summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--36194-0.txt14204
-rw-r--r--36194-0.zipbin0 -> 221687 bytes
-rw-r--r--36194-h.zipbin0 -> 368055 bytes
-rw-r--r--36194-h/36194-h.htm12748
-rw-r--r--36194-h/images/back.jpgbin0 -> 27137 bytes
-rw-r--r--36194-h/images/cover.jpgbin0 -> 61450 bytes
-rw-r--r--36194-h/images/spine.jpgbin0 -> 16953 bytes
-rw-r--r--36194-h/images/titlepage.pngbin0 -> 19359 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/36194-8.txt14204
-rw-r--r--old/36194-8.zipbin0 -> 221573 bytes
13 files changed, 41172 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/36194-0.txt b/36194-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..b0492b9
--- /dev/null
+++ b/36194-0.txt
@@ -0,0 +1,14204 @@
+Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Wonderen van den Antichrist
+
+Author: Selma Lagerlöf
+
+Translator: Betsy Nort
+
+Release Date: May 22, 2011 [EBook #36194]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST
+
+ Naar het Zweedsch
+ van
+ SELMA LAGERLÖF
+
+ Schrijfster van "Gösta Berling", "Ingrid", "De Koninginnen van
+ Kungahälla", "Jeruzalem", "Onzichtbare ketenen", enz.
+
+ Door
+ Betsy Nort
+
+ Met toestemming van de schrijfster
+
+
+ Als de Antichrist komt, zal hij
+ volkomen op Christus gelijken.
+
+ Daar zal groote nood heerschen
+ en de Antichrist zal van land tot
+ land gaan en den armen brood geven.
+
+ En hij zal vele aanhangers verkrijgen.
+
+ Siciliaansche Volkssage.
+
+
+ Tweede Druk
+
+ Amsterdam
+ H. J. W. Becht
+ 1904
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING
+
+
+ Als de Antichrist komt, zal hij
+ volkomen op Christus gelijken.
+
+
+I.
+
+HET VISIOEN VAN DEN KEIZER.
+
+
+In den tijd, toen Augustus keizer in Rome was, en Herodes als koning
+over Jeruzalem heerschte, geschiedde het eenmaal dat een zeer stille
+en heilige nacht op de aarde neerdaalde. Het was de donkerste nacht,
+welken iemand ooit aanschouwd had; men zou geloofd kunnen hebben,
+dat de gansche aarde onder een keldergewelf geraakt was.
+
+'t Was onmogelijk water van land te onderscheiden, en men verdwaalde
+op den meest bekenden weg. En dat kon niets anders zijn, want van
+den hemel kwam geen enkele lichtstraal.
+
+Alle sterren waren thuis gebleven en de lieflijke maan hield haar
+aangezicht afgewend.
+
+En even diep als de duisternis, was de stilte en de rust. De rivieren
+hadden haar loop gestaakt, de wind verroerde zich niet, en zelfs het
+espeblad had opgehouden te trillen. En waart ge langs de zee gegaan,
+dan hadt ge gezien, dat de golven niet meer tegen het strand sloegen,
+en waart ge in de woestijn gegaan, dan hadde het zand niet onder uwe
+voeten geknarst.
+
+Alles was versteend en roerloos om den heiligen nacht niet te
+verstoren. 't Gras mocht niet groeien, de dauw niet vallen, en de
+bloemen waagden het niet haar geuren uit te ademen.
+
+Gedurende dezen nacht jaagde geen roofdier, noch beten de slangen of
+blaften de honden. En wat nog heerlijker was, geen enkel der levenlooze
+dingen zou de heiligheid van den nacht hebben willen verstoren door
+zich te leenen tot een slechte daad. Geen breekijzer hadde een slot
+kunnen openen en geen mes ware in staat geweest bloed te vergieten.
+
+In dezen nacht verliet een kleine schaar menschen 's keizers woning op
+den Palatijnschen heuvel te Rome, en sloeg den weg in over het Forum
+naar het Kapitool. Den vorigen dag hadden namelijk de raadsheeren
+den keizer gevraagd of hij er iets tegen had, dat zij hem een tempel
+oprichtten op Rome's heiligen berg. Maar Augustus had niet dadelijk
+zijn bijval aan dit plan geschonken. Hij wist niet of het den goden
+welgevallig was, dat hij een tempel naast den hunne zou bezitten en
+hij had geantwoord dat hij eerst door een nachtelijk offer aan zijn
+genius hun wil in deze zaak wilde uitvorschen.
+
+En hij was het, die nu, gevolgd door eenige getrouwen, dit offer
+ging brengen.
+
+Augustus liet zich in zijn draagstoel voeren, want hij was oud en het
+beklimmen der hooge trappen van het Kapitool viel hem moeilijk. Zelf
+droeg hij de kooi met de duiven, die hij wilde offeren. Geen
+priesters, soldaten of raadsheeren vergezelden hem; slechts zijn
+naaste vrienden. Fakkeldragers liepen voor hem uit, als om een weg
+te banen in de duisternis van den nacht, en achter hem kwamen slaven,
+die het drievoetige altaar, de kolen, messen, het heilige vuur en al
+het andere droegen, dat voor het offeren noodig was.
+
+Onderweg sprak de keizer vroolijk met zijn getrouwen, daardoor merkte
+geen van hen de oneindige stilte en rust van den nacht. Eerst toen
+zij op de kruin van den berg de plaats bereikt hadden, die bestemd
+was voor den nieuwen tempel, werd hun geopenbaard, dat iets ongewoons
+plaats greep.
+
+Dit kon geen nacht, zooals alle andere zijn, want daar boven op de
+rotskruin zagen ze de wonderbaarlijkste gestalte. Ze dachten eerst,
+dat het een oude vergroeide olijfboom was, later geloofden zij,
+dat een oeroud steenen beeld uit den tempel van Jupiter op de rots
+verdwaald was. Ten slotte meenden ze, dat het niemand anders kon zijn
+dan de oude sibylle.
+
+Iets zoo ouds, zoo verweerds, zoo reusachtigs hadden ze nog nooit
+gezien. Indien de keizer er niet geweest was, zouden ze allen naar
+huis gevlucht zijn.
+
+"Dat is zij," fluisterden ze, "die zoo vele jaren telt als er
+zandkorrels gevonden worden op de kusten van haar vaderland. Waarom
+is zij juist vannacht uit haar hol gekomen? Wat voorspelt zij den
+keizer en het rijk, zij, die haar profetieën op de blaren der boomen
+schrijft en weet, dat de wind het orakelwoord tot dengene voert,
+die het noodig heeft?"
+
+Ze waren zoo ontsteld, dat zij zich allen op de knieën geworpen zouden
+hebben met het voorhoofd tegen den grond, indien de sibylle slechts één
+beweging gemaakt had. Maar ze zat zoo onbeweeglijk alsof ze levenloos
+was. Ze zat neergehurkt op den uitersten rand van de rotshelling,
+en beschutte haar oogen met de hand, terwijl zij in den duisteren
+nacht tuurde.
+
+Ze zat daar, alsof ze den berg beklommen had om beter iets te zien
+dat ergens ver weg geschiedde.
+
+Zij kon dus iets zien, zij! In zulk een nacht!
+
+Op hetzelfde oogenblik bemerkten de keizer en allen van zijn gevolg
+hoe diep de duisternis was. Geen van hen kon een handbreed voor zich
+uitzien. En welk een stilte! welk een rust!
+
+Zelfs niet het doffe murmelen van den Tiber konden zij hooren.
+
+Maar 't was alsof de lucht hen wilde verstikken, het koude zweet
+parelde hun op het voorhoofd en hun handen waren verstijfd en
+machteloos. Zij dachten dat er iets ontzettends moest gebeuren.
+
+Geen van hen wilde echter toonen, dat hij bang was, maar ze zeiden
+tegen den keizer, dat het een goed voorteeken was: de heele natuur
+hield den adem in om een nieuwen god te begroeten.
+
+Ze spoorden den keizer aan zich te haasten met het offeren en zeiden,
+dat de oude sibylle waarschijnlijk uit haar hol was gestegen om zijn
+genius te begroeten.
+
+Maar de waarheid was, dat de oude sybille geboeid was door een
+visioen. Zij wist niet eens, dat Augustus op het Kapitool gekomen
+was. In den geest vertoefde zij in een ver land, en daar meende
+zij over een groote vlakte te schrijden. In de duisternis stiet ze
+onophoudelijk met den voet tegen iets, dat ze dacht, dat aardheuveltjes
+waren.
+
+Zij boog zich voorover en voelde met de hand. Neen, het waren geen
+aardheuveltjes maar schapen. Ze schreed tusschen groote, slapende
+kudden. Nu bemerkte zij het vuur der herders. Dat brandde midden op
+het veld, zij trachtte het te naderen. De herders sliepen bij het
+vuur en naast hen lagen de lange, spitse herdersstaven, waarmee ze
+de kudden tegen de wilde dieren plachten te beschermen.
+
+Maar die kleine dieren met hun glinsterende oogen en groote staarten,
+die naar het vuur slopen, waren dat geen jakhalzen?
+
+En toch wierpen de herders hun staf niet naar hen, de honden bleven
+doorslapen, de kudde vluchtte niet weg en de wilde dieren vlijden
+zich naast de menschen neder.
+
+Dat zag de sibylle, maar zij wist niets van hetgeen achter haar op den
+berg plaats greep. Ze wist niet, dat men daar een altaar oprichtte,
+kolen deed gloeien, wierook verspreidde, en dat de keizer één der
+beide duiven uit de kooi nam om haar te offeren.
+
+Maar zijn handen waren zoo krachteloos, dat hij den vogel niet kon
+vasthouden. Met een enkelen slag van den vleugel bevrijdde de duif
+zich en verdween in de duisternis van den nacht.
+
+Toen dit geschiedde, blikten de hovelingen achterdochtig naar de oude
+sibylle. Ze geloofden dat zij het was, die het ongeluk veroorzaakte.
+
+Konden zij weten, dat de sibylle nog steeds bij het herdersvuur
+dacht te staan, terwijl zij luisterde naar een zwak geluid, dat in
+den doodstillen nacht begon te trillen?
+
+Zij luisterde lang daarna, vóórdat zij bemerkte, dat het niet van de
+aarde, maar uit de wolken kwam. Eindelijk hief zij het hoofd op en
+toen zag zij lichte stralende gestalten in de duisternis voortglijden.
+
+Het waren kleine engelenscharen, die lieflijk zingend en als zoekende,
+heen en weer vlogen over de groote vlakte. En terwijl de sibylle naar
+den engelenzang luisterde, maakte de keizer zich gereed tot een nieuw
+offer. Hij waschte zijn handen, reinigde het altaar en liet zich de
+tweede duif aanreiken, maar ofschoon hij nu zijn uiterste krachten
+inspande om deze vast te houden, gleed het slanke lichaam der duif
+uit zijn hand, en de vogel verdween in den ondoordringbaren nacht.
+
+De keizer werd bevreesd. Hij viel op de knieën voor het leege altaar
+en bad tot zijn genius. Hij smeekte zijn beschermgeest hem de kracht
+te verleenen om de ongelukken af te wenden, die deze nacht scheen
+te voorspellen.
+
+Ook daarvan had de sibylle niets gemerkt. Ze luisterde met heel haar
+ziel naar den engelenzang die al sterker en sterker werd. Op het
+laatst was deze zoo luid, dat de herders ontwaakten. Ze leunden op
+hun ellebogen en zagen lichte scharen zilverwitte engelen in lange
+fladderende lijnen, trekvogels gelijk, in de duisternis voortzweven.
+
+Sommigen hadden luiten en violen in de hand, anderen speelden op
+citers en harpen, en hun gezang klonk zoo blijde als kindergelach
+en zoo jubelend als het lied van den leeuwerik. Toen de herders dit
+hoorden, togen ze opwaarts om naar de bergstad te gaan, waar ze thuis
+behoorden, om het wonder te verhalen.
+
+Zij gingen langs een smal, slingerend paadje en de oude sibylle
+volgde hen. Opeens werd het helder licht boven den berg. Een groote,
+stralende ster schitterde juist daarboven, en de stad op den bergtop
+blonk als zilver in het licht der ster.
+
+Alle zwevende engelenscharen spoedden zich jubelend daarheen en de
+herders verhaastten hun schreden, zoo dat zij bijna sprongen. Toen
+ze de stad bereikt hadden, zagen ze, dat de engelen zich boven een
+lagen stal in de nabijheid van de stadspoort verzameld hadden. Het
+was een ellendig huis met een dak van stroo en de naakte rots tot muur.
+
+Daarboven straalde de ster en daar verzamelden zich al meer en meer
+engelen. Sommigen lieten zich neder op het stroodak of streken neer op
+de steile berghelling achter het huis, anderen bleven met fladderende
+vleugels daarboven zweven.
+
+Hoog, hoog was de lucht licht van flikkerende vleugels.
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat de ster boven de bergstad ontstoken werd,
+ontwaakte de gansche natuur, de mannen die op de hoogte van het
+Kapitool stonden, moesten dat wel merken. Ze voelden hoe frissche,
+streelende winden het luchtruim doorzweefden, heerlijke geuren stegen
+op uit de aarde, de boomen ruischten, de Tiber begon te murmelen,
+de sterren straalden en de maan stond opeens hoog aan den hemel
+en verlichtte de wereld. En uit de wolken kwamen de twee duiven
+aangevlogen en namen plaats op den schouder van den keizer.
+
+Toen dit wonder geschiedde, richtte keizer Augustus zich op in trotsche
+vreugde, maar zijn vrienden en slaven wierpen zich op hun knieën. "Ave
+Cesar," riepen zij. "Uw genius heeft u geantwoord. Gij zijt de god,
+die op de hoogte van het Kapitool moet worden aangebeden."
+
+En de hulde, die de geestdriftige mannen den keizer toejubelden,
+was zoo luidruchtig, dat de oude sibylle het hoorde. Dit deed haar
+uit haar visioenen ontwaken. Ze verliet haar plaats op de rotshelling
+en begaf zich tusschen de menschen. 't Was alsof een donkere wolk uit
+den afgrond opsteeg en neerstortte op de hoogte. Zij was vreeselijk
+om aan te zien in haar ouderdom. Ruig haar hing in dunne vlokken
+rondom haar hoofd, de gewrichten der ledematen waren gezwollen en de
+donkere huid omkleedde het lichaam, hard als boomschors, met rimpel
+naast rimpel. Maar geweldig en waardig schreed ze den keizer tegemoet.
+
+Met de eene hand greep zij hem bij de pols, met de andere wees ze
+naar het verre Oosten.
+
+"Zie," beval zij hem, en de keizer hief zijn blik op naar den hemel en
+zag. Het luchtruim opende zich voor zijn blikken en deze drongen door
+tot het verre Oosterland. En hij zag een armoedigen stal onder een
+steilen rotswand en in de geopende deur eenige knielende herders. In
+den stal zag hij een jonge moeder gekield liggen voor een klein kind,
+dat op een stroobos op den grond lag.
+
+En de groote, knokige vingers der sibylle wezen naar dat arme kind.
+
+"Ave Cesar," zei de sibylle, terwijl zij hoonend lachte. "Daar is de
+god, die op de hoogte van het Kapitool zal worden aangebeden."
+
+Toen deinsde Augustus terug als voor een waanzinnige. Maar de machtige
+geest der profetie werd vaardig over haar, de oogen begonnen te
+branden, haar handen wezen hemelwaarts, haar stem veranderde, zoo dat
+die niet meer de hare scheen te zijn, maar zulk een klank en kracht
+bezat, dat die over de gansche wereld gehoord kon worden. En zij sprak
+woorden, die ze in den hemel tusschen de sterren, scheen te lezen:
+
+"Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist, maar geen sterflijke menschen."
+
+Toen ze dit gezegd had, schreed ze tusschen de door schrik bevangen
+mannen, daalde langzaam van den berg en verdween.
+
+Maar Augustus liet den volgenden dag het volk streng verbieden hem
+een tempel op het Kapitool op te richten.
+
+In plaats daarvan liet hij een kapel voor het pasgeboren Godskind
+bouwen en noemde dat het altaar des hemels, Aracoeli.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+ROME'S HEILIG KIND.
+
+
+Op den heuvel van het Kapitool verhief zich een klooster dat bewoond
+werd door Franciscaner monniken. Maar men kon het nauwelijks als
+een klooster beschouwen, veeleer als een vesting. Het was gelijk een
+wachttoren aan de zeekust, waar men naar een naderenden vijand tuurt
+en staart.
+
+Naast het klooster stond de prachtige basiliek Santa Maria in
+Aracoeli. De basiliek was gebouwd als herinnering aan het bezoek der
+sibylle, die keizer Augustus hier Christus had doen aanschouwen.
+
+Maar het klooster was opgericht, omdat men vreesde voor de vervulling
+van de profetie der sibylle, dat de Antichrist op het Kapitool zou
+worden aangebeden.
+
+En de monniken voelden zich als krijgers. Als ze naar de kerk gingen
+om te zingen en te bidden, meenden zij op vestingwallen te loopen en
+wolken van pijlen neer te zenden op den aanstormenden Antichrist.
+
+Ze leefden altijd denkende aan den Antichrist, en hun gansche
+godsdienst was één strijd om hem ver van het Kapitool te houden.
+
+Ze trokken hun hoeden diep in het gelaat, om hun oogen te beschutten,
+en tuurden in de wereld.
+
+Hun blikken werden koortsachtig van het staren, en voortdurend meenden
+ze den Antichrist te ontdekken.
+
+"Hij is hier, hij is daar," riepen ze. En ze fladderden in hun bruine
+pijen rond en maakten zich gereed tot den strijd, gelijk kraaien, die
+op een rotspunt verzameld zijn en een adelaar in het gezicht krijgen.
+
+Maar sommigen zeiden: Wat baten gebeden en boetedoeningen? De sibylle
+heeft het gezegd. De Antichrist moet komen.
+
+Toen zeiden anderen: God kan een wonder verrichten. Indien het kampen
+niet baatte, zou Hij ons niet hebben laten waarschuwen door de sibylle.
+
+Jaar na jaar verdedigden de Franciscanen het Kapitool door
+boetedoening, werken van barmhartigheid en de verkondiging van
+Gods woord.
+
+Zij beschermden het eeuw na eeuw, maar naarmate de tijden verstreken,
+werden de menschen krachteloozer en zwakker.
+
+De monniken zeiden:
+
+"Spoedig kan het rijk van dezen tijd niet langer bestaan. Er moet
+een wereldherschepper komen zooals ten tijde van Augustus."
+
+Ze rukten hun haren uit en geeselden zich, want ze wisten, dat de
+wereldverlosser de Antichrist moest zijn, en dat het een rijk van
+geweld en kracht zou worden.
+
+Gelijk zieken door hun kwalen gepijnigd worden, zoo werden zij gekweld
+door de gedachte aan den Antichrist. En zij zagen hem voor zich. Hij
+was even rijk als Christus arm, even slecht als Christus goed, even
+geëerd als Christus vernederd was. Hij voerde scherpe wapens en reed
+aan de spits van bloeddorstige woestelingen. Hij wierp kerken omver,
+vermoordde priesters en wapende de menschen tot den strijd, zóó dat
+broeder tegen broeder worstelde en de eene mensch den anderen vreesde
+en nergens vrede te vinden was.
+
+En telkens als een mensch van geweld en kracht zijn weg over de zee
+der tijden nam, werd er van den wachttoren op het Kapitool geroepen:
+"De Antichrist, de Antichrist!"
+
+En voor elken geweldenaar, die verdween en ten onder ging, riepen de
+monniken hosanna en zongen ze een Te-Deum.
+
+En ze zeiden: "Het is door de kracht onzer gebeden, dat de slechten
+vielen, vóórdat ze het Kapitool konden bereiken."
+
+Het was een harde straf voor het schoone klooster, dat zijn monniken
+nooit rust konden vinden. Hun nachten waren nog zwaarder dan hun
+dagen. Dan zagen ze hoe wilde dieren hun cellen binnendrongen en zich
+naast hun brits uitstrekten. En elk wild dier was de Antichrist. Maar
+sommige monniken zagen hem als een draak, en andere als een griffioen,
+en weer andere als een sfinx. En als ze uit hun droomen ontwaakten,
+waren ze mat als na een zware ziekte.
+
+De eenige troost, dien deze arme monniken bezaten, was het wonderdoende
+Christusbeeld, dat in de basiliek te Aracoeli bewaard werd. Wanneer
+een monnik tot vertwijfeling gedreven was, ging hij naar de kerk om
+daar troost te zoeken. Hij liep dan de geheele basiliek door naar een
+afgesloten kapel naast het hoofdaltaar. Daarin ontstak hij gewijde
+waskaarsen en deed een gebed, vóórdat hij de altaarkast opende, die
+deuren van ijzer met dubbele sloten had. En hij lag op zijn knieën,
+zoo lang hij het beeld aanschouwde.
+
+Het beeld stelde een klein kind voor, het had een gouden kroon op het
+hoofd, gouden schoentjes aan de voeten, en zijn kleertjes schitterden
+van sieraden, die het beeld geschonken waren door lijdenden, die het
+hadden aangeroepen om hulp. En de wanden der kapel waren bedekt met
+schilderijen, die deden zien hoe velen het uit brand- en zeegevaar
+gered had, hoe het zieken genezen en ongelukkigen geholpen had. En
+als de monnik dit zag, jubelde hij en zei tot zich zelf:
+
+"God zij geprezen! Nog is het Christus, die op het Kapitool wordt
+aangebeden."
+
+De monnik merkte op, hoe het beeld in mystieke, zelfbewuste macht tegen
+hem glimlachte en zijn geest verhief zich tot de heilige sferen der
+vertroosting. "Wat kan U doen neerstorten, Gij machtige?" zei hij. "Wie
+kan U doen vallen? Voor U buigt de eeuwige stad haar knieën. Gij zijt
+Rome's heilig kind. Gij zijt de gekroonde, dien het volk aanbidt. Gij
+zijt de machtige, die hulp, troost en kracht verleent. Gij alleen
+zult op het Kapitool worden aangebeden."
+
+Hij zag hoe de kroon van het beeld veranderde in een aureool, die
+stralen over de gansche aarde zond. En in welke richting hij ook den
+loop der stralen volgde, overal zag hij hoe de wereld vol kerken was,
+waar Christus werd aangebeden. Het was alsof een machtige heerscher
+hem al de vestingen en burchten getoond had, die zijn rijk beschermden.
+
+"Het is zeker, dat Gij niet kunt vallen," zei de monnik. "Uw rijk
+moet blijven bestaan."
+
+En elke monnik, die het beeld zag, genoot een paar uur van vertroosting
+en vrede, totdat de vrees zich opnieuw van hem meester maakte. Maar
+indien zij dit beeld niet bezeten hadden, zouden hun zielen geen
+oogenblik rust gevonden hebben.
+
+Zoo hadden Aracoeli's monniken zich onder gebed en strijd door de
+tijden geworsteld, en nooit had het aan wachters ontbroken, want
+zoodra een van hen uitgeput was door angst, haastten anderen zich
+zijn plaats in te nemen.
+
+En ofschoon de meesten, die in het klooster gingen, door waanzin of een
+te vroegen dood getroffen werden, nooit slonk de rij der monniken, want
+het werd als een groote eer beschouwd te Aracoeli voor God te strijden.
+
+Zoo gebeurde het, dat deze strijd nog vóór zestig jaar in vollen gang
+was, en wegens de verdorvenheid der tijden streden de monniken met
+grooter ijver dan ooit en verwachtten den Antichrist zoo stellig als
+nooit te voren.
+
+In dien tijd kwam er een rijke Engelsche vrouw te Rome. Ze ging naar
+Aracoeli en zag het beeld, en zij was daardoor zóó getroffen, dat ze
+dacht niet te kunnen leven, indien het niet in haar bezit kwam. Zij
+ging telkens terug naar Aracoeli om het beeld te zien en ten slotte
+smeekte zij de monniken het van hen te mogen koopen.
+
+Maar indien ze den ganschen mozaïekvloer in de groote basiliek met
+gouden munten bedekt had, dan nog hadden de monniken haar dit beeld,
+dat hun eenige troost was, niet willen afstaan.
+
+Doch de Engelsche was in die mate in vervoering over het beeld,
+dat zij zonder dit vreugde noch vrede kon vinden.
+
+En daar ze op geen andere wijze haar verlangen kon bevredigen,
+besloot ze het beeld te stelen.
+
+Zij dacht niet aan de zonde, die ze beging, maar voelde slechts een
+onweerstaanbaren drang en brandenden dorst en liever wilde zij haar
+ziel wagen dan haar hart het geluk weigeren het vurig begeerde beeld te
+bezitten. En om haar doel te bereiken, liet ze een beeld vervaardigen,
+dat volkomen gelijk was aan dat te Aracoeli.
+
+'t Beeld van Aracoeli is van olijvenhout uit Getsemane's olijvenberg
+gesneden, maar de Engelsche waagde het een beeld van olmhout te laten
+snijden, dat volkomen daarop geleek.
+
+'t Beeld te Aracoeli is niet door menschenhanden beschilderd.
+
+Toen de monnik, die het sneed, penseel en verf genomen had, sluimerde
+hij in over zijn arbeid. En toen hij ontwaakte, was het beeld
+geschilderd. Het had zich zelf voltooid, als teeken, dat God het
+beminde. Maar de Engelsche was zoo vermetel een aardschen schilder
+haar houten beeld zóó te laten schilderen, dat het volkomen gelijk
+aan het heilige beeld werd.
+
+Het nagemaakte beeld kocht ze een kroon en schoentjes, maar die
+waren niet van goud; het was slechts zink en verguldsel. Ze bestelde
+sieraden, ze kocht ringen en halskettingen, armbanden en juweelen
+sterren--maar dat alles was van koper en glas--en zij kleedde het,
+zooals de hulpzoekenden het ware en echte beeld gekleed hadden.
+
+Toen het beeld klaar was, nam ze een naald en grifte in de kroon:
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+'t Was alsof ze vreesde, dat ze zelf niet meer beeld van beeld
+kon onderscheiden. En 't was alsof ze haar geweten had willen
+geruststellen. "Ik heb immers niet een valsch Christusbeeld willen
+maken. Ik heb toch in zijn kroon geschreven: Mijn rijk is slechts
+van deze wereld."
+
+Daarop wierp zij een wijden mantel om, verborg het beeld daaronder
+en ging naar Aracoeli. Daar verzocht ze, haar devotie te mogen doen
+vóór het Christusbeeld.
+
+Toen zij nu stond in het heiligdom, en de kaarsen aangestoken, de
+ijzeren deuren geopend waren, en het beeld zich aan haar blikken
+vertoonde, begon ze te trillen en te beven en 't scheen alsof ze
+bezwijmen zou.
+
+De monnik, die haar vergezelde, haastte zich naar de sacristij om
+water te halen en zij bleef alleen in de kapel.
+
+En toen hij terugkwam, had zij de heiligschennis gepleegd.
+
+Zij had het heilige, wonderdoende beeld genomen en het valsche en
+machtelooze daarvoor in de plaats gezet.
+
+De monnik bemerkte niets van den ruil. Hij sloot het valsche
+beeld achter ijzeren deuren met dubbele sloten en de Engelsche ging
+huiswaarts met Aracoeli's schat. Zij plaatste het in haar paleis op een
+voetstuk van marmer en was zoo gelukkig als ze nog nimmer geweest was.
+
+In Aracoeli, waar men niets wist van de schade, die men geleden
+had, aanbad men het onechte Christusbeeld gelijk men het echte had
+aangebeden. En toen het Kerstfeest aanbrak, bouwde men het, zooals
+gebruikelijk was, een der schoonste grotten in de kerk.
+
+Daar lag hij stralend als een edelgesteente, in Maria's schoot en
+rondom hem stonden herders, engelen en wijze mannen. En zoo lang
+de grot daar was, kwamen er kinderen van Rome en van de Campagne en
+werden in een kleinen preekstoel in Aracoeli's basiliek geheven. Dan
+predikten ze de lieflijkheid, zoetheid, macht en heiligheid van het
+kleine Christuskind.
+
+Maar de Engelsche leefde in grooten angst, dat iemand ontdekken zou,
+dat zij Aracoeli's Christusbeeld gestolen had. Daarom bekende zij
+voor niemand, dat het beeld hetwelk zij bezat, het echte was.
+
+"Dit is een nagemaakt beeld," zei ze, "het is zoo gelijk aan het
+echte als het slechts zijn kan, maar het is nagemaakt."
+
+Nu had zij een klein Italiaansch meisje in haar dienst. Op een dag toen
+deze door het vertrek ging, bleef ze voor het beeld staan en sprak:
+
+"Gij, arm Christuskind, dat eigenlijk geen Christuskind zijt, indien
+gij wist hoe het ware kind in al zijn heerlijkheid in de grot te
+Aracoeli ligt, en hoe Maria en San Giuseppe en de herders voor hem
+geknield liggen! En indien ge slechts wist hoe de kinderen op een
+kleinen preekstoel tegenover hem staan, en hoe ze buigen, en hem
+kushandjes toewerpen en hoe ze prediken voor hem, zoo schoon als zij
+slechts kunnen!"
+
+Eenige dagen later kwam het kleine dienstmeisje weer en sprak tot
+het beeld:
+
+"Arm Christuskind, gij, die geen Christus zijt, weet gij, dat ik
+vandaag in Aracoeli geweest ben en gezien heb hoe het ware kind in
+processie rondgedragen werd? Ze hielden een troonhemel boven hem,
+en alle menschen zonken voor hem op de knieën, en zongen en speelden
+voor hem.
+
+"Nooit zult gij zoo iets heerlijks beleven!"
+
+En hoor nu, wat het dienstmeisje voor de derde maal tot het beeld
+sprak:
+
+"Weet gij, Christuskind, dat geen echt Christuskind zijt, dat het
+beter voor u is te staan, waar gij staat? Want het ware kind wordt
+bij de zieken geroepen, en het rijdt in zijn gouden wagen daar heen,
+maar het kan hen niet helpen, en ze sterven in vertwijfeling. En
+men begint te zeggen, dat het heilige kind van Aracoeli de kracht om
+goed te doen verloren heeft, en dat gebeden en tranen hem niet meer
+roeren. Het is beter voor u, dat ge staat waar ge staat, dan dat ge
+aangeroepen wordt en niet kunt helpen."
+
+Maar den volgenden nacht geschiedde er een wonder. Tegen middernacht
+werd er hevig aan de kloosterpoort te Aracoeli geluid. En toen de
+poortwachter zich niet genoeg haastte om te openen, werd er op de
+poort geklopt. Dat kloppen klonk zoo luid alsof het met klinkend
+metaal geschiedde, en het werd door het gansche klooster gehoord. Alle
+monniken rezen tegelijk op van hun bedden. Allen die gepijnigd werden
+door vreeselijke droomen, vlogen plotseling op en dachten, dat de
+Antichrist gekomen was.
+
+Maar toen men de poort opende--toen men de poort opende!
+
+Het was het kleine Christusbeeld, dat op den drempel stond. 't Was
+zijn kleine hand die aan het klokketouw getrokken had, het was zijn
+kleine goudgeschoeide voet, die tegen de poort geschopt had.
+
+De poortwachter nam het heilige kind haastig in zijn armen. Toen zag
+hij, dat het tranen in de oogen had.
+
+Ach, het arme heilige kind had in den nacht door de stad geloopen! Wat
+had het niet moeten zien!
+
+Zoo veel armoede en zoo veel ellende en zoo veel ondeugd en zoo
+veel misdaden! Het was verschrikkelijk te denken wat het al niet had
+moeten ondervinden!
+
+De poortwachter ging naar den prior en toonde hem het beeld. En zij
+waren verbaasd dat het 's nachts buiten was gekomen.
+
+Maar de prior liet de kerkklok luiden en den monniken tot een
+godsdienstoefening bijeenroepen. En al de monniken van Aracoeli trokken
+naar de groote schemerachtige basiliek om in alle plechtigheid het
+beeld weer op zijn plaats te zetten.
+
+Uitgeput en lijdend liepen ze te rillen in hun zware duffel
+monnikspijen. Velen van hen weenden alsof ze aan een levensgevaar
+ontsnapt waren.
+
+"Hoe zou het ons gegaan zijn," zeiden ze, "indien onze eenige troost
+van ons was genomen? Is het niet de Antichrist, die Rome's heilig
+kind uit het beschermende heiligdom gelokt heeft?"
+
+Maar toen ze het Christusbeeld in de altaarkast wilden plaatsen,
+vonden ze daarin het valsche kind, dat op zijn kroon het inschrift
+droeg: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+En nu ze het beeld nader onderzochten, vonden ze het inschrift.
+
+Toen wendde de prior zich tot de monniken en sprak tot hen:
+
+"Broeders, we zullen een Te-Deum zingen, de zuilen onzer kerk met
+zijde omwinden en alle waskaarsen en lampen aansteken en we zullen
+een groot feest vieren.
+
+"Zoo lang het klooster bestaan heeft, is het een huis van vervloeking
+geweest, maar om den wille van al het lijden dergenen, die hier geleefd
+hebben, heeft God genade geschonken. En nu is alle gevaar geweken.
+
+"God heeft den strijd met zege bekroond en wat gij gezien hebt, is het
+teeken, dat de Antichrist niet op het Kapitool zal worden aangebeden.
+
+"Want opdat de woorden der sibylle niet onvervuld zouden blijven,
+heeft God dit valsche beeld van Christus gezonden, dat de woorden
+van den Antichrist in zijn kroon voert, en Hij heeft het ons laten
+aanbidden en vereeren, alsof hij de groote Zaligmaker ware.
+
+"Maar nu kunnen wij vol vreugde en blijdschap rusten, want de duistere
+profetie der sibylle is vervuld, en de Antichrist is hier aangebeden.
+
+"Groot is God, de Almachtige, die den verterenden angst van ons nam
+en Zijn wil geschieden liet, zonder dat de wereld het valsche beeld
+van Gods Zoon behoefde te aanschouwen.
+
+"Gelukkig is Aracoeli's klooster, dat in Gods genade staat, Zijn wil
+volvoert en gezegend is door Zijn oneindige genade."
+
+Toen de prior dit gezegd had, nam hij het valsche beeld in zijn
+handen, schreed de kerk door en opende de groote hoofddeur. Daar
+trad hij op het terras. Beneden hem lag de hooge, breede trap met
+honderd negentien marmeren treden, die van het Kapitool als naar een
+afgrond leidt. En hij hief het beeld boven zijn hoofd en riep luid:
+"Anatema Antichristo" en slingerde het beeld van de hoogte van 't
+Kapitool naar beneden in de wereld.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+OP DE BARRICADE.
+
+
+Toen de rijke Engelsche 's morgens ontwaakte, miste zij het beeld en
+wist niet waar zij het moest zoeken. Zij geloofde dat niemand anders
+dan Aracoeli's monniken het weggenomen konden hebben. En haastig ging
+ze naar het Kapitool om het daar te zoeken. Zoo kwam ze bij de groote
+marmeren trap, die naar Aracoeli's basiliek voert. En haar hart klopte
+onstuimig van vreugde, want op de onderste trede lag hetgeen zij zocht.
+
+Zij greep het beeld, verborg het onder haar mantel en spoedde zich
+huiswaarts. En weer plaatste zij het in haar feestzaal.
+
+Maar toen zij zich nu verdiepte in zijn schoonheid, zag ze, dat er
+een deuk in de kroon gekomen was.
+
+Zij nam die in haar hand om te zien zien hoe groot de schade was en
+in hetzelfde oogenblik vielen haar oogen op het inschrift dat ze zelf
+gegrift had:
+
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Toen wist zij, dat dit het valsche Christusbeeld was en dat het echte
+weer in Aracoeli's kapel stond.
+
+Zij wanhoopte dit ooit weer in haar bezit te krijgen en zij besloot den
+volgenden dag uit Rome te vertrekken, want ze wilde daar niet langer
+blijven, nu zij het beeld niet meer bezat. Maar toen zij vertrok, nam
+zij het valsche beeld mede, omdat het haar herinnerde aan het andere,
+dat zij beminde; en het vergezelde haar later op al haar reizen.
+
+Zij vond nergens rust, maar reisde voortdurend, en op deze wijze
+werd het beeld over de gansche wereld gevoerd. En overal waar het
+beeld kwam, was het alsof Christus' macht verminderde, zonder dat
+iemand recht begreep wat de oorzaak daarvan was. Want niets zag er
+machteloozer uit dan dit armzalige beeld van olmhout, dat versierd
+was met koperen ringen en glazen kralen.
+
+Toen de rijke Engelsche, die eerst het beeld bezeten had, dood
+was, kwam het in het bezit van een andere rijke Engelsche, die ook
+voortdurend reisde, en na deze in handen van een derde.
+
+
+
+Eens, het was nog in den tijd der eerste Engelsche, kwam het beeld
+in Parijs.
+
+Toen het de groote stad binnenreed, was daar oproer. Volksmenigten
+trokken luid schreeuwend door de straten en riepen om brood. Ze
+plunderden de winkels en wierpen steenen naar de paleizen der
+rijken. Gewapende macht trok tegen hen op, toen rukten ze de
+straatsteenen uit, stapelden wagens en huisraad opeen en versperden
+de straten met barricades.
+
+Toen nu de rijke Engelsche de stad binnenreed in haar grooten
+reiswagen, stormde het volk daarop los, dwong haar uit te stappen en
+sleepte den wagen naar één der barricades.
+
+Terwijl men trachtte deze te stapelen op de duizenden voorwerpen, die
+de barricade vormden, viel één der grootste koffers op den grond. Het
+slot sprong open en onder het vele dat uit den koffer rolde, was ook
+het verworpen Christusbeeld.
+
+'t Volk stortte zich daarop, om het plunderen, maar men ontdekte
+spoedig dat al zijn sieraden valsch en geheel waardeloos waren, en
+men begon het beeld te bespotten en te hoonen. Het ging van hand tot
+hand onder de oproerlingen, totdat één van hen zich bukte om de kroon
+te bekijken. Zijn blik viel op de woorden, die daarin gegrift waren:
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+De man riep dit luide en allen schreeuwden, dat het kleine beeld hun
+veldteeken zou zijn. Ze plaatsten het op den top der barricade en
+plantten het daar als een banier.
+
+Onder degenen, die de barricade verdedigden, was een man, die geen
+arme arbeider, maar een geleerde was, die zijn gansche leven in de
+studeerkamer had doorgebracht. Hij kende al de ellende, waaronder
+de menschen gebukt gaan, en zijn hart was vervuld van medelijden;
+voortdurend zocht hij naar een middel om hun lot te verbeteren.
+
+Gedurende dertig jaar had hij geschreven en gepeinsd, zonder hulp
+te vinden. Toen hij nu de stormklok hoorde luiden, volgde hij deze
+roepstem en snelde de straat op. Hij had een wapen gegrepen en was de
+oproerlingen gevolgd in de meening, dat het raadsel, hetwelk hij niet
+vermocht op te helderen, opgelost kon worden door geweld en macht en
+dat de armen zich door strijd een beter lot konden verwerven. Daar
+stond hij nu den ganschen dag te strijden, de menschen sneuvelden
+rondom hem, bloed spatte hem in het gelaat, en de ellende van het
+leven scheen hem grooter en jammerlijker dan ooit.
+
+Maar zoo dikwijls de kruitdamp optrok, schitterde in zijn oogen het
+kleine beeld dat gedurende al het krijgstumult onbeweeglijk hoog boven
+op de barricade stond. En iederen keer, dat hij het beeld zag, werd
+hij getroffen door de woorden: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Ten slotte kwam het hem voor, dat deze woorden zich zelf in de lucht
+schreven, en voor zijn oogen begonnen te zweven, nu in vuur, dan in
+rook of in bloed.
+
+Hij werd stil, hij stond daar met het geweer in de hand, en staakte
+den strijd. Plotseling wist hij, dat dit de woorden waren, waarnaar
+hij zijn leven lang gezocht had. Nu wist hij wat hij den menschen
+moest zeggen, en dit armzalige beeld was het, dat hem de oplossing
+gegeven had.
+
+Hij zou de gansche wereld doortrekken om te verkondigen "Uw rijk
+is slechts van deze wereld." Daarom moet gij trachten dit leven
+gelukkig te maken en als broeders leven. En ge zult uw rijkdommen
+deelen opdat niemand rijk en niemand arm zij. Ge zult allen arbeiden,
+en de aarde zal het eigendom van allen zijn en ge zult allen gelijk
+worden. Niemand zal honger lijden, niemand zal in overdaad leven en
+niemand zal op zijn ouden dag gebrek lijden. En ge zult streven naar
+het geluk van allen, want er is geen hiernamaals, dat u wacht.
+
+Dit alles voer hem door het hoofd, terwijl hij daar op de barricade
+stond, en toen de gedachte hem helder was, legde hij de wapens neder
+en hief die niet weder op tot strijd en bloedvergieting.
+
+Spoedig daarop werd de barricade opnieuw bestormd en genomen. De
+troepen trokken zegevierend voorwaarts en dempten het oproer; en
+vóórdat de avond viel, heerschte er vrede en orde in de groote stad.
+
+Toen zond de Engelsche eenige dienaren uit om haar verloren eigendommen
+te zoeken, en ze vonden verschillende zaken, zoo niet alles. 't Eerst
+zagen ze op de bestormde barricade den verworpeling van Aracoeli.
+
+Maar de man, die gedurende den strijd van het beeld geleerd had,
+begon der wereld een nieuwe leer te verkondigen, die socialisme
+genoemd wordt, maar het Antichristendom is.
+
+En die leer bemint, verzaakt, leert en strijdt als het Christendom,
+zoodat die volkomen op deze gelijkt, evenals het valsche beeld van
+Aracoeli volkomen gelijkt op het echte Christusbeeld. En evenals het
+valsche beeld zegt zij: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Maar terwijl het beeld, dat deze leer verspreid heeft, onopgemerkt
+is en onbekend, is de leer bekend en gaat over de gansche wereld om
+die te verlossen en te herscheppen.
+
+Van dag tot dag wint zij veld. Zij gaat door alle landen en draagt
+velerlei namen en ze is zoo verleidelijk, omdat ze allen aardsch
+geluk en genot belooft, en ze lokt meer aanhangers dan welke leer ook,
+die over de wereld is gegaan sedert Christus' tijd.
+
+
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+ "Daar zal groote nood heerschen."
+
+
+I.
+
+DE MONGIBELLO.
+
+
+Omstreeks 1870 woonde er in Palermo een arme knaap, die Gaetano
+Alagona heette. Dat was een geluk voor hem! Ware hij niet een der
+oude Alagona's geweest, dan zou men hem misschien hebben laten
+verhongeren. Hij was immers slechts een kind, en had geld noch
+ouders. Maar nu hadden de jezuïeten van Santa Maria in Gesu hem uit
+barmhartigheid in de kloosterschool opgenomen.
+
+Op een dag, terwijl hij in zijn lessen verdiept was, kwam een pater
+hem uit de school roepen, omdat een bloedverwante hem wilde spreken.
+
+Wat, een bloedverwante! Hij had altijd gehoord, dat zijn geheele
+familie overleden was. Maar pater Jozef beweerde, dat er familie
+van hem, een signora in levenden lijve was, die hem uit het klooster
+wilde nemen.
+
+Het werd al erger en erger. Wilde zij hem uit het klooster nemen? Daar
+zou ze toch zeker de macht niet toe hebben!
+
+Hij zou immers monnik worden.
+
+Hij wilde de signora in het geheel niet zien. Kon pater Jozef haar
+niet zeggen, dat Gaetano het klooster nooit zou verlaten, en dat het
+haar niets baatte hem dat te vragen?
+
+Neen, pater Jozef zei, dat het niet ging haar te laten vertrekken,
+zonder dat zij hem gezien had, en hij sleepte Gaetano half naar
+de ontvangkamer.
+
+Daar stond ze bij een der vensters. Heur haar was grauw, haar
+gelaatstint bruin en haar oogen waren zwart en rond als paarlen. Zij
+droeg een kanten sluier op het hoofd, en haar zwarte kleederen
+waren glad van het dragen, en een weinig vaal, zooals pater Jozefs
+alleroudste kaftan.
+
+Ze maakte het teeken des kruises, toen zij Gaetano zag.
+
+"God zij geloofd, hij is een echte Alagona!" riep zij en kuste hem
+de hand.
+
+Zij zei, dat het haar leed deed, dat hij twaalf jaar oud was geworden,
+zonder dat één zijner familieleden naar hem gevraagd had. Maar zij had
+niet geweten, dat er nog iemand van den anderen tak in leven was. Hoe
+zij dat nu opeens was te weten gekomen? Ja, Luca had zijn naam in de
+courant gelezen. Die had gestaan bij degenen, die een prijs gekregen
+hadden. Dat was nu een half jaar geleden, maar het was een verre reis
+naar Palermo. Zij had moeten sparen en sparen om het reisgeld bijeen
+te krijgen. Ze had niet eerder kunnen komen. Maar hierheen gaan om
+hem te zien, dat moest ze. Santissima Madre, zij was zoo blij geweest!
+
+Zij was het, donna Elisa, die Alagona heette. Haar overleden man
+was een Antonelli geweest. Er bestond nog één Alagona, dat was haar
+broeder. Hij woonde ook in Diamante. Maar Gaetano wist zeker niet
+waar Diamante lag?
+
+De knaap schudde met het hoofd. Neen dat kon ze wel denken, ze lachte.
+
+"Diamante ligt op den Monte Chiaro. Weet je waar de Monte Chiaro ligt?"
+
+"Neen."
+
+Zij trok haar wenkbrauwen op en zag er heel schalks uit. "De Monte
+Chiaro ligt op den Etna, indien je weet waar de Etna ligt?"
+
+Dat klonk zoo aarzelend alsof het al te veel verlangd was, dat
+Gaetano iets van den Etna zou weten. En zij lachten alle drie, zij,
+zoowel als pater Jozef en Gaetano. Ze werd een heel ander mensch,
+nadat zij hen aan het lachen gebracht had.
+
+"Wil je met mij meegaan om Diamante, den Etna en den Monte Chiaro te
+zien?" vroeg ze vlug.
+
+"Den Etna moet je zien. Dat is de grootste berg op de geheele
+wereld. De Etna is een koning en de bergen rondom hem liggen op
+hun knieën en wagen het niet hun blikken te verheffen naar zijn
+aangezicht." Toen begon zij al het mogelijke van den Etna te vertellen.
+
+Ze dacht zeker, dat dit hem zou kunnen lokken.
+
+En 't was werkelijk waar, dat Gaetano er nooit over nagedacht had,
+wat de Etna eigenlijk voor een berg was. Hij had niet geweten, dat
+hij sneeuw op zijn kruin had, eikenloof in den baard, en wijnranken om
+het middel en dat hij tot over de knieën in oranjebosschen trapte. En
+langs den berg stroomden groote, breede zwarte rivieren. Die waren
+heel merkwaardig, ze vloeiden zonder te murmelen, zij golfden zonder
+wind, de slechtste zwemmer kon er zonder een brug over komen.
+
+Gaetano raadde, dat zij lavastroomen bedoelde. En zij was zoo blij,
+dat hij dit had kunnen raden. Hij had dus verstand. Hij was een
+echte Alagona.
+
+En dat de Etna zoo groot was! Denk eens aan, dat men drie dagen noodig
+heeft om er omheen, en drie dagen om naar den top en weer naar beneden
+te rijden.
+
+En dat er behalve Diamante nog vijftig steden en veertien groote
+bosschen en twee honderd kleine bergen op den Etna gevonden werden,
+die toch ook nog zoo klein niet waren, ofschoon de berg zoo groot was,
+dat deze niet meer in het oog vielen dan een zwerm vliegen op een
+kerkdak. En dat er grotten waren, die een geheel krijgsheer konden
+bevatten; en holle oude boomen, waaronder een groote kudde schapen
+beschutting kon vinden bij onweer.
+
+Alles wat merkwaardig was scheen op den Etna gevonden te worden. Daar
+waren rivieren, waarvoor men zich in acht moest nemen, 't water daarin
+was zoo koud, dat men zou sterven, indien men daarvan dronk. Andere
+stroomen waren er, die alleen overdag vloeiden en weer andere,
+die alleen gedurende den winter stroomden, sommige verborgen zich
+bijna voortdurend diep onder den grond. En er waren warme bronnen,
+leemvulkanen en zwavelgroeven.--En 't zou jammer voor Gaetano zijn,
+indien hij den Etna nooit zag want de berg was zoo grootsch.
+
+Hij verhief zich ten hemel als een praaltent. Hij was veelkleurig als
+een caroussel. Gaetano zou hem 's morgens en 's avonds willen zien,
+als hij rood was, en hij zou hem 's nachts willen zien als hij wit
+getint was. En dan zou Gaetano zeker ook willen weten of het waar was,
+dat hij alle kleuren kon aannemen, of hij blauw, zwart, bruin en violet
+kon worden? En of hij een schoonheidssluier droeg als een signora? Of
+hij gelijk een tafel was, bedekt met pluche kleeden? Of hij een tunica
+van gouddraad en een mantel van pauweveeren droeg? Hij zou zeker ook
+gaarne willen weten of het waar was, dat de oude koning Arthur daar in
+een grot zat? Donna Elisa zei, dat het zeer zeker was, dat hij nog op
+den Etna woonde, want eens, toen de bisschop van Catania over den berg
+reed, sprongen drie zijner muilezels weg, en de jongen die ze zocht
+vond ze in de grot bij koning Arthur. De koning verzocht den knaap,
+den bisschop te willen zeggen, dat zoodra zijn wonden geheeld waren,
+hij met zijn ridders van de ronde tafel zou komen, om het onrecht
+dat op Sicilië was tot recht te maken.
+
+En degene die oogen bezat om te zien, die wist wel, dat koning Arthur
+nog niet uit zijn grot was gekomen.
+
+Gaetano wilde zich niet door haar laten lokken, maar hij dacht, dat hij
+toch wel een weinig vriendelijk tegen haar kon zijn. Zij stond nog,
+maar nu zette hij een stoel voor haar neer. Zij moest echter niet
+denken, dat dit was, omdat hij met haar mee wilde gaan. Hij vond het
+werkelijk heerlijk haar van heur berg te hooren vertellen. 't Was zoo
+grappig, dat die zooveel kunsten kende. Hij geleek in het geheel niet
+op den Monte Pellegrino bij Palermo die slechts stond waar hij stond.
+
+De Etna kon rooken als een schoorsteen, en licht verspreiden als een
+gaslantaarn. Hij kon rollen en rommelen, lava spuwen, met steenen
+werpen, asch zaaien, weer voorspellen en regen verzamelen.
+
+Wanneer de Mongibello zich slechts verroerde, viel stad na stad omver
+alsof de huizen kaarten waren, die op den rand opgesteld waren.
+
+Mongibello, dat was ook een naam van den Etna. Hij werd Mongibello
+genoemd, omdat dit beteekende: berg der bergen. Hij verdiende nog eens,
+zoo te heeten.
+
+Gaetano zag, dat donna Elisa bepaald geloofde, dat hij haar niet zou
+kunnen weerstaan. Zij had zooveel rimpels in haar gezicht, en toen
+zij lachte, liepen die gelijk een net in elkaar.
+
+Hij moest daarnaar kijken. Het zag er zoo merkwaardig uit, maar nog
+was hij niet in dat net gevangen.
+
+Ze was verlangend te weten of Gaetano werkelijk den moed zou hebben
+om op den Etna te komen. Want diep in den berg lagen veel geboeide
+reuzen en er was een zwart slot, dat bewaakt werd door een hond met
+vele koppen. Er werd ook een groote smidse in gevonden en een kreupelen
+smid met slechts één oog, dat hem midden in het voorhoofd zat.
+
+En 't ergst van alles was, dat diep in den berg een zwavelzee was
+die kookte als een olieketel, en daarin lag Lucifer en alle verdoemden.
+
+Neen, hij zou wel geen moed hebben daar te komen, zei ze. Anders
+bestond er geen gevaar om er te wonen, omdat de berg God vreesde. Donna
+Elisa zei, dat de Mongibello vele heiligen bezat, maar bovenal Santa
+Agatha van Catania.
+
+En indien de Cataniënsers altijd tegen hem waren, zooals ze moesten,
+dan kon geen aardbeving of lavastroom hen deren.
+
+Gaetano stond heel dicht bij haar en lachte om alles wat zij zeide. Hoe
+was hij daar gekomen en waarom kon hij niet nalaten te lachen? Het
+was een merkwaardige signora!
+
+Plotseling zei hij om haar niet te bedriegen:
+
+"Donna Elisa, ik wil monnik worden."--"Zoo, werkelijk?" zei ze. Toen
+vervolgde zij, zonder verder acht te slaan op zijn gezegde, haar
+verhaal van den berg. Zij zei, dat hij nu goed moest luisteren,
+nu kwam ze aan het allergewichtigste. Hij moest haar volgen naar de
+Zuidzijde van den berg, zoo ver naar beneden, dat ze dicht bij de
+groote vlakte van Catania waren en daar zou hij een dal zien, een
+heel groot, breed en cirkelvormig dal. Maar het was volkomen zwart,
+lavastroomen vloeiden van alle kanten daarin. En er waren slechts
+steenen, geen enkele grashalm!
+
+Wat had Gaetano nu wel van de lava gedacht? Donna Elisa vermoedde,
+dat hij meende, dat de lava zoo vlak en glad langs den Etna stroomde,
+als die op straat ligt. Maar in den Etna was zooveel tooverij. Kon
+hij begrijpen, dat alle slangen en draken en heksen, die in de kokende
+lava lagen, er mee uitstroomden, wanneer er een uitbarsting was? Daar
+lagen ze en krioelden en slingerden om elkaar heen en trachtten op
+den kouden grond te komen maar hielden elkaar terug in de ellende,
+totdat de lava rondom hen stolde. En los konden ze niet meer komen!
+
+Neen, nooit!
+
+De lava was ook niet zoo onvruchtbaar, als hij dacht.
+
+Ofschoon geen gras daarop groeide, was daar nog wel iets anders op te
+vinden. Maar hij zou nooit kunnen raden, wat het was. Dat strompelde
+en stortte, dat viel en kroop, dat liep op de knieën en op het hoofd
+en op de ellebogen. Het was binnen en buiten het dal, het had slechts
+stekels en knobbels, en het had een mantel van spinnewebben, en poeder
+op zijn pruik en leden zoo vele als een worm.
+
+Kon dat iets anders zijn dan de cactus?
+
+Wist hij dat de cactus op de lava groeide en den grond bewerkte gelijk
+een boer? Wist hij, dat alleen de fichidenda de lava kon beteugelen?
+
+Nu keek zij naar pater Jozef en trok een vroolijk gezicht. De cactus
+was de beste toovenaar, die op den Etna woonde; maar toovenaar blijft
+toovenaar.
+
+De cactus was een Saraceen, want hij hield het met slavinnen.
+
+Het was werkelijk waar, want zoodra de cactus ergens wortel geschoten
+had, wilde hij den amandelboom bij zich hebben.
+
+De amandelboom is een schoone, stralende signorina. Ze waagt zich
+nauwelijks op den zwarten bodem, maar dat helpt haar niet. Er op zal
+en moet ze!
+
+O, Gaetano zou het zien als hij daar kwam.
+
+Als in de lente de amandelboomen wit van bloemen staan op het zwarte
+veld te midden van de grauwe cactussen, zijn ze zoo onschuldig en
+schoon, dat men over hen kon weenen als over geroofde prinsessen.
+
+Nu zou hij eindelijk hooren, waar de Monte Chiaro lag. Die schoot op
+uit den bodem van dat zwarte dal. Ze beproefde haar parapluie op den
+grond te laten staan. Zóó stond de Monte Chiaro, hij stond rechtop. En
+nooit had hij aan zitten of liggen gedacht.
+
+En even zwart als het dal, even groen was de Monte Chiaro. Daar stond
+palm naast palm, wijnstok naast wijnstok. Het was een heer in een
+groot-bloemigen slaaprok. Het was een koning met een kroon op het
+hoofd. Het droeg geheel Diamante in het haar geslingerd.
+
+Na een tijdje voelde Gaetano zoo'n grooten lust om Donna Elisa's
+hand te grijpen. Zou dat kunnen? Ja, het ging. Hij trok haar hand
+naar zich toe als een geroofden schat. Maar wat zou hij daarmee
+doen? Streelen? Indien hij het heel zachtjes probeerde met één vinger,
+misschien zou zij het dan niet merken? Misschien zou ze het niets
+eens merken, als hij haar hand kuste?
+
+Ze sprak en sprak maar steeds door. Neen, ze merkte het in het
+geheel niet.
+
+Er was nog zooveel, dat ze wilde vertellen.
+
+En zoo iets grappigs als haar geschiedenis van Diamante!
+
+Ze zei, dat de stad in het dal gelegen had. Toen kwam de lava en
+gloeide vuurrood over den rand van het dal. Hoe, was de dag des
+oordeels aangebroken? De stad nam in allerijl haar huizen op den nek,
+op het hoofd en onder den arm, en sprong tegen den Monte Chiaro op,
+die juist bij de hand lag.
+
+Op tegen den berg in zag-zaglijn sprong de stad. Toen ze hoog genoeg
+gekomen was, wierp ze een stadspoort en een heel kleinen stadsmuur
+naar beneden. Sedert sprong ze in een spiraal rond en wierp met
+huizen. De hutten der arme menschen mochten juist neerrollen, waar ze
+wilden of konden. Daarvoor had men geen tijd. Men kon niets beters
+verlangen dan gedrang en nauwe en bochtige straten. Neen, dat kon
+men werkelijk niet. Groote straten liepen spiraalvormig rondom den
+berg, juist zooals de stad gesprongen was, en hier had ze een kerk
+heengeworpen en daar een paleis. Maar zooveel regelmaat was er toch
+geweest dat het beste het hoogst kwam te liggen.
+
+Toen de stad den bergtop bereikte, had ze een marktplein aangelegd,
+en daarop het raadhuis, de domkerk en het oude palazzo Geraci gezet.
+
+Maar indien hij, Gaetano Alagona, haar naar Diamante wilde volgen,
+dan zou ze hem meenemen naar het marktplein op den bergtop en hem
+wijzen waar de grondbezittingen der oude Alagona's op den Etna en
+op de vlakte van Catania gelegen hadden en welke hun burchten op de
+bergen rondom geweest waren.
+
+Want daarboven op den berg kon men dat alles zien en nog veel meer. De
+gansche zee zag men daar.
+
+Gaetano had er niet aan gedacht, dat ze lang gesproken had, maar
+pater Jozef werd zeer ongeduldig.
+
+"Nu zijn we immers aan uw eigen huis gekomen, donna Elisa," zei hij
+heel vriendelijk.
+
+Maar zij verzekerde pater Jozef, dat er bij haar niets bizonders was
+te zien. Wat ze Gaetano 't allereerst wilde wijzen, was het groote
+huis aan de corso, dat het zomerpaleis genoemd werd.
+
+Dat was niet zoo schoon als het palazzo Geraci, maar het was groot en
+toen de oude Alagona's in hun bloeitijd waren, woonden ze des zomers
+daarin, om dichter bij de sneeuw van den Etna te zijn.
+
+Ja, zooals zij gezegd had, van buiten was er niets bizonders aan
+te zien, maar het had een heerlijk park en open booggangen langs
+beide zijvleugels. En op het dak was een terras, dat was bevloerd
+met witte en blauwe tegelsteenen, en in iederen steen was het wapen
+der Alagona's gebrand.
+
+Dat zou hij toch zeker willen zien?
+
+Het viel Gaetano in, dat donna Elisa zeker wel gewoon was, dat kinderen
+op haar schoot zaten, als zij thuis was. Misschien zou zij het niet
+merken, wanneer hij op haar schoot klauterde? En hij beproefde het. Ja,
+het was zoo. Zij was het gewoon. Zij merkte er in 't geheel niets
+van. Zij vertelde maar door van het paleis. Daarin was een groote
+praalwoning, waar de oude Alagona's gedanst en gespeeld hadden. Er
+was een groote zaal met een muziekgalerij, daar waren oude meubels
+en uurwerken, in kleine witte albasten tempels, die op een voetstuk
+van zwart ebbenhout stonden. In de praalwoning woonde niemand, maar
+zij zou er met hem heengaan.
+
+Misschien had hij gedacht, dat zij in het zomerpaleis woonde?
+
+O, neen, daar woonde haar broer, don Ferrante. Hij was koopman en had
+zijn winkel beneden en daar hij nog geen signora bezat, bleef alles
+boven staan, zooals het stond.
+
+Gaetano vroeg zich af of hij nog op haar schoot kon blijven zitten. 't
+Was wonderlijk, dat zij niets merkte. En het was een geluk, anders
+zou ze geloofd hebben, dat hij het plan om monnik te worden uit zijn
+hoofd had gezet.
+
+Maar ze was juist nu meer dan ooit met zich zelf bezig.
+
+Een zacht rood kleurde haar bruine wangen en ze trok een paar malen
+haar wenkbrauwen allergrappigst in de hoogte. Toen begon zij te
+vertellen, hoe zij het zelf had.
+
+Het scheen wel, alsof donna Elisa in het allerkleinste huis van de
+stad woonde. Het lag juist tegenover het zomerpaleis, maar dat was
+ook de eenige verdienste ervan. Zij had een kleinen winkel, waar zij
+medaillons en waskaarsen en alles verkocht, wat bij den godsdienst
+behoorde. Maar met allen eerbied voor pater Jozef, zulk een handel
+gaf niet veel winst in deze tijden, hoe het dan ook vroeger geweest
+mocht zijn. Achter den winkel was een kleine werkplaats.
+
+Daar had haar man gestaan om heiligenbeelden en rozenkransen te
+snijden, want hij was artist, signor Antonelli.
+
+En naast de werkplaats waren een paar kleine muizegaten, men kon er
+zich niet in wenden, men moest er op de hurken in zitten, zooals in
+de gevangenissen der oude koningen en een trap op, dan waren er een
+paar kleine kippenhokken. In een daarvan had ze wat stroo voor een
+nestje gelegd en een paar stokken geplaatst. Daar zou Gaetano slapen
+als hij bij haar wilde komen.
+
+Gaetano dacht, dat hij gaarne haar wang wilde streelen.
+
+Zij zou zoo bedroefd zijn, als hij niet met haar meeging. Zou hij
+het wagen haar te streelen?
+
+Hij keek tersluiks naar pater Jozef.
+
+Deze zat stil naar den grond te staren, en zuchtte, gelijk hij
+gewoonlijk deed.
+
+Hij dacht niet aan Gaetano, en zij, zij merkte het in het geheel niet.
+
+Zij vertelde dat zij een dienstmeisje had, dat Pacifica, en een knecht,
+die Luca heette.
+
+Maar ze had van beiden weinig hulp, want Pacifica was oud en sedert
+zij doof was geworden, was zij zoo prikkelbaar, dat zij haar niet in
+den winkel kon laten helpen.
+
+En Luca, die eigenlijk beeldsnijder was en heiligenbeelden maken moest,
+had nooit tijd om in de werkplaats te zijn, maar hij was altijd in
+den tuin te vinden, waar hij de bloemen verzorgde.
+
+Ja, ze hadden ook een tuin op den rotsgrond van den Monte Chiaro. Maar
+Gaetano moest niet denken dat daarin iets bizonders groeide. Bij haar
+was niets zooals in het klooster, dat kon hij toch wel begrijpen.
+
+Maar zij wilde hem zoo gaarne meenemen, omdat hij een der oude
+Alagona's was. En thuis hadden zij, Luca en Pacifica tegen elkaar
+gezegd:
+
+"Wij vragen niet of wij meer zorg krijgen; als wij hem maar hier
+hebben."
+
+Neen, dat wist de Madonna, dat ze dat niet deden.
+
+Het was nu slechts de vraag, of hij wat wilde ontberen, om bij hen
+te zijn.
+
+En nu had zij haar verhaal geëindigd en pater Jozef vroeg wat Gaetano
+dacht te antwoorden. Het was de wil van den prior, zei pater Jozef,
+dat Gaetano zelf zou beslissen.
+
+En men had er niets tegen, dat hij in de wereld ging, omdat hij de
+laatste van zijn geslacht was.
+
+Gaetano gleed zacht van donna Elisa's schoot.
+
+Maar antwoorden! Het was niet zoo gemakkelijk te antwoorden.
+
+Het was heel moeilijk neen te zeggen tegen deze signora.
+
+Pater Jozef kwam hem te hulp.
+
+"Vraag de signora, of je over een paar uur antwoorden moogt, Gaetano."
+
+"De knaap heeft nooit anders gedacht dan monnik te worden," zei hij
+verklarend tot donna Elisa.
+
+Zij stond op, nam haar parapluie en beproefde er vroolijk uit te zien,
+maar ze had tranen in de oogen.
+
+"Zeker, zeker moest hij zich bedenken," zei zij.
+
+"Maar indien hij Diamante kende, dan zou hij dat niet noodig hebben. Nu
+woonden daar slechts boeren, maar eens leefden daar een bisschop en
+vele priesters en een groote menigte monniken.
+
+"Wel waren dezen nu weg, maar daarom niet vergeten. Want sedert dien
+tijd was Diamante een heilige stad. Daar werden meer feestdagen gevierd
+dan ergens anders; en er waren zeer vele heiligen en nog heden ten
+dage kwamen daar een menigte pelgrims. En hij, die in Diamante woonde,
+hij kon God nooit vergeten. Hij was bijna zelf een priester. Dus wat
+dat betreft, kon hij gerust daar heengaan.
+
+"Maar Gaetano moest zich bedenken, indien hij dat wilde. Zij zou
+morgen terugkomen."
+
+Gaetano gedroeg zich al heel slecht. Hij wendde zich van haar af en
+ijlde naar de deur. Hij zei geen woord, dat hij dankbaar was voor
+haar bezoek. Hij wist dat pater Jozef dit van hem verwacht had,
+maar hij kon niet.
+
+Hij dacht aan den grooten Mongibello, dien hij nooit te zien zou
+krijgen en aan donna Elisa, die nooit weer terug zou komen, en aan
+de school en aan den door hooge muren omgeven kloostertuin en aan
+een geheel leven als van een gevangene. Neen, pater Jozef mocht van
+hem verwachten, wat hij wilde, Gaetano moest vluchten.
+
+En het was hoog tijd. Toen Gaetano tien stappen van de deur was, brak
+hij in tranen uit. 't Was zoo hard voor donna Elisa. O! dat zij nu
+genoodzaakt was alleen naar huis te gaan! Dat Gaetano niet met haar
+kon vertrekken!
+
+Hij hoorde, dat pater Jozef er aankwam en hij drukte zijn gelaat tegen
+den muur. Kon hij dat snikken slechts laten! Pater Jozef zuchtte en
+prevelde gebeden, zooals hij gewoonlijk deed. Toen hij bij Gaetano
+kwam, bleef hij staan en zuchtte dieper dan ooit.
+
+"Dat is de Mongibello, de Mongibello," zei pater Jozef, "niemand kan
+den Mongibello weerstaan."
+
+Gaetano antwoordde hem door nog heftiger te schreien.
+
+"'t Is de berg, die hem lokt," mompelde pater Jozef. "De Mongibello
+is gelijk aan de gansche aarde, daarop worden alle planten en
+luchtstreken, alle schoonheid, alle betoovering, alle wonderen
+der geheele wereld gevonden. De gansche aarde komt opeens om hem
+te lokken."
+
+Gaetano voelde, dat pater Jozef de waarheid sprak. 't Was alsof de
+aarde krachtige armen uitstrekte om hem te vangen. Hij voelde, dat
+hij zich aan den muur moest vastklemmen om niet weggerukt te worden.
+
+"'t Is beter, dat hij de wereld te zien krijgt," zei pater Jozef. "Hij
+zou slechts naar haar verlangen, indien hij in het klooster bleef. Als
+hij de aarde te zien krijgt, zal hij misschien eens terugverlangen
+naar den hemel."
+
+Gaetano begreep nog niet wat de pater meende, toen hij zich voelde
+optillen door pater Jozefs armen en terugdragen naar de ontvangkamer,
+waar hij op donna Elisa's schoot werd gezet.
+
+"Gij moet hem nemen, donna Elisa, want gij hebt hem gewonnen," zei
+pater Jozef. "Gij moet hem den Mongibello laten zien en trachten of
+gij hem behouden kunt."
+
+Maar toen Gaetano opnieuw op donna Elisa's schoot zat, voelde hij
+zich zoo gelukkig, dat het hem onmogelijk was nog eens van haar te
+vluchten. Hij was zoo gevangen, alsof hij in den Mongibello zat en
+de bergwanden zich achter hem gesloten hadden.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+FRA GAETANO.
+
+
+Een maand had Gaetano bij donna Elisa gewoond en hij was zoo gelukkig
+geweest als een kind slechts zijn kan. Alleen te reizen met donna
+Elisa, was geweest als te rijden in een wagen, bespannen met gazellen
+en paradijsvogels, maar bij haar te wonen was gedragen te worden op
+een gouden stoel met zilveren zonneschermen.
+
+Toen kwam de beroemde Franciscaner, pater Gondo, in Diamante en donna
+Elisa en Gaetano gingen naar de markt om hem te hooren. Want pater
+Gondo preekte nooit in de kerk, maar verzamelde altijd de menschen
+om zich heen op een marktplein of bij een stadspoort.
+
+De geheele markt was zwart van menschen, maar Gaetano, die op de
+leuning van de raadhuistrap zat, kon pater Gondo, die op den rand van
+de bron stond, duidelijk onderscheiden. Hij dacht er telkens aan of
+het waar kon zijn, dat de monnik onder zijn pij een haren boetekleed
+droeg en of het koord, dat hij om het middel had, vol knoopen en
+ijzeren stekels was om hem tot geesel te kunnen dienen.
+
+Wat pater Gondo sprak, kon Gaetano niet verstaan, maar de eene rilling
+na de andere ging hem door de leden bij de gedachte, dat hij nu een
+heilige zag.
+
+Toen de pater ongeveer een uur gesproken had, maakte hij met de
+hand een teeken, dat hij een oogenblik wilde rusten. En hij daalde
+neer van den bronrand, ging zitten en steunde zijn gelaat met beide
+handen. Terwijl de monnik zoo zat, hoorde Gaetano een dof geruisch. Dat
+had hij vroeger nooit gehoord. Hij keek om zich heen om te zien wat
+het was. En het was het geheele volk, dat tegelijk sprak.
+
+"Gezegend! gezegend! gezegend!" zeiden allen als uit één mond. De
+meesten fluisterden slechts, of prevelden, niemand sprak luid,
+daarvoor was de eerbied te groot.
+
+En allen hadden tegelijk hetzelfde woord gevonden.
+
+"Gezegend! gezegend!" klonk het over de geheele markt. "Gezegend zijn
+uwe lippen! Gezegend uwe tong! Gezegend uw hart!"
+
+De stemmen klonken dof, als verstikt door tranen en ontroering,
+maar toch was het alsof een storm door de lucht voer.
+
+Het was gelijk het ruischen van duizenden zeeschelpen. Dit greep
+Gaetano veel meer aan dan de preek van den monnik.
+
+Hij wist niet wat hij wilde doen, want dit zachte prevelen vervulde
+hem met aandoening, tot het hem werd, alsof hij stikken zou.
+
+Hij klemde zich aan de leuning vast, verhief zich boven alle anderen
+en begon hetzelfde als zij te roepen, maar veel luider, zoodat zijn
+stem boven alle andere uitklonk.
+
+Donna Elisa hoorde dit en het scheen haar te mishagen. Zij trok Gaetano
+naar beneden en wilde niet langer blijven, maar ging met hem naar huis.
+
+Maar midden in den nacht stond Gaetano op van zijn bed.
+
+Hij trok zijn kleeren aan, bond alles wat hij bezat in een bundeltje,
+zette zijn hoed op het hoofd en nam zijn schoenen onder den arm. Hij
+wilde wegloopen.
+
+Hij kon het niet uithouden bij donna Elisa. Sedert hij pater Gondo
+gehoord had, waren Diamante en de Mongibello niets meer voor hem. Alles
+beteekende niets dan te zijn zooals pater Gondo en gezegend te worden
+door de menschen.
+
+Gaetano zou niet kunnen leven indien hij nooit bij de bron zou zitten
+om legenden te vertellen.
+
+Maar als Gaetano niets anders deed dan wandelen in donna Elisa's tuin
+en perziken en mandarijnen eten, zou hij nooit de machtige menschenzee
+om zich hooren bruisen. Hij moest de wereld ingaan en heremiet op den
+Etna worden, hij moest in een der groote grotten wonen en leven van
+wortelen en vruchten. Hij zou nooit een mensch zien of spreken, nooit
+zou hij zijn haar knippen en hij zou gekleed gaan in vuile lompen.
+
+Maar na tien of twintig jaar zou hij terugkomen in de wereld, dan
+zou hij er uitzien als een dier en spreken als een engel.
+
+Dat zou heel iets anders zijn dan te wandelen in een fluweelen buis
+met een zijden hoed, zooals hij nu deed. Dat zou heel iets anders zijn
+dan in den winkel bij donna Elisa te zitten en heilige na heilige van
+de planken te halen en haar te hooren vertellen wat zij gedaan hadden.
+
+Verscheidene malen had hij een mes genomen en een stuk hout en beproefd
+een heiligenbeeld te snijden. Dat was heel moeielijk, maar het zou
+nog veel moeielijker zijn zich zelf tot een heilige te maken, veel
+moeielijker! Maar hij was niet bang voor moeilijkheden en beproevingen.
+
+Hij sloop uit zijn kamertje over den zolder naar de zoldertrap. Toen
+moest hij nog slechts door den winkel gaan om op straat te komen,
+maar op de laatste trede der trap bleef hij staan. Er drong een zwakke
+lichtschijn door een spleet van de deur, links van de trap.
+
+Dat was de deur van donna Elisa's kamer en Gaetano waagde het niet
+verder te gaan, nu er in zijn pleegmoeders kamer nog licht brandde. Als
+zij niet sliep, zou zij hem hooren, wanneer hij de zware grendels
+van de winkeldeur wegschoof. Hij ging stil zitten op een trede der
+trap om te wachten.
+
+Plotseling viel het hem in, dat donna Elisa zoo laat in den nacht
+moest zitten werken om hem eten en kleeren te verschaffen. Hij was diep
+getroffen, dat ze hem zoo liefhad, dat zij dit voor hem wilde doen.
+
+En hij begreep hoe bedroefd zij zou zijn, als hij wegliep. Toen hij
+daaraan dacht, schreide hij. Maar tegelijk begon hij in gedachte
+donna Elisa te berispen. Hoe kon zij toch zoo dom zijn te treuren
+omdat hij wegliep? Het zou zulk een groote vreugde voor haar zijn,
+wanneer hij een heilige werd. Dat zou haar loon zijn, omdat zij naar
+Palermo was gekomen om hem te halen.
+
+Zelf schreide hij al heftiger, terwijl hij op deze wijze donna Elisa
+trachtte te troosten. 't Was zoo jammer voor haar, dat zij niet
+begreep, welk loon haar wachtte.
+
+Zij behoefde in het geheel niet zoo bedroefd te zijn. Slechts tien
+jaar zou Gaetano op den berg leven, dan zou hij terugkomen als de
+beroemde heremiet fra Gaetano.
+
+Dan zou hij door de straten van Diamante loopen, gevolgd door een
+groote menigte menschen, evenals pater Gondo nu. En boven de straten
+zouden vlaggen wapperen en de huizen zouden versierd zijn met kleurige
+doeken, dekens en kransen.
+
+Dan zou hij stilstaan voor den winkel van donna Elisa en zij zou hem
+niet herkennen, maar op het punt staan voor hem te knielen. Dat zou
+echter niet gebeuren, maar hij zou op de knieën vallen voor donna
+Elisa, en haar smeeken hem te vergeven, omdat hij tien jaar geleden
+van haar weggeloopen was.
+
+"Gaetano," zou donna Elisa dan antwoorden, "gij geeft mij een zee
+van vreugde voor een beekje van verdriet. Zou ik u dan niet vergeven?"
+
+Gaetano zag dit alles voor zich en het was zoo schoon, dat hij al
+heftiger begon te schreien. Hij was slechts bang, dat donna Elisa
+zou hooren hoe hij snikte, en dat ze uit haar kamer komen en hem
+vinden zou.
+
+En dan zou ze hem niet laten gaan.
+
+Hij moest haar tot rede brengen. Zou hij haar ooit tot grooter vreugde
+kunnen worden, dan indien hij nu van haar ging? En 't was niet alleen
+donna Elisa, maar Luca en Pacifica, die zoo gelukkig zouden zijn,
+wanneer hij terugkwam als een heilig man.
+
+Zij zouden hem allen volgen naar de markt. Daar zouden nog meer
+vlaggen zijn dan op straat en Gaetano zou op de trap van het raadhuis
+spreken. Maar uit alle straten en steegjes zouden de menschen
+toestroomen.
+
+Dan zou Gaetano zóó spreken, dat allen op de knieën zouden vallen en
+roepen: "Zegen ons! fra Gaetano, zegen ons!"
+
+En hij zou Diamante niet meer verlaten, maar onder de groote trap voor
+donna Elisa's winkel blijven wonen. En ze zouden tot hem komen met alle
+zieken; en de bedroefden van harte zouden een bedevaart naar hem doen.
+
+Als de Sindaco van Diamante voorbijging, zou hij Gaetano de hand
+kussen.
+
+Donna Elisa zou het beeld van fra Gaetano in haar winkel verkoopen.
+
+En Giannita, donna Elisa's peetdochter, zou voor Gaetano buigen en
+hem nooit meer een dommen kleinen monnik noemen. En donna Elisa zou
+zoo gelukkig zijn.
+
+
+
+O!.... Gaetano sprong op en ontwaakte. 't Was klaarlichte dag en
+donna Elisa en Pacifica stonden naar hem te kijken. En Gaetano zat
+op de trap met zijn schoenen onder den arm, den hoed op het hoofd en
+zijn bundeltje aan de voeten.
+
+Donna Elisa en Pacifica schreiden. "Hij wilde wegloopen van ons,"
+zeiden ze.
+
+"Waarom zit je daar, Gaetano?"
+
+"Donna Elisa, ik wilde wegloopen."
+
+Gaetano was vroolijk te moede en antwoordde zoo onbeschroomd, alsof
+het de natuurlijkste zaak ter wereld was.
+
+"Wilde jij wegloopen?" riep donna Elisa.
+
+"Ja, ik wilde naar den Etna gaan om heremiet te worden."
+
+"En waarom zit je dan hier?"
+
+"Dat weet ik niet, donna Elisa, ik moet geslapen hebben."
+
+Donna Elisa toonde nu hoe bedroefd zij was.
+
+Ze drukte de handen tegen heur hart alsof zij vreeselijke smarten
+leed en schreide bitter.
+
+"Maar nu zal ik bij u blijven, donna Elisa," zei Gaetano.
+
+"Gij blijven!" riep donna Elisa uit. "Ge moogt gerust gaan. Zie hem
+aan, Pacifica, zoo ziet een ondankbare er uit! Hij is geen Alagona. Hij
+is een avonturier."
+
+'t Bloed steeg Gaetano naar het gelaat, hij stond op en maakte een
+gebaar met de hand, dat donna Elisa verbaasd deed staan. Zoo hadden
+al de mannen van haar geslacht zich gedragen. Haar vader en haar
+grootvader, zij herkende daaraan al de trotsche heeren van Alagona's
+stam.
+
+"Ge spreekt zoo, omdat ge niets weet, donna Elisa," zei de
+knaap. "Neen, neen, ge weet niets, ge weet niet waarom ik God moet
+dienen. Maar nu zult gij het weten. Ziet ge, het is lange jaren
+geleden. Vader en moeder waren zoo arm en we hadden niets te eten en
+toen ging vader weg om werk te zoeken en hij kwam nooit terug. Moeder
+en wij kinderen waren op het punt te verhongeren. Toen zei moeder: "Wij
+zullen vader gaan zoeken!" En wij gingen. Het werd avond, het regende
+hevig en op enkele plaatsen stroomde er een heele rivier over den weg.
+
+"Moeder vroeg in een huis of wij daar mochten overnachten. Neen, ze
+joegen ons weg. Moeder en wij stonden op den weg te schreien. Toen
+bond moeder haar kleeren op en waagde zich in den stroom die over
+den weg bruiste. Zij had klein zusje op den arm en groote zus bij
+de hand, en een zwaar pak op het hoofd. Ik volgde haar zoo vlug ik
+slechts kon. Ik zag hoe moeder struikelde. De bundel dien zij op
+het hoofd droeg, viel in den stroom, moeder greep er naar en verloor
+klein zusje. Zij greep naar klein zusje en toen werd groote zus door
+den stroom meegesleurd. Moeder trachtte haar beiden te grijpen, maar
+ook zij werd door het water meegesleept. Ik werd bang en sprong aan
+land. Pater Jozef heeft mij gezegd, dat ik gespaard bleef, opdat ik
+God voor de dooden zou kunnen dienen en bidden. En dat was de reden,
+dat ik eerst monnik zou worden, en dat ik nu naar den Etna wilde gaan
+om heremiet te worden.
+
+"Want, donna Elisa, ik moet God dienen."
+
+Donna Elisa gaf zich nu gewonnen.
+
+"Ja, ja, Gaetano," zei zij, "maar het doet mij zoo'n verdriet. Ik
+kan niet verdragen dat je van mij weggaat."
+
+"Neen, maar ik ga ook niet weg," zei Gaetano. Hij was zoo vroolijk,
+dat hij lust gevoelde te lachen.
+
+"Ik zal niet weggaan."
+
+"Zal ik met den pastoor spreken, dat je op een seminarium kunt
+komen?" vroeg donna Elisa ootmoedig.
+
+"Neen maar, dat ge niets begrijpt, donna Elisa, dat ge niets
+begrijpt! Ik zeg u immers, dat ik niet van u wil gaan. Ik heb iets
+anders gedacht."
+
+"Wat hebt ge bedacht?" vroeg zij treurig.
+
+"Wat gelooft ge dat ik gedaan heb, terwijl ik daar op de trap zat,
+donna Elisa? Ik droomde. Ik droomde, dat ik weg wilde loopen. Ja,
+donna Elisa, ik stond in den winkel en wilde de deur openen, maar kon
+niet omdat er zooveel grendels voor waren. Ik stond in de duisternis
+en schoof grendel na grendel weg, maar steeds waren er weer nieuwe. Ik
+maakte een vervaarlijk leven en dacht: Nu hoort donna Elisa me stellig.
+
+"Eindelijk was de deur open en ik wilde de straat op ijlen, toen ik een
+hand in mijn nek voelde, en gij mij naar binnen trokt. Ik schopte en
+schopte en ik sloeg u, omdat ik niet mocht gaan. Maar donna Elisa,
+ge droegt een lantaarn, en toen zag ik dat gij het niet waart,
+maar moeder.
+
+"Toen durfde ik niet langer tegenstribbelen, ik werd zoo bang,
+want moeder is immers dood. Maar zij nam den bundel, dien ik droeg,
+en maakte hem los.
+
+"Moeder lachte en zag er verheugd uit, en ik was gelukkig, omdat zij
+niet boos op mij was.
+
+"Het was zoo vreemd. Hetgeen zij uit den bundel haalde, waren al de
+kleine heiligenbeeldjes die ik gesneden heb, terwijl ik in den winkel
+zat en die waren zoo mooi.
+
+"Kan je nu zulke mooie beelden snijden, Gaetano?" vroeg moeder.
+
+"Ja," antwoordde ik.
+
+"Dan kan je God daarmee dienen," zei moeder.
+
+"Behoef ik donna Elisa dan niet te verlaten?"
+
+"Neen," zei moeder.
+
+"En juist toen moeder dat zei, wektet gij mij."
+
+Gaetano zag donna Elisa triomfeerend aan.
+
+"Wat meende moeder daar nu mee?"
+
+Donna Elisa stond verbaasd.
+
+Gaetano wierp het hoofd achterover en lachte.
+
+"Moeder meende, dat ge mij in de leer moest doen, opdat ik God zou
+kunnen dienen door schoone beelden van engelen en heiligen te snijden,
+donna Elisa!"
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE GODSZUSTER.
+
+
+Op het edele eiland Sicilië, waar nog meer oude zeden heerschen
+dan ergens anders in het Zuiden, bestaat nog de gewoonte, dat ieder
+mensch zich in de jeugd een godszuster of godsbroeder kiest, die haar
+of zijn kind ten doop zal houden indien zij of hij dit eens krijgt.
+
+Maar dat is volstrekt niet het eenige nut, dat godszusters en
+broeders van elkaar hebben. Zij moeten elkaar liefhebben, elkaar
+dienen en wreken. In het oor van een godsbroeder kan men al zijn
+geheimen begraven. Men kan hem zoowel zijn geld als zijn liefste
+toevertrouwen, zonder bedrogen te worden.
+
+Godszusters en broeders zijn elkaar trouw, alsof ze uit één moeder
+geboren waren, omdat hun verbond gesloten is voor San Giovanni
+Battista, den meest gevreesde van alle heiligen.
+
+Dikwijls gaan arme menschen met hun half volwassen kinderen naar
+rijke menschen om dezen te verzoeken of ze godszuster of broeder met
+hun jonge dochters of zonen willen worden. Welk een heerlijk gezicht
+is het niet op den dag van den heiligen Dooper al deze feestelijk
+gekleede kinderen te zien, die door de groote steden trekken om
+godszusters en broeders te zoeken.
+
+En als het den ouders gelukt is hun zoon een rijken godsbroeder te
+geven, zijn zij zoo gelukkig alsof ze hem een landgoed als een erfenis
+kunnen nalaten. Toen Gaetano in Diamante kwam, was er een klein meisje,
+dat voortdurend den winkel van donna Elisa in- en uitliep. Ze droeg
+een rooden mantel en een puntig mutsje en acht lange, zwarte lokken
+kwamen onder dat mutsje te voorschijn. Zij heette Giannita en was de
+dochter van donna Olivia die groenten verkocht.
+
+Maar donna Elisa was haar peettante en daarom dacht deze er dikwijls
+over, wat zij voor haar zou kunnen doen.
+
+Nu goed, toen Sint-Jansdag aanbrak, bestelde donna Elisa een wagen
+en reed naar Catania, dat volle vier mijl van Diamante ligt. Zij had
+Giannita bij zich en beiden waren in feestgewaad.
+
+Donna Elisa was in zwarte zijde met paarlen gekleed en Giannita had een
+wit tulen kleedje aan, met bloemen versierd. In de hand droeg Giannita
+een mand met bloemen en boven op de bloemen lag een granaatappel. De
+reis ging zeer voorspoedig voor donna Elisa en Giannita. Toen ze
+eindelijk aan het witte Catania gekomen waren, dat glanzend op den
+zwarten lavabodem ligt, reden ze naar het schoonste paleis van de stad.
+
+Dit was hoog en groot, zoodat de arme, kleine Giannita zich zeer
+verlegen gevoelde, omdat ze genoodzaakt was daar in te gaan. Maar
+donna Elisa stapte moedig naar binnen en zij werd naar cavaliere
+Palmeri en zijn vrouw gevoerd, die het paleis bewoonden.
+
+Donna Elisa herinnerde signora Palmeri er aan, dat zij vriendinnen
+der jeugd waren en verzocht of Giannita godszuster met de signora's
+jong dochtertje mocht worden. Dat voorstel vond bijval en de jonge
+signorina werd binnengeroepen. Zij was een klein wonder van lichte
+zijde, Venetiaansche kant, groote zwarte oogen en welig krullend
+haar. Haar klein lichaam was zoo tenger en slank, dat men het in het
+geheel niet opmerkte.
+
+Giannita reikte haar de mand met bloemen en zij nam die genadig aan,
+liep om haar heen en was opgetogen over haar lange gladde lokken.
+
+Zoodra zij deze gezien had, snelde zij weg om een mes te halen. Zij
+sneed den granaatappel door en gaf Giannita een der helften.
+
+Terwijl ze den appel aten, hielden ze elkaar bij de hand en zeiden
+beiden:
+
+
+ "Zuster, zuster, zuster mijn,
+ Ik ben dijn en gij zijt mijn.
+ Dijn mijn hut, dijn mijn spijs,
+ Dijn mijn vreugd', dijn mijn prijs,
+ Dijn mijn plaats in 't Paradijs."
+
+
+Toen kusten ze elkaar en zeiden godszuster tot elkaar.
+
+"Nu moet ge mij nooit ontrouw worden, godszuster," zei de kleine
+signorina en beide kinderen waren zeer ernstig en aangedaan.
+
+Ze werden in dien korten tijd zulke goede vrienden, dat zij schreiden,
+toen ze van elkaar gingen.
+
+Maar sedert verliepen twaalf jaren en de beide godszusters leefden elk
+in haar wereld en zagen elkaar nooit. Gedurende dezen ganschen tijd
+bleef Giannita stil in huis en kwam zelfs geen enkelen keer in Catania.
+
+Maar toen geschiedde er werkelijk iets wonderbaarlijks. Giannita
+zat op een namiddag in het vertrek achter den winkel te borduren,
+zij was zeer bekwaam, zoodat zij dikwijls overladen was met arbeid.
+
+Bij het borduurwerk komt het echter op de oogen aan en het was zeer
+donker in Giannita's kamer. Daarom had ze de deur van den winkel op
+een kier gezet om wat meer licht te hebben.
+
+Juist nadat de klok vier uur geslagen had, kwam de oude molenaarsweduwe
+Rosa Alfari voorbij.
+
+Donna Oliva's winkel was zeer aanlokkelijk, als men dien van de straat
+zag. De blik gleed door de geopende deur naar de groote manden met
+versche groenten en kleurige vruchten; verder op den achtergrond zag
+men de omtrekken van Giannita's mooi hoofd.
+
+Rosa Alfari bleef staan en begon met donna Oliva te spreken, alleen
+omdat haar winkel er zoo vriendelijk uitzag.
+
+Zuchten en klachten behoorden altijd tot het gevolg van Rosa Alfari. Nu
+was zij verdrietig, omdat ze genoodzaakt was den volgenden nacht
+alleen naar Catania te reizen.
+
+"'t Is ellendig, dat de postwagen niet vóór tien uur in Diamante komt,"
+zei zij. "Ik val natuurlijk onderweg in slaap, en misschien steelt
+men dan mijn geld. En wat moet ik beginnen als ik vannacht om twee
+uur in Catania kom?"
+
+Toen riep Giannita plotseling uit den winkel:
+
+"Wilt ge mij niet meenemen naar Catania, donna Alfari?"
+
+Ze vroeg het half schertsend zonder een antwoord te verwachten.
+
+Maar Rosa Alfari werd ijverig. "God, kind, wil je met mij gaan?" zei
+zij. "Wil je het werkelijk?"
+
+Giannita kwam uit den winkel, rood van vreugde. "Of ik wil," zei zij,
+"ik ben in geen twaalf jaar in Catania geweest!"
+
+Rosa Alfari keek haar vergenoegd aan, want Giannita was groot en sterk,
+haar oogen waren vroolijk en zij had steeds een kwinkslag op de lippen.
+
+Dat was een heerlijke reisgenoote!
+
+"Maak je maar klaar," zei de oude vrouw. "Je gaat om tien uur met
+mij mede, dat is afgesproken."
+
+Den volgenden dag dwaalde Giannita in de straten van Catania. Zij
+dacht den ganschen tijd aan haar godszuster. Zij was wonderlijk te
+moede weer in haar nabijheid te zijn.
+
+Zij had haar godszuster lief, niet alleen, omdat San Giovanni den
+menschen beveelt hun godszusters en broeders te beminnen. Zij had
+het kleine meisje in het zijden kleedje vereerd als het schoonste,
+dat zij ooit gezien had. 't Was bijna haar afgod geworden.
+
+Zij wist slechts dat haar godszuster nog ongetrouwd was en in Catania
+woonde. Haar moeder was overleden en zij had haar vader niet willen
+verlaten, maar was bij hem gebleven.
+
+"Ik wil trachten haar te zien," dacht Giannita.
+
+En telkens als Giannita een elegante equipage ontmoette, dacht zij:
+Misschien is het mijn godszuster, die daar rijdt.
+
+En zij staarde naar de rijdenden om te zien of één van hen ook geleek
+op het kleine meisje met het welige haar en de groote oogen. Giannita's
+hart begon onstuimig te kloppen. Zij had altijd naar haar godszuster
+verlangd.
+
+Zij was nog ongetrouwd, omdat zij een jongen beeldhouwer, Gaetano
+Alagona, liefhad en hij nooit de minste neiging getoond had met haar
+te trouwen.
+
+Giannita was daarom dikwijls boos geweest op hem, en niet het minst
+had het haar geërgerd, dat zij nooit haar godszuster op haar bruiloft
+kon uitnoodigen.
+
+Trotsch was zij ook op haar geweest. Zij had zich zelf voornamer
+gevonden dan de anderen, omdat zij zulk een godszuster had. Als zij
+nu eens naar haar toeging, omdat zij toch in de stad was?
+
+Dat zou glans geven aan haar geheele reis.
+
+Terwijl zij daaraan dacht en dacht, kwam er een courantenjongen
+aan. "Giornale da Sicilia!" schreeuwde hij. "De zaak Palmeri! Groote
+oplichterijen!"
+
+De lange Giannita greep den jongen in den nek, toen hij haar voorbij
+ijlde.
+
+"Wat zeg je?" schreeuwde zij. "Je liegt, je liegt!" en zij was op
+het punt hem te slaan.
+
+"Koop mijn courant, signora, vóórdat ge mij slaat," zei de
+knaap. Giannita kocht de courant en begon te lezen. Al spoedig ontdekte
+zij de zaak Palmeri.
+
+"Daar deze zaak heden voor het gerecht behandeld wordt, willen wij
+onze lezers daarvan op de hoogte stellen."
+
+Giannita las en las en zij herlas het telkens weer vóórdat zij het
+begreep. Er was geen spier in haar lichaam, die niet van ontzetting
+trilde, toen zij het eindelijk begreep.
+
+De vader van haar godszuster, die groote wijngaarden bezat, was
+geruïneerd. De druivenziekte had zijn bezittingen verwoest.
+
+En dat was nog niet het ergste. Hij had een liefdadigheidsfonds
+gebruikt, dat hem toevertrouwd was. Hij was gearresteerd en vandaag
+zou hij voor het gerecht moeten verschijnen. Giannita frommelde de
+courant in elkaar, smeet die op de straat en trapte er op. Beter lot
+verdiende ze niet, die zulke nieuwstijdingen bracht.
+
+Ze was geheel verslagen dat dit haar moest treffen, nu zij na twaalf
+jaar voor 't eerst weer in Catania kwam. "Heere God," zei zij. "Wat
+moet dit alles beteekenen?"
+
+Thuis in Diamante had nooit iemand zich de moeite getroost haar te
+zeggen, wat er gebeurd was.
+
+Was het een beschikking Gods, dat zij juist hier op den gerechtsdag
+moest zijn?
+
+"Hoor eens, donna Alfari," zei zij. "Ge moogt doen wat ge wilt,
+maar ik moet naar de terechtzitting."
+
+Giannita's houding teekende groote beslistheid, niets kon haar in
+haar besluit doen wankelen.
+
+"Begrijpt gij niet dat het ter wille van deze zaak en niet om
+uwentwille is, dat God u bewogen heeft mij naar Catania mee te
+nemen?" zei zij tot Rosa Alfari.
+
+Geen oogenblik twijfelde Giannita.
+
+Rosa Alfari moest haar laten gaan, en zij zocht den weg naar het paleis
+van justitie. Daar stond ze tusschen de straatjongens en leegloopers
+op de publieke tribune en zag cavaliere Palmeri zitten op de bank
+der aangeklaagden.
+
+Het was een voornaam heer met een puntbaard en witten knevel. Giannita
+herkende hem dadelijk.
+
+Ze hoorde hoe hij veroordeeld werd tot een halfjaar gevangenisstraf
+en Giannita voelde steeds duidelijker, dat zij hier als gezant van
+God was.
+
+Nu heeft mijn godszuster mij noodig, dacht zij.
+
+Zij ging weer op straat en vroeg den weg naar het paleis Palmeri.
+
+Onderweg ging een rijtuig haar voorbij. Zij zag op en haar oogen
+ontmoetten die der dame, die in het rijtuig zat.
+
+In hetzelfde oogenblik was er iets, dat haar zeide dat dit haar
+godszuster was. De dame in het rijtuig was bleek en gebogen en had
+smeekende oogen. Giannita kreeg haar dadelijk zeer lief.
+
+"Gij zijt het, die mij zoo vele keeren verblijd hebt," zei ze,
+"omdat ik zooveel vreugde van u verwachtte. Nu zal ik u misschien
+kunnen beloonen."
+
+Giannita was plechtig gestemd, toen zij de hooge marmeren trap van
+het palazzo Palmeri besteeg, maar plotseling kwam er twijfel over haar.
+
+Wat kan God willen, dat ik voor haar zal doen, die in zulk een weelde
+is opgegroeid? dacht zij. Vergeet onze lieve Heer, dat ik slechts de
+arme Giannita van Diamante ben?
+
+Zij liet signorina Palmeri door een bediende zeggen, dat haar
+godszuster haar wenschte te spreken. Zij was verbaasd toen de bediende
+terugkwam en zei, dat zij niet ontvangen kon worden.
+
+Zou zij zich daarmee tevredenstellen? O, neen, o, neen! "Zeg de
+signorina, dat ik den geheelen dag op haar zal wachten, want ik moet
+haar spreken."
+
+"De signorina zal over een half uur het paleis verlaten," zei de
+bediende.
+
+Giannita geraakte buiten zich zelf: "Maar ik ben haar godszuster,
+haar godszuster, versta je mij niet?" zei ze tegen den knecht. "Ik
+moet haar spreken."
+
+De bediende glimlachte, maar verroerde zich niet.
+
+Maar Giannita wilde niet afgewezen worden. Zij was immers door God
+gezonden. Dat moest hij toch begrijpen, zei zij en verhief haar
+stem. Ze kwam uit Diamante en was in twaalf jaar niet in Catania
+geweest. Zelfs tot gistermiddag vier uur had zij er niet aan gedacht
+hierheen te gaan.
+
+Denk eens, tot gistermiddag vier uur had zij er zelfs niet aan gedacht!
+
+De bediende stond onbeweeglijk. Giannita was op het punt hem haar
+geheele geschiedenis te vertellen om hem te bewegen haar binnen
+te laten, toen een deur opengerukt werd. Haar godszuster stond op
+den drempel.
+
+"Wie spreekt hier over gistermiddag vier uur?" vroeg zij.
+
+"Een vreemde vrouw wenscht u te spreken, signorina Micaela."
+
+Nu snelde Giannita op haar toe. "Zij was volstrekt geen vreemde. Zij
+was haar godszuster uit Diamante, die hier voor twaalf jaar met donna
+Elisa geweest was. Herkende zij haar niet? Wist signorina Micaela
+niet meer, dat zij een granaatappel samen gedeeld hadden?"
+
+De signorina luisterde niet naar haar.
+
+"Wat gebeurde er gisteren om vier uur?" vroeg zij met grooten angst
+in haar stem.
+
+"Toen was het, dat ik Gods bevel ontving om tot u te gaan, godszuster,"
+zei Giannita.
+
+De andere keek haar verschrikt aan. "Ga met mij," zei ze, alsof ze
+bevreesd was, dat de bediende zou hooren, wat Giannita haar wilde
+vertellen.
+
+Zij ging diep in de woning voordat zij staan bleef. Toen wendde zij
+zich zoo plotseling tot Giannita, dat deze verschrikte.
+
+"Zeg het mij dadelijk!" zei zij. "Pijnig mij niet, zeg het mij zoo
+vlug mogelijk."
+
+Zij was even lang als Giannita, maar deze in geenen deele gelijk. Zij
+was veel tengerder gebouwd en zij, de dame van de wereld, had een
+veel wilder, ongetemder uiterlijk dan het meisje van het land. Alles
+wat zij gevoelde was op haar gelaat te lezen.
+
+Ze scheen zich in het geheel niet te kunnen beheerschen om het
+verborgen te houden.
+
+Giannita was zoo verbaasd over haar heftigheid, dat zij niet zoo
+spoedig een antwoord kon geven.
+
+Toen hief haar godszuster in vertwijfeling haar armen boven het hoofd
+en de woorden stroomden over haar lippen.
+
+Zij zei, dat zij wist dat Giannita Gods bevel ontvangen had om haar
+nieuwe ongelukken te berichten. God haatte haar, dat wist zij.
+
+Giannita sloeg haar handen in elkaar. God haar
+haten! Integendeel! Integendeel!
+
+"Ja, ja," zei signorina Palmeri. "Zoo is het." En daar ze zielsbevreesd
+was voor de tijding, die Giannita haar kwam brengen, bleef zij maar
+steeds doorpraten. Zij liet Giannita niet aan het woord komen, maar
+viel haar voortdurend in de rede.
+
+Zij scheen zoo geschokt te zijn door alles, wat haar in de laatste
+dagen overkomen was, dat zij zich in het geheel niet meer beheerschen
+kon.
+
+"Giannita kon toch wel begrijpen, dat God haar moest haten,"
+zei zij. "Zij had zoo iets vreeselijks gedaan. Zij had haar vader
+verloochend, haar vader verzaakt.
+
+"Giannita kende toch wel het vierde gebod." Toen barstte zij opnieuw
+uit in tal van onstuimige vragen.
+
+"Waarom zei Giannita haar toch niet, wat zij haar wilde zeggen? Zij
+verwachtte immers niets anders dan kwaad. Zij was voorbereid."
+
+Maar de arme Giannita kon niet aan het woord komen, want zoodra zij
+wilde spreken, werd de signorina bang en viel haar in de rede.
+
+Zij vertelde Giannita haar geschiedenis, als om deze te bewegen niet
+hard jegens haar te zijn.
+
+Giannita moest niet denken, dat haar ongeluk slechts daarin bestond
+dat zij niet langer een eigen rijtuig zou hebben, of een loge in het
+theater of mooie kleeren, of veel bedienden of zelfs een dak boven
+haar hoofd. Ook niet hierin, dat zij al haar vrienden verloren had,
+zoodat zij niet wist waar zij een schuilplaats zou zoeken; evenmin
+dat zij zulk een schaamte gevoelde, dat zij meende nooit weer de
+oogen te durven opheffen tot eenig mensch. Neen, het was nog iets
+veel vreeselijkers.
+
+Zij had plaats genomen en zweeg nu een oogenblik, terwijl zij van
+angst heen en weer wiegde.
+
+Maar toen Giannita nu begon te spreken, viel zij haar weer in de rede.
+
+Giannita kon niet denken, hoe haar vader haar had liefgehad. Hij had
+haar altijd laten leven in glans en heerlijkheid, gelijk een vorstin.
+
+Zij had niet veel voor hem gedaan, slechts hem heerlijke plannen laten
+verzinnen om haar te vermaken. Het was volstrekt geen opoffering
+geweest, dat zij niet getrouwd was, want zij had nooit een man zoo
+liefgehad als haar vader, en haar eigen thuis was prachtiger geweest
+dan dat van iemand anders.
+
+Maar toen was haar vader op een dag bij haar gekomen en had tot
+haar gezegd:
+
+"Zij willen mij arresteeren. Ze verspreiden het gerucht dat ik gestolen
+heb, maar dat is niet waar."
+
+Toen had zij hem geloofd en hem geholpen zich verborgen te houden
+voor de karabiniers. En zij hadden hem tevergeefs gezocht in Catania,
+op den Etna en over geheel Sicilië.
+
+Maar toen de politie cavaliere Palmeri niet kon vinden, begon het
+volk te zeggen:
+
+"'t Is een voornaam heer en het zijn hooge heeren, die hem helpen,
+anders zou men hem reeds lang geleden gevonden hebben."
+
+En toen was de prefect van Catania bij haar gekomen. Zij ontving
+hem lachend en de prefect deed alsof hij kwam spreken over rozen
+en over het mooie weer. Plotseling zei hij: "Wil de signorina dit
+kleine papier even inzien? Wil de signorina dit kleine briefje eens
+lezen? Wil de signorina letten op de onderteekening?"
+
+Ze las en las. En wat zag ze? Haar vader was niet onschuldig. Haar
+vader had het geld van anderen genomen. Toen de prefect weg was,
+ging zij naar haar vader.
+
+"Gij zijt schuldig!" zei ze tot hem. "Ge kunt doen wat ge wilt maar
+ik kan u niet meer helpen."
+
+O, zij had niet geweten wat zij zei. Zij was altijd zoo trotsch
+geweest. Zij had niet kunnen dulden, dat er een smet op haar naam
+kleefde. Een oogenblik had zij gewenscht, dat haar vader dood was,
+liever dan dat dit haar moest overkomen. Misschien had zij hem dit
+ook gezegd. Zij wist niet precies wat zij gezegd had.
+
+Maar daarna had God haar verlaten. De vreeselijkste dingen waren
+gebeurd. Haar vader had haar aan haar woord gehouden. Hij had zichzelf
+aan het gerecht overgeleverd. En sedert hij in de gevangenis zat,
+had hij haar niet willen zien. Hij antwoordde niet op haar brieven, en
+het eten, dat zij hem zond, stuurde hij haar onaangeroerd terug. Dat
+was het vreeselijkste van alles. Hij scheen te denken, dat zij hem
+wilde dooden. Zij keek Giannita zoo angstig aan, alsof zij haar
+doodvonnis verwachtte.
+
+"Waarom vertel je mij toch niet, wat je mij te zeggen hebt?" riep
+zij uit. "Je doodt mij."
+
+Maar 't was haar onmogelijk zich zelf tot zwijgen te dwingen. "Je
+moet weten," vervolgde zij, "dat dit paleis nu verkocht is en dat de
+kooper het aan een Engelsche dame verhuurd heeft, die hier vandaag
+zal intrekken. Maar enkele van haar bezittingen droegen ze reeds
+gisteren hier in en daaronder was een klein beeld van het Christuskind.
+
+"Ik zag het, toen ik door de vestibule liep. Zij hadden het uit een
+valies genomen en het op den grond gelegd. Het was zoo beschadigd,
+dat niemand er acht op sloeg. Zijn kroon was vol deuken, zijn kleertjes
+waren vuil en de sieraden, die het bedekten, waren verroest en leelijk
+geworden. Maar toen ik het op den grond zag liggen, nam ik het op en
+droeg het in de kamer, waar ik het op een tafel plaatste. En terwijl
+ik dat deed, viel het mij in, dat ik zijn hulp moest vragen.
+
+"Ik knielde en bad lang. "Help mij in mijn grooten nood," zei ik tot
+het Christuskind.
+
+"Terwijl ik bad, scheen het mij, dat het beeld mij wilde antwoorden. Ik
+hief het hoofd op, maar het stond daar nog even sprakeloos als vroeger;
+juist toen begon een pendule te slaan.
+
+"Er klonken vier slagen en 't was alsof het vier woorden waren. 't
+Was alsof het Christuskind met een viervoudig ja op mijn bede had
+geantwoord.
+
+"Dat gaf mij moed, Giannita, zoodat ik vandaag naar het paleis van
+justitie reed om mijn vader te zien. Maar hij verwaardigde mij met
+geen blik gedurende al den tijd, dat hij voor zijn rechters stond.
+
+"Ik wachtte op het oogenblik, dat zij hem zouden wegvoeren en wierp
+me voor hem op de knieën in een der nauwe gangen. Giannita; hij liet
+mij door de soldaten wegleiden, zonder mij een woord te schenken.
+
+"Zie je nu, dat God mij haat? Toen ik hoorde dat je sprak van
+gistermiddag vier uur, werd ik bang.
+
+"Het Christuskind zendt mij een nieuw ongeluk, dacht ik. Het haat mij,
+die mijn vader verloochend heb."
+
+Toen zij dit gezegd had, zweeg ze eindelijk en luisterde ademloos
+naar hetgeen Giannita zou vertellen.
+
+En Giannita verhaalde signorina Micaela haar geschiedenis.
+
+"Zie nu eens, is dat niet merkwaardig," zei ze ten slotte. "Ik ben in
+twaalf jaar niet in Catania geweest en nu reisde ik geheel onverwacht
+hierheen. En ik weet van niets, maar zoodra ik hier mijn voet op
+straat zet, hoor ik je ongeluk. God heeft mij gezonden, zei ik tot
+mij zelf. Hij heeft mij hierheen geleid, opdat ik mijn godszuster
+zou kunnen helpen."
+
+Signorina Palmeri's oogen waren angstig vragend op haar gericht.
+
+Nu zou zeker de slag komen. Zij verzamelde al haar moed om dien
+te ontvangen.
+
+"Wat wil je, dat ik voor je doen zal, godszuster?" vroeg Giannita
+"Weet je wat ik dacht toen ik op straat liep? Ik wil haar vragen
+of zij mij naar Diamante wil volgen, dacht ik. Ik weet daar een oud
+huis, waar we goedkoop zouden kunnen wonen. Ik zou borduren en naaien,
+zoodat we daarvan konden leven. Toen ik op straat was, dacht ik, dat
+het gaan zou, maar nu begrijp ik, dat het onmogelijk is, onmogelijk! Je
+verlangt iets anders van het leven, maar zeg toch of ik iets voor je
+doen kan. Je moogt mij niet afwijzen, want God heeft mij gezonden."
+
+De signorina boog zich over tot Giannita.
+
+"Nu!" zei zij angstig.
+
+"Je moet mij voor je laten doen, wat in mijn macht staat, want ik heb
+je lief," zei Giannita en gleed op de knieën, terwijl ze de armen om
+haar godszuster sloeg.
+
+"Heb je niets anders te zeggen?" vroeg de signorina.
+
+"Dat zou ik gaarne willen," zei Giannita, "maar ik ben immers maar
+een arm meisje."
+
+Het was wonderbaarlijk te zien, hoe nu de gelaatstrekken der jonge
+signorina verteederden, hoe haar blik verhelderde en hoe haar oogen
+begonnen te stralen. Nu bleek het, dat zij een groote schoonheid was.
+
+"Giannita," zei ze zacht, nauwelijks hoorbaar, "geloof je dat dit
+een wonder is? Geloof je, dat God een wonder kan laten geschieden
+om mijnentwille?"
+
+"Ja, ja," fluisterde Giannita.
+
+"Ik smeekte het Christusbeeld, dat hij mij zou helpen, en hij zendt mij
+jou. Geloof je, dat het Christus was die je gezonden heeft, Giannita?"
+
+"Ja zeker, hij was het."
+
+"God heeft mij dus niet verlaten, Giannita?"
+
+"Neen, God heeft je niet verlaten."
+
+Signorina Micaela zat een tijdje stil te weenen. "Toen jij kwam,
+Giannita, dacht ik dat mij niets anders overbleef, dan mij te dooden,"
+zei ze daarna. "Ik wist niet waarheen ik mijn weg zou nemen want ik
+dacht, dat God mij haatte."
+
+"Maar zeg mij nu, wat ik voor je doen kan, godszuster," zei Giannita.
+
+Tot antwoord trok de andere haar naar zich toe en kuste haar.
+
+"Maar het is immers al voldoende, dat je door het kleine Christusbeeld
+gezonden zijt," zei ze. "Het is immers al voldoende, nu ik weet,
+dat God mij niet verlaten heeft."
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+DIAMANTE.
+
+
+Micaela Palmeri was op reis naar Diamante in gezelschap van
+Giannita. Ze hadden 's morgens om drie uur plaats genomen in den
+postwagen en ze waren langs den schoonen weg gereden, die zich van
+den voet van den Etna langs den berg omhoog slingert.
+
+Maar het was nog geheel donker. Ze hadden niets van de omgeving
+kunnen onderscheiden.
+
+De jonge signorina beklaagde zich volstrekt niet daarover. Zij zat
+met neergeslagen oogen en verdiepte zich in haar smart. Zelfs toen het
+begon te dagen, wilde zij haar oogen niet opslaan om uit te zien. 't
+Was niet, vóórdat ze vlak bij Diamante waren, dat Giannita haar kon
+bewegen het landschap te beschouwen.
+
+"Zie nu eens uit! Hier is Diamante, dat je thuis zal worden," zei zij.
+
+Toen had Micaela Palmeri rechts van den weg den machtigen Etna
+gezien, die een groot stuk van den hemel sneed. Ver achter den berg
+ging de zon op, en toen de bovenste rand der zonneschijf zich over
+den bergtop verhief, scheen het alsof de witte sneeuwberg begon te
+gloeien, en vonken en stralen verspreidde.
+
+Maar Giannita verzocht haar naar den anderen kant te zien. En aan
+de andere zijde zag ze de geheele getakte bergketen, die den Etna
+gelijk een met torens versierden muur omringt, gloeiend rood staan
+in den zonsopgang.
+
+Maar Giannita wees naar een anderen kant. Dat was het niet, wat ze
+moest zien, dat niet.
+
+Toen liet ze haar blik dalen en zag neer in een zwarte vallei. Daar
+glansde het veld als fluweel en de witte Simeto schuimde naar beneden
+in het dal.
+
+Maar nog richtte zij haar blik niet naar de goede plaats.
+
+Toen eindelijk zag ze den steilen Monte Chiaro, die zich uit het
+zwarte, fluweelen dal verhief; stralend in het morgenrood en begroeid
+met statige palmen, die hem als met zonneschermen beschutten tegen
+de stralen der zon.
+
+En op de kruin zag zij een stad, met torens versierd en door
+muren omgeven, en alle vensters en windwijzers schitterden in den
+zonneschijn.
+
+Bij dit gezicht had zij Giannita's arm gegrepen en haar gevraagd of
+dit een werkelijke stad was en of daar ook menschen woonden.
+
+Zij geloofde, dat dit een der steden des hemels was en dat die even
+spoedig verdwijnen zou als een droomgezicht. Zij kon niet denken, dat
+er ooit een mensch langs den weg gewandeld had, die zich van uit het
+dal over hooge heuvels naar de Monte Chiaro slingerde en in zigzag-lijn
+langs den berg opkroop om in de donkere stadspoort te verdwijnen.
+
+Maar toen ze dichter bij Diamante kwam en zag dat het een werkelijke
+aardsche stad was, kwamen haar de tranen in de oogen.
+
+Het ontroerde haar, dat de aarde voor haar nog al haar schoonheid
+bezat. Zij had geloofd, dat sedert die het tooneel van al haar rampen
+was geweest, zij die steeds grauw, verdord en bedekt met distels en
+giftbloemen zou vinden.
+
+Ze reed met gevouwen handen het arme Diamante binnen, alsof ze een
+heiligdom betrad.
+
+En haar scheen het, dat deze stad haar evenveel geluk als schoonheid
+zou kunnen bieden.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+DON FERRANTE.
+
+
+Een paar dagen later stond Gaetano in zijn werkplaats en sneed
+wijnranken op koralen van rozenkransen. Het was Zondag, maar Gaetano
+maakte zich geen gewetenswroeging van zijn arbeid, hij werkte immers
+tot Gods eer.
+
+Groote angst en onrust waren over hem gekomen. De gedachte was in
+hem ontwaakt, dat de gelukkige tijd, dien hij bij donna Elisa had
+doorgebracht, nu zijn einde genaderd was. En hij geloofde, dat hij
+spoedig de wereld ingedreven zou worden. Want groote armoede was
+over Sicilië gekomen, en hij zag den nood als een besmetting van
+stad tot stad en van huis tot huis trekken. En zoo was die ook in
+Diamante gekomen.
+
+Daarom kwam er nooit meer een mensch in den winkel van donna Elisa om
+iets te koopen. De kleine heiligenbeelden, die Gaetano vervaardigde,
+stonden in dichte rijen op de planken en de rozenkransen hingen in
+groote trossen onder de toonbank. En donna Elisa was in grooten kommer
+en nood, omdat zij nu niets kon verdienen.
+
+Dit was Gaetano een teeken, dat hij Diamante moest verlaten en de
+wijde wereld ingaan, tenzij er zich een andere mogelijkheid voordeed,
+want het kon geen arbeiden heeten voor Gods eer beelden te snijden,
+die nooit werden aangebeden en koralen voor rozenkransen te draaien,
+die nooit door de vingers van een biddende gleden.
+
+Hij geloofde dat ergens in de wereld een schoone, nieuwe kathedraal
+stond, waarvan de muren opgetrokken waren, maar die nog van binnen
+van naaktheid trilde. Die verbeidde en wachtte, dat Gaetano zou
+komen om de koorstoelen, 't altaarhek, den preekstoel, 't boekenrek
+en de heiligenkast te snijden. En zijn hart smachtte naar dit werk,
+dat hem wachtte.
+
+Maar deze kathedraal werd niet op Sicilië gevonden, want daar dacht
+men er nooit aan een nieuwe kerk te bouwen; die moest ver weg in
+landen als Florida of Argentinië gezocht worden, waar de grond nog
+niet bedekt was met heilige gebouwen.
+
+Hij voelde zich tegelijkertijd bedroefd en gelukkig en was met
+verdubbelde vlijt aan den arbeid getogen opdat donna Elisa iets zou
+hebben te verkoopen, terwijl hij weg was en groote schatten voor
+haar verdiende.
+
+Nu wachtte hij nog slechts op een teeken van God vóórdat hij besloot
+te vertrekken. Het was, alsof hij de kracht zou moeten ontvangen om
+tot donna Elisa te kunnen spreken van zijn verlangen om te reizen,
+want hij wist dat dit haar zóóveel verdriet zou veroorzaken, dat hij
+niet begreep, hoe hij den moed zou hebben met haar daarover te spreken.
+
+Terwijl hij daarover dacht, kwam donna Elisa in de werkplaats. Toen
+zei hij tot zichzelf, dat hij nu er niet aan kon denken het haar te
+zeggen, want heden was donna Elisa vroolijk.
+
+Haar tong was onophoudelijk in beweging en haar gelaat straalde.
+
+Gaetano vroeg zich af, wanneer hij haar voor het laatst zoo gezien
+had. Sedert de nood kwam, was het geweest, alsof ze zonder daglicht
+in een der grotten van den Etna leefden.
+
+"Waarom was Gaetano niet mee naar de markt gegaan om de muziek te
+hooren?" vroeg donna Elisa.
+
+"Waarom ging hij toch nooit mede om haar broer, don Ferrante, te zien
+en te hooren? Gaetano die hem slechts zag, als hij in den winkel stond,
+gekleed in een kort buis en puntige muts, wist niet wat voor een man
+don Ferrante was. Hij hield hem voor een ouden, leelijken koopman
+met een rimpelig gelaat en een borsteligen baard. Niemand kende don
+Ferrante, die hem 's Zondags niet de muziek had zien dirigeeren.
+
+"Heden had hij een nieuwe uniform aangehad. Hij droeg een driekantigen
+hoed met groen-rood en witte pluimen, een zilveren kraag, epauletten
+met zilveren franje, zilveren tressen op de borst en een sabel op
+zij. En toen hij het bankje van den dirigent besteeg, waren de rimpels
+van zijn gelaat weggevaagd, zijn gestalte scheen gegroeid te zijn.
+
+"Men zou hem bijna schoon kunnen noemen.
+
+"Toen hij de Cavalleria liet spelen, had men nauwelijks kunnen
+ademhalen. En wat zei Gaetano er van, dat de groote huizen aan de
+markt meegezongen hadden!
+
+"Uit het zwarte palazzo Geraci had donna Elisa duidelijk een
+liefdeslied hooren klinken en uit het nonnenklooster, zoo uitgestorven
+als het daar stond, was een hymne over de markt gestroomd.
+
+"En toen er een pauze in de muziek was, ging de schoone advocaat
+Favara, die gekleed was in een zwart fluweelen mantel, met een grooten
+roovershoed en helrooden halsdoek, naar don Ferrante en wees naar de
+open zijde der markt, waar men den Etna en de zee zag.
+
+"Don Ferrante," had hij gezegd, "gij verheft ons ten hemel gelijk de
+Etna en gij voert ons op naar het eeuwige gelijk de oneindige zee."
+
+"Als Gaetano don Ferrante heden gezien had, zou hij hem hebben moeten
+liefhebben. Tenminste had hij moeten erkennen, dat don Ferrante een
+statig man was. Toen hij eenige oogenblikken geleden den maatstok
+neerlegde en gearmd met den advocaat heen en weer wandelde op de
+gladde steenen tusschen de Romeinsche poort en het palazzo Geraci, had
+een ieder moeten zien, hoe goed hij zich kon meten met den schoonen
+Favara. Donna Elisa had in gezelschap van de sindaco's-vrouw op de
+steenen bank onder den dom gezeten. En donna Valtara had plotseling
+gezegd, nadat ze don Ferrante een tijdlang beschouwd had:
+
+"Donna Elisa, uw broer is immers nog een jonge man. Hij kan nog heel
+goed trouwen, trots zijn vijftig jaar."
+
+"En zij, donna Elisa, had geantwoord dat zij God iederen dag daarom
+bad.
+
+"Maar nauwelijks had zij dit gezegd of een dame in rouwgewaad schreed
+over de markt. Nooit had men nog zoo iets zwarts gezien. Niet alleen
+waren haar kleeren, hoed en handschoenen zwart, maar ook haar sluier
+was zóó dicht, dat men niet kon gelooven, dat daar een wit gezicht
+achter was. Santissima Dio, het was, alsof ze zich bedekt had met een
+lijkwade. En ze liep zoo langzaam en gebogen. Men was bang geworden,
+men had bijna geloofd dat het een spook was.
+
+"O! O! en de geheele markt was zoo vol vroolijkheid geweest.
+
+"De boeren, die voor den Zondag thuis waren, hadden daar in groote
+groepen gestaan, feestelijk gekleed met hun roode doeken om den
+hals. Boerenvrouwen die naar de kerk gingen, waren voorbij gestroomd
+in groene rokken en gele halsdoeken. Een paar in het wit gekleede
+vreemdelingen hadden bij de balustrade gestaan om den Etna te
+beschouwen. En al de muzikanten in uniform, die er bijna zoo statig
+uitzagen als don Ferrante, en die glinsterende muziekinstrumenten
+en de met beelden versierde dom! En de zonneschijn en Mongibello's
+sneeuwkruin, die vandaag zoo dicht bij was geweest dat men hem bijna
+grijpen kon, dat alles was onvergelijkelijk vroolijk geweest.
+
+"Toen nu de arme, zwarte dame te midden van dit alles gekomen was,
+hadden allen haar aangestaard en sommigen hadden het teeken des kruises
+gemaakt. En de kinderen waren gegleden van de trap van het raadhuis
+waar ze op de leuning reden en waren haar gevolgd op een paar schreden
+afstands. En zelfs de luie Pietro, die zich in de zon lag te koesteren,
+had zich op zijn ellebogen opgericht. Het was een opstand, alsof de
+zwarte Madonna uit de domkerk was komen aanwandelen. Maar had één van
+allen medelijden gevoeld met deze zwarte dame, naar wie allen staarden?
+
+"Was iemand geroerd, omdat zij zoo langzaam en gebogen liep?
+
+"Ja, ja, één was getroffen, en dat was don Ferrante geweest. Muziek
+was in zijn hart, hij was een goed mensch en hij dacht: Vervloekt zijn
+al deze fondsen, bijeengebracht voor noodlijdenden, die de menschen
+slechts in het ongeluk storten!
+
+"Is dit niet de arme signorina Palmeri, wier vader genomen heeft
+van een liefdadigheidsfonds en die zich nu zoo schaamt, dat zij haar
+gelaat niet durft toonen?
+
+"En terwijl hij dit dacht, ging don Ferrante naar de zwarte dame en
+trad haar bij de kerkdeur in den weg.
+
+"Daar maakte hij een buiging voor haar en noemde zijn naam. "Indien ik
+mij niet al te zeer vergis," had don Ferrante gezegd, "is u signorina
+Palmeri. Ik heb een verzoek aan u."
+
+"Toen was ze achteruitgeweken als wilde ze vluchten, maar zij was
+toch gebleven.
+
+"Het betreft mijn zuster, donna Elisa," had hij gezegd. "Zij heeft
+uw moeder gekend, signorina, en zij brandt van verlangen met u kennis
+te maken. Zij zit bij den dom. Mag ik u tot haar geleiden?"
+
+"En don Ferrante had haar arm in den zijne gelegd en haar naar donna
+Elisa gevoerd. En zij had geen tegenstand geboden. Donna Elisa had
+trouwens degene wel eens willen zien, die heden don Ferrante had
+kunnen weerstaan.
+
+"Maar toen was donna Elisa opgerezen. Zij was de zwarte dame tegemoet
+gegaan, en had haar sluier teruggeslagen. En zij had haar op beide
+wangen gekust.
+
+"Welk een gelaat! welk een gelaat! Zij was misschien niet mooi, maar
+ze had oogen, die duidelijk spraken en die klaagden en jammerden,
+zelfs als het geheele gelaat glimlachte. Ja, Gaetano zou misschien
+geen Madonna naar dit gelaat willen snijden of schilderen, want
+daarvoor was het te bleek en te mager, maar men moest wel gelooven,
+dat onze lieve Heer wist wat hij deed, toen hij deze oogen niet in
+een gezicht zette, dat rond en blozend was.
+
+"Toen donna Elisa haar kuste, had zij het hoofd op haar schouder gelegd
+en een paar korte snikken hadden haar lichaam doorschokt. Daarna had
+zij met een glimlach opgezien.
+
+"'t Was alsof haar glimlach had willen zeggen:
+
+"O, ziet de wereld er zoo uit? Is die zoo mooi? Laat mij die zien en
+tegen haar glimlachen! Kan een arme ongelukkige het werkelijk wagen
+haar aan te zien? Kan ik het ook wagen gezien te worden?"
+
+"Dit alles had zij zonder woorden gezegd, slechts met een
+glimlach. Welk een gelaat! welk een gelaat!"
+
+Maar nu viel Gaetano donna Elisa in de rede.
+
+"Waar is zij nu?" zei hij. "Ik moet haar zien."
+
+Toen zag donna Elisa Gaetano in de oogen. En die waren brandend
+klaar alsof ze met vuur gevuld waren en aan zijn slapen steeg een
+donkerrood op.
+
+"Gij zult haar vroeg genoeg zien," zei ze kortaf. En zij had berouw
+van elk woord, dat zij gesproken had.
+
+Gaetano zag, dat zij bang was, dat hij begreep, wat zij vreesde. Hij
+kreeg toen de ingeving haar juist nu te zeggen, dat hij voornemens
+was te vertrekken, naar Amerika te reizen.
+
+Toen begreep hij dat deze vreemde signorina zeer gevaarlijk moest
+zijn. Zoo overtuigd was donna Elisa dat Gaetano haar lief zou krijgen,
+dat zij bijna verheugd was te hooren, dat hij van plan was het land
+te verlaten. Want haar scheen alles beter dan een arme schoondochter,
+wier vader een dief was.
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+DON MATTEO'S ZENDING.
+
+
+En nu kwam er een namiddag, dat de geestelijke herder, don Matteo,
+zijn voeten in glanzend gepoetste schoenen stak, een schoon geborstelde
+soutane aantrok en zijn mantel in de sierlijkste plooien schikte. Zijn
+gelaat straalde, terwijl hij door de steeg liep en zegeningen uitdeelde
+aan de oude spinnende vrouwtjes, die voor haar huisdeuren zaten;
+en zijn handgebaren waren zoo bevallig, alsof hij rozen strooide.
+
+Over de steeg, waardoor don Matteo liep, welfden zich minstens zeven
+bogen, alsof elk huis zich wilde verbinden met zijn buurman. De
+steeg liep dood tegen den berg, voor de helft was het een trap,
+voor de andere helft een straat; er was altijd overstrooming bij de
+goten en het lag er altijd vol sinaasappelschillen en koolblaren,
+genoeg om op uit te glijden. Van den grond tot aan den hemel hing er
+waschgoed aan de drooglijnen.
+
+Natte hemdsmouwen en banden van boezelaars werden door den wind in don
+Matteo's gezicht geslingerd. En dat was een even klam en kil gevoel,
+alsof don Matteo door een lijk gestreeld werd.
+
+Aan het einde der steeg lag een kleine, donkere markt, en daar
+zag don Matteo een oud huis, waarvoor hij staan bleef. Het was
+groot en vierkant en bijna geheel zonder ramen. Het had twee hooge
+buitentrappen met verbazend breede treden en twee groote deuren met
+zware grendels. En het had muren van zwarte lava en een loggia, waar
+groene schimmel den vloer van tegelsteenen bedekte, en er waren zooveel
+spinnewebben, dat de lenige hagedissen er bijna in verward raakten.
+
+Don Matteo lichtte den deurklopper op en liet dien zóó hard vallen,
+dat het geheele huis dreunde. Toen hoorde men hoe al de vrouwen uit
+de geheele steeg begonnen te vragen en te spreken.
+
+En men zag hoe de waschvrouwen aan het marktbassin haar waschbord en
+linnenklopper lieten vallen en begonnen te vragen en te fluisteren:
+
+"Met welk doel komt don Matteo hier?
+
+"Waarom klopt hij op de deur van het oude huis, waar het spookt,
+en waarin niemand het waagt te wonen behalve de vreemde signorina,
+wier vader in de gevangenis zit?"
+
+Maar nu deed Giannita de deur open voor don Matteo en voerde hem door
+lange gangen, die vochtig en schimmelig roken. Op enkele plaatsen
+waren de steenen van den vloer losgeraakt, en don Matteo kon tot diep
+in den kelder zien, waar een groote menigte ratten over den zwarten
+lavagrond joegen.
+
+Terwijl don Matteo door het oude huis wandelde, verloor hij zijn goede
+luim. Hij liep voorbij geen trap, zonder wantrouwend naar beneden te
+kijken, en hij hoorde geen geritsel zonder te huiveren.
+
+Hij werd neerslachtig als vóór een ongeluk. Don Matteo dacht aan den
+kleinen getulbanden Moor, die zich in dit huis placht te vertoonen,
+en indien hij hem ook niet zag, kon men toch zeggen, dat hij hem op
+de een of andere wijze gewaar werd.
+
+Eindelijk opende Giannita een deur en liet den geestelijke in een
+vertrek. Daar waren de wanden naakt als in een stal, het bed hard
+als dat van een non en daarboven hing een houten Madonna, die niet
+meer waard was dan drie soldi.
+
+Don Matteo staarde zoo lang naar dit kleine beeld, dat de tranen hem
+in de oogen kwamen.
+
+Terwijl hij daar stond, kwam signorina Palmeri de kamer binnen. Ze
+hield haar hoofd gebogen, en haar bewegingen waren zoo langzaam alsof
+zij gewond was. Toen don Matteo haar zag, scheen hij te willen zeggen:
+
+"U en ik, signorina Palmeri, ontmoeten elkaar hier in een wonderlijk
+oud huis. Is u hier om de Moorsche inscripties te bestudeeren of zoekt
+u in de kelders naar mozaïekwerk?" Want de pastoor werd verlegen,
+toen hij signorina Palmeri zag.
+
+Hij kon niet begrijpen, dat deze edele dame arm was. Hij kon niet
+vatten, dat zij woonde in het huis van den kleinen Moor.
+
+Hij zei tot zichzelf, dat hij haar moest redden uit het spookhuis
+en van de armoede. En hij bad de heilige Madonna om de macht haar
+te redden.
+
+Daarna zei hij tot de signorina, dat hij een opdracht van don Ferrante
+kwam uitvoeren. Don Ferrante had hem toevertrouwd, dat zij zijn
+aanzoek had afgeslagen.
+
+Waarom had zij dat gedaan? Wist zij niet dat, hoewel don Ferrante arm
+scheen als hij daar in zijn winkel stond, hij toch de rijkste man in
+Diamante was?
+
+En don Ferrante behoorde tot een oud Spaansch geslacht, dat groot
+aanzien genoot, zoowel in zijn vaderland als hier op Sicilië. En
+hij bezat nog het groote huis aan de corso, dat zijn voorvaderen
+toebehoord had. Zij had niet neen moeten zeggen.
+
+Terwijl don Matteo zoo sprak, zag hij hoe het gelaat van de signorina
+plotseling doodsbleek en strak werd. Hij waagde het bijna niet te
+spreken. Hij vreesde, dat zij zou bezwijmen.
+
+Het was ook slechts met de grootste inspanning, dat zij hem kon
+antwoorden. De woorden wilden niet over haar lippen komen. 't Was
+alsof die te afschuwelijk waren om uitgesproken te worden.
+
+"Zij kon wel begrijpen," zei zij, "dat don Ferrante wilde weten waarom
+zij zijn aanzoek had afgeslagen. Ze was diep geroerd en dankbaar,
+maar zij kon zijn vrouw niet worden. Zij kon niet trouwen, want zij
+bracht smaad en schande als bruidsgift mede."
+
+"Als ge trouwt met een Alagona, lieve signorina," zei don Matteo,
+"behoeft ge niet te vreezen, dat men zal vragen van welk geslacht ge
+zelf zijt. Dat is een roemrijk, oud stamhuis. Don Ferrante en zijn
+zuster, donna Elisa, worden steeds tot de eersten der stad gerekend,
+ofschoon zij al de bezittingen van hun geslacht verloren hebben en
+handel moeten drijven.
+
+"Don Ferrante weet wel, dat de glans van zijn ouden naam niet
+verduisterd zal worden door een huwelijk met u.
+
+"Maak geen bezwaren om die reden, signorina, indien ge anders met
+don Ferrante zoudt willen huwen."
+
+Maar signorina Palmeri herhaalde wat zij gezegd had. Don Ferrante
+moest niet trouwen met een dochter van een misdadiger. Ze zat daar
+bleek en wanhopig en scheen zich te willen oefenen in het zeggen van
+deze vreeselijke woorden.
+
+Zij zeide, dat zij zich niet indringen wilde in een geslacht, dat
+haar zou verachten. Het gelukte haar dit hard en koud te zeggen,
+zonder dat haar stem beefde.
+
+Maar hoe langer ze sprak, hoe grooter de begeerte van don Matteo werd
+om haar te helpen. Het was alsof hij een koningin ontmoet had, die van
+haar troon gestooten was. En er kwam een brandend verlangen over hem,
+haar weer de kroon op het hoofd te zetten en den koningsmantel om de
+schouders te slaan.
+
+Daarom vroeg don Matteo haar of haar vader niet spoedig uit de
+gevangenis zou komen en waarvan hij dan leven moest.
+
+De signorina antwoordde dat hij zou leven van haar arbeid. Don Matteo
+vroeg haar zeer ernstig of zij zich wel afgevraagd had, hoe haar vader,
+die altijd een rijke man was geweest, de armoede zou kunnen dragen.
+
+Nu zweeg zij. Ze trachtte de lippen tot een antwoord te bewegen,
+maar kon geen geluid uitbrengen.
+
+Don Matteo sprak en sprak. Zij zag er hoe langer hoe wanhopiger uit,
+maar gaf toch niet toe.
+
+Hij wist ten slotte geen raad meer.
+
+Hoe zou hij haar toch kunnen redden uit het spookhuis, uit de armoede
+en van den last der schande die haar drukte? Maar toen vielen zijn
+oogen op het kleine Madonnabeeldje boven het bed. De jonge signorina
+was dus een geloovige.
+
+Nu werd de geest vaardig over don Matteo. Hij voelde dat God hem
+gezonden had, om deze arme vrouw te redden. En toen hij weer sprak,
+was er een klank in zijn stem, die hem anders vreemd was. Hij begreep,
+dat hij het niet alleen was, die nu tot haar sprak.
+
+"Mijn dochter," zei hij, terwijl hij oprees, "om der wille van uw vader
+zult ge huwen met don Ferrante. De Madonna wil het, mijn dochter."
+
+Er kwam iets imponeerends over don Matteo's uiterlijk. Zoo had nog
+geen mensch hem ooit gezien.
+
+De signorina beefde alsof de Heilige Geest tot haar gesproken had,
+en zij vouwde haar handen.
+
+"Word een goede en trouwe echtgenoote voor don Ferrante," zei don
+Matteo, "en de Madonna belooft u door mij, dat uw vader een onbezorgden
+ouderdom zal hebben."
+
+Toen zag de signorina dat het een heilige ingeving was, die don Matteo
+inspireerde. Het was God die door hem sprak. En zij wierp zich op de
+knieën en boog het hoofd.
+
+"Ik zal doen wat gij beveelt," zei ze.
+
+
+
+Maar zie, toen de geestelijke, don Matteo, uit het huis van den kleinen
+Moor kwam, en door de steeg ging, nam bij plotseling zijn brevier en
+begon te lezen. En ofschoon het waschgoed hem om de wangen sloeg, en
+sinaasappelschillen en kleine kinderen op de straat schenen te liggen,
+alleen om hem te doen struikelen, hij zag niet op uit zijn boek.
+
+Hij had behoefte Gods heilige woorden te hooren.
+
+Want daarbinnen in het zwarte huis had hem alles zoo zeker en gewis
+geschenen, maar nu hij buiten kwam in den zonneschijn, begon hij
+bevreesd te worden voor de belofte, die hij in der Madonna's naam
+gegeven had.
+
+Don Matteo bad en las en las en bad.
+
+Mocht de almachtige God in den hemel de vrouw beschermen, die op hem
+vertrouwd en hem gehoorzaamd had, alsof hij een profeet ware!
+
+Don Matteo sloeg den hoek om naar de corso. Hij bonsde tegen ezels,
+die naar huis gedreven werden met reizende signorina's op hun rug, hij
+liep recht tegen veldarbeiders aan, die van hun werk naar huis keerden
+en hij stiet tegen de oude spinnende vrouwtjes en raakte verward in
+haar linnen. Eindelijk bereikte hij een kleinen, donkeren winkel.
+
+Het was een vertrek zonder ramen, dat in den hoek van een oud paleis
+lag. De drempel was een voet hoog, de vloer was van vastgetrapte aarde,
+en de deur moest altijd openstaan om licht binnen te laten. De toonbank
+was belegerd door voerlieden en ezeldrijvers.
+
+En voor de toonbank stond don Ferrante. Zijn baard was in wanorde,
+zijn gelaat één en al rimpel, zijn stem heesch van woede. De voerlieden
+verlangden een onmatig hooge betaling voor de vrachten, die ze van
+Catania naar Diamante gebracht hadden.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+DE KLOKKEN VAN SAN PASQUALE.
+
+
+Men merkte spoedig in Diamante, dat don Ferrante's echtgenoote, donna
+Micaela, niet veel meer was dan een kind. Zij kon er nog zoo uitzien
+als een voorname dame van de wereld, zij was toch niets anders dan
+een kind. En iets anders kon men ook niet van haar verwachten na het
+leven, dat zij geleid had.
+
+Van de wereld had zij niets gezien dan theaters, museums,
+balzalen, promenades en renperken, en dit alles zijn immers slechts
+speelplaatsen. Zij was nog nooit alleen op straat geweest. Zij had
+nooit gewerkt. Men had nooit een ernstig woord tot haar gesproken. Ze
+was niet eens ooit verliefd geweest.
+
+Toen zij in het zomerpaleis trok, vergat zij al haar zorgen, even
+licht en luchtig als een kind het gedaan zou hebben. En het bleek
+dat zij de spelende phantasie van een kind bezat en dat zij alles
+wat haar omgaf kon veranderen en herscheppen. De oude Saracenenstad
+Diamante leek donna Micaela een paradijs.
+
+Ze zeide dat zij in het geheel niet verbaasd was geweest, toen don
+Ferrante haar op de markt aansprak en aanzoek om haar hand deed. Het
+kwam haar zeer natuurlijk voor dat zoo iets in Diamante gebeurde. Zij
+had dadelijk gezien, dat Diamante een stad was, waar rijke mannen
+zochten naar arme, ongelukkige signorina's om haar tot heerscheressen
+te maken in hun zwarte lavapaleizen.
+
+Het zomerpaleis behaagde haar zeer. Het verbleekte, honderdjarige
+mousseline, dat de meubels bedekte, vertelde haar vele verhalen. En
+ze vond een diepe beteekenis in al de liefdestooneelen, die
+tusschen de herders en herderinnetjes op de wandschilderingen
+werden afgespeeld. Zij had ook dadelijk het geheim van don Ferrante
+geraden. Hij was in het geheel geen gewone koopman in een der straten
+van een kleine stad.
+
+Hij was een eergierig man, die geld verzamelde om de familiegoederen
+op den Etna terug te kunnen koopen, evenals het paleis in Catania
+en het slot in de bergen. En indien hij een kort buis en een puntige
+muts droeg gelijk een boer, was dit slechts om des te eerder te kunnen
+optreden als grande van Spanje en prins van Sicilië.
+
+Sedert hij getrouwd was, placht don Ferrante zich iederen avond te
+kleeden in een fluweelen rok, zijn gitaar in de hand te nemen, en zich
+te plaatsen op de koortrap van de muziekzaal in het zomerpaleis om
+canzones te zingen. Terwijl hij zong, droomde donna Micaela, dat ze
+gehuwd was met den edelsten man van het gansche schoone eiland Sicilië.
+
+Toen donna Micaela een paar maanden getrouwd was, kwam haar vader uit
+de gevangenis en vestigde zich in het zomerpaleis bij zijn dochter. Hij
+bevond zich heel wel in Diamante en werd aller vriend. Hij sprak gaarne
+met de iemkers en de wijngaardeniers, die hij in het café Europa trof;
+en hij vermaakte zich iederen dag met het rijden naar den voet van
+den Etna om naar historische overblijfselen te zoeken. Maar hij had
+zijn dochter volstrekt geen vergiffenis geschonken. Wel woonde hij
+onder haar dak, maar hij behandelde haar als een vreemde en was nooit
+teeder jegens haar.
+
+Donna Micaela liet hem stil geworden en hield zich alsof zij niets
+bemerkte.
+
+Zij kon zijn toorn niet meer zoo ernstig opnemen. Deze oude man,
+dien zij liefhad, geloofde, dat hij haar jaar na jaar zou kunnen
+blijven haten. Hij zou in haar nabijheid leven, haar stem hooren,
+haar oogen zien en omgeven zijn door haar liefde, en hij zou kunnen
+voortgaan haar te haten!
+
+O, hij kende haar noch zich zelf! En dikwijls zat zij te phantaseeren
+hoe het zou gaan als hij tot de erkentenis kwam, dat hij overwonnen
+was, wanneer hij tot haar komen en haar toonen zou, dat hij haar
+liefhad.
+
+
+
+Op een dag stond donna Micaela op haar balkon, en wuifde tegen haar
+vader, die op een kleine donkerbruine ponny wegreed, toen don Ferrante
+uit zijn winkel kwam om met haar te spreken.
+
+En wat don Ferrante haar wilde zeggen, was, dat het hem gelukt was
+voor haar vader een plaats te koopen in de broederschap van het heilig
+hart te Catania.
+
+Maar ofschoon don Ferrante zeer duidelijk sprak, scheen donna Micaela
+hem volstrekt niet te verstaan.
+
+Hij moest herhalen, dat hij gisteren in Catania was geweest, en dat
+het hem gelukt was cavaliere Palmeri een plaats te verschaffen in
+een broederschap. Hij zou over een maand daar intreden.
+
+Zij vroeg slechts: "Wat wil dit zeggen? Wat beteekent dit?"
+
+"O," zei don Ferrante, "kan het mij niet vervelen kostbaren wijn
+van het vasteland voor je vader te laten komen en kan ik geen lust
+hebben zelf eens op Domenico te rijden?" Toen hij dit gezegd had,
+wilde hij heengaan. Er was immers niets meer te zeggen.
+
+"Maar vertel mij toch eerst wat voor een broederschap dat is,"
+zeide zij.
+
+"Wat dat is? Daar wonen vele oude mannen."
+
+"Arme oude mannen?"
+
+"O ja, ze zijn juist niet rijk."
+
+"Ze hebben zeker geen eigen kamer?"
+
+"Neen, maar zeer groote slaapzalen."
+
+"En ze eten uit tinnen borden aan ongedekte tafels?"
+
+"Neen, ze zullen wel uit porselein eten."
+
+"Maar zonder tafelkleed?"
+
+"Mijn hemel, wat zou dat, indien de tafel slechts schoon is!"
+
+Hij trachtte haar gerust te stellen. "Daar wonen heel goede
+menschen. En als je het wilt weten, dan was het niet zonder aarzelen,
+dat men cavaliere Palmeri aannam."
+
+Toen verliet don Ferrante de kamer. Zijn vrouw was bedroefd, maar
+ook zeer verontwaardigd. Haar scheen het, dat hij zich beroofd had
+van rang en stand en een gewone koopman was geworden.
+
+Ze zei heel luid, ofschoon niemand het kon hooren, dat het zomerpaleis
+slechts een groot en leelijk oud huis was en Diamante een arme,
+ellendige stad.
+
+En natuurlijk zou ze niet toestaan, dat haar vader vertrok. Don
+Ferrante moest iets anders verzinnen.
+
+Nadat de maaltijd geëindigd was, wilde don Ferrante naar café Europa
+gaan om domino te spelen en hij zocht naar zijn hoed.
+
+Donna Micaela nam zijn hoed en volgde hem naar de galerij, die rondom
+den tuin liep. Toen ze ver genoeg van de eetzaal verwijderd waren,
+dat haar vader haar niet kon verstaan, zei ze heftig:
+
+"Heb je iets tegen mijn vader?"
+
+"Hij is te duur."
+
+"Maar je bent immers rijk."
+
+"Wie heeft je zoo iets verteld? Zie je dan niet hoe hard ik moet
+werken?"
+
+"Wees dan liever zuinig met iets anders."
+
+"Ik zal ook zuinig zijn met iets anders. Giannita heeft nu genoeg
+geschenken gekregen."
+
+"Neen, onthoud mij liever iets."
+
+"Jij bent mijn echtgenoote, jij zult het houden, zooals je het hebt."
+
+Zij zweeg een oogenblik. Zij dacht na wat zij hem zou kunnen zeggen,
+dat hem bang zou maken.
+
+"En indien ik nu je echtgenoote ben, weet je dan ook waarom ik dat
+geworden ben?"
+
+"O, ja."
+
+"Weet je ook wat don Matteo mij beloofde?"
+
+"Dat is don Matteo's zaak, maar ik doe wat ik kan."
+
+"Je hebt misschien wel gehoord, dat ik brak met al mijn vrienden in
+Catania toen ik vernam, dat mijn vader hulp bij hen gezocht en niet
+gekregen had?"
+
+"Dat weet ik."
+
+"En dat ik naar Diamante vertrok, opdat hij hen niet langer behoefde
+te zien en zich voor hen schamen moest?"
+
+"Zij komen ook niet in de broederschap."
+
+"Indien je dit alles weet, ben je dan niet bang iets tegen mijn vader
+te doen?"
+
+"Bang? Neen, voor mijn vrouw ben ik niet bang."
+
+"Heb ik je niet gelukkig gemaakt?" vroeg zij nu.
+
+"O, ja," antwoordde hij onverschillig.
+
+"Vondt je het niet aangenaam voor mij te zingen? Beviel het
+je niet, dat ik je hield voor den edelmoedigsten man van geheel
+Sicilië? Vondt je het niet prettig, dat ik me zoo wel bevond in het
+oude paleis? Waarom moet dit alles nu eindigen?"
+
+Hij legde zijn hand op haar schouder en waarschuwde haar.
+
+"Denk er aan, dat je niet gehuwd bent met een voornamen heer van
+Via Etnea!"
+
+"O, neen."
+
+"Hier op den berg heerschen andere zeden. Hier gehoorzamen de vrouwen
+haar mannen. En wij storen ons weinig aan schoone woorden. Maar als
+wij die willen hebben, weten we wel hoe we die moeten krijgen."
+
+Toen hij zoo sprak, werd zij bang. Het volgende oogenblik lag zij op
+de knieën voor hem.
+
+Het was een donkere avond, maar er stroomde zoo'n heldere lichtschijn
+uit de vertrekken dat hij haar oogen kon zien.
+
+In een vurige smeekbede, heerlijk als sterren, waren die op hem
+gevestigd.
+
+"Wees barmhartig. Je weet niet hoe lief ik hem heb!"
+
+Don Ferrante lachte. "Daarmee hadt je moeten beginnen. Nu heb je mij
+eerst boos gemaakt."
+
+Zij lag nog steeds onbeweeglijk en zag naar hem op.
+
+"'t Is goed," zei hij, "dat je voor het vervolg weet, hoe je je
+gedragen moet."
+
+Nog steeds lag ze op haar knieën.
+
+Toen vroeg hij: "Zal ik het hem zeggen of wil je het zelf doen?"
+
+Donna Micaela schaamde zich, dat zij zich zoo verootmoedigd had. Zij
+rees op en antwoordde trotsch:
+
+"Ik zal het hem zeggen, maar niet vóór den laatsten dag. En jij zult
+hem niets laten merken."
+
+"Neen, dat zal ik niet," zei hij, haar nasprekend. "Een korte ellende
+is aangenamer voor mij."
+
+Maar toen hij was heengegaan, lachte donna Micaela om don Ferrante,
+omdat hij meende, dat hij met haar vader kon doen wat hij wilde. Zij
+kende wel iemand, die haar helpen zou.
+
+
+
+In den dom van Diamante bevindt zich een wonderdoend Madonnabeeld,
+en dit is zijn geschiedenis:
+
+Lange, lange jaren geleden woonde een heilige heremiet in een
+grot op den Monte Chiaro. En deze heremiet droomde op een nacht,
+dat er in de haven van Catania een schip lag, dat geladen was met
+heiligenbeelden. Onder deze was er één, dat zoo heilig was, dat de
+Engelschen, die rijker zijn dan alle andere menschen, het tegen goud
+wilden opwegen.
+
+Zoo spoedig de heremiet uit dezen droom ontwaakte, begaf hij zich naar
+Catania. Toen hij daar kwam, zag hij, dat hij de waarheid gedroomd had.
+
+In de haven lag een schip, dat geladen was met heiligenbeelden en
+onder deze beelden was er één van de Madonna, dat heiliger was dan
+alle andere. Nu smeekte de heremiet den kapitein, dat hij dit beeld
+niet zou wegvoeren van Sicilië, maar het hem zou schenken.
+
+Maar de kapitein weigerde dat.
+
+"Ik breng het naar Engeland," zei hij, "en de Engelschen zullen het
+tegen goud opwegen."
+
+De heremiet hernieuwde zijn bede. Op het laatst liet de kapitein hem
+door zijn matrozen van het schip jagen en heesch de zeilen tot vertrek.
+
+Het scheen, alsof het heiligenbeeld voor Sicilië verloren zou gaan,
+maar de heremiet zonk op de knieën naast een der lavablokken op het
+strand en bad God, dat dit niet zou gebeuren.
+
+En wat geschiedde er?
+
+Het schip kon niet vertrekken. Het anker was gelicht, de zeilen waren
+geheschen en de wind was gunstig, maar gedurende volle drie dagen
+lag het schip onbeweeglijk, alsof het een rots was.
+
+Den derden dag nam de kapitein het Madonnabeeld en wierp het den
+heremiet toe, die nog op het strand lag. En dadelijk daarna kon het
+schip de haven uitzeilen.
+
+Maar de heremiet voerde het beeld naar den Monte Chiaro en nu bevindt
+het zich nog in Diamante, waar het een kapel en een altaar heeft in
+de domkerk.
+
+Donna Micaela begaf zich naar deze Madonna om voor haar vader te
+bidden.
+
+Ze zocht de kapel der Madonna op, die gebouwd was in een donkeren
+hoek van de domkerk.
+
+Daar waren de wanden geheel bedekt met gaven, het beeld krachtens een
+belofte vereerd, met zilveren harten en schilderijen, geschonken door
+al degenen, die geholpen waren door Diamante's Madonna.
+
+'t Beeld was gebeiteld uit zwart marmer, en toen donna Micaela het
+in zijn nis zag staan, hoog en duister, bijna geheel verborgen achter
+het vergulde traliehek, meende zij te zien, dat het gelaat der Madonna
+schoon was, en straalde van mildheid.
+
+En haar hart was vervuld van hoop.
+
+Hier was de machtige koningin des hemels, hier was de goede moeder
+Maria, hier was de bedroefde, die aller smarten begreep, hier was zij,
+die niet zou toestaan, dat haar vader van haar werd genomen.
+
+Hier bij de Madonna zou zij hulp vinden. Zij zou niets anders behoeven
+te doen dan op haar knieën vallen en haar nood klagen, opdat de zwarte
+Madonna haar zou bijstaan.
+
+Terwijl zij bad, was zij overtuigd, dat don Ferrante reeds op hetzelfde
+oogenblik van meening veranderde.
+
+Als zij thuis kwam, zou hij haar tegemoet loopen om haar te zeggen,
+dat haar vader haar niet behoefde te verlaten.
+
+
+
+'t Was een morgen, drie weken later.
+
+Donna Micaela kwam uit het zomerpaleis om naar de vroegmis te gaan,
+maar vóórdat zij zich naar de kerk begaf, ging ze naar donna Elisa's
+winkel om een waskaars te koopen.
+
+'t Was nog zoo vroeg, dat ze vreesde, dat de winkel nog niet open zou
+zijn, maar haar vrees bleek ongegrond, en zij was blijde, dat zij een
+geschenk kon meenemen voor de zwarte Madonna. Er was niemand in den
+winkel, toen donna Micaela binnentrad, en zij bewoog de deur heen en
+weer, opdat de bel zou luiden en donna Elisa binnen roepen.
+
+Eindelijk verscheen er iemand, maar het was niet donna Elisa, maar
+een jonge man.
+
+Deze jonge man was Gaetano, dien donna Micaela nauwelijks kende. Want
+Gaetano had zooveel van haar hooren vertellen, dat hij bang was haar
+te ontmoeten, en iederen keer, dat zij donna Elisa bezocht, had hij
+zich in zijn werkplaats opgesloten. Donna Micaela wist niets anders
+van hem dan dat hij Diamante wilde verlaten, en dat hij voortdurend
+heiligenbeelden sneed, opdat donna Elisa thuis iets zou hebben te
+verkoopen, terwijl hij groote schatten verdiende in Argentinië.
+
+Toen zij nu Gaetano zag, vond zij hem zoo mooi dat het haar een genot
+was naar hem te kijken. Wel was ze angstig als een gejaagd hert,
+maar geen smart ter wereld kon haar verhinderen vreugde te gevoelen
+als zij iets schoons zag.
+
+Zij vroeg zich af, waar zij hem vroeger gezien had, en zij
+herinnerde zich, dat zij zijn gezicht kende van haar vaders heerlijke
+schilderijenverzameling in het paleis te Catania.
+
+Daar was hij niet gekleed geweest in een arbeiderskiel, maar droeg
+hij een zwarten, vilten hoed met lange, wuivende witte pluimen en een
+breeden, kanten kraag op een fluweelen mantel. En hij was geschilderd
+door den grooten meester Van Dijck.
+
+Donna Micaela verzocht Gaetano om een waskaars, en hij begon daarnaar
+te zoeken. En nu deed zich het vreemde geval voor, dat Gaetano, die
+iederen dag in den kleinen winkel was, daar geheel vreemd scheen te
+zijn. Hij zocht naar een waskaars in de lade der rozenkransen en in de
+doozen der kleine medaillons. Hij kon er geen vinden en toen werd hij
+zoo ongeduldig, dat hij laden omver smeet en doozen kapot drukte. En
+het werd een groote wanorde en verwoesting. 't Zou donna Elisa zeker
+veel verdriet doen, als zij thuis kwam. Maar donna Micaela vond het
+heerlijk te zien, hoe hij de dichte lokken van zijn voorhoofd streek
+en hoe zijn goudkleurige oogen fonkelden, gelijk gulden wijn wanneer
+de zon daarop straalt.
+
+Het gaf haar troost iets te zien, dat zoo schoon was.
+
+Donna Micaela vroeg toen vergiffenis aan de edele heeren die door
+den grooten Van Dijck geschilderd waren. Hoe dikwijls had zij tot
+hen gezegd:
+
+"O, signor, ge zijt schoon geweest, maar zoo donker, zoo bleek, en zoo
+weemoedig hebt ge niet kunnen zijn. En zulke vuuroogen hebt ge niet
+bezeten, maar dit alles heeft de schilder slechts in uw gelaat gelegd."
+
+Maar toen donna Micaela Gaetano nu zag, vond ze dat dit alles in een
+gezicht kon gevonden worden en dat de meester niet noodig had gehad
+er iets aan toe te voegen. Daarom vroeg ze vergiffenis aan de oude
+edele heeren.
+
+Onderwijl had Gaetano de lange doozen met kaarsen gevonden, die op
+dezelfde plaats onder de toonbank stonden waar ze altijd gestaan
+hadden.
+
+En hij gaf haar een waskaars, maar wist niet wat die kostte; hij zeide,
+dat zij die later wel kon betalen. Toen zij om een stuk papier verzocht
+om de kaars in te wikkelen, werd hij zoo verlegen, dat zij hem moest
+helpen zoeken.
+
+Het bedroefde haar dat zulk een man er aan dacht naar Argentinië
+te vertrekken.
+
+Hij liet het aan donna Micaela over, de kaars in te pakken, terwijl
+hij zelf haar stil beschouwde.
+
+Zij zou gewenscht hebben, dat zij hem kon verzoeken haar nu niet aan te
+zien, nu niets anders dan hopeloosheid en smart uit haar gelaat sprak.
+
+Gaetano had haar trekken niet meer dan één oogenblik beschouwd, toen
+hij op een kleine trap sprong en een beeld van de bovenste plank nam
+en daarmee naar haar toe kwam.
+
+Het was een kleine vergulde en geschilderde aartsengel, voorstellende
+San Michaël in strijd met den aartsvijand, dien hij nu uit het papier
+wikkelde.
+
+Dezen reikte hij donna Micaela toe en verzocht hij haar aan te
+nemen. Hij wilde haar dit beeld schenken, omdat dit het beste was,
+dat hij ooit gesneden had. Hij was zoo overtuigd dat dit grooter
+macht bezat dan zijn andere beelden dat hij dit op de bovenste
+plank geplaatst had, opdat niet de eerste de beste dit beeld zou
+zien en koopen. Hij had donna Elisa verboden het aan iemand anders te
+verkoopen, dan aan dengene, die gebukt ging onder een groote smart. En
+nu moest donna Micaela dit beeld van hem aannemen.
+
+Zij stond zwijgend, zij vond hem haast te indringend.
+
+Maar Gaetano verzocht haar te zien, hoe goed het beeld gesneden
+was. Zag zij wel, dat de vleugels van den aartsengel in toorn
+opstonden en dat Lucifer zijn klauwen drukte in de stalen sporen van
+San Michaëls voet?
+
+Zag zij met hoeveel kracht San Michaël zijn lans velde en hoe hij
+zijn voorhoofd fronste en zijn lippen op elkaar klemde?
+
+Hij wilde het kleine beeld in haar hand leggen, maar zij schoof het
+zacht ter zijde.
+
+Ze zag wel, dat het beeld schoon en machtig was, zei zij, maar zij
+wist, dat het haar niet kon helpen. Zij dankte hem voor zijn geschenk,
+maar zij wilde het niet aannemen. Toen trok Gaetano het beeld naar
+zich toe, wikkelde het in papier en zette het weer op zijn plaats.
+
+En niet vóórdat het weer op de bovenste plank stond, sprak hij
+tot haar.
+
+Maar toen vroeg hij haar waarom zij waskaarsen kocht indien zij geen
+geloovige was? Was het haar bedoeling te zeggen, dat zij niet aan San
+Michaël geloofde? Wist zij dan niet, dat hij de machtigste der engelen
+was en dat hij het was, die Lucifer overwonnen en in den Etna geworpen
+had? Twijfelde zij of dat waar was? Wist ze niet, dat San Michaël
+gedurende den strijd een veer uit zijn vleugel verloren had en dat
+deze in Caltanisette gevonden was? Wist zij dat of wist zij dat niet?
+
+Of wat bedoelde zij anders ermee, dat San Michaël haar niet kon
+helpen? Geloofde zij, dat geen heilige haar helpen kon? En hij dan,
+die iederen dag in zijn werkplaats heiligen sneed? Zou hij dat doen,
+indien ze nergens voor dienden? Dacht zij, dat hij een bedrieger was?
+
+Maar daar donna Micaela een even streng geloovige was als Gaetano, vond
+zij zijn woorden onrechtvaardig en dat prikkelde haar tot tegenspraak.
+
+"Het gebeurt toch soms, dat de heiligen niet helpen," zeide ze. En toen
+Gaetano er ongeloovig uitzag, kreeg ze een onweerstaanbare neiging
+hem te overtuigen; en zij zei hem, dat men haar uit naam der Madonna
+beloofd had, dat indien zij don Ferrante een trouwe echtgenoote werd,
+haar vader een onbezorgden ouden dag zou hebben.
+
+En nu wilde haar man toch haar vader in een broederschap plaatsen,
+die arm was als een armhuis en streng als een gevangenis. En de
+Madonna had dit niet afgewend, maar over acht dagen zou het gebeuren.
+
+Gaetano luisterde aandachtig naar haar.
+
+Dit maakte, dat zij hem haar gansche geschiedenis toevertrouwde.
+
+"Donna Micaela," zei hij, "ge moet u wenden tot de zwarte Madonna in
+de domkerk."
+
+"Gelooft ge dan, dat ik niet tot haar gebeden heb?"
+
+Toen steeg een blos naar Gaetano's wangen en hij zei bijna toornig:
+
+"Ge wilt toch niet zeggen, dat ge u tevergeefs gewend hebt tot de
+zwarte Madonna?"
+
+"Ik heb de laatste drie weken tevergeefs tot haar gebeden, haar
+gesmeekt en gebeden."
+
+Toen donna Micaela dit zei, kon zij nauwelijks ademhalen.
+
+Ze kon over zichzelf weenen, omdat ze iederen dag hulp verwacht had
+en iederen dag teleurgesteld werd en toch geen beter middel wist dan
+opnieuw met haar smeekbeden te beginnen.
+
+En men zag op haar gelaat, dat haar ziel opnieuw doorleefde, wat zij
+geleden had, toen zij elken dag de vervulling van haar bede verwachtte,
+en de tijd verstreek zonder dat dit gebeurde.
+
+Gaetano werd echter niet getroffen door haar woorden, maar stond
+glimlachend te trommelen op een der glazen uitstalkasten, die op de
+toonbank stonden.
+
+"Hebt ge slechts tot de Madonna gebeden?" zei hij.
+
+Slechts gebeden, slechts gebeden! Maar zij had de Madonna ook beloofd
+al haar zonden af te leggen.
+
+Ze was naar de steeg gegaan, waar zij eerst gewoond had om de vrouw
+met de beenwonde te verplegen.
+
+Ze liep nooit een bedelaar voorbij, zonder hem een aalmoes te geven.
+
+Slechts gebeden! En zij zeide hem, dat indien de Madonna de macht
+bezeten had haar te helpen, zij tevreden had moeten zijn met haar
+gebeden. Zij had haar dagen in de domkerk doorgebracht. En de angst,
+de angst, die haar verteerde! Werd die dan in 't geheel niet gerekend?
+
+Hij trok slechts zijn schouders op. "Had zij niets anders beproefd?"
+
+"Niets anders! Maar er was niets ter wereld, dat zij niet beproefd
+had. Zij had de Madonna zilveren harten en waskaarsen geschonken. Zij
+legde de rozenkrans niet uit haar handen."
+
+Gaetano's woorden wonden haar op.
+
+Niets wat zij gedaan had wilde hij rekenen, maar hij vroeg slechts:
+
+"Niets anders? Niets anders?"
+
+"Maar ge moet toch begrijpen," zeide ze, "don Ferrante geeft mij
+toch niet zooveel geld. Ik kan niet meer doen. Nu eindelijk is het
+mij gelukt zijde voor een altaarkleed aan te schaffen. Ge moet dat
+toch begrijpen!"
+
+Maar Gaetano, die alle dagen met heiligen verkeerde en die de macht der
+geestvervoering en der heftigheid kende, die over hen was als ze God
+dwongen hun gebeden te verhooren, lachte hoonend om donna Micaela die
+geloofde de Madonna door waskaarsen en altaarkleeden te kunnen dwingen.
+
+"Hij begreep het wel," antwoordde hij haar. "De geheele samenhang
+was hem duidelijk. Zoo ging het den armen heiligen nu altijd. De
+gansche wereld riep hen aan om hulp, maar slechts weinigen wisten
+hoe zij moesten bidden om geholpen te worden. En dan zei men, dat de
+heiligen geen macht hadden.
+
+"Allen, die wisten hoe ze moesten bidden, werden geholpen."
+
+Donna Micaela zag op in blijde verwachting. Er klonk zulk een kracht
+en overtuiging uit Gaetano's woorden, dat zij begon te gelooven,
+dat hij haar het verlossende woord zou kunnen leeren.
+
+Maar Gaetano nam de kaars, die voor haar op de toonbank lag en wierp
+die weer in de lade en zeide haar wat ze doen moest. Hij verbood haar
+de Madonna geschenken te geven of tot haar te bidden of iets voor de
+armen te doen.
+
+Hij zei haar, dat hij haar altaarkleed zou verscheuren, indien zij
+nog een steek daaraan naaide.
+
+"Toon haar, donna Micaela, dat het iets voor u beteekent," zei hij,
+terwijl hij haar met dwingende kracht in de oogen keek.
+
+"Mijn God, ge moet iets kunnen bedenken, dat haar bewijst dat het u
+ernst is en geen spel.
+
+"Ge moet haar kunnen toonen, dat ge niet langer wilt leven, indien
+ge niet geholpen wordt. Denkt ge trouw te blijven aan don Ferrante,
+indien hij uw vader wegzendt? Ja, dat denkt ge zeker. En als de Madonna
+niet bevreesd behoeft te zijn, voor hetgeen ge in wanhoop doen zult,
+waarom zal ze u dan helpen?"
+
+Donna Micaela deinsde achteruit. Hij kwam plotseling achter de toonbank
+vandaan en hield haar bij de mouw van haar mantel vast.
+
+"Begrijpt ge, ge moet haar toonen, dat ge u zelf weg kunt werpen,
+indien ge geen hulp krijgt. Dat ge u in zonde en verderf zult
+storten als ge niet krijgt, wat ge wilt. Het is op deze wijze, dat
+men heiligen dwingt."
+
+Zij week voor hem terug en ging zonder een woord te spreken uit den
+winkel. Zij haastte zich langs de kronkelende straat, bereikte den dom
+en wierp zich geheel ontsteld neder voor het altaar der zwarte Madonna.
+
+Dit gebeurde op een Zaterdagmorgen en donna Micaela zag Zondagavond
+Gaetano opnieuw. De maan scheen helder en in Diamante is het
+gebruikelijk, dat bij maneschijn een ieder zijn huis verlaat en op
+straat gaat.
+
+Zoodra de bewoners van het zomerpaleis buiten kwamen, hadden ze
+bekenden getroffen. Donna Elisa had cavaliere Palmeri's arm genomen
+en sindaco Voltaro had zich bij don Ferrante gevoegd om met hem over
+de verkiezingen te spreken, maar Gaetano ging naar donna Micaela om
+te hooren of ze zijn raad gevolgd had.
+
+"Hebt ge opgehouden aan het altaarkleed te naaien?"
+
+Donna Micaela antwoordde hem, dat ze den ganschen dag daaraan
+gewerkt had.
+
+"Dan zijt ge zelf de oorzaak, dat ge niet geholpen wordt, donna
+Micaela."
+
+"Ja, nu is er geen hulp meer voor mij mogelijk, don Gaetano."
+
+Zij zorgde er voor, dat ze een afstand van de anderen bleven, want
+zij wilde hem ergens over spreken. Toen ze bij de Porta Etnea kwamen,
+liepen ze door de poort en daalden af van de treden, die naar de
+palmbosschen van den Monte Chiaro leiden.
+
+Ze hadden niet in de drukke straten kunnen blijven.
+
+Donna Micaela sprak zóó, dat de menschen in Diamante haar gesteenigd
+zouden hebben, indien ze gehoord hadden, wat ze zeide.
+
+Zij vroeg Gaetano of hij ooit de zwarte Madonna van de domkerk gezien
+had. Den vorigen dag had zij haar voor de eerste maal gezien. De
+Madonna was misschien in zoo'n donkeren hoek van den dom geplaatst,
+opdat niemand haar zou kunnen zien. Zij was immers zwart en stond
+achter een traliehek. Geen mensch kon haar zien.
+
+Maar heden had donna Micaela haar gezien. De Madonna had een feestdag
+en zij was uit haar nis gehaald. De vloer en de wanden van haar kapel
+waren versierd met witte amandelbloemen en zij zelf had beneden op
+het altaar gestaan, groot en donker, omgeven door de verblindend
+witte bloemenpracht.
+
+Maar toen donna Micaela het beeld gezien had, was ze in vertwijfeling
+geraakt. Want dat beeld stelde geen Madonna voor. Neen, degene, tot
+wie zij gebeden had, was geen Madonna. O, wat een ramp, wat een ramp!
+
+'t Was stellig een oude godin. Zij die iets gezien hadden, konden
+zich daarin niet vergissen. Zij droeg geen kroon, maar een helm, ze
+had geen kind op den arm, maar een schild. Het was een Pallas Athene.
+
+Het was geen Madonna. O, neen! O, neen!
+
+'t Was hier in Diamante, dat men zulk een godslastering vereerde! En
+wist hij, wat het grootste ongeluk was?
+
+Hun Madonna was zoo leelijk. Zij was zoo verweerd en oud, ook was ze
+nooit een kunstwerk geweest. Zij was zoo leelijk, dat men niet naar
+haar kijken kon.
+
+Dat ze op een dwaalspoor was geleid door al de duizenden gaven, die
+in de kapel hingen, bedrogen was door al de legenden, die van haar
+verteld werden!
+
+Drie weken verspild met het bidden tot haar!
+
+Zie, daardoor was ze niet geholpen! Het was geen Madonna, het was
+geen Madonna!
+
+Ze sloegen den weg in, die rondom den Monte Chiaro onder den stadsmuur
+loopt.
+
+De geheele wereld rondom hen was wit.
+
+Witte nevels omhulden den voet van den berg en de amandelboomen verder
+op den Etna waren geheel wit van bloemen. Soms liepen ze zelf onder
+een amandelboom, die zijn glinsterende takken boven hun hoofd welfde
+en zoo volgeladen was met bloemen, alsof hij in een bad van zilver
+gedompeld was. De maneschijn lag zoo verblindend wit op de aarde,
+dat alles van zijn kleuren beroofd werd en wit scheen. Men was bijna
+verbaasd, dat men die niet voelde, dat zij geen warmte gaf en dat
+zij de oogen niet verblindde. Donna Micaela vroeg zich af of het de
+maneschijn was, die Gaetano bedwong, zoodat hij haar niet greep en
+in den Simeto wierp, toen zij de zwarte Madonna lasterde.
+
+Hij ging zwijgend en kalm aan haar zijde, maar zij was bevreesd
+voor hetgeen hij doen zou. Doch hoe angstig zij ook was, zij kon
+niet zwijgen.
+
+Hetgeen zij nu nog moest vertellen, was het vreeselijkste van
+alles. Zij zei, dat zij den ganschen dag beproefd had aan de werkelijke
+Madonna te denken, en dat zij zich alle beelden van haar die zij kende,
+voor den geest geroepen had.
+
+Maar alles was vergeefsch geweest, omdat zoodra zij dacht aan de
+stralende hemelkoningin, de oude godin zich voor haar stelde. En
+zij zag haar komen gelijk een rimpelige, oude jonkvrouw om de groote
+koningin der hemelen te verjagen, zoodat er voor haar nu geen Madonna
+meer bestond.
+
+Zij vreesde, dat deze vertoornd op haar was, omdat zij te veel voor
+die andere gedaan had en dat zij nu haar aangezicht en genade van
+haar afwendde. Maar ter wille van de valsche Madonna zou haar vader
+nu in het ongeluk gestort worden. Nu zou zij hem niet meer in haar
+huis mogen behouden.
+
+Nu zou ze nooit zijn vergiffenis ontvangen.
+
+O, God! O, God!
+
+En dit alles zeide zij tot Gaetano, die de zwarte Madonna van Diamante
+meer vereerde dan iets anders.
+
+Hij naderde haar nu heel dicht, en zij vreesde dat haar laatste uur
+geslagen had. Zij zei met zwakke stem als om zich te verontschuldigen:
+
+"Ik ben waanzinnig. De angst maakt me waanzinnig. Ik slaap nooit."
+
+Maar Gaetano was stil naast haar gegaan en had aan niets anders
+gedacht dan welk een kind zij was, en hoe weinig zij zich naar het
+leven wist te schikken.
+
+Hij wist het nauwelijks zelf vóórdat hij haar zacht naar zich toe
+getrokken en haar gekust had, omdat zij zulk een onervaren en dwaas
+kind was. Ze werd door zulk een verbazing aangegrepen, dat zij er in
+het geheel niet aan dacht weg te loopen. En ze gilde noch vluchtte. Ze
+begreep dadelijk, dat hij haar kuste, zooals men een kind kust. Ze
+ging slechts haastig verder en begon toen te weenen.
+
+Juist deze kus deed haar gevoelen hoe hulpbehoevend en eenzaam zij
+was en hoezeer zij verlangde naar iemand, die sterk en goed was en
+die haar in bescherming nam. Het was een ongeluk, dat zij hoewel zij
+een man en een vader bezat, toch zoo verlaten was, dat deze vreemde
+medelijden met haar gevoelen moest.
+
+Toen Gaetano haar gestalte zag schokken onder stille snikken, voelde
+hij hoe ook hij begon te beven. Een diepe en heftige ontroering greep
+hem aan.
+
+Weer naderde hij haar en legde zijn hand op haar arm. Toen hij
+sprak, was zijn stem niet luid en helder, maar dof en verstikt door
+aandoening.
+
+"Wilt ge met mij vluchten naar Argentinië, indien de Madonna u
+niet helpt?"
+
+Nu week donna Micaela voor hem terug. Ze voelde plotseling, dat hij
+niet meer tot haar sprak als tot een kind. Zij wendde zich om en ging
+naar de stad terug.
+
+Gaetano volgde haar niet, maar bleef staan op de plek, waar hij haar
+gekust had en het was hem alsof hij nooit meer in zijn leven deze
+plaats zou kunnen verlaten.
+
+
+
+Gedurende twee dagen droomde Gaetano van donna Micaela, maar op den
+derden dag ging hij naar het zomerpaleis om met haar te spreken.
+
+Hij trof haar op het terras en hij zei haar dadelijk, dat zij met
+hem vluchten moest.
+
+Hij had aan haar gedacht, sedert ze van elkaar gescheiden waren.
+
+Hij had in zijn werkplaats staan peinzen over alles, wat er gebeurd
+was, en nu was hij tot klaarheid gekomen.
+
+Ze was een roos, door den sterken sirocco van den struik gerukt en ruw
+door de lucht geslingerd, opdat zij des te beter rust en beschutting
+zou vinden bij een hart, dat haar beminde.
+
+Zij moest begrijpen, dat God en alle heiligen wenschten en verlangden,
+dat ze elkaar zouden liefhebben, anders zouden die groote ongelukken
+haar niet in zijn nabijheid gevoerd hebben. En indien de Madonna
+weigerde haar te helpen, dan was dat, omdat ze haar wilde ontslaan van
+haar trouwbelofte aan don Ferrante. Want alle hemelsche goden wisten,
+dat zij de zijne was. Zij was voor hem geschapen, voor hem was zij
+opgegroeid, voor hem leefde zij. Toen hij haar in den maneschijn op
+den weg gekust had, was hij geweest als een wanhopig kind, dat lang
+in de woestijn gedoold heeft, en nu eindelijk aan de poort van het
+ouderlijk huis is gekomen.
+
+Hij bezat niets, maar zij was zijn thuis en zijn haard.
+
+Zij was het erfdeel, dat God hem toegedacht had, het eenige in de
+wereld, dat het zijne was.
+
+Daarom kon hij haar niet achterlaten. Ze moest hem volgen, ze moest,
+zij moest!
+
+Hij lag volstrekt niet voor haar op de knieën.
+
+Hij sprak tot haar met gebalde handen en vlammende oogen. Hij smeekte
+haar niet, maar beval haar met hem te vertrekken, omdat zij de
+zijne was.
+
+Het was geen zonde haar weg te voeren, maar veeleer zijn plicht dat
+te doen. Hoe zou het haar gaan, indien hij haar hier achterliet?
+
+Donna Micaela hoorde hem aan, zonder een beweging te maken. Een langen
+tijd zweeg zij, ook nadat hij opgehouden had met spreken.
+
+"Wanneer vertrekt ge?" vroeg zij eindelijk.
+
+"Ik vertrek Zaterdag van Diamante."
+
+"En wanneer gaat de stoomboot?"
+
+"Die vertrekt Zondagavond uit Messina."
+
+Donna Micaela stond op en liep naar de trap van het terras.
+
+"Mijn vader zal Zaterdag naar Catania reizen," zei zij.
+
+"Ik zal don Ferrante verzoeken hem daarheen te mogen brengen."
+
+Ze daalde een paar treden van de steenen trap, alsof zij niets meer
+te zeggen had. Toen bleef zij staan.
+
+"Indien gij mij dan in Catania ontmoet, zal ik u volgen waarheen
+ge wilt."
+
+Zij haastte zich van de trap. Gaetano beproefde niet haar terug te
+houden. Er zou zeker eens een tijd komen, dat zij niet voor hem zou
+vluchten. Hij wist dat zij niet kon nalaten hem lief te hebben.
+
+
+
+Den ganschen Vrijdagmiddag had donna Micaela in de domkerk
+doorgebracht. Zij had zich in wanhoop voor de Madonna op de knieën
+geworpen.
+
+"O, Madonna mia, Madonna mia! Zal ik morgen een ontrouwe echtgenoote
+zijn? Zullen de menschen dan het recht hebben al het mogelijke kwaad
+van mij te spreken?"
+
+En alles scheen haar even vreeselijk. Zij was bang om met Gaetano te
+vluchten, en zij wist niet hoe zij het zou kunnen uithouden bij don
+Ferrante. Zij haatte den eene zoowel als den andere. Geen van beiden
+scheen haar iets anders dan ongeluk te kunnen bieden.
+
+Zij zag wel, dat de Madonna haar niet zou helpen.
+
+--En nu vroeg zij zich af, of het nog geen grooter ellende was met
+Gaetano te vluchten, dan te blijven bij don Ferrante. Was het de
+moeite waard, dat zij zich in het verderf stortte, om zich op haar
+man te wreken?
+
+En bestond er wel iets afschuwelijkers dan te vluchten met een man,
+dien zij niet liefhad?
+
+Ze leed hevige smarten. De gansche week werd ze gekweld door een
+verterende onrust. Het vreeselijkste was, dat ze nooit kon slapen. Zij
+dacht geen gezonde, klare gedachten meer.
+
+Keer op keer begon zij haar gebeden opnieuw. Maar toen dacht zij
+opeens: De Madonna kan mij niet helpen; en zij hield dadelijk op
+met bidden.
+
+Toen moest ze denken aan de smarten van vroeger dagen en herinnerde
+zich het kleine beeld, dat haar eens bijgestaan had, toen zij in
+groote wanhoop verkeerde. En nu richtte zij met hartstochtelijken
+ijver haar gebeden tot het kleine, arme Christuskind.
+
+"Help mij, help mij! Help mijn ouden vader en help mij zelf, opdat
+ik mij niet laat verleiden tot zonde en wraak."
+
+Toen zij dien nacht ging liggen, streed zij nog steeds tegen haar
+onrust en angst.
+
+"Kon ik slechts een enkel uur slapen," zei ze, "dan zou ik weten wat
+ik wil."
+
+Gaetano zou den volgenden morgen heel vroeg vertrekken. Ten slotte
+nam zij het besluit met hem te spreken, vóórdat hij vertrok, en hem
+te zeggen, dat zij hem niet kon volgen. Zij kon het niet verdragen
+beschouwd te worden als een gevallen vrouw.
+
+Nauwelijks had zij dit besluit genomen of zij viel in slaap. Ze
+ontwaakte niet vóórdat de klok den volgenden morgen negen uur sloeg. En
+toen was Gaetano reeds vertrokken. Zij kon hem niet meer zeggen, dat
+ze berouw had van haar besluit. Maar daaraan dacht zij niet meer. In
+den slaap was er iets nieuws en vreemds over haar gekomen. Haar scheen
+het, dat zij gedurende den nacht in den hemel vertoefd had en dat ze
+de gelukzaligheid gesmaakt had.
+
+
+
+Waar wordt er een heilige gevonden, den menschen tot grooter nut dan
+San Pasquale? Gebeurt het niet somtijds, dat ze op een eenzame plaats
+in het bosch of op het veld staan te praten en dat ze óf kwaad van
+iemand spreken óf plannen beramen tot iets slechts? Nu, let eens op,
+als zij daar op hun best staan, hooren ze een geraas achter zich,
+zoodat ze omkijken en denken, dat iemand hen met een steen geworpen
+heeft.
+
+'t Is niet noodig, dat zij lang omkijken. 't Is niet de moeite
+waard dat ze opstuiven om dengene te zoeken, die den steen geworpen
+heeft. Die kwam van San Pasquale.
+
+Zoo zeker als er rechtvaardigheid in den hemel bestaat, was het San
+Pasquale die hoorde, dat zij over iets slechts spraken en hen met
+een zijner steenen wierp om hen te waarschuwen.
+
+En degene, die er niet van houdt gestoord te worden in zijn
+booze plannen, moet zich niet daarmee troosten, dat San Pasquale's
+steenenvoorraad spoedig uitgeput zal raken. Zijn steenen zullen nooit
+opgebruikt zijn. Er zijn er zoo vele, dat ze zullen reiken tot den
+laatsten dag der wereld.
+
+Want toen San Pasquale hier op aarde leefde, weet ge wat hij toen
+deed? Weet ge waaraan hij meer dacht, dan aan iets anders? San
+Pasquale lette op al de kleine kiezelsteenen, die op zijn weg lagen,
+en verzamelde deze in zijn zak.
+
+Gij, signor, wilt u nauwlijks bukken om een soldo op te rapen, maar
+San Pasquale bukte zich voor elk kiezelsteentje, en toen hij stierf,
+nam hij die alle mede naar den hemel en daar zit hij nu en werpt allen,
+die iets slechts beramen, met een zijner steenen. Maar dit is zeker
+niet het eenige nut, dat San Pasquale den menschen doet. Hij is het
+ook, die een teeken geeft als iemand zal trouwen of sterven en hij
+kan ook teekens geven met iets anders dan steenen.
+
+Oude Saraedda in Randazzo zat op een nacht bij haar dochters
+ziekbed te slapen. Maar haar dochter was bewusteloos en stervende,
+en niemand kon de priesters waarschuwen. Hoe werd de moeder toen
+intijds gewekt? Hoe werd ze gewekt, zoodat ze iemand kon zenden om
+den pastoor te halen? Door niets anders dan dat een stoel heen en weer
+begon te wiegelen en te kraken en te krakken, totdat zij ontwaakte. En
+het was San Pasquale, die dat deed. Wie anders dan San Pasquale denkt
+aan zoo iets?
+
+Er valt nog een geschiedenis van San Pasquale te verhalen. Deze betreft
+den langen Kristoforo van Tre Castagni. Hij is geen kwade man, maar
+hij had zich een slechte gewoonte eigen gemaakt, hij kon zijn mond
+niet openen zonder te vloeken. Hij kon geen twee woorden zeggen,
+zonder dat het eene een vloek was.
+
+En gelooft ge, dat het hielp, dat zijn vrouw en buurlieden hem
+waarschuwden?
+
+Maar boven zijn bed hing een klein schilderij, dat San Pasquale
+voorstelde en het gelukte dit kleine beeld hem te helpen. Iederen nacht
+slingerde het heen en weer in zijn lijst, slingerde hard of zacht,
+naarmate Kristoforo overdag gevloekt had. En hij merkte, dat hij geen
+enkelen nacht zou kunnen slapen, vóórdat hij ophield met vloeken.
+
+San Pasquale heeft in Diamante een kerk, die buiten de Porta Etnea
+ligt, een weinig beneden de stad. Die kerk is heel klein en arm,
+maar de witte wanden en de roode koepel liggen heerlijk in een bosch
+van amandelboomen.
+
+Daarom is San Pasquale's kerk, zoodra de amandelboomen bloeien, de
+schoonste godstempel in Diamante. Want de bloeiende takken welven zich
+daarboven, vol geladen met glinsterende witte bloemen, een prachtig
+kleed gelijk.
+
+San Pasquale's kerk is zeer ongelukkig en verlaten, omdat er nooit meer
+een godsdienstige plechtigheid in gehouden kan worden. Want toen de
+Garibaldisten, die Sicilië bevrijdden, in Diamante kwamen, sloegen
+ze hun leger op in San Pasquale en in het Franciscanerklooster,
+dat naast de kerk ligt. En ze waagden het redelooze dieren in de
+kerk te brengen en daar zulk een woest leven te leiden met vrouwen
+en kaartspel, dat de kerk sedert als onrein en onheilig beschouwd
+werd en nooit meer voor den godsdienst geopend kon worden.
+
+Daardoor komt het, dat slechts als de amandelboomen in bloei staan
+de voorname menschen San Pasquale's kerk opmerken. Want hoewel dan
+de geheele voet van den Etna wit is van amandelbloemen, staan toch
+de grootste en schoonste boomen rondom de oude, verlaten kerk.
+
+Maar de arme menschen komen gedurende het gansche jaar tot San
+Pasquale. Ofschoon de kerk gesloten is, gaan ze daarheen om raad te
+vragen aan den heilige. Want bij den ingang staat onder een groot
+steenen baldakijn een beeld van hem, dat men pleegt aan te roepen
+om iets van de toekomst te vernemen. Niemand voorspelt de toekomst
+beter dan San Pasquale.
+
+Nu gebeurde het, dat juist op den morgen, dat Gaetano van Diamante
+vertrok, wolken uit den Etna nederdaalden, zoo dicht alsof ze uit
+stof bestonden, en opgejaagd waren door ontelbare krijgsscharen.
+
+En ze verduisterden de lucht als donker gevleugelde draken, ze spuwden
+regen, en slingerden nevels en duisternis op de aarde. En er hing
+zulk een dichte mist boven Diamante, dat men de overzijde der straat
+niet kon onderscheiden. De nevel maakte alles nat, de vloer was even
+vochtig als het dak, van de deurposten droppelde het water, de treden
+der trap waren overstroomd: nevel hing en trilde in alle vertrekken,
+zoodat men had kunnen denken dat ze met rook gevuld waren. Maar
+zeer vroeg op dezen morgen, nog voordat het begon te regenen, reed
+een rijke Engelsche dame in haar grooten reiswagen uit de poort van
+Catania om een rit te maken rondom den Etna. Toen ze echter eenige
+uren gereden had, plaste een vreeselijke regen neer, die alles in
+een dichten nevel hulde.
+
+En daar zij het genot der heerlijke streken, waardoor ze reed, niet
+wilde missen, besloot ze de naastbijzijnde stad binnen te rijden
+en daar te vertoeven, totdat de bui voorbij was. Maar die stad was
+juist Diamante.
+
+Deze Engelsche dame was miss Tottenham, en zij was het, die het
+palazza Palmeri in Catania bewoonde. Onder al de voorwerpen, die zij
+in haar koffer meevoerde, was ook het Christusbeeld, dat donna Micaela
+eens had aangeroepen. Want dit beeld, dat nu oud en onooglijk was,
+vergezelde haar altijd op al haar reizen, als een herinnering aan
+een oude vriendin, die haar al haar rijkdommen geschonken had.
+
+Men zou geloofd hebben, dat San Pasquale wist, welk een groot
+wonderdoener het beeld was, want het scheen als wilde hij het
+begroeten. Op hetzelfde oogenblik, dat miss Tottenham's reiswagen
+door de Porta Etnea reed, begonnen de klokken te luiden in de kerk
+van San Pasquale.
+
+En zij luidden gedurende den ganschen dag geheel vanzelf.
+
+San Pasquale's klokken zijn niet veel grooter dan die gebruikt
+worden op de landhoeven om het arbeidsvolk naar huis te roepen en
+evenals deze hangen ze boven op het dak onder een kleinen luifel;
+men pleegt ze in beweging te brengen door aan een touw te trekken,
+dat langs den kerkmuur hangt.
+
+Het is geen zwaar werk deze klokken te luiden, maar ze zijn toch niet
+zoo licht, dat ze geheel vanzelf in beweging kunnen komen. Degene,
+die gezien heeft, hoe de oude fra Felice van het Franciscanerklooster
+zijn voet zet in een lus van het klokketouw en op en neer trapt om
+ze aan den gang te brengen, weet wel, dat de klokken niet kunnen
+beginnen te luiden zonder hulp.
+
+Maar dat was het, wat ze juist wel deden op dezen morgen. Het touw was
+stevig vastgebonden aan een spijker in den muur, en er was niemand,
+die het aanraakte. En er was ook niemand op het dak gekropen om de
+klokken in beweging te brengen. Men kon duidelijk zien hoe de klokken
+heen en weer slingerden en hoe de klepels tegen de metalen wanden
+sloegen. Het was onbegrijpelijk, hoe ze in beweging waren geraakt.
+
+Toen donna Micaela ontwaakte, luidden de klokken reeds en zij lag
+langen tijd stil te luisteren en te luisteren. Zoo iets schoons had
+zij nog nooit gehoord.
+
+Zij wist niet, dat het een wonder was, maar ze vond slechts dat het
+heerlijk klonk.
+
+En zij was verwonderd, dat aardsche metalen klokken zoo konden klinken.
+
+Men kan immers ook niet weten wat voor metaal het was, dat er op
+dien dag klonk in de klokken van San Pasquale! Haar scheen het, dat
+de klokken haar zeiden, dat ze nu blijde moest zijn, nu zou ze leven
+en liefhebben, nu zou ze nooit meer angstig of bedroefd zijn. Toen
+begon haar hart te kloppen op de maat van een statige melodie, en
+onder het luiden der klokken betrad zij plechtig een heerlijken burcht.
+
+En wien anders kon deze burcht toebehooren, wie kon de heer zijn
+van zulk een prachtig slot, dan de liefde? Men kan het niet langer
+verbergen, toen donna Micaela ontwaakte, voelde zij, dat ze Gaetano
+liefhad en dat zij niets vuriger verlangde dan met hem te vluchten.
+
+En toen donna Micaela het luik van haar raam wegschoof en den grauwen
+morgen zag, zond zij dien een kushand en fluisterde:
+
+"Gij, die de morgen zijt van den dag, dat ik zal vertrekken, gij zijt
+de schoonste morgen, dien ik nog ooit gezien heb, en zoo grauw als
+ge zijt, wil ik u streelen en liefkoozen."
+
+Maar het klokgelui behaagde haar het meest. Daaruit kon men zien, dat
+haar liefde sterk was, want alle andere menschen vonden het pijnlijk
+deze klokken te hooren, die maar niet met kleppen wilden ophouden.
+
+Niemand dacht er aan gedurende het eerste half uur, toen hoorde
+men nauwelijks het klokgelui, maar gedurende het tweede en derde
+uur.--------
+
+Gij moet niet denken, dat de kleine klokken van San Pasquale zich niet
+konden doen hooren. Zij hadden altijd een helderen klank, maar nu was
+het alsof het geluid in haar groeide en groeide. Spoedig scheen het,
+alsof er niets anders dan klokken in den nevel waren. Het was alsof
+de gansche hemel er vol van hing, ofschoon men ze niet kon zien door
+den dichten mist.
+
+Toen donna Elisa voor het eerst den klank hoorde, meende zij dat San
+Giuseppe's kleine klok luidde; en later geloofde zij, dat het de klok
+van de domkerk was. Daarna dacht ze te hooren, hoe de klokken van
+het Dominicanenklooster met het gelui instemden en ten slotte wist
+zij zeker, dat alle klokken der stad luidden en luidden, zoo hard ze
+slechts konden; al de klokken der vijf kloosters en zeven kerken. Ze
+meende het geluid van elk afzonderlijk te onderscheiden, tot ze vroeg
+en hoorde, dat het slechts de kleine klokken van San Pasquale waren,
+die luidden. Gedurende de eerste uren, toen men ook nog niet overal
+wist, dat de klokken geheel vanzelf luidden, bemerkte men slechts,
+dat de regendroppels op de maat van het klokgelui neervielen,
+en dat allen, die spraken een harde metaalstem hadden. Ook merkte
+men, dat het onmogelijk was op de mandoline of de gitaar te spelen,
+omdat het klokgelui zich met de muziek vermengde en die oorverdoovend
+maakte. Men kon ook niet lezen, omdat de letters gelijk klokklepels
+heen en weer slingerden en de woorden een stem hadden en zich zelf
+volkomen duidelijk oplazen.
+
+Spoedig konden de menschen het niet uithouden naar bloemen te zien,
+die aan lange stengels hingen, ze schenen heen en weer te wiegelen. En
+de menschen klaagden, dat de bloemen in plaats van geur klank gekregen
+hadden.
+
+Maar anderen beweerden, dat de nevel, die door de lucht zweefde, zich
+op de maat van het klokgelui bewoog, en ze zeiden, dat de slingers
+van alle pendules zich daarnaar richtten, en dat alle menschen,
+die in den regen buiten liepen, hetzelfde trachtten te doen.
+
+En dat was toen de klokken nog slechts een paar uur geluid hadden
+en de menschen er nog om lachten. Maar in het derde uur scheen het
+gelui nog krachtiger te worden en enkelen stopten watten in de ooren,
+terwijl anderen onder dikke dekens kropen. Maar evenwel voelde men
+hoe de lucht trilde van de klokslagen en men scheen te bemerken hoe
+alles zich op de maat van het gelui bewoog.
+
+En degenen die naar den donkeren zolder vluchtten, hoorden daar het
+klokgelui zoo duidelijk alsof het van den hemel kwam en degenen,
+die zich in den diepen kelder verstopten, hoorden het daar zoo sterk
+en dreunend, alsof San Pasquale's kerk in de onderwereld stond. En
+alle menschen in Diamante werden angstig, behalve donna Micaela,
+die door de liefde voor allen angst behoed werd.
+
+Nu begon men te denken, dat het iets moet beteekenen, dat het juist
+de klokken van San Pasquale waren die luidden. En elk vroeg zich af
+wat de heilige voorspelde. En ieder had zijn eigen vrees en geloofde
+dat San Pasquale juist hem profeteerde, wat hij het minst van alles
+wenschte. En elk had een daad die hem op het geweten drukte en geloofde
+nu dat San Pasquale straf neerluidde over hem.
+
+Maar tegen den middag, toen de klokken nog steeds bleven doorluiden,
+was men overtuigd, dat San Pasquale zulk een ramp over Diamante luidde,
+dat men niets anders kon verwachten dan dat alle menschen binnen het
+jaar zouden sterven.
+
+En de mooie Giannita kwam hevig ontsteld, schreiende bij donna Micaela
+en klaagde, dat het San Pasquale was die de klokken luidde.
+
+"O, God, o God, indien het slechts een ander was geweest dan San
+Pasquale!
+
+"Hij ziet dat ons iets ontzettends dreigt," zei Giannita. "De nevel
+verhindert hem niet om zoo ver te zien als hij wil. Hij ziet, dat
+een vijandelijke vloot op zee nadert, hij ziet, dat er een aschwolk
+uit den Etna opstijgt, die op ons zal neervallen en ons zal begraven."
+
+Maar donna Micaela lachte en meende, dat zij wel wist waaraan San
+Pasquale dacht.
+
+"Hij luidt de doodsklok over de schoone amandelbloemen, die door den
+regen verwoest worden," zei ze tegen Giannita.
+
+Zij liet zich door niemand beangstigen, omdat zij geloofde, dat de
+klokken slechts voor haar luidden. Ze wiegden haar in droomen. Zij
+zat stil in de muziekzaal en liet de vreugde in haar opstijgen.
+
+Maar de gansche wereld rondom haar was in vrees, onrust en angst.
+
+Nu kon men niet meer stil bij den arbeid blijven. Men kon aan niets
+anders denken dan aan de ramp die San Pasquale voorspelde.
+
+En de bedelaars kregen meer geschenken dan ooit te voren; maar zij
+verheugden zich niet daarover, daar zij niet geloofden, dat zij een
+volgenden dag zouden beleven. En de priesters waren niet verheugd,
+hoewel zij zoo vele biechtelingen hadden, dat zij den ganschen dag
+in den biechtstoel moesten zitten en ofschoon gave na gave gestapeld
+werd op het altaar der heiligen.
+
+Zelfs Vicenzo de Lozza, de briefschrijver, was niet blijde met dezen
+dag, ofschoon men zijn schrijftafel onder de loggia van het raadhuis
+belegerde en hem gaarne een soldo per woord wilde betalen, indien men
+slechts op dezen dag des oordeels een afscheidswoord aan de beminde
+afwezigen geschreven kreeg.
+
+En 't was onmogelijk school te houden, want de kinderen schreiden
+den ganschen tijd. Maar tegen den middag kwamen de moeders met een
+gelaat, verstijfd van ontzetting, en namen de kleinen mee naar huis,
+opdat men tenminste bij elkaar zou zijn, indien er iets gebeurde.
+
+Eveneens hadden alle leerjongens bij de schoenmakers en kleermakers een
+vrijen dag. Maar de arme knapen waagden het niet daarvan te genieten,
+ze bleven liever stil op de werkplaats om te wachten.
+
+En de klokken bleven tot in den namiddag doorluiden.
+
+Aan de poort van het palazzo Gerazi, waar nu slechts bedelaars wonen,
+verhief zich de oude poortwachter, die zelf een bedelaar was en gekleed
+ging in de ellendigste lompen, en trok zijn lichtgroene livrei aan,
+die hij slechts droeg op feestdagen en op den geboortedag des konings.
+
+En niemand kon hem daar in de poort zien zitten in zijn feestgewaad,
+zonder door vrees aangegrepen te worden, want men wist, dat de
+grijsaard verwachtte, dat geen geringer heer dan de ondergang zelf,
+door de poort zou gaan, die hij bewaakte.
+
+En de angst ging gelijk een besmetting van mensch tot mensch. Zoo
+liep de arme Torino, die eens een welgesteld man was geweest, van
+huis tot huis en riep dat de tijd nu gekomen was, dat allen die hem
+bedrogen en bestolen hadden hun straf zouden ontvangen. Hij ging in
+al de kleine winkels aan de corso, sloeg met de vuist op de toonbank
+en zei, dat nu allen in de stad hun vonnis zouden krijgen, omdat ze
+meegeholpen hadden hem te bedriegen.
+
+En even beangstigend was het, wat men hoorde van het speelgezelschap
+in café Europa. Daar hadden dezelfde vier spelers jaar in jaar uit
+aan de speeltafel gezeten, en men had nooit gedacht dat ze iets anders
+konden doen dan spelen. Maar nu lieten ze plotseling de kaarten vallen
+en beloofden elkaar, dat indien ze in 't leven bleven na dezen dag
+der verschrikking ze de kaarten nooit meer zouden aanraken.
+
+Donna Elisa's winkel stond vol menschen, en om de heiligen te bewegen
+het dreigende gevaar af te wenden, kochten ze al de heilige zaken,
+die donna Elisa te verkoopen had. Maar donna Elisa dacht slechts
+aan Gaetano, die reeds vertrokken was en zij meende dat San Pasquale
+voorspelde dat hij op reis zou omkomen.
+
+En zij verheugde zich volstrekt niet over al het geld, dat zij
+verdiende.
+
+Maar toen de klokken van San Pasquale den ganschen namiddag bleven
+doorluiden, kon men nauwelijks het leven uithouden.
+
+Want nu wist men dat zij een aardbeving voorspelden, en dat geheel
+Diamante verwoest zou worden.
+
+In de stegen, waar zelfs de huizen bang schenen te zijn voor de
+aardbeving en zich tegen elkander aandrukten om elkander te steunen,
+zetten de menschen hun armzalige oude meubels in den regen op straat
+en spanden daarboven een tent van beddelakens. En ze droegen zelfs
+de kleine kinderen in hun wiegen naar buiten en wierpen doeken over
+hen heen. Trots den regen was er zulk een gedrang op de corso, dat
+men er nauwelijks door kon komen. Want een ieder wilde door de Porta
+Etnea gaan om de klokken te zien slingeren en zwaaien en om zich te
+overtuigen, dat niemand aan het touw trok, maar dat dit voortdurend
+vastgebonden was. En allen die buiten kwamen vielen op hun knieën op
+den weg, waar het water in stroomen naar beneden bruiste en de modder
+grondeloos was.
+
+De deuren van San Pasquale's kerk waren als altijd gesloten, maar daar
+buiten ging de oude monnik fra Felice tusschen de biddenden rond met
+een koperen schaal om de gaven in ontvangst te nemen.
+
+In optocht trokken de verschrikte menschen naar het beeld van San
+Pasquale onder den steenen baldakijn en kusten hem de hand. Een oude
+vrouw droeg heel voorzichtig iets, dat ze met een groene parapluie
+beschermde. Het was een glas, gevuld met water en olie, waarop een
+pitje dreef dat met zwakken glans lichtte. Dat plaatste zij vóór het
+beeld, en daarna zonk ze er voor op de knieën. Hoewel velen vonden,
+dat men trachten moest de klokken vast te binden, was er niemand,
+die den moed had het voor te stellen. Want men waagde het niet Gods
+stem tot zwijgen te brengen.
+
+Ook durfde niemand zeggen, dat het een list van den ouden fra Felice
+kon zijn om geld te verzamelen. Fra Felice was bemind, en degene,
+die dat zei, zou slecht te pas zijn gekomen.
+
+Ook donna Micaela kwam naar San Pasquale, ze had haar vader bij
+zich. Zij liep met fier opgeheven hoofd en geheel zonder vrees.
+
+Zij kwam tot San Pasquale om hem te danken, hem die den grootsten
+hartstocht in haar ziel luidde.
+
+"Mijn leven begint dezen dag," zei ze tot zichzelf. En het scheen ook
+niet, dat don Ferrante angstig was, maar boos en kwaad was hij! Want
+allen gingen naar zijn winkel om hem te zeggen wat zij van 't klokgelui
+dachten en hem te vragen naar zijn meening, omdat hij een der Alagona's
+was, die zoo lange jaren over de stad geregeerd hadden.
+
+Den ganschen dag kwamen bevende, angstige menschen in zijn winkel. En
+allen zeiden tegen hem:
+
+"Welk een vreeselijk klokgelui, don Ferrante. Wat zal er van ons
+worden, don Ferrante?"
+
+Er was nauwelijks één der inwoners van de stad, die niet in don
+Ferrante's winkel kwam om hem te raadplegen. Zoo lang het klokgelui
+duurde, hingen ze over de toonbank zonder voor zooveel als een soldo
+te koopen.
+
+Zelfs Ugo Favara, de zwaarmoedige advocaat, kwam in zijn winkel,
+nam een stoel en ging achter de toonbank zitten. En den ganschen dag
+bleef hij daar, doodsbleek, volkomen onbeweeglijk, de ondraaglijkste
+smarten lijdend zonder een woord te spreken.
+
+Maar elke vijf minuten kwam Torino il Martello binnen, sloeg met
+de vuist op de toonbank en zei, dat nu het uur gekomen was, dat don
+Ferrante zijn straf zou ontvangen.
+
+Don Ferrante was een harde man, maar hij kon de klokken evenmin
+ontloopen als iemand anders. En hoe langer hij ze hoorde, hoe
+meer hij zich verwonderde, dat alle menschen juist zijn winkel
+binnenstroomden. Het was alsof ze iets daarmee bedoelden.
+
+'t Was alsof zij hem aansprakelijk wilden stellen voor het klokgelui
+en voor de ramp, die het voorspelde.
+
+Hij had het aan niemand gezegd, maar zijn vrouw had het zeker
+verspreid. Hij begon te gelooven, dat allen aan hetzelfde dachten,
+ofschoon zij niet waagden het te zeggen. Hij dacht, dat de advocaat
+er op zat te wachten, dat hij zou toegeven. Hij geloofde, dat de
+geheele stad kwam om te zien of hij werkelijk zijn schoonvader durfde
+wegzenden.
+
+Donna Elisa, die het zoo druk had in haar eigen winkel, dat zij zelf
+niet kon komen, zond gedurig de oude Pacifica naar hem om te vragen,
+wat hij dacht van het klokgelui. En de pastoor kwam ook een oogenblik
+in zijn winkel en zeide evenals alle anderen:
+
+"Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui gehoord, don Ferrante?"
+
+En don Ferrante zou gaarne geweten hebben of de advocaat en don Matteo
+en al de anderen slechts kwamen om hem te verwijten, dat hij cavaliere
+Palmeri wilde wegzenden.
+
+'t Bloed begon aan zijn slapen te kloppen. De winkel begon met hem
+rond te draaien. En onophoudelijk kwam er iemand binnen om te vragen:
+
+"Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui gehoord?"
+
+Maar wie niet kwam was donna Micaela. Zij kwam niet, omdat zij
+volstrekt geen angst gevoelde. Zij was slechts trotsch en opgetogen,
+dat de hartstocht nu was gekomen, die haar gansche leven vullen zou.
+
+"Nu zal ik leven het groote en machtige leven," zei zij. En het
+ontstelde haar, dat zij tot nu toe slechts een kind was geweest. Zij
+zou vertrekken met den postwagen, die om tien uur 's avonds voorbij
+Diamante kwam. Toen het tegen vier uur liep, dacht zij dat zij nu
+alles aan haar vader moest zeggen, en zijn goed moest inpakken.
+
+Maar ook dit scheen haar niet moeilijk. Haar vader zou haar spoedig
+nakomen naar Argentinië. Zij zou hem vragen eenige maanden geduld
+te hebben tot ze een thuis hadden om hem aan te bieden. En zij was
+overtuigd, dat hij het goed zou keuren, dat zij don Ferrante verliet.
+
+Zij was in een zalige vervoering. Alles wat haar vreeselijk moest
+schijnen, bestond niet meer voor haar.
+
+Geen schaamte, geen gevaar, neen niets meer.
+
+Zij verlangde slechts het ratelen van den naderenden postwagen
+te hooren.
+
+Toen klonken er vele stemmen op de trap, die van den binnenhof naar de
+woning leidde. Zij hoorde het geluid van vele zware voetstappen. Zij
+zag menschen gaan door de open zuilengangen, die rondom den binnenhof
+liepen en waardoor men moest gaan om in de vertrekken te komen. Zij
+zag dat zij iets zwaars droegen maar zij kon niet onderscheiden,
+wat het was, omdat er zoo veel menschen waren.
+
+De bleeke advocaat liep vooruit, en zeide haar, dat don Ferranto
+Torino uit den winkel had willen jagen, maar dat deze hem toen met
+zijn mes verwond had.
+
+Het was niet gevaarlijk. Don Ferrante was reeds verbonden en zou na
+veertien dagen geheel hersteld zijn.
+
+Don Ferrante werd nu naar binnen gedragen, en zijn blikken dwaalden
+in het rond, niet om donna Micaela, maar om cavaliere Palmeri te
+zoeken. Toen hij hem zag, deed hij zonder een woord te spreken, met
+eenige handgebaren zijn vrouw verstaan, dat haar vader nooit zijn
+huis zou behoeven te verlaten, nooit! nooit!
+
+Toen drukte donna Micaela de handen tegen de oogen. Hoe? haar vader
+zou niet vertrekken? Zij was dus gered. Er was een wonder geschied
+om haar te helpen. O, nu moest zij verheugd, gelukkig zijn!
+
+Maar dat was zij niet. Zij voelde een heftige smart.
+
+Zij kon niet weggaan. Haar vader zou blijven en dus moest zij don
+Ferrante trouw zijn. Zij deed moeite om die gedachte te begrijpen. Het
+was zoo.
+
+Zij kon niet vertrekken.
+
+Zij trachtte het op een andere wijze te verklaren. Misschien was
+dit een valsche gevolgtrekking. Zij was zoo verward. Neen, neen,
+het was zoo, zij kon niet weggaan.
+
+Toen gevoelde zij zich zoo nameloos moede. Zij had immers gereisd en
+gereisd den ganschen dag. Zij was zoo lang onderweg geweest. En nu zou
+zij nooit gaan. Zij zonk ineen, een bezwijming nabij. Er bleef haar
+niets over dan te rusten na de verre reis, die zij gemaakt had. Maar
+dat zou zij zeker nooit kunnen. Zij begon te weenen, omdat zij nu
+nooit zou gaan. Gedurende haar geheele leven zou zij reizen en reizen
+en toch nooit vertrekken kunnen.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+TWEE CANZONES.
+
+
+Het was de morgen na den dag, dat San Pasquale's klokken geluid hadden
+en donna Elisa zat in haar winkel geld te tellen. Den vorigen dag,
+toen alle menschen zoo angstig waren, had zij ongelooflijk veel
+verkocht, en 's morgens, toen zij in haar winkel kwam, was zij
+bijna verschrokken. Want de geheele winkel was als uitgeplunderd,
+de medaillons waren weg, de waskaarsen waren weg en evenzoo de groote
+trossen rozenkransen. Al die mooie heiligenbeeldjes van Gaetano waren
+van de planken gehaald en verkocht, en het deed donna Elisa werkelijk
+veel verdriet, niet meer deze groote schare heilige mannen en vrouwen
+om zich heen te zien.
+
+Toen trok zij de geldlade uit en die was zoo boordevol, dat zij die
+nauwelijks kon openschuiven. En terwijl zij haar geld telde, schreide
+zij, alsof al de geldstukken valsch waren. Want wat baatte het haar al
+deze vuile bankbiljetten en deze groote bronzen munten te bezitten,
+nu zij Gaetano verloren had! En zij dacht dat indien hij slechts één
+dag langer in huis was gebleven, hij niet had behoeven te vertrekken,
+want nu had zij geld in overvloed.
+
+Terwijl ze daar zoo zat, hoorde zij den postwagen voor haar deur
+stilhouden.
+
+Maar zij keek niet eens op, wat gaf zij er om wat er gebeurde,
+nu Gaetano weg was. Toen werd de deur geopend, de winkelbel luidde
+hevig. Ze schreide slechts en telde. Toen zei iemand:
+
+"Donna Elisa! Donna Elisa!"
+
+'t Was Gaetano.
+
+"Mijn God, waarom ben je teruggekomen?" riep zij.
+
+"Ge hebt immers al uw beelden verkocht, ik ben thuis gekomen om nieuwe
+beelden voor u te snijden."
+
+"Maar hoe weet je dat?"
+
+"Ik was vannacht om twee uur bij den postwagen. Rosa Alfari heeft
+mij alles verteld."
+
+"Hoe gelukkig, dat je naar den postwagen ging! Hoe gelukkig, dat je
+den inval kreeg om naar den postwagen te gaan!"
+
+"Ja, was dat niet gelukkig," zei Gaetano.
+
+Nauwelijks een uur later stond Gaetano weer in zijn werkplaats en donna
+Elisa die niets in haar leegen winkel te doen had, kwam onophoudelijk
+in de deur der werkplaats om naar hem te kijken.
+
+Neen, dat hij nu werkelijk daar weer stond te snijden! Ze kon geen
+vijf minuten voorbij laten gaan, zonder naar hem te kijken.
+
+Maar toen donna Micaela hoorde, dat Gaetano weer terug was, voelde
+zij geen vreugde, maar veeleer toorn en wanhoop.
+
+Want zij was bang, dat hij als een verleider zou komen om haar te
+verlokken.
+
+Zij had immers gehoord dat een rijke Engelsche dame naar Diamante
+was gekomen op den dag, dat San Pasquale's klokken geluid hadden.
+
+En zij was zeer getroffen, toen zij hoorde dat het juist de dame met
+het Christusbeeld was. Hij was dus dadelijk gekomen, toen zij hem
+aangeroepen had.
+
+De regen en het klokgelui was zijn werk!
+
+Zij trachtte haar hart te verblijden met de gedachte, dat er een
+wonder was geschied om harentwille.
+
+Het moest haar meer zijn dan alle aardsch geluk en liefde, dat zij
+zich omgeven gevoelde door Gods genade. Zij wilde niet dat eenig
+aardsch gevoel haar rukken zou uit deze gezegende geestvervoering.
+
+Maar toen zij Gaetano op straat ontmoette, zag hij nauwelijks naar
+haar en wanneer zij hem trof bij donna Elisa gaf hij haar niet de
+hand en sprak in het geheel niet tot haar.
+
+Want de waarheid was, dat hoewel Gaetano thuis was gekomen, omdat
+het hem te zwaar viel zonder donna Micaela te vertrekken, hij haar
+niet wilde verleiden of verlokken.
+
+Hij zag dat zij onder bescherming der heiligen stond en zij was hem
+zoo heilig geworden, dat hij nauwelijks waagde van haar te droomen.
+
+Hij wilde in haar nabijheid zijn, niet om haar lief te hebben,
+maar omdat hij geloofde dat uit haar leven heilige daden zouden
+opbloeien. Gaetano verlangde naar een wonder, gelijk een bloemkweeker
+smacht naar de eerste roos in de lente.
+
+Maar toen de weken gingen en Gaetano nooit donna Micaela trachtte
+te naderen, begon ze te twijfelen en te denken, dat hij haar nooit
+had liefgehad. Zij zeide tot zichzelf dat hij haar de belofte, om
+met hem te vluchten, slechts ontlokt had om haar te toonen, dat de
+Madonna wel een wonder kon verrichten.
+
+Maar als dat zoo was, begreep ze niet, waarom hij zijn reis niet
+vervolgd had, maar teruggekeerd was.
+
+Dat veroorzaakte haar onrust. Zij meende haar liefde niet te kunnen
+bedwingen, indien zij niet wist dat Gaetano haar liefhad. Zij woog
+het voor en het tegen, en ze werd al meer overtuigd, dat hij haar
+nooit had liefgehad. Terwijl donna Micaela dit dacht moest zij don
+Ferrante gezelschap houden, hij was lang ziek geweest, en had een paar
+aanvallen van beroerte gehad. Hij was van het ziekbed opgestaan als
+een gebroken man. Opeens was hij oud, stompzinnig en bang geworden,
+zoodat hij nooit meer alleen durfde zijn. Hij ging nooit meer naar
+den winkel, in alles was hij een geheel ander mensch geworden.
+
+Een groote lust om voornaam en schitterend te zijn had zich van hem
+meester gemaakt.
+
+Het scheen alsof de arme don Ferrante door hoogmoedswaanzin aangegrepen
+was.
+
+Donna Micaela was zeer goed voor hem en zat urenlang met hem te tobben.
+
+"Wie zou dat zijn," placht zij hem te vragen, "die eens op de markt
+stond met pluimen op den hoed, tressen op de uniform, en een sabel op
+zij en die zoo schoon speelde, dat men zei, dat zijn muziek verheven
+was als de Etna en machtig als de zee? En wie was het, die toen een
+arme signorina in rouwgewaad zag, die het niet waagde haar gelaat aan
+de menschen te toonen en haar den arm bood? Wie kon dat zijn? Kon het
+don Ferrante zijn, die de gansche week in een kort buis en puntige
+muts in zijn winkel stond? Neen, dat kon niet mogelijk zijn. Zoo iets
+kon een oude koopman niet doen!
+
+Don Ferrante lachte. Juist zóó wilde hij dat men tegen hem sprak. Zij
+moest hem ook vertellen hoe het zou zijn, als hij aan het hof kwam.
+
+Wat de koning en wat de koningin zou zeggen.
+
+"De oude Alagona's zijn dus tot nieuw leven gekomen," zou er aan het
+hof gezegd worden.
+
+"Wie heeft het geslacht doen herleven?" En men zou vragen en
+vragen. Die don Ferrante, vorst van Sicilië en grande van Spanje,
+is dat dezelfde man, die in zijn winkel te Diamante stond en de
+voerlieden uitschold?
+
+"Neen," zou men zeggen, "dat kan niet dezelfde man zijn. Het kan
+onmogelijk dezelfde zijn."
+
+Dit vond don Ferrante prettig, en hij wilde hebben dat zij zoo dag in,
+dag uit met hem sprak.
+
+Het verveelde hem nooit en donna Micaela was zeer geduldig jegens hem.
+
+Maar eens toen zij zoo met den zieke zat, kwam donna Elisa binnen.
+
+"Schoonzuster, indien gij de legende van de heilige maagd van Pompeje
+bezit, wilt ge mij die dan leenen?" vroeg zij.
+
+"Wat! wilt gij gaan lezen?" zei donna Micaela.
+
+"De hemel beware mij, ge weet wel, dat ik niet lezen kan. 't Is voor
+Gaetano, dat ik het u vraag."
+
+Donna Micaela bezat de legende van de heilige maagd van Pompeje
+niet. Maar dat zei ze donna Elisa niet; zij ging naar haar boekenrek en
+nam een klein boek, dat een verzameling Siciliaansche liefdesliederen
+bevatte, en gaf dat aan donna Elisa, die het weer aan Gaetano bracht.
+
+Maar nauwelijks had donna Micaela dit gedaan of een hevig berouw
+maakte zich van haar meester.
+
+Zij vroeg zich af wat zij bedoeld had door zoo te handelen, zij,
+die geholpen was door het heilige Christuskind.
+
+Zij bloosde van schaamte toen zij er aan dacht dat ze een teeken had
+gezet bij een der kleine liederen, dat zoo luidde:
+
+
+ O, had ik antwoord op één enkle vrage!
+ 'k Heb het gevraagd aan den dag, aan de sterren,
+ Zelfs aan de vogelenschaar en de wolken.
+ 'k Goot reeds het lood in het kokende water,
+ Blaadje na blaadje der bloeme ik plukte.
+ 'k Lokte de zwarte, de waarzegster buiten,
+ 'k Smeekte ten slotte de engelenscharen.
+ Mint hij mij nog, gelijk eens hij wel deed?
+
+
+Zij had zeker gehoopt dat zij antwoord zou krijgen.
+
+Haar geschiedde recht indien Gaetano haar verachtte en haar onbeschaamd
+noemde.
+
+Toch had zij niets kwaads bedoeld. Het eenige dat zij begeerd had,
+was te weten of Gaetano haar liefhad.
+
+Weer verliepen eenige weken en donna Micaela zat nog steeds bij
+don Ferrante.
+
+Maar op een dag had donna Elisa haar mee naar buiten gelokt.
+
+"Ga met mij mede naar mijn tuin, schoonzuster, en kijk eens naar mijn
+grooten magnolieboom.
+
+"Ge hebt nog nooit zoo iets moois gezien."
+
+En zij was met donna Elisa naar den tuin gegaan.
+
+Donna Elisa's magnolie was gelijk de stralende zon, die men voelt
+vóórdat men haar ziet. Op verren afstand zweefde de geur reeds in de
+lucht en het was een gegons van bijen en een gekweel van vogels!
+
+Toen donna Micaela den boom zag, kon zij nauwlijks ademhalen. Hij
+was heel hoog en groot van een schoonen regelmatigen groei en zijn
+groote, breede bladeren hadden een frissche donkergroene kleur. Maar
+nu was hij geheel bedekt met groote rose bloemen, die hem versierden
+en verlichtten, zoodat men meende, dat hij in feestgewaad was en men
+voelde hoe er een meesleepende vreugde van uit den boom stroomde. Donna
+Micaela werd als bedwelmd, zij voelde hoe een vreemde onweerstaanbare
+macht zich van haar meester maakte. Zij trok een der rechte takken
+naar zich toe, spreidde de bloemen uiteen en zonder deze af te breken,
+begon zij met een naald letters te prikken in de bloembladeren.
+
+"Wat doet ge daar, schoonzuster?" vroeg donna Elisa.
+
+"Niets, niets."
+
+"In mijn tijd plachten de jonge meisjes minnebrieven te prikken in
+de magnoliebloemen."
+
+"Misschien doen zij dat nog."
+
+"Neem u in acht, ik zal het nakijken, zoodra ge vertrokken zijt."
+
+"Gij kunt immers niet lezen."
+
+"Maar ik heb Gaetano toch."
+
+"En Luca, het is 't beste, dat ge u tot Luca wendt."
+
+Maar toen donna Micaela thuis kwam, had zij berouw. Zou donna Elisa
+werkelijk de bloem aan Gaetano toonen? Neen, neen, donna Elisa was
+daarvoor te verstandig. Maar indien hij haar gezien had van uit
+het raam van zijn werkplaats? Nu ja, hij zou haar wel geen antwoord
+geven. Maar zij maakte zich belachelijk.
+
+Neen nooit, nooit meer zou zij zoo iets doen. Het was immers het
+beste voor haar, dat zij niets wist. En toch was zij verlangend naar
+het antwoord dat zij krijgen zou. Maar er kwam geen antwoord.
+
+En zoo verliep er weer een week. Toen kreeg don Ferrante den inval,
+dat hij 's middags wilde rijden. In het wagenhuis van het zomerpaleis
+was een ouderwetsche galakoets, die zeker meer dan honderd jaar oud
+was. Die was zeer hoog, met een zeer kleinen en nauwen wagen, die in
+leeren riemen schommelde tusschen de achterwielen, welke zoo groot
+waren als het waterrad van een molen.
+
+Die koets was wit gelakt met gouden randen, de banken waren bekleed
+met rood pluche, en op de portieren waren wapens geschilderd.
+
+Eens was het een groote eer geweest in dien wagen te rijden, en
+als de oude Alagona's door de corso reden, stroomden de menschen
+uit hun huizen of hingen over hun balkons om hen te zien. Maar toen
+werd die getrokken door vlugge paarden van Berberie, toen droeg de
+koetsier een pruik en de bedienden livrei, en ze reden met geborduurde
+leidsels. Maar nu wilde don Ferrante zijn oude paarden voor de koets
+spannen, en zijn ouden winkelbediende op den bok zetten.
+
+Toen donna Micaela hem zei, dat dit niet kon, begon don Ferrante te
+schreien. Wat zou men wel van hem denken indien hij zich 's middags
+niet in zijn wagen op de corso vertoonde.
+
+Dat was immers het laatste, wat een voornaam man naliet. Hoe zou
+iemand begrijpen dat hij een man van hooge geboorte was, indien hij
+niet op en neer reed in den ouden wagen der Alagona's?
+
+Het was het gelukkigste oogenblik, dat don Ferrante na zijn ziekte
+genoot, toen hij voor de eerste maal uitreed.
+
+Hij zat rechtop en boog en knikte zeer genadig naar alle kanten. En
+de menschen van Diamante bogen en namen den hoed zoo diep af, dat
+deze over den grond sleepte. Waarom zou men don Ferrante deze vreugde
+niet gunnen?
+
+Donna Micaela reed ook mee, want don Ferrante waagde het niet alleen
+te rijden. Zij was niet gaarne meegegaan, maar toen had don Ferrante
+geschreid en haar er aan herinnerd, dat hij haar gehuwd had, toen
+zij arm en veracht was. Zij moest niet ondankbaar zijn en vergeten
+wat hij voor haar gedaan had. En waarom wilde zij niet in zijn wagen
+rijden? Het was de mooiste oude wagen van gansch Sicilië.
+
+"Waarom wil je niet met mij rijden?" zei don Ferrante. "Vergeet niet,
+dat ik de eenige ben, die je liefheeft. Zie je niet dat je vader niet
+eens van je houdt? Je moet niet ondankbaar zijn."
+
+Op deze wijze had hij donna Micaela gedwongen plaats te nemen in den
+ouden galawagen.
+
+Maar het ging in 't geheel niet, zooals zij verwacht had. Er was
+niemand die lachte. De vrouwen negen even diep en de mannen bogen
+even statig alsof de wagen honderd jaar jonger was geweest. En donna
+Micaela kon op geen enkel gelaat een glimlach bespeuren.
+
+In geheel Diamante zou er geen mensch te vinden zijn, die zou hebben
+willen lachen. Want men wist heel goed hoe veel donna Micaela te
+stellen had met don Ferrante.
+
+Men wist hoe lief hij haar had en hoe hij schreide, als zij hem
+slechts een oogenblik verliet. Men wist ook hoe hij haar kwelde met
+zijn jaloezie en haar hoeden vertrapte, als deze haar goed stonden,
+en haar nooit geld gaf voor nieuwe kleeren, opdat niemand haar schoon
+vinden en haar liefhebben zou. Maar tegelijkertijd zei hij haar altijd,
+dat zij zoo leelijk was, dat niemand anders dan hij het kon uithouden
+haar gezicht dagelijks te zien. En omdat men dit alles wist, was er
+niemand in Diamante die lachte.
+
+Haar uitlachen, die zich zoo aftobde met een zieken man!
+
+De menschen in Diamante waren vrome Christenen en geen barbaren.
+
+Zoo reed de galawagen tusschen vijf en zes uur in zijn oude verbleekte
+pracht de corso op en neer. In Diamante reed die geheel alleen, want
+behalve deze waren er geen voorname wagens, maar men wist toch dat
+op denzelfden tijd alle equipages in Rome naar Monte Pincio reden,
+en in Napels naar Villa Nazionale en te Florence naar de Cascines en
+in Palermo naar La Favorite. Maar toen de wagen voor de derde maal
+naar de Porta Etnea reed, weerklonk er een vroolijk hoorngeschal. En
+door de poort zwaaide een groote, hooge jachtwagen in Engelschen stijl.
+
+Die moest ook voor ouderwetsch doorgaan. De postillon die als
+voorrijder op een groot paard reed, droeg een pruik en een lederen
+broek. De wagen geleek op een oude diligence, met een hooge, dichte
+coupé, waarop de reizigers zaten.
+
+Maar alles was nieuw, de paarden waren schoone, sterke dieren,
+de wagen en het tuig glansden en de reizigers zelf waren eenige
+jonge heeren en dames uit Catania, die een uitstapje op den Etna
+maakten. En zij konden niet nalaten te lachen, toen zij den ouden
+galawagen voorbijreden. Zij bogen over het hek van den wagen om er
+naar te zien, en hun lachen klonk zeer luid en helder tusschen de
+hooge, stille huizen van Diamante.
+
+Donna Micaela gevoelde zich plotseling zeer ongelukkig.
+
+Ze herkende in de reizigers haar oude kennissen. Wat zouden zij zeggen,
+als zij thuis kwamen?
+
+"Wij hebben Micaela Palmeri in Diamante gezien," en dan zouden zij
+vertellen en lachen, en vertellen en lachen.
+
+Haar geheele leven scheen haar één groote ellende. Zij was niets
+anders dan de slavin van een dwaas. Haar gansche leven zou zij niets
+anders doen dan tobben met don Ferrante.
+
+Toen zij thuis kwam, was zij geheel uitgeput. Zij was zoo moede en
+krachteloos, dat zij zich nauwelijks de trappen op kon sleepen.
+
+Onderwijl prees don Ferrante zijn geluk, dat hij deze voorname
+menschen ontmoet had, en dat zij zijn staatsie gezien hadden. Hij
+zei tot donna Micaela, dat nu niemand er meer naar vragen zou of zij
+leelijk was en of haar vader gestolen had. Nu wist men dat zij de
+echtgenoote was van een voornamen heer.
+
+In den namiddag zat donna Micaela stil bij don Ferrante en liet haar
+vader met hem spreken. Toen begon een mandoline zacht te zingen onder
+de vensters van het zomerpaleis. Het was een enkele mandoline zonder
+begeleiding van een gitaar of viool.
+
+Niets kon zoo teeder en luchtig zijn, niets lieflijker of
+roerender. Men kon niet gelooven dat het menschelijke handen waren,
+die de snaren der mandoline aanraakten. Het was alsof de bijen,
+krekels en sprinkhanen een concert gaven.
+
+"Er is weer iemand verliefd op Giannita," zei don Ferrante. "Dat
+is nog eens een vrouw, die Giannita! Ieder kan zien dat zij mooi
+is. Als ik jong was, zou ik ook verliefd worden op Giannita. Zij weet
+te beminnen."
+
+Donna Micaela zweeg. Hij had gelijk, dacht zij. De mandolinespeler
+minde Giannita. Dezen avond was Giannita thuis bij haar moeder,
+anders woonde zij nu in het zomerpaleis.
+
+Donna Micaela had in dit opzicht haar wil doorgedreven, nadat don
+Ferrante zoo lastig was geworden.
+
+Maar wie het dan ook gold, het mandolinespel behaagde donna
+Micaela. Het klonk zoo liefelijk, zacht en vertroostend. Ze ging stil
+naar haar kabinet om beter te kunnen luisteren in de eenzaamheid.
+
+En sterke zoete geur sloeg haar tegemoet. Wat was dat? Haar handen
+begonnen te beven, voordat ze een kaars en lucifer vond. Op haar
+werktafel lag een groote, wijd opengesprongen magnoliebloem.
+
+Op één der bladen was geprikt:
+
+"Wie heeft mij lief?" En nu stond daaronder:
+
+"Gaetano."
+
+Naast de bloem lag een klein wit boek met liefdesliederen.
+
+Bij een der kleine canzones stond een teeken:
+
+
+ Nooit van mijn liefde heeft iemand geweten.
+ Heimlijk en stil werd des nachts zij geboren,
+ Zachtjes toch slopen mijn droomen tot u.
+ Gierig bewaakte ik angstig mijn schat.
+ Spoedt zich mijn biechtvader eens naar mijn sterfbed,
+ Zullen mijn lippen 't geheim nog bewaren.
+ Sluitend de deur, werp 'k den sleutel in d'afgrond.
+ 'k Neem mijn geheim naar de eeuwigheid mee.
+
+
+De mandoline bleef doorspelen. Er klinkt iets van frissche lucht
+en zonneschijn in den klank der mandoline. Iets dat verkwikt en
+versterkt. Iets van de vertroostende zorgeloosheid der schoone natuur.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+DE VLUCHT.
+
+
+In dezen tijd bevond het kleine beeld van Aracoeli zich nog in
+Diamante.
+
+De Engelsche dame die het beeld bezat, was zoo verrukt over Diamante,
+dat zij het niet verlaten kon. Zij had voor haar rekening de geheele
+eerste verdieping van het hotel gehuurd, en die geheel voor zich
+ingericht. Zij kocht voor groote sommen alles wat ze maar kon
+krijgen aan oud aardewerk en oude munten. Zij kocht mozaïekwerk,
+altaarschilderijen en heiligenbeelden. Toen kreeg zij den inval, dat
+zij zich een verzameling wilde aanschaffen van alle heiligen der kerk.
+
+Zij hoorde spreken van Gaetano en zond hem een boodschap, dat hij
+bij haar in het hotel zou komen.
+
+Gaetano verzamelde in der haast alles wat hij in den laatsten tijd
+gesneden had en nam dat mee naar miss Tottenham. Zij was zeer tevreden
+over zijn kleine beelden en wilde ze alle koopen.
+
+Maar de vertrekken van de Engelsche dame waren gelijk de rommelkamers
+van een museum. Al het mogelijke werd daarin gevonden, maar alles
+was wanordelijk en slordig. Daar stonden halfvolle koffers, daar
+hingen mantels en hoeden, daar lagen schilderijen en gravures, daar
+waren reisboeken, theeserviezen en spiritustoestellen, daar werden
+hellebaarden, misboeken, mandolines en wapenschilden gevonden.
+
+Dat opende Gaetano de oogen. Hij bloosde plotseling, beet zich op de
+lippen, en begon zijn beelden in te pakken.
+
+Hij had een beeld van het Christuskind gezien; het was het verworpen
+beeld, dat midden tusschen al die wanorde stond, met zijn kroon vol
+deuken op het hoofd en zijn koperen schoentjes aan de voeten. De
+verf was van zijn gezicht verdwenen, de ringen en sieraden, die
+hem bedekten, waren verroest, en zijn kleertjes waren geel van
+ouderdom. Toen Gaetano dit zag, wilde hij zijn beelden niet aan miss
+Tottenham verkoopen, maar stil heengaan.
+
+En toen zij hem vroeg wat hem deerde, voer hij tegen haar uit:
+
+"Wist zij dat vele der zaken, die zij bezat, heilig waren? Wist zij
+of wist zij niet, dat dit het heilige Christuskind zelf was? En zij
+had het drie vingers van de eene hand laten verliezen en de steenen
+uit zijn kroon laten vallen, en het daar vuil, verroest en ontheiligd
+laten liggen. Indien zij zoo het beeld van Gods zoon behandelde,
+hoe zou ze dan niet alle andere verwaarloozen? Hij wilde haar geen
+heiligenbeelden verkoopen."
+
+Toen Gaetano op deze wijze tegen miss Tottenham uitvoer was ze verrukt,
+verrukt!
+
+Hier was het ware geloof en heilige toorn.
+
+Deze jonge man moest kunstenaar worden.
+
+Naar Engeland moest hij gaan. Zij wilde hem naar den grooten meester
+zenden, haar vriend, die de kunst trachtte te herscheppen; naar hem
+die den menschen wilde leeren schoon huisraad, schoone kerkinrichtingen
+te vervaardigen, en die een heele schoone wereld wilde scheppen.
+
+Zij regelde en schikte alles en Gaetano liet haar stil geworden,
+omdat hij nu liefst Diamante wilde verlaten.
+
+Hij zag dat hij het leven daar niet meer kon uithouden en hij geloofde
+dat het God was, die hem aan de verleiding onttrok.
+
+Hij verliet Diamante geheel onbemerkt. Donna Micaela wist nauwelijks
+iets van de geheele zaak, vóórdat hij weg was. Hij had het niet
+gewaagd bij haar te komen om afscheid te nemen.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+DE SIROCCO.
+
+
+Hierna verliepen twee jaren volkomen stil. Het eenige, dat in
+Diamante en op geheel Sicilië gebeurde, was dat de menschen al armer
+en armer werden.
+
+Toen brak de herfst aan, en het was de tijd, dat de wijn geoogst
+moest worden.
+
+In dien tijd plegen de lieflijke canzones van de lippen te stroomen;
+in dien tijd springen er nieuwe en schoone melodieën uit de mandoline.
+
+Dan pleegt de jeugd in scharen naar de wijngaarden te trekken, en er
+is arbeid en gelach den ganschen dag, dans en gejubel den geheelen
+nacht en men weet niet meer wat slaap is.
+
+Dan koepelt de blauwe luchtzee zich schooner dan ooit boven den
+berg. Dan tintelt de lucht van vroolijke invallen, dan vliegen
+fonkelende blikken als bliksemstralen door de lucht, dan ontvangt
+deze niet alleen warmte en licht van de zon, maar ook van de stralende
+gezichten der jonge vrouwen van den Etna.
+
+Maar in dezen herfst waren alle wijngaarden verwoest door de
+phylloxera. Geen druivenplukker drong zich tusschen de wijnranken,
+geen lange rij van vrouwen met volle manden op het hoofd kronkelde zich
+naar de wijnpers en 's nachts werd er niet gedanst op de platte daken.
+
+In dezen herfst welfde zich geen klare, heldere Octoberlucht boven den
+Etna. En als om de natuur in overeenstemming te brengen met den nood,
+kwam de beklemmende verstijvende woestijnwind van Afrika, stof en nevel
+met zich voerend, en verdonkerde het gansche luchtruim. Nooit, zoo
+lang deze herfst duurde, voelde men een frisschen bergwind. Voortdurend
+blies de met ongeluk bezwangerde sirocco.
+
+Soms was die zoo droog en stoffig, en zoo verschroeiend heet, dat
+men de deuren en vensters sluiten en in huis moest blijven om niet
+te versmachten.
+
+Maar meestal was die lauw, vochtig en drukkend. En de menschen kenden
+geen rust, de zorg verliet hen dag noch nacht en de ellende stapelde
+zich boven hun hoofd, als de sneeuwlagen op de hooge bergen.
+
+En de onrust kwam ook tot donna Micaela, terwijl zij nog steeds zat
+bij haar ouden man, don Ferrante.
+
+Gedurende dezen herfst hoorde zij nooit een lach, nooit een lied. De
+menschen slopen elkaar voorbij, zoo vol toorn en vertwijfeling,
+dat zij bijkans schenen te bersten.
+
+En zij zeide tot zich zelf, dat zij zeker zonnen op een oproer. Zij
+begreep dat zij in opstand moesten komen.
+
+Wel zou het zeker niemand helpen, maar er bleef hun geen ander
+middel over.
+
+In het begin van den herfst had zij op haar balkon gezeten en de
+menschen op straat hooren spreken. Ze spraken altijd over den nood.
+
+"De oogst van het graan en van den wijn is mislukt, er is
+gebrek aan zwavel en aan oranjeappels, al Sicilië's geel goud is
+verongelukt. Waarvan moest men dan leven?"
+
+En donna Micaela begreep dat dit vreeselijk was.
+
+Graan, wijn, oranjeappels en zwavel, al hun geel goud! Zij begon ook
+te begrijpen, dat de ellende grooter was dan de menschen konden dragen
+en zij was wanhopig, dat het leven zoo hard was.
+
+En zij vroeg zich af waarom de menschen gedwongen waren zulke
+bovenmatig hooge belastingen te betalen. Waarom moest er accijns op
+zout zijn, zoodat een arme vrouw geen recht had naar het strand te
+gaan om een emmer zout water te halen, maar het zout tegen hoogen
+prijs moest koopen in de winkels der regeering?
+
+En waarom moest er een belasting op de palmboomen zijn? Nu velden de
+boeren met toorn in het harte de oude boomen, wier kronen zoo lang
+boven het edele eiland gewuifd hadden. En waarom moest er belasting op
+de vensters zijn? Wat wilde men toch daarmee? Was het de bedoeling,
+dat de arme menschen hun vensters weg zouden nemen en hun kamers
+zouden verlaten om in de kelders te gaan wonen?
+
+In de zwavelmijnen waren werkstakingen en woelingen uitgebroken en de
+regeering zond troepen om het volk te dwingen weer aan den arbeid te
+gaan. Donna Micaela vroeg zich af of de regeering niet wist, dat men in
+het geheel geen machines in de mijnen gebruikte. Had zij nooit gehoord,
+dat het kinderen waren, die het erts uit de diepe schachten sleepten?
+
+De regeering wist niet, dat deze kinderen slaven waren; zij kon immers
+niet weten, dat hun ouders hen verkocht hadden aan de patroons. Of
+indien de regeering dit wist, waarom hielp ze dan de mijneigenaars?
+
+Opeens hoorde zij spreken over een ontzettende menigte misdaden. En
+opnieuw begon zij te vragen:
+
+Waarom liet men de menschen zoo misdadig worden?
+
+En waarom liet men het volk tot zoo'n groote armoede en ellende
+vervallen? Waarom moesten ze allen zoo ellendig zijn? Zij wist, dat
+degenen, die in Palermo of Catania woonden, zoo niet behoefden te
+vragen. Maar hij, die in Diamante woonde, hij kon niet nalaten te
+vreezen en te vragen. Waarom liet men de menschen zoo arm worden,
+dat zij stierven van den honger?
+
+De zomer was nauwelijks verstreken en men was nog maar in het einde
+van de maand October, toen donna Micaela den dag reeds voor zich zag,
+dat het oproer zou uitbreken. Ze zag de uitgehongerde menschen door
+de straten aanstormen. Zij zouden de winkels plunderen en ze zouden
+de huizen binnendringen der weinige rijken, die in de stad gevonden
+werden. Voor het zomerpaleis zou de wilde schare staan blijven,
+en langs de balkons en vensters naar binnen klimmen.
+
+"Hier met de juweelen der oude Alagona's, hier met don Ferrante's
+millioenen!"
+
+Het was immers hun droom, het zomerpaleis! Ze geloofden dat het zoo
+vol goud was als een sprookjesslot. Maar als zij niets vonden, zouden
+zij haar het mes op de keel zetten, om haar te dwingen de schatten
+uit te leveren, die zij nooit bezeten had, en zij zou vermoord worden
+door de roofgierige bende.
+
+Waarom konden de groote grondbezitters niet thuis blijven? Waarom
+moesten zij de armen verbitteren met het leiden van een weelderig
+leven in Rome of in Parijs?
+
+Men zou hen zoo niet haten, als zij op het eiland bleven. Dan zou men
+niet zulke dure en heilige eeden zweren, alle rijken te zullen dooden.
+
+Donna Micaela wenschte slechts dat zij kon vluchten naar één der
+groote steden. Maar zoowel haar vader als don Ferrante werd in dezen
+herfst ziek, en om hunnentwille was zij gedwongen te blijven, waar
+zij was. En zij wist, dat zij gedood zou worden als een zoenoffer
+voor de zonden der rijken tegenover de armen.
+
+Gedurende vele jaren hadden de ongelukken zich boven Sicilië
+opeengehoopt en nu konden ze niet langer tegengehouden worden.
+
+Nu begon de Etna zelf te dreigen met een uitbarsting.
+
+De zwaveldamp gloeide 's nachts vuurrood en het onderaardsche gerommel
+werd tot in Diamante gehoord.
+
+De wereld zou vergaan. Alles zou verwoest worden. Wist dan de regeering
+niets van de stemming van het volk? O, eindelijk, eindelijk had de
+regeering er kennis van gekregen, en een comité samengesteld. Het
+was een groote troost, op een mooien dag de gevolmachtigden door de
+corso te zien komen aanrijden.
+
+Indien het volk slechts begrepen had dat zij het goed met hen
+meenden. Indien slechts de vrouwen niet in haar deuren hadden gestaan
+en de fijne heeren van het vasteland bespot hadden, en indien slechts
+de kinderen niet naast de wagens hadden geloopen en geroepen: "Dief,
+dief!" Alles wat men deed verhaastte slechts het oproer. En er was
+niemand die het volk leiden en kalmeeren kon. Er was geen enkele
+ambtenaar, dien men vertrouwde. Degenen, die zich slechts lieten
+omkoopen, waren nog de minst verachten. Maar men zei dat de meesten van
+hen leden van de mafia waren. Men zei, dat zij er slechts aan dachten
+zich geld en macht toe te eigenen. En naarmate de herfst verstreek,
+duidden meer en meer teekenen er op, dat er iets ontzettends dreigde.
+
+In de couranten las men dat de arbeiders zich in de groote steden
+vereenigden en door de straten trokken. En men las ook hoe de leiders
+der socialisten door het land trokken en opruiende toespraken hielden,
+
+Opeens werd het donna Micaela duidelijk, wat de oorzaak was van alle
+onrust. Het waren de socialisten, die het oproer verwekten. Het was
+hun vurige taal, die de gemoederen in beweging bracht. Hoe kon men
+hen dat laten doen? Wie was dan koning van Sicilië? Heette hij Da
+Felice of Umberto?
+
+Toen greep ontzetting haar aan.
+
+Het was alsof men alleen tegen haar samenspande. En hoe meer zij over
+de socialisten hoorde spreken, des te meer vreesde zij hen.
+
+Giannita trachtte haar gerust te stellen.
+
+"Wij hebben geen socialisten in Diamante," zei zij. "In Diamante
+denkt men er niet aan om oproer te maken."
+
+Maar donna Micaela vroeg haar of zij niet wist wat het beteekende,
+dat de oude spinsters in donkere hoeken zaten en geschiedenissen
+verhaalden van de groote rooverhelden en den beruchten visscher
+Giuseppe Alesi, dien men de Massaniello van Sicilië noemde?
+
+Indien de socialisten slechts de menschen tot oproer konden overhalen,
+zou ook Diamante wel meedoen.
+
+Geheel Diamante wist reeds, dat iets ontzettends dreigde. Men had
+den grooten zwarten monnik zien spoken op het terras van het palazzo
+Geraci.
+
+Men hoorde de uilen den ganschen nacht schreeuwen, en sommigen
+beweerden, dat de hanen kraaiden bij zonsondergang en zwegen bij
+het ochtendgekriek.
+
+Op een dag in November, was Diamante plotseling vol woeste menschen.
+
+Het waren mannen met roofdiergezichten, ruige baarden, en groote
+handen aan ontzettend lange armen. Verscheidenen van hen droegen wijde,
+fladderende linnen mantels en men meende beruchte bandieten en onlangs
+ontslagen galeiboeven in hen te herkennen.
+
+Giannita vertelde dat al deze woeste menschen in de bergen woonden,
+en nu over den Simeto waren getrokken, omdat het gerucht verspreid
+was, dat het oproer in Diamante reeds uitgebroken was. Maar toen alles
+rustig was en de kazernes vol karabiniers waren, trokken zij weer weg.
+
+Donna Micaela dacht nu voortdurend aan deze menschen en ze was
+overtuigd dat zij haar moordenaars zouden worden. Zij zag hen voor zich
+in hun fladderende linnen mantels en met hun roofdiergezichten. Zij
+wist dat zij in hun berggrotten op de loer lagen, en op den dag
+wachtten, dat zij schoten en oproerkreten in Diamante hoorden. Dan
+zouden zij zich met moord en brand op de stad werpen en zich aan
+de spits stellen van het gansche uitgehongerde volk, generaals en
+aanvoerders der verwoesting gelijk.
+
+Donna Micaela moest gedurende dezen geheelen herfst zoowel haar
+vader als don Ferrante verplegen, die beiden maand na maand ziek
+lagen. Men had haar verzekerd, dat er volstrekt geen gevaar voor
+hun leven bestond. Zij was zeer blijde don Ferrante in het leven
+te mogen behouden, want het was haar eenige hoop, dat de menschen
+hem ten slotte zouden sparen, omdat hij uit een oud geslacht was,
+dat hoog in aanzien stond.
+
+Terwijl zij daar bij het ziekbed zat, ging haar verlangen dikwijls
+naar Gaetano en ontelbaar waren de keeren dat zij wenschte dat hij
+thuis was. Zij zou angst noch doodsvrees gevoelen, indien hij slechts
+in zijn werkplaats stond. Dan zou er slechts vrede en veiligheid in
+haar ziel heerschen.
+
+Zelfs nu hij zoo ver weg vertoefde, was hij degene, bij wien zij in
+gedachten hulp zocht, toen de ontzetting haar tot waanzin dreef.
+
+Toch had zij geen enkelen brief van hem ontvangen, in al dien tijd dat
+hij weg was; zoodat zij dikwijls geloofde, dat hij haar geheel vergeten
+had. Op andere tijden wist ze evenwel zeker, dat hij haar liefhad, want
+dan voelde zij zich zoo onweerstaanbaar gedrongen aan hem te denken,
+dat zij begreep, dat hij haar in gedachten nabij was en haar riep.
+
+In dezen herfst kreeg zij eindelijk een brief van Gaetano. Ach,
+welk een brief! Donna Micaela's eerste gedachte was hem te verbranden.
+
+Ze was naar het terras op het dak gegaan, om alleen te zijn, terwijl
+zij den brief las. Hier had ze ook eens Gaetano's liefdesverklaring
+gehoord. En die had haar volstrekt niet ontroerd. Die had haar
+geschokt, noch verschrikt. Maar deze brief was iets geheel anders. Hij
+smeekte haar bij hem te komen, de zijne te worden, hem haar leven
+te geven.
+
+Toen zij dit las, schrikte zij van zich zelf. Zij voelde hoe zij had
+willen uitroepen: "ik kom" en weg had willen vliegen. Zij voelde zich
+tot hem getrokken, meegesleept.
+
+"Laat ons gelukkig zijn!" schreef hij. "Wij verspillen den tijd,
+de jaren gaan voorbij. Laat ons gelukkig zijn."
+
+Hij beschreef haar hoe zij zouden leven. Hij vertelde haar van andere
+vrouwen, die de stem der liefde gehoorzaamd hadden en gelukkig waren
+geworden. Hij schreef even verlokkend als overtuigend.
+
+Het was niet juist de inhoud, maar de liefde, die in den brief brandde
+en gloeide en die haar vervoerde. Die steeg op uit het papier gelijk
+bedwelmende wierook en zij voelde hoe die haar doordrong. Vurig
+verlangen was het, dat uit elk woord sprak.
+
+Nu was zij niet meer een heilige voor hem, zooals zij vroeger was
+geweest. Deze brief kwam overweldigend onverwacht na een paar jaar
+van zwijgen, en zij was ontsteld dat deze haar zoo verrukte.
+
+Zóó had zij zich de liefde nooit gedacht. Zou die haar ook in dezen
+nieuwen vorm behagen? En met angst ontdekte zij dat die haar ook
+zoo behaagde.
+
+Toen strafte zij hem zoowel als zich zelf door een zeer streng antwoord
+te schrijven. Dat was moraal, moraal, niets anders dan moraal. Zij
+was trotsch dat zij zoo geschreven had. Zij ontkende niet dat zij hem
+liefhad, maar misschien zou Gaetano haar liefdeswoorden niet kunnen
+vinden, zoo verborgen waren ze onder verwijten. Het was ook beter,
+dat hij ze niet vond.
+
+Hij schreef haar geen brieven meer. Maar nu kon donna Micaela
+nooit meer aan Gaetano denken als steun en beschermer. Nu was hij
+gevaarlijker dan de mannen uit de bergen.
+
+En iederen dag bracht Diamante een onheilspellender bericht. Nu begon
+iedereen zich wapens aan te schaffen. En hoewel het verboden was die
+te bezitten, droegen toch alle menschen die in 't geheim.
+
+Alle vreemdelingen verlieten het eiland, maar in hun plaats werd er
+van Italië het ééne duizendtal soldaten na het andere gezonden.
+
+De socialisten hielden voortdurend redevoeringen.
+
+Waren zij dan bezeten door een boozen geest, dat zij niet tevreden
+waren, vóórdat zij het ongeluk opgeroepen hadden!
+
+Eindelijk hadden de oproerlingen den dag bepaald dat de storm zou
+losbreken. Geheel Sicilië, geheel Italië zou in opstand komen. Het
+was nu niet meer een holle bedreiging maar werkelijkheid.
+
+Toen kwamen er al meer en meer troepen van het vasteland. En de meesten
+waren Napolitanen, die in eeuwige veete met de Sicilianen leven.
+
+Het eiland werd in staat van beleg verklaard.
+
+Er zouden geen gerechtshoven meer zijn, slechts de krijgsraad. En
+het volk vertelde dat de soldaten verlof hadden te plunderen en te
+moorden naar hartelust.
+
+Niemand wist wat er gebeuren zou. De boeren wierpen verschansingen op
+in de bergen. In Diamante stonden mannen in groote groepen bijeen op
+de markt, stonden daar dag aan dag zonder aan den arbeid te gaan. Deze
+groepen mannen, die gekleed waren in donkere mantels met slappe hoeden,
+zagen er onheilspellend uit.
+
+Zij droomden zeker allen van het oogenblik, dat zij het zomerpaleis
+zouden plunderen.
+
+Hoe meer men den dag naderde, dat het oproer zou uitbreken, hoe zieker
+don Ferrante werd. En donna Micaela begon voor zijn leven te vreezen.
+
+Het scheen haar een teeken, dat zij voorbeschikt was tot ondergang,
+nu zij ook don Ferrante moest verliezen.
+
+Wie zou haar ontzien, als hij niet meer leefde?
+
+Zij waakte bij hem. Zij en alle vrouwen der wijk zaten in stil gebed
+bij zijn legerstede.
+
+Maar op een morgen, tegen zes uur, stierf don Ferrante. En donna
+Micaela betreurde hem, omdat hij haar eenige beschermer was en de
+eenige, die haar van den ondergang had kunnen redden, en zij wilde
+den doode alle eer bewijzen, die nog gebruikelijk is op Sicilië. Zij
+liet de sterfkamer met zwart doek bekleeden en sloot alle luiken,
+opdat het blijde zonlicht niet in het vertrek zou dringen.
+
+Zij liet ook het vuur dooven in den haard en zond om een blinden
+zanger, opdat hij elken dag in het paleis zou komen om klaagliederen te
+zingen. Zij liet het aan Giannita over cavaliere Palmeri te verplegen,
+opdat zij zelf stil in de sterfkamer zou kunnen zitten tusschen de
+treurende vrouwen.
+
+Het liep tegen den avond van den sterfdag, men had alle beschikkingen
+gemaakt en wachtte nu slechts op de witte broeders, die het lijk
+zouden wegvoeren.
+
+In de sterfkamer was het doodstil. Al de vrouwen van de wijk zaten
+daar onbeweeglijk met betraande gezichten. Donna Micaela was bleek
+in haar grooten angst en staarde onafgebroken naar het lijkkleed,
+dat over den doode gespreid was.
+
+Het was een baarkleed, dat aan het geslacht der Alagona's behoorde,
+een reusachtig groot familiewapen prijkte in het midden en het was
+afgezet met zilveren franje en dikke kwasten. Dit kleed was nooit
+gespreid over iemand anders dan over een Alagona. Het scheen daar
+te liggen, opdat donna Micaela geen oogenblik zou vergeten, dat
+haar laatste steun van haar was genomen en zij nu eenzaam en zonder
+bescherming stond tusschen het verwoede volk.
+
+Nu kwam iemand binnen om te melden, dat de oude Assunta was gekomen. De
+oude Assunta, wat wenschte de oude Assunta?
+
+"Assunta was een lofspreekster, ze placht over de dooden te spreken."
+
+Donna Micaela liet Assunta in de kamer komen. Ze was zooals zij op
+de domtrap zat te bedelen, met dezelfde gelapte kleeding, denzelfden
+verschoten hoofddoek en dezelfde oude kruk.
+
+Klein en met gebogen rug hinkte zij naar de kist. Zij had een
+verschrompeld gelaat, een ingevallen mond en doffe oogen. Donna
+Micaela zei tot zichzelf dat de hulpeloosheid en de onmacht nu haar
+kamer binnentraden.
+
+De oude verhief haar stem en begon te spreken uit naam der echtgenoote.
+
+"Mijn heer is dood, en ik ben eenzaam. Hij die mij verhief aan
+zijn zijde, is niet meer. Hoe vreemd is het, dat mijn huis zijn
+meester verloren heeft!--Waarom zijn de luiken voor uw vensters
+gesloten? vragen de voorbijgangers.--Ik antwoord: ik kan het licht niet
+verdragen, daarvoor is mijn smart te groot, mijn smart is drievoudig."
+
+"Hoe, zijn er zoo velen van uw geslacht door de witte broeders
+weggedragen?
+
+"Neen, niemand van mijn geslacht is dood, maar ik heb mijn man
+verloren, mijn man, mijn man!"
+
+De oude Assunta behoefde niet meer te zeggen. Donna Micaela barstte
+in klachten uit. Het gansche vertrek was vervuld van het geweeklaag
+der jammerende vrouwen.
+
+Want er bestaat geen smart zoo groot als het verlies van een
+echtgenoot. Zij, die weduwe waren, dachten aan hetgeen zij verloren
+hadden en zij die het nog niet waren, dachten aan den tijd, dat zij
+niet meer op straat zouden gaan, omdat geen man haar vergezelde, en
+ze tot eenzaamheid, armoede en vergetelheid gedoemd zouden zijn, en
+dat zij niets zouden beteekenen, niets zouden zijn, dat zij behooren
+zouden tot de verworpelingen dezer aarde, omdat zij geen man meer
+hadden, omdat niemand haar meer het recht tot leven gaf.
+
+
+
+Het was in het eind van December, de dagen tusschen Kerstfeest en
+Nieuwjaar.
+
+Er bestond nog steeds hetzelfde gevaar voor oproer en nog steeds
+hoorde men dezelfde beangstigende berichten. Er werd verteld dat Falco
+Falcone een groote rooversbende in de steengroeve verzameld had en
+dat hij slechts wachtte op den dag, die bepaald was voor het oproer,
+om Diamante binnen te stormen en te plunderen.
+
+Er werd ook verteld, dat de menschen in verscheidene kleine bergsteden
+opgestaan waren, de tolkantoren bij de stadspoorten in brand hadden
+gestoken en de tolkommiezen weggejaagd hadden.
+
+Men wist ook te vertellen, dat de troepen van stad tot stad trokken
+en allen arresteerden, die slechts verdacht werden, en de menschen
+bij honderden tegelijk doodschoten.
+
+Elk zei dat men zich wapenen moest voor den strijd. Men kon zich toch
+niet door deze Italianen laten vermoorden zonder zich te verzetten.
+
+Gedurende dezen tijd zat donna Micaela gevangen bij haar vaders ziekbed
+evenals zij vroeger bij don Ferrante gezeten had. Zij kon Diamante
+niet ontvluchten en de angst groeide en groeide in haar zoodat zij
+niets anders was dan trillende vrees.
+
+Het laatste en het vreeselijkste van alle onheilsberichten betrof
+Gaetano; ongeveer een week na don Ferrante's dood was Gaetano thuis
+gekomen.
+
+En dit had haar volstrekt niet beangstigd, maar integendeel
+verheugd. Zij had gejubeld eindelijk iemand in haar nabijheid te
+hebben, die haar beschermen kon.
+
+Terzelfder tijd besloot zij, dat zij Gaetano niet zou ontvangen indien
+hij bij haar kwam. Zij voelde dat zij den doode nog toebehoorde. Zij
+wilde liefst Gaetano niet zien vóórdat een jaar verstreken was.
+
+Maar toen Gaetano acht dagen thuis was zonder dat hij naar het
+zomerpaleis kwam, vroeg zij Giannita naar hem.
+
+"Waar is Gaetano, is hij misschien reeds weer vertrokken daar niemand
+over hem spreekt?"
+
+"Ach, Micaela," antwoordde Giannita, "hoe minder men spreekt over
+Gaetano, hoe beter het is voor hem."
+
+Zij vertelde donna Micaela nu, gelijk zij een groote schande zou
+verhalen, dat Gaetano socialist was geworden.
+
+"Hij is daarginds in Engeland geheel veranderd," zei zij. "Hij gelooft
+niet meer aan God of aan de heiligen. Hij kust den pastoor niet meer
+de hand, wanneer hij hem ontmoet. Hij zegt tot alle menschen, dat zij
+geen tol meer moeten geven bij de stadspoort. Hij spoort de boeren
+aan hun pacht niet meer te betalen. Hij heeft wapens meegebracht en
+hij is slechts thuis gekomen om oproer te verwekken en de bandieten
+te helpen."
+
+Zij behoefde niets meer te zeggen, opdat donna Micaela aangegrepen
+zou worden door een grooter ontzetting dan zij nog ooit gevoeld had.
+
+Dit was het dus, dat de onheilspellende herfstdagen geprofeteerd
+hadden. Juist hij moest het zijn, die den bliksem uit de wolken
+slingerde. Dat zij dit niet reeds lang geleden vermoed had!
+
+Dit was de straf en wraak. Juist hij moest het zijn die het ongeluk
+opriep.
+
+De laatste dagen was zij kalmer geweest. Zij had gehoord, dat alle
+socialisten op het gansche eiland gevangen waren genomen. En al de
+kleine oproervuren, die in de bergsteden ontstoken waren, werden
+uitgedoofd. Het had bijna geschenen, dat het oproer op niets zou
+uitloopen.
+
+Maar nu was de laatste Alagona gekomen en hem zou het volk volgen. Er
+zou beweging komen in de zwarte groepen op de markt. De mannen in
+de linnen mantels zouden over den Simeto trekken. Falco Falcone's
+rooverbende zou uit de steengroeve te voorschijn komen.
+
+
+
+Den volgenden avond sprak Gaetano op de markt. Hij had bij de marktbron
+gezeten en gezien hoe de menschen kwamen om water te halen. Twee jaar
+had hij de vreugde moeten ontberen, te zien hoe de slanke meisjes
+de zware waterkruiken op haar hoofd hieven en hoe zij met vaste,
+statige schreden haar weg vervolgden.
+
+Maar het waren niet alleen jonge meisjes die bij de bron kwamen, maar
+menschen van elken leeftijd. En toen hij nu zag hoe arm en ongelukkig
+de meesten waren, begon hij met hen over de toekomst te spreken.
+
+Hij beloofde hun dat er spoedig betere tijden zouden aanbreken. Hij
+zei tot de oude Assunta, dat zij voortaan haar dagelijksch brood
+zou hebben, zonder dat zij eenig mensch om een aalmoes zou behoeven
+te vragen. En toen zij zeide, dat zij niet begreep, hoe dat moest
+geschieden, vroeg hij haar bijna toornig, of zij dan niet wist, dat
+de tijd nu gekomen was, dat geen oud mensch of jong kind meer zonder
+steun en beschutting zou zijn.
+
+Hij wees op den ouden stoelenmatter, die even arm als de oude Assunta
+en daarenboven nog zeer ziek was, en hij vroeg of zij geloofde, dat
+men het nog langer zou dulden, dat er geen ziekenhuis of armenzorg
+was. Kon zij niet begrijpen, dat er in de toekomst voor de ouden en
+zieken gezorgd zou worden?
+
+Hij zag ook eenige kinderen, van wie hij wist, dat zij voornamelijk
+leefden van planten en wortelen, die zij aan de oevers der rivier en
+aan den weg verzamelden, en hij beloofde dat voortaan niemand meer
+honger zou behoeven te lijden. Hij legde de hand op het hoofd der
+kinderen en verzekerde zoo trotsch als ware hij de vorst van Diamante,
+dat zij nooit meer brood zouden derven.
+
+Zij wisten niets in Diamante, zei hij; zij waren onwetend en wisten
+niet, dat een nieuwe gezegende tijd aangebroken was. Zij geloofden, dat
+deze ellende steeds zou blijven voortduren. Terwijl hij zoo de armen
+troostte, hadden al meer en meer menschen zich om hem verzameld. Hij
+sprong plotseling op den rand der bron en begon te spreken.
+
+"Hoe konden zij zoo onnoozel zijn," zei hij, "om te gelooven, dat er
+geen betere tijd zou komen? Zouden de menschen, die de heele aarde
+bezaten, het dulden dat de ouden verhongerden en de kinderen tot
+ellendelingen en misdadigers opgroeiden?
+
+"Wisten ze dan niet, dat er schatten verborgen waren in den berg en
+in de zee en in den grond? Hadden zij nooit gehoord, dat de aarde
+rijk was? Geloofden ze, dat ze haar kinderen niet voeden kon?
+
+"Ze moesten niet tot elkaar zeggen, dat het onmogelijk was de zaken
+anders te regelen. Zij moesten niet denken, dat er steeds rijken en
+armen moesten zijn.
+
+"Ach, zij wisten niets. Zij kenden hun moederaarde niet. Geloofden
+zij, dat zij een van hen haatte? Hadden zij dan op het veld gelegen
+en de aarde hooren spreken? Hadden zij gezien hoe de aarde wetten
+voorschreef? Hadden zij gehoord, hoe zij een vonnis velde? Had
+de aarde dan bevolen, dat sommigen honger zouden lijden, terwijl
+anderen aan een overdadig leven zouden sterven? Waarom richtten zij
+zich niet op om te luisteren naar de nieuwe leer, die over de wereld
+ging? Verlangden zij het niet beter te hebben? Zij gingen dus gaarne
+gekleed in lompen? Ze waren dus tevreden met planten en wortelen tot
+voedsel? Wilden ze dan geen dak boven het hoofd hebben?"
+
+En hij zeide hun, dat het er niets toe deed, niets, in het geheel
+niets, of zij weigerden te gelooven aan den nieuwen tijd, die in
+aantocht was. Die zou in ieder geval toch komen.
+
+Ze behoefden immers ook niet 's morgens de zon uit de zee op te
+heffen. De nieuwe tijd zou tot hen komen, gelijk de zon kwam, maar
+waarom wilden zij haar niet tegemoet gaan? Waarom sloten zij zich op
+en vreesden het nieuwe licht?
+
+Hij sprak lang op deze wijze en steeds verzamelden zich meer menschen
+om hem heen.
+
+Maar hoe langer hij sprak, hoe schooner zijn taal werd, en hoe
+helderder zijn stem.
+
+Er kwam gloed in zijn fonkelende oogen en het arme volk, dat naar
+hem opzag, vond hem schoon als een jongen vorst.
+
+Hij was als een der oude, machtige heeren van zijn stam, die het
+vermogen bezeten hadden geluk en goud te schenken aan alle menschen
+in hun rijk.
+
+Zij geloofden hem toen hij zei, dat hij hun geluk kon geven. Ze waren
+reeds gelukkig en blijde, omdat hun jonge heer hen liefhad.
+
+Toen hij ophield met spreken, begonnen zij te jubelen en riepen dat
+zij hem wilden volgen, en doen wat hij hun beval. In een oogenblik
+was hij hun heer geworden. Hij was zoo schoon en zoo heerlijk dat
+zij hem niet konden weerstaan. En zijn geloof was zoo overtuigend,
+dat het vervoerde en meesleepte.
+
+Dien nacht was er niet één arm mensch in Diamante, die niet geloofde,
+dat Gaetano hem onbezorgde en gelukkige dagen zou schenken. Dien nacht
+zegenden allen hem, allen, die in schuren en hutten woonden. Dien
+nacht begaven de hongerigen zich ter ruste in de vaste overtuiging,
+dat ze den volgenden dag bij hun ontwaken een tafel volgeladen met
+allerlei gerechten voor hun bed zouden vinden.
+
+Want toen Gaetano sprak, was zijn macht zoo groot dat hij den grijsaard
+kon overtuigen dat hij jong, en den verkleumde, dat hij warm was. Men
+voelde dat hetgeen Gaetano beloofde, moest komen.
+
+Hij was de vorst van den nieuwen tijd. Zijn handen waren zoo mild,
+wonderen en zegeningen zouden neerdalen op Diamante, nu hij weer
+terug was gekomen.
+
+
+
+Den volgenden dag toen de zon onderging, kwam Giannita in de
+ziekenkamer en fluisterde:
+
+"Er is oproer in Paterno, sedert verscheidene uren zijn ze daar
+aan het schieten, men kan het hier hooren. Er is reeds naar Catania
+gezonden om troepen. En Gaetano zegt, dat het oproer hedenavond hier
+zal uitbreken. Hij zegt, dat het tegelijkertijd in al de Etnasteden
+zal uitbreken."
+
+Donna Micaela beduidde Giannita, dat zij bij cavaliere Palmeri zou
+blijven, zelf ging zij over de straat naar donna Elisa's winkel.
+
+Donna Elisa zat achter haar toonbank voor haar borduurraam, maar zij
+werkte niet. De tranen druppelden haar zwaar en onophoudelijk langs
+de wangen zoodat zij moest ophouden met borduren.
+
+"Waar is Gaetano?" zei donna Micaela zonder omwegen. "Ik moet hem
+spreken."
+
+"God schenke je kracht om met hem te spreken," antwoordde donna
+Elisa. "Hij is in den tuin."
+
+Donna Micaela ging over den binnenhof naar den door hooge muren
+omgeven tuin.
+
+In den tuin waren vele kleine paadjes, die zich van terras tot terras
+slingerden. Er waren ook vele priëelen, grotten en rustbanken. En
+de tuin was zoo dicht begroeid met stijve agaven, dichte dwergpalmen
+en stijfbladige ficussen en rhododendrons dat men geen twee schreden
+voor zich uit kon zien.
+
+Donna Micaela liep langen tijd door deze ontelbare kronkelpaadjes,
+vóórdat zij Gaetano kon vinden. En hoe langer zij zocht, hoe
+ongeduldiger zij werd. Eindelijk vond zij hem heel achter in den
+tuin. Hij bevond zich op het laagste terras, dat uitgebouwd was op
+één der bastions van de stadsmuren. Daar zat Gaetano kalm met hamer
+en beitel aan een beeld te werken. Toen hij donna Micaela zag, liep
+hij haar met uitgestrekte handen tegemoet.
+
+Zij gaf zich nauwelijks tijd hem te groeten.
+
+"Is het waar," zei zij, "dat gij gekomen zijt om ons in het verderf
+te storten?"
+
+Hij begon te lachen.
+
+"De sindaco is hier geweest," zei hij, "en de pastoor is hier
+geweest. Komt gij nu ook nog hier?"
+
+Het griefde haar, dat hij lachte en dat hij sprak van den sindaco en
+den pastoor.
+
+Het was toch zeker iets anders en van meer beteekenis, dat zij kwam.
+
+"Wilt gij mij zeggen," vroeg zij scherp, "of het waar is, dat wij
+hier vanavond oproer krijgen?"
+
+"O, neen," antwoordde hij, "hier komt geen oproer."
+
+En hij zei dat op zulk een moedeloozen toon, dat het haar bijna
+bedroefde om zijnentwille.
+
+"Ge doet donna Elisa heel veel verdriet," barstte zij los.
+
+"En u ook, niet waar?" zei hij met lichten spot.
+
+"Ik ben de verloren zoon, ik ben Judas. Ik ben de strafengel die u
+allen drijft uit dit paradijs, waar men gras eet."
+
+Zij antwoordde:
+
+"Misschien verkiezen wij onzen toestand boven den gewelddadigen dood."
+
+"Ja zeker, het is beter te verhongeren. Daaraan is men immers gewoon."
+
+"'t Is ook niet zoo aangenaam door bandieten vermoord te worden."
+
+"Maar wat ter wereld wil men met bandieten, als men zich niet door
+hen wil laten vermoorden?"
+
+"Ja, ik weet wel," zei zij steeds heftiger, "dat gij wilt dat alle
+rijken gedood zullen worden."
+
+Hij antwoordde haar niet dadelijk, maar beet zich op de lippen om
+zich niet te overijlen.
+
+"Laat mij eens met u spreken, donna Micaela," zei hij ten slotte. "Laat
+mij het u eens verklaren."
+
+En hij trok zijn gelaat in een plooi van geduld, en verklaarde haar
+het socialisme, zoo duidelijk en eenvoudig, dat een kind het had
+kunnen begrijpen.
+
+Doch het was er verre van, dat zij hem kon volgen. Misschien had zij
+het wel gekund, maar zij wilde niet. Zij wilde juist nu niet hooren
+spreken over het socialisme.
+
+'t Was haar zoo vreemd geweest, toen zij hem nu weer zag. De grond was
+begonnen te trillen onder haar voeten en een heerlijk en gelukzalig
+gevoel had haar doorstroomd en haar geheel vervuld.
+
+"Mijn God, daar is hij dien ik lief heb," zei zij tot zich zelf. "Hij
+is het werkelijk."
+
+Voordat zij hem gezien had, wist zij heel goed wat zij tot hem zou
+zeggen. Zij zou hem teruggebracht hebben tot het geloof zijner jeugd.
+
+Zij zou hem bewezen hebben, dat deze nieuwe leer afschuwelijk en
+gevaarlijk was. Maar toen kwam de liefde en die maakte haar dom
+en verward.
+
+Zij kon hem niets antwoorden. Zij was slechts verbaasd, dat hij zoo
+spreken kon.
+
+En zij vond hem nog veel schooner dan vroeger. Nooit tevoren was
+zij zoo verward geweest, als zij hem zag. Nooit had hij zulk een
+indruk op haar gemaakt. Of kwam het, omdat hij nu een vrije sterke
+man was geworden? Zij werd bang, toen zij voelde hoeveel macht hij
+over haar had.
+
+Zij waagde het niet hem tegen te spreken. Zij durfde niet eens spreken
+om niet in tranen uit te barsten. En indien zij gewaagd had te spreken,
+dan zou zij wel niet over politiek gesproken hebben.
+
+Zij zou hem verteld hebben, wat zij gedacht had op den dag, dat de
+klokken luidden. Of zij zou hem gesmeekt hebben zijn hand te mogen
+kussen. Zij zou hem hebben willen zeggen hoe zij van hem gedroomd
+had. Zij zou hem gezegd hebben, dat indien zij hem niet had bezeten
+om van te droomen, zij het leven niet uitgehouden had.
+
+Zij zou hem verzocht hebben zijn hand te mogen kussen uit dankbaarheid,
+omdat hij haar het leven geschonken had in al deze jaren.
+
+Indien er geen oproer zou komen, waarom sprak hij dan over
+socialisme? Wat ging het socialisme hun aan, die rustig zaten in
+donna Elisa's ouden tuin? Zij keek door een kronkelend tuinpad. Luca
+had houten bogen aan beide zijden geplaatst en langs deze slingerden
+zich nu guirlandes van lichte rozen, vol kleine knoppen en geurende
+bloemen. Men was altijd verwonderd, waar men zou komen als men door dit
+pad ging. En men kwam bij een kleinen, verweerden amor. De oude Luca
+verstond die zaken beter dan Gaetano. Terwijl zij daar zoo zaten, ging
+de zon onder en de Etna kleurde zich rozerood. Het was alsof de Etna
+bloosde van toorn over hetgeen in donna Elisa's tuin geschiedde. Het
+was gewoonlijk bij zonsondergang, wanneer de Etna stralend rood was,
+dat zij aan Gaetano had gedacht.
+
+Het was alsof zij beiden op hem gewacht hadden. En zij beiden hadden
+gedroomd hoe het zou zijn als Gaetano terugkwam. Zij had slechts
+gevreesd dat hij al te vurig en te onstuimig zou zijn. En nu sprak hij
+slechts over deze afschuwelijke socialisten, die zij haatte en vreesde.
+
+Hij sprak zeer lang. Zij zag hoe de Etna verbleekte en bronsachtig
+bruin werd en toen kwam de duisternis. Zij wist dat de maan zou
+schijnen. En zij zat onbeweeglijk stil en hoopte op de maneschijn. Zelf
+kon zij niets meer doen. Zij was volkomen in zijn macht. Maar toen
+de maneschijn kwam, hielp die haar ook niet. Gaetano bleef slechts
+doorspreken over kapitalisten en arbeiders.
+
+Toen meende ze dat er slechts één verklaring voor te vinden was. Hij
+had haar niet meer lief.
+
+Plotseling viel haar iets in. Het was acht dagen geleden, dezelfde
+dag, dat Gaetano thuis kwam. Toen was zij in Giannita's kamer gekomen,
+maar zij had zoo zacht geloopen, dat Giannita haar niet had gehoord.
+
+Zij had Giannita toen als in vervoering met uitgestrekte armen en
+naar boven gewend gelaat zien staan. En in haar handen hield zij een
+portret. Nu eens bracht zij het aan haar lippen en kuste het, dan
+weer hief zij het boven haar hoofd om er in verrukking naar op te zien.
+
+'t Was een portret van Gaetano geweest.
+
+Toen donna Micaela dit had gezien, had zij zich zacht teruggetrokken,
+gelijk zij gekomen was. En zij had slechts gedacht, dat het jammer
+was voor Giannita, dat zij Gaetano liefhad. Maar nu Gaetano slechts
+sprak over het socialisme, moest zij daaraan denken.
+
+Nu begon zij te gelooven, dat Gaetano ook Giannita liefhad. Zij
+herinnerde zich, dat zij vrienden der jeugd waren. Misschien had hij
+haar reeds lang liefgehad, misschien was hij teruggekomen om met haar
+te trouwen.
+
+Donna Micaela kon niets zeggen, zij had geen recht zich te
+beklagen. Het was nauwlijks een maand geleden sedert zij Gaetano
+geschreven had, dat het niet goed was dat hij haar liefhad.
+
+Hij boog zich nu tot haar over, keek haar in de oogen, en dwong haar
+eindelijk te luisteren, naar wat hij zei.
+
+"Ge zult begrijpen, donna Micaela, ge moet het begrijpen. Wat wij hier
+in het Zuiden noodig hebben, is een wedergeboorte, een herschepping,
+zooals het Christendom was in zijn tijd. Naar boven de slaven, naar
+beneden de heeren! Een ploeg, die nieuwe aardlagen opwerpt! Wij moeten
+in nieuwe aarde zaaien, de oude grond is uitgeput. De oude aardlaag
+draagt slechts zwakke, ellendige planten. Laat de grondaarde voor
+den dag komen en ge zult iets geheel anders zien!
+
+"Zie, donna Micaela, hoe komt het dat het socialisme nog leeft, dat het
+niet vernietigd is? Omdat het met een nieuwe leuze gekomen is. "Denk
+aan de aarde", zegt het, evenals het Christendom met de leuze kwam:
+
+--"Denk aan den hemel."
+
+"Zie om u heen! Zie naar de aarde, is die niet alles wat wij
+bezitten? Laat ons dan het leven hier zóó inrichten dat wij gelukkig
+worden. Waarom, o waarom heeft men vroeger niet zoo gedacht? Omdat
+wij ons te veel bezighielden met het leven hiernamaals. Laat ons
+verlost zijn van dat hiernamaals.
+
+"De aarde, de aarde, donna Micaela! Ach, wij socialisten, wij hebben
+haar lief. Wij aanbidden de heilige aarde, die arme, verachte moeder,
+die rouw draagt, omdat haar kinderen naar den hemel willen opstijgen.
+
+"Geloof mij, donna Micaela," zei hij, "de nieuwe leer zal in zeven
+jaren verspreid zijn. Als de nieuwe eeuw aanbreekt, zal zij over
+de geheele aarde heerschen. Dan zullen de martelaars hun bloed voor
+haar geofferd hebben, dan zullen de apostelen gesproken hebben, dan
+zal schare na schare tot haar overgegaan zijn. Wij, de echte zonen
+der aarde, zullen de overwinnaars zijn. En zij zal zich in al haar
+schoonheid aan onze blikken vertoonen. Zij zal ons genot, gezondheid,
+kennis en schoonheid geven."
+
+Gaetano's stem begon te trillen, en tranen kwamen in zijn oogen. Hij
+ging naar den rand van het terras en strekte de armen uit als wilde
+hij de door de maan beschenen aarde omvatten.
+
+"Gij zijt zoo verblindend schoon," zei hij, "zoo verblindend schoon."
+
+En donna Micaela meende gedurende een oogenblik zijn smart mee te
+gevoelen over de verschrikking, die verborgen was onder dit uiterlijk
+omhulsel van schoonheid. Zij zag het leven met al zijn ellende en
+lijden, gelijk een modderige beek vol verpestende onreinheden, zich
+slingeren door die schitterende wereld van schoonheid.
+
+"En niemand kan van u genieten," zei Gaetano, "niemand kan
+het wagen van u te genieten. Ge zijt ongetemd en vol nukken en
+boosaardigheid. Gij zijt de onzekerheid en het toeval, gij zijt
+het berouw en de kwelling, gij zijt de zonde en de schande, gij
+zijt het dwangbuis, dat wij willen verbreken, gij zijt alles wat de
+verschrikking vormt, omdat de menschen u niet beter hebben willen
+maken."
+
+"Maar uw dag zal komen," zei hij jubelend. "Eens zullen ze allen met
+liefde tot u komen. Ze zullen zich niet aan een droom vastklampen,
+die niets geeft, noch iets vermag."
+
+Zij viel hem plotseling in de rede.
+
+Zij begon hem al meer en meer te vreezen.
+
+"Het is dus waar, dat het u niet goed gegaan is in Engeland?"
+
+"Wat meent ge?"
+
+"Men zegt dat de groote meester, tot wien miss Tottenham u zond,
+gezegd heeft, dat gij-- -- --"
+
+"Wat heeft hij gezegd?"
+
+"Dat gij en uw beelden in Diamante pasten, maar nergens anders."
+
+"Wie zegt dat?"
+
+"Men gelooft dat, omdat gij zoo veranderd zijt."
+
+"Omdat ik nu socialist ben?"
+
+"Waarom zoudt ge dat zijn, indien het u goed ging?"
+
+"O, waarom....? Ge weet dus niet," vervolgde hij lachend, "dat mijn
+meester in Engeland zelf een socialist is. Ge weet niet dat hij mij
+zelf deze leer verkondigd heeft-- -- --"
+
+Hij zweeg plotseling en vervolgde de woordenwisseling niet. Hij ging
+naar de bank waar hij gezeten had toen zij kwam en nam het beeld. Dat
+reikte hij donna Micaela.
+
+'t Was als wilde hij zeggen: "Zie nu zelf of gij gelijk hebt."
+
+Zij hield het in den maneschijn. Het was een Mater Dolorosa van zwart
+marmer. Dat kon zij duidelijk zien. Zij kon het ook herkennen. Het
+beeld droeg haar eigen gelaatstrekken. Een oogenblik bracht dit haar in
+verrukking. In het volgende werd zij door ontzetting aangegrepen. Hij
+een socialist, hij, die niet geloofde, waagde het een Madonna te
+scheppen! En hij had het beeld haar trekken gegeven. Hij sleepte haar
+mede in zijn zonde!
+
+"Ik heb dit beeld voor u gemaakt, donna Micaela," zei hij.
+
+O, indien het beeld van haar was! Zij wierp het over de balustrade. Het
+stiet tegen den steilen bergwand, viel al dieper, rukte steenen
+los en sloeg zich zelf te pletter. Eindelijk hoorde men het in den
+Simeto neerploffen.
+
+"Met welk recht schept gij Madonna's?" vroeg zij Gaetano.
+
+Hij stond zwijgend. Zóó had hij donna Micaela nog nooit te voren
+gezien.
+
+In hetzelfde oogenblik dat zij tegen hem streed, was zij groot en
+statig geworden. De schoonheid, die bij haar altijd kwam en ging
+als een onrustige gast, troonde nu op haar gelaat. Zij zag er koud
+en ongenaakbaar uit, een vrouw, verleidelijk om te overtuigen en
+te winnen.
+
+"Gij gelooft dus nog aan God, daar ge Madonna's beitelt?" vroeg zij.
+
+Hij haalde heftig adem. Nu was het alsof hij verlamd was. Hij was zelf
+een geloovige geweest. Hij wist hoe diep hij haar gegriefd had. Hij
+zag dat hij haar liefde verspeeld had. Hij had een vreeselijke,
+ondempbare kloof tusschen hen gelegd.
+
+Hij moest spreken, moest haar winnen voor zijn overtuiging.
+
+Hij begon te spreken, maar zwak en stamelend.
+
+Ze luisterde stil. Toen viel zij hem medelijdend in de rede.
+
+"Hoe zijt ge zoo geworden?"
+
+"Ik dacht aan Sicilië," zei hij ontwijkend.
+
+"Gij dacht aan Sicilië," herhaalde zij nadenkend.
+
+"En waarom kwaamt gij thuis?"
+
+"Ik kwam terug om een oproer te verwekken."
+
+'t Was alsof ze over een ziekte spraken, een verkoudheid, die hij
+zich op den hals gehaald had, waarvan hij na een paar dagen genezen
+zou zijn.
+
+"Ge kwaamt dus thuis om ons in het verderf te storten," zei ze streng.
+
+"Zooals gij wilt, zooals gij wilt," zei hij ootmoedig.
+
+"Gij kunt het immers zoo noemen. Zooals het nu loopt, hebt ge zeker
+gelijk het zoo te noemen. O, indien men mij geen onjuiste mededeelingen
+gedaan had, zoodat ik niet een week te laat was gekomen! Is het niet
+juist iets voor ons Sicilianen om ons door de regeering te laten
+verhinderen in onze plannen?
+
+"Toen ik hier kwam waren alle leiders reeds gearresteerd en het eiland
+bezet door veertigduizend man. Alles is voorbij!"
+
+Het klonk zoo droevig leeg, toen hij zei: "alles is voorbij." En
+om der wille van dit plan, dat tot niets werd, had hij zijn geluk
+verspeeld. Zijn beginselen en principes schenen hem nu louter
+spinnewebben, waarin hij gevangen was geweest. Hij wilde zich losrukken
+om haar te naderen. Zij was het eenige dat hij bezat. Zoo had hij
+het ook vroeger gevoeld. En nu kwam dat gevoel terug. Zij was zijn
+eenige schat in de wereld.
+
+"Ze strijden vandaag in Paterno."
+
+"Dat is slechts een twist bij de stadspoort," zei hij. "Dat beteekent
+niets. Indien ik slechts den geheelen Etna had kunnen aansteken, den
+geheelen stedenkrans rondom den berg. Dan zou men ons begrepen hebben,
+dan zou men naar ons geluisterd hebben. Nu schiet men slechts enkele
+boeren dood om eenige honderden hongerige monden minder te hebben. Men
+scheldt ons niets kwijt."
+
+Hij rukte aan zijn spinneweb. Kon hij het wagen tot haar te gaan,
+haar te zeggen, dat dit alles hem onverschillig was? Hij behoefde
+immers niet aan politiek te denken, hij was toch kunstenaar, hij was
+vrij en hij wilde haar bezitten.
+
+Op dit oogenblik was het alsof de lucht beefde.
+
+Een schot dreunde door den nacht, toen nog één en nog één.
+
+Zij naderde hem en greep hem bij den pols.
+
+"Is dit het oproer?" vroeg zij.
+
+Schot op schot dreunde door de lucht. Toen hoorde men geschreeuw en
+geroep van menschen, die door de straten stormden.
+
+"Het is het oproer! het moet het oproer zijn!"
+
+"Leve het socialisme!"
+
+Jubelend kwam het geloof aan zijn zaak weer terug. Haar zou hij ook
+daarvoor winnen. Vrouwen hadden nog nooit geweigerd den overwinnaar
+te behooren.
+
+Ze haastten zich beiden zonder een woord te spreken naar de
+tuinpoort. Daar begon Gaetano te vloeken en te roepen, hij kon er
+niet uitkomen. Er was geen sleutel in het slot. Hij was opgesloten.
+
+Hij keek rond. Aan drie zijden waren er hooge muren en aan de vierde
+gaapte de afgrond. Er bestond geen uitweg voor hem. Maar van de straat
+klonk een vreeselijk tumult; menschen, die schreeuwden en riepen,
+en schoten die dreunden. En men hoorde hen brullen: Leve de vrijheid,
+leve het socialisme!
+
+Gaetano wierp zich tegen de poort, en ook hij brulde bijna, hij was
+gevangen, hij kon er niet bij zijn.
+
+Donna Micaela volgde hem zoo vlug zij slechts kon. Nu zij hem had
+hooren spreken, dacht zij er niet meer aan, hem terug te houden.
+
+"Wacht slechts, wacht slechts," riep zij. "Ik ben het, die den sleutel
+uit het slot heb genomen."
+
+"Gij, gij?" zei hij.
+
+"Ja, ik nam hem er uit, toen ik kwam. Het viel mij in, dat ik u
+hier opgesloten kon houden, indien gij oproer wildet maken. Ik wilde
+u redden."
+
+"Welk een dwaasheid!" zei hij en rukte haar den sleutel uit de hand.
+
+Terwijl hij naar het sleutelgat zocht, had hij nog tijd iets te zeggen.
+
+"Waarom wilt gij mij nu niet meer redden?"
+
+Zij gaf geen antwoord.
+
+"Misschien opdat uw God gelegenheid zal hebben mij in het verderf
+te storten?"
+
+Zij zweeg nog steeds.
+
+"Waagt gij het niet mij voor Zijn toorn te beschutten?"
+
+"Neen, dat waag ik niet," zei ze zacht.
+
+"Gij geloovigen zijt vreeselijk," zei hij.
+
+Hij voelde dat zij hem losliet. Het trof hem diep en het ontnam hem
+den moed, dat zij geen enkele poging deed om hem tegen te houden.
+
+Hij draaide den sleutel heen en weer zonder het slot te kunnen openen,
+verlamd doordat zij daar zoo bleek en koud achter hem stond.
+
+Toen voelde hij plotseling haar armen om zijn hals en haar lippen,
+die de zijne zochten.
+
+In hetzelfde oogenblik vloog de poort open en ijlde hij weg. Hij
+wilde haar kussen niet, die hem slechts aan den dood wijdden. In
+haar oud geloof scheen zij hem huiveringwekkend als een lijk. Als
+een vluchteling snelde hij heen.
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+HET FEEST VAN SAN SEBASTIAAN.
+
+
+Toen Gaetano weg was, stond donna Micaela nog langen tijd in donna
+Elisa's tuin. Zij stond daar als versteend en kon voelen noch denken.
+
+Toen ontwaakte de gedachte plotseling in haar, dat zij en Gaetano
+niet alleen op de wereld bestonden. Zij dacht aan haar zieken vader,
+dien zij gedurende zoo vele uren geheel vergeten had.
+
+Ze ging door de poort naar de corso, die eenzaam en verlaten lag. De
+schoten en het geschreeuw klonken zeer ver weg en zij zei tot zichzelf,
+dat er zeker bij de Porta Etnea gestreden werd.
+
+Heldere maneschijn gleed over den gevel van het zomerpaleis en het
+verbaasde haar, dat op dezen tijd en in dezen nacht de balkondeuren
+wijd openstonden en dat de vensterluiken niet gesloten waren. En nog
+meer was zij verbaasd dat de poort openstond en de winkeldeur ook
+niet gesloten was.
+
+Toen zij door het poortgewelf ging, zag zij daar den ouden poortwachter
+Piero niet. De lantaarn was niet opgestoken en geen mensch was er te
+zien op den binnenhof.
+
+Ze ging de trap op naar de galerij, haar voet stiet tegen iets
+hards. Het was een kleine bronzen vaas, die anders in de muziekzaal
+stond. Een paar schreden verder vond zij een mes.
+
+Het was een scherp geslepen mes gelijk een dolk. Toen zij het opnam,
+vielen een paar donkere druppels van de punt. Zij begreep dat het
+bloed moest zijn.
+
+En eveneens begreep zij, dat hetgeen zij den ganschen herfst gevreesd
+had, nu geschied was. Bandieten waren in het zomerpaleis gedrongen
+om het te plunderen.
+
+En allen, die vluchten konden, waren gevlucht, maar haar vader,
+die zijn bed niet kon verlaten, zou nu zeker vermoord zijn.
+
+Ze kon onmogelijk weten of de roovers nog in haar huis waren. Maar
+nu zij midden in het grootste gevaar was, verdween haar angst en
+zij haastte zich verder zonder er aan te denken, dat zij alleen en
+weerloos was.
+
+Zij ging door de galerij en kwam in de muziekzaal. Daar vielen breede
+strepen maanlicht over den vloer en midden in een dezer strepen lag
+een mensch onbeweeglijk uitgestrekt.
+
+Donna Micaela boog zich over dit onbeweeglijke lichaam.
+
+Het was Giannita. Zij was vermoord, zij had een diepe gapende wonde
+aan den hals.
+
+Donna Micaela legde het lichaam terecht, kruiste haar de handen over
+de borst en sloot haar de oogen.
+
+Zij kreeg bloed aan haar handen en toen zij dit lauwe kleverige bloed
+voelde, begon zij te schreien.
+
+"Ach mijn goede, beminde zuster," zei zij luide, "het is uw jong
+leven dat weggevloeid is met dit bloed. Gedurende uw gansche leven
+hebt ge mij liefgehad en nu hebt ge uw bloed geofferd, om mijn huis
+te beschermen. Is het tot straf voor mijn hardheid, dat God u van
+mij heeft genomen?
+
+"Is het omdat ik u niet gunde dengene te beminnen, dien ik
+liefhad? Zijt gij daarom van mij gegaan?
+
+"Ach zuster, zuster, kondt gij mij niet minder hard straffen?"
+
+Zij boog zich voorover en kuste de doode op het voorhoofd. "Ge gelooft
+het niet," zei zij. "Ge weet dat ik u altijd trouw ben geweest. Ge
+weet dat ik u heb liefgehad."
+
+Toen herinnerde zij zich dat de doode nu niet meer op de aarde
+vertoefde en zij niet meer behoefte had aan betuigingen van vriendschap
+en berouw.
+
+En zij deed een paar gebeden bij het lijk, omdat het eenige, dat zij
+voor haar zuster doen kon, was met vrome gedachten den vluchtenden
+geest op zijn tocht naar God te steunen.
+
+Daarna ging zij verder, niet meer bevreesd voor iets, dat haar zelf
+kon treffen, maar in een onbeschrijflijken angst voor hetgeen haar
+vader wedervaren was.
+
+Toen zij eindelijk door de lange zalen in de praalwoning kwam, en
+vóór de deur stond van de ziekenkamer, zochten haar handen lang naar
+het slot en toen zij het gevonden had, ontbrak haar de kracht om den
+sleutel om te draaien.
+
+Toen riep haar vader van uit zijn kamer wie daar was.
+
+Nu zij zijn stem hoorde en begreep dat hij leefde, had zij het gevoel
+alsof alles in haar trilde en brak, en het vermogen verloor haar te
+dienen. Haar hart en verstand hielden tegelijk op te werken en haar
+spieren konden haar niet langer staande houden. Zij dacht nog, dat
+dit het gevolg was van de vreeselijke spanning waarin zij verkeerd
+had. En met een eigenaardig gevoel van verlichting zonk zij in een
+langdurige bezwijming.
+
+Donna Micaela ontwaakte tegen den volgenden morgen uit haar
+onmacht. Toen was er veel voorgevallen.
+
+De bedienden waren te voorschijn gekomen uit hun schuilplaatsen en
+hadden donna Elisa gewaarschuwd. Zij had het beheer over het verlaten
+paleis genomen, en om de politie gezonden, zij had de witte broeders
+laten komen. En dezen hadden het lijk van Giannita gedragen naar haar
+moeders huis.
+
+Toen donna Micaela ontwaakte, lag ze op een sofa in een vertrek naast
+haar vaders kamer. Niemand was bij haar, maar daarbinnen hoorde zij
+donna Elisa spreken.
+
+"Mijn zoon en mijn dochter," zei donna Elisa snikkend. "Ik heb mijn
+zoon zoowel als mijn dochter verloren."
+
+Donna Micaela trachtte zich op te richten, maar zij kon niet. Haar
+lichaam lag nog in een verstijving, hoewel haar ziel reeds ontwaakt
+was.
+
+"Cavaliere, cavaliere," zei donna Elisa "kunt gij het
+begrijpen? Bandieten van den Etna sluipen in de stad, zij schieten
+op het tolkantoor en roepen: "Leve het socialisme!" En dat doen zij
+slechts om de menschen van de straat te jagen en de karabiniers te
+lokken bij de Porta Etnea. Geen enkele man van Diamante was er bij. Het
+zijn bandieten, die dit plan slechts beraamd hebben om te plunderen
+bij miss Tottenham en bij donna Micaela, bij twee vrouwen, cavaliere!
+
+"Wat moeten die heeren officieren, die in den krijgsraad zitten,
+toch gedacht hebben? Geloofden zij dat Gaetano samenspande met de
+bandieten? Zagen zij dan niet dat hij een edelman was, een echte
+Alagona, een kunstenaar? Hoe hebben ze hem kunnen veroordeelen?"
+
+Donna Micaela luisterde met ontzetting, maar zij trachtte zich in te
+spreken, dat zij nog droomde.
+
+Ze hoorde opnieuw hoe Gaetano haar vroeg of zij hem aan God offerde. En
+weer meende zij te antwoorden, dat zij dat deed. Nu droomde zij hoe
+het zou zijn, indien hij werkelijk gevangen was genomen.
+
+"Wat is dit toch voor een ongeluksnacht?" zei donna Elisa. "Wat is
+het toch, dat in de lucht zweeft en de menschen verward en waanzinnig
+maakt?
+
+"Ge kent Gaetano, cavaliere. Hij is immers altijd heftig en vurig
+geweest, maar hij was toch niet zonder verstand, hij kon zich toch
+altijd wel beheerschen. Maar hedennacht werpt hij zich den vijand in
+de armen.
+
+"Gij weet, dat hij oproer wilde maken, ge weet dat hij thuis was
+gekomen om oproer te verwekken. Toen hij nu hoort dat er geschoten
+wordt en dat men roept "Leve het socialisme" wordt hij wild en
+woest. Hij zegt tot zich zelf, dat dit het oproer is, en hij ijlt
+de straat op om er bij te zijn. En hij roept den ganschen tijd:
+"Leve het socialisme", zoo hard hij slechts kan.
+
+"En toen ontmoet hij een groote menige soldaten, een gansch leger. Want
+zij waren op weg naar Paterno maar hoorden het schieten in Diamante en
+trokken hier binnen om te zien wat er gaande was. En Gaetano kan geen
+soldatenmuts meer herkennen, hij gelooft dat het de oproerlingen zijn,
+hij meent in hen gezanten des hemels te zien, en hij stort zich in
+hun midden en laat zich zoo gevangennemen. En de soldaten, die even
+tevoren alle bandieten hadden opgevangen, terwijl zij met hun buit
+wegslopen, leggen nu ook de hand op Gaetano. En zij gaan verder door de
+stad en vinden alles rustig. Maar vóórdat zij wegtrekken, houden zij
+krijgsraad over hun gevangenen. En zij veroordeelen Gaetano tegelijk
+met de anderen, veroordeelen hem evenals hen, die inbraak gepleegd
+en vrouwen vermoord hebben.
+
+"Hadden zij hun verstand niet verloren, cavaliere?"
+
+Donna Micaela kon niet hooren wat haar vader antwoordde. Zij zelf
+wilde duizend vragen stellen, maar zij was nog verstijfd en kon zich
+niet verroeren. Zij zou willen weten of Gaetano doodgeschoten was.
+
+"Wat bedoelden zij met hem te veroordeelen tot negen en twintig jaar
+gevangenisstraf?" vroeg donna Elisa.
+
+"Gelooven zij dat hij of iemand, die hem liefheeft zoo lang kan leven?
+
+"Hij is dood, cavaliere, dood voor mij, evenals Giannita."
+
+Donna Micaela had een gevoel alsof zij gebonden was met sterke ketenen,
+opdat zij niet zou kunnen ontvluchten. Dit was erger, vond zij,
+dan aan een schandpaal gebonden te zijn en gegeeseld te worden.
+
+"'t Is al de vreugde van mijn ouderdom, die nu van mij is genomen,"
+klaagde donna Elisa.
+
+"Giannita en Gaetano! Ik had altijd gedacht, dat deze twee nog eens
+een paar zouden worden. Zij zouden zoo goed bij elkaar gepast hebben,
+omdat beiden mijn kinderen waren en mij liefhadden. Waarvoor zal ik
+nu leven, nu ik niet langer jeugd om mij heen heb?
+
+"Ik had het dikwijls zeer arm, toen Gaetano bij mij kwam en men zeide
+mij, dat ik minder zorg zou hebben, indien ik alleen was. Maar ik
+antwoordde: "Daar geef ik niets om, indien ik slechts jeugd om mij
+heen heb." En ik hoopte, dat hij, als hij volwassen zou zijn, een
+jonge vrouw zou nemen en zij zouden kleine kinderen krijgen en ik
+zou nooit eenzaam behoeven te zitten als een onnut oud mensch."
+
+Donna Micaela moest er aan denken, dat zij Gaetano had kunnen redden,
+maar niet had gewild. Maar waarom had zij toch niet gewild? Dat
+scheen haar nu onbegrijpelijk. Zij begon bij zich zelf al de redenen
+op te sommen, die zij gehad had om hem zich in het verderf te
+laten storten. Hij was een godloochenaar en socialist en hij wilde
+oproer maken. En dit had opgewogen tegen al het andere, toen zij de
+tuinpoort voor hem opende. Deze redenen hadden ook opgewogen tegen
+haar liefde. Nu begreep zij dat niet. Het was alsof een schaal vol
+veeren had kunnen opwegen tegen een schaal vol goud.
+
+"Mijn mooie jongen," klaagde donna Elisa, "mijn mooie jongen. Hij was
+reeds een groot man daarginds in Engeland, en hij kwam thuis om ons
+arme Sicilianen te helpen. En nu hebben zij hem veroordeeld als een
+bandiet. Men zegt dat zij op het punt stonden hem dood te schieten,
+evenals zij dat de anderen gedaan hebben.
+
+"Misschien was het beter geweest, cavaliere. 't Ware beter hem op
+het kerkhof te weten, dan dat hij in de gevangenis versmacht. Hoe
+zal hij dat lijden kunnen dragen? Hij zal het niet kunnen uithouden,
+hij zal ziek worden, en spoedig sterven."
+
+Toen zij dit zei, rukte donna Micaela zich los uit haar verdooving en
+richtte zich op van de sofa. Zij wankelde door de kamer en kwam bij
+haar vader en donna Elisa, even doodsbleek als de vermoorde Giannita.
+
+Zij was zoo zwak, dat zij het niet waagde te loopen, maar bij de deur
+bleef staan en tegen den deurpost leunde.
+
+"Hier ben ik," zei zij, "donna Elisa, hier ben ik-- -- --"
+
+De woorden wilden niet over haar lippen komen. Zij wrong de handen
+in vertwijfeling, omdat zij niet kon spreken.
+
+Donna Elisa was oogenblikkelijk bij haar. Zij legde haar arm om donna
+Micaela's middel om haar te steunen, zonder zich er om te bekommeren
+dat donna Micaela haar trachtte af te weren.
+
+"Gij moet mij vergeven, donna Elisa," zei zij met nauwelijks hoorbare
+stem. "Ik heb het gedaan."
+
+Donna Elisa lette niet veel op hetgeen zij zeide. Zij zag dat donna
+Micaela koorts had en geloofde dat zij ijlde.
+
+Haar lippen bewogen zich, en men zag dat zij iets wilde zeggen, maar
+men hoorde slechts enkele woorden. 't Was onmogelijk te begrijpen
+wat zij meende.
+
+"Tegen hem, zooals tegen mijn vader," zei zij herhaaldelijk. En toen
+riep zij, dat zij allen, die haar liefhadden, in het verderf stortte.
+
+Donna Elisa had haar naar een stoel geleid en daar zat donna Micaela en
+kuste donna Elisa's oude rimpelige handen, en vroeg haar om vergeving
+voor hetgeen zij gedaan had.
+
+"Ja, zeker! Ja, zeker! donna Elisa vergaf het haar." Donna Micaela
+zag haar scherp aan met groote koortsachtige oogen en vroeg of het
+waar was.
+
+"Ja, zeker is het waar."
+
+Toen legde zij haar hoofd op donna Elisa's schouder en snikte. Zij
+dankte haar en zei dat zij niet had kunnen leven, indien zij donna
+Elisa's vergiffenis niet ontving. Tegen niemand had zij zoo gezondigd
+als tegen haar. Kon zij haar vergeven?
+
+"Ja, ja," zei donna Elisa keer op keer en zij geloofde dat donna
+Micaela ijlde, tengevolge van schrik en koorts.
+
+"Er is iets dat ik u moet zeggen," zei donna Micaela. "Ik weet het,
+maar gij weet het niet. Gij vergeeft mij nooit, indien ge het weet."
+
+"Ja zeker vergeef ik het u," zei donna Elisa.
+
+Op deze wijze spraken zij lang, zonder elkaar te begrijpen, maar
+het was goed voor de oude donna Elisa, dat ze dien nacht iemand
+kon koesteren en troosten en versterkende kruiden en droppels kon
+geven. Het was goed voor haar, dat er nog iemand was, die het hoofd
+tegen haar schouder legde en weende over haar verdriet.
+
+
+
+Donna Micaela, die gedurende drie jaar Gaetano had liefgehad, zonder
+ooit te denken, dat zij elkaar eens zouden toebehooren, had zich aan
+een eigenaardige soort liefde gewend. 't Was haar genoeg te weten,
+dat Gaetano haar liefhad. Als zij daaraan dacht, doorstroomde haar
+een heerlijk gevoel van veiligheid en geluk.
+
+"Wat doet het er toe?" zei zij als zij tegenspoed ondervond. "Gaetano
+heeft mij lief!" Hij was haar altijd nabij om haar op te beuren. Hij
+was een deel van al haar gedachten en plannen. Hij was de ziel van
+het leven zelve voor haar.
+
+Zoo spoedig donna Micaela zijn adres wist, schreef zij hem. Ze bekende
+hem, dat zij de vaste overtuiging had gehad, dat hij zijn ongeluk
+tegemoet ging. Maar zij was zoo bevreesd geweest voor hetgeen hij
+nog in de toekomst zou verrichten, dat zij het niet gewaagd had hem
+te redden. Zij schreef ook hoezeer zij zijn leer verafschuwde. Zij
+verborg niets voor hem. Zij zeide, dat zelfs indien hij vrij was,
+zij nooit de zijne kon worden.
+
+Zij vreesde hem. Hij had zulk een macht over haar dat indien zij
+vereenigd waren, hij haar tot een godloochenaarster en socialiste
+zou maken. Zij moest altijd van hem gescheiden leven, om haar ziel
+te kunnen redden.
+
+Maar zij bad en smeekte hem, dat hij trots alles niet zou ophouden
+haar lief te hebben.
+
+Hij mocht niet doen gelijk haar vader. 't Was waarschijnlijk, dat ook
+hij haar nu uit zijn hart bande, maar dat mocht hij niet doen. Hij
+moest barmhartig zijn. Indien hij wist hoe lief zij hem had, indien
+hij wist hoe zij van hem droomde!
+
+En zij bekende hem, dat hij het leven zelf voor haar was. "Moet ik
+sterven, Gaetano?" vroeg zij.
+
+"Is het dan niet reeds ongelukkig genoeg, dat deze leer ons scheidt? Is
+mijn ongeluk niet reeds groot genoeg, nu men u in de gevangenis
+gevoerd heeft? Zult gij nu ook nog ophouden mij lief te hebben,
+omdat wij niet gelijk denken? Och, Gaetano, heb mij toch lief. Onze
+liefde leidt tot niets, er is geen hoop voor ons, maar heb mij lief,
+ik sterf als ge mij niet lief hebt."
+
+Donna Micaela had nauwelijks dezen brief verzonden, of zij begon reeds
+op het antwoord te wachten. Zij geloofde, dat zij een brief vol toorn
+terug zou krijgen, maar zij hoopte, dat zij een enkel woord daarin
+zou vinden, dat haar bewees, dat hij haar nog liefhad.
+
+Maar zij wachtte verscheidene weken zonder een brief van Gaetano
+te ontvangen.
+
+'t Baatte haar niets, dat zij iederen dag buiten op de galerij den
+postbode opwachtte, en hem bijna bedroefd maakte, omdat hij altijd
+genoodzaakt was te zeggen, dat hij niets voor haar had.
+
+Een dag ging zij zelf naar het postkantoor en verzocht met smeekende
+oogen, dat men haar toch den brief zou geven, dien zij verwachtte. "Die
+moest er toch zijn," zei zij. Misschien hadden zij het adres niet
+kunnen lezen, misschien was hij in een verkeerd vak gekomen.
+
+En haar mooie smeekende oogen bewogen den postmeester, zoodat zij
+mocht zoeken tusschen hoopen oude, onafgehaalde brieven en alle laden
+van het postkantoor mocht nazien. Maar dat alles baatte niets.
+
+Toen schreef zij een tweeden brief aan Gaetano, maar er kwam geen
+antwoord.
+
+Nu trachtte zij te gelooven, wat haar onmogelijk scheen. Zij beproefde
+zich zelf te overtuigen, dat Gaetano haar niet meer liefhad.
+
+En naarmate deze overtuiging vaster vorm aannam, begon zij zich op
+te sluiten in haar kamer. Zij werd bang voor de menschen en was het
+liefst alleen.
+
+Dag aan dag werd zij zwakker. Zij liep gebogen en zelfs haar schoone
+oogen schenen allen glans en leven verloren te hebben.
+
+Na eenige weken was zij zoo verzwakt, dat zij niet meer kon staan, maar
+den geheelen dag op de sofa moest liggen. Ze was een gemakkelijke prooi
+voor een ziekte, die haar al haar levenskracht ontnam. Zij voelde,
+dat zij den dood nabij was en zij was bevreesd te sterven. Maar zij
+kon niets doen. Een enkel geneesmiddel bestond er voor haar, maar
+dat kwam niet.
+
+Terwijl donna Micaela op deze wijze zacht uit het leven scheen te
+glijden, maakte men in Diamante toebereidselen om het feest van San
+Sebastiaan te vieren dat in het eind van Januari valt.
+
+Het was het grootste feest dat in Diamante gehouden werd, maar in de
+laatste jaren was het niet met de gewone pracht gevierd, omdat nood
+en kommer de gemoederen te veel drukten.
+
+Maar dit jaar nadat het oproer mislukt was, terwijl Sicilië nog vol
+vreemde troepen was en de geliefde helden van het volk in de gevangenis
+smachtten, stelde men voor, het feest met ouderwetschen luister
+te vieren. Want nu was het geen tijd de heiligen te verwaarloozen,
+zei men.
+
+En het vrome volk van Diamante besloot, dat het feest drie dagen zou
+duren en dat San Sebastiaan gevierd zou worden door het uitsteken
+der vlaggen, het versieren der huizen, hardrijderijen en bijbelsche
+optochten, illuminaties en een wedstrijd van zangers. En met grooten
+lust en ijver toog men aan het werk. In ieder huis werd er geboend
+en gewreven. Men haalde de oude processiekleederen te voorschijn en
+men bereidde zich tot de ontvangst van vreemden van den geheelen Etna.
+
+Het eenige huis in Diamante, waar geen toebereidselen gemaakt werden,
+was het zomerpaleis. Donna Elisa was daarover diep bedroefd, maar ze
+kon donna Micaela niet bewegen het zomerpaleis te versieren.
+
+"Hoe kunt gij verlangen, dat ik een huis van rouw met bloemen en
+groen zal versieren?" zei zij. "De rozen zullen haar bladeren laten
+vallen, indien ik ze wilde gebruiken om de rampen te bedekken, die
+dit huis vervullen."
+
+Maar donna Elisa dacht aan niets anders dan aan het feest en verwachtte
+veel goeds van het vieren der heiligen, gelijk in vroegere dagen. Zij
+sprak over niets anders dan hoe de priesters den gevel der domkerk
+op oud-Siciliaansche wijze lieten versieren met zilveren bloemen
+en spiegels. En zij beschreef den feestrit. Zooveel ruiters zouden
+daaraan meedoen, en zulke hooge pluimen zouden zij op den hoed dragen,
+en zij zouden lange, met bloemslingers omwonden stokken, waarop een
+waskaars prijkte, in de hand houden.
+
+Toen de feestdag aanbrak, was donna Elisa's huis het mooist van
+alle versierd, Italië's groen-rood-witte vlag wapperde van het dak,
+en roode kleeden met gouden franje en het naamcijfer van den heilige
+waren over de vensterkozijnen en balkonhekken gespreid.
+
+Maar langs den muur slingerden zich guirlandes van steeneik, gevormd
+tot bogen en sterren, en rondom de ramen waren kransen gevlochten
+van de kleine witte rozen uit donna Elisa's tuin.
+
+Boven den ingang stond het beeld van San Sebastiaan, omlijst door
+leliën, en op den drempel lagen cypressetakken. En ware men het huis
+binnengetreden, dan zou men gezien hebben, dat het van binnen even
+heerlijk versierd was als van buiten. Van den kelder tot den zolder
+was het schoongemaakt en met bloemen getooid en op de planken in den
+winkel stond nog niet zoo'n klein en nietig heiligenbeeldje of het
+had een immortel of een bellis in de hand.
+
+En evenals bij donna Elisa, had men in het arme Diamante straat
+aan straat versierd. Er was zoo'n gewapper van vlaggen, dat men
+moest denken aan het waschgoed, dat van den grond tot den hemel
+in de steeg hing, waar het huis van den kleinen Moor stond. Alle
+huizen en eerepoorten droegen vlaggen en dwars over de straat waren
+touwen gespannen, waaraan wimpel naast wimpel waaide. En bij elke
+tien schreden had men eerepoorten opgericht. En boven op iedere
+eerepoort stond het beeld van den heilige, omlijst door kransen van
+gele immortellen. De balkons waren bekleed met roode doeken en bonte
+tafelkleeden, en langs de muren slingerden zich stijve guirlandes.
+
+Er was zooveel groen en bloemen, dat niemand begrijpen kon hoe men
+die bijeen had kunnen krijgen in Januari. Alles was met bloemen
+versierd. De bezemsteel droeg een krans van krokusjes en de
+poortklopper was versierd met een bouquet hyacinthen.
+
+Maar voor de ramen stonden borden met naamcijfers en inscripties van
+blauw-roode anemonen.
+
+En tusschen deze versierde huizen bruiste de menschenstroom, machtig
+als een stijgende vloed.
+
+Het waren niet alleen de inwoners van Diamante, die San Sebastiaan
+vierden. Van den ganschen Etna kwamen gele, prachtig beslagen en
+geverfde karretjes vol menschen aanrollen, getrokken door paarden
+met versierde leidsels.
+
+Zieken, bedelaars en blinde zangers waren in grooten getale
+opgekomen. En er waren heele pelgrimstochten van arme ongelukkige
+menschen, die nu na de ongelukken iemand hadden om voor te bidden.
+
+Er waren zooveel menschen bijeen, dat men verbaasd was, hoe allen
+plaats konden vinden binnen de stadsmuren. Er waren menschen op straat,
+menschen voor de ramen, menschen op de balkons.
+
+Op de hooge steenen trappen zaten menschen, en de winkels waren vol,
+de groote huisdeuren stonden wijd open en in de vestibule waren de
+stoelen in een halven cirkel geplaatst zooals in een theater. Daar
+zaten de eigenaars met hun gasten en keken naar de voorbijtrekkende
+menschenmenigte.
+
+De heele stad was vervuld van een feestelijk geruisch. Niet
+alleen lachten en spraken alle menschen, maar er waren ook nog
+positiefspelers, die op een positief, zoo groot als een orgel,
+speelden. Er waren straatzangers en er waren mannen en vrouwen,
+die Tasso declameerden met heesche, schreeuwende stemmen. Allerlei
+marktventers waren er en uit alle kerken stroomden orgeltonen. Op de
+Markt boven op den bergtop speelden stadsmuzikanten zoo luid dat men
+de muziek in geheel Diamante kon hooren.
+
+Dit vroolijk rumoer en deze bloemengeur, al dit vlaggen-gewapper in
+de lucht voor donna Micaela's venster had de macht haar op te wekken
+uit haar verdooving.
+
+Zij rees op, alsof het leven zelf om haar gezonden had.
+
+"Ik wil niet sterven," zei ze tot zich zelf. "Ik wil trachten te
+leven."
+
+Zij leunde op haar vaders arm, en ging op straat. Zij hoopte dat het
+leven daarbuiten haar zou bedwelmen, zoodat zij haar smart vergeten
+zou. "Gelukt dit mij niet," dacht zij, "kan ik geen verstrooiing
+vinden, dan moet ik sterven."
+
+Maar nu woonde er in Diamante een arme, oude beeldhouwer, die gaarne
+een paar soldi met het feest wilde verdienen. Daarom had hij een paar
+kleine lavabustes gemaakt van San Sebastiaan en van Paus Leo XIII. En
+daar hij wist dat velen in Diamante Gaetano liefhadden en treurden
+om zijn lot, maakte hij ook een paar beelden van hem.
+
+En dadelijk toen donna Micaela op straat kwam, ontmoette zij dezen
+man die haar een van zijn kleine, ellendige beeldjes te koop aanbood.
+
+"Koop don Gaetano, donna Micaela," zei de man.
+
+"Koop don Gaetano, dien de regeering gevangengenomen heeft, omdat
+hij Sicilië wilde redden."
+
+Donna Micaela drukte haar vaders arm heftig en spoedde zich verder.
+
+Maar in het café Europa stond de zoon van den waard canzones te
+zingen. Ter eere van het feest had hij eenige nieuwe liederen gedicht
+en onder andere ook een paar over Gaetano. Hij kon immers niet weten
+of de menschen niet juist van Gaetano wilden hooren.
+
+Donna Micaela ging voorbij het café, toen zij echter hoorde, dat er
+gezongen werd, bleef zij staan om te luisteren.
+
+"Ach, Gaetano Alagona," zong de jonge man. "Zangers zijn machtig. Met
+mijn liederen zal ik u vrij zingen. Eerst zend ik u de lieflijke
+canzone. Die zal glijden door de traliën van uw gevangenis en deze
+verbreken. Dan zend ik u het sonnet, dat schoon is als een vrouw
+en dat uw bewakers zal omkoopen. Daarna dicht ik de heerlijke ode,
+die de hooge gevangenismuren door haar trotschen rhythmus zal doen
+schudden! Maar als niets u helpt, treed ik te voorschijn met het
+machtige epos, dat een leger van woorden bezit. O, Gaetano, sterk
+als een krijgsschaar, schrijdt het epos voorwaarts. Al de legioenen
+van het oude Rome bezaten niet de macht het tegen te houden."
+
+Donna Micaela klemde zich krampachtig vast aan haar vaders arm, maar
+zij zei niets, ze ging slechts verder. Toen begon cavaliere Palmeri
+te spreken over Gaetano.
+
+"Ik wist niet dat hij zoo bemind was," zei hij.
+
+"Ik ook niet," fluisterde donna Micaela.
+
+"Maar heden zag ik hoe vreemde menschen in donna Elisa's winkel kwamen
+en haar smeekten iets te mogen koopen, dat hij gesneden had. Ze had
+nog slechts een paar oude rozenkransen, die trok zij stuk en daarvan
+deelde zij de koralen uit."
+
+Donna Micaela zag haar vader smeekend aan. Maar hij wist niet of zij
+wilde, dat hij zou zwijgen of doorgaan met vertellen.
+
+"Donna Elisa's oude vrienden loopen in den tuin met Luca," zei
+hij. "Luca wijst hun Gaetano's lievelingsplekjes en den grond, dien
+hij gewoonlijk bewerkte. En Pacifica zit in de werkplaats naast de
+schaafbank en vertelt al het mogelijke van hem van af den tijd dat
+hij niet grooter was dan zóó."
+
+Meer kon hij niet vertellen, het gedrang en het rumoer werd zoo hevig
+dat hij moest afbreken.
+
+Zij gingen naar den dom. Op de domtrap zat de oude Assunta. Zij had
+een rozenkrans in de hand en mompelde hetzelfde gebed, den geheelen
+rozenkrans langs. Zij smeekte den heilige dat Gaetano, die beloofd
+had de armen te helpen, weer in Diamante zou terugkomen.
+
+Toen donna Micaela haar voorbijging, hoorde zij haar zeggen: "San
+Sebastiaan, geef ons Gaetano. Ach, uit barmhartigheid, ach, om onze
+ellende, geef ons Gaetano terug, San Sebastiaan."
+
+Donna Micaela was van plan geweest naar de kerk te gaan, maar nu
+wendde zij zich om.
+
+"Er is zulk een gedrang," zei zij. "Ik durf er niet ingaan."
+
+Zij ging weer naar huis. Maar terwijl ze weg was, had donna Elisa van
+de gelegenheid gebruik gemaakt. Zij had een vlag op het dak van het
+zomerpaleis geheschen en doeken over de balkons gespreid en toen donna
+Micaela thuis kwam, was zij bezig een guirlande vast te maken. Donna
+Elisa kon het niet verdragen, dat het zomerpaleis niet versierd
+was. Zij wilde, dat dezen keer niets aan San Sebastiaans feest zou
+ontbreken. En zij vreesde, dat de heilige Diamante en Gaetano niet
+zou helpen, indien het oude paleis der Alagona's hem niet vierde.
+
+Donna Micaela kwam terug, bleek als een ter dood veroordeelde en
+gebogen alsof zij een tachtigjarig besje was.
+
+Zij mompelde in zich zelf: "Ik maak geen bustes van hem, ik zing
+geen liederen over hem, ik waag het niet God voor hem te bidden,
+ik koop geen zijner koralen. Hoe zal hij dan kunnen gelooven, dat ik
+hem liefheb? Hij moet al die anderen, die hem aanbidden, liefhebben,
+maar niet mij. Ik behoor niet tot zijn wereld, mij kan hij niet
+meer liefhebben."
+
+En toen zij zag dat men haar huis met bloemen wilde versieren,
+scheen haar dat zoo stuitend leelijk, dat zij den krans rukte uit
+donna Elisa's hand en haar dien voor de voeten wierp, terwijl zij
+vroeg of donna Elisa haar wilde vermoorden. Daarna ging zij haar
+voorbij. Zij wierp zich in haar kamer op de sofa en verborg haar
+gelaat in de kussens.
+
+Nooit vroeger had zij begrepen hoe al deze uiterlijke
+omstandigheden hem van haar scheidden. De volksman kon haar niet
+liefhebben. Daarenboven had zij het gevoel, dat zij hem verhinderd had,
+al deze armen te helpen.
+
+Hoe moest hij haar verafschuwen! hoe moest hij haar haten! Haar booze
+geest kwam weer over haar. Dit booze dat bestond in het niet bemind
+zijn! Dat zou haar vermoorden. Zij dacht dat nu alles voorbij, dat
+alles geëindigd was.
+
+Terwijl zij zoo lag, kwam haar plotseling het kleine Christusbeeld
+in de gedachten. Het was alsof hij in al zijn armoedige pracht de
+kamer binnentrad. Zij zag hem duidelijk.
+
+Donna Micaela begon het Christuskind om hulp aan te roepen. En zij
+was verbaasd, dat zij zich niet vroeger tot dezen wonderdoener gewend
+had. Maar dat kwam zeker, omdat het beeld niet in een kerk stond,
+maar rondgevoerd werd als een der rariteiten van miss Tottenham,
+zoodat zij slechts in den hoogsten nood aan hem dacht.
+
+
+
+Het was laat op den avond van denzelfden dag. Donna Micaela had al
+haar bedienden verlof gegeven naar het feest te gaan, zoodat zij en
+haar oude vader alleen in het groote huis waren.
+
+Maar tegen tien uur stond haar vader op en zei dat hij den wedstrijd
+der zangers op de markt wilde gaan hooren. En toen hij ging, wilde
+donna Micaela niet alleen achterblijven, en moest zij wel besluiten
+hem te volgen.
+
+Toen zij op de markt kwamen, zagen zij dat het plein veranderd was
+in een theater met rijen stoelen naast elkaar. Elk plekje was bezet
+met menschen en ternauwernood konden zij een plaats vinden.
+
+"Vanavond is Diamante heerlijk, Micaela," zei cavaliere Palmeri. 't
+Was alsof de lieflijkheid van den nacht hem zachter stemde. Hij sprak
+meer en teederder tot haar, dan hij sedert langen tijd gedaan had.
+
+Donna Micaela scheen het, dat haar vader de waarheid sprak. Zij had
+een gevoel, zooals zij gehad had, toen zij voor de eerste maal in
+Diamante kwam.
+
+Het was de stad der wonderen, de stad van schoonheid, een klein
+heiligdom van God.
+
+Tegenover haar verrees een hoog, statig gebouw, opgetrokken van
+stralende diamanten. Zij moest een tijdlang nadenken, vóórdat zij
+begrijpen kon, wat het was.
+
+Toch was het niets anders dan de gevel der domkerk, die bedekt was
+met bloemen van stijf zilver- en goudpapier, waarin duizenden kleine
+stukken spiegelglas waren gestoken. En in elke bloem hing een klein
+olieglas met een vlammetje zoo groot als een vuurvlieg. Het was van
+een zeldzame bekoring, de mooiste illuminatie, die donna Micaela ooit
+gezien had.
+
+Er was geen andere verlichting op de markt, en dat was ook niet
+noodig. Deze groote muur van diamanten verlichtte voldoende.
+
+Het zwarte palazzo Geraci stond gloeiend rood als werd het verlicht
+door een vuurwolk.
+
+Men zag niets van de wereld behalve de markt; daarbuiten heerschte
+diepe duisternis en dit maakte dat donna Micaela opnieuw het oude
+betooverde Diamante meende te herkennen, dat niet op de aarde lag,
+maar een heilige burcht was op een der hemelsche bergen. Het raadhuis
+met de zware balkons en de hooge trap, het groote nonnenklooster en
+de Romeinsche poort waren opnieuw heerlijk en wonderbaarlijk. En zij
+kon nauwelijks gelooven, dat zulk een vreeselijk lijden haar hier
+getroffen had.
+
+Te midden van deze menschenmassa voelde men geen koude. De winteravond
+was zwoel als een nacht in 't voorjaar. Een lentestemming kwam op in
+donna Micaela. Het begon in haar te beven en te trillen op een wijze,
+die tegelijkertijd heerlijk en vreeselijk was.
+
+Zoo moest de sneeuwmassa op den Etna zich gevoelen als de zon haar
+oploste in bruisende bergstroomen.
+
+Zij zag naar de menschen, die de markt vulden en zij was verbaasd
+dat hun aanblik haar des voormiddags zoo gepijnigd had. Nu vond zij
+het heerlijk dat zij Gaetano liefhadden. Ach, indien hij haar slechts
+bleef liefhebben, zou zij zoo onuitsprekelijk trotsch op hun liefde
+zijn, gelukkig over hun vereering. Dan zou zij deze oude bevende
+handen willen kussen, die beelden van hem maakten en voor hem in
+gebed gevouwen waren.
+
+Toen zij dit dacht, werden de kerkdeuren wijd opengeslagen en een
+groote, platte wagen rolde uit de kerk. Boven op den met rood doek
+bekleeden wagen stond San Sebastiaan bij een paal, en onder het beeld
+zaten de vier zangers, die deelnamen aan den wedstrijd.
+
+Het was een oude blinde zanger van Nicolosi, een kuiper van Catania,
+die beschouwd werd als de beste improvisatore van geheel Sicilië,
+een smid van Termine en de kleine Gandolfo, zoon van den poortwachter
+van het raadhuis. Alle menschen waren verbaasd, dat Gandolfo het
+waagde deel te nemen aan zulk een gevaarlijken wedstrijd. Deed hij
+dat misschien om zijn bruid, de kleine Rosalie, te behagen? Niemand
+had ooit geweten, dat hij kon improviseeren. Hij had zijn gansche
+leven niets anders gedaan dan mandarijnen eten en naar den Etna staren.
+
+Het eerste dat gedaan werd, was de deelnemers te laten loten, en het
+lot viel zoo, dat de kuiper het eerst aan de beurt kwam en Gandolfo
+het laatst. Toen de loting zoo uitviel, verbleekte Gandolfo. 't Was
+immers vreeselijk het laatst te komen, daar allen over hetzelfde
+onderwerp zouden spreken.
+
+De kuiper sprak over San Sebastiaan, toen hij legionair in het oude
+Rome was en terwille van zijn geloof aan een paal werd vastgebonden
+om als mikpunt voor zijn kameraden te dienen. Na hem kwam de blinde
+zanger, die verhaalde hoe een vrome Romeinsche den martelaar vond,
+bloedend en doorboord met pijlen en hoe het haar gelukte hem opnieuw
+tot het leven te roepen. Toen kwam de smid, die al de wonderen vertelde
+die San Sebastiaan verricht had op Sicilië gedurende de pest van het
+jaar vijftienhonderd.
+
+Zij werden alle drie geprezen. Zij gebruikten sterke woorden van bloed
+en dood en het volk juichte hen toe. Maar zij, die van Diamante waren,
+werden bang voor den kleinen Gandolfo.
+
+"De smid heeft hem alle woorden ontnomen," zei men, "het zal hem
+niet gelukken."
+
+"O," zeiden anderen, "de kleine Rosalie neemt om die reden den
+verlovingsband niet uit haar vlechten."
+
+Maar Gandolfo kroop ineen in zijn hoek van den wagen. Hij werd al
+kleiner en kleiner. Zij, die in zijn nabijheid zaten, konden hooren
+hoe zijn tanden klapperden van vrees.
+
+Toen eindelijk zijn beurt kwam, stond hij op en begon te improviseeren,
+maar hij sprak zeer slecht, nog veel slechter dan iemand verwacht
+had. Hij stamelde een paar verzen, maar het was slechts een herhaling
+van hetgeen de anderen gezegd hadden.
+
+Toen zweeg hij plotseling en haalde heftig adem. In dit oogenblik kwam
+de kracht der wanhoop over hem. Hij richtte zich op en een zacht rood
+kleurde zijn wangen.
+
+"O, signori," zei de kleine Gandolfo. "Laat mij spreken over hetgeen
+mij altijd vervult. Laat mij spreken over hetgeen ik altijd vóór
+mij zie!"
+
+En hij begon met wegsleepende welsprekendheid te vertellen wat hij
+zelf gezien had.
+
+Hij verhaalde hoe hij, de zoon van den poortwachter van het raadhuis,
+over donkere zolders geslopen was en verborgen had gelegen onder
+een der galerijen van de gerechtszaal in den nacht dat de krijgsraad
+verzameld was om de oproerlingen van Diamante te vonnissen.
+
+Toen had hij don Gaetano Alagona zien zitten op de bank der
+aangeklaagden in een gezelschap van een menigte woeste gezellen,
+die erger waren dan dieren.
+
+Hij vertelde hoe schoon Gaetano geweest was. Den kleinen Gandolfo
+had hij een god toegeschenen naast de vreeselijke menschen,
+die hem omringden. En hij beschreef deze bandieten met hun wilde
+roofdiergezichten, hun ruig haar en plompe ledematen. Hij zei,
+dat ze er zoo woest uitzagen, dat iemand die hen in de oogen keek,
+het hart beefde.
+
+Toch was in al zijn schoonheid don Gaetano angstwekkender dan deze
+menschen.
+
+Gandolfo wist niet hoe zij het waagden naast hem te zitten op de
+bank. Onder zijn saamgetrokken wenkbrauwen schoten vlammende blikken
+op zijn medegevangenen, die hun zielen vermoord zouden hebben, als
+zij gelijk andere menschen zielen bezeten hadden.
+
+"Wie zijt gij," scheen hij te vragen, "dat ge het waagt op plundering
+en moord uit te trekken, terwijl gij de heilige vrijheid aanroept? Weet
+gij, wat gij gedaan hebt?
+
+"Weet gij, dat ik nu ter wille van uw list gevangen zit? En dat ik
+het ben, die Sicilië gered zou hebben?" En iedere blik, dien hij op
+hen wierp, was een terdoodveroordeeling. Zijn blikken vielen op al
+die zaken, die de bandieten gestolen hadden en nu op de gerechtstafel
+lagen. Hij herkende deze voorwerpen. Zou hij de pendules en zilveren
+schalen van het zomerpaleis niet kennen, zou hij de heiligenbeelden
+en munten niet kennen, die zij geroofd hadden van zijn Engelsche
+beschermster? Maar toen hij deze zaken herkend had, zond hij zijn
+medegevangenen een vreeselijken lach toe.
+
+"Gij helden, gij hebt geplunderd bij twee vrouwen," zei deze lach.
+
+Zijn edel gelaat wisselde voortdurend van uitdrukking.
+
+Eens had Gandolfo het plotseling zien samentrekken van schrik. Het
+was toen de man, die naast hem zat, een hand had uitgestrekt, die
+rood was van bloed.
+
+Had hij toen misschien plotseling een vermoeden van de waarheid
+gekregen? Dacht hij er aan, dat deze menschen ingebroken hadden in
+het huis, waar zijn geliefden woonden?
+
+Gandolfo vertelde hoe de officieren, die rechters zouden zijn, nu
+zwijgend en ernstig binnen waren gekomen en plaats hadden genomen. Toen
+hij deze hooge heeren gezien had, was zijn onrust verminderd.
+
+Hij had tot zich zelf gezegd, dat zij wisten, dat Gaetano een voorname
+man was en dat zij hem niet zouden veroordeelen. Zij zouden hem niet
+verwarren met de bandieten. Niemand kon toch gelooven, dat hij had
+willen plunderen bij twee vrouwen.
+
+En zie, toen de rechter Gaetano Alagona opriep, was er geen strengheid
+in zijn stem. Hij sprak tot hem als tot een gelijke.
+
+"Maar," zei Gandolfo, "toen nu don Gaetano zich verhief, stond hij zóó,
+dat hij op de markt kon zien. En op de markt, op deze zelfde markt,
+waar nu zoo vele menschen zitten in vreugde en genot, naderde toen een
+lijkstoet. Het waren de witte broeders, die het lijk van de vermoorde
+Giannita droegen naar haar moeders huis. Ze liepen met fakkels en
+men kon duidelijk de baar zien, die zij op hun schouders droegen.
+
+"Terwijl de stoet langzaam over de markt schreed, kon men het
+lijkkleed herkennen dat gespreid was over de doode. Het was het
+kleed der Alagona's, versierd met het groote wapen en de rijke
+zilverfranjes. Maar toen Gaetano dit zag, begreep hij dat de vermoorde
+uit het huis der Alagona's zijn moest.
+
+"Zijn gelaat werd aschgrauw en hij wankelde, alsof hij op het punt
+stond te vallen.
+
+"In dit oogenblik vroeg de rechter hem:
+
+"Kent ge de vermoorde?"
+
+En hij antwoordde: "Ja."
+
+Toen vervolgde de rechter, die een barmhartig mensch was: "Stond ze
+u na?"
+
+En don Gaetano antwoordde:
+
+"Ik heb haar lief."
+
+Toen Gandolfo zoo ver met zijn verhaal was gekomen zag men dat
+donna Micaela haastig oprees, alsof zij hem wilde tegenspreken,
+maar cavaliere Palmeri trok haar vlug naast zich.
+
+"Stil, stil," zei hij tot haar.
+
+En ze zat stil met het gelaat tusschen haar handen verborgen. Nu en
+dan schokte haar lichaam en jammerde zij zacht.
+
+Maar Gandolfo verhaalde hoe de rechter, toen don Gaetano dit bekend
+had, op zijn medegevangenen gewezen en hem gevraagd had:
+
+"Indien ge deze vrouw lief hebt, hoe kunt ge dan in eenige gemeenschap
+staan met deze menschen, die haar vermoord hebben?"
+
+Toen had Gaetano zich plotseling tot de bandieten gewend. Hij had zijn
+vuist gebald en naar hen opgeheven. En hij had er uitgezien, alsof
+hij zich een dolk wenschte om hen één voor één te kunnen neerstooten.
+
+"Met dezen!" had hij uitgeroepen. "Zou ik in eenige gemeenschap staan
+met deze menschen?"
+
+Zeker had hij willen zeggen, dat hij niets had te maken met roovers
+en moordenaars.
+
+De rechter had mild gelachen en er uitgezien alsof hij slechts op
+dit antwoord gewacht had om don Gaetano vrij te spreken.
+
+Maar toen was er een Godswonder geschied.
+
+Gandolfo verhaalde hoe tusschen al de gestolen zaken, die op de
+tafel lagen, ook een klein Christusbeeld geweest was. Dat was een
+el hoog en rijk versierd met ringen en getooid met een gouden kroon
+en gouden schoentjes. Juist op dit oogenblik boog een der officieren
+zich voorover en trok het beeld naar zich toe. Terwijl hij dit deed,
+viel de kroon op den grond en rolde naar don Gaetano.
+
+Deze nam de Christuskroon, hield die een oogenblik in zijn handen en
+beschouwde ze nauwkeurig. Het scheen alsof hij daarop iets gelezen had.
+
+Hij hield de kroon slechts even in zijn handen, op hetzelfde oogenblik
+ontnam de soldaat van de wacht hem die.
+
+Donna Micaela zag bijna verschrikt op. Het Christusbeeld! Daar was
+het dus reeds. Zou zij spoedig antwoord krijgen op haar bede?
+
+Gandolfo vervolgde: "Maar toen Gaetano nu opkeek, beefden allen als
+voor een wonder, want hij was geheel veranderd.
+
+"O, signori, hij was zoo bleek, dat zijn gelaat scheen te lichten en
+zijn oogen waren mild en straalden zacht.
+
+"En er was geen toorn meer in hem.
+
+"En hij begon te smeeken voor zijn medegevangenen, hij begon te bidden
+voor hun leven.
+
+"Hij smeekte dat zij deze arme menschen niet zouden dooden. Hij bad,
+dat de hooge rechters iets voor hen doen zouden, opdat zij eens konden
+leven als andere menschen. "Wij hebben slechts dit leven te leven,"
+zei hij. "Ons rijk is slechts van deze wereld."
+
+"Hij begon te verhalen hoe deze menschen geleefd hadden. Hij
+sprak alsof hij had kunnen lezen in hun ziel. Hij beschreef hun
+levensgeschiedenis zoo somber en ongelukkig, als die werkelijk was. Hij
+sprak zoo dat enkelen der hooge heeren weenden.
+
+"Zijn woorden klonken sterk en machtig, zoodat het was alsof don
+Gaetano rechter was en de rechters misdadigers waren.
+
+"Zie," zei hij tot hen, "wiens schuld is het, dat deze ongelukkige
+menschen te gronde gaan? Zijt gij het niet, die de macht bezit, en
+hen in uw bescherming moest nemen?" En men zag hoe allen ontstelden
+over de verantwoordelijkheid, die hij hun oplegde.
+
+"Maar plotseling viel de rechter hem in de rede.
+
+"Spreek tot uw eigen verdediging, Gaetano Alagona," zei hij. "Spreek
+niet voor anderen."
+
+Toen had Gaetano gelachen. "Signor," zei hij, "ik heb niet veel meer
+dan gij om mij te verdedigen. Maar ik heb toch iets. Ik heb mijn
+werkkring in Engeland verlaten om oproer te maken op Sicilië. Ik
+heb wapens meegebracht. Ik heb oproerige taal gesproken. Ik heb iets
+ofschoon niet veel."
+
+De rechter had hem bijna gesmeekt:
+
+"Spreek zoo niet, don Gaetano. Denk aan hetgeen gij zegt."
+
+Maar hij had bekentenissen gedaan, die de rechters gedwongen hadden hem
+te veroordeelen. Toen men hem zei, dat hij veroordeeld was tot negen
+en twintig jaar gevangenisstraf, had hij uitgeroepen: "Nu geschiedt
+de wil van haar, wier baar hier zoo juist voorbij gedragen werd. Moge
+het mij gaan, zooals zij wilde."
+
+"En meer zag ik niet van hem," zei de kleine Gandolfo, "want de
+soldaten van de wacht namen hem in hun midden en voerden hem weg.
+
+"Maar ik, die hem hoorde smeeken voor degenen, die zijn liefste
+vermoord hadden, deed mij zelf de gelofte, dat ik iets voor hem
+doen zou.
+
+"Ik beloofde een schoone improvisatie over San Sebastiaan te houden,
+opdat deze hem zou helpen. Maar dit is mij niet gelukt. Ik ben geen
+improvisator, ik kon niet!"
+
+Hij zweeg en wierp zich luid weenend voor het beeld. "Vergeef mij,
+dat ik niet kon," riep hij, "en help hem toch. Ge weet, dat ik deze
+gelofte deed toen hij veroordeeld werd. Maar nu heb ik niet kunnen
+spreken over u en nu zult ge hem niet helpen."
+
+Donna Micaela wist nauwelijks hoe het gegaan was, maar zij en de
+kleine Rosalie, die Gandolfo liefhad, waren bijna gelijktijdig bij
+hem. Ze trokken hem naar zich toe en kusten hem en zeiden, dat niemand
+gesproken had als hij, neen niemand.
+
+Zag hij niet, dat allen weenden? San Sebastiaan was tevreden over
+hem. Donna Micaela schoof een ring aan Gandolfo's vinger, rondom hem
+wuifde men met veelkleurige zijden doeken, die glinsterden als de
+golven der zee in het sterke licht van de domkerk.
+
+"Viva Gaetano, viva Gandolfo!" riep het volk.
+
+En het regende bloemen, vruchten, zijden doeken en sieraden op den
+kleinen Gandolfo.
+
+Donna Micaela werd bijna met geweld van hem gerukt. Maar zij dacht
+er niet aan bevreesd te zijn.
+
+Zij stond midden in de golvende menschenmassa te weenen. Tranen
+stroomden over haar gelaat en zij weende van vreugde, omdat zij weende.
+
+Dat was de hoogste zegening.
+
+Zij wilde weer naar Gandolfo, zij kon hem niet genoeg danken. Hij
+had haar immers verteld, dat Gaetano haar liefhad.
+
+Toen hij deze woorden aanhaalde:
+
+"De wil geschiede van haar wier baar hier werd voorbijgedragen,"
+had zij plotseling begrepen, dat Gaetano meende, dat zij het was,
+die onder het lijkkleed der Alagona's lag.
+
+En van de doode had hij gezegd: "Ik heb haar lief."
+
+Het bloed stroomde opnieuw door haar aderen, haar hart klopte, haar
+tranen vloeiden.
+
+"Dit is het leven, het leven," zei ze tot zich zelf, terwijl zij zich
+willoos door de volksmassa meevoeren liet.
+
+"Het leven is weer tot mij gekomen, ik zal niet sterven."
+
+Allen wilden naar den kleinen Gandolfo om hem te danken, omdat hij
+hun iemand geschonken had om op te hopen, om naar te verlangen, om
+lief te hebben in deze dagen van tegenspoed, nu alles verloren scheen.
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+ "De Antichrist zal van land tot land
+ gaan en den armen brood geven."
+
+
+I.
+
+DE VROUW VAN EEN GROOT MAN.
+
+
+Het was in Februari en de amandelboomen begonnen op het zwarte lavaveld
+rondom Diamante te bloeien.
+
+Cavaliere Palmeri had een tocht op den Etna gemaakt en een grooten
+amandeltak vol knoppen en bloemen meegebracht; dezen had hij in een
+vaas in de muziekzaal gezet.
+
+Donna Micaela beschouwde den bloeienden tak. De amandelbloemen waren
+dus reeds gekomen! Gedurende een gansche maand, gedurende zes volle
+weken zou men ze nu overal vinden.
+
+Zij zouden op het altaar in de kerk staan, zij zouden liggen op de
+graven, en zij zouden in het knoopsgat, op den hoed en in het haar
+gedragen worden.
+
+Zij zouden bloeien langs den weg, op de bergen en ruïnes, en zij
+zouden prijken op het zwarte lavaveld.
+
+En iedere amandelbloem zou haar herinneren aan den dag, toen de
+klokken luidden en Gaetano nog vrij en gelukkig was, toen zij droomde
+een heel leven met hem te zullen leven.
+
+Het kwam haar voor, dat zij nooit te voren volkomen begrepen had wat
+het wilde zeggen, dat hij gevangen en weg was en dat zij hem nooit
+meer zou zien.
+
+Zij moest gaan zitten om niet te vallen, haar hart scheen op te houden
+met kloppen en zij sloot de oogen.
+
+Terwijl zij daar zoo zat, had ze een visioen.
+
+Opeens bevindt zij zich thuis in het paleis te Catania. Zij zit in de
+hooge vestibule te lezen en zij is een vroolijke jonge dame, signorina
+Palmeri. Een bediende voert een reizenden koopman tot haar. 't Is een
+jonge, mooie man met een takje amandelbloemen in het knoopsgat, op
+het hoofd draagt hij een plank vol heiligenbeeldjes, uit hout gesneden.
+
+Zij koopt eenige beeldjes van hem, onderwijl verslindt de jonge man
+met zijn oogen alle kunstwerken in de vestibule. Zij vraagt hem of
+hij hun verzameling wil zien. Ja, dat wil hij gaarne. En zij gaat
+zelf met hem mee om hem alles te toonen. En hij is zoo gelukkig door
+hetgeen hij ziet, dat zij denkt dat hij een kunstenaar moest worden
+en zij doet zich zelf de gelofte, dat zij hem niet zal vergeten.
+
+Zij vraagt hem waar hij thuis behoort.
+
+Hij antwoordt: "In Diamante."
+
+"Is dat ver weg?"
+
+"Vier uur met den postwagen."
+
+"En met den trein?"
+
+"Er bestaat geen spoorweg naar Diamante, signorina."
+
+"Ge moest er een aanleggen."
+
+"Wij, wij zijn te arm. Vraag den rijken menschen in Catania of zij
+voor ons een spoorweg willen aanleggen."
+
+Nadat hij dit gezegd had, wil hij gaan, maar in de deur wendt hij
+zich om en komt terug om haar zijn amandelbloemen te geven. Dat is
+tot dank voor al het schoone, dat zij hem heeft laten zien.--
+
+Toen donna Micaela de oogen opende, wist zij niet of zij gedroomd
+had of dat zoo iets misschien werkelijk eens gebeurd was. Gaetano
+kon immers heel goed eens in het palazzo Palmeri geweest zijn om zijn
+beelden te verkoopen, ofschoon zij het vergeten was; maar nu hadden
+de amandelbloemen dat voorval weer in haar geheugen geroepen.
+
+Maar dit was hetzelfde. De hoofdzaak was, dat de jonge houtsnijder
+Gaetano was. Het was als had zij met hem gesproken. Zij meende te
+hooren hoe de deur achter hem dichtviel. En na dezen droom rijpte het
+plan in haar, dat zij een spoorweg moest aanleggen tusschen Catania
+en Diamante.
+
+Gaetano was zeker tot haar gekomen om haar te verzoeken dit te
+doen. Het was een bevel van hem en zij voelde, dat zij hem moest
+gehoorzamen. Zij deed volstrekt geen poging om zich te verzetten. Zij
+was overtuigd dat Diamante meer behoefte had aan een spoorweg dan aan
+iets anders. Zij had Gaetano eens hooren zeggen, dat indien Diamante
+slechts een spoorweg bezat, zoodat het zijn oranjeappelen, zijn wijn,
+honing en amandelen kon vervoeren, en de vreemdelingen het gemakkelijk
+konden bereiken, het spoedig een rijke stad zou zijn.
+
+Zij was ook vast overtuigd, dat zij een spoorweg tot stand zou
+kunnen brengen. Zij moest het in elk geval beproeven. Het viel haar
+geen oogenblik in, dat zij het kon laten. Als Gaetano het wenschte,
+moest zij gehoorzamen.
+
+Zij dacht er over na hoeveel geld zij zelf daarvoor zou kunnen
+afstaan. Maar daarmee zou zij wel niet ver komen. Het eerste, dat
+zij doen moest, was trachten geld te krijgen. Nog in hetzelfde uur
+was zij bij donna Elisa en riep haar hulp in om een bazaar te regelen.
+
+Donna Elisa hief haar oogen op van haar borduurwerk. "Waarvoor wilt
+ge een bazaar houden?"
+
+"Ik wil geld verzamelen voor een spoorweg."
+
+"Dat is juist iets voor u, donna Micaela, daar zou niemand anders
+aan gedacht hebben."
+
+"Hoe, donna Elisa? Wat meent gij?"
+
+"O niets."
+
+En donna Elisa ging weer aan haar borduurwerk.
+
+"Gij wilt mij dus niet helpen met mijn bazaar?"
+
+"Neen."
+
+"En gij wilt geen kleine bijdrage daarvoor afstaan?"
+
+"Zij, die zoo kort geleden haar man verloren heeft," antwoordde donna
+Elisa, "moest niet aan dergelijke grapjes denken."
+
+Donna Micaela begreep, dat donna Elisa boos op haar was om een of
+andere reden en dat zij haar daarom niet wilde helpen.
+
+Maar er zouden wel andere menschen te vinden zijn die begrijpen zouden,
+dat dit heerlijke plan Diamante zou redden.
+
+Maar donna Micaela moest tevergeefs van deur tot deur gaan. En al
+sprak en smeekte zij nog zoo veel, zij kreeg geen aanhangers.
+
+Zij trachtte de menschen te overtuigen, zij wendde al haar
+welsprekendheid aan om hun het plan te verklaren.
+
+Maar er was niemand, die op haar voorstel wilde ingaan. Waar zij kwam,
+antwoordde men haar, dat men te arm was, te arm.
+
+De vrouw van den sindaco wilde niet, dat haar dochters op den
+bazaar zouden helpen verkoopen. Don Antonio Greco, de eigenaar
+van het marionetten-theater, wilde niet komen met zijn poppen. De
+stadsmuzikanten wilden niet spelen. Geen koopman wilde goederen
+afstaan. En als donna Micaela heengegaan was, lachte men haar uit.
+
+Een spoorweg, een spoorweg! Zij wist niet, wat zij wilde. Daarvoor
+waren statuten, een maatschappij, aandeelen en een concessie
+noodig. Hoe zou een vrouw dat alles kunnen regelen?
+
+Maar anderen vergenoegden zich niet met donna Micaela uit te lachen,
+sommigen werden boos op haar.
+
+Zij ging naar den donkeren winkel naast het klooster der Benedictijnen,
+waar meester Pamphilio zijn ridderromans vertelde. Zij kwam om hem te
+vragen of hij op haar bazaar wilde komen om het publiek te onderhouden,
+met Karel den Grooten en zijn paladijnen; maar daar hij midden in
+een verhaal was, moest zij wachten.
+
+Toen sloeg zij donna Concetta gade, meester Pamphilio's echtgenoote,
+die op de estrade aan zijn voeten zat te breien.
+
+Zoo lang meester Pamphilio sprak, bewogen donna Concetta's lippen
+zich. Zij had zijn romans zoo dikwijls gehoord, dat zij die van
+buiten kende en de woorden zei, vóórdat ze over meester Pamphilio's
+lippen kwamen. Maar het was voor haar altijd nog hetzelfde genot hem
+te hooren verhalen, en zij weende en lachte, zooals zij gedaan had,
+toen zij hem voor de eerste maal had hooren vertellen.
+
+Meester Pamphilio was een oude man, die zeer veel gesproken had in
+zijn leven, zoodat zijn stem hem in den steek liet, als hij aan
+de groote oorlogstooneelen kwam, die met luide en krachtige stem
+verhaald moesten worden. Maar donna Concetta, die iederen roman van
+buiten kende, ontnam meester Pamphilio nooit het woord. Zij gaf den
+toehoorders een teeken dat zij moesten wachten tot zijn stem terugkwam.
+
+Als echter zijn geheugen hem ontrouw werd, deed donna Concetta, alsof
+ze een steek liet vallen; dan bracht zij haar kous bij de oogen en
+daarachter wierp zij hem het woord toe, zoodat niemand het kon merken.
+
+En allen wisten, dat hoewel donna Concetta de romans misschien mooier
+had kunnen verhalen dan meester Pamphilio, zij dat nooit zou willen
+doen. Niet slechts omdat dit onpassend was voor een vrouw, maar
+ook omdat dit haar nooit zulk een genot kon zijn als haar geliefden
+meester Pamphilio te hooren vertellen.
+
+Toen donna Micaela zoo keek naar donna Concetta, verzonk zij in
+droomen. O, zoo te zitten onder de estrade, waar de geliefde spreekt,
+zoo daar te zitten dag uit en dag in om hem te aanbidden. Zij wist,
+wie dat gaarne zou willen! Maar toen meester Pamphilio zijn verhaal
+geëindigd had, ging donna Micaela naar hem toe en verzocht hem of
+hij haar wilde helpen. 't Viel hem moeielijk neen te zeggen op de
+duizenden smeekbeden, die in haar oogen geschreven stonden.
+
+Donna Concetta kwam hem te hulp. "Meester Pamphilio," zei zij,
+"verhaal donna Micaela van Guglielmo den Slechten."
+
+En meester Pamphilio vertelde:
+
+"Donna Micaela, weet ge, dat er eens een koning in Sicilië heerschte,
+die Guglielmo de Slechte heette?
+
+"Hij was zoo gierig, dat hij zijn onderdanen al hun geld ontnam. Hij
+beval dat allen die gouden munten bezaten, hem die moesten afstaan. En
+hij was zoo slecht, dat allen hem moesten gehoorzamen.
+
+"Nu, donna Micaela, wilde Guglielmo de Slechte weten of iemand nog
+gouden munten in zijn huis verborgen had. En daarom zond hij een
+zijner dienaren met een schoon paard door de corso in Palermo. En de
+man bood het paard te koop aan en riep luid:
+
+"Te koop voor een gouden munt! te koop voor een gouden munt!"
+
+"Maar er was niemand, die het paard kon koopen.
+
+"Doch het was een zeer schoon paard en een jonge heer in Palermo,
+de hertog Montefiascone, was opgetogen daarover.
+
+"Er bestaat voor mij geen vreugde op deze aarde meer indien ik dit
+paard niet kan koopen," zei hij tot zijn hofmeester.
+
+"Signor duca," antwoordde de hofmeester, "ik kan u zeggen, waar gij
+een gouden munt kunt vinden. Toen uw heer vader stierf en door de
+Kapucijners werd weggehaald, legde ik volgens oud gebruik een gouden
+munt in zijn mond. Die kunt ge immers nemen, signor."
+
+"Want ge moet weten, donna Micaela, dat men in Palermo zijn dooden
+niet in den grond begraaft. Men brengt hen naar het klooster der
+Kapucijnen, waar de monniken hen in hun grafkamers hangen.
+
+"O, hoe velen hangen daar! Zoo vele dames gekleed in zijde en satijn,
+zoo vele hooge heeren met ridderorden op hun uniform, en zoo vele
+priesters met pij en kalotje op het doodshoofd en over het geraamte.
+
+"De jonge hertog volgde den raad. Hij begaf zich naar het klooster
+der Kapucijnen en nam de gouden munt uit zijns vaders mond en kocht
+het paard daarvoor.
+
+"Maar gij begrijpt, dat de koning slechts zijn dienaar met het paard
+uitgezonden had om te weten te komen of nog iemand geld bezat. En nu
+werd de hertog voor den koning gevoerd.
+
+"Hoe komt het, dat gij nog eene gouden munt bezit?" zei Guglielmo
+de Slechte.
+
+"Sire, die was niet van mij, maar van mijn vader." En hij verhaalde
+vanwaar hij de munt gekregen had.
+
+"'t Is waar ook," zei de koning. "Ik had vergeten, dat de dooden nog
+geld bezitten."
+
+"En hij zond zijn dienaar naar de Kapucijners om alle munten uit den
+mond der dooden te nemen."
+
+Hier eindigde de oude meester Pamphilio zijn verhaal. En nu wendde
+donna Concetta zich met van toorn fonkelende oogen naar donna Micaela.
+
+"Gij zijt het die met het paard uitgaat," zei zij.
+
+"Ben ik dat? ik?"
+
+"Ja, gij donna Micaela. Nu zal de regeering zeggen: "Zij leggen een
+spoorweg aan in Diamante. De menschen daar zijn dus rijk." En men
+zal onze belastingen verhoogen. En God weet, dat wij de belastingen,
+die ons reeds zijn opgelegd, niet kunnen betalen, zelfs indien wij
+onze voorvaderen plunderden."
+
+Donna Micaela wilde haar kalmeeren.
+
+"Zij hebben u uitgezonden om te vernemen of wij nog geld bezitten. Gij
+zijt een spion der rijken, gij wordt betaald door de regeering. Die
+bloedzuigers in Rome hebben u betaald."
+
+Donna Micaela wendde zich van haar af.
+
+"Ik kwam om met u te spreken, meester Pamphilio," zei zij tot den
+grijsaard.
+
+"Maar ik ben het, die u antwoorden zal," viel donna Concetta haar in
+de reden, "want het is een onaangename zaak, en die moet ik op mij
+nemen. Ik weet, wat de vrouw van een groot man past, donna Micaela."
+
+Donna Concetta zweeg, want de voorname dame keek haar aan met een blik,
+zoo vol afgunstig verlangen, dat zij medelijden met haar gevoelde. God
+ja, er bestond ook verschil tusschen mannen, don Ferrante of meester
+Pamphilio!
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+PANEM ET CIRCENSES.
+
+
+In Diamante wijst men den vreemdelingen twee paleizen, die op het
+punt staan tot ruïnes te vervallen, zonder ooit voltooid geweest te
+zijn. Zij hebben groote vensteropeningen zonder ramen, hooge muren
+zonder dak en groote poorten, die met planken en stroo gesloten zijn.
+
+Die twee paleizen liggen tegenover elkaar aan beide zijden der straat,
+beide even onvoltooid en even vervallen. Rondom hen staan geen andere
+gebouwen en geen mensch kan er in komen. Zij schijnen slechts gebouwd
+te zijn voor de duiven. Hoor nu, wat men daarvan vertelt:
+
+Wat is een vrouw, o signori? Haar voet is zoo klein, dat zij over de
+wereld gaat zonder een spoor achter te laten. Voor den man is zij
+gelijk zijn schaduw. Zij heeft hem gevolgd gedurende zijn gansche
+leven, zonder dat hij haar opgemerkt heeft.
+
+Men kan niet veel verlangen van een vrouw. Zij moet immers den geheelen
+dag opgesloten zitten als een gevangene. Zij kan niet eens leeren
+een minnebrief goed te spellen. Zij kan niets tot stand brengen,
+dat duurzaamheid bezit.
+
+Als zij gestorven is, valt er niets op haar grafsteen te
+vermelden. Alle vrouwen zijn van gelijke hoogte.
+
+Maar eens kwam in Diamante een vrouw, die zoo hoog boven alle andere
+uitstak, als de honderdjarige palm zich verheft boven het grasveld.
+
+Zij bezat lira bij duizenden en kon die wegschenken of behouden,
+gelijk zij verkoos. Zij ging voor niemand uit den weg. Zij vreesde
+niet gehaat te worden. Zij was het grootste wonder, dat de oogen ooit
+aanschouwd hadden.
+
+'t Spreekt immers vanzelf dat zij geen Siciliaansche vrouw was. Zij was
+een Engelsche. En het eerste, dat zij deed toen zij in Diamante kwam,
+was de geheele eerste verdieping van het hotel alleen voor haar zelf
+te huren. Wat was dat voor haar? Gansch Diamante was haar niet groot
+genoeg. Maar zoodra zij daar was, begon zij over de stad te heerschen
+als een koningin.
+
+De sindaco moest haar gehoorzamen. Was zij het niet, die hem dwong
+steenen banken op de markt te plaatsen? Was het niet op haar bevel,
+dat de straten der stad iederen dag geveegd werden?
+
+Als zij 's morgens ontwaakte, stonden alle jonge mannen van Diamante
+voor haar deur te wachten om haar te vergezellen op een uitstapje. Zij
+hadden de schoenmakersleest en de schaafbank verlaten om haar als
+gids te dienen. Zij hadden hun moeders zijden kleed verkocht om een
+dameszadel voor hun ezel te koopen, waarop zij kon rijden naar het
+kasteel of naar 'Tre Castagni. Zij hadden zich ontdaan van huis en
+haard om een paard en wagen te koopen, opdat zij haar naar Randozzo
+of Nicolosi konden rijden.
+
+En allen waren zij haar slaven. De kinderen begonnen in het Engelsch
+te bedelen en de blinde vrouwtjes bij de hotelpoort, donna Pepa en
+donna Tura, drapeerden zich in witte doeken om haar te behagen!
+
+Alles bewoog zich om haar; handwerk en nijverheid bloeiden
+op rondom haar. Zij, die niets anders doen konden, groeven in
+den grond naar munten en leemen kruiken om haar die te kunnen
+aanbieden. Photografen vestigden zich in de stad en begonnen voor
+haar te werken. Koraalhandelaars en kooplieden in schildpad schoten
+rondom haar op uit de aarde. De priesters van Santa Agnese groeven
+om harentwille het oude Dionysius-theater op dat achter hun kerk
+lag. En elk die een vervallen villa bezat, groef uit de duisternis
+der kelders overblijfselen op van een mozaïekvloer en noodigde haar
+uit deze te komen zien.
+
+Wel waren er ook vroeger vreemdelingen geweest in Diamante, maar zij
+waren gekomen en gegaan en niemand had zulk een macht bezeten als
+zij. Spoedig was er geen enkele man in de stad, die niet al zijn hoop
+op de Engelsche signorina vestigde.
+
+Haar gelukte het zelfs een weinig leven te brengen in Ugo Favara. Gij
+weet wel, Ugo Favara, den advocaat, die eens een groot man beloofde te
+worden, maar tegenspoed had en thuis kwam als een gebroken man. Zij
+gebruikte hem om haar zaken te beheeren. Zij had hem noodig en zij
+nam hem.
+
+Er is nooit een vrouw in Diamante geweest, die zulke zaken deed als
+zij. Zij breidde zich uit gelijk de brem in de lente. Den eenen dag
+weet nog niemand, dat zij er is en den volgenden dag is zij reeds
+een groote struik. Spoedig wist men niet waarheen men zou gaan in
+Diamante om niet op de velden der Engelsche signorina te loopen. Ze
+kocht landgoederen en huizen in de stad, zij kocht amandelbosschen
+en lavastroomen. De schoone plekjes, vanwaar men uitzicht genoot op
+den Etna, waren haar eigendom en eveneens de drassige grond van het
+dal. En in de stad begon zij twee groote paleizen te bouwen. 't Was
+daarin, dat zij wonen en over haar koninkrijk heerschen wilde.
+
+Nooit zal men weer een vrouw als zij vinden.
+
+Dat alles was haar nog niet genoeg. Zij wilde ook den strijd aanbinden
+tegen de armoede. O, signori, tegen de Siciliaansche armoede! Wat
+gaf zij niet iederen dag weg! en wat deelde zij niet uit op feestdagen!
+
+Wagens, getrokken door twee paar ossen, gingen naar Catania en
+kwamen terug hoog beladen met allerlei kleedingstukken. Zij had zich
+voorgenomen dat een ieder heele kleeren zou dragen in de stad, waar
+zij regeerde.
+
+Maar hoor nu, hoe het haar ging, hoe het eindigde met den strijd
+tegen de armoede, met het koninkrijk en de paleizen.
+
+Zij gaf een feestmaal aan de armen in Diamante en na den maaltijd
+een tooneelspel in het Grieksche theater. Dat was hetgeen een der
+oude keizers gedaan zou hebben.
+
+Maar wie heeft ooit gehoord, dat een vrouw op dergelijke gedachten
+kwam!
+
+Zij noodigde alle armen uit. Daar waren de twee blinde vrouwen van
+de hotelpoort en de oude Assunta van de domtrap. Daar was de man van
+het postkantoor die zijn kin bedekt had met een rooden doek om zijn
+gelaatskanker te verbergen en dan was er de idioot, die de ijzeren
+deuren van het Grieksche theater openschuift.
+
+Alle ezeldrijvers waren er, ook de beide broeders zonder handen,
+die in hun jeugd een bom hadden laten ontploffen en toen alle vingers
+hadden verloren; en dan was er de invalide met het houten been en de
+oude stoelenmatter, die te oud was geworden om te werken.
+
+Het was wonderlijk hen allen uit hun holen te voorschijn te zien
+kruipen, al deze armen van Diamante. Oude vrouwtjes die haar gansche
+leven hadden zitten spinnen in donkere steegjes, waren op 't feest
+en ook de positiefspeler, die een instrument heeft, zoo groot als
+een kerkorgel, en een jonge, rondtrekkende mandolinista van Napels,
+met zijn hoofd vol alle mogelijke dolle streken. Al de ooglijders
+en ouden van dagen, die geen dak boven hun hoofd hadden, en zij die
+wortelen aan den wegkant zochten voor het middagmaal, de steenhouwer
+die een lire per dag verdiende en zes kinderen had om te verzorgen,
+allen waren zij uitgenoodigd en aanwezig op het feest.
+
+De armoede zond haar troepen uit tegen de Engelsche signorina. Wie
+bezit zulk een leger als de armoede? Maar eens gelukte het de Engelsche
+signorina haar te overwinnen.
+
+Zij had ook iets om mee te strijden en te overwinnen. De geheele markt
+stond vol gedekte tafels. En zij had wijnvaten laten stapelen langs
+de steenen bank, die langs den geheelen muur der domkerk loopt. Zij
+had het uitgestorven nonnenklooster herschapen in een provisiekamer en
+keuken. Ze had de geheele vreemdelingenkolonie in Diamante, gekleed in
+witte boezelaars, om de spijzen rond te deelen. En als toeschouwers bij
+haar feestmaal had zij heel Diamante dat pleegt zich verzadigd te eten.
+
+Toeschouwers! wie had zij niet tot toeschouwers! Den grooten Etna,
+de stralende zon, den rooden berg en den ouden Vulcanitempel, die nu
+aan San Pasquale gewijd was.
+
+En geen van alle had nog ooit een verzadigd Diamante aanschouwd. Geen
+van hen alle had er vóór dit oogenblik aan gedacht hoezeer het
+hun eigen schoonheid zou verhoogen, indien men hen kon beschouwen,
+zonder dat de honger den menschen in de ooren siste en hen op de
+hielen volgde.
+
+Maar let nu op één ding! Hoe merkwaardig en groot deze signorina
+ook was, schoon was zij niet. En trots al de macht, die zij bezat,
+was zij niet vriendelijk of innemend. Zij regeerde niet met scherts,
+zij beloonde niet met een glimlach. Zij had een zwaar, plomp lichaam
+en een zwaar, plomp gemoed.
+
+Maar dezen dag, dat zij eten gaf aan al de armen, werd zij een geheel
+ander mensch.
+
+Er woont een ridderlijk volk op het eiland Sicilië. Van al deze armen
+liet geen enkele haar voelen, dat zij liefdadigheid uitoefende. Zij
+aanbaden haar, maar zij aanbaden haar als vrouw. Zij namen plaats
+aan haar tafel als bij een gelijke. Zij behandelden haar, zooals een
+gastvrouw door haar gasten behandeld wordt. Heden doe ik u de eer
+bij u te komen, morgen doet ge mij de eer bij mij te komen. Zoo en
+niets anders was het!
+
+Zij stond op de hooge trap van het raadhuis en zag neer op de
+menigte. En toen men het glas volschonk van den ouden stoelenmatter,
+die aan 't boveneinde der tafel zat, richtte hij zich op, boog voor
+haar en zei:
+
+"Ik drink op uw welzijn, signorina."
+
+Zoo deden allen. Zij legden de hand op het hart en bogen voor
+haar. Het was misschien goed voor haar geweest, indien zij zulk een
+ridderlijkheid vroeger in haar leven ontmoet had. Waarom hadden de
+mannen in haar vaderland haar doen vergeten, dat de vrouwen bestaan
+om te worden aangebeden?
+
+Hier zagen allen er uit of ze gloeiden van een stille vereering. Zoo
+worden de vrouwen behandeld op het edele eiland. Wat gaven zij haar
+niet terug voor de spijzen en den wijn, die zij hun schonk! Zij gaven
+haar en jeugd en vroolijkheid, en de eer om navolgenswaardig te zijn.
+
+Ze hielden toespraken tot haar.
+
+"Edele signorina, gij die over de wijde zee gekomen zijt, gij die
+Sicilië bemint"--en zoo voort, en zoo voort.
+
+En zij toonde, dat zij kon blozen, zij schaamde zich niet langer,
+dat zij glimlachen kon.
+
+Toen zij gesproken hadden, begon het te beven om den mond der
+Engelsche signorina. Zij werd twintig jaar jonger. Dat was hetgeen
+zij noodig had.
+
+Op het feest was ook de ezeldrijver, die de Engelsche dames naar
+Tre Castagni pleegt te geleiden, en die altijd verliefd op haar
+was, vóórdat hij van haar scheidde. Nu viel zijn oog op de groote
+weldoenster.
+
+Niet alleen een slank, fijn lichaam en een zachte gelaatstint zijn
+waard aangebeden te worden, maar ook sterkte en kracht.
+
+De ezeldrijver liet plotseling mes en vork vallen, leunde met
+de ellebogen op de tafel en bleef zoo zitten om naar haar te
+kijken. En gelijk hij, deden al de andere ezeldrijvers. Het ging
+als een besmetting rond. Het werd rondom de Engelsche signorina
+heet van gloeiende blikken. Het waren niet alleen de armen die haar
+aanbaden. De advocaat Ugo Favara kwam bij haar en fluisterde haar in
+het oor, dat zij een voorzienigheid was voor zijn arm land en voor hem.
+
+"Indien ik slechts vroeger een vrouw gelijk u getroffen had," zei hij.
+
+"Denk u een ouden vogel, die lange jaren in een kooi was opgesloten
+en ruig geworden is en den glans zijner veeren verloren heeft. En
+plotseling komt er iemand, die hem streelt en den glans opnieuw te
+voorschijn roept. Stel u dat voor, signorina!"
+
+En dan was er ook die knaap van Napels. Hij haalde zijn mandoline te
+voorschijn en begon te zingen. Gij weet, hoe hij pleegt te zingen,
+hoe hij gewoonlijk zijn grooten mond vertrekt en leelijke woorden
+zegt. Dikwijls gelijkt hij op een spottend masker. Maar hebt gij
+gezien dat hij een engel in zijn oogen heeft?
+
+Een engel, die schijnt te weenen over zijn val en vervuld is van een
+goddelijken waanzin. En dezen avond was hij slechts engel. Hij hief het
+hoofd op als een door God geïnspireerde dichter, zijn gebogen lichaam
+werd veerkrachtig en richtte zich op in trotsche levensvreugde. Er
+kwam kleur op zijn doodsbleeke wangen. En hij zong, hij zong, zoo dat
+men de tonen als vuurvliegen van zijn lippen zag zweven om de lucht
+met hun gejubel en gedans te vervullen.
+
+Toen het nacht werd trokken allen naar het Grieksche theater. Dat
+was het glanspunt van het feest. En wat had de gastvrouw daar haar
+gasten aan te bieden?
+
+Daar was de Russische zangeres en de Duitsche variété-kunstenaar,
+de Engelsche clowns en de Amerikaansche goochelaar. Maar wat was dit
+alles vergeleken met den zilverwitten maneschijn, met de plaats en al
+haar herinneringen! Het was alsof de armen zich voelden als Grieken
+en cultuurdragers, toen zij zich neervlijden op de rotsbanken van hun
+eigen oud theater, en tusschen de bouwvallige zuilen van het tooneel
+het schoone panorama aanschouwden.
+
+De armen zijn niet spaarzaam, ze deelen mild van de vreugde, die ze
+krijgen. Ze waren niet zuinig met de toejuichingen, ze waren uitbundig
+in hun handgeklap. Zij die op het tooneel optraden, vertrokken met
+een schat van lof.
+
+Toen spoorde iemand de Engelsche signorina aan om ook op te treden. Al
+deze vereering gold immers haar. Zij moest eens oog in oog met haar
+gasten staan. En zij zeiden haar hoe bijval bedwelmt, hoe die vervoert
+en bezielt.
+
+Dit voorstel behaagde haar, en zij volgde dezen raad onmiddellijk.
+
+Zij had in haar jeugd dikwijls gezongen en de Engelschen zijn nooit
+afkeerig om te zingen. Anders zou zij het zeker niet gedaan hebben,
+maar nu was zij goed geluimd, en nu wilde zij zingen voor hen, die
+haar liefhadden.
+
+Zij trad het laatst van allen op.
+
+Stel u nu eens voor wat het is op zulk een oud tooneel op te
+treden! Daar was het dat Antigone levend begraven was en Iphegenie
+geofferd had. Maar de Engelsche signorina trad slechts op om gehuldigd
+te worden.
+
+Een storm van bijval barstte los, zoodra zij zich vertoonde. Men
+wilde den grond verpletteren om haar te huldigen.
+
+Het was een trotsch oogenblik. Zij stond daar met den Etna tot
+achtergrond en de Middellandsche zee tot zijcoulisse. Voor haar op
+de met mos begroeide banken strekte zich de overwonnen armoede uit
+en zij voelde, dat geheel Diamante aan haar voeten lag.
+
+Ze koos Bellini, hun eigen Bellini. Zij ook wilde beminnelijk zijn
+en daarom zong zij een lied van Bellini, die geboren is aan den voet
+van den Etna, Bellini, dien zij vanbuiten kenden, noot voor noot.
+
+Natuurlijk, o signora, natuurlijk kon zij niet zingen. Zij was alleen
+op het tooneel gekomen om zich te laten huldigen. Zij was opgetreden,
+opdat de volksliefde zich uiten kon. Maar nu zong zij valsch en
+zwak. En de menschen kenden elken toon.
+
+Het was de mandolinista van Napels, die het eerst met zijn geheele
+gezicht lachte en een toon nazong even valsch als de Engelsche
+signorina. Later was het de man met kanker in 't gezicht, die zoo
+lachte, dat zijn verband afviel. Daarna begon een ezeldrijver in de
+handen te klappen, en volgden de anderen zijn voorbeeld. Het was een
+krankzinnige daad maar dat begrepen zij niet.
+
+Men kon toch op den grond der oude Grieken geen barbaren dulden,
+die valsch zingen.
+
+Donna Pepa en donna Tura lachten, zooals zij nog nooit in haar leven
+gedaan hadden.
+
+Geen enkele zuivere toon! Bij de Madonna en San Pasquale, geen enkele
+zuivere toon!
+
+Ééns in hun leven waren zij verzadigd. Het stond nu eenmaal geschreven,
+dat er waanzin en razernij over hen zou zijn dien avond. En waarom
+zouden zij niet lachen? Men had hun toch zeker geen eten gegeven om
+hun ooren te pijnigen met vijl en zaag?
+
+Mochten zij zich niet verdedigen door te lachen, moesten zij haar niet
+nadoen, sissen en fluiten? Mochten zij zich niet achteroverwerpen om
+in een daverend gelach uit te barsten?
+
+Ze waren toch zeker geen slaven der Engelsche signorina!
+
+Het kwam overweldigend voor haar. 't Kwam al te overweldigend
+onverwacht, dan dat zij het zou kunnen begrijpen.
+
+Floten zij haar uit? Het was zeker om iets daar beneden, om iets dat
+zij niet zien kon.
+
+Zij zong de aria ten einde. Zij was overtuigd, dat dit lachen iets was,
+dat haar niet aanging.
+
+Toen zij eindigde, stortte er een stroom van twijfelachtigen bijval
+op haar neer. Die was zóó, dat zij eindelijk alles begreep. Fakkels
+en maneschijn verlichtten den nacht, zoodat zij de menschenmassa kon
+zien schudden van 't lachen.
+
+Zij hoorde den hoon en spot, nu zij niet meer zong. Die gold haar. Toen
+vluchtte zij van het tooneel, en het was alsof de groote Etna schudde
+van 't lachen en de zee glinsterde van pret.
+
+Maar het werd al erger en erger. Ze hadden zoo gelachen, de armen, zoo
+gelachen als nooit tevoren, en zij wilden haar nog éénmaal hooren. Zij
+riepen haar terug. "Bravo! Bis! Da capo!" Zulk een genoegen konden
+zij zich niet laten ontgaan.
+
+En zij, de Engelsche signorina, zij was bijna bewusteloos.
+
+Een storm verhief zich rondom haar. Het volk schreeuwde, brulde om
+haar te dwingen weer op het tooneel te verschijnen. Zij zag hoe zij
+de armen ophieven om haar te dreigen; opeens was het tooneel veranderd
+in een oud circus, zij werd naar binnen gesleurd om door wilde dieren
+verslonden te worden.
+
+En de razernij steeg en steeg. De anderen, die opgetreden waren,
+werden bevreesd en smeekten haar toe te geven. En zij zelf werd ook
+bang, het was alsof men haar wilde vermoorden, indien zij niet toegaf.
+
+Zij sleepte zich naar het tooneel en stond oog in oog met de tierende
+volksmassa. Voor haar was er geen verschooning. Zij moest zingen,
+omdat allen lachen wilden. Dat was het ergste. Zij zong, omdat zij
+bang was voor hen en niet den moed had het hun te weigeren. Zij was
+een weerlooze vreemdelinge en zij had niemand, die haar beschermde
+en zij was bang.
+
+En zij lachten en lachten!
+
+Gedurende de geheele aria hoorde men niets anders dan geschreeuw,
+gesis, gelach en gefluit. Niemand had medelijden met haar. Het was
+misschien de eerste maal in haar leven, dat zij voelde, dat zij
+behoefte had aan iemand, die barmhartig jegens haar was....
+
+Den volgenden dag wilde zij vertrekken. Zij kon het niet langer
+uithouden in Diamante. Maar toen zij dit zeide tegen advocaat Favara,
+bezwoer hij haar om zijnentwille te blijven en hij vroeg haar zijn
+vrouw te worden.
+
+Hij had het rechte oogenblik gekozen. Zij nam zijn aanzoek aan en
+trouwde met hem.
+
+Maar na dien tijd bouwde zij niet meer aan haar paleizen, zij streed
+niet meer tegen de armoede, zij wilde niet meer koningin van Diamante
+zijn.
+
+Zoudt gij het willen gelooven? Zij vertoonde zich nooit meer op straat,
+maar leefde binnenshuis als een Siciliaansche.
+
+Haar klein huis lag verborgen achter een hooge schutting en van haar
+zelf merkte men niets.
+
+Men wist slechts, dat zij geheel was veranderd; maar men wist niet
+of zij gelukkig of ongelukkig was, en of zij zich opsloot omdat zij
+de menschen haatte, dan of zij wilde zijn zooals een Siciliaansche
+huisvrouw behoort te zijn.
+
+Maar eindigt het op deze wijze niet altijd met vrouwen? Als zij
+paleizen bouwen, komen zij nooit klaar. Vrouwen kunnen niets tot
+stand brengen, dat duurzaamheid bezit.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE VERWORPELING.
+
+
+Toen donna Micaela hoorde hoe de armen miss Tottenham uitgelachen
+hadden, haastte zij zich naar het hotel om haar leedwezen daarover
+te betuigen.
+
+Zij wilde miss Tottenham smeeken deze stakkers niet te beoordeelen
+naar hetgeen zij gedaan hadden, toen zij opgewonden waren van vreugde
+en wijn. Zij wilde haar smeeken toch niet haar hand af te trekken van
+Diamante. Zelf hield zij niet veel van miss Tottenham, maar terwille
+van de armen----Zij wilde al het mogelijke doen om haar over te halen
+te blijven.
+
+Toen zij naar het hotel Etna ging, zag zij dat de geheele straat vol
+reiswagens stond. Er was dus geen hoop meer. De groote weldoenster
+zou vertrekken.
+
+In het hotel heerschte veel droefheid en berouw. De twee blinden,
+donna Pepa en donna Tura, die vroeger altijd op de binnenplaats van
+het hotel zaten, waren nu buitengesloten en lagen op haar knieën voor
+de poort. En de jonge ezeldrijver, die verliefd was op alle Engelsche
+signorina's, stond met zijn gezicht tegen den muur te weenen.
+
+Maar in het hotel liep de waard op en neer in de lange gang en hij
+was vertoornd op de Voorzienigheid, die hem dit ongeluk toevoegde.
+
+"Signor Dio," mompelde hij, "ik ben geruïneerd. Als gij dit laat
+geschieden, neem ik mijn vrouw bij de hand en mijn kinderen op den
+arm en werp mij in den Etna."
+
+De waardin was zeer bleek en ootmoedig. Zij waagde het nauwelijks
+haar oogen van den grond op te heffen. Zij had wel op haar knieën
+willen kruipen om de rijke signorina te bewegen toch te blijven.
+
+"Wilt ge met haar spreken, donna Micaela?" zei ze. "Moge God u kracht
+schenken om met haar te spreken! Ach, zeg haar, dat die knaap van
+Napels, die de schuld is van het geheele ongeluk, reeds uit de stad
+verbannen is. Zeg haar, dat allen boete willen doen. O, spreek met
+haar, signora!"
+
+Zij voerde donna Micaela naar de ontvangkamer der Engelsche en ging
+met haar kaartje naar het salon. Zij kwam dadelijk terug en verzocht
+donna Micaela een paar minuten te willen wachten. Signorina Tottenham
+sprak met signor Favara over zaken.
+
+Maar dit was juist het oogenblik dat advocaat Favara aanzoek deed om
+de hand van miss Tottenham, en terwijl donna Micaela wachtte, hoorde
+zij hem duidelijk zeggen: "Gij moogt niet vertrekken, signorina! Wat
+zal er van mij worden, indien gij vertrekt! Ik heb u lief, ik kan
+u niet laten vertrekken. Ik zou het niet gewaagd hebben te spreken,
+indien ge niet gedreigd hadt te vertrekken. Maar nu------" Hier daalde
+zijn stem, maar donna Micaela wilde niets meer hooren, zij verwijderde
+zich snel. Zij begreep dat zij hier overbodig was. Indien het signor
+Favara niet gelukte de groote weldoenster in Diamante te doen blijven,
+zou niemand dat kunnen.
+
+Toen zij weer door de poort ging, stond de waard te twisten met den
+ouden Franciscaner, fra Felice. En hij was zoo opgewonden, dat hij
+niet slechts twistte met fra Felice, maar hem ook uit zijn huis joeg.
+
+"Fra Felice," riep hij, "gij komt hier om ruzie te maken met de groote
+weldoenster. Gij wilt haar nog meer opwinden.
+
+"Ga weg, zeg ik u. Gij wolf, gij menscheneter, ga weg!"
+
+Fra Felice was even vertoornd als de waard, en wilde hem op zij
+duwen. Maar toen nam deze hem bij den arm en zette hem de deur uit.
+
+Fra Felice was een man, die een groote gave van zijn Schepper had
+ontvangen. Op Sicilië, waar iedereen in de loterij speelt, worden
+menschen gevonden, die de gave bezitten te voorspellen welke nummers
+bij de volgende trekking uit zullen komen. Degene, die de gave der
+helderziendheid ontvangen heeft, wordt polacco genoemd, en men vindt
+hen het meest onder de oude bedelmonniken. En zulk een monnik was fra
+Felice. Hij was de grootste polacco van den Etna. En daar een ieder
+gaarne wilde, dat hij hem zou zeggen op welk lot een prijs zou vallen,
+werd fra Felice met veel eerbied behandeld. Hij was niet gewoon,
+dat men hem bij den arm nam en op straat zette; neen, dat was fra
+Felice zeker niet gewoon.
+
+Hij was ongeveer tachtig jaar en geheel verdroogd en
+verschrompeld. Toen hij tusschen de wagens wankelde, struikelde hij,
+trapte op zijn pij en stond op het punt te vallen. Maar geen van
+de ezeldrijvers of koetsiers, die bij de poort stonden te klagen,
+hadden heden tijd om aan fra Felice te denken.
+
+De grijsaard waggelde heen en weer in zijn wijde duffel pij. Hij
+was zoo klein en mager, dat er meer kracht in de pij dan in den
+monnik scheen te zijn. Het leek alsof de pij den ouden fra Felice
+staande hield.
+
+Donna Micaela ging naar hem toe en schoof zacht den arm van den
+grijsaard in den hare. Zij kon het niet aanzien, dat hij stiet tegen
+een lantaarn en struikelde over een drempel. Maar fra Felice merkte
+niet eens dat zij hem steunde. Hij liep daar in zich zelf te mompelen
+en te vloeken en meende dat hij even eenzaam was, alsof hij in zijn
+cel zat. Donna Micaela vond het vreemd dat fra Felice zoo vertoornd
+was op miss Tottenham. Was zij in zijn klooster geweest en had zij
+fresco's van de wanden gehaald, of wat had zij anders gedaan?
+
+Want fra Felice had gedurende zestig jaar gewoond in het groote
+Franciscanerklooster, dat buiten de porta Etnea ligt, vlak naast de
+kerk van San Pasquale.
+
+Daar had fra Felice reeds dertig jaar gewoond, toen het klooster
+opgeheven en aan een koopman verkocht werd.
+
+De andere monniken vertrokken, maar fra Felice bleef, omdat hij
+niet kon begrijpen, wat het wil zeggen het huis van San Franciscus
+te verkoopen.
+
+Indien de anderen vertrokken, scheen het fra Felice nog des te
+noodzakelijker, dat ten minste één monnik in het klooster bleef.
+
+Wie zou anders zorgen voor het luiden der klokken of het bereiden
+der geneesmiddelen voor de boerenvrouwen, of wie zou brood geven aan
+de armen van het klooster? En fra Felice koos zich een cel in een
+verborgen hoekje en bleef in het klooster wonen, zooals hij altijd
+gedaan had.
+
+De koopman, die het klooster gekocht had, kwam er nooit. Hij bekommerde
+zich niet om het oude klooster, hij had het slechts gekocht om de
+groote wijngaarden, die er bij behoorden.
+
+Zoo kwam het dat fra Felice nog steeds regeerde in het oude klooster
+en hij was het die de gebroken vensterkozijnen herstelde en de muren
+witte. Even vele armen als vroeger die brood van het klooster kregen,
+ontvingen dat nog steeds. Voor zijn voorspellingsgave kreeg fra Felice
+zulke groote aalmoezen, als hij zwierf door de Etnasteden, dat hij een
+rijke man had kunnen zijn; maar hij besteedde alles voor het klooster.
+
+Nog grooter zorg had fra Felice voor de kloosterkerk. Die was in
+oorlogstijd ontheiligd geworden door bloedigen strijd en andere
+wandaden, zoodat de mis niet meer daarin gelezen mocht worden.
+
+Maar ook dat kon fra Felice niet begrijpen. De kerk waar hij zijn
+gelofte had afgelegd, was altijd even heilig voor den ouden monnik.
+
+Het was zijn grootste verdriet, dat de kerk in verval geraakte. Hij had
+moeten aanzien dat Engelschen het preekgestoelte, de koorstoelen en het
+pulpitum kochten en wegvoerden. En hij had niet kunnen verhinderen,
+dat de heeren van het museum te Palermo de kronen, schilderijen
+en hostiekelken wegnamen. Hoezeer hij het ook gewenscht had, hij
+had niets kunnen doen om zijn kerk te redden. Maar hij haatte deze
+kerkplunderaars, en toen donna Micaela hem nu zoo toornig zag, geloofde
+zij dat miss Tottenham eenige van zijn schatten had willen wegnemen.
+
+Maar de waarheid was, dat nu fra Felice's kerk zoo leeg was, dat
+niemand meer kon komen om te plunderen, hij begonnen was er over
+te denken, die opnieuw te versieren en zijn oog was gevallen op de
+verzameling heiligenbeelden die de rijke Engelsche dame bezat.
+
+Op haar feest, toen zij goed en mild jegens allen was, had hij gewaagd
+haar te verzoeken om haar schoone Madonna, die een kleed van satijn
+droeg en oogen had, die straalden gelijk de zon. En zij had zijn
+verzoek toegestaan.
+
+Dezen morgen had fra Felice zijn kerk geveegd en gestoft en bloemen
+op het altaar gezet vóórdat hij het beeld ging halen.
+
+Maar toen hij in het hotel kwam, was de Engelsche van gedachten
+veranderd en zij had hem het kostbare Madonnabeeld niet willen
+geven. Daarvoor in plaats had zij hem een klein vuil, in lompen
+gehuld beeld van het Christuskind geschonken, waar zij zonder spijt
+van scheiden kon.
+
+Ach! de oude fra Felice was zoo vol vreugde en verwachting geweest en
+nu was hij zoo teleurgesteld. Hij kon niet berusten in haar besluit,
+maar was keer op keer teruggekomen om te bedelen om het andere beeld.
+
+Het was zoo kostbaar, dat hij het niet zou kunnen koopen voor alles
+wat hij gedurende een geheel jaar bijeen bedelde.
+
+Ten slotte had de groote weldoenster hem laten wegjagen; het was op
+dit oogenblik dat donna Micaela hem gevonden had.
+
+Terwijl zij door de straat liepen, begon zij met den grijsaard te
+spreken en hem over te halen haar zijn verdriet te vertellen.
+
+Hij droeg het beeld en midden op de straat bleef hij staan om het haar
+te toonen en haar te vragen of zij ooit iets erbarmelijkers had gezien.
+
+Donna Micaela zag een oogenblik ontsteld naar het beeld. Toen
+glimlachte zij en zei: "Leen mij het beeld een paar dagen, fra Felice."
+
+"Gij moogt het gaarne behouden," zei de grijsaard. "Moge het mij
+nooit weer onder de oogen komen."
+
+Donna Micaela nam het beeld met zich mede naar huis en werkte er
+aan, gedurende twee dagen. Toen zij het daarna zond naar fra Felice,
+glinsterden de gepoetste sieraden, het droeg een nieuw, helder kleedje,
+het was opnieuw geschilderd en in zijn kroon schitterden veelkleurige
+steenen.
+
+Hij was zoo schoon, de verworpeling, dat fra Felice hem op het leege
+hoogaltaar van zijn kerk plaatste.
+
+
+
+Het was zeer vroeg in den morgen. De zon was nog niet opgegaan
+en de zee was nauwelijks zichtbaar. Het was werkelijk nog zeer
+vroeg. De katten slopen nog over de daken, geen rook steeg op uit de
+schoorsteenen en de nevels schoven op elkaar en stapelden zich opeen
+boven den bodem van het dal, rondom den steilen Monte Chiaro. In
+dezen vroegen ochtend ijlde de oude fra Felice naar de stad.
+
+Hij sprong zoo, dat hij meende te voelen, hoe de berg onder hem
+schudde. Hij liep zoo haastig, dat de grashalmen aan den weg niet eens
+dauw konden sprenkelen op zijn pij, zóó vlug, dat de schorpioenen
+niet eens hun giftangel uit konden steken om hem te wonden. Terwijl
+de grijsaard zoo sprong, woei zijn pij los om hem heen en hing het
+koord ongebonden op zijn rug.
+
+De wijde mouwen fladderden gelijk vleugels en de zware capuchon
+danste op en neer op zijn rug, als wilde die hem tot nog grooter
+haast aansporen.
+
+De man in het tolkantoor, die nog zat te slapen, ontwaakte en wreef
+zich de oogen uit, toen fra Felice voorbijsnelde, maar hij herkende
+hem niet.
+
+De straatsteenen waren glibberig van den dauw, bedelaars lagen bij de
+hooge steenen trappen te slapen met hun beenen onachtzaam op straat
+uitgestrekt; late domino-spelers keerden van het café huiswaarts,
+waggelend van slaap. Maar fra Felice ijlde verder, hij ontweek alle
+hinderpalen. En huizen en portalen, markt en straten verdwenen achter
+den ouden fra Felice. Hij snelde door de halve corso, vóórdat hij
+bleef stilstaan.
+
+Hij stond voor een groot huis met zware balkons. Hij greep een
+poortklopper en klopte, totdat een dienaar ontwaakte. Daarna rustte
+hij niet vóórdat de knaap een dienstmeisje wekte, en dit dienstmeisje
+riep de signora.
+
+"Donna Micaela, fra Felice is beneden. Hij beweert, dat hij u moet
+spreken."
+
+Toen donna Micaela eindelijk bij fra Felice kwam, hijgde hij nog naar
+adem, maar zijn oogen schitterden en kleine bleeke rozen bloeiden op
+zijn wangen.
+
+Het was het beeld, het beeld! Toen fra Felice dien morgen om vier uur
+de klokken geluid had, was hij in de kerk gegaan om het te beschouwen.
+
+Toen had hij gezien dat groote steenen losgelaten hadden juist boven
+het beeld. Die waren op het altaar gevallen en hadden het verbrijzeld,
+maar het beeld was onbeschadigd gebleven.
+
+En van alle steenen en stof, die naar beneden gevallen waren, had
+niets het beeld getroffen, maar het stond er nog volkomen ongedeerd.
+
+Fra Felice nam donna Micaela bij de hand en zei tot haar, dat zij hem
+naar het klooster moest volgen om het wonder te aanschouwen. Zij moest
+het 't eerst van allen zien, omdat zij het beeld in haar bescherming
+genomen had.
+
+En donna Micaela volgde hem door den grauwen koelen morgen naar zijn
+klooster, terwijl haar hart van spanning en verwachting klopte.
+
+Toen zij daar kwam en zag, dat fra Felice de waarheid had gesproken,
+vertelde zij hem dat zij het beeld herkend had, zoodra zij het weerzag,
+en dat het een wonderdoener was.
+
+"Hij is de grootste en mildste wonderdoener," zei zij.
+
+Fra Felice ging nu naar het beeld en keek het in de oogen. Want er
+bestaat een groot verschil tusschen beeld en beeld, maar de ervaring
+van een ouden monnik is er toe noodig om te zien welk beeld macht
+heeft en welk niet.
+
+Nu zag fra Felice, dat de oogen van dit beeld diep en stralend waren,
+alsof het leven bezat, en dat om zijn lippen een geheimzinnig lachje
+speelde.
+
+Toen oude fra Felice dit zag, viel hij op de knieën en strekte zijn
+gevouwen handen naar het beeld uit. En zijn oud rimpelig gelaat werd
+verhelderd door een groote vreugde. Het scheen fra Felice plotseling,
+dat de wanden zijner kerk bedekt waren met schilderijen en purperen
+kleeden, licht straalde boven het altaar, gezang klonk van het koor,
+en over den geheelen vloer lagen knielende, biddende menschen. Alle
+heerlijkheid, die men slechts kon droomen, zou zijn arme oude kerk
+ten deel vallen, nu zij een der machtige wonderdoende beelden bezat.
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+HET OUDE PASSIESPEL.
+
+
+Van het zomerpaleis in Diamante werden gedurende dezen tijd
+vele brieven verzonden naar Gaetano Alagona, die gevangen zat te
+Como. Maar de postbode had in zijn tasch nooit een brief van Gaetano,
+die geadresseerd was aan het zomerpaleis. Want Gaetano was in zijn
+levenslange gevangenis gegaan, alsof het een graf was. Het eenige dat
+hij begeerde en wenschte was, dat het hem de vergetelheid en de rust
+van het graf zou schenken.
+
+Hij gevoelde zich als dood en hij zei tot zich zelf, dat hij het
+geklaag en gejammer der overlevenden niet wilde hooren. Ook wilde
+hij niet verleid worden tot hoop, of door teedere woorden verlokt
+worden te verlangen naar bloedverwanten en vrienden. Hij wilde ook
+niet hooren wat er geschiedde in de wereld, nu hij geen macht bezat
+in te grijpen en te leiden.
+
+Hij verschafte zich werk in de gevangenis en sneed schoone kunstwerken
+zooals hij altijd gedaan had.
+
+Maar hij ontving nooit een brief, nooit een bezoek. Hij meende dat
+hij op deze wijze niet meer de geheele bitterheid van zijn ongeluk
+zou voelen. Hij geloofde, dat hij kon leeren een heel leven te leven
+binnen vier muren.
+
+Dit was de reden, dat donna Micaela nooit een brief tot antwoord van
+hem ontving.
+
+Eindelijk schreef zij naar den directeur der gevangenis en vroeg of
+Gaetano nog leefde. En deze antwoordde, dat de gevangene naar wien
+zij vroeg nooit een brief las. Hij wilde geen enkel bericht van de
+buitenwereld hooren.
+
+Toen schreef zij hem niet meer, maar werkte des te harder aan haar
+spoorweg. Ze waagde het nauwlijks daarover te spreken in Diamante,
+maar toch dacht ze aan niets anders. Zij zelf borduurde en naaide,
+en ze liet door haar dienaren allerlei goedkoope zaken vervaardigen,
+die zij op haar bazaar wilde verkoopen.
+
+Uit den winkel nam zij oude artikelen voor de tombola. Zij liet
+Piero, den poortwachter, gekleurde lampions maken. Zij overreedde
+haar vader schilden en aanplakbiljetten te schilderen, en zij liet
+haar kamenier, Lucia, die van Capri was, kettingen van koraal en
+doosjes van schelpen maken.
+
+Zij was evenwel volstrekt niet zeker, dat er een enkel mensch zou komen
+op haar feest. Allen waren tegen haar, niemand wilde haar helpen. Ze
+vonden het niet eens goed, dat zij zich op straat vertoonde en over
+zaken sprak. Zoo iets paste niet voor een voorname dame.
+
+Toen was het, dat de oude fra Felice haar trachtte te helpen, want
+hij had haar lief omdat zij hem geholpen had met het beeld.
+
+Eens, toen donna Micaela klaagde, dat zij niemand kon overtuigen,
+dat men den spoorweg moest aanleggen, nam hij het kalotje van zijn
+hoofd en wees op zijn kalen schedel.
+
+"Zie naar mij, donna Micaela," zei hij. "Zoo kaal zal deze spoorweg
+uw hoofd maken, indien gij voortgaat, zooals gij begonnen zijt."
+
+"Wát meent gij, fra Felice?"
+
+"Donna Micaela," zei de grijsaard, "is het geen dwaasheid, een groot
+plan te ondernemen zonder een vriend of helper te bezitten?"
+
+"Ik heb dikwijls beproefd vrienden te winnen, fra Felice."
+
+"Ja, menschen," zei de grijsaard. "Maar wat helpen menschen? Als
+iemand uit visschen gaat, donna Micaela, weet hij, dat hij San Pietro
+moet aanroepen, wanneer iemand een paard wil koopen, kan hij bijstand
+begeeren van San Antonio Albate. Maar indien ik wil bidden voor uw
+spoorweg, weet ik niet tot wien ik mij zal wenden."
+
+'t Was fra Felice's bedoeling te zeggen, dat de fout was dat zij geen
+schutspatroon gekozen had voor haar spoorweg. Hij wilde, dat zij het
+gekroonde kind, dat in zijn oude kerk stond, zou kiezen tot vriend en
+beschermer. Hij zeide haar, dat zij zeer zeker geholpen zou worden,
+indien zij dit slechts deed.
+
+Zij was zoo getroffen, dat iemand haar wilde bijstaan, dat zij dadelijk
+beloofde te bidden voor haar spoorweg tot het kind in San Pasquale.
+
+Maar fra Felice ging heen en schafte zich een groote collectebus aan
+en liet daarop met groote duidelijke letters schilderen: "Gaven voor
+den Etnaspoorweg." Deze hing hij op in zijn kerk naast het altaar.
+
+'t Was niet meer dan een dag later, dat donna Emilia, de echtgenoote
+van don Antonio Greco, naar de oude, verlaten kerk ging om San Pasquale
+te raadplegen, omdat hij de verstandigste van alle heiligen is.
+
+In den herfst was namelijk don Antonio's theater begonnen achteruit
+te gaan, zooals wel te verwachten was in een tijd, dat allen gebrek
+aan geld hadden.
+
+Don Antonio was toen op de gedachte gekomen te trachten het theater met
+minder groote kosten dan vroeger te exploiteeren. Hij had op de lampen
+bezuinigd en de groote, prachtig geschilderde affiches afgeschaft.
+
+Maar dat was een groote dwaasheid geweest. Want als de menschen den
+lust verliezen om naar een theater te gaan, is het niet het rechte
+oogenblik de slepen der prinsessen te verkorten of zuinig te zijn op
+het verguldsel der kronen.
+
+Misschien is het niet zoo gevaarlijk bij een anderen schouwburg, maar
+in een marionetten-theater is het meer dan moeilijk veranderingen te
+brengen. Dat komt omdat het meest halfvolwassen knapen zijn, die naar
+een marionetten-theater gaan. Volwassen menschen kunnen begrijpen,
+dat men nu en dan zuinig moet zijn, maar kinderen willen het altijd
+op dezelfde wijze hebben.
+
+Al minder en minder toeschouwers kwamen bij don Antonio en hij ging
+steeds door met bezuinigen. Toen viel het hem in, dat hij best de
+twee blinde vioolspelers kon ontberen, vader Elia en broeder Tommaso,
+die gewoonlijk in de tusschenbedrijven en bij krijgstooneelen speelden.
+
+Deze blinden, die veel geld verdienden met het zingen in sterfhuizen,
+en die groote sommen wonnen gedurende de feestdagen, verlangden een
+zeer hooge betaling.
+
+Don Antonio ontsloeg hen uit zijn dienst en schafte zich een orgel aan.
+
+Maar dit werd zijn ongeluk. De leerjongens en winkelbedienden van
+geheel Diamante bleven weg van het theater.
+
+Zij wilden geen orgel dulden in hun theater, en ze beloofden elkaar,
+niet naar het theater te gaan, vóórdat don Antonio de blinde muzikanten
+weer in zijn dienst genomen had. En zij hielden hun belofte. Don
+Antonio's poppen moesten voor leege banken optreden.
+
+En de jonge knapen, die anders liever afstand deden van hun avondbrood
+dan van hun theater, lieten avond op avond voorbijgaan, zonder er
+heen te gaan.
+
+Ze waren overtuigd, dat zij don Antonio ten slotte konden dwingen,
+alles weer zooals vroeger in te richten.
+
+Maar don Antonio stamde van een kunstenaarsgeslacht. Zijn vader en
+broeder bezaten een marionetten-theater, zijn zwager en al zijn
+familieleden waren menschen van het vak. En don Antonio verstond
+zijn kunst. Hij kon zijn stem tot in het oneindige veranderen, hij
+kon gelijktijdig manoeuvreeren met een heel leger van poppen, en hij
+kende den tekst uit het hoofd van den geheelen cyclus tooneelspelen,
+die getrokken zijn uit de kroniek van Carolus Magnus.
+
+En nu was don Antonio's kunstenaarsgevoel beleedigd. Hij wilde niet
+gedwongen worden de blinden weer in zijn dienst te nemen. Hij wilde
+dat men naar zijn theater zou gaan om zijnentwille en niet om de
+muzikanten.
+
+Hij veranderde zijn repertoire en begon groote stukken te spelen met
+prachtige monteering.
+
+Maar ook dat hielp niets.
+
+Er is een tooneelspel, dat "de dood van den paladijn" genoemd wordt
+en Rolands strijd bij Ronceval behandelt. Daarvoor zijn zoovele
+machinerieën noodig dat een poppentheater gedurende twee dagen gesloten
+moet zijn, voordat het gespeeld kan worden.
+
+Maar het publiek is er zoo op verzot, dat men het gewoonlijk gedurende
+een geheele maand speelt voor dubbele prijzen en een uitverkocht huis.
+
+Nu maakte don Antonio alles gereed voor dit tooneelstuk, maar hij
+behoefde het niet te spelen, hij had geen toeschouwers.
+
+Toen was don Antonio gebroken. Hij beproefde vader Elia en broeder
+Tommaso weer terug te krijgen, maar dezen wisten nu wat zij waard
+waren. En zij verlangden zulk een hooge betaling dat het don Antonio
+een onmogelijkheid was, hun dat te betalen. Zij konden niet tot een
+vergelijk komen.
+
+In de kleine woning achter het marionetten-theater leefde men als in
+een belegerde vesting. Men kon niets anders doen dan verhongeren.
+
+Donna Emilia en don Antonio waren beiden jonge vroolijke menschen, maar
+nu lachten zij nooit meer. 't Was niet zoozeer de nood, die hen drukte,
+maar don Antonio was een trotsche man, en hij kon de gedachte niet
+verdragen, dat zijn kunst geen toeschouwers meer vermocht te trekken.
+
+Toen ging donna Emilia naar de kerk van San Pasquale ten einde den
+heilige te smeeken om een goeden raad. Zij wilde negen gebeden doen
+voor het groote steenen beeld, dat in het portaal der kerk stond. Maar
+toen zij begon te bidden, bemerkte zij, dat de kerkdeuren openstonden.
+
+"Waarom staan San Pasquale's kerkdeuren open?" zei donna Emilia. "Dat
+heb ik van mijn levensdagen nog nooit gezien." En zij trad de kerk
+binnen.
+
+Het eenige, dat daarbinnen te zien was, was fra Felice's geliefd
+beeld en de groote collectebus.
+
+En het beeld straalde zoo schoon met zijn kroon en zijn ringen, dat
+donna Emilia zich tot hem aangetrokken gevoelde. Maar toen zij hem
+in de oogen zag, vond zij hem zoo liefelijk en schoon, dat zij op
+haar knieën zonk om te bidden.
+
+En zij beloofde, dat indien hij haar en don Antonio wilde helpen uit
+hun nood, zij de opbrengst van een geheelen avond zou leggen in de
+groote bus, die naast hem hing.
+
+Nadat zij gebeden had, verborg donna Emilia zich achter de kerkdeuren
+en beproefde te verstaan, wat de voorbijgangers zeiden. Want indien
+het beeld haar wilde helpen, zou hij haar een woord laten hooren,
+dat haar zeide, wat zij doen moest.
+
+Zij had daar nauwelijks twee minuten gestaan, toen Assunta van de
+domkerktrap er aankwam in gezelschap van donna Pepa en donna Tura.
+
+En zij hoorde Assunta met haar plechtige stem zeggen:
+
+"Het was in het jaar, dat ik voor de eerste maal het oude Passiespel
+hoorde."
+
+Donna Emilia verstond het volkomen duidelijk. Assunta zei werkelijk:
+"het Passiespel."
+
+Het was donna Emilia alsof zij nooit zou thuis komen. Haar beenen
+konden haar niet vlug genoeg dragen, het was alsof de weg tienvoudig
+verlengd was.
+
+Toen zij eindelijk den gevel van het theater zag, met de roode
+lantaarns en de groote kleurrijke affiches, scheen het haar dat zij
+vele mijlen afgelegd had.
+
+Toen zij binnentrad, zat don Antonio met zijn groot hoofd tusschen zijn
+beide handen en staarde naar den grond. 't Was droevig don Antonio
+aan te zien. Gedurende deze laatste weken was zijn haar begonnen
+uit te vallen. Boven op den schedel was het zoo dun, dat de huid er
+door scheen.
+
+Was dat te verwonderen, nu hij verteerd werd door zulk een
+verdriet? Terwijl zij weg was, had hij al zijn poppen te voorschijn
+gehaald om ze te beschouwen. Dat deed hij nu elken dag. Vooral placht
+hij lang te staren naar de pop, die voor Aminda speelde. Was zij dan
+niet schoon en verleidelijk meer? kon hij vragen. En dan trachtte hij
+het zwaard van Roland of de kroon van Karel den Grooten te verbeteren.
+
+Donna Emilia zag, dat hij de keizerskroon opnieuw verguld had, het was
+nu zeker wel voor de vijfde maal, dat hij dit deed. Plotseling had
+hij echter zijn werk neergelegd en was in gedachten verzonken. Hij
+had het zelf wel gevoeld, dat het hem niet aan verguldsel, maar aan
+een idee ontbrak.
+
+Toen donna Emilia binnentrad, strekte zij de handen naar haar man uit:
+
+"Zie mij aan, don Antonio Greco," zei ze. "Ik breng u gouden schalen
+vol koningsvijgen!"
+
+En zij vertelde hem hoe zij tot het Christuskind gebeden had. Ook
+zei ze hem, wat zij beloofd en wat het beeld haar geraden had.
+
+Toen zij don Antonio dit verhaalde, sprong hij op. Zijn armen
+vielen slap langs het lichaam, zijn haren rezen te berge. Een
+onbeschrijfelijke ontroering maakte zich van hem meester. "Het oude
+Passiespel," schreeuwde hij. "Het oude Passiespel." Want het oude
+passiespel is een mysterie, dat vroeger op gansch Sicilië gespeeld
+werd. Het verdrong alle andere oratoria en mysteriën en werd gedurende
+een paar eeuwen elk jaar in iedere stad gespeeld.
+
+Het was de gewichtigste dag van het jaar wanneer het oude passiespel
+vertoond werd. Maar nu speelde men het niet meer, nu leefde het nog
+slechts als een sage in de herinnering van het volk.
+
+In vroeger dagen werd het ook wel in marionetten-theaters
+gespeeld. Maar nu vond men het te oud en te afgezaagd. Misschien was
+het sedert dertig jaar niet meer opgevoerd.
+
+Don Antonio begon uit te varen tegen donna Emilia, omdat zij hem kwelde
+met dergelijke dwaasheden. Hij streed tegen haar als tegen een demon,
+die zich van hem meester wilde maken. Zij wekte slechts ijdele hoop
+in hem, die niets dan teleurstelling zou baren, zei hij. Hoe kon
+zij met zoo iets bij hem aankomen? Maar donna Emilia liet hem kalm
+uitrazen. Zij zeide slechts, dan hetgeen zij gehoord had, Gods wil was.
+
+Don Antonio begon spoedig te twijfelen. De grootsche gedachte maakte
+zich langzamerhand van hem meester. Er was niets ter wereld dat op
+gansch Sicilië zoo geliefd was als het oude passiespel. En woonde er
+niet nog steeds hetzelfde volk op het edele eiland? Beminden zij niet
+denzelfden hemel dien hun voorvaderen bemind hadden? Waarom zouden
+zij het oude passiespel ook niet liefhebben?
+
+Hij verzette zich zoolang hij kon. Hij zei tot donna Emilia dat het
+te kostbaar zou worden. Waar zou hij de apostelen met lang haar en
+witten baard vandaan krijgen? Hij bezat geen tafel voor het avondmaal,
+en hij had de machinerieën ook niet, die noodig waren voor den intocht
+en de kruisiging.
+
+Maar donna Emilia zag wel, dat hij toe zou geven, en vóórdat de avond
+viel, ging hij werkelijk naar fra Felice en hernieuwde zijn vrouws
+belofte om de opbrengst van een avond in de collectebus te leggen,
+als het beeld hen wilde bijstaan.
+
+Fra Felice vertelde dit aan donna Micaela en zij was verheugd en
+tegelijkertijd angstig hoe dit zou afloopen.
+
+In de geheele stad werd het bekend, dat don Antonio bezig was het
+oude passiespel op te zetten en men lachte hem uit. Don Antonio had
+zijn verstand verloren. Men zou het oude passiespel wel willen zien,
+indien het gespeeld werd zooals in vroeger dagen.
+
+Men had het willen zien opvoeren zooals in Aci, waar de edellieden
+der stad voor koningen speelden en huurlingen en handwerkslieden de
+rollen der Joden en der apostelen vertolkten en waar zoovele scènes
+uit het oude testament waren opgevoerd, dat het schouwspel een ganschen
+dag duurde.
+
+Ook zou men de heerlijke dagen van Castelbucco willen doen herleven,
+toen de gansche stad veranderd was in Jeruzalem. Daar werd het
+passiespel zoo opgevoerd, dat Jezus door een met palmen omgeven poort
+de stad binnenreed. De kerk stelde den tempel van Jeruzalem voor en
+het raadhuis was het paleis van Pilatus. En Petrus warmde zich bij
+een vuur op den hof van den pastoor; de kruisiging geschiedde op een
+berg bij de stad en Maria zocht het lijk van haar zoon in de grotten
+van des sindaco's tuin.
+
+Hoe kon men zich vergenoegen met het groote mysterie te zien spelen in
+don Antonio's theater, wanneer men zulke herinneringen bezat? Maar
+trots dit alles werkte don Antonio met onvermoeiden ijver om de
+tooneelspelers te vervaardigen en de machinerieën in orde te brengen.
+
+En zie, na eenige dagen kwam meester Battesta, die uithangborden
+schilderde, bij hem en schonk hem een affiche. 't Had hem zoo verheugd
+te hooren, dat don Antonio het oude passiespel wilde vertoonen. Zelf
+had hij het in zijn jeugd zien spelen en het had hem zooveel vreugde
+gegeven. Nu stond er dus met groote letters op het theater te lezen:
+"Het oude passiespel of de wedergeborene Adam, tragedie in drie
+bedrijven door cavaliere Filippo Orioles."
+
+Don Antonio was zeer verlangend te weten, hoe de volksstemming
+was. Maar de ezeldrijvers en leerjongens, die voorbij zijn theater
+gingen en het aanplakbiljet lazen, lachten hoonend. Het zag er heel
+duister uit voor don Antonio, maar hij werkte onvermoeid door.
+
+Toen de avond aanbrak, dat het passiespel gespeeld zou worden, was
+niemand ongeruster dan donna Micaela.
+
+"Zal het kleine beeld mij helpen?" vroeg zij onophoudelijk. Zij zond
+haar kamenier Lucia naar het theater om te spionneeren. Stonden
+er reeds groepen jongens? Scheen het of er veel menschen zouden
+komen? Lucia kon ook wel eens naar donna Emilia gaan, die bij het
+loket zat, om te vragen hoe de zaken stonden.
+
+Maar toen Lucia terugkwam, kon zij donna Micaela volstrekt geen hoop
+geven. Voor het theater stonden in het geheel geen menschen. De knapen
+hadden besloten don Antonio te ruïneeren.
+
+Tegen acht uur kon donna Micaela het niet langer in huis uithouden. Zij
+overreedde haar vader met haar naar het theater te gaan. Zij wist wel
+dat nog nooit een signora een voet gezet had in don Antonio's theater,
+maar zij moest zien hoe het afliep. Het zou zulk een verbazend groote
+vooruitgang voor haar spoorweg zijn, indien don Antonio nu slaagde.
+
+Toen donna Micaela in het theater kwam, was het nog eenige minuten
+voor achten, en donna Emilia had nog geen enkel biljet verkocht.
+
+Maar toch was zij niet terneergeslagen. "Treed binnen, donna Micaela,"
+zei ze. "We zullen in elk geval spelen. Het is zoo schoon! Don Antonio
+zal het spelen voor u, uw vader en voor mij. Het is het schoonste
+treurspel dat hij nog ooit opgevoerd heeft."
+
+Donna Micaela kwam in een kleinen schouwburg, die met rouwdoek bekleed
+was, zooals de groote theaters altijd geweest waren, wanneer het oude
+passiespel opgevoerd werd. Voor het tooneel hingen zwarte gordijnen,
+met zilveren franjes omzoomd. En de banken waren met zwart doek
+bekleed.
+
+Dadelijk nadat donna Micaela binnengetreden was, vertoonde don
+Antonio's borstelige wenkbrauw zich voor een kleine opening in de
+coulisse.
+
+"Donna Micaela," riep hij, evenals donna Emilia eenige oogenblikken
+geleden, "we spelen toch, het is zoo schoon, we hebben geen
+toeschouwers noodig."
+
+Op hetzelfde oogenblik kwam donna Emilia binnen en hield diep buigend
+de deur wijd open om den geestelijken herder, don Matteo, binnen
+te laten.
+
+"Wat zegt ge van mij, donna Micaela?" zei hij lachend. "Maar gij
+begrijpt, dat is het oude passiespel. Ik zag het eens in mijn jeugd
+in de groote opera te Palermo en ik geloof, dat het dit stuk was,
+dat mij tot priester gemaakt heeft."
+
+Den volgenden keer, dat de deur openging, waren het vader Elia en
+broeder Tommaso, die met hun violen onder den arm hunne oude plaatsen
+opzochten, zoo kalm, alsof zij nooit in twist waren geweest met
+don Antonio.
+
+De deur gleed opnieuw open. Het was een oud vrouwtje uit de steeg
+tegenover het huis van den kleinen Moor. Zij was in het zwart gekleed
+en maakte het teeken des kruises toen zij binnentrad.
+
+Na haar kwamen vier, vijf andere oude vrouwtjes.
+
+Donna Micaela keek verdrietig naar hen, terwijl zij zoo langzamerhand
+het theater vulden.
+
+Zij wist, dat don Antonio niet tevreden zou zijn, vóórdat hij weer
+zijn eigen publiek had, vóórdat hij weer kon spelen voor zijn geliefde,
+eigenzinnige knapen.
+
+Plotseling hoorde zij een vreeselijk geraas. Was het een storm of
+een donderslag? De deuren vlogen wijd open, en tegelijk stormden
+allen binnen. Dat waren de jongens. Ze vielen met een zekerheid op
+hun oude plaatsen neer, alsof ze hun eigen huis binnentrokken.
+
+Ze zagen elkaar aan, een weinig beschaamd. Maar zij hadden het
+niet kunnen verdragen, dat het eene oude vrouwtje na het andere in
+hun theater ging om te zien wat voor hen gespeeld werd. 't Was hun
+onmogelijk geweest te zien, hoe de gansche straat vol oude spinsters
+was, die naar hun theater trokken. En toen waren zij naar binnen
+gestormd.
+
+Maar nauwelijks waren de jonge menschen op hun plaatsen gezeten,
+of zij merkten, dat zij bij een tuchtmeester gekomen waren. O,
+het oude passiespel! 't Werd niet opgevoerd zooals in Aci of in
+Castelbucco. Het werd niet zoo gespeeld als in de opera te Palermo,
+het werd slechts vertoond door armzalige marionetten met onbeweeglijke
+gezichten en stijve lichamen. Maar het oude mysterie had zijn macht
+nog niet verloren.
+
+Donna Micaela bemerkte dit reeds in het tweede bedrijf bij het
+avondmaal. De knapen begonnen Judas te haten.
+
+Ze slingerden hem bedreigingen en scheldwoorden naar het hoofd.
+
+Toen de lijdensgeschiedenis verder gespeeld werd, namen ze hun hoeden
+af en vouwden hun handen. Zij zaten roerloos met hun mooie bruine
+oogen naar het tooneel gewend. Nu en dan sprongen hun de tranen in
+de oogen, nu en dan werd een vuist in toorn opgeheven.
+
+Don Antonio sprak met tranen in zijn stem, donna Emilia lag geknield
+op den drempel. Don Matteo zag met een milden glimlach naar de kleine
+poppen en dacht aan het heerlijke schouwspel te Palermo, dat hem tot
+priester gemaakt had.
+
+Maar toen Jezus gevangengenomen en gepijnigd werd, schaamden de knapen
+zich over zich zelf. Zij ook hadden kunnen haten en vervolgen. Zij
+waren gelijk deze Farizeërs, gelijk deze Romeinen. Ze schaamden zich
+nu zij er aan dachten. Mocht don Antonio het hun vergeven!
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+DE DAME MET DEN IJZEREN RING.
+
+
+Donna Micaela dacht dikwijls aan een arme, kleine naaister, die zij
+in haar jeugd in Catania gekend had. Zij woonde in een huis naast
+het paleis Palmeri en zij zat altijd in haar deur te werken, zoodat
+donna Micaela haar wel duizend malen gezien had. Zij zong altijd,
+maar zij had zeker slechts een enkel lied gekend. Altijd, altijd had
+zij dezelfde wijs gezongen.
+
+"Ik heb een lok geknipt van mijn haren," zoo zong ze. "Ik heb mijn
+glanzende, zwarte vlechten losgemaakt, en een lok geknipt van mijn
+haar. Ik heb dat gedaan om mijn vriend te verheugen, die bedroefd
+is. Ach, mijn geliefde zit in de gevangenis, mijn geliefde zal nooit
+meer mijn haar streelen. Ik heb hem een lok van mijn haar gezonden
+om hem te herinneren aan de zijden lokken, die hem nooit meer zullen
+omstrengelen."
+
+Donna Micaela moest voortdurend denken aan dit lied. Het was alsof
+het door haar geheele jeugd geklonken had om haar het lijden te
+voorspellen, dat haar wachtte.
+
+
+
+Donna Micaela zat gedurende dezen tijd vaak op de steenen trap van
+de kerk San Pasquale. Zij zag de wonderbaarlijkste dingen geschieden
+op den sagenrijken Etna. Over het zwarte lavaveld kwam een trein
+aanglijden op nieuwe glinsterende rails. 't Was een feesttrein. Er
+wapperden vlaggen langs den weg, de wagens waren bekranst, de
+zitplaatsen bedekt met purperen kussens. Bij de stations stonden
+jubelende menschen. "Leve de koning! leve de koningin! leve de nieuwe
+spoorweg!" riepen ze.
+
+Zij verstond het duidelijk, want zij zelf zat in den trein.
+
+En hoe gevierd en hoe geëerd was zij! Zij werd geroepen voor den
+koning en de koningin, die haar dankten voor den nieuwen spoorweg.
+
+"Verlang een gunst van ons, vorstinne!" zei de koning, haar aansprekend
+met den titel, dien de dames van het geslacht der Alagona's vroeger
+gevoerd hadden.
+
+"Sire," antwoordde zij, gelijk men in de sage antwoordt, "schenk de
+vrijheid aan den laatsten Alagona!"
+
+En dat verzoek werd haar toegestaan. De koning kon niet neen zeggen
+op een bede van haar, die dezen heilrijken spoorweg aangelegd had,
+die rijkdom zou schenken aan den ganschen Etna.
+
+
+
+Toen donna Micaela den arm ophief, zoodat haar mouw naar boven gleed,
+zag men, dat zij als armband een ring van verroest ijzer droeg. Dien
+had zij op straat gevonden en hem over de hand gewrongen en nu droeg
+zij dien altijd. En wanneer zij dien zag of aanraakte, verbleekte
+zij, en haar oogen zagen niets meer van de wereld rondom haar. Maar
+zij zag een gevangenis zooals Foscaris in het paleis der dogen te
+Venetië. Het was een donkere, nauwe kelderruimte, het licht drong
+zwak door een tralievenster, en uit den muur kwam een groote bundel
+ketenen, die zich gelijk slangen kronkelden om de beenen, de armen
+en den hals van den gevangene.
+
+O, mocht de heilige een wonder verrichten! Mochten de menschen
+werken! Mocht zij zelf spoedig zoo beroemd zijn, dat zij kon smeeken
+om de vrijheid van haar gevangene. Hij zal sterven indien zij zich
+niet haast. Mocht de ijzeren ring haar arm voortdurend wonden, opdat
+zij hem geen oogenblik vergete!
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+FRA FELICE'S TESTAMENT.
+
+
+Toen donna Emilia het loket opende om de biljetten te verkoopen voor
+de tweede voorstelling van het oude passiespel, maakten de menschen
+queue voor den ingang om plaats te krijgen; den avond daarop was
+het theater zoo overvol, dat er menschen bezwijmden in het gedrang,
+en den derden avond kwamen er menschen van Aderno en Paterno om het
+geliefde treurspel te zien.
+
+Don Antonio voorzag, dat hij het gedurende een gansche maand voor
+dubbelen prijs zou kunnen spelen met twee voorstellingen iederen avond.
+
+Hoe gelukkig waren zij, hij en donna Emilia, en met welk een vreugde
+en dankbaarheid legden zij vijf en twintig lire in de collectebus
+van het kleine beeld.
+
+In Diamante wekte deze gebeurtenis zeer veel verbazing en vele menschen
+gingen naar donna Elisa om te hooren of zij geloofde, dat de heilige
+wilde, dat men donna Micaela zou bijstaan.
+
+"Hebt ge gehoord, donna Elisa," zei men, "dat don Antonio Greco
+geholpen is door het kleine Christuskind in San Pasquale, omdat hij
+beloofd had de opbrengst van een avond te geven voor donna Micaela's
+spoorweg?"
+
+Maar als men dit aan donna Elisa vroeg, kneep zij den mond dicht
+alsof zij aan niets anders denken kon dan aan haar borduurwerk.
+
+Fra Felice kwam in haar winkel om haar de twee wonderen te verhalen,
+die het beeld reeds verricht had.
+
+"Signorina Tottenham was zeer dom, dat zij het beeld wegschonk,
+als het zulk een groote wonderdoener is," zei donna Elisa.
+
+Datzelfde vonden allen. Signorina Tottenham had het immers gedurende
+zoo vele jaren bezeten en zij had nooit iets gemerkt. Het beeld kon
+zeker geen wonderen doen. Het was slechts een toeval.
+
+Het was een ongeluk dat donna Elisa niet wilde gelooven. Ze was de
+eenige der oude Alagona's die nog in Diamante woonde. De menschen
+richtten zich meer naar haar dan zij zelf wisten. Indien donna Elisa
+het wonder geloofd had, zou de gansche stad donna Micaela hebben
+willen helpen.
+
+Maar donna Elisa kon niet gelooven, dat God en de heiligen haar
+schoonzuster wilden bijstaan.
+
+Zij had haar reeds sinds het feest van San Sebastiaan
+gadegeslagen. Zoodra iemand sprak van Gaetano verbleekte donna Micaela
+en zag er ontsteld uit. Haar gelaatstrekken werden als die van een
+zondaar, gekweld door gewetenswroeging.
+
+Op een morgen dacht donna Elisa hieraan en zij was zoo verdiept in
+deze gedachten, dat zij haar naald liet rusten.
+
+"Donna Micaela is geen vrouw van den Etna," zei zij tot zich zelf. "Ze
+houdt het met de regeering en ze is blijde, dat Gaetano gevangen zit."
+
+Op hetzelfde oogenblik droeg men op straat een groote baar
+voorbij. Daarop waren een menigte kerksieraden gestapeld. Het waren
+lichtkronen, een altaarhemel en reliquieënkastjes.
+
+Donna Elisa keek een oogenblik op, toen keerde zij weer tot haar
+gedachten terug.
+
+"Zij wilde mij niet toestaan het huis der Alagona's te versieren
+op San Sebastiaans feest," dacht zij. "Zij wilde zeker niet dat de
+heilige Gaetano zou helpen."
+
+Twee mannen kwamen er nu aansleepen met een krakende kar. Daarop lag
+een heele berg van roode wandbekleedingen, rijk geborduurde antependiën
+en altaarstukken in breede vergulde lijsten.
+
+Donna Elisa wuifde met haar hand als om allen twijfel te verjagen. Het
+kon geen echt wonder geweest zijn, dat geschied was. De heilige
+moest toch weten dat Diamante geen geld had om een spoorweg aan te
+leggen. Maar nu reed er een gele wagen voorbij, hoog beladen met
+muzieklessenaars, misboeken, bidbankjes en biechtstoelen.
+
+Donna Elisa ontwaakte uit haar gepeins. Ze keek tusschen de
+rozenkransen door, die in trossen voor haar winkelraam hingen,
+naar de straat. Dat was immers al de derde vracht kerksieraden,
+die voorbijging. Werd Diamante geplunderd? Waren de Saracenen in de
+stad gekomen?
+
+Ze ging nu voor haar deur staan om beter te kunnen zien. En weer kwam
+er een baar voorbij en daarop lagen rouwkransen van ijzer, stukken
+zerk met lange inscripties en wapenschilden, zooals men in de kerk
+hangt tot nagedachtenis der dooden.
+
+Donna Elisa vroeg een der dragers, wat dit beteekende en hoorde nu wat
+er gaande was. Men was bezig de kerk Santa Lucia in Gesu te ontruimen.
+
+De sindaco en de gemeenteraad hadden bevolen, dat men de kerk in een
+theater zou veranderen.
+
+Na het oproer had men een nieuwen sindaco in Diamante gekregen. 't
+Was een jonge man uit Rome, hij kende de stad niet, maar hij wilde
+toch gaarne iets voor haar doen. Nu had hij in den gemeenteraad
+voorgesteld, dat Diamante zich op dezelfde wijze een schouwburg zou
+verschaffen als men in Taormina en in andere steden gedaan had. Men
+zou eenvoudig een der kerken tot schouwburg inrichten. Men had toch
+zeker meer dan voldoende aan vijf stadskerken en zeven kloosterkerken;
+men zou zeker heel goed een daarvan kunnen missen.
+
+Daar was b. v. de Jezuïetenkerk, Santa Lucia in Gesu. Het klooster dat
+er bij behoorde was reeds veranderd in een kazerne en de kerk was zoo
+goed als verlaten. Deze kerk zou een uitstekend theater kunnen worden.
+
+Dit had de sindaco voorgesteld en de gemeenteraad had het voorstel
+aangenomen.
+
+Toen donna Elisa hoorde, wat er plaats greep, wierp zij een mantille
+en een sluier om en spoedde zich naar de Santa Lucia met even groote
+haast als waarmee men ijlt naar het huis, waar een stervende ligt.
+
+Hoe zou het nu met de blinden gaan? dacht donna Elisa. Hoe zouden
+dezen kunnen leven zonder hun kerk Santa Lucia in Gesu?
+
+Toen donna Elisa op de kleine stille markt kwam waar omheen de lange,
+leelijke gebouwen der Jezuïeten zijn opgetrokken, zag zij op de
+breede steenen trappen, die langs den ganschen gevel der kerk loopen,
+een schaar in lompen gehulde kinderen en vele langharige honden. Dat
+waren de geleiders der blinden, en allen schreiden en klaagden zoo
+hard zij slechts konden.
+
+"Wat is er te doen?" vroeg donna Elisa.
+
+"Ze willen ons onze kerk ontnemen," jammerden de kinderen en
+tegelijkertijd blaften de honden nog klaaglijker dan te voren, want
+de honden der blinden zijn bijna menschen gelijk.
+
+In de kerkdeur ontmoette donna Elisa meester Pamphilio's echtgenoote,
+donna Concetta.
+
+"Ach, donna Elisa," zei ze, "nooit in uw leven hebt ge zoo iets
+vreeselijks gezien. Ge doet beter niet in de kerk te gaan."
+
+Maar donna Elisa ging verder.
+
+In de kerk zag zij eerst niets anders dan een wolk van stof. Maar
+in dien nevel dreunden hamerslagen, eenige arbeiders waren bezig een
+grooten steenen ridder los te breken, die in een der vensternissen lag.
+
+"Mijn God," zei donna Elisa en vouwde haar handen, "ze breken Sor
+Arrigo los."
+
+En zij dacht er aan, hoe veilig hij altijd in zijn nis gelegen
+had. Iederen keer, als zij hem gezien had, wenschte zij, zoo verlost
+te zijn van alle onrust en smart als de oude Sor Arrigo. En nu
+werd ook zijn rust verstoord. In de Luciakerk was nog een groot
+grafmonument. Dat stelde een ouden Jezuïet voor, die op een zwart
+marmeren sarcophaag lag met een geesel in de hand en zijn hoed diep
+over het voorhoofd getrokken. Hij werd pater Succi genoemd en men
+placht de kinderen in Diamante bang te maken met hem.
+
+"Zouden zij het wagen pater Succi aan te raken?" dacht donna Elisa. En
+door de kalkwolk heen, trachtte zij den weg te vinden naar het koor
+waar de sarcophaag stond, om te zien of ze den moed hadden den ouden
+Jezuïet aan te raken.
+
+Maar pater Succi lag nog op zijn steenen bed. Hij lag daar, duister
+en hard, zooals hij bij zijn leven geweest was, en men kon bijna
+gelooven, dat hij nog leefde. Was er een dokter en een tafel met
+medicijnflesschen benevens een brandende kaars voor het bed geweest,
+dan zou men gedacht hebben dat pater Succi ziek lag in het koor van
+zijn kerk en op zijn laatste stonde wachtte.
+
+De blinden zaten om hem heen, gelijk bloedverwanten, die zich
+verzamelen om een stervende, en wiegden hun lichamen van smart heen
+en weer. Daar waren de beide vrouwen van de hotelpoort, donna Pepa
+en donna Tura, dan was er oude moeder Saraedda, die genadebrood at
+bij den sindaco Voltaro. Er waren blinde bedelaars, blinde zangers,
+blinden van elken leeftijd en stand. Alle blinden van Diamante waren
+er en in Diamante zijn er ongelooflijk velen, die nooit meer het
+zonnelicht zien.
+
+Al deze blinden zaten meest zwijgend, maar nu en dan barstte een van
+hen in jammerklachten uit. Nu en dan trachtte een van hen den weg te
+vinden naar pater Succi en wierp zich luid jammerend over hem heen.
+
+En wat het nog meer op een sterfbed deed gelijken, was dat de pastoor,
+don Matteo, en pater Rossi van het Franciscanerklooster rondgingen
+om de bedroefden te troosten.
+
+Donna Elisa was diep getroffen. Ach, hoe vele malen had zij deze
+menschen gelukkig gezien in haar winkel, en nu moest zij hen in zulk
+een ellende treffen?
+
+Zij hadden haar oogen milde tranen ontlokt toen zij treurzangen
+hadden gezongen over haar man, signor Antonelli, en over haar broer,
+don Ferrante. Het bedroefde haar hen nu in zulk een nood te zien.
+
+Oud moedertje Saraedda begon te spreken tegen donna Elisa.
+
+"Ik wist niets, toen ik hier kwam, donna Elisa," zei het oude
+vrouwtje. "Ik liet mijn hond buiten op de trap en trad binnen door
+de kerkdeuren. Toen strekte ik mijn armen uit, om mij te steunen aan
+den deurpost, maar er was geen deurpost. Ik zette mijn voeten neer,
+alsof er een drempel voor de deur was, maar er was geen drempel. Ik
+strekte mijn hand uit om wijwater te nemen, ik boog mijn knieën,
+toen ik voorbij het hoogaltaar ging en ik luisterde naar het klokje,
+dat geluid wordt, als pater Rossi ter misse gaat.
+
+"Donna Elisa, er was geen wijwater, geen altaar, geen klokgelui,
+niets, niets was er."
+
+"Och, arme!" zei donna Elisa.
+
+"Toen hoorde ik gehamer en geklop in een venster. "Wat doet ge met
+Sor Arrigo?" riep ik, want ik hoorde dadelijk, dat het geluid uit de
+nis van Sor Arrigo kwam.
+
+"Wij moeten hem wegvoeren," antwoordde men mij.
+
+"Tegelijkertijd komt don Matteo naar mij toe, neemt mij bij de hand
+en verklaart mij alles. En ik word bijna boos op den pastoor, als hij
+mij vertelt, dat men onze kerk voor een theater wil gebruiken. Onze
+kerk voor een theater!
+
+"Waar is pater Succi?" vraag ik eindelijk. "Is pater Succi nog
+hier?" En hij brengt mij bij pater Succi. Hij moet mij er wel heen
+geleiden, want ik kan den weg niet vinden. Sedert ze alle stoelen en
+bidbankjes, matten en losse treden weggenomen hebben, weet ik niet
+meer waar ik ben. Vroeger kon ik hier zoo goed den weg vinden als gij."
+
+"De pastoor zal jelui een andere kerk geven," zei donna Elisa.
+
+"Donna Elisa, wat wilt ge daarmee zeggen? Ge kunt evengoed zeggen,
+dat de pastoor ons het gezicht terug zal geven. Kan don Matteo ons
+een kerk geven, waar wij zien kunnen, zooals wij hier zagen? Geen
+van ons behoefde hier zijn geleider mee te nemen.
+
+"Daarginds, donna Elisa, stond een altaar, de bloemen daarop waren even
+rood als de Etna bij zonsondergang en dat konden we zien. Des Zondags
+telden we zestien kaarsvlammen boven het hoofdaltaar en op feestdagen
+dertig. Wij konden zien dat pater Rossi hier de mis bediende.
+
+"Wat moeten wij in een andere kerk doen, donna Elisa? Daar kunnen we
+niets zien. Ze hebben ons het licht onzer oogen opnieuw ontnomen."
+
+Donna Elisa's hart werd zoo warm, alsof er gesmolten lava over
+stroomde. Het was stellig een groot onrecht, dat men dezen ongelukkigen
+aandeed.
+
+Toen ging donna Elisa naar don Matteo.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei ze, "heeft u gesproken met den sindaco?"
+
+"Ach, ach, donna Elisa," zei don Matteo. "'t Is beter, dat gij beproeft
+met hem te spreken, dan dat ik het doe."
+
+"Don Matteo, de sindaco is een vreemdeling, misschien heeft hij nooit
+hooren spreken over de blinden."
+
+"Signor Voltara is bij hem geweest, pater Rossi is bij hem geweest
+en ook ik, ook ik was bij hem. Hij antwoordde niets anders dan dat
+hij niet kan veranderen wat in den gemeenteraad besloten is.
+
+"Dat weet ge immers wel, donna Elisa, een besluit van den gemeenteraad
+kan nooit herroepen worden. Als deze besloten heeft, dat uw kat de
+mis zal lezen in de domkerk, kan er niets aan dit besluit veranderd
+worden."
+
+Er ontstond plotseling een opschudding in de kerk. Een groote blinde
+man kwam binnen.
+
+"Vader Elisa," fluisterde men. "Vader Elisa."
+
+Vader Elisa was de deken van het gilde der blinde zangers, die zich in
+deze kerk plachten te verzamelen. Wit was zijn haar en hij droeg een
+langen witten baard; hij was schoon als een der heilige patriarchen.
+
+Hij ging gelijk alle anderen naar pater Succi, nam naast hem plaats
+en drukte zijn voorhoofd tegen het marmer. Donna Elisa ging naar
+vader Elisa om met hem te spreken.
+
+"Vader Elisa," zei ze, "ge moest naar den sindaco gaan." De
+grijsaard herkende donna Elisa's stem en hij antwoordde met zijn
+grove oudemannenstem:
+
+"Gelooft ge dat ik gewacht heb tot gij mij dat zoudt zeggen? Denkt ge
+dan niet, dat het mijn eerste gedachte was naar den sindaco te gaan?"
+
+Hij sprak zoo luid en duidelijk, dat de arbeiders ophielden met
+hameren, omdat ze meenden, dat iemand begon te preeken. "Ik heb hem
+verteld, dat wij blinde zangers een gilde vormen en dat de Jezuïeten
+reeds drie eeuwen geleden hun kerk voor ons openden en ons het
+recht gaven hier te vergaderen om nieuwe leden te kiezen en zangen
+te beoordeelen.
+
+"En ik vertelde hem, dat ons gilde uit dertig zangers bestaat, en
+dat de heilige Lucia onze schutspatrones is en wij nooit op straat
+zingen, maar slechts op binnenplaatsen en in de huizen. Ik zei hem,
+dat we legenden van heiligen zingen en treurzangen, maar nooit een
+wereldsch lied en dat de Jezuïet pater Succi zijn kerk voor ons opende,
+omdat wij blinden de zangers zijn van Onzen Lieven Heer.
+
+"Ik vertelde hem, dat sommigen van ons recitatores zijn, die de oude
+gedichten voordragen, en dat anderen trovatores zijn, die nieuwe
+dichten.
+
+"Ik zei hem dat wij tot vreugde waren van vele menschen op het
+edele eiland, en vroeg hem, waarom hij ons niet het leven wilde
+laten behouden; een daklooze kan niet leven. Ook vertelde ik hem
+dat wij van stad tot stad plegen te trekken op den Etna, maar dat
+de Luciakerk ons thuis is en dat hier iederen morgen de mis voor ons
+wordt gelezen. Waarom wilde hij ons den troost van Gods woord weigeren?
+
+"Ook verhaalde ik hem, dat de Jezuïeten eens van gevoelens jegens ons
+veranderden en ons uit hun kerk wilden verdrijven, maar dat dit hun
+niet gelukt was. Wij kregen een gezegeld document van den vice-koning,
+dat wij ten eeuwigen dage onze vergaderingen in de Santa Lucia in
+Gesu mogen houden. En ik toonde den sindaco het document."
+
+"Wat antwoordde hij toen?"
+
+"Hij lachte mij uit."
+
+"Kan geen der andere raadsleden u helpen?"
+
+"Ik ben bij hen allen geweest, donna Elisa. Ik ben den ganschen morgen
+van Pontius naar Pilatus gezonden."
+
+"Vader Elisa," zei donna Elisa, en ze liet haar stem dalen, "hebt ge
+vergeten de heiligen aan te roepen?"
+
+"Ik heb de zwarte Madonna aangeroepen, zoowel als San Sebastiaan en
+Santa Lucia. Ik heb gebeden tot zoo vele heiligen, als ik slechts
+bij naam kende."
+
+"Gelooft gij, vader Elisa," zei donna Elisa en zij liet haar stem nog
+meer dalen, "dat don Antonio Greco geholpen werd, omdat hij beloofde
+geld te geven voor donna Micaela's spoorweg?"
+
+"Ik heb geen geld te geven," zei de grijsaard moedeloos.
+
+"Gij moest er toch eens over denken, vader Elisa," zei donna Elisa,
+"nu gij in zulk een grooten nood verkeert. Gij moest het Christusbeeld
+beloven, dat gij zelf en allen, die tot uw gilde behooren, zullen
+zingen en spreken over den spoorweg, om den menschen te overreden
+bijdragen daarvoor af te staan, indien gij uw kerk moogt behouden. Wij
+weten niet of het helpt, maar we moeten al het mogelijke beproeven,
+vader Elisa. Een belofte kost niets."
+
+"Ik wil beloven wat gij slechts wilt," zei de grijsaard.
+
+Hij legde weer zijn hoofd op het zwarte marmer, en donna Elisa begreep
+dat hij de belofte slechts gegeven had om met zijn smart alleengelaten
+te worden.
+
+"Zal ik uw belofte tot het Christuskind brengen?" zei ze.
+
+"Doe gelijk gij wilt, donna Elisa," zei de grijsaard.
+
+
+
+Denzelfden dag was fra Felice om vijf uur 's morgens opgestaan en zijn
+kerk begonnen te vegen. Hij voelde zich vroolijk te moede, maar toen
+hij daar zoo bezig was, meende hij opeens dat San Pasquale met den
+zak vol steenen, die in het kerkportaal stond, hem iets te zeggen had.
+
+Hij ging nu naar hem toe, maar San Pasquale stond even onbeweeglijk
+als altijd. Op hetzelfde oogenblik steeg de zon boven den Etna en zond
+veelkleurige stralen, harpsnaren gelijk, over den bergketen. Toen
+de stralen fra Felice's oude kerk bereikt hadden, tintten ze deze
+rozerood, rozerood werden ook de oude, verweerde zuilen, die den
+baldakijn boven het beeld droegen, en San Pasquale met den zak,
+evenals fra Felice zelf.
+
+"Wij zien er uit als jonge knapen," dacht de grijsaard. "We hebben
+nog vele jaren te leven."
+
+Maar toen hij de kerk weer wilde binnengaan, voelde hij een
+beklemmenden druk boven het hart en het viel hem in, dat San Pasquale
+hem geroepen had om hem vaarwel te zeggen. Op hetzelfde oogenblik
+werden zijn beenen zoo zwaar, dat hij ze nauwelijks kon verzetten. Hij
+gevoelde geen pijn, maar een loodzware moeheid, die niets anders dan
+den dood kon beteekenen. Hij had nauwelijks de kracht om den bezem
+weg te zetten achter de deur van de sacristie; toen sleepte hij zich
+naar het koor en ging voor het hoogaltaar liggen, terwijl hij zich
+in zijn pij wikkelde.
+
+'t Was alsof het Christuskind tegen hem knikte en zei: "Nu heb ik je
+noodig, fra Felice."
+
+Hij knikte terug. "Ik ben gereed, ik zal je niet ontrouw worden."
+
+Hij lag daar slechts te wachten, en dat was heerlijk, vond fra
+Felice. Gedurende zijn gansche leven had hij geen tijd gehad om te
+voelen hoe moede hij was. Nu kon hij eindelijk eens uitrusten. Het
+beeld zou de kerk en het klooster wel zonder hem in stand houden.
+
+Hij glimlachte omdat de oude San Pasquale hem naar buiten geroepen
+had om hem vaarwel te zeggen.
+
+Zoo lag fra Felice een groot gedeelte van den dag, meestal sluimerde
+hij. Niemand was bij hem, en er kwam een gevoel over hem, dat het
+niet aanging zoo uit het leven te glijden.
+
+'t Was alsof hij iemand daarmee te kort deed. Die gedachte wekte hem
+keer op keer. Hij behoorde de priesters bij zich te hebben, maar hij
+had immers niemand om hen te halen.
+
+Terwijl hij daar zoo lag, scheen het hem dat zijn lichaam al meer
+en meer inkromp, dat hij steeds kleiner werd. 't Was alsof hij
+geheel verdwijnen zou. Nu kon hij zich zeker wel viermaal in zijn
+pij wikkelen.
+
+Hij zou heel eenzaam gestorven zijn, indien donna Elisa niet gekomen
+was om het kleine beeld aan te roepen om hulp voor de blinden.
+
+Zij was wonderlijk te moede, want zij wilde gaarne, dat de blinden
+geholpen werden, maar zij wenschte niet, dat donna Micaela's zaak
+bevorderd zou worden.
+
+Toen zij in de kerk kwam, zag zij fra Felice voor het altaar liggen
+en zij ging naar hem toe en knielde bij hem neer.
+
+Fra Felice wendde zijn oogen naar haar en glimlachte stil. "Ik moet
+sterven," zei hij heesch, maar toen verbeterde hij zich en zei:
+"Ik ga sterven."
+
+Donna Elisa vroeg wat hem scheelde en zei, dat zij hulp wilde halen.
+
+"Ga hier zitten," zei hij en deed een matte poging om met zijn mouw
+het stof van den grond te wisschen.
+
+Donna Elisa zei, dat zij den pastoor en de liefdezusters wilde
+halen. Hij greep haar bij haar mantel en hield haar terug.
+
+"Eerst moet ik u iets zeggen, donna Elisa."
+
+'t Spreken viel hem moeielijk, tusschen ieder woord haalde hij zwaar
+adem. Donna Elisa ging naast hem zitten om te wachten.
+
+Een tijd lang hijgde hij naar adem, toen steeg een vlammend rood op
+in zijn gelaat, zijn oogen begonnen te glinsteren, en hij sprak vol
+vuur en zonder eenige moeite.
+
+"Donna Elisa," zei fra Felice, "ik heb een erfenis weg te schenken. 't
+Heeft mij den ganschen dag zorg gebaard, want ik wist niet aan wien
+ik die zou nalaten."
+
+"Fra Felice," zei donna Elisa, "wees daarover niet bezorgd. Er is
+geen mensch, die een goede gave niet gebruiken kan."
+
+Maar daar fra Felice zich nu beter gevoelde, wilde hij, vóórdat hij
+over zijn erfenis beschikte, donna Elisa vertellen hoe goed God voor
+hem was geweest.
+
+"Heeft God mij geen groote genade bewezen, door mij tot een polacca
+te maken?" zei hij.
+
+"Ja, dat is een groote gave," zei donna Elisa.
+
+"Reeds een kleine, zeer kleine polacca te zijn is een groote gave,"
+zei fra Felice. "Vooral was het nuttig, toen het klooster opgeheven
+werd en de kameraden weggetrokken of dood waren. 't Is alsof men een
+zak vol brood heeft, voordat men de hand uitsteekt om te bedelen,
+het maakt, dat men altijd vriendelijke gezichten om zich heen ziet
+en begroet wordt met diepe buigingen. Ik ken geen grooter gave voor
+een armen monnik, donna Elisa."
+
+Donna Elisa dacht er aan hoe geliefd en geëerd fra Felice altijd
+geweest was, omdat hij kon voorspellen op welke nummers prijzen zouden
+vallen. En zij kon niet nalaten hem gelijk te geven.
+
+"Als ik langs den weg kwam in zonnehitte," zei fra Felice, "kwam
+de herder naar mij toe en vergezelde mij een eindweegs, terwijl
+hij zijn parapluie boven mijn hoofd hield om mij te beschutten
+tegen de zonnestralen. En als ik bij de arbeiders kwam in de koele
+steengroeve, deelden zij hun brood en boonensoep met mij. Ik ben
+nooit bang geweest voor roovers, noch voor karabiniers. De man in
+het tolkantoor sluimerde, toen ik voorbij ging met mijn zak. 't Is
+een goede gave geweest, donna Elisa."
+
+"Ja, dat is waar," zei donna Elisa.
+
+"En 't is geen harde arbeid geweest," zei fra Felice.
+
+"Zij spraken tot mij en ik antwoordde hun, dat was alles. Zij wisten
+dat elk woord zijn nummer had, en zij luisterden naar hetgeen ik zei
+en speelden daarnaar. Ik wist niet, hoe het toeging, donna Elisa,
+het was een Godsgave."
+
+"Het arme volk zal u zeer missen, fra Felice," zei donna Elisa.
+
+Fra Felice glimlachte: "Ze geven niets om mij op Zondag of Maandag,
+als de trekking pas geweest is," zei hij. "Maar Donderdags en Vrijdags
+en Zaterdagsmorgens komen zij tot mij, omdat iederen Zaterdag de
+loting is."
+
+Donna Elisa begon onrustig te worden omdat de stervende aan niets
+anders dacht dan aan dit. Plotseling kwamen haar verschillende menschen
+in de gedachte, die in de loterij verloren hadden, en zij herinnerde
+zich velen die hun geheele vermogen daarmee verspeeld hadden. Zij
+wilde zijn gedachten leiden van dit zondige loterijspel.
+
+"Gij zeidet, dat gij over uw testament wildet spreken, fra Felice."
+
+"Maar juist omdat ik zoo vele vrienden bezit, valt het mij zoo
+moeilijk te weten aan wien ik mijn erfenis moet schenken. Zal ik
+haar geven aan hen, die de zoete koekjes voor mij bakten of aan hen,
+die artisjokken voor mij roosterden in versche olie? Of zal ik het
+geven aan de liefdezusters, die mij verpleegden, toen ik ziek was?"
+
+"Hebt gij veel weg te schenken, fra Felice?"
+
+"Dat gaat wel, donna Elisa. Dat gaat wel."
+
+Fra Felice scheen weer benauwd te worden, zijn borst rees en daalde
+heftig.
+
+"Ik zou het ook willen geven aan de arme monniken, die hun klooster
+verloren hebben," fluisterde hij.
+
+En na een tijdje vervolgde fra Felice: "Ik zou het ook wel gaarne
+willen schenken aan den goeden man in Rome. Aan hem die over ons
+allen waakt."
+
+"Zijt gij zoo rijk, fra Felice?" vroeg donna Elisa.
+
+"Dat gaat wel, donna Elisa, dat gaat wel."
+
+Hij sloot de oogen een wijle, toen vervolgde hij:
+
+"Ik wil het aan alle menschen schenken, donna Elisa."
+
+Hij kreeg nieuwe kracht door deze gedachte, weer kleurde een zwak
+rood zijn wangen en hij richtte zich op zijn ellebogen op.
+
+"Ziehier, donna Elisa," zei hij, terwijl hij zijn hand in zijn pij
+stak en een verzegelden brief te voorschijn haalde dien hij haar
+overreikte. "Dezen moet gij aan den sindaco geven, den sindaco van
+Diamante."
+
+"Hier, donna Elisa," zei fra Felice, "hier zijn de vijf cijfers,
+die den volgenden Zaterdag zullen winnen. Zij zijn mij geopenbaard
+geworden en ik heb ze opgeteekend. En de sindaco moet deze cijfers aan
+de Romeinsche poort laten aanplakken, waar al het gewichtige nieuws
+aangekondigd wordt. En hij moet het volk doen weten dat dit mijn
+testament is. Dit schenk ik aan alle menschen Vijf winnende cijfers,
+een heele quinterne, donna Elisa."
+
+Donna Elisa nam den brief en beloofde dien aan den sindaco te
+geven. Zij kon niets anders doen, want de arme fra Felice had niet
+vele oogenblikken meer te leven.
+
+"Als het nu Zaterdag is," zei fra Felice, "zullen er velen aan fra
+Felice denken.
+
+"Zou oude fra Felice ons bedrogen hebben?" zullen zij vragen. "Kan
+het mogelijk zijn dat we een heele quinterne winnen?"
+
+"Zaterdagavond is er trekking op het balkon van het raadhuis te
+Catania, donna Elisa. Dan brengt men het loterijrad en de tafel
+naar buiten en de heeren van de loterij verschijnen, met het kleine,
+aanvallige kind uit het weeshuis. En het eene na het andere nummer
+wordt gelegd in het rad van het avontuur, tot ze er alle in zijn,
+alle honderd.
+
+"Maar de menschen staan beneden op het marktplein te beven van
+verwachting, gelijk de zee trilt bij storm.
+
+"En alle menschen van Diamante zullen daar zijn, bleek en vol
+spanning. Ze wagen het nauwelijks elkaar aan te zien. Vóór dien tijd
+hebben zij geloofd maar nu niet meer. Geen van hen waagt het de minste
+hoop te koesteren.
+
+"Dan wordt het eerste nummer getrokken en het komt uit. O, donna Elisa,
+zij zullen zoo ontroerd zijn dat ze nauwelijks kunnen jubelen. Want
+zij allen hadden gedacht dat zij bedrogen waren. Als het tweede
+cijfer uitkomt, blijft het doodstil. Dan komt het derde. De heeren
+van de loterij zullen verbaasd zijn, dat alles zoo stil blijft. "Heden
+winnen zij niets," zullen zij zeggen, "heden maakt de staat een goede
+winst." Dan komt het vierde cijfer. Het weesje neemt de rol uit het
+rad en de markeur opent de rol en toont het cijfer.
+
+"Het volk zwijgt in angstige spanning, men kan geen woord spreken bij
+zooveel geluk. Dan komt het laatste cijfer. Donna Elisa, men schreeuwt,
+men jubelt, men valt elkaar in de armen, en snikt van vreugde. Men
+is rijk. Geheel Diamante is rijk..."
+
+Donna Elisa had fra Felice's hoofd met haar arm gesteund, terwijl
+hij dit hijgend stamelde. Nu viel zijn hoofd plotseling zwaar
+achterover. De oude fra Felice was dood.
+
+
+
+Terwijl donna Elisa in de kerk was bij fra Felice, hadden vele
+menschen gehoord van het lot der blinden en waren daardoor diep
+getroffen. Niet juist mannen, de meeste mannen werkten op het land,
+maar de vrouwen. Ze waren in groote scharen opgetrokken naar Santa
+Lucia om de blinden te troosten, en toen er ten slotte ongeveer vier
+honderd vrouwen verzameld waren, was het haar tegenvallen, dat zij
+naar den sindaco moesten gaan om met hem te spreken.
+
+Ze waren naar de markt gegaan en hadden om den sindaco geroepen. Toen
+was hij op het balkon van het raadhuis verschenen en zij hadden
+gesmeekt, dat de blinden hun kerk mochten behouden. De sindaco was
+een mooie, vriendelijke man. Hij had haar welwillend te woord gestaan,
+maar niet toegegeven.
+
+Hij kon niet herroepen, wat de gemeenteraad besloten had. Maar de
+vrouwen hadden zich stellig voorgenomen, dat het besluit herroepen
+zou worden, en zij bleven wachten op de markt. De sindaco trok zich
+terug in het raadhuis, maar zij bleven staan om te roepen. Zij wilden
+niet naar huis gaan voordat hij toegegeven had.
+
+Terwijl dit plaats vond, kwam donna Elisa er aan om den sindaco het
+testament te brengen van fra Felice. Zij was zielsbedroefd over al
+de ellende, maar tegelijkertijd gevoelde zij een bittere voldoening
+in het feit dat zij geen hulp gevonden had bij het Christuskind. Zij
+had immers altijd gedacht, dat de heiligen donna Micaela niet wilden
+bijstaan.
+
+Het was een mooi geschenk dat zij ontvangen had in San Pasquale. Niet
+alleen dat het de blinden niet kon helpen, maar het was in staat de
+gansche stad in het verderf te storten. Nu zou het weinige dat het
+volk nog bezat in de loterij verspeeld worden. Alles wat ze bezaten,
+zouden ze verpanden en verkoopen.
+
+De sindaco ontving donna Elisa dadelijk en was even beleefd en
+vriendelijk als altijd, ofschoon de vrouwen nog op de markt stonden
+te smeeken, blinden in de wachtkamer jammerden en hij den ganschen
+dag lastig gevallen was door allerlei menschen.
+
+"Waarmee kan ik u van dienst zijn, signora Antonelli?" zei hij. Donna
+Elisa wist eerst niet tot wie hij sprak.
+
+Toen vertelde zij hem van het testament.
+
+De sindaco was noch bevreesd, noch verwonderd.
+
+"Dat is zeer interessant," zei hij en strekte de hand uit naar
+het papier.
+
+Maar donna Elisa hield den brief vast, en vroeg:
+
+"Signor sindaco, wat zijt ge van plan er mee te doen, is het uw
+voornemen het aan de Romeinsche poort te laten aanplakken?"
+
+"Ja, wat kan ik anders doen, signora? Het is de laatste wil van
+een stervende."
+
+Donna Elisa zou hem hebben willen zeggen, welk een noodlottig testament
+het was. Maar zij zweeg om de zaak der blinden te kunnen bepleiten.
+
+"Pater Succi, die verordende, dat de blinden in zijn kerk mochten
+bijeenkomen, behoort ook tot de dooden," sprak zij nu.
+
+"Signora Antonelli, begint gij ook hierover?" zei de sindaco heel
+vriendelijk. "'t Was een vergissing, maar waarom heeft niemand mij
+vóór dien tijd gezegd, dat de blinden vergaderden in de Luciakerk? Nu
+het eenmaal besloten is, kan ik het besluit niet herroepen. Dat kan
+ik niet."
+
+"Maar hun rechten en hun document, signor sindaco?"
+
+"Hun rechten beteekenen niets. Die gelden voor het Jezuïetenklooster,
+maar zulk een klooster bestaat niet meer.
+
+"En signora Antonelli, wat zou er van mij worden, indien ik nu toegaf?"
+
+"Men zou u liefhebben als een goeden man."
+
+"Signora, men zal gelooven, dat ik zwak ben, en elken dag zullen
+er vierhonderd vrouwen voor het raadhuis komen bedelen om het een
+of het ander. Het is immers slechts de quaestie om één dag vol te
+houden. Morgen zal het vergeten zijn."
+
+"Morgen!" zei donna Elisa. "Nooit zullen wij het vergeten."
+
+De sindaco glimlachte, en donna Elisa zag, dat hij geloofde het volk
+van Diamante beter te kennen dan zij.
+
+"Ge gelooft, dat deze zaak hun na aan het harte ligt?" vroeg hij.
+
+"Ja, dat geloof ik, signor sindaco."
+
+Toen glimlachte de sindaco weer. "Geef mij dien brief eens, signora."
+
+Hij ging ermee op het balkon en begon tot de vrouwen te spreken.
+
+"Ik wil u zeggen," sprak hij, "dat ik juist nu verneem, dat de oude
+fra Felice dood is en een testament voor u allen nagelaten heeft. Hij
+heeft vijf cijfers opgeteekend, die den volgenden Zaterdag in de
+loterij zullen winnen en deze schenkt hij u. Niemand heeft ze nog
+gezien. Ze zijn opgeteekend in dezen brief, die nog ongeopend is."
+
+Hij zweeg een oogenblik, opdat de vrouwen konden nadenken over hetgeen
+hij gezegd had.
+
+En oogenblikkelijk begonnen ze te roepen: "De cijfers, de cijfers!"
+
+De sindaco gaf haar een teeken om te zwijgen.
+
+"Ge moet er wel aan denken," zei hij, "dat fra Felice onmogelijk weten
+kon welke nummers den volgenden Zaterdag uit de loterij zullen komen.
+
+"Indien gij op deze cijfers speelt, is het mogelijk dat gij allen
+verliest. En wij mogen in Diamante niet armer worden, dan wij reeds
+zijn. Ik verzoek u daarom het testament te mogen vernietigen, vóórdat
+iemand het gelezen heeft."
+
+"De cijfers," riepen de vrouwen. "Laat ons de cijfers zien!"
+
+"Indien ik het testament mag vernietigen," zei de sindaco, "beloof
+ik u, dat de blinden hun kerk mogen behouden."
+
+Het werd stil op de markt. Donna Elisa rees op van haar stoel in
+de zaal van het raadhuis en klemde zich met beide handen aan de
+leuning vast.
+
+"Hemelsche Vader," zuchtte donna Elisa, "is hij een duivel dat hij
+het arme volk op deze wijze in verzoeking brengt?"
+
+"We zijn tot nu toe arm geweest," riep nu een vrouw, "we kunnen ook
+in de toekomst de armoede dragen."
+
+"We willen Barabbas niet kiezen in plaats van Christus," riep een
+andere.
+
+De sindaco nam een lucifersdoosje uit den zak, stak een lucifer aan
+en bracht dien langzaam bij het testament. De vrouwen lieten lijdelijk
+toe, dat de sindaco de winnende cijfers van fra Felice vernietigde.
+
+De kerk der blinden was gered.
+
+"Dit is een wonder," fluisterde de oude donna Elisa. "Allen
+gelooven aan fra Felice en toch laten ze kalm zijn winnende nummers
+verbranden! Dat is een wonder."
+
+
+
+'s Namiddags zat donna Elisa weer in haar winkel te borduren. Zij
+zag er oud uit, het was alsof er iets in haar gebroken en vernietigd
+was. Het was niet de gewone donna Elisa, die daar zat, het was een
+arme, oude, verlaten vrouw.
+
+Zij trok de naald langzaam op uit haar werk en toen zij die weer
+insteken moest, ging dat aarzelend en onwillig. 't Kostte haar
+moeite te verhinderen, dat de tranen op haar borduurwerk vielen en
+het bedierven.
+
+Donna Elisa had zulk een groot verdriet. Heden had zij Gaetano voor
+altijd verloren. Er was geen hoop hem ooit weer te zien.
+
+De heilige was tegen hem en hielp donna Micaela. Niemand kon er aan
+twijfelen, dat er nu een wonder was geschied.
+
+De vrouwen van Diamante zouden niet lijdelijk toegestaan hebben,
+dat men fra Felice's nummers verbrandde, indien zij niet gebonden
+waren door een wonder.
+
+Het deed een arm mensch zoo'n verdriet, dat de goede heilige donna
+Micaela hielp, die niet hield van Gaetano. De bel luidde hevig en
+donna Elisa stond uit oude gewoonte op. 't Was donna Micaela, die nu
+binnenkwam. Zij was verheugd en strekte beide handen uit naar donna
+Elisa, maar deze wendde zich af. Zij kon haar hand niet drukken.
+
+Donna Micaela was overgelukkig.
+
+"O, donna Elisa, gij hebt mijn spoorweg geholpen. Hoe zal ik u danken!"
+
+"Gij behoeft mij volstrekt niet te danken, schoonzuster!"
+
+"Donna Elisa!"
+
+"Indien de heiligen ons een spoorweg willen geven, dan is dat
+zeker omdat Diamante daaraan behoefte heeft, maar niet omdat ze
+u liefhebben."
+
+Donna Micaela deinsde achteruit. Nu eindelijk meende zij te begrijpen
+waarom donna Elisa kwaad op haar was.
+
+"Indien Gaetano thuis was," zei zij, terwijl zij haar hand tegen heur
+hart drukte:
+
+"Indien Gaetano thuis was, zou hij niet toestaan, dat gij zoo slecht
+tegen me waart."
+
+"Gaetano! Zou Gaetano dat niet toestaan?"
+
+"Neen. Zelfs indien gij boos op mij waart, omdat ik hem reeds liefhad,
+terwijl mijn man nog leefde, zoudt gij het niet wagen mij dat te
+verwijten indien hij thuis was."
+
+Donna Elisa trok de wenkbrauwen een weinig op.
+
+"Ge denkt, dat hij mij zou kunnen dwingen te zwijgen over zulk een
+zaak?" en haar stem klonk wonderlijk vreemd.
+
+"Maar donna Elisa," fluisterde donna Micaela nu. "'t Is immers geheel
+onmogelijk hem niet lief te hebben.
+
+"Hij is zoo schoon en hij heeft zooveel macht over mij, dat ik bang
+voor hem ben.
+
+"Ge moest begrijpen, dat ik hem moest liefhebben."
+
+"Moest ik dat?" Donna Elisa ging zitten en sprak heel kort af.
+
+Donna Micaela geraakte buiten zich zelf.
+
+"En Gaetano heeft ook mij lief," riep zij. "Niet Giannita maar mij
+had hij lief. Gij moest mij als een dochter beschouwen en mij helpen,
+en gij moest goed jegens mij zijn. Maar in plaats daarvan zijt ge
+boos op mij. Gij staat mij niet toe tot u te komen om met u over hem
+te spreken. Hoe ik verlang en hoe ik werk, dat mag ik u niet zeggen."
+
+Donna Elisa kon zich niet langer bedwingen. Donna Micaela was immers
+nog een echt kind, jong, dwaas en bevend als een vogelhartje. Juist
+een wezentje, dat bescherming noodig had. Zij moest haar armen wel
+om haar heen slaan.
+
+"Dat wist ik immers niet, jij dom, dwaas kindje," zei zij.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+NA HET WONDER.
+
+
+Er was een vergadering van het gilde der blinde zangers, in de
+Luciakerk. Hoog boven op het koor achter het altaar zaten dertig oude
+blinde mannen op de gebeeldhouwde koorstoelen der Jezuïeten. Zij
+waren allen arm, de meesten van hen hadden den bedelaarszak en hun
+kruk naast zich liggen.
+
+Er heerschte een plechtige, ernstige stemming. De blinden wisten,
+wat het wilde zeggen lid te zijn van dit heilige zangersgilde, van
+deze heerlijke, oude academie.
+
+Beneden in de kerk klonk nu en dan een dof rumoer. Daar zaten de
+geleiders der blinden, kinderen, oude vrouwtjes en honden, te wachten,
+maar spoedig was alles weer rustig en stil.
+
+De blinden, die trovatores waren, traden nu de een na den andere op
+om nieuwe gedichten voor te dragen.
+
+"Gij menschen, die op den heiligen Etna woont," reciteerde een van
+hen. "Gij menschen, die leeft op den berg der wonderen, verheft
+u. Schenkt uwe heerscheres een nieuw sieraad. Zij verlangt naar twee
+lange linten om haar schoonheid te verhoogen, twee lange smalle linten
+van ijzer wil ze vasthechten aan haar mantel.
+
+"Schenk deze aan uwe heerscheres en zij zal u met rijkdom beloonen. Zij
+zal u goud geven voor ijzer. Ontelbaar zullen de schatten zijn,
+die de machtige u schenken zal, indien gij haar nu geeft, hetgeen
+zij verlangt."
+
+"Een milde wonderdoener is in ons midden gekomen," zei een andere. "Hij
+staat arm en onbemerkt in de naakte, oude kerk en zijn kroon is van
+blik en zijne diamanten zijn van glas.
+
+"Brengt geen offers aan mij, gij armen," zegt hij. "Bouwt geen tempel
+voor mij, gij ellendigen.
+
+"Voor uw geluk wil ik werken. En wanneer rijkdom heerscht in uwe
+hutten, zal ik stralen in den glans van echte edelgesteenten, en
+als de nood gevlucht is uit het land, zullen mijne voeten gouden
+schoentjes dragen, met paarlen versierd."
+
+En telkens als er een nieuw gedicht werd voorgedragen, werd het
+aangenomen of verworpen.
+
+De blinden gingen met groote strengheid te werk.
+
+Maar den volgenden dag trokken ze over den Etna en zongen den spoorweg
+in het hart van het volk.
+
+
+
+Na het wonder van fra Felice's testament begonnen de menschen gaven te
+geven voor den spoorweg. Donna Micaela had spoedig ongeveer honderd
+lire bijeen. Toen reisde zij met donna Elisa naar Messina om de
+stoomtram te zien, die tusschen Messina en Pharo loopt. Zij hadden
+niet zulke groote wenschen. Zij zouden tevreden zijn met een stoomtram.
+
+"Waarom behoeft een spoorweg zoo duur te zijn?" zei donna Elisa. "'t
+Is immers slechts een gewone weg, waarop men ijzeren spoorstaven legt.
+
+"Maar het zijn die ingenieurs en voorname heeren, welke een spoorweg
+zoo duur maken! Neem geen ingenieur in je dienst, Micaela! Laat onze
+goede wegwerkers Carmelo en Giovanni je spoorweg aanleggen."
+
+Ze bekeken nauwkeurig de stoomtram van Pharo en trachtten alle
+inlichtingen te verkrijgen, die zij slechts konden. Ze maten hoeveel
+ruimte er tusschen de rails was en donna Micaela teekende op een klein
+stuk papier hoe de sporen bij de stations moesten loopen. Dat was niet
+zoo moeilijk. Zij waren overtuigd, dat zij zich zelf konden redden.
+
+Dezen dag schenen er in het geheel geen bezwaren te bestaan. 't Was
+niets moeielijker een station te bouwen dan een gewoon huis, zeiden
+ze. En meer dan een paar stations hadden zij ook niet noodig. Op de
+meeste halten was een overdekte wachtplaats voldoende.
+
+Indien zij er slechts geen maatschappij van maakten en geen voorname
+heeren in betrokken, want dat alles kostte zooveel geld, dan zou de
+spoorweg wel tot stand komen.
+
+Ook zou die niet zoo kostbaar worden. Den grond zouden zij zeker wel
+voor niets krijgen. De rijke grondbezitters, die land bezaten op den
+Etna, zouden wel begrijpen van hoeveel belang een spoorweg voor hen
+was, en hem vrij over hun grond laten gaan.
+
+Zij braken er haar hoofden niet mede om de juiste richting van een
+spoorweg vooraf te bepalen. Ze zouden eenvoudig beginnen bij Diamante
+en zoo verder gaan naar Catania. Men behoefde slechts een aanvang te
+maken, en iederen dag een klein eindje verder aan te leggen. Dat was
+niet zoo moeilijk.
+
+Na deze reis begonnen zij te beproeven den spoorweg op eigen hand aan
+te leggen. Don Ferrante had geen groot vermogen nagelaten aan donna
+Micaela. Maar het was een geluk dat hij een groot stuk woest land op
+den Etna bezeten had. Hierop begonnen Giovanni en Carmelo te graven
+voor den nieuwen spoorweg.
+
+Toen ze een aanvang maakten met dit werk, bezaten de spoorwegaanleggers
+niet meer dan honderd lire. Maar het was het wonder met het testament,
+dat hen met heiligen waanzin vervulde.
+
+Welk een spoorweg zou dat worden! welk een spoorweg!
+
+Blinde zangers waren de actiënverzamelaars, het heiligenbeeld gaf de
+concessie en de oude koopvrouw, donna Elisa, was de ingenieur.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+EEN JETTATORE.
+
+
+In Catania leefde eens een man met "het booze oog", een jettatore. Van
+alle jettatoren op Sicilië duchtte men hem het meest.
+
+Zoodra hij zich op straat vertoonde, haastten de menschen zich om het
+beschermende teeken met de hand te maken. Toch hielp dit dikwijls in
+het geheel niet.
+
+Degene die hem ontmoet had, kon zich voorbereiden op een onaangename
+gebeurtenis. Als hij thuis kwam was zijn eten aangebrand, en de mooie,
+oude kristallen schotel lag in scherven op den grond. Hij zou hooren,
+dat zijn bankier de betalingen gestaakt had, en dat het briefje,
+dat hij aan de vrouw van zijn vriend geschreven had, in verkeerde
+handen was terechtgekomen.
+
+Meesttijds was de jettatore een lange, magere man met bleeke schuwe
+oogen en een langen neus, die kromde over de bovenlip. God heeft den
+jettatore dezen papagaaienneus gegeven als kenteeken.
+
+Maar alles verandert, niets blijft zich steeds gelijk.
+
+Deze jettatore was een kleine man met een neus als van San Michaël.
+
+Daardoor kwam het dat hij nog veel meer kwaad stichtte dan een gewone
+jettatore.
+
+Hoeveel vaker steekt men zich niet aan de doornen van de roos, dan
+dat men zich brandt aan een netel.
+
+Een jettatore moest nooit volwassen zijn; zoo lang hij nog een kind
+is, heeft hij het goed. Dan waakt zijn moedertje nog over hem en zij
+ziet nooit het booze oog, zij begrijpt nooit waarom zij zich steeds
+met de naald in den vinger prikt, wanneer hij bij haar naaitafeltje
+komt. Zij is nooit bang om hem te kussen. Ofschoon er altijd ziekte
+in haar huis heerscht en de dienstboden voortdurend wegloopen, en
+haar vrienden het huis verlaten, merkt zij nooit iets.
+
+Maar als de jettatore later in de wereld komt, is zijn lot dikwijls
+treurig genoeg. Men moet immers in de eerste plaats aan zich zelf
+denken, men kan toch niet zijn geheele leven bederven door goed
+te zijn jegens een jettatore. Er zijn verscheidene jettatores, die
+priester zijn.
+
+Dit is niet zoo vreemd, de wolf is immers gelukkig, als hij vele
+schapen kan verslinden. En zeker kan een jettatore niet meer kwaad
+stichten, dan wanneer hij priester wordt. Men moest slechts weten,
+hoe het den kinderen gaat, die zij doopen en den bruidsparen, wier
+huwelijk zij inzegenen.
+
+Deze jettatore van Catania werd ingenieur en wilde spoorwegen
+aanleggen.
+
+Hij werd geplaatst bij een der staatsspoorwegen. De staat kon toch
+niet weten, dat hij een jettatore was.
+
+Maar, o, welk een ellende, welk een ellende!
+
+Zoodra hij aangesteld was bij den spoorweg, geschiedden er niets
+dan ongelukken.
+
+Wilde men een heuvel doorboren, dan had er een instorting plaats,
+als men een brug wilde leggen, mislukte het keer op keer.
+
+Wanneer men een mijn liet springen, werden de arbeiders gedood door
+de rondvliegende steenen.
+
+De eenige die steeds ongedeerd bleef, was de ingenieur, de jettatore.
+
+Maar de arme menschen, die onder hem werkten! Ze telden iederen morgen
+hun vingers en ledematen.
+
+"Morgen hebben wij ze misschien niet meer allemaal," zeiden ze.
+
+Men deed zijn beklag bij den hoofdingenieur, men klaagde bij den
+minister. Geen van beiden wilde hooren. Ze waren te geleerd en te
+verstandig om aan het booze oog te gelooven. De arbeiders moesten maar
+beter bij het werk opletten. 't Was aan hun eigen onvoorzichtigheid
+te wijten, dat er ongelukken geschiedden.
+
+En de kolenwagens stortten in den afgrond, en de locomotieven
+ontploften.
+
+Op een morgen fluisterde men, dat de ingenieur weg was. Hij was
+verdwenen, niemand wist waar hij gebleven was.
+
+Had iemand hem soms vermoord?
+
+O, neen, o, neen! wie zou het gewaagd hebben een jettatore te dooden!
+
+Maar hij was werkelijk weg, geen mensch wist waar hij was.
+
+Eenige jaren daarna was het, dat donna Micaela begon te denken aan
+haar spoorweg. En om geld daarvoor bijeen te brengen, wilde zij een
+bazaar houden in het groote Franciscanerklooster.
+
+Daar was een groote tuin, omringd door prachtige, oude
+zuilengangen. Donna Micaela richtte kleine kraampjes en tenten voor
+ververschingen in onder deze arcaden. Zij slingerde guirlandes van
+Venetiaansche lampions van zuil tot zuil. Ze liet groote vaten Etnawijn
+rondom de kloosterbron opstapelen.
+
+Terwijl donna Micaela daar buiten werkte, sprak zij dikwijls met
+den kleinen Gandolfo, die na den dood van fra Felice, wachter van
+het klooster geworden was. Op een dag liet zij zich door Gandolfo
+door het geheele klooster geleiden. Zij liep het door van den zolder
+tot den kelder. En toen zij deze ontelbare kleine cellen met haar
+tralievenster en naakte muren en harde houten banken zag, kreeg zij
+een inval. Zij verzocht Gandolfo haar op te sluiten in een dezer
+cellen en haar daar gedurende vijf minuten te laten.
+
+"Nu ben ik een gevangene," zei ze, toen zij alleengelaten werd. Ze
+voelde, dat de deur gesloten was, ze zag dat er dikke traliën voor
+de vensters waren. Zij was opgesloten. Zoo was het dus gevangen te
+zijn! Vier naakte wanden om zich heen, de stilte, de kilheid van
+het graf!
+
+"Nu wil ik gevoelen zooals een gevangene," dacht zij.
+
+Op hetzelfde oogenblik vergat zij alles voor de gedachte, dat
+Gandolfo misschien niet komen zou om haar deur te ontsluiten. Hij
+kon immers weggeroepen worden, hij kon plotseling ziek worden, hij
+kon doodgevallen zijn in een der donkere gangen.
+
+Er kon zooveel gebeurd zijn, dat hem verhinderde te komen. En
+niemand wist, waar zij was, niemand kon haar zoeken in die afgelegen
+cel. Indien zij een uur daarin moest vertoeven, zou ze waanzinnig
+van angst worden.
+
+Ze dacht aan de kwelling van den honger en van de eindelooze uren
+van angst.
+
+O, hoe zou ze ingespannen luisteren naar naderende schreden, hoe zou
+ze roepen!
+
+Hoe zou zij rukken aan de deur. Zij zou de kalk van den muur schrappen,
+zij zou trachten de traliën voor het venster kapot te bijten.
+
+En als zij haar dan eindelijk vonden, zou zij dood op den grond liggen,
+en overal zou men sporen vinden van haar pogingen om zich te bevrijden.
+
+Waarom kwam Gandolfo niet? Nu was zij toch een kwartier, een half
+uur in de cel geweest.
+
+O, waarom kwam hij toch niet?
+
+Ze was overtuigd, dat ze een heel uur opgesloten was geweest, toen
+Gandolfo kwam. Waar was hij toch zoo lang geweest?
+
+Maar hij was niet lang weggeweest. Donna Micaela was slechts vijf
+minuten in de cel.
+
+O God, zóó was het dus gevangen te zijn! Zoo was dus Gaetano's
+leven! Ze barstte in tranen uit, toen ze weer den blauwen hemel boven
+zich zag.
+
+Een tijdje daarna toen zij op een open loggia stonden, wees Gandolfo
+haar een raam met luiken en groene gordijnen.
+
+"Woont daar iemand?" vroeg zij.
+
+"Ja, donna Micaela."
+
+Gandolfo vertelde, dat daar een man woonde, die nooit anders dan
+'s nachts uitging. Een man die nooit met iemand sprak.
+
+"Is hij krankzinnig?" vroeg donna Micaela.
+
+"O neen, o neen, hij is even wel bij het hoofd als gij of ik. Men zegt,
+dat hij zich moet verbergen. Hij is bang voor de regeering."
+
+Donna Micaela stelde veel belang in dezen man.
+
+"Hoe heet hij?" vroeg ze.
+
+"Ik noem hem signor Alfredo."
+
+"Hoe krijgt hij eten?" vroeg zij hem.
+
+"Ik kook voor hem," zei Gandolfo.
+
+"En kleeren?"
+
+"Die verschaf ik hem. Ik ben het ook, die hem boeken en tijdschriften
+bezorg."
+
+Donna Micaela zweeg een tijdlang.
+
+"Gandolfo," zei ze, terwijl zij hem de roos gaf, die zij in de hand
+hield, "leg deze roos op het blad, als je straks eten brengt aan je
+ongelukkigen gevangene!"
+
+Na dien dag zond donna Micaela bijna elken dag een kleinigheid aan
+den gevangene in het klooster. Nu eens was het een boek, dan een
+bloem of een vrucht.
+
+'t Was haar zulk een genot, ze speelde met haar phantasie. 't Gelukte
+haar bijna zich voor te stellen, dat het Gaetano was aan wien ze dit
+alles zond.
+
+Toen de dag aanbrak, dat de bazaar geopend zou worden, was donna
+Micaela 's morgens reeds vroeg in het klooster.
+
+"Gandolfo," zei ze, "ga voor mij naar je gevangene en vraag hem of
+hij vanavond op het feest wil komen."
+
+Gandolfo kwam spoedig met het antwoord terug.
+
+"Hij dankt u zeer voor uw uitnoodiging, donna Micaela," zei de
+knaap. "Hij wil gaarne komen."
+
+Zij was verbaasd, want zij had niet gedacht, dat hij zich zou durven
+vertoonen. Zij had hem slechts een vriendelijkheid willen bewijzen.
+
+Er was iets, dat donna Micaela dwong om op te zien. Zij stond in den
+kloostertuin, een venster in een der gebouwen tegenover haar werd
+geopend. Donna Micaela zag een man van middelbaren leeftijd met een
+aangenaam uiterlijk voor het raam staan en naar haar kijken. "Daar
+is hij, donna Micaela," zei Gandolfo.
+
+Zij was gelukkig. 't Was alsof ze dezen man gered en verlost had. En
+meer dan dit. Menschen, die geen phantasie bezitten, kunnen dit
+niet begrijpen.
+
+Maar donna Micaela was den ganschen dag in spanning en verwachting. Ze
+overwoog, hoe zij zich 's avonds zou kleeden. 't Was alsof zij Gaetano
+verwachtte.--
+
+Maar donna Micaela had spoedig wel iets anders te doen dan te
+droomen. Den geheelen dag werd ze overstelpt door onaangename
+wederwaardigheden.
+
+Eerst ontving ze een brief van den ouden rooverhoofdman Falco Falcone.
+
+
+ Waarde vriendin, donna Micaela,
+
+ Daar ik gehoord heb, dat ge voornemens zijt een spoorweg aan
+ te leggen op den Etna, wil ik u zeggen, dat dit nooit met mijn
+ toestemming zal geschieden. Ik zeg u dit nu maar dadelijk, opdat
+ ge aan deze zaak niet meer geld en moeite zult verspillen.
+
+ Hooggeboren en edele signora, ik verblijf
+
+ uw nederige dienaar,
+ Falco Falcone.
+
+ P.S. Passafiore, mijn neef, heeft dezen brief geschreven.
+
+
+Donna Micaela smeet het vuile briefje op den grond. Het was haar
+alsof ze het doodvonnis van haar spoorweg in de hand hield, maar
+heden wilde zij daaraan niet denken, heden had zij haar bazaar.
+
+Een oogenblik daarna kwamen haar wegwerkers, Giovanni en Carmelo,
+bij haar. Ze wilden haar raden een ingenieur te raadplegen.
+
+Zij wist zeker niet, hoe de grond was op den Etna. Eerst was het lava,
+dan asch en dan weer lava.
+
+Moest de weg aangelegd worden op de bovenste lavalaag of op het
+aschbed, of moesten zij nog dieper graven? Moest de bodem voor een
+spoorweg zeer vast zijn? Zij moesten er iemand bij hebben, die er
+verstand van had.
+
+Donna Micaela kon hen echter nu niet te woord staan.
+
+Morgen, morgen! heden had zij geen tijd om daaraan te denken. Dadelijk
+daarna kwam donna Elisa met nog slechter nieuws.
+
+Er was een stadswijk in Diamante, waar arme en woeste menschen
+woonden. Deze ongelukkige stakkers waren angstig geworden, toen ze
+hoorden van den spoorweg.
+
+Nu komt er gewis een aardbeving of een uitbarsting van den Etna,
+hadden ze gezegd.
+
+De machtige Etna duldt geen ijzeren banden. Hij zal den geheelen
+spoorweg van zich afslingeren.
+
+En het volk zei, dat men den spoorweg moest opbreken zoodra die
+gelegd was.
+
+Welk een ongeluksdag! Donna Micaela voelde zich verder dan ooit van
+haar doel.
+
+"Waarvoor dient het nu, of wij geld bijeenbrengen op den bazaar?" zei
+ze mismoedig.
+
+En het scheen ook niet, dat zij veel geld zou krijgen op haar feest. 's
+Namiddags begon het te regenen. Sedert den dag, dat de klokken luidden,
+had het nog niet zoo geregend in Diamante. 't Was alsof de wolken op
+de daken drukten, en het water er uit stroomde. Eer men twee minuten
+op straat liep, was men doornat.
+
+Tegen zes uur, toen donna Micaela's bazaar geopend zou worden, regende
+het zoo hard mogelijk. Toen zij in het klooster kwam, waren daar
+geen andere menschen dan degenen, die haar zouden helpen verkoopen
+en bedienen.
+
+Zij had wel kunnen schreien! Welk een ongeluksdag! Wie had toch al
+dezen tegenspoed over haar hoofd gebracht?
+
+Donna Micaela's blikken vielen op een vreemden man, die tegen een
+pilaar leunde en haar beschouwde.
+
+Opeens herkende zij hem! Dat was de jettatore. Het was de jettatore
+van Catania, dien men haar reeds als kind had leeren vreezen.
+
+Donna Micaela ging dadelijk naar hem toe.
+
+"Wilt ge even met mij gaan, signor," zei ze, terwijl zij hem
+voorging. Zij wilde zoo ver weggaan, dat niemand hen hooren kon, dan
+wilde zij hem verzoeken haar nooit meer onder de oogen te komen. Zij
+moest het doen, zij kon niet toelaten dat hij haar geheele leven
+verwoestte.
+
+Zij dacht er in het geheel niet aan waar zij heenging. Plotseling
+stond ze bij de deur van de kloosterkerk en trad naar binnen.
+
+Het was er bijna donker. Alleen een klein olielampje brandde bij
+het Christusbeeld.
+
+Toen donna Micaela het Christusbeeld zag, verschrikte zij. Juist nu had
+zij het liever niet gezien. Zij herinnerde zich hoe zijn kroon gerold
+was voor Gaetano's voeten, toen deze zoo vertoornd was op de bandieten.
+
+Misschien wilde het Christusbeeld niet, dat zij den jettatore verstiet.
+
+Maar zij had toch werkelijk reden hem te vreezen. En 't was slecht
+van hem op haar feest te verschijnen. Zij moest trachten hem van hier
+te verwijderen.
+
+Donna Micaela liep de geheele kerk door en stond nu stil voor het
+Christusbeeld.
+
+Zij kon geen woord zeggen tot den man, die haar volgde. Zij herinnerde
+zich hoeveel medelijden zij nog onlangs met hem gehad had, omdat hij
+gevangen zat, hij evenals Gaetano.
+
+Zij was zoo gelukkig geweest hem tot het leven terug te voeren. Wat
+wilde zij nu doen?
+
+Hem weer in de gevangenis zenden?
+
+Zij dacht aan haar vader en aan Gaetano. Zou het nu voor den derden
+keer zijn, dat zij...
+
+Zij stond zwijgend en voerde een hevigen strijd met zich zelf.
+
+Eindelijk begon de jettatore te spreken.
+
+"Niet waar, signora, ge hebt genoeg van mij?"
+
+Donna Micaela maakte een ontkennende beweging.
+
+"Wenscht gij, dat ik terugkeer naar mijn cel?"
+
+"Ik begrijp u niet, signor."
+
+"Ja zeker, gij begrijpt me wel. Er is u vandaag iets vreeselijks
+overkomen. Gij ziet er nu geheel anders uit dan dezen morgen."
+
+"Ik ben zeer moede," zei donna Micaela ontwijkend.
+
+Hij trad dicht op haar toe, als om haar de waarheid af te dwingen. De
+vragen en antwoorden volgden elkaar kort en stootend.
+
+"Ziet ge niet, dat uw geheele feest dreigt te mislukken?"
+
+"Dan doen we het morgen weer over."
+
+"Hebt ge mij dan niet herkend?"
+
+"Ja, ik heb u vroeger wel eens in Catania gezien."
+
+"En gij zijt niet bang voor den jettatore?"
+
+"Ja, vroeger als kind."
+
+"Maar nu zijt ge niet meer bevreesd?"
+
+Zij ontweek hem te antwoorden.
+
+"Zijt ge zelf bang?" vroeg ze.
+
+"Zeg de waarheid!" zei hij ongeduldig. "Wat wildet gij mij zeggen,
+toen gij mij hierheen voerdet?"
+
+Zij zag onrustig om zich heen. Zij moest hem iets zeggen, zij moest
+hem een antwoord geven. Toen kwam er een gedachte in haar op, die
+haar angstig maakte. Zij zag naar het Christusbeeld.
+
+"Eischt gij dit van mij?" scheen ze hem te vragen.
+
+"Moet ik dit doen voor een vreemden man? Maar dit staat immers gelijk
+met mijn eenige hoop te vernietigen."
+
+"Ik weet nauwelijks of ik het wel wagen durf u te zeggen, wat ik u
+verzoeken wilde," zeide zij.
+
+"Neen, ziet ge wel dat gij den moed niet hebt."
+
+"Ik ben van plan een spoorweg aan te leggen, weet ge dat?"
+
+"Ja, dat weet ik."
+
+"Ik wilde u vragen of gij mij helpen wildet?"
+
+"Ik! Ik!"
+
+Nu zij eenmaal begonnen was, viel het haar gemakkelijker te
+vervolgen. Zij was verbaasd hoe natuurlijk het klonk, toen zij het
+hem vroeg.
+
+"Ik weet, dat ge een spoorwegingenieur zijt. Ja, ge begrijpt wel,
+dat aan mijn spoorweg geen geld verdiend wordt. Maar het was beter,
+dat ge me hielpt, dan dat ge in uw cel opgesloten zit. Gij verspilt
+slechts uw tijd."
+
+Hij keek haar bijna streng aan.
+
+"Weet ge, wat ge daar zegt?"
+
+"Ja, het is natuurlijk een vermetel verzoek."
+
+"Ja juist, een vermetel verzoek."
+
+Daarna begon de ongelukkige man haar te waarschuwen voor al het onheil,
+dat haar dreigde, indien zij zijn hulp aannam.
+
+"Het zou met uw spoorweg gaan, zooals met uw feest."
+
+Donna Micaela was overtuigd van de waarheid zijner woorden, maar zij
+had nu alle wegen achter zich afgesloten, zij moest nu voortgaan,
+goed te zijn.
+
+"Mijn feest zal spoedig in vollen gang zijn," zei ze beslist.
+
+"Hoor naar mij, donna Micaela," zei de jettatore.
+
+"Het laatste waaraan men weigert niet te gelooven is aan zich zelf. Men
+kan niet nalaten zich zelf te vertrouwen."
+
+"Neen, waarom zou men dat ook doen?"
+
+Hij maakte een beweging, alsof hij ongeduldig was over haar vertrouwen.
+
+"Toen ik eerst over de zaak begon te denken," zei hij, "troostte ik
+mij gemakkelijk. Door een paar ongelukkige toevallen, zei ik tot mij
+zelf, heb je den naam van jettatore gekregen, zoodat dit langzamerhand
+een vaste overtuiging is geworden. En juist dit geloof sticht het
+kwaad. Men heeft mij ontmoet en geloofd, dat men zou verongelukken,
+en toen geschiedde het ook. Het is een ongeluk erger dan de dood,
+aangezien te worden voor een jettatore. Maar gij behoeft het zelf
+niet te gelooven."
+
+"Het is zoo ongerijmd," zei donna Micaela.
+
+"Ja, niet waar, hoe zouden mijn oogen de macht bezitten kwaad te
+stichten? Ik wilde een proef nemen. Ik reisde naar een plaats, waar
+niemand mij kende. Den volgenden morgen las ik in de courant, dat door
+den trein waarmee ik gereisd had, een baanwachter overreden was. Toen
+ik een dag in het hotel was, zag ik dat de hotelhouder wanhopig was,
+en alle gasten ontsteld waren.
+
+"Wat is er gebeurd?" vroeg ik.
+
+"Een van onze bedienden is door de pokken aangetast. O, welk een
+ellende!"
+
+"Donna Micaela, toen sloot ik mij op en onthield mij van allen omgang
+met menschen.
+
+"Toen een jaar verstreken was, kwam ik tot rust. Ik ben immers
+geen gevaarlijk mensch, zei ik, en ik wil toch niemand eenig kwaad
+doen. Waarom zou ik dan als een misdadiger leven?
+
+"Ik had mij juist voorgenomen terug te keeren tot het leven, toen ik
+fra Felice in een der gangen ontmoette.
+
+"Fra Felice, waar is de kat?"
+
+"De kat, signor?"
+
+"Ja, de kat van 't klooster, wie ik altijd melk geef. Waar is zij?"
+
+"Zij is in een rattenval geraakt."
+
+"Wat zegt u, fra Felice?"
+
+"De kat is met haar staart in de val gekomen en kon zich toen niet
+bevrijden. Zij heeft zich naar een der ramen gesleept en is van
+honger gestorven."
+
+"Wat zegt ge daarvan, donna Micaela?"
+
+"Was het dan uw schuld, dat de kat stierf?"
+
+"Ik ben immers een jettatore."
+
+Zij trok de schouders op. "Ach, welk een dwaasheid!"
+
+"Toen eenige tijd verstreken was, ontwaakte opnieuw de lust in mij
+om te leven. Toen klopte Gandolfo op mijn deur en noodigde mij op
+dit feest. Waarom zou ik niet gaan? Men kan onmogelijk van zich zelf
+gelooven, dat men ongeluk aanbrengt, alleen door zich te vertoonen.
+
+"'t Was reeds een feest, donna Micaela, me klaar te maken, en mijn
+zwarte kleeren voor den dag te halen, ze te borstelen en aan te
+trekken. Maar toen ik op het feestterrein kwam, was dit verlaten,
+de regen stroomde neer, en uw Venetiaansche ballons waren vol water.
+
+"En gij zelf zaagt er uit, alsof al de rampen van het leven u op één
+dag getroffen hadden.
+
+"Toen ge mij zaagt, werdt ge aschgrauw van schrik.
+
+"Ik vroeg iemand: Hoe heet signora Alagona van zich zelf?--Palmeri--
+
+"O, Palmeri, zij is dus uit Catania? Zij heeft den jettatore herkend."
+
+"Ja, 't is waar, ik heb u herkend."
+
+"Ge zijt zeer goed en vriendelijk geweest en ik ben zeer bedroefd,
+dat ik uw feest verstoord heb. Maar nu beloof ik u, dat ik mij verre
+van uw feest zoowel als van uw spoorweg zal houden."
+
+"Waarom zoudt gij u daar verre van houden?"
+
+"Ik ben immers een jettatore."
+
+"Dat geloof ik niet. Ik kan het niet gelooven."
+
+"Ik geloof het zelf ook niet. Maar toch, ja, ik geloof het. Weet ge,
+dat men zegt, dat niemand een jettatore kan overwinnen, dan hij die
+even groot in slechtheid is, als de jettatore zelf?
+
+"Men vertelt, dat eens een jettatore in den spiegel zag, en dat hij
+toen neerstortte en stierf. Ik zie nooit in den spiegel. Ik geloof
+het dus zelf."
+
+"Ik geloof het niet. Misschien geloofde ik het nog wel, toen ik u
+daarbuiten zag. Nu echter geloof ik het niet meer."
+
+"Gij wildet mij misschien laten werken aan uw spoorweg?"
+
+"Ja, ja, indien gij slechts zelf wilt."
+
+Weer trad hij dicht op haar toe, en zij wisselden eenige korte zinnen.
+
+"Kom in het licht, ik wil uw gelaat zien."
+
+"Ge gelooft, dat ik niet de waarheid spreek?"
+
+"Ik geloof, dat ge slechts beleefd wilt zijn."
+
+"Beteekent die spoorweg iets voor u?"
+
+"Die beteekent leven en geluk voor mij."
+
+"Hoezoo?"
+
+"Die moet iemand winnen, dien ik liefheb."
+
+"Zeer lief?"
+
+Zij antwoordde niet, maar hij kon het antwoord lezen in haar blik.
+
+Toen viel hij op de knieën voor haar en boog zijn hoofd zoo diep,
+dat hij den zoom van haar kleed kon kussen.
+
+"Gij zijt goed, gij zijt zeer goed. Dit zal ik nooit vergeten. Indien
+ik degene was, waarvoor ge mij hieldt, hoe zou ik u dan dienen!"
+
+"Maar ge moet mij dienen," zei ze. En zij was zoo getroffen door zijn
+ongeluk, dat zij in het geheel geen vrees meer gevoelde, dat hij haar
+deren zou.
+
+Hij sprong op.
+
+"Ik wil u iets zeggen. Ge kunt niet loopen zonder te struikelen
+wanneer ik naar u zie."
+
+"O, waarom niet?"
+
+"Beproef het!"
+
+En zij beproefde het. Maar zij was bang. Reeds bij de eerste schrede
+voelde zij zich onzeker.
+
+Maar toen dacht zij: "Indien het voor Gaetano was, dan kon ik het
+zeker wel." En toen ging het ook.
+
+Zij liep heen en weer.
+
+"Zal ik het nog één maal doen?" Hij knikte.
+
+Terwijl zij liep kwam de gedachte bij haar op:
+
+Het Christusbeeld heeft den vloek van hem genomen, omdat hij mij
+wil helpen.
+
+Zij wendde zich plotseling om en kwam naar hem toe.
+
+"Weet ge, weet ge dat ge geen jettatore zijt?"
+
+"Ben ik dat niet?"
+
+"Neen, neen!" zij greep hem bij den arm en schudde dien. "Begrijpt
+ge dan niet, ziet ge dan niet? 't Is van u genomen."
+
+De stem van den kleinen Gandolfo klonk buiten de kerk.
+
+"Donna Micaela, donna Micaela, waar zijt ge? Er zijn zooveel menschen,
+donna Micaela! Waar zijt ge?"
+
+"Regent het dan niet meer?" zei de jettatore met onzekere stem.
+
+"'t Regent niet meer, hoe zou het kunnen regenen? Het Christusbeeld
+heeft den vloek van u genomen, opdat gij zijn spoorweg zoudt kunnen
+dienen."
+
+De man wankelde en greep met zijn hand in de lucht.
+
+"'t Is weg. 'k Geloof, dat het weg is. Nog zooeven was het over mij,
+maar nu..."
+
+Weer wilde hij knielen voor donna Micaela.
+
+"Dank mij niet," zei zij. "Maar hem, hem!" en zij wees op het
+Christusbeeld.
+
+Maar toch viel hij voor haar op de knieën, kuste haar handen, en onder
+snikken en tranen vertelde hij haar hoe de menschen hem vervolgd en
+verafschuwd hadden en hoeveel ellende het leven hem gebracht had.
+
+Den volgenden dag begon de jettatore te werken aan den spoorweg. En
+hij was niet gevaarlijker dan eenig ander mensch.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+HET PALEIS GERACI EN HET PALEIS CORVAJA.
+
+
+In den tijd, toen de Noormannen nog op Sicilië heerschten, lang
+voordat het geslacht Alagona op het eiland kwam, werden in Diamante
+twee heerlijke gebouwen opgetrokken, het palazzo Geraci en het
+palazzo Corvaja.
+
+De edele baronnen Geraci kozen hun verblijf bij de markt, hoog op de
+kruin van den Monte Chiaro. De baronnen Corvaja daarentegen bouwden
+hun paleis aan den voet van den berg en omgaven het met groote parken.
+
+De zwarte lavamuren van het palazzo Geraci werden opgetrokken rondom
+een kleinen, vierkanten binnenhof, die louter stemming en heerlijkheid
+was. Een hooge trap, onder een eerepoort met wapens versierd, voerde
+naar de tweede verdieping.
+
+Niet rondom den hof, maar hier en daar op de meest onverwachte
+plaatsen openden de muren zich om plaats te maken voor kleine, met
+zuilen versierde loggia's.
+
+De wanden waren bedekt met reliëfs, bonte platen Siciliaansch marmer
+en met de wapenschilden der baronnen Geraci. Er waren ook vensters,
+maar die waren zeer klein, met prachtig bewerkte vensterkozijnen. Er
+waren ronde raampjes met zulke kleine lichtopeningen, dat ze bedekt
+konden worden door een druiveblad, of langwerpige, die zoo smal waren,
+dat ze niet meer licht doorlieten dan een reet van een gordijn.
+
+De baronnen van Corvaja dachten er niet aan den binnenhof van
+hun paleis te versieren, maar ze bouwden een heerlijke zaal op
+de benedenverdieping. In den vloer werden groote waterbakken voor
+goudvisschen gemetseld, in de muurnissen werden fonteinen met mozaïek
+geplaatst, waar helder water neerbruiste in geweldige reuzenschelpen.
+
+Boven deze zaal welfden zich Moorsche bogen, gedragen door slanke
+zuilen, omslingerd door ranken van mozaïek. Het was een zaal, waarvan
+de weerga slechts te vinden was in het Saracenenslot te Palermo.
+
+Er heerschte een felle wedijver tusschen de beide geslachten gedurende
+de gansche bouwperiode.
+
+Wanneer het palazzo Geraci een balkon kreeg, werd het palazzo Corvaja
+versierd met hooge Gothische boogvensters; toen het dak van het paleis
+Geraci getooid werd met rijk gebeeldhouwde tinnen, werd er op het
+palazzo Corvaja een meterhooge fries aangebracht van zwart marmer
+met wit ingelegd.
+
+Het huis Geraci had een hoogen toren, maar het paleis Corvaja een
+dakterras met hooge vazen op de balustrade.
+
+Toen de paleizen eindelijk voltooid waren, werd de wedstrijd voortgezet
+tusschen de families die ze gebouwd hadden.
+
+De vijandschap en de strijd schenen zich van de huizen mee te deelen
+aan allen, die daarin woonden.
+
+Een baron Geraci kon nooit gelijk denken met een baron Corvaja.
+
+Als Geraci voor Anjou streed, vocht Corvaja voor Manfred. Veranderde
+Geraci van kleur en stond hij Aragonie bij, dan trok Corvaja naar
+Napels om voor Robert en Johanna te strijden.
+
+Maar dat alles was nog niet genoeg. Het stond vast, dat wanneer Geraci
+een schoonzoon kreeg, ook Corvaja zijn macht moest vermeerderen door
+een goed huwelijk.
+
+De beide geslachten konden nooit tot rust komen.
+
+Men moest eten om strijd, zich vermaken om strijd, en werken om
+strijd. De Geraci's trokken naar het hof der Bourbons in Napels,
+niet uit lust om zich te onderscheiden, maar omdat de Corvaja's daar
+ook waren.
+
+De Corvaja's van hun kant moesten wijn verbouwen en zwavelmijnen
+bezitten, omdat de Geraci's belangstelden in landbouw en mijnwezen.
+
+Als een Geraci een erfenis gekregen had, moest ook een oude
+bloedverwant van Corvaja sterven, opdat de eer van het geslacht niet
+overstraald zou worden.
+
+'t Palazzo Geraci had voortdurend werk om zijn dienaren te tellen,
+opdat het palazzo Corvaja het niet zou overtreffen.
+
+Maar niet alleen lette men op de bedienden, men hield ook rekening
+met de galons der livreien en met het tuig der paarden.
+
+De pluimen van Corvaja's vierspan mochten geen duim hooger zijn dan
+die der Geraci's. Hun kudden geiten moesten zich in dezelfde mate
+vermenigvuldigen, en de ossen der Geraci's moesten even groote hoornen
+hebben als die van Corvaja.
+
+Men zou geloofd hebben, dat in onze dagen de vijandschap tusschen
+beide paleizen geëindigd was. Nu woont er noch een der Corvaja's in
+het eene paleis, noch een der Geraci's in het andere.
+
+Nu is de binnenhof der Geraci's een vuile plaats, waarop zoowel
+ezelstallen als varkenshokken en kippenloopen te vinden zijn. Op de
+hooge trap hangen lompen te drogen, en de reliëfs zijn beschadigd
+en gebroken.
+
+In een der beide hallen wordt handel in groenten gedreven, in de
+andere is een schoenmakerswerkplaats.
+
+De poortwachter ziet er uit als een ellendige bedelaar, en van den
+kelder tot den zolder vindt men niets anders dan arme uitgehongerde
+menschen.
+
+En met het paleis Corvaja gaat het niet veel beter.
+
+Er is geen spoor meer te vinden van de mozaïekbekleeding in de groote
+zaal, nu zijn er nog slechts naakte, kale gewelven.
+
+Daar wonen geen bedelaars, omdat het paleis voor het grootste gedeelte
+in puinhoopen ligt. Slechts zijn schoone gevel met de gebeeldhouwde
+vensterbogen verheft zich nog naar den blauwen Siciliaanschen hemel.
+
+Maar toch is de vijandschap tusschen Geraci en Corvaja niet
+geëindigd. In de oude tijden waren het niet alleen de edele
+geslachten zelve, die met elkaar in strijd waren, maar ook hun buren
+en onderhoorigen.
+
+Gansch Diamante werd verdeeld tusschen Geraci en Corvaja. Nog loopt
+er een hooge, met puntige glasscherven bedekte muur door de stad,
+die het deel van Diamante, dat aan de zijde der Geraci's staat,
+scheidt van dat, hetwelk zich voor Corvaja verklaard heeft.
+
+Nog in onze dagen wil geen man van Geraci trouwen met een meisje
+van Corvaja. En een herder van Corvaja kan zijn schapen niet laten
+drinken van de bron van Geraci. Ze hebben niet eens dezelfde heiligen.
+
+San Pasquale wordt aangebeden door Geraci, terwijl de zwarte Madonna
+de schutspatrones van Corvaja is.
+
+Een man van Geraci zal nooit iets anders gelooven, dan dat geheel
+Corvaja vol is van toovenaars, heksen en weerwolven.
+
+Een man van Corvaja zal bij zijn zaligheid zweren, dat in Geraci
+niets anders gevonden worden dan bandieten en gauwdieven.
+
+Donna Micaela woonde op Geraci's gebied, en spoedig waren al de
+bewoners van dat stadsdeel aanhangers van haar spoorweg. Maar toen
+kon Corvaja natuurlijk niets anders doen dan haar tegenwerken.
+
+Corvaja's bewoners waren bizonder misnoegd over twee zaken. Ze waren
+naijverig op de eer der zwarte Madonna en het stond hun dus niet aan,
+dat er nog een wonderdoend beeld in Diamante gekomen was.
+
+Dit was het eene; het tweede was, dat zij vreesden dat de Mongibello
+geheel Diamante onder asch en vuur zou begraven, indien men hem door
+een spoorweg wilde bedwingen.
+
+Eenige dagen na den bazaar, begon het palazzo Corvaja zich vijandig te
+gedragen. Donna Micaela vond op een dag op haar dakterras een citroen,
+die zoo dicht met spelden bezet was, dat die geleek op een stalen bal.
+
+Die kwam van het palazzo Corvaja, dat zoo vele smarten in haar hoofd
+wilde tooveren, als er spelden in den citroen waren.
+
+Toen wachtte Corvaja eenige dagen om te zien welke uitwerking de
+citroen had. Maar toen donna Micaela's arbeiders bleven doorwerken
+aan den spoorweg, kwamen de mannen van Corvaja op een nacht om den weg
+op te breken. En toen de staven den volgenden dag weer gelegd waren,
+sloeg men de ruiten in San Pasquale stuk en wierp het Christusbeeld
+met steenen.--
+
+--Het was een langwerpig en smal marktplein aan de Zuidzijde van
+den Monte Chiaro. Aan de beide lange zijden stonden donkere, hooge
+huizen. Aan een der korte zijden gaapte een afgrond, aan den anderen
+kant verhief zich een steile berg. Er waren terrassen uitgehouwen
+in de berghelling, maar de trappen waren vervallen en de treden
+gebroken. Op het grootste terras verhief zich de statige ruïne van
+het paleis Corvaja.
+
+Het voornaamste sieraad van het marktplein was een prachtig, langwerpig
+waterbassin, dat onder de terrassen, dicht bij den berg stond. Het
+was van sneeuwwit marmer met relief versierd en gevuld met helder,
+koel water. Dit was het best bewaard gebleven van al de vroegere
+heerlijkheden van Corvaja.
+
+Op een schoonen, vredigen avond kwamen er twee dames, in het zwart
+gekleed, op het kleine marktplein. Op dit oogenblik lag het geheel
+verlaten. De beide dames keken rond, maar toen zij geen enkel mensch
+zagen, namen zij plaats op de bank bij de bron om te wachten.
+
+Spoedig kwamen er eenige nieuwsgierige kinderen te voorschijn en
+keken naar haar, en de oudste der beide dames begon met de kinderen
+te spreken. Zij vertelde hun sagen.
+
+"Er was eens," zei ze.
+
+Toen vertelde ze den kinderen van het Christuskind, dat zich
+in rozen en leliën veranderde, toen de Madonna een van Herodes'
+soldaten ontmoette, die het bevel ontvangen hadden alle kinderen te
+dooden; en ze luisterden naar de legende van het Christuskind, dat
+eens vogelen van leem maakte, en in de handen klapte en den leemen
+koekoeken vleugels gaf om weg te vliegen, toen een slechte knaap ze
+kapot wilde slaan.
+
+Terwijl de oude dame sprak, verzamelden zich vele kinderen om haar
+heen, maar ook volwassen menschen. 't Was juist Zaterdagavond, zoodat
+de arbeiders van hun werk op het land terugkeerden. De meesten kwamen
+bij Corvaja's bron om een teug koel water te drinken vóórdat zij naar
+huis gingen.
+
+Toen zij hoorden dat er sagen verteld werden, bleven zij staan om
+te luisteren.
+
+De beide dames waren spoedig omringd door een donkeren muur van grove,
+zwarte mantels en slappe hoeden.
+
+Plotseling zei de oude dame tot de kinderen:
+
+"Houdt ge van het Christuskind?"
+
+"Ja, ja," zeiden ze en hun groote, donkere oogen schitterden.
+
+"Zoudt ge het gaarne willen zien?"
+
+"Ja, ja," riepen de kinderen.
+
+De dame sloeg haar mantille op en toonde den kinderen een klein
+Christusbeeld, rijk versierd met ringen, en een gouden kroon op het
+hoofd en gouden schoentjes aan de voeten.
+
+"Hier is het," zei ze. "Ik heb het meegenomen om het je te toonen."
+
+De kinderen waren opgetogen. Eerst vouwden ze hun handjes voor het
+ernstige gezicht van het beeld, toen wierpen zij het kushandjes toe.
+
+"Is hij niet schoon?" zei de oude dame.
+
+"Mogen wij hem hebben, mogen wij hem hebben?" riepen de kinderen.
+
+Maar nu drong een groote, ruwe arbeider, een donkere man met ruigen,
+zwarten baard, naar voren. Hij wilde het beeld tot zich rukken.
+
+De oude dame had nauwelijks den tijd om het achter haar rug te
+verbergen.
+
+"Geef hier, donna Elisa, geef hier!" zei de man.
+
+De arme donna Elisa wierp een blik op donna Micaela, die den ganschen
+tijd stil en misnoegd naast haar gezeten had. Donna Micaela had zich
+slechts met moeite laten overreden om mede te gaan naar Corvaja om
+het beeld aan het volk te toonen.
+
+"'t Beeld helpt ons, wanneer het wil," zei zij. "Wij moeten het niet
+tot wonderen dwingen."
+
+Maar donna Elisa had volstrekt willen gaan; ze had gezegd, dat het
+beeld slechts wachtte om tot de ontrouwe stakkers in Corvaja gevoerd
+te worden.
+
+Na alles, wat hij reeds gedaan had, konden zij wel zooveel vertrouwen
+in hem stellen, dat ze geloofden dat hij ook deze menschen voor zich
+zou winnen.
+
+Maar nu stond zij daar, donna Elisa, terwijl de woeste man zich over
+haar heen boog en zij wist niet hoe zij kon verhinderen, dat hij het
+beeld nam.
+
+"Geef het mij goedschiks, donna Elisa," zei de man, "anders, bij God,
+neem ik het met geweld. Ik zal het in stukjes, in kleine, kleine
+stukjes hakken.
+
+"Ge zult zien hoeveel er overblijft van uw houten pop.
+
+"Ge zult eens zien of 't het zal kunnen volhouden tegen de zwarte
+Madonna."
+
+Donna Elisa drukte zich tegen den bergwand, ze zag geen uitweg. Ze
+kon noch vluchten, noch zich verzetten.
+
+"Micaela!" riep zij klagend, "Micaela!"
+
+Donna Micaela was zeer bleek. Zij hield de handen tegen het hart
+gedrukt, zooals ze placht te doen, als ze heftig bewogen was. Zij vond
+het vreeselijk, vijandig te staan tegenover deze donkere mannen. 't
+Waren juist deze mannen in korte mantels met slappe hoeden, waarvoor
+zij altijd zoo bang was.
+
+Maar nu donna Elisa haar riep, wendde zij zich plotseling om, trok
+het beeld naar zich toe en strekte het naar den man uit.
+
+"Neem het," zei zij fier. En zij ging hem zelfs een schrede
+tegemoet. "Neem het en doe er mee, wat ge kunt."
+
+Zij hield het beeld voor zich uitgestrekt en trad al dichter op den
+donkeren arbeider toe.
+
+Hij wendde zich naar zijn kameraden.
+
+"Zij gelooft dat ik haar pop niets doen kan," zei hij hoonend.
+
+En alle arbeiders sloegen zich op de knieën en lachten.
+
+Hij nam het beeld echter niet, maar greep naar de groote spade,
+die hij in de hand hield. Hij week een paar stappen achteruit, hief
+de spade boven zijn hoofd, en spande al zijn spieren tot een slag,
+die in eens het gehate beeld zou verpletteren.
+
+Donna Micaela schudde waarschuwend het hoofd.
+
+"Je kunt het toch niet," zei ze en ze trok het beeld niet terug.
+
+Hij zag dat zij toch bevreesd was, en hij genoot van haar angst.
+
+Zoo stond hij langer met opgeheven spade dan strikt noodzakelijk was.
+
+"Piero!" klonk het toen luid jammerend. "Piero, Piero!"
+
+"Mijn God, Marcia roept mij," zei hij.
+
+Op hetzelfde oogenblik stormde een schaar menschen uit een kleine hut,
+die gebouwd was tusschen de puinhoopen van het palazzo Corvaja. Het
+waren ongeveer tien vrouwen, die met een karabinier vochten.
+
+De karabinier hield een kind op den arm, en de vrouwen trachtten hem
+dit kind te ontrukken. Maar de politieagent, die een sterke man was,
+maakte zich van haar allen los, zette het kind op den schouder,
+en sprong de trede van het terras op.
+
+De donkere Piero had er naar gekeken zonder een beweging te maken. Toen
+de karabinier zich losrukte, boog hij zich tot donna Micaela en
+zei haastig:
+
+"Kan het beeld dit verhinderen, dan zal geheel Corvaja aan zijn
+zijde staan."
+
+Nu was de karabinier op de markt. Piero maakte een beweging met
+de hand, oogenblikkelijk sloten zijn kameraden een kring om den
+vluchtende. Waar deze zich wendde, overal zag hij een dichte rij
+mannen om zich heen, die hem dreigden met hun schoppen en spaden.
+
+Er ontstond plotseling een vreeselijke verwarring. De vrouwen,
+die met den karabinier gestreden hadden, stortten zich nu gillend
+tusschen de mannen. 't Meisje, dat de agent vasthield, schreeuwde
+uit al haar macht en trachtte zich los te rukken. Menschen kwamen
+van alle kanten aanstormen. Het was een ontzettend getier en geraas.
+
+"Laten wij nu gaan," zei donna Elisa tot donna Micaela. "Nu denkt
+niemand meer aan ons."
+
+Maar donna Micaela's blik was gevallen op een der vrouwen. Zij
+schreeuwde niet, maar men zag dadelijk dat haar de zaak aanging. Men
+kon het haar aanzien, dat zij op het punt stond het geluk van haar
+leven te verliezen.
+
+Het was een vrouw, die eens zeer schoon geweest moest zijn, hoewel
+nu alle frischheid van haar geweken was, want zij was niet jong
+meer. Maar nog had zij een indrukwekkend en fier gelaat. "Hier is
+een ziel, die kan lijden en liefhebben," zei het gezicht.
+
+Donna Micaela voelde zich innig aangetrokken tot deze arme vrouw.
+
+"Neen, nog is het geen tijd om weg te gaan," zei ze tot donna Elisa.
+
+De karabinier vroeg en vroeg of men hem wilde laten gaan.
+
+"Neen, neen. Niet voordat hij het kind losliet!"
+
+'t Kind was van Piero en zijn vrouw Marcia, maar zij waren niet de
+werkelijke ouders van het kind, daardoor was de twist ontstaan.
+
+De karabinier trachtte door overreding het volk aan zijn zijde te
+krijgen. Niet Piero of Marcia, maar de anderen wilde hij overtuigen.
+
+"Ninetta is de moeder van het kind," zei hij, "dat weet ge immers
+wel. Zij kon het kind niet bij zich hebben, toen zij ongetrouwd was,
+maar nu is zij getrouwd en wil haar kind terughebben. En nu weigert
+Marcia Ninetta's zoontje af te staan. 't Is zoo hard voor Ninetta,
+die in acht jaar haar kind niet bij zich gehad heeft. Marcia wil het
+niet afstaan; zij jaagt Ninetta weg, als zij om haar kind vraagt. Ten
+slotte moest Ninetta bij den sindaco om hulp vragen. En de sindaco
+heeft ons bevolen, haar het kind terug te bezorgen.
+
+"'t Is toch ook Ninetta's kind," zei hij overredend.
+
+Maar zijn woorden hadden niet veel uitwerking op de mannen van Corvaja.
+
+"Ninetta is een Geraci," riep Piero en de kring bleef rondom den
+karabinier gesloten.
+
+"Toen we hier kwamen om het kind te halen," zei deze, "konden we het
+niet vinden. Marcia was in den rouw, haar kamer was met zwart doek
+bekleed, en vele vrouwen zaten bij haar te treuren. Zij toonden ons
+het doodattest van het kind. Wij gingen naar Ninetta om haar te zeggen
+dat haar kind op het kerkhof lag.
+
+"Nu goed! Een uur later moest ik hier op de markt op wacht staan. Ik
+keek naar de spelende kinderen. Wie was het sterkste en wie riep het
+luidst? Was dat niet een der meisjes? "Hoe heet je?" vroeg ik haar.
+
+"Francesco," antwoordde zij dadelijk.
+
+"'t Viel mij in dat dit meisje Francesco Ninetta's knaap kon zijn, en
+ik wachtte stil, tot ik Francesco in Marcia's huis zag gaan. Ik trad
+binnen en zag het meisje Francesco avondbrood eten bij Marcia. Zij
+en al de treurende vrouwen begonnen te schreeuwen, toen zij mij
+zagen. Toen greep ik signorina Francesco en vluchtte met haar, want
+het kind is niet van Marcia. Begrijp het toch, signori! Het is van
+Ninetta. Marcia heeft er geen recht op."
+
+Toen begon Marcia eindelijk te spreken. Zij sprak met een diepe stem,
+die de omstanders dwong naar haar te luisteren, en zij maakte slechts
+weinige maar edele gebaren.
+
+"Had zij geen recht op het kind? Maar wie had het dan voedsel en
+kleeren gegeven? Het was duizend malen gestorven, indien zij het niet
+genomen had.
+
+"En bovendien, recht! recht! Wat wilde dat zeggen? Degene, die het
+kind liefhad, had recht op het kind. Piero en zij hadden den jongen
+lief als hun eigen zoon. Zij konden niet van hem scheiden."
+
+De vrouw was wanhopig, maar misschien de man nog meer. Hij dreigde den
+karabinier, zoodra deze zich slechts bewoog. Toch scheen de karabinier
+te merken, dat hem de zege zou geworden.
+
+Men had gelachen toen hij sprak van signorina Francesco.
+
+"Dood mij, als ge wilt," zei hij tot Piero. "Maar helpt je dat? Zal
+je het kind daardoor mogen behouden? Het is niet van jou maar van
+Ninetta."
+
+Piero wendde zich tot donna Micaela.
+
+"Bid hem, dat hij mij helpt!" Hij wees op het beeld.
+
+Donna Micaela ging dadelijk naar Marcia. Zij was vol vrees en beefde
+voor hetgeen zij waagde, maar nu was het geen tijd zich te onthouden
+van inmenging.
+
+"Marcia," fluisterde zij, "beken! Beken het als je durft."
+
+De vrouw zag haar ontsteld aan.
+
+"Ik zie het immers," fluisterde donna Micaela. "Gij zijt zoo gelijk
+als twee appels van denzelfden boom.--Maar ik zal niets zeggen,
+als je het niet wilt."
+
+"Hij zal mij dooden," zei Marcia.
+
+"Ik weet, dat er één is, die niet zal toestaan dat hij u doodt,"
+zei donna Micaela. "Anders ontneemt men u het kind," vervolgde zij.
+
+Allen zwegen en keken naar de beide vrouwen. Men zag hoe Marcia
+met zich zelf streed. Haar gelaatstrekken vertrokken zich in hevige
+ontroering. Toen bewoog zij de lippen. "Het is mijn kind," zei zij,
+maar haar stem was zoo diep, dat niemand het hoorde. Zij zei het nog
+eens, nu klonk het als een doordringende kreet.
+
+"Het kind is van mij."
+
+"Wat zal je mij doen, nu ik het beken?" zei ze tot haar man. "Het
+kind is van mij, maar niet van jou. Het werd geboren in het jaar,
+dat jij in Messina werkte. Ik bracht het bij La Felucca en daar was
+ook het zoontje van Ninetta. Een dag toen ik bij La Felucca kwam,
+zei ze: Ninetta's zoontje is dood. Eerst dacht ik slechts: God,
+indien het mijn kind was geweest!
+
+"Maar toen zei ik tot La Felucca: Laat mijn jongen dood zijn, en laat
+Ninetta's zoontje leven. Ik gaf La Felucca mijn zilveren kam en zij
+deed, gelijk ik wilde.
+
+"Toen jij thuis kwam van Messina, zei ik tot je:
+
+"Laten we een kind aannemen. 't Is nooit goed tusschen ons beiden
+geweest. Laten we het eens probeeren met een kind." Jij vondt het goed,
+en ik nam mijn eigen kind tot mij. En jij kreeg het kind lief en wij
+leefden als in een paradijs."
+
+Reeds vóórdat zij uitgesproken had, zette de karabinier het kind op
+den grond. De donkere mannen openden zwijgend hun gelederen voor hem
+en hij vervolgde stil zijn weg.
+
+Maar een rilling voer donna Micaela door de leden, toen ze den
+karabinier zag weggaan. Juist nu moest hij gebleven zijn om de
+ongelukkige vrouw te beschermen.
+
+Het was als wilde hij door zijn heengaan zeggen:
+
+Die vrouw staat buiten de wet.
+
+De een na den ander ging weg.
+
+Piero stond roerloos en keek niet op. Maar de beklemming van iets
+geweldigs en ontzettends lag op hem; toorn en wanhoop wies in hem
+tot toomloozen hartstocht. Zoodra hij en Marcia alleen zouden zijn,
+zou er iets ontzettends gebeuren.
+
+En het vreeselijkste was, dat de vrouw geen enkele poging deed om
+haar noodlot te ontgaan. Zij stond onbeweeglijk, verlamd door de
+zekerheid, dat haar vonnis geveld was en dat niets dit kon doen
+veranderen. Zij smeekte noch vluchtte. Zij kromp ineen als een hond
+voor zijn toornigen meester.
+
+De Siciliaansche vrouwen weten wat haar wacht, wanneer zij de eer
+van haar man beleedigd hebben.
+
+De eenige, die haar trachtte te verdedigen, was donna Micaela.--Nooit
+zou zij Marcia gevraagd hebben het te bekennen, zei zij tot Piero,
+indien zij geweten had, hoe hij was. Zij had geloofd dat hij een
+edele man was. Een edel mensch zou gezegd hebben: "Ge hebt slecht
+gehandeld, maar omdat gij uw misdaad bekend hebt voor allen en ge
+u aan mijn toorn blootgesteld hebt om uw kind te redden, schenk ik
+u vergiffenis. Ge hebt straf genoeg gehad." Een edele man zou het
+kind op den eenen arm genomen hebben, en den anderen om zijns vrouws
+middel geslagen hebben, en stil naar huis gegaan zijn. Een signor zou
+zoo gehandeld hebben. Maar hij was geen signor, hij was een bloedhond.
+
+
+
+Zij kon spreken zoo veel zij wilde, de man hoorde haar niet, de vrouw
+hoorde haar niet. Het was alsof haar woorden teruggekaatst werden
+door een ondoordringbaren muur.
+
+Het kind ging naar den vader en trachtte zijn hand te grijpen. Hij
+keek den knaap toornig aan; nu deze gekleed was in meisjeskleeren en
+zijn haar gladgekamd en achter de ooren weggestreken was, zag hij
+dadelijk de gelijkenis met Marcia, die hem vroeger nooit getroffen
+had. Hij schopte Marcia's zoon van zich weg.
+
+Een drukkende stemming heerschte er op de markt. De menschen trokken
+zich langzaam en stil terug. Velen gingen onwillig en aarzelend,
+maar zij gingen toch. Piero scheen slechts te wachten tot de laatste
+heengegaan was.
+
+Donna Micaela had opgehouden te spreken, ze nam stil het Christusbeeld
+en legde het in Marcia's armen.
+
+"Neem hem, zuster Marcia, moge hij u beschermen," zei ze.
+
+De man zag dit en het scheen zijn toorn te vermeerderen. 't Was
+alsof hij niet meer op het oogenblik kon wachten, dat zij alleen
+zouden zijn. Hij kromde zijn lichaam gelijk een roofdier, dat zich
+gereedmaakt tot een sprong.
+
+Maar het beeld rustte niet tevergeefs in Marcia's armen.
+
+De verworpeling bewoog haar tot een handeling van de hoogste liefde.
+
+Wat zal Christus in het paradijs zeggen tot mij, die eerst mijn man
+bedrogen en hem later tot een moordenaar gemaakt heb? dacht zij. En
+zij herinnerde zich hoe lief ze dien grooten Piero gehad had in de
+gelukkige dagen van haar jeugd. Nooit had zij gedacht zulk een ellende
+over hem te brengen.
+
+"Neen, Piero, neen, dood mij niet!" schreeuwde zij. "Zij zullen je
+naar de galeien zenden. Je behoeft mij nooit meer te zien." Zij ijlde
+naar de andere zijde van de markt, waar een diepe afgrond gaapte. Men
+begreep wat zij wilde doen. Haar gezicht sprak voor haar.
+
+Verscheidene menschen liepen haar na, maar zij was hun een goed eind
+vooruit. Toen gleed het beeld dat zij op de armen droeg op den grond,
+juist voor haar voeten. Zij struikelde er over en viel. Daardoor
+haalden de anderen haar in. Zij worstelde om los te komen, maar een
+paar mannen hielden haar vast.
+
+"Och, laat mij los! 't Is beter voor hem!"
+
+Maar nu kwam ook haar man bij haar. Hij droeg haar kind op den arm. Hij
+was diep ontroerd.
+
+"Neen, Marcia, blijf!" zei hij. Hij was verlegen, maar zijn donkere
+oogen schitterden van vreugde en spraken duidelijker dan woorden.
+
+"Misschien moest het zoo zijn naar oud gebruik! Maar daaraan stoor ik
+mij niet. Kom! 't Zou zonde zijn van zulk een vrouw, als jij, Marcia."
+
+Hij legde den arm om Marcia's middel en ging met haar naar zijn huis
+in de ruïnen van 't palazzo Corvaja. 't Was alsof een der vroegere
+baronnen daar zijn intocht hield. De menschen van Corvaja stonden
+aan beide zijden van den weg en bogen voor hem en Marcia.
+
+Toen ze voorbij donna Micaela gingen, stonden ze stil, bogen diep
+voor haar en kusten het beeld, dat ze haar teruggaven. Maar donna
+Micaela kuste Marcia.
+
+"Bid voor mij in je geluk, zuster Marcia," zei ze.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+FALCO FALCONE.
+
+
+Nu hadden de blinde zangers week na week gezongen van Diamante's
+spoorweg, en de groote collectebus in San Pasquale's kerk was iederen
+avond vol gaven.
+
+Signor Alfredo mat en bakende den weg af op den Etna en de spinnende
+vrouwtjes in de donkere stegen vertelden van de heerlijke wonderen,
+die het kleine Christusbeeld in de verachte kerk verrichtte.
+
+Van de rijke en machtige mannen, die grond bezaten op den Etna, kwam
+brief na brief, dat zij land wilden afstaan voor het gezegende plan.
+
+In de laatste weken waren geschenken van alle kanten
+toegestroomd. Eenige menschen gaven steenen voor de stations,
+anderen schonken kruit om de lavablokken te doen springen, terwijl
+weer anderen eten gaven aan de arbeiders.
+
+Maar de arme menschen in Corvaja, die niets hadden om te geven, kwamen
+'s nachts, als zij hun werk gedaan hadden, met spaden en kruiwagens
+en bestegen den Etna, om grond uit te graven en den weg te leggen.
+
+Zoodat als signor Alfredo en zijn arbeiders 's morgens opkwamen,
+zij moesten gelooven, dat de toovenaar van den Etna zich losgerukt
+had uit zijn lavastroomen om hen bij hun arbeid te helpen.
+
+Maar zoolang men aan den spoorweg werkte, had men gevraagd:
+
+Waar blijft toch de koning van den Etna, Falco Falcone?
+
+Waar is de machtige Falco, die gedurende vijf en twintig jaar over
+den Etna geregeerd heeft?
+
+Hij schreef aan de weduwe van don Ferrante, dat zij dezen spoorweg
+niet moest aanleggen. Wat meende hij met zijn bedreiging?
+
+Waarom houdt hij zich stil, nu men zijn gebod trotseert?
+
+Waarom schiet hij de mannen van Corvaja niet neer als ze 's nachts
+met spaden en houweelen komen aangeslopen?
+
+Waarom sleept hij de blinde zangers niet in de steengroeve om hen
+te geeselen? Waarom laat hij donna Micaela niet schaken uit het
+zomerpaleis om haar op deze wijze te dwingen den aanleg te staken van
+dezen spoorweg, die het doel haars levens is geworden? Donna Micaela
+zei tot zichzelf: "Heeft Falco Falcone zijn woord vergeten of wacht
+hij, tot hij ons het zekerst kan treffen?"
+
+Terwijl men angstig wachtte, dat Falco den spoorweg zou verwoesten,
+sprak men over niets anders dan over hem.
+
+Vooral de arbeiders, die signor Alfredo volgden. Juist tegenover
+den ingang van de kerk San Pasquale staat een klein huis tegen den
+naakten rotswand.
+
+'t Huis is smal en hoog, zoodat het gelijkt op een schoorsteen, die
+is blijven staan, nadat het huis is afgebrand. 't Is zoo klein, dat
+er geen plaats voor de trappen binnenshuis is, maar die zich buiten
+tegen den muur moeten opslingeren.
+
+Hier en daar hangen balkons en andere uitbouwsels die met niet meer
+symmetrie geordend zijn dan de vogelnestjes in een boom.
+
+In dit huis werd Falco Falcone geboren, zijn ouders waren slechts
+arme arbeidslieden. Maar in deze armoedige woning had de hoogmoed
+zich ontwikkeld bij Falco.
+
+Zijn moeder was een ongelukkige vrouw, die in de eerste jaren van
+haar huwelijk slechts dochters ter wereld bracht. Haar man en haar
+buren verachtten haar.
+
+Deze vrouw smachtte naar een zoon. Toen zij haar vijfde kind
+verwachtte, strooide zij iederen dag zout op den drempel, en wachtte
+wie dien het eerst zou betreden.
+
+Zou er eerst een man of een vrouw komen? Zou zij een zoon of een
+dochter baren?
+
+Iederen dag zat zij te tellen. Ze telde de letters van de maand,
+waarin het kind geboren zou worden. Ze telde de letters van den naam
+van haar man en van haar zelf. Ze telde de cijfers op en trok ze af,
+het bleef een even getal.
+
+Zij zou dus een zoon baren.
+
+Den volgenden dag telde zij weer opnieuw.
+
+"Misschien heb ik mij gisteren vergist," zei ze.
+
+Toen Falco geboren werd, genoot zijn moeder zooveel eer, dat ze hem
+om die reden meer beminde dan haar andere kinderen. Als de vader
+binnenkwam om naar het kind te zien, nam hij zijn muts af en boog
+diep. Boven de poort van het huis zette hij een hoed tot eereteeken
+en men wierp het badwater van het kind over den drempel en liet het
+over de straat vloeien.
+
+Falco lag op den rechterarm van zijn peetmoeder, toen hij naar de kerk
+gedragen werd, en als de buurvrouwen naar zijn moeder kwamen kijken,
+bogen zij voor het kind, dat in de wieg sluimerde.
+
+Het was ook grooter en sterker dan kinderen van zijn leeftijd
+gewoonlijk zijn. Falco had reeds bij zijn geboorte dik, ruig haar, en
+toen hij acht dagen oud was, bezat hij reeds een tand. Maar toen zijn
+moeder hem aan de borst legde, was hij zoo wild, dat zij lachend zei:
+
+"Ik geloof dat ik een held het leven geschonken heb."
+
+Zij verwachtte altijd iets groots van hem, en daardoor wekte zij den
+hoogmoed in hem. Maar wie anders verwachtte iets van hem? Falco kon
+niet eens leeren lezen. Zijn moeder trachtte hem de letters te leeren.
+
+Ze wees op de groote A, dat was een hooge hoed, ze zei dat B een bril
+was, en C een slang. Dat kon hij leeren.
+
+Toen zei zijn moeder: als je den bril en den grooten hoed bij elkaar
+legt, zeggen ze Ba. Dat kon hij niet leeren. Hij werd boos en sloeg
+haar, en zij liet hem met rust.
+
+"Uit jou wordt toch nooit iets anders dan een held," zei ze.
+
+In zijn jeugd was Falco lui en slecht. Als kind wilde hij niet spelen,
+als volwassene wilde hij niet dansen, ook had hij geen liefste,
+maar hij ging gaarne daarheen, waar hij strijd kon verwachten.
+
+Falco had twee broers, die waren als andere menschen en veel meer
+aanzien genoten dan hij. Falco voelde zich gegriefd, omdat hij
+achteruitgezet werd bij zijn broeders, maar hij was te trotsch om
+dat te toonen.
+
+En zijn moeder was altijd aan zijn zijde; toen zijn vader overleden
+was, liet zij hem aan het hoofdeind van de tafel zitten en zij stond
+niet toe, dat men hem bespotte.
+
+"Mijn oudste zoon is de voornaamste van u allen," zei ze.
+
+Toen men aan dit alles dacht, zei men: "Falco is hoogmoedig. Hij zal
+het zich tot een eer rekenen om den spoorweg te verwoesten." En toen
+men bevreesd was geworden door deze herinnering, moest men denken
+aan een andere geschiedenis van hem.
+
+Gedurende dertig jaar, zegt men, leefde Falco gelijk alle andere arme
+menschen op den Etna. 's Maandags ging hij met zijn broeders naar
+het land. Hij had brood in den zak, voldoende voor een geheele week,
+en gelijk ieder ander kookte hij soep van boonen en rijst. En hij was
+blijde als hij 's Zaterdagsavonds huiswaarts keerde. Hij verheugde
+zich de tafel met wijn en macaroni gedekt, en zijn bed met zachte
+kussens gespreid te vinden.
+
+Het was op zulk een Zaterdagavond. Falco en zijn broeders gingen naar
+huis, Falco zooals gewoonlijk een weinig achter de anderen, met een
+zwaren, langzamen gang. Maar zie, toen zijn broeders thuis kwamen,
+wachtte hen geen avondmaal, hun bed was niet gespreid en de stof lag
+nog op den deurdrempel.
+
+Hoe, waren allen in huis overleden?
+
+Toen zagen ze hun moeder in een donkeren hoek van de kamer zitten. Heur
+haren hingen wanordelijk over haar gelaat en zij teekende met haar
+vinger figuren op den grond.
+
+"Wat is er gebeurd?" vroegen de broers. Zij keek op, zij sprak alsof
+zij tot den grond sprak.
+
+"Wij zijn tot den bedelstaf gebracht, tot den bedelstaf gebracht."
+
+"Wil men ons het huis ontnemen?" riepen de broeders.
+
+"Zij willen ons eer en brood ontnemen."
+
+Toen vertelde zij: "Je oudste zuster was in dienst bij bakker Gasparo,
+en dat was een goede dienst. Signor Gasparo gaf Pepa al het brood,
+dat overbleef in den winkel, en dat gaf zij mij. Het was zoo veel,
+dat het voor ons allen genoeg was. Ik ben gelukkig geweest, sedert
+Pepa dezen dienst had. Nu heb ik een onbezorgden ouden dag, dacht ik.
+
+"Maar den vorigen Maandag kwam Pepa weenend thuis.
+
+"Signora Gasparo had haar weggejaagd."
+
+"Wat had Pepa gedaan?" vroeg Nino, die na Falco de oudste was.
+
+"Signora Gasparo beschuldigde Pepa brood gestolen te hebben.
+
+"Ik ging naar signora Gasparo om haar te smeeken Pepa weer in haar
+dienst te nemen.
+
+"Neen," zei ze, "het meisje is niet eerlijk."
+
+"Pepa heeft het brood gekregen van signor Gasparo," zei ik. "Vraag
+het hem slechts."
+
+"Ik kan het hem niet vragen," zei de signora. "Hij is weg en komt
+niet vóór de volgende maand thuis."
+
+"Signora," zei ik, "we zijn zoo arm! Laat Pepa weer bij u in dienst
+komen."
+
+"Neen," zei ze "ik zelf verlaat signor Gasparo, indien hij Pepa weer
+in huis neemt."
+
+"Neem u in acht," zei ik toen, "ontneemt gij mij het brood, dan
+ontneem ik u 't leven."
+
+"Toen werd ze bang en riep om hulp, zoodat ik moest gaan."
+
+"Wat is er aan te doen?" zei Nino. "Pepa moet een anderen dienst
+zoeken."
+
+"Nino," zei moeder Zia, "je weet niet wat die vrouw zei van Pepa en
+signor Gasparo."
+
+"Wie kan een vrouw verhinderen te spreken?" zei Nino.
+
+"Indien Pepa niets anders te doen heeft, dan kon zij ten minste het
+avondmaal voor ons bereid hebben," zei Toruddo.
+
+"Signora Gasparo heeft gezegd, dat haar man Pepa brood liet stelen,
+omdat zij hem...."
+
+"Moeder," viel Nino haar met vuurroode kleur in de rede, "ik ben niet
+voornemens mij op de galeien te laten zetten, ter wille van Pepa."
+
+"De galeien verslinden geen Christenen," zei moeder Zia.
+
+"Nino," zei toen Pietro, "we gaan naar de stad om ons eten te
+verschaffen."
+
+Toen zij dit zeiden, hoorden zij iemand achter zich lachen. 't
+Was Falco.
+
+Eenige oogenblikken later trad Falco den winkel binnen van signora
+Gasparo en verzocht om een brood. De arme vrouw werd bang toen zij
+Pepa's broer zag, maar zij dacht:
+
+"Hij komt pas van het veld, hij is nog niet thuis geweest, hij weet
+nog van niets."
+
+"Bebbo," zei ze, want Falco heette toen nog niet Falco, "gaat het
+goed met den wijnbouw?"
+
+Zij geloofde, dat hij haar geen antwoord zou geven.
+
+Maar Falco was spraakzamer dan hij gewoonlijk was, en hij vertelde
+haar, hoeveel druiven ze onder de pers hadden gedaan.
+
+"Weet ge," zei hij, "dat onze pachter vermoord is?"
+
+"Ach ja, de arme signor Riego, ja, dat weet ik."
+
+En zij vroeg hem hoe het gebeurd was.
+
+"Salvatore heeft hem vermoord. Maar is het niet te naar voor een
+signora om te hooren?"
+
+"O neen, wat gebeurd is, kan ook verteld worden."
+
+"Salvatore heeft het zóó gedaan, signora," en Falco nam zijn mes en
+legde zijn hand op het hoofd der vrouw.
+
+"Zóó heeft hij hem de keel doorgesneden van oor tot oor." En
+terwijl Falco dit zei, deed hij het. De vrouw had niet eens kunnen
+schreeuwen! 't Was meesterlijk gedaan. Falco werd naar de galeien
+gezonden, hij bleef daar vijf jaar.
+
+Toen men dit vertelde wies de angst.
+
+"Falco is moedig," zei men. "Niets ter wereld kan hem van zijn
+voornemen afbrengen."
+
+Toen herinnerde men zich nog een voorval.
+
+Falco werd naar de galeien in Augusta gezonden en daar leerde hij
+Biagio kennen, die hem later zijn gansche leven volgde. Op een dag
+kregen hij, Biagio en nog een der gevangenen het bevel om op het
+land te werken. Een der opzichters wilde een tuin rondom zijn huis
+aanleggen. Terwijl ze in den grond groeven, zwierven hun blikken over
+hun omgeving. Ze waren buiten de gevangenismuren en zagen het dal en
+den berg, ze konden zelfs den Etna onderscheiden.
+
+"Nu is onze tijd gekomen," zei Falco tot Biagio.
+
+"Ik sterf liever dan dat ik terugga naar de gevangenis," zei Biagio.
+
+Daarna zeiden ze den derden gevangene dat hij hen moest bijstaan.
+
+Hij wilde niet, omdat zijn straftijd bijna om was.
+
+"Dan dooden we je!" dreigden ze hem, toen gaf hij toe.
+
+Maar de soldaat van de wacht stond met een geladen geweer tegenover
+hen. Falco en Biagio sprongen, geboeid als ze waren met de ketenen
+aan hun voeten, op hem toe, en zij sloegen hem met hun spade. Voordat
+hij er aan had kunnen denken te schieten, was hij gebonden; een prop
+in den mond belette hem te schreeuwen. Daarna stieten ze hun ketenen
+stuk met hun spade, en vluchtten in de bergen.
+
+'s Nachts lieten Falco en Biagio den gevangene dien zij meegenomen
+hadden, in den steek. Hij was oud en zwak en hinderde hen in hun
+vlucht. Den volgenden dag werd hij door de karabiniers gegrepen en
+doodgeschoten.
+
+En men beeft, als men daaraan denkt. Falco is onbarmhartig, zegt
+men. Men begrijpt, dat hij den spoorweg niet zal sparen.
+
+En geschiedenis na geschiedenis doet de ronde om de arme menschen
+bang te maken, die aan den spoorweg op den Etna werken.
+
+Men denkt aan de zestien moorden die Falco Falcone begaan heeft,
+en men verhaalt van zijn plunderingen en rooftochten.
+
+Er is een verhaal, dat de menschen meer dan alle andere verschrikt.
+
+Toen Falco van de galeien kwam, woonde hij in de bosschen en grotten
+op den Etna of in de steengroeve bij Diamante. Spoedig had hij een
+groote bende om zich verzameld. Hij werd een groote rooverheld.
+
+Zijn familie genoot een heel ander aanzien dan vroeger. Zij werden
+als machtigen geëerd, zij behoefden nauwelijks te werken, want Falco
+had zijn bloedverwanten lief en was zeer mild jegens hen. Maar hij
+was niet toegevend, hij was zeer streng.
+
+Moeder Zia was overleden. Nino was getrouwd en woonde nu in zijn vaders
+hut. Toen gebeurde het op een dag, dat Nino geld noodig en hij wist
+geen beter middel dan naar den pastoor te gaan, niet naar don Matteo,
+maar naar zijn voorganger, den ouden don Giovanni.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei Nino tot hem, "mijn broer verzoekt u om vijf
+honderd lire."
+
+"Waar moet ik vijf honderd lire vandaan halen?" zei don Giovanni.
+
+"Mijn broer heeft ze noodig, dringend noodig," zei Nino.
+
+Toen beloofde de oude don Giovanni het geld te geven, indien hij
+slechts tijd kreeg om het bijeen te brengen.
+
+Nino wilde hem nauwelijks die voorwaarde inwilligen.
+
+"Ge kunt toch niet verlangen dat ik vijf honderd lire uit mijn
+snuifdoos zal halen," zei don Giovanni.
+
+En Nino stond hem drie dagen uitstel toe.
+
+"Maar neem u in dezen tijd voor mijn broer in acht," zei hij.
+
+Den volgenden dag reed don Giovanni naar Nicolosi om te trachten het
+geld te krijgen.
+
+Wien ontmoette hij onderweg? Was dat niet Falco met zijn bende?
+
+Don Giovanni wierp zich op de knieën voor Falco.
+
+"Wat beduidt dit, don Giovanni?"
+
+"Ik heb nog geen geld voor u, Falco, maar ik zal trachten het te
+krijgen. Wees barmhartig jegens mij."
+
+Falco vroeg wat dit beteekende en don Giovanni vertelde dat Nino bij
+hem geweest was.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei Falco, "men heeft u willen bedriegen."
+
+Hij verzocht don Giovanni met hem terug te gaan naar Diamante.
+
+Toen ze bij het oude huis op de rots kwamen, riep Falco zijn broer
+Nino. Deze verscheen op een der balkons.
+
+"Wel Nino!" zei Falco lachend. "Je hebt den pastoor geld willen
+afzetten!"
+
+"Weet je dat al?" vroeg Nino. "Ik wilde het je juist gaan vertellen."
+
+Nu werd Falco strenger.
+
+"Nino," zei hij. "De pastoor is mijn vriend en hij meent nu dat ik
+hem had willen plunderen. Je hebt zeer slecht gehandeld." En hij
+legde zijn geweer aan en schoot Nino dood.
+
+Toen hij dit gedaan had, wendde hij zich tot don Giovanni, die van
+schrik bijna van zijn ezel viel.
+
+"Ziet ge nu, uw Hoogeerwaarde, dat ik geen aandeel had in Nino's
+aanslag tegen u?"
+
+En dit geschiedde twintig jaar geleden, toen Falco nog slechts
+gedurende vijf jaar roover was geweest.
+
+"Zal Falco den spoorweg sparen?" vraagt men als men deze geschiedenis
+hoort; hij, die niet eens zijn eigen broer spaarde?
+
+Men herinnert zich nog een ander voorval.
+
+Na Nino's dood dreigde Falco een vendetta. Nino's vrouw was zoo
+verschrikt toen zij haar man dood vond, dat zij aan één zijde verlamd
+werd en nooit meer kon loopen. Maar ze nam plaats voor het venster
+in de oude hut. Daar heeft ze twintig jaar gezeten met een geweer
+naast zich om op Falco te wachten.
+
+En voor haar is de groote roover bang geweest. In twintig jaar is
+hij niet voorbij zijn ouderlijk huis gegaan.
+
+De vrouw heeft nooit haar post aan het raam verlaten. Nooit ging
+iemand naar de kerk van San Pasquale, of hij zag haar wraakzuchtige
+oogen achter de ruiten schitteren.
+
+Heeft iemand haar ooit slapend gezien, heeft iemand haar ooit zien
+werken? Zij kon niets anders doen dan wachten op den moordenaar van
+haar man.
+
+Als men dit hoort, groeit de vrees.
+
+Falco heeft geluk, denkt men. De vrouw, die hem wil dooden, kan
+zich niet van haar plaats bewegen. Hij is een gelukskind. 't Zal hem
+stellig gelukken den spoorweg te vernielen. Het geluk had Falco nooit
+verlaten. De karabiniers hadden hem vervolgd, maar hem nooit kunnen
+pakken. Zij hadden Falco meer gevreesd dan hij hen.
+
+Men herinnert zich ook een geschiedenis van een jongen officier
+der karabiniers, die Falco eens vervolgde. Hij had een drijfjacht
+georganiseerd en Falco van de eene schuilplaats naar de andere
+gejaagd. Eindelijk wist de jonge officier zeker, dat Falco in een
+kreupelboschje gevangen was. Het boschje werd omsingeld door zijn
+manschappen en de officier liep heen en weer met een geladen geweer
+in de hand. Maar hoe hij ook zocht, hij vond Falco niet.
+
+Toen ontmoette hij een boer.
+
+"Heb je Falco Falcone ook gezien?"
+
+"Ja signor, hij ging mij zoo juist voorbij en verzocht me u te
+groeten."
+
+"Diavolo!"
+
+"Hij zag u heen en weer loopen in het boschje, en hij stond op het
+punt u dood te schieten, maar hij heeft dat niet gedaan omdat hij
+dacht, dat het misschien uw plicht was hem te vervolgen."
+
+"Diavolo! Diavolo!"
+
+"Maar indien ge nog eenmaal tracht...."
+
+"Diavolo! Diavolo! Diavolo!"
+
+Denkt ge dat die officier terugkwam? Gelooft ge niet, dat hij naar
+een plaats vertrok, waar hij geen roovers behoefde te vervolgen?
+
+En de arbeiders, die op den Etna werken, vragen:
+
+Wie zal ons bijstaan tegen Falco? Hij is oppermachtig, zelfs de
+soldaten vreezen hem.
+
+Ze denken er aan, dat Falco Falcone nu een oude man is. Nu plundert hij
+geen postwagens, nu berooft hij geen grondbezitters meer. Meesttijds
+zit hij rustig in de steengroeve bij Diamante en in plaats van geld en
+bezittingen te rooven, neemt hij nu geld en eigendommen in bescherming.
+
+Hij laat de rijke grondbezitters schatting betalen, opdat hij hun
+goederen zal beschermen tegen andere roovers en er heerscht nu
+veiligheid en vrede op den Etna, want hij staat niemand toe hen te
+schaden, die hem schatting betalen.
+
+Maar toch groeit de angst. Nu Falco een vriend is geworden der grooten,
+kan hij des te gemakkelijker den spoorweg vernielen.
+
+En ze moeten aan de geschiedenis denken van Nicola Galli, die
+opzichter is op het landgoed van den markies de San Stefano. Eens
+staakten zijn arbeiders het werk midden in den oogsttijd. Nicola
+Galli was wanhopig. Het koren was rijp en hij kon niemand vinden die
+het wilde maaien.
+
+Zijn arbeiders wilden niet werken, ze lagen te slapen in het
+gras. Nicola trok naar Catania om zijn heer te raadplegen. Onderweg
+ontmoette hij twee mannen met een geweer op den schouder.
+
+"Waar rijdt ge heen, Nicola?"
+
+Voordat Nicola nog veel woorden had kunnen zeggen, namen ze zijn ezel
+bij de teugels en keerden om.
+
+"Ge zult niet naar den markies rijden, Nicola, ge gaat weer naar huis."
+
+Samen keerden zij nu huiswaarts. Nicola zat te beven op zijn ezel. Toen
+zij nu op het landgoed gekomen waren, zeiden de mannen:
+
+"Wijs ons nu de akkers!" En ze gingen naar de arbeiders. "Werken,
+jelui lummels! De markies heeft zijn schatting betaald aan Falco
+Falcone. Je kunt ergens anders het werk staken, maar hier niet."
+
+De akker werd gemaaid zooals geen andere. Falcone stond aan den eenen
+kant en Biagio aan den anderen.
+
+En de oogst gaat wonderlijk vlug, als men zulke opzichters heeft. Als
+men denkt aan dit voorval, vermindert de angst niet.
+
+"Falco houdt woord," zegt men. "Hij zal doen, wat hij gedreigd heeft."
+
+Niemand is gedurende zoo langen tijd rooverhoofdman geweest als
+Falco. Al de andere beroemde helden zijn gevallen of gevangen
+genomen. Hij alleen is met ongelooflijke behendigheid aan alle
+gevaren ontsnapt.
+
+Langzamerhand heeft Falco zijn geheele familie tot zich getrokken. Zijn
+zwagers en neven, allen volgen hem. De meesten van hen zijn naar de
+galeien gezonden; toch bekommert geen van hen zich om gevangenisstraf,
+ze vragen er slechts naar of Falco tevreden is over hen.
+
+In de couranten staan Falco's heldendaden dikwijls vermeld. 't Is
+bekend dat Engelsche toeristen hun gidsen een biljet van tien lire in
+de hand stoppen, als zij hun Falco's steengroeve willen wijzen. Ook
+weet men, dat de karabiniers niet meer op hem schieten, omdat hij de
+laatste groote roover is.
+
+Falco is zoo weinig bevreesd dat men hem gevangen zal nemen, dat hij
+dikwijls naar Messina en Palermo gaat. Hij is zelfs wel over de straat
+van Messina getrokken en in Italië geweest.
+
+Hij reisde naar Napels, toen Guglielmo en Umberto daar waren om het
+pantserschip te doopen.
+
+Hij trok naar Rome, toen Umberto en Margherita hun zilveren bruiloft
+vierden.
+
+Men denkt er aan en beeft. "Falco is bemind en machtig," zeggen de
+arbeiders. "Men aanbidt Falco, hij kan doen wat hij wil."
+
+Zij weten ook, dat toen Falco de zilveren bruiloft van koningin
+Margherita zag, dit feest hem zóó behaagde dat hij zei:
+
+"Als ik vijf en twintig jaar op den Etna gewoond heb, wil ik mijn
+zilveren bruiloft met den Mongibello vieren."
+
+De menschen hadden daarover gelachen en gezegd dat dit een goede
+gedachte was. Want hij had nooit een liefste bezeten, maar de
+Mongibello met zijn grotten, wouden, kraters en ijsvelden, had hem
+beschermd en gediend als een echtgenoote.
+
+Aan niemand is Falco zooveel dankbaarheid verschuldigd als aan den
+Mongibello.
+
+En men vraagt, wanneer Falco en de Mongibello hun zilveren bruiloft
+zullen vieren, en men rekent na, dat dit in deze lente moet zijn.
+
+Dan denken de arbeiders:
+
+Hij zal den spoorweg vernielen op den dag van den Mongibello. En
+er heerscht schrik en angst onder hen. Ze wagen het niet verder te
+werken aan den spoorweg. Hoe meer de tijd nadert, dat Falco zijn
+verbond met den Mongibello zal vieren, hoe meer arbeiders signor
+Alfredo verlaten. Spoedig gaat deze zoo goed als alleen aan den arbeid.
+
+
+
+Er zijn niet veel menschen in Diamante, die de groote steengroeve op
+den Etna ooit gezien hebben. Ze hebben geleerd die te ontvluchten,
+omdat Falco Falcone daar woont; ze wachten zich om binnen het bereik
+van zijn geweer te komen.
+
+Ze hebben nooit de groote groeve in den Mongibello gezien, waaruit hun
+voorvaderen, de Grieken, in langvervlogen tijden steenen groeven. Zij
+hebben nooit de heerlijk van kleuren tintelende wanden aanschouwd en
+de machtige rotsblokken, die gelijken op gebroken zuilen.
+
+Zij weten misschien niet eens, dat op den bodem der steengroeve
+schooner bloemen bloeien dan in eenige broeikas.
+
+Daar is niet Sicilië, daar is Indië.
+
+In de steengroeve staan mandarijneboomen, zoo geel van vruchten, dat
+ze gelijken op reusachtige zonnebloemen. Daar worden de camelia's zoo
+groot als tamboerijnen. En tusschen de boomen op den grond liggen
+hoopen kostbare koningsvijgen en fluweelen perziken vallen op een
+bed van rozeblâren.
+
+Een avond zit Falco eenzaam in de steengroeve. Hij is bezig een krans
+te vlechten en heel veel bloemen liggen voor hem. Hij houdt den voet
+op het kluwen touw opdat dit niet weg zal rollen; hij heeft een bril
+op, maar die glijdt onophoudelijk van zijn krommen neus.
+
+Falco vloekt geweldig, want zijn handen zijn stijf en vol eelt door
+het voortdurend afschieten van het geweer, en het valt hem moeilijk
+de bloemen vast te houden.
+
+Zijn vingers sluiten met een ijzeren greep om haar teere stengels.
+
+Falco zegt vloekend, dat de leliën en anemonen verwelken, zoodra hij
+er slechts naar kijkt.
+
+Falco is in zijn lederen broek en in zijn langen, toegeknoopten mantel
+zoo omgeven van bloemen als een heilige op een feestdag. Biagio
+en zijn neef Passafiore hebben die voor hem geplukt. Zij hebben
+een geheelen Etna van de mooiste bloemen der steengroeve voor hem
+opgestapeld. Falco kan kiezen tusschen leliën en cactusbloemen,
+rozen en pelargonea's. En hij dreigt de bloemen, dat hij ze tot stof
+zal vertrappen onder zijn sandalen, indien zij zich niet naar zijn wil
+willen voegen.
+
+Nooit tevoren heeft Falco Falcone zich bekommerd om bloemen. Zoolang
+hij leeft, heeft hij nog nooit een bouquet voor een meisje gebonden
+of een roos geplukt om in zijn knoopsgat te steken. Hij heeft niet
+eens een krans gelegd op het graf van zijn moeder.
+
+Daarom komen de teere bloemen in opstand tegen hem. In zijn haar en
+op zijn hoed hechten zich bloemranken vast, en een bloemblad hangt
+in zijn ruigen baard. Hij schudt heftig het hoofd en het litteeken
+op zijn wang gloeit, zooals in vroeger dagen, toen hij tegen de
+karabiniers streed. Toch wordt de krans steeds grooter, en kronkelt
+als een slang om Falco's voeten en beenen.
+
+Falco vloekt alsof het de ijzeren boeien waren, die eens vastgeklonken
+werden aan zijn voeten.
+
+En hij klaagt luider als hij zich prikt aan een doorn, of brandt aan
+een netel, dan hij gedaan heeft, toen de zweep van den opzichter der
+galeien zijn rug geeselde.
+
+Biagio en Passafiore, zijn neef, wagen het niet zich te vertoonen. Ze
+liggen verborgen in een grot, tot alles gereed is. Ze lachen luidkeels,
+want zooveel jammerklachten als Falco nu uit, hebben niet in de
+steengroeve weerklonken, sedert ongelukkige krijgsgevangenen daar
+aan den arbeid waren.
+
+Maar Biagio ziet op naar den grooten Etna, die gloeit in den
+zonsondergang.
+
+"Zie eens naar den Mongibello," zegt hij tegen Passafiore, "zie
+eens hoe hij bloost, zeker begrijpt hij, waarmee Falco bezig is in
+de steengroeve."
+
+En Passafiore antwoordt: "De Mongibello heeft zeker nooit anders
+gedacht dan sneeuw en asch op zijn kruin te krijgen." Maar plotseling
+houdt Biagio op met lachen.
+
+"Dat gaat nooit goed, Passafiore," zegt hij, "Falco wordt al te
+hoogmoedig. Ik vrees dat de groote Mongibello den spot met hem zal
+drijven."
+
+De twee bandieten zien elkaar uitvorschend aan.
+
+"Ware het slechts hoogmoed," zegt Passafiore.
+
+Maar nu wenden zij gelijktijdig hun oogen af en wagen het niet iets
+meer te zeggen. Dezelfde gedachte, dezelfde vrees heeft zich van
+hen meester gemaakt. Falco staat op het punt krankzinnig te worden,
+soms is hij reeds uren lang waanzinnig.
+
+Zoo gaat het met de groote rooverhelden, ze kunnen hun eer en grootheid
+niet dragen, ze worden allen waanzinnig.
+
+Passafiore en Biagio hadden het reeds lang gezien, maar ze hadden
+beiden gezwegen en elk had gehoopt, dat de andere niets zou merken. Nu
+begrijpen ze, dat ze beiden het weten. Ze drukken elkaar de hand
+zonder een woord te spreken. Nog heeft Falco zooveel groots.
+
+Zij beiden, Passafiore en Biagio, zullen waken dat niemand merkt,
+dat Falco niet meer dezelfde is, die hij was.
+
+Eindelijk is Falco's krans klaar, hij hangt dien aan zijn geweer en
+gaat naar de beide anderen. Alle drie treden nu uit de steengroeve
+en nemen in de naastbijzijnde boerderij paarden, om zoo vlug mogelijk
+op den top van den Mongibello te komen.
+
+Zij rijden in gestrekten draf, zoodat ze geen gelegenheid hebben met
+elkaar te spreken, maar als ze voorbij de landhoeve rijden, kunnen
+ze zien, hoe het volk danst op de platte daken. En uit de grotten
+waar de landarbeiders hun nachtkwartier hebben opgeslagen, hooren ze
+gepraat en gelach. Daar zitten vroolijke, vreedzame menschen raadsels
+op te lossen en spotversjes te dichten. Maar Falco vliegt verder,
+zoo iets is niet voor hem. Falco is een groot man.
+
+Ze stijgen al hooger. Eerst rijden ze onder amandelboomen en cactussen,
+dan onder platanen en beuken, en later onder eiken en kastanjes.
+
+Maar de nacht is donker. Zij zien niets van Mongibello's
+heerlijkheid. Zij zien niet den met wijnloof omkransten Monte Rossoze,
+zien niet de tweehonderd kraters, die in een kring rondom de kruin van
+den Etna staan als torens rondom een stad, ze zien niet de heerlijke
+dichte wouden.
+
+In Casa del Bosca, waar de weg ophoudt, stijgen ze van hun
+paarden. Biagio en Passafiore nemen den krans tusschen hen
+beiden. Terwijl zij verder gaan, begint Falco te spreken. Sedert hij
+oud is, spreekt hij gaarne.
+
+Falco zegt dat de berg gelijk is aan de vijf en twintig jaren, die
+hij daarop doorgebracht heeft. Heldendaden waren rondom hem opgebloeid
+gedurende de eerste jaren van zijn grootheid: met hem te leven in dien
+tijd was gelijk te wandelen onder een eindelooze pergola, waarboven
+citroenen en druiven hangen. Toen waren zijn heldendaden overvloedig
+geweest als oranjes, die rondom den voet van den Etna groeien. Hij was
+hooger gestegen en zijn daden waren minder in aantal geworden, maar
+die hij verricht had, waren machtig als de eike- en kastanjeboomen op
+den stijgenden berg. Nu hij op het hoogste punt van zijn grootheid
+stond, verachtte hij de daad. Zijn leven was kaal als de bergtop,
+hij vergenoegde zich met de wereld aan zijn voeten te zien. Maar men
+moest weten, dat indien hij iets ondernam, niets hem weerstaan kon.
+
+Hij was vreeselijk als de vuurspuwende berg.
+
+Falco gaat sprekend vooruit, Passafiore en Biagio volgen hem in stille
+ontzetting. Heel vaag zien ze den machtigen Mongibello met zijn steden,
+velden en wouden zich uitbreiden onder hun voeten.
+
+En Falco meent even ontzagwekkend te zijn als deze reus.
+
+Hoe hooger zij stijgen, hoe meer ze bevangen worden door een stijgende
+ontzetting.
+
+De gapende kloven, de zwaveldamp uit de kraters, te zwaar om dadelijk
+in de lucht op te stijgen, het onderaardsche gerommel in den berg, de
+voortdurend opstijgende aschwolken, de gladde, hobbelige ijsvelden,
+doorsneden van bruisende beken, de bijtende koude, de verstijvende
+wind, dit alles maakt den tocht huiveringwekkend.
+
+--En Falco zegt dat deze berg gelijkt op zijn leven. Hoe ziet het er
+dan uit in zijn ziel? Heerscht daarin een kilheid en grauwen gelijk
+aan die van den Etna?
+
+Ze struikelen over stukken ijs, ze worstelen zich door sneeuwhoopen,
+die hier en daar een meter hoog liggen. De bergwind tracht hen
+omver te blazen. Ze moeten door moerassen en beken waden, want den
+vorigen dag heeft de zon veel sneeuw gesmolten. En ter zelfder tijd,
+dat ze verstijven van koude, trilt de bodem onder hen van het eeuwige
+vuur. Ze herinneren zich, dat Luciferno en alle verdoemden daar beneden
+liggen. Zij rillen omdat Falco hen naar de poort der hel gevoerd heeft.
+
+Maar toch laten ze de ijsvelden achter zich en bereiken den steilen
+aschkegel op den top van den berg, en ze kruipen door glijdende asch
+en puimsteen. Als zij halverwegen gekomen zijn, neemt Falco den krans
+en wenkt de anderen te wachten. Hij wil alleen de hoogte bestijgen.
+
+Het begint op hetzelfde oogenblik te lichten, en als Falco de hoogte
+bereikt heeft, breekt de zon door.
+
+De Mongibello en de oude Etnaroover op zijn top worden omstraald door
+het heerlijke morgenlicht.
+
+Maar de schaduw van den Etna valt over geheel Sicilië, en het is alsof
+Falco, die daar boven op de bergkruin staat, van zee tot zee reikt,
+dwars over het gansche eiland.
+
+Falco ziet om zich heen. Hij ziet de kusten van Italië, hij meent
+Napels en Rome te onderscheiden. Hij laat zijn blikken over zee dwalen
+naar het land der Turken in het Oosten en naar het land der Saracenen
+in het Zuiden.
+
+Hij heeft een gevoel alsof de geheele wereld aan zijn voeten ligt en
+zijne grootheid erkent.
+
+Falco legt den krans op Mongibello's top.
+
+Als hij terugkomt bij zijn kameraden, drukt hij hun zwijgend de hand,
+en als hij van den aschkegel daalt, zien ze dat hij een puimsteen
+opneemt en in zijn zak doet.
+
+Falco neemt een herinnering mee aan de schoonste ure van zijn
+leven. Zoo groot als daar op Mongibello's top heeft hij zich nooit
+tevoren gevoeld.
+
+Maar op dezen feestdag wil Falco niet werken.
+
+Den volgenden dag, zegt hij, zal hij aan den arbeid beginnen om den
+Mongibello te bevrijden van den spoorweg.
+
+
+
+Er ligt een eenzame landhoeve op den weg van Paterno naar Aderno. Die
+is vrij groot, de eigenares daarvan is een weduwe, donna Silvia,
+die vele sterke zonen heeft. Dat zijn moedige menschen, die het wagen
+eenzaam te wonen.
+
+'t Is de dag, nadat Falco den Etna bekranst heeft. Donna Silvia zit
+voor haar huis te spinnen. Zij is alleen, niemand anders is op de
+hoeve. Een bedelaar sluipt zacht door de tuinpoort.
+
+Hij is een oude man met een langen, krommen neus, die over de bovenlip
+hangt, een borsteligen baard en doffe roodgerande oogen. Hij heeft de
+leelijkste oogen, die men zich voorstellen kan, het wit daarin gaat
+over in geel, en hij ziet daarenboven scheel. De bedelaar is lang
+en zeer mager, en wanneer hij loopt, beweegt hij zijn lichaam zoo,
+dat men meent dat hij heen en weert slingert.
+
+Hij loopt zoo zacht, dat donna Silvia hem niet hoort. Ze bemerkt hem
+eerst, wanneer zijn schaduw zich als een slang voor haar uit kronkelt.
+
+Ze ziet op van haar werk, als zij die schaduw bemerkt. De bedelaar
+buigt voor haar en verzoekt om een maal macaroni.
+
+"De macaroni staat op het vuur," zegt donna Silvia. "Ga zitten en
+wacht een oogenblik, dan zult ge uw lievelingsgerecht hebben."
+
+De bedelaar neemt plaats naast donna Silvia en ze beginnen te
+spreken. Spoedig is Falco Falcone het onderwerp van hun gesprek.
+
+"Is het waar, dat ge uwe zonen laat werken aan donna Micaela's
+spoorweg?" vraagt de bedelaar.
+
+Donna Silvia klemt de lippen op elkaar en knikt toestemmend.
+
+"Gij zijt een moedige vrouw, donna Silvia. Falco zou zich op u
+kunnen wreken."
+
+"Laat hij zich dan wreken," zegt donna Silvia. "Maar ik wil den
+man niet gehoorzamen, die mijn vader gedood heeft. Falco heeft hem
+gedwongen te vluchten uit de gevangenis in Augusta, toen werd mijn
+vader door de karabiniers gegrepen en doodgeschoten."
+
+Nadat ze dit gezegd heeft, staat ze op om de macaroni te halen. Terwijl
+zij in de keuken bezig is, ziet ze door het raam naar den bedelaar,
+die op de bank zit heen en weer te wiegelen. Hij zit geen oogenblik
+stil. En voor hem uit slingert zijn schaduw, lenig en beweeglijk als
+een slang.
+
+Donna Silvia herinnert zich plotseling, wat zij Catherina, die getrouwd
+is geweest met Nino, eens heeft hooren zeggen. Men vroeg haar, hoe
+zij Falco na twintig jaar zou herkennen.
+
+"Zou ik den man met de slangeschaduw niet herkennen?" had zij
+geantwoord. "Die verliest hij niet, zoolang hij leeft."
+
+Donna Silvia drukt de hand tegen het hart. Daar buiten voor haar huis
+zit Falco Falcone. Hij is gekomen om zich te wreken, omdat haar zonen
+aan den spoorweg werken. Zal hij haar huis in brand steken of zal
+hij haar vermoorden? Donna Silvia trilt over haar geheele lichaam,
+als zij de macaroni op den schotel doet.
+
+Maar Falco begint de tijd lang te vallen, terwijl hij zit te
+wachten. Een kleine hond komt naar hem toe en drukt zich tegen hem
+aan. Falco zoekt in zijn zak naar brood, maar hij vindt slechts een
+steen, dien hij den hond toewerpt.
+
+De hond haalt den steen en brengt dien naar Falco terug. Falco werpt
+dien nog eens weg. De hond haalt dien opnieuw, maar nu springt hij
+er mee weg.
+
+Falco herinnert zich plotseling, dat dit de steen is, dien hij van
+den tocht op den Mongibello meenam, en hij loopt den hond na om den
+steen terug te halen. Hij fluit den hond en deze komt dadelijk.
+
+"Geef hier den steen."
+
+De hond houdt zijn kop op zij en wil den steen niet teruggeven. "Geef
+hier den steen, canaille!"
+
+De hond sluit den bek, hij heeft immers geen steen.
+
+"Laat eens zien, laat eens zien!" roept Falco. Hij buigt den kop van
+den hond achterover en dwingt hem den bek te openen. De steen ligt
+achter zijn kiezen en Falco tracht hem er uit te halen. De hond bijt
+hem zoo, dat het bloed uit de wonde stroomt.
+
+Falco wordt bang, hij gaat naar binnen en zegt tot donna Silvia:
+"Uw hond is toch wel gezond?"
+
+"Mijn hond, ik heb geen hond, die is dood."
+
+"Maar die hond dan, die daarbuiten loopt?"
+
+"Ik weet niet welken hond ge meent," zegt ze.
+
+Falco zegt niets meer; ook doet hij donna Silvia geen kwaad. Hij gaat
+stil weg, hij is bang. Hij gelooft, dat de hond dol is en dat hij nu
+zelf watervrees zal krijgen.
+
+
+
+Op een avond zit donna Micaela alleen in de muziekzaal. Ze heeft
+het licht uitgedaan en de balkondeuren geopend. Zij houdt er van 's
+avonds en 's nachts naar het straatrumoer te luisteren. Dan zwijgt het
+gehamer der timmerlieden en 't geschreeuw der uitroepers, dan klinkt
+er slechts gezang, gelach, gefluister en het neuriën der mandolines.
+
+Plotseling ziet ze een donkere hand op het balkonhek. Na de hand komt
+er een arm en een hoofd te voorschijn en een oogenblik later springt
+een geheel mensch op het balkon.
+
+Zij kan hem duidelijk onderscheiden, want de straatlantaarns branden
+nog.
+
+'t Is een kleine breedgeschouderde man met forschen baard. Hij is als
+herder gekleed, met leeren sandalen, slappen hoed en een parapluie,
+op zijn rug vastgebonden.
+
+Zoodra hij op zijn voeten staat, neemt hij een geweer uit zijn gordel,
+en treedt daarmee de kamer binnen.
+
+Ze zit doodstil zonder eenig teeken van leven te geven, ze heeft geen
+tijd om om hulp te roepen, noch om te vluchten.
+
+Zij hoopt, dat de man zal nemen, wat hij begeert en dan weg zal gaan,
+zonder haar op te merken, die achter in de donkere kamer zit.
+
+De man zet zijn geweer op den grond en zij hoort hoe hij een lucifer
+aansteekt. Zij sluit de oogen, dan zal hij gelooven, dat zij slaapt.
+
+Zoodra de roover licht gemaakt heeft, ontdekt hij haar. Hij hoest om
+haar te wekken. Daar zij onbeweeglijk blijft zitten, sluipt hij naar
+haar toe en raakt voorzichtig haar arm aan.
+
+"Raak mij niet aan, raak mij niet aan!" gilt zij doodelijk beangst.
+
+De man trekt zich haastig terug.
+
+"Lieve donna Micaela, ik wilde u slechts wekken."
+
+Zij zit te rillen van angst en hij hoort hoe zij snikt.
+
+"Lieve signora, lieve signora!" zegt hij.
+
+"Steek licht op, dat ik kan zien wie ge zijt!" roept zij.
+
+Hij steekt een nieuwen lucifer aan en neemt behendig als een
+kamerdienaar het glas en den ballon van de lamp. Daarna keert hij terug
+naar de deur, zoover mogelijk van haar verwijderd, maar als hij merkt,
+dat haar angst niet vermindert, gaat hij met zijn geweer op het balkon.
+
+"Nu kan de signora toch niet meer bang zijn."
+
+Maar daar zij niet ophoudt met schreien, zegt hij:
+
+"Signora, ik ben Passafiore. Ik breng u een boodschap van Falco. Hij
+wil uw spoorweg niet meer vernielen."
+
+"Zijt gij gekomen om mij te bespotten?" zegt zij.
+
+Somber antwoordt de man haar:
+
+"Ware het slechts scherts. Mijn God, indien Falco slechts was, die
+hij geweest is."
+
+Hij verhaalt haar nu hoe Falco den Mongibello bestegen en een krans
+gelegd heeft op diens top. Maar dit scheen den berg mishaagd te hebben,
+want nu had hij Falco ter aarde geworpen. Een klein puimsteentje was
+voldoende geweest om den gevreesden rooverhoofdman te vellen.
+
+"Nu is het gedaan met Falco," zegt Passafiore. "Hij loopt rusteloos op
+en neer in de steengroeve en wacht slechts op zijn ziekte. Sinds acht
+dagen heeft hij noch geslapen, noch gegeten. Hij is niet ziek, maar de
+wonde aan zijn hand geneest niet. Hij gelooft, dat hij vergiftigd is."
+
+"Spoedig zal ik een dolle hond zijn," zegt hij. Geen wijn of spijs
+ter wereld kan hem verlokken iets te gebruiken. Hij verheugt zich
+niet eens, wanneer ik zijn heldendaden prijs.
+
+"Wat geeft het," zegt hij. "Ik eindig mijn leven als een dolle hond."
+
+Donna Micaela ziet Passafiore scherp aan.
+
+"Wat wenscht ge, dat ik doen zal? 't Is toch niet je wensch, dat ik
+in de steengroeve zal gaan naar Falco Falcone?"
+
+Passafiore slaat zijn oogen neer en durft niet antwoorden.
+
+Zij vertelt hem, wat Falco haar heeft doen lijden. Hij heeft al de
+arbeiders van haar spoorweg door schrik verjaagd. Hij heeft zich
+verzet tegen haar liefste wenschen.
+
+Plotseling valt Passafiore op de knieën. Hij waagt het niet een
+schrede dichterbij te komen, maar hij knielt voor haar.
+
+Hij smeekt haar te begrijpen wat op het spel staat. Zij weet niet,
+zij kan niet begrijpen, wie Falco is.
+
+Falco is een groot man. Reeds toen Passafiore nog een klein kind was,
+heeft hij van hem hooren spreken. Zijn gansche leven heeft hij verlangd
+in de steengroeve bij Falco te leven. Al zijn neven waren bij hem,
+zijn geheele familie was bij hem. Maar de pastoor had zich voorgenomen,
+dat Passafiore niet naar Falco zou gaan, en liet hem tot kleermaker
+opleiden, denk eens aan, tot kleermaker! De pastoor sprak met hem, en
+zei, dat het zulk een vreeselijke zonde was te leven zooals Falco. En
+Passafiore had terwille van don Matteo lange jaren tegen zijn begeerte
+gestreden. Eindelijk had hij ze niet langer kunnen weerstaan, maar
+was stil naar de steengroeve gegaan. En hij was niet meer dan een
+jaar bij Falco geweest en nu was deze geheel veranderd. 't Is alsof
+de zon aan den hemel gedoofd is, zijn geheele leven is nu verwoest.
+
+Passafiore kijkt naar donna Micaela; hij ziet, dat zij naar hem
+luistert en hem begrijpt.
+
+Hij brengt donna Micaela in herinnering, dat zij een jettatore en een
+echtbreekster geholpen heeft. Waarom wilde zij dan hard zijn jegens
+een roover?
+
+Het Christusbeeld in San Pasquale geeft haar immers alles wat
+zij wenscht. Hij was er van overtuigd, dat zij het Christusbeeld
+gebeden had, haar spoorweg te beschermen tegen Falco. En het had door
+Mongibello's puimsteen Falco's kracht gebroken.
+
+Maar nu wilde zij niet barmhartig zijn en hem helpen, dat Falco zijn
+gezondheid terug zou krijgen en weer tot een eer voor het vaderland
+zou worden, zooals hij vroeger geweest was.
+
+Het gelukte Passafiore donna Micaela te ontroeren.
+
+Plotseling begreep zij hoe de oude roover in de steengroeve moest
+lijden. Zij ziet hem wachten op den waanzin. Zij denkt er aan hoe
+trotsch hij geweest is en hoe gebroken en vernietigd hij nu is. Neen,
+neen, geen mensch mag zoo lijden, dat is te veel, te veel.
+
+"Passafiore," barst zij uit, "zeg, wat je wenscht. Ik zal doen,
+wat ik kan. Nu ben ik niet bang meer. Neen, nu ben ik volstrekt niet
+bang meer."
+
+"Donna Micaela, wij hebben Falco gesmeekt, dat hij naar het
+Christusbeeld zou gaan en om genade bidden. Maar Falco wil niet
+gelooven aan het beeld. Hij wil niets anders doen dan wachten op
+zijn ondergang. Maar heden, toen ik hem smeekte te gaan, zei hij:
+"Je weet wie op mij zit te wachten in het oude huis tegenover de
+kerk. Ga naar haar om te vragen of zij mij verlof wil geven dat
+ik voorbij haar naar de kerk mag gaan. Geeft zij haar toestemming,
+dan zal ik aan het beeld gelooven en hem bidden om redding."
+
+"Nu?" vroeg donna Micaela.
+
+"Ik ben bij de oude Catherina geweest en zij heeft haar toestemming
+gegeven. Hij mag in de kerk gaan, zonder dat ik hem dood," zei zij.
+
+Passafiore wringt zijn handen in wanhoop.
+
+"Donna Micaela, Falco is zeer ziek, niet alleen door den beet van
+den hond, maar hij was reeds lang ziek."
+
+Passafiore voert een zwaren strijd met zich zelf vóórdat hij het
+zeggen kan. Eindelijk bekent hij dat, hoewel Falco een zeer groot
+man is, hij soms aanvallen van waanzin heeft.
+
+Falco had niet alleen gesproken van de oude Catherina, maar hij had
+gezegd: "Indien Catherina mij wil toestaan naar de kerk te gaan en
+donna Micaela Alagona in de steengroeve komt en mij de hand reikt om
+mij naar de kerk te voeren, dan zal ik voor het beeld bidden."
+
+En men heeft hem niet kunnen afbrengen van dit besluit.
+
+Donna Micaela, de heiligste en heerlijkste der vrouwen, moest tot
+hem komen, anders wilde hij niet gaan.
+
+Toen Passafiore uitgesproken had, hield hij zijn hoofd gebogen,
+hij waagt het niet op te zien.
+
+Maar donna Micaela aarzelt geen oogenblik, nu er sprake is van het
+Christusbeeld. Zij schijnt er niet aan te denken dat Falco reeds
+waanzinnig is. Zij zegt geen woord van haar angst. Haar vertrouwen in
+het beeld is zóó groot, dat zij, als een onderworpen, gehoorzaam kind,
+stil antwoordt:
+
+"Passafiore, ik zal je volgen."
+
+En zij volgt hem als in slaap. Geen oogenblik aarzelt ze om hem naar
+den Etna te volgen. Ze aarzelt niet de steile berghelling naar de
+steengroeve te beklimmen.
+
+Doodsbleek, maar met heerlijk glanzende oogen gaat ze naar den
+ouden roover in zijn grot en reikt hem de hand. En hij rijst op,
+even bleek als zij, en volgt haar. 't Is alsof zij geen menschen maar
+geestverschijningen zijn. Doodstil schrijden zij naar hun doel. Hun
+eigen ik is dood, een machtiger geest leidt hen.
+
+Reeds den volgenden dag schijnt het donna Micaela een sage, dat zij
+zoo iets gedaan heeft. Zij is heilig overtuigd, dat niet haar eigen
+barmhartigheid, erbarmen of liefde haar bewogen heeft midden in den
+nacht naar het roovershol te gaan, maar dat een vreemde macht haar
+geleid heeft.
+
+Terwijl donna Micaela in de steengroeve is, zit de oude Catherina
+voor het raam op Falco Falcone te wachten. Zij heeft haar toestemming
+gegeven, bijna zonder dat men haar daarom heeft behoeven te vragen.
+
+"Hij mag vrij in de kerk gaan," zegt ze. "Ik heb twintig jaar op hem
+gewacht, maar hij zal vrij in de kerk mogen gaan."
+
+Spoedig verschijnt Falco met donna Micaela hand in hand.
+
+Passafiore en Biagio volgen. Falco loopt gebogen, men ziet dat hij
+oud en zwak is. Hij gaat alleen in de kerk, de anderen wachten buiten.
+
+De oude Catherina heeft hem zeer duidelijk gezien, maar ze heeft geen
+beweging gemaakt. Zoolang Falco in de kerk is, blijft ze roerloos
+zitten.
+
+Haar nicht, die bij haar woont, gelooft, dat zij God dankt, omdat
+zij haar wraaklust heeft kunnen overwinnen.
+
+Eindelijk verzoekt Catherina haar een raam te openen.
+
+"Ik wil zien of hij nog de slangeschaduw heeft!" zegt zij.
+
+Maar ze is mild en vriendelijk.
+
+"Neem het geweer weg als je wilt," zegt ze. En haar nicht legt het
+geweer aan den anderen kant van de tafel.
+
+Eindelijk komt Falco uit de kerk. De maneschijn verlicht zijn gelaat
+en Catherina ziet, dat hij niet meer de Falco van vroeger is. De
+uitdagende trots en hoogmoed is nu van zijn gezicht geweken. Hij is
+gebroken en vernietigd!
+
+Bijna wekt hij haar medelijden op.
+
+"Hij helpt mij," zegt hij luid tot Passafiore en Biagio. "Hij heeft
+beloofd mij bij te staan."
+
+De roovers wilden gaan, maar Falco is zoo gelukkig dat hij eerst met
+hen over zijn geluk wil spreken.
+
+"Ik gevoel geen gesuis meer in mijn hoofd, geen onrust meer, neen,
+niets meer. Hij helpt mij."
+
+De kameraden nemen hem bij de hand om hem weg te voeren. Falco doet
+een paar schreden, maar blijft dan opnieuw staan. Hij richt zich
+op en beweegt zijn lichaam, zoodat zijn slangeschaduw heen en weer
+slingert over den weg.
+
+"Ik zal volkomen genezen, volkomen genezen," zegt hij verheugd.
+
+Passafiore en Biagio willen hem meetrekken, maar 't is reeds te laat.
+
+Catherina heeft de slangeschaduw gezien. Zij kan zich niet meer
+beheerschen, maar werpt zich over de tafel om het geweer te grijpen
+en schiet het af. Falco stort getroffen ter aarde.
+
+Ze heeft het niet willen doen, maar nu zij hem ziet, is het haar
+onmogelijk hem te laten gaan. Gedurende twintig jaar heeft zij de
+wraakzucht in zich gevoed.
+
+Nu beheerscht die haar volkomen.
+
+"Catherina, Catherina," gilt haar nicht.
+
+"Hij verzocht mij slechts vrij in de kerk te mogen gaan," antwoordt
+zij.
+
+De oude Biagio legt Falco's lijk terecht en zegt somber:
+
+"Hij zou volkomen genezen, volkomen genezen."
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+OVERWINNINGEN.
+
+
+In lang vervlogen dagen woonde de groote wijsgeer Empedokles op
+Sicilië. Hij was de schoonste en meest volkomen mensch, zoo heerlijk
+en wijs, dat men geloofde, dat hij een tot mensch geworden god was.
+
+Empedokles bezat een landgoed op den Etna; een avond gaf hij een
+feest aan zijne vrienden. Op het feest sprak hij zulke wijze woorden,
+dat zijn gasten riepen:
+
+"Gij zijt een god, Empedokles, gij zijt een god!"
+
+Toen de feestgenooten vertrokken waren, dacht Empedokles:
+
+"Ik heb het hoogste bereikt, dat men op aarde kan begeeren. Nu moet
+ik sterven, voordat tegenspoed of zwakheid mij terneerdrukt."
+
+En hij steeg op tot den top van den Etna en wierp zich in den
+brandenden krater.
+
+"Als niemand mijn lijk vindt," dacht hij, "zal men denken, dat ik
+levend onder de goden opgenomen ben."
+
+Maar den volgenden dag zochten zijn vrienden hem in de villa en op
+den ganschen berg. Zij kwamen ook bij den krater en daar vonden ze
+Empedokles' schoenen. En zij begrepen, dat Empedokles den dood in
+den krater gezocht had om gerekend te worden tot de onsterflijken.
+
+En dat zou hem gelukt zijn, indien de berg zijn schoenen niet had
+opgeworpen.
+
+Toch werd juist door deze sage Empedokles' naam nooit vergeten,
+en velen zochten naar de plaats, waar zijn villa eens gestaan heeft.
+
+Geschiedschrijvers en schatgravers hadden er naar gezocht, want de
+villa van den wijsgeer was natuurlijk vol van de heerlijkste marmeren
+en bronzen beelden en mozaïekwerk.
+
+Donna Micaela's vader, cavaliere Palmeri, had zich vast voorgenomen,
+dat hij het probleem van de villa zou oplossen. Iederen morgen
+reed hij op zijn ponny Dominico weg om de villa te zoeken. Hij was
+toegerust als een geschiedvorscher met een schraapijzer in den gordel,
+een spade op zij en een grooten ransel op den rug.
+
+Iederen avond als cavaliere Palmeri thuis kwam, vertelde hij donna
+Micaela van Dominico.
+
+Gedurende deze jaren, dat ze samen op den Etna gezocht hadden, had
+Dominico zich tot een archeoloog ontwikkeld.
+
+Dominico week af van den weg, zoodra hij een ruïne ontdekte. Hij
+stampte op den grond, wanneer hij meende, dat men opgravingen moest
+doen. Hij hinnikte verachtelijk en wendde den kop af, wanneer men
+hem een nagemaakte oude munt vertoonde.
+
+Donna Micaela hoorde met veel geduld en belangstelling naar haar
+vaders verhalen. Zij was overtuigd dat, wanneer de villa eindelijk
+gevonden werd, Dominico de eer zou krijgen van de ontdekking.
+
+Maar cavaliere Palmeri vroeg zijn dochter nooit naar haar
+onderneming. Nooit toonde hij eenige belangstelling voor haar
+spoorweg. 't Was bijna, alsof hij niet eens wist waarvoor zij
+werkte. Dat was trouwens zoo vreemd niet, hij toonde nooit eenige
+belangstelling voor zijn dochter.
+
+Eens, toen ze 's middags aan den maaltijd zaten, begon donna Micaela
+plotseling over den spoorweg te spreken.
+
+Ze had een paar heerlijke overwinningen behaald, zei ze. Eindelijk
+had zij overwonnen.
+
+Hij moest hooren welke nieuwtjes zij heden had. Het zou geen
+stoomtram worden tusschen Catania en Diamante, zooals zij eerst
+gedacht had. Neen, het zou een spoorweg rondom den Etna worden.
+
+Door Falco's dood had zij niet alleen een machtigen vijand minder, maar
+nu geloofde het volk ook, dat de groote Mongibello en alle heiligen aan
+haar zijde stonden. Daarom was er een beweging onder het volk ontstaan
+om geld te verzamelen voor den spoorweg. In alle Etnasteden waren
+bijdragen daarvoor geteekend. Er was reeds een maatschappij gevormd.
+
+Heden was de concessie gekomen. Morgen zou men in ernst met den
+arbeid aanvangen.
+
+Donna Micaela was opgewonden, zij kon niet eten. Haar hart zwol van
+geluk en dankbaarheid. Ze kon niet laten te spreken over de machtige
+vervoering, die het volk aangegrepen had. Zij sprak met tranen in de
+oogen van het Christuskind in San Pasquale.
+
+'t Was roerend te zien, hoe haar gelaat straalde van hoop. 't Was
+alsof zij, behalve het geluk waarover zij sprak, nog een heele
+wereld van gelukzaligheid te wachten had. Dezen avond voelde ze,
+dat een wijze voorzienigheid haar lot bestierde. Zij begreep, dat
+Gaetano's gevangenneming Gods werk was om hem terug te voeren tot
+zijn oud geloof. Hij zou bevrijd worden door de wonderen van het
+kleine beeld en dit zou hem bekeeren, zoodat hij weer een geloovige
+als vroeger zou worden. En zij zou hem toebehooren!
+
+O, God was goed.
+
+Terwijl deze groote gelukzaligheid haar vervulde, zat haar vader koel
+en onbewogen tegenover haar.
+
+"Dat is heel merkwaardig," zei hij slechts.
+
+"Ge gaat toch zeker morgen mee naar het feest?"
+
+"Ik weet het nog niet, ik moet naar mijn uitgravingen."
+
+Donna Micaela begon haar brood heftig te verkruimelen. Ze begon haar
+geduld te verliezen. Hij had geen deel genomen in haar zorgen, maar
+in haar vreugde moest hij deelen. Hij moest deelen in haar vreugde!
+
+En plotseling braken de ketenen van onderdanigheid en vrees, die haar
+gebonden hadden, sedert haar vaders gevangenistijd.
+
+"Gij, die zooveel tochten op den Etna maakt," zei zij met een zeer
+vriendelijke stem, "gij zijt zeker ook wel eens in Gela geweest?"
+
+De cavaliere keek op en scheen in zijn geheugen te zoeken:
+
+"Gela, Gela!"
+
+"Gela is een dorp van ongeveer honderd huizen, dat aan de Zuidzijde
+van den Monte-Chiaro ligt, aan den voet van den berg," vervolgde
+donna Micaela met het onschuldigste gezicht van de wereld. "Het
+ligt ingeklemd tusschen den Simeto en den bergwand, een tak van de
+rivier neemt dikwijls zijn weg door de straten van Gela, zoodat het
+een zeer ongewone gebeurtenis is, wanneer men met droge voeten door
+het dorp komt.
+
+"Het dak der kerk stortte in bij de laatste aardbeving, en men heeft de
+kerk niet kunnen herstellen, want Gela is zeer arm. Hebt ge werkelijk
+nooit van Gela gehoord?"
+
+Cavaliere Palmeri antwoordde met onbeschrijfelijken ernst:
+
+"Mijn vorschingen hebben me bergopwaarts gevoerd. Ik heb er nooit
+aan gedacht de villa van den grooten wijsgeer in Gela te zoeken."
+
+"Maar Gela is een zeer interessant dorp," zei donna Micaela. "Ze
+hebben daar geen aparte schuren. De varkens zijn beneden in de huizen,
+de menschen wonen een trap hooger. En er zijn heel wat varkens in
+Gela. Ze bevinden zich daar beter dan de menschen, want de menschen
+zijn er bijna altijd ziek.
+
+"Er heerscht voortdurend koorts, de malaria is er een trouwe gast. Het
+is er zoo vochtig, de kelders staan altijd onder water en moerasdampen
+drukken als een dichte mist op het dorp. In Gela zijn geen winkels,
+ook geen politie, post, dokter of apotheek. Zeshonderd menschen leven
+daar geheel vergeten en verlaten.
+
+"Hebt ge nooit gehoord van Gela?"
+
+Zij zag er heel verbaasd uit.
+
+Cavaliere Palmeri schudde het hoofd. "Den naam heb ik wel eens
+gehoord...."
+
+Donna Micaela keek haar vader onderzoekend aan. Zij boog zich
+haastig voorover en haalde uit zijn borstzak een gebogen klein mes
+te voorschijn, zooals gebruikt wordt bij het snoeien der wijnstokken.
+
+"Arme Empedokles," zei ze en plotseling straalde haar geheele gelaat
+van schalkscheid.
+
+"Ge waant u opgestegen tot de goden, maar de Etna werpt altijd uw
+schoenen op."
+
+Cavaliere Palmeri zonk als door een schot getroffen achterover in
+zijn stoel.
+
+"Micaela," zei hij zwak afwerend, als iemand die niet weet hoe hij
+zich moet verdedigen.
+
+Maar zij was oogenblikkelijk even ernstig en zoo onschuldig als
+tevoren.
+
+"Men heeft mij verteld," zei ze, "dat Gela eenige jaren geleden op het
+punt stond geheel te gronde te gaan. Alle menschen daar verbouwen
+wijn, en toen nu de phylloxera al hun wijngaarden verwoestte,
+dreigden zij geheel te verhongeren. 't Landbouwgenootschap zond hun
+toen Amerikaansche planten, die niet door de phylloxera aangetast
+worden. De menschen in Gela plantten deze, maar al de wijnstokken
+stierven. Hoe zouden de menschen in Gela weten hoe de Amerikaansche
+wijndruif gekweekt moet worden.
+
+"Maar toen kwam er iemand die hun dat leerde."
+
+"Micaela," klonk het bijna steunend. Donna Micaela vond, dat haar
+vader er reeds als een overwonnen man uitzag, maar toch vervolgde
+zij haar verhaal, alsof zij niets gemerkt had.
+
+"Er kwam iemand," zei zij met sterken nadruk, "en hij liet zich nieuwe
+planten zenden. Hij begon deze in hun wijngaarden te planten. Ze
+lachten hem uit, ze zeiden dat hij zich dwaas aanstelde. Maar zie,
+zijn planten groeiden, zij stierven niet. En hij redde Gela."
+
+"Ik vind je verhaal niet zeer amusant, Micaela," zei cavaliere Palmeri
+met een poging het af te breken.
+
+"'t Is toch even belangrijk als uw vorschingen," zei ze kalm. "Maar
+ik wil u iets vertellen. Op een dag ging ik naar uw kamer om een boek
+over archeologie te halen. Toen ik zag dat uw boekenkast vol was met
+geschriften over de phylloxera, den wijnbouw en de wijnbereiding."
+
+Cavaliere Palmeri schoof heen en weer op zijn stoel als een op
+heeterdaad betrapte misdadiger.
+
+"Zwijg, zwijg!" zei hij zwak. Hij was nu meer beschaamd, dan toen
+hij aangeklaagd werd wegens diefstal.
+
+Maar weer schitterde die onderdrukte schalkschheid in haar oogen.
+
+"Ik keek eens naar de brieven, die ge verzendt," vervolgde zij. "Ik
+wilde eens zien met welke geleerde mannen ge in briefwisseling
+waart. 't Verwonderde mij dat de brieven altijd geadresseerd waren
+aan presidenten of secretarissen van landbouwvereenigingen."
+
+Cavaliere Palmeri was niet in staat een woord te spreken.
+
+Donna Micaela genoot onbeschrijfelijk hem zoo machteloos te zien.
+
+Ze keek hem vast in de oogen.
+
+"Ik geloof niet dat Dominico reeds een ruïne weet te onderscheiden,"
+zei ze. "De vuile kinderen in Gela spelen elken dag met hem en geven
+hem waterkers te eten.
+
+"Dominico wordt als een god in Gela vereerd, om niet te spreken van
+zijn-- -- --"
+
+Cavaliere Palmen scheen een idee te krijgen.
+
+"Je spoorweg!" zei hij. "Wat zei je ook weer van je spoorweg?
+
+"Misschien kan ik toch wel morgen meegaan naar je feest."
+
+Donna Micaela luisterde niet naar hem. Zij haalde haar portemonnaie
+uit den zak.
+
+"Hier heb ik een nagemaakte oude munt," zei ze. "Een Demarata van
+nikkel. Die heb ik gekocht om aan Dominico te toonen."
+
+"Hoor nu eens, kind!"
+
+Ze deed juist alsof zij zijn tegenwerpingen niet hoorde.
+
+Nu had zij hem in haar macht. Nu was er meer noodig om haar te
+verzoenen.
+
+"Eens deed ik uw ransel open om uw vondsten te bewonderen. Het eenige,
+dat hij bevatte, was een verdroogde wijnstok."
+
+Zij was louter stralende vroolijkheid.
+
+"Maar kind!"
+
+"Wat moet men daarvan denken? 't Is misschien wel geen onderzoek naar
+geschiedkundige overblijfselen, misschien is het wel liefdadigheid,
+misschien ook wel boete-- --"
+
+Nu sloeg cavaliere Palmeri met de vuist op de tafel, zoodat glazen
+en borden rinkelden. Dit was hem te veel; een deftige, ernstige oude
+heer kon zoo niet met zich laten spotten.
+
+"Zoo waar als gij mijn dochter zijt, zult ge nu zwijgen."
+
+"Uw dochter!" zei ze en oogenblikkelijk was haar vroolijkheid
+verdwenen. "Ben ik werkelijk uw dochter? De kinderen in Gela mogen
+Dominico streelen, maar ik-- --"
+
+"Wat meen je, Micaela? Wat wil je?"
+
+Ze keken elkaar aan. Hun oogen vulden zich gelijktijdig met tranen.
+
+"Ik heb niemand anders dan u!" fluisterde zij.
+
+Cavaliere Palmeri opende onwillekeurig zijn armen. Zij stond aarzelend
+op, ze wist niet of zij goed zag.
+
+"Ik weet hoe het nu gaan zal," zei hij morrend. "Geen minuut houd ik
+nu voor me zelf over."
+
+"Om de villa te ontdekken?"
+
+"Geef mij een kus, Micaela. Vanavond zijt ge voor de eerste maal,
+nadat we Catania verlaten hebben, onweerstaanbaar geweest."
+
+En met een heeschen, wilden kreet, die hem bijna verschrikte, vloog
+donna Micaela in haars vaders armen.
+
+
+
+
+
+
+DERDE DEEL.
+
+
+ "En hij zal vele aanhangers krijgen."
+
+
+I.
+
+DE OASE IN DE WOESTIJN.
+
+
+In de lente van 1894 begon men den Etnaspoorweg aan te leggen, en
+in den herfst van 1895 was die gereed. Hij steeg op van de kust,
+omringde den berg in een halven cirkel, en bereikte dan de zee.
+
+De trein vertrekt en komt elken dag, en de Mongibello ligt geboeid,
+maar verzet zich niet. Vreemdelingen rijden verbaasd door de zwarte,
+grillige lavastroomen, door de witte amandelwouden, en de donkere,
+oude steden der Saracenen.
+
+"Zie eens, welk een sprookjesland!" zeggen ze.
+
+In den trein is altijd wel iemand, die vertelt van den tijd toen
+het Christusbeeld nog in Diamante was. Welk een tijd, welk een
+tijd! Iederen dag verrichtte het beeld nieuwe wonderen. Men kan ze niet
+eens alle verhalen, maar hij maakte het leven in Diamante zoo blijde,
+dat de uren van den dag elkaar volgden als een rij lachende Horen.
+
+Men geloofde, dat de zandlooper van den tijd gevuld was met schitterend
+stofgoud.
+
+Indien iemand gevraagd had wie in dien tijd in Diamante regeerde,
+zou men geantwoord hebben: "het Christusbeeld." Alles voegde zich
+naar zijn wil. Niemand trouwde of speelde in de loterij of bouwde
+een huis zonder hem om raad te vragen. En heel veel messteken werden
+terwille van het beeld niet uitgedeeld en menige oude veete werd
+bijgelegd en menig bitter woord om zijnentwil niet uitgesproken. Men
+moest wel goed zijn, want men merkte, dat het beeld hen bijstond,
+die vreedzaam en hulpvaardig waren. Hun schonk hij goede gaven,
+vreugde en rijkdom. Indien nu de wereld slechts was geweest, zooals
+zij had moeten zijn, dan was Diamante spoedig een rijke en machtige
+stad geweest. Maar in plaats daarvan, verwoestte het deel der wereld,
+dat niet aan het beeld geloofde, al zijn werk. Het baatte niet veel
+hoeveel geluk hij ook om zich heen verspreidde.
+
+De belastingen werden al hooger en verslonden al den rijkdom. En dan de
+oorlog in Afrika. Hoe konden de menschen gelukkig zijn als hun zonen,
+hun geld, hun muilezels naar Afrika moesten? En de oorlog was niet
+voorspoedig, men leed nederlaag op nederlaag. Hoe kon men gelukkig
+zijn, wanneer de eer van het vaderland op het spel stond?
+
+Sinds de spoorweg gereed was, merkte men, dat Diamante gelijk was
+aan een oase in een woestijn.
+
+De oase is blootgesteld aan het stuifzand, de roovers en de wilde
+dieren der woestijn. Zoo ook Diamante.
+
+De oase moest zich uitbreiden over de geheele woestijn om zich veilig
+te gevoelen. Diamante begon te gelooven, dat het niet gelukkig kon
+worden, vóórdat de gansche wereld zijn Christusbeeld aanbad.
+
+Nu geschiedde het, dat alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had,
+mislukte.
+
+Zoo verlangde donna Micaela en geheel Diamante Gaetano terug te
+hebben. Toen de spoorweg gereed was, trok donna Micaela naar Rome en
+smeekte om zijn invrijheidstelling. Men weigerde het haar.
+
+De koning en de koningin hadden haar wel willen helpen, maar ze
+konden niet. Ge weet, wie toen minister in Italië was, hij regeerde
+met ijzeren hand. Denkt ge, dat hij den koning toestond genade te
+schenken aan een Siciliaanschen oproerling?
+
+Men wenschte vurig, dat het Christusbeeld van Diamante de vereering
+zou ten deel vallen, die hem toekwam. Donna Micaela ging om die reden
+op audiëntie bij den ouden man in het Vaticaan.
+
+"Heilige vader," zei ze, "laat u verhalen wat er geschied is in
+Diamante op den Etna."
+
+En nadat ze al de wonderen van het beeld verteld had, verzocht ze,
+dat de paus de oude kerk San Pasquale zou laten reinigen en inwijden
+en priesters zou aanstellen voor den eeredienst van het Christusbeeld.
+
+Maar evenals in het Quirinaal, kreeg donna Micaela in het Vaticaan
+een weigerend antwoord.
+
+"Waarde vorstin Micaela," zei de paus, "deze gebeurtenissen die gij
+verhaalt, erkent de kerk niet als wonderen. Maar toch behoeft ge niet
+te wanhopen.
+
+"Indien het Christusbeeld in uw stad wil worden aangebeden, dan zal het
+nog een teeken geven. Het zal Ons zijn wil zoo duidelijk toonen, dat
+Wij niet behoeven te twijfelen. Vergeef een ouden man, mijn dochter,
+dat hij voorzichtig moet zijn."
+
+Nog een derde zaak had men in Diamante gehoopt. Men had verwacht
+eindelijk iets te zullen hooren van Gaetano. Donna Micaela reisde
+ook naar Como, waar hij gevangen zat. Zij had aanbevelingsbrieven
+van hooggeplaatste ambtenaren in Rome, en ze was zeker, dat ze hem
+spreken zou.
+
+Maar de directeur van de gevangenis had haar naar den dokter gezonden.
+
+Deze verbood haar met Gaetano te spreken.
+
+"Ge wilt den gevangene zien?" zei hij. "Neen, dat kan niet. Ge zegt,
+dat hij u liefheeft en meent, dat ge gestorven zijt? Laat hem dat
+gelooven. Laat hem dat gelooven!
+
+"Hij heeft leeren berusten, hij wordt niet meer gekweld door
+verlangen. Wilt ge, dat hij opnieuw zal beginnen te verlangen, als
+hij hoort, dat ge leeft? Wilt ge hem dan dooden? Ik wil u één ding
+zeggen. Indien hij weer naar het leven gaat verlangen, zal hij binnen
+drie maanden dood zijn."
+
+Donna Micaela begreep, dat zij er van moest afzien hem te spreken.
+
+Maar welk een teleurstelling! Welk een teleurstelling!
+
+Toen zij thuis kwam, had zij een gevoel als iemand, die zóó levendig
+gedroomd heeft, dat hij wanneer hij ontwaakt, zich zelf niet kan
+losrukken uit zijn droom.
+
+Zij kon maar niet begrijpen, dat al haar verwachtingen vernietigd
+waren.
+
+Zij betrapte zich keer op keer, dat zij dacht: "Toen ik Gaetano
+bevrijdde." Maar nu had zij heelemaal geen hoop meer hem te bevrijden.
+
+Nu eens dacht zij aan de eene, dan eens aan de andere onderneming,
+die zij wilde beginnen. Zou zij het moeras dempen, of zou zij marmer
+uit den Etna graven?
+
+Zij kon maar geen besluit nemen.
+
+En dezelfde lusteloosheid, die over donna Micaela gekomen was, drukte
+de geheele stad.
+
+Het bleek immers dat alles wat afhankelijk was van menschen, die
+niet geloofden aan het Christusbeeld van Diamante, verkeerd ging
+en mislukte.
+
+Zelfs de Etnaspoorweg werd verkeerd bestuurd. Voortdurend grepen er
+ongelukken plaats, ook waren de prijzen der biljetten te hoog.
+
+De menschen begonnen weer gebruik te maken van omnibussen en wagens.
+
+Donna Micaela en ook anderen dachten er aan het Christusbeeld in
+de wereld te voeren. Zij zouden den ongeloovigen toonen dat hij
+gezondheid, vreugde en geluk schonk aan allen, die vreedzaam, vlijtig
+en goed voor hun naasten wilden zijn.
+
+Indien de menschen dat maar eerst begrepen, zouden ze zich wel
+bekeeren.
+
+"Het beeld moest op het Kapitool staan en de wereld regeeren," zei
+het volk in Diamante.
+
+"Allen, die ons regeeren, zijn onbekwaam," zeiden ze. "Wij willen
+bestuurd werden door het heilige Christuskind. Hij is machtig en
+weldadig. En indien hij regeerde, dan zouden de armen rijk worden,
+en de rijken hebben reeds genoeg. Hij weet wie het goede wil. Indien
+hij de macht had, dan zouden degenen, die nu geregeerd worden,
+zitting krijgen in de raadszaal. Hij zou over de wereld gaan met
+ploeg en scherpe egge, en hetgeen nu onvruchtbaar in den grond ligt,
+zal ontkiemen en een rijken oogst dragen."
+
+Doch voordat deze plannen ten uitvoer gebracht konden worden,
+kwam in de eerste dagen van Maart 1896 het bericht van den slag bij
+Adua. De Italianen waren verslagen en duizenden van hen waren gedood
+of gevangengenomen.
+
+Eenige dagen later trad het ministerie in Rome af.
+
+En de man die nu de macht in handen kreeg, vreesde den toorn en de
+wanhoop der Sicilianen. Om hen te verzoenen hergaf hij de vrijheid
+aan eenige gevangen socialisten. De vijf mannen, waarnaar het volk
+het meest verlangde, werden in vrijheid gesteld. Dat waren Da Felice,
+Bosco, Verro, Barbato en Alagona.
+
+Ach, donna Micaela trachtte blij te zijn, toen zij dit hoorde. Ze
+beproefde niet te schreien.
+
+Zij had geloofd, dat Gaetano gevangen zat, opdat het Christusbeeld
+de muren zijner gevangenis zou kunnen neerhalen. Deze beproeving had
+God hem opgelegd, opdat hij genoodzaakt zou zijn het hoofd te buigen
+voor het Christusbeeld en te zeggen:
+
+"Mijn God en Meester."
+
+En nu had niet het beeld hem bevrijd. Hij zou een heiden blijven
+gelijk vóór zijn gevangenistijd.
+
+Dezelfde gapende kloof zou tusschen hen beiden zijn. Zij trachtte
+verheugd te zijn. 't Was immers reeds een groot geluk dat hij vrij
+was. Wat was zij en haar geluk in vergelijking daarmee!
+
+Maar zoo ging het nu met alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had.
+
+De groote woestijn was zeer slecht jegens de arme oase.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+IN PALERMO.
+
+
+Eindelijk, eindelijk is het één uur 's nachts.
+
+Degenen, die bang zijn zich te verslapen, staan op van hun bed,
+kleeden zich aan en gaan op straat.
+
+En zij, die opgebleven zijn en tot nu toe over de tafeltjes in de
+café's gehangen hebben, rijzen op nu zij schreden hooren op het steenen
+plaveisel. Ze schudden den slaap van zich en gaan naar buiten. Zij
+sluiten zich aan bij de spoedig aangroeiende menschenmassa, en de
+trage tijd begint iets vlugger te gaan.
+
+Menschen, die elkaar slechts oppervlakkig kennen, drukken elkaar
+de hand met warme hartelijkheid. Dezelfde blijdschap trilt in alle
+harten. En menschen die anders nooit een voet op straat zetten,
+zijn hedennacht buiten, oude professoren, voorname edellieden en
+fijne dames. Allen zijn even verheugd.
+
+"Mijn God, dat hij nu terugkomt, dat Palermo hem nu weer terugkrijgt,"
+zeggen ze.
+
+De studenten, die den geheelen nacht hun lievelingsverblijf in
+Quattro Canti niet verlaten hebben, verschijnen nu met fakkels en
+gekleurde lampions.
+
+Zij zouden die niet aansteken voor vier uur 's morgens als de verwachte
+aan zal komen, maar tegen twee uur begint nu en dan eens een student
+te probeeren of zijn fakkel wel branden wil. Dan steken ze allen hun
+fakkels aan en begroeten het licht met luid gejuich.
+
+'t Is onmogelijk in het donker te staan, als zulk een groote blijdschap
+in het hart vlamt.
+
+De vreemdelingen in de hotels worden gewekt.
+
+"Er is hedennacht feest in Palermo, o signori."
+
+"Ter eere van wien is er feest?" vragen de vreemdelingen.
+
+"Ter eere van een der socialisten, dien de regeering in vrijheid
+gesteld heeft. Hij komt hedenmorgen met de stoomboot van Napels."
+
+"Wat is hij voor een man?"
+
+"Hij heet Bosco, het volk heeft hem lief."
+
+En er heerscht bedrijvigheid in de gansche stad.
+
+Een der geitenherders op den Monte Pellegrino is ijverig bezig kleine
+ruikertjes van bellis te binden, die zijn geiten in den halsband
+zullen dragen.
+
+En daar hij honderd geiten heeft en alle halsbanden dragen.... Maar
+het moet. Zijn geiten kunnen zich den volgenden dag niet in Palermo
+vertoonen, zonder versierd te zijn ter eere van den feestdag.
+
+De naaisters hebben tot middernacht moeten werken om alle nieuwe
+kleedingstukken gereed te hebben, die den volgenden dag gedragen zullen
+worden. En als zoo'n ijverig naaistertje klaar is met het werk voor
+anderen, dan mag ze aan zichzelf denken.
+
+Ze zet een paar veeren op haar hoed en trekt de rozetten wat
+hooger. Heden moet zij mooi zijn!
+
+Huis aan huis begint men te illumineeren. Hier en daar ontsteekt men
+vuurwerk. Knallers en sissers kronkelen zich omhoog op iederen hoek
+der straten.
+
+De bloemenwinkels aan den langen Via Vittorio Emanuele zijn telkens
+en telkens geheel uitverkocht.
+
+Steeds meer en meer witte oranjebloemen worden er gevraagd. Geheel
+Palermo is vervuld van den zoeten oranjegeur.
+
+De portier van Bosco's huis heeft geen oogenblik rust. Prachtige
+taarten en torenhooge bouquetten worden voortdurend langs de trappen
+opgedragen. Welkomstgedichten en telegrammen met gelukwenschen stroomen
+van alle kanten. Er schijnt geen einde aan te zullen komen. De
+arme bronzen keizer op Pazzi Bologna, de leelijke Karel de Vijfde,
+die mager en ellendig is als Giovanni in de woestijn, heeft op een
+onbegrijpelijke wijze een bloemruiker in de hand gekregen. Als de
+studenten, die in de nabijheid in Quattro Canti zijn, dat hooren,
+trekken ze in een goed geordenden optocht naar het standbeeld,
+verlichten hem met hun fakkels en roepen een "lang zal hij leven"
+voor den ouden despoot.
+
+Een van hen ontneemt hem den ruiker om dien aan den grooten socialist
+te geven.
+
+Daarna trekken de studenten naar de haven.
+
+Lang vóórdat zij daar aankomen, zijn hun fakkels uitgebrand, maar
+daar bekommeren zij zich niet om. Zij hebben de armen om elkaars hals
+geslagen, en zingen luid. Nu en dan onderbreken zij hun gezang om te
+roepen: "Weg met Crispi! Leve Bosco!" Dan valt het gezang opnieuw
+in, maar wordt weer afgebroken, omdat zij, die niet zingen kunnen,
+de zangers omhelzen.
+
+Gilden en broederschappen komen in optocht uit de stadswijken, waar
+hetzelfde handwerk reeds meer dan duizend jaar uitgeoefend wordt. Daar
+zijn de metselaars met hun zangkoor en vaandels, de mozaïekwerkers
+en de visschers.
+
+Als de vereenigingen elkaar ontmoeten, groeten zij elkaar met de
+vaandels. Nu en dan staan ze stil om toespraken te houden. Men spreekt
+over de vijf socialisten, de vijf martelaars, die de regeering nu
+eindelijk aan Sicilië teruggeschonken heeft.
+
+En de menschenmassa jubelt:
+
+"Leve Bosco! Leve Da Felice! Leve Verro! Leve Barbato! Leve Alagano!"
+
+Maar als iemand, die het rumoer der straten wil ontvluchten, naar de
+haven gaat, vraagt hij verbaasd:
+
+"Waar ben ik hier? Madonna Santissima, waar ben ik gekomen?"
+
+Want hij had gedacht, dat het nog rustig en stil zou zijn aan de haven.
+
+Maar alle booten en sloepen in de haven van Palermo zijn in beslag
+genomen door verschillende vereenigingen en gezelschappen. Ze drijven
+in de haven, heerlijk versierd met gekleurde Venetiaansche lampions,
+en ieder oogenblik stijgen er van deze booten groote bundels raketten
+omhoog.
+
+Over de ruw houten banken heeft men prachtige kleeden en dekens
+gespreid en daarop zitten de dames, de schoone dames van Palermo,
+gekleed in lichte zijde en donker fluweel. Kleine ranke bootjes
+zweven over het water, nu eens in groote groepen, dan weer elk
+afzonderlijk. De masten en raas der groote schepen prijken met wimpels
+en lampions, de kleine havenstoombootjes glijden over het water,
+met bloemguirlandes om de stoompijpen.
+
+En onderwijl weerkaatst en spiegelt het water al het licht, zoodat
+de schijn van een lantaarn tot een heelen vuurstroom wordt, en de
+waterdruppels die van de roeispanen vallen, worden gelijk vloeibaar
+goud.
+
+Op de kade staan honderdduizenden menschen, uitgelaten van vreugde. Ze
+kussen elkaar, ze juichen en zijn gelukkig.
+
+Ze zijn hun vreugde niet meester, velen van hen weenen.
+
+Vuur is vreugde. 't Is goed dat men vuren ontsteekt.
+
+Plotseling vlamt een groot vuur op den Monte Pellegrino en daarna
+stijgen hooge vlammen op van de geheele getakte bergketen, die de
+stad omringt. Het vlamt op den Monte Falcone, op San Martino, op den
+berg der duizenden, waarover Garibaldi trok.--
+
+Maar op zee vaart de groote stoomboot van Napels, en op deze stoomboot
+bevindt zich Bosco, de socialist.
+
+Hij kan dien nacht niet slapen. Hij loopt heen en weer op het
+dek. Zijn oude moeder, die naar Napels gegaan is om hem te halen,
+komt uit haar hut om hem gezelschap te houden. Maar hij kan nu niet
+met haar spreken. Spoedig zal hij weer thuis zijn. O, Palermo! Palermo!
+
+Meer dan twee jaar heeft hij gevangen gezeten. Twee lange jaren van
+kwelling en verlangen. En zijn die ergens goed voor geweest? Zie,
+dat zou hij zoo gaarne willen weten.
+
+Heeft het zijn zaak iets gebaat, dat hij gevangen gezeten heeft? Heeft
+Palermo aan hem gedacht? Heeft zijn lijden der zaak een enkelen
+aanhanger doen winnen?
+
+Zijn moeder zit ineengedoken op de kajuittrap te rillen van de
+koude. Hij heeft het haar gevraagd, maar zij weet niets. Zij spreekt
+over den kleinen Francesco en de kleine Lena, hoe zij gegroeid
+zijn. Zij weet niets van hetgeen, waarvoor hij strijdt. Maar nu
+nadert hij zijn moeder, grijpt haar bij de hand en voert haar naar de
+verschansing. Hij vraagt haar of zij niet iets ziet daar ver in het
+zuiden. Zij ziet met haar droeve oogen over de zee en ziet slechts
+den nacht, slechts den donkeren nacht op zee. Ze ziet niet dat er
+een vuurwolk gloeit aan den horizon.
+
+En hij hervat zijn wandeling en zij kruipt onder de beschermende
+tent. Hij behoeft niet met haar te spreken, 't is haar reeds een
+geluk hem weer bij zich te hebben na een scheiding van twee lange
+jaren. Hij was veroordeeld tot vier en twintig jaar gevangenisstraf,
+en zij had niet gedacht hem ooit weer te zien. Maar de koning had hem
+genade verleend, de koning was een goede man. Indien hij slechts de
+macht had zoo goed te zijn, als hij was.
+
+Bosco wandelt rusteloos op het dek en vraagt den matrozen of ze niet
+een vuurgloed daar ginds aan den horizon zien.
+
+"Daar is Palermo," zeggen de zeelieden. "'s Nachts zweeft er altijd
+zoo'n lichtschijn boven de stad."
+
+Het kan niets zijn, dat hem aangaat, hij wil zich zelf overtuigen,
+dat men niets voor zijn ontvangst doet. Hij kan toch niet verlangen,
+dat alle menschen opeens socialisten geworden zijn.
+
+Maar na een tijdje denkt hij: "Er moet toch iets buitengewoons gaande
+zijn." Alle matrozen verzamelen zich op het voordek.
+
+"Palermo staat in brand," zegt een matroos.
+
+Ja, dat kon wel het geval zijn.--En hij lijdt vreeselijk, omdat hij
+verwacht, dat men iets tot zijn ontvangst zou doen. Maar nu bemerken
+de zeelieden de vlammende vuren op de bergen. Neen, het kan toch
+geen brand zijn. 't Is zeker een heilige dag. Ze vragen elkaar welk
+feest heden gevierd wordt. Hij tracht ook te gelooven dat het zoo is,
+en vraagt zijn moeder of het een feestdag is.
+
+Ze komen al nader bij Palermo. Het gedempte feestgeruisch van de
+groote stad dringt tot hen door.
+
+"Geheel Palermo zingt en juicht vannacht," zegt een der zeelieden.
+
+"Er is zeker een telegram gekomen van een overwinning in Afrika,"
+meent een ander.
+
+Niemand denkt er aan dat het ter eere van Bosco kan zijn. Hij gaat
+naar het achterdek, hij wil niets meer zien. Hij wil zichzelf niet
+met ijdele verwachtingen kwellen. Zou geheel Palermo illumineeren
+voor een armen socialist?
+
+Nu komt zijn moeder bij hem. "Kom mee," zegt ze. "Zie eens hoe Palermo
+schittert van licht, 't moet zeker een koning zijn, die heden verwacht
+wordt. Kom mee om Palermo te zien."
+
+Hij denkt na. Neen, hij gelooft niet dat de koning Palermo heden
+bezoekt. Maar hij waagt het niet iets anders te denken, nu niemand,
+zelfs niet zijn moeder....
+
+Opeens schreeuwen allen op de stoomboot luid. 't Klinkt als een
+noodkreet. Een groot pleizierjacht stuurt recht op hen aan en glijdt
+nu zacht naast de stoomboot.
+
+Het geheele jacht schijnt slechts uit bloemen en licht te
+bestaan. Roode en witte draperieën hangen over boord. Bosco staat op
+de stoomboot en vraagt zich af welke tijding deze schoone bode zal
+brengen. Daar slaat het zeil om en op het witte vlak schittert hem
+tegemoet: "Leve Bosco." 't Is zijn naam! Niet die van een koning of
+van een zegevierenden generaal! Niemand dan hem geldt deze hulde. Zijn
+naam, zijn naam!
+
+Het jacht werpt eenige vuurraketten omhoog, een regen van gouden
+sterren valt neer.
+
+De boot stoomt de haven binnen. Een donderend gejubel weerklinkt;
+de menschen weenen van blijdschap en vervoering.
+
+Maar Bosco voelt, dat hij zulk een hulde niet verdient. Hij zou willen
+knielen voor deze menschen, die hem huldigen, en hen smeeken hem te
+vergeven, dat hij niets vermag, niets gedaan heeft voor hen allen.
+
+
+
+Door een bizonder toeval is donna Micaela dien nacht in Palermo. Ze
+is daar voor een van de ondernemingen, die ze meent te moeten beginnen
+om het leven te kunnen uithouden. Zij is daar óf voor de marmergroeve
+óf voor het moeras, dat zij wil dempen.
+
+Zij staat beneden bij de haven, zij, zooals alle anderen. Men ziet
+haar aan, als zij zich een weg baant naar het strand, een hooge,
+donkere vrouw, met een voornaam uiterlijk, een bleek gelaat met
+sprekende trekken en smeekende, verlangende, hartstochtelijke oogen.
+
+Terwijl het volk jubelt en juicht, voert donna Micaela een hevigen
+strijd. "Indien dit nu Gaetano was," denkt zij, kon ik dan, zou
+ik dan....
+
+"Indien al deze menschen jubelen om hem, zou ik dan..."
+
+Er heerscht zulk een vreugde in de stad, grooter dan zij ooit gezien
+heeft. De menschen hebben elkaar lief als broeders. En dat is niet
+alleen omdat een socialist thuis komt, maar omdat ze gelooven,
+dat de aarde spoedig gelukkig zal zijn. Indien hij nu kwam, nu deze
+blijdschap rondom mij opbruist, denkt zij. Kon ik dan, zou ik dan....
+
+Ze ziet hoe het rijtuig van Bosco door de menschenmenigte tracht te
+dringen. Het gaat stap voor stap; langen tijd moet het stilstaan. Er
+zullen vele uren noodig zijn, voordat het rijtuig voorbij de haven is.
+
+Indien hij het was, en ik zag hoe alle menschen zich om hem verdrongen,
+kon ik het dan laten mij in zijn armen te werpen? Kon ik...
+
+
+
+Zoo spoedig zij uit het gedrang komen, neemt ze een wagen en rijdt
+door de vlakte van Conca d'oras naar de groote domkerk der Noorsche
+koningen te Monreale.
+
+Ze treedt binnen en staat oog in oog met het schoonste Christusbeeld,
+dat menschelijke kunst geschapen heeft. Hoog op het koor zit
+de gezegende Christus in stralend mozaïek, machtig, mystisch en
+majestueus.
+
+Ontelbaar zijn de pelgrims, die naar Monreale trekken om troost te
+zoeken in het aanschouwen van zijn aangezicht. Ontelbaar zijn de velen,
+die in verre landen naar hem smachten.
+
+De grond trilt onder de voeten van hem die dit Christusbeeld voor
+de eerste maal aanschouwt. Zijn oogen dwingen den vreemdeling de
+knieën voor hem te buigen. Zonder dat de bezoeker het weet, stamelen
+zijn lippen:
+
+"O God! Mijn God!"
+
+Rondom op de tempelwanden stralen de wereldgebeurtenissen in de
+mozaïek. Die voeren de gedachten slechts tot hem; zij zijn daar
+slechts om te zeggen:
+
+Het gansche verleden behoort hem, het heden is van hem en evenzoo
+behoort hem de geheele toekomst.
+
+De mysteriën van leven en dood sluimeren in zijn hoofd.
+
+Daar woont de geest, die het lot der wereld bestuurt.
+
+Daar heerscht de liefde, die de wereld verlossen zal.
+
+En donna Micaela roept hem aan:
+
+"Gij, Gods zoon, verlaat mij niet! Laat geen mensch de macht hebben
+mij van u te scheiden!"
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE THUISKOMST.
+
+
+'t Is een wonderlijk gevoel thuis te komen. Terwijl ge nog op reis
+zijt, kunt ge niet denken, dat het zoo wonderlijk zal zijn.
+
+Wanneer ge komt bij Reggio aan de straat van Messina en Sicilië uit
+de zee ziet opduiken als een nevelland, wordt ge haast ongeduldig.
+
+"Is het niets anders?" zegt ge. "Dat is immers een land zooals alle
+andere."
+
+En als ge bij Messina aan land stapt, zijt ge nog steeds ongeduldig. Er
+moest iets gebeurd zijn, er moest iets geschied zijn, terwijl ge weg
+waart. Ge hadt niet dezelfde ellende, dezelfde lompen, denzelfden
+nood moeten terugvinden, die ge bij uw vertrek verlaten hebt. Wel ziet
+ge dat de lente gekomen is. De vijgeboomen dragen reeds bladeren, de
+wijnstokken zenden ranken uit, die in een paar uur zichtbaar groeien,
+en een menigte erwten en boonen liggen op de kade.
+
+Slaat ge een blik op de heuvelen rondom de stad, dan ziet ge dat de
+grauwe cactusplanten, die langs de rotshellingen groeien, bedekt zijn
+met vuurroode bloemen, die schitteren als kleine, vurige vlammen. 't
+Schijnt alsof de fichedenda's vol vuur zijn, dat nu is uitgebroken.
+
+Maar hoewel de cactus in vollen bloei staat, is hij nog even grauw,
+stoffig en met spinnewebben bedekt als altijd. En ge zegt tot u zelf,
+dat Sicilië gelijkt op den cactus. Hoe vele lenten er ook over het
+eiland gegaan zijn, het blijft toch altijd het land der grauwe armoede.
+
+Ge kunt niet begrijpen, dat alles precies gelijk is gebleven. De
+Scylla en de Charybdis hadden moeten bruisen gelijk in vroeger
+dagen. De steenen reuzen in den Girgentitempel moesten opgestaan
+zijn met geboeide leden. Selinunts tempel moest verrezen zijn uit
+zijn puinhoopen. Heel Sicilië moest ontwaakt zijn.
+
+Als ge nu van Messina langs de kust reist, zijt ge nog steeds
+ongeduldig. Ge ziet, dat de boeren nog steeds het land bewerken met
+houten ploegen en dat hun paarden er nog even mager, ellendig en
+uitgehongerd uitzien, als vóór uw vertrek.
+
+Ja, alles is precies gelijk gebleven. De zonneschijn valt neer op
+de aarde als een regen van kleuren, de pelagonia's bloeien aan den
+wegkant, de zee ligt zacht blauw en streelt het strand.
+
+Woeste bergen met hooge kruinen verheffen zich langs de kust. Het
+hooggebergte van den Etna verrijst aan den horizon. Plotseling
+bemerkt ge, dat er iets wonderbaarlijks geschied is. Ge zijt niet
+meer ongeduldig, integendeel, ge verheugt u over de bloeiende velden,
+de bergen en de blauwe zee.
+
+Ge wordt teruggevoerd tot de schoone aarde als een van haar verloren
+bezittingen. Ge hebt geen tijd aan iets anders dan aan haar te
+denken. Eindelijk komt ge in de nabijheid van uw echt thuis, waar ge
+uw kindsheid hebt doorgebracht.
+
+Hoe hebt ge zulke goddelooze gedachten kunnen hebben, terwijl ge weg
+waart? Dit arme thuis wildet ge nooit weerzien omdat ge daar te veel
+geleden hebt?--
+
+Dan aanschouwt ge opeens de oude bergstad op eenigen afstand, en die
+ziet er vroolijk lachend uit en voelt zich volkomen onschuldig.
+
+"Kom, heb mij opnieuw lief," zegt ze.
+
+En ge kunt niet anders dan gelukkig en dankbaar zijn, omdat ze uw
+liefde wil aannemen.
+
+O, als ge nu komt op den zigzagweg, die naar de stadspoort voert! De
+schaduw van een olijfboom valt over u. Wil hij u liefkoozen? Een kleine
+hagedis komt te voorschijn op een muur. Ge moet staan blijven om naar
+haar te kijken. Kan zij niet een oude kennis zijn, die u goedendag
+wil zeggen?
+
+Plotseling wordt ge angstig. Uw hart begint te kloppen en te
+hameren. Ge herinnert u, dat ge niet weet wat ge zult hooren,
+als ge thuis komt. Geen brief hebt ge geschreven, niemand hebt ge
+ontvangen. Alles wat u aan uw thuis kon herinneren, hebt ge van u
+gewezen. Dat was het verstandigste nu ge toch nooit weer thuis zoudt
+komen. En tot dit oogenblik was alles wat uw huis betrof, dood voor u.
+
+Maar nu weet ge niet, hoe ge het leven zult kunnen uithouden indien er
+thuis iets veranderd is. 't Zal u zulk een groot verdriet veroorzaken,
+indien de Monte Chiaro slechts één palm verloren heeft, indien er
+slechts één enkele steen losgeraakt is uit den stadsmuur.
+
+Zou de groote agave nog op het vooruitspringende rotsblok staan? Neen,
+de agave is er niet meer, die is omvergehakt. En de steenen bank aan
+den weg is gebroken. Die bank zult ge missen, het was altijd zulk een
+heerlijk rustpunt. En zie, op het groene veld onder den amandelboom
+is een schuur gebouwd. Nu kunt ge u nooit meer uitstrekken op dat
+bloeiende klaverveld.
+
+Ge wordt angstig bij elke schrede. Wat zult ge nu zien? Zoo ontroerd
+zijt ge, dat ge voelt dat ge in tranen zoudt uitbarsten, indien ge
+slechts hoordet, dat er een der oude bedelaarsters gestorven is,
+terwijl ge afwezig waart.
+
+Neen, ge wist niet dat het zoo wonderlijk is, thuis te komen. Ge
+kwaamt eenige weken geleden uit de gevangenis, en de lusteloosheid
+der gevangenis lag nog over u. Ge wist nauwelijks of ge wel naar
+huis zoudt reizen. De geliefde was dood, 't was al te vreeselijk
+de oude wonde opnieuw open te rijten. Zoo liept ge lusteloos rond,
+maar eindelijk vermandet gij u. Gij moest toch naar uw oude, arme
+moeder. En nu ge daar gaat, voelt ge, dat ge hebt verlangd naar elken
+steen, iederen grashalm.
+
+
+
+Dadelijk nadat Gaetano in den winkel kwam, heeft donna Elisa zich
+voorgenomen: "Nu zal ik met hem spreken over Micaela. Misschien weet
+hij nog niet eens dat zij leeft." Maar zij stelt dat minuut na minuut
+uit, niet alleen omdat zij hem een tijdje voor zich alleen wil houden,
+maar ook omdat hij, zoodra hij Micaela's naam hoort, liefdesmart en
+pijn zal gevoelen. Want Micaela wil niet met hem trouwen, dat heeft
+ze donna Elisa duizenden malen gezegd.
+
+Zij wil hem bevrijden uit de gevangenis, maar ze wil niet de vrouw
+van een vrijdenker worden.
+
+Slechts een half uur wil donna Elisa Gaetano voor zich zelf behouden,
+slechts een enkel half uurtje.
+
+Maar zoo lang zal zij zeker niet kunnen zitten met zijn hand in de hare
+en hem duizenden vragen doen, want het volk heeft zijn komst reeds
+vernomen. Opeens staat de straat vol menschen, die hem allen willen
+zien. Donna Elisa heeft den grendel voor de winkeldeur geschoven,
+want zij wist immers, dat zij geen oogenblik rust zou hebben, zoodra
+men Gaetano ontdekt heeft. Maar het baat haar heel weinig.
+
+De menschen kloppen op de ramen en rammelen aan de deur.
+
+"Don Gaetano," roepen ze. "Don Gaetano!"
+
+Gaetano verschijnt lachend op de trap. Ze zwaaien met hun mutsen en
+roepen luid hoera. Hij ijlt tusschen de menschenmenigte en omhelst
+den een na den ander. Maar dat is niet alles wat ze verlangen. Hij
+moet op de trap een toespraak tot hen houden; hij moet hun vertellen
+hoe hard de regeering voor hem geweest is en hoe hij geleden heeft
+in de gevangenis.
+
+Gaetano lacht nog steeds en gaat op de trap staan.
+
+"De gevangenis," zegt hij, "wat zal ik u daarvan vertellen? Ik heb
+elken dag mijn soep gehad, elken middag, dat is meer dan velen van
+u kunnen zeggen."
+
+De kleine Gandolfo zwaait zijn muts en roept:
+
+"Nu zijn er heel wat meer socialisten in Diamante, dan toen ge
+weggingt, don Gaetano."
+
+"Hoe zou dat anders kunnen zijn," lachte hij. "Alle menschen
+moeten socialist worden. Is het socialisme dan iets gevaarlijks,
+iets afschuwelijks? Het socialisme is een idylle. 't Is een idylle
+van een eigen thuis, van gezegenden arbeid, zooals iedere mensch dat
+droomt in zijn jeugd. Een heele aarde vervuld van...."
+
+Hier zwijgt hij plotseling. Toevallig heeft hij een blik geworpen
+op het zomerpaleis. Daar staat donna Micaela op een der balkons en
+kijkt naar hem.
+
+Hij denkt geen oogenblik, dat zij een visioen of een spookverschijning
+is. Hij ziet dadelijk dat zij leeft. Maar juist daarom.... Of het
+nu ook kwam omdat de gevangenistijd zijn krachten verzwakt heeft,
+en hij zich nu niet beheerschen kan.... hij voelt dat hij zich niet
+staande kan houden. Hij grijpt met de handen in de lucht, tracht tegen
+den deurpost te leunen, maar 't helpt niets. Zijn beenen dragen hem
+niet langer, hij valt van de trap en slaat met een harden bons zijn
+hoofd tegen de steenen.
+
+Hij ligt daar als voor dood.
+
+Ze vliegen allen op hem af, dragen hem naar binnen, ijlen naar een
+dokter, spreken allen tegelijk en slaan duizenden middeltjes voor om
+hem te helpen.
+
+Donna Elisa en Pacifica krijgen hem eindelijk in een der
+slaapkamers. Luca jaagt de menschen uit het huis, en stelt zich op
+wacht voor de gesloten deur. Donna Micaela, die met de anderen naar
+binnen gekomen is, neemt hij het eerst van allen bij de hand en brengt
+haar buiten de deur. Zij vooral mag niet binnen blijven. Luca heeft
+zelf gezien hoe Gaetano als door den bliksem getroffen neerstortte,
+toen hij haar zag.
+
+De dokter doet alle mogelijke moeite om Gaetano weer tot het leven te
+roepen. Maar dat gelukt hem niet, Gaetano ligt daar als versteend. De
+dokter meent dat hij in een gevaarlijken toestand is, hij weet niet
+of hij hem nog kan redden. De bezwijming op zich zelf beteekent immers
+niets, maar de slag op de harde steenen....
+
+Binnenshuis heerscht groote drukte, maar de arme buitengeslotenen
+kunnen niets anders doen dan wachten en wachten.
+
+Ze staan den geheelen dag voor donna Elisa's deur. Daar staan donna
+Emilia en donna Concetta, vroeger bestond er niet veel vriendschap
+tusschen haar beiden, maar heden staan ze naast elkaar te treuren.
+
+Vele angstige oogen turen door het winkelraam van donna Elisa's
+huis. De kleine Gandolfo en de oude Assunta van de domtrap en de arme
+stoelmatter staan daar den heelen namiddag zonder een oogenblik rust
+te nemen. 't Is vreeselijk, dat Gaetano zal sterven, nu zij hem juist
+weer terug hebben gekregen.
+
+De blinden staan daar te wachten alsof ze hopen, dat hij hun het
+gezicht terug zal geven, en arme menschen, zoowel van Geraci als van
+Corvaja, wachten in angstige spanning hoe het met hun jongen Heer,
+den laatsten Alagona, zal afloopen.
+
+Hij had hen allen lief, en hij had zulk een groote macht en kracht,
+indien hij slechts in het leven bleef....
+
+"God heeft zijn hand van Sicilië genomen," zeggen ze. "Allen, die
+het volk willen helpen, laat hij sterven."
+
+Den geheelen namiddag, den avond tot middernacht staan de menschen
+voor donna Elisa's huis.
+
+Precies klokslag twaalf verschijnt donna Elisa in de winkeldeur,
+en daalt van de trap.
+
+"Is hij gered?" roepen ze allen.
+
+"Neen, zijn toestand is nog hetzelfde."
+
+Allen zwijgen, eindelijk vraagt een bevende stem:
+
+"Is het erger?"
+
+"Neen, neen, het is niet erger. Zijn toestand is hetzelfde, de dokter
+is bij hem."
+
+Donna Elisa heeft een zwarte sjaal over het hoofd geworpen, ze draagt
+een lantaarn in de hand. Zij gaat op straat, waar de menschen dicht
+op elkaar gedrongen staan en liggen.
+
+"Is Gandolfo hier?" vraagt ze.
+
+"Ja, donna Elisa." Gandolfo komt te voorschijn.
+
+"Ga met mij mede om je kerk voor me te ontsluiten." Allen die donna
+Elisa's woorden verstaan hebben, begrijpen dat ze wil gaan bidden in
+San Pasquale om het Christusbeeld te smeeken voor Gaetano's leven. Ze
+staan allen op en willen met haar gaan.
+
+Donna Elisa is zeer getroffen door dit medelijden, ze heeft een gevoel
+alsof haar hart grooter wordt.
+
+"Ik zal u iets vertellen," zegt ze met bevende stem.
+
+"Ik heb gedroomd. Ik weet niet hoe het kwam, dat ik opeens in slaap
+viel, maar terwijl ik zoo bedroefd bij Gaetano's bed zat, sliep ik
+in. Nauweljks had ik mijn oogen gesloten, of ik zag het Christusbeeld
+met zijn kroon en gouden schoentjes, zooals hij in San Pasquale's kerk
+staat. En hij zei tot mij: "Maak de arme vrouw, die in mijn kerk ligt
+te bidden, tot de echtgenoote van uw zoon, dan zal hij genezen."
+
+"Nadat hij dit gezegd had, ontwaakte ik, en toen ik mijn oogen opsloeg,
+was het mij alsof ik het Christusbeeld door den muur zag verdwijnen. En
+nu moet ik naar de kerk om te zien of er een vrouw is.
+
+"Maar gij hoort allen, dat ik heilig beloof, dat indien er eenige vrouw
+in San Pasquale is, ik doen zal wat het beeld mij bevolen heeft. En
+indien het ook het armste meisje van de straat is, ik zal haar als
+mijn dochter beschouwen en haar maken tot mijn zoons echtgenoote."
+
+Als donna Elisa dit gezegd heeft, gaat ze door allen gevolgd naar
+Pasquale. Alle arme menschen zijn in gespannen verwachting. Ze kunnen
+zich nauwelijks bedwingen om donna Elisa niet voorbij te snellen om
+te zien of er ook iemand in de kerk is.
+
+Denk eens, indien het een zigeunerin was, die daar vannacht beschutting
+zocht. Wie anders kan 's nachts in de kerk zijn dan een arme verlaten
+stakker?
+
+'t Is een vreeselijke gelofte, die donna Elisa gedaan heeft.
+
+Eindelijk hebben ze de Porta Etnea bereikt en nu gaat het vlug
+heuvelafwaarts.
+
+Maar zie, de kerkdeur staat open. Er is dus werkelijk iemand. De
+lantaarn trilt in donna Elisa's hand.
+
+Gandolfo wil die voor haar dragen, maar zij behoudt die.
+
+"In Godsnaam, in Godsnaam," mompelt zij, terwijl zij de kerk
+binnentreedt.
+
+Het volk dringt om binnen te komen. Men drukt elkaar bijna dood, maar
+van spanning zwijgen allen. Niemand zegt een woord. Allen staren naar
+het hoogaltaar. Is daar iemand? Is daar iemand? De kleine lamp boven
+het beeld werpt slechts een zeer zwakken lichtschijn. Is er iemand?
+
+Ja, er is iemand. Er ligt een vrouw voor het altaar geknield. Zij bidt
+en heeft het hoofd zoo diep gebogen, dat men niet kan zien, wie zij is.
+
+Nu zij schreden achter zich hoort, richt zij den langen gebogen hals
+op, en ziet om. 't Is donna Micaela.
+
+In het eerste oogenblik is zij verschrikt en ziet er uit als wilde
+ze vluchten. Donna Elisa is ook verschrikt, ze zien elkaar aan,
+alsof ze elkaar nooit tevoren gezien hebben.
+
+Maar nu zegt donna Micaela heel zacht:
+
+"Ge komt om voor hem te bidden, schoonzuster," en ze schuift een
+weinig ter zijde, opdat donna Elisa voor het beeld zal kunnen knielen.
+
+Donna Elisa's hand beeft zoo, dat ze de lantaarn op den grond moet
+zetten, haar stem is heesch, als zij vraagt:
+
+"Is niemand anders dan gij hier vannacht geweest, Micaela?"
+
+"Neen, niemand anders."
+
+Donna Elisa moet tegen het altaar leunen om niet te vallen, donna
+Micaela ziet dat. Zij is dadelijk bij haar en legt den arm om haar
+middel.
+
+"Ga zitten, ga zitten!" en donna Micaela knielt neer.
+
+"Is het zoo slecht met hem? Wij zullen voor hem bidden."
+
+"Micaela," zegt Elisa, "ik dacht dat ik hier geholpen zou worden."
+
+"Ja zeker, dat zult ge ook."
+
+"Ik droomde, dat het beeld tot mij kwam, en mij beval hier heen
+te gaan."
+
+"Hij heeft ons reeds zoo vele malen geholpen."
+
+"Maar hij zei tot mij: Maak de arme vrouw, die voor mijn altaar ligt,
+tot de echtgenoote van uwen zoon, dan zal hij genezen."
+
+"Wat zei hij?"
+
+"Ik zou de vrouw, die hier bad, tot mijn zoons echtgenoote maken."
+
+"En dat wildet ge? Gij wist immers niet wie gij hier zoudt vinden?"
+
+"Onderweg deed ik de belofte--en zij die mij volgden, hebben het
+gehoord--dat wie het ook zou zijn, ik haar in mijn armen zou nemen
+en naar mijn huis zou voeren. Ik dacht dat God een arme vrouw wilde
+helpen."
+
+"Ja, dat is zeker ook het geval."
+
+"Ik was zoo bedroefd toen ik zag, dat niemand anders hier was dan gij."
+
+Donna Micaela geeft geen antwoord, ze ziet slechts naar het
+beeld. "Wilt ge dat? Wilt ge dat?" vraagt ze ontroerd.
+
+Donna Elisa gaat door met klagen. "Ik zag hem zoo duidelijk, en hij
+heeft ons nog nooit bedrogen. Ik dacht dat een arm meisje, dat geen
+thuis had, om een man gesmeekt had.
+
+"Zoo iets is wel eens vroeger voorgekomen. Wat zal ik nu doen?"
+
+Zij klaagt en jammert, en zij kan de gedachte maar niet uit haar
+hoofd zetten, dat het een arme vrouw moet zijn.
+
+Op 't laatst wordt donna Micaela ongeduldig.
+
+Zij grijpt haar bij den arm en schudt dien. "Maar donna Elisa,
+donna Elisa."
+
+Donna Elisa hoort haar niet; ze jammert maar steeds.
+
+"Wat zal ik doen, wat zal ik doen?"
+
+"Maar maak dan de arme vrouw, die hier ligt, tot de echtgenoote van
+uw zoon, donna Elisa!"
+
+Donna Elisa ziet op en aanschouwt een bekoorlijk stralend gelaat!
+
+Maar slechts een oogenblik, want donna Micaela verbergt het haastig
+aan donna Elisa's schouder.
+
+
+
+Donna Elisa en donna Micaela gaan te zamen terug naar de stad. De
+straat kronkelt zich zoo, dat ze donna Elisa's huis niet kunnen
+zien, vóórdat zij er heel dicht bij zijn. Als zij het eindelijk in
+het gezicht krijgen, zien ze dat de winkelramen verlicht zijn. Vier
+groote waskaarsen branden achter de trossen rozenkransen.
+
+De twee vrouwen drukken elkaar de hand. "Hij leeft, hij leeft,"
+fluisteren zij.
+
+"Ge moogt hem niets zeggen van hetgeen het beeld u bevolen heeft,"
+zegt donna Micaela.
+
+Voor den winkel omhelzen zij elkaar en gaan elk naar haar huis. Na een
+tijdje verschijnt Gaetano op de winkeltrap. Een oogenblik staat hij
+stil, terwijl hij de frissche nachtlucht inademt. Dan ziet hij, dat
+er nog licht brandt in het zomerpaleis aan de overzij van de straat.
+
+Gaetano ademt diep en heftig, hij schijnt haast bevreesd om verder
+te gaan. Plotseling ijlt hij weg als iemand, die een onafweerbaar
+ongeluk tegemoet gaat.
+
+De poort van het zomerpaleis is niet gesloten, hij springt de trap
+op en rukt de deur der muziekzaal open zonder aan te kloppen.
+
+Donna Micaela zit te denken of hij nog hedennacht zal komen of wachten
+zal tot den volgenden morgen.
+
+Dan hoort zij schreden op de galerij.
+
+Een angstig gevoel grijpt haar aan. Hoe zal hij nu zijn? Zij heeft
+zoo ongelooflijk naar hem verlangd. Zal hij nu werkelijk zoo zijn,
+dat eindelijk al haar verlangen bevredigd wordt?
+
+En zullen er geen nieuwe muren tusschen hen oprijzen? Zullen ze
+elkaar één keer alles kunnen zeggen? Zullen ze nu over liefde of over
+socialisme spreken?
+
+Als hij de deur openrukt, tracht ze hem tegemoet te gaan, maar zij kan
+niet. Heel haar lichaam trilt, ze gaat zitten en bedekt haar oogen
+met de handen. Zij verwacht dat hij haar in zijn armen zal sluiten
+en haar kussen zal. Maar dat doet hij stellig niet. Gaetano pleegt
+niet te doen, wat men van hem verwacht.
+
+Zoodra hij uit zijn bezwijming ontwaakte, heeft hij zich in de kleeren
+geworpen om naar haar te gaan. Hij is eigenlijk uitgelaten vroolijk,
+hij zou willen, dat ook zij het zoo licht opnam. Hij wil niet ontroerd
+zijn. Hij kan nu geen aandoening verdragen, 's voormiddags is hij
+toch ook in onmacht gevallen. Hij staat stil naast haar tot zij haar
+kalmte herwonnen heeft.
+
+"Gij hebt geen sterke zenuwen," zegt hij.
+
+Dat is alles wat hij zegt.
+
+Zij en donna Elisa en alle menschen in Diamante zijn overtuigd, dat
+hij gekomen is om haar in zijn armen te sluiten en haar te zeggen,
+dat hij haar liefheeft.
+
+Maar juist daarom is het Gaetano onmogelijk. Sommige menschen hebben
+een oppositiegeest, ze kunnen nooit doen, wat men verwacht, dat zij
+zullen doen.
+
+Gaetano begint haar van zijn reis te vertellen. Hij spreekt niet
+eens over het socialisme. Hij spreekt van den trein, den conducteur
+en het eigenaardige reisgezelschap.
+
+Donna Micaela ziet hem aan, haar oogen beginnen al inniger te
+smeeken. Gaetano schijnt blij en gelukkig te zijn haar te zien. Maar
+waarom kan hij niet zeggen, wat hij moet zeggen?
+
+"Hebt ge met den Etnaspoorweg gereisd?" vraagt zij.
+
+"Ja," antwoordt hij en begint kalm uit te weiden over het nut en de
+schoonheid van dezen nieuwen spoorweg. Hij weet in het geheel niet
+hoe die tot stand is gekomen.
+
+Gaetano zegt tot zich zelf dat hij een barbaar is. Waarom zegt hij
+haar niet de woorden waarnaar zij smacht? Maar waarom zit zij daar
+ook zoo onderdanig?
+
+Waarom toont zij, dat hij slechts zijn hand behoeft uit te strekken
+om haar te nemen?
+
+Hij is jubelend, stralend gelukkig weer in haar nabijheid te zijn,
+maar zij is hem zoo zeker, zoo zeker.--'t Is zoo aardig haar een
+weinig te plagen.
+
+Het volk staat nog op straat, en alle menschen voelen zich verheugd
+alsof ze een dochter uithuwelijken.
+
+Zij hebben slechts geduld gehad om Gaetano tijd te geven zich te
+verklaren.
+
+Maar nu moet hij dat zeker wel gedaan hebben.
+
+En zij beginnen te roepen:
+
+"Leve Gaetano! Leve Micaela!"
+
+Donna Micaela ziet met een onbeschrijflijk gepijnigden blik op. Hij
+moet toch begrijpen, dat zij daaraan geen schuld heeft. Zij gaat
+naar de galerij en zendt Lucia naar beneden met het verzoek of zij
+daarbuiten stil willen zijn.
+
+Als zij weer in de kamer komt, is Gaetano opgestaan. Hij reikt haar
+de hand, hij wil gaan.
+
+Donna Micaela geeft hem de hand zonder bijna te weten wat zij
+doet. Maar plotseling trekt zij haar hand terug.
+
+"Neen, neen!" zegt zij.
+
+Hij wil gaan en wie weet of hij morgen terugkomt. En zij heeft niet
+met hem gesproken, ze heeft geen woord gezegd van hetgeen haar op
+het hart ligt.
+
+Het behoefde tusschen hen niet te zijn als tusschen gewone
+verliefden. Hij had immers haar leven het leven gegeven, gedurende
+zoovele jaren. Of hij haar nu sprak van liefde of niet, dat was haar
+onverschillig. Zij wilde hem zeggen wat hij voor haar geweest was.
+
+En juist nu. Men moet den tijd gebruiken waar het Gaetano geldt. Zij
+waagt het niet hem te laten gaan.
+
+"Ge moogt nog niet vertrekken," zegt zij. "Ik moet u iets zeggen." Zij
+zet een stoel voor hem gereed, zelf neemt zij iets achter hem
+plaats. Zijn oogen stralen al te vroolijk hedenavond, die doen haar
+pijn. Dan begint zij te spreken. De groote, verborgen schatten
+van haar leven legt zij voor hem bloot. Dat waren al de woorden,
+die hij tot haar gesproken heeft, al de droomen, die hij haar heeft
+doen droomen. Zij heeft niets verloren. Alles heeft zij gespaard en
+verzameld; het is de gansche rijkdom van haar arm leven geweest.
+
+In het begin spreekt zij haastig, alsof zij een les opzegt. Zij is bang
+voor hem; zij weet niet of het hem aangenaam is dat ze spreekt. Dan
+waagt ze het hem aan te zien. Nu is hij ernstig, nu is hij in het
+geheel niet vroolijk meer.
+
+Hij zit stil te luisteren alsof hij geen lettergreep wil verloren
+laten gaan. Zoo straks was zijn gelaat ziekelijk aschgrauw, maar nu
+verandert het plotseling. Zijn aangezicht begint te schitteren als
+van een zalige.
+
+Zij vertelt en vertelt. Zij ziet aan hem, dat ook zij nu schoon
+is. Hoe zou het ook anders kunnen zijn. Eindelijk, eindelijk kan zij
+hem alles zeggen.
+
+Ze mag hem zeggen, hoe de liefde tot haar kwam en haar sedert
+nooit weer verliet. Eindelijk mag zij hem zeggen, wat hij voor haar
+geweest is.
+
+Woorden kunnen het niet genoeg uitdrukken. Ze grijpt zijn hand en
+kust die.
+
+Hij laat dat geschieden zonder zich te verroeren. De kleur van zijn
+gelaat wordt niet hooger, maar doorschijnender, klaarder. Zij moet
+aan Gandolfo denken, die zei, dat Gaetano's gezicht zoo bleek werd,
+dat het lichtte.
+
+Hij valt haar niet in de rede. Zij vertelt hem van den spoorweg,
+verhaalt van de wonderen van het Christusbeeld. Nu en dan ziet hij
+haar aan. Zijn oogen stralen haar tegemoet. Hij lacht haar volstrekt
+niet uit.
+
+Zij zou gaarne willen weten wat hij nu denkt. Hij ziet er uit, alsof
+hetgeen zij hem vertelt niet veel nieuws voor hem is. Hij schijnt
+alles reeds te weten wat zij zegt.
+
+Kwam het misschien, omdat de liefde, die hij voor haar gevoelt, juist
+zoo is als haar liefde voor hem? Wekte die in hem ook het edelste,
+dat in zijn ziel sluimerde? Was die ook de verheffende kracht van zijn
+leven geweest? Had die vleugels gegeven aan zijn kunstenaarsziel? Had
+die hem de armen en onderdrukten doen liefhebben? Bezielt die liefde
+hem, zoodat hij voelt dat hij een kunstenaar, een apostel is, en
+niets te hoog is voor hem?
+
+Daar hij nog steeds zwijgt, denkt zij, dat hij zich misschien niet
+wil binden aan haar. Hij heeft haar lief, maar hij wil misschien
+een vrij man blijven. Hij meent misschien, dat zij niet past voor de
+vrouw van een socialist.
+
+Haar bloed begint te koken. Zij denkt, dat hij misschien meent,
+dat zij bedelt om zijn liefde.
+
+Zij heeft hem bijna alles verhaald, wat gebeurd is in den tijd,
+dat hij afwezig was. Nu breekt zij plotseling haar verhaal af.
+
+"Ik heb je liefgehad," zegt zij. "Ik zal je altijd liefhebben en
+ik zou gewenscht hebben, dat je mij nog éénmaal zeidet, dat je mij
+liefhebt. Dan zou de scheiding gemakkelijker te dragen zijn."
+
+"Werkelijk?" zegt hij.
+
+"Kan ik ooit je vrouw worden?" zegt ze; haar stem beeft van smart. "Ik
+vrees niet meer zooals vroeger je leer, ik ben niet meer bang voor je
+armen; ook ik wil de aarde herscheppen zooals gij. Maar ik ben een
+geloovige. Hoe zou ik met je kunnen leven als je daarin niet gelijk
+met mij denkt? Of zou je mij tot ongeloof willen verleiden? Dan
+zou de wereld dood voor mij zijn. Alles zou doel en beteekenis voor
+mij verloren hebben. Ik zou een rampzalig, ellendig mensch zijn. We
+moeten scheiden."
+
+"Werkelijk?" Zijn oogen beginnen te schitteren van ongeduld.
+
+"Nu moet je gaan," zegt ze stil. "Ik heb je alles verteld, wat ik
+zeggen wilde. Ik zou gewenscht hebben, dat je mij iets te zeggen hadt
+gehad. Maar misschien is het zoo beter voor ons beiden. We moeten de
+scheiding niet zwaarder maken, dan zij reeds is."
+
+Gaetano's eene hand grijpt hard om haar handen, met de andere houdt
+hij haar hoofd vast, zoo kust hij haar.
+
+Was zij waanzinnig, dat zij kon denken, dat hij door iets, iets ter
+wereld zich van haar zou laten scheiden?
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+SLECHTS VAN DEZE WERELD.
+
+
+Toen zij opgroeide, zeiden alle menschen van haar: "Zij wordt een
+heilige, zij wordt stellig een heilige."
+
+Haar naam was Margherita Cornado. Zij woonde in Girgenti, dat aan de
+Zuidkust van Sicilië in het groote mijndistrict ligt.
+
+Toen zij nog een kind was, werkte haar vader in de mijnen, later kreeg
+hij een kleine erfenis, zoodat hij niet meer behoefde te werken. Er
+was een klein, smal, armoedig dakterras op het huis van Margherita
+Cornado in Girgenti. Een steile, smalle trap leidde daarheen, en men
+moest door een lage deuropening kruipen om op het terras te komen.
+
+Was men daar, dan zag men niet alleen een menigte daken, maar ook
+de lucht boven de stad, die doorpriemd was met de talrijke torens
+en spitse gevels der kerken. En iedere gevel en elke toren was een
+trillend kantwerk van beelden, loggia's en sierlijke baldakijns.
+
+Achter de stad zag men een groote vlakte, die neerdaalde tot de zee,
+en daaromheen een halven cirkel van bergen, die de vlakte bewaakten.
+
+De vlakte glansde gloeiend rood, de zee email blauw en de berghelling
+goudgeel. Het geheel deed denken aan den kleurengloed en de pracht
+van het Oosten.
+
+Maar men zag nog veel meer dan dit. Oude tempels lagen verstrooid
+over het dal. Ruïnes en merkwaardige oude torens schitterden in den
+zonneschijn. 't Was een heele sprookjeswereld.
+
+Toen Margherita Cornado opgroeide, placht zij het grootste gedeelte
+van den dag hier door te brengen. Maar zij keek niet naar het heerlijke
+landschap. Haar geest was door iets anders in beslag genomen.
+
+Haar vader had haar verteld van het leven in de zwavelmijnen, waar
+hij gewerkt had. Terwijl Margherita Cornado daar op het frissche
+terras zat, vertoefde ze in gedachten steeds in de donkere, benauwde
+mijngangen.
+
+Zij kon niet nalaten aan al de ellende te denken, die in de mijnen
+heerschte. Vooral moest zij aan de kinderen denken, die het erts uit
+de mijnen aansleepten.
+
+"De kleine wagens" noemde men hen. Dat woord bleef steeds in haar
+geheugen haken.
+
+Arme, arme wagentjes! kleine mijnwagentjes!
+
+Zij kwamen 's morgens vroeg bij de mijn, en volgden dan elk hun
+arbeider in de groeve. Zoodra hij erts genoeg uitgehakt had, belastte
+hij zijn "wagentje" met een mand vol erts en dan begonnen dezen op te
+stijgen. Verscheidenen van hen ontmoetten elkaar onderweg en vormden
+dan een langen optocht. Ze begonnen dan te zingen:
+
+
+ De tocht is gedaan met pijn en nood,
+ Met den twintigsten ben ik misschien reeds dood.
+
+
+Als zij eindelijk in het daglicht kwamen, ledigden zij hun manden met
+erts en wierpen zich op den grond om een oogenblik uit te rusten. De
+meeste knapen sleepten zich dan naar de zwavelhoudende waterpoelen,
+die dicht bij de mijnschacht waren en dronken van het stinkende water.
+
+Maar spoedig moesten ze weer naar beneden en ze verzamelden zich bij
+de schacht. En terwijl ze naar beneden klauterden, riepen ze:
+
+"Mijn God, mijn God, erbarm u onzer! erbarm u onzer!"
+
+En elken keer, dat de wagentjes boven kwamen, werd hun gezang
+klagender. Ze snikten en schreiden, terwijl ze opstegen uit de mijn.
+
+De wagentjes baadden in zweet, de zware manden groeven diepe wonden
+in hun schouders.
+
+Terwijl ze op en neer gingen zongen ze:
+
+
+ Zeven tochten gedaan in pijn en nood,
+ 't Leven is erger dan de dood.
+
+
+Gedurende heel haar jeugd had Margherita Cornado medelijden gevoeld
+met deze ongelukkige kinderen.
+
+En juist omdat zij altijd aan hun rampzalig lot dacht, geloofde men
+dat zij een heilige zou worden.
+
+Ze vergat hen ook niet, toen zij ouder werd. Zoodra zij volwassen
+was, ging zij naar Grotte, waar de meeste mijnen zijn, en als dan de
+wagentjes in het daglicht kwamen, verkwikte zij hen bij de schacht
+met helder, zuiver water. Zij droogde het zweet van hun gelaat,
+zij verbond de wonden aan hun schouders.
+
+'t Was niet veel, wat zij voor hen doen kon, maar toch geloofden de
+wagentjes, dat zij het leven niet meer konden dragen, indien Margherita
+Cornado niet kwam om hen te troosten.
+
+Maar ongelukkig voor de wagentjes, was Margherita zeer schoon. Eens
+zag een der mijningenieurs haar, terwijl zij hen troostte, en hij
+kreeg haar dadelijk zeer lief. Een paar weken later kwam Margherita
+Cornado in het geheel niet meer bij de mijnen in Grotte. Zij zat
+thuis in Girgenti aan haar uitzet te naaien. Ze zou trouwen met den
+mijningenieur. Zij zou een goede partij doen en verwant worden aan
+de eersten der stad. Nu kon zij zich immers niet meer bekommeren om
+de wagentjes.
+
+Een paar dagen voor de bruiloft kwam de oude bedelaarster Santuzza, die
+Margherita's peettante was, bij haar en verlangde haar te spreken. Ze
+begaven zich naar het dakterras om ongestoord te kunnen zijn.
+
+"Margherita," zei de oude vrouw, "gij leeft in zulk een glans en
+heerlijkheid, dat het misschien weinig baat nu tot u te spreken
+over degenen, die in nood en kommer leven. Die allen hebt ge geheel
+vergeten."
+
+Margherita berispte haar, omdat zij zoo kon spreken.
+
+"Ik breng u de groeten van mijn zoon Orestes. Het gaat hem slecht,
+hij heeft uw raad noodig."
+
+"Ge weet dat ge vrij tot mij kunt spreken, Santuzza," zei het meisje.
+
+"Orestes werkt niet langer in de mijnen van Grotte, hij is vertrokken
+naar Racalmuto, en hij heeft het daar zeer slecht.
+
+"Niet omdat het loon zoo karig is, maar omdat de ingenieur zoo hard
+is, dat hij de arme menschen tot hun laatsten bloeddruppel pijnigt."
+
+Santuzza verhaalde nu hoe de ingenieur de arbeiders plaagde. Hij
+berekende hun arbeidstijd te kort, hij liet hen boete betalen, als
+zij een dag verzuimden. Hij bestuurde de mijnen niet goed. Instorting
+op instorting vond plaats. Niemand was zeker van zijn leven zoolang
+hij onder den grond was.
+
+Margherita, Orestes had een zoon. Een heerlijken knaap, die onlangs
+tien jaar geworden is. Toen kwam de ingenieur op een dag bij Orestes
+en wilde den knaap van hem koopen om hem bij de wagentjes te plaatsen.
+
+Maar Orestes wilde niet. Zijn zoontje zou niet vermoord worden door
+zulk een bovenmatigen arbeid.
+
+Toen dreigde de ingenieur hem, dat hij van de mijn gejaagd zou worden.
+
+Santuzza maakte een pauze.
+
+"En toen?" vroeg Margherita.
+
+"Ja, toen stond Orestes zijn zoon af aan den ingenieur.
+
+"Den volgenden dag sloeg deze den knaap, hij sloeg hem bijna elken
+dag. De knaap werd al zwakker en zwakker. Orestes smeekte den ingenieur
+den knaap te sparen, maar hij had geen erbarmen. Hij zei dat de kleine
+lui was, en hij bleef den knaap vervolgen.--En nu is hij dood. Mijn
+kleinzoon is dood, Margherita."
+
+Het meisje had opeens haar gansche geluk vergeten. Opnieuw was zij
+slechts de dochter van den mijnwerker, de schutspatrones der wagentjes;
+het arme meisje, dat op het lichte terras placht te weenen over de
+ellende in de zwarte mijnen.
+
+"Waarom laat men dien man leven?" riep zij uit.
+
+Santuzza keek haar uitvorschend aan. Toen haalde zij een mes uit
+haar zak.
+
+"Dit zendt Orestes u met duizend vragen," zei ze.
+
+Margherita Cornado nam het mes, kuste de kling en gaf het terug zonder
+een woord te spreken.
+
+De avond voor de bruiloft brak aan. De ouders van den bruidegom
+wachtten op hun zoon. Tegen zonsondergang zou hij uit de mijnen
+komen. Maar hij kwam niet. Laat in den nacht zonden ze een knecht
+uit om naar hem te zoeken. Deze vond hem een mijl van Girgenti. Hij
+lag vermoord aan den wegkant.
+
+Men zocht ijverig naar den moordenaar. Alle mijnwerkers moesten een
+streng verhoor ondergaan, maar de schuldige werd niet ontdekt.
+
+Geen getuige gaf zich aan, niemand wilde een kameraad verraden. Toen
+klaagde Margherita Cornado den zoon van haar peetmoeder, Orestes,
+aan als den moordenaar van haar bruidegom.
+
+Dit deed zij hoewel zij wist, dat haar bruidegom schuldig was aan
+alles, waarvan Santuzza hem aangeklaagd had. Dit deed zij hoewel zij
+zelf zijn vonnis geveld had door het mes te kussen.
+
+Maar nauwelijks had zij Orestes aangeklaagd, of ze werd door een
+hevig berouw aangegrepen, gewetenswroeging verteerde haar.
+
+In een ander land dan Sicilië zou hetgeen zij gedaan had, niet als
+een misdaad gerekend worden.
+
+Een Siciliaan echter sterft liever dan dat hij als aanklager optreedt.
+
+Margherita Cornado had geen rust, dag noch nacht. In haar hart was een
+voortdurende, verterende angst, een eeuwige rampzaligheid vervulde
+haar. Zij werd niet streng veroordeeld, omdat men wist, dat ze den
+vermoorden had liefgehad en vond, dat Santuzza te wreed jegens haar
+was geweest. Niemand sprak verachtelijk over haar, niemand wendde
+het hoofd af om haar niet te groeten.
+
+Maar het hielp haar niet, dat de anderen mild jegens haar waren. Het
+berouw woonde in haar hart en schrijnde als een open wonde.
+
+Orestes werd veroordeeld tot levenslange galeistraf. Santuzza stierf
+een paar weken, nadat haar zoon veroordeeld was.
+
+Margherita kon geen vergeving verkrijgen, noch van den een, noch van
+de andere.
+
+Zij riep de heiligen aan, maar dezen wilden haar niet helpen. Niets
+ter wereld scheen in staat te zijn om den verpletterenden last der
+gewetenswroeging van haar af te wentelen.
+
+In dezen tijd verscheen de beroemde Franciscanermonnik fra Gondo in
+Girgenti. Hij predikte om de menschen op te wekken een pelgrimstocht
+naar Diamante te doen.
+
+Fra Gondo gaf er niet om, dat de paus het beeld in San Pasquale nog
+niet als wonderdoend erkend had. Hij had de blinde zangers op hun
+tochten over het eiland getroffen en hen hooren verhalen van het
+beeld. Lange, heerlijke nachten had hij gezeten aan vader Elia's en
+broeder Tomasso's voeten en zij hadden hem van het avondrood tot het
+ochtendkrieken, verhaald van het beeld.
+
+En nu verwees de machtige prediker alle bedroefden naar dezen
+wonderdoener.
+
+Hij spoorde de menschen aan, dezen heiligen tijd niet ongebruikt te
+laten voorbijgaan.
+
+"Het Christuskind," zei hij, "wordt niet genoeg vereerd op Sicilië. Nu
+is de tijd aangebroken, dat het hier een eigen kerk en eeredienst wil
+hebben. En om dat te krijgen, laat hij nu wonder op wonder verrichten
+door het heilige beeld."
+
+Pater Gondo, die zijn noviciaat doorgebracht had in Aracoeli's klooster
+op het Kapitool, vertelde het volk van het Christuskind daar en van
+de duizenden wonderen, die hij verricht had.
+
+"En nu wil dat goede, kleine kind op Sicilië aangebeden worden,"
+zei pater Gondo.
+
+"Laat hem niet langer tevergeefs aankloppen, opent de poort voor hem!
+
+"Nu in deze dagen is de hemel mild. Laten wij de eersten zijn, die
+het beeld erkennen! Laten wij zijn als de herders en wijzen van het
+Oosten, laat ons gaan naar het heilige kind, terwijl het nog ligt op
+het stroobed in de armoedige grot!"
+
+Een nieuwe hoop ontwaakte in Margherita Cornado's hart toen zij
+dit hoorde. Zij was de eerste, die gehoor gaf aan pater Gondo's
+oproeping. Later sloten zich nog anderen bij hem aan.--Veertig pelgrims
+ondernamen met hem den tocht door de woestijn naar Diamante.
+
+Ze waren allen zeer arm en ongelukkig, maar pater Gondo liet ze onder
+gezang en gebed optrekken. Spoedig begonnen hun oogen te stralen,
+alsof de ster van Bethlehem hen voorlichtte.
+
+"Weet ge," zei pater Gondo, "waarom Gods zoon grooter is dan alle
+andere heiligen? Omdat hij de ziel heiligheid geeft, omdat hij de
+zonden vergeeft, omdat hij den geest een zalige rust in God schenkt,
+omdat zijn rijk niet slechts van deze wereld is."
+
+Als de kleine schare vermoeid was, wekte hij haar op met verhalen van
+de wonderen, die het beeld reeds gedaan had. De legenden der blinde
+zangers werden tot verkwikkende vruchten en opwekkenden wijn voor de
+moede pelgrims.
+
+En ze schreden met lichten tred verder alsof ze trokken naar Nazareth,
+om den timmermanszoon te zien.
+
+"Hij zal het lijden van ons nemen," zei pater Gondo. "Als wij
+terugkeeren zal ons hart bevrijd zijn van alle kwelling."
+
+En gedurende den tocht door de verschroeide, gloeiend heete woestijn,
+waar geen enkele boom schaduw gaf en waar het water bitter smaakte van
+zwavel en zout, voelde Margherita Cornado dat haar smart draaglijker
+werd.
+
+"De kleine hemelkoning zal dit lijden van mij nemen," zei ze.
+
+Op een dag in Mei bereikten de pelgrims eindelijk den voet van
+Diamante's berg. Daar eindigde de woestijn, groene olijfbosschen en
+frissche struiken omringden hen. De berg straalde, de stad straalde. Ze
+voelden, dat ze op een plaats gekomen waren, die lag onder Gods genade.
+
+Verheugd gingen ze op langs den zigzagweg en met luide, jubelende
+stemmen hieven ze een oud pelgrimslied aan.
+
+Toen ze den berg een eindweegs beklommen hadden, kwamen de menschen
+uit Diamante hen juichend tegemoet. Men had den arbeid weggeworpen
+en was naar buiten gesneld, toen men de eentonige klanken van het
+oude pelgrimslied hoorde. En het volk van Diamante omhelsde en kuste
+de pelgrims.
+
+Men had hen reeds zoo lang verwacht, men had niet kunnen begrijpen,
+waarom ze niet eerder waren gekomen.
+
+Diamante's Christusbeeld was een machtige wonderdoener, hij was zoo
+barmhartig, zoo goed, dat alle menschen tot hem moesten komen. Toen
+Margherita Cornado dit hoorde, had zij een gevoel, alsof haar hart
+reeds verlost was van alle pijn.
+
+De menschen van Diamante troostten haar.
+
+"Hij zal u stellig helpen, hij helpt u allen," zeiden ze.
+
+"Niemand heeft nog tevergeefs tot hem gebeden."
+
+Bij de stadspoort scheidden de pelgrims van elkaar. De menschen van
+Diamante namen hen mede naar hun huizen, opdat zij zich verfrisschen
+en verkwikken zouden, na den moeitevollen tocht. Over een uur zouden
+ze elkaar weer ontmoeten bij de Porta Etnea om samen naar het beeld
+te gaan.
+
+Maar Margherita had geen geduld om een heel uur te wachten. Zij
+vroeg den weg naar de kerk San Pasquale en ging daar alleen heen vóór
+alle anderen....
+
+Toen Pater Gondo en de pelgrims een uur later in San Pasquale kwamen,
+zagen ze Margherita Cornado liggen voor het hoogaltaar. Ze scheen
+hen niet te bemerken. Maar toen pater Gondo in haar nabijheid kwam,
+vloog ze op, alsof ze op den loer gelegen had en wierp zich op hem. Ze
+greep hem bij de keel en wilde hem worgen.
+
+Zij was groot, en sterk en krachtig gebouwd. Het was een heete strijd
+vóórdat pater Gondo en een paar pelgrims er in slaagden haar vast te
+binden. Zij was volslagen krankzinnig en woest.
+
+De pelgrims waren in plechtigen optocht gekomen, ze zongen en hielden
+brandende kaarsen in de hand.
+
+Het was een lange stoet, want heel veel menschen uit Diamante hadden
+zich aangesloten bij de pelgrims.
+
+Zij, die het eerst in de kerk kwamen, hielden dadelijk op met zingen,
+de laatsten hadden echter niets gemerkt en bleven doorzingen. Maar toen
+verspreidde zich het gerucht van het gebeurde, en waar dit kwam zweeg
+het gezang. 't Was droevig te hooren hoe het wegstierf en veranderde
+in een luid geweeklaag.
+
+Al de moede pelgrims begrepen immers, dat hun tocht vergeefsch was. Hun
+kwellingen en lijden zouden niet van hen genomen worden. De schoone
+verwachtingen der laatste hoopvolle dagen werden ruw in hen gedood.
+
+Het heilige beeld zou hun geen vertroosting kunnen schenken.
+
+Pater Gondo zelf was ook verschrikt. Voor hem was het een harder
+slag dan voor iemand anders; want elk der anderen had slechts zijn
+eigen leed te dragen, maar hem drukte de smart van al deze menschen
+op het harte.
+
+Hoe zou hij kunnen verantwoorden al de verwachtingen, die hij
+opgewekt had?
+
+Plotseling gleed een schoone, kinderlijk vrome glimlach over zijn
+gelaat. Het beeld wilde zeker het geloof van hem en de anderen op
+de proef stellen! Indien zij slechts niet wankelden, zouden ze wel
+geholpen worden.
+
+Hij begon opnieuw het pelgrimsgezang aan te heffen met zijn heldere
+stem en schreed naar het altaar.
+
+Maar toen hij dichter bij het beeld kwam, onderbrak hij het gezang
+opnieuw. Hij staarde met wijdopengesperde oogen naar het beeld. Toen
+strekte hij de hand uit, nam de kroon en bracht die bij zijn oogen.
+
+"Het staat er, het staat er," mompelde hij, terwijl hij de kroon uit
+zijn hand liet vallen.
+
+Van dat oogenblik af wist pater Gondo, dat hij den verworpeling van
+Aracoeli voor zich had.
+
+Hij vertelde dit echter niet dadelijk aan het volk, maar zei met zijn
+gewone zachtmoedigheid:
+
+"Mijn vrienden, ik wil u iets merkwaardigs verhalen."
+
+En hij vertelde hun van de Engelsche, die het Christusbeeld van
+Aracoeli had willen stelen. Hij verhaalde hoe het beeld Antichrist
+genoemd en in de wereld geworpen werd.
+
+"Ik herinner fra Simoni mij nog zoo goed," zei pater Gondo.
+
+"Hij toonde mij nooit het beeld, zonder te zeggen:
+
+"'t Was deze kleine hand, die aan het klokketouw trok, het was deze
+kleine voet, die tegen de poort schopte."
+
+"Maar als ik fra Simoni vroeg, waar het andere beeld gebleven was,
+zei hij altijd: "Wat zou er van hem geworden zijn? Rome's honden
+hebben het zeker verscheurd."
+
+Pater Gondo sprak nog steeds even kalm en zacht, terwijl hij bukte
+om de kroon op te rapen, die hij zoo juist had laten vallen.
+
+"Leest dit!" zei hij. En hij liet de kroon van man tot man gaan. De
+menschen stonden nog met hun brandende kaarsen in de hand, en zij,
+die lezen konden, lazen en de anderen zagen ten minste, dat er een
+opschrift was.
+
+En elk die de kroon in de hand had, blies zijn kaars stil uit. Toen het
+laatste licht gedoofd was, wendde pater Gondo zich tot zijn pelgrims,
+die zich om hem heen verzameld hadden.
+
+"Ik heb u hierheen gevoerd," zei hij tot hen, "opdat gij Hem zoudt
+vinden die de zielen vrede en ingang tot Gods rijk schenkt. Maar
+ik heb u verkeerd geleid, want dit beeld kan u niets geven. Zijn
+rijk is slechts van deze wereld. Onze arme zuster is waanzinnig
+geworden," vervolgde pater Gondo, "omdat zij hier kwam en hoopte op
+hemelsche weldaden. Zij verloor haar verstand, toen haar smeekbeden
+niet verhoord werden. Hij kon haar niet bijstaan want zijn rijk is
+slechts van deze wereld."
+
+Hij zweeg een oogenblik en allen zagen naar hem op om te weten,
+wat zij van dit alles moesten denken.
+
+Toen vroeg hij zacht: "Zal een beeld, dat zulke woorden in zijn kroon
+voert, nog langer een altaar ontheiligen?"
+
+"Neen, neen!" riepen de pelgrims. Het volk van Diamante stond zwijgend,
+door ontzetting bevangen.
+
+Pater Gondo nam het beeld tusschen zijn handen, en droeg het met
+uitgestrekte armen door de kerk naar den uitgang.
+
+Maar hoe zacht en ootmoedig de pater ook gesproken had, zijn
+blikken hadden den ganschen tijd streng met bedwingende macht op de
+volksmenigte gerust.
+
+Er was geen mensch, die niet onderworpen was aan zijn machtigen
+wil. Allen stonden als verlamd en waren niet in staat een eigen
+gedachte te denken.
+
+Toen pater Gondo den uitgang genaderd was, stond hij stil en keek
+om. Een laatste bedwingende blik gleed over de menschenmassa.
+
+"Ook de kroon," zei pater Gondo. En ook de kroon werd hem overgereikt.
+
+Hij plaatste die op het beeld en ging onder den baldakijn, die San
+Pasquale's beeld beschermt.
+
+Hij fluisterde een paar pelgrims iets in het oor, dezen gingen haastig
+weg. Spoedig kwamen ze terug met hun armen vol droge takken. Deze
+stapelden ze op voor pater Gondo, die den brandstapel aanstak.
+
+Allen, die in de kerk waren geweest, stroomden nu naar buiten. Daar
+stonden ze nog steeds, verlamd en willoos.
+
+Zij zagen dat de monnik hun geliefd, wonderdoend beeld wilde
+verbranden, maar zij verzetten zich niet.
+
+Zij begrepen het zelf niet, dat zij niet trachtten het beeld te redden.
+
+Maar toen pater Gondo de vlam zag oplaaien, en wist, dat het beeld
+volkomen in zijn macht was, richtte hij zich op, zijn oogen bliksemden.
+
+"Mijn ongelukkige kinderen!" zei hij mild, terwijl hij zich tot
+de menschen van Diamante wendde. "Gij hebt een vreeselijken gast
+geherbergd. Maar hoe is het mogelijk, dat gij niet reeds vroeger
+ontdekt hebt, wie hij is? Wat moet ik van u gelooven?" vervolgde
+hij strenger.
+
+"Gij zegt zelve, dat het beeld u alles gaf, wat gij wenschtet. Zoo
+is er dus niemand in Diamante, die gedurende al deze jaren gebeden
+heeft om vergeving zijner zonden en om vrede voor zijn ziel?
+
+"Is het mogelijk? De menschen van Diamante hadden geen andere
+wenschen, dan prijzen in de loterij, goede jaren, hun dagelijksch
+brood, gezondheid en geld?
+
+"Niets anders dan wereldsche goederen hebt gij begeerd. Geen uwer
+had ooit behoefte te bidden om hemelsche genade.
+
+"Kan dat werkelijk mogelijk zijn? Neen, het kan niet zoo zijn,"
+zei pater Gondo vragend, als vervuld van een blijde hoop.
+
+"Ik ben het, die mij vergis. Gij hebt begrepen, dat ik het beeld niet
+in de vlammen zou werpen, vóórdat ik u allen gehoord had. Gij wacht
+slechts tot ik zwijgen en u gelegenheid geven zal te getuigen voor
+het beeld. Nu zullen velen uwer tot mij komen en zeggen:
+
+"Dit beeld heeft mij tot een geloovige gemaakt," en anderen zullen
+getuigen:
+
+"Hij heeft mij vergeving geschonken voor mijn zonden," en velen
+zullen zeggen:
+
+"Hij heeft mijn oogen geopend, opdat ik de heerlijkheid des hemels
+aanschouwen kan."
+
+"Gij allen zult komen en ik zal tot spot en hoon zijn, en ge zult mij
+noodzaken het beeld op het altaar terug te brengen, en ik zal moeten
+erkennen, dat ik mij vergist heb."
+
+Pater Gondo zweeg en keek het volk afwachtend aan. Een hevige
+ontroering maakte zich meester van de toehoorders. Velen schenen
+te willen getuigen, maar zoodra ze een paar schreden gedaan hadden,
+bleven zij aarzelend staan.
+
+"Ik wacht," zei de monnik en zijn blikken smeekten den menschen
+te komen.
+
+Maar niemand kwam. De geheele volksmenigte leed een ondragelijke
+smart niet te kunnen getuigen om het geliefde beeld te redden. Maar
+niemand verroerde zich.
+
+"Mijn ongelukkige kinderen," zei pater Gondo diep bedroefd, "de
+Antichrist heeft in uw midden vertoefd en hij heeft u geheel in zijn
+macht. Gij hebt den hemel vergeten. Gij weet niet meer dat gij een
+ziel bezit. Gij hebt slechts aan deze aarde gedacht.
+
+"Vroeger zei men, dat de menschen in Diamante de vroomste geloovigen
+waren van gansch Sicilië. Maar nu is dat anders. Diamante's inwoners
+zijn wereldlingen, misschien daarenboven nog godlasterende socialisten,
+die slechts de aarde liefhebben. Zij kunnen niet anders zijn. De
+Antichrist heeft immers in hun midden vertoefd."
+
+Toen deze aanklachten neervielen op het volk, scheen het eindelijk
+in verzet te zullen komen.
+
+Een toornig gemompel ging door de menschenmenigte.
+
+"Het beeld is heilig," riep een. "Toen hij de stad binnentrok,
+luidden de klokken van San Pasquale den geheelen dag."
+
+"Moesten zij u niet waarschuwen voor zulk een ramp?" antwoordde
+de monnik.
+
+En met stijgende heftigheid slingerde hij zijn aanklachten onder
+het volk.
+
+"Gij zijt afgodendienaars maar geen Christenen. Gij vereert den
+Antichrist, opdat hij u bijstaan zal, maar de heilige geest is niet
+meer in u."
+
+"Hij was goed en barmhartig gelijk Christus," riep het volk.
+
+"Dat is juist uw ongeluk," zei de pater en plotseling was hij
+vreeselijk in zijn toorn. "Hij heeft Christus' gedaante aangenomen
+om u te verleiden.
+
+"Op deze wijze heeft hij u in zijn net gevangen.
+
+"Juist door gaven en zegeningen op u neer te strooien, heeft hij u
+in zijn net gelokt en u tot wereldlingen gemaakt.
+
+"Kan een uwer het tegendeel bewijzen? Misschien heeft een van u allen
+gehoord, dat iemand, die hier niet tegenwoordig is, het beeld om een
+hemelsche genade gesmeekt heeft."
+
+"Hij heeft den vloek weggenomen van een jettatore," zei iemand.
+
+"Kan niet alleen degene, die even groot in slechtheid is, als de
+jettatore, dezen overwinnen?" antwoordde de pater somber.
+
+Toen deed men geen verdere pogingen meer om het beeld te
+verdedigen. Alles wat men aanvoerde, scheen de zaak slechts erger
+te maken.
+
+Verscheidenen blikten naar donna Micaela, die ook aanwezig was. Zij
+stond midden in de volksmenigte, zag en hoorde alles, en toch deed
+zij niets om haar geliefd beeld te redden.
+
+Toen pater Gondo zeide, dat het beeld de Antichrist was, verschrikte
+zij hevig, en daar hij later aantoonde, dat men in Diamante slechts
+wereldsche goederen begeerd had, wies de angst in haar.
+
+Zij waagde het niet zich te verzetten.
+
+Maar toen hij nu zei, dat zij en alle menschen in Diamante onder de
+macht van den Antichrist waren gekomen, was er iets in haar ziel,
+dat in opstand kwam tegen zijn woorden.
+
+"Neen, neen!" zei zij, "dat kan niet mogelijk zijn."
+
+Indien zij moest gelooven, dat een booze geest haar geleid had
+gedurende zoovele jaren, zou zij haar verstand verliezen.
+
+En haar verstand begon zich te verdedigen.
+
+Toen brak, gelijk een te sterk gespannen snaar, het geloof aan het
+bovennatuurlijke in haar.
+
+Haar gedachten doorliepen nu met een oneindige haast alles wat zij zelf
+ervaren had en wat haar bovennatuurlijk geschenen had, en wogen dat
+nu op de schaal van het koel verstand. Was een enkel dezer voorvallen
+wel een wonder geweest? Zij zei tot zich zelf, dat het niets dan een
+toeval was geweest, niets dan een toeval!
+
+'t Was alsof ze een spoel afwond. Van wat ze zelf beleefd had,
+ging ze over op de wonderen van vroeger tijden. Alles was toeval,
+werking van een overspannen geest, misschien was het meeste wel
+verbeelding geweest.
+
+De toornige monnik ging door met het volk te vervloeken. Zij trachtte
+naar hem te luisteren om afleiding te vinden voor haar eigen kwellende
+gedachten. Maar zij vond alles wat hij zei waanzinnig en overdreven.
+
+Maar welke machten werkten in haar ziel, dat zij plotseling een
+vrijdenkster werd?
+
+Zij zag naar Gaetano. Hij was daar ook, en stond in de nabijheid van
+den monnik op de kerktrap. Zijn oogen rustten op haar.
+
+En even zeker alsof zij het hem gezegd had, wist hij wat zij nu
+dacht. Maar hij zag er niet verheugd of triomfeerend uit.
+
+'t Was alsof hij pater Gondo in de rede zou willen vallen om haar
+geloof te redden.
+
+Maar donna Micaela's gedachten kenden geen verschooning. Ze schreden
+voorwaarts en plunderden haar ziel.
+
+Heel de bovennatuurlijke, stralende wereld schrompelde ineen, werd tot
+niets. Zij zeide tot zich zelf, dat men van het bovennatuurlijke niets
+kon weten. Vele boden waren gegaan van de aarde naar den hemel. Geen
+enkele was teruggekomen van den hemel naar de aarde.
+
+"Maar ik wil gelooven aan God," zei ze, terwijl ze haar handen vouwde
+als om ten minste het hoogste en heiligste te behouden.
+
+"Uw oogen zijn wild en woest," zei pater Gondo. "God leeft niet onder
+u. De Antichrist heeft God in uw ziel verdrongen."
+
+Donna Micaela's blik zocht opnieuw Gaetano.
+
+"Kunt gij een zoo verlaten en rampzalig wezen iets geven om voor te
+leven?" schenen haar oogen te vragen.
+
+Zijn blik ontmoette den hare met fier zelfvertrouwen.
+
+Hij las in haar schoone, smeekende oogen hoe haar bevende ziel zich
+nu vastklemde aan hem om een steun te vinden. Hij twijfelde geen
+oogenblik, dat hij haar leven niet rijk en heerlijk zou kunnen maken.
+
+Zij dacht aan de vreugde, die zij gevoelde, wanneer zij hem slechts
+zag. Zij dacht aan de vreugde die opbruiste rondom haar in dien nacht
+in Palermo. Zij wist, dat die ontsproot uit het nieuwe geloof aan
+een gelukkige aarde.
+
+Zou dit geloof en deze vreugde ook haar kunnen bezielen?
+
+Zij wrong haar handen in angst. Zou dit nieuwe geloof het richtsnoer
+van haar leven kunnen worden? Zou zij zich niet altijd even arm
+gevoelen als op dit oogenblik?
+
+Pater Gondo boog zich over de vlammen.
+
+"Ik zeg u nog éénmaal," riep hij, "indien slechts één uwer verklaart,
+dat dit beeld zijn ziel verlost heeft, zal ik het niet verbranden."
+
+Donna Micaela voelde plotseling dat zij het arme beeld niet kon
+laten vernietigen.
+
+De herinneringen van de schoonste uren haars levens waren daaraan
+verbonden.
+
+"Gandolfo, Gandolfo!" fluisterde zij. Een oogenblikje geleden had
+zij hem naast zich gezien.
+
+"Ja, donna Micaela."
+
+"Laat hem het beeld niet verbranden, Gandolfo."
+
+De monnik had zijn vraag nog eenmaal herhaald, twee malen, drie
+malen.--Niemand trad naar voren om het beeld te verdedigen. Maar de
+kleine Gandolfo sloop al nader. Pater Gondo hield het beeld dicht
+bij de vlammen.
+
+Onwillekeurig had Gaetano zich gebogen; een fiere glimlach gleed over
+zijn gelaat. Donna Micaela begreep, dat hij voelde dat Diamante hem
+nu toebehoorde.
+
+Het strenge optreden van den monnik maakte Gaetano tot meester over
+de zielen.
+
+Zij keek verschrikt rond. Haar blik vloog van aangezicht tot
+aangezicht. Ging misschien hetzelfde om in de zielen van al deze
+menschen? Zij meende te zien, dat allen denzelfden strijd voerden
+als zij zelf.
+
+"Gij, Antichrist," zei pater Gondo dreigend, "ziet ge wel dat niemand
+aan zijn zieleheil gedacht heeft, zoolang gij hier vertoefdet?
+
+"Gij zult in de vlammen omkomen."
+
+En hij legde het beeld op den brandstapel.
+
+Maar het had daar nauwelijks een oogenblik gelegen, of Gandolfo greep
+het, hief het hoog boven zijn hoofd en snelde er mee heen.
+
+Pater Gondo's pelgrims trachtten hem te grijpen en het werd een
+woedende drijfjacht om den krater van den Monte Chiaro.
+
+Maar de kleine Gandolfo redde het beeld.
+
+Een groote reiswagen reed bergafwaarts. De vervolgers hadden Gandolfo
+bijna ingehaald, toen wist hij geen anderen raad, dan het beeld in
+den wagen te werpen.
+
+Daarna liet hij zich kalm vangen. Zijn vervolgers spoedden zich nu
+naar den reiswagen, maar Gandolfo waarschuwde hen:
+
+"Wacht u, de signora in den wagen is een Engelsche."
+
+'t Was signora Favara, die eindelijk genoeg had van Diamante, en
+opnieuw de wereld introk. En men liet haar ongedeerd vertrekken.
+
+Geen Siciliaan waagt het zich te vergrijpen aan een Engelsche.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+EEN FRESCO VAN SIGNORELLI.
+
+
+Een week later was pater Gondo in Rome; hij was op audiëntie bij
+den ouden man in het Vaticaan, en vertelde, dat hij den Antichrist
+gevonden had in Christus' gedaante, en hoe deze het volk van Diamante
+verleid had tot liefde voor de wereld, en hoe hij het beeld had
+willen verbranden. Hij verhaalde ook, dat hij het volk niet tot God
+had kunnen terugvoeren, maar dat het geheel en al tot ongeloof en
+socialisme vervallen was.
+
+Niemand wilde voor zijn ziel zorgen, niemand wilde aan den hemel
+denken.
+
+Pater Gondo vroeg, wat hij toch moest beginnen met deze arme menschen.
+
+De oude paus, die de wijste mensch is die nu leeft, lachte niet om
+pater Gondo's verhaal, hij was diep bedroefd.
+
+"Gij hebt verkeerd gehandeld, gij hebt zeer verkeerd gehandeld,"
+zei hij. Hij zweeg een tijdlang en dacht na, toen zei hij: "Hebt ge
+nooit den dom in Orvieto gezien?"--"Neen, heilige vader."
+
+"Ga naar Orvieto om den dom te zien," zei de paus, "en als ge daar
+geweest zijt, kom mij dan vertellen wat gij gezien hebt."
+
+Pater Gondo gehoorzaamde; hij ging naar Orvieto en zag den heiligen
+dom.
+
+Na twee dagen kwam hij terug in het Vaticaan.
+
+"Wat hebt ge gezien in Orvieto?" vroeg de paus.
+
+Pater Gondo verhaalde nu, dat hij in een der kapellen der domkerk
+fresco's gezien had van Luca Signorelli, voorstellende "het laatste
+Oordeel." Maar hij had noch gezien naar "den Dag des Oordeels,"
+noch naar "der Dooden Opstanding."
+
+Hij had al zijn aandacht geschonken aan het groote schilderij, dat
+de kerkwachter "de Wonderen van den Antichrist" genoemd had.
+
+"Wat hebt ge daarop gezien?" vroeg de paus.
+
+"Ik zag, dat Signorelli den Antichrist geschilderd had als een armen en
+geringen man, als Gods Zoon was, toen deze hier op aarde vertoefde. Ik
+zag, dat hij hem gekleed had als Christus en hem Christus' gelaat
+had gegeven."
+
+"Wat zaagt ge nog meer?" vroeg de paus.
+
+"Het eerste dat ik op het fresco zag, was dat de Antichrist zoo
+preekte, dat de rijken en machtigen hun schatten aan zijn voeten
+legden.
+
+"Het tweede was, dat een zieke gedragen werd tot den Antichrist en
+door hem genezen werd.
+
+"Het derde tafereel stelde voor een martelaar, die zijn leven gaf
+voor de leer van den Antichrist.
+
+"Het vierde dat ik op het groote wandschilderij zag, was dat de
+menschen zich spoedden naar een grooten tempel des vredes en de booze
+geest uit den hemel stortte en alle geweldenaars gedood werden door
+het vuur."
+
+"Wat dacht gij, toen ge dit zaagt?" vroeg de paus.
+
+"Toen ik dit zag, dacht ik: deze Signorelli was waanzinnig. Meent
+hij, dat in den tijd van den Antichrist de booze geest overwonnen
+zal worden, en de aarde heilig zal zijn als het paradijs?"
+
+"Zaagt ge nog meer?"
+
+"Het vijfde tafereel, dat ik zag, was dat monniken en priesters een
+grooten brandstapel bestegen en verbrand werden.
+
+"Het zesde en het laatste was dat de duivel den Antichrist iets in het
+oor fluisterde en hem den raad gaf hoe hij moest handelen en spreken."
+
+"Wat dacht ge, toen ge dit zaagt?"
+
+"Ik zei tot mij zelf: deze Signorelli was niet krankzinnig, maar hij
+was een profeet. De Antichrist zal zeker komen in Christus' gedaante
+en de wereld tot een paradijs maken. Hij zal haar zoo schoon maken,
+dat de menschen den hemel vergeten. En dit zal de gevaarlijkste
+verleiding der wereld worden."
+
+"Begrijpt gij nu," zei de paus, "dat gij mij niets nieuws verteldet? De
+kerk heeft altijd geweten, dat de Antichrist zou komen, toegerust
+met alle deugden van Christus."
+
+"Wist ge ook dat hij werkelijk gekomen is, heilige vader?" vroeg
+pater Gondo.
+
+"Zou ik hier jaar na jaar op Petrus' stoel zitten en niet weten,
+dat hij gekomen is?" zei de paus.
+
+"Ik zie hoe een volksbeweging ontstaat, die brandt van liefde
+voor haar naasten en die God haat. Ik zie hoe martelaren hun leven
+offeren voor het nieuwe geloof aan een gelukkige aarde. Ik zie hoe
+ze nieuwe vreugde en moed putten uit de leuze: "Denk aan de aarde,"
+zooals vroeger uit het woord: "Denk aan den hemel." Ik wist dat hij,
+dien Signorelli voorspeld had, gekomen was."
+
+Pater Gondo boog zwijgend het hoofd.
+
+"Begrijpt ge nu, hoe verkeerd gij gehandeld hebt?"
+
+"Heilige vader, verklaar me mijn zonde."
+
+De oude paus hief zijn blik op. Zijn heldere oogen doorboorden
+den sluier der toevalligheden, die het leven bedekt, en zagen wat
+daarachter verborgen was.
+
+"Pater Gondo," zei hij, "het kleine kind, waarmee ge streedt in
+Diamante, het kind dat even barmhartig en wonderdoend is als Christus,
+het arme verachte kind, dat zegevierde over u en dat gij den Antichrist
+noemt, weet gij wie dat is?"
+
+"Neen, heilige vader."
+
+"En hij, die op Signorelli's schilderij zieken genas, rijken bewoog
+afstand te doen van hun schatten, de wereld in een paradijs veranderde
+en de menschen verleidde den hemel te vergeten, weet gij wie hij is?"
+
+"Neen, heilige vader."
+
+"Wie anders kan het zijn dan het Antichristendom, het socialisme?
+
+De monnik zag verschrikt op.
+
+"Pater Gondo," zei de paus streng, "toen gij het beeld in uw armen
+hieldt, wildet gij het verbranden. Waarom? Waarom waart ge niet
+liefdevol jegens hem en droegt hem terug naar het kleine Christusbeeld
+op het Kapitool, vanwaar hij uitgegaan is?
+
+"Maar zoo handelt gij, gij bedelmonniken. Gij kondt de groote
+volksbeweging op uw armen nemen als ze nog als een kind in haar
+windsels ligt, en gij kondt haar leggen aan Jezus' voeten, en de
+Antichrist zou zien, dat hij niets anders is dan Christus' namaaksel
+en hem erkennen als zijn heer en meester.
+
+"Maar wat doet ge? Gij werpt het Antichristendom op den brandstapel,
+en spoedig zal het op zijn beurt u daarop werpen."
+
+Pater Gondo boog zijn knieën. "Ik begrijp u, heilige vader. Ik zal
+uitgaan om het beeld te zoeken."
+
+De paus verhief zich majestueus.
+
+"Ge zult het beeld niet zoeken, gij zult het nu ongestoord over de
+wereld laten gaan. We vreezen hem niet.
+
+"En als hij komt om het Kapitool te bestormen en den wereldtroon
+te bemachtigen, zullen we hem tegemoet gaan, en we zullen hem tot
+Christus voeren. We zullen hemel en aarde verzoenen.
+
+"Maar gij handelt verkeerd," vervolgde hij milder, "wanneer gij hem
+haat. Hebt gij dan vergeten, dat de Sibylle hem rekende tot een der
+wereldverlossers?
+
+"Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist."
+
+"Heilige vader, indien hij de rampen dezer wereld lenigt, en den
+hemel geen schade berokkent, dan zal ik hem niet haten."
+
+Een fijn glimlachje gleed over het gelaat van den ouden paus.
+
+"Pater Gondo, sta mij toe, dat ook ik u een geschiedenis van Sicilië
+verhaal.
+
+"Men vertelt, pater Gondo, dat toen Onze lieve Heer de wereld schiep,
+Hij eens wilde weten of Hij nog veel te doen had. En Hij zond San
+Pietro uit om te zien of de wereld gereed was.
+
+"Toen San Pietro terugkwam, zei hij:
+
+"Alle menschen weenen, snikken en klagen."
+
+"Dan is de wereld nog niet gereed," zei Onze lieve Heer en Hij
+werkte verder.
+
+"Na drie dagen zond Onze lieve Heer San Pietro weer naar de aarde.
+
+"Alle menschen lachen, jubelen en juichen," zei San Pietro, toen
+hij terugkwam.
+
+"Dan is de wereld nog niet gereed," zei Onze lieve Heer en werkte
+verder.
+
+"San Pietro werd voor de derde maal uitgezonden.
+
+"Sommigen lachen en sommigen weenen," zei hij toen hij terugkwam.
+
+"Dan is de wereld gereed," zei Onze lieve Heer.
+
+"En zoo zal het zijn en blijven," zei de oude paus, "Niemand kan de
+menschen verlossen van hun ellende, maar hem zal veel vergeven worden,
+die nieuwe moed in hen wekt om die ellende te dragen."
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+***** This file should be named 36194-0.txt or 36194-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/6/1/9/36194/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/36194-0.zip b/36194-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..bfdb6ad
--- /dev/null
+++ b/36194-0.zip
Binary files differ
diff --git a/36194-h.zip b/36194-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..a0a0820
--- /dev/null
+++ b/36194-h.zip
Binary files differ
diff --git a/36194-h/36194-h.htm b/36194-h/36194-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b5f2685
--- /dev/null
+++ b/36194-h/36194-h.htm
@@ -0,0 +1,12748 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<title>The Project Gutenberg eBook of De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf</title>
+
+<style type="text/css">
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedtext td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 15%;
+padding-left: 1em;
+padding-right: 1em;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: 70%;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd20e85width
+{
+width:543px;
+}
+.xd20e91
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e95width
+{
+width:468px;
+}
+.xd20e115
+{
+font-size:smaller;
+}
+.xd20e129
+{
+text-align:left;
+}
+.xd20e8401
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e8411
+{
+text-align:center; font-size:xx-large;
+}
+.xd20e8413
+{
+text-align:center; font-size:large;
+}
+.xd20e8417
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e8431
+{
+font-size:larger;
+}
+.xd20e8614
+{
+text-align:center; font-size:x-large;
+}
+.xd20e8735width
+{
+width:149px;
+}
+.xd20e8742width
+{
+width:529px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Wonderen van den Antichrist
+
+Author: Selma Lagerlöf
+
+Translator: Betsy Nort
+
+Release Date: May 22, 2011 [EBook #36194]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e85width"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="543" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first xd20e91">De wonderen van den Antichrist</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e95width"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="468" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">De Wonderen van den Antichrist</div>
+</div>
+<div class="byline">Naar het Zweedsch<br>
+Van<br>
+<span class="docAuthor">Selma Lagerl&ouml;f</span><br>
+Schrijfster van &bdquo;G&ouml;sta Berling&rdquo;, &bdquo;Ingrid&rdquo;,
+&bdquo;De Koninginnen van Kungah&auml;lla&rdquo;,
+&bdquo;Jeruzalem&rdquo;, &bdquo;Onzichtbare ketenen&rdquo;, enz.<br>
+Door<br>
+<span class="docAuthor">Betsy Nort</span><br>
+Met toestemming van de schrijfster</div>
+<div class="docImprint">
+<div class="epigraph">
+<p class="first xd20e129">Als de Antichrist komt, zal hij<br>
+volkomen op Christus gelijken.</p>
+<p class="xd20e129">Daar zal groote nood heerschen<br>
+en de Antichrist zal van land tot<br>
+land gaan en den armen brood geven.</p>
+<p class="xd20e129">En hij zal vele aanhangers verkrijgen.</p>
+<p class="signed"><i>Siciliaansche Volkssage.</i></p>
+</div>
+</div>
+<div class="docImprint">Tweede Druk<br>
+Amsterdam<br>
+H. J. W. Becht<br>
+<span class="docDate">1904</span></div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first xd20e91">Boek-, Courant- en Steendrukkerij G. J.
+Thieme, Nijmegen. <span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="inleiding" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e161" class="main">Inleiding</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Als de Antichrist komt, zal hij</p>
+<p class="line">volkomen op Christus gelijken.</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p>
+<div class="div2" id="inleiding.1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e171" class="label">I.</h3>
+<h3 class="main">Het visioen van den keizer.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In den tijd, toen Augustus keizer in Rome was, en
+Herodes als koning over Jeruzalem heerschte, geschiedde het eenmaal dat
+een zeer stille en heilige nacht op de aarde neerdaalde. Het was de
+donkerste nacht, welken iemand ooit aanschouwd had; men zou geloofd
+kunnen hebben, dat de gansche aarde onder een keldergewelf geraakt
+was.</p>
+<p>&rsquo;t Was onmogelijk water van land te onderscheiden, en men
+verdwaalde op den meest bekenden weg. En dat kon niets anders zijn,
+want van den hemel kwam geen enkele lichtstraal.</p>
+<p>Alle sterren waren thuis gebleven en de lieflijke maan hield haar
+aangezicht afgewend.</p>
+<p>En even diep als de duisternis, was de stilte en de rust. De
+rivieren hadden haar loop gestaakt, de wind verroerde zich niet, en
+zelfs het espeblad had opgehouden te trillen. En waart ge langs de zee
+gegaan, dan hadt ge gezien, dat de golven niet meer tegen het strand
+sloegen, en waart ge in de woestijn gegaan, dan hadde het zand niet
+onder uwe voeten geknarst.</p>
+<p>Alles was versteend en roerloos om den heiligen nacht niet te
+verstoren. &rsquo;t Gras mocht niet groeien, de dauw niet vallen, en de
+bloemen waagden het niet haar geuren uit te ademen.</p>
+<p>Gedurende dezen nacht jaagde geen roofdier, noch beten de slangen of
+blaften de honden. En wat nog heerlijker was, geen enkel der levenlooze
+dingen zou de heiligheid <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4"
+name="pb4">4</a>]</span>van den nacht hebben willen verstoren door zich
+te leenen tot een slechte daad. Geen breekijzer hadde een slot kunnen
+openen en geen mes ware in staat geweest bloed te vergieten.</p>
+<p>In dezen nacht verliet een kleine schaar menschen &rsquo;s keizers
+woning op den Palatijnschen heuvel te Rome, en sloeg den weg in over
+het Forum naar het Kapitool. Den vorigen dag hadden namelijk de
+raadsheeren den keizer gevraagd of hij er iets tegen had, dat zij hem
+een tempel oprichtten op Rome&rsquo;s heiligen berg. Maar Augustus had
+niet dadelijk zijn bijval aan dit plan geschonken. Hij wist niet of het
+den goden welgevallig was, dat hij een tempel naast den hunne zou
+bezitten en hij had geantwoord dat hij eerst door een nachtelijk offer
+aan zijn genius hun wil in deze zaak wilde uitvorschen.</p>
+<p>En hij was het, die nu, gevolgd door eenige getrouwen, dit offer
+ging brengen.</p>
+<p>Augustus liet zich in zijn draagstoel voeren, want hij was oud en
+het beklimmen der hooge trappen van het Kapitool viel hem moeilijk.
+Zelf droeg hij de kooi met de duiven, die hij wilde offeren. Geen
+priesters, soldaten of raadsheeren vergezelden hem; slechts zijn naaste
+vrienden. Fakkeldragers liepen voor hem uit, als om een weg te banen in
+de duisternis van den nacht, en achter hem kwamen slaven, die het
+drievoetige altaar, de kolen, messen, het heilige vuur en al het andere
+droegen, dat voor het offeren noodig was.</p>
+<p>Onderweg sprak de keizer vroolijk met zijn getrouwen, daardoor
+merkte geen van hen de oneindige stilte en rust van den nacht. Eerst
+toen zij op de kruin van den berg de plaats bereikt hadden, die bestemd
+was voor den nieuwen tempel, werd hun geopenbaard, dat iets ongewoons
+plaats greep.</p>
+<p>Dit kon geen nacht, zooals alle andere zijn, want daar boven op de
+rotskruin zagen ze de wonderbaarlijkste gestalte. Ze dachten eerst, dat
+het een oude vergroeide olijfboom was, later geloofden zij, dat een
+oeroud steenen beeld uit den tempel van Jupiter op de rots verdwaald
+was. Ten slotte meenden ze, dat het niemand anders kon zijn dan de oude
+sibylle.</p>
+<p>Iets zoo ouds, zoo verweerds, zoo reusachtigs hadden ze nog
+<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>nooit gezien. Indien de keizer er niet geweest was,
+zouden ze allen naar huis gevlucht zijn.</p>
+<p>&bdquo;Dat is zij,&rdquo; fluisterden ze, &bdquo;die zoo vele jaren
+telt als er zandkorrels gevonden worden op de kusten van haar
+vaderland. Waarom is zij juist vannacht uit haar hol gekomen? Wat
+voorspelt zij den keizer en het rijk, zij, die haar profetie&euml;n op
+de blaren der boomen schrijft en weet, dat de wind het orakelwoord tot
+dengene voert, die het noodig heeft?&rdquo;</p>
+<p>Ze waren zoo ontsteld, dat zij zich allen op de knie&euml;n geworpen
+zouden hebben met het voorhoofd tegen den grond, indien de sibylle
+slechts &eacute;&eacute;n beweging gemaakt had. Maar ze zat zoo
+onbeweeglijk alsof ze levenloos was. Ze zat neergehurkt op den
+uitersten rand van de rotshelling, en beschutte haar oogen met de hand,
+terwijl zij in den duisteren nacht tuurde.</p>
+<p>Ze zat daar, alsof ze den berg beklommen had om beter iets te zien
+dat ergens ver weg geschiedde.</p>
+<p>Zij kon dus iets zien, zij! In zulk een nacht!</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik bemerkten de keizer en allen van zijn gevolg
+hoe diep de duisternis was. Geen van hen kon een handbreed voor zich
+uitzien. En welk een stilte! welk een rust!</p>
+<p>Zelfs niet het doffe murmelen van den Tiber konden zij hooren.</p>
+<p>Maar &rsquo;t was alsof de lucht hen wilde verstikken, het koude
+zweet parelde hun op het voorhoofd en hun handen waren verstijfd en
+machteloos. Zij dachten dat er iets ontzettends moest gebeuren.</p>
+<p>Geen van hen wilde echter toonen, dat hij bang was, maar ze zeiden
+tegen den keizer, dat het een goed voorteeken was: de heele natuur
+hield den adem in om een nieuwen god te begroeten.</p>
+<p>Ze spoorden den keizer aan zich te haasten met het offeren en
+zeiden, dat de oude sibylle waarschijnlijk uit haar hol was gestegen om
+zijn genius te begroeten.</p>
+<p>Maar de waarheid was, dat de oude sybille geboeid was door een
+visioen. Zij wist niet eens, dat Augustus op het Kapitool gekomen was.
+In den geest vertoefde zij in een ver land, en daar meende zij over een
+groote vlakte te <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>schrijden. In de duisternis stiet ze onophoudelijk
+met den voet tegen iets, dat ze dacht, dat aardheuveltjes waren.</p>
+<p>Zij boog zich voorover en voelde met de hand. Neen, het waren geen
+aardheuveltjes maar schapen. Ze schreed tusschen groote, slapende
+kudden. Nu bemerkte zij het vuur der herders. Dat brandde midden op het
+veld, zij trachtte het te naderen. De herders sliepen bij het vuur en
+naast hen lagen de lange, spitse herdersstaven, waarmee ze de kudden
+tegen de wilde dieren plachten te beschermen.</p>
+<p>Maar die kleine dieren met hun glinsterende oogen en groote
+staarten, die naar het vuur slopen, waren dat geen jakhalzen?</p>
+<p>En toch wierpen de herders hun staf niet naar hen, de honden bleven
+doorslapen, de kudde vluchtte niet weg en de wilde dieren vlijden zich
+naast de menschen neder.</p>
+<p>Dat zag de sibylle, maar zij wist niets van hetgeen achter haar op
+den berg plaats greep. Ze wist niet, dat men daar een altaar oprichtte,
+kolen deed gloeien, wierook verspreidde, en dat de keizer
+&eacute;&eacute;n der beide duiven uit de kooi nam om haar te
+offeren.</p>
+<p>Maar zijn handen waren zoo krachteloos, dat hij den vogel niet kon
+vasthouden. Met een enkelen slag van den vleugel bevrijdde de duif zich
+en verdween in de duisternis van den nacht.</p>
+<p>Toen dit geschiedde, blikten de hovelingen achterdochtig naar de
+oude sibylle. Ze geloofden dat zij het was, die het ongeluk
+veroorzaakte.</p>
+<p>Konden zij weten, dat de sibylle nog steeds bij het herdersvuur
+dacht te staan, terwijl zij luisterde naar een zwak geluid, dat in den
+doodstillen nacht begon te trillen?</p>
+<p>Zij luisterde lang daarna, v&oacute;&oacute;rdat zij bemerkte, dat
+het niet van de aarde, maar uit de wolken kwam. Eindelijk hief zij het
+hoofd op en toen zag zij lichte stralende gestalten in de duisternis
+voortglijden.</p>
+<p>Het waren kleine engelenscharen, die lieflijk zingend en als
+zoekende, heen en weer vlogen over de groote vlakte. En terwijl de
+sibylle naar den engelenzang luisterde, maakte de keizer zich gereed
+tot een nieuw offer. Hij waschte zijn handen, reinigde het altaar en
+liet zich de tweede duif aanreiken, maar ofschoon hij nu zijn uiterste
+krachten inspande <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span>om deze vast te houden, gleed het slanke lichaam der
+duif uit zijn hand, en de vogel verdween in den ondoordringbaren
+nacht.</p>
+<p>De keizer werd bevreesd. Hij viel op de knie&euml;n voor het leege
+altaar en bad tot zijn genius. Hij smeekte zijn beschermgeest hem de
+kracht te verleenen om de ongelukken af te wenden, die deze nacht
+scheen te voorspellen.</p>
+<p>Ook daarvan had de sibylle niets gemerkt. Ze luisterde met heel haar
+ziel naar den engelenzang die al sterker en sterker werd. Op het laatst
+was deze zoo luid, dat de herders ontwaakten. Ze leunden op hun
+ellebogen en zagen lichte scharen zilverwitte engelen in lange
+fladderende lijnen, trekvogels gelijk, in de duisternis
+voortzweven.</p>
+<p>Sommigen hadden luiten en violen in de hand, anderen speelden op
+citers en harpen, en hun gezang klonk zoo blijde als kindergelach en
+zoo jubelend als het lied van den leeuwerik. Toen de herders dit
+hoorden, togen ze opwaarts om naar de bergstad te gaan, waar ze thuis
+behoorden, om het wonder te verhalen.</p>
+<p>Zij gingen langs een smal, slingerend paadje en de oude sibylle
+volgde hen. Opeens werd het helder licht boven den berg. Een groote,
+stralende ster schitterde juist daarboven, en de stad op den bergtop
+blonk als zilver in het licht der ster.</p>
+<p>Alle zwevende engelenscharen spoedden zich jubelend daarheen en de
+herders verhaastten hun schreden, zoo dat zij bijna sprongen. Toen ze
+de stad bereikt hadden, zagen ze, dat de engelen zich boven een lagen
+stal in de nabijheid van de stadspoort verzameld hadden. Het was een
+ellendig huis met een dak van stroo en de naakte rots tot muur.</p>
+<p>Daarboven straalde de ster en daar verzamelden zich al meer en meer
+engelen. Sommigen lieten zich neder op het stroodak of streken neer op
+de steile berghelling achter het huis, anderen bleven met fladderende
+vleugels daarboven zweven.</p>
+<p>Hoog, hoog was de lucht licht van flikkerende vleugels.</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik, dat de ster boven de bergstad ontstoken
+werd, ontwaakte de gansche natuur, de mannen die op de hoogte van het
+Kapitool stonden, moesten dat <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>wel merken. Ze voelden hoe frissche,
+streelende winden het luchtruim doorzweefden, heerlijke geuren stegen
+op uit de aarde, de boomen ruischten, de Tiber begon te murmelen, de
+sterren straalden en de maan stond opeens hoog aan den hemel en
+verlichtte de wereld. En uit de wolken kwamen de twee duiven
+aangevlogen en namen plaats op den schouder van den keizer.</p>
+<p>Toen dit wonder geschiedde, richtte keizer Augustus zich op in
+trotsche vreugde, maar zijn vrienden en slaven wierpen zich op hun
+knie&euml;n. &bdquo;Ave Cesar,&rdquo; riepen zij. &bdquo;Uw genius
+heeft u geantwoord. Gij zijt de god, die op de hoogte van het Kapitool
+moet worden aangebeden.&rdquo;</p>
+<p>En de hulde, die de geestdriftige mannen den keizer toejubelden, was
+zoo luidruchtig, dat de oude sibylle het hoorde. Dit deed haar uit haar
+visioenen ontwaken. Ze verliet haar plaats op de rotshelling en begaf
+zich tusschen de menschen. &rsquo;t Was alsof een donkere wolk uit den
+afgrond opsteeg en neerstortte op de hoogte. Zij was vreeselijk om aan
+te zien in haar ouderdom. Ruig haar hing in dunne vlokken rondom haar
+hoofd, de gewrichten der ledematen waren gezwollen en de donkere huid
+omkleedde het lichaam, hard als boomschors, met rimpel naast rimpel.
+Maar geweldig en waardig schreed ze den keizer tegemoet.</p>
+<p>Met de eene hand greep zij hem bij de pols, met de andere wees ze
+naar het verre Oosten.</p>
+<p>&bdquo;Zie,&rdquo; beval zij hem, en de keizer hief zijn blik op
+naar den hemel en zag. Het luchtruim opende zich voor zijn blikken en
+deze drongen door tot het verre Oosterland. En hij zag een armoedigen
+stal onder een steilen <span class="corr" id="xd20e275" title="Bron: rotstwand">rotswand</span> en in de geopende deur eenige
+knielende herders. In den stal zag hij een jonge moeder gekield liggen
+voor een klein kind, dat op een stroobos op den grond lag.</p>
+<p>En de groote, knokige vingers der sibylle wezen naar dat arme
+kind.</p>
+<p>&bdquo;Ave Cesar,&rdquo; zei de sibylle, terwijl zij hoonend lachte.
+&bdquo;Daar is de god, die op de hoogte van het Kapitool zal worden
+aangebeden.&rdquo;</p>
+<p>Toen deinsde Augustus terug als voor een waanzinnige. Maar de
+machtige geest der profetie werd vaardig over haar, de oogen begonnen
+te branden, haar handen wezen <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>hemelwaarts, haar stem veranderde, zoo
+dat die niet meer de hare scheen te zijn, maar zulk een klank en kracht
+bezat, dat die over de gansche wereld gehoord kon worden. En zij sprak
+woorden, die ze in den hemel tusschen de sterren, scheen te lezen:</p>
+<p>&bdquo;Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist, maar geen sterflijke
+menschen.&rdquo;</p>
+<p>Toen ze dit gezegd had, schreed ze tusschen de door schrik bevangen
+mannen, daalde langzaam van den berg en verdween.</p>
+<p>Maar Augustus liet den volgenden dag het volk streng verbieden hem
+een tempel op het Kapitool op te richten.</p>
+<p>In plaats daarvan liet hij een kapel voor het pasgeboren Godskind
+bouwen en noemde dat het altaar des hemels<span class="corr" id="xd20e294" title="Bron: .">,</span> Aracoeli. <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="inleiding.2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e299" class="label">II.</h3>
+<h3 class="main">Rome&rsquo;s heilig kind.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Op den heuvel van het Kapitool verhief zich een
+klooster dat bewoond werd door Franciscaner monniken. Maar men kon het
+nauwelijks als een klooster beschouwen, veeleer als een vesting. Het
+was gelijk een wachttoren aan de zeekust, waar men naar een naderenden
+vijand tuurt en staart.</p>
+<p>Naast het klooster stond de prachtige basiliek Santa Maria in
+Aracoeli. De basiliek was gebouwd als herinnering aan het bezoek der
+sibylle, die keizer Augustus hier Christus had doen aanschouwen.</p>
+<p>Maar het klooster was opgericht, omdat men vreesde voor de
+vervulling van de profetie der sibylle, dat de Antichrist op het
+Kapitool zou worden aangebeden.</p>
+<p>En de monniken voelden zich als krijgers. Als ze naar de kerk gingen
+om te zingen en te bidden, meenden zij op vestingwallen te loopen en
+wolken van pijlen neer te zenden op den aanstormenden Antichrist.</p>
+<p>Ze leefden altijd denkende aan den Antichrist, en hun gansche
+godsdienst was &eacute;&eacute;n strijd om hem ver van het Kapitool te
+houden.</p>
+<p>Ze trokken hun hoeden diep in het gelaat, om hun oogen te
+beschutten, en tuurden in de wereld.</p>
+<p>Hun blikken werden koortsachtig van het staren, en voortdurend
+meenden ze den Antichrist te ontdekken.</p>
+<p>&bdquo;Hij is hier, hij is daar,&rdquo; riepen ze. En ze fladderden
+in hun bruine pijen rond en maakten zich gereed tot den strijd,
+<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>gelijk kraaien, die op een rotspunt verzameld zijn
+en een adelaar in het gezicht krijgen.</p>
+<p>Maar sommigen zeiden: Wat baten gebeden en boetedoeningen? De
+sibylle heeft het gezegd. De Antichrist moet komen.</p>
+<p>Toen zeiden anderen: God kan een wonder verrichten. Indien het
+kampen niet baatte, zou Hij ons niet hebben laten waarschuwen door de
+sibylle.</p>
+<p>Jaar na jaar verdedigden de Franciscanen het Kapitool door
+boetedoening, werken van barmhartigheid en de verkondiging van Gods
+woord.</p>
+<p>Zij beschermden het eeuw na eeuw, maar naarmate de tijden
+verstreken, werden de menschen krachteloozer en zwakker.</p>
+<p>De monniken zeiden:</p>
+<p>&bdquo;Spoedig kan het rijk van dezen tijd niet langer bestaan. Er
+moet een wereldherschepper komen zooals ten tijde van
+Augustus.&rdquo;</p>
+<p>Ze rukten hun haren uit en geeselden zich, want ze wisten, dat de
+wereldverlosser de Antichrist moest zijn, en dat het een rijk van
+geweld en kracht zou worden.</p>
+<p>Gelijk zieken door hun kwalen gepijnigd worden, zoo werden zij
+gekweld door de gedachte aan den Antichrist. En zij zagen hem voor
+zich. Hij was even rijk als Christus arm, even slecht als Christus
+goed, even ge&euml;erd als Christus vernederd was. Hij voerde scherpe
+wapens en reed aan de spits van bloeddorstige woestelingen. Hij wierp
+kerken omver, vermoordde priesters en wapende de menschen tot den
+strijd, z&oacute;&oacute; dat broeder tegen broeder worstelde en de
+eene mensch den anderen vreesde en nergens vrede te vinden was.</p>
+<p>En telkens als een mensch van geweld en kracht zijn weg over de zee
+der tijden nam, werd er van den wachttoren op het Kapitool geroepen:
+&bdquo;De Antichrist, de Antichrist!&rdquo;</p>
+<p>En voor elken geweldenaar, die verdween en ten onder ging, riepen de
+monniken hosanna en zongen ze een Te-Deum.</p>
+<p>En ze zeiden: &bdquo;Het is door de kracht onzer gebeden, dat de
+slechten vielen, v&oacute;&oacute;rdat ze het Kapitool konden
+bereiken.&rdquo;</p>
+<p>Het was een harde straf voor het schoone klooster, dat zijn monniken
+nooit rust konden vinden. Hun nachten waren <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>nog
+zwaarder dan hun dagen. Dan zagen ze hoe wilde dieren hun cellen
+binnendrongen en zich naast hun brits uitstrekten. En elk wild dier was
+de Antichrist. Maar sommige monniken zagen hem als een draak, en andere
+als een griffioen, en weer andere als een sfinx. En als ze uit hun
+droomen ontwaakten, waren ze mat als na een zware ziekte.</p>
+<p>De eenige troost, dien deze arme monniken bezaten, was het
+wonderdoende Christusbeeld, dat in de basiliek te Aracoeli bewaard
+werd. Wanneer een monnik tot vertwijfeling gedreven was, ging hij naar
+de kerk om daar troost te zoeken. Hij liep dan de geheele basiliek door
+naar een afgesloten kapel naast het hoofdaltaar. Daarin ontstak hij
+gewijde waskaarsen en deed een gebed, v&oacute;&oacute;rdat hij de
+altaarkast opende, die deuren van ijzer met dubbele sloten had. En hij
+lag op zijn knie&euml;n, zoo lang hij het beeld aanschouwde.</p>
+<p>Het beeld stelde een klein kind voor, het had een gouden kroon op
+het hoofd, gouden schoentjes aan de voeten, en zijn kleertjes
+schitterden van sieraden, die het beeld geschonken waren door
+lijdenden, die het hadden aangeroepen om hulp. En de wanden der kapel
+waren bedekt met schilderijen, die deden zien hoe velen het uit brand-
+en zeegevaar gered had, hoe het zieken genezen en ongelukkigen geholpen
+had. En als de monnik dit zag, jubelde hij en zei tot zich zelf:</p>
+<p>&bdquo;God zij geprezen! Nog is het Christus, die op het Kapitool
+wordt aangebeden.&rdquo;</p>
+<p>De monnik merkte op, hoe het beeld in mystieke, zelfbewuste macht
+tegen hem glimlachte en zijn geest verhief zich tot de heilige sferen
+der vertroosting. &bdquo;Wat kan U doen neerstorten, Gij
+machtige?&rdquo; zei hij. &bdquo;Wie kan U doen vallen? Voor U buigt de
+eeuwige stad haar knie&euml;n. Gij zijt Rome&rsquo;s heilig kind. Gij
+zijt de gekroonde, dien het volk aanbidt. Gij zijt de machtige, die
+hulp, troost en kracht verleent. Gij alleen zult op het Kapitool worden
+aangebeden.&rdquo;</p>
+<p>Hij zag hoe de kroon van het beeld veranderde in een aureool, die
+stralen over de gansche aarde zond. En in welke richting hij ook den
+loop der stralen volgde, overal zag hij hoe de wereld vol kerken was,
+waar Christus werd aangebeden. Het was alsof een machtige heerscher hem
+al de vestingen en burchten getoond had, die zijn rijk beschermden.
+<span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Het is zeker, dat Gij niet kunt vallen,&rdquo; zei de monnik.
+&bdquo;Uw rijk moet blijven bestaan.&rdquo;</p>
+<p>En elke monnik, die het beeld zag, genoot een paar uur van
+vertroosting en vrede, totdat de vrees zich opnieuw van hem meester
+maakte. Maar indien zij dit beeld niet bezeten hadden, zouden hun
+zielen geen oogenblik rust gevonden hebben.</p>
+<p>Zoo hadden Aracoeli&rsquo;s monniken zich onder gebed en strijd door
+de tijden geworsteld, en nooit had het aan wachters ontbroken, want
+zoodra een van hen uitgeput was door angst, haastten anderen zich zijn
+plaats in te nemen.</p>
+<p>En ofschoon de meesten, die in het klooster gingen, door waanzin of
+een te vroegen dood getroffen werden, nooit slonk de rij der monniken,
+want het werd als een groote eer beschouwd te Aracoeli voor God te
+strijden.</p>
+<p>Zoo gebeurde het, dat deze strijd nog v&oacute;&oacute;r zestig jaar
+in vollen gang was, en wegens de verdorvenheid der tijden streden de
+monniken met grooter ijver dan ooit en verwachtten den Antichrist zoo
+stellig als nooit te voren.</p>
+<p>In dien tijd kwam er een rijke Engelsche vrouw te Rome. Ze ging naar
+Aracoeli en zag het beeld, en zij was daardoor z&oacute;&oacute;
+getroffen, dat ze dacht niet te kunnen leven, indien het niet in haar
+bezit kwam. Zij ging telkens terug naar Aracoeli om het beeld te zien
+en ten slotte smeekte zij de monniken het van hen te mogen koopen.</p>
+<p>Maar indien ze den ganschen moza&iuml;ekvloer in de groote basiliek
+met gouden munten bedekt had, dan nog hadden de monniken haar dit
+beeld, dat hun eenige troost was, niet willen afstaan.</p>
+<p>Doch de Engelsche was in die mate in vervoering over het beeld, dat
+zij zonder dit vreugde noch vrede kon vinden.</p>
+<p>En daar ze op geen andere wijze haar verlangen kon bevredigen,
+besloot ze het beeld te stelen.</p>
+<p>Zij dacht niet aan de zonde, die ze beging, maar voelde slechts een
+onweerstaanbaren drang en brandenden dorst en liever wilde zij haar
+ziel wagen dan haar hart het geluk weigeren het vurig begeerde beeld te
+bezitten. En om haar doel te bereiken, liet ze een beeld vervaardigen,
+dat volkomen gelijk was aan dat te Aracoeli. <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p>
+<p>&rsquo;t Beeld van Aracoeli is van olijvenhout uit Getsemane&rsquo;s
+olijvenberg gesneden, maar de Engelsche waagde het een beeld van
+olmhout te laten snijden, dat volkomen daarop geleek.</p>
+<p>&rsquo;t Beeld te Aracoeli is niet door menschenhanden
+beschilderd.</p>
+<p>Toen de monnik, die het sneed, penseel en verf genomen had,
+sluimerde hij in over zijn arbeid. En toen hij ontwaakte, was het beeld
+geschilderd. Het had zich zelf voltooid, als teeken, dat God het
+beminde. Maar de Engelsche was zoo vermetel een aardschen schilder haar
+houten beeld z&oacute;&oacute; te laten schilderen, dat het volkomen
+gelijk aan het heilige beeld werd.</p>
+<p>Het nagemaakte beeld kocht ze een kroon en schoentjes, maar die
+waren niet van goud; het was slechts zink en verguldsel. Ze bestelde
+sieraden, ze kocht ringen en halskettingen, armbanden en juweelen
+sterren&mdash;maar dat alles was van koper en glas&mdash;en zij kleedde
+het, zooals de hulpzoekenden het ware en echte beeld gekleed
+hadden.</p>
+<p>Toen het beeld klaar was, nam ze een naald en grifte in de kroon:
+&bdquo;Mijn rijk is slechts van deze wereld.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof ze vreesde, dat ze zelf niet meer beeld van beeld
+kon onderscheiden. En &rsquo;t was alsof ze haar geweten had willen
+geruststellen. &bdquo;Ik heb immers niet een valsch Christusbeeld
+willen maken. Ik heb toch in zijn kroon geschreven: Mijn rijk is
+slechts van deze wereld.&rdquo;</p>
+<p>Daarop wierp zij een wijden mantel om, verborg het beeld daaronder
+en ging naar Aracoeli. Daar verzocht ze, haar devotie te mogen doen
+v&oacute;&oacute;r het Christusbeeld.</p>
+<p>Toen zij nu stond in het heiligdom, en de kaarsen aangestoken, de
+ijzeren deuren geopend waren, en het beeld zich aan haar blikken
+vertoonde, begon ze te trillen en te beven en &rsquo;t scheen alsof ze
+bezwijmen zou.</p>
+<p>De monnik, die haar vergezelde, haastte zich naar de sacristij om
+water te halen en zij bleef alleen in de kapel.</p>
+<p>En toen hij terugkwam, had zij de heiligschennis gepleegd.</p>
+<p>Zij had het heilige, wonderdoende beeld genomen en het valsche en
+machtelooze daarvoor in de plaats gezet.</p>
+<p>De monnik bemerkte niets van den ruil. Hij sloot het valsche beeld
+achter ijzeren deuren met dubbele sloten en <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>de
+Engelsche ging huiswaarts met Aracoeli&rsquo;s schat. Zij plaatste het
+in haar paleis op een voetstuk van marmer en was zoo gelukkig als ze
+nog nimmer geweest was.</p>
+<p>In Aracoeli, waar men niets wist van de schade, die men geleden had,
+aanbad men het onechte Christusbeeld gelijk men het echte had
+aangebeden. En toen het Kerstfeest aanbrak, bouwde men het, zooals
+gebruikelijk was, een der schoonste grotten in de kerk.</p>
+<p>Daar lag hij stralend als een edelgesteente, in Maria&rsquo;s schoot
+en rondom hem stonden herders, engelen en wijze mannen. En zoo lang de
+grot daar was, kwamen er <span class="corr" id="xd20e413" title="Bron: kinde">kinderen</span> van Rome en van de Campagne en werden in
+een kleinen preekstoel in Aracoeli&rsquo;s basiliek geheven. Dan
+predikten ze de lieflijkheid, zoetheid, macht en heiligheid van het
+kleine Christuskind.</p>
+<p>Maar de Engelsche leefde in grooten angst, dat iemand ontdekken zou,
+dat zij Aracoeli&rsquo;s Christusbeeld gestolen had. Daarom bekende zij
+voor niemand, dat het beeld hetwelk zij bezat, het echte was.</p>
+<p>&bdquo;Dit is een nagemaakt beeld,&rdquo; zei ze, &bdquo;het is zoo
+gelijk aan het echte als het slechts zijn kan, maar het is
+nagemaakt.&rdquo;</p>
+<p>Nu had zij een klein Italiaansch meisje in haar dienst. Op een dag
+toen deze door het vertrek ging, bleef ze voor het beeld staan en
+sprak:</p>
+<p>&bdquo;Gij, arm Christuskind, dat eigenlijk geen Christuskind zijt,
+indien gij wist hoe het ware kind in al zijn heerlijkheid in de grot te
+Aracoeli ligt, en hoe Maria en San Giuseppe en de herders voor hem
+geknield liggen! En indien ge slechts wist hoe de kinderen op een
+kleinen preekstoel tegenover hem staan, en hoe ze buigen, en hem
+kushandjes toewerpen en hoe ze prediken voor hem, zoo schoon als zij
+slechts kunnen!&rdquo;</p>
+<p>Eenige dagen later kwam het kleine dienstmeisje weer en sprak tot
+het beeld:</p>
+<p>&bdquo;Arm Christuskind, gij, die geen Christus zijt, weet gij, dat
+ik vandaag in Aracoeli geweest ben en gezien heb hoe het ware kind in
+processie rondgedragen werd? Ze hielden een troonhemel boven hem, en
+alle menschen zonken voor hem op de knie&euml;n, en zongen en speelden
+voor hem.</p>
+<p>&bdquo;Nooit zult gij zoo iets heerlijks beleven!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span></p>
+<p>En hoor nu, wat het dienstmeisje voor de derde maal tot het beeld
+sprak:</p>
+<p>&bdquo;Weet gij, Christuskind, dat geen echt Christuskind zijt, dat
+het beter voor u is te staan, waar gij staat? Want het ware kind wordt
+bij de zieken geroepen, en het rijdt in zijn gouden wagen daar heen,
+maar het kan hen niet helpen, en ze sterven in vertwijfeling. En men
+begint te zeggen, dat het heilige kind van Aracoeli de kracht om goed
+te doen verloren heeft, en dat gebeden en tranen hem niet meer roeren.
+Het is beter voor u, dat ge staat waar ge staat, dan dat ge aangeroepen
+wordt en niet kunt helpen.&rdquo;</p>
+<p>Maar den volgenden nacht geschiedde er een wonder. Tegen middernacht
+werd er hevig aan de kloosterpoort te Aracoeli geluid. En toen de
+poortwachter zich niet genoeg haastte om te openen, werd er op de poort
+geklopt. Dat kloppen klonk zoo luid alsof het met klinkend metaal
+geschiedde, en het werd door het gansche klooster gehoord. Alle
+monniken rezen tegelijk op van hun bedden. Allen die gepijnigd werden
+door vreeselijke droomen, vlogen plotseling op en dachten, dat de
+Antichrist gekomen was.</p>
+<p>Maar toen men de poort opende&mdash;toen men de poort opende!</p>
+<p>Het was het kleine Christusbeeld, dat op den drempel stond. &rsquo;t
+Was zijn kleine hand die aan het klokketouw getrokken had, het was zijn
+kleine goudgeschoeide voet, die tegen de poort geschopt had.</p>
+<p>De poortwachter nam het heilige kind haastig in zijn armen. Toen zag
+hij, dat het tranen in de oogen had.</p>
+<p>Ach, het arme heilige kind had in den nacht door de stad geloopen!
+Wat had het niet moeten zien!</p>
+<p>Zoo veel armoede en zoo veel ellende en zoo veel ondeugd en zoo veel
+misdaden! Het was verschrikkelijk te denken wat het al niet had moeten
+ondervinden!</p>
+<p>De poortwachter ging naar den prior en toonde hem het beeld. En zij
+waren verbaasd dat het &rsquo;s nachts buiten was gekomen.</p>
+<p>Maar de prior liet de kerkklok luiden en den monniken tot een
+godsdienstoefening bijeenroepen. En al de monniken van Aracoeli trokken
+naar de groote schemerachtige basiliek om in alle plechtigheid het
+beeld weer op zijn plaats te zetten. <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name="pb17">17</a>]</span></p>
+<p>Uitgeput en lijdend liepen ze te rillen in hun zware duffel
+monnikspijen. Velen van hen weenden alsof ze aan een levensgevaar
+ontsnapt waren.</p>
+<p>&bdquo;Hoe zou het ons gegaan zijn,&rdquo; zeiden ze, &bdquo;indien
+onze eenige troost van ons was genomen? Is het niet de Antichrist, die
+Rome&rsquo;s heilig kind uit het beschermende heiligdom gelokt
+heeft?&rdquo;</p>
+<p>Maar toen ze het Christusbeeld in de altaarkast wilden plaatsen,
+vonden ze daarin het valsche kind, dat op zijn kroon het inschrift
+droeg: &bdquo;Mijn rijk is slechts van deze wereld.&rdquo;</p>
+<p>En nu ze het beeld nader onderzochten, vonden ze het inschrift.</p>
+<p>Toen wendde de prior zich tot de monniken en sprak tot hen:</p>
+<p>&bdquo;Broeders, we zullen een Te-Deum zingen, de zuilen onzer kerk
+met zijde omwinden en alle waskaarsen en lampen aansteken en we zullen
+een groot feest vieren.</p>
+<p>&bdquo;Zoo lang het klooster bestaan heeft, is het een huis van
+vervloeking geweest, maar om den wille van al het lijden dergenen, die
+hier geleefd hebben, heeft God genade geschonken. En nu is alle gevaar
+geweken.</p>
+<p>&bdquo;God heeft den strijd met zege bekroond en wat gij gezien
+hebt, is het teeken, dat de Antichrist niet op het Kapitool zal worden
+aangebeden.</p>
+<p>&bdquo;Want opdat de woorden der sibylle niet onvervuld zouden
+blijven, heeft God dit valsche beeld van Christus gezonden, dat de
+woorden van den Antichrist in zijn kroon voert, en Hij heeft het ons
+laten aanbidden en vereeren, alsof hij de groote Zaligmaker ware.</p>
+<p>&bdquo;Maar nu kunnen wij vol vreugde en blijdschap rusten, want de
+duistere profetie der sibylle is vervuld, en de Antichrist is hier
+aangebeden.</p>
+<p>&bdquo;Groot is God, de Almachtige, die den verterenden angst van
+ons nam en Zijn wil geschieden liet, zonder dat de wereld het valsche
+beeld van Gods Zoon behoefde te aanschouwen<span class="corr" id="xd20e477" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>&bdquo;Gelukkig is Aracoeli&rsquo;s klooster, dat in Gods genade
+staat, Zijn wil volvoert en gezegend is door Zijn oneindige
+genade.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p>
+<p>Toen de prior dit gezegd had, nam hij het valsche beeld in zijn
+handen, schreed de kerk door en opende de groote hoofddeur. Daar trad
+hij op het terras. Beneden hem lag de hooge, breede trap met honderd
+negentien marmeren treden, die van het Kapitool als naar een afgrond
+leidt. En hij hief het beeld boven zijn hoofd en riep luid:
+&bdquo;Anatema Antichristo&rdquo; en slingerde het beeld van de hoogte
+van &rsquo;t Kapitool naar beneden in de wereld. <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="inleiding.3"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e487" class="label">III.</h3>
+<h3 class="main">Op de barricade.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen de rijke Engelsche &rsquo;s morgens ontwaakte,
+miste zij het beeld en wist niet waar zij het moest zoeken. Zij
+geloofde dat niemand anders dan Aracoeli&rsquo;s monniken het
+weggenomen konden hebben. En haastig ging ze naar het Kapitool om het
+daar te zoeken. Zoo kwam ze bij de groote marmeren trap, die naar
+Aracoeli&rsquo;s basiliek voert. En haar hart klopte onstuimig van
+vreugde, want op de onderste trede lag hetgeen zij zocht.</p>
+<p>Zij greep het beeld, verborg het onder haar mantel en spoedde zich
+huiswaarts. En weer plaatste zij het in haar feestzaal.</p>
+<p>Maar toen zij zich nu verdiepte in zijn schoonheid, zag ze, dat er
+een deuk in de kroon gekomen was.</p>
+<p>Zij nam die in haar hand om te zien zien hoe groot de schade was en
+in hetzelfde oogenblik vielen haar oogen op het inschrift dat ze zelf
+gegrift had:</p>
+<p>&bdquo;Mijn rijk is slechts van deze wereld.&rdquo;</p>
+<p>Toen wist zij, dat dit het valsche Christusbeeld was en dat het
+echte weer in Aracoeli&rsquo;s kapel stond.</p>
+<p>Zij wanhoopte dit ooit weer in haar bezit te krijgen en zij besloot
+den volgenden dag uit Rome te vertrekken, want ze wilde daar niet
+langer blijven, nu zij het beeld niet meer bezat. Maar toen zij
+vertrok, nam zij het valsche beeld mede, omdat het haar herinnerde aan
+het andere, dat zij beminde; en het vergezelde haar later op al haar
+reizen.</p>
+<p>Zij vond nergens rust, maar reisde voortdurend, en op <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span>deze
+wijze werd het beeld over de gansche wereld gevoerd. En overal waar het
+beeld kwam, was het alsof Christus&rsquo; macht verminderde, zonder dat
+iemand recht begreep wat de oorzaak daarvan was. Want niets zag er
+machteloozer uit dan dit armzalige beeld van olmhout, dat versierd was
+met koperen ringen en glazen kralen.</p>
+<p>Toen de rijke Engelsche, die eerst het beeld bezeten had, dood was,
+kwam het in het bezit van een andere rijke Engelsche, die ook
+voortdurend reisde, en na deze in handen van een derde.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Eens, het was nog in den tijd der eerste Engelsche, kwam het beeld
+in Parijs.</p>
+<p>Toen het de groote stad binnenreed, was daar oproer. Volksmenigten
+trokken luid schreeuwend door de straten en riepen om brood. Ze
+plunderden de winkels en wierpen steenen naar de paleizen der rijken.
+Gewapende macht trok tegen hen op, toen rukten ze de straatsteenen uit,
+stapelden wagens en huisraad opeen en versperden de straten met
+barricades.</p>
+<p>Toen nu de rijke Engelsche de stad binnenreed in haar grooten
+reiswagen, stormde het volk daarop los, dwong haar uit te stappen en
+sleepte den wagen naar &eacute;&eacute;n der barricades.</p>
+<p>Terwijl men trachtte deze te stapelen op de duizenden voorwerpen,
+die de barricade vormden, viel &eacute;&eacute;n der grootste koffers
+op den grond. Het slot sprong open en onder het vele dat uit den koffer
+rolde, was ook het verworpen Christusbeeld.</p>
+<p>&rsquo;t Volk stortte zich daarop, om het plunderen, maar men
+ontdekte spoedig dat al zijn sieraden valsch en geheel waardeloos
+waren, en men begon het beeld te bespotten en te hoonen. Het ging van
+hand tot hand onder de oproerlingen, totdat &eacute;&eacute;n van hen
+zich bukte om de kroon te bekijken. Zijn blik viel op de woorden, die
+daarin gegrift waren: &bdquo;Mijn rijk is slechts van deze
+wereld.&rdquo;</p>
+<p>De man riep dit luide en allen schreeuwden, dat het kleine beeld hun
+veldteeken zou zijn. Ze plaatsten het op den top der barricade en
+plantten het daar als een banier. <span class="pagenum">[<a id="pb21"
+href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span></p>
+<p>Onder degenen, die de barricade verdedigden, was een man, die geen
+arme arbeider, maar een geleerde was, die zijn gansche leven in de
+studeerkamer had doorgebracht. Hij kende al de ellende, waaronder de
+menschen gebukt gaan, en zijn hart was vervuld van medelijden;
+voortdurend zocht hij naar een middel om hun lot te verbeteren.</p>
+<p>Gedurende dertig jaar had hij geschreven en gepeinsd, zonder hulp te
+vinden. Toen hij nu de stormklok hoorde luiden, volgde hij deze
+roepstem en snelde de straat op. Hij had een wapen gegrepen en was de
+oproerlingen gevolgd in de meening, dat het raadsel, hetwelk hij niet
+vermocht op te helderen, opgelost kon worden door geweld en macht en
+dat de armen zich door strijd een beter lot konden verwerven. Daar
+stond hij nu den ganschen dag te strijden, de menschen sneuvelden
+rondom hem, bloed spatte hem in het gelaat, en de ellende van het leven
+scheen hem grooter en jammerlijker dan ooit.</p>
+<p>Maar zoo dikwijls de kruitdamp optrok, schitterde in zijn oogen het
+kleine beeld dat gedurende al het krijgstumult onbeweeglijk hoog boven
+op de barricade stond. En iederen keer, dat hij het beeld zag, werd hij
+getroffen door de woorden: &bdquo;Mijn rijk is slechts van deze
+wereld.&rdquo;</p>
+<p>Ten slotte kwam het hem voor, dat deze woorden zich zelf in de lucht
+schreven, en voor zijn oogen begonnen te zweven, nu in vuur, dan in
+rook of in bloed.</p>
+<p>Hij werd stil, hij stond daar met het geweer in de hand, en staakte
+den strijd. Plotseling wist hij, dat dit de woorden waren, waarnaar hij
+zijn leven lang gezocht had. Nu wist hij wat hij den menschen moest
+zeggen, en dit armzalige beeld was het, dat hem de oplossing gegeven
+had.</p>
+<p>Hij zou de gansche wereld doortrekken om te verkondigen &bdquo;Uw
+rijk is slechts van deze wereld.&rdquo; Daarom moet gij trachten dit
+leven gelukkig te maken en als broeders leven. En ge zult uw rijkdommen
+deelen opdat niemand rijk en niemand arm zij. Ge zult allen arbeiden,
+en de aarde zal het eigendom van allen zijn en ge zult allen gelijk
+worden. Niemand zal honger lijden, niemand zal in overdaad leven en
+niemand zal op zijn ouden dag gebrek lijden. En ge zult streven naar
+het geluk van allen, want er is geen hiernamaals, dat u wacht.
+<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span></p>
+<p>Dit alles voer hem door het hoofd, terwijl hij daar op de barricade
+stond, en toen de gedachte hem helder was, legde hij de wapens neder en
+hief die niet weder op tot strijd en bloedvergieting.</p>
+<p>Spoedig daarop werd de barricade opnieuw bestormd en genomen. De
+troepen trokken zegevierend voorwaarts en dempten het oproer; en
+v&oacute;&oacute;rdat de avond viel, heerschte er vrede en orde in de
+groote stad.</p>
+<p>Toen zond de Engelsche eenige dienaren uit om haar verloren
+eigendommen te zoeken, en ze vonden verschillende zaken, zoo niet
+alles. &rsquo;t Eerst zagen ze op de bestormde barricade den
+verworpeling van Aracoeli.</p>
+<p>Maar de man<span class="corr" id="xd20e549" title="Bron: .">,</span>
+die gedurende den strijd van het beeld geleerd had, begon der wereld
+een nieuwe leer te verkondigen, die socialisme genoemd wordt, maar het
+Antichristendom is.</p>
+<p>En die leer bemint, verzaakt, leert en strijdt als het Christendom,
+zoodat die volkomen op deze gelijkt, evenals het valsche beeld van
+Aracoeli volkomen gelijkt op het echte Christusbeeld. En evenals het
+valsche beeld zegt zij: &bdquo;Mijn rijk is slechts van deze
+wereld.&rdquo;</p>
+<p>Maar terwijl het beeld, dat deze leer verspreid heeft, onopgemerkt
+is en onbekend, is de leer bekend en gaat over de gansche wereld om die
+te verlossen en te herscheppen.</p>
+<p>Van dag tot dag wint zij veld. Zij gaat door alle landen en draagt
+velerlei namen en ze is zoo verleidelijk, omdat ze allen aardsch geluk
+en genot belooft, en ze lokt meer aanhangers dan welke leer ook, die
+over de wereld is gegaan sedert Christus&rsquo; tijd. <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="pt1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e560" class="main">Eerste deel.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Daar zal groote nood heerschen.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span></p>
+<div class="div2" id="ch1.1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e568" class="label">I.</h3>
+<h3 class="main">De Mongibello.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Omstreeks 1870 woonde er in Palermo een arme knaap,
+die Gaetano Alagona heette. Dat was een geluk voor hem! Ware hij niet
+een der oude Alagona&rsquo;s geweest, dan zou men hem misschien hebben
+laten verhongeren. Hij was immers slechts een kind, en had geld noch
+ouders. Maar nu hadden de jezu&iuml;eten van Santa Maria in Gesu hem
+uit barmhartigheid in de kloosterschool opgenomen.</p>
+<p>Op een dag, terwijl hij in zijn lessen verdiept was, kwam een pater
+hem uit de school roepen, omdat een bloedverwante hem wilde
+spreken.</p>
+<p>Wat, een bloedverwante! Hij had altijd gehoord, dat zijn geheele
+familie overleden was. Maar pater Jozef beweerde, dat er familie van
+hem, een signora in levenden lijve was, die hem uit het klooster wilde
+nemen.</p>
+<p>Het werd al erger en erger. Wilde zij hem uit het klooster nemen?
+Daar zou ze toch zeker de macht niet toe hebben!</p>
+<p>Hij zou immers monnik worden.</p>
+<p>Hij wilde de signora in het geheel niet zien. Kon pater Jozef haar
+niet zeggen, dat Gaetano het klooster nooit zou verlaten, en dat het
+haar niets baatte hem dat te vragen?</p>
+<p>Neen, pater Jozef zei, dat het niet ging haar te laten vertrekken,
+zonder dat zij hem gezien had, en hij sleepte Gaetano half naar de
+ontvangkamer.</p>
+<p>Daar stond ze bij een der vensters. Heur haar was grauw, haar
+gelaatstint bruin en haar oogen waren zwart en rond als paarlen. Zij
+droeg een kanten sluier op het hoofd, en <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>haar zwarte kleederen
+waren glad van het dragen, en een weinig vaal, zooals pater Jozefs
+alleroudste kaftan.</p>
+<p>Ze maakte het teeken des kruises, toen zij Gaetano zag.</p>
+<p>&bdquo;God zij geloofd, hij is een echte Alagona!&rdquo; riep zij en
+kuste hem de hand.</p>
+<p>Zij zei, dat het haar leed deed, dat hij twaalf jaar oud was
+geworden, zonder dat &eacute;&eacute;n zijner familieleden naar hem
+gevraagd had. Maar zij had niet geweten, dat er nog iemand van den
+anderen tak in leven was. Hoe zij dat nu opeens was te weten gekomen?
+Ja, Luca had zijn naam in de courant gelezen. Die had gestaan bij
+degenen, die een prijs gekregen hadden. Dat was nu een half jaar
+geleden, maar het was een verre reis naar Palermo. Zij had moeten
+sparen en sparen om het reisgeld bijeen te krijgen. Ze had niet eerder
+kunnen komen. Maar hierheen gaan om hem te zien, dat moest ze.
+Santissima Madre, zij was zoo blij geweest!</p>
+<p>Zij was het, donna Elisa, die Alagona heette. Haar overleden man was
+een Antonelli geweest. Er bestond nog &eacute;&eacute;n Alagona, dat
+was haar broeder. Hij woonde ook in Diamante. Maar Gaetano wist zeker
+niet waar Diamante lag?</p>
+<p>De knaap schudde met het hoofd. Neen dat kon ze wel denken, ze
+lachte.</p>
+<p>&bdquo;Diamante ligt op den Monte Chiaro. Weet je waar de Monte
+Chiaro ligt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen.&rdquo;</p>
+<p>Zij trok haar wenkbrauwen op en zag er heel schalks uit. &bdquo;De
+Monte Chiaro ligt op den Etna, indien je weet waar de Etna
+ligt?&rdquo;</p>
+<p>Dat klonk zoo aarzelend alsof het al te veel verlangd was, dat
+Gaetano iets van den Etna zou weten. En zij lachten alle drie, zij,
+zoowel als pater Jozef en Gaetano. Ze werd een heel ander mensch, nadat
+zij hen aan het lachen gebracht had.</p>
+<p>&bdquo;Wil je met mij meegaan om Diamante, den Etna en den Monte
+Chiaro te zien?&rdquo; vroeg ze vlug.</p>
+<p>&bdquo;Den Etna moet je zien. Dat is de grootste berg op de geheele
+wereld. De Etna is een koning en de bergen rondom hem liggen op hun
+knie&euml;n en wagen het niet hun blikken te verheffen naar zijn
+aangezicht.&rdquo; Toen begon zij al het mogelijke van den Etna te
+vertellen. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span></p>
+<p>Ze dacht zeker, dat dit hem zou kunnen lokken.</p>
+<p>En &rsquo;t was werkelijk waar, dat Gaetano er nooit over nagedacht
+had, wat de Etna eigenlijk voor een berg was. Hij had niet geweten, dat
+hij sneeuw op zijn kruin had, eikenloof in den baard, en wijnranken om
+het middel en dat hij tot over de knie&euml;n in oranjebosschen trapte.
+En langs den berg stroomden groote, breede zwarte rivieren. Die waren
+heel merkwaardig, ze vloeiden zonder te murmelen, zij golfden zonder
+wind, de slechtste zwemmer kon er zonder een brug over komen.</p>
+<p>Gaetano raadde, dat zij lavastroomen bedoelde. En zij was zoo blij,
+dat hij dit had kunnen raden. Hij had dus verstand. Hij was een echte
+Alagona.</p>
+<p>En dat de Etna zoo groot was! Denk eens aan, dat men drie dagen
+noodig heeft om er omheen, en drie dagen om naar den top en weer naar
+beneden te rijden.</p>
+<p>En dat er behalve Diamante nog vijftig steden en veertien groote
+bosschen en twee honderd kleine bergen op den Etna gevonden werden, die
+toch ook nog zoo klein niet waren, ofschoon de berg zoo groot was, dat
+deze niet meer in het oog vielen dan een zwerm vliegen op een kerkdak.
+En dat er grotten waren, die een geheel krijgsheer konden bevatten; en
+holle oude boomen, waaronder een groote kudde schapen beschutting kon
+vinden bij onweer.</p>
+<p>Alles wat merkwaardig was scheen op den Etna gevonden te worden.
+Daar waren rivieren, waarvoor men zich in acht moest nemen, &rsquo;t
+water daarin was zoo koud, dat men zou sterven, indien men daarvan
+dronk. Andere stroomen waren er, die alleen overdag vloeiden en weer
+andere, die alleen gedurende den winter stroomden, sommige verborgen
+zich bijna voortdurend diep onder den grond. En er waren warme bronnen,
+leemvulkanen en zwavelgroeven.&mdash;En &rsquo;t zou jammer voor
+Gaetano zijn, indien hij den Etna nooit zag want de berg was zoo
+grootsch.</p>
+<p>Hij verhief zich ten hemel als een praaltent. Hij was veelkleurig
+als een caroussel. Gaetano zou hem &rsquo;s morgens en &rsquo;s avonds
+willen zien, als hij rood was, en hij zou hem &rsquo;s nachts willen
+zien als hij wit getint was. En dan zou Gaetano zeker ook willen weten
+of het waar was, dat hij alle kleuren kon aannemen, of hij blauw,
+zwart, bruin en violet <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28"
+name="pb28">28</a>]</span>kon worden? En of hij een schoonheidssluier
+droeg als een signora? Of hij gelijk een tafel was, bedekt met pluche
+kleeden? Of hij een tunica van gouddraad en een mantel van pauweveeren
+droeg? Hij zou zeker ook gaarne willen weten of het waar was, dat de
+oude koning Arthur daar in een grot zat? Donna Elisa zei, dat het zeer
+zeker was, dat hij nog op den Etna woonde, want eens, toen de bisschop
+van Catania over den berg reed, sprongen drie zijner muilezels weg, en
+de jongen die ze zocht vond ze in de grot bij koning Arthur. De koning
+verzocht den knaap, den bisschop te willen zeggen, dat zoodra zijn
+wonden geheeld waren, hij met zijn ridders van de ronde tafel zou
+komen, om het onrecht dat op Sicili&euml; was tot recht te maken.</p>
+<p>En degene die oogen bezat om te zien, die wist wel, dat koning
+Arthur nog niet uit zijn grot was gekomen.</p>
+<p>Gaetano wilde zich niet door haar laten lokken, maar hij dacht, dat
+hij toch wel een weinig vriendelijk tegen haar kon zijn. Zij stond nog,
+maar nu zette hij een stoel voor haar neer. Zij moest echter niet
+denken, dat dit was, omdat hij met haar mee wilde gaan. Hij vond het
+werkelijk heerlijk haar van heur berg te hooren vertellen. &rsquo;t Was
+zoo grappig, dat die zooveel kunsten kende. Hij geleek in het geheel
+niet op den Monte Pellegrino bij Palermo die slechts stond waar hij
+stond.</p>
+<p>De Etna kon rooken als een schoorsteen, en licht verspreiden als een
+gaslantaarn. Hij kon rollen en rommelen, lava spuwen, met steenen
+werpen, asch zaaien, weer voorspellen en regen verzamelen.</p>
+<p>Wanneer de Mongibello zich slechts verroerde, viel stad na stad
+omver alsof de huizen kaarten waren, die op den rand opgesteld
+waren.</p>
+<p>Mongibello, dat was ook een naam van den Etna. Hij werd Mongibello
+genoemd, omdat dit beteekende: berg der bergen. Hij verdiende nog eens,
+zoo te heeten.</p>
+<p>Gaetano zag, dat donna Elisa bepaald geloofde, dat hij haar niet zou
+<span class="corr" id="xd20e644" title="Bron: kunen">kunnen</span>
+weerstaan. Zij had zooveel rimpels in haar gezicht, en toen zij lachte,
+liepen die gelijk een net in elkaar.</p>
+<p>Hij moest daarnaar kijken. Het zag er zoo merkwaardig uit, maar nog
+was hij niet in dat net gevangen. <span class="pagenum">[<a id="pb29"
+href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span></p>
+<p>Ze was verlangend te weten of Gaetano werkelijk den moed zou hebben
+om op den Etna te komen. Want diep in den berg lagen veel geboeide
+reuzen en er was een zwart slot, dat bewaakt werd door een hond met
+vele koppen. Er werd ook een groote smidse in gevonden en een kreupelen
+smid met slechts &eacute;&eacute;n oog, dat hem midden in het voorhoofd
+zat.</p>
+<p>En &rsquo;t ergst van alles was, dat diep in den berg een zwavelzee
+was die kookte als een olieketel, en daarin lag Lucifer en alle
+verdoemden.</p>
+<p>Neen, hij zou wel geen moed hebben daar te komen, zei ze. Anders
+bestond er geen gevaar om er te wonen, omdat de berg God vreesde. Donna
+Elisa zei, dat de Mongibello vele heiligen bezat, maar bovenal Santa
+Agatha van Catania.</p>
+<p>En indien de Catani&euml;nsers altijd tegen hem waren, zooals ze
+moesten, dan kon geen aardbeving of lavastroom hen deren.</p>
+<p>Gaetano stond heel dicht bij haar en lachte om alles wat zij zeide.
+Hoe was hij daar gekomen en waarom kon hij niet nalaten te lachen? Het
+was een merkwaardige signora!</p>
+<p>Plotseling zei hij om haar niet te bedriegen:</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa, ik wil monnik worden.&rdquo;&mdash;&bdquo;Zoo,
+werkelijk?&rdquo; zei ze. Toen vervolgde zij, zonder verder acht te
+slaan op zijn gezegde, haar verhaal van den berg. Zij zei, dat hij nu
+goed moest luisteren, nu kwam ze aan het allergewichtigste. Hij moest
+haar volgen naar de Zuidzijde van den berg, zoo ver naar beneden, dat
+ze dicht bij de groote vlakte van Catania waren en daar zou hij een dal
+zien, een heel groot, breed en cirkelvormig dal. Maar het was volkomen
+zwart, lavastroomen vloeiden van alle kanten daarin. En er waren
+slechts steenen, geen enkele grashalm!</p>
+<p>Wat had Gaetano nu wel van de lava gedacht? Donna Elisa vermoedde,
+dat hij meende, dat de lava zoo vlak en glad langs den Etna stroomde,
+als die op straat ligt. Maar in den Etna was zooveel tooverij. Kon hij
+begrijpen, dat alle slangen en draken en heksen, die in de kokende lava
+lagen, er mee uitstroomden, wanneer er een uitbarsting was? Daar lagen
+ze en krioelden en slingerden om elkaar heen en trachtten op den kouden
+grond te komen maar hielden elkaar terug in de ellende, totdat de lava
+rondom hen stolde. En los konden ze niet meer komen! <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span></p>
+<p>Neen, nooit!</p>
+<p>De lava was ook niet zoo onvruchtbaar, als hij dacht.</p>
+<p>Ofschoon geen gras daarop groeide, was daar nog wel iets anders op
+te vinden. Maar hij zou nooit kunnen raden, wat het was. Dat strompelde
+en stortte, dat viel en kroop, dat liep op de knie&euml;n en op het
+hoofd en op de ellebogen. Het was binnen en buiten het dal, het had
+slechts stekels en knobbels, en het had een mantel van spinnewebben, en
+poeder op zijn pruik en leden zoo vele als een worm.</p>
+<p>Kon dat iets anders zijn dan de cactus?</p>
+<p>Wist hij dat de cactus op de lava groeide en den grond bewerkte
+gelijk een boer? Wist hij, dat alleen de fichidenda de lava kon
+beteugelen?</p>
+<p>Nu keek zij naar pater Jozef en trok een vroolijk gezicht. De cactus
+was de beste toovenaar, die op den Etna woonde; maar toovenaar blijft
+toovenaar.</p>
+<p>De cactus was een Saraceen, want hij hield het met slavinnen.</p>
+<p>Het was werkelijk waar, want zoodra de cactus ergens wortel
+geschoten had, wilde hij den amandelboom bij zich hebben.</p>
+<p>De amandelboom is een schoone, stralende signorina. Ze waagt zich
+nauwelijks op den zwarten bodem, maar dat helpt haar niet. Er op zal en
+moet ze!</p>
+<p>O, Gaetano zou het zien als hij daar kwam.</p>
+<p>Als in de lente de amandelboomen wit van bloemen staan op het zwarte
+veld te midden van de grauwe cactussen, zijn ze zoo onschuldig en
+schoon, dat men over hen kon weenen als over geroofde prinsessen.</p>
+<p>Nu zou hij eindelijk hooren, waar de Monte Chiaro lag. Die schoot op
+uit den bodem van dat zwarte dal. Ze beproefde haar parapluie op den
+grond te laten staan. Z&oacute;&oacute; stond de Monte Chiaro, hij
+stond rechtop. En nooit had hij aan zitten of liggen gedacht.</p>
+<p>En even zwart als het dal, even groen was de Monte Chiaro. Daar
+stond palm naast palm, wijnstok naast wijnstok. Het was een heer in een
+groot-bloemigen slaaprok. Het was een koning met een kroon op het
+hoofd. Het droeg geheel Diamante in het haar geslingerd.</p>
+<p>Na een tijdje voelde Gaetano zoo&rsquo;n grooten lust om Donna
+<span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>Elisa&rsquo;s hand te grijpen. Zou dat kunnen? Ja,
+het ging. Hij trok haar hand naar zich toe als een geroofden schat.
+Maar wat zou hij daarmee doen? Streelen? Indien hij het heel zachtjes
+probeerde met &eacute;&eacute;n vinger, misschien zou zij het dan niet
+merken? Misschien zou ze het niets eens merken, als hij haar hand
+kuste?</p>
+<p>Ze sprak en sprak maar steeds door. Neen, ze merkte het in het
+geheel niet.</p>
+<p>Er was nog zooveel, dat ze wilde vertellen.</p>
+<p>En zoo iets grappigs als haar geschiedenis van Diamante!</p>
+<p>Ze zei, dat de stad in het dal gelegen had. Toen kwam de lava en
+gloeide vuurrood over den rand van het dal. Hoe, was de dag des
+oordeels aangebroken? De stad nam in allerijl haar huizen op den nek,
+op het hoofd en onder den arm, en sprong tegen den Monte Chiaro op, die
+juist bij de hand lag.</p>
+<p>Op tegen den berg in zag-zaglijn sprong de stad. Toen ze hoog genoeg
+gekomen was, wierp ze een stadspoort en een heel kleinen stadsmuur naar
+beneden. Sedert sprong ze in een spiraal rond en wierp met huizen. De
+hutten der arme menschen mochten juist neerrollen, waar ze wilden of
+konden. Daarvoor had men geen tijd. Men kon niets beters verlangen dan
+gedrang en nauwe en bochtige straten. Neen, dat kon men werkelijk niet.
+Groote straten liepen spiraalvormig rondom den berg, juist zooals de
+stad gesprongen was, en hier had ze een kerk heengeworpen en daar een
+paleis. Maar zooveel regelmaat was er toch geweest dat het beste het
+hoogst kwam te liggen.</p>
+<p>Toen de stad den bergtop bereikte, had ze een marktplein aangelegd,
+en daarop het raadhuis, de domkerk en het oude palazzo Geraci
+gezet.</p>
+<p>Maar indien hij, Gaetano Alagona, haar naar Diamante wilde volgen,
+dan zou ze hem meenemen naar het marktplein op den bergtop en hem
+wijzen waar de grondbezittingen der oude Alagona&rsquo;s op den Etna en
+op de vlakte van Catania gelegen hadden en welke hun burchten op de
+bergen rondom geweest waren.</p>
+<p>Want daarboven op den berg kon men dat alles zien en nog veel meer.
+De gansche zee zag men daar. <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span></p>
+<p>Gaetano had er niet aan gedacht, dat ze lang gesproken had, maar
+pater Jozef werd zeer ongeduldig.</p>
+<p>&bdquo;Nu zijn we immers aan uw eigen huis gekomen, donna
+Elisa,&rdquo; zei hij heel vriendelijk.</p>
+<p>Maar zij verzekerde pater Jozef, dat er bij haar niets bizonders was
+te zien. Wat ze Gaetano &rsquo;t allereerst wilde wijzen, was het
+groote huis aan de corso, dat het zomerpaleis genoemd werd.</p>
+<p>Dat was niet zoo schoon als het palazzo Geraci, maar het was groot
+en toen de oude Alagona&rsquo;s in hun bloeitijd waren, woonden ze des
+zomers daarin, om dichter bij de sneeuw van den Etna te zijn.</p>
+<p>Ja, zooals zij gezegd had, van buiten was er niets bizonders aan te
+zien, maar het had een heerlijk park en open booggangen langs beide
+zijvleugels. En op het dak was een terras, dat was bevloerd met witte
+en blauwe tegelsteenen, en in iederen steen was het wapen der
+Alagona&rsquo;s gebrand.</p>
+<p>Dat zou hij toch zeker willen zien?</p>
+<p>Het viel Gaetano in, dat donna Elisa zeker wel gewoon was, dat
+kinderen op haar schoot zaten, als zij thuis was. Misschien zou zij het
+niet merken, wanneer hij op haar schoot klauterde? En hij beproefde
+het. Ja, het was zoo. Zij was het gewoon. Zij merkte er in &rsquo;t
+geheel niets van. Zij vertelde maar door van het paleis. Daarin was een
+groote praalwoning, waar de oude Alagona&rsquo;s gedanst en gespeeld
+hadden. Er was een groote zaal met een muziekgalerij, daar waren oude
+meubels en uurwerken, in kleine witte albasten tempels, die op een
+voetstuk van zwart ebbenhout stonden. In de praalwoning woonde niemand,
+maar zij zou er met hem heengaan.</p>
+<p>Misschien had hij gedacht, dat zij in het zomerpaleis woonde?</p>
+<p>O, neen, daar woonde haar broer, don Ferrante. Hij was koopman en
+had zijn winkel beneden en daar hij nog geen signora bezat, bleef alles
+boven staan, zooals het stond.</p>
+<p>Gaetano vroeg zich af of hij nog op haar schoot kon blijven zitten.
+&rsquo;t Was wonderlijk, dat zij niets merkte. En het was een geluk,
+anders zou ze geloofd hebben, dat hij het plan om monnik te worden uit
+zijn hoofd had gezet.</p>
+<p>Maar ze was juist nu meer dan ooit met zich zelf bezig. <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span></p>
+<p>Een zacht rood kleurde haar bruine wangen en ze trok een paar malen
+haar wenkbrauwen allergrappigst in de hoogte. Toen begon zij te
+vertellen, hoe zij het zelf had.</p>
+<p>Het scheen wel, alsof donna Elisa in het allerkleinste huis van de
+stad woonde. Het lag juist tegenover het zomerpaleis, maar dat was ook
+de eenige verdienste ervan. Zij had een kleinen winkel, waar zij
+medaillons en waskaarsen en alles verkocht, wat bij den godsdienst
+behoorde. Maar met allen eerbied voor pater Jozef, zulk een handel gaf
+niet veel winst in deze tijden, hoe het dan ook vroeger geweest mocht
+zijn. Achter den winkel was een kleine werkplaats.</p>
+<p>Daar had haar man gestaan om heiligenbeelden en rozenkransen te
+snijden, want hij was artist, signor Antonelli.</p>
+<p>En naast de werkplaats waren een paar kleine muizegaten, men kon er
+zich niet in wenden, men moest er op de hurken in zitten, zooals in de
+gevangenissen der oude koningen en een trap op, dan waren er een paar
+kleine kippenhokken. In een daarvan had ze wat stroo voor een nestje
+gelegd en een paar stokken geplaatst. Daar zou Gaetano slapen als hij
+bij haar wilde komen.</p>
+<p>Gaetano dacht, dat hij gaarne haar wang wilde streelen.</p>
+<p>Zij zou zoo bedroefd zijn, als hij niet met haar meeging. Zou hij
+het wagen haar te streelen?</p>
+<p>Hij keek tersluiks naar pater Jozef.</p>
+<p>Deze zat stil naar den grond te staren, en zuchtte, gelijk hij
+gewoonlijk deed.</p>
+<p>Hij dacht niet aan Gaetano, en zij, zij merkte het in het geheel
+niet.</p>
+<p>Zij vertelde dat zij een dienstmeisje had, dat Pacifica, en een
+knecht, die Luca heette.</p>
+<p>Maar ze had van beiden weinig hulp, want Pacifica was oud en sedert
+zij doof was geworden, was zij zoo prikkelbaar, dat zij haar niet in
+den winkel kon laten helpen.</p>
+<p>En Luca, die eigenlijk beeldsnijder was en heiligenbeelden maken
+moest, had nooit tijd om in de werkplaats te zijn, maar hij was altijd
+in den tuin te vinden, waar hij de bloemen verzorgde.</p>
+<p>Ja, ze hadden ook een tuin op den rotsgrond van den Monte Chiaro.
+Maar Gaetano moest niet denken dat daarin <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>iets bizonders groeide.
+Bij haar was niets zooals in het klooster, dat kon hij toch wel
+begrijpen.</p>
+<p>Maar zij wilde hem zoo gaarne meenemen, omdat hij een der oude
+Alagona&rsquo;s was. En thuis hadden zij, Luca en Pacifica tegen elkaar
+gezegd:</p>
+<p>&bdquo;Wij vragen niet of wij meer zorg krijgen; als wij hem maar
+hier hebben.&rdquo;</p>
+<p>Neen, dat wist de Madonna, dat ze dat niet deden.</p>
+<p>Het was nu slechts de vraag, of hij wat wilde ontberen, om bij hen
+te zijn.</p>
+<p>En nu had zij haar verhaal ge&euml;indigd en pater Jozef vroeg wat
+Gaetano dacht te antwoorden. Het was de wil van den prior, zei pater
+Jozef, dat Gaetano zelf zou beslissen.</p>
+<p>En men had er niets tegen, dat hij in de wereld ging, omdat hij de
+laatste van zijn geslacht was.</p>
+<p>Gaetano gleed zacht van donna Elisa&rsquo;s schoot.</p>
+<p>Maar antwoorden! Het was niet zoo gemakkelijk te antwoorden.</p>
+<p>Het was heel moeilijk neen te zeggen tegen deze signora.</p>
+<p>Pater Jozef kwam hem te hulp.</p>
+<p>&bdquo;Vraag de signora, of je over een paar uur antwoorden moogt,
+Gaetano.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De knaap heeft nooit anders gedacht dan monnik te
+worden,&rdquo; zei hij verklarend tot donna Elisa.</p>
+<p>Zij stond op, nam haar parapluie en beproefde er vroolijk uit te
+zien, maar ze had tranen in de oogen.</p>
+<p>&bdquo;Zeker, zeker moest hij zich bedenken,&rdquo; zei zij.</p>
+<p>&bdquo;Maar indien hij Diamante kende, dan zou hij dat niet noodig
+hebben. Nu woonden daar slechts boeren, maar eens leefden daar een
+bisschop en vele priesters en een groote menigte monniken.</p>
+<p>&bdquo;Wel waren dezen nu weg, maar daarom niet vergeten. Want
+sedert dien tijd was Diamante een heilige stad. Daar werden meer
+feestdagen gevierd dan ergens anders; en er waren zeer vele heiligen en
+nog heden ten dage kwamen daar een menigte pelgrims. En hij, die in
+Diamante woonde, hij kon God nooit vergeten. Hij was bijna zelf een
+priester. Dus wat dat betreft, kon hij gerust daar heengaan.</p>
+<p>&bdquo;Maar Gaetano moest zich bedenken, indien hij dat wilde. Zij
+zou morgen terugkomen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span></p>
+<p>Gaetano gedroeg zich al heel slecht. Hij wendde zich van haar af en
+ijlde naar de deur. Hij zei geen woord, dat hij dankbaar was voor haar
+bezoek. Hij wist dat pater Jozef dit van hem verwacht had, maar hij kon
+niet.</p>
+<p>Hij dacht aan den grooten Mongibello, dien hij nooit te zien zou
+krijgen en aan donna Elisa, die nooit weer terug zou komen, en aan de
+school en aan den door hooge muren omgeven kloostertuin en aan een
+geheel leven als van een gevangene. Neen, pater Jozef mocht van hem
+verwachten, wat hij wilde, Gaetano moest vluchten.</p>
+<p>En het was hoog tijd. Toen Gaetano tien stappen van de deur was,
+brak hij in tranen uit. &rsquo;t Was zoo hard voor donna Elisa. O! dat
+zij nu genoodzaakt was alleen naar huis te gaan! Dat Gaetano niet met
+haar kon vertrekken!</p>
+<p>Hij hoorde, dat pater Jozef er aankwam en hij drukte zijn gelaat
+tegen den muur. Kon hij dat snikken slechts laten! Pater Jozef zuchtte
+en prevelde gebeden, zooals hij gewoonlijk deed. Toen hij bij Gaetano
+kwam, bleef hij staan en zuchtte dieper dan ooit.</p>
+<p>&bdquo;Dat is de Mongibello, de Mongibello,&rdquo; zei pater Jozef,
+&bdquo;niemand kan den Mongibello weerstaan.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano antwoordde hem door nog heftiger te schreien.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is de berg, die hem lokt,&rdquo; mompelde pater
+Jozef<span class="corr" id="xd20e821" title="Niet in bron">.</span>
+&bdquo;De Mongibello is gelijk aan de gansche aarde, daarop worden alle
+planten en luchtstreken, alle schoonheid, alle betoovering, alle
+wonderen der geheele wereld gevonden. De gansche aarde komt opeens om
+hem te lokken.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano voelde, dat pater Jozef de waarheid sprak. &rsquo;t Was
+alsof de aarde krachtige armen uitstrekte om hem te vangen. Hij voelde,
+dat hij zich aan den muur moest vastklemmen om niet weggerukt te
+worden.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is beter, dat hij de wereld te zien krijgt,&rdquo;
+zei pater Jozef. &bdquo;Hij zou slechts naar haar verlangen, indien hij
+in het klooster bleef. Als hij de aarde te zien krijgt, zal hij
+misschien eens terugverlangen naar den hemel.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano begreep nog niet wat de pater meende, toen hij zich voelde
+optillen door pater Jozefs armen en terugdragen naar de ontvangkamer,
+waar hij op donna Elisa&rsquo;s schoot werd gezet.</p>
+<p>&bdquo;Gij moet hem nemen, donna Elisa, want gij hebt hem
+<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>gewonnen,&rdquo; zei pater Jozef. &bdquo;Gij moet
+hem den Mongibello laten zien en trachten of gij hem behouden
+kunt.&rdquo;</p>
+<p>Maar toen Gaetano opnieuw op donna Elisa&rsquo;s schoot zat, voelde
+hij zich zoo gelukkig, dat het hem onmogelijk was nog eens van haar te
+vluchten. Hij was zoo gevangen, alsof hij in den Mongibello zat en de
+bergwanden zich achter hem gesloten hadden. <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e838" class="label">II.</h3>
+<h3 class="main">Fra Gaetano.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een maand had Gaetano bij donna Elisa gewoond en hij
+was zoo gelukkig geweest als een kind slechts zijn kan. Alleen te
+reizen met donna Elisa, was geweest als te rijden in een wagen,
+bespannen met gazellen en paradijsvogels, maar bij haar te wonen was
+gedragen te worden op een gouden stoel met zilveren zonneschermen.</p>
+<p>Toen kwam de beroemde Franciscaner, pater Gondo, in Diamante en
+donna Elisa en Gaetano gingen naar de markt om hem te hooren. Want
+pater Gondo preekte nooit in de kerk, maar verzamelde altijd de
+menschen om zich heen op een marktplein of bij een stadspoort.</p>
+<p>De geheele markt was zwart van menschen, maar Gaetano, die op de
+leuning van de raadhuistrap zat, kon pater Gondo, die op den rand van
+de bron stond, duidelijk onderscheiden. Hij dacht er telkens aan of het
+waar kon zijn, dat de monnik onder zijn pij een haren boetekleed droeg
+en of het koord, dat hij om het middel had, vol knoopen en ijzeren
+stekels was om hem tot geesel te kunnen dienen.</p>
+<p>Wat pater Gondo sprak, kon Gaetano niet verstaan, maar de eene
+rilling na de andere ging hem door de leden bij de gedachte, dat hij nu
+een heilige zag.</p>
+<p>Toen de pater ongeveer een uur gesproken had, maakte hij met de hand
+een teeken, dat hij een oogenblik wilde rusten. En hij daalde neer van
+den bronrand, ging zitten en steunde zijn gelaat met beide handen.
+Terwijl de monnik zoo zat, hoorde Gaetano een dof geruisch. Dat had hij
+vroeger <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>nooit gehoord. Hij keek om zich heen om te zien
+wat het was. En het was het geheele volk, dat tegelijk sprak.</p>
+<p>&bdquo;Gezegend! gezegend! gezegend!&rdquo; zeiden allen als uit
+&eacute;&eacute;n mond. De meesten fluisterden slechts, of prevelden,
+niemand sprak luid, daarvoor was de eerbied te groot.</p>
+<p>En allen hadden tegelijk hetzelfde woord gevonden.</p>
+<p>&bdquo;Gezegend! gezegend!&rdquo; klonk het over de geheele markt.
+&bdquo;Gezegend zijn uwe lippen! Gezegend uwe tong! Gezegend uw
+hart!&rdquo;</p>
+<p>De stemmen klonken dof, als verstikt door tranen en ontroering, maar
+toch was het alsof een storm door de lucht voer.</p>
+<p>Het was gelijk het ruischen van duizenden zeeschelpen. Dit greep
+Gaetano veel meer aan dan de preek van den monnik.</p>
+<p>Hij wist niet wat hij wilde doen, want dit zachte prevelen vervulde
+hem met aandoening, tot het hem werd, alsof hij stikken zou.</p>
+<p>Hij klemde zich aan de leuning vast, verhief zich boven alle anderen
+en begon hetzelfde als zij te roepen, maar veel luider, zoodat zijn
+stem boven alle andere uitklonk.</p>
+<p>Donna Elisa hoorde dit en het scheen haar te mishagen. Zij trok
+Gaetano naar beneden en wilde niet langer blijven, maar ging met hem
+naar huis.</p>
+<p>Maar midden in den nacht stond Gaetano op van zijn bed.</p>
+<p>Hij trok zijn kleeren aan, bond alles wat hij bezat in een
+bundeltje, zette zijn hoed op het hoofd en nam zijn schoenen onder den
+arm. Hij wilde wegloopen.</p>
+<p>Hij kon het niet uithouden bij donna Elisa. Sedert hij pater Gondo
+gehoord had, waren Diamante en de Mongibello niets meer voor hem. Alles
+beteekende niets dan te zijn zooals pater Gondo en gezegend te worden
+door de menschen.</p>
+<p>Gaetano zou niet kunnen leven indien hij nooit bij de bron zou
+zitten om legenden te vertellen.</p>
+<p>Maar als Gaetano niets anders deed dan wandelen in donna
+Elisa&rsquo;s tuin en perziken en mandarijnen eten, zou hij nooit de
+machtige menschenzee om zich hooren bruisen. Hij moest de wereld ingaan
+en heremiet op den Etna worden, <span class="pagenum">[<a id="pb39"
+href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>hij moest in een der groote
+grotten wonen en leven van wortelen en vruchten. Hij zou nooit een
+mensch zien of spreken, nooit zou hij zijn haar knippen en hij zou
+gekleed gaan in vuile lompen.</p>
+<p>Maar na tien of twintig jaar zou hij terugkomen in de wereld, dan
+zou hij er uitzien als een dier en spreken als een engel.</p>
+<p>Dat zou heel iets anders zijn dan te wandelen in een fluweelen buis
+met een zijden hoed, zooals hij nu deed. Dat zou heel iets anders zijn
+dan in den winkel bij donna Elisa te zitten en heilige na heilige van
+de planken te halen en haar te hooren vertellen wat zij gedaan
+hadden.</p>
+<p>Verscheidene malen had hij een mes genomen en een stuk hout en
+beproefd een heiligenbeeld te snijden. Dat was heel moeielijk, maar het
+zou nog veel moeielijker zijn zich zelf tot een heilige te maken, veel
+moeielijker! Maar hij was niet bang voor moeilijkheden en
+beproevingen.</p>
+<p>Hij sloop uit zijn kamertje over den zolder naar de zoldertrap. Toen
+moest hij nog slechts door den winkel gaan om op straat te komen, maar
+op de laatste trede der trap bleef hij staan. Er drong een zwakke
+lichtschijn door een spleet van de deur, links van de trap.</p>
+<p>Dat was de deur van donna <span class="corr" id="xd20e894" title="Bron: Ellsa&rsquo;s">Elisa&rsquo;s</span> kamer en Gaetano waagde het
+niet verder te gaan, nu er in zijn pleegmoeders kamer nog licht
+brandde. Als zij niet sliep, zou zij hem hooren, wanneer hij de zware
+grendels van de winkeldeur wegschoof. Hij ging stil zitten op een trede
+der trap om te wachten.</p>
+<p>Plotseling viel het hem in, dat donna Elisa zoo laat in den nacht
+moest zitten werken om hem eten en kleeren te verschaffen. Hij was diep
+getroffen, dat ze hem zoo liefhad, dat zij dit voor hem wilde doen.</p>
+<p>En hij begreep hoe bedroefd zij zou zijn, als hij wegliep. Toen hij
+daaraan dacht, schreide hij. Maar tegelijk begon hij in gedachte donna
+Elisa te berispen. Hoe kon zij toch zoo dom zijn te treuren omdat hij
+wegliep? Het zou zulk een groote vreugde voor haar zijn, wanneer hij
+een heilige werd. Dat zou haar loon zijn, omdat zij naar Palermo was
+gekomen om hem te halen.</p>
+<p>Zelf schreide hij al heftiger, terwijl hij op deze wijze
+<span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>donna Elisa trachtte te troosten. &rsquo;t Was zoo
+jammer voor haar, dat zij niet begreep, welk loon haar wachtte.</p>
+<p>Zij behoefde in het geheel niet zoo bedroefd te zijn. Slechts tien
+jaar zou Gaetano op den berg leven, dan zou hij terugkomen als de
+beroemde heremiet fra Gaetano.</p>
+<p>Dan zou hij door de straten van Diamante loopen, gevolgd door een
+groote menigte menschen, evenals pater Gondo nu. En boven de straten
+zouden vlaggen wapperen en de huizen zouden versierd zijn met kleurige
+doeken, dekens en kransen.</p>
+<p>Dan zou hij stilstaan voor den winkel van donna Elisa en zij zou hem
+niet herkennen, maar op het punt staan voor hem te knielen. Dat zou
+echter niet gebeuren, maar hij zou op de knie&euml;n vallen voor donna
+Elisa, en haar smeeken hem te vergeven, omdat hij tien jaar geleden van
+haar weggeloopen was.</p>
+<p>&bdquo;Gaetano,&rdquo; zou donna Elisa dan antwoorden, &bdquo;gij
+geeft mij een zee van vreugde voor een beekje van verdriet. Zou ik u
+dan niet vergeven?&rdquo;</p>
+<p>Gaetano zag dit alles voor zich en het was zoo schoon, dat hij al
+heftiger begon te schreien. Hij was slechts bang, dat donna Elisa zou
+hooren hoe hij snikte, en dat ze uit haar kamer komen en hem vinden
+zou.</p>
+<p>En dan zou ze hem niet laten gaan.</p>
+<p>Hij moest haar tot rede brengen. Zou hij haar ooit tot grooter
+vreugde kunnen worden, dan indien hij nu van haar ging? En &rsquo;t was
+niet alleen donna Elisa, maar Luca en Pacifica, die zoo gelukkig zouden
+zijn, wanneer hij terugkwam als een heilig man.</p>
+<p>Zij zouden hem allen volgen naar de markt. Daar zouden nog meer
+vlaggen zijn dan op straat en Gaetano zou op de trap van het raadhuis
+spreken. Maar uit alle straten en steegjes zouden de menschen
+toestroomen.</p>
+<p>Dan zou Gaetano z&oacute;&oacute; spreken, dat allen op de
+knie&euml;n zouden vallen en roepen: &bdquo;Zegen ons! fra Gaetano,
+zegen ons!&rdquo;</p>
+<p>En hij zou Diamante niet meer verlaten, maar onder de groote trap
+voor donna Elisa&rsquo;s winkel blijven wonen. En ze zouden tot hem
+komen met alle zieken; en de bedroefden van harte zouden een bedevaart
+naar hem doen. <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span></p>
+<p>Als de Sindaco van Diamante voorbijging, zou hij Gaetano de hand
+kussen.</p>
+<p>Donna Elisa zou het beeld van fra Gaetano in haar winkel
+verkoopen.</p>
+<p>En Giannita, donna Elisa&rsquo;s peetdochter, zou voor Gaetano
+buigen en hem nooit meer een dommen kleinen monnik noemen. En donna
+Elisa zou zoo gelukkig zijn.</p>
+<hr class="tb">
+<p>O!.... Gaetano sprong op en ontwaakte. &rsquo;t Was klaarlichte dag
+en donna Elisa en Pacifica stonden naar hem te kijken. En Gaetano zat
+op de trap met zijn schoenen onder den arm, den hoed op het hoofd en
+zijn bundeltje aan de voeten.</p>
+<p>Donna Elisa en Pacifica schreiden. &bdquo;Hij wilde wegloopen van
+ons,&rdquo; zeiden ze.</p>
+<p>&bdquo;Waarom zit je daar, Gaetano?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa, ik wilde wegloopen.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano was vroolijk te moede en antwoordde zoo onbeschroomd, alsof
+het de natuurlijkste zaak ter wereld was.</p>
+<p>&bdquo;Wilde jij wegloopen?&rdquo; riep donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik wilde naar den Etna gaan om heremiet te
+worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waarom zit je dan hier?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik niet, donna Elisa, ik moet geslapen
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa toonde nu hoe bedroefd zij was.</p>
+<p>Ze drukte de handen tegen heur hart alsof zij vreeselijke smarten
+leed en schreide bitter.</p>
+<p>&bdquo;Maar nu zal ik bij u blijven, donna Elisa,&rdquo; zei
+Gaetano.</p>
+<p>&bdquo;Gij blijven!&rdquo; riep donna Elisa uit. &bdquo;Ge moogt
+gerust gaan. Zie hem aan, Pacifica, zoo ziet een ondankbare er uit! Hij
+is geen Alagona. Hij is een avonturier.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Bloed steeg Gaetano naar het gelaat, hij stond op en maakte
+een gebaar met de hand, dat donna Elisa verbaasd deed staan.
+<span class="corr" id="xd20e964" title="Bron: Zeo">Zoo</span> hadden al
+de mannen van haar geslacht zich gedragen. Haar vader en haar
+grootvader, zij herkende daaraan al de trotsche heeren van
+Alagona&rsquo;s stam.</p>
+<p>&bdquo;Ge spreekt zoo, omdat ge niets weet, donna Elisa,&rdquo; zei
+<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>de knaap. &bdquo;Neen, neen, ge weet niets, ge
+weet niet waarom ik God moet dienen. Maar nu zult gij het weten. Ziet
+ge, het is lange jaren geleden. Vader en moeder waren zoo arm en we
+hadden niets te eten en toen ging vader weg om werk te zoeken en hij
+kwam nooit terug. Moeder en wij kinderen waren op het punt te
+verhongeren. Toen zei moeder: &bdquo;Wij zullen vader gaan
+zoeken!&rdquo; En wij gingen. Het werd avond, het regende hevig en op
+enkele plaatsen stroomde er een heele rivier over den weg.</p>
+<p>&bdquo;Moeder vroeg in een huis of wij daar mochten overnachten.
+Neen, ze joegen ons weg. Moeder en wij stonden op den weg te schreien.
+Toen bond moeder haar kleeren op en waagde zich in den stroom die over
+den weg bruiste. Zij had klein zusje op den arm en groote zus bij de
+hand, en een zwaar pak op het hoofd. Ik volgde haar zoo vlug ik slechts
+kon. Ik zag hoe moeder struikelde. De bundel dien zij op het hoofd
+droeg, viel in den stroom, moeder greep er naar en verloor klein zusje.
+Zij greep naar klein zusje en toen werd groote zus door den stroom
+meegesleurd. Moeder trachtte haar beiden te grijpen, maar ook zij werd
+door het water meegesleept. Ik werd bang en sprong aan land. Pater
+Jozef heeft mij gezegd, dat ik gespaard bleef, opdat ik God voor de
+dooden zou kunnen dienen en bidden. En dat was de reden, dat ik eerst
+monnik zou worden, en dat ik nu naar den Etna wilde gaan om heremiet te
+worden.</p>
+<p>&bdquo;Want, donna Elisa, ik moet God dienen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa gaf zich nu gewonnen.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja, Gaetano,&rdquo; zei zij, &bdquo;maar het doet mij
+zoo&rsquo;n verdriet. Ik kan niet verdragen dat je van mij
+weggaat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, maar ik ga ook niet weg,&rdquo; zei Gaetano. Hij was
+zoo vroolijk, dat hij lust gevoelde te lachen.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal niet weggaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zal ik met den pastoor spreken, dat je op een seminarium kunt
+komen?&rdquo; vroeg donna Elisa ootmoedig.</p>
+<p>&bdquo;Neen maar, dat ge niets begrijpt, donna Elisa, dat ge niets
+begrijpt! Ik zeg u immers, dat ik niet van u wil gaan. Ik heb iets
+anders gedacht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat hebt ge bedacht?&rdquo; vroeg zij treurig.</p>
+<p>&bdquo;Wat gelooft ge dat ik gedaan heb, terwijl ik daar op de trap
+zat, donna Elisa? Ik droomde. Ik droomde, dat ik <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>weg
+wilde loopen. Ja, donna Elisa, ik stond in den winkel en wilde de deur
+openen, maar kon niet omdat er zooveel grendels voor waren. Ik stond in
+de duisternis en schoof grendel na grendel weg, maar steeds waren er
+weer nieuwe. Ik maakte een vervaarlijk leven en dacht: Nu hoort donna
+Elisa me stellig.</p>
+<p>&bdquo;Eindelijk was de deur open en ik wilde de straat op ijlen,
+toen ik een hand in mijn nek voelde, en gij mij naar binnen trokt. Ik
+schopte en schopte en ik sloeg u, omdat ik niet mocht gaan. Maar donna
+Elisa, ge droegt een lantaarn, en toen zag ik dat gij het niet waart,
+maar moeder.</p>
+<p>&bdquo;Toen durfde ik niet langer tegenstribbelen, ik werd zoo bang,
+want moeder is immers dood. Maar zij nam den bundel, dien ik droeg, en
+maakte hem los.</p>
+<p>&bdquo;Moeder lachte en zag er verheugd uit, en ik was gelukkig,
+omdat zij niet boos op mij was.</p>
+<p>&bdquo;Het was zoo vreemd. Hetgeen zij uit den bundel haalde, waren
+al de kleine heiligenbeeldjes die ik gesneden heb, <span class="corr"
+id="xd20e1003" title="Bron: telwijl">terwijl</span> ik in den winkel
+zat en die waren zoo mooi.</p>
+<p>&bdquo;Kan je nu zulke mooie beelden snijden, Gaetano?&rdquo; vroeg
+moeder.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde ik.</p>
+<p>&bdquo;Dan kan je God daarmee dienen,&rdquo; zei moeder.</p>
+<p>&bdquo;Behoef ik donna Elisa dan niet te verlaten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zei moeder.</p>
+<p>&bdquo;En juist toen moeder dat zei, wektet gij mij.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano zag donna Elisa triomfeerend aan.</p>
+<p>&bdquo;Wat meende moeder daar nu mee?&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa stond verbaasd.</p>
+<p>Gaetano wierp het hoofd achterover en lachte.</p>
+<p>&bdquo;Moeder meende, dat ge mij in de leer moest doen, opdat ik God
+zou kunnen dienen door schoone beelden van engelen en heiligen te
+snijden, donna Elisa!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.3"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e1031" class="label">III.</h3>
+<h3 class="main">De godszuster.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Op het edele eiland Sicili&euml;, waar nog meer oude
+zeden heerschen dan ergens anders in het Zuiden, bestaat nog de
+gewoonte, dat ieder mensch zich in de jeugd een godszuster of
+godsbroeder kiest, die haar of zijn kind ten doop zal houden indien zij
+of hij dit eens krijgt.</p>
+<p>Maar dat is volstrekt niet het eenige nut, dat godszusters en
+broeders van elkaar hebben. Zij moeten elkaar liefhebben, elkaar dienen
+en wreken. In het oor van een godsbroeder kan men al zijn geheimen
+begraven. Men kan hem zoowel zijn geld als zijn liefste toevertrouwen,
+zonder bedrogen te worden.</p>
+<p>Godszusters en broeders zijn elkaar trouw, alsof ze uit
+&eacute;&eacute;n moeder geboren waren, omdat hun verbond gesloten is
+voor San Giovanni Battista, den meest gevreesde van alle heiligen.</p>
+<p>Dikwijls gaan arme menschen met hun half volwassen kinderen naar
+rijke menschen om dezen te verzoeken of ze godszuster of broeder met
+hun jonge dochters of zonen willen worden. Welk een heerlijk gezicht is
+het niet op den dag van den heiligen Dooper al deze feestelijk gekleede
+kinderen te zien, die door de groote steden trekken om godszusters en
+broeders te zoeken.</p>
+<p>En als het den ouders gelukt is hun zoon een rijken godsbroeder te
+geven, zijn zij zoo gelukkig alsof ze hem een landgoed als een erfenis
+kunnen nalaten. Toen Gaetano in Diamante kwam, was er een klein meisje,
+dat voortdurend <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span>den winkel van donna Elisa in- en uitliep. Ze
+droeg een rooden mantel en een puntig mutsje en acht lange, zwarte
+lokken kwamen onder dat mutsje te voorschijn. Zij heette Giannita en
+was de dochter van donna Olivia die groenten verkocht.</p>
+<p>Maar donna Elisa was haar peettante en daarom dacht deze er dikwijls
+over, wat zij voor haar zou kunnen doen.</p>
+<p>Nu goed, toen Sint-Jansdag aanbrak, bestelde donna Elisa een wagen
+en reed naar Catania, dat volle vier mijl van Diamante ligt. Zij had
+Giannita bij zich en beiden waren in feestgewaad.</p>
+<p>Donna Elisa was in zwarte zijde met paarlen gekleed en Giannita had
+een wit <span class="corr" id="xd20e1053" title="Bron: tullen">tulen</span> kleedje aan, met bloemen versierd. In de
+hand droeg Giannita een mand met bloemen en boven op de bloemen lag een
+granaatappel. De reis ging zeer voorspoedig voor donna Elisa en
+Giannita. Toen ze eindelijk aan het witte Catania gekomen waren, dat
+glanzend op den zwarten lavabodem ligt, reden ze naar het schoonste
+paleis van de stad.</p>
+<p>Dit was hoog en groot, zoodat de arme, kleine Giannita zich zeer
+verlegen gevoelde, omdat ze genoodzaakt was daar in te gaan. Maar donna
+Elisa stapte moedig naar binnen en zij werd naar cavaliere Palmeri en
+zijn vrouw gevoerd, die het paleis bewoonden.</p>
+<p>Donna Elisa herinnerde signora Palmeri er aan, dat zij vriendinnen
+der jeugd waren en verzocht of Giannita godszuster met de
+signora&rsquo;s jong dochtertje mocht worden. Dat voorstel vond bijval
+en de jonge signorina werd binnengeroepen. Zij was een klein wonder van
+lichte zijde, Venetiaansche kant, groote zwarte oogen en welig krullend
+haar. Haar klein lichaam was zoo tenger en slank, dat men het in het
+geheel niet opmerkte.</p>
+<p>Giannita reikte haar de mand met bloemen en zij nam die genadig aan,
+liep om haar heen en was opgetogen over haar lange gladde lokken.</p>
+<p>Zoodra zij deze gezien had, snelde zij weg om een mes te halen. Zij
+sneed den granaatappel door en gaf Giannita een der helften.</p>
+<p>Terwijl ze den appel aten, hielden ze elkaar bij de hand en zeiden
+beiden: <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Zuster, zuster, zuster mijn,</p>
+<p class="line">Ik ben dijn en gij zijt mijn.</p>
+<p class="line">Dijn mijn hut, dijn mijn spijs,</p>
+<p class="line">Dijn mijn vreugd&rsquo;, dijn mijn prijs,</p>
+<p class="line">Dijn mijn plaats in &rsquo;t Paradijs.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">Toen kusten ze elkaar en zeiden godszuster tot
+elkaar.</p>
+<p>&bdquo;Nu moet ge mij nooit ontrouw worden, godszuster,&rdquo; zei
+de kleine signorina en beide kinderen waren zeer ernstig en
+aangedaan.</p>
+<p>Ze werden in dien korten tijd zulke goede vrienden, dat zij
+schreiden, toen ze van elkaar gingen.</p>
+<p>Maar sedert verliepen twaalf jaren en de beide godszusters leefden
+elk in haar wereld en zagen elkaar nooit. Gedurende dezen ganschen tijd
+bleef Giannita stil in huis en kwam zelfs geen enkelen keer in
+Catania.</p>
+<p>Maar toen geschiedde er werkelijk iets wonderbaarlijks. Giannita zat
+op een namiddag in het vertrek achter den winkel te borduren, zij was
+zeer bekwaam, zoodat zij dikwijls overladen was met arbeid.</p>
+<p>Bij het borduurwerk komt het echter op de oogen aan en het was zeer
+donker in Giannita&rsquo;s kamer. Daarom had ze de deur van den winkel
+op een kier gezet om wat meer licht te hebben.</p>
+<p>Juist nadat de klok vier uur geslagen had, kwam de oude
+molenaarsweduwe Rosa Alfari voorbij.</p>
+<p>Donna Oliva&rsquo;s winkel was zeer aanlokkelijk, als men dien van
+de straat zag. De blik gleed door de geopende deur naar de groote
+manden met versche groenten en kleurige vruchten; verder op den
+achtergrond zag men de omtrekken van Giannita&rsquo;s mooi hoofd.</p>
+<p>Rosa Alfari bleef staan en begon met donna Oliva te spreken, alleen
+omdat haar winkel er zoo vriendelijk uitzag.</p>
+<p>Zuchten en klachten behoorden altijd tot het gevolg van Rosa Alfari.
+Nu was zij verdrietig, omdat ze genoodzaakt was den volgenden nacht
+alleen naar Catania te reizen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is ellendig, dat de postwagen niet
+v&oacute;&oacute;r tien uur in Diamante komt,&rdquo; zei zij. &bdquo;Ik
+val natuurlijk onderweg in slaap, en misschien steelt men dan mijn
+geld. En wat moet ik beginnen als ik vannacht om twee uur in Catania
+kom?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p>
+<p>Toen riep Giannita plotseling uit den winkel:</p>
+<p>&bdquo;Wilt ge mij niet meenemen naar Catania, donna
+Alfari?&rdquo;</p>
+<p>Ze vroeg het half schertsend zonder een antwoord te verwachten.</p>
+<p>Maar Rosa Alfari werd ijverig. &bdquo;God, kind, wil je met mij
+gaan?&rdquo; zei zij. &bdquo;Wil je het werkelijk?&rdquo;</p>
+<p>Giannita kwam uit den winkel, rood van vreugde. &bdquo;Of ik
+wil,&rdquo; zei zij, &bdquo;ik ben in geen twaalf jaar in Catania
+geweest!&rdquo;</p>
+<p>Rosa Alfari keek haar vergenoegd aan, want Giannita was groot en
+sterk, haar oogen waren vroolijk en zij had steeds een kwinkslag op de
+lippen.</p>
+<p>Dat was een heerlijke reisgenoote!</p>
+<p>&bdquo;Maak je maar klaar,&rdquo; zei de oude vrouw. &bdquo;Je gaat
+om tien uur met mij mede, dat is afgesproken.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden dag dwaalde Giannita in de straten van Catania. Zij
+dacht den ganschen tijd aan haar godszuster. Zij was wonderlijk te
+moede weer in haar nabijheid te zijn.</p>
+<p>Zij had haar godszuster lief, niet alleen, omdat San Giovanni den
+menschen beveelt hun godszusters en broeders te beminnen. Zij had het
+kleine meisje in het zijden kleedje vereerd als het schoonste, dat zij
+ooit gezien had. &rsquo;t Was bijna haar afgod geworden.</p>
+<p>Zij wist slechts dat haar godszuster nog ongetrouwd was en in
+Catania woonde. Haar moeder was overleden en zij had haar vader niet
+willen verlaten, maar was bij hem gebleven.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil trachten haar te zien,&rdquo; dacht Giannita.</p>
+<p>En telkens als Giannita een elegante equipage ontmoette, dacht zij:
+Misschien is het mijn godszuster, die daar rijdt.</p>
+<p>En zij staarde naar de rijdenden om te zien of &eacute;&eacute;n van
+hen ook geleek op het kleine meisje met het welige haar en de groote
+oogen. Giannita&rsquo;s hart begon onstuimig te kloppen. Zij had altijd
+naar haar godszuster verlangd.</p>
+<p>Zij was nog ongetrouwd, omdat zij een jongen beeldhouwer, Gaetano
+Alagona, liefhad en hij nooit de minste neiging getoond had met haar te
+trouwen.</p>
+<p>Giannita was daarom dikwijls boos geweest op hem, en niet het minst
+had het haar ge&euml;rgerd, dat zij nooit haar godszuster op haar
+bruiloft kon uitnoodigen.</p>
+<p>Trotsch was zij ook op haar geweest. Zij had zich zelf <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>voornamer gevonden dan de anderen, omdat zij zulk
+een godszuster had. Als zij nu eens naar haar toeging, omdat zij toch
+in de stad was?</p>
+<p>Dat zou glans geven aan haar geheele reis.</p>
+<p>Terwijl zij daaraan dacht en dacht, kwam er een courantenjongen aan.
+&bdquo;Giornale da Sicilia!&rdquo; schreeuwde hij. &bdquo;De zaak
+Palmeri! Groote oplichterijen!&rdquo;</p>
+<p>De lange Giannita greep den jongen in den nek, toen hij haar voorbij
+ijlde.</p>
+<p>&bdquo;Wat zeg je?&rdquo; schreeuwde zij. &bdquo;Je liegt, je
+liegt!&rdquo; en zij was op het punt hem te slaan.</p>
+<p>&bdquo;Koop mijn courant, signora, v&oacute;&oacute;rdat ge mij
+slaat,&rdquo; zei de knaap. Giannita kocht de courant en begon te
+lezen. Al spoedig ontdekte zij de zaak Palmeri.</p>
+<p>&bdquo;Daar deze zaak heden voor het gerecht behandeld wordt, willen
+wij onze lezers daarvan op de hoogte stellen.&rdquo;</p>
+<p>Giannita las en las en zij herlas het telkens weer
+v&oacute;&oacute;rdat zij het begreep. Er was geen spier in haar
+lichaam, die niet van ontzetting trilde, toen zij het eindelijk
+begreep.</p>
+<p>De vader van haar godszuster, die groote wijngaarden bezat, was
+geru&iuml;neerd. De druivenziekte had zijn bezittingen verwoest.</p>
+<p>En dat was nog niet het ergste. Hij had een liefdadigheidsfonds
+gebruikt, dat hem toevertrouwd was. Hij was gearresteerd en vandaag zou
+hij voor het gerecht moeten verschijnen. Giannita frommelde de courant
+in elkaar, smeet die op de straat en trapte er op. Beter lot verdiende
+ze niet, die zulke nieuwstijdingen bracht.</p>
+<p>Ze was geheel verslagen dat dit haar moest treffen, <span class="corr" id="xd20e1161" title="Bron: un">nu</span> zij na twaalf jaar
+voor &rsquo;t eerst weer in Catania kwam. &bdquo;Heere God,&rdquo; zei
+zij. &bdquo;Wat moet dit alles beteekenen?&rdquo;</p>
+<p>Thuis in Diamante had nooit iemand zich de moeite getroost haar te
+zeggen, wat er gebeurd was.</p>
+<p>Was het een beschikking Gods, dat zij juist hier op den gerechtsdag
+moest zijn?</p>
+<p>&bdquo;Hoor eens, donna Alfari,&rdquo; zei zij. &bdquo;Ge moogt doen
+wat ge wilt, maar ik moet naar de terechtzitting.&rdquo;</p>
+<p>Giannita&rsquo;s houding teekende groote beslistheid, niets kon haar
+in haar besluit doen wankelen.</p>
+<p>&bdquo;Begrijpt gij niet dat het ter wille van deze zaak en niet
+<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>om uwentwille is, dat God u bewogen heeft mij naar
+Catania mee te nemen?&rdquo; zei zij tot Rosa Alfari.</p>
+<p>Geen oogenblik twijfelde Giannita.</p>
+<p>Rosa Alfari moest haar laten gaan, en zij zocht den weg naar het
+paleis van justitie. Daar stond ze tusschen de straatjongens en
+leegloopers op de publieke tribune en zag cavaliere Palmeri zitten op
+de bank der aangeklaagden.</p>
+<p>Het was een voornaam heer met een puntbaard en witten knevel.
+Giannita herkende hem dadelijk.</p>
+<p>Ze hoorde hoe hij veroordeeld werd tot een halfjaar gevangenisstraf
+en Giannita voelde steeds duidelijker, dat zij hier als gezant van God
+was.</p>
+<p>Nu heeft mijn godszuster mij noodig, dacht zij.</p>
+<p>Zij ging weer op straat en vroeg den weg naar het paleis
+Palmeri.</p>
+<p>Onderweg ging een rijtuig haar voorbij. Zij zag op en haar oogen
+ontmoetten die der dame, die in het rijtuig zat.</p>
+<p>In hetzelfde oogenblik was er iets, dat haar zeide dat dit haar
+godszuster was. De dame in het rijtuig was bleek en gebogen en had
+smeekende oogen. Giannita kreeg haar dadelijk zeer lief.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt het, die mij zoo vele keeren verblijd hebt,&rdquo;
+zei ze, &bdquo;omdat ik zooveel vreugde van u verwachtte. Nu zal ik u
+misschien kunnen beloonen.&rdquo;</p>
+<p>Giannita was plechtig gestemd, toen zij de hooge marmeren trap van
+het palazzo Palmeri besteeg, maar plotseling kwam er twijfel over
+haar.</p>
+<p>Wat kan God willen, dat ik voor haar zal doen, die in zulk een
+weelde is opgegroeid? dacht zij. Vergeet onze lieve Heer, dat ik
+slechts de arme Giannita van Diamante ben?</p>
+<p>Zij liet signorina Palmeri door een bediende zeggen, dat haar
+godszuster haar wenschte te spreken. Zij was verbaasd toen de bediende
+terugkwam en zei, dat zij niet ontvangen kon worden.</p>
+<p>Zou zij zich daarmee tevredenstellen? O, neen, o, neen! &bdquo;Zeg
+de signorina, dat ik den geheelen dag op haar zal wachten, want ik moet
+haar spreken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De signorina zal over een half uur het paleis
+verlaten,&rdquo; zei de bediende. <span class="pagenum">[<a id="pb50"
+href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p>
+<p>Giannita geraakte buiten zich zelf: &bdquo;Maar ik ben haar
+godszuster, haar godszuster, versta je mij niet?&rdquo; zei ze tegen
+den knecht. &bdquo;Ik moet haar spreken.&rdquo;</p>
+<p>De bediende glimlachte, maar verroerde zich niet.</p>
+<p>Maar Giannita wilde niet afgewezen worden. Zij was immers door God
+gezonden. Dat moest hij toch begrijpen, zei zij en verhief haar stem.
+Ze kwam uit Diamante en was in twaalf jaar niet in Catania geweest.
+Zelfs tot gistermiddag vier uur had zij er niet aan gedacht hierheen te
+gaan.</p>
+<p>Denk eens, tot gistermiddag vier uur had zij er zelfs niet aan
+gedacht!</p>
+<p>De bediende stond onbeweeglijk. Giannita was op het punt hem haar
+geheele geschiedenis te vertellen om hem te bewegen haar binnen te
+laten, toen een deur opengerukt werd. Haar godszuster stond op den
+drempel.</p>
+<p>&bdquo;Wie spreekt hier over gistermiddag vier uur?&rdquo; vroeg
+zij.</p>
+<p>&bdquo;Een vreemde vrouw wenscht u te spreken, signorina
+Micaela.&rdquo;</p>
+<p>Nu snelde Giannita op haar toe. &bdquo;Zij was volstrekt geen
+vreemde. Zij was haar godszuster uit Diamante, die hier voor twaalf
+jaar met donna Elisa geweest was. Herkende zij haar niet? Wist
+signorina Micaela niet meer, dat zij een granaatappel samen gedeeld
+hadden?&rdquo;</p>
+<p>De signorina luisterde niet naar haar.</p>
+<p>&bdquo;Wat gebeurde er gisteren om vier uur?&rdquo; vroeg zij met
+grooten angst in haar stem.</p>
+<p>&bdquo;Toen was het, dat ik Gods bevel ontving om tot u te gaan,
+godszuster,&rdquo; zei Giannita.</p>
+<p>De andere keek haar verschrikt aan. &bdquo;Ga met mij,&rdquo; zei
+ze, alsof ze bevreesd was, dat de bediende zou hooren, wat Giannita
+haar wilde vertellen.</p>
+<p>Zij ging diep in de woning voordat zij staan bleef. Toen wendde zij
+zich zoo plotseling tot Giannita, dat deze verschrikte.</p>
+<p>&bdquo;Zeg het mij dadelijk!&rdquo; zei zij. &bdquo;Pijnig mij niet,
+zeg het mij zoo vlug mogelijk.&rdquo;</p>
+<p>Zij was even lang als Giannita, maar deze in geenen deele gelijk.
+Zij was veel tengerder gebouwd en zij, de dame van de wereld, had een
+veel wilder, ongetemder uiterlijk dan het meisje van het land. Alles
+wat zij gevoelde was op haar gelaat te lezen. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p>
+<p>Ze scheen zich in het geheel niet te kunnen beheerschen om het
+verborgen te houden.</p>
+<p>Giannita was zoo verbaasd over haar heftigheid, dat zij niet zoo
+spoedig een antwoord kon geven.</p>
+<p>Toen hief haar godszuster in vertwijfeling haar armen boven het
+hoofd en de woorden stroomden over haar lippen.</p>
+<p>Zij zei, dat zij wist dat <span class="corr" id="xd20e1248" title="Bron: Giannitta">Giannita</span> Gods bevel ontvangen had om haar
+nieuwe ongelukken te berichten. God haatte haar, dat wist zij.</p>
+<p>Giannita sloeg haar handen in elkaar. God haar haten! Integendeel!
+Integendeel!</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; zei signorina Palmeri. &bdquo;Zoo is
+het.&rdquo; En daar ze zielsbevreesd was voor de tijding, die Giannita
+haar kwam brengen, bleef zij maar steeds doorpraten. Zij liet Giannita
+niet aan het woord komen, maar viel haar voortdurend in de rede.</p>
+<p>Zij scheen zoo geschokt te zijn door alles, wat haar in de laatste
+dagen overkomen was, dat zij zich in het geheel niet meer beheerschen
+kon.</p>
+<p>&bdquo;Giannita kon toch wel begrijpen, dat God haar moest
+haten,&rdquo; zei zij. &bdquo;Zij had zoo iets vreeselijks gedaan. Zij
+had haar vader verloochend, haar vader verzaakt.</p>
+<p>&bdquo;Giannita kende toch wel het vierde gebod.&rdquo; Toen barstte
+zij opnieuw uit in tal van onstuimige vragen.</p>
+<p>&bdquo;Waarom zei Giannita haar toch niet, wat zij haar wilde
+zeggen? Zij verwachtte immers niets anders dan kwaad. Zij was
+voorbereid.&rdquo;</p>
+<p>Maar de arme Giannita kon niet aan het woord komen, want zoodra zij
+wilde spreken, werd de signorina bang en viel haar in de rede.</p>
+<p>Zij vertelde Giannita haar geschiedenis, als om deze te bewegen niet
+hard jegens haar te zijn.</p>
+<p>Giannita moest niet denken, dat haar ongeluk slechts daarin bestond
+dat zij niet langer een eigen rijtuig zou hebben, of een loge in het
+theater of mooie kleeren, of veel bedienden of zelfs een dak boven haar
+hoofd. Ook niet hierin, dat zij al haar vrienden verloren had, zoodat
+zij niet wist waar zij een schuilplaats zou zoeken; evenmin dat zij
+zulk een schaamte gevoelde, dat zij meende nooit weer de oogen te
+durven opheffen tot eenig mensch. Neen, het was nog iets veel
+vreeselijkers. <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span></p>
+<p>Zij had plaats genomen en zweeg nu een oogenblik, terwijl zij van
+angst heen en weer wiegde.</p>
+<p>Maar toen Giannita nu begon te spreken, viel zij haar weer in de
+rede.</p>
+<p>Giannita kon niet denken, hoe haar vader haar had liefgehad. Hij had
+haar altijd laten leven in glans en heerlijkheid, gelijk een
+vorstin.</p>
+<p>Zij had niet veel voor hem gedaan, slechts hem heerlijke plannen
+laten verzinnen om haar te vermaken. Het was volstrekt geen opoffering
+geweest, dat zij niet getrouwd was, want zij had nooit een man zoo
+liefgehad als haar vader, en haar eigen thuis was prachtiger geweest
+dan dat van iemand anders.</p>
+<p>Maar toen was haar vader op een dag bij haar gekomen en had tot haar
+gezegd:</p>
+<p>&bdquo;Zij willen mij arresteeren. Ze verspreiden het gerucht dat ik
+gestolen heb, maar dat is niet waar.&rdquo;</p>
+<p>Toen had zij hem geloofd en hem geholpen zich verborgen te houden
+voor de karabiniers. En zij hadden hem tevergeefs gezocht in Catania,
+op den Etna en over geheel Sicili&euml;.</p>
+<p>Maar toen de politie cavaliere Palmeri niet kon vinden, begon het
+volk te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is een voornaam heer en het zijn hooge heeren, die
+hem helpen, anders zou men hem reeds lang geleden gevonden
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>En toen was de prefect van Catania bij haar gekomen. Zij ontving hem
+lachend en de prefect deed alsof hij kwam spreken over rozen en over
+het mooie weer. Plotseling zei hij: &bdquo;Wil de signorina dit kleine
+papier even inzien? Wil de signorina dit kleine briefje eens lezen? Wil
+de signorina letten op de onderteekening?&rdquo;</p>
+<p>Ze las en las. En wat zag ze? Haar vader was niet onschuldig. Haar
+vader had het geld van anderen genomen. Toen de prefect weg was, ging
+zij naar haar vader.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt schuldig!&rdquo; zei ze tot hem. &bdquo;Ge kunt doen
+wat ge wilt maar ik kan u niet meer helpen.&rdquo;</p>
+<p>O, zij had niet geweten wat zij zei. Zij was altijd zoo trotsch
+geweest. Zij had niet kunnen dulden, dat er een smet op haar naam
+kleefde. Een oogenblik had zij gewenscht, <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>dat haar vader dood was,
+liever dan dat dit haar moest overkomen. Misschien had zij hem dit ook
+gezegd. Zij wist niet precies wat zij gezegd had.</p>
+<p>Maar daarna had God haar verlaten. De vreeselijkste dingen waren
+gebeurd. Haar vader had haar aan haar woord gehouden. Hij had zichzelf
+aan het gerecht overgeleverd. En sedert hij in de gevangenis zat, had
+hij haar niet willen zien. Hij antwoordde niet op haar brieven, en het
+eten, dat zij hem zond, stuurde hij haar onaangeroerd terug. Dat was
+het vreeselijkste van alles. Hij scheen te denken, dat zij hem wilde
+dooden. Zij keek Giannita zoo angstig aan, alsof zij haar doodvonnis
+verwachtte.</p>
+<p>&bdquo;Waarom vertel je mij toch niet, wat je mij te zeggen
+hebt?&rdquo; riep zij uit. &bdquo;Je doodt mij.&rdquo;</p>
+<p>Maar &rsquo;t was haar onmogelijk zich zelf tot zwijgen te dwingen.
+&bdquo;Je moet weten,&rdquo; vervolgde zij, &bdquo;dat dit paleis nu
+verkocht is en dat de kooper het aan een Engelsche dame verhuurd heeft,
+die hier vandaag zal intrekken. Maar enkele van haar bezittingen
+droegen ze reeds gisteren hier in en daaronder was een klein beeld van
+het Christuskind.</p>
+<p>&bdquo;Ik zag het, toen ik door de vestibule liep. Zij hadden het
+uit een valies genomen en het op den grond gelegd. Het was zoo
+beschadigd, dat niemand er acht op sloeg. Zijn kroon was vol deuken,
+zijn kleertjes waren vuil en de sieraden, die het bedekten, waren
+verroest en leelijk geworden. Maar toen ik het op den grond zag liggen,
+nam ik het op en droeg het in de kamer, waar ik het op een tafel
+plaatste. En terwijl ik dat deed, viel het mij in, dat ik zijn hulp
+moest vragen.</p>
+<p>&bdquo;Ik knielde en bad lang. &bdquo;Help mij in mijn grooten
+nood,&rdquo; zei ik tot het Christuskind.</p>
+<p>&bdquo;Terwijl ik bad, scheen het mij, dat het beeld mij wilde
+antwoorden. Ik hief het hoofd op, maar het stond daar nog even
+sprakeloos als vroeger; juist toen begon een pendule te slaan.</p>
+<p>&bdquo;Er klonken vier slagen en &rsquo;t was alsof het vier woorden
+waren. &rsquo;t Was alsof het Christuskind met een viervoudig ja op
+mijn bede had geantwoord.</p>
+<p>&bdquo;Dat gaf mij moed, Giannita, zoodat ik vandaag naar het paleis
+van justitie reed om mijn vader te zien. Maar hij <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>verwaardigde mij met geen blik gedurende al den
+tijd, dat hij voor zijn rechters stond.</p>
+<p>&bdquo;Ik wachtte op het oogenblik, dat zij hem zouden wegvoeren en
+wierp me voor hem op de knie&euml;n in een der nauwe gangen. Giannita;
+hij liet mij door de soldaten wegleiden, zonder mij een woord te
+schenken.</p>
+<p>&bdquo;Zie je nu, dat God mij haat? Toen ik hoorde dat je sprak van
+gistermiddag vier uur, werd ik bang.</p>
+<p>&bdquo;Het Christuskind zendt mij een nieuw ongeluk, dacht ik. Het
+haat mij, die mijn vader verloochend heb.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij dit gezegd had, zweeg ze eindelijk en luisterde ademloos
+naar hetgeen Giannita zou vertellen.</p>
+<p>En Giannita verhaalde signorina Micaela haar geschiedenis.</p>
+<p>&bdquo;Zie nu eens, is dat niet merkwaardig,&rdquo; zei ze ten
+slotte. &bdquo;Ik ben in twaalf jaar niet in Catania geweest en nu
+reisde ik geheel onverwacht hierheen. En ik weet van niets, maar zoodra
+ik hier mijn voet op straat zet, hoor ik je ongeluk. God heeft mij
+gezonden, zei ik tot mij zelf. Hij heeft mij hierheen geleid, opdat ik
+mijn godszuster zou kunnen helpen.&rdquo;</p>
+<p>Signorina Palmeri&rsquo;s oogen waren angstig vragend op haar
+gericht.</p>
+<p>Nu zou zeker de slag komen. Zij verzamelde al haar moed om dien te
+ontvangen.</p>
+<p>&bdquo;Wat wil je, dat ik voor je doen zal, godszuster?&rdquo; vroeg
+Giannita &bdquo;Weet je wat ik dacht toen ik op straat liep? Ik wil
+haar vragen of zij mij naar Diamante wil volgen, dacht ik. Ik weet daar
+een oud huis, waar we goedkoop zouden kunnen wonen. Ik zou borduren en
+naaien, zoodat we daarvan konden leven. Toen ik op straat was, dacht
+ik, dat het gaan zou, maar nu begrijp ik, dat het onmogelijk is,
+onmogelijk! Je verlangt iets anders van het leven, maar zeg toch of ik
+iets voor je doen kan. Je moogt mij niet afwijzen, want God heeft mij
+gezonden.&rdquo;</p>
+<p>De signorina boog zich over tot Giannita.</p>
+<p>&bdquo;Nu!&rdquo; zei zij angstig.</p>
+<p>&bdquo;Je moet mij voor je laten doen, wat in mijn macht staat, want
+ik heb je lief,&rdquo; zei Giannita en gleed op de knie&euml;n, terwijl
+ze de armen om haar godszuster sloeg.</p>
+<p>&bdquo;Heb je niets anders te zeggen?<span class="corr" id="xd20e1346" title="Niet in bron">&rdquo;</span> vroeg de signorina.
+<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat zou ik gaarne willen,&rdquo; zei Giannita, &bdquo;maar ik
+ben immers maar een arm meisje.&rdquo;</p>
+<p>Het was wonderbaarlijk te zien, hoe nu de gelaatstrekken der jonge
+signorina verteederden, hoe haar blik verhelderde en hoe haar oogen
+begonnen te stralen. Nu bleek het, dat zij een groote schoonheid
+was.</p>
+<p>&bdquo;Giannita,&rdquo; zei ze zacht, nauwelijks hoorbaar,
+&bdquo;geloof je dat dit een wonder is? Geloof je, dat God een wonder
+kan laten geschieden om mijnentwille?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; fluisterde Giannita.</p>
+<p>&bdquo;Ik smeekte het Christusbeeld, dat hij mij zou helpen, en hij
+zendt mij jou. Geloof je, dat het Christus was die je gezonden heeft,
+Giannita?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, hij was het.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;God heeft mij dus niet verlaten, Giannita?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, God heeft je niet verlaten.&rdquo;</p>
+<p>Signorina Micaela zat een tijdje stil te weenen. &bdquo;Toen jij
+kwam, Giannita, dacht ik dat mij niets anders overbleef, dan mij te
+dooden,&rdquo; zei ze daarna. &bdquo;Ik wist niet waarheen ik mijn weg
+zou nemen want ik dacht, dat God mij haatte.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar zeg mij nu, wat ik voor je doen kan, godszuster,&rdquo;
+zei Giannita.</p>
+<p>Tot antwoord trok de andere haar naar zich toe en kuste haar.</p>
+<p>&bdquo;Maar het is immers al voldoende, dat je door het kleine
+Christusbeeld gezonden zijt,&rdquo; zei ze. &bdquo;Het is immers al
+voldoende, nu ik weet, dat God mij niet verlaten heeft.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.4"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e1377" class="label">IV.</h3>
+<h3 class="main">Diamante.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Micaela Palmeri was op reis naar Diamante in
+gezelschap van Giannita. Ze hadden &rsquo;s morgens om drie uur plaats
+genomen in den postwagen en ze waren langs den schoonen weg gereden,
+die zich van den voet van den Etna langs den berg omhoog slingert.</p>
+<p>Maar het was nog geheel donker. Ze hadden niets van de omgeving
+kunnen onderscheiden.</p>
+<p>De jonge signorina beklaagde zich volstrekt niet daarover. Zij zat
+met neergeslagen oogen en verdiepte zich in haar smart. Zelfs toen het
+begon te dagen, wilde zij haar oogen niet opslaan om uit te zien.
+&rsquo;t Was niet, v&oacute;&oacute;rdat ze vlak bij Diamante waren,
+dat Giannita haar kon bewegen het landschap te beschouwen.</p>
+<p>&bdquo;Zie nu eens uit! Hier is Diamante, dat je thuis zal
+worden,&rdquo; zei zij.</p>
+<p>Toen had Micaela Palmeri rechts van den weg den machtigen Etna
+gezien, die een groot stuk van den hemel sneed. Ver achter den berg
+ging de zon op, en toen de bovenste rand der zonneschijf zich over den
+bergtop verhief, scheen het alsof de witte sneeuwberg begon te gloeien,
+en vonken en stralen verspreidde.</p>
+<p>Maar Giannita verzocht haar naar den anderen kant te zien. En aan de
+andere zijde zag ze de geheele getakte bergketen, die den Etna gelijk
+een met torens versierden muur omringt, gloeiend rood staan in den
+zonsopgang.</p>
+<p>Maar Giannita wees naar een anderen kant. Dat was het niet, wat ze
+moest zien, dat niet. <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57"
+name="pb57">57</a>]</span></p>
+<p>Toen liet ze haar blik dalen en zag neer in een zwarte vallei. Daar
+glansde het veld als fluweel en de witte Simeto schuimde naar beneden
+in het dal.</p>
+<p>Maar nog richtte zij haar blik niet naar de goede plaats.</p>
+<p>Toen eindelijk zag ze den steilen Monte Chiaro, die zich uit het
+zwarte, fluweelen dal verhief; stralend in het morgenrood en begroeid
+met statige palmen, die hem als met zonneschermen beschutten tegen de
+stralen der zon.</p>
+<p>En op de kruin zag zij een stad, met torens versierd en door muren
+omgeven, en alle vensters en windwijzers schitterden in den
+zonneschijn.</p>
+<p>Bij dit gezicht had zij Giannita&rsquo;s arm gegrepen en haar
+gevraagd of dit een werkelijke stad was en of daar ook menschen
+woonden.</p>
+<p>Zij geloofde, dat dit een der steden des hemels was en dat die even
+spoedig verdwijnen zou als een droomgezicht. Zij kon niet denken, dat
+er ooit een mensch langs den weg gewandeld had, die zich van uit het
+dal over hooge heuvels naar de Monte Chiaro slingerde en in zigzag-lijn
+langs den berg opkroop om in de donkere stadspoort te verdwijnen.</p>
+<p>Maar toen ze dichter bij Diamante kwam en zag dat het een werkelijke
+aardsche stad was, kwamen haar de tranen in de oogen.</p>
+<p>Het ontroerde haar, dat de aarde voor haar nog al haar schoonheid
+bezat. Zij had geloofd, dat sedert die het tooneel van al haar rampen
+was geweest, zij die steeds grauw, verdord en bedekt met distels en
+giftbloemen zou vinden.</p>
+<p>Ze reed met gevouwen handen het arme Diamante binnen, alsof ze een
+heiligdom betrad.</p>
+<p>En haar scheen het, dat deze stad haar evenveel geluk als schoonheid
+zou kunnen bieden. <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58"
+name="pb58">58</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.5"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e1419" class="label">V.</h3>
+<h3 class="main">Don Ferrante.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een paar dagen later stond Gaetano in zijn werkplaats
+en sneed wijnranken op koralen van rozenkransen. Het was Zondag, maar
+Gaetano maakte zich geen gewetenswroeging van zijn arbeid, hij werkte
+immers tot Gods eer.</p>
+<p>Groote angst en onrust waren over hem gekomen. De gedachte was in
+hem ontwaakt, dat de gelukkige tijd, dien hij bij donna Elisa had
+doorgebracht, nu zijn einde genaderd was. En hij geloofde, dat hij
+spoedig de wereld ingedreven zou worden. Want groote armoede was over
+Sicili&euml; gekomen, en hij zag den nood als een besmetting van stad
+tot stad en van huis tot huis trekken. En zoo was die ook in Diamante
+gekomen.</p>
+<p>Daarom kwam er nooit meer een mensch in den winkel van donna Elisa
+om iets te koopen. De kleine heiligenbeelden, die Gaetano vervaardigde,
+stonden in dichte rijen op de planken en de rozenkransen hingen in
+groote trossen onder de toonbank. En donna Elisa was in grooten kommer
+en nood, omdat zij nu niets kon verdienen.</p>
+<p>Dit was Gaetano een teeken, dat hij Diamante moest verlaten en de
+wijde wereld ingaan, tenzij er zich een andere mogelijkheid voordeed,
+want het kon geen arbeiden heeten voor Gods eer beelden te snijden, die
+nooit werden aangebeden en koralen voor rozenkransen te draaien, die
+nooit door de vingers van een biddende gleden.</p>
+<p>Hij geloofde dat ergens in de wereld een schoone, nieuwe kathedraal
+stond, waarvan de muren opgetrokken waren, <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>maar die
+nog van binnen van naaktheid trilde. Die verbeidde en wachtte, dat
+Gaetano zou komen om de koorstoelen, &rsquo;t altaarhek, den
+preekstoel, &rsquo;t boekenrek en de heiligenkast te snijden. En zijn
+hart smachtte naar dit werk, dat hem wachtte.</p>
+<p>Maar deze kathedraal werd niet op Sicili&euml; gevonden, want daar
+dacht men er nooit aan een nieuwe kerk te bouwen; die moest ver weg in
+landen als Florida of Argentini&euml; gezocht worden, waar de grond nog
+niet bedekt was met heilige gebouwen.</p>
+<p>Hij voelde zich tegelijkertijd bedroefd en gelukkig en was met
+verdubbelde vlijt aan den arbeid getogen opdat donna Elisa iets zou
+hebben te verkoopen, terwijl hij weg was en groote schatten voor haar
+verdiende.</p>
+<p>Nu wachtte hij nog slechts op een teeken van God
+v&oacute;&oacute;rdat hij besloot te vertrekken. Het was, alsof hij de
+kracht zou moeten ontvangen om tot donna Elisa te kunnen spreken van
+zijn verlangen om te reizen, want hij wist dat dit haar
+z&oacute;&oacute;veel verdriet zou veroorzaken, dat hij niet begreep,
+hoe hij den moed zou hebben met haar daarover te spreken.</p>
+<p>Terwijl hij daarover dacht, kwam donna Elisa in de werkplaats. Toen
+zei hij tot zichzelf, dat hij nu er niet aan kon denken het haar te
+zeggen, want heden was donna Elisa vroolijk.</p>
+<p>Haar tong was onophoudelijk in beweging en haar gelaat straalde.</p>
+<p>Gaetano vroeg zich af, wanneer hij haar voor het laatst zoo gezien
+had. Sedert de nood kwam, was het geweest, alsof ze zonder daglicht in
+een der grotten van den Etna leefden.</p>
+<p>&bdquo;Waarom was Gaetano niet mee naar de markt gegaan om de muziek
+te hooren?&rdquo; vroeg donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Waarom ging hij toch nooit mede om haar broer, don Ferrante,
+te zien en te hooren? Gaetano die hem slechts zag, als hij in den
+winkel stond, gekleed in een kort buis en puntige muts, wist niet wat
+voor een man don Ferrante was. Hij hield hem voor een ouden, leelijken
+koopman met een rimpelig gelaat en een borsteligen baard. Niemand kende
+don Ferrante, die hem &rsquo;s Zondags niet de muziek had zien
+dirigeeren. <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Heden had hij een nieuwe uniform aangehad. Hij droeg een
+driekantigen hoed met groen-rood en witte pluimen, een zilveren kraag,
+epauletten met zilveren franje, zilveren tressen op de borst en een
+sabel op zij. En toen hij het bankje van den dirigent besteeg, waren de
+rimpels van zijn gelaat weggevaagd, zijn gestalte scheen gegroeid te
+zijn.</p>
+<p>&bdquo;Men zou hem bijna schoon kunnen noemen.</p>
+<p>&bdquo;Toen hij de Cavalleria liet spelen, had men nauwelijks kunnen
+ademhalen. En wat zei Gaetano er van, dat de groote huizen aan de markt
+meegezongen hadden!</p>
+<p>&bdquo;Uit het zwarte palazzo Geraci had donna Elisa duidelijk een
+liefdeslied hooren klinken en uit het nonnenklooster, zoo uitgestorven
+als het daar stond, was een hymne over de markt gestroomd.</p>
+<p>&bdquo;En toen er een pauze in de muziek was, ging de schoone
+advocaat Favara, die gekleed was in een zwart fluweelen mantel, met een
+grooten roovershoed en helrooden halsdoek, naar don Ferrante en wees
+naar de open zijde der markt, waar men den Etna en de zee zag.</p>
+<p>&bdquo;Don Ferrante,&rdquo; had hij gezegd, &bdquo;gij verheft ons
+ten hemel gelijk de Etna en gij voert ons op naar het eeuwige gelijk de
+oneindige zee.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als Gaetano don Ferrante heden gezien had, zou hij hem hebben
+moeten liefhebben. Tenminste had hij moeten erkennen, dat don Ferrante
+een statig man was. Toen hij eenige oogenblikken geleden den maatstok
+neerlegde en gearmd met den advocaat heen en weer wandelde op de gladde
+steenen tusschen de Romeinsche poort en het palazzo Geraci, had een
+ieder moeten zien, hoe goed hij zich kon meten met den schoonen Favara.
+Donna Elisa had in gezelschap van de sindaco&rsquo;s-vrouw op de
+steenen bank onder den dom gezeten. En donna Valtara had plotseling
+gezegd, nadat ze don Ferrante een tijdlang beschouwd had:</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa, uw broer is immers nog een jonge man. Hij kan
+nog heel goed trouwen, trots zijn vijftig jaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En zij, donna Elisa, had geantwoord dat zij God iederen dag
+daarom bad.</p>
+<p>&bdquo;Maar nauwelijks had zij dit gezegd of een dame in rouwgewaad
+schreed over de markt. Nooit had men nog zoo iets zwarts gezien. Niet
+alleen waren haar kleeren, hoed en handschoenen <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>zwart,
+maar ook haar sluier was z&oacute;&oacute; dicht, dat men niet kon
+gelooven, dat daar een wit gezicht achter was. Santissima Dio, het was,
+alsof ze zich bedekt had met een lijkwade. En ze liep zoo langzaam en
+gebogen. Men was bang geworden, men had bijna geloofd dat het een spook
+was.</p>
+<p>&bdquo;O! O! en de geheele markt was zoo vol vroolijkheid
+geweest.</p>
+<p>&bdquo;De boeren, die voor den Zondag thuis waren, hadden daar in
+groote groepen gestaan, feestelijk gekleed met hun roode doeken om den
+hals. Boerenvrouwen die naar de kerk gingen, waren voorbij gestroomd in
+groene rokken en gele halsdoeken. Een paar in het wit gekleede
+vreemdelingen hadden bij de balustrade gestaan om den Etna te
+beschouwen. En al de muzikanten in uniform, die er bijna zoo statig
+uitzagen als don Ferrante, en die glinsterende muziekinstrumenten en de
+met beelden versierde dom! En de zonneschijn en Mongibello&rsquo;s
+sneeuwkruin, die vandaag zoo dicht bij was geweest dat men hem bijna
+grijpen kon, dat alles was onvergelijkelijk vroolijk geweest.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e1481" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Toen nu de arme, zwarte dame te midden van
+dit alles gekomen was, hadden allen haar aangestaard en sommigen hadden
+het teeken des kruises gemaakt. En de kinderen waren gegleden van de
+trap van het raadhuis waar ze op de leuning reden en waren haar gevolgd
+op een paar schreden afstands. En zelfs de luie Pietro, die zich in de
+zon lag te koesteren, had zich op zijn ellebogen opgericht. Het was een
+opstand, alsof de zwarte Madonna uit de domkerk was komen aanwandelen.
+Maar had &eacute;&eacute;n van allen medelijden gevoeld met deze zwarte
+dame, naar wie allen staarden?</p>
+<p>&bdquo;Was iemand geroerd, omdat zij zoo langzaam en gebogen
+liep?</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja, &eacute;&eacute;n was getroffen, en dat was don
+Ferrante geweest. Muziek was in zijn hart, hij was een goed mensch en
+hij dacht: Vervloekt zijn al deze fondsen, bijeengebracht voor
+noodlijdenden, die de menschen slechts in het ongeluk storten!</p>
+<p>&bdquo;Is dit niet de arme signorina Palmeri, wier vader genomen
+heeft van een liefdadigheidsfonds en die zich nu zoo schaamt, dat zij
+haar gelaat niet durft toonen? <span class="pagenum">[<a id="pb62"
+href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En terwijl hij dit dacht, ging don Ferrante naar de zwarte
+dame en trad haar bij de kerkdeur in den weg.</p>
+<p>&bdquo;Daar maakte hij een buiging voor haar en <span class="corr"
+id="xd20e1495" title="Bron: moemde">noemde</span> zijn naam.
+&bdquo;Indien ik mij niet al te zeer vergis,&rdquo; had don Ferrante
+gezegd, &bdquo;is u signorina Palmeri. Ik heb een verzoek aan
+u.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toen was ze achteruitgeweken als wilde ze vluchten, maar zij
+was toch gebleven.</p>
+<p>&bdquo;Het betreft mijn zuster, donna Elisa,&rdquo; had hij gezegd.
+&bdquo;Zij heeft uw moeder gekend, signorina, en zij brandt van
+verlangen met u kennis te maken. Zij zit bij den dom. Mag ik u tot haar
+geleiden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En don Ferrante had haar arm in den zijne gelegd en haar naar
+donna Elisa gevoerd. En zij had geen tegenstand geboden. Donna Elisa
+had trouwens degene wel eens willen zien, die heden don Ferrante had
+kunnen weerstaan.</p>
+<p>&bdquo;Maar toen was donna Elisa opgerezen. Zij was de zwarte dame
+tegemoet gegaan, en had haar sluier teruggeslagen. En zij had haar op
+beide wangen gekust.</p>
+<p>&bdquo;Welk een gelaat! welk een gelaat! Zij was misschien niet
+mooi, maar ze had oogen, die duidelijk spraken en die klaagden en
+jammerden, zelfs als het geheele gelaat glimlachte. Ja, Gaetano zou
+misschien geen Madonna naar dit gelaat willen snijden of schilderen,
+want daarvoor was het te bleek en te mager, maar men moest wel
+gelooven, dat onze lieve Heer wist wat hij deed, toen hij deze oogen
+niet in een gezicht zette, dat rond en blozend was.</p>
+<p>&bdquo;Toen donna Elisa haar kuste, had zij het hoofd op haar
+schouder gelegd en een paar korte snikken hadden haar lichaam
+doorschokt. Daarna had zij met een <span class="corr" id="xd20e1511"
+title="Bron: glimlich">glimlach</span> opgezien.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Was alsof haar glimlach had willen zeggen:</p>
+<p>&bdquo;O, ziet de wereld er zoo uit? Is die zoo mooi? Laat mij die
+zien en tegen haar glimlachen! Kan een arme ongelukkige het werkelijk
+wagen haar aan te zien? Kan ik het ook wagen gezien te
+worden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dit alles had zij zonder woorden gezegd, slechts met een
+glimlach. Welk een gelaat! welk een gelaat!&rdquo;</p>
+<p>Maar nu viel Gaetano donna Elisa in de rede.</p>
+<p>&bdquo;Waar is zij nu?&rdquo; zei hij. &bdquo;Ik moet haar
+zien.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p>
+<p>Toen zag donna Elisa Gaetano in de oogen. En die waren brandend
+klaar alsof ze met vuur gevuld waren en aan zijn slapen steeg een
+donkerrood op.</p>
+<p>&bdquo;Gij zult haar vroeg genoeg zien,&rdquo; zei ze kortaf. En zij
+had berouw van elk woord, dat zij gesproken had.</p>
+<p>Gaetano zag, dat zij bang was, dat hij begreep, wat zij vreesde. Hij
+kreeg toen de ingeving haar juist nu te zeggen, dat hij voornemens was
+te vertrekken, naar Amerika te reizen.</p>
+<p>Toen begreep hij dat deze vreemde signorina zeer gevaarlijk moest
+zijn. Zoo overtuigd was donna Elisa dat Gaetano haar lief zou krijgen,
+dat zij bijna verheugd was te hooren, dat hij van plan was het land te
+verlaten. Want haar scheen alles beter dan een arme schoondochter, wier
+vader een dief was. <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64"
+name="pb64">64</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.6"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e1536" class="label">VI.</h3>
+<h3 class="main">Don Matteo&rsquo;s zending.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">En nu kwam er een namiddag, dat de geestelijke herder,
+don Matteo, zijn voeten in glanzend gepoetste schoenen stak, een schoon
+geborstelde soutane aantrok en zijn mantel in de sierlijkste plooien
+schikte. Zijn gelaat straalde, terwijl hij door de steeg liep en
+zegeningen uitdeelde aan de oude spinnende vrouwtjes, die voor haar
+huisdeuren zaten; en zijn handgebaren waren zoo bevallig, alsof hij
+rozen strooide.</p>
+<p>Over de steeg, waardoor don Matteo liep, welfden zich minstens zeven
+bogen, alsof elk huis zich wilde verbinden met zijn buurman. De steeg
+liep dood tegen den berg, voor de helft was het een trap, voor de
+andere helft een straat; er was altijd overstrooming bij de goten en
+het lag er altijd vol sinaasappelschillen en koolblaren, genoeg om op
+uit te glijden. Van den grond tot aan den hemel hing er waschgoed aan
+de drooglijnen.</p>
+<p>Natte hemdsmouwen en banden van boezelaars werden door den wind in
+don Matteo&rsquo;s gezicht geslingerd. En dat was een even klam en kil
+gevoel, alsof don Matteo door een lijk gestreeld werd.</p>
+<p>Aan het einde der steeg lag een kleine, donkere markt, en daar zag
+don Matteo een oud huis, waarvoor hij staan bleef. Het was groot en
+vierkant en bijna geheel zonder ramen. Het had twee hooge buitentrappen
+met verbazend breede treden en twee groote deuren met zware grendels.
+En het had muren van zwarte lava en een loggia, waar groene schimmel
+den vloer van tegelsteenen bedekte, en er <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>waren zooveel
+spinnewebben, dat de lenige hagedissen er bijna in verward raakten.</p>
+<p>Don Matteo lichtte den deurklopper op en liet dien z&oacute;&oacute;
+hard vallen, dat het geheele huis dreunde. Toen hoorde men hoe al de
+vrouwen uit de geheele steeg begonnen te vragen en te spreken.</p>
+<p>En men zag hoe de waschvrouwen aan het marktbassin haar waschbord en
+linnenklopper lieten vallen en begonnen te vragen en te fluisteren:</p>
+<p>&bdquo;Met welk doel komt don Matteo hier?</p>
+<p>&bdquo;Waarom klopt hij op de deur van het oude huis, waar het
+spookt, en waarin niemand het waagt te wonen behalve de vreemde
+signorina, wier vader in de gevangenis zit?&rdquo;</p>
+<p>Maar nu deed Giannita de deur open voor don Matteo en voerde hem
+door lange gangen, die vochtig en schimmelig roken. Op enkele plaatsen
+waren de steenen van den vloer losgeraakt, en don Matteo kon tot diep
+in den kelder zien, waar een groote menigte ratten over den zwarten
+lavagrond joegen.</p>
+<p>Terwijl don Matteo door het oude huis wandelde, verloor hij zijn
+goede luim. Hij liep voorbij geen trap, zonder wantrouwend naar beneden
+te kijken, en hij hoorde geen geritsel zonder te huiveren.</p>
+<p>Hij werd neerslachtig als v&oacute;&oacute;r een ongeluk. Don Matteo
+dacht aan den kleinen getulbanden Moor, die zich in dit huis placht te
+vertoonen, en indien hij hem ook niet zag, kon men toch zeggen, dat hij
+hem op de een of andere wijze gewaar werd.</p>
+<p>Eindelijk opende Giannita een deur en liet den geestelijke in een
+vertrek. Daar waren de wanden naakt als in een stal, het bed hard als
+dat van een non en daarboven hing een houten Madonna, die niet meer
+waard was dan drie soldi.</p>
+<p>Don Matteo staarde zoo lang naar dit kleine beeld, dat de tranen hem
+in de oogen kwamen.</p>
+<p>Terwijl hij daar stond, kwam signorina Palmeri de kamer binnen. Ze
+hield haar hoofd gebogen, en haar bewegingen waren zoo langzaam alsof
+zij gewond was. Toen don Matteo haar zag, scheen hij te willen
+zeggen:</p>
+<p>&bdquo;U en ik, signorina Palmeri, ontmoeten elkaar hier in een
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>wonderlijk oud huis. Is u hier om de Moorsche
+inscripties te bestudeeren of zoekt u in de kelders naar
+moza&iuml;ekwerk?&rdquo; Want de pastoor werd verlegen, toen hij
+signorina Palmeri zag.</p>
+<p>Hij kon niet begrijpen, dat deze edele dame arm was. Hij kon niet
+vatten, dat zij woonde in het huis van den kleinen Moor.</p>
+<p>Hij zei tot zichzelf, dat hij haar moest redden uit het spookhuis en
+van de armoede. En hij bad de heilige Madonna om de macht haar te
+redden.</p>
+<p>Daarna zei hij tot de signorina, dat hij een opdracht van don
+Ferrante kwam uitvoeren. Don Ferrante had hem toevertrouwd, dat zij
+zijn aanzoek had afgeslagen.</p>
+<p>Waarom had zij dat gedaan? Wist zij niet dat, hoewel don Ferrante
+arm scheen als hij daar in zijn winkel stond, hij toch de rijkste man
+in Diamante was?</p>
+<p>En don Ferrante behoorde tot een oud Spaansch geslacht, dat groot
+aanzien genoot, zoowel in zijn vaderland als hier op Sicili&euml;. En
+hij bezat nog het groote huis aan de corso, dat zijn voorvaderen
+toebehoord had. Zij had niet neen moeten zeggen.</p>
+<p>Terwijl don Matteo zoo sprak, zag hij hoe het gelaat van de
+signorina plotseling doodsbleek en strak werd. Hij waagde het bijna
+niet te spreken. Hij vreesde, dat zij zou bezwijmen.</p>
+<p>Het was ook slechts met de grootste inspanning, dat zij hem kon
+antwoorden. De woorden wilden niet over haar lippen komen. &rsquo;t Was
+alsof die te afschuwelijk waren om uitgesproken te worden.</p>
+<p>&bdquo;Zij kon wel begrijpen,&rdquo; zei zij, &bdquo;dat don
+Ferrante wilde weten waarom zij zijn aanzoek had afgeslagen. Ze was
+diep geroerd en dankbaar, maar zij kon zijn vrouw niet worden. Zij kon
+niet trouwen, want zij bracht smaad en schande als bruidsgift
+mede.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als ge trouwt met een Alagona, lieve signorina,&rdquo; zei
+don Matteo, &bdquo;behoeft ge niet te vreezen, dat men zal vragen van
+welk geslacht ge zelf zijt. Dat is een roemrijk, oud stamhuis. Don
+Ferrante en zijn zuster, donna Elisa, worden steeds tot de eersten der
+stad gerekend, ofschoon zij al de bezittingen van hun geslacht verloren
+hebben en handel moeten drijven. <span class="pagenum">[<a id="pb67"
+href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Don Ferrante weet wel, dat de glans van zijn ouden naam niet
+verduisterd zal worden door een huwelijk met u.</p>
+<p>&bdquo;Maak geen bezwaren om die reden, signorina, indien ge anders
+met don Ferrante zoudt willen huwen.&rdquo;</p>
+<p>Maar signorina Palmeri herhaalde wat zij gezegd had. Don Ferrante
+moest niet trouwen met een dochter van een misdadiger. Ze zat daar
+bleek en wanhopig en scheen zich te willen oefenen in het zeggen van
+deze vreeselijke woorden.</p>
+<p>Zij zeide, dat zij zich niet indringen wilde in een geslacht, dat
+haar zou verachten. Het gelukte haar dit hard en koud te zeggen, zonder
+dat haar stem beefde.</p>
+<p>Maar hoe langer ze sprak, hoe grooter de begeerte van don Matteo
+werd om haar te helpen. Het was alsof hij een koningin ontmoet had, die
+van haar troon gestooten was. En er kwam een brandend verlangen over
+hem, haar weer de kroon op het hoofd te zetten en den koningsmantel om
+de schouders te slaan.</p>
+<p>Daarom vroeg don Matteo haar of haar vader niet spoedig uit de
+gevangenis zou komen en waarvan hij dan leven moest.</p>
+<p>De signorina antwoordde dat hij zou leven van haar arbeid. Don
+Matteo vroeg haar zeer ernstig of zij zich wel afgevraagd had, hoe haar
+vader, die altijd een rijke man was geweest, de armoede zou kunnen
+dragen.</p>
+<p>Nu zweeg zij. Ze trachtte de lippen tot een antwoord te bewegen,
+maar kon geen geluid uitbrengen.</p>
+<p>Don Matteo sprak en sprak. Zij zag er hoe langer hoe wanhopiger uit,
+maar gaf toch niet toe.</p>
+<p>Hij wist ten slotte geen raad meer.</p>
+<p>Hoe zou hij haar toch kunnen redden uit het spookhuis, uit de
+armoede en van den last der schande die haar drukte? Maar toen vielen
+zijn oogen op het kleine Madonnabeeldje boven het bed. De jonge
+signorina was dus een geloovige.</p>
+<p>Nu werd de geest vaardig over don Matteo. Hij voelde dat God hem
+gezonden had, om deze arme vrouw te redden. En toen hij weer sprak, was
+er een klank in zijn stem, die hem anders vreemd was. Hij begreep, dat
+hij het niet alleen was, die nu tot haar sprak.</p>
+<p>&bdquo;Mijn dochter,&rdquo; zei hij, terwijl hij oprees, &bdquo;om
+der wille <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>van uw vader zult ge huwen met don Ferrante. De
+Madonna wil het, mijn dochter.&rdquo;</p>
+<p>Er kwam iets imponeerends over don Matteo&rsquo;s uiterlijk. Zoo had
+nog geen mensch hem ooit gezien.</p>
+<p>De signorina beefde alsof de Heilige Geest tot haar gesproken had,
+en zij vouwde haar handen.</p>
+<p>&bdquo;Word een goede en trouwe echtgenoote voor don
+Ferrante,&rdquo; zei don Matteo, &bdquo;en de Madonna belooft u door
+mij, dat uw vader een onbezorgden ouderdom zal hebben.&rdquo;</p>
+<p>Toen zag de signorina dat het een heilige ingeving was, die don
+Matteo inspireerde. Het was God die door hem sprak. En zij wierp zich
+op de knie&euml;n en boog het hoofd.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal doen wat gij beveelt,&rdquo; zei ze.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Maar zie, toen de geestelijke, don Matteo, uit het huis van den
+kleinen Moor kwam, en door de steeg ging, nam bij plotseling zijn
+brevier en begon te lezen. En ofschoon het waschgoed hem om de wangen
+sloeg, en sinaasappelschillen en kleine kinderen op de straat schenen
+te liggen, alleen om hem te doen struikelen, hij zag niet op uit zijn
+boek.</p>
+<p>Hij had behoefte Gods heilige woorden te hooren.</p>
+<p>Want daarbinnen in het zwarte huis had hem alles zoo zeker en gewis
+geschenen, maar nu hij buiten kwam in den zonneschijn, begon hij
+bevreesd te worden voor de belofte, die hij in der Madonna&rsquo;s naam
+gegeven had.</p>
+<p>Don Matteo bad en las en las en bad.</p>
+<p>Mocht de almachtige God in den hemel de vrouw beschermen, die op hem
+vertrouwd en hem gehoorzaamd had, alsof hij een profeet ware!</p>
+<p>Don Matteo <span class="corr" id="xd20e1649" title="Bron: sleeg">sloeg</span> den hoek om naar de corso. Hij bonsde tegen
+ezels, die naar huis gedreven werden met reizende signorina&rsquo;s op
+hun rug, hij liep recht tegen veldarbeiders aan, die van hun werk naar
+huis keerden en hij stiet tegen de oude spinnende vrouwtjes en raakte
+verward in haar linnen. Eindelijk bereikte hij een kleinen, donkeren
+winkel.</p>
+<p>Het was een vertrek zonder ramen, dat in den hoek van een oud paleis
+lag. De drempel was een voet hoog, de vloer was van vastgetrapte aarde,
+en de deur moest altijd openstaan <span class="pagenum">[<a id="pb69"
+href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>om licht binnen te laten. De
+toonbank was belegerd door voerlieden en ezeldrijvers.</p>
+<p>En voor de toonbank stond don Ferrante. Zijn baard was in wanorde,
+zijn gelaat &eacute;&eacute;n en al rimpel, zijn stem heesch van woede.
+De voerlieden verlangden een onmatig hooge betaling voor de vrachten,
+die ze van Catania naar Diamante gebracht hadden. <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.7"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e1660" class="label">VII.</h3>
+<h3 class="main">De klokken van San Pasquale.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Men merkte spoedig in Diamante, dat don
+Ferrante&rsquo;s echtgenoote, donna Micaela, niet veel meer was dan een
+kind. Zij kon er nog zoo uitzien als een voorname dame van de wereld,
+zij was toch niets anders dan een kind. En iets anders kon men ook niet
+van haar verwachten na het leven, dat zij geleid had.</p>
+<p>Van de wereld had zij niets gezien dan theaters, museums, balzalen,
+promenades en renperken, en dit alles zijn immers slechts
+speelplaatsen. Zij was nog nooit alleen op straat geweest. Zij had
+nooit gewerkt. Men had nooit een ernstig woord tot haar gesproken. Ze
+was niet eens ooit verliefd geweest.</p>
+<p>Toen zij in het zomerpaleis trok, vergat zij al haar zorgen, even
+licht en luchtig als een kind het gedaan zou hebben. En het bleek dat
+zij de spelende phantasie van een kind bezat en dat zij alles wat haar
+omgaf kon veranderen en herscheppen. De oude Saracenenstad Diamante
+leek donna Micaela een paradijs.</p>
+<p>Ze zeide dat zij in het geheel niet verbaasd was geweest, toen don
+Ferrante haar op de markt aansprak en aanzoek om haar hand deed. Het
+kwam haar zeer natuurlijk voor dat zoo iets in Diamante
+gebeurde<span class="corr" id="xd20e1672" title="Niet in bron">.</span>
+Zij had dadelijk gezien, dat Diamante een stad was, waar rijke mannen
+zochten naar arme, ongelukkige signorina&rsquo;s om haar tot
+heerscheressen te maken in hun zwarte lavapaleizen.</p>
+<p>Het zomerpaleis behaagde haar zeer. Het verbleekte, honderdjarige
+<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span>mousseline, dat de meubels bedekte, vertelde haar
+vele verhalen. En ze vond een diepe beteekenis in al de
+liefdestooneelen, die tusschen de herders en herderinnetjes op de
+wandschilderingen werden afgespeeld. Zij had ook dadelijk het geheim
+van don Ferrante geraden. Hij was in het geheel geen gewone koopman in
+een der straten van een kleine stad.</p>
+<p>Hij was een eergierig man, die geld verzamelde om de familiegoederen
+op den Etna terug te kunnen koopen, evenals het paleis in Catania en
+het slot in de bergen. En indien hij een kort buis en een puntige muts
+droeg gelijk een boer, was dit slechts om des te eerder te kunnen
+optreden als grande van Spanje en prins van Sicili&euml;.</p>
+<p>Sedert hij getrouwd was, placht don Ferrante zich iederen avond te
+kleeden in een fluweelen rok, zijn gitaar in de hand te nemen, en zich
+te plaatsen op de koortrap van de muziekzaal in het zomerpaleis om
+canzones te zingen. Terwijl hij zong, droomde donna Micaela, dat ze
+gehuwd was met den edelsten man van het gansche schoone eiland
+Sicili&euml;.</p>
+<p>Toen donna Micaela een paar maanden getrouwd was, kwam haar vader
+uit de gevangenis en vestigde zich in het zomerpaleis bij zijn dochter.
+Hij bevond zich heel wel in Diamante en werd aller vriend. Hij sprak
+gaarne met de iemkers en de wijngaardeniers, die hij in het caf&eacute;
+Europa trof; en hij vermaakte zich iederen dag met het rijden naar den
+voet van den Etna om naar historische overblijfselen te zoeken. Maar
+hij had zijn dochter volstrekt geen vergiffenis geschonken. Wel woonde
+hij onder haar dak, maar hij behandelde haar als een vreemde en was
+nooit teeder jegens haar.</p>
+<p>Donna Micaela liet hem stil geworden en hield zich alsof zij niets
+bemerkte.</p>
+<p>Zij kon zijn toorn niet meer zoo ernstig opnemen. Deze oude man,
+dien zij liefhad, geloofde, dat hij haar jaar na jaar zou kunnen
+blijven haten. Hij zou in haar nabijheid leven, haar stem hooren, haar
+oogen zien en omgeven zijn door haar liefde, en hij zou kunnen
+voortgaan haar te haten!</p>
+<p>O, hij kende haar noch zich zelf! En dikwijls zat zij te
+phantaseeren hoe het zou gaan als hij tot de erkentenis kwam,
+<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>dat hij overwonnen was, wanneer hij tot haar komen
+en haar toonen zou, dat hij haar liefhad.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op een dag stond donna Micaela op haar balkon, en wuifde tegen haar
+vader, die op een kleine donkerbruine ponny wegreed, toen don Ferrante
+uit zijn winkel kwam om met haar te spreken.</p>
+<p>En wat don Ferrante haar wilde zeggen, was, dat het hem gelukt was
+voor haar vader een plaats te koopen in de broederschap van het heilig
+hart te Catania.</p>
+<p>Maar ofschoon don Ferrante zeer duidelijk sprak, scheen donna
+Micaela hem volstrekt niet te verstaan.</p>
+<p>Hij moest herhalen, dat hij gisteren in Catania was geweest, en dat
+het hem gelukt was cavaliere Palmeri een plaats te verschaffen in een
+broederschap. Hij zou over een maand daar intreden.</p>
+<p>Zij vroeg slechts: &bdquo;Wat wil dit zeggen? Wat beteekent
+dit?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zei don Ferrante, &bdquo;kan het mij niet vervelen
+kostbaren wijn van het vasteland voor je vader te laten komen en kan ik
+geen lust hebben zelf eens op Domenico te rijden?&rdquo; Toen hij dit
+gezegd had, wilde hij heengaan. Er was immers niets meer te zeggen.</p>
+<p>&bdquo;Maar vertel mij toch eerst wat voor een broederschap dat
+is,&rdquo; zeide zij.</p>
+<p>&bdquo;Wat dat is? Daar wonen vele oude mannen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Arme oude mannen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O ja, ze zijn juist niet rijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ze hebben zeker geen eigen kamer?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, maar zeer groote slaapzalen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En ze eten uit tinnen borden aan ongedekte tafels?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, ze zullen wel uit porselein eten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar zonder tafelkleed?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn hemel, wat zou dat, indien de tafel slechts schoon
+is!&rdquo;</p>
+<p>Hij trachtte haar gerust te stellen. &bdquo;Daar wonen heel goede
+menschen. En als je het wilt weten, dan was het niet zonder aarzelen,
+dat men cavaliere Palmeri aannam.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span></p>
+<p>Toen verliet don Ferrante de kamer. Zijn vrouw was bedroefd, maar
+ook zeer verontwaardigd. Haar scheen het, dat hij zich beroofd had van
+rang en stand en een gewone koopman was geworden.</p>
+<p>Ze zei heel luid, ofschoon niemand het kon hooren, dat het
+zomerpaleis slechts een groot en leelijk oud huis was en Diamante een
+arme, ellendige stad.</p>
+<p>En natuurlijk zou ze niet toestaan, dat haar vader vertrok. Don
+Ferrante moest iets anders verzinnen.</p>
+<p>Nadat de maaltijd ge&euml;indigd was, wilde don Ferrante naar
+caf&eacute; Europa gaan om domino te spelen en hij zocht naar zijn
+hoed.</p>
+<p>Donna Micaela nam zijn hoed en volgde hem naar de galerij, die
+rondom den tuin liep. Toen ze ver genoeg van de eetzaal verwijderd
+waren, dat haar vader haar niet kon verstaan, zei ze heftig:</p>
+<p>&bdquo;Heb je iets tegen mijn vader?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij is te duur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar je bent immers rijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie heeft je zoo iets verteld? Zie je dan niet hoe hard ik
+moet werken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wees dan liever zuinig met iets anders.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal ook zuinig zijn met iets anders. Giannita heeft nu
+genoeg geschenken gekregen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, onthoud mij liever iets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij bent mijn echtgenoote, jij zult het houden, zooals je het
+hebt.&rdquo;</p>
+<p>Zij zweeg een oogenblik. Zij dacht na wat zij hem zou kunnen zeggen,
+dat hem bang zou maken.</p>
+<p>&bdquo;En indien ik nu je echtgenoote ben, weet je dan ook waarom ik
+dat geworden ben?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, ja.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Weet je ook wat don Matteo mij beloofde?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is don Matteo&rsquo;s zaak, maar ik doe wat ik
+kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je hebt misschien wel gehoord, dat ik brak met al mijn
+vrienden in Catania toen ik vernam, dat mijn vader hulp bij hen gezocht
+en niet gekregen had?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dat ik naar Diamante vertrok, opdat hij hen niet langer
+behoefde te zien en zich voor hen schamen moest?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zij komen ook niet in de broederschap.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Indien je dit alles weet, ben je dan niet bang iets tegen
+mijn vader te doen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bang? Neen, voor mijn vrouw ben ik niet bang.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb ik je niet gelukkig gemaakt?&rdquo; vroeg zij nu.</p>
+<p>&bdquo;O, ja,&rdquo; antwoordde hij onverschillig.</p>
+<p>&bdquo;Vondt je het niet aangenaam voor mij te zingen? Beviel het je
+niet, dat ik je hield voor den edelmoedigsten man van geheel
+Sicili&euml;? Vondt je het niet prettig, dat ik me zoo wel bevond in
+het oude paleis? Waarom moet dit alles nu eindigen?&rdquo;</p>
+<p>Hij legde zijn hand op haar schouder en waarschuwde haar.</p>
+<p>&bdquo;Denk er aan, dat je niet gehuwd bent met een voornamen heer
+van Via Etnea!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, neen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier op den berg heerschen andere zeden. Hier gehoorzamen de
+vrouwen haar mannen. En wij storen ons weinig aan schoone woorden. Maar
+als wij die willen hebben, weten we wel hoe we die moeten
+krijgen.&rdquo;</p>
+<p>Toen hij zoo sprak, werd zij bang. Het volgende oogenblik lag zij op
+de knie&euml;n voor hem.</p>
+<p>Het was een donkere avond, maar er stroomde zoo&rsquo;n heldere
+lichtschijn uit de vertrekken dat hij haar oogen kon zien.</p>
+<p>In een vurige smeekbede, heerlijk als sterren, waren die op hem
+gevestigd.</p>
+<p>&bdquo;Wees barmhartig. Je weet niet hoe lief ik hem heb!&rdquo;</p>
+<p>Don Ferrante lachte. &bdquo;Daarmee hadt je moeten beginnen. Nu heb
+je mij eerst boos gemaakt.&rdquo;</p>
+<p>Zij lag nog steeds onbeweeglijk en zag naar hem op.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is goed,&rdquo; zei hij, &bdquo;dat je voor het
+vervolg weet, hoe je je gedragen moet.&rdquo;</p>
+<p>Nog steeds lag ze op haar knie&euml;n.</p>
+<p>Toen vroeg hij: &bdquo;Zal ik het hem zeggen of wil je het zelf
+doen?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela schaamde zich, dat zij zich zoo verootmoedigd had. Zij
+rees op en antwoordde trotsch:</p>
+<p>&bdquo;Ik zal het hem zeggen, maar niet v&oacute;&oacute;r den
+laatsten dag. En jij zult hem niets laten merken.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Neen, dat <i>zal</i> ik niet,&rdquo; zei hij, haar
+nasprekend. &bdquo;Een korte ellende is aangenamer voor mij.&rdquo;</p>
+<p>Maar toen hij was heengegaan, lachte donna Micaela om don Ferrante,
+omdat hij meende, dat hij met haar vader kon doen wat hij wilde. Zij
+kende wel iemand, die haar helpen zou.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In den dom van Diamante bevindt zich een wonderdoend Madonnabeeld,
+en dit is zijn geschiedenis:</p>
+<p>Lange, lange jaren geleden woonde een heilige heremiet in een grot
+op den Monte Chiaro. En deze heremiet droomde op een nacht, dat er in
+de haven van Catania een schip lag, dat geladen was met
+heiligenbeelden. Onder deze was er &eacute;&eacute;n, dat zoo heilig
+was, dat de Engelschen, die rijker zijn dan alle andere menschen, het
+tegen goud wilden opwegen.</p>
+<p>Zoo spoedig de heremiet uit dezen droom ontwaakte, begaf hij zich
+naar Catania. Toen hij daar kwam, zag hij, dat hij de waarheid gedroomd
+had.</p>
+<p>In de haven lag een schip, dat geladen was met heiligenbeelden en
+onder deze beelden was er &eacute;&eacute;n van de Madonna, dat
+heiliger was dan alle andere. Nu smeekte de heremiet den kapitein, dat
+hij dit beeld niet zou wegvoeren van Sicili&euml;, maar het hem zou
+schenken.</p>
+<p>Maar de kapitein weigerde dat.</p>
+<p>&bdquo;Ik breng het naar Engeland,&rdquo; zei hij, &bdquo;en de
+Engelschen zullen het tegen goud opwegen.&rdquo;</p>
+<p>De heremiet hernieuwde zijn bede. Op het laatst liet de kapitein hem
+door zijn matrozen van het schip jagen en heesch de zeilen tot
+vertrek.</p>
+<p>Het scheen, alsof het heiligenbeeld voor Sicili&euml; verloren zou
+gaan, maar de heremiet zonk op de knie&euml;n naast een der lavablokken
+op het strand en bad God, dat dit niet zou gebeuren.</p>
+<p>En wat geschiedde er?</p>
+<p>Het schip kon niet vertrekken. Het anker was gelicht, de zeilen
+waren geheschen en de wind was gunstig, maar gedurende volle drie dagen
+lag het schip onbeweeglijk, alsof het een rots was. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span></p>
+<p>Den derden dag nam de kapitein het Madonnabeeld en wierp het den
+heremiet toe, die nog op het strand lag. En dadelijk daarna kon het
+schip de haven uitzeilen.</p>
+<p>Maar de heremiet voerde het beeld naar den Monte Chiaro en nu
+bevindt het zich nog in Diamante, waar het een kapel en een altaar
+heeft in de domkerk.</p>
+<p>Donna Micaela begaf zich naar deze Madonna om voor haar vader te
+bidden.</p>
+<p>Ze zocht de kapel der Madonna op, die gebouwd was in een donkeren
+hoek van de domkerk.</p>
+<p>Daar waren de wanden geheel bedekt met gaven, het beeld krachtens
+een belofte vereerd, met zilveren harten en schilderijen, geschonken
+door al degenen, die geholpen waren door Diamante&rsquo;s Madonna.</p>
+<p>&rsquo;t Beeld was gebeiteld uit zwart marmer, en toen donna Micaela
+het in zijn nis zag staan, hoog en duister, bijna geheel verborgen
+achter het vergulde traliehek, meende zij te zien, dat het gelaat der
+Madonna schoon was, en straalde van mildheid.</p>
+<p>En haar hart was vervuld van hoop.</p>
+<p>Hier was de machtige koningin des hemels, hier was de goede moeder
+Maria, hier was de bedroefde, die aller smarten begreep, hier was zij,
+die niet zou toestaan, dat haar vader van haar werd genomen.</p>
+<p>Hier bij de Madonna zou zij hulp vinden. Zij zou niets anders
+behoeven te doen dan op haar knie&euml;n vallen en haar nood klagen,
+opdat de zwarte Madonna haar zou bijstaan.</p>
+<p>Terwijl zij bad, was zij overtuigd, dat don Ferrante reeds op
+hetzelfde oogenblik van meening veranderde.</p>
+<p>Als zij thuis kwam, zou hij haar tegemoet loopen om haar te zeggen,
+dat haar vader haar niet behoefde te verlaten.</p>
+<hr class="tb">
+<p>&rsquo;t Was een morgen, drie weken later.</p>
+<p>Donna Micaela kwam uit het zomerpaleis om naar de vroegmis te gaan,
+maar v&oacute;&oacute;rdat zij zich naar de kerk begaf, ging ze naar
+donna Elisa&rsquo;s winkel om een waskaars te koopen.</p>
+<p>&rsquo;t Was nog zoo vroeg, dat ze vreesde, dat de winkel nog niet
+open zou zijn, maar haar vrees bleek ongegrond, <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>en zij
+was blijde, dat zij een geschenk kon meenemen voor de zwarte Madonna.
+Er was niemand in den winkel, toen donna Micaela binnentrad, en zij
+bewoog de deur heen en weer, opdat de bel zou luiden en donna Elisa
+binnen roepen.</p>
+<p>Eindelijk verscheen er iemand, maar het was niet donna Elisa, maar
+een jonge man.</p>
+<p>Deze jonge man was Gaetano, dien donna Micaela nauwelijks kende.
+Want Gaetano had zooveel van haar hooren vertellen, dat hij bang was
+haar te ontmoeten, en iederen keer, dat zij donna Elisa bezocht, had
+hij zich in zijn werkplaats opgesloten. Donna Micaela wist niets anders
+van hem dan dat hij Diamante wilde verlaten, en dat hij voortdurend
+heiligenbeelden sneed, opdat donna Elisa thuis iets zou hebben te
+verkoopen, terwijl hij groote schatten verdiende in
+Argentini&euml;.</p>
+<p>Toen zij nu Gaetano zag, vond zij hem zoo mooi dat het haar een
+genot was naar hem te kijken. Wel was ze angstig als een gejaagd hert,
+maar geen smart ter wereld kon haar verhinderen vreugde te gevoelen als
+zij iets schoons zag.</p>
+<p>Zij vroeg zich af, waar zij hem vroeger gezien had, en zij
+herinnerde zich, dat zij zijn gezicht kende van haar vaders heerlijke
+schilderijenverzameling in het paleis te Catania.</p>
+<p>Daar was hij niet gekleed geweest in een arbeiderskiel, maar droeg
+hij een zwarten, vilten hoed met lange, wuivende witte pluimen en een
+breeden, kanten kraag op een fluweelen mantel. En hij was geschilderd
+door den grooten meester Van Dijck.</p>
+<p>Donna Micaela verzocht Gaetano om een waskaars, en hij begon
+daarnaar te zoeken. En nu deed zich het vreemde geval voor, dat
+Gaetano, die iederen dag in den kleinen winkel was, daar geheel vreemd
+scheen te zijn. Hij zocht naar een waskaars in de lade der rozenkransen
+en in de doozen der kleine medaillons<span class="corr" id="xd20e1899"
+title="Niet in bron">.</span> Hij kon er geen vinden en toen werd hij
+zoo ongeduldig, dat hij laden omver smeet en doozen kapot drukte. En
+het werd een groote wanorde en verwoesting. &rsquo;t Zou donna Elisa
+zeker veel verdriet doen, als zij thuis kwam. Maar donna Micaela vond
+het heerlijk <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>te zien, hoe hij de dichte lokken van zijn
+voorhoofd streek en hoe zijn goudkleurige oogen fonkelden, gelijk
+gulden wijn wanneer de zon daarop straalt.</p>
+<p>Het gaf haar troost iets te zien, dat zoo schoon was.</p>
+<p>Donna Micaela vroeg toen vergiffenis aan de edele heeren die door
+den grooten Van Dijck geschilderd waren. Hoe dikwijls had zij tot hen
+gezegd:</p>
+<p>&bdquo;O, signor, ge zijt schoon geweest, maar zoo donker, zoo
+bleek, en zoo weemoedig hebt ge niet kunnen zijn. En zulke vuuroogen
+hebt ge niet bezeten, maar dit alles heeft de schilder slechts in uw
+gelaat gelegd.&rdquo;</p>
+<p>Maar toen donna Micaela Gaetano nu zag, vond ze dat dit alles in een
+gezicht kon gevonden worden en dat de meester niet noodig had gehad er
+iets aan toe te voegen. Daarom vroeg ze vergiffenis aan de oude edele
+heeren.</p>
+<p>Onderwijl had Gaetano de lange doozen met kaarsen gevonden, die op
+dezelfde plaats onder de toonbank stonden waar ze altijd gestaan
+hadden.</p>
+<p>En hij gaf haar een waskaars, maar wist niet wat die kostte; hij
+zeide, dat zij die later wel kon betalen. Toen zij om een stuk papier
+verzocht om de kaars in te wikkelen, werd hij zoo verlegen, dat zij hem
+moest helpen zoeken.</p>
+<p>Het bedroefde haar dat zulk een man er aan dacht naar
+Argentini&euml; te vertrekken.</p>
+<p>Hij liet het aan donna Micaela over, de kaars in te pakken, terwijl
+hij zelf haar stil beschouwde.</p>
+<p>Zij zou gewenscht hebben, dat zij hem kon verzoeken haar nu niet aan
+te zien, nu niets anders dan hopeloosheid en smart uit haar gelaat
+sprak.</p>
+<p>Gaetano had haar trekken niet meer dan &eacute;&eacute;n oogenblik
+beschouwd, toen hij op een kleine trap sprong en een beeld van de
+bovenste plank nam en daarmee naar haar toe kwam.</p>
+<p>Het was een kleine vergulde en geschilderde aartsengel,
+voorstellende San Micha&euml;l in strijd met den aartsvijand, dien hij
+nu uit het papier wikkelde.</p>
+<p>Dezen reikte hij donna Micaela toe en verzocht hij haar aan te
+nemen. Hij wilde haar dit beeld schenken, omdat dit het beste was, dat
+hij ooit gesneden had. Hij was zoo overtuigd dat dit grooter macht
+bezat dan zijn andere beelden dat hij dit op de bovenste plank
+geplaatst had, opdat <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79"
+name="pb79">79</a>]</span>niet de eerste de beste dit beeld zou zien en
+koopen. Hij had donna Elisa verboden het aan iemand anders te
+verkoopen, dan aan dengene, die gebukt ging onder een groote smart. En
+nu moest donna Micaela dit beeld van hem aannemen.</p>
+<p>Zij stond zwijgend, zij vond hem haast te indringend.</p>
+<p>Maar Gaetano verzocht haar te zien, hoe goed het beeld gesneden was.
+Zag zij wel, dat de vleugels van den aartsengel in toorn opstonden en
+dat Lucifer zijn klauwen drukte in de stalen sporen van San
+Micha&euml;ls voet?</p>
+<p>Zag zij met hoeveel kracht San Micha&euml;l zijn lans velde en hoe
+hij zijn voorhoofd fronste en zijn lippen op elkaar klemde?</p>
+<p>Hij wilde het kleine beeld in haar hand leggen, maar zij schoof het
+zacht ter zijde.</p>
+<p>Ze zag wel, dat het beeld schoon en machtig was, zei zij, maar zij
+wist, dat het haar niet kon helpen. Zij dankte hem voor zijn geschenk,
+maar zij wilde het niet aannemen. Toen trok Gaetano het beeld naar zich
+toe, wikkelde het in papier en zette het weer op zijn plaats.</p>
+<p>En niet v&oacute;&oacute;rdat het weer op de bovenste plank stond,
+sprak hij tot haar.</p>
+<p>Maar toen vroeg hij haar waarom zij waskaarsen kocht indien zij geen
+geloovige was? Was het haar bedoeling te zeggen, dat zij niet aan San
+Micha&euml;l geloofde? Wist zij dan niet, dat hij de machtigste der
+engelen was en dat hij het was, die Lucifer overwonnen en in den Etna
+geworpen had? Twijfelde zij of dat waar was? Wist ze niet, dat San
+Micha&euml;l gedurende den strijd een veer uit zijn vleugel verloren
+had en dat deze in Caltanisette gevonden was? Wist zij dat of wist zij
+dat niet?</p>
+<p>Of wat bedoelde zij anders ermee, dat San Micha&euml;l haar niet kon
+helpen? Geloofde zij, dat geen heilige haar helpen kon? En hij dan, die
+iederen dag in zijn werkplaats heiligen sneed? Zou hij dat doen, indien
+ze nergens voor dienden? Dacht zij, dat hij een bedrieger was?</p>
+<p>Maar daar donna Micaela een even streng geloovige was als Gaetano,
+vond zij zijn woorden onrechtvaardig en dat prikkelde haar tot
+tegenspraak.</p>
+<p>&bdquo;Het gebeurt toch soms, dat de heiligen niet helpen,&rdquo;
+zeide ze. En toen Gaetano er ongeloovig uitzag, kreeg ze <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>een
+onweerstaanbare neiging hem te overtuigen; en zij zei hem, dat men haar
+uit naam der Madonna beloofd had, dat indien zij don Ferrante een
+trouwe echtgenoote werd, haar vader een onbezorgden ouden dag zou
+hebben.</p>
+<p>En nu wilde haar man toch haar vader in een broederschap plaatsen,
+die arm was als een armhuis en streng als een gevangenis. En de Madonna
+had dit niet afgewend, maar over acht dagen zou het gebeuren.</p>
+<p>Gaetano luisterde aandachtig naar haar.</p>
+<p>Dit maakte, dat zij hem haar gansche geschiedenis
+toevertrouwde<span class="corr" id="xd20e1960" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela,&rdquo; zei hij, &bdquo;ge moet u wenden tot de
+zwarte Madonna in de domkerk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gelooft ge dan, dat ik niet tot haar gebeden heb?&rdquo;</p>
+<p>Toen steeg een blos naar Gaetano&rsquo;s wangen en hij zei bijna
+toornig:</p>
+<p>&bdquo;Ge wilt toch niet zeggen, dat ge u tevergeefs gewend hebt tot
+de zwarte Madonna?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb de laatste drie weken tevergeefs tot haar gebeden,
+haar gesmeekt en gebeden.&rdquo;</p>
+<p>Toen donna Micaela dit zei, kon zij nauwelijks ademhalen.</p>
+<p>Ze kon over zichzelf weenen, omdat ze iederen dag hulp verwacht had
+en iederen dag teleurgesteld werd en toch geen beter middel wist dan
+opnieuw met haar smeekbeden te beginnen.</p>
+<p>En men zag op haar gelaat, dat haar ziel opnieuw doorleefde, wat zij
+geleden had, toen zij elken dag de vervulling van haar bede verwachtte,
+en de tijd verstreek zonder dat dit gebeurde.</p>
+<p>Gaetano werd echter niet getroffen door haar woorden, maar stond
+glimlachend te trommelen op een der glazen uitstalkasten, die op de
+toonbank stonden.</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge slechts tot de Madonna gebeden?&rdquo; zei hij.</p>
+<p>Slechts gebeden, slechts gebeden! Maar zij had de Madonna ook
+beloofd al haar zonden af te leggen.</p>
+<p>Ze was naar de steeg gegaan, waar zij eerst gewoond had om de vrouw
+met de beenwonde te verplegen.</p>
+<p>Ze liep nooit een bedelaar voorbij, zonder hem een aalmoes te geven.
+<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span></p>
+<p>Slechts gebeden! En zij zeide hem, dat indien de Madonna de macht
+bezeten had haar te helpen, zij tevreden had moeten zijn met haar
+gebeden. Zij had haar dagen in de domkerk doorgebracht. En de angst, de
+angst, die haar verteerde! Werd die dan in &rsquo;t geheel niet
+gerekend?</p>
+<p>Hij trok slechts zijn schouders op. &bdquo;Had zij niets anders
+beproefd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niets anders! Maar er was niets ter wereld, dat zij niet
+beproefd had. Zij had de Madonna zilveren harten en waskaarsen
+geschonken. Zij legde de rozenkrans niet uit haar handen.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano&rsquo;s woorden wonden haar op.</p>
+<p>Niets wat zij gedaan had wilde hij rekenen, maar hij vroeg
+slechts:</p>
+<p>&bdquo;Niets anders? Niets anders?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ge moet toch begrijpen,&rdquo; zeide ze, &bdquo;don
+Ferrante geeft mij toch niet zooveel geld. Ik kan niet meer doen. Nu
+eindelijk is het mij gelukt zijde voor een altaarkleed aan te schaffen.
+Ge moet dat toch begrijpen!&rdquo;</p>
+<p>Maar Gaetano, die alle dagen met heiligen verkeerde en die de macht
+der geestvervoering en der heftigheid kende, die over hen was als ze
+God dwongen hun gebeden te verhooren, lachte hoonend om donna Micaela
+die geloofde de Madonna door waskaarsen en altaarkleeden te kunnen
+dwingen.</p>
+<p>&bdquo;Hij begreep het wel,&rdquo; antwoordde hij haar. &bdquo;De
+geheele samenhang was hem duidelijk. Zoo ging het den armen heiligen nu
+altijd. De gansche wereld riep hen aan om hulp, maar slechts weinigen
+wisten hoe zij moesten bidden om geholpen te worden. En dan zei men,
+dat de heiligen geen macht hadden.</p>
+<p>&bdquo;Allen, die wisten hoe ze moesten bidden, werden
+geholpen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela zag op in blijde verwachting. Er klonk zulk een kracht
+en overtuiging uit Gaetano&rsquo;s woorden, dat zij begon te gelooven,
+dat hij haar het verlossende woord zou kunnen leeren.</p>
+<p>Maar Gaetano nam de kaars, die voor haar op de toonbank lag en wierp
+die weer in de lade en zeide haar wat ze doen moest. Hij verbood haar
+de Madonna geschenken te geven of tot haar te bidden of iets voor de
+armen te doen. <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span></p>
+<p>Hij zei haar, dat hij haar altaarkleed zou verscheuren, indien zij
+nog een steek daaraan naaide.</p>
+<p>&bdquo;Toon haar, donna Micaela, dat het iets voor u
+beteekent,&rdquo; zei hij, terwijl hij haar met dwingende kracht in de
+oogen keek.</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, ge moet iets kunnen bedenken, dat haar bewijst dat
+het u ernst is en geen spel.</p>
+<p>&bdquo;Ge moet haar kunnen toonen, dat ge niet langer wilt leven,
+indien ge niet geholpen wordt. Denkt ge trouw te blijven aan don
+Ferrante, indien hij uw vader wegzendt? Ja, dat denkt ge zeker. En als
+de Madonna niet bevreesd behoeft te zijn, voor hetgeen ge in wanhoop
+doen zult, waarom zal ze u dan helpen?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela deinsde achteruit. Hij kwam plotseling achter de
+toonbank vandaan en hield haar bij de mouw van haar mantel vast.</p>
+<p>&bdquo;Begrijpt ge, ge moet haar toonen, dat ge u zelf weg kunt
+werpen, indien ge geen hulp krijgt. Dat ge u in zonde en verderf zult
+storten als ge niet krijgt, wat ge wilt. Het is op deze wijze, dat men
+heiligen dwingt.&rdquo;</p>
+<p>Zij week voor hem terug en ging zonder een woord te spreken uit den
+winkel. Zij haastte zich langs de kronkelende straat, bereikte den dom
+en wierp zich geheel ontsteld neder voor het altaar der zwarte
+Madonna.</p>
+<p>Dit gebeurde op een Zaterdagmorgen en donna Micaela zag Zondagavond
+Gaetano opnieuw. De maan scheen helder en in Diamante is het
+gebruikelijk, dat bij maneschijn een ieder zijn huis verlaat en op
+straat gaat.</p>
+<p>Zoodra de bewoners van het zomerpaleis buiten kwamen, hadden ze
+bekenden getroffen. Donna Elisa had cavaliere Palmeri&rsquo;s arm
+genomen en sindaco Voltaro had zich bij don Ferrante gevoegd om met hem
+over de verkiezingen te spreken, maar Gaetano ging naar donna Micaela
+om te hooren of ze zijn raad gevolgd had.</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge opgehouden aan het altaarkleed te naaien?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela antwoordde hem, dat ze den ganschen dag daaraan
+gewerkt had.</p>
+<p>&bdquo;Dan zijt ge zelf de oorzaak, dat ge niet geholpen wordt,
+donna Micaela.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, nu is er geen hulp meer voor mij mogelijk, don
+Gaetano.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span></p>
+<p>Zij zorgde er voor, dat ze een afstand van de anderen bleven, want
+zij wilde hem ergens over spreken. Toen ze bij de Porta Etnea kwamen,
+liepen ze door de poort en daalden af van de treden, die naar de
+palmbosschen van den Monte Chiaro leiden.</p>
+<p>Ze hadden niet in de drukke straten kunnen blijven.</p>
+<p>Donna Micaela sprak z&oacute;&oacute;, dat de menschen in Diamante
+haar gesteenigd zouden hebben, indien ze gehoord hadden, wat ze
+zeide.</p>
+<p>Zij vroeg Gaetano of hij ooit de zwarte Madonna van de domkerk
+gezien had. Den vorigen dag had zij haar voor de eerste maal gezien. De
+Madonna was misschien in zoo&rsquo;n donkeren hoek van den dom
+geplaatst, opdat niemand haar zou kunnen zien. Zij was immers zwart en
+stond achter een traliehek. Geen mensch kon haar zien.</p>
+<p>Maar heden had donna Micaela haar gezien. De Madonna had een
+feestdag en zij was uit haar nis gehaald. De vloer en de wanden van
+haar kapel waren versierd met witte amandelbloemen en zij zelf had
+beneden op het altaar gestaan, groot en donker, omgeven door de
+verblindend witte bloemenpracht.</p>
+<p>Maar toen donna Micaela het beeld gezien had, was ze in
+vertwijfeling geraakt. Want dat beeld stelde geen Madonna voor. Neen,
+degene, tot wie zij gebeden had, was geen Madonna. O, wat een ramp, wat
+een ramp!</p>
+<p>&rsquo;t Was stellig een oude godin. Zij die iets gezien hadden,
+konden zich daarin niet vergissen. Zij droeg geen kroon, maar een helm,
+ze had geen kind op den arm, maar een schild. Het was een Pallas
+Athene.</p>
+<p>Het was geen Madonna. O, neen! O, neen!</p>
+<p>&rsquo;t Was hier in Diamante, dat men zulk een godslastering
+vereerde! En wist hij, wat het grootste ongeluk was?</p>
+<p>Hun Madonna was zoo leelijk. Zij was zoo verweerd en oud, ook was ze
+nooit een kunstwerk geweest. Zij was zoo leelijk, dat men niet naar
+haar kijken kon.</p>
+<p>Dat ze op een dwaalspoor was geleid door al de duizenden gaven, die
+in de kapel hingen, bedrogen was door al de legenden, die van haar
+verteld werden!</p>
+<p>Drie weken verspild met het bidden tot haar!</p>
+<p>Zie, daardoor was ze niet geholpen! Het was geen Madonna, het was
+geen Madonna! <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span></p>
+<p>Ze sloegen den weg in, die rondom den Monte Chiaro onder den
+stadsmuur loopt.</p>
+<p>De geheele wereld rondom hen was wit.</p>
+<p>Witte nevels omhulden den voet van den berg en de amandelboomen
+verder op den Etna waren geheel wit van bloemen. Soms liepen ze zelf
+onder een amandelboom, die zijn glinsterende takken boven hun hoofd
+welfde en zoo volgeladen was met bloemen, alsof hij in een bad van
+zilver gedompeld was. De maneschijn lag zoo verblindend wit op de
+aarde, dat alles van zijn kleuren beroofd werd en wit scheen. Men was
+bijna verbaasd, dat men die niet voelde, dat zij geen warmte gaf en dat
+zij de oogen niet verblindde. Donna Micaela vroeg zich af of het de
+maneschijn was, die Gaetano bedwong, zoodat hij haar niet greep en in
+den Simeto wierp, toen zij de zwarte Madonna lasterde.</p>
+<p>Hij ging zwijgend en kalm aan haar zijde, maar zij was bevreesd voor
+hetgeen hij doen zou. Doch hoe angstig zij ook was, zij kon niet
+zwijgen.</p>
+<p>Hetgeen zij nu nog moest vertellen, was het vreeselijkste van alles.
+Zij zei, dat zij den ganschen dag beproefd had aan de werkelijke
+Madonna te denken, en dat zij zich alle beelden van haar die zij kende,
+voor den geest geroepen had.</p>
+<p>Maar alles was vergeefsch geweest, omdat zoodra zij dacht aan de
+stralende hemelkoningin, de oude godin zich voor haar stelde. En zij
+zag haar komen gelijk een rimpelige, oude jonkvrouw om de groote
+koningin der hemelen te verjagen, zoodat er voor haar nu geen Madonna
+meer bestond.</p>
+<p>Zij vreesde, dat deze vertoornd op haar was, omdat zij te veel voor
+die andere gedaan had en dat zij nu haar aangezicht en genade van haar
+afwendde. Maar ter wille van de valsche Madonna zou haar vader nu in
+het ongeluk gestort worden. Nu zou zij hem niet meer in haar huis mogen
+behouden.</p>
+<p>Nu zou ze nooit zijn vergiffenis ontvangen.</p>
+<p>O, God! O, God!</p>
+<p>En dit alles zeide zij tot Gaetano, die de zwarte Madonna van
+Diamante meer vereerde dan iets anders.</p>
+<p>Hij naderde haar nu heel dicht, en zij vreesde dat haar laatste uur
+geslagen had. Zij zei met zwakke stem als om zich te verontschuldigen:
+<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik ben waanzinnig. De angst maakt me waanzinnig. Ik slaap
+nooit.&rdquo;</p>
+<p>Maar Gaetano was stil naast haar gegaan en had aan niets anders
+gedacht dan welk een kind zij was, en hoe weinig zij zich naar het
+leven wist te schikken.</p>
+<p>Hij wist het nauwelijks zelf v&oacute;&oacute;rdat hij haar zacht
+naar zich toe getrokken en haar gekust had, omdat zij zulk een
+onervaren en dwaas kind was. Ze werd door zulk een verbazing
+aangegrepen, dat zij er in het geheel niet aan dacht weg te
+loopen<span class="corr" id="xd20e2104" title="Bron: ,">.</span> En ze
+gilde noch vluchtte. Ze begreep dadelijk, dat hij haar kuste, zooals
+men een kind kust. Ze ging slechts haastig verder en begon toen te
+weenen.</p>
+<p>Juist deze kus deed haar gevoelen hoe hulpbehoevend en eenzaam zij
+was en hoezeer zij verlangde naar iemand, die sterk en goed was en die
+haar in bescherming nam. Het was een ongeluk, dat zij hoewel zij een
+man en een vader bezat, toch zoo verlaten was, dat deze vreemde
+medelijden met haar gevoelen moest.</p>
+<p>Toen Gaetano haar gestalte zag schokken onder stille snikken, voelde
+hij hoe ook hij begon te beven. Een diepe en heftige ontroering greep
+hem aan.</p>
+<p>Weer naderde hij haar en legde zijn hand op haar arm. Toen hij
+sprak, was zijn stem niet luid en helder, maar dof en verstikt door
+aandoening.</p>
+<p>&bdquo;Wilt ge met mij vluchten naar Argentini&euml;, indien de
+Madonna u niet helpt?&rdquo;</p>
+<p>Nu week donna Micaela voor hem terug. Ze voelde plotseling, dat hij
+niet meer tot haar sprak als tot een kind. Zij wendde zich om en ging
+naar de stad terug.</p>
+<p>Gaetano volgde haar niet, maar bleef staan op de plek, waar hij haar
+gekust had en het was hem alsof hij nooit meer in zijn leven deze
+plaats zou kunnen verlaten.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Gedurende twee dagen droomde Gaetano van donna Micaela, maar op den
+derden dag ging hij naar het zomerpaleis om met haar te spreken.</p>
+<p>Hij trof haar op het terras en hij zei haar dadelijk, dat zij met
+hem vluchten moest.</p>
+<p>Hij had aan haar gedacht, sedert ze van elkaar gescheiden waren.
+<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span></p>
+<p>Hij had in zijn werkplaats staan peinzen over alles, wat er gebeurd
+was, en nu was hij tot klaarheid gekomen.</p>
+<p>Ze was een roos, door den sterken sirocco van den struik gerukt en
+ruw door de lucht geslingerd, opdat zij des te beter rust en
+beschutting zou vinden bij een hart, dat haar beminde.</p>
+<p>Zij moest begrijpen, dat God en alle heiligen wenschten en
+verlangden, dat ze elkaar zouden liefhebben, anders zouden die groote
+ongelukken haar niet in zijn nabijheid gevoerd hebben. En indien de
+Madonna weigerde haar te helpen, dan was dat, omdat ze haar wilde
+ontslaan van haar trouwbelofte aan don Ferrante. Want alle hemelsche
+goden wisten, dat zij de zijne was. Zij was voor hem geschapen, voor
+hem was zij opgegroeid, voor hem leefde zij. Toen hij haar in den
+maneschijn op den weg gekust had, was hij geweest als een wanhopig
+kind, dat lang in de woestijn gedoold heeft, en nu eindelijk aan de
+poort van het ouderlijk huis is gekomen.</p>
+<p>Hij bezat niets, maar zij was zijn thuis en zijn haard.</p>
+<p>Zij was het erfdeel, dat God hem toegedacht had, het eenige in de
+wereld, dat het zijne was.</p>
+<p>Daarom kon hij haar niet achterlaten. Ze moest hem volgen, ze moest,
+zij moest!</p>
+<p>Hij lag volstrekt niet voor haar op de knie&euml;n.</p>
+<p>Hij sprak tot haar met gebalde handen en vlammende oogen. Hij
+smeekte haar niet, maar beval haar met hem te vertrekken, omdat zij de
+zijne was.</p>
+<p>Het was geen zonde haar weg te voeren, maar veeleer zijn plicht dat
+te doen. Hoe zou het haar gaan, indien hij haar hier achterliet?</p>
+<p>Donna Micaela hoorde hem aan, zonder een beweging te maken. Een
+langen tijd zweeg zij, ook nadat hij opgehouden had met spreken.</p>
+<p>&bdquo;Wanneer vertrekt ge?&rdquo; vroeg zij eindelijk.</p>
+<p>&bdquo;Ik vertrek Zaterdag van Diamante.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wanneer gaat de stoomboot?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die vertrekt Zondagavond uit Messina.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela stond op en liep naar de trap van het terras.</p>
+<p>&bdquo;Mijn vader zal Zaterdag naar Catania reizen,&rdquo; zei zij.
+<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik zal don Ferrante verzoeken hem daarheen te mogen
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>Ze daalde een paar treden van de steenen trap, alsof zij niets meer
+te zeggen had. Toen bleef zij staan.</p>
+<p>&bdquo;Indien gij mij dan in Catania ontmoet, zal ik u volgen
+waarheen ge wilt.&rdquo;</p>
+<p>Zij haastte zich van de trap. Gaetano beproefde niet haar terug te
+houden. Er zou zeker eens een tijd komen, dat zij niet voor hem zou
+vluchten. Hij wist dat zij niet kon nalaten hem lief te hebben.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den ganschen Vrijdagmiddag had donna Micaela in de domkerk
+doorgebracht. Zij had zich in wanhoop voor de Madonna op de knie&euml;n
+geworpen.</p>
+<p>&bdquo;O, Madonna mia, Madonna mia! Zal ik morgen een ontrouwe
+echtgenoote zijn? Zullen de menschen dan het recht hebben al het
+mogelijke kwaad van mij te spreken?&rdquo;</p>
+<p>En alles scheen haar even vreeselijk. Zij was bang om met Gaetano te
+vluchten, en zij wist niet hoe zij het zou kunnen uithouden bij don
+Ferrante. Zij haatte den eene zoowel als den andere. Geen van beiden
+scheen haar iets anders dan ongeluk te kunnen bieden.</p>
+<p>Zij zag wel, dat de Madonna haar niet zou helpen.</p>
+<p>&mdash;En nu vroeg zij zich af, of het nog geen grooter ellende was
+met Gaetano te vluchten, dan te blijven bij don Ferrante. Was het de
+moeite waard, dat zij zich in het verderf stortte, om zich op haar man
+te wreken?</p>
+<p>En bestond er wel iets afschuwelijkers dan te vluchten met een man,
+dien zij niet liefhad?</p>
+<p>Ze leed hevige smarten. De gansche week werd ze gekweld door een
+verterende onrust. Het vreeselijkste was, dat ze nooit kon slapen. Zij
+dacht geen gezonde, klare gedachten meer.</p>
+<p>Keer op keer begon zij haar gebeden opnieuw. Maar toen dacht zij
+opeens: De Madonna kan mij niet helpen; en zij hield dadelijk op met
+bidden.</p>
+<p>Toen moest ze denken aan de smarten van vroeger dagen en herinnerde
+zich het kleine beeld, dat haar eens <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>bijgestaan had, toen zij
+in groote wanhoop verkeerde. En nu richtte zij met hartstochtelijken
+ijver haar gebeden tot het kleine, arme Christuskind.</p>
+<p>&bdquo;Help mij, help mij! Help mijn ouden vader en help mij zelf,
+opdat ik mij niet laat verleiden tot zonde en wraak.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij dien nacht ging liggen, streed zij nog steeds tegen haar
+onrust en angst.</p>
+<p>&bdquo;Kon ik slechts een enkel uur slapen,&rdquo; zei ze,
+&bdquo;dan zou ik weten wat ik wil.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano zou den volgenden morgen heel vroeg vertrekken. Ten slotte
+nam zij het besluit met hem te spreken, v&oacute;&oacute;rdat hij
+vertrok, en hem te zeggen, dat zij hem niet kon volgen. Zij kon het
+niet verdragen beschouwd te worden als een gevallen vrouw.</p>
+<p>Nauwelijks had zij dit besluit genomen of zij viel in slaap. Ze
+ontwaakte niet v&oacute;&oacute;rdat de klok den volgenden morgen negen
+uur sloeg. En toen was Gaetano reeds vertrokken. Zij kon hem niet meer
+zeggen, dat ze berouw had van haar besluit. Maar daaraan dacht zij niet
+meer. In den slaap was er iets nieuws en vreemds over haar gekomen.
+Haar scheen het, dat zij gedurende den nacht in den hemel vertoefd had
+en dat ze de gelukzaligheid gesmaakt had.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Waar wordt er een heilige gevonden, den menschen tot grooter nut dan
+San Pasquale? Gebeurt het niet somtijds, dat ze op een eenzame plaats
+in het bosch of op het veld staan te praten en dat ze &oacute;f kwaad
+van iemand spreken &oacute;f plannen beramen tot iets slechts? Nu, let
+eens op, als zij daar op hun best staan, hooren ze een geraas achter
+zich, zoodat ze omkijken en denken, dat iemand hen met een steen
+geworpen heeft.</p>
+<p>&rsquo;t Is niet noodig, dat zij lang omkijken. &rsquo;t Is niet de
+moeite waard dat ze opstuiven om dengene te zoeken, die den steen
+geworpen heeft. Die kwam van San Pasquale.</p>
+<p>Zoo zeker als er rechtvaardigheid in den hemel bestaat, was het San
+Pasquale die hoorde, dat zij over iets slechts spraken en hen met een
+zijner steenen wierp om hen te waarschuwen. <span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span></p>
+<p>En degene, die er niet van houdt gestoord te worden in zijn booze
+plannen, moet zich niet daarmee troosten, dat San Pasquale&rsquo;s
+steenenvoorraad spoedig uitgeput zal raken. Zijn steenen zullen nooit
+opgebruikt zijn. Er zijn er zoo vele, dat ze zullen reiken tot den
+laatsten dag der wereld.</p>
+<p>Want toen San Pasquale hier op aarde leefde, weet ge wat hij toen
+deed? Weet ge waaraan hij meer dacht, dan aan iets anders? San Pasquale
+lette op al de kleine kiezelsteenen, die op zijn weg lagen, en
+verzamelde deze in zijn zak.</p>
+<p>Gij, signor, wilt u nauwlijks bukken om een soldo op te rapen, maar
+San Pasquale bukte zich voor elk kiezelsteentje, en toen hij stierf,
+nam hij die alle mede naar den hemel en daar zit hij nu en werpt allen,
+die iets slechts beramen, met een zijner steenen. Maar dit is zeker
+niet het eenige nut, dat San Pasquale den menschen doet. Hij is het
+ook, die een teeken geeft als iemand zal trouwen of sterven en hij kan
+ook teekens geven met iets anders dan steenen.</p>
+<p>Oude Saraedda in Randazzo zat op een nacht bij haar dochters ziekbed
+te slapen. Maar haar dochter was bewusteloos en stervende, en niemand
+kon de priesters waarschuwen. Hoe werd de moeder toen intijds gewekt?
+Hoe werd ze gewekt, zoodat ze iemand kon zenden om den pastoor te
+halen? Door niets anders dan dat een stoel heen en weer begon te
+wiegelen en te kraken en te krakken, totdat zij ontwaakte. En het was
+San Pasquale, die dat deed. Wie anders dan San Pasquale denkt aan zoo
+iets?</p>
+<p>Er valt nog een geschiedenis van San Pasquale te verhalen. Deze
+betreft den langen Kristoforo van Tre Castagni. Hij is geen kwade man,
+maar hij had zich een slechte gewoonte eigen gemaakt, hij kon zijn mond
+niet openen zonder te vloeken. Hij kon geen twee woorden zeggen, zonder
+dat het eene een vloek was.</p>
+<p>En gelooft ge, dat het hielp, dat zijn vrouw en buurlieden hem
+waarschuwden?</p>
+<p>Maar boven zijn bed hing een klein schilderij, dat San Pasquale
+voorstelde en het gelukte dit kleine beeld hem te helpen. Iederen nacht
+slingerde het heen en weer in zijn <span class="pagenum">[<a id="pb90"
+href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>lijst, slingerde hard of zacht,
+naarmate Kristoforo overdag gevloekt had. En hij merkte, dat hij geen
+enkelen nacht zou kunnen slapen, v&oacute;&oacute;rdat hij ophield met
+vloeken.</p>
+<p>San Pasquale heeft in Diamante een kerk, die buiten de Porta Etnea
+ligt, een weinig beneden de stad. Die kerk is heel klein en arm, maar
+de witte wanden en de roode koepel liggen heerlijk in een bosch van
+amandelboomen.</p>
+<p>Daarom is San Pasquale&rsquo;s kerk, zoodra de amandelboomen
+bloeien, de schoonste godstempel in Diamante. Want de bloeiende takken
+welven zich daarboven, vol geladen met glinsterende witte bloemen, een
+prachtig kleed gelijk.</p>
+<p>San Pasquale&rsquo;s kerk is zeer ongelukkig en verlaten, omdat er
+nooit meer een godsdienstige plechtigheid in gehouden kan worden. Want
+toen de Garibaldisten, die Sicili&euml; bevrijdden, in Diamante kwamen,
+sloegen ze hun leger op in San Pasquale en in het Franciscanerklooster,
+dat naast de kerk ligt. En ze waagden het redelooze dieren in de kerk
+te brengen en daar zulk een woest leven te leiden met vrouwen en
+kaartspel, dat de kerk sedert als onrein en onheilig beschouwd werd en
+nooit meer voor den godsdienst geopend kon worden.</p>
+<p>Daardoor komt het, dat slechts als de amandelboomen in bloei staan
+de voorname menschen San <span class="corr" id="xd20e2239" title="Bron: Paquale&rsquo;s">Pasquale&rsquo;s</span> kerk opmerken. Want
+hoewel dan de geheele voet van den Etna wit is van amandelbloemen,
+staan toch de grootste en schoonste boomen rondom de oude, verlaten
+kerk.</p>
+<p>Maar de arme menschen komen gedurende het gansche jaar tot San
+Pasquale. Ofschoon de kerk gesloten is, gaan ze daarheen om raad te
+vragen aan den heilige. Want bij den ingang staat onder een groot
+steenen baldakijn een beeld van hem, dat men pleegt aan te roepen om
+iets van de toekomst te vernemen. Niemand voorspelt de toekomst beter
+dan San Pasquale.</p>
+<p>Nu gebeurde het, dat juist op den morgen, dat Gaetano van Diamante
+vertrok, wolken uit den Etna nederdaalden, zoo dicht alsof ze uit stof
+bestonden, en opgejaagd waren door ontelbare krijgsscharen.</p>
+<p>En ze verduisterden de lucht als donker gevleugelde draken, ze
+spuwden regen, en slingerden nevels en duisternis op de aarde. En er
+hing zulk een dichte mist boven Diamante, <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>dat men de overzijde der
+straat niet kon onderscheiden. De nevel maakte alles nat, de vloer was
+even vochtig als het dak, van de deurposten droppelde het water, de
+treden der trap waren overstroomd: nevel hing en trilde in alle
+vertrekken, zoodat men had kunnen denken dat ze met rook gevuld waren.
+Maar zeer vroeg op dezen morgen, nog voordat het begon te regenen, reed
+een rijke Engelsche dame in haar grooten reiswagen uit de poort van
+Catania om een rit te maken rondom den Etna. Toen ze echter eenige uren
+gereden had, plaste een vreeselijke regen neer, die alles in een
+dichten nevel hulde.</p>
+<p>En daar zij het genot der heerlijke streken, waardoor ze reed, niet
+wilde missen, besloot ze de naastbijzijnde stad binnen te rijden en
+daar te vertoeven, totdat de bui voorbij was. Maar die stad was juist
+Diamante.</p>
+<p>Deze Engelsche dame was miss Tottenham, en zij was het, die het
+palazza Palmeri in Catania bewoonde. Onder al de voorwerpen, die zij in
+haar koffer meevoerde, was ook het Christusbeeld, dat donna Micaela
+eens had aangeroepen. Want dit beeld, dat nu oud en onooglijk was,
+vergezelde haar altijd op al haar reizen, als een herinnering aan een
+oude vriendin, die haar al haar rijkdommen geschonken had.</p>
+<p>Men zou geloofd hebben, dat San Pasquale wist, welk een groot
+wonderdoener het beeld was, want het scheen als wilde hij het
+begroeten. Op hetzelfde oogenblik, dat miss Tottenham&rsquo;s reiswagen
+door de Porta Etnea reed, begonnen de klokken te luiden in de kerk van
+San Pasquale.</p>
+<p>En zij luidden gedurende den ganschen dag geheel vanzelf.</p>
+<p>San Pasquale&rsquo;s klokken zijn niet veel grooter dan die gebruikt
+worden op de landhoeven om het arbeidsvolk naar huis te roepen en
+evenals deze hangen ze boven op het dak onder een kleinen luifel; men
+pleegt ze in beweging te brengen door aan een touw te trekken, dat
+langs den kerkmuur hangt.</p>
+<p>Het is geen zwaar werk deze klokken te luiden, maar ze zijn toch
+niet zoo licht, dat ze geheel vanzelf in beweging kunnen komen. Degene,
+die gezien heeft, hoe de oude fra Felice van het Franciscanerklooster
+zijn voet zet in een lus van het klokketouw en op en neer trapt om
+<span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>ze aan den gang te brengen, weet wel<span class="corr" id="xd20e2265" title="Bron: .">,</span> dat de klokken niet
+kunnen beginnen te luiden zonder hulp.</p>
+<p>Maar dat was het, wat ze juist wel deden op dezen morgen. Het touw
+was stevig vastgebonden aan een spijker in den muur, en er was niemand,
+die het aanraakte. En er was ook niemand op het dak gekropen om de
+klokken in beweging te brengen. Men kon duidelijk zien hoe de klokken
+heen en weer slingerden en hoe de klepels tegen de metalen wanden
+sloegen. Het was onbegrijpelijk, hoe ze in beweging waren geraakt.</p>
+<p>Toen donna Micaela ontwaakte, luidden de klokken reeds en zij lag
+langen tijd stil te luisteren en te luisteren. Zoo iets schoons had zij
+nog nooit gehoord.</p>
+<p>Zij wist niet, dat het een wonder was, maar ze vond slechts dat het
+heerlijk klonk.</p>
+<p>En zij was verwonderd, dat aardsche metalen klokken zoo konden
+klinken.</p>
+<p>Men kan immers ook niet weten wat voor metaal het was, dat er op
+dien dag klonk in de klokken van San Pasquale! Haar scheen het, dat de
+klokken haar zeiden, dat ze nu blijde moest zijn, nu zou ze leven en
+liefhebben, nu zou ze nooit meer angstig of bedroefd zijn<span class="corr" id="xd20e2279" title="Niet in bron">.</span> Toen begon haar
+hart te kloppen op de maat van een statige melodie, en onder het luiden
+der klokken betrad zij plechtig een heerlijken burcht.</p>
+<p>En wien anders kon deze burcht toebehooren, wie kon de heer zijn van
+zulk een prachtig slot, dan de liefde? Men kan het niet langer
+verbergen, toen donna Micaela ontwaakte, voelde zij, dat ze Gaetano
+liefhad en dat zij niets vuriger verlangde dan met hem te vluchten.</p>
+<p>En toen donna Micaela het luik van haar raam wegschoof en den
+grauwen morgen zag, zond zij dien een kushand en fluisterde:</p>
+<p>&bdquo;Gij, die de morgen zijt van den dag, dat ik zal vertrekken,
+gij zijt de schoonste morgen, dien ik nog ooit gezien heb, en zoo grauw
+als ge zijt, wil ik u streelen en liefkoozen.&rdquo;</p>
+<p>Maar het klokgelui behaagde haar het meest. Daaruit kon men zien,
+dat haar liefde sterk was, want alle andere menschen vonden het
+pijnlijk deze klokken te hooren, die maar niet met kleppen wilden
+ophouden. <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span></p>
+<p>Niemand dacht er aan gedurende het eerste half uur, toen hoorde men
+nauwelijks het klokgelui, maar gedurende het tweede en derde
+uur.&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</p>
+<p>Gij moet niet denken, dat de kleine klokken van San Pasquale zich
+niet konden doen hooren. Zij hadden altijd een helderen klank, maar nu
+was het alsof het geluid in haar groeide en groeide. Spoedig scheen
+het, alsof er niets anders dan klokken in den nevel waren. Het was
+alsof de gansche hemel er vol van hing, ofschoon men ze niet kon zien
+door den dichten mist.</p>
+<p>Toen donna Elisa voor het eerst den klank hoorde, meende zij dat San
+Giuseppe&rsquo;s kleine klok luidde; en later geloofde zij, dat het de
+klok van de domkerk was. Daarna dacht ze te hooren, hoe de klokken van
+het Dominicanenklooster met het gelui instemden en ten slotte wist zij
+zeker, dat alle klokken der stad luidden en luidden, zoo hard ze
+slechts konden; al de klokken der vijf kloosters en zeven kerken. Ze
+meende het geluid van elk afzonderlijk te onderscheiden, tot ze vroeg
+en hoorde, dat het slechts de kleine klokken van San Pasquale waren,
+die luidden. Gedurende de eerste uren, toen men ook nog niet overal
+wist, dat de klokken geheel vanzelf luidden, bemerkte men slechts, dat
+de regendroppels op de maat van het klokgelui neervielen, en dat allen,
+die spraken een harde metaalstem hadden. Ook merkte men, dat het
+onmogelijk was op de mandoline of de gitaar te spelen, omdat het
+klokgelui zich met de muziek vermengde en die oorverdoovend maakte. Men
+kon ook niet lezen, omdat de letters gelijk klokklepels heen en weer
+slingerden en de woorden een stem hadden en zich zelf volkomen
+duidelijk oplazen.</p>
+<p>Spoedig konden de menschen het niet uithouden naar bloemen te zien,
+die aan lange stengels hingen, ze schenen heen en weer te wiegelen. En
+de menschen klaagden, dat de <span class="corr" id="xd20e2299" title="Bron: bloemem">bloemen</span> in plaats van geur klank gekregen
+hadden.</p>
+<p>Maar anderen beweerden, dat de nevel, die door de lucht zweefde,
+zich op de maat van het klokgelui bewoog, en ze zeiden, dat de slingers
+van alle pendules zich daarnaar richtten, en dat alle menschen, die in
+den regen buiten liepen, hetzelfde trachtten te doen.</p>
+<p>En dat was toen de klokken nog slechts een paar uur <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>geluid
+hadden en de menschen er nog om lachten. Maar in het derde uur scheen
+het gelui nog krachtiger te worden en enkelen stopten watten in de
+ooren, terwijl anderen onder dikke dekens kropen. Maar evenwel voelde
+men hoe de lucht trilde van de klokslagen en men scheen te bemerken hoe
+alles zich op de maat van het gelui bewoog.</p>
+<p>En degenen die naar den donkeren zolder vluchtten, hoorden daar het
+klokgelui zoo duidelijk alsof het van den hemel kwam en degenen, die
+zich in den diepen kelder verstopten, hoorden het daar zoo sterk en
+dreunend, alsof San Pasquale&rsquo;s kerk in de onderwereld stond. En
+alle menschen in Diamante werden angstig, behalve donna Micaela, die
+door de liefde voor allen angst behoed werd.</p>
+<p>Nu begon men te denken, dat het iets moet beteekenen, dat het juist
+de klokken van San Pasquale waren die luidden. En elk vroeg zich af wat
+de heilige voorspelde. En ieder had zijn eigen vrees en geloofde dat
+San Pasquale juist hem profeteerde, wat hij het minst van alles
+wenschte. En elk had een daad die hem op het geweten drukte en geloofde
+nu dat San Pasquale straf neerluidde over hem.</p>
+<p>Maar tegen den middag, toen de klokken nog steeds bleven doorluiden,
+was men overtuigd, dat San Pasquale zulk een ramp over Diamante luidde,
+dat men niets anders kon verwachten dan dat alle menschen binnen het
+jaar zouden sterven.</p>
+<p>En de mooie Giannita kwam hevig ontsteld, schreiende bij donna
+Micaela en klaagde, dat het San Pasquale was die de klokken luidde.</p>
+<p>&bdquo;O, God, o God, indien het slechts een ander was geweest dan
+San Pasquale!</p>
+<p>&bdquo;Hij ziet dat ons iets ontzettends dreigt,&rdquo; zei
+Giannita. &bdquo;De nevel verhindert hem niet om zoo ver te zien als
+hij wil. Hij ziet, dat een vijandelijke vloot op zee nadert, hij ziet,
+dat er een aschwolk uit den Etna opstijgt, die op ons zal neervallen en
+ons zal begraven.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Micaela lachte en meende, dat zij wel wist waaraan San
+Pasquale dacht.</p>
+<p>&bdquo;Hij luidt de doodsklok over de schoone amandelbloemen, die
+door den regen verwoest worden,&rdquo; zei ze tegen Giannita.
+<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span></p>
+<p>Zij liet zich door niemand beangstigen, omdat zij geloofde, dat de
+klokken slechts voor haar luidden. Ze wiegden haar in droomen. Zij zat
+stil in de muziekzaal en liet de vreugde in haar opstijgen.</p>
+<p>Maar de gansche wereld rondom haar was in vrees, onrust en
+angst.</p>
+<p>Nu kon men niet meer stil bij den arbeid blijven. Men kon aan niets
+anders denken dan aan de ramp die San Pasquale voorspelde.</p>
+<p>En de bedelaars kregen meer geschenken dan ooit te voren; maar zij
+verheugden zich niet daarover, daar zij niet geloofden, dat zij een
+volgenden dag zouden beleven. En de priesters waren niet verheugd,
+hoewel zij zoo vele biechtelingen hadden, dat zij den ganschen dag in
+den biechtstoel moesten zitten en ofschoon gave na gave gestapeld werd
+op het altaar der heiligen.</p>
+<p>Zelfs Vicenzo de Lozza, de briefschrijver, was niet blijde met dezen
+dag, ofschoon men zijn schrijftafel onder de loggia van het raadhuis
+belegerde en hem gaarne een soldo per woord wilde betalen, indien men
+slechts op dezen dag des oordeels een afscheidswoord aan de beminde
+afwezigen geschreven kreeg.</p>
+<p>En &rsquo;t was onmogelijk school te houden, want de kinderen
+schreiden den ganschen tijd. Maar tegen den middag kwamen de moeders
+met een gelaat, verstijfd van ontzetting, en namen de kleinen mee naar
+<span class="corr" id="xd20e2339" title="Bron: hnis">huis</span>, opdat
+men tenminste bij elkaar zou zijn, indien er iets gebeurde.</p>
+<p>Eveneens hadden alle leerjongens bij de schoenmakers en kleermakers
+een vrijen dag. Maar de arme knapen waagden het niet daarvan te
+genieten, ze bleven liever stil op de werkplaats om te wachten.</p>
+<p>En de klokken bleven tot in den namiddag doorluiden.</p>
+<p>Aan de poort van het palazzo Gerazi, waar nu slechts bedelaars
+wonen, verhief zich de oude poortwachter, die zelf een bedelaar was en
+gekleed ging in de ellendigste lompen, en trok zijn lichtgroene livrei
+aan, die hij slechts droeg op feestdagen en op den geboortedag des
+konings.</p>
+<p>En niemand kon hem daar in de poort zien zitten in zijn feestgewaad,
+zonder door vrees aangegrepen te worden, <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>want men wist, dat de
+grijsaard verwachtte, dat geen geringer heer dan de ondergang zelf,
+door de poort zou gaan, die hij bewaakte.</p>
+<p>En de angst ging gelijk een besmetting van mensch tot mensch. Zoo
+liep de arme Torino, die eens een welgesteld man was geweest, van huis
+tot huis en riep dat de tijd nu gekomen was, dat allen die hem bedrogen
+en bestolen hadden hun straf zouden ontvangen. Hij ging in al de kleine
+winkels aan de corso, sloeg met de vuist op de toonbank en zei, dat nu
+allen in de stad hun vonnis zouden krijgen, omdat ze meegeholpen hadden
+hem te bedriegen.</p>
+<p>En even beangstigend was het, wat men hoorde van het speelgezelschap
+in caf&eacute; Europa. Daar hadden dezelfde vier spelers jaar in jaar
+uit aan de speeltafel gezeten, en men had nooit gedacht dat ze iets
+anders konden doen dan spelen. Maar nu lieten ze plotseling de kaarten
+vallen en beloofden elkaar, dat indien ze in &rsquo;t leven bleven na
+dezen dag der verschrikking ze de kaarten nooit meer zouden
+aanraken.</p>
+<p>Donna Elisa&rsquo;s winkel stond vol menschen, en om de heiligen te
+bewegen het dreigende gevaar af te wenden, kochten ze al de heilige
+zaken, die donna Elisa te verkoopen had. Maar donna Elisa dacht slechts
+aan Gaetano, die reeds vertrokken was en zij meende dat San Pasquale
+voorspelde dat hij op reis zou omkomen<span class="corr" id="xd20e2358"
+title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>En zij verheugde zich volstrekt niet over al het geld, dat zij
+verdiende.</p>
+<p>Maar toen de klokken van San Pasquale den ganschen namiddag bleven
+doorluiden, kon men nauwelijks het leven uithouden.</p>
+<p>Want nu wist men dat zij een aardbeving voorspelden, en dat geheel
+Diamante verwoest zou worden.</p>
+<p>In de stegen, waar zelfs de huizen bang schenen te zijn voor de
+aardbeving en zich tegen elkander aandrukten om elkander te steunen,
+zetten de menschen hun armzalige oude meubels in den regen op straat en
+spanden daarboven een tent van beddelakens. En ze droegen zelfs de
+kleine kinderen in hun wiegen naar buiten en wierpen doeken over hen
+heen. Trots den regen was er zulk een gedrang op de corso, dat men er
+nauwelijks door kon komen. Want een <span class="pagenum">[<a id="pb97"
+href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>ieder wilde door de Porta Etnea
+gaan om de klokken te zien slingeren en zwaaien en om zich te
+overtuigen, dat niemand aan het touw trok, maar dat dit voortdurend
+vastgebonden was. En allen die buiten kwamen vielen op hun knie&euml;n
+op den weg, waar het water in stroomen naar beneden bruiste en de
+modder grondeloos was.</p>
+<p>De deuren van San Pasquale&rsquo;s kerk waren als altijd gesloten,
+maar daar buiten ging de oude monnik fra Felice tusschen de biddenden
+rond met een koperen schaal om de gaven in ontvangst te nemen.</p>
+<p>In optocht trokken de verschrikte menschen naar het beeld van San
+Pasquale onder den steenen baldakijn en kusten hem de hand. Een oude
+vrouw droeg heel voorzichtig iets, dat ze met een groene parapluie
+beschermde. Het was een glas, gevuld met water en olie, waarop een
+pitje dreef dat met zwakken glans lichtte. Dat plaatste zij
+v&oacute;&oacute;r het beeld, en daarna zonk ze er voor op de
+knie&euml;n. Hoewel velen vonden, dat men trachten moest de klokken
+vast te binden, was er niemand, die den moed had het voor te stellen.
+Want men waagde het niet Gods stem tot zwijgen te brengen.</p>
+<p>Ook durfde niemand zeggen, dat het een list van den ouden fra Felice
+kon zijn om geld te <span class="corr" id="xd20e2378" title="Bron: verzamen">verzamelen</span>. Fra Felice was bemind, en degene,
+die dat zei, zou slecht te pas zijn gekomen.</p>
+<p>Ook donna Micaela kwam naar San Pasquale, ze had haar vader bij
+zich. Zij liep met fier opgeheven hoofd en geheel zonder vrees.</p>
+<p>Zij kwam tot San Pasquale om hem te danken, hem die den grootsten
+hartstocht in haar ziel luidde.</p>
+<p>&bdquo;Mijn leven begint dezen dag,&rdquo; zei ze tot zichzelf. En
+het scheen ook niet, dat don Ferrante angstig was, maar boos en kwaad
+was hij! Want allen gingen naar zijn winkel om hem te zeggen wat zij
+van &rsquo;t klokgelui dachten en hem te vragen naar zijn meening,
+omdat hij een der Alagona&rsquo;s was, die zoo lange jaren over de stad
+geregeerd hadden.</p>
+<p>Den ganschen dag kwamen bevende, angstige menschen in zijn winkel.
+En allen zeiden tegen hem:</p>
+<p>&bdquo;Welk een vreeselijk klokgelui, don Ferrante. Wat zal er van
+ons worden, don Ferrante?&rdquo;</p>
+<p>Er was nauwelijks &eacute;&eacute;n der inwoners van de stad, die
+niet <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>in don Ferrante&rsquo;s winkel kwam om hem te
+raadplegen. Zoo lang het klokgelui duurde, hingen ze over de toonbank
+zonder voor zooveel als een soldo te koopen.</p>
+<p>Zelfs Ugo Favara, de zwaarmoedige advocaat, kwam in zijn winkel, nam
+een stoel en ging achter de toonbank zitten. En den ganschen dag bleef
+hij daar, doodsbleek, volkomen onbeweeglijk, de ondraaglijkste smarten
+lijdend zonder een woord te spreken.</p>
+<p>Maar elke vijf minuten kwam Torino il Martello binnen, sloeg met de
+vuist op de toonbank en zei, dat nu het uur gekomen was, dat don
+Ferrante zijn straf zou ontvangen.</p>
+<p>Don Ferrante was een harde man, maar hij kon de klokken evenmin
+ontloopen als iemand anders. En hoe langer hij ze hoorde, hoe meer hij
+zich verwonderde, dat alle menschen juist zijn winkel binnenstroomden.
+Het was alsof ze iets daarmee bedoelden.</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof zij hem aansprakelijk wilden stellen voor het
+klokgelui en voor de ramp, die het voorspelde.</p>
+<p>Hij had het aan niemand gezegd, maar zijn vrouw had het zeker
+verspreid. Hij begon te gelooven, dat allen aan hetzelfde dachten,
+ofschoon zij niet waagden het te zeggen. Hij dacht, dat de advocaat er
+op zat te wachten, dat hij zou toegeven. Hij geloofde, dat de geheele
+stad kwam om te zien of hij werkelijk zijn schoonvader durfde
+wegzenden.</p>
+<p>Donna Elisa, die het zoo druk had in haar eigen winkel, dat zij zelf
+niet kon komen, zond gedurig de oude Pacifica naar hem om te vragen,
+wat hij dacht van het klokgelui. En de pastoor kwam ook een oogenblik
+in zijn winkel en zeide evenals alle anderen:</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui gehoord, don
+Ferrante?&rdquo;</p>
+<p>En don Ferrante zou gaarne geweten hebben of de advocaat en don
+Matteo en al de anderen slechts kwamen om hem te verwijten, dat hij
+cavaliere Palmeri wilde wegzenden.</p>
+<p>&rsquo;t Bloed begon aan zijn slapen te kloppen. De winkel begon met
+hem rond te draaien. En onophoudelijk kwam er iemand binnen om te
+vragen:</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui
+gehoord?&rdquo;</p>
+<p>Maar wie niet kwam was donna Micaela. Zij kwam niet, omdat zij
+volstrekt geen angst gevoelde. Zij was slechts <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>trotsch
+en opgetogen, dat de hartstocht nu was gekomen, die haar gansche leven
+vullen zou.</p>
+<p>&bdquo;Nu zal ik leven het groote en machtige leven,&rdquo; zei zij.
+En het ontstelde haar, dat zij tot nu toe slechts een kind was geweest.
+Zij zou vertrekken met den postwagen, die om tien uur &rsquo;s avonds
+voorbij Diamante kwam. Toen het tegen vier uur liep, dacht zij dat zij
+nu alles aan haar vader moest zeggen, en zijn goed moest inpakken.</p>
+<p>Maar ook dit scheen haar niet moeilijk. Haar vader zou haar spoedig
+nakomen naar Argentini&euml;. Zij zou hem vragen eenige maanden geduld
+te hebben tot ze een thuis hadden om hem aan te bieden. En zij was
+overtuigd, dat hij het goed zou keuren, dat zij don Ferrante
+verliet.</p>
+<p>Zij was in een zalige vervoering<span class="corr" id="xd20e2427"
+title="Bron: ,">.</span> Alles wat haar vreeselijk moest schijnen,
+bestond niet meer voor haar.</p>
+<p>Geen schaamte, geen gevaar, neen niets meer.</p>
+<p>Zij verlangde slechts het ratelen van den naderenden postwagen te
+hooren.</p>
+<p>Toen klonken er vele stemmen op de trap, die van den binnenhof naar
+de woning leidde. Zij hoorde het geluid van vele zware voetstappen. Zij
+zag menschen gaan door de open zuilengangen, die rondom den binnenhof
+liepen en waardoor men moest gaan om in de vertrekken te komen. Zij zag
+dat zij iets zwaars droegen maar zij kon niet onderscheiden, wat het
+was, omdat er zoo veel menschen waren.</p>
+<p>De bleeke advocaat liep vooruit, en zeide haar, dat don Ferranto
+Torino uit den winkel had willen jagen, maar dat deze hem toen met zijn
+mes verwond had.</p>
+<p>Het was niet gevaarlijk. Don Ferrante was reeds verbonden en zou na
+veertien dagen geheel hersteld zijn.</p>
+<p>Don Ferrante werd nu naar binnen gedragen, en zijn blikken dwaalden
+in het rond, niet om donna Micaela, maar om cavaliere Palmeri te
+zoeken. Toen hij hem zag, deed hij zonder een woord te spreken, met
+eenige handgebaren zijn vrouw verstaan, dat haar vader nooit zijn huis
+zou behoeven te verlaten, nooit! nooit!</p>
+<p>Toen drukte donna Micaela de handen tegen de oogen. Hoe? haar vader
+zou niet vertrekken? Zij was dus gered. Er was een wonder geschied om
+haar te helpen. O, nu moest zij verheugd, gelukkig zijn! <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span></p>
+<p>Maar dat was zij niet. Zij voelde een heftige smart.</p>
+<p>Zij kon niet weggaan. Haar vader zou blijven en dus moest zij don
+Ferrante trouw zijn. Zij deed moeite om die gedachte te begrijpen. Het
+was zoo.</p>
+<p>Zij kon niet vertrekken.</p>
+<p>Zij trachtte het op een andere wijze te verklaren. Misschien was dit
+een valsche gevolgtrekking. Zij was zoo verward. Neen, neen, het was
+zoo, zij kon niet weggaan.</p>
+<p>Toen gevoelde zij zich zoo nameloos moede. Zij had immers gereisd en
+gereisd den ganschen dag. Zij was zoo lang onderweg geweest. En nu zou
+zij nooit gaan. Zij zonk ineen, een bezwijming nabij. Er bleef haar
+niets over dan te rusten na de verre reis, die zij gemaakt had. Maar
+dat zou zij zeker nooit kunnen. Zij begon te weenen, omdat zij nu nooit
+zou gaan. Gedurende haar geheele leven zou zij reizen en reizen en toch
+nooit vertrekken kunnen. <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.8"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e2458" class="label">VIII.</h3>
+<h3 class="main">Twee canzones.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was de morgen na den dag, dat San Pasquale&rsquo;s
+klokken geluid hadden en donna Elisa zat in haar winkel geld te tellen.
+Den vorigen dag, toen alle menschen zoo angstig waren, had zij
+ongelooflijk veel verkocht, en &rsquo;s morgens, toen zij in haar
+winkel kwam, was zij bijna verschrokken. Want de geheele winkel was als
+uitgeplunderd, de medaillons waren weg, de waskaarsen waren weg en
+evenzoo de groote trossen rozenkransen. Al die mooie heiligenbeeldjes
+van Gaetano waren van de planken gehaald en verkocht, en het deed donna
+Elisa werkelijk veel verdriet, niet meer deze groote schare heilige
+mannen en vrouwen om zich heen te zien.</p>
+<p>Toen trok zij de geldlade uit en die was zoo boordevol, dat zij die
+nauwelijks kon openschuiven. En terwijl zij haar geld telde, schreide
+zij, alsof al de geldstukken valsch waren. Want wat baatte het haar al
+deze vuile bankbiljetten en deze groote bronzen munten te bezitten, nu
+zij Gaetano verloren had! En zij dacht dat indien hij slechts
+&eacute;&eacute;n dag langer in huis was gebleven, hij niet had
+behoeven te vertrekken, want nu had zij geld in overvloed.</p>
+<p>Terwijl ze daar zoo zat, hoorde zij den postwagen voor haar deur
+stilhouden.</p>
+<p>Maar zij keek niet eens op, wat gaf zij er om wat er gebeurde, nu
+Gaetano weg was. Toen werd de deur geopend, de winkelbel luidde hevig.
+Ze schreide slechts en telde. Toen zei iemand:</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa! Donna Elisa!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span></p>
+<p>&rsquo;t Was Gaetano.</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, waarom ben je teruggekomen?&rdquo; riep zij.</p>
+<p>&bdquo;Ge hebt immers al uw beelden verkocht, ik ben thuis gekomen
+om nieuwe beelden voor u te snijden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hoe weet je dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik was vannacht om twee uur bij den postwagen. Rosa Alfari
+heeft mij alles verteld.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe gelukkig, dat je naar den postwagen ging! Hoe gelukkig,
+dat je den inval kreeg om naar den postwagen te gaan!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, was dat niet gelukkig,&rdquo; zei Gaetano.</p>
+<p>Nauwelijks een uur later stond Gaetano weer in zijn werkplaats en
+donna Elisa die niets in haar leegen winkel te doen had, kwam
+onophoudelijk in de deur der werkplaats om naar hem te kijken.</p>
+<p>Neen, dat hij nu werkelijk daar weer stond te snijden! Ze kon geen
+vijf minuten voorbij laten gaan, zonder naar hem te kijken.</p>
+<p>Maar toen donna Micaela hoorde, dat Gaetano weer terug was, voelde
+zij geen vreugde, maar veeleer toorn en wanhoop.</p>
+<p>Want zij was bang, dat hij als een verleider zou komen om haar te
+verlokken.</p>
+<p>Zij had immers gehoord dat een rijke Engelsche dame naar Diamante
+was gekomen op den dag, dat San Pasquale&rsquo;s klokken geluid
+hadden.</p>
+<p>En zij was zeer getroffen, toen zij hoorde dat het juist de dame met
+het Christusbeeld was. Hij was dus dadelijk gekomen, toen zij hem
+aangeroepen had.</p>
+<p>De regen en het klokgelui was zijn werk!</p>
+<p>Zij trachtte haar hart te verblijden met de gedachte, dat er een
+wonder was geschied om harentwille.</p>
+<p>Het moest haar meer zijn dan alle aardsch geluk en liefde, dat zij
+zich omgeven gevoelde door Gods genade. Zij wilde niet dat eenig
+aardsch gevoel haar rukken zou uit deze gezegende geestvervoering.</p>
+<p>Maar toen zij Gaetano op straat ontmoette, zag hij nauwelijks naar
+haar en wanneer zij hem trof bij donna Elisa gaf hij haar niet de hand
+en sprak in het geheel niet tot haar<span class="corr" id="xd20e2509"
+title="Bron: ,">.</span> <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p>
+<p>Want de waarheid was, dat hoewel Gaetano thuis was gekomen, omdat
+het hem te zwaar viel zonder donna Micaela te vertrekken, hij haar niet
+wilde verleiden of verlokken.</p>
+<p>Hij zag dat zij onder bescherming der heiligen stond en zij was hem
+zoo heilig geworden, dat hij nauwelijks waagde van haar te droomen.</p>
+<p>Hij wilde in haar nabijheid zijn, niet om haar lief te hebben, maar
+omdat hij geloofde dat uit haar leven heilige daden zouden opbloeien.
+Gaetano verlangde naar een wonder, gelijk een bloemkweeker smacht naar
+de eerste roos in de lente.</p>
+<p>Maar toen de weken gingen en Gaetano nooit donna Micaela trachtte te
+naderen, begon ze te twijfelen en te denken, dat hij haar nooit had
+liefgehad. Zij zeide tot zichzelf dat hij haar de belofte, om met hem
+te vluchten, slechts ontlokt had om haar te toonen, dat de Madonna wel
+een wonder kon verrichten.</p>
+<p>Maar als dat zoo was, begreep ze niet, waarom hij zijn reis niet
+vervolgd had, maar teruggekeerd was.</p>
+<p>Dat veroorzaakte haar onrust. Zij meende haar liefde niet te kunnen
+bedwingen, indien zij niet wist dat Gaetano haar liefhad. Zij woog het
+voor en het tegen, en ze werd al meer overtuigd, dat hij haar nooit had
+liefgehad. Terwijl donna Micaela dit dacht moest zij don Ferrante
+gezelschap houden, hij was lang ziek geweest, en had een paar aanvallen
+van beroerte gehad. Hij was van het ziekbed opgestaan als een gebroken
+man. Opeens was hij oud, stompzinnig en bang geworden, zoodat hij nooit
+meer alleen durfde zijn. Hij ging nooit meer naar den winkel, in alles
+was hij een geheel ander mensch geworden.</p>
+<p>Een groote lust om voornaam en schitterend te zijn had zich van hem
+meester gemaakt.</p>
+<p>Het scheen alsof de arme don Ferrante door hoogmoedswaanzin
+aangegrepen was.</p>
+<p>Donna Micaela was zeer goed voor hem en zat urenlang met hem te
+tobben.</p>
+<p>&bdquo;Wie zou dat zijn,&rdquo; placht zij hem te vragen, &bdquo;die
+eens op de markt stond met pluimen op den hoed, tressen op de uniform,
+en een sabel op zij en die zoo schoon speelde, <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>dat
+men zei, dat zijn muziek verheven was als de Etna en machtig als de
+zee? En wie was het, die toen een arme signorina in rouwgewaad zag, die
+het niet waagde haar gelaat aan de menschen te toonen en haar den arm
+bood? Wie kon dat zijn? Kon het don Ferrante zijn, die de gansche week
+in een kort buis en puntige muts in zijn winkel stond? Neen, dat kon
+niet mogelijk zijn. Zoo iets kon een oude koopman niet doen!</p>
+<p>Don Ferrante lachte. Juist z&oacute;&oacute; wilde hij dat men tegen
+hem sprak. Zij moest hem ook vertellen hoe het zou zijn, als hij aan
+het hof kwam.</p>
+<p>Wat de koning en wat de koningin zou zeggen.</p>
+<p>&bdquo;De oude Alagona&rsquo;s zijn dus tot nieuw leven
+gekomen,&rdquo; zou er aan het hof gezegd worden.</p>
+<p>&bdquo;Wie heeft het geslacht doen herleven?&rdquo; En men zou
+vragen en vragen. Die don Ferrante, vorst van Sicili&euml; en grande
+van Spanje, is dat dezelfde man, die in zijn winkel te Diamante stond
+en de voerlieden uitschold?</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zou men zeggen, &bdquo;dat kan niet dezelfde man
+zijn. Het kan onmogelijk dezelfde zijn.&rdquo;</p>
+<p>Dit vond don Ferrante prettig, en hij wilde hebben dat zij zoo dag
+in, dag uit met hem sprak.</p>
+<p>Het verveelde hem nooit en donna Micaela was zeer geduldig jegens
+hem.</p>
+<p>Maar eens toen zij zoo met den zieke zat, kwam donna Elisa
+binnen.</p>
+<p>&bdquo;Schoonzuster, indien gij de legende van de heilige maagd van
+Pompeje bezit, wilt ge mij die dan leenen?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>&bdquo;Wat! wilt gij gaan lezen?&rdquo; zei donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;De hemel beware mij, ge weet wel, dat ik niet lezen kan.
+&rsquo;t Is voor Gaetano, dat ik het u vraag.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela bezat de legende van de heilige maagd van Pompeje
+niet. Maar dat zei ze donna Elisa niet; zij ging naar haar boekenrek en
+nam een klein boek, dat een verzameling Siciliaansche liefdesliederen
+bevatte, en gaf dat aan donna Elisa, die het weer aan Gaetano
+bracht.</p>
+<p>Maar nauwelijks had donna Micaela dit gedaan of een hevig berouw
+maakte zich van haar meester.</p>
+<p>Zij vroeg zich af wat zij bedoeld had door zoo te handelen, zij, die
+geholpen was door het heilige Christuskind. <span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span></p>
+<p>Zij bloosde van schaamte toen zij er aan dacht dat ze een teeken had
+gezet bij een der kleine liederen, dat zoo luidde:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">O, had ik antwoord op &eacute;&eacute;n enkle
+vrage!</p>
+<p class="line">&rsquo;k Heb het gevraagd aan den dag, aan de
+sterren,</p>
+<p class="line">Zelfs aan de vogelenschaar en de wolken.</p>
+<p class="line">&rsquo;k Goot reeds het lood in het kokende water,</p>
+<p class="line">Blaadje na blaadje der bloeme ik plukte.</p>
+<p class="line">&rsquo;k Lokte de zwarte, de waarzegster buiten,</p>
+<p class="line">&rsquo;k Smeekte ten slotte de engelenscharen.</p>
+<p class="line">Mint hij mij nog, gelijk eens hij wel deed?</p>
+</div>
+<hr class="tb">
+<p>Zij had zeker gehoopt dat zij antwoord zou krijgen.</p>
+<p>Haar geschiedde recht indien Gaetano haar verachtte en haar
+onbeschaamd noemde.</p>
+<p>Toch had zij niets kwaads bedoeld. Het eenige dat zij begeerd had,
+was te weten of Gaetano haar liefhad.</p>
+<p>Weer verliepen eenige weken en donna Micaela zat nog steeds bij don
+Ferrante.</p>
+<p>Maar op een dag had donna Elisa haar mee naar buiten gelokt.</p>
+<p>&bdquo;Ga met mij mede naar mijn tuin, schoonzuster, en kijk eens
+naar mijn grooten magnolieboom.</p>
+<p>&bdquo;Ge hebt nog nooit zoo iets moois gezien.&rdquo;</p>
+<p>En zij was met donna Elisa naar den tuin gegaan.</p>
+<p>Donna Elisa&rsquo;s magnolie was gelijk de stralende zon, die men
+voelt v&oacute;&oacute;rdat men haar ziet. Op verren afstand zweefde de
+geur reeds in de lucht en het was een gegons van bijen en een gekweel
+van vogels!</p>
+<p>Toen donna Micaela den boom zag, kon zij nauwlijks ademhalen. Hij
+was heel hoog en groot van een schoonen regelmatigen groei en zijn
+groote, breede bladeren hadden een frissche donkergroene kleur. Maar nu
+was hij geheel bedekt met groote rose bloemen, die hem versierden en
+verlichtten, zoodat men meende, dat hij in feestgewaad was en men
+voelde hoe er een meesleepende vreugde van uit den boom stroomde. Donna
+Micaela werd als bedwelmd, zij voelde hoe een vreemde onweerstaanbare
+macht zich van haar meester maakte. Zij trok een der rechte takken naar
+zich <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span>toe, spreidde de bloemen uiteen en zonder deze
+af te breken, begon zij met een naald letters te prikken in de
+bloembladeren.</p>
+<p>&bdquo;Wat doet ge daar, schoonzuster?&rdquo; vroeg donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Niets, niets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In mijn tijd plachten de jonge meisjes minnebrieven te
+prikken in de magnoliebloemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Misschien doen zij dat nog.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem u in acht, ik zal het nakijken, zoodra ge vertrokken
+zijt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij kunt immers niet lezen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik heb Gaetano toch.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En Luca, het is &rsquo;t beste, dat ge u tot Luca
+wendt.&rdquo;</p>
+<p>Maar toen donna Micaela thuis kwam, had zij berouw. Zou donna Elisa
+werkelijk de bloem aan Gaetano toonen? Neen, neen, donna Elisa was
+daarvoor te verstandig. Maar indien hij haar gezien had van uit het
+raam van zijn werkplaats? Nu ja, hij zou haar wel geen antwoord geven.
+Maar zij maakte zich belachelijk.</p>
+<p>Neen nooit, nooit meer zou zij zoo iets doen. Het was immers het
+beste voor haar, dat zij niets wist. En toch was zij verlangend naar
+het antwoord dat zij krijgen zou. Maar er kwam geen antwoord.</p>
+<p>En zoo verliep er weer een week. Toen kreeg don Ferrante den inval,
+dat hij &rsquo;s middags wilde rijden. In het wagenhuis van het
+zomerpaleis was een ouderwetsche galakoets, die zeker meer dan honderd
+jaar oud was. Die was zeer hoog, met een zeer kleinen en nauwen wagen,
+die in leeren riemen schommelde tusschen de achterwielen, welke zoo
+groot waren als het waterrad van een molen.</p>
+<p>Die koets was wit gelakt met gouden randen, de banken waren bekleed
+met rood pluche, en op de portieren waren wapens geschilderd.</p>
+<p>Eens was het een groote eer geweest in dien wagen te rijden, en als
+de oude Alagona&rsquo;s door de corso reden, stroomden de menschen uit
+hun huizen of hingen over hun <span class="corr" id="xd20e2636" title="Bron: balcons">balkons</span> om hen te zien. Maar toen werd die
+getrokken door vlugge paarden van Berberie, toen droeg de koetsier een
+pruik en de bedienden livrei, en ze reden met geborduurde leidsels.
+Maar nu wilde don Ferrante zijn oude paarden <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>voor
+de koets spannen, en zijn ouden winkelbediende op den bok zetten.</p>
+<p>Toen donna Micaela hem zei, dat dit niet kon, begon don Ferrante te
+schreien. Wat zou men wel van hem denken indien hij zich &rsquo;s
+middags niet in zijn wagen op de corso vertoonde.</p>
+<p>Dat was immers het laatste, wat een voornaam man naliet. Hoe zou
+iemand begrijpen dat hij een man van hooge geboorte was, indien hij
+niet op en neer reed in den ouden wagen der Alagona&rsquo;s?</p>
+<p>Het was het gelukkigste oogenblik, dat don Ferrante na zijn ziekte
+genoot, toen hij voor de eerste maal uitreed.</p>
+<p>Hij zat rechtop en boog en knikte zeer genadig naar alle kanten. En
+de menschen van Diamante bogen en namen den hoed zoo diep af, dat deze
+over den grond sleepte. Waarom zou men don Ferrante deze vreugde niet
+gunnen?</p>
+<p>Donna Micaela reed ook mee, want don Ferrante waagde het niet alleen
+te rijden. Zij was niet gaarne meegegaan, maar toen had don Ferrante
+geschreid en haar er aan herinnerd, dat hij haar gehuwd had, toen zij
+arm en veracht was. Zij moest niet ondankbaar zijn en vergeten wat hij
+voor haar gedaan had. En waarom wilde zij niet in zijn wagen rijden?
+Het was de mooiste oude wagen van gansch Sicili&euml;.</p>
+<p>&bdquo;Waarom wil je niet met mij rijden?&rdquo; zei don Ferrante.
+&bdquo;Vergeet niet, dat ik de eenige ben, die je liefheeft. Zie je
+niet dat je vader niet eens van je houdt? Je moet niet ondankbaar
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>Op deze wijze had hij donna Micaela gedwongen plaats te nemen in den
+ouden galawagen.</p>
+<p>Maar het ging in &rsquo;t geheel niet, zooals zij verwacht had. Er
+was niemand die lachte. De vrouwen negen even diep en de mannen bogen
+even statig alsof de wagen honderd jaar jonger was geweest. En donna
+Micaela kon op geen enkel gelaat een glimlach bespeuren.</p>
+<p>In geheel Diamante zou er geen mensch te vinden zijn, die zou hebben
+willen lachen. Want men wist heel goed hoe veel donna Micaela te
+stellen had met don Ferrante.</p>
+<p>Men wist hoe lief hij haar had en hoe hij schreide, als <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>zij
+hem slechts een oogenblik verliet. Men wist ook hoe hij haar kwelde met
+zijn jaloezie en haar hoeden vertrapte, als deze haar goed stonden, en
+haar nooit geld gaf voor nieuwe kleeren, opdat niemand haar schoon
+vinden en haar liefhebben zou. Maar tegelijkertijd zei hij haar altijd,
+dat zij zoo leelijk was, dat niemand anders dan hij het kon uithouden
+haar gezicht dagelijks te zien. En omdat men dit alles wist, was er
+niemand in Diamante die lachte.</p>
+<p>Haar uitlachen, die zich zoo aftobde met een zieken man!</p>
+<p>De menschen in Diamante waren vrome Christenen en geen barbaren.</p>
+<p>Zoo reed de galawagen tusschen vijf en zes uur in zijn oude
+verbleekte pracht de corso op en neer. In Diamante reed die geheel
+alleen, want behalve deze waren er geen voorname wagens, maar men wist
+toch dat op denzelfden tijd alle equipages in Rome naar Monte Pincio
+reden, en in Napels naar Villa Nazionale en te Florence naar de
+Cascines en in Palermo naar La Favorite. Maar toen de wagen voor de
+derde maal naar de Porta Etnea reed, weerklonk er een vroolijk
+hoorngeschal. En door de poort zwaaide een groote, hooge jachtwagen in
+Engelschen stijl.</p>
+<p>Die moest ook voor ouderwetsch doorgaan. De postillon die als
+voorrijder op een groot paard reed, droeg een pruik en een lederen
+broek. De wagen geleek op een oude diligence, met een hooge, dichte
+coup&eacute;, waarop de reizigers zaten.</p>
+<p>Maar alles was nieuw, de paarden waren schoone, sterke dieren, de
+wagen en het tuig glansden en de reizigers zelf waren eenige jonge
+heeren en dames uit Catania, die een uitstapje op den Etna maakten. En
+zij konden niet nalaten te lachen, toen zij den ouden galawagen
+voorbijreden. Zij bogen over het hek van den wagen om er naar te zien,
+en hun lachen klonk zeer luid en helder tusschen de hooge, stille
+huizen van Diamante.</p>
+<p>Donna Micaela gevoelde zich plotseling zeer ongelukkig.</p>
+<p>Ze herkende in de reizigers haar oude kennissen. Wat zouden zij
+zeggen, als zij thuis kwamen?</p>
+<p>&bdquo;Wij hebben Micaela Palmeri in Diamante gezien,&rdquo; en dan
+zouden zij vertellen en lachen, en vertellen en lachen.</p>
+<p>Haar geheele leven scheen haar &eacute;&eacute;n groote ellende. Zij
+<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>was niets anders dan de slavin van een dwaas.
+Haar gansche leven zou zij niets anders doen dan tobben met don
+Ferrante.</p>
+<p>Toen zij thuis kwam, was zij geheel uitgeput. Zij was zoo moede en
+krachteloos, dat zij zich nauwelijks de trappen op kon sleepen.</p>
+<p>Onderwijl prees don Ferrante zijn geluk, dat hij deze voorname
+menschen ontmoet had, en dat zij zijn staatsie gezien hadden. Hij zei
+tot donna Micaela, dat nu niemand er meer naar vragen zou of zij
+leelijk was en of haar vader gestolen had. Nu wist men dat zij de
+echtgenoote was van een voornamen heer.</p>
+<p>In den namiddag zat donna Micaela stil bij don Ferrante en liet haar
+vader met hem spreken. Toen begon een mandoline zacht te zingen onder
+de vensters van het zomerpaleis. Het was een enkele mandoline zonder
+begeleiding van een gitaar of viool.</p>
+<p>Niets kon zoo teeder en luchtig zijn, niets lieflijker of roerender.
+Men kon niet gelooven dat het menschelijke handen waren, die de snaren
+der mandoline aanraakten. Het was alsof de bijen, krekels en
+sprinkhanen een concert gaven.</p>
+<p>&bdquo;Er is weer iemand verliefd op Giannita,&rdquo; zei don
+Ferrante. &bdquo;Dat is nog eens een vrouw, die Giannita! Ieder kan
+zien dat zij mooi is<span class="corr" id="xd20e2695" title="Bron: ,">.</span> Als ik jong was, zou ik ook verliefd worden op
+Giannita. Zij weet te beminnen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela zweeg. Hij had gelijk, dacht zij. De mandolinespeler
+minde Giannita. Dezen avond was Giannita thuis bij haar moeder, anders
+woonde zij nu in het zomerpaleis.</p>
+<p>Donna Micaela had in dit opzicht haar wil doorgedreven, nadat don
+Ferrante zoo lastig was geworden.</p>
+<p>Maar wie het dan ook gold, het mandolinespel behaagde donna Micaela.
+Het klonk zoo liefelijk, zacht en vertroostend. Ze ging stil naar haar
+kabinet om beter te kunnen luisteren in de eenzaamheid.</p>
+<p>En sterke zoete geur sloeg haar tegemoet. Wat was dat? Haar handen
+begonnen te beven, voordat ze een kaars en lucifer vond. Op haar
+werktafel lag een groote, wijd opengesprongen magnoliebloem.
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span></p>
+<p>Op &eacute;&eacute;n der bladen was geprikt:</p>
+<p>&bdquo;Wie heeft mij lief?&rdquo; En nu stond daaronder:</p>
+<p>&bdquo;Gaetano.&rdquo;</p>
+<p>Naast de bloem lag een klein wit boek met liefdesliederen.</p>
+<p>Bij een der kleine canzones stond een teeken:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Nooit van mijn liefde heeft iemand geweten.</p>
+<p class="line">Heimlijk en stil werd des nachts zij geboren,</p>
+<p class="line">Zachtjes toch slopen mijn droomen tot u.</p>
+<p class="line">Gierig bewaakte ik angstig mijn schat.</p>
+<p class="line">Spoedt zich mijn biechtvader eens naar mijn
+sterfbed,</p>
+<p class="line">Zullen mijn lippen &rsquo;t geheim nog bewaren.</p>
+<p class="line">Sluitend de deur, werp &rsquo;k den sleutel in
+d&rsquo;afgrond.</p>
+<p class="line">&rsquo;k Neem mijn geheim naar de eeuwigheid mee.</p>
+</div>
+<p class="first">De mandoline bleef doorspelen. Er klinkt iets van
+frissche lucht en zonneschijn in den klank der mandoline. Iets dat
+verkwikt en versterkt. Iets van de vertroostende zorgeloosheid der
+schoone natuur. <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111"
+name="pb111">111</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.9"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e2740" class="label">IX.</h3>
+<h3 class="main">De vlucht.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In dezen tijd bevond het kleine beeld van Aracoeli
+zich nog in Diamante.</p>
+<p>De Engelsche dame die het beeld bezat, was zoo verrukt over
+Diamante, dat zij het niet verlaten kon. Zij had voor haar rekening de
+geheele eerste verdieping van het hotel gehuurd, en die geheel voor
+zich ingericht. Zij kocht voor groote sommen alles wat ze maar kon
+krijgen aan oud aardewerk en oude munten. Zij kocht moza&iuml;ekwerk,
+altaarschilderijen en heiligenbeelden. Toen kreeg zij den inval, dat
+zij zich een verzameling wilde aanschaffen van alle heiligen der
+kerk.</p>
+<p>Zij hoorde spreken van Gaetano en zond hem een boodschap, dat hij
+bij haar in het hotel zou komen.</p>
+<p>Gaetano verzamelde in der haast alles wat hij in den laatsten tijd
+gesneden had en nam dat mee naar miss Tottenham. Zij was zeer tevreden
+over zijn kleine beelden en wilde ze alle koopen.</p>
+<p>Maar de vertrekken van de Engelsche dame waren gelijk de
+rommelkamers van een museum. Al het mogelijke werd daarin gevonden,
+maar alles was wanordelijk en slordig. Daar stonden halfvolle koffers,
+daar hingen mantels en hoeden, daar lagen schilderijen en gravures,
+daar waren reisboeken, theeserviezen en spiritustoestellen, daar werden
+hellebaarden, misboeken, mandolines en wapenschilden gevonden.</p>
+<p>Dat opende Gaetano de oogen. Hij bloosde plotseling, beet zich op de
+lippen, en begon zijn beelden in te pakken. <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span></p>
+<p>Hij had een beeld van het Christuskind gezien; het was het verworpen
+beeld, dat midden tusschen al die wanorde stond, met zijn kroon vol
+deuken op het hoofd en zijn koperen schoentjes aan de voeten. De verf
+was van zijn gezicht verdwenen, de ringen en sieraden, die hem
+bedekten, waren verroest, en zijn kleertjes waren geel van ouderdom.
+Toen Gaetano dit zag, wilde hij zijn beelden niet aan miss Tottenham
+verkoopen, maar stil heengaan.</p>
+<p>En toen zij hem vroeg wat hem deerde, voer hij tegen haar uit:</p>
+<p>&bdquo;Wist zij dat vele der zaken, die zij bezat, heilig waren?
+Wist zij of wist zij niet, dat dit het heilige Christuskind zelf was?
+En zij had het drie vingers van de eene hand laten verliezen en de
+steenen uit zijn kroon laten vallen, en het daar vuil, verroest en
+ontheiligd laten liggen. Indien zij zoo het beeld van Gods zoon
+behandelde, hoe zou ze dan niet alle andere verwaarloozen? Hij wilde
+haar geen heiligenbeelden verkoopen.&rdquo;</p>
+<p>Toen Gaetano op deze wijze tegen miss Tottenham uitvoer was ze
+verrukt, verrukt!</p>
+<p>Hier was het ware geloof en heilige toorn.</p>
+<p>Deze jonge man moest kunstenaar worden.</p>
+<p>Naar Engeland moest hij gaan. Zij wilde hem naar den grooten meester
+zenden, haar vriend, die de kunst trachtte te herscheppen; naar hem die
+den menschen wilde leeren schoon huisraad, schoone kerkinrichtingen te
+vervaardigen, en die een heele schoone wereld wilde scheppen.</p>
+<p>Zij regelde en schikte alles en Gaetano liet haar stil geworden,
+omdat hij nu liefst Diamante wilde verlaten.</p>
+<p>Hij zag dat hij het leven daar niet meer kon uithouden en hij
+geloofde dat het God was, die hem aan de verleiding onttrok.</p>
+<p>Hij verliet Diamante geheel onbemerkt. Donna Micaela wist nauwelijks
+iets van de geheele zaak, v&oacute;&oacute;rdat hij weg was. Hij had
+het niet gewaagd bij haar te komen om afscheid te nemen. <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.10"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e2780" class="label">X.</h3>
+<h3 class="main">De sirocco.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Hierna verliepen twee jaren volkomen stil. Het eenige,
+dat in Diamante en op geheel Sicili&euml; gebeurde, was dat de menschen
+al armer en armer werden.</p>
+<p>Toen brak de herfst aan, en het was de tijd, dat de wijn geoogst
+moest worden.</p>
+<p>In dien tijd plegen de lieflijke canzones van de lippen te stroomen;
+in dien tijd springen er nieuwe en schoone melodie&euml;n uit de
+mandoline.</p>
+<p>Dan pleegt de jeugd in scharen naar de wijngaarden te trekken, en er
+is arbeid en gelach den ganschen dag, dans en gejubel den geheelen
+nacht en men weet niet meer wat slaap is.</p>
+<p>Dan koepelt de blauwe luchtzee zich schooner dan ooit boven den
+berg. Dan tintelt de lucht van vroolijke invallen, dan vliegen
+fonkelende blikken als bliksemstralen door de lucht, dan ontvangt deze
+niet alleen warmte en licht van de zon, maar ook van de stralende
+gezichten der jonge vrouwen van den Etna.</p>
+<p>Maar in dezen herfst waren alle wijngaarden verwoest door de
+phylloxera. Geen druivenplukker drong zich tusschen de wijnranken, geen
+lange rij van vrouwen met volle manden op het hoofd kronkelde zich naar
+de wijnpers en &rsquo;s nachts werd er niet gedanst op de platte
+daken.</p>
+<p>In dezen herfst welfde zich geen klare, heldere Octoberlucht boven
+den Etna. En als om de natuur in overeenstemming te brengen met den
+nood<span class="corr" id="xd20e2798" title="Bron: .">,</span> kwam de
+beklemmende verstijvende <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>woestijnwind van Afrika, stof en
+nevel met zich voerend, en verdonkerde het gansche luchtruim. Nooit,
+zoo lang deze herfst duurde, voelde men een frisschen bergwind.
+Voortdurend blies de met ongeluk bezwangerde sirocco.</p>
+<p>Soms was die zoo droog en stoffig, en zoo verschroeiend heet, dat
+men de deuren en vensters sluiten en in huis moest blijven om niet te
+versmachten.</p>
+<p>Maar meestal was die lauw, vochtig en drukkend. En de menschen
+kenden geen rust, de zorg verliet hen dag noch nacht en de ellende
+stapelde zich boven hun hoofd, als de sneeuwlagen op de hooge
+bergen.</p>
+<p>En de onrust kwam ook tot donna Micaela, terwijl zij nog steeds zat
+bij haar ouden man, don Ferrante.</p>
+<p>Gedurende dezen herfst hoorde zij nooit een lach, nooit een lied. De
+menschen slopen elkaar voorbij, zoo vol toorn en vertwijfeling, dat zij
+bijkans schenen te bersten.</p>
+<p>En zij zeide tot zich zelf, dat zij zeker zonnen op een oproer. Zij
+begreep dat zij in opstand moesten komen.</p>
+<p>Wel zou het zeker niemand helpen, maar er bleef hun geen ander
+middel over.</p>
+<p>In het begin van den herfst had zij op haar balkon gezeten en de
+menschen op straat hooren spreken. Ze spraken altijd over den nood.</p>
+<p>&bdquo;De oogst van het graan en van den wijn is mislukt, er is
+gebrek aan zwavel en aan oranjeappels, al Sicili&euml;&rsquo;s geel
+goud is verongelukt. Waarvan moest men dan leven?&rdquo;</p>
+<p>En donna Micaela begreep dat dit vreeselijk was.</p>
+<p>Graan, wijn, oranjeappels en zwavel, al hun geel goud! Zij begon ook
+te begrijpen, dat de ellende grooter was dan de menschen konden dragen
+en zij was wanhopig, dat het leven zoo hard was.</p>
+<p>En zij vroeg zich af waarom de menschen gedwongen waren zulke
+bovenmatig hooge belastingen te betalen. Waarom moest er accijns op
+zout zijn, zoodat een arme vrouw geen recht had naar het strand te gaan
+om een emmer zout water te halen, maar het zout tegen hoogen prijs
+moest koopen in de winkels der regeering?</p>
+<p>En waarom moest er een belasting op de palmboomen zijn? Nu velden de
+boeren met toorn in het harte de oude boomen, wier kronen zoo lang
+boven het edele eiland gewuifd <span class="pagenum">[<a id="pb115"
+href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>hadden. En waarom moest er
+belasting op de vensters zijn? Wat wilde men toch daarmee? Was het de
+bedoeling, dat de arme menschen hun vensters weg zouden nemen en hun
+kamers zouden verlaten om in de kelders te gaan wonen?</p>
+<p>In de zwavelmijnen waren werkstakingen en woelingen uitgebroken en
+de regeering zond troepen om het volk te dwingen weer aan den arbeid te
+gaan. Donna Micaela vroeg zich af of de regeering niet wist, dat men in
+het geheel geen machines in de mijnen gebruikte. Had zij nooit gehoord,
+dat het kinderen waren, die het erts uit de diepe schachten
+sleepten?</p>
+<p>De regeering wist niet, dat deze kinderen slaven waren; zij kon
+immers niet weten, dat hun ouders hen verkocht hadden aan de patroons.
+Of indien de regeering dit wist, waarom hielp ze dan de
+mijneigenaars?</p>
+<p>Opeens hoorde zij spreken over een ontzettende menigte misdaden. En
+opnieuw begon zij te vragen:</p>
+<p>Waarom liet men de menschen zoo misdadig worden?</p>
+<p>En waarom liet men het volk tot zoo&rsquo;n groote armoede en
+ellende vervallen? Waarom moesten ze allen zoo ellendig zijn? Zij wist,
+dat degenen, die in Palermo of Catania woonden, zoo niet behoefden te
+vragen. Maar hij, die in Diamante woonde, hij kon niet nalaten te
+vreezen en te vragen. Waarom liet men de menschen zoo arm worden, dat
+zij stierven van den honger?</p>
+<p>De zomer was nauwelijks verstreken en men was nog maar in het einde
+van de maand October, toen donna Micaela den dag reeds voor zich zag,
+dat het oproer zou uitbreken. Ze zag de uitgehongerde menschen door de
+straten aanstormen. Zij zouden de winkels plunderen en ze zouden de
+huizen binnendringen der weinige rijken, die in de stad gevonden
+werden. Voor het zomerpaleis zou de wilde schare staan blijven, en
+langs de balkons en vensters naar binnen klimmen.</p>
+<p>&bdquo;Hier met de juweelen der oude Alagona&rsquo;s, hier met don
+Ferrante&rsquo;s millioenen!&rdquo;</p>
+<p>Het was immers hun droom, het zomerpaleis! Ze geloofden dat het zoo
+vol goud was als een sprookjesslot. Maar als zij niets vonden, zouden
+zij haar het mes op de keel zetten, om haar te dwingen de schatten uit
+te leveren, die <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116"
+name="pb116">116</a>]</span>zij nooit bezeten had, en zij zou vermoord
+worden door de roofgierige bende.</p>
+<p>Waarom konden de groote grondbezitters niet thuis blijven? Waarom
+moesten zij de armen verbitteren met het leiden van een weelderig leven
+in Rome of in Parijs?</p>
+<p>Men zou hen zoo niet haten, als zij op het eiland bleven. Dan zou
+men niet zulke dure en heilige eeden zweren, alle rijken te zullen
+dooden.</p>
+<p>Donna Micaela wenschte slechts dat zij kon vluchten naar
+&eacute;&eacute;n der groote steden. Maar zoowel haar vader als don
+Ferrante werd in dezen herfst ziek, en om hunnentwille was zij
+gedwongen te blijven, waar zij was. En zij wist, dat zij gedood zou
+worden als een zoenoffer voor de zonden der rijken tegenover de
+armen.</p>
+<p>Gedurende vele jaren hadden de ongelukken zich boven Sicili&euml;
+opeengehoopt en nu konden ze niet langer tegengehouden worden.</p>
+<p>Nu begon de Etna zelf te dreigen met een uitbarsting.</p>
+<p>De zwaveldamp gloeide &rsquo;s nachts vuurrood en het onderaardsche
+gerommel werd tot in Diamante gehoord.</p>
+<p>De wereld zou vergaan. Alles zou verwoest worden. Wist dan de
+regeering niets van de stemming van het volk? O, eindelijk, eindelijk
+had de regeering er kennis van gekregen, en een comit&eacute;
+samengesteld. Het was een groote troost, op een mooien dag de
+gevolmachtigden door de corso te zien komen aanrijden.</p>
+<p>Indien het volk slechts begrepen had dat zij het goed met hen
+meenden. Indien slechts de vrouwen niet in haar deuren hadden gestaan
+en de fijne heeren van het vasteland bespot hadden, en indien slechts
+de kinderen niet naast de wagens hadden geloopen en geroepen:
+&bdquo;Dief, dief!&rdquo; Alles wat men deed verhaastte slechts het
+oproer. En er was niemand die het volk leiden en kalmeeren kon. Er was
+geen enkele ambtenaar, dien men vertrouwde. Degenen, die zich slechts
+lieten omkoopen, waren nog de minst verachten. Maar men zei dat de
+meesten van hen leden van de mafia waren. Men zei, dat zij er slechts
+aan dachten zich geld en macht toe te eigenen. En naarmate de herfst
+verstreek, duidden meer en meer teekenen er op, dat er iets ontzettends
+dreigde. <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span></p>
+<p>In de couranten las men dat de arbeiders zich in de groote steden
+vereenigden en door de straten trokken. En men las ook hoe de leiders
+der socialisten door het land trokken en opruiende toespraken
+hielden,</p>
+<p>Opeens werd het donna Micaela duidelijk, wat de oorzaak was van alle
+onrust. Het waren de socialisten, die het oproer verwekten. Het was hun
+vurige taal, die de gemoederen in beweging bracht. Hoe kon men hen dat
+laten doen? Wie was dan koning van Sicili&euml;? Heette hij Da Felice
+of Umberto?</p>
+<p>Toen greep ontzetting haar aan.</p>
+<p>Het was alsof men alleen tegen haar samenspande. En hoe meer zij
+over de socialisten hoorde spreken, des te meer vreesde zij hen.</p>
+<p>Giannita trachtte haar gerust te stellen.</p>
+<p>&bdquo;Wij hebben geen socialisten in Diamante,&rdquo; zei zij.
+&bdquo;In Diamante denkt men er niet aan om oproer te maken.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Micaela vroeg haar of zij niet wist wat het beteekende,
+dat de oude spinsters in donkere hoeken zaten en geschiedenissen
+verhaalden van de groote rooverhelden en den beruchten visscher
+Giuseppe Alesi, dien men de Massaniello van Sicili&euml; noemde?</p>
+<p>Indien de socialisten slechts de menschen tot oproer konden
+overhalen, zou ook Diamante wel meedoen.</p>
+<p>Geheel Diamante wist reeds, dat iets ontzettends dreigde. Men had
+den grooten zwarten monnik zien spoken op het terras van het palazzo
+Geraci.</p>
+<p>Men hoorde de uilen den ganschen nacht schreeuwen, en sommigen
+beweerden, dat de hanen kraaiden bij zonsondergang en zwegen bij het
+<span class="corr" id="xd20e2888" title="Bron: uchtendgekriek">ochtendgekriek</span>.</p>
+<p>Op een dag in November, was Diamante plotseling vol woeste
+menschen.</p>
+<p>Het waren mannen met roofdiergezichten, ruige baarden, en groote
+handen aan ontzettend lange armen. Verscheidenen van hen droegen wijde,
+fladderende linnen mantels en men meende beruchte bandieten en onlangs
+ontslagen galeiboeven in hen te herkennen.</p>
+<p>Giannita vertelde dat al deze woeste menschen in de bergen woonden,
+en nu over den Simeto waren getrokken, omdat het gerucht verspreid was,
+dat het oproer in Diamante <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>reeds uitgebroken was. Maar toen
+alles rustig was en de kazernes vol karabiniers waren, trokken zij weer
+weg.</p>
+<p>Donna Micaela dacht nu voortdurend aan deze menschen en ze was
+overtuigd dat zij haar moordenaars zouden worden. Zij zag hen voor zich
+in hun fladderende linnen mantels en met hun roofdiergezichten. Zij
+wist dat zij in hun berggrotten op de loer lagen, en op den dag
+wachtten, dat zij schoten en oproerkreten in Diamante hoorden. Dan
+zouden zij zich met moord en brand op de stad werpen en zich aan de
+spits stellen van het gansche uitgehongerde volk, generaals en
+aanvoerders der verwoesting gelijk.</p>
+<p>Donna Micaela moest gedurende dezen geheelen herfst zoowel haar
+vader als don Ferrante verplegen, die beiden maand na maand ziek lagen.
+Men had haar verzekerd, dat er volstrekt geen gevaar voor hun leven
+bestond. Zij was zeer blijde don Ferrante in het leven te mogen
+behouden, want het was haar eenige hoop, dat de menschen hem ten slotte
+zouden sparen, omdat hij uit een oud geslacht was, dat hoog in aanzien
+stond.</p>
+<p>Terwijl zij daar bij het ziekbed zat, ging haar verlangen dikwijls
+naar Gaetano en ontelbaar waren de keeren dat zij wenschte dat hij
+thuis was. Zij zou angst noch doodsvrees gevoelen, indien hij slechts
+in zijn werkplaats stond. Dan zou er slechts vrede en veiligheid in
+haar ziel heerschen.</p>
+<p>Zelfs nu hij zoo ver weg vertoefde, was hij degene, bij wien zij in
+gedachten hulp zocht, toen de ontzetting haar tot waanzin dreef.</p>
+<p>Toch had zij geen enkelen brief van hem ontvangen, in al dien tijd
+dat hij weg was; zoodat zij dikwijls geloofde, dat hij haar geheel
+vergeten had. Op andere tijden wist ze evenwel zeker, dat hij haar
+liefhad, want dan voelde zij zich zoo onweerstaanbaar gedrongen aan hem
+te denken, dat zij begreep, dat hij haar in gedachten nabij was en haar
+riep.</p>
+<p>In dezen herfst kreeg zij eindelijk een brief van Gaetano. Ach, welk
+een brief! Donna Micaela&rsquo;s eerste gedachte was hem te
+verbranden.</p>
+<p>Ze was naar het terras op het dak gegaan, om alleen te zijn, terwijl
+zij den brief las. Hier had ze ook eens Gaetano&rsquo;s <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>liefdesverklaring gehoord. En die had haar
+volstrekt niet ontroerd. Die had haar geschokt, noch verschrikt. Maar
+deze brief was iets geheel anders. Hij smeekte haar bij hem te komen,
+de zijne te worden, hem haar leven te geven.</p>
+<p>Toen zij dit las, schrikte zij van zich zelf. Zij voelde hoe zij had
+willen uitroepen: &bdquo;ik kom&rdquo; en weg had willen vliegen. Zij
+voelde zich tot hem getrokken, meegesleept.</p>
+<p>&bdquo;Laat ons gelukkig zijn!&rdquo; schreef hij. &bdquo;Wij
+verspillen den tijd, de jaren gaan voorbij. Laat ons gelukkig
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>Hij beschreef haar hoe zij zouden leven. Hij vertelde haar van
+andere vrouwen, die de stem der liefde gehoorzaamd hadden en gelukkig
+waren geworden. Hij schreef even verlokkend als overtuigend.</p>
+<p>Het was niet juist de inhoud, maar de liefde, die in den brief
+brandde en gloeide en die haar vervoerde. Die steeg op uit het papier
+gelijk bedwelmende wierook en zij voelde hoe die haar doordrong. Vurig
+verlangen was het, dat uit elk woord sprak.</p>
+<p>Nu was zij niet meer een heilige voor hem, zooals zij vroeger was
+geweest. Deze brief kwam overweldigend onverwacht na een paar jaar van
+zwijgen, en zij was ontsteld dat deze haar zoo verrukte.</p>
+<p>Z&oacute;&oacute; had zij zich de liefde nooit gedacht. Zou die haar
+ook in dezen nieuwen vorm behagen? En met angst ontdekte zij dat die
+haar ook zoo behaagde.</p>
+<p>Toen strafte zij hem zoowel als zich zelf door een zeer streng
+antwoord te schrijven. Dat was moraal, moraal, niets anders dan moraal.
+Zij was trotsch dat zij zoo geschreven had. Zij ontkende niet dat zij
+hem liefhad, maar misschien zou Gaetano haar liefdeswoorden niet kunnen
+vinden, zoo verborgen waren ze onder verwijten. Het was ook beter, dat
+hij ze niet vond.</p>
+<p>Hij schreef haar geen brieven meer. Maar nu kon donna Micaela nooit
+meer aan Gaetano denken als steun en beschermer. Nu was hij
+gevaarlijker dan de mannen uit de bergen.</p>
+<p>En iederen dag bracht Diamante een onheilspellender bericht. Nu
+begon iedereen zich wapens aan te schaffen. En hoewel het verboden was
+die te bezitten, droegen toch alle menschen die in &rsquo;t geheim.
+<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span></p>
+<p>Alle vreemdelingen verlieten het eiland, maar in hun plaats werd er
+van Itali&euml; het &eacute;&eacute;ne duizendtal soldaten na het
+andere gezonden.</p>
+<p>De socialisten hielden voortdurend redevoeringen.</p>
+<p>Waren zij dan bezeten door een boozen geest, dat zij niet tevreden
+waren, v&oacute;&oacute;rdat zij het ongeluk opgeroepen hadden!</p>
+<p>Eindelijk hadden de oproerlingen den dag bepaald dat de storm zou
+losbreken. Geheel Sicili&euml;, geheel Itali&euml; zou in opstand
+komen. Het was nu niet meer een holle bedreiging maar
+werkelijkheid.</p>
+<p>Toen kwamen er al meer en meer troepen van het vasteland. En de
+meesten waren Napolitanen, die in eeuwige veete met de Sicilianen
+leven.</p>
+<p>Het eiland werd in staat van beleg verklaard.</p>
+<p>Er zouden geen gerechtshoven meer zijn, slechts de krijgsraad. En
+het volk vertelde dat de soldaten verlof hadden te plunderen en te
+moorden naar hartelust.</p>
+<p>Niemand wist wat er gebeuren zou. De boeren wierpen verschansingen
+op in de bergen. In Diamante stonden mannen in groote groepen bijeen op
+de markt, stonden daar dag aan dag zonder aan den arbeid te gaan. Deze
+groepen mannen, die gekleed waren in donkere mantels met slappe hoeden,
+zagen er onheilspellend uit.</p>
+<p>Zij droomden zeker allen van het oogenblik, dat zij het zomerpaleis
+zouden plunderen.</p>
+<p>Hoe meer men den dag naderde, dat het oproer zou uitbreken, hoe
+zieker don Ferrante werd. En donna Micaela begon voor zijn leven te
+vreezen.</p>
+<p>Het scheen haar een teeken, dat zij voorbeschikt was tot ondergang,
+nu zij ook don Ferrante moest verliezen.</p>
+<p>Wie zou haar ontzien, als hij niet meer leefde?</p>
+<p>Zij waakte bij hem. Zij en alle vrouwen der wijk zaten in stil gebed
+bij zijn legerstede.</p>
+<p>Maar op een morgen, tegen zes uur, stierf don Ferrante. En donna
+Micaela betreurde hem, omdat hij haar eenige beschermer was en de
+eenige, die haar van den ondergang had kunnen redden, en zij wilde den
+doode alle eer bewijzen, die nog gebruikelijk is op Sicili&euml;. Zij
+liet de sterfkamer met zwart doek bekleeden en sloot alle luiken, opdat
+het blijde zonlicht niet in het vertrek zou dringen. <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span></p>
+<p>Zij liet ook het vuur dooven in den haard en zond om een blinden
+zanger, opdat hij elken dag in het paleis zou komen om klaagliederen te
+zingen. Zij liet het aan Giannita over cavaliere Palmeri te verplegen,
+opdat zij zelf stil in de sterfkamer zou kunnen zitten tusschen de
+treurende vrouwen.</p>
+<p>Het liep tegen den avond van den sterfdag, men had alle
+beschikkingen gemaakt en wachtte nu slechts op de witte broeders, die
+het lijk zouden wegvoeren.</p>
+<p>In de sterfkamer was het doodstil. Al de vrouwen van de wijk zaten
+daar onbeweeglijk met betraande gezichten. Donna Micaela was bleek in
+haar grooten angst en staarde onafgebroken naar het lijkkleed, dat over
+den doode gespreid was.</p>
+<p>Het was een baarkleed, dat aan het geslacht der Alagona&rsquo;s
+behoorde, een reusachtig groot familiewapen prijkte in het midden en
+het was afgezet met zilveren franje en dikke kwasten. Dit kleed was
+nooit gespreid over iemand anders dan over een Alagona. Het scheen daar
+te liggen, opdat donna Micaela geen oogenblik zou vergeten, dat haar
+laatste steun van haar was genomen en zij nu eenzaam en zonder
+bescherming stond tusschen het verwoede volk.</p>
+<p>Nu kwam iemand binnen om te melden, dat de oude Assunta was gekomen.
+De oude Assunta, wat wenschte de oude Assunta?</p>
+<p>&bdquo;Assunta was een lofspreekster, ze placht over de dooden te
+spreken.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela liet Assunta in de kamer komen. Ze was zooals zij op
+de domtrap zat te bedelen, met dezelfde gelapte kleeding, denzelfden
+verschoten hoofddoek en dezelfde oude kruk.</p>
+<p>Klein en met gebogen rug hinkte zij naar de kist. Zij had een
+verschrompeld gelaat, een ingevallen mond en doffe oogen. Donna Micaela
+zei tot zichzelf dat de hulpeloosheid en de onmacht nu haar kamer
+binnentraden.</p>
+<p>De oude verhief haar stem en begon te spreken uit naam der
+echtgenoote.</p>
+<p>&bdquo;Mijn heer is dood, en ik ben eenzaam. Hij die mij verhief aan
+zijn zijde, is niet meer. Hoe vreemd is het, dat mijn huis zijn meester
+verloren heeft!&mdash;Waarom zijn de luiken voor uw vensters gesloten?
+vragen de voorbijgangers.<span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>&mdash;Ik antwoord: ik kan het
+licht niet verdragen, daarvoor is mijn smart te groot, mijn smart is
+drievoudig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe, zijn er zoo velen van uw geslacht door de witte broeders
+weggedragen?</p>
+<p>&bdquo;Neen, niemand van mijn geslacht is dood, maar ik heb mijn man
+verloren, mijn man, mijn man!&rdquo;</p>
+<p>De oude Assunta behoefde niet meer te zeggen. Donna Micaela barstte
+in klachten uit. Het gansche vertrek was vervuld van het geweeklaag der
+jammerende vrouwen.</p>
+<p>Want er bestaat geen smart zoo groot als het verlies van een
+echtgenoot. Zij, die weduwe waren, dachten aan hetgeen zij verloren
+hadden en zij die het nog niet waren, dachten aan den tijd, dat zij
+niet meer op straat zouden gaan, omdat geen man haar vergezelde, en ze
+tot eenzaamheid, armoede en vergetelheid gedoemd zouden zijn, en dat
+zij niets zouden beteekenen, niets zouden zijn, dat zij behooren zouden
+tot de verworpelingen dezer aarde, omdat zij geen man meer hadden,
+omdat niemand haar meer het recht tot leven gaf.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het was in het eind van December, de dagen tusschen Kerstfeest en
+Nieuwjaar.</p>
+<p>Er bestond nog steeds hetzelfde gevaar voor oproer en nog steeds
+hoorde men dezelfde beangstigende berichten. Er werd verteld dat Falco
+Falcone een groote rooversbende in de steengroeve verzameld had en dat
+hij slechts wachtte op den dag, die bepaald was voor het oproer, om
+Diamante binnen te stormen en te plunderen.</p>
+<p>Er werd ook verteld, dat de menschen in verscheidene kleine
+bergsteden opgestaan waren, de tolkantoren bij de stadspoorten in brand
+hadden gestoken en de tolkommiezen weggejaagd hadden.</p>
+<p>Men wist ook te vertellen, dat de troepen van stad tot stad trokken
+en allen arresteerden, die slechts verdacht werden, en de menschen bij
+honderden tegelijk doodschoten.</p>
+<p>Elk zei dat men zich wapenen moest voor den strijd. Men kon zich
+toch niet door deze Italianen laten vermoorden zonder zich te
+verzetten.</p>
+<p>Gedurende dezen tijd zat donna Micaela gevangen bij <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>haar
+vaders ziekbed evenals zij vroeger bij don Ferrante gezeten had. Zij
+kon Diamante niet ontvluchten en de angst groeide en groeide in haar
+zoodat zij niets anders was dan trillende vrees.</p>
+<p>Het laatste en het vreeselijkste van alle onheilsberichten betrof
+Gaetano; ongeveer een week na don Ferrante&rsquo;s dood was Gaetano
+thuis gekomen.</p>
+<p>En dit had haar volstrekt niet beangstigd, maar integendeel
+verheugd. Zij had gejubeld eindelijk iemand in haar nabijheid te
+hebben, die haar beschermen kon.</p>
+<p>Terzelfder tijd besloot zij, dat zij Gaetano niet zou ontvangen
+indien hij bij haar kwam. Zij voelde dat zij den doode nog toebehoorde.
+Zij wilde liefst Gaetano niet zien v&oacute;&oacute;rdat een jaar
+verstreken was.</p>
+<p>Maar toen Gaetano acht dagen thuis was zonder dat hij naar het
+zomerpaleis kwam, vroeg zij Giannita naar hem.</p>
+<p>&bdquo;Waar is Gaetano, is hij misschien reeds weer vertrokken daar
+niemand over hem spreekt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, Micaela,&rdquo; antwoordde Giannita, &bdquo;hoe minder
+men spreekt over Gaetano, hoe beter het is voor hem.&rdquo;</p>
+<p>Zij vertelde donna Micaela nu, gelijk zij een groote schande zou
+verhalen, dat Gaetano socialist was geworden.</p>
+<p>&bdquo;Hij is daarginds in Engeland geheel veranderd,&rdquo; zei
+zij. &bdquo;Hij gelooft niet meer aan God of aan de heiligen. Hij kust
+den pastoor niet meer de hand, wanneer hij hem ontmoet. Hij zegt tot
+alle menschen, dat zij geen tol meer moeten geven bij de stadspoort.
+Hij spoort de boeren aan hun pacht niet meer te betalen. Hij heeft
+wapens meegebracht en hij is slechts thuis gekomen om oproer te
+verwekken en de bandieten te helpen.&rdquo;</p>
+<p>Zij behoefde niets meer te zeggen, opdat donna Micaela aangegrepen
+zou worden door een grooter ontzetting dan zij nog ooit gevoeld
+had.</p>
+<p>Dit was het dus, dat de onheilspellende herfstdagen geprofeteerd
+hadden. Juist hij moest het zijn, die den bliksem uit de wolken
+slingerde. Dat zij dit niet reeds lang geleden vermoed had!</p>
+<p>Dit was de straf en wraak. Juist hij moest het zijn die het ongeluk
+opriep. <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span></p>
+<p>De laatste dagen was zij kalmer geweest. Zij had gehoord, dat alle
+socialisten op het gansche eiland gevangen waren genomen. En al de
+kleine oproervuren, die in de bergsteden ontstoken waren, werden
+uitgedoofd. Het had bijna geschenen, dat het oproer op niets zou
+uitloopen.</p>
+<p>Maar nu was de laatste Alagona gekomen en hem zou het volk volgen.
+Er zou beweging komen in de zwarte groepen op de markt. De mannen in de
+linnen mantels zouden over den Simeto trekken. Falco Falcone&rsquo;s
+rooverbende zou uit de steengroeve te voorschijn komen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden avond sprak Gaetano op de markt. Hij had bij de
+marktbron gezeten en gezien hoe de menschen kwamen om water te halen.
+Twee jaar had hij de vreugde moeten ontberen, te zien hoe de slanke
+meisjes de zware waterkruiken op haar hoofd hieven en hoe zij met
+vaste, statige schreden haar weg vervolgden.</p>
+<p>Maar het waren niet alleen jonge meisjes die bij de bron kwamen,
+maar menschen van elken leeftijd. En toen hij nu zag hoe arm en
+ongelukkig de meesten waren, begon hij met hen over de toekomst te
+spreken.</p>
+<p>Hij beloofde hun dat er spoedig betere tijden zouden aanbreken. Hij
+zei tot de oude Assunta, dat zij voortaan haar dagelijksch brood zou
+hebben, zonder dat zij eenig mensch om een aalmoes zou behoeven te
+vragen. En toen zij zeide, dat zij niet begreep, hoe dat moest
+geschieden, vroeg hij haar bijna toornig, of zij dan niet wist, dat de
+tijd nu gekomen was, dat geen oud mensch of jong kind meer zonder steun
+en beschutting zou zijn.</p>
+<p>Hij wees op den ouden stoelenmatter, die even arm als de oude
+Assunta en daarenboven nog zeer ziek was, en hij vroeg of zij geloofde,
+dat men het nog langer zou dulden, dat er geen ziekenhuis of armenzorg
+was. Kon zij niet begrijpen, dat er in de toekomst voor de ouden en
+zieken gezorgd zou worden?</p>
+<p>Hij zag ook eenige kinderen, van wie hij wist, dat zij voornamelijk
+leefden van planten en wortelen, die zij aan de oevers der rivier en
+aan den weg verzamelden, en hij beloofde dat <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>voortaan niemand meer honger zou behoeven te
+lijden. Hij legde de hand op het hoofd der kinderen en verzekerde zoo
+trotsch als ware hij de vorst van Diamante, dat zij nooit meer brood
+zouden derven.</p>
+<p>Zij wisten niets in Diamante, zei hij; zij waren onwetend en wisten
+niet, dat een nieuwe gezegende tijd aangebroken was. Zij geloofden, dat
+deze ellende steeds zou blijven voortduren. Terwijl hij zoo de armen
+troostte, hadden al meer en meer menschen zich om hem verzameld. Hij
+sprong plotseling op den rand der bron en begon te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Hoe konden zij zoo onnoozel zijn,&rdquo; zei hij, &bdquo;om
+te gelooven, dat er geen betere tijd zou komen? Zouden de menschen, die
+de heele aarde bezaten, het dulden dat de ouden verhongerden en de
+kinderen tot ellendelingen en misdadigers opgroeiden?</p>
+<p>&bdquo;Wisten ze dan niet, dat er schatten verborgen waren in den
+berg en in de zee en in den grond? Hadden zij nooit gehoord, dat de
+aarde rijk was? Geloofden ze, dat ze haar kinderen niet voeden kon?</p>
+<p>&bdquo;Ze moesten niet tot elkaar zeggen, dat het onmogelijk was de
+zaken anders te regelen. Zij moesten niet denken, dat er steeds rijken
+en armen moesten zijn.</p>
+<p>&bdquo;Ach, zij wisten niets. Zij kenden hun moederaarde niet.
+Geloofden zij, dat zij een van hen haatte? Hadden zij dan op het veld
+gelegen en de aarde hooren spreken? Hadden zij gezien hoe de aarde
+wetten voorschreef? Hadden zij gehoord, hoe zij een vonnis velde? Had
+de aarde dan bevolen, dat sommigen honger zouden lijden, terwijl
+anderen aan een overdadig leven zouden sterven? Waarom richtten zij
+zich niet op om te luisteren naar de nieuwe leer, die over de wereld
+ging? Verlangden zij het niet beter te hebben? Zij gingen dus gaarne
+gekleed in lompen? Ze waren dus tevreden met planten en wortelen tot
+voedsel? Wilden ze dan geen dak boven het hoofd hebben?&rdquo;</p>
+<p>En hij zeide hun, dat het er niets toe deed, niets, in het geheel
+niets, of zij weigerden te gelooven aan den nieuwen tijd, die in
+aantocht was. Die zou in ieder geval toch komen.</p>
+<p>Ze behoefden immers ook niet &rsquo;s morgens de zon uit de zee op
+te heffen. De nieuwe tijd zou tot hen komen, gelijk de zon kwam, maar
+waarom wilden zij haar niet tegemoet <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>gaan? Waarom sloten
+zij zich op en vreesden het nieuwe licht?</p>
+<p>Hij sprak lang op deze wijze en steeds verzamelden zich meer
+menschen om hem heen.</p>
+<p>Maar hoe langer hij sprak, hoe schooner zijn taal werd, en hoe
+helderder zijn stem.</p>
+<p>Er kwam gloed in zijn fonkelende oogen en het arme volk, dat naar
+hem opzag, vond hem schoon als een jongen vorst.</p>
+<p>Hij was als een der oude, machtige heeren van zijn stam, die het
+vermogen bezeten hadden geluk en goud te schenken aan alle menschen in
+hun rijk.</p>
+<p>Zij geloofden hem toen hij zei, dat hij hun geluk kon geven. Ze
+waren reeds gelukkig en blijde, omdat hun jonge heer hen liefhad.</p>
+<p>Toen hij ophield met spreken, begonnen zij te jubelen en riepen dat
+zij hem wilden volgen, en doen wat hij hun beval. In een oogenblik was
+hij hun heer geworden. Hij was zoo schoon en zoo heerlijk dat zij hem
+niet konden weerstaan. En zijn geloof was zoo overtuigend, dat het
+vervoerde en meesleepte.</p>
+<p>Dien nacht was er niet &eacute;&eacute;n arm mensch in Diamante, die
+niet geloofde, dat Gaetano hem onbezorgde en gelukkige dagen zou
+schenken. Dien nacht zegenden allen hem, allen, die in schuren en
+hutten woonden. Dien nacht begaven de hongerigen zich ter ruste in de
+vaste overtuiging, dat ze den volgenden dag bij hun ontwaken een tafel
+volgeladen met allerlei gerechten voor hun bed zouden vinden.</p>
+<p>Want toen Gaetano sprak, was zijn macht zoo groot dat hij den
+grijsaard kon overtuigen dat hij jong, en den verkleumde, dat hij warm
+was. Men voelde dat hetgeen Gaetano beloofde, moest komen.</p>
+<p>Hij was de vorst van den nieuwen tijd. Zijn handen waren zoo mild,
+wonderen en zegeningen zouden neerdalen op Diamante, nu hij weer terug
+was gekomen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden dag toen de zon onderging, kwam Giannita in de
+ziekenkamer en fluisterde: <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Er is oproer in Paterno, sedert verscheidene uren zijn ze
+daar aan het schieten, men kan het hier hooren. Er is reeds naar
+Catania gezonden om troepen. En Gaetano zegt, dat het oproer hedenavond
+hier zal uitbreken. Hij zegt, dat het tegelijkertijd in al de
+Etnasteden zal uitbreken.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela beduidde Giannita, dat zij bij cavaliere Palmeri zou
+blijven, zelf ging zij over de straat naar donna Elisa&rsquo;s
+winkel.</p>
+<p>Donna Elisa zat achter haar toonbank voor haar borduurraam, maar zij
+werkte niet. De tranen druppelden haar zwaar en onophoudelijk langs de
+wangen zoodat zij moest ophouden met borduren.</p>
+<p>&bdquo;Waar is Gaetano?&rdquo; zei donna Micaela zonder omwegen.
+&bdquo;Ik moet hem spreken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;God schenke je kracht om met hem te spreken,&rdquo;
+antwoordde donna Elisa. &bdquo;Hij is in den tuin.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela ging over den binnenhof naar den door hooge muren
+omgeven tuin.</p>
+<p>In den tuin waren vele kleine paadjes, die zich van terras tot
+terras slingerden<span class="corr" id="xd20e3111" title="Niet in bron">.</span> Er waren ook vele pri&euml;elen, grotten en
+rustbanken. En de tuin was zoo dicht begroeid met stijve agaven, dichte
+dwergpalmen en stijfbladige ficussen en rhododendrons dat men geen twee
+schreden voor zich uit kon zien.</p>
+<p>Donna Micaela liep langen tijd door deze ontelbare kronkelpaadjes,
+v&oacute;&oacute;rdat zij Gaetano kon vinden. En hoe langer zij zocht,
+hoe ongeduldiger zij werd. Eindelijk vond zij hem heel achter in den
+tuin. Hij bevond zich op het laagste terras, dat uitgebouwd was op
+&eacute;&eacute;n der bastions van de stadsmuren. Daar zat Gaetano kalm
+met hamer en beitel aan een beeld te werken. Toen hij donna Micaela
+zag, liep hij haar met uitgestrekte handen tegemoet.</p>
+<p>Zij gaf zich nauwelijks tijd hem te groeten.</p>
+<p>&bdquo;Is het waar,&rdquo; zei zij, &bdquo;dat gij gekomen zijt om
+ons in het verderf te storten?&rdquo;</p>
+<p>Hij begon te lachen.</p>
+<p>&bdquo;De sindaco is hier geweest,&rdquo; zei hij, &bdquo;en de
+pastoor is hier geweest. Komt gij nu ook nog hier?&rdquo;</p>
+<p>Het griefde haar, dat hij lachte en dat hij sprak van den sindaco en
+den pastoor. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p>
+<p>Het was toch zeker iets anders en van meer beteekenis, dat zij
+kwam<span class="corr" id="xd20e3130" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>&bdquo;Wilt gij mij zeggen,&rdquo; vroeg zij scherp, &bdquo;of het
+waar is, dat wij hier vanavond oproer krijgen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, neen,&rdquo; antwoordde hij, &bdquo;hier komt geen
+oproer.&rdquo;</p>
+<p>En hij zei dat op zulk een moedeloozen toon, dat het haar bijna
+bedroefde om zijnentwille.</p>
+<p>&bdquo;Ge doet donna Elisa heel veel verdriet,&rdquo; barstte zij
+los.</p>
+<p>&bdquo;En u ook, niet waar?&rdquo; zei hij met lichten spot.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben de verloren zoon, ik ben Judas. Ik ben de strafengel
+die u allen drijft uit dit paradijs, waar men gras eet.&rdquo;</p>
+<p>Zij antwoordde:</p>
+<p>&bdquo;Misschien verkiezen wij onzen toestand boven den
+gewelddadigen dood.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, het is beter te verhongeren. Daaraan is men immers
+gewoon.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is ook niet zoo aangenaam door bandieten vermoord te
+worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar wat ter wereld wil men met bandieten, als men zich niet
+door hen wil laten vermoorden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik weet wel,&rdquo; zei zij steeds heftiger, &bdquo;dat
+gij wilt dat alle rijken gedood zullen worden.&rdquo;</p>
+<p>Hij antwoordde haar niet dadelijk, maar beet zich op de lippen om
+zich niet te overijlen.</p>
+<p>&bdquo;Laat mij eens met u spreken, donna Micaela,&rdquo; zei hij
+ten slotte. &bdquo;Laat mij het u eens verklaren.&rdquo;</p>
+<p>En hij trok zijn gelaat in een plooi van geduld, en verklaarde haar
+het socialisme, zoo duidelijk en eenvoudig, dat een kind het had kunnen
+begrijpen.</p>
+<p>Doch het was er verre van, dat zij hem kon volgen. Misschien had zij
+het wel gekund, maar zij wilde niet. Zij wilde juist nu niet hooren
+spreken over het socialisme.</p>
+<p>&rsquo;t Was haar zoo vreemd geweest, toen zij hem nu weer zag. De
+grond was begonnen te trillen onder haar voeten en een heerlijk en
+gelukzalig gevoel had haar doorstroomd en haar geheel vervuld.</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, daar is hij dien ik lief heb,&rdquo; zei zij tot
+zich zelf. &bdquo;Hij is het werkelijk.&rdquo;</p>
+<p>Voordat zij hem gezien had, wist zij heel goed wat zij <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>tot
+hem zou zeggen. Zij zou hem teruggebracht hebben tot het geloof zijner
+jeugd.</p>
+<p>Zij zou hem bewezen hebben, dat deze nieuwe leer afschuwelijk en
+gevaarlijk was. Maar toen kwam de liefde en die maakte haar dom en
+verward.</p>
+<p>Zij kon hem niets antwoorden. Zij was slechts verbaasd, dat hij zoo
+spreken kon.</p>
+<p>En zij vond hem nog veel schooner dan vroeger. Nooit tevoren was zij
+zoo verward geweest, als zij hem zag. Nooit had hij zulk een indruk op
+haar gemaakt. Of kwam het, omdat hij nu een vrije sterke man was
+geworden? Zij werd bang, toen zij voelde hoeveel macht hij over haar
+had.</p>
+<p>Zij waagde het niet hem tegen te spreken. Zij durfde niet eens
+spreken om niet in tranen uit te barsten. En indien zij gewaagd had te
+spreken, dan zou zij wel niet over politiek gesproken hebben.</p>
+<p>Zij zou hem verteld hebben, wat zij gedacht had op den dag, dat de
+klokken luidden. Of zij zou hem gesmeekt hebben zijn hand te mogen
+kussen. Zij zou hem hebben willen zeggen hoe zij van hem gedroomd had.
+Zij zou hem gezegd hebben, dat indien zij hem niet had bezeten om van
+te droomen, zij het leven niet uitgehouden had.</p>
+<p>Zij zou hem verzocht hebben zijn hand te mogen kussen uit
+dankbaarheid, omdat hij haar het leven geschonken had in al deze
+jaren<span class="corr" id="xd20e3187" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>Indien er geen oproer zou komen, waarom sprak hij dan over
+socialisme? Wat ging het socialisme hun aan, die rustig zaten in donna
+Elisa&rsquo;s ouden tuin? Zij keek door een kronkelend tuinpad. Luca
+had houten bogen aan beide zijden geplaatst en langs deze slingerden
+zich nu guirlandes van lichte rozen, vol kleine knoppen en geurende
+bloemen. Men was altijd verwonderd, waar men zou komen als men door dit
+pad ging. En men kwam bij een kleinen, verweerden amor. De oude Luca
+verstond die zaken beter dan Gaetano. Terwijl zij daar zoo zaten, ging
+de zon onder en de Etna kleurde zich rozerood. Het was alsof de Etna
+bloosde van toorn over hetgeen in donna Elisa&rsquo;s tuin geschiedde.
+Het was gewoonlijk bij zonsondergang, wanneer de Etna stralend rood
+was, dat zij aan Gaetano had gedacht.</p>
+<p>Het was alsof zij beiden op hem gewacht hadden. En <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span>zij
+beiden hadden gedroomd hoe het zou zijn als Gaetano terugkwam. Zij had
+slechts gevreesd dat hij al te vurig en te onstuimig zou zijn. En nu
+sprak hij slechts over deze afschuwelijke socialisten, die zij haatte
+en vreesde.</p>
+<p>Hij sprak zeer lang. Zij zag hoe de Etna verbleekte en bronsachtig
+bruin werd en toen kwam de duisternis. Zij wist dat de maan zou
+schijnen. En zij zat onbeweeglijk stil en hoopte op de maneschijn. Zelf
+kon zij niets meer doen. Zij was volkomen in zijn macht. Maar toen de
+maneschijn kwam, hielp die haar ook niet. Gaetano bleef slechts
+doorspreken over kapitalisten en arbeiders.</p>
+<p>Toen meende ze dat er slechts &eacute;&eacute;n verklaring voor te
+vinden was. Hij had haar niet meer lief.</p>
+<p>Plotseling viel haar iets in. Het was acht dagen geleden, dezelfde
+dag, dat Gaetano thuis kwam. Toen was zij in Giannita&rsquo;s kamer
+gekomen, maar zij had zoo zacht geloopen, dat Giannita haar niet had
+gehoord.</p>
+<p>Zij had Giannita toen als in vervoering met uitgestrekte armen en
+naar boven gewend gelaat zien staan. En in haar handen hield zij een
+portret. Nu eens bracht zij het aan haar lippen en kuste het, dan weer
+hief zij het boven haar hoofd om er in verrukking naar op te zien.</p>
+<p>&rsquo;t Was een portret van Gaetano geweest.</p>
+<p>Toen donna Micaela dit had gezien, had zij zich zacht
+teruggetrokken, gelijk zij gekomen was. En zij had slechts gedacht, dat
+het jammer was voor Giannita, dat zij Gaetano liefhad. Maar nu Gaetano
+slechts sprak over het socialisme, moest zij daaraan denken.</p>
+<p>Nu begon zij te gelooven, dat Gaetano ook Giannita liefhad. Zij
+herinnerde zich, dat zij vrienden der jeugd waren. Misschien had hij
+haar reeds lang liefgehad, misschien was hij teruggekomen om met haar
+te trouwen.</p>
+<p>Donna Micaela kon niets zeggen, zij had geen recht zich te beklagen.
+Het was nauwlijks een maand geleden sedert zij Gaetano geschreven had,
+dat het niet goed was dat hij haar liefhad.</p>
+<p>Hij boog zich nu tot haar over, keek haar in de oogen, en dwong haar
+eindelijk te luisteren, naar wat hij zei.</p>
+<p>&bdquo;Ge zult begrijpen, donna Micaela, ge moet het begrijpen. Wat
+wij hier in het Zuiden noodig hebben, is een wedergeboorte,
+<span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span>een herschepping, zooals het Christendom was in
+zijn tijd. Naar boven de slaven, naar beneden de heeren! Een ploeg, die
+nieuwe aardlagen opwerpt! Wij moeten in nieuwe aarde zaaien, de oude
+grond is uitgeput. De oude aardlaag draagt slechts zwakke, ellendige
+planten. Laat de grondaarde voor den dag komen en ge zult iets geheel
+anders zien!</p>
+<p>&bdquo;Zie, donna Micaela, hoe komt het dat het socialisme nog
+leeft, dat het niet vernietigd is? Omdat het met een nieuwe leuze
+gekomen is. &bdquo;Denk aan de aarde&rdquo;, zegt het, evenals het
+Christendom met de leuze kwam:</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Denk aan den hemel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zie om u heen! Zie naar de aarde, is die niet alles wat wij
+bezitten? Laat ons dan het leven hier z&oacute;&oacute; inrichten dat
+wij gelukkig worden. Waarom, o waarom heeft men vroeger niet zoo
+gedacht? Omdat wij ons te veel bezighielden met het leven hiernamaals.
+Laat ons verlost zijn van dat hiernamaals.</p>
+<p>&bdquo;De aarde, de aarde, donna Micaela! Ach, wij socialisten, wij
+hebben haar lief. Wij aanbidden de heilige aarde, die arme, verachte
+moeder, die rouw draagt, omdat haar kinderen naar den hemel willen
+opstijgen.</p>
+<p>&bdquo;Geloof mij, donna Micaela,&rdquo; zei hij, &bdquo;de nieuwe
+leer zal in zeven jaren verspreid zijn. Als de nieuwe eeuw aanbreekt,
+zal zij over de geheele aarde heerschen. Dan zullen de martelaars hun
+bloed voor haar geofferd hebben, dan zullen de apostelen gesproken
+hebben, dan zal schare na schare tot haar overgegaan zijn. Wij, de
+echte zonen der aarde, zullen de overwinnaars zijn. En zij zal zich in
+al haar schoonheid aan onze blikken vertoonen. Zij zal ons genot,
+gezondheid, kennis en schoonheid geven.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano&rsquo;s stem begon te trillen, en tranen kwamen in zijn
+oogen. Hij ging naar den rand van het terras en strekte de armen uit
+als wilde hij de door de maan beschenen aarde omvatten.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt zoo verblindend schoon,&rdquo; zei hij, &bdquo;zoo
+verblindend schoon.&rdquo;</p>
+<p>En donna Micaela meende gedurende een oogenblik zijn smart mee te
+gevoelen over de verschrikking, die verborgen was onder dit uiterlijk
+omhulsel van schoonheid. Zij zag <span class="pagenum">[<a id="pb132"
+href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>het leven met al zijn ellende
+en lijden, gelijk een modderige beek vol verpestende onreinheden, zich
+slingeren door die schitterende wereld van schoonheid.</p>
+<p>&bdquo;En niemand kan van u genieten,&rdquo; zei Gaetano,
+&bdquo;niemand kan het wagen van u te genieten. Ge zijt ongetemd en vol
+nukken en boosaardigheid. Gij zijt de onzekerheid en het toeval, gij
+zijt het berouw en de kwelling, gij zijt de zonde en de schande, gij
+zijt het dwangbuis, dat wij willen verbreken, gij zijt alles wat de
+verschrikking vormt, omdat de menschen u niet beter hebben willen
+maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar uw dag zal komen,&rdquo; zei hij jubelend. &bdquo;Eens
+zullen ze allen met liefde tot u komen. Ze zullen zich niet aan een
+droom vastklampen, die niets geeft, noch iets vermag.&rdquo;</p>
+<p>Zij viel hem plotseling in de rede.</p>
+<p>Zij begon hem al meer en meer te vreezen.</p>
+<p>&bdquo;Het is dus waar, dat het u niet goed gegaan is in
+Engeland?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat meent ge?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Men zegt dat de groote meester, tot wien miss Tottenham u
+zond, gezegd heeft, dat gij&mdash; &mdash; &mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat heeft hij gezegd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat gij en uw beelden in Diamante pasten, maar nergens
+anders.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie zegt dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Men gelooft dat, omdat gij zoo veranderd zijt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Omdat ik nu socialist ben?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom zoudt ge dat zijn, indien het u goed ging?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, waarom....? Ge weet dus niet,&rdquo; vervolgde hij
+lachend, &bdquo;dat mijn meester in Engeland zelf een socialist is. Ge
+weet niet dat hij mij zelf deze leer verkondigd heeft&mdash; &mdash;
+&mdash;&rdquo;</p>
+<p>Hij zweeg plotseling en vervolgde de woordenwisseling niet. Hij ging
+naar de bank waar hij gezeten had toen zij kwam en nam het beeld. Dat
+reikte hij donna Micaela.</p>
+<p>&rsquo;t Was als wilde hij zeggen: &bdquo;Zie nu zelf of gij gelijk
+hebt.&rdquo;</p>
+<p>Zij hield het in den maneschijn. Het was een Mater Dolorosa van
+zwart marmer. Dat kon zij duidelijk zien. Zij kon het ook herkennen.
+Het beeld droeg haar eigen gelaatstrekken. Een oogenblik bracht dit
+haar in verrukking. In <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>het volgende werd zij door
+ontzetting aangegrepen. Hij een socialist, hij, die niet geloofde,
+waagde het een Madonna te scheppen! En hij had het beeld haar trekken
+gegeven. Hij sleepte haar mede in zijn zonde!</p>
+<p>&bdquo;Ik heb dit beeld voor u gemaakt, donna Micaela,&rdquo; zei
+hij.</p>
+<p>O, indien het beeld van haar was! Zij wierp het over de balustrade.
+Het stiet tegen den steilen bergwand, viel al dieper, rukte steenen los
+en sloeg zich zelf te pletter. Eindelijk hoorde men het in den Simeto
+neerploffen.</p>
+<p>&bdquo;Met welk recht schept gij Madonna&rsquo;s?&rdquo; vroeg zij
+Gaetano.</p>
+<p>Hij stond zwijgend. Z&oacute;&oacute; had hij donna Micaela nog
+nooit te voren gezien.</p>
+<p>In hetzelfde oogenblik dat zij tegen hem streed, was zij groot en
+statig geworden. De schoonheid, die bij haar altijd kwam en ging als
+een onrustige gast, troonde nu op haar gelaat. Zij zag er koud en
+ongenaakbaar uit, een vrouw, verleidelijk om te overtuigen en te
+winnen.</p>
+<p>&bdquo;Gij gelooft dus nog aan God, daar ge Madonna&rsquo;s
+beitelt?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>Hij haalde heftig adem. Nu was het alsof hij verlamd was. Hij was
+zelf een geloovige geweest. Hij wist hoe diep hij haar gegriefd had.
+Hij zag dat hij haar liefde verspeeld had. Hij had een vreeselijke,
+ondempbare kloof tusschen hen gelegd.</p>
+<p>Hij moest spreken, moest haar winnen voor zijn overtuiging.</p>
+<p>Hij begon te spreken, maar zwak en stamelend.</p>
+<p>Ze luisterde stil. Toen viel zij hem medelijdend in de rede.</p>
+<p>&bdquo;Hoe zijt ge zoo geworden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik dacht aan Sicili&euml;,&rdquo; zei hij ontwijkend.</p>
+<p>&bdquo;Gij dacht aan Sicili&euml;,&rdquo; herhaalde zij
+nadenkend.</p>
+<p>&bdquo;En waarom kwaamt gij thuis?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik kwam terug om een oproer te verwekken.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof ze over een ziekte spraken, een verkoudheid, die
+hij zich op den hals gehaald had, waarvan hij na een paar dagen genezen
+zou zijn.</p>
+<p>&bdquo;Ge kwaamt dus thuis om ons in het verderf te storten,&rdquo;
+zei ze streng. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zooals gij wilt, zooals gij wilt,&rdquo; zei hij
+ootmoedig.</p>
+<p>&bdquo;Gij kunt het immers zoo noemen. Zooals het nu loopt, hebt ge
+zeker gelijk het zoo te noemen. O, indien men mij geen onjuiste
+mededeelingen gedaan had, zoodat ik niet een week te laat was gekomen!
+Is het niet juist iets voor ons Sicilianen om ons door de regeering te
+laten verhinderen in onze plannen?</p>
+<p>&bdquo;Toen ik hier kwam waren alle leiders reeds gearresteerd en
+het eiland bezet door veertigduizend man. Alles is voorbij!&rdquo;</p>
+<p>Het klonk zoo droevig leeg, toen hij zei: &bdquo;alles is
+voorbij.&rdquo; En om der wille van dit plan, dat tot niets werd, had
+hij zijn geluk verspeeld. Zijn beginselen en principes schenen hem nu
+louter spinnewebben, waarin hij gevangen was geweest. Hij wilde zich
+losrukken om haar te naderen. Zij was het eenige dat hij bezat. Zoo had
+hij het ook vroeger gevoeld. En nu kwam dat gevoel terug. Zij was zijn
+eenige schat in de wereld.</p>
+<p>&bdquo;Ze strijden vandaag in Paterno.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is slechts een twist bij de stadspoort,&rdquo; zei hij.
+&bdquo;Dat beteekent niets. Indien ik slechts den geheelen Etna had
+kunnen aansteken, den geheelen stedenkrans rondom den berg. Dan zou men
+ons begrepen hebben, dan zou men naar ons geluisterd hebben. Nu schiet
+men slechts enkele boeren dood om eenige honderden hongerige monden
+minder te hebben. Men scheldt ons niets kwijt.&rdquo;</p>
+<p>Hij rukte aan zijn spinneweb. Kon hij het wagen tot haar te gaan,
+haar te zeggen, dat dit alles hem onverschillig was? Hij behoefde
+immers niet aan politiek te denken, hij was toch kunstenaar, hij was
+vrij en hij wilde haar bezitten.</p>
+<p>Op dit oogenblik was het alsof de lucht beefde.</p>
+<p>Een schot dreunde door den nacht, toen nog &eacute;&eacute;n en nog
+&eacute;&eacute;n.</p>
+<p>Zij naderde hem en greep hem bij den pols.</p>
+<p>&bdquo;Is dit het oproer?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>Schot op schot dreunde door de lucht. Toen hoorde men geschreeuw en
+geroep van menschen, die door de straten stormden.</p>
+<p>&bdquo;Het is het oproer! het moet het oproer zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Leve het socialisme!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span></p>
+<p>Jubelend kwam het geloof aan zijn zaak weer terug. Haar zou hij ook
+daarvoor winnen. Vrouwen hadden nog nooit geweigerd den overwinnaar te
+behooren.</p>
+<p>Ze haastten zich beiden zonder een woord te spreken naar de
+tuinpoort. Daar begon Gaetano te vloeken en te roepen, hij kon er niet
+uitkomen. Er was geen sleutel in het slot. Hij was opgesloten.</p>
+<p>Hij keek rond. Aan drie zijden waren er hooge muren en aan de vierde
+gaapte de afgrond. Er bestond geen uitweg voor hem. Maar van de straat
+klonk een vreeselijk tumult; menschen, die schreeuwden en riepen, en
+schoten die dreunden. En men hoorde hen brullen: Leve de vrijheid, leve
+het socialisme!</p>
+<p>Gaetano wierp zich tegen de poort, en ook hij brulde bijna, hij was
+gevangen, hij kon er niet bij zijn.</p>
+<p>Donna Micaela volgde hem zoo vlug zij slechts kon. Nu zij hem had
+hooren spreken, dacht zij er niet meer aan, hem terug te houden.</p>
+<p>&bdquo;Wacht slechts, wacht slechts,&rdquo; riep zij. &bdquo;Ik ben
+het, die den sleutel uit het slot heb genomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij, gij?&rdquo; zei hij<span class="corr" id="xd20e3357"
+title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>&bdquo;Ja, ik nam hem er uit, toen ik kwam. Het viel mij in, dat ik
+u hier opgesloten kon houden, indien gij oproer wildet maken. Ik wilde
+u redden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welk een dwaasheid!&rdquo; zei hij en rukte haar den sleutel
+uit de hand.</p>
+<p>Terwijl hij naar het sleutelgat zocht, had hij nog tijd iets te
+zeggen.</p>
+<p>&bdquo;Waarom wilt gij mij nu niet meer redden?&rdquo;</p>
+<p>Zij gaf geen antwoord.</p>
+<p>&bdquo;Misschien opdat uw God gelegenheid zal hebben mij in het
+verderf te storten?&rdquo;</p>
+<p>Zij zweeg nog steeds.</p>
+<p>&bdquo;Waagt gij het niet mij voor Zijn toorn te
+beschutten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat waag ik niet,&rdquo; zei ze zacht.</p>
+<p>&bdquo;Gij geloovigen zijt vreeselijk,&rdquo; zei hij.</p>
+<p>Hij voelde dat zij hem losliet. Het trof hem diep en het ontnam hem
+den moed, dat zij geen enkele poging deed om hem tegen te houden.</p>
+<p>Hij draaide den sleutel heen en weer zonder het slot te <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>kunnen openen, verlamd doordat zij daar zoo
+bleek en koud achter hem stond.</p>
+<p>Toen voelde hij plotseling haar armen om zijn hals en haar lippen,
+die de zijne zochten.</p>
+<p>In hetzelfde oogenblik vloog de poort open en ijlde hij weg. Hij
+wilde haar kussen niet, die hem slechts aan den dood wijdden. In haar
+oud geloof scheen zij hem huiveringwekkend als een lijk. Als een
+vluchteling snelde hij heen. <span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch1.11"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e3393" class="label">XI.</h3>
+<h3 class="main">Het feest van San Sebastiaan.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen Gaetano weg was, stond donna Micaela nog langen
+tijd in donna Elisa&rsquo;s tuin. Zij stond daar als versteend en kon
+voelen noch denken.</p>
+<p>Toen ontwaakte de gedachte plotseling in haar, dat zij en Gaetano
+niet alleen op de wereld bestonden. Zij dacht aan haar zieken vader,
+dien zij gedurende zoo vele uren geheel vergeten had.</p>
+<p>Ze ging door de poort naar de corso, die eenzaam en verlaten lag. De
+schoten en het geschreeuw klonken zeer ver weg en zij zei tot zichzelf,
+dat er zeker bij de Porta Etnea gestreden werd.</p>
+<p>Heldere maneschijn gleed over den gevel van het zomerpaleis en het
+verbaasde haar, dat op dezen tijd en in dezen nacht de balkondeuren
+wijd openstonden en dat de vensterluiken niet gesloten waren. En nog
+meer was zij verbaasd dat de poort openstond en de winkeldeur ook niet
+gesloten was.</p>
+<p>Toen zij door het poortgewelf ging, zag zij daar den ouden
+poortwachter Piero niet. De lantaarn was niet opgestoken en geen mensch
+was er te zien op den binnenhof.</p>
+<p>Ze ging de trap op naar de galerij, haar voet stiet tegen iets
+hards. Het was een kleine bronzen vaas, die anders in de muziekzaal
+stond. Een paar schreden verder vond zij een mes.</p>
+<p>Het was een scherp geslepen mes gelijk een dolk. Toen zij het opnam,
+vielen een paar donkere druppels van de punt. Zij begreep dat het bloed
+moest zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span></p>
+<p>En eveneens begreep zij, dat hetgeen zij den ganschen herfst
+gevreesd had, nu geschied was. Bandieten waren in het zomerpaleis
+gedrongen om het te plunderen.</p>
+<p>En allen, die vluchten konden, waren gevlucht, maar haar vader, die
+zijn bed niet kon verlaten, zou nu zeker vermoord zijn.</p>
+<p>Ze kon onmogelijk weten of de roovers nog in haar huis waren. Maar
+nu zij midden in het grootste gevaar was, verdween haar angst en zij
+haastte zich verder zonder er aan te denken, dat zij alleen en weerloos
+was.</p>
+<p>Zij ging door de galerij en kwam in de muziekzaal. Daar vielen
+breede strepen maanlicht over den vloer en midden in een dezer strepen
+lag een mensch onbeweeglijk uitgestrekt.</p>
+<p>Donna Micaela boog zich over dit onbeweeglijke lichaam.</p>
+<p>Het was Giannita. Zij was vermoord, zij had een diepe gapende wonde
+aan den hals.</p>
+<p>Donna Micaela legde het lichaam terecht, kruiste haar de handen over
+de borst en sloot haar de oogen.</p>
+<p>Zij kreeg bloed aan haar handen en toen zij dit lauwe kleverige
+bloed voelde, begon zij te schreien.</p>
+<p>&bdquo;Ach mijn goede, beminde zuster,&rdquo; zei zij luide,
+&bdquo;het is uw jong leven dat weggevloeid is met dit bloed. Gedurende
+uw gansche leven hebt ge mij liefgehad en nu hebt ge uw bloed geofferd,
+om mijn huis te beschermen. Is het tot straf voor mijn hardheid, dat
+God u van mij heeft genomen?</p>
+<p>&bdquo;Is het omdat ik u niet gunde dengene te beminnen, dien ik
+liefhad? Zijt gij daarom van mij gegaan?</p>
+<p>&bdquo;Ach zuster, zuster, kondt gij mij niet minder hard
+straffen?&rdquo;</p>
+<p>Zij boog zich voorover en kuste de doode op het voorhoofd. &bdquo;Ge
+gelooft het niet,&rdquo; zei zij. &bdquo;Ge weet dat ik u altijd trouw
+ben geweest. Ge weet dat ik u heb liefgehad.&rdquo;</p>
+<p>Toen herinnerde zij zich dat de doode nu niet meer op de aarde
+vertoefde en zij niet meer behoefte had aan betuigingen van vriendschap
+en berouw.</p>
+<p>En zij deed een paar gebeden bij het lijk, omdat het eenige, dat zij
+voor haar zuster doen kon, was met vrome gedachten den vluchtenden
+geest op zijn tocht naar God te steunen.</p>
+<p>Daarna ging zij verder, niet meer bevreesd voor iets, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>haar zelf kon treffen, maar in een
+onbeschrijflijken angst voor hetgeen haar vader wedervaren was.</p>
+<p>Toen zij eindelijk door de lange zalen in de praalwoning kwam, en
+v&oacute;&oacute;r de deur stond van de ziekenkamer, zochten haar
+handen lang naar het slot en toen zij het gevonden had, ontbrak haar de
+kracht om den sleutel om te draaien.</p>
+<p>Toen riep haar vader van uit zijn kamer wie daar was.</p>
+<p>Nu zij zijn stem hoorde en begreep dat hij leefde, had zij het
+gevoel alsof alles in haar trilde en brak, en het vermogen verloor haar
+te dienen. Haar hart en verstand hielden tegelijk op te werken en haar
+spieren konden haar niet langer staande houden. Zij dacht nog, dat dit
+het gevolg was van de vreeselijke spanning waarin zij verkeerd had. En
+met een eigenaardig gevoel van verlichting zonk zij in een langdurige
+bezwijming.</p>
+<p>Donna Micaela ontwaakte tegen den volgenden morgen uit haar onmacht.
+Toen was er veel voorgevallen.</p>
+<p>De bedienden waren te voorschijn gekomen uit hun schuilplaatsen en
+hadden donna Elisa gewaarschuwd. Zij had het beheer over het verlaten
+paleis genomen, en om de politie gezonden, zij had de witte broeders
+laten komen. En dezen hadden het lijk van Giannita gedragen naar haar
+moeders huis.</p>
+<p>Toen donna Micaela ontwaakte, lag ze op een sofa in een vertrek
+naast haar vaders kamer. Niemand was bij haar, maar daarbinnen hoorde
+zij donna Elisa spreken.</p>
+<p>&bdquo;Mijn zoon en mijn dochter,&rdquo; zei donna Elisa snikkend.
+&bdquo;Ik heb mijn zoon zoowel als mijn dochter verloren.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela trachtte zich op te richten, maar zij kon niet. Haar
+lichaam lag nog in een verstijving, hoewel haar ziel reeds ontwaakt
+was.</p>
+<p>&bdquo;Cavaliere, cavaliere,&rdquo; zei donna Elisa &bdquo;kunt gij
+het begrijpen? Bandieten van den Etna sluipen in de stad, zij schieten
+op het tolkantoor en roepen: &bdquo;Leve het socialisme!&rdquo; En dat
+doen zij slechts om de menschen van de straat te jagen en de
+karabiniers te lokken bij de Porta Etnea. Geen enkele man van Diamante
+was er bij. Het zijn bandieten, die dit plan slechts beraamd hebben om
+te plunderen bij miss Tottenham en bij donna Micaela, bij twee vrouwen,
+cavaliere!</p>
+<p>&bdquo;Wat moeten die heeren officieren, die in den krijgsraad
+zitten, toch gedacht hebben? Geloofden zij dat Gaetano <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span>samenspande met de bandieten? Zagen zij dan niet
+dat hij een edelman was, een echte Alagona, een kunstenaar? Hoe hebben
+ze hem kunnen veroordeelen?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela luisterde met ontzetting, maar zij trachtte zich in te
+spreken, dat zij nog droomde.</p>
+<p>Ze hoorde opnieuw hoe Gaetano haar vroeg of zij hem aan God offerde.
+En weer meende zij te antwoorden, dat zij dat deed. Nu droomde zij hoe
+het zou zijn, indien hij werkelijk gevangen was genomen.</p>
+<p>&bdquo;Wat is dit toch voor een ongeluksnacht?&rdquo; zei donna
+Elisa. &bdquo;Wat is het toch, dat in de lucht zweeft en de menschen
+verward en waanzinnig maakt?</p>
+<p>&bdquo;Ge kent Gaetano, cavaliere. Hij is immers altijd heftig en
+vurig geweest, maar hij was toch niet zonder verstand, hij kon zich
+toch altijd wel beheerschen. Maar hedennacht werpt hij zich den vijand
+in de armen.</p>
+<p>&bdquo;Gij weet, dat hij oproer wilde maken, ge weet dat hij thuis
+was gekomen om oproer te verwekken. Toen hij nu hoort dat er geschoten
+wordt en dat men roept &bdquo;Leve het socialisme&rdquo; wordt hij wild
+en woest. Hij zegt tot zich zelf, dat dit het oproer is, en hij ijlt de
+straat op om er bij te zijn. En hij roept den ganschen tijd:
+&bdquo;Leve het socialisme&rdquo;, zoo hard <span class="corr" id="xd20e3479" title="Bron: bij">hij</span> slechts kan.</p>
+<p>&bdquo;En toen ontmoet hij een groote menige soldaten, een gansch
+leger. Want zij waren op weg naar Paterno maar hoorden het schieten in
+Diamante en trokken hier binnen om te zien wat er gaande was. En
+Gaetano kan geen soldatenmuts meer herkennen, hij gelooft dat het de
+oproerlingen zijn, hij meent in hen gezanten des hemels te zien, en hij
+stort zich in hun midden en laat zich zoo gevangennemen. En de
+soldaten, die even tevoren alle bandieten hadden opgevangen, terwijl
+zij met hun buit wegslopen, leggen nu ook de hand op Gaetano. En zij
+gaan verder door de stad en vinden alles rustig. Maar
+v&oacute;&oacute;rdat zij wegtrekken, houden zij krijgsraad over hun
+gevangenen. En zij veroordeelen Gaetano tegelijk met de anderen,
+veroordeelen hem evenals hen, die inbraak gepleegd en vrouwen vermoord
+hebben.</p>
+<p>&bdquo;Hadden zij hun verstand niet verloren, cavaliere?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela kon niet hooren wat haar vader antwoordde.
+<span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>Zij zelf wilde duizend vragen stellen, maar zij
+was nog verstijfd en kon zich niet verroeren. Zij zou willen weten of
+Gaetano doodgeschoten was.</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoelden zij met hem te veroordeelen tot negen en
+twintig jaar gevangenisstraf?&rdquo; vroeg donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Gelooven zij dat hij of iemand, die hem liefheeft zoo lang
+kan leven?</p>
+<p>&bdquo;Hij is dood, cavaliere, dood voor mij, evenals
+Giannita.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela had een gevoel alsof zij gebonden was met sterke
+ketenen, opdat zij niet zou kunnen ontvluchten. Dit was erger, vond
+zij, dan aan een schandpaal gebonden te zijn en gegeeseld te
+worden.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is al de vreugde van mijn ouderdom, die nu van mij
+is genomen,&rdquo; klaagde donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Giannita en Gaetano! Ik had altijd gedacht, dat deze twee nog
+eens een paar zouden worden. Zij zouden zoo goed bij elkaar gepast
+hebben, omdat beiden mijn kinderen waren en mij liefhadden. Waarvoor
+zal ik nu leven, nu ik niet langer jeugd om mij heen heb?</p>
+<p>&bdquo;Ik had het dikwijls zeer arm, toen Gaetano bij mij kwam en
+men zeide mij, dat ik minder zorg zou hebben, indien ik alleen was.
+Maar ik antwoordde: &bdquo;Daar geef ik niets om, indien ik slechts
+jeugd om mij heen heb.&rdquo; En ik hoopte, dat hij, als hij volwassen
+zou zijn, een jonge vrouw zou nemen en zij zouden kleine kinderen
+krijgen en ik zou nooit eenzaam behoeven te zitten als een onnut oud
+mensch.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela moest er aan denken, dat zij Gaetano had kunnen
+redden, maar niet had gewild. Maar waarom had zij toch niet gewild? Dat
+scheen haar nu onbegrijpelijk. Zij begon bij zich zelf al de redenen op
+te sommen, die zij gehad had om hem zich in het verderf te laten
+storten. Hij was een godloochenaar en socialist en hij wilde oproer
+maken. En dit had opgewogen tegen al het andere, toen zij de tuinpoort
+voor hem opende. Deze redenen hadden ook opgewogen tegen haar liefde.
+Nu begreep zij dat niet. Het was alsof een schaal vol veeren had kunnen
+opwegen tegen een schaal vol goud.</p>
+<p>&bdquo;Mijn mooie jongen,&rdquo; klaagde donna Elisa, &bdquo;mijn
+mooie jongen. Hij was reeds een groot man daarginds in Engeland,
+<span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>en hij kwam thuis om ons arme Sicilianen te
+helpen. En nu hebben zij hem veroordeeld als een bandiet. Men zegt dat
+zij op het punt stonden hem dood te schieten, evenals zij dat de
+anderen gedaan hebben.</p>
+<p>&bdquo;Misschien was het beter geweest, cavaliere. &rsquo;t Ware
+beter hem op het kerkhof te weten, dan dat hij in de gevangenis
+versmacht. Hoe zal hij dat lijden kunnen dragen? Hij zal het niet
+kunnen uithouden, hij zal ziek worden, en spoedig sterven.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij dit zei, rukte donna Micaela zich los uit haar verdooving
+en richtte zich op van de sofa. Zij wankelde door de kamer en kwam bij
+haar vader en donna Elisa, even doodsbleek als de vermoorde
+Giannita.</p>
+<p>Zij was zoo zwak, dat zij het niet waagde te loopen, maar bij de
+deur bleef staan en tegen den deurpost leunde.</p>
+<p>&bdquo;Hier ben ik,&rdquo; zei zij, &bdquo;donna Elisa, hier ben
+ik&mdash; &mdash; &mdash;&rdquo;</p>
+<p>De woorden wilden niet over haar lippen komen. Zij wrong de handen
+in vertwijfeling, omdat zij niet kon spreken.</p>
+<p>Donna Elisa was oogenblikkelijk bij haar. Zij legde haar arm om
+donna Micaela&rsquo;s middel om haar te steunen, zonder zich er om te
+bekommeren dat donna Micaela haar trachtte af te weren.</p>
+<p>&bdquo;Gij moet mij vergeven, donna Elisa,&rdquo; zei zij met
+nauwelijks hoorbare stem. &bdquo;Ik heb het gedaan.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa lette niet veel op hetgeen zij zeide. Zij zag dat donna
+Micaela koorts had en geloofde dat zij ijlde.</p>
+<p>Haar lippen bewogen zich, en men zag dat zij iets wilde zeggen, maar
+men hoorde slechts enkele woorden. &rsquo;t Was onmogelijk te begrijpen
+wat zij meende.</p>
+<p>&bdquo;Tegen hem, zooals tegen mijn vader,&rdquo; zei zij
+herhaaldelijk. En toen riep zij, dat zij allen, die haar liefhadden, in
+het verderf stortte.</p>
+<p>Donna Elisa had haar naar een stoel geleid en daar zat donna Micaela
+en kuste donna Elisa&rsquo;s oude rimpelige handen, en vroeg haar om
+vergeving voor hetgeen zij gedaan had.</p>
+<p>&bdquo;Ja, zeker! Ja, zeker! donna Elisa vergaf het haar.&rdquo;
+Donna Micaela zag haar scherp aan met groote koortsachtige oogen en
+vroeg of het waar was.</p>
+<p>&bdquo;Ja, zeker is het waar.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span></p>
+<p>Toen legde zij haar hoofd op donna Elisa&rsquo;s schouder en snikte.
+Zij dankte haar en zei dat zij niet had kunnen leven, indien zij donna
+Elisa&rsquo;s vergiffenis niet ontving. Tegen niemand had zij zoo
+gezondigd als tegen haar. Kon zij haar vergeven?</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e3542" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Ja, ja,<span class="corr" id="xd20e3545"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span> zei donna Elisa keer op keer en zij
+geloofde dat donna Micaela ijlde, tengevolge van schrik en koorts.</p>
+<p>&bdquo;Er is iets dat ik u moet zeggen,&rdquo; zei donna Micaela.
+&bdquo;Ik weet het, maar gij weet het niet. Gij vergeeft mij nooit,
+indien ge het weet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker vergeef ik het u,&rdquo; zei donna Elisa.</p>
+<p>Op deze wijze spraken zij lang, zonder elkaar te begrijpen, maar het
+was goed voor de oude donna Elisa, dat ze dien nacht iemand kon
+koesteren en troosten en versterkende kruiden en droppels kon geven.
+Het was goed voor haar, dat er nog iemand was, die het hoofd tegen haar
+schouder legde en weende over haar verdriet.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Donna Micaela, die gedurende drie jaar Gaetano had liefgehad, zonder
+ooit te denken, dat zij elkaar eens zouden toebehooren, had zich aan
+een eigenaardige soort liefde gewend. &rsquo;t Was haar genoeg te
+weten, dat Gaetano haar liefhad. Als zij daaraan dacht, doorstroomde
+haar een heerlijk gevoel van veiligheid en geluk.</p>
+<p>&bdquo;Wat doet het er toe?&rdquo; zei zij als zij tegenspoed
+ondervond. &bdquo;Gaetano heeft mij lief!&rdquo; Hij was haar altijd
+nabij om haar op te beuren. Hij was een deel van al haar gedachten en
+plannen. Hij was de ziel van het leven zelve voor haar.</p>
+<p>Zoo spoedig donna Micaela zijn adres wist, schreef zij hem. Ze
+bekende hem, dat zij de vaste overtuiging had gehad, dat hij zijn
+ongeluk tegemoet ging. Maar zij was zoo bevreesd geweest voor hetgeen
+hij nog in de toekomst zou verrichten, dat zij het niet gewaagd had hem
+te redden. Zij schreef ook hoezeer zij zijn leer verafschuwde. Zij
+verborg niets voor hem. Zij zeide, dat zelfs indien hij vrij was, zij
+nooit de zijne kon worden.</p>
+<p>Zij vreesde hem. Hij had zulk een macht over haar dat indien zij
+vereenigd waren, hij haar tot een godloochenaarster <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>en
+socialiste zou maken. Zij moest altijd van hem gescheiden leven, om
+haar ziel te kunnen redden.</p>
+<p>Maar zij bad en smeekte hem, dat hij trots alles niet zou ophouden
+haar lief te hebben.</p>
+<p>Hij mocht niet doen gelijk haar vader. &rsquo;t Was waarschijnlijk,
+dat ook hij haar nu uit zijn hart bande, maar dat mocht hij niet doen.
+Hij moest barmhartig zijn. Indien hij wist hoe lief zij hem had, indien
+hij wist hoe zij van hem droomde!</p>
+<p>En zij bekende hem, dat hij het leven zelf voor haar was.
+&bdquo;Moet ik sterven, Gaetano?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>&bdquo;Is het dan niet reeds ongelukkig genoeg, dat deze leer ons
+scheidt? Is mijn ongeluk niet reeds groot genoeg, nu men u in de
+gevangenis gevoerd heeft? Zult gij nu ook nog ophouden mij lief te
+hebben, omdat wij niet gelijk denken? Och, Gaetano, heb mij toch lief.
+Onze liefde leidt tot niets, er is geen hoop voor ons, maar heb mij
+lief, ik sterf als ge mij niet lief hebt.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela had nauwelijks dezen brief verzonden, of zij begon
+reeds op het antwoord te wachten. Zij geloofde, dat zij een brief vol
+toorn terug zou krijgen, maar zij hoopte, dat zij een enkel woord
+daarin zou vinden, dat haar bewees, dat hij haar nog liefhad.</p>
+<p>Maar zij wachtte verscheidene weken zonder een brief van Gaetano te
+ontvangen.</p>
+<p>&rsquo;t Baatte haar niets, dat zij iederen dag buiten op de galerij
+den postbode opwachtte, en hem bijna bedroefd maakte, omdat hij altijd
+genoodzaakt was te zeggen, dat hij niets voor haar had.</p>
+<p>Een dag ging zij zelf naar het postkantoor en verzocht met smeekende
+oogen, dat men haar toch den brief zou geven, dien zij verwachtte.
+&bdquo;Die moest er toch zijn,&rdquo; zei zij. Misschien hadden zij het
+adres niet kunnen lezen, misschien was hij in een verkeerd vak
+gekomen.</p>
+<p>En haar mooie smeekende oogen bewogen den postmeester, zoodat zij
+mocht zoeken tusschen hoopen oude, onafgehaalde brieven en alle laden
+van het postkantoor mocht nazien. Maar dat alles baatte niets.</p>
+<p>Toen schreef zij een tweeden brief aan Gaetano, maar er kwam geen
+antwoord.</p>
+<p>Nu trachtte zij te gelooven, wat haar onmogelijk scheen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>Zij beproefde zich zelf te overtuigen, dat
+Gaetano haar niet meer liefhad.</p>
+<p>En naarmate deze overtuiging vaster vorm aannam, begon zij zich op
+te sluiten in haar kamer. Zij werd bang voor de menschen en was het
+liefst alleen.</p>
+<p>Dag aan dag werd zij zwakker. Zij liep gebogen en zelfs haar schoone
+oogen schenen allen glans en leven verloren te hebben.</p>
+<p>Na eenige weken was zij zoo verzwakt, dat zij niet meer kon staan,
+maar den geheelen dag op de sofa moest liggen. Ze was een gemakkelijke
+prooi voor een ziekte, die haar al haar levenskracht ontnam. Zij
+voelde, dat zij den dood nabij was en zij was bevreesd te sterven. Maar
+zij kon niets doen. Een enkel geneesmiddel bestond er voor haar, maar
+dat kwam niet.</p>
+<p>Terwijl donna Micaela op deze wijze zacht uit het leven scheen te
+glijden, maakte men in Diamante toebereidselen om het feest van San
+Sebastiaan te vieren dat in het eind van Januari valt.</p>
+<p>Het was het grootste feest dat in Diamante gehouden werd, maar in de
+laatste jaren was het niet met de gewone pracht gevierd, omdat nood en
+kommer de gemoederen te veel drukten.</p>
+<p>Maar dit jaar nadat het oproer mislukt was, terwijl Sicili&euml; nog
+vol vreemde troepen was en de geliefde helden van het volk in de
+gevangenis smachtten, stelde men voor, het feest met ouderwetschen
+luister te vieren. Want nu was het geen tijd de heiligen te
+verwaarloozen, zei men.</p>
+<p>En het vrome volk van Diamante besloot, dat het feest drie dagen zou
+duren en dat San Sebastiaan gevierd zou worden door het uitsteken der
+vlaggen, het versieren der huizen, hardrijderijen en bijbelsche
+optochten, illuminaties en een wedstrijd van zangers. En met grooten
+lust en ijver toog men aan het werk. In ieder huis werd er geboend en
+gewreven. Men haalde de oude processiekleederen te voorschijn en men
+bereidde zich tot de ontvangst van vreemden van den geheelen Etna.</p>
+<p>Het eenige huis in Diamante, waar geen toebereidselen gemaakt
+werden, was het zomerpaleis. Donna Elisa was <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>daarover diep bedroefd, maar ze kon donna
+Micaela niet bewegen het zomerpaleis te versieren.</p>
+<p>&bdquo;Hoe kunt gij verlangen, dat ik een huis van rouw met bloemen
+en groen zal versieren?&rdquo; zei zij. &bdquo;De rozen zullen haar
+bladeren laten vallen, indien ik ze wilde gebruiken om de rampen te
+bedekken, die dit huis vervullen.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Elisa dacht aan niets anders dan aan het feest en
+verwachtte veel goeds van het vieren der heiligen, gelijk in vroegere
+dagen. Zij sprak over niets anders dan hoe de priesters den gevel der
+domkerk op oud-Siciliaansche wijze lieten versieren met zilveren
+bloemen en spiegels. En zij beschreef den feestrit. Zooveel ruiters
+zouden daaraan meedoen, en zulke hooge pluimen zouden zij op den hoed
+dragen, en zij zouden lange, met bloemslingers omwonden stokken, waarop
+een waskaars prijkte, in de hand houden.</p>
+<p>Toen de feestdag aanbrak, was donna Elisa&rsquo;s huis het mooist
+van alle versierd, Itali&euml;&rsquo;s groen-rood-witte vlag wapperde
+van het dak, en roode kleeden met gouden franje en het naamcijfer van
+den heilige waren over de vensterkozijnen en balkonhekken gespreid.</p>
+<p>Maar langs den muur slingerden zich guirlandes van steeneik, gevormd
+tot bogen en sterren, en rondom de ramen waren kransen gevlochten van
+de kleine witte rozen uit donna Elisa&rsquo;s tuin.</p>
+<p>Boven den ingang stond het beeld van San <span class="corr" id="xd20e3621" title="Bron: Sabastiaan">Sebastiaan</span>, omlijst door
+leli&euml;n, en op den drempel lagen cypressetakken. En ware men het
+huis binnengetreden, dan zou men gezien hebben, dat het van binnen even
+heerlijk versierd was als van buiten. Van den kelder tot den zolder was
+het schoongemaakt en met bloemen getooid en op de planken in den winkel
+stond nog niet zoo&rsquo;n klein en nietig heiligenbeeldje of het had
+een immortel of een bellis in de hand.</p>
+<p>En evenals bij donna Elisa, had men in het arme Diamante straat aan
+straat versierd. Er was zoo&rsquo;n gewapper van vlaggen, dat men moest
+denken aan het waschgoed, dat van den grond tot den hemel in de steeg
+hing, waar het huis van den kleinen Moor stond. Alle huizen en
+eerepoorten droegen vlaggen en dwars over de straat waren touwen
+gespannen, waaraan wimpel naast wimpel waaide. En bij elke tien
+schreden had men eerepoorten opgericht. <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>En boven op iedere
+eerepoort stond het beeld van den heilige, omlijst door kransen van
+gele immortellen. De balkons waren bekleed met roode doeken en bonte
+tafelkleeden, en langs de muren slingerden zich stijve guirlandes.</p>
+<p>Er was zooveel groen en bloemen, dat niemand begrijpen kon hoe men
+die bijeen had kunnen krijgen in Januari. Alles was met bloemen
+versierd. De bezemsteel droeg een krans van krokusjes en de
+poortklopper was versierd met een bouquet hyacinthen.</p>
+<p>Maar voor de ramen stonden borden met naamcijfers en inscripties van
+blauw-roode anemonen.</p>
+<p>En tusschen deze versierde huizen bruiste de menschenstroom, machtig
+als een stijgende vloed.</p>
+<p>Het waren niet alleen de inwoners van Diamante, die San Sebastiaan
+vierden. Van den ganschen Etna kwamen gele, prachtig beslagen en
+geverfde karretjes vol menschen aanrollen, getrokken door paarden met
+versierde leidsels.</p>
+<p>Zieken, bedelaars en blinde zangers waren in grooten getale
+opgekomen. En er waren heele pelgrimstochten van arme ongelukkige
+menschen, die nu na de ongelukken iemand hadden om voor te bidden.</p>
+<p>Er waren zooveel menschen bijeen, dat men verbaasd was, hoe allen
+plaats konden vinden binnen de stadsmuren. Er waren menschen op straat,
+menschen voor de ramen, menschen op de balkons.</p>
+<p>Op de hooge steenen trappen zaten menschen, en de winkels waren vol,
+de groote huisdeuren stonden wijd open en in de vestibule waren de
+stoelen in een halven cirkel geplaatst zooals in een theater. Daar
+zaten de eigenaars met hun gasten en keken naar de voorbijtrekkende
+menschenmenigte.</p>
+<p>De heele stad was vervuld van een feestelijk geruisch. Niet alleen
+lachten en spraken alle menschen, maar er waren ook nog
+positiefspelers, die op een positief, zoo groot als een orgel,
+speelden. Er waren straatzangers en er waren mannen en vrouwen, die
+Tasso declameerden met heesche, schreeuwende stemmen. Allerlei
+marktventers waren er en uit alle kerken stroomden orgeltonen. Op de
+Markt boven op den bergtop speelden stadsmuzikanten zoo luid dat men de
+muziek in geheel Diamante kon hooren. <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span></p>
+<p>Dit vroolijk rumoer en deze bloemengeur, al dit <span class="corr"
+id="xd20e3648" title="Bron: vlaggen-wapper">vlaggen-gewapper</span> in
+de lucht voor donna Micaela&rsquo;s venster had de macht haar op te
+wekken uit haar verdooving.</p>
+<p>Zij rees op, alsof het leven zelf om haar gezonden had.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil niet sterven,&rdquo; zei ze tot zich zelf. &bdquo;Ik
+wil trachten te leven.&rdquo;</p>
+<p>Zij leunde op haar vaders arm, en ging op straat. Zij hoopte dat het
+leven daarbuiten haar zou bedwelmen, zoodat zij haar smart vergeten
+zou. &bdquo;Gelukt dit mij niet,&rdquo; dacht zij, &bdquo;kan ik geen
+verstrooiing vinden, dan moet ik sterven.&rdquo;</p>
+<p>Maar nu woonde er in Diamante een arme, oude beeldhouwer, die gaarne
+een paar soldi met het feest wilde verdienen. Daarom had hij een paar
+kleine lavabustes gemaakt van San Sebastiaan en van Paus Leo XIII. En
+daar hij wist dat velen in Diamante Gaetano liefhadden en treurden om
+zijn lot, maakte hij ook een paar beelden van hem.</p>
+<p>En dadelijk toen donna Micaela op straat kwam, ontmoette zij dezen
+man die haar een van zijn kleine, ellendige beeldjes te koop
+aanbood.</p>
+<p>&bdquo;Koop don Gaetano, donna Micaela,&rdquo; zei de man.</p>
+<p>&bdquo;Koop don Gaetano, dien de regeering gevangengenomen heeft,
+omdat hij Sicili&euml; wilde redden.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela drukte haar vaders arm heftig en spoedde zich
+verder.</p>
+<p>Maar in het caf&eacute; Europa stond de zoon van den waard canzones
+te zingen. Ter eere van het feest had hij eenige nieuwe liederen
+gedicht en onder andere ook een paar over Gaetano. Hij kon immers niet
+weten of de menschen niet juist van Gaetano wilden hooren.</p>
+<p>Donna Micaela ging voorbij het caf&eacute;, toen zij echter hoorde,
+dat er gezongen werd, bleef zij staan om te luisteren.</p>
+<p>&bdquo;Ach, Gaetano Alagona,&rdquo; zong de jonge man.
+&bdquo;Zangers zijn machtig. Met mijn liederen zal ik u vrij zingen.
+Eerst zend ik u de lieflijke canzone. Die zal glijden door de
+trali&euml;n van uw gevangenis en deze verbreken. Dan zend ik u het
+sonnet, dat schoon is als een vrouw en dat uw bewakers zal omkoopen.
+Daarna dicht ik de heerlijke ode, die de hooge gevangenismuren door
+haar trotschen rhythmus zal doen schudden! Maar als niets u helpt,
+treed ik te voorschijn <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>met het machtige epos, dat een
+leger van woorden bezit. O, Gaetano, sterk als een krijgsschaar,
+schrijdt het epos voorwaarts. Al de legioenen van het oude Rome bezaten
+niet de macht het tegen te houden.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela klemde zich krampachtig vast aan haar vaders arm, maar
+zij zei niets, ze ging slechts verder. Toen begon cavaliere Palmeri te
+spreken over Gaetano.</p>
+<p>&bdquo;Ik wist niet dat hij zoo bemind was,&rdquo; zei hij.</p>
+<p>&bdquo;Ik ook niet,&rdquo; fluisterde donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Maar heden zag ik hoe vreemde menschen in donna Elisa&rsquo;s
+winkel kwamen en haar smeekten iets te mogen koopen, dat hij gesneden
+had. Ze had nog slechts een paar oude rozenkransen, die trok zij stuk
+en daarvan deelde zij de koralen uit.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela zag haar vader smeekend aan. Maar hij wist niet of zij
+wilde, dat hij zou zwijgen of doorgaan met vertellen.</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa&rsquo;s oude vrienden loopen in den tuin met
+Luca,&rdquo; zei hij. &bdquo;Luca wijst hun Gaetano&rsquo;s
+lievelingsplekjes en den grond, dien hij gewoonlijk bewerkte. En
+Pacifica zit in de werkplaats naast de schaafbank en vertelt al het
+mogelijke van hem van af den tijd dat hij niet grooter was dan
+z&oacute;&oacute;.&rdquo;</p>
+<p>Meer kon hij niet vertellen, het gedrang en het rumoer werd zoo
+hevig dat hij moest afbreken.</p>
+<p>Zij gingen naar den dom. Op de domtrap zat de oude Assunta. Zij had
+een rozenkrans in de hand en mompelde hetzelfde gebed, den geheelen
+rozenkrans langs. Zij smeekte den heilige dat Gaetano, die beloofd had
+de armen te helpen, weer in Diamante zou terugkomen.</p>
+<p>Toen donna Micaela haar voorbijging, hoorde zij haar zeggen:
+&bdquo;San Sebastiaan, geef ons Gaetano. Ach, uit barmhartigheid, ach,
+om onze ellende, geef ons Gaetano terug, San Sebastiaan.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela was van plan geweest naar de kerk te gaan, maar nu
+wendde zij zich om.</p>
+<p>&bdquo;Er is zulk een gedrang,&rdquo; zei zij. &bdquo;Ik durf er
+niet ingaan.&rdquo;</p>
+<p>Zij ging weer naar huis. Maar terwijl ze weg was, had donna Elisa
+van de gelegenheid gebruik gemaakt. Zij had een vlag op het dak van het
+zomerpaleis geheschen en doeken over <span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>de balkons gespreid
+en toen donna Micaela thuis kwam, was zij bezig een guirlande vast te
+maken. Donna Elisa kon het niet verdragen, dat het zomerpaleis niet
+versierd was. Zij wilde, dat dezen keer niets aan San Sebastiaans feest
+zou ontbreken. En zij vreesde, dat de heilige Diamante en Gaetano niet
+zou helpen, indien het oude paleis der Alagona&rsquo;s hem niet
+vierde.</p>
+<p>Donna Micaela kwam terug, bleek als een ter dood veroordeelde en
+gebogen alsof zij een tachtigjarig besje was.</p>
+<p>Zij mompelde in zich zelf: &bdquo;Ik maak geen bustes van hem, ik
+zing geen liederen over hem, ik waag het niet God voor hem te bidden,
+ik koop geen zijner koralen. Hoe zal hij dan kunnen gelooven, dat ik
+hem liefheb? Hij moet al die anderen, die hem aanbidden, liefhebben,
+maar niet mij. Ik behoor niet tot zijn wereld, mij kan hij niet meer
+liefhebben.&rdquo;</p>
+<p>En toen zij zag dat men haar huis met bloemen wilde versieren,
+scheen haar dat zoo stuitend leelijk, dat zij den krans rukte uit donna
+Elisa&rsquo;s hand en haar dien voor de voeten wierp, terwijl zij vroeg
+of donna Elisa haar wilde vermoorden. Daarna ging zij haar voorbij. Zij
+wierp zich in haar kamer op de sofa en verborg haar gelaat in de
+kussens.</p>
+<p>Nooit vroeger had zij begrepen hoe al deze uiterlijke omstandigheden
+hem van haar scheidden. De volksman kon haar niet liefhebben.
+Daarenboven had zij het gevoel, dat zij hem verhinderd had, al deze
+armen te helpen.</p>
+<p>Hoe moest hij haar verafschuwen! hoe moest hij haar haten! Haar
+booze geest kwam weer over haar. Dit booze dat bestond in het niet
+bemind zijn! Dat zou haar vermoorden. Zij dacht dat nu alles voorbij,
+dat alles ge&euml;indigd was.</p>
+<p>Terwijl zij zoo lag, kwam haar plotseling het kleine Christusbeeld
+in de gedachten. Het was alsof hij in al zijn armoedige pracht de kamer
+binnentrad. Zij zag hem duidelijk.</p>
+<p>Donna Micaela begon het Christuskind om hulp aan te roepen. En zij
+was verbaasd, dat zij zich niet vroeger tot dezen wonderdoener gewend
+had. Maar dat kwam zeker, omdat het beeld niet in een kerk stond, maar
+rondgevoerd <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>werd als een der rariteiten van miss Tottenham,
+zoodat zij slechts in den hoogsten nood aan hem dacht.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het was laat op den avond van denzelfden dag. Donna Micaela had al
+haar bedienden verlof gegeven naar het feest te gaan, zoodat zij en
+haar oude vader alleen in het groote huis waren.</p>
+<p>Maar tegen tien uur stond haar vader op en zei dat hij den wedstrijd
+der zangers op de markt wilde gaan hooren. En toen hij ging, wilde
+donna Micaela niet alleen achterblijven, en moest zij wel besluiten hem
+te volgen.</p>
+<p>Toen zij op de markt kwamen, zagen zij dat het plein veranderd was
+in een theater met rijen stoelen naast elkaar. Elk plekje was bezet met
+menschen en ternauwernood konden zij een plaats vinden.</p>
+<p>&bdquo;Vanavond is Diamante heerlijk, Micaela,&rdquo; zei cavaliere
+Palmeri. &rsquo;t Was alsof de lieflijkheid van den nacht hem zachter
+stemde. Hij sprak meer en teederder tot haar, dan hij sedert langen
+tijd gedaan had.</p>
+<p>Donna Micaela scheen het, dat haar vader de waarheid sprak. Zij had
+een gevoel, zooals zij gehad had, toen zij voor de eerste maal in
+Diamante kwam.</p>
+<p>Het was de stad der wonderen, de stad van schoonheid, een klein
+heiligdom van God.</p>
+<p>Tegenover haar verrees een hoog, statig gebouw, opgetrokken van
+stralende diamanten. Zij moest een tijdlang nadenken,
+v&oacute;&oacute;rdat zij begrijpen kon, wat het was.</p>
+<p>Toch was het niets anders dan de gevel der domkerk, die bedekt was
+met bloemen van stijf zilver- en goudpapier, waarin duizenden kleine
+stukken spiegelglas waren gestoken. En in elke bloem hing een klein
+olieglas met een vlammetje zoo groot als een vuurvlieg. Het was van een
+zeldzame bekoring, de mooiste illuminatie, die donna Micaela ooit
+gezien had.</p>
+<p>Er was geen andere verlichting op de markt, en dat was ook niet
+noodig. Deze groote muur van diamanten verlichtte voldoende.
+<span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span></p>
+<p>Het zwarte palazzo Geraci stond gloeiend rood als werd het verlicht
+door een vuurwolk.</p>
+<p>Men zag niets van de wereld behalve de markt; daarbuiten heerschte
+diepe duisternis en dit maakte dat donna Micaela opnieuw het oude
+betooverde Diamante meende te herkennen, dat niet op de aarde lag, maar
+een heilige burcht was op een der hemelsche bergen. Het raadhuis met de
+zware balkons en de hooge trap, het groote nonnenklooster en de
+Romeinsche poort waren opnieuw heerlijk en wonderbaarlijk. En zij kon
+nauwelijks gelooven, dat zulk een vreeselijk lijden haar hier getroffen
+had.</p>
+<p>Te midden van deze menschenmassa voelde men geen koude. De
+winteravond was zwoel als een nacht in &rsquo;t voorjaar. Een
+lentestemming kwam op in donna Micaela. Het begon in haar te beven en
+te trillen op een wijze, die tegelijkertijd heerlijk en vreeselijk
+was.</p>
+<p>Zoo moest de sneeuwmassa op den Etna zich gevoelen als de zon haar
+oploste in bruisende bergstroomen.</p>
+<p>Zij zag naar de menschen, die de markt vulden en zij was verbaasd
+dat hun aanblik haar des voormiddags zoo gepijnigd had. Nu vond zij het
+heerlijk dat zij Gaetano liefhadden. Ach, indien hij haar slechts bleef
+liefhebben, zou zij zoo onuitsprekelijk trotsch op hun liefde zijn,
+gelukkig over hun vereering. Dan zou zij deze oude bevende handen
+willen kussen, die beelden van hem maakten en voor hem in gebed
+gevouwen waren.</p>
+<p>Toen zij dit dacht, werden de kerkdeuren wijd opengeslagen en een
+groote, platte wagen rolde uit de kerk. Boven op den met rood doek
+bekleeden wagen stond San Sebastiaan bij een paal, en onder het beeld
+zaten de vier zangers, die deelnamen aan den wedstrijd.</p>
+<p>Het was een oude blinde zanger van Nicolosi, een kuiper van Catania,
+die beschouwd werd als de beste improvisatore van geheel Sicili&euml;,
+een smid van Termine en de kleine Gandolfo, zoon van den poortwachter
+van het raadhuis. Alle menschen waren verbaasd, dat Gandolfo het waagde
+deel te nemen aan zulk een gevaarlijken wedstrijd. Deed hij dat
+misschien om zijn bruid, de kleine Rosalie, te behagen? Niemand had
+ooit geweten, dat hij kon improviseeren. Hij had zijn gansche leven
+niets anders gedaan <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153"
+name="pb153">153</a>]</span>dan mandarijnen eten en naar den Etna
+staren.</p>
+<p>Het eerste dat gedaan werd, was de deelnemers te laten loten, en het
+lot viel zoo, dat de kuiper het eerst aan de beurt kwam en Gandolfo het
+laatst. Toen de loting zoo uitviel, verbleekte Gandolfo. &rsquo;t Was
+immers vreeselijk het laatst te komen, daar allen over hetzelfde
+onderwerp zouden spreken.</p>
+<p>De kuiper sprak over San Sebastiaan, toen hij legionair in het oude
+Rome was en terwille van zijn geloof aan een paal werd vastgebonden om
+als mikpunt voor zijn kameraden te dienen. Na hem kwam de blinde
+zanger, die verhaalde hoe een vrome Romeinsche den martelaar vond,
+bloedend en doorboord met pijlen en hoe het haar gelukte hem opnieuw
+tot het leven te roepen. Toen kwam de smid, die al de wonderen vertelde
+die San Sebastiaan verricht had op Sicili&euml; gedurende de pest van
+het jaar vijftienhonderd.</p>
+<p>Zij werden alle drie geprezen. Zij gebruikten sterke woorden van
+bloed en dood en het volk juichte hen toe. Maar zij, die van Diamante
+waren, werden bang voor den kleinen Gandolfo.</p>
+<p>&bdquo;De smid heeft hem alle woorden ontnomen,&rdquo; zei men,
+&bdquo;het zal hem niet gelukken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeiden anderen, &bdquo;de kleine Rosalie neemt om
+die reden den verlovingsband niet uit haar vlechten.&rdquo;</p>
+<p>Maar Gandolfo kroop ineen in zijn hoek van den wagen. Hij werd al
+kleiner en kleiner. Zij, die in zijn nabijheid zaten, konden hooren hoe
+zijn tanden klapperden van vrees.</p>
+<p>Toen eindelijk zijn beurt kwam, stond hij op en begon te
+improviseeren, maar hij sprak zeer slecht, nog veel slechter dan iemand
+verwacht had. Hij stamelde een paar verzen, maar het was slechts een
+herhaling van hetgeen de anderen gezegd hadden.</p>
+<p>Toen zweeg hij plotseling en haalde heftig adem. In dit oogenblik
+kwam de kracht der wanhoop over hem. Hij richtte zich op en een zacht
+rood kleurde zijn wangen.</p>
+<p>&bdquo;O, signori,&rdquo; zei de kleine Gandolfo. &bdquo;Laat mij
+spreken over hetgeen mij altijd vervult. Laat mij spreken over hetgeen
+ik altijd v&oacute;&oacute;r mij zie!&rdquo;</p>
+<p>En hij begon met wegsleepende welsprekendheid te vertellen wat hij
+zelf gezien had.</p>
+<p>Hij verhaalde hoe hij, de zoon van den poortwachter van <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span>het
+raadhuis, over donkere zolders geslopen was en verborgen had gelegen
+onder een der galerijen van de gerechtszaal in den nacht dat de
+krijgsraad verzameld was om de oproerlingen van Diamante te
+vonnissen.</p>
+<p>Toen had hij don Gaetano Alagona zien zitten op de bank der
+aangeklaagden in een gezelschap van een menigte woeste gezellen, die
+erger waren dan dieren.</p>
+<p>Hij vertelde hoe schoon Gaetano geweest was. Den kleinen Gandolfo
+had hij een god toegeschenen naast de vreeselijke menschen, die hem
+omringden. En hij beschreef deze bandieten met hun wilde
+roofdiergezichten, hun ruig haar en plompe ledematen. Hij zei, dat ze
+er zoo woest uitzagen, dat iemand die hen in de oogen keek, het hart
+beefde.</p>
+<p>Toch was in al zijn schoonheid don Gaetano angstwekkender dan deze
+menschen.</p>
+<p>Gandolfo wist niet hoe zij het waagden naast hem te zitten op de
+bank. Onder zijn saamgetrokken wenkbrauwen schoten vlammende blikken op
+zijn medegevangenen, die hun zielen vermoord zouden hebben, als zij
+gelijk andere menschen zielen bezeten hadden.</p>
+<p>&bdquo;Wie zijt gij,&rdquo; scheen hij te vragen, &bdquo;dat ge het
+waagt op plundering en moord uit te trekken, terwijl gij de heilige
+vrijheid aanroept? Weet gij, wat gij gedaan hebt?</p>
+<p>&bdquo;Weet gij, dat ik nu ter wille van uw list gevangen zit? En
+dat ik het ben, die Sicili&euml; gered zou hebben?&rdquo; En iedere
+blik, dien hij op hen wierp, was een terdoodveroordeeling. Zijn blikken
+vielen op al die zaken, die de bandieten gestolen hadden en nu op de
+gerechtstafel lagen. Hij herkende deze voorwerpen. Zou hij de pendules
+en zilveren schalen van het zomerpaleis niet kennen, zou hij de
+heiligenbeelden en munten niet kennen, die zij geroofd hadden van zijn
+Engelsche beschermster? Maar toen hij deze zaken herkend had, zond hij
+zijn medegevangenen een vreeselijken lach toe.</p>
+<p>&bdquo;Gij helden, gij hebt geplunderd bij twee vrouwen,&rdquo; zei
+deze lach.</p>
+<p>Zijn edel gelaat wisselde voortdurend van uitdrukking.</p>
+<p>Eens had Gandolfo het plotseling zien samentrekken van schrik. Het
+was toen de man, die naast hem zat, een hand had uitgestrekt, die rood
+was van bloed. <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span></p>
+<p>Had hij toen misschien plotseling een vermoeden van de waarheid
+gekregen? Dacht hij er aan, dat deze menschen ingebroken hadden in het
+huis, waar zijn geliefden woonden?</p>
+<p>Gandolfo vertelde hoe de officieren, die rechters zouden zijn, nu
+zwijgend en ernstig binnen waren gekomen en plaats hadden genomen. Toen
+hij deze hooge heeren gezien had, was zijn onrust verminderd.</p>
+<p>Hij had tot zich zelf gezegd, dat zij wisten, dat Gaetano een
+voorname man was en dat zij hem niet zouden veroordeelen. Zij zouden
+hem niet verwarren met de bandieten. Niemand kon toch gelooven, dat hij
+had willen plunderen bij twee vrouwen.</p>
+<p>En zie, toen de rechter Gaetano Alagona opriep, was er geen
+strengheid in zijn stem. Hij sprak tot hem als tot een gelijke.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zei Gandolfo, &bdquo;toen nu don Gaetano zich
+verhief, stond hij z&oacute;&oacute;, dat hij op de markt kon zien. En
+op de markt, op deze zelfde markt, waar nu zoo vele menschen zitten in
+vreugde en genot, naderde toen een lijkstoet. Het waren de witte
+broeders, die het lijk van de vermoorde Giannita droegen naar haar
+moeders huis. Ze liepen met fakkels en men kon duidelijk de baar zien,
+die zij op hun schouders droegen.</p>
+<p>&bdquo;Terwijl de stoet langzaam over de markt schreed, kon men het
+lijkkleed herkennen dat gespreid was over de doode. Het was het kleed
+der Alagona&rsquo;s, versierd met het groote wapen en de rijke
+zilverfranjes. Maar toen Gaetano dit zag, begreep hij dat de vermoorde
+uit het huis der Alagona&rsquo;s zijn moest.</p>
+<p>&bdquo;Zijn gelaat werd aschgrauw en hij wankelde, alsof hij op het
+punt stond te vallen.</p>
+<p>&bdquo;In dit oogenblik vroeg de rechter hem:</p>
+<p>&bdquo;Kent ge de vermoorde?&rdquo;</p>
+<p>En hij antwoordde: &bdquo;Ja.&rdquo;</p>
+<p>Toen vervolgde de rechter, die een barmhartig mensch was:
+&bdquo;Stond ze u na?&rdquo;</p>
+<p>En don Gaetano antwoordde:</p>
+<p>&bdquo;Ik heb haar lief.&rdquo;</p>
+<p>Toen Gandolfo zoo ver met zijn verhaal was gekomen <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span>zag
+men dat donna Micaela haastig oprees, alsof zij hem wilde tegenspreken,
+maar cavaliere Palmeri trok haar vlug naast zich.</p>
+<p>&bdquo;Stil, stil,&rdquo; zei hij tot haar.</p>
+<p>En ze zat stil met het gelaat tusschen haar handen verborgen. Nu en
+dan schokte haar lichaam en jammerde zij zacht.</p>
+<p>Maar Gandolfo verhaalde hoe de rechter, toen don Gaetano dit bekend
+had, op zijn medegevangenen gewezen en hem gevraagd had:</p>
+<p>&bdquo;Indien ge deze vrouw lief hebt, hoe kunt ge dan in eenige
+gemeenschap staan met deze menschen, die haar vermoord
+hebben?&rdquo;</p>
+<p>Toen had Gaetano zich plotseling tot de bandieten gewend. Hij had
+zijn vuist gebald en naar hen opgeheven. En hij had er uitgezien, alsof
+hij zich een dolk wenschte om hen &eacute;&eacute;n voor
+&eacute;&eacute;n te kunnen neerstooten.</p>
+<p>&bdquo;Met dezen!&rdquo; had hij uitgeroepen. &bdquo;Zou ik in
+eenige gemeenschap staan met deze menschen?&rdquo;</p>
+<p>Zeker had hij willen zeggen, dat hij niets had te maken met roovers
+en moordenaars.</p>
+<p>De rechter had mild gelachen en er uitgezien alsof hij slechts op
+dit antwoord gewacht had om don Gaetano vrij te spreken.</p>
+<p>Maar toen was er een Godswonder geschied.</p>
+<p>Gandolfo verhaalde hoe tusschen al de gestolen zaken, die op de
+tafel lagen, ook een klein Christusbeeld geweest was. Dat was een el
+hoog en rijk versierd met ringen en getooid met een gouden kroon en
+gouden schoentjes. Juist op dit oogenblik boog een der officieren zich
+voorover en trok het beeld naar zich toe. Terwijl hij dit deed, viel de
+kroon op den grond en rolde naar don Gaetano.</p>
+<p>Deze nam de Christuskroon, hield die een oogenblik in zijn handen en
+beschouwde ze nauwkeurig. Het scheen alsof hij daarop iets gelezen
+had.</p>
+<p>Hij hield de kroon slechts even in zijn handen, op hetzelfde
+oogenblik ontnam de soldaat van de wacht hem die.</p>
+<p>Donna Micaela zag bijna verschrikt op. Het Christusbeeld! Daar was
+het dus reeds. Zou zij spoedig antwoord krijgen op haar bede?
+<span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span></p>
+<p>Gandolfo vervolgde: &bdquo;Maar toen Gaetano nu opkeek, beefden
+allen als voor een wonder, want hij was geheel veranderd.</p>
+<p>&bdquo;O, signori, hij was zoo bleek, dat zijn gelaat scheen te
+lichten en zijn oogen waren mild en straalden zacht.</p>
+<p>&bdquo;En er was geen toorn meer in hem.</p>
+<p>&bdquo;En hij begon te smeeken voor zijn medegevangenen, hij begon
+te bidden voor hun leven.</p>
+<p>&bdquo;Hij smeekte dat zij deze arme menschen niet zouden dooden.
+Hij bad, dat de hooge rechters iets voor hen doen zouden, opdat zij
+eens konden leven als andere menschen. &bdquo;Wij hebben slechts dit
+leven te leven,&rdquo; zei hij. &bdquo;Ons rijk is slechts van deze
+wereld.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij begon te verhalen hoe deze menschen geleefd hadden. Hij
+sprak alsof hij had kunnen lezen in hun ziel. Hij beschreef hun
+levensgeschiedenis zoo somber en ongelukkig, als die werkelijk was. Hij
+sprak zoo dat enkelen der hooge heeren weenden.</p>
+<p>&bdquo;Zijn woorden klonken sterk en machtig, zoodat het was alsof
+don Gaetano rechter was en de rechters misdadigers waren.</p>
+<p>&bdquo;Zie,&rdquo; zei hij tot hen, &bdquo;wiens schuld is het, dat
+deze ongelukkige menschen te gronde gaan? Zijt gij het niet, die de
+macht bezit, en hen in uw bescherming moest nemen?&rdquo; En men zag
+hoe allen ontstelden over de verantwoordelijkheid, die hij hun
+oplegde.</p>
+<p>&bdquo;Maar plotseling viel de rechter hem in de rede.</p>
+<p>&bdquo;Spreek tot uw eigen verdediging, Gaetano Alagona,&rdquo; zei
+hij. &bdquo;Spreek niet voor anderen.&rdquo;</p>
+<p>Toen had Gaetano gelachen. &bdquo;Signor,&rdquo; zei hij, &bdquo;ik
+heb niet veel meer dan gij om mij te verdedigen. Maar ik heb toch iets.
+Ik heb mijn werkkring in Engeland verlaten om oproer te maken op
+Sicili&euml;. Ik heb wapens meegebracht. Ik heb oproerige taal
+gesproken. Ik heb iets ofschoon niet veel.&rdquo;</p>
+<p>De rechter had hem bijna gesmeekt:</p>
+<p>&bdquo;Spreek zoo niet, don Gaetano. Denk aan hetgeen gij
+zegt.&rdquo;</p>
+<p>Maar hij had bekentenissen gedaan, die de rechters gedwongen hadden
+hem te veroordeelen. Toen men hem <span class="pagenum">[<a id="pb158"
+href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>zei, dat hij veroordeeld was
+tot negen en twintig jaar <span class="corr" id="xd20e3894" title="Bron: gevangenistraf">gevangenisstraf</span>, had hij uitgeroepen:
+&bdquo;Nu geschiedt de wil van haar, wier baar hier zoo juist voorbij
+gedragen werd. Moge het mij gaan, zooals zij wilde.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En meer zag ik niet van hem,&rdquo; zei de kleine Gandolfo,
+&bdquo;want de soldaten van de wacht namen hem in hun midden en voerden
+hem weg.</p>
+<p>&bdquo;Maar ik, die hem hoorde smeeken voor degenen, die zijn
+liefste vermoord hadden, deed mij zelf de gelofte, dat ik iets voor hem
+doen zou.</p>
+<p>&bdquo;Ik beloofde een schoone improvisatie over San Sebastiaan te
+houden, opdat deze hem zou helpen. Maar dit is mij niet gelukt. Ik ben
+geen improvisator, ik kon niet!&rdquo;</p>
+<p>Hij zweeg en wierp zich luid weenend voor het beeld. &bdquo;Vergeef
+mij, dat ik niet kon,&rdquo; riep hij, &bdquo;en help hem toch. Ge
+weet, dat ik deze gelofte deed toen hij veroordeeld werd. Maar nu heb
+ik niet kunnen spreken over u en nu zult ge hem niet helpen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela wist nauwelijks hoe het gegaan was, maar zij en de
+kleine Rosalie, die Gandolfo liefhad, waren bijna gelijktijdig bij hem.
+Ze trokken hem naar zich toe en kusten hem en zeiden, dat niemand
+gesproken had als hij, neen niemand.</p>
+<p>Zag hij niet, dat allen weenden? San Sebastiaan was tevreden over
+hem. Donna Micaela schoof een ring aan Gandolfo&rsquo;s vinger, rondom
+hem wuifde men met veelkleurige zijden doeken, die glinsterden als de
+golven der zee in het sterke licht van de domkerk.</p>
+<p>&bdquo;Viva Gaetano, viva Gandolfo!&rdquo; riep het volk.</p>
+<p>En het regende bloemen, vruchten, zijden doeken en sieraden op den
+kleinen Gandolfo.</p>
+<p>Donna Micaela werd bijna met geweld van hem gerukt. Maar zij dacht
+er niet aan bevreesd te zijn.</p>
+<p>Zij stond midden in de golvende menschenmassa te weenen. Tranen
+stroomden over haar gelaat en zij weende van vreugde, omdat zij
+weende.</p>
+<p>Dat was de hoogste zegening.</p>
+<p>Zij wilde weer naar Gandolfo, zij kon hem niet genoeg danken. Hij
+had haar immers verteld, dat Gaetano haar liefhad. <span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p>
+<p>Toen hij deze woorden aanhaalde:</p>
+<p>&bdquo;De wil geschiede van haar wier baar hier werd
+voorbijgedragen,&rdquo; had zij plotseling begrepen, dat Gaetano
+meende, dat zij het was, die onder het lijkkleed der Alagona&rsquo;s
+lag.</p>
+<p>En van de doode had hij gezegd: &bdquo;Ik heb haar lief.&rdquo;</p>
+<p>Het bloed stroomde opnieuw door haar aderen, haar hart klopte, haar
+tranen vloeiden.</p>
+<p>&bdquo;Dit is het leven, het leven,&rdquo; zei ze tot zich zelf,
+terwijl zij zich willoos door de volksmassa meevoeren liet.</p>
+<p>&bdquo;Het leven is weer tot mij gekomen, ik zal niet
+sterven.&rdquo;</p>
+<p>Allen wilden naar den kleinen Gandolfo om hem te danken, omdat hij
+hun iemand geschonken had om op te hopen, om naar te verlangen, om lief
+te hebben in deze dagen van tegenspoed, nu alles verloren scheen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name="pb161">161</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="pt2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e3940" class="main">Tweede deel.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;De Antichrist zal van land tot land</p>
+<p class="line">gaan en den armen brood geven.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span></p>
+<div class="div2" id="ch2.1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e3950" class="label">I.</h3>
+<h3 class="main">De vrouw van een groot man.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was in Februari en de amandelboomen begonnen op
+het zwarte lavaveld rondom Diamante te bloeien.</p>
+<p>Cavaliere Palmeri had een tocht op den Etna gemaakt en een grooten
+amandeltak vol knoppen en bloemen meegebracht; dezen had hij in een
+vaas in de muziekzaal gezet.</p>
+<p>Donna Micaela beschouwde den bloeienden tak. De amandelbloemen waren
+dus reeds gekomen! Gedurende een gansche maand, gedurende zes volle
+weken zou men ze nu overal vinden.</p>
+<p>Zij zouden op het altaar in de kerk staan, zij zouden liggen op de
+graven, en zij zouden in het knoopsgat, op den hoed en in het haar
+gedragen worden.</p>
+<p>Zij zouden bloeien langs den weg, op de bergen en ru&iuml;nes, en
+zij zouden prijken op het zwarte lavaveld.</p>
+<p>En iedere amandelbloem zou haar herinneren aan den dag, toen de
+klokken luidden en Gaetano nog vrij en gelukkig was, toen zij droomde
+een heel leven met hem te zullen leven.</p>
+<p>Het kwam haar voor, dat zij nooit te voren volkomen begrepen had wat
+het wilde zeggen, dat hij gevangen en weg was en dat zij hem nooit meer
+zou zien.</p>
+<p>Zij moest gaan zitten om niet te vallen, haar hart scheen op te
+houden met kloppen en zij sloot de oogen.</p>
+<p>Terwijl zij daar zoo zat, had ze een visioen.</p>
+<p>Opeens bevindt zij zich thuis in het paleis te Catania. <span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span>Zij
+zit in de hooge vestibule te lezen en zij is een vroolijke jonge dame,
+signorina Palmeri. Een bediende voert een reizenden koopman tot haar.
+&rsquo;t Is een jonge, mooie man met een takje amandelbloemen in het
+knoopsgat, op het hoofd draagt hij een plank vol heiligenbeeldjes, uit
+hout gesneden.</p>
+<p>Zij koopt eenige beeldjes van hem, onderwijl verslindt de jonge man
+met zijn oogen alle kunstwerken in de vestibule. Zij vraagt hem of hij
+hun verzameling wil zien. Ja, dat wil hij gaarne. En zij gaat zelf met
+hem mee om hem alles te toonen. En hij is zoo gelukkig door hetgeen hij
+ziet, dat zij denkt dat hij een kunstenaar moest worden en zij doet
+zich zelf de gelofte, dat zij hem niet zal vergeten.</p>
+<p>Zij vraagt hem waar hij thuis behoort.</p>
+<p>Hij antwoordt: &bdquo;In Diamante.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is dat ver weg?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vier uur met den postwagen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En met den trein?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Er bestaat geen spoorweg naar Diamante, signorina.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ge moest er een aanleggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wij, wij zijn te arm. Vraag den rijken menschen in Catania of
+zij voor ons een spoorweg willen aanleggen.&rdquo;</p>
+<p>Nadat hij dit gezegd had, wil hij gaan, maar in de deur wendt hij
+zich om en komt terug om haar zijn amandelbloemen te geven. Dat is tot
+dank voor al het schoone, dat zij hem heeft laten zien.&mdash;</p>
+<p>Toen donna Micaela de oogen opende, wist zij niet of zij gedroomd
+had of dat zoo iets misschien werkelijk eens gebeurd was. Gaetano kon
+immers heel goed eens in het palazzo Palmeri geweest zijn om zijn
+beelden te verkoopen, ofschoon zij het vergeten was; maar nu hadden de
+amandelbloemen dat voorval weer in haar geheugen geroepen.</p>
+<p>Maar dit was hetzelfde. De hoofdzaak was, dat de jonge houtsnijder
+Gaetano was. Het was als had zij met hem gesproken. Zij meende te
+hooren hoe de deur achter hem dichtviel. En na dezen droom rijpte het
+plan in haar, dat zij een spoorweg moest aanleggen tusschen Catania en
+Diamante.</p>
+<p>Gaetano was zeker tot haar gekomen om haar te verzoeken dit te doen.
+Het was een bevel van hem en zij voelde, <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span>dat zij hem moest
+gehoorzamen. Zij deed volstrekt geen poging om zich te verzetten. Zij
+was overtuigd dat Diamante meer behoefte had aan een spoorweg dan aan
+iets anders. Zij had Gaetano eens hooren zeggen, dat indien Diamante
+slechts een spoorweg bezat, zoodat het zijn oranjeappelen, zijn wijn,
+honing en amandelen kon vervoeren, en de vreemdelingen het gemakkelijk
+konden bereiken, het spoedig een rijke stad zou zijn.</p>
+<p>Zij was ook vast overtuigd, dat zij een spoorweg tot stand zou
+kunnen brengen. Zij moest het in elk geval beproeven. Het viel haar
+geen oogenblik in, dat zij het kon laten. Als Gaetano het wenschte,
+moest zij gehoorzamen.</p>
+<p>Zij dacht er over na hoeveel geld zij zelf daarvoor zou kunnen
+afstaan. Maar daarmee zou zij wel niet ver komen. Het eerste, dat zij
+doen moest, was trachten geld te krijgen. Nog in hetzelfde uur was zij
+bij donna Elisa en riep haar hulp in om een bazaar te regelen.</p>
+<p>Donna Elisa hief haar oogen op van haar borduurwerk. &bdquo;Waarvoor
+wilt ge een bazaar houden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wil geld verzamelen voor een spoorweg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is juist iets voor u, donna Micaela, daar zou niemand
+anders aan gedacht hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe, donna Elisa? Wat meent gij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O niets.&rdquo;</p>
+<p>En donna Elisa ging weer aan haar borduurwerk.</p>
+<p>&bdquo;Gij wilt mij dus niet helpen met mijn bazaar?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En gij wilt geen kleine bijdrage daarvoor afstaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij, die zoo kort geleden haar man verloren heeft,&rdquo;
+antwoordde <span class="corr" id="xd20e4031" title="Bron: dona">donna</span> Elisa, &bdquo;moest niet aan dergelijke
+grapjes denken.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela begreep, dat donna Elisa boos op haar was om een of
+andere reden en dat zij haar daarom niet wilde helpen.</p>
+<p>Maar er zouden wel andere menschen te vinden zijn die begrijpen
+zouden, dat dit heerlijke plan Diamante zou redden.</p>
+<p>Maar donna Micaela moest tevergeefs van deur tot deur gaan. En al
+sprak en smeekte zij nog zoo veel, zij kreeg geen aanhangers.
+<span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span></p>
+<p>Zij trachtte de menschen te overtuigen, zij wendde al haar
+welsprekendheid aan om hun het plan te verklaren.</p>
+<p>Maar er was niemand, die op haar voorstel wilde ingaan. Waar zij
+kwam, antwoordde men haar, dat men te arm was, te arm.</p>
+<p>De vrouw van den sindaco wilde niet, dat haar dochters op den bazaar
+zouden helpen verkoopen. Don Antonio Greco, de eigenaar van het
+marionetten-theater, wilde niet komen met zijn poppen. De
+stadsmuzikanten wilden niet spelen. Geen koopman wilde goederen
+afstaan. En als donna Micaela heengegaan was, lachte men haar uit.</p>
+<p>Een spoorweg, een spoorweg! Zij wist niet, wat zij wilde. Daarvoor
+waren statuten, een maatschappij, aandeelen en een concessie noodig.
+Hoe zou een vrouw dat alles kunnen regelen?</p>
+<p>Maar anderen vergenoegden zich niet met donna Micaela uit te lachen,
+sommigen werden boos op haar.</p>
+<p>Zij ging naar den donkeren winkel naast het klooster der
+Benedictijnen, waar meester Pamphilio zijn ridderromans vertelde. Zij
+kwam om hem te vragen of hij op haar bazaar wilde komen om het publiek
+te onderhouden, met Karel den Grooten en zijn paladijnen; maar daar hij
+midden in een verhaal was, moest zij wachten.</p>
+<p>Toen sloeg zij donna Concetta gade, meester Pamphilio&rsquo;s
+echtgenoote, die op de estrade aan zijn voeten zat te breien.</p>
+<p>Zoo lang meester Pamphilio sprak, bewogen donna Concetta&rsquo;s
+lippen zich. Zij had zijn romans zoo dikwijls gehoord, dat zij die van
+buiten kende en de woorden zei, v&oacute;&oacute;rdat ze over meester
+Pamphilio&rsquo;s lippen kwamen. Maar het was voor haar altijd nog
+hetzelfde genot hem te hooren verhalen, en zij weende en lachte, zooals
+zij gedaan had, toen zij hem voor de eerste maal had hooren
+vertellen.</p>
+<p>Meester Pamphilio was een oude man, die zeer veel gesproken had in
+zijn leven, zoodat zijn stem hem in den steek liet, als hij aan de
+groote oorlogstooneelen kwam, die met luide en krachtige stem verhaald
+moesten worden. Maar donna Concetta, die iederen roman van buiten
+kende, ontnam meester Pamphilio nooit het woord. Zij gaf den
+toehoorders een teeken dat zij moesten wachten tot zijn stem
+terugkwam.</p>
+<p>Als echter zijn geheugen hem ontrouw werd, deed donna <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name="pb167">167</a>]</span>Concetta, alsof ze een steek liet vallen; dan
+bracht zij haar kous bij de oogen en daarachter wierp zij hem het woord
+toe, zoodat niemand het kon merken.</p>
+<p>En allen wisten, dat hoewel donna Concetta de romans misschien
+mooier had kunnen verhalen dan meester Pamphilio, zij dat nooit zou
+willen doen. Niet slechts omdat dit onpassend was voor een vrouw, maar
+ook omdat dit haar nooit zulk een genot kon zijn als haar geliefden
+meester Pamphilio te hooren vertellen.</p>
+<p>Toen donna Micaela zoo keek naar donna Concetta, verzonk zij in
+droomen. O, zoo te zitten onder de estrade, waar de geliefde spreekt,
+zoo daar te zitten dag uit en dag in om hem te aanbidden. Zij wist, wie
+dat gaarne zou willen! Maar toen meester Pamphilio zijn verhaal
+ge&euml;indigd had, ging donna Micaela naar hem toe en verzocht hem of
+hij haar wilde helpen. &rsquo;t Viel hem moeielijk neen te zeggen op de
+duizenden smeekbeden, die in haar oogen geschreven stonden.</p>
+<p>Donna Concetta kwam hem te hulp. &bdquo;Meester Pamphilio,&rdquo;
+zei zij, &bdquo;verhaal donna Micaela van Guglielmo den
+Slechten.&rdquo;</p>
+<p>En meester Pamphilio vertelde:</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, weet ge, dat er eens een koning in
+Sicili&euml; heerschte, die Guglielmo de Slechte heette?</p>
+<p>&bdquo;Hij was zoo gierig, dat hij zijn onderdanen al hun geld
+ontnam. Hij beval dat allen die gouden munten bezaten, hem die moesten
+afstaan. En hij was zoo slecht, dat allen hem moesten gehoorzamen.</p>
+<p>&bdquo;Nu, donna Micaela, wilde Guglielmo de Slechte weten of iemand
+nog gouden munten in zijn huis verborgen had. En daarom zond hij een
+zijner dienaren met een schoon paard door de corso in Palermo. En de
+man bood het paard te koop aan en riep luid:</p>
+<p>&bdquo;Te koop voor een gouden munt! te koop voor een gouden
+munt!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar er was niemand, die het paard kon koopen.</p>
+<p>&bdquo;Doch het was een zeer schoon paard en een jonge heer in
+Palermo, de hertog Montefiascone, was opgetogen daarover.</p>
+<p>&bdquo;Er bestaat voor mij geen vreugde op deze aarde meer
+<span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name="pb168">168</a>]</span>indien ik dit paard niet kan koopen,&rdquo; zei
+hij tot zijn hofmeester.</p>
+<p>&bdquo;Signor duca,&rdquo; antwoordde de hofmeester, &bdquo;ik kan u
+zeggen, waar gij een gouden munt kunt vinden. Toen uw heer vader stierf
+en door de Kapucijners werd weggehaald, legde ik volgens oud gebruik
+een gouden munt in zijn mond. Die kunt ge immers nemen,
+signor.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Want ge moet weten, donna Micaela, dat men in Palermo zijn
+dooden niet in den grond begraaft. Men brengt hen naar het klooster der
+Kapucijnen, waar de monniken hen in hun grafkamers hangen.</p>
+<p>&bdquo;O, hoe velen hangen daar! Zoo vele dames gekleed in zijde en
+satijn, zoo vele hooge heeren met ridderorden op hun uniform, en zoo
+vele priesters met pij en kalotje op het doodshoofd en over het
+geraamte.</p>
+<p>&bdquo;De jonge hertog volgde den raad. Hij begaf zich naar het
+klooster der Kapucijnen en nam de gouden munt uit zijns vaders mond en
+kocht het paard daarvoor.</p>
+<p>&bdquo;Maar gij begrijpt, dat de koning slechts zijn dienaar met het
+paard uitgezonden had om te weten te komen of nog iemand geld bezat. En
+nu werd de hertog voor den koning gevoerd.</p>
+<p>&bdquo;Hoe komt het, dat gij nog eene gouden munt bezit?&rdquo; zei
+Guglielmo de Slechte.</p>
+<p>&bdquo;Sire, die was niet van mij, maar van mijn vader.&rdquo; En
+hij verhaalde vanwaar hij de munt gekregen had.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is waar ook,&rdquo; zei de koning. &bdquo;Ik had
+vergeten, dat de dooden nog geld bezitten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En hij zond zijn dienaar naar de Kapucijners om alle munten
+uit den mond der dooden te nemen.&rdquo;</p>
+<p>Hier eindigde de oude meester Pamphilio zijn verhaal. En nu wendde
+<span class="corr" id="xd20e4110" title="Bron: donno">donna</span>
+Concetta zich met van toorn fonkelende oogen naar donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt het die met het paard uitgaat,&rdquo; zei zij.</p>
+<p>&bdquo;Ben ik dat? ik?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, gij donna Micaela. Nu zal de regeering zeggen: &bdquo;Zij
+leggen een spoorweg aan in Diamante. De menschen daar zijn dus
+rijk.&rdquo; En men zal onze belastingen verhoogen. En God weet, dat
+wij de belastingen, die ons reeds zijn opgelegd, niet kunnen betalen,
+zelfs indien wij onze voorvaderen plunderden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name="pb169">169</a>]</span></p>
+<p>Donna Micaela wilde haar kalmeeren.</p>
+<p>&bdquo;Zij hebben u uitgezonden om te vernemen of wij nog geld
+bezitten. Gij zijt een spion der rijken, gij wordt betaald door de
+regeering. Die bloedzuigers in Rome hebben u betaald.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela wendde zich van haar af.</p>
+<p>&bdquo;Ik kwam om met u te spreken, meester Pamphilio,&rdquo; zei
+zij tot den grijsaard.</p>
+<p>&bdquo;Maar ik ben het, die u antwoorden zal,&rdquo; viel donna
+Concetta haar in de reden, &bdquo;want het is een onaangename zaak, en
+die moet ik op mij nemen. Ik weet, wat de vrouw van een groot man past,
+donna Micaela.&rdquo;</p>
+<p>Donna Concetta zweeg, want de voorname dame keek haar aan met een
+blik, zoo vol afgunstig verlangen, dat zij medelijden met haar
+gevoelde. God ja, er bestond ook verschil tusschen mannen, don Ferrante
+of meester Pamphilio! <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e4135" class="label">II.</h3>
+<h3 lang="la" class="main">Panem et <span class="corr" id="xd20e4139"
+title="Bron: cirsenses">circenses</span>.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In Diamante wijst men den vreemdelingen twee paleizen,
+die op het punt staan tot ru&iuml;nes te vervallen, zonder ooit
+voltooid geweest te zijn. Zij hebben groote vensteropeningen zonder
+ramen, hooge muren zonder dak en groote poorten, die met planken en
+stroo gesloten zijn.</p>
+<p>Die twee paleizen liggen tegenover elkaar aan beide zijden der
+straat, beide even onvoltooid en even vervallen. Rondom hen staan geen
+andere gebouwen en geen mensch kan er in komen. Zij schijnen slechts
+gebouwd te zijn voor de duiven. Hoor nu, wat men daarvan vertelt:</p>
+<p>Wat is een vrouw, o signori? Haar voet is zoo klein, dat zij over de
+wereld gaat zonder een spoor achter te laten. Voor den man is zij
+gelijk zijn schaduw. Zij heeft hem gevolgd gedurende zijn gansche
+leven, zonder dat hij haar opgemerkt heeft.</p>
+<p>Men kan niet veel verlangen van een vrouw. Zij moet immers den
+geheelen dag opgesloten zitten als een gevangene. Zij kan niet eens
+leeren een minnebrief goed te spellen. Zij kan niets tot stand brengen,
+dat duurzaamheid bezit.</p>
+<p>Als zij gestorven is, valt er niets op haar grafsteen te vermelden.
+Alle vrouwen zijn van gelijke hoogte.</p>
+<p>Maar eens kwam in Diamante een vrouw, die zoo hoog boven alle andere
+uitstak, als de honderdjarige palm zich verheft boven het grasveld.</p>
+<p>Zij bezat lira bij duizenden en kon die wegschenken of behouden,
+gelijk zij verkoos. Zij ging voor niemand uit den <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span>weg.
+Zij vreesde niet gehaat te worden. Zij was het grootste wonder, dat de
+oogen ooit aanschouwd hadden.</p>
+<p>&rsquo;t Spreekt immers vanzelf dat zij geen Siciliaansche vrouw
+was. Zij was een Engelsche. En het eerste, dat zij deed toen zij in
+Diamante kwam, was de geheele eerste verdieping van het hotel alleen
+voor haar zelf te huren. Wat was dat voor haar? Gansch Diamante was
+haar niet groot genoeg. Maar zoodra zij daar was, begon zij over de
+stad te heerschen als een koningin.</p>
+<p>De sindaco moest haar gehoorzamen. Was zij het niet, die hem dwong
+steenen banken op de markt te plaatsen? Was het niet op haar bevel, dat
+de straten der stad iederen dag geveegd werden?</p>
+<p>Als zij &rsquo;s morgens ontwaakte, stonden alle jonge mannen van
+Diamante voor haar deur te wachten om haar te vergezellen op een
+uitstapje. Zij hadden de schoenmakersleest en de schaafbank verlaten om
+haar als gids te dienen. Zij hadden hun moeders zijden kleed verkocht
+om een dameszadel voor hun ezel <span class="corr" id="xd20e4165"
+title="Niet in bron">te</span> koopen, waarop zij kon rijden naar het
+kasteel of naar &rsquo;Tre Castagni. Zij hadden zich ontdaan van huis
+en haard om een paard en wagen te koopen, opdat zij haar naar Randozzo
+of Nicolosi konden rijden.</p>
+<p>En allen waren zij haar slaven. De kinderen begonnen in het Engelsch
+te bedelen en de blinde vrouwtjes bij de hotelpoort, donna Pepa en
+donna Tura, drapeerden zich in witte doeken om haar te behagen!</p>
+<p>Alles bewoog zich om haar; handwerk en nijverheid bloeiden op rondom
+haar. Zij, die niets anders doen konden, groeven in den grond naar
+munten en leemen kruiken om haar die te kunnen aanbieden. Photografen
+vestigden zich in de stad en begonnen voor haar te werken.
+Koraalhandelaars en kooplieden in schildpad schoten rondom haar op uit
+de aarde. De priesters van Santa Agnese groeven om harentwille het oude
+Dionysius-theater op dat achter hun kerk lag. En elk die een vervallen
+villa bezat, groef uit de duisternis der kelders overblijfselen op van
+een <span class="corr" id="xd20e4172" title="Bron: mozaiek-vloer">moza&iuml;ekvloer</span> en noodigde haar uit
+deze te komen zien.</p>
+<p>Wel waren er ook vroeger vreemdelingen geweest in Diamante, maar zij
+waren gekomen en gegaan en niemand had zulk een macht bezeten als zij.
+Spoedig was er geen <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172"
+name="pb172">172</a>]</span>enkele man in de stad, die niet al zijn
+hoop op de Engelsche signorina vestigde.</p>
+<p>Haar gelukte het zelfs een weinig leven te brengen in Ugo Favara.
+Gij weet wel, Ugo Favara, den advocaat, die eens een groot man beloofde
+te worden, maar tegenspoed had en thuis kwam als een gebroken man. Zij
+gebruikte hem om haar zaken te beheeren. Zij had hem noodig en zij nam
+hem.</p>
+<p>Er is nooit een vrouw in Diamante geweest, die zulke zaken deed als
+zij. Zij breidde zich uit gelijk de brem in de lente. Den eenen dag
+weet nog niemand, dat zij er is en den volgenden dag is zij reeds een
+groote struik. Spoedig wist men niet waarheen men zou gaan in Diamante
+om niet op de velden der Engelsche signorina te loopen. Ze kocht
+landgoederen en huizen in de stad, zij kocht amandelbosschen en
+lavastroomen. De schoone plekjes, vanwaar men uitzicht genoot op den
+Etna, waren haar eigendom en eveneens de drassige grond van het dal. En
+in de stad begon zij twee groote paleizen te bouwen. &rsquo;t Was
+daarin, dat zij wonen en over haar koninkrijk heerschen wilde.</p>
+<p>Nooit zal men weer een vrouw als zij vinden.</p>
+<p>Dat alles was haar nog niet genoeg. Zij wilde ook den strijd
+aanbinden tegen de armoede. O, signori, tegen de Siciliaansche armoede!
+Wat gaf zij niet iederen dag weg! en wat deelde zij niet uit op
+feestdagen!</p>
+<p>Wagens, getrokken door twee paar ossen, gingen naar Catania en
+kwamen terug hoog beladen met allerlei kleedingstukken. Zij had zich
+voorgenomen dat een ieder heele kleeren zou dragen in de stad, waar zij
+regeerde.</p>
+<p>Maar hoor nu, hoe het haar ging, hoe het eindigde met den strijd
+tegen de armoede, met het koninkrijk en de paleizen.</p>
+<p>Zij gaf een feestmaal aan de armen in Diamante en na den maaltijd
+een tooneelspel in het Grieksche theater. Dat was hetgeen een der oude
+keizers gedaan zou hebben.</p>
+<p>Maar wie heeft ooit gehoord, dat een vrouw op dergelijke gedachten
+kwam!</p>
+<p>Zij noodigde alle armen uit. Daar waren de twee blinde vrouwen van
+de hotelpoort en de oude Assunta van de domtrap. Daar was de man van
+het postkantoor die zijn kin <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>bedekt had met een rooden doek om
+zijn gelaatskanker te verbergen en dan was er de idioot, die de ijzeren
+deuren van het Grieksche theater openschuift.</p>
+<p>Alle ezeldrijvers waren er, ook de beide broeders zonder handen, die
+in hun jeugd een bom hadden laten ontploffen en toen alle vingers
+hadden verloren; en dan was er de invalide met het houten been en de
+oude stoelenmatter, die te oud was geworden om te werken.</p>
+<p>Het was wonderlijk hen allen uit hun holen te voorschijn te zien
+kruipen, al deze armen van Diamante. Oude vrouwtjes die haar gansche
+leven hadden zitten spinnen in donkere steegjes, waren op &rsquo;t
+feest en ook de positiefspeler, die een instrument heeft, zoo groot als
+een kerkorgel, en een jonge, rondtrekkende mandolinista van Napels, met
+zijn hoofd vol alle mogelijke dolle streken. Al de ooglijders en ouden
+van dagen, die geen dak boven hun hoofd hadden, en zij die wortelen aan
+den wegkant zochten voor het middagmaal, de steenhouwer die een lire
+per dag verdiende en zes kinderen had om te verzorgen, allen waren zij
+uitgenoodigd en aanwezig op het feest.</p>
+<p>De armoede zond haar troepen uit tegen de Engelsche signorina. Wie
+bezit zulk een leger als de armoede? Maar eens gelukte het de Engelsche
+signorina haar te overwinnen.</p>
+<p>Zij had ook iets om mee te strijden en te overwinnen. De geheele
+markt stond vol gedekte tafels. En zij had wijnvaten laten stapelen
+langs de steenen bank, die langs den geheelen muur der domkerk loopt.
+Zij had het uitgestorven nonnenklooster herschapen in een provisiekamer
+en keuken. Ze had de geheele vreemdelingenkolonie in Diamante, gekleed
+in witte boezelaars, om de spijzen rond te deelen. En als toeschouwers
+bij haar feestmaal had zij heel Diamante dat pleegt zich verzadigd te
+eten.</p>
+<p>Toeschouwers! wie had zij niet tot toeschouwers! Den grooten Etna,
+de stralende zon, den rooden berg en den ouden Vulcanitempel, die nu
+aan San Pasquale gewijd was.</p>
+<p>En geen van alle had nog ooit een verzadigd Diamante aanschouwd.
+Geen van hen alle had er v&oacute;&oacute;r dit oogenblik aan gedacht
+hoezeer het hun eigen schoonheid zou verhoogen, indien men hen kon
+beschouwen, zonder dat de <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>honger den menschen in de ooren
+siste en hen op de hielen volgde.</p>
+<p>Maar let nu op &eacute;&eacute;n ding! Hoe merkwaardig en groot deze
+signorina ook was, schoon was zij niet. En trots al de macht, die zij
+bezat, was zij niet vriendelijk of innemend. Zij regeerde niet met
+scherts, zij beloonde niet met een glimlach. Zij had een zwaar, plomp
+lichaam en een zwaar, plomp gemoed.</p>
+<p>Maar dezen dag, dat zij eten gaf aan al de armen, werd zij een
+geheel ander mensch.</p>
+<p>Er woont een ridderlijk volk op het eiland Sicili&euml;. Van al deze
+armen liet geen enkele haar voelen, dat zij liefdadigheid uitoefende.
+Zij aanbaden haar, maar zij aanbaden haar als vrouw. Zij namen plaats
+aan haar tafel als bij een gelijke. Zij behandelden haar, zooals een
+gastvrouw door haar gasten behandeld wordt. Heden doe ik u de eer bij u
+te komen, morgen doet ge mij de eer bij mij te komen. Zoo en niets
+anders was het!</p>
+<p>Zij stond op de hooge trap van het raadhuis en zag neer op de
+menigte. En toen men het glas volschonk van den ouden stoelenmatter,
+die aan &rsquo;t boveneinde der tafel zat, richtte hij zich op, boog
+voor haar en zei:</p>
+<p>&bdquo;Ik drink op uw welzijn, signorina.&rdquo;</p>
+<p>Zoo deden allen. Zij legden de hand op het hart en bogen voor haar.
+Het was misschien goed voor haar geweest, indien zij zulk een
+ridderlijkheid vroeger in haar leven ontmoet had. Waarom hadden de
+mannen in haar vaderland haar doen vergeten, dat de vrouwen bestaan om
+te worden aangebeden?</p>
+<p>Hier zagen allen er uit of ze gloeiden van een stille vereering. Zoo
+worden de vrouwen behandeld op het edele eiland. Wat gaven zij haar
+niet terug voor de spijzen en den wijn, die zij hun schonk! Zij gaven
+haar en jeugd en vroolijkheid, en de eer om navolgenswaardig te
+zijn.</p>
+<p>Ze hielden toespraken tot haar.</p>
+<p>&bdquo;Edele signorina, gij die over de wijde zee gekomen zijt, gij
+die Sicili&euml; bemint&rdquo;&mdash;en zoo voort, en zoo voort.</p>
+<p>En zij toonde, dat zij kon blozen, zij schaamde zich niet langer,
+dat zij glimlachen kon.</p>
+<p>Toen zij gesproken hadden, begon het te beven om den mond der
+Engelsche signorina. Zij werd twintig jaar jonger. Dat was hetgeen zij
+noodig had. <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span></p>
+<p>Op het feest was ook de ezeldrijver, die de Engelsche dames naar Tre
+Castagni pleegt te geleiden, en die altijd verliefd op haar was,
+v&oacute;&oacute;rdat hij van haar scheidde. Nu viel zijn oog op de
+groote weldoenster.</p>
+<p>Niet alleen een slank, fijn lichaam en een zachte gelaatstint zijn
+waard aangebeden te worden, maar ook sterkte en kracht.</p>
+<p>De ezeldrijver liet plotseling mes en vork vallen, leunde met de
+ellebogen op de tafel en bleef zoo zitten om naar haar te kijken. En
+gelijk hij, deden al de andere ezeldrijvers. Het ging als een
+besmetting rond. Het werd rondom de Engelsche signorina heet van
+gloeiende blikken. Het waren niet alleen de armen die haar aanbaden. De
+advocaat Ugo Favara kwam bij haar en fluisterde haar in het oor, dat
+zij een voorzienigheid was voor zijn arm land en voor hem.</p>
+<p>&bdquo;Indien ik slechts vroeger een vrouw gelijk u getroffen
+had,&rdquo; zei hij.</p>
+<p>&bdquo;Denk u een ouden vogel, die lange jaren in een kooi was
+opgesloten en ruig geworden is en den glans zijner veeren verloren
+heeft. En plotseling komt er iemand, die hem streelt en den glans
+opnieuw te voorschijn roept. Stel u dat voor, signorina!&rdquo;</p>
+<p>En dan was er ook die knaap van Napels. Hij haalde zijn mandoline te
+voorschijn en begon te zingen. Gij weet, hoe hij pleegt te zingen, hoe
+hij gewoonlijk zijn grooten mond vertrekt en leelijke woorden zegt.
+Dikwijls gelijkt hij op een spottend masker. Maar hebt gij gezien dat
+hij een engel in zijn oogen heeft?</p>
+<p>Een engel, die schijnt te weenen over zijn val en vervuld is van een
+goddelijken waanzin. En dezen avond was hij slechts engel. Hij hief het
+hoofd op als een door God ge&iuml;nspireerde dichter, zijn gebogen
+lichaam werd veerkrachtig en richtte zich op in trotsche levensvreugde.
+Er kwam kleur op zijn doodsbleeke wangen. En hij zong, hij zong, zoo
+dat men de tonen als vuurvliegen van zijn lippen zag zweven om de lucht
+met hun gejubel en gedans te vervullen.</p>
+<p>Toen het nacht werd trokken allen naar het Grieksche theater. Dat
+was het glanspunt van het feest. En wat had de gastvrouw daar haar
+gasten aan te bieden?</p>
+<p>Daar was de Russische zangeres en de Duitsche
+vari&eacute;t&eacute;-kunstenaar, <span class="pagenum">[<a id="pb176"
+href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span>de Engelsche clowns en de
+Amerikaansche goochelaar. Maar wat was dit alles vergeleken met den
+zilverwitten maneschijn, met de plaats en al haar herinneringen! Het
+was alsof de armen zich voelden als Grieken en cultuurdragers, toen zij
+zich neervlijden op de rotsbanken van hun eigen oud theater, en
+tusschen de bouwvallige zuilen van het tooneel het schoone panorama
+aanschouwden.</p>
+<p>De armen zijn niet spaarzaam, ze deelen mild van de vreugde, die ze
+krijgen. Ze waren niet zuinig met de toejuichingen, ze waren uitbundig
+in hun handgeklap. Zij die op het tooneel optraden, vertrokken met een
+schat van lof.</p>
+<p>Toen spoorde iemand de Engelsche signorina aan om ook op te treden.
+Al deze vereering gold immers haar. Zij moest eens oog in oog met haar
+gasten staan. En zij zeiden haar hoe bijval bedwelmt, hoe die vervoert
+en bezielt.</p>
+<p>Dit voorstel behaagde haar, en zij volgde dezen raad
+onmiddellijk.</p>
+<p>Zij had in haar jeugd dikwijls gezongen en de Engelschen zijn nooit
+afkeerig om te zingen. Anders zou zij het zeker niet gedaan hebben,
+maar nu was zij goed geluimd, en nu wilde zij zingen voor hen, die haar
+liefhadden.</p>
+<p>Zij trad het laatst van allen op.</p>
+<p>Stel u nu eens voor wat het is op zulk een oud tooneel op te treden!
+Daar was het dat Antigone levend begraven was en Iphegenie geofferd
+had. Maar de Engelsche signorina trad slechts op om gehuldigd te
+worden.</p>
+<p>Een storm van bijval barstte los, zoodra zij zich vertoonde. Men
+wilde den grond verpletteren om haar te huldigen.</p>
+<p>Het was een trotsch oogenblik. Zij stond daar met den Etna tot
+achtergrond en de Middellandsche zee tot zijcoulisse. Voor haar op de
+met mos begroeide banken strekte zich de overwonnen armoede uit en zij
+voelde, dat geheel Diamante aan haar voeten lag.</p>
+<p>Ze koos Bellini, hun eigen Bellini. Zij ook wilde beminnelijk zijn
+en daarom zong zij een lied van Bellini, die geboren is aan den voet
+van den Etna, Bellini, dien zij vanbuiten kenden, noot voor noot.</p>
+<p>Natuurlijk, o signora, natuurlijk kon zij niet zingen. Zij was
+alleen op het tooneel gekomen om zich te laten huldigen. <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span>Zij
+was opgetreden, opdat de volksliefde zich uiten kon. Maar nu zong zij
+valsch en zwak. En de menschen kenden elken toon.</p>
+<p>Het was de mandolinista van Napels, die het eerst met zijn geheele
+gezicht lachte en een toon nazong even valsch als de Engelsche
+signorina. Later was het de man met kanker in &rsquo;t gezicht, die zoo
+lachte, dat zijn verband afviel. Daarna begon een ezeldrijver in de
+handen te klappen, en volgden de anderen zijn voorbeeld. Het was een
+krankzinnige daad maar dat begrepen zij niet.</p>
+<p>Men kon toch op den grond der oude Grieken geen barbaren dulden, die
+valsch zingen.</p>
+<p>Donna Pepa en donna Tura lachten, zooals zij nog nooit in haar leven
+gedaan hadden.</p>
+<p>Geen enkele zuivere toon! Bij de Madonna en San Pasquale, geen
+enkele zuivere toon!</p>
+<p>&Eacute;&eacute;ns in hun leven waren zij verzadigd. Het stond nu
+eenmaal geschreven, dat er waanzin en razernij over hen zou zijn dien
+avond. En waarom zouden zij niet lachen? Men had hun toch zeker geen
+eten gegeven om hun ooren te pijnigen met vijl en zaag?</p>
+<p>Mochten zij zich niet verdedigen door te lachen, moesten zij haar
+niet nadoen, sissen en fluiten? Mochten zij zich niet achteroverwerpen
+om in een daverend gelach uit te barsten?</p>
+<p>Ze waren toch zeker geen slaven der Engelsche signorina!</p>
+<p>Het kwam overweldigend voor haar. &rsquo;t Kwam al te overweldigend
+onverwacht, dan dat zij het zou kunnen begrijpen.</p>
+<p>Floten zij haar uit? Het was zeker om iets daar beneden, om iets dat
+zij niet zien kon.</p>
+<p>Zij zong de aria ten einde. Zij was overtuigd, dat dit lachen iets
+was, dat haar niet aanging.</p>
+<p>Toen zij eindigde, stortte er een stroom van twijfelachtigen bijval
+op haar neer. Die was z&oacute;&oacute;, dat zij eindelijk alles
+begreep. Fakkels en maneschijn verlichtten den nacht, zoodat zij de
+menschenmassa kon zien schudden van &rsquo;t lachen.</p>
+<p>Zij hoorde den hoon en spot, nu zij niet meer zong. Die gold haar.
+Toen vluchtte zij van het tooneel, en het was <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span>alsof de groote Etna schudde van &rsquo;t lachen
+en de zee glinsterde van pret.</p>
+<p>Maar het werd al erger en erger. Ze hadden zoo gelachen, de armen,
+zoo gelachen als nooit tevoren, en zij wilden haar nog
+&eacute;&eacute;nmaal hooren. Zij riepen haar terug. &bdquo;Bravo! Bis!
+Da capo!&rdquo; Zulk een genoegen konden zij zich niet laten
+ontgaan.</p>
+<p>En zij, de Engelsche signorina, zij was bijna bewusteloos.</p>
+<p>Een storm verhief zich rondom haar. Het volk schreeuwde, brulde om
+haar te dwingen weer op het tooneel te verschijnen. Zij zag hoe zij de
+armen ophieven om haar te dreigen; opeens was het tooneel veranderd in
+een oud circus, zij werd naar binnen gesleurd om door wilde dieren
+verslonden te worden.</p>
+<p>En de razernij steeg en steeg. De anderen, die opgetreden waren,
+werden bevreesd en smeekten haar toe te geven. En zij zelf werd ook
+bang, het was alsof men haar wilde vermoorden, indien zij niet
+toegaf.</p>
+<p>Zij sleepte zich naar het tooneel en stond oog in oog met de
+tierende volksmassa. Voor haar was er geen verschooning. Zij moest
+zingen, omdat allen lachen wilden. Dat was het ergste. Zij zong, omdat
+zij bang was voor hen en niet den moed had het hun te
+weigeren<span class="corr" id="xd20e4319" title="Bron: ,">.</span> Zij
+was een weerlooze vreemdelinge en zij had niemand, die haar beschermde
+en zij was bang.</p>
+<p>En zij lachten en lachten!</p>
+<p>Gedurende de geheele aria hoorde men niets anders dan geschreeuw,
+gesis, gelach en gefluit. Niemand had medelijden met haar. Het was
+misschien de eerste maal in haar leven, dat zij voelde, dat zij
+behoefte had aan iemand, die barmhartig jegens haar was....</p>
+<p>Den volgenden dag wilde zij vertrekken. Zij kon het niet langer
+uithouden in Diamante. Maar toen zij dit zeide tegen advocaat Favara,
+bezwoer hij haar om zijnentwille te blijven en hij vroeg haar zijn
+vrouw te worden.</p>
+<p>Hij had het rechte oogenblik gekozen. Zij nam zijn aanzoek aan en
+trouwde met hem.</p>
+<p>Maar na dien tijd bouwde zij niet meer aan haar paleizen, zij streed
+niet meer tegen de armoede, zij wilde niet meer koningin van Diamante
+zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span></p>
+<p>Zoudt gij het willen gelooven? Zij vertoonde zich nooit meer op
+straat, maar leefde binnenshuis als een Siciliaansche.</p>
+<p>Haar klein huis lag verborgen achter een hooge schutting en van haar
+zelf merkte men niets.</p>
+<p>Men wist slechts, dat zij geheel was veranderd; maar men wist niet
+of zij gelukkig of ongelukkig was, en of zij zich opsloot omdat zij de
+menschen haatte, dan of zij wilde zijn zooals een Siciliaansche
+huisvrouw behoort te zijn.</p>
+<p>Maar eindigt het op deze wijze niet altijd met vrouwen? Als zij
+paleizen bouwen, komen zij nooit klaar. Vrouwen kunnen niets tot stand
+brengen, dat duurzaamheid bezit. <span class="pagenum">[<a id="pb180"
+href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.3"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e4344" class="label">III.</h3>
+<h3 class="main">De verworpeling.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen donna Micaela hoorde hoe de armen miss Tottenham
+uitgelachen hadden, haastte zij zich naar het hotel om haar leedwezen
+daarover te betuigen.</p>
+<p>Zij wilde miss Tottenham smeeken deze stakkers niet te beoordeelen
+naar hetgeen zij gedaan hadden, toen zij opgewonden waren van vreugde
+en wijn. Zij wilde haar smeeken toch niet haar hand af te trekken van
+Diamante. Zelf hield zij niet veel van miss Tottenham, maar terwille
+van de armen&mdash;&mdash;Zij wilde al het mogelijke doen om haar over
+te halen te blijven.</p>
+<p>Toen zij naar het hotel Etna ging, zag zij dat de geheele straat vol
+reiswagens stond. Er was dus geen hoop meer. De groote weldoenster zou
+vertrekken.</p>
+<p>In het hotel heerschte veel droefheid en berouw. De twee blinden,
+donna Pepa en donna Tura, die vroeger altijd op de binnenplaats van het
+hotel zaten, waren nu buitengesloten en lagen op haar knie&euml;n voor
+de poort. En de jonge ezeldrijver, die verliefd was op alle Engelsche
+signorina&rsquo;s, stond met zijn gezicht tegen den muur te weenen.</p>
+<p>Maar in het hotel liep de waard op en neer in de lange gang en hij
+was vertoornd op de Voorzienigheid, die hem dit ongeluk toevoegde.</p>
+<p>&bdquo;Signor Dio,&rdquo; mompelde hij, &bdquo;ik ben
+geru&iuml;neerd. Als gij dit laat geschieden, neem ik mijn vrouw bij de
+hand en mijn kinderen op den arm en werp mij in den Etna.&rdquo;</p>
+<p>De waardin was zeer bleek en ootmoedig. Zij waagde <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span>het
+nauwelijks haar oogen van den grond op te heffen. Zij had wel op haar
+knie&euml;n willen kruipen om de rijke signorina te bewegen toch te
+blijven.</p>
+<p>&bdquo;Wilt ge met haar spreken, donna Micaela?&rdquo; zei ze.
+&bdquo;Moge God u kracht schenken om met haar te spreken! Ach, zeg
+haar, dat die knaap van Napels, die de schuld is van het geheele
+ongeluk, reeds uit de stad verbannen is. Zeg haar, dat allen boete
+willen doen. O, spreek met haar, signora!&rdquo;</p>
+<p>Zij voerde donna Micaela naar de ontvangkamer der Engelsche en ging
+met haar kaartje naar het salon. Zij kwam dadelijk terug en verzocht
+donna Micaela een paar minuten te willen wachten. Signorina Tottenham
+sprak met signor Favara over zaken.</p>
+<p>Maar dit was juist het oogenblik dat advocaat Favara aanzoek deed om
+de hand van miss Tottenham, en terwijl donna Micaela wachtte, hoorde
+zij hem duidelijk zeggen: &bdquo;Gij moogt niet vertrekken, signorina!
+Wat zal er van mij worden, indien gij vertrekt! Ik heb u lief, ik kan u
+niet laten vertrekken. Ik zou het niet gewaagd hebben te spreken,
+indien ge niet gedreigd hadt te vertrekken. Maar
+nu&mdash;&mdash;&mdash;&rdquo; Hier daalde zijn stem, maar donna
+Micaela wilde niets meer hooren, zij verwijderde zich snel. Zij begreep
+dat zij hier overbodig was. Indien het signor Favara niet gelukte de
+groote weldoenster in Diamante te doen blijven, zou niemand dat
+kunnen.</p>
+<p>Toen zij weer door de poort ging, stond de waard te twisten met den
+ouden Franciscaner, fra Felice. En hij was zoo opgewonden, dat hij niet
+slechts twistte met fra Felice, maar hem ook uit zijn huis joeg.</p>
+<p>&bdquo;Fra Felice,&rdquo; riep hij, &bdquo;gij komt hier om ruzie te
+maken met de groote weldoenster. Gij wilt haar nog meer opwinden.</p>
+<p>&bdquo;Ga weg, zeg ik u. Gij wolf, gij menscheneter, ga
+weg!&rdquo;</p>
+<p>Fra Felice was even vertoornd als de waard, en wilde hem op zij
+duwen. Maar toen nam deze hem bij den arm en zette hem de deur uit.</p>
+<p>Fra Felice was een man, die een groote gave van zijn Schepper had
+ontvangen. Op Sicili&euml;, waar iedereen in de loterij speelt, worden
+menschen gevonden, die de gave bezitten te voorspellen welke nummers
+bij de volgende trekking <span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>uit zullen komen. Degene, die de
+gave der helderziendheid ontvangen heeft, wordt polacco genoemd, en men
+vindt hen het meest onder de oude bedelmonniken. En zulk een monnik was
+fra Felice. Hij was de grootste polacco van den Etna. En daar een ieder
+gaarne wilde, dat hij hem zou zeggen op welk lot een prijs zou vallen,
+werd fra Felice met veel <span class="corr" id="xd20e4383" title="Bron: eerbeid">eerbied</span> behandeld. Hij was niet gewoon, dat men
+hem bij den arm nam en op straat zette; neen, dat was fra Felice zeker
+niet gewoon.</p>
+<p>Hij was ongeveer tachtig jaar en geheel verdroogd en verschrompeld.
+Toen hij tusschen de wagens wankelde, struikelde hij, trapte op zijn
+pij en stond op het punt te vallen. Maar geen van de ezeldrijvers of
+koetsiers, die bij de poort stonden te klagen, hadden heden tijd om aan
+fra Felice te denken.</p>
+<p>De grijsaard waggelde heen en weer in zijn wijde duffel pij. Hij was
+zoo klein en mager, dat er meer kracht in de pij dan in den monnik
+scheen te zijn. Het leek alsof de pij den ouden fra Felice staande
+hield.</p>
+<p>Donna Micaela ging naar hem toe en schoof zacht den arm van den
+grijsaard in den hare. Zij kon het niet aanzien, dat hij stiet tegen
+een lantaarn en struikelde over een drempel. Maar fra Felice merkte
+niet eens dat zij hem steunde. Hij liep daar in zich zelf te mompelen
+en te vloeken en meende dat hij even eenzaam was, alsof hij in zijn cel
+zat. Donna Micaela vond het vreemd dat fra Felice zoo vertoornd was op
+miss Tottenham. Was zij in zijn klooster geweest en had zij
+fresco&rsquo;s van de wanden gehaald, of wat had zij anders gedaan?</p>
+<p>Want fra Felice had gedurende zestig jaar gewoond in het groote
+Franciscanerklooster, dat buiten de porta Etnea ligt, vlak naast de
+kerk van San Pasquale.</p>
+<p>Daar had fra Felice reeds dertig jaar gewoond, toen het klooster
+opgeheven en aan een koopman verkocht werd.</p>
+<p>De andere monniken vertrokken, maar fra Felice bleef, omdat hij niet
+kon begrijpen, wat het wil zeggen het huis van San Franciscus te
+verkoopen.</p>
+<p>Indien de anderen vertrokken, scheen het fra Felice nog des te
+noodzakelijker, dat ten minste &eacute;&eacute;n monnik in het klooster
+bleef. <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span></p>
+<p>Wie zou anders zorgen voor het luiden der klokken of het bereiden
+der geneesmiddelen voor de boerenvrouwen, of wie zou brood geven aan de
+armen van het klooster? En fra Felice koos zich een cel in een
+<span class="corr" id="xd20e4404" title="Bron: vorborgen">verborgen</span> hoekje en bleef in het klooster
+wonen, zooals hij altijd gedaan had.</p>
+<p>De koopman, die het klooster gekocht had, kwam er nooit. Hij
+bekommerde zich niet om het oude klooster, hij had het slechts gekocht
+om de groote wijngaarden, die er bij behoorden.</p>
+<p>Zoo kwam het dat fra Felice nog steeds regeerde in het oude klooster
+en hij was het die de gebroken vensterkozijnen herstelde en de muren
+witte. Even vele armen als vroeger die brood van het klooster kregen,
+ontvingen dat nog steeds. Voor zijn voorspellingsgave kreeg fra Felice
+zulke groote aalmoezen, als hij zwierf door de Etnasteden, dat hij een
+rijke man had kunnen zijn; maar hij besteedde alles voor het
+klooster.</p>
+<p>Nog grooter zorg had fra Felice voor de kloosterkerk. Die was in
+oorlogstijd ontheiligd geworden door bloedigen strijd en andere
+wandaden, zoodat de mis niet meer daarin gelezen mocht worden.</p>
+<p>Maar ook dat kon fra Felice niet begrijpen. De kerk waar hij zijn
+gelofte had afgelegd, was altijd even heilig voor den ouden monnik.</p>
+<p>Het was zijn grootste verdriet, dat de kerk in verval geraakte. Hij
+had moeten aanzien dat Engelschen het preekgestoelte, de koorstoelen en
+het pulpitum kochten en wegvoerden. En hij had niet kunnen verhinderen,
+dat de heeren van het museum te Palermo de kronen, schilderijen en
+hostiekelken wegnamen. Hoezeer hij het ook gewenscht had, hij had niets
+kunnen doen om zijn kerk te redden. Maar hij haatte deze
+kerkplunderaars, en toen donna Micaela hem nu zoo toornig zag, geloofde
+zij dat miss Tottenham eenige van zijn schatten had willen
+wegnemen.</p>
+<p>Maar de waarheid was, dat nu fra Felice&rsquo;s kerk zoo leeg was,
+dat niemand meer kon komen om te plunderen, hij begonnen was er over te
+denken, die opnieuw te versieren en zijn oog was gevallen op de
+verzameling heiligenbeelden die de rijke Engelsche dame bezat.</p>
+<p>Op haar feest, toen zij goed en mild jegens allen was, had
+<span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>hij gewaagd haar te verzoeken om haar schoone
+Madonna, die een kleed van satijn droeg en oogen had, die straalden
+gelijk de zon. En zij had zijn verzoek toegestaan.</p>
+<p>Dezen morgen had fra Felice zijn kerk geveegd en gestoft en bloemen
+op het altaar gezet v&oacute;&oacute;rdat hij het beeld ging halen.</p>
+<p>Maar toen hij in het hotel kwam, was de Engelsche van gedachten
+veranderd en zij had hem het kostbare Madonnabeeld niet willen geven.
+Daarvoor in plaats had zij hem een klein vuil, in lompen gehuld beeld
+van het Christuskind geschonken, waar zij zonder spijt van scheiden
+kon.</p>
+<p>Ach! de oude fra Felice was zoo vol vreugde en verwachting geweest
+en nu was hij zoo teleurgesteld. Hij kon niet berusten in haar besluit,
+maar was keer op keer teruggekomen om te bedelen om het andere
+beeld.</p>
+<p>Het was zoo kostbaar, dat hij het niet zou kunnen koopen voor alles
+wat hij gedurende een geheel jaar bijeen bedelde.</p>
+<p>Ten slotte had de groote weldoenster hem laten wegjagen; het was op
+dit oogenblik dat donna Micaela hem gevonden had.</p>
+<p>Terwijl zij door de straat liepen, begon zij met den grijsaard te
+spreken en hem over te halen haar zijn verdriet te vertellen.</p>
+<p>Hij droeg het beeld en midden op de straat bleef hij staan om het
+haar te toonen en haar te vragen of zij ooit iets erbarmelijkers had
+gezien.</p>
+<p>Donna Micaela zag een oogenblik ontsteld naar het beeld. Toen
+glimlachte zij en zei: &bdquo;Leen mij het beeld een paar dagen, fra
+Felice.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij moogt het gaarne behouden,&rdquo; zei de grijsaard.
+&bdquo;Moge het mij nooit weer onder de oogen komen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela nam het beeld met zich mede naar huis en werkte er
+aan, gedurende twee dagen. Toen zij het daarna zond naar fra Felice,
+glinsterden de gepoetste sieraden, het droeg een nieuw, helder kleedje,
+het was opnieuw geschilderd en in zijn kroon schitterden veelkleurige
+steenen.</p>
+<p>Hij was zoo schoon, de verworpeling, dat fra Felice hem op het leege
+hoogaltaar van zijn kerk plaatste. <span class="pagenum">[<a id="pb185"
+href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>Het was zeer vroeg in den morgen. De zon was nog niet opgegaan en de
+zee was nauwelijks zichtbaar. Het was werkelijk nog zeer vroeg. De
+katten slopen nog over de daken, geen rook steeg op uit de
+schoorsteenen en de nevels schoven op elkaar en stapelden zich opeen
+boven den bodem van het dal, rondom den steilen Monte Chiaro. In dezen
+vroegen ochtend ijlde de oude fra Felice naar de stad.</p>
+<p>Hij sprong zoo, dat hij meende te voelen, hoe de berg onder hem
+schudde. Hij liep zoo haastig, dat de grashalmen aan den weg niet eens
+dauw konden sprenkelen op zijn pij, z&oacute;&oacute; vlug, dat de
+schorpioenen niet eens hun giftangel uit konden steken om hem te
+wonden. Terwijl de grijsaard zoo sprong, woei zijn pij los om hem heen
+en hing het koord ongebonden op zijn rug.</p>
+<p>De wijde mouwen fladderden gelijk vleugels en de zware capuchon
+danste op en neer op zijn rug, als wilde die hem tot nog grooter haast
+aansporen.</p>
+<p>De man in het tolkantoor, die nog zat te slapen, ontwaakte en wreef
+zich de oogen uit, toen fra Felice voorbijsnelde, maar hij herkende hem
+niet.</p>
+<p>De straatsteenen waren glibberig van den dauw, bedelaars lagen bij
+de hooge steenen trappen te slapen met hun beenen onachtzaam op straat
+uitgestrekt; late domino-spelers keerden van het caf&eacute;
+huiswaarts, waggelend van slaap. Maar fra Felice ijlde verder, hij
+ontweek alle hinderpalen. En huizen en portalen, markt en straten
+verdwenen achter den ouden fra Felice. Hij snelde door de halve corso,
+v&oacute;&oacute;rdat hij bleef stilstaan.</p>
+<p>Hij stond voor een groot huis met zware balkons. Hij greep een
+poortklopper en klopte, totdat een dienaar ontwaakte. Daarna rustte hij
+niet v&oacute;&oacute;rdat de knaap een dienstmeisje wekte, en dit
+dienstmeisje riep de signora.</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, fra Felice is beneden. Hij beweert, dat hij u
+moet spreken.&rdquo;</p>
+<p>Toen donna Micaela eindelijk bij fra Felice kwam, hijgde hij nog
+naar adem, maar zijn oogen schitterden en kleine bleeke rozen bloeiden
+op zijn wangen. <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186"
+name="pb186">186</a>]</span></p>
+<p>Het was het beeld, het beeld! Toen fra Felice dien morgen om vier
+uur de klokken geluid had, was hij in de kerk gegaan om het te
+beschouwen.</p>
+<p>Toen had hij gezien dat groote steenen losgelaten hadden juist boven
+het beeld. Die waren op het altaar gevallen en hadden het verbrijzeld,
+maar het beeld was onbeschadigd gebleven.</p>
+<p>En van alle steenen en stof, die naar beneden gevallen waren, had
+niets het beeld getroffen, maar het stond er nog volkomen
+ongedeerd.</p>
+<p>Fra Felice nam donna Micaela bij de hand en zei tot haar, dat zij
+hem naar het klooster moest volgen om het wonder te aanschouwen. Zij
+moest het &rsquo;t eerst van allen zien, omdat zij het beeld in haar
+bescherming genomen had.</p>
+<p>En donna Micaela volgde hem door den grauwen koelen morgen naar zijn
+klooster, terwijl haar hart van spanning en verwachting klopte.</p>
+<p>Toen zij daar kwam en zag, dat fra Felice de waarheid had gesproken,
+vertelde zij hem dat zij het beeld herkend had, zoodra zij het weerzag,
+en dat het een wonderdoener was.</p>
+<p>&bdquo;Hij is de grootste en mildste wonderdoener,&rdquo; zei
+zij.</p>
+<p>Fra Felice ging nu naar het beeld en keek het in de oogen. Want er
+bestaat een groot verschil tusschen beeld en beeld, maar de ervaring
+van een ouden monnik is er toe noodig om te zien welk beeld macht heeft
+en welk niet.</p>
+<p>Nu zag fra Felice, dat de oogen van dit beeld diep en stralend
+waren, alsof het leven bezat, en dat om zijn lippen een geheimzinnig
+lachje speelde.</p>
+<p>Toen oude fra Felice dit zag, viel hij op de knie&euml;n en strekte
+zijn gevouwen handen naar het beeld uit. En zijn oud rimpelig gelaat
+werd verhelderd door een groote vreugde. Het scheen fra Felice
+plotseling, dat de wanden zijner kerk bedekt waren met schilderijen en
+purperen kleeden, licht straalde boven het altaar, gezang klonk van het
+koor, en over den geheelen vloer lagen knielende, biddende menschen.
+Alle heerlijkheid, die men slechts kon droomen, zou zijn arme oude kerk
+ten deel vallen, nu zij een der machtige wonderdoende beelden bezat.
+<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.4"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e4491" class="label">IV.</h3>
+<h3 class="main">Het oude passiespel.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Van het zomerpaleis in Diamante werden gedurende dezen
+tijd vele brieven verzonden naar Gaetano Alagona, die gevangen zat te
+Como. Maar de postbode had in zijn tasch nooit een brief van Gaetano,
+die geadresseerd was aan het zomerpaleis. Want Gaetano was in zijn
+levenslange gevangenis gegaan, alsof het een graf was. Het eenige dat
+hij begeerde en wenschte was, dat het hem de vergetelheid en de rust
+van het graf zou schenken.</p>
+<p>Hij gevoelde zich als dood en hij zei tot zich zelf, dat hij het
+geklaag en gejammer der overlevenden niet wilde hooren. Ook wilde hij
+niet verleid worden tot hoop, of door teedere woorden verlokt worden te
+verlangen naar bloedverwanten en vrienden. Hij wilde ook niet hooren
+wat er geschiedde in de wereld, nu hij geen macht bezat in te grijpen
+en te leiden.</p>
+<p>Hij verschafte zich werk in de gevangenis en sneed schoone
+kunstwerken zooals hij altijd gedaan had.</p>
+<p>Maar hij ontving nooit een brief, nooit een bezoek. Hij meende dat
+hij op deze wijze niet meer de geheele bitterheid van zijn ongeluk zou
+voelen. Hij geloofde, dat hij kon leeren een heel leven te leven binnen
+vier muren.</p>
+<p>Dit was de reden, dat donna Micaela nooit een brief tot antwoord van
+hem ontving.</p>
+<p>Eindelijk schreef zij naar den directeur der gevangenis en vroeg of
+Gaetano nog leefde. En deze antwoordde, dat de gevangene naar wien zij
+vroeg nooit een brief las. Hij wilde geen enkel bericht van de
+buitenwereld hooren. <span class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188"
+name="pb188">188</a>]</span></p>
+<p>Toen schreef zij hem niet meer, maar werkte des te harder aan haar
+spoorweg. Ze waagde het nauwlijks daarover te spreken in Diamante, maar
+toch dacht ze aan niets anders. Zij zelf borduurde en naaide, en ze
+liet door haar dienaren allerlei goedkoope zaken vervaardigen, die zij
+op haar bazaar wilde verkoopen.</p>
+<p>Uit den winkel nam zij oude artikelen voor de tombola. Zij liet
+Piero, den poortwachter, gekleurde lampions maken. Zij overreedde haar
+vader schilden en aanplakbiljetten te schilderen, en zij liet haar
+kamenier, Lucia, die van Capri was, kettingen van koraal en doosjes van
+schelpen maken.</p>
+<p>Zij was evenwel volstrekt niet zeker, dat er een enkel mensch zou
+komen op haar feest. Allen waren tegen haar, niemand wilde haar helpen.
+Ze vonden het niet eens goed, dat zij zich op straat vertoonde en over
+zaken sprak. Zoo iets paste niet voor een voorname dame.</p>
+<p>Toen was het, dat de oude fra Felice haar trachtte te helpen, want
+hij had haar lief omdat zij hem geholpen had met het beeld.</p>
+<p>Eens, toen donna Micaela klaagde, dat zij niemand kon overtuigen,
+dat men den spoorweg moest aanleggen, nam hij het kalotje van zijn
+hoofd en wees op zijn kalen schedel.</p>
+<p>&bdquo;Zie naar mij, donna Micaela,&rdquo; zei hij. &bdquo;Zoo kaal
+zal deze spoorweg uw hoofd maken, indien gij voortgaat, zooals gij
+begonnen zijt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;W&aacute;t meent gij, fra Felice?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela,&rdquo; zei de grijsaard, &bdquo;is het geen
+dwaasheid, een groot plan te ondernemen zonder een vriend of helper te
+bezitten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik <span class="corr" id="xd20e4527" title="Bron: beb">heb</span> dikwijls beproefd vrienden te winnen, fra
+Felice.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, menschen,&rdquo; zei de grijsaard. &bdquo;Maar wat helpen
+menschen? Als iemand uit visschen gaat, donna Micaela, weet hij, dat
+hij San Pietro moet aanroepen, wanneer iemand een paard wil koopen, kan
+hij bijstand begeeren van San Antonio Albate. Maar indien ik wil bidden
+voor uw spoorweg, weet ik niet tot wien ik mij zal wenden.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was fra Felice&rsquo;s bedoeling te zeggen, dat de fout was
+dat zij geen schutspatroon gekozen had voor haar spoorweg. Hij wilde,
+dat zij het gekroonde kind, dat in zijn oude kerk stond, zou kiezen tot
+vriend en beschermer. Hij zeide haar, <span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>dat zij zeer zeker
+geholpen zou worden, indien zij dit slechts deed.</p>
+<p>Zij was zoo getroffen, dat iemand haar wilde bijstaan, dat zij
+dadelijk beloofde te bidden voor haar spoorweg tot het kind in San
+Pasquale.</p>
+<p>Maar fra Felice ging heen en schafte zich een groote collectebus aan
+en liet daarop met groote duidelijke letters schilderen: &bdquo;Gaven
+voor den Etnaspoorweg.&rdquo; Deze hing hij op in zijn kerk naast het
+altaar.</p>
+<p>&rsquo;t Was niet meer dan een dag later, dat donna Emilia, de
+echtgenoote van don Antonio Greco, naar de oude, verlaten kerk ging om
+San Pasquale te raadplegen, omdat hij de verstandigste van alle
+heiligen is.</p>
+<p>In den herfst was namelijk don Antonio&rsquo;s theater begonnen
+achteruit te gaan, zooals wel te verwachten was in een tijd, dat allen
+gebrek aan geld hadden.</p>
+<p>Don Antonio was toen op de gedachte gekomen te trachten het theater
+met minder groote kosten dan vroeger te exploiteeren. Hij had op de
+lampen bezuinigd en de groote, prachtig geschilderde affiches
+afgeschaft.</p>
+<p>Maar dat was een groote dwaasheid geweest. Want als de menschen den
+lust verliezen om naar een theater te gaan, is het niet het rechte
+oogenblik de slepen der prinsessen te verkorten of zuinig te zijn op
+het verguldsel der kronen.</p>
+<p>Misschien is het niet zoo gevaarlijk bij een anderen schouwburg,
+maar in een marionetten-theater is het meer dan moeilijk veranderingen
+te brengen. Dat komt omdat het meest halfvolwassen knapen zijn, die
+naar een marionetten-theater gaan. Volwassen menschen kunnen begrijpen,
+dat men nu en dan zuinig moet zijn, maar kinderen willen het altijd op
+dezelfde wijze hebben.</p>
+<p>Al minder en minder toeschouwers kwamen bij don Antonio en hij ging
+steeds door met bezuinigen. Toen viel het hem in, dat hij best de twee
+blinde vioolspelers kon ontberen, vader Elia en broeder Tommaso, die
+gewoonlijk in de tusschenbedrijven en bij krijgstooneelen speelden.</p>
+<p>Deze blinden, die veel geld verdienden met het zingen in
+sterfhuizen, en die groote sommen wonnen gedurende de feestdagen,
+verlangden een zeer hooge betaling. <span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span></p>
+<p>Don Antonio ontsloeg hen uit zijn dienst en schafte zich een orgel
+aan.</p>
+<p>Maar dit werd zijn ongeluk. De leerjongens en winkelbedienden van
+geheel Diamante bleven weg van het theater.</p>
+<p>Zij wilden geen orgel dulden in hun theater, en ze beloofden elkaar,
+niet naar het theater te gaan, v&oacute;&oacute;rdat don Antonio de
+blinde muzikanten weer in zijn dienst genomen had. En zij hielden hun
+belofte. Don Antonio&rsquo;s poppen moesten voor leege banken
+optreden.</p>
+<p>En de jonge knapen, die anders liever afstand deden van hun
+avondbrood dan van hun theater, lieten avond op avond voorbijgaan,
+zonder er heen te gaan.</p>
+<p>Ze waren overtuigd, dat zij don Antonio ten slotte konden dwingen,
+alles weer zooals vroeger in te richten.</p>
+<p>Maar don Antonio stamde van een kunstenaarsgeslacht. Zijn vader en
+broeder bezaten een marionetten-theater, zijn zwager en al zijn
+familieleden waren menschen van het vak. En don Antonio verstond zijn
+kunst. Hij kon zijn stem tot in het oneindige veranderen, hij kon
+gelijktijdig manoeuvreeren met een heel leger van poppen, en hij kende
+den tekst uit het hoofd van den geheelen cyclus tooneelspelen, die
+getrokken zijn uit de kroniek van Carolus Magnus.</p>
+<p>En nu was don Antonio&rsquo;s kunstenaarsgevoel beleedigd. Hij wilde
+niet gedwongen worden de blinden weer in zijn dienst te nemen. Hij
+wilde dat men naar zijn theater zou gaan om zijnentwille en niet om de
+muzikanten.</p>
+<p>Hij veranderde zijn repertoire en begon groote stukken te spelen met
+prachtige monteering.</p>
+<p>Maar ook dat hielp niets.</p>
+<p>Er is een tooneelspel, dat &bdquo;de dood van den paladijn&rdquo;
+genoemd wordt en Rolands strijd bij Ronceval behandelt. Daarvoor zijn
+zoovele machinerie&euml;n noodig dat een poppentheater gedurende twee
+dagen gesloten moet zijn, voordat het gespeeld kan worden.</p>
+<p>Maar het publiek is er zoo op verzot, dat men het gewoonlijk
+gedurende een geheele maand speelt voor dubbele prijzen en een
+uitverkocht huis.</p>
+<p>Nu maakte don Antonio alles gereed voor dit tooneelstuk, maar hij
+behoefde het niet te spelen, hij had geen toeschouwers. <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span></p>
+<p>Toen was don Antonio gebroken. Hij beproefde vader Elia en broeder
+Tommaso weer terug te krijgen, maar dezen wisten nu wat zij waard
+waren. En zij verlangden zulk een hooge betaling dat het don Antonio
+een onmogelijkheid was, hun dat te betalen. Zij konden niet tot een
+vergelijk komen<span class="corr" id="xd20e4584" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>In de kleine woning achter het marionetten-theater leefde men als in
+een belegerde vesting. Men kon niets anders doen dan
+verhongeren<span class="corr" id="xd20e4589" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>Donna Emilia en don Antonio waren beiden jonge vroolijke menschen,
+maar nu lachten zij nooit meer. &rsquo;t Was niet zoozeer de nood, die
+hen drukte, maar don Antonio was een trotsche man, en hij kon de
+gedachte niet verdragen, dat zijn kunst geen toeschouwers meer vermocht
+te trekken.</p>
+<p>Toen ging donna Emilia naar de kerk van San Pasquale ten einde den
+heilige te smeeken om een goeden raad. Zij wilde negen gebeden doen
+voor het groote steenen beeld, dat in het portaal der kerk stond. Maar
+toen zij begon te bidden, bemerkte zij, dat de kerkdeuren
+openstonden.</p>
+<p>&bdquo;Waarom staan San Pasquale&rsquo;s kerkdeuren open?&rdquo; zei
+donna Emilia. &bdquo;Dat heb ik van mijn levensdagen nog nooit
+gezien.&rdquo; En zij trad de kerk binnen.</p>
+<p>Het eenige, dat daarbinnen te zien was, was fra Felice&rsquo;s
+geliefd beeld en de groote collectebus.</p>
+<p>En het beeld straalde zoo schoon met zijn kroon en zijn ringen, dat
+donna Emilia zich tot hem aangetrokken gevoelde. Maar toen zij hem in
+de oogen zag, vond zij hem zoo liefelijk en schoon, dat zij op haar
+knie&euml;n zonk om te bidden.</p>
+<p>En zij beloofde, dat indien hij haar en don Antonio wilde helpen uit
+hun nood, zij de opbrengst van een geheelen avond zou leggen in de
+groote bus, die naast hem hing.</p>
+<p>Nadat zij gebeden had, verborg donna Emilia zich achter de
+kerkdeuren en beproefde te verstaan, wat de voorbijgangers zeiden. Want
+indien het beeld haar wilde helpen, zou hij haar een woord laten
+hooren, dat haar zeide, wat zij doen moest.</p>
+<p>Zij had daar nauwelijks twee minuten gestaan, toen Assunta
+<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name="pb192">192</a>]</span>van de domkerktrap er aankwam in gezelschap van
+donna Pepa en donna Tura.</p>
+<p>En zij hoorde Assunta met haar plechtige stem zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Het was in het jaar, dat ik voor de eerste maal het oude
+Passiespel hoorde.&rdquo;</p>
+<p>Donna Emilia verstond het volkomen duidelijk. Assunta zei werkelijk:
+&bdquo;het Passiespel.&rdquo;</p>
+<p>Het was donna Emilia alsof zij nooit zou thuis komen. Haar beenen
+konden haar niet vlug genoeg dragen, het was alsof de weg tienvoudig
+verlengd was.</p>
+<p>Toen zij eindelijk den gevel van het theater zag, met de roode
+lantaarns en de groote kleurrijke affiches, scheen het haar dat zij
+vele mijlen afgelegd had.</p>
+<p>Toen zij binnentrad, zat don Antonio met zijn groot hoofd tusschen
+zijn beide handen en staarde naar den grond. &rsquo;t Was droevig don
+Antonio aan te zien. Gedurende deze laatste weken was zijn haar
+begonnen uit te vallen. Boven op den schedel was het zoo dun, dat de
+huid er door scheen.</p>
+<p>Was dat te verwonderen, nu hij verteerd werd door zulk een verdriet?
+Terwijl zij weg was, had hij al zijn poppen te voorschijn gehaald om ze
+te beschouwen. Dat deed hij nu elken dag. Vooral placht hij lang te
+staren naar de pop, die voor Aminda speelde. Was zij dan niet schoon en
+verleidelijk meer? kon hij vragen. En dan trachtte hij het zwaard van
+Roland of de kroon van Karel den Grooten te verbeteren.</p>
+<p>Donna Emilia zag, dat hij de keizerskroon opnieuw verguld had, het
+was nu zeker wel voor de vijfde maal, dat hij dit deed. Plotseling had
+hij echter zijn werk neergelegd en was in gedachten verzonken. Hij had
+het zelf wel gevoeld, dat het hem niet aan verguldsel, maar aan een
+idee ontbrak.</p>
+<p>Toen donna Emilia binnentrad, strekte zij de handen naar haar man
+uit:</p>
+<p>&bdquo;Zie mij aan, don Antonio Greco,&rdquo; zei ze. &bdquo;Ik
+breng u gouden schalen vol koningsvijgen!&rdquo;</p>
+<p>En zij vertelde hem hoe zij tot het Christuskind gebeden had. Ook
+zei ze hem, wat zij beloofd en wat het beeld haar geraden had.</p>
+<p>Toen zij don Antonio dit verhaalde, sprong hij op. Zijn <span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>armen vielen slap langs het lichaam, zijn haren
+rezen te berge. Een onbeschrijfelijke ontroering maakte zich van hem
+meester. &bdquo;Het oude Passiespel,&rdquo; schreeuwde hij. &bdquo;Het
+oude Passiespel.&rdquo; Want het oude passiespel is een mysterie, dat
+vroeger op gansch Sicili&euml; gespeeld werd. Het verdrong alle andere
+oratoria en mysteri&euml;n en werd gedurende een paar eeuwen elk jaar
+in iedere stad gespeeld.</p>
+<p>Het was de gewichtigste dag van het jaar wanneer het oude passiespel
+vertoond werd. Maar nu speelde men het niet meer, nu leefde het nog
+slechts als een sage in de herinnering van het volk.</p>
+<p>In vroeger dagen werd het ook wel in marionetten-theaters gespeeld.
+Maar nu vond men het te oud en te afgezaagd. Misschien was het sedert
+dertig jaar niet meer opgevoerd.</p>
+<p>Don Antonio begon uit te varen tegen donna Emilia, omdat zij hem
+kwelde met dergelijke dwaasheden. Hij streed tegen haar als tegen een
+demon, die zich van hem meester wilde maken. Zij wekte slechts ijdele
+hoop in hem, die niets dan teleurstelling zou baren, zei hij. Hoe kon
+zij met zoo iets bij hem aankomen? Maar donna Emilia liet hem kalm
+uitrazen. Zij zeide slechts, dan hetgeen zij gehoord had, Gods wil
+was.</p>
+<p>Don Antonio begon spoedig te twijfelen. De grootsche gedachte maakte
+zich langzamerhand van hem meester. Er was niets ter wereld dat op
+gansch Sicili&euml; zoo geliefd was als het oude passiespel. En woonde
+er niet nog steeds hetzelfde volk op het edele eiland? Beminden zij
+niet denzelfden hemel dien hun voorvaderen bemind hadden? Waarom zouden
+zij het oude passiespel ook niet liefhebben?</p>
+<p>Hij verzette zich zoolang hij kon. Hij zei tot donna Emilia dat het
+te kostbaar zou worden. Waar zou hij de apostelen met lang haar en
+witten baard vandaan krijgen? Hij bezat geen tafel voor het avondmaal,
+en hij had de machinerie&euml;n ook niet, die noodig waren voor den
+intocht en de kruisiging.</p>
+<p>Maar donna Emilia zag wel, dat hij toe zou geven, en
+v&oacute;&oacute;rdat de avond viel, ging hij werkelijk naar fra Felice
+en hernieuwde zijn vrouws belofte om de opbrengst van een avond in de
+collectebus te leggen, als het beeld hen wilde bijstaan. <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span></p>
+<p>Fra Felice vertelde dit aan donna Micaela en zij was verheugd en
+tegelijkertijd angstig hoe dit zou afloopen.</p>
+<p>In de geheele stad werd het bekend, dat don Antonio bezig was het
+oude passiespel op te zetten en men lachte hem uit. Don Antonio had
+zijn verstand verloren. Men zou het oude passiespel wel willen zien,
+indien het gespeeld werd zooals in vroeger dagen.</p>
+<p>Men had het willen zien opvoeren zooals in Aci, waar de edellieden
+der stad voor koningen speelden en huurlingen en handwerkslieden de
+rollen der Joden en der apostelen vertolkten en waar zoovele
+sc&egrave;nes uit het oude testament waren opgevoerd, dat het
+schouwspel een ganschen dag duurde.</p>
+<p>Ook zou men de heerlijke dagen van Castelbucco willen doen herleven,
+toen de gansche stad veranderd was in Jeruzalem. Daar werd het
+passiespel zoo opgevoerd, dat Jezus door een met palmen omgeven poort
+de stad binnenreed. De kerk stelde den tempel van Jeruzalem voor en het
+raadhuis was het paleis van Pilatus. En Petrus warmde zich bij een vuur
+op den hof van den pastoor; de kruisiging geschiedde op een berg bij de
+stad en Maria zocht het lijk van haar zoon in de grotten van des
+sindaco&rsquo;s tuin.</p>
+<p>Hoe kon men zich vergenoegen met het groote mysterie te zien spelen
+in don Antonio&rsquo;s theater, wanneer men zulke herinneringen bezat?
+Maar trots dit alles werkte don Antonio met onvermoeiden ijver om de
+tooneelspelers te vervaardigen en de machinerie&euml;n in orde te
+brengen.</p>
+<p>En zie, na eenige dagen kwam meester Battesta, die uithangborden
+schilderde, bij hem en schonk hem een affiche. &rsquo;t Had hem zoo
+verheugd te hooren, dat don Antonio het oude passiespel wilde
+vertoonen. Zelf had hij het in zijn jeugd zien spelen en het had hem
+zooveel vreugde gegeven. Nu stond er dus met groote letters op het
+theater te lezen: &bdquo;Het oude passiespel of de wedergeborene Adam,
+tragedie in drie bedrijven door cavaliere Filippo Orioles.&rdquo;</p>
+<p>Don Antonio was zeer verlangend te weten, hoe de volksstemming was.
+Maar de ezeldrijvers en leerjongens, die voorbij zijn theater gingen en
+het aanplakbiljet lazen, lachten hoonend. Het zag er heel duister uit
+voor don Antonio, maar hij werkte onvermoeid door. <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span></p>
+<p>Toen de avond aanbrak, dat het passiespel gespeeld zou worden, was
+niemand ongeruster dan donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Zal het kleine beeld mij helpen?&rdquo; vroeg zij
+onophoudelijk. Zij zond haar kamenier Lucia naar het theater om te
+spionneeren. Stonden er reeds groepen jongens? Scheen het of er veel
+menschen zouden komen? Lucia kon ook wel eens naar donna Emilia gaan,
+die bij het loket zat, om te vragen hoe de zaken stonden.</p>
+<p>Maar toen Lucia terugkwam, kon zij donna Micaela volstrekt geen hoop
+geven. Voor het theater stonden in het geheel geen menschen. De knapen
+hadden besloten don Antonio te ru&iuml;neeren.</p>
+<p>Tegen acht uur kon donna Micaela het niet langer in huis uithouden.
+Zij overreedde haar vader met haar naar het theater te gaan. Zij wist
+wel dat nog nooit een signora een voet gezet had in don Antonio&rsquo;s
+theater, maar zij moest zien hoe het afliep. Het zou zulk een verbazend
+groote vooruitgang voor haar spoorweg zijn, indien don Antonio nu
+slaagde.</p>
+<p>Toen donna Micaela in het theater kwam, was het nog eenige minuten
+voor achten, en donna Emilia had nog geen enkel biljet verkocht.</p>
+<p>Maar toch was zij niet terneergeslagen. &bdquo;Treed binnen, donna
+Micaela,&rdquo; zei ze. &bdquo;We zullen in elk geval spelen. Het is
+zoo schoon! Don Antonio zal het spelen voor u, uw vader en voor mij.
+Het is het schoonste treurspel dat hij nog ooit opgevoerd
+heeft.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela kwam in een kleinen schouwburg, die met rouwdoek
+bekleed was, zooals de groote theaters altijd geweest waren, wanneer
+het oude passiespel opgevoerd werd. Voor het tooneel hingen zwarte
+gordijnen, met zilveren franjes omzoomd. En de banken waren met zwart
+doek bekleed.</p>
+<p>Dadelijk nadat donna Micaela binnengetreden was, vertoonde don
+Antonio&rsquo;s borstelige wenkbrauw zich voor een kleine opening in de
+coulisse.</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela,&rdquo; riep hij, evenals donna Emilia eenige
+oogenblikken geleden, &bdquo;we spelen toch, het is zoo schoon, we
+hebben geen toeschouwers noodig.&rdquo;</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik kwam donna Emilia binnen en hield diep
+buigend de deur wijd open om den geestelijken herder, don Matteo,
+binnen te laten. <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196"
+name="pb196">196</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wat zegt ge van mij, donna Micaela?&rdquo; zei hij lachend.
+&bdquo;Maar gij begrijpt, dat is het oude passiespel. Ik zag het eens
+in mijn jeugd in de groote opera te Palermo en ik geloof, dat het dit
+stuk was, dat mij tot priester gemaakt heeft.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden keer, dat de deur openging, waren het vader Elia en
+broeder Tommaso, die met hun violen onder den arm hunne oude plaatsen
+opzochten, zoo kalm, alsof zij nooit in twist waren geweest met don
+Antonio.</p>
+<p>De deur gleed opnieuw open. Het was een oud vrouwtje uit de steeg
+tegenover het huis van den kleinen Moor. Zij was in het zwart gekleed
+en maakte het teeken des kruises toen zij binnentrad.</p>
+<p>Na haar kwamen vier, vijf andere oude vrouwtjes.</p>
+<p>Donna Micaela keek verdrietig naar hen, terwijl zij zoo
+langzamerhand het theater vulden.</p>
+<p>Zij wist, dat don Antonio niet tevreden zou zijn,
+v&oacute;&oacute;rdat hij weer zijn eigen publiek had,
+v&oacute;&oacute;rdat hij weer kon spelen voor zijn geliefde,
+eigenzinnige knapen.</p>
+<p>Plotseling hoorde zij een vreeselijk geraas. Was het een storm of
+een donderslag? De deuren vlogen wijd open, en tegelijk stormden allen
+binnen. Dat waren de jongens. Ze vielen met een zekerheid op hun oude
+plaatsen neer, alsof ze hun eigen huis binnentrokken.</p>
+<p>Ze zagen elkaar aan, een weinig beschaamd. Maar zij hadden het niet
+kunnen verdragen, dat het eene oude vrouwtje na het andere in hun
+theater ging om te zien wat voor hen gespeeld werd. &rsquo;t Was hun
+onmogelijk geweest te zien, hoe de gansche straat vol oude spinsters
+was, die naar hun theater trokken. En toen waren zij naar binnen
+gestormd.</p>
+<p>Maar nauwelijks waren de jonge menschen op hun plaatsen gezeten, of
+zij merkten, dat zij bij een tuchtmeester gekomen waren. O, het oude
+passiespel! &rsquo;t Werd niet opgevoerd zooals in Aci of in
+Castelbucco. Het werd niet zoo gespeeld als in de opera te Palermo, het
+werd slechts vertoond door armzalige marionetten met onbeweeglijke
+gezichten en stijve lichamen. Maar het oude mysterie had zijn macht nog
+niet verloren.</p>
+<p>Donna Micaela bemerkte dit reeds in het tweede bedrijf bij het
+avondmaal. De knapen begonnen Judas te haten. <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span></p>
+<p>Ze slingerden hem bedreigingen en scheldwoorden naar het hoofd.</p>
+<p>Toen de lijdensgeschiedenis verder gespeeld werd, namen ze hun
+hoeden af en vouwden hun handen. Zij zaten roerloos met hun mooie
+bruine oogen naar het tooneel gewend. Nu en dan sprongen hun de tranen
+in de oogen, nu en dan werd een vuist in toorn opgeheven.</p>
+<p>Don Antonio sprak met tranen in zijn stem, donna Emilia lag geknield
+op den drempel. Don Matteo zag met een milden glimlach naar de kleine
+poppen en dacht aan het heerlijke schouwspel te Palermo, dat hem tot
+priester gemaakt had.</p>
+<p>Maar toen Jezus gevangengenomen en gepijnigd werd, schaamden de
+knapen zich over zich zelf. Zij ook hadden kunnen haten en vervolgen.
+Zij waren gelijk deze Farize&euml;rs, gelijk deze Romeinen. Ze
+schaamden zich nu zij er aan dachten. Mocht don Antonio het hun
+vergeven! <span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.5"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e4721" class="label">V.</h3>
+<h3 class="main">De dame met den ijzeren ring.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Donna Micaela dacht dikwijls aan een arme, kleine
+naaister, die zij in haar jeugd in Catania gekend had. Zij woonde in
+een huis naast het paleis Palmeri en zij zat altijd in haar deur te
+werken, zoodat donna Micaela haar wel duizend malen gezien had. Zij
+zong altijd, maar zij had zeker slechts een enkel lied gekend. Altijd,
+altijd had zij dezelfde wijs gezongen.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb een lok geknipt van mijn haren,&rdquo; zoo zong ze.
+&bdquo;Ik heb mijn glanzende, zwarte vlechten losgemaakt, en een lok
+geknipt van mijn haar. Ik heb dat gedaan om mijn vriend te verheugen,
+die bedroefd is. Ach, mijn geliefde zit in de gevangenis, mijn geliefde
+zal nooit meer mijn haar streelen. Ik heb hem een lok van mijn haar
+gezonden om hem te herinneren aan de zijden lokken, die hem nooit meer
+zullen omstrengelen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela moest voortdurend denken aan dit lied. Het was alsof
+het door haar geheele jeugd geklonken had om haar het lijden te
+voorspellen, dat haar wachtte.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Donna Micaela zat gedurende dezen tijd vaak op de steenen trap van
+de kerk San Pasquale. Zij zag de wonderbaarlijkste dingen geschieden op
+den sagenrijken Etna. Over het zwarte lavaveld kwam een trein
+aanglijden op nieuwe glinsterende rails. &rsquo;t Was een feesttrein.
+Er wapperden <span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span>vlaggen langs den weg, de wagens waren bekranst,
+de zitplaatsen bedekt met purperen kussens. Bij de stations stonden
+jubelende menschen. &bdquo;Leve de koning! leve de koningin! leve de
+nieuwe spoorweg!&rdquo; riepen ze.</p>
+<p>Zij verstond het duidelijk, want zij zelf zat in den trein.</p>
+<p>En hoe gevierd en hoe ge&euml;erd was zij! Zij werd geroepen voor
+den koning en de koningin, die haar dankten voor den nieuwen
+spoorweg.</p>
+<p>&bdquo;Verlang een gunst van ons, vorstinne!&rdquo; zei de koning,
+haar aansprekend met den titel, dien de dames van het geslacht der
+Alagona&rsquo;s vroeger gevoerd hadden.</p>
+<p>&bdquo;Sire,&rdquo; antwoordde zij, gelijk men in de sage antwoordt,
+&bdquo;schenk de vrijheid aan den laatsten Alagona!&rdquo;</p>
+<p>En dat verzoek werd haar toegestaan. De koning kon niet neen zeggen
+op een bede van haar, die dezen heilrijken spoorweg aangelegd had, die
+rijkdom zou schenken aan den ganschen Etna.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Toen donna Micaela den arm ophief, zoodat haar mouw naar boven
+gleed, zag men, dat zij als armband een ring van verroest ijzer droeg.
+Dien had zij op straat gevonden en hem over de hand gewrongen en nu
+droeg zij dien altijd. En wanneer zij dien zag of aanraakte, verbleekte
+zij, en haar oogen zagen niets meer van de wereld rondom haar. Maar zij
+zag een gevangenis zooals Foscaris in het paleis der dogen te
+Veneti&euml;. Het was een donkere, nauwe kelderruimte, het licht drong
+zwak door een tralievenster, en uit den muur kwam een groote bundel
+ketenen, die zich gelijk slangen kronkelden om de beenen, de armen en
+den hals van den gevangene.</p>
+<p>O, mocht de heilige een wonder verrichten! Mochten de menschen
+werken! Mocht zij zelf spoedig zoo beroemd zijn, dat zij kon smeeken om
+de vrijheid van haar gevangene. Hij zal sterven indien zij zich niet
+haast. Mocht de ijzeren ring haar arm voortdurend wonden, opdat zij hem
+geen oogenblik vergete! <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.6"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e4756" class="label">VI.</h3>
+<h3 class="main">Fra Felice&rsquo;s testament.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen donna Emilia het loket opende om de biljetten te
+verkoopen voor de tweede voorstelling van het oude passiespel, maakten
+de menschen queue voor den ingang om plaats te krijgen; den avond
+daarop was het theater zoo overvol, dat er menschen bezwijmden in het
+gedrang, en den derden avond kwamen er menschen van Aderno en Paterno
+om het geliefde treurspel te zien.</p>
+<p>Don Antonio voorzag, dat hij het gedurende een gansche maand voor
+dubbelen prijs zou kunnen spelen met twee voorstellingen iederen
+avond.</p>
+<p>Hoe gelukkig waren zij, hij en donna Emilia, en met welk een vreugde
+en dankbaarheid legden zij vijf en twintig lire in de collectebus van
+het kleine beeld.</p>
+<p>In Diamante wekte deze gebeurtenis zeer veel verbazing en vele
+menschen gingen naar donna Elisa om te hooren of zij geloofde, dat de
+heilige wilde, dat men donna Micaela zou bijstaan.</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge gehoord, donna Elisa,&rdquo; zei men, &bdquo;dat don
+Antonio Greco geholpen is door het kleine Christuskind in San Pasquale,
+omdat hij beloofd had de opbrengst van een avond te geven voor donna
+Micaela&rsquo;s spoorweg?&rdquo;</p>
+<p>Maar als men dit aan donna Elisa vroeg, kneep zij den mond dicht
+alsof zij aan niets anders denken kon dan aan haar borduurwerk.</p>
+<p>Fra Felice kwam in haar winkel om haar de twee wonderen te verhalen,
+die het beeld reeds verricht had. <span class="pagenum">[<a id="pb201"
+href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Signorina Tottenham was zeer dom, dat zij het beeld
+wegschonk, als het zulk een groote wonderdoener is,&rdquo; zei donna
+Elisa.</p>
+<p>Datzelfde vonden allen. Signorina Tottenham had het immers gedurende
+zoo vele jaren bezeten en zij had nooit iets gemerkt. Het beeld kon
+zeker geen wonderen doen. Het was slechts een toeval.</p>
+<p>Het was een ongeluk dat donna Elisa niet wilde gelooven. Ze was de
+eenige der oude Alagona&rsquo;s die nog in Diamante woonde. De menschen
+richtten zich meer naar haar dan zij zelf wisten. Indien donna Elisa
+het wonder geloofd had, zou de gansche stad donna Micaela hebben willen
+helpen.</p>
+<p>Maar donna Elisa kon niet gelooven, dat God en de heiligen haar
+schoonzuster wilden bijstaan.</p>
+<p>Zij had haar reeds sinds het feest van San Sebastiaan gadegeslagen.
+Zoodra iemand sprak van Gaetano verbleekte donna Micaela en zag er
+ontsteld uit. Haar gelaatstrekken werden als die van een zondaar,
+gekweld door gewetenswroeging.</p>
+<p>Op een morgen dacht donna Elisa hieraan en zij was zoo verdiept in
+deze gedachten, dat zij haar naald liet rusten.</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela is geen vrouw van den Etna,&rdquo; zei zij tot
+zich zelf. &bdquo;Ze houdt het met de regeering en ze is blijde, dat
+Gaetano gevangen zit.&rdquo;</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik droeg men op straat een groote baar voorbij.
+Daarop waren een menigte kerksieraden gestapeld. Het waren lichtkronen,
+een altaarhemel en reliquie&euml;nkastjes.</p>
+<p>Donna Elisa keek een oogenblik op, toen keerde zij weer tot haar
+gedachten terug.</p>
+<p>&bdquo;Zij wilde mij niet toestaan het huis der Alagona&rsquo;s te
+versieren op San Sebastiaans feest,&rdquo; dacht zij. &bdquo;Zij wilde
+zeker niet dat de heilige Gaetano zou helpen.&rdquo;</p>
+<p>Twee mannen kwamen er nu aansleepen met een krakende kar. Daarop lag
+een heele berg van roode wandbekleedingen, rijk geborduurde
+antependi&euml;n en altaarstukken in breede vergulde lijsten.</p>
+<p>Donna Elisa wuifde met haar hand als om allen twijfel te verjagen.
+Het kon geen echt wonder geweest zijn, dat geschied was. De heilige
+moest toch weten dat Diamante geen geld had om een spoorweg aan te
+leggen. Maar nu reed er <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>een gele wagen voorbij, hoog
+beladen met muzieklessenaars, misboeken, bidbankjes en
+biechtstoelen.</p>
+<p>Donna Elisa ontwaakte uit haar gepeins. Ze keek tusschen de
+rozenkransen door, die in trossen voor haar winkelraam hingen, naar de
+straat. Dat was immers al de derde vracht kerksieraden, die
+voorbijging. Werd Diamante geplunderd? Waren de Saracenen in de stad
+gekomen?</p>
+<p>Ze ging nu voor haar deur staan om beter te kunnen zien. En weer
+kwam er een baar voorbij en daarop lagen rouwkransen van ijzer, stukken
+zerk met lange inscripties en wapenschilden, zooals men in de kerk
+hangt tot nagedachtenis der dooden.</p>
+<p>Donna Elisa vroeg een der dragers, wat dit beteekende en hoorde nu
+wat er gaande was. Men was bezig de kerk Santa Lucia in Gesu te
+ontruimen.</p>
+<p>De sindaco en de gemeenteraad hadden bevolen, dat men de kerk in een
+theater zou veranderen.</p>
+<p>Na het oproer had men een nieuwen sindaco in Diamante gekregen.
+&rsquo;t Was een jonge man uit Rome, hij kende de stad niet, maar hij
+wilde toch gaarne iets voor haar doen. Nu had hij in den gemeenteraad
+voorgesteld, dat Diamante zich op dezelfde wijze een schouwburg zou
+verschaffen als men in Taormina en in andere steden gedaan had. Men zou
+eenvoudig een der kerken tot schouwburg inrichten. Men had toch zeker
+meer dan voldoende aan vijf stadskerken en zeven kloosterkerken; men
+zou zeker heel goed een daarvan kunnen missen.</p>
+<p>Daar was b. v. de Jezu&iuml;etenkerk, Santa Lucia in Gesu. Het
+klooster dat er bij behoorde was reeds veranderd in een kazerne en de
+kerk was zoo goed als verlaten. Deze kerk zou een uitstekend theater
+kunnen worden.</p>
+<p>Dit had de sindaco voorgesteld en de gemeenteraad had het voorstel
+aangenomen.</p>
+<p>Toen donna Elisa hoorde, wat er plaats greep, wierp zij een mantille
+en een sluier om en spoedde zich naar de Santa Lucia met even groote
+haast als waarmee men ijlt naar het huis, waar een stervende ligt.</p>
+<p>Hoe zou het nu met de blinden gaan? dacht donna Elisa. Hoe zouden
+dezen kunnen leven zonder hun kerk Santa Lucia in Gesu? <span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span></p>
+<p>Toen donna Elisa op de kleine stille markt kwam waar omheen de
+lange, leelijke gebouwen der Jezu&iuml;eten zijn opgetrokken, zag zij
+op de breede steenen trappen, die langs den ganschen gevel der kerk
+loopen, een schaar in lompen gehulde kinderen en vele langharige
+honden. Dat waren de geleiders der blinden, en allen schreiden en
+klaagden zoo hard zij slechts konden.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er te doen?&rdquo; vroeg donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Ze willen ons onze kerk ontnemen,&rdquo; jammerden de
+kinderen en tegelijkertijd blaften de honden nog klaaglijker dan te
+voren, want de honden der blinden zijn bijna menschen gelijk.</p>
+<p>In de kerkdeur ontmoette donna Elisa meester Pamphilio&rsquo;s
+echtgenoote, donna Concetta.</p>
+<p>&bdquo;Ach, donna Elisa,&rdquo; zei ze, &bdquo;nooit in uw leven
+hebt ge zoo iets vreeselijks gezien. Ge doet beter niet in de kerk te
+gaan.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Elisa ging verder.</p>
+<p>In de kerk zag zij eerst niets anders dan een wolk van stof. Maar in
+dien nevel dreunden hamerslagen, eenige arbeiders waren bezig een
+grooten steenen ridder los te breken, die in een der vensternissen
+lag.</p>
+<p>&bdquo;Mijn God,&rdquo; zei donna Elisa en vouwde haar handen,
+&bdquo;ze breken Sor Arrigo los.&rdquo;</p>
+<p>En zij dacht er aan, hoe veilig hij altijd in zijn nis gelegen had.
+Iederen keer, als zij hem gezien had, wenschte zij, zoo verlost te zijn
+van alle onrust en smart als de oude Sor Arrigo. En nu werd ook zijn
+rust verstoord. In de Luciakerk was nog een groot grafmonument. Dat
+stelde een ouden Jezu&iuml;et voor, die op een zwart marmeren
+sarcophaag lag met een geesel in de hand en zijn hoed diep over het
+voorhoofd getrokken. Hij werd pater Succi genoemd en men placht de
+kinderen in Diamante bang te maken met hem.</p>
+<p>&bdquo;Zouden zij het wagen pater Succi aan te raken?&rdquo; dacht
+donna Elisa. En door de kalkwolk heen, trachtte zij den weg te vinden
+naar het koor waar de sarcophaag stond, om te zien of ze den moed
+hadden den ouden Jezu&iuml;et aan te raken.</p>
+<p>Maar pater Succi lag nog op zijn steenen bed. Hij lag daar,
+<span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>duister en hard, zooals hij bij zijn leven
+geweest was, en men kon bijna gelooven, dat hij nog leefde. Was er een
+dokter en een tafel met medicijnflesschen benevens een brandende kaars
+voor het bed geweest, dan zou men gedacht hebben dat pater Succi ziek
+lag in het koor van zijn kerk en op zijn laatste stonde wachtte.</p>
+<p>De blinden zaten om hem heen, gelijk bloedverwanten, die zich
+verzamelen om een stervende, en wiegden hun lichamen van smart heen en
+weer. Daar waren de beide vrouwen van de hotelpoort, donna Pepa en
+donna Tura, dan was er oude moeder Saraedda, die genadebrood at bij den
+sindaco Voltaro. Er waren blinde bedelaars, blinde zangers, blinden van
+elken leeftijd en stand. Alle blinden van Diamante waren er en in
+Diamante zijn er ongelooflijk velen, die nooit meer het zonnelicht
+zien.</p>
+<p>Al deze blinden zaten meest zwijgend, maar nu en dan barstte een van
+hen in jammerklachten uit. Nu en dan trachtte een van hen den weg te
+vinden naar pater Succi en wierp zich luid jammerend over hem heen.</p>
+<p>En wat het nog meer op een sterfbed deed gelijken, was dat de
+pastoor, don Matteo, en pater Rossi van het Franciscanerklooster
+rondgingen om de bedroefden te troosten.</p>
+<p>Donna Elisa was diep getroffen. Ach, hoe vele malen had zij deze
+menschen gelukkig gezien in haar winkel, en nu moest zij hen in zulk
+een ellende treffen?</p>
+<p>Zij hadden haar oogen milde tranen ontlokt toen zij treurzangen
+hadden gezongen over haar man, signor Antonelli, en over haar broer,
+don Ferrante. Het bedroefde haar hen nu in zulk een nood te zien.</p>
+<p>Oud moedertje Saraedda begon te spreken tegen donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Ik wist niets, toen ik hier kwam, donna Elisa,&rdquo; zei het
+oude vrouwtje. &bdquo;Ik liet mijn hond buiten op de trap en trad
+binnen door de kerkdeuren. Toen strekte ik mijn armen uit, om mij te
+steunen aan den deurpost, maar er was geen deurpost. Ik zette mijn
+voeten neer, alsof er een drempel voor de deur was, maar er was geen
+drempel. Ik strekte mijn hand uit om wijwater te nemen, ik boog mijn
+knie&euml;n, toen ik voorbij het hoogaltaar ging en ik luisterde naar
+<span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span>het klokje, dat geluid wordt, als pater Rossi
+ter misse gaat.</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa, er was geen wijwater, geen altaar, geen
+klokgelui, niets, niets was er.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och, arme!&rdquo; zei donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Toen hoorde ik gehamer en geklop in een venster. &bdquo;Wat
+doet ge met Sor Arrigo?&rdquo; riep ik, want ik hoorde dadelijk, dat
+het geluid uit de nis van Sor Arrigo kwam.</p>
+<p>&bdquo;Wij moeten hem wegvoeren,&rdquo; antwoordde men mij.</p>
+<p>&bdquo;Tegelijkertijd komt don Matteo naar mij toe, neemt mij bij de
+hand en verklaart mij alles. En ik word bijna boos op den pastoor, als
+hij mij vertelt, dat men onze kerk voor een theater wil gebruiken. Onze
+kerk voor een theater!</p>
+<p>&bdquo;Waar is pater Succi?&rdquo; vraag ik eindelijk. &bdquo;Is
+pater Succi nog hier?&rdquo; En hij brengt mij bij pater Succi. Hij
+moet mij er wel heen geleiden, want ik kan den weg niet vinden. Sedert
+ze alle stoelen en bidbankjes, matten en losse treden weggenomen
+hebben, weet ik niet meer waar ik ben. Vroeger kon ik hier zoo goed den
+weg vinden als gij.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De pastoor zal jelui een andere kerk geven,&rdquo; zei donna
+Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa, wat wilt ge daarmee zeggen? Ge kunt evengoed
+zeggen, dat de pastoor ons het gezicht terug zal geven. Kan don Matteo
+ons een kerk geven, waar wij zien kunnen, zooals wij hier zagen? Geen
+van ons behoefde hier zijn geleider mee te nemen.</p>
+<p>&bdquo;Daarginds, donna Elisa, stond een altaar, de bloemen daarop
+waren even rood als de Etna bij zonsondergang en dat konden we zien.
+Des Zondags telden we zestien kaarsvlammen boven het hoofdaltaar en op
+feestdagen dertig. Wij konden zien dat pater Rossi hier de mis
+bediende.</p>
+<p>&bdquo;Wat moeten wij in een andere kerk doen, donna Elisa? Daar
+kunnen we niets zien. Ze hebben ons het licht onzer oogen opnieuw
+ontnomen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa&rsquo;s hart werd zoo warm, alsof er gesmolten lava over
+stroomde. Het was stellig een groot onrecht, dat men dezen ongelukkigen
+aandeed.</p>
+<p>Toen ging donna Elisa naar don Matteo.</p>
+<p>&bdquo;Uw Hoogeerwaarde,&rdquo; zei ze, &bdquo;heeft u gesproken met
+den sindaco?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206"
+name="pb206">206</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ach, ach, donna Elisa,&rdquo; zei don Matteo. &bdquo;&rsquo;t
+Is beter, dat gij beproeft met hem te spreken, dan dat ik het
+doe.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Don Matteo, de sindaco is een vreemdeling, misschien heeft
+hij nooit hooren spreken over de blinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Signor Voltara is bij hem geweest, pater Rossi is bij hem
+geweest en ook ik, ook ik was bij hem. Hij antwoordde niets anders dan
+dat hij niet kan veranderen wat in den gemeenteraad besloten is.</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ge immers wel, donna Elisa, een besluit van den
+gemeenteraad kan nooit herroepen worden. Als deze besloten heeft, dat
+uw kat de mis zal lezen in de domkerk, kan er niets aan dit besluit
+veranderd worden.&rdquo;</p>
+<p>Er ontstond plotseling een opschudding in de kerk. Een groote blinde
+man kwam binnen.</p>
+<p>&bdquo;Vader Elisa,&rdquo; fluisterde men. &bdquo;Vader
+Elisa.&rdquo;</p>
+<p>Vader Elisa was de deken van het gilde der blinde zangers, die zich
+in deze kerk plachten te verzamelen. Wit was zijn haar en hij droeg een
+langen witten baard; hij was schoon als een der heilige
+patriarchen.</p>
+<p>Hij ging gelijk alle anderen naar pater Succi, nam naast hem plaats
+en drukte zijn voorhoofd tegen het marmer. Donna Elisa ging naar vader
+Elisa om met hem te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Vader Elisa,&rdquo; zei ze, &bdquo;ge moest naar den sindaco
+gaan.&rdquo; De grijsaard herkende donna Elisa&rsquo;s stem en hij
+antwoordde met zijn grove oudemannenstem:</p>
+<p>&bdquo;Gelooft ge dat ik gewacht heb tot gij mij dat zoudt zeggen?
+Denkt ge dan niet, dat het mijn eerste gedachte was naar den sindaco te
+gaan?&rdquo;</p>
+<p>Hij sprak zoo luid en duidelijk, dat de arbeiders ophielden met
+hameren, omdat ze meenden, dat iemand begon te preeken. &bdquo;Ik heb
+hem verteld, dat wij blinde zangers een gilde vormen en dat de
+Jezu&iuml;eten reeds drie eeuwen geleden hun kerk voor ons openden en
+ons het recht gaven hier te vergaderen om nieuwe leden te kiezen en
+zangen te beoordeelen.</p>
+<p>&bdquo;En ik vertelde hem, dat ons gilde uit dertig zangers bestaat,
+en dat de heilige Lucia onze schutspatrones is en wij nooit op straat
+zingen, maar slechts op binnenplaatsen en in de huizen. Ik zei hem, dat
+we legenden van heiligen <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span>zingen en treurzangen, maar nooit
+een wereldsch lied en dat de Jezu&iuml;et pater Succi zijn kerk voor
+ons opende, omdat wij blinden de zangers zijn van Onzen Lieven
+Heer.</p>
+<p>&bdquo;Ik vertelde hem, dat sommigen van ons recitatores zijn, die
+de oude gedichten voordragen, en dat anderen trovatores zijn, die
+nieuwe dichten.</p>
+<p>&bdquo;Ik zei hem dat wij tot vreugde waren van vele menschen op het
+edele eiland, en vroeg hem, waarom hij ons niet het leven wilde laten
+behouden; een daklooze kan niet leven. Ook vertelde ik hem dat wij van
+stad tot stad plegen te trekken op den Etna, maar dat de Luciakerk ons
+thuis is en dat hier iederen morgen de mis voor ons wordt gelezen.
+Waarom wilde hij ons den troost van Gods woord weigeren?</p>
+<p>&bdquo;Ook verhaalde ik hem, dat de Jezu&iuml;eten eens van
+gevoelens jegens ons veranderden en ons uit hun kerk wilden verdrijven,
+maar dat dit hun niet gelukt was. Wij kregen een gezegeld document van
+den vice-koning, dat wij ten eeuwigen dage onze vergaderingen in de
+Santa Lucia in Gesu mogen houden. En ik toonde den sindaco het
+document.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat antwoordde hij toen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij lachte mij uit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kan geen der andere raadsleden u helpen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben bij hen allen geweest, donna Elisa. Ik ben den
+ganschen morgen van Pontius naar Pilatus gezonden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vader Elisa,&rdquo; zei donna Elisa, en ze liet haar stem
+dalen, &bdquo;hebt ge vergeten de heiligen aan te roepen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb de zwarte Madonna aangeroepen, zoowel als San
+Sebastiaan en Santa Lucia. Ik heb gebeden tot zoo vele heiligen, als ik
+slechts bij naam kende.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gelooft gij, vader Elisa,&rdquo; zei donna Elisa en zij liet
+haar stem nog meer dalen, &bdquo;dat don Antonio Greco geholpen werd,
+omdat hij beloofde geld te geven voor donna Micaela&rsquo;s
+spoorweg?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb geen geld te geven,&rdquo; zei de grijsaard
+moedeloos.</p>
+<p>&bdquo;Gij moest er toch eens over denken, vader Elisa,&rdquo; zei
+donna Elisa, &bdquo;nu gij in zulk een grooten nood verkeert. Gij moest
+het Christusbeeld beloven, dat gij zelf en allen, die tot uw gilde
+behooren, zullen zingen en spreken over den spoorweg, om den menschen
+te overreden bijdragen daarvoor <span class="pagenum">[<a id="pb208"
+href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>af te staan, indien gij uw
+kerk moogt behouden. Wij weten niet of het helpt, maar we moeten al het
+mogelijke beproeven, vader Elisa. Een belofte kost niets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wil beloven wat gij slechts wilt,&rdquo; zei de
+grijsaard.</p>
+<p>Hij legde weer zijn hoofd op het zwarte marmer, en donna Elisa
+begreep dat hij de belofte slechts gegeven had om met zijn smart
+alleengelaten te worden.</p>
+<p>&bdquo;Zal ik uw belofte tot het Christuskind brengen?&rdquo; zei
+ze.</p>
+<p>&bdquo;Doe gelijk gij wilt, donna Elisa,&rdquo; zei de
+grijsaard.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Denzelfden dag was fra Felice om vijf uur &rsquo;s morgens opgestaan
+en zijn kerk begonnen te vegen. Hij voelde zich vroolijk te moede, maar
+toen hij daar zoo bezig was, meende hij opeens dat San Pasquale met den
+zak vol steenen, die in het kerkportaal stond, hem iets te zeggen
+had.</p>
+<p>Hij ging nu naar hem toe, maar San Pasquale stond even onbeweeglijk
+als altijd. Op hetzelfde oogenblik steeg de zon boven den Etna en zond
+veelkleurige stralen, harpsnaren gelijk, over den bergketen. Toen de
+stralen fra Felice&rsquo;s oude kerk bereikt hadden, tintten ze deze
+rozerood, rozerood werden ook de oude, verweerde zuilen, die den
+baldakijn boven het beeld droegen, en San Pasquale met den zak, evenals
+fra Felice zelf.</p>
+<p>&bdquo;Wij zien er uit als jonge knapen,&rdquo; dacht de grijsaard.
+&bdquo;We hebben nog vele jaren te leven.&rdquo;</p>
+<p>Maar toen hij de kerk weer wilde binnengaan, voelde hij een
+beklemmenden druk boven het hart en het viel hem in, dat San Pasquale
+hem geroepen had om hem vaarwel te zeggen. Op hetzelfde oogenblik
+werden zijn beenen zoo zwaar, dat hij ze nauwelijks kon
+verzetten<span class="corr" id="xd20e4965" title="Bron: ,">.</span> Hij
+gevoelde geen pijn, maar een loodzware moeheid, die niets anders dan
+den dood kon beteekenen. Hij had nauwelijks de kracht om den bezem weg
+te zetten achter de deur van de sacristie; toen sleepte hij zich naar
+het koor en ging voor het hoogaltaar liggen, terwijl hij zich in zijn
+pij wikkelde.</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof het Christuskind tegen hem knikte en zei:
+&bdquo;Nu heb ik je noodig, fra Felice.&rdquo;</p>
+<p>Hij knikte terug. &bdquo;Ik ben gereed, ik zal je niet ontrouw
+worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span></p>
+<p>Hij lag daar slechts te wachten, en dat was heerlijk, vond fra
+Felice. Gedurende zijn gansche leven had hij geen tijd gehad om te
+voelen hoe moede hij was. Nu kon hij eindelijk eens uitrusten. Het
+beeld zou de kerk en het klooster wel zonder hem in stand houden.</p>
+<p>Hij glimlachte omdat de oude San Pasquale hem naar buiten geroepen
+had om hem vaarwel te zeggen.</p>
+<p>Zoo lag fra Felice een groot gedeelte van den dag, meestal sluimerde
+hij. Niemand was bij hem, en er kwam een gevoel over hem, dat het niet
+aanging zoo uit het leven te glijden.</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof hij iemand daarmee te kort deed. Die gedachte
+wekte hem keer op keer. Hij behoorde de priesters bij zich te hebben,
+maar hij had immers niemand om hen te halen.</p>
+<p>Terwijl hij daar zoo lag, scheen het hem dat zijn lichaam al meer en
+meer inkromp, dat hij steeds kleiner werd. &rsquo;t Was alsof hij
+geheel verdwijnen zou. Nu kon hij zich zeker wel viermaal in zijn pij
+<span class="corr" id="xd20e4984" title="Bron: wilkkelen">wikkelen</span>.</p>
+<p>Hij zou heel eenzaam gestorven zijn, indien donna Elisa niet gekomen
+was om het kleine beeld aan te roepen om hulp voor de blinden.</p>
+<p>Zij was wonderlijk te moede, want zij wilde gaarne, dat de blinden
+geholpen werden, maar zij wenschte niet, dat donna Micaela&rsquo;s zaak
+bevorderd zou worden.</p>
+<p>Toen zij in de kerk kwam, zag zij fra Felice voor het altaar liggen
+en zij ging naar hem toe en knielde bij hem neer.</p>
+<p>Fra Felice wendde zijn oogen naar haar en glimlachte stil. &bdquo;Ik
+moet sterven,&rdquo; zei hij heesch, maar toen verbeterde hij zich en
+zei: &bdquo;Ik ga sterven.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa vroeg wat hem scheelde en zei, dat zij hulp wilde
+halen.</p>
+<p>&bdquo;Ga hier zitten,&rdquo; zei hij en deed een matte poging om
+met zijn mouw het stof van den grond te wisschen.</p>
+<p>Donna Elisa zei, dat zij den pastoor en de liefdezusters wilde
+halen. Hij greep haar bij haar mantel en hield haar terug.</p>
+<p>&bdquo;Eerst moet ik u iets zeggen, donna Elisa.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Spreken viel hem moeielijk, tusschen ieder woord
+<span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span>haalde hij zwaar adem. Donna Elisa ging naast
+hem zitten om te wachten.</p>
+<p>Een tijd lang hijgde hij naar adem, toen steeg een vlammend rood op
+in zijn gelaat, zijn oogen begonnen te glinsteren, en hij sprak vol
+vuur en zonder eenige moeite.</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa,&rdquo; zei fra Felice, &bdquo;ik heb een erfenis
+weg te schenken. &rsquo;t Heeft mij den ganschen dag zorg gebaard, want
+ik wist niet aan wien ik die zou nalaten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Fra Felice,&rdquo; zei donna Elisa, &bdquo;wees daarover niet
+bezorgd. Er is geen mensch, die een goede gave niet gebruiken
+kan.&rdquo;</p>
+<p>Maar daar fra Felice zich nu beter gevoelde, wilde hij,
+v&oacute;&oacute;rdat hij over zijn erfenis beschikte, donna Elisa
+vertellen hoe goed God voor hem was geweest.</p>
+<p>&bdquo;Heeft God mij geen groote genade bewezen, door mij tot een
+polacca te maken?&rdquo; zei hij.</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat is een groote gave,&rdquo; zei donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Reeds een kleine, zeer kleine polacca te zijn is een groote
+gave,&rdquo; zei fra Felice. &bdquo;Vooral was het nuttig, toen het
+klooster opgeheven werd en de kameraden weggetrokken of dood waren.
+&rsquo;t Is alsof men een zak vol brood heeft, voordat men de hand
+uitsteekt om te bedelen, het maakt, dat men altijd vriendelijke
+gezichten om zich heen ziet en begroet wordt met diepe buigingen. Ik
+ken geen grooter gave voor een armen monnik, donna Elisa.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa dacht er aan hoe geliefd en ge&euml;erd fra Felice
+altijd geweest was, omdat hij kon voorspellen op welke nummers prijzen
+zouden vallen. En zij kon niet nalaten hem gelijk te geven.</p>
+<p>&bdquo;Als ik langs den weg kwam in zonnehitte,&rdquo; zei fra
+Felice, &bdquo;kwam de herder naar mij toe en vergezelde mij een
+eindweegs, terwijl hij zijn parapluie boven mijn hoofd hield om mij te
+beschutten tegen de zonnestralen. En als ik bij de arbeiders kwam in de
+koele steengroeve, deelden zij hun brood en boonensoep met mij. Ik ben
+nooit bang geweest voor roovers, noch voor karabiniers. De man in het
+tolkantoor sluimerde, toen ik voorbij ging met mijn zak. &rsquo;t Is
+een goede gave geweest, donna Elisa.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat is waar,&rdquo; zei donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;En &rsquo;t is geen harde arbeid geweest,&rdquo; zei fra
+Felice.</p>
+<p>&bdquo;Zij spraken tot mij en ik antwoordde hun, dat was alles.
+<span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name="pb211">211</a>]</span>Zij wisten dat elk woord zijn nummer had, en zij
+luisterden naar hetgeen ik zei en speelden daarnaar. Ik wist niet, hoe
+het toeging, donna Elisa, het was een Godsgave.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het arme volk zal u zeer missen, fra Felice,&rdquo; zei donna
+Elisa.</p>
+<p>Fra Felice glimlachte: &bdquo;Ze geven niets om mij op Zondag of
+Maandag, als de trekking pas geweest is,&rdquo; zei hij. &bdquo;Maar
+Donderdags en Vrijdags en Zaterdagsmorgens komen zij tot mij, omdat
+iederen Zaterdag de loting is.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa begon onrustig te worden omdat de stervende aan niets
+anders dacht dan aan dit. Plotseling kwamen haar verschillende menschen
+in de gedachte, die in de loterij verloren hadden, en zij herinnerde
+zich velen die hun geheele vermogen daarmee verspeeld hadden. Zij wilde
+zijn gedachten leiden van dit zondige loterijspel.</p>
+<p>&bdquo;Gij zeidet, dat gij over uw testament wildet spreken, fra
+Felice.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar juist omdat ik zoo vele vrienden bezit, valt het mij zoo
+moeilijk te weten aan wien ik mijn erfenis moet schenken. Zal ik haar
+geven aan hen, die de zoete koekjes voor mij bakten of aan hen, die
+artisjokken voor mij roosterden in versche olie? Of zal ik het geven
+aan de liefdezusters, die mij verpleegden, toen ik ziek was?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hebt gij veel weg te schenken, fra Felice?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat gaat wel, donna Elisa. Dat gaat wel.&rdquo;</p>
+<p>Fra Felice scheen weer benauwd te worden, zijn borst rees en daalde
+heftig.</p>
+<p>&bdquo;Ik zou het ook willen geven aan de arme monniken, die hun
+klooster verloren hebben,&rdquo; fluisterde hij.</p>
+<p>En na een tijdje vervolgde fra Felice: &bdquo;Ik zou het ook wel
+gaarne willen schenken aan den goeden man in Rome. Aan hem die over ons
+allen waakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijt gij zoo rijk, fra Felice?&rdquo; vroeg donna Elisa.</p>
+<p>&bdquo;Dat gaat wel, donna Elisa, dat gaat wel.&rdquo;</p>
+<p>Hij sloot de oogen een wijle, toen vervolgde hij:</p>
+<p>&bdquo;Ik wil het aan alle menschen schenken, donna
+Elisa.&rdquo;</p>
+<p>Hij kreeg nieuwe kracht door deze gedachte, weer kleurde een zwak
+rood zijn wangen en hij richtte zich op zijn ellebogen op.</p>
+<p>&bdquo;Ziehier, donna Elisa,&rdquo; zei hij, terwijl hij zijn hand
+in <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span>zijn pij stak en een verzegelden brief te
+voorschijn haalde dien hij haar overreikte. &bdquo;Dezen moet gij aan
+den sindaco geven, den sindaco van Diamante.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier, donna Elisa,&rdquo; zei fra Felice, &bdquo;hier zijn de
+vijf cijfers, die den volgenden Zaterdag zullen winnen. Zij zijn mij
+geopenbaard geworden en ik heb ze opgeteekend. En de sindaco moet deze
+cijfers aan de Romeinsche poort laten aanplakken, waar al het
+gewichtige nieuws aangekondigd wordt. En hij moet het volk doen weten
+dat dit mijn testament is. Dit schenk ik aan alle menschen Vijf
+winnende cijfers, een heele quinterne, donna Elisa.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa nam den brief en beloofde dien aan den sindaco te geven.
+Zij kon niets anders doen, want de arme fra Felice had niet vele
+oogenblikken meer te leven.</p>
+<p>&bdquo;Als het nu Zaterdag is,&rdquo; zei fra Felice, &bdquo;zullen
+er velen aan fra Felice denken.</p>
+<p>&bdquo;Zou oude fra Felice ons bedrogen hebben?&rdquo; zullen zij
+vragen. &bdquo;Kan het mogelijk zijn dat we een heele quinterne
+winnen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zaterdagavond is er trekking op het balkon van het raadhuis
+te Catania, donna Elisa. Dan brengt men het loterijrad en de tafel naar
+buiten en de heeren van de loterij verschijnen, met het kleine,
+aanvallige kind uit het weeshuis. En het eene na het andere nummer
+wordt gelegd in het rad van het avontuur, tot ze er alle in zijn, alle
+honderd.</p>
+<p>&bdquo;Maar de menschen staan beneden op het marktplein te beven van
+verwachting, gelijk de zee trilt bij storm.</p>
+<p>&bdquo;En alle menschen van Diamante zullen daar zijn, bleek en vol
+spanning. Ze wagen het nauwelijks elkaar aan te zien.
+V&oacute;&oacute;r dien tijd hebben zij geloofd maar nu niet meer. Geen
+van hen waagt het de minste hoop te koesteren.</p>
+<p>&bdquo;Dan wordt het eerste nummer getrokken en het komt uit. O,
+donna Elisa, zij zullen zoo ontroerd zijn dat ze nauwelijks kunnen
+jubelen. Want zij allen hadden gedacht dat zij bedrogen waren. Als het
+tweede cijfer uitkomt, blijft het doodstil. Dan komt het derde. De
+heeren van de loterij zullen verbaasd zijn, dat alles zoo stil blijft.
+&bdquo;Heden winnen zij niets,&rdquo; zullen zij zeggen, &bdquo;heden
+maakt de staat een goede winst.&rdquo; Dan komt het vierde cijfer. Het
+weesje neemt de <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213"
+name="pb213">213</a>]</span>rol uit het rad en de markeur opent de rol
+en toont het cijfer.</p>
+<p>&bdquo;Het volk zwijgt in angstige spanning, men kan geen woord
+spreken bij zooveel geluk. Dan komt het laatste cijfer. Donna Elisa,
+men schreeuwt, men jubelt, men valt elkaar in de armen, en snikt van
+vreugde. Men is rijk. Geheel Diamante is rijk...&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa had fra Felice&rsquo;s hoofd met haar arm gesteund,
+terwijl hij dit hijgend stamelde. Nu viel zijn hoofd plotseling zwaar
+achterover. De oude fra Felice was dood.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Terwijl donna Elisa in de kerk was bij fra Felice, hadden vele
+menschen gehoord van het lot der blinden en waren daardoor diep
+getroffen. Niet juist mannen, de meeste mannen werkten op het land,
+maar de vrouwen. Ze waren in groote scharen opgetrokken naar Santa
+Lucia om de blinden te troosten, en toen er ten slotte ongeveer vier
+honderd vrouwen verzameld waren, was het haar tegenvallen, dat zij naar
+den sindaco moesten gaan om met hem te spreken.</p>
+<p>Ze waren naar de markt gegaan en hadden om den sindaco geroepen.
+Toen was hij op het balkon van het raadhuis verschenen en zij hadden
+gesmeekt, dat de blinden hun kerk mochten behouden. De sindaco was een
+mooie, vriendelijke man. Hij had haar welwillend te woord gestaan, maar
+niet toegegeven.</p>
+<p>Hij kon niet herroepen, wat de gemeenteraad besloten had. Maar de
+vrouwen hadden zich stellig voorgenomen, dat het besluit herroepen zou
+worden, en zij bleven wachten op de markt. De sindaco trok zich terug
+in het raadhuis, maar zij bleven staan om te roepen. Zij wilden niet
+naar huis gaan voordat hij toegegeven had.</p>
+<p>Terwijl dit plaats vond, kwam donna Elisa er aan om den sindaco het
+testament te brengen van fra Felice. Zij was zielsbedroefd over al de
+ellende, maar tegelijkertijd gevoelde zij een bittere voldoening in het
+feit dat zij geen hulp gevonden had bij het Christuskind. Zij had
+immers altijd gedacht, dat de heiligen donna Micaela niet wilden
+bijstaan. <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span></p>
+<p>Het was een mooi geschenk dat zij ontvangen had in San Pasquale.
+Niet alleen dat het de blinden niet kon helpen, maar het was in staat
+de gansche stad in het verderf te storten. Nu zou het weinige dat het
+volk nog bezat in de loterij verspeeld worden. Alles wat ze bezaten,
+zouden ze verpanden en verkoopen.</p>
+<p>De sindaco ontving donna Elisa dadelijk en was even beleefd en
+vriendelijk als altijd, ofschoon de vrouwen nog op de markt stonden te
+smeeken, blinden in de wachtkamer jammerden en hij den ganschen dag
+lastig gevallen was door allerlei menschen.</p>
+<p>&bdquo;Waarmee kan ik u van dienst zijn, signora Antonelli?&rdquo;
+zei hij. Donna Elisa wist eerst niet tot wie hij sprak.</p>
+<p>Toen vertelde zij hem van het testament.</p>
+<p>De sindaco was noch bevreesd, noch verwonderd.</p>
+<p>&bdquo;Dat is zeer interessant,&rdquo; zei hij en strekte de hand
+uit naar het papier<span class="corr" id="xd20e5117" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>Maar donna Elisa hield den brief vast, en vroeg:</p>
+<p>&bdquo;Signor sindaco, wat zijt ge van plan er mee te doen, is het
+uw voornemen het aan de Romeinsche poort te laten
+aanplakken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, wat kan ik anders doen, signora? Het is de laatste wil
+van een stervende.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa zou hem hebben willen zeggen, welk een noodlottig
+testament het was. Maar zij zweeg om de zaak der blinden te kunnen
+bepleiten.</p>
+<p>&bdquo;Pater Succi, die verordende, dat de blinden in zijn kerk
+mochten bijeenkomen, behoort ook tot de dooden,&rdquo; sprak zij
+nu.</p>
+<p>&bdquo;Signora Antonelli, begint gij ook hierover?&rdquo; zei de
+sindaco heel vriendelijk. &bdquo;&rsquo;t Was een vergissing, maar
+waarom heeft niemand mij v&oacute;&oacute;r dien tijd gezegd, dat de
+blinden vergaderden in de Luciakerk? Nu het eenmaal besloten is, kan ik
+het besluit niet herroepen. Dat kan ik niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hun rechten en hun document, signor sindaco?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hun rechten beteekenen niets. Die gelden voor het
+Jezu&iuml;etenklooster, maar zulk een klooster bestaat niet meer.</p>
+<p>&bdquo;En signora Antonelli, wat zou er van mij worden, indien ik nu
+toegaf?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Men zou u liefhebben als een goeden man.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Signora, men zal gelooven, dat ik zwak ben, en elken dag
+zullen er vierhonderd vrouwen voor het raadhuis komen bedelen om het
+een of het ander. Het is immers slechts de quaestie om
+&eacute;&eacute;n dag vol te houden. Morgen zal het vergeten
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Morgen!&rdquo; zei donna Elisa. &bdquo;Nooit zullen wij het
+vergeten.&rdquo;</p>
+<p>De sindaco glimlachte, en donna Elisa zag, dat hij geloofde het volk
+van Diamante beter te kennen dan zij.</p>
+<p>&bdquo;Ge gelooft, dat deze zaak hun na aan het harte ligt?&rdquo;
+vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat geloof ik, signor sindaco.&rdquo;</p>
+<p>Toen glimlachte de sindaco weer. &bdquo;Geef mij dien brief eens,
+signora.&rdquo;</p>
+<p>Hij ging ermee op het balkon en begon tot de vrouwen te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil u zeggen,&rdquo; sprak hij, &bdquo;dat ik juist nu
+verneem, dat de oude fra Felice dood is en een testament voor u allen
+nagelaten heeft. Hij heeft vijf cijfers opgeteekend, die den volgenden
+Zaterdag in de loterij zullen winnen en deze schenkt hij u. Niemand
+heeft ze nog gezien. Ze zijn opgeteekend in dezen brief, die nog
+ongeopend is.&rdquo;</p>
+<p>Hij zweeg een oogenblik, opdat de vrouwen konden nadenken over
+hetgeen hij gezegd had.</p>
+<p>En oogenblikkelijk begonnen ze te roepen: &bdquo;De cijfers, de
+cijfers!&rdquo;</p>
+<p>De sindaco gaf haar een teeken om te zwijgen.</p>
+<p>&bdquo;Ge moet er wel aan denken,&rdquo; zei hij, &bdquo;dat fra
+Felice onmogelijk weten kon welke nummers den volgenden Zaterdag uit de
+loterij zullen komen.</p>
+<p>&bdquo;Indien gij op deze cijfers speelt, is het mogelijk dat gij
+allen verliest. En wij mogen in Diamante niet armer worden, dan wij
+reeds zijn. Ik verzoek u daarom het testament te mogen vernietigen,
+v&oacute;&oacute;rdat iemand het gelezen heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De cijfers,&rdquo; riepen de vrouwen. &bdquo;Laat ons de
+cijfers zien!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Indien ik het testament mag vernietigen,&rdquo; zei de
+sindaco, &bdquo;beloof ik u, dat de blinden hun kerk mogen
+behouden.&rdquo;</p>
+<p>Het werd stil op de markt. Donna Elisa rees op van haar <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>stoel in de zaal van het raadhuis en klemde zich
+met beide handen aan de leuning vast.</p>
+<p>&bdquo;Hemelsche Vader,&rdquo; zuchtte donna Elisa, &bdquo;is hij
+een duivel dat hij het arme volk op deze wijze in verzoeking
+brengt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;We zijn tot nu toe arm geweest,&rdquo; riep nu een vrouw,
+&bdquo;we kunnen ook in de toekomst de armoede dragen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;We willen Barabbas niet kiezen in plaats van Christus,&rdquo;
+riep een andere.</p>
+<p>De sindaco nam een lucifersdoosje uit den zak, stak een lucifer aan
+en bracht dien langzaam bij het testament. De vrouwen lieten lijdelijk
+toe, dat de sindaco de winnende cijfers van fra Felice vernietigde.</p>
+<p>De kerk der blinden was gered.</p>
+<p>&bdquo;Dit is een wonder,&rdquo; fluisterde de oude donna Elisa.
+&bdquo;Allen gelooven aan fra Felice en toch laten ze kalm zijn
+winnende nummers verbranden! Dat is een wonder.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>&rsquo;s Namiddags zat donna Elisa weer in haar winkel te borduren.
+Zij zag er oud uit, het was alsof er iets in haar gebroken en
+vernietigd was. Het was niet de gewone donna Elisa, die daar zat, het
+was een arme, oude, verlaten vrouw.</p>
+<p>Zij trok de naald langzaam op uit haar werk en toen zij die weer
+insteken moest, ging dat aarzelend en onwillig. &rsquo;t Kostte haar
+moeite te verhinderen, dat de tranen op haar borduurwerk vielen en het
+bedierven.</p>
+<p>Donna Elisa had zulk een groot verdriet. Heden had zij Gaetano voor
+altijd verloren. Er was geen hoop hem ooit weer te zien.</p>
+<p>De heilige was tegen hem en hielp donna Micaela. Niemand kon er aan
+twijfelen, dat er nu een wonder was geschied.</p>
+<p>De vrouwen van Diamante zouden niet lijdelijk toegestaan hebben, dat
+men fra Felice&rsquo;s nummers verbrandde, indien zij niet gebonden
+waren door een wonder.</p>
+<p>Het deed een arm mensch zoo&rsquo;n verdriet, dat de goede heilige
+donna Micaela hielp, die niet hield van Gaetano. De bel luidde hevig en
+donna Elisa stond uit oude gewoonte op. &rsquo;t Was donna Micaela, die
+nu binnenkwam. Zij was verheugd en strekte beide handen uit naar donna
+Elisa, maar deze wendde zich af. Zij kon haar hand niet drukken.
+<span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" name="pb217">217</a>]</span></p>
+<p>Donna Micaela was overgelukkig.</p>
+<p>&bdquo;O, donna Elisa, gij hebt mijn spoorweg geholpen. Hoe zal ik u
+danken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij behoeft mij volstrekt niet te danken,
+schoonzuster!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Donna Elisa!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Indien de heiligen ons een spoorweg willen geven, dan is dat
+zeker omdat Diamante daaraan behoefte heeft, maar niet omdat ze u
+liefhebben.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela deinsde achteruit. Nu eindelijk meende zij te
+begrijpen waarom donna Elisa kwaad op haar was.</p>
+<p>&bdquo;Indien Gaetano thuis was,&rdquo; zei zij, terwijl zij haar
+hand tegen heur hart drukte:</p>
+<p>&bdquo;Indien Gaetano thuis was, zou hij niet toestaan, dat gij zoo
+slecht tegen me waart.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gaetano! Zou Gaetano dat niet toestaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen. Zelfs indien gij boos op mij waart, omdat ik hem reeds
+liefhad, terwijl mijn man nog leefde, zoudt gij het niet wagen mij dat
+te verwijten indien hij thuis was.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa trok de wenkbrauwen een weinig op.</p>
+<p>&bdquo;Ge denkt, dat hij mij zou kunnen dwingen te zwijgen over zulk
+een zaak?&rdquo; en haar stem klonk wonderlijk vreemd.</p>
+<p>&bdquo;Maar donna Elisa,&rdquo; fluisterde donna Micaela nu.
+&bdquo;&rsquo;t Is immers geheel onmogelijk hem niet lief te
+hebben.</p>
+<p>&bdquo;Hij is zoo schoon en hij heeft zooveel macht over mij, dat ik
+bang voor hem ben.</p>
+<p>&bdquo;Ge moest begrijpen, dat ik hem moest liefhebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Moest ik dat?&rdquo; Donna Elisa ging zitten en sprak heel
+kort af.</p>
+<p>Donna Micaela geraakte buiten zich zelf.</p>
+<p>&bdquo;En Gaetano heeft ook mij lief,&rdquo; riep zij. &bdquo;Niet
+Giannita maar mij had hij lief. Gij moest mij als een dochter
+beschouwen en mij helpen, en gij moest goed jegens mij zijn. Maar in
+plaats daarvan zijt ge boos op mij. Gij staat mij niet toe tot u te
+komen om met u over hem te spreken. Hoe ik verlang en hoe ik werk, dat
+mag ik u niet zeggen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa kon zich niet langer bedwingen. Donna Micaela was immers
+nog een echt kind, jong, dwaas en bevend als een vogelhartje. Juist een
+wezentje, dat bescherming noodig had. Zij moest haar armen wel om haar
+heen slaan.</p>
+<p>&bdquo;Dat wist ik immers niet, jij dom, dwaas kindje,&rdquo; zei
+zij. <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.7"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e5249" class="label">VII.</h3>
+<h3 class="main">Na het wonder.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Er was een vergadering van het gilde der blinde
+zangers, in de Luciakerk. Hoog boven op het koor achter het altaar
+zaten dertig oude blinde mannen op de gebeeldhouwde koorstoelen der
+Jezu&iuml;eten. Zij waren allen arm, de meesten van hen hadden den
+bedelaarszak en hun kruk naast zich liggen.</p>
+<p>Er heerschte een plechtige, ernstige stemming. De blinden wisten,
+wat het wilde zeggen lid te zijn van dit heilige zangersgilde, van deze
+heerlijke, oude academie.</p>
+<p>Beneden in de kerk klonk nu en dan een dof rumoer. Daar zaten de
+geleiders der blinden, kinderen, oude vrouwtjes en honden, te wachten,
+maar spoedig was alles weer rustig en stil.</p>
+<p>De blinden, die trovatores waren, traden nu de een na den andere op
+om nieuwe gedichten voor te dragen.</p>
+<p>&bdquo;Gij menschen, die op den heiligen Etna woont,&rdquo;
+reciteerde een van hen. &bdquo;Gij menschen, die leeft op den berg der
+wonderen, verheft u. Schenkt uwe heerscheres een nieuw sieraad. Zij
+verlangt naar twee lange linten om haar schoonheid te verhoogen, twee
+lange smalle linten van ijzer wil ze vasthechten aan haar mantel.</p>
+<p>&bdquo;Schenk deze aan uwe heerscheres en zij zal u met rijkdom
+beloonen. Zij zal u goud geven voor ijzer. Ontelbaar zullen de schatten
+zijn, die de machtige u schenken zal, indien gij haar nu geeft, hetgeen
+zij verlangt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een milde wonderdoener is in ons midden gekomen,&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>zei een andere. &bdquo;Hij staat arm en
+onbemerkt in de naakte, oude kerk en zijn kroon is van blik en zijne
+diamanten zijn van glas.</p>
+<p>&bdquo;Brengt geen offers aan mij, gij armen,&rdquo; zegt hij.
+&bdquo;Bouwt geen tempel voor mij, gij ellendigen.</p>
+<p>&bdquo;Voor uw geluk wil ik werken. En wanneer rijkdom heerscht in
+uwe hutten, zal ik stralen in den glans van echte edelgesteenten, en
+als de nood gevlucht is uit het land, zullen mijne voeten gouden
+schoentjes dragen, met paarlen versierd.&rdquo;</p>
+<p>En telkens als er een nieuw gedicht werd voorgedragen, werd het
+aangenomen of verworpen<span class="corr" id="xd20e5276" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>De blinden gingen met groote strengheid te werk.</p>
+<p>Maar den volgenden dag trokken ze over den Etna en zongen den
+spoorweg in het hart van het volk.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Na het wonder van fra Felice&rsquo;s testament begonnen de menschen
+gaven te geven voor den spoorweg. Donna Micaela had spoedig ongeveer
+honderd lire bijeen. Toen reisde zij met donna Elisa naar Messina om de
+stoomtram te zien, die tusschen Messina en Pharo loopt. Zij hadden niet
+zulke groote wenschen. Zij zouden tevreden zijn met een stoomtram.</p>
+<p>&bdquo;Waarom behoeft een spoorweg zoo duur te zijn?&rdquo; zei
+donna Elisa. &bdquo;&rsquo;t Is immers slechts een gewone weg, waarop
+men ijzeren spoorstaven legt.</p>
+<p>&bdquo;Maar het zijn die ingenieurs en voorname heeren, welke een
+spoorweg zoo duur maken! Neem geen ingenieur in je dienst, Micaela!
+Laat onze goede wegwerkers Carmelo en Giovanni je spoorweg
+aanleggen.&rdquo;</p>
+<p>Ze bekeken nauwkeurig de stoomtram van Pharo en trachtten alle
+inlichtingen te verkrijgen, die zij slechts konden. Ze maten hoeveel
+ruimte er tusschen de rails was en donna Micaela teekende op een klein
+stuk papier hoe de sporen bij de stations moesten loopen. Dat was niet
+zoo moeilijk. Zij waren overtuigd, dat zij zich zelf konden redden.</p>
+<p>Dezen dag schenen er in het geheel geen bezwaren te bestaan.
+&rsquo;t Was niets moeielijker een station te bouwen dan <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>een
+gewoon huis, zeiden ze. En meer dan een paar stations hadden zij ook
+niet noodig. Op de meeste halten was een overdekte wachtplaats
+voldoende.</p>
+<p>Indien zij er slechts geen maatschappij van maakten en geen voorname
+heeren in betrokken, want dat alles kostte zooveel geld, dan zou de
+spoorweg wel tot stand komen.</p>
+<p>Ook zou die niet zoo kostbaar worden. Den grond zouden zij zeker wel
+voor niets krijgen. De rijke grondbezitters, die land bezaten op den
+Etna, zouden wel begrijpen van hoeveel belang een spoorweg voor hen
+was, en hem vrij over hun grond laten gaan.</p>
+<p>Zij braken er haar hoofden niet mede om de juiste richting van een
+spoorweg vooraf te bepalen. Ze zouden eenvoudig beginnen bij Diamante
+en zoo verder gaan naar Catania. Men behoefde slechts een aanvang te
+maken, en iederen dag een klein eindje verder aan te leggen. Dat was
+niet zoo moeilijk.</p>
+<p>Na deze reis begonnen zij te beproeven den spoorweg op eigen hand
+aan te leggen. Don Ferrante had geen groot vermogen nagelaten aan donna
+Micaela. Maar het was een geluk dat hij een groot stuk woest land op
+den Etna bezeten had. Hierop begonnen Giovanni en Carmelo te graven
+voor den nieuwen spoorweg.</p>
+<p>Toen ze een aanvang maakten met dit werk, bezaten de
+spoorwegaanleggers niet meer dan honderd lire. Maar het was het wonder
+met het testament, dat hen met heiligen waanzin vervulde.</p>
+<p>Welk een spoorweg zou dat worden! welk een spoorweg!</p>
+<p>Blinde zangers waren de acti&euml;nverzamelaars, het heiligenbeeld
+gaf de concessie en de oude koopvrouw, donna Elisa, was de ingenieur.
+<span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.8"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e5314" class="label">VIII.</h3>
+<h3 class="main">Een jettatore.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In Catania leefde eens een man met &bdquo;het booze
+oog&rdquo;, een jettatore. Van alle jettatoren op Sicili&euml; duchtte
+men hem het meest.</p>
+<p>Zoodra hij zich op straat vertoonde, haastten de menschen zich om
+het beschermende teeken met de hand te maken. Toch hielp dit dikwijls
+in het geheel niet.</p>
+<p>Degene die hem ontmoet had, kon zich voorbereiden op een onaangename
+gebeurtenis. Als hij thuis kwam was zijn eten aangebrand, en de mooie,
+oude kristallen schotel lag in scherven op den grond. Hij zou hooren,
+dat zijn bankier de betalingen gestaakt had, en dat het briefje, dat
+hij aan de vrouw van zijn vriend geschreven had, in verkeerde handen
+was terechtgekomen.</p>
+<p>Meesttijds was de jettatore een lange, magere man met bleeke schuwe
+oogen en een langen neus, die kromde over de bovenlip. God heeft den
+jettatore dezen papagaaienneus gegeven als kenteeken.</p>
+<p>Maar alles verandert, niets blijft zich steeds gelijk.</p>
+<p>Deze jettatore was een kleine man met een neus als van San
+Micha&euml;l.</p>
+<p>Daardoor kwam het dat hij nog veel meer kwaad stichtte dan een
+gewone jettatore.</p>
+<p>Hoeveel vaker steekt men zich niet aan de doornen van de roos, dan
+dat men zich brandt aan een netel.</p>
+<p>Een jettatore moest nooit volwassen zijn; zoo lang hij nog een kind
+is, heeft hij het goed. Dan waakt zijn moedertje <span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>nog
+over hem en zij ziet nooit het booze oog, zij begrijpt nooit waarom zij
+zich steeds met de naald in den vinger prikt, wanneer hij bij haar
+naaitafeltje komt. Zij is nooit bang om hem te kussen. Ofschoon er
+altijd ziekte in haar huis heerscht en de dienstboden voortdurend
+wegloopen, en haar vrienden het huis verlaten, merkt zij nooit
+iets.</p>
+<p>Maar als de jettatore later in de wereld komt, is zijn lot dikwijls
+treurig genoeg. Men moet immers in de eerste plaats aan zich zelf
+denken, men kan toch niet zijn geheele leven bederven door goed te zijn
+jegens een jettatore. Er zijn verscheidene jettatores, die priester
+zijn.</p>
+<p>Dit is niet zoo vreemd, de wolf is immers gelukkig, als hij vele
+schapen kan verslinden. En zeker kan een jettatore niet meer kwaad
+stichten, dan wanneer hij priester wordt. Men moest slechts weten, hoe
+het den kinderen gaat, die zij doopen en den bruidsparen, wier huwelijk
+zij inzegenen.</p>
+<p>Deze jettatore van Catania werd ingenieur en wilde spoorwegen
+aanleggen.</p>
+<p>Hij werd geplaatst bij een der staatsspoorwegen. De staat kon toch
+niet weten, dat hij een jettatore was.</p>
+<p>Maar, o, welk een ellende, welk een ellende!</p>
+<p>Zoodra hij aangesteld was bij den spoorweg, geschiedden er niets dan
+ongelukken.</p>
+<p>Wilde men een heuvel doorboren, dan had er een instorting plaats,
+als men een brug wilde leggen, mislukte het keer op keer.</p>
+<p>Wanneer men een mijn liet springen, werden de arbeiders gedood door
+de rondvliegende steenen.</p>
+<p>De eenige die steeds ongedeerd bleef, was de ingenieur, de
+jettatore.</p>
+<p>Maar de arme menschen, die onder hem werkten! Ze telden iederen
+morgen hun vingers en ledematen.</p>
+<p>&bdquo;Morgen hebben wij ze misschien niet meer allemaal,&rdquo;
+zeiden ze.</p>
+<p>Men deed zijn beklag bij den hoofdingenieur, men klaagde bij den
+minister. Geen van beiden wilde hooren. Ze waren te geleerd en te
+verstandig om aan het booze oog te gelooven. De arbeiders moesten maar
+beter bij het werk opletten. &rsquo;t Was aan hun eigen
+onvoorzichtigheid te wijten, dat er ongelukken geschiedden.
+<span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span></p>
+<p>En de kolenwagens stortten in den afgrond, en de locomotieven
+ontploften.</p>
+<p>Op een morgen fluisterde men, dat de ingenieur weg was. Hij was
+verdwenen, niemand wist waar hij gebleven was.</p>
+<p>Had iemand hem soms vermoord?</p>
+<p>O, neen, o, neen! wie zou het gewaagd hebben een jettatore te
+dooden!</p>
+<p>Maar hij was werkelijk weg, geen mensch wist waar hij was.</p>
+<p>Eenige jaren daarna was het, dat donna Micaela begon te denken aan
+haar spoorweg. En om geld daarvoor bijeen te brengen, wilde zij een
+bazaar houden in het groote Franciscanerklooster.</p>
+<p>Daar was een groote tuin, omringd door prachtige, oude zuilengangen.
+Donna Micaela richtte kleine kraampjes en tenten voor ververschingen in
+onder deze arcaden. Zij slingerde guirlandes van Venetiaansche lampions
+van zuil tot zuil. Ze liet groote vaten Etnawijn rondom de kloosterbron
+opstapelen.</p>
+<p>Terwijl donna Micaela daar buiten werkte, sprak zij dikwijls met den
+kleinen Gandolfo, die na den dood van fra Felice, wachter van het
+klooster geworden was. Op een dag liet zij zich door Gandolfo door het
+geheele klooster geleiden. Zij liep het door van den zolder tot den
+kelder. En toen zij deze ontelbare kleine cellen met haar tralievenster
+en naakte muren en harde houten banken zag, kreeg zij een inval. Zij
+verzocht Gandolfo haar op te sluiten in een dezer cellen en haar daar
+gedurende vijf minuten te laten.</p>
+<p>&bdquo;Nu ben ik een gevangene,&rdquo; zei ze, toen zij
+alleengelaten werd. Ze voelde, dat de deur gesloten was, ze zag dat er
+dikke trali&euml;n voor de vensters waren. Zij was opgesloten. Zoo was
+het dus gevangen te zijn! Vier naakte wanden om zich heen, de stilte,
+de kilheid van het graf!</p>
+<p>&bdquo;Nu wil ik gevoelen zooals een gevangene,&rdquo; dacht
+zij.</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik vergat zij alles voor de gedachte, dat
+Gandolfo misschien niet komen zou om haar deur te ontsluiten. Hij kon
+immers weggeroepen worden, hij kon plotseling ziek worden, hij kon
+doodgevallen zijn in een der donkere gangen.</p>
+<p>Er kon zooveel gebeurd zijn, dat hem verhinderde te <span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span>komen. En niemand wist, waar zij was, niemand
+kon haar zoeken in die afgelegen cel. Indien zij een uur daarin moest
+vertoeven, zou ze waanzinnig van angst worden.</p>
+<p>Ze dacht aan de kwelling van den honger en van de eindelooze uren
+van angst.</p>
+<p>O, hoe zou ze ingespannen luisteren naar naderende schreden, hoe zou
+ze roepen!</p>
+<p>Hoe zou zij rukken aan de deur. Zij zou de kalk van den muur
+schrappen, zij zou trachten de trali&euml;n voor het venster kapot te
+bijten.</p>
+<p>En als zij haar dan eindelijk vonden, zou zij dood op den grond
+liggen, en overal zou men sporen vinden van haar pogingen om zich te
+bevrijden.</p>
+<p>Waarom kwam Gandolfo niet? Nu was zij toch een kwartier, een half
+uur in de cel geweest.</p>
+<p>O, waarom kwam hij toch niet?</p>
+<p>Ze was overtuigd, dat ze een heel uur opgesloten was geweest, toen
+Gandolfo kwam. Waar was hij toch zoo lang geweest?</p>
+<p>Maar hij was niet lang weggeweest. Donna Micaela was slechts vijf
+minuten in de cel.</p>
+<p>O God, z&oacute;&oacute; was het dus gevangen te zijn! Zoo was dus
+Gaetano&rsquo;s leven! Ze barstte in tranen uit, toen ze weer den
+blauwen hemel boven zich zag.</p>
+<p>Een tijdje daarna toen zij op een open loggia stonden, wees Gandolfo
+haar een raam met luiken en groene gordijnen.</p>
+<p>&bdquo;Woont daar iemand?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>&bdquo;Ja, donna Micaela.&rdquo;</p>
+<p>Gandolfo vertelde, dat daar een man woonde, die nooit anders dan
+&rsquo;s nachts uitging. Een man die nooit met iemand sprak.</p>
+<p>&bdquo;Is hij krankzinnig?&rdquo; vroeg donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;O neen, o neen, hij is even wel bij het hoofd als gij of ik.
+Men zegt, dat hij zich moet verbergen. Hij is bang voor de
+regeering.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela stelde veel belang in dezen man.</p>
+<p>&bdquo;Hoe heet hij?&rdquo; vroeg ze.</p>
+<p>&bdquo;Ik noem hem signor Alfredo.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe krijgt hij eten?&rdquo; vroeg zij hem. <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" name="pb225">225</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik kook voor hem,&rdquo; zei Gandolfo.</p>
+<p>&bdquo;En kleeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die verschaf ik hem. Ik ben het ook, die hem boeken en
+tijdschriften bezorg.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela zweeg een tijdlang.</p>
+<p>&bdquo;Gandolfo,&rdquo; zei ze, terwijl zij hem de roos gaf, die zij
+in de hand hield, &bdquo;leg deze roos op het blad, als je straks eten
+brengt aan je ongelukkigen gevangene!&rdquo;</p>
+<p>Na dien dag zond donna Micaela bijna elken dag een kleinigheid aan
+den gevangene in het klooster. Nu eens was het een boek, dan een bloem
+of een vrucht.</p>
+<p>&rsquo;t Was haar zulk een genot, ze speelde met haar phantasie.
+&rsquo;t Gelukte haar bijna zich voor te stellen, dat het Gaetano was
+aan wien ze dit alles zond.</p>
+<p>Toen de dag aanbrak, dat de bazaar geopend zou worden, was donna
+Micaela &rsquo;s morgens reeds vroeg in het klooster.</p>
+<p>&bdquo;Gandolfo,&rdquo; zei ze, &bdquo;ga voor mij naar je gevangene
+en vraag hem of hij vanavond op het feest wil komen.&rdquo;</p>
+<p>Gandolfo kwam spoedig met het antwoord terug.</p>
+<p>&bdquo;Hij dankt u zeer voor uw uitnoodiging, donna Micaela,&rdquo;
+zei de knaap. &bdquo;Hij wil gaarne komen.&rdquo;</p>
+<p>Zij was verbaasd, want zij had niet gedacht, dat hij zich zou durven
+vertoonen. Zij had hem slechts een vriendelijkheid willen bewijzen.</p>
+<p>Er was iets, dat donna Micaela dwong om op te zien. Zij stond in den
+kloostertuin, een venster in een der gebouwen tegenover haar werd
+geopend. Donna Micaela zag een man van middelbaren leeftijd met een
+aangenaam uiterlijk voor het raam staan en naar haar kijken.
+&bdquo;Daar is hij, donna Micaela,&rdquo; zei Gandolfo.</p>
+<p>Zij was gelukkig. &rsquo;t Was alsof ze dezen man gered en verlost
+had. En meer dan dit. Menschen, die geen phantasie bezitten, kunnen dit
+niet begrijpen.</p>
+<p>Maar donna Micaela was den ganschen dag in spanning en verwachting.
+Ze overwoog, hoe zij zich &rsquo;s avonds zou kleeden. &rsquo;t Was
+alsof zij Gaetano verwachtte.&mdash;</p>
+<p>Maar donna Micaela had spoedig wel iets anders te doen dan te
+droomen. Den geheelen dag werd ze overstelpt door onaangename
+wederwaardigheden. <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226"
+name="pb226">226</a>]</span></p>
+<p>Eerst ontving ze een brief van den ouden rooverhoofdman Falco
+Falcone.</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">Waarde vriendin, donna Micaela,</p>
+<p>Daar ik gehoord heb, dat ge voornemens zijt een spoorweg aan te
+leggen op den Etna, wil ik u zeggen, dat dit nooit met mijn toestemming
+zal geschieden. Ik zeg u dit nu maar dadelijk, opdat ge aan deze zaak
+niet meer geld en moeite zult verspillen.</p>
+<p>Hooggeboren en edele signora, ik verblijf</p>
+<p class="signed">uw nederige dienaar,<br>
+<span class="sc">Falco Falcone</span>.</p>
+<p>P.S. Passafiore, mijn neef, heeft dezen brief geschreven.</p>
+</div>
+<p>Donna Micaela smeet het vuile briefje op den grond. Het was haar
+alsof ze het doodvonnis van haar spoorweg in de hand hield, maar heden
+wilde zij daaraan niet denken, heden had zij haar bazaar.</p>
+<p>Een oogenblik daarna kwamen haar wegwerkers, Giovanni en Carmelo,
+bij haar. Ze wilden haar raden een ingenieur te raadplegen.</p>
+<p>Zij wist zeker niet, hoe de grond was op den Etna. Eerst was het
+lava, dan asch en dan weer lava.</p>
+<p>Moest de weg aangelegd worden op de bovenste lavalaag of op het
+aschbed, of moesten zij nog dieper graven? Moest de bodem voor een
+spoorweg zeer vast zijn? Zij moesten er iemand bij hebben, die er
+verstand van had.</p>
+<p>Donna Micaela kon hen echter nu niet te woord staan.</p>
+<p>Morgen, morgen! heden had zij geen tijd om daaraan te denken.
+Dadelijk daarna kwam donna Elisa met nog slechter nieuws.</p>
+<p>Er was een stadswijk in Diamante, waar arme en woeste menschen
+woonden. Deze ongelukkige stakkers waren angstig geworden, toen ze
+hoorden van den spoorweg.</p>
+<p>Nu komt er gewis een aardbeving of een uitbarsting van den Etna,
+hadden ze gezegd<span class="corr" id="xd20e5502" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>De machtige Etna duldt geen ijzeren banden. Hij zal den geheelen
+spoorweg van zich afslingeren.</p>
+<p>En het volk zei, dat men den spoorweg moest opbreken zoodra die
+gelegd was.</p>
+<p>Welk een ongeluksdag! Donna Micaela voelde zich verder dan ooit van
+haar doel. <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Waarvoor dient het nu, of wij geld bijeenbrengen op den
+bazaar?&rdquo; zei ze mismoedig.</p>
+<p>En het scheen ook niet, dat zij veel geld zou krijgen op haar feest.
+&rsquo;s Namiddags begon het te regenen. Sedert den dag, dat de klokken
+luidden, had het nog niet zoo geregend in Diamante. &rsquo;t Was alsof
+de wolken op de daken drukten, en het water er uit stroomde. Eer men
+twee minuten op straat liep, was men doornat.</p>
+<p>Tegen zes uur, toen donna Micaela&rsquo;s bazaar geopend zou worden,
+regende het zoo hard mogelijk. Toen zij in het klooster kwam, waren
+daar geen andere menschen dan degenen, die haar zouden helpen verkoopen
+en bedienen.</p>
+<p>Zij had wel kunnen schreien! Welk een ongeluksdag! Wie had toch al
+dezen tegenspoed over haar hoofd gebracht?</p>
+<p>Donna Micaela&rsquo;s blikken vielen op een vreemden man, die tegen
+een pilaar leunde en haar beschouwde.</p>
+<p>Opeens herkende zij hem! Dat was de jettatore. Het was de jettatore
+van Catania, dien men haar reeds als kind had leeren vreezen.</p>
+<p>Donna Micaela ging dadelijk naar hem toe.</p>
+<p>&bdquo;Wilt ge even met mij gaan, signor,&rdquo; zei ze, terwijl zij
+hem voorging. Zij wilde zoo ver weggaan, dat niemand hen hooren kon,
+dan wilde zij hem verzoeken haar nooit meer onder de oogen te komen.
+Zij moest het doen, zij kon niet toelaten dat hij haar geheele leven
+verwoestte.</p>
+<p>Zij dacht er in het geheel niet aan waar zij heenging. Plotseling
+stond ze bij de deur van de kloosterkerk en trad naar binnen.</p>
+<p>Het was er bijna donker. Alleen een klein olielampje brandde bij het
+Christusbeeld.</p>
+<p>Toen donna Micaela het Christusbeeld zag, verschrikte zij. Juist nu
+had zij het liever niet gezien. Zij herinnerde zich hoe zijn kroon
+gerold was voor Gaetano&rsquo;s voeten, toen deze zoo vertoornd was op
+de bandieten.</p>
+<p>Misschien wilde het Christusbeeld niet, dat zij den jettatore
+verstiet.</p>
+<p>Maar zij had toch werkelijk reden hem te vreezen. En &rsquo;t was
+slecht van hem op haar feest te verschijnen. Zij moest trachten hem van
+hier te verwijderen. <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228"
+name="pb228">228</a>]</span></p>
+<p>Donna Micaela liep de geheele kerk door en stond nu stil voor het
+Christusbeeld.</p>
+<p>Zij kon geen woord zeggen tot den man, die haar volgde. Zij
+herinnerde zich hoeveel medelijden zij nog onlangs met hem gehad had,
+omdat hij gevangen zat, hij evenals Gaetano.</p>
+<p>Zij was zoo gelukkig geweest hem tot het leven terug te voeren. Wat
+wilde zij nu doen?</p>
+<p>Hem weer in de gevangenis zenden?</p>
+<p>Zij dacht aan haar vader en aan Gaetano. Zou het nu voor den derden
+keer zijn, dat zij...</p>
+<p>Zij stond zwijgend en voerde een hevigen strijd met zich zelf.</p>
+<p>Eindelijk begon de jettatore te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Niet waar, signora, ge hebt genoeg van mij?&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela maakte een ontkennende beweging.</p>
+<p>&bdquo;Wenscht gij, dat ik terugkeer naar mijn cel?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik begrijp u niet, signor.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, gij begrijpt me wel. Er is u vandaag iets
+vreeselijks overkomen. Gij ziet er nu geheel anders uit dan dezen
+morgen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben zeer moede,&rdquo; zei donna Micaela ontwijkend.</p>
+<p>Hij trad dicht op haar toe, als om haar de waarheid af te dwingen.
+De vragen en antwoorden volgden elkaar kort en stootend.</p>
+<p>&bdquo;Ziet ge niet, dat uw geheele feest dreigt te
+mislukken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan doen we het morgen weer over.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge mij dan niet herkend?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik heb u vroeger wel eens in Catania gezien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En gij zijt niet bang voor den jettatore?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, vroeger als kind.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar nu zijt ge niet meer bevreesd?&rdquo;</p>
+<p>Zij ontweek hem te antwoorden.</p>
+<p>&bdquo;Zijt ge zelf bang?&rdquo; vroeg ze.</p>
+<p>&bdquo;Zeg de waarheid!&rdquo; zei hij ongeduldig. &bdquo;Wat wildet
+gij mij zeggen, toen gij mij hierheen voerdet?&rdquo;</p>
+<p>Zij zag onrustig om zich heen. Zij moest hem iets zeggen, zij moest
+hem een antwoord geven. Toen kwam er een gedachte in haar op, die haar
+angstig maakte. Zij zag naar het Christusbeeld. <span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Eischt gij dit van mij?&rdquo; scheen ze hem te vragen.</p>
+<p>&bdquo;Moet ik dit doen voor een vreemden man? Maar dit staat immers
+gelijk met mijn eenige hoop te vernietigen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik weet nauwelijks of ik het wel wagen durf u te zeggen, wat
+ik u verzoeken wilde,&rdquo; zeide zij.</p>
+<p>&bdquo;Neen, ziet ge wel dat gij den moed niet hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben van plan een spoorweg aan te leggen, weet ge
+dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat weet ik.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wilde u vragen of gij mij helpen wildet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik! Ik!&rdquo;</p>
+<p>Nu zij eenmaal begonnen was, viel het haar gemakkelijker te
+vervolgen. Zij was verbaasd hoe natuurlijk het klonk, toen zij het hem
+vroeg.</p>
+<p>&bdquo;Ik weet, dat ge een spoorwegingenieur zijt. Ja, ge begrijpt
+wel, dat aan mijn spoorweg geen geld verdiend wordt. Maar het was
+beter, dat ge me hielpt, dan dat ge in uw cel opgesloten zit. Gij
+verspilt slechts uw tijd.&rdquo;</p>
+<p>Hij keek haar bijna streng aan.</p>
+<p>&bdquo;Weet ge, wat ge daar zegt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, het is natuurlijk een vermetel verzoek.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juist, een vermetel verzoek.&rdquo;</p>
+<p>Daarna begon de ongelukkige man haar te waarschuwen voor al het
+onheil, dat haar dreigde, indien zij zijn hulp aannam.</p>
+<p>&bdquo;Het zou met uw spoorweg gaan, zooals met uw feest.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela was overtuigd van de waarheid zijner woorden, maar zij
+had nu alle wegen achter zich afgesloten, zij moest nu voortgaan, goed
+te zijn.</p>
+<p>&bdquo;Mijn feest zal spoedig in vollen gang zijn,&rdquo; zei ze
+beslist.</p>
+<p>&bdquo;Hoor naar mij, donna Micaela,&rdquo; zei de jettatore.</p>
+<p>&bdquo;Het laatste waaraan men weigert niet te gelooven is aan zich
+zelf. Men kan niet nalaten zich zelf te vertrouwen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, waarom zou men dat ook doen?&rdquo;</p>
+<p>Hij maakte een beweging, alsof hij ongeduldig was over haar
+vertrouwen.</p>
+<p>&bdquo;Toen ik eerst over de zaak begon te denken,&rdquo; zei hij,
+&bdquo;troostte ik mij gemakkelijk. Door een paar ongelukkige
+toevallen, zei ik tot mij zelf, heb je den naam van jettatore gekregen,
+zoodat dit langzamerhand een vaste overtuiging <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>is
+geworden. En juist dit geloof sticht het kwaad. Men heeft mij ontmoet
+en geloofd, dat men zou verongelukken, en toen geschiedde het ook. Het
+is een ongeluk erger dan de dood, aangezien te worden voor een
+jettatore. Maar gij behoeft het zelf niet te gelooven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is zoo ongerijmd,&rdquo; zei donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Ja, niet waar, hoe zouden mijn oogen de macht bezitten kwaad
+te stichten? Ik wilde een proef nemen. Ik reisde naar een plaats, waar
+niemand mij kende. Den volgenden morgen las ik in de courant, dat door
+den trein waarmee ik gereisd had, een baanwachter overreden was. Toen
+ik een dag in het hotel was, zag ik dat de hotelhouder wanhopig was, en
+alle gasten ontsteld waren.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er gebeurd?&rdquo; vroeg ik.</p>
+<p>&bdquo;Een van onze bedienden is door de pokken aangetast. O, welk
+een ellende!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, toen sloot ik mij op en onthield mij van allen
+omgang met menschen.</p>
+<p>&bdquo;Toen een jaar verstreken was, kwam ik tot rust. Ik ben immers
+geen gevaarlijk mensch, zei ik, en ik wil toch niemand eenig kwaad
+doen. Waarom zou ik dan als een misdadiger leven?</p>
+<p>&bdquo;Ik had mij juist voorgenomen terug te keeren tot het leven,
+toen ik fra Felice in een der gangen ontmoette.</p>
+<p>&bdquo;Fra Felice, waar is de kat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De kat, signor?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, de kat van &rsquo;t klooster, wie ik altijd melk geef.
+Waar is zij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij is in een rattenval geraakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zegt u, fra Felice?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De kat is met haar staart in de val gekomen en kon zich toen
+niet bevrijden. Zij heeft zich naar een der ramen gesleept en is van
+honger gestorven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zegt ge daarvan, donna Micaela?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Was het dan uw schuld, dat de kat stierf?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben immers een jettatore.&rdquo;</p>
+<p>Zij trok de schouders op. &bdquo;Ach, welk een dwaasheid!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toen eenige tijd verstreken was, ontwaakte opnieuw de lust in
+mij om te leven. Toen klopte Gandolfo op mijn deur en noodigde mij op
+dit feest. Waarom zou ik niet gaan? <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span>Men kan onmogelijk
+van zich zelf gelooven, dat men ongeluk aanbrengt, alleen door zich te
+vertoonen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Was reeds een feest, donna Micaela, me klaar te
+maken, en mijn zwarte kleeren voor den dag te halen, ze te borstelen en
+aan te trekken. Maar toen ik op het feestterrein kwam, was dit
+verlaten, de regen stroomde neer, en uw Venetiaansche ballons waren vol
+water.</p>
+<p>&bdquo;En gij zelf zaagt er uit, alsof al de rampen van het leven u
+op &eacute;&eacute;n dag getroffen hadden.</p>
+<p>&bdquo;Toen ge mij zaagt, werdt ge aschgrauw van schrik.</p>
+<p>&bdquo;Ik vroeg iemand: Hoe heet signora Alagona van zich
+zelf?&mdash;Palmeri&mdash;</p>
+<p>&bdquo;O, Palmeri, zij is dus uit Catania? Zij heeft den jettatore
+herkend.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, &rsquo;t is waar, ik heb u herkend.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ge zijt zeer goed en vriendelijk geweest en ik ben zeer
+bedroefd, dat ik uw feest verstoord heb. Maar nu beloof ik u, dat ik
+mij verre van uw feest zoowel als van uw spoorweg zal
+houden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom zoudt gij u daar verre van houden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben immers een jettatore.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat geloof ik niet. Ik kan het niet gelooven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof het zelf ook niet. Maar toch, ja, ik geloof het.
+Weet ge, dat men zegt, dat niemand een jettatore kan overwinnen, dan
+hij die even groot in slechtheid is, als de jettatore zelf?</p>
+<p>&bdquo;Men vertelt, dat eens een jettatore in den spiegel zag, en
+dat hij toen neerstortte en stierf. Ik zie nooit in den spiegel. Ik
+geloof het dus zelf.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof het niet. Misschien geloofde ik het nog wel, toen
+ik u daarbuiten zag. Nu echter geloof ik het niet meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij wildet mij misschien laten werken aan uw
+spoorweg?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja, indien gij slechts zelf wilt.&rdquo;</p>
+<p>Weer trad hij dicht op haar toe, en zij wisselden eenige korte
+zinnen.</p>
+<p>&bdquo;Kom in het licht, ik wil uw gelaat zien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ge gelooft, dat ik niet de waarheid spreek?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof, dat ge slechts beleefd wilt zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beteekent die spoorweg iets voor u?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die beteekent leven en geluk voor mij.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Hoezoo?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die moet iemand winnen, dien ik liefheb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeer lief?&rdquo;</p>
+<p>Zij antwoordde niet, maar hij kon het antwoord lezen in haar
+blik.</p>
+<p>Toen viel hij op de knie&euml;n voor haar en boog zijn hoofd zoo
+diep, dat hij den zoom van haar kleed kon kussen.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt goed, gij zijt zeer goed. Dit zal ik nooit vergeten.
+Indien ik degene was, waarvoor ge mij hieldt, hoe zou ik u dan
+dienen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ge <i>moet</i> mij dienen,&rdquo; zei ze. En zij was zoo
+getroffen door zijn ongeluk, dat zij in het geheel geen vrees meer
+gevoelde, dat hij haar deren zou.</p>
+<p>Hij sprong op.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil u iets zeggen. Ge kunt niet loopen zonder te
+struikelen wanneer ik naar u zie.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, waarom niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beproef het!&rdquo;</p>
+<p>En zij beproefde het. Maar zij was bang. Reeds bij de eerste schrede
+voelde zij zich onzeker.</p>
+<p>Maar toen dacht zij: &bdquo;Indien het voor Gaetano was, dan kon ik
+het zeker wel.&rdquo; En toen ging het ook.</p>
+<p>Zij liep heen en weer.</p>
+<p>&bdquo;Zal ik het nog &eacute;&eacute;n maal doen?&rdquo; Hij
+knikte.</p>
+<p>Terwijl zij liep kwam de gedachte bij haar op:</p>
+<p>Het Christusbeeld heeft den vloek van hem genomen, omdat hij mij wil
+helpen.</p>
+<p>Zij wendde zich plotseling om en kwam naar hem toe.</p>
+<p>&bdquo;Weet ge, weet ge dat ge geen jettatore zijt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ben ik dat niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; zij greep hem bij den arm en schudde dien.
+&bdquo;Begrijpt ge dan niet, ziet ge dan niet? &rsquo;t Is van u
+genomen.&rdquo;</p>
+<p>De stem van den kleinen Gandolfo klonk buiten de kerk.</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, donna Micaela, waar zijt ge? Er zijn zooveel
+menschen, donna Micaela! Waar zijt ge?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Regent het dan niet meer?&rdquo; zei de jettatore met
+onzekere stem.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Regent niet meer, hoe zou het kunnen regenen? Het
+Christusbeeld heeft den vloek van u genomen, opdat gij zijn spoorweg
+zoudt kunnen dienen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span></p>
+<p>De man wankelde en greep met zijn hand in de lucht.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is weg. &rsquo;k Geloof, dat het weg is. Nog zooeven
+was het over mij, maar nu...&rdquo;</p>
+<p>Weer wilde hij knielen voor donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Dank mij niet,&rdquo; zei zij. &bdquo;Maar hem, hem!&rdquo;
+en zij wees op het Christusbeeld.</p>
+<p>Maar toch viel hij voor haar op de knie&euml;n, kuste haar handen,
+en onder snikken en tranen vertelde hij haar hoe de menschen hem
+vervolgd en verafschuwd hadden en hoeveel ellende het leven hem
+gebracht had.</p>
+<p>Den volgenden dag begon de jettatore te werken aan den spoorweg. En
+hij was niet gevaarlijker dan eenig ander mensch. <span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.9"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e5800" class="label">IX.</h3>
+<h3 class="main">Het paleis Geraci en het paleis Corvaja.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In den tijd, toen de Noormannen nog op Sicili&euml;
+heerschten, lang voordat het geslacht Alagona op het eiland kwam,
+werden in Diamante twee heerlijke gebouwen opgetrokken, het palazzo
+Geraci en het palazzo Corvaja.</p>
+<p>De edele baronnen Geraci kozen hun verblijf bij de markt, hoog op de
+kruin van den Monte Chiaro. De baronnen Corvaja daarentegen bouwden hun
+paleis aan den voet van den berg en omgaven het met groote parken.</p>
+<p>De zwarte lavamuren van het palazzo Geraci werden opgetrokken rondom
+een kleinen, vierkanten binnenhof, die louter stemming en heerlijkheid
+was. Een hooge trap, onder een eerepoort met wapens versierd, voerde
+naar de tweede verdieping.</p>
+<p>Niet rondom den hof, maar hier en daar op de meest onverwachte
+plaatsen openden de muren zich om plaats te maken voor kleine, met
+zuilen versierde loggia&rsquo;s.</p>
+<p>De wanden waren bedekt met <span class="corr" id="xd20e5814" title="Bron: reliefs">reli&euml;fs</span>, bonte platen Siciliaansch marmer
+en met de wapenschilden der baronnen Geraci. Er waren ook vensters,
+maar die waren zeer klein, met prachtig bewerkte vensterkozijnen. Er
+waren ronde raampjes met zulke kleine lichtopeningen, dat ze bedekt
+konden worden door een druiveblad, of langwerpige, die zoo smal waren,
+dat ze niet meer licht doorlieten dan een reet van een gordijn.</p>
+<p>De baronnen van Corvaja dachten er niet aan den binnenhof van hun
+paleis te versieren, maar ze bouwden een <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span>heerlijke zaal op de
+benedenverdieping. In den vloer werden groote waterbakken voor
+goudvisschen gemetseld, in de muurnissen werden fonteinen met
+moza&iuml;ek geplaatst, waar helder water neerbruiste in geweldige
+reuzenschelpen.</p>
+<p>Boven deze zaal welfden zich Moorsche bogen, gedragen door slanke
+zuilen, omslingerd door ranken van moza&iuml;ek. Het was een zaal,
+waarvan de weerga slechts te vinden was in het Saracenenslot te
+Palermo.</p>
+<p>Er heerschte een felle wedijver tusschen de beide geslachten
+gedurende de gansche bouwperiode.</p>
+<p>Wanneer het palazzo Geraci een balkon kreeg, werd het palazzo
+Corvaja versierd met hooge Gothische boogvensters; toen het dak van het
+paleis Geraci getooid werd met rijk gebeeldhouwde tinnen, werd er op
+het palazzo Corvaja een meterhooge fries aangebracht van zwart marmer
+met wit ingelegd.</p>
+<p>Het huis Geraci had een hoogen toren, maar het paleis Corvaja een
+dakterras met hooge vazen op de balustrade.</p>
+<p>Toen de paleizen eindelijk voltooid waren, werd de wedstrijd
+voortgezet tusschen de families die ze gebouwd hadden.</p>
+<p>De vijandschap en de strijd schenen zich van de huizen mee te deelen
+aan allen, die daarin woonden.</p>
+<p>Een baron Geraci kon nooit gelijk denken met een baron Corvaja.</p>
+<p>Als Geraci voor Anjou streed, vocht Corvaja voor Manfred. Veranderde
+Geraci van kleur en stond hij Aragonie bij, dan trok Corvaja naar
+Napels om voor Robert en Johanna te strijden.</p>
+<p>Maar dat alles was nog niet genoeg. Het stond vast, dat wanneer
+Geraci een schoonzoon kreeg, ook Corvaja zijn macht moest vermeerderen
+door een goed huwelijk.</p>
+<p>De beide geslachten konden nooit tot rust komen.</p>
+<p>Men moest eten om strijd, zich vermaken om strijd, en werken om
+strijd. De Geraci&rsquo;s trokken naar het hof der Bourbons in Napels,
+niet uit lust om zich te onderscheiden, maar omdat de Corvaja&rsquo;s
+daar ook waren.</p>
+<p>De Corvaja&rsquo;s van hun kant moesten wijn verbouwen en
+zwavelmijnen bezitten, omdat de Geraci&rsquo;s belangstelden in
+landbouw en mijnwezen.</p>
+<p>Als een Geraci een erfenis gekregen had, moest ook een <span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span>oude
+bloedverwant van Corvaja sterven, opdat de eer van het geslacht niet
+overstraald zou worden.</p>
+<p>&rsquo;t Palazzo Geraci had voortdurend werk om zijn dienaren te
+tellen, opdat het palazzo Corvaja het niet zou overtreffen.</p>
+<p>Maar niet alleen lette men op de bedienden, men hield ook rekening
+met de galons der livreien en met het tuig der paarden.</p>
+<p>De pluimen van Corvaja&rsquo;s vierspan mochten geen duim hooger
+zijn dan die der Geraci&rsquo;s. Hun kudden geiten moesten zich in
+dezelfde mate vermenigvuldigen, en de ossen der Geraci&rsquo;s moesten
+even groote hoornen hebben als die van Corvaja.</p>
+<p>Men zou geloofd hebben, dat in onze dagen de vijandschap tusschen
+beide paleizen ge&euml;indigd was. Nu woont er noch een der
+Corvaja&rsquo;s in het eene paleis, noch een der Geraci&rsquo;s in het
+andere.</p>
+<p>Nu is de binnenhof der Geraci&rsquo;s een vuile plaats, waarop
+zoowel ezelstallen als varkenshokken en kippenloopen te vinden zijn. Op
+de hooge trap hangen lompen te drogen, en de <span class="corr" id="xd20e5861" title="Bron: reliefs">reli&euml;fs</span> zijn beschadigd
+en gebroken.</p>
+<p>In een der beide hallen wordt handel in groenten gedreven, in de
+andere is een schoenmakerswerkplaats.</p>
+<p>De poortwachter ziet er uit als een ellendige bedelaar, en van den
+kelder tot den zolder vindt men niets anders dan arme uitgehongerde
+menschen.</p>
+<p>En met het paleis Corvaja gaat het niet veel beter.</p>
+<p>Er is geen spoor meer te vinden van de moza&iuml;ekbekleeding in de
+groote zaal, nu zijn er nog slechts naakte, kale gewelven.</p>
+<p>Daar wonen geen bedelaars, omdat het paleis voor het grootste
+gedeelte in puinhoopen ligt. Slechts zijn schoone gevel met de
+gebeeldhouwde vensterbogen verheft zich nog naar den blauwen
+Siciliaanschen hemel.</p>
+<p>Maar toch is de vijandschap tusschen Geraci en Corvaja niet
+ge&euml;indigd. In de oude tijden waren het niet alleen de edele
+geslachten zelve, die met elkaar in strijd waren, maar ook hun buren en
+onderhoorigen.</p>
+<p>Gansch Diamante werd verdeeld tusschen Geraci en Corvaja. Nog loopt
+er een hooge, met puntige glasscherven bedekte muur door de stad, die
+het deel van Diamante, dat <span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>aan de zijde der Geraci&rsquo;s
+staat, scheidt van dat, hetwelk zich voor Corvaja verklaard heeft.</p>
+<p>Nog in onze dagen wil geen man van Geraci trouwen met een meisje van
+Corvaja. En een herder van Corvaja kan zijn schapen niet laten drinken
+van de bron van Geraci. Ze hebben niet eens dezelfde heiligen.</p>
+<p>San Pasquale wordt aangebeden door Geraci, terwijl de zwarte Madonna
+de schutspatrones van Corvaja is.</p>
+<p>Een man van Geraci zal nooit iets anders gelooven, dan dat geheel
+Corvaja vol is van toovenaars, heksen en weerwolven.</p>
+<p>Een man van Corvaja zal bij zijn zaligheid zweren, dat in Geraci
+niets anders gevonden worden dan bandieten en gauwdieven.</p>
+<p>Donna Micaela woonde op Geraci&rsquo;s gebied, en spoedig waren al
+de bewoners van dat stadsdeel aanhangers van haar spoorweg. Maar toen
+kon Corvaja natuurlijk niets anders doen dan haar tegenwerken.</p>
+<p>Corvaja&rsquo;s bewoners waren bizonder misnoegd over twee zaken. Ze
+waren naijverig op de eer der zwarte Madonna en het stond hun dus niet
+aan, dat er nog een wonderdoend beeld in Diamante gekomen was.</p>
+<p>Dit was het eene; het tweede was, dat zij vreesden dat de Mongibello
+geheel Diamante onder asch en vuur zou begraven, indien men hem door
+een spoorweg wilde bedwingen.</p>
+<p>Eenige dagen na den bazaar, begon het palazzo Corvaja zich vijandig
+te gedragen. Donna Micaela vond op een dag op haar dakterras een
+citroen, die zoo dicht met spelden bezet was, dat die geleek op een
+stalen bal.</p>
+<p>Die kwam van het palazzo Corvaja, dat zoo vele smarten in haar hoofd
+wilde tooveren, als er spelden in den citroen waren.</p>
+<p>Toen wachtte Corvaja eenige dagen om te zien welke uitwerking de
+citroen had. Maar toen donna Micaela&rsquo;s arbeiders bleven
+doorwerken aan den spoorweg, kwamen de mannen van Corvaja op een nacht
+om den weg op te breken. En toen de staven den volgenden dag weer
+gelegd waren, sloeg men de ruiten in San Pasquale stuk en wierp het
+Christusbeeld met steenen.&mdash; <span class="pagenum">[<a id="pb238"
+href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span></p>
+<p>&mdash;Het was een langwerpig en smal marktplein aan de Zuidzijde
+van den Monte Chiaro. Aan de beide lange zijden stonden donkere, hooge
+huizen. Aan een der korte zijden gaapte een afgrond, aan den anderen
+kant verhief zich een steile berg. Er waren terrassen uitgehouwen in de
+berghelling, maar de trappen waren vervallen en de treden gebroken. Op
+het grootste terras verhief zich de statige ru&iuml;ne van het paleis
+Corvaja.</p>
+<p>Het voornaamste sieraad van het marktplein was een prachtig,
+langwerpig waterbassin, dat onder de terrassen, dicht bij den berg
+stond. Het was van sneeuwwit marmer met relief versierd en gevuld met
+helder, koel water. Dit was het best bewaard gebleven van al de
+vroegere heerlijkheden van Corvaja.</p>
+<p>Op een schoonen, vredigen avond kwamen er twee dames, in het zwart
+gekleed, op het kleine marktplein. Op dit oogenblik lag het geheel
+verlaten. De beide dames keken rond, maar toen zij geen enkel mensch
+zagen, namen zij plaats op de bank bij de bron om te wachten.</p>
+<p>Spoedig kwamen er eenige nieuwsgierige kinderen te voorschijn en
+keken naar haar, en de oudste der beide dames begon met de kinderen te
+spreken. Zij vertelde hun sagen.</p>
+<p>&bdquo;Er was eens,&rdquo; zei ze.</p>
+<p>Toen vertelde ze den kinderen van het Christuskind, dat zich in
+rozen en leli&euml;n veranderde, toen de Madonna een van Herodes&rsquo;
+soldaten ontmoette, die het bevel ontvangen hadden alle kinderen te
+dooden; en ze luisterden naar de legende van het Christuskind, dat eens
+vogelen van leem maakte, en in de handen klapte en den leemen koekoeken
+vleugels gaf om weg te vliegen, toen een slechte knaap ze kapot wilde
+slaan.</p>
+<p>Terwijl de oude dame sprak, verzamelden zich vele kinderen om haar
+heen, maar ook volwassen menschen. &rsquo;t Was juist Zaterdagavond,
+zoodat de arbeiders van hun werk op het land terugkeerden. De meesten
+kwamen bij Corvaja&rsquo;s bron om een teug koel water te drinken
+v&oacute;&oacute;rdat zij naar huis gingen<span class="corr" id="xd20e5917" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>Toen zij hoorden dat er sagen verteld werden, bleven zij staan om te
+luisteren. <span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span></p>
+<p>De beide dames waren spoedig omringd door een donkeren muur van
+grove, zwarte mantels en slappe hoeden.</p>
+<p>Plotseling zei de oude dame tot de kinderen:</p>
+<p>&bdquo;Houdt ge van het Christuskind?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; zeiden ze en hun groote, donkere oogen
+schitterden.</p>
+<p>&bdquo;Zoudt ge het gaarne willen zien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; riepen de kinderen.</p>
+<p>De dame sloeg haar mantille op en toonde den kinderen een klein
+Christusbeeld, rijk versierd met ringen, en een gouden kroon op het
+hoofd en gouden schoentjes aan de voeten.</p>
+<p>&bdquo;Hier is het,&rdquo; zei ze. &bdquo;Ik heb het meegenomen om
+het je te toonen.&rdquo;</p>
+<p>De kinderen waren opgetogen. Eerst vouwden ze hun handjes voor het
+ernstige gezicht van het beeld, toen wierpen zij het kushandjes
+toe.</p>
+<p>&bdquo;Is hij niet schoon?&rdquo; zei de oude dame.</p>
+<p>&bdquo;Mogen wij hem hebben, mogen wij hem hebben?&rdquo; riepen de
+kinderen.</p>
+<p>Maar nu drong een groote, ruwe arbeider, een donkere man met ruigen,
+zwarten baard, naar voren. Hij wilde het beeld tot zich rukken.</p>
+<p>De oude dame had nauwelijks den tijd om het achter haar rug te
+verbergen.</p>
+<p>&bdquo;Geef hier, donna Elisa, geef hier!&rdquo; zei de man.</p>
+<p>De arme donna Elisa wierp een blik op donna Micaela, die den
+ganschen tijd stil en misnoegd naast haar gezeten had. Donna Micaela
+had zich slechts met moeite laten overreden om mede te gaan naar
+Corvaja om het beeld aan het volk te toonen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Beeld helpt ons, wanneer het wil,&rdquo; zei zij.
+&bdquo;Wij moeten het niet tot wonderen dwingen.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Elisa had volstrekt willen gaan; ze had gezegd, dat het
+beeld slechts wachtte om tot de ontrouwe stakkers in Corvaja gevoerd te
+worden.</p>
+<p>Na alles, wat hij reeds gedaan had, konden zij wel zooveel
+vertrouwen in hem stellen, dat ze geloofden dat hij ook deze menschen
+voor zich zou winnen.</p>
+<p>Maar nu stond zij daar, donna Elisa, terwijl de woeste <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>man
+zich over haar heen boog en zij wist niet hoe zij kon verhinderen, dat
+hij het beeld nam.</p>
+<p>&bdquo;Geef het mij goedschiks, donna Elisa,&rdquo; zei de man,
+&bdquo;anders, bij God, neem ik het met geweld. Ik zal het in stukjes,
+in kleine, kleine stukjes hakken.</p>
+<p>&bdquo;Ge zult zien hoeveel er overblijft van uw houten pop.</p>
+<p>&bdquo;Ge zult eens zien of &rsquo;t het zal kunnen volhouden tegen
+de zwarte Madonna.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa drukte zich tegen den bergwand, ze zag geen uitweg. Ze
+kon noch vluchten, noch zich verzetten.</p>
+<p>&bdquo;Micaela!&rdquo; riep zij klagend, &bdquo;Micaela!&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela was zeer bleek. Zij hield de handen tegen het hart
+gedrukt, zooals ze placht te doen, als ze heftig bewogen was. Zij vond
+het vreeselijk, vijandig te staan tegenover deze donkere mannen.
+&rsquo;t Waren juist deze mannen in korte mantels met slappe hoeden,
+waarvoor zij altijd zoo bang was.</p>
+<p>Maar nu donna Elisa haar riep, wendde zij zich plotseling om, trok
+het beeld naar zich toe en strekte het naar den man uit.</p>
+<p>&bdquo;Neem het,&rdquo; zei zij fier. En zij ging hem zelfs een
+schrede tegemoet. &bdquo;Neem het en doe er mee, wat ge
+kunt.&rdquo;</p>
+<p>Zij hield het beeld voor zich uitgestrekt en trad al dichter op den
+donkeren arbeider toe.</p>
+<p>Hij wendde zich naar zijn kameraden.</p>
+<p>&bdquo;Zij gelooft dat ik haar pop niets doen kan,&rdquo; zei hij
+hoonend.</p>
+<p>En alle arbeiders sloegen zich op de knie&euml;n en lachten.</p>
+<p>Hij nam het beeld echter niet, maar greep naar de groote spade, die
+hij in de hand hield. Hij week een paar stappen achteruit, hief de
+spade boven zijn hoofd, en spande al zijn spieren tot een slag, die in
+eens het gehate beeld zou verpletteren.</p>
+<p>Donna Micaela schudde waarschuwend het hoofd.</p>
+<p>&bdquo;Je kunt het toch niet,&rdquo; zei ze en ze trok het beeld
+niet terug.</p>
+<p>Hij zag dat zij toch bevreesd was, en hij genoot van haar angst.</p>
+<p>Zoo stond hij langer met opgeheven spade dan strikt noodzakelijk
+was. <span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Piero!&rdquo; klonk het toen luid jammerend. &bdquo;Piero,
+Piero!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, Marcia roept mij,&rdquo; zei hij.</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik stormde een schaar menschen uit een kleine
+hut, die gebouwd was tusschen de puinhoopen van het palazzo Corvaja.
+Het waren ongeveer tien vrouwen, die met een karabinier vochten.</p>
+<p>De karabinier hield een kind op den arm, en de vrouwen trachtten hem
+dit kind te ontrukken. Maar de politieagent, die een sterke man was,
+maakte zich van haar allen los, zette het kind op den schouder, en
+sprong de trede van het terras op.</p>
+<p>De donkere Piero had er naar gekeken zonder een beweging te maken.
+Toen de karabinier zich losrukte, boog hij zich tot donna Micaela en
+zei haastig:</p>
+<p>&bdquo;Kan het beeld dit verhinderen, dan zal geheel Corvaja aan
+zijn zijde staan.&rdquo;</p>
+<p>Nu was de karabinier op de markt. Piero maakte een beweging met de
+hand, oogenblikkelijk sloten zijn kameraden een kring om den
+vluchtende. Waar deze zich wendde, overal zag hij een dichte rij mannen
+om zich heen, die hem dreigden met hun schoppen en spaden.</p>
+<p>Er ontstond plotseling een vreeselijke verwarring. De vrouwen, die
+met den karabinier gestreden hadden, stortten zich nu gillend tusschen
+de mannen. &rsquo;t Meisje, dat de agent vasthield, schreeuwde uit al
+haar macht en trachtte zich los te rukken. Menschen kwamen van alle
+kanten aanstormen. Het was een ontzettend getier en geraas.</p>
+<p>&bdquo;Laten wij nu gaan,&rdquo; zei donna Elisa tot donna Micaela.
+&bdquo;Nu denkt niemand meer aan ons.&rdquo;</p>
+<p>Maar donna Micaela&rsquo;s blik was gevallen op een der vrouwen. Zij
+schreeuwde niet, maar men zag dadelijk dat haar de zaak aanging. Men
+kon het haar aanzien, dat zij op het punt stond het geluk van haar
+leven te verliezen.</p>
+<p>Het was een vrouw, die eens zeer schoon geweest moest zijn, hoewel
+nu alle frischheid van haar geweken was, want zij was niet jong meer.
+Maar nog had zij een indrukwekkend en fier gelaat. &bdquo;Hier is een
+ziel, die kan lijden en liefhebben,&rdquo; zei het gezicht.</p>
+<p>Donna Micaela voelde zich innig aangetrokken tot deze arme vrouw.
+<span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Neen, nog is het geen tijd om weg te gaan,&rdquo; zei ze tot
+donna Elisa.</p>
+<p>De karabinier vroeg en vroeg of men hem wilde laten gaan.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen. Niet voordat hij het kind losliet!&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind was van Piero en zijn vrouw Marcia, maar zij waren
+niet de werkelijke ouders van het kind, daardoor was de twist
+ontstaan.</p>
+<p>De karabinier trachtte door overreding het volk aan zijn zijde te
+krijgen. Niet Piero of Marcia, maar de anderen wilde hij
+overtuigen.</p>
+<p>&bdquo;Ninetta is de moeder van het kind,&rdquo; zei hij, &bdquo;dat
+weet ge immers wel. Zij kon het kind niet bij zich hebben, toen zij
+ongetrouwd was, maar nu is zij getrouwd en wil haar kind terughebben.
+En nu weigert Marcia Ninetta&rsquo;s zoontje af te staan. &rsquo;t Is
+zoo hard voor Ninetta, die in acht jaar haar kind niet bij zich gehad
+heeft. Marcia wil het niet afstaan; zij jaagt Ninetta weg, als zij om
+haar kind vraagt. Ten slotte moest Ninetta bij den sindaco om hulp
+vragen. En de sindaco heeft ons bevolen, haar het kind terug te
+bezorgen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is toch ook Ninetta&rsquo;s kind,&rdquo; zei hij
+overredend.</p>
+<p>Maar zijn woorden hadden niet veel uitwerking op de mannen van
+Corvaja.</p>
+<p>&bdquo;Ninetta is een Geraci,&rdquo; riep Piero en de kring bleef
+rondom den karabinier gesloten.</p>
+<p>&bdquo;Toen we hier kwamen om het kind te halen,&rdquo; zei deze,
+&bdquo;konden we het niet vinden. Marcia was in den rouw, haar kamer
+was met zwart doek bekleed, en vele vrouwen zaten bij haar te treuren.
+Zij toonden ons het doodattest van het kind. Wij gingen naar Ninetta om
+haar te zeggen dat haar kind op het kerkhof lag.</p>
+<p>&bdquo;Nu goed! Een uur later moest ik hier op de markt op wacht
+staan. Ik keek naar de spelende kinderen. Wie was het sterkste en wie
+riep het luidst? Was dat niet een der meisjes? &bdquo;Hoe heet
+je?&rdquo; vroeg ik haar.</p>
+<p>&bdquo;Francesco,&rdquo; antwoordde zij dadelijk.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Viel mij in dat dit meisje Francesco Ninetta&rsquo;s
+knaap kon zijn, en ik wachtte stil, tot ik Francesco in Marcia&rsquo;s
+huis zag gaan. Ik trad binnen en zag het meisje Francesco avondbrood
+<span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span>eten bij Marcia. Zij en al de treurende vrouwen
+begonnen te schreeuwen, toen zij mij zagen. Toen greep ik signorina
+Francesco en vluchtte met haar, want het kind is niet van Marcia.
+Begrijp het toch, signori! Het is van Ninetta. Marcia heeft er geen
+recht op.&rdquo;</p>
+<p>Toen begon Marcia eindelijk te spreken. Zij sprak met een diepe
+stem, die de omstanders dwong naar haar te luisteren, en zij maakte
+slechts weinige maar edele gebaren.</p>
+<p>&bdquo;Had zij geen recht op het kind? Maar wie had het dan voedsel
+en kleeren gegeven? Het was duizend malen gestorven, indien zij het
+niet genomen had.</p>
+<p>&bdquo;En bovendien, recht! recht! Wat wilde dat zeggen? Degene, die
+het kind liefhad, had recht op het kind. Piero en zij hadden den jongen
+lief als hun eigen zoon. Zij konden niet van hem scheiden.&rdquo;</p>
+<p>De vrouw was wanhopig, maar misschien de man nog meer. Hij dreigde
+den karabinier, zoodra deze zich slechts bewoog. Toch scheen de
+karabinier te merken, dat hem de zege zou geworden.</p>
+<p>Men had gelachen toen hij sprak van signorina Francesco.</p>
+<p>&bdquo;Dood mij, als ge wilt,&rdquo; zei hij tot Piero. &bdquo;Maar
+helpt je dat? Zal je het kind daardoor mogen behouden? Het is niet van
+jou maar van Ninetta.&rdquo;</p>
+<p>Piero wendde zich tot donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Bid hem, dat hij mij helpt!&rdquo; Hij wees op het beeld.</p>
+<p>Donna Micaela ging dadelijk naar Marcia. Zij was vol vrees en beefde
+voor hetgeen zij waagde, maar nu was het geen tijd zich te onthouden
+van inmenging.</p>
+<p>&bdquo;Marcia,&rdquo; fluisterde zij, &bdquo;beken! Beken het als je
+durft.&rdquo;</p>
+<p>De vrouw zag haar ontsteld aan.</p>
+<p>&bdquo;Ik zie het immers,&rdquo; fluisterde donna Micaela.
+&bdquo;Gij zijt zoo gelijk als twee appels van denzelfden
+boom.&mdash;Maar ik zal niets zeggen, als je het niet wilt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij zal mij dooden,&rdquo; zei Marcia.</p>
+<p>&bdquo;Ik weet, dat er &eacute;&eacute;n is, die niet zal toestaan
+dat hij u doodt,&rdquo; zei donna Micaela. &bdquo;Anders ontneemt men u
+het kind,&rdquo; vervolgde zij.</p>
+<p>Allen zwegen en keken naar de beide vrouwen. Men zag hoe Marcia met
+zich zelf streed. Haar gelaatstrekken vertrokken <span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>zich
+in hevige ontroering. Toen bewoog zij de lippen. &bdquo;Het is mijn
+kind,&rdquo; zei zij, maar haar stem was zoo diep, dat niemand het
+hoorde. Zij zei het nog eens, nu klonk het als een doordringende
+kreet.</p>
+<p>&bdquo;Het kind is van mij.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zal je mij doen, nu ik het beken?&rdquo; zei ze tot haar
+man. &bdquo;Het kind is van mij, maar niet van jou. Het werd geboren in
+het jaar, dat jij in Messina werkte. Ik bracht het bij La Felucca en
+daar was ook het zoontje van Ninetta. Een dag toen ik bij La Felucca
+kwam, zei ze: Ninetta&rsquo;s zoontje is dood. Eerst dacht ik slechts:
+God, indien het mijn kind was geweest!</p>
+<p>&bdquo;Maar toen zei ik tot La Felucca: Laat mijn jongen dood zijn,
+en laat Ninetta&rsquo;s zoontje leven. Ik gaf La Felucca mijn zilveren
+kam en zij deed, gelijk ik wilde.</p>
+<p>&bdquo;Toen jij thuis kwam van Messina, zei ik tot je:</p>
+<p>&bdquo;Laten we een kind aannemen. &rsquo;t Is nooit goed tusschen
+ons beiden geweest. Laten we het eens probeeren met een kind.&rdquo;
+Jij vondt het goed, en ik nam mijn eigen kind tot mij. En jij kreeg het
+kind lief en wij leefden als in een paradijs.&rdquo;</p>
+<p>Reeds v&oacute;&oacute;rdat zij uitgesproken had, zette de
+karabinier het kind op den grond. De donkere mannen openden zwijgend
+hun gelederen voor hem en hij vervolgde stil zijn weg.</p>
+<p>Maar een rilling voer donna Micaela door de leden, toen ze den
+karabinier zag weggaan. Juist nu moest hij gebleven zijn om de
+ongelukkige vrouw te beschermen.</p>
+<p>Het was als wilde hij door zijn heengaan zeggen:</p>
+<p>Die vrouw staat buiten de wet.</p>
+<p>De een na den ander ging weg.</p>
+<p>Piero stond roerloos en keek niet op. Maar de beklemming van iets
+geweldigs en ontzettends lag op hem; toorn en wanhoop wies in hem tot
+toomloozen hartstocht. Zoodra hij en Marcia alleen zouden zijn, zou er
+iets ontzettends gebeuren.</p>
+<p>En het vreeselijkste was, dat de vrouw geen enkele poging deed om
+haar noodlot te ontgaan. Zij stond onbeweeglijk, verlamd door de
+zekerheid, dat haar vonnis geveld was en dat niets dit kon doen
+veranderen. Zij smeekte noch <span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span>vluchtte. Zij kromp ineen als een
+hond voor zijn toornigen meester.</p>
+<p>De Siciliaansche vrouwen weten wat haar wacht, wanneer zij de eer
+van haar man beleedigd hebben.</p>
+<p>De eenige, die haar trachtte te verdedigen, was donna
+Micaela.&mdash;Nooit zou zij Marcia gevraagd hebben het te bekennen,
+zei zij tot Piero, indien zij geweten <span class="corr" id="xd20e6121"
+title="Niet in bron">had</span>, hoe hij was. Zij had geloofd dat hij
+een edele man was. Een edel mensch zou gezegd hebben: &bdquo;Ge hebt
+slecht gehandeld, maar omdat gij uw misdaad bekend hebt voor allen en
+ge u aan mijn toorn blootgesteld hebt om uw kind te redden, schenk ik u
+vergiffenis. Ge hebt straf genoeg gehad.&rdquo; Een edele man zou het
+kind op den eenen arm genomen hebben, en den anderen om zijns vrouws
+middel geslagen hebben, en stil naar huis gegaan zijn. Een signor zou
+zoo gehandeld hebben. Maar hij was geen signor, hij was een
+bloedhond.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Zij kon spreken zoo veel zij wilde, de man hoorde haar niet, de
+vrouw hoorde haar niet. Het was alsof haar woorden teruggekaatst werden
+door een ondoordringbaren muur.</p>
+<p>Het kind ging naar den vader en trachtte zijn hand te grijpen. Hij
+keek den knaap toornig aan; nu deze gekleed was in meisjeskleeren en
+zijn haar gladgekamd en achter de ooren weggestreken was, zag hij
+dadelijk de gelijkenis met Marcia, die hem vroeger nooit getroffen had.
+Hij schopte Marcia&rsquo;s zoon van zich weg.</p>
+<p>Een drukkende stemming heerschte er op de markt. De menschen trokken
+zich langzaam en stil terug. Velen gingen onwillig en aarzelend, maar
+zij gingen toch. Piero scheen slechts te wachten tot de laatste
+heengegaan was.</p>
+<p>Donna Micaela had opgehouden te spreken, ze nam stil het
+Christusbeeld en legde het in Marcia&rsquo;s armen.</p>
+<p>&bdquo;Neem hem, zuster Marcia, moge hij u beschermen,&rdquo; zei
+ze.</p>
+<p>De man zag dit en het scheen zijn toorn te vermeerderen. &rsquo;t
+Was alsof hij niet meer op het oogenblik kon wachten, dat zij alleen
+zouden zijn. Hij kromde zijn lichaam gelijk een roofdier, dat zich
+gereedmaakt tot een sprong.</p>
+<p>Maar het beeld rustte niet tevergeefs in Marcia&rsquo;s armen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span></p>
+<p>De verworpeling bewoog haar tot een handeling van de hoogste
+liefde.</p>
+<p>Wat zal Christus in het paradijs zeggen tot mij, die eerst mijn man
+bedrogen en hem later tot een moordenaar gemaakt heb? dacht zij. En zij
+herinnerde zich hoe lief ze dien grooten Piero gehad had in de
+gelukkige dagen van haar jeugd. Nooit had zij gedacht zulk een ellende
+over hem te brengen.</p>
+<p>&bdquo;Neen, Piero, neen, dood mij niet!&rdquo; schreeuwde zij.
+&bdquo;Zij zullen je naar de galeien zenden. Je behoeft mij nooit meer
+te zien.&rdquo; Zij ijlde naar de andere zijde van de markt, waar een
+diepe afgrond gaapte. Men begreep wat zij wilde doen. Haar gezicht
+sprak voor haar.</p>
+<p>Verscheidene menschen liepen haar na, maar zij was hun een goed eind
+vooruit. Toen gleed het beeld dat zij op de armen droeg op den grond,
+juist voor haar voeten. Zij struikelde er over en viel. Daardoor
+haalden de anderen haar in. Zij worstelde om los te komen, maar een
+paar mannen hielden haar vast.</p>
+<p>&bdquo;Och, laat mij los! &rsquo;t Is beter voor hem!&rdquo;</p>
+<p>Maar nu kwam ook haar man bij haar. Hij droeg haar kind op den arm.
+Hij was diep ontroerd.</p>
+<p>&bdquo;Neen, Marcia, blijf!&rdquo; zei hij. Hij was verlegen, maar
+zijn donkere oogen schitterden van vreugde en spraken duidelijker dan
+woorden.</p>
+<p>&bdquo;Misschien moest het zoo zijn naar oud gebruik! Maar daaraan
+stoor ik mij niet. Kom! &rsquo;t Zou zonde zijn van zulk een vrouw, als
+jij, Marcia.&rdquo;</p>
+<p>Hij legde den arm om Marcia&rsquo;s middel en ging met haar naar
+zijn huis in de ru&iuml;nen van &rsquo;t palazzo Corvaja. &rsquo;t Was
+alsof een der vroegere baronnen daar zijn intocht hield. De menschen
+van Corvaja stonden aan beide zijden van den weg en bogen voor hem en
+Marcia.</p>
+<p>Toen ze voorbij donna Micaela gingen, stonden ze stil, bogen diep
+voor haar en kusten het beeld, dat ze haar teruggaven. Maar donna
+Micaela kuste Marcia.</p>
+<p>&bdquo;Bid voor mij in je geluk, zuster Marcia,&rdquo; zei ze.
+<span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.10"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e6167" class="label">X.</h3>
+<h3 class="main">Falco Falcone.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Nu hadden de blinde zangers week na week gezongen van
+Diamante&rsquo;s spoorweg, en de groote collectebus in San
+Pasquale&rsquo;s kerk was iederen avond vol gaven.</p>
+<p>Signor Alfredo mat en bakende den weg af op den Etna en de spinnende
+vrouwtjes in de donkere stegen vertelden van de heerlijke wonderen, die
+het kleine Christusbeeld in de verachte kerk verrichtte.</p>
+<p>Van de rijke en machtige mannen, die grond bezaten op den Etna, kwam
+brief na brief, dat zij land wilden afstaan voor het gezegende
+plan.</p>
+<p>In de laatste weken waren geschenken van alle kanten toegestroomd.
+Eenige menschen gaven steenen voor de stations, anderen schonken kruit
+om de lavablokken te doen springen, terwijl weer anderen eten gaven aan
+de arbeiders.</p>
+<p>Maar de arme menschen in Corvaja, die niets hadden om te geven,
+kwamen &rsquo;s nachts, als zij hun werk gedaan hadden, met spaden en
+kruiwagens en bestegen den Etna, om grond uit te graven en den weg te
+leggen.</p>
+<p>Zoodat als signor Alfredo en zijn arbeiders &rsquo;s morgens
+opkwamen, zij moesten gelooven, dat de toovenaar van den Etna zich
+losgerukt had uit zijn lavastroomen om hen bij hun arbeid te
+helpen.</p>
+<p>Maar zoolang men aan den spoorweg werkte, had men gevraagd:</p>
+<p>Waar blijft toch de koning van den Etna, Falco Falcone? <span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span></p>
+<p>Waar is de machtige Falco, die gedurende vijf en twintig jaar over
+den Etna geregeerd heeft?</p>
+<p>Hij schreef aan de weduwe van don Ferrante, dat zij dezen spoorweg
+niet moest aanleggen. Wat meende hij met zijn bedreiging?</p>
+<p>Waarom houdt hij zich stil, nu men zijn gebod trotseert?</p>
+<p>Waarom schiet hij de mannen van Corvaja niet neer als ze &rsquo;s
+nachts met spaden en houweelen komen aangeslopen?</p>
+<p>Waarom sleept hij de blinde zangers niet in de steengroeve om hen te
+geeselen? Waarom laat hij donna Micaela niet schaken uit het
+zomerpaleis om haar op deze wijze te dwingen den aanleg te staken van
+dezen spoorweg, die het doel haars levens is geworden? Donna Micaela
+zei tot zichzelf: &bdquo;Heeft Falco Falcone zijn woord vergeten of
+wacht hij, tot hij ons het zekerst kan treffen?&rdquo;</p>
+<p>Terwijl men angstig wachtte, dat Falco den spoorweg zou verwoesten,
+sprak men over niets anders dan over hem.</p>
+<p>Vooral de arbeiders, die signor Alfredo volgden. Juist tegenover den
+ingang van de kerk San Pasquale staat een klein huis tegen den naakten
+rotswand.</p>
+<p>&rsquo;t Huis is smal en hoog, zoodat het gelijkt op een
+schoorsteen, die is blijven staan, nadat het huis is afgebrand.
+&rsquo;t Is zoo klein, dat er geen plaats voor de trappen binnenshuis
+is, maar die zich buiten tegen den muur moeten opslingeren.</p>
+<p>Hier en daar hangen balkons en andere uitbouwsels die met niet meer
+symmetrie geordend zijn dan de <span class="corr" id="xd20e6207" title="Bron: volgelnestjes">vogelnestjes</span> in een boom.</p>
+<p>In dit huis werd Falco Falcone geboren, zijn ouders waren slechts
+arme arbeidslieden. Maar in deze armoedige woning had de hoogmoed zich
+ontwikkeld bij Falco.</p>
+<p>Zijn moeder was een ongelukkige vrouw, die in de eerste jaren van
+haar huwelijk slechts dochters ter wereld bracht. Haar man en haar
+buren verachtten haar.</p>
+<p>Deze vrouw smachtte naar een zoon. Toen zij haar vijfde kind
+verwachtte, strooide zij iederen dag zout op den drempel, en wachtte
+wie dien het eerst zou betreden.</p>
+<p>Zou er eerst een man of een vrouw komen? Zou zij een zoon of een
+dochter baren? <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span></p>
+<p>Iederen dag zat zij te tellen. Ze telde de letters van de maand,
+waarin het kind geboren zou worden. Ze telde de letters van den naam
+van haar man en van haar zelf. Ze telde de cijfers op en trok ze af,
+het bleef een even getal.</p>
+<p>Zij zou dus een zoon baren.</p>
+<p>Den volgenden dag telde zij weer opnieuw.</p>
+<p>&bdquo;Misschien heb ik mij gisteren vergist,&rdquo; zei ze.</p>
+<p>Toen Falco geboren werd, genoot zijn moeder zooveel eer, dat ze hem
+om die reden meer beminde dan haar andere kinderen. Als de vader
+binnenkwam om naar het kind te zien, nam hij zijn muts af en boog diep.
+Boven de poort van het huis zette hij een hoed tot eereteeken en men
+wierp het badwater van het kind over den drempel en liet het over de
+straat vloeien.</p>
+<p>Falco lag op den rechterarm van zijn peetmoeder, toen hij naar de
+kerk gedragen werd, en als de buurvrouwen naar zijn moeder <span class="corr" id="xd20e6232" title="Bron: kwam">kwamen</span> kijken, bogen
+zij voor het kind, dat in de wieg sluimerde.</p>
+<p>Het was ook grooter en sterker dan kinderen van zijn leeftijd
+gewoonlijk zijn. Falco had reeds bij zijn geboorte dik, ruig haar, en
+toen hij acht dagen oud was, bezat hij reeds een tand. Maar toen zijn
+moeder hem aan de borst legde, was hij zoo wild, dat zij lachend
+zei:</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof dat ik een held het leven geschonken
+heb.&rdquo;</p>
+<p>Zij verwachtte altijd iets groots van hem, en daardoor wekte zij den
+hoogmoed in hem. Maar wie anders verwachtte iets van hem? Falco kon
+niet eens leeren lezen. Zijn moeder trachtte hem de letters te
+leeren.</p>
+<p>Ze wees op de groote A, dat was een hooge hoed, ze zei dat B een
+bril was, en C een slang. Dat kon hij leeren.</p>
+<p>Toen zei zijn moeder: als je den bril en den grooten hoed bij elkaar
+legt, zeggen ze Ba. Dat kon hij niet leeren. Hij werd boos en sloeg
+haar, en zij liet hem met rust.</p>
+<p>&bdquo;Uit jou wordt toch nooit iets anders dan een held,&rdquo; zei
+ze.</p>
+<p>In zijn jeugd was Falco lui en slecht. Als kind wilde hij niet
+spelen, als volwassene wilde hij niet dansen, ook had hij geen liefste,
+maar hij ging gaarne daarheen, waar hij strijd kon verwachten.</p>
+<p>Falco had twee broers, die waren als andere menschen <span class="pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span>en
+veel meer aanzien genoten dan hij. Falco voelde zich gegriefd, omdat
+hij achteruitgezet werd bij zijn broeders, maar hij was te trotsch om
+dat te toonen.</p>
+<p>En zijn moeder was altijd aan zijn zijde; toen zijn vader overleden
+was, liet zij hem aan het hoofdeind van de tafel zitten en zij stond
+niet toe, dat men hem bespotte.</p>
+<p>&bdquo;Mijn oudste zoon is de voornaamste van u allen,&rdquo; zei
+ze.</p>
+<p>Toen men aan dit alles dacht, zei men: &bdquo;Falco is hoogmoedig.
+Hij zal het zich tot een eer rekenen om den spoorweg te
+verwoesten.&rdquo; En toen men bevreesd was geworden door deze
+herinnering, moest men denken aan een andere geschiedenis van hem.</p>
+<p>Gedurende dertig jaar, zegt men, leefde Falco gelijk alle andere
+arme menschen op den Etna. &rsquo;s Maandags ging hij met zijn broeders
+naar het land. Hij had brood in den zak, voldoende voor een geheele
+week, en gelijk ieder ander kookte hij soep van boonen en rijst. En hij
+was blijde als hij &rsquo;s Zaterdagsavonds huiswaarts keerde. Hij
+verheugde zich de tafel met wijn en macaroni gedekt, en zijn bed met
+zachte kussens gespreid te vinden.</p>
+<p>Het was op zulk een Zaterdagavond. Falco en zijn broeders gingen
+naar huis, Falco zooals gewoonlijk een weinig achter de anderen, met
+een zwaren, langzamen gang. Maar zie, toen zijn broeders thuis kwamen,
+wachtte hen geen avondmaal, hun bed was niet gespreid en de stof lag
+nog op den deurdrempel.</p>
+<p>Hoe, waren allen in huis overleden?</p>
+<p>Toen zagen ze hun moeder in een donkeren hoek van de kamer zitten.
+Heur haren hingen wanordelijk over haar gelaat en zij teekende met haar
+vinger figuren op den grond.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er gebeurd?&rdquo; vroegen de broers. Zij keek op, zij
+sprak alsof zij tot den grond sprak.</p>
+<p>&bdquo;Wij zijn tot den bedelstaf gebracht, tot den bedelstaf
+gebracht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wil men ons het huis ontnemen?&rdquo; riepen de broeders.</p>
+<p>&bdquo;Zij willen ons eer en brood ontnemen.&rdquo;</p>
+<p>Toen vertelde zij: &bdquo;Je oudste zuster was in dienst bij bakker
+Gasparo, en dat was een goede dienst. Signor Gasparo gaf Pepa al het
+brood, dat overbleef in den winkel, en dat <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span>gaf
+zij mij. Het was zoo veel, dat het voor ons allen genoeg was. Ik ben
+gelukkig geweest, sedert Pepa dezen dienst had. Nu heb ik een
+onbezorgden ouden dag, dacht ik.</p>
+<p>&bdquo;Maar den vorigen Maandag kwam Pepa weenend thuis.</p>
+<p>&bdquo;Signora Gasparo had haar weggejaagd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat had Pepa gedaan?&rdquo; vroeg Nino, die na Falco de
+oudste was.</p>
+<p>&bdquo;Signora Gasparo beschuldigde Pepa brood gestolen te
+hebben.</p>
+<p>&bdquo;Ik ging naar signora Gasparo om haar te smeeken Pepa weer in
+haar dienst te nemen.</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zei ze, &bdquo;het meisje is niet
+eerlijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pepa heeft het brood gekregen van signor Gasparo,&rdquo; zei
+ik. &bdquo;Vraag het hem slechts.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik kan het hem niet vragen,&rdquo; zei de signora. &bdquo;Hij
+is weg en komt niet v&oacute;&oacute;r de volgende maand
+thuis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Signora,&rdquo; zei ik, &bdquo;we zijn zoo arm! Laat Pepa
+weer bij u in dienst komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zei ze &bdquo;ik zelf verlaat signor Gasparo,
+indien hij Pepa weer in huis neemt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem u in acht,&rdquo; zei ik toen, &bdquo;ontneemt gij mij
+het brood, dan ontneem ik u &rsquo;t leven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toen werd ze bang en riep om hulp, zoodat ik moest
+gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is er aan te doen?&rdquo; zei Nino. &bdquo;Pepa moet een
+anderen dienst zoeken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nino,&rdquo; zei moeder Zia, &bdquo;je weet niet wat die
+vrouw zei van Pepa en signor Gasparo.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie kan een vrouw verhinderen te spreken?&rdquo; zei
+Nino.</p>
+<p>&bdquo;Indien Pepa niets anders te doen heeft, dan kon zij ten
+minste het avondmaal voor ons bereid hebben,&rdquo; zei Toruddo.</p>
+<p>&bdquo;Signora Gasparo heeft gezegd, dat haar man Pepa brood liet
+stelen, omdat zij hem....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Moeder,&rdquo; viel Nino haar met vuurroode kleur in de rede,
+&bdquo;ik ben niet voornemens mij op de galeien te laten zetten, ter
+wille van Pepa.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De galeien verslinden geen Christenen,&rdquo; zei moeder
+Zia.</p>
+<p>&bdquo;Nino,&rdquo; zei toen Pietro, &bdquo;we gaan naar de stad om
+ons eten te verschaffen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb252"
+href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span></p>
+<p>Toen zij dit zeiden, hoorden zij iemand achter zich lachen. &rsquo;t
+Was Falco.</p>
+<p>Eenige oogenblikken later trad Falco den winkel binnen van signora
+Gasparo en verzocht om een brood. De arme vrouw werd bang toen zij
+Pepa&rsquo;s broer zag, maar zij dacht:</p>
+<p>&bdquo;Hij komt pas van het veld, hij is nog niet thuis geweest, hij
+weet nog van niets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bebbo,&rdquo; zei ze, want Falco heette toen nog niet Falco,
+&bdquo;gaat het goed met den wijnbouw?&rdquo;</p>
+<p>Zij geloofde, dat hij haar geen antwoord zou geven.</p>
+<p>Maar Falco was spraakzamer dan hij gewoonlijk was, en hij vertelde
+haar, hoeveel druiven ze onder de pers hadden gedaan.</p>
+<p>&bdquo;Weet ge,&rdquo; zei hij, &bdquo;dat onze pachter vermoord
+is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach ja, de arme signor Riego, ja, dat weet ik.&rdquo;</p>
+<p>En zij vroeg hem hoe het gebeurd was.</p>
+<p>&bdquo;Salvatore heeft hem vermoord. Maar is het niet te naar voor
+een signora om te hooren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O neen, wat gebeurd is, kan ook verteld worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Salvatore heeft het z&oacute;&oacute; gedaan, signora,&rdquo;
+en Falco nam zijn mes en legde zijn hand op het hoofd der vrouw.</p>
+<p>&bdquo;Z&oacute;&oacute; heeft hij hem de keel doorgesneden van oor
+tot oor.&rdquo; En terwijl Falco dit zei, deed hij het. De vrouw had
+niet eens kunnen schreeuwen! &rsquo;t Was meesterlijk gedaan. Falco
+werd naar de galeien gezonden, hij bleef daar vijf jaar.</p>
+<p>Toen men dit vertelde wies de angst.</p>
+<p>&bdquo;Falco is moedig,&rdquo; zei men. &bdquo;Niets ter wereld kan
+hem van zijn voornemen afbrengen.&rdquo;</p>
+<p>Toen herinnerde men zich nog een voorval.</p>
+<p>Falco werd naar de galeien in Augusta gezonden en daar leerde hij
+Biagio kennen, die hem later zijn gansche leven volgde. Op een dag
+kregen hij, Biagio en nog een der gevangenen het bevel om op het land
+te werken. Een der opzichters wilde een tuin rondom zijn huis
+aanleggen. Terwijl ze in den grond groeven, zwierven hun blikken over
+hun omgeving. Ze waren buiten de gevangenismuren en zagen het dal en
+den berg, ze konden zelfs den Etna onderscheiden. <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Nu is onze tijd gekomen,&rdquo; zei Falco tot Biagio.</p>
+<p>&bdquo;Ik sterf liever dan dat ik terugga naar de gevangenis,&rdquo;
+zei Biagio.</p>
+<p>Daarna zeiden ze den derden gevangene dat hij hen moest
+bijstaan.</p>
+<p>Hij wilde niet, omdat zijn straftijd bijna om was.</p>
+<p>&bdquo;Dan dooden we je!&rdquo; dreigden ze hem, toen gaf hij
+toe.</p>
+<p>Maar de soldaat van de wacht stond met een geladen geweer tegenover
+hen. Falco en Biagio sprongen, geboeid als ze waren met de ketenen aan
+hun voeten, op hem toe, en zij sloegen hem met hun spade. Voordat hij
+er aan had kunnen denken te schieten, was hij gebonden; een prop in den
+mond belette hem te schreeuwen. Daarna stieten ze hun ketenen stuk met
+hun spade, en vluchtten in de bergen.</p>
+<p>&rsquo;s Nachts lieten Falco en Biagio den gevangene dien zij
+meegenomen hadden, in den steek. Hij was oud en zwak en hinderde hen in
+hun vlucht. Den volgenden dag werd hij door de karabiniers gegrepen en
+doodgeschoten.</p>
+<p>En men beeft, als men daaraan denkt. Falco is onbarmhartig, zegt
+men. Men begrijpt, dat hij den spoorweg niet zal sparen.</p>
+<p>En geschiedenis na geschiedenis doet de ronde om de arme menschen
+bang te maken, die aan den spoorweg op den Etna werken.</p>
+<p>Men denkt aan de zestien moorden die Falco Falcone begaan heeft, en
+men verhaalt van zijn plunderingen en rooftochten.</p>
+<p>Er is een verhaal, dat de menschen meer dan alle andere
+verschrikt.</p>
+<p>Toen Falco van de galeien kwam, woonde hij in de bosschen en grotten
+op den Etna of in de steengroeve bij Diamante. Spoedig had hij een
+groote bende om zich verzameld. Hij werd een groote rooverheld.</p>
+<p>Zijn familie genoot een heel ander aanzien dan vroeger. Zij werden
+als machtigen ge&euml;erd, zij behoefden nauwelijks te werken, want
+Falco had zijn bloedverwanten lief en was zeer mild jegens hen. Maar
+hij was niet toegevend, hij was zeer streng.</p>
+<p>Moeder Zia was overleden. Nino was getrouwd en woonde nu in zijn
+vaders hut. Toen gebeurde het op een dag, dat Nino <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span>geld
+noodig en hij wist geen beter middel dan naar den pastoor te gaan, niet
+naar don Matteo, maar naar zijn voorganger, den ouden don Giovanni.</p>
+<p>&bdquo;Uw Hoogeerwaarde,&rdquo; zei Nino tot hem, &bdquo;mijn broer
+verzoekt u om vijf honderd lire.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waar moet ik vijf honderd lire vandaan halen?&rdquo; zei don
+Giovanni.</p>
+<p>&bdquo;Mijn broer heeft ze noodig, dringend noodig,&rdquo; zei
+Nino.</p>
+<p>Toen beloofde de oude don Giovanni het geld te geven, indien hij
+slechts tijd kreeg om het bijeen te brengen.</p>
+<p>Nino wilde hem nauwelijks die voorwaarde inwilligen.</p>
+<p>&bdquo;Ge kunt toch niet verlangen dat ik vijf honderd lire uit mijn
+snuifdoos zal halen,&rdquo; zei don Giovanni.</p>
+<p>En Nino stond hem drie dagen uitstel toe.</p>
+<p>&bdquo;Maar neem u in dezen tijd voor mijn broer in acht,&rdquo; zei
+hij.</p>
+<p>Den volgenden dag reed don Giovanni naar Nicolosi om te trachten het
+geld te krijgen.</p>
+<p>Wien ontmoette hij onderweg? Was dat niet Falco met zijn bende?</p>
+<p>Don Giovanni wierp zich op de knie&euml;n voor Falco.</p>
+<p>&bdquo;Wat beduidt dit, don Giovanni?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nog geen geld voor u, Falco, maar ik zal trachten het
+te krijgen. Wees barmhartig jegens mij.&rdquo;</p>
+<p>Falco vroeg wat dit beteekende en don Giovanni vertelde dat Nino bij
+hem geweest was.</p>
+<p>&bdquo;Uw Hoogeerwaarde,&rdquo; zei Falco, &bdquo;men heeft u willen
+bedriegen.&rdquo;</p>
+<p>Hij verzocht don Giovanni met hem terug te gaan naar Diamante.</p>
+<p>Toen ze bij het oude huis op de rots kwamen, riep Falco zijn broer
+Nino. Deze verscheen op een der balkons.</p>
+<p>&bdquo;Wel Nino!&rdquo; zei Falco lachend. &bdquo;Je hebt den
+pastoor geld willen afzetten!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Weet je dat al?&rdquo; vroeg Nino. &bdquo;Ik wilde het je
+juist gaan vertellen.&rdquo;</p>
+<p>Nu werd Falco strenger.</p>
+<p>&bdquo;Nino,&rdquo; zei hij. &bdquo;De pastoor is mijn vriend en hij
+meent nu dat ik hem had willen plunderen. Je hebt zeer slecht
+gehandeld.&rdquo; En hij legde zijn geweer aan en schoot Nino dood.
+<span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name="pb255">255</a>]</span></p>
+<p>Toen hij dit gedaan had, wendde hij zich tot don Giovanni, die van
+schrik bijna van zijn ezel viel.</p>
+<p>&bdquo;Ziet ge nu, uw Hoogeerwaarde, dat ik geen aandeel had in
+Nino&rsquo;s aanslag tegen u?&rdquo;</p>
+<p>En dit geschiedde twintig jaar geleden, toen Falco nog slechts
+gedurende vijf jaar roover was geweest.</p>
+<p>&bdquo;Zal Falco den spoorweg sparen?&rdquo; vraagt men als men deze
+geschiedenis hoort; hij, die niet eens zijn eigen broer spaarde?</p>
+<p>Men herinnert zich nog een ander voorval.</p>
+<p>Na Nino&rsquo;s dood dreigde Falco een vendetta. Nino&rsquo;s vrouw
+was zoo verschrikt toen zij haar man dood vond, dat zij aan
+&eacute;&eacute;n zijde verlamd werd en nooit meer kon loopen. Maar ze
+nam plaats voor het venster in de oude hut. Daar heeft ze twintig jaar
+gezeten met een geweer naast zich om op Falco te wachten.</p>
+<p>En voor haar is de groote roover bang geweest. In twintig jaar is
+hij niet voorbij zijn ouderlijk huis gegaan.</p>
+<p>De vrouw heeft nooit haar post aan het raam verlaten. Nooit ging
+iemand naar de kerk van San Pasquale, of hij zag haar wraakzuchtige
+oogen achter de ruiten schitteren.</p>
+<p>Heeft iemand haar ooit slapend gezien, heeft iemand haar ooit zien
+werken? Zij kon niets anders doen dan wachten op den moordenaar van
+haar man.</p>
+<p>Als men dit hoort, groeit de vrees.</p>
+<p>Falco heeft geluk, denkt men. De vrouw, die hem wil dooden, kan zich
+niet van haar plaats bewegen. Hij is een gelukskind. &rsquo;t Zal hem
+stellig gelukken den spoorweg te vernielen. Het geluk had Falco nooit
+verlaten. De karabiniers hadden hem vervolgd, maar hem nooit kunnen
+pakken. Zij hadden Falco meer gevreesd dan hij hen.</p>
+<p>Men herinnert zich ook een geschiedenis van een jongen officier der
+karabiniers, die Falco eens vervolgde. Hij had een drijfjacht
+georganiseerd en Falco van de eene schuilplaats naar de andere gejaagd.
+Eindelijk wist de jonge officier zeker, dat Falco in een kreupelboschje
+gevangen was. Het boschje werd omsingeld door zijn manschappen en de
+officier liep heen en weer met een geladen geweer in de hand. Maar hoe
+hij ook zocht, hij vond Falco niet.</p>
+<p>Toen ontmoette hij een boer. <span class="pagenum">[<a id="pb256"
+href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Heb je Falco Falcone ook gezien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja signor, hij ging mij zoo juist voorbij en verzocht me u te
+groeten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Diavolo!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij zag u heen en weer loopen in het boschje, en hij stond op
+het punt u dood te schieten, maar hij heeft dat niet gedaan omdat hij
+dacht, dat het misschien uw plicht was hem te vervolgen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Diavolo! Diavolo!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar indien ge nog eenmaal tracht....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Diavolo! Diavolo! Diavolo!&rdquo;</p>
+<p>Denkt ge dat die officier terugkwam? Gelooft ge niet, dat hij naar
+een plaats vertrok, waar hij geen roovers behoefde te vervolgen?</p>
+<p>En de arbeiders, die op den Etna werken, vragen:</p>
+<p>Wie zal ons bijstaan tegen Falco? Hij is oppermachtig, zelfs de
+soldaten vreezen hem.</p>
+<p>Ze denken er aan, dat Falco Falcone nu een oude man is. Nu plundert
+hij geen postwagens, nu berooft hij geen grondbezitters meer.
+Meesttijds zit hij rustig in de steengroeve bij Diamante en in plaats
+van geld en bezittingen te rooven, neemt hij nu geld en eigendommen in
+bescherming.</p>
+<p>Hij laat de rijke grondbezitters schatting betalen, opdat hij hun
+goederen zal beschermen tegen andere roovers en er heerscht nu
+veiligheid en vrede op den Etna, want hij staat niemand toe hen te
+schaden, die hem schatting betalen.</p>
+<p>Maar toch groeit de angst. Nu Falco een vriend is geworden der
+grooten, kan hij des te gemakkelijker den spoorweg vernielen.</p>
+<p>En ze moeten aan de geschiedenis denken van Nicola Galli, die
+opzichter is op het landgoed van den markies de San Stefano. Eens
+staakten zijn arbeiders het werk midden in den oogsttijd. Nicola Galli
+was wanhopig. Het koren was rijp en hij kon niemand vinden die het
+wilde maaien.</p>
+<p>Zijn arbeiders wilden niet werken, ze lagen te slapen in het gras.
+Nicola trok naar Catania om zijn heer te raadplegen. Onderweg ontmoette
+hij twee mannen met een geweer op den schouder. <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Waar rijdt ge heen, Nicola?&rdquo;</p>
+<p>Voordat Nicola nog veel woorden had kunnen zeggen, namen ze zijn
+ezel bij de teugels en keerden om.</p>
+<p>&bdquo;Ge zult niet naar den markies rijden, Nicola, ge gaat weer
+naar huis.&rdquo;</p>
+<p>Samen keerden zij nu huiswaarts. Nicola zat te beven op zijn ezel.
+Toen zij nu op het landgoed gekomen waren, zeiden de mannen:</p>
+<p>&bdquo;Wijs ons nu de akkers!&rdquo; En ze gingen naar de arbeiders.
+&bdquo;Werken, jelui lummels! De markies heeft zijn schatting betaald
+aan Falco Falcone. Je kunt ergens anders het werk staken, maar hier
+niet.&rdquo;</p>
+<p>De akker werd gemaaid zooals geen andere. Falcone stond aan den
+eenen kant en Biagio aan den anderen.</p>
+<p>En de oogst gaat wonderlijk vlug, als men zulke opzichters heeft.
+Als men denkt aan dit voorval, vermindert de angst niet.</p>
+<p>&bdquo;Falco houdt woord,&rdquo; zegt men. &bdquo;Hij zal doen, wat
+hij gedreigd heeft.&rdquo;</p>
+<p>Niemand is gedurende zoo langen tijd rooverhoofdman geweest als
+Falco. Al de andere beroemde helden zijn gevallen of gevangen genomen.
+Hij alleen is met ongelooflijke behendigheid aan alle gevaren
+ontsnapt.</p>
+<p>Langzamerhand heeft Falco zijn geheele familie tot zich getrokken.
+Zijn zwagers en neven, allen volgen hem. De meesten van hen zijn naar
+de galeien gezonden; toch bekommert geen van hen zich om
+gevangenisstraf, ze vragen er slechts naar of Falco tevreden is over
+hen.</p>
+<p>In de couranten staan Falco&rsquo;s heldendaden dikwijls vermeld.
+&rsquo;t Is bekend dat Engelsche toeristen hun gidsen een biljet van
+tien lire in de hand stoppen, als zij hun Falco&rsquo;s steengroeve
+willen wijzen. Ook weet men, dat de karabiniers niet meer op hem
+schieten, omdat hij de laatste groote roover is.</p>
+<p>Falco is zoo weinig bevreesd dat men hem gevangen zal nemen, dat hij
+dikwijls naar Messina en Palermo gaat. Hij is zelfs wel over de straat
+van Messina getrokken en in Itali&euml; geweest.</p>
+<p>Hij reisde naar Napels, toen Guglielmo en Umberto daar waren om het
+pantserschip te doopen. <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" name="pb258">258</a>]</span></p>
+<p>Hij trok naar Rome, toen Umberto en Margherita hun zilveren bruiloft
+vierden.</p>
+<p>Men denkt er aan en beeft. &bdquo;Falco is bemind en machtig,&rdquo;
+zeggen de arbeiders. &bdquo;Men aanbidt Falco, hij kan doen wat hij
+wil.&rdquo;</p>
+<p>Zij weten ook, dat toen Falco de zilveren bruiloft van koningin
+Margherita zag, dit feest hem z&oacute;&oacute; behaagde dat hij
+zei:</p>
+<p>&bdquo;Als ik vijf en twintig jaar op den Etna gewoond heb, wil ik
+mijn zilveren bruiloft met den Mongibello vieren.&rdquo;</p>
+<p>De menschen hadden daarover gelachen en gezegd dat dit een goede
+gedachte was. Want hij had nooit een liefste bezeten, maar de
+Mongibello met zijn grotten, wouden, kraters en ijsvelden, had hem
+beschermd en gediend als een echtgenoote.</p>
+<p>Aan niemand is Falco zooveel dankbaarheid verschuldigd als aan den
+Mongibello.</p>
+<p>En men vraagt, wanneer Falco en de Mongibello hun zilveren bruiloft
+zullen vieren, en men rekent na, dat dit in deze lente moet zijn.</p>
+<p>Dan denken de arbeiders:</p>
+<p>Hij zal den spoorweg vernielen op den dag van den Mongibello. En er
+heerscht schrik en angst onder hen. Ze wagen het niet verder te werken
+aan den spoorweg. Hoe meer de tijd nadert, dat Falco zijn verbond met
+den Mongibello zal vieren, hoe meer arbeiders signor Alfredo verlaten.
+Spoedig gaat deze zoo goed als alleen aan den arbeid.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Er zijn niet veel menschen in Diamante, die de groote steengroeve op
+den Etna ooit gezien hebben. Ze hebben geleerd die te ontvluchten,
+omdat Falco Falcone daar woont; ze wachten zich om binnen het bereik
+van zijn geweer te komen.</p>
+<p>Ze hebben nooit de groote groeve in den Mongibello gezien, waaruit
+hun voorvaderen, de Grieken, in langvervlogen tijden steenen groeven.
+Zij hebben nooit de heerlijk <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>van kleuren tintelende wanden
+aanschouwd en de machtige rotsblokken, die gelijken op gebroken
+zuilen.</p>
+<p>Zij weten misschien niet eens, dat op den bodem der steengroeve
+schooner bloemen bloeien dan in eenige broeikas.</p>
+<p>Daar is niet Sicili&euml;, daar is Indi&euml;.</p>
+<p>In de steengroeve staan mandarijneboomen, zoo geel van vruchten, dat
+ze gelijken op reusachtige zonnebloemen. Daar worden de camelia&rsquo;s
+zoo groot als tamboerijnen. En tusschen de boomen op den grond liggen
+hoopen kostbare koningsvijgen en fluweelen perziken vallen op een bed
+van rozebl&acirc;ren.</p>
+<p>Een avond zit Falco eenzaam in de steengroeve. Hij is bezig een
+krans te vlechten en heel veel bloemen liggen voor hem. Hij houdt den
+voet op het kluwen touw opdat dit niet weg zal rollen; hij heeft een
+bril op, maar die glijdt onophoudelijk van zijn krommen neus.</p>
+<p>Falco vloekt geweldig, want zijn handen zijn stijf en vol eelt door
+het voortdurend afschieten van het geweer, en het valt hem moeilijk de
+bloemen vast te houden.</p>
+<p>Zijn vingers sluiten met een ijzeren greep om haar teere
+stengels.</p>
+<p>Falco zegt vloekend, dat de leli&euml;n en anemonen verwelken,
+zoodra hij er slechts naar kijkt.</p>
+<p>Falco is in zijn lederen broek en in zijn langen, toegeknoopten
+mantel zoo omgeven van bloemen als een heilige op een feestdag. Biagio
+en zijn neef Passafiore hebben die voor hem geplukt. Zij hebben een
+geheelen Etna van de mooiste bloemen der steengroeve voor hem
+opgestapeld. Falco kan kiezen tusschen leli&euml;n en cactusbloemen,
+rozen en pelargonea&rsquo;s. En hij dreigt de bloemen, dat hij ze tot
+stof zal vertrappen <span class="corr" id="xd20e6569" title="Bron: noder">onder</span> zijn sandalen, indien zij zich niet naar
+zijn wil willen voegen.</p>
+<p>Nooit tevoren heeft Falco Falcone zich bekommerd om bloemen. Zoolang
+hij leeft, heeft hij nog nooit een bouquet voor een meisje gebonden of
+een roos geplukt om in zijn knoopsgat te steken. Hij heeft niet eens
+een krans gelegd op het graf van zijn moeder.</p>
+<p>Daarom komen de teere bloemen in opstand tegen hem. In zijn haar en
+op zijn hoed hechten zich bloemranken vast, en een bloemblad hangt in
+zijn ruigen baard. Hij schudt <span class="pagenum">[<a id="pb260"
+href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>heftig het hoofd en het
+litteeken op zijn wang gloeit, zooals in vroeger dagen, toen hij tegen
+de karabiniers streed. Toch wordt de krans steeds grooter, en kronkelt
+als een slang om Falco&rsquo;s voeten en beenen.</p>
+<p>Falco vloekt alsof het de ijzeren boeien waren, die eens
+vastgeklonken werden aan zijn voeten.</p>
+<p>En hij klaagt luider als hij zich prikt aan een doorn, of brandt aan
+een netel, dan hij gedaan heeft, toen de zweep van den opzichter der
+galeien zijn rug geeselde.</p>
+<p>Biagio en Passafiore, zijn neef, wagen het niet zich te vertoonen.
+Ze liggen verborgen in een grot, tot alles gereed is. Ze lachen
+luidkeels, want zooveel jammerklachten als Falco nu uit, hebben niet in
+de steengroeve weerklonken, sedert ongelukkige krijgsgevangenen daar
+aan den arbeid waren.</p>
+<p>Maar Biagio ziet op naar den grooten Etna, die gloeit in den
+zonsondergang.</p>
+<p>&bdquo;Zie eens naar den Mongibello,&rdquo; zegt hij tegen
+Passafiore, &bdquo;zie eens hoe hij bloost, zeker begrijpt hij, waarmee
+Falco bezig is in de steengroeve.&rdquo;</p>
+<p>En Passafiore antwoordt: &bdquo;De Mongibello heeft zeker nooit
+anders gedacht dan sneeuw en asch op zijn kruin te krijgen.&rdquo; Maar
+plotseling houdt Biagio op met lachen.</p>
+<p>&bdquo;Dat gaat nooit goed, Passafiore,&rdquo; zegt hij,
+&bdquo;Falco wordt al te hoogmoedig. Ik vrees dat de groote Mongibello
+den spot met hem zal drijven.&rdquo;</p>
+<p>De twee bandieten zien elkaar uitvorschend aan.</p>
+<p>&bdquo;Ware het slechts hoogmoed,&rdquo; zegt Passafiore.</p>
+<p>Maar nu wenden zij gelijktijdig hun oogen af en wagen het niet iets
+meer te zeggen. Dezelfde gedachte, dezelfde vrees heeft zich van hen
+meester gemaakt. Falco staat op het punt krankzinnig te worden, soms is
+hij reeds uren lang waanzinnig.</p>
+<p>Zoo gaat het met de groote rooverhelden, ze kunnen hun eer en
+grootheid niet dragen, ze worden allen waanzinnig.</p>
+<p>Passafiore en Biagio hadden het reeds lang gezien, maar ze hadden
+beiden gezwegen en elk had gehoopt, dat de andere niets zou merken. Nu
+begrijpen ze, dat ze beiden het weten. Ze drukken elkaar de hand zonder
+een woord te spreken. Nog heeft Falco zooveel groots. <span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span></p>
+<p>Zij beiden, Passafiore en Biagio, zullen waken dat niemand merkt,
+dat Falco niet meer dezelfde is, die hij was.</p>
+<p>Eindelijk is Falco&rsquo;s krans klaar, hij hangt dien aan zijn
+geweer en gaat naar de beide anderen. Alle drie treden nu uit de
+steengroeve en nemen in de naastbijzijnde boerderij paarden, om zoo
+vlug mogelijk op den top van den Mongibello te komen.</p>
+<p>Zij rijden in gestrekten draf, zoodat ze geen gelegenheid hebben met
+elkaar te spreken, maar als ze voorbij de landhoeve rijden, kunnen ze
+zien, hoe het volk danst op de platte daken. En uit de grotten waar de
+landarbeiders hun nachtkwartier hebben opgeslagen, hooren ze gepraat en
+gelach. Daar zitten vroolijke, vreedzame menschen raadsels op te lossen
+en spotversjes te dichten. Maar Falco vliegt verder, zoo iets is niet
+voor hem. Falco is een groot man.</p>
+<p>Ze stijgen al hooger. Eerst rijden ze onder amandelboomen en
+cactussen, dan onder platanen en beuken, en later onder eiken en
+kastanjes.</p>
+<p>Maar de nacht is donker. Zij zien niets van Mongibello&rsquo;s
+heerlijkheid. Zij zien niet den met wijnloof omkransten Monte Rossoze,
+zien niet de tweehonderd kraters, die in een kring rondom de kruin van
+den Etna staan als torens rondom een stad, ze zien niet de heerlijke
+dichte wouden.</p>
+<p>In Casa del Bosca, waar de weg ophoudt, stijgen ze van hun paarden.
+Biagio en Passafiore nemen den krans tusschen hen beiden. Terwijl zij
+verder gaan, begint Falco te spreken. Sedert hij oud is, spreekt hij
+gaarne.</p>
+<p>Falco zegt dat de berg gelijk is aan de vijf en twintig jaren, die
+hij daarop doorgebracht heeft. Heldendaden waren rondom hem opgebloeid
+gedurende de eerste jaren van zijn grootheid: met hem te leven in dien
+tijd was gelijk te wandelen onder een eindelooze <span class="corr" id="xd20e6619" title="Bron: perloga">pergola</span>, waarboven citroenen
+en druiven hangen. Toen waren zijn heldendaden overvloedig geweest als
+oranjes, die rondom den voet van den Etna groeien. Hij was hooger
+gestegen en zijn daden waren minder in aantal geworden, maar die hij
+verricht had, waren machtig als de eike- en kastanjeboomen op den
+stijgenden berg. Nu hij op het hoogste punt van zijn grootheid stond,
+verachtte hij de daad. Zijn leven was kaal als <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span>de
+bergtop, hij vergenoegde zich met de wereld aan zijn voeten te zien.
+Maar men moest weten, dat indien hij iets ondernam, niets hem weerstaan
+kon.</p>
+<p>Hij was vreeselijk als de vuurspuwende berg.</p>
+<p>Falco gaat sprekend vooruit, Passafiore en Biagio volgen hem in
+stille ontzetting. Heel vaag zien ze den machtigen Mongibello met zijn
+steden, velden en wouden zich uitbreiden onder hun voeten.</p>
+<p>En Falco meent even ontzagwekkend te zijn als deze reus.</p>
+<p>Hoe hooger zij stijgen, hoe meer ze bevangen worden door een
+stijgende ontzetting.</p>
+<p>De gapende kloven, de zwaveldamp uit de kraters, te zwaar om
+dadelijk in de lucht op te stijgen, het onderaardsche gerommel in den
+berg, de voortdurend opstijgende aschwolken, de gladde, hobbelige
+ijsvelden, doorsneden van bruisende beken, de bijtende koude, de
+verstijvende wind, dit alles maakt den tocht huiveringwekkend.</p>
+<p>&mdash;En Falco zegt dat deze berg gelijkt op zijn leven. Hoe ziet
+het er dan uit in zijn ziel? Heerscht daarin een kilheid en grauwen
+gelijk aan die van den Etna?</p>
+<p>Ze struikelen over stukken ijs, ze worstelen zich door sneeuwhoopen,
+die hier en daar een meter hoog liggen. De bergwind tracht hen omver te
+blazen. Ze moeten door moerassen en beken waden, want den vorigen dag
+heeft de zon veel sneeuw gesmolten. En ter zelfder tijd, dat ze
+verstijven van koude, trilt de bodem onder hen van het eeuwige vuur. Ze
+herinneren zich, dat Luciferno en alle verdoemden daar beneden liggen.
+Zij rillen omdat Falco hen naar de poort der hel gevoerd heeft.</p>
+<p>Maar toch laten ze de ijsvelden achter zich en bereiken den steilen
+aschkegel op den top van den berg, en ze kruipen door glijdende asch en
+puimsteen. Als zij halverwegen gekomen zijn, neemt Falco den krans en
+wenkt de anderen te wachten. Hij wil alleen de hoogte bestijgen.</p>
+<p>Het begint op hetzelfde oogenblik te lichten, en als Falco de hoogte
+bereikt heeft, breekt de zon door.</p>
+<p>De Mongibello en de oude Etnaroover op zijn top worden omstraald
+door het heerlijke morgenlicht.</p>
+<p>Maar de schaduw van den Etna valt over geheel Sicili&euml;,
+<span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span>en het is alsof Falco, die daar boven op de
+bergkruin staat, van zee tot zee reikt, dwars over het gansche
+eiland.</p>
+<p>Falco ziet om zich heen. Hij ziet de kusten van Itali&euml;, hij
+meent Napels en Rome te onderscheiden. Hij laat zijn blikken over zee
+dwalen naar het land der Turken in het Oosten en naar het land der
+Saracenen in het Zuiden.</p>
+<p>Hij heeft een gevoel alsof de geheele wereld aan zijn voeten ligt en
+zijne grootheid erkent.</p>
+<p>Falco legt den krans op Mongibello&rsquo;s top.</p>
+<p>Als hij terugkomt bij zijn <span class="corr" id="xd20e6657" title="Bron: kamaraden">kameraden</span>, drukt hij hun zwijgend de hand, en
+als hij van den aschkegel daalt, zien ze dat hij een puimsteen opneemt
+en in zijn zak doet.</p>
+<p>Falco neemt een herinnering mee aan de schoonste ure van zijn leven.
+Zoo groot als daar op Mongibello&rsquo;s top heeft hij zich nooit
+tevoren gevoeld.</p>
+<p>Maar op dezen feestdag wil Falco niet werken.</p>
+<p>Den volgenden dag, zegt hij, zal hij aan den arbeid beginnen om den
+Mongibello te bevrijden van den spoorweg.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Er ligt een eenzame landhoeve op den weg van Paterno naar Aderno.
+Die is vrij groot, de eigenares daarvan is een weduwe, donna Silvia,
+die vele sterke zonen heeft. Dat zijn moedige menschen, die het wagen
+eenzaam te wonen.</p>
+<p>&rsquo;t Is de dag, nadat Falco den Etna bekranst heeft. Donna
+Silvia zit voor haar huis te spinnen. Zij is alleen, niemand anders is
+op de hoeve. Een bedelaar sluipt zacht door de tuinpoort.</p>
+<p>Hij is een oude man met een langen, krommen neus, die over de
+bovenlip hangt, een borsteligen baard en doffe roodgerande oogen. Hij
+heeft de leelijkste oogen, die men zich voorstellen kan, het wit daarin
+gaat over in geel, en hij ziet daarenboven scheel. De bedelaar is lang
+en zeer mager, en wanneer hij loopt, beweegt hij zijn lichaam zoo, dat
+men meent dat hij heen en weert slingert.</p>
+<p>Hij loopt zoo zacht, dat donna Silvia hem niet hoort. Ze bemerkt hem
+eerst, wanneer zijn schaduw zich als een slang voor haar uit kronkelt.
+<span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span></p>
+<p>Ze ziet op van haar werk, als zij die schaduw bemerkt. De bedelaar
+buigt voor haar en verzoekt om een maal macaroni.</p>
+<p>&bdquo;De macaroni staat op het vuur,&rdquo; zegt donna Silvia.
+&bdquo;Ga zitten en wacht een oogenblik, dan zult ge uw
+lievelingsgerecht hebben.&rdquo;</p>
+<p>De bedelaar neemt plaats naast donna Silvia en ze beginnen te
+spreken. Spoedig is Falco Falcone het onderwerp van hun gesprek.</p>
+<p>&bdquo;Is het waar, dat ge uwe zonen laat werken aan donna
+Micaela&rsquo;s spoorweg?&rdquo; vraagt de bedelaar.</p>
+<p>Donna Silvia klemt de lippen op elkaar en knikt toestemmend.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt een moedige vrouw, donna Silvia. Falco zou zich op u
+kunnen wreken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat hij zich dan wreken,&rdquo; zegt donna Silvia.
+&bdquo;Maar ik wil den man niet gehoorzamen, die mijn vader gedood
+heeft. Falco heeft hem gedwongen te vluchten uit de gevangenis in
+Augusta, toen werd mijn vader door de karabiniers gegrepen en
+doodgeschoten.&rdquo;</p>
+<p>Nadat ze dit gezegd heeft, staat ze op om de macaroni te halen.
+<span class="corr" id="xd20e6695" title="Bron: Terwij">Terwijl</span>
+zij in de keuken bezig is, ziet ze door het raam naar den bedelaar, die
+op de bank zit heen en weer te wiegelen. Hij zit geen oogenblik stil.
+En voor hem uit slingert zijn schaduw, lenig en beweeglijk als een
+slang.</p>
+<p>Donna Silvia herinnert zich plotseling, wat zij <span class="corr"
+id="xd20e6700" title="Bron: Catharina">Catherina</span>, die getrouwd
+is geweest met Nino, eens heeft hooren zeggen. Men vroeg haar, hoe zij
+Falco na twintig jaar zou herkennen.</p>
+<p>&bdquo;Zou ik den man met de slangeschaduw niet herkennen?&rdquo;
+had zij geantwoord. &bdquo;Die verliest hij niet, zoolang hij
+leeft.&rdquo;</p>
+<p>Donna Silvia drukt de hand tegen het hart. Daar buiten voor haar
+huis zit Falco Falcone. Hij is gekomen om zich te wreken, omdat haar
+zonen aan den spoorweg werken. Zal hij haar huis in brand steken of zal
+hij haar vermoorden? Donna Silvia trilt over haar geheele lichaam, als
+zij de macaroni op den schotel doet.</p>
+<p>Maar Falco begint de tijd lang te vallen, terwijl hij zit te
+wachten. Een kleine hond komt naar hem toe en drukt zich <span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span>tegen hem aan. Falco zoekt in zijn zak naar
+brood, maar hij vindt slechts een steen, dien hij den hond
+toewerpt.</p>
+<p>De hond haalt den steen en brengt dien naar Falco terug. Falco werpt
+dien nog eens weg. De hond haalt dien opnieuw, maar nu springt hij er
+mee weg.</p>
+<p>Falco herinnert zich plotseling, dat dit de steen is, dien hij van
+den tocht op den Mongibello meenam, en hij loopt den hond na om den
+steen terug te halen. Hij fluit den hond en deze komt dadelijk.</p>
+<p>&bdquo;Geef hier den steen.&rdquo;</p>
+<p>De hond houdt zijn kop op zij en wil den steen niet teruggeven.
+&bdquo;Geef hier den steen, canaille!&rdquo;</p>
+<p>De hond sluit den bek, hij heeft immers geen steen.</p>
+<p>&bdquo;Laat eens zien, laat eens zien!&rdquo; roept Falco. Hij buigt
+den kop van den hond achterover en dwingt hem den bek te openen. De
+steen ligt achter zijn kiezen en Falco tracht hem er uit te halen. De
+hond bijt hem zoo, dat het bloed uit de wonde stroomt.</p>
+<p>Falco wordt bang, hij gaat naar binnen en zegt tot donna Silvia:
+&bdquo;Uw hond is toch wel gezond?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn hond, ik heb geen hond, die is dood.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar die hond dan, die daarbuiten loopt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik weet niet welken hond ge meent,&rdquo; zegt ze.</p>
+<p>Falco zegt niets meer; ook doet hij donna Silvia geen kwaad. Hij
+gaat stil weg, hij is bang. Hij gelooft, dat de hond dol is en dat hij
+nu zelf watervrees zal krijgen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op een avond zit donna Micaela alleen in de muziekzaal. Ze heeft het
+licht uitgedaan en de balkondeuren geopend. Zij houdt er van &rsquo;s
+avonds en &rsquo;s nachts naar het straatrumoer te luisteren. Dan
+zwijgt het gehamer der timmerlieden en &rsquo;t geschreeuw der
+uitroepers, dan klinkt er slechts gezang, gelach, gefluister en het
+neuri&euml;n der mandolines.</p>
+<p>Plotseling ziet ze een donkere hand op het balkonhek. Na de hand
+komt er een arm en een hoofd te voorschijn en een oogenblik later
+springt een geheel mensch op het balkon.</p>
+<p>Zij kan hem duidelijk onderscheiden, want de straatlantaarns branden
+nog. <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span></p>
+<p>&rsquo;t Is een kleine breedgeschouderde man met forschen baard. Hij
+is als herder gekleed, met leeren sandalen, slappen hoed en een
+parapluie, op zijn rug vastgebonden.</p>
+<p>Zoodra hij op zijn voeten staat, neemt hij een geweer uit zijn
+gordel, en treedt daarmee de kamer binnen.</p>
+<p>Ze zit doodstil zonder eenig teeken van leven te geven, ze heeft
+geen tijd om om hulp te roepen, noch om te vluchten.</p>
+<p>Zij hoopt, dat de man zal nemen, wat hij begeert en dan weg zal
+gaan, zonder haar op te merken, die achter in de donkere kamer zit.</p>
+<p>De man zet zijn geweer op den grond en zij hoort hoe hij een lucifer
+aansteekt. Zij sluit de oogen, dan zal hij gelooven, dat zij
+slaapt.</p>
+<p>Zoodra de roover licht gemaakt heeft, ontdekt hij haar. Hij hoest om
+haar te wekken. Daar zij onbeweeglijk blijft zitten, sluipt hij naar
+haar toe en raakt voorzichtig haar arm aan.</p>
+<p>&bdquo;Raak mij niet aan, raak mij niet aan!&rdquo; gilt zij
+doodelijk beangst.</p>
+<p>De man trekt zich haastig terug.</p>
+<p>&bdquo;Lieve donna Micaela, ik wilde u slechts wekken.&rdquo;</p>
+<p>Zij zit te rillen van angst en hij hoort hoe zij snikt.</p>
+<p>&bdquo;Lieve signora, lieve signora!&rdquo; zegt hij.</p>
+<p>&bdquo;Steek licht op, dat ik kan zien wie ge zijt!&rdquo; roept
+zij.</p>
+<p>Hij steekt een nieuwen lucifer aan en neemt behendig als een
+kamerdienaar het glas en den ballon van de lamp. Daarna keert hij terug
+naar de deur, zoover mogelijk van haar verwijderd, maar als hij merkt,
+dat haar angst niet vermindert, gaat hij met zijn geweer op het
+balkon.</p>
+<p>&bdquo;Nu kan de signora toch niet meer bang zijn.&rdquo;</p>
+<p>Maar daar zij niet ophoudt met schreien, zegt hij:</p>
+<p>&bdquo;Signora, ik ben Passafiore. Ik breng u een boodschap van
+Falco. Hij wil uw spoorweg niet meer vernielen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijt gij gekomen om mij te bespotten?&rdquo; zegt zij.</p>
+<p>Somber antwoordt de man haar:</p>
+<p>&bdquo;Ware het slechts scherts. Mijn God, indien Falco slechts was,
+die hij geweest is.&rdquo;</p>
+<p>Hij verhaalt haar nu hoe Falco den Mongibello bestegen en een krans
+gelegd heeft op diens top. Maar dit scheen den berg mishaagd te hebben,
+want nu had hij Falco ter aarde <span class="pagenum">[<a id="pb267"
+href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span>geworpen. Een klein
+puimsteentje was voldoende geweest om den gevreesden rooverhoofdman te
+vellen.</p>
+<p>&bdquo;Nu is het gedaan met Falco,&rdquo; zegt Passafiore.
+&bdquo;Hij loopt rusteloos op en neer in de steengroeve en wacht
+slechts op zijn ziekte. Sinds acht dagen heeft hij noch geslapen, noch
+gegeten. Hij is niet ziek, maar de wonde aan zijn hand geneest niet.
+Hij gelooft, dat hij vergiftigd is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spoedig zal ik een dolle hond zijn,&rdquo; zegt hij. Geen
+wijn of spijs ter wereld kan hem verlokken iets te gebruiken. Hij
+verheugt zich niet eens, wanneer ik zijn heldendaden prijs.</p>
+<p>&bdquo;Wat geeft het,&rdquo; zegt hij. &bdquo;Ik eindig mijn leven
+als een dolle hond.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela ziet Passafiore scherp aan.</p>
+<p>&bdquo;Wat wenscht ge, dat ik doen zal? &rsquo;t Is toch niet je
+wensch, dat ik in de steengroeve zal gaan naar Falco
+Falcone?&rdquo;</p>
+<p>Passafiore slaat zijn oogen neer en durft niet antwoorden.</p>
+<p>Zij vertelt hem, wat Falco haar heeft doen lijden. Hij heeft al de
+arbeiders van haar spoorweg door schrik verjaagd. Hij heeft zich verzet
+tegen haar liefste wenschen.</p>
+<p>Plotseling valt Passafiore op de knie&euml;n. Hij waagt het niet een
+schrede dichterbij te komen, maar hij knielt voor haar.</p>
+<p>Hij smeekt haar te begrijpen wat op het spel staat. Zij weet niet,
+zij kan niet begrijpen, wie Falco is.</p>
+<p>Falco is een groot man. Reeds toen Passafiore nog een klein kind
+was, heeft hij van hem hooren spreken. Zijn gansche leven heeft hij
+verlangd in de steengroeve bij Falco te leven. Al zijn neven waren bij
+hem, zijn geheele familie was bij hem. Maar de pastoor had zich
+voorgenomen, dat Passafiore niet naar Falco zou gaan, en liet hem tot
+kleermaker opleiden, denk eens aan, tot kleermaker! De pastoor sprak
+met hem, en zei, dat het zulk een vreeselijke zonde was te leven zooals
+Falco. En Passafiore had terwille van don Matteo lange jaren tegen zijn
+begeerte gestreden. Eindelijk had hij ze niet langer kunnen weerstaan,
+maar was stil naar de steengroeve gegaan. En hij was niet meer dan een
+jaar bij Falco geweest en nu was deze geheel veranderd. &rsquo;t Is
+alsof de zon aan den hemel gedoofd is, zijn geheele leven is nu
+verwoest. <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span></p>
+<p>Passafiore kijkt naar donna Micaela; hij ziet, dat zij naar hem
+luistert en hem begrijpt.</p>
+<p>Hij brengt donna Micaela in herinnering, dat zij een jettatore en
+een echtbreekster geholpen heeft. Waarom wilde zij dan hard zijn jegens
+een roover?</p>
+<p>Het Christusbeeld in San Pasquale geeft haar immers alles wat zij
+wenscht. Hij was er van overtuigd, dat zij het Christusbeeld gebeden
+had, haar spoorweg te beschermen tegen Falco. En het had door
+Mongibello&rsquo;s puimsteen Falco&rsquo;s kracht gebroken.</p>
+<p>Maar nu wilde zij niet barmhartig zijn en hem helpen, dat Falco zijn
+gezondheid terug zou krijgen en weer tot een eer voor het vaderland zou
+worden, zooals hij vroeger geweest was.</p>
+<p>Het gelukte Passafiore donna Micaela te ontroeren.</p>
+<p>Plotseling begreep zij hoe de oude roover in de steengroeve moest
+lijden. Zij ziet hem wachten op den waanzin. Zij denkt er aan hoe
+trotsch hij geweest is en hoe gebroken en vernietigd hij nu is. Neen,
+neen, geen mensch mag zoo lijden, dat is te veel, te veel.</p>
+<p>&bdquo;Passafiore,&rdquo; barst zij uit, &bdquo;zeg, wat je wenscht.
+Ik zal doen, wat ik kan. Nu ben ik niet bang meer. Neen, nu ben ik
+volstrekt niet bang meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, wij hebben Falco gesmeekt, dat hij naar het
+Christusbeeld zou gaan en om genade bidden. Maar Falco wil niet
+gelooven aan het beeld. Hij wil niets anders doen dan wachten op zijn
+ondergang. Maar heden, toen ik hem smeekte te gaan, zei hij: &bdquo;Je
+weet wie op mij zit te wachten in het oude huis tegenover de kerk. Ga
+naar haar om te vragen of zij mij verlof wil geven dat ik voorbij haar
+naar de kerk mag gaan. Geeft zij haar toestemming, dan zal ik aan het
+beeld gelooven en hem bidden om redding.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu?&rdquo; vroeg donna Micaela.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben bij de oude Catherina geweest en zij heeft haar
+toestemming gegeven. Hij mag in de kerk gaan, zonder dat ik hem
+dood,&rdquo; zei zij.</p>
+<p>Passafiore wringt zijn handen in wanhoop.</p>
+<p>&bdquo;Donna Micaela, Falco is zeer ziek, niet alleen door den beet
+van den hond, maar hij was reeds lang ziek.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span></p>
+<p>Passafiore voert een zwaren strijd met zich zelf
+v&oacute;&oacute;rdat hij het zeggen kan. Eindelijk bekent hij dat,
+hoewel Falco een zeer groot man is, hij soms aanvallen van waanzin
+heeft.</p>
+<p>Falco had niet alleen gesproken van de oude Catherina, maar hij had
+gezegd: &bdquo;Indien Catherina mij wil toestaan naar de kerk te gaan
+en donna Micaela Alagona in de steengroeve komt en mij de hand reikt om
+mij naar de kerk te voeren, dan zal ik voor het beeld
+bidden.&rdquo;</p>
+<p>En men heeft hem niet kunnen afbrengen van dit besluit.</p>
+<p>Donna Micaela, de heiligste en heerlijkste der vrouwen, moest tot
+hem komen, anders wilde hij niet gaan.</p>
+<p>Toen Passafiore uitgesproken had, hield hij zijn hoofd gebogen, hij
+waagt het niet op te zien.</p>
+<p>Maar donna Micaela aarzelt geen oogenblik, nu er sprake is van het
+Christusbeeld. Zij schijnt er niet aan te denken dat Falco reeds
+waanzinnig is. Zij zegt geen woord van haar angst. Haar vertrouwen in
+het beeld is z&oacute;&oacute; groot, dat zij, als een onderworpen,
+gehoorzaam kind, stil antwoordt:</p>
+<p>&bdquo;Passafiore, ik zal je volgen.&rdquo;</p>
+<p>En zij volgt hem als in slaap. Geen oogenblik aarzelt ze om hem naar
+den Etna te volgen. Ze aarzelt niet de steile berghelling naar de
+steengroeve te beklimmen.</p>
+<p>Doodsbleek, maar met heerlijk glanzende oogen gaat ze naar den ouden
+roover in zijn grot en reikt hem de hand. En hij rijst op, even bleek
+als zij, en volgt haar. &rsquo;t Is alsof zij geen menschen maar
+geestverschijningen zijn. Doodstil schrijden zij naar hun doel. Hun
+eigen ik is dood, een machtiger geest leidt hen.</p>
+<p>Reeds den volgenden dag schijnt het donna Micaela een sage, dat zij
+zoo iets gedaan heeft. Zij is heilig overtuigd, dat niet haar eigen
+barmhartigheid, erbarmen of liefde haar bewogen heeft midden in den
+nacht naar het roovershol te gaan, maar dat een vreemde macht haar
+geleid heeft.</p>
+<p>Terwijl donna Micaela in de steengroeve is, zit de oude Catherina
+voor het raam op Falco Falcone te wachten. Zij heeft haar toestemming
+gegeven, bijna zonder dat men haar daarom heeft behoeven te vragen.</p>
+<p>&bdquo;Hij mag vrij in de kerk gaan,&rdquo; zegt ze. &bdquo;Ik heb
+twintig <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>jaar op hem gewacht, maar hij zal vrij in de
+kerk mogen gaan.&rdquo;</p>
+<p>Spoedig verschijnt Falco met donna Micaela hand in hand.</p>
+<p>Passafiore en Biagio volgen. Falco loopt gebogen, men ziet dat hij
+oud en zwak is. Hij gaat alleen in de kerk, de anderen wachten
+buiten.</p>
+<p>De oude Catherina heeft hem zeer duidelijk gezien, maar ze heeft
+geen beweging gemaakt. Zoolang Falco in de kerk is, blijft ze roerloos
+zitten.</p>
+<p>Haar nicht, die bij haar woont, gelooft, dat zij God dankt, omdat
+zij haar wraaklust heeft kunnen overwinnen.</p>
+<p>Eindelijk verzoekt Catherina haar een raam te openen.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil zien of hij nog de slangeschaduw heeft!&rdquo; zegt
+zij.</p>
+<p>Maar ze is mild en vriendelijk.</p>
+<p>&bdquo;Neem het geweer weg als je wilt,&rdquo; zegt ze. En haar
+nicht legt het geweer aan den anderen kant van de tafel.</p>
+<p>Eindelijk komt Falco uit de kerk. De maneschijn verlicht zijn gelaat
+en Catherina ziet, dat hij niet meer de Falco van vroeger is. De
+uitdagende trots en hoogmoed is nu van zijn gezicht geweken. Hij is
+gebroken en vernietigd!</p>
+<p>Bijna wekt hij haar medelijden op.</p>
+<p>&bdquo;Hij helpt mij,&rdquo; zegt hij luid tot Passafiore en Biagio.
+&bdquo;Hij heeft beloofd mij bij te staan.&rdquo;</p>
+<p>De roovers wilden gaan, maar Falco is zoo gelukkig dat hij eerst met
+hen over zijn geluk wil spreken.</p>
+<p>&bdquo;Ik gevoel geen gesuis meer in mijn hoofd, geen onrust meer,
+neen, niets meer. Hij helpt mij.&rdquo;</p>
+<p>De kameraden nemen hem bij de hand om hem weg te voeren. Falco doet
+een paar schreden, maar blijft dan opnieuw staan. Hij richt zich op en
+beweegt zijn lichaam, zoodat zijn slangeschaduw heen en weer slingert
+over den weg.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal volkomen genezen, volkomen genezen,&rdquo; zegt hij
+verheugd.</p>
+<p>Passafiore en Biagio willen hem meetrekken, maar &rsquo;t is reeds
+te laat.</p>
+<p>Catherina heeft de slangeschaduw gezien. Zij kan zich niet meer
+beheerschen, maar werpt zich over de tafel om het geweer te grijpen en
+schiet het af. Falco stort getroffen ter aarde.</p>
+<p>Ze heeft het niet willen doen, maar nu zij hem ziet, is het
+<span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>haar onmogelijk hem te laten gaan. Gedurende
+twintig jaar heeft zij de wraakzucht in zich gevoed.</p>
+<p>Nu beheerscht die haar volkomen.</p>
+<p>&bdquo;Catherina, Catherina,&rdquo; gilt haar nicht.</p>
+<p>&bdquo;Hij verzocht mij slechts vrij <i>in</i> de kerk te mogen
+gaan,&rdquo; antwoordt zij.</p>
+<p>De oude Biagio legt Falco&rsquo;s lijk terecht en zegt somber:</p>
+<p>&bdquo;Hij zou volkomen genezen, volkomen genezen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name="pb272">272</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch2.11"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e6917" class="label">XI.</h3>
+<h3 class="main">Overwinningen.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In lang vervlogen dagen woonde de groote wijsgeer
+Empedokles op Sicili&euml;. Hij was de schoonste en meest volkomen
+mensch, zoo heerlijk en wijs, dat men geloofde, dat hij een tot mensch
+geworden god was.</p>
+<p>Empedokles bezat een landgoed op den Etna; een avond gaf hij een
+feest aan zijne vrienden. Op het feest sprak hij zulke wijze woorden,
+dat zijn gasten riepen:</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt een god, Empedokles, gij zijt een god!&rdquo;</p>
+<p>Toen de feestgenooten vertrokken waren, dacht Empedokles:</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het hoogste bereikt, dat men op aarde kan begeeren. Nu
+moet ik sterven, voordat tegenspoed of zwakheid mij
+terneerdrukt.&rdquo;</p>
+<p>En hij steeg op tot den top van den Etna en wierp zich in den
+brandenden krater.</p>
+<p>&bdquo;Als niemand mijn lijk vindt,&rdquo; dacht hij, &bdquo;zal men
+denken, dat ik levend onder de goden opgenomen ben.&rdquo;</p>
+<p>Maar den volgenden dag zochten zijn vrienden hem in de villa en op
+den ganschen berg. Zij kwamen ook bij den krater en daar vonden ze
+Empedokles&rsquo; schoenen. En zij begrepen, dat Empedokles den dood in
+den krater gezocht had om gerekend te worden tot de onsterflijken.</p>
+<p>En dat zou hem gelukt zijn, indien de berg zijn schoenen niet had
+opgeworpen.</p>
+<p>Toch werd juist door deze sage Empedokles&rsquo; naam nooit
+vergeten, en velen zochten naar de plaats, waar zijn villa eens gestaan
+heeft. <span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span></p>
+<p>Geschiedschrijvers en schatgravers hadden er naar gezocht, want de
+villa van den wijsgeer was natuurlijk vol van de heerlijkste marmeren
+en bronzen beelden en moza&iuml;ekwerk.</p>
+<p>Donna Micaela&rsquo;s vader, cavaliere Palmeri, had zich vast
+voorgenomen, dat hij het probleem van de villa zou oplossen. Iederen
+morgen reed hij op zijn ponny Dominico weg om de villa te zoeken. Hij
+was toegerust als een geschiedvorscher met een schraapijzer in den
+gordel, een spade op zij en een grooten ransel op den rug.</p>
+<p>Iederen avond als cavaliere Palmeri thuis kwam, vertelde hij donna
+Micaela van Dominico.</p>
+<p>Gedurende deze jaren, dat ze samen op den Etna gezocht hadden, had
+Dominico zich tot een archeoloog ontwikkeld.</p>
+<p>Dominico week af van den weg, zoodra hij een ru&iuml;ne ontdekte.
+Hij stampte op den grond, wanneer hij meende, dat men opgravingen moest
+doen. Hij hinnikte verachtelijk en wendde den kop af, wanneer men hem
+een nagemaakte oude munt vertoonde.</p>
+<p>Donna Micaela hoorde met veel geduld en belangstelling naar haar
+vaders verhalen. Zij was overtuigd dat, wanneer de villa eindelijk
+gevonden werd, Dominico de eer zou krijgen van de ontdekking.</p>
+<p>Maar cavaliere Palmeri vroeg zijn dochter nooit naar haar
+onderneming. Nooit toonde hij eenige belangstelling voor haar spoorweg.
+&rsquo;t Was bijna, alsof hij niet eens wist waarvoor zij werkte. Dat
+was trouwens zoo vreemd niet, hij toonde nooit eenige belangstelling
+voor zijn dochter.</p>
+<p>Eens, toen ze &rsquo;s middags aan den maaltijd zaten, begon donna
+Micaela plotseling over den spoorweg te spreken.</p>
+<p>Ze had een paar heerlijke overwinningen behaald, zei ze. Eindelijk
+had zij overwonnen.</p>
+<p>Hij moest hooren welke nieuwtjes zij heden had. Het zou geen
+stoomtram worden tusschen Catania en Diamante, zooals zij eerst gedacht
+had. Neen, het zou een spoorweg rondom den Etna worden.</p>
+<p>Door Falco&rsquo;s dood had zij niet alleen een machtigen vijand
+minder, maar nu geloofde het volk ook, dat de groote Mongibello en alle
+heiligen aan haar zijde stonden. Daarom <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span>was er een beweging
+onder het volk ontstaan om geld te verzamelen voor den spoorweg. In
+alle Etnasteden waren bijdragen daarvoor geteekend. Er was reeds een
+maatschappij gevormd.</p>
+<p>Heden was de concessie gekomen. Morgen zou men in ernst met den
+arbeid aanvangen.</p>
+<p>Donna Micaela was opgewonden, zij kon niet eten. Haar hart zwol van
+geluk en dankbaarheid. Ze kon niet laten te spreken over de machtige
+vervoering, die het volk aangegrepen had. Zij sprak met tranen in de
+oogen van het Christuskind in San Pasquale.</p>
+<p>&rsquo;t Was roerend te zien, hoe haar gelaat straalde van hoop.
+&rsquo;t Was alsof zij, behalve het geluk waarover zij sprak, nog een
+heele wereld van gelukzaligheid te wachten had. Dezen avond voelde ze,
+dat een wijze voorzienigheid haar lot bestierde. Zij begreep, dat
+Gaetano&rsquo;s gevangenneming Gods werk was om hem terug te voeren tot
+zijn oud geloof. Hij zou bevrijd worden door de wonderen van het kleine
+beeld en dit zou hem bekeeren, zoodat hij weer een geloovige als
+vroeger zou worden. En zij zou hem toebehooren!</p>
+<p>O, God was goed.</p>
+<p>Terwijl deze groote gelukzaligheid haar vervulde, zat haar vader
+koel en onbewogen tegenover haar.</p>
+<p>&bdquo;Dat is heel merkwaardig,&rdquo; zei hij slechts.</p>
+<p>&bdquo;Ge gaat toch zeker morgen mee naar het feest?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik weet het nog niet, ik moet naar mijn
+uitgravingen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela begon haar brood heftig te verkruimelen. Ze begon haar
+geduld te verliezen. Hij had geen deel genomen in haar zorgen, maar in
+haar vreugde moest hij deelen. Hij moest deelen in haar vreugde!</p>
+<p>En plotseling braken de ketenen van onderdanigheid en vrees, die
+haar gebonden hadden, sedert haar vaders gevangenistijd.</p>
+<p>&bdquo;Gij, die zooveel tochten op den Etna maakt,&rdquo; zei zij
+met een zeer vriendelijke stem, &bdquo;gij zijt zeker ook wel eens in
+Gela geweest?&rdquo;</p>
+<p>De cavaliere keek op en scheen in zijn geheugen te zoeken:</p>
+<p>&bdquo;Gela, Gela!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gela is een dorp van ongeveer honderd huizen, dat aan de
+Zuidzijde van den Monte-Chiaro ligt, aan den voet van <span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>den
+berg,&rdquo; vervolgde donna Micaela met het onschuldigste gezicht van
+de wereld. &bdquo;Het ligt ingeklemd tusschen den Simeto en den
+bergwand, een tak van de rivier neemt dikwijls zijn weg door de straten
+van Gela, zoodat het een zeer ongewone gebeurtenis is, wanneer men met
+droge voeten door het dorp komt.</p>
+<p>&bdquo;Het dak der kerk stortte in bij de laatste aardbeving, en men
+heeft de kerk niet kunnen herstellen, want Gela is zeer arm. Hebt ge
+werkelijk nooit van Gela gehoord?&rdquo;</p>
+<p>Cavaliere Palmeri antwoordde met onbeschrijfelijken ernst:</p>
+<p>&bdquo;Mijn vorschingen hebben me bergopwaarts gevoerd. Ik heb er
+nooit aan gedacht de villa van den grooten wijsgeer in Gela te
+zoeken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar Gela is een zeer interessant dorp,&rdquo; zei donna
+Micaela. &bdquo;Ze hebben daar geen aparte schuren. De varkens zijn
+beneden in de huizen, de menschen wonen een trap hooger. En er zijn
+heel wat varkens in Gela. Ze bevinden zich daar beter dan de menschen,
+want de menschen zijn er bijna altijd ziek.</p>
+<p>&bdquo;Er heerscht voortdurend koorts, de malaria is er een trouwe
+gast. Het is er zoo vochtig, de kelders staan altijd onder water en
+moerasdampen drukken als een dichte mist op het dorp. In Gela zijn geen
+winkels, ook geen politie, post, dokter of apotheek. Zeshonderd
+menschen leven daar geheel vergeten en verlaten.</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge nooit gehoord van Gela?&rdquo;</p>
+<p>Zij zag er heel verbaasd uit.</p>
+<p>Cavaliere Palmeri schudde het hoofd. &bdquo;Den naam heb ik wel eens
+gehoord....&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela keek haar vader onderzoekend aan. Zij boog zich
+haastig voorover en haalde uit zijn borstzak een gebogen klein mes te
+voorschijn, zooals gebruikt wordt bij het snoeien der wijnstokken.</p>
+<p>&bdquo;Arme Empedokles,&rdquo; zei ze en plotseling straalde haar
+geheele gelaat van schalkscheid.</p>
+<p>&bdquo;Ge waant u opgestegen tot de goden, maar de Etna werpt altijd
+uw schoenen op.&rdquo;</p>
+<p>Cavaliere Palmeri zonk als door een schot getroffen achterover in
+zijn stoel.</p>
+<p>&bdquo;Micaela,&rdquo; zei hij zwak afwerend, als iemand die niet
+weet hoe hij zich moet verdedigen. <span class="pagenum">[<a id="pb276"
+href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span></p>
+<p>Maar zij was oogenblikkelijk even ernstig en zoo onschuldig als
+tevoren.</p>
+<p>&bdquo;Men heeft mij verteld,&rdquo; zei ze, &bdquo;dat Gela eenige
+jaren geleden op het punt stond geheel te gronde te gaan. Alle menschen
+daar verbouwen wijn, en toen nu de phylloxera al hun wijngaarden
+verwoestte, dreigden zij geheel te verhongeren. &rsquo;t
+Landbouwgenootschap zond hun toen Amerikaansche planten, die niet door
+de phylloxera aangetast worden. De menschen in Gela plantten deze, maar
+al de wijnstokken stierven. Hoe zouden de menschen in Gela weten hoe de
+Amerikaansche wijndruif gekweekt moet worden.</p>
+<p>&bdquo;Maar toen kwam er iemand die hun dat leerde.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Micaela,&rdquo; klonk het bijna steunend. Donna Micaela vond,
+dat haar vader er reeds als een overwonnen man uitzag, maar toch
+vervolgde zij haar verhaal, alsof zij niets gemerkt had.</p>
+<p>&bdquo;Er kwam iemand,&rdquo; zei zij met sterken nadruk, &bdquo;en
+hij liet zich nieuwe planten zenden. Hij begon deze in hun wijngaarden
+te planten. Ze lachten hem uit, ze zeiden dat hij zich dwaas aanstelde.
+Maar zie, zijn planten groeiden, zij stierven niet. En hij redde
+Gela.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vind je verhaal niet zeer amusant, Micaela,&rdquo; zei
+cavaliere Palmeri met een poging het af te breken.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is toch even belangrijk als uw vorschingen,&rdquo;
+zei ze kalm. &bdquo;Maar ik wil u iets vertellen. Op een dag ging ik
+naar uw kamer om een boek over archeologie te halen. Toen ik zag dat uw
+boekenkast vol was met geschriften over de phylloxera, den wijnbouw en
+de wijnbereiding.&rdquo;</p>
+<p>Cavaliere Palmeri schoof heen en weer op zijn stoel als een op
+heeterdaad betrapte misdadiger.</p>
+<p>&bdquo;Zwijg, zwijg!&rdquo; zei hij zwak. Hij was nu meer beschaamd,
+dan toen hij aangeklaagd werd wegens diefstal.</p>
+<p>Maar weer schitterde die onderdrukte schalkschheid in haar
+oogen.</p>
+<p>&bdquo;Ik keek eens naar de brieven, die ge verzendt,&rdquo;
+vervolgde zij. &bdquo;Ik wilde eens zien met welke geleerde mannen ge
+in briefwisseling waart. &rsquo;t Verwonderde mij dat de brieven altijd
+geadresseerd waren aan presidenten of secretarissen van
+landbouwvereenigingen.&rdquo;</p>
+<p>Cavaliere Palmeri was niet in staat een woord te spreken.
+<span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span></p>
+<p>Donna Micaela genoot onbeschrijfelijk hem zoo machteloos te
+zien.</p>
+<p>Ze keek hem vast in de oogen.</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof niet dat Dominico reeds een ru&iuml;ne weet te
+onderscheiden,&rdquo; zei ze. &bdquo;De vuile kinderen in Gela spelen
+elken dag met hem en geven hem waterkers te eten.</p>
+<p>&bdquo;Dominico wordt als een god in Gela vereerd, om niet te
+spreken van zijn&mdash; &mdash; &mdash;&rdquo;</p>
+<p>Cavaliere Palmen scheen een idee te krijgen.</p>
+<p>&bdquo;Je spoorweg!&rdquo; zei hij. &bdquo;Wat zei je ook weer van
+je spoorweg?</p>
+<p>&bdquo;Misschien kan ik toch wel morgen meegaan naar je
+feest.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela luisterde niet naar hem. Zij haalde haar portemonnaie
+uit den zak.</p>
+<p>&bdquo;Hier heb ik een nagemaakte oude munt,&rdquo; zei ze.
+&bdquo;Een Demarata van nikkel. Die heb ik gekocht om aan Dominico te
+toonen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoor nu eens, kind!&rdquo;</p>
+<p>Ze deed juist alsof zij zijn tegenwerpingen niet hoorde.</p>
+<p>Nu had zij hem in haar macht. Nu was er meer noodig om haar te
+verzoenen.</p>
+<p>&bdquo;Eens deed ik uw ransel open om uw vondsten te bewonderen. Het
+eenige, dat hij bevatte, was een verdroogde wijnstok.&rdquo;</p>
+<p>Zij was louter stralende vroolijkheid.</p>
+<p>&bdquo;Maar kind!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat moet men daarvan denken? &rsquo;t Is misschien wel geen
+onderzoek naar geschiedkundige overblijfselen, misschien is het wel
+liefdadigheid, misschien ook wel boete&mdash; &mdash;&rdquo;</p>
+<p>Nu sloeg cavaliere Palmeri met de vuist op de tafel, zoodat glazen
+en borden rinkelden. Dit was hem te veel; een deftige, ernstige oude
+heer kon zoo niet met zich laten spotten.</p>
+<p>&bdquo;Zoo waar als gij mijn dochter zijt, zult ge nu
+zwijgen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Uw dochter!&rdquo; zei ze en oogenblikkelijk was haar
+vroolijkheid verdwenen. &bdquo;Ben ik werkelijk uw dochter? De kinderen
+in Gela mogen Dominico streelen, maar ik&mdash; &mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat meen je, Micaela? Wat wil je?&rdquo;</p>
+<p>Ze keken elkaar aan. Hun oogen vulden zich gelijktijdig met tranen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik heb niemand anders dan u!&rdquo; fluisterde zij.</p>
+<p>Cavaliere Palmeri opende onwillekeurig zijn armen. Zij stond
+aarzelend op, ze wist niet of zij goed zag.</p>
+<p>&bdquo;Ik weet hoe het nu gaan zal,&rdquo; zei hij morrend.
+&bdquo;Geen minuut houd ik nu voor me zelf over.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Om de villa te ontdekken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geef mij een kus, Micaela. Vanavond zijt ge voor de eerste
+maal, nadat we Catania verlaten hebben, onweerstaanbaar
+geweest.&rdquo;</p>
+<p>En met een heeschen, wilden kreet, die hem bijna verschrikte, vloog
+donna Micaela in haars vaders armen. <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="pt3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e7113" class="main">Derde deel.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;En hij zal vele aanhangers krijgen.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span></p>
+<div class="div2" id="ch3.1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e7121" class="label">I.</h3>
+<h3 class="main">De oase in de woestijn.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In de lente van 1894 begon men den Etnaspoorweg aan te
+leggen, en in den herfst van 1895 was die gereed. Hij steeg op van de
+kust, omringde den berg in een halven cirkel, en bereikte dan de
+zee.</p>
+<p>De trein vertrekt en komt elken dag, en de Mongibello ligt geboeid,
+maar verzet zich niet. Vreemdelingen rijden verbaasd door de zwarte,
+grillige lavastroomen, door de witte amandelwouden, en de donkere, oude
+steden der Saracenen.</p>
+<p>&bdquo;Zie eens, welk een sprookjesland!&rdquo; zeggen ze.</p>
+<p>In den trein is altijd wel iemand, die vertelt van den tijd toen het
+Christusbeeld nog in Diamante was. Welk een tijd, welk een tijd!
+Iederen dag verrichtte het beeld nieuwe wonderen. Men kan ze niet eens
+alle verhalen, maar hij maakte het leven in Diamante zoo blijde, dat de
+uren van den dag elkaar volgden als een rij lachende Horen.</p>
+<p>Men geloofde, dat de zandlooper van den tijd gevuld was met
+schitterend stofgoud.</p>
+<p>Indien iemand gevraagd had wie in dien tijd in Diamante regeerde,
+zou men geantwoord hebben: &bdquo;het Christusbeeld.&rdquo; Alles
+voegde zich naar zijn wil. Niemand trouwde of speelde in de loterij of
+bouwde een huis zonder hem om raad te vragen. En heel veel messteken
+werden terwille van het beeld niet uitgedeeld en menige oude veete werd
+bijgelegd en menig bitter woord om zijnentwil niet uitgesproken. Men
+moest wel goed zijn, want men merkte, dat het beeld hen bijstond, die
+vreedzaam en hulpvaardig waren. Hun schonk hij goede gaven, vreugde en
+rijkdom. Indien nu de wereld <span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>slechts was geweest, zooals zij
+had moeten zijn, dan was Diamante spoedig een rijke en machtige stad
+geweest. Maar in plaats daarvan, verwoestte het deel der wereld, dat
+niet aan het beeld geloofde, al zijn werk. Het baatte niet veel hoeveel
+geluk hij ook om zich heen verspreidde.</p>
+<p>De belastingen werden al hooger en verslonden al den rijkdom. En dan
+de oorlog in Afrika. Hoe konden de menschen gelukkig zijn als hun
+zonen, hun geld, hun muilezels naar Afrika moesten? En de oorlog was
+niet voorspoedig, men leed nederlaag op nederlaag. Hoe kon men gelukkig
+zijn, wanneer de eer van het vaderland op het spel stond?</p>
+<p>Sinds de spoorweg gereed was, merkte men, dat Diamante gelijk was
+aan een oase in een woestijn.</p>
+<p>De oase is blootgesteld aan het stuifzand, de roovers en de wilde
+dieren der woestijn. Zoo ook Diamante.</p>
+<p>De oase moest zich uitbreiden over de geheele woestijn om zich
+veilig te gevoelen. Diamante begon te gelooven, dat het niet gelukkig
+kon worden, v&oacute;&oacute;rdat de gansche wereld zijn Christusbeeld
+aanbad.</p>
+<p>Nu geschiedde het, dat alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had,
+mislukte.</p>
+<p>Zoo verlangde donna Micaela en geheel Diamante Gaetano terug te
+hebben. Toen de spoorweg gereed was, trok donna Micaela naar Rome en
+smeekte om zijn invrijheidstelling. Men weigerde het haar.</p>
+<p>De koning en de koningin hadden haar wel willen helpen, maar ze
+konden niet. Ge weet, wie toen minister in Itali&euml; was, hij
+regeerde met ijzeren hand. Denkt ge, dat hij den koning toestond genade
+te schenken aan een Siciliaanschen oproerling?</p>
+<p>Men wenschte vurig, dat het Christusbeeld van Diamante de vereering
+zou ten deel vallen, die hem toekwam. Donna Micaela ging om die reden
+op <span class="corr" id="xd20e7156" title="Bron: audientie">audi&euml;ntie</span> bij den ouden man in het
+Vaticaan.</p>
+<p>&bdquo;Heilige vader,&rdquo; zei ze, &bdquo;laat u verhalen wat er
+geschied is in Diamante op den Etna.&rdquo;</p>
+<p>En nadat ze al de wonderen van het beeld verteld had, verzocht ze,
+dat de paus de oude kerk San Pasquale zou laten reinigen en inwijden en
+priesters zou aanstellen voor den eeredienst van het Christusbeeld.
+<span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span></p>
+<p>Maar evenals in het Quirinaal, kreeg donna Micaela in het Vaticaan
+een weigerend antwoord.</p>
+<p>&bdquo;Waarde vorstin Micaela,&rdquo; zei de paus, &bdquo;deze
+gebeurtenissen die gij verhaalt, erkent de kerk niet als wonderen. Maar
+toch behoeft ge niet te wanhopen.</p>
+<p>&bdquo;Indien het Christusbeeld in uw stad wil worden aangebeden,
+dan zal het nog een teeken geven. Het zal Ons zijn wil zoo duidelijk
+toonen, dat Wij niet behoeven te twijfelen. Vergeef een ouden man, mijn
+dochter, dat hij voorzichtig moet zijn.&rdquo;</p>
+<p>Nog een derde zaak had men in Diamante gehoopt. Men had verwacht
+eindelijk iets te zullen hooren van Gaetano. Donna Micaela reisde ook
+naar Como, waar hij gevangen zat. Zij had aanbevelingsbrieven van
+hooggeplaatste ambtenaren in Rome, en ze was zeker, dat ze hem spreken
+zou.</p>
+<p>Maar de directeur van de gevangenis had haar naar den dokter
+gezonden.</p>
+<p>Deze verbood haar met Gaetano te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Ge wilt den gevangene zien?&rdquo; zei hij. &bdquo;Neen, dat
+kan niet. Ge zegt, dat hij u liefheeft en meent, dat ge gestorven zijt?
+Laat hem dat gelooven. Laat hem dat gelooven!</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft leeren berusten, hij wordt niet meer gekweld door
+verlangen. Wilt ge, dat hij opnieuw zal beginnen te verlangen, als hij
+hoort, dat ge leeft? Wilt ge hem dan dooden? Ik wil u &eacute;&eacute;n
+ding zeggen. Indien hij weer naar het leven gaat verlangen, zal hij
+binnen drie maanden dood zijn.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela begreep, dat zij er van moest afzien hem te
+spreken.</p>
+<p>Maar welk een <span class="corr" id="xd20e7185" title="Bron: teleursteling">teleurstelling</span>! Welk een
+teleurstelling!</p>
+<p>Toen zij thuis kwam, had zij een gevoel als iemand, die
+z&oacute;&oacute; levendig gedroomd heeft, dat hij wanneer hij
+ontwaakt, zich zelf niet kan losrukken uit zijn droom.</p>
+<p>Zij kon maar niet begrijpen, dat al haar verwachtingen vernietigd
+waren.</p>
+<p>Zij betrapte zich keer op keer, dat zij dacht: &bdquo;Toen ik
+Gaetano bevrijdde.&rdquo; Maar nu had zij heelemaal geen hoop meer hem
+te bevrijden.</p>
+<p>Nu eens dacht zij aan de eene, dan eens aan de andere onderneming,
+die zij wilde beginnen. Zou zij het moeras dempen, of zou zij marmer
+uit den Etna graven? <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284"
+name="pb284">284</a>]</span></p>
+<p>Zij kon maar geen besluit nemen.</p>
+<p>En dezelfde lusteloosheid, die over donna Micaela gekomen was,
+drukte de geheele stad.</p>
+<p>Het bleek immers dat alles wat afhankelijk was van menschen, die
+niet geloofden aan het Christusbeeld van Diamante, verkeerd ging en
+mislukte.</p>
+<p>Zelfs de Etnaspoorweg werd verkeerd bestuurd. Voortdurend grepen er
+ongelukken plaats, ook waren de prijzen der biljetten te hoog.</p>
+<p>De menschen begonnen weer gebruik te maken van omnibussen en
+wagens.</p>
+<p>Donna Micaela en ook anderen dachten er aan het Christusbeeld in de
+wereld te voeren. Zij zouden den ongeloovigen toonen dat hij
+gezondheid, vreugde en geluk schonk aan allen, die vreedzaam, vlijtig
+en goed voor hun naasten wilden zijn.</p>
+<p>Indien de menschen dat maar eerst begrepen, zouden ze zich wel
+bekeeren.</p>
+<p>&bdquo;Het beeld moest op het Kapitool staan en de wereld
+regeeren,&rdquo; zei het volk in Diamante.</p>
+<p>&bdquo;Allen, die ons regeeren, zijn onbekwaam,&rdquo; zeiden ze.
+&bdquo;Wij willen bestuurd werden door het heilige Christuskind. Hij is
+machtig en weldadig. En indien hij regeerde, dan zouden de armen rijk
+worden, en de rijken hebben reeds genoeg. Hij weet wie het goede wil.
+Indien hij de macht had, dan zouden degenen, die nu geregeerd worden,
+zitting krijgen in de raadszaal. Hij zou over de wereld gaan met ploeg
+en scherpe egge, en hetgeen nu onvruchtbaar in den grond ligt, zal
+ontkiemen en een rijken oogst dragen.&rdquo;</p>
+<p>Doch voordat deze plannen ten uitvoer gebracht konden worden, kwam
+in de eerste dagen van Maart 1896 het bericht van den slag bij Adua. De
+Italianen waren verslagen en duizenden van hen waren gedood of
+gevangengenomen.</p>
+<p>Eenige dagen later trad het ministerie in Rome af.</p>
+<p>En de man die nu de macht in handen kreeg, vreesde den toorn en de
+wanhoop der Sicilianen. Om hen te verzoenen hergaf hij de vrijheid aan
+eenige gevangen socialisten. De vijf mannen, waarnaar het volk het
+meest verlangde, werden in vrijheid gesteld. Dat waren Da Felice,
+Bosco, Verro, Barbato en Alagona. <span class="pagenum">[<a id="pb285"
+href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span></p>
+<p>Ach, donna Micaela trachtte blij te zijn, toen zij dit hoorde. Ze
+beproefde niet te schreien.</p>
+<p>Zij had geloofd, dat Gaetano gevangen zat, opdat het Christusbeeld
+de muren zijner gevangenis zou kunnen neerhalen. Deze beproeving had
+God hem opgelegd, opdat hij genoodzaakt zou zijn het hoofd te buigen
+voor het Christusbeeld en te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Mijn God en Meester.&rdquo;</p>
+<p>En nu had niet het beeld hem bevrijd. Hij zou een heiden blijven
+gelijk v&oacute;&oacute;r zijn gevangenistijd.</p>
+<p>Dezelfde gapende kloof zou tusschen hen beiden zijn. Zij trachtte
+verheugd te zijn. &rsquo;t Was immers reeds een groot geluk dat hij
+vrij was. Wat was zij en haar geluk in vergelijking daarmee!</p>
+<p>Maar zoo ging het nu met alles wat Diamante gewenscht en gehoopt
+had.</p>
+<p>De groote woestijn was zeer slecht jegens de arme oase. <span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch3.2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e7240" class="label">II.</h3>
+<h3 class="main">In Palermo.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Eindelijk, eindelijk is het &eacute;&eacute;n uur
+&rsquo;s nachts.</p>
+<p>Degenen, die bang zijn zich te verslapen, staan op van hun bed,
+kleeden zich aan en gaan op straat.</p>
+<p>En zij, die opgebleven zijn en tot nu toe over de tafeltjes in de
+caf&eacute;&rsquo;s gehangen hebben, rijzen op nu zij schreden hooren
+op het steenen plaveisel. Ze schudden den slaap van zich en gaan naar
+buiten. Zij sluiten zich aan bij de spoedig aangroeiende menschenmassa,
+en de trage tijd begint iets vlugger te gaan.</p>
+<p>Menschen, die elkaar slechts oppervlakkig kennen, drukken elkaar de
+hand met warme hartelijkheid. Dezelfde blijdschap trilt in alle harten.
+En menschen die anders nooit een voet op straat zetten, zijn hedennacht
+buiten, oude professoren, voorname edellieden en fijne dames. Allen
+zijn even verheugd.</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, dat hij nu terugkomt, dat Palermo hem nu weer
+terugkrijgt,&rdquo; zeggen ze.</p>
+<p>De studenten, die den geheelen nacht hun lievelingsverblijf in
+Quattro Canti niet verlaten hebben, verschijnen nu met fakkels en
+gekleurde lampions.</p>
+<p>Zij zouden die niet aansteken voor vier uur &rsquo;s morgens als de
+verwachte aan zal komen, maar tegen twee uur begint nu en dan eens een
+student te probeeren of zijn fakkel wel branden wil. Dan steken ze
+allen hun fakkels aan en begroeten het licht met luid gejuich.</p>
+<p>&rsquo;t Is onmogelijk in het donker te staan, als zulk een groote
+blijdschap in het hart vlamt. <span class="pagenum">[<a id="pb287"
+href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span></p>
+<p>De vreemdelingen in de hotels worden gewekt.</p>
+<p>&bdquo;Er is hedennacht feest in Palermo, o signori.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ter eere van wien is er feest?&rdquo; vragen de
+vreemdelingen.</p>
+<p>&bdquo;Ter eere van een der socialisten, dien de regeering in
+vrijheid gesteld heeft. Hij komt hedenmorgen met de stoomboot van
+Napels.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is hij voor een man?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heet Bosco, het volk heeft hem lief.&rdquo;</p>
+<p>En er heerscht bedrijvigheid in de gansche stad.</p>
+<p>Een der geitenherders op den Monte Pellegrino is ijverig bezig
+kleine ruikertjes van bellis te binden, die zijn geiten in den halsband
+zullen dragen.</p>
+<p>En daar hij honderd geiten heeft en alle halsbanden dragen.... Maar
+het moet. Zijn geiten kunnen zich den volgenden dag niet in Palermo
+vertoonen, zonder versierd te zijn ter eere van den feestdag.</p>
+<p>De naaisters hebben tot middernacht moeten werken om alle nieuwe
+kleedingstukken gereed te hebben, die den volgenden dag gedragen zullen
+worden. En als zoo&rsquo;n ijverig naaistertje klaar is met het werk
+voor anderen, dan mag ze aan zichzelf denken.</p>
+<p>Ze zet een paar veeren op haar hoed en trekt de rozetten wat hooger.
+Heden moet zij mooi zijn!</p>
+<p>Huis aan huis begint men te illumineeren. Hier en daar ontsteekt men
+vuurwerk. Knallers en sissers kronkelen zich omhoog op iederen hoek der
+straten.</p>
+<p>De bloemenwinkels aan den langen Via Vittorio Emanuele zijn telkens
+en telkens geheel uitverkocht.</p>
+<p>Steeds meer en meer witte oranjebloemen worden er gevraagd. Geheel
+Palermo is vervuld van den zoeten oranjegeur.</p>
+<p>De portier van Bosco&rsquo;s huis heeft geen oogenblik rust.
+Prachtige taarten en torenhooge bouquetten worden voortdurend langs de
+trappen opgedragen. Welkomstgedichten en telegrammen met gelukwenschen
+stroomen van alle kanten. Er schijnt geen einde aan te zullen komen. De
+arme bronzen keizer op Pazzi Bologna, de leelijke Karel de Vijfde, die
+mager en ellendig is als <span class="corr" id="xd20e7293" title="Bron: Giovani">Giovanni</span> in de woestijn, heeft op een
+onbegrijpelijke wijze een bloemruiker in de hand <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span>gekregen. Als de studenten, die in de nabijheid
+in Quattro Canti zijn, dat hooren, trekken ze in een goed geordenden
+optocht naar het standbeeld, verlichten hem met hun fakkels en roepen
+een &bdquo;lang zal hij leven&rdquo; voor den ouden despoot.</p>
+<p>Een van hen ontneemt hem den ruiker om dien aan den grooten
+socialist te geven.</p>
+<p>Daarna trekken de studenten naar de haven.</p>
+<p>Lang v&oacute;&oacute;rdat zij daar aankomen, zijn hun fakkels
+uitgebrand, maar daar bekommeren zij zich niet om. Zij hebben de armen
+om elkaars hals geslagen, en zingen luid. Nu en dan onderbreken zij hun
+gezang om te roepen: &bdquo;Weg met Crispi! Leve Bosco!&rdquo; Dan valt
+het gezang opnieuw in, maar wordt weer afgebroken, omdat zij, die niet
+zingen kunnen, de zangers omhelzen.</p>
+<p>Gilden en broederschappen komen in optocht uit de stadswijken, waar
+hetzelfde handwerk reeds meer dan duizend jaar uitgeoefend wordt. Daar
+zijn de metselaars met hun zangkoor en vaandels, de moza&iuml;ekwerkers
+en de visschers.</p>
+<p>Als de vereenigingen elkaar ontmoeten, groeten zij elkaar met de
+vaandels. Nu en dan staan ze stil om toespraken te houden. Men spreekt
+over de vijf socialisten, de vijf martelaars, die de regeering nu
+eindelijk aan Sicili&euml; teruggeschonken heeft.</p>
+<p>En de menschenmassa jubelt:</p>
+<p>&bdquo;Leve Bosco! Leve Da Felice! Leve Verro! Leve Barbato! Leve
+Alagano!&rdquo;</p>
+<p>Maar als iemand, die het rumoer der straten wil ontvluchten, naar de
+haven gaat, vraagt hij verbaasd:</p>
+<p>&bdquo;Waar ben ik hier? Madonna Santissima, waar ben ik
+gekomen?&rdquo;</p>
+<p>Want hij had gedacht, dat het nog rustig en stil zou zijn aan de
+haven.</p>
+<p>Maar alle booten en sloepen in de haven van Palermo zijn in beslag
+genomen door verschillende vereenigingen en gezelschappen. Ze drijven
+in de haven, heerlijk versierd met gekleurde Venetiaansche lampions, en
+ieder oogenblik stijgen er van deze booten groote bundels raketten
+omhoog.</p>
+<p>Over de ruw houten banken heeft men prachtige kleeden en dekens
+gespreid en daarop zitten de dames, de schoone <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name="pb289">289</a>]</span>dames van Palermo, gekleed in lichte zijde en
+donker fluweel. Kleine ranke bootjes zweven over het water, nu eens in
+groote groepen, dan weer elk afzonderlijk. De masten en raas der groote
+schepen prijken met wimpels en lampions, de kleine havenstoombootjes
+glijden over het water, met bloemguirlandes om de stoompijpen.</p>
+<p>En onderwijl weerkaatst en spiegelt het water al het licht, zoodat
+de schijn van een lantaarn tot een heelen vuurstroom wordt, en de
+waterdruppels die van de roeispanen vallen, worden gelijk vloeibaar
+goud.</p>
+<p>Op de kade staan honderdduizenden menschen, uitgelaten van vreugde.
+Ze kussen elkaar, ze juichen en zijn gelukkig.</p>
+<p>Ze zijn hun vreugde niet meester, velen van hen weenen.</p>
+<p>Vuur is vreugde. &rsquo;t Is goed dat men vuren ontsteekt.</p>
+<p>Plotseling vlamt een groot vuur op den Monte Pellegrino en daarna
+stijgen hooge vlammen op van de geheele getakte bergketen, die de stad
+omringt. Het vlamt op den Monte Falcone, op San Martino, op den berg
+der duizenden, waarover Garibaldi trok.&mdash;</p>
+<p>Maar op zee vaart de groote stoomboot van Napels, en op deze
+stoomboot bevindt zich Bosco, de socialist.</p>
+<p>Hij kan dien nacht niet slapen. Hij loopt heen en weer op het dek.
+Zijn oude moeder, die naar Napels gegaan is om hem te halen, komt uit
+haar hut om hem gezelschap te houden. Maar hij kan nu niet met haar
+spreken. Spoedig zal hij weer thuis zijn. O, Palermo! Palermo!</p>
+<p>Meer dan twee jaar heeft hij gevangen gezeten. Twee lange jaren van
+kwelling en verlangen. En zijn die ergens goed voor geweest? Zie, dat
+zou hij zoo gaarne willen weten.</p>
+<p>Heeft het zijn zaak iets gebaat, dat hij gevangen gezeten heeft?
+Heeft Palermo aan hem gedacht? Heeft zijn lijden der zaak een enkelen
+aanhanger doen winnen?</p>
+<p>Zijn moeder zit ineengedoken op de kajuittrap te rillen van de
+koude. Hij heeft het haar gevraagd, maar zij weet niets. Zij spreekt
+over den kleinen Francesco en de kleine Lena, hoe zij gegroeid zijn.
+Zij weet niets van hetgeen, waarvoor hij strijdt. Maar nu nadert hij
+zijn moeder, grijpt haar bij de hand en voert haar naar de
+verschansing. Hij vraagt haar of zij niet iets ziet daar ver in het
+zuiden. Zij ziet met <span class="pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290"
+name="pb290">290</a>]</span>haar droeve oogen over de zee en ziet
+slechts den nacht, slechts den donkeren nacht op zee. Ze ziet niet dat
+er een vuurwolk gloeit aan den horizon.</p>
+<p>En hij hervat zijn wandeling en zij kruipt onder de beschermende
+tent. Hij behoeft niet met haar te spreken, &rsquo;t is haar reeds een
+geluk hem weer bij zich te hebben na een scheiding van twee lange
+jaren. Hij was veroordeeld tot vier en twintig jaar gevangenisstraf, en
+zij had niet gedacht hem ooit weer te zien. Maar de koning had hem
+genade verleend, de koning was een goede man. Indien hij slechts de
+macht had zoo goed te zijn, als hij was.</p>
+<p>Bosco wandelt rusteloos op het dek en vraagt den matrozen of ze niet
+een vuurgloed daar ginds aan den horizon zien.</p>
+<p>&bdquo;Daar is Palermo,&rdquo; zeggen de zeelieden. &bdquo;&rsquo;s
+Nachts zweeft er altijd zoo&rsquo;n lichtschijn boven de
+stad.&rdquo;</p>
+<p>Het kan niets zijn, dat hem aangaat, hij wil zich zelf overtuigen,
+dat men niets voor zijn ontvangst doet. Hij kan toch niet verlangen,
+dat alle menschen opeens socialisten geworden zijn.</p>
+<p>Maar na een tijdje denkt hij: &bdquo;Er moet toch iets buitengewoons
+gaande zijn.&rdquo; Alle matrozen verzamelen zich op het voordek.</p>
+<p>&bdquo;Palermo staat in brand,&rdquo; zegt een matroos.</p>
+<p>Ja, dat kon wel het geval zijn.&mdash;En hij lijdt vreeselijk, omdat
+hij verwacht, dat men iets tot zijn ontvangst zou doen. Maar nu
+bemerken de zeelieden de vlammende vuren op de bergen. Neen, het kan
+toch geen brand zijn. &rsquo;t Is zeker een heilige dag. Ze vragen
+elkaar welk feest heden gevierd wordt. Hij tracht ook te gelooven dat
+het zoo is, en vraagt zijn moeder of het een feestdag is.</p>
+<p>Ze komen al nader bij Palermo. Het gedempte feestgeruisch van de
+groote stad dringt tot hen door.</p>
+<p>&bdquo;Geheel Palermo zingt en juicht vannacht,&rdquo; zegt een der
+zeelieden.</p>
+<p>&bdquo;Er is zeker een telegram gekomen van een overwinning in
+Afrika,&rdquo; meent een ander.</p>
+<p>Niemand denkt er aan dat het ter eere van Bosco kan zijn. Hij gaat
+naar het achterdek, hij wil niets meer zien. Hij wil zichzelf niet met
+ijdele verwachtingen kwellen. Zou <span class="pagenum">[<a id="pb291"
+href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>geheel Palermo illumineeren
+voor een armen socialist?</p>
+<p>Nu komt zijn moeder bij hem. &bdquo;Kom mee,&rdquo; zegt ze.
+&bdquo;Zie eens hoe Palermo schittert van licht, &rsquo;t moet zeker
+een koning zijn, die heden verwacht wordt. Kom mee om Palermo te
+zien.&rdquo;</p>
+<p>Hij denkt na. Neen, hij gelooft niet dat de koning Palermo heden
+bezoekt. Maar hij waagt het niet iets anders te denken, nu niemand,
+zelfs niet zijn moeder....</p>
+<p>Opeens schreeuwen allen op de stoomboot luid. &rsquo;t Klinkt als
+een noodkreet. Een groot pleizierjacht stuurt recht op hen aan en
+glijdt nu zacht naast de stoomboot.</p>
+<p>Het geheele jacht schijnt slechts uit bloemen en licht te bestaan.
+Roode en witte draperie&euml;n hangen over boord. Bosco staat op de
+stoomboot en vraagt zich af welke tijding deze schoone bode zal
+brengen. Daar slaat het zeil om en op het witte vlak schittert hem
+tegemoet: &bdquo;Leve Bosco.&rdquo; &rsquo;t Is zijn naam! Niet die van
+een koning of van een zegevierenden generaal! Niemand dan hem geldt
+deze hulde. Zijn naam, zijn naam!</p>
+<p>Het jacht werpt eenige vuurraketten omhoog, een regen van gouden
+sterren valt neer.</p>
+<p>De boot stoomt de haven binnen. Een donderend gejubel weerklinkt; de
+menschen weenen van blijdschap en vervoering.</p>
+<p>Maar Bosco voelt, dat hij zulk een hulde niet verdient. Hij zou
+willen knielen voor deze menschen, die hem huldigen, en hen smeeken hem
+te vergeven, dat hij niets vermag, niets gedaan heeft voor hen
+allen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Door een bizonder toeval is donna Micaela dien nacht in Palermo. Ze
+is daar voor een van de ondernemingen, die ze meent te moeten beginnen
+om het leven te kunnen uithouden. Zij is daar &oacute;f voor de
+marmergroeve &oacute;f voor het moeras, dat zij wil dempen.</p>
+<p>Zij staat beneden bij de haven, zij, zooals alle anderen. Men ziet
+haar aan, als zij zich een weg baant naar het strand, een hooge,
+donkere vrouw, met een voornaam uiterlijk, een bleek gelaat met
+sprekende trekken en smeekende, verlangende, hartstochtelijke oogen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span></p>
+<p>Terwijl het volk jubelt en juicht, voert donna Micaela een hevigen
+strijd. &bdquo;Indien dit nu Gaetano was,&rdquo; denkt zij, kon ik dan,
+zou ik dan....</p>
+<p>&bdquo;Indien al deze menschen jubelen om hem, zou ik
+dan...&rdquo;</p>
+<p>Er heerscht zulk een vreugde in de stad, grooter dan zij ooit gezien
+heeft. De menschen hebben elkaar lief als broeders. En dat is niet
+alleen omdat een socialist thuis komt, maar omdat ze gelooven, dat de
+aarde spoedig gelukkig zal zijn. Indien hij nu kwam, nu deze blijdschap
+rondom mij opbruist, denkt zij. Kon ik dan, zou ik dan....</p>
+<p>Ze ziet hoe het rijtuig van Bosco door de menschenmenigte tracht te
+dringen. Het gaat stap voor stap; langen tijd moet het stilstaan. Er
+zullen vele uren noodig zijn, voordat het rijtuig voorbij de haven
+is.</p>
+<p>Indien hij het was, en ik zag hoe alle menschen zich om hem
+verdrongen, kon ik het dan laten mij in zijn armen te werpen? Kon
+ik...</p>
+<hr class="tb">
+<p>Zoo spoedig zij uit het gedrang komen, neemt ze een wagen en rijdt
+door de vlakte van Conca d&rsquo;oras naar de groote domkerk der
+Noorsche koningen te Monreale.</p>
+<p>Ze treedt binnen en staat oog in oog met het schoonste
+Christusbeeld, dat menschelijke kunst geschapen heeft. Hoog op het koor
+zit de gezegende Christus in stralend moza&iuml;ek, machtig, mystisch
+en majestueus.</p>
+<p>Ontelbaar zijn de pelgrims, die naar Monreale trekken om troost te
+zoeken in het aanschouwen van zijn aangezicht. Ontelbaar zijn de velen,
+die in verre landen naar hem smachten.</p>
+<p>De grond trilt onder de voeten van hem die dit Christusbeeld voor de
+eerste maal aanschouwt. Zijn oogen dwingen den vreemdeling de
+knie&euml;n voor hem te buigen. Zonder dat de bezoeker het weet,
+stamelen zijn lippen:</p>
+<p>&bdquo;O God! Mijn God!&rdquo;</p>
+<p>Rondom op de tempelwanden stralen de wereldgebeurtenissen in de
+moza&iuml;ek. Die voeren de gedachten slechts tot hem; zij zijn daar
+slechts om te zeggen:</p>
+<p>Het gansche verleden behoort hem, het heden is van hem en evenzoo
+behoort hem de geheele toekomst. <span class="pagenum">[<a id="pb293"
+href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span></p>
+<p>De mysteri&euml;n van leven en dood sluimeren in zijn hoofd.</p>
+<p>Daar woont de geest, die het lot der wereld bestuurt.</p>
+<p>Daar heerscht de liefde, die de wereld verlossen zal.</p>
+<p>En donna Micaela roept hem aan:</p>
+<p>&bdquo;Gij, Gods zoon, verlaat mij niet! Laat geen mensch de macht
+hebben mij van u te scheiden!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch3.3"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e7435" class="label">III.</h3>
+<h3 class="main">De thuiskomst.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">&rsquo;t Is een wonderlijk gevoel thuis te komen.
+Terwijl ge nog op reis zijt, kunt ge niet denken, dat het zoo
+wonderlijk zal zijn.</p>
+<p>Wanneer ge komt bij Reggio aan de straat van Messina en Sicili&euml;
+uit de zee ziet opduiken als een nevelland, wordt ge haast
+ongeduldig.</p>
+<p>&bdquo;Is het niets anders?&rdquo; zegt ge. &bdquo;Dat is immers een
+land zooals alle andere.&rdquo;</p>
+<p>En als ge bij Messina aan land stapt, zijt ge nog steeds ongeduldig.
+Er moest iets gebeurd zijn, er moest iets geschied zijn, terwijl ge weg
+waart. Ge hadt niet dezelfde ellende, dezelfde lompen, denzelfden nood
+moeten terugvinden, die ge bij uw vertrek verlaten hebt. Wel ziet ge
+dat de lente gekomen is. De vijgeboomen dragen reeds bladeren, de
+wijnstokken zenden ranken uit, die in een paar uur zichtbaar groeien,
+en een menigte erwten en boonen liggen op de kade.</p>
+<p>Slaat ge een blik op de heuvelen rondom de stad, dan ziet ge dat de
+grauwe cactusplanten, die langs de rotshellingen groeien, bedekt zijn
+met vuurroode bloemen, die schitteren als kleine, vurige vlammen.
+&rsquo;t Schijnt alsof de fichedenda&rsquo;s vol vuur zijn, dat nu is
+uitgebroken.</p>
+<p>Maar hoewel de cactus in vollen bloei staat, is hij nog even grauw,
+stoffig en met spinnewebben bedekt als altijd. En ge zegt tot u zelf,
+dat Sicili&euml; gelijkt op den cactus. Hoe vele lenten er ook over het
+eiland gegaan zijn, het blijft toch altijd het land der grauwe armoede.
+<span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span></p>
+<p>Ge kunt niet begrijpen, dat alles precies gelijk is gebleven. De
+Scylla en de Charybdis hadden moeten bruisen gelijk in vroeger dagen.
+De steenen reuzen in den Girgentitempel moesten opgestaan zijn met
+geboeide leden. Selinunts tempel moest verrezen zijn uit zijn
+puinhoopen. Heel Sicili&euml; moest ontwaakt zijn.</p>
+<p>Als ge nu van Messina langs de kust reist, zijt ge nog steeds
+ongeduldig. Ge ziet, dat de boeren nog steeds het land bewerken met
+houten ploegen en dat hun paarden er nog even mager, ellendig en
+uitgehongerd uitzien, als v&oacute;&oacute;r uw vertrek.</p>
+<p>Ja, alles is precies gelijk gebleven. De zonneschijn valt neer op de
+aarde als een regen van kleuren, de pelagonia&rsquo;s bloeien aan den
+wegkant, de zee ligt zacht blauw en streelt het strand.</p>
+<p>Woeste bergen met hooge kruinen verheffen zich langs de kust. Het
+hooggebergte van den Etna verrijst aan den horizon. Plotseling bemerkt
+ge, dat er iets wonderbaarlijks geschied is. Ge zijt niet meer
+ongeduldig, integendeel, ge verheugt u over de bloeiende velden, de
+bergen en de blauwe zee.</p>
+<p>Ge wordt teruggevoerd tot de schoone aarde als een van haar verloren
+bezittingen. Ge hebt geen tijd aan iets anders dan aan haar te denken.
+Eindelijk komt ge in de nabijheid van uw echt thuis, waar ge uw
+kindsheid hebt doorgebracht.</p>
+<p>Hoe hebt ge zulke goddelooze gedachten kunnen hebben, terwijl ge weg
+waart? Dit arme thuis wildet ge nooit weerzien omdat ge daar te veel
+geleden hebt?&mdash;</p>
+<p>Dan aanschouwt ge opeens de oude bergstad op eenigen afstand, en die
+ziet er vroolijk lachend uit en voelt zich volkomen onschuldig.</p>
+<p>&bdquo;Kom, heb mij opnieuw lief,&rdquo; zegt ze.</p>
+<p>En ge kunt niet anders dan gelukkig en dankbaar zijn, omdat ze uw
+liefde wil aannemen.</p>
+<p>O, als ge nu komt op den zigzagweg, die naar de stadspoort voert! De
+schaduw van een olijfboom valt over u. Wil hij u liefkoozen? Een kleine
+hagedis komt te voorschijn op een muur. Ge moet staan blijven om naar
+haar te kijken. Kan zij niet een oude kennis zijn, die u goedendag wil
+zeggen? <span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span></p>
+<p>Plotseling wordt ge angstig. Uw hart begint te kloppen en te
+hameren. Ge herinnert u, dat ge niet weet wat ge zult hooren, als ge
+thuis komt. Geen brief hebt ge geschreven, niemand hebt ge ontvangen.
+Alles wat u aan uw thuis kon herinneren, hebt ge van u gewezen. Dat was
+het verstandigste nu ge toch nooit weer thuis zoudt komen. En tot dit
+oogenblik was alles wat uw huis betrof, dood voor u.</p>
+<p>Maar nu weet ge niet, hoe ge het leven zult kunnen uithouden indien
+er thuis iets veranderd is. &rsquo;t Zal u zulk een groot verdriet
+veroorzaken, indien de Monte Chiaro slechts &eacute;&eacute;n palm
+verloren heeft, indien er slechts &eacute;&eacute;n enkele steen
+losgeraakt is uit den stadsmuur.</p>
+<p>Zou de groote agave nog op het vooruitspringende rotsblok staan?
+Neen, de agave is er niet meer, die is omvergehakt. En de steenen bank
+aan den weg is gebroken. Die bank zult ge missen, het was altijd zulk
+een heerlijk rustpunt. En zie, op het groene veld onder den amandelboom
+is een schuur gebouwd. Nu kunt ge u nooit meer uitstrekken op dat
+bloeiende klaverveld.</p>
+<p>Ge wordt angstig bij elke schrede. Wat zult ge nu zien? Zoo ontroerd
+zijt ge, dat ge voelt dat ge in tranen zoudt uitbarsten, indien ge
+slechts hoordet, dat er een der oude bedelaarsters gestorven is,
+terwijl ge afwezig waart.</p>
+<p>Neen, ge wist niet dat het zoo wonderlijk is, thuis te komen. Ge
+kwaamt eenige weken geleden uit de gevangenis, en de lusteloosheid der
+gevangenis lag nog over u. Ge wist nauwelijks of ge wel naar huis zoudt
+reizen. De geliefde was dood, &rsquo;t was al te vreeselijk de oude
+wonde opnieuw open te rijten. Zoo liept ge lusteloos rond, maar
+eindelijk vermandet gij u. Gij moest toch naar uw oude, arme moeder. En
+nu ge daar gaat, voelt ge, dat ge hebt verlangd naar elken steen,
+iederen grashalm.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Dadelijk nadat Gaetano in den winkel kwam, heeft donna Elisa zich
+voorgenomen: &bdquo;Nu zal ik met hem spreken over Micaela. Misschien
+weet hij nog niet eens dat zij leeft.&rdquo; Maar zij stelt dat minuut
+na minuut uit, niet alleen omdat zij hem een tijdje voor zich alleen
+wil houden, maar ook omdat hij, <span class="pagenum">[<a id="pb297"
+href="#pb297" name="pb297">297</a>]</span>zoodra hij Micaela&rsquo;s
+naam hoort, liefdesmart en pijn zal gevoelen. Want Micaela wil niet met
+hem trouwen, dat heeft ze donna Elisa duizenden malen gezegd.</p>
+<p>Zij wil hem bevrijden uit de gevangenis, maar ze wil niet de vrouw
+van een vrijdenker worden.</p>
+<p>Slechts een half uur wil donna Elisa Gaetano voor zich zelf
+behouden, slechts een enkel half uurtje.</p>
+<p>Maar zoo lang zal zij zeker niet kunnen zitten met zijn hand in de
+hare en hem duizenden vragen doen, want het volk heeft zijn komst reeds
+vernomen. Opeens staat de straat vol menschen, die hem allen willen
+zien. Donna Elisa heeft den grendel voor de winkeldeur geschoven, want
+zij wist immers, dat zij geen oogenblik rust zou hebben, zoodra men
+Gaetano ontdekt heeft. Maar het baat haar heel weinig.</p>
+<p>De menschen kloppen op de ramen en rammelen aan de deur.</p>
+<p>&bdquo;Don Gaetano,&rdquo; roepen ze. &bdquo;Don Gaetano!&rdquo;</p>
+<p>Gaetano verschijnt lachend op de trap. Ze zwaaien met hun mutsen en
+roepen luid hoera. Hij ijlt tusschen de menschenmenigte en omhelst den
+een na den ander. Maar dat is niet alles wat ze verlangen. Hij moet op
+de trap een toespraak tot hen houden; hij moet hun vertellen hoe hard
+de regeering voor hem geweest is en hoe hij geleden heeft in de
+gevangenis.</p>
+<p>Gaetano lacht nog steeds en gaat op de trap staan.</p>
+<p>&bdquo;De gevangenis,&rdquo; zegt hij, &bdquo;wat zal ik u daarvan
+vertellen? Ik heb elken dag mijn soep gehad, elken middag, dat is meer
+dan velen van u kunnen zeggen.&rdquo;</p>
+<p>De kleine Gandolfo zwaait zijn muts en roept:</p>
+<p>&bdquo;Nu zijn er heel wat meer socialisten in Diamante, dan toen ge
+weggingt, don Gaetano.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe zou dat anders kunnen zijn,&rdquo; lachte hij.
+&bdquo;Alle menschen moeten socialist worden. Is het socialisme dan
+iets gevaarlijks, iets afschuwelijks? Het socialisme is een idylle.
+&rsquo;t Is een idylle van een eigen thuis, van gezegenden arbeid,
+zooals iedere mensch dat droomt in zijn jeugd. Een heele aarde vervuld
+van....&rdquo;</p>
+<p>Hier zwijgt hij plotseling. Toevallig heeft hij een blik geworpen op
+het zomerpaleis. Daar staat donna Micaela op een der balkons en kijkt
+naar hem. <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span></p>
+<p>Hij denkt geen oogenblik, dat zij een visioen of een
+spookverschijning is. Hij ziet dadelijk dat zij leeft. Maar juist
+daarom.... Of het nu ook kwam omdat de gevangenistijd zijn krachten
+verzwakt heeft, en hij zich nu niet beheerschen kan.... hij voelt dat
+hij zich niet staande kan houden. Hij grijpt met de handen in de lucht,
+tracht tegen den deurpost te leunen, maar &rsquo;t helpt niets. Zijn
+beenen dragen hem niet langer, hij valt van de trap en slaat met een
+harden bons zijn hoofd tegen de steenen.</p>
+<p>Hij ligt daar als voor dood.</p>
+<p>Ze vliegen allen op hem af, dragen hem naar binnen, ijlen naar een
+dokter, spreken allen tegelijk en slaan duizenden middeltjes voor om
+hem te helpen.</p>
+<p>Donna Elisa en Pacifica krijgen hem eindelijk in een der
+slaapkamers. Luca jaagt de menschen uit het huis, en stelt zich op
+wacht voor de gesloten deur. Donna Micaela, die met de anderen naar
+binnen gekomen is, neemt hij het eerst van allen bij de hand en brengt
+haar buiten de deur. Zij vooral mag niet binnen blijven. Luca heeft
+zelf gezien hoe Gaetano als door den bliksem getroffen neerstortte,
+toen hij haar zag.</p>
+<p>De dokter doet alle mogelijke moeite om Gaetano weer tot het leven
+te roepen. Maar dat gelukt hem niet, Gaetano ligt daar als versteend.
+De dokter meent dat hij in een gevaarlijken toestand is, hij weet niet
+of hij hem nog kan redden. De bezwijming op zich zelf beteekent immers
+niets, maar de slag op de harde steenen....</p>
+<p>Binnenshuis heerscht groote drukte, maar de arme buitengeslotenen
+kunnen niets anders doen dan wachten en wachten.</p>
+<p>Ze staan den geheelen dag voor donna Elisa&rsquo;s deur. Daar staan
+donna Emilia en donna Concetta, vroeger bestond er niet veel
+vriendschap tusschen haar beiden, maar heden staan ze naast elkaar te
+treuren.</p>
+<p>Vele angstige oogen turen door het winkelraam van donna
+Elisa&rsquo;s huis. De kleine Gandolfo en de oude Assunta van de
+domtrap en de arme stoelmatter staan daar den heelen namiddag zonder
+een oogenblik rust te nemen. &rsquo;t Is vreeselijk, dat Gaetano zal
+sterven, nu zij hem juist weer terug hebben gekregen. <span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" name="pb299">299</a>]</span></p>
+<p>De blinden staan daar te wachten alsof ze hopen, dat hij hun het
+gezicht terug zal geven, en arme menschen, zoowel van Geraci als van
+Corvaja, wachten in angstige spanning hoe het met hun jongen Heer, den
+laatsten Alagona, zal afloopen.</p>
+<p>Hij had hen allen lief, en hij had zulk een groote macht en kracht,
+indien hij slechts in het leven bleef....</p>
+<p>&bdquo;God heeft zijn hand van Sicili&euml; genomen,&rdquo; zeggen
+ze. &bdquo;Allen, die het volk willen helpen, laat hij
+sterven.&rdquo;</p>
+<p>Den geheelen namiddag, den avond tot middernacht staan de menschen
+voor donna Elisa&rsquo;s huis.</p>
+<p>Precies klokslag twaalf verschijnt donna Elisa in de winkeldeur, en
+daalt van de trap.</p>
+<p>&bdquo;Is hij gered?&rdquo; roepen ze allen.</p>
+<p>&bdquo;Neen, zijn toestand is nog hetzelfde.&rdquo;</p>
+<p>Allen zwijgen, eindelijk vraagt een bevende stem:</p>
+<p>&bdquo;Is het erger?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, het is niet erger. Zijn toestand is hetzelfde, de
+dokter is bij hem.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa heeft een zwarte sjaal over het hoofd geworpen, ze
+draagt een lantaarn in de hand. Zij gaat op straat, waar de menschen
+dicht op elkaar gedrongen staan en liggen.</p>
+<p>&bdquo;Is Gandolfo hier?&rdquo; vraagt ze.</p>
+<p>&bdquo;Ja, donna Elisa.&rdquo; Gandolfo komt te voorschijn.</p>
+<p>&bdquo;Ga met mij mede om je kerk voor me te ontsluiten.&rdquo;
+Allen die donna Elisa&rsquo;s woorden verstaan hebben, begrijpen dat ze
+wil gaan bidden in San Pasquale om het Christusbeeld te smeeken voor
+Gaetano&rsquo;s leven. Ze staan allen op en willen met haar gaan.</p>
+<p>Donna Elisa is zeer getroffen door dit medelijden, ze heeft een
+gevoel alsof haar hart grooter wordt.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal u iets vertellen,&rdquo; zegt ze met bevende stem.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb gedroomd. Ik weet niet hoe het kwam, dat ik opeens in
+slaap viel, maar terwijl ik zoo bedroefd bij Gaetano&rsquo;s bed zat,
+sliep ik in. Nauweljks had ik mijn oogen gesloten, of ik zag het
+Christusbeeld met zijn kroon en gouden schoentjes, zooals hij in San
+Pasquale&rsquo;s kerk staat. En hij zei tot mij: &bdquo;Maak de arme
+vrouw, die in mijn kerk ligt te bidden, tot de echtgenoote van uw zoon,
+dan zal hij genezen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Nadat hij dit gezegd had, ontwaakte ik, en toen ik mijn oogen
+opsloeg, was het mij alsof ik het Christusbeeld door den muur zag
+verdwijnen. En nu moet ik naar de kerk om te zien of er een vrouw
+is.</p>
+<p>&bdquo;Maar gij hoort allen, dat ik heilig beloof, dat indien er
+eenige vrouw in San Pasquale is, ik doen zal wat het beeld mij bevolen
+heeft. En indien het ook het armste meisje van de straat is, ik zal
+haar als mijn dochter beschouwen en haar maken tot mijn zoons
+echtgenoote.&rdquo;</p>
+<p>Als donna Elisa dit gezegd heeft, gaat ze door allen gevolgd naar
+Pasquale. Alle arme menschen zijn in gespannen verwachting. Ze kunnen
+zich nauwelijks bedwingen om donna Elisa niet voorbij te snellen om te
+zien of er ook iemand in de kerk is.</p>
+<p>Denk eens, indien het een zigeunerin was, die daar vannacht
+beschutting zocht. Wie anders kan &rsquo;s nachts in de kerk zijn dan
+een arme verlaten stakker?</p>
+<p>&rsquo;t Is een vreeselijke gelofte, die donna Elisa gedaan
+heeft.</p>
+<p>Eindelijk hebben ze de Porta <span class="corr" id="xd20e7584"
+title="Bron: Etne">Etnea</span> bereikt en nu gaat het vlug
+heuvelafwaarts.</p>
+<p>Maar zie, de kerkdeur staat open. Er is dus werkelijk iemand. De
+lantaarn trilt in donna Elisa&rsquo;s hand.</p>
+<p>Gandolfo wil die voor haar dragen, maar zij behoudt die.</p>
+<p>&bdquo;In Godsnaam, in Godsnaam,&rdquo; mompelt zij, terwijl zij de
+kerk binnentreedt.</p>
+<p>Het volk dringt om binnen te komen. Men drukt elkaar bijna dood,
+maar van spanning zwijgen allen. Niemand zegt een woord. Allen staren
+naar het hoogaltaar. Is daar iemand? Is daar iemand? De kleine lamp
+boven het beeld werpt slechts een zeer zwakken lichtschijn. Is er
+iemand?</p>
+<p>Ja, er is iemand. Er ligt een vrouw voor het altaar geknield. Zij
+bidt en heeft het hoofd zoo diep gebogen, dat men niet kan zien, wie
+zij is.</p>
+<p>Nu zij schreden achter zich hoort, richt zij den langen gebogen hals
+op, en ziet om. &rsquo;t Is donna Micaela.</p>
+<p>In het eerste oogenblik is zij verschrikt en ziet er uit als wilde
+ze vluchten. Donna Elisa is ook verschrikt, ze zien elkaar aan, alsof
+ze elkaar nooit tevoren gezien hebben.</p>
+<p>Maar nu zegt donna Micaela heel zacht:</p>
+<p>&bdquo;Ge komt om voor hem te bidden, schoonzuster,&rdquo; en ze
+<span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>schuift een weinig ter zijde, opdat donna Elisa
+voor het beeld zal kunnen knielen.</p>
+<p>Donna Elisa&rsquo;s hand beeft zoo, dat ze de lantaarn op den grond
+moet zetten, haar stem is heesch, als zij vraagt:</p>
+<p>&bdquo;Is niemand anders dan gij hier vannacht geweest,
+Micaela?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, niemand anders.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa moet tegen het altaar leunen om niet te vallen, donna
+Micaela ziet dat. Zij is dadelijk bij haar en legt den arm om haar
+middel.</p>
+<p>&bdquo;Ga zitten, ga zitten!&rdquo; en donna Micaela knielt
+neer.</p>
+<p>&bdquo;Is het zoo slecht met hem? Wij zullen voor hem
+bidden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Micaela,&rdquo; zegt Elisa, &bdquo;ik dacht dat ik hier
+geholpen zou worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, dat zult ge ook.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik droomde, dat het beeld tot mij kwam, en mij beval hier
+heen te gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft ons reeds zoo vele malen geholpen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hij zei tot mij: Maak de arme vrouw, die voor mijn
+altaar ligt, tot de echtgenoote van uwen zoon, dan zal hij
+genezen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zei hij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zou de vrouw, die hier bad, tot mijn zoons echtgenoote
+maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dat wildet ge? Gij wist immers niet wie gij hier zoudt
+vinden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Onderweg deed ik de belofte&mdash;en zij die mij volgden,
+hebben het gehoord&mdash;dat wie het ook zou zijn, ik haar in mijn
+armen zou nemen en naar mijn huis zou voeren. Ik dacht dat God een arme
+vrouw wilde helpen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat is zeker ook het geval.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik was zoo bedroefd toen ik zag, dat niemand anders hier was
+dan gij.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela geeft geen antwoord, ze ziet slechts naar het beeld.
+&bdquo;Wilt ge dat? Wilt ge dat?&rdquo; vraagt ze ontroerd.</p>
+<p>Donna Elisa gaat door met klagen. &bdquo;Ik zag hem zoo duidelijk,
+en hij heeft ons nog nooit bedrogen. Ik dacht dat een arm meisje, dat
+geen thuis had, om een man gesmeekt had.</p>
+<p>&bdquo;Zoo iets is wel eens vroeger voorgekomen. Wat zal ik nu
+doen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span></p>
+<p>Zij klaagt en jammert, en zij kan de gedachte maar niet uit haar
+hoofd zetten, dat het een arme vrouw moet zijn.</p>
+<p>Op &rsquo;t laatst wordt donna Micaela ongeduldig.</p>
+<p>Zij grijpt haar bij den arm en schudt dien. &bdquo;Maar donna Elisa,
+donna Elisa.&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa hoort haar niet; ze jammert maar steeds.</p>
+<p>&bdquo;Wat zal ik doen, wat zal ik doen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar maak dan de arme vrouw, die hier ligt, tot de
+echtgenoote van uw zoon, donna Elisa!&rdquo;</p>
+<p>Donna Elisa ziet op en aanschouwt een bekoorlijk stralend
+gelaat!</p>
+<p>Maar slechts een oogenblik, want donna Micaela verbergt het haastig
+aan donna Elisa&rsquo;s schouder.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Donna Elisa en donna Micaela gaan te zamen terug naar de stad. De
+straat kronkelt zich zoo, dat ze donna Elisa&rsquo;s huis niet kunnen
+zien, v&oacute;&oacute;rdat zij er heel dicht bij zijn. Als zij het
+eindelijk in het gezicht krijgen, zien ze dat de winkelramen verlicht
+zijn. Vier groote waskaarsen branden achter de trossen
+rozenkransen.</p>
+<p>De twee vrouwen drukken elkaar de hand. &bdquo;Hij leeft, hij
+leeft,&rdquo; fluisteren zij.</p>
+<p>&bdquo;Ge moogt hem niets zeggen van hetgeen het beeld u bevolen
+heeft,&rdquo; zegt donna Micaela.</p>
+<p>Voor den winkel omhelzen zij elkaar en gaan elk naar haar huis. Na
+een tijdje verschijnt Gaetano op de winkeltrap. Een oogenblik staat hij
+stil, terwijl hij de frissche nachtlucht inademt. Dan ziet hij, dat er
+nog licht brandt in het zomerpaleis aan de overzij van de straat.</p>
+<p>Gaetano ademt diep en heftig, hij schijnt haast bevreesd om verder
+te gaan. Plotseling ijlt hij weg als iemand, die een onafweerbaar
+ongeluk tegemoet gaat.</p>
+<p>De poort van het zomerpaleis is niet gesloten, hij springt de trap
+op en rukt de deur der muziekzaal open zonder aan te kloppen.</p>
+<p>Donna Micaela zit te denken of hij nog hedennacht zal komen of
+wachten zal tot den volgenden morgen.</p>
+<p>Dan hoort zij schreden op de galerij.</p>
+<p>Een angstig gevoel grijpt haar aan. Hoe zal hij nu zijn? Zij
+<span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span>heeft zoo ongelooflijk naar hem verlangd. Zal
+hij nu werkelijk zoo zijn, dat eindelijk al haar verlangen bevredigd
+wordt?</p>
+<p>En zullen er geen nieuwe muren tusschen hen oprijzen? Zullen ze
+elkaar &eacute;&eacute;n keer alles kunnen zeggen? Zullen ze nu over
+liefde of over socialisme spreken?</p>
+<p>Als hij de deur openrukt, tracht ze hem tegemoet te gaan, maar zij
+kan niet. Heel haar lichaam trilt, ze gaat zitten en bedekt haar oogen
+met de handen. Zij verwacht dat hij haar in zijn armen zal sluiten en
+haar kussen zal. Maar dat doet hij stellig niet. Gaetano pleegt niet te
+doen, wat men van hem verwacht.</p>
+<p>Zoodra hij uit zijn bezwijming ontwaakte, heeft hij zich in de
+kleeren geworpen om naar haar te gaan. Hij is eigenlijk uitgelaten
+vroolijk, hij zou willen, dat ook zij het zoo licht opnam. Hij wil niet
+ontroerd zijn<span class="corr" id="xd20e7696" title="Niet in bron">.</span> Hij kan nu geen aandoening verdragen, &rsquo;s
+voormiddags is hij toch ook in onmacht gevallen. Hij staat stil naast
+haar tot zij haar kalmte herwonnen heeft.</p>
+<p>&bdquo;Gij hebt geen sterke zenuwen,&rdquo; zegt hij.</p>
+<p>Dat is alles wat hij zegt.</p>
+<p>Zij en donna Elisa en alle menschen in Diamante zijn overtuigd, dat
+hij gekomen is om haar in zijn armen te sluiten en haar te zeggen, dat
+hij haar liefheeft.</p>
+<p>Maar juist daarom is het Gaetano onmogelijk. Sommige menschen hebben
+een oppositiegeest, ze kunnen nooit doen, wat men verwacht, dat zij
+zullen doen.</p>
+<p>Gaetano begint haar van zijn reis te vertellen. Hij spreekt niet
+eens over het socialisme. Hij spreekt van den trein, den conducteur en
+het eigenaardige reisgezelschap.</p>
+<p>Donna Micaela ziet hem aan, haar oogen beginnen al inniger te
+smeeken. Gaetano schijnt blij en gelukkig te zijn haar te zien. Maar
+waarom kan hij niet zeggen, wat hij moet zeggen?</p>
+<p>&bdquo;Hebt ge met den Etnaspoorweg gereisd?&rdquo; vraagt zij.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordt hij en begint kalm uit te weiden over
+het nut en de schoonheid van dezen nieuwen spoorweg. Hij weet in het
+geheel niet hoe die tot stand is gekomen.</p>
+<p>Gaetano zegt tot zich zelf dat hij een barbaar is. Waarom zegt hij
+haar niet de woorden waarnaar zij smacht? Maar waarom zit zij daar ook
+zoo onderdanig? <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304"
+name="pb304">304</a>]</span></p>
+<p>Waarom toont zij, dat hij slechts zijn hand behoeft uit te strekken
+om haar te nemen?</p>
+<p>Hij is jubelend, stralend gelukkig weer in haar nabijheid te zijn,
+maar zij is hem zoo zeker, zoo zeker.&mdash;&rsquo;t Is zoo aardig haar
+een weinig te plagen.</p>
+<p>Het volk staat nog op straat, en alle menschen voelen zich verheugd
+alsof ze een dochter uithuwelijken.</p>
+<p>Zij hebben slechts geduld gehad om Gaetano tijd te geven zich te
+verklaren.</p>
+<p>Maar nu moet hij dat zeker wel gedaan hebben.</p>
+<p>En zij beginnen te roepen:</p>
+<p>&bdquo;Leve Gaetano! Leve Micaela!&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela ziet met een onbeschrijflijk gepijnigden blik op. Hij
+moet toch begrijpen, dat zij daaraan geen schuld heeft. Zij gaat naar
+de galerij en zendt Lucia naar beneden met het verzoek of zij
+daarbuiten stil willen zijn.</p>
+<p>Als zij weer in de kamer komt, is Gaetano opgestaan. Hij reikt haar
+de hand, hij wil gaan.</p>
+<p>Donna Micaela geeft hem de hand zonder bijna te weten wat zij doet.
+Maar plotseling trekt zij haar hand terug.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; zegt zij.</p>
+<p>Hij wil gaan en wie weet of hij morgen terugkomt. En zij heeft niet
+met hem gesproken, ze heeft geen woord gezegd van hetgeen haar op het
+hart ligt.</p>
+<p>Het behoefde tusschen hen niet te zijn als tusschen gewone
+verliefden. Hij had immers haar leven het leven gegeven, gedurende
+zoovele jaren. Of hij haar nu sprak van liefde of niet, dat was haar
+onverschillig. Zij wilde hem zeggen wat hij voor haar geweest was.</p>
+<p>En juist nu. Men moet den tijd gebruiken waar het Gaetano geldt. Zij
+waagt het niet hem te laten gaan.</p>
+<p>&bdquo;Ge moogt nog niet vertrekken,&rdquo; zegt zij. &bdquo;Ik moet
+u iets zeggen.&rdquo; Zij zet een stoel voor hem gereed, zelf neemt zij
+iets achter hem plaats. Zijn oogen stralen al te vroolijk hedenavond,
+die doen haar pijn. Dan begint zij te spreken. De groote, verborgen
+schatten van haar leven legt zij voor hem bloot. Dat waren al de
+woorden, die hij tot haar gesproken heeft, al de droomen, die hij haar
+heeft doen droomen. Zij heeft niets verloren. Alles heeft zij gespaard
+en verzameld; het is de gansche rijkdom van haar arm leven geweest.
+<span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span></p>
+<p>In het begin spreekt zij haastig, alsof zij een les opzegt. Zij is
+bang voor hem; zij weet niet of het hem aangenaam is dat ze spreekt.
+Dan waagt ze het hem aan te zien. Nu is hij ernstig, nu is hij in het
+geheel niet vroolijk meer.</p>
+<p>Hij zit stil te luisteren alsof hij geen lettergreep wil verloren
+laten gaan. Zoo straks was zijn gelaat ziekelijk aschgrauw, maar nu
+verandert het plotseling. Zijn aangezicht begint te schitteren als van
+een zalige.</p>
+<p>Zij vertelt en vertelt. Zij ziet aan hem, dat ook zij nu schoon is.
+Hoe zou het ook anders kunnen zijn. Eindelijk, eindelijk kan zij hem
+alles zeggen.</p>
+<p>Ze mag hem zeggen, hoe de liefde tot haar kwam en haar sedert nooit
+weer verliet. Eindelijk mag zij hem zeggen, wat hij voor haar geweest
+is.</p>
+<p>Woorden kunnen het niet genoeg uitdrukken. Ze grijpt zijn hand en
+kust die.</p>
+<p>Hij laat dat geschieden zonder zich te verroeren. De kleur van zijn
+gelaat wordt niet hooger, maar doorschijnender, klaarder. Zij moet aan
+Gandolfo denken, die zei, dat Gaetano&rsquo;s gezicht zoo bleek werd,
+dat het lichtte.</p>
+<p>Hij valt haar niet in de rede. Zij vertelt hem van den spoorweg,
+verhaalt van de wonderen van het Christusbeeld. Nu en dan ziet hij haar
+aan. Zijn oogen stralen haar tegemoet. Hij lacht haar volstrekt niet
+uit.</p>
+<p>Zij zou gaarne willen weten wat hij nu denkt. Hij ziet er uit, alsof
+hetgeen zij hem vertelt niet veel nieuws voor hem is. Hij schijnt alles
+reeds te weten wat zij zegt.</p>
+<p>Kwam het misschien, omdat de liefde, die hij voor haar gevoelt,
+juist zoo is als haar liefde voor hem? Wekte die in hem ook het
+edelste, dat in zijn ziel sluimerde? Was die ook de verheffende kracht
+van zijn leven geweest? Had die vleugels gegeven aan zijn
+kunstenaarsziel? Had die hem de armen en onderdrukten doen liefhebben?
+Bezielt die liefde hem, zoodat hij voelt dat hij een kunstenaar, een
+apostel is, en niets te hoog is voor hem?</p>
+<p>Daar hij nog steeds zwijgt, denkt zij, dat hij zich misschien niet
+wil binden aan haar. Hij heeft haar lief, maar hij wil misschien een
+vrij man blijven. Hij meent misschien, dat zij niet past voor de vrouw
+van een socialist. <span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306"
+name="pb306">306</a>]</span></p>
+<p>Haar bloed begint te koken. Zij denkt, dat hij misschien meent, dat
+zij bedelt om zijn liefde.</p>
+<p>Zij heeft hem bijna alles verhaald, wat gebeurd is in den tijd, dat
+hij afwezig was. Nu breekt zij plotseling haar verhaal af.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb je liefgehad,&rdquo; zegt zij. &bdquo;Ik zal je altijd
+liefhebben en ik zou gewenscht hebben, dat je mij nog
+&eacute;&eacute;nmaal zeidet, dat je mij liefhebt. Dan zou de scheiding
+gemakkelijker te dragen zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Werkelijk?&rdquo; zegt hij.</p>
+<p>&bdquo;Kan ik ooit je vrouw worden?&rdquo; zegt ze; haar stem beeft
+van smart. &bdquo;Ik vrees niet meer zooals vroeger je leer, ik ben
+niet meer bang voor je armen; ook ik wil de aarde herscheppen zooals
+gij. Maar ik ben een geloovige. Hoe zou ik met je kunnen leven als je
+daarin niet gelijk met mij denkt? Of zou je mij tot ongeloof willen
+verleiden? Dan zou de wereld dood voor mij zijn. Alles zou doel en
+beteekenis voor mij verloren hebben. Ik zou een rampzalig, ellendig
+mensch zijn. We moeten scheiden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Werkelijk?&rdquo; Zijn oogen beginnen te schitteren van
+ongeduld.</p>
+<p>&bdquo;Nu moet je gaan,&rdquo; zegt ze stil. &bdquo;Ik heb je alles
+verteld, wat ik zeggen wilde. Ik zou gewenscht hebben, dat je mij iets
+te zeggen hadt gehad. Maar misschien is het zoo beter voor ons beiden.
+We moeten de scheiding niet zwaarder maken, dan zij reeds
+is.&rdquo;</p>
+<p>Gaetano&rsquo;s eene hand grijpt hard om haar handen, met de andere
+houdt hij haar hoofd vast, zoo kust hij haar.</p>
+<p>Was zij waanzinnig, dat zij kon denken, dat hij door iets, iets ter
+wereld zich van haar zou laten scheiden? <span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch3.4"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e7794" class="label">VI.</h3>
+<h3 class="main">Slechts van deze wereld.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen zij opgroeide, zeiden alle menschen van haar:
+&bdquo;Zij wordt een heilige, zij wordt stellig een heilige.&rdquo;</p>
+<p>Haar naam was Margherita Cornado. Zij woonde in Girgenti, dat aan de
+Zuidkust van Sicili&euml; in het groote mijndistrict ligt.</p>
+<p>Toen zij nog een kind was, werkte haar vader in de mijnen, later
+kreeg hij een kleine erfenis, zoodat hij niet meer behoefde te werken.
+Er was een klein, smal, armoedig dakterras op het huis van Margherita
+Cornado in Girgenti. Een steile, smalle trap leidde daarheen, en men
+moest door een lage deuropening kruipen om op het terras te komen.</p>
+<p>Was men daar, dan zag men niet alleen een menigte daken, maar ook de
+lucht boven de stad, die doorpriemd was met de talrijke torens en
+spitse gevels der kerken. En iedere gevel en elke toren was een
+trillend kantwerk van beelden, loggia&rsquo;s en sierlijke
+baldakijns.</p>
+<p>Achter de stad zag men een groote vlakte, die neerdaalde tot de zee,
+en daaromheen een halven cirkel van bergen, die de vlakte
+bewaakten.</p>
+<p>De vlakte glansde gloeiend rood, de zee email blauw en de
+berghelling goudgeel. Het geheel deed denken aan den kleurengloed en de
+pracht van het Oosten.</p>
+<p>Maar men zag nog veel meer dan dit. Oude tempels lagen verstrooid
+over het dal. Ru&iuml;nes en merkwaardige oude torens schitterden in
+den zonneschijn. &rsquo;t Was een heele sprookjeswereld. <span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span></p>
+<p>Toen Margherita Cornado opgroeide, placht zij het grootste gedeelte
+van den dag hier door te brengen. Maar zij keek niet naar het heerlijke
+landschap. Haar geest was door iets anders in beslag genomen.</p>
+<p>Haar vader had haar verteld van het leven in de zwavelmijnen, waar
+hij gewerkt had. Terwijl Margherita Cornado daar op het frissche terras
+zat, vertoefde ze in gedachten steeds in de donkere, benauwde
+mijngangen.</p>
+<p>Zij kon niet nalaten aan al de ellende te denken, die in de mijnen
+heerschte. Vooral moest zij aan de kinderen denken, die het erts uit de
+mijnen aansleepten.</p>
+<p>&bdquo;De kleine wagens&rdquo; noemde men hen. Dat woord bleef
+steeds in haar geheugen haken.</p>
+<p>Arme, arme wagentjes! kleine mijnwagentjes!</p>
+<p>Zij kwamen &rsquo;s morgens vroeg bij de mijn, en volgden dan elk
+hun arbeider in de groeve. Zoodra hij erts genoeg uitgehakt had,
+belastte hij zijn &bdquo;wagentje&rdquo; met een mand vol erts en dan
+begonnen dezen op te stijgen. Verscheidenen van hen ontmoetten elkaar
+onderweg en vormden dan een langen optocht. Ze begonnen dan te
+zingen:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De tocht is gedaan met pijn en nood,</p>
+<p class="line">Met den twintigsten ben ik misschien reeds dood.</p>
+</div>
+<p class="first">Als zij <span class="corr" id="xd20e7833" title="Bron: eindeljk">eindelijk</span> in het daglicht kwamen, ledigden zij
+hun manden met erts en wierpen zich op den grond om een oogenblik uit
+te rusten. De meeste knapen sleepten zich dan naar de zwavelhoudende
+waterpoelen, die dicht bij de mijnschacht waren en dronken van het
+stinkende water.</p>
+<p>Maar spoedig moesten ze weer naar beneden en ze verzamelden zich bij
+de schacht. En terwijl ze naar beneden klauterden, riepen ze:</p>
+<p>&bdquo;Mijn God, mijn God, erbarm u onzer! erbarm u
+onzer!&rdquo;</p>
+<p>En elken keer, dat de wagentjes boven kwamen, werd hun gezang
+klagender. Ze snikten en schreiden, terwijl ze opstegen uit de
+mijn.</p>
+<p>De wagentjes baadden in zweet, de zware manden groeven diepe wonden
+in hun schouders.</p>
+<p>Terwijl ze op en neer gingen zongen ze: <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zeven tochten gedaan in pijn en nood,</p>
+<p class="line">&rsquo;t Leven is erger dan de dood.</p>
+</div>
+<p class="first">Gedurende heel haar jeugd had Margherita Cornado
+medelijden gevoeld met deze ongelukkige kinderen.</p>
+<p>En juist omdat zij altijd aan hun rampzalig lot dacht, geloofde men
+dat zij een heilige zou worden.</p>
+<p>Ze vergat hen ook niet, toen zij ouder werd. Zoodra zij volwassen
+was, ging zij naar Grotte, waar de meeste mijnen zijn, en als dan de
+wagentjes in het daglicht kwamen, verkwikte zij hen bij de schacht met
+helder, zuiver water. Zij droogde het zweet van hun gelaat, zij verbond
+de wonden aan hun schouders.</p>
+<p>&rsquo;t Was niet veel, wat zij voor hen doen kon, maar toch
+geloofden de wagentjes, dat zij het leven niet meer konden dragen,
+indien Margherita Cornado niet kwam om hen te troosten.</p>
+<p>Maar ongelukkig voor de wagentjes, was Margherita zeer schoon. Eens
+zag een der mijningenieurs haar, terwijl zij hen troostte, en hij kreeg
+haar dadelijk zeer lief. Een paar weken later kwam Margherita Cornado
+in het geheel niet meer bij de mijnen in Grotte. Zij zat thuis in
+Girgenti aan haar uitzet te naaien. Ze zou trouwen met den
+mijningenieur. Zij zou een goede partij doen en verwant worden aan de
+eersten der stad. Nu kon zij zich immers niet meer bekommeren om de
+wagentjes.</p>
+<p>Een paar dagen voor de bruiloft kwam de oude bedelaarster Santuzza,
+die Margherita&rsquo;s peettante was, bij haar en verlangde haar te
+spreken. Ze begaven zich naar het dakterras om ongestoord te kunnen
+zijn.</p>
+<p>&bdquo;Margherita,&rdquo; zei de oude vrouw, &bdquo;gij leeft in
+zulk een glans en heerlijkheid, dat het misschien weinig baat nu tot u
+te spreken over degenen, die in nood en kommer leven. Die allen hebt ge
+geheel vergeten.&rdquo;</p>
+<p>Margherita berispte haar, omdat zij zoo kon spreken.</p>
+<p>&bdquo;Ik breng u de groeten van mijn zoon Orestes. Het gaat hem
+slecht, hij heeft uw raad noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ge weet dat ge vrij tot mij kunt spreken, Santuzza,&rdquo;
+zei het meisje.</p>
+<p>&bdquo;Orestes werkt niet langer in de mijnen van Grotte, hij
+<span class="pagenum">[<a id="pb310" href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span>is vertrokken naar Racalmuto, en hij heeft het
+daar zeer slecht.</p>
+<p>&bdquo;Niet omdat het loon zoo karig is, maar omdat de ingenieur zoo
+hard is, dat hij de arme menschen tot hun laatsten bloeddruppel
+pijnigt.&rdquo;</p>
+<p>Santuzza verhaalde nu hoe de ingenieur de arbeiders plaagde. Hij
+berekende hun arbeidstijd te kort, hij liet hen boete betalen, als zij
+een dag verzuimden. Hij bestuurde de mijnen niet goed. Instorting op
+instorting vond plaats. Niemand was zeker van zijn leven zoolang hij
+onder den grond was.</p>
+<p>Margherita, Orestes had een zoon. Een heerlijken knaap, die onlangs
+tien jaar geworden is. Toen kwam de ingenieur op een dag bij Orestes en
+wilde den knaap van hem koopen om hem bij de wagentjes te plaatsen.</p>
+<p>Maar Orestes wilde niet. Zijn zoontje zou niet vermoord worden door
+zulk een bovenmatigen arbeid.</p>
+<p>Toen dreigde de ingenieur hem, dat hij van de mijn gejaagd zou
+worden.</p>
+<p>Santuzza maakte een pauze.</p>
+<p>&bdquo;En toen?&rdquo; vroeg Margherita.</p>
+<p>&bdquo;Ja, toen stond Orestes zijn zoon af aan den ingenieur.</p>
+<p>&bdquo;Den volgenden dag sloeg deze den knaap, hij sloeg hem bijna
+elken dag. De knaap werd al zwakker en zwakker. Orestes smeekte den
+ingenieur den knaap te sparen, maar hij had geen erbarmen. Hij zei dat
+de kleine lui was, en hij bleef den knaap vervolgen.&mdash;En nu is hij
+dood. Mijn kleinzoon is dood, Margherita.&rdquo;</p>
+<p>Het meisje had opeens haar gansche geluk vergeten. Opnieuw was zij
+slechts de dochter van den mijnwerker, de schutspatrones der wagentjes;
+het arme meisje, dat op het lichte terras placht te weenen over de
+ellende in de zwarte mijnen.</p>
+<p>&bdquo;Waarom laat men dien man leven?&rdquo; riep zij uit.</p>
+<p>Santuzza keek haar uitvorschend aan. Toen haalde zij een mes uit
+haar zak.</p>
+<p>&bdquo;Dit zendt Orestes u met duizend vragen,&rdquo; zei ze.</p>
+<p>Margherita Cornado nam het mes, kuste de kling en gaf het terug
+zonder een woord te spreken.</p>
+<p>De avond voor de bruiloft brak aan. De ouders van den <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>bruidegom wachtten op hun zoon. Tegen
+zonsondergang zou hij uit de mijnen komen. Maar hij kwam niet. Laat in
+den nacht zonden ze een knecht uit om naar hem te zoeken. Deze vond hem
+een mijl van Girgenti. Hij lag vermoord aan den wegkant.</p>
+<p>Men zocht ijverig naar den moordenaar. Alle mijnwerkers moesten een
+streng verhoor ondergaan, maar de schuldige werd niet ontdekt.</p>
+<p>Geen getuige gaf zich aan, niemand wilde een kameraad verraden. Toen
+klaagde Margherita Cornado den zoon van haar peetmoeder, Orestes, aan
+als den moordenaar van haar bruidegom.</p>
+<p>Dit deed zij hoewel zij wist, dat haar bruidegom schuldig was aan
+alles, waarvan Santuzza hem aangeklaagd had. Dit deed zij hoewel zij
+zelf zijn vonnis geveld had door het mes te kussen.</p>
+<p>Maar nauwelijks had zij Orestes aangeklaagd, of ze werd door een
+hevig berouw aangegrepen, gewetenswroeging verteerde haar.</p>
+<p>In een ander land dan Sicili&euml; zou hetgeen zij gedaan had, niet
+als een misdaad gerekend worden.</p>
+<p>Een Siciliaan echter sterft liever dan dat hij als aanklager
+optreedt.</p>
+<p>Margherita Cornado had geen rust, dag noch nacht. In haar hart was
+een voortdurende, verterende angst, een eeuwige rampzaligheid vervulde
+haar. Zij werd niet streng veroordeeld, omdat men wist, dat ze den
+vermoorden had liefgehad en vond, dat Santuzza te wreed jegens haar was
+geweest. Niemand sprak verachtelijk over haar, niemand wendde het hoofd
+af om haar niet te groeten.</p>
+<p>Maar het hielp haar niet, dat de anderen mild jegens haar waren. Het
+berouw woonde in haar hart en schrijnde als een open wonde.</p>
+<p>Orestes werd veroordeeld tot levenslange galeistraf. Santuzza stierf
+een paar weken, nadat haar zoon veroordeeld was.</p>
+<p>Margherita kon geen vergeving verkrijgen, noch van den een, noch van
+de andere.</p>
+<p>Zij riep de heiligen aan, maar dezen wilden haar niet helpen. Niets
+ter wereld scheen in staat te zijn om den verpletterenden last der
+gewetenswroeging van haar af te wentelen. <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span></p>
+<p>In dezen tijd verscheen de beroemde Franciscanermonnik fra Gondo in
+Girgenti. Hij predikte om de menschen op te wekken een pelgrimstocht
+naar Diamante te doen.</p>
+<p>Fra Gondo gaf er niet om, dat de paus het beeld in San Pasquale nog
+niet als wonderdoend erkend had. Hij had de blinde zangers op hun
+tochten over het eiland getroffen en hen hooren verhalen van het beeld.
+Lange, heerlijke nachten had hij gezeten aan vader Elia&rsquo;s en
+broeder <span class="corr" id="xd20e7939" title="Bron: Tommasso&rsquo;s">Tomasso&rsquo;s</span> voeten en zij hadden
+hem van het avondrood tot het <span class="corr" id="xd20e7942" title="Bron: uchtendkrieken">ochtendkrieken</span>, verhaald van het
+beeld.</p>
+<p>En nu verwees de machtige prediker alle bedroefden naar dezen
+wonderdoener.</p>
+<p>Hij spoorde de menschen aan, dezen heiligen tijd niet ongebruikt te
+laten voorbijgaan.</p>
+<p>&bdquo;Het Christuskind,&rdquo; zei hij, &bdquo;wordt niet genoeg
+vereerd op Sicili&euml;. Nu is de tijd aangebroken, dat het hier een
+eigen kerk en eeredienst wil hebben. En om dat te krijgen, laat hij nu
+wonder op wonder verrichten door het heilige beeld.&rdquo;</p>
+<p>Pater Gondo, die zijn noviciaat doorgebracht had in Aracoeli&rsquo;s
+klooster op het Kapitool, vertelde het volk van het Christuskind daar
+en van de duizenden wonderen, die hij verricht had.</p>
+<p>&bdquo;En nu wil dat goede, kleine kind op Sicili&euml; aangebeden
+worden,&rdquo; zei pater Gondo.</p>
+<p>&bdquo;Laat hem niet langer tevergeefs aankloppen, opent de poort
+voor hem!</p>
+<p>&bdquo;Nu in deze dagen is de hemel mild. Laten wij de eersten zijn,
+die het beeld erkennen! Laten wij zijn als de herders en wijzen van het
+Oosten, laat ons gaan naar het heilige kind, terwijl het nog ligt op
+het stroobed in de armoedige grot!&rdquo;</p>
+<p>Een nieuwe hoop ontwaakte in Margherita Cornado&rsquo;s hart toen
+zij dit hoorde. Zij was de eerste, die gehoor gaf aan pater
+Gondo&rsquo;s oproeping. Later sloten zich nog anderen bij hem
+aan.&mdash;Veertig pelgrims ondernamen met hem den tocht door de
+woestijn naar Diamante.</p>
+<p>Ze waren allen zeer arm en ongelukkig, maar pater Gondo liet ze
+onder gezang en gebed optrekken. Spoedig begonnen hun oogen te stralen,
+alsof de ster van Bethlehem hen voorlichtte. <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Weet ge,&rdquo; zei pater Gondo, &bdquo;waarom Gods zoon
+grooter is dan alle andere heiligen? Omdat hij de ziel heiligheid
+geeft, omdat hij de zonden vergeeft, omdat hij den geest een zalige
+rust in God schenkt, omdat zijn rijk niet slechts van deze wereld
+is.&rdquo;</p>
+<p>Als de kleine schare vermoeid was, wekte hij haar op met verhalen
+van de wonderen, die het beeld reeds gedaan had. De legenden der blinde
+zangers werden tot verkwikkende vruchten en opwekkenden wijn voor de
+moede pelgrims.</p>
+<p>En ze schreden met lichten tred verder alsof ze trokken naar
+Nazareth, om den timmermanszoon te zien.</p>
+<p>&bdquo;Hij zal het lijden van ons nemen,&rdquo; zei pater Gondo.
+&bdquo;Als wij terugkeeren zal ons hart bevrijd zijn van alle
+kwelling.&rdquo;</p>
+<p>En gedurende den tocht door de verschroeide, gloeiend heete
+woestijn, waar geen enkele boom schaduw gaf en waar het water bitter
+smaakte van zwavel en zout, voelde Margherita Cornado dat haar smart
+draaglijker werd.</p>
+<p>&bdquo;De kleine hemelkoning zal dit lijden van mij nemen,&rdquo;
+zei ze.</p>
+<p>Op een dag in Mei bereikten de pelgrims eindelijk den voet van
+Diamante&rsquo;s berg. Daar eindigde de woestijn, groene olijfbosschen
+en frissche struiken omringden hen. De berg straalde, de stad straalde.
+Ze voelden, dat ze op een plaats gekomen waren, die lag onder Gods
+genade.</p>
+<p>Verheugd gingen ze op langs den zigzagweg en met luide, jubelende
+stemmen hieven ze een oud pelgrimslied aan.</p>
+<p>Toen ze den berg een eindweegs beklommen hadden, kwamen de menschen
+uit Diamante hen juichend tegemoet. Men had den arbeid weggeworpen en
+was naar buiten gesneld, toen men de eentonige klanken van het oude
+pelgrimslied hoorde. En het volk van Diamante omhelsde en kuste de
+pelgrims.</p>
+<p>Men had hen reeds zoo lang verwacht, men had niet kunnen begrijpen,
+waarom ze niet eerder waren gekomen.</p>
+<p>Diamante&rsquo;s Christusbeeld was een machtige wonderdoener, hij
+was zoo barmhartig, zoo goed, dat alle menschen tot hem moesten komen.
+Toen Margherita Cornado dit hoorde, <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span>had zij een gevoel,
+alsof haar hart reeds verlost was van alle pijn.</p>
+<p>De menschen van Diamante troostten haar.</p>
+<p>&bdquo;Hij zal u stellig helpen, hij helpt u allen,&rdquo; zeiden
+ze.</p>
+<p>&bdquo;Niemand heeft nog tevergeefs tot hem gebeden.&rdquo;</p>
+<p>Bij de stadspoort scheidden de pelgrims van elkaar. De menschen van
+Diamante namen hen mede naar hun huizen, opdat zij zich verfrisschen en
+verkwikken zouden, na den moeitevollen tocht. Over een uur zouden ze
+elkaar weer ontmoeten bij de Porta Etnea om samen naar het beeld te
+gaan.</p>
+<p>Maar Margherita had geen geduld om een heel uur te wachten. Zij
+vroeg den weg naar de kerk San Pasquale en ging daar alleen heen
+v&oacute;&oacute;r alle anderen....</p>
+<p>Toen Pater Gondo en de pelgrims een uur later in San Pasquale
+kwamen, zagen ze Margherita Cornado liggen voor het hoogaltaar. Ze
+scheen hen niet te bemerken. Maar toen pater Gondo in haar nabijheid
+kwam, vloog ze op, alsof ze op den loer gelegen had en wierp zich op
+hem. Ze greep hem bij de keel en wilde hem worgen.</p>
+<p>Zij was groot, en sterk en krachtig gebouwd. Het was een heete
+strijd v&oacute;&oacute;rdat pater Gondo en een paar pelgrims er in
+slaagden haar vast te binden. Zij was volslagen krankzinnig en
+woest.</p>
+<p>De pelgrims waren in plechtigen optocht gekomen, ze zongen en
+hielden brandende kaarsen in de hand.</p>
+<p>Het was een lange stoet, want heel veel menschen uit Diamante hadden
+zich aangesloten bij de pelgrims.</p>
+<p>Zij, die het eerst in de kerk kwamen, hielden dadelijk op met
+zingen, de laatsten hadden echter niets gemerkt en bleven doorzingen.
+Maar toen verspreidde zich het gerucht van het gebeurde, en waar dit
+kwam zweeg het gezang. &rsquo;t Was droevig te hooren hoe het wegstierf
+en veranderde in een luid geweeklaag.</p>
+<p>Al de moede pelgrims begrepen immers, dat hun tocht vergeefsch was.
+Hun kwellingen en lijden zouden niet van hen genomen worden. De schoone
+verwachtingen der laatste hoopvolle dagen werden ruw in hen gedood.</p>
+<p>Het heilige beeld zou hun geen vertroosting kunnen schenken.
+<span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span></p>
+<p>Pater Gondo zelf was ook verschrikt. Voor hem was het een harder
+slag dan voor iemand anders; want elk der anderen had slechts zijn
+eigen leed te dragen, maar hem drukte de smart van al deze menschen op
+het harte.</p>
+<p>Hoe zou hij kunnen verantwoorden al de verwachtingen, die hij
+opgewekt had?</p>
+<p>Plotseling gleed een schoone, kinderlijk vrome glimlach over zijn
+gelaat. Het beeld wilde zeker het geloof van hem en de anderen op de
+proef stellen! Indien zij slechts niet wankelden, zouden ze wel
+geholpen worden.</p>
+<p>Hij begon opnieuw het pelgrimsgezang aan te heffen met zijn heldere
+stem en schreed naar het altaar.</p>
+<p>Maar toen hij dichter bij het beeld kwam, onderbrak hij het gezang
+opnieuw. Hij staarde met wijdopengesperde oogen naar het beeld. Toen
+strekte hij de hand uit, nam de kroon en bracht die bij zijn oogen.</p>
+<p>&bdquo;Het staat er, het staat er,&rdquo; <span class="corr" id="xd20e8029" title="Bron: monpelde">mompelde</span> hij, terwijl hij de
+kroon uit zijn hand liet vallen.</p>
+<p>Van dat oogenblik af wist pater Gondo, dat hij den verworpeling van
+Aracoeli voor zich had.</p>
+<p>Hij vertelde dit echter niet dadelijk aan het volk, maar zei met
+zijn gewone zachtmoedigheid:</p>
+<p>&bdquo;Mijn vrienden, ik wil u iets merkwaardigs
+verhalen.&rdquo;</p>
+<p>En hij vertelde hun van de Engelsche, die het Christusbeeld van
+Aracoeli had willen stelen. Hij verhaalde hoe het beeld Antichrist
+genoemd en in de wereld geworpen werd.</p>
+<p>&bdquo;Ik herinner fra Simoni mij nog zoo goed,&rdquo; zei pater
+Gondo.</p>
+<p>&bdquo;Hij toonde mij nooit het beeld, zonder te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Was deze kleine hand, die aan het klokketouw trok,
+het was deze kleine voet, die tegen de poort schopte.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar als ik fra Simoni vroeg, waar het andere beeld gebleven
+was, zei hij altijd: &bdquo;Wat zou er van hem geworden zijn?
+Rome&rsquo;s honden hebben het zeker verscheurd.&rdquo;</p>
+<p>Pater Gondo sprak nog steeds even kalm en zacht, terwijl hij bukte
+om de kroon op te rapen, die hij zoo juist had laten vallen.</p>
+<p>&bdquo;Leest dit!&rdquo; zei hij. En hij liet de kroon van man tot
+man gaan. De menschen stonden nog met hun brandende kaarsen in de hand,
+en zij, die lezen konden, lazen en de anderen zagen ten minste, dat er
+een opschrift was. <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316"
+name="pb316">316</a>]</span></p>
+<p>En elk die de kroon in de hand had, blies zijn kaars stil uit. Toen
+het laatste licht gedoofd was, wendde pater Gondo zich tot zijn
+pelgrims, die zich om hem heen verzameld hadden.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb u hierheen gevoerd,&rdquo; zei hij tot hen,
+&bdquo;opdat gij Hem zoudt vinden die de zielen vrede en ingang tot
+Gods rijk schenkt. Maar ik heb u verkeerd geleid, want dit beeld kan u
+niets geven. Zijn rijk is slechts van deze wereld. Onze arme zuster is
+waanzinnig geworden,&rdquo; vervolgde pater Gondo, &bdquo;omdat zij
+hier kwam en hoopte op hemelsche weldaden. Zij verloor haar verstand,
+toen haar smeekbeden niet verhoord werden. Hij kon haar niet bijstaan
+want zijn rijk is slechts van deze wereld.&rdquo;</p>
+<p>Hij zweeg een oogenblik en allen zagen naar hem op om te weten, wat
+zij van dit alles moesten denken.</p>
+<p>Toen vroeg hij zacht: &bdquo;Zal een beeld, dat zulke woorden in
+zijn kroon voert, nog langer een altaar ontheiligen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; riepen de pelgrims. Het volk van Diamante
+stond zwijgend, door ontzetting bevangen.</p>
+<p>Pater Gondo nam het beeld tusschen zijn handen, en droeg het met
+uitgestrekte armen door de kerk naar den uitgang.</p>
+<p>Maar hoe zacht en ootmoedig de pater ook gesproken had, zijn blikken
+hadden den ganschen tijd streng met bedwingende macht op de
+volksmenigte gerust.</p>
+<p>Er was geen mensch, die niet onderworpen was aan zijn machtigen wil.
+Allen stonden als verlamd en waren niet in staat een eigen gedachte te
+denken.</p>
+<p>Toen pater Gondo den uitgang genaderd was, stond hij stil en keek
+om. Een laatste bedwingende blik gleed over de menschenmassa.</p>
+<p>&bdquo;Ook de kroon,&rdquo; zei pater Gondo. En ook de kroon werd
+hem overgereikt.</p>
+<p>Hij plaatste die op het beeld en ging onder den baldakijn, die San
+Pasquale&rsquo;s beeld beschermt.</p>
+<p>Hij fluisterde een paar pelgrims iets in het oor, dezen gingen
+haastig weg. Spoedig kwamen ze terug met hun armen vol droge takken.
+Deze stapelden ze op voor pater Gondo, die den brandstapel aanstak.</p>
+<p>Allen, die in de kerk waren geweest, stroomden nu naar buiten. Daar
+stonden ze nog steeds, verlamd en willoos. <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317" name="pb317">317</a>]</span></p>
+<p>Zij zagen dat de monnik hun geliefd, wonderdoend beeld wilde
+verbranden, maar zij verzetten zich niet.</p>
+<p>Zij begrepen het zelf niet, dat zij niet trachtten het beeld te
+redden.</p>
+<p>Maar toen pater Gondo de vlam zag oplaaien, en wist, dat het beeld
+volkomen in zijn macht was, richtte hij zich op, zijn oogen
+bliksemden.</p>
+<p>&bdquo;Mijn ongelukkige kinderen!&rdquo; zei hij mild, terwijl hij
+zich tot de menschen van Diamante wendde. &bdquo;Gij hebt een
+vreeselijken gast geherbergd. Maar hoe is het mogelijk, dat gij niet
+reeds vroeger ontdekt hebt, wie hij is? Wat moet ik van u
+gelooven?&rdquo; vervolgde hij strenger.</p>
+<p>&bdquo;Gij zegt zelve, dat het beeld u alles gaf, wat gij wenschtet.
+Zoo is er dus niemand in Diamante, die gedurende al deze jaren gebeden
+heeft om vergeving zijner zonden en om vrede voor zijn ziel?</p>
+<p>&bdquo;Is het mogelijk? De menschen van Diamante hadden geen andere
+wenschen, dan prijzen in de loterij, goede jaren, hun dagelijksch
+brood, gezondheid en geld?</p>
+<p>&bdquo;Niets anders dan wereldsche goederen hebt gij begeerd. Geen
+uwer had ooit behoefte te bidden om hemelsche genade.</p>
+<p>&bdquo;Kan dat werkelijk mogelijk zijn? Neen, het kan niet zoo
+zijn,&rdquo; zei pater Gondo vragend, als vervuld van een blijde
+hoop.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben het, die mij vergis. Gij hebt begrepen, dat ik het
+beeld niet in de vlammen zou werpen, v&oacute;&oacute;rdat ik u allen
+gehoord had. Gij wacht slechts tot ik zwijgen en u gelegenheid geven
+zal te getuigen voor het beeld. Nu zullen velen uwer tot mij komen en
+zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Dit beeld heeft mij tot een geloovige gemaakt,&rdquo; en
+anderen zullen getuigen:</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft mij vergeving geschonken voor mijn zonden,&rdquo;
+en velen zullen zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft mijn oogen geopend, opdat ik de heerlijkheid des
+hemels aanschouwen kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij allen zult komen en ik zal tot spot en hoon zijn, en ge
+zult mij noodzaken het beeld op het altaar terug te brengen, en ik zal
+moeten erkennen, dat ik mij vergist heb.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name="pb318">318</a>]</span></p>
+<p>Pater Gondo zweeg en keek het volk afwachtend aan. Een hevige
+ontroering maakte zich meester van de toehoorders. Velen schenen te
+willen getuigen, maar zoodra ze een paar schreden gedaan hadden, bleven
+zij aarzelend staan.</p>
+<p>&bdquo;Ik wacht,&rdquo; zei de monnik en zijn blikken smeekten den
+menschen te komen.</p>
+<p>Maar niemand kwam. De geheele volksmenigte leed een ondragelijke
+smart niet te kunnen getuigen om het geliefde beeld te redden. Maar
+niemand verroerde zich.</p>
+<p>&bdquo;Mijn ongelukkige kinderen,&rdquo; zei pater Gondo diep
+bedroefd, &bdquo;de Antichrist heeft in uw midden vertoefd en hij heeft
+u geheel in zijn macht. Gij hebt den hemel vergeten. Gij weet niet meer
+dat gij een ziel bezit. Gij hebt slechts aan deze aarde gedacht.</p>
+<p>&bdquo;Vroeger zei men, dat de menschen in Diamante de vroomste
+geloovigen waren van gansch Sicili&euml;. Maar nu is dat anders.
+Diamante&rsquo;s inwoners zijn wereldlingen, misschien daarenboven nog
+godlasterende socialisten, die slechts de aarde liefhebben. Zij kunnen
+niet anders zijn. De Antichrist heeft immers in hun midden
+vertoefd.&rdquo;</p>
+<p>Toen deze aanklachten neervielen op het volk, scheen het eindelijk
+in verzet te zullen komen.</p>
+<p>Een toornig gemompel ging door de menschenmenigte.</p>
+<p>&bdquo;Het beeld is heilig,&rdquo; riep een. &bdquo;Toen hij de stad
+binnentrok, luidden de klokken van San Pasquale den geheelen
+dag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Moesten zij u niet waarschuwen voor zulk een ramp?&rdquo;
+antwoordde de monnik.</p>
+<p>En met stijgende heftigheid slingerde hij zijn aanklachten onder het
+volk.</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt afgodendienaars maar geen Christenen. Gij vereert
+den Antichrist, opdat hij u bijstaan zal, maar de heilige geest is niet
+meer in u.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij was goed en barmhartig gelijk Christus,&rdquo; riep het
+volk.</p>
+<p>&bdquo;Dat is juist uw ongeluk,&rdquo; zei de pater en plotseling
+was hij vreeselijk in zijn toorn. &bdquo;Hij heeft Christus&rsquo;
+gedaante aangenomen om u te verleiden.</p>
+<p>&bdquo;Op deze wijze heeft hij u in zijn net gevangen.</p>
+<p>&bdquo;Juist door gaven en zegeningen op u neer te strooien,
+<span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span>heeft hij u in zijn net gelokt en u tot
+wereldlingen gemaakt.</p>
+<p>&bdquo;Kan een uwer het tegendeel bewijzen? Misschien heeft een van
+u allen gehoord, dat iemand, die hier niet tegenwoordig is, het beeld
+om een hemelsche genade gesmeekt heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft den vloek weggenomen van een jettatore,&rdquo; zei
+iemand.</p>
+<p>&bdquo;Kan niet alleen degene, die even groot in slechtheid is, als
+de jettatore, dezen overwinnen?&rdquo; antwoordde de pater somber.</p>
+<p>Toen deed men geen verdere pogingen meer om het beeld te verdedigen.
+Alles wat men aanvoerde, scheen de zaak slechts erger te maken.</p>
+<p>Verscheidenen blikten naar donna Micaela, die ook aanwezig was. Zij
+stond midden in de volksmenigte, zag en hoorde alles, en toch deed zij
+niets om haar geliefd beeld te redden.</p>
+<p>Toen pater Gondo zeide, dat het beeld de Antichrist was, verschrikte
+zij hevig, en daar hij later aantoonde, dat men in Diamante slechts
+wereldsche goederen begeerd had, wies de angst in haar.</p>
+<p>Zij waagde het niet zich te verzetten.</p>
+<p>Maar toen hij nu zei, dat zij en alle menschen in Diamante onder de
+macht van den Antichrist waren gekomen, was er iets in haar ziel, dat
+in opstand kwam tegen zijn woorden.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; zei zij, &bdquo;dat kan niet mogelijk
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>Indien zij moest gelooven, dat een booze geest haar geleid had
+gedurende zoovele jaren, zou zij haar verstand verliezen.</p>
+<p>En haar verstand begon zich te verdedigen.</p>
+<p>Toen brak, gelijk een te sterk gespannen snaar, het geloof aan het
+bovennatuurlijke in haar.</p>
+<p>Haar gedachten doorliepen nu met een oneindige haast alles wat zij
+zelf ervaren had en wat haar bovennatuurlijk geschenen had, en wogen
+dat nu op de schaal van het koel verstand. Was een enkel dezer
+voorvallen wel een wonder geweest? Zij zei tot zich zelf, dat het niets
+dan een toeval was geweest, niets dan een toeval!</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof ze een spoel afwond. Van wat ze zelf beleefd
+<span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name="pb320">320</a>]</span>had, ging ze over op de wonderen van vroeger
+tijden. Alles was toeval, werking van een overspannen geest, misschien
+was het meeste wel verbeelding geweest.</p>
+<p>De toornige monnik ging door met het volk te vervloeken. Zij
+trachtte naar hem te luisteren om afleiding te vinden voor haar eigen
+kwellende gedachten. Maar zij vond alles wat hij zei waanzinnig en
+overdreven.</p>
+<p>Maar welke machten werkten in haar ziel, dat zij plotseling een
+vrijdenkster werd?</p>
+<p>Zij zag naar Gaetano. Hij was daar ook, en stond in de nabijheid van
+den monnik op de kerktrap. Zijn oogen rustten op haar.</p>
+<p>En even zeker alsof zij het hem gezegd had, wist hij wat zij nu
+dacht. Maar hij zag er niet verheugd of triomfeerend uit.</p>
+<p>&rsquo;t Was alsof hij pater Gondo in de rede zou willen vallen om
+haar geloof te redden.</p>
+<p>Maar donna Micaela&rsquo;s gedachten kenden geen verschooning. Ze
+schreden voorwaarts en plunderden haar ziel.</p>
+<p>Heel de bovennatuurlijke, stralende wereld schrompelde ineen, werd
+tot niets. Zij zeide tot zich zelf, dat men van het bovennatuurlijke
+niets kon weten. Vele boden waren gegaan van de aarde naar den hemel.
+Geen enkele was teruggekomen van den hemel naar de aarde.</p>
+<p>&bdquo;Maar ik wil gelooven aan God,&rdquo; zei ze, terwijl ze haar
+handen vouwde als om ten minste het hoogste en heiligste te
+behouden.</p>
+<p>&bdquo;Uw oogen zijn wild en woest,&rdquo; zei pater Gondo.
+&bdquo;God leeft niet onder u. De Antichrist heeft God in uw ziel
+verdrongen.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela&rsquo;s blik zocht opnieuw Gaetano.</p>
+<p>&bdquo;Kunt gij een zoo verlaten en rampzalig wezen iets geven om
+voor te leven?&rdquo; schenen haar oogen te vragen.</p>
+<p>Zijn blik ontmoette den hare met fier zelfvertrouwen.</p>
+<p>Hij las in haar schoone, smeekende oogen hoe haar bevende ziel zich
+nu vastklemde aan hem om een steun te vinden. Hij twijfelde geen
+oogenblik, dat hij haar leven niet rijk en heerlijk zou kunnen
+maken.</p>
+<p>Zij dacht aan de vreugde, die zij gevoelde, wanneer zij hem slechts
+zag. Zij dacht aan de vreugde die opbruiste <span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span>rondom haar in dien nacht in Palermo. Zij wist,
+dat die ontsproot uit het nieuwe geloof aan een gelukkige aarde.</p>
+<p>Zou dit geloof en deze vreugde ook haar kunnen bezielen?</p>
+<p>Zij wrong haar handen in angst. Zou dit nieuwe geloof het richtsnoer
+van haar leven kunnen worden? Zou zij zich niet altijd even arm
+gevoelen als op dit oogenblik?</p>
+<p>Pater Gondo boog zich over de vlammen.</p>
+<p>&bdquo;Ik zeg u nog &eacute;&eacute;nmaal,&rdquo; riep hij,
+&bdquo;indien slechts &eacute;&eacute;n uwer verklaart, dat dit beeld
+zijn ziel verlost heeft, zal ik het niet verbranden.&rdquo;</p>
+<p>Donna Micaela voelde plotseling dat zij het arme beeld niet kon
+laten vernietigen.</p>
+<p>De herinneringen van de schoonste uren haars levens waren daaraan
+verbonden.</p>
+<p>&bdquo;Gandolfo, Gandolfo!&rdquo; fluisterde zij. Een oogenblikje
+geleden had zij hem naast zich gezien.</p>
+<p>&bdquo;Ja, donna Micaela.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat hem het beeld niet verbranden, Gandolfo.&rdquo;</p>
+<p>De monnik had zijn vraag nog eenmaal herhaald, twee malen, drie
+malen.&mdash;Niemand trad naar voren om het beeld te verdedigen. Maar
+de kleine Gandolfo sloop al nader. Pater Gondo hield het beeld dicht
+bij de vlammen.</p>
+<p>Onwillekeurig had Gaetano zich gebogen; een fiere glimlach gleed
+over zijn gelaat. Donna Micaela begreep, dat hij voelde dat Diamante
+hem nu toebehoorde.</p>
+<p>Het strenge optreden van den monnik maakte Gaetano tot meester over
+de zielen.</p>
+<p>Zij keek verschrikt rond. Haar blik vloog van aangezicht tot
+aangezicht. Ging misschien hetzelfde om in de zielen van al deze
+menschen? Zij meende te zien, dat allen denzelfden strijd voerden als
+zij zelf.</p>
+<p>&bdquo;Gij, Antichrist,&rdquo; zei pater Gondo dreigend, &bdquo;ziet
+ge wel dat niemand aan zijn zieleheil gedacht heeft, zoolang gij hier
+vertoefdet?</p>
+<p>&bdquo;Gij zult in de vlammen omkomen.&rdquo;</p>
+<p>En hij legde het beeld op den brandstapel.</p>
+<p>Maar het had daar nauwelijks een oogenblik gelegen, of Gandolfo
+greep het, hief het hoog boven zijn hoofd en snelde er mee heen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span></p>
+<p>Pater Gondo&rsquo;s pelgrims trachtten hem te grijpen en het werd
+een woedende drijfjacht om den krater van den Monte Chiaro.</p>
+<p>Maar de kleine Gandolfo redde het beeld.</p>
+<p>Een groote reiswagen reed bergafwaarts. De vervolgers hadden
+Gandolfo bijna ingehaald, toen wist hij geen anderen raad, dan het
+beeld in den wagen te werpen.</p>
+<p>Daarna liet hij zich kalm vangen. Zijn vervolgers spoedden zich nu
+naar den reiswagen, maar Gandolfo waarschuwde hen:</p>
+<p>&bdquo;Wacht u, de signora in den wagen is een Engelsche.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was signora Favara, die eindelijk genoeg had van Diamante,
+en opnieuw de wereld introk. En men liet haar ongedeerd vertrekken.</p>
+<p>Geen Siciliaan waagt het zich te vergrijpen aan een Engelsche.
+<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="ch3.5"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 id="xd20e8259" class="label">V.</h3>
+<h3 class="main">Een fresco van Signorelli.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een week later was pater Gondo in Rome; hij was op
+<span class="corr" id="xd20e8265" title="Bron: audientie">audi&euml;ntie</span> bij den ouden man in het
+Vaticaan, en vertelde, dat hij den Antichrist gevonden had in
+Christus&rsquo; gedaante, en hoe deze het volk van Diamante verleid had
+tot liefde voor de wereld, en hoe hij het beeld had willen verbranden.
+Hij verhaalde ook, dat hij het volk niet tot God had kunnen
+terugvoeren, maar dat het geheel en al tot ongeloof en socialisme
+vervallen was.</p>
+<p>Niemand wilde voor zijn ziel zorgen, niemand wilde aan den hemel
+denken.</p>
+<p>Pater Gondo vroeg, wat hij toch moest beginnen met deze arme
+menschen.</p>
+<p>De oude paus, die de wijste mensch is die nu leeft, lachte niet om
+pater Gondo&rsquo;s verhaal, hij was diep bedroefd.</p>
+<p>&bdquo;Gij hebt verkeerd gehandeld, gij hebt zeer verkeerd
+gehandeld,&rdquo; zei hij. Hij zweeg een tijdlang en dacht na, toen zei
+hij: &bdquo;Hebt ge nooit den dom in Orvieto
+gezien?&rdquo;&mdash;&bdquo;Neen, heilige vader.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ga naar Orvieto om den dom te zien,&rdquo; zei de paus,
+&bdquo;en als ge daar geweest zijt, kom mij dan vertellen wat gij
+gezien hebt.&rdquo;</p>
+<p>Pater Gondo gehoorzaamde; hij ging naar Orvieto en zag den heiligen
+dom.</p>
+<p>Na twee dagen kwam hij terug in het Vaticaan.</p>
+<p>&bdquo;Wat hebt ge gezien in Orvieto?&rdquo; vroeg de paus.</p>
+<p>Pater Gondo verhaalde nu, dat hij in een der kapellen der domkerk
+fresco&rsquo;s gezien had van Luca Signorelli, voorstellende &bdquo;het
+laatste Oordeel.&rdquo; Maar hij had noch gezien <span class="pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>naar
+&bdquo;den Dag des Oordeels,&rdquo; noch naar &bdquo;der Dooden
+Opstanding.&rdquo;</p>
+<p>Hij had al zijn aandacht geschonken aan het groote schilderij, dat
+de kerkwachter &bdquo;de Wonderen van den Antichrist&rdquo; genoemd
+had.</p>
+<p>&bdquo;Wat hebt ge daarop gezien?&rdquo; vroeg de paus.</p>
+<p>&bdquo;Ik zag, dat Signorelli den Antichrist geschilderd had als een
+armen en geringen man, als Gods Zoon was, toen deze hier op aarde
+vertoefde. Ik zag, dat hij hem gekleed had als Christus en hem
+Christus&rsquo; gelaat had gegeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zaagt ge nog meer?&rdquo; vroeg de paus.</p>
+<p>&bdquo;Het eerste dat ik op het fresco zag, was dat de Antichrist
+zoo preekte, dat de rijken en machtigen hun schatten aan zijn voeten
+legden.</p>
+<p>&bdquo;Het tweede was, dat een zieke gedragen werd tot den
+Antichrist en door hem genezen werd.</p>
+<p>&bdquo;Het derde tafereel stelde voor een martelaar, die zijn leven
+gaf voor de leer van den Antichrist.</p>
+<p>&bdquo;Het vierde dat ik op het groote wandschilderij zag, was dat
+de menschen zich spoedden naar een grooten tempel des vredes en de
+booze geest uit den hemel stortte en alle geweldenaars gedood werden
+door het vuur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat dacht gij, toen ge dit zaagt?&rdquo; vroeg de paus.</p>
+<p>&bdquo;Toen ik dit zag, dacht ik: deze Signorelli was waanzinnig.
+Meent hij, dat in den tijd van den Antichrist de booze geest overwonnen
+zal worden, en de aarde heilig zal zijn als het paradijs?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zaagt ge nog meer?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het vijfde tafereel, dat ik zag, was dat monniken en
+priesters een grooten brandstapel bestegen en verbrand werden.</p>
+<p>&bdquo;Het zesde en het laatste was dat de duivel den Antichrist
+iets in het oor fluisterde en hem den raad gaf hoe hij moest handelen
+en spreken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat dacht ge, toen ge dit zaagt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zei tot mij zelf: deze Signorelli was niet krankzinnig,
+maar hij was een profeet. De Antichrist zal zeker komen in
+Christus&rsquo; gedaante en de wereld tot een paradijs maken. Hij zal
+haar zoo schoon maken, dat de menschen den hemel vergeten. En dit zal
+de gevaarlijkste verleiding der wereld worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Begrijpt gij nu,&rdquo; zei de paus, &bdquo;dat gij mij niets
+nieuws verteldet? De kerk heeft altijd geweten, dat de Antichrist zou
+komen, toegerust met alle deugden van Christus.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wist ge ook dat hij werkelijk gekomen is, heilige
+vader?&rdquo; vroeg pater Gondo.</p>
+<p>&bdquo;Zou ik hier jaar na jaar op Petrus&rsquo; stoel zitten en
+niet weten, dat hij gekomen is?&rdquo; zei de paus.</p>
+<p>&bdquo;Ik zie hoe een volksbeweging ontstaat, die brandt van liefde
+voor haar naasten en die God haat. Ik zie hoe martelaren hun leven
+offeren voor het nieuwe geloof aan een gelukkige aarde. Ik zie hoe ze
+nieuwe vreugde en moed putten uit de leuze: &bdquo;Denk aan de
+aarde,&rdquo; zooals vroeger uit het woord: &bdquo;Denk aan den
+hemel.&rdquo; Ik wist dat hij, dien Signorelli voorspeld had, gekomen
+was.&rdquo;</p>
+<p>Pater Gondo boog zwijgend het hoofd.</p>
+<p>&bdquo;Begrijpt ge nu, hoe verkeerd gij gehandeld hebt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heilige vader, verklaar me mijn zonde.&rdquo;</p>
+<p>De oude paus hief zijn blik op. Zijn heldere oogen doorboorden den
+sluier der toevalligheden, die het leven bedekt, en zagen wat
+daarachter verborgen was.</p>
+<p>&bdquo;Pater Gondo,&rdquo; zei hij, &bdquo;het kleine kind, waarmee
+ge streedt in Diamante, het kind dat even barmhartig en wonderdoend is
+als Christus, het arme verachte kind, dat zegevierde over u en dat gij
+den Antichrist noemt, weet gij wie dat is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, heilige vader.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En hij, die op Signorelli&rsquo;s schilderij zieken genas,
+rijken bewoog afstand te doen van hun schatten, de wereld in een
+paradijs veranderde en de menschen verleidde den hemel te vergeten,
+weet gij wie hij is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, heilige vader.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie anders kan het zijn dan het Antichristendom, het
+socialisme?</p>
+<p>De monnik zag verschrikt op.</p>
+<p>&bdquo;Pater Gondo,&rdquo; zei de paus streng, &bdquo;toen gij het
+beeld in uw armen hieldt, wildet gij het verbranden. Waarom? Waarom
+waart ge niet liefdevol jegens hem en droegt hem terug naar het kleine
+Christusbeeld op het Kapitool, vanwaar hij uitgegaan is?</p>
+<p>&bdquo;Maar zoo handelt gij, gij bedelmonniken. Gij kondt de
+<span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>groote volksbeweging op uw armen nemen als ze
+nog als een kind in haar windsels ligt, en gij kondt haar leggen aan
+Jezus&rsquo; voeten, en de Antichrist zou zien, dat hij niets anders is
+dan Christus&rsquo; namaaksel en hem erkennen als zijn heer en
+meester.</p>
+<p>&bdquo;Maar wat doet ge? Gij werpt het Antichristendom op den
+brandstapel, en spoedig zal het op zijn beurt u daarop
+werpen.&rdquo;</p>
+<p>Pater Gondo boog zijn knie&euml;n. &bdquo;Ik begrijp u, heilige
+vader. Ik zal uitgaan om het beeld te zoeken.&rdquo;</p>
+<p>De paus verhief zich majestueus.</p>
+<p>&bdquo;Ge zult het beeld niet zoeken, gij zult het nu ongestoord
+over de wereld laten gaan. We vreezen hem niet.</p>
+<p>&bdquo;En als hij komt om het Kapitool te bestormen en den
+wereldtroon te bemachtigen, zullen we hem tegemoet gaan, en we zullen
+hem tot Christus voeren. We zullen hemel en aarde verzoenen.</p>
+<p>&bdquo;Maar gij handelt verkeerd,&rdquo; vervolgde hij milder,
+&bdquo;wanneer gij hem haat. Hebt gij dan vergeten, dat de Sibylle hem
+rekende tot een der wereldverlossers?</p>
+<p>&bdquo;Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heilige vader, indien hij de rampen dezer wereld lenigt, en
+den hemel geen schade berokkent, dan zal ik hem niet haten.&rdquo;</p>
+<p>Een fijn glimlachje gleed over het gelaat van den ouden paus.</p>
+<p>&bdquo;Pater Gondo, sta mij toe, dat ook ik u een geschiedenis van
+Sicili&euml; verhaal.</p>
+<p>&bdquo;Men vertelt, pater Gondo, dat toen Onze lieve Heer de wereld
+schiep, Hij eens wilde weten of Hij nog veel te doen had. En Hij zond
+San Pietro uit om te zien of de wereld gereed was.</p>
+<p>&bdquo;Toen San Pietro terugkwam, zei hij:</p>
+<p>&bdquo;Alle menschen weenen, snikken en klagen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan is de wereld nog niet gereed,&rdquo; zei Onze lieve Heer
+en Hij werkte verder.</p>
+<p>&bdquo;Na drie dagen zond Onze lieve Heer San Pietro weer naar de
+aarde.</p>
+<p>&bdquo;Alle menschen lachen, jubelen en juichen,&rdquo; zei San
+Pietro, toen hij terugkwam. <span class="pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dan is de wereld nog niet gereed,&rdquo; zei Onze lieve Heer
+en werkte verder.</p>
+<p>&bdquo;San Pietro werd voor de derde maal uitgezonden.</p>
+<p>&bdquo;Sommigen lachen en sommigen weenen,&rdquo; zei hij toen hij
+terugkwam.</p>
+<p>&bdquo;Dan is de wereld gereed,&rdquo; zei Onze lieve Heer.</p>
+<p>&bdquo;En zoo zal het zijn en blijven,&rdquo; zei de oude paus,
+&bdquo;Niemand kan de menschen verlossen van hun ellende, maar hem zal
+veel vergeven worden, die nieuwe moed in hen wekt om die ellende te
+dragen.&rdquo;</p>
+<p class="trailer xd20e8401"><span class="sc">Einde.</span></p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"><i>Bij den Uitgever dezes verscheen mede:</i></p>
+<p class="xd20e8411">ONZICHTBARE KETENEN</p>
+<p class="xd20e8413"><span class="sc">Naar het Zweedsch van SELMA
+LAGERL&Ouml;F</span></p>
+<p class="xd20e8417"><span class="sc">DOOR</span></p>
+<p class="xd20e8413">MARGARETHA MEIJBOOM.</p>
+<p class="xd20e8417">PRIJS: Ingenaaid &fnof;<b>3.50</b>; gebonden
+&fnof;<b>3.90</b>.</p>
+<p class="xd20e8431"><b>De Nederlandsche Pers over &bdquo;Onzichtbare
+Ketenen&rdquo;.</b></p>
+<p><b>De Nederlander:</b></p>
+<p>In de geschriften van <span class="sc">Selma Lagerl&ouml;f</span> is
+iets dat sterk aantrekt, waarvan bekoring uitgaat, dat sympathie
+verwekt bij hen, die vatbaar zijn voor hoogere indrukken, dan die door
+&rsquo;t gewone, &rsquo;t alledaagsche worden verwekt. Daar gaat van
+wat ze schrijft, eene geheimzinnige kracht uit. Zij noemt dit boek
+&bdquo;Onzichtbare Ketenen.&rdquo; En met recht. De verhalende verwijlt
+met haar geest menigmaal in hoogere sferen, een andere onzichtbare
+wereld, waar gerechtigheid en liefde wonen, waarheen menige ziel zich
+getrokken gevoelt in deze wereld vol onrecht en bitterheid. Daardoor
+heeft haar arbeid in dezen materialistischen tijd groote beteekenis en
+waarde.</p>
+<p><b>Groot Nederland:</b></p>
+<p>Een bundel korte verhalen, door &bdquo;onzichtbare ketenen&rdquo;
+verbonden. De meeste hebben een fantastisch, sprookjesachtig tintje,
+dat er een eigenaardig cachet aan geeft. Ook bevatten sommige wel een
+dieperen zin, geen tendenz die zich hinderlijk opdringt, maar iets dat
+den lezer dwingt eens even na te denken en soms het gelezene nog weer
+na te slaan. Onder de mooiste noem ik: &bdquo;De Vogelvrijen,&rdquo;
+&bdquo;de Legende van het Vogelnest,&rdquo; &bdquo;de Sage van
+Reor,&rdquo; &bdquo;een Kerstgast,&rdquo; en &bdquo;Vrouw Vasten en
+Petter Nord<span class="corr" id="xd20e8450" title="Bron: &rdquo;.">.&rdquo;</span> Geestig en vermakelijk is &bdquo;Oom
+Ruben,&rdquo; en allerliefst &bdquo;het Kuikentje.&rdquo; Hier en daar
+deed de schrijfster mij aan anderen denken, vooral in &bdquo;Oom
+Ruben&rdquo; en ook in &bdquo;Vrouw Vasten.&rdquo; <span class="sc">Selma Lagerl&ouml;f</span>&rsquo;s fantasie is zoo dartel en
+weelderig als een jong veulen en dreigt ieder oogenblik uit den band te
+springen. Het krachtigst is zij wel waar zij die rijke fantasie niet al
+te bandeloos laat doorhollen, maar een leidende gedachte die in bedwang
+houdt.</p>
+<p><b>Nieuwe Courant:</b></p>
+<p><b>Het heele boek is weer een gave om blij en dankbaar te
+genieten.</b></p>
+<p><b>Kerkelijke Courant:</b></p>
+<p><b>Ook het eenvoudigste maal kruidt zij door de specerijen van haar
+geest en gemoed tot eene uitgezochte lekkernij, al zal den een
+aanstaan, wat met een anders smaak slechts matig overeenkomt.</b>
+<span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span></p>
+<p><i>Bij den Uitgever dezes verscheen mede:</i></p>
+<p class="xd20e8411">G&Ouml;STA BERLING</p>
+<p class="xd20e8413"><span class="sc">Naar het Zweedsch van SELMA
+LAGERL&Ouml;F</span></p>
+<p class="xd20e8417"><span class="sc">DOOR</span></p>
+<p class="xd20e8413">MARGARETHA MEIJBOOM<span class="corr" id="xd20e8491" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p class="xd20e8417"><b>VIERDE, GOEDKOOPE DRUK</b></p>
+<p class="xd20e8417">Prijs ingenaaid &fnof;<b>1.50</b>, in prachtband
+&fnof;<b>1.90</b></p>
+<p class="xd20e8431"><b>Eenige Bladen over G&Ouml;STA BERLING.</b></p>
+<p><b>Het Algemeen Handelsblad:</b></p>
+<p>Het is zoo spannend, zoo vol mooie en goede dingen, dit boek van
+sagen en wonderlijke verhalen. Het is een boek van een heerlijke,
+schitterende phantasie, waarin verteld wordt van veel slechts maar van
+meer goeds, van veel hardheid maar van meer teederheid, van veel
+misdadigs maar van meer berouw, van veel ongeluk, maar van meer, zij
+het ook duur gekocht, geluk. Het is een boek van echte po&euml;zie,
+verteld op de manier die velen Scandinavi&euml;rs tegenwoordig eigen
+is, zonder beschouwingen over en beschrijvingen van hun personen, maar
+met korte, treffende aangeving van saillante trekken, pittig en
+prikkelend tegelijk.</p>
+<p><b>Wie aan dit boek begint, zal er niet mee willen uitscheiden,
+v&oacute;&oacute;r hij het geheel genoten heeft.</b></p>
+<p><b>Het Vaderland:</b></p>
+<p>Deze royaal uitgegeven en goed vertaalde roman is een bijzondere
+mengeling van het werkelijke en het fantastische, van waarheid en
+verdichting. Het is een vreemd boek, maar een dat den lezer niet
+loslaat en veel te denken geeft. De ons onbekende schrijfster is een
+bijzonder en oorspronkelijk talent; men zou zeggen, dat er in haar iets
+van Cervantes is gevaren. Daarmee is veel, niet te veel gezegd.
+<b>&bdquo;G&ouml;sta Berling&rdquo; is een boek om tweemaal te
+lezen.</b></p>
+<p><b>De Kerkelijke Courant:</b></p>
+<p>Zelden kwam ons zonderlinger en daarbij echt mooier boek ter hand
+dan &bdquo;G&ouml;sta Berling&rdquo;. Zonderling. De geschiedenis van
+een afgezetten predikant en daarin oude sagen, legenden, allervreemdste
+toestanden en gewone menschen, alles met een moed door elkander
+gemengd, of men dat alles dagelijks ontmoet. Maar mooi! De Zweedsche
+schrijfster Selma Lagerl&ouml;f, die in Margaretha Meijboom een
+uitstekende vertaalster vond, is geen gewone vrouw. Er zit een talent
+van meedeelen in z&oacute;&oacute; aantrekkelijk, dat men menige
+bladzijde om haar fijne opmerkingen en haar diepen ernst tweemalen
+overleest om te meer te genieten. Is dit, wat wij niet weten, haar
+eerste werk, dan bewonderen wij haar met vreeze. Het zal moeilijk zijn
+een tweede te schrijven, dat niet in de schaduw staat. <span class="pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span></p>
+<p><i>Verder verscheen bij denzelfden Uitgever:</i></p>
+<p class="xd20e8411">INGRID</p>
+<p class="xd20e8413"><span class="sc">Naar het Zweedsch van SELMA
+LAGERL&Ouml;F</span></p>
+<p class="xd20e8417">DOOR</p>
+<p class="xd20e8413">MARGARETHA MEIJBOOM.</p>
+<p class="xd20e8417"><b>DERDE, GOEDKOOPE UITGAVE.</b></p>
+<p class="xd20e8417">PRIJS INGENAAID &fnof;<b>0.75</b>; GEBONDEN
+&fnof;<b>1.&mdash;</b>.</p>
+<p class="xd20e8431"><b>De Nederlandsche Pers over
+&bdquo;INGRID.&rdquo;</b></p>
+<p><b>De Kerkelijke Courant:</b></p>
+<p>We&ecirc;r hebben wij een zonderling en een mooi boek voor ons. Het
+is of de Zweedsche schrijfster droomen vertelt, zoo vrijmoedig
+schildert zij de vreemdste toestanden, en tegelijk heerscht zij over
+den mooien vorm en echt diep gevoel. Ingrid, bijna levend begraven en
+later met liefde en geduld den krankzinnige genezend, staat voor ons
+als de heldin uit een sprookje, maar een sprookje uit een rijk gemoed
+gevloeid.</p>
+<p><b>Het Vaderland:</b></p>
+<p>De auteur van &bdquo;G&ouml;sta Berling&rdquo; is hier weer op haar
+eigenaardige wijze voor den dag gekomen en de mengeling van re&euml;el
+en onre&euml;el is haar uitnemend gelukt. <b>Dit boek heeft iets van
+een sprookje en is toch zoo gewoon menschelijk roerend.</b> Een boek
+als &bdquo;Ingrid&rdquo; is een buitenkansje; de vertaling verdient
+warm te worden geprezen.</p>
+<p><b>De Avondpost:</b></p>
+<p>Wie <i>G&ouml;sta Berling</i> van de Zweedsche schrijfster Selma
+Lagerl&ouml;f heeft gelezen&mdash;een van de weinige boeken waarvan de
+herinnering ook na jaren levendig blijft&mdash;zal verlangend zijn,
+kennis te maken met haar jongste werk: <b>Ingrid</b>, dat Margaretha
+Meijboom op zoo uitnemende wijze verdietschte. Niet minder dan van
+<b>G&ouml;sta Berling</b> gaat er van dit wonderlijke sprookjesachtige
+verhaal een eigenaardige bekoring uit. Het vertelt van de zwerftochten
+van een waanzinnige door groote bosschen en uitgestrekte gemeenten, van
+de macht welke de muziek over zijne ziel heeft; van de demonen van zijn
+waanzin, die hem geen rust gunnen, tot een jong meisje, &bdquo;Ingrid
+met de sterrenoogen,&rdquo; hen op de vlucht drijft.</p>
+<p><b>Het is een dichtwerk van buitengewone waarde, deze verheerlijking
+van de alvermogende macht der liefde. Zulke hooge po&euml;zie,
+na&iuml;ef en diepzinnig tegelijk, kan slechts ontstaan in een land,
+waar de lucht nog vervuld is van sagen en legenden.</b> <span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331" name="pb331">331</a>]</span></p>
+<p><i>Bij den Uitgever dezes verscheen mede:</i></p>
+<p class="xd20e8411"><span class="sc">JERUZALEM I en II</span></p>
+<p class="xd20e8614">(IN DALECARLI&Euml; en IN HET HEILIGE LAND).</p>
+<p class="xd20e8417">Prijs per deel ing. &fnof;<b>3.50</b>; geb.
+&fnof;<b>3.90</b>.</p>
+<p class="xd20e8431"><b>De Nederlandsche Pers over
+&bdquo;Jeruzalem&rdquo;:</b></p>
+<p><b>De Nieuwe Courant:</b></p>
+<p><b>Dit is weer een heerlijk boek van de geniale
+dichteres-in-proza.</b> Frissche oorspronkelijkheid, stoute fantasie,
+diepe zielkunde, forsche stijl en krachtige typeering. Al deze menschen
+leven een sterk persoonlijk leven. <b>Zooals in G&ouml;sta Berling
+bestaat het boek uit hoofdstukken, die, hoewel ze in verband staan met
+elkaar, elk op zichzelf een mooi fragment vormen, zonder overgang,
+abrupt zonder dorheid.</b> Het boek is zoo vol, dat elke andere
+schrijver verscheidene deelen had noodig gehad om het leven van deze
+menschengroep te vertellen. Maar Selma Lagerl&ouml;f geeft dan ook
+enkel het essenti&euml;ele, zonder beschrijvingen. En welk een kracht
+ligt er niet in deze zelfbeperking! <b>Prachtig zijn de Inleiding, De
+ondergang van l&rsquo;Univers, De verkooping, Gertrud. Dit is een boek
+vol intens zieleleven, dat ons alleen daarom niet zoo verrast als
+G&ouml;sta Berling, omdat wij gewend zijn van Selma Lagerl&ouml;f niet
+anders dan gaven van schoonheid te ontvangen. Want zij is als de
+bevoorrechte koningsdochter uit oude sprookjes: van haar dichterlippen
+regent het rozen en paarlen.</b></p>
+<p><b>De Nederlander<span class="corr" id="xd20e8645" title="Bron: ;">:</span></b></p>
+<p>Wij hebben hier met <b>een belangrijk verschijnsel op godsdienstig
+gebied te doen</b>. Gewone roman-lectuur is &rsquo;t niet. Maar wie
+walgt van al het alledaagsche, zal Selma Lagerl&ouml;f danken, en
+daartoe zal zeker medewerken de uitnemende wijze, waarop Mej. Meijboom
+haar taak heeft volbracht.</p>
+<p><b>Wij verklaren in langen tijd niets te hebben gelezen, dat zooveel
+te genieten en ook te denken gaf.</b></p>
+<p><b>De Amsterdammer:</b></p>
+<p><b>Selma Lagerl&ouml;f is een andere Zweedsche nachtegaal. Zij zingt
+uit de ziel en de ziel uit van haar volk. En zij doet dat als een
+nachtegaal. Niet in diep-doordachte, kunstig geweven zangen. Als een
+nachtegaal gaat zij zonder gezochte overgangen van de eene stemming in
+de andere, rapsodisch maar bekorend.</b> <span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span></p>
+<p><i>Bij den Uitgever van dit boek verscheen ook:</i></p>
+<p class="xd20e8411"><b>De Koninginnen van Kungah&auml;lla</b></p>
+<p class="xd20e8413"><span class="sc">Naar het Zweedsch van SELMA
+LAGERL&Ouml;F</span></p>
+<p class="xd20e8417">DOOR</p>
+<p class="xd20e8413">MARGARETHA MEIJBOOM.</p>
+<p class="xd20e8417"><b>Derde, goedkoope druk.</b></p>
+<p class="xd20e8417">Prijs ingenaaid &fnof;<b>1.75</b>, gebonden
+&fnof;<b>2.25</b>.</p>
+<p class="xd20e8431"><b>Eenige bladen over &bdquo;De Koninginnen van
+Kungah&auml;lla&rdquo;<span class="corr" id="xd20e8699" title="Bron: .">:</span></b></p>
+<p><i>Het Algemeen Handelsblad:</i></p>
+<p>&bdquo;De Koninginnen van Kungah&auml;lla&rdquo; is zeer
+aanlokkelijk voor iemand die de andere werken van Selma Lagerl&ouml;f
+heeft genoten. En in dit boek vinden wij weer <b>dezelfde groote
+po&euml;tische kracht en dezelfde hooge gedachten</b>. Daarbij heeft de
+schrijfster nu nog sterker dan vroeger het talent ontwikkeld om veel te
+zeggen in weinig woorden, om alleen te geven wat het noodigste is, maar
+dat dan ook met zooveel kracht, dat het meer treft dan de uitvoerigste
+beschrijving.</p>
+<p><i>De Kerkelijke Courant:</i></p>
+<p>Van &bdquo;De Koninginnen van Kungah&auml;lla&rdquo; verscheen een
+derde druk. Geen wonder, dat de buitengewoon-talentvolle Selma
+Lagerl&ouml;f, die ten onzent een uitstekende vertaalster vond in
+Margaretha Meijboom, aan ons publiek zoo welkom bleek te zijn.</p>
+<p><i>Nederland:</i></p>
+<p>Het lijdt geen twijfel of na het groote succes van &bdquo;G&ouml;sta
+Berling&rdquo;, zal al wat men vooreerst van Selma Lagerl&ouml;f
+wenscht te vertalen, met lust ontvangen worden. Mej. Meijboom koos den
+bundel sagen van Koninginnen en diverse legenden en verhalen, van den
+Skaldentijd tot op onze dagen. Het is een staalkaart van het talent der
+schrijfster, <b>teederheid en kracht met een zekere profetische
+grootschheid erin</b>, nabij genoeg om aan te doen, en ver genoeg om te
+imponeeren.</p>
+<p><i>De Avondpost:</i></p>
+<p>Aan het talent van de Zweedsche schrijfster is reeds meermalen in
+dit blad hulde gebracht en dit nieuwe werk legt geen minder schitterend
+getuigenis van haar begaafdheden af. In de verhalen, legenden en sagen,
+welke in dit werk zijn bijeengebracht, weet men niet wat meer te
+bewonderen: den levendigen stijl of den fantasierijken inhoud, zoo
+afwisselend en zoo belangwekkend. Uitgever en vertaalster zullen met
+het nieuwe werk van Selma Lagerl&ouml;f ongetwijfeld veel eer
+inleggen.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e8735width"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="149" height="720"></div>
+<p>&nbsp;</p>
+<div class="figure xd20e8742width"><img src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="529" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#inleiding">Inleiding</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e161">1</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#inleiding.1">Het visioen van den
+keizer.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e171">3</a></span></li>
+<li><a href="#inleiding.2">Rome&rsquo;s heilig
+kind.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e299">10</a></span></li>
+<li><a href="#inleiding.3">Op de barricade.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e487">19</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#pt1">Eerste deel.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e560">23</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#ch1.1">De Mongibello.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e568">25</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.2">Fra Gaetano.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e838">37</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.3">De godszuster.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1031">44</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.4">Diamante.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1377">56</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.5">Don Ferrante.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1419">58</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.6">Don Matteo&rsquo;s
+zending.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1536">64</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.7">De klokken van San
+Pasquale.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1660">70</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.8">Twee canzones.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2458">101</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.9">De vlucht.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2740">111</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.10">De sirocco.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2780">113</a></span></li>
+<li><a href="#ch1.11">Het feest van San
+Sebastiaan.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3393">137</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#pt2">Tweede deel.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3940">161</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#ch2.1">De vrouw van een groot
+man.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3950">163</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.2">Panem et circenses.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4135">170</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.3">De verworpeling.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4344">180</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.4">Het oude passiespel.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4491">187</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.5">De dame met den ijzeren
+ring.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4721">198</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.6">Fra Felice&rsquo;s
+testament.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4756">200</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.7">Na het wonder.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5249">218</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.8">Een jettatore.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5314">221</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.9">Het paleis Geraci en het paleis
+Corvaja.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5800">234</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.10">Falco Falcone.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6167">247</a></span></li>
+<li><a href="#ch2.11">Overwinningen.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6917">272</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#pt3">Derde deel.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7113">279</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#ch3.1">De oase in de
+woestijn.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7121">281</a></span></li>
+<li><a href="#ch3.2">In Palermo.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7240">286</a></span></li>
+<li><a href="#ch3.3">De thuiskomst.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7435">294</a></span></li>
+<li><a href="#ch3.4">Slechts van deze
+wereld.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7794">307</a></span></li>
+<li><a href="#ch3.5">Een fresco van
+Signorelli.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e8259">323</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen
+poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e275">8</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">rotstwand</td>
+<td class="width40" valign="bottom">rotswand</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e294">9</a>, <a class="pageref" href="#xd20e549">22</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2265">92</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2798">113</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e413">15</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">kinde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">kinderen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e477">17</a>, <a class="pageref" href="#xd20e821">35</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e1672">70</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1899">77</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2279">92</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e3111">127</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5117">214</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5502">226</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e5917">238</a>, <a class="pageref" href="#xd20e7696">303</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8491">329</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e644">28</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">kunen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">kunnen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e894">39</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Ellsa&rsquo;s</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Elisa&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e964">41</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Zeo</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Zoo</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1003">43</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">telwijl</td>
+<td class="width40" valign="bottom">terwijl</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1053">45</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">tullen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">tulen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1161">48</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">un</td>
+<td class="width40" valign="bottom">nu</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1248">51</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Giannitta</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Giannita</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1346">54</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3545">143</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1481">61</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3542">143</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1495">62</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">moemde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">noemde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1511">62</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">glimlich</td>
+<td class="width40" valign="bottom">glimlach</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1649">68</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">sleeg</td>
+<td class="width40" valign="bottom">sloeg</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1960">80</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2104">85</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2358">96</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2427">99</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2509">102</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2695">109</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3130">128</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3187">129</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e3357">135</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4319">178</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4584">191</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e4589">191</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4965">208</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5276">219</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2239">90</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Paquale&rsquo;s</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Pasquale&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2299">93</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">bloemem</td>
+<td class="width40" valign="bottom">bloemen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2339">95</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">hnis</td>
+<td class="width40" valign="bottom">huis</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2378">97</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">verzamen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">verzamelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2636">106</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">balcons</td>
+<td class="width40" valign="bottom">balkons</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2888">117</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">uchtendgekriek</td>
+<td class="width40" valign="bottom">ochtendgekriek</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3479">140</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">bij</td>
+<td class="width40" valign="bottom">hij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3621">146</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Sabastiaan</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Sebastiaan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3648">148</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">vlaggen-wapper</td>
+<td class="width40" valign="bottom">vlaggen-gewapper</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3894">158</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">gevangenistraf</td>
+<td class="width40" valign="bottom">gevangenisstraf</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4031">165</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">dona</td>
+<td class="width40" valign="bottom">donna</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4110">168</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">donno</td>
+<td class="width40" valign="bottom">donna</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4139">170</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">cirsenses</td>
+<td class="width40" valign="bottom">circenses</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4165">171</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">te</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4172">171</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">mozaiek-vloer</td>
+<td class="width40" valign="bottom">moza&iuml;ekvloer</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4383">182</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">eerbeid</td>
+<td class="width40" valign="bottom">eerbied</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4404">183</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">vorborgen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">verborgen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4527">188</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">beb</td>
+<td class="width40" valign="bottom">heb</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4984">209</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">wilkkelen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">wikkelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5814">234</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5861">236</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">reliefs</td>
+<td class="width40" valign="bottom">reli&euml;fs</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6121">245</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">had</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6207">248</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">volgelnestjes</td>
+<td class="width40" valign="bottom">vogelnestjes</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6232">249</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">kwam</td>
+<td class="width40" valign="bottom">kwamen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6569">259</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">noder</td>
+<td class="width40" valign="bottom">onder</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6619">261</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">perloga</td>
+<td class="width40" valign="bottom">pergola</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6657">263</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">kamaraden</td>
+<td class="width40" valign="bottom">kameraden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6695">264</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Terwij</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Terwijl</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6700">264</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Catharina</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Catherina</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7156">282</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8265">323</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">audientie</td>
+<td class="width40" valign="bottom">audi&euml;ntie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7185">283</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">teleursteling</td>
+<td class="width40" valign="bottom">teleurstelling</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7293">287</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Giovani</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Giovanni</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7584">300</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Etne</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Etnea</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7833">308</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">eindeljk</td>
+<td class="width40" valign="bottom">eindelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7939">312</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Tommasso&rsquo;s</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Tomasso&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7942">312</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">uchtendkrieken</td>
+<td class="width40" valign="bottom">ochtendkrieken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e8029">315</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">monpelde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">mompelde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e8450">328</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">.&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e8645">331</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">;</td>
+<td class="width40" valign="bottom">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e8699">332</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">:</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+***** This file should be named 36194-h.htm or 36194-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/6/1/9/36194/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/36194-h/images/back.jpg b/36194-h/images/back.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2090d72
--- /dev/null
+++ b/36194-h/images/back.jpg
Binary files differ
diff --git a/36194-h/images/cover.jpg b/36194-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0e15e6a
--- /dev/null
+++ b/36194-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/36194-h/images/spine.jpg b/36194-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..050a8a8
--- /dev/null
+++ b/36194-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/36194-h/images/titlepage.png b/36194-h/images/titlepage.png
new file mode 100644
index 0000000..bd4fafd
--- /dev/null
+++ b/36194-h/images/titlepage.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..3141e0e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #36194 (https://www.gutenberg.org/ebooks/36194)
diff --git a/old/36194-8.txt b/old/36194-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..e445f46
--- /dev/null
+++ b/old/36194-8.txt
@@ -0,0 +1,14204 @@
+Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Wonderen van den Antichrist
+
+Author: Selma Lagerlöf
+
+Translator: Betsy Nort
+
+Release Date: May 22, 2011 [EBook #36194]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST
+
+ Naar het Zweedsch
+ van
+ SELMA LAGERLÖF
+
+ Schrijfster van "Gösta Berling", "Ingrid", "De Koninginnen van
+ Kungahälla", "Jeruzalem", "Onzichtbare ketenen", enz.
+
+ Door
+ Betsy Nort
+
+ Met toestemming van de schrijfster
+
+
+ Als de Antichrist komt, zal hij
+ volkomen op Christus gelijken.
+
+ Daar zal groote nood heerschen
+ en de Antichrist zal van land tot
+ land gaan en den armen brood geven.
+
+ En hij zal vele aanhangers verkrijgen.
+
+ Siciliaansche Volkssage.
+
+
+ Tweede Druk
+
+ Amsterdam
+ H. J. W. Becht
+ 1904
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING
+
+
+ Als de Antichrist komt, zal hij
+ volkomen op Christus gelijken.
+
+
+I.
+
+HET VISIOEN VAN DEN KEIZER.
+
+
+In den tijd, toen Augustus keizer in Rome was, en Herodes als koning
+over Jeruzalem heerschte, geschiedde het eenmaal dat een zeer stille
+en heilige nacht op de aarde neerdaalde. Het was de donkerste nacht,
+welken iemand ooit aanschouwd had; men zou geloofd kunnen hebben,
+dat de gansche aarde onder een keldergewelf geraakt was.
+
+'t Was onmogelijk water van land te onderscheiden, en men verdwaalde
+op den meest bekenden weg. En dat kon niets anders zijn, want van
+den hemel kwam geen enkele lichtstraal.
+
+Alle sterren waren thuis gebleven en de lieflijke maan hield haar
+aangezicht afgewend.
+
+En even diep als de duisternis, was de stilte en de rust. De rivieren
+hadden haar loop gestaakt, de wind verroerde zich niet, en zelfs het
+espeblad had opgehouden te trillen. En waart ge langs de zee gegaan,
+dan hadt ge gezien, dat de golven niet meer tegen het strand sloegen,
+en waart ge in de woestijn gegaan, dan hadde het zand niet onder uwe
+voeten geknarst.
+
+Alles was versteend en roerloos om den heiligen nacht niet te
+verstoren. 't Gras mocht niet groeien, de dauw niet vallen, en de
+bloemen waagden het niet haar geuren uit te ademen.
+
+Gedurende dezen nacht jaagde geen roofdier, noch beten de slangen of
+blaften de honden. En wat nog heerlijker was, geen enkel der levenlooze
+dingen zou de heiligheid van den nacht hebben willen verstoren door
+zich te leenen tot een slechte daad. Geen breekijzer hadde een slot
+kunnen openen en geen mes ware in staat geweest bloed te vergieten.
+
+In dezen nacht verliet een kleine schaar menschen 's keizers woning op
+den Palatijnschen heuvel te Rome, en sloeg den weg in over het Forum
+naar het Kapitool. Den vorigen dag hadden namelijk de raadsheeren
+den keizer gevraagd of hij er iets tegen had, dat zij hem een tempel
+oprichtten op Rome's heiligen berg. Maar Augustus had niet dadelijk
+zijn bijval aan dit plan geschonken. Hij wist niet of het den goden
+welgevallig was, dat hij een tempel naast den hunne zou bezitten en
+hij had geantwoord dat hij eerst door een nachtelijk offer aan zijn
+genius hun wil in deze zaak wilde uitvorschen.
+
+En hij was het, die nu, gevolgd door eenige getrouwen, dit offer
+ging brengen.
+
+Augustus liet zich in zijn draagstoel voeren, want hij was oud en het
+beklimmen der hooge trappen van het Kapitool viel hem moeilijk. Zelf
+droeg hij de kooi met de duiven, die hij wilde offeren. Geen
+priesters, soldaten of raadsheeren vergezelden hem; slechts zijn
+naaste vrienden. Fakkeldragers liepen voor hem uit, als om een weg
+te banen in de duisternis van den nacht, en achter hem kwamen slaven,
+die het drievoetige altaar, de kolen, messen, het heilige vuur en al
+het andere droegen, dat voor het offeren noodig was.
+
+Onderweg sprak de keizer vroolijk met zijn getrouwen, daardoor merkte
+geen van hen de oneindige stilte en rust van den nacht. Eerst toen
+zij op de kruin van den berg de plaats bereikt hadden, die bestemd
+was voor den nieuwen tempel, werd hun geopenbaard, dat iets ongewoons
+plaats greep.
+
+Dit kon geen nacht, zooals alle andere zijn, want daar boven op de
+rotskruin zagen ze de wonderbaarlijkste gestalte. Ze dachten eerst,
+dat het een oude vergroeide olijfboom was, later geloofden zij,
+dat een oeroud steenen beeld uit den tempel van Jupiter op de rots
+verdwaald was. Ten slotte meenden ze, dat het niemand anders kon zijn
+dan de oude sibylle.
+
+Iets zoo ouds, zoo verweerds, zoo reusachtigs hadden ze nog nooit
+gezien. Indien de keizer er niet geweest was, zouden ze allen naar
+huis gevlucht zijn.
+
+"Dat is zij," fluisterden ze, "die zoo vele jaren telt als er
+zandkorrels gevonden worden op de kusten van haar vaderland. Waarom
+is zij juist vannacht uit haar hol gekomen? Wat voorspelt zij den
+keizer en het rijk, zij, die haar profetieën op de blaren der boomen
+schrijft en weet, dat de wind het orakelwoord tot dengene voert,
+die het noodig heeft?"
+
+Ze waren zoo ontsteld, dat zij zich allen op de knieën geworpen zouden
+hebben met het voorhoofd tegen den grond, indien de sibylle slechts één
+beweging gemaakt had. Maar ze zat zoo onbeweeglijk alsof ze levenloos
+was. Ze zat neergehurkt op den uitersten rand van de rotshelling,
+en beschutte haar oogen met de hand, terwijl zij in den duisteren
+nacht tuurde.
+
+Ze zat daar, alsof ze den berg beklommen had om beter iets te zien
+dat ergens ver weg geschiedde.
+
+Zij kon dus iets zien, zij! In zulk een nacht!
+
+Op hetzelfde oogenblik bemerkten de keizer en allen van zijn gevolg
+hoe diep de duisternis was. Geen van hen kon een handbreed voor zich
+uitzien. En welk een stilte! welk een rust!
+
+Zelfs niet het doffe murmelen van den Tiber konden zij hooren.
+
+Maar 't was alsof de lucht hen wilde verstikken, het koude zweet
+parelde hun op het voorhoofd en hun handen waren verstijfd en
+machteloos. Zij dachten dat er iets ontzettends moest gebeuren.
+
+Geen van hen wilde echter toonen, dat hij bang was, maar ze zeiden
+tegen den keizer, dat het een goed voorteeken was: de heele natuur
+hield den adem in om een nieuwen god te begroeten.
+
+Ze spoorden den keizer aan zich te haasten met het offeren en zeiden,
+dat de oude sibylle waarschijnlijk uit haar hol was gestegen om zijn
+genius te begroeten.
+
+Maar de waarheid was, dat de oude sybille geboeid was door een
+visioen. Zij wist niet eens, dat Augustus op het Kapitool gekomen
+was. In den geest vertoefde zij in een ver land, en daar meende
+zij over een groote vlakte te schrijden. In de duisternis stiet ze
+onophoudelijk met den voet tegen iets, dat ze dacht, dat aardheuveltjes
+waren.
+
+Zij boog zich voorover en voelde met de hand. Neen, het waren geen
+aardheuveltjes maar schapen. Ze schreed tusschen groote, slapende
+kudden. Nu bemerkte zij het vuur der herders. Dat brandde midden op
+het veld, zij trachtte het te naderen. De herders sliepen bij het
+vuur en naast hen lagen de lange, spitse herdersstaven, waarmee ze
+de kudden tegen de wilde dieren plachten te beschermen.
+
+Maar die kleine dieren met hun glinsterende oogen en groote staarten,
+die naar het vuur slopen, waren dat geen jakhalzen?
+
+En toch wierpen de herders hun staf niet naar hen, de honden bleven
+doorslapen, de kudde vluchtte niet weg en de wilde dieren vlijden
+zich naast de menschen neder.
+
+Dat zag de sibylle, maar zij wist niets van hetgeen achter haar op den
+berg plaats greep. Ze wist niet, dat men daar een altaar oprichtte,
+kolen deed gloeien, wierook verspreidde, en dat de keizer één der
+beide duiven uit de kooi nam om haar te offeren.
+
+Maar zijn handen waren zoo krachteloos, dat hij den vogel niet kon
+vasthouden. Met een enkelen slag van den vleugel bevrijdde de duif
+zich en verdween in de duisternis van den nacht.
+
+Toen dit geschiedde, blikten de hovelingen achterdochtig naar de oude
+sibylle. Ze geloofden dat zij het was, die het ongeluk veroorzaakte.
+
+Konden zij weten, dat de sibylle nog steeds bij het herdersvuur
+dacht te staan, terwijl zij luisterde naar een zwak geluid, dat in
+den doodstillen nacht begon te trillen?
+
+Zij luisterde lang daarna, vóórdat zij bemerkte, dat het niet van de
+aarde, maar uit de wolken kwam. Eindelijk hief zij het hoofd op en
+toen zag zij lichte stralende gestalten in de duisternis voortglijden.
+
+Het waren kleine engelenscharen, die lieflijk zingend en als zoekende,
+heen en weer vlogen over de groote vlakte. En terwijl de sibylle naar
+den engelenzang luisterde, maakte de keizer zich gereed tot een nieuw
+offer. Hij waschte zijn handen, reinigde het altaar en liet zich de
+tweede duif aanreiken, maar ofschoon hij nu zijn uiterste krachten
+inspande om deze vast te houden, gleed het slanke lichaam der duif
+uit zijn hand, en de vogel verdween in den ondoordringbaren nacht.
+
+De keizer werd bevreesd. Hij viel op de knieën voor het leege altaar
+en bad tot zijn genius. Hij smeekte zijn beschermgeest hem de kracht
+te verleenen om de ongelukken af te wenden, die deze nacht scheen
+te voorspellen.
+
+Ook daarvan had de sibylle niets gemerkt. Ze luisterde met heel haar
+ziel naar den engelenzang die al sterker en sterker werd. Op het
+laatst was deze zoo luid, dat de herders ontwaakten. Ze leunden op
+hun ellebogen en zagen lichte scharen zilverwitte engelen in lange
+fladderende lijnen, trekvogels gelijk, in de duisternis voortzweven.
+
+Sommigen hadden luiten en violen in de hand, anderen speelden op
+citers en harpen, en hun gezang klonk zoo blijde als kindergelach
+en zoo jubelend als het lied van den leeuwerik. Toen de herders dit
+hoorden, togen ze opwaarts om naar de bergstad te gaan, waar ze thuis
+behoorden, om het wonder te verhalen.
+
+Zij gingen langs een smal, slingerend paadje en de oude sibylle
+volgde hen. Opeens werd het helder licht boven den berg. Een groote,
+stralende ster schitterde juist daarboven, en de stad op den bergtop
+blonk als zilver in het licht der ster.
+
+Alle zwevende engelenscharen spoedden zich jubelend daarheen en de
+herders verhaastten hun schreden, zoo dat zij bijna sprongen. Toen
+ze de stad bereikt hadden, zagen ze, dat de engelen zich boven een
+lagen stal in de nabijheid van de stadspoort verzameld hadden. Het
+was een ellendig huis met een dak van stroo en de naakte rots tot muur.
+
+Daarboven straalde de ster en daar verzamelden zich al meer en meer
+engelen. Sommigen lieten zich neder op het stroodak of streken neer op
+de steile berghelling achter het huis, anderen bleven met fladderende
+vleugels daarboven zweven.
+
+Hoog, hoog was de lucht licht van flikkerende vleugels.
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat de ster boven de bergstad ontstoken werd,
+ontwaakte de gansche natuur, de mannen die op de hoogte van het
+Kapitool stonden, moesten dat wel merken. Ze voelden hoe frissche,
+streelende winden het luchtruim doorzweefden, heerlijke geuren stegen
+op uit de aarde, de boomen ruischten, de Tiber begon te murmelen,
+de sterren straalden en de maan stond opeens hoog aan den hemel
+en verlichtte de wereld. En uit de wolken kwamen de twee duiven
+aangevlogen en namen plaats op den schouder van den keizer.
+
+Toen dit wonder geschiedde, richtte keizer Augustus zich op in trotsche
+vreugde, maar zijn vrienden en slaven wierpen zich op hun knieën. "Ave
+Cesar," riepen zij. "Uw genius heeft u geantwoord. Gij zijt de god,
+die op de hoogte van het Kapitool moet worden aangebeden."
+
+En de hulde, die de geestdriftige mannen den keizer toejubelden,
+was zoo luidruchtig, dat de oude sibylle het hoorde. Dit deed haar
+uit haar visioenen ontwaken. Ze verliet haar plaats op de rotshelling
+en begaf zich tusschen de menschen. 't Was alsof een donkere wolk uit
+den afgrond opsteeg en neerstortte op de hoogte. Zij was vreeselijk
+om aan te zien in haar ouderdom. Ruig haar hing in dunne vlokken
+rondom haar hoofd, de gewrichten der ledematen waren gezwollen en de
+donkere huid omkleedde het lichaam, hard als boomschors, met rimpel
+naast rimpel. Maar geweldig en waardig schreed ze den keizer tegemoet.
+
+Met de eene hand greep zij hem bij de pols, met de andere wees ze
+naar het verre Oosten.
+
+"Zie," beval zij hem, en de keizer hief zijn blik op naar den hemel en
+zag. Het luchtruim opende zich voor zijn blikken en deze drongen door
+tot het verre Oosterland. En hij zag een armoedigen stal onder een
+steilen rotswand en in de geopende deur eenige knielende herders. In
+den stal zag hij een jonge moeder gekield liggen voor een klein kind,
+dat op een stroobos op den grond lag.
+
+En de groote, knokige vingers der sibylle wezen naar dat arme kind.
+
+"Ave Cesar," zei de sibylle, terwijl zij hoonend lachte. "Daar is de
+god, die op de hoogte van het Kapitool zal worden aangebeden."
+
+Toen deinsde Augustus terug als voor een waanzinnige. Maar de machtige
+geest der profetie werd vaardig over haar, de oogen begonnen te
+branden, haar handen wezen hemelwaarts, haar stem veranderde, zoo dat
+die niet meer de hare scheen te zijn, maar zulk een klank en kracht
+bezat, dat die over de gansche wereld gehoord kon worden. En zij sprak
+woorden, die ze in den hemel tusschen de sterren, scheen te lezen:
+
+"Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist, maar geen sterflijke menschen."
+
+Toen ze dit gezegd had, schreed ze tusschen de door schrik bevangen
+mannen, daalde langzaam van den berg en verdween.
+
+Maar Augustus liet den volgenden dag het volk streng verbieden hem
+een tempel op het Kapitool op te richten.
+
+In plaats daarvan liet hij een kapel voor het pasgeboren Godskind
+bouwen en noemde dat het altaar des hemels, Aracoeli.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+ROME'S HEILIG KIND.
+
+
+Op den heuvel van het Kapitool verhief zich een klooster dat bewoond
+werd door Franciscaner monniken. Maar men kon het nauwelijks als
+een klooster beschouwen, veeleer als een vesting. Het was gelijk een
+wachttoren aan de zeekust, waar men naar een naderenden vijand tuurt
+en staart.
+
+Naast het klooster stond de prachtige basiliek Santa Maria in
+Aracoeli. De basiliek was gebouwd als herinnering aan het bezoek der
+sibylle, die keizer Augustus hier Christus had doen aanschouwen.
+
+Maar het klooster was opgericht, omdat men vreesde voor de vervulling
+van de profetie der sibylle, dat de Antichrist op het Kapitool zou
+worden aangebeden.
+
+En de monniken voelden zich als krijgers. Als ze naar de kerk gingen
+om te zingen en te bidden, meenden zij op vestingwallen te loopen en
+wolken van pijlen neer te zenden op den aanstormenden Antichrist.
+
+Ze leefden altijd denkende aan den Antichrist, en hun gansche
+godsdienst was één strijd om hem ver van het Kapitool te houden.
+
+Ze trokken hun hoeden diep in het gelaat, om hun oogen te beschutten,
+en tuurden in de wereld.
+
+Hun blikken werden koortsachtig van het staren, en voortdurend meenden
+ze den Antichrist te ontdekken.
+
+"Hij is hier, hij is daar," riepen ze. En ze fladderden in hun bruine
+pijen rond en maakten zich gereed tot den strijd, gelijk kraaien, die
+op een rotspunt verzameld zijn en een adelaar in het gezicht krijgen.
+
+Maar sommigen zeiden: Wat baten gebeden en boetedoeningen? De sibylle
+heeft het gezegd. De Antichrist moet komen.
+
+Toen zeiden anderen: God kan een wonder verrichten. Indien het kampen
+niet baatte, zou Hij ons niet hebben laten waarschuwen door de sibylle.
+
+Jaar na jaar verdedigden de Franciscanen het Kapitool door
+boetedoening, werken van barmhartigheid en de verkondiging van
+Gods woord.
+
+Zij beschermden het eeuw na eeuw, maar naarmate de tijden verstreken,
+werden de menschen krachteloozer en zwakker.
+
+De monniken zeiden:
+
+"Spoedig kan het rijk van dezen tijd niet langer bestaan. Er moet
+een wereldherschepper komen zooals ten tijde van Augustus."
+
+Ze rukten hun haren uit en geeselden zich, want ze wisten, dat de
+wereldverlosser de Antichrist moest zijn, en dat het een rijk van
+geweld en kracht zou worden.
+
+Gelijk zieken door hun kwalen gepijnigd worden, zoo werden zij gekweld
+door de gedachte aan den Antichrist. En zij zagen hem voor zich. Hij
+was even rijk als Christus arm, even slecht als Christus goed, even
+geëerd als Christus vernederd was. Hij voerde scherpe wapens en reed
+aan de spits van bloeddorstige woestelingen. Hij wierp kerken omver,
+vermoordde priesters en wapende de menschen tot den strijd, zóó dat
+broeder tegen broeder worstelde en de eene mensch den anderen vreesde
+en nergens vrede te vinden was.
+
+En telkens als een mensch van geweld en kracht zijn weg over de zee
+der tijden nam, werd er van den wachttoren op het Kapitool geroepen:
+"De Antichrist, de Antichrist!"
+
+En voor elken geweldenaar, die verdween en ten onder ging, riepen de
+monniken hosanna en zongen ze een Te-Deum.
+
+En ze zeiden: "Het is door de kracht onzer gebeden, dat de slechten
+vielen, vóórdat ze het Kapitool konden bereiken."
+
+Het was een harde straf voor het schoone klooster, dat zijn monniken
+nooit rust konden vinden. Hun nachten waren nog zwaarder dan hun
+dagen. Dan zagen ze hoe wilde dieren hun cellen binnendrongen en zich
+naast hun brits uitstrekten. En elk wild dier was de Antichrist. Maar
+sommige monniken zagen hem als een draak, en andere als een griffioen,
+en weer andere als een sfinx. En als ze uit hun droomen ontwaakten,
+waren ze mat als na een zware ziekte.
+
+De eenige troost, dien deze arme monniken bezaten, was het wonderdoende
+Christusbeeld, dat in de basiliek te Aracoeli bewaard werd. Wanneer
+een monnik tot vertwijfeling gedreven was, ging hij naar de kerk om
+daar troost te zoeken. Hij liep dan de geheele basiliek door naar een
+afgesloten kapel naast het hoofdaltaar. Daarin ontstak hij gewijde
+waskaarsen en deed een gebed, vóórdat hij de altaarkast opende, die
+deuren van ijzer met dubbele sloten had. En hij lag op zijn knieën,
+zoo lang hij het beeld aanschouwde.
+
+Het beeld stelde een klein kind voor, het had een gouden kroon op het
+hoofd, gouden schoentjes aan de voeten, en zijn kleertjes schitterden
+van sieraden, die het beeld geschonken waren door lijdenden, die het
+hadden aangeroepen om hulp. En de wanden der kapel waren bedekt met
+schilderijen, die deden zien hoe velen het uit brand- en zeegevaar
+gered had, hoe het zieken genezen en ongelukkigen geholpen had. En
+als de monnik dit zag, jubelde hij en zei tot zich zelf:
+
+"God zij geprezen! Nog is het Christus, die op het Kapitool wordt
+aangebeden."
+
+De monnik merkte op, hoe het beeld in mystieke, zelfbewuste macht tegen
+hem glimlachte en zijn geest verhief zich tot de heilige sferen der
+vertroosting. "Wat kan U doen neerstorten, Gij machtige?" zei hij. "Wie
+kan U doen vallen? Voor U buigt de eeuwige stad haar knieën. Gij zijt
+Rome's heilig kind. Gij zijt de gekroonde, dien het volk aanbidt. Gij
+zijt de machtige, die hulp, troost en kracht verleent. Gij alleen
+zult op het Kapitool worden aangebeden."
+
+Hij zag hoe de kroon van het beeld veranderde in een aureool, die
+stralen over de gansche aarde zond. En in welke richting hij ook den
+loop der stralen volgde, overal zag hij hoe de wereld vol kerken was,
+waar Christus werd aangebeden. Het was alsof een machtige heerscher
+hem al de vestingen en burchten getoond had, die zijn rijk beschermden.
+
+"Het is zeker, dat Gij niet kunt vallen," zei de monnik. "Uw rijk
+moet blijven bestaan."
+
+En elke monnik, die het beeld zag, genoot een paar uur van vertroosting
+en vrede, totdat de vrees zich opnieuw van hem meester maakte. Maar
+indien zij dit beeld niet bezeten hadden, zouden hun zielen geen
+oogenblik rust gevonden hebben.
+
+Zoo hadden Aracoeli's monniken zich onder gebed en strijd door de
+tijden geworsteld, en nooit had het aan wachters ontbroken, want
+zoodra een van hen uitgeput was door angst, haastten anderen zich
+zijn plaats in te nemen.
+
+En ofschoon de meesten, die in het klooster gingen, door waanzin of een
+te vroegen dood getroffen werden, nooit slonk de rij der monniken, want
+het werd als een groote eer beschouwd te Aracoeli voor God te strijden.
+
+Zoo gebeurde het, dat deze strijd nog vóór zestig jaar in vollen gang
+was, en wegens de verdorvenheid der tijden streden de monniken met
+grooter ijver dan ooit en verwachtten den Antichrist zoo stellig als
+nooit te voren.
+
+In dien tijd kwam er een rijke Engelsche vrouw te Rome. Ze ging naar
+Aracoeli en zag het beeld, en zij was daardoor zóó getroffen, dat ze
+dacht niet te kunnen leven, indien het niet in haar bezit kwam. Zij
+ging telkens terug naar Aracoeli om het beeld te zien en ten slotte
+smeekte zij de monniken het van hen te mogen koopen.
+
+Maar indien ze den ganschen mozaïekvloer in de groote basiliek met
+gouden munten bedekt had, dan nog hadden de monniken haar dit beeld,
+dat hun eenige troost was, niet willen afstaan.
+
+Doch de Engelsche was in die mate in vervoering over het beeld,
+dat zij zonder dit vreugde noch vrede kon vinden.
+
+En daar ze op geen andere wijze haar verlangen kon bevredigen,
+besloot ze het beeld te stelen.
+
+Zij dacht niet aan de zonde, die ze beging, maar voelde slechts een
+onweerstaanbaren drang en brandenden dorst en liever wilde zij haar
+ziel wagen dan haar hart het geluk weigeren het vurig begeerde beeld te
+bezitten. En om haar doel te bereiken, liet ze een beeld vervaardigen,
+dat volkomen gelijk was aan dat te Aracoeli.
+
+'t Beeld van Aracoeli is van olijvenhout uit Getsemane's olijvenberg
+gesneden, maar de Engelsche waagde het een beeld van olmhout te laten
+snijden, dat volkomen daarop geleek.
+
+'t Beeld te Aracoeli is niet door menschenhanden beschilderd.
+
+Toen de monnik, die het sneed, penseel en verf genomen had, sluimerde
+hij in over zijn arbeid. En toen hij ontwaakte, was het beeld
+geschilderd. Het had zich zelf voltooid, als teeken, dat God het
+beminde. Maar de Engelsche was zoo vermetel een aardschen schilder
+haar houten beeld zóó te laten schilderen, dat het volkomen gelijk
+aan het heilige beeld werd.
+
+Het nagemaakte beeld kocht ze een kroon en schoentjes, maar die
+waren niet van goud; het was slechts zink en verguldsel. Ze bestelde
+sieraden, ze kocht ringen en halskettingen, armbanden en juweelen
+sterren--maar dat alles was van koper en glas--en zij kleedde het,
+zooals de hulpzoekenden het ware en echte beeld gekleed hadden.
+
+Toen het beeld klaar was, nam ze een naald en grifte in de kroon:
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+'t Was alsof ze vreesde, dat ze zelf niet meer beeld van beeld
+kon onderscheiden. En 't was alsof ze haar geweten had willen
+geruststellen. "Ik heb immers niet een valsch Christusbeeld willen
+maken. Ik heb toch in zijn kroon geschreven: Mijn rijk is slechts
+van deze wereld."
+
+Daarop wierp zij een wijden mantel om, verborg het beeld daaronder
+en ging naar Aracoeli. Daar verzocht ze, haar devotie te mogen doen
+vóór het Christusbeeld.
+
+Toen zij nu stond in het heiligdom, en de kaarsen aangestoken, de
+ijzeren deuren geopend waren, en het beeld zich aan haar blikken
+vertoonde, begon ze te trillen en te beven en 't scheen alsof ze
+bezwijmen zou.
+
+De monnik, die haar vergezelde, haastte zich naar de sacristij om
+water te halen en zij bleef alleen in de kapel.
+
+En toen hij terugkwam, had zij de heiligschennis gepleegd.
+
+Zij had het heilige, wonderdoende beeld genomen en het valsche en
+machtelooze daarvoor in de plaats gezet.
+
+De monnik bemerkte niets van den ruil. Hij sloot het valsche
+beeld achter ijzeren deuren met dubbele sloten en de Engelsche ging
+huiswaarts met Aracoeli's schat. Zij plaatste het in haar paleis op een
+voetstuk van marmer en was zoo gelukkig als ze nog nimmer geweest was.
+
+In Aracoeli, waar men niets wist van de schade, die men geleden
+had, aanbad men het onechte Christusbeeld gelijk men het echte had
+aangebeden. En toen het Kerstfeest aanbrak, bouwde men het, zooals
+gebruikelijk was, een der schoonste grotten in de kerk.
+
+Daar lag hij stralend als een edelgesteente, in Maria's schoot en
+rondom hem stonden herders, engelen en wijze mannen. En zoo lang
+de grot daar was, kwamen er kinderen van Rome en van de Campagne en
+werden in een kleinen preekstoel in Aracoeli's basiliek geheven. Dan
+predikten ze de lieflijkheid, zoetheid, macht en heiligheid van het
+kleine Christuskind.
+
+Maar de Engelsche leefde in grooten angst, dat iemand ontdekken zou,
+dat zij Aracoeli's Christusbeeld gestolen had. Daarom bekende zij
+voor niemand, dat het beeld hetwelk zij bezat, het echte was.
+
+"Dit is een nagemaakt beeld," zei ze, "het is zoo gelijk aan het
+echte als het slechts zijn kan, maar het is nagemaakt."
+
+Nu had zij een klein Italiaansch meisje in haar dienst. Op een dag toen
+deze door het vertrek ging, bleef ze voor het beeld staan en sprak:
+
+"Gij, arm Christuskind, dat eigenlijk geen Christuskind zijt, indien
+gij wist hoe het ware kind in al zijn heerlijkheid in de grot te
+Aracoeli ligt, en hoe Maria en San Giuseppe en de herders voor hem
+geknield liggen! En indien ge slechts wist hoe de kinderen op een
+kleinen preekstoel tegenover hem staan, en hoe ze buigen, en hem
+kushandjes toewerpen en hoe ze prediken voor hem, zoo schoon als zij
+slechts kunnen!"
+
+Eenige dagen later kwam het kleine dienstmeisje weer en sprak tot
+het beeld:
+
+"Arm Christuskind, gij, die geen Christus zijt, weet gij, dat ik
+vandaag in Aracoeli geweest ben en gezien heb hoe het ware kind in
+processie rondgedragen werd? Ze hielden een troonhemel boven hem,
+en alle menschen zonken voor hem op de knieën, en zongen en speelden
+voor hem.
+
+"Nooit zult gij zoo iets heerlijks beleven!"
+
+En hoor nu, wat het dienstmeisje voor de derde maal tot het beeld
+sprak:
+
+"Weet gij, Christuskind, dat geen echt Christuskind zijt, dat het
+beter voor u is te staan, waar gij staat? Want het ware kind wordt
+bij de zieken geroepen, en het rijdt in zijn gouden wagen daar heen,
+maar het kan hen niet helpen, en ze sterven in vertwijfeling. En
+men begint te zeggen, dat het heilige kind van Aracoeli de kracht om
+goed te doen verloren heeft, en dat gebeden en tranen hem niet meer
+roeren. Het is beter voor u, dat ge staat waar ge staat, dan dat ge
+aangeroepen wordt en niet kunt helpen."
+
+Maar den volgenden nacht geschiedde er een wonder. Tegen middernacht
+werd er hevig aan de kloosterpoort te Aracoeli geluid. En toen de
+poortwachter zich niet genoeg haastte om te openen, werd er op de
+poort geklopt. Dat kloppen klonk zoo luid alsof het met klinkend
+metaal geschiedde, en het werd door het gansche klooster gehoord. Alle
+monniken rezen tegelijk op van hun bedden. Allen die gepijnigd werden
+door vreeselijke droomen, vlogen plotseling op en dachten, dat de
+Antichrist gekomen was.
+
+Maar toen men de poort opende--toen men de poort opende!
+
+Het was het kleine Christusbeeld, dat op den drempel stond. 't Was
+zijn kleine hand die aan het klokketouw getrokken had, het was zijn
+kleine goudgeschoeide voet, die tegen de poort geschopt had.
+
+De poortwachter nam het heilige kind haastig in zijn armen. Toen zag
+hij, dat het tranen in de oogen had.
+
+Ach, het arme heilige kind had in den nacht door de stad geloopen! Wat
+had het niet moeten zien!
+
+Zoo veel armoede en zoo veel ellende en zoo veel ondeugd en zoo
+veel misdaden! Het was verschrikkelijk te denken wat het al niet had
+moeten ondervinden!
+
+De poortwachter ging naar den prior en toonde hem het beeld. En zij
+waren verbaasd dat het 's nachts buiten was gekomen.
+
+Maar de prior liet de kerkklok luiden en den monniken tot een
+godsdienstoefening bijeenroepen. En al de monniken van Aracoeli trokken
+naar de groote schemerachtige basiliek om in alle plechtigheid het
+beeld weer op zijn plaats te zetten.
+
+Uitgeput en lijdend liepen ze te rillen in hun zware duffel
+monnikspijen. Velen van hen weenden alsof ze aan een levensgevaar
+ontsnapt waren.
+
+"Hoe zou het ons gegaan zijn," zeiden ze, "indien onze eenige troost
+van ons was genomen? Is het niet de Antichrist, die Rome's heilig
+kind uit het beschermende heiligdom gelokt heeft?"
+
+Maar toen ze het Christusbeeld in de altaarkast wilden plaatsen,
+vonden ze daarin het valsche kind, dat op zijn kroon het inschrift
+droeg: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+En nu ze het beeld nader onderzochten, vonden ze het inschrift.
+
+Toen wendde de prior zich tot de monniken en sprak tot hen:
+
+"Broeders, we zullen een Te-Deum zingen, de zuilen onzer kerk met
+zijde omwinden en alle waskaarsen en lampen aansteken en we zullen
+een groot feest vieren.
+
+"Zoo lang het klooster bestaan heeft, is het een huis van vervloeking
+geweest, maar om den wille van al het lijden dergenen, die hier geleefd
+hebben, heeft God genade geschonken. En nu is alle gevaar geweken.
+
+"God heeft den strijd met zege bekroond en wat gij gezien hebt, is het
+teeken, dat de Antichrist niet op het Kapitool zal worden aangebeden.
+
+"Want opdat de woorden der sibylle niet onvervuld zouden blijven,
+heeft God dit valsche beeld van Christus gezonden, dat de woorden
+van den Antichrist in zijn kroon voert, en Hij heeft het ons laten
+aanbidden en vereeren, alsof hij de groote Zaligmaker ware.
+
+"Maar nu kunnen wij vol vreugde en blijdschap rusten, want de duistere
+profetie der sibylle is vervuld, en de Antichrist is hier aangebeden.
+
+"Groot is God, de Almachtige, die den verterenden angst van ons nam
+en Zijn wil geschieden liet, zonder dat de wereld het valsche beeld
+van Gods Zoon behoefde te aanschouwen.
+
+"Gelukkig is Aracoeli's klooster, dat in Gods genade staat, Zijn wil
+volvoert en gezegend is door Zijn oneindige genade."
+
+Toen de prior dit gezegd had, nam hij het valsche beeld in zijn
+handen, schreed de kerk door en opende de groote hoofddeur. Daar
+trad hij op het terras. Beneden hem lag de hooge, breede trap met
+honderd negentien marmeren treden, die van het Kapitool als naar een
+afgrond leidt. En hij hief het beeld boven zijn hoofd en riep luid:
+"Anatema Antichristo" en slingerde het beeld van de hoogte van 't
+Kapitool naar beneden in de wereld.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+OP DE BARRICADE.
+
+
+Toen de rijke Engelsche 's morgens ontwaakte, miste zij het beeld en
+wist niet waar zij het moest zoeken. Zij geloofde dat niemand anders
+dan Aracoeli's monniken het weggenomen konden hebben. En haastig ging
+ze naar het Kapitool om het daar te zoeken. Zoo kwam ze bij de groote
+marmeren trap, die naar Aracoeli's basiliek voert. En haar hart klopte
+onstuimig van vreugde, want op de onderste trede lag hetgeen zij zocht.
+
+Zij greep het beeld, verborg het onder haar mantel en spoedde zich
+huiswaarts. En weer plaatste zij het in haar feestzaal.
+
+Maar toen zij zich nu verdiepte in zijn schoonheid, zag ze, dat er
+een deuk in de kroon gekomen was.
+
+Zij nam die in haar hand om te zien zien hoe groot de schade was en
+in hetzelfde oogenblik vielen haar oogen op het inschrift dat ze zelf
+gegrift had:
+
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Toen wist zij, dat dit het valsche Christusbeeld was en dat het echte
+weer in Aracoeli's kapel stond.
+
+Zij wanhoopte dit ooit weer in haar bezit te krijgen en zij besloot den
+volgenden dag uit Rome te vertrekken, want ze wilde daar niet langer
+blijven, nu zij het beeld niet meer bezat. Maar toen zij vertrok, nam
+zij het valsche beeld mede, omdat het haar herinnerde aan het andere,
+dat zij beminde; en het vergezelde haar later op al haar reizen.
+
+Zij vond nergens rust, maar reisde voortdurend, en op deze wijze
+werd het beeld over de gansche wereld gevoerd. En overal waar het
+beeld kwam, was het alsof Christus' macht verminderde, zonder dat
+iemand recht begreep wat de oorzaak daarvan was. Want niets zag er
+machteloozer uit dan dit armzalige beeld van olmhout, dat versierd
+was met koperen ringen en glazen kralen.
+
+Toen de rijke Engelsche, die eerst het beeld bezeten had, dood
+was, kwam het in het bezit van een andere rijke Engelsche, die ook
+voortdurend reisde, en na deze in handen van een derde.
+
+
+
+Eens, het was nog in den tijd der eerste Engelsche, kwam het beeld
+in Parijs.
+
+Toen het de groote stad binnenreed, was daar oproer. Volksmenigten
+trokken luid schreeuwend door de straten en riepen om brood. Ze
+plunderden de winkels en wierpen steenen naar de paleizen der
+rijken. Gewapende macht trok tegen hen op, toen rukten ze de
+straatsteenen uit, stapelden wagens en huisraad opeen en versperden
+de straten met barricades.
+
+Toen nu de rijke Engelsche de stad binnenreed in haar grooten
+reiswagen, stormde het volk daarop los, dwong haar uit te stappen en
+sleepte den wagen naar één der barricades.
+
+Terwijl men trachtte deze te stapelen op de duizenden voorwerpen, die
+de barricade vormden, viel één der grootste koffers op den grond. Het
+slot sprong open en onder het vele dat uit den koffer rolde, was ook
+het verworpen Christusbeeld.
+
+'t Volk stortte zich daarop, om het plunderen, maar men ontdekte
+spoedig dat al zijn sieraden valsch en geheel waardeloos waren, en
+men begon het beeld te bespotten en te hoonen. Het ging van hand tot
+hand onder de oproerlingen, totdat één van hen zich bukte om de kroon
+te bekijken. Zijn blik viel op de woorden, die daarin gegrift waren:
+"Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+De man riep dit luide en allen schreeuwden, dat het kleine beeld hun
+veldteeken zou zijn. Ze plaatsten het op den top der barricade en
+plantten het daar als een banier.
+
+Onder degenen, die de barricade verdedigden, was een man, die geen
+arme arbeider, maar een geleerde was, die zijn gansche leven in de
+studeerkamer had doorgebracht. Hij kende al de ellende, waaronder
+de menschen gebukt gaan, en zijn hart was vervuld van medelijden;
+voortdurend zocht hij naar een middel om hun lot te verbeteren.
+
+Gedurende dertig jaar had hij geschreven en gepeinsd, zonder hulp
+te vinden. Toen hij nu de stormklok hoorde luiden, volgde hij deze
+roepstem en snelde de straat op. Hij had een wapen gegrepen en was de
+oproerlingen gevolgd in de meening, dat het raadsel, hetwelk hij niet
+vermocht op te helderen, opgelost kon worden door geweld en macht en
+dat de armen zich door strijd een beter lot konden verwerven. Daar
+stond hij nu den ganschen dag te strijden, de menschen sneuvelden
+rondom hem, bloed spatte hem in het gelaat, en de ellende van het
+leven scheen hem grooter en jammerlijker dan ooit.
+
+Maar zoo dikwijls de kruitdamp optrok, schitterde in zijn oogen het
+kleine beeld dat gedurende al het krijgstumult onbeweeglijk hoog boven
+op de barricade stond. En iederen keer, dat hij het beeld zag, werd
+hij getroffen door de woorden: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Ten slotte kwam het hem voor, dat deze woorden zich zelf in de lucht
+schreven, en voor zijn oogen begonnen te zweven, nu in vuur, dan in
+rook of in bloed.
+
+Hij werd stil, hij stond daar met het geweer in de hand, en staakte
+den strijd. Plotseling wist hij, dat dit de woorden waren, waarnaar
+hij zijn leven lang gezocht had. Nu wist hij wat hij den menschen
+moest zeggen, en dit armzalige beeld was het, dat hem de oplossing
+gegeven had.
+
+Hij zou de gansche wereld doortrekken om te verkondigen "Uw rijk
+is slechts van deze wereld." Daarom moet gij trachten dit leven
+gelukkig te maken en als broeders leven. En ge zult uw rijkdommen
+deelen opdat niemand rijk en niemand arm zij. Ge zult allen arbeiden,
+en de aarde zal het eigendom van allen zijn en ge zult allen gelijk
+worden. Niemand zal honger lijden, niemand zal in overdaad leven en
+niemand zal op zijn ouden dag gebrek lijden. En ge zult streven naar
+het geluk van allen, want er is geen hiernamaals, dat u wacht.
+
+Dit alles voer hem door het hoofd, terwijl hij daar op de barricade
+stond, en toen de gedachte hem helder was, legde hij de wapens neder
+en hief die niet weder op tot strijd en bloedvergieting.
+
+Spoedig daarop werd de barricade opnieuw bestormd en genomen. De
+troepen trokken zegevierend voorwaarts en dempten het oproer; en
+vóórdat de avond viel, heerschte er vrede en orde in de groote stad.
+
+Toen zond de Engelsche eenige dienaren uit om haar verloren eigendommen
+te zoeken, en ze vonden verschillende zaken, zoo niet alles. 't Eerst
+zagen ze op de bestormde barricade den verworpeling van Aracoeli.
+
+Maar de man, die gedurende den strijd van het beeld geleerd had,
+begon der wereld een nieuwe leer te verkondigen, die socialisme
+genoemd wordt, maar het Antichristendom is.
+
+En die leer bemint, verzaakt, leert en strijdt als het Christendom,
+zoodat die volkomen op deze gelijkt, evenals het valsche beeld van
+Aracoeli volkomen gelijkt op het echte Christusbeeld. En evenals het
+valsche beeld zegt zij: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."
+
+Maar terwijl het beeld, dat deze leer verspreid heeft, onopgemerkt
+is en onbekend, is de leer bekend en gaat over de gansche wereld om
+die te verlossen en te herscheppen.
+
+Van dag tot dag wint zij veld. Zij gaat door alle landen en draagt
+velerlei namen en ze is zoo verleidelijk, omdat ze allen aardsch
+geluk en genot belooft, en ze lokt meer aanhangers dan welke leer ook,
+die over de wereld is gegaan sedert Christus' tijd.
+
+
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+ "Daar zal groote nood heerschen."
+
+
+I.
+
+DE MONGIBELLO.
+
+
+Omstreeks 1870 woonde er in Palermo een arme knaap, die Gaetano
+Alagona heette. Dat was een geluk voor hem! Ware hij niet een der
+oude Alagona's geweest, dan zou men hem misschien hebben laten
+verhongeren. Hij was immers slechts een kind, en had geld noch
+ouders. Maar nu hadden de jezuïeten van Santa Maria in Gesu hem uit
+barmhartigheid in de kloosterschool opgenomen.
+
+Op een dag, terwijl hij in zijn lessen verdiept was, kwam een pater
+hem uit de school roepen, omdat een bloedverwante hem wilde spreken.
+
+Wat, een bloedverwante! Hij had altijd gehoord, dat zijn geheele
+familie overleden was. Maar pater Jozef beweerde, dat er familie
+van hem, een signora in levenden lijve was, die hem uit het klooster
+wilde nemen.
+
+Het werd al erger en erger. Wilde zij hem uit het klooster nemen? Daar
+zou ze toch zeker de macht niet toe hebben!
+
+Hij zou immers monnik worden.
+
+Hij wilde de signora in het geheel niet zien. Kon pater Jozef haar
+niet zeggen, dat Gaetano het klooster nooit zou verlaten, en dat het
+haar niets baatte hem dat te vragen?
+
+Neen, pater Jozef zei, dat het niet ging haar te laten vertrekken,
+zonder dat zij hem gezien had, en hij sleepte Gaetano half naar
+de ontvangkamer.
+
+Daar stond ze bij een der vensters. Heur haar was grauw, haar
+gelaatstint bruin en haar oogen waren zwart en rond als paarlen. Zij
+droeg een kanten sluier op het hoofd, en haar zwarte kleederen
+waren glad van het dragen, en een weinig vaal, zooals pater Jozefs
+alleroudste kaftan.
+
+Ze maakte het teeken des kruises, toen zij Gaetano zag.
+
+"God zij geloofd, hij is een echte Alagona!" riep zij en kuste hem
+de hand.
+
+Zij zei, dat het haar leed deed, dat hij twaalf jaar oud was geworden,
+zonder dat één zijner familieleden naar hem gevraagd had. Maar zij had
+niet geweten, dat er nog iemand van den anderen tak in leven was. Hoe
+zij dat nu opeens was te weten gekomen? Ja, Luca had zijn naam in de
+courant gelezen. Die had gestaan bij degenen, die een prijs gekregen
+hadden. Dat was nu een half jaar geleden, maar het was een verre reis
+naar Palermo. Zij had moeten sparen en sparen om het reisgeld bijeen
+te krijgen. Ze had niet eerder kunnen komen. Maar hierheen gaan om
+hem te zien, dat moest ze. Santissima Madre, zij was zoo blij geweest!
+
+Zij was het, donna Elisa, die Alagona heette. Haar overleden man
+was een Antonelli geweest. Er bestond nog één Alagona, dat was haar
+broeder. Hij woonde ook in Diamante. Maar Gaetano wist zeker niet
+waar Diamante lag?
+
+De knaap schudde met het hoofd. Neen dat kon ze wel denken, ze lachte.
+
+"Diamante ligt op den Monte Chiaro. Weet je waar de Monte Chiaro ligt?"
+
+"Neen."
+
+Zij trok haar wenkbrauwen op en zag er heel schalks uit. "De Monte
+Chiaro ligt op den Etna, indien je weet waar de Etna ligt?"
+
+Dat klonk zoo aarzelend alsof het al te veel verlangd was, dat
+Gaetano iets van den Etna zou weten. En zij lachten alle drie, zij,
+zoowel als pater Jozef en Gaetano. Ze werd een heel ander mensch,
+nadat zij hen aan het lachen gebracht had.
+
+"Wil je met mij meegaan om Diamante, den Etna en den Monte Chiaro te
+zien?" vroeg ze vlug.
+
+"Den Etna moet je zien. Dat is de grootste berg op de geheele
+wereld. De Etna is een koning en de bergen rondom hem liggen op
+hun knieën en wagen het niet hun blikken te verheffen naar zijn
+aangezicht." Toen begon zij al het mogelijke van den Etna te vertellen.
+
+Ze dacht zeker, dat dit hem zou kunnen lokken.
+
+En 't was werkelijk waar, dat Gaetano er nooit over nagedacht had,
+wat de Etna eigenlijk voor een berg was. Hij had niet geweten, dat
+hij sneeuw op zijn kruin had, eikenloof in den baard, en wijnranken om
+het middel en dat hij tot over de knieën in oranjebosschen trapte. En
+langs den berg stroomden groote, breede zwarte rivieren. Die waren
+heel merkwaardig, ze vloeiden zonder te murmelen, zij golfden zonder
+wind, de slechtste zwemmer kon er zonder een brug over komen.
+
+Gaetano raadde, dat zij lavastroomen bedoelde. En zij was zoo blij,
+dat hij dit had kunnen raden. Hij had dus verstand. Hij was een
+echte Alagona.
+
+En dat de Etna zoo groot was! Denk eens aan, dat men drie dagen noodig
+heeft om er omheen, en drie dagen om naar den top en weer naar beneden
+te rijden.
+
+En dat er behalve Diamante nog vijftig steden en veertien groote
+bosschen en twee honderd kleine bergen op den Etna gevonden werden,
+die toch ook nog zoo klein niet waren, ofschoon de berg zoo groot was,
+dat deze niet meer in het oog vielen dan een zwerm vliegen op een
+kerkdak. En dat er grotten waren, die een geheel krijgsheer konden
+bevatten; en holle oude boomen, waaronder een groote kudde schapen
+beschutting kon vinden bij onweer.
+
+Alles wat merkwaardig was scheen op den Etna gevonden te worden. Daar
+waren rivieren, waarvoor men zich in acht moest nemen, 't water daarin
+was zoo koud, dat men zou sterven, indien men daarvan dronk. Andere
+stroomen waren er, die alleen overdag vloeiden en weer andere,
+die alleen gedurende den winter stroomden, sommige verborgen zich
+bijna voortdurend diep onder den grond. En er waren warme bronnen,
+leemvulkanen en zwavelgroeven.--En 't zou jammer voor Gaetano zijn,
+indien hij den Etna nooit zag want de berg was zoo grootsch.
+
+Hij verhief zich ten hemel als een praaltent. Hij was veelkleurig als
+een caroussel. Gaetano zou hem 's morgens en 's avonds willen zien,
+als hij rood was, en hij zou hem 's nachts willen zien als hij wit
+getint was. En dan zou Gaetano zeker ook willen weten of het waar was,
+dat hij alle kleuren kon aannemen, of hij blauw, zwart, bruin en violet
+kon worden? En of hij een schoonheidssluier droeg als een signora? Of
+hij gelijk een tafel was, bedekt met pluche kleeden? Of hij een tunica
+van gouddraad en een mantel van pauweveeren droeg? Hij zou zeker ook
+gaarne willen weten of het waar was, dat de oude koning Arthur daar in
+een grot zat? Donna Elisa zei, dat het zeer zeker was, dat hij nog op
+den Etna woonde, want eens, toen de bisschop van Catania over den berg
+reed, sprongen drie zijner muilezels weg, en de jongen die ze zocht
+vond ze in de grot bij koning Arthur. De koning verzocht den knaap,
+den bisschop te willen zeggen, dat zoodra zijn wonden geheeld waren,
+hij met zijn ridders van de ronde tafel zou komen, om het onrecht
+dat op Sicilië was tot recht te maken.
+
+En degene die oogen bezat om te zien, die wist wel, dat koning Arthur
+nog niet uit zijn grot was gekomen.
+
+Gaetano wilde zich niet door haar laten lokken, maar hij dacht, dat hij
+toch wel een weinig vriendelijk tegen haar kon zijn. Zij stond nog,
+maar nu zette hij een stoel voor haar neer. Zij moest echter niet
+denken, dat dit was, omdat hij met haar mee wilde gaan. Hij vond het
+werkelijk heerlijk haar van heur berg te hooren vertellen. 't Was zoo
+grappig, dat die zooveel kunsten kende. Hij geleek in het geheel niet
+op den Monte Pellegrino bij Palermo die slechts stond waar hij stond.
+
+De Etna kon rooken als een schoorsteen, en licht verspreiden als een
+gaslantaarn. Hij kon rollen en rommelen, lava spuwen, met steenen
+werpen, asch zaaien, weer voorspellen en regen verzamelen.
+
+Wanneer de Mongibello zich slechts verroerde, viel stad na stad omver
+alsof de huizen kaarten waren, die op den rand opgesteld waren.
+
+Mongibello, dat was ook een naam van den Etna. Hij werd Mongibello
+genoemd, omdat dit beteekende: berg der bergen. Hij verdiende nog eens,
+zoo te heeten.
+
+Gaetano zag, dat donna Elisa bepaald geloofde, dat hij haar niet zou
+kunnen weerstaan. Zij had zooveel rimpels in haar gezicht, en toen
+zij lachte, liepen die gelijk een net in elkaar.
+
+Hij moest daarnaar kijken. Het zag er zoo merkwaardig uit, maar nog
+was hij niet in dat net gevangen.
+
+Ze was verlangend te weten of Gaetano werkelijk den moed zou hebben
+om op den Etna te komen. Want diep in den berg lagen veel geboeide
+reuzen en er was een zwart slot, dat bewaakt werd door een hond met
+vele koppen. Er werd ook een groote smidse in gevonden en een kreupelen
+smid met slechts één oog, dat hem midden in het voorhoofd zat.
+
+En 't ergst van alles was, dat diep in den berg een zwavelzee was
+die kookte als een olieketel, en daarin lag Lucifer en alle verdoemden.
+
+Neen, hij zou wel geen moed hebben daar te komen, zei ze. Anders
+bestond er geen gevaar om er te wonen, omdat de berg God vreesde. Donna
+Elisa zei, dat de Mongibello vele heiligen bezat, maar bovenal Santa
+Agatha van Catania.
+
+En indien de Cataniënsers altijd tegen hem waren, zooals ze moesten,
+dan kon geen aardbeving of lavastroom hen deren.
+
+Gaetano stond heel dicht bij haar en lachte om alles wat zij zeide. Hoe
+was hij daar gekomen en waarom kon hij niet nalaten te lachen? Het
+was een merkwaardige signora!
+
+Plotseling zei hij om haar niet te bedriegen:
+
+"Donna Elisa, ik wil monnik worden."--"Zoo, werkelijk?" zei ze. Toen
+vervolgde zij, zonder verder acht te slaan op zijn gezegde, haar
+verhaal van den berg. Zij zei, dat hij nu goed moest luisteren,
+nu kwam ze aan het allergewichtigste. Hij moest haar volgen naar de
+Zuidzijde van den berg, zoo ver naar beneden, dat ze dicht bij de
+groote vlakte van Catania waren en daar zou hij een dal zien, een
+heel groot, breed en cirkelvormig dal. Maar het was volkomen zwart,
+lavastroomen vloeiden van alle kanten daarin. En er waren slechts
+steenen, geen enkele grashalm!
+
+Wat had Gaetano nu wel van de lava gedacht? Donna Elisa vermoedde,
+dat hij meende, dat de lava zoo vlak en glad langs den Etna stroomde,
+als die op straat ligt. Maar in den Etna was zooveel tooverij. Kon
+hij begrijpen, dat alle slangen en draken en heksen, die in de kokende
+lava lagen, er mee uitstroomden, wanneer er een uitbarsting was? Daar
+lagen ze en krioelden en slingerden om elkaar heen en trachtten op
+den kouden grond te komen maar hielden elkaar terug in de ellende,
+totdat de lava rondom hen stolde. En los konden ze niet meer komen!
+
+Neen, nooit!
+
+De lava was ook niet zoo onvruchtbaar, als hij dacht.
+
+Ofschoon geen gras daarop groeide, was daar nog wel iets anders op te
+vinden. Maar hij zou nooit kunnen raden, wat het was. Dat strompelde
+en stortte, dat viel en kroop, dat liep op de knieën en op het hoofd
+en op de ellebogen. Het was binnen en buiten het dal, het had slechts
+stekels en knobbels, en het had een mantel van spinnewebben, en poeder
+op zijn pruik en leden zoo vele als een worm.
+
+Kon dat iets anders zijn dan de cactus?
+
+Wist hij dat de cactus op de lava groeide en den grond bewerkte gelijk
+een boer? Wist hij, dat alleen de fichidenda de lava kon beteugelen?
+
+Nu keek zij naar pater Jozef en trok een vroolijk gezicht. De cactus
+was de beste toovenaar, die op den Etna woonde; maar toovenaar blijft
+toovenaar.
+
+De cactus was een Saraceen, want hij hield het met slavinnen.
+
+Het was werkelijk waar, want zoodra de cactus ergens wortel geschoten
+had, wilde hij den amandelboom bij zich hebben.
+
+De amandelboom is een schoone, stralende signorina. Ze waagt zich
+nauwelijks op den zwarten bodem, maar dat helpt haar niet. Er op zal
+en moet ze!
+
+O, Gaetano zou het zien als hij daar kwam.
+
+Als in de lente de amandelboomen wit van bloemen staan op het zwarte
+veld te midden van de grauwe cactussen, zijn ze zoo onschuldig en
+schoon, dat men over hen kon weenen als over geroofde prinsessen.
+
+Nu zou hij eindelijk hooren, waar de Monte Chiaro lag. Die schoot op
+uit den bodem van dat zwarte dal. Ze beproefde haar parapluie op den
+grond te laten staan. Zóó stond de Monte Chiaro, hij stond rechtop. En
+nooit had hij aan zitten of liggen gedacht.
+
+En even zwart als het dal, even groen was de Monte Chiaro. Daar stond
+palm naast palm, wijnstok naast wijnstok. Het was een heer in een
+groot-bloemigen slaaprok. Het was een koning met een kroon op het
+hoofd. Het droeg geheel Diamante in het haar geslingerd.
+
+Na een tijdje voelde Gaetano zoo'n grooten lust om Donna Elisa's
+hand te grijpen. Zou dat kunnen? Ja, het ging. Hij trok haar hand
+naar zich toe als een geroofden schat. Maar wat zou hij daarmee
+doen? Streelen? Indien hij het heel zachtjes probeerde met één vinger,
+misschien zou zij het dan niet merken? Misschien zou ze het niets
+eens merken, als hij haar hand kuste?
+
+Ze sprak en sprak maar steeds door. Neen, ze merkte het in het
+geheel niet.
+
+Er was nog zooveel, dat ze wilde vertellen.
+
+En zoo iets grappigs als haar geschiedenis van Diamante!
+
+Ze zei, dat de stad in het dal gelegen had. Toen kwam de lava en
+gloeide vuurrood over den rand van het dal. Hoe, was de dag des
+oordeels aangebroken? De stad nam in allerijl haar huizen op den nek,
+op het hoofd en onder den arm, en sprong tegen den Monte Chiaro op,
+die juist bij de hand lag.
+
+Op tegen den berg in zag-zaglijn sprong de stad. Toen ze hoog genoeg
+gekomen was, wierp ze een stadspoort en een heel kleinen stadsmuur
+naar beneden. Sedert sprong ze in een spiraal rond en wierp met
+huizen. De hutten der arme menschen mochten juist neerrollen, waar ze
+wilden of konden. Daarvoor had men geen tijd. Men kon niets beters
+verlangen dan gedrang en nauwe en bochtige straten. Neen, dat kon
+men werkelijk niet. Groote straten liepen spiraalvormig rondom den
+berg, juist zooals de stad gesprongen was, en hier had ze een kerk
+heengeworpen en daar een paleis. Maar zooveel regelmaat was er toch
+geweest dat het beste het hoogst kwam te liggen.
+
+Toen de stad den bergtop bereikte, had ze een marktplein aangelegd,
+en daarop het raadhuis, de domkerk en het oude palazzo Geraci gezet.
+
+Maar indien hij, Gaetano Alagona, haar naar Diamante wilde volgen,
+dan zou ze hem meenemen naar het marktplein op den bergtop en hem
+wijzen waar de grondbezittingen der oude Alagona's op den Etna en
+op de vlakte van Catania gelegen hadden en welke hun burchten op de
+bergen rondom geweest waren.
+
+Want daarboven op den berg kon men dat alles zien en nog veel meer. De
+gansche zee zag men daar.
+
+Gaetano had er niet aan gedacht, dat ze lang gesproken had, maar
+pater Jozef werd zeer ongeduldig.
+
+"Nu zijn we immers aan uw eigen huis gekomen, donna Elisa," zei hij
+heel vriendelijk.
+
+Maar zij verzekerde pater Jozef, dat er bij haar niets bizonders was
+te zien. Wat ze Gaetano 't allereerst wilde wijzen, was het groote
+huis aan de corso, dat het zomerpaleis genoemd werd.
+
+Dat was niet zoo schoon als het palazzo Geraci, maar het was groot en
+toen de oude Alagona's in hun bloeitijd waren, woonden ze des zomers
+daarin, om dichter bij de sneeuw van den Etna te zijn.
+
+Ja, zooals zij gezegd had, van buiten was er niets bizonders aan
+te zien, maar het had een heerlijk park en open booggangen langs
+beide zijvleugels. En op het dak was een terras, dat was bevloerd
+met witte en blauwe tegelsteenen, en in iederen steen was het wapen
+der Alagona's gebrand.
+
+Dat zou hij toch zeker willen zien?
+
+Het viel Gaetano in, dat donna Elisa zeker wel gewoon was, dat kinderen
+op haar schoot zaten, als zij thuis was. Misschien zou zij het niet
+merken, wanneer hij op haar schoot klauterde? En hij beproefde het. Ja,
+het was zoo. Zij was het gewoon. Zij merkte er in 't geheel niets
+van. Zij vertelde maar door van het paleis. Daarin was een groote
+praalwoning, waar de oude Alagona's gedanst en gespeeld hadden. Er
+was een groote zaal met een muziekgalerij, daar waren oude meubels
+en uurwerken, in kleine witte albasten tempels, die op een voetstuk
+van zwart ebbenhout stonden. In de praalwoning woonde niemand, maar
+zij zou er met hem heengaan.
+
+Misschien had hij gedacht, dat zij in het zomerpaleis woonde?
+
+O, neen, daar woonde haar broer, don Ferrante. Hij was koopman en had
+zijn winkel beneden en daar hij nog geen signora bezat, bleef alles
+boven staan, zooals het stond.
+
+Gaetano vroeg zich af of hij nog op haar schoot kon blijven zitten. 't
+Was wonderlijk, dat zij niets merkte. En het was een geluk, anders
+zou ze geloofd hebben, dat hij het plan om monnik te worden uit zijn
+hoofd had gezet.
+
+Maar ze was juist nu meer dan ooit met zich zelf bezig.
+
+Een zacht rood kleurde haar bruine wangen en ze trok een paar malen
+haar wenkbrauwen allergrappigst in de hoogte. Toen begon zij te
+vertellen, hoe zij het zelf had.
+
+Het scheen wel, alsof donna Elisa in het allerkleinste huis van de
+stad woonde. Het lag juist tegenover het zomerpaleis, maar dat was
+ook de eenige verdienste ervan. Zij had een kleinen winkel, waar zij
+medaillons en waskaarsen en alles verkocht, wat bij den godsdienst
+behoorde. Maar met allen eerbied voor pater Jozef, zulk een handel
+gaf niet veel winst in deze tijden, hoe het dan ook vroeger geweest
+mocht zijn. Achter den winkel was een kleine werkplaats.
+
+Daar had haar man gestaan om heiligenbeelden en rozenkransen te
+snijden, want hij was artist, signor Antonelli.
+
+En naast de werkplaats waren een paar kleine muizegaten, men kon er
+zich niet in wenden, men moest er op de hurken in zitten, zooals in
+de gevangenissen der oude koningen en een trap op, dan waren er een
+paar kleine kippenhokken. In een daarvan had ze wat stroo voor een
+nestje gelegd en een paar stokken geplaatst. Daar zou Gaetano slapen
+als hij bij haar wilde komen.
+
+Gaetano dacht, dat hij gaarne haar wang wilde streelen.
+
+Zij zou zoo bedroefd zijn, als hij niet met haar meeging. Zou hij
+het wagen haar te streelen?
+
+Hij keek tersluiks naar pater Jozef.
+
+Deze zat stil naar den grond te staren, en zuchtte, gelijk hij
+gewoonlijk deed.
+
+Hij dacht niet aan Gaetano, en zij, zij merkte het in het geheel niet.
+
+Zij vertelde dat zij een dienstmeisje had, dat Pacifica, en een knecht,
+die Luca heette.
+
+Maar ze had van beiden weinig hulp, want Pacifica was oud en sedert
+zij doof was geworden, was zij zoo prikkelbaar, dat zij haar niet in
+den winkel kon laten helpen.
+
+En Luca, die eigenlijk beeldsnijder was en heiligenbeelden maken moest,
+had nooit tijd om in de werkplaats te zijn, maar hij was altijd in
+den tuin te vinden, waar hij de bloemen verzorgde.
+
+Ja, ze hadden ook een tuin op den rotsgrond van den Monte Chiaro. Maar
+Gaetano moest niet denken dat daarin iets bizonders groeide. Bij haar
+was niets zooals in het klooster, dat kon hij toch wel begrijpen.
+
+Maar zij wilde hem zoo gaarne meenemen, omdat hij een der oude
+Alagona's was. En thuis hadden zij, Luca en Pacifica tegen elkaar
+gezegd:
+
+"Wij vragen niet of wij meer zorg krijgen; als wij hem maar hier
+hebben."
+
+Neen, dat wist de Madonna, dat ze dat niet deden.
+
+Het was nu slechts de vraag, of hij wat wilde ontberen, om bij hen
+te zijn.
+
+En nu had zij haar verhaal geëindigd en pater Jozef vroeg wat Gaetano
+dacht te antwoorden. Het was de wil van den prior, zei pater Jozef,
+dat Gaetano zelf zou beslissen.
+
+En men had er niets tegen, dat hij in de wereld ging, omdat hij de
+laatste van zijn geslacht was.
+
+Gaetano gleed zacht van donna Elisa's schoot.
+
+Maar antwoorden! Het was niet zoo gemakkelijk te antwoorden.
+
+Het was heel moeilijk neen te zeggen tegen deze signora.
+
+Pater Jozef kwam hem te hulp.
+
+"Vraag de signora, of je over een paar uur antwoorden moogt, Gaetano."
+
+"De knaap heeft nooit anders gedacht dan monnik te worden," zei hij
+verklarend tot donna Elisa.
+
+Zij stond op, nam haar parapluie en beproefde er vroolijk uit te zien,
+maar ze had tranen in de oogen.
+
+"Zeker, zeker moest hij zich bedenken," zei zij.
+
+"Maar indien hij Diamante kende, dan zou hij dat niet noodig hebben. Nu
+woonden daar slechts boeren, maar eens leefden daar een bisschop en
+vele priesters en een groote menigte monniken.
+
+"Wel waren dezen nu weg, maar daarom niet vergeten. Want sedert dien
+tijd was Diamante een heilige stad. Daar werden meer feestdagen gevierd
+dan ergens anders; en er waren zeer vele heiligen en nog heden ten
+dage kwamen daar een menigte pelgrims. En hij, die in Diamante woonde,
+hij kon God nooit vergeten. Hij was bijna zelf een priester. Dus wat
+dat betreft, kon hij gerust daar heengaan.
+
+"Maar Gaetano moest zich bedenken, indien hij dat wilde. Zij zou
+morgen terugkomen."
+
+Gaetano gedroeg zich al heel slecht. Hij wendde zich van haar af en
+ijlde naar de deur. Hij zei geen woord, dat hij dankbaar was voor
+haar bezoek. Hij wist dat pater Jozef dit van hem verwacht had,
+maar hij kon niet.
+
+Hij dacht aan den grooten Mongibello, dien hij nooit te zien zou
+krijgen en aan donna Elisa, die nooit weer terug zou komen, en aan
+de school en aan den door hooge muren omgeven kloostertuin en aan
+een geheel leven als van een gevangene. Neen, pater Jozef mocht van
+hem verwachten, wat hij wilde, Gaetano moest vluchten.
+
+En het was hoog tijd. Toen Gaetano tien stappen van de deur was, brak
+hij in tranen uit. 't Was zoo hard voor donna Elisa. O! dat zij nu
+genoodzaakt was alleen naar huis te gaan! Dat Gaetano niet met haar
+kon vertrekken!
+
+Hij hoorde, dat pater Jozef er aankwam en hij drukte zijn gelaat tegen
+den muur. Kon hij dat snikken slechts laten! Pater Jozef zuchtte en
+prevelde gebeden, zooals hij gewoonlijk deed. Toen hij bij Gaetano
+kwam, bleef hij staan en zuchtte dieper dan ooit.
+
+"Dat is de Mongibello, de Mongibello," zei pater Jozef, "niemand kan
+den Mongibello weerstaan."
+
+Gaetano antwoordde hem door nog heftiger te schreien.
+
+"'t Is de berg, die hem lokt," mompelde pater Jozef. "De Mongibello
+is gelijk aan de gansche aarde, daarop worden alle planten en
+luchtstreken, alle schoonheid, alle betoovering, alle wonderen
+der geheele wereld gevonden. De gansche aarde komt opeens om hem
+te lokken."
+
+Gaetano voelde, dat pater Jozef de waarheid sprak. 't Was alsof de
+aarde krachtige armen uitstrekte om hem te vangen. Hij voelde, dat
+hij zich aan den muur moest vastklemmen om niet weggerukt te worden.
+
+"'t Is beter, dat hij de wereld te zien krijgt," zei pater Jozef. "Hij
+zou slechts naar haar verlangen, indien hij in het klooster bleef. Als
+hij de aarde te zien krijgt, zal hij misschien eens terugverlangen
+naar den hemel."
+
+Gaetano begreep nog niet wat de pater meende, toen hij zich voelde
+optillen door pater Jozefs armen en terugdragen naar de ontvangkamer,
+waar hij op donna Elisa's schoot werd gezet.
+
+"Gij moet hem nemen, donna Elisa, want gij hebt hem gewonnen," zei
+pater Jozef. "Gij moet hem den Mongibello laten zien en trachten of
+gij hem behouden kunt."
+
+Maar toen Gaetano opnieuw op donna Elisa's schoot zat, voelde hij
+zich zoo gelukkig, dat het hem onmogelijk was nog eens van haar te
+vluchten. Hij was zoo gevangen, alsof hij in den Mongibello zat en
+de bergwanden zich achter hem gesloten hadden.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+FRA GAETANO.
+
+
+Een maand had Gaetano bij donna Elisa gewoond en hij was zoo gelukkig
+geweest als een kind slechts zijn kan. Alleen te reizen met donna
+Elisa, was geweest als te rijden in een wagen, bespannen met gazellen
+en paradijsvogels, maar bij haar te wonen was gedragen te worden op
+een gouden stoel met zilveren zonneschermen.
+
+Toen kwam de beroemde Franciscaner, pater Gondo, in Diamante en donna
+Elisa en Gaetano gingen naar de markt om hem te hooren. Want pater
+Gondo preekte nooit in de kerk, maar verzamelde altijd de menschen
+om zich heen op een marktplein of bij een stadspoort.
+
+De geheele markt was zwart van menschen, maar Gaetano, die op de
+leuning van de raadhuistrap zat, kon pater Gondo, die op den rand van
+de bron stond, duidelijk onderscheiden. Hij dacht er telkens aan of
+het waar kon zijn, dat de monnik onder zijn pij een haren boetekleed
+droeg en of het koord, dat hij om het middel had, vol knoopen en
+ijzeren stekels was om hem tot geesel te kunnen dienen.
+
+Wat pater Gondo sprak, kon Gaetano niet verstaan, maar de eene rilling
+na de andere ging hem door de leden bij de gedachte, dat hij nu een
+heilige zag.
+
+Toen de pater ongeveer een uur gesproken had, maakte hij met de
+hand een teeken, dat hij een oogenblik wilde rusten. En hij daalde
+neer van den bronrand, ging zitten en steunde zijn gelaat met beide
+handen. Terwijl de monnik zoo zat, hoorde Gaetano een dof geruisch. Dat
+had hij vroeger nooit gehoord. Hij keek om zich heen om te zien wat
+het was. En het was het geheele volk, dat tegelijk sprak.
+
+"Gezegend! gezegend! gezegend!" zeiden allen als uit één mond. De
+meesten fluisterden slechts, of prevelden, niemand sprak luid,
+daarvoor was de eerbied te groot.
+
+En allen hadden tegelijk hetzelfde woord gevonden.
+
+"Gezegend! gezegend!" klonk het over de geheele markt. "Gezegend zijn
+uwe lippen! Gezegend uwe tong! Gezegend uw hart!"
+
+De stemmen klonken dof, als verstikt door tranen en ontroering,
+maar toch was het alsof een storm door de lucht voer.
+
+Het was gelijk het ruischen van duizenden zeeschelpen. Dit greep
+Gaetano veel meer aan dan de preek van den monnik.
+
+Hij wist niet wat hij wilde doen, want dit zachte prevelen vervulde
+hem met aandoening, tot het hem werd, alsof hij stikken zou.
+
+Hij klemde zich aan de leuning vast, verhief zich boven alle anderen
+en begon hetzelfde als zij te roepen, maar veel luider, zoodat zijn
+stem boven alle andere uitklonk.
+
+Donna Elisa hoorde dit en het scheen haar te mishagen. Zij trok Gaetano
+naar beneden en wilde niet langer blijven, maar ging met hem naar huis.
+
+Maar midden in den nacht stond Gaetano op van zijn bed.
+
+Hij trok zijn kleeren aan, bond alles wat hij bezat in een bundeltje,
+zette zijn hoed op het hoofd en nam zijn schoenen onder den arm. Hij
+wilde wegloopen.
+
+Hij kon het niet uithouden bij donna Elisa. Sedert hij pater Gondo
+gehoord had, waren Diamante en de Mongibello niets meer voor hem. Alles
+beteekende niets dan te zijn zooals pater Gondo en gezegend te worden
+door de menschen.
+
+Gaetano zou niet kunnen leven indien hij nooit bij de bron zou zitten
+om legenden te vertellen.
+
+Maar als Gaetano niets anders deed dan wandelen in donna Elisa's tuin
+en perziken en mandarijnen eten, zou hij nooit de machtige menschenzee
+om zich hooren bruisen. Hij moest de wereld ingaan en heremiet op den
+Etna worden, hij moest in een der groote grotten wonen en leven van
+wortelen en vruchten. Hij zou nooit een mensch zien of spreken, nooit
+zou hij zijn haar knippen en hij zou gekleed gaan in vuile lompen.
+
+Maar na tien of twintig jaar zou hij terugkomen in de wereld, dan
+zou hij er uitzien als een dier en spreken als een engel.
+
+Dat zou heel iets anders zijn dan te wandelen in een fluweelen buis
+met een zijden hoed, zooals hij nu deed. Dat zou heel iets anders zijn
+dan in den winkel bij donna Elisa te zitten en heilige na heilige van
+de planken te halen en haar te hooren vertellen wat zij gedaan hadden.
+
+Verscheidene malen had hij een mes genomen en een stuk hout en beproefd
+een heiligenbeeld te snijden. Dat was heel moeielijk, maar het zou
+nog veel moeielijker zijn zich zelf tot een heilige te maken, veel
+moeielijker! Maar hij was niet bang voor moeilijkheden en beproevingen.
+
+Hij sloop uit zijn kamertje over den zolder naar de zoldertrap. Toen
+moest hij nog slechts door den winkel gaan om op straat te komen,
+maar op de laatste trede der trap bleef hij staan. Er drong een zwakke
+lichtschijn door een spleet van de deur, links van de trap.
+
+Dat was de deur van donna Elisa's kamer en Gaetano waagde het niet
+verder te gaan, nu er in zijn pleegmoeders kamer nog licht brandde. Als
+zij niet sliep, zou zij hem hooren, wanneer hij de zware grendels
+van de winkeldeur wegschoof. Hij ging stil zitten op een trede der
+trap om te wachten.
+
+Plotseling viel het hem in, dat donna Elisa zoo laat in den nacht
+moest zitten werken om hem eten en kleeren te verschaffen. Hij was diep
+getroffen, dat ze hem zoo liefhad, dat zij dit voor hem wilde doen.
+
+En hij begreep hoe bedroefd zij zou zijn, als hij wegliep. Toen hij
+daaraan dacht, schreide hij. Maar tegelijk begon hij in gedachte
+donna Elisa te berispen. Hoe kon zij toch zoo dom zijn te treuren
+omdat hij wegliep? Het zou zulk een groote vreugde voor haar zijn,
+wanneer hij een heilige werd. Dat zou haar loon zijn, omdat zij naar
+Palermo was gekomen om hem te halen.
+
+Zelf schreide hij al heftiger, terwijl hij op deze wijze donna Elisa
+trachtte te troosten. 't Was zoo jammer voor haar, dat zij niet
+begreep, welk loon haar wachtte.
+
+Zij behoefde in het geheel niet zoo bedroefd te zijn. Slechts tien
+jaar zou Gaetano op den berg leven, dan zou hij terugkomen als de
+beroemde heremiet fra Gaetano.
+
+Dan zou hij door de straten van Diamante loopen, gevolgd door een
+groote menigte menschen, evenals pater Gondo nu. En boven de straten
+zouden vlaggen wapperen en de huizen zouden versierd zijn met kleurige
+doeken, dekens en kransen.
+
+Dan zou hij stilstaan voor den winkel van donna Elisa en zij zou hem
+niet herkennen, maar op het punt staan voor hem te knielen. Dat zou
+echter niet gebeuren, maar hij zou op de knieën vallen voor donna
+Elisa, en haar smeeken hem te vergeven, omdat hij tien jaar geleden
+van haar weggeloopen was.
+
+"Gaetano," zou donna Elisa dan antwoorden, "gij geeft mij een zee
+van vreugde voor een beekje van verdriet. Zou ik u dan niet vergeven?"
+
+Gaetano zag dit alles voor zich en het was zoo schoon, dat hij al
+heftiger begon te schreien. Hij was slechts bang, dat donna Elisa
+zou hooren hoe hij snikte, en dat ze uit haar kamer komen en hem
+vinden zou.
+
+En dan zou ze hem niet laten gaan.
+
+Hij moest haar tot rede brengen. Zou hij haar ooit tot grooter vreugde
+kunnen worden, dan indien hij nu van haar ging? En 't was niet alleen
+donna Elisa, maar Luca en Pacifica, die zoo gelukkig zouden zijn,
+wanneer hij terugkwam als een heilig man.
+
+Zij zouden hem allen volgen naar de markt. Daar zouden nog meer
+vlaggen zijn dan op straat en Gaetano zou op de trap van het raadhuis
+spreken. Maar uit alle straten en steegjes zouden de menschen
+toestroomen.
+
+Dan zou Gaetano zóó spreken, dat allen op de knieën zouden vallen en
+roepen: "Zegen ons! fra Gaetano, zegen ons!"
+
+En hij zou Diamante niet meer verlaten, maar onder de groote trap voor
+donna Elisa's winkel blijven wonen. En ze zouden tot hem komen met alle
+zieken; en de bedroefden van harte zouden een bedevaart naar hem doen.
+
+Als de Sindaco van Diamante voorbijging, zou hij Gaetano de hand
+kussen.
+
+Donna Elisa zou het beeld van fra Gaetano in haar winkel verkoopen.
+
+En Giannita, donna Elisa's peetdochter, zou voor Gaetano buigen en
+hem nooit meer een dommen kleinen monnik noemen. En donna Elisa zou
+zoo gelukkig zijn.
+
+
+
+O!.... Gaetano sprong op en ontwaakte. 't Was klaarlichte dag en
+donna Elisa en Pacifica stonden naar hem te kijken. En Gaetano zat
+op de trap met zijn schoenen onder den arm, den hoed op het hoofd en
+zijn bundeltje aan de voeten.
+
+Donna Elisa en Pacifica schreiden. "Hij wilde wegloopen van ons,"
+zeiden ze.
+
+"Waarom zit je daar, Gaetano?"
+
+"Donna Elisa, ik wilde wegloopen."
+
+Gaetano was vroolijk te moede en antwoordde zoo onbeschroomd, alsof
+het de natuurlijkste zaak ter wereld was.
+
+"Wilde jij wegloopen?" riep donna Elisa.
+
+"Ja, ik wilde naar den Etna gaan om heremiet te worden."
+
+"En waarom zit je dan hier?"
+
+"Dat weet ik niet, donna Elisa, ik moet geslapen hebben."
+
+Donna Elisa toonde nu hoe bedroefd zij was.
+
+Ze drukte de handen tegen heur hart alsof zij vreeselijke smarten
+leed en schreide bitter.
+
+"Maar nu zal ik bij u blijven, donna Elisa," zei Gaetano.
+
+"Gij blijven!" riep donna Elisa uit. "Ge moogt gerust gaan. Zie hem
+aan, Pacifica, zoo ziet een ondankbare er uit! Hij is geen Alagona. Hij
+is een avonturier."
+
+'t Bloed steeg Gaetano naar het gelaat, hij stond op en maakte een
+gebaar met de hand, dat donna Elisa verbaasd deed staan. Zoo hadden
+al de mannen van haar geslacht zich gedragen. Haar vader en haar
+grootvader, zij herkende daaraan al de trotsche heeren van Alagona's
+stam.
+
+"Ge spreekt zoo, omdat ge niets weet, donna Elisa," zei de
+knaap. "Neen, neen, ge weet niets, ge weet niet waarom ik God moet
+dienen. Maar nu zult gij het weten. Ziet ge, het is lange jaren
+geleden. Vader en moeder waren zoo arm en we hadden niets te eten en
+toen ging vader weg om werk te zoeken en hij kwam nooit terug. Moeder
+en wij kinderen waren op het punt te verhongeren. Toen zei moeder: "Wij
+zullen vader gaan zoeken!" En wij gingen. Het werd avond, het regende
+hevig en op enkele plaatsen stroomde er een heele rivier over den weg.
+
+"Moeder vroeg in een huis of wij daar mochten overnachten. Neen, ze
+joegen ons weg. Moeder en wij stonden op den weg te schreien. Toen
+bond moeder haar kleeren op en waagde zich in den stroom die over
+den weg bruiste. Zij had klein zusje op den arm en groote zus bij
+de hand, en een zwaar pak op het hoofd. Ik volgde haar zoo vlug ik
+slechts kon. Ik zag hoe moeder struikelde. De bundel dien zij op
+het hoofd droeg, viel in den stroom, moeder greep er naar en verloor
+klein zusje. Zij greep naar klein zusje en toen werd groote zus door
+den stroom meegesleurd. Moeder trachtte haar beiden te grijpen, maar
+ook zij werd door het water meegesleept. Ik werd bang en sprong aan
+land. Pater Jozef heeft mij gezegd, dat ik gespaard bleef, opdat ik
+God voor de dooden zou kunnen dienen en bidden. En dat was de reden,
+dat ik eerst monnik zou worden, en dat ik nu naar den Etna wilde gaan
+om heremiet te worden.
+
+"Want, donna Elisa, ik moet God dienen."
+
+Donna Elisa gaf zich nu gewonnen.
+
+"Ja, ja, Gaetano," zei zij, "maar het doet mij zoo'n verdriet. Ik
+kan niet verdragen dat je van mij weggaat."
+
+"Neen, maar ik ga ook niet weg," zei Gaetano. Hij was zoo vroolijk,
+dat hij lust gevoelde te lachen.
+
+"Ik zal niet weggaan."
+
+"Zal ik met den pastoor spreken, dat je op een seminarium kunt
+komen?" vroeg donna Elisa ootmoedig.
+
+"Neen maar, dat ge niets begrijpt, donna Elisa, dat ge niets
+begrijpt! Ik zeg u immers, dat ik niet van u wil gaan. Ik heb iets
+anders gedacht."
+
+"Wat hebt ge bedacht?" vroeg zij treurig.
+
+"Wat gelooft ge dat ik gedaan heb, terwijl ik daar op de trap zat,
+donna Elisa? Ik droomde. Ik droomde, dat ik weg wilde loopen. Ja,
+donna Elisa, ik stond in den winkel en wilde de deur openen, maar kon
+niet omdat er zooveel grendels voor waren. Ik stond in de duisternis
+en schoof grendel na grendel weg, maar steeds waren er weer nieuwe. Ik
+maakte een vervaarlijk leven en dacht: Nu hoort donna Elisa me stellig.
+
+"Eindelijk was de deur open en ik wilde de straat op ijlen, toen ik een
+hand in mijn nek voelde, en gij mij naar binnen trokt. Ik schopte en
+schopte en ik sloeg u, omdat ik niet mocht gaan. Maar donna Elisa,
+ge droegt een lantaarn, en toen zag ik dat gij het niet waart,
+maar moeder.
+
+"Toen durfde ik niet langer tegenstribbelen, ik werd zoo bang,
+want moeder is immers dood. Maar zij nam den bundel, dien ik droeg,
+en maakte hem los.
+
+"Moeder lachte en zag er verheugd uit, en ik was gelukkig, omdat zij
+niet boos op mij was.
+
+"Het was zoo vreemd. Hetgeen zij uit den bundel haalde, waren al de
+kleine heiligenbeeldjes die ik gesneden heb, terwijl ik in den winkel
+zat en die waren zoo mooi.
+
+"Kan je nu zulke mooie beelden snijden, Gaetano?" vroeg moeder.
+
+"Ja," antwoordde ik.
+
+"Dan kan je God daarmee dienen," zei moeder.
+
+"Behoef ik donna Elisa dan niet te verlaten?"
+
+"Neen," zei moeder.
+
+"En juist toen moeder dat zei, wektet gij mij."
+
+Gaetano zag donna Elisa triomfeerend aan.
+
+"Wat meende moeder daar nu mee?"
+
+Donna Elisa stond verbaasd.
+
+Gaetano wierp het hoofd achterover en lachte.
+
+"Moeder meende, dat ge mij in de leer moest doen, opdat ik God zou
+kunnen dienen door schoone beelden van engelen en heiligen te snijden,
+donna Elisa!"
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE GODSZUSTER.
+
+
+Op het edele eiland Sicilië, waar nog meer oude zeden heerschen
+dan ergens anders in het Zuiden, bestaat nog de gewoonte, dat ieder
+mensch zich in de jeugd een godszuster of godsbroeder kiest, die haar
+of zijn kind ten doop zal houden indien zij of hij dit eens krijgt.
+
+Maar dat is volstrekt niet het eenige nut, dat godszusters en
+broeders van elkaar hebben. Zij moeten elkaar liefhebben, elkaar
+dienen en wreken. In het oor van een godsbroeder kan men al zijn
+geheimen begraven. Men kan hem zoowel zijn geld als zijn liefste
+toevertrouwen, zonder bedrogen te worden.
+
+Godszusters en broeders zijn elkaar trouw, alsof ze uit één moeder
+geboren waren, omdat hun verbond gesloten is voor San Giovanni
+Battista, den meest gevreesde van alle heiligen.
+
+Dikwijls gaan arme menschen met hun half volwassen kinderen naar
+rijke menschen om dezen te verzoeken of ze godszuster of broeder met
+hun jonge dochters of zonen willen worden. Welk een heerlijk gezicht
+is het niet op den dag van den heiligen Dooper al deze feestelijk
+gekleede kinderen te zien, die door de groote steden trekken om
+godszusters en broeders te zoeken.
+
+En als het den ouders gelukt is hun zoon een rijken godsbroeder te
+geven, zijn zij zoo gelukkig alsof ze hem een landgoed als een erfenis
+kunnen nalaten. Toen Gaetano in Diamante kwam, was er een klein meisje,
+dat voortdurend den winkel van donna Elisa in- en uitliep. Ze droeg
+een rooden mantel en een puntig mutsje en acht lange, zwarte lokken
+kwamen onder dat mutsje te voorschijn. Zij heette Giannita en was de
+dochter van donna Olivia die groenten verkocht.
+
+Maar donna Elisa was haar peettante en daarom dacht deze er dikwijls
+over, wat zij voor haar zou kunnen doen.
+
+Nu goed, toen Sint-Jansdag aanbrak, bestelde donna Elisa een wagen
+en reed naar Catania, dat volle vier mijl van Diamante ligt. Zij had
+Giannita bij zich en beiden waren in feestgewaad.
+
+Donna Elisa was in zwarte zijde met paarlen gekleed en Giannita had een
+wit tulen kleedje aan, met bloemen versierd. In de hand droeg Giannita
+een mand met bloemen en boven op de bloemen lag een granaatappel. De
+reis ging zeer voorspoedig voor donna Elisa en Giannita. Toen ze
+eindelijk aan het witte Catania gekomen waren, dat glanzend op den
+zwarten lavabodem ligt, reden ze naar het schoonste paleis van de stad.
+
+Dit was hoog en groot, zoodat de arme, kleine Giannita zich zeer
+verlegen gevoelde, omdat ze genoodzaakt was daar in te gaan. Maar
+donna Elisa stapte moedig naar binnen en zij werd naar cavaliere
+Palmeri en zijn vrouw gevoerd, die het paleis bewoonden.
+
+Donna Elisa herinnerde signora Palmeri er aan, dat zij vriendinnen
+der jeugd waren en verzocht of Giannita godszuster met de signora's
+jong dochtertje mocht worden. Dat voorstel vond bijval en de jonge
+signorina werd binnengeroepen. Zij was een klein wonder van lichte
+zijde, Venetiaansche kant, groote zwarte oogen en welig krullend
+haar. Haar klein lichaam was zoo tenger en slank, dat men het in het
+geheel niet opmerkte.
+
+Giannita reikte haar de mand met bloemen en zij nam die genadig aan,
+liep om haar heen en was opgetogen over haar lange gladde lokken.
+
+Zoodra zij deze gezien had, snelde zij weg om een mes te halen. Zij
+sneed den granaatappel door en gaf Giannita een der helften.
+
+Terwijl ze den appel aten, hielden ze elkaar bij de hand en zeiden
+beiden:
+
+
+ "Zuster, zuster, zuster mijn,
+ Ik ben dijn en gij zijt mijn.
+ Dijn mijn hut, dijn mijn spijs,
+ Dijn mijn vreugd', dijn mijn prijs,
+ Dijn mijn plaats in 't Paradijs."
+
+
+Toen kusten ze elkaar en zeiden godszuster tot elkaar.
+
+"Nu moet ge mij nooit ontrouw worden, godszuster," zei de kleine
+signorina en beide kinderen waren zeer ernstig en aangedaan.
+
+Ze werden in dien korten tijd zulke goede vrienden, dat zij schreiden,
+toen ze van elkaar gingen.
+
+Maar sedert verliepen twaalf jaren en de beide godszusters leefden elk
+in haar wereld en zagen elkaar nooit. Gedurende dezen ganschen tijd
+bleef Giannita stil in huis en kwam zelfs geen enkelen keer in Catania.
+
+Maar toen geschiedde er werkelijk iets wonderbaarlijks. Giannita
+zat op een namiddag in het vertrek achter den winkel te borduren,
+zij was zeer bekwaam, zoodat zij dikwijls overladen was met arbeid.
+
+Bij het borduurwerk komt het echter op de oogen aan en het was zeer
+donker in Giannita's kamer. Daarom had ze de deur van den winkel op
+een kier gezet om wat meer licht te hebben.
+
+Juist nadat de klok vier uur geslagen had, kwam de oude molenaarsweduwe
+Rosa Alfari voorbij.
+
+Donna Oliva's winkel was zeer aanlokkelijk, als men dien van de straat
+zag. De blik gleed door de geopende deur naar de groote manden met
+versche groenten en kleurige vruchten; verder op den achtergrond zag
+men de omtrekken van Giannita's mooi hoofd.
+
+Rosa Alfari bleef staan en begon met donna Oliva te spreken, alleen
+omdat haar winkel er zoo vriendelijk uitzag.
+
+Zuchten en klachten behoorden altijd tot het gevolg van Rosa Alfari. Nu
+was zij verdrietig, omdat ze genoodzaakt was den volgenden nacht
+alleen naar Catania te reizen.
+
+"'t Is ellendig, dat de postwagen niet vóór tien uur in Diamante komt,"
+zei zij. "Ik val natuurlijk onderweg in slaap, en misschien steelt
+men dan mijn geld. En wat moet ik beginnen als ik vannacht om twee
+uur in Catania kom?"
+
+Toen riep Giannita plotseling uit den winkel:
+
+"Wilt ge mij niet meenemen naar Catania, donna Alfari?"
+
+Ze vroeg het half schertsend zonder een antwoord te verwachten.
+
+Maar Rosa Alfari werd ijverig. "God, kind, wil je met mij gaan?" zei
+zij. "Wil je het werkelijk?"
+
+Giannita kwam uit den winkel, rood van vreugde. "Of ik wil," zei zij,
+"ik ben in geen twaalf jaar in Catania geweest!"
+
+Rosa Alfari keek haar vergenoegd aan, want Giannita was groot en sterk,
+haar oogen waren vroolijk en zij had steeds een kwinkslag op de lippen.
+
+Dat was een heerlijke reisgenoote!
+
+"Maak je maar klaar," zei de oude vrouw. "Je gaat om tien uur met
+mij mede, dat is afgesproken."
+
+Den volgenden dag dwaalde Giannita in de straten van Catania. Zij
+dacht den ganschen tijd aan haar godszuster. Zij was wonderlijk te
+moede weer in haar nabijheid te zijn.
+
+Zij had haar godszuster lief, niet alleen, omdat San Giovanni den
+menschen beveelt hun godszusters en broeders te beminnen. Zij had
+het kleine meisje in het zijden kleedje vereerd als het schoonste,
+dat zij ooit gezien had. 't Was bijna haar afgod geworden.
+
+Zij wist slechts dat haar godszuster nog ongetrouwd was en in Catania
+woonde. Haar moeder was overleden en zij had haar vader niet willen
+verlaten, maar was bij hem gebleven.
+
+"Ik wil trachten haar te zien," dacht Giannita.
+
+En telkens als Giannita een elegante equipage ontmoette, dacht zij:
+Misschien is het mijn godszuster, die daar rijdt.
+
+En zij staarde naar de rijdenden om te zien of één van hen ook geleek
+op het kleine meisje met het welige haar en de groote oogen. Giannita's
+hart begon onstuimig te kloppen. Zij had altijd naar haar godszuster
+verlangd.
+
+Zij was nog ongetrouwd, omdat zij een jongen beeldhouwer, Gaetano
+Alagona, liefhad en hij nooit de minste neiging getoond had met haar
+te trouwen.
+
+Giannita was daarom dikwijls boos geweest op hem, en niet het minst
+had het haar geërgerd, dat zij nooit haar godszuster op haar bruiloft
+kon uitnoodigen.
+
+Trotsch was zij ook op haar geweest. Zij had zich zelf voornamer
+gevonden dan de anderen, omdat zij zulk een godszuster had. Als zij
+nu eens naar haar toeging, omdat zij toch in de stad was?
+
+Dat zou glans geven aan haar geheele reis.
+
+Terwijl zij daaraan dacht en dacht, kwam er een courantenjongen
+aan. "Giornale da Sicilia!" schreeuwde hij. "De zaak Palmeri! Groote
+oplichterijen!"
+
+De lange Giannita greep den jongen in den nek, toen hij haar voorbij
+ijlde.
+
+"Wat zeg je?" schreeuwde zij. "Je liegt, je liegt!" en zij was op
+het punt hem te slaan.
+
+"Koop mijn courant, signora, vóórdat ge mij slaat," zei de
+knaap. Giannita kocht de courant en begon te lezen. Al spoedig ontdekte
+zij de zaak Palmeri.
+
+"Daar deze zaak heden voor het gerecht behandeld wordt, willen wij
+onze lezers daarvan op de hoogte stellen."
+
+Giannita las en las en zij herlas het telkens weer vóórdat zij het
+begreep. Er was geen spier in haar lichaam, die niet van ontzetting
+trilde, toen zij het eindelijk begreep.
+
+De vader van haar godszuster, die groote wijngaarden bezat, was
+geruïneerd. De druivenziekte had zijn bezittingen verwoest.
+
+En dat was nog niet het ergste. Hij had een liefdadigheidsfonds
+gebruikt, dat hem toevertrouwd was. Hij was gearresteerd en vandaag
+zou hij voor het gerecht moeten verschijnen. Giannita frommelde de
+courant in elkaar, smeet die op de straat en trapte er op. Beter lot
+verdiende ze niet, die zulke nieuwstijdingen bracht.
+
+Ze was geheel verslagen dat dit haar moest treffen, nu zij na twaalf
+jaar voor 't eerst weer in Catania kwam. "Heere God," zei zij. "Wat
+moet dit alles beteekenen?"
+
+Thuis in Diamante had nooit iemand zich de moeite getroost haar te
+zeggen, wat er gebeurd was.
+
+Was het een beschikking Gods, dat zij juist hier op den gerechtsdag
+moest zijn?
+
+"Hoor eens, donna Alfari," zei zij. "Ge moogt doen wat ge wilt,
+maar ik moet naar de terechtzitting."
+
+Giannita's houding teekende groote beslistheid, niets kon haar in
+haar besluit doen wankelen.
+
+"Begrijpt gij niet dat het ter wille van deze zaak en niet om
+uwentwille is, dat God u bewogen heeft mij naar Catania mee te
+nemen?" zei zij tot Rosa Alfari.
+
+Geen oogenblik twijfelde Giannita.
+
+Rosa Alfari moest haar laten gaan, en zij zocht den weg naar het paleis
+van justitie. Daar stond ze tusschen de straatjongens en leegloopers
+op de publieke tribune en zag cavaliere Palmeri zitten op de bank
+der aangeklaagden.
+
+Het was een voornaam heer met een puntbaard en witten knevel. Giannita
+herkende hem dadelijk.
+
+Ze hoorde hoe hij veroordeeld werd tot een halfjaar gevangenisstraf
+en Giannita voelde steeds duidelijker, dat zij hier als gezant van
+God was.
+
+Nu heeft mijn godszuster mij noodig, dacht zij.
+
+Zij ging weer op straat en vroeg den weg naar het paleis Palmeri.
+
+Onderweg ging een rijtuig haar voorbij. Zij zag op en haar oogen
+ontmoetten die der dame, die in het rijtuig zat.
+
+In hetzelfde oogenblik was er iets, dat haar zeide dat dit haar
+godszuster was. De dame in het rijtuig was bleek en gebogen en had
+smeekende oogen. Giannita kreeg haar dadelijk zeer lief.
+
+"Gij zijt het, die mij zoo vele keeren verblijd hebt," zei ze,
+"omdat ik zooveel vreugde van u verwachtte. Nu zal ik u misschien
+kunnen beloonen."
+
+Giannita was plechtig gestemd, toen zij de hooge marmeren trap van
+het palazzo Palmeri besteeg, maar plotseling kwam er twijfel over haar.
+
+Wat kan God willen, dat ik voor haar zal doen, die in zulk een weelde
+is opgegroeid? dacht zij. Vergeet onze lieve Heer, dat ik slechts de
+arme Giannita van Diamante ben?
+
+Zij liet signorina Palmeri door een bediende zeggen, dat haar
+godszuster haar wenschte te spreken. Zij was verbaasd toen de bediende
+terugkwam en zei, dat zij niet ontvangen kon worden.
+
+Zou zij zich daarmee tevredenstellen? O, neen, o, neen! "Zeg de
+signorina, dat ik den geheelen dag op haar zal wachten, want ik moet
+haar spreken."
+
+"De signorina zal over een half uur het paleis verlaten," zei de
+bediende.
+
+Giannita geraakte buiten zich zelf: "Maar ik ben haar godszuster,
+haar godszuster, versta je mij niet?" zei ze tegen den knecht. "Ik
+moet haar spreken."
+
+De bediende glimlachte, maar verroerde zich niet.
+
+Maar Giannita wilde niet afgewezen worden. Zij was immers door God
+gezonden. Dat moest hij toch begrijpen, zei zij en verhief haar
+stem. Ze kwam uit Diamante en was in twaalf jaar niet in Catania
+geweest. Zelfs tot gistermiddag vier uur had zij er niet aan gedacht
+hierheen te gaan.
+
+Denk eens, tot gistermiddag vier uur had zij er zelfs niet aan gedacht!
+
+De bediende stond onbeweeglijk. Giannita was op het punt hem haar
+geheele geschiedenis te vertellen om hem te bewegen haar binnen
+te laten, toen een deur opengerukt werd. Haar godszuster stond op
+den drempel.
+
+"Wie spreekt hier over gistermiddag vier uur?" vroeg zij.
+
+"Een vreemde vrouw wenscht u te spreken, signorina Micaela."
+
+Nu snelde Giannita op haar toe. "Zij was volstrekt geen vreemde. Zij
+was haar godszuster uit Diamante, die hier voor twaalf jaar met donna
+Elisa geweest was. Herkende zij haar niet? Wist signorina Micaela
+niet meer, dat zij een granaatappel samen gedeeld hadden?"
+
+De signorina luisterde niet naar haar.
+
+"Wat gebeurde er gisteren om vier uur?" vroeg zij met grooten angst
+in haar stem.
+
+"Toen was het, dat ik Gods bevel ontving om tot u te gaan, godszuster,"
+zei Giannita.
+
+De andere keek haar verschrikt aan. "Ga met mij," zei ze, alsof ze
+bevreesd was, dat de bediende zou hooren, wat Giannita haar wilde
+vertellen.
+
+Zij ging diep in de woning voordat zij staan bleef. Toen wendde zij
+zich zoo plotseling tot Giannita, dat deze verschrikte.
+
+"Zeg het mij dadelijk!" zei zij. "Pijnig mij niet, zeg het mij zoo
+vlug mogelijk."
+
+Zij was even lang als Giannita, maar deze in geenen deele gelijk. Zij
+was veel tengerder gebouwd en zij, de dame van de wereld, had een
+veel wilder, ongetemder uiterlijk dan het meisje van het land. Alles
+wat zij gevoelde was op haar gelaat te lezen.
+
+Ze scheen zich in het geheel niet te kunnen beheerschen om het
+verborgen te houden.
+
+Giannita was zoo verbaasd over haar heftigheid, dat zij niet zoo
+spoedig een antwoord kon geven.
+
+Toen hief haar godszuster in vertwijfeling haar armen boven het hoofd
+en de woorden stroomden over haar lippen.
+
+Zij zei, dat zij wist dat Giannita Gods bevel ontvangen had om haar
+nieuwe ongelukken te berichten. God haatte haar, dat wist zij.
+
+Giannita sloeg haar handen in elkaar. God haar
+haten! Integendeel! Integendeel!
+
+"Ja, ja," zei signorina Palmeri. "Zoo is het." En daar ze zielsbevreesd
+was voor de tijding, die Giannita haar kwam brengen, bleef zij maar
+steeds doorpraten. Zij liet Giannita niet aan het woord komen, maar
+viel haar voortdurend in de rede.
+
+Zij scheen zoo geschokt te zijn door alles, wat haar in de laatste
+dagen overkomen was, dat zij zich in het geheel niet meer beheerschen
+kon.
+
+"Giannita kon toch wel begrijpen, dat God haar moest haten,"
+zei zij. "Zij had zoo iets vreeselijks gedaan. Zij had haar vader
+verloochend, haar vader verzaakt.
+
+"Giannita kende toch wel het vierde gebod." Toen barstte zij opnieuw
+uit in tal van onstuimige vragen.
+
+"Waarom zei Giannita haar toch niet, wat zij haar wilde zeggen? Zij
+verwachtte immers niets anders dan kwaad. Zij was voorbereid."
+
+Maar de arme Giannita kon niet aan het woord komen, want zoodra zij
+wilde spreken, werd de signorina bang en viel haar in de rede.
+
+Zij vertelde Giannita haar geschiedenis, als om deze te bewegen niet
+hard jegens haar te zijn.
+
+Giannita moest niet denken, dat haar ongeluk slechts daarin bestond
+dat zij niet langer een eigen rijtuig zou hebben, of een loge in het
+theater of mooie kleeren, of veel bedienden of zelfs een dak boven
+haar hoofd. Ook niet hierin, dat zij al haar vrienden verloren had,
+zoodat zij niet wist waar zij een schuilplaats zou zoeken; evenmin
+dat zij zulk een schaamte gevoelde, dat zij meende nooit weer de
+oogen te durven opheffen tot eenig mensch. Neen, het was nog iets
+veel vreeselijkers.
+
+Zij had plaats genomen en zweeg nu een oogenblik, terwijl zij van
+angst heen en weer wiegde.
+
+Maar toen Giannita nu begon te spreken, viel zij haar weer in de rede.
+
+Giannita kon niet denken, hoe haar vader haar had liefgehad. Hij had
+haar altijd laten leven in glans en heerlijkheid, gelijk een vorstin.
+
+Zij had niet veel voor hem gedaan, slechts hem heerlijke plannen laten
+verzinnen om haar te vermaken. Het was volstrekt geen opoffering
+geweest, dat zij niet getrouwd was, want zij had nooit een man zoo
+liefgehad als haar vader, en haar eigen thuis was prachtiger geweest
+dan dat van iemand anders.
+
+Maar toen was haar vader op een dag bij haar gekomen en had tot
+haar gezegd:
+
+"Zij willen mij arresteeren. Ze verspreiden het gerucht dat ik gestolen
+heb, maar dat is niet waar."
+
+Toen had zij hem geloofd en hem geholpen zich verborgen te houden
+voor de karabiniers. En zij hadden hem tevergeefs gezocht in Catania,
+op den Etna en over geheel Sicilië.
+
+Maar toen de politie cavaliere Palmeri niet kon vinden, begon het
+volk te zeggen:
+
+"'t Is een voornaam heer en het zijn hooge heeren, die hem helpen,
+anders zou men hem reeds lang geleden gevonden hebben."
+
+En toen was de prefect van Catania bij haar gekomen. Zij ontving
+hem lachend en de prefect deed alsof hij kwam spreken over rozen
+en over het mooie weer. Plotseling zei hij: "Wil de signorina dit
+kleine papier even inzien? Wil de signorina dit kleine briefje eens
+lezen? Wil de signorina letten op de onderteekening?"
+
+Ze las en las. En wat zag ze? Haar vader was niet onschuldig. Haar
+vader had het geld van anderen genomen. Toen de prefect weg was,
+ging zij naar haar vader.
+
+"Gij zijt schuldig!" zei ze tot hem. "Ge kunt doen wat ge wilt maar
+ik kan u niet meer helpen."
+
+O, zij had niet geweten wat zij zei. Zij was altijd zoo trotsch
+geweest. Zij had niet kunnen dulden, dat er een smet op haar naam
+kleefde. Een oogenblik had zij gewenscht, dat haar vader dood was,
+liever dan dat dit haar moest overkomen. Misschien had zij hem dit
+ook gezegd. Zij wist niet precies wat zij gezegd had.
+
+Maar daarna had God haar verlaten. De vreeselijkste dingen waren
+gebeurd. Haar vader had haar aan haar woord gehouden. Hij had zichzelf
+aan het gerecht overgeleverd. En sedert hij in de gevangenis zat,
+had hij haar niet willen zien. Hij antwoordde niet op haar brieven, en
+het eten, dat zij hem zond, stuurde hij haar onaangeroerd terug. Dat
+was het vreeselijkste van alles. Hij scheen te denken, dat zij hem
+wilde dooden. Zij keek Giannita zoo angstig aan, alsof zij haar
+doodvonnis verwachtte.
+
+"Waarom vertel je mij toch niet, wat je mij te zeggen hebt?" riep
+zij uit. "Je doodt mij."
+
+Maar 't was haar onmogelijk zich zelf tot zwijgen te dwingen. "Je
+moet weten," vervolgde zij, "dat dit paleis nu verkocht is en dat de
+kooper het aan een Engelsche dame verhuurd heeft, die hier vandaag
+zal intrekken. Maar enkele van haar bezittingen droegen ze reeds
+gisteren hier in en daaronder was een klein beeld van het Christuskind.
+
+"Ik zag het, toen ik door de vestibule liep. Zij hadden het uit een
+valies genomen en het op den grond gelegd. Het was zoo beschadigd,
+dat niemand er acht op sloeg. Zijn kroon was vol deuken, zijn kleertjes
+waren vuil en de sieraden, die het bedekten, waren verroest en leelijk
+geworden. Maar toen ik het op den grond zag liggen, nam ik het op en
+droeg het in de kamer, waar ik het op een tafel plaatste. En terwijl
+ik dat deed, viel het mij in, dat ik zijn hulp moest vragen.
+
+"Ik knielde en bad lang. "Help mij in mijn grooten nood," zei ik tot
+het Christuskind.
+
+"Terwijl ik bad, scheen het mij, dat het beeld mij wilde antwoorden. Ik
+hief het hoofd op, maar het stond daar nog even sprakeloos als vroeger;
+juist toen begon een pendule te slaan.
+
+"Er klonken vier slagen en 't was alsof het vier woorden waren. 't
+Was alsof het Christuskind met een viervoudig ja op mijn bede had
+geantwoord.
+
+"Dat gaf mij moed, Giannita, zoodat ik vandaag naar het paleis van
+justitie reed om mijn vader te zien. Maar hij verwaardigde mij met
+geen blik gedurende al den tijd, dat hij voor zijn rechters stond.
+
+"Ik wachtte op het oogenblik, dat zij hem zouden wegvoeren en wierp
+me voor hem op de knieën in een der nauwe gangen. Giannita; hij liet
+mij door de soldaten wegleiden, zonder mij een woord te schenken.
+
+"Zie je nu, dat God mij haat? Toen ik hoorde dat je sprak van
+gistermiddag vier uur, werd ik bang.
+
+"Het Christuskind zendt mij een nieuw ongeluk, dacht ik. Het haat mij,
+die mijn vader verloochend heb."
+
+Toen zij dit gezegd had, zweeg ze eindelijk en luisterde ademloos
+naar hetgeen Giannita zou vertellen.
+
+En Giannita verhaalde signorina Micaela haar geschiedenis.
+
+"Zie nu eens, is dat niet merkwaardig," zei ze ten slotte. "Ik ben in
+twaalf jaar niet in Catania geweest en nu reisde ik geheel onverwacht
+hierheen. En ik weet van niets, maar zoodra ik hier mijn voet op
+straat zet, hoor ik je ongeluk. God heeft mij gezonden, zei ik tot
+mij zelf. Hij heeft mij hierheen geleid, opdat ik mijn godszuster
+zou kunnen helpen."
+
+Signorina Palmeri's oogen waren angstig vragend op haar gericht.
+
+Nu zou zeker de slag komen. Zij verzamelde al haar moed om dien
+te ontvangen.
+
+"Wat wil je, dat ik voor je doen zal, godszuster?" vroeg Giannita
+"Weet je wat ik dacht toen ik op straat liep? Ik wil haar vragen
+of zij mij naar Diamante wil volgen, dacht ik. Ik weet daar een oud
+huis, waar we goedkoop zouden kunnen wonen. Ik zou borduren en naaien,
+zoodat we daarvan konden leven. Toen ik op straat was, dacht ik, dat
+het gaan zou, maar nu begrijp ik, dat het onmogelijk is, onmogelijk! Je
+verlangt iets anders van het leven, maar zeg toch of ik iets voor je
+doen kan. Je moogt mij niet afwijzen, want God heeft mij gezonden."
+
+De signorina boog zich over tot Giannita.
+
+"Nu!" zei zij angstig.
+
+"Je moet mij voor je laten doen, wat in mijn macht staat, want ik heb
+je lief," zei Giannita en gleed op de knieën, terwijl ze de armen om
+haar godszuster sloeg.
+
+"Heb je niets anders te zeggen?" vroeg de signorina.
+
+"Dat zou ik gaarne willen," zei Giannita, "maar ik ben immers maar
+een arm meisje."
+
+Het was wonderbaarlijk te zien, hoe nu de gelaatstrekken der jonge
+signorina verteederden, hoe haar blik verhelderde en hoe haar oogen
+begonnen te stralen. Nu bleek het, dat zij een groote schoonheid was.
+
+"Giannita," zei ze zacht, nauwelijks hoorbaar, "geloof je dat dit
+een wonder is? Geloof je, dat God een wonder kan laten geschieden
+om mijnentwille?"
+
+"Ja, ja," fluisterde Giannita.
+
+"Ik smeekte het Christusbeeld, dat hij mij zou helpen, en hij zendt mij
+jou. Geloof je, dat het Christus was die je gezonden heeft, Giannita?"
+
+"Ja zeker, hij was het."
+
+"God heeft mij dus niet verlaten, Giannita?"
+
+"Neen, God heeft je niet verlaten."
+
+Signorina Micaela zat een tijdje stil te weenen. "Toen jij kwam,
+Giannita, dacht ik dat mij niets anders overbleef, dan mij te dooden,"
+zei ze daarna. "Ik wist niet waarheen ik mijn weg zou nemen want ik
+dacht, dat God mij haatte."
+
+"Maar zeg mij nu, wat ik voor je doen kan, godszuster," zei Giannita.
+
+Tot antwoord trok de andere haar naar zich toe en kuste haar.
+
+"Maar het is immers al voldoende, dat je door het kleine Christusbeeld
+gezonden zijt," zei ze. "Het is immers al voldoende, nu ik weet,
+dat God mij niet verlaten heeft."
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+DIAMANTE.
+
+
+Micaela Palmeri was op reis naar Diamante in gezelschap van
+Giannita. Ze hadden 's morgens om drie uur plaats genomen in den
+postwagen en ze waren langs den schoonen weg gereden, die zich van
+den voet van den Etna langs den berg omhoog slingert.
+
+Maar het was nog geheel donker. Ze hadden niets van de omgeving
+kunnen onderscheiden.
+
+De jonge signorina beklaagde zich volstrekt niet daarover. Zij zat
+met neergeslagen oogen en verdiepte zich in haar smart. Zelfs toen het
+begon te dagen, wilde zij haar oogen niet opslaan om uit te zien. 't
+Was niet, vóórdat ze vlak bij Diamante waren, dat Giannita haar kon
+bewegen het landschap te beschouwen.
+
+"Zie nu eens uit! Hier is Diamante, dat je thuis zal worden," zei zij.
+
+Toen had Micaela Palmeri rechts van den weg den machtigen Etna
+gezien, die een groot stuk van den hemel sneed. Ver achter den berg
+ging de zon op, en toen de bovenste rand der zonneschijf zich over
+den bergtop verhief, scheen het alsof de witte sneeuwberg begon te
+gloeien, en vonken en stralen verspreidde.
+
+Maar Giannita verzocht haar naar den anderen kant te zien. En aan
+de andere zijde zag ze de geheele getakte bergketen, die den Etna
+gelijk een met torens versierden muur omringt, gloeiend rood staan
+in den zonsopgang.
+
+Maar Giannita wees naar een anderen kant. Dat was het niet, wat ze
+moest zien, dat niet.
+
+Toen liet ze haar blik dalen en zag neer in een zwarte vallei. Daar
+glansde het veld als fluweel en de witte Simeto schuimde naar beneden
+in het dal.
+
+Maar nog richtte zij haar blik niet naar de goede plaats.
+
+Toen eindelijk zag ze den steilen Monte Chiaro, die zich uit het
+zwarte, fluweelen dal verhief; stralend in het morgenrood en begroeid
+met statige palmen, die hem als met zonneschermen beschutten tegen
+de stralen der zon.
+
+En op de kruin zag zij een stad, met torens versierd en door
+muren omgeven, en alle vensters en windwijzers schitterden in den
+zonneschijn.
+
+Bij dit gezicht had zij Giannita's arm gegrepen en haar gevraagd of
+dit een werkelijke stad was en of daar ook menschen woonden.
+
+Zij geloofde, dat dit een der steden des hemels was en dat die even
+spoedig verdwijnen zou als een droomgezicht. Zij kon niet denken, dat
+er ooit een mensch langs den weg gewandeld had, die zich van uit het
+dal over hooge heuvels naar de Monte Chiaro slingerde en in zigzag-lijn
+langs den berg opkroop om in de donkere stadspoort te verdwijnen.
+
+Maar toen ze dichter bij Diamante kwam en zag dat het een werkelijke
+aardsche stad was, kwamen haar de tranen in de oogen.
+
+Het ontroerde haar, dat de aarde voor haar nog al haar schoonheid
+bezat. Zij had geloofd, dat sedert die het tooneel van al haar rampen
+was geweest, zij die steeds grauw, verdord en bedekt met distels en
+giftbloemen zou vinden.
+
+Ze reed met gevouwen handen het arme Diamante binnen, alsof ze een
+heiligdom betrad.
+
+En haar scheen het, dat deze stad haar evenveel geluk als schoonheid
+zou kunnen bieden.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+DON FERRANTE.
+
+
+Een paar dagen later stond Gaetano in zijn werkplaats en sneed
+wijnranken op koralen van rozenkransen. Het was Zondag, maar Gaetano
+maakte zich geen gewetenswroeging van zijn arbeid, hij werkte immers
+tot Gods eer.
+
+Groote angst en onrust waren over hem gekomen. De gedachte was in
+hem ontwaakt, dat de gelukkige tijd, dien hij bij donna Elisa had
+doorgebracht, nu zijn einde genaderd was. En hij geloofde, dat hij
+spoedig de wereld ingedreven zou worden. Want groote armoede was
+over Sicilië gekomen, en hij zag den nood als een besmetting van
+stad tot stad en van huis tot huis trekken. En zoo was die ook in
+Diamante gekomen.
+
+Daarom kwam er nooit meer een mensch in den winkel van donna Elisa om
+iets te koopen. De kleine heiligenbeelden, die Gaetano vervaardigde,
+stonden in dichte rijen op de planken en de rozenkransen hingen in
+groote trossen onder de toonbank. En donna Elisa was in grooten kommer
+en nood, omdat zij nu niets kon verdienen.
+
+Dit was Gaetano een teeken, dat hij Diamante moest verlaten en de
+wijde wereld ingaan, tenzij er zich een andere mogelijkheid voordeed,
+want het kon geen arbeiden heeten voor Gods eer beelden te snijden,
+die nooit werden aangebeden en koralen voor rozenkransen te draaien,
+die nooit door de vingers van een biddende gleden.
+
+Hij geloofde dat ergens in de wereld een schoone, nieuwe kathedraal
+stond, waarvan de muren opgetrokken waren, maar die nog van binnen
+van naaktheid trilde. Die verbeidde en wachtte, dat Gaetano zou
+komen om de koorstoelen, 't altaarhek, den preekstoel, 't boekenrek
+en de heiligenkast te snijden. En zijn hart smachtte naar dit werk,
+dat hem wachtte.
+
+Maar deze kathedraal werd niet op Sicilië gevonden, want daar dacht
+men er nooit aan een nieuwe kerk te bouwen; die moest ver weg in
+landen als Florida of Argentinië gezocht worden, waar de grond nog
+niet bedekt was met heilige gebouwen.
+
+Hij voelde zich tegelijkertijd bedroefd en gelukkig en was met
+verdubbelde vlijt aan den arbeid getogen opdat donna Elisa iets zou
+hebben te verkoopen, terwijl hij weg was en groote schatten voor
+haar verdiende.
+
+Nu wachtte hij nog slechts op een teeken van God vóórdat hij besloot
+te vertrekken. Het was, alsof hij de kracht zou moeten ontvangen om
+tot donna Elisa te kunnen spreken van zijn verlangen om te reizen,
+want hij wist dat dit haar zóóveel verdriet zou veroorzaken, dat hij
+niet begreep, hoe hij den moed zou hebben met haar daarover te spreken.
+
+Terwijl hij daarover dacht, kwam donna Elisa in de werkplaats. Toen
+zei hij tot zichzelf, dat hij nu er niet aan kon denken het haar te
+zeggen, want heden was donna Elisa vroolijk.
+
+Haar tong was onophoudelijk in beweging en haar gelaat straalde.
+
+Gaetano vroeg zich af, wanneer hij haar voor het laatst zoo gezien
+had. Sedert de nood kwam, was het geweest, alsof ze zonder daglicht
+in een der grotten van den Etna leefden.
+
+"Waarom was Gaetano niet mee naar de markt gegaan om de muziek te
+hooren?" vroeg donna Elisa.
+
+"Waarom ging hij toch nooit mede om haar broer, don Ferrante, te zien
+en te hooren? Gaetano die hem slechts zag, als hij in den winkel stond,
+gekleed in een kort buis en puntige muts, wist niet wat voor een man
+don Ferrante was. Hij hield hem voor een ouden, leelijken koopman
+met een rimpelig gelaat en een borsteligen baard. Niemand kende don
+Ferrante, die hem 's Zondags niet de muziek had zien dirigeeren.
+
+"Heden had hij een nieuwe uniform aangehad. Hij droeg een driekantigen
+hoed met groen-rood en witte pluimen, een zilveren kraag, epauletten
+met zilveren franje, zilveren tressen op de borst en een sabel op
+zij. En toen hij het bankje van den dirigent besteeg, waren de rimpels
+van zijn gelaat weggevaagd, zijn gestalte scheen gegroeid te zijn.
+
+"Men zou hem bijna schoon kunnen noemen.
+
+"Toen hij de Cavalleria liet spelen, had men nauwelijks kunnen
+ademhalen. En wat zei Gaetano er van, dat de groote huizen aan de
+markt meegezongen hadden!
+
+"Uit het zwarte palazzo Geraci had donna Elisa duidelijk een
+liefdeslied hooren klinken en uit het nonnenklooster, zoo uitgestorven
+als het daar stond, was een hymne over de markt gestroomd.
+
+"En toen er een pauze in de muziek was, ging de schoone advocaat
+Favara, die gekleed was in een zwart fluweelen mantel, met een grooten
+roovershoed en helrooden halsdoek, naar don Ferrante en wees naar de
+open zijde der markt, waar men den Etna en de zee zag.
+
+"Don Ferrante," had hij gezegd, "gij verheft ons ten hemel gelijk de
+Etna en gij voert ons op naar het eeuwige gelijk de oneindige zee."
+
+"Als Gaetano don Ferrante heden gezien had, zou hij hem hebben moeten
+liefhebben. Tenminste had hij moeten erkennen, dat don Ferrante een
+statig man was. Toen hij eenige oogenblikken geleden den maatstok
+neerlegde en gearmd met den advocaat heen en weer wandelde op de
+gladde steenen tusschen de Romeinsche poort en het palazzo Geraci, had
+een ieder moeten zien, hoe goed hij zich kon meten met den schoonen
+Favara. Donna Elisa had in gezelschap van de sindaco's-vrouw op de
+steenen bank onder den dom gezeten. En donna Valtara had plotseling
+gezegd, nadat ze don Ferrante een tijdlang beschouwd had:
+
+"Donna Elisa, uw broer is immers nog een jonge man. Hij kan nog heel
+goed trouwen, trots zijn vijftig jaar."
+
+"En zij, donna Elisa, had geantwoord dat zij God iederen dag daarom
+bad.
+
+"Maar nauwelijks had zij dit gezegd of een dame in rouwgewaad schreed
+over de markt. Nooit had men nog zoo iets zwarts gezien. Niet alleen
+waren haar kleeren, hoed en handschoenen zwart, maar ook haar sluier
+was zóó dicht, dat men niet kon gelooven, dat daar een wit gezicht
+achter was. Santissima Dio, het was, alsof ze zich bedekt had met een
+lijkwade. En ze liep zoo langzaam en gebogen. Men was bang geworden,
+men had bijna geloofd dat het een spook was.
+
+"O! O! en de geheele markt was zoo vol vroolijkheid geweest.
+
+"De boeren, die voor den Zondag thuis waren, hadden daar in groote
+groepen gestaan, feestelijk gekleed met hun roode doeken om den
+hals. Boerenvrouwen die naar de kerk gingen, waren voorbij gestroomd
+in groene rokken en gele halsdoeken. Een paar in het wit gekleede
+vreemdelingen hadden bij de balustrade gestaan om den Etna te
+beschouwen. En al de muzikanten in uniform, die er bijna zoo statig
+uitzagen als don Ferrante, en die glinsterende muziekinstrumenten
+en de met beelden versierde dom! En de zonneschijn en Mongibello's
+sneeuwkruin, die vandaag zoo dicht bij was geweest dat men hem bijna
+grijpen kon, dat alles was onvergelijkelijk vroolijk geweest.
+
+"Toen nu de arme, zwarte dame te midden van dit alles gekomen was,
+hadden allen haar aangestaard en sommigen hadden het teeken des kruises
+gemaakt. En de kinderen waren gegleden van de trap van het raadhuis
+waar ze op de leuning reden en waren haar gevolgd op een paar schreden
+afstands. En zelfs de luie Pietro, die zich in de zon lag te koesteren,
+had zich op zijn ellebogen opgericht. Het was een opstand, alsof de
+zwarte Madonna uit de domkerk was komen aanwandelen. Maar had één van
+allen medelijden gevoeld met deze zwarte dame, naar wie allen staarden?
+
+"Was iemand geroerd, omdat zij zoo langzaam en gebogen liep?
+
+"Ja, ja, één was getroffen, en dat was don Ferrante geweest. Muziek
+was in zijn hart, hij was een goed mensch en hij dacht: Vervloekt zijn
+al deze fondsen, bijeengebracht voor noodlijdenden, die de menschen
+slechts in het ongeluk storten!
+
+"Is dit niet de arme signorina Palmeri, wier vader genomen heeft
+van een liefdadigheidsfonds en die zich nu zoo schaamt, dat zij haar
+gelaat niet durft toonen?
+
+"En terwijl hij dit dacht, ging don Ferrante naar de zwarte dame en
+trad haar bij de kerkdeur in den weg.
+
+"Daar maakte hij een buiging voor haar en noemde zijn naam. "Indien ik
+mij niet al te zeer vergis," had don Ferrante gezegd, "is u signorina
+Palmeri. Ik heb een verzoek aan u."
+
+"Toen was ze achteruitgeweken als wilde ze vluchten, maar zij was
+toch gebleven.
+
+"Het betreft mijn zuster, donna Elisa," had hij gezegd. "Zij heeft
+uw moeder gekend, signorina, en zij brandt van verlangen met u kennis
+te maken. Zij zit bij den dom. Mag ik u tot haar geleiden?"
+
+"En don Ferrante had haar arm in den zijne gelegd en haar naar donna
+Elisa gevoerd. En zij had geen tegenstand geboden. Donna Elisa had
+trouwens degene wel eens willen zien, die heden don Ferrante had
+kunnen weerstaan.
+
+"Maar toen was donna Elisa opgerezen. Zij was de zwarte dame tegemoet
+gegaan, en had haar sluier teruggeslagen. En zij had haar op beide
+wangen gekust.
+
+"Welk een gelaat! welk een gelaat! Zij was misschien niet mooi, maar
+ze had oogen, die duidelijk spraken en die klaagden en jammerden,
+zelfs als het geheele gelaat glimlachte. Ja, Gaetano zou misschien
+geen Madonna naar dit gelaat willen snijden of schilderen, want
+daarvoor was het te bleek en te mager, maar men moest wel gelooven,
+dat onze lieve Heer wist wat hij deed, toen hij deze oogen niet in
+een gezicht zette, dat rond en blozend was.
+
+"Toen donna Elisa haar kuste, had zij het hoofd op haar schouder gelegd
+en een paar korte snikken hadden haar lichaam doorschokt. Daarna had
+zij met een glimlach opgezien.
+
+"'t Was alsof haar glimlach had willen zeggen:
+
+"O, ziet de wereld er zoo uit? Is die zoo mooi? Laat mij die zien en
+tegen haar glimlachen! Kan een arme ongelukkige het werkelijk wagen
+haar aan te zien? Kan ik het ook wagen gezien te worden?"
+
+"Dit alles had zij zonder woorden gezegd, slechts met een
+glimlach. Welk een gelaat! welk een gelaat!"
+
+Maar nu viel Gaetano donna Elisa in de rede.
+
+"Waar is zij nu?" zei hij. "Ik moet haar zien."
+
+Toen zag donna Elisa Gaetano in de oogen. En die waren brandend
+klaar alsof ze met vuur gevuld waren en aan zijn slapen steeg een
+donkerrood op.
+
+"Gij zult haar vroeg genoeg zien," zei ze kortaf. En zij had berouw
+van elk woord, dat zij gesproken had.
+
+Gaetano zag, dat zij bang was, dat hij begreep, wat zij vreesde. Hij
+kreeg toen de ingeving haar juist nu te zeggen, dat hij voornemens
+was te vertrekken, naar Amerika te reizen.
+
+Toen begreep hij dat deze vreemde signorina zeer gevaarlijk moest
+zijn. Zoo overtuigd was donna Elisa dat Gaetano haar lief zou krijgen,
+dat zij bijna verheugd was te hooren, dat hij van plan was het land
+te verlaten. Want haar scheen alles beter dan een arme schoondochter,
+wier vader een dief was.
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+DON MATTEO'S ZENDING.
+
+
+En nu kwam er een namiddag, dat de geestelijke herder, don Matteo,
+zijn voeten in glanzend gepoetste schoenen stak, een schoon geborstelde
+soutane aantrok en zijn mantel in de sierlijkste plooien schikte. Zijn
+gelaat straalde, terwijl hij door de steeg liep en zegeningen uitdeelde
+aan de oude spinnende vrouwtjes, die voor haar huisdeuren zaten;
+en zijn handgebaren waren zoo bevallig, alsof hij rozen strooide.
+
+Over de steeg, waardoor don Matteo liep, welfden zich minstens zeven
+bogen, alsof elk huis zich wilde verbinden met zijn buurman. De
+steeg liep dood tegen den berg, voor de helft was het een trap,
+voor de andere helft een straat; er was altijd overstrooming bij de
+goten en het lag er altijd vol sinaasappelschillen en koolblaren,
+genoeg om op uit te glijden. Van den grond tot aan den hemel hing er
+waschgoed aan de drooglijnen.
+
+Natte hemdsmouwen en banden van boezelaars werden door den wind in don
+Matteo's gezicht geslingerd. En dat was een even klam en kil gevoel,
+alsof don Matteo door een lijk gestreeld werd.
+
+Aan het einde der steeg lag een kleine, donkere markt, en daar
+zag don Matteo een oud huis, waarvoor hij staan bleef. Het was
+groot en vierkant en bijna geheel zonder ramen. Het had twee hooge
+buitentrappen met verbazend breede treden en twee groote deuren met
+zware grendels. En het had muren van zwarte lava en een loggia, waar
+groene schimmel den vloer van tegelsteenen bedekte, en er waren zooveel
+spinnewebben, dat de lenige hagedissen er bijna in verward raakten.
+
+Don Matteo lichtte den deurklopper op en liet dien zóó hard vallen,
+dat het geheele huis dreunde. Toen hoorde men hoe al de vrouwen uit
+de geheele steeg begonnen te vragen en te spreken.
+
+En men zag hoe de waschvrouwen aan het marktbassin haar waschbord en
+linnenklopper lieten vallen en begonnen te vragen en te fluisteren:
+
+"Met welk doel komt don Matteo hier?
+
+"Waarom klopt hij op de deur van het oude huis, waar het spookt,
+en waarin niemand het waagt te wonen behalve de vreemde signorina,
+wier vader in de gevangenis zit?"
+
+Maar nu deed Giannita de deur open voor don Matteo en voerde hem door
+lange gangen, die vochtig en schimmelig roken. Op enkele plaatsen
+waren de steenen van den vloer losgeraakt, en don Matteo kon tot diep
+in den kelder zien, waar een groote menigte ratten over den zwarten
+lavagrond joegen.
+
+Terwijl don Matteo door het oude huis wandelde, verloor hij zijn goede
+luim. Hij liep voorbij geen trap, zonder wantrouwend naar beneden te
+kijken, en hij hoorde geen geritsel zonder te huiveren.
+
+Hij werd neerslachtig als vóór een ongeluk. Don Matteo dacht aan den
+kleinen getulbanden Moor, die zich in dit huis placht te vertoonen,
+en indien hij hem ook niet zag, kon men toch zeggen, dat hij hem op
+de een of andere wijze gewaar werd.
+
+Eindelijk opende Giannita een deur en liet den geestelijke in een
+vertrek. Daar waren de wanden naakt als in een stal, het bed hard
+als dat van een non en daarboven hing een houten Madonna, die niet
+meer waard was dan drie soldi.
+
+Don Matteo staarde zoo lang naar dit kleine beeld, dat de tranen hem
+in de oogen kwamen.
+
+Terwijl hij daar stond, kwam signorina Palmeri de kamer binnen. Ze
+hield haar hoofd gebogen, en haar bewegingen waren zoo langzaam alsof
+zij gewond was. Toen don Matteo haar zag, scheen hij te willen zeggen:
+
+"U en ik, signorina Palmeri, ontmoeten elkaar hier in een wonderlijk
+oud huis. Is u hier om de Moorsche inscripties te bestudeeren of zoekt
+u in de kelders naar mozaïekwerk?" Want de pastoor werd verlegen,
+toen hij signorina Palmeri zag.
+
+Hij kon niet begrijpen, dat deze edele dame arm was. Hij kon niet
+vatten, dat zij woonde in het huis van den kleinen Moor.
+
+Hij zei tot zichzelf, dat hij haar moest redden uit het spookhuis
+en van de armoede. En hij bad de heilige Madonna om de macht haar
+te redden.
+
+Daarna zei hij tot de signorina, dat hij een opdracht van don Ferrante
+kwam uitvoeren. Don Ferrante had hem toevertrouwd, dat zij zijn
+aanzoek had afgeslagen.
+
+Waarom had zij dat gedaan? Wist zij niet dat, hoewel don Ferrante arm
+scheen als hij daar in zijn winkel stond, hij toch de rijkste man in
+Diamante was?
+
+En don Ferrante behoorde tot een oud Spaansch geslacht, dat groot
+aanzien genoot, zoowel in zijn vaderland als hier op Sicilië. En
+hij bezat nog het groote huis aan de corso, dat zijn voorvaderen
+toebehoord had. Zij had niet neen moeten zeggen.
+
+Terwijl don Matteo zoo sprak, zag hij hoe het gelaat van de signorina
+plotseling doodsbleek en strak werd. Hij waagde het bijna niet te
+spreken. Hij vreesde, dat zij zou bezwijmen.
+
+Het was ook slechts met de grootste inspanning, dat zij hem kon
+antwoorden. De woorden wilden niet over haar lippen komen. 't Was
+alsof die te afschuwelijk waren om uitgesproken te worden.
+
+"Zij kon wel begrijpen," zei zij, "dat don Ferrante wilde weten waarom
+zij zijn aanzoek had afgeslagen. Ze was diep geroerd en dankbaar,
+maar zij kon zijn vrouw niet worden. Zij kon niet trouwen, want zij
+bracht smaad en schande als bruidsgift mede."
+
+"Als ge trouwt met een Alagona, lieve signorina," zei don Matteo,
+"behoeft ge niet te vreezen, dat men zal vragen van welk geslacht ge
+zelf zijt. Dat is een roemrijk, oud stamhuis. Don Ferrante en zijn
+zuster, donna Elisa, worden steeds tot de eersten der stad gerekend,
+ofschoon zij al de bezittingen van hun geslacht verloren hebben en
+handel moeten drijven.
+
+"Don Ferrante weet wel, dat de glans van zijn ouden naam niet
+verduisterd zal worden door een huwelijk met u.
+
+"Maak geen bezwaren om die reden, signorina, indien ge anders met
+don Ferrante zoudt willen huwen."
+
+Maar signorina Palmeri herhaalde wat zij gezegd had. Don Ferrante
+moest niet trouwen met een dochter van een misdadiger. Ze zat daar
+bleek en wanhopig en scheen zich te willen oefenen in het zeggen van
+deze vreeselijke woorden.
+
+Zij zeide, dat zij zich niet indringen wilde in een geslacht, dat
+haar zou verachten. Het gelukte haar dit hard en koud te zeggen,
+zonder dat haar stem beefde.
+
+Maar hoe langer ze sprak, hoe grooter de begeerte van don Matteo werd
+om haar te helpen. Het was alsof hij een koningin ontmoet had, die van
+haar troon gestooten was. En er kwam een brandend verlangen over hem,
+haar weer de kroon op het hoofd te zetten en den koningsmantel om de
+schouders te slaan.
+
+Daarom vroeg don Matteo haar of haar vader niet spoedig uit de
+gevangenis zou komen en waarvan hij dan leven moest.
+
+De signorina antwoordde dat hij zou leven van haar arbeid. Don Matteo
+vroeg haar zeer ernstig of zij zich wel afgevraagd had, hoe haar vader,
+die altijd een rijke man was geweest, de armoede zou kunnen dragen.
+
+Nu zweeg zij. Ze trachtte de lippen tot een antwoord te bewegen,
+maar kon geen geluid uitbrengen.
+
+Don Matteo sprak en sprak. Zij zag er hoe langer hoe wanhopiger uit,
+maar gaf toch niet toe.
+
+Hij wist ten slotte geen raad meer.
+
+Hoe zou hij haar toch kunnen redden uit het spookhuis, uit de armoede
+en van den last der schande die haar drukte? Maar toen vielen zijn
+oogen op het kleine Madonnabeeldje boven het bed. De jonge signorina
+was dus een geloovige.
+
+Nu werd de geest vaardig over don Matteo. Hij voelde dat God hem
+gezonden had, om deze arme vrouw te redden. En toen hij weer sprak,
+was er een klank in zijn stem, die hem anders vreemd was. Hij begreep,
+dat hij het niet alleen was, die nu tot haar sprak.
+
+"Mijn dochter," zei hij, terwijl hij oprees, "om der wille van uw vader
+zult ge huwen met don Ferrante. De Madonna wil het, mijn dochter."
+
+Er kwam iets imponeerends over don Matteo's uiterlijk. Zoo had nog
+geen mensch hem ooit gezien.
+
+De signorina beefde alsof de Heilige Geest tot haar gesproken had,
+en zij vouwde haar handen.
+
+"Word een goede en trouwe echtgenoote voor don Ferrante," zei don
+Matteo, "en de Madonna belooft u door mij, dat uw vader een onbezorgden
+ouderdom zal hebben."
+
+Toen zag de signorina dat het een heilige ingeving was, die don Matteo
+inspireerde. Het was God die door hem sprak. En zij wierp zich op de
+knieën en boog het hoofd.
+
+"Ik zal doen wat gij beveelt," zei ze.
+
+
+
+Maar zie, toen de geestelijke, don Matteo, uit het huis van den kleinen
+Moor kwam, en door de steeg ging, nam bij plotseling zijn brevier en
+begon te lezen. En ofschoon het waschgoed hem om de wangen sloeg, en
+sinaasappelschillen en kleine kinderen op de straat schenen te liggen,
+alleen om hem te doen struikelen, hij zag niet op uit zijn boek.
+
+Hij had behoefte Gods heilige woorden te hooren.
+
+Want daarbinnen in het zwarte huis had hem alles zoo zeker en gewis
+geschenen, maar nu hij buiten kwam in den zonneschijn, begon hij
+bevreesd te worden voor de belofte, die hij in der Madonna's naam
+gegeven had.
+
+Don Matteo bad en las en las en bad.
+
+Mocht de almachtige God in den hemel de vrouw beschermen, die op hem
+vertrouwd en hem gehoorzaamd had, alsof hij een profeet ware!
+
+Don Matteo sloeg den hoek om naar de corso. Hij bonsde tegen ezels,
+die naar huis gedreven werden met reizende signorina's op hun rug, hij
+liep recht tegen veldarbeiders aan, die van hun werk naar huis keerden
+en hij stiet tegen de oude spinnende vrouwtjes en raakte verward in
+haar linnen. Eindelijk bereikte hij een kleinen, donkeren winkel.
+
+Het was een vertrek zonder ramen, dat in den hoek van een oud paleis
+lag. De drempel was een voet hoog, de vloer was van vastgetrapte aarde,
+en de deur moest altijd openstaan om licht binnen te laten. De toonbank
+was belegerd door voerlieden en ezeldrijvers.
+
+En voor de toonbank stond don Ferrante. Zijn baard was in wanorde,
+zijn gelaat één en al rimpel, zijn stem heesch van woede. De voerlieden
+verlangden een onmatig hooge betaling voor de vrachten, die ze van
+Catania naar Diamante gebracht hadden.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+DE KLOKKEN VAN SAN PASQUALE.
+
+
+Men merkte spoedig in Diamante, dat don Ferrante's echtgenoote, donna
+Micaela, niet veel meer was dan een kind. Zij kon er nog zoo uitzien
+als een voorname dame van de wereld, zij was toch niets anders dan
+een kind. En iets anders kon men ook niet van haar verwachten na het
+leven, dat zij geleid had.
+
+Van de wereld had zij niets gezien dan theaters, museums,
+balzalen, promenades en renperken, en dit alles zijn immers slechts
+speelplaatsen. Zij was nog nooit alleen op straat geweest. Zij had
+nooit gewerkt. Men had nooit een ernstig woord tot haar gesproken. Ze
+was niet eens ooit verliefd geweest.
+
+Toen zij in het zomerpaleis trok, vergat zij al haar zorgen, even
+licht en luchtig als een kind het gedaan zou hebben. En het bleek
+dat zij de spelende phantasie van een kind bezat en dat zij alles
+wat haar omgaf kon veranderen en herscheppen. De oude Saracenenstad
+Diamante leek donna Micaela een paradijs.
+
+Ze zeide dat zij in het geheel niet verbaasd was geweest, toen don
+Ferrante haar op de markt aansprak en aanzoek om haar hand deed. Het
+kwam haar zeer natuurlijk voor dat zoo iets in Diamante gebeurde. Zij
+had dadelijk gezien, dat Diamante een stad was, waar rijke mannen
+zochten naar arme, ongelukkige signorina's om haar tot heerscheressen
+te maken in hun zwarte lavapaleizen.
+
+Het zomerpaleis behaagde haar zeer. Het verbleekte, honderdjarige
+mousseline, dat de meubels bedekte, vertelde haar vele verhalen. En
+ze vond een diepe beteekenis in al de liefdestooneelen, die
+tusschen de herders en herderinnetjes op de wandschilderingen
+werden afgespeeld. Zij had ook dadelijk het geheim van don Ferrante
+geraden. Hij was in het geheel geen gewone koopman in een der straten
+van een kleine stad.
+
+Hij was een eergierig man, die geld verzamelde om de familiegoederen
+op den Etna terug te kunnen koopen, evenals het paleis in Catania
+en het slot in de bergen. En indien hij een kort buis en een puntige
+muts droeg gelijk een boer, was dit slechts om des te eerder te kunnen
+optreden als grande van Spanje en prins van Sicilië.
+
+Sedert hij getrouwd was, placht don Ferrante zich iederen avond te
+kleeden in een fluweelen rok, zijn gitaar in de hand te nemen, en zich
+te plaatsen op de koortrap van de muziekzaal in het zomerpaleis om
+canzones te zingen. Terwijl hij zong, droomde donna Micaela, dat ze
+gehuwd was met den edelsten man van het gansche schoone eiland Sicilië.
+
+Toen donna Micaela een paar maanden getrouwd was, kwam haar vader uit
+de gevangenis en vestigde zich in het zomerpaleis bij zijn dochter. Hij
+bevond zich heel wel in Diamante en werd aller vriend. Hij sprak gaarne
+met de iemkers en de wijngaardeniers, die hij in het café Europa trof;
+en hij vermaakte zich iederen dag met het rijden naar den voet van
+den Etna om naar historische overblijfselen te zoeken. Maar hij had
+zijn dochter volstrekt geen vergiffenis geschonken. Wel woonde hij
+onder haar dak, maar hij behandelde haar als een vreemde en was nooit
+teeder jegens haar.
+
+Donna Micaela liet hem stil geworden en hield zich alsof zij niets
+bemerkte.
+
+Zij kon zijn toorn niet meer zoo ernstig opnemen. Deze oude man,
+dien zij liefhad, geloofde, dat hij haar jaar na jaar zou kunnen
+blijven haten. Hij zou in haar nabijheid leven, haar stem hooren,
+haar oogen zien en omgeven zijn door haar liefde, en hij zou kunnen
+voortgaan haar te haten!
+
+O, hij kende haar noch zich zelf! En dikwijls zat zij te phantaseeren
+hoe het zou gaan als hij tot de erkentenis kwam, dat hij overwonnen
+was, wanneer hij tot haar komen en haar toonen zou, dat hij haar
+liefhad.
+
+
+
+Op een dag stond donna Micaela op haar balkon, en wuifde tegen haar
+vader, die op een kleine donkerbruine ponny wegreed, toen don Ferrante
+uit zijn winkel kwam om met haar te spreken.
+
+En wat don Ferrante haar wilde zeggen, was, dat het hem gelukt was
+voor haar vader een plaats te koopen in de broederschap van het heilig
+hart te Catania.
+
+Maar ofschoon don Ferrante zeer duidelijk sprak, scheen donna Micaela
+hem volstrekt niet te verstaan.
+
+Hij moest herhalen, dat hij gisteren in Catania was geweest, en dat
+het hem gelukt was cavaliere Palmeri een plaats te verschaffen in
+een broederschap. Hij zou over een maand daar intreden.
+
+Zij vroeg slechts: "Wat wil dit zeggen? Wat beteekent dit?"
+
+"O," zei don Ferrante, "kan het mij niet vervelen kostbaren wijn
+van het vasteland voor je vader te laten komen en kan ik geen lust
+hebben zelf eens op Domenico te rijden?" Toen hij dit gezegd had,
+wilde hij heengaan. Er was immers niets meer te zeggen.
+
+"Maar vertel mij toch eerst wat voor een broederschap dat is,"
+zeide zij.
+
+"Wat dat is? Daar wonen vele oude mannen."
+
+"Arme oude mannen?"
+
+"O ja, ze zijn juist niet rijk."
+
+"Ze hebben zeker geen eigen kamer?"
+
+"Neen, maar zeer groote slaapzalen."
+
+"En ze eten uit tinnen borden aan ongedekte tafels?"
+
+"Neen, ze zullen wel uit porselein eten."
+
+"Maar zonder tafelkleed?"
+
+"Mijn hemel, wat zou dat, indien de tafel slechts schoon is!"
+
+Hij trachtte haar gerust te stellen. "Daar wonen heel goede
+menschen. En als je het wilt weten, dan was het niet zonder aarzelen,
+dat men cavaliere Palmeri aannam."
+
+Toen verliet don Ferrante de kamer. Zijn vrouw was bedroefd, maar
+ook zeer verontwaardigd. Haar scheen het, dat hij zich beroofd had
+van rang en stand en een gewone koopman was geworden.
+
+Ze zei heel luid, ofschoon niemand het kon hooren, dat het zomerpaleis
+slechts een groot en leelijk oud huis was en Diamante een arme,
+ellendige stad.
+
+En natuurlijk zou ze niet toestaan, dat haar vader vertrok. Don
+Ferrante moest iets anders verzinnen.
+
+Nadat de maaltijd geëindigd was, wilde don Ferrante naar café Europa
+gaan om domino te spelen en hij zocht naar zijn hoed.
+
+Donna Micaela nam zijn hoed en volgde hem naar de galerij, die rondom
+den tuin liep. Toen ze ver genoeg van de eetzaal verwijderd waren,
+dat haar vader haar niet kon verstaan, zei ze heftig:
+
+"Heb je iets tegen mijn vader?"
+
+"Hij is te duur."
+
+"Maar je bent immers rijk."
+
+"Wie heeft je zoo iets verteld? Zie je dan niet hoe hard ik moet
+werken?"
+
+"Wees dan liever zuinig met iets anders."
+
+"Ik zal ook zuinig zijn met iets anders. Giannita heeft nu genoeg
+geschenken gekregen."
+
+"Neen, onthoud mij liever iets."
+
+"Jij bent mijn echtgenoote, jij zult het houden, zooals je het hebt."
+
+Zij zweeg een oogenblik. Zij dacht na wat zij hem zou kunnen zeggen,
+dat hem bang zou maken.
+
+"En indien ik nu je echtgenoote ben, weet je dan ook waarom ik dat
+geworden ben?"
+
+"O, ja."
+
+"Weet je ook wat don Matteo mij beloofde?"
+
+"Dat is don Matteo's zaak, maar ik doe wat ik kan."
+
+"Je hebt misschien wel gehoord, dat ik brak met al mijn vrienden in
+Catania toen ik vernam, dat mijn vader hulp bij hen gezocht en niet
+gekregen had?"
+
+"Dat weet ik."
+
+"En dat ik naar Diamante vertrok, opdat hij hen niet langer behoefde
+te zien en zich voor hen schamen moest?"
+
+"Zij komen ook niet in de broederschap."
+
+"Indien je dit alles weet, ben je dan niet bang iets tegen mijn vader
+te doen?"
+
+"Bang? Neen, voor mijn vrouw ben ik niet bang."
+
+"Heb ik je niet gelukkig gemaakt?" vroeg zij nu.
+
+"O, ja," antwoordde hij onverschillig.
+
+"Vondt je het niet aangenaam voor mij te zingen? Beviel het
+je niet, dat ik je hield voor den edelmoedigsten man van geheel
+Sicilië? Vondt je het niet prettig, dat ik me zoo wel bevond in het
+oude paleis? Waarom moet dit alles nu eindigen?"
+
+Hij legde zijn hand op haar schouder en waarschuwde haar.
+
+"Denk er aan, dat je niet gehuwd bent met een voornamen heer van
+Via Etnea!"
+
+"O, neen."
+
+"Hier op den berg heerschen andere zeden. Hier gehoorzamen de vrouwen
+haar mannen. En wij storen ons weinig aan schoone woorden. Maar als
+wij die willen hebben, weten we wel hoe we die moeten krijgen."
+
+Toen hij zoo sprak, werd zij bang. Het volgende oogenblik lag zij op
+de knieën voor hem.
+
+Het was een donkere avond, maar er stroomde zoo'n heldere lichtschijn
+uit de vertrekken dat hij haar oogen kon zien.
+
+In een vurige smeekbede, heerlijk als sterren, waren die op hem
+gevestigd.
+
+"Wees barmhartig. Je weet niet hoe lief ik hem heb!"
+
+Don Ferrante lachte. "Daarmee hadt je moeten beginnen. Nu heb je mij
+eerst boos gemaakt."
+
+Zij lag nog steeds onbeweeglijk en zag naar hem op.
+
+"'t Is goed," zei hij, "dat je voor het vervolg weet, hoe je je
+gedragen moet."
+
+Nog steeds lag ze op haar knieën.
+
+Toen vroeg hij: "Zal ik het hem zeggen of wil je het zelf doen?"
+
+Donna Micaela schaamde zich, dat zij zich zoo verootmoedigd had. Zij
+rees op en antwoordde trotsch:
+
+"Ik zal het hem zeggen, maar niet vóór den laatsten dag. En jij zult
+hem niets laten merken."
+
+"Neen, dat zal ik niet," zei hij, haar nasprekend. "Een korte ellende
+is aangenamer voor mij."
+
+Maar toen hij was heengegaan, lachte donna Micaela om don Ferrante,
+omdat hij meende, dat hij met haar vader kon doen wat hij wilde. Zij
+kende wel iemand, die haar helpen zou.
+
+
+
+In den dom van Diamante bevindt zich een wonderdoend Madonnabeeld,
+en dit is zijn geschiedenis:
+
+Lange, lange jaren geleden woonde een heilige heremiet in een
+grot op den Monte Chiaro. En deze heremiet droomde op een nacht,
+dat er in de haven van Catania een schip lag, dat geladen was met
+heiligenbeelden. Onder deze was er één, dat zoo heilig was, dat de
+Engelschen, die rijker zijn dan alle andere menschen, het tegen goud
+wilden opwegen.
+
+Zoo spoedig de heremiet uit dezen droom ontwaakte, begaf hij zich naar
+Catania. Toen hij daar kwam, zag hij, dat hij de waarheid gedroomd had.
+
+In de haven lag een schip, dat geladen was met heiligenbeelden en
+onder deze beelden was er één van de Madonna, dat heiliger was dan
+alle andere. Nu smeekte de heremiet den kapitein, dat hij dit beeld
+niet zou wegvoeren van Sicilië, maar het hem zou schenken.
+
+Maar de kapitein weigerde dat.
+
+"Ik breng het naar Engeland," zei hij, "en de Engelschen zullen het
+tegen goud opwegen."
+
+De heremiet hernieuwde zijn bede. Op het laatst liet de kapitein hem
+door zijn matrozen van het schip jagen en heesch de zeilen tot vertrek.
+
+Het scheen, alsof het heiligenbeeld voor Sicilië verloren zou gaan,
+maar de heremiet zonk op de knieën naast een der lavablokken op het
+strand en bad God, dat dit niet zou gebeuren.
+
+En wat geschiedde er?
+
+Het schip kon niet vertrekken. Het anker was gelicht, de zeilen waren
+geheschen en de wind was gunstig, maar gedurende volle drie dagen
+lag het schip onbeweeglijk, alsof het een rots was.
+
+Den derden dag nam de kapitein het Madonnabeeld en wierp het den
+heremiet toe, die nog op het strand lag. En dadelijk daarna kon het
+schip de haven uitzeilen.
+
+Maar de heremiet voerde het beeld naar den Monte Chiaro en nu bevindt
+het zich nog in Diamante, waar het een kapel en een altaar heeft in
+de domkerk.
+
+Donna Micaela begaf zich naar deze Madonna om voor haar vader te
+bidden.
+
+Ze zocht de kapel der Madonna op, die gebouwd was in een donkeren
+hoek van de domkerk.
+
+Daar waren de wanden geheel bedekt met gaven, het beeld krachtens een
+belofte vereerd, met zilveren harten en schilderijen, geschonken door
+al degenen, die geholpen waren door Diamante's Madonna.
+
+'t Beeld was gebeiteld uit zwart marmer, en toen donna Micaela het
+in zijn nis zag staan, hoog en duister, bijna geheel verborgen achter
+het vergulde traliehek, meende zij te zien, dat het gelaat der Madonna
+schoon was, en straalde van mildheid.
+
+En haar hart was vervuld van hoop.
+
+Hier was de machtige koningin des hemels, hier was de goede moeder
+Maria, hier was de bedroefde, die aller smarten begreep, hier was zij,
+die niet zou toestaan, dat haar vader van haar werd genomen.
+
+Hier bij de Madonna zou zij hulp vinden. Zij zou niets anders behoeven
+te doen dan op haar knieën vallen en haar nood klagen, opdat de zwarte
+Madonna haar zou bijstaan.
+
+Terwijl zij bad, was zij overtuigd, dat don Ferrante reeds op hetzelfde
+oogenblik van meening veranderde.
+
+Als zij thuis kwam, zou hij haar tegemoet loopen om haar te zeggen,
+dat haar vader haar niet behoefde te verlaten.
+
+
+
+'t Was een morgen, drie weken later.
+
+Donna Micaela kwam uit het zomerpaleis om naar de vroegmis te gaan,
+maar vóórdat zij zich naar de kerk begaf, ging ze naar donna Elisa's
+winkel om een waskaars te koopen.
+
+'t Was nog zoo vroeg, dat ze vreesde, dat de winkel nog niet open zou
+zijn, maar haar vrees bleek ongegrond, en zij was blijde, dat zij een
+geschenk kon meenemen voor de zwarte Madonna. Er was niemand in den
+winkel, toen donna Micaela binnentrad, en zij bewoog de deur heen en
+weer, opdat de bel zou luiden en donna Elisa binnen roepen.
+
+Eindelijk verscheen er iemand, maar het was niet donna Elisa, maar
+een jonge man.
+
+Deze jonge man was Gaetano, dien donna Micaela nauwelijks kende. Want
+Gaetano had zooveel van haar hooren vertellen, dat hij bang was haar
+te ontmoeten, en iederen keer, dat zij donna Elisa bezocht, had hij
+zich in zijn werkplaats opgesloten. Donna Micaela wist niets anders
+van hem dan dat hij Diamante wilde verlaten, en dat hij voortdurend
+heiligenbeelden sneed, opdat donna Elisa thuis iets zou hebben te
+verkoopen, terwijl hij groote schatten verdiende in Argentinië.
+
+Toen zij nu Gaetano zag, vond zij hem zoo mooi dat het haar een genot
+was naar hem te kijken. Wel was ze angstig als een gejaagd hert,
+maar geen smart ter wereld kon haar verhinderen vreugde te gevoelen
+als zij iets schoons zag.
+
+Zij vroeg zich af, waar zij hem vroeger gezien had, en zij
+herinnerde zich, dat zij zijn gezicht kende van haar vaders heerlijke
+schilderijenverzameling in het paleis te Catania.
+
+Daar was hij niet gekleed geweest in een arbeiderskiel, maar droeg
+hij een zwarten, vilten hoed met lange, wuivende witte pluimen en een
+breeden, kanten kraag op een fluweelen mantel. En hij was geschilderd
+door den grooten meester Van Dijck.
+
+Donna Micaela verzocht Gaetano om een waskaars, en hij begon daarnaar
+te zoeken. En nu deed zich het vreemde geval voor, dat Gaetano, die
+iederen dag in den kleinen winkel was, daar geheel vreemd scheen te
+zijn. Hij zocht naar een waskaars in de lade der rozenkransen en in de
+doozen der kleine medaillons. Hij kon er geen vinden en toen werd hij
+zoo ongeduldig, dat hij laden omver smeet en doozen kapot drukte. En
+het werd een groote wanorde en verwoesting. 't Zou donna Elisa zeker
+veel verdriet doen, als zij thuis kwam. Maar donna Micaela vond het
+heerlijk te zien, hoe hij de dichte lokken van zijn voorhoofd streek
+en hoe zijn goudkleurige oogen fonkelden, gelijk gulden wijn wanneer
+de zon daarop straalt.
+
+Het gaf haar troost iets te zien, dat zoo schoon was.
+
+Donna Micaela vroeg toen vergiffenis aan de edele heeren die door
+den grooten Van Dijck geschilderd waren. Hoe dikwijls had zij tot
+hen gezegd:
+
+"O, signor, ge zijt schoon geweest, maar zoo donker, zoo bleek, en zoo
+weemoedig hebt ge niet kunnen zijn. En zulke vuuroogen hebt ge niet
+bezeten, maar dit alles heeft de schilder slechts in uw gelaat gelegd."
+
+Maar toen donna Micaela Gaetano nu zag, vond ze dat dit alles in een
+gezicht kon gevonden worden en dat de meester niet noodig had gehad
+er iets aan toe te voegen. Daarom vroeg ze vergiffenis aan de oude
+edele heeren.
+
+Onderwijl had Gaetano de lange doozen met kaarsen gevonden, die op
+dezelfde plaats onder de toonbank stonden waar ze altijd gestaan
+hadden.
+
+En hij gaf haar een waskaars, maar wist niet wat die kostte; hij zeide,
+dat zij die later wel kon betalen. Toen zij om een stuk papier verzocht
+om de kaars in te wikkelen, werd hij zoo verlegen, dat zij hem moest
+helpen zoeken.
+
+Het bedroefde haar dat zulk een man er aan dacht naar Argentinië
+te vertrekken.
+
+Hij liet het aan donna Micaela over, de kaars in te pakken, terwijl
+hij zelf haar stil beschouwde.
+
+Zij zou gewenscht hebben, dat zij hem kon verzoeken haar nu niet aan te
+zien, nu niets anders dan hopeloosheid en smart uit haar gelaat sprak.
+
+Gaetano had haar trekken niet meer dan één oogenblik beschouwd, toen
+hij op een kleine trap sprong en een beeld van de bovenste plank nam
+en daarmee naar haar toe kwam.
+
+Het was een kleine vergulde en geschilderde aartsengel, voorstellende
+San Michaël in strijd met den aartsvijand, dien hij nu uit het papier
+wikkelde.
+
+Dezen reikte hij donna Micaela toe en verzocht hij haar aan te
+nemen. Hij wilde haar dit beeld schenken, omdat dit het beste was,
+dat hij ooit gesneden had. Hij was zoo overtuigd dat dit grooter
+macht bezat dan zijn andere beelden dat hij dit op de bovenste
+plank geplaatst had, opdat niet de eerste de beste dit beeld zou
+zien en koopen. Hij had donna Elisa verboden het aan iemand anders te
+verkoopen, dan aan dengene, die gebukt ging onder een groote smart. En
+nu moest donna Micaela dit beeld van hem aannemen.
+
+Zij stond zwijgend, zij vond hem haast te indringend.
+
+Maar Gaetano verzocht haar te zien, hoe goed het beeld gesneden
+was. Zag zij wel, dat de vleugels van den aartsengel in toorn
+opstonden en dat Lucifer zijn klauwen drukte in de stalen sporen van
+San Michaëls voet?
+
+Zag zij met hoeveel kracht San Michaël zijn lans velde en hoe hij
+zijn voorhoofd fronste en zijn lippen op elkaar klemde?
+
+Hij wilde het kleine beeld in haar hand leggen, maar zij schoof het
+zacht ter zijde.
+
+Ze zag wel, dat het beeld schoon en machtig was, zei zij, maar zij
+wist, dat het haar niet kon helpen. Zij dankte hem voor zijn geschenk,
+maar zij wilde het niet aannemen. Toen trok Gaetano het beeld naar
+zich toe, wikkelde het in papier en zette het weer op zijn plaats.
+
+En niet vóórdat het weer op de bovenste plank stond, sprak hij
+tot haar.
+
+Maar toen vroeg hij haar waarom zij waskaarsen kocht indien zij geen
+geloovige was? Was het haar bedoeling te zeggen, dat zij niet aan San
+Michaël geloofde? Wist zij dan niet, dat hij de machtigste der engelen
+was en dat hij het was, die Lucifer overwonnen en in den Etna geworpen
+had? Twijfelde zij of dat waar was? Wist ze niet, dat San Michaël
+gedurende den strijd een veer uit zijn vleugel verloren had en dat
+deze in Caltanisette gevonden was? Wist zij dat of wist zij dat niet?
+
+Of wat bedoelde zij anders ermee, dat San Michaël haar niet kon
+helpen? Geloofde zij, dat geen heilige haar helpen kon? En hij dan,
+die iederen dag in zijn werkplaats heiligen sneed? Zou hij dat doen,
+indien ze nergens voor dienden? Dacht zij, dat hij een bedrieger was?
+
+Maar daar donna Micaela een even streng geloovige was als Gaetano, vond
+zij zijn woorden onrechtvaardig en dat prikkelde haar tot tegenspraak.
+
+"Het gebeurt toch soms, dat de heiligen niet helpen," zeide ze. En toen
+Gaetano er ongeloovig uitzag, kreeg ze een onweerstaanbare neiging
+hem te overtuigen; en zij zei hem, dat men haar uit naam der Madonna
+beloofd had, dat indien zij don Ferrante een trouwe echtgenoote werd,
+haar vader een onbezorgden ouden dag zou hebben.
+
+En nu wilde haar man toch haar vader in een broederschap plaatsen,
+die arm was als een armhuis en streng als een gevangenis. En de
+Madonna had dit niet afgewend, maar over acht dagen zou het gebeuren.
+
+Gaetano luisterde aandachtig naar haar.
+
+Dit maakte, dat zij hem haar gansche geschiedenis toevertrouwde.
+
+"Donna Micaela," zei hij, "ge moet u wenden tot de zwarte Madonna in
+de domkerk."
+
+"Gelooft ge dan, dat ik niet tot haar gebeden heb?"
+
+Toen steeg een blos naar Gaetano's wangen en hij zei bijna toornig:
+
+"Ge wilt toch niet zeggen, dat ge u tevergeefs gewend hebt tot de
+zwarte Madonna?"
+
+"Ik heb de laatste drie weken tevergeefs tot haar gebeden, haar
+gesmeekt en gebeden."
+
+Toen donna Micaela dit zei, kon zij nauwelijks ademhalen.
+
+Ze kon over zichzelf weenen, omdat ze iederen dag hulp verwacht had
+en iederen dag teleurgesteld werd en toch geen beter middel wist dan
+opnieuw met haar smeekbeden te beginnen.
+
+En men zag op haar gelaat, dat haar ziel opnieuw doorleefde, wat zij
+geleden had, toen zij elken dag de vervulling van haar bede verwachtte,
+en de tijd verstreek zonder dat dit gebeurde.
+
+Gaetano werd echter niet getroffen door haar woorden, maar stond
+glimlachend te trommelen op een der glazen uitstalkasten, die op de
+toonbank stonden.
+
+"Hebt ge slechts tot de Madonna gebeden?" zei hij.
+
+Slechts gebeden, slechts gebeden! Maar zij had de Madonna ook beloofd
+al haar zonden af te leggen.
+
+Ze was naar de steeg gegaan, waar zij eerst gewoond had om de vrouw
+met de beenwonde te verplegen.
+
+Ze liep nooit een bedelaar voorbij, zonder hem een aalmoes te geven.
+
+Slechts gebeden! En zij zeide hem, dat indien de Madonna de macht
+bezeten had haar te helpen, zij tevreden had moeten zijn met haar
+gebeden. Zij had haar dagen in de domkerk doorgebracht. En de angst,
+de angst, die haar verteerde! Werd die dan in 't geheel niet gerekend?
+
+Hij trok slechts zijn schouders op. "Had zij niets anders beproefd?"
+
+"Niets anders! Maar er was niets ter wereld, dat zij niet beproefd
+had. Zij had de Madonna zilveren harten en waskaarsen geschonken. Zij
+legde de rozenkrans niet uit haar handen."
+
+Gaetano's woorden wonden haar op.
+
+Niets wat zij gedaan had wilde hij rekenen, maar hij vroeg slechts:
+
+"Niets anders? Niets anders?"
+
+"Maar ge moet toch begrijpen," zeide ze, "don Ferrante geeft mij
+toch niet zooveel geld. Ik kan niet meer doen. Nu eindelijk is het
+mij gelukt zijde voor een altaarkleed aan te schaffen. Ge moet dat
+toch begrijpen!"
+
+Maar Gaetano, die alle dagen met heiligen verkeerde en die de macht der
+geestvervoering en der heftigheid kende, die over hen was als ze God
+dwongen hun gebeden te verhooren, lachte hoonend om donna Micaela die
+geloofde de Madonna door waskaarsen en altaarkleeden te kunnen dwingen.
+
+"Hij begreep het wel," antwoordde hij haar. "De geheele samenhang
+was hem duidelijk. Zoo ging het den armen heiligen nu altijd. De
+gansche wereld riep hen aan om hulp, maar slechts weinigen wisten
+hoe zij moesten bidden om geholpen te worden. En dan zei men, dat de
+heiligen geen macht hadden.
+
+"Allen, die wisten hoe ze moesten bidden, werden geholpen."
+
+Donna Micaela zag op in blijde verwachting. Er klonk zulk een kracht
+en overtuiging uit Gaetano's woorden, dat zij begon te gelooven,
+dat hij haar het verlossende woord zou kunnen leeren.
+
+Maar Gaetano nam de kaars, die voor haar op de toonbank lag en wierp
+die weer in de lade en zeide haar wat ze doen moest. Hij verbood haar
+de Madonna geschenken te geven of tot haar te bidden of iets voor de
+armen te doen.
+
+Hij zei haar, dat hij haar altaarkleed zou verscheuren, indien zij
+nog een steek daaraan naaide.
+
+"Toon haar, donna Micaela, dat het iets voor u beteekent," zei hij,
+terwijl hij haar met dwingende kracht in de oogen keek.
+
+"Mijn God, ge moet iets kunnen bedenken, dat haar bewijst dat het u
+ernst is en geen spel.
+
+"Ge moet haar kunnen toonen, dat ge niet langer wilt leven, indien
+ge niet geholpen wordt. Denkt ge trouw te blijven aan don Ferrante,
+indien hij uw vader wegzendt? Ja, dat denkt ge zeker. En als de Madonna
+niet bevreesd behoeft te zijn, voor hetgeen ge in wanhoop doen zult,
+waarom zal ze u dan helpen?"
+
+Donna Micaela deinsde achteruit. Hij kwam plotseling achter de toonbank
+vandaan en hield haar bij de mouw van haar mantel vast.
+
+"Begrijpt ge, ge moet haar toonen, dat ge u zelf weg kunt werpen,
+indien ge geen hulp krijgt. Dat ge u in zonde en verderf zult
+storten als ge niet krijgt, wat ge wilt. Het is op deze wijze, dat
+men heiligen dwingt."
+
+Zij week voor hem terug en ging zonder een woord te spreken uit den
+winkel. Zij haastte zich langs de kronkelende straat, bereikte den dom
+en wierp zich geheel ontsteld neder voor het altaar der zwarte Madonna.
+
+Dit gebeurde op een Zaterdagmorgen en donna Micaela zag Zondagavond
+Gaetano opnieuw. De maan scheen helder en in Diamante is het
+gebruikelijk, dat bij maneschijn een ieder zijn huis verlaat en op
+straat gaat.
+
+Zoodra de bewoners van het zomerpaleis buiten kwamen, hadden ze
+bekenden getroffen. Donna Elisa had cavaliere Palmeri's arm genomen
+en sindaco Voltaro had zich bij don Ferrante gevoegd om met hem over
+de verkiezingen te spreken, maar Gaetano ging naar donna Micaela om
+te hooren of ze zijn raad gevolgd had.
+
+"Hebt ge opgehouden aan het altaarkleed te naaien?"
+
+Donna Micaela antwoordde hem, dat ze den ganschen dag daaraan
+gewerkt had.
+
+"Dan zijt ge zelf de oorzaak, dat ge niet geholpen wordt, donna
+Micaela."
+
+"Ja, nu is er geen hulp meer voor mij mogelijk, don Gaetano."
+
+Zij zorgde er voor, dat ze een afstand van de anderen bleven, want
+zij wilde hem ergens over spreken. Toen ze bij de Porta Etnea kwamen,
+liepen ze door de poort en daalden af van de treden, die naar de
+palmbosschen van den Monte Chiaro leiden.
+
+Ze hadden niet in de drukke straten kunnen blijven.
+
+Donna Micaela sprak zóó, dat de menschen in Diamante haar gesteenigd
+zouden hebben, indien ze gehoord hadden, wat ze zeide.
+
+Zij vroeg Gaetano of hij ooit de zwarte Madonna van de domkerk gezien
+had. Den vorigen dag had zij haar voor de eerste maal gezien. De
+Madonna was misschien in zoo'n donkeren hoek van den dom geplaatst,
+opdat niemand haar zou kunnen zien. Zij was immers zwart en stond
+achter een traliehek. Geen mensch kon haar zien.
+
+Maar heden had donna Micaela haar gezien. De Madonna had een feestdag
+en zij was uit haar nis gehaald. De vloer en de wanden van haar kapel
+waren versierd met witte amandelbloemen en zij zelf had beneden op
+het altaar gestaan, groot en donker, omgeven door de verblindend
+witte bloemenpracht.
+
+Maar toen donna Micaela het beeld gezien had, was ze in vertwijfeling
+geraakt. Want dat beeld stelde geen Madonna voor. Neen, degene, tot
+wie zij gebeden had, was geen Madonna. O, wat een ramp, wat een ramp!
+
+'t Was stellig een oude godin. Zij die iets gezien hadden, konden
+zich daarin niet vergissen. Zij droeg geen kroon, maar een helm, ze
+had geen kind op den arm, maar een schild. Het was een Pallas Athene.
+
+Het was geen Madonna. O, neen! O, neen!
+
+'t Was hier in Diamante, dat men zulk een godslastering vereerde! En
+wist hij, wat het grootste ongeluk was?
+
+Hun Madonna was zoo leelijk. Zij was zoo verweerd en oud, ook was ze
+nooit een kunstwerk geweest. Zij was zoo leelijk, dat men niet naar
+haar kijken kon.
+
+Dat ze op een dwaalspoor was geleid door al de duizenden gaven, die
+in de kapel hingen, bedrogen was door al de legenden, die van haar
+verteld werden!
+
+Drie weken verspild met het bidden tot haar!
+
+Zie, daardoor was ze niet geholpen! Het was geen Madonna, het was
+geen Madonna!
+
+Ze sloegen den weg in, die rondom den Monte Chiaro onder den stadsmuur
+loopt.
+
+De geheele wereld rondom hen was wit.
+
+Witte nevels omhulden den voet van den berg en de amandelboomen verder
+op den Etna waren geheel wit van bloemen. Soms liepen ze zelf onder
+een amandelboom, die zijn glinsterende takken boven hun hoofd welfde
+en zoo volgeladen was met bloemen, alsof hij in een bad van zilver
+gedompeld was. De maneschijn lag zoo verblindend wit op de aarde,
+dat alles van zijn kleuren beroofd werd en wit scheen. Men was bijna
+verbaasd, dat men die niet voelde, dat zij geen warmte gaf en dat
+zij de oogen niet verblindde. Donna Micaela vroeg zich af of het de
+maneschijn was, die Gaetano bedwong, zoodat hij haar niet greep en
+in den Simeto wierp, toen zij de zwarte Madonna lasterde.
+
+Hij ging zwijgend en kalm aan haar zijde, maar zij was bevreesd
+voor hetgeen hij doen zou. Doch hoe angstig zij ook was, zij kon
+niet zwijgen.
+
+Hetgeen zij nu nog moest vertellen, was het vreeselijkste van
+alles. Zij zei, dat zij den ganschen dag beproefd had aan de werkelijke
+Madonna te denken, en dat zij zich alle beelden van haar die zij kende,
+voor den geest geroepen had.
+
+Maar alles was vergeefsch geweest, omdat zoodra zij dacht aan de
+stralende hemelkoningin, de oude godin zich voor haar stelde. En
+zij zag haar komen gelijk een rimpelige, oude jonkvrouw om de groote
+koningin der hemelen te verjagen, zoodat er voor haar nu geen Madonna
+meer bestond.
+
+Zij vreesde, dat deze vertoornd op haar was, omdat zij te veel voor
+die andere gedaan had en dat zij nu haar aangezicht en genade van
+haar afwendde. Maar ter wille van de valsche Madonna zou haar vader
+nu in het ongeluk gestort worden. Nu zou zij hem niet meer in haar
+huis mogen behouden.
+
+Nu zou ze nooit zijn vergiffenis ontvangen.
+
+O, God! O, God!
+
+En dit alles zeide zij tot Gaetano, die de zwarte Madonna van Diamante
+meer vereerde dan iets anders.
+
+Hij naderde haar nu heel dicht, en zij vreesde dat haar laatste uur
+geslagen had. Zij zei met zwakke stem als om zich te verontschuldigen:
+
+"Ik ben waanzinnig. De angst maakt me waanzinnig. Ik slaap nooit."
+
+Maar Gaetano was stil naast haar gegaan en had aan niets anders
+gedacht dan welk een kind zij was, en hoe weinig zij zich naar het
+leven wist te schikken.
+
+Hij wist het nauwelijks zelf vóórdat hij haar zacht naar zich toe
+getrokken en haar gekust had, omdat zij zulk een onervaren en dwaas
+kind was. Ze werd door zulk een verbazing aangegrepen, dat zij er in
+het geheel niet aan dacht weg te loopen. En ze gilde noch vluchtte. Ze
+begreep dadelijk, dat hij haar kuste, zooals men een kind kust. Ze
+ging slechts haastig verder en begon toen te weenen.
+
+Juist deze kus deed haar gevoelen hoe hulpbehoevend en eenzaam zij
+was en hoezeer zij verlangde naar iemand, die sterk en goed was en
+die haar in bescherming nam. Het was een ongeluk, dat zij hoewel zij
+een man en een vader bezat, toch zoo verlaten was, dat deze vreemde
+medelijden met haar gevoelen moest.
+
+Toen Gaetano haar gestalte zag schokken onder stille snikken, voelde
+hij hoe ook hij begon te beven. Een diepe en heftige ontroering greep
+hem aan.
+
+Weer naderde hij haar en legde zijn hand op haar arm. Toen hij
+sprak, was zijn stem niet luid en helder, maar dof en verstikt door
+aandoening.
+
+"Wilt ge met mij vluchten naar Argentinië, indien de Madonna u
+niet helpt?"
+
+Nu week donna Micaela voor hem terug. Ze voelde plotseling, dat hij
+niet meer tot haar sprak als tot een kind. Zij wendde zich om en ging
+naar de stad terug.
+
+Gaetano volgde haar niet, maar bleef staan op de plek, waar hij haar
+gekust had en het was hem alsof hij nooit meer in zijn leven deze
+plaats zou kunnen verlaten.
+
+
+
+Gedurende twee dagen droomde Gaetano van donna Micaela, maar op den
+derden dag ging hij naar het zomerpaleis om met haar te spreken.
+
+Hij trof haar op het terras en hij zei haar dadelijk, dat zij met
+hem vluchten moest.
+
+Hij had aan haar gedacht, sedert ze van elkaar gescheiden waren.
+
+Hij had in zijn werkplaats staan peinzen over alles, wat er gebeurd
+was, en nu was hij tot klaarheid gekomen.
+
+Ze was een roos, door den sterken sirocco van den struik gerukt en ruw
+door de lucht geslingerd, opdat zij des te beter rust en beschutting
+zou vinden bij een hart, dat haar beminde.
+
+Zij moest begrijpen, dat God en alle heiligen wenschten en verlangden,
+dat ze elkaar zouden liefhebben, anders zouden die groote ongelukken
+haar niet in zijn nabijheid gevoerd hebben. En indien de Madonna
+weigerde haar te helpen, dan was dat, omdat ze haar wilde ontslaan van
+haar trouwbelofte aan don Ferrante. Want alle hemelsche goden wisten,
+dat zij de zijne was. Zij was voor hem geschapen, voor hem was zij
+opgegroeid, voor hem leefde zij. Toen hij haar in den maneschijn op
+den weg gekust had, was hij geweest als een wanhopig kind, dat lang
+in de woestijn gedoold heeft, en nu eindelijk aan de poort van het
+ouderlijk huis is gekomen.
+
+Hij bezat niets, maar zij was zijn thuis en zijn haard.
+
+Zij was het erfdeel, dat God hem toegedacht had, het eenige in de
+wereld, dat het zijne was.
+
+Daarom kon hij haar niet achterlaten. Ze moest hem volgen, ze moest,
+zij moest!
+
+Hij lag volstrekt niet voor haar op de knieën.
+
+Hij sprak tot haar met gebalde handen en vlammende oogen. Hij smeekte
+haar niet, maar beval haar met hem te vertrekken, omdat zij de
+zijne was.
+
+Het was geen zonde haar weg te voeren, maar veeleer zijn plicht dat
+te doen. Hoe zou het haar gaan, indien hij haar hier achterliet?
+
+Donna Micaela hoorde hem aan, zonder een beweging te maken. Een langen
+tijd zweeg zij, ook nadat hij opgehouden had met spreken.
+
+"Wanneer vertrekt ge?" vroeg zij eindelijk.
+
+"Ik vertrek Zaterdag van Diamante."
+
+"En wanneer gaat de stoomboot?"
+
+"Die vertrekt Zondagavond uit Messina."
+
+Donna Micaela stond op en liep naar de trap van het terras.
+
+"Mijn vader zal Zaterdag naar Catania reizen," zei zij.
+
+"Ik zal don Ferrante verzoeken hem daarheen te mogen brengen."
+
+Ze daalde een paar treden van de steenen trap, alsof zij niets meer
+te zeggen had. Toen bleef zij staan.
+
+"Indien gij mij dan in Catania ontmoet, zal ik u volgen waarheen
+ge wilt."
+
+Zij haastte zich van de trap. Gaetano beproefde niet haar terug te
+houden. Er zou zeker eens een tijd komen, dat zij niet voor hem zou
+vluchten. Hij wist dat zij niet kon nalaten hem lief te hebben.
+
+
+
+Den ganschen Vrijdagmiddag had donna Micaela in de domkerk
+doorgebracht. Zij had zich in wanhoop voor de Madonna op de knieën
+geworpen.
+
+"O, Madonna mia, Madonna mia! Zal ik morgen een ontrouwe echtgenoote
+zijn? Zullen de menschen dan het recht hebben al het mogelijke kwaad
+van mij te spreken?"
+
+En alles scheen haar even vreeselijk. Zij was bang om met Gaetano te
+vluchten, en zij wist niet hoe zij het zou kunnen uithouden bij don
+Ferrante. Zij haatte den eene zoowel als den andere. Geen van beiden
+scheen haar iets anders dan ongeluk te kunnen bieden.
+
+Zij zag wel, dat de Madonna haar niet zou helpen.
+
+--En nu vroeg zij zich af, of het nog geen grooter ellende was met
+Gaetano te vluchten, dan te blijven bij don Ferrante. Was het de
+moeite waard, dat zij zich in het verderf stortte, om zich op haar
+man te wreken?
+
+En bestond er wel iets afschuwelijkers dan te vluchten met een man,
+dien zij niet liefhad?
+
+Ze leed hevige smarten. De gansche week werd ze gekweld door een
+verterende onrust. Het vreeselijkste was, dat ze nooit kon slapen. Zij
+dacht geen gezonde, klare gedachten meer.
+
+Keer op keer begon zij haar gebeden opnieuw. Maar toen dacht zij
+opeens: De Madonna kan mij niet helpen; en zij hield dadelijk op
+met bidden.
+
+Toen moest ze denken aan de smarten van vroeger dagen en herinnerde
+zich het kleine beeld, dat haar eens bijgestaan had, toen zij in
+groote wanhoop verkeerde. En nu richtte zij met hartstochtelijken
+ijver haar gebeden tot het kleine, arme Christuskind.
+
+"Help mij, help mij! Help mijn ouden vader en help mij zelf, opdat
+ik mij niet laat verleiden tot zonde en wraak."
+
+Toen zij dien nacht ging liggen, streed zij nog steeds tegen haar
+onrust en angst.
+
+"Kon ik slechts een enkel uur slapen," zei ze, "dan zou ik weten wat
+ik wil."
+
+Gaetano zou den volgenden morgen heel vroeg vertrekken. Ten slotte
+nam zij het besluit met hem te spreken, vóórdat hij vertrok, en hem
+te zeggen, dat zij hem niet kon volgen. Zij kon het niet verdragen
+beschouwd te worden als een gevallen vrouw.
+
+Nauwelijks had zij dit besluit genomen of zij viel in slaap. Ze
+ontwaakte niet vóórdat de klok den volgenden morgen negen uur sloeg. En
+toen was Gaetano reeds vertrokken. Zij kon hem niet meer zeggen, dat
+ze berouw had van haar besluit. Maar daaraan dacht zij niet meer. In
+den slaap was er iets nieuws en vreemds over haar gekomen. Haar scheen
+het, dat zij gedurende den nacht in den hemel vertoefd had en dat ze
+de gelukzaligheid gesmaakt had.
+
+
+
+Waar wordt er een heilige gevonden, den menschen tot grooter nut dan
+San Pasquale? Gebeurt het niet somtijds, dat ze op een eenzame plaats
+in het bosch of op het veld staan te praten en dat ze óf kwaad van
+iemand spreken óf plannen beramen tot iets slechts? Nu, let eens op,
+als zij daar op hun best staan, hooren ze een geraas achter zich,
+zoodat ze omkijken en denken, dat iemand hen met een steen geworpen
+heeft.
+
+'t Is niet noodig, dat zij lang omkijken. 't Is niet de moeite
+waard dat ze opstuiven om dengene te zoeken, die den steen geworpen
+heeft. Die kwam van San Pasquale.
+
+Zoo zeker als er rechtvaardigheid in den hemel bestaat, was het San
+Pasquale die hoorde, dat zij over iets slechts spraken en hen met
+een zijner steenen wierp om hen te waarschuwen.
+
+En degene, die er niet van houdt gestoord te worden in zijn
+booze plannen, moet zich niet daarmee troosten, dat San Pasquale's
+steenenvoorraad spoedig uitgeput zal raken. Zijn steenen zullen nooit
+opgebruikt zijn. Er zijn er zoo vele, dat ze zullen reiken tot den
+laatsten dag der wereld.
+
+Want toen San Pasquale hier op aarde leefde, weet ge wat hij toen
+deed? Weet ge waaraan hij meer dacht, dan aan iets anders? San
+Pasquale lette op al de kleine kiezelsteenen, die op zijn weg lagen,
+en verzamelde deze in zijn zak.
+
+Gij, signor, wilt u nauwlijks bukken om een soldo op te rapen, maar
+San Pasquale bukte zich voor elk kiezelsteentje, en toen hij stierf,
+nam hij die alle mede naar den hemel en daar zit hij nu en werpt allen,
+die iets slechts beramen, met een zijner steenen. Maar dit is zeker
+niet het eenige nut, dat San Pasquale den menschen doet. Hij is het
+ook, die een teeken geeft als iemand zal trouwen of sterven en hij
+kan ook teekens geven met iets anders dan steenen.
+
+Oude Saraedda in Randazzo zat op een nacht bij haar dochters
+ziekbed te slapen. Maar haar dochter was bewusteloos en stervende,
+en niemand kon de priesters waarschuwen. Hoe werd de moeder toen
+intijds gewekt? Hoe werd ze gewekt, zoodat ze iemand kon zenden om
+den pastoor te halen? Door niets anders dan dat een stoel heen en weer
+begon te wiegelen en te kraken en te krakken, totdat zij ontwaakte. En
+het was San Pasquale, die dat deed. Wie anders dan San Pasquale denkt
+aan zoo iets?
+
+Er valt nog een geschiedenis van San Pasquale te verhalen. Deze betreft
+den langen Kristoforo van Tre Castagni. Hij is geen kwade man, maar
+hij had zich een slechte gewoonte eigen gemaakt, hij kon zijn mond
+niet openen zonder te vloeken. Hij kon geen twee woorden zeggen,
+zonder dat het eene een vloek was.
+
+En gelooft ge, dat het hielp, dat zijn vrouw en buurlieden hem
+waarschuwden?
+
+Maar boven zijn bed hing een klein schilderij, dat San Pasquale
+voorstelde en het gelukte dit kleine beeld hem te helpen. Iederen nacht
+slingerde het heen en weer in zijn lijst, slingerde hard of zacht,
+naarmate Kristoforo overdag gevloekt had. En hij merkte, dat hij geen
+enkelen nacht zou kunnen slapen, vóórdat hij ophield met vloeken.
+
+San Pasquale heeft in Diamante een kerk, die buiten de Porta Etnea
+ligt, een weinig beneden de stad. Die kerk is heel klein en arm,
+maar de witte wanden en de roode koepel liggen heerlijk in een bosch
+van amandelboomen.
+
+Daarom is San Pasquale's kerk, zoodra de amandelboomen bloeien, de
+schoonste godstempel in Diamante. Want de bloeiende takken welven zich
+daarboven, vol geladen met glinsterende witte bloemen, een prachtig
+kleed gelijk.
+
+San Pasquale's kerk is zeer ongelukkig en verlaten, omdat er nooit meer
+een godsdienstige plechtigheid in gehouden kan worden. Want toen de
+Garibaldisten, die Sicilië bevrijdden, in Diamante kwamen, sloegen
+ze hun leger op in San Pasquale en in het Franciscanerklooster,
+dat naast de kerk ligt. En ze waagden het redelooze dieren in de
+kerk te brengen en daar zulk een woest leven te leiden met vrouwen
+en kaartspel, dat de kerk sedert als onrein en onheilig beschouwd
+werd en nooit meer voor den godsdienst geopend kon worden.
+
+Daardoor komt het, dat slechts als de amandelboomen in bloei staan
+de voorname menschen San Pasquale's kerk opmerken. Want hoewel dan
+de geheele voet van den Etna wit is van amandelbloemen, staan toch
+de grootste en schoonste boomen rondom de oude, verlaten kerk.
+
+Maar de arme menschen komen gedurende het gansche jaar tot San
+Pasquale. Ofschoon de kerk gesloten is, gaan ze daarheen om raad te
+vragen aan den heilige. Want bij den ingang staat onder een groot
+steenen baldakijn een beeld van hem, dat men pleegt aan te roepen
+om iets van de toekomst te vernemen. Niemand voorspelt de toekomst
+beter dan San Pasquale.
+
+Nu gebeurde het, dat juist op den morgen, dat Gaetano van Diamante
+vertrok, wolken uit den Etna nederdaalden, zoo dicht alsof ze uit
+stof bestonden, en opgejaagd waren door ontelbare krijgsscharen.
+
+En ze verduisterden de lucht als donker gevleugelde draken, ze spuwden
+regen, en slingerden nevels en duisternis op de aarde. En er hing
+zulk een dichte mist boven Diamante, dat men de overzijde der straat
+niet kon onderscheiden. De nevel maakte alles nat, de vloer was even
+vochtig als het dak, van de deurposten droppelde het water, de treden
+der trap waren overstroomd: nevel hing en trilde in alle vertrekken,
+zoodat men had kunnen denken dat ze met rook gevuld waren. Maar
+zeer vroeg op dezen morgen, nog voordat het begon te regenen, reed
+een rijke Engelsche dame in haar grooten reiswagen uit de poort van
+Catania om een rit te maken rondom den Etna. Toen ze echter eenige
+uren gereden had, plaste een vreeselijke regen neer, die alles in
+een dichten nevel hulde.
+
+En daar zij het genot der heerlijke streken, waardoor ze reed, niet
+wilde missen, besloot ze de naastbijzijnde stad binnen te rijden
+en daar te vertoeven, totdat de bui voorbij was. Maar die stad was
+juist Diamante.
+
+Deze Engelsche dame was miss Tottenham, en zij was het, die het
+palazza Palmeri in Catania bewoonde. Onder al de voorwerpen, die zij
+in haar koffer meevoerde, was ook het Christusbeeld, dat donna Micaela
+eens had aangeroepen. Want dit beeld, dat nu oud en onooglijk was,
+vergezelde haar altijd op al haar reizen, als een herinnering aan
+een oude vriendin, die haar al haar rijkdommen geschonken had.
+
+Men zou geloofd hebben, dat San Pasquale wist, welk een groot
+wonderdoener het beeld was, want het scheen als wilde hij het
+begroeten. Op hetzelfde oogenblik, dat miss Tottenham's reiswagen
+door de Porta Etnea reed, begonnen de klokken te luiden in de kerk
+van San Pasquale.
+
+En zij luidden gedurende den ganschen dag geheel vanzelf.
+
+San Pasquale's klokken zijn niet veel grooter dan die gebruikt
+worden op de landhoeven om het arbeidsvolk naar huis te roepen en
+evenals deze hangen ze boven op het dak onder een kleinen luifel;
+men pleegt ze in beweging te brengen door aan een touw te trekken,
+dat langs den kerkmuur hangt.
+
+Het is geen zwaar werk deze klokken te luiden, maar ze zijn toch niet
+zoo licht, dat ze geheel vanzelf in beweging kunnen komen. Degene,
+die gezien heeft, hoe de oude fra Felice van het Franciscanerklooster
+zijn voet zet in een lus van het klokketouw en op en neer trapt om
+ze aan den gang te brengen, weet wel, dat de klokken niet kunnen
+beginnen te luiden zonder hulp.
+
+Maar dat was het, wat ze juist wel deden op dezen morgen. Het touw was
+stevig vastgebonden aan een spijker in den muur, en er was niemand,
+die het aanraakte. En er was ook niemand op het dak gekropen om de
+klokken in beweging te brengen. Men kon duidelijk zien hoe de klokken
+heen en weer slingerden en hoe de klepels tegen de metalen wanden
+sloegen. Het was onbegrijpelijk, hoe ze in beweging waren geraakt.
+
+Toen donna Micaela ontwaakte, luidden de klokken reeds en zij lag
+langen tijd stil te luisteren en te luisteren. Zoo iets schoons had
+zij nog nooit gehoord.
+
+Zij wist niet, dat het een wonder was, maar ze vond slechts dat het
+heerlijk klonk.
+
+En zij was verwonderd, dat aardsche metalen klokken zoo konden klinken.
+
+Men kan immers ook niet weten wat voor metaal het was, dat er op
+dien dag klonk in de klokken van San Pasquale! Haar scheen het, dat
+de klokken haar zeiden, dat ze nu blijde moest zijn, nu zou ze leven
+en liefhebben, nu zou ze nooit meer angstig of bedroefd zijn. Toen
+begon haar hart te kloppen op de maat van een statige melodie, en
+onder het luiden der klokken betrad zij plechtig een heerlijken burcht.
+
+En wien anders kon deze burcht toebehooren, wie kon de heer zijn
+van zulk een prachtig slot, dan de liefde? Men kan het niet langer
+verbergen, toen donna Micaela ontwaakte, voelde zij, dat ze Gaetano
+liefhad en dat zij niets vuriger verlangde dan met hem te vluchten.
+
+En toen donna Micaela het luik van haar raam wegschoof en den grauwen
+morgen zag, zond zij dien een kushand en fluisterde:
+
+"Gij, die de morgen zijt van den dag, dat ik zal vertrekken, gij zijt
+de schoonste morgen, dien ik nog ooit gezien heb, en zoo grauw als
+ge zijt, wil ik u streelen en liefkoozen."
+
+Maar het klokgelui behaagde haar het meest. Daaruit kon men zien, dat
+haar liefde sterk was, want alle andere menschen vonden het pijnlijk
+deze klokken te hooren, die maar niet met kleppen wilden ophouden.
+
+Niemand dacht er aan gedurende het eerste half uur, toen hoorde
+men nauwelijks het klokgelui, maar gedurende het tweede en derde
+uur.--------
+
+Gij moet niet denken, dat de kleine klokken van San Pasquale zich niet
+konden doen hooren. Zij hadden altijd een helderen klank, maar nu was
+het alsof het geluid in haar groeide en groeide. Spoedig scheen het,
+alsof er niets anders dan klokken in den nevel waren. Het was alsof
+de gansche hemel er vol van hing, ofschoon men ze niet kon zien door
+den dichten mist.
+
+Toen donna Elisa voor het eerst den klank hoorde, meende zij dat San
+Giuseppe's kleine klok luidde; en later geloofde zij, dat het de klok
+van de domkerk was. Daarna dacht ze te hooren, hoe de klokken van
+het Dominicanenklooster met het gelui instemden en ten slotte wist
+zij zeker, dat alle klokken der stad luidden en luidden, zoo hard ze
+slechts konden; al de klokken der vijf kloosters en zeven kerken. Ze
+meende het geluid van elk afzonderlijk te onderscheiden, tot ze vroeg
+en hoorde, dat het slechts de kleine klokken van San Pasquale waren,
+die luidden. Gedurende de eerste uren, toen men ook nog niet overal
+wist, dat de klokken geheel vanzelf luidden, bemerkte men slechts,
+dat de regendroppels op de maat van het klokgelui neervielen,
+en dat allen, die spraken een harde metaalstem hadden. Ook merkte
+men, dat het onmogelijk was op de mandoline of de gitaar te spelen,
+omdat het klokgelui zich met de muziek vermengde en die oorverdoovend
+maakte. Men kon ook niet lezen, omdat de letters gelijk klokklepels
+heen en weer slingerden en de woorden een stem hadden en zich zelf
+volkomen duidelijk oplazen.
+
+Spoedig konden de menschen het niet uithouden naar bloemen te zien,
+die aan lange stengels hingen, ze schenen heen en weer te wiegelen. En
+de menschen klaagden, dat de bloemen in plaats van geur klank gekregen
+hadden.
+
+Maar anderen beweerden, dat de nevel, die door de lucht zweefde, zich
+op de maat van het klokgelui bewoog, en ze zeiden, dat de slingers
+van alle pendules zich daarnaar richtten, en dat alle menschen,
+die in den regen buiten liepen, hetzelfde trachtten te doen.
+
+En dat was toen de klokken nog slechts een paar uur geluid hadden
+en de menschen er nog om lachten. Maar in het derde uur scheen het
+gelui nog krachtiger te worden en enkelen stopten watten in de ooren,
+terwijl anderen onder dikke dekens kropen. Maar evenwel voelde men
+hoe de lucht trilde van de klokslagen en men scheen te bemerken hoe
+alles zich op de maat van het gelui bewoog.
+
+En degenen die naar den donkeren zolder vluchtten, hoorden daar het
+klokgelui zoo duidelijk alsof het van den hemel kwam en degenen,
+die zich in den diepen kelder verstopten, hoorden het daar zoo sterk
+en dreunend, alsof San Pasquale's kerk in de onderwereld stond. En
+alle menschen in Diamante werden angstig, behalve donna Micaela,
+die door de liefde voor allen angst behoed werd.
+
+Nu begon men te denken, dat het iets moet beteekenen, dat het juist
+de klokken van San Pasquale waren die luidden. En elk vroeg zich af
+wat de heilige voorspelde. En ieder had zijn eigen vrees en geloofde
+dat San Pasquale juist hem profeteerde, wat hij het minst van alles
+wenschte. En elk had een daad die hem op het geweten drukte en geloofde
+nu dat San Pasquale straf neerluidde over hem.
+
+Maar tegen den middag, toen de klokken nog steeds bleven doorluiden,
+was men overtuigd, dat San Pasquale zulk een ramp over Diamante luidde,
+dat men niets anders kon verwachten dan dat alle menschen binnen het
+jaar zouden sterven.
+
+En de mooie Giannita kwam hevig ontsteld, schreiende bij donna Micaela
+en klaagde, dat het San Pasquale was die de klokken luidde.
+
+"O, God, o God, indien het slechts een ander was geweest dan San
+Pasquale!
+
+"Hij ziet dat ons iets ontzettends dreigt," zei Giannita. "De nevel
+verhindert hem niet om zoo ver te zien als hij wil. Hij ziet, dat
+een vijandelijke vloot op zee nadert, hij ziet, dat er een aschwolk
+uit den Etna opstijgt, die op ons zal neervallen en ons zal begraven."
+
+Maar donna Micaela lachte en meende, dat zij wel wist waaraan San
+Pasquale dacht.
+
+"Hij luidt de doodsklok over de schoone amandelbloemen, die door den
+regen verwoest worden," zei ze tegen Giannita.
+
+Zij liet zich door niemand beangstigen, omdat zij geloofde, dat de
+klokken slechts voor haar luidden. Ze wiegden haar in droomen. Zij
+zat stil in de muziekzaal en liet de vreugde in haar opstijgen.
+
+Maar de gansche wereld rondom haar was in vrees, onrust en angst.
+
+Nu kon men niet meer stil bij den arbeid blijven. Men kon aan niets
+anders denken dan aan de ramp die San Pasquale voorspelde.
+
+En de bedelaars kregen meer geschenken dan ooit te voren; maar zij
+verheugden zich niet daarover, daar zij niet geloofden, dat zij een
+volgenden dag zouden beleven. En de priesters waren niet verheugd,
+hoewel zij zoo vele biechtelingen hadden, dat zij den ganschen dag
+in den biechtstoel moesten zitten en ofschoon gave na gave gestapeld
+werd op het altaar der heiligen.
+
+Zelfs Vicenzo de Lozza, de briefschrijver, was niet blijde met dezen
+dag, ofschoon men zijn schrijftafel onder de loggia van het raadhuis
+belegerde en hem gaarne een soldo per woord wilde betalen, indien men
+slechts op dezen dag des oordeels een afscheidswoord aan de beminde
+afwezigen geschreven kreeg.
+
+En 't was onmogelijk school te houden, want de kinderen schreiden
+den ganschen tijd. Maar tegen den middag kwamen de moeders met een
+gelaat, verstijfd van ontzetting, en namen de kleinen mee naar huis,
+opdat men tenminste bij elkaar zou zijn, indien er iets gebeurde.
+
+Eveneens hadden alle leerjongens bij de schoenmakers en kleermakers een
+vrijen dag. Maar de arme knapen waagden het niet daarvan te genieten,
+ze bleven liever stil op de werkplaats om te wachten.
+
+En de klokken bleven tot in den namiddag doorluiden.
+
+Aan de poort van het palazzo Gerazi, waar nu slechts bedelaars wonen,
+verhief zich de oude poortwachter, die zelf een bedelaar was en gekleed
+ging in de ellendigste lompen, en trok zijn lichtgroene livrei aan,
+die hij slechts droeg op feestdagen en op den geboortedag des konings.
+
+En niemand kon hem daar in de poort zien zitten in zijn feestgewaad,
+zonder door vrees aangegrepen te worden, want men wist, dat de
+grijsaard verwachtte, dat geen geringer heer dan de ondergang zelf,
+door de poort zou gaan, die hij bewaakte.
+
+En de angst ging gelijk een besmetting van mensch tot mensch. Zoo
+liep de arme Torino, die eens een welgesteld man was geweest, van
+huis tot huis en riep dat de tijd nu gekomen was, dat allen die hem
+bedrogen en bestolen hadden hun straf zouden ontvangen. Hij ging in
+al de kleine winkels aan de corso, sloeg met de vuist op de toonbank
+en zei, dat nu allen in de stad hun vonnis zouden krijgen, omdat ze
+meegeholpen hadden hem te bedriegen.
+
+En even beangstigend was het, wat men hoorde van het speelgezelschap
+in café Europa. Daar hadden dezelfde vier spelers jaar in jaar uit
+aan de speeltafel gezeten, en men had nooit gedacht dat ze iets anders
+konden doen dan spelen. Maar nu lieten ze plotseling de kaarten vallen
+en beloofden elkaar, dat indien ze in 't leven bleven na dezen dag
+der verschrikking ze de kaarten nooit meer zouden aanraken.
+
+Donna Elisa's winkel stond vol menschen, en om de heiligen te bewegen
+het dreigende gevaar af te wenden, kochten ze al de heilige zaken,
+die donna Elisa te verkoopen had. Maar donna Elisa dacht slechts
+aan Gaetano, die reeds vertrokken was en zij meende dat San Pasquale
+voorspelde dat hij op reis zou omkomen.
+
+En zij verheugde zich volstrekt niet over al het geld, dat zij
+verdiende.
+
+Maar toen de klokken van San Pasquale den ganschen namiddag bleven
+doorluiden, kon men nauwelijks het leven uithouden.
+
+Want nu wist men dat zij een aardbeving voorspelden, en dat geheel
+Diamante verwoest zou worden.
+
+In de stegen, waar zelfs de huizen bang schenen te zijn voor de
+aardbeving en zich tegen elkander aandrukten om elkander te steunen,
+zetten de menschen hun armzalige oude meubels in den regen op straat
+en spanden daarboven een tent van beddelakens. En ze droegen zelfs
+de kleine kinderen in hun wiegen naar buiten en wierpen doeken over
+hen heen. Trots den regen was er zulk een gedrang op de corso, dat
+men er nauwelijks door kon komen. Want een ieder wilde door de Porta
+Etnea gaan om de klokken te zien slingeren en zwaaien en om zich te
+overtuigen, dat niemand aan het touw trok, maar dat dit voortdurend
+vastgebonden was. En allen die buiten kwamen vielen op hun knieën op
+den weg, waar het water in stroomen naar beneden bruiste en de modder
+grondeloos was.
+
+De deuren van San Pasquale's kerk waren als altijd gesloten, maar daar
+buiten ging de oude monnik fra Felice tusschen de biddenden rond met
+een koperen schaal om de gaven in ontvangst te nemen.
+
+In optocht trokken de verschrikte menschen naar het beeld van San
+Pasquale onder den steenen baldakijn en kusten hem de hand. Een oude
+vrouw droeg heel voorzichtig iets, dat ze met een groene parapluie
+beschermde. Het was een glas, gevuld met water en olie, waarop een
+pitje dreef dat met zwakken glans lichtte. Dat plaatste zij vóór het
+beeld, en daarna zonk ze er voor op de knieën. Hoewel velen vonden,
+dat men trachten moest de klokken vast te binden, was er niemand,
+die den moed had het voor te stellen. Want men waagde het niet Gods
+stem tot zwijgen te brengen.
+
+Ook durfde niemand zeggen, dat het een list van den ouden fra Felice
+kon zijn om geld te verzamelen. Fra Felice was bemind, en degene,
+die dat zei, zou slecht te pas zijn gekomen.
+
+Ook donna Micaela kwam naar San Pasquale, ze had haar vader bij
+zich. Zij liep met fier opgeheven hoofd en geheel zonder vrees.
+
+Zij kwam tot San Pasquale om hem te danken, hem die den grootsten
+hartstocht in haar ziel luidde.
+
+"Mijn leven begint dezen dag," zei ze tot zichzelf. En het scheen ook
+niet, dat don Ferrante angstig was, maar boos en kwaad was hij! Want
+allen gingen naar zijn winkel om hem te zeggen wat zij van 't klokgelui
+dachten en hem te vragen naar zijn meening, omdat hij een der Alagona's
+was, die zoo lange jaren over de stad geregeerd hadden.
+
+Den ganschen dag kwamen bevende, angstige menschen in zijn winkel. En
+allen zeiden tegen hem:
+
+"Welk een vreeselijk klokgelui, don Ferrante. Wat zal er van ons
+worden, don Ferrante?"
+
+Er was nauwelijks één der inwoners van de stad, die niet in don
+Ferrante's winkel kwam om hem te raadplegen. Zoo lang het klokgelui
+duurde, hingen ze over de toonbank zonder voor zooveel als een soldo
+te koopen.
+
+Zelfs Ugo Favara, de zwaarmoedige advocaat, kwam in zijn winkel,
+nam een stoel en ging achter de toonbank zitten. En den ganschen dag
+bleef hij daar, doodsbleek, volkomen onbeweeglijk, de ondraaglijkste
+smarten lijdend zonder een woord te spreken.
+
+Maar elke vijf minuten kwam Torino il Martello binnen, sloeg met
+de vuist op de toonbank en zei, dat nu het uur gekomen was, dat don
+Ferrante zijn straf zou ontvangen.
+
+Don Ferrante was een harde man, maar hij kon de klokken evenmin
+ontloopen als iemand anders. En hoe langer hij ze hoorde, hoe
+meer hij zich verwonderde, dat alle menschen juist zijn winkel
+binnenstroomden. Het was alsof ze iets daarmee bedoelden.
+
+'t Was alsof zij hem aansprakelijk wilden stellen voor het klokgelui
+en voor de ramp, die het voorspelde.
+
+Hij had het aan niemand gezegd, maar zijn vrouw had het zeker
+verspreid. Hij begon te gelooven, dat allen aan hetzelfde dachten,
+ofschoon zij niet waagden het te zeggen. Hij dacht, dat de advocaat
+er op zat te wachten, dat hij zou toegeven. Hij geloofde, dat de
+geheele stad kwam om te zien of hij werkelijk zijn schoonvader durfde
+wegzenden.
+
+Donna Elisa, die het zoo druk had in haar eigen winkel, dat zij zelf
+niet kon komen, zond gedurig de oude Pacifica naar hem om te vragen,
+wat hij dacht van het klokgelui. En de pastoor kwam ook een oogenblik
+in zijn winkel en zeide evenals alle anderen:
+
+"Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui gehoord, don Ferrante?"
+
+En don Ferrante zou gaarne geweten hebben of de advocaat en don Matteo
+en al de anderen slechts kwamen om hem te verwijten, dat hij cavaliere
+Palmeri wilde wegzenden.
+
+'t Bloed begon aan zijn slapen te kloppen. De winkel begon met hem
+rond te draaien. En onophoudelijk kwam er iemand binnen om te vragen:
+
+"Hebt ge ooit zulk een vreeselijk klokgelui gehoord?"
+
+Maar wie niet kwam was donna Micaela. Zij kwam niet, omdat zij
+volstrekt geen angst gevoelde. Zij was slechts trotsch en opgetogen,
+dat de hartstocht nu was gekomen, die haar gansche leven vullen zou.
+
+"Nu zal ik leven het groote en machtige leven," zei zij. En het
+ontstelde haar, dat zij tot nu toe slechts een kind was geweest. Zij
+zou vertrekken met den postwagen, die om tien uur 's avonds voorbij
+Diamante kwam. Toen het tegen vier uur liep, dacht zij dat zij nu
+alles aan haar vader moest zeggen, en zijn goed moest inpakken.
+
+Maar ook dit scheen haar niet moeilijk. Haar vader zou haar spoedig
+nakomen naar Argentinië. Zij zou hem vragen eenige maanden geduld
+te hebben tot ze een thuis hadden om hem aan te bieden. En zij was
+overtuigd, dat hij het goed zou keuren, dat zij don Ferrante verliet.
+
+Zij was in een zalige vervoering. Alles wat haar vreeselijk moest
+schijnen, bestond niet meer voor haar.
+
+Geen schaamte, geen gevaar, neen niets meer.
+
+Zij verlangde slechts het ratelen van den naderenden postwagen
+te hooren.
+
+Toen klonken er vele stemmen op de trap, die van den binnenhof naar de
+woning leidde. Zij hoorde het geluid van vele zware voetstappen. Zij
+zag menschen gaan door de open zuilengangen, die rondom den binnenhof
+liepen en waardoor men moest gaan om in de vertrekken te komen. Zij
+zag dat zij iets zwaars droegen maar zij kon niet onderscheiden,
+wat het was, omdat er zoo veel menschen waren.
+
+De bleeke advocaat liep vooruit, en zeide haar, dat don Ferranto
+Torino uit den winkel had willen jagen, maar dat deze hem toen met
+zijn mes verwond had.
+
+Het was niet gevaarlijk. Don Ferrante was reeds verbonden en zou na
+veertien dagen geheel hersteld zijn.
+
+Don Ferrante werd nu naar binnen gedragen, en zijn blikken dwaalden
+in het rond, niet om donna Micaela, maar om cavaliere Palmeri te
+zoeken. Toen hij hem zag, deed hij zonder een woord te spreken, met
+eenige handgebaren zijn vrouw verstaan, dat haar vader nooit zijn
+huis zou behoeven te verlaten, nooit! nooit!
+
+Toen drukte donna Micaela de handen tegen de oogen. Hoe? haar vader
+zou niet vertrekken? Zij was dus gered. Er was een wonder geschied
+om haar te helpen. O, nu moest zij verheugd, gelukkig zijn!
+
+Maar dat was zij niet. Zij voelde een heftige smart.
+
+Zij kon niet weggaan. Haar vader zou blijven en dus moest zij don
+Ferrante trouw zijn. Zij deed moeite om die gedachte te begrijpen. Het
+was zoo.
+
+Zij kon niet vertrekken.
+
+Zij trachtte het op een andere wijze te verklaren. Misschien was
+dit een valsche gevolgtrekking. Zij was zoo verward. Neen, neen,
+het was zoo, zij kon niet weggaan.
+
+Toen gevoelde zij zich zoo nameloos moede. Zij had immers gereisd en
+gereisd den ganschen dag. Zij was zoo lang onderweg geweest. En nu zou
+zij nooit gaan. Zij zonk ineen, een bezwijming nabij. Er bleef haar
+niets over dan te rusten na de verre reis, die zij gemaakt had. Maar
+dat zou zij zeker nooit kunnen. Zij begon te weenen, omdat zij nu
+nooit zou gaan. Gedurende haar geheele leven zou zij reizen en reizen
+en toch nooit vertrekken kunnen.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+TWEE CANZONES.
+
+
+Het was de morgen na den dag, dat San Pasquale's klokken geluid hadden
+en donna Elisa zat in haar winkel geld te tellen. Den vorigen dag,
+toen alle menschen zoo angstig waren, had zij ongelooflijk veel
+verkocht, en 's morgens, toen zij in haar winkel kwam, was zij
+bijna verschrokken. Want de geheele winkel was als uitgeplunderd,
+de medaillons waren weg, de waskaarsen waren weg en evenzoo de groote
+trossen rozenkransen. Al die mooie heiligenbeeldjes van Gaetano waren
+van de planken gehaald en verkocht, en het deed donna Elisa werkelijk
+veel verdriet, niet meer deze groote schare heilige mannen en vrouwen
+om zich heen te zien.
+
+Toen trok zij de geldlade uit en die was zoo boordevol, dat zij die
+nauwelijks kon openschuiven. En terwijl zij haar geld telde, schreide
+zij, alsof al de geldstukken valsch waren. Want wat baatte het haar al
+deze vuile bankbiljetten en deze groote bronzen munten te bezitten,
+nu zij Gaetano verloren had! En zij dacht dat indien hij slechts één
+dag langer in huis was gebleven, hij niet had behoeven te vertrekken,
+want nu had zij geld in overvloed.
+
+Terwijl ze daar zoo zat, hoorde zij den postwagen voor haar deur
+stilhouden.
+
+Maar zij keek niet eens op, wat gaf zij er om wat er gebeurde,
+nu Gaetano weg was. Toen werd de deur geopend, de winkelbel luidde
+hevig. Ze schreide slechts en telde. Toen zei iemand:
+
+"Donna Elisa! Donna Elisa!"
+
+'t Was Gaetano.
+
+"Mijn God, waarom ben je teruggekomen?" riep zij.
+
+"Ge hebt immers al uw beelden verkocht, ik ben thuis gekomen om nieuwe
+beelden voor u te snijden."
+
+"Maar hoe weet je dat?"
+
+"Ik was vannacht om twee uur bij den postwagen. Rosa Alfari heeft
+mij alles verteld."
+
+"Hoe gelukkig, dat je naar den postwagen ging! Hoe gelukkig, dat je
+den inval kreeg om naar den postwagen te gaan!"
+
+"Ja, was dat niet gelukkig," zei Gaetano.
+
+Nauwelijks een uur later stond Gaetano weer in zijn werkplaats en donna
+Elisa die niets in haar leegen winkel te doen had, kwam onophoudelijk
+in de deur der werkplaats om naar hem te kijken.
+
+Neen, dat hij nu werkelijk daar weer stond te snijden! Ze kon geen
+vijf minuten voorbij laten gaan, zonder naar hem te kijken.
+
+Maar toen donna Micaela hoorde, dat Gaetano weer terug was, voelde
+zij geen vreugde, maar veeleer toorn en wanhoop.
+
+Want zij was bang, dat hij als een verleider zou komen om haar te
+verlokken.
+
+Zij had immers gehoord dat een rijke Engelsche dame naar Diamante
+was gekomen op den dag, dat San Pasquale's klokken geluid hadden.
+
+En zij was zeer getroffen, toen zij hoorde dat het juist de dame met
+het Christusbeeld was. Hij was dus dadelijk gekomen, toen zij hem
+aangeroepen had.
+
+De regen en het klokgelui was zijn werk!
+
+Zij trachtte haar hart te verblijden met de gedachte, dat er een
+wonder was geschied om harentwille.
+
+Het moest haar meer zijn dan alle aardsch geluk en liefde, dat zij
+zich omgeven gevoelde door Gods genade. Zij wilde niet dat eenig
+aardsch gevoel haar rukken zou uit deze gezegende geestvervoering.
+
+Maar toen zij Gaetano op straat ontmoette, zag hij nauwelijks naar
+haar en wanneer zij hem trof bij donna Elisa gaf hij haar niet de
+hand en sprak in het geheel niet tot haar.
+
+Want de waarheid was, dat hoewel Gaetano thuis was gekomen, omdat
+het hem te zwaar viel zonder donna Micaela te vertrekken, hij haar
+niet wilde verleiden of verlokken.
+
+Hij zag dat zij onder bescherming der heiligen stond en zij was hem
+zoo heilig geworden, dat hij nauwelijks waagde van haar te droomen.
+
+Hij wilde in haar nabijheid zijn, niet om haar lief te hebben,
+maar omdat hij geloofde dat uit haar leven heilige daden zouden
+opbloeien. Gaetano verlangde naar een wonder, gelijk een bloemkweeker
+smacht naar de eerste roos in de lente.
+
+Maar toen de weken gingen en Gaetano nooit donna Micaela trachtte
+te naderen, begon ze te twijfelen en te denken, dat hij haar nooit
+had liefgehad. Zij zeide tot zichzelf dat hij haar de belofte, om
+met hem te vluchten, slechts ontlokt had om haar te toonen, dat de
+Madonna wel een wonder kon verrichten.
+
+Maar als dat zoo was, begreep ze niet, waarom hij zijn reis niet
+vervolgd had, maar teruggekeerd was.
+
+Dat veroorzaakte haar onrust. Zij meende haar liefde niet te kunnen
+bedwingen, indien zij niet wist dat Gaetano haar liefhad. Zij woog
+het voor en het tegen, en ze werd al meer overtuigd, dat hij haar
+nooit had liefgehad. Terwijl donna Micaela dit dacht moest zij don
+Ferrante gezelschap houden, hij was lang ziek geweest, en had een paar
+aanvallen van beroerte gehad. Hij was van het ziekbed opgestaan als
+een gebroken man. Opeens was hij oud, stompzinnig en bang geworden,
+zoodat hij nooit meer alleen durfde zijn. Hij ging nooit meer naar
+den winkel, in alles was hij een geheel ander mensch geworden.
+
+Een groote lust om voornaam en schitterend te zijn had zich van hem
+meester gemaakt.
+
+Het scheen alsof de arme don Ferrante door hoogmoedswaanzin aangegrepen
+was.
+
+Donna Micaela was zeer goed voor hem en zat urenlang met hem te tobben.
+
+"Wie zou dat zijn," placht zij hem te vragen, "die eens op de markt
+stond met pluimen op den hoed, tressen op de uniform, en een sabel op
+zij en die zoo schoon speelde, dat men zei, dat zijn muziek verheven
+was als de Etna en machtig als de zee? En wie was het, die toen een
+arme signorina in rouwgewaad zag, die het niet waagde haar gelaat aan
+de menschen te toonen en haar den arm bood? Wie kon dat zijn? Kon het
+don Ferrante zijn, die de gansche week in een kort buis en puntige
+muts in zijn winkel stond? Neen, dat kon niet mogelijk zijn. Zoo iets
+kon een oude koopman niet doen!
+
+Don Ferrante lachte. Juist zóó wilde hij dat men tegen hem sprak. Zij
+moest hem ook vertellen hoe het zou zijn, als hij aan het hof kwam.
+
+Wat de koning en wat de koningin zou zeggen.
+
+"De oude Alagona's zijn dus tot nieuw leven gekomen," zou er aan het
+hof gezegd worden.
+
+"Wie heeft het geslacht doen herleven?" En men zou vragen en
+vragen. Die don Ferrante, vorst van Sicilië en grande van Spanje,
+is dat dezelfde man, die in zijn winkel te Diamante stond en de
+voerlieden uitschold?
+
+"Neen," zou men zeggen, "dat kan niet dezelfde man zijn. Het kan
+onmogelijk dezelfde zijn."
+
+Dit vond don Ferrante prettig, en hij wilde hebben dat zij zoo dag in,
+dag uit met hem sprak.
+
+Het verveelde hem nooit en donna Micaela was zeer geduldig jegens hem.
+
+Maar eens toen zij zoo met den zieke zat, kwam donna Elisa binnen.
+
+"Schoonzuster, indien gij de legende van de heilige maagd van Pompeje
+bezit, wilt ge mij die dan leenen?" vroeg zij.
+
+"Wat! wilt gij gaan lezen?" zei donna Micaela.
+
+"De hemel beware mij, ge weet wel, dat ik niet lezen kan. 't Is voor
+Gaetano, dat ik het u vraag."
+
+Donna Micaela bezat de legende van de heilige maagd van Pompeje
+niet. Maar dat zei ze donna Elisa niet; zij ging naar haar boekenrek en
+nam een klein boek, dat een verzameling Siciliaansche liefdesliederen
+bevatte, en gaf dat aan donna Elisa, die het weer aan Gaetano bracht.
+
+Maar nauwelijks had donna Micaela dit gedaan of een hevig berouw
+maakte zich van haar meester.
+
+Zij vroeg zich af wat zij bedoeld had door zoo te handelen, zij,
+die geholpen was door het heilige Christuskind.
+
+Zij bloosde van schaamte toen zij er aan dacht dat ze een teeken had
+gezet bij een der kleine liederen, dat zoo luidde:
+
+
+ O, had ik antwoord op één enkle vrage!
+ 'k Heb het gevraagd aan den dag, aan de sterren,
+ Zelfs aan de vogelenschaar en de wolken.
+ 'k Goot reeds het lood in het kokende water,
+ Blaadje na blaadje der bloeme ik plukte.
+ 'k Lokte de zwarte, de waarzegster buiten,
+ 'k Smeekte ten slotte de engelenscharen.
+ Mint hij mij nog, gelijk eens hij wel deed?
+
+
+Zij had zeker gehoopt dat zij antwoord zou krijgen.
+
+Haar geschiedde recht indien Gaetano haar verachtte en haar onbeschaamd
+noemde.
+
+Toch had zij niets kwaads bedoeld. Het eenige dat zij begeerd had,
+was te weten of Gaetano haar liefhad.
+
+Weer verliepen eenige weken en donna Micaela zat nog steeds bij
+don Ferrante.
+
+Maar op een dag had donna Elisa haar mee naar buiten gelokt.
+
+"Ga met mij mede naar mijn tuin, schoonzuster, en kijk eens naar mijn
+grooten magnolieboom.
+
+"Ge hebt nog nooit zoo iets moois gezien."
+
+En zij was met donna Elisa naar den tuin gegaan.
+
+Donna Elisa's magnolie was gelijk de stralende zon, die men voelt
+vóórdat men haar ziet. Op verren afstand zweefde de geur reeds in de
+lucht en het was een gegons van bijen en een gekweel van vogels!
+
+Toen donna Micaela den boom zag, kon zij nauwlijks ademhalen. Hij
+was heel hoog en groot van een schoonen regelmatigen groei en zijn
+groote, breede bladeren hadden een frissche donkergroene kleur. Maar
+nu was hij geheel bedekt met groote rose bloemen, die hem versierden
+en verlichtten, zoodat men meende, dat hij in feestgewaad was en men
+voelde hoe er een meesleepende vreugde van uit den boom stroomde. Donna
+Micaela werd als bedwelmd, zij voelde hoe een vreemde onweerstaanbare
+macht zich van haar meester maakte. Zij trok een der rechte takken
+naar zich toe, spreidde de bloemen uiteen en zonder deze af te breken,
+begon zij met een naald letters te prikken in de bloembladeren.
+
+"Wat doet ge daar, schoonzuster?" vroeg donna Elisa.
+
+"Niets, niets."
+
+"In mijn tijd plachten de jonge meisjes minnebrieven te prikken in
+de magnoliebloemen."
+
+"Misschien doen zij dat nog."
+
+"Neem u in acht, ik zal het nakijken, zoodra ge vertrokken zijt."
+
+"Gij kunt immers niet lezen."
+
+"Maar ik heb Gaetano toch."
+
+"En Luca, het is 't beste, dat ge u tot Luca wendt."
+
+Maar toen donna Micaela thuis kwam, had zij berouw. Zou donna Elisa
+werkelijk de bloem aan Gaetano toonen? Neen, neen, donna Elisa was
+daarvoor te verstandig. Maar indien hij haar gezien had van uit
+het raam van zijn werkplaats? Nu ja, hij zou haar wel geen antwoord
+geven. Maar zij maakte zich belachelijk.
+
+Neen nooit, nooit meer zou zij zoo iets doen. Het was immers het
+beste voor haar, dat zij niets wist. En toch was zij verlangend naar
+het antwoord dat zij krijgen zou. Maar er kwam geen antwoord.
+
+En zoo verliep er weer een week. Toen kreeg don Ferrante den inval,
+dat hij 's middags wilde rijden. In het wagenhuis van het zomerpaleis
+was een ouderwetsche galakoets, die zeker meer dan honderd jaar oud
+was. Die was zeer hoog, met een zeer kleinen en nauwen wagen, die in
+leeren riemen schommelde tusschen de achterwielen, welke zoo groot
+waren als het waterrad van een molen.
+
+Die koets was wit gelakt met gouden randen, de banken waren bekleed
+met rood pluche, en op de portieren waren wapens geschilderd.
+
+Eens was het een groote eer geweest in dien wagen te rijden, en
+als de oude Alagona's door de corso reden, stroomden de menschen
+uit hun huizen of hingen over hun balkons om hen te zien. Maar toen
+werd die getrokken door vlugge paarden van Berberie, toen droeg de
+koetsier een pruik en de bedienden livrei, en ze reden met geborduurde
+leidsels. Maar nu wilde don Ferrante zijn oude paarden voor de koets
+spannen, en zijn ouden winkelbediende op den bok zetten.
+
+Toen donna Micaela hem zei, dat dit niet kon, begon don Ferrante te
+schreien. Wat zou men wel van hem denken indien hij zich 's middags
+niet in zijn wagen op de corso vertoonde.
+
+Dat was immers het laatste, wat een voornaam man naliet. Hoe zou
+iemand begrijpen dat hij een man van hooge geboorte was, indien hij
+niet op en neer reed in den ouden wagen der Alagona's?
+
+Het was het gelukkigste oogenblik, dat don Ferrante na zijn ziekte
+genoot, toen hij voor de eerste maal uitreed.
+
+Hij zat rechtop en boog en knikte zeer genadig naar alle kanten. En
+de menschen van Diamante bogen en namen den hoed zoo diep af, dat
+deze over den grond sleepte. Waarom zou men don Ferrante deze vreugde
+niet gunnen?
+
+Donna Micaela reed ook mee, want don Ferrante waagde het niet alleen
+te rijden. Zij was niet gaarne meegegaan, maar toen had don Ferrante
+geschreid en haar er aan herinnerd, dat hij haar gehuwd had, toen
+zij arm en veracht was. Zij moest niet ondankbaar zijn en vergeten
+wat hij voor haar gedaan had. En waarom wilde zij niet in zijn wagen
+rijden? Het was de mooiste oude wagen van gansch Sicilië.
+
+"Waarom wil je niet met mij rijden?" zei don Ferrante. "Vergeet niet,
+dat ik de eenige ben, die je liefheeft. Zie je niet dat je vader niet
+eens van je houdt? Je moet niet ondankbaar zijn."
+
+Op deze wijze had hij donna Micaela gedwongen plaats te nemen in den
+ouden galawagen.
+
+Maar het ging in 't geheel niet, zooals zij verwacht had. Er was
+niemand die lachte. De vrouwen negen even diep en de mannen bogen
+even statig alsof de wagen honderd jaar jonger was geweest. En donna
+Micaela kon op geen enkel gelaat een glimlach bespeuren.
+
+In geheel Diamante zou er geen mensch te vinden zijn, die zou hebben
+willen lachen. Want men wist heel goed hoe veel donna Micaela te
+stellen had met don Ferrante.
+
+Men wist hoe lief hij haar had en hoe hij schreide, als zij hem
+slechts een oogenblik verliet. Men wist ook hoe hij haar kwelde met
+zijn jaloezie en haar hoeden vertrapte, als deze haar goed stonden,
+en haar nooit geld gaf voor nieuwe kleeren, opdat niemand haar schoon
+vinden en haar liefhebben zou. Maar tegelijkertijd zei hij haar altijd,
+dat zij zoo leelijk was, dat niemand anders dan hij het kon uithouden
+haar gezicht dagelijks te zien. En omdat men dit alles wist, was er
+niemand in Diamante die lachte.
+
+Haar uitlachen, die zich zoo aftobde met een zieken man!
+
+De menschen in Diamante waren vrome Christenen en geen barbaren.
+
+Zoo reed de galawagen tusschen vijf en zes uur in zijn oude verbleekte
+pracht de corso op en neer. In Diamante reed die geheel alleen, want
+behalve deze waren er geen voorname wagens, maar men wist toch dat
+op denzelfden tijd alle equipages in Rome naar Monte Pincio reden,
+en in Napels naar Villa Nazionale en te Florence naar de Cascines en
+in Palermo naar La Favorite. Maar toen de wagen voor de derde maal
+naar de Porta Etnea reed, weerklonk er een vroolijk hoorngeschal. En
+door de poort zwaaide een groote, hooge jachtwagen in Engelschen stijl.
+
+Die moest ook voor ouderwetsch doorgaan. De postillon die als
+voorrijder op een groot paard reed, droeg een pruik en een lederen
+broek. De wagen geleek op een oude diligence, met een hooge, dichte
+coupé, waarop de reizigers zaten.
+
+Maar alles was nieuw, de paarden waren schoone, sterke dieren,
+de wagen en het tuig glansden en de reizigers zelf waren eenige
+jonge heeren en dames uit Catania, die een uitstapje op den Etna
+maakten. En zij konden niet nalaten te lachen, toen zij den ouden
+galawagen voorbijreden. Zij bogen over het hek van den wagen om er
+naar te zien, en hun lachen klonk zeer luid en helder tusschen de
+hooge, stille huizen van Diamante.
+
+Donna Micaela gevoelde zich plotseling zeer ongelukkig.
+
+Ze herkende in de reizigers haar oude kennissen. Wat zouden zij zeggen,
+als zij thuis kwamen?
+
+"Wij hebben Micaela Palmeri in Diamante gezien," en dan zouden zij
+vertellen en lachen, en vertellen en lachen.
+
+Haar geheele leven scheen haar één groote ellende. Zij was niets
+anders dan de slavin van een dwaas. Haar gansche leven zou zij niets
+anders doen dan tobben met don Ferrante.
+
+Toen zij thuis kwam, was zij geheel uitgeput. Zij was zoo moede en
+krachteloos, dat zij zich nauwelijks de trappen op kon sleepen.
+
+Onderwijl prees don Ferrante zijn geluk, dat hij deze voorname
+menschen ontmoet had, en dat zij zijn staatsie gezien hadden. Hij
+zei tot donna Micaela, dat nu niemand er meer naar vragen zou of zij
+leelijk was en of haar vader gestolen had. Nu wist men dat zij de
+echtgenoote was van een voornamen heer.
+
+In den namiddag zat donna Micaela stil bij don Ferrante en liet haar
+vader met hem spreken. Toen begon een mandoline zacht te zingen onder
+de vensters van het zomerpaleis. Het was een enkele mandoline zonder
+begeleiding van een gitaar of viool.
+
+Niets kon zoo teeder en luchtig zijn, niets lieflijker of
+roerender. Men kon niet gelooven dat het menschelijke handen waren,
+die de snaren der mandoline aanraakten. Het was alsof de bijen,
+krekels en sprinkhanen een concert gaven.
+
+"Er is weer iemand verliefd op Giannita," zei don Ferrante. "Dat
+is nog eens een vrouw, die Giannita! Ieder kan zien dat zij mooi
+is. Als ik jong was, zou ik ook verliefd worden op Giannita. Zij weet
+te beminnen."
+
+Donna Micaela zweeg. Hij had gelijk, dacht zij. De mandolinespeler
+minde Giannita. Dezen avond was Giannita thuis bij haar moeder,
+anders woonde zij nu in het zomerpaleis.
+
+Donna Micaela had in dit opzicht haar wil doorgedreven, nadat don
+Ferrante zoo lastig was geworden.
+
+Maar wie het dan ook gold, het mandolinespel behaagde donna
+Micaela. Het klonk zoo liefelijk, zacht en vertroostend. Ze ging stil
+naar haar kabinet om beter te kunnen luisteren in de eenzaamheid.
+
+En sterke zoete geur sloeg haar tegemoet. Wat was dat? Haar handen
+begonnen te beven, voordat ze een kaars en lucifer vond. Op haar
+werktafel lag een groote, wijd opengesprongen magnoliebloem.
+
+Op één der bladen was geprikt:
+
+"Wie heeft mij lief?" En nu stond daaronder:
+
+"Gaetano."
+
+Naast de bloem lag een klein wit boek met liefdesliederen.
+
+Bij een der kleine canzones stond een teeken:
+
+
+ Nooit van mijn liefde heeft iemand geweten.
+ Heimlijk en stil werd des nachts zij geboren,
+ Zachtjes toch slopen mijn droomen tot u.
+ Gierig bewaakte ik angstig mijn schat.
+ Spoedt zich mijn biechtvader eens naar mijn sterfbed,
+ Zullen mijn lippen 't geheim nog bewaren.
+ Sluitend de deur, werp 'k den sleutel in d'afgrond.
+ 'k Neem mijn geheim naar de eeuwigheid mee.
+
+
+De mandoline bleef doorspelen. Er klinkt iets van frissche lucht
+en zonneschijn in den klank der mandoline. Iets dat verkwikt en
+versterkt. Iets van de vertroostende zorgeloosheid der schoone natuur.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+DE VLUCHT.
+
+
+In dezen tijd bevond het kleine beeld van Aracoeli zich nog in
+Diamante.
+
+De Engelsche dame die het beeld bezat, was zoo verrukt over Diamante,
+dat zij het niet verlaten kon. Zij had voor haar rekening de geheele
+eerste verdieping van het hotel gehuurd, en die geheel voor zich
+ingericht. Zij kocht voor groote sommen alles wat ze maar kon
+krijgen aan oud aardewerk en oude munten. Zij kocht mozaïekwerk,
+altaarschilderijen en heiligenbeelden. Toen kreeg zij den inval, dat
+zij zich een verzameling wilde aanschaffen van alle heiligen der kerk.
+
+Zij hoorde spreken van Gaetano en zond hem een boodschap, dat hij
+bij haar in het hotel zou komen.
+
+Gaetano verzamelde in der haast alles wat hij in den laatsten tijd
+gesneden had en nam dat mee naar miss Tottenham. Zij was zeer tevreden
+over zijn kleine beelden en wilde ze alle koopen.
+
+Maar de vertrekken van de Engelsche dame waren gelijk de rommelkamers
+van een museum. Al het mogelijke werd daarin gevonden, maar alles
+was wanordelijk en slordig. Daar stonden halfvolle koffers, daar
+hingen mantels en hoeden, daar lagen schilderijen en gravures, daar
+waren reisboeken, theeserviezen en spiritustoestellen, daar werden
+hellebaarden, misboeken, mandolines en wapenschilden gevonden.
+
+Dat opende Gaetano de oogen. Hij bloosde plotseling, beet zich op de
+lippen, en begon zijn beelden in te pakken.
+
+Hij had een beeld van het Christuskind gezien; het was het verworpen
+beeld, dat midden tusschen al die wanorde stond, met zijn kroon vol
+deuken op het hoofd en zijn koperen schoentjes aan de voeten. De
+verf was van zijn gezicht verdwenen, de ringen en sieraden, die
+hem bedekten, waren verroest, en zijn kleertjes waren geel van
+ouderdom. Toen Gaetano dit zag, wilde hij zijn beelden niet aan miss
+Tottenham verkoopen, maar stil heengaan.
+
+En toen zij hem vroeg wat hem deerde, voer hij tegen haar uit:
+
+"Wist zij dat vele der zaken, die zij bezat, heilig waren? Wist zij
+of wist zij niet, dat dit het heilige Christuskind zelf was? En zij
+had het drie vingers van de eene hand laten verliezen en de steenen
+uit zijn kroon laten vallen, en het daar vuil, verroest en ontheiligd
+laten liggen. Indien zij zoo het beeld van Gods zoon behandelde,
+hoe zou ze dan niet alle andere verwaarloozen? Hij wilde haar geen
+heiligenbeelden verkoopen."
+
+Toen Gaetano op deze wijze tegen miss Tottenham uitvoer was ze verrukt,
+verrukt!
+
+Hier was het ware geloof en heilige toorn.
+
+Deze jonge man moest kunstenaar worden.
+
+Naar Engeland moest hij gaan. Zij wilde hem naar den grooten meester
+zenden, haar vriend, die de kunst trachtte te herscheppen; naar hem
+die den menschen wilde leeren schoon huisraad, schoone kerkinrichtingen
+te vervaardigen, en die een heele schoone wereld wilde scheppen.
+
+Zij regelde en schikte alles en Gaetano liet haar stil geworden,
+omdat hij nu liefst Diamante wilde verlaten.
+
+Hij zag dat hij het leven daar niet meer kon uithouden en hij geloofde
+dat het God was, die hem aan de verleiding onttrok.
+
+Hij verliet Diamante geheel onbemerkt. Donna Micaela wist nauwelijks
+iets van de geheele zaak, vóórdat hij weg was. Hij had het niet
+gewaagd bij haar te komen om afscheid te nemen.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+DE SIROCCO.
+
+
+Hierna verliepen twee jaren volkomen stil. Het eenige, dat in
+Diamante en op geheel Sicilië gebeurde, was dat de menschen al armer
+en armer werden.
+
+Toen brak de herfst aan, en het was de tijd, dat de wijn geoogst
+moest worden.
+
+In dien tijd plegen de lieflijke canzones van de lippen te stroomen;
+in dien tijd springen er nieuwe en schoone melodieën uit de mandoline.
+
+Dan pleegt de jeugd in scharen naar de wijngaarden te trekken, en er
+is arbeid en gelach den ganschen dag, dans en gejubel den geheelen
+nacht en men weet niet meer wat slaap is.
+
+Dan koepelt de blauwe luchtzee zich schooner dan ooit boven den
+berg. Dan tintelt de lucht van vroolijke invallen, dan vliegen
+fonkelende blikken als bliksemstralen door de lucht, dan ontvangt
+deze niet alleen warmte en licht van de zon, maar ook van de stralende
+gezichten der jonge vrouwen van den Etna.
+
+Maar in dezen herfst waren alle wijngaarden verwoest door de
+phylloxera. Geen druivenplukker drong zich tusschen de wijnranken,
+geen lange rij van vrouwen met volle manden op het hoofd kronkelde zich
+naar de wijnpers en 's nachts werd er niet gedanst op de platte daken.
+
+In dezen herfst welfde zich geen klare, heldere Octoberlucht boven den
+Etna. En als om de natuur in overeenstemming te brengen met den nood,
+kwam de beklemmende verstijvende woestijnwind van Afrika, stof en nevel
+met zich voerend, en verdonkerde het gansche luchtruim. Nooit, zoo
+lang deze herfst duurde, voelde men een frisschen bergwind. Voortdurend
+blies de met ongeluk bezwangerde sirocco.
+
+Soms was die zoo droog en stoffig, en zoo verschroeiend heet, dat
+men de deuren en vensters sluiten en in huis moest blijven om niet
+te versmachten.
+
+Maar meestal was die lauw, vochtig en drukkend. En de menschen kenden
+geen rust, de zorg verliet hen dag noch nacht en de ellende stapelde
+zich boven hun hoofd, als de sneeuwlagen op de hooge bergen.
+
+En de onrust kwam ook tot donna Micaela, terwijl zij nog steeds zat
+bij haar ouden man, don Ferrante.
+
+Gedurende dezen herfst hoorde zij nooit een lach, nooit een lied. De
+menschen slopen elkaar voorbij, zoo vol toorn en vertwijfeling,
+dat zij bijkans schenen te bersten.
+
+En zij zeide tot zich zelf, dat zij zeker zonnen op een oproer. Zij
+begreep dat zij in opstand moesten komen.
+
+Wel zou het zeker niemand helpen, maar er bleef hun geen ander
+middel over.
+
+In het begin van den herfst had zij op haar balkon gezeten en de
+menschen op straat hooren spreken. Ze spraken altijd over den nood.
+
+"De oogst van het graan en van den wijn is mislukt, er is
+gebrek aan zwavel en aan oranjeappels, al Sicilië's geel goud is
+verongelukt. Waarvan moest men dan leven?"
+
+En donna Micaela begreep dat dit vreeselijk was.
+
+Graan, wijn, oranjeappels en zwavel, al hun geel goud! Zij begon ook
+te begrijpen, dat de ellende grooter was dan de menschen konden dragen
+en zij was wanhopig, dat het leven zoo hard was.
+
+En zij vroeg zich af waarom de menschen gedwongen waren zulke
+bovenmatig hooge belastingen te betalen. Waarom moest er accijns op
+zout zijn, zoodat een arme vrouw geen recht had naar het strand te
+gaan om een emmer zout water te halen, maar het zout tegen hoogen
+prijs moest koopen in de winkels der regeering?
+
+En waarom moest er een belasting op de palmboomen zijn? Nu velden de
+boeren met toorn in het harte de oude boomen, wier kronen zoo lang
+boven het edele eiland gewuifd hadden. En waarom moest er belasting op
+de vensters zijn? Wat wilde men toch daarmee? Was het de bedoeling,
+dat de arme menschen hun vensters weg zouden nemen en hun kamers
+zouden verlaten om in de kelders te gaan wonen?
+
+In de zwavelmijnen waren werkstakingen en woelingen uitgebroken en de
+regeering zond troepen om het volk te dwingen weer aan den arbeid te
+gaan. Donna Micaela vroeg zich af of de regeering niet wist, dat men in
+het geheel geen machines in de mijnen gebruikte. Had zij nooit gehoord,
+dat het kinderen waren, die het erts uit de diepe schachten sleepten?
+
+De regeering wist niet, dat deze kinderen slaven waren; zij kon immers
+niet weten, dat hun ouders hen verkocht hadden aan de patroons. Of
+indien de regeering dit wist, waarom hielp ze dan de mijneigenaars?
+
+Opeens hoorde zij spreken over een ontzettende menigte misdaden. En
+opnieuw begon zij te vragen:
+
+Waarom liet men de menschen zoo misdadig worden?
+
+En waarom liet men het volk tot zoo'n groote armoede en ellende
+vervallen? Waarom moesten ze allen zoo ellendig zijn? Zij wist, dat
+degenen, die in Palermo of Catania woonden, zoo niet behoefden te
+vragen. Maar hij, die in Diamante woonde, hij kon niet nalaten te
+vreezen en te vragen. Waarom liet men de menschen zoo arm worden,
+dat zij stierven van den honger?
+
+De zomer was nauwelijks verstreken en men was nog maar in het einde
+van de maand October, toen donna Micaela den dag reeds voor zich zag,
+dat het oproer zou uitbreken. Ze zag de uitgehongerde menschen door
+de straten aanstormen. Zij zouden de winkels plunderen en ze zouden
+de huizen binnendringen der weinige rijken, die in de stad gevonden
+werden. Voor het zomerpaleis zou de wilde schare staan blijven,
+en langs de balkons en vensters naar binnen klimmen.
+
+"Hier met de juweelen der oude Alagona's, hier met don Ferrante's
+millioenen!"
+
+Het was immers hun droom, het zomerpaleis! Ze geloofden dat het zoo
+vol goud was als een sprookjesslot. Maar als zij niets vonden, zouden
+zij haar het mes op de keel zetten, om haar te dwingen de schatten
+uit te leveren, die zij nooit bezeten had, en zij zou vermoord worden
+door de roofgierige bende.
+
+Waarom konden de groote grondbezitters niet thuis blijven? Waarom
+moesten zij de armen verbitteren met het leiden van een weelderig
+leven in Rome of in Parijs?
+
+Men zou hen zoo niet haten, als zij op het eiland bleven. Dan zou men
+niet zulke dure en heilige eeden zweren, alle rijken te zullen dooden.
+
+Donna Micaela wenschte slechts dat zij kon vluchten naar één der
+groote steden. Maar zoowel haar vader als don Ferrante werd in dezen
+herfst ziek, en om hunnentwille was zij gedwongen te blijven, waar
+zij was. En zij wist, dat zij gedood zou worden als een zoenoffer
+voor de zonden der rijken tegenover de armen.
+
+Gedurende vele jaren hadden de ongelukken zich boven Sicilië
+opeengehoopt en nu konden ze niet langer tegengehouden worden.
+
+Nu begon de Etna zelf te dreigen met een uitbarsting.
+
+De zwaveldamp gloeide 's nachts vuurrood en het onderaardsche gerommel
+werd tot in Diamante gehoord.
+
+De wereld zou vergaan. Alles zou verwoest worden. Wist dan de regeering
+niets van de stemming van het volk? O, eindelijk, eindelijk had de
+regeering er kennis van gekregen, en een comité samengesteld. Het
+was een groote troost, op een mooien dag de gevolmachtigden door de
+corso te zien komen aanrijden.
+
+Indien het volk slechts begrepen had dat zij het goed met hen
+meenden. Indien slechts de vrouwen niet in haar deuren hadden gestaan
+en de fijne heeren van het vasteland bespot hadden, en indien slechts
+de kinderen niet naast de wagens hadden geloopen en geroepen: "Dief,
+dief!" Alles wat men deed verhaastte slechts het oproer. En er was
+niemand die het volk leiden en kalmeeren kon. Er was geen enkele
+ambtenaar, dien men vertrouwde. Degenen, die zich slechts lieten
+omkoopen, waren nog de minst verachten. Maar men zei dat de meesten van
+hen leden van de mafia waren. Men zei, dat zij er slechts aan dachten
+zich geld en macht toe te eigenen. En naarmate de herfst verstreek,
+duidden meer en meer teekenen er op, dat er iets ontzettends dreigde.
+
+In de couranten las men dat de arbeiders zich in de groote steden
+vereenigden en door de straten trokken. En men las ook hoe de leiders
+der socialisten door het land trokken en opruiende toespraken hielden,
+
+Opeens werd het donna Micaela duidelijk, wat de oorzaak was van alle
+onrust. Het waren de socialisten, die het oproer verwekten. Het was
+hun vurige taal, die de gemoederen in beweging bracht. Hoe kon men
+hen dat laten doen? Wie was dan koning van Sicilië? Heette hij Da
+Felice of Umberto?
+
+Toen greep ontzetting haar aan.
+
+Het was alsof men alleen tegen haar samenspande. En hoe meer zij over
+de socialisten hoorde spreken, des te meer vreesde zij hen.
+
+Giannita trachtte haar gerust te stellen.
+
+"Wij hebben geen socialisten in Diamante," zei zij. "In Diamante
+denkt men er niet aan om oproer te maken."
+
+Maar donna Micaela vroeg haar of zij niet wist wat het beteekende,
+dat de oude spinsters in donkere hoeken zaten en geschiedenissen
+verhaalden van de groote rooverhelden en den beruchten visscher
+Giuseppe Alesi, dien men de Massaniello van Sicilië noemde?
+
+Indien de socialisten slechts de menschen tot oproer konden overhalen,
+zou ook Diamante wel meedoen.
+
+Geheel Diamante wist reeds, dat iets ontzettends dreigde. Men had
+den grooten zwarten monnik zien spoken op het terras van het palazzo
+Geraci.
+
+Men hoorde de uilen den ganschen nacht schreeuwen, en sommigen
+beweerden, dat de hanen kraaiden bij zonsondergang en zwegen bij
+het ochtendgekriek.
+
+Op een dag in November, was Diamante plotseling vol woeste menschen.
+
+Het waren mannen met roofdiergezichten, ruige baarden, en groote
+handen aan ontzettend lange armen. Verscheidenen van hen droegen wijde,
+fladderende linnen mantels en men meende beruchte bandieten en onlangs
+ontslagen galeiboeven in hen te herkennen.
+
+Giannita vertelde dat al deze woeste menschen in de bergen woonden,
+en nu over den Simeto waren getrokken, omdat het gerucht verspreid
+was, dat het oproer in Diamante reeds uitgebroken was. Maar toen alles
+rustig was en de kazernes vol karabiniers waren, trokken zij weer weg.
+
+Donna Micaela dacht nu voortdurend aan deze menschen en ze was
+overtuigd dat zij haar moordenaars zouden worden. Zij zag hen voor zich
+in hun fladderende linnen mantels en met hun roofdiergezichten. Zij
+wist dat zij in hun berggrotten op de loer lagen, en op den dag
+wachtten, dat zij schoten en oproerkreten in Diamante hoorden. Dan
+zouden zij zich met moord en brand op de stad werpen en zich aan
+de spits stellen van het gansche uitgehongerde volk, generaals en
+aanvoerders der verwoesting gelijk.
+
+Donna Micaela moest gedurende dezen geheelen herfst zoowel haar
+vader als don Ferrante verplegen, die beiden maand na maand ziek
+lagen. Men had haar verzekerd, dat er volstrekt geen gevaar voor
+hun leven bestond. Zij was zeer blijde don Ferrante in het leven
+te mogen behouden, want het was haar eenige hoop, dat de menschen
+hem ten slotte zouden sparen, omdat hij uit een oud geslacht was,
+dat hoog in aanzien stond.
+
+Terwijl zij daar bij het ziekbed zat, ging haar verlangen dikwijls
+naar Gaetano en ontelbaar waren de keeren dat zij wenschte dat hij
+thuis was. Zij zou angst noch doodsvrees gevoelen, indien hij slechts
+in zijn werkplaats stond. Dan zou er slechts vrede en veiligheid in
+haar ziel heerschen.
+
+Zelfs nu hij zoo ver weg vertoefde, was hij degene, bij wien zij in
+gedachten hulp zocht, toen de ontzetting haar tot waanzin dreef.
+
+Toch had zij geen enkelen brief van hem ontvangen, in al dien tijd dat
+hij weg was; zoodat zij dikwijls geloofde, dat hij haar geheel vergeten
+had. Op andere tijden wist ze evenwel zeker, dat hij haar liefhad, want
+dan voelde zij zich zoo onweerstaanbaar gedrongen aan hem te denken,
+dat zij begreep, dat hij haar in gedachten nabij was en haar riep.
+
+In dezen herfst kreeg zij eindelijk een brief van Gaetano. Ach,
+welk een brief! Donna Micaela's eerste gedachte was hem te verbranden.
+
+Ze was naar het terras op het dak gegaan, om alleen te zijn, terwijl
+zij den brief las. Hier had ze ook eens Gaetano's liefdesverklaring
+gehoord. En die had haar volstrekt niet ontroerd. Die had haar
+geschokt, noch verschrikt. Maar deze brief was iets geheel anders. Hij
+smeekte haar bij hem te komen, de zijne te worden, hem haar leven
+te geven.
+
+Toen zij dit las, schrikte zij van zich zelf. Zij voelde hoe zij had
+willen uitroepen: "ik kom" en weg had willen vliegen. Zij voelde zich
+tot hem getrokken, meegesleept.
+
+"Laat ons gelukkig zijn!" schreef hij. "Wij verspillen den tijd,
+de jaren gaan voorbij. Laat ons gelukkig zijn."
+
+Hij beschreef haar hoe zij zouden leven. Hij vertelde haar van andere
+vrouwen, die de stem der liefde gehoorzaamd hadden en gelukkig waren
+geworden. Hij schreef even verlokkend als overtuigend.
+
+Het was niet juist de inhoud, maar de liefde, die in den brief brandde
+en gloeide en die haar vervoerde. Die steeg op uit het papier gelijk
+bedwelmende wierook en zij voelde hoe die haar doordrong. Vurig
+verlangen was het, dat uit elk woord sprak.
+
+Nu was zij niet meer een heilige voor hem, zooals zij vroeger was
+geweest. Deze brief kwam overweldigend onverwacht na een paar jaar
+van zwijgen, en zij was ontsteld dat deze haar zoo verrukte.
+
+Zóó had zij zich de liefde nooit gedacht. Zou die haar ook in dezen
+nieuwen vorm behagen? En met angst ontdekte zij dat die haar ook
+zoo behaagde.
+
+Toen strafte zij hem zoowel als zich zelf door een zeer streng antwoord
+te schrijven. Dat was moraal, moraal, niets anders dan moraal. Zij
+was trotsch dat zij zoo geschreven had. Zij ontkende niet dat zij hem
+liefhad, maar misschien zou Gaetano haar liefdeswoorden niet kunnen
+vinden, zoo verborgen waren ze onder verwijten. Het was ook beter,
+dat hij ze niet vond.
+
+Hij schreef haar geen brieven meer. Maar nu kon donna Micaela
+nooit meer aan Gaetano denken als steun en beschermer. Nu was hij
+gevaarlijker dan de mannen uit de bergen.
+
+En iederen dag bracht Diamante een onheilspellender bericht. Nu begon
+iedereen zich wapens aan te schaffen. En hoewel het verboden was die
+te bezitten, droegen toch alle menschen die in 't geheim.
+
+Alle vreemdelingen verlieten het eiland, maar in hun plaats werd er
+van Italië het ééne duizendtal soldaten na het andere gezonden.
+
+De socialisten hielden voortdurend redevoeringen.
+
+Waren zij dan bezeten door een boozen geest, dat zij niet tevreden
+waren, vóórdat zij het ongeluk opgeroepen hadden!
+
+Eindelijk hadden de oproerlingen den dag bepaald dat de storm zou
+losbreken. Geheel Sicilië, geheel Italië zou in opstand komen. Het
+was nu niet meer een holle bedreiging maar werkelijkheid.
+
+Toen kwamen er al meer en meer troepen van het vasteland. En de meesten
+waren Napolitanen, die in eeuwige veete met de Sicilianen leven.
+
+Het eiland werd in staat van beleg verklaard.
+
+Er zouden geen gerechtshoven meer zijn, slechts de krijgsraad. En
+het volk vertelde dat de soldaten verlof hadden te plunderen en te
+moorden naar hartelust.
+
+Niemand wist wat er gebeuren zou. De boeren wierpen verschansingen op
+in de bergen. In Diamante stonden mannen in groote groepen bijeen op
+de markt, stonden daar dag aan dag zonder aan den arbeid te gaan. Deze
+groepen mannen, die gekleed waren in donkere mantels met slappe hoeden,
+zagen er onheilspellend uit.
+
+Zij droomden zeker allen van het oogenblik, dat zij het zomerpaleis
+zouden plunderen.
+
+Hoe meer men den dag naderde, dat het oproer zou uitbreken, hoe zieker
+don Ferrante werd. En donna Micaela begon voor zijn leven te vreezen.
+
+Het scheen haar een teeken, dat zij voorbeschikt was tot ondergang,
+nu zij ook don Ferrante moest verliezen.
+
+Wie zou haar ontzien, als hij niet meer leefde?
+
+Zij waakte bij hem. Zij en alle vrouwen der wijk zaten in stil gebed
+bij zijn legerstede.
+
+Maar op een morgen, tegen zes uur, stierf don Ferrante. En donna
+Micaela betreurde hem, omdat hij haar eenige beschermer was en de
+eenige, die haar van den ondergang had kunnen redden, en zij wilde
+den doode alle eer bewijzen, die nog gebruikelijk is op Sicilië. Zij
+liet de sterfkamer met zwart doek bekleeden en sloot alle luiken,
+opdat het blijde zonlicht niet in het vertrek zou dringen.
+
+Zij liet ook het vuur dooven in den haard en zond om een blinden
+zanger, opdat hij elken dag in het paleis zou komen om klaagliederen te
+zingen. Zij liet het aan Giannita over cavaliere Palmeri te verplegen,
+opdat zij zelf stil in de sterfkamer zou kunnen zitten tusschen de
+treurende vrouwen.
+
+Het liep tegen den avond van den sterfdag, men had alle beschikkingen
+gemaakt en wachtte nu slechts op de witte broeders, die het lijk
+zouden wegvoeren.
+
+In de sterfkamer was het doodstil. Al de vrouwen van de wijk zaten
+daar onbeweeglijk met betraande gezichten. Donna Micaela was bleek
+in haar grooten angst en staarde onafgebroken naar het lijkkleed,
+dat over den doode gespreid was.
+
+Het was een baarkleed, dat aan het geslacht der Alagona's behoorde,
+een reusachtig groot familiewapen prijkte in het midden en het was
+afgezet met zilveren franje en dikke kwasten. Dit kleed was nooit
+gespreid over iemand anders dan over een Alagona. Het scheen daar
+te liggen, opdat donna Micaela geen oogenblik zou vergeten, dat
+haar laatste steun van haar was genomen en zij nu eenzaam en zonder
+bescherming stond tusschen het verwoede volk.
+
+Nu kwam iemand binnen om te melden, dat de oude Assunta was gekomen. De
+oude Assunta, wat wenschte de oude Assunta?
+
+"Assunta was een lofspreekster, ze placht over de dooden te spreken."
+
+Donna Micaela liet Assunta in de kamer komen. Ze was zooals zij op
+de domtrap zat te bedelen, met dezelfde gelapte kleeding, denzelfden
+verschoten hoofddoek en dezelfde oude kruk.
+
+Klein en met gebogen rug hinkte zij naar de kist. Zij had een
+verschrompeld gelaat, een ingevallen mond en doffe oogen. Donna
+Micaela zei tot zichzelf dat de hulpeloosheid en de onmacht nu haar
+kamer binnentraden.
+
+De oude verhief haar stem en begon te spreken uit naam der echtgenoote.
+
+"Mijn heer is dood, en ik ben eenzaam. Hij die mij verhief aan
+zijn zijde, is niet meer. Hoe vreemd is het, dat mijn huis zijn
+meester verloren heeft!--Waarom zijn de luiken voor uw vensters
+gesloten? vragen de voorbijgangers.--Ik antwoord: ik kan het licht niet
+verdragen, daarvoor is mijn smart te groot, mijn smart is drievoudig."
+
+"Hoe, zijn er zoo velen van uw geslacht door de witte broeders
+weggedragen?
+
+"Neen, niemand van mijn geslacht is dood, maar ik heb mijn man
+verloren, mijn man, mijn man!"
+
+De oude Assunta behoefde niet meer te zeggen. Donna Micaela barstte
+in klachten uit. Het gansche vertrek was vervuld van het geweeklaag
+der jammerende vrouwen.
+
+Want er bestaat geen smart zoo groot als het verlies van een
+echtgenoot. Zij, die weduwe waren, dachten aan hetgeen zij verloren
+hadden en zij die het nog niet waren, dachten aan den tijd, dat zij
+niet meer op straat zouden gaan, omdat geen man haar vergezelde, en
+ze tot eenzaamheid, armoede en vergetelheid gedoemd zouden zijn, en
+dat zij niets zouden beteekenen, niets zouden zijn, dat zij behooren
+zouden tot de verworpelingen dezer aarde, omdat zij geen man meer
+hadden, omdat niemand haar meer het recht tot leven gaf.
+
+
+
+Het was in het eind van December, de dagen tusschen Kerstfeest en
+Nieuwjaar.
+
+Er bestond nog steeds hetzelfde gevaar voor oproer en nog steeds
+hoorde men dezelfde beangstigende berichten. Er werd verteld dat Falco
+Falcone een groote rooversbende in de steengroeve verzameld had en
+dat hij slechts wachtte op den dag, die bepaald was voor het oproer,
+om Diamante binnen te stormen en te plunderen.
+
+Er werd ook verteld, dat de menschen in verscheidene kleine bergsteden
+opgestaan waren, de tolkantoren bij de stadspoorten in brand hadden
+gestoken en de tolkommiezen weggejaagd hadden.
+
+Men wist ook te vertellen, dat de troepen van stad tot stad trokken
+en allen arresteerden, die slechts verdacht werden, en de menschen
+bij honderden tegelijk doodschoten.
+
+Elk zei dat men zich wapenen moest voor den strijd. Men kon zich toch
+niet door deze Italianen laten vermoorden zonder zich te verzetten.
+
+Gedurende dezen tijd zat donna Micaela gevangen bij haar vaders ziekbed
+evenals zij vroeger bij don Ferrante gezeten had. Zij kon Diamante
+niet ontvluchten en de angst groeide en groeide in haar zoodat zij
+niets anders was dan trillende vrees.
+
+Het laatste en het vreeselijkste van alle onheilsberichten betrof
+Gaetano; ongeveer een week na don Ferrante's dood was Gaetano thuis
+gekomen.
+
+En dit had haar volstrekt niet beangstigd, maar integendeel
+verheugd. Zij had gejubeld eindelijk iemand in haar nabijheid te
+hebben, die haar beschermen kon.
+
+Terzelfder tijd besloot zij, dat zij Gaetano niet zou ontvangen indien
+hij bij haar kwam. Zij voelde dat zij den doode nog toebehoorde. Zij
+wilde liefst Gaetano niet zien vóórdat een jaar verstreken was.
+
+Maar toen Gaetano acht dagen thuis was zonder dat hij naar het
+zomerpaleis kwam, vroeg zij Giannita naar hem.
+
+"Waar is Gaetano, is hij misschien reeds weer vertrokken daar niemand
+over hem spreekt?"
+
+"Ach, Micaela," antwoordde Giannita, "hoe minder men spreekt over
+Gaetano, hoe beter het is voor hem."
+
+Zij vertelde donna Micaela nu, gelijk zij een groote schande zou
+verhalen, dat Gaetano socialist was geworden.
+
+"Hij is daarginds in Engeland geheel veranderd," zei zij. "Hij gelooft
+niet meer aan God of aan de heiligen. Hij kust den pastoor niet meer
+de hand, wanneer hij hem ontmoet. Hij zegt tot alle menschen, dat zij
+geen tol meer moeten geven bij de stadspoort. Hij spoort de boeren
+aan hun pacht niet meer te betalen. Hij heeft wapens meegebracht en
+hij is slechts thuis gekomen om oproer te verwekken en de bandieten
+te helpen."
+
+Zij behoefde niets meer te zeggen, opdat donna Micaela aangegrepen
+zou worden door een grooter ontzetting dan zij nog ooit gevoeld had.
+
+Dit was het dus, dat de onheilspellende herfstdagen geprofeteerd
+hadden. Juist hij moest het zijn, die den bliksem uit de wolken
+slingerde. Dat zij dit niet reeds lang geleden vermoed had!
+
+Dit was de straf en wraak. Juist hij moest het zijn die het ongeluk
+opriep.
+
+De laatste dagen was zij kalmer geweest. Zij had gehoord, dat alle
+socialisten op het gansche eiland gevangen waren genomen. En al de
+kleine oproervuren, die in de bergsteden ontstoken waren, werden
+uitgedoofd. Het had bijna geschenen, dat het oproer op niets zou
+uitloopen.
+
+Maar nu was de laatste Alagona gekomen en hem zou het volk volgen. Er
+zou beweging komen in de zwarte groepen op de markt. De mannen in
+de linnen mantels zouden over den Simeto trekken. Falco Falcone's
+rooverbende zou uit de steengroeve te voorschijn komen.
+
+
+
+Den volgenden avond sprak Gaetano op de markt. Hij had bij de marktbron
+gezeten en gezien hoe de menschen kwamen om water te halen. Twee jaar
+had hij de vreugde moeten ontberen, te zien hoe de slanke meisjes
+de zware waterkruiken op haar hoofd hieven en hoe zij met vaste,
+statige schreden haar weg vervolgden.
+
+Maar het waren niet alleen jonge meisjes die bij de bron kwamen, maar
+menschen van elken leeftijd. En toen hij nu zag hoe arm en ongelukkig
+de meesten waren, begon hij met hen over de toekomst te spreken.
+
+Hij beloofde hun dat er spoedig betere tijden zouden aanbreken. Hij
+zei tot de oude Assunta, dat zij voortaan haar dagelijksch brood
+zou hebben, zonder dat zij eenig mensch om een aalmoes zou behoeven
+te vragen. En toen zij zeide, dat zij niet begreep, hoe dat moest
+geschieden, vroeg hij haar bijna toornig, of zij dan niet wist, dat
+de tijd nu gekomen was, dat geen oud mensch of jong kind meer zonder
+steun en beschutting zou zijn.
+
+Hij wees op den ouden stoelenmatter, die even arm als de oude Assunta
+en daarenboven nog zeer ziek was, en hij vroeg of zij geloofde, dat
+men het nog langer zou dulden, dat er geen ziekenhuis of armenzorg
+was. Kon zij niet begrijpen, dat er in de toekomst voor de ouden en
+zieken gezorgd zou worden?
+
+Hij zag ook eenige kinderen, van wie hij wist, dat zij voornamelijk
+leefden van planten en wortelen, die zij aan de oevers der rivier en
+aan den weg verzamelden, en hij beloofde dat voortaan niemand meer
+honger zou behoeven te lijden. Hij legde de hand op het hoofd der
+kinderen en verzekerde zoo trotsch als ware hij de vorst van Diamante,
+dat zij nooit meer brood zouden derven.
+
+Zij wisten niets in Diamante, zei hij; zij waren onwetend en wisten
+niet, dat een nieuwe gezegende tijd aangebroken was. Zij geloofden, dat
+deze ellende steeds zou blijven voortduren. Terwijl hij zoo de armen
+troostte, hadden al meer en meer menschen zich om hem verzameld. Hij
+sprong plotseling op den rand der bron en begon te spreken.
+
+"Hoe konden zij zoo onnoozel zijn," zei hij, "om te gelooven, dat er
+geen betere tijd zou komen? Zouden de menschen, die de heele aarde
+bezaten, het dulden dat de ouden verhongerden en de kinderen tot
+ellendelingen en misdadigers opgroeiden?
+
+"Wisten ze dan niet, dat er schatten verborgen waren in den berg en
+in de zee en in den grond? Hadden zij nooit gehoord, dat de aarde
+rijk was? Geloofden ze, dat ze haar kinderen niet voeden kon?
+
+"Ze moesten niet tot elkaar zeggen, dat het onmogelijk was de zaken
+anders te regelen. Zij moesten niet denken, dat er steeds rijken en
+armen moesten zijn.
+
+"Ach, zij wisten niets. Zij kenden hun moederaarde niet. Geloofden
+zij, dat zij een van hen haatte? Hadden zij dan op het veld gelegen
+en de aarde hooren spreken? Hadden zij gezien hoe de aarde wetten
+voorschreef? Hadden zij gehoord, hoe zij een vonnis velde? Had
+de aarde dan bevolen, dat sommigen honger zouden lijden, terwijl
+anderen aan een overdadig leven zouden sterven? Waarom richtten zij
+zich niet op om te luisteren naar de nieuwe leer, die over de wereld
+ging? Verlangden zij het niet beter te hebben? Zij gingen dus gaarne
+gekleed in lompen? Ze waren dus tevreden met planten en wortelen tot
+voedsel? Wilden ze dan geen dak boven het hoofd hebben?"
+
+En hij zeide hun, dat het er niets toe deed, niets, in het geheel
+niets, of zij weigerden te gelooven aan den nieuwen tijd, die in
+aantocht was. Die zou in ieder geval toch komen.
+
+Ze behoefden immers ook niet 's morgens de zon uit de zee op te
+heffen. De nieuwe tijd zou tot hen komen, gelijk de zon kwam, maar
+waarom wilden zij haar niet tegemoet gaan? Waarom sloten zij zich op
+en vreesden het nieuwe licht?
+
+Hij sprak lang op deze wijze en steeds verzamelden zich meer menschen
+om hem heen.
+
+Maar hoe langer hij sprak, hoe schooner zijn taal werd, en hoe
+helderder zijn stem.
+
+Er kwam gloed in zijn fonkelende oogen en het arme volk, dat naar
+hem opzag, vond hem schoon als een jongen vorst.
+
+Hij was als een der oude, machtige heeren van zijn stam, die het
+vermogen bezeten hadden geluk en goud te schenken aan alle menschen
+in hun rijk.
+
+Zij geloofden hem toen hij zei, dat hij hun geluk kon geven. Ze waren
+reeds gelukkig en blijde, omdat hun jonge heer hen liefhad.
+
+Toen hij ophield met spreken, begonnen zij te jubelen en riepen dat
+zij hem wilden volgen, en doen wat hij hun beval. In een oogenblik
+was hij hun heer geworden. Hij was zoo schoon en zoo heerlijk dat
+zij hem niet konden weerstaan. En zijn geloof was zoo overtuigend,
+dat het vervoerde en meesleepte.
+
+Dien nacht was er niet één arm mensch in Diamante, die niet geloofde,
+dat Gaetano hem onbezorgde en gelukkige dagen zou schenken. Dien nacht
+zegenden allen hem, allen, die in schuren en hutten woonden. Dien
+nacht begaven de hongerigen zich ter ruste in de vaste overtuiging,
+dat ze den volgenden dag bij hun ontwaken een tafel volgeladen met
+allerlei gerechten voor hun bed zouden vinden.
+
+Want toen Gaetano sprak, was zijn macht zoo groot dat hij den grijsaard
+kon overtuigen dat hij jong, en den verkleumde, dat hij warm was. Men
+voelde dat hetgeen Gaetano beloofde, moest komen.
+
+Hij was de vorst van den nieuwen tijd. Zijn handen waren zoo mild,
+wonderen en zegeningen zouden neerdalen op Diamante, nu hij weer
+terug was gekomen.
+
+
+
+Den volgenden dag toen de zon onderging, kwam Giannita in de
+ziekenkamer en fluisterde:
+
+"Er is oproer in Paterno, sedert verscheidene uren zijn ze daar
+aan het schieten, men kan het hier hooren. Er is reeds naar Catania
+gezonden om troepen. En Gaetano zegt, dat het oproer hedenavond hier
+zal uitbreken. Hij zegt, dat het tegelijkertijd in al de Etnasteden
+zal uitbreken."
+
+Donna Micaela beduidde Giannita, dat zij bij cavaliere Palmeri zou
+blijven, zelf ging zij over de straat naar donna Elisa's winkel.
+
+Donna Elisa zat achter haar toonbank voor haar borduurraam, maar zij
+werkte niet. De tranen druppelden haar zwaar en onophoudelijk langs
+de wangen zoodat zij moest ophouden met borduren.
+
+"Waar is Gaetano?" zei donna Micaela zonder omwegen. "Ik moet hem
+spreken."
+
+"God schenke je kracht om met hem te spreken," antwoordde donna
+Elisa. "Hij is in den tuin."
+
+Donna Micaela ging over den binnenhof naar den door hooge muren
+omgeven tuin.
+
+In den tuin waren vele kleine paadjes, die zich van terras tot terras
+slingerden. Er waren ook vele priëelen, grotten en rustbanken. En
+de tuin was zoo dicht begroeid met stijve agaven, dichte dwergpalmen
+en stijfbladige ficussen en rhododendrons dat men geen twee schreden
+voor zich uit kon zien.
+
+Donna Micaela liep langen tijd door deze ontelbare kronkelpaadjes,
+vóórdat zij Gaetano kon vinden. En hoe langer zij zocht, hoe
+ongeduldiger zij werd. Eindelijk vond zij hem heel achter in den
+tuin. Hij bevond zich op het laagste terras, dat uitgebouwd was op
+één der bastions van de stadsmuren. Daar zat Gaetano kalm met hamer
+en beitel aan een beeld te werken. Toen hij donna Micaela zag, liep
+hij haar met uitgestrekte handen tegemoet.
+
+Zij gaf zich nauwelijks tijd hem te groeten.
+
+"Is het waar," zei zij, "dat gij gekomen zijt om ons in het verderf
+te storten?"
+
+Hij begon te lachen.
+
+"De sindaco is hier geweest," zei hij, "en de pastoor is hier
+geweest. Komt gij nu ook nog hier?"
+
+Het griefde haar, dat hij lachte en dat hij sprak van den sindaco en
+den pastoor.
+
+Het was toch zeker iets anders en van meer beteekenis, dat zij kwam.
+
+"Wilt gij mij zeggen," vroeg zij scherp, "of het waar is, dat wij
+hier vanavond oproer krijgen?"
+
+"O, neen," antwoordde hij, "hier komt geen oproer."
+
+En hij zei dat op zulk een moedeloozen toon, dat het haar bijna
+bedroefde om zijnentwille.
+
+"Ge doet donna Elisa heel veel verdriet," barstte zij los.
+
+"En u ook, niet waar?" zei hij met lichten spot.
+
+"Ik ben de verloren zoon, ik ben Judas. Ik ben de strafengel die u
+allen drijft uit dit paradijs, waar men gras eet."
+
+Zij antwoordde:
+
+"Misschien verkiezen wij onzen toestand boven den gewelddadigen dood."
+
+"Ja zeker, het is beter te verhongeren. Daaraan is men immers gewoon."
+
+"'t Is ook niet zoo aangenaam door bandieten vermoord te worden."
+
+"Maar wat ter wereld wil men met bandieten, als men zich niet door
+hen wil laten vermoorden?"
+
+"Ja, ik weet wel," zei zij steeds heftiger, "dat gij wilt dat alle
+rijken gedood zullen worden."
+
+Hij antwoordde haar niet dadelijk, maar beet zich op de lippen om
+zich niet te overijlen.
+
+"Laat mij eens met u spreken, donna Micaela," zei hij ten slotte. "Laat
+mij het u eens verklaren."
+
+En hij trok zijn gelaat in een plooi van geduld, en verklaarde haar
+het socialisme, zoo duidelijk en eenvoudig, dat een kind het had
+kunnen begrijpen.
+
+Doch het was er verre van, dat zij hem kon volgen. Misschien had zij
+het wel gekund, maar zij wilde niet. Zij wilde juist nu niet hooren
+spreken over het socialisme.
+
+'t Was haar zoo vreemd geweest, toen zij hem nu weer zag. De grond was
+begonnen te trillen onder haar voeten en een heerlijk en gelukzalig
+gevoel had haar doorstroomd en haar geheel vervuld.
+
+"Mijn God, daar is hij dien ik lief heb," zei zij tot zich zelf. "Hij
+is het werkelijk."
+
+Voordat zij hem gezien had, wist zij heel goed wat zij tot hem zou
+zeggen. Zij zou hem teruggebracht hebben tot het geloof zijner jeugd.
+
+Zij zou hem bewezen hebben, dat deze nieuwe leer afschuwelijk en
+gevaarlijk was. Maar toen kwam de liefde en die maakte haar dom
+en verward.
+
+Zij kon hem niets antwoorden. Zij was slechts verbaasd, dat hij zoo
+spreken kon.
+
+En zij vond hem nog veel schooner dan vroeger. Nooit tevoren was
+zij zoo verward geweest, als zij hem zag. Nooit had hij zulk een
+indruk op haar gemaakt. Of kwam het, omdat hij nu een vrije sterke
+man was geworden? Zij werd bang, toen zij voelde hoeveel macht hij
+over haar had.
+
+Zij waagde het niet hem tegen te spreken. Zij durfde niet eens spreken
+om niet in tranen uit te barsten. En indien zij gewaagd had te spreken,
+dan zou zij wel niet over politiek gesproken hebben.
+
+Zij zou hem verteld hebben, wat zij gedacht had op den dag, dat de
+klokken luidden. Of zij zou hem gesmeekt hebben zijn hand te mogen
+kussen. Zij zou hem hebben willen zeggen hoe zij van hem gedroomd
+had. Zij zou hem gezegd hebben, dat indien zij hem niet had bezeten
+om van te droomen, zij het leven niet uitgehouden had.
+
+Zij zou hem verzocht hebben zijn hand te mogen kussen uit dankbaarheid,
+omdat hij haar het leven geschonken had in al deze jaren.
+
+Indien er geen oproer zou komen, waarom sprak hij dan over
+socialisme? Wat ging het socialisme hun aan, die rustig zaten in
+donna Elisa's ouden tuin? Zij keek door een kronkelend tuinpad. Luca
+had houten bogen aan beide zijden geplaatst en langs deze slingerden
+zich nu guirlandes van lichte rozen, vol kleine knoppen en geurende
+bloemen. Men was altijd verwonderd, waar men zou komen als men door dit
+pad ging. En men kwam bij een kleinen, verweerden amor. De oude Luca
+verstond die zaken beter dan Gaetano. Terwijl zij daar zoo zaten, ging
+de zon onder en de Etna kleurde zich rozerood. Het was alsof de Etna
+bloosde van toorn over hetgeen in donna Elisa's tuin geschiedde. Het
+was gewoonlijk bij zonsondergang, wanneer de Etna stralend rood was,
+dat zij aan Gaetano had gedacht.
+
+Het was alsof zij beiden op hem gewacht hadden. En zij beiden hadden
+gedroomd hoe het zou zijn als Gaetano terugkwam. Zij had slechts
+gevreesd dat hij al te vurig en te onstuimig zou zijn. En nu sprak hij
+slechts over deze afschuwelijke socialisten, die zij haatte en vreesde.
+
+Hij sprak zeer lang. Zij zag hoe de Etna verbleekte en bronsachtig
+bruin werd en toen kwam de duisternis. Zij wist dat de maan zou
+schijnen. En zij zat onbeweeglijk stil en hoopte op de maneschijn. Zelf
+kon zij niets meer doen. Zij was volkomen in zijn macht. Maar toen
+de maneschijn kwam, hielp die haar ook niet. Gaetano bleef slechts
+doorspreken over kapitalisten en arbeiders.
+
+Toen meende ze dat er slechts één verklaring voor te vinden was. Hij
+had haar niet meer lief.
+
+Plotseling viel haar iets in. Het was acht dagen geleden, dezelfde
+dag, dat Gaetano thuis kwam. Toen was zij in Giannita's kamer gekomen,
+maar zij had zoo zacht geloopen, dat Giannita haar niet had gehoord.
+
+Zij had Giannita toen als in vervoering met uitgestrekte armen en
+naar boven gewend gelaat zien staan. En in haar handen hield zij een
+portret. Nu eens bracht zij het aan haar lippen en kuste het, dan
+weer hief zij het boven haar hoofd om er in verrukking naar op te zien.
+
+'t Was een portret van Gaetano geweest.
+
+Toen donna Micaela dit had gezien, had zij zich zacht teruggetrokken,
+gelijk zij gekomen was. En zij had slechts gedacht, dat het jammer
+was voor Giannita, dat zij Gaetano liefhad. Maar nu Gaetano slechts
+sprak over het socialisme, moest zij daaraan denken.
+
+Nu begon zij te gelooven, dat Gaetano ook Giannita liefhad. Zij
+herinnerde zich, dat zij vrienden der jeugd waren. Misschien had hij
+haar reeds lang liefgehad, misschien was hij teruggekomen om met haar
+te trouwen.
+
+Donna Micaela kon niets zeggen, zij had geen recht zich te
+beklagen. Het was nauwlijks een maand geleden sedert zij Gaetano
+geschreven had, dat het niet goed was dat hij haar liefhad.
+
+Hij boog zich nu tot haar over, keek haar in de oogen, en dwong haar
+eindelijk te luisteren, naar wat hij zei.
+
+"Ge zult begrijpen, donna Micaela, ge moet het begrijpen. Wat wij hier
+in het Zuiden noodig hebben, is een wedergeboorte, een herschepping,
+zooals het Christendom was in zijn tijd. Naar boven de slaven, naar
+beneden de heeren! Een ploeg, die nieuwe aardlagen opwerpt! Wij moeten
+in nieuwe aarde zaaien, de oude grond is uitgeput. De oude aardlaag
+draagt slechts zwakke, ellendige planten. Laat de grondaarde voor
+den dag komen en ge zult iets geheel anders zien!
+
+"Zie, donna Micaela, hoe komt het dat het socialisme nog leeft, dat het
+niet vernietigd is? Omdat het met een nieuwe leuze gekomen is. "Denk
+aan de aarde", zegt het, evenals het Christendom met de leuze kwam:
+
+--"Denk aan den hemel."
+
+"Zie om u heen! Zie naar de aarde, is die niet alles wat wij
+bezitten? Laat ons dan het leven hier zóó inrichten dat wij gelukkig
+worden. Waarom, o waarom heeft men vroeger niet zoo gedacht? Omdat
+wij ons te veel bezighielden met het leven hiernamaals. Laat ons
+verlost zijn van dat hiernamaals.
+
+"De aarde, de aarde, donna Micaela! Ach, wij socialisten, wij hebben
+haar lief. Wij aanbidden de heilige aarde, die arme, verachte moeder,
+die rouw draagt, omdat haar kinderen naar den hemel willen opstijgen.
+
+"Geloof mij, donna Micaela," zei hij, "de nieuwe leer zal in zeven
+jaren verspreid zijn. Als de nieuwe eeuw aanbreekt, zal zij over
+de geheele aarde heerschen. Dan zullen de martelaars hun bloed voor
+haar geofferd hebben, dan zullen de apostelen gesproken hebben, dan
+zal schare na schare tot haar overgegaan zijn. Wij, de echte zonen
+der aarde, zullen de overwinnaars zijn. En zij zal zich in al haar
+schoonheid aan onze blikken vertoonen. Zij zal ons genot, gezondheid,
+kennis en schoonheid geven."
+
+Gaetano's stem begon te trillen, en tranen kwamen in zijn oogen. Hij
+ging naar den rand van het terras en strekte de armen uit als wilde
+hij de door de maan beschenen aarde omvatten.
+
+"Gij zijt zoo verblindend schoon," zei hij, "zoo verblindend schoon."
+
+En donna Micaela meende gedurende een oogenblik zijn smart mee te
+gevoelen over de verschrikking, die verborgen was onder dit uiterlijk
+omhulsel van schoonheid. Zij zag het leven met al zijn ellende en
+lijden, gelijk een modderige beek vol verpestende onreinheden, zich
+slingeren door die schitterende wereld van schoonheid.
+
+"En niemand kan van u genieten," zei Gaetano, "niemand kan
+het wagen van u te genieten. Ge zijt ongetemd en vol nukken en
+boosaardigheid. Gij zijt de onzekerheid en het toeval, gij zijt
+het berouw en de kwelling, gij zijt de zonde en de schande, gij
+zijt het dwangbuis, dat wij willen verbreken, gij zijt alles wat de
+verschrikking vormt, omdat de menschen u niet beter hebben willen
+maken."
+
+"Maar uw dag zal komen," zei hij jubelend. "Eens zullen ze allen met
+liefde tot u komen. Ze zullen zich niet aan een droom vastklampen,
+die niets geeft, noch iets vermag."
+
+Zij viel hem plotseling in de rede.
+
+Zij begon hem al meer en meer te vreezen.
+
+"Het is dus waar, dat het u niet goed gegaan is in Engeland?"
+
+"Wat meent ge?"
+
+"Men zegt dat de groote meester, tot wien miss Tottenham u zond,
+gezegd heeft, dat gij-- -- --"
+
+"Wat heeft hij gezegd?"
+
+"Dat gij en uw beelden in Diamante pasten, maar nergens anders."
+
+"Wie zegt dat?"
+
+"Men gelooft dat, omdat gij zoo veranderd zijt."
+
+"Omdat ik nu socialist ben?"
+
+"Waarom zoudt ge dat zijn, indien het u goed ging?"
+
+"O, waarom....? Ge weet dus niet," vervolgde hij lachend, "dat mijn
+meester in Engeland zelf een socialist is. Ge weet niet dat hij mij
+zelf deze leer verkondigd heeft-- -- --"
+
+Hij zweeg plotseling en vervolgde de woordenwisseling niet. Hij ging
+naar de bank waar hij gezeten had toen zij kwam en nam het beeld. Dat
+reikte hij donna Micaela.
+
+'t Was als wilde hij zeggen: "Zie nu zelf of gij gelijk hebt."
+
+Zij hield het in den maneschijn. Het was een Mater Dolorosa van zwart
+marmer. Dat kon zij duidelijk zien. Zij kon het ook herkennen. Het
+beeld droeg haar eigen gelaatstrekken. Een oogenblik bracht dit haar in
+verrukking. In het volgende werd zij door ontzetting aangegrepen. Hij
+een socialist, hij, die niet geloofde, waagde het een Madonna te
+scheppen! En hij had het beeld haar trekken gegeven. Hij sleepte haar
+mede in zijn zonde!
+
+"Ik heb dit beeld voor u gemaakt, donna Micaela," zei hij.
+
+O, indien het beeld van haar was! Zij wierp het over de balustrade. Het
+stiet tegen den steilen bergwand, viel al dieper, rukte steenen
+los en sloeg zich zelf te pletter. Eindelijk hoorde men het in den
+Simeto neerploffen.
+
+"Met welk recht schept gij Madonna's?" vroeg zij Gaetano.
+
+Hij stond zwijgend. Zóó had hij donna Micaela nog nooit te voren
+gezien.
+
+In hetzelfde oogenblik dat zij tegen hem streed, was zij groot en
+statig geworden. De schoonheid, die bij haar altijd kwam en ging
+als een onrustige gast, troonde nu op haar gelaat. Zij zag er koud
+en ongenaakbaar uit, een vrouw, verleidelijk om te overtuigen en
+te winnen.
+
+"Gij gelooft dus nog aan God, daar ge Madonna's beitelt?" vroeg zij.
+
+Hij haalde heftig adem. Nu was het alsof hij verlamd was. Hij was zelf
+een geloovige geweest. Hij wist hoe diep hij haar gegriefd had. Hij
+zag dat hij haar liefde verspeeld had. Hij had een vreeselijke,
+ondempbare kloof tusschen hen gelegd.
+
+Hij moest spreken, moest haar winnen voor zijn overtuiging.
+
+Hij begon te spreken, maar zwak en stamelend.
+
+Ze luisterde stil. Toen viel zij hem medelijdend in de rede.
+
+"Hoe zijt ge zoo geworden?"
+
+"Ik dacht aan Sicilië," zei hij ontwijkend.
+
+"Gij dacht aan Sicilië," herhaalde zij nadenkend.
+
+"En waarom kwaamt gij thuis?"
+
+"Ik kwam terug om een oproer te verwekken."
+
+'t Was alsof ze over een ziekte spraken, een verkoudheid, die hij
+zich op den hals gehaald had, waarvan hij na een paar dagen genezen
+zou zijn.
+
+"Ge kwaamt dus thuis om ons in het verderf te storten," zei ze streng.
+
+"Zooals gij wilt, zooals gij wilt," zei hij ootmoedig.
+
+"Gij kunt het immers zoo noemen. Zooals het nu loopt, hebt ge zeker
+gelijk het zoo te noemen. O, indien men mij geen onjuiste mededeelingen
+gedaan had, zoodat ik niet een week te laat was gekomen! Is het niet
+juist iets voor ons Sicilianen om ons door de regeering te laten
+verhinderen in onze plannen?
+
+"Toen ik hier kwam waren alle leiders reeds gearresteerd en het eiland
+bezet door veertigduizend man. Alles is voorbij!"
+
+Het klonk zoo droevig leeg, toen hij zei: "alles is voorbij." En
+om der wille van dit plan, dat tot niets werd, had hij zijn geluk
+verspeeld. Zijn beginselen en principes schenen hem nu louter
+spinnewebben, waarin hij gevangen was geweest. Hij wilde zich losrukken
+om haar te naderen. Zij was het eenige dat hij bezat. Zoo had hij
+het ook vroeger gevoeld. En nu kwam dat gevoel terug. Zij was zijn
+eenige schat in de wereld.
+
+"Ze strijden vandaag in Paterno."
+
+"Dat is slechts een twist bij de stadspoort," zei hij. "Dat beteekent
+niets. Indien ik slechts den geheelen Etna had kunnen aansteken, den
+geheelen stedenkrans rondom den berg. Dan zou men ons begrepen hebben,
+dan zou men naar ons geluisterd hebben. Nu schiet men slechts enkele
+boeren dood om eenige honderden hongerige monden minder te hebben. Men
+scheldt ons niets kwijt."
+
+Hij rukte aan zijn spinneweb. Kon hij het wagen tot haar te gaan,
+haar te zeggen, dat dit alles hem onverschillig was? Hij behoefde
+immers niet aan politiek te denken, hij was toch kunstenaar, hij was
+vrij en hij wilde haar bezitten.
+
+Op dit oogenblik was het alsof de lucht beefde.
+
+Een schot dreunde door den nacht, toen nog één en nog één.
+
+Zij naderde hem en greep hem bij den pols.
+
+"Is dit het oproer?" vroeg zij.
+
+Schot op schot dreunde door de lucht. Toen hoorde men geschreeuw en
+geroep van menschen, die door de straten stormden.
+
+"Het is het oproer! het moet het oproer zijn!"
+
+"Leve het socialisme!"
+
+Jubelend kwam het geloof aan zijn zaak weer terug. Haar zou hij ook
+daarvoor winnen. Vrouwen hadden nog nooit geweigerd den overwinnaar
+te behooren.
+
+Ze haastten zich beiden zonder een woord te spreken naar de
+tuinpoort. Daar begon Gaetano te vloeken en te roepen, hij kon er
+niet uitkomen. Er was geen sleutel in het slot. Hij was opgesloten.
+
+Hij keek rond. Aan drie zijden waren er hooge muren en aan de vierde
+gaapte de afgrond. Er bestond geen uitweg voor hem. Maar van de straat
+klonk een vreeselijk tumult; menschen, die schreeuwden en riepen,
+en schoten die dreunden. En men hoorde hen brullen: Leve de vrijheid,
+leve het socialisme!
+
+Gaetano wierp zich tegen de poort, en ook hij brulde bijna, hij was
+gevangen, hij kon er niet bij zijn.
+
+Donna Micaela volgde hem zoo vlug zij slechts kon. Nu zij hem had
+hooren spreken, dacht zij er niet meer aan, hem terug te houden.
+
+"Wacht slechts, wacht slechts," riep zij. "Ik ben het, die den sleutel
+uit het slot heb genomen."
+
+"Gij, gij?" zei hij.
+
+"Ja, ik nam hem er uit, toen ik kwam. Het viel mij in, dat ik u
+hier opgesloten kon houden, indien gij oproer wildet maken. Ik wilde
+u redden."
+
+"Welk een dwaasheid!" zei hij en rukte haar den sleutel uit de hand.
+
+Terwijl hij naar het sleutelgat zocht, had hij nog tijd iets te zeggen.
+
+"Waarom wilt gij mij nu niet meer redden?"
+
+Zij gaf geen antwoord.
+
+"Misschien opdat uw God gelegenheid zal hebben mij in het verderf
+te storten?"
+
+Zij zweeg nog steeds.
+
+"Waagt gij het niet mij voor Zijn toorn te beschutten?"
+
+"Neen, dat waag ik niet," zei ze zacht.
+
+"Gij geloovigen zijt vreeselijk," zei hij.
+
+Hij voelde dat zij hem losliet. Het trof hem diep en het ontnam hem
+den moed, dat zij geen enkele poging deed om hem tegen te houden.
+
+Hij draaide den sleutel heen en weer zonder het slot te kunnen openen,
+verlamd doordat zij daar zoo bleek en koud achter hem stond.
+
+Toen voelde hij plotseling haar armen om zijn hals en haar lippen,
+die de zijne zochten.
+
+In hetzelfde oogenblik vloog de poort open en ijlde hij weg. Hij
+wilde haar kussen niet, die hem slechts aan den dood wijdden. In
+haar oud geloof scheen zij hem huiveringwekkend als een lijk. Als
+een vluchteling snelde hij heen.
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+HET FEEST VAN SAN SEBASTIAAN.
+
+
+Toen Gaetano weg was, stond donna Micaela nog langen tijd in donna
+Elisa's tuin. Zij stond daar als versteend en kon voelen noch denken.
+
+Toen ontwaakte de gedachte plotseling in haar, dat zij en Gaetano
+niet alleen op de wereld bestonden. Zij dacht aan haar zieken vader,
+dien zij gedurende zoo vele uren geheel vergeten had.
+
+Ze ging door de poort naar de corso, die eenzaam en verlaten lag. De
+schoten en het geschreeuw klonken zeer ver weg en zij zei tot zichzelf,
+dat er zeker bij de Porta Etnea gestreden werd.
+
+Heldere maneschijn gleed over den gevel van het zomerpaleis en het
+verbaasde haar, dat op dezen tijd en in dezen nacht de balkondeuren
+wijd openstonden en dat de vensterluiken niet gesloten waren. En nog
+meer was zij verbaasd dat de poort openstond en de winkeldeur ook
+niet gesloten was.
+
+Toen zij door het poortgewelf ging, zag zij daar den ouden poortwachter
+Piero niet. De lantaarn was niet opgestoken en geen mensch was er te
+zien op den binnenhof.
+
+Ze ging de trap op naar de galerij, haar voet stiet tegen iets
+hards. Het was een kleine bronzen vaas, die anders in de muziekzaal
+stond. Een paar schreden verder vond zij een mes.
+
+Het was een scherp geslepen mes gelijk een dolk. Toen zij het opnam,
+vielen een paar donkere druppels van de punt. Zij begreep dat het
+bloed moest zijn.
+
+En eveneens begreep zij, dat hetgeen zij den ganschen herfst gevreesd
+had, nu geschied was. Bandieten waren in het zomerpaleis gedrongen
+om het te plunderen.
+
+En allen, die vluchten konden, waren gevlucht, maar haar vader,
+die zijn bed niet kon verlaten, zou nu zeker vermoord zijn.
+
+Ze kon onmogelijk weten of de roovers nog in haar huis waren. Maar
+nu zij midden in het grootste gevaar was, verdween haar angst en
+zij haastte zich verder zonder er aan te denken, dat zij alleen en
+weerloos was.
+
+Zij ging door de galerij en kwam in de muziekzaal. Daar vielen breede
+strepen maanlicht over den vloer en midden in een dezer strepen lag
+een mensch onbeweeglijk uitgestrekt.
+
+Donna Micaela boog zich over dit onbeweeglijke lichaam.
+
+Het was Giannita. Zij was vermoord, zij had een diepe gapende wonde
+aan den hals.
+
+Donna Micaela legde het lichaam terecht, kruiste haar de handen over
+de borst en sloot haar de oogen.
+
+Zij kreeg bloed aan haar handen en toen zij dit lauwe kleverige bloed
+voelde, begon zij te schreien.
+
+"Ach mijn goede, beminde zuster," zei zij luide, "het is uw jong
+leven dat weggevloeid is met dit bloed. Gedurende uw gansche leven
+hebt ge mij liefgehad en nu hebt ge uw bloed geofferd, om mijn huis
+te beschermen. Is het tot straf voor mijn hardheid, dat God u van
+mij heeft genomen?
+
+"Is het omdat ik u niet gunde dengene te beminnen, dien ik
+liefhad? Zijt gij daarom van mij gegaan?
+
+"Ach zuster, zuster, kondt gij mij niet minder hard straffen?"
+
+Zij boog zich voorover en kuste de doode op het voorhoofd. "Ge gelooft
+het niet," zei zij. "Ge weet dat ik u altijd trouw ben geweest. Ge
+weet dat ik u heb liefgehad."
+
+Toen herinnerde zij zich dat de doode nu niet meer op de aarde
+vertoefde en zij niet meer behoefte had aan betuigingen van vriendschap
+en berouw.
+
+En zij deed een paar gebeden bij het lijk, omdat het eenige, dat zij
+voor haar zuster doen kon, was met vrome gedachten den vluchtenden
+geest op zijn tocht naar God te steunen.
+
+Daarna ging zij verder, niet meer bevreesd voor iets, dat haar zelf
+kon treffen, maar in een onbeschrijflijken angst voor hetgeen haar
+vader wedervaren was.
+
+Toen zij eindelijk door de lange zalen in de praalwoning kwam, en
+vóór de deur stond van de ziekenkamer, zochten haar handen lang naar
+het slot en toen zij het gevonden had, ontbrak haar de kracht om den
+sleutel om te draaien.
+
+Toen riep haar vader van uit zijn kamer wie daar was.
+
+Nu zij zijn stem hoorde en begreep dat hij leefde, had zij het gevoel
+alsof alles in haar trilde en brak, en het vermogen verloor haar te
+dienen. Haar hart en verstand hielden tegelijk op te werken en haar
+spieren konden haar niet langer staande houden. Zij dacht nog, dat
+dit het gevolg was van de vreeselijke spanning waarin zij verkeerd
+had. En met een eigenaardig gevoel van verlichting zonk zij in een
+langdurige bezwijming.
+
+Donna Micaela ontwaakte tegen den volgenden morgen uit haar
+onmacht. Toen was er veel voorgevallen.
+
+De bedienden waren te voorschijn gekomen uit hun schuilplaatsen en
+hadden donna Elisa gewaarschuwd. Zij had het beheer over het verlaten
+paleis genomen, en om de politie gezonden, zij had de witte broeders
+laten komen. En dezen hadden het lijk van Giannita gedragen naar haar
+moeders huis.
+
+Toen donna Micaela ontwaakte, lag ze op een sofa in een vertrek naast
+haar vaders kamer. Niemand was bij haar, maar daarbinnen hoorde zij
+donna Elisa spreken.
+
+"Mijn zoon en mijn dochter," zei donna Elisa snikkend. "Ik heb mijn
+zoon zoowel als mijn dochter verloren."
+
+Donna Micaela trachtte zich op te richten, maar zij kon niet. Haar
+lichaam lag nog in een verstijving, hoewel haar ziel reeds ontwaakt
+was.
+
+"Cavaliere, cavaliere," zei donna Elisa "kunt gij het
+begrijpen? Bandieten van den Etna sluipen in de stad, zij schieten
+op het tolkantoor en roepen: "Leve het socialisme!" En dat doen zij
+slechts om de menschen van de straat te jagen en de karabiniers te
+lokken bij de Porta Etnea. Geen enkele man van Diamante was er bij. Het
+zijn bandieten, die dit plan slechts beraamd hebben om te plunderen
+bij miss Tottenham en bij donna Micaela, bij twee vrouwen, cavaliere!
+
+"Wat moeten die heeren officieren, die in den krijgsraad zitten,
+toch gedacht hebben? Geloofden zij dat Gaetano samenspande met de
+bandieten? Zagen zij dan niet dat hij een edelman was, een echte
+Alagona, een kunstenaar? Hoe hebben ze hem kunnen veroordeelen?"
+
+Donna Micaela luisterde met ontzetting, maar zij trachtte zich in te
+spreken, dat zij nog droomde.
+
+Ze hoorde opnieuw hoe Gaetano haar vroeg of zij hem aan God offerde. En
+weer meende zij te antwoorden, dat zij dat deed. Nu droomde zij hoe
+het zou zijn, indien hij werkelijk gevangen was genomen.
+
+"Wat is dit toch voor een ongeluksnacht?" zei donna Elisa. "Wat is
+het toch, dat in de lucht zweeft en de menschen verward en waanzinnig
+maakt?
+
+"Ge kent Gaetano, cavaliere. Hij is immers altijd heftig en vurig
+geweest, maar hij was toch niet zonder verstand, hij kon zich toch
+altijd wel beheerschen. Maar hedennacht werpt hij zich den vijand in
+de armen.
+
+"Gij weet, dat hij oproer wilde maken, ge weet dat hij thuis was
+gekomen om oproer te verwekken. Toen hij nu hoort dat er geschoten
+wordt en dat men roept "Leve het socialisme" wordt hij wild en
+woest. Hij zegt tot zich zelf, dat dit het oproer is, en hij ijlt
+de straat op om er bij te zijn. En hij roept den ganschen tijd:
+"Leve het socialisme", zoo hard hij slechts kan.
+
+"En toen ontmoet hij een groote menige soldaten, een gansch leger. Want
+zij waren op weg naar Paterno maar hoorden het schieten in Diamante en
+trokken hier binnen om te zien wat er gaande was. En Gaetano kan geen
+soldatenmuts meer herkennen, hij gelooft dat het de oproerlingen zijn,
+hij meent in hen gezanten des hemels te zien, en hij stort zich in
+hun midden en laat zich zoo gevangennemen. En de soldaten, die even
+tevoren alle bandieten hadden opgevangen, terwijl zij met hun buit
+wegslopen, leggen nu ook de hand op Gaetano. En zij gaan verder door de
+stad en vinden alles rustig. Maar vóórdat zij wegtrekken, houden zij
+krijgsraad over hun gevangenen. En zij veroordeelen Gaetano tegelijk
+met de anderen, veroordeelen hem evenals hen, die inbraak gepleegd
+en vrouwen vermoord hebben.
+
+"Hadden zij hun verstand niet verloren, cavaliere?"
+
+Donna Micaela kon niet hooren wat haar vader antwoordde. Zij zelf
+wilde duizend vragen stellen, maar zij was nog verstijfd en kon zich
+niet verroeren. Zij zou willen weten of Gaetano doodgeschoten was.
+
+"Wat bedoelden zij met hem te veroordeelen tot negen en twintig jaar
+gevangenisstraf?" vroeg donna Elisa.
+
+"Gelooven zij dat hij of iemand, die hem liefheeft zoo lang kan leven?
+
+"Hij is dood, cavaliere, dood voor mij, evenals Giannita."
+
+Donna Micaela had een gevoel alsof zij gebonden was met sterke ketenen,
+opdat zij niet zou kunnen ontvluchten. Dit was erger, vond zij,
+dan aan een schandpaal gebonden te zijn en gegeeseld te worden.
+
+"'t Is al de vreugde van mijn ouderdom, die nu van mij is genomen,"
+klaagde donna Elisa.
+
+"Giannita en Gaetano! Ik had altijd gedacht, dat deze twee nog eens
+een paar zouden worden. Zij zouden zoo goed bij elkaar gepast hebben,
+omdat beiden mijn kinderen waren en mij liefhadden. Waarvoor zal ik
+nu leven, nu ik niet langer jeugd om mij heen heb?
+
+"Ik had het dikwijls zeer arm, toen Gaetano bij mij kwam en men zeide
+mij, dat ik minder zorg zou hebben, indien ik alleen was. Maar ik
+antwoordde: "Daar geef ik niets om, indien ik slechts jeugd om mij
+heen heb." En ik hoopte, dat hij, als hij volwassen zou zijn, een
+jonge vrouw zou nemen en zij zouden kleine kinderen krijgen en ik
+zou nooit eenzaam behoeven te zitten als een onnut oud mensch."
+
+Donna Micaela moest er aan denken, dat zij Gaetano had kunnen redden,
+maar niet had gewild. Maar waarom had zij toch niet gewild? Dat
+scheen haar nu onbegrijpelijk. Zij begon bij zich zelf al de redenen
+op te sommen, die zij gehad had om hem zich in het verderf te
+laten storten. Hij was een godloochenaar en socialist en hij wilde
+oproer maken. En dit had opgewogen tegen al het andere, toen zij de
+tuinpoort voor hem opende. Deze redenen hadden ook opgewogen tegen
+haar liefde. Nu begreep zij dat niet. Het was alsof een schaal vol
+veeren had kunnen opwegen tegen een schaal vol goud.
+
+"Mijn mooie jongen," klaagde donna Elisa, "mijn mooie jongen. Hij was
+reeds een groot man daarginds in Engeland, en hij kwam thuis om ons
+arme Sicilianen te helpen. En nu hebben zij hem veroordeeld als een
+bandiet. Men zegt dat zij op het punt stonden hem dood te schieten,
+evenals zij dat de anderen gedaan hebben.
+
+"Misschien was het beter geweest, cavaliere. 't Ware beter hem op
+het kerkhof te weten, dan dat hij in de gevangenis versmacht. Hoe
+zal hij dat lijden kunnen dragen? Hij zal het niet kunnen uithouden,
+hij zal ziek worden, en spoedig sterven."
+
+Toen zij dit zei, rukte donna Micaela zich los uit haar verdooving en
+richtte zich op van de sofa. Zij wankelde door de kamer en kwam bij
+haar vader en donna Elisa, even doodsbleek als de vermoorde Giannita.
+
+Zij was zoo zwak, dat zij het niet waagde te loopen, maar bij de deur
+bleef staan en tegen den deurpost leunde.
+
+"Hier ben ik," zei zij, "donna Elisa, hier ben ik-- -- --"
+
+De woorden wilden niet over haar lippen komen. Zij wrong de handen
+in vertwijfeling, omdat zij niet kon spreken.
+
+Donna Elisa was oogenblikkelijk bij haar. Zij legde haar arm om donna
+Micaela's middel om haar te steunen, zonder zich er om te bekommeren
+dat donna Micaela haar trachtte af te weren.
+
+"Gij moet mij vergeven, donna Elisa," zei zij met nauwelijks hoorbare
+stem. "Ik heb het gedaan."
+
+Donna Elisa lette niet veel op hetgeen zij zeide. Zij zag dat donna
+Micaela koorts had en geloofde dat zij ijlde.
+
+Haar lippen bewogen zich, en men zag dat zij iets wilde zeggen, maar
+men hoorde slechts enkele woorden. 't Was onmogelijk te begrijpen
+wat zij meende.
+
+"Tegen hem, zooals tegen mijn vader," zei zij herhaaldelijk. En toen
+riep zij, dat zij allen, die haar liefhadden, in het verderf stortte.
+
+Donna Elisa had haar naar een stoel geleid en daar zat donna Micaela en
+kuste donna Elisa's oude rimpelige handen, en vroeg haar om vergeving
+voor hetgeen zij gedaan had.
+
+"Ja, zeker! Ja, zeker! donna Elisa vergaf het haar." Donna Micaela
+zag haar scherp aan met groote koortsachtige oogen en vroeg of het
+waar was.
+
+"Ja, zeker is het waar."
+
+Toen legde zij haar hoofd op donna Elisa's schouder en snikte. Zij
+dankte haar en zei dat zij niet had kunnen leven, indien zij donna
+Elisa's vergiffenis niet ontving. Tegen niemand had zij zoo gezondigd
+als tegen haar. Kon zij haar vergeven?
+
+"Ja, ja," zei donna Elisa keer op keer en zij geloofde dat donna
+Micaela ijlde, tengevolge van schrik en koorts.
+
+"Er is iets dat ik u moet zeggen," zei donna Micaela. "Ik weet het,
+maar gij weet het niet. Gij vergeeft mij nooit, indien ge het weet."
+
+"Ja zeker vergeef ik het u," zei donna Elisa.
+
+Op deze wijze spraken zij lang, zonder elkaar te begrijpen, maar
+het was goed voor de oude donna Elisa, dat ze dien nacht iemand
+kon koesteren en troosten en versterkende kruiden en droppels kon
+geven. Het was goed voor haar, dat er nog iemand was, die het hoofd
+tegen haar schouder legde en weende over haar verdriet.
+
+
+
+Donna Micaela, die gedurende drie jaar Gaetano had liefgehad, zonder
+ooit te denken, dat zij elkaar eens zouden toebehooren, had zich aan
+een eigenaardige soort liefde gewend. 't Was haar genoeg te weten,
+dat Gaetano haar liefhad. Als zij daaraan dacht, doorstroomde haar
+een heerlijk gevoel van veiligheid en geluk.
+
+"Wat doet het er toe?" zei zij als zij tegenspoed ondervond. "Gaetano
+heeft mij lief!" Hij was haar altijd nabij om haar op te beuren. Hij
+was een deel van al haar gedachten en plannen. Hij was de ziel van
+het leven zelve voor haar.
+
+Zoo spoedig donna Micaela zijn adres wist, schreef zij hem. Ze bekende
+hem, dat zij de vaste overtuiging had gehad, dat hij zijn ongeluk
+tegemoet ging. Maar zij was zoo bevreesd geweest voor hetgeen hij
+nog in de toekomst zou verrichten, dat zij het niet gewaagd had hem
+te redden. Zij schreef ook hoezeer zij zijn leer verafschuwde. Zij
+verborg niets voor hem. Zij zeide, dat zelfs indien hij vrij was,
+zij nooit de zijne kon worden.
+
+Zij vreesde hem. Hij had zulk een macht over haar dat indien zij
+vereenigd waren, hij haar tot een godloochenaarster en socialiste
+zou maken. Zij moest altijd van hem gescheiden leven, om haar ziel
+te kunnen redden.
+
+Maar zij bad en smeekte hem, dat hij trots alles niet zou ophouden
+haar lief te hebben.
+
+Hij mocht niet doen gelijk haar vader. 't Was waarschijnlijk, dat ook
+hij haar nu uit zijn hart bande, maar dat mocht hij niet doen. Hij
+moest barmhartig zijn. Indien hij wist hoe lief zij hem had, indien
+hij wist hoe zij van hem droomde!
+
+En zij bekende hem, dat hij het leven zelf voor haar was. "Moet ik
+sterven, Gaetano?" vroeg zij.
+
+"Is het dan niet reeds ongelukkig genoeg, dat deze leer ons scheidt? Is
+mijn ongeluk niet reeds groot genoeg, nu men u in de gevangenis
+gevoerd heeft? Zult gij nu ook nog ophouden mij lief te hebben,
+omdat wij niet gelijk denken? Och, Gaetano, heb mij toch lief. Onze
+liefde leidt tot niets, er is geen hoop voor ons, maar heb mij lief,
+ik sterf als ge mij niet lief hebt."
+
+Donna Micaela had nauwelijks dezen brief verzonden, of zij begon reeds
+op het antwoord te wachten. Zij geloofde, dat zij een brief vol toorn
+terug zou krijgen, maar zij hoopte, dat zij een enkel woord daarin
+zou vinden, dat haar bewees, dat hij haar nog liefhad.
+
+Maar zij wachtte verscheidene weken zonder een brief van Gaetano
+te ontvangen.
+
+'t Baatte haar niets, dat zij iederen dag buiten op de galerij den
+postbode opwachtte, en hem bijna bedroefd maakte, omdat hij altijd
+genoodzaakt was te zeggen, dat hij niets voor haar had.
+
+Een dag ging zij zelf naar het postkantoor en verzocht met smeekende
+oogen, dat men haar toch den brief zou geven, dien zij verwachtte. "Die
+moest er toch zijn," zei zij. Misschien hadden zij het adres niet
+kunnen lezen, misschien was hij in een verkeerd vak gekomen.
+
+En haar mooie smeekende oogen bewogen den postmeester, zoodat zij
+mocht zoeken tusschen hoopen oude, onafgehaalde brieven en alle laden
+van het postkantoor mocht nazien. Maar dat alles baatte niets.
+
+Toen schreef zij een tweeden brief aan Gaetano, maar er kwam geen
+antwoord.
+
+Nu trachtte zij te gelooven, wat haar onmogelijk scheen. Zij beproefde
+zich zelf te overtuigen, dat Gaetano haar niet meer liefhad.
+
+En naarmate deze overtuiging vaster vorm aannam, begon zij zich op
+te sluiten in haar kamer. Zij werd bang voor de menschen en was het
+liefst alleen.
+
+Dag aan dag werd zij zwakker. Zij liep gebogen en zelfs haar schoone
+oogen schenen allen glans en leven verloren te hebben.
+
+Na eenige weken was zij zoo verzwakt, dat zij niet meer kon staan, maar
+den geheelen dag op de sofa moest liggen. Ze was een gemakkelijke prooi
+voor een ziekte, die haar al haar levenskracht ontnam. Zij voelde,
+dat zij den dood nabij was en zij was bevreesd te sterven. Maar zij
+kon niets doen. Een enkel geneesmiddel bestond er voor haar, maar
+dat kwam niet.
+
+Terwijl donna Micaela op deze wijze zacht uit het leven scheen te
+glijden, maakte men in Diamante toebereidselen om het feest van San
+Sebastiaan te vieren dat in het eind van Januari valt.
+
+Het was het grootste feest dat in Diamante gehouden werd, maar in de
+laatste jaren was het niet met de gewone pracht gevierd, omdat nood
+en kommer de gemoederen te veel drukten.
+
+Maar dit jaar nadat het oproer mislukt was, terwijl Sicilië nog vol
+vreemde troepen was en de geliefde helden van het volk in de gevangenis
+smachtten, stelde men voor, het feest met ouderwetschen luister
+te vieren. Want nu was het geen tijd de heiligen te verwaarloozen,
+zei men.
+
+En het vrome volk van Diamante besloot, dat het feest drie dagen zou
+duren en dat San Sebastiaan gevierd zou worden door het uitsteken
+der vlaggen, het versieren der huizen, hardrijderijen en bijbelsche
+optochten, illuminaties en een wedstrijd van zangers. En met grooten
+lust en ijver toog men aan het werk. In ieder huis werd er geboend
+en gewreven. Men haalde de oude processiekleederen te voorschijn en
+men bereidde zich tot de ontvangst van vreemden van den geheelen Etna.
+
+Het eenige huis in Diamante, waar geen toebereidselen gemaakt werden,
+was het zomerpaleis. Donna Elisa was daarover diep bedroefd, maar ze
+kon donna Micaela niet bewegen het zomerpaleis te versieren.
+
+"Hoe kunt gij verlangen, dat ik een huis van rouw met bloemen en
+groen zal versieren?" zei zij. "De rozen zullen haar bladeren laten
+vallen, indien ik ze wilde gebruiken om de rampen te bedekken, die
+dit huis vervullen."
+
+Maar donna Elisa dacht aan niets anders dan aan het feest en verwachtte
+veel goeds van het vieren der heiligen, gelijk in vroegere dagen. Zij
+sprak over niets anders dan hoe de priesters den gevel der domkerk
+op oud-Siciliaansche wijze lieten versieren met zilveren bloemen
+en spiegels. En zij beschreef den feestrit. Zooveel ruiters zouden
+daaraan meedoen, en zulke hooge pluimen zouden zij op den hoed dragen,
+en zij zouden lange, met bloemslingers omwonden stokken, waarop een
+waskaars prijkte, in de hand houden.
+
+Toen de feestdag aanbrak, was donna Elisa's huis het mooist van
+alle versierd, Italië's groen-rood-witte vlag wapperde van het dak,
+en roode kleeden met gouden franje en het naamcijfer van den heilige
+waren over de vensterkozijnen en balkonhekken gespreid.
+
+Maar langs den muur slingerden zich guirlandes van steeneik, gevormd
+tot bogen en sterren, en rondom de ramen waren kransen gevlochten
+van de kleine witte rozen uit donna Elisa's tuin.
+
+Boven den ingang stond het beeld van San Sebastiaan, omlijst door
+leliën, en op den drempel lagen cypressetakken. En ware men het huis
+binnengetreden, dan zou men gezien hebben, dat het van binnen even
+heerlijk versierd was als van buiten. Van den kelder tot den zolder
+was het schoongemaakt en met bloemen getooid en op de planken in den
+winkel stond nog niet zoo'n klein en nietig heiligenbeeldje of het
+had een immortel of een bellis in de hand.
+
+En evenals bij donna Elisa, had men in het arme Diamante straat
+aan straat versierd. Er was zoo'n gewapper van vlaggen, dat men
+moest denken aan het waschgoed, dat van den grond tot den hemel
+in de steeg hing, waar het huis van den kleinen Moor stond. Alle
+huizen en eerepoorten droegen vlaggen en dwars over de straat waren
+touwen gespannen, waaraan wimpel naast wimpel waaide. En bij elke
+tien schreden had men eerepoorten opgericht. En boven op iedere
+eerepoort stond het beeld van den heilige, omlijst door kransen van
+gele immortellen. De balkons waren bekleed met roode doeken en bonte
+tafelkleeden, en langs de muren slingerden zich stijve guirlandes.
+
+Er was zooveel groen en bloemen, dat niemand begrijpen kon hoe men
+die bijeen had kunnen krijgen in Januari. Alles was met bloemen
+versierd. De bezemsteel droeg een krans van krokusjes en de
+poortklopper was versierd met een bouquet hyacinthen.
+
+Maar voor de ramen stonden borden met naamcijfers en inscripties van
+blauw-roode anemonen.
+
+En tusschen deze versierde huizen bruiste de menschenstroom, machtig
+als een stijgende vloed.
+
+Het waren niet alleen de inwoners van Diamante, die San Sebastiaan
+vierden. Van den ganschen Etna kwamen gele, prachtig beslagen en
+geverfde karretjes vol menschen aanrollen, getrokken door paarden
+met versierde leidsels.
+
+Zieken, bedelaars en blinde zangers waren in grooten getale
+opgekomen. En er waren heele pelgrimstochten van arme ongelukkige
+menschen, die nu na de ongelukken iemand hadden om voor te bidden.
+
+Er waren zooveel menschen bijeen, dat men verbaasd was, hoe allen
+plaats konden vinden binnen de stadsmuren. Er waren menschen op straat,
+menschen voor de ramen, menschen op de balkons.
+
+Op de hooge steenen trappen zaten menschen, en de winkels waren vol,
+de groote huisdeuren stonden wijd open en in de vestibule waren de
+stoelen in een halven cirkel geplaatst zooals in een theater. Daar
+zaten de eigenaars met hun gasten en keken naar de voorbijtrekkende
+menschenmenigte.
+
+De heele stad was vervuld van een feestelijk geruisch. Niet
+alleen lachten en spraken alle menschen, maar er waren ook nog
+positiefspelers, die op een positief, zoo groot als een orgel,
+speelden. Er waren straatzangers en er waren mannen en vrouwen,
+die Tasso declameerden met heesche, schreeuwende stemmen. Allerlei
+marktventers waren er en uit alle kerken stroomden orgeltonen. Op de
+Markt boven op den bergtop speelden stadsmuzikanten zoo luid dat men
+de muziek in geheel Diamante kon hooren.
+
+Dit vroolijk rumoer en deze bloemengeur, al dit vlaggen-gewapper in
+de lucht voor donna Micaela's venster had de macht haar op te wekken
+uit haar verdooving.
+
+Zij rees op, alsof het leven zelf om haar gezonden had.
+
+"Ik wil niet sterven," zei ze tot zich zelf. "Ik wil trachten te
+leven."
+
+Zij leunde op haar vaders arm, en ging op straat. Zij hoopte dat het
+leven daarbuiten haar zou bedwelmen, zoodat zij haar smart vergeten
+zou. "Gelukt dit mij niet," dacht zij, "kan ik geen verstrooiing
+vinden, dan moet ik sterven."
+
+Maar nu woonde er in Diamante een arme, oude beeldhouwer, die gaarne
+een paar soldi met het feest wilde verdienen. Daarom had hij een paar
+kleine lavabustes gemaakt van San Sebastiaan en van Paus Leo XIII. En
+daar hij wist dat velen in Diamante Gaetano liefhadden en treurden
+om zijn lot, maakte hij ook een paar beelden van hem.
+
+En dadelijk toen donna Micaela op straat kwam, ontmoette zij dezen
+man die haar een van zijn kleine, ellendige beeldjes te koop aanbood.
+
+"Koop don Gaetano, donna Micaela," zei de man.
+
+"Koop don Gaetano, dien de regeering gevangengenomen heeft, omdat
+hij Sicilië wilde redden."
+
+Donna Micaela drukte haar vaders arm heftig en spoedde zich verder.
+
+Maar in het café Europa stond de zoon van den waard canzones te
+zingen. Ter eere van het feest had hij eenige nieuwe liederen gedicht
+en onder andere ook een paar over Gaetano. Hij kon immers niet weten
+of de menschen niet juist van Gaetano wilden hooren.
+
+Donna Micaela ging voorbij het café, toen zij echter hoorde, dat er
+gezongen werd, bleef zij staan om te luisteren.
+
+"Ach, Gaetano Alagona," zong de jonge man. "Zangers zijn machtig. Met
+mijn liederen zal ik u vrij zingen. Eerst zend ik u de lieflijke
+canzone. Die zal glijden door de traliën van uw gevangenis en deze
+verbreken. Dan zend ik u het sonnet, dat schoon is als een vrouw
+en dat uw bewakers zal omkoopen. Daarna dicht ik de heerlijke ode,
+die de hooge gevangenismuren door haar trotschen rhythmus zal doen
+schudden! Maar als niets u helpt, treed ik te voorschijn met het
+machtige epos, dat een leger van woorden bezit. O, Gaetano, sterk
+als een krijgsschaar, schrijdt het epos voorwaarts. Al de legioenen
+van het oude Rome bezaten niet de macht het tegen te houden."
+
+Donna Micaela klemde zich krampachtig vast aan haar vaders arm, maar
+zij zei niets, ze ging slechts verder. Toen begon cavaliere Palmeri
+te spreken over Gaetano.
+
+"Ik wist niet dat hij zoo bemind was," zei hij.
+
+"Ik ook niet," fluisterde donna Micaela.
+
+"Maar heden zag ik hoe vreemde menschen in donna Elisa's winkel kwamen
+en haar smeekten iets te mogen koopen, dat hij gesneden had. Ze had
+nog slechts een paar oude rozenkransen, die trok zij stuk en daarvan
+deelde zij de koralen uit."
+
+Donna Micaela zag haar vader smeekend aan. Maar hij wist niet of zij
+wilde, dat hij zou zwijgen of doorgaan met vertellen.
+
+"Donna Elisa's oude vrienden loopen in den tuin met Luca," zei
+hij. "Luca wijst hun Gaetano's lievelingsplekjes en den grond, dien
+hij gewoonlijk bewerkte. En Pacifica zit in de werkplaats naast de
+schaafbank en vertelt al het mogelijke van hem van af den tijd dat
+hij niet grooter was dan zóó."
+
+Meer kon hij niet vertellen, het gedrang en het rumoer werd zoo hevig
+dat hij moest afbreken.
+
+Zij gingen naar den dom. Op de domtrap zat de oude Assunta. Zij had
+een rozenkrans in de hand en mompelde hetzelfde gebed, den geheelen
+rozenkrans langs. Zij smeekte den heilige dat Gaetano, die beloofd
+had de armen te helpen, weer in Diamante zou terugkomen.
+
+Toen donna Micaela haar voorbijging, hoorde zij haar zeggen: "San
+Sebastiaan, geef ons Gaetano. Ach, uit barmhartigheid, ach, om onze
+ellende, geef ons Gaetano terug, San Sebastiaan."
+
+Donna Micaela was van plan geweest naar de kerk te gaan, maar nu
+wendde zij zich om.
+
+"Er is zulk een gedrang," zei zij. "Ik durf er niet ingaan."
+
+Zij ging weer naar huis. Maar terwijl ze weg was, had donna Elisa van
+de gelegenheid gebruik gemaakt. Zij had een vlag op het dak van het
+zomerpaleis geheschen en doeken over de balkons gespreid en toen donna
+Micaela thuis kwam, was zij bezig een guirlande vast te maken. Donna
+Elisa kon het niet verdragen, dat het zomerpaleis niet versierd
+was. Zij wilde, dat dezen keer niets aan San Sebastiaans feest zou
+ontbreken. En zij vreesde, dat de heilige Diamante en Gaetano niet
+zou helpen, indien het oude paleis der Alagona's hem niet vierde.
+
+Donna Micaela kwam terug, bleek als een ter dood veroordeelde en
+gebogen alsof zij een tachtigjarig besje was.
+
+Zij mompelde in zich zelf: "Ik maak geen bustes van hem, ik zing
+geen liederen over hem, ik waag het niet God voor hem te bidden,
+ik koop geen zijner koralen. Hoe zal hij dan kunnen gelooven, dat ik
+hem liefheb? Hij moet al die anderen, die hem aanbidden, liefhebben,
+maar niet mij. Ik behoor niet tot zijn wereld, mij kan hij niet
+meer liefhebben."
+
+En toen zij zag dat men haar huis met bloemen wilde versieren,
+scheen haar dat zoo stuitend leelijk, dat zij den krans rukte uit
+donna Elisa's hand en haar dien voor de voeten wierp, terwijl zij
+vroeg of donna Elisa haar wilde vermoorden. Daarna ging zij haar
+voorbij. Zij wierp zich in haar kamer op de sofa en verborg haar
+gelaat in de kussens.
+
+Nooit vroeger had zij begrepen hoe al deze uiterlijke
+omstandigheden hem van haar scheidden. De volksman kon haar niet
+liefhebben. Daarenboven had zij het gevoel, dat zij hem verhinderd had,
+al deze armen te helpen.
+
+Hoe moest hij haar verafschuwen! hoe moest hij haar haten! Haar booze
+geest kwam weer over haar. Dit booze dat bestond in het niet bemind
+zijn! Dat zou haar vermoorden. Zij dacht dat nu alles voorbij, dat
+alles geëindigd was.
+
+Terwijl zij zoo lag, kwam haar plotseling het kleine Christusbeeld
+in de gedachten. Het was alsof hij in al zijn armoedige pracht de
+kamer binnentrad. Zij zag hem duidelijk.
+
+Donna Micaela begon het Christuskind om hulp aan te roepen. En zij
+was verbaasd, dat zij zich niet vroeger tot dezen wonderdoener gewend
+had. Maar dat kwam zeker, omdat het beeld niet in een kerk stond,
+maar rondgevoerd werd als een der rariteiten van miss Tottenham,
+zoodat zij slechts in den hoogsten nood aan hem dacht.
+
+
+
+Het was laat op den avond van denzelfden dag. Donna Micaela had al
+haar bedienden verlof gegeven naar het feest te gaan, zoodat zij en
+haar oude vader alleen in het groote huis waren.
+
+Maar tegen tien uur stond haar vader op en zei dat hij den wedstrijd
+der zangers op de markt wilde gaan hooren. En toen hij ging, wilde
+donna Micaela niet alleen achterblijven, en moest zij wel besluiten
+hem te volgen.
+
+Toen zij op de markt kwamen, zagen zij dat het plein veranderd was
+in een theater met rijen stoelen naast elkaar. Elk plekje was bezet
+met menschen en ternauwernood konden zij een plaats vinden.
+
+"Vanavond is Diamante heerlijk, Micaela," zei cavaliere Palmeri. 't
+Was alsof de lieflijkheid van den nacht hem zachter stemde. Hij sprak
+meer en teederder tot haar, dan hij sedert langen tijd gedaan had.
+
+Donna Micaela scheen het, dat haar vader de waarheid sprak. Zij had
+een gevoel, zooals zij gehad had, toen zij voor de eerste maal in
+Diamante kwam.
+
+Het was de stad der wonderen, de stad van schoonheid, een klein
+heiligdom van God.
+
+Tegenover haar verrees een hoog, statig gebouw, opgetrokken van
+stralende diamanten. Zij moest een tijdlang nadenken, vóórdat zij
+begrijpen kon, wat het was.
+
+Toch was het niets anders dan de gevel der domkerk, die bedekt was
+met bloemen van stijf zilver- en goudpapier, waarin duizenden kleine
+stukken spiegelglas waren gestoken. En in elke bloem hing een klein
+olieglas met een vlammetje zoo groot als een vuurvlieg. Het was van
+een zeldzame bekoring, de mooiste illuminatie, die donna Micaela ooit
+gezien had.
+
+Er was geen andere verlichting op de markt, en dat was ook niet
+noodig. Deze groote muur van diamanten verlichtte voldoende.
+
+Het zwarte palazzo Geraci stond gloeiend rood als werd het verlicht
+door een vuurwolk.
+
+Men zag niets van de wereld behalve de markt; daarbuiten heerschte
+diepe duisternis en dit maakte dat donna Micaela opnieuw het oude
+betooverde Diamante meende te herkennen, dat niet op de aarde lag,
+maar een heilige burcht was op een der hemelsche bergen. Het raadhuis
+met de zware balkons en de hooge trap, het groote nonnenklooster en
+de Romeinsche poort waren opnieuw heerlijk en wonderbaarlijk. En zij
+kon nauwelijks gelooven, dat zulk een vreeselijk lijden haar hier
+getroffen had.
+
+Te midden van deze menschenmassa voelde men geen koude. De winteravond
+was zwoel als een nacht in 't voorjaar. Een lentestemming kwam op in
+donna Micaela. Het begon in haar te beven en te trillen op een wijze,
+die tegelijkertijd heerlijk en vreeselijk was.
+
+Zoo moest de sneeuwmassa op den Etna zich gevoelen als de zon haar
+oploste in bruisende bergstroomen.
+
+Zij zag naar de menschen, die de markt vulden en zij was verbaasd
+dat hun aanblik haar des voormiddags zoo gepijnigd had. Nu vond zij
+het heerlijk dat zij Gaetano liefhadden. Ach, indien hij haar slechts
+bleef liefhebben, zou zij zoo onuitsprekelijk trotsch op hun liefde
+zijn, gelukkig over hun vereering. Dan zou zij deze oude bevende
+handen willen kussen, die beelden van hem maakten en voor hem in
+gebed gevouwen waren.
+
+Toen zij dit dacht, werden de kerkdeuren wijd opengeslagen en een
+groote, platte wagen rolde uit de kerk. Boven op den met rood doek
+bekleeden wagen stond San Sebastiaan bij een paal, en onder het beeld
+zaten de vier zangers, die deelnamen aan den wedstrijd.
+
+Het was een oude blinde zanger van Nicolosi, een kuiper van Catania,
+die beschouwd werd als de beste improvisatore van geheel Sicilië,
+een smid van Termine en de kleine Gandolfo, zoon van den poortwachter
+van het raadhuis. Alle menschen waren verbaasd, dat Gandolfo het
+waagde deel te nemen aan zulk een gevaarlijken wedstrijd. Deed hij
+dat misschien om zijn bruid, de kleine Rosalie, te behagen? Niemand
+had ooit geweten, dat hij kon improviseeren. Hij had zijn gansche
+leven niets anders gedaan dan mandarijnen eten en naar den Etna staren.
+
+Het eerste dat gedaan werd, was de deelnemers te laten loten, en het
+lot viel zoo, dat de kuiper het eerst aan de beurt kwam en Gandolfo
+het laatst. Toen de loting zoo uitviel, verbleekte Gandolfo. 't Was
+immers vreeselijk het laatst te komen, daar allen over hetzelfde
+onderwerp zouden spreken.
+
+De kuiper sprak over San Sebastiaan, toen hij legionair in het oude
+Rome was en terwille van zijn geloof aan een paal werd vastgebonden
+om als mikpunt voor zijn kameraden te dienen. Na hem kwam de blinde
+zanger, die verhaalde hoe een vrome Romeinsche den martelaar vond,
+bloedend en doorboord met pijlen en hoe het haar gelukte hem opnieuw
+tot het leven te roepen. Toen kwam de smid, die al de wonderen vertelde
+die San Sebastiaan verricht had op Sicilië gedurende de pest van het
+jaar vijftienhonderd.
+
+Zij werden alle drie geprezen. Zij gebruikten sterke woorden van bloed
+en dood en het volk juichte hen toe. Maar zij, die van Diamante waren,
+werden bang voor den kleinen Gandolfo.
+
+"De smid heeft hem alle woorden ontnomen," zei men, "het zal hem
+niet gelukken."
+
+"O," zeiden anderen, "de kleine Rosalie neemt om die reden den
+verlovingsband niet uit haar vlechten."
+
+Maar Gandolfo kroop ineen in zijn hoek van den wagen. Hij werd al
+kleiner en kleiner. Zij, die in zijn nabijheid zaten, konden hooren
+hoe zijn tanden klapperden van vrees.
+
+Toen eindelijk zijn beurt kwam, stond hij op en begon te improviseeren,
+maar hij sprak zeer slecht, nog veel slechter dan iemand verwacht
+had. Hij stamelde een paar verzen, maar het was slechts een herhaling
+van hetgeen de anderen gezegd hadden.
+
+Toen zweeg hij plotseling en haalde heftig adem. In dit oogenblik kwam
+de kracht der wanhoop over hem. Hij richtte zich op en een zacht rood
+kleurde zijn wangen.
+
+"O, signori," zei de kleine Gandolfo. "Laat mij spreken over hetgeen
+mij altijd vervult. Laat mij spreken over hetgeen ik altijd vóór
+mij zie!"
+
+En hij begon met wegsleepende welsprekendheid te vertellen wat hij
+zelf gezien had.
+
+Hij verhaalde hoe hij, de zoon van den poortwachter van het raadhuis,
+over donkere zolders geslopen was en verborgen had gelegen onder
+een der galerijen van de gerechtszaal in den nacht dat de krijgsraad
+verzameld was om de oproerlingen van Diamante te vonnissen.
+
+Toen had hij don Gaetano Alagona zien zitten op de bank der
+aangeklaagden in een gezelschap van een menigte woeste gezellen,
+die erger waren dan dieren.
+
+Hij vertelde hoe schoon Gaetano geweest was. Den kleinen Gandolfo
+had hij een god toegeschenen naast de vreeselijke menschen,
+die hem omringden. En hij beschreef deze bandieten met hun wilde
+roofdiergezichten, hun ruig haar en plompe ledematen. Hij zei,
+dat ze er zoo woest uitzagen, dat iemand die hen in de oogen keek,
+het hart beefde.
+
+Toch was in al zijn schoonheid don Gaetano angstwekkender dan deze
+menschen.
+
+Gandolfo wist niet hoe zij het waagden naast hem te zitten op de
+bank. Onder zijn saamgetrokken wenkbrauwen schoten vlammende blikken
+op zijn medegevangenen, die hun zielen vermoord zouden hebben, als
+zij gelijk andere menschen zielen bezeten hadden.
+
+"Wie zijt gij," scheen hij te vragen, "dat ge het waagt op plundering
+en moord uit te trekken, terwijl gij de heilige vrijheid aanroept? Weet
+gij, wat gij gedaan hebt?
+
+"Weet gij, dat ik nu ter wille van uw list gevangen zit? En dat ik
+het ben, die Sicilië gered zou hebben?" En iedere blik, dien hij op
+hen wierp, was een terdoodveroordeeling. Zijn blikken vielen op al
+die zaken, die de bandieten gestolen hadden en nu op de gerechtstafel
+lagen. Hij herkende deze voorwerpen. Zou hij de pendules en zilveren
+schalen van het zomerpaleis niet kennen, zou hij de heiligenbeelden
+en munten niet kennen, die zij geroofd hadden van zijn Engelsche
+beschermster? Maar toen hij deze zaken herkend had, zond hij zijn
+medegevangenen een vreeselijken lach toe.
+
+"Gij helden, gij hebt geplunderd bij twee vrouwen," zei deze lach.
+
+Zijn edel gelaat wisselde voortdurend van uitdrukking.
+
+Eens had Gandolfo het plotseling zien samentrekken van schrik. Het
+was toen de man, die naast hem zat, een hand had uitgestrekt, die
+rood was van bloed.
+
+Had hij toen misschien plotseling een vermoeden van de waarheid
+gekregen? Dacht hij er aan, dat deze menschen ingebroken hadden in
+het huis, waar zijn geliefden woonden?
+
+Gandolfo vertelde hoe de officieren, die rechters zouden zijn, nu
+zwijgend en ernstig binnen waren gekomen en plaats hadden genomen. Toen
+hij deze hooge heeren gezien had, was zijn onrust verminderd.
+
+Hij had tot zich zelf gezegd, dat zij wisten, dat Gaetano een voorname
+man was en dat zij hem niet zouden veroordeelen. Zij zouden hem niet
+verwarren met de bandieten. Niemand kon toch gelooven, dat hij had
+willen plunderen bij twee vrouwen.
+
+En zie, toen de rechter Gaetano Alagona opriep, was er geen strengheid
+in zijn stem. Hij sprak tot hem als tot een gelijke.
+
+"Maar," zei Gandolfo, "toen nu don Gaetano zich verhief, stond hij zóó,
+dat hij op de markt kon zien. En op de markt, op deze zelfde markt,
+waar nu zoo vele menschen zitten in vreugde en genot, naderde toen een
+lijkstoet. Het waren de witte broeders, die het lijk van de vermoorde
+Giannita droegen naar haar moeders huis. Ze liepen met fakkels en
+men kon duidelijk de baar zien, die zij op hun schouders droegen.
+
+"Terwijl de stoet langzaam over de markt schreed, kon men het
+lijkkleed herkennen dat gespreid was over de doode. Het was het
+kleed der Alagona's, versierd met het groote wapen en de rijke
+zilverfranjes. Maar toen Gaetano dit zag, begreep hij dat de vermoorde
+uit het huis der Alagona's zijn moest.
+
+"Zijn gelaat werd aschgrauw en hij wankelde, alsof hij op het punt
+stond te vallen.
+
+"In dit oogenblik vroeg de rechter hem:
+
+"Kent ge de vermoorde?"
+
+En hij antwoordde: "Ja."
+
+Toen vervolgde de rechter, die een barmhartig mensch was: "Stond ze
+u na?"
+
+En don Gaetano antwoordde:
+
+"Ik heb haar lief."
+
+Toen Gandolfo zoo ver met zijn verhaal was gekomen zag men dat
+donna Micaela haastig oprees, alsof zij hem wilde tegenspreken,
+maar cavaliere Palmeri trok haar vlug naast zich.
+
+"Stil, stil," zei hij tot haar.
+
+En ze zat stil met het gelaat tusschen haar handen verborgen. Nu en
+dan schokte haar lichaam en jammerde zij zacht.
+
+Maar Gandolfo verhaalde hoe de rechter, toen don Gaetano dit bekend
+had, op zijn medegevangenen gewezen en hem gevraagd had:
+
+"Indien ge deze vrouw lief hebt, hoe kunt ge dan in eenige gemeenschap
+staan met deze menschen, die haar vermoord hebben?"
+
+Toen had Gaetano zich plotseling tot de bandieten gewend. Hij had zijn
+vuist gebald en naar hen opgeheven. En hij had er uitgezien, alsof
+hij zich een dolk wenschte om hen één voor één te kunnen neerstooten.
+
+"Met dezen!" had hij uitgeroepen. "Zou ik in eenige gemeenschap staan
+met deze menschen?"
+
+Zeker had hij willen zeggen, dat hij niets had te maken met roovers
+en moordenaars.
+
+De rechter had mild gelachen en er uitgezien alsof hij slechts op
+dit antwoord gewacht had om don Gaetano vrij te spreken.
+
+Maar toen was er een Godswonder geschied.
+
+Gandolfo verhaalde hoe tusschen al de gestolen zaken, die op de
+tafel lagen, ook een klein Christusbeeld geweest was. Dat was een
+el hoog en rijk versierd met ringen en getooid met een gouden kroon
+en gouden schoentjes. Juist op dit oogenblik boog een der officieren
+zich voorover en trok het beeld naar zich toe. Terwijl hij dit deed,
+viel de kroon op den grond en rolde naar don Gaetano.
+
+Deze nam de Christuskroon, hield die een oogenblik in zijn handen en
+beschouwde ze nauwkeurig. Het scheen alsof hij daarop iets gelezen had.
+
+Hij hield de kroon slechts even in zijn handen, op hetzelfde oogenblik
+ontnam de soldaat van de wacht hem die.
+
+Donna Micaela zag bijna verschrikt op. Het Christusbeeld! Daar was
+het dus reeds. Zou zij spoedig antwoord krijgen op haar bede?
+
+Gandolfo vervolgde: "Maar toen Gaetano nu opkeek, beefden allen als
+voor een wonder, want hij was geheel veranderd.
+
+"O, signori, hij was zoo bleek, dat zijn gelaat scheen te lichten en
+zijn oogen waren mild en straalden zacht.
+
+"En er was geen toorn meer in hem.
+
+"En hij begon te smeeken voor zijn medegevangenen, hij begon te bidden
+voor hun leven.
+
+"Hij smeekte dat zij deze arme menschen niet zouden dooden. Hij bad,
+dat de hooge rechters iets voor hen doen zouden, opdat zij eens konden
+leven als andere menschen. "Wij hebben slechts dit leven te leven,"
+zei hij. "Ons rijk is slechts van deze wereld."
+
+"Hij begon te verhalen hoe deze menschen geleefd hadden. Hij
+sprak alsof hij had kunnen lezen in hun ziel. Hij beschreef hun
+levensgeschiedenis zoo somber en ongelukkig, als die werkelijk was. Hij
+sprak zoo dat enkelen der hooge heeren weenden.
+
+"Zijn woorden klonken sterk en machtig, zoodat het was alsof don
+Gaetano rechter was en de rechters misdadigers waren.
+
+"Zie," zei hij tot hen, "wiens schuld is het, dat deze ongelukkige
+menschen te gronde gaan? Zijt gij het niet, die de macht bezit, en
+hen in uw bescherming moest nemen?" En men zag hoe allen ontstelden
+over de verantwoordelijkheid, die hij hun oplegde.
+
+"Maar plotseling viel de rechter hem in de rede.
+
+"Spreek tot uw eigen verdediging, Gaetano Alagona," zei hij. "Spreek
+niet voor anderen."
+
+Toen had Gaetano gelachen. "Signor," zei hij, "ik heb niet veel meer
+dan gij om mij te verdedigen. Maar ik heb toch iets. Ik heb mijn
+werkkring in Engeland verlaten om oproer te maken op Sicilië. Ik
+heb wapens meegebracht. Ik heb oproerige taal gesproken. Ik heb iets
+ofschoon niet veel."
+
+De rechter had hem bijna gesmeekt:
+
+"Spreek zoo niet, don Gaetano. Denk aan hetgeen gij zegt."
+
+Maar hij had bekentenissen gedaan, die de rechters gedwongen hadden hem
+te veroordeelen. Toen men hem zei, dat hij veroordeeld was tot negen
+en twintig jaar gevangenisstraf, had hij uitgeroepen: "Nu geschiedt
+de wil van haar, wier baar hier zoo juist voorbij gedragen werd. Moge
+het mij gaan, zooals zij wilde."
+
+"En meer zag ik niet van hem," zei de kleine Gandolfo, "want de
+soldaten van de wacht namen hem in hun midden en voerden hem weg.
+
+"Maar ik, die hem hoorde smeeken voor degenen, die zijn liefste
+vermoord hadden, deed mij zelf de gelofte, dat ik iets voor hem
+doen zou.
+
+"Ik beloofde een schoone improvisatie over San Sebastiaan te houden,
+opdat deze hem zou helpen. Maar dit is mij niet gelukt. Ik ben geen
+improvisator, ik kon niet!"
+
+Hij zweeg en wierp zich luid weenend voor het beeld. "Vergeef mij,
+dat ik niet kon," riep hij, "en help hem toch. Ge weet, dat ik deze
+gelofte deed toen hij veroordeeld werd. Maar nu heb ik niet kunnen
+spreken over u en nu zult ge hem niet helpen."
+
+Donna Micaela wist nauwelijks hoe het gegaan was, maar zij en de
+kleine Rosalie, die Gandolfo liefhad, waren bijna gelijktijdig bij
+hem. Ze trokken hem naar zich toe en kusten hem en zeiden, dat niemand
+gesproken had als hij, neen niemand.
+
+Zag hij niet, dat allen weenden? San Sebastiaan was tevreden over
+hem. Donna Micaela schoof een ring aan Gandolfo's vinger, rondom hem
+wuifde men met veelkleurige zijden doeken, die glinsterden als de
+golven der zee in het sterke licht van de domkerk.
+
+"Viva Gaetano, viva Gandolfo!" riep het volk.
+
+En het regende bloemen, vruchten, zijden doeken en sieraden op den
+kleinen Gandolfo.
+
+Donna Micaela werd bijna met geweld van hem gerukt. Maar zij dacht
+er niet aan bevreesd te zijn.
+
+Zij stond midden in de golvende menschenmassa te weenen. Tranen
+stroomden over haar gelaat en zij weende van vreugde, omdat zij weende.
+
+Dat was de hoogste zegening.
+
+Zij wilde weer naar Gandolfo, zij kon hem niet genoeg danken. Hij
+had haar immers verteld, dat Gaetano haar liefhad.
+
+Toen hij deze woorden aanhaalde:
+
+"De wil geschiede van haar wier baar hier werd voorbijgedragen,"
+had zij plotseling begrepen, dat Gaetano meende, dat zij het was,
+die onder het lijkkleed der Alagona's lag.
+
+En van de doode had hij gezegd: "Ik heb haar lief."
+
+Het bloed stroomde opnieuw door haar aderen, haar hart klopte, haar
+tranen vloeiden.
+
+"Dit is het leven, het leven," zei ze tot zich zelf, terwijl zij zich
+willoos door de volksmassa meevoeren liet.
+
+"Het leven is weer tot mij gekomen, ik zal niet sterven."
+
+Allen wilden naar den kleinen Gandolfo om hem te danken, omdat hij
+hun iemand geschonken had om op te hopen, om naar te verlangen, om
+lief te hebben in deze dagen van tegenspoed, nu alles verloren scheen.
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+ "De Antichrist zal van land tot land
+ gaan en den armen brood geven."
+
+
+I.
+
+DE VROUW VAN EEN GROOT MAN.
+
+
+Het was in Februari en de amandelboomen begonnen op het zwarte lavaveld
+rondom Diamante te bloeien.
+
+Cavaliere Palmeri had een tocht op den Etna gemaakt en een grooten
+amandeltak vol knoppen en bloemen meegebracht; dezen had hij in een
+vaas in de muziekzaal gezet.
+
+Donna Micaela beschouwde den bloeienden tak. De amandelbloemen waren
+dus reeds gekomen! Gedurende een gansche maand, gedurende zes volle
+weken zou men ze nu overal vinden.
+
+Zij zouden op het altaar in de kerk staan, zij zouden liggen op de
+graven, en zij zouden in het knoopsgat, op den hoed en in het haar
+gedragen worden.
+
+Zij zouden bloeien langs den weg, op de bergen en ruïnes, en zij
+zouden prijken op het zwarte lavaveld.
+
+En iedere amandelbloem zou haar herinneren aan den dag, toen de
+klokken luidden en Gaetano nog vrij en gelukkig was, toen zij droomde
+een heel leven met hem te zullen leven.
+
+Het kwam haar voor, dat zij nooit te voren volkomen begrepen had wat
+het wilde zeggen, dat hij gevangen en weg was en dat zij hem nooit
+meer zou zien.
+
+Zij moest gaan zitten om niet te vallen, haar hart scheen op te houden
+met kloppen en zij sloot de oogen.
+
+Terwijl zij daar zoo zat, had ze een visioen.
+
+Opeens bevindt zij zich thuis in het paleis te Catania. Zij zit in de
+hooge vestibule te lezen en zij is een vroolijke jonge dame, signorina
+Palmeri. Een bediende voert een reizenden koopman tot haar. 't Is een
+jonge, mooie man met een takje amandelbloemen in het knoopsgat, op
+het hoofd draagt hij een plank vol heiligenbeeldjes, uit hout gesneden.
+
+Zij koopt eenige beeldjes van hem, onderwijl verslindt de jonge man
+met zijn oogen alle kunstwerken in de vestibule. Zij vraagt hem of
+hij hun verzameling wil zien. Ja, dat wil hij gaarne. En zij gaat
+zelf met hem mee om hem alles te toonen. En hij is zoo gelukkig door
+hetgeen hij ziet, dat zij denkt dat hij een kunstenaar moest worden
+en zij doet zich zelf de gelofte, dat zij hem niet zal vergeten.
+
+Zij vraagt hem waar hij thuis behoort.
+
+Hij antwoordt: "In Diamante."
+
+"Is dat ver weg?"
+
+"Vier uur met den postwagen."
+
+"En met den trein?"
+
+"Er bestaat geen spoorweg naar Diamante, signorina."
+
+"Ge moest er een aanleggen."
+
+"Wij, wij zijn te arm. Vraag den rijken menschen in Catania of zij
+voor ons een spoorweg willen aanleggen."
+
+Nadat hij dit gezegd had, wil hij gaan, maar in de deur wendt hij
+zich om en komt terug om haar zijn amandelbloemen te geven. Dat is
+tot dank voor al het schoone, dat zij hem heeft laten zien.--
+
+Toen donna Micaela de oogen opende, wist zij niet of zij gedroomd
+had of dat zoo iets misschien werkelijk eens gebeurd was. Gaetano
+kon immers heel goed eens in het palazzo Palmeri geweest zijn om zijn
+beelden te verkoopen, ofschoon zij het vergeten was; maar nu hadden
+de amandelbloemen dat voorval weer in haar geheugen geroepen.
+
+Maar dit was hetzelfde. De hoofdzaak was, dat de jonge houtsnijder
+Gaetano was. Het was als had zij met hem gesproken. Zij meende te
+hooren hoe de deur achter hem dichtviel. En na dezen droom rijpte het
+plan in haar, dat zij een spoorweg moest aanleggen tusschen Catania
+en Diamante.
+
+Gaetano was zeker tot haar gekomen om haar te verzoeken dit te
+doen. Het was een bevel van hem en zij voelde, dat zij hem moest
+gehoorzamen. Zij deed volstrekt geen poging om zich te verzetten. Zij
+was overtuigd dat Diamante meer behoefte had aan een spoorweg dan aan
+iets anders. Zij had Gaetano eens hooren zeggen, dat indien Diamante
+slechts een spoorweg bezat, zoodat het zijn oranjeappelen, zijn wijn,
+honing en amandelen kon vervoeren, en de vreemdelingen het gemakkelijk
+konden bereiken, het spoedig een rijke stad zou zijn.
+
+Zij was ook vast overtuigd, dat zij een spoorweg tot stand zou
+kunnen brengen. Zij moest het in elk geval beproeven. Het viel haar
+geen oogenblik in, dat zij het kon laten. Als Gaetano het wenschte,
+moest zij gehoorzamen.
+
+Zij dacht er over na hoeveel geld zij zelf daarvoor zou kunnen
+afstaan. Maar daarmee zou zij wel niet ver komen. Het eerste, dat
+zij doen moest, was trachten geld te krijgen. Nog in hetzelfde uur
+was zij bij donna Elisa en riep haar hulp in om een bazaar te regelen.
+
+Donna Elisa hief haar oogen op van haar borduurwerk. "Waarvoor wilt
+ge een bazaar houden?"
+
+"Ik wil geld verzamelen voor een spoorweg."
+
+"Dat is juist iets voor u, donna Micaela, daar zou niemand anders
+aan gedacht hebben."
+
+"Hoe, donna Elisa? Wat meent gij?"
+
+"O niets."
+
+En donna Elisa ging weer aan haar borduurwerk.
+
+"Gij wilt mij dus niet helpen met mijn bazaar?"
+
+"Neen."
+
+"En gij wilt geen kleine bijdrage daarvoor afstaan?"
+
+"Zij, die zoo kort geleden haar man verloren heeft," antwoordde donna
+Elisa, "moest niet aan dergelijke grapjes denken."
+
+Donna Micaela begreep, dat donna Elisa boos op haar was om een of
+andere reden en dat zij haar daarom niet wilde helpen.
+
+Maar er zouden wel andere menschen te vinden zijn die begrijpen zouden,
+dat dit heerlijke plan Diamante zou redden.
+
+Maar donna Micaela moest tevergeefs van deur tot deur gaan. En al
+sprak en smeekte zij nog zoo veel, zij kreeg geen aanhangers.
+
+Zij trachtte de menschen te overtuigen, zij wendde al haar
+welsprekendheid aan om hun het plan te verklaren.
+
+Maar er was niemand, die op haar voorstel wilde ingaan. Waar zij kwam,
+antwoordde men haar, dat men te arm was, te arm.
+
+De vrouw van den sindaco wilde niet, dat haar dochters op den
+bazaar zouden helpen verkoopen. Don Antonio Greco, de eigenaar
+van het marionetten-theater, wilde niet komen met zijn poppen. De
+stadsmuzikanten wilden niet spelen. Geen koopman wilde goederen
+afstaan. En als donna Micaela heengegaan was, lachte men haar uit.
+
+Een spoorweg, een spoorweg! Zij wist niet, wat zij wilde. Daarvoor
+waren statuten, een maatschappij, aandeelen en een concessie
+noodig. Hoe zou een vrouw dat alles kunnen regelen?
+
+Maar anderen vergenoegden zich niet met donna Micaela uit te lachen,
+sommigen werden boos op haar.
+
+Zij ging naar den donkeren winkel naast het klooster der Benedictijnen,
+waar meester Pamphilio zijn ridderromans vertelde. Zij kwam om hem te
+vragen of hij op haar bazaar wilde komen om het publiek te onderhouden,
+met Karel den Grooten en zijn paladijnen; maar daar hij midden in
+een verhaal was, moest zij wachten.
+
+Toen sloeg zij donna Concetta gade, meester Pamphilio's echtgenoote,
+die op de estrade aan zijn voeten zat te breien.
+
+Zoo lang meester Pamphilio sprak, bewogen donna Concetta's lippen
+zich. Zij had zijn romans zoo dikwijls gehoord, dat zij die van
+buiten kende en de woorden zei, vóórdat ze over meester Pamphilio's
+lippen kwamen. Maar het was voor haar altijd nog hetzelfde genot hem
+te hooren verhalen, en zij weende en lachte, zooals zij gedaan had,
+toen zij hem voor de eerste maal had hooren vertellen.
+
+Meester Pamphilio was een oude man, die zeer veel gesproken had in
+zijn leven, zoodat zijn stem hem in den steek liet, als hij aan
+de groote oorlogstooneelen kwam, die met luide en krachtige stem
+verhaald moesten worden. Maar donna Concetta, die iederen roman van
+buiten kende, ontnam meester Pamphilio nooit het woord. Zij gaf den
+toehoorders een teeken dat zij moesten wachten tot zijn stem terugkwam.
+
+Als echter zijn geheugen hem ontrouw werd, deed donna Concetta, alsof
+ze een steek liet vallen; dan bracht zij haar kous bij de oogen en
+daarachter wierp zij hem het woord toe, zoodat niemand het kon merken.
+
+En allen wisten, dat hoewel donna Concetta de romans misschien mooier
+had kunnen verhalen dan meester Pamphilio, zij dat nooit zou willen
+doen. Niet slechts omdat dit onpassend was voor een vrouw, maar
+ook omdat dit haar nooit zulk een genot kon zijn als haar geliefden
+meester Pamphilio te hooren vertellen.
+
+Toen donna Micaela zoo keek naar donna Concetta, verzonk zij in
+droomen. O, zoo te zitten onder de estrade, waar de geliefde spreekt,
+zoo daar te zitten dag uit en dag in om hem te aanbidden. Zij wist,
+wie dat gaarne zou willen! Maar toen meester Pamphilio zijn verhaal
+geëindigd had, ging donna Micaela naar hem toe en verzocht hem of
+hij haar wilde helpen. 't Viel hem moeielijk neen te zeggen op de
+duizenden smeekbeden, die in haar oogen geschreven stonden.
+
+Donna Concetta kwam hem te hulp. "Meester Pamphilio," zei zij,
+"verhaal donna Micaela van Guglielmo den Slechten."
+
+En meester Pamphilio vertelde:
+
+"Donna Micaela, weet ge, dat er eens een koning in Sicilië heerschte,
+die Guglielmo de Slechte heette?
+
+"Hij was zoo gierig, dat hij zijn onderdanen al hun geld ontnam. Hij
+beval dat allen die gouden munten bezaten, hem die moesten afstaan. En
+hij was zoo slecht, dat allen hem moesten gehoorzamen.
+
+"Nu, donna Micaela, wilde Guglielmo de Slechte weten of iemand nog
+gouden munten in zijn huis verborgen had. En daarom zond hij een
+zijner dienaren met een schoon paard door de corso in Palermo. En de
+man bood het paard te koop aan en riep luid:
+
+"Te koop voor een gouden munt! te koop voor een gouden munt!"
+
+"Maar er was niemand, die het paard kon koopen.
+
+"Doch het was een zeer schoon paard en een jonge heer in Palermo,
+de hertog Montefiascone, was opgetogen daarover.
+
+"Er bestaat voor mij geen vreugde op deze aarde meer indien ik dit
+paard niet kan koopen," zei hij tot zijn hofmeester.
+
+"Signor duca," antwoordde de hofmeester, "ik kan u zeggen, waar gij
+een gouden munt kunt vinden. Toen uw heer vader stierf en door de
+Kapucijners werd weggehaald, legde ik volgens oud gebruik een gouden
+munt in zijn mond. Die kunt ge immers nemen, signor."
+
+"Want ge moet weten, donna Micaela, dat men in Palermo zijn dooden
+niet in den grond begraaft. Men brengt hen naar het klooster der
+Kapucijnen, waar de monniken hen in hun grafkamers hangen.
+
+"O, hoe velen hangen daar! Zoo vele dames gekleed in zijde en satijn,
+zoo vele hooge heeren met ridderorden op hun uniform, en zoo vele
+priesters met pij en kalotje op het doodshoofd en over het geraamte.
+
+"De jonge hertog volgde den raad. Hij begaf zich naar het klooster
+der Kapucijnen en nam de gouden munt uit zijns vaders mond en kocht
+het paard daarvoor.
+
+"Maar gij begrijpt, dat de koning slechts zijn dienaar met het paard
+uitgezonden had om te weten te komen of nog iemand geld bezat. En nu
+werd de hertog voor den koning gevoerd.
+
+"Hoe komt het, dat gij nog eene gouden munt bezit?" zei Guglielmo
+de Slechte.
+
+"Sire, die was niet van mij, maar van mijn vader." En hij verhaalde
+vanwaar hij de munt gekregen had.
+
+"'t Is waar ook," zei de koning. "Ik had vergeten, dat de dooden nog
+geld bezitten."
+
+"En hij zond zijn dienaar naar de Kapucijners om alle munten uit den
+mond der dooden te nemen."
+
+Hier eindigde de oude meester Pamphilio zijn verhaal. En nu wendde
+donna Concetta zich met van toorn fonkelende oogen naar donna Micaela.
+
+"Gij zijt het die met het paard uitgaat," zei zij.
+
+"Ben ik dat? ik?"
+
+"Ja, gij donna Micaela. Nu zal de regeering zeggen: "Zij leggen een
+spoorweg aan in Diamante. De menschen daar zijn dus rijk." En men
+zal onze belastingen verhoogen. En God weet, dat wij de belastingen,
+die ons reeds zijn opgelegd, niet kunnen betalen, zelfs indien wij
+onze voorvaderen plunderden."
+
+Donna Micaela wilde haar kalmeeren.
+
+"Zij hebben u uitgezonden om te vernemen of wij nog geld bezitten. Gij
+zijt een spion der rijken, gij wordt betaald door de regeering. Die
+bloedzuigers in Rome hebben u betaald."
+
+Donna Micaela wendde zich van haar af.
+
+"Ik kwam om met u te spreken, meester Pamphilio," zei zij tot den
+grijsaard.
+
+"Maar ik ben het, die u antwoorden zal," viel donna Concetta haar in
+de reden, "want het is een onaangename zaak, en die moet ik op mij
+nemen. Ik weet, wat de vrouw van een groot man past, donna Micaela."
+
+Donna Concetta zweeg, want de voorname dame keek haar aan met een blik,
+zoo vol afgunstig verlangen, dat zij medelijden met haar gevoelde. God
+ja, er bestond ook verschil tusschen mannen, don Ferrante of meester
+Pamphilio!
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+PANEM ET CIRCENSES.
+
+
+In Diamante wijst men den vreemdelingen twee paleizen, die op het
+punt staan tot ruïnes te vervallen, zonder ooit voltooid geweest te
+zijn. Zij hebben groote vensteropeningen zonder ramen, hooge muren
+zonder dak en groote poorten, die met planken en stroo gesloten zijn.
+
+Die twee paleizen liggen tegenover elkaar aan beide zijden der straat,
+beide even onvoltooid en even vervallen. Rondom hen staan geen andere
+gebouwen en geen mensch kan er in komen. Zij schijnen slechts gebouwd
+te zijn voor de duiven. Hoor nu, wat men daarvan vertelt:
+
+Wat is een vrouw, o signori? Haar voet is zoo klein, dat zij over de
+wereld gaat zonder een spoor achter te laten. Voor den man is zij
+gelijk zijn schaduw. Zij heeft hem gevolgd gedurende zijn gansche
+leven, zonder dat hij haar opgemerkt heeft.
+
+Men kan niet veel verlangen van een vrouw. Zij moet immers den geheelen
+dag opgesloten zitten als een gevangene. Zij kan niet eens leeren
+een minnebrief goed te spellen. Zij kan niets tot stand brengen,
+dat duurzaamheid bezit.
+
+Als zij gestorven is, valt er niets op haar grafsteen te
+vermelden. Alle vrouwen zijn van gelijke hoogte.
+
+Maar eens kwam in Diamante een vrouw, die zoo hoog boven alle andere
+uitstak, als de honderdjarige palm zich verheft boven het grasveld.
+
+Zij bezat lira bij duizenden en kon die wegschenken of behouden,
+gelijk zij verkoos. Zij ging voor niemand uit den weg. Zij vreesde
+niet gehaat te worden. Zij was het grootste wonder, dat de oogen ooit
+aanschouwd hadden.
+
+'t Spreekt immers vanzelf dat zij geen Siciliaansche vrouw was. Zij was
+een Engelsche. En het eerste, dat zij deed toen zij in Diamante kwam,
+was de geheele eerste verdieping van het hotel alleen voor haar zelf
+te huren. Wat was dat voor haar? Gansch Diamante was haar niet groot
+genoeg. Maar zoodra zij daar was, begon zij over de stad te heerschen
+als een koningin.
+
+De sindaco moest haar gehoorzamen. Was zij het niet, die hem dwong
+steenen banken op de markt te plaatsen? Was het niet op haar bevel,
+dat de straten der stad iederen dag geveegd werden?
+
+Als zij 's morgens ontwaakte, stonden alle jonge mannen van Diamante
+voor haar deur te wachten om haar te vergezellen op een uitstapje. Zij
+hadden de schoenmakersleest en de schaafbank verlaten om haar als
+gids te dienen. Zij hadden hun moeders zijden kleed verkocht om een
+dameszadel voor hun ezel te koopen, waarop zij kon rijden naar het
+kasteel of naar 'Tre Castagni. Zij hadden zich ontdaan van huis en
+haard om een paard en wagen te koopen, opdat zij haar naar Randozzo
+of Nicolosi konden rijden.
+
+En allen waren zij haar slaven. De kinderen begonnen in het Engelsch
+te bedelen en de blinde vrouwtjes bij de hotelpoort, donna Pepa en
+donna Tura, drapeerden zich in witte doeken om haar te behagen!
+
+Alles bewoog zich om haar; handwerk en nijverheid bloeiden
+op rondom haar. Zij, die niets anders doen konden, groeven in
+den grond naar munten en leemen kruiken om haar die te kunnen
+aanbieden. Photografen vestigden zich in de stad en begonnen voor
+haar te werken. Koraalhandelaars en kooplieden in schildpad schoten
+rondom haar op uit de aarde. De priesters van Santa Agnese groeven
+om harentwille het oude Dionysius-theater op dat achter hun kerk
+lag. En elk die een vervallen villa bezat, groef uit de duisternis
+der kelders overblijfselen op van een mozaïekvloer en noodigde haar
+uit deze te komen zien.
+
+Wel waren er ook vroeger vreemdelingen geweest in Diamante, maar zij
+waren gekomen en gegaan en niemand had zulk een macht bezeten als
+zij. Spoedig was er geen enkele man in de stad, die niet al zijn hoop
+op de Engelsche signorina vestigde.
+
+Haar gelukte het zelfs een weinig leven te brengen in Ugo Favara. Gij
+weet wel, Ugo Favara, den advocaat, die eens een groot man beloofde te
+worden, maar tegenspoed had en thuis kwam als een gebroken man. Zij
+gebruikte hem om haar zaken te beheeren. Zij had hem noodig en zij
+nam hem.
+
+Er is nooit een vrouw in Diamante geweest, die zulke zaken deed als
+zij. Zij breidde zich uit gelijk de brem in de lente. Den eenen dag
+weet nog niemand, dat zij er is en den volgenden dag is zij reeds
+een groote struik. Spoedig wist men niet waarheen men zou gaan in
+Diamante om niet op de velden der Engelsche signorina te loopen. Ze
+kocht landgoederen en huizen in de stad, zij kocht amandelbosschen
+en lavastroomen. De schoone plekjes, vanwaar men uitzicht genoot op
+den Etna, waren haar eigendom en eveneens de drassige grond van het
+dal. En in de stad begon zij twee groote paleizen te bouwen. 't Was
+daarin, dat zij wonen en over haar koninkrijk heerschen wilde.
+
+Nooit zal men weer een vrouw als zij vinden.
+
+Dat alles was haar nog niet genoeg. Zij wilde ook den strijd aanbinden
+tegen de armoede. O, signori, tegen de Siciliaansche armoede! Wat
+gaf zij niet iederen dag weg! en wat deelde zij niet uit op feestdagen!
+
+Wagens, getrokken door twee paar ossen, gingen naar Catania en
+kwamen terug hoog beladen met allerlei kleedingstukken. Zij had zich
+voorgenomen dat een ieder heele kleeren zou dragen in de stad, waar
+zij regeerde.
+
+Maar hoor nu, hoe het haar ging, hoe het eindigde met den strijd
+tegen de armoede, met het koninkrijk en de paleizen.
+
+Zij gaf een feestmaal aan de armen in Diamante en na den maaltijd
+een tooneelspel in het Grieksche theater. Dat was hetgeen een der
+oude keizers gedaan zou hebben.
+
+Maar wie heeft ooit gehoord, dat een vrouw op dergelijke gedachten
+kwam!
+
+Zij noodigde alle armen uit. Daar waren de twee blinde vrouwen van
+de hotelpoort en de oude Assunta van de domtrap. Daar was de man van
+het postkantoor die zijn kin bedekt had met een rooden doek om zijn
+gelaatskanker te verbergen en dan was er de idioot, die de ijzeren
+deuren van het Grieksche theater openschuift.
+
+Alle ezeldrijvers waren er, ook de beide broeders zonder handen,
+die in hun jeugd een bom hadden laten ontploffen en toen alle vingers
+hadden verloren; en dan was er de invalide met het houten been en de
+oude stoelenmatter, die te oud was geworden om te werken.
+
+Het was wonderlijk hen allen uit hun holen te voorschijn te zien
+kruipen, al deze armen van Diamante. Oude vrouwtjes die haar gansche
+leven hadden zitten spinnen in donkere steegjes, waren op 't feest
+en ook de positiefspeler, die een instrument heeft, zoo groot als
+een kerkorgel, en een jonge, rondtrekkende mandolinista van Napels,
+met zijn hoofd vol alle mogelijke dolle streken. Al de ooglijders
+en ouden van dagen, die geen dak boven hun hoofd hadden, en zij die
+wortelen aan den wegkant zochten voor het middagmaal, de steenhouwer
+die een lire per dag verdiende en zes kinderen had om te verzorgen,
+allen waren zij uitgenoodigd en aanwezig op het feest.
+
+De armoede zond haar troepen uit tegen de Engelsche signorina. Wie
+bezit zulk een leger als de armoede? Maar eens gelukte het de Engelsche
+signorina haar te overwinnen.
+
+Zij had ook iets om mee te strijden en te overwinnen. De geheele markt
+stond vol gedekte tafels. En zij had wijnvaten laten stapelen langs
+de steenen bank, die langs den geheelen muur der domkerk loopt. Zij
+had het uitgestorven nonnenklooster herschapen in een provisiekamer en
+keuken. Ze had de geheele vreemdelingenkolonie in Diamante, gekleed in
+witte boezelaars, om de spijzen rond te deelen. En als toeschouwers bij
+haar feestmaal had zij heel Diamante dat pleegt zich verzadigd te eten.
+
+Toeschouwers! wie had zij niet tot toeschouwers! Den grooten Etna,
+de stralende zon, den rooden berg en den ouden Vulcanitempel, die nu
+aan San Pasquale gewijd was.
+
+En geen van alle had nog ooit een verzadigd Diamante aanschouwd. Geen
+van hen alle had er vóór dit oogenblik aan gedacht hoezeer het
+hun eigen schoonheid zou verhoogen, indien men hen kon beschouwen,
+zonder dat de honger den menschen in de ooren siste en hen op de
+hielen volgde.
+
+Maar let nu op één ding! Hoe merkwaardig en groot deze signorina
+ook was, schoon was zij niet. En trots al de macht, die zij bezat,
+was zij niet vriendelijk of innemend. Zij regeerde niet met scherts,
+zij beloonde niet met een glimlach. Zij had een zwaar, plomp lichaam
+en een zwaar, plomp gemoed.
+
+Maar dezen dag, dat zij eten gaf aan al de armen, werd zij een geheel
+ander mensch.
+
+Er woont een ridderlijk volk op het eiland Sicilië. Van al deze armen
+liet geen enkele haar voelen, dat zij liefdadigheid uitoefende. Zij
+aanbaden haar, maar zij aanbaden haar als vrouw. Zij namen plaats
+aan haar tafel als bij een gelijke. Zij behandelden haar, zooals een
+gastvrouw door haar gasten behandeld wordt. Heden doe ik u de eer
+bij u te komen, morgen doet ge mij de eer bij mij te komen. Zoo en
+niets anders was het!
+
+Zij stond op de hooge trap van het raadhuis en zag neer op de
+menigte. En toen men het glas volschonk van den ouden stoelenmatter,
+die aan 't boveneinde der tafel zat, richtte hij zich op, boog voor
+haar en zei:
+
+"Ik drink op uw welzijn, signorina."
+
+Zoo deden allen. Zij legden de hand op het hart en bogen voor
+haar. Het was misschien goed voor haar geweest, indien zij zulk een
+ridderlijkheid vroeger in haar leven ontmoet had. Waarom hadden de
+mannen in haar vaderland haar doen vergeten, dat de vrouwen bestaan
+om te worden aangebeden?
+
+Hier zagen allen er uit of ze gloeiden van een stille vereering. Zoo
+worden de vrouwen behandeld op het edele eiland. Wat gaven zij haar
+niet terug voor de spijzen en den wijn, die zij hun schonk! Zij gaven
+haar en jeugd en vroolijkheid, en de eer om navolgenswaardig te zijn.
+
+Ze hielden toespraken tot haar.
+
+"Edele signorina, gij die over de wijde zee gekomen zijt, gij die
+Sicilië bemint"--en zoo voort, en zoo voort.
+
+En zij toonde, dat zij kon blozen, zij schaamde zich niet langer,
+dat zij glimlachen kon.
+
+Toen zij gesproken hadden, begon het te beven om den mond der
+Engelsche signorina. Zij werd twintig jaar jonger. Dat was hetgeen
+zij noodig had.
+
+Op het feest was ook de ezeldrijver, die de Engelsche dames naar
+Tre Castagni pleegt te geleiden, en die altijd verliefd op haar
+was, vóórdat hij van haar scheidde. Nu viel zijn oog op de groote
+weldoenster.
+
+Niet alleen een slank, fijn lichaam en een zachte gelaatstint zijn
+waard aangebeden te worden, maar ook sterkte en kracht.
+
+De ezeldrijver liet plotseling mes en vork vallen, leunde met
+de ellebogen op de tafel en bleef zoo zitten om naar haar te
+kijken. En gelijk hij, deden al de andere ezeldrijvers. Het ging
+als een besmetting rond. Het werd rondom de Engelsche signorina
+heet van gloeiende blikken. Het waren niet alleen de armen die haar
+aanbaden. De advocaat Ugo Favara kwam bij haar en fluisterde haar in
+het oor, dat zij een voorzienigheid was voor zijn arm land en voor hem.
+
+"Indien ik slechts vroeger een vrouw gelijk u getroffen had," zei hij.
+
+"Denk u een ouden vogel, die lange jaren in een kooi was opgesloten
+en ruig geworden is en den glans zijner veeren verloren heeft. En
+plotseling komt er iemand, die hem streelt en den glans opnieuw te
+voorschijn roept. Stel u dat voor, signorina!"
+
+En dan was er ook die knaap van Napels. Hij haalde zijn mandoline te
+voorschijn en begon te zingen. Gij weet, hoe hij pleegt te zingen,
+hoe hij gewoonlijk zijn grooten mond vertrekt en leelijke woorden
+zegt. Dikwijls gelijkt hij op een spottend masker. Maar hebt gij
+gezien dat hij een engel in zijn oogen heeft?
+
+Een engel, die schijnt te weenen over zijn val en vervuld is van een
+goddelijken waanzin. En dezen avond was hij slechts engel. Hij hief het
+hoofd op als een door God geïnspireerde dichter, zijn gebogen lichaam
+werd veerkrachtig en richtte zich op in trotsche levensvreugde. Er
+kwam kleur op zijn doodsbleeke wangen. En hij zong, hij zong, zoo dat
+men de tonen als vuurvliegen van zijn lippen zag zweven om de lucht
+met hun gejubel en gedans te vervullen.
+
+Toen het nacht werd trokken allen naar het Grieksche theater. Dat
+was het glanspunt van het feest. En wat had de gastvrouw daar haar
+gasten aan te bieden?
+
+Daar was de Russische zangeres en de Duitsche variété-kunstenaar,
+de Engelsche clowns en de Amerikaansche goochelaar. Maar wat was dit
+alles vergeleken met den zilverwitten maneschijn, met de plaats en al
+haar herinneringen! Het was alsof de armen zich voelden als Grieken
+en cultuurdragers, toen zij zich neervlijden op de rotsbanken van hun
+eigen oud theater, en tusschen de bouwvallige zuilen van het tooneel
+het schoone panorama aanschouwden.
+
+De armen zijn niet spaarzaam, ze deelen mild van de vreugde, die ze
+krijgen. Ze waren niet zuinig met de toejuichingen, ze waren uitbundig
+in hun handgeklap. Zij die op het tooneel optraden, vertrokken met
+een schat van lof.
+
+Toen spoorde iemand de Engelsche signorina aan om ook op te treden. Al
+deze vereering gold immers haar. Zij moest eens oog in oog met haar
+gasten staan. En zij zeiden haar hoe bijval bedwelmt, hoe die vervoert
+en bezielt.
+
+Dit voorstel behaagde haar, en zij volgde dezen raad onmiddellijk.
+
+Zij had in haar jeugd dikwijls gezongen en de Engelschen zijn nooit
+afkeerig om te zingen. Anders zou zij het zeker niet gedaan hebben,
+maar nu was zij goed geluimd, en nu wilde zij zingen voor hen, die
+haar liefhadden.
+
+Zij trad het laatst van allen op.
+
+Stel u nu eens voor wat het is op zulk een oud tooneel op te
+treden! Daar was het dat Antigone levend begraven was en Iphegenie
+geofferd had. Maar de Engelsche signorina trad slechts op om gehuldigd
+te worden.
+
+Een storm van bijval barstte los, zoodra zij zich vertoonde. Men
+wilde den grond verpletteren om haar te huldigen.
+
+Het was een trotsch oogenblik. Zij stond daar met den Etna tot
+achtergrond en de Middellandsche zee tot zijcoulisse. Voor haar op
+de met mos begroeide banken strekte zich de overwonnen armoede uit
+en zij voelde, dat geheel Diamante aan haar voeten lag.
+
+Ze koos Bellini, hun eigen Bellini. Zij ook wilde beminnelijk zijn
+en daarom zong zij een lied van Bellini, die geboren is aan den voet
+van den Etna, Bellini, dien zij vanbuiten kenden, noot voor noot.
+
+Natuurlijk, o signora, natuurlijk kon zij niet zingen. Zij was alleen
+op het tooneel gekomen om zich te laten huldigen. Zij was opgetreden,
+opdat de volksliefde zich uiten kon. Maar nu zong zij valsch en
+zwak. En de menschen kenden elken toon.
+
+Het was de mandolinista van Napels, die het eerst met zijn geheele
+gezicht lachte en een toon nazong even valsch als de Engelsche
+signorina. Later was het de man met kanker in 't gezicht, die zoo
+lachte, dat zijn verband afviel. Daarna begon een ezeldrijver in de
+handen te klappen, en volgden de anderen zijn voorbeeld. Het was een
+krankzinnige daad maar dat begrepen zij niet.
+
+Men kon toch op den grond der oude Grieken geen barbaren dulden,
+die valsch zingen.
+
+Donna Pepa en donna Tura lachten, zooals zij nog nooit in haar leven
+gedaan hadden.
+
+Geen enkele zuivere toon! Bij de Madonna en San Pasquale, geen enkele
+zuivere toon!
+
+Ééns in hun leven waren zij verzadigd. Het stond nu eenmaal geschreven,
+dat er waanzin en razernij over hen zou zijn dien avond. En waarom
+zouden zij niet lachen? Men had hun toch zeker geen eten gegeven om
+hun ooren te pijnigen met vijl en zaag?
+
+Mochten zij zich niet verdedigen door te lachen, moesten zij haar niet
+nadoen, sissen en fluiten? Mochten zij zich niet achteroverwerpen om
+in een daverend gelach uit te barsten?
+
+Ze waren toch zeker geen slaven der Engelsche signorina!
+
+Het kwam overweldigend voor haar. 't Kwam al te overweldigend
+onverwacht, dan dat zij het zou kunnen begrijpen.
+
+Floten zij haar uit? Het was zeker om iets daar beneden, om iets dat
+zij niet zien kon.
+
+Zij zong de aria ten einde. Zij was overtuigd, dat dit lachen iets was,
+dat haar niet aanging.
+
+Toen zij eindigde, stortte er een stroom van twijfelachtigen bijval
+op haar neer. Die was zóó, dat zij eindelijk alles begreep. Fakkels
+en maneschijn verlichtten den nacht, zoodat zij de menschenmassa kon
+zien schudden van 't lachen.
+
+Zij hoorde den hoon en spot, nu zij niet meer zong. Die gold haar. Toen
+vluchtte zij van het tooneel, en het was alsof de groote Etna schudde
+van 't lachen en de zee glinsterde van pret.
+
+Maar het werd al erger en erger. Ze hadden zoo gelachen, de armen, zoo
+gelachen als nooit tevoren, en zij wilden haar nog éénmaal hooren. Zij
+riepen haar terug. "Bravo! Bis! Da capo!" Zulk een genoegen konden
+zij zich niet laten ontgaan.
+
+En zij, de Engelsche signorina, zij was bijna bewusteloos.
+
+Een storm verhief zich rondom haar. Het volk schreeuwde, brulde om
+haar te dwingen weer op het tooneel te verschijnen. Zij zag hoe zij
+de armen ophieven om haar te dreigen; opeens was het tooneel veranderd
+in een oud circus, zij werd naar binnen gesleurd om door wilde dieren
+verslonden te worden.
+
+En de razernij steeg en steeg. De anderen, die opgetreden waren,
+werden bevreesd en smeekten haar toe te geven. En zij zelf werd ook
+bang, het was alsof men haar wilde vermoorden, indien zij niet toegaf.
+
+Zij sleepte zich naar het tooneel en stond oog in oog met de tierende
+volksmassa. Voor haar was er geen verschooning. Zij moest zingen,
+omdat allen lachen wilden. Dat was het ergste. Zij zong, omdat zij
+bang was voor hen en niet den moed had het hun te weigeren. Zij was
+een weerlooze vreemdelinge en zij had niemand, die haar beschermde
+en zij was bang.
+
+En zij lachten en lachten!
+
+Gedurende de geheele aria hoorde men niets anders dan geschreeuw,
+gesis, gelach en gefluit. Niemand had medelijden met haar. Het was
+misschien de eerste maal in haar leven, dat zij voelde, dat zij
+behoefte had aan iemand, die barmhartig jegens haar was....
+
+Den volgenden dag wilde zij vertrekken. Zij kon het niet langer
+uithouden in Diamante. Maar toen zij dit zeide tegen advocaat Favara,
+bezwoer hij haar om zijnentwille te blijven en hij vroeg haar zijn
+vrouw te worden.
+
+Hij had het rechte oogenblik gekozen. Zij nam zijn aanzoek aan en
+trouwde met hem.
+
+Maar na dien tijd bouwde zij niet meer aan haar paleizen, zij streed
+niet meer tegen de armoede, zij wilde niet meer koningin van Diamante
+zijn.
+
+Zoudt gij het willen gelooven? Zij vertoonde zich nooit meer op straat,
+maar leefde binnenshuis als een Siciliaansche.
+
+Haar klein huis lag verborgen achter een hooge schutting en van haar
+zelf merkte men niets.
+
+Men wist slechts, dat zij geheel was veranderd; maar men wist niet
+of zij gelukkig of ongelukkig was, en of zij zich opsloot omdat zij
+de menschen haatte, dan of zij wilde zijn zooals een Siciliaansche
+huisvrouw behoort te zijn.
+
+Maar eindigt het op deze wijze niet altijd met vrouwen? Als zij
+paleizen bouwen, komen zij nooit klaar. Vrouwen kunnen niets tot
+stand brengen, dat duurzaamheid bezit.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE VERWORPELING.
+
+
+Toen donna Micaela hoorde hoe de armen miss Tottenham uitgelachen
+hadden, haastte zij zich naar het hotel om haar leedwezen daarover
+te betuigen.
+
+Zij wilde miss Tottenham smeeken deze stakkers niet te beoordeelen
+naar hetgeen zij gedaan hadden, toen zij opgewonden waren van vreugde
+en wijn. Zij wilde haar smeeken toch niet haar hand af te trekken van
+Diamante. Zelf hield zij niet veel van miss Tottenham, maar terwille
+van de armen----Zij wilde al het mogelijke doen om haar over te halen
+te blijven.
+
+Toen zij naar het hotel Etna ging, zag zij dat de geheele straat vol
+reiswagens stond. Er was dus geen hoop meer. De groote weldoenster
+zou vertrekken.
+
+In het hotel heerschte veel droefheid en berouw. De twee blinden,
+donna Pepa en donna Tura, die vroeger altijd op de binnenplaats van
+het hotel zaten, waren nu buitengesloten en lagen op haar knieën voor
+de poort. En de jonge ezeldrijver, die verliefd was op alle Engelsche
+signorina's, stond met zijn gezicht tegen den muur te weenen.
+
+Maar in het hotel liep de waard op en neer in de lange gang en hij
+was vertoornd op de Voorzienigheid, die hem dit ongeluk toevoegde.
+
+"Signor Dio," mompelde hij, "ik ben geruïneerd. Als gij dit laat
+geschieden, neem ik mijn vrouw bij de hand en mijn kinderen op den
+arm en werp mij in den Etna."
+
+De waardin was zeer bleek en ootmoedig. Zij waagde het nauwelijks
+haar oogen van den grond op te heffen. Zij had wel op haar knieën
+willen kruipen om de rijke signorina te bewegen toch te blijven.
+
+"Wilt ge met haar spreken, donna Micaela?" zei ze. "Moge God u kracht
+schenken om met haar te spreken! Ach, zeg haar, dat die knaap van
+Napels, die de schuld is van het geheele ongeluk, reeds uit de stad
+verbannen is. Zeg haar, dat allen boete willen doen. O, spreek met
+haar, signora!"
+
+Zij voerde donna Micaela naar de ontvangkamer der Engelsche en ging
+met haar kaartje naar het salon. Zij kwam dadelijk terug en verzocht
+donna Micaela een paar minuten te willen wachten. Signorina Tottenham
+sprak met signor Favara over zaken.
+
+Maar dit was juist het oogenblik dat advocaat Favara aanzoek deed om
+de hand van miss Tottenham, en terwijl donna Micaela wachtte, hoorde
+zij hem duidelijk zeggen: "Gij moogt niet vertrekken, signorina! Wat
+zal er van mij worden, indien gij vertrekt! Ik heb u lief, ik kan
+u niet laten vertrekken. Ik zou het niet gewaagd hebben te spreken,
+indien ge niet gedreigd hadt te vertrekken. Maar nu------" Hier daalde
+zijn stem, maar donna Micaela wilde niets meer hooren, zij verwijderde
+zich snel. Zij begreep dat zij hier overbodig was. Indien het signor
+Favara niet gelukte de groote weldoenster in Diamante te doen blijven,
+zou niemand dat kunnen.
+
+Toen zij weer door de poort ging, stond de waard te twisten met den
+ouden Franciscaner, fra Felice. En hij was zoo opgewonden, dat hij
+niet slechts twistte met fra Felice, maar hem ook uit zijn huis joeg.
+
+"Fra Felice," riep hij, "gij komt hier om ruzie te maken met de groote
+weldoenster. Gij wilt haar nog meer opwinden.
+
+"Ga weg, zeg ik u. Gij wolf, gij menscheneter, ga weg!"
+
+Fra Felice was even vertoornd als de waard, en wilde hem op zij
+duwen. Maar toen nam deze hem bij den arm en zette hem de deur uit.
+
+Fra Felice was een man, die een groote gave van zijn Schepper had
+ontvangen. Op Sicilië, waar iedereen in de loterij speelt, worden
+menschen gevonden, die de gave bezitten te voorspellen welke nummers
+bij de volgende trekking uit zullen komen. Degene, die de gave der
+helderziendheid ontvangen heeft, wordt polacco genoemd, en men vindt
+hen het meest onder de oude bedelmonniken. En zulk een monnik was fra
+Felice. Hij was de grootste polacco van den Etna. En daar een ieder
+gaarne wilde, dat hij hem zou zeggen op welk lot een prijs zou vallen,
+werd fra Felice met veel eerbied behandeld. Hij was niet gewoon,
+dat men hem bij den arm nam en op straat zette; neen, dat was fra
+Felice zeker niet gewoon.
+
+Hij was ongeveer tachtig jaar en geheel verdroogd en
+verschrompeld. Toen hij tusschen de wagens wankelde, struikelde hij,
+trapte op zijn pij en stond op het punt te vallen. Maar geen van
+de ezeldrijvers of koetsiers, die bij de poort stonden te klagen,
+hadden heden tijd om aan fra Felice te denken.
+
+De grijsaard waggelde heen en weer in zijn wijde duffel pij. Hij
+was zoo klein en mager, dat er meer kracht in de pij dan in den
+monnik scheen te zijn. Het leek alsof de pij den ouden fra Felice
+staande hield.
+
+Donna Micaela ging naar hem toe en schoof zacht den arm van den
+grijsaard in den hare. Zij kon het niet aanzien, dat hij stiet tegen
+een lantaarn en struikelde over een drempel. Maar fra Felice merkte
+niet eens dat zij hem steunde. Hij liep daar in zich zelf te mompelen
+en te vloeken en meende dat hij even eenzaam was, alsof hij in zijn
+cel zat. Donna Micaela vond het vreemd dat fra Felice zoo vertoornd
+was op miss Tottenham. Was zij in zijn klooster geweest en had zij
+fresco's van de wanden gehaald, of wat had zij anders gedaan?
+
+Want fra Felice had gedurende zestig jaar gewoond in het groote
+Franciscanerklooster, dat buiten de porta Etnea ligt, vlak naast de
+kerk van San Pasquale.
+
+Daar had fra Felice reeds dertig jaar gewoond, toen het klooster
+opgeheven en aan een koopman verkocht werd.
+
+De andere monniken vertrokken, maar fra Felice bleef, omdat hij
+niet kon begrijpen, wat het wil zeggen het huis van San Franciscus
+te verkoopen.
+
+Indien de anderen vertrokken, scheen het fra Felice nog des te
+noodzakelijker, dat ten minste één monnik in het klooster bleef.
+
+Wie zou anders zorgen voor het luiden der klokken of het bereiden
+der geneesmiddelen voor de boerenvrouwen, of wie zou brood geven aan
+de armen van het klooster? En fra Felice koos zich een cel in een
+verborgen hoekje en bleef in het klooster wonen, zooals hij altijd
+gedaan had.
+
+De koopman, die het klooster gekocht had, kwam er nooit. Hij bekommerde
+zich niet om het oude klooster, hij had het slechts gekocht om de
+groote wijngaarden, die er bij behoorden.
+
+Zoo kwam het dat fra Felice nog steeds regeerde in het oude klooster
+en hij was het die de gebroken vensterkozijnen herstelde en de muren
+witte. Even vele armen als vroeger die brood van het klooster kregen,
+ontvingen dat nog steeds. Voor zijn voorspellingsgave kreeg fra Felice
+zulke groote aalmoezen, als hij zwierf door de Etnasteden, dat hij een
+rijke man had kunnen zijn; maar hij besteedde alles voor het klooster.
+
+Nog grooter zorg had fra Felice voor de kloosterkerk. Die was in
+oorlogstijd ontheiligd geworden door bloedigen strijd en andere
+wandaden, zoodat de mis niet meer daarin gelezen mocht worden.
+
+Maar ook dat kon fra Felice niet begrijpen. De kerk waar hij zijn
+gelofte had afgelegd, was altijd even heilig voor den ouden monnik.
+
+Het was zijn grootste verdriet, dat de kerk in verval geraakte. Hij had
+moeten aanzien dat Engelschen het preekgestoelte, de koorstoelen en het
+pulpitum kochten en wegvoerden. En hij had niet kunnen verhinderen,
+dat de heeren van het museum te Palermo de kronen, schilderijen
+en hostiekelken wegnamen. Hoezeer hij het ook gewenscht had, hij
+had niets kunnen doen om zijn kerk te redden. Maar hij haatte deze
+kerkplunderaars, en toen donna Micaela hem nu zoo toornig zag, geloofde
+zij dat miss Tottenham eenige van zijn schatten had willen wegnemen.
+
+Maar de waarheid was, dat nu fra Felice's kerk zoo leeg was, dat
+niemand meer kon komen om te plunderen, hij begonnen was er over
+te denken, die opnieuw te versieren en zijn oog was gevallen op de
+verzameling heiligenbeelden die de rijke Engelsche dame bezat.
+
+Op haar feest, toen zij goed en mild jegens allen was, had hij gewaagd
+haar te verzoeken om haar schoone Madonna, die een kleed van satijn
+droeg en oogen had, die straalden gelijk de zon. En zij had zijn
+verzoek toegestaan.
+
+Dezen morgen had fra Felice zijn kerk geveegd en gestoft en bloemen
+op het altaar gezet vóórdat hij het beeld ging halen.
+
+Maar toen hij in het hotel kwam, was de Engelsche van gedachten
+veranderd en zij had hem het kostbare Madonnabeeld niet willen
+geven. Daarvoor in plaats had zij hem een klein vuil, in lompen
+gehuld beeld van het Christuskind geschonken, waar zij zonder spijt
+van scheiden kon.
+
+Ach! de oude fra Felice was zoo vol vreugde en verwachting geweest en
+nu was hij zoo teleurgesteld. Hij kon niet berusten in haar besluit,
+maar was keer op keer teruggekomen om te bedelen om het andere beeld.
+
+Het was zoo kostbaar, dat hij het niet zou kunnen koopen voor alles
+wat hij gedurende een geheel jaar bijeen bedelde.
+
+Ten slotte had de groote weldoenster hem laten wegjagen; het was op
+dit oogenblik dat donna Micaela hem gevonden had.
+
+Terwijl zij door de straat liepen, begon zij met den grijsaard te
+spreken en hem over te halen haar zijn verdriet te vertellen.
+
+Hij droeg het beeld en midden op de straat bleef hij staan om het haar
+te toonen en haar te vragen of zij ooit iets erbarmelijkers had gezien.
+
+Donna Micaela zag een oogenblik ontsteld naar het beeld. Toen
+glimlachte zij en zei: "Leen mij het beeld een paar dagen, fra Felice."
+
+"Gij moogt het gaarne behouden," zei de grijsaard. "Moge het mij
+nooit weer onder de oogen komen."
+
+Donna Micaela nam het beeld met zich mede naar huis en werkte er
+aan, gedurende twee dagen. Toen zij het daarna zond naar fra Felice,
+glinsterden de gepoetste sieraden, het droeg een nieuw, helder kleedje,
+het was opnieuw geschilderd en in zijn kroon schitterden veelkleurige
+steenen.
+
+Hij was zoo schoon, de verworpeling, dat fra Felice hem op het leege
+hoogaltaar van zijn kerk plaatste.
+
+
+
+Het was zeer vroeg in den morgen. De zon was nog niet opgegaan
+en de zee was nauwelijks zichtbaar. Het was werkelijk nog zeer
+vroeg. De katten slopen nog over de daken, geen rook steeg op uit de
+schoorsteenen en de nevels schoven op elkaar en stapelden zich opeen
+boven den bodem van het dal, rondom den steilen Monte Chiaro. In
+dezen vroegen ochtend ijlde de oude fra Felice naar de stad.
+
+Hij sprong zoo, dat hij meende te voelen, hoe de berg onder hem
+schudde. Hij liep zoo haastig, dat de grashalmen aan den weg niet eens
+dauw konden sprenkelen op zijn pij, zóó vlug, dat de schorpioenen
+niet eens hun giftangel uit konden steken om hem te wonden. Terwijl
+de grijsaard zoo sprong, woei zijn pij los om hem heen en hing het
+koord ongebonden op zijn rug.
+
+De wijde mouwen fladderden gelijk vleugels en de zware capuchon
+danste op en neer op zijn rug, als wilde die hem tot nog grooter
+haast aansporen.
+
+De man in het tolkantoor, die nog zat te slapen, ontwaakte en wreef
+zich de oogen uit, toen fra Felice voorbijsnelde, maar hij herkende
+hem niet.
+
+De straatsteenen waren glibberig van den dauw, bedelaars lagen bij de
+hooge steenen trappen te slapen met hun beenen onachtzaam op straat
+uitgestrekt; late domino-spelers keerden van het café huiswaarts,
+waggelend van slaap. Maar fra Felice ijlde verder, hij ontweek alle
+hinderpalen. En huizen en portalen, markt en straten verdwenen achter
+den ouden fra Felice. Hij snelde door de halve corso, vóórdat hij
+bleef stilstaan.
+
+Hij stond voor een groot huis met zware balkons. Hij greep een
+poortklopper en klopte, totdat een dienaar ontwaakte. Daarna rustte
+hij niet vóórdat de knaap een dienstmeisje wekte, en dit dienstmeisje
+riep de signora.
+
+"Donna Micaela, fra Felice is beneden. Hij beweert, dat hij u moet
+spreken."
+
+Toen donna Micaela eindelijk bij fra Felice kwam, hijgde hij nog naar
+adem, maar zijn oogen schitterden en kleine bleeke rozen bloeiden op
+zijn wangen.
+
+Het was het beeld, het beeld! Toen fra Felice dien morgen om vier uur
+de klokken geluid had, was hij in de kerk gegaan om het te beschouwen.
+
+Toen had hij gezien dat groote steenen losgelaten hadden juist boven
+het beeld. Die waren op het altaar gevallen en hadden het verbrijzeld,
+maar het beeld was onbeschadigd gebleven.
+
+En van alle steenen en stof, die naar beneden gevallen waren, had
+niets het beeld getroffen, maar het stond er nog volkomen ongedeerd.
+
+Fra Felice nam donna Micaela bij de hand en zei tot haar, dat zij hem
+naar het klooster moest volgen om het wonder te aanschouwen. Zij moest
+het 't eerst van allen zien, omdat zij het beeld in haar bescherming
+genomen had.
+
+En donna Micaela volgde hem door den grauwen koelen morgen naar zijn
+klooster, terwijl haar hart van spanning en verwachting klopte.
+
+Toen zij daar kwam en zag, dat fra Felice de waarheid had gesproken,
+vertelde zij hem dat zij het beeld herkend had, zoodra zij het weerzag,
+en dat het een wonderdoener was.
+
+"Hij is de grootste en mildste wonderdoener," zei zij.
+
+Fra Felice ging nu naar het beeld en keek het in de oogen. Want er
+bestaat een groot verschil tusschen beeld en beeld, maar de ervaring
+van een ouden monnik is er toe noodig om te zien welk beeld macht
+heeft en welk niet.
+
+Nu zag fra Felice, dat de oogen van dit beeld diep en stralend waren,
+alsof het leven bezat, en dat om zijn lippen een geheimzinnig lachje
+speelde.
+
+Toen oude fra Felice dit zag, viel hij op de knieën en strekte zijn
+gevouwen handen naar het beeld uit. En zijn oud rimpelig gelaat werd
+verhelderd door een groote vreugde. Het scheen fra Felice plotseling,
+dat de wanden zijner kerk bedekt waren met schilderijen en purperen
+kleeden, licht straalde boven het altaar, gezang klonk van het koor,
+en over den geheelen vloer lagen knielende, biddende menschen. Alle
+heerlijkheid, die men slechts kon droomen, zou zijn arme oude kerk
+ten deel vallen, nu zij een der machtige wonderdoende beelden bezat.
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+HET OUDE PASSIESPEL.
+
+
+Van het zomerpaleis in Diamante werden gedurende dezen tijd
+vele brieven verzonden naar Gaetano Alagona, die gevangen zat te
+Como. Maar de postbode had in zijn tasch nooit een brief van Gaetano,
+die geadresseerd was aan het zomerpaleis. Want Gaetano was in zijn
+levenslange gevangenis gegaan, alsof het een graf was. Het eenige dat
+hij begeerde en wenschte was, dat het hem de vergetelheid en de rust
+van het graf zou schenken.
+
+Hij gevoelde zich als dood en hij zei tot zich zelf, dat hij het
+geklaag en gejammer der overlevenden niet wilde hooren. Ook wilde
+hij niet verleid worden tot hoop, of door teedere woorden verlokt
+worden te verlangen naar bloedverwanten en vrienden. Hij wilde ook
+niet hooren wat er geschiedde in de wereld, nu hij geen macht bezat
+in te grijpen en te leiden.
+
+Hij verschafte zich werk in de gevangenis en sneed schoone kunstwerken
+zooals hij altijd gedaan had.
+
+Maar hij ontving nooit een brief, nooit een bezoek. Hij meende dat
+hij op deze wijze niet meer de geheele bitterheid van zijn ongeluk
+zou voelen. Hij geloofde, dat hij kon leeren een heel leven te leven
+binnen vier muren.
+
+Dit was de reden, dat donna Micaela nooit een brief tot antwoord van
+hem ontving.
+
+Eindelijk schreef zij naar den directeur der gevangenis en vroeg of
+Gaetano nog leefde. En deze antwoordde, dat de gevangene naar wien
+zij vroeg nooit een brief las. Hij wilde geen enkel bericht van de
+buitenwereld hooren.
+
+Toen schreef zij hem niet meer, maar werkte des te harder aan haar
+spoorweg. Ze waagde het nauwlijks daarover te spreken in Diamante,
+maar toch dacht ze aan niets anders. Zij zelf borduurde en naaide,
+en ze liet door haar dienaren allerlei goedkoope zaken vervaardigen,
+die zij op haar bazaar wilde verkoopen.
+
+Uit den winkel nam zij oude artikelen voor de tombola. Zij liet
+Piero, den poortwachter, gekleurde lampions maken. Zij overreedde
+haar vader schilden en aanplakbiljetten te schilderen, en zij liet
+haar kamenier, Lucia, die van Capri was, kettingen van koraal en
+doosjes van schelpen maken.
+
+Zij was evenwel volstrekt niet zeker, dat er een enkel mensch zou komen
+op haar feest. Allen waren tegen haar, niemand wilde haar helpen. Ze
+vonden het niet eens goed, dat zij zich op straat vertoonde en over
+zaken sprak. Zoo iets paste niet voor een voorname dame.
+
+Toen was het, dat de oude fra Felice haar trachtte te helpen, want
+hij had haar lief omdat zij hem geholpen had met het beeld.
+
+Eens, toen donna Micaela klaagde, dat zij niemand kon overtuigen,
+dat men den spoorweg moest aanleggen, nam hij het kalotje van zijn
+hoofd en wees op zijn kalen schedel.
+
+"Zie naar mij, donna Micaela," zei hij. "Zoo kaal zal deze spoorweg
+uw hoofd maken, indien gij voortgaat, zooals gij begonnen zijt."
+
+"Wát meent gij, fra Felice?"
+
+"Donna Micaela," zei de grijsaard, "is het geen dwaasheid, een groot
+plan te ondernemen zonder een vriend of helper te bezitten?"
+
+"Ik heb dikwijls beproefd vrienden te winnen, fra Felice."
+
+"Ja, menschen," zei de grijsaard. "Maar wat helpen menschen? Als
+iemand uit visschen gaat, donna Micaela, weet hij, dat hij San Pietro
+moet aanroepen, wanneer iemand een paard wil koopen, kan hij bijstand
+begeeren van San Antonio Albate. Maar indien ik wil bidden voor uw
+spoorweg, weet ik niet tot wien ik mij zal wenden."
+
+'t Was fra Felice's bedoeling te zeggen, dat de fout was dat zij geen
+schutspatroon gekozen had voor haar spoorweg. Hij wilde, dat zij het
+gekroonde kind, dat in zijn oude kerk stond, zou kiezen tot vriend en
+beschermer. Hij zeide haar, dat zij zeer zeker geholpen zou worden,
+indien zij dit slechts deed.
+
+Zij was zoo getroffen, dat iemand haar wilde bijstaan, dat zij dadelijk
+beloofde te bidden voor haar spoorweg tot het kind in San Pasquale.
+
+Maar fra Felice ging heen en schafte zich een groote collectebus aan
+en liet daarop met groote duidelijke letters schilderen: "Gaven voor
+den Etnaspoorweg." Deze hing hij op in zijn kerk naast het altaar.
+
+'t Was niet meer dan een dag later, dat donna Emilia, de echtgenoote
+van don Antonio Greco, naar de oude, verlaten kerk ging om San Pasquale
+te raadplegen, omdat hij de verstandigste van alle heiligen is.
+
+In den herfst was namelijk don Antonio's theater begonnen achteruit
+te gaan, zooals wel te verwachten was in een tijd, dat allen gebrek
+aan geld hadden.
+
+Don Antonio was toen op de gedachte gekomen te trachten het theater met
+minder groote kosten dan vroeger te exploiteeren. Hij had op de lampen
+bezuinigd en de groote, prachtig geschilderde affiches afgeschaft.
+
+Maar dat was een groote dwaasheid geweest. Want als de menschen den
+lust verliezen om naar een theater te gaan, is het niet het rechte
+oogenblik de slepen der prinsessen te verkorten of zuinig te zijn op
+het verguldsel der kronen.
+
+Misschien is het niet zoo gevaarlijk bij een anderen schouwburg, maar
+in een marionetten-theater is het meer dan moeilijk veranderingen te
+brengen. Dat komt omdat het meest halfvolwassen knapen zijn, die naar
+een marionetten-theater gaan. Volwassen menschen kunnen begrijpen,
+dat men nu en dan zuinig moet zijn, maar kinderen willen het altijd
+op dezelfde wijze hebben.
+
+Al minder en minder toeschouwers kwamen bij don Antonio en hij ging
+steeds door met bezuinigen. Toen viel het hem in, dat hij best de
+twee blinde vioolspelers kon ontberen, vader Elia en broeder Tommaso,
+die gewoonlijk in de tusschenbedrijven en bij krijgstooneelen speelden.
+
+Deze blinden, die veel geld verdienden met het zingen in sterfhuizen,
+en die groote sommen wonnen gedurende de feestdagen, verlangden een
+zeer hooge betaling.
+
+Don Antonio ontsloeg hen uit zijn dienst en schafte zich een orgel aan.
+
+Maar dit werd zijn ongeluk. De leerjongens en winkelbedienden van
+geheel Diamante bleven weg van het theater.
+
+Zij wilden geen orgel dulden in hun theater, en ze beloofden elkaar,
+niet naar het theater te gaan, vóórdat don Antonio de blinde muzikanten
+weer in zijn dienst genomen had. En zij hielden hun belofte. Don
+Antonio's poppen moesten voor leege banken optreden.
+
+En de jonge knapen, die anders liever afstand deden van hun avondbrood
+dan van hun theater, lieten avond op avond voorbijgaan, zonder er
+heen te gaan.
+
+Ze waren overtuigd, dat zij don Antonio ten slotte konden dwingen,
+alles weer zooals vroeger in te richten.
+
+Maar don Antonio stamde van een kunstenaarsgeslacht. Zijn vader en
+broeder bezaten een marionetten-theater, zijn zwager en al zijn
+familieleden waren menschen van het vak. En don Antonio verstond
+zijn kunst. Hij kon zijn stem tot in het oneindige veranderen, hij
+kon gelijktijdig manoeuvreeren met een heel leger van poppen, en hij
+kende den tekst uit het hoofd van den geheelen cyclus tooneelspelen,
+die getrokken zijn uit de kroniek van Carolus Magnus.
+
+En nu was don Antonio's kunstenaarsgevoel beleedigd. Hij wilde niet
+gedwongen worden de blinden weer in zijn dienst te nemen. Hij wilde
+dat men naar zijn theater zou gaan om zijnentwille en niet om de
+muzikanten.
+
+Hij veranderde zijn repertoire en begon groote stukken te spelen met
+prachtige monteering.
+
+Maar ook dat hielp niets.
+
+Er is een tooneelspel, dat "de dood van den paladijn" genoemd wordt
+en Rolands strijd bij Ronceval behandelt. Daarvoor zijn zoovele
+machinerieën noodig dat een poppentheater gedurende twee dagen gesloten
+moet zijn, voordat het gespeeld kan worden.
+
+Maar het publiek is er zoo op verzot, dat men het gewoonlijk gedurende
+een geheele maand speelt voor dubbele prijzen en een uitverkocht huis.
+
+Nu maakte don Antonio alles gereed voor dit tooneelstuk, maar hij
+behoefde het niet te spelen, hij had geen toeschouwers.
+
+Toen was don Antonio gebroken. Hij beproefde vader Elia en broeder
+Tommaso weer terug te krijgen, maar dezen wisten nu wat zij waard
+waren. En zij verlangden zulk een hooge betaling dat het don Antonio
+een onmogelijkheid was, hun dat te betalen. Zij konden niet tot een
+vergelijk komen.
+
+In de kleine woning achter het marionetten-theater leefde men als in
+een belegerde vesting. Men kon niets anders doen dan verhongeren.
+
+Donna Emilia en don Antonio waren beiden jonge vroolijke menschen, maar
+nu lachten zij nooit meer. 't Was niet zoozeer de nood, die hen drukte,
+maar don Antonio was een trotsche man, en hij kon de gedachte niet
+verdragen, dat zijn kunst geen toeschouwers meer vermocht te trekken.
+
+Toen ging donna Emilia naar de kerk van San Pasquale ten einde den
+heilige te smeeken om een goeden raad. Zij wilde negen gebeden doen
+voor het groote steenen beeld, dat in het portaal der kerk stond. Maar
+toen zij begon te bidden, bemerkte zij, dat de kerkdeuren openstonden.
+
+"Waarom staan San Pasquale's kerkdeuren open?" zei donna Emilia. "Dat
+heb ik van mijn levensdagen nog nooit gezien." En zij trad de kerk
+binnen.
+
+Het eenige, dat daarbinnen te zien was, was fra Felice's geliefd
+beeld en de groote collectebus.
+
+En het beeld straalde zoo schoon met zijn kroon en zijn ringen, dat
+donna Emilia zich tot hem aangetrokken gevoelde. Maar toen zij hem
+in de oogen zag, vond zij hem zoo liefelijk en schoon, dat zij op
+haar knieën zonk om te bidden.
+
+En zij beloofde, dat indien hij haar en don Antonio wilde helpen uit
+hun nood, zij de opbrengst van een geheelen avond zou leggen in de
+groote bus, die naast hem hing.
+
+Nadat zij gebeden had, verborg donna Emilia zich achter de kerkdeuren
+en beproefde te verstaan, wat de voorbijgangers zeiden. Want indien
+het beeld haar wilde helpen, zou hij haar een woord laten hooren,
+dat haar zeide, wat zij doen moest.
+
+Zij had daar nauwelijks twee minuten gestaan, toen Assunta van de
+domkerktrap er aankwam in gezelschap van donna Pepa en donna Tura.
+
+En zij hoorde Assunta met haar plechtige stem zeggen:
+
+"Het was in het jaar, dat ik voor de eerste maal het oude Passiespel
+hoorde."
+
+Donna Emilia verstond het volkomen duidelijk. Assunta zei werkelijk:
+"het Passiespel."
+
+Het was donna Emilia alsof zij nooit zou thuis komen. Haar beenen
+konden haar niet vlug genoeg dragen, het was alsof de weg tienvoudig
+verlengd was.
+
+Toen zij eindelijk den gevel van het theater zag, met de roode
+lantaarns en de groote kleurrijke affiches, scheen het haar dat zij
+vele mijlen afgelegd had.
+
+Toen zij binnentrad, zat don Antonio met zijn groot hoofd tusschen zijn
+beide handen en staarde naar den grond. 't Was droevig don Antonio
+aan te zien. Gedurende deze laatste weken was zijn haar begonnen
+uit te vallen. Boven op den schedel was het zoo dun, dat de huid er
+door scheen.
+
+Was dat te verwonderen, nu hij verteerd werd door zulk een
+verdriet? Terwijl zij weg was, had hij al zijn poppen te voorschijn
+gehaald om ze te beschouwen. Dat deed hij nu elken dag. Vooral placht
+hij lang te staren naar de pop, die voor Aminda speelde. Was zij dan
+niet schoon en verleidelijk meer? kon hij vragen. En dan trachtte hij
+het zwaard van Roland of de kroon van Karel den Grooten te verbeteren.
+
+Donna Emilia zag, dat hij de keizerskroon opnieuw verguld had, het was
+nu zeker wel voor de vijfde maal, dat hij dit deed. Plotseling had
+hij echter zijn werk neergelegd en was in gedachten verzonken. Hij
+had het zelf wel gevoeld, dat het hem niet aan verguldsel, maar aan
+een idee ontbrak.
+
+Toen donna Emilia binnentrad, strekte zij de handen naar haar man uit:
+
+"Zie mij aan, don Antonio Greco," zei ze. "Ik breng u gouden schalen
+vol koningsvijgen!"
+
+En zij vertelde hem hoe zij tot het Christuskind gebeden had. Ook
+zei ze hem, wat zij beloofd en wat het beeld haar geraden had.
+
+Toen zij don Antonio dit verhaalde, sprong hij op. Zijn armen
+vielen slap langs het lichaam, zijn haren rezen te berge. Een
+onbeschrijfelijke ontroering maakte zich van hem meester. "Het oude
+Passiespel," schreeuwde hij. "Het oude Passiespel." Want het oude
+passiespel is een mysterie, dat vroeger op gansch Sicilië gespeeld
+werd. Het verdrong alle andere oratoria en mysteriën en werd gedurende
+een paar eeuwen elk jaar in iedere stad gespeeld.
+
+Het was de gewichtigste dag van het jaar wanneer het oude passiespel
+vertoond werd. Maar nu speelde men het niet meer, nu leefde het nog
+slechts als een sage in de herinnering van het volk.
+
+In vroeger dagen werd het ook wel in marionetten-theaters
+gespeeld. Maar nu vond men het te oud en te afgezaagd. Misschien was
+het sedert dertig jaar niet meer opgevoerd.
+
+Don Antonio begon uit te varen tegen donna Emilia, omdat zij hem kwelde
+met dergelijke dwaasheden. Hij streed tegen haar als tegen een demon,
+die zich van hem meester wilde maken. Zij wekte slechts ijdele hoop
+in hem, die niets dan teleurstelling zou baren, zei hij. Hoe kon
+zij met zoo iets bij hem aankomen? Maar donna Emilia liet hem kalm
+uitrazen. Zij zeide slechts, dan hetgeen zij gehoord had, Gods wil was.
+
+Don Antonio begon spoedig te twijfelen. De grootsche gedachte maakte
+zich langzamerhand van hem meester. Er was niets ter wereld dat op
+gansch Sicilië zoo geliefd was als het oude passiespel. En woonde er
+niet nog steeds hetzelfde volk op het edele eiland? Beminden zij niet
+denzelfden hemel dien hun voorvaderen bemind hadden? Waarom zouden
+zij het oude passiespel ook niet liefhebben?
+
+Hij verzette zich zoolang hij kon. Hij zei tot donna Emilia dat het
+te kostbaar zou worden. Waar zou hij de apostelen met lang haar en
+witten baard vandaan krijgen? Hij bezat geen tafel voor het avondmaal,
+en hij had de machinerieën ook niet, die noodig waren voor den intocht
+en de kruisiging.
+
+Maar donna Emilia zag wel, dat hij toe zou geven, en vóórdat de avond
+viel, ging hij werkelijk naar fra Felice en hernieuwde zijn vrouws
+belofte om de opbrengst van een avond in de collectebus te leggen,
+als het beeld hen wilde bijstaan.
+
+Fra Felice vertelde dit aan donna Micaela en zij was verheugd en
+tegelijkertijd angstig hoe dit zou afloopen.
+
+In de geheele stad werd het bekend, dat don Antonio bezig was het
+oude passiespel op te zetten en men lachte hem uit. Don Antonio had
+zijn verstand verloren. Men zou het oude passiespel wel willen zien,
+indien het gespeeld werd zooals in vroeger dagen.
+
+Men had het willen zien opvoeren zooals in Aci, waar de edellieden
+der stad voor koningen speelden en huurlingen en handwerkslieden de
+rollen der Joden en der apostelen vertolkten en waar zoovele scènes
+uit het oude testament waren opgevoerd, dat het schouwspel een ganschen
+dag duurde.
+
+Ook zou men de heerlijke dagen van Castelbucco willen doen herleven,
+toen de gansche stad veranderd was in Jeruzalem. Daar werd het
+passiespel zoo opgevoerd, dat Jezus door een met palmen omgeven poort
+de stad binnenreed. De kerk stelde den tempel van Jeruzalem voor en
+het raadhuis was het paleis van Pilatus. En Petrus warmde zich bij
+een vuur op den hof van den pastoor; de kruisiging geschiedde op een
+berg bij de stad en Maria zocht het lijk van haar zoon in de grotten
+van des sindaco's tuin.
+
+Hoe kon men zich vergenoegen met het groote mysterie te zien spelen in
+don Antonio's theater, wanneer men zulke herinneringen bezat? Maar
+trots dit alles werkte don Antonio met onvermoeiden ijver om de
+tooneelspelers te vervaardigen en de machinerieën in orde te brengen.
+
+En zie, na eenige dagen kwam meester Battesta, die uithangborden
+schilderde, bij hem en schonk hem een affiche. 't Had hem zoo verheugd
+te hooren, dat don Antonio het oude passiespel wilde vertoonen. Zelf
+had hij het in zijn jeugd zien spelen en het had hem zooveel vreugde
+gegeven. Nu stond er dus met groote letters op het theater te lezen:
+"Het oude passiespel of de wedergeborene Adam, tragedie in drie
+bedrijven door cavaliere Filippo Orioles."
+
+Don Antonio was zeer verlangend te weten, hoe de volksstemming
+was. Maar de ezeldrijvers en leerjongens, die voorbij zijn theater
+gingen en het aanplakbiljet lazen, lachten hoonend. Het zag er heel
+duister uit voor don Antonio, maar hij werkte onvermoeid door.
+
+Toen de avond aanbrak, dat het passiespel gespeeld zou worden, was
+niemand ongeruster dan donna Micaela.
+
+"Zal het kleine beeld mij helpen?" vroeg zij onophoudelijk. Zij zond
+haar kamenier Lucia naar het theater om te spionneeren. Stonden
+er reeds groepen jongens? Scheen het of er veel menschen zouden
+komen? Lucia kon ook wel eens naar donna Emilia gaan, die bij het
+loket zat, om te vragen hoe de zaken stonden.
+
+Maar toen Lucia terugkwam, kon zij donna Micaela volstrekt geen hoop
+geven. Voor het theater stonden in het geheel geen menschen. De knapen
+hadden besloten don Antonio te ruïneeren.
+
+Tegen acht uur kon donna Micaela het niet langer in huis uithouden. Zij
+overreedde haar vader met haar naar het theater te gaan. Zij wist wel
+dat nog nooit een signora een voet gezet had in don Antonio's theater,
+maar zij moest zien hoe het afliep. Het zou zulk een verbazend groote
+vooruitgang voor haar spoorweg zijn, indien don Antonio nu slaagde.
+
+Toen donna Micaela in het theater kwam, was het nog eenige minuten
+voor achten, en donna Emilia had nog geen enkel biljet verkocht.
+
+Maar toch was zij niet terneergeslagen. "Treed binnen, donna Micaela,"
+zei ze. "We zullen in elk geval spelen. Het is zoo schoon! Don Antonio
+zal het spelen voor u, uw vader en voor mij. Het is het schoonste
+treurspel dat hij nog ooit opgevoerd heeft."
+
+Donna Micaela kwam in een kleinen schouwburg, die met rouwdoek bekleed
+was, zooals de groote theaters altijd geweest waren, wanneer het oude
+passiespel opgevoerd werd. Voor het tooneel hingen zwarte gordijnen,
+met zilveren franjes omzoomd. En de banken waren met zwart doek
+bekleed.
+
+Dadelijk nadat donna Micaela binnengetreden was, vertoonde don
+Antonio's borstelige wenkbrauw zich voor een kleine opening in de
+coulisse.
+
+"Donna Micaela," riep hij, evenals donna Emilia eenige oogenblikken
+geleden, "we spelen toch, het is zoo schoon, we hebben geen
+toeschouwers noodig."
+
+Op hetzelfde oogenblik kwam donna Emilia binnen en hield diep buigend
+de deur wijd open om den geestelijken herder, don Matteo, binnen
+te laten.
+
+"Wat zegt ge van mij, donna Micaela?" zei hij lachend. "Maar gij
+begrijpt, dat is het oude passiespel. Ik zag het eens in mijn jeugd
+in de groote opera te Palermo en ik geloof, dat het dit stuk was,
+dat mij tot priester gemaakt heeft."
+
+Den volgenden keer, dat de deur openging, waren het vader Elia en
+broeder Tommaso, die met hun violen onder den arm hunne oude plaatsen
+opzochten, zoo kalm, alsof zij nooit in twist waren geweest met
+don Antonio.
+
+De deur gleed opnieuw open. Het was een oud vrouwtje uit de steeg
+tegenover het huis van den kleinen Moor. Zij was in het zwart gekleed
+en maakte het teeken des kruises toen zij binnentrad.
+
+Na haar kwamen vier, vijf andere oude vrouwtjes.
+
+Donna Micaela keek verdrietig naar hen, terwijl zij zoo langzamerhand
+het theater vulden.
+
+Zij wist, dat don Antonio niet tevreden zou zijn, vóórdat hij weer
+zijn eigen publiek had, vóórdat hij weer kon spelen voor zijn geliefde,
+eigenzinnige knapen.
+
+Plotseling hoorde zij een vreeselijk geraas. Was het een storm of
+een donderslag? De deuren vlogen wijd open, en tegelijk stormden
+allen binnen. Dat waren de jongens. Ze vielen met een zekerheid op
+hun oude plaatsen neer, alsof ze hun eigen huis binnentrokken.
+
+Ze zagen elkaar aan, een weinig beschaamd. Maar zij hadden het
+niet kunnen verdragen, dat het eene oude vrouwtje na het andere in
+hun theater ging om te zien wat voor hen gespeeld werd. 't Was hun
+onmogelijk geweest te zien, hoe de gansche straat vol oude spinsters
+was, die naar hun theater trokken. En toen waren zij naar binnen
+gestormd.
+
+Maar nauwelijks waren de jonge menschen op hun plaatsen gezeten,
+of zij merkten, dat zij bij een tuchtmeester gekomen waren. O,
+het oude passiespel! 't Werd niet opgevoerd zooals in Aci of in
+Castelbucco. Het werd niet zoo gespeeld als in de opera te Palermo,
+het werd slechts vertoond door armzalige marionetten met onbeweeglijke
+gezichten en stijve lichamen. Maar het oude mysterie had zijn macht
+nog niet verloren.
+
+Donna Micaela bemerkte dit reeds in het tweede bedrijf bij het
+avondmaal. De knapen begonnen Judas te haten.
+
+Ze slingerden hem bedreigingen en scheldwoorden naar het hoofd.
+
+Toen de lijdensgeschiedenis verder gespeeld werd, namen ze hun hoeden
+af en vouwden hun handen. Zij zaten roerloos met hun mooie bruine
+oogen naar het tooneel gewend. Nu en dan sprongen hun de tranen in
+de oogen, nu en dan werd een vuist in toorn opgeheven.
+
+Don Antonio sprak met tranen in zijn stem, donna Emilia lag geknield
+op den drempel. Don Matteo zag met een milden glimlach naar de kleine
+poppen en dacht aan het heerlijke schouwspel te Palermo, dat hem tot
+priester gemaakt had.
+
+Maar toen Jezus gevangengenomen en gepijnigd werd, schaamden de knapen
+zich over zich zelf. Zij ook hadden kunnen haten en vervolgen. Zij
+waren gelijk deze Farizeërs, gelijk deze Romeinen. Ze schaamden zich
+nu zij er aan dachten. Mocht don Antonio het hun vergeven!
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+DE DAME MET DEN IJZEREN RING.
+
+
+Donna Micaela dacht dikwijls aan een arme, kleine naaister, die zij
+in haar jeugd in Catania gekend had. Zij woonde in een huis naast
+het paleis Palmeri en zij zat altijd in haar deur te werken, zoodat
+donna Micaela haar wel duizend malen gezien had. Zij zong altijd,
+maar zij had zeker slechts een enkel lied gekend. Altijd, altijd had
+zij dezelfde wijs gezongen.
+
+"Ik heb een lok geknipt van mijn haren," zoo zong ze. "Ik heb mijn
+glanzende, zwarte vlechten losgemaakt, en een lok geknipt van mijn
+haar. Ik heb dat gedaan om mijn vriend te verheugen, die bedroefd
+is. Ach, mijn geliefde zit in de gevangenis, mijn geliefde zal nooit
+meer mijn haar streelen. Ik heb hem een lok van mijn haar gezonden
+om hem te herinneren aan de zijden lokken, die hem nooit meer zullen
+omstrengelen."
+
+Donna Micaela moest voortdurend denken aan dit lied. Het was alsof
+het door haar geheele jeugd geklonken had om haar het lijden te
+voorspellen, dat haar wachtte.
+
+
+
+Donna Micaela zat gedurende dezen tijd vaak op de steenen trap van
+de kerk San Pasquale. Zij zag de wonderbaarlijkste dingen geschieden
+op den sagenrijken Etna. Over het zwarte lavaveld kwam een trein
+aanglijden op nieuwe glinsterende rails. 't Was een feesttrein. Er
+wapperden vlaggen langs den weg, de wagens waren bekranst, de
+zitplaatsen bedekt met purperen kussens. Bij de stations stonden
+jubelende menschen. "Leve de koning! leve de koningin! leve de nieuwe
+spoorweg!" riepen ze.
+
+Zij verstond het duidelijk, want zij zelf zat in den trein.
+
+En hoe gevierd en hoe geëerd was zij! Zij werd geroepen voor den
+koning en de koningin, die haar dankten voor den nieuwen spoorweg.
+
+"Verlang een gunst van ons, vorstinne!" zei de koning, haar aansprekend
+met den titel, dien de dames van het geslacht der Alagona's vroeger
+gevoerd hadden.
+
+"Sire," antwoordde zij, gelijk men in de sage antwoordt, "schenk de
+vrijheid aan den laatsten Alagona!"
+
+En dat verzoek werd haar toegestaan. De koning kon niet neen zeggen
+op een bede van haar, die dezen heilrijken spoorweg aangelegd had,
+die rijkdom zou schenken aan den ganschen Etna.
+
+
+
+Toen donna Micaela den arm ophief, zoodat haar mouw naar boven gleed,
+zag men, dat zij als armband een ring van verroest ijzer droeg. Dien
+had zij op straat gevonden en hem over de hand gewrongen en nu droeg
+zij dien altijd. En wanneer zij dien zag of aanraakte, verbleekte
+zij, en haar oogen zagen niets meer van de wereld rondom haar. Maar
+zij zag een gevangenis zooals Foscaris in het paleis der dogen te
+Venetië. Het was een donkere, nauwe kelderruimte, het licht drong
+zwak door een tralievenster, en uit den muur kwam een groote bundel
+ketenen, die zich gelijk slangen kronkelden om de beenen, de armen
+en den hals van den gevangene.
+
+O, mocht de heilige een wonder verrichten! Mochten de menschen
+werken! Mocht zij zelf spoedig zoo beroemd zijn, dat zij kon smeeken
+om de vrijheid van haar gevangene. Hij zal sterven indien zij zich
+niet haast. Mocht de ijzeren ring haar arm voortdurend wonden, opdat
+zij hem geen oogenblik vergete!
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+FRA FELICE'S TESTAMENT.
+
+
+Toen donna Emilia het loket opende om de biljetten te verkoopen voor
+de tweede voorstelling van het oude passiespel, maakten de menschen
+queue voor den ingang om plaats te krijgen; den avond daarop was
+het theater zoo overvol, dat er menschen bezwijmden in het gedrang,
+en den derden avond kwamen er menschen van Aderno en Paterno om het
+geliefde treurspel te zien.
+
+Don Antonio voorzag, dat hij het gedurende een gansche maand voor
+dubbelen prijs zou kunnen spelen met twee voorstellingen iederen avond.
+
+Hoe gelukkig waren zij, hij en donna Emilia, en met welk een vreugde
+en dankbaarheid legden zij vijf en twintig lire in de collectebus
+van het kleine beeld.
+
+In Diamante wekte deze gebeurtenis zeer veel verbazing en vele menschen
+gingen naar donna Elisa om te hooren of zij geloofde, dat de heilige
+wilde, dat men donna Micaela zou bijstaan.
+
+"Hebt ge gehoord, donna Elisa," zei men, "dat don Antonio Greco
+geholpen is door het kleine Christuskind in San Pasquale, omdat hij
+beloofd had de opbrengst van een avond te geven voor donna Micaela's
+spoorweg?"
+
+Maar als men dit aan donna Elisa vroeg, kneep zij den mond dicht
+alsof zij aan niets anders denken kon dan aan haar borduurwerk.
+
+Fra Felice kwam in haar winkel om haar de twee wonderen te verhalen,
+die het beeld reeds verricht had.
+
+"Signorina Tottenham was zeer dom, dat zij het beeld wegschonk,
+als het zulk een groote wonderdoener is," zei donna Elisa.
+
+Datzelfde vonden allen. Signorina Tottenham had het immers gedurende
+zoo vele jaren bezeten en zij had nooit iets gemerkt. Het beeld kon
+zeker geen wonderen doen. Het was slechts een toeval.
+
+Het was een ongeluk dat donna Elisa niet wilde gelooven. Ze was de
+eenige der oude Alagona's die nog in Diamante woonde. De menschen
+richtten zich meer naar haar dan zij zelf wisten. Indien donna Elisa
+het wonder geloofd had, zou de gansche stad donna Micaela hebben
+willen helpen.
+
+Maar donna Elisa kon niet gelooven, dat God en de heiligen haar
+schoonzuster wilden bijstaan.
+
+Zij had haar reeds sinds het feest van San Sebastiaan
+gadegeslagen. Zoodra iemand sprak van Gaetano verbleekte donna Micaela
+en zag er ontsteld uit. Haar gelaatstrekken werden als die van een
+zondaar, gekweld door gewetenswroeging.
+
+Op een morgen dacht donna Elisa hieraan en zij was zoo verdiept in
+deze gedachten, dat zij haar naald liet rusten.
+
+"Donna Micaela is geen vrouw van den Etna," zei zij tot zich zelf. "Ze
+houdt het met de regeering en ze is blijde, dat Gaetano gevangen zit."
+
+Op hetzelfde oogenblik droeg men op straat een groote baar
+voorbij. Daarop waren een menigte kerksieraden gestapeld. Het waren
+lichtkronen, een altaarhemel en reliquieënkastjes.
+
+Donna Elisa keek een oogenblik op, toen keerde zij weer tot haar
+gedachten terug.
+
+"Zij wilde mij niet toestaan het huis der Alagona's te versieren
+op San Sebastiaans feest," dacht zij. "Zij wilde zeker niet dat de
+heilige Gaetano zou helpen."
+
+Twee mannen kwamen er nu aansleepen met een krakende kar. Daarop lag
+een heele berg van roode wandbekleedingen, rijk geborduurde antependiën
+en altaarstukken in breede vergulde lijsten.
+
+Donna Elisa wuifde met haar hand als om allen twijfel te verjagen. Het
+kon geen echt wonder geweest zijn, dat geschied was. De heilige
+moest toch weten dat Diamante geen geld had om een spoorweg aan te
+leggen. Maar nu reed er een gele wagen voorbij, hoog beladen met
+muzieklessenaars, misboeken, bidbankjes en biechtstoelen.
+
+Donna Elisa ontwaakte uit haar gepeins. Ze keek tusschen de
+rozenkransen door, die in trossen voor haar winkelraam hingen,
+naar de straat. Dat was immers al de derde vracht kerksieraden,
+die voorbijging. Werd Diamante geplunderd? Waren de Saracenen in de
+stad gekomen?
+
+Ze ging nu voor haar deur staan om beter te kunnen zien. En weer kwam
+er een baar voorbij en daarop lagen rouwkransen van ijzer, stukken
+zerk met lange inscripties en wapenschilden, zooals men in de kerk
+hangt tot nagedachtenis der dooden.
+
+Donna Elisa vroeg een der dragers, wat dit beteekende en hoorde nu wat
+er gaande was. Men was bezig de kerk Santa Lucia in Gesu te ontruimen.
+
+De sindaco en de gemeenteraad hadden bevolen, dat men de kerk in een
+theater zou veranderen.
+
+Na het oproer had men een nieuwen sindaco in Diamante gekregen. 't
+Was een jonge man uit Rome, hij kende de stad niet, maar hij wilde
+toch gaarne iets voor haar doen. Nu had hij in den gemeenteraad
+voorgesteld, dat Diamante zich op dezelfde wijze een schouwburg zou
+verschaffen als men in Taormina en in andere steden gedaan had. Men
+zou eenvoudig een der kerken tot schouwburg inrichten. Men had toch
+zeker meer dan voldoende aan vijf stadskerken en zeven kloosterkerken;
+men zou zeker heel goed een daarvan kunnen missen.
+
+Daar was b. v. de Jezuïetenkerk, Santa Lucia in Gesu. Het klooster dat
+er bij behoorde was reeds veranderd in een kazerne en de kerk was zoo
+goed als verlaten. Deze kerk zou een uitstekend theater kunnen worden.
+
+Dit had de sindaco voorgesteld en de gemeenteraad had het voorstel
+aangenomen.
+
+Toen donna Elisa hoorde, wat er plaats greep, wierp zij een mantille
+en een sluier om en spoedde zich naar de Santa Lucia met even groote
+haast als waarmee men ijlt naar het huis, waar een stervende ligt.
+
+Hoe zou het nu met de blinden gaan? dacht donna Elisa. Hoe zouden
+dezen kunnen leven zonder hun kerk Santa Lucia in Gesu?
+
+Toen donna Elisa op de kleine stille markt kwam waar omheen de lange,
+leelijke gebouwen der Jezuïeten zijn opgetrokken, zag zij op de
+breede steenen trappen, die langs den ganschen gevel der kerk loopen,
+een schaar in lompen gehulde kinderen en vele langharige honden. Dat
+waren de geleiders der blinden, en allen schreiden en klaagden zoo
+hard zij slechts konden.
+
+"Wat is er te doen?" vroeg donna Elisa.
+
+"Ze willen ons onze kerk ontnemen," jammerden de kinderen en
+tegelijkertijd blaften de honden nog klaaglijker dan te voren, want
+de honden der blinden zijn bijna menschen gelijk.
+
+In de kerkdeur ontmoette donna Elisa meester Pamphilio's echtgenoote,
+donna Concetta.
+
+"Ach, donna Elisa," zei ze, "nooit in uw leven hebt ge zoo iets
+vreeselijks gezien. Ge doet beter niet in de kerk te gaan."
+
+Maar donna Elisa ging verder.
+
+In de kerk zag zij eerst niets anders dan een wolk van stof. Maar
+in dien nevel dreunden hamerslagen, eenige arbeiders waren bezig een
+grooten steenen ridder los te breken, die in een der vensternissen lag.
+
+"Mijn God," zei donna Elisa en vouwde haar handen, "ze breken Sor
+Arrigo los."
+
+En zij dacht er aan, hoe veilig hij altijd in zijn nis gelegen
+had. Iederen keer, als zij hem gezien had, wenschte zij, zoo verlost
+te zijn van alle onrust en smart als de oude Sor Arrigo. En nu
+werd ook zijn rust verstoord. In de Luciakerk was nog een groot
+grafmonument. Dat stelde een ouden Jezuïet voor, die op een zwart
+marmeren sarcophaag lag met een geesel in de hand en zijn hoed diep
+over het voorhoofd getrokken. Hij werd pater Succi genoemd en men
+placht de kinderen in Diamante bang te maken met hem.
+
+"Zouden zij het wagen pater Succi aan te raken?" dacht donna Elisa. En
+door de kalkwolk heen, trachtte zij den weg te vinden naar het koor
+waar de sarcophaag stond, om te zien of ze den moed hadden den ouden
+Jezuïet aan te raken.
+
+Maar pater Succi lag nog op zijn steenen bed. Hij lag daar, duister
+en hard, zooals hij bij zijn leven geweest was, en men kon bijna
+gelooven, dat hij nog leefde. Was er een dokter en een tafel met
+medicijnflesschen benevens een brandende kaars voor het bed geweest,
+dan zou men gedacht hebben dat pater Succi ziek lag in het koor van
+zijn kerk en op zijn laatste stonde wachtte.
+
+De blinden zaten om hem heen, gelijk bloedverwanten, die zich
+verzamelen om een stervende, en wiegden hun lichamen van smart heen
+en weer. Daar waren de beide vrouwen van de hotelpoort, donna Pepa
+en donna Tura, dan was er oude moeder Saraedda, die genadebrood at
+bij den sindaco Voltaro. Er waren blinde bedelaars, blinde zangers,
+blinden van elken leeftijd en stand. Alle blinden van Diamante waren
+er en in Diamante zijn er ongelooflijk velen, die nooit meer het
+zonnelicht zien.
+
+Al deze blinden zaten meest zwijgend, maar nu en dan barstte een van
+hen in jammerklachten uit. Nu en dan trachtte een van hen den weg te
+vinden naar pater Succi en wierp zich luid jammerend over hem heen.
+
+En wat het nog meer op een sterfbed deed gelijken, was dat de pastoor,
+don Matteo, en pater Rossi van het Franciscanerklooster rondgingen
+om de bedroefden te troosten.
+
+Donna Elisa was diep getroffen. Ach, hoe vele malen had zij deze
+menschen gelukkig gezien in haar winkel, en nu moest zij hen in zulk
+een ellende treffen?
+
+Zij hadden haar oogen milde tranen ontlokt toen zij treurzangen
+hadden gezongen over haar man, signor Antonelli, en over haar broer,
+don Ferrante. Het bedroefde haar hen nu in zulk een nood te zien.
+
+Oud moedertje Saraedda begon te spreken tegen donna Elisa.
+
+"Ik wist niets, toen ik hier kwam, donna Elisa," zei het oude
+vrouwtje. "Ik liet mijn hond buiten op de trap en trad binnen door
+de kerkdeuren. Toen strekte ik mijn armen uit, om mij te steunen aan
+den deurpost, maar er was geen deurpost. Ik zette mijn voeten neer,
+alsof er een drempel voor de deur was, maar er was geen drempel. Ik
+strekte mijn hand uit om wijwater te nemen, ik boog mijn knieën,
+toen ik voorbij het hoogaltaar ging en ik luisterde naar het klokje,
+dat geluid wordt, als pater Rossi ter misse gaat.
+
+"Donna Elisa, er was geen wijwater, geen altaar, geen klokgelui,
+niets, niets was er."
+
+"Och, arme!" zei donna Elisa.
+
+"Toen hoorde ik gehamer en geklop in een venster. "Wat doet ge met
+Sor Arrigo?" riep ik, want ik hoorde dadelijk, dat het geluid uit de
+nis van Sor Arrigo kwam.
+
+"Wij moeten hem wegvoeren," antwoordde men mij.
+
+"Tegelijkertijd komt don Matteo naar mij toe, neemt mij bij de hand
+en verklaart mij alles. En ik word bijna boos op den pastoor, als hij
+mij vertelt, dat men onze kerk voor een theater wil gebruiken. Onze
+kerk voor een theater!
+
+"Waar is pater Succi?" vraag ik eindelijk. "Is pater Succi nog
+hier?" En hij brengt mij bij pater Succi. Hij moet mij er wel heen
+geleiden, want ik kan den weg niet vinden. Sedert ze alle stoelen en
+bidbankjes, matten en losse treden weggenomen hebben, weet ik niet
+meer waar ik ben. Vroeger kon ik hier zoo goed den weg vinden als gij."
+
+"De pastoor zal jelui een andere kerk geven," zei donna Elisa.
+
+"Donna Elisa, wat wilt ge daarmee zeggen? Ge kunt evengoed zeggen,
+dat de pastoor ons het gezicht terug zal geven. Kan don Matteo ons
+een kerk geven, waar wij zien kunnen, zooals wij hier zagen? Geen
+van ons behoefde hier zijn geleider mee te nemen.
+
+"Daarginds, donna Elisa, stond een altaar, de bloemen daarop waren even
+rood als de Etna bij zonsondergang en dat konden we zien. Des Zondags
+telden we zestien kaarsvlammen boven het hoofdaltaar en op feestdagen
+dertig. Wij konden zien dat pater Rossi hier de mis bediende.
+
+"Wat moeten wij in een andere kerk doen, donna Elisa? Daar kunnen we
+niets zien. Ze hebben ons het licht onzer oogen opnieuw ontnomen."
+
+Donna Elisa's hart werd zoo warm, alsof er gesmolten lava over
+stroomde. Het was stellig een groot onrecht, dat men dezen ongelukkigen
+aandeed.
+
+Toen ging donna Elisa naar don Matteo.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei ze, "heeft u gesproken met den sindaco?"
+
+"Ach, ach, donna Elisa," zei don Matteo. "'t Is beter, dat gij beproeft
+met hem te spreken, dan dat ik het doe."
+
+"Don Matteo, de sindaco is een vreemdeling, misschien heeft hij nooit
+hooren spreken over de blinden."
+
+"Signor Voltara is bij hem geweest, pater Rossi is bij hem geweest
+en ook ik, ook ik was bij hem. Hij antwoordde niets anders dan dat
+hij niet kan veranderen wat in den gemeenteraad besloten is.
+
+"Dat weet ge immers wel, donna Elisa, een besluit van den gemeenteraad
+kan nooit herroepen worden. Als deze besloten heeft, dat uw kat de
+mis zal lezen in de domkerk, kan er niets aan dit besluit veranderd
+worden."
+
+Er ontstond plotseling een opschudding in de kerk. Een groote blinde
+man kwam binnen.
+
+"Vader Elisa," fluisterde men. "Vader Elisa."
+
+Vader Elisa was de deken van het gilde der blinde zangers, die zich in
+deze kerk plachten te verzamelen. Wit was zijn haar en hij droeg een
+langen witten baard; hij was schoon als een der heilige patriarchen.
+
+Hij ging gelijk alle anderen naar pater Succi, nam naast hem plaats
+en drukte zijn voorhoofd tegen het marmer. Donna Elisa ging naar
+vader Elisa om met hem te spreken.
+
+"Vader Elisa," zei ze, "ge moest naar den sindaco gaan." De
+grijsaard herkende donna Elisa's stem en hij antwoordde met zijn
+grove oudemannenstem:
+
+"Gelooft ge dat ik gewacht heb tot gij mij dat zoudt zeggen? Denkt ge
+dan niet, dat het mijn eerste gedachte was naar den sindaco te gaan?"
+
+Hij sprak zoo luid en duidelijk, dat de arbeiders ophielden met
+hameren, omdat ze meenden, dat iemand begon te preeken. "Ik heb hem
+verteld, dat wij blinde zangers een gilde vormen en dat de Jezuïeten
+reeds drie eeuwen geleden hun kerk voor ons openden en ons het
+recht gaven hier te vergaderen om nieuwe leden te kiezen en zangen
+te beoordeelen.
+
+"En ik vertelde hem, dat ons gilde uit dertig zangers bestaat, en
+dat de heilige Lucia onze schutspatrones is en wij nooit op straat
+zingen, maar slechts op binnenplaatsen en in de huizen. Ik zei hem,
+dat we legenden van heiligen zingen en treurzangen, maar nooit een
+wereldsch lied en dat de Jezuïet pater Succi zijn kerk voor ons opende,
+omdat wij blinden de zangers zijn van Onzen Lieven Heer.
+
+"Ik vertelde hem, dat sommigen van ons recitatores zijn, die de oude
+gedichten voordragen, en dat anderen trovatores zijn, die nieuwe
+dichten.
+
+"Ik zei hem dat wij tot vreugde waren van vele menschen op het
+edele eiland, en vroeg hem, waarom hij ons niet het leven wilde
+laten behouden; een daklooze kan niet leven. Ook vertelde ik hem
+dat wij van stad tot stad plegen te trekken op den Etna, maar dat
+de Luciakerk ons thuis is en dat hier iederen morgen de mis voor ons
+wordt gelezen. Waarom wilde hij ons den troost van Gods woord weigeren?
+
+"Ook verhaalde ik hem, dat de Jezuïeten eens van gevoelens jegens ons
+veranderden en ons uit hun kerk wilden verdrijven, maar dat dit hun
+niet gelukt was. Wij kregen een gezegeld document van den vice-koning,
+dat wij ten eeuwigen dage onze vergaderingen in de Santa Lucia in
+Gesu mogen houden. En ik toonde den sindaco het document."
+
+"Wat antwoordde hij toen?"
+
+"Hij lachte mij uit."
+
+"Kan geen der andere raadsleden u helpen?"
+
+"Ik ben bij hen allen geweest, donna Elisa. Ik ben den ganschen morgen
+van Pontius naar Pilatus gezonden."
+
+"Vader Elisa," zei donna Elisa, en ze liet haar stem dalen, "hebt ge
+vergeten de heiligen aan te roepen?"
+
+"Ik heb de zwarte Madonna aangeroepen, zoowel als San Sebastiaan en
+Santa Lucia. Ik heb gebeden tot zoo vele heiligen, als ik slechts
+bij naam kende."
+
+"Gelooft gij, vader Elisa," zei donna Elisa en zij liet haar stem nog
+meer dalen, "dat don Antonio Greco geholpen werd, omdat hij beloofde
+geld te geven voor donna Micaela's spoorweg?"
+
+"Ik heb geen geld te geven," zei de grijsaard moedeloos.
+
+"Gij moest er toch eens over denken, vader Elisa," zei donna Elisa,
+"nu gij in zulk een grooten nood verkeert. Gij moest het Christusbeeld
+beloven, dat gij zelf en allen, die tot uw gilde behooren, zullen
+zingen en spreken over den spoorweg, om den menschen te overreden
+bijdragen daarvoor af te staan, indien gij uw kerk moogt behouden. Wij
+weten niet of het helpt, maar we moeten al het mogelijke beproeven,
+vader Elisa. Een belofte kost niets."
+
+"Ik wil beloven wat gij slechts wilt," zei de grijsaard.
+
+Hij legde weer zijn hoofd op het zwarte marmer, en donna Elisa begreep
+dat hij de belofte slechts gegeven had om met zijn smart alleengelaten
+te worden.
+
+"Zal ik uw belofte tot het Christuskind brengen?" zei ze.
+
+"Doe gelijk gij wilt, donna Elisa," zei de grijsaard.
+
+
+
+Denzelfden dag was fra Felice om vijf uur 's morgens opgestaan en zijn
+kerk begonnen te vegen. Hij voelde zich vroolijk te moede, maar toen
+hij daar zoo bezig was, meende hij opeens dat San Pasquale met den
+zak vol steenen, die in het kerkportaal stond, hem iets te zeggen had.
+
+Hij ging nu naar hem toe, maar San Pasquale stond even onbeweeglijk
+als altijd. Op hetzelfde oogenblik steeg de zon boven den Etna en zond
+veelkleurige stralen, harpsnaren gelijk, over den bergketen. Toen
+de stralen fra Felice's oude kerk bereikt hadden, tintten ze deze
+rozerood, rozerood werden ook de oude, verweerde zuilen, die den
+baldakijn boven het beeld droegen, en San Pasquale met den zak,
+evenals fra Felice zelf.
+
+"Wij zien er uit als jonge knapen," dacht de grijsaard. "We hebben
+nog vele jaren te leven."
+
+Maar toen hij de kerk weer wilde binnengaan, voelde hij een
+beklemmenden druk boven het hart en het viel hem in, dat San Pasquale
+hem geroepen had om hem vaarwel te zeggen. Op hetzelfde oogenblik
+werden zijn beenen zoo zwaar, dat hij ze nauwelijks kon verzetten. Hij
+gevoelde geen pijn, maar een loodzware moeheid, die niets anders dan
+den dood kon beteekenen. Hij had nauwelijks de kracht om den bezem
+weg te zetten achter de deur van de sacristie; toen sleepte hij zich
+naar het koor en ging voor het hoogaltaar liggen, terwijl hij zich
+in zijn pij wikkelde.
+
+'t Was alsof het Christuskind tegen hem knikte en zei: "Nu heb ik je
+noodig, fra Felice."
+
+Hij knikte terug. "Ik ben gereed, ik zal je niet ontrouw worden."
+
+Hij lag daar slechts te wachten, en dat was heerlijk, vond fra
+Felice. Gedurende zijn gansche leven had hij geen tijd gehad om te
+voelen hoe moede hij was. Nu kon hij eindelijk eens uitrusten. Het
+beeld zou de kerk en het klooster wel zonder hem in stand houden.
+
+Hij glimlachte omdat de oude San Pasquale hem naar buiten geroepen
+had om hem vaarwel te zeggen.
+
+Zoo lag fra Felice een groot gedeelte van den dag, meestal sluimerde
+hij. Niemand was bij hem, en er kwam een gevoel over hem, dat het
+niet aanging zoo uit het leven te glijden.
+
+'t Was alsof hij iemand daarmee te kort deed. Die gedachte wekte hem
+keer op keer. Hij behoorde de priesters bij zich te hebben, maar hij
+had immers niemand om hen te halen.
+
+Terwijl hij daar zoo lag, scheen het hem dat zijn lichaam al meer
+en meer inkromp, dat hij steeds kleiner werd. 't Was alsof hij
+geheel verdwijnen zou. Nu kon hij zich zeker wel viermaal in zijn
+pij wikkelen.
+
+Hij zou heel eenzaam gestorven zijn, indien donna Elisa niet gekomen
+was om het kleine beeld aan te roepen om hulp voor de blinden.
+
+Zij was wonderlijk te moede, want zij wilde gaarne, dat de blinden
+geholpen werden, maar zij wenschte niet, dat donna Micaela's zaak
+bevorderd zou worden.
+
+Toen zij in de kerk kwam, zag zij fra Felice voor het altaar liggen
+en zij ging naar hem toe en knielde bij hem neer.
+
+Fra Felice wendde zijn oogen naar haar en glimlachte stil. "Ik moet
+sterven," zei hij heesch, maar toen verbeterde hij zich en zei:
+"Ik ga sterven."
+
+Donna Elisa vroeg wat hem scheelde en zei, dat zij hulp wilde halen.
+
+"Ga hier zitten," zei hij en deed een matte poging om met zijn mouw
+het stof van den grond te wisschen.
+
+Donna Elisa zei, dat zij den pastoor en de liefdezusters wilde
+halen. Hij greep haar bij haar mantel en hield haar terug.
+
+"Eerst moet ik u iets zeggen, donna Elisa."
+
+'t Spreken viel hem moeielijk, tusschen ieder woord haalde hij zwaar
+adem. Donna Elisa ging naast hem zitten om te wachten.
+
+Een tijd lang hijgde hij naar adem, toen steeg een vlammend rood op
+in zijn gelaat, zijn oogen begonnen te glinsteren, en hij sprak vol
+vuur en zonder eenige moeite.
+
+"Donna Elisa," zei fra Felice, "ik heb een erfenis weg te schenken. 't
+Heeft mij den ganschen dag zorg gebaard, want ik wist niet aan wien
+ik die zou nalaten."
+
+"Fra Felice," zei donna Elisa, "wees daarover niet bezorgd. Er is
+geen mensch, die een goede gave niet gebruiken kan."
+
+Maar daar fra Felice zich nu beter gevoelde, wilde hij, vóórdat hij
+over zijn erfenis beschikte, donna Elisa vertellen hoe goed God voor
+hem was geweest.
+
+"Heeft God mij geen groote genade bewezen, door mij tot een polacca
+te maken?" zei hij.
+
+"Ja, dat is een groote gave," zei donna Elisa.
+
+"Reeds een kleine, zeer kleine polacca te zijn is een groote gave,"
+zei fra Felice. "Vooral was het nuttig, toen het klooster opgeheven
+werd en de kameraden weggetrokken of dood waren. 't Is alsof men een
+zak vol brood heeft, voordat men de hand uitsteekt om te bedelen,
+het maakt, dat men altijd vriendelijke gezichten om zich heen ziet
+en begroet wordt met diepe buigingen. Ik ken geen grooter gave voor
+een armen monnik, donna Elisa."
+
+Donna Elisa dacht er aan hoe geliefd en geëerd fra Felice altijd
+geweest was, omdat hij kon voorspellen op welke nummers prijzen zouden
+vallen. En zij kon niet nalaten hem gelijk te geven.
+
+"Als ik langs den weg kwam in zonnehitte," zei fra Felice, "kwam
+de herder naar mij toe en vergezelde mij een eindweegs, terwijl
+hij zijn parapluie boven mijn hoofd hield om mij te beschutten
+tegen de zonnestralen. En als ik bij de arbeiders kwam in de koele
+steengroeve, deelden zij hun brood en boonensoep met mij. Ik ben
+nooit bang geweest voor roovers, noch voor karabiniers. De man in
+het tolkantoor sluimerde, toen ik voorbij ging met mijn zak. 't Is
+een goede gave geweest, donna Elisa."
+
+"Ja, dat is waar," zei donna Elisa.
+
+"En 't is geen harde arbeid geweest," zei fra Felice.
+
+"Zij spraken tot mij en ik antwoordde hun, dat was alles. Zij wisten
+dat elk woord zijn nummer had, en zij luisterden naar hetgeen ik zei
+en speelden daarnaar. Ik wist niet, hoe het toeging, donna Elisa,
+het was een Godsgave."
+
+"Het arme volk zal u zeer missen, fra Felice," zei donna Elisa.
+
+Fra Felice glimlachte: "Ze geven niets om mij op Zondag of Maandag,
+als de trekking pas geweest is," zei hij. "Maar Donderdags en Vrijdags
+en Zaterdagsmorgens komen zij tot mij, omdat iederen Zaterdag de
+loting is."
+
+Donna Elisa begon onrustig te worden omdat de stervende aan niets
+anders dacht dan aan dit. Plotseling kwamen haar verschillende menschen
+in de gedachte, die in de loterij verloren hadden, en zij herinnerde
+zich velen die hun geheele vermogen daarmee verspeeld hadden. Zij
+wilde zijn gedachten leiden van dit zondige loterijspel.
+
+"Gij zeidet, dat gij over uw testament wildet spreken, fra Felice."
+
+"Maar juist omdat ik zoo vele vrienden bezit, valt het mij zoo
+moeilijk te weten aan wien ik mijn erfenis moet schenken. Zal ik
+haar geven aan hen, die de zoete koekjes voor mij bakten of aan hen,
+die artisjokken voor mij roosterden in versche olie? Of zal ik het
+geven aan de liefdezusters, die mij verpleegden, toen ik ziek was?"
+
+"Hebt gij veel weg te schenken, fra Felice?"
+
+"Dat gaat wel, donna Elisa. Dat gaat wel."
+
+Fra Felice scheen weer benauwd te worden, zijn borst rees en daalde
+heftig.
+
+"Ik zou het ook willen geven aan de arme monniken, die hun klooster
+verloren hebben," fluisterde hij.
+
+En na een tijdje vervolgde fra Felice: "Ik zou het ook wel gaarne
+willen schenken aan den goeden man in Rome. Aan hem die over ons
+allen waakt."
+
+"Zijt gij zoo rijk, fra Felice?" vroeg donna Elisa.
+
+"Dat gaat wel, donna Elisa, dat gaat wel."
+
+Hij sloot de oogen een wijle, toen vervolgde hij:
+
+"Ik wil het aan alle menschen schenken, donna Elisa."
+
+Hij kreeg nieuwe kracht door deze gedachte, weer kleurde een zwak
+rood zijn wangen en hij richtte zich op zijn ellebogen op.
+
+"Ziehier, donna Elisa," zei hij, terwijl hij zijn hand in zijn pij
+stak en een verzegelden brief te voorschijn haalde dien hij haar
+overreikte. "Dezen moet gij aan den sindaco geven, den sindaco van
+Diamante."
+
+"Hier, donna Elisa," zei fra Felice, "hier zijn de vijf cijfers,
+die den volgenden Zaterdag zullen winnen. Zij zijn mij geopenbaard
+geworden en ik heb ze opgeteekend. En de sindaco moet deze cijfers aan
+de Romeinsche poort laten aanplakken, waar al het gewichtige nieuws
+aangekondigd wordt. En hij moet het volk doen weten dat dit mijn
+testament is. Dit schenk ik aan alle menschen Vijf winnende cijfers,
+een heele quinterne, donna Elisa."
+
+Donna Elisa nam den brief en beloofde dien aan den sindaco te
+geven. Zij kon niets anders doen, want de arme fra Felice had niet
+vele oogenblikken meer te leven.
+
+"Als het nu Zaterdag is," zei fra Felice, "zullen er velen aan fra
+Felice denken.
+
+"Zou oude fra Felice ons bedrogen hebben?" zullen zij vragen. "Kan
+het mogelijk zijn dat we een heele quinterne winnen?"
+
+"Zaterdagavond is er trekking op het balkon van het raadhuis te
+Catania, donna Elisa. Dan brengt men het loterijrad en de tafel
+naar buiten en de heeren van de loterij verschijnen, met het kleine,
+aanvallige kind uit het weeshuis. En het eene na het andere nummer
+wordt gelegd in het rad van het avontuur, tot ze er alle in zijn,
+alle honderd.
+
+"Maar de menschen staan beneden op het marktplein te beven van
+verwachting, gelijk de zee trilt bij storm.
+
+"En alle menschen van Diamante zullen daar zijn, bleek en vol
+spanning. Ze wagen het nauwelijks elkaar aan te zien. Vóór dien tijd
+hebben zij geloofd maar nu niet meer. Geen van hen waagt het de minste
+hoop te koesteren.
+
+"Dan wordt het eerste nummer getrokken en het komt uit. O, donna Elisa,
+zij zullen zoo ontroerd zijn dat ze nauwelijks kunnen jubelen. Want
+zij allen hadden gedacht dat zij bedrogen waren. Als het tweede
+cijfer uitkomt, blijft het doodstil. Dan komt het derde. De heeren
+van de loterij zullen verbaasd zijn, dat alles zoo stil blijft. "Heden
+winnen zij niets," zullen zij zeggen, "heden maakt de staat een goede
+winst." Dan komt het vierde cijfer. Het weesje neemt de rol uit het
+rad en de markeur opent de rol en toont het cijfer.
+
+"Het volk zwijgt in angstige spanning, men kan geen woord spreken bij
+zooveel geluk. Dan komt het laatste cijfer. Donna Elisa, men schreeuwt,
+men jubelt, men valt elkaar in de armen, en snikt van vreugde. Men
+is rijk. Geheel Diamante is rijk..."
+
+Donna Elisa had fra Felice's hoofd met haar arm gesteund, terwijl
+hij dit hijgend stamelde. Nu viel zijn hoofd plotseling zwaar
+achterover. De oude fra Felice was dood.
+
+
+
+Terwijl donna Elisa in de kerk was bij fra Felice, hadden vele
+menschen gehoord van het lot der blinden en waren daardoor diep
+getroffen. Niet juist mannen, de meeste mannen werkten op het land,
+maar de vrouwen. Ze waren in groote scharen opgetrokken naar Santa
+Lucia om de blinden te troosten, en toen er ten slotte ongeveer vier
+honderd vrouwen verzameld waren, was het haar tegenvallen, dat zij
+naar den sindaco moesten gaan om met hem te spreken.
+
+Ze waren naar de markt gegaan en hadden om den sindaco geroepen. Toen
+was hij op het balkon van het raadhuis verschenen en zij hadden
+gesmeekt, dat de blinden hun kerk mochten behouden. De sindaco was
+een mooie, vriendelijke man. Hij had haar welwillend te woord gestaan,
+maar niet toegegeven.
+
+Hij kon niet herroepen, wat de gemeenteraad besloten had. Maar de
+vrouwen hadden zich stellig voorgenomen, dat het besluit herroepen
+zou worden, en zij bleven wachten op de markt. De sindaco trok zich
+terug in het raadhuis, maar zij bleven staan om te roepen. Zij wilden
+niet naar huis gaan voordat hij toegegeven had.
+
+Terwijl dit plaats vond, kwam donna Elisa er aan om den sindaco het
+testament te brengen van fra Felice. Zij was zielsbedroefd over al
+de ellende, maar tegelijkertijd gevoelde zij een bittere voldoening
+in het feit dat zij geen hulp gevonden had bij het Christuskind. Zij
+had immers altijd gedacht, dat de heiligen donna Micaela niet wilden
+bijstaan.
+
+Het was een mooi geschenk dat zij ontvangen had in San Pasquale. Niet
+alleen dat het de blinden niet kon helpen, maar het was in staat de
+gansche stad in het verderf te storten. Nu zou het weinige dat het
+volk nog bezat in de loterij verspeeld worden. Alles wat ze bezaten,
+zouden ze verpanden en verkoopen.
+
+De sindaco ontving donna Elisa dadelijk en was even beleefd en
+vriendelijk als altijd, ofschoon de vrouwen nog op de markt stonden
+te smeeken, blinden in de wachtkamer jammerden en hij den ganschen
+dag lastig gevallen was door allerlei menschen.
+
+"Waarmee kan ik u van dienst zijn, signora Antonelli?" zei hij. Donna
+Elisa wist eerst niet tot wie hij sprak.
+
+Toen vertelde zij hem van het testament.
+
+De sindaco was noch bevreesd, noch verwonderd.
+
+"Dat is zeer interessant," zei hij en strekte de hand uit naar
+het papier.
+
+Maar donna Elisa hield den brief vast, en vroeg:
+
+"Signor sindaco, wat zijt ge van plan er mee te doen, is het uw
+voornemen het aan de Romeinsche poort te laten aanplakken?"
+
+"Ja, wat kan ik anders doen, signora? Het is de laatste wil van
+een stervende."
+
+Donna Elisa zou hem hebben willen zeggen, welk een noodlottig testament
+het was. Maar zij zweeg om de zaak der blinden te kunnen bepleiten.
+
+"Pater Succi, die verordende, dat de blinden in zijn kerk mochten
+bijeenkomen, behoort ook tot de dooden," sprak zij nu.
+
+"Signora Antonelli, begint gij ook hierover?" zei de sindaco heel
+vriendelijk. "'t Was een vergissing, maar waarom heeft niemand mij
+vóór dien tijd gezegd, dat de blinden vergaderden in de Luciakerk? Nu
+het eenmaal besloten is, kan ik het besluit niet herroepen. Dat kan
+ik niet."
+
+"Maar hun rechten en hun document, signor sindaco?"
+
+"Hun rechten beteekenen niets. Die gelden voor het Jezuïetenklooster,
+maar zulk een klooster bestaat niet meer.
+
+"En signora Antonelli, wat zou er van mij worden, indien ik nu toegaf?"
+
+"Men zou u liefhebben als een goeden man."
+
+"Signora, men zal gelooven, dat ik zwak ben, en elken dag zullen
+er vierhonderd vrouwen voor het raadhuis komen bedelen om het een
+of het ander. Het is immers slechts de quaestie om één dag vol te
+houden. Morgen zal het vergeten zijn."
+
+"Morgen!" zei donna Elisa. "Nooit zullen wij het vergeten."
+
+De sindaco glimlachte, en donna Elisa zag, dat hij geloofde het volk
+van Diamante beter te kennen dan zij.
+
+"Ge gelooft, dat deze zaak hun na aan het harte ligt?" vroeg hij.
+
+"Ja, dat geloof ik, signor sindaco."
+
+Toen glimlachte de sindaco weer. "Geef mij dien brief eens, signora."
+
+Hij ging ermee op het balkon en begon tot de vrouwen te spreken.
+
+"Ik wil u zeggen," sprak hij, "dat ik juist nu verneem, dat de oude
+fra Felice dood is en een testament voor u allen nagelaten heeft. Hij
+heeft vijf cijfers opgeteekend, die den volgenden Zaterdag in de
+loterij zullen winnen en deze schenkt hij u. Niemand heeft ze nog
+gezien. Ze zijn opgeteekend in dezen brief, die nog ongeopend is."
+
+Hij zweeg een oogenblik, opdat de vrouwen konden nadenken over hetgeen
+hij gezegd had.
+
+En oogenblikkelijk begonnen ze te roepen: "De cijfers, de cijfers!"
+
+De sindaco gaf haar een teeken om te zwijgen.
+
+"Ge moet er wel aan denken," zei hij, "dat fra Felice onmogelijk weten
+kon welke nummers den volgenden Zaterdag uit de loterij zullen komen.
+
+"Indien gij op deze cijfers speelt, is het mogelijk dat gij allen
+verliest. En wij mogen in Diamante niet armer worden, dan wij reeds
+zijn. Ik verzoek u daarom het testament te mogen vernietigen, vóórdat
+iemand het gelezen heeft."
+
+"De cijfers," riepen de vrouwen. "Laat ons de cijfers zien!"
+
+"Indien ik het testament mag vernietigen," zei de sindaco, "beloof
+ik u, dat de blinden hun kerk mogen behouden."
+
+Het werd stil op de markt. Donna Elisa rees op van haar stoel in
+de zaal van het raadhuis en klemde zich met beide handen aan de
+leuning vast.
+
+"Hemelsche Vader," zuchtte donna Elisa, "is hij een duivel dat hij
+het arme volk op deze wijze in verzoeking brengt?"
+
+"We zijn tot nu toe arm geweest," riep nu een vrouw, "we kunnen ook
+in de toekomst de armoede dragen."
+
+"We willen Barabbas niet kiezen in plaats van Christus," riep een
+andere.
+
+De sindaco nam een lucifersdoosje uit den zak, stak een lucifer aan
+en bracht dien langzaam bij het testament. De vrouwen lieten lijdelijk
+toe, dat de sindaco de winnende cijfers van fra Felice vernietigde.
+
+De kerk der blinden was gered.
+
+"Dit is een wonder," fluisterde de oude donna Elisa. "Allen
+gelooven aan fra Felice en toch laten ze kalm zijn winnende nummers
+verbranden! Dat is een wonder."
+
+
+
+'s Namiddags zat donna Elisa weer in haar winkel te borduren. Zij
+zag er oud uit, het was alsof er iets in haar gebroken en vernietigd
+was. Het was niet de gewone donna Elisa, die daar zat, het was een
+arme, oude, verlaten vrouw.
+
+Zij trok de naald langzaam op uit haar werk en toen zij die weer
+insteken moest, ging dat aarzelend en onwillig. 't Kostte haar
+moeite te verhinderen, dat de tranen op haar borduurwerk vielen en
+het bedierven.
+
+Donna Elisa had zulk een groot verdriet. Heden had zij Gaetano voor
+altijd verloren. Er was geen hoop hem ooit weer te zien.
+
+De heilige was tegen hem en hielp donna Micaela. Niemand kon er aan
+twijfelen, dat er nu een wonder was geschied.
+
+De vrouwen van Diamante zouden niet lijdelijk toegestaan hebben,
+dat men fra Felice's nummers verbrandde, indien zij niet gebonden
+waren door een wonder.
+
+Het deed een arm mensch zoo'n verdriet, dat de goede heilige donna
+Micaela hielp, die niet hield van Gaetano. De bel luidde hevig en
+donna Elisa stond uit oude gewoonte op. 't Was donna Micaela, die nu
+binnenkwam. Zij was verheugd en strekte beide handen uit naar donna
+Elisa, maar deze wendde zich af. Zij kon haar hand niet drukken.
+
+Donna Micaela was overgelukkig.
+
+"O, donna Elisa, gij hebt mijn spoorweg geholpen. Hoe zal ik u danken!"
+
+"Gij behoeft mij volstrekt niet te danken, schoonzuster!"
+
+"Donna Elisa!"
+
+"Indien de heiligen ons een spoorweg willen geven, dan is dat
+zeker omdat Diamante daaraan behoefte heeft, maar niet omdat ze
+u liefhebben."
+
+Donna Micaela deinsde achteruit. Nu eindelijk meende zij te begrijpen
+waarom donna Elisa kwaad op haar was.
+
+"Indien Gaetano thuis was," zei zij, terwijl zij haar hand tegen heur
+hart drukte:
+
+"Indien Gaetano thuis was, zou hij niet toestaan, dat gij zoo slecht
+tegen me waart."
+
+"Gaetano! Zou Gaetano dat niet toestaan?"
+
+"Neen. Zelfs indien gij boos op mij waart, omdat ik hem reeds liefhad,
+terwijl mijn man nog leefde, zoudt gij het niet wagen mij dat te
+verwijten indien hij thuis was."
+
+Donna Elisa trok de wenkbrauwen een weinig op.
+
+"Ge denkt, dat hij mij zou kunnen dwingen te zwijgen over zulk een
+zaak?" en haar stem klonk wonderlijk vreemd.
+
+"Maar donna Elisa," fluisterde donna Micaela nu. "'t Is immers geheel
+onmogelijk hem niet lief te hebben.
+
+"Hij is zoo schoon en hij heeft zooveel macht over mij, dat ik bang
+voor hem ben.
+
+"Ge moest begrijpen, dat ik hem moest liefhebben."
+
+"Moest ik dat?" Donna Elisa ging zitten en sprak heel kort af.
+
+Donna Micaela geraakte buiten zich zelf.
+
+"En Gaetano heeft ook mij lief," riep zij. "Niet Giannita maar mij
+had hij lief. Gij moest mij als een dochter beschouwen en mij helpen,
+en gij moest goed jegens mij zijn. Maar in plaats daarvan zijt ge
+boos op mij. Gij staat mij niet toe tot u te komen om met u over hem
+te spreken. Hoe ik verlang en hoe ik werk, dat mag ik u niet zeggen."
+
+Donna Elisa kon zich niet langer bedwingen. Donna Micaela was immers
+nog een echt kind, jong, dwaas en bevend als een vogelhartje. Juist
+een wezentje, dat bescherming noodig had. Zij moest haar armen wel
+om haar heen slaan.
+
+"Dat wist ik immers niet, jij dom, dwaas kindje," zei zij.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+NA HET WONDER.
+
+
+Er was een vergadering van het gilde der blinde zangers, in de
+Luciakerk. Hoog boven op het koor achter het altaar zaten dertig oude
+blinde mannen op de gebeeldhouwde koorstoelen der Jezuïeten. Zij
+waren allen arm, de meesten van hen hadden den bedelaarszak en hun
+kruk naast zich liggen.
+
+Er heerschte een plechtige, ernstige stemming. De blinden wisten,
+wat het wilde zeggen lid te zijn van dit heilige zangersgilde, van
+deze heerlijke, oude academie.
+
+Beneden in de kerk klonk nu en dan een dof rumoer. Daar zaten de
+geleiders der blinden, kinderen, oude vrouwtjes en honden, te wachten,
+maar spoedig was alles weer rustig en stil.
+
+De blinden, die trovatores waren, traden nu de een na den andere op
+om nieuwe gedichten voor te dragen.
+
+"Gij menschen, die op den heiligen Etna woont," reciteerde een van
+hen. "Gij menschen, die leeft op den berg der wonderen, verheft
+u. Schenkt uwe heerscheres een nieuw sieraad. Zij verlangt naar twee
+lange linten om haar schoonheid te verhoogen, twee lange smalle linten
+van ijzer wil ze vasthechten aan haar mantel.
+
+"Schenk deze aan uwe heerscheres en zij zal u met rijkdom beloonen. Zij
+zal u goud geven voor ijzer. Ontelbaar zullen de schatten zijn,
+die de machtige u schenken zal, indien gij haar nu geeft, hetgeen
+zij verlangt."
+
+"Een milde wonderdoener is in ons midden gekomen," zei een andere. "Hij
+staat arm en onbemerkt in de naakte, oude kerk en zijn kroon is van
+blik en zijne diamanten zijn van glas.
+
+"Brengt geen offers aan mij, gij armen," zegt hij. "Bouwt geen tempel
+voor mij, gij ellendigen.
+
+"Voor uw geluk wil ik werken. En wanneer rijkdom heerscht in uwe
+hutten, zal ik stralen in den glans van echte edelgesteenten, en
+als de nood gevlucht is uit het land, zullen mijne voeten gouden
+schoentjes dragen, met paarlen versierd."
+
+En telkens als er een nieuw gedicht werd voorgedragen, werd het
+aangenomen of verworpen.
+
+De blinden gingen met groote strengheid te werk.
+
+Maar den volgenden dag trokken ze over den Etna en zongen den spoorweg
+in het hart van het volk.
+
+
+
+Na het wonder van fra Felice's testament begonnen de menschen gaven te
+geven voor den spoorweg. Donna Micaela had spoedig ongeveer honderd
+lire bijeen. Toen reisde zij met donna Elisa naar Messina om de
+stoomtram te zien, die tusschen Messina en Pharo loopt. Zij hadden
+niet zulke groote wenschen. Zij zouden tevreden zijn met een stoomtram.
+
+"Waarom behoeft een spoorweg zoo duur te zijn?" zei donna Elisa. "'t
+Is immers slechts een gewone weg, waarop men ijzeren spoorstaven legt.
+
+"Maar het zijn die ingenieurs en voorname heeren, welke een spoorweg
+zoo duur maken! Neem geen ingenieur in je dienst, Micaela! Laat onze
+goede wegwerkers Carmelo en Giovanni je spoorweg aanleggen."
+
+Ze bekeken nauwkeurig de stoomtram van Pharo en trachtten alle
+inlichtingen te verkrijgen, die zij slechts konden. Ze maten hoeveel
+ruimte er tusschen de rails was en donna Micaela teekende op een klein
+stuk papier hoe de sporen bij de stations moesten loopen. Dat was niet
+zoo moeilijk. Zij waren overtuigd, dat zij zich zelf konden redden.
+
+Dezen dag schenen er in het geheel geen bezwaren te bestaan. 't Was
+niets moeielijker een station te bouwen dan een gewoon huis, zeiden
+ze. En meer dan een paar stations hadden zij ook niet noodig. Op de
+meeste halten was een overdekte wachtplaats voldoende.
+
+Indien zij er slechts geen maatschappij van maakten en geen voorname
+heeren in betrokken, want dat alles kostte zooveel geld, dan zou de
+spoorweg wel tot stand komen.
+
+Ook zou die niet zoo kostbaar worden. Den grond zouden zij zeker wel
+voor niets krijgen. De rijke grondbezitters, die land bezaten op den
+Etna, zouden wel begrijpen van hoeveel belang een spoorweg voor hen
+was, en hem vrij over hun grond laten gaan.
+
+Zij braken er haar hoofden niet mede om de juiste richting van een
+spoorweg vooraf te bepalen. Ze zouden eenvoudig beginnen bij Diamante
+en zoo verder gaan naar Catania. Men behoefde slechts een aanvang te
+maken, en iederen dag een klein eindje verder aan te leggen. Dat was
+niet zoo moeilijk.
+
+Na deze reis begonnen zij te beproeven den spoorweg op eigen hand aan
+te leggen. Don Ferrante had geen groot vermogen nagelaten aan donna
+Micaela. Maar het was een geluk dat hij een groot stuk woest land op
+den Etna bezeten had. Hierop begonnen Giovanni en Carmelo te graven
+voor den nieuwen spoorweg.
+
+Toen ze een aanvang maakten met dit werk, bezaten de spoorwegaanleggers
+niet meer dan honderd lire. Maar het was het wonder met het testament,
+dat hen met heiligen waanzin vervulde.
+
+Welk een spoorweg zou dat worden! welk een spoorweg!
+
+Blinde zangers waren de actiënverzamelaars, het heiligenbeeld gaf de
+concessie en de oude koopvrouw, donna Elisa, was de ingenieur.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+EEN JETTATORE.
+
+
+In Catania leefde eens een man met "het booze oog", een jettatore. Van
+alle jettatoren op Sicilië duchtte men hem het meest.
+
+Zoodra hij zich op straat vertoonde, haastten de menschen zich om het
+beschermende teeken met de hand te maken. Toch hielp dit dikwijls in
+het geheel niet.
+
+Degene die hem ontmoet had, kon zich voorbereiden op een onaangename
+gebeurtenis. Als hij thuis kwam was zijn eten aangebrand, en de mooie,
+oude kristallen schotel lag in scherven op den grond. Hij zou hooren,
+dat zijn bankier de betalingen gestaakt had, en dat het briefje,
+dat hij aan de vrouw van zijn vriend geschreven had, in verkeerde
+handen was terechtgekomen.
+
+Meesttijds was de jettatore een lange, magere man met bleeke schuwe
+oogen en een langen neus, die kromde over de bovenlip. God heeft den
+jettatore dezen papagaaienneus gegeven als kenteeken.
+
+Maar alles verandert, niets blijft zich steeds gelijk.
+
+Deze jettatore was een kleine man met een neus als van San Michaël.
+
+Daardoor kwam het dat hij nog veel meer kwaad stichtte dan een gewone
+jettatore.
+
+Hoeveel vaker steekt men zich niet aan de doornen van de roos, dan
+dat men zich brandt aan een netel.
+
+Een jettatore moest nooit volwassen zijn; zoo lang hij nog een kind
+is, heeft hij het goed. Dan waakt zijn moedertje nog over hem en zij
+ziet nooit het booze oog, zij begrijpt nooit waarom zij zich steeds
+met de naald in den vinger prikt, wanneer hij bij haar naaitafeltje
+komt. Zij is nooit bang om hem te kussen. Ofschoon er altijd ziekte
+in haar huis heerscht en de dienstboden voortdurend wegloopen, en
+haar vrienden het huis verlaten, merkt zij nooit iets.
+
+Maar als de jettatore later in de wereld komt, is zijn lot dikwijls
+treurig genoeg. Men moet immers in de eerste plaats aan zich zelf
+denken, men kan toch niet zijn geheele leven bederven door goed
+te zijn jegens een jettatore. Er zijn verscheidene jettatores, die
+priester zijn.
+
+Dit is niet zoo vreemd, de wolf is immers gelukkig, als hij vele
+schapen kan verslinden. En zeker kan een jettatore niet meer kwaad
+stichten, dan wanneer hij priester wordt. Men moest slechts weten,
+hoe het den kinderen gaat, die zij doopen en den bruidsparen, wier
+huwelijk zij inzegenen.
+
+Deze jettatore van Catania werd ingenieur en wilde spoorwegen
+aanleggen.
+
+Hij werd geplaatst bij een der staatsspoorwegen. De staat kon toch
+niet weten, dat hij een jettatore was.
+
+Maar, o, welk een ellende, welk een ellende!
+
+Zoodra hij aangesteld was bij den spoorweg, geschiedden er niets
+dan ongelukken.
+
+Wilde men een heuvel doorboren, dan had er een instorting plaats,
+als men een brug wilde leggen, mislukte het keer op keer.
+
+Wanneer men een mijn liet springen, werden de arbeiders gedood door
+de rondvliegende steenen.
+
+De eenige die steeds ongedeerd bleef, was de ingenieur, de jettatore.
+
+Maar de arme menschen, die onder hem werkten! Ze telden iederen morgen
+hun vingers en ledematen.
+
+"Morgen hebben wij ze misschien niet meer allemaal," zeiden ze.
+
+Men deed zijn beklag bij den hoofdingenieur, men klaagde bij den
+minister. Geen van beiden wilde hooren. Ze waren te geleerd en te
+verstandig om aan het booze oog te gelooven. De arbeiders moesten maar
+beter bij het werk opletten. 't Was aan hun eigen onvoorzichtigheid
+te wijten, dat er ongelukken geschiedden.
+
+En de kolenwagens stortten in den afgrond, en de locomotieven
+ontploften.
+
+Op een morgen fluisterde men, dat de ingenieur weg was. Hij was
+verdwenen, niemand wist waar hij gebleven was.
+
+Had iemand hem soms vermoord?
+
+O, neen, o, neen! wie zou het gewaagd hebben een jettatore te dooden!
+
+Maar hij was werkelijk weg, geen mensch wist waar hij was.
+
+Eenige jaren daarna was het, dat donna Micaela begon te denken aan
+haar spoorweg. En om geld daarvoor bijeen te brengen, wilde zij een
+bazaar houden in het groote Franciscanerklooster.
+
+Daar was een groote tuin, omringd door prachtige, oude
+zuilengangen. Donna Micaela richtte kleine kraampjes en tenten voor
+ververschingen in onder deze arcaden. Zij slingerde guirlandes van
+Venetiaansche lampions van zuil tot zuil. Ze liet groote vaten Etnawijn
+rondom de kloosterbron opstapelen.
+
+Terwijl donna Micaela daar buiten werkte, sprak zij dikwijls met
+den kleinen Gandolfo, die na den dood van fra Felice, wachter van
+het klooster geworden was. Op een dag liet zij zich door Gandolfo
+door het geheele klooster geleiden. Zij liep het door van den zolder
+tot den kelder. En toen zij deze ontelbare kleine cellen met haar
+tralievenster en naakte muren en harde houten banken zag, kreeg zij
+een inval. Zij verzocht Gandolfo haar op te sluiten in een dezer
+cellen en haar daar gedurende vijf minuten te laten.
+
+"Nu ben ik een gevangene," zei ze, toen zij alleengelaten werd. Ze
+voelde, dat de deur gesloten was, ze zag dat er dikke traliën voor
+de vensters waren. Zij was opgesloten. Zoo was het dus gevangen te
+zijn! Vier naakte wanden om zich heen, de stilte, de kilheid van
+het graf!
+
+"Nu wil ik gevoelen zooals een gevangene," dacht zij.
+
+Op hetzelfde oogenblik vergat zij alles voor de gedachte, dat
+Gandolfo misschien niet komen zou om haar deur te ontsluiten. Hij
+kon immers weggeroepen worden, hij kon plotseling ziek worden, hij
+kon doodgevallen zijn in een der donkere gangen.
+
+Er kon zooveel gebeurd zijn, dat hem verhinderde te komen. En
+niemand wist, waar zij was, niemand kon haar zoeken in die afgelegen
+cel. Indien zij een uur daarin moest vertoeven, zou ze waanzinnig
+van angst worden.
+
+Ze dacht aan de kwelling van den honger en van de eindelooze uren
+van angst.
+
+O, hoe zou ze ingespannen luisteren naar naderende schreden, hoe zou
+ze roepen!
+
+Hoe zou zij rukken aan de deur. Zij zou de kalk van den muur schrappen,
+zij zou trachten de traliën voor het venster kapot te bijten.
+
+En als zij haar dan eindelijk vonden, zou zij dood op den grond liggen,
+en overal zou men sporen vinden van haar pogingen om zich te bevrijden.
+
+Waarom kwam Gandolfo niet? Nu was zij toch een kwartier, een half
+uur in de cel geweest.
+
+O, waarom kwam hij toch niet?
+
+Ze was overtuigd, dat ze een heel uur opgesloten was geweest, toen
+Gandolfo kwam. Waar was hij toch zoo lang geweest?
+
+Maar hij was niet lang weggeweest. Donna Micaela was slechts vijf
+minuten in de cel.
+
+O God, zóó was het dus gevangen te zijn! Zoo was dus Gaetano's
+leven! Ze barstte in tranen uit, toen ze weer den blauwen hemel boven
+zich zag.
+
+Een tijdje daarna toen zij op een open loggia stonden, wees Gandolfo
+haar een raam met luiken en groene gordijnen.
+
+"Woont daar iemand?" vroeg zij.
+
+"Ja, donna Micaela."
+
+Gandolfo vertelde, dat daar een man woonde, die nooit anders dan
+'s nachts uitging. Een man die nooit met iemand sprak.
+
+"Is hij krankzinnig?" vroeg donna Micaela.
+
+"O neen, o neen, hij is even wel bij het hoofd als gij of ik. Men zegt,
+dat hij zich moet verbergen. Hij is bang voor de regeering."
+
+Donna Micaela stelde veel belang in dezen man.
+
+"Hoe heet hij?" vroeg ze.
+
+"Ik noem hem signor Alfredo."
+
+"Hoe krijgt hij eten?" vroeg zij hem.
+
+"Ik kook voor hem," zei Gandolfo.
+
+"En kleeren?"
+
+"Die verschaf ik hem. Ik ben het ook, die hem boeken en tijdschriften
+bezorg."
+
+Donna Micaela zweeg een tijdlang.
+
+"Gandolfo," zei ze, terwijl zij hem de roos gaf, die zij in de hand
+hield, "leg deze roos op het blad, als je straks eten brengt aan je
+ongelukkigen gevangene!"
+
+Na dien dag zond donna Micaela bijna elken dag een kleinigheid aan
+den gevangene in het klooster. Nu eens was het een boek, dan een
+bloem of een vrucht.
+
+'t Was haar zulk een genot, ze speelde met haar phantasie. 't Gelukte
+haar bijna zich voor te stellen, dat het Gaetano was aan wien ze dit
+alles zond.
+
+Toen de dag aanbrak, dat de bazaar geopend zou worden, was donna
+Micaela 's morgens reeds vroeg in het klooster.
+
+"Gandolfo," zei ze, "ga voor mij naar je gevangene en vraag hem of
+hij vanavond op het feest wil komen."
+
+Gandolfo kwam spoedig met het antwoord terug.
+
+"Hij dankt u zeer voor uw uitnoodiging, donna Micaela," zei de
+knaap. "Hij wil gaarne komen."
+
+Zij was verbaasd, want zij had niet gedacht, dat hij zich zou durven
+vertoonen. Zij had hem slechts een vriendelijkheid willen bewijzen.
+
+Er was iets, dat donna Micaela dwong om op te zien. Zij stond in den
+kloostertuin, een venster in een der gebouwen tegenover haar werd
+geopend. Donna Micaela zag een man van middelbaren leeftijd met een
+aangenaam uiterlijk voor het raam staan en naar haar kijken. "Daar
+is hij, donna Micaela," zei Gandolfo.
+
+Zij was gelukkig. 't Was alsof ze dezen man gered en verlost had. En
+meer dan dit. Menschen, die geen phantasie bezitten, kunnen dit
+niet begrijpen.
+
+Maar donna Micaela was den ganschen dag in spanning en verwachting. Ze
+overwoog, hoe zij zich 's avonds zou kleeden. 't Was alsof zij Gaetano
+verwachtte.--
+
+Maar donna Micaela had spoedig wel iets anders te doen dan te
+droomen. Den geheelen dag werd ze overstelpt door onaangename
+wederwaardigheden.
+
+Eerst ontving ze een brief van den ouden rooverhoofdman Falco Falcone.
+
+
+ Waarde vriendin, donna Micaela,
+
+ Daar ik gehoord heb, dat ge voornemens zijt een spoorweg aan
+ te leggen op den Etna, wil ik u zeggen, dat dit nooit met mijn
+ toestemming zal geschieden. Ik zeg u dit nu maar dadelijk, opdat
+ ge aan deze zaak niet meer geld en moeite zult verspillen.
+
+ Hooggeboren en edele signora, ik verblijf
+
+ uw nederige dienaar,
+ Falco Falcone.
+
+ P.S. Passafiore, mijn neef, heeft dezen brief geschreven.
+
+
+Donna Micaela smeet het vuile briefje op den grond. Het was haar
+alsof ze het doodvonnis van haar spoorweg in de hand hield, maar
+heden wilde zij daaraan niet denken, heden had zij haar bazaar.
+
+Een oogenblik daarna kwamen haar wegwerkers, Giovanni en Carmelo,
+bij haar. Ze wilden haar raden een ingenieur te raadplegen.
+
+Zij wist zeker niet, hoe de grond was op den Etna. Eerst was het lava,
+dan asch en dan weer lava.
+
+Moest de weg aangelegd worden op de bovenste lavalaag of op het
+aschbed, of moesten zij nog dieper graven? Moest de bodem voor een
+spoorweg zeer vast zijn? Zij moesten er iemand bij hebben, die er
+verstand van had.
+
+Donna Micaela kon hen echter nu niet te woord staan.
+
+Morgen, morgen! heden had zij geen tijd om daaraan te denken. Dadelijk
+daarna kwam donna Elisa met nog slechter nieuws.
+
+Er was een stadswijk in Diamante, waar arme en woeste menschen
+woonden. Deze ongelukkige stakkers waren angstig geworden, toen ze
+hoorden van den spoorweg.
+
+Nu komt er gewis een aardbeving of een uitbarsting van den Etna,
+hadden ze gezegd.
+
+De machtige Etna duldt geen ijzeren banden. Hij zal den geheelen
+spoorweg van zich afslingeren.
+
+En het volk zei, dat men den spoorweg moest opbreken zoodra die
+gelegd was.
+
+Welk een ongeluksdag! Donna Micaela voelde zich verder dan ooit van
+haar doel.
+
+"Waarvoor dient het nu, of wij geld bijeenbrengen op den bazaar?" zei
+ze mismoedig.
+
+En het scheen ook niet, dat zij veel geld zou krijgen op haar feest. 's
+Namiddags begon het te regenen. Sedert den dag, dat de klokken luidden,
+had het nog niet zoo geregend in Diamante. 't Was alsof de wolken op
+de daken drukten, en het water er uit stroomde. Eer men twee minuten
+op straat liep, was men doornat.
+
+Tegen zes uur, toen donna Micaela's bazaar geopend zou worden, regende
+het zoo hard mogelijk. Toen zij in het klooster kwam, waren daar
+geen andere menschen dan degenen, die haar zouden helpen verkoopen
+en bedienen.
+
+Zij had wel kunnen schreien! Welk een ongeluksdag! Wie had toch al
+dezen tegenspoed over haar hoofd gebracht?
+
+Donna Micaela's blikken vielen op een vreemden man, die tegen een
+pilaar leunde en haar beschouwde.
+
+Opeens herkende zij hem! Dat was de jettatore. Het was de jettatore
+van Catania, dien men haar reeds als kind had leeren vreezen.
+
+Donna Micaela ging dadelijk naar hem toe.
+
+"Wilt ge even met mij gaan, signor," zei ze, terwijl zij hem
+voorging. Zij wilde zoo ver weggaan, dat niemand hen hooren kon, dan
+wilde zij hem verzoeken haar nooit meer onder de oogen te komen. Zij
+moest het doen, zij kon niet toelaten dat hij haar geheele leven
+verwoestte.
+
+Zij dacht er in het geheel niet aan waar zij heenging. Plotseling
+stond ze bij de deur van de kloosterkerk en trad naar binnen.
+
+Het was er bijna donker. Alleen een klein olielampje brandde bij
+het Christusbeeld.
+
+Toen donna Micaela het Christusbeeld zag, verschrikte zij. Juist nu had
+zij het liever niet gezien. Zij herinnerde zich hoe zijn kroon gerold
+was voor Gaetano's voeten, toen deze zoo vertoornd was op de bandieten.
+
+Misschien wilde het Christusbeeld niet, dat zij den jettatore verstiet.
+
+Maar zij had toch werkelijk reden hem te vreezen. En 't was slecht
+van hem op haar feest te verschijnen. Zij moest trachten hem van hier
+te verwijderen.
+
+Donna Micaela liep de geheele kerk door en stond nu stil voor het
+Christusbeeld.
+
+Zij kon geen woord zeggen tot den man, die haar volgde. Zij herinnerde
+zich hoeveel medelijden zij nog onlangs met hem gehad had, omdat hij
+gevangen zat, hij evenals Gaetano.
+
+Zij was zoo gelukkig geweest hem tot het leven terug te voeren. Wat
+wilde zij nu doen?
+
+Hem weer in de gevangenis zenden?
+
+Zij dacht aan haar vader en aan Gaetano. Zou het nu voor den derden
+keer zijn, dat zij...
+
+Zij stond zwijgend en voerde een hevigen strijd met zich zelf.
+
+Eindelijk begon de jettatore te spreken.
+
+"Niet waar, signora, ge hebt genoeg van mij?"
+
+Donna Micaela maakte een ontkennende beweging.
+
+"Wenscht gij, dat ik terugkeer naar mijn cel?"
+
+"Ik begrijp u niet, signor."
+
+"Ja zeker, gij begrijpt me wel. Er is u vandaag iets vreeselijks
+overkomen. Gij ziet er nu geheel anders uit dan dezen morgen."
+
+"Ik ben zeer moede," zei donna Micaela ontwijkend.
+
+Hij trad dicht op haar toe, als om haar de waarheid af te dwingen. De
+vragen en antwoorden volgden elkaar kort en stootend.
+
+"Ziet ge niet, dat uw geheele feest dreigt te mislukken?"
+
+"Dan doen we het morgen weer over."
+
+"Hebt ge mij dan niet herkend?"
+
+"Ja, ik heb u vroeger wel eens in Catania gezien."
+
+"En gij zijt niet bang voor den jettatore?"
+
+"Ja, vroeger als kind."
+
+"Maar nu zijt ge niet meer bevreesd?"
+
+Zij ontweek hem te antwoorden.
+
+"Zijt ge zelf bang?" vroeg ze.
+
+"Zeg de waarheid!" zei hij ongeduldig. "Wat wildet gij mij zeggen,
+toen gij mij hierheen voerdet?"
+
+Zij zag onrustig om zich heen. Zij moest hem iets zeggen, zij moest
+hem een antwoord geven. Toen kwam er een gedachte in haar op, die
+haar angstig maakte. Zij zag naar het Christusbeeld.
+
+"Eischt gij dit van mij?" scheen ze hem te vragen.
+
+"Moet ik dit doen voor een vreemden man? Maar dit staat immers gelijk
+met mijn eenige hoop te vernietigen."
+
+"Ik weet nauwelijks of ik het wel wagen durf u te zeggen, wat ik u
+verzoeken wilde," zeide zij.
+
+"Neen, ziet ge wel dat gij den moed niet hebt."
+
+"Ik ben van plan een spoorweg aan te leggen, weet ge dat?"
+
+"Ja, dat weet ik."
+
+"Ik wilde u vragen of gij mij helpen wildet?"
+
+"Ik! Ik!"
+
+Nu zij eenmaal begonnen was, viel het haar gemakkelijker te
+vervolgen. Zij was verbaasd hoe natuurlijk het klonk, toen zij het
+hem vroeg.
+
+"Ik weet, dat ge een spoorwegingenieur zijt. Ja, ge begrijpt wel,
+dat aan mijn spoorweg geen geld verdiend wordt. Maar het was beter,
+dat ge me hielpt, dan dat ge in uw cel opgesloten zit. Gij verspilt
+slechts uw tijd."
+
+Hij keek haar bijna streng aan.
+
+"Weet ge, wat ge daar zegt?"
+
+"Ja, het is natuurlijk een vermetel verzoek."
+
+"Ja juist, een vermetel verzoek."
+
+Daarna begon de ongelukkige man haar te waarschuwen voor al het onheil,
+dat haar dreigde, indien zij zijn hulp aannam.
+
+"Het zou met uw spoorweg gaan, zooals met uw feest."
+
+Donna Micaela was overtuigd van de waarheid zijner woorden, maar zij
+had nu alle wegen achter zich afgesloten, zij moest nu voortgaan,
+goed te zijn.
+
+"Mijn feest zal spoedig in vollen gang zijn," zei ze beslist.
+
+"Hoor naar mij, donna Micaela," zei de jettatore.
+
+"Het laatste waaraan men weigert niet te gelooven is aan zich zelf. Men
+kan niet nalaten zich zelf te vertrouwen."
+
+"Neen, waarom zou men dat ook doen?"
+
+Hij maakte een beweging, alsof hij ongeduldig was over haar vertrouwen.
+
+"Toen ik eerst over de zaak begon te denken," zei hij, "troostte ik
+mij gemakkelijk. Door een paar ongelukkige toevallen, zei ik tot mij
+zelf, heb je den naam van jettatore gekregen, zoodat dit langzamerhand
+een vaste overtuiging is geworden. En juist dit geloof sticht het
+kwaad. Men heeft mij ontmoet en geloofd, dat men zou verongelukken,
+en toen geschiedde het ook. Het is een ongeluk erger dan de dood,
+aangezien te worden voor een jettatore. Maar gij behoeft het zelf
+niet te gelooven."
+
+"Het is zoo ongerijmd," zei donna Micaela.
+
+"Ja, niet waar, hoe zouden mijn oogen de macht bezitten kwaad te
+stichten? Ik wilde een proef nemen. Ik reisde naar een plaats, waar
+niemand mij kende. Den volgenden morgen las ik in de courant, dat door
+den trein waarmee ik gereisd had, een baanwachter overreden was. Toen
+ik een dag in het hotel was, zag ik dat de hotelhouder wanhopig was,
+en alle gasten ontsteld waren.
+
+"Wat is er gebeurd?" vroeg ik.
+
+"Een van onze bedienden is door de pokken aangetast. O, welk een
+ellende!"
+
+"Donna Micaela, toen sloot ik mij op en onthield mij van allen omgang
+met menschen.
+
+"Toen een jaar verstreken was, kwam ik tot rust. Ik ben immers
+geen gevaarlijk mensch, zei ik, en ik wil toch niemand eenig kwaad
+doen. Waarom zou ik dan als een misdadiger leven?
+
+"Ik had mij juist voorgenomen terug te keeren tot het leven, toen ik
+fra Felice in een der gangen ontmoette.
+
+"Fra Felice, waar is de kat?"
+
+"De kat, signor?"
+
+"Ja, de kat van 't klooster, wie ik altijd melk geef. Waar is zij?"
+
+"Zij is in een rattenval geraakt."
+
+"Wat zegt u, fra Felice?"
+
+"De kat is met haar staart in de val gekomen en kon zich toen niet
+bevrijden. Zij heeft zich naar een der ramen gesleept en is van
+honger gestorven."
+
+"Wat zegt ge daarvan, donna Micaela?"
+
+"Was het dan uw schuld, dat de kat stierf?"
+
+"Ik ben immers een jettatore."
+
+Zij trok de schouders op. "Ach, welk een dwaasheid!"
+
+"Toen eenige tijd verstreken was, ontwaakte opnieuw de lust in mij
+om te leven. Toen klopte Gandolfo op mijn deur en noodigde mij op
+dit feest. Waarom zou ik niet gaan? Men kan onmogelijk van zich zelf
+gelooven, dat men ongeluk aanbrengt, alleen door zich te vertoonen.
+
+"'t Was reeds een feest, donna Micaela, me klaar te maken, en mijn
+zwarte kleeren voor den dag te halen, ze te borstelen en aan te
+trekken. Maar toen ik op het feestterrein kwam, was dit verlaten,
+de regen stroomde neer, en uw Venetiaansche ballons waren vol water.
+
+"En gij zelf zaagt er uit, alsof al de rampen van het leven u op één
+dag getroffen hadden.
+
+"Toen ge mij zaagt, werdt ge aschgrauw van schrik.
+
+"Ik vroeg iemand: Hoe heet signora Alagona van zich zelf?--Palmeri--
+
+"O, Palmeri, zij is dus uit Catania? Zij heeft den jettatore herkend."
+
+"Ja, 't is waar, ik heb u herkend."
+
+"Ge zijt zeer goed en vriendelijk geweest en ik ben zeer bedroefd,
+dat ik uw feest verstoord heb. Maar nu beloof ik u, dat ik mij verre
+van uw feest zoowel als van uw spoorweg zal houden."
+
+"Waarom zoudt gij u daar verre van houden?"
+
+"Ik ben immers een jettatore."
+
+"Dat geloof ik niet. Ik kan het niet gelooven."
+
+"Ik geloof het zelf ook niet. Maar toch, ja, ik geloof het. Weet ge,
+dat men zegt, dat niemand een jettatore kan overwinnen, dan hij die
+even groot in slechtheid is, als de jettatore zelf?
+
+"Men vertelt, dat eens een jettatore in den spiegel zag, en dat hij
+toen neerstortte en stierf. Ik zie nooit in den spiegel. Ik geloof
+het dus zelf."
+
+"Ik geloof het niet. Misschien geloofde ik het nog wel, toen ik u
+daarbuiten zag. Nu echter geloof ik het niet meer."
+
+"Gij wildet mij misschien laten werken aan uw spoorweg?"
+
+"Ja, ja, indien gij slechts zelf wilt."
+
+Weer trad hij dicht op haar toe, en zij wisselden eenige korte zinnen.
+
+"Kom in het licht, ik wil uw gelaat zien."
+
+"Ge gelooft, dat ik niet de waarheid spreek?"
+
+"Ik geloof, dat ge slechts beleefd wilt zijn."
+
+"Beteekent die spoorweg iets voor u?"
+
+"Die beteekent leven en geluk voor mij."
+
+"Hoezoo?"
+
+"Die moet iemand winnen, dien ik liefheb."
+
+"Zeer lief?"
+
+Zij antwoordde niet, maar hij kon het antwoord lezen in haar blik.
+
+Toen viel hij op de knieën voor haar en boog zijn hoofd zoo diep,
+dat hij den zoom van haar kleed kon kussen.
+
+"Gij zijt goed, gij zijt zeer goed. Dit zal ik nooit vergeten. Indien
+ik degene was, waarvoor ge mij hieldt, hoe zou ik u dan dienen!"
+
+"Maar ge moet mij dienen," zei ze. En zij was zoo getroffen door zijn
+ongeluk, dat zij in het geheel geen vrees meer gevoelde, dat hij haar
+deren zou.
+
+Hij sprong op.
+
+"Ik wil u iets zeggen. Ge kunt niet loopen zonder te struikelen
+wanneer ik naar u zie."
+
+"O, waarom niet?"
+
+"Beproef het!"
+
+En zij beproefde het. Maar zij was bang. Reeds bij de eerste schrede
+voelde zij zich onzeker.
+
+Maar toen dacht zij: "Indien het voor Gaetano was, dan kon ik het
+zeker wel." En toen ging het ook.
+
+Zij liep heen en weer.
+
+"Zal ik het nog één maal doen?" Hij knikte.
+
+Terwijl zij liep kwam de gedachte bij haar op:
+
+Het Christusbeeld heeft den vloek van hem genomen, omdat hij mij
+wil helpen.
+
+Zij wendde zich plotseling om en kwam naar hem toe.
+
+"Weet ge, weet ge dat ge geen jettatore zijt?"
+
+"Ben ik dat niet?"
+
+"Neen, neen!" zij greep hem bij den arm en schudde dien. "Begrijpt
+ge dan niet, ziet ge dan niet? 't Is van u genomen."
+
+De stem van den kleinen Gandolfo klonk buiten de kerk.
+
+"Donna Micaela, donna Micaela, waar zijt ge? Er zijn zooveel menschen,
+donna Micaela! Waar zijt ge?"
+
+"Regent het dan niet meer?" zei de jettatore met onzekere stem.
+
+"'t Regent niet meer, hoe zou het kunnen regenen? Het Christusbeeld
+heeft den vloek van u genomen, opdat gij zijn spoorweg zoudt kunnen
+dienen."
+
+De man wankelde en greep met zijn hand in de lucht.
+
+"'t Is weg. 'k Geloof, dat het weg is. Nog zooeven was het over mij,
+maar nu..."
+
+Weer wilde hij knielen voor donna Micaela.
+
+"Dank mij niet," zei zij. "Maar hem, hem!" en zij wees op het
+Christusbeeld.
+
+Maar toch viel hij voor haar op de knieën, kuste haar handen, en onder
+snikken en tranen vertelde hij haar hoe de menschen hem vervolgd en
+verafschuwd hadden en hoeveel ellende het leven hem gebracht had.
+
+Den volgenden dag begon de jettatore te werken aan den spoorweg. En
+hij was niet gevaarlijker dan eenig ander mensch.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+HET PALEIS GERACI EN HET PALEIS CORVAJA.
+
+
+In den tijd, toen de Noormannen nog op Sicilië heerschten, lang
+voordat het geslacht Alagona op het eiland kwam, werden in Diamante
+twee heerlijke gebouwen opgetrokken, het palazzo Geraci en het
+palazzo Corvaja.
+
+De edele baronnen Geraci kozen hun verblijf bij de markt, hoog op de
+kruin van den Monte Chiaro. De baronnen Corvaja daarentegen bouwden
+hun paleis aan den voet van den berg en omgaven het met groote parken.
+
+De zwarte lavamuren van het palazzo Geraci werden opgetrokken rondom
+een kleinen, vierkanten binnenhof, die louter stemming en heerlijkheid
+was. Een hooge trap, onder een eerepoort met wapens versierd, voerde
+naar de tweede verdieping.
+
+Niet rondom den hof, maar hier en daar op de meest onverwachte
+plaatsen openden de muren zich om plaats te maken voor kleine, met
+zuilen versierde loggia's.
+
+De wanden waren bedekt met reliëfs, bonte platen Siciliaansch marmer
+en met de wapenschilden der baronnen Geraci. Er waren ook vensters,
+maar die waren zeer klein, met prachtig bewerkte vensterkozijnen. Er
+waren ronde raampjes met zulke kleine lichtopeningen, dat ze bedekt
+konden worden door een druiveblad, of langwerpige, die zoo smal waren,
+dat ze niet meer licht doorlieten dan een reet van een gordijn.
+
+De baronnen van Corvaja dachten er niet aan den binnenhof van
+hun paleis te versieren, maar ze bouwden een heerlijke zaal op
+de benedenverdieping. In den vloer werden groote waterbakken voor
+goudvisschen gemetseld, in de muurnissen werden fonteinen met mozaïek
+geplaatst, waar helder water neerbruiste in geweldige reuzenschelpen.
+
+Boven deze zaal welfden zich Moorsche bogen, gedragen door slanke
+zuilen, omslingerd door ranken van mozaïek. Het was een zaal, waarvan
+de weerga slechts te vinden was in het Saracenenslot te Palermo.
+
+Er heerschte een felle wedijver tusschen de beide geslachten gedurende
+de gansche bouwperiode.
+
+Wanneer het palazzo Geraci een balkon kreeg, werd het palazzo Corvaja
+versierd met hooge Gothische boogvensters; toen het dak van het paleis
+Geraci getooid werd met rijk gebeeldhouwde tinnen, werd er op het
+palazzo Corvaja een meterhooge fries aangebracht van zwart marmer
+met wit ingelegd.
+
+Het huis Geraci had een hoogen toren, maar het paleis Corvaja een
+dakterras met hooge vazen op de balustrade.
+
+Toen de paleizen eindelijk voltooid waren, werd de wedstrijd voortgezet
+tusschen de families die ze gebouwd hadden.
+
+De vijandschap en de strijd schenen zich van de huizen mee te deelen
+aan allen, die daarin woonden.
+
+Een baron Geraci kon nooit gelijk denken met een baron Corvaja.
+
+Als Geraci voor Anjou streed, vocht Corvaja voor Manfred. Veranderde
+Geraci van kleur en stond hij Aragonie bij, dan trok Corvaja naar
+Napels om voor Robert en Johanna te strijden.
+
+Maar dat alles was nog niet genoeg. Het stond vast, dat wanneer Geraci
+een schoonzoon kreeg, ook Corvaja zijn macht moest vermeerderen door
+een goed huwelijk.
+
+De beide geslachten konden nooit tot rust komen.
+
+Men moest eten om strijd, zich vermaken om strijd, en werken om
+strijd. De Geraci's trokken naar het hof der Bourbons in Napels,
+niet uit lust om zich te onderscheiden, maar omdat de Corvaja's daar
+ook waren.
+
+De Corvaja's van hun kant moesten wijn verbouwen en zwavelmijnen
+bezitten, omdat de Geraci's belangstelden in landbouw en mijnwezen.
+
+Als een Geraci een erfenis gekregen had, moest ook een oude
+bloedverwant van Corvaja sterven, opdat de eer van het geslacht niet
+overstraald zou worden.
+
+'t Palazzo Geraci had voortdurend werk om zijn dienaren te tellen,
+opdat het palazzo Corvaja het niet zou overtreffen.
+
+Maar niet alleen lette men op de bedienden, men hield ook rekening
+met de galons der livreien en met het tuig der paarden.
+
+De pluimen van Corvaja's vierspan mochten geen duim hooger zijn dan
+die der Geraci's. Hun kudden geiten moesten zich in dezelfde mate
+vermenigvuldigen, en de ossen der Geraci's moesten even groote hoornen
+hebben als die van Corvaja.
+
+Men zou geloofd hebben, dat in onze dagen de vijandschap tusschen
+beide paleizen geëindigd was. Nu woont er noch een der Corvaja's in
+het eene paleis, noch een der Geraci's in het andere.
+
+Nu is de binnenhof der Geraci's een vuile plaats, waarop zoowel
+ezelstallen als varkenshokken en kippenloopen te vinden zijn. Op de
+hooge trap hangen lompen te drogen, en de reliëfs zijn beschadigd
+en gebroken.
+
+In een der beide hallen wordt handel in groenten gedreven, in de
+andere is een schoenmakerswerkplaats.
+
+De poortwachter ziet er uit als een ellendige bedelaar, en van den
+kelder tot den zolder vindt men niets anders dan arme uitgehongerde
+menschen.
+
+En met het paleis Corvaja gaat het niet veel beter.
+
+Er is geen spoor meer te vinden van de mozaïekbekleeding in de groote
+zaal, nu zijn er nog slechts naakte, kale gewelven.
+
+Daar wonen geen bedelaars, omdat het paleis voor het grootste gedeelte
+in puinhoopen ligt. Slechts zijn schoone gevel met de gebeeldhouwde
+vensterbogen verheft zich nog naar den blauwen Siciliaanschen hemel.
+
+Maar toch is de vijandschap tusschen Geraci en Corvaja niet
+geëindigd. In de oude tijden waren het niet alleen de edele
+geslachten zelve, die met elkaar in strijd waren, maar ook hun buren
+en onderhoorigen.
+
+Gansch Diamante werd verdeeld tusschen Geraci en Corvaja. Nog loopt
+er een hooge, met puntige glasscherven bedekte muur door de stad,
+die het deel van Diamante, dat aan de zijde der Geraci's staat,
+scheidt van dat, hetwelk zich voor Corvaja verklaard heeft.
+
+Nog in onze dagen wil geen man van Geraci trouwen met een meisje
+van Corvaja. En een herder van Corvaja kan zijn schapen niet laten
+drinken van de bron van Geraci. Ze hebben niet eens dezelfde heiligen.
+
+San Pasquale wordt aangebeden door Geraci, terwijl de zwarte Madonna
+de schutspatrones van Corvaja is.
+
+Een man van Geraci zal nooit iets anders gelooven, dan dat geheel
+Corvaja vol is van toovenaars, heksen en weerwolven.
+
+Een man van Corvaja zal bij zijn zaligheid zweren, dat in Geraci
+niets anders gevonden worden dan bandieten en gauwdieven.
+
+Donna Micaela woonde op Geraci's gebied, en spoedig waren al de
+bewoners van dat stadsdeel aanhangers van haar spoorweg. Maar toen
+kon Corvaja natuurlijk niets anders doen dan haar tegenwerken.
+
+Corvaja's bewoners waren bizonder misnoegd over twee zaken. Ze waren
+naijverig op de eer der zwarte Madonna en het stond hun dus niet aan,
+dat er nog een wonderdoend beeld in Diamante gekomen was.
+
+Dit was het eene; het tweede was, dat zij vreesden dat de Mongibello
+geheel Diamante onder asch en vuur zou begraven, indien men hem door
+een spoorweg wilde bedwingen.
+
+Eenige dagen na den bazaar, begon het palazzo Corvaja zich vijandig te
+gedragen. Donna Micaela vond op een dag op haar dakterras een citroen,
+die zoo dicht met spelden bezet was, dat die geleek op een stalen bal.
+
+Die kwam van het palazzo Corvaja, dat zoo vele smarten in haar hoofd
+wilde tooveren, als er spelden in den citroen waren.
+
+Toen wachtte Corvaja eenige dagen om te zien welke uitwerking de
+citroen had. Maar toen donna Micaela's arbeiders bleven doorwerken
+aan den spoorweg, kwamen de mannen van Corvaja op een nacht om den weg
+op te breken. En toen de staven den volgenden dag weer gelegd waren,
+sloeg men de ruiten in San Pasquale stuk en wierp het Christusbeeld
+met steenen.--
+
+--Het was een langwerpig en smal marktplein aan de Zuidzijde van
+den Monte Chiaro. Aan de beide lange zijden stonden donkere, hooge
+huizen. Aan een der korte zijden gaapte een afgrond, aan den anderen
+kant verhief zich een steile berg. Er waren terrassen uitgehouwen
+in de berghelling, maar de trappen waren vervallen en de treden
+gebroken. Op het grootste terras verhief zich de statige ruïne van
+het paleis Corvaja.
+
+Het voornaamste sieraad van het marktplein was een prachtig, langwerpig
+waterbassin, dat onder de terrassen, dicht bij den berg stond. Het
+was van sneeuwwit marmer met relief versierd en gevuld met helder,
+koel water. Dit was het best bewaard gebleven van al de vroegere
+heerlijkheden van Corvaja.
+
+Op een schoonen, vredigen avond kwamen er twee dames, in het zwart
+gekleed, op het kleine marktplein. Op dit oogenblik lag het geheel
+verlaten. De beide dames keken rond, maar toen zij geen enkel mensch
+zagen, namen zij plaats op de bank bij de bron om te wachten.
+
+Spoedig kwamen er eenige nieuwsgierige kinderen te voorschijn en
+keken naar haar, en de oudste der beide dames begon met de kinderen
+te spreken. Zij vertelde hun sagen.
+
+"Er was eens," zei ze.
+
+Toen vertelde ze den kinderen van het Christuskind, dat zich
+in rozen en leliën veranderde, toen de Madonna een van Herodes'
+soldaten ontmoette, die het bevel ontvangen hadden alle kinderen te
+dooden; en ze luisterden naar de legende van het Christuskind, dat
+eens vogelen van leem maakte, en in de handen klapte en den leemen
+koekoeken vleugels gaf om weg te vliegen, toen een slechte knaap ze
+kapot wilde slaan.
+
+Terwijl de oude dame sprak, verzamelden zich vele kinderen om haar
+heen, maar ook volwassen menschen. 't Was juist Zaterdagavond, zoodat
+de arbeiders van hun werk op het land terugkeerden. De meesten kwamen
+bij Corvaja's bron om een teug koel water te drinken vóórdat zij naar
+huis gingen.
+
+Toen zij hoorden dat er sagen verteld werden, bleven zij staan om
+te luisteren.
+
+De beide dames waren spoedig omringd door een donkeren muur van grove,
+zwarte mantels en slappe hoeden.
+
+Plotseling zei de oude dame tot de kinderen:
+
+"Houdt ge van het Christuskind?"
+
+"Ja, ja," zeiden ze en hun groote, donkere oogen schitterden.
+
+"Zoudt ge het gaarne willen zien?"
+
+"Ja, ja," riepen de kinderen.
+
+De dame sloeg haar mantille op en toonde den kinderen een klein
+Christusbeeld, rijk versierd met ringen, en een gouden kroon op het
+hoofd en gouden schoentjes aan de voeten.
+
+"Hier is het," zei ze. "Ik heb het meegenomen om het je te toonen."
+
+De kinderen waren opgetogen. Eerst vouwden ze hun handjes voor het
+ernstige gezicht van het beeld, toen wierpen zij het kushandjes toe.
+
+"Is hij niet schoon?" zei de oude dame.
+
+"Mogen wij hem hebben, mogen wij hem hebben?" riepen de kinderen.
+
+Maar nu drong een groote, ruwe arbeider, een donkere man met ruigen,
+zwarten baard, naar voren. Hij wilde het beeld tot zich rukken.
+
+De oude dame had nauwelijks den tijd om het achter haar rug te
+verbergen.
+
+"Geef hier, donna Elisa, geef hier!" zei de man.
+
+De arme donna Elisa wierp een blik op donna Micaela, die den ganschen
+tijd stil en misnoegd naast haar gezeten had. Donna Micaela had zich
+slechts met moeite laten overreden om mede te gaan naar Corvaja om
+het beeld aan het volk te toonen.
+
+"'t Beeld helpt ons, wanneer het wil," zei zij. "Wij moeten het niet
+tot wonderen dwingen."
+
+Maar donna Elisa had volstrekt willen gaan; ze had gezegd, dat het
+beeld slechts wachtte om tot de ontrouwe stakkers in Corvaja gevoerd
+te worden.
+
+Na alles, wat hij reeds gedaan had, konden zij wel zooveel vertrouwen
+in hem stellen, dat ze geloofden dat hij ook deze menschen voor zich
+zou winnen.
+
+Maar nu stond zij daar, donna Elisa, terwijl de woeste man zich over
+haar heen boog en zij wist niet hoe zij kon verhinderen, dat hij het
+beeld nam.
+
+"Geef het mij goedschiks, donna Elisa," zei de man, "anders, bij God,
+neem ik het met geweld. Ik zal het in stukjes, in kleine, kleine
+stukjes hakken.
+
+"Ge zult zien hoeveel er overblijft van uw houten pop.
+
+"Ge zult eens zien of 't het zal kunnen volhouden tegen de zwarte
+Madonna."
+
+Donna Elisa drukte zich tegen den bergwand, ze zag geen uitweg. Ze
+kon noch vluchten, noch zich verzetten.
+
+"Micaela!" riep zij klagend, "Micaela!"
+
+Donna Micaela was zeer bleek. Zij hield de handen tegen het hart
+gedrukt, zooals ze placht te doen, als ze heftig bewogen was. Zij vond
+het vreeselijk, vijandig te staan tegenover deze donkere mannen. 't
+Waren juist deze mannen in korte mantels met slappe hoeden, waarvoor
+zij altijd zoo bang was.
+
+Maar nu donna Elisa haar riep, wendde zij zich plotseling om, trok
+het beeld naar zich toe en strekte het naar den man uit.
+
+"Neem het," zei zij fier. En zij ging hem zelfs een schrede
+tegemoet. "Neem het en doe er mee, wat ge kunt."
+
+Zij hield het beeld voor zich uitgestrekt en trad al dichter op den
+donkeren arbeider toe.
+
+Hij wendde zich naar zijn kameraden.
+
+"Zij gelooft dat ik haar pop niets doen kan," zei hij hoonend.
+
+En alle arbeiders sloegen zich op de knieën en lachten.
+
+Hij nam het beeld echter niet, maar greep naar de groote spade,
+die hij in de hand hield. Hij week een paar stappen achteruit, hief
+de spade boven zijn hoofd, en spande al zijn spieren tot een slag,
+die in eens het gehate beeld zou verpletteren.
+
+Donna Micaela schudde waarschuwend het hoofd.
+
+"Je kunt het toch niet," zei ze en ze trok het beeld niet terug.
+
+Hij zag dat zij toch bevreesd was, en hij genoot van haar angst.
+
+Zoo stond hij langer met opgeheven spade dan strikt noodzakelijk was.
+
+"Piero!" klonk het toen luid jammerend. "Piero, Piero!"
+
+"Mijn God, Marcia roept mij," zei hij.
+
+Op hetzelfde oogenblik stormde een schaar menschen uit een kleine hut,
+die gebouwd was tusschen de puinhoopen van het palazzo Corvaja. Het
+waren ongeveer tien vrouwen, die met een karabinier vochten.
+
+De karabinier hield een kind op den arm, en de vrouwen trachtten hem
+dit kind te ontrukken. Maar de politieagent, die een sterke man was,
+maakte zich van haar allen los, zette het kind op den schouder,
+en sprong de trede van het terras op.
+
+De donkere Piero had er naar gekeken zonder een beweging te maken. Toen
+de karabinier zich losrukte, boog hij zich tot donna Micaela en
+zei haastig:
+
+"Kan het beeld dit verhinderen, dan zal geheel Corvaja aan zijn
+zijde staan."
+
+Nu was de karabinier op de markt. Piero maakte een beweging met
+de hand, oogenblikkelijk sloten zijn kameraden een kring om den
+vluchtende. Waar deze zich wendde, overal zag hij een dichte rij
+mannen om zich heen, die hem dreigden met hun schoppen en spaden.
+
+Er ontstond plotseling een vreeselijke verwarring. De vrouwen,
+die met den karabinier gestreden hadden, stortten zich nu gillend
+tusschen de mannen. 't Meisje, dat de agent vasthield, schreeuwde
+uit al haar macht en trachtte zich los te rukken. Menschen kwamen
+van alle kanten aanstormen. Het was een ontzettend getier en geraas.
+
+"Laten wij nu gaan," zei donna Elisa tot donna Micaela. "Nu denkt
+niemand meer aan ons."
+
+Maar donna Micaela's blik was gevallen op een der vrouwen. Zij
+schreeuwde niet, maar men zag dadelijk dat haar de zaak aanging. Men
+kon het haar aanzien, dat zij op het punt stond het geluk van haar
+leven te verliezen.
+
+Het was een vrouw, die eens zeer schoon geweest moest zijn, hoewel
+nu alle frischheid van haar geweken was, want zij was niet jong
+meer. Maar nog had zij een indrukwekkend en fier gelaat. "Hier is
+een ziel, die kan lijden en liefhebben," zei het gezicht.
+
+Donna Micaela voelde zich innig aangetrokken tot deze arme vrouw.
+
+"Neen, nog is het geen tijd om weg te gaan," zei ze tot donna Elisa.
+
+De karabinier vroeg en vroeg of men hem wilde laten gaan.
+
+"Neen, neen. Niet voordat hij het kind losliet!"
+
+'t Kind was van Piero en zijn vrouw Marcia, maar zij waren niet de
+werkelijke ouders van het kind, daardoor was de twist ontstaan.
+
+De karabinier trachtte door overreding het volk aan zijn zijde te
+krijgen. Niet Piero of Marcia, maar de anderen wilde hij overtuigen.
+
+"Ninetta is de moeder van het kind," zei hij, "dat weet ge immers
+wel. Zij kon het kind niet bij zich hebben, toen zij ongetrouwd was,
+maar nu is zij getrouwd en wil haar kind terughebben. En nu weigert
+Marcia Ninetta's zoontje af te staan. 't Is zoo hard voor Ninetta,
+die in acht jaar haar kind niet bij zich gehad heeft. Marcia wil het
+niet afstaan; zij jaagt Ninetta weg, als zij om haar kind vraagt. Ten
+slotte moest Ninetta bij den sindaco om hulp vragen. En de sindaco
+heeft ons bevolen, haar het kind terug te bezorgen.
+
+"'t Is toch ook Ninetta's kind," zei hij overredend.
+
+Maar zijn woorden hadden niet veel uitwerking op de mannen van Corvaja.
+
+"Ninetta is een Geraci," riep Piero en de kring bleef rondom den
+karabinier gesloten.
+
+"Toen we hier kwamen om het kind te halen," zei deze, "konden we het
+niet vinden. Marcia was in den rouw, haar kamer was met zwart doek
+bekleed, en vele vrouwen zaten bij haar te treuren. Zij toonden ons
+het doodattest van het kind. Wij gingen naar Ninetta om haar te zeggen
+dat haar kind op het kerkhof lag.
+
+"Nu goed! Een uur later moest ik hier op de markt op wacht staan. Ik
+keek naar de spelende kinderen. Wie was het sterkste en wie riep het
+luidst? Was dat niet een der meisjes? "Hoe heet je?" vroeg ik haar.
+
+"Francesco," antwoordde zij dadelijk.
+
+"'t Viel mij in dat dit meisje Francesco Ninetta's knaap kon zijn, en
+ik wachtte stil, tot ik Francesco in Marcia's huis zag gaan. Ik trad
+binnen en zag het meisje Francesco avondbrood eten bij Marcia. Zij
+en al de treurende vrouwen begonnen te schreeuwen, toen zij mij
+zagen. Toen greep ik signorina Francesco en vluchtte met haar, want
+het kind is niet van Marcia. Begrijp het toch, signori! Het is van
+Ninetta. Marcia heeft er geen recht op."
+
+Toen begon Marcia eindelijk te spreken. Zij sprak met een diepe stem,
+die de omstanders dwong naar haar te luisteren, en zij maakte slechts
+weinige maar edele gebaren.
+
+"Had zij geen recht op het kind? Maar wie had het dan voedsel en
+kleeren gegeven? Het was duizend malen gestorven, indien zij het niet
+genomen had.
+
+"En bovendien, recht! recht! Wat wilde dat zeggen? Degene, die het
+kind liefhad, had recht op het kind. Piero en zij hadden den jongen
+lief als hun eigen zoon. Zij konden niet van hem scheiden."
+
+De vrouw was wanhopig, maar misschien de man nog meer. Hij dreigde den
+karabinier, zoodra deze zich slechts bewoog. Toch scheen de karabinier
+te merken, dat hem de zege zou geworden.
+
+Men had gelachen toen hij sprak van signorina Francesco.
+
+"Dood mij, als ge wilt," zei hij tot Piero. "Maar helpt je dat? Zal
+je het kind daardoor mogen behouden? Het is niet van jou maar van
+Ninetta."
+
+Piero wendde zich tot donna Micaela.
+
+"Bid hem, dat hij mij helpt!" Hij wees op het beeld.
+
+Donna Micaela ging dadelijk naar Marcia. Zij was vol vrees en beefde
+voor hetgeen zij waagde, maar nu was het geen tijd zich te onthouden
+van inmenging.
+
+"Marcia," fluisterde zij, "beken! Beken het als je durft."
+
+De vrouw zag haar ontsteld aan.
+
+"Ik zie het immers," fluisterde donna Micaela. "Gij zijt zoo gelijk
+als twee appels van denzelfden boom.--Maar ik zal niets zeggen,
+als je het niet wilt."
+
+"Hij zal mij dooden," zei Marcia.
+
+"Ik weet, dat er één is, die niet zal toestaan dat hij u doodt,"
+zei donna Micaela. "Anders ontneemt men u het kind," vervolgde zij.
+
+Allen zwegen en keken naar de beide vrouwen. Men zag hoe Marcia
+met zich zelf streed. Haar gelaatstrekken vertrokken zich in hevige
+ontroering. Toen bewoog zij de lippen. "Het is mijn kind," zei zij,
+maar haar stem was zoo diep, dat niemand het hoorde. Zij zei het nog
+eens, nu klonk het als een doordringende kreet.
+
+"Het kind is van mij."
+
+"Wat zal je mij doen, nu ik het beken?" zei ze tot haar man. "Het
+kind is van mij, maar niet van jou. Het werd geboren in het jaar,
+dat jij in Messina werkte. Ik bracht het bij La Felucca en daar was
+ook het zoontje van Ninetta. Een dag toen ik bij La Felucca kwam,
+zei ze: Ninetta's zoontje is dood. Eerst dacht ik slechts: God,
+indien het mijn kind was geweest!
+
+"Maar toen zei ik tot La Felucca: Laat mijn jongen dood zijn, en laat
+Ninetta's zoontje leven. Ik gaf La Felucca mijn zilveren kam en zij
+deed, gelijk ik wilde.
+
+"Toen jij thuis kwam van Messina, zei ik tot je:
+
+"Laten we een kind aannemen. 't Is nooit goed tusschen ons beiden
+geweest. Laten we het eens probeeren met een kind." Jij vondt het goed,
+en ik nam mijn eigen kind tot mij. En jij kreeg het kind lief en wij
+leefden als in een paradijs."
+
+Reeds vóórdat zij uitgesproken had, zette de karabinier het kind op
+den grond. De donkere mannen openden zwijgend hun gelederen voor hem
+en hij vervolgde stil zijn weg.
+
+Maar een rilling voer donna Micaela door de leden, toen ze den
+karabinier zag weggaan. Juist nu moest hij gebleven zijn om de
+ongelukkige vrouw te beschermen.
+
+Het was als wilde hij door zijn heengaan zeggen:
+
+Die vrouw staat buiten de wet.
+
+De een na den ander ging weg.
+
+Piero stond roerloos en keek niet op. Maar de beklemming van iets
+geweldigs en ontzettends lag op hem; toorn en wanhoop wies in hem
+tot toomloozen hartstocht. Zoodra hij en Marcia alleen zouden zijn,
+zou er iets ontzettends gebeuren.
+
+En het vreeselijkste was, dat de vrouw geen enkele poging deed om
+haar noodlot te ontgaan. Zij stond onbeweeglijk, verlamd door de
+zekerheid, dat haar vonnis geveld was en dat niets dit kon doen
+veranderen. Zij smeekte noch vluchtte. Zij kromp ineen als een hond
+voor zijn toornigen meester.
+
+De Siciliaansche vrouwen weten wat haar wacht, wanneer zij de eer
+van haar man beleedigd hebben.
+
+De eenige, die haar trachtte te verdedigen, was donna Micaela.--Nooit
+zou zij Marcia gevraagd hebben het te bekennen, zei zij tot Piero,
+indien zij geweten had, hoe hij was. Zij had geloofd dat hij een
+edele man was. Een edel mensch zou gezegd hebben: "Ge hebt slecht
+gehandeld, maar omdat gij uw misdaad bekend hebt voor allen en ge
+u aan mijn toorn blootgesteld hebt om uw kind te redden, schenk ik
+u vergiffenis. Ge hebt straf genoeg gehad." Een edele man zou het
+kind op den eenen arm genomen hebben, en den anderen om zijns vrouws
+middel geslagen hebben, en stil naar huis gegaan zijn. Een signor zou
+zoo gehandeld hebben. Maar hij was geen signor, hij was een bloedhond.
+
+
+
+Zij kon spreken zoo veel zij wilde, de man hoorde haar niet, de vrouw
+hoorde haar niet. Het was alsof haar woorden teruggekaatst werden
+door een ondoordringbaren muur.
+
+Het kind ging naar den vader en trachtte zijn hand te grijpen. Hij
+keek den knaap toornig aan; nu deze gekleed was in meisjeskleeren en
+zijn haar gladgekamd en achter de ooren weggestreken was, zag hij
+dadelijk de gelijkenis met Marcia, die hem vroeger nooit getroffen
+had. Hij schopte Marcia's zoon van zich weg.
+
+Een drukkende stemming heerschte er op de markt. De menschen trokken
+zich langzaam en stil terug. Velen gingen onwillig en aarzelend,
+maar zij gingen toch. Piero scheen slechts te wachten tot de laatste
+heengegaan was.
+
+Donna Micaela had opgehouden te spreken, ze nam stil het Christusbeeld
+en legde het in Marcia's armen.
+
+"Neem hem, zuster Marcia, moge hij u beschermen," zei ze.
+
+De man zag dit en het scheen zijn toorn te vermeerderen. 't Was
+alsof hij niet meer op het oogenblik kon wachten, dat zij alleen
+zouden zijn. Hij kromde zijn lichaam gelijk een roofdier, dat zich
+gereedmaakt tot een sprong.
+
+Maar het beeld rustte niet tevergeefs in Marcia's armen.
+
+De verworpeling bewoog haar tot een handeling van de hoogste liefde.
+
+Wat zal Christus in het paradijs zeggen tot mij, die eerst mijn man
+bedrogen en hem later tot een moordenaar gemaakt heb? dacht zij. En
+zij herinnerde zich hoe lief ze dien grooten Piero gehad had in de
+gelukkige dagen van haar jeugd. Nooit had zij gedacht zulk een ellende
+over hem te brengen.
+
+"Neen, Piero, neen, dood mij niet!" schreeuwde zij. "Zij zullen je
+naar de galeien zenden. Je behoeft mij nooit meer te zien." Zij ijlde
+naar de andere zijde van de markt, waar een diepe afgrond gaapte. Men
+begreep wat zij wilde doen. Haar gezicht sprak voor haar.
+
+Verscheidene menschen liepen haar na, maar zij was hun een goed eind
+vooruit. Toen gleed het beeld dat zij op de armen droeg op den grond,
+juist voor haar voeten. Zij struikelde er over en viel. Daardoor
+haalden de anderen haar in. Zij worstelde om los te komen, maar een
+paar mannen hielden haar vast.
+
+"Och, laat mij los! 't Is beter voor hem!"
+
+Maar nu kwam ook haar man bij haar. Hij droeg haar kind op den arm. Hij
+was diep ontroerd.
+
+"Neen, Marcia, blijf!" zei hij. Hij was verlegen, maar zijn donkere
+oogen schitterden van vreugde en spraken duidelijker dan woorden.
+
+"Misschien moest het zoo zijn naar oud gebruik! Maar daaraan stoor ik
+mij niet. Kom! 't Zou zonde zijn van zulk een vrouw, als jij, Marcia."
+
+Hij legde den arm om Marcia's middel en ging met haar naar zijn huis
+in de ruïnen van 't palazzo Corvaja. 't Was alsof een der vroegere
+baronnen daar zijn intocht hield. De menschen van Corvaja stonden
+aan beide zijden van den weg en bogen voor hem en Marcia.
+
+Toen ze voorbij donna Micaela gingen, stonden ze stil, bogen diep
+voor haar en kusten het beeld, dat ze haar teruggaven. Maar donna
+Micaela kuste Marcia.
+
+"Bid voor mij in je geluk, zuster Marcia," zei ze.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+FALCO FALCONE.
+
+
+Nu hadden de blinde zangers week na week gezongen van Diamante's
+spoorweg, en de groote collectebus in San Pasquale's kerk was iederen
+avond vol gaven.
+
+Signor Alfredo mat en bakende den weg af op den Etna en de spinnende
+vrouwtjes in de donkere stegen vertelden van de heerlijke wonderen,
+die het kleine Christusbeeld in de verachte kerk verrichtte.
+
+Van de rijke en machtige mannen, die grond bezaten op den Etna, kwam
+brief na brief, dat zij land wilden afstaan voor het gezegende plan.
+
+In de laatste weken waren geschenken van alle kanten
+toegestroomd. Eenige menschen gaven steenen voor de stations,
+anderen schonken kruit om de lavablokken te doen springen, terwijl
+weer anderen eten gaven aan de arbeiders.
+
+Maar de arme menschen in Corvaja, die niets hadden om te geven, kwamen
+'s nachts, als zij hun werk gedaan hadden, met spaden en kruiwagens
+en bestegen den Etna, om grond uit te graven en den weg te leggen.
+
+Zoodat als signor Alfredo en zijn arbeiders 's morgens opkwamen,
+zij moesten gelooven, dat de toovenaar van den Etna zich losgerukt
+had uit zijn lavastroomen om hen bij hun arbeid te helpen.
+
+Maar zoolang men aan den spoorweg werkte, had men gevraagd:
+
+Waar blijft toch de koning van den Etna, Falco Falcone?
+
+Waar is de machtige Falco, die gedurende vijf en twintig jaar over
+den Etna geregeerd heeft?
+
+Hij schreef aan de weduwe van don Ferrante, dat zij dezen spoorweg
+niet moest aanleggen. Wat meende hij met zijn bedreiging?
+
+Waarom houdt hij zich stil, nu men zijn gebod trotseert?
+
+Waarom schiet hij de mannen van Corvaja niet neer als ze 's nachts
+met spaden en houweelen komen aangeslopen?
+
+Waarom sleept hij de blinde zangers niet in de steengroeve om hen
+te geeselen? Waarom laat hij donna Micaela niet schaken uit het
+zomerpaleis om haar op deze wijze te dwingen den aanleg te staken van
+dezen spoorweg, die het doel haars levens is geworden? Donna Micaela
+zei tot zichzelf: "Heeft Falco Falcone zijn woord vergeten of wacht
+hij, tot hij ons het zekerst kan treffen?"
+
+Terwijl men angstig wachtte, dat Falco den spoorweg zou verwoesten,
+sprak men over niets anders dan over hem.
+
+Vooral de arbeiders, die signor Alfredo volgden. Juist tegenover
+den ingang van de kerk San Pasquale staat een klein huis tegen den
+naakten rotswand.
+
+'t Huis is smal en hoog, zoodat het gelijkt op een schoorsteen, die
+is blijven staan, nadat het huis is afgebrand. 't Is zoo klein, dat
+er geen plaats voor de trappen binnenshuis is, maar die zich buiten
+tegen den muur moeten opslingeren.
+
+Hier en daar hangen balkons en andere uitbouwsels die met niet meer
+symmetrie geordend zijn dan de vogelnestjes in een boom.
+
+In dit huis werd Falco Falcone geboren, zijn ouders waren slechts
+arme arbeidslieden. Maar in deze armoedige woning had de hoogmoed
+zich ontwikkeld bij Falco.
+
+Zijn moeder was een ongelukkige vrouw, die in de eerste jaren van
+haar huwelijk slechts dochters ter wereld bracht. Haar man en haar
+buren verachtten haar.
+
+Deze vrouw smachtte naar een zoon. Toen zij haar vijfde kind
+verwachtte, strooide zij iederen dag zout op den drempel, en wachtte
+wie dien het eerst zou betreden.
+
+Zou er eerst een man of een vrouw komen? Zou zij een zoon of een
+dochter baren?
+
+Iederen dag zat zij te tellen. Ze telde de letters van de maand,
+waarin het kind geboren zou worden. Ze telde de letters van den naam
+van haar man en van haar zelf. Ze telde de cijfers op en trok ze af,
+het bleef een even getal.
+
+Zij zou dus een zoon baren.
+
+Den volgenden dag telde zij weer opnieuw.
+
+"Misschien heb ik mij gisteren vergist," zei ze.
+
+Toen Falco geboren werd, genoot zijn moeder zooveel eer, dat ze hem
+om die reden meer beminde dan haar andere kinderen. Als de vader
+binnenkwam om naar het kind te zien, nam hij zijn muts af en boog
+diep. Boven de poort van het huis zette hij een hoed tot eereteeken
+en men wierp het badwater van het kind over den drempel en liet het
+over de straat vloeien.
+
+Falco lag op den rechterarm van zijn peetmoeder, toen hij naar de kerk
+gedragen werd, en als de buurvrouwen naar zijn moeder kwamen kijken,
+bogen zij voor het kind, dat in de wieg sluimerde.
+
+Het was ook grooter en sterker dan kinderen van zijn leeftijd
+gewoonlijk zijn. Falco had reeds bij zijn geboorte dik, ruig haar, en
+toen hij acht dagen oud was, bezat hij reeds een tand. Maar toen zijn
+moeder hem aan de borst legde, was hij zoo wild, dat zij lachend zei:
+
+"Ik geloof dat ik een held het leven geschonken heb."
+
+Zij verwachtte altijd iets groots van hem, en daardoor wekte zij den
+hoogmoed in hem. Maar wie anders verwachtte iets van hem? Falco kon
+niet eens leeren lezen. Zijn moeder trachtte hem de letters te leeren.
+
+Ze wees op de groote A, dat was een hooge hoed, ze zei dat B een bril
+was, en C een slang. Dat kon hij leeren.
+
+Toen zei zijn moeder: als je den bril en den grooten hoed bij elkaar
+legt, zeggen ze Ba. Dat kon hij niet leeren. Hij werd boos en sloeg
+haar, en zij liet hem met rust.
+
+"Uit jou wordt toch nooit iets anders dan een held," zei ze.
+
+In zijn jeugd was Falco lui en slecht. Als kind wilde hij niet spelen,
+als volwassene wilde hij niet dansen, ook had hij geen liefste,
+maar hij ging gaarne daarheen, waar hij strijd kon verwachten.
+
+Falco had twee broers, die waren als andere menschen en veel meer
+aanzien genoten dan hij. Falco voelde zich gegriefd, omdat hij
+achteruitgezet werd bij zijn broeders, maar hij was te trotsch om
+dat te toonen.
+
+En zijn moeder was altijd aan zijn zijde; toen zijn vader overleden
+was, liet zij hem aan het hoofdeind van de tafel zitten en zij stond
+niet toe, dat men hem bespotte.
+
+"Mijn oudste zoon is de voornaamste van u allen," zei ze.
+
+Toen men aan dit alles dacht, zei men: "Falco is hoogmoedig. Hij zal
+het zich tot een eer rekenen om den spoorweg te verwoesten." En toen
+men bevreesd was geworden door deze herinnering, moest men denken
+aan een andere geschiedenis van hem.
+
+Gedurende dertig jaar, zegt men, leefde Falco gelijk alle andere arme
+menschen op den Etna. 's Maandags ging hij met zijn broeders naar
+het land. Hij had brood in den zak, voldoende voor een geheele week,
+en gelijk ieder ander kookte hij soep van boonen en rijst. En hij was
+blijde als hij 's Zaterdagsavonds huiswaarts keerde. Hij verheugde
+zich de tafel met wijn en macaroni gedekt, en zijn bed met zachte
+kussens gespreid te vinden.
+
+Het was op zulk een Zaterdagavond. Falco en zijn broeders gingen naar
+huis, Falco zooals gewoonlijk een weinig achter de anderen, met een
+zwaren, langzamen gang. Maar zie, toen zijn broeders thuis kwamen,
+wachtte hen geen avondmaal, hun bed was niet gespreid en de stof lag
+nog op den deurdrempel.
+
+Hoe, waren allen in huis overleden?
+
+Toen zagen ze hun moeder in een donkeren hoek van de kamer zitten. Heur
+haren hingen wanordelijk over haar gelaat en zij teekende met haar
+vinger figuren op den grond.
+
+"Wat is er gebeurd?" vroegen de broers. Zij keek op, zij sprak alsof
+zij tot den grond sprak.
+
+"Wij zijn tot den bedelstaf gebracht, tot den bedelstaf gebracht."
+
+"Wil men ons het huis ontnemen?" riepen de broeders.
+
+"Zij willen ons eer en brood ontnemen."
+
+Toen vertelde zij: "Je oudste zuster was in dienst bij bakker Gasparo,
+en dat was een goede dienst. Signor Gasparo gaf Pepa al het brood,
+dat overbleef in den winkel, en dat gaf zij mij. Het was zoo veel,
+dat het voor ons allen genoeg was. Ik ben gelukkig geweest, sedert
+Pepa dezen dienst had. Nu heb ik een onbezorgden ouden dag, dacht ik.
+
+"Maar den vorigen Maandag kwam Pepa weenend thuis.
+
+"Signora Gasparo had haar weggejaagd."
+
+"Wat had Pepa gedaan?" vroeg Nino, die na Falco de oudste was.
+
+"Signora Gasparo beschuldigde Pepa brood gestolen te hebben.
+
+"Ik ging naar signora Gasparo om haar te smeeken Pepa weer in haar
+dienst te nemen.
+
+"Neen," zei ze, "het meisje is niet eerlijk."
+
+"Pepa heeft het brood gekregen van signor Gasparo," zei ik. "Vraag
+het hem slechts."
+
+"Ik kan het hem niet vragen," zei de signora. "Hij is weg en komt
+niet vóór de volgende maand thuis."
+
+"Signora," zei ik, "we zijn zoo arm! Laat Pepa weer bij u in dienst
+komen."
+
+"Neen," zei ze "ik zelf verlaat signor Gasparo, indien hij Pepa weer
+in huis neemt."
+
+"Neem u in acht," zei ik toen, "ontneemt gij mij het brood, dan
+ontneem ik u 't leven."
+
+"Toen werd ze bang en riep om hulp, zoodat ik moest gaan."
+
+"Wat is er aan te doen?" zei Nino. "Pepa moet een anderen dienst
+zoeken."
+
+"Nino," zei moeder Zia, "je weet niet wat die vrouw zei van Pepa en
+signor Gasparo."
+
+"Wie kan een vrouw verhinderen te spreken?" zei Nino.
+
+"Indien Pepa niets anders te doen heeft, dan kon zij ten minste het
+avondmaal voor ons bereid hebben," zei Toruddo.
+
+"Signora Gasparo heeft gezegd, dat haar man Pepa brood liet stelen,
+omdat zij hem...."
+
+"Moeder," viel Nino haar met vuurroode kleur in de rede, "ik ben niet
+voornemens mij op de galeien te laten zetten, ter wille van Pepa."
+
+"De galeien verslinden geen Christenen," zei moeder Zia.
+
+"Nino," zei toen Pietro, "we gaan naar de stad om ons eten te
+verschaffen."
+
+Toen zij dit zeiden, hoorden zij iemand achter zich lachen. 't
+Was Falco.
+
+Eenige oogenblikken later trad Falco den winkel binnen van signora
+Gasparo en verzocht om een brood. De arme vrouw werd bang toen zij
+Pepa's broer zag, maar zij dacht:
+
+"Hij komt pas van het veld, hij is nog niet thuis geweest, hij weet
+nog van niets."
+
+"Bebbo," zei ze, want Falco heette toen nog niet Falco, "gaat het
+goed met den wijnbouw?"
+
+Zij geloofde, dat hij haar geen antwoord zou geven.
+
+Maar Falco was spraakzamer dan hij gewoonlijk was, en hij vertelde
+haar, hoeveel druiven ze onder de pers hadden gedaan.
+
+"Weet ge," zei hij, "dat onze pachter vermoord is?"
+
+"Ach ja, de arme signor Riego, ja, dat weet ik."
+
+En zij vroeg hem hoe het gebeurd was.
+
+"Salvatore heeft hem vermoord. Maar is het niet te naar voor een
+signora om te hooren?"
+
+"O neen, wat gebeurd is, kan ook verteld worden."
+
+"Salvatore heeft het zóó gedaan, signora," en Falco nam zijn mes en
+legde zijn hand op het hoofd der vrouw.
+
+"Zóó heeft hij hem de keel doorgesneden van oor tot oor." En
+terwijl Falco dit zei, deed hij het. De vrouw had niet eens kunnen
+schreeuwen! 't Was meesterlijk gedaan. Falco werd naar de galeien
+gezonden, hij bleef daar vijf jaar.
+
+Toen men dit vertelde wies de angst.
+
+"Falco is moedig," zei men. "Niets ter wereld kan hem van zijn
+voornemen afbrengen."
+
+Toen herinnerde men zich nog een voorval.
+
+Falco werd naar de galeien in Augusta gezonden en daar leerde hij
+Biagio kennen, die hem later zijn gansche leven volgde. Op een dag
+kregen hij, Biagio en nog een der gevangenen het bevel om op het
+land te werken. Een der opzichters wilde een tuin rondom zijn huis
+aanleggen. Terwijl ze in den grond groeven, zwierven hun blikken over
+hun omgeving. Ze waren buiten de gevangenismuren en zagen het dal en
+den berg, ze konden zelfs den Etna onderscheiden.
+
+"Nu is onze tijd gekomen," zei Falco tot Biagio.
+
+"Ik sterf liever dan dat ik terugga naar de gevangenis," zei Biagio.
+
+Daarna zeiden ze den derden gevangene dat hij hen moest bijstaan.
+
+Hij wilde niet, omdat zijn straftijd bijna om was.
+
+"Dan dooden we je!" dreigden ze hem, toen gaf hij toe.
+
+Maar de soldaat van de wacht stond met een geladen geweer tegenover
+hen. Falco en Biagio sprongen, geboeid als ze waren met de ketenen
+aan hun voeten, op hem toe, en zij sloegen hem met hun spade. Voordat
+hij er aan had kunnen denken te schieten, was hij gebonden; een prop
+in den mond belette hem te schreeuwen. Daarna stieten ze hun ketenen
+stuk met hun spade, en vluchtten in de bergen.
+
+'s Nachts lieten Falco en Biagio den gevangene dien zij meegenomen
+hadden, in den steek. Hij was oud en zwak en hinderde hen in hun
+vlucht. Den volgenden dag werd hij door de karabiniers gegrepen en
+doodgeschoten.
+
+En men beeft, als men daaraan denkt. Falco is onbarmhartig, zegt
+men. Men begrijpt, dat hij den spoorweg niet zal sparen.
+
+En geschiedenis na geschiedenis doet de ronde om de arme menschen
+bang te maken, die aan den spoorweg op den Etna werken.
+
+Men denkt aan de zestien moorden die Falco Falcone begaan heeft,
+en men verhaalt van zijn plunderingen en rooftochten.
+
+Er is een verhaal, dat de menschen meer dan alle andere verschrikt.
+
+Toen Falco van de galeien kwam, woonde hij in de bosschen en grotten
+op den Etna of in de steengroeve bij Diamante. Spoedig had hij een
+groote bende om zich verzameld. Hij werd een groote rooverheld.
+
+Zijn familie genoot een heel ander aanzien dan vroeger. Zij werden
+als machtigen geëerd, zij behoefden nauwelijks te werken, want Falco
+had zijn bloedverwanten lief en was zeer mild jegens hen. Maar hij
+was niet toegevend, hij was zeer streng.
+
+Moeder Zia was overleden. Nino was getrouwd en woonde nu in zijn vaders
+hut. Toen gebeurde het op een dag, dat Nino geld noodig en hij wist
+geen beter middel dan naar den pastoor te gaan, niet naar don Matteo,
+maar naar zijn voorganger, den ouden don Giovanni.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei Nino tot hem, "mijn broer verzoekt u om vijf
+honderd lire."
+
+"Waar moet ik vijf honderd lire vandaan halen?" zei don Giovanni.
+
+"Mijn broer heeft ze noodig, dringend noodig," zei Nino.
+
+Toen beloofde de oude don Giovanni het geld te geven, indien hij
+slechts tijd kreeg om het bijeen te brengen.
+
+Nino wilde hem nauwelijks die voorwaarde inwilligen.
+
+"Ge kunt toch niet verlangen dat ik vijf honderd lire uit mijn
+snuifdoos zal halen," zei don Giovanni.
+
+En Nino stond hem drie dagen uitstel toe.
+
+"Maar neem u in dezen tijd voor mijn broer in acht," zei hij.
+
+Den volgenden dag reed don Giovanni naar Nicolosi om te trachten het
+geld te krijgen.
+
+Wien ontmoette hij onderweg? Was dat niet Falco met zijn bende?
+
+Don Giovanni wierp zich op de knieën voor Falco.
+
+"Wat beduidt dit, don Giovanni?"
+
+"Ik heb nog geen geld voor u, Falco, maar ik zal trachten het te
+krijgen. Wees barmhartig jegens mij."
+
+Falco vroeg wat dit beteekende en don Giovanni vertelde dat Nino bij
+hem geweest was.
+
+"Uw Hoogeerwaarde," zei Falco, "men heeft u willen bedriegen."
+
+Hij verzocht don Giovanni met hem terug te gaan naar Diamante.
+
+Toen ze bij het oude huis op de rots kwamen, riep Falco zijn broer
+Nino. Deze verscheen op een der balkons.
+
+"Wel Nino!" zei Falco lachend. "Je hebt den pastoor geld willen
+afzetten!"
+
+"Weet je dat al?" vroeg Nino. "Ik wilde het je juist gaan vertellen."
+
+Nu werd Falco strenger.
+
+"Nino," zei hij. "De pastoor is mijn vriend en hij meent nu dat ik
+hem had willen plunderen. Je hebt zeer slecht gehandeld." En hij
+legde zijn geweer aan en schoot Nino dood.
+
+Toen hij dit gedaan had, wendde hij zich tot don Giovanni, die van
+schrik bijna van zijn ezel viel.
+
+"Ziet ge nu, uw Hoogeerwaarde, dat ik geen aandeel had in Nino's
+aanslag tegen u?"
+
+En dit geschiedde twintig jaar geleden, toen Falco nog slechts
+gedurende vijf jaar roover was geweest.
+
+"Zal Falco den spoorweg sparen?" vraagt men als men deze geschiedenis
+hoort; hij, die niet eens zijn eigen broer spaarde?
+
+Men herinnert zich nog een ander voorval.
+
+Na Nino's dood dreigde Falco een vendetta. Nino's vrouw was zoo
+verschrikt toen zij haar man dood vond, dat zij aan één zijde verlamd
+werd en nooit meer kon loopen. Maar ze nam plaats voor het venster
+in de oude hut. Daar heeft ze twintig jaar gezeten met een geweer
+naast zich om op Falco te wachten.
+
+En voor haar is de groote roover bang geweest. In twintig jaar is
+hij niet voorbij zijn ouderlijk huis gegaan.
+
+De vrouw heeft nooit haar post aan het raam verlaten. Nooit ging
+iemand naar de kerk van San Pasquale, of hij zag haar wraakzuchtige
+oogen achter de ruiten schitteren.
+
+Heeft iemand haar ooit slapend gezien, heeft iemand haar ooit zien
+werken? Zij kon niets anders doen dan wachten op den moordenaar van
+haar man.
+
+Als men dit hoort, groeit de vrees.
+
+Falco heeft geluk, denkt men. De vrouw, die hem wil dooden, kan
+zich niet van haar plaats bewegen. Hij is een gelukskind. 't Zal hem
+stellig gelukken den spoorweg te vernielen. Het geluk had Falco nooit
+verlaten. De karabiniers hadden hem vervolgd, maar hem nooit kunnen
+pakken. Zij hadden Falco meer gevreesd dan hij hen.
+
+Men herinnert zich ook een geschiedenis van een jongen officier
+der karabiniers, die Falco eens vervolgde. Hij had een drijfjacht
+georganiseerd en Falco van de eene schuilplaats naar de andere
+gejaagd. Eindelijk wist de jonge officier zeker, dat Falco in een
+kreupelboschje gevangen was. Het boschje werd omsingeld door zijn
+manschappen en de officier liep heen en weer met een geladen geweer
+in de hand. Maar hoe hij ook zocht, hij vond Falco niet.
+
+Toen ontmoette hij een boer.
+
+"Heb je Falco Falcone ook gezien?"
+
+"Ja signor, hij ging mij zoo juist voorbij en verzocht me u te
+groeten."
+
+"Diavolo!"
+
+"Hij zag u heen en weer loopen in het boschje, en hij stond op het
+punt u dood te schieten, maar hij heeft dat niet gedaan omdat hij
+dacht, dat het misschien uw plicht was hem te vervolgen."
+
+"Diavolo! Diavolo!"
+
+"Maar indien ge nog eenmaal tracht...."
+
+"Diavolo! Diavolo! Diavolo!"
+
+Denkt ge dat die officier terugkwam? Gelooft ge niet, dat hij naar
+een plaats vertrok, waar hij geen roovers behoefde te vervolgen?
+
+En de arbeiders, die op den Etna werken, vragen:
+
+Wie zal ons bijstaan tegen Falco? Hij is oppermachtig, zelfs de
+soldaten vreezen hem.
+
+Ze denken er aan, dat Falco Falcone nu een oude man is. Nu plundert hij
+geen postwagens, nu berooft hij geen grondbezitters meer. Meesttijds
+zit hij rustig in de steengroeve bij Diamante en in plaats van geld en
+bezittingen te rooven, neemt hij nu geld en eigendommen in bescherming.
+
+Hij laat de rijke grondbezitters schatting betalen, opdat hij hun
+goederen zal beschermen tegen andere roovers en er heerscht nu
+veiligheid en vrede op den Etna, want hij staat niemand toe hen te
+schaden, die hem schatting betalen.
+
+Maar toch groeit de angst. Nu Falco een vriend is geworden der grooten,
+kan hij des te gemakkelijker den spoorweg vernielen.
+
+En ze moeten aan de geschiedenis denken van Nicola Galli, die
+opzichter is op het landgoed van den markies de San Stefano. Eens
+staakten zijn arbeiders het werk midden in den oogsttijd. Nicola
+Galli was wanhopig. Het koren was rijp en hij kon niemand vinden die
+het wilde maaien.
+
+Zijn arbeiders wilden niet werken, ze lagen te slapen in het
+gras. Nicola trok naar Catania om zijn heer te raadplegen. Onderweg
+ontmoette hij twee mannen met een geweer op den schouder.
+
+"Waar rijdt ge heen, Nicola?"
+
+Voordat Nicola nog veel woorden had kunnen zeggen, namen ze zijn ezel
+bij de teugels en keerden om.
+
+"Ge zult niet naar den markies rijden, Nicola, ge gaat weer naar huis."
+
+Samen keerden zij nu huiswaarts. Nicola zat te beven op zijn ezel. Toen
+zij nu op het landgoed gekomen waren, zeiden de mannen:
+
+"Wijs ons nu de akkers!" En ze gingen naar de arbeiders. "Werken,
+jelui lummels! De markies heeft zijn schatting betaald aan Falco
+Falcone. Je kunt ergens anders het werk staken, maar hier niet."
+
+De akker werd gemaaid zooals geen andere. Falcone stond aan den eenen
+kant en Biagio aan den anderen.
+
+En de oogst gaat wonderlijk vlug, als men zulke opzichters heeft. Als
+men denkt aan dit voorval, vermindert de angst niet.
+
+"Falco houdt woord," zegt men. "Hij zal doen, wat hij gedreigd heeft."
+
+Niemand is gedurende zoo langen tijd rooverhoofdman geweest als
+Falco. Al de andere beroemde helden zijn gevallen of gevangen
+genomen. Hij alleen is met ongelooflijke behendigheid aan alle
+gevaren ontsnapt.
+
+Langzamerhand heeft Falco zijn geheele familie tot zich getrokken. Zijn
+zwagers en neven, allen volgen hem. De meesten van hen zijn naar de
+galeien gezonden; toch bekommert geen van hen zich om gevangenisstraf,
+ze vragen er slechts naar of Falco tevreden is over hen.
+
+In de couranten staan Falco's heldendaden dikwijls vermeld. 't Is
+bekend dat Engelsche toeristen hun gidsen een biljet van tien lire in
+de hand stoppen, als zij hun Falco's steengroeve willen wijzen. Ook
+weet men, dat de karabiniers niet meer op hem schieten, omdat hij de
+laatste groote roover is.
+
+Falco is zoo weinig bevreesd dat men hem gevangen zal nemen, dat hij
+dikwijls naar Messina en Palermo gaat. Hij is zelfs wel over de straat
+van Messina getrokken en in Italië geweest.
+
+Hij reisde naar Napels, toen Guglielmo en Umberto daar waren om het
+pantserschip te doopen.
+
+Hij trok naar Rome, toen Umberto en Margherita hun zilveren bruiloft
+vierden.
+
+Men denkt er aan en beeft. "Falco is bemind en machtig," zeggen de
+arbeiders. "Men aanbidt Falco, hij kan doen wat hij wil."
+
+Zij weten ook, dat toen Falco de zilveren bruiloft van koningin
+Margherita zag, dit feest hem zóó behaagde dat hij zei:
+
+"Als ik vijf en twintig jaar op den Etna gewoond heb, wil ik mijn
+zilveren bruiloft met den Mongibello vieren."
+
+De menschen hadden daarover gelachen en gezegd dat dit een goede
+gedachte was. Want hij had nooit een liefste bezeten, maar de
+Mongibello met zijn grotten, wouden, kraters en ijsvelden, had hem
+beschermd en gediend als een echtgenoote.
+
+Aan niemand is Falco zooveel dankbaarheid verschuldigd als aan den
+Mongibello.
+
+En men vraagt, wanneer Falco en de Mongibello hun zilveren bruiloft
+zullen vieren, en men rekent na, dat dit in deze lente moet zijn.
+
+Dan denken de arbeiders:
+
+Hij zal den spoorweg vernielen op den dag van den Mongibello. En
+er heerscht schrik en angst onder hen. Ze wagen het niet verder te
+werken aan den spoorweg. Hoe meer de tijd nadert, dat Falco zijn
+verbond met den Mongibello zal vieren, hoe meer arbeiders signor
+Alfredo verlaten. Spoedig gaat deze zoo goed als alleen aan den arbeid.
+
+
+
+Er zijn niet veel menschen in Diamante, die de groote steengroeve op
+den Etna ooit gezien hebben. Ze hebben geleerd die te ontvluchten,
+omdat Falco Falcone daar woont; ze wachten zich om binnen het bereik
+van zijn geweer te komen.
+
+Ze hebben nooit de groote groeve in den Mongibello gezien, waaruit hun
+voorvaderen, de Grieken, in langvervlogen tijden steenen groeven. Zij
+hebben nooit de heerlijk van kleuren tintelende wanden aanschouwd en
+de machtige rotsblokken, die gelijken op gebroken zuilen.
+
+Zij weten misschien niet eens, dat op den bodem der steengroeve
+schooner bloemen bloeien dan in eenige broeikas.
+
+Daar is niet Sicilië, daar is Indië.
+
+In de steengroeve staan mandarijneboomen, zoo geel van vruchten, dat
+ze gelijken op reusachtige zonnebloemen. Daar worden de camelia's zoo
+groot als tamboerijnen. En tusschen de boomen op den grond liggen
+hoopen kostbare koningsvijgen en fluweelen perziken vallen op een
+bed van rozeblâren.
+
+Een avond zit Falco eenzaam in de steengroeve. Hij is bezig een krans
+te vlechten en heel veel bloemen liggen voor hem. Hij houdt den voet
+op het kluwen touw opdat dit niet weg zal rollen; hij heeft een bril
+op, maar die glijdt onophoudelijk van zijn krommen neus.
+
+Falco vloekt geweldig, want zijn handen zijn stijf en vol eelt door
+het voortdurend afschieten van het geweer, en het valt hem moeilijk
+de bloemen vast te houden.
+
+Zijn vingers sluiten met een ijzeren greep om haar teere stengels.
+
+Falco zegt vloekend, dat de leliën en anemonen verwelken, zoodra hij
+er slechts naar kijkt.
+
+Falco is in zijn lederen broek en in zijn langen, toegeknoopten mantel
+zoo omgeven van bloemen als een heilige op een feestdag. Biagio
+en zijn neef Passafiore hebben die voor hem geplukt. Zij hebben
+een geheelen Etna van de mooiste bloemen der steengroeve voor hem
+opgestapeld. Falco kan kiezen tusschen leliën en cactusbloemen,
+rozen en pelargonea's. En hij dreigt de bloemen, dat hij ze tot stof
+zal vertrappen onder zijn sandalen, indien zij zich niet naar zijn wil
+willen voegen.
+
+Nooit tevoren heeft Falco Falcone zich bekommerd om bloemen. Zoolang
+hij leeft, heeft hij nog nooit een bouquet voor een meisje gebonden
+of een roos geplukt om in zijn knoopsgat te steken. Hij heeft niet
+eens een krans gelegd op het graf van zijn moeder.
+
+Daarom komen de teere bloemen in opstand tegen hem. In zijn haar en
+op zijn hoed hechten zich bloemranken vast, en een bloemblad hangt
+in zijn ruigen baard. Hij schudt heftig het hoofd en het litteeken
+op zijn wang gloeit, zooals in vroeger dagen, toen hij tegen de
+karabiniers streed. Toch wordt de krans steeds grooter, en kronkelt
+als een slang om Falco's voeten en beenen.
+
+Falco vloekt alsof het de ijzeren boeien waren, die eens vastgeklonken
+werden aan zijn voeten.
+
+En hij klaagt luider als hij zich prikt aan een doorn, of brandt aan
+een netel, dan hij gedaan heeft, toen de zweep van den opzichter der
+galeien zijn rug geeselde.
+
+Biagio en Passafiore, zijn neef, wagen het niet zich te vertoonen. Ze
+liggen verborgen in een grot, tot alles gereed is. Ze lachen luidkeels,
+want zooveel jammerklachten als Falco nu uit, hebben niet in de
+steengroeve weerklonken, sedert ongelukkige krijgsgevangenen daar
+aan den arbeid waren.
+
+Maar Biagio ziet op naar den grooten Etna, die gloeit in den
+zonsondergang.
+
+"Zie eens naar den Mongibello," zegt hij tegen Passafiore, "zie
+eens hoe hij bloost, zeker begrijpt hij, waarmee Falco bezig is in
+de steengroeve."
+
+En Passafiore antwoordt: "De Mongibello heeft zeker nooit anders
+gedacht dan sneeuw en asch op zijn kruin te krijgen." Maar plotseling
+houdt Biagio op met lachen.
+
+"Dat gaat nooit goed, Passafiore," zegt hij, "Falco wordt al te
+hoogmoedig. Ik vrees dat de groote Mongibello den spot met hem zal
+drijven."
+
+De twee bandieten zien elkaar uitvorschend aan.
+
+"Ware het slechts hoogmoed," zegt Passafiore.
+
+Maar nu wenden zij gelijktijdig hun oogen af en wagen het niet iets
+meer te zeggen. Dezelfde gedachte, dezelfde vrees heeft zich van
+hen meester gemaakt. Falco staat op het punt krankzinnig te worden,
+soms is hij reeds uren lang waanzinnig.
+
+Zoo gaat het met de groote rooverhelden, ze kunnen hun eer en grootheid
+niet dragen, ze worden allen waanzinnig.
+
+Passafiore en Biagio hadden het reeds lang gezien, maar ze hadden
+beiden gezwegen en elk had gehoopt, dat de andere niets zou merken. Nu
+begrijpen ze, dat ze beiden het weten. Ze drukken elkaar de hand
+zonder een woord te spreken. Nog heeft Falco zooveel groots.
+
+Zij beiden, Passafiore en Biagio, zullen waken dat niemand merkt,
+dat Falco niet meer dezelfde is, die hij was.
+
+Eindelijk is Falco's krans klaar, hij hangt dien aan zijn geweer en
+gaat naar de beide anderen. Alle drie treden nu uit de steengroeve
+en nemen in de naastbijzijnde boerderij paarden, om zoo vlug mogelijk
+op den top van den Mongibello te komen.
+
+Zij rijden in gestrekten draf, zoodat ze geen gelegenheid hebben met
+elkaar te spreken, maar als ze voorbij de landhoeve rijden, kunnen
+ze zien, hoe het volk danst op de platte daken. En uit de grotten
+waar de landarbeiders hun nachtkwartier hebben opgeslagen, hooren ze
+gepraat en gelach. Daar zitten vroolijke, vreedzame menschen raadsels
+op te lossen en spotversjes te dichten. Maar Falco vliegt verder,
+zoo iets is niet voor hem. Falco is een groot man.
+
+Ze stijgen al hooger. Eerst rijden ze onder amandelboomen en cactussen,
+dan onder platanen en beuken, en later onder eiken en kastanjes.
+
+Maar de nacht is donker. Zij zien niets van Mongibello's
+heerlijkheid. Zij zien niet den met wijnloof omkransten Monte Rossoze,
+zien niet de tweehonderd kraters, die in een kring rondom de kruin van
+den Etna staan als torens rondom een stad, ze zien niet de heerlijke
+dichte wouden.
+
+In Casa del Bosca, waar de weg ophoudt, stijgen ze van hun
+paarden. Biagio en Passafiore nemen den krans tusschen hen
+beiden. Terwijl zij verder gaan, begint Falco te spreken. Sedert hij
+oud is, spreekt hij gaarne.
+
+Falco zegt dat de berg gelijk is aan de vijf en twintig jaren, die
+hij daarop doorgebracht heeft. Heldendaden waren rondom hem opgebloeid
+gedurende de eerste jaren van zijn grootheid: met hem te leven in dien
+tijd was gelijk te wandelen onder een eindelooze pergola, waarboven
+citroenen en druiven hangen. Toen waren zijn heldendaden overvloedig
+geweest als oranjes, die rondom den voet van den Etna groeien. Hij was
+hooger gestegen en zijn daden waren minder in aantal geworden, maar
+die hij verricht had, waren machtig als de eike- en kastanjeboomen op
+den stijgenden berg. Nu hij op het hoogste punt van zijn grootheid
+stond, verachtte hij de daad. Zijn leven was kaal als de bergtop,
+hij vergenoegde zich met de wereld aan zijn voeten te zien. Maar men
+moest weten, dat indien hij iets ondernam, niets hem weerstaan kon.
+
+Hij was vreeselijk als de vuurspuwende berg.
+
+Falco gaat sprekend vooruit, Passafiore en Biagio volgen hem in stille
+ontzetting. Heel vaag zien ze den machtigen Mongibello met zijn steden,
+velden en wouden zich uitbreiden onder hun voeten.
+
+En Falco meent even ontzagwekkend te zijn als deze reus.
+
+Hoe hooger zij stijgen, hoe meer ze bevangen worden door een stijgende
+ontzetting.
+
+De gapende kloven, de zwaveldamp uit de kraters, te zwaar om dadelijk
+in de lucht op te stijgen, het onderaardsche gerommel in den berg, de
+voortdurend opstijgende aschwolken, de gladde, hobbelige ijsvelden,
+doorsneden van bruisende beken, de bijtende koude, de verstijvende
+wind, dit alles maakt den tocht huiveringwekkend.
+
+--En Falco zegt dat deze berg gelijkt op zijn leven. Hoe ziet het er
+dan uit in zijn ziel? Heerscht daarin een kilheid en grauwen gelijk
+aan die van den Etna?
+
+Ze struikelen over stukken ijs, ze worstelen zich door sneeuwhoopen,
+die hier en daar een meter hoog liggen. De bergwind tracht hen
+omver te blazen. Ze moeten door moerassen en beken waden, want den
+vorigen dag heeft de zon veel sneeuw gesmolten. En ter zelfder tijd,
+dat ze verstijven van koude, trilt de bodem onder hen van het eeuwige
+vuur. Ze herinneren zich, dat Luciferno en alle verdoemden daar beneden
+liggen. Zij rillen omdat Falco hen naar de poort der hel gevoerd heeft.
+
+Maar toch laten ze de ijsvelden achter zich en bereiken den steilen
+aschkegel op den top van den berg, en ze kruipen door glijdende asch
+en puimsteen. Als zij halverwegen gekomen zijn, neemt Falco den krans
+en wenkt de anderen te wachten. Hij wil alleen de hoogte bestijgen.
+
+Het begint op hetzelfde oogenblik te lichten, en als Falco de hoogte
+bereikt heeft, breekt de zon door.
+
+De Mongibello en de oude Etnaroover op zijn top worden omstraald door
+het heerlijke morgenlicht.
+
+Maar de schaduw van den Etna valt over geheel Sicilië, en het is alsof
+Falco, die daar boven op de bergkruin staat, van zee tot zee reikt,
+dwars over het gansche eiland.
+
+Falco ziet om zich heen. Hij ziet de kusten van Italië, hij meent
+Napels en Rome te onderscheiden. Hij laat zijn blikken over zee dwalen
+naar het land der Turken in het Oosten en naar het land der Saracenen
+in het Zuiden.
+
+Hij heeft een gevoel alsof de geheele wereld aan zijn voeten ligt en
+zijne grootheid erkent.
+
+Falco legt den krans op Mongibello's top.
+
+Als hij terugkomt bij zijn kameraden, drukt hij hun zwijgend de hand,
+en als hij van den aschkegel daalt, zien ze dat hij een puimsteen
+opneemt en in zijn zak doet.
+
+Falco neemt een herinnering mee aan de schoonste ure van zijn
+leven. Zoo groot als daar op Mongibello's top heeft hij zich nooit
+tevoren gevoeld.
+
+Maar op dezen feestdag wil Falco niet werken.
+
+Den volgenden dag, zegt hij, zal hij aan den arbeid beginnen om den
+Mongibello te bevrijden van den spoorweg.
+
+
+
+Er ligt een eenzame landhoeve op den weg van Paterno naar Aderno. Die
+is vrij groot, de eigenares daarvan is een weduwe, donna Silvia,
+die vele sterke zonen heeft. Dat zijn moedige menschen, die het wagen
+eenzaam te wonen.
+
+'t Is de dag, nadat Falco den Etna bekranst heeft. Donna Silvia zit
+voor haar huis te spinnen. Zij is alleen, niemand anders is op de
+hoeve. Een bedelaar sluipt zacht door de tuinpoort.
+
+Hij is een oude man met een langen, krommen neus, die over de bovenlip
+hangt, een borsteligen baard en doffe roodgerande oogen. Hij heeft de
+leelijkste oogen, die men zich voorstellen kan, het wit daarin gaat
+over in geel, en hij ziet daarenboven scheel. De bedelaar is lang
+en zeer mager, en wanneer hij loopt, beweegt hij zijn lichaam zoo,
+dat men meent dat hij heen en weert slingert.
+
+Hij loopt zoo zacht, dat donna Silvia hem niet hoort. Ze bemerkt hem
+eerst, wanneer zijn schaduw zich als een slang voor haar uit kronkelt.
+
+Ze ziet op van haar werk, als zij die schaduw bemerkt. De bedelaar
+buigt voor haar en verzoekt om een maal macaroni.
+
+"De macaroni staat op het vuur," zegt donna Silvia. "Ga zitten en
+wacht een oogenblik, dan zult ge uw lievelingsgerecht hebben."
+
+De bedelaar neemt plaats naast donna Silvia en ze beginnen te
+spreken. Spoedig is Falco Falcone het onderwerp van hun gesprek.
+
+"Is het waar, dat ge uwe zonen laat werken aan donna Micaela's
+spoorweg?" vraagt de bedelaar.
+
+Donna Silvia klemt de lippen op elkaar en knikt toestemmend.
+
+"Gij zijt een moedige vrouw, donna Silvia. Falco zou zich op u
+kunnen wreken."
+
+"Laat hij zich dan wreken," zegt donna Silvia. "Maar ik wil den
+man niet gehoorzamen, die mijn vader gedood heeft. Falco heeft hem
+gedwongen te vluchten uit de gevangenis in Augusta, toen werd mijn
+vader door de karabiniers gegrepen en doodgeschoten."
+
+Nadat ze dit gezegd heeft, staat ze op om de macaroni te halen. Terwijl
+zij in de keuken bezig is, ziet ze door het raam naar den bedelaar,
+die op de bank zit heen en weer te wiegelen. Hij zit geen oogenblik
+stil. En voor hem uit slingert zijn schaduw, lenig en beweeglijk als
+een slang.
+
+Donna Silvia herinnert zich plotseling, wat zij Catherina, die getrouwd
+is geweest met Nino, eens heeft hooren zeggen. Men vroeg haar, hoe
+zij Falco na twintig jaar zou herkennen.
+
+"Zou ik den man met de slangeschaduw niet herkennen?" had zij
+geantwoord. "Die verliest hij niet, zoolang hij leeft."
+
+Donna Silvia drukt de hand tegen het hart. Daar buiten voor haar huis
+zit Falco Falcone. Hij is gekomen om zich te wreken, omdat haar zonen
+aan den spoorweg werken. Zal hij haar huis in brand steken of zal
+hij haar vermoorden? Donna Silvia trilt over haar geheele lichaam,
+als zij de macaroni op den schotel doet.
+
+Maar Falco begint de tijd lang te vallen, terwijl hij zit te
+wachten. Een kleine hond komt naar hem toe en drukt zich tegen hem
+aan. Falco zoekt in zijn zak naar brood, maar hij vindt slechts een
+steen, dien hij den hond toewerpt.
+
+De hond haalt den steen en brengt dien naar Falco terug. Falco werpt
+dien nog eens weg. De hond haalt dien opnieuw, maar nu springt hij
+er mee weg.
+
+Falco herinnert zich plotseling, dat dit de steen is, dien hij van
+den tocht op den Mongibello meenam, en hij loopt den hond na om den
+steen terug te halen. Hij fluit den hond en deze komt dadelijk.
+
+"Geef hier den steen."
+
+De hond houdt zijn kop op zij en wil den steen niet teruggeven. "Geef
+hier den steen, canaille!"
+
+De hond sluit den bek, hij heeft immers geen steen.
+
+"Laat eens zien, laat eens zien!" roept Falco. Hij buigt den kop van
+den hond achterover en dwingt hem den bek te openen. De steen ligt
+achter zijn kiezen en Falco tracht hem er uit te halen. De hond bijt
+hem zoo, dat het bloed uit de wonde stroomt.
+
+Falco wordt bang, hij gaat naar binnen en zegt tot donna Silvia:
+"Uw hond is toch wel gezond?"
+
+"Mijn hond, ik heb geen hond, die is dood."
+
+"Maar die hond dan, die daarbuiten loopt?"
+
+"Ik weet niet welken hond ge meent," zegt ze.
+
+Falco zegt niets meer; ook doet hij donna Silvia geen kwaad. Hij gaat
+stil weg, hij is bang. Hij gelooft, dat de hond dol is en dat hij nu
+zelf watervrees zal krijgen.
+
+
+
+Op een avond zit donna Micaela alleen in de muziekzaal. Ze heeft
+het licht uitgedaan en de balkondeuren geopend. Zij houdt er van 's
+avonds en 's nachts naar het straatrumoer te luisteren. Dan zwijgt het
+gehamer der timmerlieden en 't geschreeuw der uitroepers, dan klinkt
+er slechts gezang, gelach, gefluister en het neuriën der mandolines.
+
+Plotseling ziet ze een donkere hand op het balkonhek. Na de hand komt
+er een arm en een hoofd te voorschijn en een oogenblik later springt
+een geheel mensch op het balkon.
+
+Zij kan hem duidelijk onderscheiden, want de straatlantaarns branden
+nog.
+
+'t Is een kleine breedgeschouderde man met forschen baard. Hij is als
+herder gekleed, met leeren sandalen, slappen hoed en een parapluie,
+op zijn rug vastgebonden.
+
+Zoodra hij op zijn voeten staat, neemt hij een geweer uit zijn gordel,
+en treedt daarmee de kamer binnen.
+
+Ze zit doodstil zonder eenig teeken van leven te geven, ze heeft geen
+tijd om om hulp te roepen, noch om te vluchten.
+
+Zij hoopt, dat de man zal nemen, wat hij begeert en dan weg zal gaan,
+zonder haar op te merken, die achter in de donkere kamer zit.
+
+De man zet zijn geweer op den grond en zij hoort hoe hij een lucifer
+aansteekt. Zij sluit de oogen, dan zal hij gelooven, dat zij slaapt.
+
+Zoodra de roover licht gemaakt heeft, ontdekt hij haar. Hij hoest om
+haar te wekken. Daar zij onbeweeglijk blijft zitten, sluipt hij naar
+haar toe en raakt voorzichtig haar arm aan.
+
+"Raak mij niet aan, raak mij niet aan!" gilt zij doodelijk beangst.
+
+De man trekt zich haastig terug.
+
+"Lieve donna Micaela, ik wilde u slechts wekken."
+
+Zij zit te rillen van angst en hij hoort hoe zij snikt.
+
+"Lieve signora, lieve signora!" zegt hij.
+
+"Steek licht op, dat ik kan zien wie ge zijt!" roept zij.
+
+Hij steekt een nieuwen lucifer aan en neemt behendig als een
+kamerdienaar het glas en den ballon van de lamp. Daarna keert hij terug
+naar de deur, zoover mogelijk van haar verwijderd, maar als hij merkt,
+dat haar angst niet vermindert, gaat hij met zijn geweer op het balkon.
+
+"Nu kan de signora toch niet meer bang zijn."
+
+Maar daar zij niet ophoudt met schreien, zegt hij:
+
+"Signora, ik ben Passafiore. Ik breng u een boodschap van Falco. Hij
+wil uw spoorweg niet meer vernielen."
+
+"Zijt gij gekomen om mij te bespotten?" zegt zij.
+
+Somber antwoordt de man haar:
+
+"Ware het slechts scherts. Mijn God, indien Falco slechts was, die
+hij geweest is."
+
+Hij verhaalt haar nu hoe Falco den Mongibello bestegen en een krans
+gelegd heeft op diens top. Maar dit scheen den berg mishaagd te hebben,
+want nu had hij Falco ter aarde geworpen. Een klein puimsteentje was
+voldoende geweest om den gevreesden rooverhoofdman te vellen.
+
+"Nu is het gedaan met Falco," zegt Passafiore. "Hij loopt rusteloos op
+en neer in de steengroeve en wacht slechts op zijn ziekte. Sinds acht
+dagen heeft hij noch geslapen, noch gegeten. Hij is niet ziek, maar de
+wonde aan zijn hand geneest niet. Hij gelooft, dat hij vergiftigd is."
+
+"Spoedig zal ik een dolle hond zijn," zegt hij. Geen wijn of spijs
+ter wereld kan hem verlokken iets te gebruiken. Hij verheugt zich
+niet eens, wanneer ik zijn heldendaden prijs.
+
+"Wat geeft het," zegt hij. "Ik eindig mijn leven als een dolle hond."
+
+Donna Micaela ziet Passafiore scherp aan.
+
+"Wat wenscht ge, dat ik doen zal? 't Is toch niet je wensch, dat ik
+in de steengroeve zal gaan naar Falco Falcone?"
+
+Passafiore slaat zijn oogen neer en durft niet antwoorden.
+
+Zij vertelt hem, wat Falco haar heeft doen lijden. Hij heeft al de
+arbeiders van haar spoorweg door schrik verjaagd. Hij heeft zich
+verzet tegen haar liefste wenschen.
+
+Plotseling valt Passafiore op de knieën. Hij waagt het niet een
+schrede dichterbij te komen, maar hij knielt voor haar.
+
+Hij smeekt haar te begrijpen wat op het spel staat. Zij weet niet,
+zij kan niet begrijpen, wie Falco is.
+
+Falco is een groot man. Reeds toen Passafiore nog een klein kind was,
+heeft hij van hem hooren spreken. Zijn gansche leven heeft hij verlangd
+in de steengroeve bij Falco te leven. Al zijn neven waren bij hem,
+zijn geheele familie was bij hem. Maar de pastoor had zich voorgenomen,
+dat Passafiore niet naar Falco zou gaan, en liet hem tot kleermaker
+opleiden, denk eens aan, tot kleermaker! De pastoor sprak met hem, en
+zei, dat het zulk een vreeselijke zonde was te leven zooals Falco. En
+Passafiore had terwille van don Matteo lange jaren tegen zijn begeerte
+gestreden. Eindelijk had hij ze niet langer kunnen weerstaan, maar
+was stil naar de steengroeve gegaan. En hij was niet meer dan een
+jaar bij Falco geweest en nu was deze geheel veranderd. 't Is alsof
+de zon aan den hemel gedoofd is, zijn geheele leven is nu verwoest.
+
+Passafiore kijkt naar donna Micaela; hij ziet, dat zij naar hem
+luistert en hem begrijpt.
+
+Hij brengt donna Micaela in herinnering, dat zij een jettatore en een
+echtbreekster geholpen heeft. Waarom wilde zij dan hard zijn jegens
+een roover?
+
+Het Christusbeeld in San Pasquale geeft haar immers alles wat
+zij wenscht. Hij was er van overtuigd, dat zij het Christusbeeld
+gebeden had, haar spoorweg te beschermen tegen Falco. En het had door
+Mongibello's puimsteen Falco's kracht gebroken.
+
+Maar nu wilde zij niet barmhartig zijn en hem helpen, dat Falco zijn
+gezondheid terug zou krijgen en weer tot een eer voor het vaderland
+zou worden, zooals hij vroeger geweest was.
+
+Het gelukte Passafiore donna Micaela te ontroeren.
+
+Plotseling begreep zij hoe de oude roover in de steengroeve moest
+lijden. Zij ziet hem wachten op den waanzin. Zij denkt er aan hoe
+trotsch hij geweest is en hoe gebroken en vernietigd hij nu is. Neen,
+neen, geen mensch mag zoo lijden, dat is te veel, te veel.
+
+"Passafiore," barst zij uit, "zeg, wat je wenscht. Ik zal doen,
+wat ik kan. Nu ben ik niet bang meer. Neen, nu ben ik volstrekt niet
+bang meer."
+
+"Donna Micaela, wij hebben Falco gesmeekt, dat hij naar het
+Christusbeeld zou gaan en om genade bidden. Maar Falco wil niet
+gelooven aan het beeld. Hij wil niets anders doen dan wachten op
+zijn ondergang. Maar heden, toen ik hem smeekte te gaan, zei hij:
+"Je weet wie op mij zit te wachten in het oude huis tegenover de
+kerk. Ga naar haar om te vragen of zij mij verlof wil geven dat
+ik voorbij haar naar de kerk mag gaan. Geeft zij haar toestemming,
+dan zal ik aan het beeld gelooven en hem bidden om redding."
+
+"Nu?" vroeg donna Micaela.
+
+"Ik ben bij de oude Catherina geweest en zij heeft haar toestemming
+gegeven. Hij mag in de kerk gaan, zonder dat ik hem dood," zei zij.
+
+Passafiore wringt zijn handen in wanhoop.
+
+"Donna Micaela, Falco is zeer ziek, niet alleen door den beet van
+den hond, maar hij was reeds lang ziek."
+
+Passafiore voert een zwaren strijd met zich zelf vóórdat hij het
+zeggen kan. Eindelijk bekent hij dat, hoewel Falco een zeer groot
+man is, hij soms aanvallen van waanzin heeft.
+
+Falco had niet alleen gesproken van de oude Catherina, maar hij had
+gezegd: "Indien Catherina mij wil toestaan naar de kerk te gaan en
+donna Micaela Alagona in de steengroeve komt en mij de hand reikt om
+mij naar de kerk te voeren, dan zal ik voor het beeld bidden."
+
+En men heeft hem niet kunnen afbrengen van dit besluit.
+
+Donna Micaela, de heiligste en heerlijkste der vrouwen, moest tot
+hem komen, anders wilde hij niet gaan.
+
+Toen Passafiore uitgesproken had, hield hij zijn hoofd gebogen,
+hij waagt het niet op te zien.
+
+Maar donna Micaela aarzelt geen oogenblik, nu er sprake is van het
+Christusbeeld. Zij schijnt er niet aan te denken dat Falco reeds
+waanzinnig is. Zij zegt geen woord van haar angst. Haar vertrouwen in
+het beeld is zóó groot, dat zij, als een onderworpen, gehoorzaam kind,
+stil antwoordt:
+
+"Passafiore, ik zal je volgen."
+
+En zij volgt hem als in slaap. Geen oogenblik aarzelt ze om hem naar
+den Etna te volgen. Ze aarzelt niet de steile berghelling naar de
+steengroeve te beklimmen.
+
+Doodsbleek, maar met heerlijk glanzende oogen gaat ze naar den
+ouden roover in zijn grot en reikt hem de hand. En hij rijst op,
+even bleek als zij, en volgt haar. 't Is alsof zij geen menschen maar
+geestverschijningen zijn. Doodstil schrijden zij naar hun doel. Hun
+eigen ik is dood, een machtiger geest leidt hen.
+
+Reeds den volgenden dag schijnt het donna Micaela een sage, dat zij
+zoo iets gedaan heeft. Zij is heilig overtuigd, dat niet haar eigen
+barmhartigheid, erbarmen of liefde haar bewogen heeft midden in den
+nacht naar het roovershol te gaan, maar dat een vreemde macht haar
+geleid heeft.
+
+Terwijl donna Micaela in de steengroeve is, zit de oude Catherina
+voor het raam op Falco Falcone te wachten. Zij heeft haar toestemming
+gegeven, bijna zonder dat men haar daarom heeft behoeven te vragen.
+
+"Hij mag vrij in de kerk gaan," zegt ze. "Ik heb twintig jaar op hem
+gewacht, maar hij zal vrij in de kerk mogen gaan."
+
+Spoedig verschijnt Falco met donna Micaela hand in hand.
+
+Passafiore en Biagio volgen. Falco loopt gebogen, men ziet dat hij
+oud en zwak is. Hij gaat alleen in de kerk, de anderen wachten buiten.
+
+De oude Catherina heeft hem zeer duidelijk gezien, maar ze heeft geen
+beweging gemaakt. Zoolang Falco in de kerk is, blijft ze roerloos
+zitten.
+
+Haar nicht, die bij haar woont, gelooft, dat zij God dankt, omdat
+zij haar wraaklust heeft kunnen overwinnen.
+
+Eindelijk verzoekt Catherina haar een raam te openen.
+
+"Ik wil zien of hij nog de slangeschaduw heeft!" zegt zij.
+
+Maar ze is mild en vriendelijk.
+
+"Neem het geweer weg als je wilt," zegt ze. En haar nicht legt het
+geweer aan den anderen kant van de tafel.
+
+Eindelijk komt Falco uit de kerk. De maneschijn verlicht zijn gelaat
+en Catherina ziet, dat hij niet meer de Falco van vroeger is. De
+uitdagende trots en hoogmoed is nu van zijn gezicht geweken. Hij is
+gebroken en vernietigd!
+
+Bijna wekt hij haar medelijden op.
+
+"Hij helpt mij," zegt hij luid tot Passafiore en Biagio. "Hij heeft
+beloofd mij bij te staan."
+
+De roovers wilden gaan, maar Falco is zoo gelukkig dat hij eerst met
+hen over zijn geluk wil spreken.
+
+"Ik gevoel geen gesuis meer in mijn hoofd, geen onrust meer, neen,
+niets meer. Hij helpt mij."
+
+De kameraden nemen hem bij de hand om hem weg te voeren. Falco doet
+een paar schreden, maar blijft dan opnieuw staan. Hij richt zich
+op en beweegt zijn lichaam, zoodat zijn slangeschaduw heen en weer
+slingert over den weg.
+
+"Ik zal volkomen genezen, volkomen genezen," zegt hij verheugd.
+
+Passafiore en Biagio willen hem meetrekken, maar 't is reeds te laat.
+
+Catherina heeft de slangeschaduw gezien. Zij kan zich niet meer
+beheerschen, maar werpt zich over de tafel om het geweer te grijpen
+en schiet het af. Falco stort getroffen ter aarde.
+
+Ze heeft het niet willen doen, maar nu zij hem ziet, is het haar
+onmogelijk hem te laten gaan. Gedurende twintig jaar heeft zij de
+wraakzucht in zich gevoed.
+
+Nu beheerscht die haar volkomen.
+
+"Catherina, Catherina," gilt haar nicht.
+
+"Hij verzocht mij slechts vrij in de kerk te mogen gaan," antwoordt
+zij.
+
+De oude Biagio legt Falco's lijk terecht en zegt somber:
+
+"Hij zou volkomen genezen, volkomen genezen."
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+OVERWINNINGEN.
+
+
+In lang vervlogen dagen woonde de groote wijsgeer Empedokles op
+Sicilië. Hij was de schoonste en meest volkomen mensch, zoo heerlijk
+en wijs, dat men geloofde, dat hij een tot mensch geworden god was.
+
+Empedokles bezat een landgoed op den Etna; een avond gaf hij een
+feest aan zijne vrienden. Op het feest sprak hij zulke wijze woorden,
+dat zijn gasten riepen:
+
+"Gij zijt een god, Empedokles, gij zijt een god!"
+
+Toen de feestgenooten vertrokken waren, dacht Empedokles:
+
+"Ik heb het hoogste bereikt, dat men op aarde kan begeeren. Nu moet
+ik sterven, voordat tegenspoed of zwakheid mij terneerdrukt."
+
+En hij steeg op tot den top van den Etna en wierp zich in den
+brandenden krater.
+
+"Als niemand mijn lijk vindt," dacht hij, "zal men denken, dat ik
+levend onder de goden opgenomen ben."
+
+Maar den volgenden dag zochten zijn vrienden hem in de villa en op
+den ganschen berg. Zij kwamen ook bij den krater en daar vonden ze
+Empedokles' schoenen. En zij begrepen, dat Empedokles den dood in
+den krater gezocht had om gerekend te worden tot de onsterflijken.
+
+En dat zou hem gelukt zijn, indien de berg zijn schoenen niet had
+opgeworpen.
+
+Toch werd juist door deze sage Empedokles' naam nooit vergeten,
+en velen zochten naar de plaats, waar zijn villa eens gestaan heeft.
+
+Geschiedschrijvers en schatgravers hadden er naar gezocht, want de
+villa van den wijsgeer was natuurlijk vol van de heerlijkste marmeren
+en bronzen beelden en mozaïekwerk.
+
+Donna Micaela's vader, cavaliere Palmeri, had zich vast voorgenomen,
+dat hij het probleem van de villa zou oplossen. Iederen morgen
+reed hij op zijn ponny Dominico weg om de villa te zoeken. Hij was
+toegerust als een geschiedvorscher met een schraapijzer in den gordel,
+een spade op zij en een grooten ransel op den rug.
+
+Iederen avond als cavaliere Palmeri thuis kwam, vertelde hij donna
+Micaela van Dominico.
+
+Gedurende deze jaren, dat ze samen op den Etna gezocht hadden, had
+Dominico zich tot een archeoloog ontwikkeld.
+
+Dominico week af van den weg, zoodra hij een ruïne ontdekte. Hij
+stampte op den grond, wanneer hij meende, dat men opgravingen moest
+doen. Hij hinnikte verachtelijk en wendde den kop af, wanneer men
+hem een nagemaakte oude munt vertoonde.
+
+Donna Micaela hoorde met veel geduld en belangstelling naar haar
+vaders verhalen. Zij was overtuigd dat, wanneer de villa eindelijk
+gevonden werd, Dominico de eer zou krijgen van de ontdekking.
+
+Maar cavaliere Palmeri vroeg zijn dochter nooit naar haar
+onderneming. Nooit toonde hij eenige belangstelling voor haar
+spoorweg. 't Was bijna, alsof hij niet eens wist waarvoor zij
+werkte. Dat was trouwens zoo vreemd niet, hij toonde nooit eenige
+belangstelling voor zijn dochter.
+
+Eens, toen ze 's middags aan den maaltijd zaten, begon donna Micaela
+plotseling over den spoorweg te spreken.
+
+Ze had een paar heerlijke overwinningen behaald, zei ze. Eindelijk
+had zij overwonnen.
+
+Hij moest hooren welke nieuwtjes zij heden had. Het zou geen
+stoomtram worden tusschen Catania en Diamante, zooals zij eerst
+gedacht had. Neen, het zou een spoorweg rondom den Etna worden.
+
+Door Falco's dood had zij niet alleen een machtigen vijand minder, maar
+nu geloofde het volk ook, dat de groote Mongibello en alle heiligen aan
+haar zijde stonden. Daarom was er een beweging onder het volk ontstaan
+om geld te verzamelen voor den spoorweg. In alle Etnasteden waren
+bijdragen daarvoor geteekend. Er was reeds een maatschappij gevormd.
+
+Heden was de concessie gekomen. Morgen zou men in ernst met den
+arbeid aanvangen.
+
+Donna Micaela was opgewonden, zij kon niet eten. Haar hart zwol van
+geluk en dankbaarheid. Ze kon niet laten te spreken over de machtige
+vervoering, die het volk aangegrepen had. Zij sprak met tranen in de
+oogen van het Christuskind in San Pasquale.
+
+'t Was roerend te zien, hoe haar gelaat straalde van hoop. 't Was
+alsof zij, behalve het geluk waarover zij sprak, nog een heele
+wereld van gelukzaligheid te wachten had. Dezen avond voelde ze,
+dat een wijze voorzienigheid haar lot bestierde. Zij begreep, dat
+Gaetano's gevangenneming Gods werk was om hem terug te voeren tot
+zijn oud geloof. Hij zou bevrijd worden door de wonderen van het
+kleine beeld en dit zou hem bekeeren, zoodat hij weer een geloovige
+als vroeger zou worden. En zij zou hem toebehooren!
+
+O, God was goed.
+
+Terwijl deze groote gelukzaligheid haar vervulde, zat haar vader koel
+en onbewogen tegenover haar.
+
+"Dat is heel merkwaardig," zei hij slechts.
+
+"Ge gaat toch zeker morgen mee naar het feest?"
+
+"Ik weet het nog niet, ik moet naar mijn uitgravingen."
+
+Donna Micaela begon haar brood heftig te verkruimelen. Ze begon haar
+geduld te verliezen. Hij had geen deel genomen in haar zorgen, maar
+in haar vreugde moest hij deelen. Hij moest deelen in haar vreugde!
+
+En plotseling braken de ketenen van onderdanigheid en vrees, die haar
+gebonden hadden, sedert haar vaders gevangenistijd.
+
+"Gij, die zooveel tochten op den Etna maakt," zei zij met een zeer
+vriendelijke stem, "gij zijt zeker ook wel eens in Gela geweest?"
+
+De cavaliere keek op en scheen in zijn geheugen te zoeken:
+
+"Gela, Gela!"
+
+"Gela is een dorp van ongeveer honderd huizen, dat aan de Zuidzijde
+van den Monte-Chiaro ligt, aan den voet van den berg," vervolgde
+donna Micaela met het onschuldigste gezicht van de wereld. "Het
+ligt ingeklemd tusschen den Simeto en den bergwand, een tak van de
+rivier neemt dikwijls zijn weg door de straten van Gela, zoodat het
+een zeer ongewone gebeurtenis is, wanneer men met droge voeten door
+het dorp komt.
+
+"Het dak der kerk stortte in bij de laatste aardbeving, en men heeft de
+kerk niet kunnen herstellen, want Gela is zeer arm. Hebt ge werkelijk
+nooit van Gela gehoord?"
+
+Cavaliere Palmeri antwoordde met onbeschrijfelijken ernst:
+
+"Mijn vorschingen hebben me bergopwaarts gevoerd. Ik heb er nooit
+aan gedacht de villa van den grooten wijsgeer in Gela te zoeken."
+
+"Maar Gela is een zeer interessant dorp," zei donna Micaela. "Ze
+hebben daar geen aparte schuren. De varkens zijn beneden in de huizen,
+de menschen wonen een trap hooger. En er zijn heel wat varkens in
+Gela. Ze bevinden zich daar beter dan de menschen, want de menschen
+zijn er bijna altijd ziek.
+
+"Er heerscht voortdurend koorts, de malaria is er een trouwe gast. Het
+is er zoo vochtig, de kelders staan altijd onder water en moerasdampen
+drukken als een dichte mist op het dorp. In Gela zijn geen winkels,
+ook geen politie, post, dokter of apotheek. Zeshonderd menschen leven
+daar geheel vergeten en verlaten.
+
+"Hebt ge nooit gehoord van Gela?"
+
+Zij zag er heel verbaasd uit.
+
+Cavaliere Palmeri schudde het hoofd. "Den naam heb ik wel eens
+gehoord...."
+
+Donna Micaela keek haar vader onderzoekend aan. Zij boog zich
+haastig voorover en haalde uit zijn borstzak een gebogen klein mes
+te voorschijn, zooals gebruikt wordt bij het snoeien der wijnstokken.
+
+"Arme Empedokles," zei ze en plotseling straalde haar geheele gelaat
+van schalkscheid.
+
+"Ge waant u opgestegen tot de goden, maar de Etna werpt altijd uw
+schoenen op."
+
+Cavaliere Palmeri zonk als door een schot getroffen achterover in
+zijn stoel.
+
+"Micaela," zei hij zwak afwerend, als iemand die niet weet hoe hij
+zich moet verdedigen.
+
+Maar zij was oogenblikkelijk even ernstig en zoo onschuldig als
+tevoren.
+
+"Men heeft mij verteld," zei ze, "dat Gela eenige jaren geleden op het
+punt stond geheel te gronde te gaan. Alle menschen daar verbouwen
+wijn, en toen nu de phylloxera al hun wijngaarden verwoestte,
+dreigden zij geheel te verhongeren. 't Landbouwgenootschap zond hun
+toen Amerikaansche planten, die niet door de phylloxera aangetast
+worden. De menschen in Gela plantten deze, maar al de wijnstokken
+stierven. Hoe zouden de menschen in Gela weten hoe de Amerikaansche
+wijndruif gekweekt moet worden.
+
+"Maar toen kwam er iemand die hun dat leerde."
+
+"Micaela," klonk het bijna steunend. Donna Micaela vond, dat haar
+vader er reeds als een overwonnen man uitzag, maar toch vervolgde
+zij haar verhaal, alsof zij niets gemerkt had.
+
+"Er kwam iemand," zei zij met sterken nadruk, "en hij liet zich nieuwe
+planten zenden. Hij begon deze in hun wijngaarden te planten. Ze
+lachten hem uit, ze zeiden dat hij zich dwaas aanstelde. Maar zie,
+zijn planten groeiden, zij stierven niet. En hij redde Gela."
+
+"Ik vind je verhaal niet zeer amusant, Micaela," zei cavaliere Palmeri
+met een poging het af te breken.
+
+"'t Is toch even belangrijk als uw vorschingen," zei ze kalm. "Maar
+ik wil u iets vertellen. Op een dag ging ik naar uw kamer om een boek
+over archeologie te halen. Toen ik zag dat uw boekenkast vol was met
+geschriften over de phylloxera, den wijnbouw en de wijnbereiding."
+
+Cavaliere Palmeri schoof heen en weer op zijn stoel als een op
+heeterdaad betrapte misdadiger.
+
+"Zwijg, zwijg!" zei hij zwak. Hij was nu meer beschaamd, dan toen
+hij aangeklaagd werd wegens diefstal.
+
+Maar weer schitterde die onderdrukte schalkschheid in haar oogen.
+
+"Ik keek eens naar de brieven, die ge verzendt," vervolgde zij. "Ik
+wilde eens zien met welke geleerde mannen ge in briefwisseling
+waart. 't Verwonderde mij dat de brieven altijd geadresseerd waren
+aan presidenten of secretarissen van landbouwvereenigingen."
+
+Cavaliere Palmeri was niet in staat een woord te spreken.
+
+Donna Micaela genoot onbeschrijfelijk hem zoo machteloos te zien.
+
+Ze keek hem vast in de oogen.
+
+"Ik geloof niet dat Dominico reeds een ruïne weet te onderscheiden,"
+zei ze. "De vuile kinderen in Gela spelen elken dag met hem en geven
+hem waterkers te eten.
+
+"Dominico wordt als een god in Gela vereerd, om niet te spreken van
+zijn-- -- --"
+
+Cavaliere Palmen scheen een idee te krijgen.
+
+"Je spoorweg!" zei hij. "Wat zei je ook weer van je spoorweg?
+
+"Misschien kan ik toch wel morgen meegaan naar je feest."
+
+Donna Micaela luisterde niet naar hem. Zij haalde haar portemonnaie
+uit den zak.
+
+"Hier heb ik een nagemaakte oude munt," zei ze. "Een Demarata van
+nikkel. Die heb ik gekocht om aan Dominico te toonen."
+
+"Hoor nu eens, kind!"
+
+Ze deed juist alsof zij zijn tegenwerpingen niet hoorde.
+
+Nu had zij hem in haar macht. Nu was er meer noodig om haar te
+verzoenen.
+
+"Eens deed ik uw ransel open om uw vondsten te bewonderen. Het eenige,
+dat hij bevatte, was een verdroogde wijnstok."
+
+Zij was louter stralende vroolijkheid.
+
+"Maar kind!"
+
+"Wat moet men daarvan denken? 't Is misschien wel geen onderzoek naar
+geschiedkundige overblijfselen, misschien is het wel liefdadigheid,
+misschien ook wel boete-- --"
+
+Nu sloeg cavaliere Palmeri met de vuist op de tafel, zoodat glazen
+en borden rinkelden. Dit was hem te veel; een deftige, ernstige oude
+heer kon zoo niet met zich laten spotten.
+
+"Zoo waar als gij mijn dochter zijt, zult ge nu zwijgen."
+
+"Uw dochter!" zei ze en oogenblikkelijk was haar vroolijkheid
+verdwenen. "Ben ik werkelijk uw dochter? De kinderen in Gela mogen
+Dominico streelen, maar ik-- --"
+
+"Wat meen je, Micaela? Wat wil je?"
+
+Ze keken elkaar aan. Hun oogen vulden zich gelijktijdig met tranen.
+
+"Ik heb niemand anders dan u!" fluisterde zij.
+
+Cavaliere Palmeri opende onwillekeurig zijn armen. Zij stond aarzelend
+op, ze wist niet of zij goed zag.
+
+"Ik weet hoe het nu gaan zal," zei hij morrend. "Geen minuut houd ik
+nu voor me zelf over."
+
+"Om de villa te ontdekken?"
+
+"Geef mij een kus, Micaela. Vanavond zijt ge voor de eerste maal,
+nadat we Catania verlaten hebben, onweerstaanbaar geweest."
+
+En met een heeschen, wilden kreet, die hem bijna verschrikte, vloog
+donna Micaela in haars vaders armen.
+
+
+
+
+
+
+DERDE DEEL.
+
+
+ "En hij zal vele aanhangers krijgen."
+
+
+I.
+
+DE OASE IN DE WOESTIJN.
+
+
+In de lente van 1894 begon men den Etnaspoorweg aan te leggen, en
+in den herfst van 1895 was die gereed. Hij steeg op van de kust,
+omringde den berg in een halven cirkel, en bereikte dan de zee.
+
+De trein vertrekt en komt elken dag, en de Mongibello ligt geboeid,
+maar verzet zich niet. Vreemdelingen rijden verbaasd door de zwarte,
+grillige lavastroomen, door de witte amandelwouden, en de donkere,
+oude steden der Saracenen.
+
+"Zie eens, welk een sprookjesland!" zeggen ze.
+
+In den trein is altijd wel iemand, die vertelt van den tijd toen
+het Christusbeeld nog in Diamante was. Welk een tijd, welk een
+tijd! Iederen dag verrichtte het beeld nieuwe wonderen. Men kan ze niet
+eens alle verhalen, maar hij maakte het leven in Diamante zoo blijde,
+dat de uren van den dag elkaar volgden als een rij lachende Horen.
+
+Men geloofde, dat de zandlooper van den tijd gevuld was met schitterend
+stofgoud.
+
+Indien iemand gevraagd had wie in dien tijd in Diamante regeerde,
+zou men geantwoord hebben: "het Christusbeeld." Alles voegde zich
+naar zijn wil. Niemand trouwde of speelde in de loterij of bouwde
+een huis zonder hem om raad te vragen. En heel veel messteken werden
+terwille van het beeld niet uitgedeeld en menige oude veete werd
+bijgelegd en menig bitter woord om zijnentwil niet uitgesproken. Men
+moest wel goed zijn, want men merkte, dat het beeld hen bijstond,
+die vreedzaam en hulpvaardig waren. Hun schonk hij goede gaven,
+vreugde en rijkdom. Indien nu de wereld slechts was geweest, zooals
+zij had moeten zijn, dan was Diamante spoedig een rijke en machtige
+stad geweest. Maar in plaats daarvan, verwoestte het deel der wereld,
+dat niet aan het beeld geloofde, al zijn werk. Het baatte niet veel
+hoeveel geluk hij ook om zich heen verspreidde.
+
+De belastingen werden al hooger en verslonden al den rijkdom. En dan de
+oorlog in Afrika. Hoe konden de menschen gelukkig zijn als hun zonen,
+hun geld, hun muilezels naar Afrika moesten? En de oorlog was niet
+voorspoedig, men leed nederlaag op nederlaag. Hoe kon men gelukkig
+zijn, wanneer de eer van het vaderland op het spel stond?
+
+Sinds de spoorweg gereed was, merkte men, dat Diamante gelijk was
+aan een oase in een woestijn.
+
+De oase is blootgesteld aan het stuifzand, de roovers en de wilde
+dieren der woestijn. Zoo ook Diamante.
+
+De oase moest zich uitbreiden over de geheele woestijn om zich veilig
+te gevoelen. Diamante begon te gelooven, dat het niet gelukkig kon
+worden, vóórdat de gansche wereld zijn Christusbeeld aanbad.
+
+Nu geschiedde het, dat alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had,
+mislukte.
+
+Zoo verlangde donna Micaela en geheel Diamante Gaetano terug te
+hebben. Toen de spoorweg gereed was, trok donna Micaela naar Rome en
+smeekte om zijn invrijheidstelling. Men weigerde het haar.
+
+De koning en de koningin hadden haar wel willen helpen, maar ze
+konden niet. Ge weet, wie toen minister in Italië was, hij regeerde
+met ijzeren hand. Denkt ge, dat hij den koning toestond genade te
+schenken aan een Siciliaanschen oproerling?
+
+Men wenschte vurig, dat het Christusbeeld van Diamante de vereering
+zou ten deel vallen, die hem toekwam. Donna Micaela ging om die reden
+op audiëntie bij den ouden man in het Vaticaan.
+
+"Heilige vader," zei ze, "laat u verhalen wat er geschied is in
+Diamante op den Etna."
+
+En nadat ze al de wonderen van het beeld verteld had, verzocht ze,
+dat de paus de oude kerk San Pasquale zou laten reinigen en inwijden
+en priesters zou aanstellen voor den eeredienst van het Christusbeeld.
+
+Maar evenals in het Quirinaal, kreeg donna Micaela in het Vaticaan
+een weigerend antwoord.
+
+"Waarde vorstin Micaela," zei de paus, "deze gebeurtenissen die gij
+verhaalt, erkent de kerk niet als wonderen. Maar toch behoeft ge niet
+te wanhopen.
+
+"Indien het Christusbeeld in uw stad wil worden aangebeden, dan zal het
+nog een teeken geven. Het zal Ons zijn wil zoo duidelijk toonen, dat
+Wij niet behoeven te twijfelen. Vergeef een ouden man, mijn dochter,
+dat hij voorzichtig moet zijn."
+
+Nog een derde zaak had men in Diamante gehoopt. Men had verwacht
+eindelijk iets te zullen hooren van Gaetano. Donna Micaela reisde
+ook naar Como, waar hij gevangen zat. Zij had aanbevelingsbrieven
+van hooggeplaatste ambtenaren in Rome, en ze was zeker, dat ze hem
+spreken zou.
+
+Maar de directeur van de gevangenis had haar naar den dokter gezonden.
+
+Deze verbood haar met Gaetano te spreken.
+
+"Ge wilt den gevangene zien?" zei hij. "Neen, dat kan niet. Ge zegt,
+dat hij u liefheeft en meent, dat ge gestorven zijt? Laat hem dat
+gelooven. Laat hem dat gelooven!
+
+"Hij heeft leeren berusten, hij wordt niet meer gekweld door
+verlangen. Wilt ge, dat hij opnieuw zal beginnen te verlangen, als
+hij hoort, dat ge leeft? Wilt ge hem dan dooden? Ik wil u één ding
+zeggen. Indien hij weer naar het leven gaat verlangen, zal hij binnen
+drie maanden dood zijn."
+
+Donna Micaela begreep, dat zij er van moest afzien hem te spreken.
+
+Maar welk een teleurstelling! Welk een teleurstelling!
+
+Toen zij thuis kwam, had zij een gevoel als iemand, die zóó levendig
+gedroomd heeft, dat hij wanneer hij ontwaakt, zich zelf niet kan
+losrukken uit zijn droom.
+
+Zij kon maar niet begrijpen, dat al haar verwachtingen vernietigd
+waren.
+
+Zij betrapte zich keer op keer, dat zij dacht: "Toen ik Gaetano
+bevrijdde." Maar nu had zij heelemaal geen hoop meer hem te bevrijden.
+
+Nu eens dacht zij aan de eene, dan eens aan de andere onderneming,
+die zij wilde beginnen. Zou zij het moeras dempen, of zou zij marmer
+uit den Etna graven?
+
+Zij kon maar geen besluit nemen.
+
+En dezelfde lusteloosheid, die over donna Micaela gekomen was, drukte
+de geheele stad.
+
+Het bleek immers dat alles wat afhankelijk was van menschen, die
+niet geloofden aan het Christusbeeld van Diamante, verkeerd ging
+en mislukte.
+
+Zelfs de Etnaspoorweg werd verkeerd bestuurd. Voortdurend grepen er
+ongelukken plaats, ook waren de prijzen der biljetten te hoog.
+
+De menschen begonnen weer gebruik te maken van omnibussen en wagens.
+
+Donna Micaela en ook anderen dachten er aan het Christusbeeld in
+de wereld te voeren. Zij zouden den ongeloovigen toonen dat hij
+gezondheid, vreugde en geluk schonk aan allen, die vreedzaam, vlijtig
+en goed voor hun naasten wilden zijn.
+
+Indien de menschen dat maar eerst begrepen, zouden ze zich wel
+bekeeren.
+
+"Het beeld moest op het Kapitool staan en de wereld regeeren," zei
+het volk in Diamante.
+
+"Allen, die ons regeeren, zijn onbekwaam," zeiden ze. "Wij willen
+bestuurd werden door het heilige Christuskind. Hij is machtig en
+weldadig. En indien hij regeerde, dan zouden de armen rijk worden,
+en de rijken hebben reeds genoeg. Hij weet wie het goede wil. Indien
+hij de macht had, dan zouden degenen, die nu geregeerd worden,
+zitting krijgen in de raadszaal. Hij zou over de wereld gaan met
+ploeg en scherpe egge, en hetgeen nu onvruchtbaar in den grond ligt,
+zal ontkiemen en een rijken oogst dragen."
+
+Doch voordat deze plannen ten uitvoer gebracht konden worden,
+kwam in de eerste dagen van Maart 1896 het bericht van den slag bij
+Adua. De Italianen waren verslagen en duizenden van hen waren gedood
+of gevangengenomen.
+
+Eenige dagen later trad het ministerie in Rome af.
+
+En de man die nu de macht in handen kreeg, vreesde den toorn en de
+wanhoop der Sicilianen. Om hen te verzoenen hergaf hij de vrijheid
+aan eenige gevangen socialisten. De vijf mannen, waarnaar het volk
+het meest verlangde, werden in vrijheid gesteld. Dat waren Da Felice,
+Bosco, Verro, Barbato en Alagona.
+
+Ach, donna Micaela trachtte blij te zijn, toen zij dit hoorde. Ze
+beproefde niet te schreien.
+
+Zij had geloofd, dat Gaetano gevangen zat, opdat het Christusbeeld
+de muren zijner gevangenis zou kunnen neerhalen. Deze beproeving had
+God hem opgelegd, opdat hij genoodzaakt zou zijn het hoofd te buigen
+voor het Christusbeeld en te zeggen:
+
+"Mijn God en Meester."
+
+En nu had niet het beeld hem bevrijd. Hij zou een heiden blijven
+gelijk vóór zijn gevangenistijd.
+
+Dezelfde gapende kloof zou tusschen hen beiden zijn. Zij trachtte
+verheugd te zijn. 't Was immers reeds een groot geluk dat hij vrij
+was. Wat was zij en haar geluk in vergelijking daarmee!
+
+Maar zoo ging het nu met alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had.
+
+De groote woestijn was zeer slecht jegens de arme oase.
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+IN PALERMO.
+
+
+Eindelijk, eindelijk is het één uur 's nachts.
+
+Degenen, die bang zijn zich te verslapen, staan op van hun bed,
+kleeden zich aan en gaan op straat.
+
+En zij, die opgebleven zijn en tot nu toe over de tafeltjes in de
+café's gehangen hebben, rijzen op nu zij schreden hooren op het steenen
+plaveisel. Ze schudden den slaap van zich en gaan naar buiten. Zij
+sluiten zich aan bij de spoedig aangroeiende menschenmassa, en de
+trage tijd begint iets vlugger te gaan.
+
+Menschen, die elkaar slechts oppervlakkig kennen, drukken elkaar
+de hand met warme hartelijkheid. Dezelfde blijdschap trilt in alle
+harten. En menschen die anders nooit een voet op straat zetten,
+zijn hedennacht buiten, oude professoren, voorname edellieden en
+fijne dames. Allen zijn even verheugd.
+
+"Mijn God, dat hij nu terugkomt, dat Palermo hem nu weer terugkrijgt,"
+zeggen ze.
+
+De studenten, die den geheelen nacht hun lievelingsverblijf in
+Quattro Canti niet verlaten hebben, verschijnen nu met fakkels en
+gekleurde lampions.
+
+Zij zouden die niet aansteken voor vier uur 's morgens als de verwachte
+aan zal komen, maar tegen twee uur begint nu en dan eens een student
+te probeeren of zijn fakkel wel branden wil. Dan steken ze allen hun
+fakkels aan en begroeten het licht met luid gejuich.
+
+'t Is onmogelijk in het donker te staan, als zulk een groote blijdschap
+in het hart vlamt.
+
+De vreemdelingen in de hotels worden gewekt.
+
+"Er is hedennacht feest in Palermo, o signori."
+
+"Ter eere van wien is er feest?" vragen de vreemdelingen.
+
+"Ter eere van een der socialisten, dien de regeering in vrijheid
+gesteld heeft. Hij komt hedenmorgen met de stoomboot van Napels."
+
+"Wat is hij voor een man?"
+
+"Hij heet Bosco, het volk heeft hem lief."
+
+En er heerscht bedrijvigheid in de gansche stad.
+
+Een der geitenherders op den Monte Pellegrino is ijverig bezig kleine
+ruikertjes van bellis te binden, die zijn geiten in den halsband
+zullen dragen.
+
+En daar hij honderd geiten heeft en alle halsbanden dragen.... Maar
+het moet. Zijn geiten kunnen zich den volgenden dag niet in Palermo
+vertoonen, zonder versierd te zijn ter eere van den feestdag.
+
+De naaisters hebben tot middernacht moeten werken om alle nieuwe
+kleedingstukken gereed te hebben, die den volgenden dag gedragen zullen
+worden. En als zoo'n ijverig naaistertje klaar is met het werk voor
+anderen, dan mag ze aan zichzelf denken.
+
+Ze zet een paar veeren op haar hoed en trekt de rozetten wat
+hooger. Heden moet zij mooi zijn!
+
+Huis aan huis begint men te illumineeren. Hier en daar ontsteekt men
+vuurwerk. Knallers en sissers kronkelen zich omhoog op iederen hoek
+der straten.
+
+De bloemenwinkels aan den langen Via Vittorio Emanuele zijn telkens
+en telkens geheel uitverkocht.
+
+Steeds meer en meer witte oranjebloemen worden er gevraagd. Geheel
+Palermo is vervuld van den zoeten oranjegeur.
+
+De portier van Bosco's huis heeft geen oogenblik rust. Prachtige
+taarten en torenhooge bouquetten worden voortdurend langs de trappen
+opgedragen. Welkomstgedichten en telegrammen met gelukwenschen stroomen
+van alle kanten. Er schijnt geen einde aan te zullen komen. De
+arme bronzen keizer op Pazzi Bologna, de leelijke Karel de Vijfde,
+die mager en ellendig is als Giovanni in de woestijn, heeft op een
+onbegrijpelijke wijze een bloemruiker in de hand gekregen. Als de
+studenten, die in de nabijheid in Quattro Canti zijn, dat hooren,
+trekken ze in een goed geordenden optocht naar het standbeeld,
+verlichten hem met hun fakkels en roepen een "lang zal hij leven"
+voor den ouden despoot.
+
+Een van hen ontneemt hem den ruiker om dien aan den grooten socialist
+te geven.
+
+Daarna trekken de studenten naar de haven.
+
+Lang vóórdat zij daar aankomen, zijn hun fakkels uitgebrand, maar
+daar bekommeren zij zich niet om. Zij hebben de armen om elkaars hals
+geslagen, en zingen luid. Nu en dan onderbreken zij hun gezang om te
+roepen: "Weg met Crispi! Leve Bosco!" Dan valt het gezang opnieuw
+in, maar wordt weer afgebroken, omdat zij, die niet zingen kunnen,
+de zangers omhelzen.
+
+Gilden en broederschappen komen in optocht uit de stadswijken, waar
+hetzelfde handwerk reeds meer dan duizend jaar uitgeoefend wordt. Daar
+zijn de metselaars met hun zangkoor en vaandels, de mozaïekwerkers
+en de visschers.
+
+Als de vereenigingen elkaar ontmoeten, groeten zij elkaar met de
+vaandels. Nu en dan staan ze stil om toespraken te houden. Men spreekt
+over de vijf socialisten, de vijf martelaars, die de regeering nu
+eindelijk aan Sicilië teruggeschonken heeft.
+
+En de menschenmassa jubelt:
+
+"Leve Bosco! Leve Da Felice! Leve Verro! Leve Barbato! Leve Alagano!"
+
+Maar als iemand, die het rumoer der straten wil ontvluchten, naar de
+haven gaat, vraagt hij verbaasd:
+
+"Waar ben ik hier? Madonna Santissima, waar ben ik gekomen?"
+
+Want hij had gedacht, dat het nog rustig en stil zou zijn aan de haven.
+
+Maar alle booten en sloepen in de haven van Palermo zijn in beslag
+genomen door verschillende vereenigingen en gezelschappen. Ze drijven
+in de haven, heerlijk versierd met gekleurde Venetiaansche lampions,
+en ieder oogenblik stijgen er van deze booten groote bundels raketten
+omhoog.
+
+Over de ruw houten banken heeft men prachtige kleeden en dekens
+gespreid en daarop zitten de dames, de schoone dames van Palermo,
+gekleed in lichte zijde en donker fluweel. Kleine ranke bootjes
+zweven over het water, nu eens in groote groepen, dan weer elk
+afzonderlijk. De masten en raas der groote schepen prijken met wimpels
+en lampions, de kleine havenstoombootjes glijden over het water,
+met bloemguirlandes om de stoompijpen.
+
+En onderwijl weerkaatst en spiegelt het water al het licht, zoodat
+de schijn van een lantaarn tot een heelen vuurstroom wordt, en de
+waterdruppels die van de roeispanen vallen, worden gelijk vloeibaar
+goud.
+
+Op de kade staan honderdduizenden menschen, uitgelaten van vreugde. Ze
+kussen elkaar, ze juichen en zijn gelukkig.
+
+Ze zijn hun vreugde niet meester, velen van hen weenen.
+
+Vuur is vreugde. 't Is goed dat men vuren ontsteekt.
+
+Plotseling vlamt een groot vuur op den Monte Pellegrino en daarna
+stijgen hooge vlammen op van de geheele getakte bergketen, die de
+stad omringt. Het vlamt op den Monte Falcone, op San Martino, op den
+berg der duizenden, waarover Garibaldi trok.--
+
+Maar op zee vaart de groote stoomboot van Napels, en op deze stoomboot
+bevindt zich Bosco, de socialist.
+
+Hij kan dien nacht niet slapen. Hij loopt heen en weer op het
+dek. Zijn oude moeder, die naar Napels gegaan is om hem te halen,
+komt uit haar hut om hem gezelschap te houden. Maar hij kan nu niet
+met haar spreken. Spoedig zal hij weer thuis zijn. O, Palermo! Palermo!
+
+Meer dan twee jaar heeft hij gevangen gezeten. Twee lange jaren van
+kwelling en verlangen. En zijn die ergens goed voor geweest? Zie,
+dat zou hij zoo gaarne willen weten.
+
+Heeft het zijn zaak iets gebaat, dat hij gevangen gezeten heeft? Heeft
+Palermo aan hem gedacht? Heeft zijn lijden der zaak een enkelen
+aanhanger doen winnen?
+
+Zijn moeder zit ineengedoken op de kajuittrap te rillen van de
+koude. Hij heeft het haar gevraagd, maar zij weet niets. Zij spreekt
+over den kleinen Francesco en de kleine Lena, hoe zij gegroeid
+zijn. Zij weet niets van hetgeen, waarvoor hij strijdt. Maar nu
+nadert hij zijn moeder, grijpt haar bij de hand en voert haar naar de
+verschansing. Hij vraagt haar of zij niet iets ziet daar ver in het
+zuiden. Zij ziet met haar droeve oogen over de zee en ziet slechts
+den nacht, slechts den donkeren nacht op zee. Ze ziet niet dat er
+een vuurwolk gloeit aan den horizon.
+
+En hij hervat zijn wandeling en zij kruipt onder de beschermende
+tent. Hij behoeft niet met haar te spreken, 't is haar reeds een
+geluk hem weer bij zich te hebben na een scheiding van twee lange
+jaren. Hij was veroordeeld tot vier en twintig jaar gevangenisstraf,
+en zij had niet gedacht hem ooit weer te zien. Maar de koning had hem
+genade verleend, de koning was een goede man. Indien hij slechts de
+macht had zoo goed te zijn, als hij was.
+
+Bosco wandelt rusteloos op het dek en vraagt den matrozen of ze niet
+een vuurgloed daar ginds aan den horizon zien.
+
+"Daar is Palermo," zeggen de zeelieden. "'s Nachts zweeft er altijd
+zoo'n lichtschijn boven de stad."
+
+Het kan niets zijn, dat hem aangaat, hij wil zich zelf overtuigen,
+dat men niets voor zijn ontvangst doet. Hij kan toch niet verlangen,
+dat alle menschen opeens socialisten geworden zijn.
+
+Maar na een tijdje denkt hij: "Er moet toch iets buitengewoons gaande
+zijn." Alle matrozen verzamelen zich op het voordek.
+
+"Palermo staat in brand," zegt een matroos.
+
+Ja, dat kon wel het geval zijn.--En hij lijdt vreeselijk, omdat hij
+verwacht, dat men iets tot zijn ontvangst zou doen. Maar nu bemerken
+de zeelieden de vlammende vuren op de bergen. Neen, het kan toch
+geen brand zijn. 't Is zeker een heilige dag. Ze vragen elkaar welk
+feest heden gevierd wordt. Hij tracht ook te gelooven dat het zoo is,
+en vraagt zijn moeder of het een feestdag is.
+
+Ze komen al nader bij Palermo. Het gedempte feestgeruisch van de
+groote stad dringt tot hen door.
+
+"Geheel Palermo zingt en juicht vannacht," zegt een der zeelieden.
+
+"Er is zeker een telegram gekomen van een overwinning in Afrika,"
+meent een ander.
+
+Niemand denkt er aan dat het ter eere van Bosco kan zijn. Hij gaat
+naar het achterdek, hij wil niets meer zien. Hij wil zichzelf niet
+met ijdele verwachtingen kwellen. Zou geheel Palermo illumineeren
+voor een armen socialist?
+
+Nu komt zijn moeder bij hem. "Kom mee," zegt ze. "Zie eens hoe Palermo
+schittert van licht, 't moet zeker een koning zijn, die heden verwacht
+wordt. Kom mee om Palermo te zien."
+
+Hij denkt na. Neen, hij gelooft niet dat de koning Palermo heden
+bezoekt. Maar hij waagt het niet iets anders te denken, nu niemand,
+zelfs niet zijn moeder....
+
+Opeens schreeuwen allen op de stoomboot luid. 't Klinkt als een
+noodkreet. Een groot pleizierjacht stuurt recht op hen aan en glijdt
+nu zacht naast de stoomboot.
+
+Het geheele jacht schijnt slechts uit bloemen en licht te
+bestaan. Roode en witte draperieën hangen over boord. Bosco staat op
+de stoomboot en vraagt zich af welke tijding deze schoone bode zal
+brengen. Daar slaat het zeil om en op het witte vlak schittert hem
+tegemoet: "Leve Bosco." 't Is zijn naam! Niet die van een koning of
+van een zegevierenden generaal! Niemand dan hem geldt deze hulde. Zijn
+naam, zijn naam!
+
+Het jacht werpt eenige vuurraketten omhoog, een regen van gouden
+sterren valt neer.
+
+De boot stoomt de haven binnen. Een donderend gejubel weerklinkt;
+de menschen weenen van blijdschap en vervoering.
+
+Maar Bosco voelt, dat hij zulk een hulde niet verdient. Hij zou willen
+knielen voor deze menschen, die hem huldigen, en hen smeeken hem te
+vergeven, dat hij niets vermag, niets gedaan heeft voor hen allen.
+
+
+
+Door een bizonder toeval is donna Micaela dien nacht in Palermo. Ze
+is daar voor een van de ondernemingen, die ze meent te moeten beginnen
+om het leven te kunnen uithouden. Zij is daar óf voor de marmergroeve
+óf voor het moeras, dat zij wil dempen.
+
+Zij staat beneden bij de haven, zij, zooals alle anderen. Men ziet
+haar aan, als zij zich een weg baant naar het strand, een hooge,
+donkere vrouw, met een voornaam uiterlijk, een bleek gelaat met
+sprekende trekken en smeekende, verlangende, hartstochtelijke oogen.
+
+Terwijl het volk jubelt en juicht, voert donna Micaela een hevigen
+strijd. "Indien dit nu Gaetano was," denkt zij, kon ik dan, zou
+ik dan....
+
+"Indien al deze menschen jubelen om hem, zou ik dan..."
+
+Er heerscht zulk een vreugde in de stad, grooter dan zij ooit gezien
+heeft. De menschen hebben elkaar lief als broeders. En dat is niet
+alleen omdat een socialist thuis komt, maar omdat ze gelooven,
+dat de aarde spoedig gelukkig zal zijn. Indien hij nu kwam, nu deze
+blijdschap rondom mij opbruist, denkt zij. Kon ik dan, zou ik dan....
+
+Ze ziet hoe het rijtuig van Bosco door de menschenmenigte tracht te
+dringen. Het gaat stap voor stap; langen tijd moet het stilstaan. Er
+zullen vele uren noodig zijn, voordat het rijtuig voorbij de haven is.
+
+Indien hij het was, en ik zag hoe alle menschen zich om hem verdrongen,
+kon ik het dan laten mij in zijn armen te werpen? Kon ik...
+
+
+
+Zoo spoedig zij uit het gedrang komen, neemt ze een wagen en rijdt
+door de vlakte van Conca d'oras naar de groote domkerk der Noorsche
+koningen te Monreale.
+
+Ze treedt binnen en staat oog in oog met het schoonste Christusbeeld,
+dat menschelijke kunst geschapen heeft. Hoog op het koor zit
+de gezegende Christus in stralend mozaïek, machtig, mystisch en
+majestueus.
+
+Ontelbaar zijn de pelgrims, die naar Monreale trekken om troost te
+zoeken in het aanschouwen van zijn aangezicht. Ontelbaar zijn de velen,
+die in verre landen naar hem smachten.
+
+De grond trilt onder de voeten van hem die dit Christusbeeld voor
+de eerste maal aanschouwt. Zijn oogen dwingen den vreemdeling de
+knieën voor hem te buigen. Zonder dat de bezoeker het weet, stamelen
+zijn lippen:
+
+"O God! Mijn God!"
+
+Rondom op de tempelwanden stralen de wereldgebeurtenissen in de
+mozaïek. Die voeren de gedachten slechts tot hem; zij zijn daar
+slechts om te zeggen:
+
+Het gansche verleden behoort hem, het heden is van hem en evenzoo
+behoort hem de geheele toekomst.
+
+De mysteriën van leven en dood sluimeren in zijn hoofd.
+
+Daar woont de geest, die het lot der wereld bestuurt.
+
+Daar heerscht de liefde, die de wereld verlossen zal.
+
+En donna Micaela roept hem aan:
+
+"Gij, Gods zoon, verlaat mij niet! Laat geen mensch de macht hebben
+mij van u te scheiden!"
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE THUISKOMST.
+
+
+'t Is een wonderlijk gevoel thuis te komen. Terwijl ge nog op reis
+zijt, kunt ge niet denken, dat het zoo wonderlijk zal zijn.
+
+Wanneer ge komt bij Reggio aan de straat van Messina en Sicilië uit
+de zee ziet opduiken als een nevelland, wordt ge haast ongeduldig.
+
+"Is het niets anders?" zegt ge. "Dat is immers een land zooals alle
+andere."
+
+En als ge bij Messina aan land stapt, zijt ge nog steeds ongeduldig. Er
+moest iets gebeurd zijn, er moest iets geschied zijn, terwijl ge weg
+waart. Ge hadt niet dezelfde ellende, dezelfde lompen, denzelfden
+nood moeten terugvinden, die ge bij uw vertrek verlaten hebt. Wel ziet
+ge dat de lente gekomen is. De vijgeboomen dragen reeds bladeren, de
+wijnstokken zenden ranken uit, die in een paar uur zichtbaar groeien,
+en een menigte erwten en boonen liggen op de kade.
+
+Slaat ge een blik op de heuvelen rondom de stad, dan ziet ge dat de
+grauwe cactusplanten, die langs de rotshellingen groeien, bedekt zijn
+met vuurroode bloemen, die schitteren als kleine, vurige vlammen. 't
+Schijnt alsof de fichedenda's vol vuur zijn, dat nu is uitgebroken.
+
+Maar hoewel de cactus in vollen bloei staat, is hij nog even grauw,
+stoffig en met spinnewebben bedekt als altijd. En ge zegt tot u zelf,
+dat Sicilië gelijkt op den cactus. Hoe vele lenten er ook over het
+eiland gegaan zijn, het blijft toch altijd het land der grauwe armoede.
+
+Ge kunt niet begrijpen, dat alles precies gelijk is gebleven. De
+Scylla en de Charybdis hadden moeten bruisen gelijk in vroeger
+dagen. De steenen reuzen in den Girgentitempel moesten opgestaan
+zijn met geboeide leden. Selinunts tempel moest verrezen zijn uit
+zijn puinhoopen. Heel Sicilië moest ontwaakt zijn.
+
+Als ge nu van Messina langs de kust reist, zijt ge nog steeds
+ongeduldig. Ge ziet, dat de boeren nog steeds het land bewerken met
+houten ploegen en dat hun paarden er nog even mager, ellendig en
+uitgehongerd uitzien, als vóór uw vertrek.
+
+Ja, alles is precies gelijk gebleven. De zonneschijn valt neer op
+de aarde als een regen van kleuren, de pelagonia's bloeien aan den
+wegkant, de zee ligt zacht blauw en streelt het strand.
+
+Woeste bergen met hooge kruinen verheffen zich langs de kust. Het
+hooggebergte van den Etna verrijst aan den horizon. Plotseling
+bemerkt ge, dat er iets wonderbaarlijks geschied is. Ge zijt niet
+meer ongeduldig, integendeel, ge verheugt u over de bloeiende velden,
+de bergen en de blauwe zee.
+
+Ge wordt teruggevoerd tot de schoone aarde als een van haar verloren
+bezittingen. Ge hebt geen tijd aan iets anders dan aan haar te
+denken. Eindelijk komt ge in de nabijheid van uw echt thuis, waar ge
+uw kindsheid hebt doorgebracht.
+
+Hoe hebt ge zulke goddelooze gedachten kunnen hebben, terwijl ge weg
+waart? Dit arme thuis wildet ge nooit weerzien omdat ge daar te veel
+geleden hebt?--
+
+Dan aanschouwt ge opeens de oude bergstad op eenigen afstand, en die
+ziet er vroolijk lachend uit en voelt zich volkomen onschuldig.
+
+"Kom, heb mij opnieuw lief," zegt ze.
+
+En ge kunt niet anders dan gelukkig en dankbaar zijn, omdat ze uw
+liefde wil aannemen.
+
+O, als ge nu komt op den zigzagweg, die naar de stadspoort voert! De
+schaduw van een olijfboom valt over u. Wil hij u liefkoozen? Een kleine
+hagedis komt te voorschijn op een muur. Ge moet staan blijven om naar
+haar te kijken. Kan zij niet een oude kennis zijn, die u goedendag
+wil zeggen?
+
+Plotseling wordt ge angstig. Uw hart begint te kloppen en te
+hameren. Ge herinnert u, dat ge niet weet wat ge zult hooren,
+als ge thuis komt. Geen brief hebt ge geschreven, niemand hebt ge
+ontvangen. Alles wat u aan uw thuis kon herinneren, hebt ge van u
+gewezen. Dat was het verstandigste nu ge toch nooit weer thuis zoudt
+komen. En tot dit oogenblik was alles wat uw huis betrof, dood voor u.
+
+Maar nu weet ge niet, hoe ge het leven zult kunnen uithouden indien er
+thuis iets veranderd is. 't Zal u zulk een groot verdriet veroorzaken,
+indien de Monte Chiaro slechts één palm verloren heeft, indien er
+slechts één enkele steen losgeraakt is uit den stadsmuur.
+
+Zou de groote agave nog op het vooruitspringende rotsblok staan? Neen,
+de agave is er niet meer, die is omvergehakt. En de steenen bank aan
+den weg is gebroken. Die bank zult ge missen, het was altijd zulk een
+heerlijk rustpunt. En zie, op het groene veld onder den amandelboom
+is een schuur gebouwd. Nu kunt ge u nooit meer uitstrekken op dat
+bloeiende klaverveld.
+
+Ge wordt angstig bij elke schrede. Wat zult ge nu zien? Zoo ontroerd
+zijt ge, dat ge voelt dat ge in tranen zoudt uitbarsten, indien ge
+slechts hoordet, dat er een der oude bedelaarsters gestorven is,
+terwijl ge afwezig waart.
+
+Neen, ge wist niet dat het zoo wonderlijk is, thuis te komen. Ge
+kwaamt eenige weken geleden uit de gevangenis, en de lusteloosheid
+der gevangenis lag nog over u. Ge wist nauwelijks of ge wel naar
+huis zoudt reizen. De geliefde was dood, 't was al te vreeselijk
+de oude wonde opnieuw open te rijten. Zoo liept ge lusteloos rond,
+maar eindelijk vermandet gij u. Gij moest toch naar uw oude, arme
+moeder. En nu ge daar gaat, voelt ge, dat ge hebt verlangd naar elken
+steen, iederen grashalm.
+
+
+
+Dadelijk nadat Gaetano in den winkel kwam, heeft donna Elisa zich
+voorgenomen: "Nu zal ik met hem spreken over Micaela. Misschien weet
+hij nog niet eens dat zij leeft." Maar zij stelt dat minuut na minuut
+uit, niet alleen omdat zij hem een tijdje voor zich alleen wil houden,
+maar ook omdat hij, zoodra hij Micaela's naam hoort, liefdesmart en
+pijn zal gevoelen. Want Micaela wil niet met hem trouwen, dat heeft
+ze donna Elisa duizenden malen gezegd.
+
+Zij wil hem bevrijden uit de gevangenis, maar ze wil niet de vrouw
+van een vrijdenker worden.
+
+Slechts een half uur wil donna Elisa Gaetano voor zich zelf behouden,
+slechts een enkel half uurtje.
+
+Maar zoo lang zal zij zeker niet kunnen zitten met zijn hand in de hare
+en hem duizenden vragen doen, want het volk heeft zijn komst reeds
+vernomen. Opeens staat de straat vol menschen, die hem allen willen
+zien. Donna Elisa heeft den grendel voor de winkeldeur geschoven,
+want zij wist immers, dat zij geen oogenblik rust zou hebben, zoodra
+men Gaetano ontdekt heeft. Maar het baat haar heel weinig.
+
+De menschen kloppen op de ramen en rammelen aan de deur.
+
+"Don Gaetano," roepen ze. "Don Gaetano!"
+
+Gaetano verschijnt lachend op de trap. Ze zwaaien met hun mutsen en
+roepen luid hoera. Hij ijlt tusschen de menschenmenigte en omhelst
+den een na den ander. Maar dat is niet alles wat ze verlangen. Hij
+moet op de trap een toespraak tot hen houden; hij moet hun vertellen
+hoe hard de regeering voor hem geweest is en hoe hij geleden heeft
+in de gevangenis.
+
+Gaetano lacht nog steeds en gaat op de trap staan.
+
+"De gevangenis," zegt hij, "wat zal ik u daarvan vertellen? Ik heb
+elken dag mijn soep gehad, elken middag, dat is meer dan velen van
+u kunnen zeggen."
+
+De kleine Gandolfo zwaait zijn muts en roept:
+
+"Nu zijn er heel wat meer socialisten in Diamante, dan toen ge
+weggingt, don Gaetano."
+
+"Hoe zou dat anders kunnen zijn," lachte hij. "Alle menschen
+moeten socialist worden. Is het socialisme dan iets gevaarlijks,
+iets afschuwelijks? Het socialisme is een idylle. 't Is een idylle
+van een eigen thuis, van gezegenden arbeid, zooals iedere mensch dat
+droomt in zijn jeugd. Een heele aarde vervuld van...."
+
+Hier zwijgt hij plotseling. Toevallig heeft hij een blik geworpen
+op het zomerpaleis. Daar staat donna Micaela op een der balkons en
+kijkt naar hem.
+
+Hij denkt geen oogenblik, dat zij een visioen of een spookverschijning
+is. Hij ziet dadelijk dat zij leeft. Maar juist daarom.... Of het
+nu ook kwam omdat de gevangenistijd zijn krachten verzwakt heeft,
+en hij zich nu niet beheerschen kan.... hij voelt dat hij zich niet
+staande kan houden. Hij grijpt met de handen in de lucht, tracht tegen
+den deurpost te leunen, maar 't helpt niets. Zijn beenen dragen hem
+niet langer, hij valt van de trap en slaat met een harden bons zijn
+hoofd tegen de steenen.
+
+Hij ligt daar als voor dood.
+
+Ze vliegen allen op hem af, dragen hem naar binnen, ijlen naar een
+dokter, spreken allen tegelijk en slaan duizenden middeltjes voor om
+hem te helpen.
+
+Donna Elisa en Pacifica krijgen hem eindelijk in een der
+slaapkamers. Luca jaagt de menschen uit het huis, en stelt zich op
+wacht voor de gesloten deur. Donna Micaela, die met de anderen naar
+binnen gekomen is, neemt hij het eerst van allen bij de hand en brengt
+haar buiten de deur. Zij vooral mag niet binnen blijven. Luca heeft
+zelf gezien hoe Gaetano als door den bliksem getroffen neerstortte,
+toen hij haar zag.
+
+De dokter doet alle mogelijke moeite om Gaetano weer tot het leven te
+roepen. Maar dat gelukt hem niet, Gaetano ligt daar als versteend. De
+dokter meent dat hij in een gevaarlijken toestand is, hij weet niet
+of hij hem nog kan redden. De bezwijming op zich zelf beteekent immers
+niets, maar de slag op de harde steenen....
+
+Binnenshuis heerscht groote drukte, maar de arme buitengeslotenen
+kunnen niets anders doen dan wachten en wachten.
+
+Ze staan den geheelen dag voor donna Elisa's deur. Daar staan donna
+Emilia en donna Concetta, vroeger bestond er niet veel vriendschap
+tusschen haar beiden, maar heden staan ze naast elkaar te treuren.
+
+Vele angstige oogen turen door het winkelraam van donna Elisa's
+huis. De kleine Gandolfo en de oude Assunta van de domtrap en de arme
+stoelmatter staan daar den heelen namiddag zonder een oogenblik rust
+te nemen. 't Is vreeselijk, dat Gaetano zal sterven, nu zij hem juist
+weer terug hebben gekregen.
+
+De blinden staan daar te wachten alsof ze hopen, dat hij hun het
+gezicht terug zal geven, en arme menschen, zoowel van Geraci als van
+Corvaja, wachten in angstige spanning hoe het met hun jongen Heer,
+den laatsten Alagona, zal afloopen.
+
+Hij had hen allen lief, en hij had zulk een groote macht en kracht,
+indien hij slechts in het leven bleef....
+
+"God heeft zijn hand van Sicilië genomen," zeggen ze. "Allen, die
+het volk willen helpen, laat hij sterven."
+
+Den geheelen namiddag, den avond tot middernacht staan de menschen
+voor donna Elisa's huis.
+
+Precies klokslag twaalf verschijnt donna Elisa in de winkeldeur,
+en daalt van de trap.
+
+"Is hij gered?" roepen ze allen.
+
+"Neen, zijn toestand is nog hetzelfde."
+
+Allen zwijgen, eindelijk vraagt een bevende stem:
+
+"Is het erger?"
+
+"Neen, neen, het is niet erger. Zijn toestand is hetzelfde, de dokter
+is bij hem."
+
+Donna Elisa heeft een zwarte sjaal over het hoofd geworpen, ze draagt
+een lantaarn in de hand. Zij gaat op straat, waar de menschen dicht
+op elkaar gedrongen staan en liggen.
+
+"Is Gandolfo hier?" vraagt ze.
+
+"Ja, donna Elisa." Gandolfo komt te voorschijn.
+
+"Ga met mij mede om je kerk voor me te ontsluiten." Allen die donna
+Elisa's woorden verstaan hebben, begrijpen dat ze wil gaan bidden in
+San Pasquale om het Christusbeeld te smeeken voor Gaetano's leven. Ze
+staan allen op en willen met haar gaan.
+
+Donna Elisa is zeer getroffen door dit medelijden, ze heeft een gevoel
+alsof haar hart grooter wordt.
+
+"Ik zal u iets vertellen," zegt ze met bevende stem.
+
+"Ik heb gedroomd. Ik weet niet hoe het kwam, dat ik opeens in slaap
+viel, maar terwijl ik zoo bedroefd bij Gaetano's bed zat, sliep ik
+in. Nauweljks had ik mijn oogen gesloten, of ik zag het Christusbeeld
+met zijn kroon en gouden schoentjes, zooals hij in San Pasquale's kerk
+staat. En hij zei tot mij: "Maak de arme vrouw, die in mijn kerk ligt
+te bidden, tot de echtgenoote van uw zoon, dan zal hij genezen."
+
+"Nadat hij dit gezegd had, ontwaakte ik, en toen ik mijn oogen opsloeg,
+was het mij alsof ik het Christusbeeld door den muur zag verdwijnen. En
+nu moet ik naar de kerk om te zien of er een vrouw is.
+
+"Maar gij hoort allen, dat ik heilig beloof, dat indien er eenige vrouw
+in San Pasquale is, ik doen zal wat het beeld mij bevolen heeft. En
+indien het ook het armste meisje van de straat is, ik zal haar als
+mijn dochter beschouwen en haar maken tot mijn zoons echtgenoote."
+
+Als donna Elisa dit gezegd heeft, gaat ze door allen gevolgd naar
+Pasquale. Alle arme menschen zijn in gespannen verwachting. Ze kunnen
+zich nauwelijks bedwingen om donna Elisa niet voorbij te snellen om
+te zien of er ook iemand in de kerk is.
+
+Denk eens, indien het een zigeunerin was, die daar vannacht beschutting
+zocht. Wie anders kan 's nachts in de kerk zijn dan een arme verlaten
+stakker?
+
+'t Is een vreeselijke gelofte, die donna Elisa gedaan heeft.
+
+Eindelijk hebben ze de Porta Etnea bereikt en nu gaat het vlug
+heuvelafwaarts.
+
+Maar zie, de kerkdeur staat open. Er is dus werkelijk iemand. De
+lantaarn trilt in donna Elisa's hand.
+
+Gandolfo wil die voor haar dragen, maar zij behoudt die.
+
+"In Godsnaam, in Godsnaam," mompelt zij, terwijl zij de kerk
+binnentreedt.
+
+Het volk dringt om binnen te komen. Men drukt elkaar bijna dood, maar
+van spanning zwijgen allen. Niemand zegt een woord. Allen staren naar
+het hoogaltaar. Is daar iemand? Is daar iemand? De kleine lamp boven
+het beeld werpt slechts een zeer zwakken lichtschijn. Is er iemand?
+
+Ja, er is iemand. Er ligt een vrouw voor het altaar geknield. Zij bidt
+en heeft het hoofd zoo diep gebogen, dat men niet kan zien, wie zij is.
+
+Nu zij schreden achter zich hoort, richt zij den langen gebogen hals
+op, en ziet om. 't Is donna Micaela.
+
+In het eerste oogenblik is zij verschrikt en ziet er uit als wilde
+ze vluchten. Donna Elisa is ook verschrikt, ze zien elkaar aan,
+alsof ze elkaar nooit tevoren gezien hebben.
+
+Maar nu zegt donna Micaela heel zacht:
+
+"Ge komt om voor hem te bidden, schoonzuster," en ze schuift een
+weinig ter zijde, opdat donna Elisa voor het beeld zal kunnen knielen.
+
+Donna Elisa's hand beeft zoo, dat ze de lantaarn op den grond moet
+zetten, haar stem is heesch, als zij vraagt:
+
+"Is niemand anders dan gij hier vannacht geweest, Micaela?"
+
+"Neen, niemand anders."
+
+Donna Elisa moet tegen het altaar leunen om niet te vallen, donna
+Micaela ziet dat. Zij is dadelijk bij haar en legt den arm om haar
+middel.
+
+"Ga zitten, ga zitten!" en donna Micaela knielt neer.
+
+"Is het zoo slecht met hem? Wij zullen voor hem bidden."
+
+"Micaela," zegt Elisa, "ik dacht dat ik hier geholpen zou worden."
+
+"Ja zeker, dat zult ge ook."
+
+"Ik droomde, dat het beeld tot mij kwam, en mij beval hier heen
+te gaan."
+
+"Hij heeft ons reeds zoo vele malen geholpen."
+
+"Maar hij zei tot mij: Maak de arme vrouw, die voor mijn altaar ligt,
+tot de echtgenoote van uwen zoon, dan zal hij genezen."
+
+"Wat zei hij?"
+
+"Ik zou de vrouw, die hier bad, tot mijn zoons echtgenoote maken."
+
+"En dat wildet ge? Gij wist immers niet wie gij hier zoudt vinden?"
+
+"Onderweg deed ik de belofte--en zij die mij volgden, hebben het
+gehoord--dat wie het ook zou zijn, ik haar in mijn armen zou nemen
+en naar mijn huis zou voeren. Ik dacht dat God een arme vrouw wilde
+helpen."
+
+"Ja, dat is zeker ook het geval."
+
+"Ik was zoo bedroefd toen ik zag, dat niemand anders hier was dan gij."
+
+Donna Micaela geeft geen antwoord, ze ziet slechts naar het
+beeld. "Wilt ge dat? Wilt ge dat?" vraagt ze ontroerd.
+
+Donna Elisa gaat door met klagen. "Ik zag hem zoo duidelijk, en hij
+heeft ons nog nooit bedrogen. Ik dacht dat een arm meisje, dat geen
+thuis had, om een man gesmeekt had.
+
+"Zoo iets is wel eens vroeger voorgekomen. Wat zal ik nu doen?"
+
+Zij klaagt en jammert, en zij kan de gedachte maar niet uit haar
+hoofd zetten, dat het een arme vrouw moet zijn.
+
+Op 't laatst wordt donna Micaela ongeduldig.
+
+Zij grijpt haar bij den arm en schudt dien. "Maar donna Elisa,
+donna Elisa."
+
+Donna Elisa hoort haar niet; ze jammert maar steeds.
+
+"Wat zal ik doen, wat zal ik doen?"
+
+"Maar maak dan de arme vrouw, die hier ligt, tot de echtgenoote van
+uw zoon, donna Elisa!"
+
+Donna Elisa ziet op en aanschouwt een bekoorlijk stralend gelaat!
+
+Maar slechts een oogenblik, want donna Micaela verbergt het haastig
+aan donna Elisa's schouder.
+
+
+
+Donna Elisa en donna Micaela gaan te zamen terug naar de stad. De
+straat kronkelt zich zoo, dat ze donna Elisa's huis niet kunnen
+zien, vóórdat zij er heel dicht bij zijn. Als zij het eindelijk in
+het gezicht krijgen, zien ze dat de winkelramen verlicht zijn. Vier
+groote waskaarsen branden achter de trossen rozenkransen.
+
+De twee vrouwen drukken elkaar de hand. "Hij leeft, hij leeft,"
+fluisteren zij.
+
+"Ge moogt hem niets zeggen van hetgeen het beeld u bevolen heeft,"
+zegt donna Micaela.
+
+Voor den winkel omhelzen zij elkaar en gaan elk naar haar huis. Na een
+tijdje verschijnt Gaetano op de winkeltrap. Een oogenblik staat hij
+stil, terwijl hij de frissche nachtlucht inademt. Dan ziet hij, dat
+er nog licht brandt in het zomerpaleis aan de overzij van de straat.
+
+Gaetano ademt diep en heftig, hij schijnt haast bevreesd om verder
+te gaan. Plotseling ijlt hij weg als iemand, die een onafweerbaar
+ongeluk tegemoet gaat.
+
+De poort van het zomerpaleis is niet gesloten, hij springt de trap
+op en rukt de deur der muziekzaal open zonder aan te kloppen.
+
+Donna Micaela zit te denken of hij nog hedennacht zal komen of wachten
+zal tot den volgenden morgen.
+
+Dan hoort zij schreden op de galerij.
+
+Een angstig gevoel grijpt haar aan. Hoe zal hij nu zijn? Zij heeft
+zoo ongelooflijk naar hem verlangd. Zal hij nu werkelijk zoo zijn,
+dat eindelijk al haar verlangen bevredigd wordt?
+
+En zullen er geen nieuwe muren tusschen hen oprijzen? Zullen ze
+elkaar één keer alles kunnen zeggen? Zullen ze nu over liefde of over
+socialisme spreken?
+
+Als hij de deur openrukt, tracht ze hem tegemoet te gaan, maar zij kan
+niet. Heel haar lichaam trilt, ze gaat zitten en bedekt haar oogen
+met de handen. Zij verwacht dat hij haar in zijn armen zal sluiten
+en haar kussen zal. Maar dat doet hij stellig niet. Gaetano pleegt
+niet te doen, wat men van hem verwacht.
+
+Zoodra hij uit zijn bezwijming ontwaakte, heeft hij zich in de kleeren
+geworpen om naar haar te gaan. Hij is eigenlijk uitgelaten vroolijk,
+hij zou willen, dat ook zij het zoo licht opnam. Hij wil niet ontroerd
+zijn. Hij kan nu geen aandoening verdragen, 's voormiddags is hij
+toch ook in onmacht gevallen. Hij staat stil naast haar tot zij haar
+kalmte herwonnen heeft.
+
+"Gij hebt geen sterke zenuwen," zegt hij.
+
+Dat is alles wat hij zegt.
+
+Zij en donna Elisa en alle menschen in Diamante zijn overtuigd, dat
+hij gekomen is om haar in zijn armen te sluiten en haar te zeggen,
+dat hij haar liefheeft.
+
+Maar juist daarom is het Gaetano onmogelijk. Sommige menschen hebben
+een oppositiegeest, ze kunnen nooit doen, wat men verwacht, dat zij
+zullen doen.
+
+Gaetano begint haar van zijn reis te vertellen. Hij spreekt niet
+eens over het socialisme. Hij spreekt van den trein, den conducteur
+en het eigenaardige reisgezelschap.
+
+Donna Micaela ziet hem aan, haar oogen beginnen al inniger te
+smeeken. Gaetano schijnt blij en gelukkig te zijn haar te zien. Maar
+waarom kan hij niet zeggen, wat hij moet zeggen?
+
+"Hebt ge met den Etnaspoorweg gereisd?" vraagt zij.
+
+"Ja," antwoordt hij en begint kalm uit te weiden over het nut en de
+schoonheid van dezen nieuwen spoorweg. Hij weet in het geheel niet
+hoe die tot stand is gekomen.
+
+Gaetano zegt tot zich zelf dat hij een barbaar is. Waarom zegt hij
+haar niet de woorden waarnaar zij smacht? Maar waarom zit zij daar
+ook zoo onderdanig?
+
+Waarom toont zij, dat hij slechts zijn hand behoeft uit te strekken
+om haar te nemen?
+
+Hij is jubelend, stralend gelukkig weer in haar nabijheid te zijn,
+maar zij is hem zoo zeker, zoo zeker.--'t Is zoo aardig haar een
+weinig te plagen.
+
+Het volk staat nog op straat, en alle menschen voelen zich verheugd
+alsof ze een dochter uithuwelijken.
+
+Zij hebben slechts geduld gehad om Gaetano tijd te geven zich te
+verklaren.
+
+Maar nu moet hij dat zeker wel gedaan hebben.
+
+En zij beginnen te roepen:
+
+"Leve Gaetano! Leve Micaela!"
+
+Donna Micaela ziet met een onbeschrijflijk gepijnigden blik op. Hij
+moet toch begrijpen, dat zij daaraan geen schuld heeft. Zij gaat
+naar de galerij en zendt Lucia naar beneden met het verzoek of zij
+daarbuiten stil willen zijn.
+
+Als zij weer in de kamer komt, is Gaetano opgestaan. Hij reikt haar
+de hand, hij wil gaan.
+
+Donna Micaela geeft hem de hand zonder bijna te weten wat zij
+doet. Maar plotseling trekt zij haar hand terug.
+
+"Neen, neen!" zegt zij.
+
+Hij wil gaan en wie weet of hij morgen terugkomt. En zij heeft niet
+met hem gesproken, ze heeft geen woord gezegd van hetgeen haar op
+het hart ligt.
+
+Het behoefde tusschen hen niet te zijn als tusschen gewone
+verliefden. Hij had immers haar leven het leven gegeven, gedurende
+zoovele jaren. Of hij haar nu sprak van liefde of niet, dat was haar
+onverschillig. Zij wilde hem zeggen wat hij voor haar geweest was.
+
+En juist nu. Men moet den tijd gebruiken waar het Gaetano geldt. Zij
+waagt het niet hem te laten gaan.
+
+"Ge moogt nog niet vertrekken," zegt zij. "Ik moet u iets zeggen." Zij
+zet een stoel voor hem gereed, zelf neemt zij iets achter hem
+plaats. Zijn oogen stralen al te vroolijk hedenavond, die doen haar
+pijn. Dan begint zij te spreken. De groote, verborgen schatten
+van haar leven legt zij voor hem bloot. Dat waren al de woorden,
+die hij tot haar gesproken heeft, al de droomen, die hij haar heeft
+doen droomen. Zij heeft niets verloren. Alles heeft zij gespaard en
+verzameld; het is de gansche rijkdom van haar arm leven geweest.
+
+In het begin spreekt zij haastig, alsof zij een les opzegt. Zij is bang
+voor hem; zij weet niet of het hem aangenaam is dat ze spreekt. Dan
+waagt ze het hem aan te zien. Nu is hij ernstig, nu is hij in het
+geheel niet vroolijk meer.
+
+Hij zit stil te luisteren alsof hij geen lettergreep wil verloren
+laten gaan. Zoo straks was zijn gelaat ziekelijk aschgrauw, maar nu
+verandert het plotseling. Zijn aangezicht begint te schitteren als
+van een zalige.
+
+Zij vertelt en vertelt. Zij ziet aan hem, dat ook zij nu schoon
+is. Hoe zou het ook anders kunnen zijn. Eindelijk, eindelijk kan zij
+hem alles zeggen.
+
+Ze mag hem zeggen, hoe de liefde tot haar kwam en haar sedert
+nooit weer verliet. Eindelijk mag zij hem zeggen, wat hij voor haar
+geweest is.
+
+Woorden kunnen het niet genoeg uitdrukken. Ze grijpt zijn hand en
+kust die.
+
+Hij laat dat geschieden zonder zich te verroeren. De kleur van zijn
+gelaat wordt niet hooger, maar doorschijnender, klaarder. Zij moet
+aan Gandolfo denken, die zei, dat Gaetano's gezicht zoo bleek werd,
+dat het lichtte.
+
+Hij valt haar niet in de rede. Zij vertelt hem van den spoorweg,
+verhaalt van de wonderen van het Christusbeeld. Nu en dan ziet hij
+haar aan. Zijn oogen stralen haar tegemoet. Hij lacht haar volstrekt
+niet uit.
+
+Zij zou gaarne willen weten wat hij nu denkt. Hij ziet er uit, alsof
+hetgeen zij hem vertelt niet veel nieuws voor hem is. Hij schijnt
+alles reeds te weten wat zij zegt.
+
+Kwam het misschien, omdat de liefde, die hij voor haar gevoelt, juist
+zoo is als haar liefde voor hem? Wekte die in hem ook het edelste,
+dat in zijn ziel sluimerde? Was die ook de verheffende kracht van zijn
+leven geweest? Had die vleugels gegeven aan zijn kunstenaarsziel? Had
+die hem de armen en onderdrukten doen liefhebben? Bezielt die liefde
+hem, zoodat hij voelt dat hij een kunstenaar, een apostel is, en
+niets te hoog is voor hem?
+
+Daar hij nog steeds zwijgt, denkt zij, dat hij zich misschien niet
+wil binden aan haar. Hij heeft haar lief, maar hij wil misschien
+een vrij man blijven. Hij meent misschien, dat zij niet past voor de
+vrouw van een socialist.
+
+Haar bloed begint te koken. Zij denkt, dat hij misschien meent,
+dat zij bedelt om zijn liefde.
+
+Zij heeft hem bijna alles verhaald, wat gebeurd is in den tijd,
+dat hij afwezig was. Nu breekt zij plotseling haar verhaal af.
+
+"Ik heb je liefgehad," zegt zij. "Ik zal je altijd liefhebben en
+ik zou gewenscht hebben, dat je mij nog éénmaal zeidet, dat je mij
+liefhebt. Dan zou de scheiding gemakkelijker te dragen zijn."
+
+"Werkelijk?" zegt hij.
+
+"Kan ik ooit je vrouw worden?" zegt ze; haar stem beeft van smart. "Ik
+vrees niet meer zooals vroeger je leer, ik ben niet meer bang voor je
+armen; ook ik wil de aarde herscheppen zooals gij. Maar ik ben een
+geloovige. Hoe zou ik met je kunnen leven als je daarin niet gelijk
+met mij denkt? Of zou je mij tot ongeloof willen verleiden? Dan
+zou de wereld dood voor mij zijn. Alles zou doel en beteekenis voor
+mij verloren hebben. Ik zou een rampzalig, ellendig mensch zijn. We
+moeten scheiden."
+
+"Werkelijk?" Zijn oogen beginnen te schitteren van ongeduld.
+
+"Nu moet je gaan," zegt ze stil. "Ik heb je alles verteld, wat ik
+zeggen wilde. Ik zou gewenscht hebben, dat je mij iets te zeggen hadt
+gehad. Maar misschien is het zoo beter voor ons beiden. We moeten de
+scheiding niet zwaarder maken, dan zij reeds is."
+
+Gaetano's eene hand grijpt hard om haar handen, met de andere houdt
+hij haar hoofd vast, zoo kust hij haar.
+
+Was zij waanzinnig, dat zij kon denken, dat hij door iets, iets ter
+wereld zich van haar zou laten scheiden?
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+SLECHTS VAN DEZE WERELD.
+
+
+Toen zij opgroeide, zeiden alle menschen van haar: "Zij wordt een
+heilige, zij wordt stellig een heilige."
+
+Haar naam was Margherita Cornado. Zij woonde in Girgenti, dat aan de
+Zuidkust van Sicilië in het groote mijndistrict ligt.
+
+Toen zij nog een kind was, werkte haar vader in de mijnen, later kreeg
+hij een kleine erfenis, zoodat hij niet meer behoefde te werken. Er
+was een klein, smal, armoedig dakterras op het huis van Margherita
+Cornado in Girgenti. Een steile, smalle trap leidde daarheen, en men
+moest door een lage deuropening kruipen om op het terras te komen.
+
+Was men daar, dan zag men niet alleen een menigte daken, maar ook
+de lucht boven de stad, die doorpriemd was met de talrijke torens
+en spitse gevels der kerken. En iedere gevel en elke toren was een
+trillend kantwerk van beelden, loggia's en sierlijke baldakijns.
+
+Achter de stad zag men een groote vlakte, die neerdaalde tot de zee,
+en daaromheen een halven cirkel van bergen, die de vlakte bewaakten.
+
+De vlakte glansde gloeiend rood, de zee email blauw en de berghelling
+goudgeel. Het geheel deed denken aan den kleurengloed en de pracht
+van het Oosten.
+
+Maar men zag nog veel meer dan dit. Oude tempels lagen verstrooid
+over het dal. Ruïnes en merkwaardige oude torens schitterden in den
+zonneschijn. 't Was een heele sprookjeswereld.
+
+Toen Margherita Cornado opgroeide, placht zij het grootste gedeelte
+van den dag hier door te brengen. Maar zij keek niet naar het heerlijke
+landschap. Haar geest was door iets anders in beslag genomen.
+
+Haar vader had haar verteld van het leven in de zwavelmijnen, waar
+hij gewerkt had. Terwijl Margherita Cornado daar op het frissche
+terras zat, vertoefde ze in gedachten steeds in de donkere, benauwde
+mijngangen.
+
+Zij kon niet nalaten aan al de ellende te denken, die in de mijnen
+heerschte. Vooral moest zij aan de kinderen denken, die het erts uit
+de mijnen aansleepten.
+
+"De kleine wagens" noemde men hen. Dat woord bleef steeds in haar
+geheugen haken.
+
+Arme, arme wagentjes! kleine mijnwagentjes!
+
+Zij kwamen 's morgens vroeg bij de mijn, en volgden dan elk hun
+arbeider in de groeve. Zoodra hij erts genoeg uitgehakt had, belastte
+hij zijn "wagentje" met een mand vol erts en dan begonnen dezen op te
+stijgen. Verscheidenen van hen ontmoetten elkaar onderweg en vormden
+dan een langen optocht. Ze begonnen dan te zingen:
+
+
+ De tocht is gedaan met pijn en nood,
+ Met den twintigsten ben ik misschien reeds dood.
+
+
+Als zij eindelijk in het daglicht kwamen, ledigden zij hun manden met
+erts en wierpen zich op den grond om een oogenblik uit te rusten. De
+meeste knapen sleepten zich dan naar de zwavelhoudende waterpoelen,
+die dicht bij de mijnschacht waren en dronken van het stinkende water.
+
+Maar spoedig moesten ze weer naar beneden en ze verzamelden zich bij
+de schacht. En terwijl ze naar beneden klauterden, riepen ze:
+
+"Mijn God, mijn God, erbarm u onzer! erbarm u onzer!"
+
+En elken keer, dat de wagentjes boven kwamen, werd hun gezang
+klagender. Ze snikten en schreiden, terwijl ze opstegen uit de mijn.
+
+De wagentjes baadden in zweet, de zware manden groeven diepe wonden
+in hun schouders.
+
+Terwijl ze op en neer gingen zongen ze:
+
+
+ Zeven tochten gedaan in pijn en nood,
+ 't Leven is erger dan de dood.
+
+
+Gedurende heel haar jeugd had Margherita Cornado medelijden gevoeld
+met deze ongelukkige kinderen.
+
+En juist omdat zij altijd aan hun rampzalig lot dacht, geloofde men
+dat zij een heilige zou worden.
+
+Ze vergat hen ook niet, toen zij ouder werd. Zoodra zij volwassen
+was, ging zij naar Grotte, waar de meeste mijnen zijn, en als dan de
+wagentjes in het daglicht kwamen, verkwikte zij hen bij de schacht
+met helder, zuiver water. Zij droogde het zweet van hun gelaat,
+zij verbond de wonden aan hun schouders.
+
+'t Was niet veel, wat zij voor hen doen kon, maar toch geloofden de
+wagentjes, dat zij het leven niet meer konden dragen, indien Margherita
+Cornado niet kwam om hen te troosten.
+
+Maar ongelukkig voor de wagentjes, was Margherita zeer schoon. Eens
+zag een der mijningenieurs haar, terwijl zij hen troostte, en hij
+kreeg haar dadelijk zeer lief. Een paar weken later kwam Margherita
+Cornado in het geheel niet meer bij de mijnen in Grotte. Zij zat
+thuis in Girgenti aan haar uitzet te naaien. Ze zou trouwen met den
+mijningenieur. Zij zou een goede partij doen en verwant worden aan
+de eersten der stad. Nu kon zij zich immers niet meer bekommeren om
+de wagentjes.
+
+Een paar dagen voor de bruiloft kwam de oude bedelaarster Santuzza, die
+Margherita's peettante was, bij haar en verlangde haar te spreken. Ze
+begaven zich naar het dakterras om ongestoord te kunnen zijn.
+
+"Margherita," zei de oude vrouw, "gij leeft in zulk een glans en
+heerlijkheid, dat het misschien weinig baat nu tot u te spreken
+over degenen, die in nood en kommer leven. Die allen hebt ge geheel
+vergeten."
+
+Margherita berispte haar, omdat zij zoo kon spreken.
+
+"Ik breng u de groeten van mijn zoon Orestes. Het gaat hem slecht,
+hij heeft uw raad noodig."
+
+"Ge weet dat ge vrij tot mij kunt spreken, Santuzza," zei het meisje.
+
+"Orestes werkt niet langer in de mijnen van Grotte, hij is vertrokken
+naar Racalmuto, en hij heeft het daar zeer slecht.
+
+"Niet omdat het loon zoo karig is, maar omdat de ingenieur zoo hard
+is, dat hij de arme menschen tot hun laatsten bloeddruppel pijnigt."
+
+Santuzza verhaalde nu hoe de ingenieur de arbeiders plaagde. Hij
+berekende hun arbeidstijd te kort, hij liet hen boete betalen, als
+zij een dag verzuimden. Hij bestuurde de mijnen niet goed. Instorting
+op instorting vond plaats. Niemand was zeker van zijn leven zoolang
+hij onder den grond was.
+
+Margherita, Orestes had een zoon. Een heerlijken knaap, die onlangs
+tien jaar geworden is. Toen kwam de ingenieur op een dag bij Orestes
+en wilde den knaap van hem koopen om hem bij de wagentjes te plaatsen.
+
+Maar Orestes wilde niet. Zijn zoontje zou niet vermoord worden door
+zulk een bovenmatigen arbeid.
+
+Toen dreigde de ingenieur hem, dat hij van de mijn gejaagd zou worden.
+
+Santuzza maakte een pauze.
+
+"En toen?" vroeg Margherita.
+
+"Ja, toen stond Orestes zijn zoon af aan den ingenieur.
+
+"Den volgenden dag sloeg deze den knaap, hij sloeg hem bijna elken
+dag. De knaap werd al zwakker en zwakker. Orestes smeekte den ingenieur
+den knaap te sparen, maar hij had geen erbarmen. Hij zei dat de kleine
+lui was, en hij bleef den knaap vervolgen.--En nu is hij dood. Mijn
+kleinzoon is dood, Margherita."
+
+Het meisje had opeens haar gansche geluk vergeten. Opnieuw was zij
+slechts de dochter van den mijnwerker, de schutspatrones der wagentjes;
+het arme meisje, dat op het lichte terras placht te weenen over de
+ellende in de zwarte mijnen.
+
+"Waarom laat men dien man leven?" riep zij uit.
+
+Santuzza keek haar uitvorschend aan. Toen haalde zij een mes uit
+haar zak.
+
+"Dit zendt Orestes u met duizend vragen," zei ze.
+
+Margherita Cornado nam het mes, kuste de kling en gaf het terug zonder
+een woord te spreken.
+
+De avond voor de bruiloft brak aan. De ouders van den bruidegom
+wachtten op hun zoon. Tegen zonsondergang zou hij uit de mijnen
+komen. Maar hij kwam niet. Laat in den nacht zonden ze een knecht
+uit om naar hem te zoeken. Deze vond hem een mijl van Girgenti. Hij
+lag vermoord aan den wegkant.
+
+Men zocht ijverig naar den moordenaar. Alle mijnwerkers moesten een
+streng verhoor ondergaan, maar de schuldige werd niet ontdekt.
+
+Geen getuige gaf zich aan, niemand wilde een kameraad verraden. Toen
+klaagde Margherita Cornado den zoon van haar peetmoeder, Orestes,
+aan als den moordenaar van haar bruidegom.
+
+Dit deed zij hoewel zij wist, dat haar bruidegom schuldig was aan
+alles, waarvan Santuzza hem aangeklaagd had. Dit deed zij hoewel zij
+zelf zijn vonnis geveld had door het mes te kussen.
+
+Maar nauwelijks had zij Orestes aangeklaagd, of ze werd door een
+hevig berouw aangegrepen, gewetenswroeging verteerde haar.
+
+In een ander land dan Sicilië zou hetgeen zij gedaan had, niet als
+een misdaad gerekend worden.
+
+Een Siciliaan echter sterft liever dan dat hij als aanklager optreedt.
+
+Margherita Cornado had geen rust, dag noch nacht. In haar hart was een
+voortdurende, verterende angst, een eeuwige rampzaligheid vervulde
+haar. Zij werd niet streng veroordeeld, omdat men wist, dat ze den
+vermoorden had liefgehad en vond, dat Santuzza te wreed jegens haar
+was geweest. Niemand sprak verachtelijk over haar, niemand wendde
+het hoofd af om haar niet te groeten.
+
+Maar het hielp haar niet, dat de anderen mild jegens haar waren. Het
+berouw woonde in haar hart en schrijnde als een open wonde.
+
+Orestes werd veroordeeld tot levenslange galeistraf. Santuzza stierf
+een paar weken, nadat haar zoon veroordeeld was.
+
+Margherita kon geen vergeving verkrijgen, noch van den een, noch van
+de andere.
+
+Zij riep de heiligen aan, maar dezen wilden haar niet helpen. Niets
+ter wereld scheen in staat te zijn om den verpletterenden last der
+gewetenswroeging van haar af te wentelen.
+
+In dezen tijd verscheen de beroemde Franciscanermonnik fra Gondo in
+Girgenti. Hij predikte om de menschen op te wekken een pelgrimstocht
+naar Diamante te doen.
+
+Fra Gondo gaf er niet om, dat de paus het beeld in San Pasquale nog
+niet als wonderdoend erkend had. Hij had de blinde zangers op hun
+tochten over het eiland getroffen en hen hooren verhalen van het
+beeld. Lange, heerlijke nachten had hij gezeten aan vader Elia's en
+broeder Tomasso's voeten en zij hadden hem van het avondrood tot het
+ochtendkrieken, verhaald van het beeld.
+
+En nu verwees de machtige prediker alle bedroefden naar dezen
+wonderdoener.
+
+Hij spoorde de menschen aan, dezen heiligen tijd niet ongebruikt te
+laten voorbijgaan.
+
+"Het Christuskind," zei hij, "wordt niet genoeg vereerd op Sicilië. Nu
+is de tijd aangebroken, dat het hier een eigen kerk en eeredienst wil
+hebben. En om dat te krijgen, laat hij nu wonder op wonder verrichten
+door het heilige beeld."
+
+Pater Gondo, die zijn noviciaat doorgebracht had in Aracoeli's klooster
+op het Kapitool, vertelde het volk van het Christuskind daar en van
+de duizenden wonderen, die hij verricht had.
+
+"En nu wil dat goede, kleine kind op Sicilië aangebeden worden,"
+zei pater Gondo.
+
+"Laat hem niet langer tevergeefs aankloppen, opent de poort voor hem!
+
+"Nu in deze dagen is de hemel mild. Laten wij de eersten zijn, die
+het beeld erkennen! Laten wij zijn als de herders en wijzen van het
+Oosten, laat ons gaan naar het heilige kind, terwijl het nog ligt op
+het stroobed in de armoedige grot!"
+
+Een nieuwe hoop ontwaakte in Margherita Cornado's hart toen zij
+dit hoorde. Zij was de eerste, die gehoor gaf aan pater Gondo's
+oproeping. Later sloten zich nog anderen bij hem aan.--Veertig pelgrims
+ondernamen met hem den tocht door de woestijn naar Diamante.
+
+Ze waren allen zeer arm en ongelukkig, maar pater Gondo liet ze onder
+gezang en gebed optrekken. Spoedig begonnen hun oogen te stralen,
+alsof de ster van Bethlehem hen voorlichtte.
+
+"Weet ge," zei pater Gondo, "waarom Gods zoon grooter is dan alle
+andere heiligen? Omdat hij de ziel heiligheid geeft, omdat hij de
+zonden vergeeft, omdat hij den geest een zalige rust in God schenkt,
+omdat zijn rijk niet slechts van deze wereld is."
+
+Als de kleine schare vermoeid was, wekte hij haar op met verhalen van
+de wonderen, die het beeld reeds gedaan had. De legenden der blinde
+zangers werden tot verkwikkende vruchten en opwekkenden wijn voor de
+moede pelgrims.
+
+En ze schreden met lichten tred verder alsof ze trokken naar Nazareth,
+om den timmermanszoon te zien.
+
+"Hij zal het lijden van ons nemen," zei pater Gondo. "Als wij
+terugkeeren zal ons hart bevrijd zijn van alle kwelling."
+
+En gedurende den tocht door de verschroeide, gloeiend heete woestijn,
+waar geen enkele boom schaduw gaf en waar het water bitter smaakte van
+zwavel en zout, voelde Margherita Cornado dat haar smart draaglijker
+werd.
+
+"De kleine hemelkoning zal dit lijden van mij nemen," zei ze.
+
+Op een dag in Mei bereikten de pelgrims eindelijk den voet van
+Diamante's berg. Daar eindigde de woestijn, groene olijfbosschen en
+frissche struiken omringden hen. De berg straalde, de stad straalde. Ze
+voelden, dat ze op een plaats gekomen waren, die lag onder Gods genade.
+
+Verheugd gingen ze op langs den zigzagweg en met luide, jubelende
+stemmen hieven ze een oud pelgrimslied aan.
+
+Toen ze den berg een eindweegs beklommen hadden, kwamen de menschen
+uit Diamante hen juichend tegemoet. Men had den arbeid weggeworpen
+en was naar buiten gesneld, toen men de eentonige klanken van het
+oude pelgrimslied hoorde. En het volk van Diamante omhelsde en kuste
+de pelgrims.
+
+Men had hen reeds zoo lang verwacht, men had niet kunnen begrijpen,
+waarom ze niet eerder waren gekomen.
+
+Diamante's Christusbeeld was een machtige wonderdoener, hij was zoo
+barmhartig, zoo goed, dat alle menschen tot hem moesten komen. Toen
+Margherita Cornado dit hoorde, had zij een gevoel, alsof haar hart
+reeds verlost was van alle pijn.
+
+De menschen van Diamante troostten haar.
+
+"Hij zal u stellig helpen, hij helpt u allen," zeiden ze.
+
+"Niemand heeft nog tevergeefs tot hem gebeden."
+
+Bij de stadspoort scheidden de pelgrims van elkaar. De menschen van
+Diamante namen hen mede naar hun huizen, opdat zij zich verfrisschen
+en verkwikken zouden, na den moeitevollen tocht. Over een uur zouden
+ze elkaar weer ontmoeten bij de Porta Etnea om samen naar het beeld
+te gaan.
+
+Maar Margherita had geen geduld om een heel uur te wachten. Zij
+vroeg den weg naar de kerk San Pasquale en ging daar alleen heen vóór
+alle anderen....
+
+Toen Pater Gondo en de pelgrims een uur later in San Pasquale kwamen,
+zagen ze Margherita Cornado liggen voor het hoogaltaar. Ze scheen
+hen niet te bemerken. Maar toen pater Gondo in haar nabijheid kwam,
+vloog ze op, alsof ze op den loer gelegen had en wierp zich op hem. Ze
+greep hem bij de keel en wilde hem worgen.
+
+Zij was groot, en sterk en krachtig gebouwd. Het was een heete strijd
+vóórdat pater Gondo en een paar pelgrims er in slaagden haar vast te
+binden. Zij was volslagen krankzinnig en woest.
+
+De pelgrims waren in plechtigen optocht gekomen, ze zongen en hielden
+brandende kaarsen in de hand.
+
+Het was een lange stoet, want heel veel menschen uit Diamante hadden
+zich aangesloten bij de pelgrims.
+
+Zij, die het eerst in de kerk kwamen, hielden dadelijk op met zingen,
+de laatsten hadden echter niets gemerkt en bleven doorzingen. Maar toen
+verspreidde zich het gerucht van het gebeurde, en waar dit kwam zweeg
+het gezang. 't Was droevig te hooren hoe het wegstierf en veranderde
+in een luid geweeklaag.
+
+Al de moede pelgrims begrepen immers, dat hun tocht vergeefsch was. Hun
+kwellingen en lijden zouden niet van hen genomen worden. De schoone
+verwachtingen der laatste hoopvolle dagen werden ruw in hen gedood.
+
+Het heilige beeld zou hun geen vertroosting kunnen schenken.
+
+Pater Gondo zelf was ook verschrikt. Voor hem was het een harder
+slag dan voor iemand anders; want elk der anderen had slechts zijn
+eigen leed te dragen, maar hem drukte de smart van al deze menschen
+op het harte.
+
+Hoe zou hij kunnen verantwoorden al de verwachtingen, die hij
+opgewekt had?
+
+Plotseling gleed een schoone, kinderlijk vrome glimlach over zijn
+gelaat. Het beeld wilde zeker het geloof van hem en de anderen op
+de proef stellen! Indien zij slechts niet wankelden, zouden ze wel
+geholpen worden.
+
+Hij begon opnieuw het pelgrimsgezang aan te heffen met zijn heldere
+stem en schreed naar het altaar.
+
+Maar toen hij dichter bij het beeld kwam, onderbrak hij het gezang
+opnieuw. Hij staarde met wijdopengesperde oogen naar het beeld. Toen
+strekte hij de hand uit, nam de kroon en bracht die bij zijn oogen.
+
+"Het staat er, het staat er," mompelde hij, terwijl hij de kroon uit
+zijn hand liet vallen.
+
+Van dat oogenblik af wist pater Gondo, dat hij den verworpeling van
+Aracoeli voor zich had.
+
+Hij vertelde dit echter niet dadelijk aan het volk, maar zei met zijn
+gewone zachtmoedigheid:
+
+"Mijn vrienden, ik wil u iets merkwaardigs verhalen."
+
+En hij vertelde hun van de Engelsche, die het Christusbeeld van
+Aracoeli had willen stelen. Hij verhaalde hoe het beeld Antichrist
+genoemd en in de wereld geworpen werd.
+
+"Ik herinner fra Simoni mij nog zoo goed," zei pater Gondo.
+
+"Hij toonde mij nooit het beeld, zonder te zeggen:
+
+"'t Was deze kleine hand, die aan het klokketouw trok, het was deze
+kleine voet, die tegen de poort schopte."
+
+"Maar als ik fra Simoni vroeg, waar het andere beeld gebleven was,
+zei hij altijd: "Wat zou er van hem geworden zijn? Rome's honden
+hebben het zeker verscheurd."
+
+Pater Gondo sprak nog steeds even kalm en zacht, terwijl hij bukte
+om de kroon op te rapen, die hij zoo juist had laten vallen.
+
+"Leest dit!" zei hij. En hij liet de kroon van man tot man gaan. De
+menschen stonden nog met hun brandende kaarsen in de hand, en zij,
+die lezen konden, lazen en de anderen zagen ten minste, dat er een
+opschrift was.
+
+En elk die de kroon in de hand had, blies zijn kaars stil uit. Toen het
+laatste licht gedoofd was, wendde pater Gondo zich tot zijn pelgrims,
+die zich om hem heen verzameld hadden.
+
+"Ik heb u hierheen gevoerd," zei hij tot hen, "opdat gij Hem zoudt
+vinden die de zielen vrede en ingang tot Gods rijk schenkt. Maar
+ik heb u verkeerd geleid, want dit beeld kan u niets geven. Zijn
+rijk is slechts van deze wereld. Onze arme zuster is waanzinnig
+geworden," vervolgde pater Gondo, "omdat zij hier kwam en hoopte op
+hemelsche weldaden. Zij verloor haar verstand, toen haar smeekbeden
+niet verhoord werden. Hij kon haar niet bijstaan want zijn rijk is
+slechts van deze wereld."
+
+Hij zweeg een oogenblik en allen zagen naar hem op om te weten,
+wat zij van dit alles moesten denken.
+
+Toen vroeg hij zacht: "Zal een beeld, dat zulke woorden in zijn kroon
+voert, nog langer een altaar ontheiligen?"
+
+"Neen, neen!" riepen de pelgrims. Het volk van Diamante stond zwijgend,
+door ontzetting bevangen.
+
+Pater Gondo nam het beeld tusschen zijn handen, en droeg het met
+uitgestrekte armen door de kerk naar den uitgang.
+
+Maar hoe zacht en ootmoedig de pater ook gesproken had, zijn
+blikken hadden den ganschen tijd streng met bedwingende macht op de
+volksmenigte gerust.
+
+Er was geen mensch, die niet onderworpen was aan zijn machtigen
+wil. Allen stonden als verlamd en waren niet in staat een eigen
+gedachte te denken.
+
+Toen pater Gondo den uitgang genaderd was, stond hij stil en keek
+om. Een laatste bedwingende blik gleed over de menschenmassa.
+
+"Ook de kroon," zei pater Gondo. En ook de kroon werd hem overgereikt.
+
+Hij plaatste die op het beeld en ging onder den baldakijn, die San
+Pasquale's beeld beschermt.
+
+Hij fluisterde een paar pelgrims iets in het oor, dezen gingen haastig
+weg. Spoedig kwamen ze terug met hun armen vol droge takken. Deze
+stapelden ze op voor pater Gondo, die den brandstapel aanstak.
+
+Allen, die in de kerk waren geweest, stroomden nu naar buiten. Daar
+stonden ze nog steeds, verlamd en willoos.
+
+Zij zagen dat de monnik hun geliefd, wonderdoend beeld wilde
+verbranden, maar zij verzetten zich niet.
+
+Zij begrepen het zelf niet, dat zij niet trachtten het beeld te redden.
+
+Maar toen pater Gondo de vlam zag oplaaien, en wist, dat het beeld
+volkomen in zijn macht was, richtte hij zich op, zijn oogen bliksemden.
+
+"Mijn ongelukkige kinderen!" zei hij mild, terwijl hij zich tot
+de menschen van Diamante wendde. "Gij hebt een vreeselijken gast
+geherbergd. Maar hoe is het mogelijk, dat gij niet reeds vroeger
+ontdekt hebt, wie hij is? Wat moet ik van u gelooven?" vervolgde
+hij strenger.
+
+"Gij zegt zelve, dat het beeld u alles gaf, wat gij wenschtet. Zoo
+is er dus niemand in Diamante, die gedurende al deze jaren gebeden
+heeft om vergeving zijner zonden en om vrede voor zijn ziel?
+
+"Is het mogelijk? De menschen van Diamante hadden geen andere
+wenschen, dan prijzen in de loterij, goede jaren, hun dagelijksch
+brood, gezondheid en geld?
+
+"Niets anders dan wereldsche goederen hebt gij begeerd. Geen uwer
+had ooit behoefte te bidden om hemelsche genade.
+
+"Kan dat werkelijk mogelijk zijn? Neen, het kan niet zoo zijn,"
+zei pater Gondo vragend, als vervuld van een blijde hoop.
+
+"Ik ben het, die mij vergis. Gij hebt begrepen, dat ik het beeld niet
+in de vlammen zou werpen, vóórdat ik u allen gehoord had. Gij wacht
+slechts tot ik zwijgen en u gelegenheid geven zal te getuigen voor
+het beeld. Nu zullen velen uwer tot mij komen en zeggen:
+
+"Dit beeld heeft mij tot een geloovige gemaakt," en anderen zullen
+getuigen:
+
+"Hij heeft mij vergeving geschonken voor mijn zonden," en velen
+zullen zeggen:
+
+"Hij heeft mijn oogen geopend, opdat ik de heerlijkheid des hemels
+aanschouwen kan."
+
+"Gij allen zult komen en ik zal tot spot en hoon zijn, en ge zult mij
+noodzaken het beeld op het altaar terug te brengen, en ik zal moeten
+erkennen, dat ik mij vergist heb."
+
+Pater Gondo zweeg en keek het volk afwachtend aan. Een hevige
+ontroering maakte zich meester van de toehoorders. Velen schenen
+te willen getuigen, maar zoodra ze een paar schreden gedaan hadden,
+bleven zij aarzelend staan.
+
+"Ik wacht," zei de monnik en zijn blikken smeekten den menschen
+te komen.
+
+Maar niemand kwam. De geheele volksmenigte leed een ondragelijke
+smart niet te kunnen getuigen om het geliefde beeld te redden. Maar
+niemand verroerde zich.
+
+"Mijn ongelukkige kinderen," zei pater Gondo diep bedroefd, "de
+Antichrist heeft in uw midden vertoefd en hij heeft u geheel in zijn
+macht. Gij hebt den hemel vergeten. Gij weet niet meer dat gij een
+ziel bezit. Gij hebt slechts aan deze aarde gedacht.
+
+"Vroeger zei men, dat de menschen in Diamante de vroomste geloovigen
+waren van gansch Sicilië. Maar nu is dat anders. Diamante's inwoners
+zijn wereldlingen, misschien daarenboven nog godlasterende socialisten,
+die slechts de aarde liefhebben. Zij kunnen niet anders zijn. De
+Antichrist heeft immers in hun midden vertoefd."
+
+Toen deze aanklachten neervielen op het volk, scheen het eindelijk
+in verzet te zullen komen.
+
+Een toornig gemompel ging door de menschenmenigte.
+
+"Het beeld is heilig," riep een. "Toen hij de stad binnentrok,
+luidden de klokken van San Pasquale den geheelen dag."
+
+"Moesten zij u niet waarschuwen voor zulk een ramp?" antwoordde
+de monnik.
+
+En met stijgende heftigheid slingerde hij zijn aanklachten onder
+het volk.
+
+"Gij zijt afgodendienaars maar geen Christenen. Gij vereert den
+Antichrist, opdat hij u bijstaan zal, maar de heilige geest is niet
+meer in u."
+
+"Hij was goed en barmhartig gelijk Christus," riep het volk.
+
+"Dat is juist uw ongeluk," zei de pater en plotseling was hij
+vreeselijk in zijn toorn. "Hij heeft Christus' gedaante aangenomen
+om u te verleiden.
+
+"Op deze wijze heeft hij u in zijn net gevangen.
+
+"Juist door gaven en zegeningen op u neer te strooien, heeft hij u
+in zijn net gelokt en u tot wereldlingen gemaakt.
+
+"Kan een uwer het tegendeel bewijzen? Misschien heeft een van u allen
+gehoord, dat iemand, die hier niet tegenwoordig is, het beeld om een
+hemelsche genade gesmeekt heeft."
+
+"Hij heeft den vloek weggenomen van een jettatore," zei iemand.
+
+"Kan niet alleen degene, die even groot in slechtheid is, als de
+jettatore, dezen overwinnen?" antwoordde de pater somber.
+
+Toen deed men geen verdere pogingen meer om het beeld te
+verdedigen. Alles wat men aanvoerde, scheen de zaak slechts erger
+te maken.
+
+Verscheidenen blikten naar donna Micaela, die ook aanwezig was. Zij
+stond midden in de volksmenigte, zag en hoorde alles, en toch deed
+zij niets om haar geliefd beeld te redden.
+
+Toen pater Gondo zeide, dat het beeld de Antichrist was, verschrikte
+zij hevig, en daar hij later aantoonde, dat men in Diamante slechts
+wereldsche goederen begeerd had, wies de angst in haar.
+
+Zij waagde het niet zich te verzetten.
+
+Maar toen hij nu zei, dat zij en alle menschen in Diamante onder de
+macht van den Antichrist waren gekomen, was er iets in haar ziel,
+dat in opstand kwam tegen zijn woorden.
+
+"Neen, neen!" zei zij, "dat kan niet mogelijk zijn."
+
+Indien zij moest gelooven, dat een booze geest haar geleid had
+gedurende zoovele jaren, zou zij haar verstand verliezen.
+
+En haar verstand begon zich te verdedigen.
+
+Toen brak, gelijk een te sterk gespannen snaar, het geloof aan het
+bovennatuurlijke in haar.
+
+Haar gedachten doorliepen nu met een oneindige haast alles wat zij zelf
+ervaren had en wat haar bovennatuurlijk geschenen had, en wogen dat
+nu op de schaal van het koel verstand. Was een enkel dezer voorvallen
+wel een wonder geweest? Zij zei tot zich zelf, dat het niets dan een
+toeval was geweest, niets dan een toeval!
+
+'t Was alsof ze een spoel afwond. Van wat ze zelf beleefd had,
+ging ze over op de wonderen van vroeger tijden. Alles was toeval,
+werking van een overspannen geest, misschien was het meeste wel
+verbeelding geweest.
+
+De toornige monnik ging door met het volk te vervloeken. Zij trachtte
+naar hem te luisteren om afleiding te vinden voor haar eigen kwellende
+gedachten. Maar zij vond alles wat hij zei waanzinnig en overdreven.
+
+Maar welke machten werkten in haar ziel, dat zij plotseling een
+vrijdenkster werd?
+
+Zij zag naar Gaetano. Hij was daar ook, en stond in de nabijheid van
+den monnik op de kerktrap. Zijn oogen rustten op haar.
+
+En even zeker alsof zij het hem gezegd had, wist hij wat zij nu
+dacht. Maar hij zag er niet verheugd of triomfeerend uit.
+
+'t Was alsof hij pater Gondo in de rede zou willen vallen om haar
+geloof te redden.
+
+Maar donna Micaela's gedachten kenden geen verschooning. Ze schreden
+voorwaarts en plunderden haar ziel.
+
+Heel de bovennatuurlijke, stralende wereld schrompelde ineen, werd tot
+niets. Zij zeide tot zich zelf, dat men van het bovennatuurlijke niets
+kon weten. Vele boden waren gegaan van de aarde naar den hemel. Geen
+enkele was teruggekomen van den hemel naar de aarde.
+
+"Maar ik wil gelooven aan God," zei ze, terwijl ze haar handen vouwde
+als om ten minste het hoogste en heiligste te behouden.
+
+"Uw oogen zijn wild en woest," zei pater Gondo. "God leeft niet onder
+u. De Antichrist heeft God in uw ziel verdrongen."
+
+Donna Micaela's blik zocht opnieuw Gaetano.
+
+"Kunt gij een zoo verlaten en rampzalig wezen iets geven om voor te
+leven?" schenen haar oogen te vragen.
+
+Zijn blik ontmoette den hare met fier zelfvertrouwen.
+
+Hij las in haar schoone, smeekende oogen hoe haar bevende ziel zich
+nu vastklemde aan hem om een steun te vinden. Hij twijfelde geen
+oogenblik, dat hij haar leven niet rijk en heerlijk zou kunnen maken.
+
+Zij dacht aan de vreugde, die zij gevoelde, wanneer zij hem slechts
+zag. Zij dacht aan de vreugde die opbruiste rondom haar in dien nacht
+in Palermo. Zij wist, dat die ontsproot uit het nieuwe geloof aan
+een gelukkige aarde.
+
+Zou dit geloof en deze vreugde ook haar kunnen bezielen?
+
+Zij wrong haar handen in angst. Zou dit nieuwe geloof het richtsnoer
+van haar leven kunnen worden? Zou zij zich niet altijd even arm
+gevoelen als op dit oogenblik?
+
+Pater Gondo boog zich over de vlammen.
+
+"Ik zeg u nog éénmaal," riep hij, "indien slechts één uwer verklaart,
+dat dit beeld zijn ziel verlost heeft, zal ik het niet verbranden."
+
+Donna Micaela voelde plotseling dat zij het arme beeld niet kon
+laten vernietigen.
+
+De herinneringen van de schoonste uren haars levens waren daaraan
+verbonden.
+
+"Gandolfo, Gandolfo!" fluisterde zij. Een oogenblikje geleden had
+zij hem naast zich gezien.
+
+"Ja, donna Micaela."
+
+"Laat hem het beeld niet verbranden, Gandolfo."
+
+De monnik had zijn vraag nog eenmaal herhaald, twee malen, drie
+malen.--Niemand trad naar voren om het beeld te verdedigen. Maar de
+kleine Gandolfo sloop al nader. Pater Gondo hield het beeld dicht
+bij de vlammen.
+
+Onwillekeurig had Gaetano zich gebogen; een fiere glimlach gleed over
+zijn gelaat. Donna Micaela begreep, dat hij voelde dat Diamante hem
+nu toebehoorde.
+
+Het strenge optreden van den monnik maakte Gaetano tot meester over
+de zielen.
+
+Zij keek verschrikt rond. Haar blik vloog van aangezicht tot
+aangezicht. Ging misschien hetzelfde om in de zielen van al deze
+menschen? Zij meende te zien, dat allen denzelfden strijd voerden
+als zij zelf.
+
+"Gij, Antichrist," zei pater Gondo dreigend, "ziet ge wel dat niemand
+aan zijn zieleheil gedacht heeft, zoolang gij hier vertoefdet?
+
+"Gij zult in de vlammen omkomen."
+
+En hij legde het beeld op den brandstapel.
+
+Maar het had daar nauwelijks een oogenblik gelegen, of Gandolfo greep
+het, hief het hoog boven zijn hoofd en snelde er mee heen.
+
+Pater Gondo's pelgrims trachtten hem te grijpen en het werd een
+woedende drijfjacht om den krater van den Monte Chiaro.
+
+Maar de kleine Gandolfo redde het beeld.
+
+Een groote reiswagen reed bergafwaarts. De vervolgers hadden Gandolfo
+bijna ingehaald, toen wist hij geen anderen raad, dan het beeld in
+den wagen te werpen.
+
+Daarna liet hij zich kalm vangen. Zijn vervolgers spoedden zich nu
+naar den reiswagen, maar Gandolfo waarschuwde hen:
+
+"Wacht u, de signora in den wagen is een Engelsche."
+
+'t Was signora Favara, die eindelijk genoeg had van Diamante, en
+opnieuw de wereld introk. En men liet haar ongedeerd vertrekken.
+
+Geen Siciliaan waagt het zich te vergrijpen aan een Engelsche.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+EEN FRESCO VAN SIGNORELLI.
+
+
+Een week later was pater Gondo in Rome; hij was op audiëntie bij
+den ouden man in het Vaticaan, en vertelde, dat hij den Antichrist
+gevonden had in Christus' gedaante, en hoe deze het volk van Diamante
+verleid had tot liefde voor de wereld, en hoe hij het beeld had
+willen verbranden. Hij verhaalde ook, dat hij het volk niet tot God
+had kunnen terugvoeren, maar dat het geheel en al tot ongeloof en
+socialisme vervallen was.
+
+Niemand wilde voor zijn ziel zorgen, niemand wilde aan den hemel
+denken.
+
+Pater Gondo vroeg, wat hij toch moest beginnen met deze arme menschen.
+
+De oude paus, die de wijste mensch is die nu leeft, lachte niet om
+pater Gondo's verhaal, hij was diep bedroefd.
+
+"Gij hebt verkeerd gehandeld, gij hebt zeer verkeerd gehandeld,"
+zei hij. Hij zweeg een tijdlang en dacht na, toen zei hij: "Hebt ge
+nooit den dom in Orvieto gezien?"--"Neen, heilige vader."
+
+"Ga naar Orvieto om den dom te zien," zei de paus, "en als ge daar
+geweest zijt, kom mij dan vertellen wat gij gezien hebt."
+
+Pater Gondo gehoorzaamde; hij ging naar Orvieto en zag den heiligen
+dom.
+
+Na twee dagen kwam hij terug in het Vaticaan.
+
+"Wat hebt ge gezien in Orvieto?" vroeg de paus.
+
+Pater Gondo verhaalde nu, dat hij in een der kapellen der domkerk
+fresco's gezien had van Luca Signorelli, voorstellende "het laatste
+Oordeel." Maar hij had noch gezien naar "den Dag des Oordeels,"
+noch naar "der Dooden Opstanding."
+
+Hij had al zijn aandacht geschonken aan het groote schilderij, dat
+de kerkwachter "de Wonderen van den Antichrist" genoemd had.
+
+"Wat hebt ge daarop gezien?" vroeg de paus.
+
+"Ik zag, dat Signorelli den Antichrist geschilderd had als een armen en
+geringen man, als Gods Zoon was, toen deze hier op aarde vertoefde. Ik
+zag, dat hij hem gekleed had als Christus en hem Christus' gelaat
+had gegeven."
+
+"Wat zaagt ge nog meer?" vroeg de paus.
+
+"Het eerste dat ik op het fresco zag, was dat de Antichrist zoo
+preekte, dat de rijken en machtigen hun schatten aan zijn voeten
+legden.
+
+"Het tweede was, dat een zieke gedragen werd tot den Antichrist en
+door hem genezen werd.
+
+"Het derde tafereel stelde voor een martelaar, die zijn leven gaf
+voor de leer van den Antichrist.
+
+"Het vierde dat ik op het groote wandschilderij zag, was dat de
+menschen zich spoedden naar een grooten tempel des vredes en de booze
+geest uit den hemel stortte en alle geweldenaars gedood werden door
+het vuur."
+
+"Wat dacht gij, toen ge dit zaagt?" vroeg de paus.
+
+"Toen ik dit zag, dacht ik: deze Signorelli was waanzinnig. Meent
+hij, dat in den tijd van den Antichrist de booze geest overwonnen
+zal worden, en de aarde heilig zal zijn als het paradijs?"
+
+"Zaagt ge nog meer?"
+
+"Het vijfde tafereel, dat ik zag, was dat monniken en priesters een
+grooten brandstapel bestegen en verbrand werden.
+
+"Het zesde en het laatste was dat de duivel den Antichrist iets in het
+oor fluisterde en hem den raad gaf hoe hij moest handelen en spreken."
+
+"Wat dacht ge, toen ge dit zaagt?"
+
+"Ik zei tot mij zelf: deze Signorelli was niet krankzinnig, maar hij
+was een profeet. De Antichrist zal zeker komen in Christus' gedaante
+en de wereld tot een paradijs maken. Hij zal haar zoo schoon maken,
+dat de menschen den hemel vergeten. En dit zal de gevaarlijkste
+verleiding der wereld worden."
+
+"Begrijpt gij nu," zei de paus, "dat gij mij niets nieuws verteldet? De
+kerk heeft altijd geweten, dat de Antichrist zou komen, toegerust
+met alle deugden van Christus."
+
+"Wist ge ook dat hij werkelijk gekomen is, heilige vader?" vroeg
+pater Gondo.
+
+"Zou ik hier jaar na jaar op Petrus' stoel zitten en niet weten,
+dat hij gekomen is?" zei de paus.
+
+"Ik zie hoe een volksbeweging ontstaat, die brandt van liefde
+voor haar naasten en die God haat. Ik zie hoe martelaren hun leven
+offeren voor het nieuwe geloof aan een gelukkige aarde. Ik zie hoe
+ze nieuwe vreugde en moed putten uit de leuze: "Denk aan de aarde,"
+zooals vroeger uit het woord: "Denk aan den hemel." Ik wist dat hij,
+dien Signorelli voorspeld had, gekomen was."
+
+Pater Gondo boog zwijgend het hoofd.
+
+"Begrijpt ge nu, hoe verkeerd gij gehandeld hebt?"
+
+"Heilige vader, verklaar me mijn zonde."
+
+De oude paus hief zijn blik op. Zijn heldere oogen doorboorden
+den sluier der toevalligheden, die het leven bedekt, en zagen wat
+daarachter verborgen was.
+
+"Pater Gondo," zei hij, "het kleine kind, waarmee ge streedt in
+Diamante, het kind dat even barmhartig en wonderdoend is als Christus,
+het arme verachte kind, dat zegevierde over u en dat gij den Antichrist
+noemt, weet gij wie dat is?"
+
+"Neen, heilige vader."
+
+"En hij, die op Signorelli's schilderij zieken genas, rijken bewoog
+afstand te doen van hun schatten, de wereld in een paradijs veranderde
+en de menschen verleidde den hemel te vergeten, weet gij wie hij is?"
+
+"Neen, heilige vader."
+
+"Wie anders kan het zijn dan het Antichristendom, het socialisme?
+
+De monnik zag verschrikt op.
+
+"Pater Gondo," zei de paus streng, "toen gij het beeld in uw armen
+hieldt, wildet gij het verbranden. Waarom? Waarom waart ge niet
+liefdevol jegens hem en droegt hem terug naar het kleine Christusbeeld
+op het Kapitool, vanwaar hij uitgegaan is?
+
+"Maar zoo handelt gij, gij bedelmonniken. Gij kondt de groote
+volksbeweging op uw armen nemen als ze nog als een kind in haar
+windsels ligt, en gij kondt haar leggen aan Jezus' voeten, en de
+Antichrist zou zien, dat hij niets anders is dan Christus' namaaksel
+en hem erkennen als zijn heer en meester.
+
+"Maar wat doet ge? Gij werpt het Antichristendom op den brandstapel,
+en spoedig zal het op zijn beurt u daarop werpen."
+
+Pater Gondo boog zijn knieën. "Ik begrijp u, heilige vader. Ik zal
+uitgaan om het beeld te zoeken."
+
+De paus verhief zich majestueus.
+
+"Ge zult het beeld niet zoeken, gij zult het nu ongestoord over de
+wereld laten gaan. We vreezen hem niet.
+
+"En als hij komt om het Kapitool te bestormen en den wereldtroon
+te bemachtigen, zullen we hem tegemoet gaan, en we zullen hem tot
+Christus voeren. We zullen hemel en aarde verzoenen.
+
+"Maar gij handelt verkeerd," vervolgde hij milder, "wanneer gij hem
+haat. Hebt gij dan vergeten, dat de Sibylle hem rekende tot een der
+wereldverlossers?
+
+"Op de hoogte van het Kapitool zal de wereldverlosser worden
+aangebeden, Christus of Antichrist."
+
+"Heilige vader, indien hij de rampen dezer wereld lenigt, en den
+hemel geen schade berokkent, dan zal ik hem niet haten."
+
+Een fijn glimlachje gleed over het gelaat van den ouden paus.
+
+"Pater Gondo, sta mij toe, dat ook ik u een geschiedenis van Sicilië
+verhaal.
+
+"Men vertelt, pater Gondo, dat toen Onze lieve Heer de wereld schiep,
+Hij eens wilde weten of Hij nog veel te doen had. En Hij zond San
+Pietro uit om te zien of de wereld gereed was.
+
+"Toen San Pietro terugkwam, zei hij:
+
+"Alle menschen weenen, snikken en klagen."
+
+"Dan is de wereld nog niet gereed," zei Onze lieve Heer en Hij
+werkte verder.
+
+"Na drie dagen zond Onze lieve Heer San Pietro weer naar de aarde.
+
+"Alle menschen lachen, jubelen en juichen," zei San Pietro, toen
+hij terugkwam.
+
+"Dan is de wereld nog niet gereed," zei Onze lieve Heer en werkte
+verder.
+
+"San Pietro werd voor de derde maal uitgezonden.
+
+"Sommigen lachen en sommigen weenen," zei hij toen hij terugkwam.
+
+"Dan is de wereld gereed," zei Onze lieve Heer.
+
+"En zoo zal het zijn en blijven," zei de oude paus, "Niemand kan de
+menschen verlossen van hun ellende, maar hem zal veel vergeven worden,
+die nieuwe moed in hen wekt om die ellende te dragen."
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Wonderen van den Antichrist, by Selma Lagerlöf
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDEREN VAN DEN ANTICHRIST ***
+
+***** This file should be named 36194-8.txt or 36194-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/6/1/9/36194/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/36194-8.zip b/old/36194-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c216116
--- /dev/null
+++ b/old/36194-8.zip
Binary files differ