</p> - -<p>—U heeft gelijk. U heeft groot gelijk. En vraagt u dan den heer Van -der Staal mij ook het genoegen te doen....</p> - -<p>—Ik zal het doen.</p> - -<p>—Dan tot morgen, half negen?</p> - -<p>—Tot morgen, half negen.</p> - -<p>Hij stond op, om afscheid te nemen.</p> - -<p>—Het is welvoegelijk, dat ik ga, sprak hij. Eigenlijk bleef ik -liever....</p> - -<p>—Nu blijf dan ... of blijf een anderen keer, als u nu weg moet.</p> - -<p>—U zoo koel.</p> - -<p>—En u denkt lang niet genoeg aan Urania.</p> - -<p>—Ik denk aan de vrouwenbeweging.</p> - -<p>Hij ging zitten.</p> - -<p>—Eigenlijk moet u weg, sprak zij en lachte met haar oogen. Ik moet mij -kleeden ... om te gaan dineeren met meneer Van der Staal.</p> - -<p>Hij kuste hare hand.</p> - -<p>—U is een engel en een demon. U weet alles. U kan alles. U is de -interessantste vrouw, die ik ooit heb ontmoet.</p> - -<p>—Omdat ik drukproeven corrigeer.</p> - -<p>—Omdat u is, die u is....</p> - -<p>En heel ernstig, nog vasthoudende hare hand, zeide hij, bijna dreigend:</p> - -<p>—Ik zal u nooit kunnen vergeten....</p> - -<p>En hij vertrok. Toen zij alleen was opende zij hare vensters. Zij was -zich nu wel bewust wat coquet te zijn, maar het was zoo in hare natuur: -zij deed het zoo van zelve, tegen sommige mannen. Volstrekt niet tegen -iedereen. Nooit tegen Duco. Nooit tegen mannen, tegen wie zij opzag. -Dat prinsje minachtte zij, met zijn vlammende oogen en zijn gezoen.... -Maar hij was voldoende om haar te amuzeeren.</p> - -<p>En zij verkleedde zich en ging uit, en lang over het afgesproken uur -kwam zij in de restauratie, vond Duco op haar wachten aan het tafeltje, -het hoofd in de handen, en vertelde hem dadelijk, dat de prins haar had -opgehouden.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXIII" id="XXIII">XXIII.</a></h3> - - -<p>Duco had eerst de invitatie van den prins niet willen aannemen, maar -Cornélie zeide hem, dat zij het prettiger vond als hij ging. En het -was een keurig diner geweest in de restauratie van het Grand-Hôtel, -en Cornélie had zich uitstekend geamuzeerd en zij had er allerliefst -uitgezien in een oude gele baljapon, die nog dateerde uit haar eerste -huwelijksdagen, dien zij fluks een beetje veranderd had en met de -antieke kant van den prins gedrapeerd. Urania was heel mooi geweest, -blank, frisch, schitterende oogen, schitterende tanden, in een heel -nieuwerwetsch eng aansluitend toilet van zwart-blauwe pailletten op -zwarte tulle, alsof zij was in een pantser: de prins had gezegd: sirene -met schubbestaart. En van andere tafels had men veel naar hun tafeltje -gegluurd, want een ieder kende Virgilio di Forte-Braccio; een ieder -wist dat hij een rijke Amerikaansche erfgename zoû trouwen, en een -ieder had gevonden, dat hij zeer het hof maakte aan de slanke, blonde -vrouw, die niemand kende.... Zij was getrouwd geweest—meende men—; -zij chaperonneerde de aanstaande prinses; en zij was zeer bevriend met -dien jongen man, een Hollandschen schilder, die in Rome studeerde. Men -had er spoedig alles van geweten....</p> - -<p>Cornélie had het aardig gevonden, dat men naar haar gekeken had en -zij had zoo opvallend gecoquetteerd met den prins, dat Urania boos -was geworden. En den volgenden morgen vroeg, tenwijl Cornélie nog -in bed lag, niet meer denkende aan gisteren avond, maar peinzende -over een fraze in haar brochure—werd er geklopt, bracht de meid -haar ontbijt en brieven, en zeide, dat Miss Hope haar spreken wilde. -Cornélie liet Urania binnen komen, terwijl zij in bed bleef en hare -chocola, dronk. En verbaasd zag zij op, toen Urania haar dadelijk -overviel met verwijtingen, uitbarstte in snikken, schold, en een -hevige scène maakte, en zeide, dat zij haar nu doorzag, bekende, dat -de marchesa haar op het hart had gedrukt voorzichtig te zijn voor -Cornélie en haar een gevaarlijke vrouw had genoemd. Cornélie liet -haar uitvaren en antwoordde koel, dat zij zich geen kwaad bewust -was, dat zij integendeel Urania had gered; dat zij, integendeel, als -getrouwde vrouw, Urania als chaperonne van dienst was geweest, haar -niet zeggende, dat de prins alleen met haar, Cornélie, had willen -dineeren.... Maar Urania wilde niet hooren en vaarde voort.... -Cornélie zag haar aan en vond haar vulgair in die woede, sprekende -haar Amerikaansch-Engelsch, alsof zij kauwde op hazelnooten, en, koel, -antwoordde zij eindelijk:</p> - -<p>—Beste meid, je maakt je nerveus om niets. Maar als je dat liever -hebt, zal ik den prins schrijven, dat hij mij geen attenties meer -bewijst....</p> - -<p>—Neen, neen, dat niet: Gilio zal denken, dat ik jaloersch ben....</p> - -<p>—En wat ben je dan?</p> - -<p>—Waarom accapareer je je van Gilio? Waarom flirt je met hem? Waarom -stel je je met hem aan, zooals gisteren, in een volle restauratie?</p> - -<p>—Nu, als je dat niet gaarne hebt,... zal ik niet meer met Gilio -flirten en me niet meer met Gilio aanstellen.... Je heele prins gaat -mij niets aan....</p> - -<p>—Een reden te meer.</p> - -<p>—Het is afgesproken, hoor kindje.</p> - -<p>Hare koelheid kalmeerde Urania, die vroeg:</p> - -<p>—En blijven wij toch "good friends?"</p> - -<p>—Maar natuurlijk, beste meid. Is er een aanleiding om ons te -brouilleeren? Ik zie er geen....</p> - -<p>Beiden, prins en Urania, waren haar totaal onverschillig. Zij had -tegen Urania eerst wel gepreekt, maar om een algemeen idee: toen zij -later inzag Urania's onbeduidendheid, trok zij hare belangstelling van -het meisje terug. En hinderde haar wat vroolijkheid en onschuldige -hofmakerij, nu, dan zoû het gedaan zijn.... Hare ideeën waren meer bij -de drukproeven van haar artikel, die de post haar had gebracht.... Zij -stond op, rekte zich uit.</p> - -<p>—Ga in de zitkamer, Urania-lief, en laat mij even mijn bad nemen....</p> - -<p>Na een poos kwam zij, frisch en glimlachend bij Urania terug in de -zitkamer. Urania weende.</p> - -<p>—Beste meid, wat trek je je toch aan? Je illuzie is bijna bereikt. Je -huwelijk is zoo goed als zeker. Je wacht een antwoord uit Chicago? Je -bent ongeduldig? Telegrafeer dan. Ik had dadelijk getelegrafeerd. Je -denkt toch niet, dat je vader er iets op tegen heeft, dat je hertogin -di San Stefano wordt?</p> - -<p>—Ik weet het niet van mezelve, weende Urania. Ik weet het niet, ik -weet het niet....</p> - -<p>Cornélie haalde de schouders op.</p> - -<p>—Je bent nog verstandiger dan ik dacht....</p> - -<p>—Ben je heusch een goede vriendin? Kan ik je vertrouwen? Kan ik -vertrouwen op je raad?</p> - -<p>—Ik wil je niet meer raden. Ik heb je geraden. Nu moet jezelve weten.</p> - -<p>Urania vatte haar hand.</p> - -<p>—Wat zoû je gaarne zien: dat ik Gilio nam ... of ... niet?</p> - -<p>Cornélie zag haar diep in de oogen.</p> - -<p>—Je maakt je ongelukkig om niets. Je denkt, en de marchesa denkt het -denkelijk met je, dat ik je Gilio wil ontnemen? Neen lieveling, ik zoû -niet willen trouwen met Gilio, al was hij koning en keizer. Ik heb iets -socialistisch in mij: ik trouw niet om een titel....</p> - -<p>—Ik ook niet....</p> - -<p>—Natuurlijk, lieveling, jij ook niet. Ik zoû het nooit durven beweren, -dat je het deed.... Maar je vraagt me, wat ik gaarne zag? Nu, ik -antwoord je heel eerlijk: ik zie gaarne niets. Het laat me heelemaal -koud.</p> - -<p>—En je noemt je mijn vriendin....</p> - -<p>—Ach, beste kind, dat wil ik ook wel blijven. Maar overstelp mij dan -niet op mijn nuchtere maag met zooveel verwijten....</p> - -<p>—Je bent coquet....</p> - -<p>—Van natuur, soms. Ik zal het heusch niet meer zijn, met Gilio.</p> - -<p>—Heusch?</p> - -<p>—Ja, natuurlijk. Wat kan het me schelen. Ik vind hem amuzant, maar als -het je hindert, offer ik gaarne mijn amuzement aan je op. Zooveel tel -ik het niet.</p> - -<p>—Je houdt van Mr. Van der Staal?</p> - -<p>—Heel veel....</p> - -<p>—Ga je met hem trouwen, Cornélie?</p> - -<p>—Wel neen, kindlief. Ik trouw niet meer. Ik weet wat het huwelijk -is. Ga je meê met me wat wandelen? Het is mooi weêr en je bent me zoo -overvallen met je griefjes, dat ik van morgen toch niet werken kan. -Het is prachtig weêr: kom, dan gaan we bloemen koopen op de Piazza di -Spagna....</p> - -<p>Zij gingen, zij kochten de bloemen, Cornélie bracht haar thuis bij -Belloni. Toen zij verder liep, op weg naar de osteria om te ontbijten, -hoorde zij iemand haar inhalen. Het was de prins.</p> - -<p>—Ik zag u al van het begin van de Via Aurora. Urania ging juist naar -huis?</p> - -<p>—Prins, zeide zij dadelijk. Het mag niet meer.</p> - -<p>—Wat?</p> - -<p>—Geen visites, geen scherts, geen cadeaux, geen diners in het -Grand-Hôtel en geen champagne.</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—De aanstaande prinses wil het niet.</p> - -<p>—Is zij jaloersch?</p> - -<p>—Cornélie vertelde hem van de scène.</p> - -<p>—En u mag zelfs niet met me meêloopen.</p> - -<p>—Jawel.</p> - -<p>—Neen, neen.</p> - -<p>—Ik doe het toch.</p> - -<p>—Dus het recht van den man, van den sterkste?</p> - -<p>—Juist.</p> - -<p>—Mijn roeping is er tegen te strijden. Maar voor vandaag ben ik mijn -roeping ongetrouw.</p> - -<p>—U is allerliefst ... als altijd.</p> - -<p>—Dat mag u niet meer zeggen.</p> - -<p>—Ze is vervelend, Urania.... Zeg mij, wat raadt u mij? Moet ik haar -trouwen?</p> - -<p>Cornélie schaterlachte.</p> - -<p>—U vraagt beiden <i>mij</i> raad!</p> - -<p>—Ja, ja, wat denkt u?</p> - -<p>—Zeker, trouw haar!</p> - -<p>Hij zag niet hare minachting.</p> - -<p>—Wissel uw blazoen voor haar beurs, ging zij voort en lachte, en -lachte.</p> - -<p>Nu zag hij er iets van.</p> - -<p>—U veracht mij, ons beiden misschien.</p> - -<p>—O, neen....</p> - -<p>—Zeg mij, dat u me niet veracht.</p> - -<p>—U wil mijn opinie weten. Urania is een allerliefst goed kindje, maar -dat niet alleen moet reizen. En u....</p> - -<p>—En ik?</p> - -<p>—U is een charmante jongen. Koop mij die viooltjes, wil u....</p> - -<p>—Dadelijk, dadelijk....</p> - -<p>Hij kocht het boeketje.</p> - -<p>—U is zoo dol op viooltjes, niet waar....</p> - -<p>—Ja. Dit moet uw tweede ... en laatste geschenk zijn. Hier nemen wij -afscheid van elkaâr.</p> - -<p>—Neen, ik breng u thuis.</p> - -<p>—Ik ga niet naar huis.</p> - -<p>—Waarheen dan?</p> - -<p>—Ik ga naar de osteria. Meneer Van der Staal wacht mij daar.</p> - -<p>—Hij is wel gelukkig!</p> - -<p>—Waarlijk?</p> - -<p>—Kan het anders!</p> - -<p>—Ik weet het niet. Dag, prins.</p> - -<p>—Inviteer mij, smeekte hij. Laat mij samen met u lunchen.</p> - -<p>—Neen, sprak ze ernstig. Heusch niet. Het is beter van niet. Ik -geloof....</p> - -<p>—Wat....</p> - -<p>—Dat Duco precies is als Urania....</p> - -<p>—Jaloersch?... Wanneer zie ik u dan weêr?</p> - -<p>—Heusch, het is beter van niet.... Dag, prins. Merci ... voor de -viooltjes.</p> - -<p>Hij boog over hare hand. Zij begaf zich naar de osteria en zag, dat -Duco door het raam hun afscheid had gezien.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXIV" id="XXIV">XXIV.</a></h3> - - -<p>Duco was stil aan tafel en zenuwachtig. Hij speelde met zijn brood en -zijn vingers trilden. Zij voelde, dat hij iets op het hart had.</p> - -<p>—Wat is er? vroeg zij lief.</p> - -<p>—Cornélie, sprak hij ontroerd. Ik moet je spreken.</p> - -<p>—Waarover?</p> - -<p>—Je doet niet goed.</p> - -<p>—In welk opzicht?</p> - -<p>—Met den prins. Je hebt hem doorzien, en toch ... toch blijf je hem -dulden, toch ontmoet je hem telkens.... Laat mij uitspreken, sprak -hij—en zag om zich rond: er waren slechts twee Italianen in de -restauratie, gezeten aan de verste tafel, en hij kon spreken zonder -beluisterd te worden: ik wil uitspreken, herhaalde hij, toen zij hem -in de rede wilde vallen. Je bent natuurlijk vrij te doen wat je wilt. -Maar ik ben je vriend en ik wil je raden. Het is niet goed wat je doet. -De prins is een ploert. Onedel, laag.... Hoe kan je cadeaux van hem -aannemen en invitaties? Waarom heb je mij gedwongen gisteren meê te -gaan? Dat heele diner was mij een marteling. Je weet hoeveel ik van -je hoû—waarom zoû ik het je niet bekennen. Je weet hoe hoog ik je -stel. Ik kan niet aanzien, dat je je zoo vernedert met hem. Laat mij -spreken. Vernedert, zeg ik. Hij is niet waard je schoen vast te binden. -En je speelt met hem, je schertst met hem, je coquetteert.... Laat mij -spreken: je coquetteert met hem. Wat kan hij je schelen, die kwast. Wat -is hij in je leven. Laat hem trouwen met miss Hope, wat kunnen beiden -je schelen. Wat kunnen jou, Cornélie, die inferieure menschen schelen. -Ik minacht ze en jij ook. Ik weet dat. Waarom kruis je dan hun leven? -Laat hen leven in hun ijdelheid van titels en geld, wat is het jou? Ik -begrijp je niet. O, ik weet het: je bent niet te begrijpen, alles wat -vrouw is, is in jou. En ik heb lief alles wat ik van je zie: ik heb -je lief in alles.... Het komt er niet op aan of ik je begrijp. Maar -ik voel toch, dat <i>dit</i> niet goed is. Ik vraag je, zie den prins niet -meer. Bemoei je niet meer met hem. Nieer hem.... Dat diner, gisteren, -het was me een marteling....</p> - -<p>—Arme jongen, sprak zij zacht en schonk hem uit hun fiasco in. Maar -waarom?</p> - -<p>—Waarom? Waarom? Je vernedert je.</p> - -<p>—Ik ben niet zoo hoog.... Neen, nu wil <i>ik</i> spreken. Ik ben niet hoog. -Omdat ik enkele moderne ideeën heb, en enkele andere, die liberaler -zijn dan die van het gros van andere vrouwen? Verder ben ik gewoon -vrouw. Als een man vroolijk en geestig is, amuzeert me dat. Neen Duco, -nu spreek ik. Ik vind den prins geen ploert, ik vind hem misschien wel -een kwast, maar ik vind hem vroolijk en geestig. Je weet, dat <i>ik</i> ook -veel van je hoû, maar vroolijk en geestig ben je niet. Nu niet boos -zijn. Je bent veel meer. Ik vergelijk il nostro Gilio zelfs niet met -je.... Ik wil niet meer over je zeggen, anders wordt je pedant. Maar -vroolijk en geestig, dat ben je niet. En mijn arme natuur heeft daar -soms behoefte aan. Wat heb ik in mijn leven? Niets dan jou, alléen jou. -Ik ben heel blij je vriendschap te bezitten, ik ben gelukkig je te -hebben ontmoet. Maar waarom mag ik niet eens vroolijk zijn. Heusch, er -is een beetje luchthartigheid in me, lichtzinnigheid zelfs.... Moet ik -daar tegen strijden? Is het slecht? Zeg, Duco, ben ik slecht?</p> - -<p>Hij glimlachte weemoedig, een vochtige glans was over zijne oogen en -hij antwoordde niet.</p> - -<p>—Ik kan wel strijden, als het moet, hernam zij. Maar is dit nu om -tegen te strijden! Het is wat schuim van een oogenblik. Meer niet. Ik -ben het dadelijk vergeten. Ik ben den prins dadelijk vergeten. En jou -vergeet ik niet.</p> - -<p>Hij zag haar glanzend aan.</p> - -<p>—Begrijp je dat? Voel je, dat ik met jou niet flirt en coquetteer? -Geef me een hand, wees niet boos meer....</p> - -<p>Zij stak hem hare hand toe over de tafel en hij drukte hare vingers.</p> - -<p>—Cornélie, hernam hij zacht. Ja, ik voel, dat je waar bent. Cornélie, -word mijn vrouw.</p> - -<p>Zij zag ernstig voor zich en liet het hoofd een weinig hangen en -staarde voor zich uit. Zij aten niet meer. De twee Italianen stonden -op, groetten en gingen heen. Zij waren alleen. De kellner had wat fruit -voor hen neêrgezet en trok zich terug.</p> - -<p>Beiden zwegen ze een oogenblik. Toen sprak zij met een heel zachte stem -en haar wezen had zoo iets teeders van weemoed, dat hij in snikken had -kunnen uitbarsten en haar zoo aanbidden.</p> - -<p>—Ik wist natuurlijk, dat je me dat een dezer dagen zoû vragen. Het lag -in de natuur der dingen. Een groote vriendschap als de onze geleidde -natuurlijk weg tot die vraag. Maar het kan niet, beste Duco.... Het -kan niet, mijn beste jongen.... Ik heb mijn ideeën ... maar dat is het -niet. Ik ben tegen het huwelijk.... Maar dat is het niet. In sommige -gevallen is een vrouw al hare ideeën ontrouw in éen enkele seconde.... -Wat het dan wel is...?</p> - -<p>Zij staarde met groote oogen, streek over het voorhoofd, als zag zij -het niet duidelijk in.... Toch ging zij voort:</p> - -<p>—Het is ... dat ik bang ben voor het huwelijk. Ik heb het gekend, ik -weet wat het is.... Ik zie mijn man nu duidelijk voor me. Ik zie die -gewoonte, die sleur voor me, waarin alle nuance uitwischt. Dat is het -huwelijk: gewoonte, sleur. En nu zeg ik het je ronduit: ik vind het -huwelijk vies. Ik vind die gewoonte vies. Ik vind passie mooi, maar het -huwelijk is geen passie. Passie kan edel zijn, en bovenmenschelijk, -maar het huwelijk is een menschelijke instelling van klein menschelijke -moraal en berekening.... En ik ben bang voor zulke moreele en wijze -banden geworden. Ik heb mijzelf beloofd—en ik geloof die belofte -te houden—dat ik nooit meer trouwen zal. Mijn geheele natuur is -er ongeschikt toe geworden. Ik ben niet meer het Haagsche meisje -van soirées en diners, dat uitzag naar een man, te zamen met haar -ouders.... Mijn liefde voor hém was passie! En in mijn huwelijk woû -hij die passie breidelen tot een sleur en een gewoonte. Toen ben ik -opgestaan.... Laat me er liever niet over praten. Passie duurt te kort -om een huwelijksleven te vullen.... Achting daarna, etcetera? Daarvoor -behoeft men niet te trouwen. Ik kan achten, ook ongetrouwd. Natuurlijk, -er is de kwestie der kinderen, er <i>zijn</i> velerlei moeilijkheden.... Ik -kan dat nu niet uitdenken. Ik voel alleen nu, heel ernstig en kalm, dat -<i>ik</i> ongeschikt ben om te trouwen, en nooit meer trouwen wil. Ik zoû je -niet gelukkig maken.... Wees niet treurig, Duco. Ik hoû van je, ik heb -je lief. En misschien ... heb ik je ontmoet op het juiste oogenblik. -Had ik je vroeger ontmoet in mijn Haagsche leven ... je zoû zeker te -hoog voor me hebben gestaan. Ik zoû je niet lief hebben gekregen. Nu -kan ik je begrijpen, je achten en tegen je opzien. Ik zeg je dit -eenvoudig weg, dat ik je liefheb en tegen je opzie, tegen je opzie, -trots al je zachtheid, zooals ik nooit tegen mijn man heb opgezien, hoe -hij ook zijn mannelijke rechten deed gelden. En je moet dat gelooven, -heel vast en heel zeker, en je moet gelooven, dat ik waar ben. Coquet -... ben ik alleen met Gilio....</p> - -<p>Hij zag haar aan, door zijn stille tranen. Hij stond op, riep den -kellner, betaalde vaagweg, en het zwom en glansde voor zijne oogen. -Zij gingen de deur uit en zij riep een rijtuig aan en gaf het adres op -van de villa Doria-Pamphili. Zij herinnerde zich, dat de tuinen open -waren. Zij reden er zwijgend heen, overstelpt door hunne gedachten aan -de toekomst, die voor hen opentrilde. Soms haalde hij diep adem en -sidderde hij over zijn lichaam. Eenmaal drukte zij innig zijn hand. -Aan de poort van de villa stapten zij uit, wandelden samen op langs -de majestueuze lanen. In de diepte lag Rome, zagen zij eensklaps -Sint-Pieter. Maar zij spraken niet, zij zette zich eensklaps neêr op -een antieke bank en begon zachtjes te weenen, zwak. Hij nam haar in -zijn arm en troostte haar. Zij droogde hare tranen, glimlachte en -omhelsde hem en kuste hem terug.... Het begon te schemeren en zij -gingen terug. Hij gaf het adres op van zijn atelier. Zij volgde hem -daar. En zij gaf zich aan hem, in geheel hare oprechtheid van waarheid, -en met een liefde zoo hevig en groot, dat zij dacht te bezwijmen in -zijn armen.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXV" id="XXV">XXV.</a></h3> - - -<p>Zij veranderden hun leven niet. Duco echter, na een scène met zijn -moeder, sliep niet meer bij Belloni, maar in een kamertje, grenzende -aan zijn atelier, eerst vol koffers en rommel. Die scène speet -Cornélie, zij had steeds sympathie gevoeld voor mevrouw Van der Staal -en de meisjes. Maar een hoogmoed gierde in haar op, en Cornélie -minachtte mevrouw Van der Staal, omdat deze noch haar noch Duco -begrijpen kon. Toch had zij de verkoeling gaarne voorkomen. Op haar -aanraden zocht Duco nog eens zijne moeder op, maar zij bleef koel en -wees hem af. Daarop gingen Cornélie en Duco naar Napels. Zij deden -het niet als een vlucht, zij deden het eenvoudig weg; Cornélie zeide -aan Urania en aan den prins, dat zij naar Napels ging voor korten -tijd en dat Van der Staal haar wellicht zoû volgen. Zij kende Napels -niet en zoû het zeer apprecieeren als Van der Staal er haar leidde, -in de stad en de omstreken. Cornélie hield in Rome hare kamers aan. -En zij doorleefden een veertien dagen in een gedachteloos, groot en -louter geluk. Hunne liefde groeide bloeiend en breed op in de gouden -zuidlucht van Napels, aan de blauwe golven van Amalfi, Sorrente, Capri -en Castellamare, eenvoudig, onwederstaanbaar en rustig. Geleidelijk -gleden zij langs den purperen draad van hun leven, hand in hand liepen -zij af hun tot éen pad gesmolten lijnen, gedachteloos aan de wetten -en ideeën der menschen, en hun houding was zoo hoog, hun doen zoo -rustig en zeker van hun geluk, dat hun toestand geen onbeschaamdheid -werd, hoewel zij in zichzelven de wereld minachtten. Maar hun geluk -verzachtte al dien hoogmoed hunner opzwevende zielen, als strooide hun -geluk met bloesems rond. Zij leefden als in een droom, eerst tusschen -de marmers van het muzeum, later op de bebloemde klippen van Amalfi, -aan het strand van Capri, of op het terras van het hôtel te Sorrente: -de zee ruischende aan hunne voeten; in een parelen waas, ginds, vaag -wit, als uitgedoezeld krijt, Castellamare en Napels en de schim van -den Vezuvius, met zijn wazige pluim van rook.</p> - -<p>Zij hielden zich van allen apart, van alle menschen, van alle -touristen: zij aten aan een klein tafeltje en men dacht algemeen, dat -zij pas waren getrouwd. Zocht men hun naam in het vreemdelingenboek, -dan las men hunne twee namen en fluisterde men commentaren. Maar zij -hoorden het niet, zij zagen het niet, zij leefden hun droom, ziende in -elkaârs oogen of naar de opalen lucht, de parelen zee, en de witwazige -bergverschieten, met, als krijten vlakjes, de steden er in neêrgeplekt.</p> - -<p>Toen zij bijna geen geld meer hadden, glimlachten zij en keerden naar -Rome terug en leefden er als vroeger; zij, op hare kamers, hij, nu in -zijn atelier, en namen zij samen hun malen. Maar zij vervolgden hun -droom tusschen de ruïnes van de Via Appia, om en bij Frascati: verder -dan de Ponte Molle, op de helling van de Monte Mario en in de tuinen -der villa's, tusschen de statuen en schilderijen, hun geluk mengende -met de atmosfeer van Rome; hij zijne nieuwe liefde doorwevende met zijn -liefde voor Rome; zij Rome liefkrijgende om hem. En door die bekoring -was als een aureool om hen heen, waardoor zij het gewone leven niet -zagen en de gewone menschen niet ontmoetten.</p> - -<p>Eindelijk, op een middag, trof Urania hen beiden thuis, op de kamer -van Cornélie, het vuur aan, zij glimlachend starende in het vuur, hij -zittende aan hare voeten, en zij met den arm om zijn hals. En zij -dachten klaarblijkelijk zoo weinig aan iets anders dan aan hun eigen -liefde, dat zij beiden haar geklop niet hoorden, dat zij beiden haar -eensklaps zagen vóor zich staan, als een ongedachte werkelijkheid. Hun -droom was dien dag uit. Urania lachte, Cornélie lachte en Duco schoof -een fauteuil naderbij. En Urania blij, mooi, schitterend, vertelde, dat -zij verloofd was. Waar hadden zij toch met elkander gezeten? vroeg zij -nieuwsgierig. Zij was nu verloofd. Zij was al op San Stefano geweest, -zij had den ouden prins gezien. En alles was mooi, goed, en lief: het -oude kasteel <i>a dear old house</i>, de oude man <i>a dear old man</i>. Zij -zag alles door de schittering van haar aanstaanden prinsesse-titel. -Prinses, hertogin! De dag van het huwelijk was vastgesteld, voor -Paschen, dus over een groote drie maanden. In San Carlo zoû het worden -ingezegend, met al den luister van een groot huwelijk. Haar vader -kwam er voor over met haar jongsten broêr. Zij zag klaarblijkelijk op -tegen hun komst. En zij was niet uitgepraat; zij vertelde duizend -détails over haar trousseau, waaraan de marchesa haar hielp. Zij -zouden in Nice wonen, op een groot appartement. Zij dweepte met Nice: -het was een goed idee van Gilio. En ter loops, het zich herinnerende, -vertelde zij, dat zij Katholiek was geworden. Dat was een last! Maar de -monsignore's zorgden voor alles, zij liet zich door hen leiden. En de -Paus zoû haar ontvangen in particuliere audientie, samen met Gilio.... -De moeilijkheid was haar audientie-toilet, zwart, natuurlijk, maar, -fluweel, satijn? Wat raadde Cornélie? Zij had zoo een goeden smaak. En -de zwarte kanten voile met brillanten opgestoken.... Morgen zoû zij -naar Nice gaan met de marchesa en Gilio, om hun appartement te zien....</p> - -<p>Toen zij wegging, verzoekende Cornélie aan te komen om haar uitzet te -bewonderen, sprak Cornélie met een glimlach:</p> - -<p>—Ze is gelukkig.... Voor ieder is geluk toch anders.... Een trousseau -en een titel zouden mij niet gelukkig maken.</p> - -<p>—Dat zijn de kleine menschen, sprak hij; die ons leven nu en dan -kruisen. Ik ga ze liefst uit den weg....</p> - -<p>En zij zeiden het niet, maar zij dachten het beiden—hunne vingers -in elkaâr, hare oogen starende in zijn oogen,—dat ook <i>zij</i> gelukkig -waren, maar hooger en beter en edeler; en de hoogmoed gierde in hen op: -zij zagen als in vizioen de lijn van hun leven slingeren steilen heuvel -op, maar het geluk sneeuwde er bloesems op neêr en in de sneeuwende -bloesems hoog houdende hun trotsche hoofden, met glimlach en oogen -van liefde, liepen zij voort in hun droom, onttogen aan mensch en aan -werkelijkheid.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXVI" id="XXVI">XXVI.</a></h3> - - -<p>De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen -ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed -in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem -werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in een fiere -rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar -oogen, blijdschap om haar mond—van nerveuze aandoening trilden -zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië -welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige -kleur. Hij schiep en voltooide een serie van aquarelllen wazigheden -van droomatmosfeer, die aan het edelste van Turner deden denken: -natuurmomenten van louter waas: al het melkblauwe en parelnevelige van -de golf van Napels, als een beker vol licht, waar een turkooïs uitsmelt -tot water—en hij zond ze naar Holland, naar Londen, en had eensklaps -gevonden zijn roeping, zijn werk en zijn roem: moed, kracht, doel en -overwinning.</p> - -<p>Ook zij had een zeker succes met haar artikel: het werd besproken, -bestreden; haar naam werd genoemd. Maar een zekere onverschilligheid -was in haar, als zij haar naam las, gemoeid in de Vrouwenbeweging. -Eerder leefde zij meê zijn leven van observatie en emotie, en gaf -zij dikwijls in al het waas zijner vizie, in het te wazige van zijn -tintdroom, een glinstering van licht, een horizon van einde, een streep -van werkelijkheid, die realiteit gaf aan den nevel van zijn ideaal. -Zij leerde met hem onderscheiden en voelen, natuur, kunst, geheel -Rome, en toen een vaag van symboliek zich van hem meester maakte, ging -zij geheel met hem mede. Hij ontwierp de groote schets eener theorie -van vrouwen, opgaande langs een heuvel opslingerende levenslijn: zij -schenen zich te bewegen uit eene in-een stortende stad der oudheid, -wier met een enkele architraaf verbondene zuilen optrilden in violet -waas van avondgeduister; zij schenen zich los te maken uit de schaduw -der ruïne, die aan de kim al verzwijmde in den nacht van het niets—en -zij drongen op, elkaâr roepende met kreten, elkaâr wenkende met een -groot uitgestrek van handen, boven zich een waaiend gewuif van wimpels -en deviezen; met gespierde armen vatten zij aan hamer en houweel, en -haar gedrang bewoog zich voort naar boven, de lijn langs, waar witter -en witter het licht werd, tot in het waas van de lucht zich raden liet -het verre verschiet van een nieuwe stad, wier ijzeren gebouwen als -centraal-stations en eiffeltorens in den blanken lichtschemer van de -verte heel ijl opglinsterden met een weêrschijn van glasbogen en daken -van glas, en hoog in de lucht de muziekbalken der draden van geluid en -geleiding....</p> - -<p>En zóo werkten hunne beider invloeden op hunne beider zielen in, dat -<i>zij</i> leerde zien en hij leerde denken; zij schoonheid, kunst, natuur, -waas en emotie zàg en niet meer bedacht maar voelde; dat <i>hij</i> als op -zijn schets—heel vage, moderne glas-en-ijzerstad,—een moderne stad -zag rijzen uit zijn droomwaas van Rome's verleden, en, naar zijn eigen -natuur en aanleg, dacht over een moderne kwestie. Zij leerde vooral -voelen en zien als een vrouw, die lief heeft, met de oogen en het hart -van den man, dien zij minde: hij dacht de kwestie uit in plastiek. Maar -wat onvolkomenheid ook was in het absolute hunner nieuwe gevoel- en -gedachtesferen, de wisselwerking, door hun liefde, gaf hun een geluk -zoo groot, zoo één, dat zij het op dat oogenblik niet konden overzien -en bevroeden, dat het bijna was een extaze, een flauwe oneigenlijkheid, -waarin zij droomden—terwijl het was zuivere waarheid en voelbare -werkelijkheid. Zooals zij dachten, voelden en leefden, was een ideaal -van realiteit: ideaal binnengetreden en bereikt, langs de geleidelijke -lijn van hun leven, langs den goudenen draad van hun liefde, en zij -bevroedden en overzagen het nauwlijks, omdat het gewone leven hen toch -aankleefde. Maar alleen onvermijdelijk weinig. Zij woonden apart, -maar 's morgens zocht zij hem op en vond hem voor zijn schets, en -zij zette zich naast hem, leunde haar hoofd op zijn schouder, en zij -dachten het samen uit. Hij schetste zijne figuren der vrouwentheorie -elk apart, en hij zocht naar de trekken en de modelleering der vormen: -enkele hadden het Mongoolsche van den annonciatie-engel van Memmi; -andere het ranke van Cornélie en hare latere vollere gezondheid;—hij -zocht naar de plooien: in peplosvouwen vochten zich de vrouwen los -uit den violetten schemer der ruïne-stad en verder op wisselden hare -gewaden als eene maskerade der eeuwen: het edelvrouwe-sleepkleed, -de sluiers der sultanen, het wollen kleed der werksters, de kap der -liefdezusters—zich modernizeerende het gewaad naarmate de draagster -modernere eeuw belichaamde.... En in die groepeering was de teekening -van zoo ijle dunheid en soberheid, was de overgang van plooienval -tot praktisch-strak zoo voorzichtig en zoo geleidelijk, dat Cornélie -overgang nauwlijks bespeurde, dat zij éen stijl meende te zien, éene -mode van dracht, terwijl iedere silhouet zich toch kleedde met anderen -snit in andere stof, vallende met andere lijnen.... In de teekening -was een oud-meesterlijke zuiverheid, eene puurheid van ommelijn, maar -modern—nerveus en morbide—en toch zonder conventioneel ideaal -van symbolische lichaamsvormen; in de groepeering was rafaëlitische -harmonie; in de aquareltint der eerste studiën het waas van Italië: de -ruïne-stad schemerde als hij het Forum zag schemeren; de stad van ijzer -en glas glinsterde-op met haar bouw van kristalpaleis, uit een witte -lichtapotheoze, als hij van Sorrente af om Napels gezien had. Zij -voelde, dat hij een groot werk deed en had nooit nog zoo levensbelang -gesteld in iets, als zij nu deed in zijn idee en zijn schetsen. Stil en -zwijgend zat zij achter hem en volgde zijne teekening van de wimpelende -vanen en slingerende deviezen, en zij ademde niet als zij zag, dat hij -met enkele veegjes van wit en tikken van licht—of hij licht had onder -zijn kleuren—de glazen stad aan de kim deed opdroomen. Dan vroeg hij -haar iets over eene figuur, en sloeg om haar middel zijn arm, trok haar -naar zich toe, en zij bleven lang turen en uitdenken lijn en idee, -tot de avond viel, de avondkilte in de werkplaats omhuiverde en zij -langzaam opstonden. Dan gingen zij uit en op het Corso kwamen zij terug -tot het werkelijke leven: zwijgend, bij Aragno gezeten, zagen zij naar -de drukte; en in hun kleine restauratie, de oogen drinkende elkanders -blikken in, aten zij hun eenvoudig maal, zoo zichtbaar harmonisch -gelukkig, dat de Italianen, de twee, die daar ook steeds zaten aan de -verdere tafel, op dat zelfde uur, glimlachten, als zij hen groetten....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXVII" id="XXVII">XXVII.</a></h3> - - -<p>En het werd in hem eene groote werkkracht: er schemerde zoovele -gedachte voor hem op, dat hij telkens weêr een ander motief vond en -het symbolizeerde in een ander figuur. Hij schetste, levensgroot, een -wandelende vrouw, met die mengeling van kind, vrouw en godin, die zijn -figuren karakterizeerde—en ze liep langzaam dalende lijn af naar een -sombere diepte, zonder te zien en zonder te begrijpen; hare oogen -staarden magnetisch den afgrond toe: vage handen waren om haar als een -wolk en duwden zacht, en leidden; in de hoogte, op hooge rotsen, riepen -haar, in hel licht, andere figuren met harpen, maar zij ging naar de -diepte, door de handen geduwd; in den afgrond bloeiden vreemde purperen -orchideeën, als monden van liefde....</p> - -<p>Toen Cornélie op een morgen kwam in zijn atelier had hij plotseling -deze idee geschetst. Het was haar een verrassing, want hij had er -niet over gesproken: de idee was plotseling opgekomen; de uitwerking, -spontaan en vlug, had hem geen uur gevergd. Hij verontschuldigde er -zich bijna bij haar over, toen hij hare verrassing zag. Zij vond het -wel mooi, maar huiverde ervan en hield meer van de "Banieren" de groote -aquarel, de optocht der ten levensstrijd tijgende vrouwen....</p> - -<p>En om haar pleizier te doen zette hij de dalende vrouw ter zijde en -werkte alleen voort aan de strijdende vrouwen. Maar telkens kwam -een nieuwe gedachte hem storen in zijn werk en schetste hij in hare -afwezigheid een nieuw symbool, tot de schetsen zich opstapelden en -overal lagen verspreid. Zij borg ze in portefeuilles; zij nam ze -weg van ezel en plank; zij behoedde hem te veel af te dwalen van de -"Banieren", en dit was het alleen, dat bij voltooide.</p> - -<p>Zoo scheen hun leven zacht voort te willen loopen, langs éene lieflijke -lijn, in éene goudene richting, terwijl als bloemen zijn symbolen ter -zijde ontloken, terwijl het azuur hunner liefde er het uitspansel -scheen boven, maar zij plukte den overvloed van bloemen weg, en alleen -de "Banieren" wuifde meê over hun pad, in het firmament hunner extaze, -zooals zij wuifden boven de strijdende vrouwen....</p> - -<p>Zij hadden slechts eene afleiding; het huwelijk van den prins en -Urania: een diner, een bal en de ceremonie in San Carlo, te midden van -geheel de Romeinsche aristocratie, die de rijke Amerikaansche echter -met reserve ontving. Maar toen de prins en de prinses di Forte-Braccio -naar Nice vertrokken, was alle afleiding voorbij en gleden de dagen -weêr voort langs de zelfde lieflijke goudene lijn. En Cornélie behield -alleen éen onaangename herinnering: hare ontmoeting tijdens die -feestdagen met mevrouw Van der Staal, die haar genieerd had op die -feesten, haar den rug had toegedraaid en haar had doen begrijpen, dat -alle vriendschap uit was. Zij had er zich in geschikt; zij had begrepen -hoe moeilijk het was—zelfs al had mevrouw Van der Staal haar te woord -willen staan—aan een vrouw als deze, vastgegroeid in hare sociale -en wereldsche conventie, te verklaren haar eigen hoogmoedige ideeën -van vrijheid, onafhankelijkheid en geluk. En ook de meisjes had zij -genieerd, begrijpende, dat mevrouw Van der Staal dat wenschte. Zij -was om dit alles niet boos, en niet gekwetst; zij begreep het wel in -de moeder van Duco: zij was er alleen een beetje treurig om, want zij -hield van mevrouw Van der Staal: zij hield van de beide meisjes.... -Maar zij begreep het geheel: het kon niet anders, mevrouw Van der Staal -wist, vermoedde alles. De moeder van Duco kon niet anders handelen, -al ontkenden de prins en Urania, uit vriendschap, allen band tusschen -Duco en haar, Cornélie—al nam de Romeinsche wereld hen tijdens -die huwelijksfeesten eenvoudig aan als vrienden, als kennissen, als -landgenooten—wat zij ook fluisterde en glimlachte achter een waaier. -Maar nu waren die feesten gedaan, nu waren ze voorbij dat kruispunt met -wereld en mensch: nu glooide hun gouden richting weêr zacht en effen -voor hen uit....</p> - -<p>Toen was het, dat Cornélie, die niet dacht aan Den Haag, een brief -ontving uit Den Haag. De brief was van haar vader en telde ettelijke -bladzijden, hetgeen haar van hem verwonderde, want hij schreef nooit. -Hetgeen zij las verschrikte haar zeer maar ontmoedigde haar toch niet -dadelijk geheel en al, misschien omdat zij niet voorzag het gewicht -van haar vaders mededeeling. Hij smeekte haar om vergeving. Hij was al -lang in financieele moeilijkheden. Hij had veel verloren. Zij moesten -verhuizen, in een kleiner huis. De stemming in hun huis was bitter; -mama huilde den heelen dag, de zusters kibbelden; de familie gaf raad; -de kennissen waren onaangenaam. En hij smeekte haar om vergeving. Hij -had gespeculeerd en verloren. En hij had ook verloren haar eigen klein -kapitaaltje, dat hij beheerde, het legaat van haar peettante. Hij vroeg -haar hem niet te hard te beschuldigen. Het had anders kunnen loopen -en dan was zij driemaal zoo rijk geweest. Hij bekende het, hij had -verkeerd gehandeld—maar hij was toch haar vader en hij vroeg haar, -zijn kind, om vergeving en verzocht haar terug te komen.</p> - -<p>Zij schrikte eerst hevig, maar hernam spoedig hare kalmte. Zij was -in een te gelukkige stemming van levensharmonie, dan dat het bericht -haar vermocht neêr te slaan. Zij ontving den brief in bed, bleef nog -wat liggen, dacht na, kleedde zich toen aan, at als gewoonlijk, en -ging toen naar Duco. Hij ontving haar met enthouziasme, en toonde -haar drie nieuwe schetsen.... Zij verweet hem zachtjes, dat hij zich -te veel liet afleiden van zijn hoofdidee, en dat deze afdwalingen hem -vermoeien zouden in zijn werkkracht, in zijn doorzettingsvermogen. Zij -drong hem toch vooral aan de "Banieren" te blijven werken. En zij zag -met aandacht naar de groote aquarel, naar de antieke, in-een stortende -Forumstad; de optocht der Vrouwen naar de Wereldstad van de Toekomst, -daar hoog in het dagen van licht.... En eenslaps kwam het tot haar, dat -ook haar verleden was ingestort, en dat de brokkelende bogen dreigend -hingen boven haar hoofd. Zij liet hem toen lezen den brief van haar -vader. Hij las tweemaal, zag haar aan verbijsterd, en vroeg wat zij -doen zoû. Zij zeide, dat zij er reeds over na had gedacht, maar dat -zij nog alleen maar wist het allerdadelijkste, dat zij doen zoû. Hare -kamers opzeggen, en bij hem komen, in zijn atelier. Zij had juist nog -genoeg om hare kamers te betalen. Maar dan was zij zonder geld. Totaal -zonder geld. Zij had nooit van haar man een toelage willen hebben. -Alleen wachtte zij het honorarium van haar artikel. Hij strekte haar -dadelijk de handen toe, trok haar tot zich en kuste haar, en zeide, dat -dit ook dadelijk zijn idee was geweest. Komen bij hem, samenleven met -hem. Hij had wel genoeg—een kleinigheid van vaderlijk erfdeel; hij -verdiende er bij: hij zoû genoeg hebben voor beiden. En zij lachten en -kusten elkaâr en zagen rond in het atelier. Duco sliep in een klein -aangrenzend hokje: iets van een lange muurkast. En zij zagen rond wat -zij konden doen. Cornélie wist het: hier, een gordijn drapeeren over -een koord, daarachter haar bed, haar waschtafel. Meer had zij niet -noodig. Alleen dat kleine hoekje; anders had Duco geen goed licht. -Zij waren heel vroolijk en vonden het een allergezelligst idee. Zij -gingen dadelijk uit, kochten een ijzeren bedje, een toilettafel, en -hingen zelve het gordijn op. Toen gingen ze beiden de koffers pakken -in de Via dei Serpenti—en dineerden in de osteria. Cornélie stelde -voor nu en dan eens thuis te te eten, dat was goedkooper.... Thuis -gekomen, was zij er over uit, dat hare installatie zoo weinig plaats -innam, nauwlijks een paar vierkante meter, met dat kleine bedje achter -dat gordijn. Zij waren dien avond heel vroolijk. De bohême van hun -toestand amuzeerde hen. Zij waren in Italië, in het land van zon, van -schoonheid en lazzaroni, van bedelaars, die droomen op de trappen van -een kathedraal, en zij voelden zich verwant aan die zonnige armoede. -Zij waren gelukkig, zij hadden niets noodig. Zij zouden leven van -niets. Van zoo weinig, ten minste. En zij zagen de toekomst glimlachend -en helder in. Zij waren nu dichter bij elkaâr, zij leefden nu dichter -aaneen gesloten. Zij hadden elkander lief en waren gelukkig, in een -land van schoonheid, in een ideaal van edel symbool en leven-omvattende -kunst.</p> - -<p>Den volgenden morgen werkte hij ijverig, zonder een woord, verloren in -zijn droom, in zijn werk, en zij, stil ook, tevreden, gelukkig, zag -aandachtig hare blouses en rokken na, en bedacht, dat zij in geen jaar -nog iets noodig zoû hebben, en dat hare oude kleêren voldoende waren -voor hun leven van geluk en eenvoud.</p> - -<p>En zij antwoordde haar vader heel kort, dat zij hem vergaf, meêleed met -hen allen, maar niet terugkwam in Den Haag. Zij zoû wel in haar eigen -onderhoud voorzien, met schrijven. Italië was goedkoop. Meer schreef -zij niet. Zij repte niet van Duco. Zij scheidde zich van hare familie -af, in den geest, en in het leven. Zij had geene sympathie bij hen -allen ontmoet tijdens haar treurig huwelijk, tijdens de lijdensdagen -van hare scheiding, en nu, op hare beurt, voelde zij geene warmte. -En haar geluk maakte haar eenzijdig en egoïst. Zij verlangde niets -dan Duco, niets dan hun samenleven van samenstemming. Hij werkte en -lachte haar nu en dan toe waar zij lag op den divan en nadacht. Zij zag -naar de ten strijde opgaande vrouwen; ook zij zoû niet op een divan -kunnen blijven liggen, ook zij zoû moeten strijden. Zij voorgevoelde, -dat zij zoû moeten strijden: voor hèm. Hij was nu in zijn kunstijver, -maar als die na een rezultaat, na een succes voor zich en de wereld, -verslapte—momenteel—zoû dit gewoon en logisch zijn en zoû <i>zij</i> -moeten strijden. Hij was het edele in hun beider leven, zijn kunst kon -niet hare broodwinning worden. Zijn fortuintje was bijna niets. Zij zoû -willen werken en geld verdienen voor hen beiden, opdat hij zoû kunnen -blijven in het reine principe van zijne kunst. Maar hoe, hoe strijden, -werken, hoe werken voor hun leven en voor hun brood? Wat kon zij? -Schrijven? Het gaf zoo weinig. Wat anders? Een lichte weemoed omving -haar, omdat zij weinig kon. Zij had kleine talentjes en handigheden: -zij schreef een goeden stijl, zij zong, speelde piano, zij kon een -blouse maken en zij wist wat van koken af. Zij zoû zelve nu en dan -wat koken en hare kleêren zelve naaien. Maar dat alles was zoo klein, -zoo weinig. Strijden, werken? Hoe? Enfin, doen zoû zij, wat zij kon. -En eensklaps nam zij een Baedeker, bladerde er in en zette zich voor -Duco's schrijftafel, waaraan ook zij schreef. En zij dacht even na en -begon een causerie. Een reisbrief voor een blad, over de omstreken van -Napels: dat was gemakkelijker dan dadelijk over Rome te beginnen. En in -het atelier, waar een lichte stookwarmte hing, omdat het op het Noorden -was en kil, werd het geluidenloos stil: alleen kraste nu en dan even -hare pen, of zocht hij tusschen zijn crayons en penseelen. Zij schreef -enkele bladzijden maar vond haar slot niet.... Toen stond zij op, -hij wendde zich om en lachte haar toe: zijn glimlach van vriendelijk -geluk....</p> - -<p>En zij las hem voor wat zij geschreven had. Het was niet de stijl -van hare brochure. Het was geen invective: het was een lieftallige -reisbrief....</p> - -<p>Hij vond het wel aardig, maar nu niet zoo héel bizonder.... Maar dat -behoefde ook niet, verdedigde zij zich. En hij omhelsde haar, voor haar -ijver en haar moed. Het regende dien dag en zij gingen niet uit voor -hun lunch; zij had eieren en tomaten en op een petroleumstel maakte zij -een ommelet. Zij dronken alleen water en aten er heel veel brood bij. -En terwijl de regen geeselde tegen het groote, gordijnlooze atelierraam -aan, genoten zij hun maal, gezeten als twee vogels, die schuilen bij -elkaâr, dicht bij elkaâr, om niet nat te worden.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXVIII" id="XXVIII">XXVIII.</a></h3> - - -<p>Het was een paar maanden na Paschen: het waren de lentedagen van -Mei. De vloed der toeristen was, dadelijk na de groote kerkfeesten, -weggestroomd, en Rome was al heel warm en werd heel stil. Op -een morgen, dat Cornélie liep over de Piazza di Spagna, waar de -zonneschijn neêrvloot langs de roomgele façade der Trinita de' Monti, -over de monumentale trap, waar maar enkele bedelaars en de laatste -bloemenjongen in een hoekje schaduw zaten te droomen met knippende -oogleden, zag Cornélie den prins op zich afkomen. Hij groette haar met -een blijden glimlach en trad haastig op haar toe.</p> - -<p>—Wat ben ik blij u te ontmoeten. Ik ben voor een paar dagen in Rome -en ik moet naar San Stefano, naar mijn vader, voor zaken. Vervelend -zaken, vooral deze. Urania is in Nice. Maar het is er warm, wij gaan -weg. Wij komen juist van een trip door de Middellandsche zee. Vier -weken op het yacht van een vriend. Het was heerlijk! Waarom is u niet -eens bij ons in Nice gekomen, zooals Urania u geschreven heeft te doen?</p> - -<p>—Ik kon waarlijk niet komen....</p> - -<p>—Ik ben u gisteren gaan opzoeken in de Via dei Serpenti. Maar men -vertelde mij, dat u verhuisd was....</p> - -<p>Hij zag haar aan met een spotlachje in zijn kleine, glinsterende oogen. -Zij zweeg.</p> - -<p>—Toen heb ik niet verder indiscreet willen zijn, voltooide hij met -bedoeling.... Waar gaat u heen?</p> - -<p>—Ik moet naar het postkantoor.</p> - -<p>—Ik heb niets te doen. Mag ik met u meêloopen. Is het u niet te warm -om te wandelen?</p> - -<p>—O, neen, ik hoû van de warmte. Zeker, loopt u meê. Hoe gaat het met -Urania?</p> - -<p>—Goed, uitstekend. Zij is uitstekend. Zij is prachtig, eenvoudig -prachtig. Ik had het nooit gedacht. Ik had het nooit durven denken. -Zij houdt zich briljant. Wat haar aangaat heb ik geen berouw van mijn -huwelijk. Maar verder, wat een tegenvaller, wat een deceptie. Gesu mio!</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—U wist, niet waar—hoe weet ik nog niet—u wist voor hoeveel ik me -verkocht? Geen vijf millioen, maar tien millioen. Ach, signora mia, -wat al deceptie. U heeft mijn schoonvader gezien tijdens ons huwelijk. -Wat een Yankee, wat een kousenkoopman en wat een handelsvent! Wij -kunnen daar niet tegen op. Ik niet, en papa niet, en de marchesa niet. -Eerst beloften, contracten, jawel. Maar dan pingelen hierop, pingelen -daarop. Wij kunnen dat niet. Ik niet. En papa ook niet. Alleen tante -kon pingelen. Maar ze was niet tegen den kousenkoopman opgewassen. Dat -had ze nog niet geleerd al de jaren, dat ze pension-mama was geweest. -Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Nu ja, maar ongeveer -zooveel hebben we wel gekregen, plus nog een hoop beloften, voor onze -kindskinderen, als iedereen dood is. Ach, signora, signora, ik was -rijker toen ik niet getrouwd was! Het is waar, toen had ik schulden, nu -niet. Maar Urania is van een zuinigheid, van een praktischheid. Ik had -dat nooit zoo gedacht.... Het is iedereen tegengevallen, papa, tante, -de monsignore's. U moest ze eens bijwonen met elkaâr. Ze hadden elkaâr -wel de oogen willen uitkrabben. Papa heeft bijna een beroerte gehad, -tante raakte handgemeen met de monsignore's.... Ach, signora, signora, -ik hoû daar niet van. Ik ben een slachtoffer. Winters lang hebben ze -met me gehengeld. Maar ik woû niet, ik stribbelde tegen: ik liet de -vischjes niet happen. En nu is het er dan van gekomen. Nog geen drie -millioen. Lire's, geen dollars. Ik was zoo dom, ik dacht eerst, dat het -dollars zouden zijn. En Urania is van een zuinigheid. Ik krijg mijn -zakgeld van haar. Zij beheert alles, zij doet alles. Zij weet precies -hoeveel ik verlies in den club. Neen, u lacht, maar het is treurig. -Ziet u wel, dat ik soms zoû kunnen huilen! En dan heeft ze zulke -vreemde ideeën. Bij voorbeeld, wij hebben nu ons appartement in Nice -en wij houden mijn kamers in het Palazzo Ruspoli aan, als pied-à-terre -in Rome. Dat is genoeg: wij komen toch nooit veel in Rome, omdat wij -"zwart" zijn en Urania dat saai vindt. 's Zomers zouden wij hier of -daar zijn, op een badplaats. Mooi, dat was nu eenmaal afgesproken. -Maar nu krijgt Urania in eens het idee om San Stefano uit te kiezen -als zomerverblijfplaats! San Stefano!! Ik vraag u. Ik hoû het er niet -uit. Het is waar, het ligt hoog, het is er koel: het klimaat is er -aangenaam: een frische berglucht. Maar, ik heb meer noodig om te leven -dan berglucht. Ik heb meer noodig om te leven dan berglucht. O, u zoû -Urania niet herkennen. Ze is zoo koppig soms. Het staat nu onwrikbaar -vast: 's zomers San Stefano. En het ergste is: ze heeft er papa's hart -meê gestolen. Ik ben dus het kind van de rekening. Ze staan twee tegen -mij, éen. En het allerergste is..., dat Urania gezegd heeft, dat we -heél zuinig moeten zijn, om San Stefano op te knappen. Het is er een -beroemde historische, maar vervallen boel. Wat wil u, we hebben nooit -veine gehad. Nadat er eens een Forte-Braccio Paus is geweest ... is -onze ster getaand en hebben we nooit meer geluk gehad. San Stefano is -het type van vervallen grootheid. U moet het eens zien. Zuinig zijn, -om San Stefano op te knappen! Dat is nu Urania's ideaal. Ze heeft zich -in het hoofd gezet onze voorvaderlijke woning eere aan te doen. Enfin, -ze steelt er papa's hart meê en hij is zijn beroerte te boven gekomen. -Maar begrijpt u nu, dat il povero Gilio armer is dan voor hij aandeelen -had in een kousenfabriek te Chicago??</p> - -<p>Zijn woordenstroom was niet te breidelen. Hij voelde zich diep -ongelukkig, klein, geslagen, getemd, overwonnen, vernietigd en hij had -behoefte zijn hart te luchten. Zij waren de post al voorbij geloopen -en kwamen nu op hun passen terug. Hij zocht sympathie bij Cornélie en -hij vond die in de glimlachende oplettendheid, waarmeê ze zijn klachten -aanhoorde. Zij antwoordde, dat het toch voor Urania prouveerde, dat zij -gevoel had voor San Stefano.</p> - -<p>—O ja, gaf hij nederig toe. Ze is heel goed. Ik had het nooit -gedacht. Ze is op-end-op prinses-hertogin. Het is prachtig. Maar de -tien millioen, weg illuzie! Maar zeg mij, wat ziet u er goed uit! U -wordt iederen keer, dat ik u zie, mooier en mooier. Weet u wel, dat u -een heele mooie vrouw is? U moet zeker heel gelukkig zijn! U is een -bizondere vrouw, ik heb het altijd gezegd. Ik begrijp u niet.... Mag ik -eerlijk spreken? Zijn wij goede vrienden? Ik begrijp u niet. Wat u nu -gedaan heeft, vind ik zoo iets ontzettends.... Ik heb daar nooit van -gehoord in onze wereld.</p> - -<p>—Uw wereld is de mijne niet, prins.</p> - -<p>—Nu ja, maar toch, uw wereld zal daaromtrent wel de zelfde ideeën -hebben. En die kalmte, die fierheid, dat geluk, waarmeê u rustig -doet.... waar u lust in heeft. Ik vind het ontzaglijk. Ik sta ervan -versteld.... En toch ... is het jammer. In mijn wereld is men heel -gemakkelijk.... Maar dàt mag niet!</p> - -<p>—Prins, nog eens, ik heb geen wereld. Mijn wereld is mijn eigen sfeer.</p> - -<p>—Ik begrijp dat niet.... Zeg mij, hoe moet ik het Urania zeggen? Want -ik zoû het zoo heerlijk vinden als u eens kwam te San Stefano. Och -toe, doe het, kom ons eens gezelschap houden. Ik smeek u er om. Wees -barmhartig, doe een goed werk.... Maar zeg mij eerst, hoe moet ik het -aan Urania zeggen....</p> - -<p>Zij lachte.</p> - -<p>—Wat?</p> - -<p>—Dat wat men mij vertelde in de Via dei Serpenti: dat uw adres -voortaan luidde: Via del Babuino, atelier van den heer Van der Staal....</p> - -<p>Zij zag hem, lachende, bijna medelijdend aan.</p> - -<p>—Het is te moeilijk voor u, om te zeggen, antwoordde zij zachtjes -neêrbuigend. Ik zal het zelf aan Urania schrijven en haar mijn gedrag -verklaren.</p> - -<p>Hij was blijkbaar verlucht.</p> - -<p>—Dat is heerlijk, uitstekend! En ... komt u op San Stefano?</p> - -<p>—Neen, ik kan niet, heusch niet.</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—In den kring, waarin u leeft, kan ik niet meer komen, na mijn -verandering van adres, zeide zij, half lachend, half ernstig.</p> - -<p>Hij haalde de schouders op.</p> - -<p>—Hoor eens, sprak hij. U kent onze Romeinsche maatschappij. Als zekere -convenances worden geëerbiedigd ... is alles geoorloofd.</p> - -<p>—Juist, maar die convenances eerbiedig ik juist niet....</p> - -<p>—Dat is dan ook verkeerd van u. Geloof mij, ik zeg het u als vriend.</p> - -<p>—Ik leef naar mijn eigen wet en verlang niet uw wereld binnen te -treden.</p> - -<p>Hij vouwde de handen.</p> - -<p>—Ja, ja, dat weet ik wel. U is een "nieuwe vrouw." U heeft uw eigen -wet. Maar ik smeek u, heb medelijden met mij. Ontferm u over mij. Kom -te San Stefano.</p> - -<p>Zij meende in zijne stem een verleiding te hooren en daarom zeide zij:</p> - -<p>—Prins, al kon het overeenkomen met de convenances van uw wereld ... -dan nog zoû ik niet willen, want ik wil Van der Staal niet verlaten.</p> - -<p>—Kom eerst, en later komt hij. Urania zal hem gaarne raad willen -vragen omtrent eenige artistieke kwesties, betreffende het "opknappen" -van Stefano. Wij hebben daar veel schilderijen. En antieken. Toe, doe -dat. Ik ga morgen naar San Stefano. Urania volgt mij na een week. Ik -zal haar voorstellen u spoedig te vragen....</p> - -<p>—Waarlijk prins ... zoo binnen kort kan ik niet....</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>Zij zag hem lang aan.</p> - -<p>—Wil ik heel eerlijk zijn?</p> - -<p>—Natuurlijk.</p> - -<p>Zij waren de post al een paar malen voorbijgeloopen. Het was doodstil -op straat, er liep niemand. Hij zag haar vragend aan.</p> - -<p>—Nu dan, sprak zij; wij zijn in groote geldelijke moeilijkheden. -Wij hebben op het oogenblik niets in huis. Ik heb mijn kapitaaltje -verloren en het weinigje wat ik verdiend heb met het schrijven van een -artikel is op. Duco werkt hard, maar hij is aan een groot werk bezig -en verdient niets. Over twee maanden wacht hij eenig geld. Maar op dit -oogenblik hebben wij niets. Eenvoudig niets. Daarom ben ik van morgen -in een winkel aan den Tiber gaan informeeren hoeveel de koopman geven -woû voor een paar antieke schilderijen, die Duco verkoopen wil. Hij -scheidt ongaarne van ze. Maar het kan niet anders. U ziet dus, dat ik -niet komen kan. Ik zoû hem niet willen verlaten en dan, ik zoû geen -geld hebben voor de reis en ook geen decente garderobe....</p> - -<p>Hij zag haar aan. Hare opbloeiende schoonheid had hem eerst getroffen; -nu trof hem, dat haar rok wat gesleten was, hare blouse niet frisch -meer was, hoewel zij een paar rozen in den ceintuur droeg.</p> - -<p>—Gesu mio! riep hij uit. En dat vertelt u mij zoo kalm, zoo rustig....</p> - -<p>Zij glimlachte en haalde de schouders op.</p> - -<p>—Wat wil u? Dat ik er over jammer?</p> - -<p>—Maar u is een vrouw ... een vrouw om eerbied voor te hebben! riep hij -uit. Hoe is Van der Staal er onder?</p> - -<p>—Hij is wel een beetje gedrukt. Hij heeft nooit finantieele -moeilijkheid gekend. En het verhindert hem met al zijn talent -te werken. Maar ik hoop hem tot eenigen steun te zijn in dezen -ongelukkigen tijd. U ziet dus, prins, dat ik niet kan komen te San -Stefano.</p> - -<p>—Maar waarom heeft u ons niet geschreven? Waarom ons geen geld -gevraagd?</p> - -<p>—Het is heel lief van u dat te zeggen, maar het idee is zelfs niet -bij ons opgekomen.</p> - -<p>—Te fier?</p> - -<p>—Te fier, ja.</p> - -<p>—Maar wat een toestand? Wat kan ik voor u doen? Mag ik u een paar -honderd lire geven? Ik heb een paar honderd lire bij me. En ik zal -Urania zeggen, dat ik ze u gegeven heb.</p> - -<p>—Neen prins, dank u. Ik ben u heel dankbaar, maar ik kan het niet -aannemen.</p> - -<p>—Van <i>mij</i> niet?</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Van Urania niet?</p> - -<p>—Ook niet van haar.</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—Ik wil mijn geld verdienen en kan geen aalmoes ontvangen.</p> - -<p>—Een mooi principe. Maar voor het oogenblik.</p> - -<p>—Blijf ik het nog getrouw.</p> - -<p>—Mag ik u wat zeggen.</p> - -<p>—Wat dan?</p> - -<p>—Ik bewonder u. Meer dan dat. Ik heb u lief. Zij maakte een beweging -met de hand en fronste de wenkbrauwen.</p> - -<p>—Waarom mag ik dat niet zeggen. Een Italiaan houdt zijn liefde niet -in zich verborgen. Ik heb u lief. U is mooier en edeler en hooger dan -ik mij ooit een vrouw zoû kunnen voorstellen.... Wees niet boos: ik -vraag u niets. Ik ben een mauvais sujet maar op het oogenblik voel ik -waarachtig nog zoo iets in me, dat u op onze oude familieportretten -ziet. Een bij toeval overgebleven atoom van ridderlijkheid. Ik vraag u -niets. Ik zeg u alleen, ook uit Urania's naam nu: u kan altijd op ons -rekenen. Urania zal boos zijn, dat u haar niet geschreven heeft.</p> - -<p>Zij gingen nu de post in en zij kocht een paar postzegels.</p> - -<p>—Daar gaan mijn laatste soldi, zeide zij lachend en toonde haar -leêge beurs. Wij hadden ze noodig voor een paar brieven aan een -tentoonstellingscomité in Londen. Brengt u mij naar huis?</p> - -<p>Zij zag eensklaps, dat hij tranen in zijn oogen had.</p> - -<p>—Neemt u tweehonderd lire van mij aan! smeekte hij.</p> - -<p>Zij dankte glimlachend van neen.</p> - -<p>—Eet u thuis? vroeg hij.</p> - -<p>Zij keek hem komisch aan.</p> - -<p>—Ja, zeide zij.</p> - -<p>Hij wilde niet verder vragen, bang haar te kwetsen.</p> - -<p>—Wees lief, sprak hij; en dineer samen van avond met mij. Ik verveel -mij. Ik heb op het oogenblik geen kennis in Rome. Iedereen is weg. Niet -in het Grand-Hôtel, maar in een gezellige restauratie waar men mij -kent. Ik kom u halen, om zeven uur. Wees lief, en doe het! Om mij!</p> - -<p>Zijn tranen kon hij niet weêrhouden.</p> - -<p>—Gaarne, sprak zij zacht, met haar glimlach.</p> - -<p>Zij stonden in de poort van het huis der Via del Babuino, waar het -atelier was. Hij hief haar hand aan zijn lippen, en kuste ze innig. -Toen groette hij met den hoed en vertrok haastig. Zij ging langzaam -de trappen op, hare aandoening bedwingend, voor zij het atelier -binnentrad.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXIX" id="XXIX">XXIX.</a></h3> - - -<p>Zij vond Duco lusteloos, liggend op den divan. Hij had een zware -hoofdpijn en zij zette zich naast hem.</p> - -<p>—Wel? vroeg hij.</p> - -<p>—De man woû tachtig lire geven voor den Memmi, zeide zij; maar hij -beweerde, dat het tryptiekblad niet was van Gentile da Fabriano: hij -herinnerde zich het blad bij je gezien te hebben.</p> - -<p>—De man leutert, antwoordde hij; of hij zoekt mijn Gentile voor niets -te krijgen.... Cornélie, ik kan ze eigenlijk niet verkoopen.</p> - -<p>Nu Duco, dan zullen we wel wat anders vinden, sprak ze, en legde haar -hand op zijn van hoofdpijn verwrongen voorhoofd.</p> - -<p>—Misschien een paar kleinere dingen, een paar bibelots ... kreunde hij.</p> - -<p>—Misschien ... Wil ik er van middag nog eens teruggaan?</p> - -<p>—Neen, neen ... Dan ga <i>ik</i>. Maar eigenlijk kunnen wij zulke dingen -wel koopen, maar nooit verkoopen.</p> - -<p>—Neen Duco, gaf zij lachende toe. Maar ik heb gisteren geïnformeerd -wat ik voor een paar braceletten krijgen kon, en die zal ik van middag -van de hand doen. En dan kunnen we wel een maand rondscharrelen. Maar -ik woû je iets vertellen. Weet je wien ik ontmoet heb?</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Den prins.</p> - -<p>Zijn voorhoofd fronste.</p> - -<p>—Ik hoû niet van dien ploert, sprak hij.</p> - -<p>—Ik heb het je al eens gezegd, Duco: ik vind hem geen ploert. En ik -geloof ook niet, dat hij dat is. Hij vroeg ons te dineeren voor van -avond, heel eenvoudig.</p> - -<p>—Neen, ik heb geen lust....</p> - -<p>Zij zweeg. Zij stond op, kookte water op een spiritusstel en zette thee.</p> - -<p>—Beste Duco, ik heb het lunch wat genegligeerd. Een kop thee en een -boterham is alles wat ik je kan offreeren. Heb je veel honger?</p> - -<p>—Neen, zeide hij ontwijkend.</p> - -<p>Zij neuriede, terwijl zij de thee inschonk, in een antiek kopje. Zij -sneed het brood en bracht hem zijn kopje op den divan. Toen zette zij -zich naast hem, ook met een kopje in de hand.</p> - -<p>—Cornélie, willen we liever niet lunchen in de osteria....</p> - -<p>Zij toonde hem lachend haar leêge beurs.</p> - -<p>—Hier zijn de postzegels, sprak ze.</p> - -<p>Hij wierp zich ontmoedigd in de kussens.</p> - -<p>—Mijn beste jongen, ging zij voort; wees niet zoo down. Van middag heb -ik weêr geld, van die braceletten. Ik had ze eerder moeten verkoopen. -Heusch Duco, het heeft niets te beteekenen. Waarom heb je niet gewerkt. -Het zoû je opgewekt hebben.</p> - -<p>—Ik had geen lust en ik heb hoofdpijn....</p> - -<p>Zij zweeg even. Toen zeide zij:</p> - -<p>—De prins was boos, dat wij hem niet geschreven hadden om hulp. Hij -woû me tweehonderd lire geven....</p> - -<p>—Je hebt ze toch geweigerd? vroeg hij woest.</p> - -<p>—Natuurlijk, zeide zij kalm. Hij vroeg ons te logeeren op San Stefano, -waar zij van den zomer zijn. Dat heb ik ook geweigerd.</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—Ik zoû geen kleêren hebben Maar jij zoû toch ook geen lust hebben, -wel?</p> - -<p>—Neen, sprak hij mat.</p> - -<p>Zij nam zijn hoofd tegen zich aan en streelde over zijn voorhoofd. -Een breed vak van weêrkaatst middaglicht viel uit de blauwe lucht -buiten door het atelierraam en het atelier was als een ineengewemel -van stoffige kleur, waarin de silhouetten zich uitteekenden met hun -onbewegelijk gebaar en onveranderlijke emotie. De reliefborduursels -der kazuifels en stolen, de purperen en azuurblauwen van Gentile's -tryptiekblad, de mystische weelde van Memmi's engel in zijn mantel van -zwaarkreukend brokaat, de gouden lelietak in de vingers—waren als een -opeengestapelde rijkdom van kleur en flonkerden in dat weêrkaatste -licht als van handenvol juweelen. Op den ezel stond de aquarel der -Banieren, fijn en edel. En zooals zij zaten op den divan, hij leunende -het hoofd tegen haar aan, beiden drinkende hunne thee, waren zij -harmonisch van geluk tegen dien achtergrond van kunst. En het scheen -ongelooflijk, dat zij zich bezorgd maakten over een paar honderd lire, -want het gloeide om hen heen van kleur als edelsteen, en haar glimlach -bleef als een glans. Maar ontmoedigd stonden zijn oogen en slap hing -zijn hand.</p> - -<p>Zij ging dien middag nog even uit, maar kwam spoedig thuis, zeggende, -dat zij de braceletten verkocht had en dat hij nu zonder zorg behoefde -te zijn. En zij zong en bewoog zich vroolijk door het atelier. Zij -had eenige inkoopen gedaan: een amandeltaart, beschuitjes, een half -fleschje port. Zij had dat zelve meêgebracht in een mandje en zij pakte -het al zingend uit. Hare levendigheid wekte hem op; hij stond op en -zette zich eensklaps voor "De Banieren". Hij zag naar het licht en -bedacht, dat hij nog wel een uur kon werken. Een heerlijkheid golfde -in hem op toen hij de aquarel beschouwde: hij vond er veel goeds, veel -moois in. Er was breedheid in en fijnheid; het was modern en toch -geen truc van modernisme: er was gedachte in en toch zuiverheid van -lijn en groep. En de kleur was van een rustige voornaamheid: paarsch -en grijs en wit; violet en grauw en blank; duister, schemer, licht; -nacht, dageraad, dag. De dag vooral, de hoog daar dagende dag, was van -een witte, zelfbewuste zon: een blanke zekerheid, waarin de toekomst -duidelijk werd. Maar als een wolk waren de wimpels, deviezen, vanen, -banieren, uitwaaiende als een heraldische trotschheid boven de -extazehoofden der strijdsters.... Hij zocht zijne kleuren, hij zocht -zijn penseelen, hij werkte met ijver, tot hij geen licht meer had. En -hij zette zich bij haar, gelukkig, tevreden. In de schemering dronken -zij van den port en aten zij van de taart. Hij had wel lust, zeide hij: -hij had honger....</p> - -<p>Om zeven uur werd er geklopt. Hij schrikte op, ging naar de deur, en de -prins trad binnen. Duco's voorhoofd bewolkte, maar de prins zag niets -in het duisterende atelier. Cornélie stak een lamp op.</p> - -<p>—Scusi, prins, zeide zij. Ik ben bepaald verlegen. Duco heeft geen -lust uit te gaan—hij heeft gewerkt en is moê—en ik had niemand om u -een boodschap te zenden, dat wij uw invitatie niet konden aannemen.</p> - -<p>—Maar dat meent u toch niet! Ik had zoo vast gerekend u beiden te -hebben. Wat doe ik anders met mijn avond...!</p> - -<p>En met zijn woordvloed, zijn klagen van bedorven kind, zijn smeeken van -verwende jongen, die zijn zin wilde hebben, begon hij Duco—onwillig, -stroef—over te halen. Duco stond eindelijk op, haalde zijn schouders -op, glimlachte meêlijdend, bijna beleedigend, maar gaf toe. Maar zijn -gevoel van onwil kon hij niet bedwingen; zijn ijverzucht om de vlugge -repartie's van Cornélie en den prins was altijd hevig in hem, als een -pijn. In de restauratie was hij eerst stil. Toen deed hij een poging om -meê te doen in het gesprek, zich herinnerende wat Cornélie hem gezegd -had dien gewichtigen dag in de osteria: dat zij hèm, Duco, liefhad; dat -zij tegen hem opzag, dat zij den prins zelfs niet vergeleek bij hem; -maar.... dat hij niet vroolijk was en geestig.... En om die herinnering -voelende zijn meerderheid, was hij, trots zijn jalouzie, een beetje -glimlachend uit de hoogte tegen den prins, een beetje neêrbuigend en -duldende zijn aardigheid en flirt, omdat het Cornélie amuzeerde, dat -gespeel met vlugge woorden en kort op elkaâr slaande zinnetjes, als de -dialoog van een Fransch tooneelstuk.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXX" id="XXX">XXX.</a></h3> - - -<p>Den volgenden dag zoû de prins 's morgens naar San Stefano gaan en heel -vroeg schreef Cornélie hem het volgende briefje:</p> - -<blockquote> -<p> -Waarde Prins.</p> - -<p>Ik kom tot u met een verzoek. U was gisteren morgen zoo vriendelijk mij -uw hulp aan te bieden. Ik meende toen uw zoo vriendschappelijk aanbod -te kunnen weigeren. Maar ik hoop, dat u mij niet al te grillig vindt -als ik mij van daag tot u wend met het verzoek: leen mij, wat u mij -gisteren wilde aanbieden.</p> - -<p>Leen mij tweehonderd lire. Ik hoop ze u zoo spoedig mogelijk te -kunnen teruggeven. Het behoeft natuurlijk geen geheim voor Urania te -zijn, maar laat Duco het niet weten. Ik heb gisteren mijn braceletten -willen verkoopen, maar er slechts éen verkocht, voor heel weinig -geld. De goudsmid wilde er mij te weinig voor geven, maar éen was ik -wel gedwongen hem voor veertig lire te laten, want ik had geen soldo -meer! En nu kom ik dus een beroep doen op uw vriendschap en u vragen: -sluit in een couvert de tweehonderd lire en laat mij die <i>zelve</i> komen -afhalen bij den portier. Ontvang bij voorbaat de betuiging mijner -innige erkentelijkheid.</p> - -<p>Wat een gezelligen avond heeft u ons gisteren bezorgd. Zoo een paar -uren van vroolijke kout aan een keurig diner doen mij goed. Hoe -gelukkig ik mij voel, onze tegenwoordige toestand van geldelijke -zorg drukt mij wel eens neêr, hoewel ik mij voor Duco ophoud. Tobben -over geld stoort hem in zijn arbeid en knakt hem in zijn werkkracht. -Ik spreek er hem dan ook zoo min mogelijk over, en vraag u dus -uitdrukkelijk: laat hem buiten dit kleine geheim.</p> - -<p>Nogmaals: ik ben u innig dankbaar.</p> - -<p style="margin-left: 70%; font-size: 0.7em;">CORNÉLIE DE RETZ. -</p> -</blockquote> - -<p>Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo -Ruspoli.</p> - -<p>—Is zijne Excellentie al vertrokken?</p> - -<p>De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk.</p> - -<p>—Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief -en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij -even te halen....</p> - -<p>Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief.</p> - -<p>Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de -enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje:</p> - -<blockquote> - -<p>Mijn zeer vereerde.</p> - -<p>Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo -zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te -handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend, -met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen en te -behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk niet zeggen: neem -ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo vrijpostig u een souvenir -te zenden. Toen ik namelijk las, dat u zich gedwongen gevoeld had een -bracelet te verkoopen, deed mij deze mededeeling zulk een hevige smart -aan, dat ik zonder mij te bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, -zoo goed ik kon, een armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten -smeek te willen aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, -zoowel voor Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven.</p> - -<p>Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft mijn -hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs op den -allerhoogsten prijs stel.</p> - -<p> -<span style="margin-left: 55%;">Uw zeer nederige dienaar,</span><br /> -<span style="margin-left: 70%; font-size: 0.7em;">VIRGILIO DI F.B.</span><br /> -</p> -</blockquote> - -<p>Cornélie opende het pakje: zij zag in een fluweelen étui een armband -in Etruskischen stijl: een smalle gouden band bezet met parelen en -saffieren.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h2><a name="XXXI" id="XXXI">XXXI.</a></h2> - - -<p>In de warme dagen van Mei was het ruime atelier, op het Noorden -gelegen, koel, terwijl de stad, buiten, blaakte. Duco en Cornélie -gingen niet uit voor de avond viel en zij er aan dachten ergens te -dineeren. Rome was stil: de Romeinsche wereld was weg, de touristen -waren weg. Zij zagen niemand en hunne dagen vloeiden weg. Hij werkte -met ijver; de "Banieren" waren voltooid: beiden, hunne armen om -elkaârs middel, haar hoofd op zijn schouder, zaten zij er voor, in -een fier glimlachenden trots gedurende die laatste dagen nog vóór de -aquarel verzonden zoû worden naar de Internationale Tentoonstelling te -Knightsbridge, Londen. In hun gevoel voor elkaâr was nog nooit geweest -zoo een reine harmonie, zoo een eenheid van samenstemming, als nu zijn -groote arbeid klaar was. Hij voelde, dat hij nog nooit zoo edel had -gearbeid, zoo vast en zonder weifeling, met zooveel zelfde kracht en -toch zoo teêr en hij was er haar dankbaar voor. Hij bekende haar, dat -hij nooit zoo had kunnen werken, als zij niet met hem had meêgedacht, -had meêgevoeld, in hun ure-lange zitten peinzen, in hun ure-lange -zitten staren op den optocht, de vrouwentheorie, die zich ontwikkelde -uit den in zuilen neêrbrokkelenden nacht naar de Stad van louter nieuwe -blankheid en òplichtenden glasbouw. Een rust was in zijn ziel, nu -hij zoo groot en edel had gearbeid. Een fierheid was in beiden: een -trots om hun leven, om hunne onafhankelijkheid, dat werk van hooge -en voorname kunst. In hun geluk was veel eigendunk en neêrzien op de -menschen, de menigte, de wereld. Vooral in het zijne. In het hare was -iets stillers en iets nederigs, hoewel zij uiterlijk zich fier toonde -als hij Haar artikel over den Maatschappelijken Toestand der Gescheiden -Vrouw was als brochure verschenen en had succes. Haar naam werd met lof -genoemd onder de vooruitstrevende vrouwen. Maar haar eigen daad maakte -haar niet fier, als Duco's kunst haar fier maakte en trotsch op hem, -en trotsch op hun leven en op hun geluk.</p> - -<p>Terwijl zij las in Hollandsche couranten en tijdschriften de -beschouwingen over haar brochure—bestrijdingen dikwijls, maar nooit -kleinachtingen, en steeds erkennende hare autoriteit het woord in deze -zaak te voeren—; terwijl zij haar brochure overlas, rees een twijfel -in haar aan haar eigen overtuiging. Zij voelde hoe moeilijk het is -zuiver te strijden voor een zaak, zooals die symboolvrouwen, daar op -de aquarel, ten strijde togen. Zij voelde, dat zij geschreven had na -eigen leed, na eigen ondervinding, en na eigen leed en ondervinding -alléen; zij zag in, dat zij gegeneralizeerd had haar eigen levens- en -leedgevoel, maar zonder dieperen blik in het wezen dier dingen; niet -uit zuivere overtuiging, maar wel uit bitterheid en boosheid; niet uit -nadenken, maar wel na treurig droomen over eigen lot; niet uit liefde -voor de vrouwen, maar wel uit kleine haat tegen de maatschappij. En zij -herinnerde zich het zwijgen destijds van Duco; zijn stille afkeuring, -zijn intuïtief gevoelen, dat de bron van hare opwelling niet zuiver -was, maar het bittere en troebele van haar eigen ondervinding. Nu had -zij eerbied voor die intuïtie; nu zag zij in het waarlijk zuivere -van hemzelven; nu voelde zij hem—om zijn kunst—hoog, edel, zonder -bijbedoeling in zijn daad, scheppende de schoonheid om haarzelve. Maar -ook voelde zij, dat zij hem hiertoe had gewekt. Dat was haar trots -en haar geluk en inniger had zij hem lief. Maar om haarzelve was zij -nederig. Zij voelde hare vrouwelijkheid, al het complexe van hare ziel, -dat haar verhinderde voort te strijden voor het doel der Vrouwen. En -zij dacht weêr aan hare educatie, aan haar man, haar kort maar treurig -huwelijksleven.... en zij dacht aan den prins. Zij voelde zich zoo -véel, en zij was gaarne éen geweest. Zij wiegelde in tegenstrijdigheid -bij tegenstrijdigheid en zij bekende zich: zij kende niet zichzelve. -Het gaf een schemering van weemoed in haar dagen van geluk....</p> - -<p>Den prins.... Had zij hem niet maar schijnbaar fier verzocht Urania -niet te zeggen, dat zij bij Duco woonde, omdat zijzelve dat wel zeggen -zoû? In waarheid vreesde zij Urania's opinie... Haar hinderden de -oneerlijkheden van het kleine leven: zij noemde de kruispunten van -haar lijn met andere kleine-menschen-lijnen: het kleine leven. Waarom, -zoodra zij kruiste zulk een punt, voelde zij als bij instinct, dat -eerlijkheid niet altijd was verstandig? Waar was haar fierheid en haar -trotschheid—niet schijnbaar, maar in werkelijkheid—zoodra zij vreesde -voor Urania's kritiek, zoodra zij vreesde, dat die kritiek haar in het -een of ander opzicht kon nadeel zijn? En waarom sprak zij Duco niet -over Virgilio's armband? Zij sprak hem van de duizend lire niet, omdat -zij wist, dat geldzaken hem drukten, en dat hij van den prins niet -leenen wilde. Want zoo hij hiervan wist, zoû hij niet werken kunnen met -zijn gewone kracht en lust en ijver.... Nu had hij onbezorgd gearbeid -en haar verzwijgen was voor edel doel geweest. Maar waarom sprak zij -niet van Gilio's bracelet....</p> - -<p>Zij wist het niet. Zij had een paar keer, heel natuurlijk weg willen -zeggen: zie, dat heb ik van den prins, omdat ik dien eenen armband heb -verkocht.... Maar zij vermocht het niet te zeggen. Waarom, zij wist -het niet. Was het om Duco's jalouzie? Zij wist het niet, zij wist het -niet. Zij vond het rustiger den armband te verzwijgen, ook niet te -dragen. Zij had hem eigenlijk gaarne willen terug zenden aan den prins. -Maar zij vond dat onheusch na al zijn vriendelijkheid, na al zijn -bereidwilligheid haar bij te staan.</p> - -<p>En Duco.... hij dacht, dat zij de braceletten goed verkocht had, hij -wist, dat zij van haar uitgever geld ontvangen had, voor haar brochure. -Hij vroeg niet verder, en dacht verder niet over geld. Zij leefden heel -eenvoudig.... Maar toch hinderde het haar, dat hij niet wist, al was -het voor zijn arbeid goed geweest, dat hij niet had geweten.</p> - -<p>Het waren kleine dingen. Het waren kleine wolkjes over de gouden -luchten van hun groot en edel leven: hun leven, waar zij trotsch op -waren. En zij zag ze alleen. En als zij zag zijn oogen, waaruit zijn -levensfierheid straalde, als zij hoorde zijn stem, zoo zeker klinkend -van zijn nieuwe werkkracht en levenstrots, en als zij voelde zijn -omhelzing, waarin zij trillen voelde heel zijn geluk om haar ... zag -zij de wolkjes niet meer, voelde ze in zich trillen heel haar geluk om -hem, en had zij hem zoo lief, dat zij had kunnen sterven in zijn armen.</p> - - -<h4>EINDE VAN HET EERSTE DEEL.</h4> - - -<hr class="full" /> - - -<h1><a id="LANGS_LIJNEN_VAN_GELEIDELIJKHEID"></a>LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID</h1> - -<h4>DOOR</h4> - -<h2>LOUIS COUPERUS</h2> - -<h4>TWEEDE DEEL</h4> - -<h5>L. J. VEEN—UITGEVER—AMSTERDAM</h5> - -<h5>1887</h5> - -<hr class="full" /> - -<h3><a id="XXXII"></a>XXXII.</h3> - - -<p>Urania schreef allerliefst. Dat zij het, met den ouden prins, heel -stil hadden op San Stefano; daar zij geen logé's vroegen omdat het -kasteel te somber, te vervallen, te eenzaam was, maar dat zij het -allergezelligst vinden zoû als Cornélie eenigen tijd bij hen kwam -doorbrengen. En, voegde zij er bij, zij zoû Mr. Van der Staal ook eene -invitatie zenden. De brief was geadresseerd: Via dei Serpenti, en -werd Cornélie van hare vroegere woning nagezonden. Zij begreep dus, -dat Gilio niet had gesproken van haar wonen in Duco's atelier, en zij -begreep tevens, dat Urania hun liaison aannam, zonder kritiek....</p> - -<p>De aquarel der Banieren was naar Londen verzonden en in het atelier, -steeds koel, terwijl de stad blaakte, hing eene lichte werkeloosheid -en vage verveling, nu Duco niet meer werkte. En Cornélie antwoordde -Urania, dat zij gaarne aannam en beloofde over een week te zullen -komen. Zij was blij, dat zij op het kasteel geen andere gasten zoû -aantreffen, want zij had geen toiletten voor een vie-de-château. Maar -met haar tact verfrischte zij haar garderobe, zonder veel geld uit -te geven. Het nam haar al die dagen in beslag en zij naaide, terwijl -Duco op den divan lag en cigaretten rookte. Hij ook had aangenomen, om -Cornélie, en omdat die streek van het meer van San Stefano, waarover -het kasteel heen zag, hem aantrok. Hij beloofde Cornélie glimlachend -niet zoo stroef te zijn. Hij zoû zijn best doen vriendelijk te zijn. -Hij zag wat hoog neêr op den prins. Hij vond hem een kwâjongen, zoo -geen ploert meer. Hij vond hem een kind, zoo niet onedel en laag.</p> - -<p>Cornélie vertrok; hij bracht haar naar het station. In het rijtuig -kuste zij hem innig en zeide, hoe zij hem missen zoû, die enkele -dagen.... Of hij gauw zoû komen? Over een week? Zij zoû naar hem -verlangen: zij kon niet buiten hem. Zij zag hem diep in zijn oogen, die -zij liefhad. Hij ook, hij zeide, hoe hij zich vervelen zoû, zoo zonder -haar. Kon hij niet vroeger komen? vroeg ze. Neen, Urania had den datum -vastgesteld....</p> - -<p>Toen hij haar hielp in een coupé der tweede klasse was zij verdrietig -te gaan zonder hem. De coupé was vol, zij nam de laatste plaats in. -Zij zat tusschen een dikken boer en een oude boerevrouw: de boer hielp -haar vriendelijk met haar valiesje in het net te plaatsen, en vroeg -of het haar niet hinderen zoû, als hij zijn pijpje rookte. Zij zeide -vriendelijk van neen. Over hen zaten twee priesters in versleten -soutanes, en tusschen hun voeten hadden zij een onaanzienlijk bruin -houten kistje staan: het was het Heilige Oliesel, dat zij brachten aan -een stervende.</p> - -<p>De boer maakte een praatje met Cornélie en vroeg of zij vreemdelinge -was, en zeker Engelsch? De oude boerevrouw bood haar een mandarijn.</p> - -<p>Het andere gedeelte van de coupé was ingenomen door een burgerfamilie, -vader, moeder, een jongentje en twee kleine zusjes. De boemeltrein -schudde, rammelde en slingerde, hield telkens op. De zusjes neurieden. -Aan een station steeg uit de eerste klasse een dame met een meisje van -vijf jaar, in wit japonnetje en met witte struisveêren op den hoed.</p> - -<p>—Oh, che bellezza! riep het jongentje. Mama, mama, kijk! Is zij niet -mooi? Is zij niet heerlijk? Divinamente! Oh, mama...!</p> - -<p>Hij sloot zijne zwarte oogen, verliefd, verblind, door het witte -meisje van vijf jaar. De ouders lachten, de priesters lachten, allen -glimlachten. Maar het jongentje was niet verlegen.</p> - -<p>—Era una bellezza! herhaalde hij nog eens met overtuiging en met een -blik in het rond.</p> - -<p>Het was heel warm in den trein. Buiten gloeiden de bergen wit -aan de kimmen en glanstrilden als een vuur met weêrschijn van -opaal. Vlak aan den spoorweg rees een rij van eucalyptusboomen, de -bladeren sikkelvormig, een zwaren geur uitbroeiend. In de vlakte, -dor en verschroeid, graasden de wilde buffels, onverschillig hun -zwarten kroeskop oprichtend naar den trein. De boemeltrein schudde, -rammelde en slingerde, hield telkens op. In de stikkende broeiwarmte -slaapknikkelden de koppen op en neêr, terwijl een lucht van zweet, -tabaksrook en oranjeschil zich mengde met den wasem der eucalyptussen -buiten. De trein zwenkte een bocht, rammelde als een speelgoedtreintje -—blikken wagentjes, die bijna buitelden over elkaâr. En een effen -reep van rimpelloos lazuur: spiegel, metaal, kristal, saffier, werd -zichtbaar en verbreedde zich tot een ovalen beker tusschen glooiïngen -van bergland, gelijk een zeer diep neêrgezette vaas, waarin een heilige -vloeistof heel blauw en zuiver onbewogen werd bewaard, en beschermd -door een muur van rotsige heuvelen, die hooger opklommen en hooger, -tot, bij het rammelend zwenken van den trein, rondom den klaren beker, -hoog op een piek een slot zich hief, rotskleurig, breed, massief en -kloosterachtig, met de helling af neêrloopende arcaden. Edel en somber -droefgeestig rees het op en nauwlijks was zichtbaar uit den trein, wat -rots was en wat bouwsteen, alsof het éene barheid was, alsof het slot -natuurlijk uit de rots gegroeid was en in zijn groei had aangenomen -iets van den vorm van menschelijke woning uit heel vroegere tijden. -En of de ovale beker met zijn heilig blauwe water een goddelijke -ontvangschaal was, sloten de bergen het meer van San Stefano af en hief -zich het kasteel gelijk zijn sombere waker.</p> - -<p>De trein slingerde even met een arabesk langs het water, maakte een -bocht, en weêr een en hield op: San Stefano. Het was eene kleine -stille stad, slaperig in de zon, zonder eenig leven en verkeer, en -alleen 's winters iederen dag bezocht door toeristen, die uit Rome den -Dom kwamen bezichtigen en het kasteel, en in de osteria den landwijn -proefden. Toen Cornélie uitstapte, zag zij dadelijk den prins.</p> - -<p>—Hoe lief, dat u ons in ons uilennest komt opzoeken! zeide hij -opgetogen en drukte hare handen.</p> - -<p>Hij leidde haar door het station naar zijn rijtuigje, een soort panier, -met twee kleine paardjes, en een kleinen groom. Een kruier zoû den -koffer brengen naar het kasteel.</p> - -<p>—Ik vind het heerlijk, dat u komt! herhaalde hij nog eens. U is nog -nooit in San Stefano geweest? U weet, dat de Dom beroemd is. Ik rijd u -de heele stad door, de weg naar het kasteel is achterom....</p> - -<p>Hij had een glimlach van pleizier. Hij zette de paardjes aan met -zijn tong, met een herhaald schudden aan de teugels, als een kind. -Zij vlogen over den weg, tusschen de lage, slaperige huisjes, over -de plaats, waar in den gloei van de zon de prachtige Dom rees, -lombardisch-romaansch van stijl, begonnen in de elfde, bijgebouwd in -eeuw na eeuw, met links de campanile, rechts het battisterio: wonderen -van bouwkunst in marmer, rood, zwart en wit, éen beeldhouwwerk van -engelen, heiligen en profeten en overpoeierd als met een dikke stof -van oudheid, die de kleuren van het marmer al lang getemperd had -tot roze, grijs en geel en tusschen de groepen nevelde, als het -allereenigste, dat over was gebleven van al die eeuwen, of zij tot stof -waren gezonken tusschen iedere voeg.</p> - -<p>De prins reed over een lange brug, wier bogen waren de overblijfselen -van een antiek aquaduct, en nu stonden in de rivier, geheel verdroogd -en waarin kinderen speelden. Toen liet hij de paardjes stapvoets -klimmen, de weg klom steil naar boven, dor en rotsig zich boven de -neêrzinkende valleien van olijven opslingerend naar het slot, en wijder -steeds uitziende over het steeds wijder uitbreidende panorama van de -in de zon vergloeide blauwig witte bergen en opalen horizonnen, met -plotseling een blik op het meer: de ovale beker, dieper en dieper -neêrgezonken, nu als in een gecanneleerden rand van zongeschroeide -heuvels, dieper en afgronddieper blauwend, en opvangend in zijn -mystisch blauw, al het blauw van den hemel, tot de lucht er tusschen -trilde, als met lange lichtspiralen, die wemelden voor de oogen. Tot -plotseling een bedwelming aandreef van oranjebloesem, een adem zwaar -en zinnelijk als van een hijgende liefde, of duizende monden geuradem -bliezen, die stikkend bleef hangen in de windstille lichtatmosfeer, -tusschen hemel en meer.</p> - -<p>De prins, blij, druk, sprak veel, wees hier, wees daar met zijn zweep, -smakte tegen de paardjes, vroeg wat aan Cornélie, of zij de streek -niet mooi vond.... Langzaam, spierig spannend de achterbeenen, trokken -de paardjes op. Het slot breidde zich uit, massief, massaal. Het meer -zonk weg. De horizonnen werden wijder, als een wereld; zweem van een -bries woei iets weg van den oranjebloesemadem. De weg werd breed, -gemakkelijk, vlak. Als een fort, als een stad, breidde zich het slot -uit, achter zijn getinde muren met poort bij poort. Zij reden binnen, -over een hof, onder een gewelf een tweede hof binnen, door een tweede -gewelf een derde hof in. En Cornélie omving een gevoel van ontzag, een -vizioen van zuilen, bogen, beelden, arcades en fonteinen. Zij stegen -uit.</p> - -<p>Urania kwam haar tegemoet, omhelsde, verwelkomde haar met innigheid en -bracht haar de trappen op, de gangen door naar hare kamer. De vensters -stonden open; zij zag uit op het meer en op de stad en op den Dom. En -nog eens kuste Urania haar en deed haar zitten. En het viel Cornélie -op, dat Urania mager was geworden en niet meer had haar vroegere -schittermooiheid van Amerikaansch jong meisje, met dat onbewuste van -cocotte, in haar oogen, in haar glimlach, in haar kleeding. Zij was -veranderd. Zij was een beetje afgevallen, en zij was niet zoo mooi -meer, alsof haar schoonheid was geweest een schijn van korten tijd, -meer frischheid dan lijn. Maar had zij haar glans verloren, zij had -gewonnen een zekere distinctie, een zekeren stijl: iets, dat Cornélie -verbaasde. Hare gebaren waren stiller, haar stem was zachter, haar mond -scheen kleiner en spleet niet telkens open om witte tanden te toonen; -haar toilet was doodeenvoudig: een blauwe rok en witte blouse. Cornélie -had moeite te begrijpen, dat de jonge prinses di Forte-Braccio, -hertogin di San Stefano, miss Urania Hope was, uit Chicago. Een weemoed -was over haar gekomen, die haar flatteerde, al was zij minder mooi. -En Cornélie dacht, dat zij eenig verdriet had, dat haar temperde en -nuanceerde, maar dat zij ook met tact zich voegde naar hare zoo geheel -nieuwe omgeving. Zij vroeg Urania of zij gelukkig was. Urania zei van -ja, met haar glimlach van weemoed, die zoo nieuw was en zoo verbaasde. -En zij vertelde. In Nice hadden zij een aardigen winter gehad. Maar -met een cosmopolitischen club van kennissen, want hoewel haar nieuwe -familie heel vriendelijk was, was ze zeer neêrbuigend en Virgilio's -kennissen—vooral de dames—sloten haar bijna beleedigend uit. Zij had -al in haar bruiloftsdagen gemerkt, dat de aristocratie haar tolereeren -zoû, maar dat men nooit vergeten kon, dat zij de dochter was van Hope, -tricot-fabrikant in Chicago. Zij had gezien, dat zij niet de eenige -was, die, al was zij nu prinses, hertogin, geduld werd en geduld alleen -om hare millioenen: er waren er anderen als zij. Vriendschap had zij -niet gesloten. Men was gekomen op haar jours en bals: men was met Gilio -frère et compagnon en koek en ei; de dames tutoyeerden hem, lachten -met hem, flirtten met hem en schenen het heel goed te vinden, dat hij -een paar millioen getrouwd had.... Tegen Urania waren zij maar even, -ternauwernood, beleefd. De dames vooral, de heeren waren gemakkelijker. -Maar het deed haar leed, vooral van al die hooge vrouwen van adel—al -de beroemde namen van Italië—die haar neêrbuigend bejegenden, en -altijd haar wisten uit te sluiten buiten elke intimiteit, elke intime -bijeenkomst, elke intime samenwerking voor feesten, van liefdadigheid. -Was alles al besproken, dan vroegen zij aan de prinses di Forte-Braccio -om meê te doen, dan boden zij haar de plaats aan, die haar toekwam, -en zelfs met scrupuleuze nauwgezetheid. Duidelijk behandelden zij haar -als prinses en gelijke voor de wereld, voor het publiek. Maar in haar -eigen côterie bleef zij Urania Hope. En de enkele andere burgerlijke -millionair-elementen zochten haar, natuurlijk, op, maar <i>zij</i> hield -die terug en Gilio vond dat goed. En wat had Gilio haar gezegd, toen -zij hem haar nood eens klaagde? Dat zij, met tact, zeer zeker haar -pozitie winnen zoû, maar met een groot geduld en na vele, vele jaren. -Zij weende nu, haar hoofd op Cornélie's schouder: ach, zij, ze dacht: -wel nooit zoû zij ze winnen, die trotsche vrouwen! Wat was ook zij, een -Hope, vergeleken bij al die beroemde geslachten, die te zamen Italië's -oude glorie maakten en zich, als de Massimo's, lieten afstammen van de -Romeinen?</p> - -<p>Of Gilio lief was? Jawel, maar dadelijk had hij haar behandeld als -"zijn vrouw". Al zijne aardigheid, al zijne vroolijkheid was voor -anderen: hij sprak nooit veel met haar. En de jonge prinses weende: zij -voelde zich eenzaam, zij verlangde soms naar Amerika. Zij had ook nu -haar broêr bij zich gevraagd, een aardige jongen van zeventien jaar, -die bij gelegenheid van haar huwelijk was overgekomen en wat gereisd -had door Europa, voor hij weêr naar zijn hoeve trok, in de Far West. -Hij was haar lieveling, hij troostte haar, maar over enkele weken zoû -hij gaan. En wat hield zij dan over? O, wat was ze blij, dat Cornélie -gekomen was! En wat zag ze er goed uit, zoo mooi als zij haar nog nooit -had gezien! Van der Staal had aangenomen: hij kwam over een week. -Fluisterend vroeg ze: zouden zij niet trouwen? Cornélie antwoordde -beslist van neen; zij trouwde niet, zij trouwde nooit meer. En in eens, -oprecht, zich niet kunnende verbergen voor Urania, deelde zij haar -mede, dat zij niet meer woonde in de Via dei Serpenti: dat ze woonde -in Duco's atelier. Urania schrikte voor dat breken met alle conventie, -maar zij beschouwde haar vriendin als een vrouw, die dingen mocht doen, -die een ander niet doen mocht. Dus alleen hun geluk en hun liefde, -fluisterde zij als bang, en zonder de maatschappelijke sanctie? Urania -herinnerde zich Cornélie's imprecaties tegen het huwelijk en vroeger, -tegen den prins. Maar nu mocht zij Gilio toch wel een beetje? O, zij, -Urania, zoû niet jaloersch meer zijn. Zij vond het heerlijk, dat -Cornélie gekomen was, en Gilio, die zich verveelde, had ook zoo naar -haar uitgezien. Och neen, Urania was niet meer jaloersch....</p> - -<p>En haar hoofd op Cornélie's schouder, en hare oogen altijd vol tranen, -scheen zij alleen maar wat vriendschap, wat vriendelijkheid te vragen, -wat lieve woorden en liefkoozing, het rijke Amerikaansche kind, dat nu -den titel droeg van een oud Italiaansch geslacht. En Cornélie voelde -voor haar, omdat zij leed, omdat zij niet meer was een kleine mensch, -wier levenslijn haar lijn toevallig kruiste. Zij sloot haar in haar -armen, zij troostte haar—het schreiende prinsesje—als met een nieuwe -vriendschap: zij nam haar als vriendin aan in haar leven, niet meer -als kleine mensch. En toen Urania zich, staaroogend, herinnerde de -waarschuwing van Cornélie, sprak Cornélie daarover heen en zei, dat -zij, Urania, meer moed moest hebben. Tact had zij, ingeboren. Maar -moedig moest zij zijn, het leven onder oogen zien....</p> - -<p>Zij stonden op, en voor het open venster, elkaâr omvattend in de armen, -zagen zij uit. De klokken van den Dom beierden in de lucht; de Dom rees -edel, trotsch op uit heel laag dakgewriemel, een reuzekathedraal voor -zulk een kleine stad: immens symbool van geestelijke heerschersmacht -over het eerbiedig neêrgeknielde dakenstadje. En het ontzag, dat -Cornélie vervuld had in den hof, tusschen de arcades, beelden en -fonteinen, vervulde haar opnieuw, omdat een roem en grootheid, -stervende, maar niet gestorven, vermolmd, maar niet verteerd, scheen -op te schemeren en schaduwen uit het mystieke blauw van het meer, uit -den eeuwenbouw der kathedraal, langs de oranje-heuvels tot in het slot, -waar aan een open raam een vreemde jonge vrouw stond, ontmoedigd, maar -wier millioenen die schim van roem en grootheid eischte om voort te -duren, nog enkele geslachten na....</p> - -<p>Het is mooi en hoog, zooveel verleden, dacht Cornélie. Het is groot.... -Maar toch is het niets meer. Het is een schim. Want het is weg, het is -alles weg, het is alles maar herinnering van adeltrotsche menschen, van -eng denkende zielen, die niet naar de toekomst zien....</p> - -<p>En de toekomst, met een verwarring van sociale raadsels, met het gewuif -van nieuwe banieren en wimpels, wemelde toen voor haar blik, in de -lange lichtspiralen, die, blauwe vraagteekens, trillerden voor hare -oogen, tusschen het meer en den hemel.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXIII" id="XXXIII">XXXIII.</a></h3> - - -<p>Cornélie had zich verkleed en zij ging hare kamer uit. Zij liep den -corridor af en zag niemand. Zij wist den weg niet, maar liep voort; -plotseling, voor haar, treedde een breede trap naar beneden, tusschen -twee reien van marmeren reuzenkandelabers, en Cornélie kwam in een -atrio, die opende op het meer: de wandvakken met fresco's, van -Mantegna—in beeld gebrachte daden der San Stefano's—welfden naar een -koepel toe, die, met lucht en wolkjes beschilderd, open scheen en waar, -rondom een balustrade, zich neêrkijkende engeltjes en nimfen groepten.</p> - -<p>Zij trad naar buiten en zag Gilio. Hij zat op de balustrade van het -terras, rookte een cigarette en zag uit naar het meer. Nu kwam hij -naar haar toe.</p> - -<p>—Ik wist bijna zeker, dat u hier langs zoû komen. Is u niet moê? Mag -ik u eens rondleiden? Heeft u onze Mantegna's gezien? Ze hebben veel -geleden. Ze zijn in het begin van deze eeuw gerestaureerd. Ja, ze zien -er gedelabreerd uit, niet waar? Ziet u die kleine mythologische scène -daarboven, van Giulio Romano? Kom hier, door deze poort. Maar ze is -gesloten. Wacht....</p> - -<p>Hij riep buiten, iets naar beneden. Na een poos kwam een oude dienaar -met zwaren sleuteltros en bood ze den prins.</p> - -<p>—Ga maar, Egisto! Ik weet de sleutels wel.</p> - -<p>De man ging. De prins opende een zware bronzen deur. Hij wees haar de -reliefs.</p> - -<p>—Giovanni da Bologna, zeide hij.</p> - -<p>Zij gingen voort, door een zaal met arazzi; de prins wees het plafond -van Ghirlandajo aan: apotheoze van den eenigen Paus uit het geslacht -der San Stefano's. Toen door een zaal met spiegels, beschilderd door -Mario de'Fiori. De stoffige mufheid van een niet onderhouden muzeum, -met een waas van verwaarloozing en onverschilligheid, beklemde den -adem; de witte zijden venstergordijnen waren geel van ouderdom, -bezoedeld door vliegen; de roode overgordijnen van Venetiaansch damast -hingen aan rafel en rag, door mot opgevreten; de beschilderde spiegels -waren dof verweerd; van de Venetiaansche glaskronen de armen gebroken. -Slordig ter zijde geschoven, stonden als rommel op een zolder, de -kostbaarste kabinetten, ingelegd met bronzen, parelmoêren en elpen -paneelen, mozaiektafels van lapis-lazuli, malachiet en groene, gele, -zwarte en roze marmers; de arazzi: Saul en David, Esther, Holofernus, -Salomo, leefden niet meer met de emotie der figuren, alsof zij verstikt -waren onder de grauwe laag van stof, die dik poeierde boven hun vergane -weefsels, en alle kleur neutralizeerde.</p> - -<p>Door de immense zalen, half donker in haar gordijnenduister, dreef als -een weemoed, een melancholie van verbittering, hopeloos, overwonnen, -een langzame versterving van grootheid en grootschheid; tusschen de -meesterstukken der beroemdste schilders gaapten treurige vakken van -leêgte, getuigend van nijpend geldgebrek, van schilderijen, toch voor -fortuinen nog verkocht.... Cornélie herinnerde zich iets, enkele jaren -her, van een proces, van een poging om, tegen de wet in, Rafaëls -over de grenzen te zenden en te verkoopen in Berlijn.... En door de -spectrale zalen leidde Gilio haar, vroolijk als een jongen, luchtig als -een kind, blij zijne afleiding te hebben, haar haastig, zonder liefde -en belang namen noemend, die hij gehoord had van zijn kindsheid, maar -zich toch vergissende, zich verbeterende, en eindelijk lachend er voor -uitkomend, dat hij niet meer wist.</p> - -<p>—En hier is de camera degli sposi....</p> - -<p>Hij zocht aan den sleutelbos, lezend op de koperen etiquette, opende -knarsend toen de deur, en zij traden binnen.</p> - -<p>En het was eensklaps als een innige exquize pracht van intimiteit: een -groot slaapvertrek, geheel goud, geheel dof goud, vertaand en verteerd -en verteederd goudweefsel; aan de wanden arazzi van goudkleur: de -geboorte van Venus uit het gulden schuim van een gouden oceaan, Venus -met Mars, Venus met Adonis, Venus met Cupido: de bleekroze naaktheid -der mythologie heel even oplevend in niets dan gouden atmosfeer en -sfeer, in gouden bosschen tusschen bloemen van goud; en cupido's en -zwanen en duiven en evers van goud; pauwen van goud aan fonteinen van -goud; water en wolken van goudelement, en al het goud vertaand en -verteerd en verteederd tot éen kwijnenden zonsondergang van stervende -glanzen: het praalbed goud, onder een baldakijn van goudbrokaat, waarop -de familiewapens zwaar en relief geborduurd: de sprei van goud, maar -àl het goud zonder leven; al het goud tot een weemoed geworden van -bijna grauwende glinstering, uitgewischt, weggevaagd, afgestompt, of de -stoffige eeuwen er eene schaduw over hadden geslagen, er spinneweb over -hadden gespreid.</p> - -<p>—Wat is dit mooi! zei Cornélie.</p> - -<p>—Onze beroemde bruidskamer, lachte de prins. Vreemde ideeën hadden -die oude lui, den eersten nacht te slapen in zoo een bizonder vertrek. -Trouwden zij in onze familie, dan sliepen zij hier den eersten nacht. -Het was zoo een bijgeloof. De jonge vrouw bleef alleen trouw, als zij -hier den eersten nacht met haar gemaal had doorgebracht. Arme Urania! -Wij hebben hier niet geslapen, signora mia, tusschen al die indecente -godinnen der liefde. Wij huldigen de familietraditie niet meer. Urania -is dus door het noodlot gedoemd mij ontrouw te worden. Tenzij ik die -doem van haar overneem....</p> - -<p>—In die familie-traditie werd van de trouw van de mannen zeker niet -gerept?</p> - -<p>—Neen, daar werd—en wordt nog altijd—heel weinig prijs op -gesteld....</p> - -<p>—Het is prachtig, herhaalde Cornélie, en zag rond. Wat zal Duco het -hier prachtig vinden. O prins, ik heb nog nooit zoo een kamer gezien! -Zie Venus daar met Adonis gewond, zijn hoofd in haar schoot, de nimfen -weeklagend er om.... Het is een sprookje....</p> - -<p>—Het is mij te veel goud....</p> - -<p>—Misschien was het vroeger zoo, te veel goud....</p> - -<p>—Veel goud, dat denoteerde rijkdom en liefdekracht. De rijkdom is nu -voorbij....</p> - -<p>—Maar nu is het goud zoo verzacht, zoo vergrauwd....</p> - -<p>—De liefdekracht is gebleven: de San Stefano's hebben steeds veel -bemind.</p> - -<p>Hij schertste door en toonde de wulpschheid der tafereelen en waagde -een toespeling.</p> - -<p>Zij deed of zij niet hoorde, zij zag naar de afazzi. In de -tusschenvakken dronken gouden pauwen aan gouden fonteinen en speelden -cupido's met duiven.</p> - -<p>—Ik hoû zooveel van je! fluisterde hij aan haar oor en omvatte haar -middel. Engel, engel!</p> - -<p>Zij weerde hem af.</p> - -<p>—Prins....</p> - -<p>—Zeg Gilio...!</p> - -<p>—Waarom kunnen wij niet liever goede vrienden blijven....</p> - -<p>—Omdat ik meer dan vriendschap wil.</p> - -<p>Zij maakte zich nu geheel los.</p> - -<p>—Ik niet, antwoordde zij koel.</p> - -<p>—Heeft u dan alleen éen lief?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Dat kan niet zijn.</p> - -<p>—Waarom....</p> - -<p>—Omdat u hem dan zoû trouwen. Als u niemand liefhad dan hem, Van der -Staal, zoû u hem trouwen.</p> - -<p>—Ik ben tegen het huwelijk.</p> - -<p>—Praatjes. U trouwt hem niet om vrij te zijn. En als u vrij wil zijn, -mag ik ook vragen, mijn moment van liefde.</p> - -<p>Zij zag hem vreemd aan, hij voelde hare minachting.</p> - -<p>—U begrijpt ... mij in het geheel niet, sprak zij langzaam en -medelijdend.</p> - -<p>—U mij wel.</p> - -<p>—O ja. U is zoo heel eenvoudig.</p> - -<p>—Waarom wil u niet?</p> - -<p>—Omdat ik niet wil.</p> - -<p>—Waarom niet?</p> - -<p>—Omdat ik niet voor u voel.</p> - -<p>—Waarom niet!? dwong hij, en zijn handen krimpten ineen.</p> - -<p>—Waarom niet? herhaalde zij. Omdat ik u vroolijk en aardig vind om -gekheid meê te maken, maar omdat uw temperament verder niet beantwoordt -aan het mijne.</p> - -<p>—Wat weet u van mijn temperament?</p> - -<p>—Ik zie u.</p> - -<p>—U is geen dokter.</p> - -<p>—Ik ben een vrouw.</p> - -<p>—En ik een man.</p> - -<p>—Maar niet voor mij.</p> - -<p>Razend, met een vloek, pakte hij haar in zijn trillende armen. Voordat -zij het verhinderen kon, had hij haar woest gezoend. Zij wrong zich los -en sloeg hem vlak in zijn gezicht. Hij vloekte weêr, greep wild, maar -hooger richtte zij zich op.</p> - -<p>—Prins! zeide zij, luid schaterlachend; u denkt toch niet mij te -kunnen dwingen?</p> - -<p>—Natuurlijk.</p> - -<p>Zij lachte schamper.</p> - -<p>—U kan niet, zeide zij luid. Want ik wil niet en ik laat mij niet -dwingen.</p> - -<p>Hij zag rood, hij was razend. Hij was nog nooit zoo getart en -weêrstaan, hij had altijd overwonnen.</p> - -<p>Zij zag hem stormen op haar af, maar rustig wierp zij de deur der kamer -open.</p> - -<p>De lange galerijen en zalen strekten zich uit, als eindeloos. Er was -iets in dat perspectief van ancestrale ruimte, dat hem weêrhield. Hij -was meer woest, dan beredeneerd geweldenaar. Zij liep heel langzaam -voort, aandachtig kijkend links en rechts.</p> - -<p>Hij voegde zich aan hare zijde.</p> - -<p>—U heeft me geslagen, hijgde hij, razend. Dat vergeef ik u nooit. -Nooit!</p> - -<p>—Ik vraag u vergeving, sprak zij met haar liefste stem en lach. Ik -moest mij toch verdedigen.</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—Prins, zeide zij met overreding; waarom nu toch die boosheid en die -passie en die drift. U kan zoo lief zijn; verleden in Rome was u zoo -charmant. Wij waren zulke goede vrienden. Ik genoot van uw conversatie -en uw geest en van uw goed hart. Nu is alles bedorven.</p> - -<p>—Neen, smeekte hij.</p> - -<p>—Jawel. U wil me niet begrijpen. Uw temperament antwoordt niet aan het -mijne. Begrijpt u dat niet? U dwingt me grofheden te zeggen, omdat u -zelf grof is.</p> - -<p>—Ik...?</p> - -<p>—Ja; u gelooft niet aan de eerlijkheid van mijn onafhankelijkheid.</p> - -<p>—Neen!</p> - -<p>—Is dat dan hoffelijk tegenover een vrouw?</p> - -<p>—Ik ben maar hoffelijk, tot zeker oogenblik.</p> - -<p>—Wij zijn dat oogenblik voorbij. Wees dus nu weêr hoffelijk als -vroeger.</p> - -<p>—U speelt met mij. Ik zal het nooit vergeten, ik zal mij wreken.</p> - -<p>—Dus een strijd op leven en dood?</p> - -<p>—Neen, op zege, voor mij....</p> - -<p>Zij waren de atrio genaderd.</p> - -<p>—Ik dank u voor uw rondgeleide, zeide zij, een beetje spotachtig. De -camera degli sposi, vooral, was magnifique. Laat ons niet meer zoo boos -zijn.</p> - -<p>Zij bood haar hand.</p> - -<p>—Neen, zeide hij; u heeft mij hier geslagen in mijn gezicht. Mijn wang -gloeit nog. Ik neem uw hand niet aan.</p> - -<p>—Arme wang, plaagde zij. Arme prins! Sloeg ik hard?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Hoe kan ik dien gloed weêr dooven?</p> - -<p>Hij zag haar aan, nog hijgend, boos en rood, met flonkerende -karbonkeloogen.</p> - -<p>—U is zoo coquet, als ik geen Italiaansche ken.</p> - -<p>Zij lachte.</p> - -<p>—Met een zoen? vroeg zij.</p> - -<p>—Demon! siste hij tusschen zijne tanden.</p> - -<p>—Met een zoen? herhaalde zij.</p> - -<p>—Ja, sprak hij. Daar, in onze camera degli sposi.</p> - -<p>—Neen, hier.</p> - -<p>—Demon! zei hij, zachter nog en sissender. Zij kuste hem vluchtig. -Toen bood zij hem de hand.</p> - -<p>—En nu is dit voorbij. Het incident gesloten.</p> - -<p>—Engel, duivelin, siste hij haar achterna.</p> - -<p>Zij keek over de balustrade naar het meer. De avond was gevallen en het -meer schemerde in mist. Zij dacht niet meer aan hem, hoewel hij noch -achter haar stond. Zij vond hem als een jonge jongen, die soms haar -amuzeerde en nu ondeugend was geweest. Zij dacht aan hem niet meer; zij -dacht aan Duco.</p> - -<p>—Wat zal hij het hier mooi vinden, dacht zij. O, ik verlang naar -hem!...</p> - -<p>Er ruischte achter hen iets van de kleêren van een vrouw. Het waren -Urania en de marchesa Belloni.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXIV" id="XXXIV">XXXIV.</a></h3> - - -<p>Urania vroeg Cornélie binnen te komen, omdat het nu niet gezond was -buiten, in de mist-uitwademing van het meer, met het ondergaan van de -zon. De marchesa groette koel, stijf, knipte hare oogen dicht en deed -of zij zich Cornélie niet heel goed herinnerde.</p> - -<p>—Ik kan me dat begrijpen, zei Cornélie, vinnig glimlachend. U ziet -zoo iederen dag andere locataires in uw pension, en ik ben veel korter -gebleven, dan u eigenlijk wel rekende. Ik hoop, dat mijn kamers weêr -gauw genomen zijn en u geen schade heeft gehad door mijn vertrek, -marchesa?</p> - -<p>De marchesa Belloni keek haar in stomme verbazing aan. Zij was hier, -op San Stefano, in haar element van markiezin; zij, de schoonzuster -van den ouden prins, sprak hier nooit over haar vreemdelingen-pension; -zij ontmoette hier nooit hare gasten van Rome, die alleen als toeristen -op bepaalde uren het kasteel wel eens bezochten, terwijl zij, de -marchesa, enkele weken er haar zomervilligiatura doorbracht. Zij had -hier ook afgelegd hare smedigheid van kille kamers aan te prijzen, haar -handelstact van zooveel te vragen als zij maar dorst. Zij droeg hier -haar gefrizeerden leeuwenkop met een hooge waardigheid en zij droeg wel -hare kristallen brillanten in de ooren, maar een glimmend nieuw zijden -spencer om haar ampelen boezem. Zij kon het niet helpen, dat zij, een -geboren gravin, zij, de marchesa Belloni,—de markies was een broêr -geweest van de overleden prinses—geene distinctie had, trots al hare -kwartieren, maar zij voelde zich toch, die zij was, aristocrate. De -kennissen, de monsignori, die zij wel eens op San Stefano ontmoette, -verbloemden in hun gesprekken het pension Belloni, en noemden het -palazzo Belloni.</p> - -<p>—O ja, zeide zij eindelijk, met haar voornaam knippende oogen, heel -koel. Nu herinner ik mij u ... hoewel ik uw naam ben vergeten.... Een -vriendin van de prinses Urania, niet waar? Het doet mij pleizier u -terug te zien, erg veel pleizier....</p> - -<p>—En wat zegt u van het huwelijk van uw vriendin? vroeg zij, terwijl -zij een oogenblik naast Cornélie de trap opging, tusschen de marmeren -kandelabers van Mino da Fiesole. Gilio, nog boos en rood, en niet door -den kus gekalmeerd, had zich verwijderd en Urania was hen vlug vooruit -geloopen.</p> - -<p>De marchesa wist van Cornélie's eerste tegenwerking, van haar vroegere -raadgevingen aan Urania, en zij was er zeker van, dat Cornélie zoo had -gedaan had, omdat zij voor zichzelve aan Gilio gedacht had. In hare -vraag klonk ironie en triomf.</p> - -<p>—Dat het in den hemel besloten was, antwoordde Cornélie, ook ironisch. -Ik geloof, dat er op dit huwelijk een zegen rust.</p> - -<p>—De zegen van Zijne Heiligheid, zei de marchesa naïef, niet begrijpend.</p> - -<p>—Natuurlijk; de zegen van Zijne Heiligheid,... en de zegen van den -Hemel....</p> - -<p>—Ik dacht, dat u niet godsdienstig was?</p> - -<p>—Soms.... Als ik over hun huwelijk denk, word ik zeer godsdienstig. -Wat een rust voor de ziel van de prinses Urania, dat zij Katholiek is -geworden. Wat een geluk voor haar leven, dat zij il caro Gilio heeft -getrouwd. Er is toch nog geluk en vrede in het leven.</p> - -<p>De marchesa vermoedde vaag iets van haar spot, en vond haar een -gevaarlijke vrouw.</p> - -<p>—En u, heeft onze godsdienst geen bekoring voor u?</p> - -<p>—Heel veel! Ik heb veel gevoel voor mooie kerken en schilderijen. Maar -dat is een artistieke opvatting. U zal dat wel niet begrijpen, want ik -geloof niet, dat u artistiek is, marchesa? En ook het huwelijk heeft -bekoring voor me, een huwelijk als dat van Urania. Zoû u mij ook niet -eens kunnen helpen, marchesa? Dan blijf ik een heelen winter in uw -pension, en, wie weet, dan word ik misschien nog wel Katholiek ook.... -U zoû voor mij Rudyard nog wel eens kunnen probeeren, en als dat niet -ging, de twee monsignori.... Dan word ik het zeker.... En winstgevend -zoû het zeker zijn.</p> - -<p>De marchesa zag haar hoog, wit van woede aan.</p> - -<p>—Winstgevend....</p> - -<p>—Als u mij een Italiaanschen titel bezorgt, maar met geld, zeker zoû -dat winstgevend zijn.</p> - -<p>—Hoe meent u?</p> - -<p>—Vraag dat maar eens aan den ouden prins en aan de monsignori, -marchesa....</p> - -<p>—Wat weet u?! Wat denkt u?</p> - -<p>—Ik? Niets! antwoordde Cornélie koel. Maar ik heb een double vue. Ik -zie soms in eens iets.... Hoû mij dus maar te vriend, en doe niet meer, -of u uw oude locataires vergeet.... Is hier de kamer van de prinses -Urania? Gaat u eerst binnen, marchesa: na u....</p> - -<p>De marchesa trad rillende binnen: zij dacht aan duivelarij. Hoe wist -die vrouw <i>iets</i> van haar onderhandelingen met den ouden prins en de -monsignori? Hoe vermoedde zij, dat het huwelijk van Urania en hare -bekeering haar eenige tienduizend lire's had aangebracht?</p> - -<p>Zij had niet alleen een les gehad: zij rilde, zij was bang. Was die -vrouw dan de duivel? Had zij de mal' occhio? En de marchesa maakte -in de plooien van haar japon met pink en wijsvinger de bezwering der -gettatura, en lispelde: vade retro, satanas....</p> - -<p>In haar eigen salon schonk Urania thee. Het vertrek zag met drie -spitsboogvensters uit op de stad en den antieken Dom, die in een oranje -weêrkaatsing van laatste zonnelicht even opleefde uit zijn grauwe stof -der eeuwen met de onduidelijke wemeling van zijn heiligen, profeten en -engelen. De kamer, behangen met mooie arazzi, een allegorie van den -Overvloed,—nimfen met uitstortende hoornen van overvloed—was half -antiek, half modern, niet overal goed van smaak en zuiver van toon, met -enkele afschuwelijke banaal moderne ornamenten, een enkel schreeuwend -modern comfort, maar toch gezellig, bewoond, en Urania's home. Een -jonge man rees op en Urania stelde hem Cornélie voor als haar broêr. -De jonge Hope was een stevige frissche jongen van achttien jaar; hij -droeg nog zijn fietspak: het mocht wel, zeide zijn zuster, om even een -kop thee te drinken. Zij streelde hem lachend over zijn kortharigen -ronden kop en gaf hem, met vergunning der dames, het eerst zijn kopje: -dan zoû hij zich verkleeden. Hij zat er zoo vreemd, zoo nieuw, en zoo -gezond, met zijn frisch roze teint, zijn breede borst, zijn sterke -handen en stevige kuiten, zijn jeugd van jongen Yankee-boer, die, trots -de millioenen van vader Hope, werkte op zijn hoeve, daar ver in de Far -West, om zelve fortuin te maken; hij zat er zoo vreemd, op dat oude -San Stefano, in het gezicht van dien streng symbolischen Dom, tegen -dien achtergrond van antieke arrazi, en nog vreemder trof Cornélie -eensklaps, de jonge nieuwe prinses.... Haar naam, haar Amerikaansche -naam van Urania klonk goed: de prinses Urania, dat kreeg eensklaps een -zeer goeden klank.... Maar het jonge vrouwtje, een beetje bleek, een -beetje weemoedig, met haar Yankee-Engelsch tusschen de tanden, scheen -haar eensklaps zoo niet op haar plaats in die vertaande glorie der -San Stefano's.... Cornélie vergat telkens, dat zij was de prinses di -Forte-Braccio: zij zag haar altijd als miss Hope. En toch had Urania -een tact, een gemakkelijkheid, een assimilatie-vermogen; heel groot. -Gilio was binnengekomen, en de enkele woorden, die zij sprak tegen -haar man, waren, natuurlijk weg, waardig bijna, en toch, voor Cornélie -met een klank van zich schikkende ontgoocheling, die haar Urania deed -beklagen. Zij had van den begin af voor Urania een vage sympathie -gevoeld: nu voelde zij inniger genegenheid. Zij had medelijden met dat -kind, de prinses Urania. Gilio was slordig koel tegen haar, de marchesa -neêrbuigend beschermend. En dan die ontzettende eenzaamheid, rondom -haar, van al die vervallen grootheid. Zij streelde haar jongen broêr -over het hoofd. Zij bedierf hem, vroeg of zijn thee goed was en propte -hem vol met sandwiches, omdat hij honger had na zijn fietstoer. Zij had -hem nu bij zich als iets van huis, als iets van Chicago: zij klampte -zich bijna aan hem.... Maar verder was rondom haar de neêrdrukkende -melancholie van het immense kasteel, de verwaarloosde glorie van zijn -oud-meesterlijke kunstpracht, de laatdunkendheid van dien adelhoogmoed, -die haar niet van noode had, maar wel haar millioenen. En voor Cornélie -verloor zij alle belachelijkheid van Amerikaansche parvenue; en kreeg -zij integendeel iets tragisch van jeugdig slachtoffer. Wat zaten zij er -vreemd, zij, de jonge prinses en haar broêr, met zijn stevige kuiten!</p> - -<p>Urania toonde haar portefeuille met platen en teekeningen: ideeën van -een jongen architect uit Rome voor restauratie's van het kasteel. -En Urania wond zich op, een kleur kwam op haar wangen toen Cornélie -haar vroeg of zooveel restauratie wel mooi zoû zijn? Zij verdedigde -haar architect. Gilio rookte onverschillig cigaretten en was uit zijn -humeur. De marchesa zat als een idool, met haar leeuwenkop, waar de -oorkristallen flonkerden. Zij was bang voor Cornélie en beloofde zich -op haar hoede te zijn. Een hofmeester kwam aankondigen aan de prinses, -dat het diner gereed was. En Cornélie herkende in hem den ouden -Giuseppe van het pension Belloni, de oude aartshertogelijke hofmeester, -die een lepel had laten vallen, zooals Rudyard haar had verteld. Zij -zag Urania lachende aan, en Urania bloosde.</p> - -<p>—Poor man! zeide zij, toen Giuseppe vertrokken was. Ja, ik heb hem -maar van tante overgenomen. Hij had het zoo druk in het palazzo -Belloni. Hij heeft hier heel weinig te doen, en hij heeft een jongen -hofmeester onder zich. Het personeel moest toch worden uitgebreid. Hij -heeft hier een prettigen ouden dag: poor old dear Giuseppe ... Bob, nu -heb je je niet verkleed!</p> - -<p>—Goed kind! dacht Cornélie, terwijl zij allen opstonden en Urania haar -broêr als een bedorven jongen heel zachtjes verweet, dat hij met zijn -kuiten aan tafel kwam.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXV" id="XXXV">XXXV.</a></h3> - - -<p>Zij waren in de groote sombere eetzaal, met de bijna zwarte arazzi, met -het bijna zwarte plafond in caissons, met al het bijna zwarte eiken -beeldhouwwerk; met de zwarte monumentale schouw; er boven, in zwart -marmer, het familiewapen. Het kaarsenlicht van twee groote zilveren -luchters op tafel gaf alleen wat schijn over het damast en kristal, -maar verder bleef de te groote zaal in een sombere duisternis van -schaduw, in de hoeken opgehoopt met massa's dikke schaduw, dunnere -schaduw van het plafond wazende af, als eene vervluchtiging van donker -fluweel, dat boven den kaarsenschijn in atomen rondzweefde. De antieke -oudheid van San Stefano drukte hier zwaar neêr als een ontzag, tegelijk -met een melancholie van zwart zwijgen en zwarten hoogmoed. Hier -klonken de woorden gedempt. Dit was nog geheel gebleven als het altijd -geweest was, dit was als iets heiligs van hunne voorname traditie, en -waaraan Urania niets zoû durven veranderen, als dorst zij er bijna -niet spreken en eten. Men wachtte een oogenblik, toen een dubbele deur -werd geopend. En als een schim trad binnen een groote oude grijze man, -die zijn arm gestoken had door den arm van den geestelijke naast hem. -De oude prins Ercole kwam heel langzaam en waardig nader, terwijl de -kapelaan zijn tred regelde naar die langzame waardigheid. Hij droeg -een lange zwarte jas van een ouden ruimen snit, die in plooien om hem -hing met iets van een tabbaard, en op zijn glinsterend grijze haren, -even golvend in den nek, een zwart fluweelen kalot. En men naderde hem -met heel veel eerbied. De marchesa eerst, toen Urania, die hij heel -langzaam—als wijdde hij haar—een kus gaf op het voorhoofd; toen -naderde hem Gilio en kuste zijn vader onderdanig de hand. De grijsaard -knikte den jongen Hope toe, die boog en wendde zijn blik naar Cornélie. -Urania stelde haar voor. En als verleende hij een audientie, sprak de -oude prins haar enkele minzame woorden toe en vroeg haar of Italië -haar beviel. Toen Cornélie geantwoord had, ging prins Ercole zitten -en gaf zijn kalot aan Giuseppe, die haar diep buigend aannam. Daarop -zetten zich allen: de marchesa met den kapelaan over prins Ercole, die -tusschen Cornélie en Urania zat, Gilio naast Cornélie, Bob Hope naast -zijne zuster.</p> - -<p>—Mijn kuiten zijn niet te zien, fluisterde hij zijn zuster toe.</p> - -<p>—Cht! zeide Urania.</p> - -<p>Giuseppe, herlevende in zijn oude waardigheid, vulde aan een dressoir, -plechtstatig, de borden met soep. Hij vond zich hier in zijn element -terug; hij was zichtbaar Urania dankbaar; hij had een trek van -voornamen zielevrede en zag er in zijn rok uit als een oude diplomaat. -Hij amuzeerde Cornélie, die dacht aan Belloni, als hij ongeduldig -werd, omdat de gasten niet kwamen, als hij uitvaarde tegen de jonge -blanc-becs van kellners, die de marchesa voor de goedkoopte in dienst -nam. Toen twee lakeien de soep hadden rondgediend, stond de kapelaan -op, en zei het Benedicite. Er werd nog geen woord gesproken. Men at -de soep in stilte, terwijl de drie bedienden onbewegelijk stonden. -De lepels tikkelden tegen het porcelein en de marchesa smakte. De -luchters trillerden nu en dan en van het plafond viel drukkender de -schaduw, als vervluchtiging van fluweel Toen wendde prins Ercole -zich tot de marchesa. En beurtelings wendde hij zich tot iedereen -met een vriendelijk neêrbuigende waardigheid, in het Fransch, in het -Italiaansch. Het gesprek werd iets algemeener, maar de oude prins bleef -het leiden. En hij was heel vriendelijk tegen Urania, merkte Cornélie -op.... Maar Cornélie herinnerde zich Gilio's woorden: papa heeft -bijna een beroerte gehad, omdat de oude Hope op Urania's bruidschat -beknibbelde. Tien millioen? Vijf millioen? Geen drie millioen! Dollars? -Lires!! En de oude prins scheen haar eensklaps toe als het vergrijsd -egoïsme van San Stefano's glorie en adelhoogmoed, scheen haar toe de -levende schim dier opschaduwing van verleden, zooals zij het dien -middag gevoeld had, starende met Urania in het diepe, blauwe meer: -de veel eischende schim; de millioenen eischende schim, de nieuwe -levensvatbaarheid eischende schim; spectrale paraziet, die zijn -gedeprecieerde symbolen verkocht had aan de ijdelheid van een nieuw -koopmanshuis, maar in zijn voornaamheid niet had opgekund tegen de -slimheid van den koopman. Hun prinsesse- en hertoginnetitel voor nog -geen drie millioen lire's! Papa had bijna een beroerte gehad ... had -Gilio gezegd. En Cornélie, in de afgemeten minzame stijfte van het door -prins Ercole geleide gesprek, zag van den ouden prins-hertog,—zeventig -jaar—, naar den jongen frisschen Far-Wester—achttien, en zag van hem -naar prins Gilio: de hoop van het oude geslacht, hun eenige hoop. Hier, -in de somberheid van die eetzaal, waar hij zich verveelde, bovendien -nog uit zijn humeur, zag zij hem klein, nietig, dunnetjes, een schraal, -gedistingeerd viveurtje; zijn karbonkeloogen, die vroolijk, pervers -geestig schitteren konden, zagen nu mat onder de vallende oogleden uit -op zijn bord, waarin hij lusteloos pikte.</p> - -<p>Zij kreeg medelijden met hem, en zij dacht aan de gouden -bruidskamer.... Zij minachtte hem een beetje. Zij beschouwde hem niet -als een man, hij kon niet wat hij wilde: zij beschouwde hem meer als -een stouten jongen. En hij moest jaloersch zijn van Bob, dacht zij: -van zijn frisch bloed, dat tintelde onder zijn wangen, van zijn breede -schouders en zijn breede borst. Maar toch, hij amuzeerde haar. Aardig -kon hij zijn, vroolijk en geestig, en vlug, als hij was opgewekt, -vlug in zijn woorden, in zijn geest. Zij hield wel van hem. En dan -zijn goed hart. De armband en vooral de duizend lire. Zij dacht er -steeds aan met aandoening; hoe was zij aangedaan geweest, tijdens die -wandeling, voorbij de post heen en weêr; aangedaan om zijn brief en -om zijn royale hulp. Hij had geen fond, hij was haar geen man: maar -hij was geestig en had een zeer goed hart. Zij hield van hem, als van -een vriend en prettig kameraad. Wat was hij neêrgeslagen en uit zijn -humeur. Maar waarom waagde hij zich dan ook aan die dwaze attaques...!</p> - -<p>Zij richtte nu en dan het woord tot hem, maar zij vermocht hem niet op -te wekken. Trouwens, het gesprek sleepte stijf en minzaam voort, steeds -geleid door prins Ercole. Het diner liep ten einde en prins Ercole rees -op. Uit de handen van Giuseppe ontving hij zijn kalot, allen namen -afscheid van hem, de deuren werden geopend en, aan den arm van zijn -kapelaan, trok prins Ercole zich terug. Gilio, boos, verdween. De -marchesa, nog rillende voor Cornélie, verdween en wees, in haar japon, -de gettatura naar haar toe. En Urania nam Cornélie en Bob meê terug -naar haar salon. Zij herademden alle drie. Zij spraken vrij uit, in -het Engelsch nu: de jongen zei wanhopig, dat hij niet genoeg at, dat -hij niet dorst eten tot zijn honger gestild was, en Cornélie lachte, -hem prettig vindend, om zijn gezondheid, terwijl Urania beschuitjes -voor hem zocht en een stuk cake, van de tea nog over, en hem brood en -vleesch beloofde, voor zij naar bed zouden gaan. En zij ontspanden hun -gemoed na het plechtstatige middagmaal. Urania zei, dat zij den ouden -prins anders nooit zagen, dan aan het diner, maar zij zocht hem 's -morgens altijd op, bleef een uurtje met hem spreken of speelde met hem -schaak. Anders speelde hij schaak met den kapelaan. Zij had het druk, -Urania. De reorganizatie der huishouding, indertijd overgelaten aan -een arme bloedverwante, die nu in Rome van een pensioen leefde, kostte -haar veel tijd: zij besprak in de morgenuren van détails met prins -Ercole, die, niettegenstaande zijne afzondering, van alles op de hoogte -was. Dan had zij de beraadslagingen met haar Romeinschen architect -over de restauraties van het kasteel: zij hadden soms plaats in het -kabinet van den ouden prins. Dan liet zij in de stad een groot gesticht -bouwen, een Albergo dei Poveri, waarvoor de oude Hope haar afzonderlijk -doteerde: gesticht voor oude mannen en vrouwen. Toen zij voor het eerst -te San Stefano kwam, hadden haar getroffen de vervallen, in elkaâr -stortende huizen en huisjes der arme wijken, melaatsch en schurftig -van vuil, opgegeten door hun eigen gebrek, waar een geheele bevolking -planteleefde als paddestoelen. Zij liet nu bouwen het gesticht voor de -ouden, zij bezorgde op het domein werk aan de gezonden en jongen, zij -bemoeide zich met de verwaarloosde kinderen, zij had een nieuwe school -opgericht. Zij sprak over dit alles doodeenvoudig, de cake snijdende -voor haar broêr Bob, die zich te goed deed na de etiquette van het -diner. Zij noodigde Cornélie 's morgens eens meê te gaan naar het werk -van de Albergo, naar de nieuwe school, onder twee geestelijken van -Rome, haar door de monsignori aanbevolen.—</p> - -<p>Door de spitsboogramen schemerde in de diepte de stad, en onder den -zoelen, met starren bezaaiden, zomernacht, rees de silhouet van den Dom -omhoog. En Cornélie dacht: het is niet alleen voor schim en schaduw, -dat zij hier is gekomen, de rijke Amerikaansche, die adel zoo lief -vond—"so nice"—het kind, dat staaltjes verzamelde van de baljaponnen -der koningin—album, dat zij nu als "zwarte" prinses verborg—het -meisje, dat met haar licht laken tailorpak trippelde door het Forum, -en niet begreep noch oud Rome, noch nieuw dagende toekomst....</p> - -<p>En nu Cornélie door de stille zware nacht van het kasteel van San -Stefano ging naar haar eigen kamer, dacht zij: ik schrijf, maar zij -doet. Ik droom en ik denk, maar zij, zij leert de kinderen, al is het -met een priester; zij voedt en huisvest oude mannen en vrouwen.</p> - -<p>Toen, in haar kamer, uitziende naar het meer onder den zomernacht, -bepoeierd met sterren, dacht zij na, dat zij ook gaarne rijk zoû willen -zijn en een groot arbeidsveld zoû willen hebben. Want nu had zij geen -veld, nu had zij geen geld, en nu ... nu verlangde zij alleen naar -Duco, en moest hij haar niet te lang alleen laten, op dit kasteel, in -al deze sombere grootheid, die op haar drukte als met eeuwen.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXVI" id="XXXVI">XXXVI.</a></h3> - - -<p>Den volgenden morgen leidde Urania's kamenier Cornélie door een -warreling van galerijen naar buiten, waar men ontbijten zoû, toen zij -op de trap Gilio ontmoette. De kamenier keerde terug.</p> - -<p>—Ik heb nog altijd geleide noodig om mijn weg te vinden, lachte -Cornélie.</p> - -<p>Hij bromde wat.</p> - -<p>—Hoe heeft u geslapen, prins?</p> - -<p>Hij bromde iets.</p> - -<p>—Zeg eens, prins, dat booze humeur moet veranderen. Hoort u? Het -<i>moet</i>. Ik wil het. Ik wil vandaag geen bouderie meer zien, en hoop, -dat u zoo spoedig mogelijk uw vroolijken, geestigen toon van gesprek -weêr aanneemt, dien ik in u apprecieer.</p> - -<p>Hij mopperde iets.</p> - -<p>—Adieu, prins, zei Cornélie kort.</p> - -<p>En zij keerde op haar weg terug.</p> - -<p>—Waar gaat u heen? vroeg hij.</p> - -<p>—Naar mijn kamer. Ik zal op mijn kamer ontbijten.</p> - -<p>—Maar waarom?</p> - -<p>—Omdat u me niet bevalt als gastheer.</p> - -<p>—Ik niet?</p> - -<p>—Neen, u niet. Gisteren beleedigt u me, ik verdedig mij, u blijft -grof, ik ben dadelijk weêr lief als altijd, geef u een hand en zelfs -een zoen. Aan het diner boudeert u me op een alleronbeleefdste -manier. U gaat naar uw kamer zonder me goeden nacht te wenschen. U -komt me van morgen tegen zonder me te begroeten. U bromt, boudeert en -moppert als een stout kind. Uw oogen staan nijdig, u ziet geel van -galligheid. Bepaald, u ziet er slecht uit. Het flatteert u niets. U is -alleronaangenaamst, grof, onbeleefd, en klein. Ik heb geen lust met u -te ontbijten in zoo een stemming.... En ik ga naar mijn kamer.</p> - -<p>—Neen, smeekte hij.</p> - -<p>—Jawel.</p> - -<p>—Neen, neen.</p> - -<p>—Nu wees dan anders. Doe u geweld aan, denk niet meer aan uw -nederlaag, en wees lief tegen me. U doet maar als de beleedigde partij, -terwijl ik de beleedigde ben. Maar ik kan niet boudeeren, en ik ben -niet klein. Ik kan niet klein doen. Ik vergeef u, vergeef mij ook. Zeg -iets liefs, zeg iets aardigs.</p> - -<p>—Ik ben dol op u.</p> - -<p>—Ik merk er niets van. Als u dol op me is, wees dan vriendelijk, -beleefd, vroolijk en geestig. Ik eisch het van u als van mijn gastheer.</p> - -<p>—Ik zal niet meer boudeeren ... maar ik hoû zooveel van u! En u heeft -me geslagen.</p> - -<p>—Vergeeft u nooit die zelfverdediging?</p> - -<p>—Neen, nooit!</p> - -<p>—Adieu, dan.</p> - -<p>Zij keerde zich om.</p> - -<p>—Neen, neen, ga niet terug. Ga meê naar de pergola, waar wij -ontbijten. Ik vraag u vergiffenis. Ik maak u mijn excuzes. Ik zal niet -grof meer zijn en niet klein. U, u is niet klein. U is de bizonderste -vrouw, die ik ken. Ik aanbid u.</p> - -<p>—Aanbid dan in stilte, en amuzeer me.</p> - -<p>Zijn oogen, zijn zwarte karbonkeloogen, begonnen weêr op te leven, op -te lachen; zijn gelaat ontrimpelde en klaarde op.</p> - -<p>—Ik ben te verdrietig om amuzant te zijn.</p> - -<p>—Ik geloof er niets van.</p> - -<p>—Heusch, ik heb verdriet, ik lijd....</p> - -<p>—Arme prins!</p> - -<p>—U gelooft mij maar niet. U neemt me nooit in ernst aan. Ik moet maar -uw clown, uw paljas zijn. En ik heb u lief, en mag niets hopen? Zeg, -mag ik nooit iets hopen?</p> - -<p>—Niet veel.</p> - -<p>—U is onverbiddelijk, en zoo streng.</p> - -<p>—Ik moet wel streng tegen u zijn, u is net een stoute jongen.... O, -daar zie ik de pergola. Dus, u belooft me beterschap?</p> - -<p>—Ik zal zoet zijn.</p> - -<p>—En amuzant.</p> - -<p>Hij zuchtte.</p> - -<p>—Povero Gilio! zuchtte hij. Arme paljas!</p> - -<p>Zij lachte. In de pergola waren Urania en Bob Hope. De pergola, -begroeid met wijngaard en een roze bruidstraan, die met roze -bloementrossen neêrhing, verhief een rij van marmeren karyatiden en -hermen—nimfen, saters en faunen—wier bovenlijven eindigden in slank -voetstuk van sculptuur en die met opgeheven handen het vlakke blad- en -bloemdak steunden; terwijl in het midden een open rotonde was als een -open tempel, de cirkelbalustrade ook door karyatiden verheven en waar -een antieke sarkofaag tot cisterna was vermetseld. In de pergola was -een tafel gedekt voor het ontbijt; men ontbeet hier zonder den ouden -prins Ercole, ook de marchesa ontbeet op haar kamer. Het was acht uur, -een morgenfrischheid ademde nog op uit het meer, een waas van blauw -fluweel donsde over de heuvelen, waartusschen als in zacht gebogen -cannelures het meer verzonk als een ovalen beker.</p> - -<p>—O, wat is het hier mooi! riep Cornélie verrukt.</p> - -<p>Het ontbijt was een zonnig en vroolijk maal, na het zwartsombere diner -van gisteren. Urania was vol levendigheid over haar Albergo, die zij -straks met Cornélie zoû bezoeken, Gilio vond zijne beminnelijkheid -terug en Bob at goed. En toen Bob daarna ging fietsen, ging Gilio zelfs -met de dames meê naar de stad. Zij reden stapvoets in een landauer den -slotweg af. De zon werd warmer en het oude stadje blankte op, roomwit -en witgrijs van huizen als steenen spiegels, waarin de zon kaatste; -de pleintjes als putten, waarin de zon gloed goot. Voor het werk van -de albergo hield de koetsier stil, stegen zij uit en de aannemer kwam -plichtplegerig nader, de zweetende metselaars zagen uit naar den prins -en de prinses. Het was smoorheet. Gilio veegde zich telkens het -voorhoofd af, en school achter de parasol van Cornélie. Maar Urania -was éen levendigheid en belangstelling, vlug en energisch in haar wit -piqué pakje, met haar witten matelot onder haar witte parasol, tripte -zij over balken langs stapelingen van baksteen en cement en kalkbakken -met haar aannemer voort, liet zich verklaren en gaf raad, was het niet -altijd eens, en trok een wijs gezicht; zeide, dat die en die afmetingen -haar tegenvielen, geloofde niet wat de aannemer haar verzekerde, dat -naarmate het gebouw vorderde, de afmetingen haar zouden meêvallen, -schudde haar hoofd, drukte dìt op het hart, drukte dàt op het hart, -alles in een vlug, niet geheel correct, en hakkelig Italiaansch, -dat zij kauwde tusschen hare tanden. Maar Cornélie vond haar lief, -vond haar aardig, Cornélie vond haar de prinses di Forte-Braccio. Er -was geen twijfel aan. Terwijl Gilio, bang zijn licht flanellen pak -en gele schoenen te bezoedelen aan de kalk, in de schaduw van haar -parasol bleef, puffende van de warmte, zonder belang, was zijn vrouw -onvermoeid, dacht zij niet, dat haar witte rok een vuilen rand kreeg, -en sprak zij met den aannemer met een zekerheid, levendig maar waardig, -om eerbied voor te hebben. Waar had dat kind dat geleerd? Waar had -zij haar assimilatie-vermogen vandaan? Waar vandaan had zij die liefde -voor San Stefano, die liefde voor zijn armen? Hoe had dat Amerikaansche -meisje dat talent verkregen om hare hooge en nieuwe pozitie zoo goed -te bekleeden? Admirabile!—vond Gilio haar en fluisterde het Cornélie -in. Hij was niet blind voor hare kwaliteiten. Hij vond Urania prachtig, -uitstekend; ze verbaasde hem altijd. Geen Italiaansche vrouw van zijn -kringen zoû zoo geweest zijn. En ze hielden van haar. De bedienden -van het kasteel hielden van haar, Giuseppe zoû voor haar door het -vuur gaan, die aannemer bewonderde haar, de metselaars keken haar met -eerbied na, omdat zij zoo knap was, en er zooveel van wist en zoo goed -was voor hen en hun misère. Admirabile! zei Gilio. Maar hij pufte. Hij -wist niets van steenen, balken en afmetingen en begreep niet, waar -Urania dien technischen blik vandaan had. Zij was onvermoeid. Zij -liep het heele werk door, terwijl hij smeekend naar Cornélie opzag. -En eindelijk, in het Engelsch, bad hij zijn vrouw er nu in godsnaam -meê uit te scheiden. Zij stegen in, de aannemer groette, de werklui -groetten met iets van dankbaarheid en aanhankelijkheid. En ze reden -naar den Dom, dien Cornélie wilde bezichtigen, en waar Gilio, terwijl -Urania haar vriendelijk rondleidde, genade vroeg aan zijn dames, en -op de trappen van het altaar ging zitten, de armen hangende over de -knieën, om te bekoelen.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXVII" id="XXXVII">XXXII.</a></h3> - - -<p>Er waren zeven dagen verloopen en Duco was aangekomen. Het was na het -plechtige diner in de sombere eetzaal, waar Duco was voorgesteld aan -prins Ercole, en het was een zomeravond als een droom, toen Cornélie -en Duco naar buiten gingen. Het kasteel lag al in zware rust, maar -Cornélie had zich door Giuseppe een sleutel laten geven. En zij -gingen naar buiten, naar de pergola. De starren poeierden als een -blond licht over den nachthemel heen, en aan de toppen der heuvels -kroonde de maan en trilde even terug in de mystieke diepte van het -meer. Een adem van slapende rozen walmde uit den bloementuin aan de -andere zijde der pergola, en beneden, in de dakvlakkende stad, stond -aan zijn maanbelicht plein de Dom zijn reuzensilhouet uit tegen de -starren. En een slapen was overal, over het meer, over de stad en -achter de vensters van het kasteel; de karyatiden en hermen—de saters -en nimfen—torsten slapend het looverdak van de pergola, als in een -betooverde houding van dienaren der Slaapster. Een krekel knerpte, maar -zweeg stil zoodra zij naderden, Duco en Cornélie. En zij zetten zich -op een antieke bank, en zij sloeg om zijn lichaam haar armen en drukte -zich tegen hem aan.</p> - -<p>—Een week! fluisterde zij. Een volle week, dat ik je niet gezien heb, -Duco, mijn lieveling! Ik kan niet zoo lang zonder je. Bij alles wat ik -dacht en zag, en bewonderde, dacht ik aan jou, hoe mooi je het hier -zoû vinden. Je bent hier wel eens geweest, als toerist. O, dat is niet -het zelfde. Het is hier juist zoo mooi om te blijven, om niet door te -loopen, maar om te blijven. Dat meer, die Dom, die heuvels! Die zalen -binnen. Verwaarloosd maar zoo mooi. De drie hoven zijn vervallen, de -fonteinen brokkelen in elkaâr Maar de stijl van de atrio, de somberheid -van de eetzaal, de poëzie van deze pergola ... Duco, is die pergola -niet als een antieke ode? We hebben samen wel eens Horatius gelezen, -jij vertaalde me de verzen zoo mooi, je improvizeerde zoo heerlijk! -Wat ben je toch knap, je weet zoo veel, je voelt zoo mooi. Ik hoû van -je oogen, van je stem, en van je heelemaal, van allemaal wat jou is ... -ik kan het niet zeggen, Duco. Ik heb mij langzamerhand gewonnen gegeven -aan elk woord van je, aan ieder gevoel van je, aan je liefde voor Rome, -aan je liefde voor muzea, aan de manier, waarop je die luchten ziet, -die je op je aquarellen wascht. Je bent zoo heerlijk kalm, bijna als -dit meer. O, lach niet, weer me niet af: ik heb je in geen week gezien, -ik heb behoefte zoo eens tegen je te spreken. Is het overdreven? Ik -voel hier ook niet gewoon, er is iets in die lucht, in dat licht, dat -me zoo laat spreken. Het is zoo mooi, dat ik bijna niet gelooven kan, -dat het gewoon leven, gewone realiteit is.... Herinner je te Sorrento -op het terras van het hôtel, toen we over de zee uitkeken, over die -parelen zee, met Napels zoo wit ver af, toen heb ik zoo gevoeld, maar -toen dorst ik zoo niet spreken: het was 's morgens, er waren menschen -om ons heen, die wij wel niet zagen, maar die ons zagen en die ik -om mij heen vermoedde: maar nu zijn wij alleen, en nu wil ik het je -zeggen, in je armen, aan je borst: ik ben zoo gelukkig! Ik hoû zoo van -jou! Ik voel mijn ziel, al mijn mooiste voor jou! Je lacht, maar je -gelooft me niet. Toch? Geloof je me?</p> - -<p>—Ja, ik geloof je, ik lach niet om je, ik lach zoo maar.... Ja, het is -hier mooi.... Ik ook, ik voel mij zoo gelukkig. Ik ben zoo gelukkig om -jou en om mijn kunst. Je hebt me werken geleerd, je hebt mij opgewekt -uit mijn droomen! Ik ben zoo gelukkig om de Banieren: ik heb brieven -uit Londen: ik zal je ze morgen laten lezen. Ik heb alles aan jou te -danken. Het is bijna niet te gelooven, dat dit gewoon leven is. Ik -heb het ook zoo stil gehad in Rome. Ik zag niemand, ik werkte maar -wat—maar niet veel; en ik at in de osteria alleen. De twee Italianen, -je weet wel, hadden, geloof ik, medelijden met me. O, het was een -vreeslijke week. Ik kan niet meer buiten je. Herinner je je onze eerste -wandelingen en gesprekken in Borghese, en op den Palatijn? Wat waren we -toen nog vreemd aan elkaâr, zoo niet samengevoegd. Maar ik voelde het, -geloof ik, dadelijk, dat het mooi zoû worden tusschen ons....</p> - -<p>Zij zweeg, en bleef aan zijn borst. De krekel knerpte weêr als met een -langen triller. Maar verder sliep alles....</p> - -<p>—Tusschen ons.... herhaalde ze als in koorts, en ze omhelsde hem -geheel.</p> - -<p>De geheele nacht sliep, en terwijl zij hun leven ademden in elkanders -armen, torsten boven hunne hoofden de betooverde karyatiden—faunen -en nimfen—slapende het bladerdak der pergola, tusschen hen en de met -starren bepoeierde lucht.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXVIII" id="XXXVIII">XXXVIII.</a></h3> - - -<p>Gilio vond de villegiatura op San Stefano verschrikkelijk. Hij moest -iederen morgen om zes uur reeds klaar zijn om met prins Ercole, Urania -en de marchesa de mis bij te wonen, die de kapelaan in de slotkapel -bediende. Daarna wist hij met zijn tijd geen raad. Hij was een paar -malen gaan fietsen met Bob Hope, maar de jonge Far Wester was hem te -energisch, even als zijne zuster, Urania. Hij flirtte en redetwistte -wat met Cornélie, maar in stilte was hij nog steeds beleedigd, en boos -op zichzelven en op haar. Hij herinnerde zich haar eerste komst op dien -avond, in het Palazzo Ruspoli; toen zij zijn rendez-vous met Urania -was komen storen. En in de gouden camera dei sposi was zij hem voor -de tweede maal te sterk geweest! Hij ziedde als hij er aan dacht, en -hij haatte haar, en hij zwoer zijn groote goden wraak te zullen nemen. -Hij vloekte zijn eigen weifelmoedigheid. Hij was te zwak om woest te -dwingen en hij had nooit behoeven te dwingen: hij was gewoon, dat men -hem toegaf. En van haar, die Hollandsche, moest hij hooren over zijn -temperament, dat niet beantwoordde aan het hare! Wat zat er in die -vrouw? Wat meende zij er meê? Hij was zoo weinig gewoon te denken, hij -was zoo een gedachteloos kind van de gemakkelijke natuur van Italië, -zoo gewoon zich te laten leven naar zijn gril en impulsie, dat hij haar -nauwlijks begreep,—ofschoon hij den zin van haar woorden vermoedde,— -nauwlijks begreep die terughoudendheid. Waarom zoo tegenover hem, de -vreemde vrouw met hare nieuwe ideeën van den duivel; die zich niet -stoorde aan de wereld, die niets van huwelijk weten wilde, die met een -schilder leefde, als zijn maîtresse! Zij had geen godsdienst, en geen -moraal—<i>hij</i> wist van godsdienst en van moraal—zij was des duivels; -demonisch was zij: wist zij niet alles van de manoeuvres van tante -Lucia Belloni, en had tante Lucia hem niet dezer dagen gewaarschuwd, -dat zij gevaarlijk was, demonisch, des duivels! Zij was een heks! -Waarom wilde zij niet? Had hij niet gisteren nacht door den cour haar -silhouet zien gaan in den maneschijn, duidelijk naast de figuur van -Van der Staal, en had hij hen niet zien openen de deur van het terras -der pergola? En had hij niet éen uur, twee uur, slapeloos gewacht, -tot hij ze had zien keeren, sluitende de deur weêr achter zich? En -waarom had zij lief alleen hèm, dien schilder? O, hij haatte hem met -al de gloeiende haat van zijn ijverzucht, hij haatte haar, om hare -uitsluitendheid, om hare minachting, om al hun scherts en flirt, als -was hij een paljas, een clown! Wat vroeg hij? Een gunst van liefde -zooals zij aan haar minnaar toestond! Hij vroeg niets ernstigs; geen -eeden, geen levenslange banden: hij vroeg zoo weinig: een enkel uur -van liefde. Het was van geen belang: hij had dat nooit van veel belang -beschouwd. En zij, ze weigerde het hem. Neen, hij begreep haar niet, -maar wel begreep hij, dat zij hem minachtte, en hij, hij haatte haar -en hem. En toch was hij verliefd op haar met al de woede van zijn -weêrstreefde passie. In de verveling dier villigiatura, waartoe zijn -vrouw hem drong in haar nieuwe liefde voor hun vervallen uilennest, -was hem zijn haat en de gedachte aan zijn wraak een bezigheid voor -zijn leêge hersenen. Uiterlijk was hij de zelfde weêr als vroeger, en -flirtte hij met Cornélie, en zelfs meer dan vroeger, om Van der Staal -te plagen. En toen zijne nicht, de gravin di Rosavilla, zijn "witte" -nicht—hofdame der koningin—hen voor enkele dagen kwam bezoeken, -flirtte hij ook met haar, en poogde hij de ijverzucht van Cornélie -te wekken, wat hem maar niet best gelukte, en troostte hij zich -met de gravin. Zij stelde hem schadeloos voor zijn teleurstelling. -Zij was geen jonge vrouw meer, maar zij had het koude, sculpturale -Juno-type, een beetje dom: zij had de Juno-oogen, die puilden: zij -was een der toongeefsters aan het Quirinaal en in de "witte" wereld, -en haar galante reputatie was algemeen bekend. Zij had met Gilio -nooit een liaison gehad, die langer duurde dan een uur. Zij had over -de liefde eenvoudige ideeën, met weinig nuance. Vroolijk pervers -amuzeerde zij Gilio. En flirtende in hoekjes, zijn voet op den hare, -onder haar japon, vertelde Gilio haar van Cornélie, van Duco en van -het avontuur in hunne camera dei sposi, en hij vroeg zijn nicht, of -<i>zij</i> begreep? Neen, de gravin di Rosavilla begreep ook niet zoo heel -goed. Temperament? Ach ja, misschien hield zij—questa Cornelia,—meer -van blond of bruin: er waren vrouwen, die deden keuze.... En Gilio -lachte.... Het was zoo eenvoudig, l'amore, er was niet veel over te -praten.</p> - -<p>Cornélie was blij, dat Gilio de gravin had. Zij interesseerde zich -met Duco, voor haar, Urania's, plannen; hij voerde gesprekken met den -architekt. En Duco was verontwaardigd, en gaf den raad niet zooveel te -verbouwen in die stijllooze restauratie-manier: het kostte hoopen met -geld, en het bedierf alles.</p> - -<p>Urania was uit het veld geslagen, maar Duco ging voort, brak den -architect af, gaf den raad alleen bij te bouwen wat waarlijk stortte in -elkaâr, maar zooveel mogelijk te stutten, te steunen en te behouden. -En op een morgen verwaardigde zich prins Ercole met Duco, Urania en -Cornélie de lange zalen af te loopen. Met alleen te onderhouden en -geregeld—meende Duco—, met artistiek te schikken wat nu zonder -gedachte op elkaâr stond gepakt, was al zoo veel te doen. De gordijnen? -vroeg Urania. Laten, meende Duco: hoogstens nieuwe venstergordijnen, -maar het oude roode Venetiaansche damast.... O laten, laten: het -was zoo mooi: hier en daar, met veel zorg, kon het worden versteld. -Hij schrikte van Urania's idee: nieuwe gordijnen! En de oude prins -was verrukt, omdat de restauratie van San Stefano, op die manier, -duizenden minder zoû kosten en artistieker zoû zijn: hij beschouwde het -geld van zijne schoondochter als het zijne en had het nog liever dan -haarzelve. Hij was verrukt: hij nam Duco meê naar zijn bibliotheek: -hij toonde hem de oude missalen: de oude familieboeken en documenten, -charters en schenkingen: hij toonde hem zijn munten en medailles. Het -was alles verrommeld, verwaarloosd, eerst uit geldgebrek en toen uit -onverschilligheid gekleinacht, maar nu wilde Urania, met geleerden uit -Rome, Florence, Bologna, het familie-muzeum reorganizeeren. De oude -prins voelde er wel voor, nu er weêr geld was. En de geleerden kwamen, -verbleven op het kasteel, en heele morgens was Duco met hen bezig. -Hij genoot. Hij leefde in zijne betoovering van verleden, niet meer -in antieken tijd, maar in de middeneeuwen en Renaissance. De dagen -waren te kort. En zijn liefde voor San Stefano werd zóó, dat eens -een archivaris hem aanzag voor den jongen prins: den prins Virgilio. -Aan het diner vertelde prins Ercole de anecdote. En allen lachten, -maar Gilio vond de grap eenvoudig onbetaalbaar terwijl de archivaris, -die meê aan tafel zat, niet wist hoe hij zich klein zoû maken in -verontschuldiging.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XXXIX" id="XXXIX">XXXIX.</a></h3> - - -<p>Gilio had den raad van zijne nicht, de gravin di Rosavilla, opgevolgd. -Hij was dadelijk na den eten naar buiten geslopen, en hij liep de -pergola af tot de rotonde, waarin het maanlicht viel, als in een witte -schaal. Maar er was schaduw achter een paar karyatiden, en daar verborg -hij zich. Hij wachtte een uur lang. Maar de nacht sliep, de karyatiden -sliepen, roerloos staande en beurende het bladerdak. Hij vloekte en -sloop naar binnen. Hij liep op de teenen de corridors af en luisterde -aan de deur van Van der Staal. Hij hoorde niets, maar misschien sliep -hij...?</p> - -<p>Maar Gilio sloop verder een anderen corridor door, en luisterde aan -de deur van Cornélie. Hij hield den adem in.... Jawel, er klonken -stemmen. Zij waren samen! Samen!! Hij krampte de vuisten ineen en liep -terug. Maar waarom wond hij zich op! Hij wist immers hunne verhouding. -Waarom zouden zij hier niet samen komen. En hij klopte aan bij de -gravin....</p> - -<p>Den volgenden avond wachtte hij weêr bij de rotonde. Maar zij kwamen -niet. Maar na enkele avonden, terwijl hij zat te wachten, zich -verbijtend van ergernis, zag hij ze komen. Hij zag Duco de terraspoort -achter zich sluiten: het slot knarste van verre, roestig. Langzaam zag -hij ze aanloopen en naderen in het licht, vervagen in de schaduw, weêr -uit komen in den maneschijn. Zij zetten zich op de marmeren bank.... -Wat schenen zij gelukkig! Hij was jaloersch van hun geluk; jaloersch -vooral van hem. En wat was zij zacht en teeder, zij, die hem, Gilio, -maar goed genoeg vond voor amuzement, voor haar flirt: een clown: -zij, de demonische vrouw, was engelachtig met wie zij lief had! Zij -boog zich tot haar minnaar met een glimlachende liefkoozing, met een -ombuiging van haren arm, met een naderen van hare lippen, met iets -innig omstrikkends, met zoo een fluweelen loomte van liefde, als hij -niet vermoed had in haar, met haar kouden flirtscherts tegen hem, -Gilio. Zij leunde nu tegen Duco's arm, aan zijn borst, haar gezicht -tegen het zijne.... O, haar zoen, nu, hoe zette hij Gilio in woede -en vlam! Dat was niet meer hare ijskoude zinnen-onverschilligheid -tegenover hem, Gilio, in de camera dei sposi! En hij kon zich niet -langer inhouden: hij zoû hun dit oogenblik van hun geluk ten minste -verstoren. En trillend in zijn zenuwen, kwam hij te voorschijn van -achter de karyatide, en liep door de rotonde hen tegemoet. Zij zagen -hem niet dadelijk, verloren in elkanders oogen.... Maar eensklaps -schrikten zij, beiden tegelijk; de omhelzing van hunne armen viel -plotseling, zij stonden in éene beweging op, zij zagen hem aankomen, -hem klaarblijkelijk niet dadelijk herkennende. Pas toen hij vlak bij -was, herkenden zij hem, en zagen, opgeschrikt, hem zwijgende aan, wat -hij zeggen zoû. Hij boog ironisch.</p> - -<p>—Een heerlijke avond, niet waar? Het uitzicht is mooi, zoo in -den nacht, van de pergola af. U heeft gelijk hier eens te komen -profiteeren. Ik hoop, dat ik u niet stoor met mijn onverwacht -gezelschap!</p> - -<p>Zijn trillende stem was zoo kwaadaardig twistzoekend, dat zij niet -konden twijfelen aan zijn hevige ontstemming.</p> - -<p>—Zeker niet, prins! antwoordde Cornélie, zich herstellende. Hoewel -het mij verbaast, wat u hier doet, op dit uur.</p> - -<p>—En wat doet u hier, op dit uur?</p> - -<p>—Wat ik hier doe? Ik zit hier met Van der Staal....</p> - -<p>—Op dit uur?</p> - -<p>—Op dit uur! Wat meent u, prins, wat bedoelt u?</p> - -<p>—Wat ik bedoel? Dat 's nachts de pergola gesloten is.</p> - -<p>—Prins, zeide Duco; uw toon bevalt mij niet.</p> - -<p>—En u bevalt mij heelemaal niet....</p> - -<p>—Als u niet mijn gastheer was, gaf ik u een klap in uw gezicht....</p> - -<p>Cornélie hield Duco's arm tegen: de prins vloekte en balde de vuisten.</p> - -<p>—Prins, sprak zij. Het is klaarblijkelijk, dat u een scène met ons -zoekt. Waarom? Wat heeft u er tegen, dat ik Van der Staal 's avonds -hier ontmoet. Ten eerste is onze verhouding geen geheim voor u. En dan -dunkt het mij onwaardig voor u ons hier te komen bespieden.</p> - -<p>—Onwaardig? Onwaardig?—Hij was onmachtig zich meer te -beheerschen.—Onwaardig ben ik, en klein, en grof, en geen man, en ik -heb geen temperament, dat je aanstaat? Zijn temperament staat je wel -aan, niet waar! Ik heb je zoen hooren klinken. Duivelin! Duivelin! -Demon! Niemand heeft me zoo beleedigd als jij. Van niemand heb ik mij -al zooveel laten welgevallen. Ik laat het mij niet langer! Jij, je hebt -me geslagen, demon, duivelin! Hij, hij dreigt me met een slag. Mijn -geduld is ten einde. Ik kan het niet verdragen, in mijn eigen huis, dat -je mij weigert, wat je hem geeft.... Hij is niet je man! Hij is niet je -man! Ik kan evenveel recht hebben als hij, en rekent hij uit, dat hij -meer recht heeft dan ik, dan haàt ik hem!...</p> - -<p>En hij vloog Duco aan, naar de keel, blind van woede. De aanval was zoo -onverwacht, dat Duco struikelde. Zij worstelden samen, beiden razend. -Al hunne verborgen antipathie sloeg uit als razernij. Zij hoorden niet -Cornélie's smeeken, zij sloegen elkaâr met de vuist, zij omstrengelden -elkanders beenen en armen, borst geperst aan borst. Toen zag Cornélie -iets flikkeren. In het licht zag zij, dat de prins een mes trok. Maar -zijn beweging zelve was een voordeel voor Duco, die zijn pols als in -ijzer vastgreep en hem dwong op den grond, de knie stijf drukte op -Gilio's borst en met de andere hand hem zijn keel omklemde.</p> - -<p>—Laat los! krijschte de prins.</p> - -<p>—Laat dat mes los! krijschte Duco.</p> - -<p>De prins, onwillig, hield vol.</p> - -<p>—Laat los! krijschte hij nog eens.</p> - -<p>—Laat dat mes los....</p> - -<p>Het mes viel uit zijn vingers. Duco greep het en -stond op.</p> - -<p>—Sta op! zeide hij. Wij kunnen, wanneer u wil, dit gevecht op minder -primitieve manier morgen vervolgen. Niet meer met een mes, maar met -degen of pistool.</p> - -<p>De prins was opgestaan. Hij hijgde, blauw.... Hij kwam tot zichzelven.</p> - -<p>—Neen, zei hij, langzaam. Ik wil niet duelleeren. Tenzij jij het wilt. -Maar ik wil niet. Ik ben overwonnen.... Er is in haar een demonische -kracht, die je altijd zoû laten winnen, welk spel wij ook speelden. Wij -hebben al geduelleerd. Deze strijd zegt mij meer dan een geregeld duel. -Alleen als jij het wenscht, heb ik er niets op tegen. Maar ik weet nu -zeker, dat je me zoû dooden. <i>Zij</i> beschermt je....</p> - -<p>—Ik wensch geen duel, zei Duco.</p> - -<p>—Laat ons dan dezen strijd als een duel beschouwen, en geef mij nu een -hand....</p> - -<p>Duco strekte de hand. Gilio drukte die.</p> - -<p>—Vergeef mij, zeide hij, neêrbuigend tot Cornélie; ik heb u -beleedigd....</p> - -<p>—Neen, zeide zij. Ik vergeef u niet.</p> - -<p>—Wij hebben elkaâr te vergeven. Ik vergeef u uw slag.</p> - -<p>—Ik vergeef u niets. Ik vergeef u dezen avond nooit, niet uw -spionneeren, niet uw gebrek aan zelfbeheersching, niet uw recht, dat u -op mij, ongetrouwde vrouw, meent te kunnen laten gelden, terwijl ik u -geen recht geef, niet uw aanval, en niet uw mes.</p> - -<p>—Wij zijn dus vijanden, voor altijd?</p> - -<p>—Ja, voor altijd. Ik verlaat morgen uw huis....</p> - -<p>—Ik heb verkeerd gehandeld, bekende hij nederig. Vergeef mij. Mijn -bloed is hevig.</p> - -<p>—Ik heb u totnogtoe gekend als een heer....</p> - -<p>—Ik ben ook nog een Italiaan.</p> - -<p>—Ik vergeef u niet.</p> - -<p>—Ik heb u wel eens bewezen, dat ik een goed vriend kon zijn.</p> - -<p>—Het is geen oogenblik het mij te herinneren.</p> - -<p>—Ik herinner u alles, wat u zachter voor mij zoû kunnen stemmen.</p> - -<p>—Dat is alles te vergeefs.</p> - -<p>—Dus vijanden?</p> - -<p>—Ja. Laat ons naar binnen gaan. Ik verlaat morgen uw huis....</p> - -<p>—Ik wil alle boete doen, die u mij oplegt.</p> - -<p>—Ik leg niets op. Ik wil dit gesprek eindigen en ik wil naar huis.</p> - -<p>—Ik zal u voorgaan....</p> - -<p>Hij deed zoo. Zij liepen de pergola af. Hij opende zelve de terraspoort -en liet hen het eerst binnen.</p> - -<p>Zij begaven zich zwijgend naar hunne kamers.</p> - -<p>Het kasteel sliep in duister. De prins lichtte bij met een lucifer. -Duco was het eerst bij zijn vertrek.</p> - -<p>—Ik zal u verder bijlichten, sprak de prins nederig.</p> - -<p>Hij vergezelde nog, met een tweede lucifer, Cornélie tot haar deur. -Daar viel hij op zijn knieën.</p> - -<p>—Vergeef mij, fluisterde hij met een snik in zijn keel.</p> - -<p>—Neen, zeide zij.</p> - -<p>En zonder meer sloot zij de deur achter zich. Hij bleef nog een -oogenblik zoo geknield. Toen stond hij langzaam op. Zijn hals deed hem -pijn. Zijn schouder voelde als ontwricht.</p> - -<p>—Het is uit, mompelde hij. Ik ben overwonnen. Zij is nu sterker dan -ik, maar niet omdat zij een duivel is. Ik heb ze samen gezien.... Ik -heb hun omhelzing gezien. Ze is sterker, hij is sterker dan ik ... om -hun geluk ... Ik voel, dat zij, om hun geluk, altijd sterker zullen -zijn, dan ik....</p> - -<p>Hij ging naar zijn kamer, die grensde aan Urania's slaapkamer. Een -snikken golfde op in zijn borst. Hij wierp zich, gekleed, snikkend op -zijn bed, zijn snikken inslikkend in den sluimerenden nacht, die door -het kasteel heen donsde. Toen stond hij op, en zag uit het raam. Hij -zag het meer. Hij zag de pergola, waar zij zoo even hadden gevochten. -De nacht sliep er, de karyatiden blankten er, slapende, uit de schaduw -op. En met den blik zocht hij de juiste plek van hun strijd en zijn -nederlaag. En bijgeloovig, aan hun geluk, meende hij, dat er niet tegen -te strijden zoû zijn, nooit.</p> - -<p>Toen haalde hij de schouders op, als wierp hij zich een pak van den rug.</p> - -<p>—Fa niente! troostte hij zich. Domani megliore....</p> - -<p>Hij meende er meê, dat hij morgen, zoo niet déze, overwinning, wel een -andere behalen zoû. En zijn oogen nog nat, sliep hij in als een kind.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XL" id="XL">XL.</a></h3> - - -<p>Urania snikte zenuwachtig in Cornélie's armen, toen zij de jonge -prinses zeide, dat zij dien morgen vertrok. Zij waren met Duco alleen -in Urania's eigen salon.</p> - -<p>—Wat is er gebeurd? vroeg zij snikkende.</p> - -<p>Cornélie vertelde haar den vorigen avond.</p> - -<p>—Urania, zeide zij ernstig; ik weet het, ik ben coquet. Ik vond het -prettig met Gilio te praten; noem het flirten, als je wilt. Ik heb -er nooit een geheim van gemaakt, noch voor Duco, noch voor jou. Ik -beschouwde het als amuzement en niet meer. Misschien heb ik verkeerd -gedaan; ik heb je er vroeger al meê geërgerd. Ik heb je beloofd het -niet meer te doen, maar het schijnt sterker dan ik. Het ligt in mijn -natuur, en ik zal me er niet om verdedigen. Ik beschouwde het als zoo -weinig, als aardigheid en amuzement. Maar misschien is het slecht. -Vergeef je het mij? Ik ben zooveel van je gaan houden: het zoû me leed -doen, als je me niet vergaf....</p> - -<p>—Verzoen je met Gilio en blijf nog....</p> - -<p>—Onmogelijk, mijn lieve meid. Gilio heeft mij beleedigd, Gilio -heeft tegen Duco zijn mes getrokken, en ik vergeef hem die dubbele -beleediging nooit. Het is dus onmogelijk langer te blijven.</p> - -<p>—Ik blijf zoo alleen! snikte zij. Ik ook, ik hoû veel van je, ik hoû -van jullie beiden. Is er geen middel.... Bob verlaat mij ook morgen. Ik -blijf heelemaal alleen. Wat heb ik hier. Niemand, die van mij houdt....</p> - -<p>—Je houdt heel veel over, Urania. Je hebt een doel om voor te leven; -je kunt veel goed doen in je omgeving.... Je stelt belang in dit -kasteel, dat je eigen nu is.</p> - -<p>—Het is alles zoo hol! snikte zij. Het geeft me niets. Ik heb behoefte -aan sympathie. Wie is er die van mij houdt? Ik heb geprobeerd van Gilio -te houden, en ik hoû ook wel van hem, maar hij, hij geeft niets om mij. -Niemand geeft hier om mij....</p> - -<p>—Ik geloof, dat je armen van je houden. Je hebt een edel doel.</p> - -<p>—Ik ben daar ook blij om, maar ik ben te jong, om alleen voor een doel -te leven. Ik heb verder niets. Niemand geeft iets om mij hier.</p> - -<p>—Prins Ercole toch....</p> - -<p>—Neen, hij minacht me. Wil ik je wat vertellen? Ik heb je vroeger eens -verteld, dat Gilio mij gezegd had ... dat er geen familie-juweelen -waren, dat alles was verkocht? Herinner je je wel? Nu, er zijn -familie-juweelen. Ik heb dat begrepen uit een gezegde van de gravin di -Rosavilla. Er zijn familie-juweelen. Maar prins Ercole bewaart ze in -de Banca di Roma. Zij minachten mij en ik ben eenvoudig onwaardig ze -te dragen. En voor mij doen ze alsof er niets meer is. En het ergste -is!... dat al hun kennissen, geheel hun côterie weet, dat ze er zijn en -bewaard worden in de Bank, en dat ze allen prins Ercole gelijk geven. -Mijn geld is hunner wel waardig, maar ik niet hun oude juweelen, de -juweelen van hun grootmoeders!</p> - -<p>—Het is een schande! zei Cornélie.</p> - -<p>—Het is de waarheid! snikte zij. O, leg het bij; blijf hier nog, om -mij....</p> - -<p>—Oordeel zelf, Urania: het is ons heusch niet mogelijk.</p> - -<p>—Het is waar, gaf zij zuchtende toe.</p> - -<p>—Het is alles mijn schuld.</p> - -<p>—Neen, neen; Gilio is soms zoo hevig ...</p> - -<p>—Maar zijn hevigheid, zijn drift en zijn jaloezie zijn mijn schuld. -Ik heb er spijt van, Urania, om jou. Vergeef mij. Kom mij in Rome -opzoeken, als je er komt. Vergeet mij niet, en schrijf, niet waar. Nu -moet ik mijn koffer pakken. Hoe laat gaat de trein?</p> - -<p>—Tien uur vijf-en-twintig, zei Duco. Wij gaan samen.</p> - -<p>—Kan ik afscheid nemen van prins Ercole? Laat belet voor mij vragen.</p> - -<p>—Wat zal je hem zeggen?</p> - -<p>—Het allereerste, dat mij in den geest komt: dat een vriendin in Rome -erg ziek is, dat ik er heen ga en dat Van der Staal mij begeleidt, -omdat ik zenuwachtig ben. Het kan me niets schelen wat prins Ercole -denkt.</p> - -<p>—Cornélie....</p> - -<p>—Lieveling, ik heb heusch geen tijd meer. Omhels me, vergeef me. En -vergeet mij niet. Adieu, we hebben een lieven tijd samen gehad: ik ben -veel van je gaan houden....</p> - -<p>Zij wrong zich van Urania los, ook Duco nam afscheid. Zij lieten de -prinses snikkende alleen. Op den corridor ontmoetten zij Gilio.</p> - -<p>—Waar gaat u heen? vroeg hij met zijn nederige stem.</p> - -<p>—Wij gaan met den trein van tien uur vijf-en-twintig.</p> - -<p>—Het doet mij veel leed....</p> - -<p>Maar zij gingen door en lieten hem staan, terwijl in het salon Urania -snikte.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLI" id="XLI">XLI.</a></h3> - - -<p>In den trein, in den brandenden morgen, waren zij stil, en zij vonden -Rome als barstende uit zijne huizen, van zonnebrand. In het atelier was -het echter koel, eenzaam en rustig.</p> - -<p>—Cornélie, zeide Duco. Vertel mij wat er gebeurd is tusschen jou en -den prins. Waarom heb je hem geslagen?</p> - -<p>Zij trok hem op den divan, wierp zich aan zijn hals en vertelde de -scène van de camera dei sposi. Zij vertelde hem van de duizend lire en -van den armband. Zij verklaarde hem, dat zij hierover gezwegen had, om -hem niet over geldzorgen te spreken, terwijl hij zijn aquarel voor de -tentoonstelling in Londen voltooide.</p> - -<p>—Duco, ging zij voort. Ik ben gisteren zoo geschrikt, toen ik Gilio -dat mes zag trekken. Ik voelde mij flauw vallen, maar ik heb het niet -gedaan. Ik had hem nog nooit zoo gezien, zoo hevig, zoo tot alles in -staat.... Ik voelde toen pas, hoeveel ik van je hield.... Ik had hem -vermoord, als hij je verwond had....</p> - -<p>—Je hadt niet met hem moeten spelen, zeide hij streng. Hij heeft je -lief ...</p> - -<p>Maar ondanks zijn strengen toon, trok hij haar vaster naar zich toe.</p> - -<p>Zij legde met iets als schuldbewustzijn haar hoofd vleiend tegen hem -aan.</p> - -<p>—Hij is alleen wat verliefd ... verdedigde zij zich, zwakjes.</p> - -<p>—Hij is heel gepassionneerd verliefd ... Je hadt niet met hem mogen -spelen....</p> - -<p>Zij antwoordde niet meer, hem met de hand vleiende zijn gezicht. Zij -vond hem heel lief, dat hij haar zoo berispte: zij hield van dien -strengen, ernstigen toon, dien hij bijna nooit tegen haar aannam. Zij -wist, dat zij die behoefte tot flirt in zich had, gehad had van heel -jong meisje: zij telde het niet, het was onschuldig amuzement. Zij -was het niet met Duco eens, maar zij vond het onnoodig er over door -te gaan: het was als het was, zij dacht er niet over, zij streed er -niet tegen: het was als een verschil van opinie, bijna van smaak, dat -niet telde. Zij lag te gemakkelijk tegen hem aan, na de agitatie van -gisteren avond, na een slapeloozen nacht, na een overhaast vertrek, -na drie uur sporens in de brandende warmte, om er veel tegen in te -praten. Zij vond de stille koelte van het atelier lief, de eenzaamheid -met hen beiden, na de drie weken op San Stefano. Er was hier een rust, -een komen tot zichzelve, die zalig was. Het hooge raam was opgetrokken -en de warme lucht vloot weldadig in en temperde zich in de natuurlijke -kilte van het noordelijke vertrek. Duco's ezel, leêg, stond in -afwachting. Het was er hun thuis, tusschen al die kleur en vorm van -kunst rondom haar heen. Zij begreep nu die kleur en vorm: zij leerde -Rome. Zij leerde dat alles in den droom van haar geluk. Zij dacht -weinig over de Vrouwenkwestie en de kritieken over haar brochure keek -zij nauwlijks in en interesseerden haar weinig. Zij vond den engel van -Lippo mooi, en zij vond mooi het tryptiekblad van Gentile da Fabriano -en de flonkerkleuren der oude kazuifels. Het was wel heel weinig na de -schatten van San Stefano, maar het was het hunne en hun home. Zij sprak -niet meer, zij voelde zich tevreden, zij rustte uit aan Duco's borst, -en hare vingers streelden zijn gezicht.</p> - -<p>—De Banieren zijn zoo goed als verkocht, zeide hij: voor negentig -pond. Ik zal van middag telegrafeeren naar Londen ... En dan kunnen we -gauw den prins die duizend lire teruggeven.</p> - -<p>—Het is het geld van Urania, zeide zij zwakjes.</p> - -<p>—Maar ik wil die schuld niet langer hebben ...</p> - -<p>Zij voelde, dat hij een beetje boos was, maar zij was in geen stemming -om over geldzaken te praten, en een zalige loomte doorvloeide haar aan -zijn borst....</p> - -<p>Ben je boos, Duco?</p> - -<p>—Neen ... maar je hadt het niet moeten doen....</p> - -<p>Hij nam haar vaster tegen zich aan, om haar te laten voelen, dat -hij niet op haar brommen wilde, al vond hij, dat zij verkeerd had -gehandeld. Zij vond, dat zij goed had gehandeld om hem niet te spreken -over de duizend lire, maar zij verdedigde zich niet. Het zouden -nuttelooze woorden zijn en zij voelde zich te tevreden, om over geld te -praten.</p> - -<p>—Cornélie, zeide hij; laten wij trouwen....</p> - -<p>Zij zag hem aan, verschrikt, opgeschrikt uit hare zaligheid.</p> - -<p>—Waarom?</p> - -<p>—Niet om onszelven. Wij zijn even gelukkig, niet getrouwd. Maar om de -wereld, de menschen.</p> - -<p>—Om de wereld, de menschen?</p> - -<p>—Ja; wij zullen ons hoe langer hoe meer geizoleerd gaan voelen. Ik heb -er wel eens met Urania over gesproken. Zij had er veel verdriet over, -maar zij tolereerde ons.... Zij vond het een onmogelijke verhouding. -Zij heeft misschien gelijk. Wij kunnen nergens komen. Op San Stefano -deed men nog of men niet wist, dat wij samen woonden. Dat is nu uit....</p> - -<p>—Wat kan je schelen de opinie van "kleine onverschillige menschen, die -bij toeval je pad kruisen", zooals je zegt....</p> - -<p>—Dat is nu niet meer zoo: aan den prins zijn wij geld schuldig en -Urania is de eenige vriendin, die je hebt....</p> - -<p>—Ik heb jou: ik heb niemand noodig.</p> - -<p>Hij kuste haar.</p> - -<p>—Heusch, Cornélie, het is beter, dat wij trouwen. Dan zal niemand je -meer beleedigen kunnen als de prins je heeft durven doen.</p> - -<p>—Hij heeft bekrompen ideeën: hoe kan je willen trouwen om wereld en -menschen als San Stefano en den prins.</p> - -<p>—De geheele wereld is zoo en wij zijn in de wereld. Wij leven te -midden van andere menschen. Het is onmogelijk zich geheel te izoleeren -en izolement straft zichzelve later. Wij moeten ons aansluiten bij -andere menschen: het is onmogelijk altijd op je eigen te bestaan, -zonder eenig gemeenschapsgevoel.</p> - -<p>—Duco, ik herken je niet meer: het zijn zulke maatschappelijke ideeën.</p> - -<p>—Ik heb meer nagedacht in den laatsten tijd.</p> - -<p>—Ik verleer juist na te denken.... Mijn lieveling, wat ben je ernstig -van morgen. En dat terwijl ik zoo heerlijk tegen je aanlig, om uit te -rusten van al die emotie, en die warme reis.</p> - -<p>—Heusch Cornélie, laten wij trouwen....</p> - -<p>Zij schuurde een weinig nerveus tegen hem aan, ontevreden, dat hij -doorging en met geweld haar zalige stemming vernielde....</p> - -<p>—Je bent een akelige jongen. Waarom moeten wij trouwen. Het zoû niets -aan onzen toestand veranderen. Wij zouden ons toch niet met andere -menschen bemoeien. Wij leven zoo heerlijk hier, in je kunst. Wij hebben -niets anders noodig dan elkaâr, en je kunst en Rome. Ik hoû nu zoo -veel van Rome: ik ben heelemaal veranderd. Er is hier iets wat mij -telkens weêr aantrekt. Op San Stefano had ik heimwee naar Rome en ons -atelier. Je moet weêr een ander motief zoeken—om aan het werk te gaan. -Als je niets doet, dan denk je na ... in een maatschappelijke richting -... en dat is niets voor jou. Ik herken je zoo niet. En zoo klein -maatschappelijk nog. Om te trouwen! In Godsnaam waarom, Duco? Je kent -mijn ideeën over het huwelijk. Ik heb mijn ondervinding: het is beter -van niet....</p> - -<p>Zij was opgestaan en werktuigelijk zocht zij in een portefeuille -tusschen half-affe schetsen.</p> - -<p>—Je, ondervinding ... herhaalde hij. Wij kennen elkaâr te goed om voor -iets bang te zijn.</p> - -<p>Zij trok de schetsen uit de portefeuile: het waren de ideeën, die bij -hem opgeschoten waren en die hij had aangeteekend, terwijl hij werkte -aan de Banieren. Zij zag ze na en strooide ze uit.</p> - -<p>—Bang te zijn? herhaalde zij vaag. Neen, hernam zij plotseling vaster. -Een mensch kent zich en een ander nooit. Ik ken je niet, ik ken mijzelf -niet.</p> - -<p>Iets waarschuwde haar in het diepst van zich: trouw niet, geef hem -niet toe. Het is beter van niet, het is beter van niet.... Het was -nauwlijks een fluisterende zweeming van waarschuwend voorgevoel, het -was onuitgedacht, onbewust en zielediep geheimzinnig. Want zij was -het zich niet bewust, zij dacht het niet, zij hoorde het nauwlijks in -zich. Het ging door haar heen en het was geen gevoel en het liet alleen -achter een tegenwerkende onwil in haar, zeer duidelijk.... Pas jaren -later zoû zij dien onwil begrijpen....</p> - -<p>—Neen Duco, het is beter van niet....</p> - -<p>—Denk er nu eens over na, Cornélie.</p> - -<p>—Het is beter van niet, herhaalde zij star. Toe, laat ons er niet meer -over spreken. Het is beter van niet, maar ik vind het zoo akelig het je -te weigeren, omdat jij het verlangt. Ik weiger je anders nooit iets. Ik -zoû anders alles voor je willen doen. Maar dit voel ik zoo: het ... is -beter ... van niet!</p> - -<p>Zij kwam als eéne liefkoozing naar hem toe en omhelsde hem.</p> - -<p>—Vraag het mij niet meer. Wat een wolk op je gezicht! Ik zie, dat je -er nog altijd over denken zult.</p> - -<p>Zij streelde over zijn voorhoofd als om zijn rimpels weg te vegen.</p> - -<p>—Denk er niet meer over na. Ik hoû van je, ik hoû van je! Ik wil -niets anders dan jou.... Ik ben gelukkig, zooals wij zijn. Waarom -jij ook niet? Omdat Gilio grof is geweest en Urania "prim?" Kom je -schetsen eens bezien. Ga je gauw aan het werk? Ik vind het heerlijk -als je werkt. Dan ga ik weêr wat schrijven: een causerie over een oud -Italiaansch kasteel. Mijn souvenirs van San Stefano. Misschien wel een -novelle en de pergola als achtergrond. O, die mooie pergola.... Maar -gisteren, dat mes! Zeg Duco, ga je weêr werken? Laten wij samen eens -zien. Wat had je toen veel ideeën! Maar word niet te symbolistisch: -ik meen, krijg niet die trucs, die repetities van je eigen.... Die vrouw -hier, die is wel mooi.... Ze loopt zoo in onbewust-zijn die hellende -lijn af en die duwende handen om haar heen, en die roode bloemen in den -afgrond.... Zeg Duco, wat meende je er meê?</p> - -<p>—Ik weet niet: het was mezelf niet heel duidelijk....</p> - -<p>—Ik vind het wel mooi, maar ik hoû niet van die schets. Ik weet niet -waarom. Ik vind er iets akeligs in. Ik vind die vrouw dom. Ik hoû -niet van die hellende lijnen: ik hoû van opgaande lijnen, als in de -Banieren. Dat vloeide alles uit den nacht naar boven, naar de zon! Wat -was dat mooi! Hoe jammer, dat wij het nu niet meer hebben, dat het -verkocht wordt. Als ik schilder was, zoû ik nooit wat kunnen verkoopen. -Ik zal de schetsen ervan bewaren, als souvenir. Vindt je het niet -vreeslijk, dat wij het niet meer hebben...?</p> - -<p>Hij beaamde het: hij miste ook zijn Banieren: hij had ze lief. En hij -zocht met haar tusschen de andere studiën en schetsen. Maar behalve -de onbewuste vrouw was er niets onder, dat hem duidelijk genoeg was, -om uit te werken. En Cornélie wilde niet, dat hij de onbewuste vrouw -afmaakte: neen, ze hield niet van die hellende lijnen.... Maar toen -vond hij nog schetsen van landschapsstudiën, van wolken en luchten, -over de Campagna, Venetië en Napels.</p> - -<p>En hij zette zich aan het werk.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLII" id="XLII">XLII.</a></h3> - - -<p>Zij waren heel zuinig, zij hadden eenig geld en de maanden droomden -voorbij, in den blakenden zomer van Rome. Zij leefden hun vereenzaamd -geluksleven voort, zonder iemand anders te zien dan Urania, die een -enkelen keer in Rome kwam, hen opzocht, bij hen déjeuneerde in het -atelier en 's avonds weêr vertrok. Toen schreef Urania hen, dat Gilio -het niet meer uithield te San Stefano, en dat zij op reis gingen, eerst -naar Zwitserland, later naar Ostende. Zij kwam nog eenmaal om afscheid -te nemen, en toen zagen zij niemand meer.</p> - -<p>Vroeger had Duco nog wel eens gekend een enkelen artist, een -schilder-landgenoot in Rome: nu kende hij niemand meer, nu zag hij -niemand. En hun leven in het koele atelier was als een eenzaam -oaze-bestaan te midden van de zonwoestijn van Rome, in Augustus. -Zij gingen niet de bergen in, naar een koelere plaats, voor de -zuinigheid. Zij gaven niet meer uit dan het allerhoogst noodzakelijke -en hunne bohême-armoede was toch geluk in hun decor van tryptiek- en -kazuifelkleuren.</p> - -<p>Het geld echter bleef schaarsch. Duce verkocht eens een enkele aquarel, -maar soms moesten zij wel eens hun toevlucht nemen tot het verkoopen -van een bibelot. En het ging Duco altijd zeer aan het hart te scheiden -van iets, dat hij verzameld had. Zij hadden weinig behoeften, maar soms -moest de huur van het atelier worden betaald. Cornélie schreef soms -een brief, een schets, en kocht ervan wat zij noodig had voor haar -toilet. Zij had een zekeren chic van dragen, een talent er elegant -uit te zien in een oude versleten blouse. Zij was coquet op haar -haar, op haar huid, op haar tanden, op haar nagels. Met een nieuwe -voile droeg zij een ouden hoed; met een oude wandeljapon, een paar -frissche handschoenen, en zij droeg alles met coquetterie. Thuis, in -haar rozen peignoir, die geen kleur meer had, had zij een lijn van zoo -groote bevalligheid, dat Duco haar telkens schetste. Zij gingen bijna -nooit meer naar een restauratie. Cornélie kookte thuis wat, verzon -gemakkelijke recepten, haalde een fiasco wijn in de eerste de beste -"Olio e vino" waar de koetsiers aan tafeltjes zaten te drinken, en zij -aten thuis lekkerder en goedkooper dan in de osteria. En Duco, nu hij -niet meer kocht bij de antiquaires aan den Tiber, gaf niets uit. Maar -het geld bleef schaarsch. Toen zij eens een zilveren crucifix hadden -verkocht, voor veel te weinig geld, was Cornélie zoo ontmoedigd, dat -zij snikte aan Duco's borst. Hij troostte haar, streelde heur haar en -verklaarde, dat hij niet veel om het crucifix gaf. Maar zij wist, dat -het crucifix een heel mooi werk was van een onbekende uit de zestiende -eeuw, en dat hij er veel leed van had het niet meer te bezitten. En -ernstig zeide zij hem, dat het zoo niet langer kon gaan, dat zij hem, -niet tot lastpost kon wezen, en dat zij maar scheiden moesten: dat -zij iets zoeken zoû, naar Holland terug zoû gaan.... Hij schrikte -van haar wanhoop, en zei, dat het niet hoefde, dat hij wel voor haar -zorgen kon, als voor zijn vrouw, maar dat hij nu eenmaal zoo een -onpractische jongen was, die niets anders kon dan een beetje kladderen, -en niet eens genoeg om er van te leven. Maar zij zeide, dat hij zoo -niet spreken mocht, dat hij een groot artist was, die niet had een -geldmakende, gemakkelijke vruchtbaarheid, maar daarom des te hooger -stond. Zij zeide, dat zij niet van zijn geld wilde leven, dat zij voor -zichzelve wilde zorgen. En zij verzamelde de verwaaide resten van hare -feministische ideeën. Nog eens vroeg hij haar toe te staan in een -huwelijk: zij zouden zich verzoenen met zijn moeder en mevrouw Van der -Staal zoû hem weêr geven wat zij hem vroeger gaf, toen hij nog met zijn -moeder bij Belloni woonde. Maar zij wilde ten eerste van geen huwelijk -weten en ten tweede van geen onderstand van zijn moeder, evenmin als -hij geld van Urania wilde. Hoe dikwijls had Urania hun niet haar hulp -geboden! Hij had nooit gewild: hij was zelfs boos geweest, toen Urania -een blouse aan Cornélie had gegeven, en zij die met een zoen had -aangenomen. Neen, het ging niet langer: zij moesten maar scheiden: zij -zoû naar Holland terug, iets zoeken. Het was gemakkelijker in Holland -dan in den vreemde.... Maar hij was zoo wanhopig, om hun geluk, dat -wankelde voor zijn oogen, dat hij haar vasthield aan zijn borst, en -ook zij snikte, de armen om zijn hals. Waarom scheiden? vroeg hij. Zij -zouden sterker te zamen zijn. Hij kon niet meer buiten haar, zijn leven -zoû zonder haar geen leven zijn. Hij leefde vroeger in zijn droom, hij -leefde nu in de werkelijkheid van hun geluk.</p> - -<p>En het bleef er bij: zij <i>konden</i> niets veranderen, zij leefden zoo -gierig mogelijk, om bij elkaâr te blijven. Hij werkte zijn landschappen -af, die hij altijd verkocht, maar hij verkocht ze dadelijk, voor veel -te weinig geld, om maar niet behoeven te wachten. Maar toen dreigde -weêr het gebrek en zij dacht er over naar Holland te schrijven. Juist -echter ontving zij een brief van hare moeder, daarna een brief van eene -harer zusters. En zij vroegen haar in die brieven of het waar was, wat -men vertelde in Den Haag, dat zij leefde met Van der Staal. Zij had -zich altijd zoover beschouwd van Den Haag en de Haagsche menschen, dat -zij er nooit over had gedacht, dat haar leven bekend kon worden. Zij -sprak zoo niemand, zij kende zoo niemand met Hollandsche relaties.... -Hoe dan ook, hare onafhankelijkheid was nu bekend. En zij beantwoordde -die brieven in een feministischen toon: zeide hare antipathie tegen -het huwelijk, bekende, dat zij leefde met Van der Staal. Zij schreef -koel en zakelijk, om in Den Haag indruk te maken als vrije vrouw. -Men kende er natuurlijk hare brochure. Maar zij begreep, dat zij nu -aan Holland niet meer kon denken. Ze schreef hare familie af. Het -scheurde toch nog iets in haar, het onbewuste van familieband. Maar de -band was reeds zoo los, door te weinig sympathie, vooral in de dagen -van haar scheiding. En zij voelde zich geheel alleen: zij had alleen -haar geluk, hare liefde, Duco. O, het was genoeg, het was genoeg voor -heel haar leven. Als zij alleen maar geld verdienen kon! Maar hoe? Zij -ging naar den Hollandschen consul: zij vroeg hem raad: het gaf niets. -Voor liefdezuster was zij ongeschikt: zij wilde dadelijk verdienen en -studeeren kon zij niet. In een winkel staan, dat kon zij. En zij bood -zich aan, zonder Duco er iets van te zeggen, maar niettegenstaande haar -versleten manteltje, vond men haar overal te veel dame, en vond zij het -salaris te weinig voor een heelen dag arbeid. En toen zij voelde, dat -zij het niet in haar bloed had te werken voor haar brood, trots al hare -ideeën, al hare logiek, trots hare brochure en haar vrije-vrouwschap, -voelde zij zich radeloos tot wanhoop toe, en terwijl zij naar huis -ging, moê, afgebeuld door trappenklimmen en nuttelooze gesprekken van -sollicitatie, kwam de oude klacht op hare lippen:</p> - -<p>—O God, zèg mij, wat ik doen moet...!!</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLIII" id="XLIII">XLIII.</a></h3> - -<p>Urania schreef zij geregeld, naar Zwitserland, naar Ostende, en Urania -schreef altijd zoo lief terug en bood hare hulp aan. Maar Cornélie -weerde steeds af, bang nu Duco er meê te kwetsen. Zij, voor zich, -voelde grootere gemakkelijkheid, vooral nu het tot haar kwam, dat zij -toch niet werken kon. Maar zij begreep het in Duco en eerbiedigde het. -Voor zich had zij echter aangenomen, nu hare fierheid toch wankelde, -nu hare ideeën in-een stortten, te zwak voor den stadigen druk van het -steenharde leven. Het was als een groote vinger, die even langs huisjes -van kaarten ging: met zorg en trots opgebouwd, viel alles plat neêr -bij de minste beroering. Alleen vast bleef staan hare liefde en haar -geluk, onwankelbaar te midden der ruïne. O, wat had zij hem lief, -hoe eenvoudig waar was hun geluk! Wat was hij haar dierbaar, om zijn -zachtheid, om zijne kalmte, zijn gemis aan drift, of zijne zenuwen -zich alleen maar gespannen hadden tot het fijner voelen van kunst. Zij -voelde zoo heerlijk, dat het onverstoorbaar was, gevonden voor altijd. -Zonder dat geluk hadden zij ook nooit van dag tot dag hun moeilijke -leven kunnen sleepen. Nu voelden zij die zwaarte niet dagelijks, als -trokken zij samen den last, van den eenen dag op den anderen, voort. Nu -voelden zij die zwaarte maar soms, als de volgende dag geheel duister -was en zij niet wisten waar zij hun levenslast sleepten, in het donkere -van die toekomst. Maar zij overwonnen altijd weêr: zij hadden elkaâr te -lief om bij den last in-een te zinken. Zij vonden altijd weêr wat moed: -glimlachend steunden zij elkanders kracht.</p> - -<p>Het werd September, Oktober, en Urania schreef, dat zij terugkwamen te -San Stefano en er een paar maanden blijven zouden, voor zij dien winter -naar Nice gingen. En op een morgen, onverwachts, kwam Urania in het -atelier. Zij vond Cornélie alleen: Duco was naar een kunstkooper. Zij -begroetten elkander heel innig.</p> - -<p>—Ik ben zoo blij je terug te zien! babbelde Urania vroolijk. Ik ben -blij weêr in Italië te zijn en nog een tijd te San Stefano te blijven. -En hier is alles als het was, in jullie gezellig atelier? Je bent -gelukkig? O, ik behoef het niet te vragen...!</p> - -<p>En uitbundig, als een kind, omhelsde zij Cornélie, nooit kracht -vindende af te keuren het al te vrije leven van hare vriendin, en -vooral niet nu, na haar eigen zomer te Ostende... Zij zaten naast -elkaâr op den divan, Cornélie in haar ouden peignoir, dien zij droeg -met hare geheel eigen gratie, en de jonge prinses in haar lichtgrijs -tailorpak, dat zeer nieuwerwetsch plakte om hare vormen, ruischend -van zwaar zijden voering, met haar hoed van zilverpailletten en -zwarte veêren, hare bejuweelde vingers, spelende met een zeer langen -horlogeketting, die zij droeg om den hals: de laatste mode-nieuwigheid. -Cornélie kon bewonderen zonder ijverzucht en zij liet Urania opstaan, -draaien voor haar heen, vond den snit van haar rok mooi; zei, dat -haar hoed haar allerliefst stond en bekeek met aandacht de ketting. -En zij verdiepte zich in die chiffons: Urania beschreef toiletten van -Ostende ... en Urania bewonderde Cornélie's ouden peignoir. Cornélie -lachte. Na Ostende vooral, niet waar? lachte zij vroolijk. Maar -Urania, ernstig, meende het: Cornélie droeg dat met een chic! En van -topic veranderend, zeide zij, dat zij heel ernstig spreken wilde. Dat -zij misschien iets voor Cornélie wist, nu deze nooit haar—Urania's -—hulp wilde aannemen. In Ostende had zij kennis gemaakt met een -oude Amerikaansche dame, Mrs. Uxeley, een type. Zij was negentig -jaar en woonde 's winters in Nice. Zij was schat- en schatrijk: -een petroleum-koninginne-vermogen. Zij was negentig, maar deed nog -steeds of zij vijf-en-veertig was. Zij ging uit, kwam in de wereld, -coquetteerde. Men lachte haar uit, maar men accepteerde haar, om haar -geld en haar prachtige feesten. In Nice kwam de geheele cosmopolitische -kolonie ten harent. Urania haalde een casino-blaadje van Ostende te -voorschijn en las voor een journalistisch mededeelinkje over een bal -in Ostende, waarin Mrs. Uxeley genoemd werd: la femme la plus élégante -d'Ostende. De journalist had daar item zooveel voor gekregen, de -geheele wereld lachte er om en amuzeerde zich. Mrs. Uxeley was een -karikatuur, maar met genoeg tact om als ernst aangenomen te worden. -Nu, en Mrs. Uxeley zocht iemand. Zij had altijd bij zich een dame, -een jong meisje, een jonge vrouw, als gezelschap, en tallooze dames -hadden elkaâr al bij haar afgewisseld. Zij had nichten bij zich gehad, -verre nichten, heel verre nichten en geheel vreemden. Zij was lastig, -capricieus, onmogelijk: het was algemeen bekend. Wilde Cornélie het -eens probeeren? Urania had er al met Mrs. Uxeley over gesproken en hare -vriendin gerecommandeerd. Cornélie vond het niet erg aanlokkelijk. -Maar er was over te denken. Mrs. Uxeley's gezelschapsdame bleef tot -November, tot "the old thing" over Parijs naar Nice terugging. En in -Nice zouden zij elkaâr veel zien, Cornélie en Urania. Maar Cornélie -vond het vreeslijk Duco te verlaten. Zij dacht, dat het nooit gaan zoû -Zij hielden zoo van elkaâr, zij waren zoo aan elkaâr gewend. Finantieel -zoû het alles heel goed zijn—een gemakkelijk leven, dat haar toelachte -na dien knak harer moreele fierheid—maar zij kon er niet aan denken -Duco te verlaten. En wat zoû Duco in Nice doen! Neen, zij kon, zij -kon niet: zij bleef bij hem.... Zij voelde een onwil te gaan, als -een hand, die haar tegenhield. Zij zei Urania de oude dame maar af -te schrijven, iemand anders te zoeken. Zij kon niet. Wat had zij aan -zulk een leven—afhankelijk, maar finantieel onafhankelijk—zonder -Duco! En toen Urania weg was—zij ging door naar San Stefano—was -Cornélie blij, dadelijk geweigerd te hebben dit domme gemakkelijke -afhankelijke leven van dame-de-compagnie bij een oude rijke toot. Zij -zag rond in het atelier. Zij had het lief met zijne mooie kleuren, zijn -edele oude dingen, en achter dat gordijn haar bed, achter dat schutsel -haar petroleumstel, als een keukentje. Het was, in zijn bohême van -kostbare bibelots en zeer primitief comfort, haar onmisbaar geworden, -haar home. En toen Duco thuis kwam, en zij hem omhelsde, vertelde zij -hem van Urania en Mrs. Uxeley, blij te kunnen nestelen tegen hem aan. -Hij had een paar aquarellen verkocht. Er was totaal geen reden hem te -verlaten. Hij wilde het ook niet, hij zoû het nooit willen. En zij -hielden elkaâr vast omhelsd, als voelden zij iets, dat hen zoû kunnen -scheiden, een onafwendbare noodzakelijkheid, of handen zweefden rondom -hen heen, hen duwende, hen leidende, hen tegenhoudende en verdedigende, -een strijd van handen, als een wolk om hen beiden; handen, die met -geweld zochten te splitsen hun glinstere levenslijn, hun samengesmolten -levenslijn, als was die te smal voor hunne beider voeten, en de handen -ze wringen zouden uiteen, om in twee spiralen de groote lijn uiteen -te laten slingeren. Zij zeiden niets: in elkanders armen zagen zij het -leven aan, huiverden zij voor de handen, voelden zij het naderen van -den dwang, die al dichter wolkte om hen heen. Maar zij voelden zich -warm tegen elkaâr: nauw in hunne omhelzing sloten zij hun klein geluk, -verborgen zij het tusschen henbeiden in, opdat de handen het niet -zouden aanwijzen, beroeren, duwen....</p> - -<p>En onder hun vasten staarblik deinsde het leven zachtjes terug, loste -de wolk op, verijlden, verdwenen de handen, en eene verlichting zuchtte -op uit hunne borsten, terwijl zij stil liggen bleef tegen hem aan, en -de oogen sloot, als om te slapen....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLIV" id="XLIV">XLIV.</a></h3> - - -<p>Maar het dwingende leven kwam terug, de zwevende handen verschenen -weêr, als een zacht geheimzinnig geweld. Cornélie weende bitter en -bekende het zich, en bekende het Duco: het ging niet langer. Zij hadden -éen oogenblik niet genoeg om de huur van het atelier te betalen en -moesten zich wenden tot Urania. In het atelier waren leêgten gekomen, -kleuren verijld, door het verkoopen van dingen, die Duco met teederheid -en opoffering had verzameld. Maar de engel van Lippo Memmi, dien hij -niet verkoopen wilde, bleef met zijn gebaar van lelie-reiken, in -zijn brokaten goudmantel nog stralen als altijd. Om hem heen gaapten -treurige vakken wand, waren spijkers blootgekomen. Eerst poogden zij -nog anders te schikken, maar de lust hiertoe verging. En als zij zaten -bij elkaâr, in elkanders armen, voelende hun klein geluk, maar ook den -dwang van het met handen duwende leven, sloten zij de oogen, om het -atelier niet te zien, dat scheen te brokkelen rondom hen heen, waar met -de eerste koelere dagen een zonnelooze kilte huiverend neêrviel van -het plafond, dat hooger en verder scheen, en waar de schildersezel, -leêg, wachtte. Zij sloten beiden de oogen, en bleven zoo, zich, trots -de kracht van hun geluk, hunne liefde, voelende langzaam-aan overwinnen -door het leven, dat zoo gestadig dwong en hun iederen dag iets ontnam. -Eens, toen zij zoo zaten, vielen hun armen slap, viel hun omhelzing uit -elkaâr, als trokken handen hen van elkaâr af. Zij bleven lang zitten -staren, naast elkaâr, zonder elkaâr aan te roeren. Toen snikte zij -luid op en wierp zich met haar gezicht op zijn knieën. Er was niets -meer aan te doen: het leven was sterker, het sprakelooze leven, het -zacht-gestadig dwingende leven, dat met zoovele handen rondom hen was. -En het was of hun klein geluk hun ontviel, als een engelachtig kind, -dat gestorven was, en aan hunne omhelzing was ontzonken.</p> - -<p>Zij zeide, dat zij Urania zoû schrijven: de Forte-Braccio's waren -te Nice. Hij, mat, stemde toe. En zoodra zij antwoord had, pakte zij -werktuigelijk haar koffer, pakte zij haar oude kleêren in. Want Urania -schreef haar te komen, en dat Mrs. Uxeley haar wilde zien. Mrs. Uxeley -zond haar het reisgeld. Zij was in een radeloozen toestand van telkens -opsnikkende zenuwachtigheid, en zij voelde zich als scheuren van hem -weg, scheuren uit dat home, dat haar lief was, en dat brokkelde om hen -heen, alleen door hàre schuld. Toen zij den aan geteekenden brief met -het reisgeld ontving kreeg zij een zenuwtoeval, klaagde als een kind -tegen hem aan, dat zij niet kon, dat zij niet woû, dat zij niet zonder -hem kon leven, dat zij hem lief had voor eeuwig, voor eeuwig, dat zij -sterven zoû, zoo ver van hem. Zij lag op den divan, haar beenen stijf, -haar armen stijf, en zij schreeuwde met een verwrongen mond als van -lichamelijke pijn. Hij suste haar in zijn armen, bette haar hoofd, -liet haar ether drinken, troostte haar, zei, dat het later alles goed -weêr zoû worden.... Later.... Zij zag hem wezenloos aan. Zij was als -krankzinnig van smart. Zij gooide alles weêr uit haar koffer, door het -vertrek, linnengoed, blouses, en lachte, en lachte.... Hij bezwoer -haar zich te beheerschen. Toen zij zijn ontdaan gezicht zag, toen ook -hij snikte tegen haar aan, pakte zij hem vast tegen zich, zoende hem, -troostte hem op hare beurt En alles viel mat, slap, in haar neêr.... -Zij pakten beiden den koffer weêr in. Toen zag zij rond en schikte in -een vlaag van energie het atelier voor hèm, liet haar bed wegnemen, -bevestigde zijn eigen schetsen aan den wand, poogde iets op te bouwen, -van wat rondom hen heen was in-een gebrokkeld, schikte alles anders, -deed haar best. Zij kookte hun laatste maal, zij stookte het vuur -op.... Maar een radelooze dreiging van eenzaamheid en verlatenheid -heerschte al rond. Het ging niet, het ging niet.... Snikkende sliepen -zij in, in elkanders armen, nauw tegen elkaâr aan. Dien volgenden -morgen bracht hij haar naar het station. En toen zij ingestegen was, -in haar coupé, konden zij beiden zich niet beheerschen. Zij omhelsden -elkaâr snikkende, terwijl de conducteur al het portier wilde sluiten. -Zij zag hem wegloopen als een gek, dwars door de drukke menigte -duwende, en zij wierp zich van smart brekende, achterover. Zij was zoo -benauwd, op het punt flauw te vallen, dat eene dame naast haar hielp, -haar gezicht waschte met Eau de Cologne....</p> - -<p>Zij dankte, verontschuldigde zich, en ziende de andere reizigers -haar aanstaren met deelneming, beheerschte zij zich, en viel mat -ineen, en tuurde wezenloos door het raam. Zij spoorde door, zij hield -nergens op, alleen stapte zij uit om van trein te verwisselen. Hoewel -hongerig, had zij geen energie aan de stations iets te bestellen. Zij -at niets, zij dronk niets. Zij spoorde een dag, een nacht, en kwam den -volgenden avond laat te Nice. Urania was aan het station en schrikte -omdat Cornélie er grauwbleek uitzag, doodmoê, hol van oogen. En zij -was allerliefst; zij nam Cornélie meê naar huis, verzorgde haar een -paar dagen, deed haar blijven te bed, en ging zelve Mrs. Uxeley zeggen, -dat haar vriendin te ongesteld was om zich aan te melden. Gilio kwam -Cornélie even zijne opwachting maken, en zij kon niet anders dan hem -danken voor die dagen van gastvrijheid en zorg onder zijn dak. En -de jonge prinses was als een zuster, was als een moeder, en kweekte -Cornélie op met melk, met eieren, met versterkende middelen. Zij liet -alles gewillig met zich doen, mat, onverschillig, en zij at, om Urania -lief te zijn. Na enkele dagen, zeide Urania, dat Mrs. Uxeley dien -middag een visite kwam maken, benieuwd hare nieuwe gezelschapsdame te -zien. Mrs. Uxeley was nu alleen, maar zij kon wachten tot Cornélie -hersteld was. Cornélie kleedde zich zoo goed mogelijk aan en wachtte -met Urania de oude dame af. Zij kwam met uitbundigheid binnen, in -een vloed van woorden, en Cornélie kon, in het schemerlicht van -Urania's salon zich niet verwezenlijken, dat zij negentig jaar was. -Urania knipoogde tegen Cornélie, maar deze glimlachte flauw: zij -zag op tegen dit eerste onderhoud. Maar Mrs. Uxeley, zeker omdat -Cornélie de vriendin was van de prinses di Forte-Braccio, was heel -gemakkelijk, heel aardig, zonder neêrbuigendheid tegen haar aanstaande -dame-de-compagnie; vroeg naar Cornélie's gezondheid in een vermoeiende -uitbundigheid van uitroepjes en zinnetjes en raadgevingen. Cornélie, -in het schemerlicht der staande kant-omkapte lampen, nam haar met -den blik op, en zag een vrouw, vijftig, de rimpeltjes zorgvuldig -bijgepoeierd, in een mauve fluweelen toilet met dof goud en pailletten -en kralen gewerkt, op den bruinen geönduleerden chignon een hoed -met witte aigrette. Telkens twinkelden hare juweelen omdat zij heel -bewegelijk was, heel druk. Nu nam zij Cornélie's hand en begon intiem -te praten.... Dus overmorgen zoû Cornélie komen? Goed. Zij was gewoon -honderd dollars in de maand te geven, of vijfhonderd francs, nooit -minder, maar ook nooit meer. Maar zij begreep, dat Cornélie nu iets -noodig had, voor nieuwe toiletten: of zij dan maar aan dit adres -bestellen wilde, wat zij noodig had, voor rekening van Mrs. Uxeley. Een -paar baltoiletten, een paar minder gekleedde avondtoiletten, enfin, -alles. De prinses Urania zoû haar dat wel zeggen, en wel met haar -willen meêgaan. En zij stond op, pogende jong te doen, minaudeerend -met haar face-à-main, maar onderwijl zich steunende met haar parasol, -zich gymnastisch opwerkende aan den stok van haar parasol, met een -plotselingen trek van rheumatische pijn, die allerlei rimpels ontdekte. -Urania geleidde haar tot den corridor, en kwam gierende terug, en ook -Cornélie lachte, heel matjes. Het kon haar alles niets schelen: zij was -meer verbaasd over Mrs. Uxeley, dan dat zij haar komisch vond. Negentig -jaar! Negentig jaar!! Wat een energie, een beter doel waardig, om -elegant te willen blijven: la femme la plus élégante d'Ostende!!</p> - -<p>Negentig jaar! Wat moest die vrouw lijden, de uren van haar langdurig -toilet, dat zij zich karikaturizeerde tot dit type. Urania zeide, dat -alles valsch was, haar haren, haar décolletage! En Cornélie voelde -een walging voortaan te moeten leven naast die vrouw, als naast eene -onwaardigheid. In haar geluk van liefde was veel van haar energie -verzwakt, alsof hun twee-geluk—van Duco en van haar—haar ongeschikter -had gemaakt voor verderen levensstrijd en haar verweekt, had in zijn -heerlijkheid, maar het had in haar ziel iets verfijnd en verpuurd en -zij walgde van zooveel schijn voor zoo klein en ijdel een doel. En het -was alleen de noodzakelijkheid zelve—de geleidelijkheid van de dingen -des levens, die dreef en zacht haar met leidenden vinger duwde langs -eene nu eenzaam uitslingerende levenslijn—de noodzakelijkheid, die -haar kracht gaf haar verdriet, haar verlangen, haar heimwee naar alles -wat zij verlaten had, diep te bergen in zichzelve. Zij sprak er maar -niet meer over met Urania. Urania was zoo blij haar te zien, beschouwde -haar als een goede vriendin, in de eenzaamheid van haar groot leven, in -het izolement te midden der aristocratische kennissen. Urania was vol -ijver met haar naar naaisters en winkels te gaan en hielp haar kiezen -haar nieuwen trousseau. Het kon haar niet schelen. Zij, elegante vrouw, -ingeboren elegant, die in haar uiterlijk zich steeds verdedigd had -tegen de armoede, die met een frisch lint een oude blouse gracieus wist -te dragen, in de dagen van haar geluk, zij was totaal onverschillig -over alles wat zij nu kocht voor rekening van Mrs. Uxeley. Het was -haar als was het niet voor haar. Zij liet Urania vragen, kiezen, zij -vond alles goed. Zij paste als een pop. Het hinderde haar zooveel te -moeten uitgeven op rekening van een vreemde. Zij voelde zich gezonken, -vernederd: al haar fiere levenstrots was weg. Zij was bang voor wat men -van haar denken zoû in den kring van Mrs. Uxeley's kennissen, of men -zoû weten van haar vrije ideeën, van haar samenleven met Duco, zij was -bang voor Mrs. Uxeley's opinie. Want Urania had eerlijk moeten zijn en -alles verteld. Alleen door Urania's warme recommandatie was zij door -Mrs. Uxeley nog aangenomen. Zij voelde zich misplaatst, nu zij weêr -meê zoû moeten doen met al die menschen, en zij was bang zich bloot te -zullen geven. Zij zoû comedie moeten spelen, hare ideeën maskeeren, -hare woorden bedenken, en zij was het niet meer gewoon. En alles om -dat geld. Alles omdat zij geen kracht had gehad naast Duco haar eigen -brood te verdienen, en, hem, blij, onafhankelijk, op te wekken in zijn -arbeid, in zijn kunst. O, als zij maar gekund had, gevonden had, wat -zoû zij gelukkig geweest zijn. Als zij maar niet in zich had laten -kankeren de ellendige loomte van haar bloed, van haar opvoeding, haar -brillante salon-educatie-loomte, die haar ongeschikt maakte tot wat -ook! In haar bloed was zij zoowel een vrouw van liefde als een vrouw -van luxe, maar zij was meer liefde dan luxe: zij kon gelukkig zijn met -het hoogst eenvoudige als zij maar kon liefhebben. En nu had het leven -haar weggescheurd van hem, langzaam aan, maar onverbiddelijk. En nu had -zij luxe, afhankelijke luxe, en het voldeed aan haar bloed niet meer, -omdat zij haar ziel niet voldoen kon. Eene rampzalige ontevredenheid -woekerde op in die eenzame ziel. Het eenige geluk, dat zij had, waren -zijn brieven, zijn lange brieven, brieven van verlangen, maar ook -brieven van troost. Hij schreef haar zijn verlangen, maar hij schreef -haar ook moed en hoop in. Hij schreef haar iederen dag. Hij was nu in -Florence, en zocht zijn troost in Uffizie en Pitti. In Rome had hij -niet kunnen blijven, het atelier was nu gesloten. In Florence was hij -iets dichter bij haar. En zijn brieven waren haar als een liefdeboek, -de eenige roman, dien zij las, en het was of zij in zijn stijl zijn -landschappen zag, de zelfde wazigheid van kleur-emotie, het parelen -blanke en de droomwazige lichte verte: de horizon van zijn verlangen, -of zijn oogen steeds uitgingen naar den einder, waar zij in den nacht -van hun scheiden verdwenen was als in paarsgrauwen zonsondergang; een -lucht van de droeve Campagna. In die brieven nog leefden zij samen. -Maar zij kon hem zoo niet schrijven. Hoewel zij hem iederen dag -schreef, schreef zij kort, in andere woorden altijd het zelfde: haar -verlangen, haar matte onverschilligheid. Maar zij schreef haar geluk om -zijn brieven, die waren als haar dagelijksch brood.</p> - -<p>Zij was nu bij Mrs. Uxeley en bewoonde in de reusachtige villa -twee lieve kamers, die uitzagen op de zee en op de Promenade des -Anglais. Urania had haar geholpen ze te arrangeeren. En zij leefde -als in een oneigenlijken droom van vreemdheid, van niet bestaan -met haar ziel, van ongeleefd handelen en gebaren; volgens den wil -van andere menschen. Des morgens zocht zij Mrs. Uxeley op in haar -boudoir, en las haar voor Amerikaansche en Fransche couranten, en -soms iets uit een Fransch romannetje. Zij deed nederig haar best. -Mrs. Uxeley vond, dat zij prettig las, maar zei alleen, dat ze wat -vroolijk moest worden, dat haar treurige dagen nu waren voorbij. -Van Duco werd niet gesproken en Mrs. Uxeley deed of zij niets wist. -Het groote boudoir, de balkondeuren open, zag uit op de zee, waarop -de Promenade, de morgenwandeling al begon, kleurig en vlakkerig van -parasols, fijn scheltjes tegen de diepblauwe zee, een zee, van luxe, -water van weelde, golfjes, die als veel geld schenen te kosten, vóór -zij bevalligjes verkozen aan te schuiven. De oude dame, al geverfd, -haar pruik op, een witte kant over die pruik voor den tocht, lag in -de zwarte en witte kanten van haar witten zijden peignoir op de hoop -kussens harer chaise-longue. In hare gerimpelde hand de face-à-main, -waarop haar initialen in diamanten, amuzeerde het haar te turen naar -de schelle vlakjes der parasols buiten. Nu en dan vertrok zij, bij -een rheumatischen scheut, in eens het gezicht tot ééne verkreukeling -van rimpel, waaronder de strakke maquillage bijna brak, als gekrakeld -porcelein. In het daglicht was zij bijna niet meer levend, scheen -zij een automatische, in elkaâr geleede pop van verdorde ledematen, -die mechanisch nog sprak en gebaarde. Zij was 's morgens altijd wat -moê, zij sliep 's nachts nooit; na elven maakte zij een dutje. Zij -leefde volgens een streng régime, en haar dokter, die haar iederen -dag bezocht, scheen haar iederen dag weêr wat te doen opleven, zoodat -zij den avond haalde. 's Middags toerde zij, steeg uit bij de Jetée, -maakte hare visites. Maar 's avonds leefde zij op, met iets van -werkelijk leven, kleedde zich, deed haar juweelen aan, en kreeg hare -uitbundigheid terug, haar uitroepjes, en minauderietjes.... Dan waren -het bals, feesten, de comedie. Dan was zij niet ouder dan vijftig jaar.</p> - -<p>Maar dat waren de goede dagen. Soms na een nacht van onduldbare pijnen, -bleef zij in haar slaapkamer, de maquillage van den vorigen dag niet -bijgewerkt, over haar kale hoofd een zwarte kant, in een zwart satijnen -morgenjas, die als een gemakkelijke zak om haar hing, en zij kreunde, -gilde, schreeuwde, en scheen genade te smeeken voor haar marteling. Dit -duurde een paar dagen, en was geregeld iedere drie weken: dan leefde -zij weêr langzaam op.</p> - -<p>Haar drukke conversatie bepaalde zich bij een geregeld terugkomende -bespreking en kritiek van allerlei familie-aangelegenheden. Zij -legde Cornélie uit al de familie-betrekkingen van haar kennissen, -Amerikaansche en Europeesche, maar vooral weidde zij uit over de groote -Europeesche families, die zij onder hare kennissen telde. Cornélie kon -er nooit naar hooren, en vergat de relaties weêr dadelijk. Het was -soms ondragelijk vervelend zoo lang aan te moeten hooren, en alleen -daarom, als gedwongen, vond Cornélie kracht zelve wat te praten, een -anecdote te vertellen, een verhaal te doen. Toen zij zag, dat de oude -vrouw erg gevoelig was voor anecdotes, raadsels, woordspelingen, -vooral met ondeugende tint, verzamelde zij er zooveel zij kon uit de -Vie Parisienne, het Journal pour Rire, en had ze altijd bij de hand. -En Mrs. Uxeley vond haar amuzant. Eens, daar zij wel merkte Duco's -dagelijkschen brief, maakte zij eene toespeling, en Cornélie vond -eensklaps uit, dat zij verging van nieuwsgierigheid. Toen vertelde zij -rustig de waarheid: haar huwelijk, hare scheiding, hare vrije ideeën, -hare ontmoeting en haar leven met Duco. De oude vrouw was een beetje -teleurgesteld, omdat Cornélie er zoo eenvoudig over sprak. Zij gaf -alleen den raad zich nu correct te houden. Wat de kennissen praatten -over vroeger, kwam er minder op aan. Maar nu mocht er geen aanstoot -zijn. Cornélie, nederig, beloofde. En Mrs. Uxeley toonde haar albums, -haar eigen portretten van jonge vrouw af, en de portretten van allerlei -mannen. En zij vertelde van dien vriend en dien vriend, en zij liet, -ijdel, iets schemeren van een zeer woelig verleden. Maar zij had zich -altijd correct gehouden.... Dat was haar trots. Zooals Cornélie gedaan -had, was niet goed....</p> - -<p>Een verlossing was het uur van elven tot half een. Dan sliep de oude -vrouw geregeld—haar eenige slaap—en dan kwam Urania Cornélie halen. -Zij toerden wat of wandelden op de Promenade of zaten in den Jardin -Public. En het was het eenige oogenblik, dat Cornélie iets van hare -nieuwe luxe waardeerde en dat ze eenigszins hare ijdelheid streelde. De -wandelaars zagen om naar de twee mooie jonge vrouwen in hare keurige -laken toiletten, wier modieus gehoede kopjes zich terugtrokken in de -schemering der parasols en zij bewonderden de glinsterende victoria, de -onberispelijke liverei en de schimmels van de prinses di Forte-Braccio.</p> - -<p>Gilio was tegenover Cornélie ingehouden en bescheiden. Hij was beleefd -maar op een hoffelijken afstand, als hij zich een oogenblik voegde -bij de twee dames in den tuin of op Jetée. Zij was na den nacht in de -pergola, na het plotselinge schitteren van zijn driftig mes, bang voor -hem, ook omdat zij veel van haar moed en hare fierheid had verloren. -Maar zij kon hem niet koeler antwoorden dan zij deed, omdat zij hem -dankbaar was, hem, evenals Urania, voor de zorg der eerste dagen, -voor den tact, waarmeê zij haar niet dadelijk aan Mrs. Uxeley hadden -overgelaten, maar haar ten hunnent hadden gehouden tot zij wat kracht -had terug gewonnen.</p> - -<p>In die vrije morgens, dat zij zich verlost voelde van die karikatuur -van haar leven, van de oude vrouw—ijdel, egoïst, onbeduidend, -belachelijk—voelde zij zich in de vriendschap van Urania komen tot -zichzelve, werd zij het zich bewust in Nice te zijn, zag zij de -kleurige drukte rondom zich heen met helderder oogen aan en verloor -zij de oneigenlijkheid der eerste dagen. Het was dan of zij voor het -eerst zichzelve weêr zag, in haar licht laken wandelpak, zittende in -den Tuin, hare geschoeide vingers spelende met de kwasten van haar -parasol. Zij kon nog nauwlijks aan zich gelooven, maar zij zag zich. -Diep in zich, ook voor Urania verborgen, borg zij haar verlangen, haar -heimwee: hare benauwende ontevredenheid. Het was soms of zij stikken -zoû. Maar zij hoorde naar Urania, en praatte en lachte meê en zij -zag lachend naar Gilio op, die voor haar stond, te dandineeren op de -punten van zijn schoenen, tusschen de handen, op zijn rug, bengelende -zijn wandelstok. Soms plotseling—vizioen, dwarrelend door de menigte -heen—zag zij Duco, het atelier, haar geluk der verledene dagen -wegwazen, éen kort oogenblik. Dan voelde zij met de tippen der vingers -tusschen de kanten strookjes, die voor in haar bolero fronselden, zijn -brief van dien morgen en kreukelde even de stugge enveloppe aan tegen -haar borst, als iets van hem, dat haar liefkoosde.</p> - -<p>En het was niet te ontkennen: zij zag zich, en Nice om zich, zij -voelde-aan haar nieuwe leven: het was geen oneigenlijkheid, al was het -voor haar ziel geen werkelijkheid: het was verdrietige komedie, waarin -zij mat, moê, zwak, lusteloos,—meêspeelde.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLV" id="XLV">XLV.</a></h3> - - -<p>Het was alles streng, als volgens régime geregeld, en de minste -wijziging was niet mogelijk: alles was vastgesteld als volgens een -wet. Het lezen van de courant, haar anderhalf vrij uur; dan de lunch, -na het lunch de toer, de Jetée, de visites; iederen dag die visites, -afternoon-tea's; een enkelen keer een diner, 's avonds meestal een bal, -een soirée, een comedie. Zij maakte bij tientallen nieuwe kennissen -en vergat ze weêr dadelijk, en wist niet meer, als zij ze weêrzag, of -zij ze kende, ja of niet. Over het algemeen kwam men haar vrij wel te -gemoet in dien kring van cosmopolitisme, omdat men wist, dat zij een -intime vriendin van de prinses Urania was. Maar evenals Urania zelve -ondervond zij van den vrouwelijken kant der oude Italiaansche namen -en titels, die soms opschitterden in dien kring, een verpletterenden -hoogmoed en minachting. De heeren lieten zich steeds aan haar -voorstellen, maar zoo zij zich soms aan hun dames liet voorstellen, was -een vage verwonderde hoofdknik de eenige tegemoetkoming. Het kon haar -zelve weinig schelen, maar zij had medelijden met Urania. Want zij zag -duidelijk, soms op Urania's eigen soirées, hoe zij haar nauwlijks als -de gastvrouw telden, hoe zij Gilio omringden en fêteerden, maar zijn -vrouw alleen even gaven de beleefdheid, die haar als de prinses di -Forte-Braccio toekwam, zonder ooit te vergeten, dat zij miss Hope was. -En voor Urania was die kleinachting moeilijker door te maken dan voor -haarzelve. Want zij nam haar rol van gezelschapsdame aan. Zij hield -Mrs. Uxeley steeds in het oog, voegde zich in den loop van den avond -telkens een oogenblik bij haar, haalde in een ander salon een waaier, -dien Mrs. Uxeley vergeten had, bewees telkens den een of anderen -kleinen dienst. Dan zette zij zich, alleen in het druk gonzende salon, -tegen den muur en zij zag onverschillig voor zich uit. Zij zat, steeds -zeer elegant gekleed, in een houding van gracieuze onverschilligheid -en matte verveling, tippende met haar voetje, of ontplooiende haren -waaier. Zij nam van niemand notitie. Soms kwamen dan een paar heeren -naar haar toe, en zij sprak met ze, of danste even, onverschillig als -verleende zij een gunst. Eens, dat Gilio met haar sprak, zij zittende -en hij staande, en de hertogin di Luca en de gravin Costi beiden op hem -toekwamen, en met hem, staande, begonnen uitbundig gekheid te maken, -zonder haar met een woord, met een blik te verwaardigen, bleef zij de -dames eerst met een spottende ironie aankijken, van het hoofd tot de -voeten, en weêr van de voeten tot het hoofd, stond eindelijk langzaam -op, nam Gilio's arm en zeide, met haar blik, die uit haar toegeknepen -oogen hatelijk uitpriemde als een naald:</p> - -<p>—Pardon ... maar u zult mij excuzeeren als ik u den prins di -Forte-Braccio weêr ontneem, want ik heb even intiem met hem te -spreken....</p> - -<p>En met den drang van haar arm deed zij Gilio twee passen voortgaan, -zette zich, dadelijk, weêr neêr, deed hem naast zich zitten en begon -heel vertrouwelijk met hem te fluisteren, terwijl zij de hertogin en de -gravin op twee meter afstand in stupefactie over haar brutaliteit met -open mond liet alleen staan en nog daarenboven tusschen haar en die -dames haar sleep wijd uitplooide en haar waaier wijd wuivend tewoog, -als om een afstand te bewaren. Zij kon zoo iets doen met zoo veel -kalmte, zooveel tact en hoogheid, dat het Gilio dol amuzeerde, en hij -er met haar om gichelde van genot.</p> - -<p>—Zoo moest Urania ook eens kunnen doen, zeide hij, dankbaar als een -kind voor dit amuzement, dat zij hem gegeven had.</p> - -<p>—Urania is te lief om zoo hatelijk te kunnen zijn, antwoordde zij.</p> - -<p>Zij maakte zich niet bemind, maar men werd bang voor haar, bang -voor haar rustige hatelijkheid en men vermeed haar in het vervolg -te kwetsen. Daarbij, de heeren vonden haar mooi en aardig, tevens -toegelokt door haar onverschillige hoogheid. En zonder het eigenlijk -te willen, veroverde zij zich een pozitie, schijnbaar met de grootste -diplomatie en in werkelijkheid natuurlijk, geleidelijk-weg. Terwijl -Mrs. Uxeley's egoïsme gestreeld werd door haar kleine attenties, die -zij plichtmatig nooit vergat en die zij bewees met iets alleraardigst -jong-moederlijks, waartegen Mrs. Uxeley het eenvoudig heerlijk vond -als een jong meisje te minaudeeren, kreeg zij langzamerhand op -die avonden een cour van heeren om zich heen, en werden de dames -zoetsappig beleefd. Urania zeide haar dikwijls hoe knap zij haar -vond, hoeveel tact zij toch had. Cornélie haalde de schouders op: het -ging alles van zelve, en eigenlijk kon het haar niet schelen. Maar -toch, langzamerhand, herwon zij iets van hare vroolijkheid. Als zij -zich staan zag in den spiegel over haar, kon zij zich niet anders dan -bekennen, dat zij zoo mooi was, als zij nog nooit was geweest, niet -als jong meisje, niet als pas getrouwde vrouw. Haar lang rank figuur -had een lijn van fierheid en loomte, die haar een bizondere gratie -gaf; haar hals was edeler, haar boezem voller, haar middel in deze -nieuwe toiletten, slanker, haar heupen waren zwaarder, haar armen -molliger geworden, en al had zij niet meer dien glans, dat geluk -over haar gelaat, als zij het te Rome gehad had, de spotglimlach, -de onverschillige ironie, gaven haar voor die vreemde mannen iets -aantrekkelijks, iets dat lokte en tartte, als de grootste coquetterie -niet gedaan zoû hebben. En Cornélie had hier niet naar verlangd, maar -nu het van zelve kwam, nam zij het aan. Het was niet in haar bloed het -te weigeren. En daarbij, Mrs. Uxeley was tevreden met haar. Cornélie -kon zoo lief tegen haar fluisteren: mevrouwtje, u heeft gisteren -zoo een pijn gehad, zoû u van avond niet wat vroeger naar huis gaan? -en dan minaudeerde Mrs. Uxeley, als een meisje, dat door haar moeder -vermaand werd van avond niet te veel te dansen. Zij vond die maniertjes -heerlijk, en Cornélie, onverschillig, gaf haar wat zij verlangde. -En ze amuzeerden haar meer die avonden, maar ze amuzeerden haar met -zelfverwijt zoodra zij aan Duco dacht, aan hun scheiding, aan Rome, -aan het atelier, aan het geluk der verledene dagen, dat zij door hare -zwakte verloren had.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLVI" id="XLVI">XLVI.</a></h3> - - -<p>Er waren zoo een paar maanden voorbij gegaan, het was Januari en het -waren drukke dagen voor Cornélie, want Mrs. Uxeley zoû spoedig een -van hare beroemde feesten geven, en Cornélie's vrije morgenuren waren -thans ingenomen met het doen van allerlei boodschappen. Meestal reed -Urania met haar meê en vond zij bij Urania steun. Zij moesten gaan bij -behangers, bij banketbakkers, bij bloemisten en bij juweliers, waar -Cornélie en Urania cadeaux uitkozen voor den cotillon. Mrs. Uxeley ging -er nooit voor uit, maar bemoeide zich thuis met iedere kleinigheid en -het waren eindelooze besprekingen, en het waren na die besprekingen -weêr ritten naar de winkels, want de oude dame was alles behalve -gemakkelijk, ijdel op haar feestroem, en bang dien door de kleinste -nalatigheid te verliezen.</p> - -<p>Op een van die ritten, terwijl de victoria de Avenue de la Gare -insloeg, schrikte Cornélie zoo hevig, dat zij Urania bij den arm -vastgreep en een uitroep niet weêrhouden kon. Urania vroeg haar -wat zij gezien had, maar zij kon niet spreken, en Urania deed haar -uitstappen bij een confiseur, om een glas water te drinken. Zij was op -het punt flauw te vallen en zag spierwit. Het was haar niet mogelijk -hare boodschappen verder af te doen, en zij reden terug naar de villa -van Mrs. Uxeley. De oude dame was niet tevreden over die plotselinge -flauwte en bromde zoo, dat Urania alleen de verdere boodschappen -ging doen. Dien middag echter was Cornélie hersteld, maakte zij hare -excuses, en vergezelde Mrs. Uxeley naar een afternoon-tea.</p> - -<p>Den volgenden dag, toen zij met Mrs. Uxeley en een paar kennissen -zat op de Jetée, scheen zij ook weêr dat zelfde te zien. Zij werd -spierwit, maar hield zich goed, en lachte en praatte vroolijk. Het -waren de dagen der toebereidselen. De datum van het feest naderde; -eindelijk was de avond daar. Mrs. Uxeley trilde van zenuwachtigheid als -een jong meisje, en vond de kracht de geheele villa door te loopen, -die één licht was en één bloem. En met een zucht van voldoening zette -zij zich een oogenblik. Zij was gekleed. Haar gezicht was glad als -porcelein, het haar, geönduleerd, schitterende van diamanten pinnen. -Zij was laag gedecolleteerd in een japon van lichtblauw brokaat, en -zij schitterde als een reliquie-schrijn. Een telkens omslingerend -snoer van fabuleuze parelen hing tot over haar buik. In de hand—de -handschoenen nog niet aan—had zij een wandelstok met gouden knop, -haar onmisbaar om op te staan. En alleen als zij opstond, had zij haar -ouderdom, als zij zich gymnastisch werkte omhoog, met die pijn op -haar gezicht, dien rhumatiekscheut, die haar doorkrinkelde. Cornélie, -nog ongekleed, na een laatsten blik over de villa, blakend van licht, -bezwijmelend van bloemen, repte zich naar hare kamer, en zonk, al -moê, in den stoel voor haar toilet, om zich vlug te laten kappen. Zij -was zenuwachtig en haastte de kamenier. Zij was juist klaar, toen de -eerste gasten kwamen, en zij zich kon voegen bij Mrs. Uxeley. En de -rijtuigen rolden aan; Cornélie, boven aan de monumentale trap, blikte -in de hal-vestibule, waar men binnenstroomde, de dames nog in hare -lange sorties—bijna nog kostbaarder dan hare japonnen,—en die zij -met zorg afgaven in de druk gonzende vestiaire. En de eerste gasten -kwamen de trappen op, wachtende om niet de allereerste te zijn, en -tegengeglimlacht door Mrs. Uxeley. De salons vulden zich spoedig. -Behalve de receptiezalen waren de eigen kamers der gastvrouw open -en schakelde zich een suite van twaalf vertrekken. Waren de gangen -en trappen gedecoreerd met alleen bosschages van roode en witte en -roze camelia's, in de vertrekken was de bloemdecoratie aangebracht -in honderden vazen en bekers en schalen, die overal neêrgezet waren, -en met het licht der omschermde kaarsen een intimiteit gaven aan het -feest. Dat was de eigenaardigheid van Mrs Uxeley's versiering van -feestzalen; het electrische licht niet op, maar overal de kaarsen in -schermpjes, overal de coupes en glazen vol bloemen, en het werd er om -als een feeëntuin. Was de groote lijn misschien verbroken, gewonnen -was een allerliefste gezelligheid, overal konden zich groepjes vormen, -achter een paravent, in een loggia, telkens vond men een plekje voor -vertrouwelijkheid; en dit was misschien de reden van de vogue van Mrs. -Uxeley's feesten. De villa, geschikt tot het geven van een hofbal, gaf -slechts feesten van een luxueuze intimiteit aan honderden menschen, -die elkaâr in het geheel niet kenden. De côterietjes kozen zich een -hoekje uit, en waren daar als thuis. Een heel klein boudoirtje, geheel -van Japansch lak en Japansche zijde, werd algemeen beoogd, maar -dadelijk door Gilio ingenomen, de gravin di Rosavilla, de hertogin -di Luca, de gravin Costi. Zij kwamen zelfs niet in de comediezaal, -waar een concert het eerste nummer was. Faderewski speelde er, Sigrid -Arnoldson zoû er zingen. Ook de concertzaal was zoo verlicht, met -kaarsen in schermpjes, en men fluisterde algemeen, dat in dit teedere -licht Mrs. Uxeley veertig was. In de pauze minaudeerde zij tegen -twee heele jonge journalisten, die haar feest beschrijven zouden. -Urania, naast Cornélie, werd aangesproken, door een Franschman, dien -zij aan hare vriendin voorstelde: de chevalier de Breuil. Cornélie -wist, dat zij hem kende van Ostende, en dat zijn naam met dien van -de prinses di Forte-Braccio genoemd werd. Urania had haar nooit over -de Breuil gesproken, maar Cornélie, nu, aan haar glimlach, haar -blos, de schittering van haar oogen, zag, dat men gelijk had. Zij -liet henbeiden alleen, met een treurigheid om Urania. Zij begreep, -dat het jonge prinsesje zich troostte over de onverschilligheid van -haar man—en zij vond dit heele leven van schijn plotseling om van te -walgen. Zij verlangde naar Rome, naar het atelier, naar Duco, naar -onafhankelijkheid, liefde, geluk. Zij had het alles gehad, maar het -had niet mogen blijven. Zij was terug gedwongen in dien schijn, de -conventie, de walgelijke comedie van het leven. Het was om haar heen -als één leugen, schitterender dan in Den Haag, maar nog valscher, -brutaler, perverser. Men gaf zelfs niet meer voor, dat men aan de -leugen geloofde: hierin was een brutale oprechtheid. De leugen werd -geëerbiedigd, maar niemand geloofde aan ze, niemand drong de leugen als -waarheid op; de leugen was niets dan een vorm. Cornélie liep alleen -door de zalen, voegde zich—volgens hare gewoonte—even bij Mrs. -Uxeley, vroeg fluisterend hoe zij het maakte, of zij iets noodig had, -of alles goed was—en liep alleen weêr de zalen door. Zij stond bij -een vaas en schikte een paar orchideeën, toen een vrouw, in het zwart -fluweel, blond, met een vollen hals, haar aansprak in het Engelsch:</p> - -<p>—Ik ben Mrs. Holt; u kent mijn naam misschien niet, maar ik ken den -uwe. Ik verlang zeer met u kennis te maken. Ik ben dikwijls in Holland -geweest en ik lees een beetje Hollandsch. Ik heb uwe brochure gelezen -over den Maatschappelijken Toestand van de Gescheiden Vrouw, en ik vond -heel veel interessants in wat u schreef.</p> - -<p>—U is heel vriendelijk; willen wij een oogenblik gaan zitten.... Ik -herinner mij ook uw naam.... Was u niet een van de leidsters van het -Vrouwencongres in Londen?</p> - -<p>—Ja.... Ik heb er gesproken over de opvoeding van het kind.... Kon u -niet in Londen komen?</p> - -<p>—Neen, ik heb er wel over gedacht, maar ik was toen in Rome, en ik kon -niet.</p> - -<p>—Dat was jammer. Het congres is een groote stap voorwaarts geweest. -Was uw brochure er vertaald, bekend geworden, dan had u groot succes -gehad.</p> - -<p>—Ik streef zoo weinig naar succes van dien aard....</p> - -<p>—Natuurlijk, dat begrijp ik. Maar het succes van uw boek is toch ook -voordeel voor de groote zaak.</p> - -<p>—Meent u dat waarlijk? Is er iets goeds in mijn boekje?</p> - -<p>—Twijfelt u daar dan aan?</p> - -<p>—Heel dikwijls....</p> - -<p>—Hoe is het mogelijk.... Het is toch zoo met zekere pen geschreven.</p> - -<p>—Misschien juist daarom.</p> - -<p>—Ik begrijp u niet. Er is in Hollanders soms een vaagheid, die wij -Engelschen niet begrijpen. Iets als de weêrspiegeling van uw mooie -luchten in uw karakters.</p> - -<p>—Twijfelt u nooit? Is u zeker van uw ideeën over de opvoeding van het -kind?</p> - -<p>—Ik heb kinderen bestudeerd in scholen, in crêches, thuis, en ik heb -zeer gedecideerde ideeën gekregen. En naar die ideeën werk ik voor -de menschen, die in de toekomst zullen zijn. Ik zal u mijn brochure -zenden, de quintessence van mijn redevoeringen op het congres. Is u nu -bezig aan een andere brochure?</p> - -<p>—Neen, helaas niet....</p> - -<p>—Waarom niet? Wij moeten allen dicht aaneensluiten om te overwinnen.</p> - -<p>—Ik geloof, dat ik uitgezegd ben.... Ik heb geschreven uit een -impulsie, uit eigen ondervinding. En toen.</p> - -<p>—Toen....</p> - -<p>—Toen is het anders geworden.... Alle vrouwen zijn verschillend, en ik -vond het nooit goed te generalizeeren. En gelooft u, dat <i>vele</i> vrouwen -met de doorzetting van een man kunnen werken voor een werelddoel, als -zij een klein doel voor zichzelve hebben gevonden, een klein geluk, bij -voorbeeld een liefde voor haar eigen ik, en waarin zij gelukkig zijn. -Gelooft u niet, dat er in iedere vrouw sluimert een egoïsme voor haar -eigen liefde, geluk, en dat, als zij dàt gevonden heeft ... de wereld -en de toekomst haar belang verliezen.</p> - -<p>—Misschien.... Maar hoe weinig vrouwen vinden het.</p> - -<p>—Ik geloof niet vele.... Maar dit is een andere kwestie. En ik geloof -wel, dat het belang voor wereldkwesties bij de meeste vrouwen pis-aller -is.</p> - -<p>—U is een afvallige geworden. U spreekt heel anders dan u een jaar -geleden schreef....</p> - -<p>—Ja. Ik ben heel nederig geworden, omdat ik oprechter ben. Natuurlijk, -ik geloof wel in enkele vrouwen, in enkele groote geesten. Maar, zoû -het meerendeel niet in vrouwelijkheid blijven: vrouw en zwak....</p> - -<p>—Niet, met een verstandige opvoeding.</p> - -<p>—Ja, ik geloof wel, dat het dat is: de opvoeding....</p> - -<p>—Van het kind, van het meisje....</p> - -<p>—Ik geloof het wel, dat ik nooit ben opgevoed, en dit zal wel mijn -zwakte zijn.</p> - -<p>—Aan onze meisjes moet al heel jong van den strijd des levens verteld -worden.</p> - -<p>—U heeft gelijk. Wij: mijn vriendinnen, mijn zusters en ik, werden zoo -gauw mogelijk op de huwelijksveiligheid gewezen.... Weet u wie ik het -meest te beklagen vind? Onze ouders! Hebben zij niet gedacht, dat zij -ons alles leeren lieten wat noodig was? En nu? op dit oogenblik, moeten -zij inzien, dat zij de toekomst niet geraden hebben, en dat hunne -opvoeding geen opvoeding was, omdat zij hunne kinderen niet wezen op -den strijd, die vlak voor hunne oogen al gestreden werd. Het zijn onze -ouders, die zijn te beklagen. Zij kunnen niets meer herstellen. Zij -zien ons, meisjes, jonge vrouwen, van twintig tot dertig, overstelpt -worden door het leven, en zij hebben er ons niet sterk voor gemaakt. -Zij hebben ons zoo lang mogelijk veilig gelaten in het ouderlijk -hoekje, en toen hebben zij gedacht aan ons huwelijk. Volstrekt niet -om ons kwijt te zijn, maar voor ons geluk, voor onze veiligheid en -onze toekomst. Wij zijn wel ongelukkig, wij meisjes en vrouwen, die -niet, als onze jongere zusjes, werden gewezen op den strijd daar vlak -bij ons, maar ik geloof, dat wij nog de hoop hebben op onze jonge -jaren, en ik geloof, dat onze arme ouders ongelukkiger zijn en meer -te beklagen dan wij, omdat zij niets meer kunnen hopen, omdat zij zich -in stilte, bekennen <i>moeten</i>, gedwaald te hebben in hun kinderliefde. -Zij voedden ons nog op volgens het verleden, terwijl de toekomst al zoo -dicht bij was. Ik heb medelijden met onze ouders, en ik zoû ze er bijna -liever om hebben, dan ik ze ooit gehad heb....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLVII" id="XLVII">XLVII.</a></h3> - - -<p>Zij was plotseling heel bleek geworden als onder een plotselinge -emotie. Zij bedekte haar gezicht met haar wuivenden waaier en hare -vingers trilden hevig; haar geheele lichaam sidderde.</p> - -<p>—Dat is mooi van u gedacht, zeide Mrs. Holt. Het doet mij pleizier u -ontmoet te hebben. Er is voor mij in Hollanders altijd een charme. Dat -vage, dat wij niet vatten kunnen, en dan zoo op eens een licht, dat er -uit schiet als uit een wolk.... Ik hoop u toch nog eens te ontmoeten. -Ik ontvang iederen Dinsdag, vijf uur. Komt u eens aan met Mrs. Uxeley?</p> - -<p>—Heel gaarne, met heel veel pleizier....</p> - -<p>Mrs. Holt gaf haar de hand, die zij drukte, en verloor zich -tusschen andere gasten. Cornélie was opgestaan, terwijl hare knieën -knikten. Zij bleef staan, half naar de zaal gekeerd, kijkende in den -spiegel. Op de console speelden hare vingers met de orchideeën in een -Venetiaansch glas. Zij was nog wat bleek, maar beheerschte zich, hoewel -haar hart klopte, haar borst hijgde. En zij zag in den spiegel. Zij -zag eerst haar eigen gedaante, hare ranke, mooie vormen in haar toilet -van zwarte en witte Chantilly, de witte kanten sleep, schuimende van -volants; de zwarte kanten tuniek er over heen geschulpt en bezaaid met -staalpailletten en blauwe steenen, een tak orchideeën aan het geheel -mouwlooze corsage, dat haar hals en armen en schouders bloot liet. -Drie parelen Grieksche banden hielden heur haar omspannen, en haar -witte veêren waaier—een geschenk van Urania—was als een -schuim tegen haar hals. Zij zag het eerst zichzelve en toen in den -spiegel zag zij hèm. Hij naderde haar. Zij bewoog niet, alleen hare -vingers speelden met de bloemen in het glas. Zij had een gevoel van -te willen vluchten, maar hare knieën knikten en hare voeten waren als -verlamd. Zij was als vastgenageld, zij was als gehypnotizeerd. Zij kon -zich niet bewegen. En zij zag hem steeds dichter naderen, terwijl zij -den rug half keerde tegen de zaal. Hij naderde, en uit zijne nadering -scheen een web uit te stralen, waarin zij als gevangen bleef. Hij was -nu vlak bij haar, hij stond vlak achter haar. Werktuigelijk hief zij -de oogen op en zag in den spiegel, en ontmoette in het glas zijne -oogen. Zij dacht flauw te zullen vallen. Zij voelde zich als geprangd -tusschen hem en het glas. In den spiegel draaide de zaal, duizelden-om -de kaarsen, als een dansend firmament. Hij zeide nog niets. Zij zag -alleen zijn oogen kijken en zijn mond onder zijn snor glimlachen. En -hij zeide nog niets. Toen, in die onuithoudbare engte tusschen hem en -den spiegel, die zelfs niet beveiligde als een muur had gedaan, maar -die hem weêrkaatste zoodat hij als dubbel haar gevangen had, achter en -voor—wendde zij zich langzaam om en zag hem in de oogen. Maar zij -sprak ook niet. Zij zagen elkaâr sprakeloos aan.</p> - -<p>—Daar hadt je nooit aan gedacht ... me hier eens te zien, zei hij -eindelijk.</p> - -<p>Zij had nu in meer dan een jaar zijn stem niet gehoord. Maar zij voelde -zijn stem in zich.</p> - -<p>—Neen, zeide zij eindelijk, hoog, koud, ver. Hoewel ik je een paar -keer gezien heb, in de stad, op de Jetée.</p> - -<p>—Ja, zeide hij. Had ik je moeten groeten, vindt je?</p> - -<p>Zij haalde haar bloote schouders op, en hij zag naar ze. Zij voelde -voor het eerst, dat zij half naakt was, dien avond.</p> - -<p>—Neen, antwoordde zij, steeds koud en ver. Evenmin als je me nu hoefde -aan te spreken.</p> - -<p>Hij glimlachte haar toe. Hij stond voor haar als een muur. Hij stond -voor haar als een man. Zijn kop, zijn schouders, zijn borst, zijn -beenen, zijn geheele figuur rees voor haar op als éene mannelijkheid.</p> - -<p>—Natuurlijk behoefde ik dat niet te doen, antwoordde hij, en zij -voelde zijn stem in zich: zij voelde zijn geluid zinken in haar -als gesmolten brons in eene vaas. Als ik je in Holland ook ergens -ontmoet had, had ik alleen mijn hoed afgenomen, maar je verder niet -aangesproken. Maar hier zijn we in een vreemd land....</p> - -<p>—Wat doet er dat toe?</p> - -<p>—Ik had lust je aan te spreken ... Ik woû eens wat met je praten. -Kunnen we dat niet doen als vreemden?</p> - -<p>—Als vreemden ... herhaalde zij.</p> - -<p>—Nou, ja, we zijn niet vreemd voor elkaâr. We kennen elkaâr zelfs -verbazend intiem, hè? Kom nu eens naast me zitten en vertel me hoe je -het gemaakt hebt. Is het je bevallen in Rome?...</p> - -<p>—Ja, zeide zij.</p> - -<p>Hij had haar als met zijn wil geleid naar een chaise-longue achter een -Louis-XV-paravent, half damast, half glas—en zij liet zich neêrvallen -in een rozigen schemer van kaarsen, om zich heen bouquetten van roze -rozen in allerlei Venetiaansche glazen. Hij zette zich op een pouffe, -een beetje buigende naar haar toe, de armen over de knieën, de handen -gevouwen.</p> - -<p>—Ze hebben flink over je gekletst in Den Haag. Eerst over je brochure. -En toen over je schilder.</p> - -<p>Haar oogen priemden hem toe als naalden. Hij lachte.</p> - -<p>—Je kan nog even boos kijken als vroeger. Zeg, hoor je wel eens wat -van de oudelui? Ze zijn er slecht aan toe.</p> - -<p>—Nu en dan. Ik heb ze verleden wat geld kunnen zenden.</p> - -<p>—Dat is verdomd aardig van je. Ze verdienen het niet. Ze hebben -gezegd, dat je niet meer voor ze bestond.</p> - -<p>—Mama schreef mij, dat ze zoo moesten tobben. Toen heb ik ze honderd -gulden gezonden. Meer was mij niet mogelijk.</p> - -<p>—O, nou als ze zien, dat je geld zendt, zal je wel weêr voor ze -bestaan.</p> - -<p>Zij haalde de schouders op.</p> - -<p>—Dat kan me niet schelen. Ik had medelijden met ze. Het speet me, dat -ik niet meer kon zenden.</p> - -<p>—Neen, als je er ook zoo verbazend chic uitziet....</p> - -<p>—Dat betaal ik niet....</p> - -<p>—Ik zeg het zoo maar. Ik waag me aan geen kritiek. Ik vind het verdomd -mooi, dat je ze geld zendt. Maar je bènt verbazend chic. Zeg, wil ik je -eens wat zeggen. Je bent een verdòmde mooie meid geworden.</p> - -<p>Hij zag haar aan, met zijn glimlach, waarnaar ze kijken moest.</p> - -<p>Toen antwoordde zij, heel kalm, haar waaier licht wuivende over haar -naakten hals, zij schuilende in het schuim van haar waaier:</p> - -<p>—Dat doet me verdomd veel pleizier.</p> - -<p>Hij lachte, dik luid.</p> - -<p>—Zoo, dat mag ik, je hebt nog altijd je geestige repartie. Altijd ad -rem. Verdomd leuk van je!</p> - -<p>Zij stond op, nerveus, verwrongen.</p> - -<p>—Ik moet je verlaten, ik moet naar Mrs. Uxeley.</p> - -<p>Hij breidde de armen wat uit.</p> - -<p>—Blijf nog wat zitten. Het doet me goed wat met je te praten.</p> - -<p>—Hoû je dan een beetje in en "verdom" niet zoo veel. Ik ben daar niet -meer gewend aan.</p> - -<p>—Ik zal mijn best doen, blijf dan zitten.</p> - -<p>Zij viel neêr en school achter haar waaier.</p> - -<p>—Laat me dan zeggen, dat je bepaald ... een heéle ... een heéle mooie -vrouw bent geworden. Is het nu iets als een compliment?</p> - -<p>—Het heeft er iets meer van.</p> - -<p>—Nou maar, mooier kan ik het niet, hoor. Zoo moet je het nu maar goed -vinden. Vertel me nu eens iets van Rome. Hoe leefde je daar?</p> - -<p>—Waarom moet ik je daarover vertellen?</p> - -<p>—Omdat ik er belang in stel.</p> - -<p>—Je hebt niet in mij belang te stellen....</p> - -<p>—Ja, maar dat doe ik nu eenmaal. Heelemaal vergeten heb ik je nooit. -En het zoû me verwonderen als jij dat gedaan hadt.</p> - -<p>—Heelemaal, zeide zij koel.</p> - -<p>Hij zag haar aan met zijn glimlach. Hij antwoordde niets, maar zij -voelde, dat hij beter wist. Zij was bang hem verder te overtuigen.</p> - -<p>—Is het waar wat ze in Den Haag vertellen. Van Van der Staal?</p> - -<p>Zij zag hem hoog aan.</p> - -<p>—Nou, vertel nou eens....</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Je bent toch een brutale meid. Kan je de heele boel niets meer -schelen?</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—En hoe doe je hier, bij dat wijf?</p> - -<p>—Hoe meen je?</p> - -<p>—Nemen ze dat zoo hier in Nice aan?</p> - -<p>—Ik blagueer niet op mijn onafhankelijkheid en niemand kan op mijn -gedrag hier iets aanmerken.</p> - -<p>—Waar is Van der Staal?</p> - -<p>—In Florence.</p> - -<p>—Waarom is hij niet hier?</p> - -<p>—Ik heb geen lust je meer te antwoorden. Je bent indiscreet. Je hebt -daar niets meê noodig en ik laat me niet ondervragen.</p> - -<p>Zij werd heel zenuwachtig en stond weêr op. Hij breidde de armen uit.</p> - -<p>—Heusch, Rudolf, laat me gaan, smeekte zij. Ik moet naar Mrs. Uxeley -toe. Er wordt een pavane gedanst in de groote zaal, en ik moet eenige -orders vragen en geven. Laat me gaan.</p> - -<p>—Dan zal ik je brengen. Mag ik je mijn arm prezenteeren?</p> - -<p>—Rudolf, toe ga weg. Zie je niet, hoe nerveus je me maakt? Zoo -onverwachts heb ik je hier weêr ontmoet. Toe, ga weg, laat me alleen, -ik kan me anders niet meer houden. Ik ga huilen.... Waarom heb je -me aangesproken, waarom ben je hier gekomen, waar je wist dat je me -ontmoeten zoû.</p> - -<p>—Omdat ik een feest bij Mrs. Uxeley woû zien, en omdàt ik je ontmoeten -woû.</p> - -<p>—Je begrijpt toch wel, dat je terugzien me nerveus maakt. Wat heb je -er aan. Wij zijn dood voor elkaâr.... Wat heb je er aan mij zoo te -plagen.</p> - -<p>—Dat is het juist wat ik weten woû. Of we dood zijn voor elkaâr.</p> - -<p>—Dood, dood, heelemaal dood! riep zij hevig.</p> - -<p>Hij lachte.</p> - -<p>—Kom, wees niet zoo theatraal. Je begrijpt toch wel, dat ik -nieuwsgierig was je eens terug te zien en met je te spreken. Ik zag je -in de straten, in je rijtuig, op de Jetée, en het deed me pleizier, dat -je er zoo goed uitzag, zoo chic, zoo gelukkig, en zoo mooi. Je weet, -dat ik nu eenmaal een groot zwak heb voor mooie vrouwen. Je bent veel -mooier dan vroeger, toen je mijn vrouw was. Als je toen zoo geweest -was als nu, was ik nooit van je gescheiden.... Kom, wees geen kind. -Niemand kent ons hier. Ik vind het verdomd leuk je hier te ontmoeten, -met je te kletsen en je aan mijn arm te hebben. Neem mijn arm. Zanik -niet langer, dan breng ik je waar je zijn moet. Waar vinden we Mrs -Uxeley...? Stel me voor ... als een kennis uit Holland....</p> - -<p>—Rudolf....</p> - -<p>—Ach, ik wil het, zanik niet. Wat is er nou aan. Het amuzeert me, en -het is leuk met je gescheiden vrouw rond te wandelen op een bal in -Nice. Heerlijke stad hè? Ik ga iederen dag naar Monte-Carlo, en ben -verdomd gelukkig geweest. Gisteren drieduizend francs gewonnen. Ga je -eens met me meê...?</p> - -<p>—Je bent dol!</p> - -<p>—Ik ben niet dol. Ik wil me amuzeeren. En ik ben er trotsch op je aan -mijn arm te hebben.</p> - -<p>Zij trok haar arm terug.</p> - -<p>—Je hebt op niets trotsch te zijn....</p> - -<p>—Word nu niet kwaadaardig, het is allemaal gekheid; laten we ons nu -amuzeeren. Daar heb je het oude wijf.... Ze kijkt naar je uit.</p> - -<p>Zij was aan zijn arm eenige zalen door gegaan, en zij zagen bij een -tombola, waar men zich verdrong om cadeautjes en surprises te trekken, -Mrs. Uxeley, Gilio en de dames di Rosavilla, Costi, Luca. Men was er -zeer vroolijk, doende als kinderen om de pyramide van snuisterijen, -wanneer men zijn nummer op een roulette had gewonnen.</p> - -<p>—Mrs. Uxeley, begon Cornélie en hare stem trilde; mag ik u een -landgenoot voorstellen, baron Brox....</p> - -<p>Mrs. Uxeley minaudeerde, en zei een paar vriendelijke zinnen, en vroeg -of hij geen nummer trekken wilde.... De roulette draaide.</p> - -<p>—Een landgenoot, Cornélie?</p> - -<p>—Ja, Mrs. Uxeley.</p> - -<p>—Hoe zeg je ... zijn naam?</p> - -<p>—Baron Brox....</p> - -<p>—A splendid fellow! Een mooie kerel! Een verbazend mooie kerel. Wat is -hij, wat doet hij?</p> - -<p>—Hij is officier, eerste luitenant....</p> - -<p>—Welk wapen?</p> - -<p>—Van de huzaren....</p> - -<p>—In Den Haag?</p> - -<p>—In Den Haag.</p> - -<p>—Een verbazende mooie kerel. Ik hoû van zulke groote, flinke mannen.</p> - -<p>—Mrs. Uxeley, gaat alles goed?</p> - -<p>—Ja, darling.</p> - -<p>—Voelt u u wel?</p> - -<p>—Ik heb een beetje pijn, maar het gaat wel.</p> - -<p>—Moet de pavane niet gauw worden gedanst?</p> - -<p>—Ja, zorg, dat de meisjes zich gaan verkleeden. De kapper heeft toch -nog wel de pruiken gebracht voor de jongelui?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Verzamel de jongelui dan, en laten ze zich haasten. Ze moeten niet -later dan over een half uur beginnen....</p> - -<p>Rudolf Brox kwam van de tombola terug, waar hij een zilveren -lucifersdoos had getrokken. Hij bedankte Mrs. Uxeley, die minaudeerde, -en toen hij zag, dat Cornélie zich verwijderde, volgde hij haar.</p> - -<p>—Cornélie....</p> - -<p>—Ik bid je, Rudolf, laat me; ik moet de meisjes en de jongelui voor de -pavane verzamelen. Ik heb veel te doen....</p> - -<p>—Ik zal je helpen....</p> - -<p>Zij wenkte een paar meisjes, zij liet een paar knechts de jongelui -opzoeken door de zalen en hen verzoeken naar de kleedkamers te gaan. -Hij zag, dat zij bleek was en trilde over haar lichaam.</p> - -<p>—Wat is er?</p> - -<p>—Ik ben moê.</p> - -<p>—Laten wij dan wat gaan drinken.</p> - -<p>Zij voelde zich niet van zenuwachtigheid. De muziek van het onzichtbare -orkest boem-boemde woest tegen hare hersens aan, en soms duizelden -de ontelbare kaarsen voor hare oogen als een dansend firmament. -Het was stampvol in de zalen. Men verdrong er zich, men lachte, -luid, toonde elkaâr zijn cadeaux, men trapte op de sleepen der -dames. Een bedwelmende benauwdheid van bloemen en feestatmosfeer en -lauwen geparfumeerden vrouwengeur hing als een wolk door de zalen. -Cornélie liep hier, zocht daar, had eindelijk de meisjes verzameld. -De dansmeester kwam haar iets vragen. Een hofmeester kwam haar iets -vragen. En Brox week niet van haar zijde.</p> - -<p>—Laat ons nu wat gaan drinken.... herhaalde bij.</p> - -<p>Werktuigelijk nam zij zijn arm en haar hand trilde op zijn zwarte mouw. -Hij duwde met haar door de foule en zij gingen langs Urania en de -Breuil. Urania zei een paar woorden, die Cornélie niet verstond. In de -buffetzaal ook was het stampvol, gonzend van hooge lachende stemmen. -Achter de lange tafels stond de hofmeester als een minister. Hij -beheerschte de geheele service. Er was geen gedrang, geen gevecht om -een glas wijn of een broodje. Men wachtte tot een lakei het gevraagde -prezenteerde.</p> - -<p>—De boel is netjes geregeld, zei Brox. Doe jij dat allemaal...?</p> - -<p>—Neen, dat is alles al zoo jaren lang.... Zij viel neêr in een stoel, -bleek.</p> - -<p>—Wat wil je hebben?</p> - -<p>—Een glas champagne.</p> - -<p>—Ik heb honger. Ik heb slecht gedineerd in mijn hôtel. Ik wil wel wat -eten.</p> - -<p>Hij bestelde voor haar de champagne. Hij at eerst een pasteitje, toen -nog een, en toen een châteaubriand met erwtjes. Hij dronk een paar -glazen rooden wijn, en toen een glas champagne. De lakei bracht hem -alles een voor een op een zilveren blad. Zijn mooi mangezicht was -van een steenroode tint van gezondheid en animale kracht. Op zijn -zwaren ronden kop was het harde haar geheel kort geknipt. Zijn groote -grauwe oogen lachten, helder, recht brutaal van blik. Een zware, goed -verzorgde snor kroesde vol boven zijn mond, waar de witte tanden in -glansden. Hij stond een beetje wijdbeens, militair stevig in zijn rok, -dien hij droeg met een eenvoudige correctheid. Hij at langzaam en met -pleizier, genietende zijn goed glas fijnen wijn.</p> - -<p>Werktuigelijk, nu, uit haar stoel, zag zij hem aan. Zij had een glas -champagne gedronken en vroeg een tweede, en deze prikkeling bracht haar -bij. Hare wangen gloeiden wat op, hare oogen tintelden.</p> - -<p>—Het is hier een verdòmde goeie boel, zeide hij, haar naderend met -zijn glas in de handen. En hij dronk het uit.</p> - -<p>—De pavane moet gauw worden gedanst, murmelde zij.</p> - -<p>En zij gingen door de drukke zaten, naar een grooten corridor buiten, -als een allée van camelia-heesters. Zij waren daar even alleen.</p> - -<p>—Hier moeten de danseurs zich verzamelen....</p> - -<p>—Laten wij dan hier op ze wachten. Het is hier lekker frisch.</p> - -<p>Zij zetten zich op de bank.</p> - -<p>—Ben je beter? vroeg hij. Je deedt zoo raar in de zaal.</p> - -<p>—Ja ... ik ben beter....</p> - -<p>—Vindt je het nu niet leuk je ouden man weêr eens te ontmoeten?</p> - -<p>—Rudolf ... ik begrijp niet hoe je zoo spreken kan, me achtervolgen -kan, me plagen kan.... Na alles wat er gebeurd is....</p> - -<p>—Nou ja, dat is nou gebeurd....</p> - -<p>—Vindt je het discreet van je ... en kiesch?</p> - -<p>—Neen. Noch discreet en noch kiesch. Je weet, dat zijn nu eenmaal van -die lieve dingen, die ik nooit ben; dat heb je vroeger genoeg naar mijn -hoofd gegooid. Maar als het niet kiesch is, amuzant is het wel. Ben jij -je gevoel voor humor kwijt? Er is een verduiveld leuke humor in onze -ontmoeting hier.... En luister nou eens naar me. We zijn gescheiden, -goed. Voor de wet is dat zoo. Maar een wettelijke scheiding is alleen -iets voor wet en vorm en maatschappij. Voor geldzaken en dergelijke. -Wij zijn te veel man en vrouw samen geweest, om niet bij een latere -ontmoeting, zooals hier, iets voor elkaâr te voelen. Jawel, ik weet -wel, wat je zeggen wil. Het is eenvoudig niet waar. Je bent te verliefd -op me geweest, en ik op jou, dan dat alles dood zoû zijn. Ik herinner -me nog alles. En jij moet je ook nog alles herinneren. Herinner je, -toen wij eens....</p> - -<p>Hij lachte, schoof dichter bij haar en fluisterde vlak aan haar oor. -Zij voelde zijn adem over haar vleesch trillen als een warme bries. Zij -bloosde rood en werd zenuwachtig. En zij voelde met heel haar lichaam, -dat hij haar man was geweest, dat zij hem had in haar bloed. Zijn -stem zonk als gesmolten brons langs hare gehoorzenuwen, diep in haar -binnen. Onder den bries van zijn adem sidderde haar geheele vleesch. -Zij kende hem heelemaal. Zij kende zijn oogen, zijn mond, zij kende -zijn borst en zijn dijen. Zij kende zijn handen, breed, goed verzorgd, -met de groote, ronde nagels en met den donkeren zegelring—als zij -lagen op zijn knieën, vierkant spannende in de buiging van zijn zwarte -broekspijp. En zij voelde, als een plotselinge wanhoop, dat zij hem -kende en voelde in heel haar lichaam. Hoe grof hij ook vroeger tegen -haar was geweest, hoe hij haar mishandeld had, geslagen met zijn dichte -vuist, gekwakt tegen een muur ... zij was zijn vrouw geweest. Zij was, -maagd, zijn vrouw geworden, door hem gewijd tot vrouw. En zij voelde -zich door hem als gestempeld tot het zijne, zij voelde het tot in haar -bloed en haar merg. Zij bekende het zich, zij had hem nooit vergeten. -In de eerste eenzaamheid te Rome, had zij verlangd naar zijn zoen, had -zij aan hem gedacht, zijn beeld van man zich geroepen voor den geest, -zich wijsgemaakt, dat zij met tact en geduld en wat leiding zijn vrouw -had kunnen blijven...!</p> - -<p>Toen was het groote geluk gekomen, het zachte geluk der volkomen -harmonie...!</p> - -<p>Het ging alles bliksemsnel door haar heen.</p> - -<p>O, in het groote zachte geluk had zij alles vergeten kunnen, had -zij het verleden niet in zich gevoeld. Maar nu voelde zij, dat het -verleden altijd blijft, en onherroepelijk is, onuitwischbaar. Zij was -zijn vrouw geweest en zij behield hem in haar bloed. Nù voelde zij het -met iederen ademtocht. Zij was verontwaardigd omdat hij fluisteren -durfde van vroeger, aan haar oor, maar het was geweest, als hij zeide. -Onherroepelijk, onuitwischbaar.</p> - -<p>—Rudolf! smeekte zij en zij vouwde de handen. Spaar me!!</p> - -<p>Ze gilde het bijna uit, in een kreet van angst en wanhoop. Maar hij -lachte en vatte in zijn eene hand hare beide gevouwen handen van -smeeking.</p> - -<p>—Als je zoo doet, als je me zoo smeekend aankijkt met die mooie oogen, -dan spaar ik je zelfs hier niet en zoen ik je tot....</p> - -<p>Zijn woorden woeien over haar heen als een heete wind. Maar stemmen -lachten aan, en een paar jonge meisjes, een paar jongelui, al gekleed -als Henri IV, Marguérite de Valois, voor de pavane, kwamen de trap af.</p> - -<p>—Waar blijven nu de anderen! riepen zij, omkijkende op de trap. En -zij naderden Cornélie vroolijk, met een danspas. Ook de dans meester -naderde. Zij verstond niet wat hij zeide.</p> - -<p>—Waar blijven nu de anderen, herhaalde zij werktuigelijk, met een -heesche stem, de meisjes na.</p> - -<p>—Daar komen ze aan.... Nu zijn we er allemaal....</p> - -<p>Het praatte en lachte en schitterde en gonsde om haar heen. Zij -verzamelde al hare arme kracht, gaf eenige orders. In de groote -danszaal stroomden de gasten, zetten zich vóór op stoelen, drongen in -de hoekjes elkaâr op. De pavane werd gedanst in het midden der zaal, -op de sleeping eener oude wijze: een langzaam krinkelende arabesk van -sierlijke pas, diepe nijging en porceleinachtig opglansend satijn.... -de wuiving van een schoudermanteltje een lange lichtglans op een -degen....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLVIII" id="XLVIII">XLVIII.</a></h3> - - -<p>—Urania, ik smeek je, help mij!</p> - -<p>—Wat is er?</p> - -<p>—Kom meê....</p> - -<p>Zij had Urania bij de hand als weggesleept van de Breuil en trok haar -meê in een der verlaten salons. De suite der zalen was bijna geheel -verlaten, de dichte drom der gasten stond opgehoopt langs de zijden der -groote danszaal om er de pavane te zien dansen.</p> - -<p>—Wat is er, Cornélie?</p> - -<p>Cornélie sidderde over hare leden en klemde zich aan Urania's arm. Zij -trok haar naar den versten hoek van het salon. Er was niemand.</p> - -<p>—Urania, smeekte zij, in een uiterste trilling van zenuwachtigheid. -Help mij! Wat moet ik doen? Ik heb hem onverwacht ontmoet. Weet je -niet wie? Mijn man. Mijn man, van wien ik gescheiden ben. Ik had hem -al een paar keer gezien, in de straat en op de Jetée. Dien keer, toen -ik zoo schrikte, je weet wel, toen ik bijna flauw viel ... dat was om -hem. Nu, hier, zoo even, heeft hij mij aangesproken. En ik ben bang -voor hem. Ik weet niet wat het is, ik ben bang voor hem. Hij sprak me -heel vriendelijk aan, hij had behoefte met mij te praten. Het was zoo -vreemd. Alles was uit tusschen ons. We waren gescheiden. En in eens -ontmoet ik hem, en hij spreekt met mij, hij vraagt hoe ik het dien tijd -gehad heb; hij zegt, dat ik er goed uitzie, dat ik mooi ben geworden. -Zeg mij, Urania wat moet ik doen. Ik ben bang. Ik heb koorts van angst. -Ik wil weg. Ik zoû het liefst dadelijk weg willen, naar Florence, naar -Duco. Ik ben zoo bang, Urania. Ik wil naar mijn kamer. Zeg Mrs. Uxeley, -dat ik naar mijn kamer wil.</p> - -<p>Zij wist nauwlijks wat zij zeide. De woorden ijlden haar over de lippen -in koorts. Mannestemmen naderden. Het waren Gilio, de Breuil, de hertog -di Luca en de jonge journalisten, die zich pousseerden in de wereld.</p> - -<p>—Waar blijft de signora De Retz: wij missen haar overal, sprak de -hertog, en de journalisten, in de schaduw van die groote heeren, -beaamden het: zij misten haar overal....</p> - -<p>Roep Mrs. Uxeley hier, fluisterde Urania Gilio in. Cornélie is ziek, -geloof ik.... Ik kan haar niet alleen laten. Zij wil naar haar kamer. -Het is goed, dat Mrs. Uxeley het weet, anders wordt zij misschien boos.</p> - -<p>Cornélie schertste zenuwachtig, koortsachtig vroolijk, met den hertog -en met de Breuil en de journalisten.</p> - -<p>—Wil ik u liever dadelijk naar Mrs. Uxeley brengen? fluisterde Gilio -in.</p> - -<p>—Ik wil naar mijn kamer! fluisterde zij smeekend terug achter haar -waaier.</p> - -<p>De pavane scheen gedanst te zijn. Stemmen gonsden aan, alsof de gasten -zich weêr verspreidden door de zalen.</p> - -<p>—Daar zie ik Mrs. Uxeley, zei Gilio.</p> - -<p>Hij ging naar haar toe, hij sprak met haar. Zij minaudeerde eerst, -steunend op den gouden knop van haar stok. Toen trokken hare rimpels -boos te zamen. Zij kwam nader. Cornélie schertste door met den hertog: -de journalisten vonden alles even geestig.</p> - -<p>—Ben je niet wel? fluisterde Mrs. Uxeley, nader gekomen, verstoord. En -hoe dan met den cotillon?</p> - -<p>—Ik kan wel voor alles zorgen, Mrs. Uxeley, zeide Urania.</p> - -<p>—Onmogelijk, lieve prinses: ook zoû ik het niet durven aannemen.</p> - -<p>—Stel mij eens voor aan je vriendin, Cornélie klonk achter Cornélie -een diepe stem.</p> - -<p>Zij voelde die stem ais brons in zich. Zij wendde zich werktuigelijk -om. Hij was het. Zij scheen hem niet te kunnen ontvluchten. En onder -zijn blik, als gehypnotizeerd, scheen zij, zoo vreemd, haar kracht te -herwinnen. Hij scheen het niet te willen, dat zij ziek was....</p> - -<p>Zij murmelde:</p> - -<p>—Urania, mag ik je ... een landgenoot ... voorstellen ... Baron Brox -... De prinses di Forte-Braccio.</p> - -<p>Urania kende zijn naam, zij wist wie hij was.</p> - -<p>—Lieveling, fluisterde zij tot Cornélie. Laat mij je naar je kamer -brengen. Ik zorg voor alles.</p> - -<p>—Het is niet meer noodig, zeide zij. Ik ben veel beter. Ik wil alleen -wat champagne drinken. Ik ben veel beter, Mrs. Uxeley.</p> - -<p>—Waarom ben je van me weggeloopen? vroeg Rudolf Brox met zijn -glimlach, en zijn oogen in Cornélie's oogen.</p> - -<p>Zij glimlachte en zeide, zij wist niet wat.</p> - -<p>—Het bal is begonnen, zei Mrs. Uxeley. Maar wie dirigeert straks mijn -cotillon?</p> - -<p>—Als ik u van dienst kan zijn, Mrs. Uxeley, zeide Brox. Ik heb een -klein talent voor cotillon-directeur....</p> - -<p>Mrs. Uxeley was verrukt. Men sprak af, dat de Breuil en Urania, Gilio -en de gravin Costi, Brox en Cornélie om beurten de figuren zouden -dirigeeren.</p> - -<p>—Arme lieveling, sprak Urania aan Cornélie's oor. Is het je mogelijk?</p> - -<p>Cornélie glimlachte.</p> - -<p>—Ja, ja zeker, ik ben beter, fluisterde zij. En zij begaf zich aan den -arm van Brox naar de danszaal. Urania zag haar in stupefactie na.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="XLIX" id="XLIX">XLIX.</a></h3> - - -<p>Het was dien morgen twaalf uur toen Cornélie wakker werd. De zon schoot -door de gouden reet der even opengeweken gordijnen met wemelatoompjes -binnen. Zij voelde zich doodmoê. Zij bedacht, dat Mrs. Uxeley haar een -morgen na zulk een feest vrij gaf om uit te rusten: ook de oude dame -zelve bleef dan in bed, hoewel zij niet sliep. En Cornélie miste alle -kracht om op te staan. Zij bleef liggen, zwaar van moêheid. Hare oogen -dwaalden door de ordelooze kamer; hare mooie baljapon sleepte radeloos, -slap, over een stoel en herinnerde haar dadelijk aan gisteren. -Trouwens, alles in haar dacht aan gisteren, alles in haar dacht aan -haar man met een strakke, gehypnotizeerde denking. Zij voelde zich als -na een nachtmerrie, een dronkenschap, een bezwijmeling. Alleen met -glas na glas champagne te drinken had zij zich kunnen ophouden, kunnen -dansen, met Brox; op hun beurt een figuur kunnen dirigeeren. Maar niet -alleen met champagne. Zijn blik ook had haar opgehouden, had haar -weêrhouden van flauw te vallen, van in snikken uit te barsten, van op -te gillen en krankzinnig de armen te zwaaien. Toen hij afscheid genomen -had, toen iedereen weg was, was zij gezonken in-een, had men haar naar -bed gebracht. Dadelijk weg uit zijn oog, had zij gevoeld hare ellende -en hare zwakte en had de champagne haar als eensklaps bewolkt.</p> - -<p>Nu dacht zij aan hem in de geslagen loomte van hare verpletterende -morgenvermoeidheid. En het werd haar als was haar geheele Italiaansche -jaar een tusschendroom geweest. Zij zag zich terug in Den Haag; het -jonge meisje, dat veel uitging, met haar aardig gezichtje en haar -flirtmaniertjes en hare woordjes altijd ad rem. Zij zag hunne eerste -ontmoetingen en hoe zij dadelijk onder hem gebogen had en met hèm niet -had kunnen flirten, omdat hij lachte om hare vrouweverwerinkjes. Hij -was dadelijk te sterk geweest. Toen hun engagement. Hij schreef haar de -wet voor en zij stond op, driftig, met hevige scène's, niet beheerscht -willende worden, gekrenkt in hare verwendheid van gevierd en bedorven -jong meisje. En als met de plompe kracht van zijn vuist—en altijd met -den lach om zijn mooien mond—hield hij haar onder. Tot zij getrouwd -waren, tot zij schandaal had gemaakt en was weggeloopen. Hij had eerst -niet willen scheiden, hij had later toegegeven, voor het schandaal. Zij -had zich bevrijd, zij was gevlucht!</p> - -<p>De Vrouwenbeweging, Italië, Duco.... Was het een droom? Was het groote -geluk, de dierbare harmonie een droom en ontwaakte zij na een jaar van -droomen? Was zij gescheiden of was zij het niet? Zij moest zich met -geweld herinneren de formaliteiten: ja, zij waren wettig gescheiden. -Maar wàs zij gescheiden, was tusschen hen alles uit? En wàs zij -waarlijk niet meer zijn vrouw?!</p> - -<p>Wat had hij er aan gehad; haar te zoeken toen hij haar eenmaal in Nice -gezien had? O, hij had het haar gezegd, gedurende dien cotillon, dien -eindeloozen cotillon! Hij was trotsch op haar geworden toen hij zag -hoe mooi zij was en hoe chic, hoe gelukkig zij scheen in de elegante -victoria van Mrs. Uxeley of van de prinses—hij had haar zoo gezien, -mooi, chic, en gelukkig—en hij was jaloersch geworden. Zij, mooie -vrouw, was zijn vrouw geweest! Recht had hij op haar gevoeld, trots de -wet! Wat was de wet? Maakte de wet haar vrouw, of had hij haar vrouw -gemaakt? En zijn recht had hij haar laten voelen, tegelijk met de -onherstelbaarheid van het verleden. Onherstelbaar, onuitwischbaar, was -het geweest....</p> - -<p>Zij zag om zich rond, radeloos. En zij begon te weenen, te snikken.... -Toen voelde zij iets in zich sterken, een onwil in haar opgieren als -een veer, die eindelijk weêr spande, nu zij uitrustte en niet meer was -onder zijn blik. Zij wilde niet. Zij wilde niet. Zij wilde hem in haar -bloed niet voelen. Mocht zij hem een volgenden keer ontmoeten, dan zoû -zij hem, kalmer, te woord staan, heel kort, en hem bevelen haar te -verlaten, hem de deur wijzen, hem de deur uit laten gooien.... Hare -handen balden zich in woede. Zij haatte hem. Zij dacht aan Duco En -zij dacht hem te schrijven, alles. En zij dacht zoo spoedig mogelijk -tot hem terug te gaan. Hij was geen droom, hij bestond, al leefde hij -ver van haar, in Florence. Zij had wat geld gespaard, zij zouden hun -geluk in het atelier te Rome terug vinden. Zij zoû hem schrijven en -zij wilde zoo spoedig mogelijk weg. Bij Duco zoû zij veilig zijn. O, -ze verlangde naar hem, zoo zacht en kalm en weldadig te liggen in zijn -arm, aan zijn borst, als in de omhelzing van éen wonderdadig geluk. -Was het wàar geweest, hun geluk, hunne liefde en harmonie? Ja, het had -bestaan, het was geen droom. Daar was zijn portret; daar aan den wand -een paar zijner waterverven: de zee van Sorrente en de luchten boven -Amalfi, gewasschen in die dagen, die waren geweest als gedichten. Zij -zoû veilig zijn bij hem. Zij zoû bij Duco Rudolf niet voelen, haar man -in haar bloed.... Want zij voelde Duco in hare ziel, en hare ziel zoû -sterker zijn! Zij zoû Duco voelen in hare ziel, in haar hart, in geheel -haar innigste leven en uit hèm verzamelen haar opperste kracht, als een -bundel glanzende zwaarden! Nu al, dat zij zoo aan hem dacht met zulk -verlangen, voelde zij zich sterker worden. Zij had nu met Brox kunnen -spreken. Gisteren had hij haar overvallen, haar geprangd tusschen zich -en dien spiegel, tot zij hem dubbel gezien had en niet meer geweten had -en verloren was geweest. Dat zoû nu nooit meer zijn. Dat was alleen de -verrassing geweest. Als zij hem nu weêr sprak, zoû <i>zij</i> zegevieren -met wat zij aangeleerd had als vrouw, die op zichzelve had gestaan. En -zij stond op, en opende de vensters en kleedde zich in een peignoir. -Zij zag naar de blauwe zee, naar de kleurige beweging op de Promenade. -En zij zette zich en schreef aan Duco. Zij schreef alles, haar eerste -ontmoetingen van schrik, hare verrassing en nederlaag op het bal.... -Hare pen ijlde over het papier. Zij hoorde niet, dat er geklopt werd, -dat Urania voorzichtig binnenkwam, denkende haar nog in slaap te vinden -en willende weten, hoe zij zich voelde. Opgewonden las zij een gedeelte -voor van haar brief en zij zeide zich te schamen over hare zwakte van -gisteren. Hoe hàd zij zoo kunnen zijn: zij begreep het zelve niet.</p> - -<p>Neen, zij begreep het zelve niet. Nu zij zich voelde wat uitgerust, met -Urania sprak, die haar Rome herinnerde, in de hand haar langen brief -aan Duco, nu begreep zij het alles zelve niet en vroeg zij wàt droomen -was: haar Italiaansche jaar van geluk of die nachtmerrie van gisteren?</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="L" id="L">L.</a></h3> - - -<p>Zij bleef een dag thuis, moê, en diep in zich, bijna onbewust, toch -bang hem te zullen ontmoeten, maar Mrs. Uxeley, die van geen ziekte -of vermoeienis weten wilde, was zoo verstoord, dat Cornélie haar den -volgenden dag vergezelde naar de Promenade des Anglais. Kennissen -kwamen haar aanspreken en waren druk om hare stoelen heen; en onder hen -Rudolf Brox. Maar Cornélie ontweek alle vertrouwelijkheid. Een week -daarna echter kwam hij op den receptie-dag van Mrs. Uxeley, en in de -volte der visites—beleefdheidsbezoeken na het feest—wist hij haar een -oogenblik alleen te spreken. Hij naderde haar met dien lach, of het -zijn oogen waren, die lachten, of het zijn snor was, die lachte. En zij -verzamelde hare gedachten, om sterk te zijn tegenover hem.</p> - -<p>—Rudolf, zeide zij hoog. Het is eenvoudig belachelijk. Als je het -niet onkiesch vindt, probeer het dan toch eens belachelijk te vinden. -Het amuzeert je gevoel voor humor, maar bedenk eens hoe men in Holland -hierover zoû spreken.... Verleden op het feest heb je me verrast en ik -heb—ik weet nog niet hoe—kunnen toegeven aan je vreemd verlangen om -met mij te dansen en cotillon-figuren te dirigeeren. Ik beken ronduit, -ik was in de war. Nu zie ik alles klaar en duidelijk in en zeg ik je: -ik wil je niet weêr ontmoeten. Ik wil niet met je spreken. Ik wil van -de hooge ernst van onze scheiding geen vaudeville probeeren te maken.</p> - -<p>—Je weet van vroeger, zeide hij; dat je met dien hoogen toon, en die -airs en die deftigheid niets van me verkrijgt en me integendeel -prikkelt juist te doen wat jij niet hebben wilt....</p> - -<p>—Als dat zoo is, dan zal ik eenvoudig Mrs. Uxeley vertellen welke -mijne verhouding tot je is en haar verzoeken je haar huis te -ontzeggen....</p> - -<p>Hij lachte. Zij werd driftig.</p> - -<p>—Ben je van plan je te gedragen als een gentleman? Of als een ploert?</p> - -<p>Hij werd rood, zijn vuisten balden zich.</p> - -<p>—Verdomd! siste hij, in zijn snor.</p> - -<p>—Zoû je me soms willen slaan en mishandelen? ging zij minachtend door.</p> - -<p>Hij beheerschte zich.</p> - -<p>—We zijn nu in een vol salon, tartte zij door. Wat als we alleen -waren? Je vuist balt zich al! Je zoû me ranselen als dien eenen keer. -Bruut! Bruut!!</p> - -<p>—En jij bent dapper in dat vol salon! lachte hij, met zijn lach, die -haar opwond tot drift, als zij er niet door bedwongen werd. Neen, ik -zoû je niet ranselen, ging hij door. Ik zoû je zoenen....</p> - -<p>—Het is nu de laatste keer, dat je tegen me spreekt! siste zij razend. -Ga weg! Ga weg! Ik weet niet wat ik doe, ik maak een scène!</p> - -<p>Hij ging kalm zitten.</p> - -<p>—Ga je gang, zeide hij rustig.</p> - -<p>Zij stond trillende voor hem, onmachtig. Men sprak haar aan, de -knecht prezenteerde thee. Zij was in een cirkel van heeren, en, zich -beheerschende, schertste zij, hoog zenuwachtig vroolijk, flirtte zij, -coquetter dan ooit. Het was de kleine cour om haar heen, waarin de -hertog di Luca het vrijpostigst was. Vlak bij zat Rudolf Brox en dronk, -schijnbaar kalm, zijn thee, als in afwachting. Maar zijn bloed van -kracht en overheersching ziedde dol in hem op. Hij had haar kunnen -vermoorden en hij zag rood van ijverzucht. Die vrouw was van hem, trots -de wet. Hij zoû voor geen schandaal meer bang zijn. Zij was mooi, zij -was als hij wenschte en hij wilde haar hebben, zijn vrouw. Hij wist hoe -hij haar terug winnen zoû en dàn wilde hij haar niet meer verliezen: -dan was ze van hem, zoolang hij het verkoos. Zoodra het hem mogelijk -was haar alleen te woord te staan, wendde hij zich weêr tot haar. Zij -wilde zich juist naar Urania begeven, die zij bij Mrs. Uxeley zag -zitten, toen hij zeide aan haar oor, streng, kort, barsch:</p> - -<p>—Cornélie....</p> - -<p>Zij wendde zich werktuigelijk om, maar met haar hoogen blik. Zij had -liever willen doorgaan, maar zij kon niet: iets weêrhield haar, een -geheimzinnige macht en meerderheid, die klonk uit zijn stem en in haar -viel met een bronzen zwaarte, die hare energie verloomde, verlamde.</p> - -<p>—Wat is er?</p> - -<p>—Ik wil je even alleen spreken.</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Jawel. Hoor me nou eens even kalm aan als je kan. Ik ben ook kalm, -dat zie je. Je hoeft niet bang voor me te zijn. Ik verzeker je, dat ik -je niet zal mishandelen, en zelfs niet zal vloeken. Maar spreken moet -ik je, alleen. We kunnen na onze ontmoeting, en na het bal van verleden -week, zoo niet van elkaâr gaan. Je hebt zelfs geen recht me zoo de -deur te wijzen, nadat je verleden met me gesproken hebt en gedanst. -Het heeft geen reden en geen logica. Jij bent driftig geworden.... -Maar laten we nu eens geen van beiden meer driftig zijn. Ik woû je -spreken....</p> - -<p>—Ik kan niet: Mrs. Uxeley wil niet, dat ik mij verwijder uit het -salon, als er menschen zijn. Ik ben afhankelijk van haar.</p> - -<p>Hij lachte.</p> - -<p>—Je bent bijna nog afhankelijker van haar, dan je vroeger van mij was. -Maar een oogenblik kan je me wel toestaan, in de kamer hiernaast.</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Jawel.</p> - -<p>—Waarover heb je me te spreken?</p> - -<p>—Dat kan ik hier niet zeggen.</p> - -<p>—Ik kan je niet alleen te woord staan.</p> - -<p>—Wil ik je eens wat zeggen? Je bent bang.</p> - -<p>—Neen.</p> - -<p>—Jawel, je bent bang voor me. Met al je airs en je deftigheid ben je -eenvoudig bang een oogenblik alleen met me te zijn.</p> - -<p>—Ik ben niet bang.</p> - -<p>—Je bent het wel. Je staat niet vast in je schoenen. Je hebt me -ontvangen met een mooie fraze, die je van te voren hebt bestudeerd. Nu -je die gezegd hebt ... is het uit en ben je bang.</p> - -<p>—Ik ben niet bang....</p> - -<p>—Ga dan even meê, dappere schrijfster van den Maatschappelijken -Toestand ... hoe is het ook weêr? Kom, ga nu even meê. Ik beloof je, ik -zweer je, dat ik kalm zal zijn, kalm zal zeggen, wat ik je te zeggen -heb en je op mijn woord van eer niet zal slaan.... In welke kamer -kunnen wij gaan...? Wil je niet? Hoor eens: als je niet even met me -meê gaat is het nog niet uit. Anders is het misschien uit en zie je me -nooit meer terug.</p> - -<p>—Wat kan je me te zeggen hebben.</p> - -<p>—Ga meê....</p> - -<p>Het was om zijne stem, niet om zijn woorden.</p> - -<p>—Maar niet langer dan drie minuten.</p> - -<p>—Niet langer dan drie minuten.</p> - -<p>Zij bracht hem op den corridor en in een leêg salon.</p> - -<p>—Wat is er? vroeg zij, bang.</p> - -<p>—Wees niet bang, zeide hij, met zijn snorlach. Wees niet bang. Ik -woû je alleen maar zeggen ... <span style="font-size: 0.7em;">DAT JE MIJN VROUW BENT</span>. Begrijp je dat? -Probeer niet tegen te spreken. Ik heb het verleden op het bal gevoeld, -toen ik je in mijn arm had, om met je te walsen. Probeer niet tegen -te spreken, dat je je toen een oogenblik tegen me aan hebt gedrukt. -<span style="font-size: 0.7em;">JE BENT MIJN VROUW</span>. Ik heb dat toen gevoeld, en ik voel het nu. En -jij voelt het ook, al wil je het ontkennen. Maar dat helpt je niets. -Er is niets te veranderen aan wat geweest is, en wat geweest is ... -is nog altijd in je. Durf nu eens zeggen, dat ik niet netjes spreek -en kiesch. Geen vloek en geen onvertogen woord komt over mijn mond. -Want ik wil je niet driftig maken. Ik wil je alleen laten bekennen ... -dat het waar is, wat ik zeg: en <span style="font-size: 0.7em;">DAT JE MIJN VROUW NOG BENT</span>. Die wet -beteekent niets. Er is een andere wet, die ons beheerscht. Er is een -wet, die jou beheerscht, vooral. Een wet, die ons, zonder dat wij het -ooit hadden kunnen denken, weêr tot elkaâr brengt, al is het langs een -heel vreemden omweg, waarlangs jij, jij vooral, hebt gedwaald. Jou -vooral beheerscht die wet. Ik ben overtuigd, dat je nog van mij houdt, -ten minste, dat je nog verliefd op me bent. Ik voel dat, ik weet dat -zeker: probeer het niet te ontkennen. Het helpt je allemaal <i>niets</i>, -Cornélie. En wil ik je nu nog wat zeggen? Ik ben ook verliefd op je -en meer dan vroeger. Als je met die kerels flirt, voel ik dat. Ik zoû -je dan kunnen worgen, ik zoû die kerels kunnen ranselen.... Wees niet -bang, ik zal het niet doen: ik ben niet driftig. Ik heb juist kalm met -je willen spreken en je eens de waarheid willen laten zien. Zie je ze -voor je ... en on ... om ... stoo ... telijk...? Zie je, je kan me -niets tegenwerpen. Het is ook als het is. Wijs je me nog de deur? Praat -je nog met Mrs. Uxeley? Ik zoû het liever niet doen. Je vriendin, de -prinses, weet wie ik ben: laat dat genoeg zijn. Had de oude nooit mijn -naam gehoord, of was ze hem vergeten? Zeker vergeten. Scherp haar nu -maar niet haar oude geheugen. Laat het zoo. Het is beter, dat je niets -zegt. Neen, belachelijk is de toestand niet en komisch is het ook niet. -Het is heel ernstig geworden: de zuivere waarheid is altijd ernstig. -Het is wel vreemd, ik had het nooit gedacht. Het is mij ook een -openbaring.... En nu heb ik met je uitgesproken. Op mijn horloge nog -geen vijf minuten. Ze zullen je nauwlijks gemist hebben in het salon. -En nu ga ik weg, maar geef eerst een zoen aan je man, want je man, dat -blijf ik altijd.</p> - -<p>Zij stond sidderend voor hem. Het was zijn stem, die viel als gesmolten -brons in haar ziel, in haar lichaam, en verloomde haar en verlamde -haar. Het was zijn stem van overreding, van overredende verleiding, -de stem, die zij kende van vroeger, de stem, die haar tot alles dwong -wat hij wilde. Onder die stem was ze als een voorwerp, een ding, dat -hem toebehoorde, nadat hij haar eerst voor altijd gestempeld had tot -zijn vrouw. Zij was onmachtig hem uit zich te werpen, hem van zich -af te schudden, het stempel van zijn bezit, het brandmerk van zijn -eigendom zich af- en uit te wisschen. Zij was van hem, en alles wat -anders haarzelve was, had haar verlaten. Er was in haar hersens geen -herinnering meer en gedachte....</p> - -<p>Zij zag hem naderen en om haar heen zijn armen slaan. Hij nam haar -langzaam maar zoo vast aan zijn borst, dat het was als nam hij haar -geheel in zijn bezit. Zij voelde zich weggesmolten in zijn armen als -in een vlam van warmte. Zij voelde op hare lippen zijn mond, zijn snor -drukken, drukken, drukken, tot zij de oogen sloot, half flauw. Hij -sprak nog zacht aan haar oor, met die stem, waaronder zij als niet -telde, als was zij niets, als bestond zij alleen door hem. Toen hij -haar losliet, wankelde zij.</p> - -<p>—Kom, hoû je goed, hoorde zij hem zeggen, kalm, almachtig en zeker. -En neem het aan zooals het is. Het is nu eenmaal zooals het is. Er is -niets aan te veranderen. Dank je, dat je me even met je hebt laten -spreken. Nu is tusschen ons alles in orde, daar ben ik zeker van. En nu -tot ziens. Tot ziens....</p> - -<p>Hij zoende haar nog eens.</p> - -<p>—Geef mij een zoen terug, vroeg hij, met zijn stem...</p> - -<p>Zij sloeg om zijn lichaam haar arm en zoende hem op den mond.</p> - -<p>—Tot ziens, zeide hij nog eens.</p> - -<p>Zij zag hem lachen, zijn snorlach, en zijn oogen lachten goudvlammend -haar toe en hij ging. Zij hoorde zijn stap de trap afloopen, toen -klinken op het marmer van de hal, met de kracht van zijn stevigen -tred.... Zij stond als wezenloos. In het salon, naast de kamer, -waarin zij zich bevond, gonsde het van lachende stemmen, hoog op. Zij -zag Rome voor zich, Duco, in een korten weêrlichtflits.... Weg was -het.... En in-een zinkende op een stoel, slaakte zij een onderdrukten -wanhoopkreet, sloeg de handen voor het gezicht en snikte, voor al die -menschen inhoudend haar radeloosheid, dof op, als uit een keel, die -stikte.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="LI" id="LI">LI.</a></h3> - - -<p>Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Te vluchten, weg uit zijn -meesterschap, te vluchten uit de emanatie dier overheersching, die, -geheimzinnig, maar onomstootelijk, alles wat in haar wil, energie en -haarzelve was, wegwischte met zijn liefkoozing. Zij herinnerde zich -dat vroeger ook zoo gevoeld te hebben: opstand en drift, als hij -driftig en grof werd, maar eene annihilatie van zichzelve als hij haar -liefkoosde, een onmacht te denken, als hij zijn hand maar legde op haar -hoofd, eene wegflauwing in éen groot niets, als hij haar nam in zijn -arm en zoende. Zij had het gevoeld, van den eersten keer, dat zij hem -zag, dat hij voor haar stond en op haar neêrkeek met die lichte ironie -in den lach van zijn oogen en van zijn snor, alsof hij pleizier had -in hare weêrstreving—toen nog van flirt en aardigheid, weldra van -kribbigheid, later van drift en razernij—alsof hij pleizier had in -hare tevergeefsche vrouwepogingen om aan zijn heerschappij te ontkomen. -Hij had het dadelijk doorzien, dat hij deze vrouw overheerschte. En -zij had gevonden in hem haar meester, haar eenige. Want geen andere -man drukte over haar neêr met dit koningschap, dat was uit het bloed, -uit het vleesch. Integendeel, zij was meestal de meerdere. Zij had -een koele onverschilligheid over zich, die haar steeds tartte tot -afbrekende kritiek. Zij had behoefte aan scherts, aan een vroolijk -gesprek, aan coquetterie en flirt, en steeds meester van het antwoord, -lokte zij de gelegenheid uit tot antwoorden, maar verder waren de -mannen haar weinig waard, en zag zij in ieder het belachelijke: vond -zij dezen te klein, dien te lang, den een onhandig, den ander dom, -vond zij in ieder iets, dat haar lach en haar spotlust en kritiek -opwekte. Zij zoû nooit een vrouw zijn, die zich gaf aan velen. Zij -had Duco ontmoet en zij had hem hare liefde gegeven geheel en al, als -éen onverdeelbaar groot gouden geschenk, en zij zoû na hem nooit meer -liefhebben. Maar vóor Duco had zij Rudolf Brox ontmoet. Misschien -als zij hem na Duco ontmoet had, had zijn meesterschap haar niet -overheerscht.... Zij wist het niet. En wat gaf het, dat te bedenken. -Nu was het als het was. Zij was in haar bloed geen vrouw voor velen: -zij was in haar bloed geheel echtvrouw, echtgenoote, gemalin. Van den -man, die haar man geweest was, was zij in haar vleesch, in haar bloed -de vrouw, en was zij zijn vrouw, ook zonder liefde. Want zij kon dit -geen liefde noemen; zij noemde liefde alleen dat andere, dat hooge en -teedere, dat innig volmaakte van levensharmonie, dat gaan van twee -langs een gouden lijn, samengesmolten uit twee glinsterende lijnen.... -Maar in een wolk waren om hen heen de handen als opgespookt, hadden de -handen geheimzinnig, noodlottig hun gouden lijn uit een doen springen, -en de hare, kronkelende arabesk, was teruggesprongen, trillende -spiraal, en had gekruist een donkere lijn van vroeger, een sombere weg -van het verleden, een duistere laan vol onbewustbaarheid en noodlottige -slavernij. O, van die levenslijnen het vreemde, het allergeheimzinnigst -vreemde toch: terug te krullen, terug te dwingen naar haar eerste -uitgangspunt! Waarom was het alles noodig geweest?</p> - -<p>Zij had maar éene gedachte: te vluchten. Zij zag niet de -geleidelijkheid der lijnen, en het noodlot van die wegen, en zij wilde -niet voelen den drang der spokende handen. Te vluchten, om te keeren op -den duisteren weg, terug naar het punt van scheiding, terug naar Duco, -en met hem samen vlechten, wringen de twee verlorene richtingen tot -weêr éen zuivere beweging, tot weêr éen lijn van geluk....</p> - -<p>Te vluchten, te vluchten. Zij zeide het Urania, dat zij ging. Zij -smeekte Urania haar te vergeven, omdat deze haar had aanbevolen aan de -oude vrouw, die zij nu plotseling verliet.</p> - -<p>En zij zeide het Mrs. Uxeley, zonder zich te storen aan haar boosheid, -haar drift en haar scheldwoorden. Zij bekende het, dat zij ondankbaar -scheen. Maar er was een levensbelang, dat haar dwong Nice plotseling te -verlaten. Zij zwoer, dat het er was. Zij zwoer, dat zij haar ongeluk, -haar verderf zoû voelen naderen als zij bleef. Met een enkel woord -verklaarde zij het aan Urania. Maar de oude vrouw verklaarde zij het -niet, en zij liet haar in een drift van machteloosheid, die haar -verwrong van rheumatische pijnen. Zij liet alles achter wat zij van -Mrs. Uxeley ontvangen had, hare rijke garderobe van afhankelijkheid. -Zij trok een ouden japon aan. Zij ging als een misdadigster stil naar -het spoor, rillende hem te zullen ontmoeten. Maar zij wist: op dit uur -was hij steeds te Monte-Carlo. Zij ging toch in een gesloten fiacre, en -zij nam een kaartje tweede klasse Florence. Zij telegrafeerde aan Duco. -En zij vluchtte. Zij had niets dan hem. Op Mrs. Uxeley kon zij nooit -meer rekenen, en ook Urania was koel geweest, niet begrijpende die -zonderlinge vlucht, omdat zij niet begreep de eenvoudige waarheid: de -heerschappij van Rudolf Brox. Zij vond, dat Cornélie het zich moeilijk -maakte. In den kring, waarin Urania leefde, wankelde haar gevoel van -maatschappelijke zedelijkheid, sedert haar liaison met den chevalier -de Breuil. Hoorende fluisteren om zich heen de Italiaansche liefdewet, -dat de liefde zoo eenvoudig is, als een roos, die opengaat, begreep -zij niet den strijd van Cornélie. Zij nam Gilio niets kwalijk meer, en -hij, hij liet haar vrij. Wat ging er om in Cornélie? Hoe eenvoudig was -het niet, als zij nog hield van haar gescheiden man! Waarom vluchtte -zij naar Duco, en maakte zij zich belachelijk voor al hunne kennissen! -En zoo was zij koel van Cornélie gescheiden, maar zij miste toch hare -vriendin. Zij was de prinses di Forte Braccio, en verleden, op haar -verjaardag, had prins Ercole haar gezonden een groote smaragd, uit de -zorgvuldig bewaarde familie-juweelen, als werd zij ze, langzamerhand, -steen voor steen, waardig! Maar zij miste Cornélie, en zij voelde zich -eenzaam, doodeenzaam, trots haar smaragd en haar amant....</p> - -<p>Cornélie vluchtte: zij had niets dan Duco. Maar in hem zoû zij alles -hebben. En toen zij hem zag in Florence, aan het station Santa Maria -Novella, stortte zij zich aan zijn borst, als aan een kruis van -redding, als aan een Heiland van veiligheid. Hij bracht haar snikkende -naar een fiacre, en zij reden naar zijn kamer. Daar zag zij zenuwachtig -om zich rond, òp van overspanning na haar lange reis, telkens denkende, -dat Rudolf haar achtervolgen zoû. Zij vertelde Duco alles, zij opende -zich geheel voor hem, als was hij haar geweten, als was hij haar ziel, -haar god. Zij nestelde tegen hem aan als een kind, zij streelde hem, -zij aaide hem; zij zeide, dat hij haar moest helpen. Het was, als bad -zij tot hem; haar angst steeg als een gebed tot hem op. Hij kuste haar, -en zij kende die wijze van troosten, zij kende dat zachte streelen. Zij -viel in eens mat tegen hem aan, en bleef liggen en sloot de oogen. Het -was of zij verzonk in een meer, in een blauw heilig meer, mystiek als -het meer van San Stefano in den slapenden nacht, bepoeierd met sterren. -En zij hoorde hem zeggen, dat hij haar helpen zoû. Dat het niets was, -haar angst. Dat die man geen macht over haar had. Dat hij nooit macht -over haar zoû hebben, als zij zijn, Duco's, vrouw werd. Zij zag hem -aan, en begreep niet. Zij zag hem koortsachtig aan, als maakte hij haar -plotseling wakker, terwijl zij zalig sliep een oogenblik in de blauwe -kalmte van het mystieke meer. Zij begreep niet, maar doodmoê school zij -weêr weg in zijn arm en sliep zij in.</p> - -<p>Zij was doodmoê. Zij sliep een paar uur onbewegelijk tegen zijn borst, -met eene diepe ademhaling. Als hij zijn arm verschikte, bewoog zij even -loom het hoofd als een bloem aan een matten stengel, maar sliep door. -Hij streelde haar voorhoofd, heur haar, en zij sliep door, hare hand in -zijn hand. Zij sliep als had zij in dagen, in weken niet geslapen.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="LII" id="LII">LII.</a></h3> - - -<p>Er is niets geen reden om bang te zijn, Cornélie, sprak hij -overtuigend. Die man heeft geen macht over je, als je niet wilt, met -een sterke wil niet wilt. Ik zoû niet weten tot wat hij in staat zoû -kunnen zijn. Je bent geheel vrij, geheel los van hem. Dat je zoo -overhaast bent weggegaan, is zeker niet verstandig, het zal hem een -vlucht toeschijnen. Waarom heb je hem niet rustig verklaard, dat hij -geen rechten op je kan doen gelden? Waarom heb je hem niet gezegd, dat -je van mij hieldt? Had desnoods gezegd, dat wij waren verloofd. Hoe heb -je zoo zwak kunnen zijn, en zoo bang. Ik herken je niet meer. Maar nu -ben je hier, nu is het, goed. Nu zijn wij samen. Willen wij morgen naar -Rome teruggaan, of willen wij eerst nog hier blijven? Ik heb altijd -verlangd je Florence te laten zien. Kijk, daar voor ons vloeit de -Arno, daar is de Ponte-Vecchio, daar zijn de Uffizie. Je bent hier al -geweest, maar toen kende je Italië nog niet. Nu zal je meer genieten. -O, het is hier zoo mooi. We zullen hier eerst een paar weken blijven. -Ik heb een beetje geld, je hoeft niet bang te zijn. En het is hier -goedkooper dan in Rome. Hier op deze kamer verteeren wij bijna niets. -Bij dit raam heb ik licht genoeg om nu en dan wat te schetsen. Of ik ga -werken in San Lorenzo of San Marco, of boven, bij San Miniato. Het is -heerlijk kalm in de kloosters, nu en dan passeeren een paar toeristen, -maar dat hindert me niet. En jij gaat met me meê, met een boek, een -boek over Florence: ik zal je zeggen, wat je lezen moet. Je moet -Donatello leeren kennen, Brunelleschi, Ghiberti, maar vooral Donatello. -Wij zullen hem zien in het Bargello. En de Annonciatie van Lippo Memmi, -de gouden Annonciatie! Je zal zien hoe onze engel er op lijkt, onze -mooie geluksengel, dien jij mij gegeven hebt! Het is hier rijk; we -zullen niet voelen, dat we arm zijn. We hebben zoo weinig noodig. Of -ben je verwend door je luxe in Nice? Maar ik ken je, je vergeet dat -dadelijk weêr, en met elkaâr strijden wij het alles door. En later -gaan wij naar Rome terug. Maar dan ... getrouwd, mijn lieveling, en -heelemaal jij van mij, ook volgens de wet. Het moet nu, je mag nu niet -langer weigeren. Wij zullen morgen naar den consul gaan en vragen -welke papieren wij noodig hebben uit Holland, en hoe wij het gauwst -kunnen trouwen. En in dien tusschentijd beschouw je je als mijn vrouw. -Totnogtoe zijn wij wel heel gelukkig geweest,... maar je was niet mijn -vrouw. En <i>voel</i> je je mijn vrouw—ook al wachten we nog een paar -weken op die papieren om onze handteekening te kunnen zetten,—dan zal -je je veilig voelen en rustig. Er is niemand en niets, dat macht over -je hebben zal. Je moet ziek zijn om zoo te denken. En dan wed ik, dat -als we getrouwd zijn, mama zich met ons verzoenen zal. Het zal alles -goed worden, mijn lieveling, mijn engel.... Maar je mag niet weigeren, -wij <i>moeten</i> zoo gauw mogelijk trouwen.</p> - -<p>Zij zat naast hem op een divan en zag starend naar buiten, waar, in -de vierkante lijst van het hooge raam, de slanke campanile als een -marmeren lelie oprees tusschen de koepelende harmonieën, van Dom en -Battisterio, terwijl terzijde het Palazzo Vecchio, een kanteelvesting, -massaal lag tusschen de warreling van straten en daken, en opstak -zijn van boven plotseling breed uitgebouwde torentin,—de heuvelen met -Fiesole er wazende achter-af in avondviolet. De edele stad van gratie -bronsde dofgoud op in een allerlaatsten zonneweêrschijn.</p> - -<p>—Wij <i>moeten</i> zoo gauw mogelijk trouwen? herhaalde zij met een -weifelende vraag.</p> - -<p>—Ja, zoo gauw mogelijk, mijn lieveling....</p> - -<p>—Maar Duco, mijn beste Duco, het kan nu minder dan ooit. Zie je niet, -dat het niet kan? Het is onmogelijk, onmogelijk.... Het had nog gekund, -vroeger, maanden geleden, een jaar geleden.... Misschien ... misschien -ook toen niet. Misschien toch had het nooit gekund. Het is zoo moeilijk -dit te zeggen. Maar nu kan het heusch niet....</p> - -<p>—Hoû je niet genoeg van mij....</p> - -<p>—Hoe kan je dat vragen.... Hoe kan je dat vragen, mijn lieveling. Maar -dat is het niet.... Het is.... Het is ... het kan niet, omdat ik niet -vrij ben....</p> - -<p>—Niet vrij....</p> - -<p>—Ik bèn niet vrij.... Misschien voel ik me later vrij.... Misschien -ook niet, misschien nooit.... Mijn beste Duco, het kan niet. Ik heb je -immers geschreven, die eerste ontmoeting op het bal.... Het was zoo -vreemd.... Ik voelde toch, dat....</p> - -<p>—Dat wat....</p> - -<p>Zij nam zijn hand, en streelde die, hare oogen vaag, hare woorden vaag.</p> - -<p>—Zie je ... hij is toch mijn man geweest.</p> - -<p>—Maar je bent van hem gescheiden, geheel, gedivorceerd!</p> - -<p>—Gedivorceerd, ja. Maar dat is het niet....</p> - -<p>—Maar wat dan, mijn kind....</p> - -<p>Zij schudde het hoofd en verborg het gelaat tegen hem aan.</p> - -<p>—Ik kan het niet zeggen, Duco....</p> - -<p>—Waarom niet.</p> - -<p>—Ik schaam mij....</p> - -<p>—Zeg me, hoû je nog altijd van hem?</p> - -<p>—Neen, het is niet hoûen. Ik hoû van jou.</p> - -<p>—Maar wat dan, mijn kind Waarom schaam je je?</p> - -<p>Zij begon tegen hem aan te weenen.</p> - -<p>—Ik voel....</p> - -<p>—Wat....</p> - -<p>—Dat ik niet vrij ben, al ben ... al ben ik gescheiden. Ik voel ... -mij toch zijn vrouw.</p> - -<p>Zij fluisterde het bijna onhoorbaar.</p> - -<p>—Maar dan hoû je van hem, en meer dan van mij.</p> - -<p>—Neen, neen, ik zweer je van niet!</p> - -<p>—Maar hoe kan dat dan, mijn kind!</p> - -<p>—Ja, dat kan.</p> - -<p>—Neen, dat kan niet! Dat is onmogelijk!</p> - -<p>—Dat kan. Dat is zoo. En hij zei het mij ... en ik voelde het.</p> - -<p>—Maar hij hypnotizeert je!</p> - -<p>—Neen, het is geen hypnoze. Het is geen bedwelming ... het is een -werkelijkheid, diep in me, diep in me. Zie je ... je kent me: je weet -hoe ik ben. Ik hoû alleen van jou. Dat alleen is liefde. Ik heb nooit -iemand anders liefgehad. Ik ben geen vrouw, die gevoelig is voor ... -die hysterisch is. Maar met hem.... Geen enkele man, niemand, dien -ik ooit ontmoet heb ... wekt dat gevoel in me op, dat gevoel, dat ik -mezelve niet ben. Dat ik hem toebehoor. Dat ik zijn eigendom ben, zijn -ding.</p> - -<p>Zij sloeg om hem heen haar armen, zij school weg als een kind aan zijn -borst.</p> - -<p>—Het is zoo vreemd.... Je kent me, niet waar.... Ik kan toch wel flink -zijn, en ik ben onafhankelijk, en ik weet mijn antwoord altijd te -vinden. Met hem weet ik niets meer, ben ik niets meer. En ik doe wat -hij zegt....</p> - -<p>—Dat is hypnoze: daar kan je je, als je ernstig wilt, aan onttrekken. -Ik zal je helpen....</p> - -<p>—Het is geen hypnoze. Het is een waarheid, diep in me. Het leeft diep -in me. Ik weet, dat het zoo is, dat het niet anders kan.... Duco, het -kan niet zijn. Ik kan je vrouw niet worden. Ik <i>mag</i> je vrouw niet -worden. Nu minder dan ooit. Misschien....</p> - -<p>—Misschien?</p> - -<p>—... heb ik het altijd zoo gevoeld, onbewust in mij. Dat ik niet -mocht. Zoowel voor jou ... als voor mij ... als voor hem.... Misschien -was het dat, wat ik onbewust voelde, terwijl ik mijn frazes zei: mijn -antipathie tegen het huwelijk.</p> - -<p>—Maar die antipathie sproot toch voort uit je huwelijk ... met hem!</p> - -<p>—Ja. Dat is het vreemde. Hij is mij niet sympathiek ... en toch....</p> - -<p>—Toch ben je verliefd op hem!!</p> - -<p>—Toch behoor ik hem toe....</p> - -<p>—En je zegt, dat je mij liefhebt!!</p> - -<p>Zij vatte zijn hoofd tusschen haar handen.</p> - -<p>—Probeer het te begrijpen. Ik word zoo moê als je het niet begrijpt. -Ik heb jou lief.... Maar ik ben zijn vrouw....</p> - -<p>—Vergeet je, wat je, in Rome, voor mij geweest bent...!</p> - -<p>—Je alles, liefde, geluk, innig geluk.... Een harmonie, zoo innig: ik -zal het nooit vergeten.... Maar ik was niet je vrouw.</p> - -<p>—Niet mijn vrouw!!</p> - -<p>—Ik was je maîtresse.... Ik was hem ontrouw.... Stoot mij niet af! Heb -medelij!</p> - -<p>Hij had, zonder te weten, een gebaar gehad, dat haar verschrikte.</p> - -<p>—Laat mij nog blijven, zoo tegen je aan ... Mag ik...? Ik ben zoo moê, -en ik voel me kalm, zoo tegen je aan, mijn lieveling. Mijn lieveling, -mijn lieveling ... het zal nooit meer zoo worden, als het was. Wat -moeten wij doen?!</p> - -<p>—Ik weet het niet, sprak hij wanhopig. Ik woû je trouwen, zoo gauw -mogelijk. Je wilt niet.</p> - -<p>—Ik kan niet. Ik mag niet.</p> - -<p>—Dan weet ik het niet.</p> - -<p>—Wees niet boos. Laat mij niet alleen! Help mij, wil je? Ik heb je -lief, ik hoû van je, ik hoû van je!</p> - -<p>Zij omhelsde hem eensklaps geheel in haar armen, als in radeloosheid en -wanhoop. Hij zoende haar woest terug....</p> - -<p>—O God, zeg mij, wat ik doèn moet!! bad zij radeloos in zijne -omhelzing.</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="LIII" id="LIII">LIII.</a></h3> - - -<p>Toen Cornélie den volgenden dag met Duco door Florence ging en zij den -cour van het Palazzo Vecchio binnenliepen, de Loggia dei Lanzi zagen -en even in de Uffizie de Annonciatie van Memmi gingen zien, voelde -zij aan zijn zijde als de gewaarwordingen van vroeger onweêrstaanbaar -opbloeien. Het was of zij hun uit elkaâr gesprongen lijnen met -menschelijk geweld weêr samen hadden gebogen tot éen weg, en langs dien -weg de witte madelieven, de witte leliën opschoten met een teederheid -van zacht mystisch herkennen, dat bijna was als een droom. En toch was -het iets anders dan vroeger. Een druk als van een grauwe wolk hing -tusschen haar en de diepblauwe lucht, die als repen van ether, banen -van optrillende hoogte van lucht spande boven de nauwe straten, boven -de koepels en torens en tinnen. Zij voelde niet meer de bezorgdheid -van vroeger; een nagedachtenis was in haar, een zware peinzing op hare -hersenen, en een benauwdheid voor wat gebeuren zoû. Zij had als een -onweêrzwoel voorgevoel, en toen zij na hunne wandeling wat gegeten -hadden en naar huis gingen, sleepte zij zich zoo moê, als zij zich in -Rome nooit had gevoeld, de trappen op, naar Duco's kamer. En zij zag -aanstonds een brief liggen op tafel, een brief aan haar adres. Maar -welk adres! Zij schrikte ervan zoo hevig, dat zij begon te trillen over -hare leden, den brief, nog voor Duco achter haar was binnengetreden, -gestopt had in haar zak.... Zij zette haar hoed af, en zeide Duco, dat -zij even iets uit haar koffer moest hebben, die stond op de gang. Hij -vroeg of hij haar helpen zoû. Maar zij weigerde en ging uit de kamer, -op den nauwen corridor. Bij het kleine raam, dat zag op de Arno, haalde -zij den brief te voorschijn.... Het was daar de eenige plaats, waar zij -even, ongestoord, kon lezen. En zij las weêr dat adres, geschreven met -zijn hand, die zij kende, de groote dikke zware letter.... De naam, -dien zij droeg in het buitenland was haar jonge meisjes-naam, en zij -noemde zich: Madame De Retz van Loo. Maar op dit adres las zij kort: -Baronne Brox, 37 Lung'Arno Torrignani, Florence. Een hevige kleur sloeg -op naar haar gezicht. Een jaar had zij dien naam gedragen.... Maar nu: -waarom noemde hij haar zoo? Waar was de logica van dien titel, dien -zij volgens de wet toch niet meer droeg? Wat meende hij, wat wilde -hij...? En bij het kleine raam, las zij zijn korten maar gebiedenden -brief. Hij schreef haar, dat hij haar vlucht ten hoogste kwalijk nam, -vooral na hun laatste onderhoud. Hij schreef haar, dat zij, in dat -laatste onderhoud, hem alle recht op haar had gegeven, dat zij hem niet -tegengesproken had en dat zij, met haar zoen, en met haar omhelzing, -getoond had zich als zijn vrouw te beschouwen, zooals hij haar als zijn -vrouw beschouwde. Hij schreef, dat hij haar niet kwalijk zoû nemen -haar onafhankelijk leven, een jaar lang in Rome, omdat zij toen nog -vrij was geweest. Maar dat hij beleedigd was, dat zij zich nu nog vrij -beschouwde, en dat hij die beleediging van haar vlucht niet aannam. Dat -hij haar sommeerde terug te keeren. Dat hij geen recht had volgens de -wet dit te doen, maar dat hij het deed, omdat hij toch een recht had, -een recht, dat zij niet kon weêrspreken, dat zij ook niet weêrsproken -had, dat zij integendeel door haar zoen had erkend. Haar adres had hij -te weten gekomen van den portier van de Villa Uxeley, aan wien zij het -achtergelaten had. En hij eindigde, met haar nogmaals te zeggen, dat -zij terug te keeren had in Nice, bij hem, in het Hôtel Continental. Dat -zoo zij het niet deed, hij te Florence kwam en zij verantwoordelijk was -voor de gevolgen van haar weigering.</p> - -<p>Hare knieën knikten: zij dreigde in-een te vallen. Zoû zij den -brief aan Duco toonen, of zoû zij hem verzwijgen...? Maar zij moest -beslissen. Hij riep haar uit de kamer toe, wat zij zoo lang deed, op de -gang. En zij trad binnen en was te zwak zich niet te storten aan zijn -borst. Zij toonde hem den brief. Leunende tegen hem aan, snikkende, -voelde zij hem woedend, razend worden, zag zij zwellen aan zijn slapen -de aderen, zijn vuisten zich ballen, tot hij den brief in een prop -op den grond smeet. Hij zeide haar niet bang te zijn; hij zei, dat -hij haar beschermen zoû. Hij ook, hij beschouwde haar als zijn vrouw. -Alles kwam er maar op aan, hoe zij zichzelve voortaan beschouwde. Zij -sprak niet, zij snikte maar, gebroken van vermoeienis, van schrik, -van hoofdpijn. Zij kleedde zich uit, zij legde zich te bed: zij -klappertandde van koorts. Hij duisterde de kamer wat, met de gordijnen -dicht te plooien en zei haar te gaan slapen. Zijn stem was boos en zij -dacht, dat hij boos was om hare weifelmoedigheid. Zij snikte zich in -slaap. Maar in haar slaap voelde zij in zich den schrik en voelde zij -weêr den onafwendbaren dwang. Slapende droomde zij wat zij zoû kunnen -antwoorden, schreef zij Brox, maar het was haar niet duidelijk wat; -het bleef de vaagheid eener machtelooze smeeking om genade. Toen zij -wakker werd, zag zij Duco bij haar bed. Zij vatte zijn hand, er was -een kalmte in haar. Maar zij had geen hoop. Zij had geen vertrouwen op -de dagen, die komen zouden.... Zij zag hem aan, en zij zag hem somber, -streng geserreerd in zichzelven, zooals zij hem nooit gezien had.... -O, hun geluk was voorbij! Dien noodlottigen dag, toen hij haar in Rome -naar den trein had gebracht, hadden ze afscheid genomen van hun geluk. -Voorbij, voorbij! Voorbij de lieve wandelingen door ruïnes en muzea, de -tochten naar Frascati, Napels, Amalfi! Voorbij het lieve innige leven -van armoede in het groote atelier, tusschen de flonkerkleuren der oude -brokaten en kazuifels, der oude zilveren en bronzen! Voorbij het samen -turen op de aquarel der Banieren, zij met haar hoofd op zijn schouder, -in zijn arm, levende met hem samen zijn kunst, genietende met hem -samen zijn werken! Voorbij de extaze van den nacht in de pergola, in -den met starren bepoeierden nacht, het heilige meer aan hunne voeten! -Men herhaalde het leven niet meer! Zij herhaalden het hier tevergeefs, -in deze kamer, in Florence, in het Palazzo Vecchio, tevergeefs zelfs -voor den heiligen engel van Memmi, schietend zijn gouden straal! Zij -herhaalden hun leven tevergeefs, hun geluk, hun liefde; tervergeefs -hadden zij samen gedwongen de uit elkaâr gesprongene lijnen! Nog even -cirkelden ze om elkaâr, met eén wanhopige arabesk.... Het was voorbij, -het was voorbij...! Somber en streng zat hij naast haar bed, en zij -wist het, hij voelde zich machteloos, omdat zij zich niet voelde zijn -vrouw. Zijn maîtresse...! O, ze had dien onwillekeurigen afstoot gevoeld, -toen zij dat woord had uitgesproken. Had hij haar niet altijd willen -trouwen? Maar onbewust had zij het steeds gevoeld, dat het niet kon, -en dat het niet mocht. Onder het uitgewoeker van hare scherpe frazes -van feminisme, was dat de onbewuste waarheid geweest. Zij, vloekend -tegen het huwelijk, had zich, diep in, altijd gehuwd gevoeld. Niet -volgens de wet en een handteekening, maar volgens een al-oude wet, -een oer-oud recht van man op vrouw, wet en recht van bloed en vleesch -en allerinnigste merg! O, boven die onverwrikbare fyzieke waarheid -had haar ziel heur bloei gebloeid van witte madelieven en leliën, en -ook die bloei was de innige waarheid, de hooge waarheid van geluk en -van liefde. Maar de madelieven en leliën bloeiden uit: de ziel bloeit -maar een enkelen zomer. De ziel bloeit geen leven lang. Zij bloeit -misschien vóór het leven, zij bloeit er misschien nà, maar <i>in</i> het -leven zelve bloeit de ziel maar één enkelen zomer! Zij had gebloeid, -het was voorbij! En in haar lijf, dat leefde, in haar lichaam, dat -overleefde, voelde zij de waarheid tot in het merg! Hij zat naast haar -bed, maar hij had geen recht, nu de leliën waren gebloeid.... Zij brak -van medelijden voor hem.... Zij nam zijn hand en kuste die innig en -snikte er over heen. Hij zeide niets. Hij wist niets te zeggen. Het zoû -hem alles eenvoudig geweest zijn, als zij zijn vrouw had willen worden. -Nu kon hij haar niet helpen. Nu zag hij zijn geluk verongelukken, en -hij zag toe: er was niets aan te doen. Als een ruïne, die brokkelde, -stortte het langzaam in elkaâr.... Het was voorbij! Het was voorbij!</p> - -<p>Zij bleef in bed, deze dagen, zij sliep, zij droomde, zij ontwaakte -weêr, en de afwachting was niet van haar af. Nu en dan had zij een -lichte koorts en het was beter in bed te blijven. Meestal bleef hij -bij haar. Maar eens toen Duco weg was om in de apotheek iets te gaan -halen, klopte men aan de deur. Zij sprong op in bed, bang, bang hèm -te zien, aan wien zij altijd dacht.... Half flauw van schrik, opende -zij op een kier de deur. Maar het was de brievenbesteller met een -aangeteekenden brief. Van hèm! Nog korter dan den vorigen, schreef -hij, dat zij aanstonds bij ontvangst van zijn brief, telegrafeeren -moest, den dag, dat zij kwam. En dat, zoo hij dien en dien dag—hij zoû -uitrekenen welken,—haar telegram niet ontving, hij 's nachts vertrok -naar Florence, en hij haar amant dood zoû schieten, als een hond, voor -haar voeten. Dat hij zich geen ogenblik bedenken zoû. Het kon hem niet -schelen wat er dan gebeurde. Uit dien korten brief woedde zijn drift, -zijn razernij, als een roode storm haar met zijn slag in het gezicht. -Zij kende hem, en zij wist, dat hij het doen zoû. Zij zag, als in een -flits, het ontzettend tooneel en Duco vermoord neêrstorten, badende -in zijn bloed. En zij was zich niet meer meester. Zij was, van verre, -door de roode woede van dien brief, geheel zijn object, zijn ding. -Zij had den brief haastig opengescheurd, nog voor zij het boek van -den besteller had afgeteekend. De man wachtte op de gang. Het ging -duizelsnel door haar heen, het draaide door haar als een kolk. Als zij -een oogenblik nog bedacht, zoû het te laat zijn, te laat voor Duco.... -En zij vroeg aan den besteller, zenuwachtig:</p> - -<p>—Kan je oogenblikkelijk een telegram voor mij bezorgen?</p> - -<p>Neen, hij kon niet: het was niet zijn weg uit.</p> - -<p>Maar zij smeekte het hem te doen. Zij zeide, dat zij ziek was, dat zij -oogenblikkelijk moest telegrafeeren. En zij vond in haar beursje een -goudstukje van tien francs en zij gaf hem dat als fooi. Zij gaf hem -daarenboven het geld voor het telegram. En de man beloofde. En zij -schreef het telegram: Ik vertrek morgen, sneltrein.</p> - -<p>Het was een vaag telegram. Zij wist niet met welken sneltrein; zij had -niets na kunnen zien. Zoû het 's avonds zijn of 's morgens, heel vroeg? -Zij wist van niets. Hoe zoû zij weg kunnen gaan? Zij wist van niets. -Maar zij meende, dat het telegram hem kalmeeren zoû. -En zij zoû gaan. Er was niets aan te doen. Nu zij wanhopig gevlucht -was, zag zij het in: als hij haar terug wilde hebben, terug als zijn -vrouw, moest zij gaan. Had hij niet gewild, zij had kunnen blijven, -waar ook, trots haar gevoel, dat zij hem toebehoorde. Maar nu hij -wilde, moest zij terug. Maar hoe, hoe het aan Duco te zeggen! Zij dacht -niet aan zich, zij dacht aan Duco. Zij zag hem voor zich liggen in -bloed. Zij dacht er niet aan, dat zij geen geld meer had. Moest zij -het hem vragen? O God, wat moest zij doen? Zij kon niet morgen gaan, -trots haar telegram! Zij kon Duco niet zeggen, dat zij ging.... Zij -had willen gaan, als hij uit was, stilletjes naar het station.... Of -zoû zij het hem liever zeggen.... Wat zoû het minst smartelijke zijn? -Of ... of zoû zij alles zeggen aan Duco en ... met hem ... samen ... -vluchten, vluchten ergens heen, en niemand zeggen, waarheen.... Maar -als hij hen uitvond! En hij zoû hen vinden! En Duco dan ... zoû ... hij -vermoorden!!</p> - -<p>Zij ijlde bijna van angst, van koorts, van niet te weten wat te doen, -hoe en wat.... Daar hoorde zij op de trap Duco's tred.... Hij kwam -binnen, hij bracht haar de pillen.... En als altijd, zeide zij hem -alles, te zwak, te moê, zich te verbergen, en toonde zij hem den -brief.... Hij brieschte op, woedend, van haat, maar zij viel voor hem -neêr en vatte zijn handen. Zij zei, dat zij al geantwoord had.... Hij -werd eensklaps koel, als vol van onvermijdelijkheid. Hij zeide, dat -hij geen geld had haar de reis te laten doen. Toen, nog eens, nam -hij haar in de armen, kuste haar, smeekte haar zijn vrouw te worden, -zei, dat hij haar man zoû dooden, zooals deze dreigde hem te dooden. -Maar zij snikte maar en weigerde, hoewel zij krampachtig tegen hem -aan bleef liggen. Toen gaf hij zich over aan de noodlottige almacht -van den stillen dwang van het leven. Hij voelde zich sterven in zijn -ziel. Maar hij wilde kalm blijven om haar. Hij zeide, dat hij haar -vergaf. Hij hield baar, snikkend, in zijn armen, omdat die aanvoeling -haar kalmeerde. En hij zeide, dat zoo zij terug wilde—zij knikte -moedeloos van ja,—het beter was nog eens aan Brox te telegrafeeren, -reisgeld te vragen en duidelijk dag en uur op te geven. Hij zoû dit -voor haar doen. Zij zag hem door haar tranen verwonderd aan. Hij maakte -zelf het telegram op en ging. Mijn lieveling, mijn lieveling, dacht -ze, terwijl hij ging, terwijl zij voelde de smart in zijn verscheurde -ziel. Zij wierp zich op bed. Hij vond haar in een zenuwtoeval, toen hij -terugkwam. Toen hij haar verzorgd had, en haar in bed had toegedekt, -zette hij zich naast haar. En hij zei met een doode stem:</p> - -<p>—Mijn kind, wees nu kalm. Overmorgen breng ik je tot Genua. Dan zullen -wij afscheid van elkaâr nemen, en afscheid voor altijd. Als het niet -anders kan, dan zal het zoo zijn. Als je voelt, dat het zoo moet, dan -moet het zoo gebeuren. Wees nu kalm, wees nu kalm. Als je zoó voelt, -dat je terug moet naar je man, zal je misschien bij hem niet ongelukkig -zijn. Wees kalm, wees kalm, mijn kind.</p> - -<p>—Breng je me?</p> - -<p>—Ik breng je tot Genua. Ik heb bij een vriend daarvoor geld kunnen -leenen. Maar probeer vooral kalm te zijn. Je man wil je terug hebben; -hij zal je niet alleen terug willen hebben om je te slaan. Hij zal -iets voor je voelen, als hij dat zoo wil. En als het zoo moet ... dan -zal het misschien goed zijn ... voor jou. Hoewel ik het zoo niet kan -inzien...!</p> - -<p>Hij bedekte het gezicht in de handen, en zich niet meer meester, snikte -hij op. Zij trok hem op haar borst. Zij was nu kalmer dan hij. Terwijl -hij snikte met zijn hoofd op haar bonzend hart, streelde zij hem rustig -het voorhoofd, de oogen ver, ziende de wanden der kamer door....</p> - - - -<hr class="chap" /> -<h3><a name="LIV" id="LIV">LIV.</a></h3> - - -<p>Zij zat nu alleen in den trein. Door middel van groote fooien -hadden zij 's nachts alleen gereisd en had niemand hen in hun coupé -gestoord. O, de melancholieke reis, de laatste stille reis van het -einde. Zij hadden niet gesproken, maar dicht bij elkaâr, hand in hand -gezeten, de oogen ver voor zich uit, als starende naar het naderende -scheidingspunt. De droeve gedachte aan die scheiding verliet hen -niet, ijlde meê met den ratelenden trein. Soms dacht zij aan een -spoorwegongeluk, en dat het haar welkom zoû zijn, om samen met hem te -sterven. Maar onverbiddelijk waren de lichten van Genua opgeglimd. Toen -had de trein stilgestaan. En hij had zijn armen opengebreid en zij -hadden elkaâr gekust, voor het laatst. Aan zijn borst, had zij in hem -zijn smart gevoeld. Toen had hij haar losgelaten en was weg geijld, -zonder om te zien. Zij zag hem nog na, maar hij had niet omgezien en -zij zag hem verdwijnen in den met lichtjes doorglansden morgenmist, -die waasde in het station. Zij had hem zien verdwijnen tusschen andere -menschen, zien oplossen in het mistwaas. Toen was haar stille wanhoop -van levensgelatenheid zoo groot geworden, dat zij zelfs niet had kunnen -weenen. Haar hoofd viel slap, hare armen vielen slap. Als een inert -ding liet zij den trein haar in zijn razende rateling verder voeren.</p> - -<p>Een witte morgenschemering was links over de blankende zee opgerezen -en het beginnende daglicht blauwde het water, de horizon teekende -zich. Uren spoorde zij nog door, onbewegelijk, uitkijkende naar de -zee en zij voelde zich bijna smarteloos van levensgelatenheid en -onverantwoordelijkheid. Zij liet nu met zich doen, als het leven -wilde, als haar man wilde, als de trein wilde. Als in een moeden droom -dacht zij aan de geleidelijkheid van alles, en al het onbewuste in -zichzelven, aan den eersten opstand tegen haar mans overheersching, aan -de illuzie van hare onafhankelijkheid, den hoogmoed van hare fierheid, -en al het geluk der zachte extaze, al de blijdschap om de bereikte -harmonie.... Nu was het gedaan; nu was alle eigen wil ijdel. De trein -voerde haar daar waar Rudolf haar riep, en het leven was om haar heen -geweest, nauwlijks ruw, maar met een zachten dwang van spokende handen, -die duwden en leidden en wezen....</p> - -<p>En zij dacht niet meer na. De moede droom wolkte op in den blauwer -wordenden dag en zij voelde, dat zij Nice naderde. Zij kwam terug tot -een kleine werkelijkheid. Zij voelde, dat zij er wat verreisd uitzag -en onbewust voelende, dat het beter was als Rudolf haar niet voor het -eerst zoo onbehagelijk terug zag, opende zij langzaam haar taschje, -waschte zich met een zakdoek met Eau de Cologne, kamde heur haar op, -poeierde zich, borstelde zich af en deed een doorzichtige witte voile -voor, nam een paar nieuwe handschoenen. Aan een station kocht zij -een paar gele rozen en stak ze in haar ceintuur. Zij deed dat alles -onbewust, zonder er bij te denken, voelende, dat het goed was, dat het -verstandig was, als zij zoo deed, als Rudolf haar zoo terug zag, met -dat waas van mooie vrouw. Zij voelde, dat zij voortaan vooral mooi -moest zijn, en dat verder er niets meer op aan kwam. En toen de trein -het station binnendreunde, toen zij Nice herkende, was zij gelaten, -omdat zij niet meer streed, maar zich overgaf aan al de sterkere -machten. Het portier werd opengerukt, en op het, op dat uur, niet volle -station zag zij hem dadelijk: groot, forsch, gemakkelijk, met zijn -steenroode mooie mangezicht, in zijn licht zomerpak, stroohoed, gele -schoenen. Hij maakte een indruk van gezonde stevigheid en vooral van -breedschouderde mannelijkheid en niettegenstaande die breedheid toch -geheel en al "heer", zeer verzorgd zonder een zweem van fatterigheid, -en de ironie van zijn snorlach en de vaste blik van zijn mooie, vrouwen -zoekende, grauwe oogen gaven hem iets machtigs en zekers van te kunnen -doen wat hij wilde, van te kunnen overheerschen, als het hem goed -dacht. Een ironische trots op zijn mooie kracht, met een tint van -minachting tegen de anderen, die niet zoo mooi krachtig waren, zoo gezond -animaal en toch aristocratisch, en vooral een spottend neêrbuigend -sarcasme tegen àlle vrouwen, omdat hij de vrouwen kende en wist wat ze -eigenlijk telden—dit drukten zijn blik uit, zijn houding, zijn gebaar. -Zij kende hem zoo. Het had haar vroeger dikwijls in opstand gebracht, -maar zij gevoelde zich nu gelaten, en ook een beetje bang.</p> - -<p>Hij was haar genaderd, hij hielp haar uitstijgen. Zij zag, dat hij -boos was, dat hij van plan was haar ruw te ontvangen; toen, dat zijn -snorlach opkrulde, als spotte hij, dat hij de sterkste was.... Zij -zeide echter niets, nam gelaten zijn hand en steeg uit. Hij bracht haar -buiten en in het rijtuig wachtte zij even op den koffer. Zijn blik -monsterde haar. Zij droeg een ouden blauw laken rok en een blauw laken -manteltje, maar zij zag er, niettegenstaande die oude kleêren en die -moede gelatenheid, uit als een elegante, mooie vrouw.</p> - -<p>—Ik zie met pleizier, dat je het eindelijk raadzaam vondt aan mijn -verlangen gevolg te geven, zeide hij eindelijk.</p> - -<p>—Ik dacht, dat het het beste was, zeide zij zacht.</p> - -<p>Haar toon trof hem, en aandachtig, van terzijde, nam hij haar op. -Hij begreep haar niet, maar hij was tevreden, dat zij gekomen was. -Zij was nu moê van de emotie en den trein, maar hij vond, dat zij er -allerliefst uitzag, al was zij niet zoo schitterend als toen op het -bal van Mrs. Uxeley, toen hij voor het eerst zijn gescheiden vrouw had -gesproken.</p> - -<p>—Ben je moê? vroeg hij.</p> - -<p>—Ik ben een paar dagen wat koortsig geweest, en ik heb van nacht -natuurlijk niet geslapen, zeide zij, zich als verontschuldigend.</p> - -<p>De koffer was opgeladen en zij reden weg, naar het Hôtel Continental. -In het rijtuig spraken zij niet meer. Zwijgend ook gingen zij het hôtel -binnen, in den lift en hij bracht haar naar zijn kamer. Het was een -gewone hôtelkamer, maar zij vond het vreemd op tafel zijn borstels te -zien liggen, aan de haken zijn jassen en broeken te zien hangen, dingen -met een lijn en een plooi, die zij van vroeger kende, en waarmeê zij -als familiaar was. Zij herkende, in een hoek, zijn koffer.</p> - -<p>Hij opende de vensters wijd. Zij was gaan zitten op een stoel, in een -houding, als wachtte zij af. Zij voelde een lichte flauwte en sloot de -oogen, verblind door den stroom van zonnelicht.</p> - -<p>—Je hebt zeker honger, zeide hij. Wat wil ik voor je bestellen?</p> - -<p>—Ik wil wel thee en brood en boter. Men bracht haar koffer binnen en -hij bestelde haar ontbijt.</p> - -<p>—Doe je hoed af, zeide hij.</p> - -<p>Zij stond op. Zij trok haar manteltje uit. Haar katoenen blouse was -verkreukt en zij vond dit onaangenaam. Zij trok voor den spiegel de pin -uit haar hoed en natuurlijk weg kamde zij zich wat op met zijn kam, die -zij op tafel zag liggen. En zij plooide aan den zijden strik, die haar -linnen boordje omgaf. Hij had een cigaar opgestoken en rookte, staande, -rustig. Een kellner bracht het ontbijt. Zwijgend at zij wat en dronk -een kop thee.</p> - -<p>—Heb jij al ontbeten? vroeg zij.</p> - -<p>—Ja.</p> - -<p>Zij zwegen weêr en zij at.</p> - -<p>—En zullen we nu eens spreken? vroeg hij, staande, rookende.</p> - -<p>—Goed....</p> - -<p>—Ik wil niet spreken over je vlucht, zeide hij. Ik was van plan je -eerst je huid vol te schelden, want het was een verdómd idiote streek -van je....</p> - -<p>Zij zeide niets. Zij zag alleen naar hem op en in hare mooie oogen was -een nieuwe uitdrukking: die van eene zachte gelatenheid. Hij zweeg -weêr, en hield zich klaarblijkelijk in en zocht naar zijn woorden.</p> - -<p>—Zooals ik zeg, ik wil daar niet meer over spreken. Je hebt een -oogenblik niet geweten wat je deedt, en je was ontoerekenbaar. Maar -nu moet dat uit zijn, want ik wil dat zoo. Natuurlijk: ik weet, dat -ik volgens de wet niet het minste recht op je heb. Maar dat hebben we -al besproken, en dat heb ik je al geschreven. En je bent mijn vrouw -geweest, en nu ik je terug zie, voel ik heel duidelijk, dat ik je, -trots alles, als mijn vrouw beschouw, en dat je mijn vrouw bent. En die -indruk moet jij behouden hebben van ons terugzien, hier, in Nice.</p> - -<p>—Ja, zeide zij kalm.</p> - -<p>—Geef je dat toe?</p> - -<p>—Ja, herhaalde zij.</p> - -<p>—Dan is het goed. Dat is het eenige, wat ik van je hebben wil. -Laten wij dus voortaan niet meer denken aan wat geweest is, aan oude -onaangenaamheden, aan onze scheiding, en aan wat jij daarna gedaan -hebt. Dat alles zullen we voortaan niëeren. Ik beschouw je als mijn -vrouw en je zult mijn vrouw weêr zijn. Volgens de wet kunnen wij niet -hertrouwen. Maar dat doet er niet toe. Onze wettige scheiding beschouw -ik als een tusschenformaliteit en zullen wij zooveel mogelijk te niet -doen. Krijgen wij kinderen, dan zullen we ze wettigen. Ik zal over dat -alles een advocaat raadplegen, en ik zal voor alles—finantieel ook— -mijn maatregelen nemen. Zoo zal onze scheiding niets zijn dan een -formaliteit, voor ons van geen kracht en voor de wereld en de wet van -zoo min mogelijk kracht, als maar mogelijk zal zijn. En dan ga ik uit -den dienst. Ik zoû toch geen lust hebben er altijd in te blijven, en ik -kan er dus wel wat vroeger uitgaan, dan ik eerst dacht. Want in Holland -wonen, zal je niet prettig vinden en lokt mij ook niet toe.</p> - -<p>—Neen ... murmelde zij.</p> - -<p>—Waar zoû je willen wonen?</p> - -<p>—Ik weet het niet....</p> - -<p>—In Italië?</p> - -<p>—Neen ... vroeg zij smeekend.</p> - -<p>—Hier blijven?</p> - -<p>—Liever niet ... den eersten tijd.</p> - -<p>—Ik dacht aan Parijs. Zoû je in Parijs willen wonen?</p> - -<p>—Goed....</p> - -<p>—Dat is dan goed. Wij zullen dus zoo gauw mogelijk naar Parijs gaan, -en dan een appartement zoeken, en ons installeeren. Wij hebben nu gauw -voorjaar en dan is het een goed begin in Parijs.</p> - -<p>—Goed....</p> - -<p>Hij wierp zich in een fauteuil, en de stoel kraakte.</p> - -<p>—Zeg, wat denk je nu wel, in je eigen?</p> - -<p>—Hoe meen je?</p> - -<p>—Ik woû weten, wat je van je man dacht. Of je hem erg belachelijk vond?</p> - -<p>—Neen....</p> - -<p>—Kom eens hier, op mijn knie.</p> - -<p>Zij stond op en naderde hem. Zij deed als hij wenschte, zette zich op -zijn knie en hij trok haar naar zich toe. Hij legde op haar hoofd zijn -hand: dat gebaar, waaronder zij niet meer kon denken. Zij sloot de -oogen en legde haar hoofd tegen hem aan en het leunde tegen zijn wang.</p> - -<p>—Heelemaal ben je me toch niet vergeten?</p> - -<p>Zij knikte van neen.</p> - -<p>—We hadden maar nooit moeten scheiden, wel?</p> - -<p>Zij knikte weêr van neen....</p> - -<p>—Maar we waren toen driftig, allebei. Je moet voortaan maar niet meer -driftig zijn. Dan ben je kwaadaardig en leelijk. Zooals je nu bent, ben -je veel liever en mooier.</p> - -<p>Zij glimlachte flauwtjes.</p> - -<p>—Ik ben blij je terug te hebben, fluisterde hij, in een langen zoen op -haar mond.</p> - -<p>Zij sloot de oogen onder zijn zoen, terwijl zijn snor kroesde tegen -haar vel, en zijn mond hare lippen drukten.</p> - -<p>—Ben je nog moê? vroeg hij. Wil je wat rusten?</p> - -<p>—Ja, zeide zij. Ik wil mij wel wat uitkleeden.</p> - -<p>—Je moet maar wat naar bed gaan, zeide hij. O ja, en dan woû ik je -zeggen, je vriendin, de prinses, komt van avond hier.</p> - -<p>—Is Urania niet boos....</p> - -<p>—Neen ik heb haar alles verteld, en zij is van alles op de hoogte.</p> - -<p>Zij vond het prettig, dat Urania niet boos was, dat zij nog een -vriendin had.</p> - -<p>—En ook Mrs. Uxeley heb ik nog gezien.</p> - -<p>—Zij is wèl boos op mij, niet waar?</p> - -<p>Hij lachte.</p> - -<p>—Dat oude wijf! Neen, boos niet. Ze heeft het land, dat ze nu niemand -heeft. Ze was erg op je gesteld. Ze houdt van mooie menschen om zich -heen, vertelde ze me. Ze kan een leelijke gezelschapsjuf, zonder chic, -niet uitstaan. Kom, kleed je nu maar uit, en ga wat liggen. Dan laat ik -je alleen en ga ergens beneden zitten.</p> - -<p>Zij waren opgestaan. Zijn oogen, goud, schitterden haar tegen, met zijn -ironischen snorlach. En woest pakte hij haar in zijn armen.</p> - -<p>—Corrie, zeide hij heesch. Ik vind het heerlijk je terug te hebben. -Ben je van mij, zeg, ben je van mij?</p> - -<p>Hij drukte haar tot stikkens toe tegen zich vast, zijn beide armen -zwaar om haar heen.</p> - -<p>—Zeg, ben je van mij?</p> - -<p>—Ja....</p> - -<p>—Wat zei je vroeger tegen me, als je verliefd op me was?</p> - -<p>Zij aarzelde.</p> - -<p>—Wat zei je? drong hij, haar vaster klemmend en, met haar handen tegen -zijn schouders afdrukkende, poogde zij te ademen.</p> - -<p>—Mijn Rud ... murmelde zij. Mijn mooie, heerlijke Rud...!</p> - -<p>Werktuigelijk omhelsde zij in haar arm nu zijn hoofd. Hij liet haar als -met een krachtsinspanning los.</p> - -<p>—Kleed je uit, zeide hij. En probeer wat te slapen. Dan kom ik later -terug.</p> - -<p>Hij ging, zij kleedde zich uit en zij borstelde heur haren met zijn -borstel, zij waschte zich en druppelde in de kom het toiletwater, dat -hij gebruikte. Zij liet de meubelgordijnen dichtvallen, waarachter de -middagzon glansde en een wijnroode schemering donsde door de kamer. En -zij kroop in het groote bed en wachtte hem af, sidderend. Er was geen -gedachte in haar. Er was in haar geen smart en geen herinnering. Er was -alleen in haar éen afwachting van de geleidelijkheid van het leven. Zij -voelde zich niets dan bruid, maar geen bruid van onwetendheid, en diep -in haar bloed en merg, voelde zij zich de vrouw, bloed en merg, van -hem, dien zij wachtte. Vóór zich, half droomend, zag zij figuurtjes van -kinderen.... Want als zij zijn vrouw zoû zijn in waarheid en echtheid, -wilde zij niet alleen wezen zijn minnares, maar ook de vrouw, die hem -zijn kinderen gaf.... Zij wist het, hij, trots zijn ruwheid, hield van -het zachte van kinderen, en zij zoû naar ze verlangen in haar tweede -huwelijksleven, als een lieve troost voor de dagen, dat zij niet mooi -meer zoû zijn, en niet jong meer.... Voor zich, half droomend, zag zij -figuurtjes van kinderen.... En zij wachtte hem af, ze luisterde naar -zijn pas, zij verlangde, dat hij komen zoû, haar vleesch trilde hem -tegemoet. En toen hij binnenkwam en haar naderde, sloten haar armen -zich om hem heen met een gebaar van diep in zich bewuste zekerheid en -wist zij, twijfelloos, aan zijn borst, in zijn armen, de wetenschap -zijner manmachtige overheersching, terwijl voor haar oogen in een -duizeling en weemoed van zwart de droom van haar leven—Rome Duco, het -atelier—verzonk....</p> - -<hr class="tb" /> - -<h4><a id="INHOUD"></a>INHOUD</h4> - - -<div class="center" style="font-size: 0.8em;"> -<table border="0" cellpadding="2" cellspacing="0" summary=""> -<tr><td align="left"><a href="#I">Eerste Deel<br />I.</a></td><td align="left"><a href="#XXVIII">XXVIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#II">II.</a></td><td align="left"><a href="#XXIX">XXIX.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#III">III.</a></td><td align="left"><a href="#XXX">XXX.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#IV">IV.</a></td><td align="left"><a href="#XXXI">XXXI.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#V">V.</a></td><td align="left"><a href="#XXXII">Tweede Deel<br />XXXII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#VI">VI.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIII">XXXIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#VII">VII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIV">XXXIV.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXV">XXXV.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#IX">IX.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVI">XXXVI.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#X">X.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVII">XXXVII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XI">XI.</a></td><td align="left"><a href="#XXXVIII">XXXVIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XII">XII.</a></td><td align="left"><a href="#XXXIX">XXXIX.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XIII">XIII.</a></td><td align="left"><a href="#XL">XL.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XIV">XIV.</a></td><td align="left"><a href="#XLI">XLI.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XV">XV</a></td><td align="left"><a href="#XLII">XLII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XVI">XVI.</a></td><td align="left"><a href="#XLIII">XLIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XVII">XVII.</a></td><td align="left"><a href="#XLIV">XLIV.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XVIII">XVIII.</a></td><td align="left"><a href="#XLV">XLV.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XIX">XIX.</a></td><td align="left"><a href="#XLVI">XLVI.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XX">XX.</a></td><td align="left"><a href="#XLVII">XLVII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXI">XXI.</a></td><td align="left"><a href="#XLVIII">XLVIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXII">XXII.</a></td><td align="left"><a href="#XLIX">XLIX.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXIII">XXIII.</a></td><td align="left"><a href="#L">L.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXIV">XXIV.</a></td><td align="left"><a href="#LI">LI.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXV">XXV.</a></td><td align="left"><a href="#LII">LII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXVI">XXVI.</a></td><td align="left"><a href="#LIII">LIII.</a></td></tr> -<tr><td align="left"><a href="#XXVII">XXVII.</a></td><td align="left"><a href="#LIV">LIV.</a></td></tr> - - -</table></div> - - - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of Project Gutenberg's Langs lijnen van geleidelijkheid, by Louis Couperus - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS LIJNEN VAN GELEIDELIJKHEID *** - -***** This file should be named 44084-h.htm or 44084-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/4/0/8/44084/ - -Produced by Annemie Arnst & Marc D'Hooghe at -http://www.freeliterature.org (Images generously made -available by the Internet Archive - University of Toronto, -Robarts Library.) - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License available with this file or online at - www.gutenberg.org/license. - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation information page at www.gutenberg.org - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at 809 -North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email -contact links and up to date contact information can be found at the -Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For forty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - -</pre> - -</body> -</html> |
