summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--33332-8.txt13965
-rw-r--r--33332-8.zipbin0 -> 348182 bytes
-rw-r--r--33332-h.zipbin0 -> 405507 bytes
-rw-r--r--33332-h/33332-h.htm14026
-rw-r--r--33332-h/images/cover.jpgbin0 -> 32600 bytes
-rw-r--r--33332-h/images/spine.jpgbin0 -> 9063 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
9 files changed, 28007 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/33332-8.txt b/33332-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..298981e
--- /dev/null
+++ b/33332-8.txt
@@ -0,0 +1,13965 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Ridderromantiek der Franse en Duitse
+Middeleeuwen, by Valdemar Vedel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Ridderromantiek der Franse en Duitse Middeleeuwen
+
+Author: Valdemar Vedel
+
+Translator: Hendrik Logeman
+
+Release Date: August 3, 2010 [EBook #33332]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERROMANTIEK DER FRANSE ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven |
+ | als _cursief_. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als |
+ | »aanhalingstekens". De enkele aanhalingstekens zijn als |
+ | >aanhalingstekens< aangegeven. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ DE RIDDERROMANTIEK
+ DER
+ FRANSE EN DUITSE MIDDELEEUWEN
+
+
+ _Schrijver en Vertaler wensen de lezers op te doen
+ merken, dat de in deze bewerking te vinden afwijkingen
+ van het origineel aan gemeen overleg te danken zijn._
+
+
+ KULTUUR-HISTORISCHE BIBLIOTHEEK
+
+
+ VALDEMAR VEDEL
+
+
+ DE RIDDERROMANTIEK
+ DER
+ FRANSE EN DUITSE MIDDELEEUWEN
+
+
+ GEAUTORISEERDE BEWERKING
+ NAAR HET DEENS DOOR
+
+ H. LOGEMAN
+
+
+ UTRECHT--H. HONIG--1919
+
+
+ BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Meer dan eens heeft de vorige eeuw getracht de Ridderromantiek der
+Middeleeuwen weer tot een kunstmatig leven op te wekken. Eerst de Duitse
+romantici met hun Heinrich von Offerdingen en Barbarossa, de Genoveva
+van Tieck en de Tempeliers van Werner; daarna Walter Scott met zijn
+Ivanhoe en Victor Hugo met zijn Burggraven; gelijk in Denemarken
+Ingemann met zijn Otto en Jonkvrouw Inge. Nadat toen een paar geslachten
+zich aan de schildering der werkelikheid en kritiek van de maatschappij
+hadden overgegeven, ontwaakte de heerlikheid van Koning Arthur en zijn
+Graal wederom in de dromende ridders van Burne Jones en Rossetti en de
+smachtende jonkvrouwen van Tennyson. In de toondichten van een Wagner
+weerklonk opnieuw de horen van de Zwaanridder, het lokkend spel uit de
+Venusberg en Parsifal's Graal-verlangens. En in de toren-kamer en de
+burchtgangen van Maeterlinck tastte de kinderachtige Blanchefleur-liefde
+hulpeloos rond in het afschrikkende donker der Middeleeuwse mystiek.
+Zeldzaam moderne incarnaties van de Middeleeuwen zijn het allemaal--de
+edele Sir Galahad en de liefdezieke Lady Elaine, zo goed als de
+Kristelik-Schopenhauerse Graalheld bij Wagner en de »fin-de-siècle"
+Pelléas en Mélisande; in 't algemeen staan ze daar nog verder van af
+dan Ridder von Trautwegen en jonkvrouw Inge van de flinke Ridders en
+schelmse dames van de oude Meester Chrétien de Troyes of van Wolfram
+von Eschenbach's kernachtige maar naieve Parsifal.
+
+Maar er was nog wel iets meer in de volksboeken gebleven van de
+sentimentaliteit en het sprookjeselement dier oude romans--denk aan
+Vigoleis met 't Gouden wiel, de schoone Magelone of Alexander de
+Grote--die nog voor een paar generaties menige boerenjongen allerlei
+grillen in het hoofd zetten en menig boerenmeisje zilte tranen deden
+storten. Ofschoon ook deze volkslektuur niet veel meer van de geur en
+de ziel der oude Romantiek bewaard had, dan voor zover de houtsneden
+en het papier van de cents-prenten aan de oude, sierlike geïllumineerde
+handschriften herinnerden, of voor zover het tegenwoordig publiek denken
+deed aan de bloem van de adel in de tijd van Lodewijk de Heilige.
+
+Maar noch deze vergroeide spruiten, noch ginds kunstmatig doen herleven
+van 't voorheen, is het wat feitelik van onze tegenwoordige kultuur
+naar de Ridderromantiek terug leidt. De verbinding is dieper en meer
+vertakt. De moderne Franse roman,--of die nu het moderne Parijs
+schildert, of zich verdiept in de psychologie van de liefde,--kan
+met de nodige schakels direkt op de dertiende-eeuwse Franse romans
+teruggevoerd worden, evenzeer als de stamboom van de moderne Engelse
+roman, van het spannende, excentriese genre, ons terug brengt tot de
+ingewikkelde mystieke verhalen van de Arthurcyclus. De gehele moderne
+liefde-lyriek--Lamartine, Heine, zowel als bij ons in Denemarken
+Christian Winther--leeft van motieven en zingt in een toon die
+de troubadours en de minnezangers het eerst ontwikkeld hebben. En
+afgezien van het puur-literaire, zijn het de gehele moderne vormen der
+samenleving zowel als veel van de moderne sentimentaliteitskultuur die
+op de tijden van toernooien terug gaan en op die waarin dames er hun
+apart hof op na hielden. Onze begrippen over een »gentleman" en een
+»lady", over ridderlikheid en vrouwelikheid, over liefde en eer, over
+goede zeden en nette manieren, dat alles heeft zich ontwikkeld uit de
+idealen die zevenhonderd jaar geleden ontstonden aan de hoven van de
+landgraven van Thuringen of die van Provence en Champagne.
+
+Wat dus hier onder de naam van Ridderromantiek der Middeleeuwen
+samengevat is, die Franse en Duitse kultuur der 12de en 13de eeuwen,
+aristokraties, sosiaal en romanties, betekent daarom de studie in
+oorsprong en in een hele ontwikkelingsfase van de moderne dichtkunst
+en zelfs van de moderne maatschappij.
+
+
+
+
+I.
+
+VAN BARON-BURCHT TOT RIDDERHOF.
+
+
+Ons uitgangspunt zal de anarchie van de adel zijn die in het 11de eeuwse
+Frankrijk en Duitsland haar toppunt bereikte. Door het eentonige
+monnikenlatijn van de kronieken heen, komt ons het lawaai en de
+verwarring tegemoet van het onophoudelik gekrakeel der grote
+Heren,--door dat van een Raoul Glabers van Cluny, de abt Guibert van
+Nogent, Ordericus Vitalis in zijn Normandies klooster, zo wel als de
+Beierse abt Ekkehard of de Sassenbisschop Tietmar. De kroonvazallen
+heersen zo goed als geheel onafhankelik, elk in zijn eigen landje; in
+Frankrijk onder de zwakke Capetingers, in Duitsland onder de alles
+onderste boven werpende strijd der Saksiese keizers met de Pausen.
+In Frankrijk zijn het hertogen als die van Normandië, Bourgondië,
+Aquitanië, graven, als die van Vlaanderen, Poitou of Toulouse. In
+Duitsland de hertogen van Beieren, Zwaben, Saksen, de markgraven van
+Babensberg in Oostenrijk, de Paltsgraven van Wittelsbach en de
+landgraven van Thuringen. En onder hen weer een hele massa van kleine
+burchtheren en gewone baronnen die het met elkaar en met hun leenheren
+even dikwels aan de stok hebben als de laatsten met de Koningsmacht. Elk
+voorjaar trekken de Heren met hun volgelingen te velde, om hun buurman
+een stuk grond te ontnemen; en naar aanleiding van de ene of andere
+belediging, uit bloedwraak of uit tijdverdrijf, om de boerenhofsteden en
+de kooplieden langs de openbare weg te plunderen of steden en kloosters
+te brandschatten. In Anjou raast de zwarte graaf Foulques als een
+wild beest, in Normandië staan de boeren in hun wanhoop tegen hun
+onderdrukkers op, maar worden weer ten ondergebracht, met een wreedheid,
+wier bizonderheden de kronieken koelbloedig uitvoerig vermelden, te
+Brugge vermoorden de samengezworen baronnen de »goede" graaf Karel
+midden in de kerk en gebruiken daarna deze laatste als vesting tegen de
+Koning en de burgers. Bij Guibert kan men lezen hoe de intrigante gravin
+van Namen, Enguerrand de Coucy en diens bloeddorstige zoon Thomas de
+Marle, jaren lang de omstreken van Laon in een eeuwige onrust hielden.
+En over de wijze waarop menig Hendrik van de Welfen en menig Frederik
+van de Staufen in Frankenland en in Zwaben huis wisten te houden, daar
+weten de Duitse kronieken genoeg van te verhalen.
+
+Wat zijn ze ruw en plomp, al die »barones" en »milites"; met een robust
+geweten en een vrolik gemoed slaan ze hun medemensen dood, hebzuchtig
+als de gieren strijken ze op goederen en vee neer en als dolle stieren
+op de vrouwen. Even uiterlik als hun verhouding is tot wet en recht, zo
+is die tot het Kristendom. Steeds is hun weer ingestampt, dat men, om
+zalig te worden, gedoopt moet worden, de mis moet bijwonen, moet vasten,
+te communie gaan en dat doen ze dan ook, maar meer laten ze zich door
+geen enkele kerkelike band in hun vrijheid beperken. Integendeel,--als
+rebellen staan de baronnen in hun anarchie tegenover de Kerk, gelijk ze
+het recht trotseren en de maatschappij. Het is niet alleen wetteloosheid
+die er heerst, maar een gewilde teugelloosheid, de baronnen zijn niet
+alleen zonder moraal, er zit een godvergeten woestheid in hen, die aan
+het Titaniese herinnert uit de tijd der Italiaanse renaissance. Een
+hunner heeft er plezier in zijn biechtvader op Goede Vrijdag op een
+kolossaal banket te nodigen en hem zijn dikke buik te wijzen, »vol van
+de eere Gods"; een ander houdt er een hele harem, d. w. z. bordeel op
+na, voor het uiterlik een nonnenklooster. De ene vrouw na de andere
+laat men lopen, rooft die van zijn buurman en dwingt de kerk om zowel
+de scheiding met de ene, als het huwelik met de volgende te wettigen.
+Een baron laat zijn gevangenen bij de geslachtsdelen ophangen of bij de
+duimen en hangt er zware stenen aan, om het gewicht te vermeerderen. Een
+ander die het met zijn leenheer te kwaad heeft gehad en hem eindelik
+in zijn macht heeft gekregen, werpt hem in de gevangenis, maar laat
+hem 's winters in een nat hemd voor een open venster in de gevangentoren
+plaatsen, totdat het hemd door de ijzige wind bevriest. Een Normandies
+ridder en zijn vrouw laten een onneembare toren bouwen en wanneer die
+gereed is, laat de burchtvrouwe de bouwer doden, om zeker te zijn dat
+hij voor de buren niet ook zulk een toren zet. Niet lang daarna jaagt
+zij haar man ook weg, zij wenst alleen te zijn; hij ziet echter kans
+weer binnen te komen en dan laat hij haar om 't leven brengen.
+
+Over deze en dergelijke dingen kan de kroniekschrijver een »ach"
+en »wee" laten horen en er de vloek der kerk over inroepen. Maar
+toch, in al die bandeloosheid schuilen krachten, waarvan de ogen der
+geestelikheid alleen de slechte kant gezien hebben. De ideale kant,
+de idealen zelf en de aspiraties welke in hun beste ogenblikken die
+anarchie van de adel bezield heeft, die ontrolt zich voor ons in
+de nationale heldendichten, die op de grondslag van oude sages en
+overleveringen door 't vlees en 't bloed van de adel geschapen zijn. In
+Frankrijk hebben wij die nog vrij zuiver in het »Chanson de Roland" en
+nog een paar anderen van de oudere »Chansons de geste", in Duitsland
+is die in het Nibelungenlied en »Goedroen" overstreken met een laagje
+ridderromantiek dat er eerst afgeschrapt moet worden. Maar door het
+woeste en het ruwe in deze gedichten, schijnt een noblesse en een
+krijgsgeest van hoge menselike waarde.
+
+Neem b.v. de wanhopige heldenstrijd van Roland en zijn wapengenoten bij
+Ronceval tegen de scharen der Saracenen of Ogier li Danois die geheel
+alleen zijn burcht tegen het leger van Karel de Grote verdedigt. Of wel
+de geschiedenis van Siegfried die Brynhilde wil trouwen, en het bloedbad
+der Nibelungen in Huneland op de tochten der Vikingen en de hevige
+zeeslagen in »Goedroen". Dat zijn beelden van een machtig spel van
+het noodlot waar het om leven en dood gaat, krachtige majeur tonen en
+hartverscheurend tragies. Verheerliking van de man en het mannelike,
+verheerliking van kamp en strijd. Die heldendichten verkondigen ook de
+moraal van een elementaire oorlogseer, ze bezingen wat Roland en Olivier
+samenbindt, en Hagen en Volker en schilderen het opperhoofd en zijn
+getrouwen, Karel de Grote en zijn twaalf pairs, Didrik van Bern met zijn
+twaalf »Recken". Het grote ideale beeld van de krijgskoning en zijn adel
+is Karel de Grote op zijn »faldestueil" in de koningshal te Aken, in de
+Raad met zijn baronnen of op de morgen van de slag aan het hoofd van
+zijn leger.
+
+Maar dit hoort eigelik bij de oudere lagen der Heldendichten, de
+inspiratie uit het meer oorspronkelike stadium in de maatschappij van
+de _clans_. Gedurende het uitéénvallen van het oude soldatenkoningschap
+en de anarchie der baronnen, ging de belangstelling der heldendichten
+over op de Vazallen en de Baronnen en schilderen zij nu de krijgsadel in
+zijn geweldige worsteling met de onbekwame en despotiese vorsten--het
+rebelliese zich zelf op de voorgrond zetten van de Franse Heemskinderen
+of de Duitse Hertog Ernst--en de veten der baronnen onder elkaar,
+dezelfden waarvan de kronieken _hun_ beeld gaven. Maar Begon, de
+»oorlogsdemon" en Raoul de Cambray uit de chansons de geste of Hagen en
+Krimhilde van het Nibelungenlied, die hebben ook een soort Idealiteit;
+wat laten die zich niet met geniale kracht op hun »baronscap" of hun
+»Reckenthum" voorstaan als adelmensen die ver boven monnikskappen en
+kramers en de verachtelike menigte verheven zijn, zij, Heer over hun
+eigen wil en aan geen andere wet gehoorzamende van mensen nòch van God,
+dan die welke zij zich zelf voorschrijven.
+
+Dat is, gezien in de dubbele spiegel van kroniek en heldendicht, de
+adelsanarchie in Frankrijk en Duitsland. Maar er voltrekt zich in
+de 11de en 12de eeuw--voorlopig handelen wij hier voornamelik over
+Frankrijk--een ontwikkeling die in het een zoowel als in het andere
+genre al in de kiem te vinden is en die ten slotte verder voert dan
+baronnen-werkelikheid en baronnen-idealen.
+
+Uit die anarchie rijst weer een maatschappelike orde op. De kastelen
+die de baronnen overal in het land gebouwd hebben ter bescherming van
+hun eigenmachtig optreden, zijn feitelik de cellen voor een nieuwe
+maatschappij geworden. Achter de muren en grachten wordt er op die
+burchten een leven van tot zekere hoogte veilige voorspoed geleid;
+de familie en het gezin worden door het samenleven als één, vooral de
+eenzame winteravonden, wanneer het met de oorlog en de jacht gedaan
+is; in de gedichten zien wij de baron bij de haard zitten met zijn
+echtgenote, haar innig kussen en zich verheugen over het spelen van een
+paar flinke jongens, of wel hij zit in de hal met zijn mannen en hoort
+een zanger de heldendichten voordragen. Als er niets anders te doen
+is, houdt men wapenoefeningen of men speelt met de teerling of er wordt
+gedanst. Ook begint men het huis te verfraaien; de balken worden fraai
+uitgesneden en met ornamenten versierd, ook de muren worden geschilderd
+of bekleed met geborduurde behangsels. Er komt gezelligheid en gevoel in
+het leven der baronnen, een zekere schoonheid en een drang naar
+geestelik verkeer.
+
+Aan de voet van de burcht ontstaat een kleine maatschappij, die zich
+onder de bescherming van de burchtheer stelt, opdat hij op zijn beurt
+hen beschutte tegen de andere baronnen en de struikrovers zal laten
+ophangen. En hoe volkomen willekeurig de baron zich ook tegen zijn
+boeren en dienstmannen moge gedragen, toch komt er een zeker gevoel
+bij hem op van zijn plichten als beschermheer en ontstaat er een
+landsvaderlike verhouding van hem tot zijn »serfs". De burchtvrouwe
+begeeft zich naar 't dorpje en zorgt voor de zieken en de armen en
+wanneer de heer weduwnaar mocht worden zonder kinderen, dan komen de
+kleine burgers en vragen hem om toch vooral weer te trouwen opdat zij na
+zijn dood niet zonder heer zullen achterblijven.
+
+Ondertussen zijn ook de kleinere burchtheren door de desorganisatie
+van het leenstelsel steeds afhankeliker van de vorsten geworden en
+langzamerhand bouwt zich dat trapsgewijze op: Seigneur, Vicomte,
+Graaf en Hertog; meer en meer beginnen geschreven kontrakten en een
+gedétailleerd gewoonterecht de onderlinge rechten en plichten tot in de
+kleinste kleinigheden te regelen. Stukken welke uit die tijd stammen,
+tonen heel duidelik hoe hoog ontwikkeld het feodale geweten is en zelfs
+in woeste heldendichten vertoont de kleine vazal dikwels onkreukbare
+trouw jegens zijn leenheer, maar hij zegt hem zijn manschap ook zonder
+gewetenswroegingen op, wanneer de leenheer _zijn_ plichten niet nakomt.
+Onder deze omstandigheden ontwikkelen graafschappen en hertogdommen zich
+meer en meer tot werkelike rijken, onder vaste vorstendynastiën, en de
+kleine vorsten verbieden »les guerres privées", trekken rond en breken
+de »chateaux forts" af, stellen baljuws aan en richten rechtbanken op;
+meer en meer van de eigendommen der baronnen komen in hun eigen handen,
+terwijl zij de baronnen om zich heen verzamelen bij hun hof, waar ze de
+hoge plaatsen innemen en deel uitmaken van de raadgevende vergaderingen.
+Op die wijze verzamelt de Vlaamse adel zich aan de grafelike hoven van
+Ardres, St. Pol, Boulogne of aan het hof van den leenheer te Atrecht of
+Brugge, de adel van Champagne aan het hof te Troyes, in Provence, te
+Brienne of Bar; de adel van Languedoc aan de hoven te Toulouse, Narbonne
+en Beziers. In plaats van de treurige, armoedige burchten overal in 't
+land verspreid, waar een zeer beperkte kring een vrij eentonig leven
+geleid had in tamelik primitieve toestanden, en om zo te zeggen, onder
+voortdurende dreigementen van vijandig-gezinde buren, daar komen nu die
+vorstenhoven op als de middelpunten van de adel en met een sosiaal leven
+onder veel gunstiger en vreedzamer omstandigheden.
+
+In 't algemeen kan men zeggen, dat de adel zijn levenswijze en zijn
+wijze van denken aristokratiseert, terwijl die zich aldus om de vorsten
+heen organiseert. Het is dan ook in deze tijd dat de standen zich meer
+van elkaar gaan onderscheiden. Door de strijd om de investituur, de
+invoering van het celibaat en de ontwikkeling der monniksorden, neemt
+de geestelikheid een geheel aparte plaats naast de burgermaatschappij
+en de staatsorganisatie in, en wordt onder de leiding der pausen tot
+een Europese, internationale grootmacht. Ondertussen verzamelen de
+handwerkers zich in hun gilden en gemeenten, kooplieden werken zich
+op tot rijkdom en verkrijgen privileges en de grote steden beginnen
+in het Noorden zowel als het Zuiden van Frankrijk, door hun uitdagende
+houding, ekonomiese zowel als politiese vrijheid te verwerven. Zowel de
+geestelikheid als de burgerij stellen door allerlei machtsmiddelen paal
+en perk aan het vrije optreden van de adel en de kloosters scheppen
+zich een eigen opbouwende, stichtelike literatuur, evenals de burgerlike
+geest zich weldra zelfstandig uit in een humoristiese vertellingtrant en
+didaktiese dichtkunst. Maar daarentegen verschanst de adel zich des te
+exclusiever tegenover de klerken en de kramers achter zijn macht en zijn
+privileges en leeft zijn eigen afgesloten leven in een maatschappij, die
+door heel haar wijze van zijn zich als een hogere stand en een
+soldatenkaste wil doen gelden en zich weldra ook een heel wat
+karakteristieker _adellike_ dichtkunst vormt dan de nationale
+heldendichten geweest waren.
+
+Maar het waren niet alleen die andere standen die de adel in 't gedrang
+zouden brengen. Van het jaar 1100 af blijft het daarvóór zo diep
+gezonken koningschap langzaam maar voortdurend in macht toenemen. Van
+Lodewijk de Dikke tot Lodewijk de Heilige groeien de koninklike domeinen
+stukje voor stukje aan: van Ile de France breidt het land in direkt
+koninklik bezit zich langzamerhand over het grootste gedeelte van
+Noord-Frankrijk en grote stukken van het land zuidelik van de Loire uit,
+en waar Lodewijk de zesde in 't jaar 1100 nog in eindeloze veten lag
+met de kleine rebelliese burchtheren bij de Seine, kan Philip Auguste
+in 1214 de verenigde legers verslaan die de Engelse koning, de Duitse
+keizer, de graaf van Vlaanderen en andere rebelliese leenmannen tegen
+hem aan hadden gevoerd. De geestelikheid staat met de machtige abt Suger
+de St. Dénis en later bisschop Guillaume van Parijs steeds aan de kant
+van het koningschap en de staatsautoriteit, en aan de Universiteit
+werden de docenten van het Romeinse recht de beste steunpilaren van de
+kroon; als koninklike baljuws en drossaten, werden ze uitgezonden om,
+ten koste van het feodale lokale bestuur, de rijksadministratie en
+wetgeving meer en meer te centraliseren.
+
+Maar het gevolg van die innerlike organisatie en de uiterlike
+beperking van de adel is nog bovendien dit--een andere zijde van de
+ontwikkeling--dat een groot deel van de krijgshaftige teugelloosheid van
+de wereld der baronnen onschadelik gemaakt moet worden, omdat die in de
+nieuwe maatschappij geen plaats kunnen vinden, niet in de nieuwe vormen
+»in-getemd" kunnen worden. Er zijn jongere zonen, die, al naarmate
+het eerstgeboorte recht bij de leenssuccessie toegepast wordt, zich
+van hun erfdeel beroofd zien en die daardoor tot een afhankelik hofleven
+bij de oudere broeder gedwongen worden; er zijn burchtheren, wier
+»chateau-fort" door de leenheer tegen den grond gegooid is of die arm
+geworden zijn omdat het volkje aan de voet van de burcht een charter had
+weten te verkrijgen en weigerden belastingen te betalen en de verplichte
+arbeid uit te voeren; bovendien nog al die onrustige elementen die zich
+niet in een meer geordende maatschappij vinden kunnen. Uit deze adel
+zonder land die niets heeft om voor eigen rekening om te vechten, worden
+de »chevaliers errants" gerekruteerd, die ridders die rondtrokken en hun
+armen en hun zwaard verhuurden als soldeniers--soldaten--aan de een of
+andere vorst, of die op avontuur uittrokken en zo dikwels genoeg in hun
+verval als struikrovers eindigden of zich bij de benden van Navarrezen,
+Brabanders en andere »routiers" aansloten die het Frankrijk van de 12de
+eeuw onveilig maakten. Een surrogaat voor de vroegere »guerres privées"
+werden ook voor velen de toernooien, die--oorspronkelik de oudste soort
+wapenoefeningen--in deze tijden meer en meer tot een feest werden,
+waarmede de vorsten in vredestijd de onrustige, oorlogszuchtige ridders
+bezighielden. Lang trachtte de geestelikheid die te verhinderen, maar ze
+bleken een zeer doelmatige veiligheidsklep voor de maatschappelike orde
+te zijn en de afstammelingen van de altijd kibbelende baronnen vonden er
+behagen in, de gehele zomer door, van 't ene toernooi bij de vorstelike
+hoven naar het andere te trekken. En 's winters vond men weer een
+ander surrogaat voor het vrije leven van strijd in het voordragen van
+heldendichten, wat nu in de mode kwam. Want het was nu eerst dat het
+grootste deel van de heldengedichten geredigeerd werd waarin wij de
+ideale zijde van de geest der baronnen uitgedrukt zagen en dat zij
+algemeen op de burchten gelezen werden; het »vertel, vertel!" dat men
+in de 12de eeuw over heel Frankrijk horen kon, is niet anders dan een
+uitdrukking er voor dat zekere krachten die in de werkelikheid geen vrij
+spel meer hebben, nu dit plezier op 't gebied van de fantasie moeten
+zien over te brengen. Maar ten slotte vond de maatschappij nog een
+veiligheidsklep in de krijgstochten en emigraties die gedurende de
+hele 11de en 12de eeuw de Franse adel aderlaten en daardoor een grote
+hoeveelheid van gistende stoffen verwijderen. Onder aanvoering, zeer
+natuurlik, van de Noormannen--de laatst er bij gekomenen van de
+Germaanse soldatenvolkeren--staken de mannen van Anjou, Bourgondië en
+Vlaanderen over naar Engeland onder Willem de Veroveraar en schiepen het
+machtige Engels-Normandiese rijk; andere Noormannen hadden zich kort
+daarvoor in Zuid-Italië vastgezet en daar te Napels en op Sicilië een
+Frans rijk gegrondvest; op het Pyrenése schiereiland steunden Franse
+baronnen Aragon tegen de Arabieren en een Bourgondise hertogszoon
+richtte een koninkrijk in Portugal op. En nu kwam Paus Urbanus en sprak
+te Clermont de verstandige woorden tot de adel: »Het land dat gij
+bewoont is te klein voor uw aantal, het heeft geen levensmiddelen genoeg
+om U allen te voeden. Daarom verscheurt gij elkander en eet gijlieden
+elkaar op. Sluit liever vrede en volgt mij op mijn kruistocht." Met
+entoesiasme greep de Franse adel deze oplossing aan en een hele eeuw
+lang werd het Oosten nu de plaats waar het instinkt van de vagebond en
+de grootspreker, waar eergierigheid en lust tot avonturen uiting en
+bevrediging konden vinden, alle gevoelens waarvoor er geen plaats was in
+het Frankrijk dat zich nu vormde.
+
+De ridder is het type van den adel in de 12de en 13de eeuw, gelijk de
+baron het was in de 11de eeuw; waren toen de verspreid liggende kleine
+kastelen de centra van het adelsleven, nu worden het de grote grafelike
+en hertogelike hoven en die roepen tot ridderspel op en kruistocht,
+waar de adel alom aan mededoet. In de 12de en 13de eeuw is »Ridder" de
+aanduiding van de kleine adel, die slechts weinig grond bezit, zo al
+iets, maar die in dienst staat bij de grote seigneurs of die dan eens
+hier dan eens daar verblijf houden en die in bizondere mate de
+krijgsdienst en hofdienst tot hun levenstaak gemaakt hebben. De grote
+baronnen die hun goederen besturen moeten, hebben dikwels noch lust om
+zich op toernooien en in oorlogen in de wapenen te oefenen, noch om aan
+de hoven te dienen, dikwels laten zij zich dan ook helemaal niet tot
+ridder slaan. Aan de andere kant vindt men vele edellieden die te arm
+zijn om zich de dure wapenrusting aan te schaffen of het strijdros en
+de wapenen waar een ridder van voorzien moet zijn; die blijven geheel
+hun leven »equyers". Maar er zijn jongere zonen van goede familie of
+kinderen uit de verarmde adel die aan het hof van een vorst aangenomen
+worden en daar opgevoed; daar worden ze dan in de wapenhandel geoefend
+en leren er allerlei hofdiensten; wanneer ze òf de heer die ze dienen òf
+hun familie er toe kunnen brengen hun een wapenrusting of een paard ten
+geschenke te geven, dan worden ze bij het bereiken van de mannelijke
+leeftijd »adoubé", met het zwaard omgord, en ontvangen ze de »colée",
+de ridderslag met verschillende ceremonieën, en dan moeten ze voortaan
+hun »chevalerie" hoog houden, door zich zelf te voorzien, of zich
+door anderen te laten voorzien van ridderwapens en paard en door zich
+vlijtig in de wapenen te blijven oefenen. De ridders zijn daarom,
+niettegenstaande het feit dat zij dikwels onvermogend zijn, tot zekere
+hoogte een adel in de adel, zij zijn het die bij de hoven een opvoeding
+hebben gehad, het meest met hun stand overeenkomende en die door hun
+wapenen de oude eer van het vroegere werken van de adel ophouden. Het
+is een zeer individuele adel, niet erfelik en niet geërfd, maar door de
+enkeling verkregen, door zijn persoonlike verdienste en door zijn gehele
+wijze van leven opgehouden, bovendien ook een zeer ideële adel, noch aan
+grondbezit, noch aan bepaalde leenstoestanden gebonden, maar door de
+traditionele woorden tot de jonge ridder: »Sois preux!" aan het adelike
+krijgsmansideaal gewijd, dat zich langzamerhand gevormd had. En het is
+deze élite-adel, zeer individueel en ideël die in de 12de en 13de eeuw
+de drager wordt van de adelkultuur...
+
+Op het baronnenleven en de baronnenpoëzie volgt een ridderlike
+hofkultuur en een ridderlike, avontuurlike poëzie...
+
+
+
+
+II.
+
+KRISTELIKE GEVOELSKULTUUR.
+
+
+»Zalig zijn de zachtmoedigen... zalig zijn de barmhartigen... zalig zijn
+de vreedzamen... hebt uwe vijanden lief; zegent ze die u vervloeken."
+Kan men zich een groter tegenstelling denken met de krijgsmoraal die
+de baronnen in hun geweten gegrift vonden, dan zulke woorden die de
+huiskapelaans en biechtvaders overal de baronnen en hunne volgelingen
+lieten horen? »Zalig zijn die treuren... het is lichter dat een kamel
+ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het koninkrijk
+Gods... Gij lieden moet den boze niet wederstaan... zoo iemand achter
+mij wil komen, die verloochene zich zelven en neme zijn kruis op en
+volge mij!" Wat zal deze monnikenleer niet vreemd die Seigneurs met hun
+heersersmoraal in de oren geklonken hebben! En toch was die kristelike
+levensopvatting door vele eeuwen heen offisieel aangenomen en het in
+alle lagen der maatschappij bekende geloof geweest, van kindsbeen af
+was elke baronnenzoon in zijn kristendom opgevoed geworden; met de
+stille stem van de biechtstoel had dat tot het geweten gesproken,
+op de hoogtijden der kerk was het door de priesters verkondigd en nu,
+in de 11de eeuw stond een machtige Europese kerk in de dienst van dat
+geloof en een talrijk leger van geesteliken streden in scholen, bij de
+kommuniegang en bij het ziekbed voor de zaak van Kristus.
+
+Zekere kanten en vormen van het Kristendom waren altijd verenigbaar
+geweest met de levensopvatting der baronnen. Reeds van de tijd der
+Roomse keizers en de frankiese koningen af, had de kerk zich veelal aan
+de zijde van de Groten en de Heersers geschaard en getracht ze er van
+boven af voor te winnen de lagere volksklassen te kerstenen. »Geef
+Caesar wat Caesar's is... zo onderwerpt u dan Gode", heet het in de
+schrift en de kerk zalfde de koning, verklaarde zijn persoon heilig en
+onschendbaar en steunde de vorsten tegen hun onderdanen. Evenals de kerk
+zich zelf monarchisties organiseerde onder de paus, tracht die overal
+een daarmee overeenkomende hierarchiese indeling van de maatschappij
+in te voeren en te steunen. Gelijk de heerscharen der engelen in negen
+rangklassen ingedeeld waren, van de seraphine tot de laagste gewone
+»boodschappers", of gelijk de goddelike openbaring zich in de
+geschiedenis trapsgewijze voltrok door zeven wereldtijdperken heen,--zo
+was ook de sosiale standenindeling een goddelike instelling.
+
+De natuurlike deugden van de adel kwamen bovendien dikwels vrijwel
+overeen met die welke het Kristendom inprentte. Hoe dikwijls vond de
+kerk niet bij de besten der edellieden een drang om de zwakken te
+beschutten, een mildheid tegenover de armen en een trotse hoogmoedigheid
+tegenover de overwonnenen die men zonder aarzeling tot kristelike
+deugden zou kunnen stempelen? En het gevoel dat de baronnen als »mensen"
+tegenover hun leenheer stonden--hoe gemakkelik liet zich dat niet
+verklaren tot trouw jegens den Hemelheer? Reeds de oud Angelsaksiese
+en Nedersaksiese dichters zongen van Kristus als de volksleider, de
+zegevorst die met zijn twaalf getrouwe »mannen", of »Recken", om trok,
+totdat een van hen tot verrader werd en zijn Meester in de handen van de
+vijand overleverde. En nu in de 11de eeuw, houdt de stervende Roeland
+zijn God de handschoen voor, gelijk een vazal zijn handschoen uit doet
+wanneer hij in de tegenwoordigheid van zijn leenheer komt. Menig bejaard
+ridder ging in zijn oude dagen in een klooster--gelijk van vele helden
+uit de gedichten verteld wordt--en diende trouw zijn hemelse heer,
+wanneer hij niet langer de macht had om zijn aardse heer te dienen.
+»Toen ik de eer had", zeide zulk een oude edelman in 't klooster, die
+ootmoedig 't werk van een kaarsdrager op zich genomen had, »ridder
+te zijn in de wereld en graaf, droeg ik gewillig de fakkel van een
+sterfelik koning; zou ik dan nu niet des te gewilliger een kaars dragen
+voor de hemelse keizer die ik nu dien?"
+
+Het Kristendom zelf werd gekleurd door de aristokratie, eerst van
+het Romeinse keizerdom en daarna van de feodale maatschappij. Op de
+kristelike ootmoed en de drang om te knielen en te aanbidden, was
+het algemene servilisme niet zonder invloed. Wanneer men de brieven
+der geesteliken aan hun superieuren leest, of aan vorsten, of de
+grafschriften over hen, dan ziet men pas goed, hoe de kruipende
+beleefdheidsvormen van het Roomse keizerdom in het ootmoedige
+ceremonieel der monniken en de onderdanige politiek der kerk overgegaan
+zijn; terwijl de briefschrijver de geadresseerde overstroomt met titels
+als »Uwe Voortreffelikheid", »Uwe Grootmoedigheid" en »Uwe Genade":
+kruipt hij zelf in elkaar als »mea parvitas" en »mea humilitas". En
+wanneer men de geestelike kronieken leest, ziet men overal de gebogen
+nek van de monnik, die 't liefst zijn eigen mening onder stoelen en
+banken steekt, of in elk geval slechts vage en voorzichtige woorden over
+de machtigen op aarde uiten durft en van de panegyriën der antieke
+rhetoren over hun keizer en Maecenas, heeft hij een hoogdravende en
+opgemaakte stijl van zijn lofzanger geërfd, die 't eerst in de officiële
+»Vitae" der heiligen aangewend werden, maar langzamerhand op de
+wereldlike grote Hansen en mondaine onderwerpen overgebracht werd. Met
+plompe hovelingen-vleierij en in een opgeschroefde, bombastiese stijl
+vertelt hij van »de god-gewijde en om zijn vroomheid zo prijzenswaardige
+Jarl Adgar en zijn voortreffelike zonen" of »Philip, 's konings zoon,
+dewelke een liefelike bloem der jeugd is, die door de edele eenvoud van
+zijn aangezicht en de schoonheid van zijn lichaam waardig geschenen
+zou zijn over de gehele wereld te gebieden", en in de gezwollen stijl
+van de heiligenlevens, met voortdurende paralellen uit de bijbelse
+geschiedenis, wordt de nietswaardige Lodewijk de Vrome verheerlijkt,
+of de moord op de »goede" graaf Karel geschilderd en bij de dood van
+een der meest wereldlike en intrigante koninginnen, getuigt de kerk
+dat zij over de gehele wereld straalde door de glans van haar koninklike
+geboorte, zij smukte de adel van haar geslacht door haar eervol leven,
+verrijkte die door haar reine zeden, versierde die door de bloemen
+harer deugden en overtrof bijna alle andere wereldse vorstinnen, door
+de roem harer onvergelijkelike rechtvaardigheid. Door de idealiserende
+verheerliking der voornámen en hun leven konden zulke kronieken heel
+dikwels de onmiddellike voorgangers zijn van de heldendichten der
+baronnen en van de Ridderromans; evenals de kerk in het wereldlike leven
+medehielp om het gebouw der feodale hiërarchie te bevestigen, door er de
+stopverf der kristelike onderdanigheid bij te doen.
+
+De verhouding van de kerk tot het krijgswezen was niet onverzoenliker
+dan tot de adel. Natuurlik moest het Kristendom in theorie zowel als in
+praktijk met afgrijzen voor het bloedvergieten terugdeinzen. Maar een
+zeker militair element drong toch reeds vroeg in het Kristendom door.
+De Schrift zelf schildert reeds de Kristelike loopbaan als de _strijd_
+voor het Geloof. In de 2de en 3de eeuwen spreekt men van de _strijdende_
+Kerk, de _strijders_ van Kristus; de doop wordt vergeleken met de eed
+die de soldaat op het vaandel aflegt en de martelaren die hun geloof met
+hun bloed bezegeld hebben, heten: »militum Christi cohors candida".
+Spoedig zag de kerk ook al in dat de gewapende macht een noodzaak was en
+trachtte de machtigen voor zich te winnen door hun de zege te beloven;
+Constantijn de Grote, zowel als de Frankenkoning Chlodewig, moeten
+beloofd hebben het Kristelike geloof aan te nemen indien Kristus hun
+wapenen de zege wilde verlenen. En van nu af was dat de gewone toestand:
+de soldaten zochten de hulp van Kristus en de kerk in de slag en de
+kerk trachtte de arm der soldaten voor haar bescherming te winnen.
+Constantijn zette het monogram van Kristus in zijn banier en een der
+kruisnagels in zijn helm, een ander in zijn leidsels. Karel de Grote
+had een zwaard dat hem door een engel uit de hemel gebracht was en zijn
+lans was dezelfde die eens in het lichaam van Kristus gestoken was. De
+ridders lieten relikwieën in de handvatsels van hun zwaarden zetten en
+deden hun wapens en de uitrusting met wijwater besprenkelen. Daar staat
+tegenover dat de kerk onder haar heiligen de Cappadociese ridder Joris
+had die de draak doodde en de prinses redde--de oude draken-doder der
+heldensagen die tot ridder geslagen is--en dezelfde H. Joris werd nu de
+heilige der soldaten.
+
+Van betekenis werd het ook dat de kerk langzamerhand iets bij de
+ceremonieën van de ridderslag te zeggen kreeg. Reeds van het begin der
+11de eeuw vindt men een kerkelik ceremonieel voor de »zegening van de
+Ridder", maar in elk geval werd het op het einde van de eeuw gewoonte
+dat de geestelikheid de wapenen van de jonge Ridder zegende, zelfs
+dienaren hem die aangordden en zo kwam natuurlik de ridderschap de
+plichten mede te brengen, ook in de kristelike deugden vooraan te staan
+en het zwaard te wijden »ter bescherming van de kerk, der weduwen en
+wezen en alle dienaren Gods." De gehele drang van het ridderwezen
+tot daden, om alle krachten boven het gewone en het gemiddelde in te
+spannen, om door zijn verdiensten roem en eer te verwerven--was dat
+niet hetzelfde streven dat alle kluizenaars en monnik-asceten der kerk
+bezielde? Hoe gemakkelik zou dat niet door de kerk van de wereldlike in
+de geestelike sfeer overgebracht kunnen worden? Niet weinig eergierige
+ridders zetten, wanneer een priester hen tot 't hart gesproken had, er
+al hunne zinnen op tot een soort adel van de Maatschappij van Kristus
+te worden en onder hen uit te blinken die 't hoogst op de ladder der
+volmaaktheid gestegen waren. Daar had men b.v. zulk een figuur als de
+gravenzoon Etienne d'Auvergne (11de eeuw) die op een mooie dag van heel
+zijn erfenis afstand deed, en alles opgaf, alleen zijn zegelring aan de
+vinger behield--het teken van zijn adelike geboorte--en naar een woeste
+bergkloof in de buurt van Limoges trok waar hij zich plechtig aan God en
+een asceties kluizenaarsleven wijdde.
+
+Al deze aanrakingspunten hadden de baronnen met de kerk. En de meesten
+der bisschoppen en abten van de 11de en 12de eeuw die ook zelf door
+de goederen der kerk tot de feodale wereld hoorden, zelf leenheren en
+vazallen waren, leefden in vrede en vriendschap met de baronnen. Het was
+een aristokraties en zeer wereldlik Kristendom dat zij representeerden.
+Suger, de abt van St. Denis, de aanzienlikste der prelaten uit die
+tijd, leefde geheel en al gelijk een feodaal Seigneur; in zijn klooster
+weerklonken de gangen van de gespoorde ridderlaarzen, in de kapittelzaal
+onderhandelden advokaten over de geldzaken van het rijke klooster,
+Suger gaf schitterende feesten en jachtpartijen voor de vazallen van
+'t klooster en als de koning uittrok om zijn baronnen te tuchtigen,
+volgde de abt hem in volle wapenrusting, onze eigen Absolon gelijk, de
+stichter van Kopenhagen, die Aartsbisschop van Lund was, maar tegelijk
+de ziel van de krijgstochten tegen de Wenden. Over het klooster van
+Cluny schrijft de H. Bernardus dat »spaarzaamheid wordt daar als
+gierigheid beschouwd", soberheid als boersheid, stilzwijgendheid als
+zwaarmoedigheid; teugelloosheid werd daarentegen als liberaliteit
+beschouwd, verkwisting als vrijgevigheid, de praatjes der leeglopers
+heten goede manieren, gelach en grapjes zijn vrolikheid.
+
+Maar toch,--nooit kon het geheel verborgen blijven, dat de
+levensbeschouwing en de moraliteit van het Kristendom in de grond van
+die van de baronnen verschilden. En van 't eigen ogenblik af dat de
+Frankiese krijgers de doop ontvangen hadden, had het Kristendom in
+steeds toenemende mate als een religie van liefde en zelfverlochening
+getracht, de verstokte harten der baronnen te vermurwen en hun stijve
+nekken te buigen.
+
+Aan de ene kant dus als de verkondiging van de liefde. De kerk trachtte
+tegenstanders tot elkaar te brengen en op de kerkelike feestdagen
+gelijk op zekere weekdagen, een Godsvrede uit te schrijven en die deed
+altijd alles wat in haar macht stond om krijgsgevangenen los te kopen.
+Tegenover het woeste optreden van echtgenoten en broeders, trachtte die
+voor de vrouw op te komen, zij beschermde kinderen tegen het egoïsme
+der ouders--eeuw in, eeuw uit vocht zij tegen kindermoord, tegen
+het uitbesteden en de verkoop van kinderen; zij trachtte slaven en
+dienstbaren te beschutten tegen de hardheid en ruwheid hunner meesters;
+voor misdadigers die vol berouw de bescherming der kerk zochten, poogde
+zij genade te verkrijgen. Bij de hebzuchtige baronnen bedelde zij geld
+voor »Gods armen" en voor de bouw van hospitalen. Reeds midden in het
+donkere tijdperk der Merovingiërs vond men ze overal als de apostels
+van vrede en milddadigheid--een bisschop als de H. Germanus: een oude
+levensbeschrijving vertelde hoe hij aalmoezen bij de banketten der
+groten verzamelde en wanneer hij dan genoeg bijeen had om een slaaf los
+te kopen, dan verdwenen de rimpels van zijn voorhoofd, dan straalde
+zijn gezicht, dan liep hij met lichter schreden,--zijn spreken werd
+opgewekter, zodat men zou menen dat hij door een ander los te kopen,
+zich zelf bevrijd had van het »juk der slavernij";--of een abt als de H.
+Wandrégisilus: de oude »vita" vertelt hoe hij eens op een dag toen hij
+naar 't slot van Koning Dagobert moest, vlak voor de poort een arme man
+zag wiens wagen omgevallen was; de aanzienliken gingen de poort uit en
+in, niemand dacht er aan om de arme kerel te helpen, velen gaven hem
+zelfs een schop of vertrapten hem. Maar de abt stapte terstond van zijn
+paard en leende zelf de helpende hand om de wagen weer op te krijgen.
+Een anekdote als deze brengt ons in al haar eenvoud en geloofwaardigheid
+duidelik voor 't oog, hoe de kristelike geest in zijn meest gewone,
+meest humane vorm tegenover de gevoelloosheid der barbaren optrad.
+
+En nu, in de 11de en 12de eeuw, is dit ontluikend gevoel van liefde van
+het Kristendom aangegroeid tot een dwepende sentimentaliteit die als
+een warme golf over de harde, woeste wereld der baronnen heenspoelt.
+Literair werkt die richting door vertalingen in de volkstaal en door
+veel van de meest gevoelvolle poëzie van 't Kristendom in de gedichten
+te geven, episoden uit de bijbel, van de oude poëtiese verhalen uit het
+evangelie en van de overal welig opschietende Grieks-Latijnse legenden.
+Wat werden de hoorders niet geroerd in burcht zowel als hut bij de
+voordracht door kristelike zangers van de geschiedenis van Josef--de
+uitvoerige schildering van de boze broeders en de hevige smart van de
+vader, 's jongelings moeilikheden in Egypte, zijn herstel, de ontmoeting
+met zijn broeders en ten slotte de tedere hereniging van vader en zoon.
+Wat een allerliefste, treffende kleine idyllen wisten de evangeliese
+verhalen niet te ontvouwen van de jeugd van Kristus en Maria: het
+verdriet van Joachim en Anna over hun kinderloos huwelik, hun vreugd
+toen zij eindelik Maria kregen--het opgroeien van 't meisje in de
+tempel en dan de keuze van de oude Josef tot haar echtgenoot,--alle
+omstandigheden bij de ontvangenis en de geboorte van Kristus--zijn
+spelen met de andere knapen: de zonnestralen waar hij op treedt, en de
+vogels van klei die hij 't leven geeft door in zijn handen te klappen.
+Vervolgens al die hartverscheurende schilderingen van Jezus' dood en
+lijden, de moeder die met het dode lichaam in haar armen klagend
+rondloopt, zij kust hem op zijn ogen, wangen en neus, omhelst hem met
+»al het zoete harer liefde", baadt zijn lichaam in tranen en smeekt
+haar »filium dulcissimum" om een levensteken te geven. En eindelik al
+die schone, sentimentele legenden,--over kluizenaars uit wier hand de
+leeuwen der wildernis vruchten eten of die zij te hulp komen,... over
+de H. Martinus die de helft van zijn mantel aan de bedelaar geeft, of
+over Christophorus, ongemeen groot van gestalte, die het kind Jezus op
+zijn schouders draagt... over de H. Margarethe, wier reinheidsstralen
+haar in de gevangenis tegen de draken van de Duivel beschermen en op
+wier schouders de hemelse witte duif nederfladdert. In al dergelijke
+kristelike poëzie hoort men tonen die in de muziek der ridderromantiek
+terug te vinden zijn.
+
+Dat zijn de vrouwelike zijden van de menschelike natuur, waarvan het
+Kristendom zich midden in de ruwe mannen-wereld tot verdediger opwerpt.
+Reeds van de oudste dagen van het Kristendom af waren het de vrouwen
+geweest die het eerst het Evangelie hadden aangegrepen, zich de
+kristelike deugden het gemakkelikst eigen hadden gemaakt en de zaak van
+de Kerk bij hun echtgenoten en broeders hadden bepleit. Vele kerkvaders
+beweerden ook dat de vrouw vromer is dan de man. Reeds Augustinus leerde
+dat zij minder deel aan de zondeval heeft dan Adam. Zij is dan ook van
+een zuiverder stof gemaakt; terwijl hij van de dode klei gemaakt werd,
+is zij uit het levende vlees gesneden; en zij werd geschapen, op
+een voornamer en schoner plaats dan de man, nl. in het Paradijs en
+»misschien omdat God de vrouwen zulk een grote eer aandeed, vereren zij
+tot dank God hoger dan de mannen het doen." De vrouw--wordt er verder
+gezegd--is het zachte, gemoedelike, gevoelige van de twee geslachten.
+Daarin ligt een gevaar,--hoeveel vrouwen hebben niet mannen verleid en
+week gemaakt? Samson en Salomon zowel als Hercules en Jupiter! (en een
+vrouwenhatend monnikendom ontwikkelt dit punt steeds weer); maar de
+mildere opvatting legt er meer de nadruk op hoe gemakkelik de vrouw
+zich tot het goede laat brengen. Van 't begin af werkt de kerk er ook
+energies aan de maatschappelike positie van de vrouw te verbeteren. De
+vrouw is uit het dijbeen van de man geschapen--diens »zij-been"--en
+behoort ook aan zijn zijde te staan. In schone woorden wordt er
+verklaard dat man en vrouw samen in innige gemeenschap leven moeten, zij
+moet zijn kameraad zijn en alles met hem delen. En met strengheid wordt
+er een reinere geslachtsmoraal geëist die de vrouw tegen de
+ongebondenheid van de man beschermd.
+
+Maar daarentegen wordt de vrouw door de kerk meer dan ooit te voren in
+haar vrouwelijkheid terug gedwongen; zij moet vrouw zijn, maar dan ook
+niets dan vrouw. De geslachtseigenschappen zijn het die alleen haar
+waarde bepalen, al haar deugden bloeien in haar geslachtseer. Ambrosius
+wil ingetogenheid bij de opvoeding van de vrouw; ook moet er ook voor
+gezorgd worden b.v. door een diëet, haar zinnen zo weinig mogelijk
+te prikkelen en moet men haar lichaam in een zekere staat van tedere
+zwakheid houden, om het jonkvrouwelike, koele, teruggetrokkene bij haar
+te bewaren. De missie van de vrouwelijkheid is de begeerten van de man
+te bedwingen, zijn woestheid te dwingen om te knielen en om de gunst van
+de vrouw te _bedelen_. Maagden--schreef Hieronymus--zijn gelijk engelen.
+»Wat anderen later in de hemel zullen worden, dat beginnen de maagden
+reeds hier op aarde te zijn." Alle martelaressen hebben geleden voor hun
+geslachtseer: de H. Agatha als de H. Lucia of Ursula en de 11000 maagden
+te Keulen.
+
+Het grote voorbeeld van de kristelike vrouwelikheid werd de persoon van
+Maria. Elke eeuw vinden wij haar weer dichter bij de hemel gestegen,
+totdat zij nu in de 11de en 12de eeuw bijna de troon met de Driëenheid
+deelt. Op afbeeldingen, in hymnen, in legenden wordt zij als de
+Maagd verheerlikt, het ideaal van de reine, jonge Ongereptheid en
+tegelijkertijd de Moeder Gods, zij die geleden heeft en liefgehad als
+geen ander en die nu de barmhartige pleitster bij Kristus is voor de
+zondige mensheid. In de hymnen wordt de schoonheid der gehele schepping
+haar als een krans om het hoofd gebonden; zij is de Roos en de Lelie
+en de Sterre der Zee en de reine Parel en die aanbidding krijgt een
+kleurtje van de meest dwepende liefde-hulde. »Het is voor U gelijk een
+kus, Maagd!--zegt Bernard van Clairvaux--telkens wanneer gij het Ave der
+Engelen hoort! Telkens wanneer men U ootmoedig met dat Ave groet, wordt
+Gij, o Zaligste, gekust!" En de legenden worden niet moe te vertellen
+hoe de Madonna de grootste zondaars voor straf behoedt, zoowel op aarde
+als hiernamaals, wanneer ze maar ijverig tot haar gebeden hebben en haar
+altaar met bloemen versierd.
+
+Terwijl deze schone veilige sentimentaliteitsgolf over de wereld der
+baronnen begon te spoelen en op zijn manier de ridder-romantiek
+voorbereidde, was er ondertussen nog een andere kristelike gevoelsgolf,
+somber en bitter en gloeiend, die zich met de andere vermengde,
+maar toch ook duidelik in de latere ridder-romantiek onderscheiden
+kan worden. Dat was de religie van de levensverzaking en de
+levensverlochening die van uit het Oosten, en door de onderdrukking van
+het Jodenvolk in de leer van Jezus gekomen was, en van daar weer over
+Europa stroomde.
+
+Naast de Antieken en Germanen met hun robuste Heersersmoraal was het
+Kristendom gekomen en had zijn moraal aan de zwakken verkondigd en de
+dienstbaren en de ongelukkigen; onder de Slaven had het dan ook reeds
+vroeg de meeste proselyten en de meeste martelaars gemaakt. Voor de
+Romeinse patriciërs zo wel als voor de Frankiese baronnen had het de
+moeilike deugden van de ootmoed en de zelfverlochening, gepreekt en
+even onbekend voor Romein als voor Germaan was het bewustzijn van de
+zonde dat het Kristendom tracht te wekken en dat het aan het gehele
+menselike leven te gronde wil leggen. Uit het Oosten druppelde meer en
+meer ascesis en zelfkastijding het Kristendom binnen; in de wildernissen
+van Aegypte en Syrië trachtten kristen-kluizenaars elkaar in harde
+ontberingen en gruwelike pijnigingen de loef af te steken, en sedert
+dien bracht het monnikswezen in andere vormen de gehele zijde van de
+zelfverlochening van het Kristendom in systeem. Nu in de 11de eeuw was
+de kristelike sentimentaliteit, die zich over de landen verspreidde,
+vermengd met veel van de zwarte bitterheid der ascese.
+
+Vrees, angst voor de zonde en voor het verlies van de ziel, dat is wat
+de ware Kristen in zijn gemoed moet voelen,--leert men. »Een bedroefde,
+naar de aarde gerichte blik, een verwaarloosd uiterlik, ongekamd haar en
+vuile kleeren",--zo moet de Kristen er uit zien. Bevend gaat hij door
+het leven. Alle geluk en vreugde zijn valstrikken van den duivel en
+staan in de soldij van de Dood; smart daarentegen en ongeluk zijn de
+voorschool van de Deugd, een beloning die God de uitverkorenen ten deel
+doet worden, een pand voor het loon hiernamaals. Men moet dezer wereld
+sterven. En afstand doen van geld en goederen,--leerde Kristus niet dat
+er geen goud of zilver in ulieder gordels zijn moet en dat gijlieden
+heen moet gaan en alles verkopen wat gij bezit? En alle macht en eer
+opgeven--alle wereldlike macht is slechts diefstal, alle wereldlike eer
+is slechts ijdelheid, leert Augustinus. Van kennis en wetenschap,--»de
+wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God," zegt Paulus. Geeft uw
+familie, ouders en kinderen op, »indien iemand tot mij komt en niet haat
+zijnen vader en moeder, en vrouw en kinderen en broeders en zusters,
+die kan mijn discipel niet zijn," zegt Kristus. Men moet het vlees
+doden,--was het niet gulzigheid die er onze voorouders in het paradijs
+toe bracht van de vrucht te eten? zegt Paus Leo. Men moet zich
+vernederen,--»die zich vernedert, zal verhoogd worden". Men moet
+geduldig zijn in het ongeluk, zachtmoedig tegenover het onrecht. Men
+moet uit zich zelf tot hen gaan die lijden en zich in tranen baden over
+de smart van anderen, zelf verdriet gevoelen bij dat van anderen, »wenen
+met de wenenden en klagen met de klagenden."
+
+Ook voor deze zijde van het Kristendom stond er een hele kristelike
+dichtkunst ter beschikking, die op de fantasie en het gevoel van de
+lekenwereld werken kon en een grote massa sombere en droeve legenden,
+uit het Latijn en Grieks vertaald, vlogen in de 11de eeuw de wereld door
+en sloegen in het menselik gemoed neer. Schilderingen van de pijnigingen
+der martelaren en de zelfkwellingen der kluizenaars,--van gevallen
+vrouwen zoals Thais en Maria Aegyptiaca, die in hun wroeging allerlei
+ootmoedigende en vernederende boetedoeningen voor zich bedenken...
+onschuldige maagden, die door woestelingen vervolgd worden... zwarte
+misdaden die de straf des hemels over zich halen... moeders, die zich
+van hun kinderen losmaken of de H. Alexis die zijn bejaarde ouders en
+zijn bruid verlaat, ze aan verdriet en wanhoop overgeeft en die als
+bedelaar rond gaat trekken; zonder dat men hem herkent komt hij terug en
+woont jaren lang bij hen zonder zich bekend te maken, ofschoon hij ziet
+dat zij van smart sterven... alle menselike gevoelens worden getrapt,
+alle natuurlike banden verscheurd. Die legenden willen tranen zelfs uit
+de meest gevoellozen persen, zelfs de hardste harten tot bloeden brengen
+en het zijn dikwels feitelik al heel kleine romans die direkt de
+overgang vormen tot de sentimentele richting in de ridderromantiek.
+
+De zelfzuchtige hardheid der baronnen vermurwen, en in liefde
+veranderen,--de stijve halzen dier Heren in ootmoedige zelfverlochening
+doen buigen--dat is het waar de kristelike gevoelsrichting in de 11de
+en 12de eeuw op aan stuurt. In tegenstelling met de beweging der
+bedelmonniken in de volgende eeuwen, tracht de Kerk zich voorlopig meest
+tot de andere maatschappelike lagen te richten en werkt dan ook het
+meeste onder hen uit. De religieuse herleving van de adel wordt goed
+geïnkarneerd in de twee grote kerkelike figuren uit het begin van de
+12de eeuw. De een is Norbert van Xanten, een voornaam en rijk edelman,
+een bloedverwant van keizer Hendrik V. Eens op een dag dat hij in een
+prachtig zijden wambuis gekleed, door een wapendrager vergezeld, over de
+Rijn reed, werd hij door een bliksemschicht getroffen en bewusteloos ter
+aarde geworpen. Daardoor werd hij tot een godsdienstig leven gebracht,
+hij verzaakte zijn positie en zijn goederen, gaf zich aan zulk een hard
+asceties leven over, dat hij er door op het ziekbed werd geworpen en
+werd de stichter van de strenge orde der Premonstratensen, aan het
+hoofd waarvan hij stond als een streng niets-ontziend meester. Van meer
+betekenis nog was Bernard van Clairvaux. Zijn vader en zijn broeder
+dienden als ridders de Hertog van Bourgondië, maar Bernhard zelf was
+door zijn moeder een sterk religieus gevoel ingeprent en hij werd
+monnik. Hij begon met in heilige geestdrift zich zelf zo te kastijden
+dat zijn gezondheid er bij in schoot en daarna maakte hij de
+Cisterciensers tot een zeer streng-ascetiese orde; maar zijn ascetisme
+viel samen met een mystiese, sentimentele dweperij, die hij van uit zijn
+kloostercel aan grote kringen van de Franse adel wist mede te delen,
+door preken, traktaten, een uitgestrekte briefwisseling, niet het minst
+juist door die heerlik gevoelvolle brieven, bijna in de trant der Duitse
+piëtisten, aan de vorstinnen van Lotharingen en Bretagne. Liefde, leert
+hij, is het binnenste in de ziel; het komt er op aan het ijs in zich
+te smelten en herboren te worden tot de mildheid en klaarheid van het
+geestelike voorjaar; zelfzucht in een zee van liefde te verdrinken,
+waarin men samenvloeit met het oneindige; wanneer de drang tot die
+liefde door het lichaam schijnt, gelijk de lamp door het scherm, dan is
+de ziel »huweliks-bereid", bereid tot het geestelike huwelik met het
+Woord Gods. En Bernhard vertaalt de gloeiende Liefdes uitingen van het
+Hooglied en verklaart die gelijk een mysties-religieus dwepen; in schone
+hymnen schildert hij het kindeke Jezus als een minnaar en huldigt de
+Maagd Maria met de geestdrift van een troubadour.
+
+Bernard werd dan ook de voornaamste prediker der kruistochten van zijn
+tijd. En al waren het ook--zoals wij gezien hebben--in overwegende mate
+wereldlike redenen die de meesten edellieden aan de kruistochten mede
+deden doen, toch had de gehele godsdienstige herleving dier dagen
+er een wezenlik deel aan. De kruistochten betekenen de officiele
+Heiligprediking van de oorlog door de kerk. In plaats van de »Gods
+vrede" waar men zich zo moeilik aan houden kon, proklameerde nu de Kerk
+een »Gods Oorlog", waar men heel wat meer voor voelde. Zo als een der
+kroniekschrijvers 't heeft; »God heeft in onze tijd de heilige oorlogen
+ingesteld om de Ridders nieuwe middelen tot redding te geven, opdat zij
+niet verder genoodzaakt zullen zijn zich aan een monniksleven te wijden
+om zich te kunnen bekeren, maar dat zij met hun gewone leven en werken,
+tot zekere hoogte altans, zich de genade Gods zullen kunnen verwerven."
+De baronnen beschouwen zich nu als de Vazallen Gods: de Koning van het
+Paradijs--zeggen zij in een gedicht over de kruistochten van de 12de
+eeuw,--heeft zijn getrouwe Franse baronnen ter hulp geroepen »por Dame
+Dieu vengier" en om van de heidenen het rijk te heroveren, dat »de
+droite Antiquité" aan Kristus toekomt; zij zijn het, verklaren ze, »cil
+qui Damedieu servant d'un loyal cuer entier." En de drang der ridders
+om zich uit de maatschappij los te maken en op eigen hand eer te
+behalen en op avontuur uit te gaan,--die ging om zo te zeggen bij de
+kruistochten een kompagnieschap aan met het individualisme van het
+Kristendom en werd daardoor geheiligd. In het Kristendom is er toch
+reeds van huis uit een tendens die de banden der maatschappij en van
+de familie losser maakt; die tendens wees de enkeling op zich zelf aan
+en leerde hem dat de zaligheid van zijn eigen ziel het enige is dat
+hij steeds voor ogen moet hebben, en dat hij zich alleen door eigen
+verdienste kan verwerven. Gelijk de vromen die in het klooster gingen,
+alle banden van het familieleven doorsneden en alle burgerlike
+verplichtingen van zich afwierpen, zo konden nu de ridders op de
+kruistochten het als heilig en verdienstelik beschouwen zich van alle
+maatschappelike plichten los te maken en hun lust tot doden op eigen
+hand bot te vieren. Maar ongetwijfeld is ook een zuiver godsdienstige
+geestvervoering een machtige hefboom geweest voor die beweging. En door
+Franse en Provençaalse kruisliederen, gelijk door het lied van de
+Duitsche kruisvaarder Ezzo, over »de wonderen van Kristus" klinkt er een
+dwepend verlangen naar het graf van Kristus en het Hemelrijk, en velen
+waren er die werkelik voelden--gelijk een der kroniekschrijvers van de
+eerste kruistocht het uitdrukt--dat »de tijd nu gekomen was waar het
+woord van Kristus op doelde: »Zo iemand achter mij wil komen, die neme
+zijn kruis op en volge mij.""
+
+
+
+
+III.
+
+WERELDLIKE KULTUUR.
+
+
+Naast de kristelik-sentimentele beweging was er ook een soort
+wereldlike, humane kultuur die zich in de 11de eeuw aan de horizon
+begon te vertonen en die niet zonder opvoedende kracht zou blijken.
+Het werd al meer en meer duidelik, dat er ook buiten het Kristendom
+een beschavingswereld te vinden was,--een beschaving van de manieren en
+zeden, intellektueel zowel als aesteties--waar men zijn deel van krijgen
+moest op poene van een barbaar te blijven. Geesteliken, die als kleine
+jongens in de Latijnsche school het Latijn ingestampt was geworden door
+middel van de klassieke schrijvers, konden midden in een scholastiese
+discussie op eens een paar citaten uit Virgilius in de mond krijgen,
+die hen plotseling vreemde rijken van schoonheid deed vermoeden, en
+in uitverkoren kringen dier klerken begon men zich in die antieke
+literatuur in te leven en zich te laten doortrekken van, al was het
+een zwakke dosis, aesteties humanisme. En ridders die in Spanje geweest
+waren en daar gastvrijheid genoten hadden bij de ongelovige muzelmannen,
+of kooplieden die in Byzantium vertoefd hadden en een klein idee
+gekregen hadden van wat de beschaving daar betekende, die kwamen naar
+huis en vonden het leven lelik en vulgair, de zeden plomp en naief,
+zelfs in de kastelen van de machtigste baronnen. In de bovenste lagen
+der bevolking ontwaakten er toen vage voorstellingen van een hogere,
+zuiver wereldlike kultuur--een kultuur, zelfs ongelovig en heidens--en
+jeugdige verlangens om daar in door te dringen.
+
+De antieke kultuur was ook nooit in de middeleeuwen geheel afgestorven;
+hoe beter men kijkt, des te duideliker ziet men dat de samenhang
+ongebroken is, zelfs in de donkerste eeuwen. Als taal der kerk was het
+Latijn immers de basis van alle geestesleven der klerken. Het was het
+hoofdvak op school, de taal van de godsdienst, in 't Latijn werd de
+bijbel gelezen en alle kerkvaders, in 't Latijn disputeerden alle
+scholastici en werden alle kronieken en traktaten geschreven. En voor
+het onderwijs werden de heidense klassieken gebruikt, in elk geval in
+proza-uittreksels en bloemlezingen uit de laatste perioden der oudheid;
+in de kloosters werden de oude manuscripten bewaard en afgeschreven, en
+al waren er ook strenge richtingen in de kerk die de lektuur van al die
+heidense onzin verboden, er zaten toch overal monniken in hun scriptoria
+en bisschoppen in de biblioteken der kathedralen die hun otium wijdden
+aan de studie van Virgilius of Lucanus, Seneca of Cicero. Had niet
+Augustinus zelf de kinderen de lektuur van Virgilius aangeraden »opdat
+deze grote, beroemde en uitstekende dichter niet zo licht uit hun
+herinnering zal verdwijnen?" En waren de geschriften der kerkvaders niet
+gespekt met citaten uit deze heidenen? Ze konden b.v. niet van de goede
+rover vertellen die van het kruis naar Kristus op ziet of het vers van
+Virgilius liep hen in de pen over de gevangen Cassandra, die haar blik
+omhoog hief: »de blik alleen, de magere handen bonden de boeien."
+
+Zo volkomen was feitelik de kristelike leer der kerkvaders en
+daarmede die van de gehele middeleeuwen--b.v. die van de moraal
+der mensenliefde--van het materiaal der antieken doortrokken, dat,
+wanneer de klerken in 't geheim de geschriften der heidenen inkeken,
+ze elk ogenblik weer de waarheid zouden ondervinden van de woorden der
+kerkvaders dat het niet alleen de Joodse profeten geweest waren, maar
+ook veel geesten van het heidendom, die het licht van het Evangelie
+reeds te voren hadden zien gloren. Wanneer b.v. Cicero sprak van de
+»caritas generis humani" en de plicht in 't algemeen om zijn medemensen
+te helpen. Wanneer Lucanus voorspelde dat de volkeren eens hunne wapenen
+weg zouden werpen en elkander liefhebben. Of wanneer Seneca ontwikkelde
+hoe wij allen ledematen van een lichaam zijn. En was het geschrift van
+Ambrosius over de plichten niet slechts een bewerking met een licht
+kristelik kleurtje van »De Officiis" van Cicero--evenals men in het
+begin van de 12de eeuw de Engelse abt Aelred van Riedval de »Lelius"
+van Cicero ten grond kon leggen aan zijn dialogen over »de geestelike
+vriendschap"?
+
+Overigens trekt die zelfde abt tegen zijn tijdgenoten onder de
+geestelikheid te velde, die tegelijk met de Evangeliën de Bucolica
+studeren, Horatius tegelijk met de Profeten en Tullius met Paulus. En in
+de 11de en 12de eeuw had de sterke bloei der scholen--vooral in West-
+en Zuid-Frankrijk zowel als Noord-Italië--ook daar vruchten gezet die
+de ernstige kristenen wel moesten ergeren. Eén dier vruchten was de
+vrije gedachte die overal, in Noord als in Zuid, tegen het juk van de
+kerkelike autoriteit opstond, in de ketterijen van een Berengarius van
+Tours, in de vrije opvattingen der ketters, in Roscelin en Abélard en de
+ontluikende Parijse scholastiek. Van groter en direkter belang voor het
+literaire leven waren toch voorlopig de geestelike kringen die hier en
+daar opkwamen waar men zich niet afgaf met dogmatiese ketterijen, maar
+con amore zich aan de profane studie der oudheid overgaf, en zo goed als
+'t kon, zich door de geest der oudheid liet doortrekken en ontwikkelen.
+Het was vooral in de West-Franse provinciën in Touraine, Anjou en Maine,
+dat de scholen bloeiden en dat de filosofiese vrije denkers en de
+aestetiese humanisten onder de geestelikheid opkwamen.
+
+Daar was Hildebert van Lavardin die eerst een school had te Le Mans, die
+daar later bisschop werd en als aartsbisschop van Tours stierf. Hij nam
+sterk deel aan de kerk-politiek van zijn tijd en hield zijn bisdom vrij
+van de ketterse beweging, maar zoals men hem in zijn talrijke gedichten,
+redevoeringen en brieven leert kennen, is hij toch eigelik een leerling
+der oudheid. In zijn preken mengt hij voortdurend beelden en
+uitdrukkingen van de klassieke dichters onder de bijbelse. In de brieven
+die hij aan zijn biechtelingen schrijft, haalt hij dikwels zijn raad en
+zijn troostgronden uit de filosofiese epistels van Seneca zonder van
+kristelike argumenten gebruik te maken. Een massa wereldlike briefjes
+vertonen elegante beleefdheidjes in de vorm van de antieke brievenstijl.
+In hopen kleine latijnse gedichtjes proberen de poëten het met alle
+mogelike antieke genres: gedichten in antitese-rijke taal, gewijd aan
+Koningin Matilde van Engeland, grafverzen ter ere van een gravin van
+Maine, verzen vol komplimentjes aan de literair-ontwikkelde gravin
+Adèle van Blois, epigrammen en schuine erotiese versjes. Door Ovidius
+geïnspireerd, dicht onze prelaat een klacht van Apollo over de dood van
+Hyacinthus, pompeus bezingt hij de grootheid van het antieke Rome en
+houdt volkomen onkristelike beschouwingen over het Rad der Fortuin.
+Maar daar midden tussen in weer legenden en verzen, epigrammen over
+kristelike dogmata, of een gedicht, vol woordspelingen over de
+drieënigheid.--Wanneer zijn vorstelike of altans adellike biechtelingen
+aanvechtingen krijgen om zich in 't klooster te begeven of op een
+pelgrimage uit te trekken, verklaart de humanistiese bisschop dat men
+alle overdrijvingen en opzienbarende boetedoeningen moet vermijden en
+dat een graaf van Anjou werkelik gewichtiger plichten heeft dan als een
+pelgrim de wereld rond te trekken. En wanneer zijn vorstelike vriendin,
+de gravin van Blois op oudere leeftijd zich absoluut in het klooster wil
+begeven, weet hij haar in elk geval in de moederschoot der Kerk over te
+leveren met het meest elegante-hoffelike gedicht.
+
+Een andere korrespondent van die gravin Adèle was de abt Baudri de
+Bourgueil. Van zijn hand heeft men kleine epigrammen om onder een
+portret te zetten of in een exemplaar van Ovidius, gelegenheidsgedichten
+op een roos of een gebroken grift, groeten op rijm en uitnodigingen of
+antwoorden daarop. Met een zekere Jonkvrouw Agnes en een non Emma voert
+die abt een correspondentie in verzen, hij onderwerpt zijn gedichten
+aan hun oordeel, en bromt op een vriendin van hun beiden, omdat zij
+niet aan die poëtiese oefeningen mede wil doen. In een lang gedicht aan
+die gravin Adèle schildert hij haar woning, zoals hij zich die in zijn
+fantasie voorstelt en beschrijft o.a. de wandtapijten met voorstellingen
+uit de Griekse mythologie en de Romeinse historie. In Latijnse
+hexameters schrijft Paris minnebrieven aan Helena en richt Florus
+brieven van troost tot Ovidius in diens ballingschap.
+
+Zulke beaux-esprits heeft de geestelikheid omstreeks 1100 zeker niet
+weinige geteld en tussen het bisdom of een rijke abdij en het grafelike
+hof in de buurt, heeft zich ongetwijfeld zeer dikwels een druk verkeer
+ontwikkeld. De adellike dames stonden meestal zeer hoog in beschaving
+en hadden veel meer geestelike belangen dan de ruwe baronnen, en
+korrespondeerden druk met hun biechtvaders of met voorname nonnen in
+de buurt. In dergelijke kringen trachtte men religieuse stichting met
+literaire kultuur te verenigen. Men las de klassieken met elkander,
+schreef brieven in den trant van Cicero, en legde zich op een wereldse
+konversatietoon toe. De nonnen in het klooster Ronceras te Angers
+schrijven nu en dan de zaakpapieren van het klooster in verzen en een
+hunner kontrakten van overdracht begint aldus: »Kadmus, de wijze koning
+van Thebe voerde volgens het bericht van Isidorus het gebruik van het
+alfabet in Griekenland in, daar hij voorzag hoe noodzakelik dat in vele
+gevallen zijn zou." Bij sommige gelegenheden heeft men in die literaire
+abdijen eigengemaakte komedies opgevoerd in de trant van Terentius en
+Plautus, soms met een kristelik morele tendens, gelijk die welke een
+voorname Saksiese non, Hroswitha in het klooster te Gandersheim schreef,
+soms zeer wereldse Amphitryon-intriges en verleidingsgeschiedenissen,
+gelijk die welke aan een der klerken van Blois worden toegeschreven. In
+een klooster zette men de minnedichten van Horatius op muziek, later
+werd die melodie gebruikt voor een kerkelike hymne.
+
+Een zekere mate van schertsende lichtvaardigheid en sentimentele
+liefde-uitingen ontwikkelden zich natuurlik dikwels bij de vrije omgang
+der twee geslachten onder de mantel der religie. Het is algemeen bekend
+hoe het Abélard en Heloïse ging. Abélard was de leraar en vogue bij de
+Kathedraalschool van de Notre Dame te Parijs, van hoge geboorte, schoon
+en elegant, met een innemende stem, literair ontwikkeld en muzikaal.
+Plato en Boethius, Virgilius en Lucanus lagen even vaak op zijn lippen
+als de woorden van de Schrift en zijn minnezangen vlogen op lichte
+populaire melodieën over het gehele »quartier Latin" te Parijs. Die
+waren op Heloïse gemaakt die bij haar oom woonde, een kanunnik bij wie
+meester Abélard in de kost gekomen was, o.a. op voorwaarde dat hij diens
+nichtje dageliks zou onderwijzen. Hun verstandhouding leidde tot de
+treurige resultaten die men kent, maar van uit hun respektieve kloosters
+bleven zij regelmatig met elkaar korresponderen;--brieven in een pedant
+Latijn geschreven, half moraliserend, half retories-hartstochtelik, met
+citaten uit Seneca en Paulus, Salomon en de »ars amandi" door elkaar,
+en met aangrijpende hartekreten te midden van opgeschroefde onnatuur...
+Ook uit Beieren kent men uit de 11de en 12de eeuw Latijnse brieven
+tussen geesteliken en nonnen of geleerde vrouwen gewisseld, met
+sierlijke hofmakerijen en zoetsappige sentimentaliteit, in geestelike
+bloementaal geschreven en met citaten uit Ovidius, maar die
+langzamerhand van geestelike vriendschap eens biechtvaders overglijden
+in de plompe eis van de man dat de vrouw »haar vertrouwen in daden zal
+tonen",--waar de vrouw met duidelike woorden voor bedankt.
+
+Dat hele zalvend zoete sentimentaliseren tussen mannen en vrouwen,
+dat zo in de briefwisseling der geesteliken met vrouwen te voorschijn
+komt--veel dergelijks vonden wij ook in de brieven van Bernhard van
+Clairvaux aan zijn hoge kliënten--is niet zonder invloed, gelijk wij
+zien zullen, in ridderkringen en dat is ook het geval met de manieren
+en de spraak van de man van de wereld, waar men zich in die literaire
+conventikels op toelegde.
+
+In een lagere sfeer--de wereld der arme »rondtrekkende scholieren"--had
+de klassieke opvoeding een nog profanerender uitwerking. In kroegen
+en herbergen deden deze rondzwervende, halfgeleerde _Bohémiens_ hun
+latijnse liederen horen, ter ere van Venus en Bacchus en ten spot van
+de officieele kerk en de welgedane geestelikheid. Daar krijgt men
+verheerliking van wijn en spel, gesprekken tussen die scholieren en hun
+liefjes,--ondeugende minneliedjes, maar ook gezangen waarin liefde tot
+het voorjaar en liefdedweperijen een heel schoon geheel vormen. De goden
+der antieken worden aangeroepen: Paris en Helena en Aeneas en Dido zijn
+de voorbeelden aller liefhebbende harten en reminiscenties aan Horatius,
+Ovidius en Virgilius zijn overal in de liederen dezer _vagantes_ te
+horen. Niettegenstaande de geestelike tucht van het Kristendom, waaraan
+ze in hun school onderworpen waren geweest, waagden deze klerken het,
+zich over het voorjaar te verheugen en de schoonheid der vrouw te
+prijzen, de lusten der zinnen te bezingen en de verschrikkelikheden van
+de kerk, en die met alle satyren der antieken te kastijden, gelijk niet
+lang daarna de troubadours het in de volkstaal zouden doen.
+
+ * * * * *
+
+Als erfgenaam van de antieke kultuur gold in de middeleeuwen het
+Oost-Romeinse rijk. Terwijl de klassieken in West-Europa slechts
+zo nu en dan eens bestudeerd werden, 't zij dan zonder medeweten
+van de kerk of wel door haar beschermd, zaten de overleveringen der
+oudheid daar ginds in Byzantium nog steeds officieel op de troon. Daar
+heersten nog de opvolgers van de Romeinse imperatoren die zich nog
+Caesar noemden en Augustus,--de taal van Aristoteles en ook van Cicero
+leefde nog op de lippen der beschaafden, de gehele Staatsmachinerie
+was die van het Romeinse keizerrijk en wat de klederdracht betreft,
+zowel als in alle gewoonten en vormen des levens waren de klassieke
+tradities merkbaar. De keizerlike biblioteek stelde al de schatten der
+oude literatuur ter beschikking van een talrijke staf van professoren
+die op de kateders der Universiteit filosofie doceerden en filologie
+en de rechtsgeleerdheid en de werken der oudheid werden afgeschreven,
+uitgegeven, bestudeerd en bekommentarieerd; in enorme verzamelwerken
+zowel als in praktiese compendia werd de quintessens van de
+gedachtenwereld der antieken neergelegd en onverflauwd trachtten
+de strijders in rhetorica, geschiedschrijving en dichtkunst, op de
+glorierijke banen der Griekse en Latijnse literatuur voort te schrijden.
+Onafhankelik van de geestelikheid vond men daar--in tegenstelling
+met West-Europa--voortdurend een zeer uitgebreide laag van zuivere
+wereldlike beschaving, waartoe het gros van de ambtenaarswereld hoorde
+en het hof; vele prinsen en prinsessen van het keizerlike huis waren
+werkzaam op het gebied van de literatuur.
+
+Met eerbied zagen de jonge halfbarbaarse volkeren van Europa naar
+dat oude keizerrijk in het Oosten op. Er waren altijd door talrijke
+verbindingen, en de macht en het aanzien van Byzantium waren over heel
+Europa groot. Over Zuid-Italië en de Noord-Italiaanse steden ging er een
+voortdurende stroom van handelswaren van de Bosporus naar West-Europa;
+over en weer zond men gezantschappen, Griekse prinsessen trouwden in de
+West-Europese vorstenhuizen en uit West- en Noord-Europa trok menigeen
+daar als koopman heen of om in de keizerlike lijfgarde dienst te
+nemen; velen werden ook als slaven naar 't Oosten verkocht. Het waren
+machtige, bonte indrukken van een alles overtreffende beschaving, die
+de westerlingen op die wijze ontving. Veel van de Byzantijnse bouwkunst
+en dekoratie ging op de Romaanse kerken over en de Byzantijnse mozaïek,
+de geweven tapijten, het Byzantijnse email en ivoor, verblindden niet
+alleen door het kostbare materiaal of de schitterende kleuren, maar
+werden ook gevoeld als de openbaring van een fijnere, hogere kultuur
+van schoonheid. Men denke b.v. aan al die kleine ivoren beeldjes die
+van de werkplaatsen in Konstantinopel over Europa verspreid werden:
+deksels en banden voor de evangelies, kleine wassen schrijf-tafels,
+kistjes voor juweelen of toilet-benoodigheden, allemaal uitgesneden
+met figuren in ornamentale omlijsting. Er was een stijlgevoel in die
+kleine kunstwerken, een fijnheid en een scherpte van lijn en omtrek, een
+eenvoudige rytmiek in die eenheid van lijnen, die direkt van de oudheid
+stamde en die de blik dier barbaren met een gevoel van godsvrucht gevuld
+moet hebben. Daar stond de aartsengel Gabriël met zijn kruis-staf en
+met zijn lange vleugels recht naar beneden, of de maagd Maria in haar
+vrouwenkleed gehuld, met voorover gebogen hoofd en de hand als tot een
+klacht opgeheven,--slanke tengere figuren in stijf-ceremonieele maar
+toch gracieus elegante houding, de gehele lichaamshouding als gedragen
+door een stille innerlike muziek en met een hoogheid en een fijnheid
+over zich, als hoorden zij tot een oud vorstengeslacht en als hadden zij
+zich aldoor in die verstijfde vormen van het hofleven bewogen. Die dunne
+zijden kleeren met het fijne spel der plooien en de geborduurde randen
+vergrootten nog de indruk van voornaamheid. Ogen, die gewoon waren een
+gespierde baronnenfiguur of een gezette adellike jonkvrouw als typen
+van alle schoonheid te beschouwen, gingen hier nu voor een fijner,
+geesteliker lichaamsideaal open en voor een manier om zich voor te doen
+en het uiterlik van uit zijn innerlik te beheersen, waar ze te voren
+geen idee van gehad hadden.
+
+Pelgrims en handelslieden die uit Byzantium kwamen, hadden nog veel meer
+te vertellen over de schoonheid van het leven en de elegance die er in
+de huizen der rijken aan de Bosporus gevonden werden. Binnenplaatsen met
+fonteinen, muren van marmer en mozaïek-vloeren, meubelen van ebbenhout
+en ivoor, zijden kleden en Oosterse tapijten, tafelserviezen en kostbare
+metalen. Dan die fraaie kleederdrachten en de fijne manieren. Naast de
+dikbuikige, onbeholpen Franken, schijnen de gracieuse Grieken in hun
+nauwsluitende lichte zijden gewaden vlug en behendig als gymnasten,
+zoals een Franse kroniekschrijver zich uitdrukt. Met bewondering kijken
+de Franken naar de beleefde en ceremoniele manieren van hun gastheren,
+met enig wantrouwen horen zij hun vleiende beleefdheidsformules aan;
+»indien de elegantie van houding en beweging, de vriendelikheid van de
+blik en de lieve woorden," zegt die zelfde kroniekschrijver, »altijd
+onthulde wat het harte dacht, dan zou men aan de hartelikste gevoelens
+dier Grieken niet kunnen twijfelen." Vergeefs proberen de Franse
+gezanten gelijk de Weringen, de Scandinaven in dienst van de Griekse
+keizer, zich onverschillig voor al die pracht en praal voor te
+doen, die er aan het keizerlike hof ten toon gesteld werd om hen te
+verblinden,--hele theatrale opvoeringen die de ceremoniemeesters bij
+de audiënties der keizers arrangeerden om de Barbaren te imponeren. De
+beschrijvingen van West-Europeërs van de tuinen en het hippodroom, van
+de troonzaal, de optochten die ze daar te zien kregen, tonen duidelik
+aan hoe zeer ze daarvan onder de indruk waren, de Griekse historici
+beweerden dat de Barbaren als die aan het hof kwamen, meenden dat ze in
+het Paradijs waren. En vervolgens die ganse ingewikkelde hofstoet, de
+Rangorde! Titels, privileges die de oorzaak waren van eeuwige afgunst en
+voortdurende intriges. De hoofd-kamerheer met zijn staf van kamerheren,
+de meester van de garderobe, de protostator die de strijder op
+zijn paard helpt, de Proto à secretis of de eerste secretaris, de
+silentiarii--zij die 't stilzwijgen opleggen--de referendarii die
+smeekschriften in ontvangst nemen,--tot aan de Sebastokrator en de
+Pan-hypersebastos. Elke rangklasse met zijn titulatuur: Nobilissimi,
+spectabiles, clarissimi; elk met zijn uitsluitende rechten; zij die op
+groene laarzen mogen lopen, (de keizer alleen mag rode laarzen dragen),
+zij die met groene inkt mogen schrijven, (de keizer alleen en zijn
+voogden mogen met rode inkt schrijven). Voor de Franse baronnen die uit
+hun gewone patriarchale burcht-leven kwamen, was dat de openbaring ener
+verfijning en aristocratisering van het maatschappelik leven die zij wel
+moesten trachten na te bootsen.
+
+ * * * * *
+
+Nog op een derde wijze kwamen de baronnen in aanraking met een vreemde
+kultuur, waar tegenover zij zich niet anders dan als arme duivels en
+naïeve barbaren konden voelen. Ginds in de steden van Spanje kwamen
+de bewoners van Zuid-Frankrijk geregeld in vrede en vriendschap met de
+Arabieren samen, te Palermo woonden de Franse Noormannen om zo te zeggen
+vlak naast hen en koning Roger had vele Muzelmannen aan zijn hof en in
+'t verre Syrië profiteerden pelgrims of handelslieden dikwels van de
+gastvrijheid der ongelovigen. En zelfs bij een vluchtig bezoek moet
+die vreemdsoortige schoonheid en rijkdom, de fijne omgangsvormen en de
+atmosfeer van Oosterse genotzucht en een rijk Arabies milieu, op een
+Fransman van de 11de eeuw als een sprookje en een droom gewerkt hebben.
+
+Over een met marmer geplaveide binnenplaats waar de waterstralen uit
+leeuwen-bekken in marmeren vazen plassen, wordt hij--te Sevilla,
+Palermo of Damascus--in vertrekken binnengeleid met muren van wit
+pleisterwerk en met zolderingen van verguld mozaïek. Op de grond golven
+dikke tapijten, voor de deur en de ramen hangen zware zijden gordijnen
+met opgenaaide gouden arabesken; op consoles staan overal lakwerk en
+Chinese vazen; aan de zoldering hangen lampen. Langs de muren staan
+divans en ligbanken, in wierookvaten brandt aloe en sandelhout. Naar
+binnen komen die vertrekken uit op een zuilengang om een tuin met
+zeldzame planten en vruchten. Onze Frank weet niet of hij wel op de
+tapijten durft treden en zich op de divan zetten... hij voelt zich als
+dronken door de geur en verblind door het goud en de kleuren.
+
+Hier wordt hij door zijn gastheer ontvangen. Die is in een lange,
+safraangele zijden kaftan gekleed met een violetten sjerp, en op het
+hoofd een tulband met een witte sluier er over heen, een teken dat hij
+tot de stand der geleerden hoort. Vol welriekende olieën zit hij sorbet
+te slurpen door een lang strootje, terwijl hij schaak speelt met zijn
+lievelingsslaaf. Maar nu staat hij dadelik op en gaat zijn gast te
+gemoet--hoe ver, dat is nauwkeurig bepaald in overeenstemming met diens
+stand--heet hem in Allah's naam welkom en wijst hem de ereplaats aan
+in het hoekje van de divan terwijl de slaaf op een wenk van de meester
+de gast sorbet brengt. Met een »God schenke U een lang leven" begint
+de gastheer zich met hem te onderhouden: in bloemrijke woorden en
+beeldspraak prijst hij de dapperheid der Franse ridders en hult zijn
+komplimenten in sierlike woord-boeketten, met lichte gratie leidt
+hij het gesprek op allerlei onderwerpen, en het wordt voortdurend met
+woordspelingen en treffende uitdrukkingen gekruid. Wat voelt onze Frank
+zich plomp en onhandig bij al die ceremoniële beminnelikheid en al die
+schitterende, bloeiende konversatie-kunst!
+
+Nu wordt er een gedekte tafel binnengebracht met eten en drinken. Eerst
+wast men zijn handen, de handen worden geparfumeerd door ze over een
+wierookvat te houden en voor men begint te eten zegt de gastheer: »In
+Allah's naam!" Ook de gerechten en het servies wekken de bewondering van
+de Kristen op. De dadelwijn wordt in een bokaal van onyx geschonken en
+de kippenpastei opgediend op Chinees porcelein. En nieuw is het ook voor
+hem dat de gastheer na de maaltijd hem een »Wel moge 't u bekomen"
+toeroept.
+
+Zulke indrukken werden dieper en kompleter wanneer men gedurig met
+hen omging b.v. in Andalusië. Wel lag er dikwijls een grote mate van
+berekening aan ten grondslag en werd er heel wat Oosterse wreedheid
+onder dat alles verborgen, maar de façade, wat de vreemdeling zag, was
+schitterend en nam ieder voor zich in. Reeds in de oorlog verblindden
+de Saracenen hun tegenstanders door hun elegante vormen en houding; in
+prachtige wapenrustingen op volbloed paarden en waar de gelegenheid
+het medebracht, met een ridderlikheid tegenover de vijand die iets
+van kokette galanterie over zich kon krijgen,--b.v. wanneer zij in de
+slag met de vijandelikheden ophielden, bij de val van de kristelike
+bevelhebber, of wanneer zij bij een overwinning alle oude mannen
+spaarden en alle vrouwen en kinderen. Bij de dagelikse omgang in
+vredestijd konden duizende kleine trekjes van grote delikatesse en
+fijngevoeligheid de Franken de hoger ontwikkelde kultuur der Saracenen
+tonen: de hoffelikheid b.v. waarmede hij een geschenk aannam, zelfs als
+hij er niet op gesteld was, de delikatesse waarmede hij die beleefdheid
+wist te vergelden of de schuchterheid waarmede hij zich ontzien zou
+de dienstwilligheid van een vriend te misbruiken. Dat waren allen
+raffinementen waar de Franse baronnen nog niet zeer bekend mee waren.
+Aan alle kleine vorstelike hoven zagen ze bovendien schitterende
+ridderspelen en de atmosfeer van het hof was vol van feesten, muziek en
+gezang. Het volk dat zo zeer op muziek gesteld was, bezat instrumenten
+die heel wat hoger stonden dan in Europa en hun melodieuse taal werd
+door hoog en laag tot verzen gesmeed en ontwikkeld. Allen schreven
+verzen, de boer achter de ploeg, de vrouwen in de Harem, op muren en
+om zuilen maakten versregels het hoofdsieraad uit. Van hof tot hof
+trokken de zangers rond en zongen hun gedichten op muziek. Het waren
+hyperboliese lofzangen over de vorsten: »Uw grootmoedigheid, o Heer,
+beschaamt der wolken vochtigheid... Uwe paarden, Heer! vliegen vlugger
+dan de bliksemschicht en de sterre vermoeit zich in haar pogingen om
+die bij te houden!" Of het waren gedichten van lof en hulde voor de
+vrouwen--de gesluierde Andalusiese schonen, van wier heerlikheid men
+slechts in de Moskee of achter een betralied raam een idee krijgen
+kon, en wier afgezonderd leven en wier verhoogde vrouwelikheid een
+eigenaardige romantiese kleur aan de liefde bijzette. »Afgunstig
+wordt de wijn rood bij de blos op uwe lippen, de volle maan verbergt
+zich wanneer uw aangezicht zich vertoont, uw haar is gelijk donker
+myrthenloof, uw oog is smachtend als van de narcis, de gang van de
+gazelle is niet zo licht als de uwe. Ik ben dronken, niet van wijn, maar
+van verlangen en ontberen; met een tranenvolle blik roep ik uw naam aan,
+gelijk een monnik zijn heiligenbeeld!"--aldus klonken de liederen der
+Andalusiese troubadours, door de mandoline begeleid.
+
+Bij een Arabies kroniekschrijver kan men een merkwaardige schets van
+een graaf uit Zuid-Frankrijk vinden, die zich in de woning van de
+Saraceense gouverneur had ingericht toen de stad door de Spanjaarden
+op de Muzelmannen veroverd was geworden. Die had de kleederdrachten van
+de vorige eigenaars aan, en diens harem overgenomen en leefde nu geheel
+op zijn Oosters. Een Joodse koopman die hem kwam bezoeken, vertelt hoe
+de graaf op zijn divan liggende en het Arabies vreselik radbrakende,
+een der jonge vrouwen riep en haar beval voor hem bij de luit te
+zingen; terwijl de tranen langs haar wangen stroomden, stemde zij haar
+instrument en zong zij haar liederen, die noch de gast noch de gastheer
+verstond, terwijl toch de laatste al drinkend met groot animo
+applaudiseerde.
+
+De begeerte naar de schatkamers der Saracenen en de tuinen van Armida
+hebben er het hunne toe bijgedragen om de baronnen aan de kruistochten
+te doen deelnemen, zo wel als al de fantastiese verhalen over de
+heerlikheden van Byzantium en het verlangen naar de landen der ouden
+om de Middellandse Zee. En de kruistochten openden pas de vreemde
+kultuurwerelden voorgoed,--zetten de deuren van West-Europa pas
+wagenwijd open voor 't Oosten en Arabië, Byzantium en de Griekse
+kultuur, en langs die weg ook voor buitengewoon veel van de klassieke
+kultuur. De invloed van deze vreemde beschavingen is, tegelijk met eigen
+innerlike ontwikkeling van het Ridderwezen en de kristelike sentimentele
+stromingen der 11de en 12de eeuw, wat het ontstaan der Ridderromantiek
+verklaart en mogelik maakt.
+
+
+
+
+IV.
+
+HOFKULTUUR.
+
+
+Het leven der edelen concentreert zich, zoals wij zagen, in de 12de
+en 13de eeuw op de kastelen der rijke graven en hertogen; de kleinere
+adel, in elk geval de zoons, komen van de verspreid liggende sloten
+der baronnen meer en meer naar de residenties der Leenheren. Hier
+ontwikkelt zich een sosiaal samenleven en een daaraan beantwoordende
+kultuur.
+
+Het zijn eerst en vooral nog maar vestingen, deze vorstelike
+kastelen--Narbonnes van de graven van Toulouse, de burchten van de
+hertogen van Champagne in Provence, die van de graven van Guines in
+Ardres of de Wartburg van de landgraven van Thuringen, het slot der
+Wellen te Dankwarderode--akelig somber zijn ze om aan te zien en
+moeilik toegankelik, en ook van binnen beantwoorden zij met hun kleine
+binnenplaatsen en nauwe wenteltrappen en vele kleine vertrekken slechts
+weinig aan de moderne opvatting van wat zulk een slot moet zijn. En
+toch--vergeleken met de kleine kastelen der baronnen--is er alles heel
+wat groter, en vindt men er meer rijkdom en groter veiligheid en reeds
+hebben allerlei vreemde kultuurinvloeden een zekere luxe--soms er nog
+zeer bovenop--verspreid over de nog altijd vrij primitieve toestanden.
+
+Er is meer plaats binnen de wallen, en de veiligheid is ook groter omdat
+de vestingwerken, vroeger dikwels van hout, nu altijd van steen zijn
+en nu meer als zelfstandige uitbouwen met soliede verdedigingswerken
+gemaakt zijn, gelijk ze dat op de eerste kruistocht bij de Arabiese
+vestingen, om Jeruzalem en Antiochië, gezien hadden. En zo krijgt men nu
+een gelegenheid om rondom de eigelike burcht tuinen aan te leggen--met
+rozen en lelies, rozemarijn en heliotroop, met genezende kruiden voor
+de huisapotheek en met alle soorten van vruchtbomen, zelfs met een
+paviljoen waar de Landheer zich 's zomers ophoudt. Van de geheel vrij in
+'t midden staande, bijna onneembare toren (donjon, bergfried), waar men
+hoogst bekrompen woonde, is de woning nu gebracht naar een zelfstandig
+langwerpig stenen gebouw, dat de van de Romeinse Keizertijd stammende
+naam van »paleis" draagt. Vrije stenen trappen voeren naar de belétage
+op en langs de façade daarvan, een open korridor, een »loggia" of
+»laube", op de open trap zowel als op die loggia houdt men zich dikwels
+bij goed weer op. De grote zaal zowel als de kleine kamers hebben nu ook
+veel meer vensters zodat er ook beter licht en lucht in komt,--door het
+naar buiten schuiven van de vestingwerken is nu ook het gevaar voor het
+vijandelik geschut geweken,--al meer en meer bouwt men de vensters nu in
+Romaanse stijl, rhytmies gegroepeerd,--twee of drie te samen bij elkaar
+gehouden en omgeven door arkaden en boogfriezen. Bij wijze van bizondere
+luxe ziet men in navolging van de kerkbouw, hier en daar glazen ruiten.
+
+Gezelliger en gemakkeliker voor een verblijf zijn ook de verschillende
+vertrekken geworden. De haardsteden zijn nu niet meer geheel open maar
+van een schoorsteen voorzien. Naast de ouderwetse vaste muurbanken in
+de ridderzaal, duiken er langzamerhand andere meubels op: veldstoelen
+en taboeretten, kleine kleedjes en kussens die op de grond liggen om op
+te zitten; ook vindt men een soort ligbank met matrassen er in, die 's
+nachts als bed gebruikt wordt, maar waarop overdag de gast uitgenodigd
+wordt naast de gastheer of gastvrouw plaats te nemen. Veel van deze
+gemakken komen zeker uit het Oosten; een woord als »matras" is Arabies
+van oorsprong, een »tapijt" stamt uit Byzantium. De verlichting is ook
+al heel wat meer ontwikkeld dan in de tijd van de pikfakkels of een
+enkel licht hier en daar; ook alweer onder invloed van de Kerk ziet
+men overal kandelaars die aan de muur vastgemaakt zijn en kronen aan
+de zoldering. In de vertrekken, altans in de grote zaal, vindt men nu
+allerlei ornamenten, en schone kleuren. In plaats van een open dakstoel
+krijgt men beschoten zolderingen of zelfs gewelven als in de Romaanse
+kerken. De gepleisterde muren en zolderingen worden met levendige
+kleuren versierd: een blauwe grond met gouden sterren of overal bloemen
+en gestileerde takken en vogels--meestal geel en roodbruin op witte
+grond--of afbeeldingen van bijbelse of historiese tafrelen of uit een
+roman; op deze wijze waren ook vroeger de paleizen van een Theoderik of
+Karel de Grote met historiese muurschilderingen naar de overlevering
+der antieken versierd geweest. Veel nieuwe kleurstoffen worden nu uit
+het Oosten bekend (indigo-blauw, damast-rood en safraan-geel) nieuwe
+kleurnamen worden uit het Arabies ontleend (karmozijn, oranje, azuur);
+zelfs de ornamenten hebben hun naam en dikwels de motieven van de
+moskeeën en de huizen der Arabieren (arabesken). Bij feestelike
+gelegenheden worden de muren nog bizonder, spesiaal met geborduurd
+linnen bedekt--soms een hele beeldenreeks als bij het enorme tapijt
+van Bayeux, waar de gehele slag bij Hastings in geborduurd is,--of met
+tapijten die eerst uit Syrië en Perzië kwamen--waar dan fantasties
+gestileerde Oosterse planten en dieren in geweven waren--en die later in
+Vlaanderen gemaakt werden. Ook de vloer werd in stenen vakken ingedeeld
+als de ruiten van een schaakbord of met ornamenten; bij feesten werden
+daar levende bloemen over gestrooid.
+
+De edelen zelf begonnen het lichaam beter dan vroeger te verzorgen,
+om welke reden de moralisten van de tijd hen verwekelikt en verwijfd
+noemen. Uit de termen van Byzantium en de badgelegenheden van de
+Mohamedanen komen de warme baden en dampbaden overal in West-Europa in
+zwang; het baden is blijkbaar niet alleen een noodzaak geweest--vooral
+groot in een tijd dat er geen linnen gedragen werd en men het lichaam
+zo buitengewoon sterk inspande--maar moet ook als een wellustig genot
+beschouwd zijn geworden, waar velen een overdadig gebruik van maakten.
+De kerk stond dan ook nooit goed gezind tegenover die nieuwe manier
+om aan de zinnen toe te geven. Ook het haar en de huid begon men te
+verzorgen. Uit Byzantium kreeg men fijn gesneden ivoren kammen en
+weelderige spiegeltjes met deksels van ivoor, uit het Oosten welriekende
+oliën: rozenolie, amber en balsem. Het haar werd gevlochten en met
+krulijzers gekroesd, zo wel bij mannen als bij vrouwen; de vrouwen
+wisten het haar te verven zo wel als vals haar te gebruiken, en
+verstonden de kunst om zich te blanketten en dikwels droegen ze
+sluiers--op de wijze der Oosterlingen. Vooral waren het juist de stoffen
+uit het Oosten en het Oosterse voorbeeld in het algemeen, die een
+ongehoorde lukse van kleeren en versierselen in zwang brachten en dat
+niettegenstaande alle gepreek van de familievaders en van de Kerk. Over
+de handelscentra van Italië stroomde dat alles Europa binnen--zijde uit
+Tyrus, Arabië en van de »Hindoe koesj", »de Indiese Kaukasus", satijn
+en fluweel van Alexandrië, damast van Damascus, »baldakijn" van Bagdad,
+mouseline van de stad Musul aan de Tigris, »Sindu-wol" uit Indië. Van
+de kledij der Byzantijnen, zo als men die, in mozaiek gereproduceerd,
+in ivoor uitgesneden kon vinden en van de burnu's en de kaftans der
+Arabieren kwam de nieuwe mode in de klederdrachten: de korte kiel van
+de mannen en hun mantel gaan nu tot aan de enkels; ook de vrouwen
+dragen lange gewaden van lichte, fijne stoffen met wijde mouwen en
+een sleep. In de »visioenen" van een monnik uit die tijden lijdt
+keizerin Theophano, een Griekse prinses, alle pijnen der hel, omdat
+zij de weelderige Byzantijnse modes in de vrouwelike klederdracht naar
+Duitsland en Frankrijk overgebracht heeft. De namen van klederen, als
+b.v. »Jupe" en »hoqueton" zijn Arabies. Maar die kleeren van de ridders
+en hun vrouwen zijn heel wat bonter geweest dan die van hun voorbeelden;
+met een naïeve opvatting van kleuren hebben ze de meest schreeuwende
+daarvan te samen gebracht; het is niet zeldzaam dat men een dame
+hoort prijzen omdat haar kleeren aan een papegaai doen denken, en de
+»mi-parti" klederdrachten der mannen en het dragen van bellen er op,
+zijn zeker Europese uitvindingen. Borduursels in en op de stof, gespen
+en spelden, ringen en kettingen voltooiden de feestkleedij. Een bedorven
+jeugd--zo klaagt een kroniekschrijver--is meer en meer verwijfd
+geworden; ze dragen lang, sierlik gekapt haar, ze werpen stof op door
+hun lange mantels en bemoeiliken zich alle handbewegingen door hun
+lange, wijde mouwen; ze dragen lange baarden, als van de bok, (dat komt
+ook uit het Oosten) en lopen met een kaproen op het hoofd en lange
+puntschoenen.
+
+Ook de maaltijden worden meer en meer uitgebreid en fijner. Uit het
+Oosten krijgen ze pasteien en taarten, peper, muskaat, meloenen en
+sinaasappelen, hete wijnen--van Cyprus en Malvezij--en ook limonaden.
+En het eten werd ook al wat schoner en netter opgediend. Wel is waar
+nog altijd alles in één pot, en worden de vingers als vorken gebruikt
+en hebben elke twee personen samen maar één bord en één beker, maar
+er wordt toch iets meer dan vroeger acht geslagen op wat de reinheid
+en de schoonheid eisten. Byzantium en de Arabieren waren steeds
+de voorbeelden; het gouden of zilveren servies voor de vorstelike
+feest-maaltijden was meestal Grieks werk; er zijn drinkbekers bewaard
+gebleven van émail en in goud gevat kristal en door de Byzantijnse
+kunstenaar met Grieks mytologiese voorstellingen versierd. Woorden als
+»tasse" en »karaf" zijn Arabies. Voor de maaltijd de handen te wassen
+was iets wat men bij een bezoek in het eerste het beste Saraceense huis
+kon leren, een wasbekken, dat nog uit een der ridderkastelen stamt,
+noemt zich dan ook »vervaardigd door Mohammed, de zoon van Abzeny", maar
+die gewoonte kan ook uit de Kerk overgenomen zijn, waar de priester van
+ouds de handen wies, vóór hij bij de mis de Heilige Voorwerpen aanraakte
+en uit de altaar-kelk dronk,--het zijn dan ook kerkelike Aquamanilen (de
+schaal, in de vorm van draken en leeuwen, waarin de priester zijn handen
+wast) die zich later tot wereldlike kannen voor het wassen der handen
+ontwikkelden.
+
+En wat tafelmanieren aangaat, krijgen de edellieden nu een opvoeding
+waar men zich te voren geen idee van gevormd had. Geesteliken die als
+huiskapellanen of als opvoeders voor de zonen der adelliken aan de hoven
+vertoefden, trachten de jongelui iets van de tucht en fatsoenlike
+manieren aan de maaltijden bij te brengen, die volgens de oude
+reglementen in de refectoria der kloosters in gebruik waren. Uit de
+Talmud en van de Arabieren uit Spanje had de gekerstende Spaanse Jood
+Petrus Alphonsus dergelike regels voor tafelmanieren opgesteld in zijn
+»Disciplina Clericalis", geliefkoosde lectuur in de 12de en 13de eeuw.
+En kon men niet bij Ovidius lezen dat men niet schrokken moest, maar het
+eten netjes met de hand naar de mond moest brengen en zijn gezicht niet
+mocht volsmeren? Indien Helena schrokkerig gegeten had en zich bemorst
+had, dan zou Paris niets met haar te maken hebben willen hebben. Of was
+er in de wijsheid van Jezus Sirach niet eigelik een heel Leerboek voor
+tafelmanieren in den dop te vinden,--dat men niet met een »hemel, wat
+een hoop eten!" er het eerst bij moest trachten te komen, dat men zijn
+maag niet mocht overladen, en indien men daar toch door de tafelgenoten
+toe mocht zijn verleid, dat men zich dan onopgemerkt even van tafel
+moest verwijderen om het »overvloedige" kwijt te raken? Al dergelijke
+nuttige voorschriften leerden de Ridders en hunne dames, dat men
+geen grote brokken in de mond mocht nemen, niet met eten in de mond
+mocht spreken, niet met de hand in de algemene schotel mocht roeren
+of er afgekloven benen weer in leggen, zorgen dat er geen vetrandje
+aan de beker achterbleef waaruit men gedronken had en de buurman nu
+weer uit drinken moest, en ook de mond niet mocht afvegen met het
+tafellaken--laat staan natuurlik er zijn neus in snuiten.
+
+In het algemeen is het de gehele dagelikse omgang die nu het voorwerp
+van een cultivering en regulering wordt van het oogpunt van reinheid
+uit, van het algemeen gemak en van de schoonheid. Het is het samenleven
+der hogere kringen dat uit zich zelf, hier als overal, de manieren
+der mensen verfijnt en polijst. De hoven worden nu een school der
+beleefdheid, waarin de grote Heren van buiten wat worden gevijld
+en geschaafd. Maar evenals de nieuwe lukse en de verfijning van de
+uiterlike levensvormen dikwels slechts iets geweest zijn dat er buiten
+op zat,--het rijke zijden dek verborg soms een bed van stroo, en in
+plaats van de geraffineerde feestgerechten kwam er gewoonlik slechts
+spek en worst op tafel--zo blijkt het maar al te dikwels dat al die
+regels over de vormen van het hof niet natuurlik ontstaan zijn, en als
+gewoonte tot ontwikkeling gekomen, maar dat die er van buiten af kant
+en klaar in gebracht zijn en, als nieuwe kunstmatige modevoorschriften,
+van buiten geleerd. In de 11de, 12de en 13de eeuw ontstaat er een hele
+literatuur door klerken, die aan het hof leven, geschreven, eerst in 't
+Latijn, later in Franse en Duitse verzen en die ten doel heeft regelen
+voor de goede manieren en de goede toon op te stellen voor alle
+mogelike levensomstandigheden. De enige leermeester tot wien men zich
+wendt is de oudheid. Bij Ovidius, bij Cicero en bij Seneca en in de
+verschillende verzamelingen van spreuken die in de middeleeuwen onder de
+naam gaan van Publius Syrus, Cato en Seneca, vindt men regels over hoe
+men zijn tanden en nagels schoon kan houden, hoe men niet te luid of
+te veel moet spreken, hoe men niet te hard of te veel mag lachen en
+dergelijke dingen meer die allen onder het »decorum" te rangschikken
+zijn. Maar in het bizonder had de Kerk langzamerhand als een schakel in
+de kristelike moraal een verfijnde opvoedingsleer ontwikkeld. In een
+Grieksch geschrift van Clemens van Alexandrië (ongeveer 200 n. C), de
+»Paedagoog", vindt men een massa zulke voorschriften: men mag zijn neus
+niet snuiten, of niet niezen met al te veel lawaai, bij het drinken het
+hoofd niet te veel naar achteren werpen, enz. En dit alles--leert die
+Kerkvader--zijn geen bagatellen, want »wij moeten altijd leven alsof
+wij in de tegenwoordigheid van God leefden." Dat was het juist wat
+de heilige kluizenaars deden. Daden van kristelike ootmoed en liefde
+waren voor hen niet iets wat alleen de grote handelingen betrof; die
+moesten integendeel het dagelikse leven tot in de kleinste kleinigheden
+doordringen, alles zou bij het opmaken van de rekening meetellen. Liefde
+wordt in de dagelikse omgang tot een meest delikaat in acht nemen van
+vormen en respekt, ootmoed tot de meest geraffineerde bescheidenheid.
+Wanneer de heilige Paulus bij de heilige Antonius op bezoek is, trachten
+zij elkaar in damesachtig-fraaie beleefdheidjes te overtreffen en
+parlementeren er een langen tijd over wie het eerst van het brood
+zal nemen, enz. Later heeft het kloosterleven een heel sisteem van de
+regelen der etikette bij de dagelikse omgang ontwikkeld--de regel van
+de H. Benedictus bevat een massa van dergelike voorschriften--hoe de
+monniken elkander of hun Abt zullen moeten begroeten of toespreken en er
+bestaan strenge straffen voor wie onder het zingen der psalmen hoest of
+wie bij het drinken met zijn tanden tegen de altaarkelk stoot, enz. Wij
+hebben uit het jaar 1000 ongeveer, verschillende leefregels voor jonge
+geesteliken en nonnen, door geesteliken geschreven. Zo is er b.v. één,
+waarin Bernhard van Clairvaux de jonge man inprent hoe hij zich gedragen
+moet, spreken, de mensen moet aankijken, enz. Zulke leraars zijn het die
+de klerken naar de adel op de kastelen sturen voor hun zoons. En het
+doet werkelik goed te zien welke drang naar goede manieren de ridders
+nu tot de leerlingen van klerken en Joden maakt, van de Muzelmannen en
+de oude klassieken,--en de energie die ze er aan besteden om zich die
+lessen ten nutte te maken. Zo leren ze b.v. om altijd te kloppen als ze
+een kamer binnen willen. »U" te zeggen tot hun gelijken en de hogeren
+in rang. »Heer", »Vrouw" en »Jonkvrouw" te zeggen--men zegt dat de
+meervoudsvorm »U" reeds in de tijd van Caesar in gebruik kwam als
+men iemand aansprak,--bij het binnentreden iemand met een »God zegene
+U" te begroeten, te bedanken als men iets krijgt, niet te hevig te
+gestikuleren bij het spreken, de hand niet op het hoofd of op de
+schouder te leggen van een persoon die men aanspreekt, hem van wie men
+afscheid neemt Gode te bevelen... alles kleinigheden, maar die te zamen
+het sisteem vormden dat de tijd op zou bouwen.
+
+Tot die hoofse vormen en gebruiken hoorde natuurlik nog in de eerste
+plaats vaardigheid in het hanteren van de wapenen en in het paardrijden;
+die worden tot ridderlike deugden met allerlei regels en steeds groter
+raffinement. Van de kinderjaren af worden de jongens daar reeds in
+geoefend en in vredestijd blijft men zich oefenen door toernooien
+en andere sport. Het fokken van paarden en hoe ze te verzorgen, de
+versierselen op de wapenrusting, de heraldiek, de schermkunst of hoe
+een lans te breken,--dit alles en dergelike dingen werden bij de hoven
+voorwerpen van grote zorg. Hoe zeer de wapens en de paarden bij de
+ridders geëerd en geliefd waren en hun altijd voor de geest stonden, dat
+tonen al de beelden en vergelijkingen uit die gedachtesferen waar de
+ridderpoëzie van doortrokken is. En het zelfde geldt van de jacht,--de
+hoofdpassie der ridders, behalve toernooien. Dan eens vergelijkt de
+dichter zijn verliefd hart met een teugelloos paard, dan met een havik,
+die zijn prooi in 't oog krijgt, de welopgevoede ridder wordt vergeleken
+met de welgedresseerde jachtvalk en de ongelukkige minnaar met een vogel
+in de ruitijd. Er zijn reeds vroeg leerboeken--veelal naar het Arabies
+bewerkt--voor alle mysteriën van de jacht-wetenschap, en een valk te
+kunnen dresseren, of de buit volgens de ware regels te kunnen verdelen,
+waren kunsten waar men de gunst van vorsten zo wel als dames mede kon
+winnen, als men zich daar een meester in toonde. Maar als gewichtige
+elementen in de hoofse vormen kwamen er bij die lichaamssport nog
+allerlei gezelschapskunsten. De jongelui van beider kunne worden in het
+teerlingspel onderwezen, in het schaken en de dans; het een of ander
+instrument te kunnen bespelen en de kunst van lezen en schrijven kwam
+er naderhand bij, altans voor vorstenkinderen. Voor deze laatsten hield
+men er veelal een »Paedagogus",--een »maistre"--een »zuchtmeister" of
+»meisterinne" bij het hof op na; vooral de meisjes uit de voorname
+families leerden niet alleen lezen en schrijven maar ook zingen en
+spelen.
+
+Zelfs de innerlike habitus der mensen komt onder de invloed van dit
+leven der hogere klassen en het sosiale leven op het adellik slot en
+aan het hof--in hoofdzaak juist in die zelfde mate als dat het geval is
+waar dit elders in de geschiedenis voorkomt,--aan de Indiese en Perziese
+hoven, die van de Italiaanse renaissance of bij het leven te Versailles.
+
+Het gezelschap bestaat in de eerste plaats uit de Seigneur en zijn
+familie--daaronder vele behoeftige mannelike en vrouwelike verwanten
+die op het kasteel genadebrood eten;--daarnevens een heel garnizoen van
+ridders die een soort lijfgarde van de Seigneur vormen. Verder zijn daar
+een hele schare van jonge edellieden die naar het hof gezonden worden om
+zich daar in de wapenen te oefenen en de ridderlike tucht te leren, zulk
+een vorstenhof is feitelik een soort Ridderakademie. Die jonge lui doen
+eerst dienst als pages en als fakkeldragers of boodschappers, zorgen
+voor de valken op de jacht en het aankleden en ontkleden hunner heren;
+later worden zij schildknapen en de armen onder hen brengen het veelal
+niet verder; de rijken daarentegen, of zij die hun wapenrusting en
+riddertooi door een ander kunnen laten bekostigen, worden tot ridder
+geslagen en trekken dan weg. Vervolgens heeft men de arme »Chevaliers
+sans terre" die op het ene hof voor, het andere na, gastvrijheid komen
+vragen, ook zelfs edelen in goeden doen die ergens hun eigen goed en
+burcht hebben, maar die er de voorkeur aan geven aan het hof van de
+leenheer hun leven te slijten. En verder een heel stel hofambtenaren,
+de seneschalk, de keukenmeester, de keldermeester, de intendant en
+de maarschalk. De burchtvrouw en haar dochters hebben--evenals de
+vorst--ook hun suite van arme tantes, nichtjes en andere adellike
+dames die op het kasteel wonen als dames van gezelschap of kameniers en
+evenals hun broeders worden de adellike jonge meisjes voor hun opvoeding
+daar heen gezonden, om daar dienst te doen en liefst ook te trouwen.
+Wanneer daar nu nog een heel dienstpersoneel bij komt, dan begrijpt men
+dat de burcht in de regel niet het hele hof kon bergen, vooral niet bij
+feestelike gelegenheden, wanneer de adel uit de buurt ook nog aan kwam
+zetten; dan moesten velen bij de gegoede burgers hun intrek nemen, de
+residentie lag ook bijna altijd in of bij een stad.
+
+Hier wordt er het leven van de grote Heren geleid. Alle werk voor
+het dageliks brood is onterend. Is er eens een edelman die zich in 't
+geheim met de schaapsteelt afgeeft, dan voelt hij zich diep beschaamd
+wanneer het aan den dag komt. Handel is een zaak voor kramers en Joden.
+Alle »gaigneurs" worden veracht,--zij die hun brood moeten verdienen
+en alleen des Zondags vrij hebben. Zelfs van die zaken welke de
+administratie der goederen medebrengt, wil men niets weten. Het jonge
+geslacht stelt de aanvaarding van de erfenis zolang mogelik uit, zij
+blijven liever bij het hof dan zich daarmee druk te maken. Wanneer er
+recht gesproken zal worden en er plotseling bezoek komt, dan laten de
+jongelui zowel als de baronnen alle rechtspleging in de steek en haasten
+zich volgens de verhalen in de romans, de gasten te ontvangen. En gelijk
+de zaken op de schouders hunner beambten geschoven worden, zijn ook
+zorgen en bekommeringen iets waar een edelman zich boven moet weten te
+verheffen. In de oude heldengedichten zag men zelfs de hoogststaanden
+tranen storten, maar nu heet het--gelijk dikwijls in de romans
+voorkomt--: »Laat de mindere man verdriet hebben, die is er aan
+gewoon,--maar dat past niet bij een vorst of een voorname dame." Vooral
+van de bezittingen moet men zich nooit iets aantrekken of er een traan
+voor laten, wanneer men het hart van een baron in zich heeft. »De
+vreugde te beminnen"--joye aimer--is ridderplicht, en »jeunesse" wordt
+als een van de ridderdeugden voorgesteld. Het is een van de eisen der
+hogere kringen dat men rijk moet zijn, niets te doen moet hebben, vrolik
+zijn en jong,--gelijk naderhand in de salons der 18de eeuw.
+
+Het leven is een en al gezelligheid,--een leven van uiterlikheden, vóor
+en met anderen. Slechts in de eenzaamheid of in kleine kring kan een
+intiem innerlik leven ontstaan, een warm gemoedsleven, een dieper
+denken, gaan met de gezelligheid niet samen. Het is een leven van
+ogenblikken, van op zich zelf staande momenten, op de omgeving
+gericht. Zulke mensen zijn licht bewogen gevoelsmensen: zij zijn
+nerveus-ontvankelik voor de stemmingen van hun omgeving, zij nemen
+gretig deel, ofschoon misschien niet diep, aan het wel en wee van
+anderen; zelf zijn zij expansief in hun gevoelens en hebben er behoefte
+aan bij anderen sympatie te vinden; beminnelikheid en behaagzucht,
+koketterie en ijdelheid, sympatie en fijngevoeligheid zijn eigenschappen
+die dat leven ontwikkelen. Maar geen sterke passie zal licht gelegenheid
+krijgen om bij zulk een versnippering van het gevoelsleven tot volle
+groei te komen, die zou ook een einde maken aan het sosiale leven
+en aan het intieme huweliksleven, en het familieleven begint onder de
+ontwikkeling van het sosiale leven te kwijnen; aan de hoven der 13de
+eeuw gelijk in de salons der 18de; glijden man en vrouw van elkander,
+zij hebben geen tijd en gelegenheid om voor elkaar te leven, men moet
+zich grotendeels aan het leven geven. Zelfs komt het huwelijk in
+miskrediet, als het gezellige sosiale leven in de weg staande; in een
+Duitse roman verklaart Gawein dat voor Iwein: wat zijn er niet een
+menigte echtgenoten die zich met hun vrouw opsluiten, alle riddervreugd
+er aan geven, zich in de gewoonste kledij steken, ongesoigneerd er uit
+zien en een hoogst onaangenaam leven leiden, het hoofd vol van huiselike
+beslommeringen.
+
+En daarenboven: mensen van de wereld leren de kunst van observatie, in
+elk geval leren ze de kleinigheden en uiterlikheden opmerken, en de
+eigenaardigheden der verschillende mensen kennen, nauwkeurig de omslag
+in de conversatie volgen, het verholen spel van het eigenbelang en der
+ijdelheidjes fijn doorzien, snel te begrijpen, gewillig zich aan het
+nieuwe aan te passen, zonder aarzelen anderen na te volgen; zij worden
+gevat en vindingrijk, mededeelzaam en onderhoudend en weten aan hun
+innerlik vorm en uitdrukking te geven die hun uitwerking niet missen.
+Maar bij al dat heldere vernuft en dat veelzijdige aanpassingsvermogen,
+al die improviserende »Esprit" en die handige vorm-kunst, blijft er geen
+plaats over voor diepe oorspronkelikheid, voor eigelike geestelike
+productiviteit. Aan de hoven der 13de eeuw wordt de persoonlikheid als
+in de salons der 18de uitgewist, de scheppingskracht vermindert en daar
+kan het geestesleven wel vrijheid en veelzijdigheid ontvouwen, maar
+diepte en grootheid zijn er niet in te vinden.
+
+Ontwikkelen nu de mensen zich in dit maatschappelike leven als van zelf
+in de genoemde richtingen, de druk dier maatschappij geeft de enkeling
+in een dubbel opzicht zijn vorm. Aan de ene kant slijpt dat n.l. alle
+hoekjes en kantjes bij hem af, vormt hem naar één model, stemt hem in
+de heersende toon en dwingt hem tot een zeker jargon. Alles wat één
+enkele doet is »onopgevoed"--»doet men niet--dat lijkt op niets, zò
+doet men, dat is zoals het hoort." Curialis, courtois, dat betekent het
+conventionele begrip, voor wat aan de curia, de cour, past, wat hoffelik
+is. Maar toch, binnen de perken van de mode en de goede toon, stelt
+men, tot zekere hoogte altans, het individuele op prijs. Een ieder moet
+trachten uit te steken, zich niet in het gezelschap op de achtergrond
+houden, ieder moet zijn loodje bijdragen, zijn talent voor de anderen
+nuttig maken. Allen moeten proberen hun natuurlike goede eigenschappen
+tot hun recht te laten komen, moeten trachten in of met iets uit te
+blinken--in de ontvangstzaal zal b.v. de ene dame de gelegenheid
+aangrijpen om haar mooie handen te laten zien, de ander glimlachen om
+haar frisse tanden te vertonen, de een schittert door haar vernuft, de
+ander door haar gevoeligheid. En men tracht elkaar steeds de loef af te
+steken in elegantie, in hoofse vormen; de grote kwestie is een nieuwe
+mode in te voeren of nieuwe paragrafen bij het Wetboek van de goede toon
+te voegen.
+
+Wat ook tot de vrijheid en vernieuwing bijdraagt is, dat er in de 12de
+en 13de eeuw, èn in Frankrijk èn in Duitsland, zo veel van die hoven
+zijn met hun intellectuele feesten en partijen, en dat er een intens
+verkeer daar tussen plaats vindt. Een hoofdstad is er nog niet en ook
+geen koninklik of keizerlik hof dat een werkelik toonaangevend centrum
+uitmaakt. De ridders trekken over en weer naar de hoven van Ardres,
+Boulogne en St. Pol, men ziet elkaar bij toernooien en feesten, en als
+er een te Atrecht gegeven is, geeft een ander er een even groot, of
+groter, te Brugge. Evenals in het oude Griekenland, in het Italië der
+renaissance, of het Duitsland der 18de eeuw, blijken ook hier die vele
+kleine centra die in zulk een levendig verkeer met elkander staan, op de
+ontwikkeling van het geestesleven een zeer gunstige invloed te oefenen.
+De mode regeert, maar er komen steeds nieuwe modes op, de goede toon
+»stemt" de anderen wel, maar wordt toch weer op zijn beurt opnieuw
+»bestemd" door hem, die de nieuwe toon aangeeft. Op die wijze werkt
+dit maatschappelijke leven tegelijkertijd nivellerend en toch ook
+voortdurend variërend.
+
+En ten slotte: dat maatschappelik leven is een hofleven. Overal merkt
+men een indeling in verschillende klassen, een rangorde, een soort
+hiërarchie: van de Seigneur af, door heel zijn familie heen, van
+de baronnen tot de ridders zonder iets toe, van de ridders tot de
+schildknapen en pages, van de hofbeambten tot de laagste rangen van het
+dienstpersoneel. Aan tafel zit men volgens zijn rang aan, in de Kapel
+heeft een ieder zijn vaste plaats, er is verschil bij de titulatuur:
+Heer, Jonker, Dame, Demoiselle en Pucelle. Bij het afscheid geeft
+de Seigneur de baronnen zijn hand, maar de dienende ridder zegt hij
+alleen maar goeden dag. Natuurlik zijn wij hier ver van de etikette
+van Byzantium of van het hof van Lodewijk XIV, maar de vraag naar
+geboorte en rang, »parage", speelt een steeds belangrijker rol.
+»Mesure", »Maze" heeft in het bizonder de betekenis van de takt en het
+berusten waarmee een ieder zich in die hiërarchie invoegt, met de hem
+toebedeelde plaats tevreden is en voor een ieder het respekt heeft
+dat hem wegens zijn rang en stand toekomt. En er ontwikkelt zich een
+geest van onderdanigheid en een vleiende toon jegens de supérieuren,
+een van hoogmoedige trots tegen de inférieuren die ten allen tijde
+onafscheidelik van het hofleven geweest zijn. Ten eerste worden van die
+kringen natuurlik alle »villains" uitgesloten; men houdt alleen rekening
+met »gentilhommes". De fundamentele opvatting van die adelskultuur,--en
+dit wordt steeds meer en meer emfaties door de gedichten gestaafd,--is
+volkomen tegen de geest van het Kristendom in, dat de menselike natuur
+bij de »geborenen" en »niet-geborenen" absoluut verschillend van aard
+is, dat de »nourriture", de opvoeding, zo goed als niets betekent
+tegenover de »nature"; de voornamen zijn van andere stof gemaakt of
+altans in een andere vorm gegoten door de natuur, dan het volk. Maar
+in de adel zelf is ook gelijkheid van geboorte een bijna noodzakelike
+voorwaarde voor een huwelik. Een »vavassor" durft zijn ogen niet tot de
+dochter van een baron opheffen, een baron niet tot een vorstendochter,
+alhoewel het als een teken van een »verheven gemoed" geldt, wanneer men
+tracht de maatschappelike ladder op te klimmen.
+
+
+
+
+V.
+
+DE »SALON-POËZIE" DER RIDDERKRINGEN.
+
+
+Het oude nationale helden-epos had nog een ereplaats aan de nieuwe hoven
+zo wel als op de oude kastelen der baronnen; aan de oorspronkelike
+gedichten werd steeds bijgevoegd en veranderd en er ontstonden nieuwe
+gedichten in de trant der ouden, uur aan uur hielden de zangers de
+adellike heren en dames in spanning door hun voordrachten onder
+begeleiding van muziek van de eindeloze gevechten met die »honden" van
+Saracenen of tussen de krakélende baronnen. Maar in de 12de eeuw was
+de produktieve tijd voorbij; de atmosfeer en het hofleven waren weinig
+geschikt om tot heldendichten te inspireren. De helden-epiek was toch
+een maatschappelike poëzie, ontstaan uit een levende algemeen nationale
+sageschat en gaf uitdrukking aan een levende nationale of provinciale,
+algemene geest. Maar de nieuwe ridderkringen hadden niets van die
+maatschappelike geest, de laatste echo van de oude Germaanse stamgeest.
+Hier waren ridders bij elkaar die gewoon waren hun leven op eigen hand
+te leven en zich neer te slaan, of in dienst te treden, dan hier en dan
+daar; het gehele leenstelsel berustte op het vrije kontrakt; de nieuwe
+maatschappij die zich vormen zou, wees vooruit en voelde zich zeer
+weinig solidair met de overleveringen van het oude Frankrijk der
+Karolingiërs en nog was het slechts een vrije, bewegelike gastvrijheid,
+nog ver verwijderd van een nieuwe maatschappelike geest, die de
+vele kleine centra geschapen hadden. De resonantiewand voor de
+heldengedichten was weggenomen--de piëteit van het terugkijken op het
+verleden, een organies gevoel van saamhorigheid, de bijna religieuze
+stemming van een feest ter herinnering aan de voorvaderen.
+
+Wat de gastvrijheid der ridders wenste, was een vrije
+conversatie,--vrije geestesoefening, evenals men bij toernooien of op de
+jacht het lichaam oefende. Terwijl de heldengedichten op geschiedenis
+berustten, of op sagen die voor geschiedenis aangezien werden en als
+geschiedenis werkten,--en terwijl de heldendichten uit een soort stam-
+of provincie-patriotisme ontstonden en tot zekere hoogte een opbouwende,
+opvoedende kracht bezaten,--emancipeert zich nu voor 't eerst de
+aestetiese drang om histories te vertellen en te horen, zo wel van
+historiese als van patriotiese belangen. In de grotere kringen wil men
+eerst en vooral gesprekken hebben. Het begint tot de goede toon te horen
+om te kunnen »bien parler", goed en flink te kunnen spreken; zo wel voor
+ridders als voor de dames wordt dat als een bepaalde deugd beschouwd.
+In de romans zien wij hoe men daar aan tafel zit te praten of de ridders
+komen op bezoek in de vertrekken van de vrouwen, terwijl dezen daar met
+hun naaiwerk zitten. Of wel komt men in het goede jaargetijde 's avonds
+in de burchttuin onder een oude vruchtboom bij elkaar of wandelen
+allen te zamen de tuin in. En dan wordt er gesproken over wapenen en
+toernooien, over honden en vogels of over de liefde. Uit de romans kan
+men ook zien dat men er altijd op uit was vlug en ad rem te antwoorden,
+handig met een grap voor den dag te komen, met lichte toespelingen
+of dubbelzinnigheden, en iemand te kunnen plagen of geestigheden ten
+beste te geven op een elegante en onderhoudende manier. De Franse
+conversatiekunst doet hier zijn eerste zwakke pogingen. Bovendien heeft
+men allerlei soort gezelschapsspelletjes,--raadsels worden opgegeven, of
+wel er wordt iemand tot Koning gekozen en allen moeten hem zelfs op de
+meest intieme vragen antwoorden.
+
+Maar de gesprekken bestonden toch in een mate waar men zich nu geen idee
+van maken kan, in het vertellen van geschiedenissen. Iedereen kende er
+en niemand werd ooit moe ze uur aan uur te horen vertellen. Men vertelde
+elkaar geschiedenissen 's avonds in bed--Meriaduc stond erop met Tristan
+in één kamer te slapen, omdat die hem altijd 's nachts zulke aardige
+avonturen vertelde--men vertelde elkaar verhalen te paard bij de
+lange vervelende dagreizen; op jacht verhalen de deelnemers elkander
+merkwaardige jager-grappen waar niemand geloof aan slaat; bij de wijn,
+na tafel, trachten de ridders elkaar in grootsprekerijen te overtreffen
+over hun avonturen in de oorlog of met vrouwen; de ouden van dagen
+vertellen van hun vrolike jeugd; en er zijn ook dames die een grote
+kring om zich heen verzamelen omdat zij de reputatie hebben van vele
+geschiedenissen te kunnen vertellen. En de geestelike die boeken gelezen
+heeft, wordt overal waar hij als gast op de kastelen komt, als een
+levende encyclopaedie beschouwd en moet niet alleen van de »Gesta
+Romanorum" vertellen--over alles wat er ten tijde der oude Romeinen
+gebeurd is--maar ook van alles wat er in de heilige Schrift te lezen
+staat. En als een passende vergoeding voor de genoten gastvrijheid,
+moeten alle reizigers alles opdissen wat zij gezien hebben of
+ondervonden of in vreemde landen hebben hooren vertellen.
+
+De stof voor die vertellingen kwam--zo als wij later zien
+zullen--meestal uit vreemde landen, uit die ontzachelike bonte massa
+van motieven die door het reizen en trekken, in het dooréénmengen der
+volkeren en de uitwisseling van ideeën, in de tijd der kruistochten
+in omloop kwamen. Maar de drang tot vertellen en de vertelkunst zijn
+produkten van het gezellige maatschappelike leven en het letterkundige
+genre--de geversificeerde vertelling, zo wel het korte »Conte" als de
+lange »Roman"--dat uit die gezellige bijeenkomsten geboren wordt en zelf
+de stof daarvoor uit moet maken, staat, èn in vorm en stijl, èn in geest
+en wijze van voorstelling geheel onder de invloed van die oorsprong en
+bestemming. De oude »Chansons de geste" die bestemd waren om in een
+zaal, onder begeleiding van muziek, half gezongen, half gereciteerd
+te worden, voor een groot gezelschap en bij feestelike gelegenheden,
+rollen voort, deftig en zwaar en stijf, in lange regels van 10 of 12
+lettergrepen: »Carles li Reis nostre Emperere magne--sept ans tuz pleins
+ad estet en Espagne". En in brede trekken wordt ons alles geschilderd,
+met onvermengde, sterke kleuren, in grote, aanschouwelike scènes wordt
+het verhaal ingedeeld en schrijdt met dramatiese stoten en in vlug tempo
+voort: de toon is opgewekt en verheven en zo gaat het zonder grote
+veranderingen tot het einde. Maar de nieuwe vertellingspoëzie moet
+in de plaats van de conversatie in die kringen komen en moet in het
+vrouwenvertrek of bij de maaltijd een gezelschap van heren en dames
+onderhouden door gewoon en natuurlik een historie te vertellen.
+Daarom loopt de taal daarvan als een rustige vlugge stroom, als
+een gezellig babbeltje in versregels van acht voeten: »Chrestien
+commance son conte--si comme l'histoire nous raconte--qui traite
+d'un empereur--puissant de richesse et d'honneur--" En de toon en de
+voorstelling verandert als in de levende gesproken taal; nu eens vertelt
+men haastig en vlug, dan weer wijdt men bij een beschrijving wat uit,
+het verhaal slaat in een levendig gesprek over, maar verliest zich dan
+weer in allerlei beschouwingen, de toon is rustig en blijft zich gelijk,
+zonder grote sprongen, maar met vele kleine veranderingen--medelijdend
+zuchten, schertsende ironie. En het verhaal schrijdt steeds kalm door,
+begint bij het begin, springt niets over, vat de geschiedenis niet in
+dramatiese scènes samen, maar houdt steeds de belangstelling gaande. Het
+is de stijl en de toon van de moderne roman en novelle die men hier ziet
+ontstaan. En het was ook de geest van het Hofleven zelf die de nieuwe
+vertelkunst zou bezielen niettegenstaande de vreemde van alle kanten
+opgenomen stof; wat die kenmerkt is de licht-gewekte zo al niet
+diepe sympatie met het geluk en het ongeluk der mensen, de sceptiese
+mensenkennis en de fijne blik op het leven dat alles zoals wij gezien
+hebben, karakteristiek was voor de mensen uit die kringen. Wat wij reeds
+in het Frankrijk van de 12de en 13de eeuw in dat sosiale leven geboren
+zien worden, is de Conte van de 19de eeuw, geestig als bij Voltaire, en
+sentimenteel als bij Musset.
+
+Een andere manier waarop de gasten onderhouden werden, was zang en spel
+en dans. Wanneer de vrouwen bij elkaar zitten te naaien of te spinnen,
+begint één er van een lied en heffen de anderen het refrein aan; na
+tafel wanneer de mannen en vrouwen samen aangezeten hebben, geeft een
+der vrouwen ook een lied ten beste en wordt het refrein door de overigen
+gezongen; of wel moet ieder der aanwezigen om de beurt een lied zingen.
+Naast de viool en de harp die men van oudsher kende, komt nu de luit van
+de Arabieren, wier hoven in Andalusië van muziek en gezang weerklonken.
+Ouderwetse moralisten ijveren tegen al dat gezang en spel in gezelschap;
+dat verwekelikt maar en leidt tot wellust zeggen ze. En nog meer is de
+dans hun een reden tot ergernis, als zijnde een uitvinding des duivels.
+Bijna bij alle feestelike bijeenkomsten wordt er aan de hoven gedanst,
+en er komen massa's nieuwe dansen op waarvan enkele, naar de namen te
+oordeelen, uit Griekenland schijnen te stammen. Het zijn kettingdansen,
+rondedansen, dansen door vrouwen alleen of door mannen en vrouwen,--maar
+de meesten zijn zeker begeleid geworden door gezang.
+
+En die liederen zijn het andere genre dat uit dat hogere sosiale leven
+geboren wordt. Niet spesiaal uit dat aan de hoven; men kan ze tot in
+de eerste tijden der middeleeuwen vervolgen, in alle maatschappelike
+klassen horen ze thuis, maar wel worden ze bij de hoven meer in 't
+bizonder gekultiveerd en krijgen ze daar kleur en vorm.
+
+Velen van die dansliederen, zoals die omstreeks het jaar 1100 op de
+ridderkastelen gezongen werden, schijnen van de oude lentefeesten te
+stammen, die uit de grijze voortijd in alle landen gevierd werden. In de
+heidense tijd vermoedt men dat die Mei of April feesten in 't bizonder
+aan de godin der liefde gewijd waren en de vrouwen hebben er de hoofdrol
+bij gespeeld; het moeten een soort »vrouwelike Saturnalia" geweest zijn,
+waarbij zij zich nu eens van de voogdij van man of broeder mochten
+emanciperen, of in elk geval in wilde dansen en liederen zich allerlei
+grappen veroorloofden. Die oorsprong verklaart het gewone begin van
+die liederen; de lof en prijs van 't voorjaar en 't nieuwe jaar dat
+in die tijd met het voorjaar begon en het zijn steeds vrouwen die het
+woord voeren en die elkaar aanzetten om tegen hun mannen of moeders
+in opstand te komen en van hun jeugd te genieten. In een liedje uit
+Limousin van ongeveer 1100 zingt een van de dansende meisjes, die tot
+»April-Koningin" gekozen was, aldus de lof van de lente: »Nu eindelik
+de heerlike tijd gekomen is, zal de vreugde een aanvang nemen, de
+ijverzuchtigen zich ergeren en daarom zal de koningin eens laten zien
+hoe vol liefde zij is," en de meisjes vallen in: »Weg, uit den weg,
+gij ijverzuchtigen!--laat ons dansen, laat ons dansen met elkaar!"
+Overal--gaan ze door--heeft zij laten weten: alle meisjes en jongens
+mogen komen dansen. Maar nu komt ook de koning, om het dansfeest te
+verhinderen, hij is bang dat men hem zijn April-Koningin ontroven zal.
+Maar zij wil van de oude niets weten, zij wil liever een jonge kerel
+hebben die weet hoe een mooi meisje behandeld moet worden. En hij die
+haar zag, zoals zij zich daar bij het dansen vertoonde, die kan zeggen
+dat de vrolike koningin haars gelijke in de wereld niet heeft... »A
+la vi', a la vie, jalous,--lassaz nous, lassaz nous--ballar entre nos,
+entre nos." Een dergelijke half-conventionele wildheid kenmerkt andere
+oude Noord-Franse of Duitse dansliederen. »De gehele wereld zal mij
+niet verhinderen mij een »ami" te kiezen," zingt een meisje uit
+Noord-Frankrijk; openlik verklaart zij aan haar moeder: »Ma mère, je
+veux Robin"; de moeder dreigt haar met een stok en wil haar met haar
+spinnewiel opsluiten, maar het meisje belooft zich zelf dat zij haar
+geliefde toch wel zal krijgen: »Les mammelettes me poignent, je ferai
+novel ami", zo zingt zij haar liefdeverlangens uit. En een Duitsch
+meisje zingt: »ik zal mijn zorgen laten lopen en met mijn vriendinnen de
+weide ingaan," en dan roept zij haar »Mei-geliefde": »zoete Rozenmond,
+kom, kus mij gezond." In haar klooster klaagt de non; zij wil er vandoor
+en zich met haar geliefde amuseren: »S'irons à Paris, mener bonne
+vie,--car il est jolis et je suis jeunette," en liefde-smachtend luidt
+haar refrein: »Je sens les douls mals leis ma seinturete--malois
+sois de Deu ki fist nonnette!"--»ik voel de zoete smarten onder mijn
+lendenen--vervloekt door God zij hij die mij een non deed worden!"
+
+Vooral klinken van alle kanten de protesten van de getrouwde vrouwen:
+»Mijn man heeft mij overdag,--mijn vriend de korte nacht... Loop heen,
+gij lelike bochel! bij God, ik zal u horens laten dragen; want nu is de
+zoete tijd gekomen dat de weiden groenen. Nu zullen wij, mijn vriend en
+ik, de nieuwe bloempjes gaan plukken (»bloemen plukken" betekent in deze
+liedjes altijd zich aan de liefde overgeven). Waarom slaat mijn man mij?
+Ik heb immers nooit iets anders gedaan dan mijn vriend beminnen. En gunt
+hij mij _dat_ plezier niet eens meer, dan zal ik mij nog meer op hem
+wreken." En de jonge Provençaalse zingt: »Wat zal ik u zeggen waarom ik
+zo vol liefde ben,"--en zij zelf en haar vriendinnen vallen haar in de
+rede: »Coindetta sui..." »Knap ben ik, maar ik heb verdriet over mijn
+man, ik wil niets van hem weten--want ik ben maar klein en jong en een
+maagd, ik moest een man hebben waar ik plezier in kon hebben... Maar
+God weet dat ik geen smaak heb in mijn echtgenoot, als ik hem zie, wens
+ik slechts dat de dood hem van mij wegneemt. Maar één ding heb ik wel
+gemerkt en dat zal ik u zeggen: mijn vriend heeft mij reeds lang bemind
+en hem zal ik mijn liefde schenken... En het lied dat ik hier op deze
+melodie dicht, dat moet--vraag ik--wijd en zijd door alle vrouwen
+gezongen worden, over mijn vriend dien ik bemin en naar wien ik zo
+verlang." »Coindetta sui... Aardig ben ik" enz., zingt het koor daar
+dan weer tussen in.
+
+Dat zijn oude conventionele volksliederen-motieven in de ridder- en
+hofkringen in voorname vorm gegoten. Andere dansliedjes, eveneens
+door vrouwen gezongen en oorspronkelik ook wel door haar gedicht,
+zijn romanceachtig vertellend. Het zijn kleine liefde-episodes of
+liefdegeschiedenissen, slechts met een paar losse lijnen opgetrokken,
+in een paar trekken te voorschijn getoverd... alsof men in de muziek
+maar even het tema aangeeft, maar de uitwerking aan de fantasie van
+de hoorders overlaat... dikwels half dramaties in de gesprekvorm, maar
+oorspronkelik altijd met een refrein dat de grondgedachte aangeeft...
+de stemming waar de kleine »historie" uit ontkiemd is en die alleen
+gebruikt zal worden om de toehoorders mee in slaap te wiegen. Dat zijn
+de romancen waar onze Scandinaviese volksliederen ook meê samen hangen.
+»Aalis main se leva--bon jor ait, qui mon cuer a... Alis stond 's
+morgens op--geluk voor hem die mijn hart bezit--zij kleedde zich en
+maakte zich mooi onder een elseboom--geluk voor hem die mijn hart
+bezit,--het is niet langer mijn." Meer hebben wij van dit liedje niet.
+Kompleet hebben wij daarentegen het lied van Gaiete en Oriour, twee
+zusters die een Zaterdag naar de beek gingen om te baden. »De lucht
+trilt en de takken wiegelen; mogen zij die minnen zoet slapen!"
+luidt het refrein als van een wiegelied. De jonge Gerard komt van
+wapenoefeningen terug, ziet Gaiete aan de beek en neemt haar in zijn
+armen. »Als je nu water geput hebt, Oriour," zegt zij tegen haar kleine
+zuster, »ga dan naar de stad terug, ik blijf bij Gerard." Oriour gaat
+naar huis, maar weent haar beide oogen uit en zucht uit het diepst van
+haar hart, omdat haar zuster niet met haar mede gaat. Maar Gerard en
+Gaiete gaan terstond direct naar de stad en daar troost Gerard haar.
+»Vante l'ore et li raim crollent,--ki s'antraimment, soweif dorment."
+Men ziet bijna de dansenden de kleine geschiedenis mimies voorstellen.
+
+Minder bij de dans dan bij het werk in het vrouwenvertrek zijn die
+oude romances gezongen geworden, die de adellike dame of jonkvrouw in
+haar stille liefdedromen schilderen, in de smart of het geluk van haar
+ootmoedige liefde. Daar zit de schone Dolette bij het venster en leest
+in een boek, maar haar gedachten zijn er niet bij, zij denkt aan haar
+Doon die ver weg getrokken is, naar 't een of ander toernooi. En nu komt
+juist het bericht dat hij gevallen is; zij neemt terstond het boetekleed
+aan en wijdt zich aan het nonnenleven.
+
+Zo zit ook de schone jonkvrouw Yolande in haar vertrek een fluwelen
+wambuis te maken voor haar vriend die ver weg is. Zuchtend zegt zij:
+»God, wat is de naam der liefde zoet. Nooit had ik gedacht dat ik daar
+smarte bij zou voelen," en zij bidt God medelijden met haar te hebben.
+Maar op het zelfde ogenblik komt haar lieve vriend de kamer binnen. Zij
+ziet hem, buigt haar hoofd en kan geen woord uitbrengen. »Mijn lieve
+dame, hebt gij mij heel vergeten?" vraagt hij. Maar nu lacht zij en
+strekt zuchtend de schone armen naar hem uit. »Schone vriend, ik kan u
+niet bedriegen. Met geheel mijn hart bemin ik u. Zo veel als gij wilt,
+moogt gij mij kussen." Zij neemt haar vriend in haar armen. Zij zetten
+zich op een mooi bed en daar omhelzen zij elkaar. »God! wat is de naam
+der liefde zoet. Nooit had ik gedacht, dat ik daar smarte bij zou
+voelen."
+
+Boven in het vrouwenvertrek is het ook dat de koningsdochter Erembourc
+zit te borduren en zij door een torenvenster ziet dat haar vroegere
+vriend, Graaf Raymond, de binnenplaats op rijdt; nu komt hij in de lente
+thuis maar hij heft het hoofd niet meer op naar haar kamer als vroeger.
+Maar zij roept hem, hij mag haar de belediging toch niet aandoen niet
+eens meer even met haar te komen spreken. »Gij hebt niet goed gehandeld,
+koningsdochter! Gij hebt een ander liefgehad, om hem hebt gij mij
+vergeten", roept hij naar boven. Maar zij zweert van niet; met haar
+dames en maagden is zij bereid een eed af te leggen dat zij onschuldig
+is. En dan komt hij bij haar binnen--breed van schouders, smal van
+middel--blond, met gekrulde haren; een knapper jongeling was niet te
+vinden. Hij gaat op het geborduurde kussen zitten, zij zit naast hem;
+»de joste lui se siet bele Erembors,--lors recomencent leurs premières
+amors..." Het gehele kalme vrouwenleven in die torenkamers hangt als een
+atmosfeer om de weinige woorden van die liederen,--in een vaag onbewust
+verlangen naar vrijheid en een bereidwillige onderwerping aan de
+heerschappij van de mannen. Het is alsof men de eenvoudige woorden hoort
+zingen met begeleiding der akkoorden van een tedere guitaar.
+
+Duideliker spreken de gevoelens der geliefden zich in liederen uit,
+die het afscheid schilderen van ridders en hun dames. Dit zijn ook
+oorspronkelik meestal liederen van vrouwen of altans is de vrouw degene
+die vooral het woord voert en de warm liefhebbende is, terwijl de man
+er de rol van koelbloedige meerdere speelt. Wij hebben Duitse liederen
+van dit genre over of altans fragmenten er van. De vrouw klaagt en hij
+belooft haar niet te vergeten, of zij smeekt hem bij haar te blijven,
+maar hij antwoordt lichtzinnig of, als om te tonen dat hij een man is,
+dat hij zich niet eeuwig en altijd door een vrouw kan laten binden; soms
+is zij een vorstin en eist dat hij haar beminnen zal of hij moet het
+land verlaten, maar de ridder laat zijn paard zadelen, hij wil liever
+vertrekken dan zich door een vrouw te laten dwingen. Of de vrouw is
+verlaten achtergebleven en klaagt dat nu de lindebomen kaal zijn, dat
+haar geliefde, een onervaren jongen, in het net van andere vrouwen
+verward is geraakt, ofschoon God weet dat zij--dat »ich im diu holdeste
+bin". Zij staat op de tinnen van het kasteel en kijkt hem achterna nu
+hij wegrijdt; de valk die zij voor hem had afgericht, is nu ook van haar
+weggevlogen. God »brenge hen samen die gaarne samen willen zijn." Of zij
+verlangt naar hem in de verte. »Es stuont eine Frouwe alleine unt warte
+über Heide." »Wanneer ik alleen sta in mijn hemd en aan u denk, mijn
+Ridder, dan gloei ik als een roos en is mijn hart vol droefenis."
+
+Dikwels is het op een kruistocht dat de ridder moet gaan en roept zijn
+kristelik en militair plichtsgevoel hem weg, over zee en land, terwijl
+haar liefde hem terug wil houden. Allerliefst is zo bijvoorbeeld een
+Provençaalse romance waar het adelike meisje een schonen zomerdag onder
+een bloeiende vruchtboom in de tuin zit en tot Jezus klaagt dat haar
+geliefde voor Hem naar het heilige land getrokken is en haar verlaten
+heeft. De dichter tracht haar te troosten met de hoop op de hemel,
+maar zij laat zich met het hiernamaals niet afschepen »wanneer God mij
+ondertussen hier op aarde hem ontrooft die mijn vreugde was, hem die ik
+nog maar zoo kort had, maar die nu zo ver weg is."
+
+»Liebesgrüsse", »saluts d'amour" zendt de verlatene haar geliefde in de
+verte achterna. »Zoveel bladen, zoveel grassprietjes, zoveel bloemen als
+er zijn, zend hem zo veel liefdegroeten van mij." Dikwels is het een
+valk of een zwaluw wier vrije vlucht zij benijdt en aan welke zij haar
+groeten medegeeft,--een overal in het volkslied geliefd motief. Later
+zendt hij dan ook op zijn beurt haar groeten door vogels. »Weg vliegt de
+montere vogel,"--heet het in een »salut d'amour", uit Provence--»recht
+daar heen waar zij woont en slaat zich zonder angst neer, en wanneer de
+schone zich vertoont, begint het vriendelike vogeltje een zoet gezang te
+laten horen, zo als hij die tegen de avond ten beste pleegt te geven,
+dan zwijgt hij en bedenkt hoe hij het beste zeggen zal wat zij genadig
+horen wil." Dan zingt hij menig vleiend woord tot haar over haar
+geliefde, zij hoort dat aan en zendt de gevleugelde boodschapper met
+vele schone liefdewoorden terug.
+
+Een heel bizondere dichtsoort ontwikkelde zich langzamerhand door
+mannelike kunstdichters uit het oude motief van »Het afscheid der
+geliefden". De situatie van die twee die een nacht van liefdegenot
+te samen doorgebracht hebben maar nu, om niet ontdekt te worden,
+voor dageraad moeten scheiden, is er een die steeds overal in de
+volksliederen te vinden is, algemeen menselik en poëties vruchtbaar
+als die is. De geliefden hebben samen buiten op de weide of in bosjes
+geslapen, en worden nu door het gezang der vogels of door de dageraad
+gewekt; onder hevige klachten en verwensingen over die noodzaak moet de
+vrouw zelf de man tot haast aanzetten; of wel zij tracht hem nog terug
+te houden: neen, het is het daglicht niet, maar maneschijn, het is de
+leeuwerik niet, maar de nachtegaal, zegt zij. Intussen verstomt de
+twijfel spoedig; hij moet weg. Met dit volkslied-motief zijn bij de
+kunstdichters literaire herinneringen samen gesmolten. Aan de ene kant
+van de oud kerkelike hymnen aan de dageraad,--van de hoogdravende Hymne
+aan het Licht van Prudentius af (Aeterne rerum conditor) tot de meer
+moderne, als die welke men uit het jaar 1000 kent, in 't Latijn met
+Provençaalse refreinen, waarin de wachter de Slapenden wekt, om dat »het
+Morgenrood de zon reeds achter de natte zee opheft." Aan de andere kant
+misschien ook van de antieke poëzie b.v. van Leander's brief aan Hero in
+de »Heroides", waar de twee zich na een nacht van liefdegeneuchten onder
+klachten uit hun omhelzingen los moeten scheuren, omdat de morgenster
+Aurora de weg wijst en de trouwe bewaakster, de oude min van het meisje,
+ze tot scheiden maant. De min van de antieke poëzie en de wachter van de
+kristelike hymne worden bij de ridderlike dichters tot de torenwacht die
+van de toren de dageraad ziet verschijnen en die daardoor als vanzelf
+de vertrouwde der geliefden geworden is en de waarschuwende rol van de
+leeuwerik over heeft genomen. Als zodanig is hij de derde persoon van
+het drama. In een tuin, onder de meidoorn, ligt een vrouw met haar
+vriend in haar armen, totdat de wachter roept dat hij de dageraad ziet.
+»Ach God, ach God, wat komt de dageraad spoedig! Gave God, dat die
+nacht nooit een einde nam, en dat mijn geliefde nooit van mij weg moest
+trekken, en de wachter nooit de dag zou zien en de dageraad... Lieve,
+zoete vriend, laat ons elkaar blijven kussen, gij en ik, hier op de
+weide, waar de vogels zingen, tot op 't ogenblik dat de wachter op zijn
+schalmei blaast." Schoon en lief is de vrouw en velen kijken naar haar
+wegens haar schoonheid, maar zij is trouw aan de liefde in haar hart.
+»Oi deus, oi deus! de l'alba, tan tost ve!"
+
+Bij Walter von der Vogelweide is het in een kamer dat het zonnelicht
+de geliefden treft en de situatie ontwikkelt zich hier tot een hele
+dialoog, een heel drama. De ridder ziet het daglicht, wekt het meisje en
+wil weg, maar zij noodzaakt hem om te blijven. Ridderlik geeft hij toe,
+niettegenstaande het gevaar en zegt: »Welaan, dan blijf ik hier," totdat
+zij nu zelf het gevaar bemerkt en hem tot vertrekken aanspoort... maar
+dan, zelf niet wetende wat zij wil, vraagt zij hem toch nog éen ogenblik
+te blijven: »Nooit hadden zij het zo goed als nu." Maar... nu _moet_ hij
+toch weg: »Ik doe het voor uw eer, het morgenlied van de wachter heeft
+al weerklonken." En wenend blijft zij alleen achter: »nû lige ich
+liebes âne--reht als ein senede wip." In de Albas uit Provence--_alba_:
+morgenrood heet die dichtsoort in Zuid-Frankrijk--komt die wachter
+langzamerhand meer en meer op de voorgrond, hij wordt in het vertrouwen
+der geliefden genomen en zo wordt het niet meer zijn geroep als zodanig
+dat hen waarschuwt, hij wekt die twee met opzet en raadt ze aan te
+scheiden. In een der schoonsten dier Alba's is het een vriend die in de
+tuin op wacht staat en die God bidt om hem zijn kameraad ongedeerd terug
+te geven en hij roept de kamer in: »Beste vriend, slaap niet langer, in
+het Oosten is de morgenster opgekomen, ik heb die duidelik gezien en nu
+is het weldra morgen. Beste vriend, met mijn lied wek ik u, ik hoor de
+vogelen zingen en ik vrees voor de jaloerse echtgenoot, nu is het weldra
+morgen."--»Waarde, goede vriend--komt ten slotte het antwoord--ik zwelg
+in een zodanig geluk dat ik wenste dat het nooit dag zou worden, want ik
+houd de heerlikste van alle vrouwen ter wereld in mijn armen, en ik geef
+niets om echtgenoot of dageraad." Hier is het nu, zo als men ziet, niet
+langer de vrouw, maar de man die de nacht van liefde verheerlikt en
+in zijn geluk alle voorzichtigheid over boord werpt. Het allerverst
+uitgewerkt vindt men het motief bij Wolfram von Eschenbach in wiens
+»dageliederen" de wachter zowel als de vriend die in het geheim is,
+tot hoofdpersoon worden, en zijn waarschuwingen, de hevige passie der
+geliefden die nog onder de hoge druk van 't geraas toeneemt, haar tranen
+en zijn ridderlike onverschrokkenheid, vallen samen in een pateties
+dramaties trio, dat bijna tot een simbool wordt van »de zaligheid van
+gestolen liefde en al de bitterheid die daar onafscheidelik van is."
+
+Ten slotte vormde de hofpoëzie van het volkslied de Pastorale. Reeds
+vroeg hebben tweespraken een deel uitgemaakt van volksfeesten en
+volksdansen. Bij 't Meifeest kwamen zomer en winter op en kregen het met
+elkaar in schone verzen aan de stok totdat de winter het op moest geven;
+of twee meisjes stonden in verzen te disputeren over de vraag of een
+klerk of een ridder de beste geliefde was. Bij de dansen hebben zeker
+ook samenspraken gehoord tussen de man die het meisje wil omhelzen en
+het laatste dat zich met schelmse spot terug trekt en hem ontwijkt,
+misschien ook nog wel een derde--een mededinger die het meisje ook ten
+dans nodigt--totdat zij zich ten slotte aan een van tweeën overgeeft.
+Dergelijke disputen en liefdegesprekken op rijm, gaan in verband met
+landelike feesten helemaal op het volksleven der oudheid terug; zij
+hebben de literaire weerklank daarvan in de idyllen van Theocritus en
+Virgilius; reminiscenties aan die schrijvers, die in de middeleeuwen
+zoveel zijn nagebootst, hebben misschien enkele der dichters van de
+ridderpoëzie voorgezweefd. Onder de latijnse liederen der vagantes vindt
+men een andere soort gedichten die op _hun_ wijze aan één zijde der
+pastorale beantwoorden: het zijn liedjes waarin zulk een rondtrekkend
+scholier luchtigjes vertelt van een avontuurtje dat hij gehad heeft of
+waar hij pocht op een »bonne fortune" die hem ten deel gevallen is,--hoe
+hij de tegenstand van het schuchtere meisje wist te overwinnen, hoe
+hij het herderinnetje dat hij ergens buiten tegen kwam gevraagd had de
+ziekte te genezen waar hij aan leed, hoe zij eerst niet durfde voor
+haar vader, maar toch gauw genoeg bezweek, of hoe hij de dansende
+herderinnetjes aangeboden had gratis de declinatio en de conjugatio te
+leren of hoe hij een gesprek over de liefde tussen twee meisjes had
+afgeluisterd.
+
+De ridderlike pastorale die zich misschien oorspronkelik van
+Noord-Frankrijk naar Provence verplantte en naar Duitsland, vertoont
+een vermenging van die twee typen. De inleiding schildert een dichter,
+een ridder en een stadsbewoner die over de velden lopen of rijden en òf
+een gesprek tussen de herders en herderinnetjes afluisteren--Robin die
+Marot om haar liefde vraagt, terwijl zij hem met Gueneviere plaagt, die
+zij hem gisteren heeft zien kussen,--of boeren feestdansen, kibbelarijen
+en vechtpartijen, of zij beginnen zelf een gesprek met de landmeisjes
+en dan krijgen ze die tot hun wil of wel worden ze door de landelike
+schonen weggezonden. Het is van boven af dat men al die landelikheid te
+zien krijgt en de versvorm is licht, dansend, spelend; het boerenleven
+en het herdersleven worden in hun vrolike natuurlikheid geschilderd,
+onschuldig naief en komiek plomp; het zijn fijne beelden uit het
+volksleven van Nederlandse schilders, in de Franse lyriek, evenals later
+in de Duitse van Nidhardt. Pochend en met de nodige bluf vertelt de
+zanger hoe hij het meisje tot zijn wil gekregen heeft of met goedmoedige
+zelfbespotting hoe lelik hij van zijn vrijage af is gekomen; in beide
+gevallen wordt het avontuurtje als een bagatel behandeld; zoo'n
+veehoedstertje en haar liefde,--dat betekent namelik niet veel!
+
+»Verleden zag ik een herdersmeisje bij een heg staan, vrolik en aardig
+zag ze er uit, met een net keurslijfje en een linnen mutsje, wollen
+broek en een grof hemd... Ik ging op haar af: »Lief kind," zei ik, »ik
+vind het treurig dat je het zo koud hebt."--»Heer," antwoordde zij,
+»Goddank ben ik goed gezond en het zal mij heus geen kwaad doen als
+de wind eens door mijn kleeren waait." Ik zeide dat ik haar graag
+gezelschap wou houden, en dat het toch jammer was dat zij daar zo
+alleen het vee zou moeten hoeden zonder een vriend in de wereld..." En
+zo gaat het gesprek verder. Hij vleit haar, zij moet zeker de dochter
+van een ridder zijn, een fee moest haar die schoonheid gegeven hebben,
+die niet bij een boerenmeisje past. Zij moest hem nu maar zijn zin
+geven--gaat hij door--zoo'n landmeisje is toch wel te temmen, alles in
+de natuur wil toch paren, en hier achter die haag kunnen ze toch doen
+wat ze willen zonder gezien te worden. Maar--gelijk Else in de ballade,
+heeft zij een afwijzend preuts antwoord klaar voor de vleier en zijn
+opdringerigheid: »van een ridder als vader, daar weet zij niets van,
+soort zoekt soort, een boerenmeisje moet aan niemand dan aan boeren
+denken en zij heeft geen lust haar maagdom te geven voor de naam van een
+slet." Maar in andere gedichten komen er heel wat brutaler scenes voor.
+»God zij met u, herderin, schoon gelijk een roos; ik ben zeer verbaasd u
+nog alleen te vinden. Een kleed met zilveren zoom wil ik u geven." Maar
+zij antwoordde dat zij niets met hem te doen wil hebben; zij wijst naar
+haar vader die daar ginds het veld loopt te ploegen en wil daar heen
+gaan. Maar hij liep haar achterna, greep haar beet en wierp haar in het
+gras. Drie malen kuste hij haar en zij sprak geen woord tegen, en toen
+hij haar voor de vierde keer wilde kussen, zeide zij: »Heer, ik geef
+mij aan u over." De schelmse gratie van de dansliederen en het cynisme
+van de pochende ridders (»gaps") vinden wij ook beiden in de pastorale
+terug. In tedere liefdeverlangens loopt de herderin een zomermorgen rond
+en neuriet er een liedje over hoe benauwd het haar in haar borst wordt
+en hoe zij zich een vriend wenst, sedert Robin haar verlaten heeft.
+Zelf roept zij een ridder aan die voorbij komt en toont zich meer dan
+gewillig. Maar dikwels is de herderin ook »trop sage de garder son
+pucelage" en houdt de al te vriendelike ridder voor den gek en op
+een afstand, of weet hem een pak slaag te bezorgen door een paar
+boerenjongens. Daarentegen scheurt de ridder bij andere gelegenheden
+haar brutaal de kleeren van het lijf of weet haar met leugenachtige
+beloften te paaien. En wanneer het dan gebeurd is, zoo eindigt hij
+triomfantelik het gedicht: »lors me montai, si m'en alai,--à deu l'ai
+commandée:--Dolente et esgarée--la laissai en la prée."
+
+Pastorale, alba, romance, ballade,--al deze verfijnde literaire
+bewerkingen van het volkslied zijn duidelik gedicht en gezongen geworden
+door ridderlike dillettanten--dames en heren--als een geliefd soort
+gezelschapsspel. De naam van de auteurs is niet bekend, altans van
+de meesten niet, het is de volkspoëzie van de ridderwereld, gelijk
+onze Deense middeleeuwse balladen dat waren. Een volksliedje als
+»Maagdedroomen" is in wezen niet verschillend van een romance als de
+schone Yolande of de schone Erembourc en een schertsende ballade als die
+van »koning Erik en de spottende Maagd" is na aan de Pastorale verwant.
+
+Maar deze gezelschapsliederen zowel als de vertelkunst die zich bij
+de ontvangsten op de hoven ontwikkelden, krijgen nu beoefenaars van
+professie in de schare van dichters en zangers die aan het hof leefden
+om--en meer of minder ook van--die liederen en berijmde vertellingen
+te dichten en voor te dragen. Van de dagen van Olim waren er talrijke
+»jogleors" en »conteors" en »fableors" die van de ene stad naar
+de andere trokken, en van burcht tot burcht, allerlei kunstjes
+maakten, een beer lieten dansen, maar tegelijk ook viool speelden
+of doedelzakken en berijmde vertellingen lieten horen of liedjes,--om
+daarna geld in te zamelen van het kermispubliek of de gasten van de
+burchtheer. Maar boven de jongleurs verheft zich in de tijden der
+kruistochten een aristokratie, die soms uit die klasse voortgekomen
+of daarin teruggevallen is, maar die zich niet verwaardigt op
+kermissen op te treden en jongleurskunsten uit te voeren, maar die
+zich alleen in de adellike kringen beweegt, zich naar die hogere
+smaak vormt, zich enigsins de manieren van die kringen toeëigent
+en dikwels daarin opgenomen wordt. Dat zijn de »menestrels", de
+»troubadours",--»trouvères"; wanneer ze, wat dikwels 't geval is, tot
+de »vagantes" horen, noemen zij zich dikwels »maîtres". Arme jongere
+zonen en verarmde baronnen zelf beginnen nu ook mede te doen aan deze
+wijze van het hof te vermaken, en zo vindt men ze weldra in deze nu
+zo veelomvattende dichtergroep, naast klerken en zonen van burgers en
+de lagere klassen. Het zijn musici van beroep, die allerlei kunstige
+melodiën komponeren en spelen, voor de viool en voor harp; de Britse
+en Bretonse melodieën (lais) werden over Frankrijk van hof tot hof
+gekolporteerd. Bij de muziek komt dan ook zang en het zeggen van
+gedichten. Zo brengen de zangers met de melodieën de Britse vertellingen
+in 't Frans over en dragen ze de kleine berijmde verhalen voor, de »lais
+Bretons". »Lais" worden nu langzamerhand ook andere kleine berijmde
+vertellingen genoemd, welke de trouvères dichtten en voordroegen,--de
+stof haalden ze òf uit het werkelike leven, òf uit de antieke myten
+b.v. over Narcissus of Orpheus. Maar eerst en vooral ontwikkelen de
+hofzangers van beroep in Zuid-Frankrijk een nieuwe kunstige hoflyriek,
+die weldra ook aan de ridderhoven van Noord-Frankrijk en Duitsland
+toonaangevend zou worden.
+
+
+
+
+VI.
+
+ZUID-FRANKRIJK.
+
+
+In Zuid-Frankrijk is het maatschappelike leven der ridders het sterkst
+ontwikkeld en het uit zich in het lyries individualisme der troubadours.
+
+Het was een zeer eigenaardige wereld, dat stukje van Europa, dat in de
+12de en 13de eeuw het vaderland zou worden van de Provençaalse poëzie.
+In het Zuiden wordt het door de Middellandse Zee bespoeld, in het Westen
+door de Atlantiese Oceaan, in het Zuidwesten is het door de Pyreneeën
+begrensd,--behalve dat Catalonië en belendende dalen van het Spaanse
+schiereiland er bij horen--in het Oosten door de Alpen, ofschoon er
+toch volop voeling blijft met de daaraan grenzende delen van Italië;
+eindelik gaat, wat het noordelik Frankrijk betreft, de grenslijn met
+een vrij grote boog van de Gironde in het Westen, noordelik over
+Poitou en weer zuidelik naar Lyon in de punt van het meer van
+Genève,--hoofdzakelik wordt de grens gevormd door de bergvlakte van
+Auvergne en Limousin. De met pijnbomen begroeide zandvlakte en de
+moerasstreken van Gascogne bij de Atlantiese Oceaan; de wijnbergen van
+Garonne; Toulouse en de bergdalen van de uitlopers der Pyreneeën;
+daarachter de Cevennes bij de Middellandse Zee, Languedoc met zijn
+rijke, oude Romeinse steden: Narbonne, Beziers, Nîmes; het dorre en
+stormachtige kustlandschap van Provence met Arles, Aix en Marseille; de
+alpenstreken van Dauphiné en Savoye, Poitou bij de Loire en Catalonië
+aan de overzijde der Pyreneeën... al deze streken maakten op verre na
+geen geografiese of politieke eenheid uit, maar toch bestond er een
+innig, levendig verband tussen, en vormen ze tegenover de daar buiten
+liggende provincies één geheel,--en wel ten gevolge van een gemeenschap
+in hun ethnologie, hun historie, hun taal en hun kultuur.
+
+Hoe weinig men ook weet van de verschillende rassen, Liguriërs, Iberiërs
+en Kelten, en de verhouding waarin die, de oudsten van Zuid-Frankrijk,
+tot elkaar stonden, zeker is in elk geval dat die donkere kleine mannen
+geheel en al verschild hebben van de sterk met Germaanse elementen
+doortrokken Galliërs uit Midden- en Noord-Frankrijk. Of het nu het
+klimaat is, de levenswijze of wat er ook de oorzaak van is,--het is geen
+verbeelding dat het Zuid-Frankrijk van een Mirabeau, een Thiers of een
+Gambetta, dat van een Montaigne of Montesquieu, dat van een Berlioz en
+een Gautier en Daudet,--dat in het algemeen het Zuid-Frankrijk van de
+advokaten en politici, der journalisten en raisonneurs, der kolonisten
+en impressionisten een heel ander land is dan dat van Corneille en
+Molière, van Voltaire en Rousseau, van Taine en Renan. Het was als
+bloeiende rhetoren en scherpzinnige dialectici, dat de Zuid-Fransen
+uitblonken zodra zij weer in de Romeinse kultuur werden opgenomen;
+tot op het huidige ogenblik toe is het die steeds weer opborrelende
+levendigheid en een soort lyriek die zich voor een ieder openbaren,
+die de landgenoten van Numa Roumestan en Tartarin kenmerkten.
+
+De Romanisering van Zuid-Gallië--de streek met Narbonne in het
+Zuid-oosten en het Aquitanië van Caesar in het Zuid-westen--greep niet
+alleen éerder plaats dan die van het overige Gallië, maar geschiedde
+ook grondiger; reeds van de tijd af dat Marseille door Griekse
+kolonisten gesticht was, had Zuid-Frankrijk behoord tot de wereld der
+landen om de Middellandse zee. In de grote steden uit de Romeinse tijd
+staan nog poorten en aquadukten, termen en grafmonumenten, tempels
+en amfiteaters, als herinneringen aan het rijke Romeinse leven.
+Bij het einde van die periode waren deze steden om zo te zeggen het
+meest beschaafde deel van het Romeinse rijk en zij waren de laatste
+haardsteden waar de vonken van het uitdovende geestelik leven der
+Oudheid nog brandend gehouden werden. De biblioteek van Arles, de
+scholen van Toulouse, Bordeaux en Vienne bewaarden nog lang hun roem en
+in Marseille waren er nog steeds Griekse overleveringen.
+
+In veel mindere mate dan de naburige landen zou Zuid-Frankrijk ook de
+gevolgen van de Volksverhuizing ondergaan: omwentelingen en vermenging
+van rassen. De Bourgondiërs die uit het Oosten kwamen, weinig talrijk
+en half beschaafd als zij waren, voegden zich vrij gemakkelik in de
+bestaande civilisatie, ook de West-Goten, die zich tussen de Garonne en
+de Pyrenaeën vastzetten en het grootste deel van Spanje veroverd hadden,
+smolten vrij wel met de Romaanse bevolking samen. De veelvuldige
+invallen der Arabieren van uit het Zuiden brachten veel nieuwe
+kultuur-ideeën met zich mede, maar leidden niet tot een blijvend
+in-bezit-nemen. En met het Frankiese Noord-Gallië hield alle nadere
+verbinding op, vooral sedert de tijd van Karel de Grote. Zeer spoedig
+werd het verschil tussen de taal van Langue d'oc en Langue d'oil heel
+sterk en ofschoon de Franse koningen nominaal Heren waren over het
+Zuid-Frankrijk ten Westen van de Rhône, evenals de Duitse keizer van
+Bourgondië en het eigelike Provence, vertoonden de Zuid-Franse vorsten
+zich toch alleen maar zo nu en dan eens even aan het koninklik hof te
+Parijs. Feitelijk leefde »Le Midi" een volkomen onafhankelik leven en
+hoorde nog steeds, evenals in de oudheid, ekonomies en kultureel bij
+Italië en de streken aan de Middellandse zee.
+
+De Middeleeuwen kregen dan ook nog minder vat op Zuid-Frankrijk dan
+zelfs op Italië. De twee grote beschavingsfaktoren: het Kristendom en
+het leenstelsel hadden daar ginds veel minder revolutionaire invloed dan
+meer in het Noorden, en de Romeinse kultuur van vroeger tijden bleef
+schrap staan tegen de nieuwe levensvormen en hield vol energie stand.
+
+En hier moest het Kristendom menig kompromis aangaan met de oude
+Romeinse kultuur. In de 4de en 5de eeuw nog vond men in het offisieel
+gekerstende Gallië een aristocratie van hogere ambtenaren en
+grondbezitters die volkomen onverschillig bleven bij de kerkelike en
+politieke strijd van den dag en een leventje leidden van één en al
+genot, als in de beste dagen der oudheid. De laatste Gallo-romeinse
+schrijvers als Ausonius en Eutropius hoorden tot die kring. Op villa's,
+in de buurt van Bordeaux of ginds in Auvergne, verdreef men de tijd
+met jacht en visserij, maar men studeerde en kommenteerde ook zijn
+klassieken in welvoorziene biblioteken, deed, al was het dan ook als
+amateur, aan de archeologie, bracht komedies van Terentius, of in zijn
+genre, op privaatteaters ten tonele of voerde literaire gesprekken of
+een literaire briefwisseling. Niet weinigen van de bisschoppen der Kerk
+hoorden zo goed als geheel tot deze kringen. Sidonius Apollinaris stierf
+als bisschop te Clermont, maar zijn gedichten die hem een standbeeld
+verschaften op het Forum Trajanum, en zijn briefwisseling verplaatsen
+ons geheel in de Romeinse dekadenten-aristocratie. Zo schildert hij ons
+b.v. het leven van een adellike vriend op zijn kasteel bij de Garonne.
+Dat is al een burcht met muren en torens en het ligt op een heuvel--de
+tijden staan in het teken van de oorlog--maar met zijn zuilengangen,
+zijn termen, zijn muurschilderingen is het van binnen nog een heel
+Romeins patriciërshuis. Bij een andere vriend, te Nîmes, vertelt hij van
+een biblioteek in drie afdelingen; een heidense, alleen ten gebruike
+van mannen, een kristelike afdeling voor de vrouwen, en een gemengde
+afdeling voor de twee geslachten; teologiese discussies worden daar in
+huis gevoerd, zowel als heidense literaire gesprekken. Of wel heeft
+hij het over een concilie waar hij aan deelgenomen heeft; tussen de
+vergaderingen in gaat hij met enige andere hoge prelaten--hoofdzakelik
+jonge mannen--de stad uit en daar, bij een antiek grafmonument in de
+schaduw van de bomen, amuseert het bisschoppelik gezelschap zich
+afwisselend met het kegelspel en met het dichten elk om de beurt van
+Latijnse impromptu-verzen. Omstreeks het jaar 600 vertoonde een andere
+bisschop, Venantius Fortunatus, een nog vreemder legéring van officieel
+Kristendom en traditioneel Heidendom. Hij schrijft n.l. Heiligenlegenden
+en Kristelike lofzangen, maar daarnaast ook bruiloftsverzen voor een
+Frankies koningspaar met de hele mythologie van Amor en Venus er in,
+en verder kleine billets-doux aan een zekere zuster Agnes of zuster
+Radegunde in een naburig klooster met sierlijk-galante dankbetuigingen
+voor bloemen of potten melk die de nonnen hem gestuurd hebben. Zo zijn
+er dus onder de Franse klerezij genoeg overleveringen voor die soort van
+aesteties heidendom bij de geestelikheid die, zoals wij gezien hebben,
+de opkomst der scholen in de 11de eeuw met zoveel liefde bevorderde; het
+is ook in de grensstreken tussen Zuid- en Noord-Frankrijk, in de buurt
+van Tours, Poitou en Anjou dat die belletristiese prelaten meer bizonder
+thuishoorden.
+
+Trouwens, nergens breken de draden die naar de antieke kultuur terug
+voeren. Toen ongeveer het jaar 1000 enige Provençalen in het gevolg van
+een prinses naar Parijs kwamen, ergerden de mensen in Noord-Frankrijk
+zich over die kort geknipte, glad geschoren Zuidelingen, met hun fraaie
+kleeren, en hun ijdel, lichtvaardig optreden. In klederdracht zowel
+als in manieren stak er zeker nog heel wat van die der Romeinen uit de
+latere Keizertijd. Heel lang nog waren er te Arles de circusspelen of
+dierengevechten in zwang en zelfs in de zang-dansen der boeren kon men
+de voorstellingen van Amor en Venus nog terug vinden. Zeer waarschijnlik
+zijn er hier evenals in Italië, privaatscholen geweest naast die van
+de Kerk en heeft er onder de voornamen een zekere wereldlike klassieke
+kultuur bestaan naast die van de geestelikheid. De gemakkelike
+verbinding met Italië, met het humanistiese pauselike hof en de
+humanistiese hogeschool te Salerno, heeft zeker op verschillende wijzen
+sporen achtergelaten. Zo begint men b.v. in de 11de eeuw te Arles de
+kerk van de H. Trophime met standbeelden te versieren, waar men de
+antieken klaarblijkelik tracht na te bootsen en tegelijkertijd worden er
+te Avignon en in andere steden van Provence, kerken gebouwd, die in de
+portieken en gevels op de pilaren en de kapitélen allerlei détails van
+de antieke gebouwen nabootsen, die men rondom in die steden vinden kon.
+
+Maar ook het maatschappelik leven zelf had in zijn grondtrekken veel van
+de oudheid bewaard. Evenals in Italië stond ook hier het stadsleven
+boven dat van de landman, in tegenstelling met de toestanden in het
+Noorden. Mensen in goeden doen--adelliken zowel als burgers--woonden
+liever in de oude rijke Romeinse steden dan eenzaam ergens buiten. En
+de burgers hadden feitelik een niet onaanzienlik kommunaal zelfbestuur.
+Wel is waar stonden ze onder een graaf of een bisschop, die midden in
+de stad zijn residentie had of er vlak bij, maar hij regeerde alleen
+door een »Vicarius" of een »Baljuw" die door de burgerschap gekozen
+werden en langzamerhand hadden de steden allerlei privileges gekregen;
+in de loop van de 12de eeuw kregen ook de meesten van hen hun eigen
+»consules",--burgemeesters. Men kan b.v. in de »Coutumes" van
+Montpellier lezen,--die tot toonbeeld genomen werden van een massa
+andere steden,--hoe de stad vol zelfbewustheid haar rechten tegenover
+de »Seigneurs" laat gelden. En overal--heet het--waar niet iets anders
+uitdrukkelik gestipuleerd is, geldt »het geschreven recht", d. w. z. het
+oude Romeinse recht, dat steeds van kracht is naast, of als deel van,
+het lokale gewoonterecht.
+
+Over het algemeen is de maatschappij daar volstrekt niet zo
+gefeodaliseerd als in het Noorden. Het vrije landbezit (allodium) en de
+vrije bezittersstand die alleen de vorst als hun heer erkenden, waren
+grotendeels blijven bestaan, zonder in het leenstelsel opgenomen te
+worden. Tussen de adel, de rijke burgers en de grondbezitters bestond
+er geen scherpe grens, zij vormen te zamen die hogere standen wie het
+er om te doen is de kleine burgers er onder te krijgen en uit te buiten,
+en de burgers kunnen, als het er op aan komt, zich vrij gemakkelik
+het ridderzwaard om de lendenen laten gorden. »Welgeboren burgers,
+die de gewoonte hebben, op de wijze der ridders te leven", heet het
+in een overeenkomst tussen Avignon en de omliggende graven, »zullen
+ook de zelfde rechten genieten als zij." Zelfs waar er sprake is van
+leentoestanden, schijnt het in werkelikheid dikwels zo geweest te zijn
+dat de Vazallen hun grond in vrij bezit hadden en alleen maar in een
+vrij losse persoonlike verhouding tot de leenheer stonden, terwijl
+de macht van deze laatste voornamelik afhangt van de grootte zijner
+_allodia_. Wanneer men de zaak goed onderzoekt, zijn de meesten van die
+»Senhoraten" oude Gallo-romeinse landgoederen geweest, alleen is dan
+het landhuis een kasteel geworden aan welks voet de kleine burgers bij
+elkaar zijn komen wonen en het leenstelsel zelf zijn misschien dikwels
+militaire vervormingen van de oud-Romeinse verhoudingen tussen de
+voorname patroon en zijn kliënten, tussen de rijke grondbezitter en de
+»prekaristen"--zijn pachters.
+
+Maar in het algemeen zat het individualisme uit de latere Romeinse tijd
+op de troon, dat het vermogensrecht en personenrecht beheerste en zou
+de vervorming van de Germaanse stam-gemeenschap en stam-geest niet
+ondergaan, die de positieve zijde van het leenstelsel uitmaakt. De
+persoonlike en ekonomiese saamhorigheid, die de Germanen van hun »gauen"
+en hun krijgstochten medebrachten en die de schering van het feodale
+weefsel vormde, kon Zuid-Frankrijk al even weinig begrijpen als Italië.
+De wederzijdse, volkomen religieuse plicht van trouw van leenheer en
+vazal, konden die zich evenmin eigen maken als het begrip van een
+ekonomiese gemeenschap in de maatschappij die het leenstelsel draagt.
+Dat was ook de reden waarom Zuid-Frankrijk zo goed als geen aandeel
+heeft in de Franse en Duitse heldendichten die hun grond en verklaring
+vinden juist in die Germaanse stam-geest en het leenstelsel.
+
+Alleen de _negatieve_ zijde van het leenstelsel--als men het zo
+uitdrukken mag--d. w. z. de individualistiese anarchie der baronnen vond
+daar een vruchtbare bodem. Wat kwam die niet prachtig overeen met het
+individualisme van het Romeinse vermogensrecht en de latere Romeinse
+patriciërsgeest, waarin alle maatschappelike gevoelens uitgestorven
+waren. En de vele wijd uiteenliggende bergdalen in de Pyreneeën en de
+Cevennen bevorderden het separatisme maar al te wel.
+
+Zo vinden wij dan omstreeks 1100 Zuid-Frankrijk in een bonte massa van
+»Senhoraten" verdeeld van alle grootten en allerlei aard, naast elkaar
+of zeer los aan en met elkaar verbonden, elkaar bevechtende, en door
+huwelik of ruiling in allerlei verbindingen met elkaar tredende. Daar
+zijn de hertogen van Aquitanië, tegelijk graven van Poitou--energiese
+vorsten en literair ontwikkeld die, vooral nadat zij zich Gascogne
+onderworpen hadden, als koningen over heel Zuidwest-Frankrijk heersten,
+hoewel steeds in strijd met hun machtige vazallen, de graven van
+Auvergne, Périgord, Angoulême of de Heren van Blaye, Ventadour of
+Chateauroux. Of de graven van Toulouse die in de 11de eeuw Provence
+geannexeerd hadden en over de hele Zuid-kust regeerden, maar die door
+een ongelukkige erfopvolging hun provincies steeds in al te veel handen
+over zagen gaan en die bovendien, op ridderavonturen belust, aan
+de kruistochten in het Oosten en in Spanje deelnamen in plaats van
+een oogje in het zeil te houden bij de woelige graven van Foix en
+Carcasonne, de burggraven van Albi en Narbonne of de oude steden
+in Languedoc. Dan hebben wij de graven Raimond of Berengarius van
+Barcellona die van het grote plan zwanger gingen om het oude rijk
+der West-Gothen weer op te richten en die zich door koop en huwelik
+grote bezittingen in Zuid-Frankrijk verwierven, maar die op hun beurt
+weer verlamd werden tengevolge van de erfopvolging, waarbij hele
+landsdelen onder de verschillende takken der familie werden verspreid.
+In het midden van de 12de eeuw werden Poitou en Guyenne met het
+Normandies-Engelse rijk verenigd en zetten Hendrik II en zijn
+zonen--Richard Leeuwenhart en zijn broeders--bijna geheel
+Zuidwest-Frankrijk in vuur en vlam door hun onderling twisten, waar
+meer en meer van de Zuid-Franse heren in betrokken werden.
+
+Maar zij deden toch ook iets anders dan twisten. Bij alle hoven, de
+grote en de kleine, tussen alle ridderburchten en kastelen ontwikkelt
+zich een levendig maatschappelik verkeer. Dat is altijd het sterke punt
+van de Zuid-Fransen geweest en de stedelike kultuur der oudheid zat,
+zoals wij gezien hebben, overal in het land vast in 't zadel. De
+vazallen kwamen veelal binnen de muren van de seigneur wonen, in
+een spesiaal voor hen daar gebouwd huis; wanneer de burcht van de
+seigneur in een stad lag, vormde die dikwels met de omliggende huizen
+der vazallen een heel ingesloten kwartier. Hier ontstonden dan
+maatschappelike centra, de rijke burgers kregen toegang tot de kringen
+van de adel en zij treden behoorlik, zelfs met elegance op, zegt een
+troubadour, en hebben evenveel verstand van omgang met de vrouwen als
+de ridders, zowel als van dans en het krijgsspel. In het begin van de
+12de eeuw is men daar heel wat verder met de goede manieren gekomen
+dan in het arme onbeschaafde Noord-Frankrijk, om van Duitsland niet
+eens te spreken. Die mensen uit het Noorden--zo spot men in
+Zuid-Frankrijk--denken alleen maar aan eten en drinken en zij kunnen
+niet vrolik worden en zingen voor ze hun buik vol hebben en dronken
+zijn en de Duitsers met hun plompe manieren en hun »hondengeblaf" horen
+nu aan een hof helemaal niet thuis. Het woord »cortes", Noordfrans
+»courtois", waar wij al van hoorden, is dan ook het eerst in
+Zuid-Frankrijk gebruikt voor wat in fatsoenlik gezelschap past. Hier
+spelen de betrekkingen met de Arabieren in Spanje en vooral met Italië
+en het Zuid-Italiaanse Griekse element een grote rol. B.v. het hof van
+graaf Raimond V op zijn slot te Narbonnes bij Toulouse en de residenties
+van Willem IX te Poitou en Bordeaux, die van de graven van Provence te
+Aix, van Hendrik II van Engeland en zijn gemalin, Koningin Eleonora te
+Limoges en Beaucaire; daarnaast nog het hof van Alfons II te Barcelona
+en van de Markgraaf Bonifacio van Montferrat. Het hof te Barcelona staat
+ver bovenaan wat betreft de weelderige levenswijze; wanneer Bertrand de
+Born de zuster van Richard Leeuwenhart, Mathilde, prijzen wil omdat zij
+hem zo vriendelik toegesproken heeft en hem naast haar »op een keizerlik
+kussen" een plaats heeft aangeboden, dan zegt hij: »Uit Catalonje scheen
+zij mij te komen, door haar groet en harer woorden lichte spel."
+Talrijke kleinere hoven willen met de groten meedoen; trots richt het
+slot Baux der vorsten van Oranje zich bij de monding van de Rhône in de
+hoogte, als uit de rots gehouwen, aan de voet van de Pyreneeën ligt het
+grafelik hof van Foix, bij Carcassonne dat van de burggraaf Roger II; te
+Narbonne troonde de burggravin Ermengarde, door velen omringd,--volgens
+de Orkneyssaga bezocht Ragnvald Jarl op zijn kruistocht haar op haar hof
+en herinnerde zich later steeds die vrolike dagen. Aldoor worden er over
+en weer bezoeken afgelegd, de families trouwen onder elkaar, gronden en
+kastelen worden verkocht of uitgewisseld en de arme ridders zonder land
+of met niet meer dan een achtste deeltje in een familieslot als erfenis,
+trekken van het ene kasteel naar het andere rond. En zo wordt de
+levensatmosfeer er daar één van voortdurend vrolik samenzijn, wat zij,
+die daar eenmaal aan gewend waren, niet meer kunnen ontberen. Een
+troubadour die naar Italië heeft moeten vluchten, gaat naar Genua en
+voelt zich weldadig verkwikt door elk windje dat van uit zijn land naar
+hem toe waait; onvermoeid blijft hij de mensen uitvragen en laat zijn
+oor strelen door elk woord van lof: »zulk een heerlik land kent niemand
+als dat tussen Rhône ligt en Vence, tussen de zee en Durance, niemand
+heeft zulk een heerlik leven als daar. Daar heb ik mijn goed humeur
+achtergelaten."
+
+Twist en het gezellige leven,--het een is even karakteristiek voor de
+Provençaalse wereld als het andere. Het zijn geboren individualisten,
+deze ridders--zonder gevoel voor wat samenbindt en samenhoudt; zij waren
+het niet, maar de Noord-Fransen die de Saracenen op hun veroveringstocht
+te Tours terugsloegen; en zij waren het ook niet, maar het Noorden,
+dat de politieke leiding nam en het Franse koningsschap schiep. En het
+zijn geboren lyrici, die Zuid-Fransen; vol vuur gaan ze in de stemming
+van het ogenblik op, met de grootste bewegelikheid laten ze die ook
+weer los,--òntladen worden ze even gemakkelik als geladen. Van de
+Romeinse dekadentenkultuur zit er per slot van rekening een aesteties
+intellektualisme in, niet diep of krachtig maar spiritueel; genotzuchtig
+en genietende, fijn en krities, met levende gevoeligheid en smijdig van
+vorm, uitnemend geschikt voor een leven met anderen. Individualisme,
+lyriek, aesteties intellektualisme,--zie daar de hoofdtrekken van het
+Provençaalse geestesleven.
+
+Die kentekenen ook het religieuse leven en de beweging voor de
+kruistochten in Zuid-Frankrijk. Aanvallen van lyries entoesiasme
+wisselen af met wereldlike scepsis en strijdlustige weerspannigheid.
+In de 11de eeuw kwamen er talrijke extravagante »bekeringen" en
+voorbeelden van grote ascetiese krachtsinspanning voor in de Zuid-Franse
+wereld; het was ook in Aquitanie en Provence dat de entoesiaste
+vredesbewegingen kwamen en zich verspreidden. En toen Urbanus II het
+wachtwoord voor de kruistocht had laten horen, was de Zuid-Franse
+ridderschap de eerste om aan die roepstem gehoor te geven. De
+hebzuchtige Raimon van Toulouse schonk terstond hele sommen aan kerken
+en kloosters, nam zijn vrouw en zijn jongste zoon mede, rustte een
+groot leger uit en zette het beeld der Madonna op zijn banier. Op de
+hele tocht waren de Provençalen het meest fanatiek; alle visioenen
+en mirakelen pakken die zuidelingen heel wat sterker aan dan de
+Noord-Fransen en wanneer het hun voorkomt dat de leiders wat al te
+lang ergens blijven hangen, dan steken ze eenvoudig het kamp en de
+levensmiddelen in brand om ze op die manier te dwingen verder te
+trekken. Thuis weerklonk Provence van de vurige kruisliederen der
+troubadours. »Baron Jezus zendt ons allen een boodschap... Wij moeten
+de schande wreken die Kristus moest ondergaan toen hij aan het kruis
+genageld werd... Wij moeten de ongelovigen rekenschap vragen van de
+smaad die hem om onzentwil overkomen is... Hier is een wasbekken dat ons
+allen door de Hemelse Koning en Heer aangeboden is. Hebt gij lieden er
+een idee van hoe rein zij worden zullen, die zich in dat bekken wassen?
+Zij zullen schoner worden dan de sterren die de schepen leiden."
+
+Maar al dat entoesiasme en die aestetiese geestvervoering der ridders
+voor de zaak van Kristus, sloeg heel gauw om. Het ongelukkige resultaat
+der kruistochten werd opgevat als een godsoordeel, dat God het met de
+ongelovigen hield. En de terugslag van dat fiasco werd bij menigeen een
+verbitterde ketterse stemming. »Helaas!" klaagt een poëtiese Tempelheer
+na de val van Caesarea, »indien God, wien dit alles moest mishagen, het
+goedkeurt, dan moeten wij tevreden zijn. Gewoon een dwaas is hij, die
+nu nog strijd met de Turken wenst, nu God hun immers alles gunt. God,
+die vroeger waakte, slaapt nu, maar Mohammed ontplooit al zijn kracht
+en laat zijne dienaren zegepralend heersen." En met spot en scherpe
+hatelikheden vallen de Troubadours de paus aan, de kerk en de
+geestelikheid. Heel spoedig hadden ook de »ketterse", half onkristelike
+godsdienstige secten hun weg naar Zuid-Frankrijk gevonden en verstandige
+ontwikkelde geesteliken zetten in Provence en Lausanne bewegingen op
+touw om het »bijgeloof" van de sacramenten, relikwieën en heiligen
+bij de Kristenen uit te roeien. Maar vooral breidde zich een religieus
+indifferentisme uit, dat voedsel kreeg door het voortdurende verkeer met
+Spaanse Joden en Spaanse Muzelmannen. Reeds in de 13de eeuw klagen de
+mannen der kerk er over hoe ze overal in Languedoc veracht worden, hoe
+weinig er voor de tienden binnenkomt, hoe de godsdienst zonder enig
+respekt bespot wordt en hoe dikwels de geesteliken zelf persoonlike
+overlast te verduren hebben. Lyries entoesiasme en strijdbare ketterij,
+aestetiese religiositeit en Latijns rationalisme--dat is de houding van
+de wereld der troubadours tegenover het Kristendom.
+
+Die zelfde lichte ontvlambaarheid en weerspannigheid vindt men overal in
+het maatschappelik verkeer terug. Die Zuid-Franse ridders vechten niet
+alleen met het zwaard en om grondbezit, maar ook met woord en pen, met
+spot en kritiek, met intriges en chicanes om duizenderlei dingen van
+niets, twistpunten die overal met de wapenen des geestes uitgevochten
+worden. De bisschop van Clermont valt met een schimpdicht op de Dauphin
+van Auvergne aan omdat diens slotvoogd een dame, die iemand daar
+spek had laten halen, om eieren in te bakken, met een half schijfje
+afscheept,--en die dame was nog wel de aangebedene van de Dauphin. Deze
+laatste antwoordt met allerlei beschuldigingen tegen de Bisschop. Een
+andere pennevete had die zelfde Dauphin met de baljuw van de burggraaf
+van Turenne. De Dauphin had de dochter van de burggraaf lief en kwam
+daarom dikwels aan het hof op bezoek, maar nam die gelegenheid dan
+veelal waar om geld van de baljuw te lenen en toen die hem nu daarover
+lastig begon te vallen, hield de Dauphin, in plaats van te betalen, met
+zijn bezoeken op, waarom zijn schuldeiser hem nu in schimpdichten
+verweet dat zijn liefde zo snel vervloog.
+
+En het maatschappelik leven is al even vol van liefdesintriges als van
+onderlinge twisten. Hoe sterk juist die dingen zijn, daar weten de
+kroniekschrijvers heel wat van te vertellen,--over de bijzitten der
+baronnen of de »vrienden" van de getrouwde vrouwen of van de ruwe,
+gruwelike wraak van een echtgenoot of jaloerse vrouw. Maar de liaisons
+in Zuid-Frankrijk hebben toch nog een geheel ander karakter dan b.v. de
+grove wellust der Noord-Franse baronnen, of de bloedige hartstocht der
+Italianen, meestal is het een gezellig flirten geweest, waarin sympatie
+en zucht om te behagen meer te zeggen hebben gehad dan de zinnen,--een
+literair gekleurde schoonheidskultus of een artistiek spelen met
+gevoelens en gemoedsbewegingen, die onwillekeurig uit elke verhouding
+munt voor een »roman" slaat. De koketterie der dames en de galanterie
+der Ridders zowel als het gehele maatschappelike leven ontwikkelen
+die fijnere soort van het spel der liefde, waarbij een glimlach,
+een handdruk of een vriendelik woord het middelpunt uitmaken van
+verwikkelingen en intriges, aanleiding geven tot een »scene", de
+gemoedsbeweging opwekken en de twee partijen in spanning houden, en het
+genot van zulk een verhouding wordt op die manier over allerlei kleine
+nietsjes verdeeld, maar die elk op zichzelf die fijner besnaarde mensen
+evenveel zielsgenot verschaffen als het meest massieve liefdesgenot de
+grove Noordeling geeft.
+
+En bij die liefhebbende en twistende mensen ontstaat nu een dichtkunst
+en gezang over twist en liefde. Daar staat een schare van dichters op,
+die niet alleen aan de in die hogere kringen uit het volkslied geboren
+dichtkunst een artistieke vorm geven,--dansballaden en romancen, alba's
+en pastoralen--maar ook een hoger en meer persoonlike kunst scheppen
+om aan alle gevoelens die dat leven wekt, uitdrukking te geven. En van
+al de maatschappelike standen die daar te Toulouse of te Aix de toon
+aangaven, heeft de ene al evenveel tot die zwerm dichters bij gedragen
+als de andere. Wel is waar zijn de meeste troubadours arme zonen van
+ridders en kleine heren, maar er lopen toch ook wel zonen van de
+burgerklasse onder, ja zelfs wel eens een enkele keer een van de
+bij uitstek begaafden onder de dienende klasse, die er ingeslaagd is
+de slotskringen binnen te dringen; er zijn geesteliken bij, die het
+klooster uitgelopen zijn, maar ook rijke baronnen en hoge vorsten; de
+oudste die men kent is graaf Guillaume van Poitou, die omstreeks het
+jaar 1100 dichtte. Velen van hen hebben niet eens zelf kunnen schrijven,
+maar een zekere geleerde opvoeding hebben ze toch bepaald gehad; van
+één lezen wij uitdrukkelik dat hij 's winters op school ging en er
+zijn duidelike sporen in hun werk op te merken van kennis der Latijnse
+kerkpoëzie en nu en dan van de literatuur en mythologie der Latijnse
+oudheid. Velen van hen dragen zelf hun gedichten voor, maar naast hen
+vindt men in den regel »jongleurs" die met hen rondtrokken en hun
+gedichten voor hen accompagneerden en opzegden.
+
+
+
+
+VII.
+
+DE KUNST DER TROUBADOURS.
+
+
+L'Art de Trobar werd gevoeld als een kunst en was dat dan ook, die
+uitgevonden was door mannen van kennis, die door studie aangeleerd kon
+worden en beoefend moest worden met zorg en verstand. Reeds de oudste
+troubadour van wie wij liederen hebben, spreekt van zijn werkplaats,
+beroemt er zich op zijn handwerk te verstaan en alle troubadours spreken
+van het smeden en vijlen of van het optimmeren van hun gedichten. Van
+het begin af was het al een sisteem van regels die gevolgd moesten
+worden om goed te »trobar", door die regels komt de kunst hoe langer
+hoe meer in het nauw, totdat de gedichten er in verstikken. Naast de
+volks-poëzie en de salon-poëzie die allen kunnen verstaan en bijna een
+elk kan maken, komt de troubadourkunst te staan als iets dat slechts
+de uitverkorenen kunnen hanteren en dat zich slechts tot een zeer enge
+kring van kenners richt, dat slechts wil »grat de las melhors" en zich
+absoluut niet bekommert om bijval van de »desconnoissedors".--Maar die
+kunst is in voortdurende ontwikkeling en het komt er voor elke dichter
+op aan tot haar vervolmaking het zijne bij te dragen. »Trobar" is
+uitvinden en in tegenstelling met de »jongleurs" die overal de gedichten
+van anderen komen voordragen, of die, waar zij zelf dichten, dit anoniem
+en onpersoonlik doen, geheel in de oude sporen, laat de troubadour er
+zich op voorstaan zelfstandig op te treden en trots tekent hij zijn
+gedichten met zijn naam. Nieuwe melodieën, nieuwe versvormen, een nieuwe
+inhoud moet elke troubadour op de been brengen. Het is dit streven naar
+orginaliteit dat de poëzie steeds meer gekunsteld maakt. »Ik wil een
+nieuw lied zingen," begint er een troubadour, »met grote moeite, opdat
+het op geen ander lijke, want een lied dat aan andere doet denken is
+niet goed en niet schoon." En een ander: »Ik vind het altijd vervelend
+te vertellen dat ik ween en van liefde zucht, want dat liedje kent de
+hele wereld van buiten. Ik wil nieuwe verzen schrijven met lieflike
+melodieën, maar wat kan ik nu nog bedenken dat niet reeds gezegd is?
+Wat moet ik dan doen? Ik zal de oude dingen op een nieuwe manier
+moeten zeggen, zo zal mijn gedicht er uitzien alsof het nieuw was."
+In tegenstelling dus met de traditionele en de volkspoëzie, stelt de
+troubadourskunst--evenals de hofpoëzie der skalden in het Scandinaviese
+Noorden--het aristokratiese en individuele op de voorgrond, dwingt de
+kunst in conventionele, kunstige vormen, maar spoort binnen die perken
+de enkelingen toch aan, hun eigenaardigheden niet te verbergen en te
+trachten elkaar te overtreffen.
+
+De poëzie der troubadours is nu in de eerste plaats een lied, begeleid
+door de viool of de harp. »Een liedje zonder muziek is gelijk een molen
+zonder water", heet het uitdrukkelik en de troubadours waren vooral
+komponisten. In plaats van de eenvoudige, eentonige muziek van het
+volkslied met zijn symmetriese herhalingen van de melodie, geven zij
+er een dat veel kunstmatiger is, waarschijnlik onder invloed van de
+kerkmuziek. Maar van die muziek der troubadours hebben wij eigelik niets
+meer over dan de afspiegeling er van in hun verskunst. Als een stroom
+van harmonie, een volheid van rijm en rhythme is die verskunst aan komen
+storten en heeft een ieder met zich medegesleept. Het rhytme, meestal
+levendig jambies, laat niet, gelijk de volkspoëzie, versregels van de
+zelfde soort, regel aan regel op elkaar volgen, maar laat lange en korte
+afwisselen, en geeft strofen van zeer verschillende lengte en bouw. Met
+versregels van 2 à 3 lettergrepen tot 10 à 12, met strofen van 3 à 4
+regels tot 20 toe, gaf de troubadour-poëzie het aanschijn aan zulk een
+enorme massa combinaties, dat die na de eentonige rhytmiek van het
+kerkgezang en de volkspoëzie, werken moest als de openbaring van een
+geheel nieuwe tonen-schoonheid. Misschien bestaat er verband tussen
+deze strofenbouw en die der Oudheid en der Arabieren, maar in elk geval
+betekende de kunst der troubadours een hele revolutie in de uiterlike
+vormen der Europese poëzie en werd het uitgangspunt van de rijkdom in
+versvormen der gehele moderne lyriek.
+
+Maar nog meer werd de welluidendheid een geliefkoosd hulpmiddel voor
+de Provençaalse kunst. De natuur had die taal in dit opzicht goed
+bedeeld: de brede open vokalen hadden het een zekere volheid gegeven,
+de konsonanten, zo krachtig in vergelijking met Frans en Italiaans, en
+de harde konsonantengroepen (tg, tz, rn, enz.) verleenden het ook veel
+karakter. En bovendien heeft de taal een grote rijkdom aan rijmen,
+aangezien zo veel verschillende Latijnse uitgangen in het Provençaals
+zijn samengevallen,--amati, amatis, amatus,--dit is alles tot amatz
+geworden. Van deze natuurlike rijkdom aan rijmen van de taal, heeft de
+troubadourskunst alle mogelike voordeel getrokken. De volkspoëzie had
+zich vroeger tevreden moeten stellen met vokaalrijmen, assonance; maar
+de kunstlyriek eist volle rijmen en voert die nu in om door de gehele
+latere Europese dichtkunst gevolgd te worden. En er komen nog meer
+gekunstelde rijmen op,--de zogenaamde »rimes riches" worden ingevoerd,
+waar dezelfde klankkombinatie, maar met verschillende betekenis (art
+= kunst en = brandt) op elkaar rijmen, zo wel als moeilike, zeldzame
+rijmen, of rijmen bestaande uit vele lettergrepen of zelfs vele woorden;
+als spelend vormen zij rijmen van dezelfde eind-konsonanten, maar
+verschillende daar aan voorafgaande vokalen (ars, urs, ors, ers) of uit
+verschillende grammatiese vormen van hetzelfde woord bestaande. Of wel
+worden de rijmen gekruist inplaats van op elkaar te volgen en worden ze
+ver van elkaar af geplaatst; soms moet het oor dan 5 à 6 regels wachten
+voor het komt. Op die wijze worden lange rijm- en rhytme-strofen gevormd
+met grote afwisseling. Daar staat tegenover dat het oor ook voortdurend
+gebombardeerd wordt met hetzelfde rijm, en dat de strofen rhytmies aan
+elkaar gesmeed worden, doordat b.v. de rijmen van de ene strofe naar de
+andere overgaan, door het hele gedicht heen, of doordat de nieuwe strofe
+met het woord begint waarmede de vorige eindigde. Door zulk een kunst,
+door zulke gekunsteldheidjes worden nieuwe dichtvormen verkregen.
+En midden in de regels speelt men met woorden van dezelfde stam: »A
+Lunel lutz una luna luzens", of met woorden van dezelfde klank maar
+verschillende betekenis: »ongle--oncle". Men heeft ook oor er voor
+om de vorm naar de inhoud te richten. Zo worden b.v. in een speciale
+dichtvorm: »descort", het disharmoniese heen en weer geslingerd-worden
+van een liefdeziek gemoed tussen zaligheid en wanhoop, door het steeds
+veranderende rhythme der strofen getekend. Slechts bij uitzondering
+horen wij een troubadour verklaren dat hij een vrolike melodie aanslaat,
+»omdat anders niemand naar zijn lied luisteren zou, zo treurig is de
+inhoud."
+
+En evenals de versvorm zijn de taal zelf en de stijl het voorwerp van
+een artistiek aristocratiseren. »In mijn hart draag ik de vijl," zingt
+een troubadour, »waarmede ik schone woorden vijl en ik zet ze in schone
+rijmen, omdat ik een schoon wezen bezing." Niet van alle landstreken
+wordt het dialekt geaccepteerd als een »natural e drecha parladura": als
+Frans goed is voor epiek en de pastorale, is het dialekt van Limousin
+beter voor de lyriek. Niet alle woorden vallen in de smaak; onfijne,
+platte woorden zijn uit hun poëzie verbannen, »want hij die bemint,
+moet zijn goede opvoeding tonen niet alleen in handelingen maar ook in
+woorden." Men gaat zich op de grammatiese korrektheid toeleggen en men
+begint grammatica's te schrijven. Veelal verheft men bewust de stijl
+boven de gewone prosa door de massa rethoriese en poëtiese figuren
+die dikwels uit het Middeleeuws Latijn of de klassieken stammen of
+uit de bijbel. Men heeft antitesen en metaforen, vergelijkingen en
+personificaties in de antieke kunststijl: de pijlen en het vuur
+der liefde, haar koude vlammen en zoete smart, de gepersonifieerde
+Amor, of zinswendingen als: »Gelijk de magneet... aantrekt, zo..."
+enz. Het is invloed van de bijbel wanneer een vorst »de ceder der
+vrolikheid" genoemd wordt of een dame: »de toren der eer". De gehele
+rhetoriese woordenvoorraad uit het Middeleeuws Latijn komt weer te
+voorschijn: de roos der schoonheid, de lelie der reinheid, de bloem der
+welvoegelikheid, der eren kroon, de spiegel der vreugde, de alsem der
+bitterheid.
+
+Velen onder de troubadours maken hun stijl met opzet donker en moeilik
+te verstaan--wat vooral op te merken valt waar de poëzie zich boven
+het gemeenzame verheffen wil: in de Alexandrijnse tijd zowel als in de
+laat Romeinse Keizertijd, aan het Perziese hof zowel als bij de Noorse
+Skalden. »Le trobar clus" (gesloten) is het aestetiese program voor
+een bepaalde richting onder de troubadours. De geleerde Arnaut Daniel
+imponeerde zijn tijdgenoten zowel als de nakomelingschap (b.v. nog
+Dante) door zijn kunstige stijl, ofschoon er spotters waren die
+beweerden dat niemand zijn poëzie begreep. Hij vormt nieuwe woorden,
+bouwt lange, ingewikkelde zinnen, geeft omschrijvingen in raadselachtige
+bewoordingen, en zit vol woordspelingen en geleerde toespelingen: »jaagt
+hazen met ossen en zwemt tegen stroom in",--zoals hij zelf zegt over
+zijn jacht op verrassende en ver gezochte beelden. Het is Latijnse
+rhetorenstijl wanneer Spanje omschreven wordt »als het rijk dat de
+Ebro doorstroomt", de meest onnodige onzer oude Scandinaviese poëtiese
+omschrijvingen worden overtroffen wanneer een moeder met »de zuster van
+mijn oom" werd aangegeven; en wanneer »de liefde die hem in het harte
+regent, hem warm houdt, hoe zeer de winter ook buiten woedt", dan is dit
+niet anders dan een proefje van Perziese hoflyriek. Een ander aanhanger
+van deze »estilh clus", Guiraut de Bornelh, gaf dat later op en zeide
+toen in een polemiek over die kwestie dat men volgens hem beter deed zo
+te dichten dat men door een ieder verstaan kon worden; »per slot van
+rekening is dat ook het moeilikste." Maar zijn tegenstander beweert:
+»neen! dan zouden allen gelijk worden. Indien de dichtkunst tot een
+ieder komt, vermindert die in waarde, gelijk alles wat binnen het bereik
+van Jan en Alleman komt; goud is duurder dan zout, omdat het zoveel
+zeldzamer is, en zo wordt ook die dichtkunst het hoogst geschat, die het
+moeilikst toegankelik is."
+
+ * * * * *
+
+Deze fijne kostbare kunst is het nu waar het Zuid-Franse adellik leven
+zijn ziel in uitstort en waaraan het eigen vorm geeft. De troubadours
+eindigen de meesten van hun gedichten met een »tornada"--een kleine
+»staart"--cauda--die het rhythme en 't rijm van het gedicht nog eens
+herhaalt als in een refrein en tegelijk de bedoeling in het kort
+samenvat en aangeeft voor wie het bestemd is,--voor een bepaald persoon
+of voor een hele klasse van hoorders. Feitelik is de poëzie der
+troubadours oorspronkelik direkt uit het leven ontstaan en heeft dan
+ook zijn bepaalde praktiese taak in dat leven, zij is gelegenheids-
+en tendens-poëzie zo goed als enig andere. Al die schermutselingen
+die vroeger met mond en zwaard of per brief tussen de baronnen en de
+burchten plaats grepen of tussen de kerk en de wereldlike macht, alle
+vleierijen van de Heer, of bespotting van zijn vijanden die in de
+hal weerklonken hadden, alle woorden van liefde of laster die in de
+binnenkamer gefluisterd waren,--dit alles zou nu de vleugelen van de
+zang en de muziek te hulp roepen om zich beter te bewegen en verder
+door te dringen. Wat vroeger in 't Latijn geschreven was, werd nu door
+de troubadours in een lichte, populaire vorm gegoten. De Provençaalse
+kunstpoëzie is veelal te beschouwen als een voortzetting van de Latijnse
+lofzangen, of grafliederen die de geesteliken aan de hoven op hun hoge
+meesters gedicht hadden, of van de strijdschriften die een notaris of
+een kanselier in de dienst van hun Heren geschreven hadden, van de
+preken ten gunste van de kruistochten van een Bernhard van Clairvaux of,
+omgekeerd, van de Latijnse hekeldichten der vaganten tegen Rome en de
+geestelikheid.
+
+Een »Sirventes" betekent letterlik een dien-dicht (sirven = dienen,
+servir), door een hofdichter tot lof van zijn heer of tot bespotting
+van diens vijanden en in zijn politieke dienst geschreven, maar
+langzamerhand is het in 't algemeen de vorm geworden voor alle
+persoonlike religieuse en morele polemiek en vindt de gehele kritiese
+en strijdlustige Zuid-Franse geest in het »sirventes" zijn uiting.
+
+Bertran de Born, heer van Hautefort in Périgord, was de eerste, de
+voornaamste man van de politieke »Sirventes". Gelijk de Arabiese zonen
+der woestijn, of de jambici der Griekse eilanden of de oude sagahelden
+van IJsland was hij, in één persoon verenigd, een strijder met het
+zwaard en met het woord; het is Eris, de strijd zelf, die tot gedicht
+wordt als bij Amrilkais of Gunlaug Ormstunge of Archilochos. Bertran en
+zijn broeder bezaten te samen een klein familiegoed, maar zij hadden het
+voortdurend met elkaar aan de stok; eerst was Bertran een tijdlang door
+zijn broer weggejaagd, maar had toen op zijn beurt hem verdreven en de
+burcht dapper tegen een groot vijandelik leger verdedigd. Onverstoord
+zong hij onderwijl door: »Nu brandt en verwoest men mijn land, kapt men
+mijn bos en mengt mijn zaad met stroo; al mijn vijanden grijpen mij aan,
+als ik twist tussen de baronnen zaaien kan, zal ik ze ook wel weer bij
+elkaar kunnen brengen." Met vurige strijdlust mengt hij zich in het
+oproer der Aquitaanse baronnen tegen Richard Leeuwenhart, die toen als
+prins de stadhouder van de Engelse koning in Zuid-West-Frankrijk was.
+Bertran blijft onvermoeid de jongere broer Hendrik en de vazallen tegen
+»die schrok-op uit Poitou" op zetten, »Richard ja-en-neen", zoals hij
+hem noemt, en hij belooft zelf onder de muren van Perigueux te komen
+waar Richard toen resideerde en zijn hersens in te slaan, als hij zich
+durft vertonen. Hij hoont de lafaards maar spreekt degenen moed in die
+een hartig woordje helpen kan, de een houdt hij voor de gek als hij een
+vernedering ondergaan heeft, een ander weet hij te bewerken door zijn
+afgunst op te wekken, komt met hatelike toespelingen aan, geeft de
+mensen allerlei bijnamen en is al even erg als Loki wanneer het er op
+aan komt de mensen te plagen en tegen elkaar op te zetten. Talairand is
+een echte »Lombard",--als andere woedend opspringen, rekt hij zich even
+uit en gaapt... »Willem van Gordon, jou mag ik wel, jij hebt ten minste
+een tong in je mond, maar de twee burggraven beschouw ik als gekken en
+deugnieten... Aan het slot van Clairvaux hebben ze een nieuw gedeelte
+gebouwd, dat de nieuwe koning zeker niet behagen zal, als hij het ziet;
+maar het schittert zo heerlijk dat hij het zeker in 't oog zal krijgen."
+Hij eet zich op van gramschap wanneer hij bemerkt hoe hij zijn sporen
+voor niets verslijt,--»wat zijn ze allemaal laf, die baronnen, ze
+moesten allemaal zich maar de kruin laten scheren of zich aan handen en
+voeten laten beslaan als een paard." Maar het jubelt in hem wanneer hij
+de baronnen zich ziet wapenen en burgers zich gaan verschansen en het
+wapengekletter dus weldra over de vlakte te horen zal zijn... Intussen
+was de jonge prins Hendrik gestorven en had Bertran hem een groot
+rhetoriese elegie gewijd, geheel en al in de pompeuse hoogdravende stijl
+van de Latijnse »planctus" die abten en bisschoppen bij de dood der
+vorsten op bestelling schreven. Hij verzoende zich met Richard maar
+kreeg niet minder stof voor zijn Sirventes in de twisten tussen de
+Engelse koningen en Philip Augustus van Frankrijk,--hij doet wat hij kan
+om de vorsten tegen elkaar op te zetten en tegelijk had hij nog even
+voor eigen rekening een twistgeschrijf op rijm met koning Alphons van
+Aragon.
+
+Al die polemiese geschriften zijn eigelik maar half poëzie,--het zijn
+onze krantenartikelen,--een oproep, een opruiing, of een uitdaging. Maar
+er is iets bepaald demonies bij Bertran, wanneer hij zingt: »Al is er
+overal om mij heen vrede,--een duim breed grond is mij genoeg om te
+vechten... Mij is de vrede gehaat, tot strijd alleen mijn zin nu staat;
+mijn hart is aan strijd alleen gewijd", of wanneer hij als dronken is
+van verlangen naar het voorjaar, niet wegens het nieuwe groen of het
+gezang der vogelen, maar eerder wegens de mannen en paarden die hij dan
+ten kamp bereid zich zal zien opstellen, mensen en beesten die hij zal
+zien vluchten, muren die kraken en de paarden der gevallenen die over de
+velden snellen: »eten noch drinken noch slaap verkwikt mij zo zeer als
+wanneer ik de kreet »Vooruit!" hoor, en de paarden hinniken, en er
+hulpgeroep weerklinkt en de gevallenen daar liggen met de bewimpelde
+speren nog in hun zijde." En zijn haat van edelman tot boer en burger
+breekt in hevig leedvermaak uit, »het doet mij goed wanneer ik die
+ellendige geldmannen die met de adel twisten, in het ongeluk zie...
+wanneer ik ze naakt zie lopen bedelen... Een boer is een zwijn, als hij
+rijk wordt, verliest hij zijn verstand; daarom moeten wij zijn trog
+steeds leeg trachten te houden. Hij die er zijn boer niet onder houdt,
+versterkt hem in zijn slechtheid... Niemand moet hem beklagen als men
+hem zijn arm of been ziet breken of wanneer hij aan het noodzakelikste
+gebrek heeft... Dat overmoedige gespuis is niet te verdragen. God zende
+hun alle ongeluk!"
+
+Een andere soort van »Sirventes" is de moraliserende. De grote man
+daarvoor is Peire Cardenal. Van voorname geboorte, »vrolik, schoon en
+jong", maar bezield door een levendig gevoel van recht dat onder leugen
+en onrecht leed, maakte hij zich tot een soort van Don Quichot van het
+recht, en zijn kunst tot een ridderdegen die tegen alles en een ieder
+gericht was. Dan eens zijn het de geesteliken daar hij het op voorzien
+heeft: dat zijn gieren en roofvogels die rot vlees ruiken en op allen
+aanvliegen die op 't punt staan te sterven om hun een testament af te
+persen; het zijn de Isengrims die zich in een schapenvacht hullen. Dan
+weer zijn het de grote Heren: Waar een machtig man op straat loopt,
+wordt hij door kwaadaardigheid en hebzucht vergezeld, daar draagt het
+onrecht de banier en hoogmoed loopt vooraan... Indien men een baron
+alles gaf, van Turkije tot Normandië toe, zou men toch geen vrede met
+hem krijgen... Indien men in zulk een machtig man op een stuk of twee,
+drie plaatsen een gaatje prikte, zou er toch niets anders dan een stroom
+leugens gelijk een waterval uit zijn hart komen storten. Dan is het de
+beurt van de vrouwen: als men een vrouw een daalder in de hand stopt
+voor de waarheid en een cent voor de leugen, dan wint de cent het.
+Of wel moeten alle mensen tegelijk het ontgelden: die zijn als de
+muntstukken waar een kruis en de lelies buiten op staan, maar waar geen
+zilver in zit als men het smelt; hun goedheid is van dien aard dat,
+indien stenen brood waren en water wijn en de bergen zijden spek, dan
+gaven ze toch nog niets weg; op een smal reepje leder--de helft van de
+duim van mijn handschoen--zou ik alle rechtvaardigheid kunnen schrijven
+die in de wereld is. Op die wijze brengt ook bij hem de hartstocht
+altijd weer nieuwe grille beelden voort--als bij Dante--en houden nieuwe
+burleske invallen de toehoorders in spanning, als bij de bedelmonniken.
+En ten slotte treedt onze Paladijn onversaagd tegen God zelf op en
+klaagt dat die zijn macht niet gebruikt heeft om de duivel en het kwade
+te verpletteren, maar nu de mensheid met de hel straft voor het kwaad
+dat zij bedreven hebben waar God zelve de oorzaak van is. »Welk een
+machtig heerser God ook is, toch zal hij van al dat onrecht rekenschap
+af moeten leggen."
+
+En het rumoer van die Sirventes klinkt veelstemmig over geheel
+Zuid-Frankrijk. Krasse kruistochtliederen en even krasse liederen tegen
+Rome en de geestelikheid. Liederen als van een hoveling bij de dood van
+vorsten met lofgezangen over de afgestorvene en schimpwoorden over zijn
+vijanden. Troubadours die elkaar niet in hun gedichten ontzien, waarin
+dikwels kritiek over alle kollega's voorkomt: het zou beter zijn als
+hij met een psalmboek liep in plaats van de liefde te bezingen; wat hij
+dicht, klinkt zo somber als de woorden van een oude waterdraagster en
+zelf lijkt hij wel een gedroogde lederen waterzak. Marcabrun, een
+vondeling uit Gascogne heeft tot specialiteit uit pure nijdasserigheid
+alle vreugde en liefde belachelik te maken en cynies te vertellen hoe
+hij zich door alle omstandigheden des levens heen weet te draaien,
+altijd op zijn eigen voordeel uit is, het spesiale terrein van anderen
+af te jagen en zich altijd een achterdeurtje open weet te houden,--wat
+toch niet heeft kunnen verhinderen, dat hij door een edelman gedood
+werd wegens zijn giftige lastertong. Amusanter is de Monnik van
+Montaudon,--de humorist onder de dichters der Sirventes. Van voorname
+geboorte, was hij reeds heel jong in de monnikspij gestoken, maar liep
+uit het klooster weg en kreeg, zo als beweerd wordt, de permissie
+van zijn supérieuren om als troubadour de wereld door te trekken, op
+voorwaarde dat hij een deel van zijn verdiensten aan het klooster
+afstond. Zijn jolige gedichten noemen alles op waar hij van houdt,--een
+lekkere zalm bij het noenmaal, of op een weide naar het gezang der
+vogels te liggen luisteren en in 't geheim een bezoek van zijn geliefde
+te krijgen; zowel als alles wat hem tegen staat--een echtgenoot die zijn
+vrouw al te zeer bemint, of een ridder die voor de wereld veel drukte
+maakt, maar thuis peper maalt. De vrouwen vervolgt hij met geestig
+sarkasme,--hoe vlijtig zij de »schilder"-kunst verstaan, zodat de
+kleuren op hun wangen de schilderijen der kapel in de schaduw stellen en
+hoe de safraan enorm in prijs gestegen is; en in gezellige samenspraken
+disputeert hij met God over de ondeugden der vrouwen en hoe die het best
+te kureren zijn en God verwijt hem dat hij weer in 't klooster gegaan
+is: hij amuseerde èn de mensen èn God toch veel meer toen hij als
+troubadour rondtrok!
+
+Een heel bizondere arena voor de strijdlust der troubadours was een
+soort versduellen die men tenzonen noemt. Het is een zeer oude populaire
+dichtsoort; zo wel de Tyrolers (»schnadahüpferl") als de Noorse
+boeren kennen die, evenals de Toskaanse en Siciliaanse herders.
+Natuurlik genoeg werd dit dichtgenre, zo uitnemend passend in de
+gezellige samenkomsten in Provence, aan een artistieke behandeling
+onderworpen. Oorspronkelik is het zeker wel werkelik een twistpunt
+geweest tussen twee personen dat op die manier op staande voet door de
+zangers in zulk een verskamp werd beslecht. Maar hoe meer gewicht er
+langzamerhand aan de vorm gehecht werd, des te minder kon er sprake
+zijn van improvisatie en zo volgde de eene strofe de andere met een
+tussenruimte op. En zo werd het langzamerhand ook niet altijd een
+persoonlike kwestie die berijmd werd; dikwels was het de een of andere
+algemene vraag die bedebatteerd werd. Wanneer in een gezelschap een
+zeker punt aangeroerd was dat tot meningsverschil aanleiding had gegeven
+in de loop van het gesprek, dan kon het gebeuren dat een dame twee
+aanwezige troubadours uitnodigde, zich tot de voorvechter van een der
+twee tegenovergestelde opvattingen te maken, of wel nodigde de een zijn
+kollega uit een der twee opvattingen te verdedigen, terwijl hij dan de
+andere tot de zijne maakte en bij de volgende samenkomst kwamen zij dan
+goed voorbereid en »voerden de liederen-kamp op." En het gebeurde dan
+veelal dat men de beslissing overliet aan degene die de vraag aanhangig
+had gemaakt of wel werd er door vrije keuze een jury gekozen b.v. van
+voorname dames. Veel zeer mooie gedichten van dien aard zijn bewaard,
+ofschoon, misschien, in vele gevallen feitelik die beide rollen door een
+en dezelfde troubadour gedicht zijn. Men disputeert b.v. over de goede
+eigenschappen der verschillende volkeren. Of men het recht heeft de
+liefde ener vrouw te weigeren, alleen omdat zij oud wordt. Of een dame
+de edelste of de voornaamste van haar aanbidders de voorkeur moet
+schenken,--de Dauphin van Auvergne houdt zich grootmoedig aan het
+eerste, zijn burgerlike tegenstander bescheiden aan het laatste. Wat of
+erger is: schuld te hebben zonder die te kunnen betalen of te beminnen
+zonder wederliefde te krijgen;--Eble verklaart dat met alle respect voor
+ongelukkige liefde is het toch erger wanneer men door zijn krediteuren
+vervolgd wordt en zich niet in zijn mooie kleeren op de markt durft
+vertonen; waarop Guillem Gasmer opmerkt dat men zijn schuldeiser met
+fraaie woorden kan paaien, maar dat men van liefdesmart niet zo gauw
+afkomt.
+
+Dergelijke wedstrijden hebben aan vele hoven gebloeid. Maar eigenaardig
+voor de Zuid-Franse hoven is de in 't oogvallende plaats die kwesties
+van de Liefde in deze debatten innemen. Niet alleen dat de dichters
+der Sirventes de groten »tot hoge daden" aan moeten sporen, »de kwaden
+moeten beschamen" en zonder vreze »herauten der waarheid moeten
+zijn", zowel als, waar ze zeer trots op zijn, door hun lied de roem van
+hun weldoeners het eeuwige leven schenken,--als dichters van Canzonen
+hebben de Troubadours een niet minder hoge roeping--de verkondiging van
+de religie der Vreugde, van een gelukkig samenleven en van de Liefde.
+
+ * * * * *
+
+In het element der vreugde leef ik gelijk de vis in het water, zingt
+Arnaut de Maruelh; elke keer dat de zoete lentelucht weer mijn hart tot
+nieuw leven wekt, voel ik, dat ik tot vreugde geboren ben. Ik verheug
+mij over het gezang der vogels en over de bloemen--jubelt Bernart de
+Ventadour--over mij zelf, maar nog meer over mijn Vrouwe, aan alle
+kanten ben ik door vreugde omgeven, maar deze overtreft alle anderen.
+Veel meer dan de vogels heb ik reden om te zingen, ik die alle dagen
+slechts voor zang en vreugde leef en aan niets anders denk. »Joi" en
+»Gaug" (vreugde), »Joi e deport", die woorden gaan als leitmotif door
+de gehele dichtkunst der troubadours. In scherpe tegenstelling met het
+tragiese patos der heldendichten en de sombere plechtigheid van de kerk,
+komt nu het nieuwe jolige lied met zijn koloratuur en zijn trillers.
+»Joi e deport" betekent dat gevoel van de edelman die zich »vrij weet
+van materiele en geestelike beslommeringen" en dat heerlike gevoel
+moet de troubadour opwekken en levendig houden. Een vrij geboren
+natuur--zingen ze--kan niet in droefenis in beslommering leven, hij moet
+alles liefhebben wat heerlik is en schoon--schone wapenen, een vrolik
+tijdsverdrijf, hoofse gezelligheid; niets van dit alles is uit den boze
+en dat zal ook niet door God gestraft worden, gelijk diegenen geloven
+die jeugd en vreugde in miskrediet willen brengen omdat ze zelf niet
+weten wat vreugde en milddadigheid betekenen (Guiraut de Bornelh). De
+vreugde is de wortel van alle goeds, »se (zonder) joi non e valors", de
+vreugde maakt de mens dapper, goed, beminnelik en bemind. Het is die
+opgewekte stemming bij de hogere klassen, Euphorie, welke de Duitse
+troubadours »hohe muot" noemen of »riche muot"; »geen enkele keer heb
+ik hem in treurige stemming gezien" leest men in een lofzang over een
+gestorven vorst.
+
+Maar »joi" is ook nog iets anders, het zwelgen van de lyricus in zijn
+gevoelens, zijn roes over de innerlike rijkdom van zijn ziel. Het
+zelfde sentimentalisme dat bij St. Bernhard in het gevoelskristendom
+en het entoesiasme voor de kruistochten uitsloeg,--dat is het wat bij de
+troubadours tot de gevoelens van gelukzaligheid wordt en tot hun eroties
+dwepen. Tegenover de baronnen die slechts aan hun goederen denken en
+strijd, en aan alles wat ze op kunnen nemen en aanraken, verkondigt de
+troubadour paradoxaal de vrijheid en rijkdom van het innerlike leven:
+daar buiten is het najaar en alles verwelkt, daar is het winter en alles
+bevriest, maar in mij staat de lente in de knop en bloeit het als in de
+zomer. Eén glimlach van mijn geliefde is mij meer waard dan al het goud
+van Arabië, in mijn liefdesgeluk zou ik met de koning van Engeland
+niet willen ruilen. Maar daar staat tegenover als een niet minder
+merkwaardige paradoks, dat ongelukkige liefde erger is dan tandpijn en
+onaangenamer dan schulden te hebben. En toch--toch is de ontbering van
+een teleurgesteld minnaar de dichter dierbaarder dan het ruwe toegeven
+aan de zinnen, wat de meesten onder liefde verstaan.
+
+De lente is de tijd van de vreugde en het sentimentele dwepen.
+De liederen van Bernart de Ventadour zijn verliefde hymnen aan de
+lente,--wanneer het vlas op de velden groent, de viooltjes onder
+de struiken te voorschijn kijken en de beekjes helder over het zand
+kabbelen, wanneer blad en bloem op alle takken knop zetten en nacht en
+dag de vogel zijn gezang laat horen. Het zoet gezang van de nachtegaal
+houdt hem in minnegedachten wakker en als de leeuwerik zijn vleugels 's
+morgens naar de zonne uitslaat, zodat hij zich geheel vergeet en door al
+'t zoete dat hij voelt de aarde nader komt, dan is het hem als zou zijn
+eigen hart van zoet verlangen barsten... Gelijk men niet nalaten kan de
+tong tegen een holle kies te drukken--zingt Guiraut de Bornelh--zo kan
+hij ook niet anders dan zijn hart naar de jonge bloemen wenden, wanneer
+hij de takjes bloeien ziet en de zoete stem der vogels liefdedronken in
+de struiken hoort. En is in 't eind van Maart de sneeuw gesmolten en de
+warmte weer teruggekeerd, de weide groen, terwijl de vogels dan weer
+zingen, dan wordt hij uitgelaten als een wild dier en licht ter been
+gelijk de ree. De weiden en de heldere beekjes, de hagedoorn en de wilde
+roos, de leeuwerik en de nachtegaal--dat is de stralende, vriendelike
+lenteschoonheid die de troubadour liefheeft, en gewoonlik verleggen ze
+dan ook hun scène's naar die soort tuinen, waar de ridderkastelen nu
+veelal van omgeven zijn. De dichter siddert als een blad, is blij als
+een vogel, en hij wordt door de blik van de geliefde verwarmd, gelijk de
+natuur door de stralen van de zon.
+
+De lente is de bevrijding na de koude donkere winter, wanneer de wegen
+onbegaanbaar zijn en men in de sombere, kille kamers met stenen vloeren
+zit te rillen of door de rook verstikt. Nu kunnen de ridder en de
+troubadour weer de wijde wereld intrekken. Een verlangen naar vrijheid
+en een drang naar buiten weerklinken in hun liederen. »Het leek hem
+onaangenaam, lang op één plaats te blijven," heet het over één, en dat
+geldt van velen. Bij alle weer, onder moeite en gevaren, rijdt hij
+te paard overal heen--zo als Raimbaut de Vaqueiras het in een gedicht
+schildert--met de bossen en de wegen als herberg. En onderweg dicht
+hij: »Ik wil een gedicht maken over niets," begint hij, »het is gedicht
+terwijl ik te paard zat te slapen," hij voelt zich behekst, weet niet of
+hij waakt of droomt; zijn hart is op 't punt van verlangen te barsten,
+maar daar geeft hij geen sikkepitje om; wie zijn geliefde is, weet hij
+niet, maar toch bemint hij haar zéér, maar toch kent hij er een die
+schoner is, alleen weet hij maar niet waar hij haar vinden kan... In
+zulk een stemming van opgeruimde onverschilligheid en vage verliefdheid
+dwaalt de zanger om van het ene hof naar het ander. Zijn hart verheft
+zich (zoals het bij de Duitse minnezangers heet) naar het licht, gelijk
+de valk in zijn vlucht, of de arend zwevend in de lucht, het is hem
+alsof hij over de wereld vloog en alles bezat, alsof hij gelijk het
+wilde dier in de grote bossen kon rondspringen. Alles wat er aan vreugde
+in hem woont, dat ontkiemt, groeit en groent; »zijn hart schiet blad en
+bloem en houdt zich groen, geheel het jaar."
+
+Fladderen, omhelzen, zingen en liefhebben,--dat is het levensprogramma
+van de rondtrekkende zangers. Vrij leven en laten leven is het wat zijn
+lied aanprijst. In de ruwe en sombere wereld der baronnen en monniken
+brengt hij licht en warmte. Indien hij altijd milddadigheid als
+hoofddeugd voorop zet, is het zeker dat hij in de eerste plaats voor
+zich zelf pleit; zijn lied is dikwels niets dan een bedelpartij en
+afzetterij en de Seigneur die door hem als een Alexander geprezen wil
+worden--Alexander de Grote is altijd het toonbeeld van mildheid--moet
+niet spaarzaam zijn met paarden en kleeren voor zijn zangers, en open
+tafel houden »zonder portier". Maar larguezza--»milte" heet het in het
+Duits--was werkelik het voornaamste en meest tastbare bewijs, dat de
+bekrompen ziel van de edelman week was geworden en zich om andere dingen
+bekommerde. De begerige klauw die altijd gereed stond om te grijpen,
+moest nu leren zich te openen en te geven. Hier gaat tot zekere hoogte
+de dichtkunst der troubadours met de kerk in dezelfde richting; ook voor
+de kerk kwam het er op aan--en niet alleen uit egoïsme--om de geest van
+hebzucht en eigenbelang uit de harten te verbannen, ze van de aarde en
+mammon los te maken. »Donar"--te geven, met geld te strooien, te leven
+en te laten leven--daaruit bestaat voor de troubadour het leven der
+Ridders; of dat geld aan prachtige kleeren en vrolike feesten gaat of
+aan weldadigheid, dat is hem hetzelfde. Hij prijst de oorlog omdat die
+dwingt de hand te openen, de groten noodzaakt niet alleen te nemen maar
+ook te geven. In een tenzone verdedigt een roofridder er zich mede dat
+hij niet neemt om schatten op te hopen, maar om voor anderen uit te
+strooien. De moralisten der kerk herinneren daarentegen aan Cicero's
+waarschuwingen tegen die soort van mildheid, die neemt wat men geeft en
+geselt de ridders die uit ijdelheid alles wat zij bezitten weggeven, en
+gochelaars en jongleurs met mantels en sieraden overstelpen, terwijl
+de armen buiten het kasteel van kou sterven en de portier ze als vee
+wegjaagt met een »scheer je weg, slungel, mijn Heer wil naar de zangers
+luisteren!" Maar de troubadours prijzen daarentegen de ridder die in
+1174 bij Beaucaire 30.000 sous het venster uit liet werpen en 30 paarden
+liet verbranden, alleen om zijn »larguezza" te tonen of Robert Kortbroek
+die alles aan gochelaars en de een of andere slet weggaf, zodat men hem
+eens op een morgen zo van alles beroofd vond liggen, dat hij alleen nog
+maar een hemd aan had en zo niet naar de kerk kon. »Liever ja zeggen,
+dan neen!"--dat is de formule, waarin de troubadour in 't kort de
+royaliteit van de ridders samenvat.
+
+In feest en gezelligheid te leven, in een beminnelik, hoofs samenzijn
+met zijns gelijken--dat was alles een soort sosiaal idealisme dat de
+dichtkunst der troubadours tegen de ouderwetse baronnen opstelde, die
+aan niets anders dachten dan vechten met hun buren, hun goederen af
+te ronden, hun boeren uit te zuigen en zoveel mogelik land en vee te
+verzamelen. De vaste kastelen--klagen de troubadours--met hun grachten
+en muren zijn de haardsteden van onrecht en geweld, daar is slechts
+plaats voor wapengekletter, niet voor feesten en milddadigheid. De ruwe
+baronnen geven niets om zang of dans of spel, lente en bloemen laten ze
+koud, als de moestuin maar goed vrucht levert. Overal, van het koninklik
+hof af, wordt er alleen maar met goederen en vee gehandeld als bij
+kooplieden. Zelfs een kemphaantje als Bertrand de Born beweert, dat
+zulke Heren die alleen maar aan jacht denken en hoe ze hun mannen er
+onder kunnen houden, en nooit aan vrolike feesten,--dat die geen begrip
+hebben van ridderlikheid en een hof waar geen feesten of dames te vinden
+zijn is toch maar niets dan--een paar baronnen bij elkaar! »Oorlog
+en wapenspel--geld uitgeven en de vrouwen het hof maken"--assautz
+e tornei--donar e domnei--al die dingen horen even goed bij het
+ridderleven. En door didaktiese poëzie direkt (»ensenhament") zowel
+als indirekt door alles wat zij verheerliken of veroordelen, maken de
+troubadours zich tot de vertolkers van hofkultuur en »hoofsheid". Het
+zijn niet alleen uiterlikheden als nette manieren, waar het op aankomt,
+maar die kleinigheden bij de dagelikse omgang die wellevendheid heten
+en beminnelikheid. De zachte blik, gracieuse manieren, de vriendelike
+groet, een kwik antwoord of een geestigheid, dat zijn de dingen die de
+troubadours bezingen bij hun seigneur of hun meesteres. En zij houden
+hun hoorders vóór, dat vriendelike woorden en een beleefd antwoord geen
+geld kosten en ze vrienden doet maken en dat die gift het beste is,
+welke gegeven wordt zonder dat men er om vraagt, dat een beleefde leugen
+honderd maal meer waard is dan een grove waarheid en dat men, evenals de
+schilders, een fraai kleurtje mag zetten op wat men vertelt, zonder zich
+al te veel van de waarheid te verwijderen.
+
+ * * * * *
+
+Maar de hoogste potentie van die hoofsheid en gezelligheid en het
+lyries-sentimentele dwepen is voor de troubadours de Min. »Moge ik
+Gode nooit zo ongevallig worden," zingt Bernart de Ventadour, »dat hij
+mij laat leven, een last voor allen, wanneer ik niet langer lief zal
+hebben." Midden in de nacht wordt hij wakker, overweldigd door zijn
+vreugde, geheel in dweepzieke overpeinzingen verzonken, maar moet op
+eenmaal beginnen te dichten, ofschoon hij niet weet over wat en wien.
+Het is hem alsof zijn hart van verlangen smelten zal, zijn ogen worden
+nat, en nog nat van tranen schrijft hij honderden groeten de wereld in
+aan de schoonste en de liefelikste. In zulk een jeugdig liefde-verlangen
+verkeren de troubadours. »Vrouwenjagers" noemen de mannen van de kerk
+hen. Toen de goede Koning Karel de Grote--zo heet het--over alles
+heerste, toen deelde hij Provence, dat vol is van wijn, bos en vlietend
+water, aan speellieden en minstreels uit, die zulk een los leven
+leidden.
+
+Dan eens hebben zij onderweg een avontuurtje met een herderinnetje en
+dat wordt dan tot een pastorale, dan weer met een burgervrouw, bij wie
+zij al hun galanterie ten toon spreiden, maar die--zo als er een in een
+humoristies gedicht vertelt--daar niets van weten wil; maar heel sterk
+ontvlamt het gemoed der troubadours door de schoonheden die zij aan de
+hoven ontmoeten. »Menig oog heb ik gekust en menig oor," zingt er een
+tot een dame, »alleen omdat zij uw oog en oor geleken." En wanneer een
+ander door zijn aangebedene afgewezen is, zingt hij dat hij zich nu
+natuurlik een andere vriendin aan moet schaffen, maar opdat zij niet
+bij zijn eerste achter mag staan, moet hij bij haar de verschillende
+eigenschappen terug vinden die hij bij zijn bekenden getroffen heeft en
+zo vindt de zanger de gelegenheid om aan al die dames een komplimentje
+te maken: haar frisse kleur en de zachte blik moet zij van u hebben, o
+schone Sembeline en het is een heel ding dat ik van u niet alles neem,
+want aan geen enkele goede gave hebt gij gebrek; Vrouwe Elise vraag ik
+om haar vrolike opgewekte manier van spreken, dan wordt zo waar mijn
+schone nòch dom nòch stom, de Burggravin van Montausier geve mij haar
+hals en handen; naar Rochechouart rijd ik om het haar van Vrouwe Agnes,
+zelfs Isolde had niet zulk prachtig haar; Vrouwe Audiartz zal haar
+schone figuur en middeltje af moeten staan, enz. enz.
+
+Met een levend schoonheidsgevoel en verfijnde zinnen ontwikkelen de
+troubadours nu dit schoonheidsideaal van de vrouw dat de gehele volgende
+Ridderromantiek eigelik niet anders doet dan variëren of uitwerken.
+Zekere trekken kunnen aan Ovidius ontleend zijn of aan andere antieke
+kunst, andere aan de Byzantijnse Madonnabeelden, andere duiken misschien
+reeds bij de oudere Latijnse dichters der middeleeuwen op, maar veel
+is toch van de troubadours zelf. Het lichtgouden, gekrulde of golvende
+haar, de fijne, liefst donkere, van elkaar afgescheiden wenkbrauwen,
+de kleine mond met kristallen of ivoren tandjes, regelmatig en vlak
+op elkaar,--dat zijn de gewone trekken reeds in de Latijnse gedichten
+van de 11de eeuw. Maar de troubadours leggen meer de nadruk op de ogen
+en de blik, op de glimlach en het teint--de schilderachtig-gracieuse
+en erotiese zieleschoonheid. De kleine, smalle ogen worden meer naar
+de uitdrukking dan naar de kleur beoordeeld; die moeten stralen als
+sterren, ze moeten lachend zijn, zacht, vol liefde en lust,--een Latijns
+dichter van de 12de eeuw spreekt van de ogen als: ridentes, blandientes,
+innuentes, laquentes, offerentes, expetentes, attrahentes, capientes. De
+mond heeft »zwellende" lippen die kussen uitlokken (küssenlîch, noemt
+Wolfram het), die glimlacht zoet, lacht liefelik--mollia spondens risus
+noemt 't reeds een geestelike dichter van ongeveer 1100. Maar vooral
+prijst men de kleur der huid,--de stralende glans er van: clara
+clartatz, wit als het wit van de hagedoorn of het ivoor, of gelijk
+een wilde roos, wanneer het wit zwak met rood gemengd is. Heel wat
+barbaarser heet het in de Noord-Franse romans dat het voorhoofd als in
+hout of steen of ivoor gevormd is, en dat het rood of het wit van de
+huid afsteekt gelijk vermilioen op het zilver van een wapenschild.
+
+Dan komt de beurt aan de slanke, witte hals,--de huid is zo
+teder--beweert een Duits dichter--dat, als zij drinkt, men de wijn
+blozend door haar keelgat kan zien stromen. De kleine stevige borstjes
+zijn als twee noten,--zo klein dat men ze met de hand gemakkelik
+omvatten kan, of als kegels gedraaid. De schouders zijn recht en
+buigzaam als het riet. De lange armen, de mooie blanke handen met de
+fijne gladde vingers, de nagels als een spiegel zo schitterend. Het
+middeltje dun, de buik rond, iets of wat vooruitstaand, de heupen breed.
+In Wolfram's gemaniëreerde taal is Antikonie zo slank als een haas, die
+op het spit uitgestrekt is; haar mierentaille (wij spreken nog van een
+wespentaille) wekt de begeerte der mannen op. Gewoonlik wordt echter
+meer in het algemeen de figuur geprezen als »ben estans" (Duits: wol
+getan) of »covinens" d. w. z. welgeproportioneerd. Zeer bizonder houdt
+men van wat slank en fijngebouwd is; »graile" (gracil) en »delgat"
+(delicat) zijn veel voorkomende termen. De kleeren moeten goed zitten,
+maar, zo schrijft een troubadour aan zijn dame, uw figuur is zo wel
+gevormd dat zelfs het slechtste snit nog goed aan u zou staan en al de
+kleermakers uit Katalonje, van Parijs en Keulen zouden er niets aan te
+verbeteren hebben. Maar ook verder vertellen de troubadours nog veel er
+over, hoe levendig, vrolik, lenig, gracieus en behagelik het lichaam van
+de aangebedene is; daar hebben ze een massa woorden voor: gais, cortes,
+avinens, plasens, coinde, isneus, die de zinnelike liefde schilderen en
+die men bij de Duitse minnezangers veel minder sterk aantreft. »Haar
+ledematen zijn zo zacht", heet het, »als verder alleen konijnen zijn".
+Het lichaam is zo blank, fris, zacht, glad, als ametyst; het is
+»amoros"--»minneclich"--»plaisant"--en vraagt omhelsd te worden. Ook
+haar naar honig riekende adem en de zoete melklucht van de huid worden
+later veel geroemd.--In poëtiese wendingen wordt de algemene indruk van
+haar optreden aangegeven. Schoner dan de Maartse zon, of regen in April,
+en de schaduw in de zomer,--zingt een Provençaals dichter. Als een
+waslicht is zij tussen vetkaarsen,--heet het in 't Noord-Frans, de glans
+van haar schoonheid verlichtte het gehele slot met haar klaarte; haar te
+zien is als te luisteren naar muziek.--In haar tegenwoordigheid--zegt
+een Duits dichter--vergeet men alles wat het gemoed bezwaart.
+
+Nog meer dan het uiterlik van de vrouw is haar innerlik wezen en haar
+aantrekkelikheid die door de troubadours verheerlikt wordt. Haar
+geestige antwoorden en haar schone zang; zij kent de kunst van spreken
+en zich aangenaam voor te doen--van »plazers far e dir";--zij is
+aangenaam gezelschap--»d'avinen companha", zij is beminnelik in haar
+optreden--amorosa en totz son semblans; zelfs bij de besten wekt zij een
+duizendvoudig behagen. Een hele rij leerdichten wijden de troubadours
+ook aan de maatschappelike opvoeding der vrouw. Een voorname dame had
+de adellike Garin le Brun verzocht zulk een leerdicht voor haar te
+schrijven en zo ontwikkelt de troubadour dan ook in zijn verzen,
+alle regels voor de echte vrouw van de wereld: Hoe zij altijd schoon
+linnengoed aan moet hebben, kleine schoenen aan moet trekken, opdat haar
+voet zelf klein zal schijnen, en hoe zij met kleine stapjes de kerk in
+moet treden. Hoe zij bij haar thuis ontvangen moet: de verschillende
+mensen wel is waar naar hun rang en stand behandelen, maar toch tegen
+een ieder beleefd zijn--hoe zij een gesprek netjes moet kunnen afbreken,
+als het haar niet bevalt, maar zonder boos te antwoorden--zich aan de
+omgeving aan te kunnen passen, maar niet al te intiem met vreemden
+worden. Verder, hoe zij in haar kleeren en manieren die zekere drang om
+te behagen ten toon mag spreiden die het wezen der koketterie uitmaakt:
+de rokken netjes opnemen, zodat men het voetje te voorschijn ziet komen,
+de schouders gracieus, bij het gaan, bewegen, het kleed nauw laten
+sluiten, zodat dit het lichaam niet als in een zak verbergt, maar dat de
+lijnen te zien zijn, en als zij een fraaie hals heeft, een uitgesneden
+kleed moet dragen. Heel naief zijn hieronder die aanwijzingen waar de
+voorname dame zich aan houden moet, ook overgenomen uit de »Ars Amandi"
+van de »Klerk" Ovidius en die geschreven waren om de geblaseerde viveurs
+van Rome weer wat appetit in de dames van de demi-monde te geven.
+
+En rondom deze dames fladderen nu de troubadours met hun erotiese
+verlangens. Zij kregen rijkelik hun deel in het losse en niet altijd
+binnen de perken blijvende minne-leven van de Zuid-Franse hoven, waar de
+oude biografen der troubadours van weten te vertellen en hun Canzonen
+van zingen, in allerlei soorten en toon der liefde, van de grove
+gevoelens der jonkers tot een vluchtige koketterie of schuchtere
+dweperij van een knaap.
+
+Bernart de Ventadour--uit de stand der horigen, opgevoed tot troubadour
+bij de genadige burchtheer--is de zanger van de bescheiden page-liefde.
+Hij bezong en prees de gemalin van zijn weldoener, werd door haar
+voornaamheid verblind, en, zo als het bij zijn leeftijd paste op
+haar glimlach verliefd, maar schijnt toch ook de gunst van zijn
+»schoon-te-schouwen" verworven te hebben (onder dat pseudonym
+verheerlikte hij haar), in elk geval genoeg om het de burggraaf
+bedenkelik te doen voorkomen, zodat de zanger vertrekken moest...
+waarna hij de andere hoven afreisde en andere voorname schoonheden
+aanbad--vooral Koningin Eleonora, aan wier hof in Normandië hij zich
+een tijd lang ophield,--maar nu en dan zond hij uit de verte liederen
+naar zijn »Bel Vezer"... totdat hij op zijn oude dag, zo als zo veel van
+zijn kunstbroeders, troost zocht in een klooster.
+
+Hij weet wel--zingt hij--dat zijn aangebedene Heerseres hem genadig is.
+Had zij hem niet onlangs nog, toen hij een tijdje op reis ging, gezegd
+dat zijn zang haar behaagde? Als hij er nu aan denkt, dan schijnt de
+zoete lucht die hem uit de plaats waar zij woont, tegemoet waait, als
+een vleugje uit het Paradijs;--moge elke ziel in de Kristenheid zulk een
+grote vreugde voelen als die nu mijn is!--Als hij haar nu toch maar eens
+alleen kon treffen, terwijl zij sliep,--of deed alsof zij sliep--dan
+zou hij pas goed van haar schoonheid kunnen genieten--haar »bel cors ab
+fresca color" bewonderen en die kus van haar mond stelen, waar hij niet
+om durft vragen, dan zou hij die mond kussen zo dat men de sporen nog
+lang zou kunnen zien.
+
+Maar nu--jubelt hij--nu heeft zij mij een kus geschonken, mij met
+haar mond gewond, zo dat slechts nòg een kus mij kan genezen,
+evenals--volgens Ovidius--hij die door de lans van Peleus gewond is,
+slechts door nog een steek er van genezen kan worden. En zo vol is zijn
+hart van jubel dat hij bijna bezwijmt--midden in de natte wintersneeuw
+ziet hij bloemen en groene weiden, in zijn groot gevoel van liefdegeluk
+zou hij midden in de winterwind in zijn hemd kunnen lopen.
+
+Maar--bescheiden en diskreet moet hij zijn, dat weet hij. Als hij alle
+mensen die hen beiden gadeslaan maar betoveren kon... ze tot kinderen
+maken, zo dat hij zonder hun ogen te vrezen, zo vertrouwelik met zijn
+aangebedene om kon gaan als hij maar wenste. Of als zij een geheime taal
+uitvonden die de anderen niet verstonden? In elk geval kan zij verzekerd
+zijn dat hij niet kinderachtig-pochend het zalige geheim er uit zal
+flappen, maar de kunst verstaat om te liegen en zich anders voor te doen
+dan hij is. En hij zal zich ook met weinig tevreden stellen. Wat zou hij
+niet gaarne 's nachts als een zwaluw haar kamer binnen zweven! hoe graag
+zou hij er niet bij zijn wanneer zij zich uitkleedt! demoedig knielende
+haar schoen uittrekken, indien zij zich verwaardigen zou haar voetje uit
+te steken.--Zelfs haar gunst met anderen te deelen, moet hij zich laten
+aanleunen. Hij weet nu eenmaal dat zij anderen liefheeft, soms twijfelt
+hij wel eens in hoever hij moet doen alsof hij niets merkt, of dat hij
+haar dienst moet verlaten. Maar het is toch beter met de helft van haar
+liefde genoegen te nemen, dan niets te krijgen. Als zij toch maar niet
+zo wispelturig was. Gelijk de tak zich naar de wind buigt, zo is hij
+bereid al haar bevelen te gehoorzamen. Maar hij voelt dat haar schone
+ogen en vriendelike blik hem toch voor den gek houden. Gelijk een schip
+op de golven, wordt hij tussen hoop en vrees geslingerd. Soms tracht
+hij zich dan ook opeens uit die onbeloonde liefde los te scheuren. De
+bladeren die in de herfst van de bomen vallen, doen hem op zulk een
+ogenblik behagelik aan, het komt zo geheel met zijn stemming overeen.
+Zij die vroeger zo vriendelik tegen hem was, laat hem nu niet meer
+roepen, »het harte barst van smart,--er blijft niets anders over dan te
+sterven." Geheel mijn hart, geheel mijn eigen zelf bezat zij. Nu moet ik
+verwelken, gelijk Narcissus van Ovidius bij de bron, ik wil niets meer
+met vrouwen te doen hebben, ze nooit meer vertrouwen, ik zal wegtrekken
+in den vreemde, ik weet zelf niet waarheen.
+
+Hield de burchtvrouwe van Ventadour haar zanger aan het lijntje door
+hem zo nu en dan eens een kus te geven--meer zal het wel niet geweest
+zijn--de toewijding van Peire Rogier voor de hoog ontwikkelde Burggravin
+Ermengarde van Narbonne was met nog minder tevreden. Een jonge knappe
+kanunnik was hij, maar hij was troubadour geworden en had zich lang
+aan het hof van Ermengarde opgehouden. Hij vertelde dat hij volkomen
+tevreden is met haar grappen en haar glimlach, meer komt hem niet toe,
+nooit heeft hij ook »facta" van zijn meesteres gevraagd, maar alleen
+haar te aanschouwen, maakt hem rijk en gelukkig. »Zo zal ik beminnen wat
+ik niet bezit, en ik heb er zo veel eer en plezier van, alsof dat waar
+was, wat het in werkelikheid niet is." En heel vriendelik en onderdanig
+leert hij de mensen (naar de Ars Amandi van Ovidius) dat zij nooit aan
+kwaadsprekerij moeten geloven, en zelfs wanneer zij met hun eigen ogen
+hun geliefde een fout zien begaan, moeten zij zonder aarzelen niet hun
+ogen, maar wel haar woord geloven. Een even ootmoedige maar gloeiender
+onderdanigheid ligt er in de liefde van de burgerlike troubadour Peire
+Raimon voor een onvermurwbare adellike dame te Toulouse. »Op mijn knieën
+zal ik tot haar gaan," zingt hij, »en wenend haar genade vragen; als zij
+mij slechts de eer wou aandoen mij knielend haar welgevormde, gracieuse
+gestalte te laten beschouwen." Maar dikwels slaat de demoedige
+platoniese hulde van de arme zanger, waar de gelegenheid zich biedt,
+in de hartstochtelikste wensen over. De arme klerk Arnaut de Maruelh
+verklaart wel is waar in zijn liederen dat de vrolike beminnelikheid
+van de gravin en »de liefelike woorden waarmede zij mijn harte vult"
+hem genoeg zijn en dat hij zich tevreden stelt met haar in zijn dromen
+te kussen en te omhelzen, een liefdegenot dat geen echtgenoot hem kan
+weigeren, maar nu en dan waagt hij het toch zuchtend te wensen dat zij
+hem een kus moge schenken en »andere beloningen late volgen" en spreekt
+stoutmoedig de hoop uit dat hij haar eens 's nachts in zijn armen zal
+mogen sluiten en haar ogen en mond kussen, »zodat honderd kussen er
+voor ons tot één worden." En andere troubadours wensen haar, in de
+duidelijkste woorden, »zonder hemd" te omhelzen, beiden onder één deken.
+
+Een heel wat vrijer karakter en meer jonkerachtig, heeft de liefdelyriek
+bij een vorstelik amateur-troubadour als graaf Guillaume de Poitou,
+hertog van Aquitanië. Elegant en vrolik, beroemd wegens zijn
+liefdesavonturen en zijn kunst om de mensen te onderhouden, maar ook
+wegens een zeer lichtzinnige kruistocht, die een heel treurige afloop
+had,--wat hij later in vrolike liedjes op alle kastelen ging bezingen.
+Beminnelik geeft hij op van wat hij kan,--hij weet wat dapperheid is,
+eer, poëzie, weet het onderscheid tussen dwaasheid en verstand, en
+wanneer men in een gezelschap hem in een liefdetwist vraagt als
+scheidsrechter op te treden, dan weet hij altijd het juiste oordeel
+te vellen; zelf verstaat hij de kunst om met de vrouwen allerlei soort
+spelletjes te doen,--wat hij dan in grove dubbelzinnigheden uitwerkt,
+terwijl hij God, St. Julianus en zijn opvoeders voor alle goede gaven
+dankt die hij gekregen heeft.--In een ander gedicht, bijna een kleine
+novelle van Boccacio, vertelt hij van een even amusant als onfatsoenlik
+avontuurtje dat hij met twee burgervrouwtjes gehad heeft die hij in de
+bergen van Auvergne ontmoette.--Met een echte huzarenhumor vraagt hij
+een vriend hem raad te willen geven: hij bezit twee edele paarden, als
+hij die nu maar flink kon dresseren, zou niemand beter bereden zijn
+dan hij; maar hij kan ze niet aan elkander wennen, en nu moet hij
+kiezen,--natuurlijk meent hij vrouwen. En nu vertelt hij van hun beider
+eigenschappen, en vraagt of hij Agnes of Arsène moet houden. Nu zijn
+dergelijke gedichten niet zeer troubadour-achtig. Maar in andere komt de
+verliefdheid van de ziel meer op de voorgrond, in overeenstemming met
+de lente en het jong genot, met het schoonheidsgevoel en sympatieke
+liefdegevoelens: In de zoete dagen van de lente, wanneer de bomen
+groenen en de vogelen zingen, toen ging het met onze liefde als met de
+knoppen van de hagedoorn, die in de regenachtige koude nacht nog dicht
+waren, maar door de zonnestralen openspringen,--evenals in Heine's »Im
+wunderschönen Monat Mai..." Nog herinner ik mij de morgenstond toen wij
+een eind maakten aan de twist, en zij mij haar liefde schonk en haar
+ring; God late mij zo lang leven dat ik mijn handen onder haar kleed
+moge steken... Ik zal een nieuw lied zingen vóór de wind komt en de
+regen en de koude. Mijn dame wil mij op de proef stellen, maar hoe meer
+zij mij tegenwerkt, des te meer krijgt zij mij in haar macht; Gij moet
+niet denken dat ik dronken ben of gek, maar ik kan zonder mijn lieve
+dame niet leven. Bij St. Joris! Ik moet sterven als zij mij niet in haar
+kamer of onder de groene takken kussen wil. Maar welk genot, schone
+dame, kan het ook voor u zijn mij uw liefde te onthouden? Waarom wilt
+gij u tot non maken? Wat zou het u baten als ik in het klooster ging?
+De vreugde der gehele wereld is de onze, indien wij elkaar slechts
+liefhebben... Indien zijn dame hem nu maar haar liefde wil schenken,
+belooft hij dat hij diskreet zo wel als galant zal zijn, zeggen en doen
+wat zij gebiedt, haar in hoge eer houden, haar wijd en zijd prijzen; en
+dat wil hij wel zeggen dat hij, die liefheeft zich voor menigeen moet
+weten te buigen, menige goede daad moet verrichten en op moet passen dat
+hij aan het hof niet »onhoofs" en als een boer spreekt.
+
+Werkt hier nu een frisse natuurlike verliefdheid opvoedend op een ruwe
+jonker-natuur, omgekeerd breekt soms bij een ander vorstelik zanger
+als graaf Rambaut van Oranje brutaal de hartstocht van de man door
+de uiterlike »hoofse" galanterie heen, waar hij dageliks mede speelt.
+Cynies vertelt die hoe men de vrouwen behandelen moet om zijn wil met
+hen te krijgen, pochen en vleien, zelfs als het nodig is dreigen, en ze
+met de vuist in het gezicht slaan; ofschoon hij beweert zelf dom genoeg
+te zijn om altijd netjes en ridderlik tegen ze op te treden. Of Raimon
+van Miraval, de altijd verliefde en altijd ongelukkige edelman, die de
+wereld rondtrok en Loba van Pénautier bezong of Azalais van Lombres of
+»de Schone Albigenserin" te Castres. Midden in zijn holle, hoffelike
+frases komt opeens een stukje natuur doorbreken, wanneer hij brutaal een
+vrouw die hem afgewezen heeft, met beschuldigingen overstroomt dat zij
+zich voor geld gegeven heeft: »Ga uit, mijn lied, en zeg: hier is een
+vrouw te koop." Elders vertelt hij waarom hij zich nu in de openbare
+trouweloosheid van zijn dame schikt; hij rechtvaardigt zich door te
+zeggen dat hij zich zelf ook vrijheden gepermitteerd heeft--en is zo
+iets niet beter dan in boosheid van elkaar te gaan?--Zijn eigen vrouw,
+die hij openlik veronachtzaamd heeft, wil hij echter zulk een »leer om
+leer" niet toestaan. Zij deed ook aan de dichtkunst en hield er een
+minnaar op na, maar dat vond manlief niet goed,--tot dat zijn kollega's
+hem door hun hekeldichten dwongen zich op dat punt wat liberaal te
+tonen.
+
+Maar de vrolikste en grappigste van alle troubadours was Peire
+Vidal--een bontwerkerszoon uit Toulouse, die half als hofdichter, half
+als hofnar, van de ene plaats naar de andere toog, hongerende, zo als
+hij 't zelf uitdrukt, naar strijd en toernooi gelijk een monnik naar
+brood, maar vooral verlangende naar avontuurtjes met vrouwen. Met zijn
+schone stem en zijn vindingrijke geest, heeft hij blijkbaar menige
+conquête gemaakt en zijn gepoch is dan ook fantasties naief: »Dageliks
+bereiken mij duizende groeten uit Katalonje en Lombardije en het scheelt
+niet veel of de Koning sterft van afgunst over mijn geluk bij de
+vrouwen. Honderden vrouwen ken ik, die mij graag zouden willen hebben,
+als zij maar konden; ik poch niet, maar de vrouwen kus ik en de ridders
+sla ik tegen de grond. Stoutmoedig ben ik als Roland, galant als
+Montdidier; ik weet wat alles bij de kunst der liefde hoort en er leeft
+geen man die beminneliker is in het vrouwenvertrek dan ik, wreder dan ik
+onder het wapengekletter. Dikwels komen er boodschappen en groeten--met
+witte linten, met gouden ringen en alle echtgenoten vrezen mij meer dan
+vuur of ijzer."--In de regel zullen de vrouwen die dwaze druktemaker
+wel voor den gek gehouden hebben. Dikwels klaagt hij er over dat zij
+alleen maar met hem koketteren of hij stelt zich jubelend tevreden
+met de gedachte dat hij een kus gestolen heeft, of dat de gravin met
+toestemming van haar gemaal er hem een geschonken heeft. Eens liet een
+gravin hem wegjagen omdat hij wat al te intiem wou worden, op een andere
+plaats werd zijn tong doorboord omdat hij zich ten onrechte op de gunst
+van een hooge dame had laten voorslaan. Naief, maar ook uiterst barok
+was de vorm van zijn liefde-hulde. Zijn dame, zegt hij, was hem meer
+waard dan honderd kamelen met goud beladen, zo wel als het hele rijk
+van de Keizer te Byzantium. Ter ere van een dame te Carcassonne--die hij
+onder de vrij compromiterende naam van wolvin, lupa, verheerlikte--moet
+hij zich in een wolfshuid gekleed hebben en het bos zijn gaan bewonen;
+de jagers hielden klopjacht op hem en brachten hem gewond naar het huis
+van zijn aangebedene, waar men de nar uitlachte. Ten slotte trok Peire
+Vidal op een kruistocht mede naar het Oosten en trouwde op Cyprus met
+een Griekse van wie men hem wijs gemaakt had dat zij een nicht van de
+Griekse Keizer was--naar aanleiding waarvan hij zich in keizerlike
+pracht kleedde en aanspraak maakte op de kroon.--
+
+
+
+
+VIII.
+
+MINNEKUNST.
+
+
+De minnelyriek was die kant van de troubadourspoëzie die de grootste
+betekenis zou krijgen voor de ontwikkeling der ridder-romantiek en die
+in andere talen het meest nagevolgd zou worden. En door hun leven, zowel
+als door hun werken, traden de troubadours als leraars in een kunst der
+Minne op, gelijk apostels voor een aparte religie. In de eigelike
+typiese liefde der troubadours zijn verschillende elementen in een
+merkwaardige mengeling bij elkaar te vinden.
+
+In de eerste plaats was die grotendeels te beschouwen als een soort
+hofdienst, en hun minneliederen een onderafdeling van de lofzangen die
+het hun plicht en hun vak was te leveren. Evenals de hofdichter van alle
+tijden had de troubadour in de eerste plaats er voor te zorgen dat de
+feestzaal van de lof van de heer des huizes weergalmde en dat zijn roem
+op de vleugelen van het gezang verbreid werd. En aan de Sirventes die
+hij ter ere van de graaf dichtte, beantwoordden de Canzonen tot lof van
+de gravin. Om haar roem bekend te maken--»son los enavantir"--is het dat
+hij zingt, zoals hij dikwels ronduit verklaart; of wel zegt hij heel
+naief dat »wanneer ik haar in mijn liederen prijs, doe ik dat niet uit
+liefde, maar wegens de eer en de verdiensten die ik daardoor hopen
+mag, gelijk de dichter dat nu eenmaal van een edele dame verwacht." De
+»beloning" waar hij zijn dame om vraagt is heel dikwels volstrekt dat
+niet wat wij nu zouden denken, maar een zeer tastbare beloning in de
+vorm van paarden, wapenen, kleren, of een leen, of een plaats aan het
+hof. En offisieel hield om zo te zeggen de dame er een troubadour op na,
+opdat hij haar roem zou kunnen uitbazuinen. »Ik heb behoefte om bemind
+te worden om daardoor lof en prijs te krijgen," zegt zij volgens de
+biografie der troubadours tot een dichter, »en ik weet dat gij mij het
+een zowel als het ander kunt verschaffen en ik ben iemand die de kunst
+verstaat om te belonen." De »beloning" heeft echter zeker ook meer dan
+eens een persoonlik karakter gedragen. Wij hebben voorbeelden van
+gevallen dat een dame een troubadour overhaalt om haar zijn hulde te
+bewijzen inplaats van aan een andere dame, door hem juist die »beloning"
+te beloven welke de ander hem niet heeft willen gunnen. Van Raimon de
+Miraval heet het dat »alle dames om strijd trachtten hem voor zich te
+winnen, niemand verstond als hij de kunst hun roem te verschaffen;
+niemand kon gezegd worden »in de mode" te zijn die de Miraval niet als
+vriend had." Zo kwam de troubadour er niet zelden toe een rol te spelen
+die men nu al licht met een zeer weinig vleiende naam bestempelen
+zou. Dezelfde Raimon nodigt in zijn gedichten ter ere van Azalais van
+Boissazon, gewoon de koning van Aragon en de graaf van Toulouse uit om
+haar schoonheid te komen bewonderen; de eerste kwam op haar kasteel aan
+en in de loop van vier en twintig uur, »kwam hij, zag en overwon".
+
+Zelfs zonder zulk een hofdichterschap brengt de vazal heel natuurlik
+zijn hulde, zijn gevoelens van toewijding en onderdanigheid van de
+leenheer op diens gemalin over,--waar n.l. de vrouw zelf niet het leen
+bezit. En het feodale erfrecht heeft juist ingevoerd dat de weduwen
+en dochters van de baronnen hem op kunnen volgen; vele der Dames die
+de troubadours bezongen, waren in dat geval: Eleanora bracht heel
+Zuid-Frankrijk mee ten huwelik en Ermengarde regeerde drie jaar lang
+over het graafschap Narbonne. Ten tijde der kruistochten bestuurden
+de vrouwen in elk geval dikwels een leen gedurende de jarenlange
+afwezigheid der mannen. Menig lied der troubadours tot lof der hoge
+dames is minder te beschouwen als een minnelied dan wel als de hulde van
+een onderdaan aan zijn meesteres, feitelik een soort vazallenhulde die
+zich ook geheel en al in de formules van het leenstelsel beweegt. De
+dame is de »domna"--domina,--gelijk de leenheer de dominus is, en de
+hulde van de troubadour heet »domnei", »vrouwendienst". De ridder
+knielt--als voor de leenheer--en zweert zijn dame trouw, hij wil haar
+»man", d. w. z. vazal (homme lige) zijn en legt met samengevouwen handen
+zijn huldigingseed af en zij schenkt hem een kus, juist wat de leenheer
+doet, en misschien ook wel een ring, wat er ook dikwels bijhoort,
+wanneer men een vazal met een leen bekleedt. Van nu af »dient" hij haar
+en heet haar »vriend" (amico) als een tot het huishouden horende vazal,
+(in het oude Rome: de klient) daartoe heette te horen; _cliënt_ is later
+ook het Latijnse woord voor vazal. Daarentegen belooft zij zich als de
+leenheer voor zijn trouw en gehoorzaamheid, »genadig" voor hem te tonen
+en hem zijn »beloning" niet te onthouden en hij »klaagt haar aan"
+wanneer hem onrecht geschiedt of zegt haar zijn dienst op gelijk een
+vazal dat doet. Nog bij Wolfram von Eschenbach noemt de ridder zijn dame
+»de Burchtheer van zijn hart" (Vogt) en in de Roman de la Rose wordt die
+leenshuldiging in alle bizonderheden uitgewerkt. Troubadours van lagere
+afkomst kwamen niet als vrije vazal tegenover de meesteres te staan,
+maar bleven ook hier in een ondergeschikte positie.
+
+En de keus voor de vrouw des huizes van het troubadourshart was niet
+moeilik. Een kasteel was een soort garnizoen; de jonge lieden waren
+er in de grote meerderheid en van vrije vrouwen waren er dikwels niet
+veel anderen dan zij zelf,--vooral sedert men, gelijk wij zien zullen,
+begonnen was de jonge meisjes van het gezelschap der mannen af te
+zonderen--en zo liep zij daar rond als de vrouw van de commandant onder
+alle de dienstdoende luitenants van haar gemaal, omgonsd door de hulde
+en de verlangens van gans een jong geslacht. En het huwelik was toen
+minder dan ooit identies met liefde. Door de familieraad van twee
+adellike geslachten op touw gezet, was het eigelik niet veel meer dan
+een zaakje of een politieke manoeuver: goederen die bij elkaar gebracht
+moesten worden of de macht van een geslacht die versterkt moest worden
+door zulk een alliance; er werd over de hand van een vrouw beschikt door
+haar vader of door haar broeder, zonder dat iemand er aan dacht naar
+haar wensen te vragen. Het normale motief van de man tot het huwelik was
+voor zijn bezittingen een erfgenaam te krijgen opdat die niet verspreid
+zouden worden. Een staande uitdrukking in de ridderroman is dan ook
+deze: »en daar zijn eigendom zo groot was, nam hij een vrouw om bij haar
+een erfgenaam te verwekken". De Kerk zelf erkende vier gronden om te
+trouwen: »om kinderen te verwekken, om ontucht te voorkomen, om elkaar
+met raad en daad te steunen en ten slotte om een verzoening te weeg te
+brengen, als wanneer de groten op aarde dikwels hun dochters aan hun
+ergste vijanden uithuweliken om vrede met hen te sluiten. Maar--heet het
+dan verder--er zijn er die een huwelik sluiten wegens geen een van die
+redenen, maar alleen om hun wellust bot te vieren, als wanneer een man
+een meisje opmerkt, dat hij begeert, en hij ziet dat hij haar niet zal
+kunnen bezitten zonder haar te huwen. Maar zij die alleen de lusten des
+vleezes willen voldoen, begaan doodszonde en gaan naar de hel." Een
+huwelik te sluiten uit liefde is een misbruik van het Sakrament, en het
+is dan ook helemaal niet zoals het hoort wanneer de echtgenoten elkaar
+al te zeer beminnen; dat is een beschouwing die men steeds weer tegen
+komt, dat, wanneer man en vrouw meer van elkaar verlangen dan wat er
+nodig is om de huweliksplicht te vervullen en kinderen te telen, dit tot
+zonde leidt, zelfs een groter zonde dan liefde buiten het huwelik omdat
+het een misbruik van het Sakrament is.--Onder die omstandigheden sprak
+het als van zelf dat de burchtvrouwe de liefde niet zo maar terugwees
+die haar overal aan het hof van ridder en troubadour tegemoet stroomde,
+maar dat, al beantwoordde zij die niet geheel, zij er toch behagen in
+schepte, door die warme liefdegolven en de wierook uit zijn liederen
+omringd te zijn. Ook haar gemaal zal wel meer dan eens geglimlacht
+hebben bij de ongevaarlike, schuchtere verliefdheidjes van de
+ondergeschikten en hij zal het dus wel hebben laten gaan dat zij die
+gevoelens met een kus of andere kleine gunstbewijzen aanwakkerde,--over
+het algemeen was een kus of een aanhaling iets dat in 't geheel niet
+meetelde als men zich maar onthield van meer positieve echtbreuk. En
+bovendien, als de baron zich per slot van rekening van zijn kant niet
+ontzag, zekere vrijheden te nemen, dan kon hij zich niet te recht
+beklagen, wanneer zij het ook niet bij de kleine gunstbewijzen liet
+blijven.
+
+En nu zou de ervaring uitwijzen--dat was de groote ontdekking der
+troubadours--dat de »aanbidding" door de jonge ridders van de
+burchtvrouwe of een voorname getrouwde vrouw, welke op die wijze
+niet alleen een soort gepaste hofdienst, vazallendienst was, maar ook
+een meer of minder wederkerige dweperij,--dat die »damesdienst" een
+allerbelangrijkste invloed had op de zeden en manieren der ridders,
+ja op geheel hun opvoeding. De Zuid-Franse hoven zouden nu de gehele
+opvoedende kracht van de vrouw leren kennen. Haar fijne constitutie,
+haar fijne takt, haar sterke behaagzucht maakten haar maatschappelik
+verreweg de meerdere van de ruwe man. In de regel was zij ook
+ontwikkelder dan de man en kon zij lezen en schrijven, spelen, zingen
+en dichten. En als zulke opvoedsters werkten--elk in hun kring--al de
+voorname dames die het Zuid-Franse leven dier kringen beheersten; de
+burchtgravin Ermengarde van Narbonne of Adelasia van Marseille of »la
+comtessa fina de Provensa"; van hen kon men zeggen, zo als het ergens
+heet van de Koningin van Koning Arthur: »Gelijk de leermeester het kind
+onderwijst, zo leert de Koningin alle mensen en voedt ze op... Er is
+niemand aan het hof die niet iets van mijn Vrouwe geleerd heeft." De
+jongen leren zich te wassen en andere kleêren aan te doen wanneer zij
+binnen moeten komen, onhoofse boeren-manieren af te leggen, de dames
+beleefdheid te tonen, en zich gemakkeliker en gracieuser bij de
+conversatie te bewegen dan het hun vroeger mogelik was. Om strijd
+trachtten zij zich bij de toernooien en op de jacht op de voorgrond te
+stellen, goed voor te snijden en fraai te dansen. Alles ter wille van
+de dames,--gelijk een sproke het uitvoerig vertelt,--maar met een ander
+vrij wat natuurliker woord in plaats van »dames". De troubadours maken
+zich de verkondigers van het evangelium der civiliserende macht van
+de vrouw. Het refrein van hun minneliederen is: »De dames vermogen de
+onbeschaafde boeren tot fatsoenlike mensen te maken; menigeen is nu
+netjes en hoofs die zonder hen tegenover een ieder lomp en ongemanierd
+zou zijn geweest. Ik zelf ben door de invloed ener vrouw beleefder
+en bescheidener tegen de goeden geworden, en trotser tegenover de
+slechten." En de mannen krijgen te horen hoe zij de vrouwen hun eerbied
+kunnen bewijzen: zij moeten niet te paard zitten en de dames te voet
+laten gaan, zij moeten ze niet met slijk bespatten; bij de maaltijd
+moeten ze de lange mouwen der dames ophouden, terwijl zij zich wassen;
+en het is 't beste om in het gezelschap van dames onder de mantel altijd
+een broek aan te hebben om door een plotselinge beweging geen aanstoot
+te wekken. Naieve maar noodzakelike beginselen der kunst om dames te
+behagen.
+
+Maar in elk geval moet elke jonge ridder zich een bepaalde dame
+kiezen om te »dienen"--haar kleine diensten te bewijzen, galant kleine
+geschenken te geven, een, voor wie hij bij de toernooien vecht, op wie
+hij verliefd moet zijn en die hij in zijn lied moet prijzen. »Hij had
+een dame nodig om te dienen en trachtte er een te vinden", staat er dan
+ook in de biografieën der troubadours, en in een Provençaalse roman
+lezen wij hoe een jongeling nog niemand bemind heeft, maar hij leest
+en weet dus dat nu de tijd voor hem gekomen is waarop het nodig is dat
+hij verliefd wordt; daar hij nu zo veel van de Vrouwe van Bourbon heeft
+horen spreken, kiest hij haar en gaat op reis om kennis met haar te
+maken. Is dan de dame niet meer vrij, maar reeds te voren van een
+dienende ridder voorzien, dan wendt zij zich tot een vriendin en vraagt
+of die de haar zelf aangeboden diensten over wil nemen en dat wordt
+dan--altans in een der biografiën van de troubadours--vrij gemakkelik
+onder elkaar gearrangeerd;--de troubadour biedt de andere dame, die nog
+vrij is, zijn diensten en zijn liefde aan.--
+
+Maar... getrouwd met een ander moet de dame zijn, indien de verhouding
+aan haar doel zal beantwoorden. Zijn eigen vrouw daarvoor te kiezen of
+een jong meisje dat men misschien eens tot vrouw zal kiezen, dat komt in
+het geheel niet te pas; want het huwelik waarin de vrouw maatschappelik
+en ekonomies van de man afhankelik is en waarbij haar gunst haar plicht
+als echtgenote betekent--kon, onder die omstandigheden minder dan ooit,
+tot de vorming van de man bijdragen. En liefst moet de dame ook sosiaal
+boven de dienende ridder staan; anders is de dienst de ware niet.
+Voorname, hoge heren deugen daar dan ook volstrekt niet voor, wat
+een der troubadours de Koning van Aragon in een strijd met tenzonen
+verklaart; die willen alleen maar hun begeerten stillen en beginnen
+altijd dadelik met van de dame de hoogste gunst te verlangen, zonder
+zich tot een lang, ootmoedig dienen te vernederen; en zij houden ook
+dadelik op zodra hun ogenblikkelike opwelling voorbij is of wanneer
+ze tegenstand ontmoeten. Maar wanneer de dame vrij tegenover de
+ridder staat, en boven hem, zonder enige verplichting tegenover hem,
+integendeel eigelik aan een ander gebonden, zodat elke kleine gunst
+een teken van genade wordt, een offer van haar kant en wanneer een
+element van werkelik toegeven van haar kant gevaar medebrengt en tot
+geheimzinnigheid aanleiding geeft en tot een romanties verbergen (b.v.
+het gebruik van schuilnamen),--ja, dan heeft zulk een verhouding pas wat
+het van zulke groote waarde maakt voor de ontwikkeling bij de mannen van
+alle goede eigenschappen, d. w. z. juist dat wat de troubadours al meer
+en meer opstellen als de ware ridderlike en hoffelike liefde.
+
+Deze verhouding tussen een ridder of een troubadour en de voorname
+getrouwde vrouw--een verhouding die over de gehele scala zich bewegen
+kan van een gezelschapsspelletje of een gewone flirtage tot de diepste
+hartstocht--moge onze tijd immoreel schijnen,--voor die tijd betekende
+het een grote zedelike stap vooruit. Waar de mannen vroeger gewoon waren
+volgens de opwelling van het ogenblik hun begeerte dan op de ene, dan op
+de andere vrouw te werpen en terstond aan die lusten moesten voldoen,
+werd de ridder er nu toe gebracht zich aan een enkele vrouw te wijden,
+haar trouw te zijn en zijn begeerte om zo te zeggen, volgens haar
+wensen, op rantsoen te zetten. De troubadour stelde zijn ware liefde op
+in tegenstelling met het woest begeren,--met de »losengiers", waarmee
+men oorspronkelik blijkbaar alleen de gewetenloze verleiders bedoelde,
+die niets anders vragen dan een ogenblikkelik tevreden stellen der
+zinnen (»hoe meer ze doen alsof ze u van ganser harte liefhebben, des
+te zekerder is het er hun alleen om te doen u te onteren")--en met de
+brutale echtgenoten--»op wat voor rechten tegenover hun vrouwen durven
+die zich te laten voorstaan? Laat die zich zelf eens bekijken, met
+baarden als bokken, vuil als raven, behaard als een beer, leder gelijk
+en rimpelig als een buffel." Feitelik was de liefde der troubadours een
+grote schrede in de richting van monogamie; zijn gevoelens--verzekert
+hij ons--blijven trouw en zij zullen blijven duren; zelfs een
+ongelukkige liefde wil hij niet verruilen voor een eenvoudig tevreden
+stellen der zinnen bij een vrouw die hij niet liefheeft. En tegenover
+hen welke die tedere verhouding profaneren en de naam ener vrouw
+bezoedelen alleen om met hun »zegepraal" te koop te loopen, prijst de
+troubadour: »discretie als een erezaak"; daarin ligt feitelik de charme
+en het romantiese van de verhouding. Daarom zegt men dan ook dat de
+dame zich nooit met burgerliken af moet geven; wanneer die mensen in de
+herberg zitten, dan flappen ze er uit wat ze achter hun tanden moesten
+houden. In tegenstelling met hen die dadelik het hoogste wensen,
+verklaart de troubadour zich tevreden te stellen met beloften, met
+een glimlach, met een handdruk (met »een draad van haar handschoen"),
+hoogstens een kus, en wil hij slechts trapsgewijze en langzaam in de
+gunst van zijn aangebedene stijgen. En het is juist hieraan--zegt
+hij--dat men het verschil merkt tussen wat herderinnetjes en lichte
+vrouwen bieden (garçonnières--femmes folles) en de geciviliseerde liefde
+waarbij de vrouw met enige eigenwaarde, zelfs indien zij lief heeft,
+hoogstens eerst na een tijdje en na een soort voorbereiding, zich
+langzamerhand overgeeft, maar nooit in eens. Waar het per slot van
+rekening op neerkomt, is de overweging die men in een roman vindt,
+waar een dame ziet hoe veel moeilikheden een van haar aanbidders te
+overwinnen heeft, voor hij zijn doel bereikt, waarop zij verklaart dat
+dit niets erg is, want »had hij zonder moeite zijn doel bereikt, dan zou
+de vrouw niet zo hoog bij hem aangeschreven staan:--car se sans peine
+joie avoit,--de dames bon marché seroit."
+
+Dat is juist de kern van de zaak. De nieuwe maatschappelike »Sitte", de
+nieuwe geslachtsmoraal omgeeft de geslachtseer van de vrouw met meer
+bolwerken dan de naïeve zeden van vroeger gekend hadden. Haar positie
+werd hierdoor niet alleen veiliger, maar ook tegelijkertijd minder vrij
+dan te voren.
+
+In de wereld der baronnen, een maatschappij van en voor mannen, was de
+vrouw geminacht en onderdrukt geweest. Daar was zij de slavin van de
+man, die hem bij de maaltijd bediende en bij het toilet, die zijn haar
+wies, hem bij het bad wreef en afdroogde, zijn vermoeide ledematen
+masseerde en zelfs als 't nodig was het werk van een staljongen voor hem
+deed. Gelijk een odaliske bediende zij hem ook met haar liefde en wij
+hebben gezien, hoe zij het bijna altijd is in de volkspoëzie die de man
+om liefde vraagt. De man is haar »seigneur"; als hij binnentreedt, staat
+zij op, zij eet pas nà hem, hij tuchtigt haar met slagen,--in een Franse
+ballade slaat de Koning de Prinses »zo dikwels met een riem dat heel
+haar blanke lichaam rood zich kleurt", evenals in een Deens lied uit
+de Middeleeuwen Lave Stisön zijn vrouw een leidsel met ijzeren punten
+laat voelen. Aan de andere kant worden de meisjes dikwels als jongens
+opgevoed, zij leren rijden, jagen, de wapens hanteren en beweegt de
+vrouw zich vrij en spreekt vrijuit met de man, konventionele begrippen
+over vrouwelikheid staan hun niet in de weg en naar de Chansons de geste
+en het Nibelungenlied te oordelen, spreken ze en handelen ze, waar ze
+macht en vrijheid hebben, vrijwel gelijk de mannen doen.
+
+Maar onder invloed van het Kristendom, dat de vrouwelikheid bij de vrouw
+op de voorgrond bracht en in navolging van de zeden in Byzantium en het
+Oosten, vormde zich nu pas, in tegenstelling ook met het idee van het
+mannelike, het begrip van de vrouwelikheid en daarmede nieuw zaad voor
+de plaats der vrouw in de maatschappij,--zij krijgt ook meer bescherming
+aan de ene kant, maar wordt minder vrij aan de andere. Door haar
+opvoeding wordt zij nu meer op de achtergrond gehouden, zij komt nu
+minder in aanraking met jonge mannen en haar wordt meer dan vroeger een
+schoone, fiere terughouding ingeprent. Als jong meisje ziet men haar op
+de grote kastelen slechts uiterst zelden--Siegfried was meer dan een
+jaar aan het hof te Worms, voor hij een glimp van de vorstendochter
+Krimhilde te zien kreeg, om wie hij daarheen getrokken was--; en in elk
+geval is zij altijd van een duenna vergezeld, en ook als jonge vrouw is
+zij altijd met een dame van gezelschap en loopt zij op Oosterse wijze in
+een mantel gehuld en de handen verborgen; en men heeft haar geleerd niet
+naar de mensen om te zien en de mannen niet vast in de ogen te kijken,
+nooit met onbekenden te spreken en over 't algemeen trots en kortaf
+te zijn, »niet uit hoogmoed, maar om de kwaadwilligen op een afstand
+te houden". Een vrouw die bemind wil worden--zegt een Provençaals
+leerdicht--moet zich gedragen gelijk een ridder een havik op zijn hand
+houdt, zo voorzichtig dat hem geen veertje gedeerd wordt. Het voorbeeld
+van een eerbare vrouw is Maria, zoals die op de Madonnabeelden en in de
+Marialegenden wordt voorgesteld. Zij liep zo schoon en rechtop--zeggen
+reeds oude Marialegenden--met het hoofd licht gebogen; nooit keek zij om
+of groette zij man of vrouw.--Zulk een afzondering en afsluiting van het
+geslacht wekt altijd de nieuwsgierigheid op, maakt voor beide partijen
+de aantrekkingskracht der liefde groter en het liefdegevoel fijner en
+sterker. Tussen de geslachten komt zo het romantiese van het op een
+afstand-zijn; het verlangen van Siegfried naar de onbekende schone wordt
+grooter met de moeilijkheden om met haar in aanraking te komen en
+Krimhilde bloost in het vrouwenvertrek, terwijl zij ieder uithoort over
+de vreemde ridder, over wie zij aan het hof van haar broeders zo veel
+heeft horen vertellen. En hoe meer »verhinderingen" de schuchterheid
+der vrouw, of haar opvoeding, of de maatschappelike begrippen van wat
+al of niet past, of wat de voorzichtigheid bij het huwelik gebiedt, de
+begeerte van de man in de weg doen staan,--hoe meer »tussen-stadia"
+van kleine, geleidelik stijgende gunstbewijzen er komen tussen het
+opwekken van de begeerte en de bevrediging ervan, des te meer wordt het
+liefdeleven voor beide partijen gecompliceerder natuurlik, maar ook
+verfijnder.
+
+ * * * * *
+
+De opvatting der troubadours over de liefde, zoals die nu, naar wat
+wij gezien hebben, uit de gehele atmosfeer aan de Franse hoven was
+ontstaan, werd nu niet alleen versterkt, maar kreeg ook een geheel
+nieuwe kleur door de lektuur van het oude leerboek van Ovidius over de
+»Minnekunst"--de Ars Amandi--een werk dat met de grootste attentie en
+ijver door de gehele Middeleeuwen gelezen werd als een school voor de
+fijnste en rijpste Levenskunst der antieke kultuur.
+
+Een aestetiese lekkerbek en libertijn leert in dit gedicht de viveurs en
+de lichte vrouwen van Rome--meestal getrouwde vrouwen bij de volkomen
+gedesorganiseerde familieverhoudingen van de tijd--hoe de min tot een
+kunst gemaakt kan worden, zodat er zo veel mogelik zinnelik en geestelik
+genot van te halen valt,--hoe die van een eenvoudig ruw paren worden
+kan tot een hoog zinnengenot zowel als een sympatiek behagen en een
+prikkeling van de fantasie,--hoe die tot een »roman" kan worden, een
+spel voor alle zielekrachten. Ongelofelik cynies is in dit opzicht
+wat Ovidius leert. De mannen vertelt hij hoe altijd het grootste
+genot daar in steekt om de vrouw van een ander te beminnen,--ongewoon
+eten smaakt nu eenmaal 't best en de moeielikheden, de risico en het
+ongepermitteerde maakt het genot des te pikanter,--hoe ze in 't geheim
+te werk moeten gaan, de dienstmaagd als tussenpersoon moeten gebruiken
+en moeten leren te vleien, om te kopen en geschenken te geven,--hij kent
+allerlei foefjes hoe men zich royaal kan voordoen, zonder eigelik veel
+op te dokken. Door er bleek en mager uit te zien en het hoofd te laten
+hangen, moet men de schone aan het verstand brengen dat men van verdriet
+verkwijnt; met sprekende blikken en heimelike brieven moet men haar
+belegeren--de Liefde is een soort oorlog en men moet vol weten te houden
+en geen moeite schuwen. Men moet haar luimen volgen, tot alle diensten
+bereid zijn, haar schoenen uit willen trekken, of een spiegel voor
+haar ophouden; alle moeite, alle gevaren, alle uitstel moet men als
+kruiderijen beschouwen die, wanneer het eindelik komt, het genot van het
+bezit slechts verhogen. En men moet er zich in schikken haar gunst met
+andere te delen en het oog sluiten voor wat men vlak voor zijn neus ziet
+gebeuren; alleen kan het zo nu en dan zijn nut hebben zelf eens de
+schijn van trouweloosheid op zich te laden, om haar ijverzucht op te
+wekken.
+
+Maar ook de Romeinse vrouw krijgt dergelijke voorschriften van
+Ovidius te horen: hoe zij de zorgvuldigste bewaking kan ontduiken...
+hoe zij moet zorgen er knap uit te zien... hoe zij door allerlei
+kleine koketterietjes de man tot zich moet trekken en daarna door
+een glimlachje of een knikje of een handdruk het vuurtje moet laten
+gloeien, maar haar aanbidder toch zo lang mogelik op een afstand moet
+houden--haar waar op prijs moet stellen en de waarde van haar liefde
+moet verhogen door zich te laten smeken, hoe zij moeilikheden op moet
+werpen en de minnaar steeds angst voor haar man moet laten voelen,
+altijd moet trachten uit te stellen en hoe zij, zelfs als zij zich
+overgeeft, op het ogenblik zelf dat zij zich laat omhelzen, dit niet
+moet doen zonder een schijn van weigeren en van tegenspartelen.
+
+En al die geraffineerd-verderfelike opvattingen goten zich in de
+liefdeleer der troubadours uit,--in de onschuld huns harten namen zij
+die wijsheid van de oude klerk Ovidius als een boek van wereldlike
+sermoenen in zich op. Veel van al dat verderfelike werd bijna weer rein
+en onschuldig toen zij het in hun naïef, rein gemoed opnamen; maar van
+meet af werd de erotiese troubadour-poëzie en de ridderromantiek toch
+gemengd met een niet geringe dosis van Ovidiaans Epikurisme en cynisme.
+Bij alle troubadours, zelfs bij zulk een weinig geleerd man als
+Guillaume van Poitou, treft men talrijke reminiscenties van Ovidius.
+De lezer van wat voorafgaat heeft vele trekjes in de liederen der
+troubadours kunnen herkennen als aan de »Ars Amandi" van Ovidius
+ontleend: Bernard de Ventadour, zagen wij, wilde op zijn blote knieën de
+schoen van zijn dame uit mogen trekken, Peire Rogier de misstappen van
+de zijne niet geloven, al zag hij het met zijn eigen ogen. Terwijl het
+voor Ovidius nog maar een verleidings-kunstgreepje was om er bleek
+en uitgeteerd uit te zien, werd het voor de troubadours een kwestie
+van geloof: de ware minnaar ziet er bleek en slecht uit, en hij die
+ongelukkig een rode gelaatskleur heeft, maakt allerlei excuses en
+verklaart dat de gloed die onder de as smeult het sterkst brandt. Van
+nog groter belang was het dogma dat de liefde geheim gehouden moet
+worden, niet alleen wegens de echtgenoot, maar ook met het oog op de
+lasteraars en ook omdat--zo als Salomo leert--»de gesloten wateren zijn
+zoet en 't verborgen brood is liefelijk." Wij hebben samenspraken--op
+het voetspoor van Ovidius--tussen de troubadour en de dienstmaagd van de
+schone en het meisje raadt hem aan, ook als in Ovidius, zich in al haar
+grillen te schikken. Plichtschuldig passen de troubadours ook nu en dan
+het keukenmiddeltje van Ovidius toe, om zich trouweloos voor te doen
+ten einde de schone jaloers te maken; maar daarbij verrekenen zij zich
+tegenover de hoge dames en ze moeten er hard voor boeten: slechts op het
+aandringen van andere dames werd Pons da Capdueil weer door de Vrouwe
+van Mercoeur in genade aangenomen, en van Guillem van Balaun verlangde
+de vertoornde schone dat hij de diepte van zijn gevoel zou tonen door
+de nagel van een zijner vingers te snijden en haar die met een passend
+huldegedicht aan te bieden.--Zulke regelen voor de koketterie vatten de
+dames vromelik op als een uitdrukking van de fijnste, meest echte
+vrouwelikheid.
+
+De minnekunst van Ovidius was nog meer geraffineerd en gesubtiliseerd
+geworden in de erotiese literatuur van de uitloopers der antieken. Bij
+de Sofisten en in de scholen der rhetoren werden alle kentekenen en de
+werking der liefde spitsvondig besproken--hoe de echte minnaar zich
+in die en die situatie gedraagt--aan welke van de twee geliefden de
+voorkeur te geven is, enz. In de Griekse romans van het einde der
+oudheid trof men dergelijke subtiele discussies ook weer aan. En door
+de gehele middeleeuwen heen kunnen wij ze volgen als tema voor de
+gesprekken in alle geestelike kringen. Nu komen ze weer in de tenzonen
+der troubadours te voorschijn. Een van hun twistpunten, n.l. welke van
+haar aanbidders een vrouw het meeste heeft begunstigd: hem die zij een
+blik heeft toegeworpen, een ander die zij op de voet heeft getrapt of
+een derde wie zij haar hand heeft gegeven,--is reeds in een Griekse
+roman gevonden, en de verhandeling van een Latijns rhetor, evenals een
+passage in het 6de hoofdstuk der Spreuken van Salomo door een foutieve
+lezing ook een bijdrage heeft geleverd.
+
+Ook voor de psychologie der liefde is er in Ovidius en de antieke
+poëzie menige bijdrage voor de troubadours te vinden. Heel wat van de
+beeldspraak die het plotseling ontstaan der liefde en haar merkwaardige
+macht verklaren moeten, schijnen van het ene land naar het andere
+getrokken te zijn. Dat die liefde b.v. een vlam is die plotseling
+oplaait, of dat de blikken der schone als pijlen de ogen van de
+aanbidders doorboren en zijn hart wonden. »Dit meisje is als een
+jager--heet het in de Indiese hoflyriek--haar wenkbrauw is de boog
+die zij spant, haar zijdelingse blik is als de pijl. Mijn hart is
+de Antilope die zij treft". Volgens de Phaedrus van Plato zijn de
+Anacreontici, de dichters uit de Alexandrijnse periode en de Griekse
+romans vol van beelden over de blik die als een pijl door het glas der
+ogen het hart wondt. En uit die werken gaan ze in de middeleeuwse
+kerkelike verhandelingen over: »De ogen", lezen wij in zulk een stuk
+van ongeveer 1100, »zijn de boodschappers van de losbandigheid. De ziel
+wordt door de ogen gevangen; door hen dringt de liefdepijl het hart
+binnen"; en in Latijnse gedichten twisten het oog en het hart er om, wie
+van de twee de schuld is van de zonde der mensen. Of wel: de minnaar en
+zijn hart worden door de oude dichters voorgesteld als gevangen en aan
+banden gelegd; Amor heeft hem geschoten of is naar binnen geslopen en
+heeft zijn hart geroofd en speelt er nu mee als met een bal. Al die
+beeldspraak vindt men bij de troubadours terug, soms met een licht
+middeleeuws tintje, als wanneer er eerst een boodschap naar de
+Harte-burcht gestuurd wordt en vol vertrouwen wordt die nu voor de
+vijand geopend,--maar nu kunnen ze er die niet meer uit krijgen.
+Aangezien »Amor" in 't Provençaals vrouwelik is, smolt de God der
+liefde Amor, bij de troubadours samen met de godin der liefde Venus.
+In de klassieke literatuur zijn er schilderingen van het slot en de
+tuin van Venus te vinden (bij Claudianus) en van haar zelf waar zij
+op een rechtsgeding het liefdepleit beslist en het oordeel uitspreekt
+(Pervigilium Veneris). En in overeenstemming met deze en dergelijke
+middeleeuws-teologiese allegoriën schilderden de troubadours het Slot
+der Liefde, met zijn verschillende poorten en trappen en zalen--alles
+met een bepaalde allegoriese betekenis--en de Godin der Liefde zelf met
+een kroon van goud en pijlen van goud en lood. Een hele beeldspraak en
+mythologie der liefde is op die manier van de oudheid via de troubadours
+en Petrarca als staande uitdrukkingen in de moderne lyriek der
+minneliederen overgegaan.
+
+Meer psykologies schilderen de klassieken de liefde als een ziekte. De
+minnaar mist alle eetlust, wentelt zich slapeloos op zijn legerstede
+heen en weer; koortsachtig wisselen bleek en rood op zijn wangen af,
+warm en koud, opgeruimdheid en neerslachtigheid in zijn rusteloos
+binnenste. Zo schilderen Propertius in zijn Elegiën en Ovidius in zijn
+Amores, de hartstocht; zo wordt ook in de Griekse romans de verliefdheid
+van de jongeling aangegeven en die van Dido bij Virgilius. En het
+ongewone en het onbegrijpelike van het liefdeleven wordt door dichters
+en rhetoren breed uitgemeten; hoe het beeld van de geliefde in het hart
+van de minnaar nederdaalt of hoe de beide geliefden elkaar hun hart
+geschonken hebben en zo elk van de beide de ander letterlik in verre
+landen met zich mede draagt; hoe de minnaar als de mug is die om de vlam
+fladdert, ofschoon hij zich voortdurend brandt, of haar schoonheid hem
+als een magneet steeds tot zich trekt.--Al zulke motieven gaan ook in
+de troubadours-poëzie over. In een rijmbrief aan zijn geliefde vertelt
+Arnaut de Marueil in alle bizonderheden hoe hij 's nachts op zijn
+sponde ligt te woelen, het dek van zich af gooit, op staat maar toch
+weer gaat liggen... en hoe hij overdag buiten zich zelf rond loopt, de
+mensen niet groet en niet antwoordt, niet wetend waar hij is of wat hij
+doen zal. Zo leert de troubadour van de klassieken te trachten zich zelf
+gade te slaan en te vertellen wat er in zijn ziel omgaat. En de naïeve
+blik van de Middeleeuwen wordt duizelig en raakt heelemaal in de war als
+hij die innerlike wereld leert kennen, waar alles zo heel anders toegaat
+dan in de tastbare buitenwereld. De fantasie der Middeleeuwen, geheel
+vervuld van de kristelike mysteriën, van de merkwaardige stenen en
+dieren waar reizigers uit het Oosten of schrijvers van de boeken over
+de onnatuurlike natuurlike historie over wisten te vertellen, vindt
+in de liefde een nieuwe wereld van wonderen. En nu tracht men de
+Alexandrijnse Neoplatonici in uitvoerigheid bij de schildering van de
+wonderen der Liefde te overtreffen. Gelijk de maagd Maria zwanger werd
+zonder dat haar jonkvrouwelike schoot geopend was, zo glijdt het beeld
+van de geliefde dwars door de ongebroken ruiten van het oog in het hart.
+De koude van haar ijs steekt zijn ziel in brand, gelijk men immers
+brandend vuur uit het kristal krijgen kan dat uit de koude sneeuw
+gevormd is. Gelijk de salamander, leeft de minnaar midden in de vlam
+der liefde, gelijk het goud, wordt hij daarin gelouterd en gelijk de
+basilisk van vreugde sterft, wanneer die zijn eigen spiegelbeeld ziet,
+zo is met hem gedaan wanneer hij zich zelf in de spiegel van haar
+blik verliest. De liefde maakt overmoedig en bang, trots en gedwee,
+verstandig en dwaas; de minnaar lijdt, maar de pijn is hem zoet; hij is
+ziek maar hij wil niet gezond worden; gevangen, maar hij wil niet vrij
+zijn.--
+
+Dit alles stamt in de minneliederen der troubadours uit de antieke
+kultuur. Maar deze volkomen naturalistiese conceptie van de liefde
+is toch bij de troubadours doortrokken van een geheel daaraan
+tegenovergestelde moreel-religieuse opvatting, die met de gehele
+dwepende gevoelsreligiositeit samenhangt die wij in het Europa van de
+11de en 12de eeuw hebben zien opkomen.
+
+Bewust staat de troubadourspoëzie in dezelfde verhouding tegenover
+de godsdienst als de Sirventes tegenover de Kerk. De zanger zal ons
+vertellen dat, als hij God maar half zo trouw was als aan zijn Dame, hij
+zeker van het Paradijs zou zijn. Na haar dood is hij overtuigd dat zij
+daar tronen zal, door rozen en leliën omgeven en door de Engelen met
+hymnen begroet, »want dàt weten wij toch: wie de wereld prijst, prijst
+ook God". Midden in een lied op de kruistochten zal de troubadour
+erkennen dat hij, wat hèm zelf betreft, geen moed heeft zijn schone dame
+te verlaten, en een ander, die werkelik zich heeft weten los te rukken,
+zingt dat God zich wel zeer zal mogen verbazen en hem bizonder dankbaar
+moet zijn dat hij om Zijnentwil dat besluit heeft kunnen nemen en
+uitvoeren. En het erotiese leven der ridders stoort zich al bitter
+weinig aan de kerk en haar moraal. Wanneer de bisschop van Angoulême
+graaf Guillaume van Poitou een opmerking maakt over zijn uitspattingen,
+wordt hij vrij cynies op zijn plaats gezet.
+
+Maar per slot van rekening zijn de minneliederen der troubadours diep
+doordrongen van Kristelikheid. Evenals Ovidius de liefde als een kunst
+leerde uit te oefenen en daar praktiese regels voor gaf, zo had het
+Kristendom zich aangewend, alles in het leven aan een morele behandeling
+te onderwerpen. Voor de ware kristelike opvatting mocht niets natuur
+zijn en zijn natuurlik leven leiden, alles werd van uit het standpunt
+beschouwd van deugd of ondeugd, en werd geschoold, gedresseerd volgens
+de idealen der moraal. Zo werd ook de liefde door de geestelik gevormden
+onder de troubadours tot een morele plicht gemaakt en een deugd en werd
+die gevormd en gekleurd in de kristelike geest.
+
+Wel is waar was er ook voor de Kerk een gapende afgrond tussen de
+kristelike caritas en de amor dei aan de ene kant en de voluptas of
+libido, de geslachtsliefde, aan de andere. Maar dat er in alle hogere
+liefde een machtig element zit van die zelfopoffering en van een zich
+met alle gevoelens geven,--iets dat voor de religie der liefde als
+het eerste en het hoogste staat wat men in de mens wekken moet, dat
+kan door geen theologie weggecijferd worden. En overal waar het
+gevoel in het Kristendom op de voorgrond komt, zoals juist bij de
+sentimenteel-smachtende richting in de tijd der kruistochten, sprak daar
+de kristelike »amor" een taal, zeer verwant met die van de troubadours
+wanneer die het over hùn »amor" hadden. Wanneer men bij een van de
+kerkvaders zinnen leest als deze: »Niemand kan zalig zijn zonder liefde.
+Diè mens is het onzaligste die tenminste niet iets bemint, buiten
+zichzelf. De ware manier van beminnen is liefhebben zonder mate. Hij
+die liefheeft, voelt geen moeite of heeft die moeite zelfs lief. Hij die
+liefheeft, niet hij, die niet liefheeft zal beloond worden"--dan kon dit
+alles even goed uit de liederen der troubadours bijeen gehaald zijn. Bij
+Bernhard van Clairvaux en de Kloosterschool van de H. Victor bij Parijs
+en soortgelijke Duitse mystici was de liefde tot de naaste een schrede
+tot de liefde Gods en deze »Gottesminne" werd in gloeiende kleuren en
+smachtende tonen geschilderd die dikwels uit de zeer aardse liefdepoëzie
+van Salomo's Hooglied genomen was. Aan de andere kant verheft de
+troubadour zijn aardse liefde tot een half-religieuse extase: hij
+vergeet de gehele wereld in haar zoete blik, hij is dronken, niet van
+wijn maar van liefde--zo zingt ook een Spaans-Arabiese troubadour--de
+glimlach van mijn geliefde maakt mij gelukkiger dan als vierhonderd
+engelen mij toegelachen hadden; als ik het schone lichaam van mijn
+geliefde zie, geloof ik God zelf te zien en omgekeerd: Wanneer ik in de
+kerk bid, zie ik U voor mij.
+
+Gelijk de liefde van de Kristen voor God er een is van beneden naar
+boven, vol van vrees en beven, vol van onderwerping en ootmoedige
+aanbidding, zo is het ook met die van de troubadour tot zijn Dame.
+Even verschillend van de antieke liefde van Hero en Leander of
+Daphnis en Chloë of van de Germaanse opvatting als van die van
+Sigurd en Brynhilde--twee geliefden die als gelijken tegenover elkaar
+staan,--dwingt de liefde in de minne-poëzie der troubadours de man op
+zijn knieën, de vrouw dienende en haar aanbiddend,--tegenover de trots
+afwijzende of genadig nederbuigende vrouw, presies gelijk de Kerk de
+krijgsman, de baron, op de knieën dwong voor de gekruisigde zoon van
+de timmerman en de Moedermaagd. Evenals de Kristen, gelijk wij in het
+tweede hoofdstuk zagen, bevend en schuldbewust, met gebogen hoofd voor
+God staat en slechts hij die vreze voelt gered kan worden, zo zingt de
+troubadour: »hij die geen vreze voelt, heeft niet uit heel zijn harte
+lief" en vertelt hoe hij angstig en bevend in de tegenwoordigheid staat
+van zijn aangebedene en hoe hij de blik niet op waagt te heffen of
+zijn liefde uit te stamelen. Het is de minnaar een genot zich klein te
+voelen: tegen over de geliefde is hij als een kind, wiens grootste
+verdriet is van de moeder weggenomen te worden, een kind dat de roede
+vreest; »ik moet voor haar staan en op mijn vreugde wachten, gelijk de
+kleine vogeltjes op de dag wachten," zegt een Duits minnezanger. Het is
+hem, als de kristen, een genot zich te vernederen. »Met gevouwen handen,
+met een touw om de hals en met een bevangen hart bid ik U om genade,
+o goede, genadige Vrouwe! en bid ik God van wie alles komt, om
+barmhartigheid in uw ziel te storten." »Gij kunt mij verkopen of
+wegschenken of mij doden,--ik ben helemaal uw eigendom." Evenzo noemen
+de heiligen der Kerk zich »de slaven Christi" en als die het water
+drinken waarin zij de melaatsen gebaad hebben, is dit een uiting van
+dezelfde perversiteit die zich in een zachte vorm vertoont waar een
+Duits minnezanger de kom leeg drinkt waarin de aangebedene haar handen
+gewassen heeft. Maar waar de vrouw der Middeleeuwen lief heeft, komt
+diezelfde drang tot zelfvernedering te voorschijn. Heloïse schrijft aan
+Abélard: »Ofschoon de naam van echtgenote heilig heet en meer bindend,
+is het mij toch altijd zaliger uw geliefde genoemd te worden, of als gij
+niet boos wordt, uw boel of uw bijzit, zodat mij als ik mij zo voor u
+verootmoedig, ook groter tederheid van u ten deel zal vallen... Mij zou
+het dierbaarder zijn en een groter eer uw deern genoemd te worden dan de
+Keizerin van Augustus." Een en ander hieruit is misschien genomen uit
+de brief van Briseis aan Achilles in de Heroides van Ovidius, maar het
+gevoel is echt middeleeuws overspannen. In de middeleeuwen kende men de
+schone gelijkheid tussen de twee mensen niet; lief te hebben is knielen
+en aanbidden. »Meesteres! ik vouw mijne handen en aanbid u," barst
+Bernard de Ventadour uit.
+
+Wat de liefde der troubadours vooral op verschillende wijzen gekleurd
+heeft, is de sterk zich ontwikkelende Mariaverering, evenals die
+omgekeerd ook onder de invloed der troubadours staat. Gelijk Maria in
+de hymnen, wordt in hun minneliederen de Vrouw verheerlikt als de bron
+van alle schoonheid en goedheid, als de Kamer der Vreugde, het Schrijn
+der Eer, de Welriekende Bloem en wat dies meer zij. Ook het
+schoonheidsideaal heeft trekken aan de Mariabeelden ontleend.
+
+Van de Minnaar, gelijk van de Kristen, wordt strijd geëist,
+zelfverlochening en lijden, voordat hij gehoor verdient te krijgen op
+zijn smeken. Reeds Ovidius wilde het genot kruiden door tegenspoed en
+beproevingen. Voor de ridder was het bovendien altijd aanlokkend, hoe
+groter gevaar, hoe meer moeilikheden waren er met de liefde verbonden;
+een ridder--heet het--moet vóór alles »paresse" ontgaan en strijd en
+beproevingen zoeken. Nu wordt er in de kristelike geest verkondigd dat
+de minnaar gelouterd moet worden en dat lijden de liefde dieper doet
+worden. Het is uit het boek van Job of uit het »boek der wijsheid" van
+Salomo, dat de troubadours het beeld hebben van het goud dat in het vuur
+gelouterd wordt. Zij voelen zich als de martelaars der liefde, genieten
+van hun ontbering en hun tegenspoeden en rekenen zich dit als een
+verdienste aan; met Bernard de Ventadour zeggen ze: »Weinig heeft hij
+lief die zich niet aan zwaarmoedigheid overgeeft. De schone tranen der
+liefde zijn meer waard dan haar glimlach. Mijn wee is mij een zoete
+pijn." Dit is het zuivere ascetiese sentimentalisme.
+
+Gelijk de Kristen eindelik zich op de beproeving verheugt, daar zijn
+verdienste in vindt, weet dat die een pant is voor een latere beloning,
+zo ook de liefhebbende minnaar. Door zijn liefdesmart verdient de
+minnaar de dank van »Merce",--de genade. Als de Madonna moet zijn Dame
+zich ten slotte in barmhartigheid tot hem nederbuigen.
+
+
+
+
+IX.
+
+GEESTELIKE ROMANS.
+
+
+Terwijl de Ridderlyriek zich zo aan de hoven van Zuid-Frankrijk
+ontwikkelde, ontstond de Ridderroman langzamerhand uit de sosiale
+en geestelike tijdsomstandigheden. Zijn voorganger is een Latijnse
+vertellings-literatuur die in de wereld der geesteliken opbloeit en
+ontstaat uit de kristelike sentimentaliteit en uit de overdreven
+avontuurlike fantasie van de tijd.
+
+In de kloosters leefden toch de geestelik het meest op de voorgrond
+tredende mensen van hun tijd,--met de beste vorming en de grootste
+leeslust, mensen met alle tijd tot hun beschikking, van de
+morgengodsdienst tot de middag, tussen vesper en de kompleten en met
+genoeg volharding in zich om grote uitgebreide folianten te schrijven.
+Geheel de lange, stille dag werd er in de scriptoria en de cellen het
+ene gele blad na het andere omgeslagen en kraste de ganzeveder over
+het perkament. Op de boekenplanken in de leeszaal stonden de Heilige
+Schrift, de kerkvaders en de legenden naast kronieken van Franse en
+Duitse monniken, elk met _hun_ historie en met alles wat de wijze
+klerken van Rome nagelaten hadden,--ja! zelfs kon men er vertalingen
+van Griekse romans vinden of van de Oosterse wijsheid der ongelovige
+Muzelmannen. Zij die Latijn lazen en schreven, hadden toegang tot al
+de schatten van het menselik weten, en bronnen van onder elkaar wijd
+verschillende wereldstreken en tijden--Keltiese Arthur-legenden en
+Griekse liefdesgeschiedenisjes, Oosterse anekdoten en Frankiese
+heldendichten--vloden nu in de tijd der kruistochten samen in de
+Latijnse folianten der monniken tot een algemene Europese literatuur.
+Zo kreeg de leeshonger en de dorst naar het fantastiese in het saaie
+kloosterleven een bonte massa stof om op te teren. Ook langs mondelinge
+weg kwam menige echo uit de buitenwereld naar binnen en werd trouw en
+dankbaar opgetekend. Kloosterbroeders, teruggekeerd van de tochten
+waarop zij uitgezonden waren, werden nieuwsgierig over alles
+uitgevraagd, ook pelgrims kwamen terug van hun reizen, propvol van
+indrukken en verhalen, menige ridder zocht op zijn oude dag een
+toevlucht in het klooster en had dan veel van zijn avonturen te
+vertellen, toen hij nog in 't volle leven verkeerde, verscheidene
+kloosters waren ook eigelik niets anders dan een soort herberg waar
+voortdurend de hoge heren met hun gevolg aan kwamen zetten. Aan de
+andere kant gaat ook de geestelikheid de wereld meer en meer in, om die
+door macht zo wel als door een sentimenteel-dwepend opruien te kunnen
+beheersen. Onder dit alles zien wij de kronieken en legenden der
+monniken levendiger worden en meer door menselike gevoelens bewogen,
+maar door de fantasie gekleurd, meer roman-achtig en ze komen er nu
+zelfs toe hele profane Latijnse romans te schrijven.
+
+In plaats van vervelende droge annalen, die met even weinig geest als
+gevoel, jaar na jaar de gebeurtenissen aanstippen--zonder samenhang,
+zonder détails, zonder enige aandoening--groot en klein door elkander,
+alles wat de annalist maar ter ore komt,--beginnen in veel dier
+kronieken personen op de voorgrond te treden, gebeurtenissen worden in
+dramatiese scènes weergegeven en tot geschiedenissen aaneengeregen en
+de kroniekschrijver tracht deelneming te wekken, de spanning gaande te
+houden en aandoening te weeg te brengen; hij kleurt en idealiseert de
+geschiedenis, romantiseert, en sentimentaliseert die. In de schildering
+door een geestelike uit Mainz van het leven van Hendrik IV, zien
+wij b.v. de scène op de Rijksdag van Mainz waar de zoon des keizers
+met gehuicheld berouw zich voor de voeten van zijn vader werpt.
+De vader die zijn zoon's woorden en tranen maar al te graag
+geloofde, viel hem om zijn hals, weende en kuste hem en was even blijde
+als die andere vader in het Evangelie dat zijn zoon die gestorven was,
+weer opstond en zo de verlorene weer terug gevonden was. In 't kort, hij
+vergaf hem en schonk hem al zijn straf kwijt en zijn zoon met zachte
+vaderlike vermaningen terecht te wijzen scheen hem een voldoende straf
+voor zijn misdaad, want gelijk de blijspeldichter zegt: »een kleine
+boetedoening is den vader voldoende voor de grote misdaad van zijn
+zoon." Op die wijze ziet men die historiese scène geheel en al in
+het licht van de terugkeer van de verloren zoon en van de scène bij
+Terentius waar de oude vader zijn ongehoorzame zoon vergeeft; in het
+licht van kristelike sentimentaliteit en antiek humanisme wordt de
+scène er als één uit een roman. Even romanesk is de kroniek van de
+Normandische monnik Ordericus Vitalis over de Normandiese vorsten. Het
+is overal de gewone menselike kant en de anekdotiese scènes die hij
+het liefst op de voorgrond zet; met bewondering schetst hij de statige
+Normandiese groten met hun prachtige feesten en schildert hij de
+familietwist tusschen Willem de Veroveraar en zijn zoon met de bijbelse
+kleuren van David en Absalon. Volkomen als een historiese roman vormt
+zich eindelik grotendeels de »Historie der Britten" van de Engelse
+klerk Geoffrey van Monmouth. (c. 1135) Op het voorbeeld van de Romeinse
+geschiedschrijvers, dicht de fantasie-rijke Brit uit Wales er op los:
+brieven en redevoeringen en alles zet hij in een retoriese stijl en hij
+schildert koninklike bruilofts- en kroningsfeesten, kerkelike ceremoniën
+en vrouwen met een huid, witter dan ivoor en pasgevallen sneeuw. Koning
+Uther wordt bij een banket op de gemalin van een zijner leenmannen
+verliefd en verteert van liefde, totdat Merlijn, de fantastiese tovenaar
+hem aan haar sponde brengt in de gedaante van haar gemaal--evenals
+Mercurius Jupiter bij de echtgenote van Amfitruo bracht. Koning Lear
+staat zijn rijk aan zijn dochters af en krijgt bitter hun ondankbaarheid
+te voelen. Een moeder verzoent twee twistende broeders--gelijk Iokaste
+tracht Eteocles en Polynices bij elkaar te brengen. Koning Arthur
+vervolgt een reus die de jonge Helena geschaakt heeft en het
+samentreffen met die reus herinnert in allerlei opzichten aan de strijd
+van Hercules met Cacus, de zoon van Vulcanus. De 11000 schone Britse
+vrouwen die schipbreuk lijden en in de handen van een wilde roverbende
+vallen, zijn ongetwijfeld verwant aan de H. Ursula en de 11000 Britse
+maagden die volgens de legende te Keulen de marteldood stierven. Zo
+spookt ook in de fantasie van deze vindingrijke Keltiese monnik die
+gehele massa stof rond waar de overlevering en de bonte boekenschat in
+de kloosterbiblioteken van Wales hem mede hebben gevuld.
+
+Maar die romantiese kronieken--die van onze Deense Saxo is een
+van de prachtigste exemplaren van het soort--zouden niet achter de
+kloostermuren blijven. De ridderhoven smachtten gewoon naar amusante
+verhalen. Dat Geoffrey van Monmouth zijn »Historia Regum Britanniae"
+schreef, is waarschijnlik aan de uitnodiging daartoe te danken door de
+aartsdiaken van Oxford, van een Engelse prinses, en kort daarna begonnen
+ook verscheidene Normandiese geesteliken--gelijk er zo vele aan de hoven
+leefden als sekretaris of gouverneur bij jonge kinderen--het Latijn van
+Galfridus in Franse berijmde verzen over te zetten, naar het schijnt op
+verzoek van vorstelike Engelse dames. En gelijk een van die bewerkers,
+Mester Wace, verklaart, kon men nu op die manier op alle ridderkastelen
+die kronieken bij feestelike gelegenheden voorlezen, als eens een
+afwisseling voor die eeuwige heldengedichten. Zulke rijmkronieken,--Wace
+zowel als Gaimar, de andere bewerker van Geoffrey, hadden ook oude
+Latijnse kronieken in Franse verzen vertaald--missen de deftige
+retoriese stijl van de voorgangers, beschrijven de kampstrijden en
+feesten der Ridderwereld met trekken en kleuren daaraan ontleend in
+nog groter détail en--iets waar Gaimar uitdrukkelik opmerkzaam op
+maakt--vergeten niet 's konings privaatleven en zijn
+liefdegeschiedenissen breedvoerig uit te meten.
+
+Vroeger dan deze rijmkronieken valt de Duitse »Keizerkroniek", in Duitse
+verzen ongeveer 1135 waarschijnlik door een klerk aan het hof van Hertog
+Hendrik de Trotse te Regensburg geschreven. Die is geheel en al van uit
+een geestelik standpunt en voor een geestelik publiek opgesteld, maar
+overal zijn er romantiese episodes en kleine novellen ingevlochten--met
+de stof van de Romeinse geschiedschrijvers, van Duitse heldensagen,
+legenden en Oosterse vertellingen. Daar hebben wij b.v. de geschiedenis
+van Tarquinius en Lucretia geheel als een ridderhistorie: Vorst
+Collatinus leeft in een gelukkige echt met Lucretia maar rijdt toch
+dikwels in 't geheim naar Viterbo waar men toernooien houdt en vele
+hoofse dames wonen. De dames van Viterbo volgen de spelen van de muren
+af en de Romeinse ridders trachten zich zo goed mogelik voor te doen;
+in de pauses gaan ze met de schonen een praatje maken die het gesprek
+snedig en gevat blijken te kunnen voeren. Een van hen vraagt een ridder
+of hij liever de volgende nacht bij de schoonste vrouw zou willen
+doorbrengen of de volgende dag met de dapperste ridder vechten, en de
+ridder weet, zeer voorzichtig en galant zijn antwoord zo in te richten
+dat hij noch laf lijkt, noch onverschillig voor vrouwengunst. Of
+wij krijgen de geschiedenis van Crescentia, half legende, half een
+Grieks-Oosterse vertelling, naar het schijnt. Het is over een onschuldig
+belasterde Keizerin die verstoten is en een zwervend leven leidt vol
+avonturen, steeds door het noodlot vervolgd, maar die door bijstand uit
+de hemel per slot van rekening weer in eer en aanzien hersteld wordt. De
+stichtelike legendentoon doet ons zien dat wij ons in een geestelike
+atmosfeer bevinden, maar allerlei amusante détails tonen dat de klerk
+hier bij de speelman in de leer is gegaan.
+
+In hun honger naar vertellingsstof versmaadden de klerken ook niet de
+nationale heldendichten ter hand te nemen en die tot kronieken te
+latiniseren of tot een stukje Virgiliaanse epiek. Er kwamen op die
+manier hoogst merkwaardige produkten tot stand. In het klooster te
+St. Gallen zat er reeds in de 10de eeuw een jong geestelike die als
+Latijnse stijloefening een der schoonste Duitse heldendichten--dat
+van Walther en Hildegunde--tot een Latijns epos in hexameters omwerkte
+met zinswendingen en vergelijkingen in de trant van Virgilius, zowel
+als geestelik-vrome uitbarstingen in de wild-barbaarse, heroiese poëzie
+van het gedicht ingeweven. Op dezelfde manier had in diezelfde eeuw een
+Franse monnik de heldendichten uit de cyclus van Karel de Grote tot een
+Latijns gedicht in een hoogdravende, duistere retoriese stijl omgewerkt.
+In de zogenaamde kroniek van Turpijn (begin van de 12de eeuw) zijn
+verschillende »chansons de geste" tot een poëties gestemd Latijns stuk
+proza omgewerkt; meer dan bij schilderingen van strijd en fiere helden,
+blijft het verhaal stilstaan bij de Majesteit van Keizer Karel en zijn
+hof te Aken of bij allerlei hemelse mirakelen en aardse wonderen en in
+'t algemeen is de toon kristelik-sentimenteel en religieus-fanaties. Een
+vermakelike metamorfose heeft het Rolandslied ondergaan, dat door een
+zekere priester Konraad aan het hof van de Beierse hertog Hendrik de
+Trotse in het Latijn is vertaald en daarna weer in Duitse verzen werd
+omgezet. Nergens kan men zo goed als hier het verschil in geest en toon
+bestuderen tussen nationaal heldendicht en geestelike rijmkroniek: de
+geleidelik en breed vloeiende vertellingsstijl van de laatste die niets
+overslaat, niets op de voorgrond schuift; de uitvoerige beschrijvingen
+der kostumes en ceremoniën, de lange redeneringen, steeds weer de
+mirakelen, het verlangen der Paladijnen naar het hemelrijk en de
+martelaarskroon--alles zo geheel anders dan wat in de sfeer van de
+»Chanson de Roland" thuis hoort.
+
+Zelfs waagden ze het enkele gedeelten uit de bijbel tot romantiese,
+roerende en onderhoudende vertellingen om te werken, eerst in Latijnse
+verzen, tot stichting der geesteliken zelf, later in de volkstaal om
+het publiek van de kermissen zowel als van de kastelen tot de lezing van
+vrome lektuur te brengen, in plaats van een geschiedenis als Tristan en
+Isolde of van het Chanson de Roland. Een Engels geestelike vertelt, in
+de 12de eeuw, hoe de speellieden de hoorders tot tranen toe bewogen,
+door van de ongelukken te vertellen die de edele held Artus of Gauvain
+vervolgden, maar hij vindt dat men bij het voordragen van Christi
+lijdensgeschiedenis veel meer tranen zou moeten storten. Daarom prijst
+Ordericus Vitalis ook een geestelike die in de kapel van een Engelse
+graaf aangesteld was, en die dikwels baronnen en pages om zich heen
+verzamelde en ze »een grote massa voorbeelden vertoonde van lieden
+uit het oude testament zowel als uit de moderne Kristen-sagen, die
+de heilige strijd aangebonden hadden", en op die manier schilderde
+hij o. a. heerlik de gevechten die Demetrius en George, Theodorus
+en Sebastiaan, Mauritius de hoofdman over honderd en het Thebaiese
+legioen zowel als de voorname hoofdman Eustachius hadden te bestaan
+om zich als »bloedgetuigen de hemelkroon waardig te maken". Men bracht
+de daden der Machabaeën zowel als de schipbreuk van Jonas in rijm,
+schilderde de kamp van Salomo met een draak die alle bronnen van
+Jerusalem leeg dronk, en zijn schitterend hof met al zijn pracht en
+ceremonieën. Vooral werden de liefdesgeschiedenissen in detail
+geschilderd. Een Frans bisschop verhaalt in Latijnse verzen hoe de
+dochter van Jakob geschandvlekt werd, een ander hoe Amnon zijn zuster
+verkrachtte; een Duitse berijming van de bijbelse geschiedenis treedt in
+allerlei bizonderheden over de liefdesgeschiedenis van Jakob en Rachel,
+Sichem en Dina en vertelt gezellig, op de manier der »Brautwerbungen" in
+de Duitse heldengedichten, hoe het Eleazer ging toen hij naar Nahors
+toog om voor Isaak een vrouw te zoeken.
+
+Al die aandoenlike kleine idyllen uit het leven van Maria en de
+kindsheid van Jesus, waar de apocryfe evangeliën van wisten te
+vertellen, werden in Franse en Duitse gedichten behandeld. In
+sentimentele verzen werd ook de Passie geschilderd. Op Goede Vrijdag,
+wanneer de menigte in de kerk zich voor het omsluierde kruis op het
+altaar verdrong, kon het gebeuren dat de priester naar voren trad en een
+berijmde versie van de Lijdensgeschiedenis reciteerde, en dat hij begon,
+net als de trouvères: »Hoort mij nu allen rustig aan, en laat de mond
+niet langer gaan--hoort wat ik zeg van Kristi dood..." Verder werden
+alle sentimentele legenden van de genaderijke mirakelen der Madonna
+allerliefst tot kleine berijmde schetsjes bewerkt. Een Latijnse
+verzameling van zulke legenden vond de Normandiese monnik Adgar
+in de biblioteek van de St. Paulskerk te Londen en hij begon ze in
+naieve Franse verzen na te vertellen--van het Jodenjongetje dat de
+Hemelkoningin uit het vuur redt, van de kankerlijder, een monnik, die
+zij van haar borst laat drinken, van de zondaars die zij uit de klauwen
+redt van de wereldlike rechtvaardigheid, zowel als van de duivel. En zo
+zijn er anderen die de Heiligen-legenden van hun bloemrijke, gezwollen
+stijl ontdoen en die wonderbaarlike en roerende geschiedenissen in een
+gewone, lichtbevattelike stijl de leken aanbieden.
+
+Juist in de 11de eeuw stroomden er van Oost en West de meest fantastiese
+en sentimentele legenden Europa binnen. Van het Westen--uit de oude
+kristelike kerk der Kelten in Ierland en Engeland--haalden de
+Noormannen, na de verovering van Engeland, verschillende legenden
+die doortrokken waren van het avontuurlik-fantastiese van een
+zeevaarders-natie en met een aan dat ras eigene romantiese, onstoffelike
+mystiek. St. Patrick, St. Columbanus, de Heilige Brigitta--of hoe al
+die Keltiese heiligen heten--zijn als door een atmosfeer van mystiek
+omgeven; zij hebben visioenen en horen stemmen, de natuur spreekt tot
+hen, profeties kijken ze de toekomst in, een tijdlang worden zij zelfs
+in het Hiernamaals overgebracht en weten dan, bij hun terugkomst, de
+merkwaardigste dingen te vertellen, over de vurige helmond--en de zwarte
+vogels die klagend in het vuur rondfladderen, over de brug, scherp als
+een mes, die over de afgrond voert, over het verblindende licht en het
+zoete gezang dat de bezoeker uit Gods eigen huis te gemoet stroomde.
+Herinneringen aan de openbaring van Johannes hebben zich klaarblijkelik
+in deze visioenen met heidens-Keltiese myten vermengd. Of de legenden
+vertellen van de avontuurlike zeereis van de Ierse heilige Brandanus
+naar de woonplaatsen der zaligen en der verdoemden,--legenden die
+samengesmolten schijnen uit herinneringen aan oude Keltiese zeevaarders
+en Indies-Oosterse reisverhalen.
+
+Uit het kristelike Syrië en Aegypte kwamen er omstreeks het jaar 1000,
+waarschijnlik over Byzantium en Zuid-Italië, een hele massa legenden,
+ontstaan uit de vurige en grenzenloze verbeeldingskracht van het
+Oosten: verhalen van de gruwelikste misdaden en de meest geraffineerde
+boetedoeningen, van daemonen en toverij, van de merkwaardigste
+ondervindingen, de smartelikste beproevingen, de wonderbaarlikste
+zelfopofferingen--van Theophilus die een verbond met de duivel aangaat
+en de zwarte kunst leert; van St. Gregorius die--evenals Oedipus in
+de oudheid--zonder het te weten met zijn moeder trouwt en die na het
+hevigste berouw het tot Paus brengt; van kuise schone jonkvrouwen die
+in hun onschuld en vroomheid de wapenen vinden om de draken des duivels
+te overwinnen, van het jonge meisje dat haar bloed geeft om de zieke
+koningszoon te genezen, over de zelfvernedering van berouwhebbende
+zondaressen; van de heidense prins Joasaph die, van alle nood en
+ellende in de wereld afgesloten, in een kasteel opgroeit, vol van alle
+heerlikheden, maar die toch door het een of ander toeval een begrip
+krijgt van wat ziekte, armoede en dood betekent en die daardoor zo in
+zijn binnenste geschokt wordt dat hij vlucht en bij een kluizenaar,
+Barlaam terecht komt die hem tot het Kristendom bekeert.
+
+»Barlaam en Joasaph" is aan Syriese en Griekse romans ontleend, die
+het verhaal weer uit Indiese Buddha-legenden hebben. Lang vóór de
+kruistochten was veel van de rijke vertellings-literatuur van Byzantium
+en het Oosten naar Europa overgebracht en door geesteliken in het Latijn
+vertaald. De voornaamste stapelplaats waarover die uitvoer plaats had,
+was ongetwijfeld Zuid-Italië, dat nog half Grieks was, maar waar
+eerst de Saracenen zich nestelden, maar later de Duitse keizers hun
+heerschappij trachtten te bevestigen en waar eindelik de Noormannen in
+de 11de eeuw een rijk stichtten. Bij de geestelikheid en de adel was er
+uit de dagen der oudheid nog een niet geringe beschaving blijven bestaan
+en het voortdurende zich met elkaar mengen der volkeren bracht ook een
+grote kultuurinvloed op elkaar mede. De Hertogen van Napels zonden in
+de 10de eeuw de Aartspriester Leo met een missie naar Byzantium en daar
+verzamelde hij gedurende zijn verblijf alle boeken, en zo bracht hij
+o. a. een Griekse vertelling over Alexander de Grote mee naar huis, die
+hij later ten pleziere van de voorname Zuid-Italiaanse kringen, in 't
+Latijn vertaalde. Via Byzantium werd waarschijnlik ook wel de roman
+»Van de zeven wijze meesters" bekend--de geschiedenis van een prins
+wiens stiefmoeder hem eens vergeefs tracht te verleiden en hem daarna
+bij de koning aanklaagt; nu vertellen zeven wijzen elk op hun beurt
+een geschiedenis die alle daarop neerkomen hoe gevaarlik een overijlde
+bestraffing is, terwijl de geslepen koningin verhalen doet met een juist
+tegenovergestelde tendens. Deze vertellingen gingen met de omlijsting
+die ze zo op Oosterse wijze samen bond, in verschillende versies heel
+Europa door; ze vertelden van de verwonderlike scherpzinnigheid der
+wijzen en de vindingrijke slimmigheid der vrouwen waar het er op
+aan kwam hun echtgenoten te bedriegen, of wel hoe merkwaardig het
+noodlot met de mensen speelt. Uit Arabië kwam ietwat later de bekende
+verzameling van anekdoten en dierfabels die »Kalilah en Dimnah" heet;
+die werd eerst in het Hebreeuws vertaald en daaruit door een gekerstende
+Jood, Johannes van Capua, in 't Latijn.--Behalve Zuid-Italië is ook
+Spanje een brug tussen het Oosten en West-Europa. Daar woonde een andere
+bekeerde Jood, Petrus Alphonsus, die ongeveer in het jaar 1100 een
+reeks, grotendeels aan 't Arabies ontleende anekdoten en zedelike
+vertellingen in één Latijns boek bijeen bracht, dat hij »Disciplina
+Clericalis" noemde: het handelt over een vader die zijn zoon
+levensregelen geeft welke hij met talrijke geschiedenissen illustreert.
+
+Uit 't Oosten is hoogstwaarschijnlik ook het motief van de
+»vriendschapsproef" gekomen; reeds vóór het jaar 1100 was het voor de
+geesteliken in veel Latijnse versies behandeld geworden, die later van
+grote betekenis voor de dichtkunst der Middeleeuwen zouden worden. Het
+zijn geschiedenissen van een sentimenteel elkaar trachten te overtreffen
+in grootmoedigheid en zelfopoffering, over het ten toon spreiden van
+grote scherpzinnigheid en een merkwaardig spel van 't lot--allemaal in
+de Oosterse dichtkunst zeer geliefde motieven. Iemand merkt dat zijn
+vriend op zijn vrouw verliefd is en staat haar grootmoedig aan hem af.
+Soms gaat dit zo in zijn werk, dat de echtgenoot niet dan na de stil
+versmachtende vriend zéér slim op de proef gesteld te hebben, hem zijn
+geheim ontlokt; hij vat de hand van de zieke terwijl hij alle vrouwen in
+huis eén voor eén voorbij het bed laat gaan, als zijn vrouw passeert,
+merkt de man dat zij het is, voor wie de zieke zucht. Later krijgt
+de vriend gelegenheid zich op zijn beurt op te offeren, de vroegere
+echtgenoot komt dan b.v. in levensgevaar, hij is van een zekere misdaad
+beschuldigd en juist zal hij naar het schavot gevoerd worden, wanneer
+de andere er bij komt en alle schuld op zich neemt. Of wel hij wordt
+melaats en kan alleen gered worden door een bad in kinderbloed; de ander
+bedenkt zich geen ogenblik en doodt zijn eigen kinderen om de vriend
+te redden. In meer dan een tekst lijken de twee zò sterk op elkaar dat
+de een de ander daardoor uit een gevaarlik avontuurtje redden kan.
+Die staat n.l. in liefdesbetrekking tot de koningsdochter, maar wordt
+verraden; nu moet hij door een Godsoordeel zijn onschuld bewijzen;
+zijn vriend neemt zijn plaats in en natuurlik valt het oordeel nu te
+zijnen gunste uit. In verband hiermede moet de een ook tegenover de
+koningsdochter de rol van zijn vriend op zich nemen en omgekeerd deze
+die van de echtgenoot tegenover zijn vriends vrouw, maar beiden houden
+zich zo trouw aan hun vriendenplicht dat niemands recht daarbij gekrenkt
+wordt. Het hartroerende, gevoelvolle in deze motieven hebben de
+geesteliken reeds in de 11de eeuw in Latijnse verzen, met de nodige
+retoriek en sentiment ontwikkeld. Helemaal romanties is het dat,
+wanneer de echtgenoot zijn vrouw aan zijn vriend heeft afgestaan en zij
+wegtrekken, hij dan zelf aan de oever ze na blijft staan turen, terwijl
+hij op zijn guitaar tokkelt en ze elegies klagend achterna zingt; hij
+hoort de echo zijn woorden herhalen en wanneer hij ze uit het oog
+verliest, slaat hij zijn guitaar in splinters.
+
+Een andere in de geestelike wereld zeer verbreide vertelling was de
+klassieke roman van Apollonius van Tyrus. Die werd in de 3de eeuw
+geschreven, waarschijnlik oorspronkelik in het Grieks, maar reeds
+vroeg in 't Latijn vertaald door iemand die nog heiden was; reeds
+ten tijde van Karel de Groote heeft men in Franse en Duitse kloosters
+handschriften van de Latijnse vertelling gehad en in de volgende eeuwen
+kan men de roman zich in talrijke nieuwe afschriften verder zien
+verspreiden. In de 10de eeuw vinden wij de stof in Latijnse hexameters
+bewerkt, later gaat die in de Latijnse verzameling van verhaaltjes, de
+»Gesta Romanorum" over, en reeds in de 12de eeuw zijn er Provençaalse en
+Franse bewerkingen geweest. De oude vertelling had allerlei romantiese
+motieven in zich opgenomen, die in het Oost-Romeinse rijk aan het einde
+van het klassieke tijdperk verbreid waren: Een koning staat in een
+onnatuurlike verhouding tot zijn dochter en om de vrijers kwijt te
+raken, legt hij hun een raadsel voor. De wijze en voorname Apollonius
+lost het raadsel op. Maar daar dat juist een bekentenis van de
+bloedschande inhoudt, wordt hij, verre van de hand der prinses te
+krijgen, meer dan ooit door de koning vervolgd. Hij moet uit Tyrus
+vluchten, zwerft op de Aegeïsche zee rond, trouwt met een andere
+koningsdochter, bij wie hij een dochter krijgt. De familie raakt door
+een storm op zee van elkaar en alle drie hebben de merkwaardigste
+avonturen te doorstaan. De dochter komt in een bordeel terecht, maar
+zij weet haar kuisheid en onschuld te bewaren, de echtgenoote wordt
+priesteres in een tempel, Apollonius zwerft oud en droevig om op zoek
+naar vrouw en dochter die hij dan ook eindelik vindt en herkent. Al deze
+in die tijd zeer bekende motieven heeft de oude schrijver samengeweven
+om ze als grondslag te gebruiken voor uitvoerige schilderingen in de
+trant der Sophisten en rhetoren: nu eens een storm op zee en een overval
+door zeerovers, dan eens hoffeesten en godsdienstige ceremoniën; hier
+horen wij van een jongeling, die van liefde verteert, daar van een
+meisje dat door tranen of roerende smeekbeden een barbaar vertedert
+die haar kuisheid belaagt,--vol van lange redeneringen en klachten,
+vertwijfeling en herkenningsscènes.
+
+Men begrijpt welk een enorme aantrekkingskracht zulk een roman had
+voor de Middeleeuwse geestelikheid. De afwisselende, avontuurlike
+gebeurtenissen te land en te water; de verschillende zinnen-prikkelende
+onderwerpen--bloedschande en bordeelscènes--; de medelijden-verwekkende
+ellende, roerend verdriet en aandoenlike vreugde; bewonderenswaardige
+kristelike deugd, door boosheid vervolgd. In stof zowel als in geest was
+er daarin veel dat verwant was aan de kristelike legenden. En bovendien
+voerde die roman de lezers in de gehele antieke civilisatie in: de
+omgang in de kringen van een koningshof zowel als de gehele geestelike
+habitus van de optredenden, hun manier van zijn en van spreken, wees op
+een oude hoogstaande kultuur.
+
+Uit die van alle kanten toestromende stof poogden ten slotte de
+geesteliken zelfstandige romans samen te stellen. Een zeer merkwaardige
+vertelling in Latijnse hexameters, in de 11de eeuw geschreven door
+een Beiers geestelike, is ons in fragmenten overgeleverd. »Ruodlieb"
+verhaalt van een aankomende ridder die de wereld in trekt, en bij een
+bezoek aan een koning twaalf raadgevingen mede krijgt, en het vervolg
+van de geschiedenis toont nu hoe nuttig die waren en hoe alles misloopt
+als ze niet opgevolgd worden. Het idee van die raad die door een hele
+reeks avonturen zijn goed recht toont, stamt duidelik uit het Oosten,
+waar die meer dan eens in de literatuur te vinden is; dat is juist een
+van die echt-Oosterse handige manieren om verschillende geschiedenissen
+tot één geheel samen te binden en levensregels in te prenten. Ook veel
+van die enkele raadgevingen en vertellingen die ze illustreren, schijnen
+van Oosterse oorsprong. Vanwege het exotiese-vreemde heeft de schrijver
+een gedeelte van de handeling naar het koninkrijk Afrika verlegd en waar
+hij kan, brengt hij de kennis aan de man die hij uit 't een of ander
+medies-natuurkundig compendium geput heeft, over merkwaardige dieren of
+planten. Maar vooral is hij in aanraking gekomen met de ridderwereld en
+hij weet ook op de een of andere manier iets van het Zuid-Italiaanse
+of Arabiese of het Byzantijnse hof, want midden in de realistiese
+schildering van het naieve Beierse adelike leven der 11de eeuw, vinden
+wij niet weinig trekjes van fijne »hoofse" manieren die duidelik
+als voorbeeld opgesteld worden voor het publiek, tot hetwelk de
+schrijver zich richt. Daar worden hoffeesten geschilderd met prachtige
+klederdrachten en juwelen, de ceremoniële ontvangst der gezanten en
+banketten. Na de maaltijd gaan de dames en de jonge ridders in de
+slottuin naar de vogels kijken die de dames eten geven. Dan vraagt
+een der ridders om een harp en geeft een stuk ten beste, waarna het
+gezelschap gaat dansen; »gelijk de valk in een kring om de zwaluw heen
+zweeft, zo draait de ridder om haar heen met wie hij danst, maar als hij
+dichter bij komt, ontwijkt zij haastig". Een ridder en een dame spelen
+met de teerling om vingerringen,--feitelik, zegt de dichter, spelen
+ze om zichzelf, en of ze winnen of verliezen, ze zijn toch allebei
+even gelukkig. Zij verbergen niet langer voor elkander hoezeer zij
+liefhebben. Als de moeder van het meisje het maar goed vond, zouden ze
+nog dezelfde dag trouwen, maar de zeden eisen nu eenmaal dat zij nog wat
+wachten. Maar de jonkvrouw kan zich nauweliks bedwingen.--Elders komt
+de schets van een kokette voor die achter haar deugdzame schijn een
+amourette met een geestelike verbergt; zij meent een ridder in haar
+netten te kunnen vangen, maar hij stelt haar brutaal te leur en aan de
+kaak.
+
+Ruodlieb zelf is het ideaal van een jonge man. Zijn dapperheid wordt
+niet spesiaal op de voorgrond gesteld--ook dit wijst er op hoezeer 't
+werk door het Oosten en door de geestelikheid geïnspireerd is--maar wel
+zijn vroomheid, zijn goedheid en zijn beminnelike manieren. Schoon en
+innig wordt zijn thuis en de verhouding tot zijn moeder geschilderd
+(zijn vader is dood) en tot de ondergeschikten. Roerend is b.v. het
+afscheid,--de moeder gaat hem op de verandah na staan kijken, maar
+tracht haar tranen voor de dienstboden te verbergen, de knechts klimmen
+op de muur om de vertrekkende nog zo lang mogelik te zien; zwaar om
+het hart trekt hij zelf weg. Gevoelvol is ook in een reeks details de
+terugkomst geschilderd: de knecht die in de kerseboom geklommen is om te
+zien of hij nog niet komt,--de moeder die voor hem uithaalt en hem op de
+erezetel wil doen plaats nemen, wat hij met de eerbied van een zoon van
+zich af schuift, en dergelike trekjes meer.
+
+Ruodlieb toont veel meer dan enig ander dokument hoezeer de geestelike
+Latijnse vertellingsliteratuur de voorbode was der 12de eeuwse
+ridderromans en die voorbereidde; in de tijd van de Otto's kenden
+bovendien zo veel Duitse edelen Latijn dat Ruodlieb misschien ook wel
+als lektuur berekend was voor de wereld der voorname leken.--
+
+
+
+
+X.
+
+DE ROMANTIEK DER KRUISTOCHTEN.
+
+
+De kruistochten waren het die in de 12de eeuw 't meest op de voorgrond
+traden. De gehele maatschappij en het gehele geestesleven droegen er de
+stempel van: die stroom van mensen uit alle klassen der samenleving, die
+een eeuw of anderhalve eeuw lang, uit Europa naar het Oosten trokken,
+hetzij als een georganiseerd leger, hetzij in grote of kleine scharen
+van pelgrims. En die kruistochten betekenden een grote verheffing van
+het zelfbewustzijn dier tijden. Nadat de mensheid eeuwenlang moedeloos
+door eigen ellende naar de oude goede tijd terug hadden gekeken,
+voelden zij nu met vreugde dat er iets groots en iets nieuws in hun
+leven gekomen was, en de wereld in nieuwe banen geleid werd. Zelfs in
+die tijd, »nu de wereld oud geworden is",--zo laten de kroniekschrijvers
+van de eerste kruistocht zich uit--zelfs nu is het gebleken dat er
+dingen gebeuren die »evengoed de moeite van het horen waard zijn als
+in de oudheid"--die zelfs »veel belangrijker zijn, en de mensheid tot
+groter eer, dan die zuiver wereldlike oorlogen van vroeger", ja! »sedert
+de schepping van de wereld en het mysterium van het kruis is er niets
+gebeurd dat met deze tocht vergeleken kon worden, die een werk Gods was,
+en niet van de mensen".
+
+Een machtige beweging grijpt alle gemoederen, de gehele maatschappij.
+Overal breekt men af, alles komt op losse schroeven te staan. Wanneer de
+burchtheer een verre reis onderneemt, wordt op menig kasteel het land
+verpand, of het gaat al vast aan de erfgenamen over of wordt aan een
+voorlopige bestuurder overgedragen, de vazallenband wordt opgeheven,
+huweliken worden ontbonden en de vrouwen naar het klooster gezonden, of
+de vrouw die alleen achterblijft vergeet haar man en neemt een ander,
+zo goed als hij op zijn tochten genoeg los vrouwvolk vindt. Ook bij
+het volk lopen genoeg dwepers rond die het opstoken; ze trekken weg,
+in scharen, man, vrouw en kinderen, de dorpen met elkaar, en als
+sprinkhanen valt het volk in zwermen ergens anders op aan. Alle wegen
+zijn vol soldaten en pelgrims, allerlei mensen vullen de herbergen die
+propvol zijn, op schepen en in karavanen pakken ze zich samen, een
+mengelmoes van de beste en de slechtste elementen der maatschappij
+met de ergste misdadigers erbij, stromen allemaal naar het Oosten. Het
+afscheid van huis legt een pathos in vele gemoederen, dat ons nog uit
+de gevoelvolle liederen te gemoet klinkt waarin Provençaalse, Franse
+en Duitse ridders hun kastelen en goederen, vrouw en kinderen en al hun
+ondergeschikten een afscheid toe roepen; hun heimweezuchten van uit het
+Oosten of van op de zee; de verlangens der achtergebleven vrouwen naar
+hun »Seigneur". Elke avond luiden de kerkklokken om de thuisgeblevenen
+tot het gebed op te roepen, voor hen die »over de zee" waren getrokken;
+»ik zing," zo klaagt de Vrouwe van Fayel, »om mijn ziek gemoed te
+versterken, opdat ik niet sterve of krankzinnig worde van verdriet,
+wanneer ik niemand uit het heidense land terug zie keren, waar _hij_
+is, die mijn hart doet kloppen, wanneer ik hem maar hoor noemen," en
+het refrein luidt: »God, wanneer ze roepen: op ten strijd!, help dan de
+pelgrims, want voor hem ben ik bevreesd; de Saracenen zijn zo wreed."
+Maar, »op ten strijd! ginds over de zee,--oltrée!" klonk het refrein
+van de kruistocht-marseillaise die te land en te water de scharen
+achter zich aantrok. »O, kruis des Heilands, gij zijt onze mast op deze
+Wereld-zee," zongen de pelgrims. »God de Heer zelf is onze Veerman, de
+goede werken zijn het touwwerk en het geloof het zeil, de Heilige Geest
+is de wind die ons op de rechte weg brengt en het Hemelrijk het Tehuis
+waar wij zullen landen!" Allerlei onuitsprekelike narigheid en ellende
+staan ze te land en op zee uit. Alle soorten van besmettelike ziekten
+als pest maken hunne rijen dun, als vliegen sterven zij in hopen van
+honger, en er lopen vreselike geschiedenissen van pelgrims die het
+leven er in moesten houden door menschenvlees te eten; op zee maken de
+zeerovers in hun galejen jacht op ze als gulzige haaien, en voeren velen
+in slavernij weg; in de woestijnen van Syrië worden ze met aanvallen der
+Bedouïnen bedreigd en door wilde dieren.--Wie kent de geschiedenis niet
+van Godfried van Bouillon, hoe die helemaal alleen met een vreselike
+beer moest vechten, en van Boudewijn die half door bloedzuigers
+opgegeten werd. Maar alles is vergeten wanneer ze zo gelukkig zijn hun
+doel te bereiken en ze de Heilige Plaatsen kunnen kussen, waar de voet
+des Heren getreden heeft, als ze aan het Heilige Graf kunnen bidden en
+water uit de Jordaan mee naar huis kunnen nemen. En de gehele atmosfeer
+daarginds is voor de gelovigen in hun verbeelding van mirakelen vervuld.
+Al de relikwieën die de bedevaartgangers vinden--van de heilige lans
+van Longinus tot een doorn uit Kristi kroon of een druppel van zijn
+bloed;--al de hemelse maar ook duivelse openbaringen waarmede de
+kruistochten gepaard gaan. Plotseling komen b.v. witte ruiters het in
+'t nauw gebrachte leger der Kristenen ter hulp, of wel bezoekt Satan in
+de gelijkenis van een slang 's nachts het leger der kruisvaarders.
+
+Hand in hand hiermede gaat de gehele woeste strijdlust die de Europese
+soldatesca op de Saraceense »honden" botviert, nu er voor hen thuis geen
+plaats meer is. Met groot genoegen snijden de heren op de kruistochten
+de gevangene Turken de neus en lippen af en zenden die als trofeeën aan
+de Griekse keizer en toen Jerusalem ingenomen was, vlood het bloed door
+alle straten en werden overal in alle kerken de mensen vermoord. En
+gulzig wierp die roofgierigheid zich over alle rijke landen, »laat
+ons dapper voor Kristus strijden," roept een deelnemer aan de eerste
+kruistocht uit, »indien God het wil, worden wij allen rijk." Nu men dom
+genoeg geweest was zich door de Griekse Keizer voor de gek te laten
+houden, in plaats van Byzantium te nemen en te plunderen,--waar de
+zanger der kruistochten zich eigelik hevig over ergert--nu zouden de
+kamelen der Beduïnen of het huisraad en de kostbaarheden in de marmeren
+paleizen het des te meer moeten ontgelden. Onder de schitterende
+Oosterse zon is de kleurenpracht in de natuur zo wel als in de steden
+verblindend en de gehele atmosfeer van het Oosten verwekelikt en
+prikkelt alle zinnen tot genot; meer dan één ridder liet zich vangen
+door de Oosterse schoonheid der Saraceense vrouwen en hun ervaren
+liefdekunstjes. En al het Oosters-fantastiese waar men tot nu toe in
+Europa slechts een echo van kende, dat ontvouwde zich nu vlak voor de
+oogen der kruisvaarders. Hyena's en luipaarden, topazen en smaragden
+met hun zeldzame toverkracht, de automatiese en mechaniese kunstwerken
+waarmede de Saracenen hun woningen versierden--dat alles waar zij
+thuis slechts over gehoord hadden, zagen ze nu met hun eigen ogen.
+Nog vreemder waren de dingen, waar ze daar ginds over hoorden van de
+landen nog meer naar het Oosten, maar waar ze zelf niet kwamen--over
+het mystiese nieuwe rijk van Babylon, waar de Griekse keizer gezanten
+heen heette gezonden te hebben, over het land van de »Aartspriester
+Johannes", nog verder Azië in, en over het Aardse Paradijs in Indië met
+al zijn rijkdom en merkwaardigheden. Een brief die de Griekse keizer van
+die mystiese »Aartspriester" gekregen moest hebben en die in talrijke
+afschriften over Europa verspreid werd, vertelde van de wonderen in zijn
+paleis, over het graf van de Apostel dat in de lucht zweefde en over de
+»fontein der verjonging". En op de tapijten die de kruisvaarders van
+Syrië en Byzantium mede naar huis brachten, en die weldra overal in 't
+Westen de altaren der kerken en de muren der zalen versierden, gloeiden
+gele olifanten met groene snuiten de toeschouwers van een dieprode grond
+tegemoet, of pelikanen die hun borst aan 't bloeden pikten om hun jongen
+te voeden. Van die tapijten gingen draken en griffioenen en gevleugelde
+leeuwen en alle mystiese fabeldieren van het Oosten weldra op de
+portalen en de kapitelen der Romaanse kerken over.
+
+Bij hun thuiskomst werden de kruisvaarders en pelgrims niet moe van te
+vertellen, en de thuisgeblevenen konden nooit genoeg te horen krijgen.
+Toen graaf Guillaume van Poitou van zijn mislukte tocht thuis gekomen
+was, trok hij van slot tot slot in Zuid-Frankrijk rond en maakte zich
+interessant door van zijn gevechten met de dieren van de woestijn te
+zingen en te vertellen hoe hij in zijn gevangenschap daar ginds de
+bewondering van alle ongelovigen had opgewekt. Ook graaf Bohemund van
+Tarente trok zo rond en terwijl hij troepen aanwierf voor een nieuwe
+expeditie, vertelde hij met de nodige fantasie van zijn heldendaden en
+zijn avontuur met de dochter van de sultan, die op hem verliefd werd
+en hem uit zijn gevangenschap bevrijdde. Jarl Ragnvald kwam met zijn
+mannen, na hun kruistocht, op de Orkney-eilanden en vertelde: eerst van
+de vrolike dagen te Narbonne waar de gravin Ermengarde de flinke mannen
+uit het Noorden zo gastvrij ontvangen had; toen, hoe zij aan de kust
+van Sicilië een enorm groot Saraceense Dromund (oorlogsschip) getroffen
+hadden, dat door een reus van een neger gekommandeerd werd, en dat zo
+vol was met goud en zilver, dat, toen het schip verbrandde, er een
+gloeiende stroom van metaal het water in stroomde; verder over de
+belegering van Askalon, het plezierige leven dat de kruisvaarders
+te Byzantium geleid hadden; enz. Over alles werden de teruggekeerden
+uitgevraagd en alles wat zij vertelden werd met huid en haar verslonden.
+»Zeg mij nu, meester Trougemunt," heet het in een Duits lied (en
+Trougemunt betekent de zeer bereisde, die vreemde talen kent), »twee en
+zeventig landen kent gij; welke vogel heeft geen tong, en welke vogel
+zoogt er zijn jongen?"... en op alle vragen heeft Trougemunt een
+antwoord klaar, dat hij telkens met de trotse woorden inleidt: »Die
+gij daar vraagt, dat is een man, die goed bescheid u geven kan."
+
+En een hele literatuur van kronieken en reisverhalen schiet uit die
+kruistochten op; de tijd voelt zich zelf merkwaardig en de wereld groot
+en interessant. De verhalen die de deelnemers aan de eerste kruistocht
+zelf na hebben gelaten, maken nu nog een vrij betrouwbare, nuchtere
+indruk. Wij hebben een dagboek van een gewone verstandige kapelaan
+uit Noord-Frankrijk, op de tocht zelf geschreven, en een verslag
+van een kwezelachtige, dwepende Provençaalse monnik; wij hebben ook
+een heldendicht, of berijmde kroniek, »Het lied van Antiochia" dat
+reisverhalen reproduceert en verloren liederen van een zanger die
+op de kruistocht geweest is en die over het algemeen zijn avonturen
+schildert met hetzelfde nuchtere gevoel voor de werkelikheid en de
+zelfde strijdlustige wereldlikheid die men in de oude »chansons de
+geste" aan kan treffen. Maar in de latere berichten uit de tweede en
+derde hand overtreft de legendariese fantasie alles en de geest die de
+kruistochten zelf eerst langzamerhand kweekte, laat op zijn beurt weer
+zijn eigen licht en kleurenschakering op de kruistocht zelf terug
+vallen. In de geestelike kronieken--bijvoorbeeld in die rommelkamer
+voor allerlei overleveringen die Willem van Tyrus in zijn werk bij
+elkaar bracht--wordt het geheel tot een mirakel; God zelf voert de hele
+kruistocht aan en midden in de handeling staat de legaat van de Paus als
+de plaatsvervanger van Kristus; en terwijl de monniksfantasie de meest
+fantastiese leugens over de wereld der Mahomedanen op elkaar stapelt,
+schildert hij de kruisvaarders allemaal als even heilig-vroom en
+eendrachtig in de liefde. In het bizonder wordt Godfried, koning van
+Jerusalem, helemaal door de geestelike overlevering in bezit genomen en
+wordt hij tot het type van wat zij een echt kristelik ridder noemen.
+Zijn afstamming is in wonderen gehuld--hij stamt van de mystiese
+zwaanridder af, de kiem van de Lohengrin-figuur,--dromen voorspiegelen
+zijn toekomstige koningswaardigheid en zijn ganse jeugd wijdt hem voor
+zijn missie. »In wapenrusting als in hertogsdos was hij een heilige
+monnik."
+
+En feitelik werd de Frankiese leenstaat die daar ginds in het heilige
+land ingericht werd tot een soort geestelik koninkrijk en een kristelike
+ridderstaat,--het beloofde land niet alleen voor het ridderwezen,
+waar alles op oorlog en op oorlog alleen aangewezen was, en waarde
+feodale maatschappij zich in een zuiverder en meer aristocratiese vorm
+ontwikkelde, dan ergens elders in Europa, maar ook voor de Klerus zelf,
+waar de gehele geest ìn en ìn kristelik was. Hier had eerst het echte
+huwelik plaats van de ridderwereld met de geestelikheid--door de
+oprichting van de geestelike ridderorden, de zwarte Johannieters, de
+hospitaal-broeders, wier hoofdzetel mysties ontoegankelijk boven op
+een berg in Syrië lag--een machtig gebouwencomplex, »welks reusachtige
+pilaren en torens bestemd schijnen om het hemelgewelf te schragen"--of
+nog meer de aristokratiese tempelheren in hun witte kleêren met het
+rode kruis, de beschermers der pelgrims, wier residentie de »Tempel
+van Salomo" zelf was. Deze geestelik gewijde ridders die in kuisheid
+leefden, in een eeuwige strijd voor de Kerk en voor de zwakken en de
+vrouwen, werden de ideale helden der bewegingen voor de kruistochten.
+
+Maar op de meer wereldlike gemene man werkten de kruistochten juist
+in volkomen tegenovergestelde richting. Bij elke mislukte kruistocht
+komt de terugslag in de vorm van een plotselinge en sterke val in de
+godsdienstige temperatuur. Het bleek telkens weer dat het gloeiendste
+geloof, de kerkelike inwijding, de wonderen Gods en de hulp van de hemel
+de keten van de natuurlike oorzaken toch niet konden breken en het
+onmogelike mogelik maken; het waren andere, natuurlike wetten die de
+zegepraal of de nederlaag bestemden. De scepsis der teleurstelling
+tegenover het bovennatuurlike breidt zich in vele kringen uit--bij de
+troubadours zijn wij die reeds tegengekomen--en tegelijkertijd neemt de
+belangstelling toe voor die grote nieuwe werkelikheid die zich voor de
+blik geopend had. De werkelike avontuurlike wonderen nemen alle attentie
+in beslag, in plaats van het hiernamaals. Menigeen trekt nog als
+pelgrim uit, maar schrijft bij zijn terugkomst reisverhalen, kronieken,
+natuurhistoriese werken, of dicht romantiese vertellingen. En de
+kennismaking met de Saracenen en hun hogere beschaving, gaf een hevige
+slag aan alle vooroordelen die de geestelikheid zo fanaties bij de
+Kristenen had trachten wortel te doen schieten. Die afgodendienaars
+waren, met hun geloof in één onzichtbare God, veel zuiverder
+Monotheisten en stonden veel verder van de afgoderij, dan de kristenen
+met hun heiligen- en relikwieën-cultus. En die trouweloze bloedhonden
+bleken niet alleen veel eleganter en ridderliker te zijn dan de
+kristen-baronnen, maar in hun praktiese mensenliefde--die de hospitalen
+en herbergen duidelik genoeg deden uitkomen--, in hun grotere
+verdraagzaamheid, hun rechtvaardigheidsgevoel en hun vorstelike
+grootmoedigheid, kwam een Nureddin of Saladin al heel gauw voor vele
+kristen-ridders meer of minder bewust, als een schitterend voorbeeld
+ter nabootsing te staan. Ginds in die Frankiese Staten van Palaestina
+en Konstantinopel had er een vermenging plaats, een »commercium et
+connubium" tussen kristenen en ongelovigen of Grieken, die op Europa
+terugsloeg en in vele adelskringen en onder de kooplieden vormde zich
+onbewust een zuiver humane moraal van menselikheid, ridderlikheid en
+eer, die uit de voogdijschap der kerk weggleed. Meer als iemand anders,
+werden de strijders der kerk, de tempelheren zelf, zo als bekend is
+door die >skepsis< en het humanitarisme aangegrepen die daar in het
+kristelike Oosten in de lucht lagen. En thuis komt een emancipatie van
+de kerk duidelik te voorschijn in de nieuwe ridderpoëzie, waarin het
+weldra even goed mode wordt om tegen de vrome huichelarij en de
+zwartrokken te velde te trekken als om de »edele Saracenen" en »le
+courtois Saladin" te prijzen.
+
+Voorlopig zijn het nu de oude »chansons de geste" en in Duitsland de
+oude nationale heldensagen die daardoor gemoderniseerd en aktueel
+gemaakt worden, doordat er allerlei kruistocht-motieven ingevlochten
+worden. Reeds vóór de eigelike kruistocht hadden de pelgrimstochten en
+de verbindingen met Byzantium het vermakelik avontuurlike epos in de
+wereld gebracht dat »Karel de Grote's reis naar Jerusalem" heet. Daarin
+trekt Keizer Karel met zijn Paladijnen op reis om te zien of Keizer Hugo
+van Konstantinopel werkelik een machtiger en prachtiger vorst is dan
+hij zelf. Eerst komen zij te Jerusalem waar men hen voor Jesus en zijn
+twaalf apostelen houdt; God doet wonderen voor hen en de patriarch
+schenkt Karel heilige relikwieën; daarop trekken ze naar het Griekse
+keizerhof, waar de Franken de hovelingen door hun optreden imponeren en
+nog meer wanneer ze werkelik trachten uit te voeren wat ze voor de grap
+en in dronkenschap hebben gepocht dat ze doen konden,--en het eindigt
+dáármede dat Karel en zijn helden in glans en glorie naar huis trekken,
+nu hun superioriteit zo duidelik gebleken is. Nu in de 12de eeuw wordt
+een avontuurlike tocht naar de even avontuurlike landen der ongelovigen
+een geliefkoosd en het meest aktuele tema voor de heldendichten. Zo
+wordt Karel de Grote b.v. als jonge koningszoon door zijn onechte
+broeders op zij gezet en vlucht naar de koning der Saracenen te Toledo,
+door wie hij tot ridder geslagen wordt, waar hij heldendaden uitvoert en
+Galienne, koningsdochter en tovenares, op hem verliefd wordt. Huon van
+Bordeaux wordt door de Franse koning op een gevaarlike reis naar Babylon
+gestuurd: daar moet hij het kasteel van de »Amiraal" binnendringen, voor
+diens ogen een zijner mannen neervellen, diens dochter drie kussen geven
+en verder de baard van de admiraal afknippen en die met drie van zijn
+kiezen naar het Franse hof brengen,--wat hij alles weet uit te voeren
+met de hulp van de Wonderhoorn van de kleine Alfenkoning, Oberon, zowel
+als van de heidense koningsdochter met wie hij, na vele beproevingen
+doorstaan te hebben, naar huis trekt. Even amusant en romanties
+vertellen een hele reeks Duitse speelmans-gedichten, die in de 12de eeuw
+aan het Beierse hof werden voorgedragen, van de tochten naar het Oosten
+van de Duitse vorsten: Koning Rother die de dochter van Keizer
+Constantinus schaakt--door een list wordt zij hem ontroofd, maar hij
+krijgt haar terug; Koning Orendel die van Trier naar Jerusalem zeilt om
+de koningin daar het hof te maken en die na een lange Odyssee en hevige
+gevechten met de heidenen, ten slotte met de hulp van hemelse mirakelen
+zijn tocht gelukkig ten einde brengt; Hertog Ernst die naar het land
+der Kraanvogelmensen komt en dat der dwergen, naar de Leverzee en de
+Magneetberg; de kruisvaarder Graaf Rudolf, die met de andere Franken
+twist krijgt en dan naar de Saracenen overloopt en die onder allerlei
+zware beproevingen in aandoenlike trouw door een Saraceense begeleid
+wordt die hem liefheeft en zich ten slotte laat dopen om dan met hem te
+trouwen. Deze laatste vertelling is uit het Frans en heeft duidelik een
+gelijktijdige historiese gebeurtenis ten grondslag, maar anders zijn
+vele van deze gedichten oude Germaanse sagen over een gevaarlike tocht
+van een held om een vrouw te zoeken, alleen gemoderniseerd door ze in de
+atmosfeer der kruistochten over te planten.
+
+Zo ontstaan er in de tijden der kruistochten allerlei liederen en
+geschiedenissen in alle talen van een echtgenoot die lang buitenslands
+geweest is en reeds voor dood wordt versleten, maar die dan juist
+terug komt de dag waarop zijn vrouw met een ander bruiloft houdt. Dit
+patetiese motief is blijkbaar een weerspiegeling van een werkelike
+gebeurtenis; maar meer dan eens zal het ook het oude motief zijn van
+iemand die uit het dodenrijk terugkeert, dat nu een werkelikheidskleed
+aangetrokken heeft en in de atmosfeer der kruistochten gelokaliseerd is.
+Daar hoort b.v. het Anglo-Franse heldengedicht van Horn en Rimel bij,
+de Engelse roman van »Koning Horn", de Duitse sagen en gedichten van
+»der edle Möringer" en het Deense volkslied van Hendrik van Brunswijk.
+Ook het omgekeerde motief heeft zich dikwels genoeg gedurende de
+kruistochten voorgedaan: de echtgenoot die in het Oosten een Saraceense
+gehuwd heeft b.v. uit dankbaarheid dat zij hem uit de gevangenschap
+verlost heeft, en die haar nu naar zijn burcht brengt, waar de vrouw--in
+elk geval in de geschiedenis van Baron v. Gleichen en zijn twee
+vrouwen--er grootmoedig in toestemt haar man met haar te delen.--
+
+Dit is nu de direkte werking van die romantiek, maar de ridderromantiek
+wortelt ook dieper in de tijden der kruistochten. Een der deelnemers
+vertelt hoe het leger der kruisvaarders door Syrië trok: Fransen,
+Vlamingen, Beieren, mannen uit Bretanje en Provence, Engelsen, Schotten,
+Italianen, Spanjaarden en Grieken. »Als een Brit of een Duitser zich tot
+mij wendde, verstond ik hem niet en kon ik hem niet antwoorden. Ons
+verdeelde de verscheidenheid van de talen, maar de liefde tot God en
+onze naasten schiep weer broederschap tussen ons." En zo is de gehele
+tijd der kruistochten zulk een elkaar ontmoeten der volkeren, en der
+verschillende kulturen. In het Anglo-Normandiese rijk dat Willem de
+Veroveraar en zijn opvolgers aan beide zijden van het Kanaal geschapen
+hadden, komen Fransen en Angelsaksen en Britten samen en leren elkaars
+kultuur kennen. Noord- en Zuid-Frankrijk ontdekken en verrijken elkander
+in dat opzicht. Byzantium en het gehele Oosten van de landen van de
+Islam openen zich voor goed voor West-Europa. En juist dan is het ook
+dat de geesteliken ijverig de bijbel en de legendenschat tot volkspoëzie
+omwerken, terwijl bovendien de nieuwe scholen en de kruistochten de
+klassieke literatuur voor meer dan één ontsluiten. Al die bonte stof
+die de tijd van alle kanten in zich opneemt, wordt met de stevigste
+appetijt opgenomen en ingezogen. Wij lezen van een Vlaams graaf, wiens
+grote genot was zich te omgeven met mensen »die hem sprookjes en sagen
+vertelden en verhalen uit de oude tijd deden. Als zijn vertrouwde vriend
+naar wien hij graag luisterde, had hij een oude ridder bij zich, Robert
+de Coutances, die hem vermaakte door wat hij over de Romeinse Keizers
+wist te vertellen en over Karel de Grote, over Roland en Olivier en
+Arthur, de Koning van Brittanië; verder Philip van Montjardin, die hem
+van de verovering van Jeruzalem vertelde en de belegering van Antiochië
+en de gebeurtenissen in het Oosten, en zijn neef Gautier de Cluse,
+die Engelse geschiedenissen kende, die van Gormund en Isembart en van
+Tristan en Isolde en van Merlijn en van Marcolf." En in de dichterlike
+fantasie dier tijden voeren al die bonte voorstellingen een grote
+heksensabbat op. Zo men de romantiese geestestoestand--in tegenstelling
+met de klassiek-harmoniese--beschrijven kan als een, waarin de rijkdom
+der stof en zijn menigvuldigheid de eenheid der ziel in tweeën splijt,
+dan is de mentaliteit van de 12de eeuw meer romanties dan die van alle
+andere tijden. De gehele nieuwe stof en de nieuwe gevoelstonen, die uit
+de meest verschillende tijden en kulturen zich daar over uit storten,
+smelten in gelukkige ogenblikken werkelik samen--het antieke en
+het kristelike, het Oosterse en het Keltiese--tot nieuwe levende
+fantasie-gewrochten, nieuwe, vreemde, gemengde gevoelens, maar nog meer
+worden er zo slechts disparate elementen overal vandaan tot barokke
+alliages samengesmolten of schilderachtig-bont naast elkaar geplaatst.
+Hector gebruikt het schild van Samson en heeft de helm van Arthur op,
+zijn zwaard is gesmeed door Wieland en gehard door »Heer Vulcanus".
+Moet iemand geprezen worden, dan is hij altijd sterk gelijk een Samson,
+schoon gelijk Absalon, wijs als Salomo, mild als Alexander, prachtig als
+koning Arthur, en een tovenaar als Virgilius of Merlijn. Tydeus--een
+van de »Zeven voor Thebe"--is waardiger de kroon te dragen dan
+Nebukadnezar, en de oude Otto, de raadgever van de Thebanenkoning, is
+een neef van Plato.
+
+En verder: zo, in tegenstelling met de helder de zaken beschouwende,
+rustige, kalme klassieke geestesrichting, de romantiese geestestoestand
+beschreven kan worden als een toestand van innerlike onrust en spanning:
+een opgeschrikte, opgehitste fantasie, een sterk gespannen, golvend
+gevoel van verwachting, twijfel, ontbering, verlangen, dan is het
+bewustzijn van de tijd der kruistochten romantieser dan dat van enige
+andere tijd. Voor de rondtrekkende troubadour en de ridder op een
+kruistocht, voor de leeslustige geestelike of voor de Vlaamse graaf,
+waar wij juist van hoorden, moest de wereld zich in wijde, vage
+horizonten aftekenen, in schemerend, onzeker half-licht,--verwondering
+wekkende en verwachting, verlangen en wensen, voorgevoelens en
+dromen. Alles wat vreemd was, stond als in een afstand-mist maar ook
+afstand-glans, men trachtte er bij te komen, maar kwam er maar half
+bij, poogde het te vatten en vatte toch maar de helft. Een geestelike
+probeert zich tot de hogere beschavings-sfeer van Virgilius en diens
+personen op te heffen, wil fijn zijn en waardig en klassiek, maar
+wordt slechts pedant, geaffekteerd en gekunsteld, en plotseling, in
+een onbewaakt ogenblik, waar de dichter natuurlik is en zich zelf,
+verraadt hij opeens op de vermakelikste manier het naïeve en ruwe
+kultuurstandpunt van zich zelf en zijn publiek. Een ander haalt Keltiese
+sagen en mythen voor den dag of roept de antieke goden en godinnen op;
+maar Diana is een jagende vorstin, Echo een koningsdochter, Argus een
+honderd-ogige reus, aan wie een koning de taak op draagt een koe te
+bewaken, terwijl een ander die zeer op de hoogte is van de muziek graag
+de koe zou willen hebben... en evenzo wordt het Keltiese land des doods,
+waar de koningin door de Doodsgod heen gevoerd is, slechts als een
+naburig rijk opgevat, welks koning haar geschaakt heeft. Maar toch--dat
+naburig rijk heet »het land waar men nooit uit weer keert" en een zekere
+mist of glans van iets bovennatuurliks, ligt er voor de dichter over
+Keltiese zowel als antieke mythen; hij voelt dat er iets anders
+achter en onder steekt, dat alle gebeurtenissen en personen en namen
+een dubbele betekenis hebben, een wijder perspektief, waar ze op
+uitkijken--wat de toehoorders dikwels ook tegenover onze heldenliederen
+gevoeld hebben als die van Sivard en Brynhilde, en van Ribolt en
+Guldborg.
+
+Dat tweeledige en dat perspektief--die afstand welke slechts het
+verlangen opwekt en de barokke disharmonie tussen stof en behandeling,
+voorbeeld en navolging--geheel die menigvuldigheid van voorstellingen
+en tonen... dit alles is het juist wat uitgedrukt wordt door het woord:
+Romantiek.--
+
+
+
+
+XI.
+
+DE ALEXANDER-ROMANS.
+
+
+Heel natuurlik werden de figuur en de geschiedenis van Alexander de
+Grote het eerste dat tot ridderromans omgewerkt werd. De geesteliken
+hadden reeds lang Latijnse ridderromans gekend en nu begon de wereld der
+kruistochten om verschillende redenen voor de avontuurlike tochten van
+Alexander belangstelling te voelen en die te begrijpen.
+
+Van de oudheid af had die belangstelling al bestaan--de ene generatie
+na de andere had die bewonderd en zich er over verbaasd en hadden die
+romans de verbeeldingskracht voedsel en vleugels gegeven. Bij de
+geschiedschrijvers der oudheid--Plutarchus, Arrianus, Diodorus,
+Justinus, Curtius--treedt ons, zo al niet de historiese Alexander
+tegemoet, (wie weet hoe _die_ er uitgezien heeft?), dan toch het
+volkomen ontwikkelde schitterende beeld van de grote held: de lieveling
+der goden, met alle eigenschappen om de mensen voor zich te winnen en
+te beheersen--schoon, dapper, welsprekend, beminnelik; opgevoed door
+niemand meer of minder dan Aristoteles, de grootste wijsgeer van heel
+Griekenland,--flink om zichzelf te beheersen, met een blik op de mensen
+en de regeerkunst; en ten slotte gedreven door jeugdige drang tot
+handelen, en een onverzadigbare eergierigheid. Als een echte leerling
+van de mannen van Odysseus, offert Alexander te Memphis aan Apis en laat
+zich in de Ammons tempel als de zoon van een God begroeten; als een
+Grieks filosoof gooit hij voor de ogen van de van dorst versmachtende
+soldaten de beker met water in het zand der woestijn ledig, en drinkt
+hij de medicijnbeker uit terwijl hij zijn vriend Philippus de brief
+overhandigde die de zaak aangaf. Maar: Alexander's missie in de historie
+was juist om aan het eigelike antieke een einde te maken; in de Griekse
+rijken smolten het Oosten, Aegypte en Griekenland tot een gemengde
+kultuur samen; en daarin is het dat het slechts in zo geringe mate
+antieke beeld van het leven en de figuur van Alexander zich gevormd
+heeft, dat tot de Middeleeuwen kwam en met zulk een entoesiasme werd
+ontvangen. Te Alexandrië ontstond ongeveer 200 jaar n. C., half
+op de geschiedenis, half op Oosterse sagen gebaseerd, de zogenaamde
+pseudo-Callisthenes, een levensbeschrijving van Alexander, aan
+Callisthenes toegeschreven, die, met enige zogenaamde brieven
+van Alexander aan zijn moeder en Aristoteles, het uitgangspunt
+werd--grotendeels door een Latijns uittreksel van Julius Valerius--voor
+een rijke middeleeuwse Alexander-literatuur, eerst in 't Latijn, toen in
+het Provençaals, toen in 't Frans en Duits en daarna in vele Europese
+talen.
+
+In het beeld dat de middeleeuwen op die wijze ontvingen, waren trekken
+van een fijne, nobele kultuur, vermengd met de laatste half Oosterse
+sterk-fantastiese producten der oudheid. Voor de Aegyptiese schrijver
+van de biografie van Callisthenes is Alexander niet een zoon van koning
+Philippus maar van Nektanebus, een Aegypties tovenaar, die de laatste
+uit het geslacht was van de oude koningen en halfgoden. In de gedaante
+van de God Ammon is Nektanebus bij de Koningin Olympias gekomen en heeft
+door zijn toverkunst ook koning Philip kunnen doen gelooven dat diens
+gemalin door een God zwanger is geworden. Allerlei wonderen gebeuren er
+bij de geboorte van Alexander. Nektanebus wordt een van de opvoeders van
+de knaap, maar deze doodt hem wanneer hij te weten komt dat het zijn
+vader was. Verder zijn Zeuxis en vooral ook Aristoteles de leraars van
+Alexander. Hij wordt in de »zeven liberale kunsten" onderwezen en wint
+een ieder voor zich, door zijn verstand en zijn beminnelikheid, hij is
+vooral zo vrijgevig dat zijn ouders en leraars het bedenkelik beginnen
+te vinden. Na het wilde paard Bucephalus getemd en afgericht te hebben,
+trekt de jongen met permissie van zijn vader naar de Olympiese spelen.
+Daar hoont een andere vorst hem en spuugt zelfs naar hem; met kalme
+zelfbeheersing verdraagt de jongeling eerst de belediging, maar wreekt
+zich door hem onder de spelen ter aarde te vellen. Als hij thuis komt,
+hoort hij dat zijn vader Olympias verstoten heeft en op 't punt staat
+met een ander bruiloft te vieren, Alexander ijlt de feestzaal binnen,
+geeft zijn vader een bittere en scherpe terechtwijzing en dwingt hem
+zijn echtgenote weer in haar oude waardigheid te herstellen.
+
+Zo luidt de geschiedenis van Alexander's jeugd. In de middeleeuwen
+krijgt die een andere kleur en vorm,--met trekken van het baronachtige,
+het ridderlike en het fantastiese. Nog vrijwel in de antieke atmosfeer
+bleef de Zuid-Italiaanse priester die ongeveer 1000 jaar n. C. een
+bewerking van de stof gaf in Latijnse proza: »de Proeliis". In de
+11de eeuw was er een geleerd geestelike, Albéric de Briançon, die een
+Provençaals gedicht schreef met Julius Valerius als bron, maar die nu en
+dan ook de echte klassieke historici er ter vergelijking bijhaalde: zijn
+doel is asketies: de geschiedenis van Alexander te schilderen als een
+groot bewijs voor de waarheid van het woord van de Prediker: »Alles
+is ijdelheid", maar hij schijnt--slechts een klein fragment is er van
+over--de oude verhalen toch veelal in de toon der heldenpoëzie gestemd
+te hebben. Maar geheel in de stijl en het rhytme daarvan wordt Albéric's
+gedicht in de 12de eeuw overgebracht in een Noord-Franse bewerking uit
+de grensstreken tussen Noord- en Zuid-Frankrijk. En tegelijk duikt het
+ook aan de overzijde van de Rijn op, toen een priester Lamprecht uit
+Keulen of omstreken, het in Duitse verzen weergaf en het tot een hele
+roman uitwerkte. Bij Lamprecht begint het hoofse element reeds hier en
+daar de ongeneerde baronnen-poëzie op zijde te dringen. Maar geheel
+en al in de geest der riddertijd is de bewerking die het gedicht van
+Lamprecht tegen het einde der eeuw onderging, en nog meer is dit het
+geval met een grote Noord-Franse Alexanderroman, welks oudste deel van
+Lambert le Tort is, maar waarvan de laatste versie (ongeveer 1185) wordt
+toegeschreven aan Alexander van Bernay of van Parijs.--
+
+IJverig protesteren die middeleeuwse baronnen- en riddergedichten er
+tegen dat Alexander een onecht kind zou zijn, een spruit van een
+heksenmeester--»gelijk enkele troubadours beweerd hebben"--; neen! zo
+iets moge waar zijn van een Merlijn of de boze graven van Anjou, maar
+Alexander was voorzeker van echte koninklike stam! En een echte »fils de
+baron" is de knaap dan ook van zijn wieg af. Zijn ene oog is blauw als
+dat van de draak, zijn andere zwart als dat van de griffioen, de borst
+van een min is hem niet genoeg,--de vrouw van een ridder moet hem
+met een gouden lepel voeden,--en hij vliegt op als men hem aanraakt;
+als hij opgroeit, wil hij alleen edele ridders om zich heen hebben
+en verwaardigt zich niet een schildknaap of mindere aan te kijken. In
+latere versies is het nog meer het welopgevoede kind van een edelman
+dat op de voorgrond geschoven wordt: de knaap is »gentile" en glimlacht
+vriendelik tegen een ieder die hem aanspreekt. Zijn opvoeding is die van
+een middeleeuws vorstenzoon. Hij wordt in de wapenen geoefend, in de
+rechtspleging volgens alle vormen van het leenrecht, in goede manieren
+en gedrag. Dertig gravenzonen die op de zelfde dag als de prins geboren
+zijn, worden met hem opgevoed en blijven zijn lijfwacht vormen--men
+vergelijke het boek der Macchabaeën I, 7. Met grote animo en zeer
+levendig wordt verteld hoe hij Bucephalus inrijdt en temt,--het paard
+heet met de nodige fantasie een kruising tussen een oliefant en een
+drommedaris. Tot grote schrik van iedereen rijdt de prins het getemde
+dier de slotstrap op, de zaal in, dwars over alle tafels en banken, dan
+stijgt hij er af, geeft het paard aan een stalknecht over en vraagt zijn
+vader hem tot ridder te slaan--hem zelf zo wel als zijn volgelingen.
+Uitvoerig worden de middeleeuwse ceremonieën bij deze handeling
+geschilderd. Eerst moeten de jonge mannen baden; als men heel natuurlik
+water binnen wil brengen, verklaart Alexander »mannelik" dat zij alleen
+maar in de zee willen baden. Terwijl de jonge mannen in het water
+rondspartelen, laat de koningin de nieuwe kleeren naar 't strand
+brengen--die speelden toen de zelfde rol als nu bij de aanneming,--en
+tegelijk daarmee zendt de koning de paarden en wapenen daarheen. Toen
+had gij--barst de zanger uit--die massa's van hermelijnen pelsen eens
+moeten zien, van zijden stoffen, van marterbont, gezadelde paarden
+en wapenrustingen. De koningin is zelf gekomen om naar de badenden
+te kijken,--zij heeft een baldakijn boven het hoofd om zich tegen de
+warmte te beschutten--en naderhand geven de kamerdienaars Alexander's
+volgelingen hun klederen aan, maar de koningin zelf trekt die haar
+zoon aan. Eerst een hemd zonder naad en uit één stuk, (als de rok van
+Kristus),--uit Engeland was dat over Friesland aan koning Philippus
+gezonden--die beschermd tegen wonden en hete wellust,--gelijk ascetiese
+haren hemden en de »helm" waar sommigen mede geboren heten. Daaroverheen
+krijgt hij een zijden kleed dat vervaardigd is door feeën in een bos
+bij Babylon en dat hem door een tovenaar gebracht is; wanneer men dat
+aanheeft, voelt men noch warmte noch kou. Daarna legt zijn moeder hem
+een hermelijnen mantel over de schouders met een rand van pantervel;
+als men die aan heeft, krijgt men nooit wit haar. En zo nog andere
+kledingstukken met allerlei wonderbare eigenschappen. Nadat zij gekleed
+zijn, slaat koning Philippus al die jonge lieden tot ridders en geeft
+hun wapenen. Het zwaard van Alexander is door een fee van koningin
+Penthesilea gebracht, zijn harnas is van Arabies goud, de helm is van
+Cornwall--in zijn tijd heeft koning Arthur die opgehad; het schild is
+door koning Salomo gezonden,--dat is nog van Samson geweest. Nu gaan de
+nieuwe ridders onder het oog van de dames ridderoefeningen houden; die
+zitten de schone jonge prins te bewonderen en zeggen tegen elkaar: »Als
+hij en ik bij elkaar lagen, zou ik hem niets kunnen weigeren." Eindelik
+roepen de herauten hen aan tafel en de ridders laten zich dat niet twee
+keer zeggen; Alexander komt vlak tegenover zijn moeder te zitten die
+niet laten kan hem aan te zitten kijken.
+
+De scène met de Olympiese spelen waar de antieke berichten nu van
+vertellen, kunnen de Middeleeuwen niet begrijpen, Alexander's
+glimlachende zelfbeheersching bij de bespotting door een vreemde vorst,
+kunnen ze ook niet bewonderen. In plaats daarvan komt dan ook een oorlog
+die met een scène uit een echte »Chauson de geste" begint. Boodschappers
+van een vreemde koning komen de zaal binnen, waar Koning Philip hof
+houdt, en eisen overmoedig de betaling van een schatting. Terwijl
+men radeloos in de zaal zit te kijken, springt Alexander op, weigert
+brutaalweg de schatting te betalen en zendt de mannen terug met een
+uitdaging. Gelijk in de Franse heldendichten gaat hij op tafel staan
+om mannen aan te werven en, »gelijk een edele ridder" laat hij, door
+het gehele rijk, het geld van woekeraars en allen die zich verrijkt
+hebben opeisen, om daarmede de ridders te kunnen wapenen; op raad van
+Aristoteles omringt hij zich verder, op 't voorbeeld van Karel de Grote,
+met 12 pairs. Geheel en al in de trant van de oude heldengedichten
+worden nu de oorlog en de slagen geschilderd: ze rijden er op Arabiese
+paarden, de banier waait boven het leger, de werpspiesen vallen dicht
+als de Mei-regen, »daar had gij menig schild in stukken kunnen zien, en
+menige gebarsten helm en rusting." In een tweegevecht velt ten slotte
+Alexander de vreemde koning. Later hoort hij vertellen van de rijke
+stad Athene, die zo goed door haar »baronnen" bewaakt wordt, dat die
+onneembaar geacht wordt; terstond besluit de eergierige prins naar
+die stad op te trekken. Maar het bericht dat zijn vader op nieuw in 't
+huwelik wil treden, roept hem ijlings naar huis. Het komt tot een hevige
+scène in de grote zaal waar de bruiloft gevierd wordt, maar als Koning
+Philip, verbitterd, zijn zoon een zwaard in de zijde wil stoten,
+struikelt hij en wordt gewond, waarop Alexander hem in zijn armen
+opneemt, hem op een bed legt, en hem door zijn verwijten en door hem
+zacht toe te spreken er toe brengt zich met Alexander's moeder te
+verzoenen. Er is hier iets veel brutalers en tegelijkertijd iets veel
+sentimentelers dan bij de corresponderende scène in de antieke bronnen.
+
+Kort daarna sterft koning Philippus en nu trekt Alexander als koning
+op zijn grote veroveringen en ontdekkingsreis uit. Hierover hadden
+de Oosters-antieke berichten al veel te vertellen. Ten eerste over
+Alexander's snuggerheid en slimheid. Hoe kalm en geestig wijst hij de
+overmoedige spottende brieven van de koning der Barbaren en diens gaven
+niet terug; hoe hij vermomd de stad van de Persiese koning binnendringt
+om daar te verspieden en zich zelfs bij hem aan tafel weet in te
+dringen, maar hoe hij zich door die schitterende pracht volstrekt niet
+laat verblinden,--kalm steekt hij de gouden beker, die hem voorgehouden
+wordt, bij zich, met de woorden, dat zulks de gewoonte is bij Alexander
+van Macedonië. Dan over zijn grootmoedigheid en zijn beminnelikheid. Hij
+behandelt de moeder en de echtgenote van de koning van Perzië zeer goed
+en neemt Roxana, de dochter tot vrouw. Vreedzaam bezoekt hij het land
+der Amazonen en die betalen hem schatting. Na Porus, de koning der
+Indiërs overwonnen en geveld te hebben, voert hij in alle vormen een
+briefwisseling met diens schoondochter Candace, die hem geschenken doet
+toekomen en in 't geheim zelfs zijn portret laat schilderen. Alexander
+komt er later toe haar hulp te verlenen tegen de vijand, en daar hij
+de dood van Porus op zijn geweten heeft, durft hij zich niet anders
+dan vermomd naar diens rijk op reis begeven, waar hij zo de residentie
+van de koningin bezoekt; maar zij herkent hem door zijn portret, doch
+verraadt hem niet aan haar hovelingen en ontvangt hem vriendelik. Overal
+is Alexander de dappere krijgsman, maar nog meer de verstandige, slimme
+veldheer en nog 't allermeest de geestige, galante, edelmoedige vorst.
+
+Maar ook is hij de personificatie van de onverzadigbare drang naar
+onderzoek en de onverschrokken lust naar avonturen. Wat de ouden in hun
+wildste fantasie voor vreemds hadden wensen te zien, is in de tochten
+van Alexander verpersoonlikt. Dieper en dieper dringt het leger Azië
+binnen en de wonderen worden steeds groter. Daar zijn allerlei
+merkwaardige mensen en dieren; b.v. de ichthyofagi, een bron waarin men
+dode vissen dompelt waarop ze weer levend worden, eilanden in de zee die
+plotseling duiken en zo enorme vissen blijken te zijn, sprekende bomen
+op de zon en de maan. Op een berg, door een muur van saphir omgeven,
+komen Alexander en zijn mannen in een prachtige tempel, waar allerlei
+vreemde dingen te zien zijn: een karbonkel verlicht de ruimte, een vogel
+uit een gouden kooi roept hun waarschuwende woorden tegen, op een
+vergulden ligbank rust een in zijde gekleed persoon met een gesluierd
+gezicht. Niettegenstaande de waarschuwingen wil Alexander de vogel en de
+karbonkel grijpen, maar nu begint de man op de rustbank zich te bewegen,
+en terwijl Alexander steeds nog kalm zijn verschrikte volgelingen
+uitnodigt plaats te nemen en te gaan eten en drinken, barst er nu op
+eens een verschrikkelik onweer los en hoort men een hels lawaai van
+fluiten en pauken en cymbalen,--de gehele berg begint te roken en
+ijlings vluchten allen. Alexander daalt zelf in een glazen klok op
+de bodem van de zee neer om de diepte na te sporen en hij laat een
+vernuftig mechanisme maken waardoor hij zich met behulp van gebonden
+griffioenen in de lucht op kan heffen om de hoogte te onderzoeken.
+
+Dit was nu alles natuurlik net iets voor de Middeleeuwen. Maar reeds
+aan het einde van de oudheid was een asceties-religieuze opvatting
+op de voorgrond gekomen, voor welke die gehele geschiedenis van
+Alexander niets anders was dan één groot voorbeeld van menselike
+onverzadigbaarheid, ijdele eergierigheid en verwaande nieuwsgierigheid.
+Met de gymnosophisten van Indië, boedhistiese filosofen, behandelt
+Alexander diepzinnige vraagstukken als de kwestie welke van de twee er
+eerder was: de nacht of de dag, en of er meer levenden zijn dan doden
+of omgekeerd. Voor hen die in Maja en in het Nirwana geloofden, is
+Alexander slechts de wereldse ijdelheid en begeerte die tot niets
+leiden. En deze opvatting gaat ook op de middeleeuwse geestelikheid
+over. Evenals Caesar in talrijke middeleeuwse verzen van zijn graf uit
+spreekt en er de mensheid aan herinnert dat hij zich nu met een klein
+plekje aarde moet vergenoegen en een steen, hij, voor wie de gehele
+wereld in zijn leven niet groot genoeg was, zo vlocht de monniksgeest
+episoden in de Alexander-gedichten in, die aan de parabelen van
+de Talmud en het Oosten waren ontleend en die als »memento mori"
+waarschuwende woorden tot de veroveraar der wereld moesten spreken.
+Wanneer hij van zijn expeditie naar de bodem van de zee terugkomt, is
+hij in ernstige overpeinzingen verzonken. Ook daar, bij de vissen,
+heeft hij gezien dat de groten de kleinen opeten, en ook daar zitten
+begeerlikheid en hebzucht aan het roer en zijn de wortel van alle kwaad.
+Een andermaal hoort hij een boer van een bron vertellen die wijsheid
+verleent, maar hij die begerig is, moet er niet van drinken, want voor
+zo iemand wordt die een vergift dat krankzinnig maakt. Alexander beveelt
+de boer terstond hem naar die bron te brengen. Op weg daarheen komen
+zij voorbij een landgoed, waarover de boer vertelt dat de verkoper,
+een arme edelman en de koper, een burger, in edelmoedigheid met elkaar
+schijnen te wedijveren, daar geen van tweeën zich een schat van 100 ton
+gouds wil toeëigenen, die men daarop begraven heeft gevonden. »Die man
+is gewoon gek, die burger," roept Alexander uit, »in zijn plaats zou ik
+er geen dukaat van terug gegeven hebben." Waarop de boer zegt dat hij
+Alexander dan niet durft raden uit die bron te drinken en werkelik
+vloeit er dan ook, als ze naderbij komen, bloed uit in plaats van
+water.--Ergens anders lezen zij dat het leger van Alexander bij een
+enorm gesloten kasteel komt, niets meer of minder dan het aardse
+paradijs. Een paar van zijn mannen kloppen aan en eisen uit naam van
+Alexander het betalen van een schatting. Nadat zij lang zijn blijven
+kloppen, wordt er een klein luikje open gedaan en geeft een oud man hun
+daardoor een steen, waarin een mensenoog gegrift staat. Een oude Jood
+verklaart daarop aan Alexander dat die steen zo zwaar is dat al het goud
+der wereld er niet tegen opweegt; maar wanneer men slechts het oog met
+een weinig slijk bedekt, wordt de steen heel licht. Dat is een simbool
+van het menselik oog dat door al het goud der wereld niet verzadigd
+wordt, maar welks begerigheid pas niet meer opgewekt wordt, wanneer het
+onder de aarde ligt. De eerste van die parabels is uit het Arabies, de
+tweede uit de Talmud.
+
+Ofschoon, de ridderlike opvatting laat zich aan Oosterse wijsheid weinig
+gelegen liggen. Die houdt zich aan Alexander als hij uitroept: »ons erf
+is, onder het hemelblauw, de hele aard, wat mij zo pijnlik treft en
+mij zo zeer bezwaart, is dat de wereld werd gebouwd op al te eng een
+rots,--God schiep te klein de aard voor mannentrots." Of aan het schone
+antwoord dat de Macedoniese koning de gymnosofisten geeft, wanneer die
+hem vragen waarom hij zo heen en weer trekt, ofschoon hij toch gelijk
+alle andere mensen sterven moet: »Dat wordt slechts door de hoogste
+voorzienigheid bestuurd, en wij zijn haar dienaren, die uit moeten
+voeren wat die beveelt; de zee komt niet in beweging tenzij de wind er
+over heen strijkt. Ik zou gaarne willen rusten, maar Hij die mijn geest
+bestuurt, laat dat mij niet toe,"--het antwoord van een heldengeest op
+de bezwaren van de burgerlikheid, die Tegnèr zo prachtig beschreven
+heeft in zijn gedicht over »Alexander aan de Hydaspes". En door zijn
+gehele optreden protesteert Alexander ook tegen de geestelike
+beschuldigingen van onverzadelike hebzucht. Porus biedt Alexander
+schatten als hij, Porus, zijn rijk terug krijgt; in de antieke bronnen
+neemt Alexander het goud aan, maar in de Franse ridderroman geeft hij
+Porus zijn rijk voor niets terug. »Een begerig man kan nooit een rijk
+veroveren, hij zal integendeel kwijt raken wat hij heeft. Indien mijne
+volkeren mij lief hebben, is het vanwege mijn vrijgevigheid. Ik geef
+allen wat zij hebben willen." Alexander is alleen daarom onverzadelik in
+het nemen, omdat het geven een passie voor hem is geworden. Hij wordt
+het voorbeeld in de middeleeuwen, van ridderlike, vorstelike »largesse".
+Reeds toen hij 11 jaar oud was bedolf hij de groten des rijks zo zeer
+onder zijn geschenken, dat ze zijn vader kwamen waarschuwen: »Indien hij
+Heer was over de gehele wereld, zou hij die binnen 14 dagen weg geven."
+Waar hij ook komt, overal deelt hij uit, rechts en links, dikwels geeft
+hij zo ook het land dat hij veroverd heeft terug. Aan een jongleur die
+zijn eigen liederen op de fluit akkompagneert, geeft hij een gehele stad
+ten geschenke,--een antiek motief waaraan een geheel nieuwe wending
+gegeven is; een andere keer schenkt hij een ridder die een kleinigheid
+vraagt, een geheel land, en wanneer de ander, geheel en al in de war,
+zegt dat hij liever geld en kleeren wil hebben, voegt Alexander hem
+verachtelik toe: »Ik ken u niet, en het hart in uw lijf niet,--maar
+zo zijn nu de geschenken welke de koning van Macedonië geeft"; (vgl.
+Seneca: De Beneficiis, II, 16). Eens komt een Aziaties »baron" klagen
+dat hij door zijn leenheer verongelijkt is; dadelik trekt Alexander
+daarheen, hoewel zijn weg daar niet langs liep en verschaft hem recht;
+een andere keer, als hij een stad veroverd heeft, laat hij zich
+bewegen,--hij is immers de »bloem der hoofsheid"--door de tranen van de
+schone gevangen hertogsdochter, als hij merkt hoe haar blik voortdurend
+op een der mannelike gevangenen blijft rusten, ondervraagt hij ze beiden
+en wanneer hij hoort dat zij elkaar trouw liefhebben, schenkt hij hun de
+vrijheid en geeft een feest bij hun huwelik.
+
+Want gelanterie tegen de vrouwen hoort meer dan iets anders tot zijn
+ridderlike vorstendeugden. Het erotiese element neemt hoe langer hoe
+groter plaats in. In de episode met Candace die Alexander's portret
+laat maken en die door hem incognito bezocht wordt, was in de antieke
+versie dat element in 't geheel niet aanwezig, daar vond men niets dan
+galanterie en grootmoedigheid van twee vijanden tegenover elkaar. Maar
+in de middeleeuwse roman is zij op Alexander verliefd geworden door de
+roem die er van hem uitstraalde en als hij haar bezoekt, biedt zij hem
+zelf onverholen dadelik haar liefde aan, die hij dan ook volop te
+genieten krijgt. Met veel détails schilderen die romans dan ook het
+bezoek in het land der Amazonen. Allerliefst is hoe de koningin het
+leger van Alexander twee maagden tegemoet zendt, Flore en Beauté, met
+geschenken en beloften van hulde. Koket gekleed--de tedere huid is door
+het open kleed te zien--trekken ze op weg en zingen onder het rijden een
+lied van de schone jongeling die zijn eigen schaduw in het water zag
+en van verlangen daarnaar verteerde; zij komen twee van Alexander's
+baronnen tegen en vragen die met hen mede naar 't kamp te willen gaan.
+Onder veel plichtplegingen leiden de ridders hun paarden bij de teugels,
+eerst stribbelen de jonge meisjes een beetje tegen, maar zij laten zich
+toch al heel gauw een kusje ontstelen, en wanneer zij hun boodschap bij
+Alexander verricht hebben--hij komplimenteert o. a. hun koningin over
+de verstandige zet om zulke schone gezanten af te vaardigen--vragen de
+ridders verlof aan Alexander, met de twee jonkvrouwen te mogen trouwen,
+die daar meer dan bereid toe zijn. Later komt de koningin der Amazonen
+zelf op bezoek, en Alexander ontvangt haar met veel praal; zij en haar
+vrouwen voeren allerlei gymnastiese spelen uit en zij werpt haar
+overkleed af om haar lichaam onder het spel beter te laten uitkomen.
+
+De drang naar avonturen en de lust naar ontdekkingen brengen Alexander
+meer en meer oostwaarts en hoe verder hij daarheen doordringt, des
+te merkwaardiger dingen krijgt hij te zien. Wat over die tocht van
+Alexander het nodige licht werpt en het een nieuwe glans bijzet, is het
+verlangen als in de tijden der kruistochten naar het Oosten. Talrijke
+merkwaardigheden die de kruisvaarders bij de Saracenen gezien hebben
+of waar ze over hebben horen spreken, worden nu gebruikt om aan de
+beschrijving van Alexander's tochten lokale kleur bij te zetten.
+Bijvoorbeeld de grote prachtig versierde tenten die de Saracenen
+gebruikten en die nog in onze dagen tot de luxe-voorwerpen van het
+Oosten behoren; de kruisvaarders hadden er meer dan een zo veroverd en
+Europese vorsten kregen die wel van Oosterse prinsen ten geschenke.
+Of fraaie grafmonumenten, kostbaar van buiten zo wel als van binnen
+versierd, met eeuwig brandende lampen, die door magneten vrij in de
+grafkamer blijven zweven en dergelijke dingen meer,--dit kan iets
+geweest zijn wat de kruisvaarders zich nog van antieke en Oosterse
+grafmonumenten herinnerden of--een echo van de vele verhalen die over
+het graf van de profeet in Mekka liepen. Tenslotte allerlei mechaniese
+kunstwerken, die in het keizerlik paleis te Byzantium of in de paleizen
+der Saracenen-vorsten zulk een indruk op de reizigers gemaakt hadden.
+Kronieken en sagen vloeien over van de gedetailleerde beschrijvingen
+daarvan. Reeds Haroen al Rashid moet Karel de Grote automatiese
+speelwerken gezonden hebben; in het paleis der Kalifen te Bagdad was
+een gouden boom te zien met zingende metalen vogels; om die boom heen
+voerden automatiese ruiters toernooien op, en van die zelfde kracht
+was het kunst en vliegwerk aan het hof van Byzantium, zo als dat
+in gedichten en kronieken beschreven staat. En dit alles komt ook
+overal in de Alexander-romans voor. Beschrijvingen van fantastiese
+natuurmerkwaardigheden, waar men op de kruistochten kennis mede had
+gemaakt, werden ook in de verhalen die daarover al in de oude bronnen te
+vinden waren, ingevlochten. Evenals de kruisvaarders, werd het leger van
+Alexander, wanneer het zich des avonds om de vuren bij een bron in de
+woestijn had nedergeslagen, plotseling gealarmeerd door het bericht dat
+alle dieren der woestijn daar hun dorst kwamen lessen, en in grote
+scharen kwamen ze dan aanzetten, witte leeuwen, schorpioenen en andere.
+Of wel hoort het leger plotseling in de duisternis tot zijn grote schrik
+als een tromgeroffel boven hen--dat zijn de vleugelslagen van grote
+scharen gieren of andere roofvogels. Ook aan de Keltiese sagen hebben
+de Alexander-romans blijkbaar fantastiese trekken ontleend. Wij worden
+altans sterk aan de Bretonse romans herinnerd, wanneer het leger over
+»le tertre avantureux" trekt, waar de dapperen lafaards worden, en de
+laffen moedig, of door een betoverd dal waar niemand zijn weg door en
+uit kan vinden, totdat ze eindelik na allerlei toverkunsten, door een
+duivel geholpen worden, die Alexander onder een steen vandaan haalt,
+waar hij gevangen zit.
+
+Maar het verst naar het Oosten zijn de schoonste wonderen te
+vinden--daar ginds aan de uiterste rand van de aarde, waar men van
+de bergen van Indië uit de zee-ring kan zien die de aarde omgeeft.
+Hier vindt men de zonne- en maan-bomen die Alexander zijn spoedige
+dood voorspellen. Hier is de »fontein der verjonging",--»fontaine de
+Jouvence",--die waarover de Priester Johannes ook spreekt in zijn brief
+aan de Griekse keizer; dat is een zij-rivier van een der stromen in het
+Paradijs. Alexander en zijn mannen baden zich daar in en krijgen dan
+hun jeugd terug. Hier, in 't Oosten, zijn ook de merkwaardigste bossen
+te vinden, van welker gekruide lucht de mensen leven en waarin de
+mandragora en andere wonderplanten groeien. Daaruit klinkt Alexander en
+zijn mannen zulk een wonderbaarlik schoon gezang tegemoet, dat zij al
+hun smart en bekommernis vergeten, »alles wat hun van kindsbeen af voor
+kwaads overkomen is" en zij ontdekken daar in 't bos de aanvalligste
+meisjes die daar lachend onder de bomen spelen. Dat zijn bosnymfen die
+in 't voorjaar uit de knoppen van de bomen ontstaan, doch alleen maar
+onder de schaduw der bomen kunnen leven,--zeker wel een Oosterse sage.
+Het leger slaat zich in dat bos neer en de soldaten van Alexander kiezen
+elk zulk een nymf uit die zij zich tot vrouw nemen en zo leven zij in
+vreugde en genot. Maar als dan het najaar komt en de bloemen verwelken
+en de bladeren vallen,--dan verteren ook,--smartelijk als het is om aan
+te zien--de lieve kleine wezentjes en sterven ze. Verdrietig trekken de
+soldaten verder.
+
+Als een ideaal van vorstelike grootmoedigheid en drang naar ridderlike
+avonturen bleef die figuur van Alexander voor de gehele fantasie der
+Middeleeuwen leven en zijn leven werd steeds weer in rijmkronieken,
+romans en volksboeken beschreven. En van de tijd der kruistochten over
+Marco Polo tot Columbus toe, is het Indië uit de Alexander-literatuur
+dat de schrijvers voorzweeft als het aardse paradijs en het doelwit van
+aller reisverlangens; nog nà de ontdekking van Amerika zocht men in
+Florida naar de »fontaine de Jouvence".
+
+
+
+
+XII.
+
+ROMANTIES-KLASSIEKE LITERATUUR.
+
+
+Alexander--dat was half middeleeuws, half Oosters-antiek werk. De
+oudheid zelf was, zoals wij gezien hebben, voor de fantasie der
+Middeleeuwen nooit geheel dood geweest. De grote massa had van munten en
+ivoorwerk en andere kleinodiën, van half vergane beelden en reliëfs een
+wazige voorstelling van Griekse goden en Romeinse keizers en de fantasie
+der studerende klerken was vervuld van een bonte menigte barokke beelden
+van de Griekse mythenwereld en Romeinse geschiedenis. Maar vooral stond
+men toch onder de invloed van de dekadente, vervallen oudheid; er waren
+half-barbaarse triomfbogen en sarkofagen uit de latere keizertijd over
+en bovendien had men mythografen en de lexicografen en de florilegia
+uit de rhetoren-scholen die in 't bizonder bestudeerd werden. De Griekse
+oudheid--Homerus zowel als de treurspeldichters--lag helemaal buiten
+hun gezichtseinder; de schrijvers der Latijnse Gouden Eeuw--misschien
+zelfs Ovidius en Virgilius--werden meest in latere prosa-bewerkingen
+of uittreksels gelezen en in de nationalistiese interpretaties der
+grammatici was Uranus tot een koninklike sterrekundige geworden, Medusa
+tot een Libyse vorstin en Aeolus tot een weerprofeet en uitvinder van de
+zeilen op de schepen. Reeds lang hadden zich hier en daar geesteliken
+geamuseerd met een episode uit Ovidius of Virgilius in Latijnse
+verzen te behandelen, maar van omstreeks het jaar 1100 af brengen
+de rondtrekkende scholieren en halfgestudeerde speellieden talrijke
+voorstellingen uit de oudheid in omloop. Aan de hoven zong men of
+vertelde men van Narcissus en van Orfeus, of de geschiedenis van Dido
+en Aeneas; dergelijke verhalen worden nu ook overal in de geestelike
+romans ingevlochten. Enkele van die berijmde vertellingen naar Ovidius
+zijn in 't Frans en Engels tot ons gekomen; ook nog fragmenten van
+komplete vertalingen in het Frans en Duits van Ovidius' »Metamorphoses".
+In de »Gesta Romanorum", een Latijnse verzameling van kleine
+prozavertellingen, en de vele bewerkingen daarvan in de volkstaal van
+verschillende landen, vinden we ook nog verschillende motieven van
+Ovidius en Livius terug.
+
+Het is een geromantiseerde klassieke literatuur--barok ingekleed,
+grillig en vreemd--soms erg nuchter en zonder enig begrip er van, in
+huiselike middeleeuwse toestanden omgezet, soms daarentegen door vrome
+geesteliken tot in een ideale sfeer opgeheven of door de fantasie der
+speellieden tot het niveau van de gewoonste avontuurtjes teruggebracht.
+
+Eerst zijn er dan hele massa's goden en godinnen. Men raakt de kluts
+bij al die namen gemakkelik kwijt: Apollo en Apelles, Cybele en Sibylle
+zijn licht te verwarren; sommigen dachten eigelik, zoals b.v. de
+kerkvaders, dat zij duivels waren,--zo werd er b.v. gezegd dat Apollo
+door de Saracenen aangebeden en vereerd werd, even goed als Mahomed en
+Tervagaunt en al die andere duivelse goden van hen--maar anderen
+beweerden dat Apollo een speelman geweest was, die ook een uitstekend
+jager was en de mensen à raison van zoveel de toekomst voorspelde.
+Tovenaars en boze wezens waren het in elk geval; men moest maar eens bij
+Meester Ovidius lezen, hoe Jupiter zich in alle gedaanten om kon toveren
+en wat een hoereerder en Sodomiet hij was. Maar het was toch maar het
+beste op goede voet met hen te staan, daar wist Paulus van mee te
+spreken, toen de hele familie uit de Olympus met hun rijke gaven aan
+kwam zetten,--Apollo met apoteek-zalf, Ceres met een massa zakken koren,
+Pallas met een hele vracht boeken.
+
+Dan was er al die andere hekserij en duivelskunsten, waar de klerken der
+oudheid van wisten te vertellen. Waternymfen zoals die ook in Bretagne
+voorkwamen; zeemeerminnen en sirenen die »een lied zingen dat musica
+heet, en dat de schippers in 't verderf stort"; de kleine duivel Spin
+(d. w. z. Sfinks) die alle mensen in de afgrond wierp, welke zijn
+raadsels niet konden oplossen; de tovenaar Virgilius die even ervaren
+was in de zwarte kunst als Merlijn bij de Britten, en allerlei snuggere
+mechanismen op 't Capitool te Rome aanbracht ter bescherming van het
+Romeinse rijk. Toverij moet er ook geschuild hebben, dacht de trouvère,
+in die geschiedenis van een vorst die een witte koe bezat die zulke
+heerlike melk gaf en die hij door een man met honderd ogen liet bewaken,
+of in het verhaal van de koningsdochter Ariadne, wier vrijers allemaal
+naar een grote tuin gebracht werden, die zodanig ingericht was dat
+niemand er weer uit wist te komen, terwijl er nog een lelik beest van
+een leeuw ook in huis hield. Maar 't alleraardigste in al die klassieke
+feeënverhalen was dat van koning Orpheus wiens koningin Heurodis naar 't
+onderaardse feeënrijk van Pluto weggevoerd was. Wanhopend trekt Orpheus
+weg en leeft als een wildeman alleen in 't bos: alleen zijn harp heeft
+hij meegenomen en alle wilde dieren komen naar hem luisteren als hij
+daar op speelt. Dikwels ziet hij daar in de stilte van het bos de
+Alfenkoning op jacht met zijn gehele gevolg en onder de vrolike dames
+daaronder ontdekt hij op een zekere dag zijn geroofde vrouw. In zijn
+speelmanskleedij gaat hij met de stoet mede door een opening in de berg
+naar het prachtige slot van de Alfenkoning en dààr speelt Orpheus zó
+schoon voor de koning en het hof dat hij permissie kreeg zijn Heurodis
+weer naar zijn eigen koninkrijk mede te nemen. (De Engelse Sir Orfeo
+naar een verloren Frans _lai_.)
+
+Even als nu de ridderverhalen uit zijn eigen tijd tekenden zich voor
+de trouvère al die mooie aandoenlike liefdesgeschiedenissen af, waar
+Ovidius van vertelde,--van Prinses Atalante die met haar vrijers een
+wedloop aanging en hoe een arm ridder die won omdat hij een rozenkrans,
+een zijden ceintuur en een gouden bal bij zich had gestoken die hij
+onderweg liet vallen; van Pyramus en Thisbe die niettegenstaande »die
+huote" (de bewakers) in het groene bos elkaar zouden ontmoeten, maar zo
+ongelukkig om het leven kwamen, maar vooral de schone geschiedenis van
+Narcissus: dat was een allerheerlikste jonge man, met haar, zo verguld
+dat een jonkvrouw het als gouddraad had kunnen gebruiken om mede te
+borduren, en met een mond die alle vrouwen een »kus mij" scheen toe te
+roepen, en ogen die reeds menige jonkvrouw gewond moesten hebben. De
+vorstendochter zit aan het raam in haar vaders slot en wordt door Amor's
+pijl verwond wanneer hij voorbij komt; slapeloos wentelt zij zich op
+haar sponde heen en weer, zodat zij haar kamenier moet roepen om 't bed
+over te maken, de volgende dag gaat zij in 't bos wandelen, en ontmoet
+daar de ridder en bekent hem stamelend en blozend haar liefde,--alleen
+om door de hardvochtige jongeling uitgelachen te worden. Maar de straf
+van de God der liefde blijft niet uit. Als hij, vermoeid van de jacht,
+zich bij een boom neer heeft gelegd, wordt hij door zijn eigen beeld
+bekoord en versmacht van ongelukkige liefde; de vorstendochter komt de
+stervende jongeling nog eens opzoeken,--met gebroken hart vindt men haar
+later over 's jongelings lijk.
+
+En zo zijn er nog zeer vele geschiedenissen. Maar tot gehele grote
+romans zwollen de vertellingen op van de drie meest belangrijke
+gebeurtenissen in de oudheid: de strijd om Thebe, waar Statius in zijn
+heldendicht van had verteld, de stichting van het Romeinse rijk door
+Aeneas waar Virgilius van had gezongen en de verovering van Troje waar
+Dares en Dictys een betrouwbare schildering van gegeven hadden. Deze
+romans werden in het midden van de 12de eeuw in Frankrijk geschreven,
+ergens aan de kant van Anjou-Poitou.
+
+ * * * * *
+
+De twee epopeeën van Virgilius en Statius werden met ernst en ijverig
+door de middeleeuwse literair-ontwikkelde geesteliken gelezen. Vooral
+Virgilius was reeds van de laatste jaren der oudheid het Latijns
+leesboek bij uitnemendheid voor alle scholen geweest, elke regel van de
+Aeneis werd literair en uit een grammaties oogpunt verklaard; op het
+toneel en in natuurschilderingen en geweven behangsels werden Dido en
+Aeneas roerend afgebeeld en wat de Sofisten begonnen hadden, zetten de
+middeleeuwse geesteliken voort: het gedicht werd allegories opgevat
+en geïnterpreteerd. Zo was het vol van alle menselike wijsheid, als
+een fabel symbolies aangeduid,--beweerde de kerk--en terwijl velen
+in Virgilius de grote tovenaar en duizendkunstenaar zagen, en zijn
+boek opsloegen om de voorspellingen er in, verklaarden anderen dat hij
+Kristen was en verwezen daarvoor naar de bekende vierde Ecloga, waarin
+de Mantuaan de zege van het kristendom voorspeld had. Zo werd ook
+Statius tot een kristen gemaakt en de Thebaïde was niet minder beroemd
+en alom bekend dan de Aeneide.
+
+Maar als de twee Latijnse heldengedichten nu tot onderhoudende romans
+voor ridders en hun dames omgewerkt worden, zet de schrijver de deftige
+hexameters en de epiese kunststijl eerst en vooral in een gewone
+verteltrant en in achtlettergrepige rijmkroniekverzen om, waardoor alles
+in een meer flegmatiese toon gestemd wordt en tot een heel wat lagere
+sfeer afdaalt. »Infandum regina, jubes renovare dolorem," wordt tot
+»Vrouwe zegt hij, al mijn smarte wekt gij weer van harte." »Et hæc
+meminisse juvabit" heet nu: »Eens zal het u vreugde schenken,--hier weer
+aan terug te denken,--dan deelt gij dikwels vrolik mee, 't kwaad door U
+geleên op zee." »Manet alta mente repostum--judicium Paridis spretæque
+injuria formae," luidt: »Juno, de hemelkoningin,--voor hen met afgunst
+in den zin, had een gevoel van grote haat, voor elk die kwam uit Troja's
+staat, sinds Paris 't oordeel had gesproken,--moest zij op Troja's macht
+gewroken." De machtige kaskaden van 't oude rhythme zijn tot een vulgair
+kabbelen en babbelen geworden. Zo wordt ook de gehele inkleding van de
+epiese stijl weggeworpen: de vergelijkingen, de epitheta en de andere
+rhetoriese figuren. En daarmede gaat ook het gehele mythologiese
+godenapparaat overboord, dat er ook bij de Romeinse kunstdichters
+reeds heel losjes bij hing en geheel verdwenen moet zijn in de
+proza-bewerkingen voor schoolgebruik die de Middeleeuwse dichters
+waarschijnlik gekend hebben. Wanneer Fama naar koning Euander ijlt met
+de boodschap van Pallas' dood, wordt dit in de vertaling dat de koning
+mannen uitzendt om nieuws te horen waar zij mee naar huis moeten komen.
+In plaats van Iris in Virgilius komen gewone spionnen, zelfs de rol
+van Venus in de Aeneis wordt eigelik niet veel meer dan die van een
+goedgezinde fee, en terwijl bij Virgilius Camilla een amazone is, die
+de kunst van bovennatuurlike sport verstond, wordt zij hier een gewone
+jonkvrouw uit de ridderwereld die paard rijdt en de wapens weet te
+hanteren.
+
+In 't algemeen ziet de Middeleeuwse dichter wat hij bij Virgilius en
+Statius leest, in het licht van zijn eigen tijd en interpreteert hij de
+woorden naar de betekenis die ze voor zijn eigen tijd hebben,--tekent
+hij en kleurt hij alles volgens de opvattingen der tijdgenoten. Wanneer
+hij van Thebe en Carthago leest, ziet hij de tinnen op de muren voor
+zich, ophaalbruggen en torens op de stadspoorten die elk door een graaf
+bewaakt worden. De tempels zijn voor hem gelijk Romaanse kerken, de
+soldaten zijn ridders. Amphiareus wordt in zijn verbeelding tot een
+aartsbisschop in helm en maliënkolder, gelijk Turpijn in het »Chanson
+de Roland". Uitdrukkelik wordt hij met Turpijn vergeleken, gelijk Tydeus
+met Roland, des morgens, wanneer de torenwachter op zijn horen blaast en
+de nachtegalen in de pijnbomen slaan, komt Tydeus aangereden, kaarsrecht
+zit hij op zijn paard uit Gascogne, met de lans recht naar boven, met
+gulden sporen, met zijn zwaard dat Wieland gesmeed en meester Vulcanus
+geslepen heeft,--precies als Roland voor zijn schare bij Roncevaux.
+De Sibylle wordt een gerimpelde heks die de kunst van de »necromantie"
+verstaat. Wanneer Ismene, de zuster van Eteokles haar geliefde verloren
+heeft, gaat zij in een klooster en haar broeder verleent dat klooster
+molens en het recht tot visserij in de rivieren die daar voorbij
+vlieten. Nog meer wordt in de miniaturen der handschriften alles
+gemoderniseerd. Wanneer de boodschapper bijv. bij Aeneas komt, treft
+hij die aan het schaken.
+
+In vele opzichten ging het dan ook zeer gemakkelik om de oude
+heldenfeiten in de sfeer der »chansons de geste" over te
+brengen,--vooral omdat het Romeinse kunst-epos een naïeve oude
+sagawereld behandelde die in meer dan één punt op het zelfde
+beschavings-niveau stond als de Franse heldendichten. Wanneer Oedipus
+als de moordenaar van Laius diens weduwe nog met bloedige handen tracht
+te verzoenen door haar te huwen, dan is dat een erg barbarisme voor de
+zo zeer gekultiveerde dichter uit de Romeinse keizertijd, maar voor het
+publiek van de Franse heldenpoëzie was het gewoon en natuurlik. Evenzo
+dat de koning van Argos, de avond zelf van de aankomst der verbannen
+vreemdelingen, zijn dochters in de zaal doet leiden en ze aan de gasten
+ten huwelik biedt. Op zulke punten vonden de Franse trouvère en de
+rhapsode van de oorspronkelike oude Griekse heldensage elkaar weer
+achter de artistieke behandeling van Statius. Of wanneer Tydeus met de
+gezanten voor Thebe komt en gewapend de zaal binnenrijdt, waar de koning
+met zijn mannen zit te eten,--wanneer Tydeus hun daar zijn uitdaging
+naar 't hoofd slingert, waarop ze elkaar over en weer met bedreigingen
+overladen, en wanneer hij dan op de terugweg in een hinderlaag valt,
+maar er zich dapper doorslaat,--dan is dit presies als het de afgezant
+van Karel de Grote verging in een van de Franse heldendichten.
+
+Maar toch is er genoeg nieuws en merkwaardigs dat de fantasie van
+de Middeleeuwse dichter boeit. Feitelik leert hij van de antieke
+kunst de wereld van buiten te schetsen en te schilderen. Terwijl de
+oude kronieken droog waren en grauw en ook de heldendichten nog het
+schilderachtige misten, leert nu de roman van Virgilius en Statius de
+kunst van het beschrijven. Ofschoon,--zelfs nu vinden wij er nog geen
+uitwerking in détails van gewone dagelikse dingen. Waar Virgilius
+homeries schildert hoe de mannen van Aeneas vonken uit steen slaan, de
+sintels in bladen bewaren enz., daar roept de trouvère alleen maar: »zij
+legden een vuur aan en bereidden een maaltijd." Het elegies-romantiese
+natuurgevoel van de stadsbewoner kent hij niet. Als Virgilius van de
+sombere rotsen en schrikaanjagende bossen van de Libyse kust vertelt of
+hoe de bladeren in 't najaar vallen en de kraanvogels voor 't vertrek
+bijéén komen, laat de roman dit weg. Maar wel heeft die van Virgilius
+en Statius geleerd de kleerdrachten en wapenrustingen te beschrijven,
+een kamp of een storm op zee, offers in de tempel of gymnastiekspelen.
+En dan tracht de schrijver alle beschrijvingen te overtreffen door
+de pracht van zijn wapenen en tenten, grafmonumenten of kunst- en
+vliegwerk,--presies als in de Alexanderroman. Op het kapitool van
+Karthago worden van die zelfde toverwerken aangebracht die volgens de
+»Mirabilia urbis Romae" op het kapitool van het oude Rome te vinden
+waren; Karthago heeft magneten als muren--evenals er volgens de reizen
+van Sindbad de zeeman, magneet-bergen (volgens de verhalen van een
+Spaanse jood: glazen muren) om Damascus zijn. Men tracht Virgilius
+te overtreffen bij het schilderen van de ongure détails van het
+nederdalen in de hel, waarbij Charon tot een duivel wordt. Allerlei
+natuur-merkwaardigheden worden er in gevoegd: uit het schuim op de bek
+van Cerberus groeit een vergift, dat stiefmoeders aan hun stiefkinderen
+geven. De mannen van Aeneas vangen kleine visjes waar ze rood purper uit
+halen,--het zwarte purper krijgen ze daarentegen uit een slang die
+krokodil heet, enz.
+
+Evenals in de Alexanderromans, ontleent men ook trekken aan de
+kruistochten om een Oosterse lokale kleur te scheppen. Meer dan een
+episode is uit de kronieken en heldendichten over de kruistochten,
+naar 't schijnt, overgenomen. Daarin vindt men b.v. zulk een verhaal
+als van een troep oude grijze soldaten die op het kritiese ogenblik
+in een gevecht de kruisvaarders ter hulp waren gesneld,--niemand wist
+waar vandaan,--in de geestelike kronieken is het een hemelse heerschare
+van in het wit geklede martelaars (»militum Christi cohors candida"
+is immers de oude naam der martelaars), in het heldengedicht zijn het
+alleen maar veteranen die hun witte baard over hun kolder hebben laten
+vallen, zoals in de Chanson de Roland de oude krijgslieden van Karel de
+Grote doen. Die hulp door oude grijze mannen vinden wij ook weer in de
+»Zeven tegen Thebe" terug. Evenzo kan men in een episode van diezelfde
+roman een vertelling uit de kruistocht herkennen van een der emirs
+van Antiochië, wiens zoon door de Franken gevangen was genomen, maar
+grootmoedig naar zijn vader terug gezonden wordt met rijke geschenken,
+waarop deze tot dank de stad verraderlik aan Bohemund overgaf.
+
+Maar het schelst komt het verschil van sfeer tussen het Latijnse epos en
+de roman van de trouvères uit bij de behandeling van zielstoestanden.
+Daar staat elegante kultuur tegenover naïeve natuur. Een jongeling die
+met Ismene, de zuster des konings, verloofd is, wordt stervend uit de
+slag naar huis gedragen en vraagt om nog slechts ééns, voor 't laatst,
+zijn bruid te mogen zien. Bij de antieke dichter houdt een gevoel van
+schaamte om haar liefde en smart op straat te tonen, de jonge vorstelike
+maagd in haar vertwijfeling terug; haar moeder moet haar dwingen zich
+naar zijn sponde te begeven en zo lang er mensen tegenwoordig zijn,
+staat zij stil en kalm bij de stervende; eerst wanneer zij met de dode
+alleen is, werpt zij zich jammerend op de baar neder en geeft haar
+gevoelens lucht. In het Franse gedicht is het jonge meisje op het punt
+van angst te bezwijmen, maar ijlt dan naar de baar van de stervende.
+Daar valt zij dan als dood om, »koud als ijs en groen als klimop",
+slechts merken de omstanders op dat er aan haar nek nog een ader is die
+licht klopt; wanneer zij weer tot zich zelf komt, durft haar moeder haar
+niet naar het lijk te laten brengen, maar Ismene verklaart dat als zij
+'t niet te zien krijgt, haar hart van smart zal barsten. Lang daarna
+blijft ze nog in aandoenlike klachten bij de dode zitten wenen. Dat zijn
+naïeve, frisse menselike gevoelens tegenover stijve antieke »Sitte".
+
+Maar van de gehele tragiese grootheid in de sage over Thebe,
+van de misdaden en de lotgevallen van een mensengeslacht die de
+Romeinse rhetoricus gevoelde en trachtte te bewaren, blijft bij
+de middeleeuwse geestelike niet veel meer over dan het aandoenlike
+en het moreel-didaktiese. Hij schrijft--zo vertelt hij--om door een
+afschuwwekkend voorbeeld te tonen hoe vreselik hij gestraft wordt die
+»tegen de natuur" handelt, en hoe vreselik de vloek eens vaders werken
+kan. Maar meest wordt de tragiek toch slechts aandoenlik. De kolossale
+Tydeus zal b.v. de piep-jonge Aton in de strijd ontmoeten, de verloofde
+van Ismene. Bij Statius verwaardigt hij zich niet werkelik met de jongen
+te vechten, maar werpt in 't voorbijgaan honend een speer naar hem,
+waardoor hij hem dodelik wondt, waarop hij kalm verder loopt, en
+versmaadt het lijk te plunderen, gelijk een leeuw het bloed van het
+kleine vee niet lust, maar alleen dat van de stier wil drinken. In
+de Franse Roman daarentegen waagt Tydeus niet Aton kwaad te doen;--om
+vele redenen, zegt hij lachend, wil ik niet met je vechten, gij zijt zo
+schoon en nog zo jong en bijna ongewapend; gij had liever thuis moeten
+blijven; je geliefde zou er geen plezier in hebben als wij samen vechten
+gingen. Woedend over die spot, slaat de jonge man er nu op los, zodat
+Tydeus zich zelf verweren moet, hij wil hem alleen maar even op zijn
+schild slaan, maar kent zijn eigen kracht niet goed en, dodelik gewond,
+stort de ander neer. De reus voelt zich daar heel en al ongelukkig over,
+maar de verslagene erkent dat Tydeus zonder schuld is en wordt nu
+stervend door de mannen van Tydeus naar Thebe gedragen.
+
+Reeds bij Statius wordt er een zachtere toon aangeslagen,--hij was
+meer bij Ovidius dan bij Virgilius in de leer geweest--en nu toont
+de romanschrijver alle mogelike voorliefde voor het aandoenlike, het
+gracieuse, het galante en het erotiese. In Atys en in Parthenopaeus, de
+vrijers van Ismene en Antigone, had Statius de ephebus getekend, zeer
+jeugdig nog, die de rijpe oudheid zo graag zag, en in kunst en poëzie
+vereerde. De schoonheid van de 15-jarige wordt in de ridderromans in
+meer details aangegeven: zijn gezicht is witter dan »sneeuw op de
+takken", met een zachte blos er over heen, de levende, heldere ogen
+zijn vol vrolikheid, de volle kin zonder baard; zijn haar is omwonden
+met een groen zijden lint, ook zijn kleêren zijn van zijde. Wanneer de
+heldengedichten de knaap in strijd schilderden, was dat alleen om te
+doen zien wat een waaghals hij was en hoe hij vurig en woest de anderen
+in kracht trachtte te overtreffen. Hier daarentegen worden de lezers er
+aan herinnerd wat er voor een fijne jonkvrouwelike wang achter de helm
+en een tenger lichaampje onder de maliënkolder zit, en hoe de knaap
+onder het gevecht naar zijn geliefde verlangt zo als zij naar hem.
+Juist gelijk de heldenpoëzij de amazones, de »schildmaagden" bewondert,
+omdat zij zich werkelik boven hun geslacht hebben weten te verheffen
+en de mannen gelijk geworden zijn,--zo ook nog de Camilla van
+Virgilius--terwijl daarentegen de ridderroman de gedachten meer in 't
+bizonder vestigt op de naakte jonkvrouwelike huid onder de maliënkolder
+en er de nadruk op legt hoe Camilla niettegenstaande alles vrouw is
+gebleven, schoon en beminnelik: overdag duldde zij geen vrouw in haar
+nabijheid, maar 's nachts kwam geen man haar maagdelik vertrek binnen.
+
+Het galant erotiese verknoeit, verwatert de wilde tragiek. Bij Statius
+ijlt Jokaste, de oude moeder der twee strijdende broeders in de vroege
+morgenstond, bleek met ongekamd hangende haren--een Erinye om aan te
+zien--naar het vijandelike kamp, steunend op haar dochters; haar borst
+is naakt en onder wild weeklagen slaat zij haar armen aan 't bloeden;
+woest klopt zij op de poort en baant zich niettegenstaande alle
+tegenstand een weg tot de koningstent waar zij haar klachten en boosheid
+over haar zoon uitstort. Maar in de roman trekt zij netjes zo als 't
+hoort met een gezantschap op weg, vergezeld van haar twee schone, fraai
+uitgedoste dochters; voorname jongelingen leiden de paarden der dames.
+Evenals Flore en Beauté in de Alexanderromans maken ze onderweg kennis
+met een paar van de vreemde ridders die ze naar het kamp vergezellen.
+Een van hen is de jonge vorst Parthenopaeus die »naar de Franse mode"
+gekleed is. Die wordt terstond op de schone Antigone verliefd, wier
+lichaam door het eenvoudig blanke purperen gewaad heen te zien komt, en
+dat bovendien tot aan de gordel toe open staat; heur haar is omwonden
+met zilverdraad. Onderweg voeren ze een levendige conversatie, zonder
+onfatsoenlike woorden, maar toch ook niet al te ernstig of deftig,
+integendeel schertsend en vriendschappelik. Hij vraagt haar dadelik of
+zij zijn vriendin wil zijn. Trots maar beleefd antwoordt zij dat die
+liefde wel wat al te spoedig in zijn werk zou gaan; zo iets kan men aan
+herderinnetjes vragen en aan andere lichte vrouwen, maar zij is maagd en
+koningsdochter en kan zich niet zo vlug tot zo iets lenen. »Maar daarom
+zeg ik niet" voegt zij er met haar aangeboren natuurlikheid bij--»en
+daar durf ik gerust voor uitkomen, dat ik u niet zeer lief kan hebben,
+indien gij van mijn eigen stand waart, en het uitgemaakt was dat ik uw
+vrouw zou worden. Want schoon zijt gij voor alle anderen en nooit zag
+ik zulk een edel heer." Niets van dit alles vindt men bij Statius. Nu
+vertelt Parthenopaeus dat hij uit een koninklik geslacht is en dan
+vraagt zij hem er met haar moeder over te willen spreken. Die vindt
+alles zelf wel goed, maar zij wil toch de zaak eerst thuis met Eteokles
+overleggen en zo rijden ze verder; zo weinig bekommeren de jongelui zich
+over de vredesonderhandelingen dat zij wensten dat de tocht naar 't kamp
+nog lang zou duren. En als dan daarna Jokaste in de tent des konings
+over de »overeenkomst" onderhandelt, blijven de jonge ridders haar
+dochters gezelschap houden en maken ze 't hof (doneier) en ze vragen God
+de onderhandelingen niet al te gauw ten einde te brengen. Ismene, die
+in een goede leerschool geweest is, doet niets dan disputeren en weet
+haar tongetje aardig te roeren; zij verdedigt het standpunt van Thebe,
+terwijl Antigone met 't oog op Parthenopæus steeds aan de kant der
+Grieken staat. Zo oppervlakkig is het tragiese konflikt in Antigone
+voorgesteld. Wanneer de onderhandelingen mislukt zijn en de strijd
+opnieuw ontbrandt, zendt Parthenopæus het paard van een verslagen
+Thebaan als trofee naar zijn dame--zij en Ismene zitten juist onder
+de schaduw van een pijnboom naar het gevecht te kijken--en Antigone
+zendt hem haar groeten terug met een betuiging van haar gevoelens van
+liefde.--Intussen volgt Ismene met haar ogen de heldendaden van haar
+geliefde, de Thebaan Aton,--zij herkent hem aan de zijden mouw die hij
+als haar ridder draagt--en zij raakt door die heldendaden zo zeer in
+vervoering dat zij zweert hem te zullen belonen: Of ik nu een domheid
+bega of niet, maar ik geloof toch dat ik bij hem zal slapen.
+
+Ook koning Eteokles had een liefdesavontuur, hij maakt de dochter van
+een zijner aanvoerders het hof,--en de aard van zijn verhouding tot haar
+wordt nog aangegeven door het zeer weinig fatsoenlike portret van zijn
+geliefde dat hij voor de grap op zijn schild heeft laten aanbrengen (ook
+graaf Willem van Poitou liet zijn vriendin op zijn schild afbeelden;
+hij wilde haar in de slag dragen die hem zo dikwels in het bed gedragen
+had). Zij had heel lang de gebeden van haar koning weerstaan, maar
+eens had haar vader een verraad begaan, en nu stond zijn leven op
+'t spel en Antigone leidde nu de jonge maagd naar haar broeder. Een
+pikant-aandoenlike scène,--die, gelijk zo dikwels in de middeleeuwse
+romans veel naïefs en ruws achter sentimentaliteit verbergt. Wij horen
+hoe schoon zij in haar verdriet is; van haar haar dat zij zich niet de
+moeite gegeven heeft op te maken; de kleine zachte mond welks volle
+lippen als gemaakt zijn om te kussen; haar ogen, glimlachend en vol
+liefde, die nu bedauwd zijn; haar tranen, schoner dan de glimlach van
+andere vrouwen; onschuldig ziet zij er uit, haar woorden klinken zacht.
+De koning kan zich nauweliks inhouden om haar niet vriendelik te gemoet
+te snellen, maar hij verliest zijn waardigheid niet uit 't oog en wil
+haar nu geen medelijden tonen die dit nooit voor hem had. Maar Antigone
+zal haar voorspraak zijn, en zij raadt hun aan elkaar barmhartigheid te
+tonen en zij slaagt er in de verzoening te weeg te brengen. En van nu af
+is Salamandre de vriendin des konings, dikwels trekt hij ten strijde om
+in haar ogen uit te blinken; wanneer ze alleen zijn, beloont zij hem
+daarvoor.
+
+Maar bij een kamp, werpt Parthenopaeus de koning van zijn paard--doden
+wil hij hem niet, want hij hoopt immers zijn zwager te worden--maar
+verraderlik velt een van 's konings trawanten de jonge held, tot grote
+smart van Eteokles die zelf zijn zuster's hand voor hem bestemd had.
+Boven in een van de torens zitten juist Antigone en Salamandre bij
+hun borduurraam naar de strijd te kijken; vergeefs tracht de laatste
+de wanhopige koningsdochter in te houden.--»Gij zijt van koninklijk
+geslacht," zegt zij eigenaardig genoeg, »en moet u kunnen beheersen,
+opdat men u niet lake,"--maar nog geen week later heeft Antigone zich
+dood geweend.
+
+Dit alles is er bijgevoegd en de elegante figuur van de jeugdige
+Parthenopaeus ging even als de jonge liefde van Aton en Ismene reeds
+in de laatste helft van de 12de eeuw in de gemeenschappelike poëtiese
+schatkamer van de lyriek der troubadours en hun romans over.
+
+Maar in de »Roman van Aeneas" kwamen er twee liefdes-episodes voor
+waarbij die in de roman van Thebe in 't niet verzonken. De gehele
+nationale achtergrond waarop in het Romeinse epos de avonturen van
+Aeneas zich aftekenen en van waar ze verlicht worden, is in de
+middeleeuwse roman natuurlik verdwenen. De Aeneis toch was een Romeins
+nationaal gedicht, geschreven ter verheerliking van het Romeinse
+keizerschap om de stichting van het rijk aan het overoude, eerwaardige
+Ilium te verbinden en het onder de bescherming der eeuwige machten te
+plaatsen; dat alle avonturen van Aeneas, van de val van Ilium af tot de
+opoffering van Dido toe, schakels zijn in de keten van een goddelike
+wereldorde, die tot het Augustiaanse keizerrijk leiden moet,--dat is de
+idee die grootheid en waardigheid, ethiek en pathos over alle personen
+en gebeurtenissen van het gedicht werpt. Maar in de Middeleeuwse roman
+schrompelden die reuzenafmetingen in tot een heel weinig belangrijk
+geschiedenisje van een vluchteling, die met enige schepen omdwaalt,
+gastvrij door een koningin ontvangen wordt, die hem lief heeft, maar
+die hij trouweloos verlaat, waarop hij grond in Latium verwerft en in de
+strijd het rijk en de koningsdochter weet te veroveren. Een avontuurlike
+roman zoals b.v. Apollonius van Tyrus dat geweest was, en zonder dat
+er sprake is van noodlot of een missie. De enige hoofdepisode is zijn
+liefdebetrekking tot de koningin van Carthago. De vorstin die evenals
+Medea in de oude saga een vreemdeling haar liefde schenkt maar door hem
+verlaten wordt, heeft bij Virgilius een myties-heroiese grootheid over
+zich en er is iets van een natuurmacht, iets van een noodlot in de
+liefde van die twee en haar dood. In de Franse roman daarentegen is het
+niets dan een avontuurtje tussen een man en een vrouw, die hun luimen
+volgen en zelf hun noodlot bezegelen. Naïef wordt er eerst verhaald hoe
+Aeneas, vergezeld door Ascanius, op bezoek komt in het slot van Dido; in
+de roman bepaalt zich de goddelike interventie tot het feit dat Venus
+het gift van de liefde op de lippen van de knaap uitgegoten heeft,
+en terwijl onder het bezoek dan eens de gastvrouw, dan eens de vader
+dat lieve kind kussen, zuigen ze beiden de liefde in. Vooral vlamt
+die in Dido op en als zij des avonds hare gasten op 't slot naar bed
+heeft gebracht, »kan zij er zich nauweliks toe brengen weg te gaan".
+Familiaar en realisties wordt dan haar slapelooze nacht geschilderd.
+Waar Virgilius zich vergenoegt met te zeggen dat »de liefde-onrust gunt
+geen slaap haar in de ogen", gaapt hier de heldin, rekt zich uit, zucht,
+denkt er over na hoe hij was en wat hij zeide; zij zoent het hoofdkussen
+en omhelst het, terwijl zij zich verbeeldt dat zij hem naakt in haar
+armen sluit. Met zulke détails schilderde ook de troubadour van Provence
+de slapeloze nacht van zijn geliefde. Met de dageraad staat ze op en
+roept haar kamenier niet, maar ijlt terstond naar haar zuster Anna.
+Bij Virgilius houdt zij dan een lange pathetiese rede tot haar zuster
+volgens alle regelen van de kunst, over haar liefde tot de vreemdeling,
+maar ook over de eed die zij haar gestorven echtgenoot gezworen had
+dat zij eeuwig weduwe zou blijven. Naïef, maar natuurgetrouw heet het
+in de roman: »Anna, ik geloof dat ik niet langer kan blijven leven,
+zuster!"--»Wat is er dan gebeurd?"--»Ik ben mijzelf niet meer, ik kan
+het niet meer verbergen: ik heb lief."--»En wie is het?"--»Dit zal
+ik je zeggen, het is voorwaar hij..." Maar wanneer zij zijn naam zal
+noemen, valt zij in zwijm en kan zij pas later voortgaan. Haar zuster
+antwoordt ook niet in zulk een deftige speech als de Anna van Virgilius,
+maar tracht haar te doen begrijpen,--prakties en cynies, als later zo
+dikwels de koppelaarsters in de ridderromans--dat die trouw jegens een
+afgestorvene nu niet zo heel veel betekent, dat zij van hem toch geen
+plezier kan hebben of een erfgenaam krijgen; het is een goed waar woord:
+»laat de doden voor de doden en de levenden voor de levenden zorgen." Er
+moet toch ook iemand zijn om het land te verdedigen.
+
+Nu geeft de koningin zich geheel en al aan haar passie over en onder
+het samenzijn met Aeneas groeit die de volgende dagen steeds aan; zij
+weet niet wat zij doet, vraagt haar gast duizend maal hetzelfde en
+vertelt hem los en vast, alleen maar om met hem te kunnen praten. Om
+haar gedachten te verzetten--hier worden de gebeurtenissen weer, als
+gewoonlik bij de Middeleeuwse dichters, zuiver psychologies gemotiveerd
+zonder het Virgiliaanse godenapparaat--arrangeert zij een jachtpartij.
+En gedurende die jacht is het dan dat Aeneas en Dido in een grot een
+schuilplaats zoeken voor een onweer. »Die dag was het begin van dood en
+ongeluk; om decorum en haar reputatie geeft zij niet meer, zij vraagt
+niet om heimelike liefde, zij spreekt van een huwelik en verschoont haar
+val met deze naam." In die kuise algemene bewoordingen duidt Virgilius
+aan wat de trouvère zich niet geneert rond uit te zeggen: »Daar zijn
+die twee nu alleen tesamen, hij doet met haar wat hem lust, veel geweld
+hoeft hij niet te gebruiken. De koningin weigert hem niets, maar geeft
+hem zijn wil; lang had zij er zelf naar verlangd." Bij Virgilius waar
+alles goddelik bestierd is met het oog op de missie van Aeneas, is het
+eigelik alleen Dido die lief heeft en wanneer Mercurius kort daarna
+Aeneas beveelt verder te trekken, gehoorzaamt deze zonder aarzelen. Maar
+hier voelt hij twijfel en gewetenswroeging, voor dat hij zijn besluit
+nemen kan. En 't duurt niet lang of Dido doorziet zijn plannen. Bij
+Virgilius raast Dido dan als een furie of een Bacchante in het paleis
+en de stad rond en giet in lange tirades haar klachten over de verrader
+uit, haar verwijten, haar woede en haar vloek: zij wenst zijn dood
+en verzekert dat zij als een zwarte furie om zijn lijkstoet zal
+fladderen. Anders bij de Franse Dido, zij is in 't kristendom opgevoed
+en in de wereld der baronnen en spreekt met heel wat meer vrouwelike
+ingetogenheid en zachtheid, zij smeekt om medelijden, vraagt hem of zij
+iets misdaan heeft, is bang voor haar baronnen die er al lang boos over
+waren dat zij zich met de vreemdeling ingelaten heeft, en zegt dat het
+haar dood zal zijn. Wanneer Aeneas weg zeilt, gaat zij de vrijwillige
+vlammendood tegemoet op die zelfde kussens waarop zij zijn liefde
+genoten heeft en kust het bed en zijn feestklederen, ten teken dat zij
+hem vergeven heeft. Terwijl de vlammen haar schone, blanke, zachte
+lichaam lekken, is »Aeneas" het enige woord dat zij er nog uit kan
+krijgen. Haar as wordt in een urn gedaan waarop geschreven staat: »Hier
+rust Dido die voor haar liefde in den dood ging; nooit was er een betere
+heiden, als zij alleen maar niet plotseling door liefde was getroffen,
+maar haar liefde was misdaad." Terwijl Virgilius in Dido's dood alleen
+maar een grote hartstocht zag in haar schoonheid als natuurmacht, werd
+die voor de middeleeuwse dichter een voorwerp van aandoening en
+medelijden, een zedelik afschuwwekkend, maar ook stichtelik voorbeeld.
+
+Later landt Aeneas dan in Latium, waar koning Latinus heel spoedig
+geneigd blijkt de vreemdeling als zijn schoonzoon en erfgenaam aan te
+nemen, terwijl de koningin haar dochter Lavinia aan koning Turnus wil
+geven, die oudere rechten op haar kan laten gelden. De betrekking tussen
+Aeneas en Lavinia, bij Virgilius vluchtig aangeduid, maar misschien meer
+uitgewerkt in een niet overgeleverd later Latijns gedicht, wordt in de
+roman aangegrepen als een welkome aanleiding om daar weer een andere
+lang uitgesponnen liefdesgeschiedenis aan vast te knopen, waarin het
+onschuldige verliefdheidje van de jonge koningsdochter een schone
+tegenstelling vormt met de hete, ervaren passie van de vorstelike
+weduwe.
+
+Lavinia's moeder wil haar kind liefde voor Turnus doen voelen en tracht
+haar nu te verklaren wat liefde eigelik voor een eigenaardige koorts is.
+Maar als 't jonge meisje die beschrijving hoort, is 't enige wat zij
+daaruit afleidt, dat zij zich die ziekte wel van 't lijf zal weten
+te houden. Dan verklaart haar moeder verder hoe die ziekte juist zijn
+geneesmiddel in zich draagt, hoe er vreugde welt uit tranen en uit het
+bittere, zoet; laat zij maar even naar 't beeld van Amor kijken, die
+heeft pijlen maar ook een doos met zalf tegen de wonden door de pijlen
+veroorzaakt. Dit helpt alles niets, het jonge meisje wil haar rust
+bewaren. Deze hele scène herinnert aan de zoetsappige naïeveteit in
+»Daphnis en Chloë" of andere latere klassieke liefderomans. Intussen
+krijgt Lavinia onder een wapenstilstand van uit haar torenkamer Aeneas
+in het oog in het vijandelik kamp, en op 't zelfde ogenblik wordt zij
+door een liefdepijl gewond. Zij opent haar kamerdeur om hem beter te
+kunnen zien en vraagt nu zich zelf af--evenals Chloë--wat er toch
+eigelik is. Zou dat de ziekte zijn waar moeder onlangs over sprak?
+Maar waar zou de medicijn dan blijven die Amor, zoals moeder zeide,
+medebracht? Ik ben bang dat de doos verloren is en de zalf weg! Maar
+ik moet verbergen wat mij scheelt. Moeder zal woedend zijn dat ik de
+erfvijand liefheb. En zij blijft zo in zich zelf praten; daar komt
+het innerlike drama van het gehele zieleleven te voorschijn, waar
+de klassieken en de geestelike literatuur het oog der middeleeuwse
+schrijvers voor geopend hebben en die de romans van nu af, in eindeloze
+spitsvondige dialogen met zich zelf, trachten weer te geven. Een
+ogenblik denkt zij er werkelik aan zich tussen Turnus en Aeneas te
+verdelen, maar zij zet die lelike gedachte van zich af: ware liefde gaat
+slechts van één tot één; men kan tegen velen glimlachen, maar hij die
+meer dan een wil liefhebben, houdt zich niet aan de voorschriften der
+liefde. Zij denkt er over een boodschap naar Aeneas te sturen maar
+durft toch de eerste stap niet doen, hij mag toch niet denken dat zij
+lichtvaardig is. De gehele dag zit zij te staren in de richting die
+hij genomen heeft, en 's nachts ligt zij slapeloos te klagen dat Amor
+zo wreed is een arm, weerloos jong meisje te overvallen. Wanneer de
+koningin de volgende dag haar dochter zo bleek en afgevallen ziet
+verschijnen, begrijpt zij heel gauw wat haar scheelt en letter voor
+letter--in hele korte vragen en antwoorden, bijna als in de Latijnse
+komedies--weet zij de naam van het »voorwerp" uit Lavinia te halen.
+Verbitterd dat dit nu juist Aeneas moet zijn, tracht zij Lavinia tot
+andere gedachten te brengen door de ruwste en verschrikkelikste
+beschuldigingen tegen hem in te brengen, hoe Aeneas aan de paederastie
+doet,--ook dit duidt op een laat klassieke bron voor deze episode.
+Maar het helpt alles niet; wanneer het jonge meisje alleen gebleven
+is, schrijft zij een brief »tot en latin", waarin zij Aeneas haar
+liefde bekent en om de zijne vraagt. Zij bindt die brief aan een pijl
+en weet door een list een boogschutter er toe te krijgen die naar
+het vijandelike kamp te schieten. Die liefdegroet is wel enigsins
+onvoorzichtig, maar bereikt toch zijn doel. De pijl valt naast Aeneas
+neer, die ziet de brief, leest die en kijkt in de richting van de toren
+waar zij hem kushanden toe staat te werpen. Als in de Noordfranse
+romances is het jonge meisje het nog dat het initiatief neemt; wij
+zijn nog niet tot het troubadour-standpunt gekomen. Aeneas neemt de
+toenadering goed op en staat van nu af dikwels naar de toren te kijken,
+tegenover zijn mannen doet hij heel naïef, net alsof het de toren zelf
+is die hij bewondert, maar zij begrijpen er alles van en plagen hem met
+allerlei toespelingen. Maar het is ook hier altijd de vrouw die 't meest
+door de liefde geplaagd wordt als in 't geval van Dido; maar _hij_ vindt
+niet dat het geheel en al met zijn waardigheid strookt om te laten
+merken dat hij verliefd is en hij laat zich daarom soms een ganse dag
+niet zien. »Hij die een vrouw wil liefhebben, zo redeneert hij, moet
+zijn hart niet al te haastig voor haar openen, hij moet zich enigsins
+op een afstand houden, want als de vrouw weet dat zij de sterkste is,
+krijgt hij dat spoedig te voelen." Wanhopig begint Lavinia hem reeds van
+al dat slechte te verdenken dat haar moeder haar voorgelogen heeft en
+besluit hem van nu af te haten,--»als ik hem tenminste van ganser harte
+haten kàn"; maar wanneer zij hem tegen de avond voorbij ziet rijden,
+zelf onder de indruk van wat zijn liefde hem doet ontberen, krijgt zij
+berouw over haar boosheid. »Ach! het duurt te lang voor hij zijn recht
+van mij opeist. Zoete vriend, te voet zou ik naar uw tent willen gaan,
+het zou mij een genot zijn smart voor u te voelen." Het is als 't gevoel
+voor Abélard voor Héloise die zijn slavin wilde zijn. Zelfs als Aeneas
+eindelik Turnus, zijn mededinger, geveld heeft en recht heeft op
+het rijk en de prinses, houdt hij haar nog lang in haar smartelike
+onzekerheid; uit een soort trots of een soort verfijnde wreedheid wacht
+hij nog met zijn bezoek bij haar, en zij is verdrietig, daar zij denken
+moet dat hij haar veracht omdat zij de eerste stap gedaan heeft. Totdat
+ten slotte de kroningsfeestelikheden en de bruiloft op één dag plaats
+hebben.
+
+De episoden van Dido en Aeneas zowel als Lavinia en Aeneas bleven een
+voorbeeld voor talrijke latere ridderromans. Dit was over het algemeen
+ook met de roman van Aeneas het geval, niet alleen wat betreft de
+schilderachtige beschrijvingen, maar ook wat de levendige gesprekken
+aangaat, pikant gepointeerd, toen reeds echt Frans-spiritueel.
+
+Maar ook deze roman werd in de schaduw gesteld door een andere en latere
+navolger--het enorme werk van Benoît de St. More--de »Roman van Troje",
+een gedicht uit ± 1160 en dat in vele opzichten onder de invloed van
+zijn twee voorgangers staat.
+
+ * * * * *
+
+Van alle verhalen uit de oudheid was er geen één dat de Middeleeuwen
+zo bezig hield als dat van Troje. Evenals de Romeinen van de gevluchte
+Trojanen heetten af te stammen, zo trachtten zowel patriciese
+geslachten, enkele steden, als verschillende volken--Franken zowel als
+Britten--hun oorsprong tot Troje op te voeren. Reeds in de 7de eeuw kan
+men in de kroniek van Fredegarius lezen dat de Franken van Francio, de
+zoon van koning Priamus afstammen en in de offisiële dokumenten der
+Franse koningen komt die bewering voortdurend weer voor den dag. In een
+kroniek van de 9de eeuw beweren de Britten van hun kant ook van Troje te
+komen door een afstammeling van Aeneas, genaamd Brutus, waar ook de naam
+Britten dan vandaan zou komen. En er waren ook reeds heel wat Latijnse
+kronieken en Latijnse gedichten over de val van Troje geschreven, vóór
+een geestelike zich er nu toe aangordde om een berijmde roman over de
+beroemdste van alle klassieke verhalen te schrijven.
+
+Zijn bron was niet Homerus, maar twee Latijnse prosawerken, die
+respektievelik Dares en Dictys als schrijver noemden en die vrij korte
+uittreksels schijnen te zijn van Griekse of Latijnse werken uit de
+latere classiciteit.
+
+Het was een heel wat andere vorm waarin de geschiedenis van de
+verovering van Troje zich hier deed kennen dan bij Homerus. Alle twee
+de schrijvers doen zich voor als betrouwbare historici die zelf als
+ooggetuigen de gebeurtenissen hebben bijgewoond, dageliks hun dagboek
+daarover hebben bijgeschreven--Dares aan de kant der Trojanen, Dictys
+bij de Grieken--en die nu droog, kort en nauwkeurig, alles mededelen
+zoals dat een geschiedkundige uit de school van Thucydides en Sallustius
+past, zonder de partijdige leugens of de poëtiese fabelen van Homerus,
+en dus ook zonder de godenwereld die hij er zo kinderachtig bij haalt.
+Benoît de St. More in zijn Roman van Troje, gelooft vast en zeker dat
+zijn autoriteiten zelf in het Griekse en Trojaanse kamp rond hebben
+gedoold, maar dat verhindert niet dat hij zelf de droge mededelingen
+van zijn geschiedschrijvers met alle details aanvult die hij maar te
+pakken krijgen kan. Hij is uitstekend thuis in de wereld der Franse
+heldendichten en er lopen hem gedurig formulen en citaten daaruit in de
+pen; gevechten en verwondingen schildert hij ook met grote kennis van
+zaken en er ligt over zijn verzen iets van het strijdgenot zelf, de
+»gaudia certaminis" der heldendichten, wanneer er in de horen geblazen
+wordt, de wapens in de zon schitteren, de banieren over het strijdgewoel
+waaien en de zwaarden tegen de helmen dreunen; het is dan ook zeker wel
+uit zijn hart gesproken wanneer een der helden van de oorlogszuchtige
+geestelike zegt: dat men nooit naar priesterraad luisteren mag, dat zijn
+altijd lafaards, die moeten thuis blijven, in de kerk bidden en zich
+niet met ridders bemoeien. Maar de romanticus die hij is, weet heel goed
+dat het leven in de Griekse oudheid er anders uitzag dan in Frankrijk
+ten tijde van Lodewijk de zevende en hij amuseert zich zelf zowel als
+zijn lezers met alle fraaiigheden op te dissen die hij maar vinden kan.
+Hij vertelt van lijkverbranding en de spelen die daar bij plaats hadden,
+»want dezulken lees ik dat men in die dagen arrangeerde wanneer er een
+held gestorven was." Aan de verhalen over de kruistochten en aan het
+Oosten ontleent hij--evenals zijn voorgangers--heel wat exotiese kleur,
+nog meer bovennatuurlike natuurkunde en stukjes naïeve middeleeuwse
+kosmografie. Alles wat oud is en vreemd en merkwaardig, is voor hem één
+en hij zwelgt er gewoon in. Wat weet hij al niet te vertellen? Van de
+stad Troje, waar alles van marmer is en de straten geplaveid waren en
+gedeeltelik overdekt, zodat men er lopen kon zonder vuil te worden.
+Over het slot van Priamus dat hij bij zijn beschrijving versiert in
+de trant van de tempel van Salomo in het Boek der Koningen, of van
+het zonnepaleis bij Ovidius of het keizerlik paleis te Byzantium; in
+elke zuil en in elk kapiteel zijn bloemen- en dieren-versieringen
+gebeeldhouwd (als in de Romaanse kerken), de ramen zijn van kristal en
+in de kamers vindt men gouden standbeelden. Bizonder merkwaardig is »de
+Kamer der Schoonheid" die haar licht alleen kreeg van al de edelstenen,
+waarvan de vloer en de muren, de zuilen en de zoldering samengesteld
+waren--dezelfde waar ook het nieuwe Jerusalem in de openbaring van
+Johannes mede was opgebouwd,--en aan de zuilen waren weer beelden
+aangebracht die gelijk automaten dansten en speelden, bloemen op de
+grond strooiden en welriekende geuren verspreidden. Dan vertelt onze
+geestelike verder van al de prachtige en wonderbare kleêrdrachten die
+de Trojaanse dames aan hadden--al de nieuwe kleurrijke stoffen van de
+Levant met bonte patronen--en over de kleedij der soldaten, hun wapens
+en hun prachtige fantastiese schildversieringen, de met edelstenen
+bezette gouden helmen, hoeden van Indiese vogelveren, de mantel van
+Hektor uit rood laken van Saragossa, met vergulde leeuwen bedekt, met
+hermelijn gevoerd en met een rand van zwart sabelbont; de witte zijden
+paardendekken met vergulde bellen; strijdwagens van ivoor, de wielen van
+ebbenhout met goud beslagen. Zulke wonderwerken zijn dan natuurlik door
+tovenaars gemaakt of een geschenk van feeën. Wij horen ook van Centauren
+die aan het gevecht deelnamen en met pijl en boog schieten,--gelijk men
+ze onder de figuren van de dierenriem der Romaanse kerkportalen in steen
+uitgehouwen kan zien. Ten slotte vindt Benoît nog gelegenheid om, naar
+een fabuleuze wereldbeschrijving van voor de tijd van Karel de Grote,
+een heel overzicht te leveren over de merkwaardige landen en rivieren en
+volkeren van het Oosten.
+
+Ook de persoon zijner helden weet hij te beschrijven tot in de kleinste
+détails. Hier had hij de eigen woorden van Dares om zich aan te
+houden. Bij Dares en zeker ook wel bij Dictys waren er een hele reeks
+karakteristieken te vinden van alle personen, hun innerlik zo wel als
+hun uiterlik,--in de compendia die tot ons gekomen zijn, werken die met
+de nauwkeurige opgave van alle kentekenen als een soort offisiële pas.
+Het is waarschijnlik een soort uitvinding der rhetoren, net als de
+nauwkeurige beschrijvingen die men er plezier in had van kunstwerken te
+geven,--dergelijke voorstellingen van de optredende personen door een
+korte opgave van uiterlike en innerlike trekken kennen trouwens ook
+de IJslandse sagen. Van Grieken zowel als Trojanen worden door onze
+exacte, realistiese geschiedschrijvers de eigenaardigheden, maar ook de
+ondeugden opgesomd. Helena heeft een moedervlek, Briseis wordt enigsins
+ontsierd door haar samengegroeide wenkbrauwen, en er is ook iets niet in
+orde met Priamus die enigsins vreemd spreekt. Neoptolemos heeft een te
+dikke buik en grote ronde ogen; die had de rechten bestudeerd en kon
+verzen maken; de kleine dikke roodharige Aeneas is wel verstandig, maar
+denkt altijd 't eerst aan zijn eigen voordeel. Paris die anders zo
+schoon is, loopt toch met een enigsins kromme rug. Zelfs van Hektor
+kan men bij Dares lezen dat hij scheel is en stottert. En zo moet ook
+de trouvère wel in alle eerlikheid toegeven dat zijn lievelingsheld
+»wel iets schoner had kunnen zijn" en dat hij niet alleen iets of wat
+stotterde maar ook aan beide ogen scheel zag,--»wat hem toch volstrekt
+niet misstaat" haast hij zich er bij te voegen. En niettegenstaande al
+die kleine gebreken houdt hij de baronnen van de 12de eeuw toch al die
+Grieken en Trojanen voor als de typen van »hoofsheid" en ridderlikheid.
+De trouvère wil juist in zijn gedicht de grotere beschaving der Grieken
+als een ideaal zijn tijdgenoten voorhouden. Hij doet b.v. uitkomen
+hoe daar in de oude tijd de gezanten zeker konden zijn dat ze nooit
+overlast zouden lijden,--iets wat hun in de Franse »chansons de geste"
+voortdurend overkomt. Hij prijst Achilles in tegenstelling met de
+baronnen der heldenpoëzij daarvoor, dat hij nooit nà tafel onder een
+beker wijn zou blijven zitten pochen. Wanneer Achilles en Hektor voor
+de tweekamp tegenover elkaar komen te staan, beginnen zij eerst alle
+twee te snoeven en te dreigen--zoals dat in de heldenpoëzie gewoonte
+was--maar Hektor breekt plotseling af en zegt dat hij zijn mond niet
+vuil wil maken met dingen waardoor de mens niet beter wordt. Theseus
+waarschuwt in het gevecht Hektor dat hij zich in de hitte van het
+gevecht te ver van zijn mannen gewaagd heeft, later krijgt Hektor
+gelegenheid hem een dergelijke dienst te bewijzen. Maar de trouvère
+vindt het heel lelik wanneer Hektor eens een gevallen vijand
+plundert,--iets wat de krijgers in de heldengedichten kalm doen en
+men ook op het wandtapijt van Bayeux ziet gebeuren.
+
+De Trojanen--aan wier zijde Benoît staat evenals de gehele
+Middeleeuwen--overtreffen de Grieken in hoofse vormen. Elke avond,
+wanneer zij de strijd verlaten en hun wapenrustingen uitgetrokken
+hebben, worden ze tot fijngekultiveerde mensen. Wanneer Hektor thuis
+komt, gaat hij eerst zijn mannen in hun nachtverblijf opzoeken, en geeft
+order om de gewonden goed te verzorgen en spreekt hun moed in. Dan pas
+gaat hij naar zijn kasteel en dan trachten de dames om strijd hem zijn
+wapenrusting uit te trekken,--nooit zouden zijn schildknapen dat mogen
+doen. Eens komt hij gewond thuis, het valt hun lastig hem zijn bebloede
+rok uit te trekken, zijn echtgenote Andromache weent, en hij wordt in
+een prachtig bed gelegd in de »chambre de beauté", waar een beroemd
+geneesheer de wonden komt behandelen. Vóór hij in slaap valt, komt
+zijn oude vader, »de edele, hoofse koning Priamus", angstig naar hem
+informeren, maar Hektor antwoordt geruststellend. Steeds wordt de oude
+man grote eerbied bewezen; de kinderen zijn er altijd op uit hem zo min
+mogelik verdriet te doen en wanneer de koningin der Amazonen, na de dood
+van Hektor, de stad ter hulpe snelt, is zij vol medelijden met de oude
+koning, want hij weent groteliks over de zonen die hij verloren heeft.
+En als een goede, edele vrouw troost zij hem zo goed als ze kan. Gelijk
+het ook in de raadsvergaderingen heel wat meer parlementair en beschaafd
+toe gaat dan b.v. in het Rolandslied--Hektor is het met een voorslag
+niet eens en argumenteert er tegen, maar zegt ten slotte dat hij zich
+natuurlik niet wil verzetten tegen wat de anderen het beste zouden
+vinden,--zo is er ook altijd de warmste, schoonste verhouding tussen
+alle leden der koninklike familie, de schoondochters inkluis. Iedereen
+kust daar iedereen,--en overal. Angstig volgen de dames overdag de
+strijd van de muren af, 's avonds komen de vorsten de dames in de »kamer
+der schoonheid" bezoeken; hier praten ze gezellig met elkaar en de oude
+koningin maant alle aanwezigen in bewogen woorden aan om »lor cors, lor
+terre et lor aveir" eensgezind te verdedigen. Tegenover Helena zijn
+allen louter galanterie; reeds dadelik toen zij naar Troje kwam, was
+koning Priamus haar tegemoet gereden en had haar paard bij de teugel de
+stad ingeleid; nooit krijgt zij het minste verwijt te horen, hoogstens
+kan Hektor eens op een manier, die ons niet heel delikaat lijkt, een
+grap verkopen over »haar twee echtgenoten", die zij nu samen kan zien
+vechten.
+
+Hoofse beminnelikheid, een milde zachte humaniteit is het voor
+Benoît waar men de ware adel aan herkent. Reeds die hiervoor genoemde
+»signalementen" hadden dit bizonder doen uitkomen, maar de geesteliken
+gaan hierin veel verder. Achilles was »nimmer zwaarmoedig en korzelig,
+maar opgewekt, milddadig en royaal",--Patroklus is een innemend,
+beminnelik ridder, die niets gesteld is op boosheid en verdriet; van de
+dikke Polidarius heet het daarentegen dat hij zwaarmoedig was en nooit
+van vrolikheid hield, wat een berisping verdient. Priamus wordt geprezen
+wegens zijn zachte lieve stem en omdat hij zo veel hield van liederen
+en geschiedenisjes. Maar vóór allen is Hektor het ideaal van een
+ridder. Zijn »cortesie" is zo groot dat Grieken zowel als Trojanen in
+vergelijking met hem »gewone boeren" zijn, nooit gebruikte hij lelike
+woorden of sprak hij kwaad, altijd toonde hij zelfbeheersing, alleen gaf
+hij te graag alles weg, en gaf niets om goud of paarden of edelstenen,
+»alleen zijn edel gemoed hield hij voor zich".
+
+Maar toch,--de natuur gaat boven de leer, en telkens als de trouvère
+zich eens goed en van nabij in de stof inleeft, vergeet hij dat hij zich
+in een hogere, meer ideale sfeer moet bewegen en dan haalt hij, evenals
+de dichter van de roman van Aeneas, alles in de nuchtere naïeve
+werkelikheid neer waar hij thuis hoorde.
+
+Een van de schoonste scènes van de Ilias is die waar Hektor naar zijn
+woning gegaan is om voor de strijd van zijn vrouw afscheid te nemen,
+maar haar met zijn kind en de voedster tegen komt, vol onrust en angst.
+Zij smeekt hem om thuis te blijven. »Vrouwe, dit alles bekommert
+mij ook," antwoordt hij, maar het is zijn plicht om ten strijde te
+trekken... en dan wil hij zijn jongen in de armen nemen, maar die is
+bang voor 't »golvende, de helmkam dekkende paardhaar" en kruipt weg,
+zodat vader en moeder elkaar in een gelukkige glimlach over hun kind
+ontmoeten. Nu neemt Hektor zijn helm af en kust zijn jongen en wiegt
+hem in zijn armen, bidt voor hem tot de goden en legt hem dan weer aan
+moeder's borst, door haar tranen heen glimlacht zij en drukt hem tegen
+zich aan. Dan scheiden ze van elkander, en zij gaat de zware weg naar
+huis; »zijn vrouw ging talmende huiswaarts, telkens het hoofd weer
+wendend en hevige tranen vergietend". Van deze hoogte--de meest
+gevoelvolle innigheid, maar beheerst door natuurlike adel en een
+zuiver plichtgevoel--was reeds de voorstelling bij Dares diep gezonken.
+Andromache heeft in haar dromen voorspellingen gekregen en heeft Hektor
+gebeden thuis te blijven, maar hij verwijt haar die »vrouwelike woorden"
+en in haar angst zendt zij iemand naar Priamus met de vraag zijn zoon
+te verbieden die dag ten strijde te trekken. Als Hektor dat hoort bromt
+hij op zijn vrouw en beveelt haar zijn wapens te halen. Vergeefs tracht
+Andromache op zijn gemoed te werken door hem de knaap toe te steken,
+haar klachten doen de mensen er bij komen en nu ijlt zij zelf weg
+naar Priamus... Bij Benoît eindelik is alle hoogheid uit die scènes
+verdwenen, die zijn zo brutaal en woest dat de hoofse Hektor niet meer
+te herkennen is. »Dat verwachtte ik wel dat er geen greintje gezond
+verstand meer in je is," zegt hij hard tot zijn vrouw, en het scheelde
+niet veel, zegt de dichter of hij had zijn vrouw geslagen. De oude
+Hekuba komt er nu bij en tracht de held tot betere gedachten te brengen,
+maar hij doet niets dan bedreigingen tegen zijn vrouw uiten. Terwijl
+hij zijn wapenrusting aantrekt, slaat zij zich wanhopend op haar borst,
+trekt zich de haren uit, werpt zich voor haar man op de knieën, terwijl
+hij juist zijn kniestukken aangordt, en houdt hem het kind smekend vóór,
+»dat kleine kind, dat gij uit uw eigen vlees gewekt hebt" en dat nu
+vaderloos zal worden. Maar Hektor is woedend en wil weg. Schreeuwend
+ijlt Andromache de stad door naar Priamus; als de oude man haar
+aangehoord heeft, zucht hij bang en diep, kijkt voor zich heen, tranen
+biggelen op zijn kin en kleêren; met moeite stijgt hij te paard en rijdt
+weg. Midden op de straat treft hij zijn zoon, »zwetend van boosheid",
+met een rood gezicht en opgezwollen ogen, alsof hij geweend had. Nu
+verbiedt hij hem te gaan strijden, en brommende en scheldende op die
+gekke vrouwen moet Hektor naar huis terug; niemand durft hem aankijken
+en hij is er niet toe te brengen zijn wapenrusting af te leggen.
+
+Van het hoge van Homerus en de »Sitte" is hier niets meer over, maar
+de middeleeuwse dichter heeft alles fris en zelfstandig beleefd. Maar
+evenals in de roman van Aeneas is het toch vooral in het liefdeleven dat
+de innerlike wereld, die tot nu toe alleen de theologen hadden nagegaan,
+zich nu voor de fantasie van de dichter opent. Nog meer dan de »roman
+d'Enée" zou de roman van Troje een voorbeeld voor de lateren worden door
+zijn beroemde schilderingen, waarin het vrouwenhart zijn liefdeleven
+blootlegt.
+
+Het is Medea, de Colchiese koningsdochter, die op de vreemdeling
+verliefd wordt, welke zij in haar vaders burcht ziet. Tegen de nacht
+beraamt zij een ontmoeting met Jason. Ongeduldig zit zij in haar kamer
+te wachten, kijkt steeds weer of de maan nog niet op is en gaat aan de
+zaal staan luisteren of de mannen zich nog niet gereed maken om naar bed
+te gaan. »Hebben die nu gezworen dat zij nooit naar bed zullen gaan?--de
+nacht is weldra half voorbij", klaagt zij. Nu begint zij zich een beetje
+over zich zelf te schamen, gaat op haar bed zitten, staat weer op, opent
+het raam en merkt dat de maan al op is. Nu wordt het in de grote zaal
+ook stil, zij ziet dat de kamerdienaars daar de bedden al opmaken, en
+tegelijk ziet zij dat Jason zich ook te slapen legt; nu zendt zij haar
+oude cameriere om hem te halen. Maar de dienstmaagd zegt haar dat zij
+nu in bed moet gaan liggen, »dat is veel meer zoals het hoort", en doen
+alsof zij slaapt. Dat doet ze dan ook en speelt een hele komedie wanneer
+hij komt; gemelik en bedeesd vraagt zij wat hij wil, nu was zij na al
+dat lawaai in de zaal juist zo heerlik in slaap gevallen. In alle vormen
+van de troubadour »geeft" Jason »zich aan haar over" als zijn heerseres
+»en smeekt haar zijn eed van hulde te aanvaarden als haar getrouwe
+vazal". En wanneer hij haar bij het beeld ener godheid zijn trouw
+bezworen heeft, brengen ze samen de nacht in liefdegenot door. Dat is
+een Medea, die van Benoît, welke heel ver afstaat van de kuise en trotse
+jonge Medea van de Griekse dichter, Apollonius van Rhodus, in wier ziel
+de hartstocht langzamerhand de overmacht krijgt en zelfs heel wat anders
+is dan die van Ovidius in wie verstand met hartstocht strijdt. Die van
+Benoît is misschien nog 't meest verwant aan de Saraceense vrouw uit de
+gedichten der kruistochten of de dochter van de Wildeman in de oude
+verhalen: de heidin die woest op de gevangen held verliefd wordt, hem
+verlost en zo nodig helpt om haar eigen vader te doden.
+
+Fijner en meer gecompliceerd is de liefde in een andere episode
+geschilderd, die de grootste literair-historiese betekenis gehad
+heeft. De geschiedenis van Troilus en Briseis geeft in een kort
+bestek--waarschijnlik niet door Benoît zelf gevonden, maar iets wat
+hem in een uitgebreider versie van Dares voorlag dan die welke wij
+nu kennen--een staaltje van alles wat Ovidius geleerd had over de
+onbestendigheid en de erotiese behaagzucht van de vrouw. Het lag voor de
+hand Helena zelf als het type van vrouwelike zwakheid en veranderlikheid
+op te vatten en dat had Ovidius in zijn »Heroiden" dan ook gedaan. De
+brief waarmede zij op de liefdebetuigingen van Paris antwoordt, die
+hij haar in de handen heeft weten te spelen, terwijl hij te Sparta
+als gast vertoeft, is een meesterstuk van koketterie en slimheid en
+wispelturigheid. Zij begint hem met verwijten te overladen dat hij haar
+zo beledigt en de gastvrijheid zo misbruikt en wijst verontwaardigd zijn
+aanzoek af. Maar dan voegt zij er bij dat zij eigelik al lang de taal
+zijner ogen en zijn zuchten verstaan heeft en dat zij gelezen had wat
+hij in de wijn geschreven had die er op tafel gemorst was; zij was heus
+bang geweest dat haar man iets gemerkt zou hebben. Zij geeft toe: hij is
+schoon... laat er een woordje van los dat hij ook niet de eerste is die
+om haar gezucht heeft,... spreekt van haar man... van haar reputatie...
+laat onbewust--of waarschijnlik met opzet--merken hoe verliefd zij zelf
+is... en zegt ten slotte dat Paris in elk geval veel te haastig in zijn
+werk gaan wil en oogsten wil terwijl het gras nog groen is; ofschoon...
+de gelegenheid nu juist schoon is terwijl haar man juist afwezig is...
+en zegt dat, mocht hij haar nog iets mede te delen hebben, hij verzocht
+wordt gebruik te maken van twee van haar maagden die zij hem als trouwe
+en ook betrouwbare helpers noemt.
+
+Maar al ligt nu ook de skepsis van de libertijn Ovidius aan de figuur
+van Briseis ten grondslag, toch heeft de Oosterse verachting voor de
+vrouw en de angst der monniken voor haar er ook toe bijgedragen. Het
+monnikenkristendom dat de vrouwen vijandelik tegenover stond, kreeg
+er nooit genoeg van de trouweloosheid van de vrouw af te schilderen en
+om naar de talrijke spreekwoorden en exempelen daarvan in de bijbel
+te verwijzen, van Eva tot Dalila. En door de Latijnse verzamelingen
+van vertelsels, zoals de geschiedenis van de Zeven Wijzen, zowel als
+langs de mondelinge weg werden de Middeleeuwen met een rijke keur van
+histories voorzien over de sluwheid en de valsheid van de vrouw. Die
+geschiedenis welke de Middeleeuwen het best kende was het relaas dat
+men al bij de Latijnse schrijver Petronius vindt onder de titel van
+»de Weduwe van Ephesus", een weduwe die zich ontroostbaar in het
+grafmonument van haar man heeft opgesloten, maar zich al een van de
+eerste nachten aan een soldaat geeft, die op het kerkhof onder een paar
+galgen de wacht houdt, terwijl zij zelfs medehelpt om het lijk van haar
+man aan de galg te hangen, in plaats van een dief die heeft weten te
+ontkomen, om op die manier de soldaat voor straf te vrijwaren.
+
+Briseis is de dochter van Calchas. Haar vader heeft de Trojanen verlaten
+en zich bij de Grieken aangesloten, maar zij is te Troje achtergelaten
+en tussen haar en Prins Troilus is er een zekere verstandhouding. Zij
+is schoon, vriendelik, zachtaardig, hij is elegant, opgeruimd en zacht,
+met ogen die van vreugde en tevredenheid schitteren. Maar wanneer er
+gevangenen uitgeleverd zullen worden, verlangen de Grieken dat ook de
+dochter van Calchas teruggezonden zal worden en de Trojanen moeten dat
+beloven. Briseis is wanhopend, de laatste nacht brengt zij met Troilus
+onder omhelzingen en tranen door; met die tranen die uit de ogen
+neerstromen vermengen zij hun kussen, zoals zo dikwels in de Griekse
+romans. Twee gelieven te scheiden, roept de dichter vol medelijden uit,
+is een zonde daar men hard voor moet boeten. De volgende morgen moet
+zij nu alles inpakken, zij kleedt zich in haar fraaiste plunje--haar
+kleed is uit Indië, het heeft zeven kleuren--gaat van alle koninklike
+prinsessen afscheid nemen en trekt weg door verscheidene prinsen
+vergezeld. Troilus houdt de leidsels van haar paard vast. Bij het
+afscheid beloven Troilus en zij elkaar eeuwig trouw, maar de dichter
+voorspelt dat zij hem spoedig vergeten zal; kuisheid en schoonheid gaan
+zelden samen,--zegt Salomo. Nu komen verscheidene Griekse ridders haar
+tegemoet, o.a. de elegante Diomedes. Hij wordt dadelik op haar verliefd
+en terwijl zij samen verder rijden, biedt hij haar aan haar ridder en
+vriend te worden, als zij nu eenzaam onder al die vreemden zal zijn; nog
+nooit--verzekert hij--heeft hij aldus tot een vrouw gesproken,-- zij is
+de eerste die indruk op hem heeft gemaakt en hij wil alles doen om haar
+in haar smart te troosten. Maar Briseis antwoordt hem dat zij terecht
+zéér lichtvaardig zou schijnen, indien zij een man die zij in 't geheel
+niet kent, haar liefde schonk; liefde brengt ook veel ongeluk mede,
+»tegen éen die lacht zijn er zes die wenen" en de mannen bedriegen een
+meisje zo licht. »Maar gij zijt van hoge geboorte en welopgevoed en
+indien ik ooit iemand zou liefhebben, zou het niemand anders zijn dan
+gij!" Diomedes stelt zich, vrij natuurlik, hier mede tevreden, hij ziet
+nu wel dat zij »n'esteit mie trop salvage". Hij begeleidt haar nu naar
+haar vader's tent en neemt dan afscheid. Nu komen er vele Grieken haar
+een bezoek brengen die Briseis zeer beleefd ontvangt. Er zijn nog geen
+vier dagen vervlogen of zij voelt al geen lust meer om terug te keren.
+Maar kort daarop verovert Diomedes het paard van Troilus en zendt het
+haar als een groet van haar vroegere vriend,--een courtoisie die haar
+toch wel wat grof lijkt; zij laat hem antwoorden dat Troilus een beter
+ridder is dan hij en zijn beurt wel komen zal. Maar, voegt zij er bij,
+zij kan niet haten zo als zij moest, hem die haar lief heeft. En 't
+duurt ook niet lang voor Troilus op zijn beurt het paard van Diomedes
+machtig weet te worden en Diomedes, meer en meer verliefd, laat zijn
+hoofd nu hangen,--zo treurig er uit ziende als een sperwer bij 't ruien.
+Briseis merkt wel hoe hij lijdt, maar zo is nu eenmaal de aard van de
+vrouw, dat, wanneer zij merkt dat gij haar lief hebt, dan werpt zij u
+alleen maar aanmatigende blikken toe, en hier, zoals zo dikwels, stoot
+de dichter een harte-zucht voor eigen rekening uit. Maar intussen,
+Briseis zou eigelik graag Diomedes het paard van Troilus terug gegeven
+hebben, als dat maar aanging,--opdat hij zich wederom in de strijd
+zou kunnen onderscheiden--zij wil het zelf ook eigelik graag kwijt,
+daar de Grieken de spot drijven met dit geschenk dat zij op zulk een
+eigenaardige wijze van haar vroegere geliefde gekregen heeft; eindelik
+slaagt zij er in hem op een fijne manier onder de vorm van een plagerij,
+aan Diomedes zijn geschenk terug te geven. Nu voelt zij zich gelukkig,
+dat zij hem helemaal in haar net gevangen heeft en schenkt hem ook nog
+haar mouw als banier. »Van nu af--merkt de trouvère op--moet 't Troilus
+duidelik zijn dat hij niet meer op haar liefde staat kan maken." Troilus
+wordt dan ook razend van woede wanneer hij bij het gevecht Diomedes met
+die banier ziet, die hem 't duidelikst bewijs is van de trouweloosheid
+van zijn geliefde, en onder ruwe scheldwoorden aan haar adres, houwt hij
+op haar nieuwe ridder los. Lelik gewond wordt Diomedes naar huis terug
+gebracht, maar nu houdt Briseis zich ook niet langer in: zonder zich aan
+bedreigingen van haar vader of aan de praatjes te storen, ijlt zij naar
+de tent van de zieke. Onderweg heeft zij een hevige innerlike strijd
+te doorstaan, zij noemt zich zelf trouweloos, »om mijnentwil zullen de
+vrouwen heel wat over hun valsheid moeten horen, en het is wel waar
+dat mijn aard wel wat àl te veranderlik is." Maar--antwoordt zij zich
+zelf--nu kan ik nooit meer terug, nu heb ik mijn nieuwe vriend mijn
+gehele hart gegeven en nu moet ik trachten hem trouw te blijven. Had men
+mij te Troje laten blijven, dan was dit alles niet gebeurd. Maar hier
+ben ik zonder vriend, niemand kan mij raad geven, en ik kan toch ook
+niet altijd hier blijven lopen treuren! God geve Troilus alles goeds,
+maar nu wij elkaar niet meer lief kunnen hebben, geef ik mij liever aan
+Diomedes... kon ik maar vergeten wat er gebeurd is, dat drukt toch wel
+zwaar op mijn geweten.
+
+Heel erg zwaar neemt de trouvère de trouweloosheid van Briseis blijkbaar
+niet op. De vrouwen zijn voor hem toch maar het zwakke frivole geslacht,
+waar men niet te veel van verwachten mag: in 't algemeen kan men zeggen
+dat uit de manier waarop hij »de zoete zonde" beschouwt, die hele
+lichtzinnige weekhartigheid blijkt die de ganse ridderromantiek
+kenmerkt, en nergens ziet men duideliker dan hier, hoezeer Benoît al
+het geestelike afgelegd heeft en zich in de armen van »Frau Welt" heeft
+geworpen.
+
+Bovendien, Briseis is feitelik maar een dochter van een priester, die
+toch niet anders was dan de bijzit van Prins Troilus. Daarentegen heeft
+de dichter in Polyxena, een van de dochters van Priamus, de echte
+tegenhanger geschilderd van de trotse prinses uit de Roman van Thebe,
+Antigone, en in het gevoel van Achilles voor haar heeft hij een liefde
+getekend meer ridderlik van aard dan die van Diomedes, zowel als van
+Aeneas. Onder een wapenstilstand is Achilles over gekomen om een
+plechtigheid bij te wonen die bij de Trojanen plaats heeft ter ere van
+Hektor die gedood is; daarbij krijgt hij Polyxena te zien en staat de
+gehele tijd als aan de plek genageld van verrukking. Als zij weg is,
+rijdt hij diep in gedachten naar huis. In een lange monoloog klaagt
+hij dan over zijn hopeloze liefde: er is niemand die de Trojanen zo
+zeer haten als hem die Hektor de dood had gegeven. Nu zendt hij een
+paar vertrouwde mannen naar koningin Hekuba en belooft alle mogelike
+boetedoening voor de dood van Hektor, als hij Polyxena maar de zijne
+mag worden. De jonge maagd was daar zelf bij tegenwoordig, maar als
+welopgevoed meisje, hoort zij dat aan zonder een woord mede te spreken.
+Priamus heeft wel bezwaren, van geboorte en rang vindt hij n.l. Achilles
+heel wat minder dan een Trojaanse koningsdochter, maar hij geeft toch
+zijn toestemming, indien Achilles bij de Grieken het beleg op kan doen
+heffen en zij aftrekken. In die tussentijd geeft Achilles thuis lucht
+aan zijn gevoelens in klachten over de macht van Amor en op de wijze
+der troubadours noemt hij zijn aangebedene »verheerlikte geest", »glans
+der schoonheid" en dergelijke. Nu tracht hij de Grieken te bewegen
+naar huis te trekken en wanneer hem dat niet gelukt, blijft hij mokkend
+in zijn tent thuis. Maar ten slotte, wanneer de Grieken al te erg
+in 't nauw gebracht worden, kan hij toch niet meer achterblijven en
+werpt zich--hevige verwijten van »Amor" die zich openbaart, en zijn
+zelfverwijt wegens zijn verraad jegens de schone--toch weer in de
+strijd. Van haar kant voelt Polyxena zich in stilte ook zeer ongelukkig;
+van dat huwelik had zij nu al zo lang horen spreken, dat zij nu juist
+haar zinnen daarop was gaan zetten. Maar nu beraamt Hekuba verraad. Zij
+laat Achilles weten dat hij Polyxena toch kan krijgen en vraagt hem 's
+nachts bij een tempel buiten de stad te komen. En even als Amor Leander,
+de geliefde van Hero van zijn verstand beroofde, zo nu ook Achilles.
+Romanties wordt de eenzame tocht in de maneschijn van hem en zijn
+volgelingen beschreven, naar de verlaten, eenzame plaats waar de
+koningin een hinderlaag heeft aangebracht en waar de held nu zijn dood
+vindt. Onder groot weeklagen wordt zijn lijk begraven en de Grieken
+richten een gedenkteken voor hem op, waarop zij Polyxena afbeelden, over
+hem wenende. Aandoenlik is het ook te lezen hoe later, na de inneming
+van Troje, de Grieken wreedaardig de maagd op het graf van Achilles
+offeren. »Laat de dood mij maar nemen," zegt de trotse koningsdochter,
+»ik verweer er mij niet tegen, hier schenk ik die een jonkvrouw zo
+schoon als ooit een koningszoon verwierf."
+
+Polyxena en Antigone, Dido en Medea, Ismene en Lavinia, en ten slotte
+Briseis, het is een hele vrouwengalerij--hooggeboren trots, woest
+hartstochtelik, zacht onschuldig, koket wisselvallig--welke die romans
+hun tijdgenoten voor zetten.
+
+
+
+
+XIII.
+
+GRIEKS-OOSTERSE VERTELKUNST.
+
+
+Zoals wij gezien hebben waren de klassieken al halverwege voor de
+trouvère der Middeleeuwen geromantiseerd door de Grieks-Oosterse
+vertelkunst, waardoor alleen hij in de regel de klassieken te zien
+kreeg,--bijv. door de Egyptiese historie van Alexander of door de romans
+over Troje uit de periode van het verval der oudheid. De overdreven
+beschrijvingen, de avontuurlike fantasie, de dialektiese zielsanalyse
+en het galant-sentimentele erotiese element,--dat waren alles duidelike
+sporen van dat verval der klassieken en hun Asiatisering. Daaruit was
+in de Oost-Romeinse wereld een vertelkunst ontstaan, van wier stam de
+Griekse en Byzantijnse roman en de romantiese Oosterse verhalen, b.v.
+de 1001 nacht, slechts verschillende vertakkingen zijn, door een en het
+zelfde sap gevoed. En reeds lang hadden de klerken, gelijk wij gezien
+hebben, zich Latijnse vertalingen van Griekse romans als »Apollonius
+van Tyrus" weten te verschaffen, zoals die van de vriendschapsproef of
+van de goede raad op reis. Nu, ten tijde van de kruistochten, wordt de
+romanhonger der leken door de Grieks-Oosterse vertellingsliteratuur
+gestild zowel door Latijnse vertalingen er van, als door mondelinge
+verhalen. En door haar kunstvorm en haar geest zowel als door haar
+onderwerpen, zou die al heel spoedig nog vruchtbaarder voor de
+ridderromans blijken te zijn dan de klassieken dit geweest waren. Veel
+uit onze moderne roman, de opbouw en de liefde-intriges stammen direkt
+uit de Aetiopiese verhalen van Heliodorus of de novellenkunst van
+Bagdad.
+
+Een laat, zeer ingewikkeld literatuur-genre was de Griekse roman, zoals
+die jaren na Kristus bloeide--»Verhalen uit Babylon",--»Verhalen uit
+Ephese",--»Aetiopiese Verhalen",--»Leukippe en Chlitophoon",--»Chaereas
+en Kallirhoe",--de pastorale roman »Daphnis en Chloë", en hoe die
+ook alle heten. Aan de ene kant een nakomeling van een overrijpe en
+verouderende kultuur--zonder kracht en frisheid, zonder natuurlikheid
+en oorspronkelikheid, vroeg rijp vroeg wijs, gekunsteld, verzwakt, maar
+niet zonder fijnheid in denken en gevoel, en geboren met beschaving en
+kunst. Maar tegelijkertijd een kind, die roman, van die zekere tijd
+van barbaarse en chaotiese vernieuwing en kultuurmenging, waarin het
+kristendom zijn laatste wereldvernieuwende vorm zou krijgen, en zo,
+doordrongen van kinderlike lust naar avonturen en een ruwe barbaarsheid,
+maar ook met de dageraad van een nieuwe levensopvatting in zich en een
+geheel nieuw stel gevoelstonen.
+
+Die romans beschrijven altijd het partikuliere leven; het vaderland,
+politiek en alle maatschappelike kwesties liggen buiten hun horizont.
+Met geschiedenis en godsdienst staan ze in geen verband, hebben geen de
+minste pretensie een beschrijving van werkelike gebeurtenissen te geven,
+en de goden behandelen ze ook vrij wel niet anders dan als een poëtiese
+fictie. Wat zulk een roman wil, is de fantasie met een ingewikkelde
+en spannende handeling en merkwaardige avonturen gaande te houden,
+medelijden op te wekken voor een hartroerende geschiedenis, soms ook
+daardoor een wijze levensfilosofie aan de man te brengen en de moraal
+te helpen opbouwen.
+
+Dikwels begint de roman met een scène tussen twee jongelui die op elkaar
+verliefd worden. Zij treffen elkaar bijv. bij een feest in de tempel,
+waar men voor een optocht of dans of voor spelen bijeen gekomen is.
+Beiden zijn zeer jong, maagdelik, naïef onschuldig,--geen van beiden
+hebben van de liefde iets willen weten; zij is een der maagden van die
+tempel, hij jager. Er zit hier een weinig verering der overkultuur in
+van het naïef-ongekunstelde, en een geraffineerd plezier om de onschuld
+in de mysteries der liefde in te wijden, maar er is ook een zeker
+verlangen in die tijd naar een verjongingskuur der reinheid. Beiden,
+hij en zij, schitteren boven alle andere jongelingen en maagden uit,
+hun namen zijn »Bloem" en »Gratie", »Anthia", »Chariklea", hij is
+van voorname familie, zijn klederdracht en zijn wapenrusting worden
+geschilderd bijna als die van een Middeleeuws ridder, als zulk een
+ridder blinkt hij uit bij het rijden en de spelen, en ontvangt de
+lauwerkrans uit de hand van de schoonste maagd. Zij heeft een krans om
+haar gouden haar en draagt een met goud gestikt purperen gewaad. Amor
+straft ze nu wegens hun miskenning van zijn macht en steekt bij de
+eerste blik hun beider harten in lichte laaie. Mysties-platonies heet
+het bij deze gelegenheid hoe de hele natuur van liefde doordrongen was:
+de aantrekkingskracht van de magneet is een soort liefde, de rivieren
+worden er ook door liefde toe gebracht zich in elkaar uit te storten,
+en wanneer de mannelike palm alleen staat, ver weg van een vrouwelike,
+droogt die door liefde-verlangen uit! Door het oog vloeit het beeld der
+schoonheid in de ziel, zodat ziel met ziel verenigd wordt, zelfs als de
+lichamen gescheiden zijn. De jongelieden voelen die verliefdheid eerst
+als een soort ziekte; geheel in gepeins verzonken zitten zij bij het
+feestmaal aan, blozen, verbleken, gaan zelfs ziek naar bed. Heel naïef
+hebben zij er gewoonlik geen idee van wat hun scheelt, totdat een meer
+ervaren oudere vriend ze inlicht. Of wel dolen ze in de vrije natuur
+rond, klagen tot de maan, snijden de naam van de geliefde in de
+boomschors en trachten de toekomst uit de bloemen te lezen. Zij leven
+van elkaars blikken of handdrukken; hij drinkt van de zelfde kant van
+de beker waar zij haar lippen gezet heeft, of kust de fluit waarop zij
+geblazen heeft. Er loopt ook veel eroties geflikflooi onder door. Hij
+mag een krekel aanpakken die op haar borst gevallen is, en als hij haar
+eens op een dag een toverformule hoort murmelen over de arm van haar
+dienstmaagd die door een bij gestoken is, dan beweert hij in zijn lippen
+gestoken te zijn, opdat zij dan met haar lippen dicht bij de zijne komen
+zal.
+
+Het jonge meisje is wel eerst wat bleu, maar heeft toch niet al te
+veel aanmoediging nodig, zij is het ook dikwels die er wat op weet te
+vinden, hetzij dat zij haar cameriere er toe weet te krijgen haar te
+helpen of dat zij degeen die haar bewaakt een slaapmiddel toedient. Met
+Grieks-zinnelike verfijndheid wordt het genot geschilderd dat de kus
+geeft,--lang daarna kan de jongeling de kus nog op zijn lippen voelen.
+Maar dat genot is meer dan eens met filosofiese sentimentaliteit
+gepaard. De kus is het eerste zoete dat de geliefde te genieten
+krijgt, want het wordt door het schoonste deel van het lichaam
+voortgebracht,--de mond is immers het orgaan van de stem, en de stem
+is de afschaduwing van de ziel; door de aanraking der lippen vliet het
+genot in de ziel, zo goed als de ziel tot het zoete genot van de kus op
+wordt getrokken. »Nooit heb ik zulk een zielegenot gesmaakt, en toen
+pas wist ik dat er geen genot was dat met de liefdekus vergeleken kan
+worden." En de jongelieden generen zich ook niet alle andere
+liefdevruchten te plukken.
+
+Of wel vluchten zij met elkaar en trouwen. Of wel voelen de ouders dat
+»het beter is, teneinde de onterende naam van de zinnelike begeerte te
+ontgaan, daarboven de wettelike banden van een eerbare vereniging te
+verkiezen en de ziekte der hartstocht in een huwelik om te zetten."
+Maar dan komen, na de idylle, de avonturen, de verwikkelingen en de
+beproevingen. Nu trekken zij op weg,--hetzij ze op de vlucht gaan, of
+dat een van beiden zijn ouders wil gaan bezoeken, of dat hij of zij
+bij vreemden opgevoed is, of zelfs, als dat alles niet kan, is er
+een orakelspreuk volgens welke zij na de bruiloft een reis moeten
+ondernemen. En op die reis raken ze dan van elkaar af, hetzij door
+schipbreuk of door een overval van zeerovers. Ook kan het motief zijn
+dat de jonge vrouw door boze tongen belasterd is en de man haar als
+ontrouw weg zendt; dan dwaalt zij de wereld om, maar hij komt daarna
+haar onschuld te weten en gaat ook ronddolen om haar te zoeken. En
+altijd dwalen ze alle beiden, elk op zijn eigen houtje, in de wereld
+rond, krijgen beiden de wisselvalligheden van het lot te verduren en
+zoeken elkaar overal. En op dit weefsel wordt nu verder doorgeborduurd.
+
+Reisverhalen en berichten over vreemde landen en zeeën waren altijd
+bij het Griekse volk van zeevaarders en handelaren geliefd en in trek
+geweest. Bij Homerus zowel als bij Herodotus en de Latijnse bewerkingen
+van Virgilius, vindt men een bezinksel van al de verhalen van matrozen
+en handelsreizigers, waar het de Grieken nooit verveelde naar te
+luisteren. Maar nu is de Hellenistiese tijd van de wereld zo veel groter
+en zo veel bonter geworden dan ooit tevoren, en ook het verlangen om
+de wereld te leren kennen, zoveel sterker en zoveel gemakkeliker te
+voldoen. En uit Indië kwam er weer aanvoer van nieuwe zeemansverhalen
+over tochten naar Ceylon en andere merkwaardige landen,--dezelfde
+verhalen waaruit de Arabieren later de geschiedenis van Sindbad samen
+zouden stellen; uit Aegypte en Perzië, uit Scythië en het »uiterste
+Thule" kwam al meer en meer kennis en stof. Natuurkundigen en geografen
+kompileerden grote verzamelingen van »Paradoxa", allerlei merkwaardige
+gebeurtenissen, verhalen van dieren, planten, stenen, natuurfenomenen
+uit alle landen der wereld en de filosofen droomden temidden van hun
+Griekse overkultuur van een paradijs onder de gelukkige natuurvolkeren,
+en voor hun ogen stond het land der Hyperboraeën in 't Noorden, Atlantis
+in het Westen, of Indië ver in het Oosten als het ideaal van wijsheid en
+geluk. En van dit alles vindt men ook veel in de Griekse romans terug.
+Op hun reizen zien de geliefden vreemde klederdrachten en gewoonten,
+merkwaardige dieren en mensen; de lezer krijgt een beschrijving van
+de overstroming van de Nijl en van Aegyptiese toverformules, van
+kunstwerken te Delfi, Perziese hoven, Skytiese tempelfeesten, en veel
+van de magie en de toverij, waar de tijden zo vol van waren, vindt men
+in de romans weer. In de scholen der Sofisten en de rhetoren had zich
+een bloeiende beschrijvingskunst ontwikkeld die zich aan allerlei
+zeldzame en moeilike onderwerpen oefende, en het zijn de »opstellen" der
+leerlingen van die rhetorenscholen, die wij als delen van die romans
+aantreffen.
+
+In die scholen was ook die fantasie en smaak geboren, welke de romanheld
+zich in allerlei extraordinaire avonturen en zielstoestanden doet
+storten. Bijvoorbeeld een rhetories beschreven zeestorm, een schipbreuk
+of een merkwaardige redding, dramatiese overvallen van piraten met
+daarop volgende gevangenschap en slavernij; plotselinge ontmoetingen,
+een even plotseling van elkaar afraken, verkledingen en vergissingen
+en herkenningsscènes. Zoals reeds in de nieuwere Attiese blijspelen
+wordt de knoop door allerlei romantiese motieven gelegd: kinderen die
+uitbesteed zijn geweest of geroofd waren geworden en ten slotte aan
+een moedervlek herkend worden of aan de doek waarin ze gewikkeld waren;
+mensen die erg op elkaar lijken en verwisseld worden, slavinnen die vrij
+geborenen blijken te zijn; mensen die als dood beweend worden en dan op
+eens nog tot de levenden blijken te behoren. En als een weifelen tussen
+dergelijke motieven wordt de handeling opgebouwd; het ene brengt die
+vooruit, het andere houdt die tegen. De twee geliefden lopen elkaar als
+gekken elk in een ander werelddeel te zoeken en schrijven elkaars naam
+op alle Hermeszuilen aan de weg voor het geval dat de ander daar ook
+voorbij mocht komen; of zij zijn vlak bij elkaar zonder er iets van
+te vermoeden, b.v. in hetzelfde huis door éen enkele muur gescheiden,
+spreken met elkaar zonder dat ze weten wie ze voor zich hebben, of wel
+de jongeling vindt een vrouwenlijk en meent dat het zijn geliefde is,
+hij begraaft het en is diep wanhopend, ofschoon zij het helemaal niet
+is; allerlei boze mensen trachten ze in het ongeluk te storten. Maar
+tegenover dit alles hebben de geliefden hun trouw te stellen, hun geduld
+en hun volharden. Maar zij _maken_ hun eigen lot niet als helden die de
+kracht om te handelen bezitten, zij _ondergaan_ hun lot. Beiden zuchten
+en wenen, klagen en verlangen in huilerige sentimentaliteit. De held
+zowel als de heldin vinden hun troost daarin dat ze overal waar zij
+komen gevoelvolle harten in hun lijden inwijden en in hun gevangenschap
+ontmoeten ze lotgenoten met wie zij hun tranen mengen, terwijl elk met
+zijn geschiedenis voor de dag komt en de anderen met de verhalen van
+zijn eigen ongeluk tracht te overbluffen. Met verfijnd materialisme
+krijgt men te horen »welk een smachtende schoonheid tranen aan een maagd
+schenken: het wit en het zwart in het oog vloeit te samen, terwijl het
+oog als een bron zwelt; het wit glinstert als een narcis, het zwarte
+gloeit als een viooltje, en de tranen die in het oog samengedrongen
+worden schijnen te glimlachen." Is de maagd schoon en wordt zij door hem
+die haar ziet wenen, bemind, dan »kunnen zijn ogen niet laten de hare te
+volgen, want de schoonheid die in de ogen der geliefde troont, vloeit
+daaruit in die van de toeschouwer over en trekt de tranenvloed tot zich;
+de schoonheid glijdt in de ziel van de toeschouwer over, maar de tranen
+behoudt hij in zijn oog, die wil hij niet afwissen, zijn geliefde moet
+die kunnen zien." Zelfs in de bruidsnacht liggen de twee gelieven samen
+te wenen in een soort melankolieke sentimentaliteit. Hij drinkt haar
+tranen, die hem zoet zijn en hem genezen, en zij legt zijn haar op haar
+eigen ogen opdat ook zijn haar de »liefdedrank" moge drinken; dan kust
+zij zijn ogen: »Gij hebt mij veel kwaad gedaan toen gij eerst mijn hart
+gewond hebt, maar gij hebt mij ook veel goed gedaan, toen gij mijn beeld
+de weg naar zijn hart weest. Daarom kus ik u; maar nu moet gij hem ook
+nooit een schonere vrouw laten zien die hem van mij af zou doen keren."
+
+Tot de moeilikheden der twee gelieven hoort ook dat zij overal belaagd
+worden wegens hun schoonheid en hun beminnelikheid; zij, door tyrannen
+of rovers of door een lompe herder in wiens hut zij toevlucht gezocht
+heeft; hij, door vorstinnen in wier handen hij gevangen is geraakt.
+Maar hun trouw en hun kuisheid zijn in de regel tegen alle verzoeking
+bestand. Er is iets kristeliks in het gewicht dat in die romans op de
+kuisheid gelegd wordt. Tegenover al de pogingen der vorstinnen om hem
+te verleiden, staat hij als een Josef, en zij bewaart haar deugd als een
+ware heilige, in het bordeel zowel als tegenover alle dreigementen van
+een tyran: »Laat de martelwerktuigen maar brengen, laat het rad maar
+komen, hier zijn mijn handen; neem de zweep maar in de hand, hier is
+mijn rug. Een nieuwe kamp zal voor uwe ogen beginnen: niettegenstaande
+alle folteringen zal een vrouw alléén in haar strijd zegevieren."
+
+En altijd overwint ten slotte de deugd en de liefde van het jonge paar.
+De onschuld en de tranen der schone roeren de tyran en de woeste rover,
+»die geen echte barbaar van zeden en manieren was, maar die de stempel
+van een zekere beschaving droeg"; hij is »de edele rover" die slechts
+tot zulk een leven gedreven is door het onrecht dat zijn familie hem
+aangedaan heeft, en »ook de handen van barbaren voelen weerzin, naar
+het schijnt, om zich aan schoonheid te vergrijpen en door de aanblik van
+de gratie wordt zelfs het boze oog weer vriendelik." De gevangen schone
+wordt galant door de zegevierende vorst behandeld, dikwels zucht hij van
+liefde voor haar, maar geeft grootmoedig alle rechten op haar op wanneer
+haar harte-vriend weer opduikt; een andere even grootmoedige koning die
+haar geliefde gevangen heeft genomen, hoort diens klachten, doet zich
+zijn treurige liefdesavonturen vertellen en laat hem vrij, ja, wat meer
+zegt, geeft hem reisgeld mede om zijn beminde te kunnen gaan zoeken.
+
+De geliefden zijn bovendien niet afkerig van zich door allerlei streken
+uit hun moeilikheden te helpen. Wat de romans verheerliken is niet de
+moed van de krijgsman, maar list. Een van de bronnen waar de Griekse
+roman veel aan ontleend heeft is die literatuur van novellen over list
+en bedrog die van de oudste tijden zo populair bij de handeldrijvende
+Grieken geweest was. De schelmstukken van Odysseus werden het eerst
+opgeschreven; in de bewerking door Herodotus van de Aegyptiese
+dievenverhalen heeft men een specimen van de bijdrage die het Oosten
+hiervoor leverde en in de zogenaamde »Milesiese" vertellingen over
+liefde en list van Aristides van Milete, stamt veel uit Griekenland en
+het Oosten. Vooral toont het jonge meisje in die Griekse romans zich
+zeer vindingrijk en zonder scrupules; in 't algemeen laat zij het hoofd
+minder hangen dan de zeer weinig mannelike held. Of wel smeert zij haar
+gezicht vol met roet, en gaat in lompen gekleed en met een bedelrok
+op stap om haar geliefde te zoeken; of wel drinkt zij een slaapdrank,
+waardoor ze een tijd lang voor dood ligt, zodat zij niet meer met de
+gehate bruidegom hoeft te trouwen; soms legt zij een dubbelzinnige eed
+af; zo nodig koketteert zij hevig met de tyran en belooft zelfs hem na
+een zeker tijdsverloop te zullen nemen, om dan in die tussentijd de kans
+schoon te zien en te verdwijnen.
+
+Maar alles eindigt ook goed, dat hoort nu eenmaal bij het genre van
+die romans evenals bij de komedie. Het zelfde spel van de grillen van
+het noodlot, de zelfde »Tyche", die alle berekening trotseert en alle
+plannen in duigen doet vallen, die nu eens de geliefden door een
+onzinnige orakelspreuk naar Oost en West uit elkaar drijft, ze dàn weer
+verblindt, zodat ze hun geluk niet vlak voor zich zien liggen, maar zich
+met opzet in 't ongeluk storten,--diezelfde geluksgodin zal toch altijd
+tenslotte ouders en kinderen elkaar terug doen vinden, de vrije geboorte
+van de slavin voor den dag, en de onschuld van de ten onrechte verdachte
+echtgenote aan het licht doen komen, en de twee geliefden ten slotte,
+bevend van aandoening in elkaars armen laten vallen. En de zelfde
+overdaad van tranen die zij in hun ellende hebben geplengd, is nu hun
+liefdesgeluk gewijd. Alles wat zij doorstaan hebben was slechts een
+loutering, die ze hun geluk meer waard zal maken,--of een raffinement
+dat de liefde èn bij hen zelf èn bij de lezers wat moet aanwakkeren!
+
+En dit alles is toebereid met een kunst van onderhouden die voor lange
+tijden de techniek van onze romans bepaald heeft. Gewoonlik komt de
+lezer eerst in een merkwaardige, vreemde situatie, waardoor zijn
+nieuwsgierigheid en belangstelling opgewekt worden, zonder dat hij
+eigelik weet hoe en waarom. Twee reizigers treffen elkaar bijv. in een
+herberg en de een vertelt de ander een geschiedenis die hem onlangs
+overkomen is. De ander, wie men toch zou denken dat dit alles niets
+aanging, luistert in stijgende spanning, vraagt, raakt in de war en
+verwijdert zich om zijn aandoening te verbergen. Wanneer hij terugkomt
+om het slot van 't verhaal te horen of b.v. te vragen waar de personen
+in kwestie heen getrokken zijn, deelt de waard hem tot zijn diepe
+vertwijfeling mede dat de ander juist per schip vertrokken is. Langzaam,
+en stukje voor stukje begint de lezer iets van de vóórgeschiedenis te
+snappen, later krijgt hij nog een paar draden te pakken; de handeling
+kan hij tot een zeker ogenblik volgen, dan, juist als de situatie zeer
+spannend is, laat de schrijver die los en plagerig volgt hij nu weer
+een ander persoon op diens weg; voortdurend worden er nieuwe episoden
+ingewerkt; net als in die Chinese doosjes wordt in elke historie altijd
+weer een andere gevoegd, iedere nieuwe persoon die optreedt vertelt ook
+weer zijn geschiedenis, die de lezer zich dikwels ietwat geïrriteerd
+af doet vragen wat dit daar nu weer mee te maken heeft, maar die toch
+tenslotte van afdoende betekenis voor de hoofdhandeling kan blijken
+te zijn... en zo is de lezer in één voortdurende spanning en wordt
+hij voortgezweept, in de war gebracht, geërgerd, verder gebracht...
+teruggehouden... maar de roman laat hij niet los voordat hij aan 't
+einde gekomen is!
+
+ * * * * *
+
+Een vervolg op die Griekse roman vormen, naar het schijnt, in de
+Byzantijnse tijd, andere romans die wij niet kennen, maar waaraan via
+het Latijn, Franse en Duitse romans hun oorsprong danken. Maar deze
+romanliteratuur is, zoals wij reeds zagen, slechts één enkele tak
+van de rijke, mondelinge en schriftelike vertelkunst die zich in de
+Grieks-Oosterse wereld ontwikkelde. En door de collecties van Latijnse
+verhalen die wij al meer dan eens genoemd hebben, zowel als nog meer
+langs mondelinge en schriftelike wegen die wij nu niet meer kunnen
+nagaan, kwamen er talrijke Oosters-Griekse verhalen tot de Middeleeuwen
+van het genre dat wij nu uit de grote schatkamers van Oosterse
+vertellingen kennen, waarvan de »Duizend-en-één-Nacht" een van de
+grootste en laatste is, maar die ook in 't Persies tot hele
+gedetaljeerde liefderomans uit werden gewerkt.
+
+Die vertellingen zijn al even onkrijgshaftig als de Griekse romans,
+en ofschoon anders in elkaar gezet, zijn het dezelfde onderwerpen
+die daarin met voorliefde behandeld worden. Het zijn verhalen van
+sentimentele liefde, zielegrootheid, onschuldig lijden, list en vernuft,
+vreemde spelingen van het noodlot en de merkwaardigste gevallen van
+toverij.
+
+Dat element van toverij ontbrak niet in de latere klassieke periode--de
+toverdrank van Medea en Circe en de toverroman van Apuleius en zijn
+»gouden Ezel" staan verre van alleen--maar vooral door de Oosterse
+vertellingen maakten de Middeleeuwen kennis met alle soorten van
+tovermotieven waar ze rijkelik gebruik van konden maken. Daar had men
+allerlei geesten en toverdieren; bronnen waar men niet uit mocht drinken
+of er stak een hevige storm op, of een enorme geest kwam de stoutmoedige
+tot een tweestrijd uitdagen; mensen die door toverij tot stenen en
+dieren gemaakt worden; toverslotten, waarin niemand wegens spoken
+en heksen durfde overnachten; feeën die hun menselike geliefden naar
+hun rijk ontvoerden. En er waren spiegels en bronnen waarmede men de
+kuisheid van een vrouw op de proef kon stellen en toverkussens die men
+in 't bed legde en die dan de man als van steen maakten in de armen van
+de vrouw.
+
+Voor de Middeleeuwen waren alle »Wijzen van het Oosten" Tovenaars en
+Magiërs evenzo zeer als de Philosofen van de klassieken: Hippocrates
+en Virgilius, zo wel als koning Salomo en al de wijzen der Oosterse
+novellen. Die maakten vernuftige mekanismen, ze konden zien wat er op
+andere plaatsen geschiedde, konden de gedachten van anderen lezen en te
+weten komen wat anderen in 't schild voerden, misdaden opsporen, en zeer
+talrijk waren de bewijzen van scherpzinnigheid waar de Midrasch en de
+Talmud der Joden of de Arabiese sprookjesverzamelingen van verhaalden.
+
+Maar slimmer dan zelfs de wijste man was toch dikwels de vrouw, waar het
+er op aan kwam om de mannen te bedriegen. Een wijze als Hippocrates werd
+door zijn vrouw vergiftigd; Virgilius de Tovenaar zou een listige vrouw
+in 't geheim ontmoeten en toen hij zich in een mand naar haar vertrek
+zou laten hijsen, liet zij hem midden in de lucht hangen tot spot voor
+iedereen. Van de vrouw van Salomo vertellen Joodse sagen en Byzantijnse
+romans, hoe de sluwe vrouw en de verstandige bultenaar Morolf, Salomo's
+broeder en helper elkaar steeds weer in list trachten te overtreffen.
+Van de gemalin van Caesar zowel als van die van Constantijn wordt
+verteld hoe zij hem met haar twaalf camerieres bedroog die verklede
+mannen waren, totdat een der wijzen haar schaamteloosheid aan 't licht
+bracht. Een vrouw neemt een slaapdrank in en geeft zich zo voor dood
+uit, ze wordt begraven en door haar geliefde weggevoerd. Een ander laat
+een geheime gang graven tussen het huis van haar man en dat van diens
+vriend, die tegelijk haar geliefde is. De vriend presenteert haar nu
+in zijn eigen huis als zijn eigen vrouw; de bedrogene kan zijn eigen
+ogen niet geloven, maar de vriend verklaart dat er alleen maar een
+merkwaardige gelijkenis in 't spel is; als hij naar huis wil gaan zal
+hij zijn eigen vrouw thuis vinden,--wat dan ook uit komt. Een derde
+heeft het ongeluk dat een geleerde ekster de echtgenoot vertelt, wat zij
+in zijn afwezigheid heeft uitgevoerd, maar de vrouw weet op alles raad
+en slaagt er gemakkelik in door een zeker experiment hem te overtuigen
+dat die eksters maar leugenbeesten zijn, zodat hij ze nu ook niet kan
+vertrouwen.
+
+Meestal kan men die Oosterse verhalen van vrouwenlist waar ze in de
+Europeese novellen, b.v. de Franse fabliaux overgegaan zijn, daaraan
+herkennen dat ze zo paradoxaal lijken, zo kunstig, en in de aangewende
+middeltjes zo tegen alle gezond verstand in schijnen te druisen,
+vergeleken met de nuchterder, natuurliker Europese geschiedenissen.
+Het zelfde gemis aan respekt, beter: het zelfde genot in het
+paradoxaal-onwaarschijnlike kenmerkt ook die talrijke Oosterse
+geschiedenissen over het merkwaardige spel van het toeval of, als men
+wil, over de wonderbare wegen en de almacht van het Noodlot. Van de
+Duizend-en-één-Nacht kent een ieder genoeg dergelijke verhalen over de
+vreemdste combinaties van het toeval. Alle toevalligheden hebben b.v.
+zo zeer samengezworen naar 't schijnt om een volkomen reine vrouw in de
+schijn van schuld te brengen, dat ook alleen maar een even merkwaardig
+toeval haar onschuld aan den dag kan brengen. Of--en dit is een historie
+die in veel versies in de Middeleeuwen bekend was--men heeft de keizer
+voorspeld dat een arm kind dat juist geboren wordt, zijn schoonzoon en
+erfgenaam zal worden en wat de keizer ook keer op keer probeert om de
+voorspelling te doen falen, alles werkt daarentegen juist samen om die
+wel te doen uitkomen.
+
+Maar de Oosterse fantasie zoekt ook buiten de grenzen van het
+natuurlike, op het gebied van het zieleleven haar weg naar overspanning
+en paradoks. Vrienden die elkaar in zelfopoffering, vijanden die elkaar
+in grootmoedigheid trachten te overtreffen, liefde die alle beproevingen
+doorstaat, de zwartste ondank, de blankste edelmoedigheid. Een jongeling
+woont bij een getrouwde vriend, diens vrouw begint te sukkelen en
+vertelt eindelik aan haar man dat zij van liefde voor de jonge
+huisgenoot vergaat. De man neemt nu zijn jonge vriend in 't vertrouwen,
+en die... weet zich een melaatse ziekte op de hals te halen om zodoende
+bij de vrouw zijns vriends de liefde te doen overgaan die de schone
+verhouding tussen hen drieën in de war had gebracht. Romanties is die
+liefde vooral en sentimenteel--veel meer zelfs dan in de Griekse romans.
+Als in deze laatste zijn de geliefden in de regel zeer jong. Hij wordt
+op iemand verliefd die hij nooit gezien heeft, op haar portret, op haar
+beeld dat hij in zijn dromen gezien heeft, of hoogstens heeft hij een
+glimp van haar achter het tralievenster gehad. Hij legt zich op zijn bed
+en wordt zieker en zieker en bij zijn onmannelik gedrag moet nu een
+vriend of de ene of andere koppelaarster voor hem handelen. Het feit
+dat in 't Oosten de vrouw altijd bewaakt wordt en van allen afgesloten
+leeft, geeft een hoogst romanties tintje aan de verhouding tussen de
+geslachten en brengt noodzakelik gevaarlike avonturen, zowel als het
+gebruik van tussenpersonen met zich meê, en wanneer b.v. de held als
+een slavin verkleed de harem binnen is gesmokkeld, of in een mand met
+bloemen naar boven is gehesen, dan wordt die gelegenheid ook terstond
+aangegrepen, daar was die zeldzaam genoeg voor en duur genoeg gekocht,
+om terstond op alle liefdegenot aanspraak te maken.--Maar meestal doolt
+hij lang in de grootste ellende rond; de ongelukkige jonge man wordt
+waanzinnig van verdriet; hij of zij worden als in de Griekse romans
+als slaven verkocht of door rovers weggevoerd en pas na jarenlange
+tegenspoeden, en na er veel tranen en zuchten bij te hebben gelaten,
+komen zij tot hun welverdiende geluk.
+
+ * * * * *
+
+Hier en daar vindt men nu motieven uit die Griekse en Oosterse
+vertellingsliteratuur in de gehele Ridderromantiek,--in wat vooraf
+gaat hebben wij ze al gevonden en wij zullen er in wat volgt geregeld
+weer aantreffen. Maar als direkte afstammelingen daarvan doet zich
+heel duidelik een reeks romans en vertellingen kennen,--door de
+kinderachtig-zoetsappige liefde die daarin optreedt, of door een
+spesiale soort van avonturen en spel van het noodlot, of wel door de
+buitengewoon extravagante geschiedenissen van toverij en vrouwenlist.
+
+Een van de hoofdmotieven in de Griekse romans was, zoals wij zagen,
+dat twee gelieven, of man en vrouw door een toeval, op reis van elkaar
+gescheiden raken, of door rovers overvallen worden, en terwijl zij
+elkaar trouw de gehele wereld over blijven zoeken, hebben zij al de
+wisselvalligheden der fortuin en al de wereldse ellende te verduren.
+In de Franse romans (van de 12de of begin 13de eeuw) zo als Floris en
+Blanchefleur, Aucassin en Nicolette, Escoufle, Guillaume van Palermo,
+worden histories van dat genre als in de ridderliteratuur behandeld.
+
+De ridderromans beginnen met de opvoeding van de held of heldin
+van kindsbeen af aan een vorstelik hof te schilderen. Of wel is het
+de zoon van een edelman, Guillaume, die aan het hof van de keizer
+van Italië opgroeit met 's keizers dochter Alis, of de dochter van
+een kristen-ridder, Blanchefleur, is gevangen bij het hof van een
+Spaans-Moors koning en groeit daar op met prins Floris. Zoet wordt
+de schoonheid en de liefelikheid der kinderen geschilderd,--evenals
+in de sentimentele legenden van het Kindeke Jezus uit die tijd, of
+op de groepen van de »Madonna met het kind" waar de Franse kunst de
+kerkportalen mee begon te versieren. De jongen, drie jaar oud, lijkt met
+zijn blonde haar een engel, allen zijn dol op hem en hij zit voortdurend
+op de rug van de schildknapen en ridders. Wanneer zijn moeder hem naar
+'t hof zal zenden, neemt zij hem de laatste nacht nog bij zich in bed
+en als de jongen weg rijdt, legt zij een zacht kussen op zijn zadel.
+Aan het hof komt de jonge keizersdochter hem met haar speelkameraadjes
+te gemoet, hij groet zoals hij dat van zijn moeder geleerd heeft
+en de eerste ontmoeting der kinderen is vol gratieuse verlegenheid.
+Aldoor zijn Guillaume en Alis of Floris en Blanchefleur samen; hij
+is vol attenties en beleefd, heeft nooit lelike woorden of vloeken
+in zijn mond, en zij zingt en naait en heeft er plezier in steeds
+maar gordels en beurzen weg te geven die zij geborduurd heeft. Samen
+spelen zij in een tuin, terwijl »de vogeltjes van de liefde zingen".
+Als de een lezen moet leren, moet de ander meê doen en dan leren ze
+dat uit de »heidense liefdeboeken" en schrijven met zilveren en gouden
+stiften over vogelengezang en bloemen en liefde op ivoren tafelen (ook
+in de »Duizend-en-één-Nacht" schrijven een jongen en een meisje elkaar
+verzen vol liefdebetuigingen, zodra de onderwijzer hun de rug toekeert).
+Zij noemt hem »vriend" of »broeder", maar men kon aan de kleur op haar
+gezicht en de ogen zien welke naam haar 't zoetst klonk; wanneer zij
+»vriend" zegt, zucht zij en worden haar ogen eens zo klein van schattige
+schuchterheid.
+
+En zo groeien zij op. Hij doet dienst als page, munt uit bij de
+ridderspelen, in 't schaken en bij 't bakspel, in hoofsheid en
+mildheid. Zij wordt maagd,--de kleine vaste ronde borstappeltjes zijn
+als »Waalse noten", haar tengere middeltje kan men met de twee handen
+omspannen; haar lichaam is zo blank dat wanneer zij met blote benen op
+de weide door de morgendauw loopt, de madeliefjes, met haar vergeleken,
+grijs schijnen. Hun gevoelens worden ook inniger. Wanneer hij eens een
+ogenblikje van haar af is, worden haar ogen helemaal »rond" en kijkt
+haar hart door 't raam van het oog om hem na te staren; en als zij eens
+op een dag in de tuin wandelend, de jonge man ziet liggen slapen, kan
+zij niet nalaten hem te kussen, maar nu heeft hij juist van haar liggen
+dromen en droomt op het zelfde ogenblik dat zij hem een roos geeft en nu
+wordt hij wakker en begroet haar beleefd. En het duurt niet lang of zij
+kussen en liefkozen elkaar en menige nacht brengt Alis slapeloos door
+als zij bedenkt hoe dikwels haar vriend haar borstjes en haar lijf onder
+haar kleren heeft gestreeld en haar »schone lenden" heeft geliefkoosd.
+
+Het verschil in stand heeft weinig voor de gelieven te zeggen, en in elk
+geval brengt de liefde ze daar licht over heen, of zij nu 's keizers
+dochter is of hij vorstenzoon en zij van mindere stand. Maar de lelike
+ouders kunnen die mésaillance niet toelaten. Daarom vluchten b.v.
+Guillaume en Alis (in »Escoufle") eens op een nacht, aan haar
+beddelakens laat zij zich uit het raam van haar kamer neerglijden en op
+muilezels rijden zij de weg op. En de muilezels bleven aldoor vlak tegen
+elkaar aanlopen; de twee gelieven hadden pret en liefkoosden elkaar, dan
+eens nam hij haar hand, dan aaide hij haar over de wangen; »wat heb ik
+die maan toch lief," zegt hij, »die beschijnt uw schone aangezicht."--En
+de dichter barst uit: »Wel hebben die twee, vader en moeder, goud en
+goed op 't spel gezet om de roepstem huns harten gehoor te geven!"
+Vergeefs worden de vluchtelingen nagezeten, vrolik en wel rijden ze de
+wereld rond, in de herbergen krijgen ze volop eten en drinken op reis
+mee, buiten in de heerlike vrije natuur spreiden zij hun tafellaken...
+Maar, ééns op een dag, wanneer zij zich bij een bron waarbij ze gegeten
+hebben, te slapen heeft gelegd, en hij bezig is haar aangezicht tegen
+de zon te beschutten, dan schiet plotseling een wouw uit de lucht op
+zijn beurs af waarin een ring is die zijn geliefde hem juist geschonken
+heeft,--een trek die ook in de »Duizend-en-één-Nacht" te vinden
+is--Guillaume springt dadelik te paard hem achterna, Alis wordt wakker
+en is nu eenzaam door haar trouweloze schaker achtergelaten,--wanhopend
+gaat zij nu ook op weg,--natuurlik juist de verkeerde kant op. En zo
+krijgen wij weer de gewone situatie: twee gelieven die op goed geluk
+elkaar in de wijde wereld gaan zoeken.
+
+Wanneer de koning der Moren in »Floris en Blanchefleur" merkt dat het
+tussen zijn zoon en het jonge kristen-meisje wat al te warm wordt, zendt
+hij de prins weg in een verre stad naar school, het meisje wordt aan
+vreemde kooplieden verkocht en de koning en koningin laten een prachtig
+grafmonument oprichten, dat Floris wanneer hij thuis komt, als het graf
+van die arme overleden Blanchefleur wordt getoond. Dit motief komt ook
+in de »Duizend-en-één-Nacht" voor. Zijn ouders die denken dat het gevaar
+nu geweken is, laten het graf versieren met schone herinneringen aan de
+jeugdige liefde van die twee kinderen: twee beelden die hem en haar
+voorstellen en die door de wind bewogen, elkaar goudbloemen geven,
+terwijl zij de woorden spreken: »Kus mij, mijne schone!" Maar Floris
+laat zich niet troosten,--»de liefde heeft een kruid in zijn hart
+geplant, dat steeds in bloei stond en dat zo zoet rook, dat hij daar
+alles door vergat", hij beklaagt zich overal en gelijk de held in de
+Griekse romans, besluit hij zich van kant te maken en wel met een
+zilveren schrijfstift, die zijn geliefde hem geschonken heeft; dan
+zal hij zo naar het »camp flori" komen en met zijn vriendin bloemen
+plukken,--dat zijn waarschijnlijk de affodil-bedden in de klassieke
+onderwereld. Nu moeten zijn ouders de waarheid wel bekennen en zij
+laten 't hem aan niets ontbreken als hij nu de wereld in trekt om
+zijn Blanchefleur te zoeken. Als een koopman verkleed, gaat hij op
+weg,--gelijk de prins in »Duizend-en-één-Nacht" die zijn geschaakte
+geliefde achterna trekt. (Latere versies vinden blijkbaar die verkleding
+als koopman niet deftig genoeg en laten de prins op reis gaan als een
+vorstenzoon met een gevolg van ridders).
+
+Blanchefleur is verkocht geworden aan de »admiraal" van Babylon die
+haar in zijn »vrouwentoren" opsluit,--blijkbaar een soort Oosterse
+harem--waar er 140 kamers zijn met jonge meisjes die bediend en bewaakt
+worden door eunuchen. Elk op de beurt moest naar de »lever" van de
+admiraal en als het bewijs van hun kuisheid geleverd is, worden ze voor
+één jaar de favorite,--hierop worden ze onthoofd, want de despoot wil
+niet dat iemand anders een vrouw zal bezitten die eens de zijne geweest
+is. Dit is alles volkomen Oosters. Na lang vergeefs zoeken zit Floris in
+een herberg en terwijl allen om hem heen vrolik praten en eten, denkt
+hij alleen maar aan zijn »Wittebloem" en zucht en weet niet wat hij eet.
+De waardin merkt dit en stoot haar man in de zij,--»bij God, dat is
+geen koopman, dat is een jonge edelman." Dan begint zij een vriendelik
+gesprek met hem en vertelt hem in de loop daarvan dat er voor enige
+tijd hier een meisje was komen logeren die erg op hem leek en die
+Blanchefleur heette en aldoor zat te zuchten over een zekere Floris. De
+jonge »koopman" raakt helemaal in de war hierdoor, gooit de wijnkan op
+de tafel om, maar geeft de waardin een gouden beker tot beloning voor
+haar mededeling en trakteert het gehele gezelschap op wijn. Dan haast
+hij zich weg in de richting waar de waardin van vertelde, komt weer bij
+een vriendelike waard en waardin,--zijn eigenaardige jeugdige schoonheid
+wekt aller medelijden en welwillendheid,--en ten slotte komt hij
+werkelik te Babylon, waar zij in de »vrouwentoren" van de admiraal zit.
+Hij maakt kennis met de portier van de toren, speelt schaak met hem, en
+geeft hem ook een gouden beker ten geschenke, waarop de man hem in een
+bloemenmand naar boven hijst. Vrolik en wel springt hij de mand uit,
+maar ongelukkig is hij bij vergissing niet in de kamer van Blanchefleur
+terecht gekomen maar in die van een harer vriendinnetjes. Van schrik
+schreeuwt zij eerst luid, maar weet toch de andere meisjes die ijlings
+aan komen zetten weg te krijgen,--'t was maar een kapelletje dat uit
+de bloemen op was gevlogen. En dan roept ze Blanchefleur,--zij heeft
+n.l. dadelik begrepen dat het haar vriend is die gekomen is. Sprakeloos
+vallen ze in elkaars armen en de volgende dagen brengen die twee
+gelieven in één liefderoes in Blanchefleur's vertrek door. Maar zo komt
+het dat zij meer dan eens haar plicht vergeet om op de »lever" van de
+admiraal te verschijnen; zij worden samen in bed ontdekt,--allerliefst
+is het dat de admiraal eerst meent dat het een meisje is, dat daar bij
+Blanchefleur ligt, maar als zij de borst van de bedgenoot zien, weten
+ze dat het een jongen is. Nu moeten ze beiden verbrand worden,--Floris
+heeft een toverring bij zich, die hij Blanchefleur aan de vinger wil
+steken, zodat zij altans gered kan worden; maar geen van beiden wil
+alléén gered worden en dus werpen ze de ring weg en worden naar de
+brandstapel geleid. Maar--de admiraal krijgt de hele historie te horen,
+hoe zij elkaar in leven en dood trouw zijn gebleven en dan wordt hij,
+gelijk zo dikwels met de tyran in de Griekse romans het geval is, zo
+zeer door medelijden bevangen dat hij ze beiden vrij laat en--Floris
+zelfs tot ridder slaat! Nu trekken Floris en Blanchefleur vol geluk
+naar Spanje, waar Floris de troon bestijgt en ter ere van zijn
+kristelike vrouw zelf haar geloof aanneemt.
+
+Het gehele gedicht is in een zachte, schone sprookjestoon geschreven;
+de bloemennamen van de held en heldin schijnen direkt van dergelijke
+personennamen in Griekse romans vertaald, misschien is het helemaal
+oorspronkelik niets anders dan een bloemensprookje geweest. Het schijnt
+in twee verschillende versies naar West-Europa gekomen te zijn, en daar
+zijn dan twee groepen van die roman uit ontstaan, waarvan de éne in veel
+ruwer lijnen opgetrokken is, niet alleen wat de boosheid van Floris'
+vader betreft, maar ook de ongelukken van Blanchefleur: in 't algemeen
+schijnt deze groep voor de smaak van een groter, meer populair publiek
+bestemd.
+
+Een heel bizondere bewerking heeft de sage ondergaan in de kleine
+»chante-fable" van »Aucassin en Nicolette". In dit liefelike gedicht
+zijn de verzen met uitzondering van de meest lyriese passages in proza
+overgebracht, iets wat verder in 't Oud-Frans niet voor schijnt te
+komen,--hoewel dat natuurlik bij de voordracht der berijmde romans door
+de trouvères feitelik meer dan eens plaats gegrepen zal hebben,--en door
+zoo van de banden van 't vers vrijgemaakt te zijn, is de vertelling
+tot een kompleet sprookje geworden, alle waarschijnlikheid over boord
+gooiende en op de alleraardigste manier een romantiese droom mengelend
+met de nuchtere werkelikheid des levens, een dwepen zo erg, dat de boog
+wel eens al te zeer gespannen blijkt en barst--met de meest naïeve
+natuurlikheid, de zoetste zwaarmoedigheid met schelmse en ondeugende
+vrolikheid. Hier is het 't meisje die tot de Moorse stam behoort, maar
+zij is gekerstend geworden en opgevoed te Beaucaire, waar de zoon van de
+graaf haar lief krijgt. De graaf laat het meisje in een toren opsluiten
+om haar later geheel te doen verdwijnen, en zijn zoon die zich van
+zijn passie niet wil laten genezen, werpt hij in de gevangenis; maar
+Nicolette weet door middel van haar beddelakens uit haar toren te
+ontvluchten, sluipt naar de gevangenis van Aucassin toe, waar zij
+door een spleet in de muur haar vriend te spreken krijgt, totdat de
+torenwachter die hen vol sympathie heeft gadegeslagen, haar waarschuwt
+dat de nachtwachter uit de stad op zijn ronde nadert. Nicolette moet
+over de muur en de gracht naar 't bos vluchten en zendt een groet aan
+Aucassin, die als hij ook uit de gevangenis ontsnapt is, daar ook heen
+snelt, en nu leven ze een romantiese natuuridylle in 't bos. Maar dan
+gaan ze op reis,--in de beschrijving van de vreemde landen met de
+merkwaardige zeden, waar ze door trokken, klinkt als een echo en bijna
+als een parodie van de exotiese reisverhalen der Griekse romans--zij
+raken in slavernij, worden onder een storm van elkaar gescheiden, en
+Aucassin komt in zijn eigen rijk terug; maar zijn leven is een en al
+zwaarmoedigheid, totdat eens op een dag zijn Nicolette, verkleed als een
+arme speelman (gelijk de helden in een Griekse roman) naar Beaucaire
+komt en zich weer bekend maakt...
+
+Dit kinderlike en populaire volkssprookje zal eigelik wel niet voor de
+hogere kringen van de ridderromantiek bestemd zijn geweest; maar de
+fijne tederheid, de heidense sensualiteit, de schone mensenliefde, welke
+die gehele klasse van de Grieks-getinte romans kenmerken, die wij hier
+onderzoeken, laat zich nergens liefeliker kennen dan in »Aucassin en
+Nicolette"--waarbij dan nog een bijna ziekelike innigheid komt, een
+overspannen dweperij, die echt Middeleeuws-romanties is.
+
+Heel wat beter aan Europese toestanden aangepast is het verdere verloop
+der handeling in »l'Escoufle", daar wij afscheid van namen toen de wouw
+in 't bos Guillaume en Alis had gescheiden. Bij haar rondzwerven komt de
+dochter van de keizer te Montpellier, waar zij met een arme vriendin een
+tijd woont en de kost verdient met haar prachtig handwerk. Zij borduurt
+b.v. zijden beurzen die de edellieden uit de omtrek aan hun dames ten
+geschenke geven; zij geneert zich ook niet het haar van de Heren te gaan
+wassen, al heel gauw is zij overal bekend wegens haar vriendelikheid en
+haar schoonheid, zo zeer dat het huis van de twee dames een hele salon
+wordt, waar de gehele adel uit de buurt de artistieke schone het hof
+komen maken, zodat de adelike dames erg jaloers worden. Eindelik komt
+zij als een soort dame van gezelschap of een hoger genre van dienstmaagd
+in huis bij een grafelike familie. Hier krijgen wij de beschrijving van
+een gezellige, naïeve scène,--de heer des huizes is 's avonds van de
+jacht thuis gekomen en maakt het zich gezellig bij de haard, waar men
+appelen braadt,--om beter te kunnen »gratter" heeft hij alleen maar zijn
+broek aangehouden en zijn hoofd rust in Alis' schoot;--de familie zit
+om hem heen en ze praten over koetjes en kalfjes. Een vertelt van die
+vreemde rare man die daar nu in de stad in 't hotel woont en die vandaag
+op de jacht meegeholpen heeft; er was ergens een wouw gevangen en zodra
+de jonge man die gezien had, had hij diens hart uit zijn borst gerukt
+en dat opgegeten. De graaf wordt nieuwsgierig en laat de man bij zich
+roepen, die dan vertelt waarom hij de wouwen zo haat... En terwijl hij
+daar zijn historie staat te vertellen, herkent Alis hem op eens...
+de rest kan men gissen!--Het is de levendigste beschrijving van het
+dagelikse ridderlike leven der 12de eeuw, die men zich wensen kan, en
+toch: niet alleen daarin dat Alis zeer sterk aan de odalisken doet
+denken, maar ook in de episode van de man die zijn zonderlinge manier
+van optreden moet komen verklaren, kan men moeilik iets anders dan een
+Oosterse bron van de scène zien.
+
+ * * * * *
+
+Is het motief van de scheiding der twee gelieven en van hun hereniging
+een der grondformules van de liefderoman gebleven, het andere motief
+dat van de Grieks-Oosterse vertellingskunst in de ridderromantiek
+over is gegaan, heeft zich niet minder vruchtbaar getoond voor de
+wereldliteratuur. Dat is 't motief van de echtgenote die onschuldig van
+ontrouw verdacht en weggejaagd wordt; haar onschuld komt echter voor den
+dag en het gelukt haar man de verschoppelinge te vinden en haar weer in
+ere te herstellen. Het is een roman-formule waar het werkelike leven
+dikwels genoeg de stof voor geleverd heeft en die werkelik bizonder
+geschikt is om tot het gevoel en de fantasie te spreken: de reine
+onschuld die door duivelse boosheid zwart gemaakt wordt; de goedige
+echtgenoot, een man van eer, maar die door schijnbaar sterke bewijzen
+verblind, er toe komt groot onrecht te doen--de waarheid eerst onder
+de voeten getreden, maar die ten slotte triomfeert. Van verschillende
+trekken die nu in de »Duizend-en-één-Nacht" te vinden zijn tot de
+geschiedenis van Suzanna in het boek van Daniël, van de historie van
+Lucretia bij Livius tot de Griekse roman van Chaereas en Kallirhoe,
+boden het Oosten en de klassieken genoeg uitgangspunten. In de
+middeleeuwse kronieken en heldendichten kan men dergelijke
+geschiedenissen lezen over allerlei koninginnen, Angelsaksiese, Franse
+en Duitse; in de legenden waren die op heiligen overgebracht. Maar
+die vorm van het motief, waarin de middeleeuwse ridderromans het
+behandelen--de Franse »roman van de violette moedervlek", »de Graaf
+van Poitiers", de »roman van Rozenvlek", de Duitse »roman van de twee
+kooplieden"--heeft de eigenaardigheid dat een weddenschap of in elk
+geval een dispuut tussen de man en diens vrienden over de trouw zijner
+echtgenoot het uitgangspunt vormen; het »bewijs" dat de lasteraar haar
+gunst genoten zou hebben is dat hij weet aan te geven waar zij een
+moedervlek op 't lichaam draagt, of haar slaapkamer kan beschrijven
+of een ring van haar kan vertonen. De weddenschap of het dispuut als
+uitgangspunt hebben wij ook in de geschiedenis van Lucretia en iets
+dergelijks vinden wij in vele Oosterse histories; schijnbare bewijzen
+van ontrouw die de echtgenoot in de war brengen, hebben wij ook reeds in
+Griekse romans en Oosterse vertellingen. En die ganse half wrede, half
+moraliserende sentimentaliteit die in het motief ligt, draagt een
+Oosterse stempel.
+
+De »Graaf van Poitiers" is de oudste, nog vrij ruwe versie, de »Roman
+van de violette moedervlek", de fijne ridderliker bewerking. De koning
+van Frankrijk houdt een feest voor zijn hof en zijn baronnen. Terwijl
+zij zitten te praten en te zingen, beroemt de graaf van Nevers,--of van
+Poitiers--zich op de trouw en de deugd van zijn geliefde Oriaut (in de
+oudste roman is het zijn vrouw) en zingt haar lof. Een edelman, een
+intrigant, graaf Lysiart van Forest, spot met zijn vertrouwen en beweert
+dat hij binnen korten tijd het bewijs zal brengen dat hij de liefde der
+schone genoten heeft. Zij wedden om hun graafschappen en graaf Lysiart
+rijdt naar het slot van Oriaut met de groeten van haar geliefde en de
+boodschap dat zij verzocht wordt hem goed te ontvangen. Oriaut staat
+juist als hij komt in het raam van haar torenkamer naar het gezang der
+vogeltjes te luisteren en liederen van Poitou te zingen terwijl zij
+aldoor aan haar hartevriend denkt. Zij ontvangt hem zeer vriendelik en
+geeft hem een kamer op het slot, maar wanneer hij woorden van liefde
+loslaat, wijst zij hem eens voor altijd af. (In de oudere roman toont
+hij zijn liefde door onder de maaltijd elk stuk te grijpen waar zij al
+van gegeten heeft, haar op de voeten te trappen en haar om 't lijf en
+aan de borsten te pakken). Maar Oriaut heeft een sluwe oude kamenier; de
+graaf weet haar om te kopen dat zij hem door een gat laat kijken terwijl
+de schone een bad neemt. En nu ziet hij dat zij een violette moedervlek
+op haar ene borst heeft. (In de oudere versie weet de cameriere hem haar
+ring te verschaffen, wat van haar haar en een stuk van haar kleed). Met
+dit »bewijs" voorzien, ijlt de verrader nu naar 't hof, waar hij nu vol
+jubel de ridder met al zijn vertrouwen beschaamt en zijn leen van hem
+wint.
+
+Zonder enig verder onderzoek jaagt de ridder zijn geliefde nu natuurlik
+weg. En nu krijgen wij weer de gewone situatie voor die romans. Terwijl
+zij n.l. in de wereld ronddoolt, gezocht voor haar schoonheid en belaagd
+voor haar deugd die zij bewaart, merkt hij al heel spoedig hoe hij
+bedrogen is. Nu is het zijn beurt om met Othello zijn »Fool! fool! fool!
+fool!" te roepen en hij trekt ook de wereld in om zijn verongelijkte
+geliefde te zoeken. Zijn zwerftochten worden in lieve kleine episoden
+beschreven. Hij ligt b.v. ziek in het huis van een burger, van verdriet
+uitgeteerd en de schone dochter van de gastheer zit bij zijn bed te
+naaien, terwijl zij de ballade van Oriaut en Renaut zingt. Als hij de
+naam van zijn beminde hoort, wordt hij dadelik opgefrist wakker, nu wil
+hij opstaan om te gaan zoeken en hij begint in bed al een minnezang te
+zingen. Nu vraagt het jonge meisje hem of hij zich beter voelt en hij
+polst haar of zij wel weet van wie zij zong,--zodat zij begint te
+begrijpen dat wat hem scheelt »mal d'amour" is. Dan vertelt hij haar
+zijn hele geschiedenis en wil dadelik op weg. Maar de familie wil hem
+niet loslaten vóór hij goed en wel beter en wat aangesterkt is; de
+vriendelike mensen willen geen betaling van hem aannemen. Als hij ergens
+anders komt, wordt de dochter van een hertog verliefd op hem, haar
+dienstmaagd geeft hem een toverdrank te drinken, zodat hij zijn Oriaut
+vergeet... Reeds is het huwelik bepaald, maar eens op een dag, wanneer
+hij in 't bos op jacht is en hij een van de liederen van Bernard de
+Ventadour neuriet, vangt zijn sperwer een leeuwerik die--Oriaut's ring
+om zijn hals heeft! Nu wordt zijn herinnering weer levend, zijn liefde
+neemt de kamp op tegen de toverdrank en zegeviert. Weer trekt hij de
+wereld in en vindt haar juist als zij op de brandstapel staat--een
+gewone trek in een Griekse roman--; zij moet sterven voor een misdaad,
+waar boze mensen haar van beschuldigd hebben.
+
+Zoals men ziet, vervolgt het noodlot de onschuldige vrouw overal in de
+wereld en van dergelijke door alle ongeluk getroffene, door de mannen
+belaagde en door boze medeschepselen van allerlei misdaden beschuldigde
+vrouwen, weten vele ridderlike romans en vertellingen op Oosterse manier
+te vertellen. De heldin wordt b.v. door haar eigen vader belaagd en
+houwt haar ene hand af om zo haar schoonheid in diskrediet te brengen;
+zij moet de vlammendood sterven, maar vlucht in een boot zonder roer de
+zee op; trouwt, maar wordt door haar schoonmoeder vervolgd, of wordt
+als kindermeisje beschuldigd het haar toevertrouwde kind omgebracht te
+hebben;--maar altijd brengt de genade van de voorzienigheid haar door
+alle beproevingen heen. Het is een hele literatuur over de vervolgde
+en onderdrukte vrouwen die haar oorsprong heeft in laat-Griekse
+sentimentaliteit en Oosterse martellust, maar in de middeleeuwse romans
+neemt die een belangrijke plaats in bij de strijd van het kristendom om
+de harten te verweken en de zeden te verzachten, en bij het werk van de
+poëzie, om de ruwe baronnen als ridders de vrouw te doen eren.
+
+ * * * * *
+
+In schelle tegenstelling met de geest in deze romans staan al de
+Oosterse verhalen over de sluwheid der vrouw die terzelfder tijd de
+Westerse literatuur binnen drongen. Die kwamen geheel en al overeen
+met al de anekdoten over vrouwen die uit zichzelf in Galliese aarde
+ontstaan en gegroeid waren; alleen waren de inheemse »fabliaux" nog
+al humoristies en schuin, en meer ironies-skepties, terwijl er in
+de Oosterse een sombere, lage passie op te merken viel. Populaire
+speelmans-liederen in 't Frans en Duits bewerkten ook con amore de
+Oosters-Byzantijnse geschiedenissen van de ontrouwe echtgenote van
+koning Salomo en de sluwe bultenaar Morolf. Nu namen ook de ridderromans
+Oosterse verhalen van dat genre ter behandeling op. Maar zij wagen zich
+aan het kunststuk om die verhalen met een nieuwe geest te bezielen;
+openlik nemen zij het voor de vrouw en de liefde op en geven hun ten
+slotte de zege.
+
+Een van de oudste ridderromans heet Eracle en is in 1160 door
+Gautier van Arras op grond van geestelike Oosterse legenden en
+Oosters-Byzantijnse vertellingen geschreven. De roman begint in
+religieus-stichtelike trant, door van een vroom Romeins echtpaar te
+vertellen--de man is senator. Zij leven kinderloos, totdat een engel
+zich voor hen openbaart die hun zekere intieme mededelingen doet,
+waaruit ze leren hoe zij hun nachtelik samenzijn de gewenste vrucht
+kunnen doen dragen. Schuchter volgen ze die voorschriften en er wordt
+hun dan ook een jongen geboren. Op de dag dat 't kind gedoopt zal worden
+kwam er een engel aanvliegen die een brief van God op de wieg legt; die
+mag niet geopend worden vóór de jongen die zelf kan lezen. Maar dat
+duurt niet erg lang, zo voorlik is het kind,--en in die brief schenkt
+God hem drie bovenmenselike gaven: hij zou verstand hebben van
+edelstenen, paarden en vrouwen,--de drie dingen waar een Oosterling
+altijd het meeste op gesteld was iets van te weten. Nu sterft de senator
+en de weduwe ziet zich genoodzaakt door geldgebrek haar kind te
+verkopen,--»zoals dat in die dagen zo veel gebeurde"; zij stelt zich
+bovendien voor--zo luidt de verontschuldiging van de schrijver--het geld
+uitsluitend voor zielemissen voor haar man te gebruiken. Roerend als in
+de legenden wordt beschreven hoe zij de strik om de hals van de jongen
+legt en zachtmoedig als een lammetje laat hij zich naar de slavenmarkt
+brengen. Hij landt weldra aan het hof van de keizer aan, waar hij
+spoedig gelegenheid krijgt om zijn kunst te tonen, die de keizer op de
+proef stelt--eerst met stenen, dan met paarden. Telkens laadt de jongen
+eerst de spot van alle aanwezigen op zich door zijn keuze; hij laat de
+grootste en aanzienlikste edelstenen liggen en pas later blijkt het dat
+daar »de worm" in zat; hij gaat de beste paarden voorbij en kiest een
+onaanzienlike klepper, maar overwint toch alle anderen met hem bij de
+wedrennen. Hij komt nu, als een bij de Oosterse hoven aangestelde
+»Wijze", tot grote eer en moet o. a. voor zijn heer en meester een
+keizerin kiezen. Dat gaat weer helemaal op zijn Oosters toe, als in het
+boek van Esther. Alle groten van het rijk krijgen bevel zich met hun
+jonge dochters naar de hoofdstad te begeven. Dat wordt daar buiten de
+stad een heel kamp en als een kermis, en de gespannen verwachting der
+jonge meisjes, en hoe jaloers zij op elkaar zijn, wordt buitengewoon
+levendig beschreven,--ook hun verwanten en bekenden, hoe die al het hof
+maken aan degene van wie men verwacht dat zij keizerin zal worden, enz.
+Eracle loopt langs al de opgestelde meisjes; ieder die iets op haar
+geweten heeft, beeft onder zijn blik, hij doorziet hun lichtvaardige en
+domme gedachten en gaat, het hoofd schuddend, ze allen voorbij zonder er
+één uit te kiezen. Maar op de terugweg ziet hij een arm klein meisje de
+straat oversteken; hij volgt haar naar het eenvoudige huis waar zij bij
+een tante woont en kondigt hun aan dat zij koningin moet worden. Men
+voelt met welk een sympathie de dichter de vreugde in dat bescheiden
+milieu schildert, de onschuld van 't kleine meisje, de voorbereiding van
+haar uitzet, en de pracht van de bruiloft zelf. Als keizerin verovert
+zij weldra allen door haar vrome ootmoed en gratie.
+
+Maar nu slaat de toon van de vertelling om; het is duidelik dat 't
+vervolg uit een heel andere bron stamt, de inspiratie is geheel anders.
+De keizer moet ten oorlog en om zeker te zijn van zijn gemalin, zet hij
+haar in een toren met een lijfwacht van 24 ridders; zij heeft een bed
+in 't midden van de toren en de ridders slapen in een kring er om heen.
+Op die manier worden de vrouwen dikwels in de Oosterse vertellingen
+bewaakt, zo ook de dochter van Pompeius in de »Gesta Romanorum".
+Maar de ridderlike dichter ziet in die strenge beledigende bewaking een
+onrecht, dat de keizer zijn vrouw aandoet en dat verontschuldigt wat er
+nu gebeurt. Eracle heeft daar sterk tegen gewaarschuwd; men past 't best
+op een vrouw door haar vertrouwen te tonen, dwang en verveling, zegt
+hij, kan tot allerlei verkeerds leiden. En nu gebeurt dan ook--echt
+Oosters-paradoxaal--dat de deugdzame en zo uitstekend bewaakte vrouw
+toch toont de Eva te zijn die zij is en dat »vrouwenlist zonder einde
+is". Er moet een feest plaats hebben waar de keizerin volgens oude
+gewoonte bij tegenwoordig moet zijn, en waar zij onder volle bewaking
+heen gebracht wordt. Maar onder de jongelui van goeden huize die voor
+de vorstin zingen en dansen en aan de wedstrijden mede doen, trekt de
+jonge Parides weldra haar aandacht en in een ogenblik is zij evenzeer
+op hem als hij op haar verliefd. Fijn en fris worden beider gedachten
+beschreven: zij zit er over te peinzen hoe zij hem zal laten merken wat
+zij voelt; zij mag toch wel hopen dat hij haar blikken begrepen zal
+hebben, en zulk een edel gemoed als 't zijne moet toch de hoogte in
+willen en niet vervaard zijn om zijn gedachten tot een vorstin op te
+heffen; gelijk-gestemde zielen als de hunne moeten elkaar toch onder
+duizenden kunnen verstaan. Als zij nu zondigt, is het toch in elk geval
+de keizer die haar 't eerst onrecht aangedaan heeft, en de liefde wekt
+toch zo dikwels edele deugden in de mens op, dat zij zich toch wel voor
+God daarvoor zullen kunnen verantwoorden, zelfs als die op zich zelf
+misschien zonde is. De keizerin zit nu in haar wachttoren te verlangen,
+terwijl de jongeling zich, op zijn Oosters, op zijn bed legt en van
+liefde verteert. Maar nu komt er, ook op Oosterse wijze, een vriendelike
+oude buurvrouw die hem de pols voelt, hem vraagt wat hem scheelt en al
+heel gauw merkt wie het voorwerp van zijn gevoelens is. En de volgende
+dag gaat de oude vrouw met een mandje kersen naar de keizerin en
+begint een praatje met haar... zij beklaagt haar omdat zij zo van allen
+afgesloten leeft, en weet net zo lang te vragen tot zij begrijpt hoe de
+zaken staan en vertelt dan van die jonge man die van liefde verteert. In
+een pastei die de keizerin de volgende dag aan de vrouw laat brengen om
+voor de kersen te bedanken, ligt een mededeling hoe de ontmoeting plaats
+zal kunnen hebben. In de woning van de oude vrouw wordt een onderaardse
+kamer gegraven en daar wordt Parides in verborgen. Wanneer de keizerin
+nu, enige dagen daarna, bij een groot feest, met haar escorte daar
+voorbijrijdt, heeft zij 't ongeluk van haar paard te vallen, haar
+rijkleed erg vuil te maken en haar been te bezeren, zodat zij in 't
+huis van de oude ondergebracht moet worden. En dan wordt ook alles
+volgens 't programma afgewerkt,--dat natuurlik ook van Oosterse
+oorsprong is: »Ne sait, qu'il fait, qui femme gaite."
+
+Maar natuurlik weet de wijze Eracle die met de keizer en het leger
+van huis is, dadelik wat er gebeurt en vertelt dit aan zijn meester.
+Deze ijlt spoorslags terug en neemt de schuldigen in verhoor. Zij
+erkennen beiden 't gebeurde, maar zij verklaart dat zij alles wil doen
+om haar geliefde te bezitten en ook hij is bereid voor zijn liefde te
+sterven,--»dat is geen schande." En wanneer dan bovendien Eracle de
+keizer nog voorhoudt dat hij zelf aan alles medeschuldig is, door zijn
+tyrannieke behandeling van zijn echtgenote, dan laat de grootmoedige
+Oosterse despoot die hij is, zich welwillend van zijn echtgenote
+scheiden en verenigt de twee gelieven... En dan glijdt de roman weer
+in een geestelike legendesfeer over.
+
+Oosterse vrouwenlist, ontrouw van een Griekse keizerin, maar met de
+sympathie der lezers aan de kant van echtbreuk en de vrouw,--dat
+is ook het onderwerp van een der eerste romans van Gautier's grote
+mededingers,--de »Cligès" van Chrestien de Troyes. Het is haar neef die
+de keizerin hier bemint, en haar voedster, die de toverkunst verstaat,
+bereidt eerst een toverdrank die de keizer verhindert het huwelik te
+»consumeren" wanneer hij 's nachts bij haar komt en daarna een andere
+die de keizerin in een slaap brengt die op de dood gelijkt, waarna zij
+zich laat schaken,--evenals dit uit de geschiedenis van koning Salomo's
+echtgenote in de Oosterse vertellingen bekend is; wij kennen het uit de
+geschiedenis van Romeo en Julia.
+
+Maar in een roman als »Cligès" is het, gelijk wij later zullen zien,
+alleen maar de uiterlike handeling, de machinerie er van, die uit het
+Oosten stamt. Van deze, zoals van zo veel andere romans die alleen in
+wat voorafgaat beschouwd zijn als een Europeisering van Grieks-Oosterse
+vertellingskunst, geldt het dat ze veel meer op te vatten zijn als
+geheel originele ridderlike romanpoëzie die eenvoudig »prend son bien où
+il le trouve".
+
+Maar nog een vreemd element--en niet 't minst belangrijke--zou die
+romanpoëzie beïnvloeden, vóór die haar volle romantiese geur en kleur
+zou krijgen.
+
+
+
+
+XIV.
+
+MATIÈRE DE BRETAGNE.
+
+
+De ridderromantiek ontvouwde zich voor 't eerst ten volle in het
+Engels-Normandiese rijk dat immers in het midden van de 12de eeuw
+Groot-Brittannië en het gehele West-Frankrijk omvatte en waar de taal
+van de heersende klassen het Frans was. Hier vond men de grootste
+welstand en het sterkste geestelik leven, hier kwamen het koningsschap
+en de adel der leenheren pas tot hun grootste recht, hier was de
+volksmenging en de kultuurmenging, waar de romantiek uit ontstond het
+rijkst.
+
+In het door de Noormannen veroverde rijk kwam het koningsschap in
+Engeland met Willem de Veroveraar en zijn opvolgers tot een macht
+zoals die sedert de tijd van Karel de Grote niet gezien was. Een rijk
+waarin een kleine klasse van veroveraars een veel groter massa, de
+oorspronkelike bevolking, er onder wil houden, moet noodzakelik streng
+monarchies en militaristies georganiseerd worden. En de krachtige, niet
+al te makke koningen die ze waren, wisten de organisatie dan ook flink
+door te voeren. Zware belastingen vulden 's konings schatkist, grote
+goederen en jachtrechten maakten de baronnen rijk en machtig, maar de
+koning liet allen, ook de vazallen zijner vazallen, aan zichzelf de
+eed van trouw zweren en oefende een niet geringe despotiese macht over
+de adel uit doordat hij zich het recht van voogdij en om huweliken te
+sluiten voorbehield; ook de gehele rechtspleging en het gehele bestuur
+hielden de koningen alleen in hun hand; gelijk ook de geestelikheid hun
+gehoorzaam gereedschap was. Voortdurend staken zij het Kanaal over en
+onderdrukten Angelsaksen en Britten en de baronnen van Normandië; razend
+van woede zodat hun aderen er van opzwollen, als iemand ook maar kikte
+of tegenstand trachtte te bieden, ontembaar in hun wreedheid, zelfs
+tegen hun naaste bloedverwanten, ontoombaar in hun lusten en begeerten,
+als zij op de jacht het koren der boeren neertrapten, hun echtgenoten
+wegzonden of er talrijke bijzitten op na hielden, maar ook, als goede
+koningen voor hun soldaten, goud onder hun mannen uitstrooiende en er
+genot in vindend royaal en vlot te leven en schitterende feesten te
+geven. In het begin van de 12de eeuw hield Hendrik I een hof, waar de
+meest elegante feesten en tournooien gegeven werden en waar men de dames
+het hof maakte zoals in die tijd anders zo goed als niet voorkwam
+behalve in Provence en Languedoc.
+
+Na een periode van burgeroorlogen die de Noormannen, Britten en
+Angelsaksen geheel tot één volk deden samensmelten, dat zich Engelsen
+noemde, maar waarin Frans de taal van de hogere klassen was, kwam toen
+ongeveer 1150 met Hendrik II, het huis van Anjou aan de regering, dat
+der Plantagenets. Onder hem zagen de Normandiese koningen de hoogste
+verwezenliking van hun eergierige plannen. Van moederszijde een
+afstammeling van Willem de Veroveraar, had hij van zijn vader Anjou
+geërfd, zowel als Touraine en Maine. Door zijn echtgenote, koningin
+Alienor (Eleonora), een prinses van Poitou, die eerst met de koning van
+Frankrijk getrouwd was geweest, kreeg Hendrik ook nog het graafschap
+Poitou en het hertogdom Aquitanië, d. w. z. geheel Zuid-West-Frankrijk
+in zijn bezit. Zijn machtig West-Europese rijk dat zich van de
+Orkney-eilanden tot aan de Pyreneeën uitstrekte, overschaduwde geheel
+en al de Franse koning te Parijs met zijn nog slechts beperkte macht.
+En de verbindingen van het koningshuis strekten zich over geheel Europa
+uit. De oudste zoon van Hendrik, die onderkoning over Engeland was,
+trouwde met de dochter van de Franse koning, de tweede zoon, Richard
+Leeuwenhart, huwde de dochter van de koning van Aragon, de oudste van
+zijn eigen dochters trouwde met de machtige hertog Hendrik van Saksen
+en werd de moeder van een aanstaand Duits keizer, een andere prinses
+werd koningin van Castilië, een derde trouwde met de rijke koning van
+Sicilië. Het was in Hendriks hand dat alle draden van de Europese
+politiek samen schenen te komen.
+
+Van uiterlik was de koning zelf een echte Noorman uit het geslacht van
+de Veroveraar: vierkant, maar met een rond hoofd, met een vuurrood
+gezicht vol sproeten, en rood haar. Maar even als zijn korte
+schoudermantel--die hem de naam van »kortmantel" verschaft had--uit
+Anjou kwam, zo duidden ook veel van zijn eigenaardigheden er op dat de
+man zelf daar ook uit stamde: zijn soberheid, zijn levendigheid en zijn
+drang naar ontwikkeling. Zijn werklust had iets koortsachtigs: altijd
+zat hij in 't zadel, nooit was hij langer dan één week op één plaats
+in zijn rijk, zijn gevolg was altijd veel eerder moe dan hij; zelfs als
+hij 's avonds in zijn kwartier aangekomen was, liep hij nog heen en weer
+te redeneren, zelfs onder de mis kon men hem nog edikten zien zitten
+uitvaardigen. Ook zijn zucht naar kennis was zonder perken, Latijn sprak
+hij even goed als Frans en hij verstond veel andere talen; als hij geen
+zwaard op jacht in de hand had of met zijn raad vergaderde, zat hij in
+een boek verdiept of te disputeren met zijn klerken.
+
+Het rijk waarvan hij aan het hoofd stond, nam enorm in bloei toe. Nu
+Engeland door de Noormannen veel van zijn geïsoleerdheid verloren had en
+op 't punt stond zich tot »het Australië van Europa" te ontwikkelen, zou
+het de Vlaamse en Italiaanse lakenindustrie van wol voorzien en maakte
+het ontwakende handelsleven steden als York, Nottingham, Gloucester
+en vooral Londen, van vlekken tot rijke burger-gemeenten. En welk een
+enige vermenging van intelligente nationaliteiten vond er nu niet in
+dat rijk plaats! De Noormannen die reeds door hun verfransing zulk
+een merkwaardige ontfankelikheid en drang tot ontwikkeling aan den dag
+gelegd hadden, en die zich bij alle gelegenheden door hun levendigheid
+en hun moed de voorgangers van Europa toonden. De Kelten die reeds in de
+6de-8e eeuw in Wales en Ierland een buitengewoon rijke en merkwaardige
+kultuur gehad hadden en de Angelsaksen die in de 8e-10e eeuw hun zeker
+niet minder belangrijk bloeitijdperk gekend hadden,--en wel alle twee in
+een tijd dat de rest van Europa de zoetste slaap der onwetendheid sliep.
+En eindelik Poitou, in West-Frankrijk, dat de beste scholen had van
+die tijd en de meest originele literatuur en dat waarschijnlik de wieg
+geweest is van de troubadour-poëzie die zo snel naar Zuid-Frankrijk
+oversloeg om daar pas tot bloei te komen. In de streek van Poitou was
+het, zoals men zich herinneren zal, dat juist nu, in de tijd van Hendrik
+II, de roman van Aeneas, de Alexanderroman, de roman van Thebe en
+de Trojeroman door Benoît de St. More geschreven werden. En in het
+Engels-Normandiese rijk was het ook, zoals wij gezien hebben, dat de
+belangstelling der baronnen in de historie het eerst rijmkronieken in
+het leven riep, die de Latijnse geestelike annalen voor leken
+toegankelik maakten.
+
+Het was, zoals men zich herinneren zal, in de eerste plaats, de kroniek
+van Geoffrey van Monmouth, een geestelike uit Wales over de »Historia
+Regum Britanniae", welke de Normandiese vorsten en vorstinnen door
+hun klerken in Franse verzen over lieten zetten. Patriot en vol
+verdriet over de ondergang der Britten, maar toch veel voelend voor de
+Normandiërs, welke immers een einde hadden gemaakt aan de macht van de
+Angelsaksen en de Denen op het eiland, dichtte Geoffrey uit de volheid
+van zijn rijke fantasie en zijn grote geleerdheid; voor het Britse volk
+toverde hij uit de overleveringen van Wales een sage van hun stralend
+verleden op, en--of dat nu een diplomatieke zet was of uit »eerlike
+ambitie"--weefde hij het verleden van de Fransen en zijn eigene
+landgenoten zo volkomen samen alsof de schrijver op het standpunt van
+de Normandies-Engelse koningspolitiek stond. De Britten, beweerde hij,
+stammen van de Romanen en Trojanen evengoed als de Fransen, waren een
+even geciviliseerde natie als zij en vooral niet te verwarren met
+Angelsaksen en Denen. In hun glanstijd, onder koning Arthur, had het
+rijk der Britten èn Engeland èn 't grootste deel van Frankrijk omvat,
+presies als nu het Normandies-Engelse rijk. En in die zelfde koning
+Arthur, wiens schitterende hof hij blijkbaar in de beeltenis van het hof
+van zijn tijdgenoot Hendrik de Eerste beschreef, schilderde Geoffrey
+voor het nieuwe rijk de grote held van het nationale verleden, die
+helemaal niet onder deed voor Karel de Grote, waar de »Franceis de
+France" in hun »Chansons de geste" zo trots op waren.
+
+Geoffrey is de Nestor van een groep geleerde Engelse geesteliken die
+zich nu als om strijd aangorden de wereld van het Britse verleden voor
+de Fransen en Europa te openen. Toen Geoffrey zag welk een sukses zijn
+kroniek had, verraste hij de geleerde wereld ook met de merkwaardige
+voorspellingen van Merlijn, de oude wijze van Wales, die, zoals blijken
+zou, volkomen de gebeurtenissen tot zijn eigen tijd toe had voorspeld.
+En nu kwam Giraldus Cambrensis, geboren op een adellik familieslot
+in Wales, maar met half Normandies, half Brits bloed in zijn aderen;
+resoluut wierp hij de algemene zware pedanterie der geesteliken van
+zich af en praatte er in zijn Latijnse geschriften over Wales en
+Ierland lustig op los, vertellend van de vele natuurwonderen, van de
+merkwaardige zeden en gewoonten, over de gave der voorspelling van zijn
+landgenoten en al het mirakuleuse dat in zijn eigen land als in de lucht
+lag. Dan was er Walter Map, ook van adel en uit Wales, aartsdiaken
+te Oxford; in zijn geschrift hoopte hij als in een soort rommelkamer
+allerlei anekdoten en merkwaardigheden op, die hij gehoord had of
+gelezen en zich herinnerde, en de geleerde schrijver heeft er toch
+ook plezier in allerlei volksverhalen weer te geven over dwergen en
+kabouters, over »Harlekijn" en over feeën die zich door ridders laten
+beminnen, maar ze laten lopen zodra die dat aan de grote klok hangen.
+Misschien was het ook Walter Map die de merkwaardige graal-histories in
+elkaar heeft gezet, uit Keltiese, Oosterse en Kristelike elementen
+samengesteld, welke in die tijd juist in omloop kwamen.
+
+Zowel Walther als Giraldus waren kapellaans aan het hof van koning
+Hendrik de Tweede en ofschoon zij in 't Latijn schreven, richtten zij
+zich tot de hofkringen. Evenals onder de Otto's in Duitsland zijn
+er blijkbaar heel wat ontwikkelden onder de hoge adel geweest, die
+evenals de koning zelf Latijn verstonden. En het is een hele geestelike
+»Keltiese beweging" waar deze ijverige Britse geesteliken propaganda
+voor maken. Giraldus las zelfs zijn werk, drie dagen lang, aan een
+auditorium voor, dat hij te Oxford bij elkaar had gehaald, en--ontving
+bij die gelegenheid zijn toehoorders allerroyaalst!
+
+Maar van nog groter betekenis dan deze geleerde propaganda was de
+invloed der Brits-Bretonse speellieden en vertellers uit Wales en
+Bretagne. De »Bretonse" melodieën waren al heel vroeg wijd en zijd
+bekend geworden en tegelijk daarmeê werden zeker ook veel van die
+volksliederen die er bij gezongen werden, door talenkundige speellieden
+in 't Engels en Frans overgebracht en in elk geval werden de sagen welke
+die liederen behandelden wel in diezelfde kringen in proza naverteld.
+Reeds vóór dat de Noormannen naar Engeland trokken, hadden ze zich,
+intelligent en ontfankelik als ze waren, al in verbinding gesteld
+met het naburige Bretanje en toen ze een mensenleeftijd vóór ze naar
+Engeland gingen, naar Zuid-Italië waren getrokken, brachten ze reeds
+de namen van helden uit hun sagen met zich mede; reeds in de 11de eeuw
+vindt men in Italië Arthur en Gawain als doopnamen. Maar vooral nu, na
+de samensmelting tot één volk, is een grote invloed van poëzie en sage
+niet te miskennen.
+
+En die Keltiese sagen en gedichten spraken voor zich zelf. Voor de
+mensen die smachtten naar romantiek, zou zich daarvan nu een gehele
+wereld openen.
+
+ * * * * *
+
+Kelten waren toch ook de Fransen eens geweest en in den grond was hun
+aard, niettegenstaande al hun romanisering, toch helemaal Gallies
+gebleven; de karakteristiek welke de Latijnse schrijvers van de Galliërs
+geven--hun sanguiniteit en hun levendigheid, hun zin voor opschik, hun
+opgewektheid, hun gezellige omgang,--dit alles past nog op den huidigen
+dag op de Fransen. Trots het Latijn en het Kristendom en de heerschappij
+der Franken, hadden zich ook nog overblijfselen van de oude Keltiese
+godsdienst der Druïden bewaard. De oude priesterkaste, waarvan er zelfs
+in 't jaar 700 nog geheime genootschappen bestonden, bleef zijn bestaan
+voortzetten als tovenaars die de magiese kruiden kenden en de oude
+toverformules. Nog trokken tegen Nieuwjaar, evenals vroeger, de mensen
+in de maneschijn naar buiten om de heilige mistelstruik te zoeken. En in
+de bronnen woonden nog altijd feeën die met geschenken bij de wieg der
+pasgeborenen aan kwamen zetten en die de eenzaam in 't bos rondzwervende
+jonge mannen in hun alfendans meesleepten.
+
+Maar ginds in Ierland en Cornwalles en Wales leefden er massa's Keltiese
+sagen en gedichten en door immigratie uit Cornwalles in de 6de eeuw was
+nu ook de noord-westelike streek van Frankrijk, Bretagne, weer voor de
+Keltiese wereld teruggewonnen. Toen de Noormannen naar Engeland kwamen,
+vond men in de Ierse kloosters grote perkament-folianten--ze zijn er nog
+tot op den huidigen dag--waarin de monniken de oude sagen opgeschreven
+hadden over de heldendaden van Cuchulain, de voornaamste Ierse held, en
+over de strijd tussen de mannen uit Ulster en Connaught, of die tussen
+de koningen van Erin en hun huurlingen, de mannen van Fionn, wier
+voornaamste helden Fin en Ossian waren. In bepaalde direkte verbinding
+met de Ierse sagen kwamen de veroveraars niet te staan, maar er bestond
+in Wales een overeenkomstige poëzie, die wij nog in haar vorm van vóór
+1100 kennen, n.l. in de oudste delen van de oudste manuskripten uit
+Wales, het zogenaamde »zwarte" en het »rode Boek". Dit zijn ten dele
+kunstmatige lofzangen over vorsten, strijdzangen, en bardenliederen
+die, geakkompagneerd door de harp, in de grote feestzaal gezongen
+werden evenals de Noorse liederen der skalden; ten dele zijn het
+volkssprookjes: de Mabinogion, op oude sagen en mythen gebouwd.
+Onmiskenbaar slaat ons uit deze poëzie het eigenaardig Keltiese
+tegemoet.
+
+Er ligt iets vaags over die poëzie in haar lyriek en fantasie. Vaste
+omtrekken of een massa détails te geven is haar zaak niet; personen
+en gebeurtenissen vloeien in 't vage, immateriële over, schijnen als
+visioenen voorbij 't oog te trekken. Maar ze worden door een rijk en
+levendig gevoel gedragen, dat alles in lyriese kleuren-tonen beeldt en
+een losgelaten fantasie die alles naar haar eigen bandeloze luimen
+omvormt.
+
+Er schuilt een elegiese, romantiese stemming achter veel van die
+bardenliederen. Stap voor stap zijn de Kelten dan ook uit Europa
+verdreven, eerst naar 't Westen, toen op de eilanden,--door de Romeinen,
+de Germanen, door Angelen en Denen. Klagend staat de bard uit Wales
+aan de graven der krijgers en herdenkt de dappere gevallenen. Klagend
+spreekt de oude dichter, nu hij in zijn ouderdom een kruk draagt, over
+wat hij kon en deed in de dagen van zijn volle kracht, en over zijn
+liefde. Maar van de werkelikheid, het nu, ijlt de fantasie òf de
+toekomst tegemoet wanneer de sagekoning uit de glanstijd die nu op het
+feeëneiland wegens zijn wonden verzorgd wordt, wanneer koning Arthur op
+zal staan en de oude Britten-heerschappij weer zal vestigen, of zij gaat
+terug naar de oude tijd,--»ouder dan enige geschiedenis, die in enig
+boek geschreven is". Van oude heidense sagen die de gekerstende inwoners
+van Ierland en Wales niet meer verstaan, bouwt de fantasie lustige,
+luchtige sprookjes op, woest en barbaars, maar vervluchtigd en vormloos
+als vage, stralende dromen. Geweldig kijven de helden van Ulster en
+Connaught met elkaar, of de witte stier van Ulster of de bruine van
+Connaught sterker is en schoner; ook al om de een of andere jacht-twist
+wordt er hevig gestreden, of over een paar varkens, over een oorvijg,
+of wie het eerste stuk vlees krijgen zal; en als de reus uit de slag
+thuis komt, is hij zo verhit door zijn woeste razernij dat hij dadelik
+moet baden om af te koelen;--drie kuipen gaan er aan, want de eerste
+twee worden dadelik door zijn lichaam aan 't koken gebracht. Op de
+wonderlikste expedities trekt de held uit; de gekste, onmogelikste
+opdrachten worden hem door Penkawr gegeven vóór hij de schone Olwen
+krijgt, maar hij volbrengt ze alle; hij loopt ook zo licht dat geen
+grassprietje zich onder zijn voet buigt; en hij kan de mier horen
+wanneer die 's morgens zijn nest verlaat. Tachtig jaar lang zitten die
+reuzen in de Wonderbare zaal te eten en te drinken zonder dat zij merken
+dat er meer dan één uur verlopen is. Onverzadigbaar is voor mannen en
+vrouwen beiden de liefde; de vrouw vraagt gewoon de man in wie zij
+behagen vindt, en Cuchulain maakt de vrouwen van Ulster zo gek op hem
+verliefd, dat de mannen terwille van hun huiselike vrede zelf er op uit
+trekken om hem de schoonste vrouw in de wereld te verschaffen. Maar wij
+horen ook van de jongeling die van stom liefdelijden versmacht of die
+slechts in zijn droom een schoonheid heeft gezien die hem zo zeer met
+liefde vervult, dat er geen stukje in een van zijn beenderen is, of geen
+plaatsje op het binnenste van zijn nagel dat niet van liefde doortrokken
+is. Door toverij wordt er een vrouw gevormd uit louter bloemen, uit de
+brem en de spirea en andere bloemen die daar groeien, zij krijgt de naam
+van »Bloemenaangezicht"--Blodenwedd--en wekt bij een ieder liefde op.
+Overal wordt er veel met kleuren gewerkt. De kleedij des konings is
+gelijk de wazige Mei-morgen, wisselend van kleur; de winden hebben een
+kleur: uit 't Oosten komt de rode wind, uit 't Zuiden de witte, uit 't
+Noorden de zwarte en uit het Westen de dikke, grauwe mist-wind. Ook de
+geïllumineerde handschriften en oude wettelike dokumenten bewijzen welk
+een lyries gevoel voor kleur de Kelten hadden. Pracht en rijkdom, gouden
+sieraden en geborduurde en geweven stoffen, prachtige sloten en zalen en
+feesten, dit alles ziet men in hun sagen schitteren. En wij horen van
+allerlei wonderen,--van een toverketel die door de adem van meisjes
+verwarmd wordt; wanneer de ledematen van de dode krijgslieden daarin
+worden gelegd, groeien ze weer aan elkaar en worden ze weer levend; en
+van een tovervat dat altijd vol is met eten en de dingen die alle
+behoeften tevreden kunnen stellen; van toverlanden waar alle wensen
+vervuld worden en van »Avalon" het »appeleneiland" der eeuwige jeugd,
+heel ver weg in het Westen.
+
+Een vage romantiese fantasie omgeeft overal de werkelikheid met
+die wereld welke niet gezien wordt. Staande tegenover de heldere
+aanschouwingskunst der Latijnse volkeren, bestond daar bij dat ras een
+fantasie die overal het onzichtbare zoekt, dat wat slechts mystiese
+voorstellingen opwekt. Een levendige romantiese natuur-poëzie gaat er
+door de sagen en sprookjes zowel als de liederen,--een poëzie van het
+mistige klimaat en de altijd omslaande winden en de Atlantiese Oceaan,
+van bos en heide, dat zoveel plaats in 't land inneemt. »Een roep van de
+bulderende zee komt tot mij, een roep van de bulderende zee jaagt mij
+des nachts op van mijn leger... Raad eens waaraan ik denk: Een sterk
+wezen, zonder vlees, zonder been, zonder hoofd, zonder voeten; het wordt
+nooit ouder dan het is; de zee wordt wit wanneer het komt. Hij is op
+'t veld, hij is in het bos, zonder hand, zonder voet, hij ziet niet en
+wordt door niemand gezien... Van 't Noorden komt de winterwind, laag en
+kort is nu de baan van de zon, de varens in het bos zijn geel, de golven
+van de zee brullen, de wilde gans laat zijn gewone kreet horen, de vorst
+bijt hem in zijn vleugels. Het is de tijd nu van het ijs en treurig zijn
+mijn woorden."
+
+Daar zien wij hoe een volk van jagers met de natuur en de jaargetijden
+vertrouwd is. Met de wilde woeste vlakten waarop het heidekruid in de
+wind golft, en vooral met het bos: de grauwe eiken en de hazelbosjes, de
+herten die op de open plekken in 't bos grazen, de wilde zwijnen daar
+waar het 't dichtst is, de arend in de toppen der bomen. Steeds horen
+wij van de passie waarmede er gejaagd wordt,--op wilde zwijnen, wolven
+en herten. Van de jonge man die in de eenzaamheid van 't bos geboren en
+getogen is, geen mensen kent, maar wel alle natuurgeluiden en de taal
+der dieren, die hij met zijn fluit tot zich kan halen. Van de witte
+toverhinde, waar alle jagers het op verzien hebben. Van de fantastiese
+bosman die de jagers soms op een heuvel in het oerbos vinden, de Deense
+sagafiguur »Dier-mens" die met een knots in zijn hand het wilde, vreemde
+vee bewaakt... Vooral van de feeën die de jager aantreft wanneer hij een
+dier vervolgt en daardoor zijn jachtgezelschap kwijt raakt. Bij een
+meertje of een bron ziet hij een nymf daarin baden. En dan is òf zij het
+die zijn liefde verlangt en hem, wanneer hij niet wil, betovert en aan
+het ziekbed kluistert, of wel steelt hij haar kleêren die op de oever
+liggen en zo krijgt hij haar met geweld tot zijn wil.
+
+Soms worden de mensen door de feeën zelfs naar hun rijk meegelokt. Een
+geloof in een land van gelukzaligheid en onsterfelikheid ergens in 't
+Westen komt overal in de Keltiese sagawereld te voorschijn. Enkele
+uitverkorenen onder de stervelingen zijn daar wel al eens op bezoek
+geweest. Een gewond krijgsman legt zich b.v. in een boot neer en laat
+zich dan door weer en wind maar drijven, waarop hij dan in het feeënrijk
+komt, waar zijn wonden verbonden worden. Dat gebeurde b.v. met koning
+Arthur. Hij die uit het feeënrijk terugkomt, meent dat hij maar één dag
+weg geweest is, maar dan kunnen er honderden jaren verlopen zijn. Eens
+toen Bran, door zijn krijgers en hoofdmannen omgeven, in zijn hal zat,
+stond er plotseling een vrouw voor hem, een afgezant uit het Geluksland,
+die in wonderbare verzen van de heerlikheid in dat eiland zong--waar de
+witte zeepaarden (de golven) omheen spelen en uit hun manen kristallen
+droppels naar de kust spatten; waar de vogels in oude, bloeiende bomen
+zingen, waar ze spelen op de vlakte, onder het genot van Wein, Weib en
+Gesang; alles in geluk en in zonneschijn, »zonder enige mist", zonder
+verdriet, en ziekte en dood, waar alles gelijk de zoetste muziek in
+de oren klinkt... In een kristelik kleed is een reis naar dat land
+beschreven in de verhalen van de Heilige Brandanus, en in een heidense
+variant als de tochten van Maël Duin. Hier komen ze aan allerlei
+fantastiese eilanden: het eiland van de grote mieren en de grote vogels,
+het eiland der zwarte Wenenden en der Lachenden, het eiland waar alles
+van kleur verandert en het eiland van de verschrikkelike smeden, de »ile
+des forgerons", waar er geen gras groeit, maar waar men overal sintels
+vindt en hamerslagen hoort en blaasbalgen van de onderaardse
+smidsen,--men denkt hier allicht aan de Hekla en IJsland.
+
+Dat zijn van die verhalen zoals alle zeevarende volkeren ze kennen;
+de Indiërs en de Grieken hebben die zowel als de IJslanders, en het is
+duidelik dat er al van zeer oude tijden verband is tussen die verhalen:
+men herkent allerlei motieven in die Ierse wonderbare reisverhalen òf
+uit de »Indica" van Megasthenes, òf uit de reizen van Sindbad, of uit de
+Odyssee en Virgilius.
+
+De gehele lucht is er vol van toverij en magie; wat Ierland voor de
+Scandinaven was, vonden de Fransen in Wales: het land van tovenaars.
+De kern van de godsdienst der Druïden was dan ook het geloof in de
+magie; de Druïden hadden in hun cultus de goden zo goed als afgezet en
+beheersten nu zelf de wereld. Niet de krijgslieden maar die priesters
+en tovenaars waren de eigelike heersers in hun maatschappij. En sage
+en gezang vertellen van hun doen. Ze lopen langs de zee en vinden
+voorspellingen in de golven en de stemmen der zeevogels; donkere
+profetiën vertellen van een bos dat over de zee zal komen (een mastbos)
+over de rode en de witte draak die samen zullen vechten (Saksen en
+Britten). De figuur van Merlijn werd het inbegrip voor Wales van
+voorspelling en toverkunst. In zijn haat voor de mensheid was hij
+naar de bossen van Northumberland gevlucht en daar voorspelde hij nu
+alles wat er gebeuren zou. In de bardenpoëzie wemelt het van mystiese
+versraadsels en die is ook doortrokken van een vreemd geloof in de
+zielsverhuizing: »Ik heb vele gedaanten aangenomen, ik ben een traan
+geweest in de lucht, de verste van alle sterren, een woord, een boek,
+een kaarslicht, een wild zwijn, een geluid in de slag, een golf op
+de woeste kust,"--men ziet hoe vreemd onwezenlik de meesten van die
+personificaties zijn. Door allerlei bezweringsformules kunnen de
+tovenaars de wil van de mens buigen, kwaad over het hoofd van de
+vijanden brengen, zich zelf en anderen in allerlei gedaanten omtoveren,
+en een mist op de heide of prachtige kastelen te voorschijn toveren en
+dit ook weer laten verdwijnen. Die toverij schijnt vooral op de heide te
+bloeien,--»la lande aventureuse", waar we in de Franse romans uit
+Bretanje zo veel van horen.
+
+Ongemengd was dit Keltiese element nu niet. Niet alleen de reis van
+Brandanus, maar de hele literatuur van Ierland en Wales was al vroeg
+doordrongen van antieke en Oosterse elementen en dikwels ook kristelike.
+Driehonderd en vijftig jaar lang hadden de Romeinen in Engeland
+geheerst en tot op den huidigen dag toe tonen ruïnes en opgravingen hoe
+grondig ze de Latinisering aangepakt hadden. Evenals de hele latere
+Romeinse wereld, was ook hier in 't uiterste Noord-westen de Romeinse
+kultuur sterk met Oosterse elementen vermengd. Een prefekt--weet men
+toevallig--was van Nicomedia, een tribuun uit Syrië, dikwels kwamen
+garnizoenen uit Azië hierheen en in Northumberland heeft men altaren
+gevonden voor de Perziese Mithra, te Cambridge voor de Syriese Astarte,
+te York voor de Aegyptiese Serapis. De Keltiese kristelike kerk was in
+de 6de-8e eeuw, een tijd, verder van alle kultuur ontbloot, de enige
+in Europa om niet alleen aan Latijn te doen, maar ook aan Grieks; de
+Ierse kloosters hebben een hoofdaandeel aan het bewaren van de antieke
+literatuur. En een bizondere band schijnt ook die Westerse kerk met de
+Oosterse gehad te hebben; het kristendom der Ierse monniken draagt in
+vele opzichten meer een Oosters dan een Latijns karakter.
+
+Toen Geoffrey de Britten van Brutus liet afstammen en van de Romeinen,
+was dat nog niet zo helemaal zonder enige reden. Onder de (jongere)
+»Mabinogion" vindt men verhalen die niets dan fantasiën over de tijd
+der Romeinen zijn,--b.v. over een keizer van Rome die met 32 koningen op
+jacht gaat en van een toverschip droomt, een tovereiland, een toverslot
+en een toverachtig schoon meisje en dan laat hij de hele wereld afzoeken
+totdat hij eindelik in Brittanië komt en de maagd vindt. Zo zijn
+er ook zelfs in het oudste deel van de Mabinogion, voortdurend
+trekken die opvallend aan Oosterse motieven doen denken, zo b.v.
+de »Vriendschapsproef",--twee vrienden die elkaars plaats innemen,
+maar tegenover elkaars echtgenoot vriendentrouw bewaren--of wel de
+geschiedenis van Ali Baba en de oliezakken die wij herkennen, of wel
+verwoeste prachtige toversloten, waar de bezoeker tot steen wordt, zodra
+hij een gouden schaal aanraakt. Bij het »Appelen-eiland" van de Eeuwige
+Jeugd in het Westen denkt men allicht aan de appelen der Hesperiden
+en de eilanden der zaligen, en er loopt een verhaal van een held die
+»het land waar niemand ooit vandaan komt" binnengedrongen was en daar
+met een vrouw vandaan was gekomen, waarbij natuurlik iedereen aan de
+geschiedenis van Orpheus en Eurydice denkt. Merlijn wordt ook al heel
+gauw verdoopt en heet dan als de zoon van een Romeins konsul Ambrosius,
+veel trekjes die zijn list betreffen en zijn helderziendheid, zijn
+eenvoudig op hem overgebracht van de verhalen van Indiese, Griekse en
+Hebreeuwse wijzen--van Midas en Silenus, van koning Salomo en de vorst
+der Geesten, Aschmedai--terwijl zijn »Profetiën", die Geoffrey uitgaf,
+vol van reminiscenties van Lucanus zijn en van de Sibellijnse boeken.
+
+Eindelik schijnen ook verschillende Germaanse elementen de Keltiese
+sagen binnengedrongen te zijn--het is onzeker of dat nu de Noorse
+Vikingen, de Angelsaksen of de Denen en Noormannen zijn die ze gebracht
+hebben. Nu eens herkent men trekken uit de sage van Siegfried, dan uit
+die van Völund-Wieland--of wel zijn het Germaanse namen die men
+plotseling te midden van zuiver Keltiese aantreft.
+
+ * * * * *
+
+Maar hoe deze »Matière de Bretagne" ook samengeweven is,--daarin opende
+zich voor de Franse trouvères van het Engels-Normandiese rijk een wereld
+van poëzie die hen en hun publiek in verrukking moest brengen. Die
+wereld was hun nieuw en vreemd en daar lag een mysties perspektief,
+een geheimzinnige ondertoon van halfvergeten mythen en sagen achter die
+verhalen, welke de fantasie romanties in beweging moest brengen. En met
+die vreemde stof kon men ongegeneerd omspringen en doen wat men wilde,
+zonder door traditie of piëteit gebonden te zijn; dat alles kwam in
+losse onsamenhangende saga-motieven uit het Westen aanfladderen en elke
+dichter kon dat aan elkaar flansen, presies zoals hij zelf wilde. Dat
+was iets anders dan dat gescharrel met die romans van Karel de Grote,
+waar de stof met zulk een piëteit en histories nauwkeurig behandeld
+moest worden, of een Latijns boek voor zich te hebben dat men volgen
+moest!
+
+En wonderbaarlik scheen die »Bretonse stof" met de poëtiese smaak dier
+tijden overeen te stemmen. Hier streed men niet in geordende scharen
+voor goederen of voor land en rijk, maar de helden trokken--presies
+als de kruisridders en de vaganten in hun eigen wereld--op eigen hand
+op weg om avonturen op te zoeken. En nu waren het eens niet die eeuwige
+Saracenen daar ze mee moesten vechten, maar monsters en wildemannen,--en
+voor al die magie en toverij en dergelijke avonturen, daar hoorde een
+andere soort moed toe, een »nouveau frisson" die zij de zenuwen gaven.
+Er lag een geur van natuurromantiek over deze poëzie van bos, heide en
+oceaan en een glans en een kleurenpracht en sprookjesrijkdom over die
+Keltiese fantasiewereld, welke bijna de vergelijking met de Alexander-
+en Troje-romans kon doorstaan. En per slot van rekening leken die
+Keltiese sagen de Fransen meer van hun eigen vlees en bloed dan de
+Frankies-Germaanse epiek der baronnenwereld. Er was een levendigheid
+en een fijne genotzucht in die Keltiese poëzie, een vrolik opgewekt
+samenleven en zulk een sterk erotiese aanleg kwam daar in te voorschijn,
+dat de Fransen zich daar zeer aan verwant moesten voelen. Hier waren
+schitterende feesten, vooral ook aan het hof, een sappig »esprit
+gaulois", en een gepassioneerd »feminisme",--te midden van al die
+barbaarse woestheid lijkt het bijna een eerste schets van het leven der
+Franse edelen in de 12de eeuw.
+
+Een kleine groep van ridderlike dichters die in het Anglo-Normandiese
+rijk werkten en die, ten dele direkt, maar ten dele ook door middel
+van Engelse en Latijnse vertalingen de Britse en Bretonse sagewereld
+trachtten te leren kennen, brachten van het midden der 12de eeuw af,
+»la Matière de Bretagne" in de kring van het Franse geestesleven en wel
+met het gevolg dat niet alleen de »Matière de France" (de nationale
+heldenpoëzie) maar ook de »Matière de Rome" (de onder antieke invloed
+staande romans) door de nieuwe modepoëzie vrijwel in de schaduw werd
+gesteld.
+
+Maar feitelik was het niet zo zeer de »Matière de Bretagne" die
+Frankrijk veroverde als wel de Franse riddermaatschappij wier eigen
+dichterlik genie de Keltiese stof in zichzelf op wist te nemen.
+
+
+
+
+XV.
+
+MARIE DE FRANCE.
+
+
+In het begin vergenoegde men er zich mede in kleine berijmde
+vertellingen de stof neer te leggen die men in de liederen der Bretonse
+en Britse speellieden getroffen had of door de »fableors" had horen
+vertellen. Het woord »lai", van Keltiese oorsprong, kwam in gebruik voor
+die berijmde novellen welke hun stof uit den vreemde haalden en die door
+hun karakter en hun geest zich meer in 't bizonder tot de hogere kringen
+richtten, spesiaal waarschijnlijk tot de dames.
+
+De oudste en fraaiste van die lais, waarvan de stof dus Brits was,
+waren door een dame gedicht wier naam Marie was en die in 't eigelike
+koninkrijk Frankrijk geboren was, maar onder de regering van Hendrik
+II, in Engeland woonde en hem haar novellen opdroeg. Evenals de oude
+romancen, schijnen ook de lais dikwels door vrouwen geschreven te zijn.
+In een Noorse bewerking uit de 13de eeuw van een Franse lai, heet het
+dat Willem de Veroveraar eens met zijn mannen aan de Normandiese kust
+lag, terwijl storm hen verhinderde naar Engeland over te steken; toen
+verdreef hij de tijd met jacht en feesten en om te zorgen dat die niet
+vergeten zouden worden, zond hij enige harpspelers naar een dame in
+Bretagne die bekend was door de schone lais die zij dichtte, en liet
+haar uitnodigen, op een fraaie melodie daar gedichten over te maken; dat
+deed zij en leerde de harpspelers 't gedicht zowel als de melodie. Zo
+maakte ook Iseut gedichten over haar ontmoetingen met Tristan. Marie was
+literair ontwikkeld, zij vertaalde fabelen uit het Engels en legenden
+uit het Latijn en zoals zij in de proloog voor haar lais vertelt, had
+zij er eerst over gedacht een goed geschiedwerk uit het Latijn te
+vertalen, maar daar er nu zovelen juist met dergelijke dingen bezig
+waren, had zij liever willen vertellen wat zij van Bretonse verhalen
+gehoord of gelezen had. Bij die »dergelijke dingen" denkt zij
+waarschijnlik aan zo iets als de Roman van Aeneas, er zijn allerlei
+reminiscenties in haar lais juist aan die roman te vinden, evenals
+aan Ovidius. Een zekere kennis van de Provençaalse erotiese poëzie
+der troubadours schijnt zij al vroeg gehad te hebben. Dichteres van
+betekenis was zij niet; er is iets bleeks en damesachtigs over haar
+stijl, iets konventioneels in haar karakteristiek; maar bevallig en met
+gemak geeft zij de Keltiese stof in Franse verzen weer,--in hoeverre zij
+zelf voor dit alles verantwoordelik is, of wat zij dankt aan een ander,
+Frans of Engels, die tusschen haar en de sagestof in staat, dat laat
+zich niet gemakkelik uit maken; zij zelf schijnt in elk geval geen
+Kelties gekend te hebben. Maar--zij wist een eigenaardige romantiese
+geur van 't ver-affe en 't wonderbaarlike over die vreemde, niet altijd
+meer goed begrepen motieven te leggen; zij voelt de poëzie van zee en
+bos, zoals die over de Keltiese sagen ligt, en overal legt zij nadruk op
+het erotiese en het sentimentele en het vergroot eigelik alleen maar de
+poëtiese charme, wanneer trekjes uit de Aeneas-roman of Ovidius of zelfs
+motieven van de Grieks-Oosterse vertellingen in de Keltiese stof
+ingeweven zijn.
+
+Verscheidene Keltiese sagen behandelden b.v. de verhouding der mensen
+in zake de liefde betreffende, tot de onsterfeliken. Mannen die b.v.
+uit het land des Doods opgestaan zijn of mannen uit het onderaardse
+feeënland die een vrouw onder de sterfeliken liefhebben. Of, gewoonlik,
+feeën die sterfelike mannen hun liefde aanbieden. Maar wanneer de zaak
+bekend wordt is 't uit,--gelijk altijd bij de onderaardsen: wanneer
+niet-ingewijden 't zien of de zaak bij de naam genoemd wordt, dan
+verdwijnt alles. Zulk een sage was nu net iets voor de sentimentele
+romantiese smaak dier dagen. Lanval, een gedicht van Marie de France
+evenals verschillende lais van onbekende schrijvers, behandelen dat
+tema met allerlei variaties. Er is b.v. een ridder die alleen het bos
+doorrijdt,--hij is op jacht van zijn gezelschap afgeraakt of hij dwaalt
+alleen maar wat om, b.v. omdat hij bedroefd is over het feit dat de
+koning zijn diensten niet goed beloont. Hij viert de teugel, en weldra
+heeft 't paard hem in 't dichtst van 't woud gebracht; het is heerlik
+weer en de vogels zingen in de middaguren, maar hij hoort er niet naar.
+Op eens is het hem alsof hij honden hoort aanslaan of een glimp van het
+witte hert krijgt, dan zet hij de hoorn voor de mond zodat het luid
+door 't bos weergalmt... Maar hij is steeds alleen in de betovering van
+'t eenzame bos. Zo komt hij dan aan een bron waar hij een badende fee
+verrast, hij bemachtigt haar klederen en zo krijgt hij haar in zijn
+macht en heeft haar zo aldra tot zijn wil,--als in de sage van Völund
+(Wieland). Of wel wordt hij door haar aangezocht en laat hij zich naar
+haar tent of haar slot voeren, waar hij haar liefde geniet, volop
+eten en drinken krijgt zowel als de kostbaarste kleren en goud. Zulke
+feeën die prinsen naar hun feeën-kastelen ontvoeren, kenden ook de
+Oosterse verhalen; met een Middeleeuws-Latijnse verzameling van zulke
+geschiedenissen (de Delopathos) heeft een van die lais merkwaardige
+punten van overeenkomst en die zelfde lai (Guingamor) schildert ook de
+pracht van marmer en ivoor in dat slot en de muziekfeesten, met echt
+Oosterse kleuren. Het einde van de historie, om er dat even bij te
+voegen, is zeer karakteristiek. Wanneer de ridder daar drie »dagen" bij
+die fee door heeft gebracht, begint hij naar huis te verlangen en wil
+weg, maar nu vertelt de fee hem dat er reeds 300 jaar verlopen zijn en
+zo vindt hij dan ook 't bos en alles heel anders wanneer hij weer in de
+wereld terugkomt. Niettegenstaande dat de fee hem er tegen gewaarschuwd
+heeft, eet hij toch onderweg van de vruchten van een appelboom en
+daardoor valt plotseling de ouderdom op hem en wordt hij een oud
+mannetje,--door van 't aardse voedsel te gebruiken is hij n.l. ook weer
+onder de aardse wet der sterfelikheid gekomen,--evenals zij die naar 't
+dodenrijk trekken ook aan de wetten daarvan onderworpen zijn, zodra zij
+daar eten. (Verg. de appelen van Persephone en de sage van koning
+Hadding uit Saxo).
+
+In de andere lais keert de ridder na een »heure du berger", naar de
+mensenwereld terug, maar nu is hij altijd rijk en opgewekt en heeft nog
+steeds, wanneer hij maar wil, ontmoetingen met zijn geliefde; alleen
+heeft de onderaardse schone hem verboden op straffe van haar te moeten
+verliezen, iets van deze zaak te vertellen. Maar nu wordt ongelukkig de
+koningin op de jonge ridder verliefd. Met haar vrouwen komt de koningin
+de tuin in, waar de ridders dadelik de dames het hof gaan maken, maar
+hij, de schoonste van allen, houdt zich alleen op een afstand; ofwel
+komt de koningin eens door de voorhal waar zij hem bij het raam ziet
+zitten schaak spelen, terwijl een zonnestraal daardoor op zijn
+aangezicht valt en er een nieuwe glans op werpt. Zij laat hem roepen,
+tracht hem te verleiden door hem haar liefde aan te bieden en is diep
+gekwetst wanneer de jongeling die afwijst,--in een dier lais in de eigen
+woorden van een lange passage uit Cicero's »De Amicitia". In onbeheerste
+razernij barst de koningin nu in allerlei eerrovende beschuldigingen uit
+(wij volgen hier de versie uit Marie de France, waar de gebeurtenissen
+het natuurlikst met elkaar in verband schijnen te staan),--dat Lanval
+zeker niet om jonge vrouwen geeft omdat hij natuurlik van knapen
+houdt,--de dichteres zal dat wel uit de Roman van Aeneas hebben--en om
+zijn eer te wreken komt Lanval er nu toe te zeggen dat hij een ander
+liefheeft die veel schoner is. In een veel plompere, misschien wel
+oorspronkelike versie is het de koning die bij een groot gastmaal, zijn
+koningin geheel ontkleed op een bankje ten toon stelt, zoals Ahasverus
+dat ook wilde, opdat de ridders haar kunnen bewonderen en haar gemaal
+benijden; wat zij dan ook allen plichtschuldig doen, behalve onze jonge
+ridder die, wanneer de koning hem uitvorst, er iets over los laat dat
+hij er een kent die nog schoner is.--In beide gevallen moet de ridder
+binnen een zekere vastgestelde tijd zijn bewering waar maken, anders
+moet hij voor zijn brutale pocherij sterven. Wanhopend loopt hij nu
+rond, niet alleen omdat hij nu sterven moet, maar ook wijl hij zijn
+woord tegenover zijn geliefde gebroken heeft. Maar de laatste dag komt
+er een prachtige stoet van maagden aanzetten die de bewondering der
+hovelingen opwekken en ten slotte de feeënkoningin op een wit paard, in
+een wit gewaad, maar zo dat haar gehele lichaam door alle aanwezigen
+te zien komt,--Venus noch Dido noch Lavinia waren schoner dan zij,--zo
+wonderbaarlik schoon is zij dat allen erkennen moeten dat de jonge man
+niet gepocht heeft. Maar hij blijft apart staan, omdat hij zich schaamt
+over zijn gebroken belofte en zij is dan ook eerst niet geneigd hem
+genade te schenken, maar 't eindigt er toch mede dat hij met haar
+meegaat naar het feeënrijk en nu voor goed.
+
+Ook dit alles: dat de ridder naar de mensenwereld teruggaat, zich zijn
+geheim laat afpersen, enz., wordt in Oosterse sprookjes van de fee
+Peribanu verteld; er is hier verband met Griekse mythen van Amor
+en Psyche en de Duitse sagen over Tannhaüser in de Venusberg. Even
+duister als de sage zelf is voorlopig ook nog het verband tusschen de
+verschillende vormen er van. Wat het omgekeerde geval betreft van een
+aardse vrouw die een onsterfelike man toebehoort, in die klasse valt
+Marie de France's lai over Yonec. Maar hier is de bewerkster zich maar
+half bewust dat zij met een onsterfelike te doen heeft en dat het land
+in kwestie het hiernamaals is; de personen uit die sage maakt zij,
+zonder het echter geheel van de mystiek te ontdoen, tot echte gewone
+mensen en ridders.
+
+De jonge echtgenote van een ridder is in een toren opgesloten en
+»verspilt haar schoonheid met tranen". Op een morgen in de maand April
+ligt zij klagend naar de heldere zon te kijken. Dat die akelige jaloerse
+oude man van haar dan ook nooit schijnt te kunnen sterven. Dat er dan
+ook nooit bij haar eens een van die ridders komt, waar men hier in
+Bretanje altijd van spreekt, die de dames komen »troosten" zonder dat
+hun reputatie daar onder lijdt. Op 't zelfde ogenblik dat zij die wens
+uitspreekt, ziet zij in 't venster de schaduw--zeer schilderachtig wordt
+dit verteld--van een grote vogel, die vlak daarop de kamer in komt
+vliegen. Zodra de vogel en zij elkaar aankijken, wordt hij tot een
+ridder (in de »Oiseau Bleu" en ook in een Deens volkslied en een
+sprookje komt dat zelfde motief voor); nooit, beweert hij, heeft hij
+iemand anders dan haar liefgehad, maar hij zou zijn rijk niet hebben
+kunnen verlaten en bij haar komen indien haar wens hem niet geroepen
+had. Hier zien wij duidelik 't mytiese dat hier aan ten grondslag ligt,
+en de dame durft zich niet met hem inlaten, vóór zij de zekerheid
+verkregen heeft dat hij geen kwade geest is, nu weet de kristelike
+auteur er zeer naïef en onbeholpen niets beter op dan de ridder het H.
+Avondmaal in de toren te laten gebruiken! Dan schenkt de vrouwe hem haar
+liefde en--evenals de fee bij de ridder,--komt hij van nu af telkens
+wanneer zij dat wenst; alleen moet hij zorgen dat nooit iemand hem ziet.
+Lang genieten zij nu van elkaars omarmingen, totdat de echtgenoot zich
+er over begint te verbazen dat de schoonheid van zijn troosteloze vrouw
+nu op eens weer zo opbloeit; hij laat haar bespieden en als hij hoort
+dat er dikwels een grote vogel bij haar komt, laat hij ijzeren punten in
+'t raam slaan. En wanneer de vogelridder dan de volgende keer komt heeft
+hij zich bezeerd en valt bloedend op haar bed neer, evenals in de Deense
+ballade, de knaap Germand in zijn veêren kleêren tot zijn geliefde komt,
+alleen om te sterven, daar de harpij onderweg zijn hartebloed gedronken
+heeft. Ook de ridder zegt dat hij nu naar huis moet vliegen om in zijn
+eigen rijk te sterven, maar zij zal een zoon baren die hem zal wreken.
+Met kreten van smart springt zij hem uit het raam na; in haar hemd
+volgt zij zijn bloedige sporen; het wordt een lange tocht--men begrijpt
+dat het oorspronkelik de reis naar het doodsrijk was die zij daar
+ondernam,--door een bergengte... over met bloed besprenkelde weiden...
+door een stad waar geen mens op straat te zien is... tot in een kasteel
+waar zij hem stervend te bed vindt liggen. Maar zij mag dáar niet
+blijven, zegt zij, als de mensen haar zagen zouden zij haar afmaken
+omdat zij schuldig is aan zijn dood; maar hij geeft haar een ring die
+maakt dat haar man niets van haar afwezigheid zal merken, en een zwaard
+dat zij aan hun zoon moet geven om daarmeê zijn dood te wreken...
+
+Meer en meer verdwijnt de Keltiese achtergrond uit de vertellingen
+van Marie de France. Een bezoek in het feeënrijk is oorspronkelik
+ook wel het onderwerp van de Lai van Guigemar geweest, maar de gehele
+détail-schildering wijst in de richting van de Grieks-Oosterse kunst.
+De jonge Guigemar die altijd de liefde van zich afgeworpen heeft, schiet
+eens op de jacht op een witte hinde, maar de pijl slaat op hem zelf
+terug en verwond hem,--blijkbaar is de hinde door een fee gezonden om
+hem voor zijn gevoelloosheid te straffen, evenals Amor bij Ovidius de
+god van de jacht treft omdat die de liefde veracht heeft. En de hinde
+voorspelt hem dat slechts een trouwe liefde hem zal kunnen genezen.
+Somber dwaalt Guigemar nu van zijn mannen af om bij het zeestrand een
+prachtig wonderschip te treffen,--er is niemand aan boord. Nieuwsgierig
+maar niet zonder enige angst gaat hij er heen en vindt daar een prachtig
+bed (het wordt beschreven zo prachtig als dat van Salomo in het Hooglied
+en dat van Hektor in de roman van Troje), hij gaat er even op liggen
+omdat hij door zijn wonden vermoeid is en als hij weer opstaat is hij al
+in het ruime sop. Dat soort van tover-mystiek is echt Kelties. Hij landt
+aan de voet van een groene marmeren toren. Daar houdt een oude man zijn
+vrouw gevangen, slechts een jong meisje en een oude ontmande klerk zijn
+daar bij haar,--dat zijn natuurlik voorstellingen van een harem en
+eunuchen die de dichteres hier voorzweefden. De twee vrouwen vinden de
+jongeling op dek liggen slapen; hij lijkt dood, maar als de jonge vrouw
+haar hand op zijn borst legt, merkt zij dat die nog warm is, nu slaat
+hij ook zijn ogen op en zij brengen hem binnen waar hij in het bed van
+de maagd gelegd en goed verzorgd wordt. Marie, die voor alles allerlei
+zedige omschrijvingen weet te vinden en die altijd in de kleinste
+kleinigheden de zedigheid in acht neemt, laat ze een mantel als een
+gordijn voor dat bed hangen, want er is maar één kamer in die toren.
+Nu vergeet hij al heel gauw zijn wonden, maar hij wordt daarentegen nu
+door de liefdepijl getroffen, en de jonge vrouw niet minder. Het meisje
+helpt ze, en ofschoon hij zich eigelik erg geneert,--want, zegt de
+sentimentele Marie de France, hij was niet een van die lichtzinnige
+ridders die de ware liefde bespotten--waagt hij 't eindelik met zijn
+gevoelens voor den dag te komen. Eerst wijst zij hem lachend af,--zij
+moet van Antigone uit de roman van Thebe geleerd hebben dat men eerst en
+vooral moet tonen er niet »zo maar één" te zijn die men met een natte
+vinger kan lijmen; maar de ridder antwoordt, en het is Marie's eigen
+fijne vrouwelikheid die door zijn woorden spreekt,--: »Vrouwe, wees niet
+boos dat ik dit zeg. Een lichtzinnige vrouw moet zich lang laten smeken
+om haar waar op prijs te stellen, opdat men gelove dat het de eerste
+keer is dat zij zich lokken laat. Maar een edele vrouw, die een man
+vindt van wie zij houdt, heeft zich niet trots op een afstand te houden,
+maar mag hem liefhebben en zich met hem verheugen." De dame geeft dan
+ook al heel gauw toe, en zij kussen elkaar en omhelzen elkaar en »wat
+daar verder zo bij hoort". Maar de echtgenoot krijgt de lucht van wat er
+in die toren gebeurt en Guigemar moet nu vertrekken. Wederkerig geven
+zij elkaar beloften van trouw, maar hij legt toch een kuisheidsgordel om
+haar lijf--dat wijst ook op Asië en Aegypte--en zij legt een knoop in
+zijn hemd die zij alleen los zal kunnen maken... Verder horen wij hoe
+beiden hun trouw bewaren, hoe zij haar man verlaat en bij een andere
+ridder in huis komt die tracht haar in zijn macht te krijgen, maar hij
+kan haar gordel al evenmin los krijgen als alle vrouwen van Bretagne de
+knoop in 't hemd van Guigemar los kunnen maken. Ten slotte vinden zij
+elkaar en worden ze verenigd,--aandoenlik wordt geschilderd hoe zij
+elkaar gaandeweg herkennen, fijn is ook de droefheid beschreven van
+de ridder in wiens huis zij opgenomen was geworden en die nu getuige
+is van de vreugde van hun wederzien. Ook hierin is er veel dat aan
+Grieks-Oosterse romans herinnert met hun verliefde maar toch zo humane
+despoten...
+
+Over 't algemeen put Marie nu langzamerhand haar stof zo wat uit alle
+bronnen, terwijl zij die alleen maar in Engeland of Bretagne lokaliseert
+en er haar zachte sentimentele geest in legt. Zij neemt b.v. een
+vulgaire anekdote over echtbreuk en een geliefde die zich in een badkuip
+aan het kokende water brandt, maar brengt die in hoger sfeer over, door
+er een sentimentele troubadour-liefde in te leggen en vol aandoening
+het ongelukkig einde der gelieven te bewenen. Zij neemt een verhaal
+dat in 't middeleeuws Latijn voorkwam en van Oosterse oorsprong schijnt,
+over de jalousie van een echtgenoot die zo hevig was dat hij eens een
+nachtegaal door vier paarden in stukken deed rijten omdat haar gezang
+zijn vrouws hart in tederheid deed smelten en haar zo tot liefde
+verlokte. Daar maakt zij nu een aandoenlike kleine natuur-romantiese
+geschiedenis van: De echtgenote van de ridder en haar vriend zitten in
+een nacht vol maneschijn elk voor zijn venster naar elkander te kijken
+en naar 't gezang van de nachtegaal te luisteren--hun tuinen grenzen aan
+elkaar, zij kunnen nu met elkaar spreken maar zij zijn nog nooit samen
+geweest. De ruwe echtgenoot is boos dat zijn vrouw 's nachts zo dikwels
+opstaat en naar 't gezang der vogelen luistert,--'t is de nachtegaal
+zegt zij n.l. die maakt dat zij geen oog dicht kan doen--en daarom zet
+hij een vogelknip voor de verstoorder van zijn vrede uit en eens op een
+dag kan hij vol triomf haar de bloedige vogel in de schoot werpen. Maar
+de dame zendt het kleine lichaampje in fluweel gehuld naar haar vriend
+met de boodschap dat zij nu niet langer 's nachts bij het raam durft te
+gaan zitten en hij legt het lijkje in een gouden kistje en draagt het
+als een herinnering op zijn borst...
+
+Helemaal tot kleine romans groeien ten slotte hier de vertellingen aan,
+die naar het schijnt niets Kelties in zich hebben en waar het overdreven
+fantastiese geheel op de achtergrond treedt voor de zuiver menselike
+hartegevoelens. Beide handelen ze over vrouwen wier liefde zo vol
+zelfverlochening is dat zij zich voor het geluk van hun geliefde
+opofferen door voor een andere vrouw plaats te maken. Maar het is zeker
+Marie's eigen gevoelige idealisme, dat dit in de onderwerpen gelegd
+heeft die zij opvatte.
+
+Overal in alle landen treft men verhalen--die misschien op een oud
+sprookje terug gaan--van de jonge vorstendochter die bestemd was om de
+bruid van een prins te worden, maar die dan juist daar vóor geschaakt
+wordt en die dan na velerhande avonturen pas herkend en erkend wordt
+juist op 't ogenblik dat een van haar zusters met de vorst trouwen zou
+voor wie zij zelf bestemd was. Uit dit motief is het gedicht van Marie,
+De Esch--»Le Fraisne"--ontstaan. Het is een vondeling, die Esch heet
+naar de boom waaronder zij gevonden werd,--zij wordt in een klooster
+opgevoed, maar heeft een vorst lief die in de buurt woont en vlucht uit
+het klooster om op zijn slot als zijn bijzit te gaan leven. Zij zijn
+zeer gelukkig samen, maar dan verlangen ongelukkig de baronnen van de
+vorst dat hij nu een huwelik in zijn stand aan zal gaan om een erfgenaam
+het leven te geven. Hij wordt er dan ook toe gebracht om de hand van de
+dochter van een zijner ridderlike naburen te vragen. De bruiloft wordt
+vastgesteld en de moeder komt naar het kasteel om de voorbereidselen
+te treffen en o. a. om de bijzit weg te jagen. Maar ze wordt verrast
+en geheel ingenomen door de liefelikheid van het jonge meisje, dat zacht
+en geduldig aan alles medehelpt, zijn dienaars zegt hoe hij gewoon is
+het te hebben, ook b.v. zelfs zijn bruidsbed helpt gereed maken »want
+dat wist zij zo heel goed" en als zij geen linnengoed vindt dat mooi
+genoeg is voor hem, gaat zij zelf van haar eigen linnengoed uit haar
+kast halen. Maar wat zij daar nu uithaalt is juist het goed waar zij in
+gewikkeld was toen zij in 't klooster opgenomen was. En--de moeder van
+de bruid kijkt en kijkt,--ze kent dat goed! Dat was 't zelfde linnen
+waarin zij zo lang geleden haar eigen kind te vondeling legde, toen zij
+niet had durven erkennen dat zij een tweeling gekregen had, omdat zij
+altijd volgehouden had dat dit op ontrouw van de vrouw duidde. »Esch"
+is dus haar eigen kind, de tweelingzuster van de bruid (Hazel)... En nu
+komt er verklaring en vreugde,--gejubel!--en Esch wordt de bruid in
+plaats van haar zuster.
+
+Het is de zachte vrouwelikheid, de aandoenlike verzaking van de liefde
+die hier verheerlikt wordt--zoals die reeds in talrijke legenden van
+vrouwelike heiligen door het Kristendom verheerlikt was geworden, zowel
+als in de Indiese en Griekse poëzie. Maar zo lang als de opoffering aan
+een Godsvrucht te danken was die zich van de wereld afwendt, zolang
+de stempel van de slavernij nog op de vrouw drukte, kon de verzaking
+niet het karakter van die vrijwillig verlochenende liefde dragen als
+hier in »Fraisne". Na Marie de France wordt de geduldige Geliefde een
+lievelingstema voor de poëzie der middeleeuwen en ook van de latere
+tijd; de verwantschap met de lais van Marie laat zich vooral niet
+lochenen voor de schone Engelse en Noordse balladen van »De schone
+Anna--fair Annet".
+
+In het Deense volkslied is de ridder blijkbaar van plan ze alle
+beiden aan te houden, en hij vraagt kalm zijn bruid wat zij zijn
+»fryndinne" voor geschenk denkt te geven en omgekeerd. In de tijd van de
+kruistochten, kwam het, zoals wij al gezien hebben, dikwels genoeg voor
+dat de echtgenote meer of minder vrijwillig zich in een soort ménage à
+trois moest schikken, wanneer haar ridder van zijn reizen met een vrouw
+thuis kwam die hij in verre landen gehuwd had. Dat is het tema van de
+grootste en fijnst uitgevoerde vertelling van Marie de France, die van
+Eliduc.
+
+Ridder Eliduc van Bretagne heeft zijn vrouw en zijn haardstede moeten
+verlaten en is naar Engeland getogen waar hij de Koning van Exeter in
+de oorlog gevolgd is. De koningsdochter wordt op hem verliefd en spreekt
+vriendelik met hem en ook de ridder kan van zijn kant niet nalaten naar
+de zoete woorden der prinses te luisteren, maar wil zijn vrouw toch niet
+vergeten. De prinses zendt hem een kamerjonker met geschenken om te zien
+of hij haar lief heeft,--zó kan men nu eigelik niets er over te weten
+komen, voegt de dichteres er met een zekere skeptiese mensenkennis aan
+toe, die dikwels door haar sentimentaliteit heen breekt; nog nooit zag
+ik een ridder die geen geschenken aanneemt. Levendig als bij Ovidius
+wordt de twijfel der prinses beschreven, of zij die geschenken durft
+zenden of niet, en haar ongeduld om 't resultaat te horen. Eliduc neemt
+alles aan, maar zegt »niets zonder dank" en biedt de boodschapper geld;
+zo weet de Prinses nog niet wat zij geloven moet. Zij heeft n.l. geen
+idee dat ook het hart van de ridder in diepe nood verkeert, hij kan
+niet meer voor zich zelf verbergen dat hij haar lief heeft, maar toch
+wil hij zijn trouw jegens zijn echtgenote bewaren. En hij wil ook wel
+op goede voet met de prinses staan en haar eens kussen, maar ook niets
+meer. Eens zit de koning schaak te spelen en laat zijn dochter binnen
+komen om Eliduc bezig te houden. Zij gaan apart in een hoek van de zaal
+zitten--de scène doet denken aan die tusschen Jason en Medea in de roman
+van Troje--zij zijn beiden wat gegeneerd en 't gesprek vlot volstrekt
+niet. Eindelik stamelt hij een woord van dank voor haar geschenken en
+nu biecht zij op dat zij die zond, omdat zij hem lief heeft en niemand
+anders wil hebben. Hij legt zijn gevoelens nu ook bloot maar--voegt er
+bij--wanneer de oorlog gedaan is moet hij naar huis terug. Zij legde
+zich daar bij neer en van toen af zagen zij elkaar dikwels en hielden
+veel van elkander.
+
+Maar nu wordt Eliduc naar Bretagne teruggeroepen, omdat zijn eigen
+koning zijn hulp tegen hun vijanden nodig heeft. Hij moet weg. Het doet
+hem verdriet voor zijn vriendin, maar er is niets tussen hen geweest dan
+vriendelike woorden en gaven, geen dwaasheden of iets oneerbaars, maar
+zij die niet wist dat hij getrouwd was, bleef hopen. Men ziet hoe fijn
+de kleuren gemengd zijn, hoe delicaat Marie de halfheid in de verhouding
+weet te tekenen: hij heeft de eerste schrede niet gedaan, alleen is hij
+niet sterk genoeg geweest om de avances der jonge dame af te wijzen; hij
+heeft alles nog binnen de grenzen van het fatsoen weten te houden, maar
+heeft 't niet over zich kunnen verkrijgen te zeggen dat hij daar ginds
+in den lande van overzee getrouwd was. Nu voelt hij met smart dat het
+hart van een hunner of misschien wel van beiden bij de scheiding moet
+breken, en besluit alles aan de beslissing van de prinses zelf over
+te laten. Eerst neemt hij afscheid van de Koning en gaat dan naar de
+dochter om haar alles te vertellen. Maar ongelukkig valt zij dadelik in
+zwijm zodra zij van afscheid nemen hoort spreken en nu kan onze held
+niet anders doen dan haar in zijn armen nemen en kussen: »Mijn zoete
+vriendin, laat ik U alleen dit maar zeggen: gij zijt de mijne in leven
+en dood." Haar dadelik meenemen--wat zij eigelik wilde--kan hij niet;
+hij staat in haars vaders diensten dat zou trouwbreuk zijn; wel kan hij
+terugkomen als hij een vrij man is en dan kan hij haar schaken, zonder
+dat zijn eer daar onder lijdt. Nu wisselen ze ringen, kussen elkaar...
+en zo zijn al zijn schone voornemens door haar tranen gesmolten--zoals
+het de man zo dikwels gaat die komt om zulk een verhouding af te breken.
+
+Eliduc komt thuis en wordt door allen goed ontvangen, vooral door zijn
+trouwe echtgenote; maar hij loopt stil en in overpeinzingen rond en zij
+vraagt in haar verdriet of iemand haar misschien belasterd heeft. Als
+hij nu zijn koning bijgestaan heeft, gaat hij, zoals hij beloofd heeft,
+naar Exeter terug en schaakt daar de koningsdochter. Er steekt een storm
+op zee op en de bemanning mompelt iets over--even als in de geschiedenis
+van Jonas--dat er zeker een schuldige aan boord is, die geofferd zal
+moeten worden;--natuurlik is zij dat, de vrouw die 't met een getrouwde
+man houdt. De prinses bezwijmt van schrik, ook omdat zij hoort dat hij
+gehuwd is; woedend slaat Eliduc de schipper tegen den grond en neemt
+zelf 't roer over, hij weet het schip ook veilig aan land te brengen,
+maar... zijn geliefde ligt daar nog altijd dood voor hem. Wanhopend
+neemt hij haar in zijn armen en draagt haar naar een verlaten grafkapel
+waar hij haar voor 't altaar op een baar legt; hij heeft de moed niet
+het lichaam te begraven, lang blijft hij over haar gebogen zitten klagen
+en zweert dat hij nooit meer wapenen zal dragen, maar monnik wil worden.
+Als zij hem niet lief had gehad, zucht hij, had zij nu een koningskroon
+gedragen... Nu rijdt hij naar huis, maar altijd keek hij even somber en
+elke morgen na de mis reed hij naar die kapel en ging bij 't lijk van
+zijn geliefde zitten die merkwaardig genoeg er altijd even fris en
+schoon uitzag. Zijn bedroefde vrouw laat haar man's wegen bespieden en
+in gezelschap van een dienaar gaat zij eens de kapel binnen, waar zij
+het meisje ziet liggen als een pas ontloken rozenknop; zij neemt het
+lijkkleed weg en bewondert haar schone lichaam. Zij verbaast zich nu
+niet meer over de smart van haar man en heeft innig medelijden met hem;
+droef geresigneerd voelt zij ook heel goed dat zij zijn liefde nooit
+meer terug zal kunnen krijgen. Wenend zit zij bij het lijk van haar
+mededingster,--een situatie vol grootse, dichterlike schoonheid. Daar
+komt in de stilte een wezel aanlopen over de stenen in de vervallen
+kerk. Haar dienaar slaat die met een stok dood. Maar 't duurt niet
+lang of het vrouwtje van de wezel komt met een rode bloem in haar mond
+aanlopen en zodra zij het mannetje daarmee aangeraakt heeft, is die weer
+levend. (Een natuurmerkwaardigheid waar klassieken zowel als Oosterse
+schrijvers van weten te vertellen). Nu beveelt de vrouw haar dienaar
+de rode bloem op te nemen, nauweliks heeft zij die op de lippen der
+afgestorvene gelegd of die ontwaakt met een diepe zucht uit haar lange
+slaap. Maar wat volgt is nog schoner; de vreemdelinge klaagt haar nood,
+hoe zij een man lief heeft gehad en met hem gevlucht was en hoe zij toen
+hoorde dat hij getrouwd was; de vrouw van de ridder moet haar nu zelf
+troosten door te vertellen hoe innig veel verdriet die man hier over
+heeft en hoe weinig hij van zijn echtgenote houdt. Zij heeft al dadelik
+haar besluit genomen; die twee moeten elkaar toebehoren, zij zal zelf
+de sluier aannemen. Dat weet de heldhaftige vrouw ook door te zetten
+en Eliduc »dulcement sa femme mercie", wat werkelik ook niet te veel
+is. Maar 't duurde niet lang--eindigt de dichteres die hier enigsins
+kristelik begint te worden en schijnt te vinden dat Eliduc er wat al te
+gemakkelik af is gekomen--of hij volgde met zijn prinses het voorbeeld
+van de vrouw en zij gaan ook in een klooster. En in het klooster
+ontvangt de echtgenote haar opvolgster als een zuster!
+
+Waar Marie de France deze geschiedenis misschien vandaan heeft, is niet
+van veel belang; zoals zij die hier vertelt, zonder sterke kleuren en
+zonder diepe kracht, met een licht lopende damespen, is het toch wel
+degelik haar eigen werk geworden; er zit in die vertelling juist dat
+mengsel van voorname wereldlikheid en fijne, ironiese zielekennis, van
+een gevoelvol verheven menselikheid en fijn, subtiel moreel gevoel,--die
+ook later weer de echt Franse liefderoman zal karakteriseren.
+
+De Lais van Marie de France vormen daartoe de bekoorlikste inleiding.
+
+
+
+
+XVI.
+
+TRISTAN EN ISOLDE.
+
+
+Uit vele van die populaire speelmanslais ontstonden romans. Van de
+liefde van Tristan en Isolde is er gezongen en gedicht in die oude lais,
+waardoor die paar gelieven uit Cornwall reeds aan de oudste Provençaalse
+troubadours bekend waren. En weldra stonden zij voor de middeleeuwen als
+omstraald door een nog hogere poëzie dan zelfs Floris en Blanchefleur
+of Aeneas en Dido in de oudheid. »Nooit," heet het in de oudste versie,
+die men heeft kunnen opdiepen (Berol's bron), »hadden anderen elkaar zo
+lief en kochten de liefde zo duur." Het noodlot had ze door één teug
+aan liefde en ongeluk gewijd, en zo stond het paar voor alle gevoelige
+harten met een dubbele aureool omgeven; hun liefde was misdadig, altans
+volgens de vromen van de Ridderromantiek, maar ze waren toch enigsins
+te verontschuldigen door het onwederstaanbare van hun schone passie en
+ze werden toch ook door al hun ellende gelouterd. Evenals St. Preux en
+Julie of Werther en Lotte voor hun tijdgenoten, waren Tristan en Isolde
+voor de middeleeuwen martelaars der liefde, onschuldige offers van de
+moraal der burgerlik kristelike maatschappij,--maar in de ogen van alle
+jongeren was hun lot toch eigelik benijdenswaardig, en stonden ze toch
+in geluk ver boven dat van de gewone burger.
+
+Geen motief is zo dikwels in de romans gebruikt geworden als dit, maar
+er heeft een merkwaardig noodlot op de overlevering er van gerust. Van
+de oudste versies is er geen een over; de oudste die wij hebben zijn
+fragmenten van twee Franse berijmde romans die uit 't Anglo-Normandiese
+rijk stammen, die van Berol en van Thomas, uit de jaren 1160-1170; dan
+zijn er een paar latere Franse berijmde bewerkingen verloren gegaan,
+maar wij hebben een proza-roman uit de 13de eeuw over; in 't Duits
+bestaan er berijmde bewerkingen van Eilhart v. Oberge (1190) en Gotfried
+van Strassburg (ongeveer 1210) en twee vervolgen; vervolgens is er
+een Middel-Engels-gedicht, Sir Tristrem, een IJslandse sage en enkele
+late volksboeken. Met grote kunst heeft de Franse filologie echter aan
+Frankrijk van dit alles teruggegeven wat haar toekomt, door de vreemde
+versies in twee groepen in te delen, die respektievelik op Berol en
+Thomas terug gaan, en heeft uit wat aan de versies van elke groep gemeen
+is, de twee Anglo-Normandiese romans kunnen rekonstrueren om de paar
+fragmenten heen die wij er feitelik alleen maar van bezitten. Zij
+zijn--zoals wij zagen--omtrent van de tijd van Marie de France. Berol
+is meer populair en die staat waarschijnlik ook wel dichter bij 't
+oorspronkelike. Thomas is meer ridderlik. Terwijl 't vooral Eilhart
+is die ons Berol kan helpen reconstrueren, hoort zowel de roman van
+Gotfried, als die van Sir Tristrem en de IJslandse sage tot de groep
+afstammelingen van Thomas. De groei van de Ridderromantiek laat zich
+heel goed volgen als men de twee groepen Berol-Eilhart en
+Thomas-Gotfried met elkaar vergelijkt.
+
+Dat er oorspronkelik een sage uit Cornwall of uit West-Schotland aan
+ten grondslag ligt, staat buiten alle twijfel. Ook is 't zeker dat er
+zich al heel vroeg om die oorspronkelike sage-stam andere motieven en
+anekdoten geslingerd hebben, tendele reeds op Keltiese grond, maar ook
+later in de Franse versies, uit de oudheid en het Oosten, uit Frankrijk
+zelf en uit Duitsland. Zoals het werk van Berol en Thomas eeuwen lang
+alle landen rond is getrokken, kan de stof door zijn hele kleur en toon
+maar tot zekere hoogte Kelties genoemd worden. Reeds de namen zijn
+kosmopolities. Iseut beschouwen sommigen als Germaans evenals andere
+vormen met Is-, misschien voor Ishilde, maar in elk geval is de naam al
+zéér spoedig als Kelties gevoeld; haar vader Gormond heeft zeker een
+Scandinaviese naam, ook Morolt lijkt Germaans. Blanchefleur, Tristan's
+moeder is natuurlik Frans, Isolde's dienstmaagd Brangién (= witborst)
+daarentegen Kelties. Marc, de oom is Kelties en betekent paard; dat
+heeft aanleiding gegeven tot het sprookje dat hij paardenoren had,--een
+trek die in vele volkssagen voorkomt, maar nu wordt ook de geschiedenis
+van koning Midas zijn ezelsoren en het geheim dat hij aan 't riet
+toevertrouwde op koning Marc overgedragen. Eindelik is Tristan
+oorspronkelik Kelties (Drostan, maar de gelijkenis met 't Frans »triste"
+heeft invloed op de naam gehad en een zeker elegies-tragies kleurtje
+over de Franse Tristan gelegd die Drostan uit Cornwall zeker miste).
+Die Drostan schijnt een held van 't zeer populaire »Schlau-kopf"-type
+geweest te zijn--gelijk Odysseus of Jakob uit de Bijbel--een slimme
+schelm, die door het noodlot vervolgd wordt, maar handig en gewikst zich
+door alles heen weet te slaan. Hij was de duizend-kunstenaar die zwemmen
+kon, vechten, draken doden, die kon springen zo hoog als niemand anders
+(in Cornwall wees men de rots waarvan hij zijn enorme beroemde sprong
+gedaan had); een man even uitstekend als jager als in de kunst het wild
+te bereiden, als harpspeler als in de kunst om vogelenstemmen na te
+bootsen. En de verhouding waarin hij tot de vrouw van zijn oom stond was
+slechts een van de wijzen waarop het noodlot hem vervolgde, maar waarop
+hij ook zijn listige streken kon vertonen.
+
+Er is een voorhistorie over de afstamming en de jeugd van Tristan, maar
+die er later aan toegevoegd schijnt, op motieven zo wat van alle kanten
+bijeengeschraapt en in een ridderlike en sentimenteel-avontuurlike geest
+geschreven. Een ridder uit Wales of Bretagne houdt zich een tijd aan
+'t hof van koning Marc op, de beroemde legendariese koning van Cornwall
+of Engeland. De zuster van de koning wordt op hem verliefd--de naïeve
+monologen en koket-sentimentele gesprekken doen aan de Aeneas-roman
+denken--terwijl hij na een gevecht gewond is, wordt zij in 't geheim en
+onder tranen bij hem zwanger, dan vlucht zij met hem naar zijn eigen
+land. Maar daar valt hij nu in de strijd tegen zijn vijanden, die nu
+zijn goederen in bezit nemen en de wanhopende weduwe baart nu in smart
+de in smart ontvangen zoon, die bovendien bij de geboorte zijn moeder
+het leven kost. Tristan werd de erveloze knaap genoemd en zijn leven
+zal die naam der smarte waar maken. In 't geheim door een trouwe dienaar
+opgevoed, wordt hij door kooplieden met een schip ontvoerd, maar weet te
+ontvluchten en aan land te komen,--bij koning Marc, waar hij aan 't hof
+in grote gunst komt. Ten slotte wordt 't hem en de koning bekend wie hij
+eigelik is en de koning stelt zijn neef tot erfgenaam over zijn rijk
+aan; maar eerst trekt de jonge held er op uit om zijn vaderlik erfdeel
+terug te winnen, alleen echter om dat land aan zijn trouwe pleegvader
+over te dragen. In de volkssagen en de heldenpoëzie zijn er veel helden
+aan wier jeugd dit alles sterk herinnert, maar ook met de roman van
+Appolonius van Tyrus en die van Ruodlieb heeft onze geschiedenis menige
+trek gemeen.
+
+En nu begint de eigelike roman daarmede dat Tristan, als hij weer naar
+'t rijk van koning Marc teruggekomen is, het heldenstuk uitvoert om in
+een tweegevecht de reus Morolt te doden, die uit Ierland gekomen was
+om het jaarlikse tribuut voor zijn zwager, de koning van Ierland en
+de Romeinse senaat op te eisen. Hier als ook nog elders is duidelik
+de kroniek van Geoffrey van Monmouth gebruikt en wel naar de Franse
+berijmde bewerking van Wace; het motief is bovendien algemeen genoeg in
+de heldenpoëzie. Het wordt een duel, volgens alle regelen van de kunst
+op een eiland gevochten. De reus wordt door een geweldige slag op zijn
+voorhoofd geveld--een stuk van Tristan's zwaard blijft hem in de schedel
+zitten--maar hij krijgt nog net de gelegenheid zijn overwinnaar een houw
+met een vergiftigd zwaard te geven en er stervend bij te voegen dat
+alleen zijn eigen zuster, koningin Isolde van Ierland, dit genezen kan.
+
+Nu wordt Tristan ernstig ziek,--niemand kan zijn wonden helen, waar
+bovendien een onuitstaanbare stank uit opstijgt,--iets wat Gotfried
+overslaat omdat »zo iets niet goed past in de hoofse toon". Gelijk
+gewonde helden dat in de Keltiese sage dikwels doen, legt hij zich
+op een schip en laat dat maar ergens heendrijven; het komt in Ierland
+terecht. Men ziet hoe weinig doorwerkt de stof is, hij wist n.l. zelf
+dat hij dáár alleen genezing zou vinden. Als degeen die de dood van
+Morolt op zijn geweten heeft, durft hij zich toch niet te kennen te
+geven; hij verkleedt zich nu weer als koopman, of--zoals de ridderlike
+versies 't liever voorstellen--als een harpspeler en komt zo in het
+paleis van de koning waar hij zich Tantris noemt en door de koningin
+verzorgd en genezen wordt. Uit dankbaarheid daarvoor geeft, volgens de
+ridderlike bewerking, Tantris aan 's konings dochter Isolde les in het
+harpspel, in de kunst lais te dichten, in het schrijven en in goede
+manieren (moralitas), zodat haar vader zijn gasten dikwels door zijn
+jonge dochter kon laten bezighouden. Steeds bevreesd dat hij herkend
+zal worden, vertrekt Tristan terstond als hij zich weer beter voelt,
+ofschoon de koningin de wellevende vreemdeling graag nog wat gehouden
+had.
+
+Nu leefde Tristan weer aan het hof van Koning Marc. Maar de baronnen
+die jaloers op Tristan zijn dat hij de troon zou erven, brachten er de
+koning toch nog toe weer een vrouw te zoeken. Alleraardigst is een hier
+ingevoegd sprookjesmotief. Terwijl zij bezig zijn de Koning over te
+halen, fladderen een paar zwaluwen het venster binnen en een daarvan
+laat een goudgeel vrouwenhaar uit zijn bek vallen. De Koning raapt het
+op en zegt dat als hij dan toch trouwen moet, dan wil hij de jonkvrouw
+hebben aan wie dat haar toebehoort. En Tristan neemt op zich de schone
+met het gouden haar voor hem te gaan vinden, die niemand anders blijkt
+dan de prinses van Ierland. Maar de ridderlike bewerkingen verwerpen
+deze trek als een onwaardige uitvinding der speellieden; Tristan zelf
+had bij zijn thuiskomst de schoonheid van de jonge Isolde in zulke hoge
+tonen geprezen en bovendien wensten de baronnen Tristan juist naar
+Ierland te zenden omdat zij wisten dat er daar levensgevaar voor hem
+schuilde.
+
+Zo trekt Tristan daar nu weer heen, te midden van het gevaar. Hij kwam
+op een gunstig oogenblik. Een draak hield juist vreselik op het eiland
+huis, elke dag moest er een jonge maagd aan hem geofferd worden en de
+Koning had laten weten dat hij die de draak wist te dooden, de prinses
+ten huwelik zou krijgen,--een in de Griekse en Germaanse sagenwereld
+zeer bekend motief. Tristan, gelijk gewoonlik als een koopman verkleed,
+trekt er incognito op uit en doodt het monster door een stoot in zijn
+muil--in het hart zegt Gotfried meer in overeenstemming met ridderlike
+opvattingen--snijdt zijn tong uit en steekt die in zijn broekzak--legt
+die op zijn borst, zegt Gotfried, maar--nu trekt het vergif zijn lichaam
+door en niet ver van de draak valt Tristan zelf in zwijm. De Seneskalk
+des konings, een slecht mens, komt langs het lijk van de draak, en
+eigent zich de eer toe die gedood te hebben, rijdt vol triumf naar huis
+en eist Isolde voor zich op. Zij is wanhopend over het vooruitzicht met
+die man te moeten trouwen en zij kan bovendien ook niet geloven dat hij
+zulk een heldendaad heeft kunnen volbrengen en zij gaat met haar moeder
+het gevelde dier bekijken. Daar vinden ze nu de vreemdeling met de tong
+van het ondier; zij nemen hem mee naar huis waar hij verpleegd wordt
+en dan komt hij met zijn trofee voor den dag en bewijst tot groote
+schande van de Seneskalk hoe die ze allen heeft willen bedriegen. Dit
+is duidelik een geheel op zich zelf staande sage die vrij onhandig in
+het gedicht ingevlochten is, het wordt ook in een apart Kelties gedicht
+gevonden over »De held en het hert met de witte poot"; misschien is het
+ook verwant aan de Griekse geschiedenis van Alkatoos, die op die zelfde
+manier zich door de tong van het monster als de geen doet kennen die het
+gedood heeft, inplaats van een ander die hem die eer wil roven. De sage
+is in haar grondtrekken zeer algemeen.
+
+Maar intussen is het opgehelderd wie Tantris is. Eens zit hij naakt
+in het bad en Isolde staat er bij met hem te praten, terwijl zij er
+zich over ergert dat die man, zo schoon als hij is, toch niets dan
+een koopman is. Nu gaat zij naar zijn wapens kijken die daar hangen,
+en ziet het zwaard dat nog de sporen draagt van de houw die Morolt
+er mee gekregen heeft--op eens krijgt zij een ingeving, zij haalt het
+stukje dat in het hoofd van Morolt is blijven zitten en dat zij bewaard
+heeft,--kijk! Dat past presies en op 't zelfde ogenblik wordt het haar
+op eens duidelik dat Tantris natuurlik hetzelfde is als Tristan. En
+zij neemt dadelik het besluit hem, zoals hij daar in het bad zit, te
+doden. Een echt pikante situatie, die de ridderlike versies in detail
+uitwerken: die naakte held geheel in de macht van het jonge meisje.
+Tristan herinnert er haar aan dat hij haar zal moeten helpen, nu de
+Seneskalk beweert de draak gedood te hebben en haar hand eist. De jonge
+maagd voert een innerlike tweestrijd, zij moest de moordenaar van haar
+moeders broeder haten, maar haar »milde wîplichheit" zoals Gotfried
+zegt, waagt het niet toe te slaan. Nu komt de moeder er bij en wordt
+van de zaak op de hoogte gebracht; beiden zijn vol twijfel, als de een
+iets besluit, houdt de ander haar terug, ook Brangien stelt zich op de
+voorgrond en wil als Isolde's »cameriere" ook een duit meê in 't zakje
+doen. Tristan verlaat nu het bad en knielt »voor de schone rij der
+vrouwen", die galant door de Duitser met de zon, de maan en de dageraad
+vergeleken worden. Brangien brengt er het drietal toe elkaar de kus der
+verzoening te geven,--het maakt vooral indruk als Tristan mededeelt dat
+het uit naam van de Koning van Cornwall is dat hij om de hand van Isolde
+komt vragen.
+
+Isoldes vader gaat op dat huwelik in en met grote pracht en praal wordt
+de prinses, door Brangien begeleid, met Tristan over de zee gezonden. Er
+is tot nu toe geen sprake van liefde tussen die twee, wel zegt Gotfried
+iets van tedere gevoelens tussen hen, maar het wordt toch nog als iets
+dat van zelf spreekt beschouwd, dat Isolde met vreugde de Koningin van
+Koning Marc zal worden. In de voorgeschiedenis zijn er sprookjesmotieven
+en reminiscenties van allerlei heldensagen. De eigelike handeling begint
+pas waar Tristan en Isolde uit Ierland vertrekken, nadat Tristan voor
+zijn oom de hand van de Ierse koningsdochter gevraagd heeft.
+
+Isoldes moeder heeft Brangien een minnedrank meegegeven die zij
+de jonggehuwden de avond van het huwelik moet doen drinken om
+hun huweliksgeluk te bezegelen. Van zulke minnedrankjes vertelde
+Ovidius,--Circe zowel als Medea hadden die gebrouwen. En nu heeft de
+tragiese vergissing plaats. Isolde heeft heimwee en is bedroefd. Tristan
+komt haar dikwels gezelschap houden en troosten. Eens wanneer het schip
+door windstilte genoodzaakt is geworden een haven binnen te lopen en de
+meesten aan land zijn gegaan, wil een van Isoldes maagden hun een glas
+wijn inschenken om bij de hitte hun dorst te laven. »Doch neen! het was
+geen wijn, ofschoon het dit wel scheen. Het was de eeuw'ge smarte, de
+eindeloze hartenood, en beiden bracht die ook de dood", barst Gotfried
+uit. Te laat ontdekt Brangien wat er gebeurd is. »Die drank die wordt
+beider dood." En inderdaad blijkt nu ook al ras dat »der Welt Unmusze",
+de grote onruststichter der wereld, hun beider gemoed is binnen
+gedrongen. Gotfried laat ze eerst nog wat tegenstribbelen maar »de ogen
+en de harten naderen elkaar steelsgewijze,"--de liefde--die »kleurster"
+maakt ze beiden dan rood, dan bleek. Zij is het die per slot van
+rekening het initiatief neemt, maar echt op de manier van jonge meisjes,
+met allerlei omwegen: levensmoede gaat zij tegen hem aan leunen en laat
+haar hoofd op zijn borst nederzinken, zodat hij haar met zijn arm omvat.
+»Wat scheelt er aan?" vraagt hij. »»L'amer" is het dat mij wee doet"; en
+nu spekuleert hij er over welke drie betekenissen dat woord hebben kan.
+Bedoelt zij »de zee"? Is het »de bittere" wind? vraagt hij daarna, maar
+zij is het die de derde betekenis noemen moet:--het is »de liefde".
+»Mijn beminde, zo is het ook mij gegaan," zegt hij dan. Het is zeker
+een vrij oud spel over die woorden, waarschijnlik al uit 't Latijn. En
+dan wordt Tristan--gelijk Gotfried het zoet-sentimenteel beschrijft,
+in de trant van »Daphnis en Chloë"--door de geneesheer Liefde naar de
+legerstede van Isolde geleid en biedt Amor hun elkaar aan als medicijn
+voor hun ziekte.
+
+En hier is het punt waar alles om draait. Een gewone vergissing, iets
+wat niemand gewild heeft, brengt de hele tragedie aan de gang. Iets
+dergeliks hoorde in de grote Heldenepiek niet thuis, noch in de Ilias,
+noch in de Völsungensage, noch in de Chanson de Roland; dit is een
+roman-truc,--vooral in de Grieks-Oosterse romans is het prototype van
+dergelike vergissingen door drankjes te vinden. Zulk een toeval kan
+niet als de hoogste tragiek werken, een die met noodzakelikheid uit de
+oorzakelike samenhang voortgekomen werkt, integendeel komt er zo iets in
+de eigelike zin van het woord pikants in ons gevoel van verdriet, omdat
+we voortdurend voelen dat het ongeluk per slot van rekening even goed
+niet had kunnen gebeuren en hoe onzinnig het eigelik is en hoe het
+zonder enige reden op de slachtoffers neer is gekomen. Maar voor het
+middeleeuws bewustzijn is zulk een toeval géén toeval, maar het mystieke
+noodlot. En juist daarom, omdat het geheel niets anders dan toeval is,
+valt er iets plechtigs, bijna iets heiligs over de liefde en de dood
+van Tristan en Isolde, het zijn geen menselike grillen of invallende
+gedachten die de verschillende personen in elkaars armen werpen of in
+het ongeluk voeren, maar mystieke machten in wier hand de wil slechts
+was is. Die tweezijdige houding tegenover de geschiedenis van Tristan
+en Isolde kan men in de Middeleeuwen overal opmerken. Voor Berol is het
+niets anders dan een gewoon tover-toeval; voor hem duurt de werking
+er van dan ook maar een bepaald aantal jaren. En tegenover zulk een
+opvatting komen de erotici van professie met een protest in de echte
+stijl der troubadours, dat men zo iets liefde zou durven noemen. In
+tegenstelling met de klassieken die de liefde als een soort ziekte
+beschouwden, een noodlot dat de mensen overvalt, leerden namelik de
+troubadours dat de liefde een vrijwillige kultus van de vrouw is, een
+uiting van een moreel willen en dus een deugd, een verdienste, en meer
+dan één ridderlik dichter legt er dan ook, zoals wij zien zullen, de
+nadruk op, dat hun paar geliefden zich niet door een minnedrankje de
+liefde aangedronken heeft, maar dat die het gevolg is van hun vrije
+neiging. Velen hunner staat echter vaag een zekere opvatting voor de
+geest, volgens welke die liefdedrank alleen maar een simbool is van de
+natuurmacht der liefde,--zo, vrij zeker, voor Thomas en Gotfried voor
+wie de werking ervan ook niet tot een bepaalde tijd beperkt is. Wanneer
+het naïeve bewustzijn de plotseling opkomende liefde en de omstandigheid
+dat er geen ontkomen aan is, verklaren kan als de werking van runen,
+of andere tovermiddelen of als die van een pijl door een godheid
+afgeschoten, dan moest dit alles voor het meer ontwikkelde bewustzijn
+eenvoudig tot poëtiese uitdrukkingen worden van een natuurmacht die,
+zich boven verstand en wil verheffend, zich door de liefde openbaart
+en juist daardoor dat gevoel boven wet en recht stelde. Deze opvatting
+schemert al in de minnepoëzie der ridderromantiek door en die ligt ten
+allen tijde aan de romantiek ten grondslag; de burgerlike samenleving en
+de kristelike moraal hebben ook voortdurend tegen die gevaarlike teoriën
+moeten kampen.
+
+Nu nadert het schip juist deze burgerlike samenleving, gelijk Isolde
+haar bruiloft. Zij is ongerust omdat zij niet als maagd het bruidsbed
+kan bestijgen en daarom haalt zij er haar camerière toe over haar eigen
+plaats in de huweliksnacht in te nemen,--een onderschuiving die in vele
+verhalen, o. a. in meer dan een Deens volkslied, voorkomt. Heel naïef
+krijgen de lezers te horen hoe de koning ietwat onder de invloed van de
+wijn is en hoe Tristan terstond de kaarsen uitblaast. Maar wanneer het
+paar zo van de diensten van Brangien geprofiteerd heeft, vinden ze het
+toch onaangenaam dat zij in hun geheim ingewijd is, en ruw en gevoelloos
+wordt verhaald van de voorbereiding die Isolde treft om de trouwe
+dienares kwijt te raken. Zij zendt haar het bos in met moordenaars
+die haar moeten ombrengen. Maar die volbrengen het stuk niet. Brangien
+brengt hun n.l. in 't bos aan het verstand dat haar hele misdaad daarin
+bestond dat zij haar meesteres haar eigen bruidslinnen heeft laten
+gebruiken, wijl dat van de hoge vrouw gekreukeld was; de moordenaars
+keren terug en laten de koningin een hindetong zien voor die van het
+meisje en vertellen haar ook wat die in het bos gezegd heeft. Die fijne
+beeldspraak die zo heel Oosters-bijbels klinkt, doet Isolde zo aan dat
+zij hevig berouw begint te gevoelen en de moordenaars bekennen nu de
+waarheid. Brangien wordt teruggeroepen en is van nu af de vertrouwde en
+de hulp der gelieven.
+
+Die nemen namelik kalm hun maatregelen om hun relaties achter de rug
+van haar man en zijn oom voort te zetten. En van nu af begint er een
+voortdurende kamp. De twee gelieven kunnen niet zonder elkaar leven, zij
+proberen dit ook in 't geheel niet; maar Tristan heeft vijanden aan het
+hof--vooral is er daar een kwaadaardige dwerg zoals de Keltiese sage die
+kent--die de verhouding ontdekken, die aan de goede koning verklikken
+en de geliefden in de val trachten te lokken, die zij lang weten te
+vermijden--Brangien staat tegenover de dwerg aan hun zijde--maar waar
+zij eindelik eens invliegen; dan wordt Tristan verbannen maar hij
+weet de zaak toch gaande te houden en wordt spoedig weer in genade
+aangenomen. Oorspronkelik zal de hele geschiedenis,--er werd al op
+gezinspeeld--door de sage volstrekt niet zo sentimenteel-tragies opgevat
+zijn, de grote virtuositeit van de slimme held bestaat juist daarin dat
+hij zulke stukjes klaar weet te spelen en het slachtoffer nog een lange
+neus op de koop toe weet te bezorgen, en wat de echtbreuk in het geval
+betreft, over deze »komedie" heeft de volksfantasie altijd de nodige
+anekdoten te vertellen gehad; vooral de Galliese humor heeft voor
+dat tema altijd grote voorliefde aan den dag gelegd. Het enige wat de
+Tristan-roman met de krasse verhalen over de bedrogen echtgenoot wist te
+doen, was ze in een sentimenteel licht te stellen, wat gelijk wij zagen
+ook de grote kunst van Marie de France was. De minnedrank komt dan ook
+goed te pas om de onschuldige gelieven in een beter daglicht te stellen;
+zij weten beiden dat zij geen verantwoording voor 't gebeurde hebben,
+en dat hun alles toegestaan is--en dat voelt de lezer ook. Maar hun
+liefde staat ook daardoor hoger dan de grove komiek der fabliaux doordat
+de echtgenoot niet opgeofferd wordt. In de sage zal deze koning der
+ezelsoren niet anders dan de goedgelovige nar geweest zijn, lichtgelovig
+tegenover Isolde en die zich ook even licht door de verklikkers laat
+ophitsen. Bij Berol verwijt koning Artus hem ook dat hij wispelturig
+is en veel te gauw toegeeft. Maar niet alleen de dichters, ook zij die
+hem bedriegen erkennen dat hij welwillend is en toegevend, en groot is
+de sympathie van allen voor de »einvalt" en »wegelôse" koning, zoals
+Gotfried hem noemt. »Slechts zijn grote liefde voor u," zegt Brangien
+eens tegen haar meesteres, »maakte hem zo toegeeflik voor u, maar gij
+beloont hem slecht."
+
+In talrijke episoden krijgen wij het spel en het tegenspel te zien. De
+koning heeft Tristan van het hof verbannen en de geliefden versmachten
+van verdriet, nu zij van elkaar gescheiden zijn. Edoch, Tristan weet
+raad. Er stroomt een rivier langs--of oorspronkelik door--het vertrek
+van Isolde (zo eigenaardig en primitief was het Keltiese huis van bouw)
+en door middel van zaagsel dat tekens vormt en de rivier afdrijft, laat
+hij haar weten hoe zij elkaar zullen vinden,--een list die reeds in een
+oude Ierse sage voorkomt.
+
+De dwerg is te weten gekomen dat zij elkaar 's nachts bij maneschijn aan
+de oever van een meertje in het bos zullen ontmoeten. Koning Marc is met
+een pijl en boog gewapend in een boom geklommen daar dicht bij om ze te
+beloeren,--in de oorspronkelike versies van de sage vindt men, naar het
+schijnt, nog geen lans of paard. Tristan komt eerst en ziet de schaduw
+van de koning in het water. Hij staat als op gloeiende kolen en durft
+niets te laten merken, maar is vol angst hoe alles aflopen zal wanneer
+Isolde ook komt. Maar, ook zij ziet de schaduw en nu beginnen ze door
+een gelukkige inval van beide kanten, en tot stichting van de koning in
+de boom, een aandoenlik gesprek over de laster waaraan hun onschuldige
+vriendschap blootstaat en Tristan smeekt de koningin zijn voorspraak
+bij de koning te willen zijn--vooral over een som gelds om zijn harnas
+terug te krijgen dat hij heeft moeten verpanden--; maar zij zegt dat
+zij dit niet durft,--zo alleen en vreemd als zij zich aan het hof voelt.
+De echtgenoot wordt zo aangedaan dat hij, zoals hij naderhand vertelt,
+bijna uit de boom was gevallen. De volgende dag neemt hij Isolde in
+verhoor en na een kleine komedie, waar zij prachtig toneel speelt, wordt
+zijn neef weer in genade aangenomen. Maar Brangien moraliseert over het
+mirakel dat God voor hen gedaan heeft--op een manier waarvan men eigelik
+niet weet of het Godsbespotting of naïef laks kristendom is--hij is een
+goed vader die geen hart heeft hen kwaad te doen die »buen et loyal"
+zijn.
+
+Een ander maal heeft een dwerg meel tussen de bedden gestrooid; de
+koning, Isolde en Tristan slapen n.l. in hetzelfde vertrek en er wordt
+vermoed dat Tristan 's morgens het bed van Isolde bezoekt wanneer de
+koning vroeg opgestaan en uitgegaan is. Maar de gelieven hebben dat meel
+gezien en met een enorme sprong weet Tristan direkt uit zijn bed in dat
+van Isolde te komen. Maar ongelukkig was hij kort te voren door een wild
+zwijn gewond (volgens de meer ridderlike versie heeft hij zich juist
+adergelaten) en nu springt de wond open en komt er bloed op het laken
+van Isolde en zo wordt alles toch ontdekt, ofschoon hij heel onschuldig
+in zijn eigen bed ligt te snurken wanneer er anderen binnen komen. »Ach,
+God, welk een smart," roept de dichter uit--»dat de koningin de lakens
+niet weggedaan had."
+
+Isolde moet nu een eed afleggen om door een godsgericht haar onschuld
+te bewijzen. Ten einde op de plaats des gerechts te komen, moet zij
+met haar gevolg een rivier over. Aan de oever staat een schurftige
+bedelaar en wanneer de koningin nu landen zal, vraagt hij haar uit de
+boot te mogen dragen. Zij omvat hem nu met haar armen en benen want
+zij heeft dadelik Tristan herkend; hij had haar ook laten weten dat
+zij maar goeden moed zou houden. En wanneer zij nu aankomt, kan zij
+kalm de eed afleggen dat zij nooit een andere man dan de koning haar
+Heer en Meester in haar armen heeft gehad en,--ja, dan ook nog die
+schurftachtige bedelaar van daar straks,--en doorstaat zij met glans de
+ijzerproef.--Reeds in de oude Indiese vertellingen en later in Griekse
+romans hadden loze geliefden dergelijke dubbelzinnige eden afgelegd.
+Daar ziet men alweer, roept naar aanleiding hiervan de antiklerikaal
+Gotfried tot de geestelikheid met haar »vrome bedriegerijen",--daar ziet
+men alweer dat Kristus zich tot alles leent, hij is als een mouw die men
+kan draaien en wenden, presies zo als men wil, evengoed tot bedrog als
+tot waarheid!
+
+Maar,--de koning kan, niettegenstaande dit alles toch niet blind blijven
+voor wat er tussen die twee gebeurt. Hij ziet het, zo als Gotfried het
+sentimenteel uitdrukt, aan hun blikken, hun groeten, hun handen die zij
+zo dikwijls tegen het hart drukken. Weer volgt er een breuk en wordt het
+paar veroordeeld. Bij Berol geschiedt dit op zeer ruwe manier. Tristan
+wordt naar de brandstapel geleid, maar als hij onderweg permissie heeft
+gekregen om een kleine kapel in te gaan om te bidden, weet hij met een
+koene sprong het raam uit te springen naar een steile rots en zich zo
+te redden, Isolde zal ook verbrand worden, maar op weg komt de stoet
+een troep melaatsen voorbij en hun geleider stelt de koning voor de
+zondares aan hen over te leveren. De melaatsen die in de middeleeuwen
+in voortdurende vleselike lust bleken te leven, konden haar nu allen
+bezitten en dat zou nog de beste spot voor zulk een verwende prinses
+zijn. Zonder zich een ogenblik te bedenken levert de koning haar uit en
+trots trekken zij met de wenende verder. Maar uit een hinderlaag komt
+Tristan op eens te voorschijn en verdrijft de schare; Berol, dichter van
+de beginnende ridderlikheid als hij is, zegt dat Tristan zich volstrekt
+niet verwaardigde zijn zwaard te trekken, zoals vroegere dichters hebben
+beweerd, zijn getrouwe vriend en makker ranselde er met een knuppel op
+los en dat was genoeg. Dan trekt hij met zijn geredde geliefde het bos
+in.
+
+Thomas laat dit alles weg; alleen doet de koning beiden in de ban,
+Tristan voorziet zich alleen maar van wat geld; neemt zijn harp, zijn
+hoorn, zijn degen en zijn hond mede en vol verrukking gaan de twee
+gelieven zonder enig protest, hand in hand op weg.
+
+Het bos is altijd het toevluchtsoord voor alle vogelvrij verklaarden
+geweest;--in Engelse liederen van Robin Hood als in de IJslandse
+ballingsschapsverhalen. Even als daarin wordt ook in »Tristan en Isolde"
+de vrijheidsromantiek in het Robinson-achtige natuurleven in het diepe
+bos gepoëtiseerd. De geliefden bouwen zich nu een verborgen loofhut,
+vertelt Berol, en Tristan gaat op jacht na zijn hond zo gedresseerd
+te hebben dat die het wild grijpt zonder te blaffen; hij kan ook al de
+vogelgeluiden na doen zodat die zich om hem verzamelen. Liefde tot de
+dieren komt hier, evenals bij Marie de France, sterk op de voorgrond als
+een schakel in de keten der ontwikkeling van de sentimentaliteit en het
+natuurgevoel. Bij Gotfried, misschien reeds bij Thomas--komt zelfs het
+Rousseau-achtige dwepen met de natuur van de hoveling hier en daar te
+voorschijn. De twee geliefden leven alleen van hun liefde, dat is de
+enige spijs en drank waar ze iets om geven, hun hof is de linde, de
+weide en het gezang der nachtegalen. Wat niet weg neemt dat Berol ze,
+eigelik heel gek, een prachtige »liefdegrot" in het diepst van het woud
+in laat richten, en hij zich geen moeite spaart om de marmeren muren, de
+glans der edelstenen en het bed van kristal te schilderen--alles in de
+trant van de »Chambre de beauté" der Trojaromans--maar hij legt er een
+diepe allegoriese betekenis in en vertelt vol aandoening dat hij zelf
+dikwels in zulk een liefdegrot geweest is, ofschoon hij nooit Cornwall
+bezocht heeft,--hij was dikwels op jacht gegaan maar dan, zonder enig
+wild te vangen, altijd in die grot terecht gekomen. Des morgens, vertelt
+hij nu verder, wandelde het paar wat rond, of zat naar het kabbelende
+beekje te luisteren en volgde de golfjes met hun ogen. Wanneer de zon
+hoger aan de horizont kwam, gingen zij onder de lindenboom zitten die
+bij hun grot groeide, en dan suisde de wind koel door het schaduwrijke
+loof, terwijl zij elkaar droeve liefde-verhalen deden uit Ovidius. Ook
+vermaakten zij zich met te spelen en op de jacht te gaan. Zo gingen
+ze eens op een morgen hand in hand op weg; alle vogelen in het bos
+begroetten hen met hun kunstigste trillers, lachend keken de bloemen hun
+in 't gezicht, de dauw fonkelde in het morgenlicht en koelde hun voeten.
+Het was alsof de gehele natuur ze vaarwel wilde zeggen. Zij zijn n.l. in
+een onrustige stemming; de vorige dag hebben ze hondengeblaf gehoord en
+ze zijn bang dat de koning in de buurt op jacht is.
+
+En zo is het,--de koning jaagt; hij wil proberen de zwaarmoedigheid te
+verdrijven die op hem rust sedert zijn vrouw hem verlaten heeft, die hij
+nog steeds lief heeft. En in de namiddag, wanneer de gelieven in hun
+woning liggen te slapen, komt een der jagers daar toevallig voorbij,
+kijkt door een reet en ziet ze liggen... dadelik haalt hij de koning,
+die aan komt sluipen om de schuldigen te doden. Maar gelukkig liggen
+ze daar, geheel gekleed, met het blote zwaard tussen hen in, als de
+gepersonifieerde onschuld. Geen luchtje roert zich, geen blaadje beeft,
+door het bladerdak dringt een zonnestraal en verguldt het aangezicht
+van Isolde, »zo slapen de twee gelieven, die denken aan geen kwaad, zij
+hebben niemand dan zich zelf hier in 't land." Het getrokken zwaard
+tussen de gelieven,--dat is het overoude teken van onschuld, dat men
+reeds in »Amis en Amiles" vindt, zowel als in de »Völsungensage", maar
+hier is het òf een bloot toeval dat ze zo liggen, òf een list, omdat zij
+wel vermoeden dat de koning op jacht is. En de brave koning loopt er dan
+ook in! Reeds heeft hij zijn zwaard opgeheven, maar ontroerd laat hij
+het vallen, vol liefde blijft hij zijn schone Isolde weer aan staren;
+hij besluit zich weer even ongemerkt te verwijderen, maar hij wil ze een
+teken achterlaten dat hij er geweest is en hun geen kwaad wenst,--even
+als David wanneer hij Saul in 't hol heeft gevonden. Hij ziet hoe haar
+teêre huid door de zon gekleurd wordt en trekt een van zijn handschoenen
+uit die hij voor haar gelaat hangt; ook neemt hij een van haar ringen
+weg,--ach! haar vingers zijn zo mager geworden dat dit gemakkelik genoeg
+gaat--en doet een der zijnen daarvoor in de plaats aan haar vinger;
+ook wisselt hij zwaarden. Een dergelike geschiedenis van een goedige
+echtgenoot vindt men in de oude troubadour-biografieën en is ook in de
+moderne literatuur te vinden.
+
+Maar nu houdt de werking van de liefdedrank op; de drie jaar gedurende
+welke die volgens Berol werken zou, zijn verlopen. Op een dag dat
+Tristan op jacht is, begint het hem te vervelen dat hij niets te doen
+heeft en geen heldendaden meer verricht. En Isolde krijgt nu berouw
+dat zij haar koninklike waardigheid en het rijke hofleven voor al deze
+ellende heeft laten varen en zij zijn het er over eens dat zij hebben
+»male usé notre jovente". Nu zoeken zij een eremiet in de buurt op die
+reeds te voren getracht had op hun gemoed te werken,--zij beriepen zich
+toen op die minnedrank--ook nu nog verklaart Isolde dat zij geen berouw
+heeft, maar dat zij toch bereid zijn elkaar te verlaten. En de eremiet
+staat dadelik met een zeer ruim biechtvader-geweten paraat. God vergeeft
+alles zegt hij, hoe erg 't ook is, en luister nu eens, koningin, om
+de zonde te bedekken en de schande weg te nemen is een klein beetje
+»bel mentir" nu niet altijd zo heel verkeerd. En door zijn raad en
+medewerking wordt de zaak al heel spoedig zo geschikt dat Isolde weer
+tot haar vroegere eer en waardigheid komt, als zij verzekert dat er
+nooit iets anders dan gepaste vriendschapsgevoelens tussen hen beiden
+geweest zijn; maar Tristan moet het hof verlaten en ten strijde trekken.
+De Koning wil hem geld medegeven, maar dat weigert hij en na afscheid
+van Isolde genomen te hebben, trekt hij trots op weg; zolang Isolde hem
+kan zien, wendt zij het oog niet van hem af en zij heeft hem beloofd
+dat, zodra hij om haar zendt, muur noch toren haar terug zal houden.
+
+Anders loopt het in de ridderlike versies, waar de werking van de
+minnedrank niet aan een bepaalde tijd gebonden is. Nog eenmaal worden de
+geliefden in genade aangenomen; fijn verklaart Gotfried hoe de Koning,
+door zijn eigen begeerte verblind, »weet en toch niet weten wil" wat er
+steeds tussen hen is; op die manier, vervolgt hij met een vrij slappe
+moraal, is het 's Konings eigen schuld dat het gaat zo als het gaat;
+bedriegen doen ze hem eigelik niet, zo open als alles in 't werk gaat.
+Maar eindelik vindt men ze eens op een warme zomermiddag in de tuin in
+een situatie, die geen de minste twijfel meer over laten kán en nu moet
+Tristan definitief weg. »Nos cors partir or convient,--mais l'amor ne
+partira nient," zeggen zij tot elkaar.
+
+Tristan gaat nu naar Bretagne--het is steeds in het »Keltiese hoekje"
+dat die historie zich beweegt: Wales, Cornwall, Ierland en Bretagne, met
+de golven van de Atlantiese zee als brug tussen dit alles--; en hier is
+het nu dat Tristan een andere Isolde huwt,--Iseut aux blanches mains.
+Hij wordt n.l. bevriend met Kaherdin, de zoon van de hertog, en spreekt
+dikwels diens zuster naar wier vertrek Kaherdin hem placht te brengen.
+Haar naam ontroert hem sterk, hij maakt haar 't hof en dicht op haar:
+»Isot ma drue, Isot ma mie--en vus ma mort, en vus ma vie"; hij denkt
+aan zijn eigen Isolde, maar zij denkt aan hem; »die arme vrouw"
+meent dat zij bemind wordt, wat Gotfried zeer gevoelvol schildert
+en veroorlooft zichzelf al meer en meer toenaderingen, en Tristan is
+eerst op haar gesteld omdat zij nieuw voedsel aan zijn weemoed geeft,
+maar ten slotte vindt hij troost en vergetelheid bij haar.--Of deze
+tweezijdige verbinding een overblijfsel is van een zonnemyte laat zich
+niet uitmaken; in »Eliduc" zien wij de held evenzo tussen twee vrouwen
+verdeeld; de een in Engeland, de ander in Bretagne en ook daar waren hun
+namen ongeveer dezelfde. In elk geval is het een verfijnd sentimenteel
+onderwerp en in de ridderlike versie van Thomas licht Tristan zijn
+zielestrijd in lange monologen toe, in de trant van die in de roman van
+Troje; maar het is een zeer origineel stuk psychologie, naïef-ruw niet
+alleen, maar smachtend als 't in zijn ongemengde oprechtheid is.
+
+Isolde--zegt Tristan zich zelf--kan nu toch zeker niet meer zo naar
+mij verlangen; nu heeft zij immers haar man met wie zij de liefde leert
+kennen. Tot andere gedachten is zij zeker niet gekomen, dan zou ik 't
+wel gevoeld hebben, evenals zij 't gevoeld zou hebben als dit met mij
+'t geval was.--Hier hebben wij het geloof in een wisselwerking uit de
+verte tussen verwante zielen (dat reeds in de naïeve verhalen uit de
+volkssagen bekend is) hoe de thuisgeblevenen aan een achtergelaten
+haarlok of kleed kunnen zien hoe het de ander gaat;--een motief dat zeer
+vaak in de liefderomans opgenomen wordt als een soort mise-en-scène van
+de steeds zeer voorkomende bewering van de lyriese dichter dat hij met
+zijn geliefde »van hart verruild" heeft.--Maar,--gaat Tristan tegen zich
+zelf door--dàt zij bezig is van mij af te gaan, is zeker, anders zou zij
+wel om mij gezonden hebben. Als zij nu elke nacht door haar man omhelsd
+wordt, zal zij mij niet langer missen, en moet ze er langzamerhand toe
+komen hem lief te hebben. Ik wil dan ook maar trouwen en zien of ik bij
+die andere mijn lust kan vinden zonder haar werkelik lief te hebben. In
+een dergelijke wraak, merkt de schrijver hierbij op, zit eigelik liefde
+zo wel als toorn, hij doet wat hij eigelik niet wilde!
+
+En zo huwt hij dan Isolde Withand,--maar als 't er op aan komt, kan
+hij het niet over zich verkrijgen bij haar te gaan. De gedachte aan
+zijn ware Isolde houdt hem terug en hij vindt er een geraffineerde
+zelfplagerij in, getrouwd te zijn en zich toch te onthouden. Hij
+verlangde steeds naar Cornwall en daarginds verlangde Isolde niet
+minder. Zij zit daar »lais" te zingen, en op haar harp te spelen; »zoet
+zingt de vrouwe, en de stem voegt zich naar het snarenspel, schoon zijn
+haar handen, haar lied is lief, zoet is haar stem en de tonen zacht." Er
+stijgt een wonderlik weemoedige stemming uit die fraaie verzen op: »La
+dame chante dulcement,--la voiz accord a l'estrument,--les mains sunt
+beles, li lais bons,--dulce la voiz et bas li tons." Eens krijgt zij een
+hond van haar vriend ten geschenke, met bellen om zijn nek; die heeft
+een vorst hem geschonken en wanneer die bellen weerklinken, vergeet men
+zijn verdriet, daarom zendt Tristan die aan zijn vriendin, opdat zij
+hem niet zal missen. Isolde is heel blij met haar hond, maar--als zij
+merkt dat zij door het gerinkel der bellen haar vriend vergeet, neemt
+zij haar hond de halsband af en werpt die in het water: zij wenst geen
+troost terwijl hij lijdt. Zulke vergetelheidbrengende feeëngaven waren
+blijkbaar een oud dichtermotief, maar de asceties sentimentele draai er
+aan is zeker aan de roman te danken. In Bretagne heeft Tristan ergens
+in 't woud een geheime grot die hij door grote meesters in de kunst van
+vergulde beelden van Isolde en Brangien heeft laten voorzien; dat zijn
+van die mekaniese kunstwerken als in de Troja-romans, die verspreiden
+heerlike geuren en daar gaat Tristan dikwels heen om het beeld van zijn
+geliefde te omhelzen en harer te gedenken. Dergelijke ietwat ongure
+geschiedenissen van vrouwenstandbeelden die mannen als levende vrouwen
+omhelzen, zijn uit de latere klassieke schrijvers in de Graalroman en de
+kronieken overgegaan en wijzen misschien op een zeker ruw volksgeloof
+met betrekking tot naakte antieke vrouwenbeelden.
+
+Isolde Withand droeg haar jonkvrouwelike stand in het huwelik met
+berusting. Slechts door een toeval komt zij er toe haar broeder op de
+hoogte te brengen, waarbij de schrijver een motief uit een oud-Ierse
+sage gebruikt. Nu heeft Kaherdin een verklaring met Tristan, die zich
+voor zijn verdediging op de omstandigheid beroept dat hij een vriendin
+heeft die zo schoon is dat zelfs haar cameriere nog de zuster van
+Kaherdin overtreft,--bijna presies hetzelfde wat Lanval in de »lai"
+van Marie de France te zijner verdediging aanvoerde toen men hem zijn
+onverschilligheid voor vrouwen verweet. Maar dat gelooft Kaherdin niet
+voor hij 't ziet! En zo trekt hij met Tristan op naar Cornwall, waar
+deze laatste weer Isolde in 't geheim ontmoet, terwijl Kaherdin en
+Brangien weldra het tweede paar vormen. Dergelike verhalen komen er meer
+voor in de roman; veel van wat in deze motieven in de heldendichten
+en de vroegere litteratuur in 't algemeen voorkwam, van Renaud de
+Montauban, Grettir uit de IJslandse verhalen, Robin Hood en andere
+bannelingen die in 't geheim hun land bezoeken, wordt nu weder op
+Tristan overgedragen. Eens staat hij in haar tuin en bootst de klagende
+tonen van de nachtegaal na, zo zoet »dat er geen hart is, zelfs niet
+dat van een moordenaar, dat er niet door vermurwd wordt", en zij hoort
+dadelik dat het haar vriend is. Een volgende keer komt hij, alsof hij
+een krankzinnige was, met het sap van allerlei wortels besmeerd, een
+knuppel in zijn hand en als een wildeman gekleed, in de grote zaal van
+koning Marc, waar hij in bedekte woorden maar alsof het die van een
+krankzinnige waren, er vermaak in schept, de koning van zijn liefde en
+die van de koningin te vertellen. »Geef mij uw koningin," zegt hij, »ik
+zal haar naar een kristallen paleis boven de wolken brengen, waar de zon
+doorheen schijnt, waar de wind niet bij kan komen, naar dat slot zal ik
+mijn geliefde brengen", en hij herinnert de koningin aan de geschiedenis
+van de draak, aan de beker waar zij beiden uit gedronken hebben... de
+koningin raakt helemaal in de war en begrijpt er niets van. Zij vlucht
+naar haar kamer, de »krankzinnige" weet daar ook zijn weg heen te
+vinden; daar wil hij haar omhelzen, zeggend dat hij haar eigen Tristan
+is,--maar zij deinst terug, in die vreemde kleedij en met zijn valse
+stem kan zij hem niet herkennen. Nu spreekt hij haar van nog meer, waar
+alleen zij beiden van af weten, uit hun samenleven in het bos, en vraagt
+dan zijn oude trouwe hond te zien. En die alleen herkent dadelik zijn
+meester, trekt zijn touw stuk, likt hem en blaft... iets wat weer aan
+de hond van Odysseus herinnert waar die terug komt... Nog veel meer
+sentimentele episoden komen in de latere prozaroman de verlangens en
+de smart der twee gescheiden gelieven schilderen. Daar wordt Tristan
+bovendien nog door jaloesie geplaagd, omdat hij meent ontdekt te hebben
+dat zijn Isolde nu Kaherdin, zijn zwager uit Bretagne liefheeft, nu is
+het geen aanstellerij, maar wordt hij echt krankzinnig van verdriet, en
+gaat in het bos bij een beek zitten wenen en zijn zwanenzang dichten.
+Nu wil Isolde zich op haar beurt van 't leven beroven, evenals Dido;
+opgeschikt als op haar kroningsdag sluipt zij de tuin in om »in
+schoonheid te sterven" op die heerlike zomerdag. Zij staat reeds wenend
+gereed om in het zwaard van Tristan te vallen dat zij tegen een boom aan
+heeft gezet, wanneer de koning, die haar gangen na heeft laten gaan,
+aankomt en haar plannen verijdelt...
+
+Tenslotte wordt Tristan in Bretagne door een vergiftigd zwaard gewond:
+kruiden helpen niet meer en hij roept Kaherdin bij zich en smeekt hem
+Isolde aan haar belofte te willen gaan herinneren en dat het nu tijd
+is te komen. Hij kan haar maar 40 dagen tijd geven, daarna zal zij
+hem slechts als lijk vinden. En evenals een vergiftigde wonde eens de
+aanleiding was dat hij hulp zocht bij de koningin van Ierland Isolde,
+zo kan hij nu alleen maar redding vinden bij de dochter Isolde. Wanneer
+zij mee terugkomt zullen zij witte zeilen heisen, anders zwarte. Maar
+aan Isolde Withand mag alleen slechts gezegd worden dat het een ervaren
+vrouwelik geneeskundige is die ze halen. Ongelukkig heeft de echtgenote
+buiten gestaan en alles gehoord: »al te gruwelik zal zij zich wreken op
+hem die zij boven alles lief heeft". Maar zij doet alsof zij niets weet
+en blijft zeer vriendelik.
+
+Tristan ligt te verlangen,--laat zijn bed naar 't strand brengen en
+»houdt er alleen het leven nog maar in" om zijn geliefde terug te zien.
+Zij is dadelik op reis gegaan en is dan ook al dicht bij de kust van
+Bretagne. Maar er steekt een storm op, het schip dreigt te vergaan.
+Als zij nu haar vriend nog maar weergezien had, klaagt Isolde, zou zij
+gaarne sterven. Maar zo is de liefde, dat niemand van ons smart kan
+voelen of sterven zonder dat het de ander ook zo gaat. Als wij maar in
+elkaars armen konden sterven, in één kist neergelegd worden. Ofschoon,
+als ik nu hier in zee verdrink, zal Tristan zeker ook op zee sterven
+(steeds weer die gedachte aan hetzelfde lot voor de verwante zielen)
+en wie weet of dan niet een vis ons beiden verslindt en misschien
+vangt iemand dan die vis en herkent die onze lichamen en begraaft ons
+te samen!... Maar wat praat ik... als God ons nu maar te samen bracht,
+zodat ik hem òf genezen kon òf dat wij te samen in dezelfde doodsangst
+konden sterven.
+
+Ondertussen ligt Tristan aan wal zich in ellende en verlangen op zijn
+sponde te wenden en te keren; het loopt op het uiterste. Listig komt
+nu zijn vrouw hem vertellen dat het schip in 't gezicht is,--wat ook
+werkelik waar is. Is het wel zeker, vraagt Tristan met ingehouden adem,
+en welke kleuren hebben de zeilen? »Helemaal zwart". Nooit had Tristan
+groter smart gevoeld, hij keerde zich af; Isolde had dus niet willen
+komen. Drie maal fluisterde hij zuchtend haar naam en toen stierf
+hij.--Zonder twijfel zijn het de zwart en witte zeilen van de Griekse
+Theseus-sage die men hier terug vindt, ook zeker wel een andere antieke
+mythe,--van Paris die vóór Helena, de geneeskundige nymph Oenone bemind
+had en dodelik gewond bij haar om hulp komt vragen. En evenals het een
+»toevallige" vergissing is welke die twee in liefde samen bracht, zo is
+ook het slot van de tragedie het gevolg van een »toevallige" vergissing.
+Want dat het uit jaloesie zou zijn dat Isolde Withand zwart in plaats
+van wit zegt, is blijkbaar slechts een latere, ridderlik, sentimentele
+motivering; in de primitiefste vorm van het gedicht is het slechts de
+gril van een vrouw om iets anders dan anders te zeggen.
+
+Juist in die versie van Eilhart, is het slot ook het eenvoudigst en het
+schoonst. Wanneer Isolde nu aan land komt en de klachten over de dood
+van Tristan hoort, roept zij alleen maar uit: »Wee mij! O Tristan! hij
+is dood!"; zij verbleekte niet en werd niet rood. Ook weende zij niet
+mee, maar haar harte deed haar zo zeer. Bij 't lijk ligt de andere
+Isolde luid te jammeren, onschuldig als zij (in deze versie) aan zijn
+dood is. Zonder tranen komt de ware Isolde naar binnen en zegt: »Vrouwe,
+sta op! Laat mij er bij. Geloof mij, ik heb meer recht om hier te wenen
+dan gij. Ik heb hem meer liefgehad." En dan valt zij neer en sterft stil
+aan zijn zijde.
+
+Maar op het graf aan Isolde werd een rozenstruik geplant, op dat van
+Tristan een wijnrank. Over de graven slingerden die zich samen en hoe er
+ook aan gekapt werd, die waren niet van elkaar af te houden. Een oude
+zeer verbreide volksoverlevering, die oorspronkelik misschien wel op
+de opvatting terug gaat van een werkelike verandering in planten van de
+afgestorvenen, maar die in elk geval het schoonste simbool er van is dat
+zij in het leven ook niet van elkander af konden.
+
+
+
+
+XVII.
+
+FRANSE RIDDERLIKHEID.
+
+
+Ridderlikheid en hoofse vormen--zegt een Noord-Frans dichter uit het
+einde van de 12de eeuw--waren eerst te huis in Griekenland, toen kwamen
+ze naar Rome, nu zijn ze naar Frankrijk getrokken, en mogen ze daar
+steeds blijven. En het werd ook feitelik overal erkend dat Frankrijk
+nu de zetel van alle »Chevalerie" en alle »Courtoisie" was. Naast het
+hof van Hendrik II en Eleonora, zijn gemalin uit Poitou, waren er de
+vorstelike hoven in Vlaanderen en Champagne, in Neder-Lotharingen en
+Henegouwen,--dan een massa kleine hoven in Noord-Frankrijk en--een
+mensengeslacht later--dat van de koning te Parijs, waar het ridderleven
+en de ridderpoëzie tot de grootste bloei kwamen. Alle literaire en
+kultuur-invloeden die wij in het voorafgaande onderzocht hebben, werden
+hier samengevoegd tot één organies geheel.
+
+Zoals wij reeds opmerkten, kon men invloed van de Provençaalse
+troubadours en hun minnedichten vinden niet alleen in de Troja-romans
+die door een klerk aan het hof van Hendrik II geschreven waren, maar ook
+hier en daar in de lais van Marie de France en de Tristan van Thomas.
+Koningin Eleonora, de kleindochter van Graaf Guillaume IX van Poitou,
+een troubadour van talent, en die zelf haar grootvaders schitterende
+en beminnelike sosiale talenten geërfd had, was meer dan alle anderen
+de schakel tussen Zuid-Frans en Noord-Frans. Evenals zij haar eerste
+gemaal, koning Lodewijk van Frankrijk verlaten had--»een monnik, maar
+geen vorst" zeide zij van hem--werd de verhouding tussen koning Hendrik
+en haar ook al heel spoedig slecht. Hij had meer dan één bijzit,--o. a.
+de beroemde »schone Rozemonde" waar zoveel sagen van lopen--en zij
+intrigeerde en zette zijn zoon net zo lang tegen hem op, totdat de
+koning haar, alsof zij gevangen was, steeds liet bewaken. Maar vóór
+die katastrofe hield zij hof te Rouaan, te Londen en Limoges waar zij
+massa's tot zich trok, o. a. vele troubadours. Zo was b.v. Bernard de
+Ventadour haar gast te Rouaan, waar hij minneliederen aan haar dichtte;
+»de jonge, vrolike, voortreffelike koningin," zegt de oude biografie,
+»ontving hem met genoegen en maakte hem tot de »seignor de tota lo soa
+cort."" Haar zoon Richard die zich geheel als Zuid-Fransman voelde, ging
+voortdurend met troubadours om. Bertrand de Born was eerst zijn bittere
+vijand, maar werd later door de jonge vorst gewonnen en bezocht hem te
+Rouaan. Een andere troubadour volgde hem op de kruistocht en bij de
+dood van Richard weerklonk Frankrijk van de liederen der troubadours
+te zijner ere. Zelf was hij ook troubadour, o. a. had hij het in zijn
+zangen met de Dauphin van Auvergne aan de stok of met de koning van
+Frankrijk en schreef een fraaie klaagzang over zijn gevangenschap in
+Oostenrijk; hij schijnt even gemakkelik in het Provençaals als in het
+Frans gedicht te hebben.
+
+Er waren vele persoonlike verbindingen geweest tussen de Noord-Franse
+hoven en die van Anjou en het Anglo-Normandiese rijk. Een Vlaamse
+prinses was de gemalin van Hendrik I van Engeland geweest en vele
+werken der Anglo-Normandiese literatuur waren aan haar opgedragen.
+Het graafschap Champagne werd met het Midden-Franse graafschap Blois
+verenigd onder een zoon van de zo literaire vorstin van Blois. Een
+prinses van Anjou trouwde met een graaf van Vlaanderen en werd de moeder
+van de literaire Mecenas, Philip van de Elzas. Maar vooral waren het de
+dochters van koningin Eleonora die evenals hun moeder in het Noorden van
+Frankrijk een soort missionairs werden voor de Provençaalse kultuur.
+Marie huwde met de graaf van Champagne en hield in de jaren 1160-1180
+een zeer gezocht hof te Troyes; haar zuster Aelis trouwde met de graaf
+van Blois, een broeder van Marie's echtgenoot. En elk bracht in haar
+kring de minnedichten der troubadours in de mode bij de Noord-Franse
+dames en heren.
+
+Provençaalse melodieën en liederen waren daar reeds vroeger gezongen
+geworden; ze gingen onder de naam van »sons poitevins"; ook troubadours
+kwamen er wel eens. Maar sedert de laatste dertig jaren van de 12de eeuw
+kwam aan de grote en kleine Franse hoven een adelike hoflyriek op en in
+bloei, volkomen in de trant van de troubadours. Evenals in het Zuiden,
+had men ook in het Noorden dichters van allerlei stand: naast een vorst
+als graaf Thibaut van Champagne, een leenheer als Conon van Bethune,
+vond men de slotheer van Coucy, ridders als Gace Brulé en burgerlike
+trouvères als Jean Bodel van Arras. De troubadours werden nagevolgd in
+de kunstige versvorm, in de conventionele poëtiese stijl, en zelfs in de
+ootmoedige vrouwendienst die er de inhoud van uitmaakte. Alleen was het
+Noordfrans een veel minder vormrijke taal, en de Noordfranse volksaard
+geheel anders dan die der Zuidelingen, en zo er al heel gauw iets
+kunstigs en conventioneels in de Provençaalse troubadours kwam, de
+imitatie der Noordfranse heren was eigelik al niet veel meer dan een
+echt dilettantengezelschapsspelletje. En het zijn ook zo goed als
+uitsluitend de erotiese en maatschappelike genres waar men zich daar op
+toelegt: voor de politieke _sirventes_ is de bodem daar minder geschikt.
+Enkele van die minneliederen vertonen iets persoonliks. In de liederen
+van de graaf van Bethune zijn er hier en daar zeer originele beelden; op
+zijn zegel ziet men hem in volle wapenrusting voor zijn dame knielen,
+terwijl hij haar hand als een vasal vastgrijpt, die zijn leenheer
+huldigt. Een tijd lang leefde hij aan het hof van Marie te Troyes en
+bezong haar, maar werd door »de Fransen" voor de gek gehouden wegens
+zijn dialekt van Artois. De burchtgraaf van Coucy schreef gedichten
+ter ere van de vrouwe van Fayel die een zeer natuurlike verknochtheid
+aan »ma très douce chière amie" ademen; mijn liefde, zegt hij, is zo
+vermetel als het kind dat schreeuwt »por la bele estoile avoir--k'il
+voit haut et cler seoir". Graaf Thibaut die op bescheiden afstand zelfs
+een hulde bracht aan koningin Blanca van Kastilië, de trotse moeder van
+Lodewijk de Heilige, toont in vele zijner liederen heel wat smaak voor
+geleerde allegorieën en mythologie, maar toch ook een ware aanleg voor
+liefde en echt Franse fijngevoeligheid. Mijn liederen--zegt hij--zijn
+vol gramschap en smart, ik weet niet of ik zingen zal of wenen. Ik weet
+niet hoe ik het met mijn trouweloze schone heb, maar »un peu la hais
+trop amoureusement". En wanneer de dichters, zoals b.v. Richard de
+Semilli, vrijere versvormen gebruiken, zingen ze dikwels heel vrolik en
+fris. Richard vertelt b.v. hoe hij zijn dame in gezelschap van anderen
+langs de Seine wandelend is tegengekomen--haar voetje is zo klein
+en haar schoentje zo netjes en zij loopt er zo keurig op--, en dan
+geeft hij een genoegelike schildering van een damestoernooi: de hele
+uitrusting, brokstukken van een levendige woordenwisseling, en angstig
+voor zijn dames roept hij als een soort refrein voor elke strofe een
+nieuwe heilige aan met zijn »Gardés moi mes dame, mes Sire Saint..."
+
+Maar anders is alles vrij bleek en banaal. De hele stijl, met zijn
+smachtende hyperbolen, die de verliefde vleier in de mond van een
+Zuid-Franse heel natuurlik staan, worden bij de Noordeling koude
+conventie. Het is het verstand dat droog de beelden over het hart
+doorwerkt, dat bij de aangebedene in gevangenschap verwijlt, en
+waar zij voor zorgen moet, en stroo en brood moet verschaffen in de
+gevangenis,--of over haar schoonheid die als een pijl de toeschouwer het
+oog doorboort: haar ogen zijn de pijlspits, haar wenkbrauwen de boog
+en haar lokken de veren der pijl. Slechts nu en dan duikt er een fris
+uit het ridderleven gegrepen vergelijking op. Over het algemeen is het
+slechts het spirituele en het subtiele in de liefde dat de Noordfranse
+geest bizonder op prijs stelt en ontwikkelt. Parijs was niet voor
+niets de zetel der scholastiek. Al de scherpzinnigheid waarmede men
+in de scholen van Parijs abstrakte begrippen definieerde of geestelike
+verschijnselen analyseerde, werden ook al heel vroeg door de lyrici
+op het liefdeleven toegepast, en men kleedt in de lyriek evenzeer
+als in de scholastiek zijn gedachten in allegoriese abstracties en
+personificaties. Nu treden in de gedachten niet alleen »Prix" en
+»Honneur" als handelende en sprekende personages op, maar ook »Attente",
+»Espoir", »Pitié" en »Doux-Semblant" en het hart van de schone wordt
+tot een gevangenis, waarvan »Bon-Espoir" de boeien zijn, het slot:
+»Bel-voir" en de cipiers: »Beau-Semblant" en »Dangier". Een poëties
+genre waarin men bizonder uitmuntte was die nabootsing van de
+Provençaalsche versdebatten over het een of ander eroties vraagstuk
+dat, merkwaardig genoeg met de naam van »jeux-partis" wordt aangeduid.
+Zulke debatten werden er dikwels aan het hof van Thibaut van Champagne
+gevoerd. »Welk echtgenoot is het meest te beklagen,--was één vraag--hij
+die vermoedens of hij die zekerheid heeft? Welke van twee gelieven is
+het ongelukkigst, hij die het gezicht of die het gehoor mist? Welke
+dame bemint het vurigste: zij die uit angst voor haar vriend hem
+verbiedt aan een toernooi deel te nemen, of zij die hem met 't oog
+op zijn eer daartoe aanzet?" Gezelschapsspelletjes, waarin wel veel
+kinderachtigs steekt maar toch ook dezelfde belangstelling voor
+psychologiese en morele kasuistiek die steeds de toon is aan blijven
+geven in de Franse salons van Marguérite de Navarre tot de tijd van de
+Précieuses en van de dagen van Marivaux tot die van Bourget.
+
+In dergelijke liefdedebatten heeft Marie van Champagne dikwels met haar
+dames als hoogste rechter gefungeerd en »vonnissen" moeten »vellen",
+evenals haar moeder, koningin Eleonore of de burggravin Ermengarde van
+Narbonne dat in Zuid-Frankrijk gedaan hadden. Ook zullen Noord-Franse
+ridders en dames meer dan eens voor Marie of voor gravin Margaretha
+van Vlaanderen of koningin Aelis van Frankrijk gekomen zijn met een
+greep uit het werkelike leven, om te vragen hoe men volgens hoofse
+Provençaalse opvattingen in die gevallen moest oordelen of handelen,
+zoals men ook naar de nieuwe mode kwam informeren. Er is b.v. een page
+die postillon d'amour geweest is voor zijn meester, een ridder, bij
+een dame. Maar nu zijn de page en de dame verliefd op elkaar geworden.
+Wat moet men nu met zoo'n paar misdadigers beginnen? En gravin Marie
+antwoordt: zij zijn goed genoeg om elkaar te mogen behouden, maar zij
+kunnen niet meer in de goede kringen geduld worden. Een dame heeft een
+jonge man tot zich genomen, een ridder, waar de schaaf nog zo goed als
+in 't geheel niet over gegaan was, heeft hem toegelaten haar te dienen
+en heeft hem nu zo ver gebracht dat hij een voorbeeld van goede manieren
+en zeden is geworden; nu komt een andere dame die hem haar liefde biedt,
+de ridder keert zich nu tot deze en veronachtzaamt zijn weldoenster. Wat
+moet men van zo iets denken? En de gravin van Vlaanderen zegt: de dame
+zowel als de ridder hebben zeer verkeerd gehandeld; door de ridder zo op
+te voeden heeft de dame het recht verworven hem voor zich te houden.
+
+Deze en dergelijke oordeelvellingen vindt men in een kurieus Latijns
+boekje van ongeveer 1200 opgenomen, gevormd: »De arte amandi",
+geschreven door een geestelike, Andreas, die aan het hof te Parijs
+werkte en die alles opschreef voor een jong man uit de hoge standen
+om hem te waarschuwen tegen het betreden van de wegen der liefde,
+maar hem toch ook (en dit is het wat verreweg het grootste deel van 't
+boek uitmaakt) eens goed op de hoogte te brengen van alles wat tot die
+nieuwe »Comme-il-faut-liefde" hoort. Het boekje geeft zeer duidelik de
+geest der scholastieken weer, die zo ook de kunst der hoop en liefde
+doordringt, ze in sisteem zet en in optima forma tot een _leer_ maakt.
+Onze klerk heeft een groot materiaal bijeen verzameld van dergelijke
+rijm-debatten uit de Provençaalse en Noord-Franse dichters en van
+exempelen uit allerlei ridderromans, waaruit hij nu met fijne dialektiek
+maar grove pedanterie een leerstelsel voor de hogere kringen op tracht
+te bouwen. Zo geeft hij b.v. een hele collectie formules, voor de
+verschillende standen, in welke bewoordingen »hij" »haar" moet vragen en
+hoe zij moet antwoorden. En er zijn allerlei rubrieken: een niet-edelman
+die evenzo een burgerlike dame vraagt, of een adelike dame of een
+van de hoge adel of zelfs een vorstin! Dan: een gewoon ridder die tot
+een burgervrouw spreekt of een ridderlike dame of een vorstin enz.
+enz. Volgens die verschillende mogelikheden is de toon eerbiedig of
+opdringend, gewoon of met de nodige fraaie wendingen aan de kant van
+de vrijer en meer eerbiedig of vereerd of uit de hoogte bij de dame.
+En achter het stijve Latijn kan men dikwils de levende taal, en de
+omgangstoon van de verschillende maatschappelike standen onderscheiden.
+Verder geeft de geestelike ook een »Wetboek der Liefde" zo als een
+ridder dat van het hof van koning Artus heet gehaald te hebben. Onder
+de 31 voorschriften daaruit--die Andreas uit de troubadourlyriek en de
+ridderromans getrokken heeft--zijn er als volgt: dat de liefde geheim
+gehouden moet worden, dat het huwelik geen geldige reden is te weigeren
+een ander lief te hebben, dat men maar één te gelijk liefhebben kan,
+maar heel goed door méér dan één bemind kan worden, dat niemand zonder
+goede reden er van af moet zien iemand lief te hebben en dat men twee
+jaar lang over zijn afgestorven geliefde moet treuren. Men ziet er ook
+uit dat de ware minnaar slecht moet slapen en weinig eetlust hebben,
+dat hij verbleekt wanneer hij zijn geliefde ziet, dat hij alleen maar
+plezier hebben moet in wat zijn aangebedene hem vrijwillig toestaat,
+maar dat hij natuurlik jaloers is en haar bij de geringste aanleiding
+van het ergste verdenkt. Psychologiese waarneming en een zeker morele
+fijngevoeligheid, gelijk men ziet, naast zuiver conventionele regels,
+als voor een nieuw gezelschapsspel.
+
+Wordt nu troubadour-erotiek in het Noord-Franse riddergezelschap
+van zijn lyries karakter ontdaan en gemaakt tot een spirituele
+gevoels-analyse en sentimentele moraalleer, Noord-Frankrijk is toch
+aan de andere kant het tehuis van de oude epiese heldengedichten, en de
+mannelike zijde van de ridderkultuur kwam hier, in het leven zowel als
+in de literatuur, heel wat meer tot ontwikkeling dan in Zuid-Frankrijk.
+
+De Anglo-Normandiese koningen waren meer en meer de vorstenidealen naar
+het hart der ridders geworden: dapper en eergierig, vrijgevig en
+prachtlievend. Reeds Hendrik I had een grote naam van ridderlikheid
+verkregen, toen hij na een slag bij Noyon, tegen zijn leenheer, de
+koning van Frankrijk, grootmoedig alle gevangenen vrij liet, die als
+vazallen van hem en de koning van Frankrijk, hun plicht jegens hun
+hoge leenheer vóór hadden laten gaan. Zijn schitterend hof in de
+jaren 1130-40 had kleur geleend aan de schilderingen door Geoffrey van
+Monmouth en Wace van het Sagehof van koning Arthur. Maar nog meer werden
+de tijdgenoten verblind door de overdadige pracht, die Hendrik II
+ten toon zou spreiden om zijn koningswaardigheid op te houden,--het
+bonte weelderige gevolg, waarmede Thomas à Beckett, de kanselier, op
+gezantschapsreizen zijn intocht in Franse steden hield, of de bijna
+Byzantijnse feestdos en het ceremonieel waarmede Richard Coeur de Lion
+te Westminster gekroond werd. Van zijn jeugd af was Richard voor zijn
+tijd de incarnatie van ridderlikheid en vorstendeugd. Goed bezien was
+hij, oproermaker als zoon en als vazal, eigelik volstrekt geen goed
+voorbeeld, net zo min als echtgenoot en als koning over een rijk dat
+hij geheel en al verwaarloosde. Maar hij was statig van postuur en
+geweldig sterk, was zeer op het uiterlike gesteld, was altijd opgewekt
+en onvervaard, »vrijgevig als Titus, welbespraakt als Nestor," een man
+die tengevolge van een ogenblikkelike inval, zonder het voor en tegen te
+overwegen, zich in het een of ander schitterend avontuur zou storten,
+roekeloos dapper, de eer boven alles stellend, daarbij niet zonder
+een zekere altans schijnbare ijver voor de zaak der kerk. Geheel
+en al romanties was de glans die op hem viel toen hij, de afgod der
+troubadours, de belhamel van Zuid-Frankrijk, op éénmaal, vlak nà zijn
+kroning op een kruistocht trok. Gelijktijdige berichten schilderen
+hem in alle poëtiese heerlikheid op die kruistocht: weg galopperende
+op zijn edel Spaans paard--»een schilder kon het niet fraaier gemaakt
+hebben"--in zijn rozenrode mantel met halve manen er in genaaid en zijn
+geborduurde scharlakenrode hoed met prachtige wapens en gulden sporen;
+streng de hand houdende aan tucht en orde in het leger--»geen van 't
+andere geslacht mochten mede trekken behalve wasvrouwen, die zo moesten
+zijn dat ze niemand tot de zonde konden verleiden"; stoutmoedig zich
+in de avontuurlikste tochten stortende en Philip Augustus geheel
+overschaduwende; de edele koning Saladin bewondering afdwingende en
+trachtend hem in beleefdheden en grootmoedigheid te overtreffen; ten
+slotte door de jaloerse Franse koning verlaten en in zijn land door
+zijn broeder verraden, vermomd door Duitsland heen terug ijlend waar
+hij lange tijd in smadelike gevangenschap gehouden werd door de Duitse
+keizer.
+
+Van die figuur van Koning Saladin straalde de tijdgenoten een even
+schitterende glans van ridderlike poëzie te gemoet. De gedichten wisten
+te vertellen hoe hij zich door Bertran de Born in de ridderlike liefde
+liet onderwijzen en hoe hij zich door een gevangen genomen ridder de
+wetten van de Ridderlikheid liet uitleggen en de ridderslag ontving met
+een simboliese verklaring van al de ceremoniën daarvan.
+
+De Noord-Franse vorsten en ridders trachtten zowel door uiterlike glans
+als door hun schitterend optreden aan de wedstrijden voor de prijs
+der Ridderlikheid deel te nemen. Zeer beroemd werd een feest dat Graaf
+Boudewijn V van Henegouwen gaf toen zijn zoon tot ridder geslagen was,
+de toernooien te Soissons van Augustus 1175 en van Trasignies in 1169,
+maar de glorie van het grote feest dat de Keizer van Duitsland in
+1184 te Mainz had gearrangeerd, toen zijn zoon de ridderslag ontving,
+had toch alle andere overtroffen en een massa Noord-Franse vorsten en
+ridders namen daar aan deel. En van Gotfried van Bouillon en Boudewijn
+van Vlaanderen af tot de ridders toe die Konstantinopel in 1204
+veroverden en in 1214 de zegepraal bij Bouvines behaalden, vertellen de
+kronieken van een hele reeks schitterende Noord-Franse ridderfiguren.
+
+De ridderschap als zodanig werd meer en meer door de Noord-Franse
+juristen en ceremoniemeesters georganiseerd en gevormd. De graden door
+welke de jongeling tot de ridderwaardigheid komt, de ceremoniën van de
+ridderslag, heraldiek en de regels voor het steekspel--dit alles werd
+in de praktijk vastgesteld, maar dan in de theorie verder uitgewerkt.
+En in Latijnse verhandelingen en Franse leerdichten werd een ideaal
+van de ridderlikheid ontwikkeld waartoe de adel hun zonen trachtte op te
+voeden. Een der geesteliken van Hendrik II, John of Salisbury leert in
+zijn groot werk »Polycraticus" dat de soldatenstand even goed een missie
+heeft als de geestelikheid, maar evenals slechts zij waarlik geesteliken
+zijn die de H. wijding ontvangen hebben, zo zijn alle krijgslieden
+die niet tot ridder geordend zijn, slechts indringers en rovers.
+De ordinatie bestaat voor hen in de omgording met het zwaard en de
+ridderslag; het is een sakrament even als dat van de priester. De missie
+van de geordineerde krijgsman is de kerk te beschermen, de priesters te
+eren, kinderen en zwakken tegen overmacht te beschutten en zijn bloed
+in de strijd voor anderen te vergieten. Mannen die hun vorst zo dienen
+zijn heilig en het is een schone zede dat de Ridder op de dag waarop
+hij met het zwaard omgord wordt, naar de kerk gaat, daar zijn zwaard
+op het altaar legt en daardoor zijn gang aan de dienst Gods wijdt.
+De geestelike »Doctrinals" en »Enseignements" die als paddestoelen
+opschieten, willen gewoonlik volstrekt niet ridders tot monniken maken.
+Zij schelden integendeel de vorsten flink uit, wanneer die geen hof
+houden en feesten geven, hun ridders niet eren en de kunst niet verstaan
+om »biau despendre", zoals de Duitse keizer dat deed bij zijn glorierijk
+feest te Mainz. Zij schrijven handleidingen voor het schaken en de jacht
+voor, die bij de opvoeding in al wat ridderlik is te pas komen, en tot
+de ware ridderlijkheid rekenen ze ook de kwestie van kleêren, strijd en
+toernooien. »Men moet zo leven dat er over je gesproken wordt" zingen de
+ridderlike dichters, moeite en strijd moet men niet schuwen, »het gemak
+is voor de eer de dood,--de ere eist voor 't lichaam nood", men moet 't
+gevaar opzoeken en avonturen, om te »valoir", d. w. z. te tonen dat men
+iemand is, en wáár men toe deugt. Maar de riddereer wordt meer en meer
+tot de kern van het ridderwezen, en er wordt een fijnere en ook hogere
+moraal in gelegd. Het krijgsmansleven bouwt al uit zich zelf een
+eremoraal op; het gevoel van sterkte en de moed scheppen eerlikheid
+en een zekere grootmoedigheid, kameraadschap en discipline ontwikkelen
+standvastigheid en trouw. In het nationale heldenepos dat in het noorden
+van Frankrijk nog in de zalen der ridderhuizen weerklonk, was die
+militaire eremoraal steeds verheerlikt geworden. Maar die wordt nu
+verder ontwikkeld door de steeds omdwalende ridderschap, door de hogere
+kringen en door de scholastiek--ontwikkelt men alleen in de richting
+van het humane en het geraffineerd spitsvondige, maar ook van sterk
+overdreven ijdele bravades. De kerk leert dat de ridder vrouwen en
+zwakken moet beschermen, goud en goederen voor zijn deugd en zijn
+eer op moet offeren, grootmoedig zijn vijanden moet vergeven.
+Het maatschappelik leven legt fijngevoeligheid, bescheidenheid,
+hoffelikheid, en vrouwendienst in het begrip der riddereer, maar ook
+kleingeestige geraaktheid en ijdelheid. Door de tournooien en het leven
+der rondtrekkende ridders wordt men aan menige bravade gewend, een
+voortdurend geraffineerd op de spits drijven van het begrip van eer en
+menig geval van lichtvaardig spelen met leven en ledematen. Het begrip
+van de riddereer wordt tot een doctrine en krijgt zijn wetboek evenals
+de leer van de ridderliefde.
+
+ * * * * *
+
+In de rijke Noord-Franse en Vlaamse beemden waar reeds vroeger een
+letterkundig leven bloeide, ontvouwt zich nu een geweldige productie
+van romans, een konkurrent van die heldenpoëzie, wel in vele opzichten
+ook als literatuur een vervolg en een nabootsing er van, maar toch
+in de eerste plaats in bewuste tegenstelling daarmeê. Van alle kanten
+vloeide de stof bijeen. De kruistochten waarin de adel van Vlaanderen
+en Lotharingen het voornaamste aandeel had, brachten een voortdurende
+verbinding met Byzantium en het Oosten. De vorsten van Lotharingen
+werden koningen van Jeruzalem, de handelsverbindingen der Vlaamse steden
+met het Oosten via Venetië vermenigvuldigden zich en werden bezegeld,
+toen graaf Boudewijn op de vierde kruistocht Keizer van het Byzantijnse
+rijk werd. De epiek der kruistochten en de Grieks-Oosterse romans
+die wij in »Floris en Blanchefleur" en »Escoufle" geschetst hebben,
+waren ook juist toen in dat zelfde Noord-Frankrijk geschreven. Van
+het Anglo-Normandiese rijk kwamen toen ook juist de Bretonse sagen en
+gedichten en uit Midden-Frankrijk werden de Alexander- en Troja-romans
+geïmporteerd. In die gehele romantiese stof werd nu juist hier de
+professionele ridderlikheid ingewerkt en de van de Provençaalse hoven
+ingevoerde liefdepoëzie, en daardoor is het dat de ridderromantiek tot
+de volle ontwikkeling komen kan.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+BRETONSE ROMANS.
+
+
+»Bretonse Romans" werden de meesten van die Noord-Franse romans uit het
+einde van de 12de en het begin van de 13de eeuw genoemd. Die speelden
+altijd in de wereld van »de twee Bretagnes" en waren opgebouwd op
+stoffen en motieven uit de Keltiese sagenwereld, maar vermengden die
+met talrijke antieke en Oosterse elementen, waardoor ze hun dichterlike
+fantasie de vrije loop lieten. Enkele namen dier schrijvers--Chrestien
+de Troyes, Raoul de Houdenc, Renaut de Beaujeu, Guillaume le Clerc zijn
+tot ons gekomen, maar verreweg het grootste getal van die romans zijn
+anoniem,--die van Durmart le Galois, Meraugis de Portlesguez, Ider,
+Gliglois, Perceval, Gauvain, Chevalier as deus epees, le Bel Desconu en
+hoe al die andere helden van de Arturcyclus heten.
+
+Reeds Geoffrey van Monmouth en Wace hadden tegenover Karel de Grote,
+met zijn hof te Aken of te Laon en zijn twaalf paladijnen, een andere
+held opgesteld, Artus, de oude sagekoning uit Cornwall met zijn hof te
+Carduel (in Cumberland) en zijn ridders van de Tafelronde. En hij is
+'t dan ook die de roman met zijn hof tot hun centrum maakt. In vele
+opzichten is er een scherpe tegenstelling tussen die twee. Karel was de
+witgebaarde, oer-oude keizer »au fier vis" altijd in de wapenen en in
+krijg voor de zaak van de kristenheid, geweldig in de strijd, van woede
+bulderend in zijn raad, maar ook vol majesteit in zijn ouderdom en zijn
+heiligheid ingesloten, als de gezalfde Gods en diens vertrouwensman,
+die de openbaringen van de hemel ontving en door de hemelse mirakelen
+gesteund werd. Artus is »le bon roi", schoon, en in zijn optreden
+helemaal een jonge man, maar iemand die, al kon hij, als het er op aan
+kwam, dapper genoeg zijn, toch niet aldoor maar ten strijde trok, in
+de regel zit hij vreedzaam op zijn kasteel, vrolik en gezellig, alleen
+maar aan feesten denkend; sombere gezichten om zich heen kan hij niet
+dulden, verklaart hij. Hij woont de mis bij en doet aan alle uiterlike
+ceremoniën mede, maar er ligt niets van de priester over hem, hij staat
+in geen mystiese verhouding tot de hemel, integendeel representeert hij
+de hele wereldlike ridderlikheid, »die Welt" die zich geheel van de kerk
+los heeft gemaakt. Hij is een voorbeeld van vorstelike gastvrijheid en
+milddadigheid, een tweede Alexander. Zijn hof en zijn tafel staan voor
+allen open, hij strooit gaven om zich heen; wanneer Tristan als een
+bedelaar naar het hof komt en om een mantel vraagt, doet hij dadelik
+zijn eigen mantel af en geeft hem die. Tegen allen is hij hoofs en
+hoffelik. Hij zou het niet in zijn hoofd krijgen om, gelijk Keizer
+Karel, »Houd je mond" tegen zijn aartsbisschop te zeggen en zijn Roland
+om de oren te slaan; integendeel tracht hij altijd vrede tussen de
+ridders te stichten. Wanneer er dames op bezoek komen, ijlt hij ze
+tegemoet en helpt ze zelf uit het zadel. Hij is grootmoedig, zijn werk
+is om de beschermer van alle zwakken te zijn, degeen die alle onrecht
+goed maakt. Dageliks komen er dan ook aan het hof die zijn hulp komen
+inroepen en niemand trekt ongehoord weg. Vooral zijn dat vrouwen wier
+echtgenoot ze verlaten heeft of die overlast geleden hebben of beledigd
+zijn; want Artus is vooral de ridder der vrouwen en aan zijn hof heerst
+de vrouw en bloeit de vrouwendienst.
+
+Artur en zijn gemalin Guenievre zitten aan tafel op de twee ereplaatsen,
+en om die ronde tafel heen alle ridders zonder onderscheid van
+rang. Zijn neef Gawein is het voorbeeld van een held, de bloem der
+ridderschap, de »chevalier sans peur et sans reproche". Hij is het
+schild van allen die in moeilikheden zijn, die altijd op 't laatste
+ogenblik hulp brengt, de ideale vriend die de held bijstaat zo die hem
+bij zijn grote daden nodig heeft. Hij is hoofs, opgewekt, heeft de
+vrouwen lief maar nog meer de strijd; altijd wordt hij geroemd wegens
+»mesure",--zijn takt en zelfbeheersing--en met bizondere hoogachting
+behandelen de dichters hem wanneer zij hem »Monseigneur" en »Messire
+Gauvain" noemen. Zijn beroemdste avontuur is dat met de groene
+Ridder--een oude Keltiese bosreus, die geheel in 't groen gekleed,
+op een groen paard gezeten op het Nieuwjaarsfeest bij koning Artus
+verscheen en de aanwezigen uitdaagde tot een wedstrijd in moed en
+kracht. Hij bood aan, zijn hals een ridder voor te houden die dan toe
+mocht houwen, op voorwaarde dat hij een jaar daarna zich op die wijze
+tot beschikking van »The Green Knight" zou stellen. Niemand durft de
+uitdaging aannemen, behalve Gawein. Die slaat de reus het hoofd af
+maar... maar dood-kalm zet die het weer op en roept Gawein tegen het
+volgende Nieuwjaar een tot weerziens toe bij »de groene Kapel"; daar
+moet Gawein de slag in ontvangst nemen. Ofschoon het zo goed als de dood
+voor hem betekent, gaat die toch tegen het volgend jaar, zo als hij nu
+eenmaal beloofd heeft, op reis om de groene kapel te zoeken; gedurende
+zijn tocht wordt ook zijn loyaliteit als vriend o.a. tegenover
+verleiding van vrouwen, op de proef gesteld,--zoals naderhand blijkt
+door de groene ridder zelf--; dàt is zeker het oude Oosterse motief
+van de »Vriendschaps-proef". En de onvervaardheid en trouw van Gawein
+bestaan die proef goed; slechts een kleine vlek komt er op het schild
+van zijn eer, maar daar pijnt hij zich dan ook evenzeer over als
+koningin Dagmar uit het volksliedje deed omdat zij eens op een Zondag
+haar zijden mouwen had vastgemaakt!
+
+Dan komt Iwein, de ridder met de Leeuw die eens een leeuw gered had
+die met een slang vocht; nu is Iwein gelijk Androkles of Hieronymus
+overal door het dankbare dier vergezeld dat hem op kritiese ogenblikken
+bijstaat. En dan zijn er Lancelot en Perceval op wie wij terug komen.
+De grappenmaker is Key, de drossaert. Oorspronkelik was hij niet
+onsympathiek getekend, hij is dapper maar al te doldriest, met wat al te
+veel vertrouwen op zich zelf; hij moet altijd absoluut elk avontuurtje
+aan 't hof aanpakken maar hij delft altijd het onderspit. Naderhand
+wordt hij kwaadaardig, laf en vals, de onruststichter wiens vergiftigde
+tong vooral de dames van 't hof belastert.
+
+Ook de ridders van Arthur vormen reeds in hun uiterlik in vele
+opzichten een tegenstelling met de paladijnen van Karel de Grote. Wel
+zijn ze sterk en breedgeschouderd als Karels pairs, maar waar bij de
+beschrijving van hun figuur spesiaal de nadruk op gelegd wordt is juist
+het slanke en elegante: het smalle middel, de lange smalle vingers,
+de hoge wreef zijn bizondere aristocratiese schoonheidstekenen. De
+Arthur-ridders hebben blonde lokken maar géén baard; de uitdrukking van
+hun gezicht is niet gelijk die der Paladijnen »fier, hardi" maar schoon
+en rein: »face tendre, chière riante, vis joyos"; »hij scheen helderder
+dan een edelsteen" staat er ergens; het aangezicht heeft een bloeiende
+kleur, is »als de roos een morgen in Mei". Het oog is stralend,
+zacht; de mond is klein, maar heeft gevulde lippen, die is »als een
+meisjesmond", de kin heeft kuiltjes, de hals is lang, gevuld en »wit
+als die van een meisje". De gestalte van de Arthur-ridder tekent kracht
+zowel als bevalligheid en deugt voor de strijd even goed als voor het
+hofleven en de liefde.
+
+En aan het hof van Arthur leeft men in vreugde en genot. Dan zijn
+het toernooien, dan jachtpartijen. Terwijl de koning 's middags na
+de maaltijd zijn slaapje doet, zien wij het gezelschap in een kring
+zich aangenaam bezig houden met vertellen van hun ondervindingen; het
+gezelschap wordt door de koningin gepresideerd, Key begint weer op te
+spelen en wordt door haar op zijn plaats gezet. Of wij treffen ze in hun
+tenten in het bos onder een van die dagen lang durende jachtpartijen.
+Hij die er in slaagt het witte hert te vellen, heeft het recht de
+schoonste dame aan het hof te kussen,--in de oude Keltiese sagen mocht
+de overwinnaar zich bij de maaltijd het mooiste stuk vlees afsnijden!
+
+Maar het hof van koning Artus is slechts het uitgangspunt en de laatste
+scène der Arthur-romans. Zijn ridders zijn niet geschapen voor een
+gezellig hofleven van niets doen dan genieten. Zij moeten de wereld in,
+en avonturen zoeken, om later--zoals een van hen zegt--iets te hebben
+om in gezelschap van te kunnen vertellen. Meer dan eens verklaart Arthur
+'s morgens dat hij zijn eten niet aan wil roeren »vóór er het een of
+ander gebeurd is". En dat laat dan in de regel ook niet lang op zich
+wachten. Dan komt er b.v. zoals wij reeds zagen, een vrouw klagen dat de
+een of andere reus haar vriend weg is komen halen of geweld tegen haar
+gepleegd heeft. Of omgekeerd is een vrouw aan haar vriend ontstolen
+geworden. Of er komt een reus de ridders tot 't een of ander uitdagen.
+Een der dames krijgt het in haar hoofd dat zij het wonderhert met de
+witte benen moet hebben, dat ergens in het diepst van het woud door vier
+leeuwen bewaakt wordt. Of er komt een jonkvrouw uit Ierland aanzetten
+die de helden hun werkeloosheid verwijt; zij moesten maar eens naar haar
+eiland komen, naar een kasteel dat zo vol met spoken is, dat niemand
+er durft overnachten. En de romans trachten elkaar langzamerhand met
+het vreemdste, meest spannende begin te overtroeven. Midden in de zaal
+vertoont zich b.v. opeens een schaakbord van zilver en ivoor dat even
+plotseling weer verdwijnt. Arthur verklaart dadelik dat hij dat absoluut
+hebben moet. Of er vliegt plotseling een wit hert dwars door de zaal,
+daarachter een hond en een jonkvrouw; een ridder weet de hond te
+pakken, een ander grijpt de jonkvrouw die hij mede neemt, en nu krijgen
+natuurlik terstond drie ridders van de Tafelronde bevel van de koning,
+de een om het hert op te sporen en twee anderen om de geroofde hond en
+de maagd na te zetten. Of eindelik: er komt een boot aanzetten die landt
+met niets dan een lijk er op, waarin de punt van een lans vast zit; in
+de hand van de dode zit een brief waarin de verslagene verlangt door hem
+gewroken te worden die het stuk van de lans uit het lijk kan trekken,
+maar hij zal dit onmogelik kunnen doen, staat er verder, tenzij met de
+hulp van een ander die er in slaagt de ringen van de vingers van het
+lijk af te halen.
+
+En dan trekken de ridders er op uit om de avonturen te bestaan die zich
+zo voor kunnen doen. Maar dikwels worden die gezocht door de een of
+andere jongeling die juist dezelfde dag aan 't hof is gekomen en die van
+Koning Arthur permissie krijgt daar zijn krachten op te beproeven. En
+dan gaat het de weg op,--de wijde wereld in,--gelijk men in de Griekse
+romans op zee voer, zo hier te land. Alleen zijn het niet zoals dáár,
+lijdende helden en heldinnen die door het noodlot van de ene kant van
+de wereld naar de andere kant gestuurd worden, gevangen worden genomen,
+in slavernij verkocht, enz. en zonder tegenstand zich aan alles wat hun
+overkomt maar onderwerpen; hier zijn het energieke, moedige ridders die
+zelf die avonturen zoeken en de strijd met beide handen aangrijpen. Wat
+die romans geven in de poëzie van de gehele tijd der kruistochten en
+van de omzwervende losbandige ridderschap--dat zelfde onberekenbare
+leven, zo rijk in afwisseling, van de zwerver en de vagebond dat er
+in onze tijd ook nu nog een klein beetje inzit, dezelfde geest die
+Simplicissimus te voorschijn heeft geroepen en Gil Blas, Peregrine
+Pickle, Wilhelm Meister en Kenelm Chillingly,--een geest die in een
+tijd vooral dat het onrustige bloed zich nog niet naar vaste regels in
+de samenleving voegen kon, de bijwegen onveilig maakte en de herbergen
+met reizigers uit alle klassen der maatschappij vulde. De werkelikheid
+is in die Bretonse romans nog maar heel vaag aangegeven en veel
+feitelike aanduidingen over de reis krijgen wij ook niet; evenmin als in
+de Keltiese sagen worden er bepaalde plaatsen genoemd, de reis gaat in
+»la blanche lande", door »la forêt aventureuse", voorbij »l'orgueillus
+castel fort", en gewoonlik zijn er nog zelfs geen herbergen, waar men
+overnachten kan, maar klopt men bij de een of andere arme »vavasseur"
+aan, of slaapt in een vervallen »tour des merveilles." In dit leven aan
+de grote weg staat alles op losse schroeven en draagt elke schrede de
+kiem van gevaar in zich. Wanneer men een bos intreedt--»s'enforester"
+zoals dit met een bijzondere term luidt--is het altijd met een beklemd
+gevoel van angst voor rovers; komt men aan een kruisweg, kiest men maar
+op goed geluk een dier wegen. Gewoonlik treft men daar wel de een of
+ander die weet te vertellen dat de ene weg veilig is en goed, de andere
+daarentegen vol bezwaren en gevaren, zo dat niemand daar levend over
+schijnt te kunnen komen. Waarop de ridder dan als van zelfsprekend die
+laatste weg kiest. Door zijn drang tot avonturen laat de man zich zonder
+enig vast plan steeds weer van zijn doel afbrengen; door alles wat hij
+onderweg tegenkomt laat hij zich ophouden. Iets van de weg af, in het
+bos, hoort hij kreten en als hij dan een ridder aan ziet komen rijden
+met een dame dwars over het paard heen geworpen, dan moet hij die
+natuurlik achterna. Of hij komt aan een brug waar een ridder zich bij
+geposteerd heeft, en ieder die er over wil, moet verklaren dat de dame
+van die ridder schoner is dan de zijne of zij moeten duelleren. Of wel
+men komt aan een slot waar een ridder woont die van alle voorbijgaanden
+schatting vordert. Dit laatste is iets wat maar al te zeer uit het
+werkelike leven gegrepen was.
+
+Soms herkent men in die trekken met moeite nog de een of andere
+oude sage of sprookje. Maar heel dikwels zijn het niets dan kleine
+bedenkseltjes. »Les contes de Bretagne sont si vains et plaisants", heet
+het. Men voelt het sterk aan die romans dat ze al heel eigenaardig en
+lichtvaardig omspringen met allerlei vreemde sagen en sprookjesmotieven
+die absoluut geen wortel in het volk zelf hadden, die niet begrepen
+werden in die samenhang en zo ook niet op de rechte waarde geschat,
+maar alleen als stof dienden voor de spelende fantasie. Er was niets
+van het »Erdgeruch" der verhalen van Karel de Grote over de Bretonse
+romans, het waren niets dan vluchtige, fladderende luchtspiegelingen.
+Al heel gauw kwam het er eigelik maar op aan elkaar in verrassende en de
+nieuwsgierigheid prikkelende »Aventures" te overtreffen. Alle mogelike
+bizarreriën hoopt men op elkaar. Een ridder komt aan een herberg waar de
+waard zijn gasten de gekste en meest absurde bevelen geeft en iedereen
+doodslaat die niet gehoorzaamt; de ridder volbrengt zonder kikken al
+zijn bevelen en het slot is dat hij zijn dochter ten huwelik krijgt; dit
+schijnt een sprookje uit Wales te zijn, dat van Kilhwch. Een andermaal
+komt de zoekende een ridder tegen die met een dame rondtrekt die er als
+een lichte vogelverschrikker uitziet, maar tegenover wie hij vol van
+alle mogelike galanterieën is en op wie hij zeer jaloers schijnt. Ginds
+komt een dame aan, die met haar kleeren te binnenste buiten gekeerd,
+achteruit op een paard rijdt, dit alles om zich zelf te straffen omdat
+zij tegen een zekere ridder onvriendelik geweest is.
+
+Evenals in de Griekse romans wordt de handeling nog verder gecompliceerd
+door allerlei misverstand en vergissingen. Men loopt elkaar mis: de
+ridder die de dame vergezellen zal raakt haar onderweg kwijt en wanneer
+hij dan bij zijn zoeken naar haar in een herberg komt is zij daar net
+vandaan getrokken en niemand weet waar heen. Nog meer vergissingen
+hebben er plaats en nog groter verwarring ontstaat er omdat alle ridders
+in hun dichtgesloten wapenrusting er presies 't zelfde als een »ijzeren
+wezen" uitzien, dat alleen maar te herkennen is aan het wapenschild of
+helmteken en die dus volkomen incognito zijn wanneer ze dit verbergen;
+ook de dames zijn gemakkelik te verwisselen waar het gelaat zo dikwels
+bijna geheel door de hoofdtooi bedekt is. Daardoor strijdt men dikwels
+met de verkeerde ridder, misschien wel met zijn beste vriend, of wel
+schaakt men de verkeerde dame. En verder spelen intriganten de gelieven
+vervalste brieven in de handen om kwaad bloed te zetten.
+
+Maar daarbij komen dan nog allerlei bovennatuurlike dingen. Zo is er
+b.v. een slot met een »lit perilleux" waarin de ridder natuurlik dadelik
+vraagt te mogen overnachten, te middernacht schiet er een vlammende
+speer het venster in en doorboort de dekens, bijna was hij zelf gedood.
+In een ander slot waar hij komt, »la gaste cité", zijn duizend vensters,
+in elk venster staat een jongleur met zijn snareninstrument en een
+brandende kaars; het is een toverslot en een vroede man heeft Guinglain
+de enige manier laten weten waarop die betovering op zal houden: hij
+moet steeds met een heftige vervloeking antwoorden op de vriendelike
+begroetingen waarmee hij ontvangen wordt, en dan moet hij in de grote
+zaal wachten. Dat doet hij dan ook. De ene reusachtige tovenaar na de
+ander komt binnen, maar wordt zo door de ridder overwonnen. Nu gaan
+opeens alle kaarsen der jongleurs uit, in de duisternis hoort men ongure
+geluiden, en de ridder wordt bang en maakt het teken des kruises. Een
+ogenblik daarna komt er een slang binnenkronkelen, met vuurspugende
+ogen maar een heerlike vrouwenmond. En die moet de ridder kussen; met
+die »fier baiser" is het met de tovenarij uit, en de slang wordt een
+allerliefste prinses. Of er borrelt ergens een bron op onder een fraaie
+boom die nooit zijn bladen verliest; er hangt een gouden beker bij. Als
+de ridder water in die beker doet en 't daarna op stenen voor die bron
+leeg giet, steekt er een geweldige storm op. Maar 't wordt gauw weer
+kalm, en dan wordt de lucht helder en heerst er een wondere stilte,
+alleen is de boom vol van de prachtigste vogelenzang. Maar dan komt er
+een wildeman met groot lawaai aanzetten die van de ridder rekenschap
+vordert omdat hij die storm veroorzaakt heeft; met zijn leven moet hij
+daarvoor boeten.
+
+Die bovennatuurlike dingen zijn een mengsel van Keltiese, Oosterse en
+alle mogelike andere sprookjesmotieven. De brommende reus en de storm
+komen in de 1001-nacht voor; de boom met de heerlike vogelenzang stamt
+uit de legende van de H. Brandanus, die een gekerstende bewerking is
+van oude Keltiese sagen. De slang die door een kus tot een prinses
+wordt, schijnt Byzantijns-Oosters; in de reizen van Mandeville wordt
+die historie van de dochter van Hippocrates verteld,--misschien door
+een vermakelike vergissing, hij had n.l. een zoon die Draco heette. In
+een episode van »laide semblance", een monster welks aanblik niemand
+uithouden kon, is de Medusa sage te herkennen. En als wij ergens anders
+van een ridder lezen die naar een onderaards vertrek van een slot
+gebracht wordt, waar hij een speer in zijn hand krijgt die zijn krachten
+wegneemt, en een ring aan zijn vinger die vergetelheid brengt, en die
+voor het weefgetouw gezet wordt en allerlei keukenwerk voor een dame
+moet verrichten, dan is men geneigd te geloven dat hier een antieke bron
+voor te vinden is, literair of door afbeeldingen, in de geschiedenis van
+Heracles en Omphale. Maar van Keltiese sagen en gedichten stammen zonder
+twijfel de boze dwergen, de schone heksen, de wilde reuzen, »de
+gevaarlike heide" en »het avontuurlike bos".
+
+Zelfs blijken dikwels hele Keltiese mythen achter de handeling dier
+Bretonse romans te staan. Dat is het juist wat de achtergrond er van
+zo vol stemming maakt en er een perspektief in legt dat de fantasie
+zo aanzet, dat men er een andere bovennatuurlike wereld achter voelt,
+die de schrijver zelf niet kent of die hij altans verkeerd begrijpt,
+maar die dan juist door zijn poging om die menselik te maken, des te
+fantastieser en vreemder wordt. Daar lezen wij b.v. van een burchtvrouwe
+die haar slot door een ridder laat bewaken; die moet met allen vechten
+die naar het kasteel komen, totdat hij door iemand overwonnen zal
+worden, dan komt hij vrij, maar de overwinnaar moet nu de wacht
+overnemen tot hij op zijn beurt weer afgelost wordt. Ergens anders lezen
+wij dat de ridders die haar bewaken de een na de ander als beloning haar
+trouwen, zodat de burchtvrouwe op die manier steeds de moordenaar van
+haar man huwt. Weer in een ander werk wordt diezelfde geschiedenis nu
+vrij sentimenteel zo verhaald dat het een dame is die, om haar minnaar
+alleen voor zich te hebben, hem de belofte heeft afgeperst dat hij in
+een tuin bij haar blijven zal totdat iemand hem overwonnen heeft; nu
+kampt hij met allen die de tuin in willen dringen en stelt de hoofden
+van de overwonnenen op de tuinmuur ten toon, maar zelf verlangt hij er
+eigelik alleen maar naar om eindelik eens het onderspit te delven om zo
+van zijn vervelend baantje verlost te worden. Men voelt licht dat al die
+versies niets zijn dan pogingen om de Keltiese sagen in mensenfiguren te
+belichamen van feeën die mannen naar hun rijk halen en als minnaars bij
+zich houden, hoezeer die ook naar hun eigen land verlangen; totdat er
+weer andere sterfeliken komen en de eerste minnaar doden, of aan wien de
+fee nu haar liefde schenkt.--Dikwels horen wij ook van de gemalin van
+Arthur, die door een vreemde koning geschaakt wordt, maar door ridder
+Lancelot wordt gered, maar er wordt zoveel vreemds van dit land verteld
+»waarvan niemand terug keert", van een brug zo smal als de scherpe
+kant van een zwaard, waar men over moet om er in te komen, enz., dat
+de lezer een vaag gevoel krijgt dat dit oorspronkelik niets anders
+dan het Dodenrijk is geweest, waar een levende uit teruggehaald moest
+worden,--een mytiese stof reeds uit de oertijd die in Griekse sagen van
+Persephone en Eurydice teruggevonden wordt, zowel als in Perziese mythen
+en kristelike visioenen van het hiernamaals, maar vooral in Ierse sagen
+van reizen naar het land der onsterfeliken. Er is ook nog een historie
+van een jonge knaap,--Tyolet heet hij in een »lai"--die geboren en
+getogen is in de eenzaamheid van het bos en die nu de wereld opzoekt,
+naïef en onschuldig, alleen maar geholpen door de goede raad van zijn
+moeder en wien uit de dagen van zijn leven in het bos een merkwaardige
+macht over alle dieren bij gebleven is.
+
+ * * * * *
+
+Het was in de bewerking van Chrestien de Troyes dat deze »Bretonse"
+stofmassa de meest volledige verfransing onderging en tot een
+aristokratiese sosiale roman werd. Chrestien was de toonaangevende,
+misschien ook de oudste schrijver van die Bretonse romans. Hij schreef
+tussen de jaren 1160 en 1190 en leefde waarschijnlik als een »heraut
+d'armes", aan het hof van Maria van Champagne en dat van Philip van
+Vlaanderen; aan elk van hen heeft hij werken opgedragen. Van de gewone
+kennis der geesteliken was heel wat de zijne; hij kende zijn Ovidius
+en debuteerde met een vertaling van diens »Minnekunst" en enkele van
+de »Metamorphoses", hij was bekend met de Aeneas- en Troja-romans en
+schreef, zoals wij al gezien hebben, een roman »Cligès" op enkele
+Grieks-Oosterse verhalen. Maar van betekenis is hij voornamelik door
+vier romans met Britse en Bretonse stof ten grondslag: »Erec en Enide,
+De ridder met de kar, Iwein, de ridder met de Leeuw en Perceval."
+
+Chrestien schijnt mij van burgerlike afkomst te zijn; hij is vol
+belangstelling en bewondering voor het ridderlike hofleven en maakt zijn
+kunst tot één en al verheerliking daarvan en verkondigt er de idealen
+van. Zijn romans zijn eerst en vooral zedeschilderingen van het elegante
+leven der edelen van de 12de eeuw. Overal heeft hij het licht van de
+werkelikheid op de vage, fantastiese sagen laten schijnen en maakt hij
+de losse schetsjes van de _contes_ en _lais_ die zijn bronnen waren, tot
+uitvoerige levensbeelden. Overal heeft zijn fantasie gevraagd: »wáár
+gebeurde dat?--hoe is dat gekomen?--wàt zeide hij?--hoe zag dit of dat
+er uit?" En zo worden de voorstellingen overal aanschouwelik, en meer
+en meer gedétailleerd en worden ze tot hele portretten, beschrijvingen,
+gesprekken en scènes. Het »Chanson de Roland" vertelt ons heel wat over
+de tijdgeest, maar heel weinig over het dageliks leven en de zeden en
+gewoonten van de 12de eeuw; daarvoor is de toon van 't heldendicht te
+verheven, en de vorm te stijf. In de gewone, levendige, onderhoudende
+romans van Chrestien treedt ons daarentegen de gehele atmosfeer van het
+omgevende leven tegemoet en uit zijn romans kan men het »höfische leben"
+van zijn tijd reconstrueren, wat dan ook meer dan eens geschied is! Bij
+een bezoek aan de franse burcht, komt men over de ophaalbrug, onder de
+valpoort door op de binnenplaats, dan in de boomgaard, de trappen op,
+zuilegangen door, in de grote zaal en de andere vertrekken en ziet hoe
+dit alles ingericht is. Wij zien het jonge meisje in de hof haar ouders
+zitten voorlezen; in de grote werkzaal zitten talrijke dienstmaagden
+en gevangen vrouwen de gehele dag te weven. Wij zitten aan bij een
+feestmaaltijd en bewonderen het servies en de spijzen; wij doen aan
+jachtpartijen mede waarbij ons de wapenen en alles wat er bij te pas
+komt vertoond wordt, wij wonen toernooien bij, waar wij de verschillende
+banieren en deviezen leren kennen en wij krijgen de techniese verklaring
+te horen van allerlei houwen en stoten. Overal komt de wapenheraut en
+de ceremoniemeester voor den dag, maar wat wij óók zien, is, dat de
+schrijver niet in al die heerlikheid opgevoed schijnt. Het grootste
+deel van de attraktie zijner romans zal wel bestaan hebben in de zeer
+zaakkundige beschrijvingen van alles wat het »high-life" van zijn tijd
+betrof. Terecht heeft men hem de Paul Bourget van die tijd genoemd.
+Evenals deze overdrijft Chrestien ook heel dikwels de rijkdom en de
+elegance,--de prachtige kleedij en sieraden der ridders en hun dames, de
+zeldzame paarden en de kostbare wapenen. Het is uit de roman van Troje
+en, met dat werk als schakel, uit de Latijnse poëzie en de Griekse roman
+dat Chrestien die vele overdreven beschrijvingen met zo al te veel
+details geleerd heeft; vooral in de stereotype schilderingen van tuinen
+met exotiese planten herkent men dikwels de vreemde bronnen,--de hof is
+n.l. zo ongeveer het enigste in de natuur waar Chrestien oog voor heeft.
+
+Maar waar de perceptie zo nauwkeurig en uitvoerig te werk gaat,
+is geen plaats voor die scala van gebeurtenissen en episoden waar de
+lichtvoetige fantasie der Bretonse vertellingen zich zo gemakkelik over
+beweegt. Met die zelfde innerlike drang tot klaarheid die men later ook
+bij Racine en het Frans klassisisme opmerkt, verstaat Chrestien de kunst
+zijn stof te simplificeren. Waar het bij hem voornamelik op aankomt,
+zijn volstrekt niet de uiterlike gebeurtenissen, maar het zieleleven
+waar handelingen uit voortspruiten en waarop die inwerken. Er is een
+overwegend dramaties element in de romans van Chrestien. Bij elke roman
+die hij schrijft nemen de gesprekken een grotere plaats in evenals de
+psychiese monologen en dialogen. Reeds in de Aeneas-roman zagen wij dat
+de lange retoriese tiraden van Virgilius tot levendige, voortdurend
+afwisselende vragen en antwoorden geworden zijn, hier bij Chrestien
+zijn het dialogen geheel in de trant van een blijspel, b.v. die van het
+Mysterie van Adam, uit dezelfde tijd, waarin Eva door de slang verleid
+wordt. Midden in een indirekt verhaal slaat Chrestien opeens in de
+levendigste dialoog over en geeft de woorden weer zoals ze vielen.
+En de gesprekken zijn dikwels heel levendig en geestig, vooral wat de
+vrouwen zeggen is vol Frans _esprit_. Daarbij komen dan nog de monologen
+en de gesprekken waardoor de personen ons hun innerlik doen kennen. Ook
+dat kunstmiddeltje had Chrestien van de romans geleerd die de antieken
+nabootsten. Maar duidelik heeft de lyriek der Provençaalsche troubadours
+hier ook als voorbeeld gediend; meer dan één van de monologen van
+Chrestien's minnaars is niets dan een lied der troubadours in
+acht-lettergrepige verzen omgezet. Ook de hele geestelike dialektiek is
+Chrestiens' leraar geweest in dialogiese analyse van zielstoestanden, de
+dramatiese voorstelling van met elkaar in konflikt komende opvattingen.
+Er is een sterk element van scholastiese dialektiek en spirituele
+pedanterie in de manier waarop hij zijn gedachten aan de man brengt;
+liefde en haat, vermetelheid en vrijgevigheid treden als personen op en
+schelden elkander uit of vliegen elkaar aan en er wordt over 't algemeen
+kinderachtig veel met woorden geschermd in plaats van met gedachten
+gevochten. Maar dikwels wordt de sofisterij van het hart zeer levendig
+weergegeven, wanneer de passie zich van schijngronden bedient om
+verstand en plichtgevoel er onder te brengen. En aldoor volgt de
+dichter alles wat er geschiedt met zijn psychologiese fantasie en zijn
+sympathie. Hij verstaat levendig de kunst om het ongeduld weer te geven
+van een die lang wachten moet of de gewetensbezwaren van een twijfelaar
+en hij jubelt met de verzoende geliefden wanneer ze »met elkaar
+wedijveren hoe ze elkander het meest plezier kunnen doen", of wanneer
+Gawein plotseling zijn lang ontbeerde vriend Lancelot naar hem toe ziet
+komen rijden, van zijn paard springt en hem omhelst: Gawein »was zo
+verrast alsof Lancelot uit de wolken was komen vallen en hij zou zelfs
+niet graag tot koning gekozen willen zijn in plaats van Lancelot te
+zien".
+
+Overal in zijn kunst wordt Chrestien door zijn persoonlikheid in twee
+verschillende richtingen getrokken. Er is een realisties nuchter
+verstand in hem dat het vreemde element assimileert aan wat hem
+familiaar is en bekend, het hoge aan het lage. Maar er is ook een drang
+naar het ideale in hem die hem steeds zijn onderwerpen doet opsmukken,
+verfijnen en veredelen. Zijn fantasie leeft steeds onder de vorsten en
+edelen, hij schildert slechts rijkdom en schoonheid, en tovert zich en
+zijn publiek het verleden als een ideale avontuurlike wereld voor de
+ogen. Laten wij van de tegenwoordige tijden maar niet spreken, zegt
+hij,--die kennen geen ware ridderlikheid meer en geen ware liefde, maar
+laat ons spreken van hen die _waren_; een dode edelman is meer waard
+dan een levende ellendeling; laten wij spreken van de gulden tijden van
+koning Artus, toen het leven was zo als het zijn moet. Toen waren er
+feesten,--»niets ontbrak er toen van wat genot geeft of 's mensen harte
+vreugde brengt"; toen waren er vrouwen,--»nooit zag men een schoner
+paar", »God schiep in Blanchefleur zijn meesterwerk"; toen waren er
+paarden,--»geen koning of keizer bezit zulk een prachtig paard",--»dat
+is 100 Mark, ja, wel 100.000 Mark in goud waard." In zulk een idealisme
+wordt elke karakteristiek van personen en toestanden uitgewist. Maar
+als hij aan 't werk is, vergeet Meester Chrestien gelukkig dat hij
+Hofdichter is en Artus moet bezingen en geïnspireerd door zijn naieve en
+realistiese vertellingskunst, schildert hij zonder zich te generen, hoe
+de ridder achter de valdeur gevangen zat als in een rotteval, hoe een
+der strijders een hele karbonade uit zijn tegenstander kerft en hoe die
+zich liever een tand uit wou laten trekken dan door te vechten. Vooral
+tegenover de vrouw en de liefde komt zo zijn realistiese en ironiese
+blik op de menselike natuur duidelik voor den dag. Hij vindt het gewoon
+»onzin" om te beweren, zoals Thomas in zijn Tristan doet, dat de ene
+geliefde op een afstand kan voelen wat de ander denkt, omdat »zijn
+hart bij haar en 't hare bij hem is." En hij heeft er plezier in alle
+voorbeelden op te noemen van de trouweloosheid en veranderlikheid van
+de vrouw en tekent een beeld van haar dat heel wat verschilt van dat
+der troubadours. Maar toch zijn Chrestien's romans er op uit om in de
+Bretonse sagestof het idealisme van de liefde en de riddereer te leggen
+die hij aan de adel verkondigt. Het is een sentimenteel, maar misschien
+ook tot zekere hoogte een logies idealisme: het is zijn dialekties
+verstand dat er een genoegen in vindt om die opvatting van de liefde
+en de eer welke hij in de ridderlike poëzie al gevonden had, zo subtiel
+mogelik ten spits te drijven en logies in al zijn konsekwenties door te
+voeren. Zo als dit voor een ceremoniemeester en wapenheraut past, stelt
+hij in zijn romans alle regels der riddereer op en interpreteert ze
+als een streng jurist; maar als de hofdichter van Marie van Champagne
+huldigt hij tegelijk ook de religie van de mode-liefde en waakt er
+nauwkeurig over dat aan alle eisen daarvan voldaan wordt. En met zijn
+dramatiese dichtergave weet hij in zijn romans het konflikt tussen
+riddereer en ridderliefde ten top te drijven.
+
+In »Erec en Enide" wordt verhaald hoe Erec, een der ridders van koning
+Artus, door de dwerg van een onbekend ridder gehoond is geworden. Zijn
+riddereer verbood hem de dwerg dadelik te tuchtigen, maar nu gaat
+hij naar een stad waar hij die ridder in een toernooi zal ontmoeten.
+Gezellig pratend vertelt Chrestien hoe Erec bij een arme »Vavassor" met
+een witte baard, zijn intrek neemt die droef in zijn eenzaamheid voor
+zijn huis zit. Zijn gastheer heet hem dadelik welkom en roept zijn vrouw
+en dochter van haar huiselik werk en beveelt het jonge meisje voor het
+paard van de ridder te zorgen en dat op stal te zetten. Zij is zeer
+armoedig gekleed en treedt schuchter voor de gast, maar haar zeldzame
+schoonheid lijkt dubbel schoon in haar nederig kleed. Als zij het paard
+verzorgd heeft, leidt zij de ridder bij de hand naar de kamer die de
+moeder intussen zo fraai mogelik voor hem in orde heeft gebracht. En
+daar zet Erec zich nu tussen zijn gastheer en diens dochter op het met
+tapijten bedekte bed voor een helder brandend vuur, terwijl de enige
+dienstmaagd van de familie het avondeten toebereidt. Erec vindt het
+meisje hoe langer hoe liever en de vader vertelt met naieve trots hoe
+velen haar al gevraagd hebben, maar zij is zo schoon dat hij haar niet
+geven wil tenzij er een echte koningszoon komt die haar hebben wil.
+Nu maakt de gast zich bekend als Erec, de zoon van koning Lac, een
+der ridders van de Tafelronde en vraagt dat de dochter morgen bij het
+toernooi zijn dame moge zijn. De gastheer en de hele familie zijn
+natuurlik allemaal even blij als vereerd en voor de avond om is, is de
+zaak uitgemaakt dat Enide met Erec trouwen gaat. Stil en bedeesd zit
+het jonge meisje daar, innig gelukkig bij de gedachte dat zij koningin
+zal worden. De volgende morgen helpt zij hem bij het aantrekken van
+zijn wapenrusting, »dat liet zij zich niet twee maal vragen," zegt de
+dichter schelms, en Erec overwint in de strijd en geeft haar de prijs:
+een sperwer. De volgende dag trekt Erec met Enide naar het hof van
+koning Artus. Erec vraagt dat zij haar armoedig kleed aan zal houden,
+niet alleen omdat hij dit wel pikant vindt, maar ook omdat hij zeer
+ridderlijk haar uitzet door koningin Guenievre wil laten bezorgen; het
+enige dat zij mede neemt is de sperwer die niet uit haar hand te krijgen
+is, en waarin ze de hele tocht door een kinderlik plezier heeft, terwijl
+Erec zich steeds dicht tegen zijn schone aandrukt en niet moe wordt haar
+aan te zien, vol ongeduld om haar aan het hof voor te stellen en zijn
+lotgevallen te vertellen...
+
+En nu vertelt de schrijver, alles in de prachtigste kleuren, van de
+schitterende bruiloft en van het jonge paar en hun huweliksgeluk. Maar
+nu komt pas het eigelike onderwerp: het konflikt in Erec tussen de
+minnaar en de ridder. Naïef en familiaar verhaalt Chrestien ons hoe Erec
+meer en meer verwijfd wordt; hij is niet van Enide af te slaan en staat
+soms niet voor 12 uur op. Zijn mannen beginnen daar over te mopperen en
+eens op een morgen hoort hij hoe Enide tegen zich zelf ligt te klagen
+dat zij schande en oneer over haar man gebracht heeft door hem van zijn
+ridderlike daden af te houden. Als Erec met moeite uit haar gekregen
+heeft wat er van hem verteld wordt, ontwaakt zijn trots en zijn
+gramschap en zijn gekrenkte riddereer doet hem in zijn overspanning
+een plotseling besluit nemen. Nu zal hij haar en de wereld eens tonen
+wat het voor een man is die zij verdenken en tegelijkertijd zal hij
+haar vertrouwen en gehoorzaamheid op de proef stellen. Hij laat zich
+zijn volle wapenrusting aandoen en zonder enige verklaring, bars en
+met een paar woorden, beveelt hij zijn vrouw haar schoonste kleed
+aan te trekken; nu gaan zij te samen de wereld in. Het enige teken van
+tederheid dat hij aan den dag legt, is dat hij zijn vader opdraagt voor
+Enide te zorgen, voor het geval dat zij alleen terug zou komen. Nu laat
+hij haar steeds een eind vóór hem uit rijden en verbiedt hij haar streng
+tegen hem te spreken of hem te waarschuwen, welk gevaar zij ook moge
+vrezen. Zijn bedoeling daarmee is haar als een soort lokvogel te laten
+dienen en zo allerlei roofridders en strijders te krijgen die Erec in
+nieuwe gevaren zullen brengen en nieuwe avonturen zullen bezorgen. Er
+wordt nu geschilderd hoe ze rondtrekken; overdag mag de arme Enide geen
+woord tegen haar geliefde man zeggen en des avonds in de herbergen
+behandelt hij haar als zijn schildknaap en moet zij het werk van een
+stalknecht doen. Keer op keer is haar man aan gevaren blootgesteld door
+haar schoonheid; òf het zijn drie roofridders die hem overvallen, òf wel
+een burchtheer in een ander slot waar ze overnachten, wordt verliefd
+op Enide en wil Erec ombrengen... En keer op keer vergeet zij in angst
+voor haar man zijn verbod of veronachtzaamt het, waarschuwt hem en redt
+daardoor zijn leven; maar hij wordt elke keer weer meer vergramd over
+haar ongehoorzaamheid en haar wantrouwen,--hij zal zich wel weten te
+redden zonder hulp van vrouwen! Maar,--haar liefde is toch steeds
+sterker dan haar vrees voor zijn gramschap. Dit is feitelik een oud
+motief uit de heldenpoëzie en de sprookjesliteratuur: een hond of een
+paard dat door zijn blaffen of hinniken zijn heer voor een gevaar wil
+waarschuwen die de bedoeling van het trouwe dier niet begrijpt en het
+daarom met slagen dreigt of werkelik slaat, maar de liefde van het
+dier is steeds sterker dan de vrees en de gehoorzaamheid; pas op 't
+allerlaatste ogenblik, misschien pas als het te laat is of hij zijn
+trouwe vriend gedood heeft, bemerkt hij het gevaar. Hier is het nu de
+vrouw die haar heer die hondentrouw bewijst of die nederige liefde
+toont. Het motief is ook verwant met die talrijke verhalen op het
+(latere) Griseldis-motief van een man die zijn echtgenote op de proef
+wil stellen, haar verstoot, haar een andere vrouw laat dienen die hij
+voorgeeft te willen huwen, die haar beveelt hem als staljongen te volgen
+en die hij op stroo aan het voeteneinde van zijn bed laat slapen...
+alleen om haar later tot groter eer en waardigheid op te heffen.
+Tenslotte, wanneer Erec dodelik gewond bewusteloos voor dood nederligt
+en Enide juist door een burchtheer gedwongen zal worden hem te trouwen,
+komt Erec door haar kreten weer tot bewustzijn, vliegt op en bevrijdt
+haar... Zij omhelzen elkaar; aangedaan dankt hij zijn Enide--telkens
+wanneer zij ongehoorzaam was had zij in werkelikheid hem eigelik weer
+een bewijs van haar liefde gegeven en van nu af leven zij in een en al
+geluk zonder de minste wolkjes.
+
+Hier was het de vrouw,--in de volgende roman van Chrestien »Ivan, de
+ridder met de leeuw", is het de man die door een hardvochtige geliefde
+gepijnigd wordt, waar die de proef door zijn onderdanige liefde bestaat;
+en ook in deze roman is het weer het konflikt tusschen de eisen der
+liefde en die der riddereer voor een leven van heldendaden, dat de
+handeling in beweging brengt. Maar het begin behandelt toch een ander
+onderwerp,--dat duidelik de reeds hiervoor genoemde sage van feeënliefde
+is, maar op menselike wezens overgebracht, zodat het bijna onherkenbaar
+is. Chrestien's bewerking van dit motief werd door zijn tijdgenoten
+beschouwd als een meesterstuk in vrouwen-psychologie.
+
+Ivan heeft met een gouden beker water uit een betoverde bron geschept,
+met de eigenaar van die bron gestreden en hem dadelik gewond. De gewonde
+vliedt naar zijn burcht terug, Ivan zit hem op de hielen... maar is
+juist de poort door binnengedrongen, wanneer die achter hem dicht slaat,
+voor hem valt een hamei neer en... zo zit hij gevangen! De burchtgravin
+en de dienstbaren zijn gelukkig zo druk bezig met hun meester die in de
+ridderzaal ligt te sterven, dat zij hem niet opmerken, alleen een der
+camerieres heeft hem gezien en wat nog beter uitkomt, eens toen zij met
+een boodschap naar het hof van Artus was gekomen, had Ivan haar een
+kleine beleefdheid kunnen bewijzen; als dank voor die ridderlikheid
+belooft zij niet alleen hem niet te verraden, maar zij geeft hem ook een
+ring die hem onzichtbaar maakt. Met die ring aan zijn vinger loopt hij
+nu veilig overal het kasteel door. Wanneer Ivan de zaal inkomt, springen
+de wonden van de dode open en begint het lijk te bloeden,--een zeker
+teken dat de moordenaar in de nabijheid is--maar de mensen zoeken hem
+vergeefs. Maar daar staat nu Ivan, en kijkt de wanhopend verdrietige
+weduwe aan, de schone »Dame de la Fontaine" en voelt de liefde voor
+haar ontwaken. Echt een pikante en sentimentele situatie: de overwinnaar
+overwonnen door de echtgenote van zijn verslagen vijand, in de macht van
+haar die hem meer dan allen haat. Betoverd door zijn liefde is het hem
+onmogelik de plaats te verlaten die meer dan een ander vol gevaren voor
+hem is. Wanneer Lunette, de cameriere hem de open deur wijst, kan hij 't
+niet over zich krijgen het slot te verlaten, hoe hopeloos zijn liefde
+hem ook voor moet komen. In lange monologen horen wij in detail al het
+paradoxale van zijn toestand en hoe sentimenteel hij nu volkomen in de
+war is gebracht. Nu maakt hij Lunette tot zijn vertrouwde en deze, een
+van het echte koppelaarster-soort (verwant aan de dienstmaagd van Medea
+en Dido's zuster in de antieke romans) beweert kans te zien er haar
+meesteres toe te brengen de moordenaar van haar echtgenoot lief te
+krijgen. In de feeënsage die hier aan ten grondslag ligt, was het heel
+natuurlik dat elke ridder die opnieuw de Meester van de bron werd, ook
+de watergeest daarvan, de fee, zou bezitten; het wordt pas stotend en
+paradoksaal wanneer dit op menselike wezens overgebracht wordt. Toch
+kan dit het publiek van de heldenpoëzie niet ongelofelik voorgekomen
+zijn, zo min als de lezers van onze oude balladen; voor hen was het iets
+heel gewoons dat een moordenaar als boetedoening en schadevergoeding
+de weduwe of de dochter van de verslagene huwde. Maar de prototype
+van Chrestien was niet zo zeer de Oosterse cyniese vertelling van
+de gemakkelik te troosten weduwe van Ephesus, als Jokaste die, in de
+Roman van Thebe, de moordenaar van haar man huwt, of Dido, die er door
+haar zuster toe gebracht wordt haar belofte van trouw tegenover haar
+gestorven gemaal te breken, of de wispelturige trouweloze Briseis
+in de roman van Troje. Het is vooral zeker de episode van Briseis
+die Chrestien heeft willen overtreffen door een nog schitterender
+schildering der veranderlikheid van het vrouwenhart en hoe dat zich
+onder alle omstandigheden voor de liefde vinden laat. Het meisje dat
+blijkbaar tegen haar meesteres zeggen mag wat ze wil, begint een praatje
+met haar: dat het toch niets geeft of ze daar nu al blijft zitten wenen,
+zij moet er liever over denken hoe zij de bron en het kasteel nu kan
+beschermen, zij kan toch gemakkelik weer een even goed heer en meester
+krijgen als hij die ze nu verloren heeft. Haar meesteres, die, gelijk
+alle vrouwen, »weigert wat ze in haar hart eigelik wil", zendt het
+meisje weg en verbiedt haar zulke dingen te zeggen. Maar ze denkt er
+toch steeds aan en voelt al wat berouw dat zij Lunette verboden heeft
+er op terug te komen. Gelukkig begint die er kalm de volgende keer toch
+weer over en verklaart dat het een voorname vrouw als haar meesteres
+niet past zo lang te wenen en vraagt of zij misschien denkt dat er geen
+moediger mannen zijn dan hij die nu gevallen is?--»Ja,--en wie zou dat
+dan zijn?"--»Ik zeg 't niet want dan wordt u maar boos!"--De vrouwe
+belooft van niet. En nu begint Lunette: »Iemand die een ander velt,
+moet een beter en sterker ridder zijn dan de verslagene, en dus..."
+»Weg, uit mijn ogen! afschuwelik wezen!"--barst de meesteres uit,--maar
+desniettegenstaande ligt zij toch een hele nacht over de zaak na te
+denken en reeds begint zij in haar hart zijn zaak te bepleiten. »Als de
+mensen mij maar niet uit zouden lachen!" Maar wanneer Lunette haar de
+volgende dag vertelt dat de man niemand anders is dan Ivan, de beroemde
+Artus-ridder, dan is de dame op eens vuur en vlam. »Hoe gauw zou hij
+hier kunnen komen?"--en ofschoon Lunette hem in haar bereik heeft, laat
+zij toch haar vrouwe een hele dag lang in spanning op hem wachten vóór
+zij haar Ivan brengt. Wanneer die voor haar verschijnt weet hij nog van
+niets en is hevig bevreesd voor zijn leven, ofschoon Lunette hem schelms
+verteld heeft dat haar meesteres hem in een niet zeer onaangename
+gevangenis wil zetten. Hij moet nu ook niet met zijn mond vol tanden
+blijven staan maar... flink voor den dag komen. Hij gaat nu recht op
+haar af, werpt zich voor haar op de knieën en geeft zich aan haar genade
+over,... vertelt dat het liefde voor haar is die hem op het kasteel
+heeft doen blijven; en eindelik stelt zij hem kort maar bondig en
+zakelik voor de verdediger van de burcht te worden en daarmede... haar
+man! Dan roept zij haar baronnen bij elkaar, speelt een scène voor hen
+en weet het zo in te richten dat zij haar dwingen een nieuwe echtgenoot
+te kiezen,--waarop zij met Ivan voor den dag komt en hen de eed van
+trouw aan hem doet afleggen.
+
+Hoe naïef dit hele stuk psychologiese roman de moderne tijd ook kan
+schijnen,--de mensen _waren_ nu eenmaal naïever en meer ongekunsteld in
+die dagen, en de analyse van Chrestien komt tegenover de werkelikheid
+misschien niet zo heel veel tekort. Maar nu komt als de eigelike inhoud
+van de roman, het moment dat Iwein's vriend Gawein hem al heel gauw
+verwijt dat hij »luiwammest" en in zijn liefde het ridderleven vergeet
+en nu vraagt en krijgt Iwein een jaar permissie van zijn vrouw.
+Maar de vriendschap met Gawein, het genot dat hij nu weer in het
+ridderleven schept en dan ook zijn ridderplichten die hem steeds weer de
+ongelukkigen ter hulp doet snellen die in nood verkeren, dit alles maakt
+dat hij langer dan een jaar uitblijft--de plichten der liefde worden nu
+voor die der riddereer verzuimd--en nu krijgt hij bericht van zijn dame
+dat zij hem niet meer zien wil. In wanhoop en berouw vliedt Iwein
+nu naar het bos en leeft daar als een wildeman, wordt waanzinnig
+van verdriet en het is niet dan na veel ellende doorstaan en vele
+heldendaden bedreven te hebben dat hij alweer door de slimheid van
+Lunette zich in genade bij zijn vrouw weet te doen aannemen.
+
+Dat de vrouw hier supérieur, de meesteres is en de man de ootmoedige
+dienaar, terwijl in »Erec en Enide" de toestand juist omgekeerd was,
+komt in hoofdzaak hierdoor dat Enide een arm meisje was dat tot een
+plaats aan de zijde van een vorst opgeheven wordt, terwijl de »Dame de
+la Fontaine" de regerende vorstin is en Iwein haar »man" d. w. in dit
+geval zeggen haar »vasal" was. Maar in de volgende roman van Chrestien
+zien wij de Provençaalse vrouwenverering reeds geheel en al door hem
+in de Britse sagenwereld ingewerkt en paradoksaal tot het uiterste
+gedreven. En hier is het nu de Keltiese sage van iemand die naar het
+Dodenrijk ontvoerd wordt maar die weer voor het leven gewonnen wordt,
+waar de dichter een volkomen menselik ridderverhaal op geborduurd heeft.
+De geschiedenis der ontvoering van Artur's gemalin door een vreemde
+koning was een oude schakel in de Britse Arthur-verhalen en daarmede
+smolt de Keltiese Orfeus-mythe samen; Guenievre is het, die weggevoerd
+wordt en Lancelot die haar terug haalt. Nu wordt Lancelot tot de neef
+van de koning gemaakt en hij vereert en aanbidt de vrouw van zijn
+oom,--evenals Tristan die van zijn oom Marc. Ook hier draait alles
+feitelik om een konflikt tusschen riddereer en liefde,--een zuiver
+simbolies konflikt tussen die twee tot het uiterste gevoerde begrippen.
+Lancelot hunkert er slechts naar te weten te komen waar zijn aangebeden
+koningin heen gevoerd is en dat land zelf te betreden, maar hij is zijn
+paard kwijt geraakt en staat wanhopend te kijken wanneer er juist een
+dwerg voorbij komt op een kar: als de ridder nu maar op wil zitten, zal
+de dwerg hem de weg naar de koningin wijzen. In zijn sterk ongeduldig
+verlangen begaat nu ridder Lancelot door zijn liefde voor Guenievre de
+voor een ridder zo uiterst vernederende handeling werkelik op de kar
+plaats te nemen,--iets waar hij duur voor zal moeten boeten. In de oude
+sage is er zeker ook iets van een wagen geweest,--misschien wel de
+doodswagen, waar er voor de ridder een grote zelfoverwinning voor nodig
+was om die te bestijgen, om zo in het doodsrijk te komen. En dit zal
+Chrestien òf niet hebben begrepen òf niet hebben kunnen gebruiken, in
+plaats waarvan hij met al het formalisme van een ceremoniemeester,
+een heel simbool maakt dat Lancelot liefde boven riddereer stelt,
+wat per slot van rekening toch maar een kleine inbreuk was op de
+riddergewoonten: dat hij in een kar reed in plaats van te paard. Overal
+waar hij nu voortaan heengaat, heeft men van zijn tocht op de kar
+gehoord en wordt hij met spot en hoon overladen, ja, wanneer hij
+eindelik, na allerlei avonturen en heldendaden, alles om zijn liefde
+vergetend, de koningin weet te vinden en haar te bevrijden, dan keert
+ook zij haar ridder en redder de rug toe: hij heeft zijn riddereer
+geschonden en daardoor haar eer. (Anderen verstaan daarentegen de tekst
+zo dat de koningin er integendeel boos over is omdat Lancelot even
+_geaarzeld_ heeft van de kar gebruik te maken). Zwijgend en ootmoedig
+buigt hij zich voor haar ongenade, die hem geen woord van verklaring
+zelfs gunt en lang zwerft hij wanhopend rond totdat hij na nieuwe daden
+en gebroken in zijn ootmoed eindelik toch in genade aangenomen wordt.
+Met nieuwe, heel bizondere kleuren is die ootmoedige liefde van Lancelot
+geschilderd; niettegenstaande de invloed der troubadours is die, als men
+het zo uitdrukken mag, meer noordelik-blond dan de door hen geschilderde
+liefde; het is een heel romanties-dromende ingenomenheid, een verlangend
+smachten, waar de jongeling mede rondloopt. Vele maagden trachten hem
+onderweg te verleiden of te dwingen, maar »een ridder heeft maar één
+hart en het zijne is niet langer bij hem", in alle situaties bewaart hij
+zijn kuisheid, als b.v. ergens de jonge schone gastvrouw hem haar bed
+laat delen, houdt hij voorzichtig zijn ondergoed aan. Eens op een morgen
+vindt hij een ivoren kam op de weg liggen, met goudgeel vrouwenhaar er
+in--»ik weet niet van wie die is", zegt de schrijver schelms--dadelik
+valt hij in zwijm van aandoening, daarna haalt hij er netjes alle
+haren uit, drukt die tegen zijn ogen, mond en voorhoofd en bergt ze op
+zijn borst. Van haar kant heeft Guenievre er plezier in de bescheiden
+page-liefde van de jongeling naar haar zin te zetten en op een verfijnde
+proef te stellen. Eens wanneer Lancelot--incognito, alleen de koningin
+herkent hem--met grote kranigheid op een toernooi strijdt dat enige
+dagen duurt, zendt zij hem op een morgen heimelik bevel dat hij die dag
+slecht moet vechten en niettegenstaande hij in zijn eergierigheid hevige
+lust heeft om zich zo goed mogelik voor te doen, geeft hij toch aan de
+luimen van zijn aangebedene toe en laat zich door de anderen uitlachen.
+Als een want in haar hand, als een hond voor haar voet wil zij hem
+hebben. Eindelik weet hij haar toch 's nachts te ontmoeten; hij drukt de
+ijzeren tralies van haar raam uit elkaar en werkt zich naar binnen, niet
+zonder zijn hand te kneuzen en aan het bloeden gekregen te hebben,--een
+herinnering misschien wel aan de Yonec van Marie de France. Als hij het
+bed van de koningin bereikt »buigt hij zich eerst aanbiddend neder, want
+hij gelooft in geen heilig lichaam zoals aan het hare"--men ziet hoe
+blasfemies de liefde kan zijn--en na een nacht vol, gelijk de auteur het
+mysties uitdrukt, van een soort wellust »die nooit zijns gelijke heeft
+gehad en die ik mijn leven lang zal verzwijgen", na zulk een liefdenacht
+staat hij op, terwijl de koningin nog slaapt, maar voor hij weg sluipt,
+»valt hij eerst nog weer voor het bed op zijn knie; hij voelt zich
+geheel als een martelaar en hij doet als bevond hij zich voor een
+altaar". Het pathologiese element waar wij in de knielende onderwerping
+der troubadours aan de vrouw reeds de eerste sporen van tegen zijn
+gekomen, is hier bijna onguur van perversiteit geworden.
+
+Niettegenstaande de oude mytiese stof nu zo op mensen overgedragen
+is, ligt er toch nog een zekere vaag-mystiese atmosfeer over de
+gebeurtenissen en de personen in dit gedicht van Lancelot. Pas wanneer
+we ver in de historie gekomen zijn, krijgen wij te horen, en dan
+nog maar helemaal in het voorbijgaan, wie de »Ridder met de kam"
+zoals Lancelot genoemd wordt, eigelik is (een kunstmiddeltje om de
+nieuwsgierigheid op te wekken, waar Chrestien ook elders met graagte
+gebruik van maakt) en de hele verhouding tussen hem en Gawein, die ook
+op zoek naar avonturen is, wordt geheel en al in het donker gehouden: de
+eerste schijnt de laatste te kennen maar niet omgekeerd; de verhouding
+tussen Lancelot en de koningin is ook al vaag en onduidelik en de
+Mysteries in het land van koning Gorre, aan de overzijde van de
+»Zwaardbrug", worden al meer en meer dromerig-onbegrijpelik, hoe verder
+de held op zijn tochten komt. Het is duidelik dat de dichter zelf, met
+al zijn gevoel voor de nuchtere werkelikheid voor goed in de mysteries
+der Keltiese sagen-wereld bevangen is geraakt; Chrestien zowel als zijn
+lezers voelen dat wij ons hier eigelik in de onwerkelike wereld van het
+hiernamaals bevinden. En in zijn laatste inkomplete roman »Perceval van
+Wales" verdwaalt de dichter nog dieper in het land der wonderbare
+fantasie.
+
+»Perceval" verhaalt van de knaap die in het bos grootgebracht wordt,
+waar zijn moeder, de weduwe van een ridder, hem ver van de wereld heeft
+opgevoed, opdat hij niet gelijk zijn vader en diens broeders een vroege
+dood op het slagveld zal vinden. Eens in de lente als de jongen in het
+bos rijdt en alles om hem heen van vreugde straalt, zo dat zijn hart in
+zijn borst breder schijnt uit te slaan, hoort hij tussen de eikenbomen
+door het kletteren van metaal, er komt een schitterend licht uit de
+diepte van het bos en vijf ridders springen langs hem heen. Dat moeten
+de engelen zijn waarvan zijn moeder hem verteld heeft, die schoner zijn
+dan al het andere behalve God. Hij knielt neêr en wil ze aanbidden.
+Maar zij houden stil en vragen hem naar de weg en heel levendig wordt
+het nu beschreven hoe de knaap, in stomme verbazing, hun allerlei vragen
+stelt over hun wapenrusting, hun paarden enz., terwijl de ridders al
+ongeduldiger worden omdat zij niets van hem te weten kunnen komen,--»al
+die lui uit Wales zijn ook zo dom," zegt een van hen. Wanneer hij bij
+zijn moeder thuis komt is hij niet uitgepraat over die hemelse wezens
+die zich ridders noemen en tevergeefs tracht de moeder in haar angst
+hem aan zijn verstand te brengen dat dit een soort engelen zijn die de
+mensen dood slaan. Het geeft allemaal niets, als de zoon nu hoort dat
+zijn vader ook ridder was, wil hij absoluut ook de wereld in en ridder
+worden.
+
+Met een zwaar gemoed gaat zijn moeder nu ook voor zijn uitrusting
+zorgen, het wordt een zeer huiselike, komiek boerachtige uitrusting,
+en zij geeft hem allerlei raad voor het leven mede, praktiese dingen
+en zedelike voorschriften, regels op de hoofsheid en goede manieren
+betrekking hebbend, als in de Oosterse verhalen en Ruodlieb, alleen iets
+ridderliker. En zo trekt de jongen de wereld in, zonder te vermoeden dat
+zijn moeder van verdriet in zwijm valt. En waar hij nu ook komt, overal
+tracht hij de levensregels van zijn moeder in praktijk te brengen, »dat
+heeft mijn moeder mij nu zo voorgehouden," zegt hij eenvoudig. En die
+voorschriften brengt hij dan op zulk een naïef-onwetende manier in
+toepassing dat hij voortdurend tegen »de goede toon" handelt, maar door
+zijn gezonde onbedorven natuur komt hij toch vooruit, en steeds tracht
+hij zich volgens de raad van zijn moeder te volmaken en zich altijd
+bij de »prudhommes" te houden. Hij komt aan het hof van koning Arthur,
+waar »le valet sauvage", zoals de dichter hem noemt, dadelik zonder
+blikken of blozen eist een uitrusting te krijgen en tot ridder geslagen
+te worden. Als hij juist op dat ogenblik een ridder in een rode
+wapenrusting zich ongepast tegen de koningin ziet gedragen, slaat hij
+hem met zijn eigenaardige werpspiets uit Wales ter neer en trekt nu
+diens wapenrusting aan. Maar hij wil zijn eigengemaakte kleeren toch
+niet afleggen en zo moet men de jongen, die natuurlik aan dit alles
+niet gewend is, helpen die nieuwe wapenrusting over zijn eigen kleeren
+aan te trekken, en als »de roode ridder"--zijn eigen ware naam kent hij
+niet--trekt hij nu verder de wereld in. Hij komt een oude burchtheer
+tegen, Goneman, die hem uitnodigt mee naar zijn slot te gaan, hem tot
+ridder slaat en verder voor zijn opvoeding zorgt, door hem een stel
+nieuwe levensregels mede te geven,--niet alleen voorschriften uit de
+ridderlik-religieuse moraal: de weerlozen te hulp te komen, in de kerken
+te bidden, geen overwonnen vijand te doden, maar ook die op goede
+manieren betrekking hebben, b.v. dat men niet te veel moet spreken of
+vragen.
+
+Maar hij trekt weer verder om zijn »Lehr- und Wanderjahre" voort te
+zetten. En nu krijgt hij ook les in de liefde. Op een kasteel treft hij
+de heerseres, een jong meisje dat lelik door vijandelike naburen in het
+nauw wordt gebracht. Hij verslaat al haar vijanden en het duurt niet
+lang of het jonge meisje behandelt hem zo vriendelik dat zij tedere
+gevoelens bij de onwetende en onschuldige knaap weet op te wekken; die
+episode is in al haar naïeveteit zéér lief en fijn geschilderd. Maar
+voorlopig moet »de rode ridder" verder, nu wil hij zijn lieve moeder
+bezoeken, eindelik is het verlangen naar haar in hem ontwaakt.
+
+Maar vergeefs gaat hij de »gaste forèt" zoeken waar zijn moeder woonde.
+Maar wel komt hij aan een geheimzinnig slot. Een man die stond te vissen
+heeft hem daar heen gebracht en hij wordt nu een zaal binnengeleid waar
+op een bed voor een vuur een oude man ligt wien blijkbaar al zijn
+krachten begeven hebben. Beleefd vraagt hij de gast hem dan ook te
+verontschuldigen als hij niet opstaat, en begint een gesprek met hem.
+Onderwijl komt een dienaar zijn meester een zwaard brengen van zijn
+nicht, en de gastheer vereert dit aan de rode Ridder. Daarna komt er
+een ander met een blinkende lans, waar bloed afdruipt; nieuwsgierig
+is hij op 't punt te vragen wat dit alles te betekenen heeft, maar
+hij herinnert zich Goneman's raad en zwijgt. Ten slotte komen er twee
+dienaren met hoge kandelaars en tussen hen in loopt een maagd die een
+»graal" in haar handen draagt; de glans van die graal overtreft verre
+die van de kaarsen. Een vlak, zilveren bordje, een soort voetstuk, wordt
+achter de graal aangedragen. Weer weet de ridder zijn nieuwsgierigheid
+te bedwingen en de stoet verdwijnt door een andere deur. Geen woord
+wordt over dit alles gewisseld en nu wordt er een prachtige maaltijd
+binnengebracht; daarna wordt de gast naar zijn legerstede gebracht.
+Maar de volgende morgen als hij wakker wordt is het gehele kasteel als
+uitgestorven, de zalen zijn afgesloten, alleen ziet hij zijn paard
+gezadeld staan waarop hij verder rijdt...
+
+Dit was de Graalburg waar hij in geweest was, krijgt Perceval (die zich
+nu plotseling zijn naam herinnert) naderhand te weten, en het was heel
+erg jammer dat hij niets gevraagd heeft. Maar, zoals een heremiet hem
+weet te vertellen, dat hij er niet toe kwam te vragen, dat was de straf
+omdat hij zo hardvochtig van zijn wenende moeder weggetrokken was, die
+van verdriet over zijn vertrek gestorven is; de zieke Graalkoning was
+een der twee broeders van zijn moeder, hij, de heremiet zelf, is de
+ander... Maar meer krijgen wij bij onze schrijver niet te weten, de pen
+is hem ontvallen en zo laat Chrestien het aan talrijke andere dichters
+over de Graalsage verder uit te werken.
+
+ * * * * *
+
+De dichterlike richting waarin Chrestien die »Bretonse" stof vorm had
+gegeven, werd voortdurend meer en meer karakteristiek voor die geweldige
+massa van »Bretonse Romans". Aan de ene kant vinden wij daarin een zeer
+realistiese, lustig-frivole schildering van de zeden van de adel en van
+het ongebonden, avontuurlike leven langs 's Heren wegen. Wij krijgen
+verhalen van kroningsfeesten en bruiloften en de ontvangst in een stad
+van een geliefd vorstenpaar; wij zien ook de dame aan haar toilet, hoe
+zij half ligt, half zit op een ligbank, terwijl de ene dienstmaagd met
+een ivoren kam haar de lange blonde haren kamt, de andere haar een
+spiegel voorhoudt terwijl zij een bloemenkrans in de hand heeft, en
+wij wonen hele gesprekken bij tussen dames en heren bij de ontvangst
+op het kasteel. Hier en daar merkt men pogingen om een zekere uiterlike
+en innerlike karakteristiek in de personennamen te leggen: Guinaut de
+blonde, Madian de trotse, »le beau-tenebreux", »le beau-hardi", of de
+mensen allerlei capricieuse eigenaardigheden te geven; ook vindt men
+nu karikaturen van een lelike dame, een monsterlike dwerg, en--in de
+proza-romans--»problematiese naturen" met allerlei eigenschappen die
+aantrekken of afstoten goed dooreengemengd, b.v. zulke figuren als
+Morgane, de zuster van koning Claudas en Arthur.
+
+Die romans geven gewoonlik een soort elegante kroniek van de
+maatschappij, en het beeld dat zij van de adellike zeden geven is nu
+niet bepaald stichtelik. De dame is maar al te verleidelik met haar
+koketteren; wanneer zij met een cavalier samen uitrijdt, spreekt zij
+over liefde en zingt Britse »lais" en »retrouenges" voor hem, doet onder
+het gesprek haar halsdoek af, of maakt een paar knopen los van haar
+kleed »omdat het zo warm is" zodat haar gezicht en blanke hals te zien
+komen en kiest bij voorkeur gezellige, schaduwrijke plekjes uit om even
+rust te houden. Of zij komt 's morgens een praatje bij hem maken op de
+rand van zijn bed. Maar ook de ridder is niet bang om het initiatief
+te nemen. Tegen bedtijd komt hij b.v. een der dames op het kasteel
+bezoeken; zij zit in haar kamer gouddraad op te winden; hij gaat naast
+haar zitten, laat het gouddraad tussen zijn vingers door glijden en
+vraagt haar naar haar werk... en dan eindigt het er al licht mede dat
+hij daar 's nachts blijft. En zo is het werkelik geen wonder dat als er
+eens een man met een wondermantel aan het hof van koning Artus komt,
+welke slechts _die_ dame past die zich niets te verwijten heeft, en
+een andere keer een man met een drinkbeker waarvan alleen die man kan
+drinken zonder te morsen, wiens echtgenote zijn eer nooit bezoedeld
+heeft,--dat dan blijkt, tot schrik van enkelen, maar tot groot vermaak
+van de meesten, dat de mantel zo goed als geen enkele dame past en geen
+echtgenoot uit de horen kan drinken.
+
+Maar vooral het rondtrekken en het leven langs 's Heren wegen en in de
+herbergen werkt verslappend op alle zeden. Hier is een herberg waar de
+dochter van de waard 's nachts de gast haar gezelschap opdringt, ginds
+een slot waar de Heer zich zo door de vrouwen der reizigers voor zijn
+gastvrijheid laat betalen. In het land waar Lancelot doortrekt was het
+gewoonte dat een jonkvrouw, die alleen reisde, niet zonder hevige straf
+verkracht kon worden--ofschoon dat toch voortdurend voorkomt--wanneer
+zij daarentegen een ridder mede had als begeleider, mag hij die deze
+laatste overwint op haar liefde aanspraak maken. Een ruw ridder,
+Agravain, heeft juist de begeleidende ridder van zulk een rondtrekkende
+dame gedood; nu gebiedt hij haar van haar paard te komen, gooit haar op
+de grond en rukt haar de kleêren van het lijf, maar als hij dan ziet dat
+haar lichaam vol builen zit, beveelt hij haar in plompe hoon maar weer
+op te staan, haar zal hij waarachtig geen kwaad doen. Maar gelijk wij al
+gezien hebben, is er maar al te dikwels geen geweld nodig. Een ridder
+stelt eens zijn dame en zijn hond op de proef en ziet met weemoed dat
+zijn schone dadelik met een vreemde ridder meegaat, terwijl zijn hond
+hem trouw blijft. En veel van de meest beroemde ridders hebben op hun
+tochten het ene avontuurtje na het andere; waar een ridder als de
+vrolike Gawein zich vertoont, wedijveren alle dames om zijn gunst.
+Overal hebben Gawein en andere ridders dan ook kinderen waar zij niet
+van weten en die ook hun vader niet kennen, wanneer zij de wereld in
+trekken; het is zeker niet zonder goede reden dat die romans zo dikwels
+over dergelike heldenzonen handelen, die hun vader gaan zoeken en die
+tenslotte herkennen in Gawein of een ander ridder van de tafelronde.
+
+Maar met dit frivole realisme mengt zich, evenals bij Chrestien, overal
+in de Artus-romans een sentimentele vrouwenverering en een hooggespannen
+gevoel van riddereer. Drie broeders, koningszonen, rijden het bos door
+en de één vraagt de ander wat hij doen zou als zij nu de schone dochter
+van de waard bij wie zij 's nachts gelogeerd hadden, eens alleen in het
+bos aantroffen. Nu, zegt de een, dat begrijpt hij toch ook wel, hij zal
+nooit een gelegenheid voorbij laten gaan om van een vrouw zijn lust te
+hebben, een ridder die dat niet doet met of zonder geweld betekent ook
+niet veel. Maar de ander ontwikkelt hiertegenover zijn sentimentele
+smachtende opvatting van de liefde. Deze laatste hoort tot de klasse
+van sentimentele minnaars als Lancelot, Gliglois, Ider, Claris en tutti
+quanti. Gliglois is een jonge page die Gawein zijn schone gezonden heeft
+om haar te dienen, maar die nu zelf gloeiend op haar verliefd wordt, nu
+hij dageliks in haar nabijheid is en haar aan tafel en bij haar toilet
+dient. Zij merkt hoe de knaap vergeet voor te snijden, hoe zijn handen
+beven wanneer hij haar kleêren vast moet maken; zij heeft er plezier
+in met zijn hopeloos bedeesde liefde te koketteren, hem gruwelik te
+plagen en hem zeer hardvochtig zich half dood naast haar paard te laten
+lopen... en tòch per slot, wanneer zij hem genoeg gepijnigd en op de
+proef gesteld heeft, plotseling zijn »perseverance" te belonen met haar
+hand en haar hart.--Claris is de arme jonge ridder die op de koningin
+verliefd wordt; als hij eens zwaar gewond ter neder ligt, heeft de
+broeder van de koningin aan wie hij eens zijn geheim toevertrouwd heeft,
+er zijn zuster toe weten te krijgen hem te bezoeken. Overweldigd door
+zijn vreugde vat hij nu moed haar zijn gevoelens te doen kennen, maar
+zij wijst hem streng terug, zodat de zieke voor dood in zwijm valt. Nu
+krijgt haar medelijden de overhand, zij buigt zich over hem en kust hem.
+Die kus doet hem weer herleven, en op voorspraak van haar broeder stemt
+de koningin er in toe zijn »amie" te worden; alleen moet hij beloven
+zich tevreden te stellen met »l'acoler et le besier".
+
+Ook de liefde in de echtbreuk wordt langzamerhand heel smachtend-elegies
+en sentimenteel-moreel behandeld,--vooral in de twee uitvoerige
+prozaromans van Lancelot en Tristan. In plaats van de versvorm komt nl.
+nu en dan het proza te voorschijn--een bleek, dun proza wel is waar,
+dat toch een eigenaardig ceremoniële elegance vertoont, een eigenaardig
+smachtende gratie die goed bij de gekunsteldheid en de sentimentaliteit
+van de toon past. Lang dweept de jonge Lancelot in stilte met de
+koningin, hij kan niet, gelijk de levendige Zuid-Fransen, zijn gevoelens
+in een sierlike hulde uiten, hij valt bijna in zwijm wanneer zij
+hem haar hand geeft, en zij is het die de eerste fijne en diskrete
+toenadering moet doen,--allerliefst is b.v. de boodschap die zij hem
+zendt, wanneer hij een verre tocht gaat ondernemen, dat hij zich voor
+onwaardige liefde moet wachten, want »hoe hoger een ridder zijn wensen
+stelt, des te meer stijgt hij zelf in waarde." Tenslotte moet een vriend
+de postillon van Lancelots gevoelens zijn en in tegenwoordigheid harer
+maagden, geeft de koningin hem een kus. Op die kus en een »beau doux
+ami" kan de gelukkige minnaar lang leven. Op zijn tochten kan hij een
+hele dag stil in zijn liefdedromen weggezonken, zich door zijn paard
+laten leiden, zonder dat hij zelf weet waarheen, evenals de koningin
+zelf in haar torenvenster kan staan dromen van al de vreugde die haar
+het hart doet overstromen. De geliefden ontmoeten elkaar maar weinig en
+kort, gewoonlik moeten zij tevreden zijn met op een afstand voor elkaar
+te zuchten en naar elkaar te smachten, en zelfs wanneer zij bij elkaar
+zijn, vergiet hun liefde meestal nog tranen omdat zij door het ijzeren
+hek van het huwelik van elkaar gescheiden zijn. Zij lijden onder het
+halve en het verborgene in hun verhouding en de koning zelf heeft
+medelijden met hen. Zelfs is Artus bereid hem zijn gemalin af te staan,
+alleen om Lancelot's vriendschap te behouden. Elk der twee gelieven
+heeft een vertrouwde, een vriend of een vriendin, voor wie zij hun hart
+uitstorten en die zich met hen verheugen en met hen wenen en de koningin
+weet van die twee vertrouwden een paartje te maken, evenals wij dit met
+Kaherdin en Brangien in »Tristan" zagen gebeuren. Boze mensen zaaien
+door vervalste brieven het zaad der verdenking tussen Tristan en Isolde,
+als tussen Lancelot en Guenievre en wat uitdrukkelik in het wetboek der
+liefde van Andreas Capellanus voorgeschreven is,--de geliefden geloven
+altijd dadelik het allerergste van elkaar en zijn te trots om een
+verklaring te zoeken of zich zelf te rechtvaardigen. Zij willen zich
+uit wanhoop doden, maar dan weten de confidenten een verklaring of een
+verzoening te weeg te brengen. En Lancelot is werkelik het voorbeeld van
+een »loyal amant". Wanneer men hem met de woorden »uw vriendin zal het
+nooit te weten komen" tracht te verleiden, antwoordt hij: »Mijn hart zal
+het te weten komen en dat is één met het hare", en als iemand hem eens
+een kus heeft ontstolen, gaat hij zich wanhopend aan een beek staan
+wassen, veegt zijn lippen af en spoelt zijn mond om,--gelijk een heilige
+in de oude legenden dit gedaan zou hebben.
+
+Lijnrecht tegenover die sentimentele liefde staat echter bij Chrestien
+als bij anderen, een ander ideaal prinsiepe, dat van de hooggespannen
+en ten top gedreven cultus van de eer. Konden echte helden der
+heldensage bang worden, deze onwerkelike ridders weten niet wat vrees
+is; konden de eersten verstand aan den dag leggen en list vertonen, de
+laatsten verachten zulke dingen. Wanneer er gezanten de grote zaal van
+Artus binnenkomen, pochend en vol drukte zoals er dat in de heldensage
+bij hoort, dan antwoordt de koning zachtmoedig glimlachend: »Vriend,
+zeg ons uw boodschap; dat zal niemand u verhinderen." De ridders van
+de Tafelronde moeten elke bede op voorhand inwilligen en keer op keer
+worden Artus zo wel als zijn helden in de pijnlikste verlegenheid
+gebracht wanneer de bede iets absoluut onmogeliks blijkt te beogen,
+en meer dan eens worden zij door die onbezonnen beloften genoodzaakt
+een onrechtvaardige zaak te bevorderen. Met poenerige trotsmoedigheid
+zet de ridder zijn dame op het spel, zodra iemand hem maar uitdaagt
+om haar te strijden. Komt er een vreemde strijdridder aan het hof van
+Artus, die een ieder uitdaagt die maar wil om met hem om de koningin
+te vechten, dan neemt Artus dit dadelik aan. Guenievre wordt dadelik
+als het voorwerp van de strijd naar een weide gebracht en wie ook maar
+wil van de ridders, al was het ook ridder Key, die om zijn ongelukken
+bekend is, mag haar verdedigen. In de strijd zelf geeft de ridder zijn
+tegenstander allerlei voordelen en is er op uit de fijnste ere-regels
+voor de strijd op te stellen. Onder de ridders geldt ook de stijfste
+beleefdheidsetikette en elk woord dat niet »convenable" is of elk
+onbeleefd antwoord betekent zoveel als een uitdaging in een duel. Vooral
+is hoofsheid tegen de dames een ridderplicht; een dame niet te groeten
+is een misdaad, die gezoend moet worden; de hand aan een vrouw te
+slaan--zelfs al zou zij daar zelf schuld aan zijn doordat zij zich
+tussen de strijdenden geworpen had--eist een lange tijd van
+boetedoening.
+
+Een nieuwe ridderlike deugd, die de ridders van koning Artus op de meest
+geraffineerde wijze beoefenen is de bescheidenheid; die hebben ze uit
+de heilige legenden geleerd. Nooit zullen ze zich ook maar enigermate
+op de voorgrond stellen, altijd, zo mogelik, hun heldendaden anoniem
+volbrengen, in een onbekende wapenrusting, men moet ze bespioneren om
+gelegenheid te krijgen ze te bedanken. Schoon is b.v. ook een scène
+waarin Gawein een zijner broeders treft, zonder dat die hem kent. De
+broeder vraagt de Artusridder over de Tafelronde uit, wie de beste
+is, enz.... steeds in de hoop Gawein te horen prijzen. Maar Gawein
+noemt allen anderen een voor één op, maar nooit zijn eigen naam, waar
+de ander zich hevig over ergert. En Lancelot zowel als andere helden
+hebben er een bepaald plezier in om zich zelf te plagen, en zich te doen
+miskennen, zich voor te doen als of ze voor iets niet deugden en zich
+door anderen in de schaduw te doen stellen; zachtmoedig houden zij zich
+op de achtergrond, totdat ze van de nood een deugd moeten maken en ze
+zich plotseling in al hun kracht vertonen.
+
+En de Artusromans hebben er plezier in, evenals Chrestien, de ridder
+met zijn eigen geweten in konflikt te brengen, waardoor verschillende
+kwesties van eer of de eisen van de riddereer en die der liefde
+tegenover elkaar komen te staan, zo dat de ridder genoodzaakt wordt een
+dier eisen te overtreden en daarvoor gestraft wordt òf dat hij zich door
+de ene of andere subtiliteit uit de slag moet trekken. Hij heeft b.v.
+juist een tegenstander overwonnen en die ligt nu weerloos onder hem;
+nu komt een dame aanzetten die om een gunst vraagt welke de ridder
+haar natuurlik dadelik toestaat,--nu vraagt zij om het hoofd van de
+overwonnene. Eerloos zou het zijn de weerloze te doden, maar zijn
+belofte aan de dame mag een ridder ook niet breken; hij geeft dus de
+ridder zijn wapenen terug en begint een nieuwe kamp met hem, waarin
+hij hem overwint. Of Gawein heeft een ridder verslagen die een vrouw
+geweld aan heeft gedaan. Des avonds komt hij aan een kasteel waar hij
+allervriendelikst ontvangen wordt. Maar aan het eind van de maaltijd
+wordt het lijk van de verslagene binnengebracht en nu blijkt het dat het
+de zoon van zijn gastheer is die Gawein gedood heeft; het bloed dat uit
+de wonden vloeit toont wie de moordenaar is en hij tracht dit dan ook
+niet te ontkennen. Eerst wil zijn gastheer hem nu doden, maar dan
+herinnert hij zich de eisen der gastvrijheid, laat hem de volgende
+morgen wegtrekken, om hem dan pas te vervolgen en wraak te zoeken.
+
+ * * * * *
+
+De proza-roman van Lancelot is van de monniksgeest doortrokken. Lange
+uitwijdingen over dogma's breken het verhaal overal af en voortdurend
+wordt de kristelike missie van de ridderschap op de voorgrond gebracht.
+Van zonde, berouw en boetedoening is de liefdeshistorie van Lancelot
+en Guenievre vol, en de gehele elegiese sentimentaliteit waarmede hun
+moeilikheden geschilderd worden heeft een kristelike legendentoon over
+zich. De schroomvallige nauwgezetheid en de spitsvondige dialektiek
+waarmede de ridder aan de eisen van de eer tracht te voldoen, het diepe
+schuldbewustzijn dat de minste tekortkoming aan die eisen in het gemoed
+van die ridder achterlaat,--dat is alles ook van kristelike oorsprong.
+En de roman eindigt er dan ook meê dat Guenievre zich in een klooster
+terugtrekt en Lancelot zijn leven als een vrome eremiet eindigt.
+
+Vele zijn over het algemeen de pogingen van de geestelikheid geweest
+om de ridderpoëzie van de kristelike geest te doordringen. Wij hebben
+»lais" die een kristelike morele kleur over de heidense Keltiese sagen
+trachten te leggen; wij hebben romans waarin de kristelike mirakelen
+tegen heidense toverij strijden of waar het teken des kruises de ridder
+uit de handen der spoken redt. Maar de belangrijkste poging om een
+beslist kristelike ridderromantiek tegenover de wereldlike te zetten,
+deden de monniken in de Graalromans. Tegenover de ridders van de
+Tafelronde kwam de heilige ridderschap van de Graal te staan, tegenover
+de jacht op avonturen en eer, die van de Graal, »la quète du graal",
+een jacht op die levenskroon welke slechts de volmaakte ridder zonder
+blaam zou kunnen bereiken. En niet minder avontuurlik,--neen! nog
+avontuurliker en wonderliker, nog meer vervuld van heldendaden en
+ridderlikheid dan al die Artur-romans werd die Graal-romantiek in de
+werken van Chrestiens' navolgers, de Duitser Wolfram von Eischenbach,
+die in een groot gedicht een verloren Franse versroman nabootst, in de
+berijmde Graalromans van Robert de Boron, een Anglo-Normandies dichter
+en ten slotte in de grote prozaromans die ten dele aan Walter Mapes
+toegeschreven worden.
+
+In die overweldigende massa van vers en proza golft er een chaotiese
+menigte van voorstellingen, van alle kanten te samen gevloeid en die
+elkaar dikwels tegenspreken. Maar de hoofdtrekken zullen wel zo ongeveer
+de volgende zijn:
+
+De schaal, het bekken of de schotel waarvan Kristus bij het laatste
+avondmaal zeide: »Die de hand met mij in den schotel doopt, die zal
+mij verraden", heeft steeds een wonderbare kracht behouden, niet alleen
+om de goeden en de reinen voedsel te geven en hen tevreden te stellen
+maar ook om de zonden te ontsluieren door geen onreinen in de buurt
+te kunnen dulden. Die schotel kwam in het bezit van de vrome Josef
+van Arimathea die er het bloed van de Gekruisigde in bewaarde. Toen
+hij gedurende de Kristen-vervolgingen in de gevangenis geworpen was,
+werd hij wonderbaarlik voortdurend door den schotel gevoed, en Kristus
+openbaarde zich voor hem en leerde hem de ritus van de Mis en de
+mystiese betekenis er van. Toen stichtte Josef een broederschap van die
+»Graal" zoals het genoemd werd en van een Tafelronde, ter herinnering
+aan het laatste Avondmaal. De Graal verschaft voedsel, maar hij die
+alleen uit nieuwsgierigheid er in kijken wil of die zich aan de tafel
+neerzet zonder er recht op te hebben, wordt gewond of verblind door
+hemelse wapenen. De Graalbroeders trekken als zendelingen de wereld
+in en ten slotte trekken zij op hemels bevel naar Engeland om dat
+land te kerstenen. Overal wordt hun tocht door mirakelen en mysteriën
+gekenmerkt, zij vinden het toverzwaard van koning Salomon; ter loutering
+van hun zonden worden enkelen hunner met toverschepen naar tovereilanden
+gebracht: een der leden van de broederschap heet Brons en wordt »de
+rijke visser" genoemd, omdat hij een vis gevangen heeft waar een heel
+gezelschap mee gevoed is geworden.--Petrus wordt in de H. Schrift een
+»visser der mensen" genoemd en de vis is ook het symbool van Kristus--,
+een ander wordt door een bloeddruipende lans in zijn voet gewond, hetzij
+omdat hij op een heilige plaats is gaan slapen of omdat hij in de
+schotel gekeken heeft, of het is door het zwaard van Salomon dat hij
+gewond wordt. Intussen is de Graal van Josef van Arimathea in andere
+handen overgegaan en die wordt ten slotte in een onbekend slot, ergens
+in het westen van Engeland, bewaard opdat die niet in de handen der
+woeste Saksen vallen zal.
+
+Daar zit nu een Graalkoning die te bewaken... hij is ziek, maar hij kan
+niet sterven of beter worden, vóór een rein, edel man naar de Graal en
+de bloedende lans komt vragen. In navolging van de broederschap van de
+Graal is nu Artur's ridderschap van de Tafelronde gesticht geworden om
+de Graal te zoeken. Merlijn is de stichter er van; hij was eigelik een
+afgezant van de Hel, uit een maagd geboren om zo een tegenhanger van
+Kristus te vormen en had als deze bovennatuurlike macht gekregen; maar
+het goede in hem had de overhand gekregen over het daemoniese in hem. Zo
+zijn de ridders van de Tafelronde een wereldlike ridderschap die naar
+ideële volmaking streven en de beste ridders zoeken overal de wereld
+af naar de Graal. Door zijn liefde voor de koningin heeft Lancelot
+zich onwaardig gemaakt om die te vinden; het is òf Percival òf--volgens
+anderen--Galahad, de zoon van Lancelot, die eindelik als de reine ridder
+zonder smetten, het kasteel weet te bereiken, de vragen stelt en
+Graalkoning wordt.
+
+Dat schijnen de grote trekken te zijn. Het is een vreemd mengelmoes
+van trekken uit alle kanten. Zeker zijn er Keltiese sage-elementen bij.
+Zoals wij reeds gezien hebben waren er oude Ierse verhalen van een ketel
+waarin altijd genoeg te eten was, en van andere merkwaardige talismans
+als een lans en een zwaard; verder de sage van de gewonde koning Artus
+die nog steeds in leven is op het tovereiland Avalon, en er zijn zonder
+kwestie sagen bij de Britten in omloop geweest van de romantiese
+jacht die hun helden de gehele wereld door maakten op wonderbare
+talismans,--evenals Jason het gulden Vlies was gaan zoeken, Herkules de
+appelen der Hesperiden, Thor de wonderbare ketel van Hymir en de appelen
+van Idun, of de helden van de Kalevala de molen van Sampo. Perceval
+schijnt oorspronkelik er op uit getrokken te zijn om een toverzwaard te
+zoeken waarmede hij de moord op zijn vader zou wreken; andere helden
+zochten de wonderbare ketel die weer welvaart zou brengen in een land
+dat onder een vloek had gelegen of die een zieke koning de gezondheid
+weer zou geven.
+
+En geesteliken hebben nu die Keltiese sagen in verband gebracht met
+kristelike legenden. Apocryfe evangelieën waaronder dat van Nicodemus
+het voornaamste is, vertelden van Josef van Arimathea, die de
+beschermheilige der ridders werd en vooral van Brittannië en van oude
+kristelike Broederschappen. Vervolgens: evenals alle andere relikwieën
+uit het leven van Kristus--zijn rok, de zweetdoek van Veronica, de lans
+van Longinus, het kruishout en de kruisnagels--zette de avondmaalschotel
+ten tijde der kruistochten de fantasie in hoge mate in beweging en ook
+alweer als die andere relikwieën werd het op verschillende plaatsen
+vertoond, b.v. te Constantinopel en te Genua. Verder moest het bloed van
+Kristus in de opvattingen van die dagen wel een grote rol spelen. In
+overeenstemming met de oude begrippen van bloedwraak was het 't storten
+van Kristenbloed zelf dat voor de mensheid de eigelike verzoening
+betekende. Dat zij die het lichaam van de dode Heiland gewassen hadden,
+dat kostbare vocht niet zouden hebben bewaard, waarin toch altijd zulk
+een merkwaardige kracht moest zijn blijven wonen, dat scheen de mensen
+volkomen onbegrijpelik: op vele plaatsen beweerde men dan ook een weinig
+bloed van Kristus te bezitten, zo kreeg b.v. in het jaar 1247 koning
+Hendrik III van de patriarch van Jerusalem een kristallen buisje met een
+weinig van het heilige bloed er in, dat in de familie van de patriarch,
+van de tijd van Josef van Arimathea af, van vader op zoon overgegaan
+was. Bij de communie gebruikte men dit bloed ook, en het was juist in
+de dagen der Kruistochten dat het krasse materialisme der Middeleeuwen
+als vaststaand aannam dat het brood en de wijn door de mis werkelik
+tot het lichaam en het bloed van Kristus werden. De naam graal
+was waarschijnlik bedorven Middeleeuws-latijn, en de substantie
+waarschijnlik een samensmelting van de schotel en de kelk die bij het
+H. Avondmaal gebruikt waren, in oude miniaturen wordt die als een kelk
+afgebeeld en het schijnt ook dat een en ander der mystiese liturgie der
+mis, misschien wel bizonder zoals de kruisvaarders die in de Oosterse
+kristelike kerk bediend zagen, de stof gegeven heeft voor vele
+Graal-mysterieën.
+
+Over het algemeen kan men zeggen dat de kruistochten het voornaamste
+element voor de Graalpoëzie geleverd hebben. Er zijn talrijke Oosterse
+elementen in de fraaie détails. Verschillende van de mystiese
+merkwaardigheden van de Graalburcht doen denken aan wat de »Priester
+Johannes" in de (onechte) Latijnsche brief aan de Keizer van Byzantium
+vertelde van zijn geheimzinnige reis naar de binnenlanden van Azië, of
+aan een nieuw Babylonies rijk waar te Byzantium van gefabeld werd,--waar
+de Griekse afgezanten bv. een heilige kerk gezien hadden die altijd met
+water van het graf van Kristus gevuld bleef, en waar onzichtbare stemmen
+en mystiese opschriften de vreemdelingen altijd op weg hielpen--evenals
+in de Graalromans. Maar die hele Broederschap van de Graal schijnt te
+danken aan voorstellingen over de orde der Tempeliers, met hun prachtige
+residentie in de »Tempel van Salomon", hun verschillende religieuse
+mysterieën en hun half priesterlike ridderschap. In een geschrift
+»De laude novae militiae" verheerlikte Bernard de Clairvaux die
+krijgshaftige Broederschap »die ik niet weet of ik monniken of ridders
+moet noemen",--»zachtmoediger dan het lam, wilder dan de leeuw;" leefden
+die te zamen in kuisheid, soberheid en eendracht, terwijl zij wonderen
+van heldendaden bedreven tegenover de ongelovigen. In de verloren Franse
+Perceval-roman van »Kyot uit Provence"--die Wolfram von Eschenbach als
+zijn bron noemt, wordt de Graal ook, duidelik genoeg, door een
+Broederschap van heilige ongetrouwde »Tempelridders" bewaakt.
+
+Maar evenals de Tempelheren al heel spoedig als separatisten en ketters
+bij de Kerk in miskrediet en in ongenade vielen, zo was goed beschouwd
+de gehele Graal-poëzie tegenover de Roomse kerk ook ketters. De leden
+vormden toch eigelik een priesterschap zonder door de kerk geordineerd
+te zijn, met hun eigen sakramenten en hun eigen heiligdommen, terwijl
+zij de kerk die ze niet nodig hadden ook niet als hun overheid erkenden.
+De grote prozaroman over de H. Graal beweert zelfs brutaalweg van
+Kristus zelf te stammen als een evangelie even heilig als dat van de
+kerk. En een duidelik Anglikaanse tendens beheerste het gehele gedicht;
+de Britse kerk heeft te bogen, èn op een bizonder hoge ouderdom en
+een bizondere heiligheid, geheel onafhankelijk van de Paus te Rome.
+Er is ook heel veel grond om met de middeleeuwen aan te nemen dat
+deze en dergelijke trekken te danken zijn aan Walter Mapes, bekend
+als diplomaat en de hoogbegaafde kapellaan van Hendrik II. Evenals
+het trotse nationale Anglo-normandiese rijk van Hendrik II de figuur van
+Koning Artus als een pendant van Karel de Grote voor de Fransen voelde,
+zo is de Graal-legende zeker wel een poging om in de fantasie een
+nationaal Engels Kristendom te scheppen.
+
+Maar, hoe dit nu ook zij, een feit is het dat de Graalromans een
+legendaries-mysties en een asketies-moreel element in de ridderromantiek
+brachten en tussen de Bretonse romans in, waarmede ze veel van de
+ridderlikheid en het sosiale en het fantastiese element gemeen hebben,
+zowel als de drang naar avonturen langs de grote weg, waren de
+Graalromans bizonder in trek en werden ze met een spesiale eerbied
+ontvangen. Na de ridder-romantiek van Chrestien, menselik-wereldlik en
+met haar drang naar strijd en liefde, met intérieurs van het high-life
+van die tijd en met avonturen waar niets »achter" stak, naïef rechtuit
+en in bepaalde, duidelike, glasheldere omtrekken,--volgde er in de
+Graalromans een ridderlik geestelike romantiek van een diepzinniger
+en meer metafysies karakter en met een dieper en verder strekkend
+fantasie-perspektief in zich. Met grote kunst wordt de fantasie der
+lezers steeds in een mystiese atmosfeer zwevend gehouden. Er zijn bv.
+geheimen die Jesus Josef van Arimathea in het oor gefluisterd heeft en
+die niet bekend gemaakt mogen worden, of duistere voorspellingen die
+niet verwezenlikt zullen worden voor »de dag komt, waarop de ridder met
+twee zwaarden de droevige slag zal slaan waardoor alle wonderen van de
+Graal zich voor het koninkrijk van Logres zullen openbaren en alle die
+ellende op Groot-Brittanië zal vallen". Of we horen van mysterieën die
+men aan profane oren niet durft toevertrouwen, maar die »opgeschreven
+gevonden kunnen worden in het boek der klerken, waarin alles opgetekend
+staat over de grote heimelikheid die »de Graal" heet." Of we krijgen
+wonderen te aanschouwen die heel wat irreëler en bovennatuurliker zijn
+dan de reuzen en dwergen van Chrestien: er wordt u een slot voorgetoverd
+in plaats waarvan er plotseling een dorre heide verschijnt; een meer,
+als dat waarin de »Dame du Lac" woonde en dat dan weer een bos blijkt
+te zijn; stemmen, opschriften die een waarschuwing of een voorspelling
+bevatten, onzichtbare handen die iemand trekken of terughouden, die
+iemand een slag met een zwaard op de schouders geven, of die als de
+geesten der spiritisten, iemand in de wang knijpen, zo dat er een
+litteken van blijft zitten. Ook wat er op de kastelen voor toverij
+gebeurt, is heel wat dromeriger en geheimzinniger in de Graalroman dan
+bij Chrestien. In donkere gangen tast men zijn weg, deuren vliegen open
+en slaan weer toe, men hoort het geratel van ketenen en ongure helse
+geluiden... Hier is een drempel waar de ridder met geen macht ter wereld
+over heen kan komen, daar ziet men een put open staan, waar giftige
+gassen en duivelse stank uit komen... het doet zo wat denken aan de
+ongemotiveerde en absoluut onbegrijpelike manier waarop men bij een
+nachtmerrie in zijn dromen van het kastje naar de muur wordt gestuurd.
+
+Maar steeds weer voert die atmosfeer van mystiek naar een hiernamaals
+en altijd klinkt er een moraal-religieuse toon doorheen. Het zijn
+geen heidense maar kristelike spookverschijningen die men hier in
+alle soorten vindt. Kisten wier deksel zich opent en waar vlammen
+uitslaan; te middernacht in de kerk, wordt de ridder met geselslagen
+van onzichtbare geesten ontvangen of moet hij strijden met vormloze
+spookverschijningen; of wel is het buiten op het kerkhof dat hij
+jammerkreten uit de graven op hoort stijgen, hij wentelt grafstenen weg
+en bevrijdt jonge meisjes die daar door duivels opgesloten werden om
+hun lusten te dienen. Duivels die in de vorm van schone vrouwen mensen
+trachten te verleiden, ridders voor hun zonden door straffende mirakelen
+getuchtigd. Dikwels zijn het mirakuleuze illustratiën van het een of
+ander dogma; een brood dat zich bij het gebruiken van het Avondmaal
+in een levend kinderlichaam veranderd, welks bloed in de kelk vloeit
+terwijl hemelse stemmen bevelen dat het in tweeën gesneden en verteerd
+moet worden. Dwars door de gesloten deuren en vensters van een vertrek
+komt op eens een wonderschone knaap, die ook op die zelfde wijze weer
+verdwijnt; een stem verklaart dat hij die dit wonder gezien heeft zich
+nu ook niet meer er over verbazen mag dat Jesus uit het lichaam ener
+maagd geboren kon worden. Dikwels laat zich nog heel goed aantonen dat
+er aan zulke verhalen een heidense Keltiese sage ten grondslag ligt,
+maar waar de geesteliken een symbolies-kristelike uitlegging aan gegeven
+hebben.
+
+Een fatalisme vol geheimzinnigheden dat half Oosters schijnt te zijn,
+maar ten dele ook op de kristelike leer der voorzienigheid gebouwd,
+rust op alles wat wij zien gebeuren. Alles is voorspeld en staat met
+»çhaldæiese" schrifttekenen in het »Boek van het Noodlot"; de menselike
+vrije wil is maar een illusie, het zijnde hemelse machten die de mensen
+blindelings, volgens ondoorgrondelike besluiten hun pad doen betreden.
+Eens vindt Lancelot ergens een grafsteen met zijn naam en zijn
+afstamming er op aangegeven, die hem onbekend waren, en er staat
+bij dat hier zijn graf zal staan. Er komt ergens een schip zonder
+zeilen aanzetten, op het dek ligt een wapenrusting met een schriftelike
+mededeling dat de wijze Salomon duizende jaren geleden het schip gebouwd
+heeft en het de wereld in heeft gezonden, waar het rond zou dwalen tot
+het de persoon zou vinden voor wie schip en wapenrusting bestemd waren.
+Het zwaard is prachtig maar het hangt aan een versleten hennepen koord
+en er staat bij dat het steeds daaraan gedragen moet worden, totdat een
+koningsdochter er een ander voor in de plaats maakt van wat zij bij zich
+draagt en het meeste liefheeft en zij zal het zwaard dan ook pas zijn
+ware naam geven.
+
+De monniksgeest die wij reeds in de roman van Lancelot op de voorgrond
+zagen komen, beheerst de Graal-poëzie al meer en meer. Reeds in de
+»Perceval" van Chrestien was er op de sexuele kuisheid van de knaap
+en zijn misdaad jegens zijn moeder sterk de nadruk gelegd; maar in het
+gedicht van Robert de Boron en in de proza-romans dringt het ascetisme
+overal door. In alle verhalen over de voorhistorie van de Graal, speelt
+de vrouw bijna in 't geheel geen rol en waar ze optreedt wordt ze
+meestal als het lagere wezen voorgesteld dat alleen maar tot het
+kwade verleidt, evenals in de legenden en in de Oosterse bronnen.
+En in de verhalen die »la quête du Graal" schilderen, het zoeken
+der Tafelronde-ridders naar het kasteel waar men de Graal bewaart,
+wordt sexuele reinheid en maagdelikheid absoluut geëist van hem die
+Graalkoning worden zal. »Hij moet goed zijn in de ogen van God en in die
+van de wereld. In de wereld moet hij goed zijn als hij, die vervuld is
+van alle goede eigenschappen: eer, schoonheid en moed, en in Gods ogen
+moet hij goed zijn, want hij moet vervuld zijn van barmhartigheid en
+vroomheid en hij moet ook het zuiverste voorbeeld van kuisheid genoemd
+kunnen worden."
+
+Maar hier overschrijden wij dan de grenzen der ridderromantiek. De
+mystiek en het idealisme van de Graal krijgt meer en meer een volkomen
+kristelik-geestelike kleur,--wordt meer en meer geestesverwant met die
+kruistocht der Albigensen, waardoor het vrolike Zuid-Frankrijk als de
+aren voor de zeis werd neergemaaid, of met Lodewijk de Heilige, die geen
+trouvères of minnestreels aan zijn hof duldde.
+
+
+
+
+XIX.
+
+DUITSE RIDDERROMANTIEK.
+
+
+De Ridderromantiek is geheel en al op Franse bodem ontkiemd en in
+Frankrijks lucht groot geworden en haar levensloop kan in de Franse
+literatuur zelf nagegaan worden van de tijd dat zij knoppen zet en
+bloeit af, totdat zij zaad schiet en verkwijnt toe. Maar--zoals wij
+reeds in het begin gezien hebben--de sosiale en geestelike voorwaarden
+waren zo ongeveer dezelfde in Duitsland en de ontwikkeling der kultuur
+en literatuur zou daar in hoofdzaak langs dezelfde ontwikkelingslijnen
+gaan als in Frankrijk, zodat de enorme Franse invloed die zich weldra
+aan gene zijde van de Rijn deed gelden, eigelik slechts die geestelike
+krachten in beweging bracht en vorm gaf, welke uit zich zelf al op
+Duitse bodem ontstaan en gegroeid waren, en dan ook niettegenstaande
+alle verfransing tot zekere hoogte een Duits karakter bewaarden.
+
+Zoals bij de Zuid- en Noord-Franse vorstenhoven, kwamen ook in het
+Duitsland der 12de eeuw de kleine edellieden aan de hoven der Welfen in
+Brunswijk en Beieren bij elkaar, te Weenen, in Zwaben en op de Wartburg,
+aan die der Babensbergers, der Staufen en der graven van Thüringen en
+daar ontstond even als in Frankrijk een sosiaal leven en een sosiale
+kultuur. De Latijnse roman »Ruodlieb" toonde, zoals wij gezien hebben,
+niet alleen hoe ver men in de 11de eeuw reeds aan de Beierse hoven
+gekomen was, maar ook vooral welke levensidealen de geesteliken de
+baronnen voor ogen hielden. Evenals wij dit bij de Noord- en Zuid-Franse
+hoven zagen gebeuren, werd ook aan die der Duitse vorsten het volkslied
+het voorwerp van een fijnere, meer aristokratiese behandeling en de
+edellieden van beider kunne dichtten dansliederen en minneliederen over
+ridders en dames die elkaar verlaten moeten, en »Liebesgrüsze" die ze
+elkaar in de verte zenden,--de dame is in de regel degeen die vraagt,
+de ridder gedraagt zich koel, zoals het zijn waardigheid van man past--;
+de zanger zelf staat op het voorplein van de burcht voor de dames en
+heren te zingen. En ten slotte: evenals weer in Frankrijk, begonnen ook
+aan het hof der Welfiese hertogen te Regensburg klerken de Latijnse
+kronieken der geesteliken tot Duitse rijmkronieken om te werken, als
+de Kaiserkroniek, rijk aan romanachtige onderhoudende stof, terwijl
+tegelijkertijd de omzwervende speellieden in Frankenland en Beieren
+evenals in Frankrijk zelf de oude heldengedichten gingen moderniseren
+en romantiseren door ze naar het Oosten te verleggen en ze met
+herinneringen aan de kruistochten op te smukken,--verliefde Saraceense
+schonen, Oosterse pracht en wonderen. Uit de tijd der Ottonen waren
+er toch genoeg verbindingen tussen het Duits-Romeinse Keizerrijk en
+Byzantium en lang vóór dat Duitsland door de tweede kruistocht aan die
+religieuse tochten mee was gaan doen, hadden vorsten en ridders, vooral
+juist uit Beieren, aan zulk een tocht naar het Heilige Land deel
+genomen.
+
+Maar de begonnen zelfstandige ontwikkeling werd al meer en meer onder
+een direkte, veelzijdige invloed van de Franse kultuur gebracht. Die
+gehele nieuwe grote religieuse stroming van de 12de eeuw was Frans van
+oorsprong en de monniken van Cluny die ook in Duitsland het kerkelik
+leven beheersten, brachten de Franse geest en vorming met zich. Een
+reeks huweliken met Franse prinsessen introduceerden het Fransdom aan
+de vorstenhoven. Op het huwelik van Hendrik III met Agnes van Poitou,
+volgde later dat van Hendrik V met een Anglo-Normandiese en dat van
+Frederik Barbarossa met een Bourgondiese prinses en Hendrik de Leeuw van
+Saksen huwde met de zuster van Richard Coeur de Lion. Zowel Bourgondië
+als Provence kwamen onder de Duitse Keizerskroon en toen Frederik
+Barbarossa de reis door Provence ondernam om zich te laten huldigen
+of met oorlogszuchtige doeleinden naar Zuid-Italië trok, mag men wel
+aannemen dat zijn volgelingen allerlei Romaanse modes en zeden hebben
+leren kennen en overnemen, en dat troubadours hem op zijn feesten hun
+opwachting zijn komen maken en Duitse hofzangers een lesje in hun kunst
+hebben gegeven. Uit Noord-Italië trokken ook klerken zowel als die
+troubadours uit Provence over de oude Alpenwegen op naar de gastvrije
+hoven van Bohemen en Hongarije; de Donau-streken werden voortdurend
+bereisd door Fransen die over land naar Byzantium of het Heilige Land
+wilden. Maar vooral was de benedenloop van de Rijn: de Nederlanden,
+Neder-Lotharingen, zowel als Vlaanderen, de plaats waar Frans en Duits
+samenkwamen. Niet alleen Henegouwen en Brabant maar ook Lotharingen
+hoorden onder het Duitse Keizerrijk maar waren altans overwegend Frans
+in taal en kultuur en namen een aktief deel aan het opbloeien der
+ridderromantiek die zich in het naburige Vlaanderen en Champagne aan
+het ontwikkelen was. Langs al die wegen drong het Fransdom binnen.
+
+En de superioriteit van dat Franse element werd bereidwillig door de
+Duitsers erkend die met het grote adaptatievermogen dat zij steeds
+hebben behouden, zich er vlijtig aan begonnen aan te passen. De bouw en
+de inrichting der kastelen, de klederdracht en de spijzen der edelen
+werden Frans. De hogere standen engageerden Franse geesteliken om hun
+kinderen Frans te leren of zonden ze met een gouverneur naar Frankrijk
+om daar de taal te leren, evenals ook Duitse studenten de Franse scholen
+gingen bezoeken. Door een reeks leerdichten, beantwoordende aan de
+Franse »castoiements" en »doctrinals", trachtten Duitse geesteliken hun
+landgenoten in Franse »Sitte" en »Zucht" in te wijden en zij vormden het
+woord »höfisch", beantwoordende aan het Franse »courtois". In 1127 werd
+te Würzburg het eerste toernooi op Duitse bodem gegeven op Franse leest
+geschoeid, en in diezelfde tijd begonnen ook de vormen en ceremonieën
+van het Ridderwezen een Frans karakter aan te nemen. En in verband
+hiermede begon men nu de erotiese poëzie der troubadours en de
+ridderromans langs verschillende wegen in het Duits te vertalen,--en
+het zal buitengewoon leerrijk zijn die wegen schrede voor schrede na te
+gaan.
+
+Gewoonlik waren het persoonlike en maatschappelike verbindingen
+der vorsten die de aanleiding waren tot dergelijke vertalingen en
+bewerkingen. Op een reis in Frankrijk in 1131 had Hendrik de Stoute
+het Rolandslied leren kennen en bij zijn thuiskomst droegen hij en de
+hertogin aan een priester Konrad op dit in Duitse verzen te vertalen.
+Ongeveer gelijktijdig hiermede bewerkte een zekere Pfaffe Lamprecht, die
+aan de Rijn in de buurt van Straatsburg thuis hoorde, de Provençaalse
+Alexanderroman in het Duits. Maar degeen wie toch eigelik de eer toekomt
+die ridderomans in Duitsland geïntroduceerd te hebben, was Heinrich von
+Veldeke, die in de Nederlanden uit een ridderlik geslacht geboren en
+getogen was, maar dicht bij de Franse taalgrens. Voor een gravin van
+Kleef bewerkte hij de Aeneasroman in Duitse verzen. Toen zij met de
+landgraaf Lodewijk van Thüringen trouwde, was het een dier graven van
+Thüringen die het nog onvoltooide manuskript mede naar huis nam en eerst
+toen de dichter negen jaar later zelf naar Thüringen kwam, kreeg hij
+het van de literaire landgraaf Herman terug met de opdracht het te
+voltooien. En die zelfde graaf Herman gaf nu zijn wens te kennen de
+Trojaroman, die men als een soort vóórgeschiedenis van die van Aeneas
+beschouwde, ook in het Duits vertaald te zien. Een graaf van Leiningen
+wist de Franse roman machtig te worden en droeg een jonge geestelike uit
+Fritzlar op die te verduitsen. Een ander onderdaan van de Landgraaf, een
+der geesteliken uit het klooster Jechaburg in Thüringen, kreeg nu het
+idee de Metamorphoses van Ovidius in Duitse verzen te vertalen. En zo
+verplant de beweging zich, stap voor stap, van de Nederlanden naar het
+hof op de Wartburg.
+
+Een andere zetel van de Franse kultuur was, zoals wij zagen reeds ten
+tijde van Hendrik de Stoute, het hof der Welfen te Regensburg; later
+bevorderde de Anglo-Normandiese gemalin van Hendrik de Leeuw nog de
+invloed van haar geboorteland sterker. Zo vertaalde b.v. een van 's
+hertogen »Dienstmannen" Eilhart van Oberge, uit het Brunswijkse, het ons
+bekende gedicht van Tristan en Isolde.
+
+In Zwaben en aan de Bovenrijn hadden de Staufen hun eigelik machtsgebied
+en Frederik Barbarossa resideerde gewoonlik in de Keizerlike Palts,
+te Hagenau, Gelnhausen of Ingelheim. Het grote feest dat hij op
+Pinkster van 1184 te Mainz gaf naar aanleiding van de ridderslag--de
+»Schwertleite"--van zijn zoons, kwamen vorsten en edellieden uit
+Frankrijk en Duitsland te zamen en die glorieuse dagen te Mainz wijdden
+om zo te zeggen de gouden eeuw der Ridderromantiek voor Duitsland in.
+Een der mannen van Barbarossa, een ridder von Hausen uit de Rijnstreken
+die in de dienst van de Keiser naar Frankrijk zowel als in Italië kwam,
+vertaalde de minne-poëzie der Provençaalse troubadours in het Duits en
+veel andere keizerlike ambtenaren die ook in de Romaanse landen reisden
+volgden zijn voorbeeld. Andere ridders uit de Rijnstreek en Zwaben
+zochten hun voorbeelden in Noord-Frankrijk, zo richtte Reinmar von
+Hagenau uit de Elzas zich voor zijn minneliederen hoofdzakelik naar de
+Noord-Franse lyriek. Daar heeft ook de eerste grote man van de Duitse
+ridderroman gereisd, Hartmann, waarschijnlik in de dienst van zijn
+meester, de heer von Aue, zelf vertelt hij ons dat hij zijn ridderlike
+Liefdeleer daar van daan meebracht, die hij in een poëtiese zendbrief
+(ein »Büchlein") ontvouwde, zo wel als twee der ridderromans van
+Chrestien de Troyes die hij elegant verduitste: Erec en Iwein.
+
+Tussen die verschillende haardsteden der kultuur in Zwaben,
+Rijn-Frankenland, Thüringen en het hof der Beierse hertogen was er nu
+een sterk, levendig literair verkeer, en van die vaste punten breidde
+de ridderromantiek zich over andere delen van Duitsland uit. Een der
+Franse edelen, een dier gijzelaars die tegen de loslating van Richard
+Coeur-de-Lion uit de gevangenschap des keizers gesteld waren, gaf een
+handschrift van de roman van Lancelot aan een geestelike uit Thurgau,
+die dit later in het Duits trachtte weer te geven op het voetspoor van
+Hartmann von Aue's romans. Een waardiger navolger en mededinger kreeg
+Hartmann intussen in een ridder uit het Beierse Frankenland, Wolfram
+von Eschenbach, die heel lang aan het hof van de landgraaf Herman
+von Thüringen leefde en werkte; althans één van de romans die Wolfram
+bewerkte was hem door die landgraaf besteld. Ook de troubadour-poëzie
+verplantte zich tegelijk van de Rijnstreek naar de hoven van Thüringen,
+waar Heinrich von Moringen de leider werd van een locale school van
+minnezangers.
+
+En eindelik komt de beurt aan het Beiers-Oostenrijkse Duitsland, waar
+de eigen nationale kultuur zich nog het langst tegen de indringer
+verzet had,--waar de oude heldenliederen van Siegfried en Krimhilde en
+Wolfdietrich nog voortdurend in de grote hal der kastelen weerklonken en
+waar het inheemse minnelied nog steeds aan de hoven gekultiveerd werd.
+Uit de Rijnstreek kwam de zoëven genoemde Reinmar van Hagenau naar het
+hof der Babensbergers te Weenen en charmeerde allen door zijn vreemde
+koloratuur en niet lang daarna was het Oostenrijk dat in Walther von der
+Vogelweide de fraaiste liederen der ridderlyriek voort zou brengen. Uit
+Midden-Duitsland kwam de rondzwervende zanger Stricker naar Oostenrijk
+met zijn eigengemaakte Artur-romans en het was ook daar dat later
+de vrouwendienst en het rondzwervende ridderleven het verst gedreven
+werden, zelfs bijna tot een karikatuur, door Ulrich von Lichtenstein.
+Zelden zal een literaire modebeweging zo aardig stap voor stap in haar
+ontwikkeling gevolgd kunnen worden. Maar het waren toch voortdurend de
+Rijnlanden die de meest echt-Franse en de meest elegante ridderlikheid
+opleverden: de klassieke ridderroman in de »Tristan en Isolde" van
+Gottfried van Straatsburg, fijne ridderlike verhaaltjes in de »Mären"
+van Konrad von Würzburg die te Straatsburg en Bazel werkte.
+
+De bewerking door Hartman von Aue der romans van Chrestien de Troyes
+toont al dadelik ook zeer duidelik de punten waarin de Duitse en Franse
+ridderromans altijd van elkaar verschild hebben. Bij de Fransman is de
+ridderwereld een stuk van zijn eigen inheemse kultuur, die met de tijd
+en de grond gegroeid is en die de burgerzoon uit Troyes met bewondering
+aan de vorstenhoven om zich heen gadeslaat. Voor de Duitse ridder is
+daarentegen die ridderkultuur een vreemde mode en fijne manier van leven
+en voelen, waarin hij zich zelf heeft moeten inwerken en opvoeden en
+waarin hij nu door zijn dichtwerk zijn landgenoten een kursus geven
+wil. Waar Chrestien naïef en fris beschrijft wat hij zelf gezien heeft
+en natuurlik menselik voelt, dikwels met zijn eigen burgerlikheid,
+daar heeft Hartmann aan de ene kant een zekere ingeboren fijnere
+ridderlikheid in zich, maar aan de andere kant kontroleert en
+»stiliseert" hij ook aldoor en idealiseert alles wat hij schildert
+volgens een ideaal der ridderlikheid dat hij zijn lezers duidelik
+wil maken; in de gehele verhouding tot zijn stof is hij niet-naïef,
+gereflekteerd, »sentimenteel". En dan: de Fransman werkt in de
+»grondstof" der sagen, die hij hun eerste vorm geeft, de Duitser is de
+bewerker die het essentiële van het werk afgedaan vindt en die het nu
+fijner kan maken,--die ongelijkheden kan effenen, het overbodige er uit
+kan laten, gebreken in de motivering kan aanvullen,--maar die er ook
+licht toe komt het er wat dik op te leggen, het te veel uit te spinnen
+en te overladen, of te veel en te geraffineerd te verfraaien. In
+vergelijking met Chrestien is de schildering van Hartmann meer kunstig
+maar ook meer gekunsteld.--Maar bovendien komt hier ook het verschil
+van ras reeds op de voorgrond dat later de gehele Franse en Duitse
+literatuur kenmerken zal. De Fransman heeft het nuchtere soliede gevoel
+voor de werkelikheid van de Latijnse naties; met al zijn zintuigen leeft
+hij in het uiterlike leven mede dat hij evenals zijn medemensen neemt
+zoals zij zijn en hij heeft daarenboven een sosiaal simpatiek karakter,
+dat zich in de gemoedsbewegingen zijner personen inleeft, en levendig
+alle scènes dramatiseert: de aanleg van de Franse geest voor roman en
+drama doet zich bij Chrestien reeds duidelik kennen. Het Germaanse
+karakter van de Duitser beschouwt de dingen en neemt ze van buiten
+waar, veel minder levendig en massief, hij leeft meer in zijn eigen
+voorstellingen en gevoelens en hij idealiseert het leven en de
+mensen naar zijn eigen dromen en idealen: de lyriese, idealistiese,
+rekonstruerende aanleg van de Duitse geest openbaart zich reeds bij
+Hartmann.
+
+»Mij lust het u te laten horen, dingen, die het zéér waard is te
+bezingen," zo begint Chrestien zijn vertelling in naïeve »Lust zu
+fabulieren". Daarentegen schrijft Hartmann om aan te tonen »hoe hem die
+zich op de ware voortreffelikheid spitst, geluk en ere steeds zullen
+begeleiden". Waar dus Chrestien de scène zeer aanschouwelik schildert en
+de gebeurtenissen dramaties voorstelt, is Hartmann er steeds op bedacht
+alles zo goed mogelik het ideale ridderleven te doen illustreren en de
+lezers tot voorbeeld te doen strekken. Het konflikt tussen riddereer
+en liefde dat de romans van Chrestien behandelen, wordt bij de Duitser
+diepzinnig tot een moreel probleem, waarbij de begrippen Eer en Trouw
+zeer sterk op de voorgrond treden: Door zijn gelofte te breken is
+Iwein een verrader geworden, een »triuweloser man" welke allen zullen
+verachten die »Trouw en Eer liefhebben". En aldoor past Hartmann op
+dat alles volgens de ridderlike gewoonte en hoofsgepast geschiedt. Hij
+verwerpt de realistiese jolige vergelijkingen en allerlei triviale of
+naturalistiese détails over strijd of eten of kleeren, bizonderheden
+waar de speellieden uit het heldenepos zich gaarne in vermeiden.
+Daarentegen zijn een ideaal ridderpaard of een ridderburcht, een
+tournooi of een jachtpartij onderwerpen die blijkbaar beter bij zijn
+stand passen en die hij met voorliefde schildert. Waar Chrestien de een
+of andere ontvangst levendig weergeeft, doceert daarentegen Hartmann hoe
+de ware gastvrijheid zijn moet in tegenstelling met een die men tegen
+zijn zin, gemelik zich laat afdwingen. Wanneer Chrestien mededeelt dat
+Lunette bij de dienstmaagden zo geliefd was omdat zij hun de afgedragen
+japonnen van de prinses gaf, of dat het bruidskleed dat de koningin
+Enide ten geschenke gaf, nooit te voren gebruikt was geweest, en dat
+hij de koningin haar zelf laat verzekeren dat die wel meer dan 100 mark
+waard is, dan laat Hartmann dergelike burgerlike naïeveteiten eenvoudig
+weg, evenals het tussen de burchtvrouwe en haar cameriere, tussen de
+edellieden en de kleine burgers bij hem ook veel minder vertrouwelik,
+veel deftiger toegaat dan bij Chrestien.
+
+In duizend kleinigheden merkt men groter takt en fijngevoeligheid bij
+de Duitse edelman en diens betere opvoeding en vormen. Zo is b.v. de
+gehele scène waar Erec bij de arme Vavassor intrekt en diens dochter
+wint, geretoucheerd met een massa fijne trekjes: dat het jonge meisje
+eigelik als stalknecht dienst doet, geneert de dichter evenzeer als
+Erec zelf; haar schuchtere (bliuchliche) blikken naar hun gast en diens
+verliefdheid worden veel fijner dan in het Frans weergegeven en bij
+Hartmann treedt de voorname ridder met veel groter kiesheid tegenover
+zijn gastheer op. En zo gaat het steeds; de uiterlike vormen zijn fijner
+en netter geworden, en in plaats van het vertrouwelike »zoete, lieve
+vriendin" wordt in het Duits de vorm »Frau" gebruikt waar hij haar
+aanspreekt en ook in bescheidenheid, takt en fijngevoeligheid staan de
+mensen hoger dan die van de eenvoudige Franse trouvère.
+
+Verder is de Duitser harteliker en ook meer zoetsappig-sentimenteel.
+De vrouwen van Chrestien kunnen een drastiese passie tonen die bij de
+Duitser tot een stille eerbare sentimentaliteit wordt. En overal komt er
+een warme zachte gevoelstoon over wat er verteld wordt: de vriendschap
+tussen Iwein en Gawein heeft een volkomen sentimenteel karakter en
+er zijn aardige beelden uit het familieleven, hier en daar een stukje
+Duitse humor, een roerend afscheid van huis, een roerend weerzien van
+twee geliefden. »Hun mond was stom, hun harte zong,--het droeg een
+vreugdekrone,"--heet het lyries.
+
+Vooral is de vrouwenverering en de liefde heel wat
+zoetsappig-sentimenteler bij Hartmann dan bij Chrestien.
+Zoetig-galant--»zoet" is een van zijn lievelingswoorden--is hij aldoor
+bij de beproevingen van Enide, en dat zijn ook alle mensen met wie zij
+in aanraking komt; zelfs het paard vindt dat zijn voeder beter smaakt
+wanneer het hem toegediend wordt door de witte handen van zulk een
+»zoete" stalknecht. Hij voegt er een lange roerende monoloog in waarin
+Enide verklaart zich van kant te willen maken, zij vraagt de dood om
+haar te komen huwen terwijl zij nog jong en fris is, en zij roept de
+dieren des wouds aan om haar op te komen eten;--waren zij werkelik
+gekomen, zegt de dichter, dan zouden zij alleen maar vol medelijden met
+haar geweend hebben. Veel meer dan bij Chrestien wordt het daarom bij
+Hartmann een sentimentele proef waarop de echtgenoot zijn vrouws liefde
+stelt en terwijl het Franse gedicht daarmee eindigt dat Erec Enide
+vergeeft, is het slot van het Duitse dat Erec haar om vergiffenis
+smeekt. Evenzoo wordt in de »Iwein" het avontuur van de held met de
+»Dame de la Fontaine" wier echtgenoot hij gedood heeft, door de Duitser
+veel sentimenteler geschilderd en hogerop genomen dan bij de Fransman.
+Dat een vrouw de moordenaar van haar man huwt is voor Chrestien niet
+meer dan een nieuw bewijs er voor dat de vrouw honderd keer van opinie
+verandert en morgen weer anders denkt dan vandaag en feitelik gebeurt
+dit ook alleen om de praktiese reden het kasteel weer een beschermer te
+geven. Voor Hartmann is het daarentegen »die gewaltige Minne" die de
+burchtvrouwe in haar macht krijgt ofschoon zij Iwein nog volstrekt
+niet gezien heeft. De dichter wil het verhaal idealiseren en
+sentimentaliseren, maar maakt het daardoor eigelik alleen maar
+ergerliker.
+
+Op zijn eigen sentimenteel-Duitse manier legt Hartmann ook een
+kristelike kleur over zijn ridderromantiek. Zijn stijl is doortrokken
+van geestelike en bijbelse voorstellingen en God is steeds galant en
+sentimenteel voor de smeekbeden van een »zoete-meisjesmond". Enide wordt
+een echte heilige, omzweefd door hemelse allegoriese wezens. Als boete
+tot zekere hoogte voor zijn profane gedichten legde Hartmann er zich in
+zijn latere jaren op toe Legenden in een half ridderlike, avontuurlike
+sentimentele, half aestetiese stichtelike stijl om te werken. De kleine
+H. Gregorius is als kind in de kloosterschool door zijn beminnelikheid
+en zachtheid eigelik een vrome pendant van de Florissen en Guillaumes
+der Grieks gekleurde Franse romans onder hun verblijf aan het hof. En in
+»der arme Heinrich" is het dochtertje van de boerenkinkel dat leven en
+bloed over heeft om de melaatse vorstenzoon te genezen, nauw verwant aan
+het burgermeisje van Marie de France, dat zich voor haar geliefde ridder
+opoffert. Maar er is in die Oedipus-achtige Gregorius-geschiedenis
+zowel als in »der arme Heinrich" een mystiek, een drang naar de
+martelaarskroon en een verlangen naar het hiernamaals, die tonen hoe
+sterk de Duitse ridderromantiek nog in het teken van de levensopvatting
+der geesteliken staat.
+
+Maar »Frau Welt" steekt het hoofd al meer en meer op aan de
+Duitse hoven zo wel als aan de Franse. In zijn jonge dagen geneerde
+Hartmann zich niet een veelvuldig gebruik te maken van een der
+lievelingsvoorstellingen der geestelike literatuur: een dialoog tussen
+het lichaam en het hart, om de levensregelen der ridderlike liefdekunst
+te verklaren en hij schreef ook troubadour-liederen. Het oudste Duitse
+minnelied staat over het algemeen bij Friedrich von Hausen, Heinrich
+von Veldeke, Heinrich von Moringen of Reinmar von Hagenau in dezelfde
+verhouding tot zijn romaanse bronnen als de romans van Hartmann von Aue
+tot de hunne.
+
+Reeds te voren waren de minneliederen aan de Duitse hoven in zwang
+geweest en de erotiese poëzie der romaanse troubadours had die niet
+geheel en al kunnen verdringen, zo min als de Duitse zeden zich volkomen
+naar de Franse lieten vervormen. Maar: de in één strofe paarwijze
+rijmende verzen werden nu vervangen door de kunstige versmelodieën
+met hun vlug rhythme, dat maar heel slecht paste bij het stijve zware
+Duits door hun talrijke, door elkaar geslingerde rijmen, de getelde
+lettergrepen en hun in drieën verdeelde strofen. Men voerde de nieuwe
+dichterlike stijl in met de hele vrouwendienst. Men zeide van het
+lichaam der Schone dat het »wolgetan" en »minneclich" was, evenals de
+Provençaalse dichters het »ben estans" en »amoros" genoemd hadden, men
+prees haar »Tugend" en »Guote" in plaats van »pretz" en »bontatz", bad
+om genade en zwoer hulde als vasal, kultiveerde »tougen Minne", beloofde
+»Verswîgenheit" en klaagde over »die huote", »die nîdaere", juist zoals
+de troubadours de geheimhouding (»lo celar") als voorwaarde opstellen
+voor de ridderliefde en zij tegen de »gardadors", de wachters, al de
+»envios", de ijverzuchtigen, en de sluwe »lauzengiers", de lasteraars,
+te velde trokken. Ook het bekende arsenaal der beeldspraak: de pijlen
+van de blikken die het hart door het oog wonden, en de personificatie
+der liefde vinden wij bij de Duitsers terug. Maar het meeste voelt men
+toch als geleende veren en dat past soms heel slecht bij de Duitse
+toestanden. De Duitse zangers zijn geen afhankelike hofpoëten die hun
+meesteres moeten bezingen en haar daarom natuurlik hun vazallenhulde
+bieden en die alle mogelike reden hebben tot bescheiden ootmoed en
+discretie voor het geval zij zich verwaardigt hen te begunstigen.
+Het zijn integendeel voorname edellieden en welgestelde hovelingen
+en de vrouwen hebben er geen politieke en sosiale machtspositie als in
+Zuid-Frankrijk. De zangers verbergen de naam hunner aangebedene dan ook
+niet en dikwels zal het ook een ongetrouwd jong meisje geweest zijn dat
+zij openlik, en in eer en deugd het hof maakten. En zo ontmoeten wij bij
+die onderdanige huldigingsgedichten der dames naar de nieuwe mode bv.
+nog steeds die oude »Frauenstrophen" waarin de vrouw zich niet geneert
+haar liefdesverlangens en smeekbeden bloot te leggen en uit te spreken
+of zich eerst voorneemt zoals 't past, trots zich op een afstand te
+houden, maar weldra overslaat en eigelik niets liever verlangt dan naakt
+in zijn armen te liggen.
+
+Maar over 't algemeen kan men toch zeggen dat overal Duitse tonen door
+de conventionele nabootsing heen breken. Heel ver van de vormen der
+troubadourpoëzie is bv. de jolige platduitse humor in meer dan één van
+Hendrik van Veldekes platduitse liederen: het jonge meisje dat haar
+aanbidder weg heeft moeten zenden omdat hij »lose minne" van haar
+durfde vragen; zij vindt het vervelend dat hij niet zo is geweest
+als zij van hem verwachtte maar zij neemt het zijn »ziek gemoed" niet
+kwalik, verheugt zich op de komende zomer en heeft plezier in vrolike,
+onschuldige »bliskap". Of het huiselike, klagende innige der liederen
+van Albrecht van Johannesdorff, terwijl hij op een kruistocht naar zijn
+geliefde terug verlangt: »Hoe liefde begint dat weet ik wel; hoe die
+ophoudt weet ik niet... Mijn eerste liefde zal mijn laatste zijn... God
+geve dat ik haar in ere terug moge vinden als ik weer thuis kom, dan
+is mijn beste wens vervuld. Indien zij onderwijl haar leven veranderd
+mocht hebben, dan wens ik zelf op reis om te komen! Een ding raad ik
+haar, dat haar woorden oprecht mogen klinken en dat zij zich eerlik
+»einvalteclîche" gedrage tegenover mij." Zeer Duits gekleurd is
+tenslotte ook Reinmar von Hagenau's slechts weinig gepassioneerde maar
+lyries sentimentele aanbidding van het »ewig weibliche."--»Met passende
+klachten en zonder aanstoot te geven" (ân arge site) zal hij zijn
+ongelukkige liefde dragen; hoe lang hij ook leeft, zijn gehele bestaan
+zal aan haar gewijd zijn, en niet alleen aan haar, maar aan de vrouw
+in 't algemeen wijdt hij zijn lied. »Wel u vrouw, wat een reine naam,
+zo zoet t'erkennen en zo zoet te zeggen, zo veel als gij kunt, kan er
+geen volbrengen, uw lof geen mens volprijzen kan, hij die gij lief hebt
+is een zalig man, één vreugd is hem het leven. De hele wereld geeft
+gij lust en moed, waarom hebt gij nooit het minste mij gegeven?" Die
+verering van de vrouw in het algemeen, in plaats van »een" vrouw is een
+spesiaal Duitse vorm van de liefdepoëzie der troubadours,--een groot
+deel van het verschil tussen de Franse en Duitse minneliederen ligt in
+die verschillende opvatting uitgedrukt.
+
+ * * * * *
+
+Zoals al gezegd is, trok Reinmar von Hagenau naar Weenen en zijn
+leerling was Walther von der Vogelweide. De ridderromans van Hartmann
+vonden ook hun weg oostwaarts en in Beiers Frankenland vond hij
+een navolger in Wolfram von Eschenbach. In deze beiden, de twee
+eerste geesten onder de dichters der Duitse middeleeuwen, vindt de
+ridderromantiek het Duitsdom in zijn krachtigste vorm, zoals die in
+het Zuid-Oosten bloeide en de Nationale poëzie zoals die zich in het
+Nevelingenlied en het repertoire der scholastici vagantes vertoonde.
+
+Walther von der Vogelweide was niet zoals de vroegere minnezangers
+een adelik dilettant, die de Romaanse troubadourpoëzie als een
+gezelschapsspelletje beschouwde; hij behoorde wel tot de adel, maar was
+zonder enig fortuin, zodat hij als een mindere van de rondtrekkende
+speellieden door muziek en zang de kost moest verdienen. Zijn lied
+komt voort uit het populaire speelmanslied en dat der vaganten,
+zoals dit bij de oudere Provençaalse troubadours het geval was, en
+zodoende is hij feitelik een veel zuiverder pendant daarvan dan hun
+directe navolgers dit waren. Hij zong ter ere van de Heren die hem
+onderhielden, verdedigde hun politiek en viel hun vijanden aan; bij
+alle gebeurtenissen van den dag meende hij ook een woordje meê te moeten
+spreken in wat wij nu berijmde pamfletten zouden noemen, en hij dichtte
+»Sprüche" en »Sinngedichte", zoals de oude speellieden gedaan hadden; en
+evenals deze ontzag hij zich niet bedelverzen te zingen of spotverzen
+op zijn mededingers. Eerst leefde hij aan het hof te Weenen en prees de
+vrijgevigheid van Hertog Frederik als groter dan die van Koning Artus;
+maar toen de nieuwe hertog minder belang in poëzie bleek te stellen,
+trok Walther weg en stelde in een gedicht Weenen voor als klagende over
+het verval van een glansrijke periode. Een tijd lang was hij de »man"
+van Hermann von Thüringen en hemelde hem op als de »Bloem van Thüringen"
+die steeds heerlik riekt en schittert, wanneer alle andere hoven reeds
+lang niet meer bloeien; al kostte een vat goede wijn ook wel 1000 pond,
+bij de landgraaf zou de beker van geen ridder leeg staan! Ook met andere
+kleine vorstenhoven stond hij in verbinding, maar hij sloot zich toch
+meer en meer bij de keizers aan: eerst bij Philip van Zwaben, wiens zaak
+hij voorstond tegen de Paus en de tegen-keizer Otto, terwijl hij niet
+nalaat tegelijk om een paar druppels van de zegen der vrijgevigheid te
+vragen en hij de royaliteit van een Saladin en Richard Leeuwenhart de
+keizer als voorbeeld voor ogen stelt. Na de moord op Philip koos Walther
+de partij van keizer Otto maar verliet die weer voor Frederik II,--wel
+ietwat te veel volgens de lijfspreuk der rondzwervende zangers: »wiens
+brood ik eet, diens woord ik spreek," terwijl hij zich bovendien maar al
+te dikwels zijn »zangerloon" door bedelarijen en dreigementen wist te
+doen geven, en hij ook meer dan eens danig van zich afsprak tegenover
+»Hr. Wichmann" of Nidhardt of hoe die andere »Professionals" heetten die
+hem concurrentie aan wilden doen.
+
+Alle stemmingen der »Vagantes" heeft hij doorleefd en geeft daar
+uitdrukking aan in een lyriese poëzie, heel wat vrijer, persoonliker
+en rijker dan die uit de gedichten van hovelingen als Friedrich von
+Hausen of Heinrich von Moringen spreekt. Hij heeft de druk van de
+winter gevoeld en de vreugde wanneer »het seizoen" weer begon, zoals de
+vagantes en een Meester »Spervogel" of »Suchenwirt" en andere vogels van
+enigsins verdacht allooi ze gevoeld hebben. De wintertijd, wanneer de
+wereld van geel, rood en blauw, bleek en grijs geworden is en de kraaien
+krijsen en de vorst de kleine vogeltjes en de arme mensen plaagt. Als
+hij die strenge tijd nu maar verslapen kon, tot hij de meisjes weer met
+de bal kon zien spelen en de boer aan zijn veldarbeid ging! Zoete zomer,
+waar blijft ge? Zo lui te liggen en als in de ijzers geslagen, dat is
+alsof je een monnikspij aantrekt. Het bittere gevoel van geen thuis te
+hebben heeft hij gekend, hij smacht er naar eindelik eens niet zijn
+brood bij vreemden te eten, maar nog eenmaal zijn voeten onder zijn
+eigen tafel te steken en als gastheer begroet te worden door zijn
+vrienden, en wanneer hij eindelik op latere leeftijd een stukje land
+heeft weten af te troggelen, kent zijn vreugde geen grenzen. »Ich han
+min lehen, al die Werlt, ich han min lehen" en nu vreest hij geen vorst
+meer in zijn tenen!--Ook de aanvallen van doodsangst en walg van het
+leven kent Walther als zo menig andere Bohémien,--wanneer hij »Frau
+Welt" vaarwel zegt en de onvriendelike waard zijn groeten zendt en dat
+hij zijn schulden nu betaald heeft en zijn naam nu van het zwarte bord
+verdwijnen kan,--»ik zou liever geld van een Jood lenen dan _hem_ nog
+langer iets schuldig zijn; hij zegt niets vóór hij je plotseling de deur
+uitzet als men niet betalen kan." Of wanneer hij,--gelijk zo menig
+vagebond vroeger of later, b.v. Villon--in een ogenblik van weemoed al
+zijn roerende goederen vermaakt, voordat hij »fare" moet, opdat er geen
+twist tussen zijn erfgenamen kome--al zijn ongelukken aan zijn vijanden,
+zijn beslommeringen aan de leugenaars; aan de vrouwen schenkt hij zijn
+hele verlangende liefde!--Maar in den regel is het toch de vreugde die
+hij bezingt, de jeugd, de natuur en de liefde, zoals de vaganten dat
+deden. Waar de »höfische" lyriek liefst elegies het hoofd laat hangen,
+daar is Walther de zanger van de vreugde. De ouden van dagen mogen hun
+leeftijd voelen, maar zij mogen de wereld niet ook oud maken; waarom
+hebben de jongeren hun jonge sterke lichaam als het niet is om de
+vreugde te kultiveren? Is men jong en rijk op de koop toe, kan niemand u
+overwinnen en dan moest men in de lucht zweven van plezier. Mij die arm
+is heeft Vrouw Fortuna toch meer opgewektheid gegeven dan den rijke. Hij
+die beslommeringen heeft moest maar eens aan goede vrouwen denken en het
+schitterende jaargetijde, dan raakt hij zijn nachtmerrie wel kwijt.
+
+Walther is dol op de natuur en leeft daar heel wat meer vóór en ìn, dan
+de echte Hofzangers. Hij bezingt het bontgekleurde tapijt der heide,
+wanneer die zich over haar winterzorg begint te schamen en bloost als
+zij het bos ziet groenen. Maar meer nog houdt hij van het bos zelf
+en het allermeest van de vriendelike weiden en de velden, waar de
+grassprietjes in de spelende zonneschijn staan te lachen en de bloemen
+en de klaver met elkaar schijnen te wedijveren wie het hoogst op schiet.
+Indien ik zulk een zalige dag als deze voorbij liet gaan, dan was ik wel
+gek,--barst hij in overstromende lentevreugde uit. God zegene u allen
+en wenst gijlieden mij nu ook maar veel geluk!--Op een warme zomerdag
+zocht hij de schaduw onder een boom op een weide bij een beekje--in
+zijn gedicht gebruikt hij bijna dezelfde woorden als een Latijns
+Vagantenlied--en daar valt hij in slaap en droomt hoe hij over alle
+rijken der wereld heerst en hoe zijn ziel uit alle beslommeringen
+weggerukt wordt en ten hemel stijgt,--tot een domme kraai hem tot de
+nuchtere werkelikheid terug roept.
+
+Ook in zijn minneliederen bleef Walther in verbinding met de speellieden
+en de dansliederen. Offisieel was het zijn werk het hof te amuseren
+en daarvoor heeft hij zeer zeker de hofminneliederen van zijn leraar
+Reinmar von Hagenau nagedicht. Hij voelt zulk een gedicht heel wat
+sterker dan de vroegere minnezangers als iets dat _besteld_ is en noemt
+het zijn taak in die toonaard en die geest te zingen zoals het _volk_
+het wenst: »swie sî sint, sô wil ich sin,--daz si niht verdrieze mîn."
+Voor hem hoort het tot de hoofse omgangsmanieren om zich één met de
+mensen te voelen met wie men samen is, en hij is bang om uitgelachen
+te worden wanneer hij alleen vrolik is terwijl al de lui om hem heen
+bedroefd zijn. En zo zingt hij ter ere van de voorname vrouwen en maakt
+zich de heraut van hun schoonheid; maar hij doet het voor zangerloon al
+is het maar een vriendelike »gruoz" en hij verklaart ronduit dat hij hun
+de rug toekeert indien zij dat niet voor hem over hebben en dan zullen
+zij ook gauw genoeg merken dat het met hun goede reputatie uit is.
+Maar hij geeft de conventionele, de Provençaalse dichters nageaapte
+vrouwendienst en de hele stijl die daarmeê in verband staat, toch
+heel spoedig op. In plaats van het »Vrouwe"--het »domina", meesteres,
+der troubadours--gebruikt hij in een fraai gedicht: »Wîp" als de
+erenaam der vrouw,--de natuurlike naam van het geslacht in plaats
+van de conventionele aanduiding van de stand en hij verheerlikt de
+»echtgenote" in plaats van de »vriendin". Mooi en natuurlik, zoals nog
+geen een dichter vóór hem, geeft Walther uitdrukking aan zijn echt
+rechtstreeks plezier in de schoonheid der vrouw: schoner gezicht zelfs
+dan de pracht der zomerweide is hem de schone reine vrouw, wanneer zij
+in een nette dracht en fijne witte hoofdtooi ten feeste opgaat, in
+fiere houding en door haar maagden begeleid, maar nu en dan toch eens
+vriendelik omkijkend,--een zonne tussen sterren. Met het beeld der
+uiterlike schoonheid vermengt zich hier reeds de hoofse zedigheid en
+de innerlike schoonheid der ziel. Maar nog inniger--en in verzen die
+nog heden geschreven hadden kunnen zijn--wordt de liefde der vrouw
+verheerlikt als de beste balsem voor het verlangend hart van de man.
+»Zalig verlangen, haar heb ik gevonden,--in mijn hart, daar keerde zij
+in,--heel mijn gemoed heeft zij betoverd, gebonden, mij beroofd van
+bewustzijn en zin--Nooit meer kan ik van haar scheiden, door haar
+goedheid en haar gratie, en haar rode mondje dat zo zoetjes lacht."
+»Maar," gaat Walther verder door, »liefde is slechts liefde wanneer die
+door beiden gedeeld wordt, die moet het geluk van twee uitmaken; als
+die er eén ongelukkig maakt, dan heet die ten onrechte liefde,"--voor
+de sentimentele elegiese troubadour die zich in zijn eigen smachten
+verkneutert, voelt Walter niets. »Liefde is niet goed voor één alleen,
+daar moeten er twee voor zijn, en wel zo dat die de twee harten
+doordringt maar ook niet meer." En de vrouw en de man moeten hetzelfde
+in die liefde voelen: jubelt de man dat »het geluk dat een man ten deel
+kan vallen, werd het mijne, toen zij mij eerlik rechtuit verklaarde
+dat ik haar na aan het hart lag", even openlik erkent de vrouw dat zij
+in hem ook »wîbes heil" gevonden heeft, het geluk dat voor de vrouw
+weggelegd is. Voor beiden moet de liefde iets zijn wat ze in de goede
+zeden opvoedt: _hij_ komt tot haar en bidt haar er met »Maze" de schaaf
+bij hem over te laten gaan, maar nu verklaart zij bescheiden dat hij
+even goed aan haar heel wat op te voeden zal vinden; en dan vertelt
+_hij_ haar wat de man bij de vrouw verwacht: trouw en zedigheid, maar
+tegelijkertijd opgewektheid en beminnelikheid, en _zij_ hem wat de vrouw
+graag in de man ziet: vrolikheid, maar gelijkmatigheid van karakter en
+trouwe toewijding. En vrouwen die zo kunnen beminnen en ook zo bemind
+kunnen worden, die vindt men, volgens Walther, alléén in Duitsland: vele
+landen heb ik gezien, maar nooit nog vond mijn hart smaak in vreemde
+zede; Duitse zedigheid gaat boven alles, van de Elbe tot de Rijn, en
+helemaal tot Hongarije, daar vindt men de besten als ik tenminste iets
+van geestesgaven en lichaamsschoonheid af weet; hij die deugd en reine
+liefde zoekt, moet naar ons land komen.
+
+Dikwels gaat Walther ook van de conventionele »hohe minne" der hogere
+kringen op »die niedere minne" over en bezingt dan burgerdochters en
+boerenmeisjes in een fris gedichtje in de volkstoon. »Herzeliebes
+frowelîn," zingt hij, »de mensen maken er aanmerking op dat ik mijn
+snaren zo laag stem, maar zij die zo spreken, hebben nooit liefgehad.
+Zij die aardse goederen nastreven of schoonheid, voelen de ware liefde
+niet. De liefde maakt de vrouw haar schoonheid uit en laat ze maar
+praten, ik heb liever jou ring van glaspareltjes dan de gouden ring van
+een koningin..." »Neem deze krans," zeide hij in een heerlike droom die
+hij verleden had, tegen een »wôl getanen maget", en met blozende kaken
+en neergeslagen ogen nam zij die als een schuchter kind en »geschiedde
+er meer, dan bewaar ik dat in mijn heimelikheid." Nooit was groter
+vreugde mijn, de bloemen daalden van de bomen over ons in het gras
+neder,--toen het eilacy! dag werd en ik uit mijn droom ontwaakte. En nu
+loop ik alle meisjes sterk in de ogen te kijken of zij er ook bij is,
+van wie ik droomde. »Wie weet of zij hier niet bij is, bij deze dans?
+Wees zo goed, o schonen, uw hoed wat op te schuiven, ach! zag ik haar
+maar met haar krans!"--Schelms en lief zingt ook het jonge meisje
+hoe zij en haar vriend zich onder de linde op de weide een plaatsje
+uitgezocht hebben. Menigeen die daar voorbijkomt zal moeten lachen als
+hij ziet hoe het gras en de bloemen er uit zien! Aan de rozen zal hij
+het kunnen zien waar mijn hoofd lag. Als iemand wist dat hij bij mij
+gelegen had, zou ik mij dood schamen en wat hij met mij deed, dat hoeft
+niemand te weten behalve hij en ik en een klein vogeltje. Tietewiet! dat
+zit hier niet ver vandaan!
+
+Dat is artistiek verfijnde volkskunst. En zo staan ook Walther's
+politieke »Dienst"-gedichten duidelik in verband met de oude populaire
+dicht-genres der Speellieden. Van de heidense tijden af waren
+volksdichters gewoon geweest de een of andere gedachte uit te spreken
+in de scherpe, treffende kernachtige vorm van een korte strofe gekleed,
+die òf op een bepaalde gebeurtenis sloeg òf van meer algemeen satiriese
+of morele aard was en soms een zekere leerstelling door een »exempel"
+illustreerde. In dergelijke »Sprüche" en »Bîspeln" geeft Walther
+gewoonlik zijn politieke journalistiek ten beste en heft daardoor ook
+zijn schimpdichten en zijn bedelpoëzie boven die van het ogenblik tot
+de waardigheid van werkelik diepere dichtkunst op, een poësie soms
+satiries, filosoferend of moraliserend. In zijn korte kernachtige
+»zinnekens" verstond hij de kunst de kern van de Duitse nationale
+politiek bloot te leggen, die hij voorstond en om het »los van Rome",
+de grondgedachte der Hohenstaufen, in alle toonaarden te variëren, van
+energies pathos tot bloedige hoon en bittere komiek--en dat steeds weer
+in nieuwe beelden en vormen die zelfs de kunst van de beste »Sirventes"
+der troubadours overtreffen. Men ziet dadelik dat hij hier uit
+zijn eigen volle nationale overtuiging spreekt. En in zijn meer
+algemene morele berijmde beschouwingen legde hij zijn gehele etiese
+levensbeschouwing bloot met als idealen twee deugden: »Maze" de deugd
+der ridderlike vormen en »Staete", de voornaamste der oude Germaanse
+deugden. »Maze" is evenals het Franse »mesure" in het algemeen
+hoofsheid, fatsoen, zedelike tucht. »Unmaze" legt zowel de vrouw aan
+den dag die als een man optreedt, als omgekeerd de man die zich als een
+vrouw aanstelt, zowel de ridder die als een monnik leeft, als de monnik
+die de allures van een ridder aanneemt, zowel hij die zich boven zijn
+stand wil verheffen als hij die zo lang drinkt tot zijn tong dubbel
+slaat en hij niet meer op zijn benen kan staan. En tot »Maze" hoort vóór
+alles, Gode te geven wat Godes is en de wereld wat der wereld is, »Gotes
+hulde" dus te zoeken zowel als »weltlich ere",--goed te onderscheiden
+tussen de hemel die Gods is en de aarde die des Keizers is. Maar nog
+hoger schittert toch »Staete". Walther's ideaal: »Staete" betekent de
+mannelike vastberadenheid, de opene integriteit, de onbuigzaamheid en
+trouw die reeds Tacitus zo bij de Germanen prees,--trouw tegen zich zelf
+zowel als tegen anderen. De man moet uit één stuk zijn, en »vierkant",
+wat de Grieken »tetragonos" en de Romeinen »quadratus" noemen, evenals
+nog in 't Frans carré, zijn zin moet vast zijn als steen, en rechtuit,
+zo recht als de pijl uit een boog,--niet glad als ijs of een aal,--zijn
+woord moet zonder tweetongigheid zijn, beter één eerlik Neen! dan twee
+gelogen Ja's, zijn hart zonder valsheid, zoet als de avondschemering die
+een heldere dag voor morgen voorspelt,--de ware man wordt nooit
+»nieuw",--wien hij éénmaal wel wil, wil hij ook wel voor altijd.
+
+ * * * * *
+
+Aan het hof van Hermann van Thüringen trof Walther de dichter van de
+Parzival, _Wolfram von Eschenbach_, die in de lyriek een dergelike
+plaats inneemt als Walther, terwijl hij zich ook in een krachtige Duitse
+geest aan de ridderromantiek wijdde. Evenals Walther is hij van adel,
+maar zonder geld; hij is geboren, zegt hij, tot »Schiltes Ambet" en laat
+er zich zelfs erg op voorstaan dat hij heel weinig gelezen heeft en niet
+kan schrijven. Hij is uit Beieren en verklaart dat »wij Beieren zijn
+dapper, maar verstand en hoofse vormen is niet iets voor ons". Toch
+heeft hij met zijn grote drang naar ontwikkeling en vormen getracht zich
+het hele evangelium van het nieuwe Fransdom eigen te maken, zowel als
+allerlei geleerdheid over landen en volkeren en natuurfenomenen, gelijk
+hij zich ook brutaalweg inlaat met allerlei geheimzinnige teologiese
+bespiegelingen. En met al de verachting van een krijgsman voor boeken,
+heeft hij als de echte autodidact die hij is, er altijd plezier in
+zijn half verteerde wijsheid uit te kramen. Zijn taal is doorspekt met
+Franse woorden en eigengemaakte Franse uitdrukkingen en hij kan op de
+vermakelikste manier het »gaste forest soutaine" van zijn Franse bron
+tot »de woestijn in Soltâne" maken en »Une dame gisait" tot »Vrouwe
+Jeschute" en soms steekt hij zelf de gek met zijn Beiers Frans. IJverig
+heeft hij Heinrich von Veldeke en Hartmann von Aue bestudeerd en met
+hen als leermeesters tracht hij zichzelf en zijn landgenoten naar de
+nieuwe moderne ridderlikheid te vormen. Maar veel van de oude bekende
+heldenzangen hoort hij nog in zijn oor klinken en hij kent de oude
+heldensagen goed en wij vinden al de karakteristieke uitdrukkingen
+daaruit, als »Degen" en »Recken", »balt" en »ellenthaft" in zijn
+ridderstijl terug. Het was geen toeval dat hij het niet beneden zich
+achtte om een van de wildste oud-Franse Heldendichten--Aliscans--te
+bewerken, ofschoon, dat dient er bij gezegd, in een merkwaardig
+ridderromanties kleed!
+
+Er is een frisse, kernachtige kracht, een flinke durf in die Beierse
+ridder en zanger. Aan de levende ridderwereld van de oorlog en de jacht
+en het paard en het zwaard, ontleent hij krachtige en schilderachtige
+beelden voor alles wat hij uit wil drukken. De morgenzon heeft zijn
+klauwen door de wolken geslagen en stijgt met macht; trouw zit in het
+maagdelik gemoed, vèr-blikkend als de helderziende valk; voor een van
+zijn personen breekt de »kling der vreugde" plotseling dwars door bij
+het heft, voor een ander is de smart reeds zo ver van honk gereden dat
+geen speer die meer in kan halen. Maar er is ook een brede Beierse humor
+in hem, sterk verwant aan die van de gedichten der speellieden. Midden
+in zijn verhaal vallen er hem woordspelingen of barokke vergelijkingen
+in, of kan hij niet nalaten zijn eigen personen voor de gek te houden;
+soms krijgen wij op eens een vermakelike scène aan het hof van Thüringen
+of uit zijn eigen levensgeschiedenis of tapt hij een hatelikheid
+op de stereotiepe beschrijvingen van andere dichters. En gewoonlik
+geneert hij zich niet,--hij toont zich de man die hij is en er zit niet
+weinig zinnelikheid in hem. Zijn grapjes draaien daarom dikwels om het
+geslachtsleven en zijn dubbelzinnigheden zijn gewoonlik grof en als hij
+er maar even kans toe ziet, beschrijft hij graag de vrouwelike vormen en
+een nacht van liefde. Zijn ridders en vrouwen en meisjes munten meestal
+uit door een grote mate van zinnelikheid en zijn ridders hebben het
+voortdurend over vrouwen en behandelen ze meer op de wijze der baronnen
+dan echt ridderlik.
+
+Gemoedelikheid en karakter is er genoeg in het werk van Wolfram. Hij
+heeft het warme frisse gemoedsleven van de Zuid-Duitser en zijn poëzie
+ziet de wereld door een glimlach en tranen en voelt voor het geluk en
+het ongeluk der mensen waar zijn pen van schrijft. Humor, idyllen,
+sentimentaliteit, alle straalbrekingen van het gemoedsleven zijn er in
+de poëzie van Wolfram von Eschenbach evenals in die van Goethe of Jean
+Paul. De hele Parzival door wordt de belangstelling van de lezer gaande
+gehouden door aardige kleine scènes en episoden: nu eens wordt er
+humoristies de treurige hongerkuur geschilderd die de bezetting van een
+belegerde burcht moet verduren, dan eens is het een ridder die Parzival
+op zijn kasteel ontvangt en met de bedachtzaamheid van een familievader
+zijn schuchter jong dochtertje en de knappe vreemde ridder samen tracht
+te brengen. Of Gaweins zeer jonge zuster, die voor het eerst in haar
+leven met een ridder spreekt, en om beurten rood en bleek wordt wanneer
+die haar zeer dierbare groeten komt brengen van niemand meer of minder
+dan de Koning zelf, voor wie zij reeds lang in het geheim gezucht heeft.
+En overal in het boek schitteren beelden en vergelijkingen die van een
+bizondere sentimentele vlucht der fantasie getuigen: De groene vreugde
+van Parzival wordt volkomen ontkleurd,--de gedachte aan Sigune trok
+de vreugde te voorschijn uit het hart van de held gelijk de bij de
+zoetigheid uit de bloemen zuigt,--de sterren begonnen zich te vertonen,
+de boodschappers van de nacht, die haar voorafgaan om haar herberg te
+bereiden.
+
+Maar die zoete kern is bij Wolfram in een verwonderlik harde schil
+verborgen. Zijn stijl is even hortend en stotend, even verward en met
+presies zulke uitwassen als de Duitse taal zelf met zijn ophoping van
+sisklanken en harde konsonanten en zijn in elkaar gedraaide zinsbouw.
+Evenals de verzen van de IJslandse Skalden zijn die van Wolfram vol van
+de meest capricieuse onvoldragen en geheel en al mankgaande beelden die
+een merkwaardige neiging vertonen om in onverteerbare klompen samen
+te groeien of zich in onontwasbare knopen door elkaar te slingeren.
+Zijn fantasie is even groot als zijn smaak barok is, hij houdt er van
+allerlei kunstige omschrijvingen te bedenken en heeft plezier in de
+wonderlikste vergelijkingen: het is alsof hij er een eer in stelt alles
+op zijn eigen manier te zeggen en het de lezer zo lastig mogelik te
+maken om hem te volgen. Wolfram is een echte Germaan die zijn hoed
+draagt zo als hem dat nu eenmaal belieft, en die nog trots is op zijn
+eigenaardigheden ook.
+
+In de Franse romans van Parzival vond de Beiers-Frankiese dichter een
+voorbeeld dat hem in het hart grijpen moest. Daar leest men immers hoe
+een jonge, naieve, onbeschaafde bewoner van Valois,--maar dat is nu
+juist, zegt Wolfram, alsof wij zeggen zouden: een Beier--langzamerhand
+in de ridderlikheid ingewijd en tot een voorbeeldig ridder gemaakt
+wordt; hier vond men nu juist zulk een kursus in goede zeden en
+ridderlik denken als Wolfram zelf wenste te doorlopen en zijn
+landgenoten voor te kunnen houden. Het zou zijn levenswerk worden om die
+gedichten in het Duits over te brengen en Wolfram's Parzival werd het
+belangrijkste en meest echt-Duitse werk van de Duitse ridderromantiek.
+Nu is het natuurlik op dit ogenblik heel moeilik met zekerheid aan te
+geven wàt er in dat werk van hem is en wat hij aan de Franse bronnen te
+danken heeft. Als een dier bronnen noemt Wolfram naast het gedicht van
+Chrestien de Troyes vooral »Kyot van Provence" (waarschijnlik Guiot)
+maar dat gedicht is niet tot ons gekomen. Maar in hoofdtrekken kan men
+toch wel aan ieder het zijne geven.
+
+Die Franse schrijver zal van Anjou geweest zijn, hij heeft altans ter
+ere van het Angevin-Engelse koningshuis Parzival een prins van Anjou tot
+vader gegeven en er een hele voorgeschiedenis bij geschreven over diens
+heldendaden in Azië en zijn huwelik met een koningin der Moren,--alles
+in de gewone stijl van de epiek der Kruistochten. Trouwens, hij heeft er
+veel Oosterse elementen der Kruistochten bijgevoegd, citeert Arabiese
+werken die hij in het Latijn gelezen heeft en is een van degenen geweest
+die het meest gedaan hebben om de Graalromantiek met geestelike mystiek
+te doortrekken; hij zal dan ook wel een geestelike geweest zijn.
+De Graal is nu niet meer een schotel, maar een steen met allerlei
+wonderbare eigenschappen. Die bezaten ook volgens de Oosterlingen
+vele edelstenen en meteoorstenen, en zowel te Mekka als in Phoeniciese
+steden en in Klein-Azië aanbad men in de oudheid heilige stenen. En
+de Alchimisten hebben het altijd over de »Steen der Wijzen". Een heel
+merkwaardig verhaal hangt Guiot (Kyot) nu op over de Graalsteen die uit
+de Hemel naar de aarde gebracht was en eerst bewaakt was door de Engelen
+die als »neutralen" uit de Hemel verbannen waren geworden, maar die nu
+bewaakt werd op een kasteel »Mont Sauvage" (of Mons Salvationis) en
+bediend door een ridderschap van kuise Tempelridders. Elke Goede Vrijdag
+wordt de wonderbaarlike kracht van de Steen vernieuwd door een oblaat
+waarmeê een duif uit de Hemel aan komt vliegen. De eerste Graalkoning
+was Titurel, de tegenwoordige is Amfortas maar die is tot straf voor een
+zondige liefde met ziekte geslagen. In het algemeen is de Graalmystiek
+in dit werk heel wat meer geestelik-asceties en Oosters gekleurd dan
+die van Chrestien. Er is ook een mystieke tovenaars-figuur ingevoegd,
+die van Clincheor (Klinschor)--een soort Merlijn maar een boosaardig
+halfmens--die op »Chateau Merveille" woont; en uit een Brabantse sage is
+de Zwanenridder Lohengrin er bij gehaald die een onschuldig aangeklaagde
+prinses redt en door Kyot tot ridder van de Graal gemaakt is en de zoon
+van Parzival heet.
+
+Dit ridderlik-geestelike gedicht is het nu dat Wolfram verduitst
+heeft en vrij bewerkt in overeenstemming met zijn eigen karakter en
+persoonlikheid. Veel meer dan de Graalmystiek is de geschiedenis van
+Parzival zelf voor hem hoofdzaak en daardoor is die bij hem veel dieper
+en tot een wereldlike »Erziehungsroman" geworden zo als later »Wilhelm
+Meister" en in dramatiese vorm »Faust" dat is. Wat hij van Parzival
+maakt is, als men het zo uitdrukken mag, de »perfect gentleman", niet
+alleen in uiterlike ridderlikheid waar het voor Chrestien bijna alleen
+op aan kwam, maar vooral in de hogere vorming van het hart en het
+karakter, in een volle en echte menselikheid zoals het ideaal daarvan
+zich voor een Beiers ridder voor moest doen.
+
+De jonge, in het bos geboren en getogen knaap is hier niet alleen zoals
+voor de Fransman, een simpel onbeschaafd jongeling uit Wales die door de
+wereld afgeslepen moet worden; Wolfram herkent zich zelf en zijn eigen
+Beieren in die frisse oprechte kinderlikheid en bekijkt met hartelike
+welwillendheid zijn onervarenheid en eerlikheid, waarachter hij alle
+deugden van hart en karakter vermoedt. Reeds in het begin van zijn werk
+begroet hij zijn held als »traeclîche wîs",--hij die traag rijpt en
+langzaam, maar dan ook des te heerliker vrucht geeft. Zo hadden de
+Germaanse heldensagen er steeds behagen in geschept hun helden voor
+te stellen--wat van Beowulf verhaald wordt, geldt ook van vele andere
+helden, hoe ze in hun jeugd eigelik wat achterlik waren en geminacht
+werden, zoals dit ook bij ons in het Noorden zo dikwels met de rijkste
+naturen werkelik voorkomt. Juist onhandigheid en naïeveteit zijn de
+eigenschappen waar Wolfram veel voor voelt als de karakteristieke
+kentekenen van jeugdigheid en onbedorvenheid. Zijn »süeziu jugent"
+brengt hem in verrukking; hij is »tumb und wert", hij is »gein valscher
+fuore ein tor", een dwaas tegenover alle valse streken,--zoals Thor dat
+in Jotunheim is.
+
+Een echt Duits lyries dwepend jongeling is hij ook, die Parzival van
+Wolfram, wanneer hij in de eenzaamheid van het bos ronddwaalt en zijn
+borst uit voelt zetten bij het zoet gekweel der vogeltjes, dat zijn hart
+doordringt; wenend loopt hij naar zijn moeder en kan haar niet verklaren
+waarom hij weent. Dat is hetzelfde verlangen om weg te komen, dat reeds
+»zijn linkerborst doet zwellen" evenals dat hetwelk zijn vader er uit
+dreef en later ook de jongeling zelf er uit zou jagen--alle vlakten
+waren hem nog te eng, al het groen scheen hem verlept, zoals het ergens
+over hem heet. Een verwonderlik dromerige zwaarmoedigheid en dwepend
+verlangen blijft de Duitse Graalheld aan de eenzaamheid wijden en aan
+rusteloos smachten; in gedachten verzonken, leeft hij op meer dan een
+plaats, soms raakt hij helemaal zijn hoofd kwijt; die hele figuur
+schijnt als een uitwerking van het oude Keltiese sprookjesmotief dat
+Chrestien reeds voor Parzival gebruikt heeft, maar dat Wolfram veel
+verder uitwerkt: de held die op zijn omzwervingen een zekere dag in
+gepeins verzinkt bij het zien van een paar bloeddruppels in de witte
+sneeuw, die nu het gezicht van zijn geliefde voor zich ziet en de gehele
+dag door daar blijft staan, in smachtend verlangen verzonken.
+
+Nu gaat Parzival de wereld in en verlaat zijn moeder. Maar reeds bij
+zijn eerste stappen veroorzaakt hij, zonder het te willen en zonder
+het te weten, ongeluk op ongeluk door zijn naïeve onachtzaamheid
+en gedachteloosheid en hoopt de ene schuld op de andere; door zijn
+moeder te verlaten legt hij haar in het graf, hij doodt een zijner
+bloedverwanten om diens wapenrusting machtig te worden en is de oorzaak
+dat Jeschute door haar man verdacht en hard behandeld wordt. Maar dat
+gebeurt alles terwijl hij eerlik meent de raad van zijn moeder te
+volgen: »sus riet mîn muoter" zegt hij telkens weer, en zijn »zoete
+jeugd", zijn goed hart, zijn flink karakter komen altijd weer te
+voorschijn en winnen de harten van allen. Alles wat hij nodig heeft
+is slechts dat hij door onderricht en ervaring wijzer worden moge.
+
+Onderricht,--dat geeft hem evenals bij Chrestien, de oude ridder
+Gurnemanz en op zijn tochten treft de jongeling ridders en dames wier
+optreden een voorbeeld is voor hem--en voor Wolfram's lezers. Het
+gedicht is om zo te zeggen één kursus in uiterlike vormen en als in
+het geval van Hartmann tracht ook hier de Duitse leerling zijn Franse
+leermeester in pedant ceremonieel te overtreffen. Ridder Key, de
+drossaart van Arthur, die in de Bretonse romans altijd uitgelachen
+wordt, verdedigt Wolfram omdat hij zo goed de etikette in acht doet
+nemen; het hof van de Thüringse landgraaf zou zulk een ceremoniemeester
+uitstekend kunnen gebruiken. Dames en ridders trachten elkaar in het
+gedicht in tucht en hoofsheid de loef af te steken, en zelfs wanneer
+Gawein na een gevecht doodvermoeid ter neder ligt en geen lid verroeren
+kan, maakt hij nog duizend excuses tegen de jonge meisjes die hem
+verzorgen dat hij daar zo »ungezogenlîche" blijft liggen. »Gezogenlich"
+en »Vuoge" zijn de uitdrukkingen voor dat zekere »decorum" dat Wolfram
+najaagt. Maar behalve in de uiterlike riddervormen geeft de Gurnemanz
+van Wolfram, veel meer dan die van Chrestien, Parzival ook diepere
+morele levensregels ten beste: karaktervastheid en ootmoed,
+barmhartigheid voor hen die in nood zijn, achting voor de vrouw, trouw
+in de liefde,--dat zijn de deugden die hij hem voorhoudt en aanprijst.
+En bij Wolfram is het dan ook juist door een afwijken van die diepere
+moraal dat Parzival eerst zondigt, om daarna, als hij het weer goed
+gemaakt heeft, te zegevieren.
+
+Uit de handen van Gurnemanz en na diens onderwijs genoten te hebben,
+komt Parzival aan het slot van de jonge ridderdochter Kundwiramur waar
+hij zijn opvoeding in de liefde-kunst ontvangen zal. Ook in de min deed
+Wolfram zijn best zich volgens de nieuwe ridderlike smaak te vormen,
+maar die komt met zijn natuur heel weinig overeen. Als hij op zijn Frans
+frivool wil zijn, wordt hij onbehagelik wellustig, als hij charmant wil
+zijn, wordt hij zoetig geaffekteerd,--men vergelijke b.v. de episode
+van Gawein-Obilote bij de beide schrijvers. Zo is ook het jonge meisje
+op het slot dat de knaap de liefde wil leren kennen, veel gracieuser in
+het Frans en onschuldiger in haar natuurlikheid,--bij Wolfram ligt er
+iets zoets, wellustigs over de episode. Maar daar staat iets tegenover
+dat werkelik Scandinavies-Germaans genoemd mag worden. Wanneer in de
+huweliksnacht de jongeling te schuchter is en te veel er op uit zijn
+bruid te sparen, om dadelijk aan zijn wensen toe te geven, dan stelt hij
+zich met lichte liefkozingen tevreden, maar de jonge bruid bindt toch de
+volgende dag zich de »Vrouwenband" om het voorhoofd en weet niet beter
+of zij is vrouw geworden, zo goed als een ander!
+
+Wanneer Parzival aan de Graalburg komt, verzuimt hij bij Wolfram zowel
+als bij Chrestien, de vraag te stellen die een einde aan de betovering
+zou maken. Dit oud sprookjes-motief is bij Chrestien een bewijs van
+Parzival's naïeveteit en onbeschaafdheid; hij heeft de waarschuwing van
+Gurnemanz om zijn vraaglust niet te veel bot te vieren, al te letterlik
+opgevat en laat alle merkwaardige dingen gebeuren zonder de vraag te
+stellen die men van een gast die zijn wereld kent had mogen verwachten.
+Maar Wolfram geeft het geheel een veel moreler en sentimenteler draai.
+Niet naar de Graal en de lans had Parzival moeten vragen, maar als gast
+had hij met deelneming en medelijden naar de ziekte van de lijdende
+koning moeten informeren. Door een al te streng vasthouden aan de
+uiterlikheden van Gurnemanz's voorschriften verzuimt hij zijn plicht
+als man. Het is dus alleen nog maar het uiterlike, de schil der
+ridderlikheid die hij zich eigen heeft gemaakt; hij laat de stem des
+harten verstikken in leeg conventionalisme, en daarin steekt zijn fout.
+En als hij dan hoort wat hij al niet door dat verzuim verspeeld heeft en
+gesmaad wordt voor wat hij juist als fijne riddervormen beschouwde, dan
+raakt hij helemaal de kluts kwijt en zo vervalt hij dan in een veel
+groter zonde, die waarvan Wolfram juist leert dat het 't grootste gevaar
+voor de mensheid is,--dan komt de twijfel bij hem op,--d. w. z. dan
+begint hij te twijfelen aan de hemelse rechtvaardigheid en hij komt tot
+oproer tegen God, in plaats van zich ootmoedig onder de hem opgelegde
+beproevingen te buigen. En hier zien wij de eis van de religieuse
+opvoeding der ridders waarschijnlik uit Wolfram's geestelike Franse bron
+te voorschijn komen. Dit ontbreekt Parzival n.l. nog maar, zegt Wolfram
+en hierin herkent men hem terstond, als er maar echte mannenaard en
+trouw tegen zich zelf in de mens zit, dan werkt hij zich wel uit die
+twijfel en die vertwijfeling vandaan, en komt zeer zeker tot de troost
+van God. »Wert gedinge," d. w. z. een edel vertrouwend streven, zegt
+Wolfram, is een groot geluk in dit leven zowel als hiernamaals. »Wer
+immer strebend sich bemüht, den können wir erlösen," zoals het heet van
+een ander die zich ook van God losgemaakt heeft, maar die tengevolge van
+zijn morele kracht toch door strijd tot redding weet te komen. En zo
+buigt ook Parzival na jarenlang nutteloos omzwerven tenslotte gewillig
+zijn ridderlik mandom onder de wil van God. Nu is zijn zedelike
+opvoeding pas geëindigd, de hoogste ridderlikheid bereikt en als de
+volmaakte ridder weet hij de toverij te doen wijken en wordt hij zelf
+tot Graalkoning uitgeroepen.
+
+Dit alles is niet helder doordacht en de oude stof heeft er zich maar
+half toe kunnen lenen om de gedachtengang in levende handeling om te
+zetten. In tegenstelling met Gawein die, gelijk reeds bij Chrestien,
+niet anders doet dan op krijgs- en liefdesavontuurtjes uittrekken, is de
+Graalheld Persival de naar volmaaktheid strevende, ideale ridder. Maar
+hij wordt geen monnik-ridder, hij wil, evenals Wolfram, voldoen aan de
+eisen van God maar ook van de wereld. Wolfram leefde namelik midden in
+de voortdurende strijd tussen Keizer en Paus en hij voelt met zijn
+karakter, even diep als Dante, de grote tegenstelling tussen die twee
+levensopvattingen, maar wil, ook gelijk Dante, leven voor een krachtige
+dualiteit. Dit was trouwens toch in 't algemeen het programma van de
+ridder-romantiek: »Voor >Dieu< en voor >le Siècle< te leven, goed te
+zijn voor God en in de ogen der wereld",--dat is het ideaal der Franse
+ridderromans. »Het lichaam moet voor de wereld leven, het hart moet naar
+God streven," de mens moet tegelijkertijd »die beiden ê" (fas et jus)
+nastreven--zo leren de Duitse ridderlike leerdichten, want, gelijk
+Frederik Barbarossa een oproerige stad toevoegde die religie in de
+politiek wilde mengen: »Aangaande den hemel, de hemel is des Heeren;
+maar de aarde heeft Hij der menschen kinderen gegeven" (Ps. 115, 16).
+Dit programma zal Parzival illustreren. De hermiet schrijft hem voor dat
+hij niet alleen God moet liefhebben, maar ook dienen moet »umbe wibes
+gruoz", de ridderschap moet vooral »des lîbes prîs" nastreven evenals
+»der sêle pardîs". En zo is Parzivals ziel ook verdeeld tussen verlangen
+naar de Graal en naar zijn geliefde Kundwiramur.
+
+Niet de religie maar een zuiver menselike moraal is feitelik het
+hoogste voor Wolfram. Het is dan ook een zeer weinig kerkelik Kristendom
+dat er in het gedicht doorstraalt. De kuise vrouwelikheid van de
+Moren-koningin is, volgens de dichter, haar doop en was Parzivals moeder
+niet te voren gedoopt geweest, dan zou zij »in haar moedermelk" gedoopt
+zijn geworden, d. w. z. door haar moederliefde. En gelijk in de figuur
+van Parzival het mannelik ideaal verheerlikt wordt als trouw tegenover
+zich zelf, »Staete", de deugd der Duitse karaktervastheid die ook
+Wolfram verheerlikt had, zo wordt in een reeks vrouwenfiguren het ideaal
+der zuivere »wîplichkeit" getekend als trouw tegenover de geliefde man.
+Vol smart voelt de dichter dat er zoveel valse vrouwen de reine naam
+van »wîp" dragen, waar alleen de trouwe vrouw recht op heeft; en ergens
+noemt hij alle trouwe vrouwen op die hij in zijn gedicht geschilderd
+heeft,--van de koningin der Moren af tot Parzival's moeder toe wier
+hart barstte »in liefdetrouw" en die daarom zeker tot de vreugde des
+hemels ingegaan is, van Ieschute die onschuldig als zij is, haar mans
+mishandeling geduldig draagt, tot Kundwiramur, die als een Solveig op
+haar rondzwervende man blijft zitten wachten--maar met twee kinderen--en
+hem met roerende vreugde ontvangt zonder een enkel verwijt. Maar
+het allervleiendst wordt de vrouwentrouw getekend in de figuur van
+Sigune--zij die eens in een gril, zoals de dames in de ridderromans die
+zo dikwels hebben, haar liefhebbende ridder in de dood heeft gezonden
+en die nu ontroostbaar bij zijn lijk zit te wenen--die daar nog altijd
+weer zit, telkens als Parzival op zijn zwerftochten haar weer aantreft,
+totdat hij haar ten laatste dood over zijn lichaam vindt liggen. In
+een aparte cyclus--de hoogste openbaring van Wolfram's fantasie en
+lyriek--verhaalde hij naderhand de liefdesgeschiedenis van Sigune en
+Schiotulander van hun kindsheid af toen zij samen opgroeiden tot op het
+ogenblik dat zij uit pure nieuwsgierigheid, omdat zij weten wou wat er
+op de halsband van een jachthond geschreven staat, haar hartevriend
+in de strijd zendt waarin hij vallen zou. Er is hier ook een zekere
+zoetige sentimentaliteit en een geaffekteerde naïeveteit in die poëzie
+van Wolfram, maar er ligt ook iets als men 't zo uitdrukken mag,
+Scandinavies-blonds, iets smachtends over de liefde dier twee jonge
+lieden, iets dat meer verwant is aan de gevoelens van Fritjof en
+Ingeborg dan aan die van Floris en Blanchefleur. En de trouw waarmede
+zij zo lang boete doet voor haar flauwe koketterie is, evenals Wolfram's
+schildering van »Dame orgueilluse", is het echt-menselike protest van de
+dichter tegen de frivoliteit van de ridderliefde. Overal in Wolfram's
+poëzie komt ook de verheerliking van het huwelik mooi door de literaire
+galanterie heen op de voorgrond. Waar hij ook rondzwerft, denkt hij
+aan zijn armoedig slot, zijn vrouw en zijn kinderen en één van zijn
+»Tagelieder" waarin de minnaar bij het breken van de dageraad uit de
+kamer van zijn geliefde weg moet sluipen, breekt af met een hartezucht:
+hoeveel heerliker dan zulk een heimelik gestolen liefde toch die is,
+welke »ein offen suëze wirtes wîp" schenken kan.
+
+ * * * * *
+
+Maar het zou niet de verduitsing der ridderromantiek door Wolfram en
+door Walther zijn die de aard en het karakter der latere literatuur
+bepaalde. Sterker en sterker werd de invloed van de Rijnstreken. Zelfs
+het oude Duitse heldenepos dat nog steeds aan de hoven van Oostenrijk
+in ere stond, ondergaat de invloed van de ridderromantiek, zoals dat
+b.v. met het Nevelingenlied en de Gudrun het geval was. Wel zijn de
+grondtonen en de grondstof en het oorspronkelik celweefsel gebleven
+maar over de barbaarsheid en de naïeveteit van de toestanden is door de
+ridderlike bewerkers een blinkend net van fijne, hoofse levensvormen en
+zeden geworpen: klederdrachten en feesten, de toernooien en de gehele
+omgangstoon is die van het nieuwe hofleven en door het wilde heroisme
+en het tragiese pathos zijn er tonen gemengd uit de liefdelyriek van het
+minnelied en de ridderromans van Hartmann von Aue: men denke slechts aan
+de verliefdheid van Siegfried en Chrimhilde aan het hof te Worms of de
+innerlike strijd van Markgraaf Rüdiger waar hij weifelt tussen riddereer
+en leenmanstrouw, volkomen in de trant van die van Iwein.
+
+En met de derde grote naam van de Duitse poëzie der Middeleeuwen,
+_Gottfried von Strassburg_,--dus uit het meest verfranste deel van
+Duitsland--werd de invloed van de Franse ridderromantiek zo goed als
+kompleet. Hier stelt de schrijver zich niet tevreden met een nabootsing
+van uiterlikheden als van een scholier gelijk in Hartmann, of met een
+barok alliage van vreemde en eigen stof als bij Wolfram; de »Tristan
+en Isolde" van Gottfried sloot zich zoals wij reeds gezien hebben,
+innig aan het Franse gedicht aan, maar werkte zelfstandig op die stof
+voort, welke op zoveel krachten in Frankrijk beslag had gelegd, en wel
+hoofdzakelik in dezelfde richting. Zijn gedicht over Tristan betekent de
+hoogste kunstmatige afronding die de stof in de middeleeuwen ten deel
+gevallen is, en daarom is het dat wij die reeds vroeger hier behandeld
+hebben als een schakel,--de laatste--in de keten der Franse bewerkingen.
+
+Enkele van de fouten die de Duitse vertalingen van Hartmann
+aankleefden, vindt men ook wel bij Gottfried. Het breedsprakige
+uitrekken van elke trek in het origineel, het pedante de ander steeds
+trachten te overtreffen in sierlikheid en ceremonieel, als wanneer de
+précieuses der provincie die der hoofdstad naäpen--het spitsvondige
+spelen met allegorieën en de schoolmeesterachtige moralisaties. Waar
+hij er maar gelegenheid toe vindt--zelfs ook waar die er eigelik niet
+is--geeft de schrijver ons een hele cursus in de kunst om het wild toe
+te bereiden of een uitvoerige allegoriese verklaring van de »deugden"
+waar Tristan's ridderkleed uit is samengeweven; en wanneer de blikken
+van Isolde alles in de zaal »schaak zetten" of Tristan's hart verzegeld
+wordt met »de zegel der liefde", dan herkennen wij de Duitser en zien
+hoe zwaar op de hand die worden kan, wanneer hij aan Frans »esprit" wil
+gaan meedoen. Niet minder Duits is daarentegen het lyriese smachten
+en de romantiese fantasie die zulk een glans werpt over de Tristan
+van Gottfried. Zijn taal kan soms een hele symboliese gevoelskleur
+krijgen, als hij van woorden spreekt die door het oor klinken en in
+het harte lachen of die het hart verkwikkende schaduw brengen als het
+sappig-groene lindenblad. De natuurromantiek die zijn schildering van
+Tristan en Isolde's bosleven bezielt, bezit een eigenaardig Germaans
+karakter. Het doet sterk aan Heine denken waar Gottfried »diu senfte
+süeze sumerzît" verheerlikt die »zo zoet" de weide heeft versierd; het
+groene gras, »de vriend van de Meimaand" dat zulk een »wunneclîchiu
+sumerkleit" aan had getrokken, de schitterende bloemen die de mensen »sô
+rehte suoze lachende" aankeken en »de zalige nachtegaal" die met zulk
+een overstromende vreugde (»übermüete") zijn trillers sloeg dat alle
+harten er van verrukt werden. Een verfijnd genot in muziekale schoonheid
+is ook overal in het gedicht op te merken. Wij horen een en ander over
+Tristan's kunst om op de hoorn te blazen en wanneer hij op de harp
+speelt, vertelt de dichter niet alleen welke prachtige zoete tonen hij
+te voorschijn wist te lokken, maar ook hoe zeer het tokkelen zijn
+zachte, slanke, lange hermelijn-witte vingers uit deed komen.
+
+Een smachtend lyriese toon klinkt er vooral door de minne-poëzie van
+Gottfried; dat is reeds de echte Duitse »Ueberschwänglichkeit". De held
+is een »vreugde verspreidende zon", een »Werltwunne", hij leeft slechts
+in zijn rijke gevoelsleven, »zweeft in de lucht zijns harten", op alle
+praktiese verstandsredenen en nuttigheidsgronden ziet hij met verachting
+neer, en dat hij in zijn jongensjaren wat school- en boekenwijsheid
+geleerd heeft, vindt hij eigelik zonde en jammer, een ingrijpen in de
+vrijheid van de dweepzieke jongeling, een verdorren van de bloei zijner
+vreugde. Met extase schildert de dichter de zaligheid der liefde wanneer
+hij zijn »kaiserlîches wîp" omhelst en haar mond »honderdduizend maal"
+kust,--op een zeker ogenblik krijgen we een hele hymne aan de liefde;
+als ik aan de liefde denk--zegt hij--ofschoon ik dat geluk nog maar
+weinig ken, dan zwelt mijn hart op en alles in mij verlangt dan naar
+iets hoogs, iets boven de wolken. Maar sentimenteel weet hij van 't
+begin tot het einde de tonen van de smart en de dood in de liefdemuziek
+in te leggen. De liefde is een religie, voor de liefde is alles
+veroorloofd, alle wetten moeten voor de liefde wijken, zelfs Kristus
+kan de ware liefde heel gemakkelik naar haar hand zetten. Maar de enige
+inwijding in de liefde, de noodzakelike prijs er voor is lijden en het
+lijden is de grootste waarde. Daarom wendt zijn gedicht zich niet tot de
+velen die alleen vreugde vragen en genot; alleen tot die uitverkorenen
+die »diu senfte herzesmerzen" kennen, tot »den edelen senedæren", de
+edele verlangende gemoederen die het zoete van de liefde kennen, alleen
+tot troost voor _hen_ en om een ogenblik slechts de zware smart van hen
+af te wentelen, vertelt hij van Tristan,--van hem wien het gegeven was
+in volle mate twee dingen te bereiken: lijden en geluk. Hier zijn wij
+bij de Tristan en Isolde-romantiek van Wagner.
+
+Gottfried von Strassburg is de bloem der ridderlike kultuur in
+Duitsland. Een natuur vatbaar voor ontwikkeling en die het in zich had
+om wat hij doen moest, ook harmonies af te maken,--zoals Raphael en
+Racine dat voor hun tijd waren--geen baanbrekende vernieuwer, geen
+»oer-eigen origineel genie" als Wolfram, wiens gehele persoonlikheid
+Gottfried een afschuw was en de enige tegen wie de Straatsburger zich
+kwaadaardig toont,--maar goed belezen in de klassieken, volkomen thuis
+in 't Frans,--hij is de enige dier Duitsers die geen vertaalfouten
+maakt,--met een levend poëties gevoel, een fijne aestetiese smaak, een
+plooibaar en volkomen artistiek gevoel voor vormen; tegelijk een man van
+de wereld, volkomen thuis in de hogere ridderkringen, met een aangeboren
+zin voor de hofkultuur en de uiterlike kentekenen er van,--een fijne
+nobele natuur, een echt gevoelig mens. Zijn gedicht van Tristan
+openbaart meer dan eens meer goedheid des harten en meer geweten dan
+de Franse bewerkingen van de stof.
+
+Met Gottfried is de Duitse ridderromantiek even hoog gestegen als de
+Franse en zijn volgelingen overtreffen hem even min als die van
+Chrestien van Troyes deze laatste.
+
+
+
+
+XX.
+
+IDEAAL HUMANISME.
+
+
+In haar korte bloeitijd die in het einde van de 12de en het grootste
+deel van de 13de eeuw valt, ontvouwt de ridderromantiek zich op haar
+hoogste punt tot wat men zou kunnen noemen een soort ideaal humanisme.
+
+De hele kultuur van de middeleeuwen komt in het Frankrijk van
+Philips Augustus en Lodewijk de Heilige en het Duitsland der
+laatste Hohenstaufen tot een korte harmonie in een edele en schone
+menselikheid,--een classiciteit zo goed als die der Grieken en Romeinen.
+Alles wat er van de kunst dier dagen tot ons gekomen is, draagt die
+stempel. De Gotiese katedralen van de Rijnstreken en Noord-Frankrijk
+met hun lichte gewelfde, feestelik stemmende ruimten, de slanke pijlers
+en bogen, het kleurrijke stralende licht door ruiten en rosetten. De
+schone glasmozaieken der kerken van Tours en Bourges met de reine diepe
+kleuren, de eenvoudige, duidelike omtrekken der figuren en de hele
+ideale klassieke stijl die wat te vertellen heeft, dezelfde die wij in
+de edele eenvoudige miniaturen van de zogenaamde Bijbel van Lodewijk
+de Heilige terugvinden. De Madonnabeelden en die der Apostelen op de
+kerkfaçaden van Rheims en Amiens, de reliefbeelden van de dood van Maria
+op de Notre-Dame te Parijs of de Dom van Straatsburg,--afbeeldingen van
+de mens van een even vrije natuurlikheid en hoge adel als die van de
+klassieken. Of »de heilige kapel" te Parijs met het feestelik fijne
+samenspel van licht en kleuren, ruimte en lijnen en met de reine en
+nobele ornamentiek der muren. In het museum van Cluny te Parijs of het
+»Germanisches Museum" te Neurenberg getuigen kleine voorwerpen--een
+ivoren kam, een kandelaar, een muurtapijt--van de edele en fijne
+schoonheidskultuur der 13de eeuw.
+
+Op dezelfde wijze wordt de ridderromantiek op haar hoogste punt slechts
+tot een geïdealiseerde uitdrukking van de edele en fijne menselikheid
+die in de eerste kultuurcentra van die dagen te voorschijn kwam. Vele
+romans en korte ridderlike berijmde novellen laten nu meer en meer de
+wonderbaarlike producten der fantasie vallen die de ridderromantiek
+uit Keltiese en Oosterse bronnen ontleend had en de kinderachtige
+avontuurtjes die ze van de Griekse romans geleend hadden; ook de
+geaffekteerde, overspannen troubadourpoëzie geven ze op, zowel
+als de zoetige sentimentaliteit der Bretonse romans en hun andere
+extravagances,--feitelik ontdoen ze zich van alles wat spesiaal
+ridderromantiek was en worden zo tot heel natuurlike, menselike,
+verhalen uit het leven der Franse en Duitse edelen, een ideale
+afspiegeling van de werkelike kultuur der hoge kringen en een
+interpretatie van de fijne gevoelige menselikheid die het leven in
+de beste ogenblikken kon verwerkeliken. En in een reeks leerdichten
+worden geformuleerd, niet langer gelijk vroeger, de voorschriften der
+geestelike paedagogen, hoe men de »fijne wereld" opvoeden moet, maar
+omgekeerd, regels voor goede manieren, opgesteld door die zelfde
+geesteliken tengevolge van wat ze zelf in die kringen hadden kunnen
+opmerken en leren.
+
+Die »kringen",--dat zijn de uitverkorene edelen,--over die alleen is
+het de moeite waard te spreken: een dode edelman is meer waard, heet
+het, dan een levende burger. En het enige leven waar men iets aan heeft
+is dan ook dat in die kringen; men moet »sich gesellen", anders wordt
+men »sauvage",--»ongemanierd", zoals Parzival of Iwein dit werden
+in de eenzaamheid van het bos. Een hogere stand die slechts leeft
+voor een luxe, leven van vrije, schone, fijne menselikheid,--een
+»liberaal" leven in tegenstelling dat der »illiberale" werkers, der
+_banausoi_,--dat is de ridderwereld, gelijk de Griekse aristocratie van
+de »edelvoortreffeliken"--de »kalokagathoi"--dat was. »Le vilain"--zo
+leert een riddergedicht--leeft alleen maar om te zwoegen en te sparen,
+te pruttelen en te schelden,--hij spreekt niet en hij zingt niet, als de
+hond die slechts bijt; hij voelt niets voor bloemen en vogels, en alles
+wat schoon is en schittert, ergert hem alleen maar, zijn hele leven is
+één wanklank in de harmonie des hemels,--Gods vrolike, gelukkige engelen
+hebben niets met zulk een grove plebejer uit te staan. De »edelgeborene"
+daarentegen, die God zelf met zijn schone handen uit een edeler
+natuurstof gevormd heeft en die ook verder een goede opvoeding in
+gezelschap van nette mensen gehad heeft, die leeft alleen maar voor
+alles wat schoon is en edel en goed.
+
+Waar men in de eerste plaats voor leeft, is om de schoonheid van het
+leven te genieten en het nog schoner te maken. De natuur werpt men een
+vriendelike blik toe, maar verder niet. Meest is het nog in tuinen
+en parken dat men de natuur liefheeft,--men bezingt de roos als het
+zinnebeeld van het liefdegenot, het madeliefje van de trouw; in de
+Duitse liederen is de linde de boom van de zomer en de liefde. Onder
+de vogels zijn de meest geliefden de nachtegaal van Marie de France, de
+leeuwerik van Bernard de Ventadour en de zwaluw die een lok van Isolde's
+gulden haren uit Ierland haalde. Maar ook het jachtleven opent de
+ridder het oog voor de natuur: men vindt b.v. een beschrijving van de
+dauw-natte morgenstond, de slaperige middagstilte in het diepe groene
+bos, de slanke ree, het enorme wilde zwijn en de roofvogels in de toppen
+der bomen. De reiger en de valk--»the gentil faucon" noemt Chaucer
+hem--is de lievelingsvogel van de ridders zowel als de dames. »Die vogel
+doet mij 't harte goed", heet het in een gedicht ter ere van de valk,
+»als ik die op mijn hand zie zitten, zacht en hoofs, of wanneer die zo
+»edel" vliegt; alleen daarom sta ik gaarne 's morgens vroeg op." En de
+borst van een valk,--zwelt die niet even schoon als een vrouwenboezem?
+En kan de blik van een schone vrouw stralender zijn dan die van de
+ridderlike jachtvogel? Menig ridder twijfelt of hij meer van zijn valk
+houdt of van zijn dame en er lopen verhalen hoe een dame uit jaloesie
+de valk van haar ridder de nek omdraait of hoe de arme ridder bij de
+ontvangst van zijn dame genoodzaakt wordt haar het allerzwaarste offer
+te brengen: zijn valk te doden en haar die bij de maaltijd voor te
+zetten. Of een page die in een alleraardigste kleine vertelling door
+liefde verkwijnt voor de echtgenote van zijn meester; zij heeft vergeefs
+getracht hem weer moed in te spreken, en wanneer haar man dan vraagt
+wat er eigelik bij hem aan scheelt, begint de dame aan het ziekbed van
+de jongeling en tot diens grote schrik, te vertellen hoe de knaap haar
+aldoor achtervolgd heeft en gesmeekt om... zijn meesters lievelingsvalk,
+maar dat zij die toch niet heeft durven geven. Maar de ridder verklaart
+dat hij hem liever al de valken zal geven die hij bezit, dan hem zo van
+ellende te zien verteren en nu belooft de meesteres de zieke dat hij dus
+de valk krijgen zal waar hij zo naar gezucht heeft.
+
+Meer dan de natuur is het 't hofleven op de burcht dat de ridderkultuur
+schoner tracht te maken en dat de ridderromans verheerliken. Een
+eenvoudige, fijne smaak heeft nu in het leven zowel als in de romans die
+massa van bonte Oosterse pracht vervangen die b.v. de Troja-romans bij
+hunne beschrijvingen op elkaar stapelden; maar feestelik en schitterend
+ziet zoo'n slot er toch uit. De muren blauw met gouden sterren of met
+tafrelen versierd of wel hele schilderingen met voorstellingen naar de
+ridderromans; ook in de muurtapijten zijn zulke scènes uit die boeken
+geborduurd. De vloer is van groen marmer »als een weide met gras" of
+grote lemen platen met bloemdekoraties of wapenschilden er in gebeiteld.
+Op deuren en zolderingen zijn dieren of bloemen uitgesneden; kunstig
+smids-werk; weinig maar smaakvol versierde ligbanken en taboeretten;
+vele kleuren en een sierlike rijkdom van détails, maar zuiver en deftig
+van smaak.
+
+Een deftige smaak vertoont zich ook in de klederdrachten der ridders en
+der dames in de 12de en 13de eeuw, waardoor ze ook sterk verschilden van
+de barbaarse tijd der roofridders en van de geraffineerde extravagance
+der 14de eeuw. Een lange mantel van donker purper met gouden sterren er
+op, werd om het lijf door een zijden koord samengebonden en van boven
+door een gouden gesp; de voering van hermelijn met zwarte sterren, om de
+open hals sabelbont, op het haar een krans van bloemen, aan welks kant
+twee geëmailleerde gouden gespen aan zijn gebracht,--zo ziet de heldin
+bij Chrestien er in haar bruidstooi uit. Zorgvuldig worden de kleuren
+van dat gewaad zo uitgezocht dat ze niet vloeken en dat ze bij de teint
+en de kleur van het haar passen, met dezelfde zin voor schoonheid als
+bij het draperen van de beelden wordt er voor gezorgd,--voor zover we
+uit de beschrijvingen der romans op kunnen maken--dat de kledij goed
+in de vouwen valt en er wordt voortdurend op gewezen dat hoe mooier
+het meisje is, des te eenvoudiger moet de klederdracht zijn. Met zéér
+geringe afwijkingen wordt hetzelfde kleed en mantel door man en vrouw
+gedragen, door jong zowel als oud, gelijk ook de gladgeschoren baard het
+verschil tussen leeftijd en geslacht uitwist, de dracht waarmede men
+in het openbaar verschijnt, maakt allen als 't kan slechts tot mensen,
+alleen de stof en de snit laat diskreet de waardigheid en de leeftijd
+doorschijnen, de gratie van de vrouw en de lichte elegantie van
+de jongeling. Ook in de wapenrusting en wat de man verder voor de
+oorlog nodig heeft,--wat men b.v. op de zegels uit die tijd goed kan
+bestuderen--openbaart zich een zuiverheid en een adel van smaak die
+zowel de tijd die er aan vooraf gaat als die welke er na komt, zeer in
+dit opzicht overtreft.
+
+De vormen der samenleving worden ook schoner en edeler,--van de pedant
+aangeleerde regelen voor goede manieren die men uit het buitenland en
+van de geesteliken ontvangen had, worden ze nu tot een werkelike
+wellevendheid, gedragen door takt en fijngevoelige vriendelikheid.
+»Cortezia"--zegt een ridder uit Provence--»bestaat dáárin dat men zich
+door woord en optreden bemind weet te maken, en hoofs is hij die weet te
+doen wat anderen aangenaam is; hoofsheid vertoont zich in klederdracht
+en vriendelike tegemoetkoming, in het onthaal en in liefde." De Duitse
+woorden »Tugend" en »gezogentlich" slaan op uiterlike zowel als
+innerlike eigenschappen. »Iemand die op hoofse wijze een ander een beker
+aan kan bieden," zegt een moralist, »en zijn handen houdt zoals het
+hoort, van zo iemand zeggen de mensen dadelik: »wat een welopgevoede
+knaap is dat toch, die is zeker deugdzaam, zie eens hoe deugdzaam hij
+zich gedraagt"." En een Duits boekje over »tafelmanieren" zegt:
+»Verloren is geen opgevoed man, heb ik wel horen zeggen, nooit kan een
+onopgevoede een plaats in de hemel verkrijgen." Nu komt het er niet
+alleen op aan om »wel bedankt" te zeggen of »Goeden-dag", of zijn mond
+goed af te drogen, neen, men moet zich nu netjes houden en rechtop lopen
+»als een waskaars" of »als een jonge scheut op een tak"--en daarvoor
+zijn schermoefeningen goed, heet het,--en men moet de conversatie goed
+gaande weten te houden--in de romans vindt men menig gesprek tussen
+gast en gastheer waarin die elkaar in beleefdheidsfrases trachten te
+overtreffen--en men moet zich licht en bevallig weten te bewegen en zich
+fijn en netjes gedragen. Het is duidelik dat de omgangsvormen bepaald
+werden door hetzelfde tegen elkaar doen opwegen van een conventionele
+vormelikheid en de natuurlijke vrijheid die bijvoorbeeld ook de figuren
+kenmerkt op miniaturen en ivoorwerk. De houding, gestes en andere
+bewegingen hebben nog een traditionele betekenis om het gesproken woord
+kracht bij te zetten en te illustreren, even simbolies ongeveer als bij
+de oude rechtspleging: door de vinger op te heffen maakt men op iets
+opmerkzaam, in diepe gedachten steunt men zijn kin op de hand, en dat
+twee goede vrienden elkaar omhelzen wanneer ze elkaar ergens ontmoeten
+en samen in een vensternis gaan zitten praten, hoorde evengoed tot de
+overgeleverde »goede toon" als dat een rechter op zijn rechterstoel
+zitten moest als een »grisgrimmender löwe" en met »de rechtervoet over
+de linker geworpen."
+
+Een samengaan van »Tucht" en »Gemeite", d. w. z. van eerbare tucht en
+opgewekte vriendelikheid is het ideaal voor de verschijning in 't
+publiek. Te hard lachen en te hard schreeuwen als men klaagt is al even
+ongepast; een vrouw moet met half open mond lachen, en al is ze ook nog
+zo zeer onder de indruk van het een of ander, moet ze toch goed oppassen
+dat haar hoofdtooi netjes blijft zitten,--als Walther klaagt dat de
+wereld in de war is, drukt hij dit zo uit: »Wee, u, wereld, wat zit
+uw hoofddoek tegenwoordig slecht!"--zacht en licht moet de vrouw
+voortzweven (»schleichen"), liefst met een zekere gratieuse zwaai
+(»swanc"); het hoofd ietwat op zij--zoals men dat op de Mariabeelden
+kan zien; en de ene kant van haar kleed moet zij op een bepaalde wijze
+opnemen. Zij mag niet te veel rondgluren maar een zekere schuchtere,
+half nieuwsgierige blik past een jong meisje wel, zegt Walther. Een
+voorbeeld van menselike »Tucht" en »Gemeite" is de manier waarop Isolde
+en haar moeder, de koningin, de zaal binnentreden in de koningsburcht,
+zoals Gottfried dit schildert. Slank als een den is de prinses, haar
+bruine fluwelen kleed is om het middel vastgesnoerd en voegt zich lenig
+om de lichaamsvormen, met haar linkerhand houdt ze een paarlen snoer
+vast dat de mantel op haar borst vast bindt, zo dat ze volgens de hoofse
+zeden die met twee vingers samenhoudt; bevallig »zweeft" ze nu met haar
+moeder naar binnen, men volgt hen met de ogen en langzaam en gelijk
+op doorlopen de blikken der twee vorstinnen de zaal, zo dat elk der
+aanwezigen een blik krijgt en in aller harten brengen ze onrust; de
+moeder begroet de anderen met een woord, de dochter, zo als het past,
+buigt zwijgend.
+
+Steeds fijner worden de wenken die Provençaalse en Franse didaktiese
+gedichten de dames geven voor hun optreden in de wereld--»Het hof der
+Liefde",--»De God der Liefde",--»De Sleutel der Liefde",--»De Kunst der
+Liefde" en wat die alle heten,--de Liefde wordt nl. altijd beschouwd
+als de bloem van het wereldse »Savoir-vivre". Dergelijke leerdichten
+bewerkte een halfduitse geestelike in Italië in Duitse verzen en zond
+die naar zijn land onder de titel »De Walse Gast",--en kort daarop
+volgde een »Winsbecker" en een »Winsbeckerin" met _hun_ raad. Een
+geslacht later was er een notaris uit Florence die aan Franse hoven
+verwijld had en die, toen hij thuis gekomen was, een leerdicht schreef
+om zijn vrouwelike landgenoten Franse manieren te leren. En nu
+zijn het niet meer zo als vroeger elementaire regels die ze daar
+te lezen krijgen: wanneer ze zich verschonen moeten en dergelijke
+dingen--ofschoon »er zijn dames die geloven dat reinheid een teken van
+losse zeden is"--hij schrijft vooral over de kunst om maatschappelike
+talenten te vormen. De dame moet leren zingen en als zij een aangename
+stem heeft, moet zij zich niet laten bidden, maar gewillig een lied ten
+beste geven; ten dans moet zij gaan Ȉ petit pas, simple et mollet",
+zij moet kunnen schaken en de teerlingbak spelen, waarbij het er minder
+voor haar op aan komt goed, dan wel met gratie te spelen en zij mag
+voor al niet boos worden als zij verliest,--de vrouw die boos wordt
+en dat in woorden toont, verdient de naam van »dame" niet. Vooral
+moet zij de kunst verstaan van een gesprek te voeren, »car nul chose
+tant n'afole--coeur d'homme que douce parole", zij moet, gelijk een
+Zuid-frans gedicht het fijn uitdrukt, zo kunnen spreken, zo kunnen
+converseren dat de ander bij zijn afscheid, de indruk meeneemt dat hij
+geestig geweest is, zelfs al is hij niet meer dan een dwaas, en zij moet
+een gesprek dat haar mishaagt af kunnen breken of het een andere draai
+te geven, zonder iemand te stoten; dan kan zij hem b.v. vragen of hij de
+vrouwen uit Gascogne of die uit Engeland schoner vindt en welke opinie
+hij dan ook heeft, kan zij het tegenovergestelde beweren om zo een
+dispuut aan de gang te krijgen. Zeer fijne regels worden er b.v. ook
+gegeven over de kwestie hoe een bruid zich gedragen moet. Bij het
+wisselen van de ringen moet zij terughoudend zijn, bijna angstig, haar
+hand niet al te gretig naar de ring uitsteken en slechts met een zachte
+stem »ja" zeggen. Het is ook verstandig als zij thuis reeds iets eet, zo
+dat zij bij de huweliksmaaltijd zich meer in kan houden, en wanneer zij
+het vertrek binnenkomt waar de bruidegom is, moet zij eerst doen alsof
+zij hem niet ziet, dat is echt »hoofs".
+
+Opgewektheid, vriendelikheid, zachtheid, dat is voor de man zo wel als
+voor de vrouw de hoofdzaak bij de omgang; het is er de kultuur dier
+dagen dan ook altijd om te doen, ruwheid en brutaliteit te onderdrukken.
+De Tristan van Gottfried is de verpersoonliking van de vriendelikheid;
+wij lezen van hem dat hij graag een ieder op zijn handen wil dragen
+en voor allen tracht te leven, »wat iemand uit het gezelschap ook
+maar voorsloeg was hij dadelik bereid te doen." Ook Aucassin is de
+beminnelikheid zelf; door zijn zachtmoedigheid en hoofsheid ontwapent
+de jonge edelknaap volkomen de lompe kolenbranders en herders die hem
+onbeschoft aan hebben gesproken. Een zoetige liefheid hoort tot de
+goede toon tussen ridders en hun dames: »Schone Heer",--»Schone
+Dame",--»Lieve, zoete vriend",--»God zegene U", en kussen en een
+omhelzing horen tot de omgangsvormen, evenals er in de brievenstijl
+allerlei sierlike wendingen en zwierige zwaaien voorkomen die in de
+»brievenboeken" aangegeven zijn.
+
+Een vrolik »leven en laten leven" hoort verder tot de »liberale"
+ridderlike opvattingen. Al wat treurig is en ruw, wordt glad gemaakt, al
+wat somber is en donker wordt verlicht en verzacht in deze adelswereld
+van spel en schoonheid. Ouderdom en dood is iets waar de ridderpoëzie
+maar zo min mogelik over denkt; de dood die zulk een tragiese pathos
+in de oude heldenpoëzie gebracht had, komt hier bijna niet voor, en
+de eerbied waarmede de ouderdom daar ginds omstraald werd is hier
+verdwenen--het is b.v. bepaald vermakelik te zien hoe ongepast in de
+Parzival van Wolfram de oude moeder van koning Arthur behandeld wordt
+en terzijde gezet, voor de jongere dames. Schoonheid, jeugd en vreugde
+moeten regeren. Hoog en rijk moet er geleefd worden,--alle sparen en
+alle zuinigheid maakt de geest bekrompen en zet »banausties" stof op de
+vingers. Men moet »gast-ere" aan den dag leggen zowel als »hus-ere",--d.
+w. z. milddadigheid en gastvrijheid bij feestelike gelegenheden tonen,
+en zelf een gepaste weelde in zijn huishouding ten toon spreiden.
+En het is niet langer genoeg vrijgevig te zijn, men mag een echte
+welwillendheid en fijngevoeligheid eisen in de manier _waarop_ men
+geeft. Van een edele vorstin lezen wij: zij heeft er meer door fraaie
+woorden gewonnen, dan anderen door grote gaven, en zo vriendelik geeft
+zij haar geschenk dat dit voor dubbele gave telt. En omgekeerd worden
+die gastheren gelaakt, die over niets met hun gasten spreken dan over de
+slechte tijden en hoe weinig er te verdienen valt, zodat de gasten het
+niet anders dan bezwaarlik moeten vinden zich zo te laten onthalen.
+
+»Les vilains",--dat zijn de gemelike knorrepotten die altijd in de
+contramine zijn, en die noch zelf willen leven noch anderen laten leven.
+Maar God is met de opgewekten en welwilligen, »les courtois"; hij zelf
+en zijn engelen zijn schoner en opgewekter dan alle anderen en hij
+heeft alle jonge paren en alle vrouwen lief. Hoe graag zou hij b.v.
+niet Nicolette daarboven in den hemel bij zich gehad hebben, »om in den
+avondstond als een licht voor hem te schijnen"! En jonkvrouw Maria--men
+merke maar op hoe schoon en liefderijk zij er uit ziet, die zal zeker
+de jonge ridderknaap niet weigeren wat hij zo graag zou wensen. Als
+schitterende feestzalen schijnen de Gotiese kerken. »Het oog weet niet
+waarheen het 't eerst de blik zal wenden. De zoldering is groen als een
+tapijt, de muren verbeelden het paradijs, de vensters wekken bewondering
+door de schone kleuren van het glas en het rijk versierde werk... Het
+is alsof men naar de hemel verplaatst is en zich in een der schoonste
+zalen van het paradijs bevindt." Hier, bij het heldere schijnsel der
+waskaarsen en het schone misgezang der geesteliken, wordt de ziel tot
+liefde gestemd en hier heeft men gelegenheid de schonen te zien, die
+iemand een glimlach of een knik geven of in het geheim de hand drukken
+en de zeer gewillige biechtvader heeft er niets op tegen de smeekbeden
+van de minnaars te verhoren, of de geliefden samen te brengen ten spijt
+van boze ouders of brutale echtgenoten.
+
+Alle goede, zachte gevoelens van menselike simpatie zijn het die de
+ridderlike hofkultuur ontwikkelen wil, en die de ridder-romantiek
+verheerlikt. De wapenen zijn niet minder geëerd dan vroeger, de roeping
+van de ridder is »Schiltes Ambt" en het is het schild dat hem verplicht
+zijn eer onbevlekt te houden; wil men in teugelloosheid leven en zijn
+schild met oneer bevlekken, dan doet men beter het maar aan de wand te
+laten hangen. Maar wat de ridder op den weg der eer zal vergezellen dat
+is, lezen wij: »de gedachte aan een reine vrouw." En korter en korter
+worden in de schoonste riddergedichten de beschrijvingen van de strijd,
+meer en meer idealiseert de ridderromantiek zich tot hetzelfde schone,
+gevoelvolle humanisme waar het kristendom zich in de Gotiese beeldende
+kunst en de Marialegenden der 13de eeuw in omzet. In werkelikheid is ook
+die bloem der ridderkultuur ontsproten uit de sentimentaliteit der
+kristelike legenden zowel als uit de zoetige humaniteit van Ovidius en
+de Griekse romans en uit de vrouwen-atmosfeer van het maatschappelike
+hofleven.
+
+In de heldenpoëzie hadden de personen er zich op beroemd wanneer zij
+een hart hadden als een steen zo hard en als een noot zo klein. In een
+asceties gedicht uit de 12de eeuw klaagde een monnik over zijn oproerig
+gek hart dat nooit de ziel met rust laat; het is niet 't lichaam maar
+het hart dat de zonde veroorzaakt, en nu had hij zelf, ongelukkig voor
+zijn zielsrust, een hart gekregen dat groot genoeg was voor duizend
+mensen. Maar nu berispt de ridderlike dichter hem, die »een hart van
+hout heeft". Het hart is het lievelingetje dier dagen geworden, naar
+welks bewegingen men luistert, naar welks welzijn men steeds informeert,
+en waar men trots op is als men het zijne groter, zachter, rijker noemen
+kan dan dat van anderen en welks bevelen men zonder aarzelen opvolgt.
+»Pitié" en »Gentilesse" zijn in het Frans, »Güte" in 't Duits de termen
+voor de zachtheid en de ontvankelikheid voor simpatie van het hart en de
+woorden die Chaucer meer dan eens herhaalt: »Pity renneth sone in gentil
+heart" kon het motto zijn van de ridderpoëzie.
+
+Het zijn alle vormen van »Güte" en »Pitié" die de Duitse en Franse
+vertellingen van de 13de eeuw verheerliken. De roerende trouw van een
+oude dienaar jegens zijn ridder die tot armoede vervallen is (Der Junker
+und der treue Heinrich, vgl. Flore en Jehanne); opofferende vriendschap,
+(Engelhart); de leenman van keizer Otto die in een rijksakte verbannen
+verklaard is, maar gelegenheid vindt om het leven van zijn leenheer te
+redden en zich met hem verzoent (Otto mit dem Barte); de onschuldig
+aangeklaagde prinses voor wie geen ridder in het perk durft te treden
+tegen de machtige aanklager, totdat op het beslissende ogenblik een
+Arthur of Graalridder als redder op het toneel komt en de beschuldiger
+nederslaat (het allerschoonst in de Lohengrin). Maar in de eerste
+plaats is het toch de min in alle soorten en graden waar de romans en
+vertellingen over handelen; de liefde is de bloem van het ridderleven en
+de gehele edele menselikheid.
+
+Denk b.v. aan dat heel kleine meisje dat Gawein bij een toernooi tot
+zijn dame gemaakt heeft, opdat zij evengoed een ridder hebben zou als
+haar oudere zuster. Haar vader laat haar een mouw van rood fluweel
+maken, die het kind de volgende morgen zelf haar ridder brengen moet
+om in de strijd op zijn lans te dragen, zoals dat gewoonte was, en zij
+kan van ongeduld haast niet slapen, staat ook vroeg op en brengt hem
+de mouw. Met kloppend hart volgt zij haar ridder in het gevecht en
+is verrukt te zien dat hij haar zusters kavalier geheel in de schaduw
+stelt, en wanneer hij thuiskomt staat zij aan zijn stijgbeugel om hem
+te bedanken. Gawein moet verder de wereld in maar belooft voor haar
+als haar ridder te komen strijden, wanneer zij in haar nood hem een
+boodschap zendt en het kleine meisje kust zijn voet opdat hij aan haar
+zal denken waar hij ook komt (Chrestien's »Perceval" en Wolfram's
+Parzival).
+
+Of het zeer jonge meisje dat nieuwsgierig de wereldt inkijkt, maar nog
+jonkvrouwelik schuchter, niets van de liefde weten wil. Haar vader heeft
+haar opgedragen om de vreemde gast zo goed mogelik bezig te houden en
+zo neemt zij hem dan ook bij de hand en wijst hem in het kasteel rond.
+Hij vraagt haar uit of zij al een vriend heeft, maar zij antwoordt
+wijsneuzerig dat de tijd voor zulke gekheid nog niet gekomen is; als
+zij wou had ze al heel goed een »ami bel et gent" kunnen hebben, maar
+daar heeft ze nu nog geen zin in. Maar daarentegen wil ze graag mensen
+ontmoeten die de liefde gekend hebben en daarvoor geleden hebben, zodat
+zij op die manier wat ervaring in dat opzicht op kan doen. Glimlachend
+luistert de ridder naar dat voorzichtige jonge meisje en maakt haar een
+paar komplimentjes (Chrestien's »Perceval").
+
+Dan lezen we van een bakvisje dat haar eerste kleine hartewonde krijgt.
+Het is de uitverkorene van haar nichtje op wie zij in stilte verliefd
+wordt. Zij heeft hem helpen oppassen en aan zijn ridderdracht naaien
+en »zolang heeft zij nu naar zijn ogen en zijn gezicht gekeken, en
+zijn handen en zijn lichaam dat het haar wee begint te doen." De ridder
+ziet dat wel, maar vindt dat het haar alleen maar goed kan doen iets
+van hartsverdriet te leren kennen. Zij is er altijd bij om hem zijn
+wapenrusting aan te helpen trekken; hoe zwaar het haar ook valt, is het
+haar toch aangenaam met iets van hem bezig te zijn. Hoe meer het huwelik
+nadert, des te dieper wordt de stille smart van het meisje; zonder iets
+te zeggen legt zij haar zuster's hand op haar hart, opdat zij merken zal
+hoe haar het harte klopt. Maar de ridder heeft toch goed gezien, het
+was alleen maar een »proefpijltje" dat Amor op haar afgezonden had om
+haar kinderhart te wekken. Wanneer een arme maar uitstekende ridder even
+daarna om haar komt met de klacht dat hij haar helaas geen rijkdom heeft
+aan te bieden, antwoordt zij: »Mijn liefde hangt niet aan goed of geld,
+maar behoort een ridder even beminnelik als dapper." Terwijl zij dit
+zegt,--waarschuwt nu de dichter--denkt zij nog aan haar aangebeden
+ridder, maar meer en meer gaan haar gedachten toch naar de ander. En het
+duurt niet lang voor die haar hand en hart gewonnen heeft (Parthenopaeus
+van Blois).
+
+En tegenover het heel jong meisje staat de even jeugdige knaap, de
+page,--»le valet" of »das Kind". Het is als de verliefdheid van een
+student en een jong meisje in onze tijd--die schuchtere liefde tussen
+Alexander en Soredamor, waar bij een moederlike vriendin ze te hulp moet
+komen. Zij is de hofdame van de koningin en hij een vreemde vorstenzoon,
+op bezoek aan 't hof; zij zijn beiden--voor de eerste maal--verliefd,
+tot over de oren, maar ze generen zich gruwelik voor elkaar. Op een
+avond in gezelschap zitten ze bij elkaar, maar hij houdt zijn hand onder
+zijn gezicht en zegt niets, en zij wou graag tegen hem spreken, maar
+hoe zal zij hem noemen? Hoe zoet zou het niet zijn als zij hem »vriend"
+durfde noemen--maar heeft ze daar recht op? een ding weet zij wel, dat
+als hij haar »vriendin" noemde, dit geen onwaarheid zou zijn. Maar
+waarom hem niet bij de naam noemen? Maar die heeft zo veel en zulke
+zware lettergrepen, zij voelt dat zij in haar bedeesdheid er midden in
+zou blijven steken. Als zij dat gemakkelik en liever »mon doux ami" er
+maar uit kon krijgen... De koningin krijgt dikwels bezoek van de prins
+en daar mag Soredamor dan bij zijn; de koningin heeft hem een met goud
+gestikt kleed ten geschenke gegeven en daar heeft Soredamor aan helpen
+borduren zonder te weten voor wie het bestemd was. Uit de aardigheid
+heeft het jonge meisje van haar eigen guldenhaar tussen het gouddraad
+ingewerkt en wanneer zij eens op een dag met z'n drieën bij elkaar
+zitten en de koningin naar Alexanders kleed kijkt, ontdekt zij het
+gouden haar; het gouddraad er naast wordt geheel door de glans er van
+overtroffen. Glimlachend roept zij het jonge meisje er bij, alle twee
+worden om beurten rood en wit en weten uit puur geluk dat ze zo dicht
+bij elkaar zijn niet hoe ze zich zullen houden en de koningin die dit
+ziet, begrijpt nu alles en vertelt hun wat hun scheelt. »Kijk eens naar
+dat kleed," zegt zij, »en vertel wie daar aan gewerkt heeft en of zij
+er niet iets van haar zelf bij gegeven heeft." En Soredamor is tegelijk
+verrukt en ongelukkig dat ze nu met de verklaring voor den dag moet
+komen, maar Alexander kan zich nauweliks inhouden om het gouden haar
+niet, waar zij beiden bij zijn, te kussen (Chrestien: »Cligès").
+
+Alles lokte ook tot liefde,--de gehele atmosfeer van de ridderhoven was
+vol van liefde. Op alle muren en wandtapijten trof het oog scènes uit
+Ovidius of uit »Tristan en Isolde",--een Duits gedicht »Het Gordijn"
+behandelt een hele serie van dergelijke liefdegeschiedenissen die op een
+bedgordijn afgebeeld waren. Op ivoren kammen en toiletdozen vond men
+zoetige, kleine Amorbeeldjes, op drinkbekers stond te lezen: »Liebes
+langer Mangel--das ist der Herzen Angel", op gespen kon men (antieke?)
+stenen vinden met Amor en Venus er in uitgesneden; verzen over de »zoete
+moeite van de liefde" waren met kralen op de klederen der ridders en hun
+dames geborduurd. Om liefde speelt men en van liefde zingt men, en de
+romans zijn het meest geliefde tijdverdrijf voor allen. Menige ridder
+gaat het als de Heer van Gravenberg van wie het heet dat hij de gehele
+dag op zijn kamer romans zit te lezen over avonturen en liefde, en
+iedereen is het er over eens dat het lezen van romans de beste opvoeding
+voor de jeugd is en de ouderen van dagen van alle »vilainie" afhoudt.
+»Men mint beter als men over liefde hoort zingen en lezen" en het is
+door die roman dat de jonge knaap leert dat het nu tijd voor hem is om
+er op uit te trekken en een »voorwerp" te zoeken. Romans en leerdichten
+vertellen van de verschillende soorten van liefde: »twingende minne"--de
+woeste passie der zinnen, die »glibberig als ijs" is en de »hohe minne",
+die van het hart. Van de lage liefde die aan het verlangen naar geld
+te danken is, de grote die door de goede naam der dame ontstaat, en de
+allerbeste liefde,--dat is de »goedwil" (bonne volonté) die plotseling
+uit het diepste van het hart opwelt. Van de verschillende stadiën van de
+liefde: het ontwaken er van, het dieper worden er van, door de zekerheid
+dat men weder bemind wordt en de consumatie er van wanneer men gekomen
+is tot »le baiser et l'accoler". Hoe een man merken kan of een dame hem
+liefheeft; zij durft zich natuurlik niet het eerst uitspreken, maar als
+zij met het oog half toe geloken, ietwat knipogend hem een blik van
+helderste zonnestralen toezendt, is dit een zeker teken. Ook de dame
+krijgt allerlei lessen hoe zij haar aanbidder op de proef kan stellen,
+hoe zij hem geleidelik hoop mag geven--welke kleine geschenken zij,
+zonder zich te compromitteren kan aannemen--hoe zij, in geval van
+geheime correspondentie met bleke inkt moet schrijven en alleen op
+kleine wassen tafelen waar het schrift onduidelik is, evenals zij
+altijd van zich zelf als _hij_ en van haar minnaar als _zij_ moet
+spreken,--hoeveel van haar lichaam zij haar aanbidder mag laten zien
+en aanraken; ook allerlei intieme voorschriften voor de verschillende
+stadia van haar overgave en de aestethiek van het eroties genot.
+
+Met alle mogelike variaties is het referein dat »de jonge man die
+niet lief heeft, verspilt zijn tijd", en »de dame die niet iets of wat
+zondigt, waar zou die later wanneer ze ouder geworden is, berouw over
+hebben?"--Bovendien: is liefde zonde, dan brengt die zonde toch zoveel
+goeds met zich, dat God die licht vergeeft. »Pitié" is het de plicht
+van alle Kristenen, vooral van de vrouwen aan den dag te leggen, het
+is tegen de natuur dat een vrouw zich hard en ongevoelig zou tonen, het
+is niets minder dan doodslag om een aanbidder tot wanhoop en zelfmoord
+te brengen door zijn smeekbede niet te verhoren. Hoe was het niet dat
+een oude vrouw (in de »Gesta Romanorum") een al te ongevoelig meisje
+een doodsschrik op het lijf joeg door haar een hond te laten zien die
+niemand anders was dan haar eigen dochter, die God in een hond veranderd
+had tot straf dat het meisje haar aanbidder zelfmoord had doen plegen!
+Zo had ook een ridder eens buiten een schare vrouwen gezien, die, in
+lompen gehuld met gewonde, nakende voeten op uitgehongerde, zwarte
+paarden door het bos reden,--dat waren vrouwen die gedurende hun leven
+niet hadden willen liefhebben en die nu zo gestraft werden, terwijl er
+een andere schare aan kwam rijden, schoon versierd met rozenkrans en op
+krachtige witte paarden, elk in een zoet gesprek met een vriend; dat
+waren zij die zo beloond werden voor een leven, gewijd aan fijne
+ridderlike liefde.
+
+Van een dergelijke liefde berichten de romans en de berijmde verhalen
+uit die tijd in het oneindige. De motieven worden midden uit het leven
+van »de hogere kringen" genomen en dikwels worden de verhalen door
+bekende met name genoemde personen verteld; veel van de verhalen uit
+Provence geven zich gewoon uit voor biografieën van troubadours en vele
+geschiedenissen worden ook aan de naam van adelike Noordfranse of Duitse
+minnezangers vastgeknoopt. Soms zijn het niets dan anekdoten van een
+stukje courtoisie, een geestig antwoord of een galant idee. Bijvoorbeeld
+een verhaal van een liaison tussen een troubadour, Guillaume van
+Cabestaing en de Gravin van Roussillon en hoe haar zuster zo goed de
+schijn op zich laadt dat zij de geliefde van de troubadour is, dat
+haar zuster feitelik jaloers wordt. Hoe een ridder, vermoeid van een
+toernooi, zich verslaapt en daardoor een geheime ontmoeting met een dame
+mist, maar hoe galant en spirituëel hij haar zijne verontschuldiging
+aanbiedt, zodat alleen zij verstaat wat hij bedoelt en hem vergiffenis
+schenkt. Een soort »Proverbe", als van de Musset, heeft men in de kleine
+»lai de l'ombre". De dame heeft aan een ridder die haar sterk het hof
+maakt, weerstand kunnen bieden, maar nu heeft hij, zonder dat zij het
+weet onder menig een »bel mot plaisant et poli" zijn ring aan haar
+vinger weten te schuiven. Dat ontdekt zij later en eist dat hij die
+terug zal nemen. Zij zitten op de rand van de put in de burchttuin, als
+hij genoodzaakt wordt de compromitterende ring aan te nemen; »die is er
+niet zwarter op geworden door aan zulk een schone vinger te zitten,"
+zegt hij droevig glimlachend en als hij haar beeld zich op de bodem
+van de put in het water ziet spiegelen, voegt hij er bij dat hij die
+nu ook niet meer dragen wil, maar dat zijn lieve vriendin de ring nu
+moet hebben, zij, die hij, na haar, het liefste heeft. De dame is ietwat
+vertoornd er over dat hij zo een ander op de achtergrond schijnt te
+hebben, maar op hetzelfde ogenblik werpt hij de ring in het water voor
+haar beeld. »Zie, nu mijn dame de ring niet wil hebben, is die voor
+haar daarginds", »Welk een gelukkige inval," zegt de dichter, »was die
+galanterie niet!" De dame kijkt naar beneden in de put en wordt geroerd:
+»Uwe zoete woorden en uw grappig idee en het geschenk dat gij mijn beeld
+geschonken hebt, doen mij geheel anders hierover denken; daar hebt gij
+mijn ring: ik veronderstel dat gij er niet minder op gesteld zult zijn,
+al is die ook minder fraai dan die welke gij opgeofferd hebt."
+
+Een werkelike echtbreuk-roman is de Provençaalse »Flamenca". De jonge
+Guillaume de Nevers heeft zo veel horen spreken van Flamenca, de vrome,
+jonge echtgenote van de brutale Seigneur de Bourbon, dat hij het besluit
+neemt de ongeziene Schone lief te hebben. Hij neemt een kamer in een
+herberg vlak tegenover de burchttoren, waarin zij opgesloten gehouden
+wordt, en geïnspireerd door de nabijheid der geliefde, groeit zijn
+romantiese liefde voor haar aan tot dweperij van de zelfde telepatiese
+aard als die wij bij Tristan tegen zijn gekomen. Wanneer hij vanuit zijn
+venster naar haar toren kijkt, valt hij in een soort bezwijming en in
+die tijd is zijn ziel bij haar in de toren en houdt haar in de armen
+zonder dat zij 't zelf vermoedt. Slechts na enkele ogenblikken ziet zijn
+bekommerde dienaar een glimlach over het bewusteloze gezicht spelen en
+de geest er langzamerhand weer in terugkeren, met een weerspiegeling
+over zich van het geluk dat die genoten heeft. Om met de dame in
+verbinding te komen weet hij van een gewillige priester de toelating te
+verkrijgen de koordienst in de kerk te verrichten waar zij de mis hoort,
+en dat hij het werk van de geestelike op zich mag nemen die rondgaat en
+de gemeente het brevier laat kussen. Bij dat werk heeft hij allerlei
+ogenblikken van verrukking. Wanneer hij het zonnelicht op Flamenca's
+haar ziet vallen, jubelt hij met zijn schone stem dubbel mede in het
+koorgezang. Wanneer zij haar hand ontbloot om het teken des kruises te
+maken, dan loopt het de minnaar als ijs langs de rug »alsof men in al te
+koud water baadt". Nu waagt hij het een eigenaardig soort van gesprek in
+te leiden, wanneer hij haar het brevier tot kussen aanbiedt. De eerste
+keer zucht hij alleen maar diep, en thuis gekomen vertelt Flamenca haar
+maagden van die schone geestelike en zijn zuchten, waarop de meisjes
+dadelik gereed staan met hun raad: de volgende maal moet zij vragen
+waarom hij zo zucht. En zo ontwikkelt zich het gesprek, elke keer dat
+zij in de kerk komt slechts een paar woorden van een der beide partijen
+en telkens wordt er thuis in het vrouwenvertrek ijverig gedebatteerd,
+wat de geestelike gezegd heeft en hoeveel aanmoediging hun meesteres
+hem de volgende keer in haar antwoord geven mag, totdat zij elkaar
+langzamerhand beginnen te begrijpen en afspreken hoe de echtgenoot het
+best bedrogen zal kunnen worden.
+
+In Noord-Frankrijk worden de minneliederen van de Heer van Coucy aan de
+Vrouwe van Fayel het onderwerp van een hele roman die wij gedeeltelik
+terugvinden in de allerliefste »Herzmäre" van Koenraad van Würzburg. Die
+eindigt met het barbaarse sage-motief dat men ook in Indiese en Keltiese
+en vele andere sprookjes vindt,--dat de echtgenoot zijn vrouw het hart
+van haar minnaar te eten geeft en haar dan, als het op is, vertelt
+wat voor een lekkernij zij voor zich gehad heeft, waarop zij zweert
+van nu af geen voedsel meer tot zich te nemen. Maar afgezien van dit
+tragiese slot beweegt de historie zich geheel en al in de vormen van het
+geciviliseerde hofleven en schetst de verhouding der twee hoofdpersonen
+door alle gewone fases heen, van het eerste bezoek af waar zij, in
+de afwezigheid van haar gemaal, het gesprek een andere draai geeft
+telkens wanneer zij vrezen moet dat de Heer van Coucy aan tafel met
+zijn liefdesverklaring voor den dag zal komen, tot op het ogenblik dat
+een andere dame, wier avances de ridder afgewezen heeft, eens met de
+scherpzinnigheid van de jalousie de blikken opvangt die de geliefden
+elkaar in 't geheim toewerpen en alles aan de echtgenoot verklikt.
+
+Maar liefde die met het huwelik in konflikt komt is nu niet langer
+het enige wat interesseert. Men heeft nu het konventionele standpunt
+verlaten van het geloof dat de poëtiese ridderlike liefde niet met het
+proza van het huwelik samen kan gaan; een fijnere moraal begint zich
+aan het halve en het valse in gestolen liefde te stoten en een inniger
+opvatting der liefde tracht tot solieder, zekerder huwelikstoestanden
+te leiden. Men zal zich herinneren hoe de echtgenote in het gedicht
+van Marie de France »Eliduc" haar recht op haar eigen echtgenoot opgaf
+ten voordele van de verbinding die hij in 't buitenland aangegaan had,
+ofschoon hij wist dat hij elders gebonden was. Op dit gedicht van
+Marie schreef Gautier van Arras een roman maar met karakteristieke
+veranderingen. Ille verlaat zijn innig geliefde vrouw Galeron uit
+wanhoop dat hij bij een toernooi zijn ene oog kwijt is geraakt; hij kan
+niet geloven dat zij steeds liefde zal kunnen blijven voelen voor iemand
+die zo ontsierd is, en trekt stil weg naar een vreemd land. Een zeer
+onhandig idee, dat blijkbaar in verband staat met een oordeel in het
+boek van Andreas Capellanus over de »Kunst der Liefde" en ook weer
+gevonden wordt in een Duits gedicht: »De getrouwe Echtgenote"; maar er
+moest iets zijn om Illes vertrek van zijn huis te verklaren. Ille komt
+te Rome en maakt zich zo verdienstelik dat de Paus en de keizer hem een
+geschikte partij vinden voor de dochter van de keizer. Maar het is
+alleen op de verantwoording van de Paus en na lang Galeron gezocht te
+hebben, die intussen ook haar tehuis verlaten heeft, dat Ille in het
+nieuwe huwelik toestemt, en wanneer dan Galeron in de St. Pieterskerk
+opduikt, juist op het ogenblik dat de bruidsstoet daar aankomt, bedenkt
+Ille zich geen ogenblik om de keizerdochter in de steek te laten en met
+zijn vrouw naar huis te trekken, niettegenstaande die bereid is hem op
+te geven. Eerst na jaren geeft Galeron zich na een gevaarlike bevalling
+aan God en wordt non, en nu kan Ille zich met zijn geliefde prinses
+laten verenigen. Het verschil ten gunste van Marie wat betreft de morele
+verantwoordelikheid en fijngevoeligheid is duidelik.
+
+Nog duideliker is het dat de Cligès van Chrestien als een morele
+tegenhanger van de Tristan-romans bedoeld is. Evenals hier wordt ook
+in de Cligès een neef verliefd op de bruid die hij voor de koning,
+zijn oom, gaat halen. Maar behalve dat Cligès volstrekt niet door
+dankbaarheid aan zijn oom gebonden was, zoals dit met Tristan het geval
+was,--integendeel is zijn erfrecht op de troon door zijn oom met geweld
+terzijde gezet--verklaart ook Felice, de koningin, dadelik uitdrukkelik
+dat zij niet, wat Isolde zo met vreugde deed, haar lichaam tussen
+echtgenoot en minnaar wil delen: »hij die het hart heeft, zal ook het
+lichaam genieten." En zo geeft zij zich ook pas aan Cligès, wanneer haar
+min, die de kunst der toverij verstaat, de keizer een toverdrank gegeven
+heeft die maakt dat hij het huwelik niet heeft kunnen consumeren. En
+de twee gelieven zoeken dan ook niets beter dan een openbaar, wettig
+huwelik voor de verborgen liaison in de plaats te stellen, wat hun dan
+per slot van rekening ook gelukt, als de keizer uit de weg geruimd is.
+Maar zelfs als echtgenote--heet het, volkomen tegen de wetten van de
+ridderlike erotiek indruisend--bleef zij zijn dame en vriendin. Zo
+antwoordt ook de echtgenote in »Erec en Enide" demonstratief aan iemand
+die haar vraagt of zij de vrouw of de vriendin van de held is:
+»Echtgenote èn vriendin."
+
+In vele romans van de 13de eeuw kan men nagaan hoe de verfijning van de
+erotiese moraal en het dieper en inniger gevoel dat voor de andere min
+in de plaats komt, als vanzelf van de konventionele troubadourliefde tot
+het huwelik voert. De vorstenzoon, Durmart le Gallois, die begint met
+een losse verbintenis met de vrouw van den drossaete, ondergaat b.v.
+langzamerhand een morele loutering en opvoeding en eindigt met zijn
+dame, de Ierse vorstin, de hand voor het altaar te reiken. »De meesten,"
+zegt de dichter, »laken hem die met zijn minnares trouwt, maar die
+voelen de ware, echte liefde niet, want hoger is dàt geluk te achten
+dat onverminderd genoten kan worden, dan dat hetwelk men slechts voor
+een ogenblik leent, en het moet voor ieder zéér pijnlik aandoen zijn
+vriendin vlak voor zijn ogen door een ander te moeten zien kussen en
+omhelzen." En vooral in Duitsland bezingen de voornaamste dichters
+eigelik steeds de lof van het huwelik ten spijt van de conventie der
+riddererotiek, terwijl de leerdichten als in de geest van Luther
+verklaren dat het hoogste geluk in de wereld is een goede en trouwe
+vrouw te bezitten en dat de wil van man en vrouw »van het hart en tot
+het hart gaat".
+
+Ook uit menig andere conventie der ridderromantiek ziet men zich
+langzamerhand een fijnere en gezonder liefdemoraal ontwikkelen.
+B.v. uit de argumenten tegen die echtgenoten welke zonder het minste
+vertrouwen op hun vrouw, dadelik in alle laster tegen hen en hun eer
+geloven--gelijk in de »Roman de la Violette"--uit de oppositie tegen
+de dames die de ridder tot speelbal van hun luimen maken en hen die ze
+liefhebben door hun grillen plagen; of wel wendt dan de ridder zich ten
+slotte van haar af, als hij genoeg heeft van haar koketterie, of wel
+betaalt hij haar in gelijke munt door haar liefde op een dergelike proef
+te stellen, als die waarmede zij hem in haar koketterie geplaagd heeft.
+Allerliefst bestaat beider liefde de proef in een klein verhaal: »De
+drie ridders en de mantel." De dame heeft haar drie aanbidders gezegd
+dat zij hèm voor zou trekken, die bij een toernooi haar mantel wil
+aantrekken in plaats van een wapenrusting. Slechts bij één der drie is
+de liefde daar sterk genoeg voor en hij komt zegevierend terug, maar
+met zware wonden. Maar nu verlangt hij van haar dat zij op een feest die
+bloedige mantel over haar feestdracht dragen zal. En haar liefde is even
+sterk als de zijne, zij offert haar ijdelheid op evenals hij zijn leven
+op het spel gezet had.
+
+Of men lette op hoe vaak morele fijngevoeligheid en hooggespannen
+idealisme de ridderroman op zijn best in het oude feeën-motief leggen
+kan, dat wij al zo dikwels hebben zien behandelen: de ridder die
+verraadt dat hij in het geheim de gunst van de fee genoten heeft. In de
+»Parthenopaeus van Blois" is de fee tot een prinses van Konstantinopel
+geworden, die de toverkunst machtig geworden is, haar minnaar is de
+jonge ridder van Blois. Wanneer hij er zich toe laat verleiden haar
+gebod van geheimhouding te overtreden, verbant zij hem uit haar ogen,
+niettegenstaande al zijn berouw en de smeekbeden van haar zuster; haar
+verwond hart, haar teleurgesteld vertrouwen vloeien over van smart en
+boosheid. »Zuster," zegt zij, »gij kent de liefde slecht, de liefde met
+haar vreugde en smart; één enkele smart die een vriend ons berokkent,
+doet meer kwaad dan vijf die een vijand ons veroorzaakt." Maar even diep
+is dan ook haar berouw en haar zelfverwijt, als het blijkt dat zij hem
+tot vertwijfeling gebracht heeft. »Wie zijn vriend hoogmoedig afwijst,
+wanneer hij onder tranen om genade bidt," zegt zij, »moet niet éénmaal
+sterven, maar langzaam de uitterende dood voelen naderen." Eerst wanneer
+beiden door hun beproevingen gelouterd zijn, worden zij voor goed
+vereenigd.
+
+Dit feeën-motief wordt geheel in de werkelikheid opgenomen in de kleine
+vertelling van »La Châtelaine de Vergy",--misschien de fijnste bloem der
+ridderpoëzie. Misschien ligt er iets dat werkelik aan het Bourgondiese
+hof gebeurd is aan ten grondslag. Aan het hof van een Hertog leeft een
+jong ridder, de lieveling van de vorst en de vreugde van het hof. Ook de
+hertogin werpt haar ogen op hem; lang tracht zij hem zeer diskreet haar
+gunst te tonen, en in fijne, passende bewoordingen geeft zij hem haar
+gevoelens te kennen, maar hij doet haar in alle hoffelikheid begrijpen
+dat hij er niet over kan denken het vertrouwen van zijn meester te
+beschamen. En nu gaat de hertogin diep gekrenkt naar haar echtgenoot
+om de knaap te belasteren en te zeggen dat hij haar met oneerbare
+bedoelingen heeft trachten te naderen. De hertog kan zijn oren nauweliks
+geloven en hij laat de ridder nu alleen bij zich komen om hem aan een
+verhoor te onderwerpen; het is duidelik dat de jongen verliefd is,
+maar hij zweert dat hij onschuldig is en de hertog wil hem heel graag
+geloven, maar op wie kan het dan zijn dat hij verliefd is? Slechts als
+hij hem dat wil zeggen, kan hij zijn wantrouwen doen verdwijnen. En
+zo lang dringt hij aan en zo ongelukkig voelt de knaap zich dat hij
+in een vals licht voor zijn meester zou staan, dat hij ten slotte
+met het geheim voor den dag komt: het is de nicht van de hertog, de
+Burchtgravinne van Vergy en hij die elkaar al lang in het geheim bemind
+hebben, maar ze hebben gezworen er het stilzwijgen over te bewaren.
+De vorst zweert van zijn kant dat het geheim niet over zijn lippen zal
+komen en neemt de gelegenheid waar, om, ongezien, de ontmoeting van
+het jonge paar in de tuin bij te wonen. Hoger dan ooit te voren staat
+de jongeling nu bij de hertog in de gunst, wat, gelijk te verwachten
+was, de verbazing en zelfs de verbittering van de hertogin wekt. In
+een vluchtig geschetst nachtelik idyllies ogenblik weet de jaloerse
+vrouw eindelik haar gemaal met moeite het geheim te ontlokken. Zij,
+een hertogin, versmaad voor een simpele burchtgravin,--dat is een
+belediging, die gewroken moet worden. Kort daarna is er een groot feest
+aan het hof van de hertog en onder de gasten uit de buurt is ook de
+burchtgravin. Vriendelik wordt zij door de hertogin ontvangen, maar
+wanneer de dames zich na het middagmaal teruggetrokken hebben om zich
+voor het bal te kleden, dan kan de gastvrouw niet nalaten met een kleine
+hatelikheid voor den dag te komen die de jonge vrouw het hart doorboort,
+omdat die het haar duidelik maakt dat haar geliefde hun geheim verraden
+heeft. Als de andere dames die niets gemerkt hebben, ten dans gaan,
+trekt zij zich, diep in 't hart getroffen, in een kleine kleedkamer
+terug: zij is verraden door haar minnaar, verraden aan de hertogin,--dus
+is zij het nu die hij liefheeft. Zij werpt zich op een bed en onder
+wenen en klagen breekt haar hart van verdriet met de woorden: »Gode
+beveel ik u, zoete vriend." Ondertussen heeft haar ridder haar overal
+bij de dans gezocht en in de vertrekken; eindelik vindt hij haar op het
+bed in die kleine kamer. Zijn kwade geweten doet hem reeds vermoeden
+wat er gebeurd is en dat wordt hem door een kamermeisje bevestigd die
+de dame heeft horen klagen, en als de rest van het gezelschap aan komt
+ijlen, wordt de ridder, doorboord door zijn zwaard, op het lichaam
+van zijn geliefde gevonden. Maar de vorst trekt het zwaard uit het
+lichaam van de dode en midden onder het feest stoot hij het in zijn
+vrouw,--daarop neemt hij het kruis en trekt naar het heilige land.
+
+Alles wat de ridderromantiek aan fijne kennis van het maatschappelik
+leven kent en fijne aristokratiese mensenkennis, komt rein en schoon in
+deze kleine berijmde vertelling voor den dag, die nog heden ten dage
+geleefd en gedicht had kunnen worden.
+
+
+
+
+XXI.
+
+HET EINDE DER RIDDERROMANTIEK.
+
+
+Gelijk de glanstijd van de ridderadel, duurde ook de bloeitijd van de
+ridderromantiek slechts zeer kort. In het laatst der middeleeuwen was
+het de kerk, de universiteit en de burgergeest die het geestesleven
+zouden beheersen. Deze drie machten waren het die in de 14de en 15de
+eeuw de dood van de ridderromantiek veroorzaakten.
+
+In de latere Graalromans zagen wij haar in de dienst treden van de
+kristelike mystiek en ascetiese monnikengeest. Lancelot en Guenievre
+doen ten slotte boete in cel en kluis; Perceval ligt »bevend als een
+blad" aan de zijde van zijn vrouw die hij voor God en de mensen getrouwd
+heeft, van pure vrees de vreugde des hemels te missen, als hij zich
+aan vleselike lust overgeeft; heilige mirakelen en de valstrikken des
+duivels omgeven de maagdelike Galaad bij zijn zoeken naar de Graal; en
+in het Duitse gedicht »De jonge Titurel" worden de Graal-tempel en de
+Graal-dienst tot een mysties symboliese idealisering van het nieuwe
+Gotiese kerkgebouw en de kristelike godsdienst. Handige geesteliken
+beginnen over het algemeen de wereldlikheid tot de Ere Gods te wenden,
+door de ridderromans en de minneliederen of de »ars amandi" te
+»moraliseren" en te »spiritualiseren" en ze tot geestelike allegorieën
+te maken; er worden »geestelike toernooien" en ridderromans geschreven
+over de reis naar de Hel en het Paradijs. Menig ridderlik dichter kreeg
+zelf scrupules: zowel Chrestien de Troyes als Hartmann von Aue schreven
+legenden als boetedoening voor hun ridderromans en meer dan een
+minnezanger eindigde op een kruistocht of in het klooster. In het
+gedicht van Konrath von Würzburg, »'s Werelds loon", krijgt een
+ridderlik minnezanger bezoek van »Frau Welt" die hij steeds gediend
+heeft, haar schoonheid en beminnelikheid betoveren hem volkomen, maar
+als zij zich omkeert, ziet hij hoe haar rug geheel opgegeten is door
+vergiftige slangen, en vol walging maakt hij zich nu van haar af en
+neemt het kruis.
+
+Nog werkzamer middelen dan allegorieën en waarschuwingen werden tegen
+de verwilderde kinderen der wereld gebruikt. De 13de eeuw is die van
+Innocentius III en Lodewijk de Heilige, van de orden der bedelmonniken
+en van de Inquisitie; de 14de eeuw is die der mystiek, van de zwarte
+dood, en van de geselbroeders en noch in de ogen van Lodewijk de
+Heilige, noch in die van Bonaventura, zou de roman van Lancelot genade
+kunnen vinden die Paolo en Francesca tot »de zoete zonde" verleidde.
+Vooral was het de schone jolige ridderkultuur van geheel Zuid-Frankrijk
+die vertrapt werd, toen het kruisleger van Simon de Montfort als een
+gesel Gods zich over de ketterse steden en het land der troubadourhoven
+stortte. »Ik was gewoon aan zang en vrolikheid, aan ridderlikheid en
+vriendelikheid, klaagt de troubadour,--de wereld was vrolik en de
+vrouwen mooi en lief en een ieder legde zich slechts toe op wat edel was
+en schoon. Maar nu is alles veranderd, ik word gelaakt en veroordeeld
+voor alles waar ik vroeger voor geprezen werd en nu zegt men dat gulden
+stoffen niet voor vrouwen passen en dat men de genade Gods vinden
+zal door witte pijen en zwarte kleêren." Zeer plotseling verstomde
+de rijke fijne zangkunst of moest zich voor moraliserende leerdichten
+laten gebruiken, slechts een paar troubadours waren er voor te
+vinden om de liefdelyriek te gebruiken voor de verkondiging van
+een platonies-kristelike, mysties-spiritualistiese godsdienst der
+liefde,--zoals die zich later verder ontwikkelde uit de Italiaanse
+renaissance-lyriek, in Dantes »Vita nuova" en Petrarca's »Canzoniere".
+
+Intussen kwam de kerk zelf ook met een literatuur voor den dag die het
+publiek interesseerde. Van de ridderromans wendde men zich tot de
+»Legenda Aurea", Bonaventura's »Beschouwingen", Jacques de Vitry's
+verzameling van stichtelike »exempelen" en door de boetpredikanten
+die uit het volk voorkwamen en vóor het volk spraken, zowel als door
+de grote mysteries werd het kermispubliek toch meer en meer van de
+speellieden en de »conteors" afgetrokken.
+
+Maar tegelijkertijd kreeg de ridderromantiek het hard te verantwoorden
+op de Universiteit,--door de geleerdheid en de scholastiek. Een
+geografiese en natuurwetenschappelike literatuur in de volkstaal zou
+weldra de ridderromans geheel overtreffen door haar verhalen over
+alle merkwaardige landen en volkeren, van alle wonderbare planten en
+dieren en mirakuleuze stenen. De romantiese fantasiehonger had zich
+langzamerhand ontwikkeld tot een werkelike dorst naar wetenschap en tot
+een ontwakende drang naar onderzoek, en allerlei soort »Mappemondes",
+»Miroirs du monde", bestiarieën en lapidarieën of de reisbeschrijvingen
+van een Marco Polo en Mandeville trokken weldra de belangstelling
+sterker tot zich dan de merkwaardigheden van de Alexanderromans of de
+Parzivalgedichten. Op dezelfde manier leidden de ridderromans tot een
+historiese literatuur die meer en meer de belangstelling van die romans
+af, en tot zich trok. Reeds de schrijver van »de roman van Troje" begon
+op zijn ouden dag een kroniek der Normandiese Hertogen te schrijven, en
+gebruikte de kleuren der ridderromantiek om te beschrijven hoe hertog
+Richard tot ridder geslagen werd of de liefdegeschiedenis te vertellen
+van Robert van Normandië en het schone burgermeisje dat hij aan de
+was had zien staan. In Villehardouin, in de werken van de Minstreel
+uit Rheims, en later in de kronieken van Froissart ontwikkelt zich
+een ridderlik romantiese kunst om de geschiedenis te schrijven, met
+schitterende beschrijvingen van de feesten der Bourgondiese hertogen
+en het hofleven der Engelse Plantagenets of van de heldenfeiten en de
+Oosterse lust naar avonturen op de kruistocht naar Konstantinopel. De
+overgang van roman naar historie komt duidelik aan den dag in een werk
+als de »Roman de Hem" van een Sarrasijn in de 13de eeuw. Feitelik is
+dit niet anders dan een uitvoerige beschrijving van een toernooi,
+dat de dichter bijgewoond heeft, hij beschrijft alle deelnemers
+onder hun werkelike namen, ofschoon in een gril zijner fantasie een
+paar Arthurridders er bij gehaald worden. In zijn inleiding prijst de
+schrijver ook bizonder die dame op wier bevel het gedicht geschreven
+werd, omdat zij niet is gelijk die dames die zich allerlei leugens »bij
+elkaar laten lappen die de geest alleen maar bederven", maar die zulke
+»romans d'aventure" als »Cligès" en »Parcival" versmaden.
+
+Maar het was toch vooral de didaktiek en de scholastiek die van de
+Universiteit komende, de ridderromantiek zouden verstikken. Er was,
+zoals wij al gezien hebben, reeds vroeg een scholasties element in de
+minnepoëzie der troubadours gekomen en in zelfstandige leerdichten
+zowel als overal in de ridderromans waren er stukken te vinden waar
+men een lesje in de ridderlikheid en de hoofsheid kon krijgen. Meer en
+meer verdroogt nu echter dat frisse gevoel in de lyriek en verdwijnt
+de levende fantasie uit de romans en in plaats daarvan komen morele
+allegorieën en een spitsvondige dialektiek in die lyriek, in de
+romans en nog meer in de zelfstandige leerdichten. Reeds in de jongste
+klassiciteit floreerden erotiese en morele allegorieën--het slot van
+Venus en de rechtbank van Venus, vrouw Philosophia die Boethius in zijn
+gevangenis komt troosten, of de bruiloft van Philologia en Mercurius
+bij Martianus Capella--en meer en meer ziet men die allegorieën in de
+theologie der middeleeuwen verschijnen, en daaruit dringt nu de zin om
+eigenschappen te personifieren en abstrakte begrippen af te beelden in
+de wereldlike ridderpoëzie door, in Noord- en Zuid-Frankrijk zo ook
+als in Duitschland. De Godin der Liefde zit in haar paleis omgeven
+door Vreugde, Schaamte, Hoop enz. en houdt een leerrijke voordracht
+voor hen. De dichter ontmoet op zijn wandeling allerlei allegoriese
+personen en heeft leerrijke gesprekken met hen. Of wel wordt de
+belegering van »de Burcht der Liefde" in alle stadia geschilderd. Het
+is vooral in Noord-Frankrijk--Parijs was immers de hoofdzetel van de
+Scholastiek--dat wij de moraal der ridderlikheid aanschouwelijk zagen
+maken door de allegorie, of het wezen der liefde in zijn bestanddeelen
+zagen oplossen die alle allegories gekleed waren. En wij zagen ook hoe
+in het leerboek over de »gepaste" liefde »De arte honeste amandi" van
+de Kapellaan Andreas, de regels van de ridderlikheid en de ridderliefde
+gesistematiseerd waren, als wetten werden geformuleerd en subtiel
+in scholasties-juridiese geest vertolkt; in een gedicht als »het
+Dierenboek der Liefde" van Richard de Fournival, maakt de minnaar van
+alle berichten uit de bestiaria over merkwaardige dieren gebruik om
+allegories de merkwaardige eigenschappen van de liefde en de aangebedene
+te beschrijven en zij antwoordt door nog weer andere morele vertolkingen
+van die dierenverhalen te citeren!
+
+Maar de beroemdste en fijnste, meest poëtiese scholastisering van de
+ridderromantiek is toch de »Roman de la Rose" die een jonge geestelik
+opgevoede edelman uit Orleans omstreeks het jaar 1240 geschreven had.
+Daarin lezen we, hoe de dichter--in zijn droom--vrolik en met liefde
+in het hart, de stad uitwandelt om van het gezang der vogelen en het
+voorjaar te genieten, en bij een tuin komt die door een hoge muur
+omgeven is zodat men er niet in kan komen. Buiten op de muur zijn de
+ondeugden afgebeeld die er buiten moeten blijven: haat en laagheid,
+gierigheid en afgunst, droefenis en ouderdom; want dit is het rijk
+van de ridderlik-hoofse liefde, dat slechts open staat voor de edel
+geborenen, rijken, welopgevoeden en jongen. »Dame Oiseuse" is de
+portierster, d. w. z. dat alleen een leven in lediggang als dat van de
+hogere klassen daar toegang verschaft. Zij vraagt de dichter vriendelik
+de tuin in ogenschouw te willen nemen; het is haar zuster »Déduit" die
+hem heeft aangelegd. In de tuin gekomen, vindt hij zich weldra omringd
+door een uitgelezen gezelschap van spelende en dansende Dames en Heren,
+»Juffrouw Beleefdheid", »Rijkdom", die zijn vriendin »Vrolikheid" bij
+de hand geleidt, »Vrijgevigheid", die als een ridder van Arthur's
+Tafelronde gekleed is, »Jeugd", een lief klein meisje van 12 jaar dat
+argeloos-onschuldig haar minnaar voor aller ogen kust, en eindelik
+»Amor" zelf, een jong ridder in een kleed met bloemen, die door zijn
+page »Zoete Blik" begeleid is en met »Vrouwe Schoonheid" danst, die
+prachtig is als de maneschijn, onstoffelik als de dauw, eerbaar als een
+bruid en wit als een lelie. Terwijl de dichter een roos achter een heg
+staat te bewonderen, schiet Amor een pijl op hem af die hem in zijn hart
+wondt, en knielend moet de dichter nu de Liefdegod als zijn leenheer
+huldigen. Om volkomen zeker te zijn, zet die bovendien nog een slot
+op zijn hart en steekt de sleutel in zijn zak, waarop hij zijn vazal
+een reeks voorschriften geeft, hoe hij zich bij de liefde gedragen
+moet,--vele er van kinderachtig, maar enkele toch ook fijn en schoon--,
+en om hem te troosten krijgt hij »Zoete Gedachte", »Zoete Woorden" en
+»Zoete Blik" bij zich. Gewond sleept de dichter zich nu naar de roos en
+vergeet zijn wonde door daar op te blijven zitten staren en er de geur
+van op te snuiven; een vriendelike man (Bel-accueil) biedt aan hem te
+helpen als hij beloven kan de roos niet te plukken maar alleen zich met
+de aanblik en de geur er van tevreden te stellen, maar hij kan aan de
+verleiding geen weerstand bieden en wil over de heg springen,--als
+de »bewaker" (Dangier) te voorschijn komt en hem overvalt, met
+behulp van »Kwade tongen", »Schrik" en »Schuchterheid"... Een hele
+liefde-geschiedenis, zoals men ziet, en een soort psychologie der
+verliefdheid in een allegorie ingekleed; de fijnste essens der
+riddererotiek, die zonder de geur te verliezen in de verschillende
+samenstellende delen ontleed is en op flessen gezet.
+
+Maar midden in zijn verhaal was de dichter er uitgescheden, en een
+mensenleeftijd later of iets meer, was er een welvarende, geleerde
+burger van Parijs, Jean de Meung, die het handschrift in zijn bezit
+kreeg en het voortzette. En met hem kwam er een hele nieuwe geest in het
+werk, die van een grof verstands-realisme, dat de sierlike rozentuin
+lelik zou maken. Want terwijl de minnaar staat te jammeren, komt »Het
+Verstand" hem eens de les lezen. Liefde komt slechts uit een »passion
+desordonnée" voort en is een soort krankzinnigheid die de man uit
+natuurdrift overvalt, terwille van de voortplanting. En als zulk een
+natuurdrift moet die gehoorzaamd worden, maar als het niet wegens die
+blinde passie was, zou het verstand werkelik geen plezier vinden in die
+onbekookte praatjesmaaksters die men vrouwen noemt en die de poëten nog
+verheerliken!,--het is alleen maar hun opschik die ons zand in de ogen
+strooit, en al de sentimentaliteit waarmede de liefde zich omgeeft,
+betekent eigelik niets! Als priester der natuur treedt ook »Genius"
+op en verkondigt zijn: »Vermenigvuldigt u". Alle vrouwen zijn voor
+alle mannen en het is al te dwaas te geloven dat Robicon voor Mariote
+geschapen is of Mariote voor Robicon. Meer en meer brengen de lange
+gesprekken die de dichter heeft met »Verstand", met de »Vriend" en
+»Valse Schijn", hem uit de atmosfeer van de rozentuin weg, maar op alle
+gebied is het romantiek en sentimentaliteit en de gekunsteldheid in
+de overspanning der hele ridderkultuur die aangegrepen wordt--alles in
+naam van kultuur en verstand, van utiliteit en verlichting en van een
+demokratiese burgerlikheid. »Laten wij nu toch eens even verstandig
+trachten te zijn!" daar komt het alles op neer. Geen adel en geen
+rijkdom,--de mensen zijn van nature gelijk; geen weelde in eten en
+klederdracht, geen preutsheid en geen affectatie, geen bederven van de
+natuur door opvoeding en konventie, niet al dat blanketten en maskeren
+van de naaktheid van het geslachtsleven, niet al die hoogdravendheid en
+gekheid van het ridderwezen,--laten wij natuurlik zijn en waar, en de
+werkelikheid onder de ogen zien.
+
+En onder talrijke vormen laat de burgerlike geest in de zich
+ontwikkelende steden een dergelijke taal tegenover de ridderromantiek
+horen. Zeker, de burgers proberen de ridderromantiek zo wel als de
+ridderlyriek tot de hunne te maken en die bewust of onbewust te
+verburgerliken. De werklieden vormen een zangersgilde te Toulouse,
+te Gent en te Neurenberg en maken zo een handwerk op rijm van de
+minneliederen der troubadours met moraliserende, spitsburgerlike
+inhoud. En de ridderromans werden omgewerkt tot lompe, kinderachtige
+volksboeken, tot vermaak van het volk. Maar tegelijkertijd wordt de
+poëzie der ridders en hun romantiek voortdurend geparodieerd evenals
+de ridderadel met hoon en toorn aangevallen wordt. Van de latere
+riddergedichten waren er al vele die in zelf-ironie gespot hadden over
+de afstand tussen het hooggespannen ridderlike idealisme en de steeds
+meer en meer armer wordende werkelikheid in de ridderwereld. En in
+Chaucers nobele Sir Thopas of in de kleine Jean de Saintré in de Franse
+roman van de 15de eeuw worden de ronddolende ridders geparodieerd
+en gehoond, presies als later in de ridderepopeën der Italiaanse
+Renaissance-dichters. In Duitse gedichten willen ridders meê doen aan
+de dans met boerendochters, maar ze worden met spot de deur gewezen door
+de landelike schoonheden als zij ze het hof willen maken, en lopen een
+pak slaag op van de boerenjongens. Alle aanstellerij in de minnepoëzie
+der troubadours kan men in de gedichten der Florentijnse burgers
+geparodieerd vinden. En hoe meer de adel zelf ekonomies, moreel en
+militair in verval kwam, des te meer lachen de burgers ze uit. Het
+eclatante fiasco van de Franse adel in de honderdjarige oorlog doet
+een stroom van spot op hun hoofden nederdalen,--hoe de Duitse ridders
+in het laatste deel der Middeleeuwen eigelik tot gemene struikrovers
+gezonken waren, vindt men reeds midden in de 13de eeuw getekend in een
+allerliefste kleine novelle »Meier Helmbrecht" waar het eerlike werkzame
+leven van de boer in een heldere tegenstelling geplaatst is tot het
+vervallen ridderwezen, waar de ridders rijp zijn voor de dood van een
+struikrover aan de galg.
+
+En dit verval van de adel, ekonomies, militair, politiek en moreel,
+brengt ook van zelf dat van de ridderromantiek mede. Wel is waar schoot
+die eerst nog veel meer en meer eksentriese loten. Zo overtrof b.v.
+de Duitse ridder Ulrich von Lichtenstein alle vroegere minnedichters
+in dwaasheid, toen hij een lid van zijn vinger afhakte en dat zijn
+aangebedene zond, of als »Vrouw Venus" verkleed, geheel Duitsland
+doortrok en bij alle toernooien ter ere van zijn dame streed--gelijk hij
+dit alles zelf in zijn autobiografiese roman »Vrouwendienst" verhaald
+heeft. De eindeloze Franse roman »Perceforest" uit de 14de eeuw en
+de Spaans-Portugese Amadis romans uit de 15de eeuw gaven nog eens
+en wel in de meest paradoxale ten spits gedreven vorm alle idealen
+van de ridderromantiek bij elkaar en alle lievelingsmotieven uit
+de ridderromans. Aan het Bourgondiese hertogelike hof trachtte men
+evenzo in de 15de eeuw de ridderlike glansperiode van de Tafelronde
+te doen herleven door prachtige toernooien, kunstmatige hoflyriek en
+ridderlike »voeux du faisan" over de kruistochten tegen de Turken. En
+toch,--evenals het niet de ridderlike politiek der Bourgondiese hertogen
+was die de zegepraal zou behalen, maar de zeer burgerlike politiek van
+Lodewijk XI, zo waren het niet de laatste verwaterde ridderromans en
+minnedichten in de stijl der troubadours, maar de burgerlike realistiese
+farce of novelle of Villon's burgerlik-realistiese lyriek waaruit de
+levende ziel van de 15de eeuw sprak. Terwijl de ridderromantiek zich
+over de andere landen van Europa uitbreidde en nog in de 15de eeuw
+nieuwe zelfstandige loten schoot, in de Scandinaviese ridderballaden,
+in Spaanse romances van de Cid, in de Engelse Arturroman van Malory,
+allerlei spruiten van de ridderromantiek die wij hier niet verder kunnen
+vervolgen,--waren hun sappen uitgedroogd in de landen zelf waar zij
+thuis hoort, de leidende landen wat de kultuur der middeleeuwen betreft:
+Frankrijk en Duitsland.
+
+Zo nauw was de Ridderromantiek aan een bepaald maatschappelik
+en geestelik leven der middeleeuwen verbonden, dat die in haar
+oorspronkelike vormen met de middeleeuwen ten grave _moest_ dalen.
+Maar in die romantiek, en verborgen onder wat daarvan aan plaats en
+tijd gebonden was, lagen algemene dichterlike kultuurwaarden die altijd
+tot het levende eigendom der mensheid zouden blijven behoren. Meer en
+meer is men toch ook van de opvatting teruggekomen dat de renaissance
+een volkomen breken met de Middeleeuwen zou betekenen. Evenals het
+middeleeuwse kristendom en de stedelike kultuur, maakt ook de ridderlike
+vorming een deel van de moderne kultuur uit. Indien men de inslag van de
+ridderlikheid door de schering van het maatschappelike geestesleven van
+een latere tijd of die van de ridderromantiek in haar latere literaire
+ontwikkeling heen wilde nagaan, zou dit betekenen dat een aanzienlik
+deel van de geschiedenis der moderne kultuur geschreven was. Het
+ridderlike krijgsmansideaal en het ridderlike begrip van eer zijn
+niet alleen nu nog springlevend in de militaire stand, maar maakt een
+vrij essentieel deel uit van onze burgerlike mannelike moraal en de
+middeleeuwse begrippen »Chevalier" en »gentilhomme" met de bijsmaak
+van eer en hoofsheid die deze woorden hebben, zijn langzamerhand tot
+het »cavalier" en »gentleman" van onze tijd geworden. En zo zijn, van
+een zuiver literair standpunt uit, de ridders van Ariosto, Tasso en
+Spenser, die de wereld rondtrekken en ter ere van hun Angelica, Armida
+of Gloriana strijden, de direkte afstammelingen van de ridders van
+Chrestien en Wolfram, maar ook de galante Alexander de Grote van Mlle de
+Scudéry, de Cid van Corneille, ja zelfs Hernani van Victor Hugo en Don
+Carlos van Schiller hebben nog het bloed in hun aderen van Arthur's
+ridders van de Tafelronde. En verder: de Provençaalse en Franse »Hoven
+van Liefde" waar de dames presideerden, werden voortgezet in de hoven
+van Margareta van Navarre en de Italiaanse literaire vorstinnen, zowel
+als in de Franse salons der 17de en 18de eeuw en de minneliederen der
+troubadours weerklinken in het Italiaanse sosiale leven als sonnetten
+van Petrarca, evenzeer als de spiritueel-sentimentele liederen van
+Charles d'Orléans bij het hof van Blois, en de liefdelyriek van Sidney
+en Spenser aan het hof van Elisabeth. Ja, zelfs de minneliederen van de
+Musset en Lamartine, van Klopstock en van Heine hebben nog veel in zich
+dat aan de »Liefdekunst" der troubadours herinnert. En tenslotte: de
+middeleeuwse liefderoman--met zijn sentimentaliteit, zijn romaneske
+intrigue-fantasie en zijn belangstelling om de grillige roeringen van
+het hart na te sporen--brengt ons tot Boccacio en Ariosto, Chaucer en
+Shakespeare, Margareta van Navarre en Racine en daaruit vinden wij
+die met zijn motieven en gehele toonscala in talrijke moderne romans,
+novellen en drama's terug. De episode van Troïlus en Briseïs in de
+roman van Troje werd als voorbeeld van de grillen van de liefde en het
+vrouwenhart eerst en veel dieper gebruikt door Boccacio en Chaucer,
+en later door Shakespeare; bij diezelfde drie grote dichters der
+renaissance werden de onschuldig lijdende en zich liefderijk opofferende
+vrouwen heerlik gepoëtiseerd in figuren als Griseldis of Imogen. De
+meest sentimentele van Boccacio's novellen en de meest romantiese van
+Shakespeare's blijspelen zijn op de Middeleeuwse intrigen gebouwd, maar
+met roerender toon en dieper zielestudie,--van Floris en Blanchefleur,
+Appollonius van Tyrus, Die Herzmäre en de roman van Lancelot. Ariosto's
+van liefde razende Roeland en de heldin Bradamante in panser en
+kuras,--Chaucer's »Fair Emily" op een schone Meimorgen, en Spencer's
+Britomartis die de wereld doortrekt om een ontvoerde geliefde te
+zoeken wier beeld zij in een spiegel gezien heeft,--Tasso's kokette en
+ijverzuchtige Armida... aan al dergelijke figuren kunnen wij zien hoe ze
+direkt uit middeleeuwse ridderromans stammen en op hun beurt weer leiden
+tot Racine's despotiese en jaloerse prinsessen, tot de desperate
+minnaars der romantiek en Tennyson's »fair Elaine".
+
+Het moderne geestesleven zou nog verder ten achter gestaan hebben in
+morele verfijning en maatschappelike vormen, de moderne poëzie zou heel
+wat armer geweest zijn aan sentimentaliteit en een eigenaardig soort
+romanfantasie, indien het adelike hofleven der 12de en 13de eeuw niet
+geleefd was en de gedichten der troubadours en de ridderromans nooit
+geschreven waren. Soms lijkt het zelfs wel eens alsof al onze hang naar
+het populaire en natuurlike en over het algemeen onze tijd van »feiten"
+en »een gezonde brutaliteit" nog heel wat zou kunnen leren van adel en
+ridderlikheid, fijne hoofsheid en zelfopofferende innigheid, van die
+oude verhalen van Eer en Liefde ten spijt van alle gezond verstand en
+langer dan het leven.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+
+ Inleiding V
+
+ Hoofdstuk
+
+ I. Van Baron-burcht tot Ridderhof 1
+ II. Kristelike Gevoelskultuur 9
+ III. Wereldlike Kultuur 21
+ IV. Hofkultuur 32
+ V. »Salon-Poëzie" der Ridderkringen 44
+ VI. Zuid-Frankrijk 58
+ VII. De Kunst der Troubadours 69
+ VIII. Minnekunst 93
+ IX. Geestelike Romans 110
+ X. De Romantiek der Kruistochten 121
+ XI. De Alexander-Romans 132
+ XII. Romanties-Klassieke Literatuur 143
+ XIII. Grieks-Oosterse Vertelkunst 171
+ XIV. Matière de Bretagne 196
+ XV. Marie de France 208
+ XVI. Tristan en Isolde 220
+ XVII. Franse Ridderlikheid 239
+ XVIII. Bretonse Romans 248
+ XIX. Duitse Ridderromantiek 285
+ XX. Ideaal Humanisme 314
+ XXI. Het Einde der Ridderromantiek 334
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: zonder moraal, er er zit een |
+ | B: zonder moraal, er zit een |
+ | B: Constantijn de grote, zowel als |
+ | C: Constantijn de Grote, zowel als |
+ | B: bouw van hospi-pitalen. |
+ | C: bouw van T:hospitalen. |
+ | B: van het juk der slavernij";--of |
+ | C: van het »juk der slavernij";--of |
+ | B: bij dat van anderen, wenen |
+ | C: bij dat van anderen, »wenen |
+ | B: kruis op en volge mij." |
+ | C: kruis op en volge mij."" |
+ | B: van de graven vau Guines in |
+ | C: van de graven van Guines in |
+ | B: eerst dienst al pages en |
+ | C: eerst dienst als pages en |
+ | B: de ontiwkkeling van het |
+ | C: de ontwikkeling van het |
+ | B: »Mesure", Maze" heeft in het |
+ | C: »Mesure", »Maze" heeft in het |
+ | B: amuseren: S'irons à Paris, |
+ | C: amuseren: »S'irons à Paris, |
+ | B: nonnette!"--ik voel de zoete |
+ | C: nonnette!"--»ik voel de zoete |
+ | B: wreken. En de jonge Provençaalse |
+ | C: wreken." En de jonge Provençaalse |
+ | B: morgen.--»Waarde, goede |
+ | C: morgen."--»Waarde, goede |
+ | B: vriend in de wereld... En zo |
+ | C: vriend in de wereld..." En zo |
+ | B: genoemd word of een dame: |
+ | C: genoemd wordt of een dame: |
+ | B: Tyrolers (»schnadahüpferl) als de |
+ | C: Tyrolers (»schnadahüpferl") als de |
+ | B: zonder vreze herauten der waarheid |
+ | C: zonder vreze »herauten der waarheid |
+ | B: licht te woelen, het |
+ | C: ligt te woelen, het |
+ | B: vader werpt. »De vader |
+ | C: vader werpt. De vader |
+ | B: als bloedgetuigen de hemelkroon |
+ | C: als »bloedgetuigen de hemelkroon |
+ | B: verzameling van verhaaltjes, »de |
+ | C: verzameling van verhaaltjes, de |
+ | B: draken en griffoenenen gevleugelde |
+ | C: draken en griffioenen en gevleugelde |
+ | B: der woestijn ledig, en drink |
+ | C: der woestijn ledig, en drinkt |
+ | B: een scéne uit een echte |
+ | C: een scène uit een echte |
+ | B: »Anthia", Chariklea", hij is van |
+ | C: »Anthia", »Chariklea", hij is van |
+ | B: in en vind haar juist |
+ | C: in en vindt haar juist |
+ | B: opvallend aan Oostere motieven doen |
+ | C: opvallend aan Oosterse motieven doen |
+ | B: hart zegt Golfried meer in |
+ | C: hart zegt Gotfried meer in |
+ | B: ook een duit mêe in 't zakje |
+ | C: ook een duit meê in 't zakje |
+ | B: vraagt hij. »L'amer" is het dat |
+ | C: vraagt hij. »»L'amer" is het dat |
+ | B: cort." Haar zoon Richard |
+ | C: cort."" Haar zoon Richard |
+ | B: daartoe aanzet? Gezelschapsspelletjes, |
+ | C: daartoe aanzet?" Gezelschapsspelletjes, |
+ | B: de kwestie van klêeren, strijd en |
+ | C: de kwestie van kleêren, strijd en |
+ | B: tegenstelling daarmêe. Van alle |
+ | C: tegenstelling daarmeê. Van alle |
+ | B: geimporteerd. In die gehele |
+ | C: geïmporteerd. In die gehele |
+ | B: er borrelt ergers een bron op |
+ | C: er borrelt ergens een bron op |
+ | B: te bepleiten." »Als de |
+ | C: te bepleiten. »Als de |
+ | B: Maar de hooftrekken zullen wel |
+ | C: Maar de hoofdtrekken zullen wel |
+ | B: lam, wilder dan de leeuw; |
+ | C: lam, wilder dan de leeuw;" |
+ | B: andere keizerlike amtenaren die ook |
+ | C: andere keizerlike ambtenaren die ook |
+ | B: Rijnstreek kwam de zoeven genoemd |
+ | C: Rijnstreek kwam de zoëven genoemd |
+ | B: zowel als hiernamaals." »Wer |
+ | C: zowel als hiernamaals. »Wer |
+ | B: tot Graalkoning uftgeroepen. |
+ | C: tot Graalkoning uitgeroepen. |
+ | B: zich gedraagt". En een Duits |
+ | C: zich gedraagt"." En een Duits |
+ | B: en met de rechtervoet over |
+ | C: en met »de rechtervoet over |
+ | B: der Liefde", »De Sleutel |
+ | C: der Liefde",--»De Sleutel |
+ | B: zich gehad hebben. »om in den |
+ | C: zich gehad hebben, »om in den |
+ | B: het hart opwelt." Van de |
+ | C: het hart opwelt. Van de |
+ | B: Marie wat betreft de morale |
+ | C: Marie wat betreft de morele |
+ | B: renaisssance-lyriek, in Dantes |
+ | C: renaissance-lyriek, in Dantes |
+ +----------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Ridderromantiek der Franse en
+Duitse Middeleeuwen, by Valdemar Vedel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERROMANTIEK DER FRANSE ***
+
+***** This file should be named 33332-8.txt or 33332-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/3/3/3/33332/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/33332-8.zip b/33332-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..51a2152
--- /dev/null
+++ b/33332-8.zip
Binary files differ
diff --git a/33332-h.zip b/33332-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ca1714f
--- /dev/null
+++ b/33332-h.zip
Binary files differ
diff --git a/33332-h/33332-h.htm b/33332-h/33332-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..f8e6870
--- /dev/null
+++ b/33332-h/33332-h.htm
@@ -0,0 +1,14026 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Ridderromantiek der Franse en Duitse Middeleeuwen, by Valdemar Vedel.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2.5em; margin-bottom: 2.5em;
+ line-height: 1.5em; font-size: 160%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 110%;}
+
+h2.h2inl {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; margin-top: 5em; font-weight: normal; font-size: 140%;}
+h2.h2inh {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+big {font-size: 150%;}
+small {font-size: 50%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.subh2 {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; text-align: center; text-indent: 0em;
+ font-weight: normal; font-size: 100%;}
+
+div.voorblad {margin-top: 5em; margin-bottom: 2em; text-align: center; line-height: 1.5em;}
+div.voorrede {margin-top: 6em; margin-bottom: 3em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 30em; text-align: justify; font-style: italic; font-size: 85%;}
+div.title {margin-top: 5em; margin-bottom: 1em; text-align: center;}
+div.verso {margin-top: 12em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 36em; font-size: 60%; text-align: center; border-top: 1px solid black;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
+
+/* TB */
+hr {width: 15%; clear: both;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+hr.hrtp {margin-top: 6em; margin-bottom: 8em;}
+hr.hrinl {width: 10%; margin-bottom: 2em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 2em;}
+td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 1.5em;}
+
+/* ALIGN */
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.smcap {font-size: 80%;}
+.u {text-decoration: underline;}
+.g1 {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em;}
+.g2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+.word1 {word-spacing: 0.1em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+
+/* IMAGES */
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+.size60 {font-size: 60%;}
+.size80 {font-size: 80%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+.size120 {font-size: 120%;}
+.size160 {font-size: 160%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Ridderromantiek der Franse en Duitse
+Middeleeuwen, by Valdemar Vedel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Ridderromantiek der Franse en Duitse Middeleeuwen
+
+Author: Valdemar Vedel
+
+Translator: Hendrik Logeman
+
+Release Date: August 3, 2010 [EBook #33332]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERROMANTIEK DER FRANSE ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.
+ Variaties in spelling zijn behouden.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 654px;">
+ <img src="images/spine.jpg" width="133" height="700" alt="" title="" /><img src="images/cover.jpg" width="521" height="700" alt="" title="" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="I"></span><a id="p_i"></a></p>
+
+<div class="voorblad">
+ <span class="size120">DE RIDDERROMANTIEK</span><br />
+ <span class="size80">DER</span><br />
+ FRANSE EN DUITSE MIDDELEEUWEN
+</div>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="II"></span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<div class="voorrede">
+ <i>Schrijver en Vertaler wensen de lezers op te doen merken, dat de in
+ deze bewerking te vinden afwijkingen van het origineel aan gemeen
+ overleg te danken zijn.</i>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="III"></span><a id="p_iii"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <p class="tp size120 g1 u">KULTUUR-HISTORISCHE BIBLIOTHEEK</p>
+
+ <p class="tp size160">VALDEMAR VEDEL</p>
+
+ <h1><big>DE RIDDERROMANTIEK</big><br />
+ <small>DER</small><br />
+ FRANSE EN DUITSE MIDDELEEUWEN</h1>
+
+ <p class="tp size85 g2">GEAUTORISEERDE BEWERKING</p>
+
+ <p class="tp size60">NAAR HET DEENS DOOR</p>
+
+ <p class="tp size120 g2">H. LOGEMAN</p>
+
+ <hr class="hrtp" />
+
+ <p class="tp word1">UTRECHT&mdash;H. HONIG&mdash;1919</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="IV"></span><a id="p_iv"></a></p>
+
+<div class="verso">BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN</div>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="V"></span><a id="p_v"></a></p>
+
+<h2 class="h2inl"><a id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h2>
+
+<hr class="hrinl" />
+
+<p>Meer dan eens heeft de vorige eeuw getracht de Ridderromantiek der
+Middeleeuwen weer tot een kunstmatig leven op te wekken. Eerst de Duitse
+romantici met hun <span xml:lang="de">Heinrich von Offerdingen</span> en Barbarossa, de Genoveva
+van Tieck en de Tempeliers van Werner; daarna <span xml:lang="en">Walter Scott</span> met zijn
+<a href="https://www.gutenberg.org/files/26564/26564-h/26564-h.htm" title="Dit boek is via https://www.gutenberg.org als e-boek #26564 beschikbaar." xml:lang="en">Ivanhoe</a>
+en Victor Hugo met zijn Burggraven; gelijk in Denemarken
+Ingemann met zijn Otto en Jonkvrouw Inge. Nadat toen een paar geslachten
+zich aan de schildering der werkelikheid en kritiek van de maatschappij
+hadden overgegeven, ontwaakte de heerlikheid van Koning Arthur en zijn
+Graal wederom in de dromende ridders van <span xml:lang="en">Burne Jones</span> en Rossetti en de
+smachtende jonkvrouwen van <span xml:lang="en">Tennyson</span>. In de toondichten van een Wagner
+weerklonk opnieuw de horen van de Zwaanridder, het lokkend spel uit de
+Venusberg en Parsifal's Graal-verlangens. En in de toren-kamer en de
+burchtgangen van Maeterlinck tastte de kinderachtige <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>-liefde
+hulpeloos rond in het afschrikkende donker der Middeleeuwse mystiek.
+Zeldzaam moderne incarnaties van de Middeleeuwen zijn het allemaal&mdash;de
+edele <span xml:lang="en">Sir Galahad</span> en de liefdezieke <span xml:lang="en">Lady Elaine</span>, zo goed als de
+Kristelik-Schopenhauerse Graalheld bij Wagner en de &bdquo;<span xml:lang="fr">fin-de-siècle</span>&rdquo;
+Pelléas en Mélisande; in 't algemeen staan ze daar nog verder van af
+dan Ridder von Trautwegen en jonkvrouw Inge van de flinke Ridders en
+<span class="pagenum smcap" title="VI"></span><a id="p_vi"></a>schelmse dames van de oude Meester <span xml:lang="fr">Chrétien de Troyes</span> of van <span xml:lang="de">Wolfram
+von Eschenbach</span>'s kernachtige maar naieve Parsifal.</p>
+
+<p>Maar er was nog wel iets meer in de volksboeken gebleven van de
+sentimentaliteit en het sprookjeselement dier oude romans&mdash;denk aan
+Vigoleis met 't Gouden wiel, de schoone Magelone of Alexander de
+Grote&mdash;die nog voor een paar generaties menige boerenjongen allerlei
+grillen in het hoofd zetten en menig boerenmeisje zilte tranen deden
+storten. Ofschoon ook deze volkslektuur niet veel meer van de geur en
+de ziel der oude Romantiek bewaard had, dan voor zover de houtsneden
+en het papier van de cents-prenten aan de oude, sierlike geïllumineerde
+handschriften herinnerden, of voor zover het tegenwoordig publiek denken
+deed aan de bloem van de adel in de tijd van Lodewijk de Heilige.</p>
+
+<p>Maar noch deze vergroeide spruiten, noch ginds kunstmatig doen herleven
+van 't voorheen, is het wat feitelik van onze tegenwoordige kultuur
+naar de Ridderromantiek terug leidt. De verbinding is dieper en meer
+vertakt. De moderne Franse roman,&mdash;of die nu het moderne Parijs
+schildert, of zich verdiept in de psychologie van de liefde,&mdash;kan
+met de nodige schakels direkt op de dertiende-eeuwse Franse romans
+teruggevoerd worden, evenzeer als de stamboom van de moderne Engelse
+roman, van het spannende, excentriese genre, ons terug brengt tot de
+ingewikkelde mystieke verhalen van de Arthurcyclus. De gehele moderne
+liefde-lyriek&mdash;<span xml:lang="fr">Lamartine</span>, <span xml:lang="de">Heine</span>, zowel als bij ons in Denemarken
+Christian Winther&mdash;leeft van motieven en zingt in een toon die
+de troubadours en de minnezangers het eerst ontwikkeld hebben. En
+afgezien van het puur-literaire, zijn het de gehele moderne vormen der
+samenleving zowel als veel van de moderne sentimentaliteitskultuur die
+op de tijden van toernooien terug gaan en op die waarin dames er hun
+apart hof op na hielden. Onze begrippen over een &bdquo;<span xml:lang="en">gentleman</span>&rdquo; en een
+&bdquo;<span xml:lang="en">lady</span>&rdquo;, over ridderlikheid en vrouwelikheid, over liefde en eer, over
+goede zeden en nette manieren, dat alles heeft zich ontwikkeld uit de
+<span class="pagenum smcap" title="VII"></span><a id="p_vii"></a>idealen die zevenhonderd jaar geleden ontstonden aan de hoven van de
+landgraven van Thuringen of die van Provence en Champagne.</p>
+
+<p>Wat dus hier onder de naam van Ridderromantiek der Middeleeuwen
+samengevat is, die Franse en Duitse kultuur der 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup>
+eeuwen, aristokraties, sosiaal en romanties, betekent daarom de studie
+in oorsprong en in een hele ontwikkelingsfase van de moderne dichtkunst
+en zelfs van de moderne maatschappij.</p>
+
+<p><span class="pagenum smcap" title="VIII"></span><a id="p_viii"></a>
+<span class="pagenum" title="1"><br /></span><a id="p_1"></a></p>
+
+<h2><a id="I"></a>I.</h2>
+
+<p class="subh2">VAN BARON-BURCHT TOT RIDDERHOF.</p>
+
+<p>Ons uitgangspunt zal de anarchie van de adel zijn die in het 11<sup>de</sup>
+eeuwse Frankrijk en Duitsland haar toppunt bereikte. Door het eentonige
+monnikenlatijn van de kronieken heen, komt ons het lawaai en de
+verwarring tegemoet van het onophoudelik gekrakeel der grote
+Heren,&mdash;door dat van een <span xml:lang="fr">Raoul Glabers</span> van <span xml:lang="fr">Cluny</span>, de abt <span xml:lang="fr">Guibert</span> van
+<span xml:lang="fr">Nogent</span>, <span xml:lang="la">Ordericus Vitalis</span> in zijn Normandies klooster, zo wel als de
+Beierse abt Ekkehard of de Sassenbisschop Tietmar. De kroonvazallen
+heersen zo goed als geheel onafhankelik, elk in zijn eigen landje; in
+Frankrijk onder de zwakke Capetingers, in Duitsland onder de alles
+onderste boven werpende strijd der Saksiese keizers met de Pausen.
+In Frankrijk zijn het hertogen als die van Normandië, Bourgondië,
+Aquitanië, graven, als die van Vlaanderen, Poitou of Toulouse. In
+Duitsland de hertogen van Beieren, Zwaben, Saksen, de markgraven
+van Babensberg in Oostenrijk, de Paltsgraven van Wittelsbach en de
+landgraven van Thuringen. En onder hen weer een hele massa van kleine
+burchtheren en gewone baronnen die het met elkaar en met hun leenheren
+even dikwels aan de stok hebben als de laatsten met de Koningsmacht. Elk
+voorjaar trekken de Heren met hun volgelingen te velde, om hun buurman
+een stuk grond te ontnemen; en naar aanleiding van de ene of andere
+belediging, uit bloedwraak of uit tijdverdrijf, om de boerenhofsteden en
+de kooplieden langs de openbare weg te plunderen of steden en kloosters
+te brandschatten. In Anjou raast de zwarte graaf <span xml:lang="fr">Foulques</span> als een
+wild beest, in Normandië staan de boeren in hun wanhoop tegen hun
+onderdrukkers op, maar worden weer ten ondergebracht, met een wreedheid,
+wier bizonderheden de kronieken koelbloedig uitvoerig vermelden, te
+Brugge vermoorden de samengezworen baronnen de &bdquo;goede&rdquo; graaf Karel
+midden in de kerk en gebruiken daarna <span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a>deze laatste als vesting tegen de
+Koning en de burgers. Bij <span xml:lang="fr">Guibert</span> kan men lezen hoe de intrigante gravin
+van Namen, <span xml:lang="fr">Enguerrand de Coucy</span> en diens bloeddorstige zoon <span xml:lang="fr">Thomas de
+Marle</span>, jaren lang de omstreken van Laon in een eeuwige onrust hielden.
+En over de wijze waarop menig Hendrik van de Welfen en menig Frederik
+van de <span xml:lang="de">Staufen</span> in Frankenland en in Zwaben huis wisten te houden, daar
+weten de Duitse kronieken genoeg van te verhalen.</p>
+
+<p>Wat zijn ze ruw en plomp, al die &bdquo;<span xml:lang="fr">barones</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">milites</span>&rdquo;; met een robust
+geweten en een vrolik gemoed slaan ze hun medemensen dood, hebzuchtig
+als de gieren strijken ze op goederen en vee neer en als dolle stieren
+op de vrouwen. Even uiterlik als hun verhouding is tot wet en recht, zo
+is die tot het Kristendom. Steeds is hun weer ingestampt, dat men, om
+zalig te worden, gedoopt moet worden, de mis moet bijwonen, moet vasten,
+te communie gaan en dat doen ze dan ook, maar meer laten ze zich door
+geen enkele kerkelike band in hun vrijheid beperken. Integendeel,&mdash;als
+rebellen staan de baronnen in hun anarchie tegenover de Kerk, gelijk ze
+het recht trotseren en de maatschappij. Het is niet alleen wetteloosheid
+die er heerst, maar een gewilde teugelloosheid, de baronnen zijn niet
+alleen zonder moraal, <ins class="corr" id="corr1" title="Bron: er er">er</ins> zit een godvergeten woestheid in hen, die
+aan het Titaniese herinnert uit de tijd der Italiaanse renaissance. Een
+hunner heeft er plezier in zijn biechtvader op Goede Vrijdag op een
+kolossaal banket te nodigen en hem zijn dikke buik te wijzen, &bdquo;vol van
+de eere Gods&rdquo;; een ander houdt er een hele harem, d. w. z. bordeel op
+na, voor het uiterlik een nonnenklooster. De ene vrouw na de andere laat
+men lopen, rooft die van zijn buurman en dwingt de kerk om zowel de
+scheiding met de ene, als het huwelik met de volgende te wettigen. Een
+baron laat zijn gevangenen bij de geslachtsdelen ophangen of bij de
+duimen en hangt er zware stenen aan, om het gewicht te vermeerderen. Een
+ander die het met zijn leenheer te kwaad heeft gehad en hem eindelik
+in zijn macht heeft gekregen, werpt hem in de gevangenis, maar laat
+hem 's winters in een nat hemd voor een open venster in de gevangentoren
+plaatsen, totdat het hemd door de ijzige wind bevriest. Een Normandies
+ridder en zijn vrouw laten een onneembare toren bouwen en wanneer die
+gereed is, laat de burchtvrouwe de bouwer doden, om zeker te zijn dat
+hij voor de buren niet ook zulk een toren zet. Niet lang daarna jaagt
+zij haar man ook weg, zij wenst alleen te zijn; hij ziet echter kans
+weer <span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a>binnen te komen en dan laat hij haar om 't leven brengen.</p>
+
+<p>Over deze en dergelijke dingen kan de kroniekschrijver een &bdquo;ach&rdquo;
+en &bdquo;wee&rdquo; laten horen en er de vloek der kerk over inroepen. Maar
+toch, in al die bandeloosheid schuilen krachten, waarvan de ogen der
+geestelikheid alleen de slechte kant gezien hebben. De ideale kant,
+de idealen zelf en de aspiraties welke in hun beste ogenblikken die
+anarchie van de adel bezield heeft, die ontrolt zich voor ons in
+de nationale heldendichten, die op de grondslag van oude sages en
+overleveringen door 't vlees en 't bloed van de adel geschapen zijn. In
+Frankrijk hebben wij die nog vrij zuiver in het &bdquo;<span xml:lang="fr">Chanson de Roland</span>&rdquo; en
+nog een paar anderen van de oudere &bdquo;<span xml:lang="fr">Chansons de geste</span>&rdquo;, in Duitsland
+is die in het <span xml:lang="de">Nibelungenlied</span> en &bdquo;<span xml:lang="de">Goedroen</span>&rdquo; overstreken met een laagje
+ridderromantiek dat er eerst afgeschrapt moet worden. Maar door het
+woeste en het ruwe in deze gedichten, schijnt een noblesse en een
+krijgsgeest van hoge menselike waarde.</p>
+
+<p>Neem b.v. de wanhopige heldenstrijd van Roland en zijn wapengenoten bij
+Ronceval tegen de scharen der Saracenen of <span xml:lang="fr">Ogier li Danois</span> die geheel
+alleen zijn burcht tegen het leger van Karel de Grote verdedigt. Of wel
+de geschiedenis van Siegfried die Brynhilde wil trouwen, en het bloedbad
+der <span xml:lang="de">Nibelungen</span> in Huneland op de tochten der Vikingen en de hevige
+zeeslagen in &bdquo;<span xml:lang="de">Goedroen</span>&rdquo;. Dat zijn beelden van een machtig spel van
+het noodlot waar het om leven en dood gaat, krachtige majeur tonen en
+hartverscheurend tragies. Verheerliking van de man en het mannelike,
+verheerliking van kamp en strijd. Die heldendichten verkondigen ook de
+moraal van een elementaire oorlogseer, ze bezingen wat Roland en Olivier
+samenbindt, en Hagen en Volker en schilderen het opperhoofd en zijn
+getrouwen, Karel de Grote en zijn twaalf pairs, Didrik van Bern met zijn
+twaalf &bdquo;<span xml:lang="de">Recken</span>&rdquo;. Het grote ideale beeld van de krijgskoning en zijn adel
+is Karel de Grote op zijn &bdquo;<span xml:lang="fr">faldestueil</span>&rdquo; in de koningshal te Aken, in de
+Raad met zijn baronnen of op de morgen van de slag aan het hoofd van
+zijn leger.</p>
+
+<p>Maar dit hoort eigelik bij de oudere lagen der Heldendichten, de
+inspiratie uit het meer oorspronkelike stadium in de maatschappij van de
+<i xml:lang="en">clans</i>. Gedurende het uitéénvallen van het oude soldatenkoningschap en
+de anarchie der baronnen, ging de belangstelling der heldendichten over
+op de Vazallen en de Baronnen en schilderen zij nu de krijgsadel in zijn
+geweldige worsteling met de onbekwame en despotiese vorsten&mdash;het
+rebelliese zich zelf op de voorgrond zetten van de Franse Heemskinderen
+of de <span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a>Duitse Hertog Ernst&mdash;en de veten der baronnen onder elkaar,
+dezelfden waarvan de kronieken <i>hun</i> beeld gaven. Maar Begon, de
+&bdquo;oorlogsdemon&rdquo; en <span xml:lang="fr">Raoul de Cambray</span> uit de <span xml:lang="fr">chansons de geste</span> of <span xml:lang="De">Hagen</span> en
+<span xml:lang="de">Krimhilde</span> van het <span xml:lang="de">Nibelungenlied</span>, die hebben ook een soort Idealiteit;
+wat laten die zich niet met geniale kracht op hun &bdquo;baronscap&rdquo; of hun
+&bdquo;<span xml:lang="de">Reckenthum</span>&rdquo; voorstaan als adelmensen die ver boven monnikskappen en
+kramers en de verachtelike menigte verheven zijn, zij, Heer over hun
+eigen wil en aan geen andere wet gehoorzamende van mensen nòch van God,
+dan die welke zij zich zelf voorschrijven.</p>
+
+<p>Dat is, gezien in de dubbele spiegel van kroniek en heldendicht, de
+adelsanarchie in Frankrijk en Duitsland. Maar er voltrekt zich in de
+11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw&mdash;voorlopig handelen wij hier voornamelik over
+Frankrijk&mdash;een ontwikkeling die in het een zoowel als in het andere
+genre al in de kiem te vinden is en die ten slotte verder voert dan
+baronnen-werkelikheid en baronnen-idealen.</p>
+
+<p>Uit die anarchie rijst weer een maatschappelike orde op. De kastelen
+die de baronnen overal in het land gebouwd hebben ter bescherming van
+hun eigenmachtig optreden, zijn feitelik de cellen voor een nieuwe
+maatschappij geworden. Achter de muren en grachten wordt er op die
+burchten een leven van tot zekere hoogte veilige voorspoed geleid; de
+familie en het gezin worden door het samenleven als één, vooral de
+eenzame winteravonden, wanneer het met de oorlog en de jacht gedaan
+is; in de gedichten zien wij de baron bij de haard zitten met zijn
+echtgenote, haar innig kussen en zich verheugen over het spelen van een
+paar flinke jongens, of wel hij zit in de hal met zijn mannen en hoort
+een zanger de heldendichten voordragen. Als er niets anders te doen is,
+houdt men wapenoefeningen of men speelt met de teerling of er wordt
+gedanst. Ook begint men het huis te verfraaien; de balken worden fraai
+uitgesneden en met ornamenten versierd, ook de muren worden geschilderd
+of bekleed met geborduurde behangsels. Er komt gezelligheid en gevoel in
+het leven der baronnen, een zekere schoonheid en een drang naar
+geestelik verkeer.</p>
+
+<p>Aan de voet van de burcht ontstaat een kleine maatschappij, die zich
+onder de bescherming van de burchtheer stelt, opdat hij op zijn beurt
+hen beschutte tegen de andere baronnen en de struikrovers zal laten
+ophangen. En hoe volkomen willekeurig de baron zich ook tegen zijn
+boeren en dienstmannen moge gedragen, toch komt er een zeker gevoel
+bij hem op van zijn plichten als beschermheer en ontstaat er een
+landsvaderlike verhouding van <span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a>hem tot zijn &bdquo;<span xml:lang="fr">serfs</span>&rdquo;. De burchtvrouwe
+begeeft zich naar 't dorpje en zorgt voor de zieken en de armen en
+wanneer de heer weduwnaar mocht worden zonder kinderen, dan komen de
+kleine burgers en vragen hem om toch vooral weer te trouwen opdat zij na
+zijn dood niet zonder heer zullen achterblijven.</p>
+
+<p>Ondertussen zijn ook de kleinere burchtheren door de desorganisatie
+van het leenstelsel steeds afhankeliker van de vorsten geworden en
+langzamerhand bouwt zich dat trapsgewijze op: <span xml:lang="fr">Seigneur, Vicomte</span>,
+Graaf en Hertog; meer en meer beginnen geschreven kontrakten en een
+gedétailleerd gewoonterecht de onderlinge rechten en plichten tot in de
+kleinste kleinigheden te regelen. Stukken welke uit die tijd stammen,
+tonen heel duidelik hoe hoog ontwikkeld het feodale geweten is en zelfs
+in woeste heldendichten vertoont de kleine vazal dikwels onkreukbare
+trouw jegens zijn leenheer, maar hij zegt hem zijn manschap ook zonder
+gewetenswroegingen op, wanneer de leenheer <i>zijn</i> plichten niet nakomt.
+Onder deze omstandigheden ontwikkelen graafschappen en hertogdommen zich
+meer en meer tot werkelike rijken, onder vaste vorstendynastiën, en de
+kleine vorsten verbieden &bdquo;<span xml:lang="fr">les guerres privées</span>&rdquo;, trekken rond en breken
+de &bdquo;<span xml:lang="fr">chateaux forts</span>&rdquo; af, stellen baljuws aan en richten rechtbanken op;
+meer en meer van de eigendommen der baronnen komen in hun eigen handen,
+terwijl zij de baronnen om zich heen verzamelen bij hun hof, waar ze de
+hoge plaatsen innemen en deel uitmaken van de raadgevende vergaderingen.
+Op die wijze verzamelt de Vlaamse adel zich aan de grafelike hoven van
+Ardres, St. Pol, Boulogne of aan het hof van den leenheer te Atrecht of
+Brugge, de adel van Champagne aan het hof te Troyes, in Provence, te
+Brienne of Bar; de adel van Languedoc aan de hoven te Toulouse, Narbonne
+en Beziers. In plaats van de treurige, armoedige burchten overal in 't
+land verspreid, waar een zeer beperkte kring een vrij eentonig leven
+geleid had in tamelik primitieve toestanden, en om zo te zeggen, onder
+voortdurende dreigementen van vijandig-gezinde buren, daar komen nu die
+vorstenhoven op als de middelpunten van de adel en met een sosiaal leven
+onder veel gunstiger en vreedzamer omstandigheden.</p>
+
+<p>In 't algemeen kan men zeggen, dat de adel zijn levenswijze en zijn
+wijze van denken aristokratiseert, terwijl die zich aldus om de vorsten
+heen organiseert. Het is dan ook in deze tijd dat de standen zich meer
+van elkaar gaan onderscheiden. Door de strijd om de investituur, de
+invoering van het celibaat en de ontwikkeling <span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a>der monniksorden, neemt
+de geestelikheid een geheel aparte plaats naast de burgermaatschappij
+en de staatsorganisatie in, en wordt onder de leiding der pausen tot
+een Europese, internationale grootmacht. Ondertussen verzamelen de
+handwerkers zich in hun gilden en gemeenten, kooplieden werken zich
+op tot rijkdom en verkrijgen privileges en de grote steden beginnen
+in het Noorden zowel als het Zuiden van Frankrijk, door hun uitdagende
+houding, ekonomiese zowel als politiese vrijheid te verwerven. Zowel de
+geestelikheid als de burgerij stellen door allerlei machtsmiddelen paal
+en perk aan het vrije optreden van de adel en de kloosters scheppen zich
+een eigen opbouwende, stichtelike literatuur, evenals de burgerlike
+geest zich weldra zelfstandig uit in een humoristiese vertellingtrant en
+didaktiese dichtkunst. Maar daarentegen verschanst de adel zich des te
+exclusiever tegenover de klerken en de kramers achter zijn macht en zijn
+privileges en leeft zijn eigen afgesloten leven in een maatschappij,
+die door heel haar wijze van zijn zich als een hogere stand en een
+soldatenkaste wil doen gelden en zich weldra ook een heel wat
+karakteristieker <i>adellike</i> dichtkunst vormt dan de nationale
+heldendichten geweest waren.</p>
+
+<p>Maar het waren niet alleen die andere standen die de adel in 't gedrang
+zouden brengen. Van het jaar 1100 af blijft het daarvóór zo diep
+gezonken koningschap langzaam maar voortdurend in macht toenemen. Van
+Lodewijk de Dikke tot Lodewijk de Heilige groeien de koninklike domeinen
+stukje voor stukje aan: van <span xml:lang="fr">Ile de France</span> breidt het land in direkt
+koninklik bezit zich langzamerhand over het grootste gedeelte van
+Noord-Frankrijk en grote stukken van het land zuidelik van de Loire uit,
+en waar Lodewijk de zesde in 't jaar 1100 nog in eindeloze veten lag
+met de kleine rebelliese burchtheren bij de Seine, kan <span xml:lang="fr">Philip Auguste</span>
+in 1214 de verenigde legers verslaan die de Engelse koning, de Duitse
+keizer, de graaf van Vlaanderen en andere rebelliese leenmannen tegen
+hem aan hadden gevoerd. De geestelikheid staat met de machtige abt <span xml:lang="fr">Suger
+de St. Dénis</span> en later bisschop <span xml:lang="fr">Guillaume</span> van Parijs steeds aan de kant
+van het koningschap en de staatsautoriteit, en aan de Universiteit
+werden de docenten van het Romeinse recht de beste steunpilaren van de
+kroon; als koninklike baljuws en drossaten, werden ze uitgezonden om,
+ten koste van het feodale lokale bestuur, de rijksadministratie en
+wetgeving meer en meer te centraliseren.</p>
+
+<p>Maar het gevolg van die innerlike organisatie en de uiterlike
+beperking van de adel is nog bovendien dit&mdash;een andere zijde <span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a>van de
+ontwikkeling&mdash;dat een groot deel van de krijgshaftige teugelloosheid van
+de wereld der baronnen onschadelik gemaakt moet worden, omdat die in de
+nieuwe maatschappij geen plaats kunnen vinden, niet in de nieuwe vormen
+&bdquo;in-getemd&rdquo; kunnen worden. Er zijn jongere zonen, die, al naarmate het
+eerstgeboorte recht bij de leenssuccessie toegepast wordt, zich van
+hun erfdeel beroofd zien en die daardoor tot een afhankelik hofleven
+bij de oudere broeder gedwongen worden; er zijn burchtheren, wier
+&bdquo;<span xml:lang="fr">chateau-fort</span>&rdquo; door de leenheer tegen den grond gegooid is of die arm
+geworden zijn omdat het volkje aan de voet van de burcht een charter had
+weten te verkrijgen en weigerden belastingen te betalen en de verplichte
+arbeid uit te voeren; bovendien nog al die onrustige elementen die zich
+niet in een meer geordende maatschappij vinden kunnen. Uit deze adel
+zonder land die niets heeft om voor eigen rekening om te vechten, worden
+de &bdquo;<span xml:lang="fr">chevaliers errants</span>&rdquo; gerekruteerd, die ridders die rondtrokken en hun
+armen en hun zwaard verhuurden als soldeniers&mdash;soldaten&mdash;aan de een of
+andere vorst, of die op avontuur uittrokken en zo dikwels genoeg in hun
+verval als struikrovers eindigden of zich bij de benden van Navarrezen,
+Brabanders en andere &bdquo;<span xml:lang="fr">routiers</span>&rdquo; aansloten die het Frankrijk van de
+12<sup>de</sup> eeuw onveilig maakten. Een surrogaat voor de vroegere &bdquo;<span xml:lang="fr">guerres
+privées</span>&rdquo; werden ook voor velen de toernooien, die&mdash;oorspronkelik de
+oudste soort wapenoefeningen&mdash;in deze tijden meer en meer tot een feest
+werden, waarmede de vorsten in vredestijd de onrustige, oorlogszuchtige
+ridders bezighielden. Lang trachtte de geestelikheid die te verhinderen,
+maar ze bleken een zeer doelmatige veiligheidsklep voor de
+maatschappelike orde te zijn en de afstammelingen van de altijd
+kibbelende baronnen vonden er behagen in, de gehele zomer door, van
+'t ene toernooi bij de vorstelike hoven naar het andere te trekken. En
+'s winters vond men weer een ander surrogaat voor het vrije leven van
+strijd in het voordragen van heldendichten, wat nu in de mode kwam.
+Want het was nu eerst dat het grootste deel van de heldengedichten
+geredigeerd werd waarin wij de ideale zijde van de geest der baronnen
+uitgedrukt zagen en dat zij algemeen op de burchten gelezen werden; het
+&bdquo;vertel, vertel!&rdquo; dat men in de 12<sup>de</sup> eeuw over heel Frankrijk horen
+kon, is niet anders dan een uitdrukking er voor dat zekere krachten die
+in de werkelikheid geen vrij spel meer hebben, nu dit plezier op 't
+gebied van de fantasie moeten zien over te brengen. Maar ten slotte vond
+de maatschappij nog een veiligheidsklep <span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a>in de krijgstochten en
+emigraties die gedurende de hele 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw de Franse adel
+aderlaten en daardoor een grote hoeveelheid van gistende stoffen
+verwijderen. Onder aanvoering, zeer natuurlik, van de Noormannen&mdash;de
+laatst er bij gekomenen van de Germaanse soldatenvolkeren&mdash;staken de
+mannen van Anjou, Bourgondië en Vlaanderen over naar Engeland onder
+Willem de Veroveraar en schiepen het machtige Engels-Normandiese rijk;
+andere Noormannen hadden zich kort daarvoor in Zuid-Italië vastgezet en
+daar te Napels en op Sicilië een Frans rijk gegrondvest; op het Pyrenése
+schiereiland steunden Franse baronnen Aragon tegen de Arabieren en een
+Bourgondise hertogszoon richtte een koninkrijk in Portugal op. En nu
+kwam Paus Urbanus en sprak te Clermont de verstandige woorden tot de
+adel: &bdquo;Het land dat gij bewoont is te klein voor uw aantal, het heeft
+geen levensmiddelen genoeg om U allen te voeden. Daarom verscheurt gij
+elkander en eet gijlieden elkaar op. Sluit liever vrede en volgt mij op
+mijn kruistocht.&rdquo; Met entoesiasme greep de Franse adel deze oplossing
+aan en een hele eeuw lang werd het Oosten nu de plaats waar het instinkt
+van de vagebond en de grootspreker, waar eergierigheid en lust tot
+avonturen uiting en bevrediging konden vinden, alle gevoelens waarvoor
+er geen plaats was in het Frankrijk dat zich nu vormde.</p>
+
+<p>De ridder is het type van den adel in de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw, gelijk
+de baron het was in de 11<sup>de</sup> eeuw; waren toen de verspreid liggende
+kleine kastelen de centra van het adelsleven, nu worden het de grote
+grafelike en hertogelike hoven en die roepen tot ridderspel op en
+kruistocht, waar de adel alom aan mededoet. In de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup>
+eeuw is &bdquo;Ridder&rdquo; de aanduiding van de kleine adel, die slechts weinig
+grond bezit, zo al iets, maar die in dienst staat bij de grote seigneurs
+of die dan eens hier dan eens daar verblijf houden en die in bizondere
+mate de krijgsdienst en hofdienst tot hun levenstaak gemaakt hebben. De
+grote baronnen die hun goederen besturen moeten, hebben dikwels noch
+lust om zich op toernooien en in oorlogen in de wapenen te oefenen, noch
+om aan de hoven te dienen, dikwels laten zij zich dan ook helemaal niet
+tot ridder slaan. Aan de andere kant vindt men vele edellieden die te
+arm zijn om zich de dure wapenrusting aan te schaffen of het strijdros
+en de wapenen waar een ridder van voorzien moet zijn; die blijven geheel
+hun leven &bdquo;<span xml:lang="fr">equyers</span>&rdquo;. Maar er zijn jongere zonen van goede familie of
+kinderen uit de verarmde adel die aan het hof van een vorst aangenomen
+worden <span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a>en daar opgevoed; daar worden ze dan in de wapenhandel geoefend
+en leren er allerlei hofdiensten; wanneer ze òf de heer die ze dienen òf
+hun familie er toe kunnen brengen hun een wapenrusting of een paard ten
+geschenke te geven, dan worden ze bij het bereiken van de mannelijke
+leeftijd &bdquo;<span xml:lang="fr">adoubé</span>&rdquo;, met het zwaard omgord, en ontvangen ze de &bdquo;<span xml:lang="fr">colée</span>&rdquo;, de
+ridderslag met verschillende ceremonieën, en dan moeten ze voortaan hun
+&bdquo;<span xml:lang="fr">chevalerie</span>&rdquo; hoog houden, door zich zelf te voorzien, of zich door
+anderen te laten voorzien van ridderwapens en paard en door zich
+vlijtig in de wapenen te blijven oefenen. De ridders zijn daarom,
+niettegenstaande het feit dat zij dikwels onvermogend zijn, tot zekere
+hoogte een adel in de adel, zij zijn het die bij de hoven een opvoeding
+hebben gehad, het meest met hun stand overeenkomende en die door hun
+wapenen de oude eer van het vroegere werken van de adel ophouden. Het is
+een zeer individuele adel, niet erfelik en niet geërfd, maar door de
+enkeling verkregen, door zijn persoonlike verdienste en door zijn gehele
+wijze van leven opgehouden, bovendien ook een zeer ideële adel, noch aan
+grondbezit, noch aan bepaalde leenstoestanden gebonden, maar door de
+traditionele woorden tot de jonge ridder: &bdquo;<span xml:lang="fr">Sois preux!</span>&rdquo; aan het adelike
+krijgsmansideaal gewijd, dat zich langzamerhand gevormd had. En het is
+deze élite-adel, zeer individueel en ideël die in de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup>
+eeuw de drager wordt van de adelkultuur...</p>
+
+<p>Op het baronnenleven en de baronnenpoëzie volgt een ridderlike
+hofkultuur en een ridderlike, avontuurlike poëzie...</p>
+
+<h2><a id="II"></a>II.</h2>
+
+<p class="subh2">KRISTELIKE GEVOELSKULTUUR.</p>
+
+<p>&bdquo;Zalig zijn de zachtmoedigen... zalig zijn de barmhartigen... zalig zijn
+de vreedzamen... hebt uwe vijanden lief; zegent ze die u vervloeken.&rdquo;
+Kan men zich een groter tegenstelling denken met de krijgsmoraal die
+de baronnen in hun geweten gegrift vonden, dan zulke woorden die de
+huiskapelaans en biechtvaders overal de baronnen en hunne volgelingen
+lieten horen? &bdquo;Zalig zijn die treuren... het is lichter dat een kamel ga
+door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het koninkrijk
+Gods... Gij lieden moet den boze niet wederstaan... zoo iemand achter
+mij wil komen, die verloochene zich zelven en neme zijn kruis <span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>op en
+volge mij!&rdquo; Wat zal deze monnikenleer niet vreemd die Seigneurs met hun
+heersersmoraal in de oren geklonken hebben! En toch was die kristelike
+levensopvatting door vele eeuwen heen offisieel aangenomen en het in
+alle lagen der maatschappij bekende geloof geweest, van kindsbeen af
+was elke baronnenzoon in zijn kristendom opgevoed geworden; met de
+stille stem van de biechtstoel had dat tot het geweten gesproken, op
+de hoogtijden der kerk was het door de priesters verkondigd en nu, in
+de 11<sup>de</sup> eeuw stond een machtige Europese kerk in de dienst van dat
+geloof en een talrijk leger van geesteliken streden in scholen, bij de
+kommuniegang en bij het ziekbed voor de zaak van Kristus.</p>
+
+<p>Zekere kanten en vormen van het Kristendom waren altijd verenigbaar
+geweest met de levensopvatting der baronnen. Reeds van de tijd der
+Roomse keizers en de frankiese koningen af, had de kerk zich veelal aan
+de zijde van de Groten en de Heersers geschaard en getracht ze er van
+boven af voor te winnen de lagere volksklassen te kerstenen. &bdquo;Geef
+Caesar wat Caesar's is... zo onderwerpt u dan Gode&rdquo;, heet het in de
+schrift en de kerk zalfde de koning, verklaarde zijn persoon heilig en
+onschendbaar en steunde de vorsten tegen hun onderdanen. Evenals de kerk
+zich zelf monarchisties organiseerde onder de paus, tracht die overal
+een daarmee overeenkomende hierarchiese indeling van de maatschappij in
+te voeren en te steunen. Gelijk de heerscharen der engelen in negen
+rangklassen ingedeeld waren, van de seraphine tot de laagste gewone
+&bdquo;boodschappers&rdquo;, of gelijk de goddelike openbaring zich in de
+geschiedenis trapsgewijze voltrok door zeven wereldtijdperken heen,&mdash;zo
+was ook de sosiale standenindeling een goddelike instelling.</p>
+
+<p>De natuurlike deugden van de adel kwamen bovendien dikwels vrijwel
+overeen met die welke het Kristendom inprentte. Hoe dikwijls vond de
+kerk niet bij de besten der edellieden een drang om de zwakken te
+beschutten, een mildheid tegenover de armen en een trotse hoogmoedigheid
+tegenover de overwonnenen die men zonder aarzeling tot kristelike
+deugden zou kunnen stempelen? En het gevoel dat de baronnen als &bdquo;mensen&rdquo;
+tegenover hun leenheer stonden&mdash;hoe gemakkelik liet zich dat niet
+verklaren tot trouw jegens den Hemelheer? Reeds de oud Angelsaksiese en
+Nedersaksiese dichters zongen van Kristus als de volksleider, de
+zegevorst die met zijn twaalf getrouwe &bdquo;mannen&rdquo;, of &bdquo;<span xml:lang="de">Recken</span>&rdquo;, om trok,
+totdat een van hen tot verrader werd en zijn Meester in de handen van de
+<span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a>vijand overleverde. En nu in de 11<sup>de</sup> eeuw, houdt de stervende
+Roeland zijn God de handschoen voor, gelijk een vazal zijn handschoen
+uit doet wanneer hij in de tegenwoordigheid van zijn leenheer komt.
+Menig bejaard ridder ging in zijn oude dagen in een klooster&mdash;gelijk van
+vele helden uit de gedichten verteld wordt&mdash;en diende trouw zijn hemelse
+heer, wanneer hij niet langer de macht had om zijn aardse heer te
+dienen. &bdquo;Toen ik de eer had&rdquo;, zeide zulk een oude edelman in 't
+klooster, die ootmoedig 't werk van een kaarsdrager op zich genomen had,
+&bdquo;ridder te zijn in de wereld en graaf, droeg ik gewillig de fakkel van
+een sterfelik koning; zou ik dan nu niet des te gewilliger een kaars
+dragen voor de hemelse keizer die ik nu dien?&rdquo;</p>
+
+<p>Het Kristendom zelf werd gekleurd door de aristokratie, eerst van het
+Romeinse keizerdom en daarna van de feodale maatschappij. Op de
+kristelike ootmoed en de drang om te knielen en te aanbidden, was het
+algemene servilisme niet zonder invloed. Wanneer men de brieven der
+geesteliken aan hun superieuren leest, of aan vorsten, of de
+grafschriften over hen, dan ziet men pas goed, hoe de kruipende
+beleefdheidsvormen van het Roomse keizerdom in het ootmoedige
+ceremonieel der monniken en de onderdanige politiek der kerk overgegaan
+zijn; terwijl de briefschrijver de geadresseerde overstroomt met titels
+als &bdquo;Uwe Voortreffelikheid&rdquo;, &bdquo;Uwe Grootmoedigheid&rdquo; en &bdquo;Uwe Genade&rdquo;:
+kruipt hij zelf in elkaar als &bdquo;<span xml:lang="la">mea parvitas</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="la">mea humilitas</span>&rdquo;. En
+wanneer men de geestelike kronieken leest, ziet men overal de gebogen
+nek van de monnik, die 't liefst zijn eigen mening onder stoelen en
+banken steekt, of in elk geval slechts vage en voorzichtige woorden over
+de machtigen op aarde uiten durft en van de panegyriën der antieke
+rhetoren over hun keizer en Maecenas, heeft hij een hoogdravende en
+opgemaakte stijl van zijn lofzanger geërfd, die 't eerst in de officiële
+&bdquo;<span xml:lang="de">Vitae</span>&rdquo; der heiligen aangewend werden, maar langzamerhand op de
+wereldlike grote Hansen en mondaine onderwerpen overgebracht werd. Met
+plompe hovelingen-vleierij en in een opgeschroefde, bombastiese stijl
+vertelt hij van &bdquo;de god-gewijde en om zijn vroomheid zo prijzenswaardige
+Jarl Adgar en zijn voortreffelike zonen&rdquo; of &bdquo;Philip, 's konings zoon,
+dewelke een liefelike bloem der jeugd is, die door de edele eenvoud van
+zijn aangezicht en de schoonheid van zijn lichaam waardig geschenen zou
+zijn over de gehele wereld te gebieden&rdquo;, en in de gezwollen stijl van de
+heiligenlevens, met voortdurende paralellen uit de bijbelse
+geschiedenis, wordt de nietswaardige Lodewijk <span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a>de Vrome verheerlijkt, of
+de moord op de &bdquo;goede&rdquo; graaf Karel geschilderd en bij de dood van een
+der meest wereldlike en intrigante koninginnen, getuigt de kerk dat zij
+over de gehele wereld straalde door de glans van haar koninklike
+geboorte, zij smukte de adel van haar geslacht door haar eervol leven,
+verrijkte die door haar reine zeden, versierde die door de bloemen harer
+deugden en overtrof bijna alle andere wereldse vorstinnen, door de roem
+harer onvergelijkelike rechtvaardigheid. Door de idealiserende
+verheerliking der voornámen en hun leven konden zulke kronieken heel
+dikwels de onmiddellike voorgangers zijn van de heldendichten der
+baronnen en van de Ridderromans; evenals de kerk in het wereldlike leven
+medehielp om het gebouw der feodale hiërarchie te bevestigen, door er de
+stopverf der kristelike onderdanigheid bij te doen.</p>
+
+<p>De verhouding van de kerk tot het krijgswezen was niet onverzoenliker
+dan tot de adel. Natuurlik moest het Kristendom in theorie zowel als in
+praktijk met afgrijzen voor het bloedvergieten terugdeinzen. Maar een
+zeker militair element drong toch reeds vroeg in het Kristendom door. De
+Schrift zelf schildert reeds de Kristelike loopbaan als de <i>strijd</i> voor
+het Geloof. In de 2<sup>de</sup> en 3<sup>de</sup> eeuwen spreekt men van de
+<i>strijdende</i> Kerk, de <i>strijders</i> van Kristus; de doop wordt vergeleken
+met de eed die de soldaat op het vaandel aflegt en de martelaren die hun
+geloof met hun bloed bezegeld hebben, heten: &bdquo;<span xml:lang="la">militum Christi cohors
+candida</span>&rdquo;. Spoedig zag de kerk ook al in dat de gewapende macht
+een noodzaak was en trachtte de machtigen voor zich te winnen door hun
+de zege te beloven; Constantijn de <ins class="corr" id="corr2" title="Bron: grote">Grote</ins>, zowel als de
+Frankenkoning <span xml:lang="de">Chlodewig</span>, moeten beloofd hebben het Kristelike geloof aan
+te nemen indien Kristus hun wapenen de zege wilde verlenen. En van nu af
+was dat de gewone toestand: de soldaten zochten de hulp van Kristus en
+de kerk in de slag en de kerk trachtte de arm der soldaten voor haar
+bescherming te winnen. Constantijn zette het monogram van Kristus in
+zijn banier en een der kruisnagels in zijn helm, een ander in zijn
+leidsels. Karel de Grote had een zwaard dat hem door een engel uit de
+hemel gebracht was en zijn lans was dezelfde die eens in het lichaam van
+Kristus gestoken was. De ridders lieten relikwieën in de handvatsels van
+hun zwaarden zetten en deden hun wapens en de uitrusting met wijwater
+besprenkelen. Daar staat tegenover dat de kerk onder haar heiligen de
+Cappadociese ridder Joris had die de draak doodde en de prinses
+redde&mdash;de oude draken-doder <span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a>der heldensagen die tot ridder geslagen
+is&mdash;en dezelfde H. Joris werd nu de heilige der soldaten.</p>
+
+<p>Van betekenis werd het ook dat de kerk langzamerhand iets bij de
+ceremonieën van de ridderslag te zeggen kreeg. Reeds van het begin der
+11<sup>de</sup> eeuw vindt men een kerkelik ceremonieel voor de &bdquo;zegening van de
+Ridder&rdquo;, maar in elk geval werd het op het einde van de eeuw gewoonte
+dat de geestelikheid de wapenen van de jonge Ridder zegende, zelfs
+dienaren hem die aangordden en zo kwam natuurlik de ridderschap de
+plichten mede te brengen, ook in de kristelike deugden vooraan te staan
+en het zwaard te wijden &bdquo;ter bescherming van de kerk, der weduwen en
+wezen en alle dienaren Gods.&rdquo; De gehele drang van het ridderwezen tot
+daden, om alle krachten boven het gewone en het gemiddelde in te
+spannen, om door zijn verdiensten roem en eer te verwerven&mdash;was dat niet
+hetzelfde streven dat alle kluizenaars en monnik-asceten der kerk
+bezielde? Hoe gemakkelik zou dat niet door de kerk van de wereldlike in
+de geestelike sfeer overgebracht kunnen worden? Niet weinig eergierige
+ridders zetten, wanneer een priester hen tot 't hart gesproken had, er
+al hunne zinnen op tot een soort adel van de Maatschappij van Kristus te
+worden en onder hen uit te blinken die 't hoogst op de ladder der
+volmaaktheid gestegen waren. Daar had men b.v. zulk een figuur als de
+gravenzoon <span xml:lang="fr">Etienne d'Auvergne</span> (11<sup>de</sup> eeuw) die op een mooie dag van
+heel zijn erfenis afstand deed, en alles opgaf, alleen zijn zegelring
+aan de vinger behield&mdash;het teken van zijn adelike geboorte&mdash;en naar een
+woeste bergkloof in de buurt van Limoges trok waar hij zich plechtig aan
+God en een asceties kluizenaarsleven wijdde.</p>
+
+<p>Al deze aanrakingspunten hadden de baronnen met de kerk. En de meesten
+der bisschoppen en abten van de 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw die ook zelf
+door de goederen der kerk tot de feodale wereld hoorden, zelf leenheren
+en vazallen waren, leefden in vrede en vriendschap met de baronnen. Het
+was een aristokraties en zeer wereldlik Kristendom dat zij
+representeerden. <span xml:lang="fr">Suger</span>, de abt van St. Denis, de aanzienlikste der
+prelaten uit die tijd, leefde geheel en al gelijk een feodaal Seigneur;
+in zijn klooster weerklonken de gangen van de gespoorde ridderlaarzen,
+in de kapittelzaal onderhandelden advokaten over de geldzaken van het
+rijke klooster, <span xml:lang="fr">Suger</span> gaf schitterende feesten en jachtpartijen voor de
+vazallen van 't klooster en als de koning uittrok om zijn baronnen te
+tuchtigen, volgde de abt hem in volle wapenrusting, <span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a>onze eigen Absolon
+gelijk, de stichter van Kopenhagen, die Aartsbisschop van Lund was, maar
+tegelijk de ziel van de krijgstochten tegen de Wenden. Over het klooster
+van Cluny schrijft de H. Bernardus dat &bdquo;spaarzaamheid wordt daar als
+gierigheid beschouwd&rdquo;, soberheid als boersheid, stilzwijgendheid als
+zwaarmoedigheid; teugelloosheid werd daarentegen als liberaliteit
+beschouwd, verkwisting als vrijgevigheid, de praatjes der leeglopers
+heten goede manieren, gelach en grapjes zijn vrolikheid.</p>
+
+<p>Maar toch,&mdash;nooit kon het geheel verborgen blijven, dat de
+levensbeschouwing en de moraliteit van het Kristendom in de grond van
+die van de baronnen verschilden. En van 't eigen ogenblik af dat de
+Frankiese krijgers de doop ontvangen hadden, had het Kristendom in
+steeds toenemende mate als een religie van liefde en zelfverlochening
+getracht, de verstokte harten der baronnen te vermurwen en hun stijve
+nekken te buigen.</p>
+
+<p>Aan de ene kant dus als de verkondiging van de liefde. De kerk trachtte
+tegenstanders tot elkaar te brengen en op de kerkelike feestdagen gelijk
+op zekere weekdagen, een Godsvrede uit te schrijven en die deed altijd
+alles wat in haar macht stond om krijgsgevangenen los te kopen.
+Tegenover het woeste optreden van echtgenoten en broeders, trachtte die
+voor de vrouw op te komen, zij beschermde kinderen tegen het egoïsme der
+ouders&mdash;eeuw in, eeuw uit vocht zij tegen kindermoord, tegen het
+uitbesteden en de verkoop van kinderen; zij trachtte slaven en
+dienstbaren te beschutten tegen de hardheid en ruwheid hunner meesters;
+voor misdadigers die vol berouw de bescherming der kerk zochten, poogde
+zij genade te verkrijgen. Bij de hebzuchtige baronnen bedelde zij geld
+voor &bdquo;Gods armen&rdquo; en voor de bouw van <ins class="corr" id="corr3" title="Bron: hospi-pitalen">hospitalen</ins>.
+Reeds midden in het donkere tijdperk der Merovingiërs vond men ze overal
+als de apostels van vrede en milddadigheid&mdash;een bisschop als de H.
+Germanus: een oude levensbeschrijving vertelde hoe hij aalmoezen bij de
+banketten der groten verzamelde en wanneer hij dan genoeg bijeen had om
+een slaaf los te kopen, dan verdwenen de rimpels van zijn voorhoofd, dan
+straalde zijn gezicht, dan liep hij met lichter schreden,&mdash;zijn spreken
+werd opgewekter, zodat men zou menen dat hij door een ander los te
+kopen, zich zelf bevrijd had van het <ins class="corr" id="corr4" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>juk der slavernij&rdquo;;&mdash;of een
+abt als de H. Wandrégisilus: de oude &bdquo;vita&rdquo; vertelt hoe hij eens op een
+dag toen hij naar 't slot van Koning Dagobert moest, vlak voor de poort
+een arme man zag wiens wagen omgevallen was; de aanzienliken gingen de
+poort uit en in, niemand <span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a>dacht er aan om de arme kerel te helpen, velen
+gaven hem zelfs een schop of vertrapten hem. Maar de abt stapte terstond
+van zijn paard en leende zelf de helpende hand om de wagen weer op te
+krijgen. Een anekdote als deze brengt ons in al haar eenvoud en
+geloofwaardigheid duidelik voor 't oog, hoe de kristelike geest in zijn
+meest gewone, meest humane vorm tegenover de gevoelloosheid der barbaren
+optrad.</p>
+
+<p>En nu, in de 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw, is dit ontluikend gevoel van
+liefde van het Kristendom aangegroeid tot een dwepende sentimentaliteit
+die als een warme golf over de harde, woeste wereld der baronnen
+heenspoelt. Literair werkt die richting door vertalingen in de volkstaal
+en door veel van de meest gevoelvolle poëzie van 't Kristendom in de
+gedichten te geven, episoden uit de bijbel, van de oude poëtiese
+verhalen uit het evangelie en van de overal welig opschietende
+Grieks-Latijnse legenden. Wat werden de hoorders niet geroerd in burcht
+zowel als hut bij de voordracht door kristelike zangers van de
+geschiedenis van Josef&mdash;de uitvoerige schildering van de boze broeders
+en de hevige smart van de vader, 's jongelings moeilikheden in Egypte,
+zijn herstel, de ontmoeting met zijn broeders en ten slotte de tedere
+hereniging van vader en zoon. Wat een allerliefste, treffende kleine
+idyllen wisten de evangeliese verhalen niet te ontvouwen van de jeugd
+van Kristus en Maria: het verdriet van Joachim en Anna over hun
+kinderloos huwelik, hun vreugd toen zij eindelik Maria kregen&mdash;het
+opgroeien van 't meisje in de tempel en dan de keuze van de oude Josef
+tot haar echtgenoot,&mdash;alle omstandigheden bij de ontvangenis en de
+geboorte van Kristus&mdash;zijn spelen met de andere knapen: de zonnestralen
+waar hij op treedt, en de vogels van klei die hij 't leven geeft door in
+zijn handen te klappen. Vervolgens al die hartverscheurende
+schilderingen van Jezus' dood en lijden, de moeder die met het dode
+lichaam in haar armen klagend rondloopt, zij kust hem op zijn ogen,
+wangen en neus, omhelst hem met &bdquo;al het zoete harer liefde&rdquo;, baadt zijn
+lichaam in tranen en smeekt haar &bdquo;<span xml:lang="la">filium dulcissimum</span>&rdquo; om een
+levensteken te geven. En eindelik al die schone, sentimentele
+legenden,&mdash;over kluizenaars uit wier hand de leeuwen der wildernis
+vruchten eten of die zij te hulp komen,... over de H. Martinus die de
+helft van zijn mantel aan de bedelaar geeft, of over Christophorus,
+ongemeen groot van gestalte, die het kind Jezus op zijn schouders
+draagt... over de H. Margarethe, wier reinheidsstralen haar in de
+gevangenis tegen de draken van de <span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>Duivel beschermen en op wier
+schouders de hemelse witte duif nederfladdert. In al dergelijke
+kristelike poëzie hoort men tonen die in de muziek der ridderromantiek
+terug te vinden zijn.</p>
+
+<p>Dat zijn de vrouwelike zijden van de menschelike natuur, waarvan het
+Kristendom zich midden in de ruwe mannen-wereld tot verdediger opwerpt.
+Reeds van de oudste dagen van het Kristendom af waren het de vrouwen
+geweest die het eerst het Evangelie hadden aangegrepen, zich de
+kristelike deugden het gemakkelikst eigen hadden gemaakt en de zaak van
+de Kerk bij hun echtgenoten en broeders hadden bepleit. Vele kerkvaders
+beweerden ook dat de vrouw vromer is dan de man. Reeds Augustinus leerde
+dat zij minder deel aan de zondeval heeft dan Adam. Zij is dan ook van
+een zuiverder stof gemaakt; terwijl hij van de dode klei gemaakt werd,
+is zij uit het levende vlees gesneden; en zij werd geschapen, op een
+voornamer en schoner plaats dan de man, nl. in het Paradijs en
+&bdquo;misschien omdat God de vrouwen zulk een grote eer aandeed, vereren zij
+tot dank God hoger dan de mannen het doen.&rdquo; De vrouw&mdash;wordt er verder
+gezegd&mdash;is het zachte, gemoedelike, gevoelige van de twee geslachten.
+Daarin ligt een gevaar,&mdash;hoeveel vrouwen hebben niet mannen verleid en
+week gemaakt? Samson en Salomon zowel als Hercules en Jupiter! (en een
+vrouwenhatend monnikendom ontwikkelt dit punt steeds weer); maar de
+mildere opvatting legt er meer de nadruk op hoe gemakkelik de vrouw zich
+tot het goede laat brengen. Van 't begin af werkt de kerk er ook
+energies aan de maatschappelike positie van de vrouw te verbeteren. De
+vrouw is uit het dijbeen van de man geschapen&mdash;diens &bdquo;zij-been&rdquo;&mdash;en
+behoort ook aan zijn zijde te staan. In schone woorden wordt er
+verklaard dat man en vrouw samen in innige gemeenschap leven moeten, zij
+moet zijn kameraad zijn en alles met hem delen. En met strengheid wordt
+er een reinere geslachtsmoraal geëist die de vrouw tegen de
+ongebondenheid van de man beschermd.</p>
+
+<p>Maar daarentegen wordt de vrouw door de kerk meer dan ooit te voren in
+haar vrouwelijkheid terug gedwongen; zij moet vrouw zijn, maar dan ook
+niets dan vrouw. De geslachtseigenschappen zijn het die alleen haar
+waarde bepalen, al haar deugden bloeien in haar geslachtseer. Ambrosius
+wil ingetogenheid bij de opvoeding van de vrouw; ook moet er ook voor
+gezorgd worden b.v. door een diëet, haar zinnen zo weinig mogelijk te
+prikkelen en moet men haar lichaam in een zekere staat van tedere
+zwakheid houden, om het jonkvrouwelike, koele, teruggetrokkene bij haar
+te bewaren. <span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a>De missie van de vrouwelijkheid is de begeerten van de man
+te bedwingen, zijn woestheid te dwingen om te knielen en om de gunst van
+de vrouw te <i>bedelen</i>. Maagden&mdash;schreef Hieronymus&mdash;zijn gelijk engelen.
+&bdquo;Wat anderen later in de hemel zullen worden, dat beginnen de maagden
+reeds hier op aarde te zijn.&rdquo; Alle martelaressen hebben geleden voor hun
+geslachtseer: de H. Agatha als de H. Lucia of Ursula en de 11000 maagden
+te Keulen.</p>
+
+<p>Het grote voorbeeld van de kristelike vrouwelikheid werd de persoon van
+Maria. Elke eeuw vinden wij haar weer dichter bij de hemel gestegen,
+totdat zij nu in de 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw bijna de troon met de
+Driëenheid deelt. Op afbeeldingen, in hymnen, in legenden wordt zij als
+de Maagd verheerlikt, het ideaal van de reine, jonge Ongereptheid en
+tegelijkertijd de Moeder Gods, zij die geleden heeft en liefgehad als
+geen ander en die nu de barmhartige pleitster bij Kristus is voor de
+zondige mensheid. In de hymnen wordt de schoonheid der gehele schepping
+haar als een krans om het hoofd gebonden; zij is de Roos en de Lelie en
+de Sterre der Zee en de reine Parel en die aanbidding krijgt een
+kleurtje van de meest dwepende liefde-hulde. &bdquo;Het is voor U gelijk een
+kus, Maagd!&mdash;zegt Bernard van Clairvaux&mdash;telkens wanneer gij het Ave der
+Engelen hoort! Telkens wanneer men U ootmoedig met dat Ave groet, wordt
+Gij, o Zaligste, gekust!&rdquo; En de legenden worden niet moe te vertellen
+hoe de Madonna de grootste zondaars voor straf behoedt, zoowel op aarde
+als hiernamaals, wanneer ze maar ijverig tot haar gebeden hebben en haar
+altaar met bloemen versierd.</p>
+
+<p>Terwijl deze schone veilige sentimentaliteitsgolf over de wereld der
+baronnen begon te spoelen en op zijn manier de ridder-romantiek
+voorbereidde, was er ondertussen nog een andere kristelike gevoelsgolf,
+somber en bitter en gloeiend, die zich met de andere vermengde, maar
+toch ook duidelik in de latere ridder-romantiek onderscheiden kan
+worden. Dat was de religie van de levensverzaking en de
+levensverlochening die van uit het Oosten, en door de onderdrukking van
+het Jodenvolk in de leer van Jezus gekomen was, en van daar weer over
+Europa stroomde.</p>
+
+<p>Naast de Antieken en Germanen met hun robuste Heersersmoraal was het
+Kristendom gekomen en had zijn moraal aan de zwakken verkondigd en de
+dienstbaren en de ongelukkigen; onder de Slaven had het dan ook reeds
+vroeg de meeste proselyten en de meeste martelaars gemaakt. Voor de
+Romeinse patriciërs zo wel als voor de Frankiese baronnen had het de
+moeilike deugden <span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a>van de ootmoed en de zelfverlochening, gepreekt en
+even onbekend voor Romein als voor Germaan was het bewustzijn van de
+zonde dat het Kristendom tracht te wekken en dat het aan het gehele
+menselike leven te gronde wil leggen. Uit het Oosten druppelde meer en
+meer ascesis en zelfkastijding het Kristendom binnen; in de wildernissen
+van Aegypte en Syrië trachtten kristen-kluizenaars elkaar in harde
+ontberingen en gruwelike pijnigingen de loef af te steken, en sedert
+dien bracht het monnikswezen in andere vormen de gehele zijde van de
+zelfverlochening van het Kristendom in systeem. Nu in de 11<sup>de</sup> eeuw
+was de kristelike sentimentaliteit, die zich over de landen verspreidde,
+vermengd met veel van de zwarte bitterheid der ascese.</p>
+
+<p>Vrees, angst voor de zonde en voor het verlies van de ziel, dat is wat
+de ware Kristen in zijn gemoed moet voelen,&mdash;leert men. &bdquo;Een bedroefde,
+naar de aarde gerichte blik, een verwaarloosd uiterlik, ongekamd haar en
+vuile kleeren&rdquo;,&mdash;zo moet de Kristen er uit zien. Bevend gaat hij door
+het leven. Alle geluk en vreugde zijn valstrikken van den duivel en
+staan in de soldij van de Dood; smart daarentegen en ongeluk zijn de
+voorschool van de Deugd, een beloning die God de uitverkorenen ten deel
+doet worden, een pand voor het loon hiernamaals. Men moet dezer wereld
+sterven. En afstand doen van geld en goederen,&mdash;leerde Kristus niet dat
+er geen goud of zilver in ulieder gordels zijn moet en dat gijlieden
+heen moet gaan en alles verkopen wat gij bezit? En alle macht en eer
+opgeven&mdash;alle wereldlike macht is slechts diefstal, alle wereldlike eer
+is slechts ijdelheid, leert Augustinus. Van kennis en wetenschap,&mdash;&bdquo;de
+wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God,&rdquo; zegt Paulus. Geeft uw
+familie, ouders en kinderen op, &bdquo;indien iemand tot mij komt en niet haat
+zijnen vader en moeder, en vrouw en kinderen en broeders en zusters, die
+kan mijn discipel niet zijn,&rdquo; zegt Kristus. Men moet het vlees
+doden,&mdash;was het niet gulzigheid die er onze voorouders in het paradijs
+toe bracht van de vrucht te eten? zegt Paus Leo. Men moet zich
+vernederen,&mdash;&bdquo;die zich vernedert, zal verhoogd worden&rdquo;. Men moet
+geduldig zijn in het ongeluk, zachtmoedig tegenover het onrecht. Men
+moet uit zich zelf tot hen gaan die lijden en zich in tranen baden over
+de smart van anderen, zelf verdriet gevoelen bij dat van anderen,
+<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>wenen met de wenenden en klagen met de klagenden.&rdquo;</p>
+
+<p>Ook voor deze zijde van het Kristendom stond er een hele kristelike
+dichtkunst ter beschikking, die op de fantasie en het gevoel van de
+lekenwereld werken kon en een grote massa sombere <span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a>en droeve legenden,
+uit het Latijn en Grieks vertaald, vlogen in de 11<sup>de</sup> eeuw de wereld
+door en sloegen in het menselik gemoed neer. Schilderingen van de
+pijnigingen der martelaren en de zelfkwellingen der kluizenaars,&mdash;van
+gevallen vrouwen zoals Thais en Maria Aegyptiaca, die in hun wroeging
+allerlei ootmoedigende en vernederende boetedoeningen voor zich
+bedenken... onschuldige maagden, die door woestelingen vervolgd
+worden... zwarte misdaden die de straf des hemels over zich halen...
+moeders, die zich van hun kinderen losmaken of de H. Alexis die zijn
+bejaarde ouders en zijn bruid verlaat, ze aan verdriet en wanhoop
+overgeeft en die als bedelaar rond gaat trekken; zonder dat men hem
+herkent komt hij terug en woont jaren lang bij hen zonder zich bekend te
+maken, ofschoon hij ziet dat zij van smart sterven... alle menselike
+gevoelens worden getrapt, alle natuurlike banden verscheurd. Die
+legenden willen tranen zelfs uit de meest gevoellozen persen, zelfs de
+hardste harten tot bloeden brengen en het zijn dikwels feitelik al heel
+kleine romans die direkt de overgang vormen tot de sentimentele richting
+in de ridderromantiek.</p>
+
+<p>De zelfzuchtige hardheid der baronnen vermurwen, en in liefde
+veranderen,&mdash;de stijve halzen dier Heren in ootmoedige zelfverlochening
+doen buigen&mdash;dat is het waar de kristelike gevoelsrichting in de 11<sup>de</sup>
+en 12<sup>de</sup> eeuw op aan stuurt. In tegenstelling met de beweging der
+bedelmonniken in de volgende eeuwen, tracht de Kerk zich voorlopig meest
+tot de andere maatschappelike lagen te richten en werkt dan ook het
+meeste onder hen uit. De religieuse herleving van de adel wordt goed
+geïnkarneerd in de twee grote kerkelike figuren uit het begin van de
+12<sup>de</sup> eeuw. De een is Norbert van Xanten, een voornaam en rijk
+edelman, een bloedverwant van keizer Hendrik V. Eens op een dag dat hij
+in een prachtig zijden wambuis gekleed, door een wapendrager vergezeld,
+over de Rijn reed, werd hij door een bliksemschicht getroffen en
+bewusteloos ter aarde geworpen. Daardoor werd hij tot een godsdienstig
+leven gebracht, hij verzaakte zijn positie en zijn goederen, gaf zich
+aan zulk een hard asceties leven over, dat hij er door op het ziekbed
+werd geworpen en werd de stichter van de strenge orde der
+Premonstratensen, aan het hoofd waarvan hij stond als een streng
+niets-ontziend meester. Van meer betekenis nog was Bernard van
+Clairvaux. Zijn vader en zijn broeder dienden als ridders de Hertog van
+Bourgondië, maar Bernhard zelf was door zijn moeder een sterk religieus
+gevoel ingeprent en <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a>hij werd monnik. Hij begon met in heilige
+geestdrift zich zelf zo te kastijden dat zijn gezondheid er bij in
+schoot en daarna maakte hij de Cisterciensers tot een zeer
+streng-ascetiese orde; maar zijn ascetisme viel samen met een mystiese,
+sentimentele dweperij, die hij van uit zijn kloostercel aan grote
+kringen van de Franse adel wist mede te delen, door preken, traktaten,
+een uitgestrekte briefwisseling, niet het minst juist door die heerlik
+gevoelvolle brieven, bijna in de trant der Duitse piëtisten, aan de
+vorstinnen van Lotharingen en Bretagne. Liefde, leert hij, is het
+binnenste in de ziel; het komt er op aan het ijs in zich te smelten en
+herboren te worden tot de mildheid en klaarheid van het geestelike
+voorjaar; zelfzucht in een zee van liefde te verdrinken, waarin men
+samenvloeit met het oneindige; wanneer de drang tot die liefde door het
+lichaam schijnt, gelijk de lamp door het scherm, dan is de ziel
+&bdquo;huweliks-bereid&rdquo;, bereid tot het geestelike huwelik met het Woord Gods.
+En Bernhard vertaalt de gloeiende Liefdes uitingen van het Hooglied en
+verklaart die gelijk een mysties-religieus dwepen; in schone hymnen
+schildert hij het kindeke Jezus als een minnaar en huldigt de Maagd
+Maria met de geestdrift van een troubadour.</p>
+
+<p>Bernard werd dan ook de voornaamste prediker der kruistochten van zijn
+tijd. En al waren het ook&mdash;zoals wij gezien hebben&mdash;in overwegende mate
+wereldlike redenen die de meesten edellieden aan de kruistochten mede
+deden doen, toch had de gehele godsdienstige herleving dier dagen er een
+wezenlik deel aan. De kruistochten betekenen de officiele
+Heiligprediking van de oorlog door de kerk. In plaats van de &bdquo;Gods
+vrede&rdquo; waar men zich zo moeilik aan houden kon, proklameerde nu de Kerk
+een &bdquo;Gods Oorlog&rdquo;, waar men heel wat meer voor voelde. Zo als een der
+kroniekschrijvers 't heeft; &bdquo;God heeft in onze tijd de heilige oorlogen
+ingesteld om de Ridders nieuwe middelen tot redding te geven, opdat zij
+niet verder genoodzaakt zullen zijn zich aan een monniksleven te wijden
+om zich te kunnen bekeren, maar dat zij met hun gewone leven en werken,
+tot zekere hoogte altans, zich de genade Gods zullen kunnen verwerven.&rdquo;
+De baronnen beschouwen zich nu als de Vazallen Gods: de Koning van het
+Paradijs&mdash;zeggen zij in een gedicht over de kruistochten van de 12<sup>de</sup>
+eeuw,&mdash;heeft zijn getrouwe Franse baronnen ter hulp geroepen &bdquo;<span xml:lang="fr">por Dame
+Dieu vengier</span>&rdquo; en om van de heidenen het rijk te heroveren, dat &bdquo;<span xml:lang="fr">de
+droite Antiquité</span>&rdquo; aan Kristus toekomt; zij zijn het, verklaren ze, &bdquo;<span xml:lang="fr">cil
+qui Damedieu servant d'un loyal cuer entier.</span>&rdquo; En de drang <span class="pagenum" title="21"></span><a id="p_21"></a>der ridders
+om zich uit de maatschappij los te maken en op eigen hand eer te behalen
+en op avontuur uit te gaan,&mdash;die ging om zo te zeggen bij de
+kruistochten een kompagnieschap aan met het individualisme van het
+Kristendom en werd daardoor geheiligd. In het Kristendom is er toch
+reeds van huis uit een tendens die de banden der maatschappij en van de
+familie losser maakt; die tendens wees de enkeling op zich zelf aan en
+leerde hem dat de zaligheid van zijn eigen ziel het enige is dat hij
+steeds voor ogen moet hebben, en dat hij zich alleen door eigen
+verdienste kan verwerven. Gelijk de vromen die in het klooster gingen,
+alle banden van het familieleven doorsneden en alle burgerlike
+verplichtingen van zich afwierpen, zo konden nu de ridders op de
+kruistochten het als heilig en verdienstelik beschouwen zich van alle
+maatschappelike plichten los te maken en hun lust tot doden op eigen
+hand bot te vieren. Maar ongetwijfeld is ook een zuiver godsdienstige
+geestvervoering een machtige hefboom geweest voor die beweging. En door
+Franse en Provençaalse kruisliederen, gelijk door het lied van de
+Duitsche kruisvaarder Ezzo, over &bdquo;de wonderen van Kristus&rdquo; klinkt er een
+dwepend verlangen naar het graf van Kristus en het Hemelrijk, en velen
+waren er die werkelik voelden&mdash;gelijk een der kroniekschrijvers van de
+eerste kruistocht het uitdrukt&mdash;dat &bdquo;de tijd nu gekomen was waar het
+woord van Kristus op doelde: &bdquo;Zo iemand achter mij wil komen, die neme
+zijn kruis op en volge mij.&rdquo;<ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<h2><a id="III"></a>III.</h2>
+
+<p class="subh2">WERELDLIKE KULTUUR.</p>
+
+<p>Naast de kristelik-sentimentele beweging was er ook een soort
+wereldlike, humane kultuur die zich in de 11<sup>de</sup> eeuw aan de horizon
+begon te vertonen en die niet zonder opvoedende kracht zou blijken. Het
+werd al meer en meer duidelik, dat er ook buiten het Kristendom een
+beschavingswereld te vinden was,&mdash;een beschaving van de manieren en
+zeden, intellektueel zowel als aesteties&mdash;waar men zijn deel van krijgen
+moest op poene van een barbaar te blijven. Geesteliken, die als kleine
+jongens in de Latijnsche school het Latijn ingestampt was geworden door
+middel van de klassieke schrijvers, konden midden in een scholastiese
+discussie op eens een paar citaten uit Virgilius in de mond <span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a>krijgen,
+die hen plotseling vreemde rijken van schoonheid deed vermoeden, en in
+uitverkoren kringen dier klerken begon men zich in die antieke
+literatuur in te leven en zich te laten doortrekken van, al was het een
+zwakke dosis, aesteties humanisme. En ridders die in Spanje geweest
+waren en daar gastvrijheid genoten hadden bij de ongelovige muzelmannen,
+of kooplieden die in Byzantium vertoefd hadden en een klein idee
+gekregen hadden van wat de beschaving daar betekende, die kwamen naar
+huis en vonden het leven lelik en vulgair, de zeden plomp en naief,
+zelfs in de kastelen van de machtigste baronnen. In de bovenste lagen
+der bevolking ontwaakten er toen vage voorstellingen van een hogere,
+zuiver wereldlike kultuur&mdash;een kultuur, zelfs ongelovig en heidens&mdash;en
+jeugdige verlangens om daar in door te dringen.</p>
+
+<p>De antieke kultuur was ook nooit in de middeleeuwen geheel afgestorven;
+hoe beter men kijkt, des te duideliker ziet men dat de samenhang
+ongebroken is, zelfs in de donkerste eeuwen. Als taal der kerk was het
+Latijn immers de basis van alle geestesleven der klerken. Het was het
+hoofdvak op school, de taal van de godsdienst, in 't Latijn werd de
+bijbel gelezen en alle kerkvaders, in 't Latijn disputeerden alle
+scholastici en werden alle kronieken en traktaten geschreven. En voor
+het onderwijs werden de heidense klassieken gebruikt, in elk geval in
+proza-uittreksels en bloemlezingen uit de laatste perioden der oudheid;
+in de kloosters werden de oude manuscripten bewaard en afgeschreven, en
+al waren er ook strenge richtingen in de kerk die de lektuur van al die
+heidense onzin verboden, er zaten toch overal monniken in hun scriptoria
+en bisschoppen in de biblioteken der kathedralen die hun otium wijdden
+aan de studie van Virgilius of Lucanus, Seneca of Cicero. Had niet
+Augustinus zelf de kinderen de lektuur van Virgilius aangeraden &bdquo;opdat
+deze grote, beroemde en uitstekende dichter niet zo licht uit hun
+herinnering zal verdwijnen?&rdquo; En waren de geschriften der kerkvaders niet
+gespekt met citaten uit deze heidenen? Ze konden b.v. niet van de goede
+rover vertellen die van het kruis naar Kristus op ziet of het vers van
+Virgilius liep hen in de pen over de gevangen Cassandra, die haar blik
+omhoog hief: &bdquo;de blik alleen, de magere handen bonden de boeien.&rdquo;</p>
+
+<p>Zo volkomen was feitelik de kristelike leer der kerkvaders en daarmede
+die van de gehele middeleeuwen&mdash;b.v. die van de moraal der
+mensenliefde&mdash;van het materiaal der antieken doortrokken, <span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a>dat, wanneer
+de klerken in 't geheim de geschriften der heidenen inkeken, ze elk
+ogenblik weer de waarheid zouden ondervinden van de woorden der
+kerkvaders dat het niet alleen de Joodse profeten geweest waren, maar
+ook veel geesten van het heidendom, die het licht van het Evangelie
+reeds te voren hadden zien gloren. Wanneer b.v. Cicero sprak van de
+&bdquo;<span xml:lang="la">caritas generis humani</span>&rdquo; en de plicht in 't algemeen om zijn medemensen
+te helpen. Wanneer Lucanus voorspelde dat de volkeren eens hunne wapenen
+weg zouden werpen en elkander liefhebben. Of wanneer Seneca ontwikkelde
+hoe wij allen ledematen van een lichaam zijn. En was het geschrift van
+Ambrosius over de plichten niet slechts een bewerking met een licht
+kristelik kleurtje van &bdquo;<span xml:lang="la">De Officiis</span>&rdquo; van Cicero&mdash;evenals men in het
+begin van de 12<sup>de</sup> eeuw de Engelse abt Aelred van Riedval de &bdquo;<span xml:lang="la">Lelius</span>&rdquo;
+van Cicero ten grond kon leggen aan zijn dialogen over &bdquo;de geestelike
+vriendschap&rdquo;?</p>
+
+<p>Overigens trekt die zelfde abt tegen zijn tijdgenoten onder de
+geestelikheid te velde, die tegelijk met de Evangeliën de Bucolica
+studeren, Horatius tegelijk met de Profeten en Tullius met Paulus. En in
+de 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw had de sterke bloei der scholen&mdash;vooral in
+West- en Zuid-Frankrijk zowel als Noord-Italië&mdash;ook daar vruchten gezet
+die de ernstige kristenen wel moesten ergeren. Eén dier vruchten was de
+vrije gedachte die overal, in Noord als in Zuid, tegen het juk van de
+kerkelike autoriteit opstond, in de ketterijen van een Berengarius van
+Tours, in de vrije opvattingen der ketters, in Roscelin en <span xml:lang="fr">Abélard</span> en de
+ontluikende Parijse scholastiek. Van groter en direkter belang voor het
+literaire leven waren toch voorlopig de geestelike kringen die hier en
+daar opkwamen waar men zich niet afgaf met dogmatiese ketterijen, maar
+con amore zich aan de profane studie der oudheid overgaf, en zo goed als
+'t kon, zich door de geest der oudheid liet doortrekken en ontwikkelen.
+Het was vooral in de West-Franse provinciën in Touraine, Anjou en Maine,
+dat de scholen bloeiden en dat de filosofiese vrije denkers en de
+aestetiese humanisten onder de geestelikheid opkwamen.</p>
+
+<p>Daar was Hildebert van Lavardin die eerst een school had te Le Mans, die
+daar later bisschop werd en als aartsbisschop van Tours stierf. Hij nam
+sterk deel aan de kerk-politiek van zijn tijd en hield zijn bisdom vrij
+van de ketterse beweging, maar zoals men hem in zijn talrijke gedichten,
+redevoeringen en brieven leert kennen, is hij toch eigelik een leerling
+der oudheid. In zijn preken <span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a>mengt hij voortdurend beelden en
+uitdrukkingen van de klassieke dichters onder de bijbelse. In de brieven
+die hij aan zijn biechtelingen schrijft, haalt hij dikwels zijn raad en
+zijn troostgronden uit de filosofiese epistels van Seneca zonder van
+kristelike argumenten gebruik te maken. Een massa wereldlike briefjes
+vertonen elegante beleefdheidjes in de vorm van de antieke brievenstijl.
+In hopen kleine latijnse gedichtjes proberen de poëten het met alle
+mogelike antieke genres: gedichten in antitese-rijke taal, gewijd aan
+Koningin Matilde van Engeland, grafverzen ter ere van een gravin van
+Maine, verzen vol komplimentjes aan de literair-ontwikkelde gravin Adèle
+van Blois, epigrammen en schuine erotiese versjes. Door Ovidius
+geïnspireerd, dicht onze prelaat een klacht van Apollo over de dood van
+Hyacinthus, pompeus bezingt hij de grootheid van het antieke Rome en
+houdt volkomen onkristelike beschouwingen over het Rad der Fortuin. Maar
+daar midden tussen in weer legenden en verzen, epigrammen over
+kristelike dogmata, of een gedicht, vol woordspelingen over de
+drieënigheid.&mdash;Wanneer zijn vorstelike of altans adellike biechtelingen
+aanvechtingen krijgen om zich in 't klooster te begeven of op een
+pelgrimage uit te trekken, verklaart de humanistiese bisschop dat men
+alle overdrijvingen en opzienbarende boetedoeningen moet vermijden en
+dat een graaf van Anjou werkelik gewichtiger plichten heeft dan als een
+pelgrim de wereld rond te trekken. En wanneer zijn vorstelike vriendin,
+de gravin van Blois op oudere leeftijd zich absoluut in het klooster wil
+begeven, weet hij haar in elk geval in de moederschoot der Kerk over te
+leveren met het meest elegante-hoffelike gedicht.</p>
+
+<p>Een andere korrespondent van die gravin Adèle was de abt <span xml:lang="fr">Baudri de
+Bourgueil</span>. Van zijn hand heeft men kleine epigrammen om onder een
+portret te zetten of in een exemplaar van Ovidius, gelegenheidsgedichten
+op een roos of een gebroken grift, groeten op rijm en uitnodigingen of
+antwoorden daarop. Met een zekere Jonkvrouw Agnes en een non Emma voert
+die abt een correspondentie in verzen, hij onderwerpt zijn gedichten aan
+hun oordeel, en bromt op een vriendin van hun beiden, omdat zij niet aan
+die poëtiese oefeningen mede wil doen. In een lang gedicht aan die
+gravin Adèle schildert hij haar woning, zoals hij zich die in zijn
+fantasie voorstelt en beschrijft o.a. de wandtapijten met voorstellingen
+uit de Griekse mythologie en de Romeinse historie. In Latijnse
+hexameters schrijft Paris minnebrieven aan Helena en richt Florus
+brieven van troost tot Ovidius in diens ballingschap.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a></p>
+
+<p>Zulke <span xml:lang="fr">beaux-esprits</span> heeft de geestelikheid omstreeks 1100 zeker niet
+weinige geteld en tussen het bisdom of een rijke abdij en het grafelike
+hof in de buurt, heeft zich ongetwijfeld zeer dikwels een druk verkeer
+ontwikkeld. De adellike dames stonden meestal zeer hoog in beschaving en
+hadden veel meer geestelike belangen dan de ruwe baronnen, en
+korrespondeerden druk met hun biechtvaders of met voorname nonnen in de
+buurt. In dergelijke kringen trachtte men religieuse stichting met
+literaire kultuur te verenigen. Men las de klassieken met elkander,
+schreef brieven in den trant van Cicero, en legde zich op een wereldse
+konversatietoon toe. De nonnen in het klooster <span xml:lang="fr">Ronceras</span> te <span xml:lang="fr">Angers</span>
+schrijven nu en dan de zaakpapieren van het klooster in verzen en een
+hunner kontrakten van overdracht begint aldus: &bdquo;Kadmus, de wijze koning
+van Thebe voerde volgens het bericht van Isidorus het gebruik van het
+alfabet in Griekenland in, daar hij voorzag hoe noodzakelik dat in vele
+gevallen zijn zou.&rdquo; Bij sommige gelegenheden heeft men in die literaire
+abdijen eigengemaakte komedies opgevoerd in de trant van Terentius en
+Plautus, soms met een kristelik morele tendens, gelijk die welke een
+voorname Saksiese non, Hroswitha in het klooster te Gandersheim schreef,
+soms zeer wereldse Amphitryon-intriges en verleidingsgeschiedenissen,
+gelijk die welke aan een der klerken van Blois worden toegeschreven. In
+een klooster zette men de minnedichten van Horatius op muziek, later
+werd die melodie gebruikt voor een kerkelike hymne.</p>
+
+<p>Een zekere mate van schertsende lichtvaardigheid en sentimentele
+liefde-uitingen ontwikkelden zich natuurlik dikwels bij de vrije omgang
+der twee geslachten onder de mantel der religie. Het is algemeen bekend
+hoe het <span xml:lang="fr">Abélard</span> en Heloïse ging. <span xml:lang="fr">Abélard</span> was de leraar en vogue bij de
+Kathedraalschool van de Notre Dame te Parijs, van hoge geboorte, schoon
+en elegant, met een innemende stem, literair ontwikkeld en muzikaal.
+Plato en Boethius, Virgilius en Lucanus lagen even vaak op zijn lippen
+als de woorden van de Schrift en zijn minnezangen vlogen op lichte
+populaire melodieën over het gehele &bdquo;<span xml:lang="fr">quartier Latin</span>&rdquo; te Parijs. Die
+waren op Heloïse gemaakt die bij haar oom woonde, een kanunnik bij wie
+meester <span xml:lang="fr">Abélard</span> in de kost gekomen was, o.a. op voorwaarde dat hij diens
+nichtje dageliks zou onderwijzen. Hun verstandhouding leidde tot de
+treurige resultaten die men kent, maar van uit hun respektieve kloosters
+bleven zij regelmatig met elkaar korresponderen;&mdash;brieven in een pedant
+Latijn geschreven, half moraliserend, half retories-hartstochtelik, met
+citaten uit Seneca <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>en Paulus, Salomon en de &bdquo;<span xml:lang="la">ars amandi</span>&rdquo; door elkaar,
+en met aangrijpende hartekreten te midden van opgeschroefde onnatuur...
+Ook uit Beieren kent men uit de 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw Latijnse brieven
+tussen geesteliken en nonnen of geleerde vrouwen gewisseld, met
+sierlijke hofmakerijen en zoetsappige sentimentaliteit, in geestelike
+bloementaal geschreven en met citaten uit Ovidius, maar die
+langzamerhand van geestelike vriendschap eens biechtvaders overglijden
+in de plompe eis van de man dat de vrouw &bdquo;haar vertrouwen in daden zal
+tonen&rdquo;,&mdash;waar de vrouw met duidelike woorden voor bedankt.</p>
+
+<p>Dat hele zalvend zoete sentimentaliseren tussen mannen en vrouwen, dat
+zo in de briefwisseling der geesteliken met vrouwen te voorschijn
+komt&mdash;veel dergelijks vonden wij ook in de brieven van Bernhard van
+Clairvaux aan zijn hoge kliënten&mdash;is niet zonder invloed, gelijk wij
+zien zullen, in ridderkringen en dat is ook het geval met de manieren en
+de spraak van de man van de wereld, waar men zich in die literaire
+conventikels op toelegde.</p>
+
+<p>In een lagere sfeer&mdash;de wereld der arme &bdquo;rondtrekkende scholieren&rdquo;&mdash;had
+de klassieke opvoeding een nog profanerender uitwerking. In kroegen en
+herbergen deden deze rondzwervende, halfgeleerde <i>Bohémiens</i> hun
+latijnse liederen horen, ter ere van Venus en Bacchus en ten spot van de
+officieele kerk en de welgedane geestelikheid. Daar krijgt men
+verheerliking van wijn en spel, gesprekken tussen die scholieren en hun
+liefjes,&mdash;ondeugende minneliedjes, maar ook gezangen waarin liefde tot
+het voorjaar en liefdedweperijen een heel schoon geheel vormen. De goden
+der antieken worden aangeroepen: Paris en Helena en Aeneas en Dido zijn
+de voorbeelden aller liefhebbende harten en reminiscenties aan Horatius,
+Ovidius en Virgilius zijn overal in de liederen dezer <i>vagantes</i> te
+horen. Niettegenstaande de geestelike tucht van het Kristendom, waaraan
+ze in hun school onderworpen waren geweest, waagden deze klerken het,
+zich over het voorjaar te verheugen en de schoonheid der vrouw te
+prijzen, de lusten der zinnen te bezingen en de verschrikkelikheden van
+de kerk, en die met alle satyren der antieken te kastijden, gelijk niet
+lang daarna de troubadours het in de volkstaal zouden doen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Als erfgenaam van de antieke kultuur gold in de middeleeuwen het
+Oost-Romeinse rijk. Terwijl de klassieken in West-Europa slechts zo nu
+en dan eens bestudeerd werden, 't zij dan zonder medeweten van de kerk
+of wel door haar beschermd, zaten de <span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a>overleveringen der oudheid daar
+ginds in Byzantium nog steeds officieel op de troon. Daar heersten nog
+de opvolgers van de Romeinse imperatoren die zich nog Caesar noemden en
+Augustus,&mdash;de taal van Aristoteles en ook van Cicero leefde nog op de
+lippen der beschaafden, de gehele Staatsmachinerie was die van het
+Romeinse keizerrijk en wat de klederdracht betreft, zowel als in alle
+gewoonten en vormen des levens waren de klassieke tradities merkbaar. De
+keizerlike biblioteek stelde al de schatten der oude literatuur ter
+beschikking van een talrijke staf van professoren die op de kateders der
+Universiteit filosofie doceerden en filologie en de rechtsgeleerdheid en
+de werken der oudheid werden afgeschreven, uitgegeven, bestudeerd en
+bekommentarieerd; in enorme verzamelwerken zowel als in praktiese
+compendia werd de quintessens van de gedachtenwereld der antieken
+neergelegd en onverflauwd trachtten de strijders in rhetorica,
+geschiedschrijving en dichtkunst, op de glorierijke banen der Griekse en
+Latijnse literatuur voort te schrijden. Onafhankelik van de
+geestelikheid vond men daar&mdash;in tegenstelling met
+West-Europa&mdash;voortdurend een zeer uitgebreide laag van zuivere
+wereldlike beschaving, waartoe het gros van de ambtenaarswereld hoorde
+en het hof; vele prinsen en prinsessen van het keizerlike huis waren
+werkzaam op het gebied van de literatuur.</p>
+
+<p>Met eerbied zagen de jonge halfbarbaarse volkeren van Europa naar dat
+oude keizerrijk in het Oosten op. Er waren altijd door talrijke
+verbindingen, en de macht en het aanzien van Byzantium waren over heel
+Europa groot. Over Zuid-Italië en de Noord-Italiaanse steden ging er een
+voortdurende stroom van handelswaren van de Bosporus naar West-Europa;
+over en weer zond men gezantschappen, Griekse prinsessen trouwden in de
+West-Europese vorstenhuizen en uit West- en Noord-Europa trok menigeen
+daar als koopman heen of om in de keizerlike lijfgarde dienst te nemen;
+velen werden ook als slaven naar 't Oosten verkocht. Het waren machtige,
+bonte indrukken van een alles overtreffende beschaving, die de
+westerlingen op die wijze ontving. Veel van de Byzantijnse bouwkunst en
+dekoratie ging op de Romaanse kerken over en de Byzantijnse mozaïek, de
+geweven tapijten, het Byzantijnse email en ivoor, verblindden niet
+alleen door het kostbare materiaal of de schitterende kleuren, maar
+werden ook gevoeld als de openbaring van een fijnere, hogere kultuur van
+schoonheid. Men denke b.v. aan al die kleine ivoren beeldjes die van de
+werkplaatsen in Konstantinopel over Europa verspreid werden: <span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a>deksels en
+banden voor de evangelies, kleine wassen schrijf-tafels, kistjes voor
+juweelen of toilet-benoodigheden, allemaal uitgesneden met figuren in
+ornamentale omlijsting. Er was een stijlgevoel in die kleine
+kunstwerken, een fijnheid en een scherpte van lijn en omtrek, een
+eenvoudige rytmiek in die eenheid van lijnen, die direkt van de oudheid
+stamde en die de blik dier barbaren met een gevoel van godsvrucht gevuld
+moet hebben. Daar stond de aartsengel Gabriël met zijn kruis-staf en met
+zijn lange vleugels recht naar beneden, of de maagd Maria in haar
+vrouwenkleed gehuld, met voorover gebogen hoofd en de hand als tot een
+klacht opgeheven,&mdash;slanke tengere figuren in stijf-ceremonieele maar
+toch gracieus elegante houding, de gehele lichaamshouding als gedragen
+door een stille innerlike muziek en met een hoogheid en een fijnheid
+over zich, als hoorden zij tot een oud vorstengeslacht en als hadden zij
+zich aldoor in die verstijfde vormen van het hofleven bewogen. Die dunne
+zijden kleeren met het fijne spel der plooien en de geborduurde randen
+vergrootten nog de indruk van voornaamheid. Ogen, die gewoon waren een
+gespierde baronnenfiguur of een gezette adellike jonkvrouw als typen van
+alle schoonheid te beschouwen, gingen hier nu voor een fijner,
+geesteliker lichaamsideaal open en voor een manier om zich voor te doen
+en het uiterlik van uit zijn innerlik te beheersen, waar ze te voren
+geen idee van gehad hadden.</p>
+
+<p>Pelgrims en handelslieden die uit Byzantium kwamen, hadden nog veel meer
+te vertellen over de schoonheid van het leven en de elegance die er in
+de huizen der rijken aan de Bosporus gevonden werden. Binnenplaatsen met
+fonteinen, muren van marmer en mozaïek-vloeren, meubelen van ebbenhout
+en ivoor, zijden kleden en Oosterse tapijten, tafelserviezen en kostbare
+metalen. Dan die fraaie kleederdrachten en de fijne manieren. Naast de
+dikbuikige, onbeholpen Franken, schijnen de gracieuse Grieken in hun
+nauwsluitende lichte zijden gewaden vlug en behendig als gymnasten,
+zoals een Franse kroniekschrijver zich uitdrukt. Met bewondering kijken
+de Franken naar de beleefde en ceremoniele manieren van hun
+gastheren, met enig wantrouwen horen zij hun vleiende
+beleefdheidsformules aan; &bdquo;indien de elegantie van houding en beweging,
+de vriendelikheid van de blik en de lieve woorden,&rdquo; zegt die zelfde
+kroniekschrijver, &bdquo;altijd onthulde wat het harte dacht, dan zou men aan
+de hartelikste gevoelens dier Grieken niet kunnen twijfelen.&rdquo; Vergeefs
+proberen de Franse gezanten gelijk de Weringen, de Scandinaven in dienst
+van de <span class="pagenum" title="29"></span><a id="p_29"></a>Griekse keizer, zich onverschillig voor al die pracht en praal
+voor te doen, die er aan het keizerlike hof ten toon gesteld werd om hen
+te verblinden,&mdash;hele theatrale opvoeringen die de ceremoniemeesters bij
+de audiënties der keizers arrangeerden om de Barbaren te imponeren. De
+beschrijvingen van West-Europeërs van de tuinen en het hippodroom, van
+de troonzaal, de optochten die ze daar te zien kregen, tonen duidelik
+aan hoe zeer ze daarvan onder de indruk waren, de Griekse historici
+beweerden dat de Barbaren als die aan het hof kwamen, meenden dat ze in
+het Paradijs waren. En vervolgens die ganse ingewikkelde hofstoet, de
+Rangorde! Titels, privileges die de oorzaak waren van eeuwige afgunst en
+voortdurende intriges. De hoofd-kamerheer met zijn staf van kamerheren,
+de meester van de garderobe, de <span xml:lang="la">protostator</span> die de strijder op zijn
+paard helpt, de <span xml:lang="fr">Proto à secretis</span> of de eerste secretaris, de
+<span xml:lang="la">silentiarii</span>&mdash;zij die 't stilzwijgen opleggen&mdash;de <span xml:lang="la">referendarii</span> die
+smeekschriften in ontvangst nemen,&mdash;tot aan de <span xml:lang="la">Sebastokrator</span> en de
+<span xml:lang="la">Pan-hypersebastos</span>. Elke rangklasse met zijn titulatuur: <span xml:lang="la">Nobilissimi,
+spectabiles, clarissimi</span>; elk met zijn uitsluitende rechten; zij die op
+groene laarzen mogen lopen, (de keizer alleen mag rode laarzen dragen),
+zij die met groene inkt mogen schrijven, (de keizer alleen en zijn
+voogden mogen met rode inkt schrijven). Voor de Franse baronnen die uit
+hun gewone patriarchale burcht-leven kwamen, was dat de openbaring ener
+verfijning en aristocratisering van het maatschappelik leven die zij wel
+moesten trachten na te bootsen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Nog op een derde wijze kwamen de baronnen in aanraking met een vreemde
+kultuur, waar tegenover zij zich niet anders dan als arme duivels en
+naïeve barbaren konden voelen. Ginds in de steden van Spanje kwamen de
+bewoners van Zuid-Frankrijk geregeld in vrede en vriendschap met de
+Arabieren samen, te Palermo woonden de Franse Noormannen om zo te zeggen
+vlak naast hen en koning Roger had vele Muzelmannen aan zijn hof en in
+'t verre Syrië profiteerden pelgrims of handelslieden dikwels van de
+gastvrijheid der ongelovigen. En zelfs bij een vluchtig bezoek moet die
+vreemdsoortige schoonheid en rijkdom, de fijne omgangsvormen en de
+atmosfeer van Oosterse genotzucht en een rijk Arabies milieu, op een
+Fransman van de 11<sup>de</sup> eeuw als een sprookje en een droom gewerkt
+hebben.</p>
+
+<p>Over een met marmer geplaveide binnenplaats waar de waterstralen uit
+leeuwen-bekken in marmeren vazen plassen, wordt <span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a>hij&mdash;te Sevilla,
+Palermo of Damascus&mdash;in vertrekken binnengeleid met muren van wit
+pleisterwerk en met zolderingen van verguld mozaïek. Op de grond golven
+dikke tapijten, voor de deur en de ramen hangen zware zijden gordijnen
+met opgenaaide gouden arabesken; op consoles staan overal lakwerk en
+Chinese vazen; aan de zoldering hangen lampen. Langs de muren staan
+divans en ligbanken, in wierookvaten brandt aloe en sandelhout. Naar
+binnen komen die vertrekken uit op een zuilengang om een tuin met
+zeldzame planten en vruchten. Onze Frank weet niet of hij wel op de
+tapijten durft treden en zich op de divan zetten... hij voelt zich als
+dronken door de geur en verblind door het goud en de kleuren.</p>
+
+<p>Hier wordt hij door zijn gastheer ontvangen. Die is in een lange,
+safraangele zijden kaftan gekleed met een violetten sjerp, en op het
+hoofd een tulband met een witte sluier er over heen, een teken dat hij
+tot de stand der geleerden hoort. Vol welriekende olieën zit hij sorbet
+te slurpen door een lang strootje, terwijl hij schaak speelt met zijn
+lievelingsslaaf. Maar nu staat hij dadelik op en gaat zijn gast te
+gemoet&mdash;hoe ver, dat is nauwkeurig bepaald in overeenstemming met diens
+stand&mdash;heet hem in Allah's naam welkom en wijst hem de ereplaats aan in
+het hoekje van de divan terwijl de slaaf op een wenk van de meester de
+gast sorbet brengt. Met een &bdquo;God schenke U een lang leven&rdquo; begint de
+gastheer zich met hem te onderhouden: in bloemrijke woorden en
+beeldspraak prijst hij de dapperheid der Franse ridders en hult zijn
+komplimenten in sierlike woord-boeketten, met lichte gratie leidt hij
+het gesprek op allerlei onderwerpen, en het wordt voortdurend met
+woordspelingen en treffende uitdrukkingen gekruid. Wat voelt onze Frank
+zich plomp en onhandig bij al die ceremoniële beminnelikheid en al die
+schitterende, bloeiende konversatie-kunst!</p>
+
+<p>Nu wordt er een gedekte tafel binnengebracht met eten en drinken. Eerst
+wast men zijn handen, de handen worden geparfumeerd door ze over een
+wierookvat te houden en voor men begint te eten zegt de gastheer: &bdquo;In
+Allah's naam!&rdquo; Ook de gerechten en het servies wekken de bewondering van
+de Kristen op. De dadelwijn wordt in een bokaal van onyx geschonken en
+de kippenpastei opgediend op Chinees porcelein. En nieuw is het ook voor
+hem dat de gastheer na de maaltijd hem een &bdquo;Wel moge 't u bekomen&rdquo;
+toeroept.</p>
+
+<p>Zulke indrukken werden dieper en kompleter wanneer men <span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a>gedurig met hen
+omging b.v. in Andalusië. Wel lag er dikwijls een grote mate van
+berekening aan ten grondslag en werd er heel wat Oosterse wreedheid
+onder dat alles verborgen, maar de façade, wat de vreemdeling zag, was
+schitterend en nam ieder voor zich in. Reeds in de oorlog verblindden de
+Saracenen hun tegenstanders door hun elegante vormen en houding; in
+prachtige wapenrustingen op volbloed paarden en waar de gelegenheid het
+medebracht, met een ridderlikheid tegenover de vijand die iets van
+kokette galanterie over zich kon krijgen,&mdash;b.v. wanneer zij in de slag
+met de vijandelikheden ophielden, bij de val van de kristelike
+bevelhebber, of wanneer zij bij een overwinning alle oude mannen
+spaarden en alle vrouwen en kinderen. Bij de dagelikse omgang in
+vredestijd konden duizende kleine trekjes van grote delikatesse en
+fijngevoeligheid de Franken de hoger ontwikkelde kultuur der Saracenen
+tonen: de hoffelikheid b.v. waarmede hij een geschenk aannam, zelfs als
+hij er niet op gesteld was, de delikatesse waarmede hij die beleefdheid
+wist te vergelden of de schuchterheid waarmede hij zich ontzien zou de
+dienstwilligheid van een vriend te misbruiken. Dat waren allen
+raffinementen waar de Franse baronnen nog niet zeer bekend mee waren.
+Aan alle kleine vorstelike hoven zagen ze bovendien schitterende
+ridderspelen en de atmosfeer van het hof was vol van feesten, muziek en
+gezang. Het volk dat zo zeer op muziek gesteld was, bezat instrumenten
+die heel wat hoger stonden dan in Europa en hun melodieuse taal werd
+door hoog en laag tot verzen gesmeed en ontwikkeld. Allen schreven
+verzen, de boer achter de ploeg, de vrouwen in de Harem, op muren en om
+zuilen maakten versregels het hoofdsieraad uit. Van hof tot hof trokken
+de zangers rond en zongen hun gedichten op muziek. Het waren
+hyperboliese lofzangen over de vorsten: &bdquo;Uw grootmoedigheid, o Heer,
+beschaamt der wolken vochtigheid... Uwe paarden, Heer! vliegen vlugger
+dan de bliksemschicht en de sterre vermoeit zich in haar pogingen om die
+bij te houden!&rdquo; Of het waren gedichten van lof en hulde voor de
+vrouwen&mdash;de gesluierde Andalusiese schonen, van wier heerlikheid men
+slechts in de Moskee of achter een betralied raam een idee krijgen kon,
+en wier afgezonderd leven en wier verhoogde vrouwelikheid een
+eigenaardige romantiese kleur aan de liefde bijzette. &bdquo;Afgunstig wordt
+de wijn rood bij de blos op uwe lippen, de volle maan verbergt zich
+wanneer uw aangezicht zich vertoont, uw haar is gelijk donker
+myrthenloof, uw oog is smachtend als van de narcis, <span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a>de gang van de
+gazelle is niet zo licht als de uwe. Ik ben dronken, niet van wijn, maar
+van verlangen en ontberen; met een tranenvolle blik roep ik uw naam aan,
+gelijk een monnik zijn heiligenbeeld!&rdquo;&mdash;aldus klonken de liederen der
+Andalusiese troubadours, door de mandoline begeleid.</p>
+
+<p>Bij een Arabies kroniekschrijver kan men een merkwaardige schets van een
+graaf uit Zuid-Frankrijk vinden, die zich in de woning van de Saraceense
+gouverneur had ingericht toen de stad door de Spanjaarden op de
+Muzelmannen veroverd was geworden. Die had de kleederdrachten van de
+vorige eigenaars aan, en diens harem overgenomen en leefde nu geheel op
+zijn Oosters. Een Joodse koopman die hem kwam bezoeken, vertelt hoe de
+graaf op zijn divan liggende en het Arabies vreselik radbrakende, een
+der jonge vrouwen riep en haar beval voor hem bij de luit te zingen;
+terwijl de tranen langs haar wangen stroomden, stemde zij haar
+instrument en zong zij haar liederen, die noch de gast noch de gastheer
+verstond, terwijl toch de laatste al drinkend met groot animo
+applaudiseerde.</p>
+
+<p>De begeerte naar de schatkamers der Saracenen en de tuinen van Armida
+hebben er het hunne toe bijgedragen om de baronnen aan de kruistochten
+te doen deelnemen, zo wel als al de fantastiese verhalen over de
+heerlikheden van Byzantium en het verlangen naar de landen der ouden om
+de Middellandse Zee. En de kruistochten openden pas de vreemde
+kultuurwerelden voorgoed,&mdash;zetten de deuren van West-Europa pas
+wagenwijd open voor 't Oosten en Arabië, Byzantium en de Griekse
+kultuur, en langs die weg ook voor buitengewoon veel van de klassieke
+kultuur. De invloed van deze vreemde beschavingen is, tegelijk met eigen
+innerlike ontwikkeling van het Ridderwezen en de kristelike sentimentele
+stromingen der 11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw, wat het ontstaan der
+Ridderromantiek verklaart en mogelik maakt.</p>
+
+<h2><a id="IV"></a>IV.</h2>
+
+<p class="subh2">HOFKULTUUR.</p>
+
+<p>Het leven der edelen concentreert zich, zoals wij zagen, in de 12<sup>de</sup>
+en 13<sup>de</sup> eeuw op de kastelen der rijke graven en hertogen; de kleinere
+adel, in elk geval de zoons, komen van de verspreid liggende sloten der
+baronnen meer en meer naar de residenties <span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>der Leenheren. Hier
+ontwikkelt zich een sosiaal samenleven en een daaraan beantwoordende
+kultuur.</p>
+
+<p>Het zijn eerst en vooral nog maar vestingen, deze vorstelike
+kastelen&mdash;Narbonnes van de graven van Toulouse, de burchten van de
+hertogen van Champagne in Provence, die van de graven <ins class="corr" id="corr7" title="Bron: vau">van</ins>
+Guines in Ardres of de Wartburg van de landgraven van Thuringen, het
+slot der Wellen te Dankwarderode&mdash;akelig somber zijn ze om aan te zien
+en moeilik toegankelik, en ook van binnen beantwoorden zij met hun
+kleine binnenplaatsen en nauwe wenteltrappen en vele kleine vertrekken
+slechts weinig aan de moderne opvatting van wat zulk een slot moet zijn.
+En toch&mdash;vergeleken met de kleine kastelen der baronnen&mdash;is er alles
+heel wat groter, en vindt men er meer rijkdom en groter veiligheid en
+reeds hebben allerlei vreemde kultuurinvloeden een zekere luxe&mdash;soms er
+nog zeer bovenop&mdash;verspreid over de nog altijd vrij primitieve
+toestanden.</p>
+
+<p>Er is meer plaats binnen de wallen, en de veiligheid is ook groter omdat
+de vestingwerken, vroeger dikwels van hout, nu altijd van steen zijn en
+nu meer als zelfstandige uitbouwen met soliede verdedigingswerken
+gemaakt zijn, gelijk ze dat op de eerste kruistocht bij de Arabiese
+vestingen, om Jeruzalem en Antiochië, gezien hadden. En zo krijgt men nu
+een gelegenheid om rondom de eigelike burcht tuinen aan te leggen&mdash;met
+rozen en lelies, rozemarijn en heliotroop, met genezende kruiden voor de
+huisapotheek en met alle soorten van vruchtbomen, zelfs met een
+paviljoen waar de Landheer zich 's zomers ophoudt. Van de geheel vrij in
+'t midden staande, bijna onneembare toren (donjon, bergfried), waar men
+hoogst bekrompen woonde, is de woning nu gebracht naar een zelfstandig
+langwerpig stenen gebouw, dat de van de Romeinse Keizertijd stammende
+naam van &bdquo;paleis&rdquo; draagt. Vrije stenen trappen voeren naar de belétage
+op en langs de façade daarvan, een open korridor, een &bdquo;<span xml:lang="la">loggia</span>&rdquo; of
+&bdquo;<span xml:lang="la">laube</span>&rdquo;, op de open trap zowel als op die <span xml:lang="la">loggia</span> houdt men zich dikwels
+bij goed weer op. De grote zaal zowel als de kleine kamers hebben nu ook
+veel meer vensters zodat er ook beter licht en lucht in komt,&mdash;door het
+naar buiten schuiven van de vestingwerken is nu ook het gevaar voor het
+vijandelik geschut geweken,&mdash;al meer en meer bouwt men de vensters nu in
+Romaanse stijl, rhytmies gegroepeerd,&mdash;twee of drie te samen bij elkaar
+gehouden en omgeven door arkaden en boogfriezen. Bij wijze van bizondere
+luxe ziet men in navolging van de kerkbouw, hier en daar glazen ruiten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a></p>
+
+<p>Gezelliger en gemakkeliker voor een verblijf zijn ook de verschillende
+vertrekken geworden. De haardsteden zijn nu niet meer geheel open maar
+van een schoorsteen voorzien. Naast de ouderwetse vaste muurbanken in de
+ridderzaal, duiken er langzamerhand andere meubels op: veldstoelen en
+taboeretten, kleine kleedjes en kussens die op de grond liggen om op te
+zitten; ook vindt men een soort ligbank met matrassen er in, die 's
+nachts als bed gebruikt wordt, maar waarop overdag de gast uitgenodigd
+wordt naast de gastheer of gastvrouw plaats te nemen. Veel van deze
+gemakken komen zeker uit het Oosten; een woord als &bdquo;matras&rdquo; is Arabies
+van oorsprong, een &bdquo;tapijt&rdquo; stamt uit Byzantium. De verlichting is ook
+al heel wat meer ontwikkeld dan in de tijd van de pikfakkels of een
+enkel licht hier en daar; ook alweer onder invloed van de Kerk ziet men
+overal kandelaars die aan de muur vastgemaakt zijn en kronen aan de
+zoldering. In de vertrekken, altans in de grote zaal, vindt men nu
+allerlei ornamenten, en schone kleuren. In plaats van een open dakstoel
+krijgt men beschoten zolderingen of zelfs gewelven als in de Romaanse
+kerken. De gepleisterde muren en zolderingen worden met levendige
+kleuren versierd: een blauwe grond met gouden sterren of overal bloemen
+en gestileerde takken en vogels&mdash;meestal geel en roodbruin op witte
+grond&mdash;of afbeeldingen van bijbelse of historiese tafrelen of uit een
+roman; op deze wijze waren ook vroeger de paleizen van een Theoderik of
+Karel de Grote met historiese muurschilderingen naar de overlevering der
+antieken versierd geweest. Veel nieuwe kleurstoffen worden nu uit het
+Oosten bekend (indigo-blauw, damast-rood en safraan-geel) nieuwe
+kleurnamen worden uit het Arabies ontleend (karmozijn, oranje, azuur);
+zelfs de ornamenten hebben hun naam en dikwels de motieven van de
+moskeeën en de huizen der Arabieren (arabesken). Bij feestelike
+gelegenheden worden de muren nog bizonder, spesiaal met geborduurd
+linnen bedekt&mdash;soms een hele beeldenreeks als bij het enorme tapijt van
+Bayeux, waar de gehele slag bij <span xml:lang="en">Hastings</span> in geborduurd is,&mdash;of met
+tapijten die eerst uit Syrië en Perzië kwamen&mdash;waar dan fantasties
+gestileerde Oosterse planten en dieren in geweven waren&mdash;en die later in
+Vlaanderen gemaakt werden. Ook de vloer werd in stenen vakken ingedeeld
+als de ruiten van een schaakbord of met ornamenten; bij feesten werden
+daar levende bloemen over gestrooid.</p>
+
+<p>De edelen zelf begonnen het lichaam beter dan vroeger te verzorgen, om
+welke reden de moralisten van de tijd hen verwekelikt<span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a> en verwijfd
+noemen. Uit de termen van Byzantium en de badgelegenheden van de
+Mohamedanen komen de warme baden en dampbaden overal in West-Europa in
+zwang; het baden is blijkbaar niet alleen een noodzaak geweest&mdash;vooral
+groot in een tijd dat er geen linnen gedragen werd en men het lichaam zo
+buitengewoon sterk inspande&mdash;maar moet ook als een wellustig genot
+beschouwd zijn geworden, waar velen een overdadig gebruik van maakten.
+De kerk stond dan ook nooit goed gezind tegenover die nieuwe manier om
+aan de zinnen toe te geven. Ook het haar en de huid begon men te
+verzorgen. Uit Byzantium kreeg men fijn gesneden ivoren kammen en
+weelderige spiegeltjes met deksels van ivoor, uit het Oosten welriekende
+oliën: rozenolie, amber en balsem. Het haar werd gevlochten en met
+krulijzers gekroesd, zo wel bij mannen als bij vrouwen; de vrouwen
+wisten het haar te verven zo wel als vals haar te gebruiken, en
+verstonden de kunst om zich te blanketten en dikwels droegen ze
+sluiers&mdash;op de wijze der Oosterlingen. Vooral waren het juist de stoffen
+uit het Oosten en het Oosterse voorbeeld in het algemeen, die een
+ongehoorde lukse van kleeren en versierselen in zwang brachten en dat
+niettegenstaande alle gepreek van de familievaders en van de Kerk. Over
+de handelscentra van Italië stroomde dat alles Europa binnen&mdash;zijde uit
+Tyrus, Arabië en van de &bdquo;Hindoe koesj&rdquo;, &bdquo;de Indiese Kaukasus&rdquo;, satijn en
+fluweel van Alexandrië, damast van Damascus, &bdquo;baldakijn&rdquo; van Bagdad,
+mouseline van de stad Musul aan de Tigris, &bdquo;Sindu-wol&rdquo; uit Indië. Van de
+kledij der Byzantijnen, zo als men die, in mozaiek gereproduceerd, in
+ivoor uitgesneden kon vinden en van de burnu's en de kaftans der
+Arabieren kwam de nieuwe mode in de klederdrachten: de korte kiel van de
+mannen en hun mantel gaan nu tot aan de enkels; ook de vrouwen dragen
+lange gewaden van lichte, fijne stoffen met wijde mouwen en een sleep.
+In de &bdquo;visioenen&rdquo; van een monnik uit die tijden lijdt keizerin
+Theophano, een Griekse prinses, alle pijnen der hel, omdat zij de
+weelderige Byzantijnse modes in de vrouwelike klederdracht naar
+Duitsland en Frankrijk overgebracht heeft. De namen van klederen, als
+b.v. &bdquo;<span xml:lang="fr">Jupe</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">hoqueton</span>&rdquo; zijn Arabies. Maar die kleeren van de ridders
+en hun vrouwen zijn heel wat bonter geweest dan die van hun voorbeelden;
+met een naïeve opvatting van kleuren hebben ze de meest schreeuwende
+daarvan te samen gebracht; het is niet zeldzaam dat men een dame hoort
+prijzen omdat haar kleeren aan een papegaai doen denken, en de
+&bdquo;mi-parti&rdquo; klederdrachten der mannen en het dragen<span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a> van bellen er op,
+zijn zeker Europese uitvindingen. Borduursels in en op de stof, gespen
+en spelden, ringen en kettingen voltooiden de feestkleedij. Een bedorven
+jeugd&mdash;zo klaagt een kroniekschrijver&mdash;is meer en meer verwijfd
+geworden; ze dragen lang, sierlik gekapt haar, ze werpen stof op door
+hun lange mantels en bemoeiliken zich alle handbewegingen door hun
+lange, wijde mouwen; ze dragen lange baarden, als van de bok, (dat komt
+ook uit het Oosten) en lopen met een kaproen op het hoofd en lange
+puntschoenen.</p>
+
+<p>Ook de maaltijden worden meer en meer uitgebreid en fijner. Uit het
+Oosten krijgen ze pasteien en taarten, peper, muskaat, meloenen en
+sinaasappelen, hete wijnen&mdash;van Cyprus en Malvezij&mdash;en ook limonaden. En
+het eten werd ook al wat schoner en netter opgediend. Wel is waar nog
+altijd alles in één pot, en worden de vingers als vorken gebruikt en
+hebben elke twee personen samen maar één bord en één beker, maar er
+wordt toch iets meer dan vroeger acht geslagen op wat de reinheid en de
+schoonheid eisten. Byzantium en de Arabieren waren steeds de
+voorbeelden; het gouden of zilveren servies voor de vorstelike
+feest-maaltijden was meestal Grieks werk; er zijn drinkbekers bewaard
+gebleven van émail en in goud gevat kristal en door de Byzantijnse
+kunstenaar met Grieks mytologiese voorstellingen versierd. Woorden als
+&bdquo;<span xml:lang="fr">tasse</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">karaf</span>&rdquo; zijn Arabies. Voor de maaltijd de handen te wassen
+was iets wat men bij een bezoek in het eerste het beste Saraceense huis
+kon leren, een wasbekken, dat nog uit een der ridderkastelen stamt,
+noemt zich dan ook &bdquo;vervaardigd door Mohammed, de zoon van Abzeny&rdquo;, maar
+die gewoonte kan ook uit de Kerk overgenomen zijn, waar de priester van
+ouds de handen wies, vóór hij bij de mis de Heilige Voorwerpen aanraakte
+en uit de altaar-kelk dronk,&mdash;het zijn dan ook kerkelike Aquamanilen (de
+schaal, in de vorm van draken en leeuwen, waarin de priester zijn handen
+wast) die zich later tot wereldlike kannen voor het wassen der handen
+ontwikkelden.</p>
+
+<p>En wat tafelmanieren aangaat, krijgen de edellieden nu een opvoeding
+waar men zich te voren geen idee van gevormd had. Geesteliken die als
+huiskapellanen of als opvoeders voor de zonen der adelliken aan de hoven
+vertoefden, trachten de jongelui iets van de tucht en fatsoenlike
+manieren aan de maaltijden bij te brengen, die volgens de oude
+reglementen in de refectoria der kloosters in gebruik waren. Uit de
+Talmud en van de Arabieren uit Spanje had de gekerstende Spaanse Jood
+Petrus Alphonsus<span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a> dergelike regels voor tafelmanieren opgesteld in zijn
+&bdquo;<span xml:lang="la">Disciplina Clericalis</span>&rdquo;, geliefkoosde lectuur in de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup>
+eeuw. En kon men niet bij Ovidius lezen dat men niet schrokken moest,
+maar het eten netjes met de hand naar de mond moest brengen en zijn
+gezicht niet mocht volsmeren? Indien Helena schrokkerig gegeten had en
+zich bemorst had, dan zou Paris niets met haar te maken hebben willen
+hebben. Of was er in de wijsheid van Jezus Sirach niet eigelik een heel
+Leerboek voor tafelmanieren in den dop te vinden,&mdash;dat men niet met een
+&bdquo;hemel, wat een hoop eten!&rdquo; er het eerst bij moest trachten te komen,
+dat men zijn maag niet mocht overladen, en indien men daar toch door de
+tafelgenoten toe mocht zijn verleid, dat men zich dan onopgemerkt even
+van tafel moest verwijderen om het &bdquo;overvloedige&rdquo; kwijt te raken? Al
+dergelijke nuttige voorschriften leerden de Ridders en hunne dames, dat
+men geen grote brokken in de mond mocht nemen, niet met eten in de mond
+mocht spreken, niet met de hand in de algemene schotel mocht roeren of
+er afgekloven benen weer in leggen, zorgen dat er geen vetrandje aan de
+beker achterbleef waaruit men gedronken had en de buurman nu weer uit
+drinken moest, en ook de mond niet mocht afvegen met het
+tafellaken&mdash;laat staan natuurlik er zijn neus in snuiten.</p>
+
+<p>In het algemeen is het de gehele dagelikse omgang die nu het voorwerp
+van een cultivering en regulering wordt van het oogpunt van reinheid
+uit, van het algemeen gemak en van de schoonheid. Het is het samenleven
+der hogere kringen dat uit zich zelf, hier als overal, de manieren der
+mensen verfijnt en polijst. De hoven worden nu een school der
+beleefdheid, waarin de grote Heren van buiten wat worden gevijld en
+geschaafd. Maar evenals de nieuwe lukse en de verfijning van de
+uiterlike levensvormen dikwels slechts iets geweest zijn dat er buiten
+op zat,&mdash;het rijke zijden dek verborg soms een bed van stroo, en in
+plaats van de geraffineerde feestgerechten kwam er gewoonlik slechts
+spek en worst op tafel&mdash;zo blijkt het maar al te dikwels dat al die
+regels over de vormen van het hof niet natuurlik ontstaan zijn, en als
+gewoonte tot ontwikkeling gekomen, maar dat die er van buiten af kant en
+klaar in gebracht zijn en, als nieuwe kunstmatige modevoorschriften, van
+buiten geleerd. In de 11<sup>de</sup>, 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw ontstaat er een
+hele literatuur door klerken, die aan het hof leven, geschreven, eerst
+in 't Latijn, later in Franse en Duitse verzen en die ten doel heeft
+regelen voor de goede manieren en de goede toon op te stellen voor alle<span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a>
+mogelike levensomstandigheden. De enige leermeester tot wien men zich
+wendt is de oudheid. Bij Ovidius, bij Cicero en bij Seneca en in de
+verschillende verzamelingen van spreuken die in de middeleeuwen onder de
+naam gaan van Publius Syrus, Cato en Seneca, vindt men regels over hoe
+men zijn tanden en nagels schoon kan houden, hoe men niet te luid of te
+veel moet spreken, hoe men niet te hard of te veel mag lachen en
+dergelijke dingen meer die allen onder het &bdquo;decorum&rdquo; te rangschikken
+zijn. Maar in het bizonder had de Kerk langzamerhand als een schakel in
+de kristelike moraal een verfijnde opvoedingsleer ontwikkeld. In een
+Grieksch geschrift van Clemens van Alexandrië (ongeveer 200 n. C), de
+&bdquo;Paedagoog&rdquo;, vindt men een massa zulke voorschriften: men mag zijn neus
+niet snuiten, of niet niezen met al te veel lawaai, bij het drinken het
+hoofd niet te veel naar achteren werpen, enz. En dit alles&mdash;leert die
+Kerkvader&mdash;zijn geen bagatellen, want &bdquo;wij moeten altijd leven alsof wij
+in de tegenwoordigheid van God leefden.&rdquo; Dat was het juist wat de
+heilige kluizenaars deden. Daden van kristelike ootmoed en liefde waren
+voor hen niet iets wat alleen de grote handelingen betrof; die moesten
+integendeel het dagelikse leven tot in de kleinste kleinigheden
+doordringen, alles zou bij het opmaken van de rekening meetellen. Liefde
+wordt in de dagelikse omgang tot een meest delikaat in acht nemen van
+vormen en respekt, ootmoed tot de meest geraffineerde bescheidenheid.
+Wanneer de heilige Paulus bij de heilige Antonius op bezoek is, trachten
+zij elkaar in damesachtig-fraaie beleefdheidjes te overtreffen en
+parlementeren er een langen tijd over wie het eerst van het brood zal
+nemen, enz. Later heeft het kloosterleven een heel sisteem van de
+regelen der etikette bij de dagelikse omgang ontwikkeld&mdash;de regel van de
+H. Benedictus bevat een massa van dergelike voorschriften&mdash;hoe de
+monniken elkander of hun Abt zullen moeten begroeten of toespreken en er
+bestaan strenge straffen voor wie onder het zingen der psalmen hoest of
+wie bij het drinken met zijn tanden tegen de altaarkelk stoot, enz. Wij
+hebben uit het jaar 1000 ongeveer, verschillende leefregels voor jonge
+geesteliken en nonnen, door geesteliken geschreven. Zo is er b.v. één,
+waarin Bernhard van Clairvaux de jonge man inprent hoe hij zich gedragen
+moet, spreken, de mensen moet aankijken, enz. Zulke leraars zijn het die
+de klerken naar de adel op de kastelen sturen voor hun zoons. En het
+doet werkelik goed te zien welke drang naar goede manieren de ridders nu
+tot de leerlingen van klerken en Joden maakt, van de Muzelmannen<span class="pagenum" title="39"></span><a id="p_39"></a> en de
+oude klassieken,&mdash;en de energie die ze er aan besteden om zich die
+lessen ten nutte te maken. Zo leren ze b.v. om altijd te kloppen als ze
+een kamer binnen willen. &bdquo;U&rdquo; te zeggen tot hun gelijken en de hogeren in
+rang. &bdquo;Heer&rdquo;, &bdquo;Vrouw&rdquo; en &bdquo;Jonkvrouw&rdquo; te zeggen&mdash;men zegt dat de
+meervoudsvorm &bdquo;U&rdquo; reeds in de tijd van Caesar in gebruik kwam als men
+iemand aansprak,&mdash;bij het binnentreden iemand met een &bdquo;God zegene U&rdquo; te
+begroeten, te bedanken als men iets krijgt, niet te hevig te
+gestikuleren bij het spreken, de hand niet op het hoofd of op de
+schouder te leggen van een persoon die men aanspreekt, hem van wie men
+afscheid neemt Gode te bevelen... alles kleinigheden, maar die te zamen
+het sisteem vormden dat de tijd op zou bouwen.</p>
+
+<p>Tot die hoofse vormen en gebruiken hoorde natuurlik nog in de eerste
+plaats vaardigheid in het hanteren van de wapenen en in het paardrijden;
+die worden tot ridderlike deugden met allerlei regels en steeds groter
+raffinement. Van de kinderjaren af worden de jongens daar reeds in
+geoefend en in vredestijd blijft men zich oefenen door toernooien en
+andere sport. Het fokken van paarden en hoe ze te verzorgen, de
+versierselen op de wapenrusting, de heraldiek, de schermkunst of hoe een
+lans te breken,&mdash;dit alles en dergelike dingen werden bij de hoven
+voorwerpen van grote zorg. Hoe zeer de wapens en de paarden bij de
+ridders geëerd en geliefd waren en hun altijd voor de geest stonden, dat
+tonen al de beelden en vergelijkingen uit die gedachtesferen waar de
+ridderpoëzie van doortrokken is. En het zelfde geldt van de jacht,&mdash;de
+hoofdpassie der ridders, behalve toernooien. Dan eens vergelijkt de
+dichter zijn verliefd hart met een teugelloos paard, dan met een havik,
+die zijn prooi in 't oog krijgt, de welopgevoede ridder wordt vergeleken
+met de welgedresseerde jachtvalk en de ongelukkige minnaar met een vogel
+in de ruitijd. Er zijn reeds vroeg leerboeken&mdash;veelal naar het Arabies
+bewerkt&mdash;voor alle mysteriën van de jacht-wetenschap, en een valk te
+kunnen dresseren, of de buit volgens de ware regels te kunnen verdelen,
+waren kunsten waar men de gunst van vorsten zo wel als dames mede kon
+winnen, als men zich daar een meester in toonde. Maar als gewichtige
+elementen in de hoofse vormen kwamen er bij die lichaamssport nog
+allerlei gezelschapskunsten. De jongelui van beider kunne worden in het
+teerlingspel onderwezen, in het schaken en de dans; het een of ander
+instrument te kunnen bespelen en de kunst van lezen en schrijven kwam er
+naderhand<span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a> bij, altans voor vorstenkinderen. Voor deze laatsten hield
+men er veelal een &bdquo;<span xml:lang="la">Paedagogus</span>&rdquo;,&mdash;een &bdquo;<span xml:lang="fr">maistre</span>&rdquo;&mdash;een &bdquo;<span xml:lang="de">zuchtmeister</span>&rdquo; of
+&bdquo;<span xml:lang="de">meisterinne</span>&rdquo; bij het hof op na; vooral de meisjes uit de voorname
+families leerden niet alleen lezen en schrijven maar ook zingen en
+spelen.</p>
+
+<p>Zelfs de innerlike habitus der mensen komt onder de invloed van dit
+leven der hogere klassen en het sosiale leven op het adellik slot en aan
+het hof&mdash;in hoofdzaak juist in die zelfde mate als dat het geval is waar
+dit elders in de geschiedenis voorkomt,&mdash;aan de Indiese en Perziese
+hoven, die van de Italiaanse renaissance of bij het leven te Versailles.</p>
+
+<p>Het gezelschap bestaat in de eerste plaats uit de Seigneur en zijn
+familie&mdash;daaronder vele behoeftige mannelike en vrouwelike verwanten die
+op het kasteel genadebrood eten;&mdash;daarnevens een heel garnizoen van
+ridders die een soort lijfgarde van de Seigneur vormen. Verder zijn daar
+een hele schare van jonge edellieden die naar het hof gezonden worden om
+zich daar in de wapenen te oefenen en de ridderlike tucht te leren, zulk
+een vorstenhof is feitelik een soort Ridderakademie. Die jonge lui doen
+eerst dienst <ins class="corr" id="corr8" title="Bron: al">als</ins> pages en als fakkeldragers of boodschappers,
+zorgen voor de valken op de jacht en het aankleden en ontkleden hunner
+heren; later worden zij schildknapen en de armen onder hen brengen het
+veelal niet verder; de rijken daarentegen, of zij die hun wapenrusting
+en riddertooi door een ander kunnen laten bekostigen, worden tot ridder
+geslagen en trekken dan weg. Vervolgens heeft men de arme &bdquo;<span xml:lang="fr">Chevaliers
+sans terre</span>&rdquo; die op het ene hof voor, het andere na, gastvrijheid komen
+vragen, ook zelfs edelen in goeden doen die ergens hun eigen goed en
+burcht hebben, maar die er de voorkeur aan geven aan het hof van de
+leenheer hun leven te slijten. En verder een heel stel hofambtenaren, de
+seneschalk, de keukenmeester, de keldermeester, de intendant en de
+maarschalk. De burchtvrouw en haar dochters hebben&mdash;evenals de
+vorst&mdash;ook hun suite van arme tantes, nichtjes en andere adellike dames
+die op het kasteel wonen als dames van gezelschap of kameniers en
+evenals hun broeders worden de adellike jonge meisjes voor hun opvoeding
+daar heen gezonden, om daar dienst te doen en liefst ook te trouwen.
+Wanneer daar nu nog een heel dienstpersoneel bij komt, dan begrijpt men
+dat de burcht in de regel niet het hele hof kon bergen, vooral niet bij
+feestelike gelegenheden, wanneer de adel uit de buurt ook nog aan kwam
+zetten; dan moesten velen bij<span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a> de gegoede burgers hun intrek nemen, de
+residentie lag ook bijna altijd in of bij een stad.</p>
+
+<p>Hier wordt er het leven van de grote Heren geleid. Alle werk voor het
+dageliks brood is onterend. Is er eens een edelman die zich in 't geheim
+met de schaapsteelt afgeeft, dan voelt hij zich diep beschaamd wanneer
+het aan den dag komt. Handel is een zaak voor kramers en Joden. Alle
+&bdquo;<span xml:lang="fr">gaigneurs</span>&rdquo; worden veracht,&mdash;zij die hun brood moeten verdienen en
+alleen des Zondags vrij hebben. Zelfs van die zaken welke de
+administratie der goederen medebrengt, wil men niets weten. Het jonge
+geslacht stelt de aanvaarding van de erfenis zolang mogelik uit, zij
+blijven liever bij het hof dan zich daarmee druk te maken. Wanneer er
+recht gesproken zal worden en er plotseling bezoek komt, dan laten de
+jongelui zowel als de baronnen alle rechtspleging in de steek en haasten
+zich volgens de verhalen in de romans, de gasten te ontvangen. En gelijk
+de zaken op de schouders hunner beambten geschoven worden, zijn ook
+zorgen en bekommeringen iets waar een edelman zich boven moet weten te
+verheffen. In de oude heldengedichten zag men zelfs de hoogststaanden
+tranen storten, maar nu heet het&mdash;gelijk dikwijls in de romans
+voorkomt&mdash;: &bdquo;Laat de mindere man verdriet hebben, die is er aan
+gewoon,&mdash;maar dat past niet bij een vorst of een voorname dame.&rdquo; Vooral
+van de bezittingen moet men zich nooit iets aantrekken of er een traan
+voor laten, wanneer men het hart van een baron in zich heeft. &bdquo;De
+vreugde te beminnen&rdquo;&mdash;<span xml:lang="fr">joye aimer</span>&mdash;is ridderplicht, en &bdquo;<span xml:lang="fr">jeunesse</span>&rdquo; wordt
+als een van de ridderdeugden voorgesteld. Het is een van de eisen der
+hogere kringen dat men rijk moet zijn, niets te doen moet hebben, vrolik
+zijn en jong,&mdash;gelijk naderhand in de salons der 18<sup>de</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Het leven is een en al gezelligheid,&mdash;een leven van uiterlikheden, vóor
+en met anderen. Slechts in de eenzaamheid of in kleine kring kan een
+intiem innerlik leven ontstaan, een warm gemoedsleven, een dieper
+denken, gaan met de gezelligheid niet samen. Het is een leven van
+ogenblikken, van op zich zelf staande momenten, op de omgeving gericht.
+Zulke mensen zijn licht bewogen gevoelsmensen: zij zijn
+nerveus-ontvankelik voor de stemmingen van hun omgeving, zij nemen
+gretig deel, ofschoon misschien niet diep, aan het wel en wee van
+anderen; zelf zijn zij expansief in hun gevoelens en hebben er behoefte
+aan bij anderen sympatie te vinden; beminnelikheid en behaagzucht,
+koketterie en ijdelheid, sympatie en fijngevoeligheid zijn eigenschappen
+die dat leven<span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a> ontwikkelen. Maar geen sterke passie zal licht
+gelegenheid krijgen om bij zulk een versnippering van het gevoelsleven
+tot volle groei te komen, die zou ook een einde maken aan het sosiale
+leven en aan het intieme huweliksleven, en het familieleven begint onder
+de <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: ontiwkkeling">ontwikkeling</ins> van het sosiale leven te kwijnen; aan
+de hoven der 13<sup>de</sup> eeuw gelijk in de salons der 18<sup>de</sup>; glijden man
+en vrouw van elkander, zij hebben geen tijd en gelegenheid om voor
+elkaar te leven, men moet zich grotendeels aan het leven geven. Zelfs
+komt het huwelijk in miskrediet, als het gezellige sosiale leven in de
+weg staande; in een Duitse roman verklaart Gawein dat voor Iwein: wat
+zijn er niet een menigte echtgenoten die zich met hun vrouw opsluiten,
+alle riddervreugd er aan geven, zich in de gewoonste kledij steken,
+ongesoigneerd er uit zien en een hoogst onaangenaam leven leiden, het
+hoofd vol van huiselike beslommeringen.</p>
+
+<p>En daarenboven: mensen van de wereld leren de kunst van observatie, in
+elk geval leren ze de kleinigheden en uiterlikheden opmerken, en de
+eigenaardigheden der verschillende mensen kennen, nauwkeurig de omslag
+in de conversatie volgen, het verholen spel van het eigenbelang en der
+ijdelheidjes fijn doorzien, snel te begrijpen, gewillig zich aan het
+nieuwe aan te passen, zonder aarzelen anderen na te volgen; zij worden
+gevat en vindingrijk, mededeelzaam en onderhoudend en weten aan hun
+innerlik vorm en uitdrukking te geven die hun uitwerking niet missen.
+Maar bij al dat heldere vernuft en dat veelzijdige aanpassingsvermogen,
+al die improviserende &bdquo;<span xml:lang="fr">Esprit</span>&rdquo; en die handige vorm-kunst, blijft er geen
+plaats over voor diepe oorspronkelikheid, voor eigelike geestelike
+productiviteit. Aan de hoven der 13<sup>de</sup> eeuw wordt de persoonlikheid
+als in de salons der 18<sup>de</sup> uitgewist, de scheppingskracht vermindert
+en daar kan het geestesleven wel vrijheid en veelzijdigheid ontvouwen,
+maar diepte en grootheid zijn er niet in te vinden.</p>
+
+<p>Ontwikkelen nu de mensen zich in dit maatschappelike leven als van zelf
+in de genoemde richtingen, de druk dier maatschappij geeft de enkeling
+in een dubbel opzicht zijn vorm. Aan de ene kant slijpt dat n.l. alle
+hoekjes en kantjes bij hem af, vormt hem naar één model, stemt hem in de
+heersende toon en dwingt hem tot een zeker jargon. Alles wat één enkele
+doet is &bdquo;onopgevoed&rdquo;&mdash;&bdquo;doet men niet&mdash;dat lijkt op niets, zò doet men,
+dat is zoals het hoort.&rdquo; <span xml:lang="fr">Curialis, courtois</span>, dat betekent het
+conventionele begrip, voor wat aan de curia, de cour, past, wat hoffelik
+is. Maar toch, binnen de perken van de mode en de goede toon, stelt<span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a>
+men, tot zekere hoogte altans, het individuele op prijs. Een ieder moet
+trachten uit te steken, zich niet in het gezelschap op de achtergrond
+houden, ieder moet zijn loodje bijdragen, zijn talent voor de anderen
+nuttig maken. Allen moeten proberen hun natuurlike goede eigenschappen
+tot hun recht te laten komen, moeten trachten in of met iets uit te
+blinken&mdash;in de ontvangstzaal zal b.v. de ene dame de gelegenheid
+aangrijpen om haar mooie handen te laten zien, de ander glimlachen om
+haar frisse tanden te vertonen, de een schittert door haar vernuft, de
+ander door haar gevoeligheid. En men tracht elkaar steeds de loef af te
+steken in elegantie, in hoofse vormen; de grote kwestie is een nieuwe
+mode in te voeren of nieuwe paragrafen bij het Wetboek van de goede toon
+te voegen.</p>
+
+<p>Wat ook tot de vrijheid en vernieuwing bijdraagt is, dat er in de
+12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw, èn in Frankrijk èn in Duitsland, zo veel van
+die hoven zijn met hun intellectuele feesten en partijen, en dat er een
+intens verkeer daar tussen plaats vindt. Een hoofdstad is er nog niet en
+ook geen koninklik of keizerlik hof dat een werkelik toonaangevend
+centrum uitmaakt. De ridders trekken over en weer naar de hoven van
+Ardres, Boulogne en St. Pol, men ziet elkaar bij toernooien en feesten,
+en als er een te Atrecht gegeven is, geeft een ander er een even groot,
+of groter, te Brugge. Evenals in het oude Griekenland, in het Italië der
+renaissance, of het Duitsland der 18<sup>de</sup> eeuw, blijken ook hier die
+vele kleine centra die in zulk een levendig verkeer met elkander staan,
+op de ontwikkeling van het geestesleven een zeer gunstige invloed te
+oefenen. De mode regeert, maar er komen steeds nieuwe modes op, de goede
+toon &bdquo;stemt&rdquo; de anderen wel, maar wordt toch weer op zijn beurt opnieuw
+&bdquo;bestemd&rdquo; door hem, die de nieuwe toon aangeeft. Op die wijze werkt dit
+maatschappelijke leven tegelijkertijd nivellerend en toch ook
+voortdurend variërend.</p>
+
+<p>En ten slotte: dat maatschappelik leven is een hofleven. Overal merkt
+men een indeling in verschillende klassen, een rangorde, een soort
+hiërarchie: van de Seigneur af, door heel zijn familie heen, van de
+baronnen tot de ridders zonder iets toe, van de ridders tot de
+schildknapen en pages, van de hofbeambten tot de laagste rangen van het
+dienstpersoneel. Aan tafel zit men volgens zijn rang aan, in de Kapel
+heeft een ieder zijn vaste plaats, er is verschil bij de titulatuur:
+Heer, Jonker, Dame, Demoiselle en Pucelle. Bij het afscheid geeft de
+Seigneur de baronnen zijn hand, maar de dienende ridder zegt hij alleen
+maar goeden dag. Natuurlik<span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a> zijn wij hier ver van de etikette van
+Byzantium of van het hof van Lodewijk XIV, maar de vraag naar geboorte
+en rang, &bdquo;<span xml:lang="fr">parage</span>&rdquo;, speelt een steeds belangrijker rol. <span xml:lang="fr">&bdquo;Mesure&rdquo;,
+<ins class="corr" id="corr10" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Maze&rdquo;</span> heeft in het bizonder de betekenis van de takt en het
+berusten waarmee een ieder zich in die hiërarchie invoegt, met de hem
+toebedeelde plaats tevreden is en voor een ieder het respekt heeft dat
+hem wegens zijn rang en stand toekomt. En er ontwikkelt zich een geest
+van onderdanigheid en een vleiende toon jegens de supérieuren, een van
+hoogmoedige trots tegen de inférieuren die ten allen tijde
+onafscheidelik van het hofleven geweest zijn. Ten eerste worden van die
+kringen natuurlik alle &bdquo;<span xml:lang="fr">villains</span>&rdquo; uitgesloten; men houdt alleen rekening
+met &bdquo;<span xml:lang="fr">gentilhommes</span>&rdquo;. De fundamentele opvatting van die adelskultuur,&mdash;en
+dit wordt steeds meer en meer emfaties door de gedichten gestaafd,&mdash;is
+volkomen tegen de geest van het Kristendom in, dat de menselike natuur
+bij de &bdquo;geborenen&rdquo; en &bdquo;niet-geborenen&rdquo; absoluut verschillend van aard
+is, dat de &bdquo;<span xml:lang="fr">nourriture</span>&rdquo;, de opvoeding, zo goed als niets betekent
+tegenover de &bdquo;<span xml:lang="fr">nature</span>&rdquo;; de voornamen zijn van andere stof gemaakt of
+altans in een andere vorm gegoten door de natuur, dan het volk. Maar in
+de adel zelf is ook gelijkheid van geboorte een bijna noodzakelike
+voorwaarde voor een huwelik. Een &bdquo;<span xml:lang="fr">vavassor</span>&rdquo; durft zijn ogen niet tot de
+dochter van een baron opheffen, een baron niet tot een vorstendochter,
+alhoewel het als een teken van een &bdquo;verheven gemoed&rdquo; geldt, wanneer men
+tracht de maatschappelike ladder op te klimmen.</p>
+
+<h2><a id="V"></a>V.</h2>
+
+<p class="subh2">DE &bdquo;SALON-POËZIE&rdquo; DER RIDDERKRINGEN.</p>
+
+<p>Het oude nationale helden-epos had nog een ereplaats aan de nieuwe hoven
+zo wel als op de oude kastelen der baronnen; aan de oorspronkelike
+gedichten werd steeds bijgevoegd en veranderd en er ontstonden nieuwe
+gedichten in de trant der ouden, uur aan uur hielden de zangers de
+adellike heren en dames in spanning door hun voordrachten onder
+begeleiding van muziek van de eindeloze gevechten met die &bdquo;honden&rdquo; van
+Saracenen of tussen de krakélende baronnen. Maar in de 12<sup>de</sup> eeuw was
+de produktieve tijd voorbij; de atmosfeer en het hofleven waren weinig
+geschikt om tot heldendichten te inspireren. De helden-epiek was toch
+een maatschappelike poëzie, ontstaan uit een levende algemeen nationale<span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>
+sageschat en gaf uitdrukking aan een levende nationale of provinciale,
+algemene geest. Maar de nieuwe ridderkringen hadden niets van die
+maatschappelike geest, de laatste echo van de oude Germaanse stamgeest.
+Hier waren ridders bij elkaar die gewoon waren hun leven op eigen hand
+te leven en zich neer te slaan, of in dienst te treden, dan hier en dan
+daar; het gehele leenstelsel berustte op het vrije kontrakt; de nieuwe
+maatschappij die zich vormen zou, wees vooruit en voelde zich zeer
+weinig solidair met de overleveringen van het oude Frankrijk der
+Karolingiërs en nog was het slechts een vrije, bewegelike gastvrijheid,
+nog ver verwijderd van een nieuwe maatschappelike geest, die de vele
+kleine centra geschapen hadden. De resonantiewand voor de
+heldengedichten was weggenomen&mdash;de piëteit van het terugkijken op het
+verleden, een organies gevoel van saamhorigheid, de bijna religieuze
+stemming van een feest ter herinnering aan de voorvaderen.</p>
+
+<p>Wat de gastvrijheid der ridders wenste, was een vrije
+conversatie,&mdash;vrije geestesoefening, evenals men bij toernooien of op de
+jacht het lichaam oefende. Terwijl de heldengedichten op geschiedenis
+berustten, of op sagen die voor geschiedenis aangezien werden en als
+geschiedenis werkten,&mdash;en terwijl de heldendichten uit een soort stam-
+of provincie-patriotisme ontstonden en tot zekere hoogte een opbouwende,
+opvoedende kracht bezaten,&mdash;emancipeert zich nu voor 't eerst de
+aestetiese drang om histories te vertellen en te horen, zo wel van
+historiese als van patriotiese belangen. In de grotere kringen wil men
+eerst en vooral gesprekken hebben. Het begint tot de goede toon te horen
+om te kunnen &bdquo;<span xml:lang="fr">bien parler</span>&rdquo;, goed en flink te kunnen spreken; zo wel voor
+ridders als voor de dames wordt dat als een bepaalde deugd beschouwd. In
+de romans zien wij hoe men daar aan tafel zit te praten of de ridders
+komen op bezoek in de vertrekken van de vrouwen, terwijl dezen daar met
+hun naaiwerk zitten. Of wel komt men in het goede jaargetijde 's avonds
+in de burchttuin onder een oude vruchtboom bij elkaar of wandelen allen
+te zamen de tuin in. En dan wordt er gesproken over wapenen en
+toernooien, over honden en vogels of over de liefde. Uit de romans kan
+men ook zien dat men er altijd op uit was vlug en ad rem te antwoorden,
+handig met een grap voor den dag te komen, met lichte toespelingen of
+dubbelzinnigheden, en iemand te kunnen plagen of geestigheden ten beste
+te geven op een elegante en onderhoudende manier. De Franse
+conversatiekunst doet hier zijn eerste zwakke<span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a> pogingen. Bovendien heeft
+men allerlei soort gezelschapsspelletjes,&mdash;raadsels worden opgegeven, of
+wel er wordt iemand tot Koning gekozen en allen moeten hem zelfs op de
+meest intieme vragen antwoorden.</p>
+
+<p>Maar de gesprekken bestonden toch in een mate waar men zich nu geen idee
+van maken kan, in het vertellen van geschiedenissen. Iedereen kende er
+en niemand werd ooit moe ze uur aan uur te horen vertellen. Men vertelde
+elkaar geschiedenissen 's avonds in bed&mdash;Meriaduc stond erop met Tristan
+in één kamer te slapen, omdat die hem altijd 's nachts zulke aardige
+avonturen vertelde&mdash;men vertelde elkaar verhalen te paard bij de lange
+vervelende dagreizen; op jacht verhalen de deelnemers elkander
+merkwaardige jager-grappen waar niemand geloof aan slaat; bij de wijn,
+na tafel, trachten de ridders elkaar in grootsprekerijen te overtreffen
+over hun avonturen in de oorlog of met vrouwen; de ouden van dagen
+vertellen van hun vrolike jeugd; en er zijn ook dames die een grote
+kring om zich heen verzamelen omdat zij de reputatie hebben van vele
+geschiedenissen te kunnen vertellen. En de geestelike die boeken gelezen
+heeft, wordt overal waar hij als gast op de kastelen komt, als een
+levende encyclopaedie beschouwd en moet niet alleen van de &bdquo;<span xml:lang="la">Gesta
+Romanorum</span>&rdquo; vertellen&mdash;over alles wat er ten tijde der oude Romeinen
+gebeurd is&mdash;maar ook van alles wat er in de heilige Schrift te lezen
+staat. En als een passende vergoeding voor de genoten gastvrijheid,
+moeten alle reizigers alles opdissen wat zij gezien hebben of
+ondervonden of in vreemde landen hebben hooren vertellen.</p>
+
+<p>De stof voor die vertellingen kwam&mdash;zo als wij later zien
+zullen&mdash;meestal uit vreemde landen, uit die ontzachelike bonte massa van
+motieven die door het reizen en trekken, in het dooréénmengen der
+volkeren en de uitwisseling van ideeën, in de tijd der kruistochten in
+omloop kwamen. Maar de drang tot vertellen en de vertelkunst zijn
+produkten van het gezellige maatschappelike leven en het letterkundige
+genre&mdash;de geversificeerde vertelling, zo wel het korte &bdquo;<span xml:lang="fr">Conte</span>&rdquo; als de
+lange &bdquo;<span xml:lang="fr">Roman</span>&rdquo;&mdash;dat uit die gezellige bijeenkomsten geboren wordt en zelf
+de stof daarvoor uit moet maken, staat, èn in vorm en stijl, èn in geest
+en wijze van voorstelling geheel onder de invloed van die oorsprong en
+bestemming. De oude &bdquo;<span xml:lang="fr">Chansons de geste</span>&rdquo; die bestemd waren om in een
+zaal, onder begeleiding van muziek, half gezongen, half gereciteerd te
+worden, voor een groot gezelschap en bij feestelike gelegenheden, rollen
+voort, deftig en zwaar en stijf, in lange regels<span class="pagenum" title="47"></span><a id="p_47"></a> van 10 of 12
+lettergrepen: &bdquo;<span xml:lang="es">Carles li Reis nostre Emperere magne</span>&mdash;<span xml:lang="fr">sept ans tuz pleins
+ad estet en Espagne</span>&rdquo;. En in brede trekken wordt ons alles geschilderd,
+met onvermengde, sterke kleuren, in grote, aanschouwelike scènes wordt
+het verhaal ingedeeld en schrijdt met dramatiese stoten en in vlug tempo
+voort: de toon is opgewekt en verheven en zo gaat het zonder grote
+veranderingen tot het einde. Maar de nieuwe vertellingspoëzie moet in de
+plaats van de conversatie in die kringen komen en moet in het
+vrouwenvertrek of bij de maaltijd een gezelschap van heren en dames
+onderhouden door gewoon en natuurlik een historie te vertellen. Daarom
+loopt de taal daarvan als een rustige vlugge stroom, als een gezellig
+babbeltje in versregels van acht voeten: &bdquo;<span xml:lang="fr">Chrestien commance son
+conte&mdash;si comme l'histoire nous raconte&mdash;qui traite d'un
+empereur&mdash;puissant de richesse et d'honneur</span>&mdash;&rdquo; En de toon en de
+voorstelling verandert als in de levende gesproken taal; nu eens vertelt
+men haastig en vlug, dan weer wijdt men bij een beschrijving wat uit,
+het verhaal slaat in een levendig gesprek over, maar verliest zich dan
+weer in allerlei beschouwingen, de toon is rustig en blijft zich gelijk,
+zonder grote sprongen, maar met vele kleine veranderingen&mdash;medelijdend
+zuchten, schertsende ironie. En het verhaal schrijdt steeds kalm door,
+begint bij het begin, springt niets over, vat de geschiedenis niet in
+dramatiese scènes samen, maar houdt steeds de belangstelling gaande. Het
+is de stijl en de toon van de moderne roman en novelle die men hier ziet
+ontstaan. En het was ook de geest van het Hofleven zelf die de nieuwe
+vertelkunst zou bezielen niettegenstaande de vreemde van alle kanten
+opgenomen stof; wat die kenmerkt is de licht-gewekte zo al niet diepe
+sympatie met het geluk en het ongeluk der mensen, de sceptiese
+mensenkennis en de fijne blik op het leven dat alles zoals wij gezien
+hebben, karakteristiek was voor de mensen uit die kringen. Wat wij reeds
+in het Frankrijk van de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw in dat sosiale leven
+geboren zien worden, is de <span xml:lang="fr">Conte</span> van de 19<sup>de</sup> eeuw, geestig als bij
+Voltaire, en sentimenteel als bij Musset.</p>
+
+<p>Een andere manier waarop de gasten onderhouden werden, was zang en spel
+en dans. Wanneer de vrouwen bij elkaar zitten te naaien of te spinnen,
+begint één er van een lied en heffen de anderen het refrein aan; na
+tafel wanneer de mannen en vrouwen samen aangezeten hebben, geeft een
+der vrouwen ook een lied ten beste en wordt het refrein door de overigen
+gezongen; of wel moet ieder der aanwezigen om de beurt een lied zingen.<span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a>
+Naast de viool en de harp die men van oudsher kende, komt nu de luit van
+de Arabieren, wier hoven in Andalusië van muziek en gezang weerklonken.
+Ouderwetse moralisten ijveren tegen al dat gezang en spel in gezelschap;
+dat verwekelikt maar en leidt tot wellust zeggen ze. En nog meer is de
+dans hun een reden tot ergernis, als zijnde een uitvinding des duivels.
+Bijna bij alle feestelike bijeenkomsten wordt er aan de hoven gedanst,
+en er komen massa's nieuwe dansen op waarvan enkele, naar de namen te
+oordeelen, uit Griekenland schijnen te stammen. Het zijn kettingdansen,
+rondedansen, dansen door vrouwen alleen of door mannen en vrouwen,&mdash;maar
+de meesten zijn zeker begeleid geworden door gezang.</p>
+
+<p>En die liederen zijn het andere genre dat uit dat hogere sosiale leven
+geboren wordt. Niet spesiaal uit dat aan de hoven; men kan ze tot in de
+eerste tijden der middeleeuwen vervolgen, in alle maatschappelike
+klassen horen ze thuis, maar wel worden ze bij de hoven meer in 't
+bizonder gekultiveerd en krijgen ze daar kleur en vorm.</p>
+
+<p>Velen van die dansliederen, zoals die omstreeks het jaar 1100 op de
+ridderkastelen gezongen werden, schijnen van de oude lentefeesten te
+stammen, die uit de grijze voortijd in alle landen gevierd werden. In de
+heidense tijd vermoedt men dat die Mei of April feesten in 't bizonder
+aan de godin der liefde gewijd waren en de vrouwen hebben er de hoofdrol
+bij gespeeld; het moeten een soort &bdquo;vrouwelike Saturnalia&rdquo; geweest zijn,
+waarbij zij zich nu eens van de voogdij van man of broeder mochten
+emanciperen, of in elk geval in wilde dansen en liederen zich allerlei
+grappen veroorloofden. Die oorsprong verklaart het gewone begin van die
+liederen; de lof en prijs van 't voorjaar en 't nieuwe jaar dat in die
+tijd met het voorjaar begon en het zijn steeds vrouwen die het woord
+voeren en die elkaar aanzetten om tegen hun mannen of moeders in opstand
+te komen en van hun jeugd te genieten. In een liedje uit Limousin van
+ongeveer 1100 zingt een van de dansende meisjes, die tot
+&bdquo;April-Koningin&rdquo; gekozen was, aldus de lof van de lente: &bdquo;Nu eindelik de
+heerlike tijd gekomen is, zal de vreugde een aanvang nemen, de
+ijverzuchtigen zich ergeren en daarom zal de koningin eens laten zien
+hoe vol liefde zij is,&rdquo; en de meisjes vallen in: &bdquo;Weg, uit den weg, gij
+ijverzuchtigen!&mdash;laat ons dansen, laat ons dansen met elkaar!&rdquo;
+Overal&mdash;gaan ze door&mdash;heeft zij laten weten: alle meisjes en jongens
+mogen komen dansen. Maar nu komt ook de koning,<span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a> om het dansfeest te
+verhinderen, hij is bang dat men hem zijn April-Koningin ontroven zal.
+Maar zij wil van de oude niets weten, zij wil liever een jonge kerel
+hebben die weet hoe een mooi meisje behandeld moet worden. En hij die
+haar zag, zoals zij zich daar bij het dansen vertoonde, die kan zeggen
+dat de vrolike koningin haars gelijke in de wereld niet heeft... &bdquo;<span xml:lang="fr">A la
+vi', a la vie, jalous,&mdash;lassaz nous, lassaz nous&mdash;ballar entre nos,
+entre nos.</span>&rdquo; Een dergelijke half-conventionele wildheid kenmerkt andere
+oude Noord-Franse of Duitse dansliederen. &bdquo;De gehele wereld zal mij niet
+verhinderen mij een &bdquo;<span xml:lang="fr">ami</span>&rdquo; te kiezen,&rdquo; zingt een meisje uit
+Noord-Frankrijk; openlik verklaart zij aan haar moeder: &bdquo;<span xml:lang="fr">Ma mère, je
+veux Robin</span>&rdquo;; de moeder dreigt haar met een stok en wil haar met haar
+spinnewiel opsluiten, maar het meisje belooft zich zelf dat zij haar
+geliefde toch wel zal krijgen: &bdquo;<span xml:lang="fr">Les mammelettes me poignent, je ferai
+novel ami</span>&rdquo;, zo zingt zij haar liefdeverlangens uit. En een Duitsch
+meisje zingt: &bdquo;ik zal mijn zorgen laten lopen en met mijn vriendinnen de
+weide ingaan,&rdquo; en dan roept zij haar &bdquo;Mei-geliefde&rdquo;: &bdquo;zoete Rozenmond,
+kom, kus mij gezond.&rdquo; In haar klooster klaagt de non; zij wil er vandoor
+en zich met haar geliefde amuseren: <ins class="corr" id="corr11" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins><span xml:lang="fr">S'irons à Paris, mener bonne
+vie,&mdash;car il est jolis et je suis jeunette,</span>&rdquo; en liefde-smachtend luidt
+haar refrein: &bdquo;<span xml:lang="fr">Je sens les douls mals leis ma seinturete&mdash;malois sois de
+Deu ki fist nonnette!</span>&rdquo;&mdash;<ins class="corr" id="corr12" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>ik voel de zoete smarten onder mijn
+lendenen&mdash;vervloekt door God zij hij die mij een non deed worden!&rdquo;</p>
+
+<p>Vooral klinken van alle kanten de protesten van de getrouwde vrouwen:
+&bdquo;Mijn man heeft mij overdag,&mdash;mijn vriend de korte nacht... Loop heen,
+gij lelike bochel! bij God, ik zal u horens laten dragen; want nu is de
+zoete tijd gekomen dat de weiden groenen. Nu zullen wij, mijn vriend en
+ik, de nieuwe bloempjes gaan plukken (&bdquo;bloemen plukken&rdquo; betekent in deze
+liedjes altijd zich aan de liefde overgeven). Waarom slaat mijn man mij?
+Ik heb immers nooit iets anders gedaan dan mijn vriend beminnen. En gunt
+hij mij <i>dat</i> plezier niet eens meer, dan zal ik mij nog meer op hem
+wreken.<ins class="corr" id="corr13" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> En de jonge Provençaalse zingt: &bdquo;Wat zal ik u zeggen
+waarom ik zo vol liefde ben,&rdquo;&mdash;en zij zelf en haar vriendinnen vallen
+haar in de rede: &bdquo;<span xml:lang="it">Coindetta sui...</span>&rdquo; &bdquo;Knap ben ik, maar ik heb verdriet
+over mijn man, ik wil niets van hem weten&mdash;want ik ben maar klein en
+jong en een maagd, ik moest een man hebben waar ik plezier in kon
+hebben... Maar God weet dat ik geen smaak heb in mijn echtgenoot, als<span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>
+ik hem zie, wens ik slechts dat de dood hem van mij wegneemt. Maar één
+ding heb ik wel gemerkt en dat zal ik u zeggen: mijn vriend heeft mij
+reeds lang bemind en hem zal ik mijn liefde schenken... En het lied dat
+ik hier op deze melodie dicht, dat moet&mdash;vraag ik&mdash;wijd en zijd door
+alle vrouwen gezongen worden, over mijn vriend dien ik bemin en naar
+wien ik zo verlang.&rdquo; &bdquo;<span xml:lang="it">Coindetta sui...</span> Aardig ben ik&rdquo; enz., zingt het
+koor daar dan weer tussen in.</p>
+
+<p>Dat zijn oude conventionele volksliederen-motieven in de ridder- en
+hofkringen in voorname vorm gegoten. Andere dansliedjes, eveneens door
+vrouwen gezongen en oorspronkelik ook wel door haar gedicht, zijn
+romanceachtig vertellend. Het zijn kleine liefde-episodes of
+liefdegeschiedenissen, slechts met een paar losse lijnen opgetrokken, in
+een paar trekken te voorschijn getoverd... alsof men in de muziek maar
+even het tema aangeeft, maar de uitwerking aan de fantasie van de
+hoorders overlaat... dikwels half dramaties in de gesprekvorm, maar
+oorspronkelik altijd met een refrein dat de grondgedachte aangeeft... de
+stemming waar de kleine &bdquo;historie&rdquo; uit ontkiemd is en die alleen
+gebruikt zal worden om de toehoorders mee in slaap te wiegen. Dat zijn
+de romancen waar onze Scandinaviese volksliederen ook meê samen hangen.
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Aalis main se leva&mdash;bon jor ait, qui mon cuer a... Alis</span> stond 's
+morgens op&mdash;geluk voor hem die mijn hart bezit&mdash;zij kleedde zich en
+maakte zich mooi onder een elseboom&mdash;geluk voor hem die mijn hart
+bezit,&mdash;het is niet langer mijn.&rdquo; Meer hebben wij van dit liedje niet.
+Kompleet hebben wij daarentegen het lied van Gaiete en Oriour, twee
+zusters die een Zaterdag naar de beek gingen om te baden. &bdquo;De lucht
+trilt en de takken wiegelen; mogen zij die minnen zoet slapen!&rdquo; luidt
+het refrein als van een wiegelied. De jonge Gerard komt van
+wapenoefeningen terug, ziet Gaiete aan de beek en neemt haar in zijn
+armen. &bdquo;Als je nu water geput hebt, Oriour,&rdquo; zegt zij tegen haar kleine
+zuster, &bdquo;ga dan naar de stad terug, ik blijf bij Gerard.&rdquo; Oriour gaat
+naar huis, maar weent haar beide oogen uit en zucht uit het diepst van
+haar hart, omdat haar zuster niet met haar mede gaat. Maar Gerard en
+Gaiete gaan terstond direct naar de stad en daar troost Gerard haar.
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Vante l'ore et li raim crollent,&mdash;ki s'antraimment, soweif dorment.</span>&rdquo;
+Men ziet bijna de dansenden de kleine geschiedenis mimies voorstellen.</p>
+
+<p>Minder bij de dans dan bij het werk in het vrouwenvertrek zijn die oude
+romances gezongen geworden, die de adellike dame<span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a> of jonkvrouw in haar
+stille liefdedromen schilderen, in de smart of het geluk van haar
+ootmoedige liefde. Daar zit de schone Dolette bij het venster en leest
+in een boek, maar haar gedachten zijn er niet bij, zij denkt aan haar
+Doon die ver weg getrokken is, naar 't een of ander toernooi. En nu komt
+juist het bericht dat hij gevallen is; zij neemt terstond het boetekleed
+aan en wijdt zich aan het nonnenleven.</p>
+
+<p>Zo zit ook de schone jonkvrouw Yolande in haar vertrek een fluwelen
+wambuis te maken voor haar vriend die ver weg is. Zuchtend zegt zij:
+&bdquo;God, wat is de naam der liefde zoet. Nooit had ik gedacht dat ik daar
+smarte bij zou voelen,&rdquo; en zij bidt God medelijden met haar te hebben.
+Maar op het zelfde ogenblik komt haar lieve vriend de kamer binnen. Zij
+ziet hem, buigt haar hoofd en kan geen woord uitbrengen. &bdquo;Mijn lieve
+dame, hebt gij mij heel vergeten?&rdquo; vraagt hij. Maar nu lacht zij en
+strekt zuchtend de schone armen naar hem uit. &bdquo;Schone vriend, ik kan u
+niet bedriegen. Met geheel mijn hart bemin ik u. Zo veel als gij wilt,
+moogt gij mij kussen.&rdquo; Zij neemt haar vriend in haar armen. Zij zetten
+zich op een mooi bed en daar omhelzen zij elkaar. &bdquo;God! wat is de naam
+der liefde zoet. Nooit had ik gedacht, dat ik daar smarte bij zou
+voelen.&rdquo;</p>
+
+<p>Boven in het vrouwenvertrek is het ook dat de koningsdochter Erembourc
+zit te borduren en zij door een torenvenster ziet dat haar vroegere
+vriend, Graaf Raymond, de binnenplaats op rijdt; nu komt hij in de lente
+thuis maar hij heft het hoofd niet meer op naar haar kamer als vroeger.
+Maar zij roept hem, hij mag haar de belediging toch niet aandoen niet
+eens meer even met haar te komen spreken. &bdquo;Gij hebt niet goed gehandeld,
+koningsdochter! Gij hebt een ander liefgehad, om hem hebt gij mij
+vergeten&rdquo;, roept hij naar boven. Maar zij zweert van niet; met haar
+dames en maagden is zij bereid een eed af te leggen dat zij onschuldig
+is. En dan komt hij bij haar binnen&mdash;breed van schouders, smal van
+middel&mdash;blond, met gekrulde haren; een knapper jongeling was niet te
+vinden. Hij gaat op het geborduurde kussen zitten, zij zit naast hem;
+&bdquo;<span xml:lang="fr">de joste lui se siet bele Erembors,&mdash;lors recomencent leurs premières
+amors...</span>&rdquo; Het gehele kalme vrouwenleven in die torenkamers hangt als een
+atmosfeer om de weinige woorden van die liederen,&mdash;in een vaag onbewust
+verlangen naar vrijheid en een bereidwillige onderwerping aan de
+heerschappij van de mannen. Het is alsof men de eenvoudige woorden hoort
+zingen met begeleiding der akkoorden van een tedere guitaar.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a></p>
+
+<p>Duideliker spreken de gevoelens der geliefden zich in liederen uit, die
+het afscheid schilderen van ridders en hun dames. Dit zijn ook
+oorspronkelik meestal liederen van vrouwen of altans is de vrouw degene
+die vooral het woord voert en de warm liefhebbende is, terwijl de man er
+de rol van koelbloedige meerdere speelt. Wij hebben Duitse liederen van
+dit genre over of altans fragmenten er van. De vrouw klaagt en hij
+belooft haar niet te vergeten, of zij smeekt hem bij haar te blijven,
+maar hij antwoordt lichtzinnig of, als om te tonen dat hij een man is,
+dat hij zich niet eeuwig en altijd door een vrouw kan laten binden; soms
+is zij een vorstin en eist dat hij haar beminnen zal of hij moet het
+land verlaten, maar de ridder laat zijn paard zadelen, hij wil liever
+vertrekken dan zich door een vrouw te laten dwingen. Of de vrouw is
+verlaten achtergebleven en klaagt dat nu de lindebomen kaal zijn, dat
+haar geliefde, een onervaren jongen, in het net van andere vrouwen
+verward is geraakt, ofschoon God weet dat zij&mdash;dat &bdquo;<span xml:lang="de">ich im diu holdeste
+bin</span>&rdquo;. Zij staat op de tinnen van het kasteel en kijkt hem achterna nu
+hij wegrijdt; de valk die zij voor hem had afgericht, is nu ook van haar
+weggevlogen. God &bdquo;brenge hen samen die gaarne samen willen zijn.&rdquo; Of zij
+verlangt naar hem in de verte. &bdquo;<span xml:lang="de">Es stuont eine Frouwe alleine unt warte
+über Heide.</span>&rdquo; &bdquo;Wanneer ik alleen sta in mijn hemd en aan u denk, mijn
+Ridder, dan gloei ik als een roos en is mijn hart vol droefenis.&rdquo;</p>
+
+<p>Dikwels is het op een kruistocht dat de ridder moet gaan en roept zijn
+kristelik en militair plichtsgevoel hem weg, over zee en land, terwijl
+haar liefde hem terug wil houden. Allerliefst is zo bijvoorbeeld een
+Provençaalse romance waar het adelike meisje een schonen zomerdag onder
+een bloeiende vruchtboom in de tuin zit en tot Jezus klaagt dat haar
+geliefde voor Hem naar het heilige land getrokken is en haar verlaten
+heeft. De dichter tracht haar te troosten met de hoop op de hemel, maar
+zij laat zich met het hiernamaals niet afschepen &bdquo;wanneer God mij
+ondertussen hier op aarde hem ontrooft die mijn vreugde was, hem die ik
+nog maar zoo kort had, maar die nu zo ver weg is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;<span xml:lang="fr">Liebesgrüsse</span>&rdquo;, &bdquo;<span xml:lang="fr">saluts d'amour</span>&rdquo; zendt de verlatene haar geliefde in de
+verte achterna. &bdquo;Zoveel bladen, zoveel grassprietjes, zoveel bloemen als
+er zijn, zend hem zo veel liefdegroeten van mij.&rdquo; Dikwels is het een
+valk of een zwaluw wier vrije vlucht zij benijdt en aan welke zij haar
+groeten medegeeft,&mdash;een overal in het volkslied geliefd motief. Later
+zendt hij dan ook op zijn beurt haar groeten door vogels. &bdquo;Weg vliegt de
+montere<span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a> vogel,&rdquo;&mdash;heet het in een &bdquo;<span xml:lang="fr">salut d'amour</span>&rdquo;, uit Provence&mdash;&bdquo;recht
+daar heen waar zij woont en slaat zich zonder angst neer, en wanneer de
+schone zich vertoont, begint het vriendelike vogeltje een zoet gezang te
+laten horen, zo als hij die tegen de avond ten beste pleegt te geven,
+dan zwijgt hij en bedenkt hoe hij het beste zeggen zal wat zij genadig
+horen wil.&rdquo; Dan zingt hij menig vleiend woord tot haar over haar
+geliefde, zij hoort dat aan en zendt de gevleugelde boodschapper met
+vele schone liefdewoorden terug.</p>
+
+<p>Een heel bizondere dichtsoort ontwikkelde zich langzamerhand door
+mannelike kunstdichters uit het oude motief van &bdquo;Het afscheid der
+geliefden&rdquo;. De situatie van die twee die een nacht van liefdegenot te
+samen doorgebracht hebben maar nu, om niet ontdekt te worden, voor
+dageraad moeten scheiden, is er een die steeds overal in de
+volksliederen te vinden is, algemeen menselik en poëties vruchtbaar als
+die is. De geliefden hebben samen buiten op de weide of in bosjes
+geslapen, en worden nu door het gezang der vogels of door de dageraad
+gewekt; onder hevige klachten en verwensingen over die noodzaak moet de
+vrouw zelf de man tot haast aanzetten; of wel zij tracht hem nog terug
+te houden: neen, het is het daglicht niet, maar maneschijn, het is de
+leeuwerik niet, maar de nachtegaal, zegt zij. Intussen verstomt de
+twijfel spoedig; hij moet weg. Met dit volkslied-motief zijn bij de
+kunstdichters literaire herinneringen samen gesmolten. Aan de ene kant
+van de oud kerkelike hymnen aan de dageraad,&mdash;van de hoogdravende Hymne
+aan het Licht van Prudentius af (<span xml:lang="la">Aeterne rerum conditor</span>) tot de meer
+moderne, als die welke men uit het jaar 1000 kent, in 't Latijn met
+Provençaalse refreinen, waarin de wachter de Slapenden wekt, om dat &bdquo;het
+Morgenrood de zon reeds achter de natte zee opheft.&rdquo; Aan de andere kant
+misschien ook van de antieke poëzie b.v. van Leander's brief aan Hero in
+de &bdquo;Heroides&rdquo;, waar de twee zich na een nacht van liefdegeneuchten onder
+klachten uit hun omhelzingen los moeten scheuren, omdat de morgenster
+Aurora de weg wijst en de trouwe bewaakster, de oude min van het meisje,
+ze tot scheiden maant. De min van de antieke poëzie en de wachter van de
+kristelike hymne worden bij de ridderlike dichters tot de torenwacht die
+van de toren de dageraad ziet verschijnen en die daardoor als vanzelf de
+vertrouwde der geliefden geworden is en de waarschuwende rol van de
+leeuwerik over heeft genomen. Als zodanig is hij de derde persoon van
+het drama. In een tuin, onder de meidoorn, ligt een vrouw met haar
+vriend in haar armen, totdat de wachter roept<span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a> dat hij de dageraad ziet.
+&bdquo;Ach God, ach God, wat komt de dageraad spoedig! Gave God, dat die nacht
+nooit een einde nam, en dat mijn geliefde nooit van mij weg moest
+trekken, en de wachter nooit de dag zou zien en de dageraad... Lieve,
+zoete vriend, laat ons elkaar blijven kussen, gij en ik, hier op de
+weide, waar de vogels zingen, tot op 't ogenblik dat de wachter op zijn
+schalmei blaast.&rdquo; Schoon en lief is de vrouw en velen kijken naar haar
+wegens haar schoonheid, maar zij is trouw aan de liefde in haar hart.
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Oi deus, oi deus! de l'alba, tan tost ve!</span>&rdquo;</p>
+
+<p>Bij Walter von der Vogelweide is het in een kamer dat het zonnelicht de
+geliefden treft en de situatie ontwikkelt zich hier tot een hele
+dialoog, een heel drama. De ridder ziet het daglicht, wekt het meisje en
+wil weg, maar zij noodzaakt hem om te blijven. Ridderlik geeft hij toe,
+niettegenstaande het gevaar en zegt: &bdquo;Welaan, dan blijf ik hier,&rdquo; totdat
+zij nu zelf het gevaar bemerkt en hem tot vertrekken aanspoort... maar
+dan, zelf niet wetende wat zij wil, vraagt zij hem toch nog éen ogenblik
+te blijven: &bdquo;Nooit hadden zij het zo goed als nu.&rdquo; Maar... nu <i>moet</i> hij
+toch weg: &bdquo;Ik doe het voor uw eer, het morgenlied van de wachter heeft
+al weerklonken.&rdquo; En wenend blijft zij alleen achter: &bdquo;nû lige ich liebes
+âne&mdash;reht als ein senede wip.&rdquo; In de Albas uit Provence&mdash;<i>alba</i>:
+morgenrood heet die dichtsoort in Zuid-Frankrijk&mdash;komt die wachter
+langzamerhand meer en meer op de voorgrond, hij wordt in het vertrouwen
+der geliefden genomen en zo wordt het niet meer zijn geroep als zodanig
+dat hen waarschuwt, hij wekt die twee met opzet en raadt ze aan te
+scheiden. In een der schoonsten dier Alba's is het een vriend die in de
+tuin op wacht staat en die God bidt om hem zijn kameraad ongedeerd terug
+te geven en hij roept de kamer in: &bdquo;Beste vriend, slaap niet langer, in
+het Oosten is de morgenster opgekomen, ik heb die duidelik gezien en nu
+is het weldra morgen. Beste vriend, met mijn lied wek ik u, ik hoor de
+vogelen zingen en ik vrees voor de jaloerse echtgenoot, nu is het weldra
+morgen.<ins class="corr" id="corr14" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>&mdash;&bdquo;Waarde, goede vriend&mdash;komt ten slotte het antwoord&mdash;ik
+zwelg in een zodanig geluk dat ik wenste dat het nooit dag zou worden,
+want ik houd de heerlikste van alle vrouwen ter wereld in mijn armen, en
+ik geef niets om echtgenoot of dageraad.&rdquo; Hier is het nu, zo als men
+ziet, niet langer de vrouw, maar de man die de nacht van liefde
+verheerlikt en in zijn geluk alle voorzichtigheid over boord werpt. Het
+allerverst uitgewerkt vindt men het motief bij <span xml:lang="de">Wolfram von Eschenbach</span> in
+wiens &bdquo;dageliederen&rdquo; de wachter<span class="pagenum" title="55"></span><a id="p_55"></a> zowel als de vriend die in het geheim
+is, tot hoofdpersoon worden, en zijn waarschuwingen, de hevige passie
+der geliefden die nog onder de hoge druk van 't geraas toeneemt, haar
+tranen en zijn ridderlike onverschrokkenheid, vallen samen in een
+pateties dramaties trio, dat bijna tot een simbool wordt van &bdquo;de
+zaligheid van gestolen liefde en al de bitterheid die daar
+onafscheidelik van is.&rdquo;</p>
+
+<p>Ten slotte vormde de hofpoëzie van het volkslied de Pastorale. Reeds
+vroeg hebben tweespraken een deel uitgemaakt van volksfeesten en
+volksdansen. Bij 't Meifeest kwamen zomer en winter op en kregen het met
+elkaar in schone verzen aan de stok totdat de winter het op moest geven;
+of twee meisjes stonden in verzen te disputeren over de vraag of een
+klerk of een ridder de beste geliefde was. Bij de dansen hebben zeker
+ook samenspraken gehoord tussen de man die het meisje wil omhelzen en
+het laatste dat zich met schelmse spot terug trekt en hem ontwijkt,
+misschien ook nog wel een derde&mdash;een mededinger die het meisje ook ten
+dans nodigt&mdash;totdat zij zich ten slotte aan een van tweeën overgeeft.
+Dergelijke disputen en liefdegesprekken op rijm, gaan in verband met
+landelike feesten helemaal op het volksleven der oudheid terug; zij
+hebben de literaire weerklank daarvan in de idyllen van Theocritus en
+Virgilius; reminiscenties aan die schrijvers, die in de middeleeuwen
+zoveel zijn nagebootst, hebben misschien enkele der dichters van de
+ridderpoëzie voorgezweefd. Onder de latijnse liederen der vagantes vindt
+men een andere soort gedichten die op <i>hun</i> wijze aan één zijde der
+pastorale beantwoorden: het zijn liedjes waarin zulk een rondtrekkend
+scholier luchtigjes vertelt van een avontuurtje dat hij gehad heeft of
+waar hij pocht op een &bdquo;<span xml:lang="fr">bonne fortune</span>&rdquo; die hem ten deel gevallen is,&mdash;hoe
+hij de tegenstand van het schuchtere meisje wist te overwinnen, hoe hij
+het herderinnetje dat hij ergens buiten tegen kwam gevraagd had de
+ziekte te genezen waar hij aan leed, hoe zij eerst niet durfde voor haar
+vader, maar toch gauw genoeg bezweek, of hoe hij de dansende
+herderinnetjes aangeboden had gratis de <span xml:lang="la">declinatio</span> en de <span xml:lang="la">conjugatio</span> te
+leren of hoe hij een gesprek over de liefde tussen twee meisjes had
+afgeluisterd.</p>
+
+<p>De ridderlike pastorale die zich misschien oorspronkelik van
+Noord-Frankrijk naar Provence verplantte en naar Duitsland, vertoont een
+vermenging van die twee typen. De inleiding schildert een dichter, een
+ridder en een stadsbewoner die over de velden lopen of rijden en òf een
+gesprek tussen de herders en herderinnetjes <span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a>afluisteren&mdash;Robin die
+Marot om haar liefde vraagt, terwijl zij hem met Gueneviere plaagt, die
+zij hem gisteren heeft zien kussen,&mdash;of boeren feestdansen, kibbelarijen
+en vechtpartijen, of zij beginnen zelf een gesprek met de landmeisjes en
+dan krijgen ze die tot hun wil of wel worden ze door de landelike
+schonen weggezonden. Het is van boven af dat men al die landelikheid te
+zien krijgt en de versvorm is licht, dansend, spelend; het boerenleven
+en het herdersleven worden in hun vrolike natuurlikheid geschilderd,
+onschuldig naief en komiek plomp; het zijn fijne beelden uit het
+volksleven van Nederlandse schilders, in de Franse lyriek, evenals later
+in de Duitse van Nidhardt. Pochend en met de nodige bluf vertelt de
+zanger hoe hij het meisje tot zijn wil gekregen heeft of met goedmoedige
+zelfbespotting hoe lelik hij van zijn vrijage af is gekomen; in beide
+gevallen wordt het avontuurtje als een bagatel behandeld; zoo'n
+veehoedstertje en haar liefde,&mdash;dat betekent namelik niet veel!</p>
+
+<p>&bdquo;Verleden zag ik een herdersmeisje bij een heg staan, vrolik en aardig
+zag ze er uit, met een net keurslijfje en een linnen mutsje, wollen
+broek en een grof hemd... Ik ging op haar af: &bdquo;Lief kind,&rdquo; zei ik, &bdquo;ik
+vind het treurig dat je het zo koud hebt.&rdquo;&mdash;&bdquo;Heer,&rdquo; antwoordde zij,
+&bdquo;Goddank ben ik goed gezond en het zal mij heus geen kwaad doen als de
+wind eens door mijn kleeren waait.&rdquo; Ik zeide dat ik haar graag
+gezelschap wou houden, en dat het toch jammer was dat zij daar zo alleen
+het vee zou moeten hoeden zonder een vriend in de wereld...<ins class="corr" id="corr15" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> En zo
+gaat het gesprek verder. Hij vleit haar, zij moet zeker de dochter van
+een ridder zijn, een fee moest haar die schoonheid gegeven hebben, die
+niet bij een boerenmeisje past. Zij moest hem nu maar zijn zin
+geven&mdash;gaat hij door&mdash;zoo'n landmeisje is toch wel te temmen, alles in
+de natuur wil toch paren, en hier achter die haag kunnen ze toch doen
+wat ze willen zonder gezien te worden. Maar&mdash;gelijk Else in de ballade,
+heeft zij een afwijzend preuts antwoord klaar voor de vleier en zijn
+opdringerigheid: &bdquo;van een ridder als vader, daar weet zij niets van,
+soort zoekt soort, een boerenmeisje moet aan niemand dan aan boeren
+denken en zij heeft geen lust haar maagdom te geven voor de naam van een
+slet.&rdquo; Maar in andere gedichten komen er heel wat brutaler scenes voor.
+&bdquo;God zij met u, herderin, schoon gelijk een roos; ik ben zeer verbaasd u
+nog alleen te vinden. Een kleed met zilveren zoom wil ik u geven.&rdquo; Maar
+zij antwoordde dat zij niets met hem te doen wil hebben; zij wijst naar
+haar vader die daar ginds het<span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a> veld loopt te ploegen en wil daar heen
+gaan. Maar hij liep haar achterna, greep haar beet en wierp haar in het
+gras. Drie malen kuste hij haar en zij sprak geen woord tegen, en toen
+hij haar voor de vierde keer wilde kussen, zeide zij: &bdquo;Heer, ik geef mij
+aan u over.&rdquo; De schelmse gratie van de dansliederen en het cynisme van
+de pochende ridders (&bdquo;<span xml:lang="fr">gaps</span>&rdquo;) vinden wij ook beiden in de pastorale
+terug. In tedere liefdeverlangens loopt de herderin een zomermorgen rond
+en neuriet er een liedje over hoe benauwd het haar in haar borst wordt
+en hoe zij zich een vriend wenst, sedert Robin haar verlaten heeft. Zelf
+roept zij een ridder aan die voorbij komt en toont zich meer dan
+gewillig. Maar dikwels is de herderin ook &bdquo;<span xml:lang="fr">trop sage de garder son
+pucelage</span>&rdquo; en houdt de al te vriendelike ridder voor den gek en op een
+afstand, of weet hem een pak slaag te bezorgen door een paar
+boerenjongens. Daarentegen scheurt de ridder bij andere gelegenheden
+haar brutaal de kleeren van het lijf of weet haar met leugenachtige
+beloften te paaien. En wanneer het dan gebeurd is, zoo eindigt hij
+triomfantelik het gedicht: &bdquo;<span xml:lang="fr">lors me montai, si m'en alai,&mdash;à deu l'ai
+commandée:&mdash;Dolente et esgarée&mdash;la laissai en la prée.</span>&rdquo;</p>
+
+<p>Pastorale, alba, romance, ballade,&mdash;al deze verfijnde literaire
+bewerkingen van het volkslied zijn duidelik gedicht en gezongen geworden
+door ridderlike dillettanten&mdash;dames en heren&mdash;als een geliefd soort
+gezelschapsspel. De naam van de auteurs is niet bekend, altans van de
+meesten niet, het is de volkspoëzie van de ridderwereld, gelijk onze
+Deense middeleeuwse balladen dat waren. Een volksliedje als
+&bdquo;Maagdedroomen&rdquo; is in wezen niet verschillend van een romance als de
+schone Yolande of de schone Erembourc en een schertsende ballade als die
+van &bdquo;koning Erik en de spottende Maagd&rdquo; is na aan de Pastorale verwant.</p>
+
+<p>Maar deze gezelschapsliederen zowel als de vertelkunst die zich bij de
+ontvangsten op de hoven ontwikkelden, krijgen nu beoefenaars van
+professie in de schare van dichters en zangers die aan het hof leefden
+om&mdash;en meer of minder ook van&mdash;die liederen en berijmde vertellingen te
+dichten en voor te dragen. Van de dagen van Olim waren er talrijke
+&bdquo;<span xml:lang="fr">jogleors</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">conteors</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">fableors</span>&rdquo; die van de ene stad naar de
+andere trokken, en van burcht tot burcht, allerlei kunstjes maakten, een
+beer lieten dansen, maar tegelijk ook viool speelden of doedelzakken en
+berijmde vertellingen lieten horen of liedjes,&mdash;om daarna geld in te
+zamelen van het kermispubliek of de gasten van de burchtheer. Maar boven
+de jongleurs verheft zich in de tijden der kruistochten een
+aristokratie,<span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a> die soms uit die klasse voortgekomen of daarin
+teruggevallen is, maar die zich niet verwaardigt op kermissen op te
+treden en jongleurskunsten uit te voeren, maar die zich alleen in de
+adellike kringen beweegt, zich naar die hogere smaak vormt, zich
+enigsins de manieren van die kringen toeëigent en dikwels daarin
+opgenomen wordt. Dat zijn de &bdquo;<span xml:lang="fr">menestrels</span>&rdquo;, de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">troubadours&rdquo;,&mdash;&bdquo;trouvères</span>&rdquo;; wanneer ze, wat dikwels 't geval is, tot de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">vagantes</span>&rdquo; horen, noemen zij zich dikwels &bdquo;<span xml:lang="fr">maîtres</span>&rdquo;. Arme jongere zonen
+en verarmde baronnen zelf beginnen nu ook mede te doen aan deze wijze
+van het hof te vermaken, en zo vindt men ze weldra in deze nu zo
+veelomvattende dichtergroep, naast klerken en zonen van burgers en de
+lagere klassen. Het zijn musici van beroep, die allerlei kunstige
+melodiën komponeren en spelen, voor de viool en voor harp; de Britse en
+Bretonse melodieën (<span xml:lang="fr">lais</span>) werden over Frankrijk van hof tot hof
+gekolporteerd. Bij de muziek komt dan ook zang en het zeggen van
+gedichten. Zo brengen de zangers met de melodieën de Britse vertellingen
+in 't Frans over en dragen ze de kleine berijmde verhalen voor, de &bdquo;<span xml:lang="fr">lais
+Bretons</span>&rdquo;. &bdquo;<span xml:lang="fr">Lais</span>&rdquo; worden nu langzamerhand ook andere kleine berijmde
+vertellingen genoemd, welke de <span xml:lang="fr">trouvères</span> dichtten en voordroegen,&mdash;de
+stof haalden ze òf uit het werkelike leven, òf uit de antieke myten b.v.
+over Narcissus of Orpheus. Maar eerst en vooral ontwikkelen de
+hofzangers van beroep in Zuid-Frankrijk een nieuwe kunstige hoflyriek,
+die weldra ook aan de ridderhoven van Noord-Frankrijk en Duitsland
+toonaangevend zou worden.</p>
+
+<h2><a id="VI"></a>VI.</h2>
+
+<p class="subh2">ZUID-FRANKRIJK.</p>
+
+<p>In Zuid-Frankrijk is het maatschappelike leven der ridders het sterkst
+ontwikkeld en het uit zich in het lyries individualisme der troubadours.</p>
+
+<p>Het was een zeer eigenaardige wereld, dat stukje van Europa, dat in de
+12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw het vaderland zou worden van de Provençaalse
+poëzie. In het Zuiden wordt het door de Middellandse Zee bespoeld, in
+het Westen door de Atlantiese Oceaan, in het Zuidwesten is het door de
+Pyreneeën begrensd,&mdash;behalve dat Catalonië en belendende dalen van het
+Spaanse schiereiland er bij horen&mdash;in het Oosten door de Alpen, ofschoon
+er toch<span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a> volop voeling blijft met de daaraan grenzende delen van Italië;
+eindelik gaat, wat het noordelik Frankrijk betreft, de grenslijn met een
+vrij grote boog van de Gironde in het Westen, noordelik over Poitou en
+weer zuidelik naar Lyon in de punt van het meer van
+Genève,&mdash;hoofdzakelik wordt de grens gevormd door de bergvlakte van
+Auvergne en Limousin. De met pijnbomen begroeide zandvlakte en de
+moerasstreken van Gascogne bij de Atlantiese Oceaan; de wijnbergen van
+Garonne; Toulouse en de bergdalen van de uitlopers der Pyreneeën;
+daarachter de Cevennes bij de Middellandse Zee, Languedoc met zijn
+rijke, oude Romeinse steden: Narbonne, Beziers, Nîmes; het dorre en
+stormachtige kustlandschap van Provence met Arles, Aix en Marseille; de
+alpenstreken van Dauphiné en Savoye, Poitou bij de Loire en Catalonië
+aan de overzijde der Pyreneeën... al deze streken maakten op verre na
+geen geografiese of politieke eenheid uit, maar toch bestond er een
+innig, levendig verband tussen, en vormen ze tegenover de daar buiten
+liggende provincies één geheel,&mdash;en wel ten gevolge van een gemeenschap
+in hun ethnologie, hun historie, hun taal en hun kultuur.</p>
+
+<p>Hoe weinig men ook weet van de verschillende rassen, Liguriërs, Iberiërs
+en Kelten, en de verhouding waarin die, de oudsten van Zuid-Frankrijk,
+tot elkaar stonden, zeker is in elk geval dat die donkere kleine mannen
+geheel en al verschild hebben van de sterk met Germaanse elementen
+doortrokken Galliërs uit Midden- en Noord-Frankrijk. Of het nu het
+klimaat is, de levenswijze of wat er ook de oorzaak van is,&mdash;het is geen
+verbeelding dat het Zuid-Frankrijk van een <span xml:lang="fr">Mirabeau</span>, een <span xml:lang="fr">Thiers</span> of een
+<span xml:lang="fr">Gambetta</span>, dat van een <span xml:lang="fr">Montaigne</span> of <span xml:lang="fr">Montesquieu</span>, dat van een <span xml:lang="fr">Berlioz</span> en
+een <span xml:lang="fr">Gautier</span> en <span xml:lang="fr">Daudet</span>,&mdash;dat in het algemeen het Zuid-Frankrijk van de
+advokaten en politici, der journalisten en raisonneurs, der kolonisten
+en impressionisten een heel ander land is dan dat van <span xml:lang="fr">Corneille</span> en
+<span xml:lang="fr">Molière</span>, van <span xml:lang="fr">Voltaire</span> en <span xml:lang="fr">Rousseau</span>, van <span xml:lang="fr">Taine</span> en <span xml:lang="fr">Renan</span>. Het was als
+bloeiende rhetoren en scherpzinnige dialectici, dat de Zuid-Fransen
+uitblonken zodra zij weer in de Romeinse kultuur werden opgenomen; tot
+op het huidige ogenblik toe is het die steeds weer opborrelende
+levendigheid en een soort lyriek die zich voor een ieder openbaren, die
+de landgenoten van <span xml:lang="fr">Numa Roumestan</span> en <span xml:lang="fr">Tartarin</span> kenmerkten.</p>
+
+<p>De Romanisering van Zuid-Gallië&mdash;de streek met Narbonne in het
+Zuid-oosten en het Aquitanië van Caesar in het Zuid-westen&mdash;greep niet
+alleen éerder plaats dan die van het overige Gallië,<span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a> maar geschiedde
+ook grondiger; reeds van de tijd af dat Marseille door Griekse
+kolonisten gesticht was, had Zuid-Frankrijk behoord tot de wereld der
+landen om de Middellandse zee. In de grote steden uit de Romeinse tijd
+staan nog poorten en aquadukten, termen en grafmonumenten, tempels en
+amfiteaters, als herinneringen aan het rijke Romeinse leven. Bij het
+einde van die periode waren deze steden om zo te zeggen het meest
+beschaafde deel van het Romeinse rijk en zij waren de laatste
+haardsteden waar de vonken van het uitdovende geestelik leven der
+Oudheid nog brandend gehouden werden. De biblioteek van Arles, de
+scholen van <span xml:lang="fr">Toulouse, Bordeaux</span> en <span xml:lang="fr">Vienne</span> bewaarden nog lang hun roem en
+in Marseille waren er nog steeds Griekse overleveringen.</p>
+
+<p>In veel mindere mate dan de naburige landen zou Zuid-Frankrijk ook de
+gevolgen van de Volksverhuizing ondergaan: omwentelingen en vermenging
+van rassen. De Bourgondiërs die uit het Oosten kwamen, weinig talrijk en
+half beschaafd als zij waren, voegden zich vrij gemakkelik in de
+bestaande civilisatie, ook de West-Goten, die zich tussen de Garonne en
+de Pyrenaeën vastzetten en het grootste deel van Spanje veroverd hadden,
+smolten vrij wel met de Romaanse bevolking samen. De veelvuldige
+invallen der Arabieren van uit het Zuiden brachten veel nieuwe
+kultuur-ideeën met zich mede, maar leidden niet tot een blijvend
+in-bezit-nemen. En met het Frankiese Noord-Gallië hield alle nadere
+verbinding op, vooral sedert de tijd van Karel de Grote. Zeer spoedig
+werd het verschil tussen de taal van <span xml:lang="fr">Langue d'oc</span> en <span xml:lang="fr">Langue d'oil</span> heel
+sterk en ofschoon de Franse koningen nominaal Heren waren over het
+Zuid-Frankrijk ten Westen van de Rhône, evenals de Duitse keizer van
+Bourgondië en het eigelike Provence, vertoonden de Zuid-Franse vorsten
+zich toch alleen maar zo nu en dan eens even aan het koninklik hof te
+Parijs. Feitelijk leefde &bdquo;<span xml:lang="fr">Le Midi</span>&rdquo; een volkomen onafhankelik leven en
+hoorde nog steeds, evenals in de oudheid, ekonomies en kultureel bij
+Italië en de streken aan de Middellandse zee.</p>
+
+<p>De Middeleeuwen kregen dan ook nog minder vat op Zuid-Frankrijk dan
+zelfs op Italië. De twee grote beschavingsfaktoren: het Kristendom en
+het leenstelsel hadden daar ginds veel minder revolutionaire invloed dan
+meer in het Noorden, en de Romeinse kultuur van vroeger tijden bleef
+schrap staan tegen de nieuwe levensvormen en hield vol energie stand.</p>
+
+<p>En hier moest het Kristendom menig kompromis aangaan met<span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a> de oude
+Romeinse kultuur. In de 4<sup>de</sup> en 5<sup>de</sup> eeuw nog vond men in het
+offisieel gekerstende Gallië een aristocratie van hogere ambtenaren en
+grondbezitters die volkomen onverschillig bleven bij de kerkelike en
+politieke strijd van den dag en een leventje leidden van één en al
+genot, als in de beste dagen der oudheid. De laatste Gallo-romeinse
+schrijvers als Ausonius en Eutropius hoorden tot die kring. Op villa's,
+in de buurt van Bordeaux of ginds in Auvergne, verdreef men de tijd met
+jacht en visserij, maar men studeerde en kommenteerde ook zijn
+klassieken in welvoorziene biblioteken, deed, al was het dan ook als
+amateur, aan de archeologie, bracht komedies van Terentius, of in zijn
+genre, op privaatteaters ten tonele of voerde literaire gesprekken of
+een literaire briefwisseling. Niet weinigen van de bisschoppen der Kerk
+hoorden zo goed als geheel tot deze kringen. Sidonius Apollinaris stierf
+als bisschop te Clermont, maar zijn gedichten die hem een standbeeld
+verschaften op het Forum Trajanum, en zijn briefwisseling verplaatsen
+ons geheel in de Romeinse dekadenten-aristocratie. Zo schildert hij ons
+b.v. het leven van een adellike vriend op zijn kasteel bij de Garonne.
+Dat is al een burcht met muren en torens en het ligt op een heuvel&mdash;de
+tijden staan in het teken van de oorlog&mdash;maar met zijn zuilengangen,
+zijn termen, zijn muurschilderingen is het van binnen nog een heel
+Romeins patriciërshuis. Bij een andere vriend, te Nîmes, vertelt hij van
+een biblioteek in drie afdelingen; een heidense, alleen ten gebruike van
+mannen, een kristelike afdeling voor de vrouwen, en een gemengde
+afdeling voor de twee geslachten; teologiese discussies worden daar in
+huis gevoerd, zowel als heidense literaire gesprekken. Of wel heeft hij
+het over een concilie waar hij aan deelgenomen heeft; tussen de
+vergaderingen in gaat hij met enige andere hoge prelaten&mdash;hoofdzakelik
+jonge mannen&mdash;de stad uit en daar, bij een antiek grafmonument in de
+schaduw van de bomen, amuseert het bisschoppelik gezelschap zich
+afwisselend met het kegelspel en met het dichten elk om de beurt van
+Latijnse impromptu-verzen. Omstreeks het jaar 600 vertoonde een andere
+bisschop, Venantius Fortunatus, een nog vreemder legéring van officieel
+Kristendom en traditioneel Heidendom. Hij schrijft n.l. Heiligenlegenden
+en Kristelike lofzangen, maar daarnaast ook bruiloftsverzen voor een
+Frankies koningspaar met de hele mythologie van Amor en Venus er in, en
+verder kleine <span xml:lang="fr">billets-doux</span> aan een zekere zuster Agnes of zuster
+Radegunde in een naburig klooster met sierlijk-galante dankbetuigingen
+voor bloemen of potten melk die de nonnen hem<span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a> gestuurd hebben. Zo zijn
+er dus onder de Franse klerezij genoeg overleveringen voor die soort van
+aesteties heidendom bij de geestelikheid die, zoals wij gezien hebben,
+de opkomst der scholen in de 11<sup>de</sup> eeuw met zoveel liefde bevorderde;
+het is ook in de grensstreken tussen Zuid- en Noord-Frankrijk, in de
+buurt van Tours, Poitou en Anjou dat die belletristiese prelaten meer
+bizonder thuishoorden.</p>
+
+<p>Trouwens, nergens breken de draden die naar de antieke kultuur terug
+voeren. Toen ongeveer het jaar 1000 enige Provençalen in het gevolg van
+een prinses naar Parijs kwamen, ergerden de mensen in Noord-Frankrijk
+zich over die kort geknipte, glad geschoren Zuidelingen, met hun fraaie
+kleeren, en hun ijdel, lichtvaardig optreden. In klederdracht zowel als
+in manieren stak er zeker nog heel wat van die der Romeinen uit de
+latere Keizertijd. Heel lang nog waren er te Arles de circusspelen of
+dierengevechten in zwang en zelfs in de zang-dansen der boeren kon men
+de voorstellingen van Amor en Venus nog terug vinden. Zeer waarschijnlik
+zijn er hier evenals in Italië, privaatscholen geweest naast die van de
+Kerk en heeft er onder de voornamen een zekere wereldlike klassieke
+kultuur bestaan naast die van de geestelikheid. De gemakkelike
+verbinding met Italië, met het humanistiese pauselike hof en de
+humanistiese hogeschool te Salerno, heeft zeker op verschillende wijzen
+sporen achtergelaten. Zo begint men b.v. in de 11<sup>de</sup> eeuw te Arles de
+kerk van de H. Trophime met standbeelden te versieren, waar men de
+antieken klaarblijkelik tracht na te bootsen en tegelijkertijd worden er
+te Avignon en in andere steden van Provence, kerken gebouwd, die in de
+portieken en gevels op de pilaren en de kapitélen allerlei détails van
+de antieke gebouwen nabootsen, die men rondom in die steden vinden kon.</p>
+
+<p>Maar ook het maatschappelik leven zelf had in zijn grondtrekken veel van
+de oudheid bewaard. Evenals in Italië stond ook hier het stadsleven
+boven dat van de landman, in tegenstelling met de toestanden in het
+Noorden. Mensen in goeden doen&mdash;adelliken zowel als burgers&mdash;woonden
+liever in de oude rijke Romeinse steden dan eenzaam ergens buiten. En de
+burgers hadden feitelik een niet onaanzienlik kommunaal zelfbestuur. Wel
+is waar stonden ze onder een graaf of een bisschop, die midden in de
+stad zijn residentie had of er vlak bij, maar hij regeerde alleen door
+een &bdquo;Vicarius&rdquo; of een &bdquo;Baljuw&rdquo; die door de burgerschap gekozen werden en
+langzamerhand hadden de steden allerlei privileges gekregen; in de loop
+<span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a>van de 12<sup>de</sup> eeuw kregen ook de meesten van hen hun eigen
+&bdquo;<span xml:lang="fr">consules</span>&rdquo;,&mdash;burgemeesters. Men kan b.v. in de &bdquo;<span xml:lang="fr">Coutumes</span>&rdquo; van
+Montpellier lezen,&mdash;die tot toonbeeld genomen werden van een massa
+andere steden,&mdash;hoe de stad vol zelfbewustheid haar rechten tegenover de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Seigneurs</span>&rdquo; laat gelden. En overal&mdash;heet het&mdash;waar niet iets anders
+uitdrukkelik gestipuleerd is, geldt &bdquo;het geschreven recht&rdquo;, d. w. z. het
+oude Romeinse recht, dat steeds van kracht is naast, of als deel van,
+het lokale gewoonterecht.</p>
+
+<p>Over het algemeen is de maatschappij daar volstrekt niet zo
+gefeodaliseerd als in het Noorden. Het vrije landbezit (allodium) en de
+vrije bezittersstand die alleen de vorst als hun heer erkenden, waren
+grotendeels blijven bestaan, zonder in het leenstelsel opgenomen te
+worden. Tussen de adel, de rijke burgers en de grondbezitters bestond er
+geen scherpe grens, zij vormen te zamen die hogere standen wie het er om
+te doen is de kleine burgers er onder te krijgen en uit te buiten, en de
+burgers kunnen, als het er op aan komt, zich vrij gemakkelik het
+ridderzwaard om de lendenen laten gorden. &bdquo;Welgeboren burgers, die de
+gewoonte hebben, op de wijze der ridders te leven&rdquo;, heet het in een
+overeenkomst tussen Avignon en de omliggende graven, &bdquo;zullen ook de
+zelfde rechten genieten als zij.&rdquo; Zelfs waar er sprake is van
+leentoestanden, schijnt het in werkelikheid dikwels zo geweest te zijn
+dat de Vazallen hun grond in vrij bezit hadden en alleen maar in een
+vrij losse persoonlike verhouding tot de leenheer stonden, terwijl de
+macht van deze laatste voornamelik afhangt van de grootte zijner
+<i>allodia</i>. Wanneer men de zaak goed onderzoekt, zijn de meesten van die
+&bdquo;Senhoraten&rdquo; oude Gallo-romeinse landgoederen geweest, alleen is dan het
+landhuis een kasteel geworden aan welks voet de kleine burgers bij
+elkaar zijn komen wonen en het leenstelsel zelf zijn misschien dikwels
+militaire vervormingen van de oud-Romeinse verhoudingen tussen de
+voorname patroon en zijn kliënten, tussen de rijke grondbezitter en de
+&bdquo;prekaristen&rdquo;&mdash;zijn pachters.</p>
+
+<p>Maar in het algemeen zat het individualisme uit de latere Romeinse tijd
+op de troon, dat het vermogensrecht en personenrecht beheerste en zou de
+vervorming van de Germaanse stam-gemeenschap en stam-geest niet
+ondergaan, die de positieve zijde van het leenstelsel uitmaakt. De
+persoonlike en ekonomiese saamhorigheid, die de Germanen van hun &bdquo;gauen&rdquo;
+en hun krijgstochten medebrachten en die de schering van het feodale
+weefsel vormde, kon Zuid-Frankrijk al even weinig begrijpen als Italië.
+De wederzijdse, <span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a>volkomen religieuse plicht van trouw van leenheer en
+vazal, konden die zich evenmin eigen maken als het begrip van een
+ekonomiese gemeenschap in de maatschappij die het leenstelsel draagt.
+Dat was ook de reden waarom Zuid-Frankrijk zo goed als geen aandeel
+heeft in de Franse en Duitse heldendichten die hun grond en verklaring
+vinden juist in die Germaanse stam-geest en het leenstelsel.</p>
+
+<p>Alleen de <i>negatieve</i> zijde van het leenstelsel&mdash;als men het zo
+uitdrukken mag&mdash;d. w. z. de individualistiese anarchie der baronnen vond
+daar een vruchtbare bodem. Wat kwam die niet prachtig overeen met het
+individualisme van het Romeinse vermogensrecht en de latere Romeinse
+patriciërsgeest, waarin alle maatschappelike gevoelens uitgestorven
+waren. En de vele wijd uiteenliggende bergdalen in de Pyreneeën en de
+Cevennen bevorderden het separatisme maar al te wel.</p>
+
+<p>Zo vinden wij dan omstreeks 1100 Zuid-Frankrijk in een bonte massa van
+&bdquo;Senhoraten&rdquo; verdeeld van alle grootten en allerlei aard, naast elkaar
+of zeer los aan en met elkaar verbonden, elkaar bevechtende, en door
+huwelik of ruiling in allerlei verbindingen met elkaar tredende. Daar
+zijn de hertogen van Aquitanië, tegelijk graven van Poitou&mdash;energiese
+vorsten en literair ontwikkeld die, vooral nadat zij zich Gascogne
+onderworpen hadden, als koningen over heel Zuidwest-Frankrijk heersten,
+hoewel steeds in strijd met hun machtige vazallen, de graven van
+Auvergne, Périgord, Angoulême of de Heren van Blaye, Ventadour of
+Chateauroux. Of de graven van Toulouse die in de 11<sup>de</sup> eeuw Provence
+geannexeerd hadden en over de hele Zuid-kust regeerden, maar die door
+een ongelukkige erfopvolging hun provincies steeds in al te veel handen
+over zagen gaan en die bovendien, op ridderavonturen belust, aan de
+kruistochten in het Oosten en in Spanje deelnamen in plaats van een
+oogje in het zeil te houden bij de woelige graven van Foix en
+Carcasonne, de burggraven van Albi en Narbonne of de oude steden in
+Languedoc. Dan hebben wij de graven Raimond of Berengarius van
+Barcellona die van het grote plan zwanger gingen om het oude rijk der
+West-Gothen weer op te richten en die zich door koop en huwelik grote
+bezittingen in Zuid-Frankrijk verwierven, maar die op hun beurt weer
+verlamd werden tengevolge van de erfopvolging, waarbij hele landsdelen
+onder de verschillende takken der familie werden verspreid. In het
+midden van de 12<sup>de</sup> eeuw werden Poitou en Guyenne met het
+Normandies-Engelse rijk verenigd en zetten Hendrik II<span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a> en zijn
+zonen&mdash;Richard Leeuwenhart en zijn broeders&mdash;bijna geheel
+Zuidwest-Frankrijk in vuur en vlam door hun onderling twisten, waar meer
+en meer van de Zuid-Franse heren in betrokken werden.</p>
+
+<p>Maar zij deden toch ook iets anders dan twisten. Bij alle hoven, de
+grote en de kleine, tussen alle ridderburchten en kastelen ontwikkelt
+zich een levendig maatschappelik verkeer. Dat is altijd het sterke punt
+van de Zuid-Fransen geweest en de stedelike kultuur der oudheid zat,
+zoals wij gezien hebben, overal in het land vast in 't zadel. De
+vazallen kwamen veelal binnen de muren van de seigneur wonen, in een
+spesiaal voor hen daar gebouwd huis; wanneer de burcht van de seigneur
+in een stad lag, vormde die dikwels met de omliggende huizen der
+vazallen een heel ingesloten kwartier. Hier ontstonden dan
+maatschappelike centra, de rijke burgers kregen toegang tot de kringen
+van de adel en zij treden behoorlik, zelfs met elegance op, zegt een
+troubadour, en hebben evenveel verstand van omgang met de vrouwen als de
+ridders, zowel als van dans en het krijgsspel. In het begin van de
+12<sup>de</sup> eeuw is men daar heel wat verder met de goede manieren gekomen
+dan in het arme onbeschaafde Noord-Frankrijk, om van Duitsland niet eens
+te spreken. Die mensen uit het Noorden&mdash;zo spot men in
+Zuid-Frankrijk&mdash;denken alleen maar aan eten en drinken en zij kunnen
+niet vrolik worden en zingen voor ze hun buik vol hebben en dronken zijn
+en de Duitsers met hun plompe manieren en hun &bdquo;hondengeblaf&rdquo; horen nu
+aan een hof helemaal niet thuis. Het woord &bdquo;<span xml:lang="fr">cortes</span>&rdquo;, Noordfrans
+&bdquo;<span xml:lang="fr">courtois</span>&rdquo;, waar wij al van hoorden, is dan ook het eerst in
+Zuid-Frankrijk gebruikt voor wat in fatsoenlik gezelschap past. Hier
+spelen de betrekkingen met de Arabieren in Spanje en vooral met Italië
+en het Zuid-Italiaanse Griekse element een grote rol. B.v. het hof van
+graaf Raimond V op zijn slot te Narbonnes bij Toulouse en de residenties
+van Willem IX te Poitou en Bordeaux, die van de graven van Provence te
+<span xml:lang="fr">Aix</span>, van Hendrik II van Engeland en zijn gemalin, Koningin Eleonora te
+Limoges en Beaucaire; daarnaast nog het hof van Alfons II te Barcelona
+en van de Markgraaf Bonifacio van Montferrat. Het hof te Barcelona staat
+ver bovenaan wat betreft de weelderige levenswijze; wanneer Bertrand de
+Born de zuster van Richard Leeuwenhart, Mathilde, prijzen wil omdat zij
+hem zo vriendelik toegesproken heeft en hem naast haar &bdquo;op een keizerlik
+kussen&rdquo; een plaats heeft aangeboden, dan zegt hij: &bdquo;Uit Catalonje scheen
+zij mij te komen, door haar groet en harer<span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a> woorden lichte spel.&rdquo;
+Talrijke kleinere hoven willen met de groten meedoen; trots richt het
+slot <span xml:lang="fr">Baux</span> der vorsten van Oranje zich bij de monding van de Rhône in de
+hoogte, als uit de rots gehouwen, aan de voet van de Pyreneeën ligt het
+grafelik hof van <span xml:lang="fr">Foix</span>, bij Carcassonne dat van de burggraaf Roger II; te
+Narbonne troonde de burggravin Ermengarde, door velen omringd,&mdash;volgens
+de Orkneyssaga bezocht Ragnvald Jarl op zijn kruistocht haar op haar hof
+en herinnerde zich later steeds die vrolike dagen. Aldoor worden er over
+en weer bezoeken afgelegd, de families trouwen onder elkaar, gronden en
+kastelen worden verkocht of uitgewisseld en de arme ridders zonder land
+of met niet meer dan een achtste deeltje in een familieslot als erfenis,
+trekken van het ene kasteel naar het andere rond. En zo wordt de
+levensatmosfeer er daar één van voortdurend vrolik samenzijn, wat zij,
+die daar eenmaal aan gewend waren, niet meer kunnen ontberen. Een
+troubadour die naar Italië heeft moeten vluchten, gaat naar Genua en
+voelt zich weldadig verkwikt door elk windje dat van uit zijn land naar
+hem toe waait; onvermoeid blijft hij de mensen uitvragen en laat zijn
+oor strelen door elk woord van lof: &bdquo;zulk een heerlik land kent niemand
+als dat tussen Rhône ligt en Vence, tussen de zee en Durance, niemand
+heeft zulk een heerlik leven als daar. Daar heb ik mijn goed humeur
+achtergelaten.&rdquo;</p>
+
+<p>Twist en het gezellige leven,&mdash;het een is even karakteristiek voor de
+Provençaalse wereld als het andere. Het zijn geboren individualisten,
+deze ridders&mdash;zonder gevoel voor wat samenbindt en samenhoudt; zij waren
+het niet, maar de Noord-Fransen die de Saracenen op hun veroveringstocht
+te Tours terugsloegen; en zij waren het ook niet, maar het Noorden, dat
+de politieke leiding nam en het Franse koningsschap schiep. En het zijn
+geboren lyrici, die Zuid-Fransen; vol vuur gaan ze in de stemming van
+het ogenblik op, met de grootste bewegelikheid laten ze die ook weer
+los,&mdash;òntladen worden ze even gemakkelik als geladen. Van de Romeinse
+dekadentenkultuur zit er per slot van rekening een aesteties
+intellektualisme in, niet diep of krachtig maar spiritueel; genotzuchtig
+en genietende, fijn en krities, met levende gevoeligheid en smijdig van
+vorm, uitnemend geschikt voor een leven met anderen. Individualisme,
+lyriek, aesteties intellektualisme,&mdash;zie daar de hoofdtrekken van het
+Provençaalse geestesleven.</p>
+
+<p>Die kentekenen ook het religieuse leven en de beweging voor de
+kruistochten in Zuid-Frankrijk. Aanvallen van lyries entoesiasme<span class="pagenum" title="67"></span><a id="p_67"></a>
+wisselen af met wereldlike scepsis en strijdlustige weerspannigheid. In
+de 11<sup>de</sup> eeuw kwamen er talrijke extravagante &bdquo;bekeringen&rdquo; en
+voorbeelden van grote ascetiese krachtsinspanning voor in de Zuid-Franse
+wereld; het was ook in Aquitanie en Provence dat de entoesiaste
+vredesbewegingen kwamen en zich verspreidden. En toen Urbanus II
+het wachtwoord voor de kruistocht had laten horen, was de Zuid-Franse
+ridderschap de eerste om aan die roepstem gehoor te geven.
+De hebzuchtige Raimon van Toulouse schonk terstond hele sommen aan
+kerken en kloosters, nam zijn vrouw en zijn jongste zoon mede, rustte
+een groot leger uit en zette het beeld der Madonna op zijn banier. Op de
+hele tocht waren de Provençalen het meest fanatiek; alle visioenen en
+mirakelen pakken die zuidelingen heel wat sterker aan dan de
+Noord-Fransen en wanneer het hun voorkomt dat de leiders wat al te lang
+ergens blijven hangen, dan steken ze eenvoudig het kamp en de
+levensmiddelen in brand om ze op die manier te dwingen verder te
+trekken. Thuis weerklonk Provence van de vurige kruisliederen der
+troubadours. &bdquo;Baron Jezus zendt ons allen een boodschap... Wij moeten
+de schande wreken die Kristus moest ondergaan toen hij aan het kruis
+genageld werd... Wij moeten de ongelovigen rekenschap vragen van de
+smaad die hem om onzentwil overkomen is... Hier is een wasbekken dat ons
+allen door de Hemelse Koning en Heer aangeboden is. Hebt gij lieden er
+een idee van hoe rein zij worden zullen, die zich in dat bekken wassen?
+Zij zullen schoner worden dan de sterren die de schepen leiden.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar al dat entoesiasme en die aestetiese geestvervoering der ridders
+voor de zaak van Kristus, sloeg heel gauw om. Het ongelukkige resultaat
+der kruistochten werd opgevat als een godsoordeel, dat God het met de
+ongelovigen hield. En de terugslag van dat fiasco werd bij menigeen een
+verbitterde ketterse stemming. &bdquo;Helaas!&rdquo; klaagt een poëtiese Tempelheer
+na de val van Caesarea, &bdquo;indien God, wien dit alles moest mishagen, het
+goedkeurt, dan moeten wij tevreden zijn. Gewoon een dwaas is hij, die nu
+nog strijd met de Turken wenst, nu God hun immers alles gunt. God, die
+vroeger waakte, slaapt nu, maar Mohammed ontplooit al zijn kracht en
+laat zijne dienaren zegepralend heersen.&rdquo; En met spot en scherpe
+hatelikheden vallen de Troubadours de paus aan, de kerk en de
+geestelikheid. Heel spoedig hadden ook de &bdquo;ketterse&rdquo;, half onkristelike
+godsdienstige secten hun weg naar Zuid-Frankrijk gevonden en verstandige
+ontwikkelde geesteliken<span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a> zetten in Provence en Lausanne bewegingen op
+touw om het &bdquo;bijgeloof&rdquo; van de sacramenten, relikwieën en heiligen bij
+de Kristenen uit te roeien. Maar vooral breidde zich een religieus
+indifferentisme uit, dat voedsel kreeg door het voortdurende verkeer met
+Spaanse Joden en Spaanse Muzelmannen. Reeds in de 13<sup>de</sup> eeuw klagen de
+mannen der kerk er over hoe ze overal in Languedoc veracht worden, hoe
+weinig er voor de tienden binnenkomt, hoe de godsdienst zonder enig
+respekt bespot wordt en hoe dikwels de geesteliken zelf persoonlike
+overlast te verduren hebben. Lyries entoesiasme en strijdbare ketterij,
+aestetiese religiositeit en Latijns rationalisme&mdash;dat is de houding van
+de wereld der troubadours tegenover het Kristendom.</p>
+
+<p>Die zelfde lichte ontvlambaarheid en weerspannigheid vindt men overal in
+het maatschappelik verkeer terug. Die Zuid-Franse ridders vechten niet
+alleen met het zwaard en om grondbezit, maar ook met woord en pen, met
+spot en kritiek, met intriges en chicanes om duizenderlei dingen van
+niets, twistpunten die overal met de wapenen des geestes uitgevochten
+worden. De bisschop van Clermont valt met een schimpdicht op de Dauphin
+van Auvergne aan omdat diens slotvoogd een dame, die iemand daar spek
+had laten halen, om eieren in te bakken, met een half schijfje
+afscheept,&mdash;en die dame was nog wel de aangebedene van de Dauphin. Deze
+laatste antwoordt met allerlei beschuldigingen tegen de Bisschop. Een
+andere pennevete had die zelfde Dauphin met de baljuw van de burggraaf
+van Turenne. De Dauphin had de dochter van de burggraaf lief en kwam
+daarom dikwels aan het hof op bezoek, maar nam die gelegenheid dan
+veelal waar om geld van de baljuw te lenen en toen die hem nu daarover
+lastig begon te vallen, hield de Dauphin, in plaats van te betalen, met
+zijn bezoeken op, waarom zijn schuldeiser hem nu in schimpdichten
+verweet dat zijn liefde zo snel vervloog.</p>
+
+<p>En het maatschappelik leven is al even vol van liefdesintriges als van
+onderlinge twisten. Hoe sterk juist die dingen zijn, daar weten de
+kroniekschrijvers heel wat van te vertellen,&mdash;over de bijzitten der
+baronnen of de &bdquo;vrienden&rdquo; van de getrouwde vrouwen of van de ruwe,
+gruwelike wraak van een echtgenoot of jaloerse vrouw. Maar de liaisons
+in Zuid-Frankrijk hebben toch nog een geheel ander karakter dan b.v. de
+grove wellust der Noord-Franse baronnen, of de bloedige hartstocht der
+Italianen, meestal is het een gezellig flirten geweest, waarin sympatie
+en zucht om te behagen meer te zeggen hebben gehad dan de zinnen,&mdash;een
+<span class="pagenum" title="69"></span><a id="p_69"></a>literair gekleurde schoonheidskultus of een artistiek spelen met
+gevoelens en gemoedsbewegingen, die onwillekeurig uit elke verhouding
+munt voor een &bdquo;roman&rdquo; slaat. De koketterie der dames en de galanterie
+der Ridders zowel als het gehele maatschappelike leven ontwikkelen die
+fijnere soort van het spel der liefde, waarbij een glimlach, een
+handdruk of een vriendelik woord het middelpunt uitmaken van
+verwikkelingen en intriges, aanleiding geven tot een &bdquo;scene&rdquo;, de
+gemoedsbeweging opwekken en de twee partijen in spanning houden, en het
+genot van zulk een verhouding wordt op die manier over allerlei kleine
+nietsjes verdeeld, maar die elk op zichzelf die fijner besnaarde mensen
+evenveel zielsgenot verschaffen als het meest massieve liefdesgenot de
+grove Noordeling geeft.</p>
+
+<p>En bij die liefhebbende en twistende mensen ontstaat nu een dichtkunst
+en gezang over twist en liefde. Daar staat een schare van dichters op,
+die niet alleen aan de in die hogere kringen uit het volkslied geboren
+dichtkunst een artistieke vorm geven,&mdash;dansballaden en romancen, alba's
+en pastoralen&mdash;maar ook een hoger en meer persoonlike kunst scheppen om
+aan alle gevoelens die dat leven wekt, uitdrukking te geven. En van al
+de maatschappelike standen die daar te Toulouse of te Aix de toon
+aangaven, heeft de ene al evenveel tot die zwerm dichters bij gedragen
+als de andere. Wel is waar zijn de meeste troubadours arme zonen van
+ridders en kleine heren, maar er lopen toch ook wel zonen van de
+burgerklasse onder, ja zelfs wel eens een enkele keer een van de bij
+uitstek begaafden onder de dienende klasse, die er ingeslaagd is de
+slotskringen binnen te dringen; er zijn geesteliken bij, die het
+klooster uitgelopen zijn, maar ook rijke baronnen en hoge vorsten; de
+oudste die men kent is graaf <span xml:lang="fr">Guillaume</span> van Poitou, die omstreeks het
+jaar 1100 dichtte. Velen van hen hebben niet eens zelf kunnen schrijven,
+maar een zekere geleerde opvoeding hebben ze toch bepaald gehad; van één
+lezen wij uitdrukkelik dat hij 's winters op school ging en er zijn
+duidelike sporen in hun werk op te merken van kennis der Latijnse
+kerkpoëzie en nu en dan van de literatuur en mythologie der Latijnse
+oudheid. Velen van hen dragen zelf hun gedichten voor, maar naast hen
+vindt men in den regel &bdquo;<span xml:lang="fr">jongleurs</span>&rdquo; die met hen rondtrokken en hun
+gedichten voor hen accompagneerden en opzegden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a></p>
+
+<h2><a id="VII"></a>VII.</h2>
+
+<p class="subh2">DE KUNST DER TROUBADOURS.</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">L'Art de Trobar</span> werd gevoeld als een kunst en was dat dan ook, die
+uitgevonden was door mannen van kennis, die door studie aangeleerd kon
+worden en beoefend moest worden met zorg en verstand. Reeds de oudste
+troubadour van wie wij liederen hebben, spreekt van zijn werkplaats,
+beroemt er zich op zijn handwerk te verstaan en alle troubadours spreken
+van het smeden en vijlen of van het optimmeren van hun gedichten. Van
+het begin af was het al een sisteem van regels die gevolgd moesten
+worden om goed te &bdquo;<span xml:lang="es">trobar</span>&rdquo;, door die regels komt de kunst hoe langer hoe
+meer in het nauw, totdat de gedichten er in verstikken. Naast de
+volks-poëzie en de salon-poëzie die allen kunnen verstaan en bijna een
+elk kan maken, komt de troubadourkunst te staan als iets dat slechts de
+uitverkorenen kunnen hanteren en dat zich slechts tot een zeer enge
+kring van kenners richt, dat slechts wil &bdquo;<span xml:lang="es">grat de las melhors</span>&rdquo; en zich
+absoluut niet bekommert om bijval van de &bdquo;<span xml:lang="es">desconnoissedors</span>&rdquo;.&mdash;Maar die
+kunst is in voortdurende ontwikkeling en het komt er voor elke dichter
+op aan tot haar vervolmaking het zijne bij te dragen. &bdquo;<span xml:lang="es">Trobar</span>&rdquo; is
+uitvinden en in tegenstelling met de &bdquo;<span xml:lang="fr">jongleurs</span>&rdquo; die overal de gedichten
+van anderen komen voordragen, of die, waar zij zelf dichten, dit anoniem
+en onpersoonlik doen, geheel in de oude sporen, laat de troubadour er
+zich op voorstaan zelfstandig op te treden en trots tekent hij zijn
+gedichten met zijn naam. Nieuwe melodieën, nieuwe versvormen, een nieuwe
+inhoud moet elke troubadour op de been brengen. Het is dit streven naar
+orginaliteit dat de poëzie steeds meer gekunsteld maakt. &bdquo;Ik wil een
+nieuw lied zingen,&rdquo; begint er een troubadour, &bdquo;met grote moeite, opdat
+het op geen ander lijke, want een lied dat aan andere doet denken is
+niet goed en niet schoon.&rdquo; En een ander: &bdquo;Ik vind het altijd vervelend
+te vertellen dat ik ween en van liefde zucht, want dat liedje kent de
+hele wereld van buiten. Ik wil nieuwe verzen schrijven met lieflike
+melodieën, maar wat kan ik nu nog bedenken dat niet reeds gezegd is? Wat
+moet ik dan doen? Ik zal de oude dingen op een nieuwe manier moeten
+zeggen, zo zal mijn gedicht er uitzien alsof het nieuw was.&rdquo; In
+tegenstelling dus met de traditionele en de volkspoëzie, stelt de
+troubadourskunst&mdash;evenals de hofpoëzie der skalden in het Scandinaviese
+Noorden&mdash;het aristokratiese en individuele op de voorgrond, dwingt de
+kunst in conventionele,<span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a> kunstige vormen, maar spoort binnen die perken
+de enkelingen toch aan, hun eigenaardigheden niet te verbergen en te
+trachten elkaar te overtreffen.</p>
+
+<p>De poëzie der troubadours is nu in de eerste plaats een lied, begeleid
+door de viool of de harp. &bdquo;Een liedje zonder muziek is gelijk een molen
+zonder water&rdquo;, heet het uitdrukkelik en de troubadours waren vooral
+komponisten. In plaats van de eenvoudige, eentonige muziek van het
+volkslied met zijn symmetriese herhalingen van de melodie, geven zij er
+een dat veel kunstmatiger is, waarschijnlik onder invloed van de
+kerkmuziek. Maar van die muziek der troubadours hebben wij eigelik niets
+meer over dan de afspiegeling er van in hun verskunst. Als een stroom
+van harmonie, een volheid van rijm en rhythme is die verskunst aan komen
+storten en heeft een ieder met zich medegesleept. Het rhytme, meestal
+levendig jambies, laat niet, gelijk de volkspoëzie, versregels van de
+zelfde soort, regel aan regel op elkaar volgen, maar laat lange en korte
+afwisselen, en geeft strofen van zeer verschillende lengte en bouw. Met
+versregels van 2 à 3 lettergrepen tot 10 à 12, met strofen van 3 à 4
+regels tot 20 toe, gaf de troubadour-poëzie het aanschijn aan zulk een
+enorme massa combinaties, dat die na de eentonige rhytmiek van het
+kerkgezang en de volkspoëzie, werken moest als de openbaring van een
+geheel nieuwe tonen-schoonheid. Misschien bestaat er verband tussen deze
+strofenbouw en die der Oudheid en der Arabieren, maar in elk geval
+betekende de kunst der troubadours een hele revolutie in de uiterlike
+vormen der Europese poëzie en werd het uitgangspunt van de rijkdom in
+versvormen der gehele moderne lyriek.</p>
+
+<p>Maar nog meer werd de welluidendheid een geliefkoosd hulpmiddel voor de
+Provençaalse kunst. De natuur had die taal in dit opzicht goed bedeeld:
+de brede open vokalen hadden het een zekere volheid gegeven, de
+konsonanten, zo krachtig in vergelijking met Frans en Italiaans, en de
+harde konsonantengroepen (tg, tz, rn, enz.) verleenden het ook veel
+karakter. En bovendien heeft de taal een grote rijkdom aan rijmen,
+aangezien zo veel verschillende Latijnse uitgangen in het Provençaals
+zijn samengevallen,&mdash;<span xml:lang="la">amati, amatis, amatus,</span>&mdash;dit is alles tot amatz
+geworden. Van deze natuurlike rijkdom aan rijmen van de taal, heeft de
+troubadourskunst alle mogelike voordeel getrokken. De volkspoëzie had
+zich vroeger tevreden moeten stellen met vokaalrijmen, <span xml:lang="fr">assonance</span>; maar
+de kunstlyriek eist volle rijmen en voert die nu in om door de gehele
+latere Europese dichtkunst gevolgd te worden. En er<span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a> komen nog meer
+gekunstelde rijmen op,&mdash;de zogenaamde &bdquo;<span xml:lang="fr">rimes riches</span>&rdquo; worden ingevoerd,
+waar dezelfde klankkombinatie, maar met verschillende betekenis (art =
+kunst en = brandt) op elkaar rijmen, zo wel als moeilike, zeldzame
+rijmen, of rijmen bestaande uit vele lettergrepen of zelfs vele woorden;
+als spelend vormen zij rijmen van dezelfde eind-konsonanten, maar
+verschillende daar aan voorafgaande vokalen (ars, urs, ors, ers) of uit
+verschillende grammatiese vormen van hetzelfde woord bestaande. Of wel
+worden de rijmen gekruist inplaats van op elkaar te volgen en worden ze
+ver van elkaar af geplaatst; soms moet het oor dan 5 à 6 regels wachten
+voor het komt. Op die wijze worden lange rijm- en rhytme-strofen gevormd
+met grote afwisseling. Daar staat tegenover dat het oor ook voortdurend
+gebombardeerd wordt met hetzelfde rijm, en dat de strofen rhytmies aan
+elkaar gesmeed worden, doordat b.v. de rijmen van de ene strofe naar de
+andere overgaan, door het hele gedicht heen, of doordat de nieuwe strofe
+met het woord begint waarmede de vorige eindigde. Door zulk een kunst,
+door zulke gekunsteldheidjes worden nieuwe dichtvormen verkregen. En
+midden in de regels speelt men met woorden van dezelfde stam: &bdquo;<span xml:lang="es">A Lunel
+lutz una luna luzens</span>&rdquo;, of met woorden van dezelfde klank maar
+verschillende betekenis: &bdquo;<span xml:lang="es">ongle&mdash;oncle</span>&rdquo;. Men heeft ook oor er voor om de
+vorm naar de inhoud te richten. Zo worden b.v. in een speciale
+dichtvorm: &bdquo;<span xml:lang="fr">descort</span>&rdquo;, het disharmoniese heen en weer geslingerd-worden
+van een liefdeziek gemoed tussen zaligheid en wanhoop, door het steeds
+veranderende rhythme der strofen getekend. Slechts bij uitzondering
+horen wij een troubadour verklaren dat hij een vrolike melodie aanslaat,
+&bdquo;omdat anders niemand naar zijn lied luisteren zou, zo treurig is de
+inhoud.&rdquo;</p>
+
+<p>En evenals de versvorm zijn de taal zelf en de stijl het voorwerp van
+een artistiek aristocratiseren. &bdquo;In mijn hart draag ik de vijl,&rdquo; zingt
+een troubadour, &bdquo;waarmede ik schone woorden vijl en ik zet ze in schone
+rijmen, omdat ik een schoon wezen bezing.&rdquo; Niet van alle landstreken
+wordt het dialekt geaccepteerd als een &bdquo;<span xml:lang="es">natural e drecha parladura</span>&rdquo;: als
+Frans goed is voor epiek en de pastorale, is het dialekt van Limousin
+beter voor de lyriek. Niet alle woorden vallen in de smaak; onfijne,
+platte woorden zijn uit hun poëzie verbannen, &bdquo;want hij die bemint, moet
+zijn goede opvoeding tonen niet alleen in handelingen maar ook in
+woorden.&rdquo; Men gaat zich op de grammatiese korrektheid toeleggen en men
+begint grammatica's te schrijven. Veelal<span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a> verheft men bewust de stijl
+boven de gewone prosa door de massa rethoriese en poëtiese figuren die
+dikwels uit het Middeleeuws Latijn of de klassieken stammen of uit de
+bijbel. Men heeft antitesen en metaforen, vergelijkingen en
+personificaties in de antieke kunststijl: de pijlen en het vuur der
+liefde, haar koude vlammen en zoete smart, de gepersonifieerde Amor, of
+zinswendingen als: &bdquo;Gelijk de magneet... aantrekt, zo...&rdquo; enz. Het is
+invloed van de bijbel wanneer een vorst &bdquo;de ceder der vrolikheid&rdquo;
+genoemd <ins class="corr" id="corr16" title="Bron: word">wordt</ins> of een dame: &bdquo;de toren der eer&rdquo;. De gehele
+rhetoriese woordenvoorraad uit het Middeleeuws Latijn komt weer te
+voorschijn: de roos der schoonheid, de lelie der reinheid, de bloem der
+welvoegelikheid, der eren kroon, de spiegel der vreugde, de alsem der
+bitterheid.</p>
+
+<p>Velen onder de troubadours maken hun stijl met opzet donker en moeilik
+te verstaan&mdash;wat vooral op te merken valt waar de poëzie zich boven het
+gemeenzame verheffen wil: in de Alexandrijnse tijd zowel als in de laat
+Romeinse Keizertijd, aan het Perziese hof zowel als bij de Noorse
+Skalden. &bdquo;<span xml:lang="fr">Le trobar clus</span>&rdquo; (gesloten) is het aestetiese program voor een
+bepaalde richting onder de troubadours. De geleerde Arnaut Daniel
+imponeerde zijn tijdgenoten zowel als de nakomelingschap (b.v. nog
+Dante) door zijn kunstige stijl, ofschoon er spotters waren die
+beweerden dat niemand zijn poëzie begreep. Hij vormt nieuwe woorden,
+bouwt lange, ingewikkelde zinnen, geeft omschrijvingen in raadselachtige
+bewoordingen, en zit vol woordspelingen en geleerde toespelingen: &bdquo;jaagt
+hazen met ossen en zwemt tegen stroom in&rdquo;,&mdash;zoals hij zelf zegt over
+zijn jacht op verrassende en ver gezochte beelden. Het is Latijnse
+rhetorenstijl wanneer Spanje omschreven wordt &bdquo;als het rijk dat de Ebro
+doorstroomt&rdquo;, de meest onnodige onzer oude Scandinaviese poëtiese
+omschrijvingen worden overtroffen wanneer een moeder met &bdquo;de zuster van
+mijn oom&rdquo; werd aangegeven; en wanneer &bdquo;de liefde die hem in het harte
+regent, hem warm houdt, hoe zeer de winter ook buiten woedt&rdquo;, dan is dit
+niet anders dan een proefje van Perziese hoflyriek. Een ander aanhanger
+van deze &bdquo;<span xml:lang="fr">estilh clus&rdquo;, Guiraut de Bornelh</span>, gaf dat later op en zeide
+toen in een polemiek over die kwestie dat men volgens hem beter deed zo
+te dichten dat men door een ieder verstaan kon worden; &bdquo;per slot van
+rekening is dat ook het moeilikste.&rdquo; Maar zijn tegenstander beweert:
+&bdquo;neen! dan zouden allen gelijk worden. Indien de dichtkunst tot een
+ieder komt, vermindert die in waarde, gelijk alles wat binnen het bereik
+van Jan en Alleman komt; goud is<span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a> duurder dan zout, omdat het zoveel
+zeldzamer is, en zo wordt ook die dichtkunst het hoogst geschat, die het
+moeilikst toegankelik is.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Deze fijne kostbare kunst is het nu waar het Zuid-Franse adellik leven
+zijn ziel in uitstort en waaraan het eigen vorm geeft. De troubadours
+eindigen de meesten van hun gedichten met een &bdquo;<span xml:lang="es">tornada</span>&rdquo;&mdash;een kleine
+&bdquo;staart&rdquo;&mdash;<span xml:lang="es">cauda</span>&mdash;die het rhythme en 't rijm van het gedicht nog eens
+herhaalt als in een refrein en tegelijk de bedoeling in het kort
+samenvat en aangeeft voor wie het bestemd is,&mdash;voor een bepaald persoon
+of voor een hele klasse van hoorders. Feitelik is de poëzie der
+troubadours oorspronkelik direkt uit het leven ontstaan en heeft dan ook
+zijn bepaalde praktiese taak in dat leven, zij is gelegenheids- en
+tendens-poëzie zo goed als enig andere. Al die schermutselingen die
+vroeger met mond en zwaard of per brief tussen de baronnen en de
+burchten plaats grepen of tussen de kerk en de wereldlike macht, alle
+vleierijen van de Heer, of bespotting van zijn vijanden die in de hal
+weerklonken hadden, alle woorden van liefde of laster die in de
+binnenkamer gefluisterd waren,&mdash;dit alles zou nu de vleugelen van de
+zang en de muziek te hulp roepen om zich beter te bewegen en verder door
+te dringen. Wat vroeger in 't Latijn geschreven was, werd nu door de
+troubadours in een lichte, populaire vorm gegoten. De Provençaalse
+kunstpoëzie is veelal te beschouwen als een voortzetting van de Latijnse
+lofzangen, of grafliederen die de geesteliken aan de hoven op hun hoge
+meesters gedicht hadden, of van de strijdschriften die een notaris of
+een kanselier in de dienst van hun Heren geschreven hadden, van de
+preken ten gunste van de kruistochten van een Bernhard van Clairvaux of,
+omgekeerd, van de Latijnse hekeldichten der vaganten tegen Rome en de
+geestelikheid.</p>
+
+<p>Een &bdquo;<span xml:lang="es">Sirventes</span>&rdquo; betekent letterlik een dien-dicht (<span xml:lang="es">sirven</span> = dienen,
+<span xml:lang="fr">servir</span>), door een hofdichter tot lof van zijn heer of tot bespotting van
+diens vijanden en in zijn politieke dienst geschreven, maar
+langzamerhand is het in 't algemeen de vorm geworden voor alle
+persoonlike religieuse en morele polemiek en vindt de gehele kritiese en
+strijdlustige Zuid-Franse geest in het &bdquo;<span xml:lang="es">sirventes</span>&rdquo; zijn uiting.</p>
+
+<p>Bertran de Born, heer van <span xml:lang="fr">Hautefort</span> in <span xml:lang="fr">Périgord</span>, was de eerste, de
+voornaamste man van de politieke &bdquo;<span xml:lang="es">Sirventes</span>&rdquo;. Gelijk de Arabiese zonen
+der woestijn, of de jambici der Griekse eilanden of de oude sagahelden
+van IJsland was hij, in één persoon verenigd, een strijder met het
+zwaard en met het woord; het is Eris, de strijd zelf, die<span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a> tot gedicht
+wordt als bij Amrilkais of Gunlaug Ormstunge of Archilochos. Bertran en
+zijn broeder bezaten te samen een klein familiegoed, maar zij hadden het
+voortdurend met elkaar aan de stok; eerst was Bertran een tijdlang door
+zijn broer weggejaagd, maar had toen op zijn beurt hem verdreven en de
+burcht dapper tegen een groot vijandelik leger verdedigd. Onverstoord
+zong hij onderwijl door: &bdquo;Nu brandt en verwoest men mijn land, kapt men
+mijn bos en mengt mijn zaad met stroo; al mijn vijanden grijpen mij aan,
+als ik twist tussen de baronnen zaaien kan, zal ik ze ook wel weer bij
+elkaar kunnen brengen.&rdquo; Met vurige strijdlust mengt hij zich in het
+oproer der Aquitaanse baronnen tegen Richard Leeuwenhart, die toen als
+prins de stadhouder van de Engelse koning in Zuid-West-Frankrijk was.
+Bertran blijft onvermoeid de jongere broer Hendrik en de vazallen tegen
+&bdquo;die schrok-op uit Poitou&rdquo; op zetten, &bdquo;Richard ja-en-neen&rdquo;, zoals hij
+hem noemt, en hij belooft zelf onder de muren van Perigueux te komen
+waar Richard toen resideerde en zijn hersens in te slaan, als hij zich
+durft vertonen. Hij hoont de lafaards maar spreekt degenen moed in die
+een hartig woordje helpen kan, de een houdt hij voor de gek als hij een
+vernedering ondergaan heeft, een ander weet hij te bewerken door zijn
+afgunst op te wekken, komt met hatelike toespelingen aan, geeft de
+mensen allerlei bijnamen en is al even erg als Loki wanneer het er op
+aan komt de mensen te plagen en tegen elkaar op te zetten. <span xml:lang="fr">Talairand</span> is
+een echte &bdquo;Lombard&rdquo;,&mdash;als andere woedend opspringen, rekt hij zich even
+uit en gaapt... &bdquo;Willem van Gordon, jou mag ik wel, jij hebt ten minste
+een tong in je mond, maar de twee burggraven beschouw ik als gekken en
+deugnieten... Aan het slot van Clairvaux hebben ze een nieuw gedeelte
+gebouwd, dat de nieuwe koning zeker niet behagen zal, als hij het ziet;
+maar het schittert zo heerlijk dat hij het zeker in 't oog zal krijgen.&rdquo;
+Hij eet zich op van gramschap wanneer hij bemerkt hoe hij zijn sporen
+voor niets verslijt,&mdash;&bdquo;wat zijn ze allemaal laf, die baronnen, ze
+moesten allemaal zich maar de kruin laten scheren of zich aan handen en
+voeten laten beslaan als een paard.&rdquo; Maar het jubelt in hem wanneer hij
+de baronnen zich ziet wapenen en burgers zich gaan verschansen en het
+wapengekletter dus weldra over de vlakte te horen zal zijn... Intussen
+was de jonge prins Hendrik gestorven en had Bertran hem een groot
+rhetoriese elegie gewijd, geheel en al in de pompeuse hoogdravende stijl
+van de Latijnse &bdquo;<span xml:lang="la">planctus</span>&rdquo; die abten en bisschoppen bij de dood der
+vorsten op bestelling<span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a> schreven. Hij verzoende zich met Richard maar
+kreeg niet minder stof voor zijn <span xml:lang="es">Sirventes</span> in de twisten tussen de
+Engelse koningen en Philip Augustus van Frankrijk,&mdash;hij doet wat hij kan
+om de vorsten tegen elkaar op te zetten en tegelijk had hij nog even
+voor eigen rekening een twistgeschrijf op rijm met koning Alphons van
+Aragon.</p>
+
+<p>Al die polemiese geschriften zijn eigelik maar half poëzie,&mdash;het zijn
+onze krantenartikelen,&mdash;een oproep, een opruiing, of een uitdaging. Maar
+er is iets bepaald demonies bij Bertran, wanneer hij zingt: &bdquo;Al is er
+overal om mij heen vrede,&mdash;een duim breed grond is mij genoeg om te
+vechten... Mij is de vrede gehaat, tot strijd alleen mijn zin nu staat;
+mijn hart is aan strijd alleen gewijd&rdquo;, of wanneer hij als dronken is
+van verlangen naar het voorjaar, niet wegens het nieuwe groen of het
+gezang der vogelen, maar eerder wegens de mannen en paarden die hij dan
+ten kamp bereid zich zal zien opstellen, mensen en beesten die hij zal
+zien vluchten, muren die kraken en de paarden der gevallenen die over de
+velden snellen: &bdquo;eten noch drinken noch slaap verkwikt mij zo zeer als
+wanneer ik de kreet &bdquo;Vooruit!&rdquo; hoor, en de paarden hinniken, en er
+hulpgeroep weerklinkt en de gevallenen daar liggen met de bewimpelde
+speren nog in hun zijde.&rdquo; En zijn haat van edelman tot boer en burger
+breekt in hevig leedvermaak uit, &bdquo;het doet mij goed wanneer ik die
+ellendige geldmannen die met de adel twisten, in het ongeluk zie...
+wanneer ik ze naakt zie lopen bedelen... Een boer is een zwijn, als hij
+rijk wordt, verliest hij zijn verstand; daarom moeten wij zijn trog
+steeds leeg trachten te houden. Hij die er zijn boer niet onder houdt,
+versterkt hem in zijn slechtheid... Niemand moet hem beklagen als men
+hem zijn arm of been ziet breken of wanneer hij aan het noodzakelikste
+gebrek heeft... Dat overmoedige gespuis is niet te verdragen. God zende
+hun alle ongeluk!&rdquo;</p>
+
+<p>Een andere soort van &bdquo;<span xml:lang="es">Sirventes</span>&rdquo; is de moraliserende. De grote man
+daarvoor is <span xml:lang="es">Peire Cardenal</span>. Van voorname geboorte, &bdquo;vrolik, schoon en
+jong&rdquo;, maar bezield door een levendig gevoel van recht dat onder leugen
+en onrecht leed, maakte hij zich tot een soort van <span xml:lang="es">Don Quichot</span> van het
+recht, en zijn kunst tot een ridderdegen die tegen alles en een ieder
+gericht was. Dan eens zijn het de geesteliken daar hij het op voorzien
+heeft: dat zijn gieren en roofvogels die rot vlees ruiken en op allen
+aanvliegen die op 't punt staan te sterven om hun een testament af te
+persen; het zijn de Isengrims die zich in een schapenvacht hullen.<span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a> Dan
+weer zijn het de grote Heren: Waar een machtig man op straat loopt,
+wordt hij door kwaadaardigheid en hebzucht vergezeld, daar draagt het
+onrecht de banier en hoogmoed loopt vooraan... Indien men een baron
+alles gaf, van Turkije tot Normandië toe, zou men toch geen vrede met
+hem krijgen... Indien men in zulk een machtig man op een stuk of twee,
+drie plaatsen een gaatje prikte, zou er toch niets anders dan een stroom
+leugens gelijk een waterval uit zijn hart komen storten. Dan is het de
+beurt van de vrouwen: als men een vrouw een daalder in de hand stopt
+voor de waarheid en een cent voor de leugen, dan wint de cent het. Of
+wel moeten alle mensen tegelijk het ontgelden: die zijn als de
+muntstukken waar een kruis en de lelies buiten op staan, maar waar geen
+zilver in zit als men het smelt; hun goedheid is van dien aard dat,
+indien stenen brood waren en water wijn en de bergen zijden spek, dan
+gaven ze toch nog niets weg; op een smal reepje leder&mdash;de helft van de
+duim van mijn handschoen&mdash;zou ik alle rechtvaardigheid kunnen schrijven
+die in de wereld is. Op die wijze brengt ook bij hem de hartstocht
+altijd weer nieuwe grille beelden voort&mdash;als bij Dante&mdash;en houden nieuwe
+burleske invallen de toehoorders in spanning, als bij de bedelmonniken.
+En ten slotte treedt onze Paladijn onversaagd tegen God zelf op en
+klaagt dat die zijn macht niet gebruikt heeft om de duivel en het kwade
+te verpletteren, maar nu de mensheid met de hel straft voor het kwaad
+dat zij bedreven hebben waar God zelve de oorzaak van is. &bdquo;Welk een
+machtig heerser God ook is, toch zal hij van al dat onrecht rekenschap
+af moeten leggen.&rdquo;</p>
+
+<p>En het rumoer van die <span xml:lang="es">Sirventes</span> klinkt veelstemmig over geheel
+Zuid-Frankrijk. Krasse kruistochtliederen en even krasse liederen tegen
+Rome en de geestelikheid. Liederen als van een hoveling bij de dood van
+vorsten met lofgezangen over de afgestorvene en schimpwoorden over zijn
+vijanden. Troubadours die elkaar niet in hun gedichten ontzien, waarin
+dikwels kritiek over alle kollega's voorkomt: het zou beter zijn als hij
+met een psalmboek liep in plaats van de liefde te bezingen; wat hij
+dicht, klinkt zo somber als de woorden van een oude waterdraagster en
+zelf lijkt hij wel een gedroogde lederen waterzak. Marcabrun, een
+vondeling uit Gascogne heeft tot specialiteit uit pure nijdasserigheid
+alle vreugde en liefde belachelik te maken en cynies te vertellen hoe
+hij zich door alle omstandigheden des levens heen weet te draaien,
+altijd op zijn eigen voordeel uit is, het spesiale terrein van anderen<span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a>
+af te jagen en zich altijd een achterdeurtje open weet te houden,&mdash;wat
+toch niet heeft kunnen verhinderen, dat hij door een edelman gedood werd
+wegens zijn giftige lastertong. Amusanter is de Monnik van
+Montaudon,&mdash;de humorist onder de dichters der <span xml:lang="es">Sirventes</span>. Van voorname
+geboorte, was hij reeds heel jong in de monnikspij gestoken, maar liep
+uit het klooster weg en kreeg, zo als beweerd wordt, de permissie van
+zijn supérieuren om als troubadour de wereld door te trekken, op
+voorwaarde dat hij een deel van zijn verdiensten aan het klooster
+afstond. Zijn jolige gedichten noemen alles op waar hij van houdt,&mdash;een
+lekkere zalm bij het noenmaal, of op een weide naar het gezang der
+vogels te liggen luisteren en in 't geheim een bezoek van zijn geliefde
+te krijgen; zowel als alles wat hem tegen staat&mdash;een echtgenoot die zijn
+vrouw al te zeer bemint, of een ridder die voor de wereld veel drukte
+maakt, maar thuis peper maalt. De vrouwen vervolgt hij met geestig
+sarkasme,&mdash;hoe vlijtig zij de &bdquo;schilder&rdquo;-kunst verstaan, zodat de
+kleuren op hun wangen de schilderijen der kapel in de schaduw stellen en
+hoe de safraan enorm in prijs gestegen is; en in gezellige samenspraken
+disputeert hij met God over de ondeugden der vrouwen en hoe die het best
+te kureren zijn en God verwijt hem dat hij weer in 't klooster gegaan
+is: hij amuseerde èn de mensen èn God toch veel meer toen hij als
+troubadour rondtrok!</p>
+
+<p>Een heel bizondere arena voor de strijdlust der troubadours was een
+soort versduellen die men tenzonen noemt. Het is een zeer oude populaire
+dichtsoort; zo wel de Tyrolers (&bdquo;<span xml:lang="de">schnadahüpferl</span><ins class="corr" id="corr17" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>) als de Noorse
+boeren kennen die, evenals de Toskaanse en Siciliaanse herders.
+Natuurlik genoeg werd dit dichtgenre, zo uitnemend passend in de
+gezellige samenkomsten in Provence, aan een artistieke behandeling
+onderworpen. Oorspronkelik is het zeker wel werkelik een twistpunt
+geweest tussen twee personen dat op die manier op staande voet door de
+zangers in zulk een verskamp werd beslecht. Maar hoe meer gewicht er
+langzamerhand aan de vorm gehecht werd, des te minder kon er sprake zijn
+van improvisatie en zo volgde de eene strofe de andere met een
+tussenruimte op. En zo werd het langzamerhand ook niet altijd een
+persoonlike kwestie die berijmd werd; dikwels was het de een of andere
+algemene vraag die bedebatteerd werd. Wanneer in een gezelschap een
+zeker punt aangeroerd was dat tot meningsverschil aanleiding had gegeven
+in de loop van het gesprek, dan kon het gebeuren dat een dame twee
+aanwezige troubadours<span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a> uitnodigde, zich tot de voorvechter van een der
+twee tegenovergestelde opvattingen te maken, of wel nodigde de een zijn
+kollega uit een der twee opvattingen te verdedigen, terwijl hij dan de
+andere tot de zijne maakte en bij de volgende samenkomst kwamen zij dan
+goed voorbereid en &bdquo;voerden de liederen-kamp op.&rdquo; En het gebeurde dan
+veelal dat men de beslissing overliet aan degene die de vraag aanhangig
+had gemaakt of wel werd er door vrije keuze een jury gekozen b.v. van
+voorname dames. Veel zeer mooie gedichten van dien aard zijn bewaard,
+ofschoon, misschien, in vele gevallen feitelik die beide rollen door een
+en dezelfde troubadour gedicht zijn. Men disputeert b.v. over de goede
+eigenschappen der verschillende volkeren. Of men het recht heeft de
+liefde ener vrouw te weigeren, alleen omdat zij oud wordt. Of een dame
+de edelste of de voornaamste van haar aanbidders de voorkeur moet
+schenken,&mdash;de <span xml:lang="fr">Dauphin</span> van <span xml:lang="fr">Auvergne</span> houdt zich grootmoedig aan het
+eerste, zijn burgerlike tegenstander bescheiden aan het laatste. Wat of
+erger is: schuld te hebben zonder die te kunnen betalen of te beminnen
+zonder wederliefde te krijgen;&mdash;Eble verklaart dat met alle respect voor
+ongelukkige liefde is het toch erger wanneer men door zijn krediteuren
+vervolgd wordt en zich niet in zijn mooie kleeren op de markt durft
+vertonen; waarop <span xml:lang="fr">Guillem Gasmer</span> opmerkt dat men zijn schuldeiser met
+fraaie woorden kan paaien, maar dat men van liefdesmart niet zo gauw
+afkomt.</p>
+
+<p>Dergelijke wedstrijden hebben aan vele hoven gebloeid. Maar eigenaardig
+voor de Zuid-Franse hoven is de in 't oogvallende plaats die kwesties
+van de Liefde in deze debatten innemen. Niet alleen dat de dichters der
+<span xml:lang="es">Sirventes</span> de groten &bdquo;tot hoge daden&rdquo; aan moeten sporen, &bdquo;de kwaden
+moeten beschamen&rdquo; en zonder vreze <ins class="corr" id="corr18" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>herauten der waarheid moeten
+zijn&rdquo;, zowel als, waar ze zeer trots op zijn, door hun lied de roem van
+hun weldoeners het eeuwige leven schenken,&mdash;als dichters van Canzonen
+hebben de Troubadours een niet minder hoge roeping&mdash;de verkondiging van
+de religie der Vreugde, van een gelukkig samenleven en van de Liefde.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In het element der vreugde leef ik gelijk de vis in het water, zingt
+<span xml:lang="es">Arnaut de Maruelh</span>; elke keer dat de zoete lentelucht weer mijn hart tot
+nieuw leven wekt, voel ik, dat ik tot vreugde geboren ben. Ik verheug
+mij over het gezang der vogels en over de bloemen&mdash;jubelt Bernart de
+Ventadour&mdash;over mij zelf,<span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a> maar nog meer over mijn Vrouwe, aan alle
+kanten ben ik door vreugde omgeven, maar deze overtreft alle anderen.
+Veel meer dan de vogels heb ik reden om te zingen, ik die alle dagen
+slechts voor zang en vreugde leef en aan niets anders denk. &bdquo;<span xml:lang="es">Joi</span>&rdquo; en
+&bdquo;<span xml:lang="es">Gaug</span>&rdquo; (vreugde), &bdquo;<span xml:lang="es">Joi e deport</span>&rdquo;, die woorden gaan als leitmotif door de
+gehele dichtkunst der troubadours. In scherpe tegenstelling met het
+tragiese patos der heldendichten en de sombere plechtigheid van de kerk,
+komt nu het nieuwe jolige lied met zijn koloratuur en zijn trillers.
+&bdquo;<span xml:lang="es">Joi e deport</span>&rdquo; betekent dat gevoel van de edelman die zich &bdquo;vrij weet
+van materiele en geestelike beslommeringen&rdquo; en dat heerlike gevoel moet
+de troubadour opwekken en levendig houden. Een vrij geboren
+natuur&mdash;zingen ze&mdash;kan niet in droefenis in beslommering leven, hij moet
+alles liefhebben wat heerlik is en schoon&mdash;schone wapenen, een vrolik
+tijdsverdrijf, hoofse gezelligheid; niets van dit alles is uit den boze
+en dat zal ook niet door God gestraft worden, gelijk diegenen geloven
+die jeugd en vreugde in miskrediet willen brengen omdat ze zelf niet
+weten wat vreugde en milddadigheid betekenen (<span xml:lang="es">Guiraut de Bornelh</span>). De
+vreugde is de wortel van alle goeds, &bdquo;<span xml:lang="es">se</span> (zonder) <span xml:lang="es">joi non e valors</span>&rdquo;, de
+vreugde maakt de mens dapper, goed, beminnelik en bemind. Het is die
+opgewekte stemming bij de hogere klassen, Euphorie, welke de Duitse
+troubadours &bdquo;<span xml:lang="de">hohe muot</span>&rdquo; noemen of &bdquo;<span xml:lang="de">riche muot</span>&rdquo;; &bdquo;geen enkele keer heb ik
+hem in treurige stemming gezien&rdquo; leest men in een lofzang over een
+gestorven vorst.</p>
+
+<p>Maar &bdquo;<span xml:lang="es">joi</span>&rdquo; is ook nog iets anders, het zwelgen van de lyricus in zijn
+gevoelens, zijn roes over de innerlike rijkdom van zijn ziel. Het zelfde
+sentimentalisme dat bij St. Bernhard in het gevoelskristendom en het
+entoesiasme voor de kruistochten uitsloeg,&mdash;dat is het wat bij de
+troubadours tot de gevoelens van gelukzaligheid wordt en tot hun eroties
+dwepen. Tegenover de baronnen die slechts aan hun goederen denken en
+strijd, en aan alles wat ze op kunnen nemen en aanraken, verkondigt de
+troubadour paradoxaal de vrijheid en rijkdom van het innerlike leven:
+daar buiten is het najaar en alles verwelkt, daar is het winter en alles
+bevriest, maar in mij staat de lente in de knop en bloeit het als in de
+zomer. Eén glimlach van mijn geliefde is mij meer waard dan al het goud
+van Arabië, in mijn liefdesgeluk zou ik met de koning van Engeland niet
+willen ruilen. Maar daar staat tegenover als een niet minder
+merkwaardige paradoks, dat ongelukkige liefde erger is dan tandpijn en
+onaangenamer dan schulden te hebben.<span class="pagenum" title="81"></span><a id="p_81"></a> En toch&mdash;toch is de ontbering van
+een teleurgesteld minnaar de dichter dierbaarder dan het ruwe toegeven
+aan de zinnen, wat de meesten onder liefde verstaan.</p>
+
+<p>De lente is de tijd van de vreugde en het sentimentele dwepen. De
+liederen van Bernart de Ventadour zijn verliefde hymnen aan de
+lente,&mdash;wanneer het vlas op de velden groent, de viooltjes onder de
+struiken te voorschijn kijken en de beekjes helder over het zand
+kabbelen, wanneer blad en bloem op alle takken knop zetten en nacht en
+dag de vogel zijn gezang laat horen. Het zoet gezang van de nachtegaal
+houdt hem in minnegedachten wakker en als de leeuwerik zijn vleugels 's
+morgens naar de zonne uitslaat, zodat hij zich geheel vergeet en door al
+'t zoete dat hij voelt de aarde nader komt, dan is het hem als zou zijn
+eigen hart van zoet verlangen barsten... Gelijk men niet nalaten kan de
+tong tegen een holle kies te drukken&mdash;zingt <span xml:lang="es">Guiraut de Bornelh</span>&mdash;zo kan
+hij ook niet anders dan zijn hart naar de jonge bloemen wenden, wanneer
+hij de takjes bloeien ziet en de zoete stem der vogels liefdedronken in
+de struiken hoort. En is in 't eind van Maart de sneeuw gesmolten en de
+warmte weer teruggekeerd, de weide groen, terwijl de vogels dan weer
+zingen, dan wordt hij uitgelaten als een wild dier en licht ter been
+gelijk de ree. De weiden en de heldere beekjes, de hagedoorn en de wilde
+roos, de leeuwerik en de nachtegaal&mdash;dat is de stralende, vriendelike
+lenteschoonheid die de troubadour liefheeft, en gewoonlik verleggen ze
+dan ook hun scène's naar die soort tuinen, waar de ridderkastelen nu
+veelal van omgeven zijn. De dichter siddert als een blad, is blij als
+een vogel, en hij wordt door de blik van de geliefde verwarmd, gelijk de
+natuur door de stralen van de zon.</p>
+
+<p>De lente is de bevrijding na de koude donkere winter, wanneer de wegen
+onbegaanbaar zijn en men in de sombere, kille kamers met stenen vloeren
+zit te rillen of door de rook verstikt. Nu kunnen de ridder en de
+troubadour weer de wijde wereld intrekken. Een verlangen naar vrijheid
+en een drang naar buiten weerklinken in hun liederen. &bdquo;Het leek hem
+onaangenaam, lang op één plaats te blijven,&rdquo; heet het over één, en dat
+geldt van velen. Bij alle weer, onder moeite en gevaren, rijdt hij te
+paard overal heen&mdash;zo als <span xml:lang="es">Raimbaut de Vaqueiras</span> het in een gedicht
+schildert&mdash;met de bossen en de wegen als herberg. En onderweg dicht hij:
+&bdquo;Ik wil een gedicht maken over niets,&rdquo; begint hij, &bdquo;het is gedicht
+terwijl ik te paard zat te slapen,&rdquo; hij voelt zich behekst, weet niet of
+hij waakt of droomt; zijn hart is op 't punt van verlangen<span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a> te barsten,
+maar daar geeft hij geen sikkepitje om; wie zijn geliefde is, weet hij
+niet, maar toch bemint hij haar zéér, maar toch kent hij er een die
+schoner is, alleen weet hij maar niet waar hij haar vinden kan... In
+zulk een stemming van opgeruimde onverschilligheid en vage verliefdheid
+dwaalt de zanger om van het ene hof naar het ander. Zijn hart verheft
+zich (zoals het bij de Duitse minnezangers heet) naar het licht, gelijk
+de valk in zijn vlucht, of de arend zwevend in de lucht, het is hem
+alsof hij over de wereld vloog en alles bezat, alsof hij gelijk het
+wilde dier in de grote bossen kon rondspringen. Alles wat er aan vreugde
+in hem woont, dat ontkiemt, groeit en groent; &bdquo;zijn hart schiet blad en
+bloem en houdt zich groen, geheel het jaar.&rdquo;</p>
+
+<p>Fladderen, omhelzen, zingen en liefhebben,&mdash;dat is het levensprogramma
+van de rondtrekkende zangers. Vrij leven en laten leven is het wat zijn
+lied aanprijst. In de ruwe en sombere wereld der baronnen en monniken
+brengt hij licht en warmte. Indien hij altijd milddadigheid als
+hoofddeugd voorop zet, is het zeker dat hij in de eerste plaats voor
+zich zelf pleit; zijn lied is dikwels niets dan een bedelpartij en
+afzetterij en de Seigneur die door hem als een Alexander geprezen wil
+worden&mdash;Alexander de Grote is altijd het toonbeeld van mildheid&mdash;moet
+niet spaarzaam zijn met paarden en kleeren voor zijn zangers, en open
+tafel houden &bdquo;zonder portier&rdquo;. Maar <span xml:lang="es">larguezza</span>&mdash;&bdquo;<span xml:lang="de">milte</span>&rdquo; heet het in het
+Duits&mdash;was werkelik het voornaamste en meest tastbare bewijs, dat de
+bekrompen ziel van de edelman week was geworden en zich om andere dingen
+bekommerde. De begerige klauw die altijd gereed stond om te grijpen,
+moest nu leren zich te openen en te geven. Hier gaat tot zekere hoogte
+de dichtkunst der troubadours met de kerk in dezelfde richting; ook voor
+de kerk kwam het er op aan&mdash;en niet alleen uit egoïsme&mdash;om de geest van
+hebzucht en eigenbelang uit de harten te verbannen, ze van de aarde en
+mammon los te maken. &bdquo;<span xml:lang="es">Donar</span>&rdquo;&mdash;te geven, met geld te strooien, te leven
+en te laten leven&mdash;daaruit bestaat voor de troubadour het leven der
+Ridders; of dat geld aan prachtige kleeren en vrolike feesten gaat of
+aan weldadigheid, dat is hem hetzelfde. Hij prijst de oorlog omdat die
+dwingt de hand te openen, de groten noodzaakt niet alleen te nemen maar
+ook te geven. In een tenzone verdedigt een roofridder er zich mede dat
+hij niet neemt om schatten op te hopen, maar om voor anderen uit te
+strooien. De moralisten der kerk herinneren daarentegen aan Cicero's
+waarschuwingen tegen die soort van mildheid,<span class="pagenum" title="83"></span><a id="p_83"></a> die neemt wat men geeft en
+geselt de ridders die uit ijdelheid alles wat zij bezitten weggeven, en
+gochelaars en jongleurs met mantels en sieraden overstelpen, terwijl de
+armen buiten het kasteel van kou sterven en de portier ze als vee
+wegjaagt met een &bdquo;scheer je weg, slungel, mijn Heer wil naar de zangers
+luisteren!&rdquo; Maar de troubadours prijzen daarentegen de ridder die in
+1174 bij Beaucaire 30.000 <span xml:lang="fr">sous</span> het venster uit liet werpen en 30 paarden
+liet verbranden, alleen om zijn &bdquo;<span xml:lang="es">larguezza</span>&rdquo; te tonen of Robert Kortbroek
+die alles aan gochelaars en de een of andere slet weggaf, zodat men hem
+eens op een morgen zo van alles beroofd vond liggen, dat hij alleen nog
+maar een hemd aan had en zo niet naar de kerk kon. &bdquo;Liever ja zeggen,
+dan neen!&rdquo;&mdash;dat is de formule, waarin de troubadour in 't kort de
+royaliteit van de ridders samenvat.</p>
+
+<p>In feest en gezelligheid te leven, in een beminnelik, hoofs samenzijn
+met zijns gelijken&mdash;dat was alles een soort sosiaal idealisme dat de
+dichtkunst der troubadours tegen de ouderwetse baronnen opstelde, die
+aan niets anders dachten dan vechten met hun buren, hun goederen af te
+ronden, hun boeren uit te zuigen en zoveel mogelik land en vee te
+verzamelen. De vaste kastelen&mdash;klagen de troubadours&mdash;met hun grachten
+en muren zijn de haardsteden van onrecht en geweld, daar is slechts
+plaats voor wapengekletter, niet voor feesten en milddadigheid. De ruwe
+baronnen geven niets om zang of dans of spel, lente en bloemen laten ze
+koud, als de moestuin maar goed vrucht levert. Overal, van het koninklik
+hof af, wordt er alleen maar met goederen en vee gehandeld als bij
+kooplieden. Zelfs een kemphaantje als Bertrand de Born beweert, dat
+zulke Heren die alleen maar aan jacht denken en hoe ze hun mannen er
+onder kunnen houden, en nooit aan vrolike feesten,&mdash;dat die geen begrip
+hebben van ridderlikheid en een hof waar geen feesten of dames te vinden
+zijn is toch maar niets dan&mdash;een paar baronnen bij elkaar! &bdquo;Oorlog en
+wapenspel&mdash;geld uitgeven en de vrouwen het hof maken&rdquo;&mdash;<span xml:lang="es">assautz e
+tornei&mdash;donar e domnei</span>&mdash;al die dingen horen even goed bij het
+ridderleven. En door didaktiese poëzie direkt (&bdquo;<span xml:lang="fr">ensenhament</span>&rdquo;) zowel als
+indirekt door alles wat zij verheerliken of veroordelen, maken de
+troubadours zich tot de vertolkers van hofkultuur en &bdquo;hoofsheid&rdquo;. Het
+zijn niet alleen uiterlikheden als nette manieren, waar het op aankomt,
+maar die kleinigheden bij de dagelikse omgang die wellevendheid heten en
+beminnelikheid. De zachte blik, gracieuse manieren, de vriendelike
+groet, een kwik<span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a> antwoord of een geestigheid, dat zijn de dingen die de
+troubadours bezingen bij hun seigneur of hun meesteres. En zij houden
+hun hoorders vóór, dat vriendelike woorden en een beleefd antwoord geen
+geld kosten en ze vrienden doet maken en dat die gift het beste is,
+welke gegeven wordt zonder dat men er om vraagt, dat een beleefde leugen
+honderd maal meer waard is dan een grove waarheid en dat men, evenals de
+schilders, een fraai kleurtje mag zetten op wat men vertelt, zonder zich
+al te veel van de waarheid te verwijderen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Maar de hoogste potentie van die hoofsheid en gezelligheid en het
+lyries-sentimentele dwepen is voor de troubadours de Min. &bdquo;Moge ik Gode
+nooit zo ongevallig worden,&rdquo; zingt Bernart de Ventadour, &bdquo;dat hij mij
+laat leven, een last voor allen, wanneer ik niet langer lief zal
+hebben.&rdquo; Midden in de nacht wordt hij wakker, overweldigd door zijn
+vreugde, geheel in dweepzieke overpeinzingen verzonken, maar moet op
+eenmaal beginnen te dichten, ofschoon hij niet weet over wat en wien.
+Het is hem alsof zijn hart van verlangen smelten zal, zijn ogen worden
+nat, en nog nat van tranen schrijft hij honderden groeten de wereld in
+aan de schoonste en de liefelikste. In zulk een jeugdig liefde-verlangen
+verkeren de troubadours. &bdquo;Vrouwenjagers&rdquo; noemen de mannen van de kerk
+hen. Toen de goede Koning Karel de Grote&mdash;zo heet het&mdash;over alles
+heerste, toen deelde hij Provence, dat vol is van wijn, bos en vlietend
+water, aan speellieden en minstreels uit, die zulk een los leven
+leidden.</p>
+
+<p>Dan eens hebben zij onderweg een avontuurtje met een herderinnetje en
+dat wordt dan tot een pastorale, dan weer met een burgervrouw, bij wie
+zij al hun galanterie ten toon spreiden, maar die&mdash;zo als er een in een
+humoristies gedicht vertelt&mdash;daar niets van weten wil; maar heel sterk
+ontvlamt het gemoed der troubadours door de schoonheden die zij aan de
+hoven ontmoeten. &bdquo;Menig oog heb ik gekust en menig oor,&rdquo; zingt er een
+tot een dame, &bdquo;alleen omdat zij uw oog en oor geleken.&rdquo; En wanneer een
+ander door zijn aangebedene afgewezen is, zingt hij dat hij zich nu
+natuurlik een andere vriendin aan moet schaffen, maar opdat zij niet bij
+zijn eerste achter mag staan, moet hij bij haar de verschillende
+eigenschappen terug vinden die hij bij zijn bekenden getroffen heeft en
+zo vindt de zanger de gelegenheid om aan al die dames een komplimentje
+te maken: haar frisse kleur en de zachte blik moet zij van u hebben, o
+schone Sembeline<span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a> en het is een heel ding dat ik van u niet alles neem,
+want aan geen enkele goede gave hebt gij gebrek; Vrouwe Elise vraag ik
+om haar vrolike opgewekte manier van spreken, dan wordt zo waar mijn
+schone nòch dom nòch stom, de Burggravin van <span xml:lang="fr">Montausier</span> geve mij haar
+hals en handen; naar <span xml:lang="fr">Rochechouart</span> rijd ik om het haar van Vrouwe Agnes,
+zelfs Isolde had niet zulk prachtig haar; Vrouwe Audiartz zal haar
+schone figuur en middeltje af moeten staan, enz. enz.</p>
+
+<p>Met een levend schoonheidsgevoel en verfijnde zinnen ontwikkelen de
+troubadours nu dit schoonheidsideaal van de vrouw dat de gehele volgende
+Ridderromantiek eigelik niet anders doet dan variëren of uitwerken.
+Zekere trekken kunnen aan Ovidius ontleend zijn of aan andere antieke
+kunst, andere aan de Byzantijnse Madonnabeelden, andere duiken misschien
+reeds bij de oudere Latijnse dichters der middeleeuwen op, maar veel is
+toch van de troubadours zelf. Het lichtgouden, gekrulde of golvende
+haar, de fijne, liefst donkere, van elkaar afgescheiden wenkbrauwen, de
+kleine mond met kristallen of ivoren tandjes, regelmatig en vlak op
+elkaar,&mdash;dat zijn de gewone trekken reeds in de Latijnse gedichten van
+de 11<sup>de</sup> eeuw. Maar de troubadours leggen meer de nadruk op de ogen en
+de blik, op de glimlach en het teint&mdash;de schilderachtig-gracieuse en
+erotiese zieleschoonheid. De kleine, smalle ogen worden meer naar de
+uitdrukking dan naar de kleur beoordeeld; die moeten stralen als
+sterren, ze moeten lachend zijn, zacht, vol liefde en lust,&mdash;een Latijns
+dichter van de 12<sup>de</sup> eeuw spreekt van de ogen als: <span xml:lang="la">ridentes,
+blandientes, innuentes, laquentes, offerentes, expetentes, attrahentes,
+capientes</span>. De mond heeft &bdquo;zwellende&rdquo; lippen die kussen uitlokken
+(<span xml:lang="de">küssenlîch</span>, noemt Wolfram het), die glimlacht zoet, lacht
+liefelik&mdash;mollia spondens risus noemt 't reeds een geestelike dichter
+van ongeveer 1100. Maar vooral prijst men de kleur der huid,&mdash;de
+stralende glans er van: <span xml:lang="es">clara clartatz</span>, wit als het wit van de hagedoorn
+of het ivoor, of gelijk een wilde roos, wanneer het wit zwak met rood
+gemengd is. Heel wat barbaarser heet het in de Noord-Franse romans dat
+het voorhoofd als in hout of steen of ivoor gevormd is, en dat het rood
+of het wit van de huid afsteekt gelijk vermilioen op het zilver van een
+wapenschild.</p>
+
+<p>Dan komt de beurt aan de slanke, witte hals,&mdash;de huid is zo
+teder&mdash;beweert een Duits dichter&mdash;dat, als zij drinkt, men de wijn
+blozend door haar keelgat kan zien stromen. De kleine stevige borstjes
+zijn als twee noten,&mdash;zo klein dat men ze met<span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a> de hand gemakkelik
+omvatten kan, of als kegels gedraaid. De schouders zijn recht en
+buigzaam als het riet. De lange armen, de mooie blanke handen met de
+fijne gladde vingers, de nagels als een spiegel zo schitterend. Het
+middeltje dun, de buik rond, iets of wat vooruitstaand, de heupen breed.
+In Wolfram's gemaniëreerde taal is Antikonie zo slank als een haas, die
+op het spit uitgestrekt is; haar mierentaille (wij spreken nog van een
+wespentaille) wekt de begeerte der mannen op. Gewoonlik wordt echter
+meer in het algemeen de figuur geprezen als &bdquo;<span xml:lang="es">ben estans</span>&rdquo; (Duits: <span xml:lang="de">wol
+getan</span>) of &bdquo;<span xml:lang="fr">covinens</span>&rdquo; d. w. z. welgeproportioneerd. Zeer bizonder houdt
+men van wat slank en fijngebouwd is; &bdquo;<span xml:lang="es">graile</span>&rdquo; (<span xml:lang="fr">gracil</span>) en &bdquo;<span xml:lang="es">delgat</span>&rdquo;
+(<span xml:lang="fr">delicat</span>) zijn veel voorkomende termen. De kleeren moeten goed zitten,
+maar, zo schrijft een troubadour aan zijn dame, uw figuur is zo wel
+gevormd dat zelfs het slechtste snit nog goed aan u zou staan en al de
+kleermakers uit Katalonje, van Parijs en Keulen zouden er niets aan te
+verbeteren hebben. Maar ook verder vertellen de troubadours nog veel er
+over, hoe levendig, vrolik, lenig, gracieus en behagelik het lichaam van
+de aangebedene is; daar hebben ze een massa woorden voor: <span xml:lang="es">gais, cortes,
+avinens, plasens, coinde, isneus</span>, die de zinnelike liefde schilderen en
+die men bij de Duitse minnezangers veel minder sterk aantreft. &bdquo;Haar
+ledematen zijn zo zacht&rdquo;, heet het, &bdquo;als verder alleen konijnen zijn&rdquo;.
+Het lichaam is zo blank, fris, zacht, glad, als ametyst; het is
+&bdquo;<span xml:lang="es">amoros</span>&rdquo;&mdash;&bdquo;<span xml:lang="de">minneclich</span>&rdquo;&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">plaisant</span>&rdquo;&mdash;en vraagt omhelsd te worden. Ook
+haar naar honig riekende adem en de zoete melklucht van de huid worden
+later veel geroemd.&mdash;In poëtiese wendingen wordt de algemene indruk van
+haar optreden aangegeven. Schoner dan de Maartse zon, of regen in April,
+en de schaduw in de zomer,&mdash;zingt een Provençaals dichter. Als een
+waslicht is zij tussen vetkaarsen,&mdash;heet het in 't Noord-Frans, de glans
+van haar schoonheid verlichtte het gehele slot met haar klaarte; haar te
+zien is als te luisteren naar muziek.&mdash;In haar tegenwoordigheid&mdash;zegt
+een Duits dichter&mdash;vergeet men alles wat het gemoed bezwaart.</p>
+
+<p>Nog meer dan het uiterlik van de vrouw is haar innerlik wezen en haar
+aantrekkelikheid die door de troubadours verheerlikt wordt. Haar
+geestige antwoorden en haar schone zang; zij kent de kunst van spreken
+en zich aangenaam voor te doen&mdash;van &bdquo;<span xml:lang="es">plazers far e dir</span>&rdquo;;&mdash;zij is
+aangenaam gezelschap&mdash;&bdquo;<span xml:lang="es">d'avinen companha</span>&rdquo;, zij is beminnelik in haar
+optreden&mdash;<span xml:lang="es">amorosa en totz son semblans</span>; zelfs bij de besten wekt zij een
+duizendvoudig<span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a> behagen. Een hele rij leerdichten wijden de troubadours
+ook aan de maatschappelike opvoeding der vrouw. Een voorname dame had de
+adellike Garin le Brun verzocht zulk een leerdicht voor haar te
+schrijven en zo ontwikkelt de troubadour dan ook in zijn verzen, alle
+regels voor de echte vrouw van de wereld: Hoe zij altijd schoon
+linnengoed aan moet hebben, kleine schoenen aan moet trekken, opdat haar
+voet zelf klein zal schijnen, en hoe zij met kleine stapjes de kerk in
+moet treden. Hoe zij bij haar thuis ontvangen moet: de verschillende
+mensen wel is waar naar hun rang en stand behandelen, maar toch tegen
+een ieder beleefd zijn&mdash;hoe zij een gesprek netjes moet kunnen afbreken,
+als het haar niet bevalt, maar zonder boos te antwoorden&mdash;zich aan de
+omgeving aan te kunnen passen, maar niet al te intiem met vreemden
+worden. Verder, hoe zij in haar kleeren en manieren die zekere drang om
+te behagen ten toon mag spreiden die het wezen der koketterie uitmaakt:
+de rokken netjes opnemen, zodat men het voetje te voorschijn ziet komen,
+de schouders gracieus, bij het gaan, bewegen, het kleed nauw laten
+sluiten, zodat dit het lichaam niet als in een zak verbergt, maar dat de
+lijnen te zien zijn, en als zij een fraaie hals heeft, een uitgesneden
+kleed moet dragen. Heel naief zijn hieronder die aanwijzingen waar de
+voorname dame zich aan houden moet, ook overgenomen uit de &bdquo;<span xml:lang="la">Ars Amandi</span>&rdquo;
+van de &bdquo;Klerk&rdquo; Ovidius en die geschreven waren om de geblaseerde viveurs
+van Rome weer wat appetit in de dames van de demi-monde te geven.</p>
+
+<p>En rondom deze dames fladderen nu de troubadours met hun erotiese
+verlangens. Zij kregen rijkelik hun deel in het losse en niet altijd
+binnen de perken blijvende minne-leven van de Zuid-Franse hoven, waar de
+oude biografen der troubadours van weten te vertellen en hun Canzonen
+van zingen, in allerlei soorten en toon der liefde, van de grove
+gevoelens der jonkers tot een vluchtige koketterie of schuchtere
+dweperij van een knaap.</p>
+
+<p>Bernart de Ventadour&mdash;uit de stand der horigen, opgevoed tot troubadour
+bij de genadige burchtheer&mdash;is de zanger van de bescheiden page-liefde.
+Hij bezong en prees de gemalin van zijn weldoener, werd door haar
+voornaamheid verblind, en, zo als het bij zijn leeftijd paste op haar
+glimlach verliefd, maar schijnt toch ook de gunst van zijn
+&bdquo;schoon-te-schouwen&rdquo; verworven te hebben (onder dat pseudonym
+verheerlikte hij haar), in elk geval genoeg om het de burggraaf
+bedenkelik te doen voorkomen, zodat de zanger vertrekken moest... waarna
+hij de andere hoven afreisde en andere voorname schoonheden
+aanbad&mdash;vooral Koningin<span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a> Eleonora, aan wier hof in Normandië hij zich
+een tijd lang ophield,&mdash;maar nu en dan zond hij uit de verte liederen
+naar zijn &bdquo;<span xml:lang="es">Bel Vezer</span>&rdquo;... totdat hij op zijn oude dag, zo als zo veel van
+zijn kunstbroeders, troost zocht in een klooster.</p>
+
+<p>Hij weet wel&mdash;zingt hij&mdash;dat zijn aangebedene Heerseres hem genadig is.
+Had zij hem niet onlangs nog, toen hij een tijdje op reis ging, gezegd
+dat zijn zang haar behaagde? Als hij er nu aan denkt, dan schijnt de
+zoete lucht die hem uit de plaats waar zij woont, tegemoet waait, als
+een vleugje uit het Paradijs;&mdash;moge elke ziel in de Kristenheid zulk een
+grote vreugde voelen als die nu mijn is!&mdash;Als hij haar nu toch maar eens
+alleen kon treffen, terwijl zij sliep,&mdash;of deed alsof zij sliep&mdash;dan zou
+hij pas goed van haar schoonheid kunnen genieten&mdash;haar &bdquo;<span xml:lang="es">bel cors ab
+fresca color</span>&rdquo; bewonderen en die kus van haar mond stelen, waar hij niet
+om durft vragen, dan zou hij die mond kussen zo dat men de sporen nog
+lang zou kunnen zien.</p>
+
+<p>Maar nu&mdash;jubelt hij&mdash;nu heeft zij mij een kus geschonken, mij met haar
+mond gewond, zo dat slechts nòg een kus mij kan genezen,
+evenals&mdash;volgens Ovidius&mdash;hij die door de lans van Peleus gewond is,
+slechts door nog een steek er van genezen kan worden. En zo vol is zijn
+hart van jubel dat hij bijna bezwijmt&mdash;midden in de natte wintersneeuw
+ziet hij bloemen en groene weiden, in zijn groot gevoel van liefdegeluk
+zou hij midden in de winterwind in zijn hemd kunnen lopen.</p>
+
+<p>Maar&mdash;bescheiden en diskreet moet hij zijn, dat weet hij. Als hij alle
+mensen die hen beiden gadeslaan maar betoveren kon... ze tot kinderen
+maken, zo dat hij zonder hun ogen te vrezen, zo vertrouwelik met zijn
+aangebedene om kon gaan als hij maar wenste. Of als zij een geheime taal
+uitvonden die de anderen niet verstonden? In elk geval kan zij verzekerd
+zijn dat hij niet kinderachtig-pochend het zalige geheim er uit zal
+flappen, maar de kunst verstaat om te liegen en zich anders voor te doen
+dan hij is. En hij zal zich ook met weinig tevreden stellen. Wat zou hij
+niet gaarne 's nachts als een zwaluw haar kamer binnen zweven! hoe graag
+zou hij er niet bij zijn wanneer zij zich uitkleedt! demoedig knielende
+haar schoen uittrekken, indien zij zich verwaardigen zou haar voetje uit
+te steken.&mdash;Zelfs haar gunst met anderen te deelen, moet hij zich laten
+aanleunen. Hij weet nu eenmaal dat zij anderen liefheeft, soms twijfelt
+hij wel eens in hoever hij moet doen alsof hij niets merkt, of dat hij
+haar dienst moet verlaten. Maar het is toch beter met de helft van<span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a> haar
+liefde genoegen te nemen, dan niets te krijgen. Als zij toch maar niet
+zo wispelturig was. Gelijk de tak zich naar de wind buigt, zo is hij
+bereid al haar bevelen te gehoorzamen. Maar hij voelt dat haar schone
+ogen en vriendelike blik hem toch voor den gek houden. Gelijk een schip
+op de golven, wordt hij tussen hoop en vrees geslingerd. Soms tracht hij
+zich dan ook opeens uit die onbeloonde liefde los te scheuren. De
+bladeren die in de herfst van de bomen vallen, doen hem op zulk een
+ogenblik behagelik aan, het komt zo geheel met zijn stemming overeen.
+Zij die vroeger zo vriendelik tegen hem was, laat hem nu niet meer
+roepen, &bdquo;het harte barst van smart,&mdash;er blijft niets anders over dan te
+sterven.&rdquo; Geheel mijn hart, geheel mijn eigen zelf bezat zij. Nu moet ik
+verwelken, gelijk Narcissus van Ovidius bij de bron, ik wil niets meer
+met vrouwen te doen hebben, ze nooit meer vertrouwen, ik zal wegtrekken
+in den vreemde, ik weet zelf niet waarheen.</p>
+
+<p>Hield de burchtvrouwe van Ventadour haar zanger aan het lijntje door hem
+zo nu en dan eens een kus te geven&mdash;meer zal het wel niet geweest
+zijn&mdash;de toewijding van <span xml:lang="fr">Peire Rogier</span> voor de hoog ontwikkelde Burggravin
+Ermengarde van Narbonne was met nog minder tevreden. Een jonge knappe
+kanunnik was hij, maar hij was troubadour geworden en had zich lang aan
+het hof van Ermengarde opgehouden. Hij vertelde dat hij volkomen
+tevreden is met haar grappen en haar glimlach, meer komt hem niet toe,
+nooit heeft hij ook &bdquo;<span xml:lang="la">facta</span>&rdquo; van zijn meesteres gevraagd, maar alleen
+haar te aanschouwen, maakt hem rijk en gelukkig. &bdquo;Zo zal ik beminnen wat
+ik niet bezit, en ik heb er zo veel eer en plezier van, alsof dat waar
+was, wat het in werkelikheid niet is.&rdquo; En heel vriendelik en onderdanig
+leert hij de mensen (naar de <span xml:lang="la">Ars Amandi</span> van Ovidius) dat zij nooit aan
+kwaadsprekerij moeten geloven, en zelfs wanneer zij met hun eigen ogen
+hun geliefde een fout zien begaan, moeten zij zonder aarzelen niet hun
+ogen, maar wel haar woord geloven. Een even ootmoedige maar gloeiender
+onderdanigheid ligt er in de liefde van de burgerlike troubadour <span xml:lang="fr">Peire
+Raimon</span> voor een onvermurwbare adellike dame te Toulouse. &bdquo;Op mijn knieën
+zal ik tot haar gaan,&rdquo; zingt hij, &bdquo;en wenend haar genade vragen; als zij
+mij slechts de eer wou aandoen mij knielend haar welgevormde, gracieuse
+gestalte te laten beschouwen.&rdquo; Maar dikwels slaat de demoedige
+platoniese hulde van de arme zanger, waar de gelegenheid zich biedt, in
+de hartstochtelikste wensen over. De arme klerk <span xml:lang="es">Arnaut de Maruelh</span><span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a>
+verklaart wel is waar in zijn liederen dat de vrolike beminnelikheid van
+de gravin en &bdquo;de liefelike woorden waarmede zij mijn harte vult&rdquo; hem
+genoeg zijn en dat hij zich tevreden stelt met haar in zijn dromen te
+kussen en te omhelzen, een liefdegenot dat geen echtgenoot hem kan
+weigeren, maar nu en dan waagt hij het toch zuchtend te wensen dat zij
+hem een kus moge schenken en &bdquo;andere beloningen late volgen&rdquo; en spreekt
+stoutmoedig de hoop uit dat hij haar eens 's nachts in zijn armen zal
+mogen sluiten en haar ogen en mond kussen, &bdquo;zodat honderd kussen er voor
+ons tot één worden.&rdquo; En andere troubadours wensen haar, in de
+duidelijkste woorden, &bdquo;zonder hemd&rdquo; te omhelzen, beiden onder één deken.</p>
+
+<p>Een heel wat vrijer karakter en meer jonkerachtig, heeft de liefdelyriek
+bij een vorstelik amateur-troubadour als graaf <span xml:lang="fr">Guillaume de Poitou</span>,
+hertog van Aquitanië. Elegant en vrolik, beroemd wegens zijn
+liefdesavonturen en zijn kunst om de mensen te onderhouden, maar ook
+wegens een zeer lichtzinnige kruistocht, die een heel treurige afloop
+had,&mdash;wat hij later in vrolike liedjes op alle kastelen ging bezingen.
+Beminnelik geeft hij op van wat hij kan,&mdash;hij weet wat dapperheid is,
+eer, poëzie, weet het onderscheid tussen dwaasheid en verstand, en
+wanneer men in een gezelschap hem in een liefdetwist vraagt als
+scheidsrechter op te treden, dan weet hij altijd het juiste oordeel te
+vellen; zelf verstaat hij de kunst om met de vrouwen allerlei soort
+spelletjes te doen,&mdash;wat hij dan in grove dubbelzinnigheden uitwerkt,
+terwijl hij God, St. Julianus en zijn opvoeders voor alle goede gaven
+dankt die hij gekregen heeft.&mdash;In een ander gedicht, bijna een kleine
+novelle van Boccacio, vertelt hij van een even amusant als onfatsoenlik
+avontuurtje dat hij met twee burgervrouwtjes gehad heeft die hij in de
+bergen van <span xml:lang="fr">Auvergne</span> ontmoette.&mdash;Met een echte huzarenhumor vraagt hij
+een vriend hem raad te willen geven: hij bezit twee edele paarden, als
+hij die nu maar flink kon dresseren, zou niemand beter bereden zijn dan
+hij; maar hij kan ze niet aan elkander wennen, en nu moet hij
+kiezen,&mdash;natuurlijk meent hij vrouwen. En nu vertelt hij van hun beider
+eigenschappen, en vraagt of hij Agnes of Arsène moet houden. Nu zijn
+dergelijke gedichten niet zeer troubadour-achtig. Maar in andere komt de
+verliefdheid van de ziel meer op de voorgrond, in overeenstemming met de
+lente en het jong genot, met het schoonheidsgevoel en sympatieke
+liefdegevoelens: In de zoete dagen van de lente, wanneer de<span class="pagenum" title="91"></span><a id="p_91"></a> bomen
+groenen en de vogelen zingen, toen ging het met onze liefde als met de
+knoppen van de hagedoorn, die in de regenachtige koude nacht nog dicht
+waren, maar door de zonnestralen openspringen,&mdash;evenals in <span xml:lang="de">Heine's &bdquo;Im
+wunderschönen Monat Mai...&rdquo;</span> Nog herinner ik mij de morgenstond toen wij
+een eind maakten aan de twist, en zij mij haar liefde schonk en haar
+ring; God late mij zo lang leven dat ik mijn handen onder haar kleed
+moge steken... Ik zal een nieuw lied zingen vóór de wind komt en de
+regen en de koude. Mijn dame wil mij op de proef stellen, maar hoe meer
+zij mij tegenwerkt, des te meer krijgt zij mij in haar macht; Gij moet
+niet denken dat ik dronken ben of gek, maar ik kan zonder mijn lieve
+dame niet leven. Bij St. Joris! Ik moet sterven als zij mij niet in haar
+kamer of onder de groene takken kussen wil. Maar welk genot, schone
+dame, kan het ook voor u zijn mij uw liefde te onthouden? Waarom wilt
+gij u tot non maken? Wat zou het u baten als ik in het klooster ging? De
+vreugde der gehele wereld is de onze, indien wij elkaar slechts
+liefhebben... Indien zijn dame hem nu maar haar liefde wil schenken,
+belooft hij dat hij diskreet zo wel als galant zal zijn, zeggen en doen
+wat zij gebiedt, haar in hoge eer houden, haar wijd en zijd prijzen; en
+dat wil hij wel zeggen dat hij, die liefheeft zich voor menigeen moet
+weten te buigen, menige goede daad moet verrichten en op moet passen dat
+hij aan het hof niet &bdquo;onhoofs&rdquo; en als een boer spreekt.</p>
+
+<p>Werkt hier nu een frisse natuurlike verliefdheid opvoedend op een ruwe
+jonker-natuur, omgekeerd breekt soms bij een ander vorstelik zanger als
+graaf <span xml:lang="fr">Rambaut</span> van Oranje brutaal de hartstocht van de man door de
+uiterlike &bdquo;hoofse&rdquo; galanterie heen, waar hij dageliks mede speelt.
+Cynies vertelt die hoe men de vrouwen behandelen moet om zijn wil met
+hen te krijgen, pochen en vleien, zelfs als het nodig is dreigen, en ze
+met de vuist in het gezicht slaan; ofschoon hij beweert zelf dom genoeg
+te zijn om altijd netjes en ridderlik tegen ze op te treden. Of Raimon
+van Miraval, de altijd verliefde en altijd ongelukkige edelman, die de
+wereld rondtrok en Loba van <span xml:lang="fr">Pénautier</span> bezong of <span xml:lang="fr">Azalais</span> van <span xml:lang="fr">Lombres</span> of
+&bdquo;de Schone Albigenserin&rdquo; te <span xml:lang="fr">Castres</span>. Midden in zijn holle, hoffelike
+frases komt opeens een stukje natuur doorbreken, wanneer hij brutaal een
+vrouw die hem afgewezen heeft, met beschuldigingen overstroomt dat zij
+zich voor geld gegeven heeft: &bdquo;Ga uit, mijn lied, en zeg: hier is een
+vrouw te koop.&rdquo; Elders vertelt hij waarom hij zich nu in de openbare
+trouweloosheid van zijn<span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a> dame schikt; hij rechtvaardigt zich door te
+zeggen dat hij zich zelf ook vrijheden gepermitteerd heeft&mdash;en is zo
+iets niet beter dan in boosheid van elkaar te gaan?&mdash;Zijn eigen vrouw,
+die hij openlik veronachtzaamd heeft, wil hij echter zulk een &bdquo;leer om
+leer&rdquo; niet toestaan. Zij deed ook aan de dichtkunst en hield er een
+minnaar op na, maar dat vond manlief niet goed,&mdash;tot dat zijn kollega's
+hem door hun hekeldichten dwongen zich op dat punt wat liberaal te
+tonen.</p>
+
+<p>Maar de vrolikste en grappigste van alle troubadours was <span xml:lang="fr">Peire
+Vidal</span>&mdash;een bontwerkerszoon uit Toulouse, die half als hofdichter, half
+als hofnar, van de ene plaats naar de andere toog, hongerende, zo als
+hij 't zelf uitdrukt, naar strijd en toernooi gelijk een monnik naar
+brood, maar vooral verlangende naar avontuurtjes met vrouwen. Met zijn
+schone stem en zijn vindingrijke geest, heeft hij blijkbaar menige
+conquête gemaakt en zijn gepoch is dan ook fantasties naief: &bdquo;Dageliks
+bereiken mij duizende groeten uit Katalonje en Lombardije en het scheelt
+niet veel of de Koning sterft van afgunst over mijn geluk bij de
+vrouwen. Honderden vrouwen ken ik, die mij graag zouden willen hebben,
+als zij maar konden; ik poch niet, maar de vrouwen kus ik en de ridders
+sla ik tegen de grond. Stoutmoedig ben ik als Roland, galant als
+<span xml:lang="fr">Montdidier</span>; ik weet wat alles bij de kunst der liefde hoort en er leeft
+geen man die beminneliker is in het vrouwenvertrek dan ik, wreder dan ik
+onder het wapengekletter. Dikwels komen er boodschappen en groeten&mdash;met
+witte linten, met gouden ringen en alle echtgenoten vrezen mij meer dan
+vuur of ijzer.&rdquo;&mdash;In de regel zullen de vrouwen die dwaze druktemaker wel
+voor den gek gehouden hebben. Dikwels klaagt hij er over dat zij alleen
+maar met hem koketteren of hij stelt zich jubelend tevreden met de
+gedachte dat hij een kus gestolen heeft, of dat de gravin met
+toestemming van haar gemaal er hem een geschonken heeft. Eens liet een
+gravin hem wegjagen omdat hij wat al te intiem wou worden, op een andere
+plaats werd zijn tong doorboord omdat hij zich ten onrechte op de gunst
+van een hooge dame had laten voorslaan. Naief, maar ook uiterst barok
+was de vorm van zijn liefde-hulde. Zijn dame, zegt hij, was hem meer
+waard dan honderd kamelen met goud beladen, zo wel als het hele rijk van
+de Keizer te Byzantium. Ter ere van een dame te <span xml:lang="fr">Carcassonne</span>&mdash;die hij
+onder de vrij compromiterende naam van wolvin, <span xml:lang="la">lupa</span>, verheerlikte&mdash;moet
+hij zich in een wolfshuid gekleed hebben en het bos zijn gaan bewonen;
+de jagers hielden klopjacht op hem en brachten hem<span class="pagenum" title="93"></span><a id="p_93"></a> gewond naar het huis
+van zijn aangebedene, waar men de nar uitlachte. Ten slotte trok Peire
+Vidal op een kruistocht mede naar het Oosten en trouwde op Cyprus met
+een Griekse van wie men hem wijs gemaakt had dat zij een nicht van de
+Griekse Keizer was&mdash;naar aanleiding waarvan hij zich in keizerlike
+pracht kleedde en aanspraak maakte op de kroon.&mdash;</p>
+
+<h2><a id="VIII"></a>VIII.</h2>
+
+<p class="subh2">MINNEKUNST.</p>
+
+<p>De minnelyriek was die kant van de troubadourspoëzie die de grootste
+betekenis zou krijgen voor de ontwikkeling der ridder-romantiek en die
+in andere talen het meest nagevolgd zou worden. En door hun leven, zowel
+als door hun werken, traden de troubadours als leraars in een kunst der
+Minne op, gelijk apostels voor een aparte religie. In de eigelike
+typiese liefde der troubadours zijn verschillende elementen in een
+merkwaardige mengeling bij elkaar te vinden.</p>
+
+<p>In de eerste plaats was die grotendeels te beschouwen als een soort
+hofdienst, en hun minneliederen een onderafdeling van de lofzangen die
+het hun plicht en hun vak was te leveren. Evenals de hofdichter van alle
+tijden had de troubadour in de eerste plaats er voor te zorgen dat de
+feestzaal van de lof van de heer des huizes weergalmde en dat zijn roem
+op de vleugelen van het gezang verbreid werd. En aan de <span xml:lang="es">Sirventes</span> die
+hij ter ere van de graaf dichtte, beantwoordden de Canzonen tot lof van
+de gravin. Om haar roem bekend te maken&mdash;&bdquo;<span xml:lang="es">son los enavantir</span>&rdquo;&mdash;is het dat
+hij zingt, zoals hij dikwels ronduit verklaart; of wel zegt hij heel
+naief dat &bdquo;wanneer ik haar in mijn liederen prijs, doe ik dat niet uit
+liefde, maar wegens de eer en de verdiensten die ik daardoor hopen mag,
+gelijk de dichter dat nu eenmaal van een edele dame verwacht.&rdquo; De
+&bdquo;beloning&rdquo; waar hij zijn dame om vraagt is heel dikwels volstrekt dat
+niet wat wij nu zouden denken, maar een zeer tastbare beloning in de
+vorm van paarden, wapenen, kleren, of een leen, of een plaats aan het
+hof. En offisieel hield om zo te zeggen de dame er een troubadour op na,
+opdat hij haar roem zou kunnen uitbazuinen. &bdquo;Ik heb behoefte om bemind
+te worden om daardoor lof en prijs te krijgen,&rdquo; zegt zij volgens de
+biografie der troubadours tot een dichter, &bdquo;en ik weet dat gij mij het
+een zowel als het ander kunt verschaffen en ik ben iemand<span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a> die de kunst
+verstaat om te belonen.&rdquo; De &bdquo;beloning&rdquo; heeft echter zeker ook meer dan
+eens een persoonlik karakter gedragen. Wij hebben voorbeelden van
+gevallen dat een dame een troubadour overhaalt om haar zijn hulde te
+bewijzen inplaats van aan een andere dame, door hem juist die &bdquo;beloning&rdquo;
+te beloven welke de ander hem niet heeft willen gunnen. Van <span xml:lang="fr">Raimon de
+Mirava</span>l heet het dat &bdquo;alle dames om strijd trachtten hem voor zich te
+winnen, niemand verstond als hij de kunst hun roem te verschaffen;
+niemand kon gezegd worden &bdquo;in de mode&rdquo; te zijn die <span xml:lang="fr">de Miraval</span> niet als
+vriend had.&rdquo; Zo kwam de troubadour er niet zelden toe een rol te spelen
+die men nu al licht met een zeer weinig vleiende naam bestempelen zou.
+Dezelfde <span xml:lang="fr">Raimon</span> nodigt in zijn gedichten ter ere van <span xml:lang="fr">Azalais</span> van
+<span xml:lang="fr">Boissazon</span>, gewoon de koning van Aragon en de graaf van Toulouse uit om
+haar schoonheid te komen bewonderen; de eerste kwam op haar kasteel aan
+en in de loop van vier en twintig uur, &bdquo;kwam hij, zag en overwon&rdquo;.</p>
+
+<p>Zelfs zonder zulk een hofdichterschap brengt de vazal heel natuurlik
+zijn hulde, zijn gevoelens van toewijding en onderdanigheid van de
+leenheer op diens gemalin over,&mdash;waar n.l. de vrouw zelf niet het leen
+bezit. En het feodale erfrecht heeft juist ingevoerd dat de weduwen en
+dochters van de baronnen hem op kunnen volgen; vele der Dames die de
+troubadours bezongen, waren in dat geval: Eleanora bracht heel
+Zuid-Frankrijk mee ten huwelik en Ermengarde regeerde drie jaar lang
+over het graafschap Narbonne. Ten tijde der kruistochten bestuurden de
+vrouwen in elk geval dikwels een leen gedurende de jarenlange
+afwezigheid der mannen. Menig lied der troubadours tot lof der hoge
+dames is minder te beschouwen als een minnelied dan wel als de hulde van
+een onderdaan aan zijn meesteres, feitelik een soort vazallenhulde die
+zich ook geheel en al in de formules van het leenstelsel beweegt. De
+dame is de &bdquo;<span xml:lang="es">domna</span>&rdquo;&mdash;<span xml:lang="la">domina</span>,&mdash;gelijk de leenheer de <span xml:lang="la">dominus</span> is, en de
+hulde van de troubadour heet &bdquo;<span xml:lang="es">domnei</span>&rdquo;, &bdquo;vrouwendienst&rdquo;. De ridder
+knielt&mdash;als voor de leenheer&mdash;en zweert zijn dame trouw, hij wil haar
+&bdquo;man&rdquo;, d. w. z. vazal (<span xml:lang="fr">homme lige</span>) zijn en legt met samengevouwen handen
+zijn huldigingseed af en zij schenkt hem een kus, juist wat de leenheer
+doet, en misschien ook wel een ring, wat er ook dikwels bijhoort,
+wanneer men een vazal met een leen bekleedt. Van nu af &bdquo;dient&rdquo; hij haar
+en heet haar &bdquo;vriend&rdquo; (<span xml:lang="es">amico</span>) als een tot het huishouden horende vazal,
+(in het oude Rome: de klient) daartoe heette te horen; <i>cliënt</i> is later
+ook het Latijnse woord voor vazal. Daarentegen<span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a> belooft zij zich als de
+leenheer voor zijn trouw en gehoorzaamheid, &bdquo;genadig&rdquo; voor hem te tonen
+en hem zijn &bdquo;beloning&rdquo; niet te onthouden en hij &bdquo;klaagt haar aan&rdquo;
+wanneer hem onrecht geschiedt of zegt haar zijn dienst op gelijk een
+vazal dat doet. Nog bij <span xml:lang="de">Wolfram von Eschenbach</span> noemt de ridder zijn dame
+&bdquo;de Burchtheer van zijn hart&rdquo; (<span xml:lang="de">Vogt</span>) en in de <span xml:lang="fr">Roman de la Rose</span> wordt die
+leenshuldiging in alle bizonderheden uitgewerkt. Troubadours van lagere
+afkomst kwamen niet als vrije vazal tegenover de meesteres te staan,
+maar bleven ook hier in een ondergeschikte positie.</p>
+
+<p>En de keus voor de vrouw des huizes van het troubadourshart was niet
+moeilik. Een kasteel was een soort garnizoen; de jonge lieden waren er
+in de grote meerderheid en van vrije vrouwen waren er dikwels niet veel
+anderen dan zij zelf,&mdash;vooral sedert men, gelijk wij zien zullen,
+begonnen was de jonge meisjes van het gezelschap der mannen af te
+zonderen&mdash;en zo liep zij daar rond als de vrouw van de commandant onder
+alle de dienstdoende luitenants van haar gemaal, omgonsd door de hulde
+en de verlangens van gans een jong geslacht. En het huwelik was toen
+minder dan ooit identies met liefde. Door de familieraad van twee
+adellike geslachten op touw gezet, was het eigelik niet veel meer dan
+een zaakje of een politieke manoeuver: goederen die bij elkaar gebracht
+moesten worden of de macht van een geslacht die versterkt moest worden
+door zulk een <span xml:lang="fr">alliance</span>; er werd over de hand van een vrouw beschikt door
+haar vader of door haar broeder, zonder dat iemand er aan dacht naar
+haar wensen te vragen. Het normale motief van de man tot het huwelik was
+voor zijn bezittingen een erfgenaam te krijgen opdat die niet verspreid
+zouden worden. Een staande uitdrukking in de ridderroman is dan ook
+deze: &bdquo;en daar zijn eigendom zo groot was, nam hij een vrouw om bij haar
+een erfgenaam te verwekken&rdquo;. De Kerk zelf erkende vier gronden om te
+trouwen: &bdquo;om kinderen te verwekken, om ontucht te voorkomen, om elkaar
+met raad en daad te steunen en ten slotte om een verzoening te weeg te
+brengen, als wanneer de groten op aarde dikwels hun dochters aan hun
+ergste vijanden uithuweliken om vrede met hen te sluiten. Maar&mdash;heet het
+dan verder&mdash;er zijn er die een huwelik sluiten wegens geen een van die
+redenen, maar alleen om hun wellust bot te vieren, als wanneer een man
+een meisje opmerkt, dat hij begeert, en hij ziet dat hij haar niet zal
+kunnen bezitten zonder haar te huwen. Maar zij die alleen de lusten des
+vleezes willen voldoen, begaan doodszonde en gaan naar de hel.&rdquo; Een
+huwelik te sluiten uit liefde is<span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a> een misbruik van het Sakrament, en het
+is dan ook helemaal niet zoals het hoort wanneer de echtgenoten elkaar
+al te zeer beminnen; dat is een beschouwing die men steeds weer tegen
+komt, dat, wanneer man en vrouw meer van elkaar verlangen dan wat er
+nodig is om de huweliksplicht te vervullen en kinderen te telen, dit tot
+zonde leidt, zelfs een groter zonde dan liefde buiten het huwelik omdat
+het een misbruik van het Sakrament is.&mdash;Onder die omstandigheden sprak
+het als van zelf dat de burchtvrouwe de liefde niet zo maar terugwees
+die haar overal aan het hof van ridder en troubadour tegemoet stroomde,
+maar dat, al beantwoordde zij die niet geheel, zij er toch behagen in
+schepte, door die warme liefdegolven en de wierook uit zijn liederen
+omringd te zijn. Ook haar gemaal zal wel meer dan eens geglimlacht
+hebben bij de ongevaarlike, schuchtere verliefdheidjes van de
+ondergeschikten en hij zal het dus wel hebben laten gaan dat zij die
+gevoelens met een kus of andere kleine gunstbewijzen aanwakkerde,&mdash;over
+het algemeen was een kus of een aanhaling iets dat in 't geheel niet
+meetelde als men zich maar onthield van meer positieve echtbreuk. En
+bovendien, als de baron zich per slot van rekening van zijn kant niet
+ontzag, zekere vrijheden te nemen, dan kon hij zich niet te recht
+beklagen, wanneer zij het ook niet bij de kleine gunstbewijzen liet
+blijven.</p>
+
+<p>En nu zou de ervaring uitwijzen&mdash;dat was de groote ontdekking der
+troubadours&mdash;dat de &bdquo;aanbidding&rdquo; door de jonge ridders van de
+burchtvrouwe of een voorname getrouwde vrouw, welke op die wijze niet
+alleen een soort gepaste hofdienst, vazallendienst was, maar ook een
+meer of minder wederkerige dweperij,&mdash;dat die &bdquo;damesdienst&rdquo; een
+allerbelangrijkste invloed had op de zeden en manieren der ridders, ja
+op geheel hun opvoeding. De Zuid-Franse hoven zouden nu de gehele
+opvoedende kracht van de vrouw leren kennen. Haar fijne constitutie,
+haar fijne takt, haar sterke behaagzucht maakten haar maatschappelik
+verreweg de meerdere van de ruwe man. In de regel was zij ook
+ontwikkelder dan de man en kon zij lezen en schrijven, spelen, zingen en
+dichten. En als zulke opvoedsters werkten&mdash;elk in hun kring&mdash;al de
+voorname dames die het Zuid-Franse leven dier kringen beheersten; de
+burchtgravin Ermengarde van Narbonne of Adelasia van Marseille of &bdquo;<span xml:lang="it">la
+comtessa fina de Provensa</span>&rdquo;; van hen kon men zeggen, zo als het ergens
+heet van de Koningin van Koning Arthur: &bdquo;Gelijk de leermeester het kind
+onderwijst, zo leert de Koningin alle mensen en voedt ze op... Er is
+niemand<span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a> aan het hof die niet iets van mijn Vrouwe geleerd heeft.&rdquo; De
+jongen leren zich te wassen en andere kleêren aan te doen wanneer zij
+binnen moeten komen, onhoofse boeren-manieren af te leggen, de dames
+beleefdheid te tonen, en zich gemakkeliker en gracieuser bij de
+conversatie te bewegen dan het hun vroeger mogelik was. Om strijd
+trachtten zij zich bij de toernooien en op de jacht op de voorgrond te
+stellen, goed voor te snijden en fraai te dansen. Alles ter wille van de
+dames,&mdash;gelijk een sproke het uitvoerig vertelt,&mdash;maar met een ander
+vrij wat natuurliker woord in plaats van &bdquo;dames&rdquo;. De troubadours maken
+zich de verkondigers van het evangelium der civiliserende macht van de
+vrouw. Het refrein van hun minneliederen is: &bdquo;De dames vermogen de
+onbeschaafde boeren tot fatsoenlike mensen te maken; menigeen is nu
+netjes en hoofs die zonder hen tegenover een ieder lomp en ongemanierd
+zou zijn geweest. Ik zelf ben door de invloed ener vrouw beleefder en
+bescheidener tegen de goeden geworden, en trotser tegenover de
+slechten.&rdquo; En de mannen krijgen te horen hoe zij de vrouwen hun eerbied
+kunnen bewijzen: zij moeten niet te paard zitten en de dames te voet
+laten gaan, zij moeten ze niet met slijk bespatten; bij de maaltijd
+moeten ze de lange mouwen der dames ophouden, terwijl zij zich wassen;
+en het is 't beste om in het gezelschap van dames onder de mantel altijd
+een broek aan te hebben om door een plotselinge beweging geen aanstoot
+te wekken. Naieve maar noodzakelike beginselen der kunst om dames te
+behagen.</p>
+
+<p>Maar in elk geval moet elke jonge ridder zich een bepaalde dame kiezen
+om te &bdquo;dienen&rdquo;&mdash;haar kleine diensten te bewijzen, galant kleine
+geschenken te geven, een, voor wie hij bij de toernooien vecht, op wie
+hij verliefd moet zijn en die hij in zijn lied moet prijzen. &bdquo;Hij had
+een dame nodig om te dienen en trachtte er een te vinden&rdquo;, staat er dan
+ook in de biografieën der troubadours, en in een Provençaalse roman
+lezen wij hoe een jongeling nog niemand bemind heeft, maar hij leest en
+weet dus dat nu de tijd voor hem gekomen is waarop het nodig is dat hij
+verliefd wordt; daar hij nu zo veel van de Vrouwe van Bourbon heeft
+horen spreken, kiest hij haar en gaat op reis om kennis met haar te
+maken. Is dan de dame niet meer vrij, maar reeds te voren van een
+dienende ridder voorzien, dan wendt zij zich tot een vriendin en vraagt
+of die de haar zelf aangeboden diensten over wil nemen en dat wordt
+dan&mdash;altans in een der biografiën van de troubadours&mdash;vrij gemakkelik
+onder elkaar gearrangeerd;&mdash;de <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>troubadour biedt de andere dame, die nog
+vrij is, zijn diensten en zijn liefde aan.&mdash;</p>
+
+<p>Maar... getrouwd met een ander moet de dame zijn, indien de verhouding
+aan haar doel zal beantwoorden. Zijn eigen vrouw daarvoor te kiezen of
+een jong meisje dat men misschien eens tot vrouw zal kiezen, dat komt in
+het geheel niet te pas; want het huwelik waarin de vrouw maatschappelik
+en ekonomies van de man afhankelik is en waarbij haar gunst haar plicht
+als echtgenote betekent&mdash;kon, onder die omstandigheden minder dan ooit,
+tot de vorming van de man bijdragen. En liefst moet de dame ook sosiaal
+boven de dienende ridder staan; anders is de dienst de ware niet.
+Voorname, hoge heren deugen daar dan ook volstrekt niet voor, wat een
+der troubadours de Koning van Aragon in een strijd met tenzonen
+verklaart; die willen alleen maar hun begeerten stillen en beginnen
+altijd dadelik met van de dame de hoogste gunst te verlangen, zonder
+zich tot een lang, ootmoedig dienen te vernederen; en zij houden ook
+dadelik op zodra hun ogenblikkelike opwelling voorbij is of wanneer ze
+tegenstand ontmoeten. Maar wanneer de dame vrij tegenover de ridder
+staat, en boven hem, zonder enige verplichting tegenover hem,
+integendeel eigelik aan een ander gebonden, zodat elke kleine gunst een
+teken van genade wordt, een offer van haar kant en wanneer een element
+van werkelik toegeven van haar kant gevaar medebrengt en tot
+geheimzinnigheid aanleiding geeft en tot een romanties verbergen (b.v.
+het gebruik van schuilnamen),&mdash;ja, dan heeft zulk een verhouding pas wat
+het van zulke groote waarde maakt voor de ontwikkeling bij de mannen van
+alle goede eigenschappen, d. w. z. juist dat wat de troubadours al meer
+en meer opstellen als de ware ridderlike en hoffelike liefde.</p>
+
+<p>Deze verhouding tussen een ridder of een troubadour en de voorname
+getrouwde vrouw&mdash;een verhouding die over de gehele scala zich bewegen
+kan van een gezelschapsspelletje of een gewone flirtage tot de diepste
+hartstocht&mdash;moge onze tijd immoreel schijnen,&mdash;voor die tijd betekende
+het een grote zedelike stap vooruit. Waar de mannen vroeger gewoon waren
+volgens de opwelling van het ogenblik hun begeerte dan op de ene, dan op
+de andere vrouw te werpen en terstond aan die lusten moesten voldoen,
+werd de ridder er nu toe gebracht zich aan een enkele vrouw te wijden,
+haar trouw te zijn en zijn begeerte om zo te zeggen, volgens haar
+wensen, op rantsoen te zetten. De troubadour stelde zijn ware liefde op
+in tegenstelling met het woest <span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a>begeren,&mdash;met de &bdquo;<span xml:lang="fr">losengiers</span>&rdquo;, waarmee
+men oorspronkelik blijkbaar alleen de gewetenloze verleiders bedoelde,
+die niets anders vragen dan een ogenblikkelik tevreden stellen der
+zinnen (&bdquo;hoe meer ze doen alsof ze u van ganser harte liefhebben, des te
+zekerder is het er hun alleen om te doen u te onteren&rdquo;)&mdash;en met de
+brutale echtgenoten&mdash;&bdquo;op wat voor rechten tegenover hun vrouwen durven
+die zich te laten voorstaan? Laat die zich zelf eens bekijken, met
+baarden als bokken, vuil als raven, behaard als een beer, leder gelijk
+en rimpelig als een buffel.&rdquo; Feitelik was de liefde der troubadours een
+grote schrede in de richting van monogamie; zijn gevoelens&mdash;verzekert
+hij ons&mdash;blijven trouw en zij zullen blijven duren; zelfs een
+ongelukkige liefde wil hij niet verruilen voor een eenvoudig tevreden
+stellen der zinnen bij een vrouw die hij niet liefheeft. En tegenover
+hen welke die tedere verhouding profaneren en de naam ener vrouw
+bezoedelen alleen om met hun &bdquo;zegepraal&rdquo; te koop te loopen, prijst de
+troubadour: &bdquo;discretie als een erezaak&rdquo;; daarin ligt feitelik de charme
+en het romantiese van de verhouding. Daarom zegt men dan ook dat de dame
+zich nooit met burgerliken af moet geven; wanneer die mensen in de
+herberg zitten, dan flappen ze er uit wat ze achter hun tanden moesten
+houden. In tegenstelling met hen die dadelik het hoogste wensen,
+verklaart de troubadour zich tevreden te stellen met beloften, met een
+glimlach, met een handdruk (met &bdquo;een draad van haar handschoen&rdquo;),
+hoogstens een kus, en wil hij slechts trapsgewijze en langzaam in de
+gunst van zijn aangebedene stijgen. En het is juist hieraan&mdash;zegt
+hij&mdash;dat men het verschil merkt tussen wat herderinnetjes en lichte
+vrouwen bieden (<span xml:lang="fr">garçonnières&mdash;femmes folles</span>) en de geciviliseerde liefde
+waarbij de vrouw met enige eigenwaarde, zelfs indien zij lief heeft,
+hoogstens eerst na een tijdje en na een soort voorbereiding, zich
+langzamerhand overgeeft, maar nooit in eens. Waar het per slot van
+rekening op neerkomt, is de overweging die men in een roman vindt, waar
+een dame ziet hoe veel moeilikheden een van haar aanbidders te
+overwinnen heeft, voor hij zijn doel bereikt, waarop zij verklaart dat
+dit niets erg is, want &bdquo;had hij zonder moeite zijn doel bereikt, dan zou
+de vrouw niet zo hoog bij hem aangeschreven staan:&mdash;<span xml:lang="fr">car se sans peine
+joie avoit,&mdash;de dames bon marché seroit</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat is juist de kern van de zaak. De nieuwe maatschappelike &bdquo;<span xml:lang="de">Sitte</span>&rdquo;, de
+nieuwe geslachtsmoraal omgeeft de geslachtseer van de vrouw met meer
+bolwerken dan de naïeve zeden van vroeger<span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a> gekend hadden. Haar positie
+werd hierdoor niet alleen veiliger, maar ook tegelijkertijd minder vrij
+dan te voren.</p>
+
+<p>In de wereld der baronnen, een maatschappij van en voor mannen, was de
+vrouw geminacht en onderdrukt geweest. Daar was zij de slavin van de
+man, die hem bij de maaltijd bediende en bij het toilet, die zijn haar
+wies, hem bij het bad wreef en afdroogde, zijn vermoeide ledematen
+masseerde en zelfs als 't nodig was het werk van een staljongen voor hem
+deed. Gelijk een odaliske bediende zij hem ook met haar liefde en wij
+hebben gezien, hoe zij het bijna altijd is in de volkspoëzie die de man
+om liefde vraagt. De man is haar &bdquo;<span xml:lang="fr">seigneur</span>&rdquo;; als hij binnentreedt, staat
+zij op, zij eet pas nà hem, hij tuchtigt haar met slagen,&mdash;in een Franse
+ballade slaat de Koning de Prinses &bdquo;zo dikwels met een riem dat heel
+haar blanke lichaam rood zich kleurt&rdquo;, evenals in een Deens lied uit de
+Middeleeuwen <span xml:lang="dk">Lave Stisön</span> zijn vrouw een leidsel met ijzeren punten laat
+voelen. Aan de andere kant worden de meisjes dikwels als jongens
+opgevoed, zij leren rijden, jagen, de wapens hanteren en beweegt de
+vrouw zich vrij en spreekt vrijuit met de man, konventionele begrippen
+over vrouwelikheid staan hun niet in de weg en naar de <span xml:lang="fr">Chansons de geste</span>
+en het <span xml:lang="de">Nibelungenlied</span> te oordelen, spreken ze en handelen ze, waar ze
+macht en vrijheid hebben, vrijwel gelijk de mannen doen.</p>
+
+<p>Maar onder invloed van het Kristendom, dat de vrouwelikheid bij de vrouw
+op de voorgrond bracht en in navolging van de zeden in Byzantium en het
+Oosten, vormde zich nu pas, in tegenstelling ook met het idee van het
+mannelike, het begrip van de vrouwelikheid en daarmede nieuw zaad voor
+de plaats der vrouw in de maatschappij,&mdash;zij krijgt ook meer bescherming
+aan de ene kant, maar wordt minder vrij aan de andere. Door haar
+opvoeding wordt zij nu meer op de achtergrond gehouden, zij komt nu
+minder in aanraking met jonge mannen en haar wordt meer dan vroeger een
+schoone, fiere terughouding ingeprent. Als jong meisje ziet men haar op
+de grote kastelen slechts uiterst zelden&mdash;Siegfried was meer dan een
+jaar aan het hof te Worms, voor hij een glimp van de vorstendochter
+Krimhilde te zien kreeg, om wie hij daarheen getrokken was&mdash;; en in elk
+geval is zij altijd van een duenna vergezeld, en ook als jonge vrouw is
+zij altijd met een dame van gezelschap en loopt zij op Oosterse wijze in
+een mantel gehuld en de handen verborgen; en men heeft haar geleerd niet
+naar de mensen om te zien en de mannen niet vast in de ogen te kijken,
+nooit met onbekenden te spreken en over 't algemeen <span class="pagenum" title="101"></span><a id="p_101"></a>trots en kortaf te
+zijn, &bdquo;niet uit hoogmoed, maar om de kwaadwilligen op een afstand te
+houden&rdquo;. Een vrouw die bemind wil worden&mdash;zegt een Provençaals
+leerdicht&mdash;moet zich gedragen gelijk een ridder een havik op zijn hand
+houdt, zo voorzichtig dat hem geen veertje gedeerd wordt. Het voorbeeld
+van een eerbare vrouw is Maria, zoals die op de Madonnabeelden en in de
+Marialegenden wordt voorgesteld. Zij liep zo schoon en rechtop&mdash;zeggen
+reeds oude Marialegenden&mdash;met het hoofd licht gebogen; nooit keek zij om
+of groette zij man of vrouw.&mdash;Zulk een afzondering en afsluiting van het
+geslacht wekt altijd de nieuwsgierigheid op, maakt voor beide partijen
+de aantrekkingskracht der liefde groter en het liefdegevoel fijner en
+sterker. Tussen de geslachten komt zo het romantiese van het op een
+afstand-zijn; het verlangen van Siegfried naar de onbekende schone wordt
+grooter met de moeilijkheden om met haar in aanraking te komen en
+Krimhilde bloost in het vrouwenvertrek, terwijl zij ieder uithoort over
+de vreemde ridder, over wie zij aan het hof van haar broeders zo veel
+heeft horen vertellen. En hoe meer &bdquo;verhinderingen&rdquo; de schuchterheid der
+vrouw, of haar opvoeding, of de maatschappelike begrippen van wat al of
+niet past, of wat de voorzichtigheid bij het huwelik gebiedt, de
+begeerte van de man in de weg doen staan,&mdash;hoe meer &bdquo;tussen-stadia&rdquo; van
+kleine, geleidelik stijgende gunstbewijzen er komen tussen het opwekken
+van de begeerte en de bevrediging ervan, des te meer wordt het
+liefdeleven voor beide partijen gecompliceerder natuurlik, maar ook
+verfijnder.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De opvatting der troubadours over de liefde, zoals die nu, naar wat wij
+gezien hebben, uit de gehele atmosfeer aan de Franse hoven was ontstaan,
+werd nu niet alleen versterkt, maar kreeg ook een geheel nieuwe kleur
+door de lektuur van het oude leerboek van Ovidius over de
+&bdquo;Minnekunst&rdquo;&mdash;<span xml:lang="la">de Ars Amandi</span>&mdash;een werk dat met de grootste attentie en
+ijver door de gehele Middeleeuwen gelezen werd als een school voor de
+fijnste en rijpste Levenskunst der antieke kultuur.</p>
+
+<p>Een aestetiese lekkerbek en libertijn leert in dit gedicht de viveurs en
+de lichte vrouwen van Rome&mdash;meestal getrouwde vrouwen bij de volkomen
+gedesorganiseerde familieverhoudingen van de tijd&mdash;hoe de min tot een
+kunst gemaakt kan worden, zodat er zo veel mogelik zinnelik en geestelik
+genot van te halen valt,&mdash;hoe die van een eenvoudig ruw paren worden
+kan<span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a> tot een hoog zinnengenot zowel als een sympatiek behagen en een
+prikkeling van de fantasie,&mdash;hoe die tot een &bdquo;roman&rdquo; kan worden, een
+spel voor alle zielekrachten. Ongelofelik cynies is in dit opzicht wat
+Ovidius leert. De mannen vertelt hij hoe altijd het grootste genot daar
+in steekt om de vrouw van een ander te beminnen,&mdash;ongewoon eten smaakt
+nu eenmaal 't best en de moeielikheden, de risico en het
+ongepermitteerde maakt het genot des te pikanter,&mdash;hoe ze in 't geheim
+te werk moeten gaan, de dienstmaagd als tussenpersoon moeten gebruiken
+en moeten leren te vleien, om te kopen en geschenken te geven,&mdash;hij kent
+allerlei foefjes hoe men zich royaal kan voordoen, zonder eigelik veel
+op te dokken. Door er bleek en mager uit te zien en het hoofd te laten
+hangen, moet men de schone aan het verstand brengen dat men van verdriet
+verkwijnt; met sprekende blikken en heimelike brieven moet men haar
+belegeren&mdash;de Liefde is een soort oorlog en men moet vol weten te houden
+en geen moeite schuwen. Men moet haar luimen volgen, tot alle diensten
+bereid zijn, haar schoenen uit willen trekken, of een spiegel voor haar
+ophouden; alle moeite, alle gevaren, alle uitstel moet men als
+kruiderijen beschouwen die, wanneer het eindelik komt, het genot van het
+bezit slechts verhogen. En men moet er zich in schikken haar gunst met
+andere te delen en het oog sluiten voor wat men vlak voor zijn neus ziet
+gebeuren; alleen kan het zo nu en dan zijn nut hebben zelf eens de
+schijn van trouweloosheid op zich te laden, om haar ijverzucht op te
+wekken.</p>
+
+<p>Maar ook de Romeinse vrouw krijgt dergelijke voorschriften van Ovidius
+te horen: hoe zij de zorgvuldigste bewaking kan ontduiken... hoe zij
+moet zorgen er knap uit te zien... hoe zij door allerlei kleine
+koketterietjes de man tot zich moet trekken en daarna door een
+glimlachje of een knikje of een handdruk het vuurtje moet laten gloeien,
+maar haar aanbidder toch zo lang mogelik op een afstand moet
+houden&mdash;haar waar op prijs moet stellen en de waarde van haar liefde
+moet verhogen door zich te laten smeken, hoe zij moeilikheden op moet
+werpen en de minnaar steeds angst voor haar man moet laten voelen,
+altijd moet trachten uit te stellen en hoe zij, zelfs als zij zich
+overgeeft, op het ogenblik zelf dat zij zich laat omhelzen, dit niet
+moet doen zonder een schijn van weigeren en van tegenspartelen.</p>
+
+<p>En al die geraffineerd-verderfelike opvattingen goten zich in de
+liefdeleer der troubadours uit,&mdash;in de onschuld huns harten namen zij
+die wijsheid van de oude klerk Ovidius als een boek<span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a> van wereldlike
+sermoenen in zich op. Veel van al dat verderfelike werd bijna weer rein
+en onschuldig toen zij het in hun naïef, rein gemoed opnamen; maar van
+meet af werd de erotiese troubadour-poëzie en de ridderromantiek toch
+gemengd met een niet geringe dosis van Ovidiaans Epikurisme en cynisme.
+Bij alle troubadours, zelfs bij zulk een weinig geleerd man als
+<span xml:lang="fr">Guillaume</span> van <span xml:lang="fr">Poitou</span>, treft men talrijke reminiscenties van Ovidius. De
+lezer van wat voorafgaat heeft vele trekjes in de liederen der
+troubadours kunnen herkennen als aan de &bdquo;<span xml:lang="la">Ars Amandi</span>&rdquo; van Ovidius
+ontleend: Bernard de Ventadour, zagen wij, wilde op zijn blote knieën de
+schoen van zijn dame uit mogen trekken, <span xml:lang="fr">Peire Rogier</span> de misstappen van
+de zijne niet geloven, al zag hij het met zijn eigen ogen. Terwijl het
+voor Ovidius nog maar een verleidings-kunstgreepje was om er bleek en
+uitgeteerd uit te zien, werd het voor de troubadours een kwestie van
+geloof: de ware minnaar ziet er bleek en slecht uit, en hij die
+ongelukkig een rode gelaatskleur heeft, maakt allerlei excuses en
+verklaart dat de gloed die onder de as smeult het sterkst brandt. Van
+nog groter belang was het dogma dat de liefde geheim gehouden moet
+worden, niet alleen wegens de echtgenoot, maar ook met het oog op de
+lasteraars en ook omdat&mdash;zo als Salomo leert&mdash;&bdquo;de gesloten wateren zijn
+zoet en 't verborgen brood is liefelijk.&rdquo; Wij hebben samenspraken&mdash;op
+het voetspoor van Ovidius&mdash;tussen de troubadour en de dienstmaagd van de
+schone en het meisje raadt hem aan, ook als in Ovidius, zich in al haar
+grillen te schikken. Plichtschuldig passen de troubadours ook nu en dan
+het keukenmiddeltje van Ovidius toe, om zich trouweloos voor te doen ten
+einde de schone jaloers te maken; maar daarbij verrekenen zij zich
+tegenover de hoge dames en ze moeten er hard voor boeten: slechts op het
+aandringen van andere dames werd <span xml:lang="fr">Pons da Capdueil</span> weer door de Vrouwe
+van <span xml:lang="fr">Mercoeur</span> in genade aangenomen, en van <span xml:lang="fr">Guillem</span> van Balaun verlangde
+de vertoornde schone dat hij de diepte van zijn gevoel zou tonen door de
+nagel van een zijner vingers te snijden en haar die met een passend
+huldegedicht aan te bieden.&mdash;Zulke regelen voor de koketterie vatten de
+dames vromelik op als een uitdrukking van de fijnste, meest echte
+vrouwelikheid.</p>
+
+<p>De minnekunst van Ovidius was nog meer geraffineerd en gesubtiliseerd
+geworden in de erotiese literatuur van de uitloopers der antieken. Bij
+de Sofisten en in de scholen der rhetoren werden alle kentekenen en de
+werking der liefde spitsvondig besproken&mdash;hoe de echte minnaar zich in
+die en die situatie gedraagt&mdash;aan<span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a> welke van de twee geliefden de
+voorkeur te geven is, enz. In de Griekse romans van het einde der
+oudheid trof men dergelijke subtiele discussies ook weer aan. En door de
+gehele middeleeuwen heen kunnen wij ze volgen als tema voor de
+gesprekken in alle geestelike kringen. Nu komen ze weer in de tenzonen
+der troubadours te voorschijn. Een van hun twistpunten, n.l. welke van
+haar aanbidders een vrouw het meeste heeft begunstigd: hem die zij een
+blik heeft toegeworpen, een ander die zij op de voet heeft getrapt of
+een derde wie zij haar hand heeft gegeven,&mdash;is reeds in een Griekse
+roman gevonden, en de verhandeling van een Latijns rhetor, evenals een
+passage in het 6<sup>de</sup> hoofdstuk der Spreuken van Salomo door een
+foutieve lezing ook een bijdrage heeft geleverd.</p>
+
+<p>Ook voor de psychologie der liefde is er in Ovidius en de antieke poëzie
+menige bijdrage voor de troubadours te vinden. Heel wat van de
+beeldspraak die het plotseling ontstaan der liefde en haar merkwaardige
+macht verklaren moeten, schijnen van het ene land naar het andere
+getrokken te zijn. Dat die liefde b.v. een vlam is die plotseling
+oplaait, of dat de blikken der schone als pijlen de ogen van de
+aanbidders doorboren en zijn hart wonden. &bdquo;Dit meisje is als een
+jager&mdash;heet het in de Indiese hoflyriek&mdash;haar wenkbrauw is de boog die
+zij spant, haar zijdelingse blik is als de pijl. Mijn hart is de
+Antilope die zij treft&rdquo;. Volgens de Phaedrus van Plato zijn de
+Anacreontici, de dichters uit de Alexandrijnse periode en de Griekse
+romans vol van beelden over de blik die als een pijl door het glas der
+ogen het hart wondt. En uit die werken gaan ze in de middeleeuwse
+kerkelike verhandelingen over: &bdquo;De ogen&rdquo;, lezen wij in zulk een stuk van
+ongeveer 1100, &bdquo;zijn de boodschappers van de losbandigheid. De ziel
+wordt door de ogen gevangen; door hen dringt de liefdepijl het hart
+binnen&rdquo;; en in Latijnse gedichten twisten het oog en het hart er om, wie
+van de twee de schuld is van de zonde der mensen. Of wel: de minnaar en
+zijn hart worden door de oude dichters voorgesteld als gevangen en aan
+banden gelegd; Amor heeft hem geschoten of is naar binnen geslopen en
+heeft zijn hart geroofd en speelt er nu mee als met een bal. Al die
+beeldspraak vindt men bij de troubadours terug, soms met een licht
+middeleeuws tintje, als wanneer er eerst een boodschap naar de
+Harte-burcht gestuurd wordt en vol vertrouwen wordt die nu voor de
+vijand geopend,&mdash;maar nu kunnen ze er die niet meer uit krijgen.
+Aangezien &bdquo;Amor&rdquo; in 't Provençaals vrouwelik is, smolt<span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a> de God der
+liefde Amor, bij de troubadours samen met de godin der liefde Venus. In
+de klassieke literatuur zijn er schilderingen van het slot en de tuin
+van Venus te vinden (bij Claudianus) en van haar zelf waar zij op een
+rechtsgeding het liefdepleit beslist en het oordeel uitspreekt
+(<span xml:lang="la">Pervigilium Veneris</span>). En in overeenstemming met deze en dergelijke
+middeleeuws-teologiese allegoriën schilderden de troubadours het Slot
+der Liefde, met zijn verschillende poorten en trappen en zalen&mdash;alles
+met een bepaalde allegoriese betekenis&mdash;en de Godin der Liefde zelf met
+een kroon van goud en pijlen van goud en lood. Een hele beeldspraak en
+mythologie der liefde is op die manier van de oudheid via de troubadours
+en Petrarca als staande uitdrukkingen in de moderne lyriek der
+minneliederen overgegaan.</p>
+
+<p>Meer psykologies schilderen de klassieken de liefde als een ziekte. De
+minnaar mist alle eetlust, wentelt zich slapeloos op zijn legerstede
+heen en weer; koortsachtig wisselen bleek en rood op zijn wangen af,
+warm en koud, opgeruimdheid en neerslachtigheid in zijn rusteloos
+binnenste. Zo schilderen Propertius in zijn Elegiën en Ovidius in zijn
+Amores, de hartstocht; zo wordt ook in de Griekse romans de verliefdheid
+van de jongeling aangegeven en die van Dido bij Virgilius. En het
+ongewone en het onbegrijpelike van het liefdeleven wordt door dichters
+en rhetoren breed uitgemeten; hoe het beeld van de geliefde in het hart
+van de minnaar nederdaalt of hoe de beide geliefden elkaar hun hart
+geschonken hebben en zo elk van de beide de ander letterlik in verre
+landen met zich mede draagt; hoe de minnaar als de mug is die om de vlam
+fladdert, ofschoon hij zich voortdurend brandt, of haar schoonheid hem
+als een magneet steeds tot zich trekt.&mdash;Al zulke motieven gaan ook in de
+troubadours-poëzie over. In een rijmbrief aan zijn geliefde vertelt
+<span xml:lang="fr">Arnaut de Marueil</span> in alle bizonderheden hoe hij 's nachts op zijn sponde
+<ins class="corr" id="corr19" title="Bron: licht">ligt</ins> te woelen, het dek van zich af gooit, op staat maar toch
+weer gaat liggen... en hoe hij overdag buiten zich zelf rond loopt, de
+mensen niet groet en niet antwoordt, niet wetend waar hij is of wat hij
+doen zal. Zo leert de troubadour van de klassieken te trachten zich zelf
+gade te slaan en te vertellen wat er in zijn ziel omgaat. En de naïeve
+blik van de Middeleeuwen wordt duizelig en raakt heelemaal in de war als
+hij die innerlike wereld leert kennen, waar alles zo heel anders toegaat
+dan in de tastbare buitenwereld. De fantasie der Middeleeuwen, geheel
+vervuld van de kristelike mysteriën, van de merkwaardige stenen en
+dieren waar reizigers uit het<span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a> Oosten of schrijvers van de boeken over
+de onnatuurlike natuurlike historie over wisten te vertellen, vindt in
+de liefde een nieuwe wereld van wonderen. En nu tracht men de
+Alexandrijnse Neoplatonici in uitvoerigheid bij de schildering van de
+wonderen der Liefde te overtreffen. Gelijk de maagd Maria zwanger werd
+zonder dat haar jonkvrouwelike schoot geopend was, zo glijdt het beeld
+van de geliefde dwars door de ongebroken ruiten van het oog in het hart.
+De koude van haar ijs steekt zijn ziel in brand, gelijk men immers
+brandend vuur uit het kristal krijgen kan dat uit de koude sneeuw
+gevormd is. Gelijk de salamander, leeft de minnaar midden in de vlam der
+liefde, gelijk het goud, wordt hij daarin gelouterd en gelijk de
+basilisk van vreugde sterft, wanneer die zijn eigen spiegelbeeld ziet,
+zo is met hem gedaan wanneer hij zich zelf in de spiegel van haar blik
+verliest. De liefde maakt overmoedig en bang, trots en gedwee,
+verstandig en dwaas; de minnaar lijdt, maar de pijn is hem zoet; hij is
+ziek maar hij wil niet gezond worden; gevangen, maar hij wil niet vrij
+zijn.&mdash;</p>
+
+<p>Dit alles stamt in de minneliederen der troubadours uit de antieke
+kultuur. Maar deze volkomen naturalistiese conceptie van de liefde is
+toch bij de troubadours doortrokken van een geheel daaraan
+tegenovergestelde moreel-religieuse opvatting, die met de gehele
+dwepende gevoelsreligiositeit samenhangt die wij in het Europa van de
+11<sup>de</sup> en 12<sup>de</sup> eeuw hebben zien opkomen.</p>
+
+<p>Bewust staat de troubadourspoëzie in dezelfde verhouding tegenover de
+godsdienst als de <span xml:lang="es">Sirventes</span> tegenover de Kerk. De zanger zal ons
+vertellen dat, als hij God maar half zo trouw was als aan zijn Dame, hij
+zeker van het Paradijs zou zijn. Na haar dood is hij overtuigd dat zij
+daar tronen zal, door rozen en leliën omgeven en door de Engelen met
+hymnen begroet, &bdquo;want dàt weten wij toch: wie de wereld prijst, prijst
+ook God&rdquo;. Midden in een lied op de kruistochten zal de troubadour
+erkennen dat hij, wat hèm zelf betreft, geen moed heeft zijn schone dame
+te verlaten, en een ander, die werkelik zich heeft weten los te rukken,
+zingt dat God zich wel zeer zal mogen verbazen en hem bizonder dankbaar
+moet zijn dat hij om Zijnentwil dat besluit heeft kunnen nemen en
+uitvoeren. En het erotiese leven der ridders stoort zich al bitter
+weinig aan de kerk en haar moraal. Wanneer de bisschop van Angoulême
+graaf <span xml:lang="fr">Guillaume</span> van <span xml:lang="fr">Poitou</span> een opmerking maakt over zijn uitspattingen,
+wordt hij vrij cynies op zijn plaats gezet.</p>
+
+<p>Maar per slot van rekening zijn de minneliederen der troubadours diep
+doordrongen van Kristelikheid. Evenals Ovidius de<span class="pagenum" title="107"></span><a id="p_107"></a> liefde als een kunst
+leerde uit te oefenen en daar praktiese regels voor gaf, zo had het
+Kristendom zich aangewend, alles in het leven aan een morele behandeling
+te onderwerpen. Voor de ware kristelike opvatting mocht niets natuur
+zijn en zijn natuurlik leven leiden, alles werd van uit het standpunt
+beschouwd van deugd of ondeugd, en werd geschoold, gedresseerd volgens
+de idealen der moraal. Zo werd ook de liefde door de geestelik gevormden
+onder de troubadours tot een morele plicht gemaakt en een deugd en werd
+die gevormd en gekleurd in de kristelike geest.</p>
+
+<p>Wel is waar was er ook voor de Kerk een gapende afgrond tussen de
+kristelike <span xml:lang="la">caritas</span> en de <span xml:lang="la">amor dei</span> aan de ene kant en de <span xml:lang="la">voluptas</span> of
+<span xml:lang="la">libido</span>, de geslachtsliefde, aan de andere. Maar dat er in alle hogere
+liefde een machtig element zit van die zelfopoffering en van een zich
+met alle gevoelens geven,&mdash;iets dat voor de religie der liefde als het
+eerste en het hoogste staat wat men in de mens wekken moet, dat kan door
+geen theologie weggecijferd worden. En overal waar het gevoel in het
+Kristendom op de voorgrond komt, zoals juist bij de
+sentimenteel-smachtende richting in de tijd der kruistochten, sprak daar
+de kristelike &bdquo;amor&rdquo; een taal, zeer verwant met die van de troubadours
+wanneer die het over hùn &bdquo;amor&rdquo; hadden. Wanneer men bij een van de
+kerkvaders zinnen leest als deze: &bdquo;Niemand kan zalig zijn zonder liefde.
+Diè mens is het onzaligste die tenminste niet iets bemint, buiten
+zichzelf. De ware manier van beminnen is liefhebben zonder mate. Hij die
+liefheeft, voelt geen moeite of heeft die moeite zelfs lief. Hij die
+liefheeft, niet hij, die niet liefheeft zal beloond worden&rdquo;&mdash;dan kon dit
+alles even goed uit de liederen der troubadours bijeen gehaald zijn. Bij
+Bernhard van Clairvaux en de Kloosterschool van de H. Victor bij Parijs
+en soortgelijke Duitse mystici was de liefde tot de naaste een schrede
+tot de liefde Gods en deze &bdquo;<span xml:lang="de">Gottesminne</span>&rdquo; werd in gloeiende kleuren en
+smachtende tonen geschilderd die dikwels uit de zeer aardse liefdepoëzie
+van Salomo's Hooglied genomen was. Aan de andere kant verheft de
+troubadour zijn aardse liefde tot een half-religieuse extase: hij
+vergeet de gehele wereld in haar zoete blik, hij is dronken, niet van
+wijn maar van liefde&mdash;zo zingt ook een Spaans-Arabiese troubadour&mdash;de
+glimlach van mijn geliefde maakt mij gelukkiger dan als vierhonderd
+engelen mij toegelachen hadden; als ik het schone lichaam van mijn
+geliefde zie, geloof ik God zelf te zien en omgekeerd: Wanneer ik in de
+kerk bid, zie ik U voor mij.</p>
+
+<p>Gelijk de liefde van de Kristen voor God er een is van beneden<span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a> naar
+boven, vol van vrees en beven, vol van onderwerping en ootmoedige
+aanbidding, zo is het ook met die van de troubadour tot zijn Dame. Even
+verschillend van de antieke liefde van Hero en Leander of Daphnis en
+Chloë of van de Germaanse opvatting als van die van Sigurd en
+Brynhilde&mdash;twee geliefden die als gelijken tegenover elkaar
+staan,&mdash;dwingt de liefde in de minne-poëzie der troubadours de man op
+zijn knieën, de vrouw dienende en haar aanbiddend,&mdash;tegenover de trots
+afwijzende of genadig nederbuigende vrouw, presies gelijk de Kerk de
+krijgsman, de baron, op de knieën dwong voor de gekruisigde zoon van de
+timmerman en de Moedermaagd. Evenals de Kristen, gelijk wij in het
+tweede hoofdstuk zagen, bevend en schuldbewust, met gebogen hoofd voor
+God staat en slechts hij die vreze voelt gered kan worden, zo zingt de
+troubadour: &bdquo;hij die geen vreze voelt, heeft niet uit heel zijn harte
+lief&rdquo; en vertelt hoe hij angstig en bevend in de tegenwoordigheid staat
+van zijn aangebedene en hoe hij de blik niet op waagt te heffen of zijn
+liefde uit te stamelen. Het is de minnaar een genot zich klein te
+voelen: tegen over de geliefde is hij als een kind, wiens grootste
+verdriet is van de moeder weggenomen te worden, een kind dat de roede
+vreest; &bdquo;ik moet voor haar staan en op mijn vreugde wachten, gelijk de
+kleine vogeltjes op de dag wachten,&rdquo; zegt een Duits minnezanger. Het is
+hem, als de kristen, een genot zich te vernederen. &bdquo;Met gevouwen handen,
+met een touw om de hals en met een bevangen hart bid ik U om genade, o
+goede, genadige Vrouwe! en bid ik God van wie alles komt, om
+barmhartigheid in uw ziel te storten.&rdquo; &bdquo;Gij kunt mij verkopen of
+wegschenken of mij doden,&mdash;ik ben helemaal uw eigendom.&rdquo; Evenzo noemen
+de heiligen der Kerk zich &bdquo;de slaven Christi&rdquo; en als die het water
+drinken waarin zij de melaatsen gebaad hebben, is dit een uiting van
+dezelfde perversiteit die zich in een zachte vorm vertoont waar een
+Duits minnezanger de kom leeg drinkt waarin de aangebedene haar handen
+gewassen heeft. Maar waar de vrouw der Middeleeuwen lief heeft, komt
+diezelfde drang tot zelfvernedering te voorschijn. Heloïse schrijft aan
+<span xml:lang="fr">Abélard</span>: &bdquo;Ofschoon de naam van echtgenote heilig heet en meer bindend,
+is het mij toch altijd zaliger uw geliefde genoemd te worden, of als gij
+niet boos wordt, uw boel of uw bijzit, zodat mij als ik mij zo voor u
+verootmoedig, ook groter tederheid van u ten deel zal vallen... Mij zou
+het dierbaarder zijn en een groter eer uw deern genoemd te worden dan de
+Keizerin van Augustus.&rdquo; Een en ander hieruit<span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a> is misschien genomen uit
+de brief van Briseis aan Achilles in de Heroides van Ovidius, maar het
+gevoel is echt middeleeuws overspannen. In de middeleeuwen kende men de
+schone gelijkheid tussen de twee mensen niet; lief te hebben is knielen
+en aanbidden. &bdquo;Meesteres! ik vouw mijne handen en aanbid u,&rdquo; barst
+Bernard de Ventadour uit.</p>
+
+<p>Wat de liefde der troubadours vooral op verschillende wijzen gekleurd
+heeft, is de sterk zich ontwikkelende Mariaverering, evenals die
+omgekeerd ook onder de invloed der troubadours staat. Gelijk Maria in de
+hymnen, wordt in hun minneliederen de Vrouw verheerlikt als de bron van
+alle schoonheid en goedheid, als de Kamer der Vreugde, het Schrijn der
+Eer, de Welriekende Bloem en wat dies meer zij. Ook het
+schoonheidsideaal heeft trekken aan de Mariabeelden ontleend.</p>
+
+<p>Van de Minnaar, gelijk van de Kristen, wordt strijd geëist,
+zelfverlochening en lijden, voordat hij gehoor verdient te krijgen op
+zijn smeken. Reeds Ovidius wilde het genot kruiden door tegenspoed en
+beproevingen. Voor de ridder was het bovendien altijd aanlokkend, hoe
+groter gevaar, hoe meer moeilikheden waren er met de liefde verbonden;
+een ridder&mdash;heet het&mdash;moet vóór alles &bdquo;<span xml:lang="fr">paresse</span>&rdquo; ontgaan en strijd en
+beproevingen zoeken. Nu wordt er in de kristelike geest verkondigd dat
+de minnaar gelouterd moet worden en dat lijden de liefde dieper doet
+worden. Het is uit het boek van Job of uit het &bdquo;boek der wijsheid&rdquo; van
+Salomo, dat de troubadours het beeld hebben van het goud dat in het vuur
+gelouterd wordt. Zij voelen zich als de martelaars der liefde, genieten
+van hun ontbering en hun tegenspoeden en rekenen zich dit als een
+verdienste aan; met Bernard de Ventadour zeggen ze: &bdquo;Weinig heeft hij
+lief die zich niet aan zwaarmoedigheid overgeeft. De schone tranen der
+liefde zijn meer waard dan haar glimlach. Mijn wee is mij een zoete
+pijn.&rdquo; Dit is het zuivere ascetiese sentimentalisme.</p>
+
+<p>Gelijk de Kristen eindelik zich op de beproeving verheugt, daar zijn
+verdienste in vindt, weet dat die een pant is voor een latere beloning,
+zo ook de liefhebbende minnaar. Door zijn liefdesmart verdient de
+minnaar de dank van &bdquo;<span xml:lang="it">Merce</span>&rdquo;,&mdash;de genade. Als de Madonna moet zijn Dame
+zich ten slotte in barmhartigheid tot hem nederbuigen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a></p>
+
+<h2><a id="IX"></a>IX.</h2>
+
+<p class="subh2">GEESTELIKE ROMANS.</p>
+
+<p>Terwijl de Ridderlyriek zich zo aan de hoven van Zuid-Frankrijk
+ontwikkelde, ontstond de Ridderroman langzamerhand uit de sosiale en
+geestelike tijdsomstandigheden. Zijn voorganger is een Latijnse
+vertellings-literatuur die in de wereld der geesteliken opbloeit en
+ontstaat uit de kristelike sentimentaliteit en uit de overdreven
+avontuurlike fantasie van de tijd.</p>
+
+<p>In de kloosters leefden toch de geestelik het meest op de voorgrond
+tredende mensen van hun tijd,&mdash;met de beste vorming en de grootste
+leeslust, mensen met alle tijd tot hun beschikking, van de
+morgengodsdienst tot de middag, tussen vesper en de kompleten en met
+genoeg volharding in zich om grote uitgebreide folianten te schrijven.
+Geheel de lange, stille dag werd er in de scriptoria en de cellen het
+ene gele blad na het andere omgeslagen en kraste de ganzeveder over het
+perkament. Op de boekenplanken in de leeszaal stonden de Heilige
+Schrift, de kerkvaders en de legenden naast kronieken van Franse en
+Duitse monniken, elk met <i>hun</i> historie en met alles wat de wijze
+klerken van Rome nagelaten hadden,&mdash;ja! zelfs kon men er vertalingen van
+Griekse romans vinden of van de Oosterse wijsheid der ongelovige
+Muzelmannen. Zij die Latijn lazen en schreven, hadden toegang tot al de
+schatten van het menselik weten, en bronnen van onder elkaar wijd
+verschillende wereldstreken en tijden&mdash;Keltiese Arthur-legenden en
+Griekse liefdesgeschiedenisjes, Oosterse anekdoten en Frankiese
+heldendichten&mdash;vloden nu in de tijd der kruistochten samen in de
+Latijnse folianten der monniken tot een algemene Europese literatuur. Zo
+kreeg de leeshonger en de dorst naar het fantastiese in het saaie
+kloosterleven een bonte massa stof om op te teren. Ook langs mondelinge
+weg kwam menige echo uit de buitenwereld naar binnen en werd trouw en
+dankbaar opgetekend. Kloosterbroeders, teruggekeerd van de tochten
+waarop zij uitgezonden waren, werden nieuwsgierig over alles
+uitgevraagd, ook pelgrims kwamen terug van hun reizen, propvol van
+indrukken en verhalen, menige ridder zocht op zijn oude dag een
+toevlucht in het klooster en had dan veel van zijn avonturen te
+vertellen, toen hij nog in 't volle leven verkeerde, verscheidene
+kloosters waren ook eigelik niets anders dan een soort herberg waar
+voortdurend de hoge heren met hun gevolg<span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a> aan kwamen zetten. Aan de
+andere kant gaat ook de geestelikheid de wereld meer en meer in, om die
+door macht zo wel als door een sentimenteel-dwepend opruien te kunnen
+beheersen. Onder dit alles zien wij de kronieken en legenden der
+monniken levendiger worden en meer door menselike gevoelens bewogen,
+maar door de fantasie gekleurd, meer roman-achtig en ze komen er nu
+zelfs toe hele profane Latijnse romans te schrijven.</p>
+
+<p>In plaats van vervelende droge annalen, die met even weinig geest als
+gevoel, jaar na jaar de gebeurtenissen aanstippen&mdash;zonder samenhang,
+zonder détails, zonder enige aandoening&mdash;groot en klein door elkander,
+alles wat de annalist maar ter ore komt,&mdash;beginnen in veel dier
+kronieken personen op de voorgrond te treden, gebeurtenissen worden in
+dramatiese scènes weergegeven en tot geschiedenissen aaneengeregen en de
+kroniekschrijver tracht deelneming te wekken, de spanning gaande te
+houden en aandoening te weeg te brengen; hij kleurt en idealiseert de
+geschiedenis, romantiseert, en sentimentaliseert die. In de schildering
+door een geestelike uit Mainz van het leven van Hendrik IV, zien wij
+b.v. de scène op de Rijksdag van Mainz waar de zoon des keizers met
+gehuicheld berouw zich voor de voeten van zijn vader werpt. <ins class="corr" id="corr20" title="Bron: &bdquo;"></ins>De
+vader die zijn zoon's woorden en tranen maar al te graag
+geloofde, viel hem om zijn hals, weende en kuste hem en was even blijde
+als die andere vader in het Evangelie dat zijn zoon die gestorven was,
+weer opstond en zo de verlorene weer terug gevonden was. In 't kort, hij
+vergaf hem en schonk hem al zijn straf kwijt en zijn zoon met zachte
+vaderlike vermaningen terecht te wijzen scheen hem een voldoende straf
+voor zijn misdaad, want gelijk de blijspeldichter zegt: &bdquo;een kleine
+boetedoening is den vader voldoende voor de grote misdaad van zijn
+zoon.&rdquo; Op die wijze ziet men die historiese scène geheel en al in het
+licht van de terugkeer van de verloren zoon en van de scène bij
+Terentius waar de oude vader zijn ongehoorzame zoon vergeeft; in het
+licht van kristelike sentimentaliteit en antiek humanisme wordt de scène
+er als één uit een roman. Even romanesk is de kroniek van de
+Normandische monnik <span xml:lang="la">Ordericus Vitalis</span> over de Normandiese vorsten. Het
+is overal de gewone menselike kant en de anekdotiese scènes die hij het
+liefst op de voorgrond zet; met bewondering schetst hij de statige
+Normandiese groten met hun prachtige feesten en schildert hij de
+familietwist tusschen Willem de Veroveraar en zijn zoon met de bijbelse
+kleuren van David en Absalon. Volkomen als een historiese roman<span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a> vormt
+zich eindelik grotendeels de &bdquo;Historie der Britten&rdquo; van de Engelse klerk
+<span xml:lang="en">Geoffrey</span> van <span xml:lang="en">Monmouth</span>. (c. 1135) Op het voorbeeld van de Romeinse
+geschiedschrijvers, dicht de fantasie-rijke Brit uit Wales er op los:
+brieven en redevoeringen en alles zet hij in een retoriese stijl en hij
+schildert koninklike bruilofts- en kroningsfeesten, kerkelike ceremoniën
+en vrouwen met een huid, witter dan ivoor en pasgevallen sneeuw. Koning
+Uther wordt bij een banket op de gemalin van een zijner leenmannen
+verliefd en verteert van liefde, totdat Merlijn, de fantastiese tovenaar
+hem aan haar sponde brengt in de gedaante van haar gemaal&mdash;evenals
+Mercurius Jupiter bij de echtgenote van Amfitruo bracht. Koning Lear
+staat zijn rijk aan zijn dochters af en krijgt bitter hun ondankbaarheid
+te voelen. Een moeder verzoent twee twistende broeders&mdash;gelijk Iokaste
+tracht Eteocles en Polynices bij elkaar te brengen. Koning Arthur
+vervolgt een reus die de jonge Helena geschaakt heeft en het
+samentreffen met die reus herinnert in allerlei opzichten aan de strijd
+van Hercules met Cacus, de zoon van Vulcanus. De 11000 schone Britse
+vrouwen die schipbreuk lijden en in de handen van een wilde roverbende
+vallen, zijn ongetwijfeld verwant aan de H. Ursula en de 11000 Britse
+maagden die volgens de legende te Keulen de marteldood stierven. Zo
+spookt ook in de fantasie van deze vindingrijke Keltiese monnik die
+gehele massa stof rond waar de overlevering en de bonte boekenschat in
+de kloosterbiblioteken van Wales hem mede hebben gevuld.</p>
+
+<p>Maar die romantiese kronieken&mdash;die van onze Deense Saxo is een van de
+prachtigste exemplaren van het soort&mdash;zouden niet achter de
+kloostermuren blijven. De ridderhoven smachtten gewoon naar amusante
+verhalen. Dat <span xml:lang="en">Geoffrey</span> van <span xml:lang="en">Monmouth</span> zijn &bdquo;<span xml:lang="la">Historia Regum Britanniae</span>&rdquo;
+schreef, is waarschijnlik aan de uitnodiging daartoe te danken door de
+aartsdiaken van Oxford, van een Engelse prinses, en kort daarna begonnen
+ook verscheidene Normandiese geesteliken&mdash;gelijk er zo vele aan de hoven
+leefden als sekretaris of gouverneur bij jonge kinderen&mdash;het Latijn van
+<span xml:lang="la">Galfridus</span> in Franse berijmde verzen over te zetten, naar het schijnt op
+verzoek van vorstelike Engelse dames. En gelijk een van die bewerkers,
+<span xml:lang="en">Mester Wace</span>, verklaart, kon men nu op die manier op alle ridderkastelen
+die kronieken bij feestelike gelegenheden voorlezen, als eens een
+afwisseling voor die eeuwige heldengedichten. Zulke rijmkronieken,&mdash;Wace
+zowel als <span xml:lang="en">Gaimar</span>, de andere bewerker van <span xml:lang="en">Geoffrey</span>, hadden ook oude
+Latijnse kronieken in Franse verzen vertaald&mdash;missen de deftige
+retoriese<span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a> stijl van de voorgangers, beschrijven de kampstrijden en
+feesten der Ridderwereld met trekken en kleuren daaraan ontleend in nog
+groter détail en&mdash;iets waar <span xml:lang="en">Gaimar</span> uitdrukkelik opmerkzaam op
+maakt&mdash;vergeten niet 's konings privaatleven en zijn
+liefdegeschiedenissen breedvoerig uit te meten.</p>
+
+<p>Vroeger dan deze rijmkronieken valt de Duitse &bdquo;Keizerkroniek&rdquo;, in Duitse
+verzen ongeveer 1135 waarschijnlik door een klerk aan het hof van Hertog
+Hendrik de Trotse te Regensburg geschreven. Die is geheel en al van uit
+een geestelik standpunt en voor een geestelik publiek opgesteld, maar
+overal zijn er romantiese episodes en kleine novellen ingevlochten&mdash;met
+de stof van de Romeinse geschiedschrijvers, van Duitse heldensagen,
+legenden en Oosterse vertellingen. Daar hebben wij b.v. de geschiedenis
+van Tarquinius en Lucretia geheel als een ridderhistorie: Vorst
+Collatinus leeft in een gelukkige echt met Lucretia maar rijdt toch
+dikwels in 't geheim naar Viterbo waar men toernooien houdt en vele
+hoofse dames wonen. De dames van Viterbo volgen de spelen van de muren
+af en de Romeinse ridders trachten zich zo goed mogelik voor te doen; in
+de pauses gaan ze met de schonen een praatje maken die het gesprek
+snedig en gevat blijken te kunnen voeren. Een van hen vraagt een ridder
+of hij liever de volgende nacht bij de schoonste vrouw zou willen
+doorbrengen of de volgende dag met de dapperste ridder vechten, en de
+ridder weet, zeer voorzichtig en galant zijn antwoord zo in te richten
+dat hij noch laf lijkt, noch onverschillig voor vrouwengunst. Of wij
+krijgen de geschiedenis van Crescentia, half legende, half een
+Grieks-Oosterse vertelling, naar het schijnt. Het is over een onschuldig
+belasterde Keizerin die verstoten is en een zwervend leven leidt vol
+avonturen, steeds door het noodlot vervolgd, maar die door bijstand uit
+de hemel per slot van rekening weer in eer en aanzien hersteld wordt. De
+stichtelike legendentoon doet ons zien dat wij ons in een geestelike
+atmosfeer bevinden, maar allerlei amusante détails tonen dat de klerk
+hier bij de speelman in de leer is gegaan.</p>
+
+<p>In hun honger naar vertellingsstof versmaadden de klerken ook niet de
+nationale heldendichten ter hand te nemen en die tot kronieken te
+latiniseren of tot een stukje Virgiliaanse epiek. Er kwamen op die
+manier hoogst merkwaardige produkten tot stand. In het klooster te St.
+Gallen zat er reeds in de 10<sup>de</sup> eeuw een jong geestelike die als
+Latijnse stijloefening een der schoonste Duitse heldendichten&mdash;dat van
+Walther en Hildegunde&mdash;tot een Latijns epos in hexameters omwerkte met
+zinswendingen en<span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a> vergelijkingen in de trant van Virgilius, zowel als
+geestelik-vrome uitbarstingen in de wild-barbaarse, heroiese poëzie van
+het gedicht ingeweven. Op dezelfde manier had in diezelfde eeuw een
+Franse monnik de heldendichten uit de cyclus van Karel de Grote tot een
+Latijns gedicht in een hoogdravende, duistere retoriese stijl omgewerkt.
+In de zogenaamde kroniek van Turpijn (begin van de 12<sup>de</sup> eeuw) zijn
+verschillende &bdquo;chansons de geste&rdquo; tot een poëties gestemd Latijns stuk
+proza omgewerkt; meer dan bij schilderingen van strijd en fiere helden,
+blijft het verhaal stilstaan bij de Majesteit van Keizer Karel en zijn
+hof te Aken of bij allerlei hemelse mirakelen en aardse wonderen en in
+'t algemeen is de toon kristelik-sentimenteel en religieus-fanaties. Een
+vermakelike metamorfose heeft het Rolandslied ondergaan, dat door een
+zekere priester Konraad aan het hof van de Beierse hertog Hendrik de
+Trotse in het Latijn is vertaald en daarna weer in Duitse verzen werd
+omgezet. Nergens kan men zo goed als hier het verschil in geest en toon
+bestuderen tussen nationaal heldendicht en geestelike rijmkroniek: de
+geleidelik en breed vloeiende vertellingsstijl van de laatste die niets
+overslaat, niets op de voorgrond schuift; de uitvoerige beschrijvingen
+der kostumes en ceremoniën, de lange redeneringen, steeds weer de
+mirakelen, het verlangen der Paladijnen naar het hemelrijk en de
+martelaarskroon&mdash;alles zo geheel anders dan wat in de sfeer van de
+&bdquo;Chanson de Roland&rdquo; thuis hoort.</p>
+
+<p>Zelfs waagden ze het enkele gedeelten uit de bijbel tot romantiese,
+roerende en onderhoudende vertellingen om te werken, eerst in Latijnse
+verzen, tot stichting der geesteliken zelf, later in de volkstaal om het
+publiek van de kermissen zowel als van de kastelen tot de lezing van
+vrome lektuur te brengen, in plaats van een geschiedenis als Tristan en
+Isolde of van het Chanson de Roland. Een Engels geestelike vertelt, in
+de 12<sup>de</sup> eeuw, hoe de speellieden de hoorders tot tranen toe bewogen,
+door van de ongelukken te vertellen die de edele held Artus of Gauvain
+vervolgden, maar hij vindt dat men bij het voordragen van Christi
+lijdensgeschiedenis veel meer tranen zou moeten storten. Daarom prijst
+<span xml:lang="la">Ordericus Vitalis</span> ook een geestelike die in de kapel van een Engelse
+graaf aangesteld was, en die dikwels baronnen en pages om zich heen
+verzamelde en ze &bdquo;een grote massa voorbeelden vertoonde van lieden uit
+het oude testament zowel als uit de moderne Kristen-sagen, die de
+heilige strijd aangebonden hadden&rdquo;, en op die manier schilderde hij o.
+a. heerlik de gevechten die Demetrius en George, Theodorus en
+Sebastiaan, Mauritius de hoofdman over honderd<span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a> en het Thebaiese legioen
+zowel als de voorname hoofdman Eustachius hadden te bestaan om zich als
+<ins class="corr" id="corr21" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>bloedgetuigen de hemelkroon waardig te maken&rdquo;. Men bracht de
+daden der Machabaeën zowel als de schipbreuk van Jonas in rijm,
+schilderde de kamp van Salomo met een draak die alle bronnen van
+Jerusalem leeg dronk, en zijn schitterend hof met al zijn pracht en
+ceremonieën. Vooral werden de liefdesgeschiedenissen in detail
+geschilderd. Een Frans bisschop verhaalt in Latijnse verzen hoe de
+dochter van Jakob geschandvlekt werd, een ander hoe Amnon zijn zuster
+verkrachtte; een Duitse berijming van de bijbelse geschiedenis treedt in
+allerlei bizonderheden over de liefdesgeschiedenis van Jakob en Rachel,
+Sichem en Dina en vertelt gezellig, op de manier der &bdquo;<span xml:lang="de">Brautwerbungen</span>&rdquo; in
+de Duitse heldengedichten, hoe het Eleazer ging toen hij naar Nahors
+toog om voor Isaak een vrouw te zoeken.</p>
+
+<p>Al die aandoenlike kleine idyllen uit het leven van Maria en de
+kindsheid van Jesus, waar de apocryfe evangeliën van wisten te
+vertellen, werden in Franse en Duitse gedichten behandeld. In
+sentimentele verzen werd ook de Passie geschilderd. Op Goede Vrijdag,
+wanneer de menigte in de kerk zich voor het omsluierde kruis op het
+altaar verdrong, kon het gebeuren dat de priester naar voren trad en een
+berijmde versie van de Lijdensgeschiedenis reciteerde, en dat hij begon,
+net als de <span xml:lang="fr">trouvères</span>: &bdquo;Hoort mij nu allen rustig aan, en laat de mond
+niet langer gaan&mdash;hoort wat ik zeg van Kristi dood...&rdquo; Verder werden
+alle sentimentele legenden van de genaderijke mirakelen der Madonna
+allerliefst tot kleine berijmde schetsjes bewerkt. Een Latijnse
+verzameling van zulke legenden vond de Normandiese monnik Adgar in de
+biblioteek van de St. Paulskerk te Londen en hij begon ze in naieve
+Franse verzen na te vertellen&mdash;van het Jodenjongetje dat de
+Hemelkoningin uit het vuur redt, van de kankerlijder, een monnik, die
+zij van haar borst laat drinken, van de zondaars die zij uit de klauwen
+redt van de wereldlike rechtvaardigheid, zowel als van de duivel. En zo
+zijn er anderen die de Heiligen-legenden van hun bloemrijke, gezwollen
+stijl ontdoen en die wonderbaarlike en roerende geschiedenissen in een
+gewone, lichtbevattelike stijl de leken aanbieden.</p>
+
+<p>Juist in de 11<sup>de</sup> eeuw stroomden er van Oost en West de meest
+fantastiese en sentimentele legenden Europa binnen. Van het Westen&mdash;uit
+de oude kristelike kerk der Kelten in Ierland en Engeland&mdash;haalden de
+Noormannen, na de verovering van Engeland, verschillende legenden die
+doortrokken waren van het<span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a> avontuurlik-fantastiese van een
+zeevaarders-natie en met een aan dat ras eigene romantiese, onstoffelike
+mystiek. St. Patrick, St. Columbanus, de Heilige Brigitta&mdash;of hoe al die
+Keltiese heiligen heten&mdash;zijn als door een atmosfeer van mystiek
+omgeven; zij hebben visioenen en horen stemmen, de natuur spreekt tot
+hen, profeties kijken ze de toekomst in, een tijdlang worden zij zelfs
+in het Hiernamaals overgebracht en weten dan, bij hun terugkomst, de
+merkwaardigste dingen te vertellen, over de vurige helmond&mdash;en de zwarte
+vogels die klagend in het vuur rondfladderen, over de brug, scherp als
+een mes, die over de afgrond voert, over het verblindende licht en het
+zoete gezang dat de bezoeker uit Gods eigen huis te gemoet stroomde.
+Herinneringen aan de openbaring van Johannes hebben zich klaarblijkelik
+in deze visioenen met heidens-Keltiese myten vermengd. Of de legenden
+vertellen van de avontuurlike zeereis van de Ierse heilige Brandanus
+naar de woonplaatsen der zaligen en der verdoemden,&mdash;legenden die
+samengesmolten schijnen uit herinneringen aan oude Keltiese zeevaarders
+en Indies-Oosterse reisverhalen.</p>
+
+<p>Uit het kristelike Syrië en Aegypte kwamen er omstreeks het jaar 1000,
+waarschijnlik over Byzantium en Zuid-Italië, een hele massa legenden,
+ontstaan uit de vurige en grenzenloze verbeeldingskracht van het Oosten:
+verhalen van de gruwelikste misdaden en de meest geraffineerde
+boetedoeningen, van daemonen en toverij, van de merkwaardigste
+ondervindingen, de smartelikste beproevingen, de wonderbaarlikste
+zelfopofferingen&mdash;van Theophilus die een verbond met de duivel aangaat
+en de zwarte kunst leert; van St. Gregorius die&mdash;evenals Oedipus in de
+oudheid&mdash;zonder het te weten met zijn moeder trouwt en die na het
+hevigste berouw het tot Paus brengt; van kuise schone jonkvrouwen die in
+hun onschuld en vroomheid de wapenen vinden om de draken des duivels te
+overwinnen, van het jonge meisje dat haar bloed geeft om de zieke
+koningszoon te genezen, over de zelfvernedering van berouwhebbende
+zondaressen; van de heidense prins Joasaph die, van alle nood en ellende
+in de wereld afgesloten, in een kasteel opgroeit, vol van alle
+heerlikheden, maar die toch door het een of ander toeval een begrip
+krijgt van wat ziekte, armoede en dood betekent en die daardoor zo in
+zijn binnenste geschokt wordt dat hij vlucht en bij een kluizenaar,
+Barlaam terecht komt die hem tot het Kristendom bekeert.</p>
+
+<p>&bdquo;Barlaam en Joasaph&rdquo; is aan Syriese en Griekse romans ontleend, die het
+verhaal weer uit Indiese Buddha-legenden hebben.<span class="pagenum" title="117"></span><a id="p_117"></a> Lang vóór de
+kruistochten was veel van de rijke vertellings-literatuur van Byzantium
+en het Oosten naar Europa overgebracht en door geesteliken in het Latijn
+vertaald. De voornaamste stapelplaats waarover die uitvoer plaats had,
+was ongetwijfeld Zuid-Italië, dat nog half Grieks was, maar waar eerst
+de Saracenen zich nestelden, maar later de Duitse keizers hun
+heerschappij trachtten te bevestigen en waar eindelik de Noormannen in
+de 11<sup>de</sup> eeuw een rijk stichtten. Bij de geestelikheid en de adel was
+er uit de dagen der oudheid nog een niet geringe beschaving blijven
+bestaan en het voortdurende zich met elkaar mengen der volkeren bracht
+ook een grote kultuurinvloed op elkaar mede. De Hertogen van Napels
+zonden in de 10<sup>de</sup> eeuw de Aartspriester Leo met een missie naar
+Byzantium en daar verzamelde hij gedurende zijn verblijf alle boeken, en
+zo bracht hij o. a. een Griekse vertelling over Alexander de Grote mee
+naar huis, die hij later ten pleziere van de voorname Zuid-Italiaanse
+kringen, in 't Latijn vertaalde. Via Byzantium werd waarschijnlik ook
+wel de roman &bdquo;Van de zeven wijze meesters&rdquo; bekend&mdash;de geschiedenis van
+een prins wiens stiefmoeder hem eens vergeefs tracht te verleiden en hem
+daarna bij de koning aanklaagt; nu vertellen zeven wijzen elk op hun
+beurt een geschiedenis die alle daarop neerkomen hoe gevaarlik een
+overijlde bestraffing is, terwijl de geslepen koningin verhalen doet met
+een juist tegenovergestelde tendens. Deze vertellingen gingen met de
+omlijsting die ze zo op Oosterse wijze samen bond, in verschillende
+versies heel Europa door; ze vertelden van de verwonderlike
+scherpzinnigheid der wijzen en de vindingrijke slimmigheid der vrouwen
+waar het er op aan kwam hun echtgenoten te bedriegen, of wel hoe
+merkwaardig het noodlot met de mensen speelt. Uit Arabië kwam ietwat
+later de bekende verzameling van anekdoten en dierfabels die &bdquo;Kalilah en
+Dimnah&rdquo; heet; die werd eerst in het Hebreeuws vertaald en daaruit door
+een gekerstende Jood, Johannes van Capua, in 't Latijn.&mdash;Behalve
+Zuid-Italië is ook Spanje een brug tussen het Oosten en West-Europa.
+Daar woonde een andere bekeerde Jood, <span xml:lang="la">Petrus Alphonsus</span>, die ongeveer in
+het jaar 1100 een reeks, grotendeels aan 't Arabies ontleende anekdoten
+en zedelike vertellingen in één Latijns boek bijeen bracht, dat hij
+&bdquo;<span xml:lang="la">Disciplina Clericalis</span>&rdquo; noemde: het handelt over een vader die zijn zoon
+levensregelen geeft welke hij met talrijke geschiedenissen illustreert.</p>
+
+<p>Uit 't Oosten is hoogstwaarschijnlik ook het motief van de
+&bdquo;vriendschapsproef&rdquo; gekomen; reeds vóór het jaar 1100 was het<span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a> voor de
+geesteliken in veel Latijnse versies behandeld geworden, die later van
+grote betekenis voor de dichtkunst der Middeleeuwen zouden worden. Het
+zijn geschiedenissen van een sentimenteel elkaar trachten te overtreffen
+in grootmoedigheid en zelfopoffering, over het ten toon spreiden van
+grote scherpzinnigheid en een merkwaardig spel van 't lot&mdash;allemaal in
+de Oosterse dichtkunst zeer geliefde motieven. Iemand merkt dat zijn
+vriend op zijn vrouw verliefd is en staat haar grootmoedig aan hem af.
+Soms gaat dit zo in zijn werk, dat de echtgenoot niet dan na de stil
+versmachtende vriend zéér slim op de proef gesteld te hebben, hem zijn
+geheim ontlokt; hij vat de hand van de zieke terwijl hij alle vrouwen in
+huis eén voor eén voorbij het bed laat gaan, als zijn vrouw passeert,
+merkt de man dat zij het is, voor wie de zieke zucht. Later krijgt de
+vriend gelegenheid zich op zijn beurt op te offeren, de vroegere
+echtgenoot komt dan b.v. in levensgevaar, hij is van een zekere misdaad
+beschuldigd en juist zal hij naar het schavot gevoerd worden, wanneer de
+andere er bij komt en alle schuld op zich neemt. Of wel hij wordt
+melaats en kan alleen gered worden door een bad in kinderbloed; de ander
+bedenkt zich geen ogenblik en doodt zijn eigen kinderen om de vriend te
+redden. In meer dan een tekst lijken de twee zò sterk op elkaar dat de
+een de ander daardoor uit een gevaarlik avontuurtje redden kan. Die
+staat n.l. in liefdesbetrekking tot de koningsdochter, maar wordt
+verraden; nu moet hij door een Godsoordeel zijn onschuld bewijzen; zijn
+vriend neemt zijn plaats in en natuurlik valt het oordeel nu te zijnen
+gunste uit. In verband hiermede moet de een ook tegenover de
+koningsdochter de rol van zijn vriend op zich nemen en omgekeerd deze
+die van de echtgenoot tegenover zijn vriends vrouw, maar beiden houden
+zich zo trouw aan hun vriendenplicht dat niemands recht daarbij gekrenkt
+wordt. Het hartroerende, gevoelvolle in deze motieven hebben de
+geesteliken reeds in de 11<sup>de</sup> eeuw in Latijnse verzen, met de nodige
+retoriek en sentiment ontwikkeld. Helemaal romanties is het dat, wanneer
+de echtgenoot zijn vrouw aan zijn vriend heeft afgestaan en zij
+wegtrekken, hij dan zelf aan de oever ze na blijft staan turen, terwijl
+hij op zijn guitaar tokkelt en ze elegies klagend achterna zingt; hij
+hoort de echo zijn woorden herhalen en wanneer hij ze uit het oog
+verliest, slaat hij zijn guitaar in splinters.</p>
+
+<p>Een andere in de geestelike wereld zeer verbreide vertelling was de
+<span class="pagenum" title="119"></span><a id="p_119"></a>klassieke roman van Apollonius van Tyrus. Die werd in de 3<sup>de</sup> eeuw
+geschreven, waarschijnlik oorspronkelik in het Grieks, maar reeds vroeg
+in 't Latijn vertaald door iemand die nog heiden was; reeds ten tijde
+van Karel de Groote heeft men in Franse en Duitse
+kloosters handschriften van de Latijnse vertelling gehad en in de
+volgende eeuwen kan men de roman zich in talrijke nieuwe afschriften
+verder zien verspreiden. In de 10<sup>de</sup> eeuw vinden wij de stof in
+Latijnse hexameters bewerkt, later gaat die in de Latijnse verzameling
+van verhaaltjes, <ins class="corr" id="corr22" title="Bron: &bdquo;"></ins>de &bdquo;<span xml:lang="la">Gesta Romanorum</span>&rdquo; over, en
+reeds in de 12<sup>de</sup> eeuw zijn er Provençaalse en Franse bewerkingen
+geweest. De oude vertelling had allerlei romantiese motieven in zich
+opgenomen, die in het Oost-Romeinse rijk aan het einde van het klassieke
+tijdperk verbreid waren: Een koning staat in een onnatuurlike verhouding
+tot zijn dochter en om de vrijers kwijt te raken, legt hij hun een
+raadsel voor. De wijze en voorname Apollonius lost het raadsel op. Maar
+daar dat juist een bekentenis van de bloedschande inhoudt, wordt hij,
+verre van de hand der prinses te krijgen, meer dan ooit door de koning
+vervolgd. Hij moet uit Tyrus vluchten, zwerft op de Aegeïsche zee rond,
+trouwt met een andere koningsdochter, bij wie hij een dochter krijgt. De
+familie raakt door een storm op zee van elkaar en alle drie hebben de
+merkwaardigste avonturen te doorstaan. De dochter komt in een bordeel
+terecht, maar zij weet haar kuisheid en onschuld te bewaren, de
+echtgenoote wordt priesteres in een tempel, Apollonius zwerft oud en
+droevig om op zoek naar vrouw en dochter die hij dan ook eindelik vindt
+en herkent. Al deze in die tijd zeer bekende motieven heeft de oude
+schrijver samengeweven om ze als grondslag te gebruiken voor uitvoerige
+schilderingen in de trant der Sophisten en rhetoren: nu eens een storm
+op zee en een overval door zeerovers, dan eens hoffeesten en
+godsdienstige ceremoniën; hier horen wij van een jongeling, die van
+liefde verteert, daar van een meisje dat door tranen of roerende
+smeekbeden een barbaar vertedert die haar kuisheid belaagt,&mdash;vol van
+lange redeneringen en klachten, vertwijfeling en herkenningsscènes.</p>
+
+<p>Men begrijpt welk een enorme aantrekkingskracht zulk een roman had voor
+de Middeleeuwse geestelikheid. De afwisselende, avontuurlike
+gebeurtenissen te land en te water; de verschillende zinnen-prikkelende
+onderwerpen&mdash;bloedschande en bordeelscènes&mdash;; de medelijden-verwekkende
+ellende, roerend verdriet en aandoenlike vreugde; bewonderenswaardige
+kristelike deugd, door boosheid vervolgd. In stof zowel als in geest was
+er daarin veel dat verwant was aan de kristelike legenden. En bovendien<span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a>
+voerde die roman de lezers in de gehele antieke civilisatie in: de
+omgang in de kringen van een koningshof zowel als de gehele geestelike
+habitus van de optredenden, hun manier van zijn en van spreken, wees op
+een oude hoogstaande kultuur.</p>
+
+<p>Uit die van alle kanten toestromende stof poogden ten slotte de
+geesteliken zelfstandige romans samen te stellen. Een zeer merkwaardige
+vertelling in Latijnse hexameters, in de 11<sup>de</sup> eeuw geschreven door
+een Beiers geestelike, is ons in fragmenten overgeleverd. &bdquo;Ruodlieb&rdquo;
+verhaalt van een aankomende ridder die de wereld in trekt, en bij een
+bezoek aan een koning twaalf raadgevingen mede krijgt, en het vervolg
+van de geschiedenis toont nu hoe nuttig die waren en hoe alles misloopt
+als ze niet opgevolgd worden. Het idee van die raad die door een hele
+reeks avonturen zijn goed recht toont, stamt duidelik uit het Oosten,
+waar die meer dan eens in de literatuur te vinden is; dat is juist een
+van die echt-Oosterse handige manieren om verschillende geschiedenissen
+tot één geheel samen te binden en levensregels in te prenten. Ook veel
+van die enkele raadgevingen en vertellingen die ze illustreren, schijnen
+van Oosterse oorsprong. Vanwege het exotiese-vreemde heeft de schrijver
+een gedeelte van de handeling naar het koninkrijk Afrika verlegd en waar
+hij kan, brengt hij de kennis aan de man die hij uit 't een of ander
+medies-natuurkundig compendium geput heeft, over merkwaardige dieren of
+planten. Maar vooral is hij in aanraking gekomen met de ridderwereld en
+hij weet ook op de een of andere manier iets van het Zuid-Italiaanse of
+Arabiese of het Byzantijnse hof, want midden in de realistiese
+schildering van het naieve Beierse adelike leven der 11<sup>de</sup> eeuw,
+vinden wij niet weinig trekjes van fijne &bdquo;hoofse&rdquo; manieren die duidelik
+als voorbeeld opgesteld worden voor het publiek, tot hetwelk de
+schrijver zich richt. Daar worden hoffeesten geschilderd met prachtige
+klederdrachten en juwelen, de ceremoniële ontvangst der gezanten en
+banketten. Na de maaltijd gaan de dames en de jonge ridders in de
+slottuin naar de vogels kijken die de dames eten geven. Dan vraagt een
+der ridders om een harp en geeft een stuk ten beste, waarna het
+gezelschap gaat dansen; &bdquo;gelijk de valk in een kring om de zwaluw heen
+zweeft, zo draait de ridder om haar heen met wie hij danst, maar als hij
+dichter bij komt, ontwijkt zij haastig&rdquo;. Een ridder en een dame spelen
+met de teerling om vingerringen,&mdash;feitelik, zegt de dichter, spelen ze
+om zichzelf, en of ze winnen of verliezen, ze zijn toch allebei even
+gelukkig. Zij verbergen niet langer voor elkander hoezeer<span class="pagenum" title="121"></span><a id="p_121"></a> zij
+liefhebben. Als de moeder van het meisje het maar goed vond, zouden ze
+nog dezelfde dag trouwen, maar de zeden eisen nu eenmaal dat zij nog wat
+wachten. Maar de jonkvrouw kan zich nauweliks bedwingen.&mdash;Elders komt de
+schets van een kokette voor die achter haar deugdzame schijn een
+amourette met een geestelike verbergt; zij meent een ridder in haar
+netten te kunnen vangen, maar hij stelt haar brutaal te leur en aan de
+kaak.</p>
+
+<p>Ruodlieb zelf is het ideaal van een jonge man. Zijn dapperheid wordt
+niet spesiaal op de voorgrond gesteld&mdash;ook dit wijst er op hoezeer 't
+werk door het Oosten en door de geestelikheid geïnspireerd is&mdash;maar wel
+zijn vroomheid, zijn goedheid en zijn beminnelike manieren. Schoon en
+innig wordt zijn thuis en de verhouding tot zijn moeder geschilderd
+(zijn vader is dood) en tot de ondergeschikten. Roerend is b.v. het
+afscheid,&mdash;de moeder gaat hem op de verandah na staan kijken, maar
+tracht haar tranen voor de dienstboden te verbergen, de knechts klimmen
+op de muur om de vertrekkende nog zo lang mogelik te zien; zwaar om het
+hart trekt hij zelf weg. Gevoelvol is ook in een reeks details de
+terugkomst geschilderd: de knecht die in de kerseboom geklommen is om te
+zien of hij nog niet komt,&mdash;de moeder die voor hem uithaalt en hem op de
+erezetel wil doen plaats nemen, wat hij met de eerbied van een zoon van
+zich af schuift, en dergelike trekjes meer.</p>
+
+<p>Ruodlieb toont veel meer dan enig ander dokument hoezeer de geestelike
+Latijnse vertellingsliteratuur de voorbode was der 12<sup>de</sup> eeuwse
+ridderromans en die voorbereidde; in de tijd van de Otto's kenden
+bovendien zo veel Duitse edelen Latijn dat Ruodlieb misschien ook wel
+als lektuur berekend was voor de wereld der voorname leken.&mdash;</p>
+
+<h2><a id="X"></a>X.</h2>
+
+<p class="subh2">DE ROMANTIEK DER KRUISTOCHTEN.</p>
+
+<p>De kruistochten waren het die in de 12<sup>de</sup> eeuw 't meest op de
+voorgrond traden. De gehele maatschappij en het gehele geestesleven
+droegen er de stempel van: die stroom van mensen uit alle klassen der
+samenleving, die een eeuw of anderhalve eeuw lang, uit Europa naar het
+Oosten trokken, hetzij als een georganiseerd leger, hetzij in grote of
+kleine scharen van pelgrims. En die kruistochten betekenden een grote
+verheffing van het zelfbewustzijn dier tijden. Nadat de mensheid
+eeuwenlang moedeloos door eigen<span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a> ellende naar de oude goede tijd terug
+hadden gekeken, voelden zij nu met vreugde dat er iets groots en iets
+nieuws in hun leven gekomen was, en de wereld in nieuwe banen geleid
+werd. Zelfs in die tijd, &bdquo;nu de wereld oud geworden is&rdquo;,&mdash;zo laten de
+kroniekschrijvers van de eerste kruistocht zich uit&mdash;zelfs nu is het
+gebleken dat er dingen gebeuren die &bdquo;evengoed de moeite van het horen
+waard zijn als in de oudheid&rdquo;&mdash;die zelfs &bdquo;veel belangrijker zijn, en de
+mensheid tot groter eer, dan die zuiver wereldlike oorlogen van
+vroeger&rdquo;, ja! &bdquo;sedert de schepping van de wereld en het mysterium van
+het kruis is er niets gebeurd dat met deze tocht vergeleken kon worden,
+die een werk Gods was, en niet van de mensen&rdquo;.</p>
+
+<p>Een machtige beweging grijpt alle gemoederen, de gehele maatschappij.
+Overal breekt men af, alles komt op losse schroeven te staan. Wanneer de
+burchtheer een verre reis onderneemt, wordt op menig kasteel het land
+verpand, of het gaat al vast aan de erfgenamen over of wordt aan een
+voorlopige bestuurder overgedragen, de vazallenband wordt opgeheven,
+huweliken worden ontbonden en de vrouwen naar het klooster gezonden, of
+de vrouw die alleen achterblijft vergeet haar man en neemt een ander, zo
+goed als hij op zijn tochten genoeg los vrouwvolk vindt. Ook bij het
+volk lopen genoeg dwepers rond die het opstoken; ze trekken weg, in
+scharen, man, vrouw en kinderen, de dorpen met elkaar, en als
+sprinkhanen valt het volk in zwermen ergens anders op aan. Alle wegen
+zijn vol soldaten en pelgrims, allerlei mensen vullen de herbergen die
+propvol zijn, op schepen en in karavanen pakken ze zich samen, een
+mengelmoes van de beste en de slechtste elementen der maatschappij met
+de ergste misdadigers erbij, stromen allemaal naar het Oosten. Het
+afscheid van huis legt een pathos in vele gemoederen, dat ons nog uit de
+gevoelvolle liederen te gemoet klinkt waarin Provençaalse, Franse en
+Duitse ridders hun kastelen en goederen, vrouw en kinderen en al hun
+ondergeschikten een afscheid toe roepen; hun heimweezuchten van uit het
+Oosten of van op de zee; de verlangens der achtergebleven vrouwen naar
+hun &bdquo;<span xml:lang="fr">Seigneur</span>&rdquo;. Elke avond luiden de kerkklokken om de thuisgeblevenen
+tot het gebed op te roepen, voor hen die &bdquo;over de zee&rdquo; waren getrokken;
+&bdquo;ik zing,&rdquo; zo klaagt de Vrouwe van Fayel, &bdquo;om mijn ziek gemoed te
+versterken, opdat ik niet sterve of krankzinnig worde van verdriet,
+wanneer ik niemand uit het heidense land terug zie keren, waar <i>hij</i> is,
+die mijn hart doet kloppen, wanneer ik hem maar hoor noemen,&rdquo; en het
+refrein luidt: &bdquo;God,<span class="pagenum" title="123"></span><a id="p_123"></a> wanneer ze roepen: op ten strijd!, help dan de
+pelgrims, want voor hem ben ik bevreesd; de Saracenen zijn zo wreed.&rdquo;
+Maar, &bdquo;op ten strijd! ginds over de zee,&mdash;<span xml:lang="fr">oltrée!</span>&rdquo; klonk het refrein van
+de kruistocht-marseillaise die te land en te water de scharen achter
+zich aantrok. &bdquo;O, kruis des Heilands, gij zijt onze mast op deze
+Wereld-zee,&rdquo; zongen de pelgrims. &bdquo;God de Heer zelf is onze Veerman, de
+goede werken zijn het touwwerk en het geloof het zeil, de Heilige Geest
+is de wind die ons op de rechte weg brengt en het Hemelrijk het Tehuis
+waar wij zullen landen!&rdquo; Allerlei onuitsprekelike narigheid en ellende
+staan ze te land en op zee uit. Alle soorten van besmettelike ziekten
+als pest maken hunne rijen dun, als vliegen sterven zij in hopen van
+honger, en er lopen vreselike geschiedenissen van pelgrims die het leven
+er in moesten houden door menschenvlees te eten; op zee maken de
+zeerovers in hun galejen jacht op ze als gulzige haaien, en voeren velen
+in slavernij weg; in de woestijnen van Syrië worden ze met aanvallen der
+Bedouïnen bedreigd en door wilde dieren.&mdash;Wie kent de geschiedenis niet
+van Godfried van Bouillon, hoe die helemaal alleen met een vreselike
+beer moest vechten, en van Boudewijn die half door bloedzuigers
+opgegeten werd. Maar alles is vergeten wanneer ze zo gelukkig zijn hun
+doel te bereiken en ze de Heilige Plaatsen kunnen kussen, waar de voet
+des Heren getreden heeft, als ze aan het Heilige Graf kunnen bidden en
+water uit de Jordaan mee naar huis kunnen nemen. En de gehele atmosfeer
+daarginds is voor de gelovigen in hun verbeelding van mirakelen vervuld.
+Al de relikwieën die de bedevaartgangers vinden&mdash;van de heilige lans van
+Longinus tot een doorn uit Kristi kroon of een druppel van zijn
+bloed;&mdash;al de hemelse maar ook duivelse openbaringen waarmede de
+kruistochten gepaard gaan. Plotseling komen b.v. witte ruiters het in 't
+nauw gebrachte leger der Kristenen ter hulp, of wel bezoekt Satan in de
+gelijkenis van een slang 's nachts het leger der kruisvaarders.</p>
+
+<p>Hand in hand hiermede gaat de gehele woeste strijdlust die de Europese
+soldatesca op de Saraceense &bdquo;honden&rdquo; botviert, nu er voor hen thuis geen
+plaats meer is. Met groot genoegen snijden de heren op de kruistochten
+de gevangene Turken de neus en lippen af en zenden die als trofeeën aan
+de Griekse keizer en toen Jerusalem ingenomen was, vlood het bloed door
+alle straten en werden overal in alle kerken de mensen vermoord. En
+gulzig wierp die roofgierigheid zich over alle rijke landen, &bdquo;laat ons
+dapper voor Kristus strijden,&rdquo; roept een deelnemer aan de eerste<span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a>
+kruistocht uit, &bdquo;indien God het wil, worden wij allen rijk.&rdquo; Nu men dom
+genoeg geweest was zich door de Griekse Keizer voor de gek te laten
+houden, in plaats van Byzantium te nemen en te plunderen,&mdash;waar de
+zanger der kruistochten zich eigelik hevig over ergert&mdash;nu zouden de
+kamelen der Beduïnen of het huisraad en de kostbaarheden in de marmeren
+paleizen het des te meer moeten ontgelden. Onder de schitterende
+Oosterse zon is de kleurenpracht in de natuur zo wel als in de steden
+verblindend en de gehele atmosfeer van het Oosten verwekelikt en
+prikkelt alle zinnen tot genot; meer dan één ridder liet zich vangen
+door de Oosterse schoonheid der Saraceense vrouwen en hun ervaren
+liefdekunstjes. En al het Oosters-fantastiese waar men tot nu toe in
+Europa slechts een echo van kende, dat ontvouwde zich nu vlak voor de
+oogen der kruisvaarders. Hyena's en luipaarden, topazen en smaragden met
+hun zeldzame toverkracht, de automatiese en mechaniese kunstwerken
+waarmede de Saracenen hun woningen versierden&mdash;dat alles waar zij thuis
+slechts over gehoord hadden, zagen ze nu met hun eigen ogen. Nog
+vreemder waren de dingen, waar ze daar ginds over hoorden van de landen
+nog meer naar het Oosten, maar waar ze zelf niet kwamen&mdash;over het
+mystiese nieuwe rijk van Babylon, waar de Griekse keizer gezanten heen
+heette gezonden te hebben, over het land van de &bdquo;Aartspriester
+Johannes&rdquo;, nog verder Azië in, en over het Aardse Paradijs in Indië met
+al zijn rijkdom en merkwaardigheden. Een brief die de Griekse keizer van
+die mystiese &bdquo;Aartspriester&rdquo; gekregen moest hebben en die in talrijke
+afschriften over Europa verspreid werd, vertelde van de wonderen in zijn
+paleis, over het graf van de Apostel dat in de lucht zweefde en over de
+&bdquo;fontein der verjonging&rdquo;. En op de tapijten die de kruisvaarders van
+Syrië en Byzantium mede naar huis brachten, en die weldra overal in 't
+Westen de altaren der kerken en de muren der zalen versierden, gloeiden
+gele olifanten met groene snuiten de toeschouwers van een dieprode grond
+tegemoet, of pelikanen die hun borst aan 't bloeden pikten om hun jongen
+te voeden. Van die tapijten gingen draken en <ins class="corr" id="corr23" title="Bron: griffoenen">griffioenen</ins>
+en gevleugelde leeuwen en alle mystiese fabeldieren van het Oosten
+weldra op de portalen en de kapitelen der Romaanse kerken over.</p>
+
+<p>Bij hun thuiskomst werden de kruisvaarders en pelgrims niet moe van te
+vertellen, en de thuisgeblevenen konden nooit genoeg te horen krijgen.
+Toen graaf <span xml:lang="fr">Guillaume</span> van <span xml:lang="fr">Poitou</span> van zijn mislukte tocht thuis gekomen
+was, trok hij van slot tot slot in Zuid-Frankrijk <span class="pagenum" title="125"></span><a id="p_125"></a>rond en maakte zich
+interessant door van zijn gevechten met de dieren van de woestijn te
+zingen en te vertellen hoe hij in zijn gevangenschap daar ginds de
+bewondering van alle ongelovigen had opgewekt. Ook graaf Bohemund van
+Tarente trok zo rond en terwijl hij troepen aanwierf voor een nieuwe
+expeditie, vertelde hij met de nodige fantasie van zijn heldendaden en
+zijn avontuur met de dochter van de sultan, die op hem verliefd werd en
+hem uit zijn gevangenschap bevrijdde. Jarl Ragnvald kwam met zijn
+mannen, na hun kruistocht, op de Orkney-eilanden en vertelde: eerst van
+de vrolike dagen te Narbonne waar de gravin Ermengarde de flinke mannen
+uit het Noorden zo gastvrij ontvangen had; toen, hoe zij aan de kust van
+Sicilië een enorm groot Saraceense Dromund (oorlogsschip) getroffen
+hadden, dat door een reus van een neger gekommandeerd werd, en dat zo
+vol was met goud en zilver, dat, toen het schip verbrandde, er een
+gloeiende stroom van metaal het water in stroomde; verder over de
+belegering van Askalon, het plezierige leven dat de kruisvaarders te
+Byzantium geleid hadden; enz. Over alles werden de teruggekeerden
+uitgevraagd en alles wat zij vertelden werd met huid en haar verslonden.
+&bdquo;Zeg mij nu, meester <span xml:lang="fr">Trougemunt</span>,&rdquo; heet het in een Duits lied (en
+<span xml:lang="fr">Trougemunt</span> betekent de zeer bereisde, die vreemde talen kent), &bdquo;twee en
+zeventig landen kent gij; welke vogel heeft geen tong, en welke vogel
+zoogt er zijn jongen?&rdquo;... en op alle vragen heeft <span xml:lang="fr">Trougemunt</span> een
+antwoord klaar, dat hij telkens met de trotse woorden inleidt: &bdquo;Die gij
+daar vraagt, dat is een man, die goed bescheid u geven kan.&rdquo;</p>
+
+<p>En een hele literatuur van kronieken en reisverhalen schiet uit die
+kruistochten op; de tijd voelt zich zelf merkwaardig en de wereld groot
+en interessant. De verhalen die de deelnemers aan de eerste kruistocht
+zelf na hebben gelaten, maken nu nog een vrij betrouwbare, nuchtere
+indruk. Wij hebben een dagboek van een gewone verstandige kapelaan uit
+Noord-Frankrijk, op de tocht zelf geschreven, en een verslag van een
+kwezelachtige, dwepende Provençaalse monnik; wij hebben ook een
+heldendicht, of berijmde kroniek, &bdquo;Het lied van Antiochia&rdquo; dat
+reisverhalen reproduceert en verloren liederen van een zanger die op de
+kruistocht geweest is en die over het algemeen zijn avonturen schildert
+met hetzelfde nuchtere gevoel voor de werkelikheid en de zelfde
+strijdlustige wereldlikheid die men in de oude &bdquo;chansons de geste&rdquo; aan
+kan treffen. Maar in de latere berichten uit de tweede en derde hand
+overtreft de legendariese fantasie alles en de geest die de kruistochten
+<span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a>zelf eerst langzamerhand kweekte, laat op zijn beurt weer zijn eigen
+licht en kleurenschakering op de kruistocht zelf terug vallen. In de
+geestelike kronieken&mdash;bijvoorbeeld in die rommelkamer voor allerlei
+overleveringen die Willem van Tyrus in zijn werk bij elkaar
+bracht&mdash;wordt het geheel tot een mirakel; God zelf voert de hele
+kruistocht aan en midden in de handeling staat de legaat van de Paus als
+de plaatsvervanger van Kristus; en terwijl de monniksfantasie de meest
+fantastiese leugens over de wereld der Mahomedanen op elkaar stapelt,
+schildert hij de kruisvaarders allemaal als even heilig-vroom en
+eendrachtig in de liefde. In het bizonder wordt Godfried, koning van
+Jerusalem, helemaal door de geestelike overlevering in bezit genomen en
+wordt hij tot het type van wat zij een echt kristelik ridder noemen.
+Zijn afstamming is in wonderen gehuld&mdash;hij stamt van de mystiese
+zwaanridder af, de kiem van de Lohengrin-figuur,&mdash;dromen voorspiegelen
+zijn toekomstige koningswaardigheid en zijn ganse jeugd wijdt hem voor
+zijn missie. &bdquo;In wapenrusting als in hertogsdos was hij een heilige
+monnik.&rdquo;</p>
+
+<p>En feitelik werd de Frankiese leenstaat die daar ginds in het heilige
+land ingericht werd tot een soort geestelik koninkrijk en een kristelike
+ridderstaat,&mdash;het beloofde land niet alleen voor het ridderwezen, waar
+alles op oorlog en op oorlog alleen aangewezen was, en waarde feodale
+maatschappij zich in een zuiverder en meer aristocratiese vorm
+ontwikkelde, dan ergens elders in Europa, maar ook voor de Klerus zelf,
+waar de gehele geest ìn en ìn kristelik was. Hier had eerst het echte
+huwelik plaats van de ridderwereld met de geestelikheid&mdash;door de
+oprichting van de geestelike ridderorden, de zwarte Johannieters, de
+hospitaal-broeders, wier hoofdzetel mysties ontoegankelijk boven op een
+berg in Syrië lag&mdash;een machtig gebouwencomplex, &bdquo;welks reusachtige
+pilaren en torens bestemd schijnen om het hemelgewelf te schragen&rdquo;&mdash;of
+nog meer de aristokratiese tempelheren in hun witte kleêren met het rode
+kruis, de beschermers der pelgrims, wier residentie de &bdquo;Tempel van
+Salomo&rdquo; zelf was. Deze geestelik gewijde ridders die in kuisheid
+leefden, in een eeuwige strijd voor de Kerk en voor de zwakken en de
+vrouwen, werden de ideale helden der bewegingen voor de kruistochten.</p>
+
+<p>Maar op de meer wereldlike gemene man werkten de kruistochten juist in
+volkomen tegenovergestelde richting. Bij elke mislukte kruistocht komt
+de terugslag in de vorm van een plotselinge en sterke val in de
+godsdienstige temperatuur. Het bleek<span class="pagenum" title="127"></span><a id="p_127"></a> telkens weer dat het gloeiendste
+geloof, de kerkelike inwijding, de wonderen Gods en de hulp van de hemel
+de keten van de natuurlike oorzaken toch niet konden breken en het
+onmogelike mogelik maken; het waren andere, natuurlike wetten die de
+zegepraal of de nederlaag bestemden. De scepsis der teleurstelling
+tegenover het bovennatuurlike breidt zich in vele kringen uit&mdash;bij de
+troubadours zijn wij die reeds tegengekomen&mdash;en tegelijkertijd neemt de
+belangstelling toe voor die grote nieuwe werkelikheid die zich voor de
+blik geopend had. De werkelike avontuurlike wonderen nemen alle attentie
+in beslag, in plaats van het hiernamaals. Menigeen trekt nog als pelgrim
+uit, maar schrijft bij zijn terugkomst reisverhalen, kronieken,
+natuurhistoriese werken, of dicht romantiese vertellingen. En de
+kennismaking met de Saracenen en hun hogere beschaving, gaf een hevige
+slag aan alle vooroordelen die de geestelikheid zo fanaties bij de
+Kristenen had trachten wortel te doen schieten. Die afgodendienaars
+waren, met hun geloof in één onzichtbare God, veel zuiverder
+Monotheisten en stonden veel verder van de afgoderij, dan de kristenen
+met hun heiligen- en relikwieën-cultus. En die trouweloze bloedhonden
+bleken niet alleen veel eleganter en ridderliker te zijn dan de
+kristen-baronnen, maar in hun praktiese mensenliefde&mdash;die de hospitalen
+en herbergen duidelik genoeg deden uitkomen&mdash;, in hun grotere
+verdraagzaamheid, hun rechtvaardigheidsgevoel en hun vorstelike
+grootmoedigheid, kwam een Nureddin of Saladin al heel gauw voor vele
+kristen-ridders meer of minder bewust, als een schitterend voorbeeld ter
+nabootsing te staan. Ginds in die Frankiese Staten van Palaestina en
+Konstantinopel had er een vermenging plaats, een &bdquo;<span xml:lang="la">commercium et
+connubium</span>&rdquo; tussen kristenen en ongelovigen of Grieken, die op Europa
+terugsloeg en in vele adelskringen en onder de kooplieden vormde zich
+onbewust een zuiver humane moraal van menselikheid, ridderlikheid en
+eer, die uit de voogdijschap der kerk weggleed. Meer als iemand anders,
+werden de strijders der kerk, de tempelheren zelf, zo als bekend is door
+die &sbquo;skepsis&rsquo; en het humanitarisme aangegrepen die daar in het
+kristelike Oosten in de lucht lagen. En thuis komt een emancipatie van
+de kerk duidelik te voorschijn in de nieuwe ridderpoëzie, waarin het
+weldra even goed mode wordt om tegen de vrome huichelarij en de
+zwartrokken te velde te trekken als om de &bdquo;edele Saracenen&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">le
+courtois Saladin</span>&rdquo; te prijzen.</p>
+
+<p>Voorlopig zijn het nu de oude &bdquo;<span xml:lang="fr">chansons de geste</span>&rdquo; en in Duitsland de
+oude nationale heldensagen die daardoor gemoderniseerd<span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a> en aktueel
+gemaakt worden, doordat er allerlei kruistocht-motieven ingevlochten
+worden. Reeds vóór de eigelike kruistocht hadden de pelgrimstochten en
+de verbindingen met Byzantium het vermakelik avontuurlike epos in de
+wereld gebracht dat &bdquo;Karel de Grote's reis naar Jerusalem&rdquo; heet. Daarin
+trekt Keizer Karel met zijn Paladijnen op reis om te zien of Keizer Hugo
+van Konstantinopel werkelik een machtiger en prachtiger vorst is dan hij
+zelf. Eerst komen zij te Jerusalem waar men hen voor Jesus en zijn
+twaalf apostelen houdt; God doet wonderen voor hen en de patriarch
+schenkt Karel heilige relikwieën; daarop trekken ze naar het Griekse
+keizerhof, waar de Franken de hovelingen door hun optreden imponeren en
+nog meer wanneer ze werkelik trachten uit te voeren wat ze voor de grap
+en in dronkenschap hebben gepocht dat ze doen konden,&mdash;en het eindigt
+dáármede dat Karel en zijn helden in glans en glorie naar huis trekken,
+nu hun superioriteit zo duidelik gebleken is. Nu in de 12<sup>de</sup> eeuw
+wordt een avontuurlike tocht naar de even avontuurlike landen der
+ongelovigen een geliefkoosd en het meest aktuele tema voor de
+heldendichten. Zo wordt Karel de Grote b.v. als jonge koningszoon door
+zijn onechte broeders op zij gezet en vlucht naar de koning der
+Saracenen te Toledo, door wie hij tot ridder geslagen wordt, waar hij
+heldendaden uitvoert en Galienne, koningsdochter en tovenares, op hem
+verliefd wordt. <span xml:lang="fr">Huon</span> van Bordeaux wordt door de Franse koning op een
+gevaarlike reis naar Babylon gestuurd: daar moet hij het kasteel van de
+&bdquo;Amiraal&rdquo; binnendringen, voor diens ogen een zijner mannen neervellen,
+diens dochter drie kussen geven en verder de baard van de admiraal
+afknippen en die met drie van zijn kiezen naar het Franse hof
+brengen,&mdash;wat hij alles weet uit te voeren met de hulp van de
+Wonderhoorn van de kleine Alfenkoning, Oberon, zowel als van de heidense
+koningsdochter met wie hij, na vele beproevingen doorstaan te hebben,
+naar huis trekt. Even amusant en romanties vertellen een hele reeks
+Duitse speelmans-gedichten, die in de 12<sup>de</sup> eeuw aan het Beierse hof
+werden voorgedragen, van de tochten naar het Oosten van de Duitse
+vorsten: Koning <span xml:lang="de">Rother</span> die de dochter van Keizer Constantinus
+schaakt&mdash;door een list wordt zij hem ontroofd, maar hij krijgt haar
+terug; Koning Orendel die van Trier naar Jerusalem zeilt om de koningin
+daar het hof te maken en die na een lange Odyssee en hevige gevechten
+met de heidenen, ten slotte met de hulp van hemelse mirakelen zijn tocht
+gelukkig ten einde brengt; Hertog Ernst die naar het land der
+Kraanvogelmensen<span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a> komt en dat der dwergen, naar de Leverzee en de
+Magneetberg; de kruisvaarder Graaf Rudolf, die met de andere Franken
+twist krijgt en dan naar de Saracenen overloopt en die onder allerlei
+zware beproevingen in aandoenlike trouw door een Saraceense begeleid
+wordt die hem liefheeft en zich ten slotte laat dopen om dan met hem te
+trouwen. Deze laatste vertelling is uit het Frans en heeft duidelik een
+gelijktijdige historiese gebeurtenis ten grondslag, maar anders zijn
+vele van deze gedichten oude Germaanse sagen over een gevaarlike tocht
+van een held om een vrouw te zoeken, alleen gemoderniseerd door ze in de
+atmosfeer der kruistochten over te planten.</p>
+
+<p>Zo ontstaan er in de tijden der kruistochten allerlei liederen en
+geschiedenissen in alle talen van een echtgenoot die lang buitenslands
+geweest is en reeds voor dood wordt versleten, maar die dan juist terug
+komt de dag waarop zijn vrouw met een ander bruiloft houdt. Dit
+patetiese motief is blijkbaar een weerspiegeling van een werkelike
+gebeurtenis; maar meer dan eens zal het ook het oude motief zijn van
+iemand die uit het dodenrijk terugkeert, dat nu een werkelikheidskleed
+aangetrokken heeft en in de atmosfeer der kruistochten gelokaliseerd is.
+Daar hoort b.v. het Anglo-Franse heldengedicht van <span xml:lang="en">Horn</span> en <span xml:lang="fr">Rimel</span> bij, de
+Engelse roman van &bdquo;Koning <span xml:lang="en">Horn</span>&rdquo;, de Duitse sagen en gedichten van &bdquo;der
+edle Möringer&rdquo; en het Deense volkslied van Hendrik van Brunswijk. Ook
+het omgekeerde motief heeft zich dikwels genoeg gedurende de
+kruistochten voorgedaan: de echtgenoot die in het Oosten een Saraceense
+gehuwd heeft b.v. uit dankbaarheid dat zij hem uit de gevangenschap
+verlost heeft, en die haar nu naar zijn burcht brengt, waar de vrouw&mdash;in
+elk geval in de geschiedenis van Baron v. Gleichen en zijn twee
+vrouwen&mdash;er grootmoedig in toestemt haar man met haar te delen.&mdash;</p>
+
+<p>Dit is nu de direkte werking van die romantiek, maar de ridderromantiek
+wortelt ook dieper in de tijden der kruistochten. Een der deelnemers
+vertelt hoe het leger der kruisvaarders door Syrië trok: Fransen,
+Vlamingen, Beieren, mannen uit Bretanje en Provence, Engelsen, Schotten,
+Italianen, Spanjaarden en Grieken. &bdquo;Als een Brit of een Duitser zich tot
+mij wendde, verstond ik hem niet en kon ik hem niet antwoorden. Ons
+verdeelde de verscheidenheid van de talen, maar de liefde tot God en
+onze naasten schiep weer broederschap tussen ons.&rdquo; En zo is de gehele
+tijd der kruistochten zulk een elkaar ontmoeten der volkeren, en der
+verschillende kulturen. In het Anglo-Normandiese rijk dat<span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a> Willem de
+Veroveraar en zijn opvolgers aan beide zijden van het Kanaal geschapen
+hadden, komen Fransen en Angelsaksen en Britten samen en leren elkaars
+kultuur kennen. Noord- en Zuid-Frankrijk ontdekken en verrijken elkander
+in dat opzicht. Byzantium en het gehele Oosten van de landen van de
+Islam openen zich voor goed voor West-Europa. En juist dan is het ook
+dat de geesteliken ijverig de bijbel en de legendenschat tot volkspoëzie
+omwerken, terwijl bovendien de nieuwe scholen en de kruistochten de
+klassieke literatuur voor meer dan één ontsluiten. Al die bonte stof die
+de tijd van alle kanten in zich opneemt, wordt met de stevigste appetijt
+opgenomen en ingezogen. Wij lezen van een Vlaams graaf, wiens grote
+genot was zich te omgeven met mensen &bdquo;die hem sprookjes en sagen
+vertelden en verhalen uit de oude tijd deden. Als zijn vertrouwde vriend
+naar wien hij graag luisterde, had hij een oude ridder bij zich, <span xml:lang="fr">Robert
+de Coutances</span>, die hem vermaakte door wat hij over de Romeinse Keizers
+wist te vertellen en over Karel de Grote, over Roland en Olivier en
+Arthur, de Koning van Brittanië; verder Philip van <span xml:lang="fr">Montjardin</span>, die hem
+van de verovering van Jeruzalem vertelde en de belegering van Antiochië
+en de gebeurtenissen in het Oosten, en zijn neef <span xml:lang="fr">Gautier de Cluse</span>, die
+Engelse geschiedenissen kende, die van Gormund en Isembart en van
+Tristan en Isolde en van Merlijn en van Marcolf.&rdquo; En in de dichterlike
+fantasie dier tijden voeren al die bonte voorstellingen een grote
+heksensabbat op. Zo men de romantiese geestestoestand&mdash;in tegenstelling
+met de klassiek-harmoniese&mdash;beschrijven kan als een, waarin de rijkdom
+der stof en zijn menigvuldigheid de eenheid der ziel in tweeën splijt,
+dan is de mentaliteit van de 12<sup>de</sup> eeuw meer romanties dan die van
+alle andere tijden. De gehele nieuwe stof en de nieuwe gevoelstonen, die
+uit de meest verschillende tijden en kulturen zich daar over uit
+storten, smelten in gelukkige ogenblikken werkelik samen&mdash;het antieke en
+het kristelike, het Oosterse en het Keltiese&mdash;tot nieuwe levende
+fantasie-gewrochten, nieuwe, vreemde, gemengde gevoelens, maar nog meer
+worden er zo slechts disparate elementen overal vandaan tot barokke
+alliages samengesmolten of schilderachtig-bont naast elkaar geplaatst.
+Hector gebruikt het schild van Samson en heeft de helm van Arthur op,
+zijn zwaard is gesmeed door Wieland en gehard door &bdquo;Heer Vulcanus&rdquo;. Moet
+iemand geprezen worden, dan is hij altijd sterk gelijk een Samson,
+schoon gelijk Absalon, wijs als Salomo, mild als Alexander, prachtig als
+koning Arthur, en een tovenaar<span class="pagenum" title="131"></span><a id="p_131"></a> als Virgilius of Merlijn. Tydeus&mdash;een
+van de &bdquo;Zeven voor Thebe&rdquo;&mdash;is waardiger de kroon te dragen dan
+Nebukadnezar, en de oude Otto, de raadgever van de Thebanenkoning, is
+een neef van Plato.</p>
+
+<p>En verder: zo, in tegenstelling met de helder de zaken beschouwende,
+rustige, kalme klassieke geestesrichting, de romantiese geestestoestand
+beschreven kan worden als een toestand van innerlike onrust en spanning:
+een opgeschrikte, opgehitste fantasie, een sterk gespannen, golvend
+gevoel van verwachting, twijfel, ontbering, verlangen, dan is het
+bewustzijn van de tijd der kruistochten romantieser dan dat van enige
+andere tijd. Voor de rondtrekkende troubadour en de ridder op een
+kruistocht, voor de leeslustige geestelike of voor de Vlaamse graaf,
+waar wij juist van hoorden, moest de wereld zich in wijde, vage
+horizonten aftekenen, in schemerend, onzeker half-licht,&mdash;verwondering
+wekkende en verwachting, verlangen en wensen, voorgevoelens en dromen.
+Alles wat vreemd was, stond als in een afstand-mist maar ook
+afstand-glans, men trachtte er bij te komen, maar kwam er maar half bij,
+poogde het te vatten en vatte toch maar de helft. Een geestelike
+probeert zich tot de hogere beschavings-sfeer van Virgilius en diens
+personen op te heffen, wil fijn zijn en waardig en klassiek, maar wordt
+slechts pedant, geaffekteerd en gekunsteld, en plotseling, in een
+onbewaakt ogenblik, waar de dichter natuurlik is en zich zelf, verraadt
+hij opeens op de vermakelikste manier het naïeve en ruwe
+kultuurstandpunt van zich zelf en zijn publiek. Een ander haalt Keltiese
+sagen en mythen voor den dag of roept de antieke goden en godinnen op;
+maar Diana is een jagende vorstin, Echo een koningsdochter, Argus een
+honderd-ogige reus, aan wie een koning de taak op draagt een koe te
+bewaken, terwijl een ander die zeer op de hoogte is van de muziek graag
+de koe zou willen hebben... en evenzo wordt het Keltiese land des doods,
+waar de koningin door de Doodsgod heen gevoerd is, slechts als een
+naburig rijk opgevat, welks koning haar geschaakt heeft. Maar toch&mdash;dat
+naburig rijk heet &bdquo;het land waar men nooit uit weer keert&rdquo; en een zekere
+mist of glans van iets bovennatuurliks, ligt er voor de dichter over
+Keltiese zowel als antieke mythen; hij voelt dat er iets anders achter
+en onder steekt, dat alle gebeurtenissen en personen en namen een
+dubbele betekenis hebben, een wijder perspektief, waar ze op
+uitkijken&mdash;wat de toehoorders dikwels ook tegenover onze heldenliederen
+gevoeld hebben als die van Sivard en Brynhilde, en van Ribolt en
+Guldborg.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a></p>
+
+<p>Dat tweeledige en dat perspektief&mdash;die afstand welke slechts het
+verlangen opwekt en de barokke disharmonie tussen stof en behandeling,
+voorbeeld en navolging&mdash;geheel die menigvuldigheid van voorstellingen en
+tonen... dit alles is het juist wat uitgedrukt wordt door het woord:
+Romantiek.&mdash;</p>
+
+<h2><a id="XI"></a>XI.</h2>
+
+<p class="subh2">DE ALEXANDER-ROMANS.</p>
+
+<p>Heel natuurlik werden de figuur en de geschiedenis van Alexander de
+Grote het eerste dat tot ridderromans omgewerkt werd. De geesteliken
+hadden reeds lang Latijnse ridderromans gekend en nu begon de wereld der
+kruistochten om verschillende redenen voor de avontuurlike tochten van
+Alexander belangstelling te voelen en die te begrijpen.</p>
+
+<p>Van de oudheid af had die belangstelling al bestaan&mdash;de ene generatie na
+de andere had die bewonderd en zich er over verbaasd en hadden die
+romans de verbeeldingskracht voedsel en vleugels gegeven. Bij de
+geschiedschrijvers der oudheid&mdash;Plutarchus, Arrianus, Diodorus,
+Justinus, Curtius&mdash;treedt ons, zo al niet de historiese Alexander
+tegemoet, (wie weet hoe <i>die</i> er uitgezien heeft?), dan toch het
+volkomen ontwikkelde schitterende beeld van de grote held: de lieveling
+der goden, met alle eigenschappen om de mensen voor zich te winnen en te
+beheersen&mdash;schoon, dapper, welsprekend, beminnelik; opgevoed door
+niemand meer of minder dan Aristoteles, de grootste wijsgeer van heel
+Griekenland,&mdash;flink om zichzelf te beheersen, met een blik op de mensen
+en de regeerkunst; en ten slotte gedreven door jeugdige drang tot
+handelen, en een onverzadigbare eergierigheid. Als een echte leerling
+van de mannen van Odysseus, offert Alexander te Memphis aan Apis en laat
+zich in de Ammons tempel als de zoon van een God begroeten; als een
+Grieks filosoof gooit hij voor de ogen van de van dorst versmachtende
+soldaten de beker met water in het zand der woestijn ledig, en <ins class="corr" id="corr24" title="Bron: drink">drinkt</ins> hij
+de medicijnbeker uit terwijl hij zijn vriend Philippus de brief
+overhandigde die de zaak aangaf. Maar: Alexander's missie in de historie
+was juist om aan het eigelike antieke een einde te maken; in de Griekse
+rijken smolten het Oosten, Aegypte en Griekenland tot een gemengde
+kultuur samen; en daarin is het dat het slechts<span class="pagenum" title="133"></span><a id="p_133"></a> in zo geringe mate
+antieke beeld van het leven en de figuur van Alexander zich gevormd
+heeft, dat tot de Middeleeuwen kwam en met zulk een entoesiasme werd
+ontvangen. Te Alexandrië ontstond ongeveer 200 jaar n. C., half op de
+geschiedenis, half op Oosterse sagen gebaseerd, de zogenaamde
+pseudo-Callisthenes, een levensbeschrijving van Alexander, aan
+Callisthenes toegeschreven, die, met enige zogenaamde brieven van
+Alexander aan zijn moeder en Aristoteles, het uitgangspunt
+werd&mdash;grotendeels door een Latijns uittreksel van Julius Valerius&mdash;voor
+een rijke middeleeuwse Alexander-literatuur, eerst in 't Latijn, toen in
+het Provençaals, toen in 't Frans en Duits en daarna in vele Europese
+talen.</p>
+
+<p>In het beeld dat de middeleeuwen op die wijze ontvingen, waren trekken
+van een fijne, nobele kultuur, vermengd met de laatste half Oosterse
+sterk-fantastiese producten der oudheid. Voor de Aegyptiese schrijver
+van de biografie van Callisthenes is Alexander niet een zoon van koning
+Philippus maar van Nektanebus, een Aegypties tovenaar, die de laatste
+uit het geslacht was van de oude koningen en halfgoden. In de gedaante
+van de God Ammon is Nektanebus bij de Koningin Olympias gekomen en heeft
+door zijn toverkunst ook koning Philip kunnen doen gelooven dat diens
+gemalin door een God zwanger is geworden. Allerlei wonderen gebeuren er
+bij de geboorte van Alexander. Nektanebus wordt een van de opvoeders van
+de knaap, maar deze doodt hem wanneer hij te weten komt dat het zijn
+vader was. Verder zijn Zeuxis en vooral ook Aristoteles de leraars van
+Alexander. Hij wordt in de &bdquo;zeven liberale kunsten&rdquo; onderwezen en wint
+een ieder voor zich, door zijn verstand en zijn beminnelikheid, hij is
+vooral zo vrijgevig dat zijn ouders en leraars het bedenkelik beginnen
+te vinden. Na het wilde paard Bucephalus getemd en afgericht te hebben,
+trekt de jongen met permissie van zijn vader naar de Olympiese spelen.
+Daar hoont een andere vorst hem en spuugt zelfs naar hem; met kalme
+zelfbeheersing verdraagt de jongeling eerst de belediging, maar wreekt
+zich door hem onder de spelen ter aarde te vellen. Als hij thuis komt,
+hoort hij dat zijn vader Olympias verstoten heeft en op 't punt staat
+met een ander bruiloft te vieren, Alexander ijlt de feestzaal binnen,
+geeft zijn vader een bittere en scherpe terechtwijzing en dwingt hem
+zijn echtgenote weer in haar oude waardigheid te herstellen.</p>
+
+<p>Zo luidt de geschiedenis van Alexander's jeugd. In de middeleeuwen
+krijgt die een andere kleur en vorm,&mdash;met trekken van het baronachtige,
+het ridderlike en het fantastiese. Nog vrijwel in<span class="pagenum" title="134"></span><a id="p_134"></a> de antieke atmosfeer
+bleef de Zuid-Italiaanse priester die ongeveer 1000 jaar n. C. een
+bewerking van de stof gaf in Latijnse proza: &bdquo;<span xml:lang="la">de Proeliis</span>&rdquo;. In de
+11<sup>de</sup> eeuw was er een geleerd geestelike, <span xml:lang="fr">Albéric de Briançon</span>, die een
+Provençaals gedicht schreef met Julius Valerius als bron, maar die nu en
+dan ook de echte klassieke historici er ter vergelijking bijhaalde: zijn
+doel is asketies: de geschiedenis van Alexander te schilderen als een
+groot bewijs voor de waarheid van het woord van de Prediker: &bdquo;Alles is
+ijdelheid&rdquo;, maar hij schijnt&mdash;slechts een klein fragment is er van
+over&mdash;de oude verhalen toch veelal in de toon der heldenpoëzie gestemd
+te hebben. Maar geheel in de stijl en het rhytme daarvan wordt Albéric's
+gedicht in de 12<sup>de</sup> eeuw overgebracht in een Noord-Franse bewerking
+uit de grensstreken tussen Noord- en Zuid-Frankrijk. En tegelijk duikt
+het ook aan de overzijde van de Rijn op, toen een priester Lamprecht uit
+Keulen of omstreken, het in Duitse verzen weergaf en het tot een hele
+roman uitwerkte. Bij Lamprecht begint het hoofse element reeds hier en
+daar de ongeneerde baronnen-poëzie op zijde te dringen. Maar geheel en
+al in de geest der riddertijd is de bewerking die het gedicht van
+Lamprecht tegen het einde der eeuw onderging, en nog meer is dit het
+geval met een grote Noord-Franse Alexanderroman, welks oudste deel van
+<span xml:lang="fr">Lambert le Tort</span> is, maar waarvan de laatste versie (ongeveer 1185) wordt
+toegeschreven aan Alexander van Bernay of van Parijs.&mdash;</p>
+
+<p>IJverig protesteren die middeleeuwse baronnen- en riddergedichten er
+tegen dat Alexander een onecht kind zou zijn, een spruit van een
+heksenmeester&mdash;&bdquo;gelijk enkele troubadours beweerd hebben&rdquo;&mdash;; neen! zo
+iets moge waar zijn van een Merlijn of de boze graven van Anjou, maar
+Alexander was voorzeker van echte koninklike stam! En een echte &bdquo;<span xml:lang="fr">fils de
+baron</span>&rdquo; is de knaap dan ook van zijn wieg af. Zijn ene oog is blauw als
+dat van de draak, zijn andere zwart als dat van de griffioen, de borst
+van een min is hem niet genoeg,&mdash;de vrouw van een ridder moet hem met
+een gouden lepel voeden,&mdash;en hij vliegt op als men hem aanraakt; als hij
+opgroeit, wil hij alleen edele ridders om zich heen hebben en
+verwaardigt zich niet een schildknaap of mindere aan te kijken. In
+latere versies is het nog meer het welopgevoede kind van een edelman dat
+op de voorgrond geschoven wordt: de knaap is &bdquo;<span xml:lang="fr">gentile</span>&rdquo; en glimlacht
+vriendelik tegen een ieder die hem aanspreekt. Zijn opvoeding is die van
+een middeleeuws vorstenzoon. Hij wordt in de wapenen geoefend, in de
+rechtspleging volgens<span class="pagenum" title="135"></span><a id="p_135"></a> alle vormen van het leenrecht, in goede manieren
+en gedrag. Dertig gravenzonen die op de zelfde dag als de prins geboren
+zijn, worden met hem opgevoed en blijven zijn lijfwacht vormen&mdash;men
+vergelijke het boek der Macchabaeën I, 7. Met grote animo en zeer
+levendig wordt verteld hoe hij Bucephalus inrijdt en temt,&mdash;het paard
+heet met de nodige fantasie een kruising tussen een oliefant en een
+drommedaris. Tot grote schrik van iedereen rijdt de prins het getemde
+dier de slotstrap op, de zaal in, dwars over alle tafels en banken, dan
+stijgt hij er af, geeft het paard aan een stalknecht over en vraagt zijn
+vader hem tot ridder te slaan&mdash;hem zelf zo wel als zijn volgelingen.
+Uitvoerig worden de middeleeuwse ceremonieën bij deze handeling
+geschilderd. Eerst moeten de jonge mannen baden; als men heel natuurlik
+water binnen wil brengen, verklaart Alexander &bdquo;mannelik&rdquo; dat zij alleen
+maar in de zee willen baden. Terwijl de jonge mannen in het water
+rondspartelen, laat de koningin de nieuwe kleeren naar 't strand
+brengen&mdash;die speelden toen de zelfde rol als nu bij de aanneming,&mdash;en
+tegelijk daarmee zendt de koning de paarden en wapenen daarheen. Toen
+had gij&mdash;barst de zanger uit&mdash;die massa's van hermelijnen pelsen eens
+moeten zien, van zijden stoffen, van marterbont, gezadelde paarden en
+wapenrustingen. De koningin is zelf gekomen om naar de badenden te
+kijken,&mdash;zij heeft een baldakijn boven het hoofd om zich tegen de warmte
+te beschutten&mdash;en naderhand geven de kamerdienaars Alexander's
+volgelingen hun klederen aan, maar de koningin zelf trekt die haar zoon
+aan. Eerst een hemd zonder naad en uit één stuk, (als de rok van
+Kristus),&mdash;uit Engeland was dat over Friesland aan koning Philippus
+gezonden&mdash;die beschermd tegen wonden en hete wellust,&mdash;gelijk ascetiese
+haren hemden en de &bdquo;helm&rdquo; waar sommigen mede geboren heten. Daaroverheen
+krijgt hij een zijden kleed dat vervaardigd is door feeën in een bos bij
+Babylon en dat hem door een tovenaar gebracht is; wanneer men dat
+aanheeft, voelt men noch warmte noch kou. Daarna legt zijn moeder hem
+een hermelijnen mantel over de schouders met een rand van pantervel; als
+men die aan heeft, krijgt men nooit wit haar. En zo nog andere
+kledingstukken met allerlei wonderbare eigenschappen. Nadat zij gekleed
+zijn, slaat koning Philippus al die jonge lieden tot ridders en geeft
+hun wapenen. Het zwaard van Alexander is door een fee van koningin
+Penthesilea gebracht, zijn harnas is van Arabies goud, de helm is van
+Cornwall&mdash;in zijn tijd heeft koning Arthur die<span class="pagenum" title="136"></span><a id="p_136"></a> opgehad; het schild is
+door koning Salomo gezonden,&mdash;dat is nog van Samson geweest. Nu gaan de
+nieuwe ridders onder het oog van de dames ridderoefeningen houden; die
+zitten de schone jonge prins te bewonderen en zeggen tegen elkaar: &bdquo;Als
+hij en ik bij elkaar lagen, zou ik hem niets kunnen weigeren.&rdquo; Eindelik
+roepen de herauten hen aan tafel en de ridders laten zich dat niet twee
+keer zeggen; Alexander komt vlak tegenover zijn moeder te zitten die
+niet laten kan hem aan te zitten kijken.</p>
+
+<p>De scène met de Olympiese spelen waar de antieke berichten nu van
+vertellen, kunnen de Middeleeuwen niet begrijpen, Alexander's
+glimlachende zelfbeheersching bij de bespotting door een vreemde vorst,
+kunnen ze ook niet bewonderen. In plaats daarvan komt dan ook een oorlog
+die met een <ins class="corr" id="corr25" title="Bron: scéne">scène</ins> uit een echte &bdquo;Chauson de geste&rdquo; begint.
+Boodschappers van een vreemde koning komen de zaal binnen, waar Koning
+Philip hof houdt, en eisen overmoedig de betaling van een schatting.
+Terwijl men radeloos in de zaal zit te kijken, springt Alexander op,
+weigert brutaalweg de schatting te betalen en zendt de mannen terug met
+een uitdaging. Gelijk in de Franse heldendichten gaat hij op tafel staan
+om mannen aan te werven en, &bdquo;gelijk een edele ridder&rdquo; laat hij, door het
+gehele rijk, het geld van woekeraars en allen die zich verrijkt hebben
+opeisen, om daarmede de ridders te kunnen wapenen; op raad van
+Aristoteles omringt hij zich verder, op 't voorbeeld van Karel de Grote,
+met 12 pairs. Geheel en al in de trant van de oude heldengedichten
+worden nu de oorlog en de slagen geschilderd: ze rijden er op Arabiese
+paarden, de banier waait boven het leger, de werpspiesen vallen dicht
+als de Mei-regen, &bdquo;daar had gij menig schild in stukken kunnen zien, en
+menige gebarsten helm en rusting.&rdquo; In een tweegevecht velt ten slotte
+Alexander de vreemde koning. Later hoort hij vertellen van de rijke stad
+Athene, die zo goed door haar &bdquo;baronnen&rdquo; bewaakt wordt, dat die
+onneembaar geacht wordt; terstond besluit de eergierige prins naar die
+stad op te trekken. Maar het bericht dat zijn vader op nieuw in 't
+huwelik wil treden, roept hem ijlings naar huis. Het komt tot een hevige
+scène in de grote zaal waar de bruiloft gevierd wordt, maar als Koning
+Philip, verbitterd, zijn zoon een zwaard in de zijde wil stoten,
+struikelt hij en wordt gewond, waarop Alexander hem in zijn armen
+opneemt, hem op een bed legt, en hem door zijn verwijten en door hem
+zacht toe te spreken er toe brengt zich met Alexander's moeder te
+verzoenen. Er is hier iets veel brutalers en tegelijkertijd iets veel
+sentimentelers <span class="pagenum" title="137"></span><a id="p_137"></a>dan bij de corresponderende scène in de antieke bronnen.</p>
+
+<p>Kort daarna sterft koning Philippus en nu trekt Alexander als koning op
+zijn grote veroveringen en ontdekkingsreis uit. Hierover hadden de
+Oosters-antieke berichten al veel te vertellen. Ten eerste over
+Alexander's snuggerheid en slimheid. Hoe kalm en geestig wijst hij de
+overmoedige spottende brieven van de koning der Barbaren en diens gaven
+niet terug; hoe hij vermomd de stad van de Persiese koning binnendringt
+om daar te verspieden en zich zelfs bij hem aan tafel weet in te
+dringen, maar hoe hij zich door die schitterende pracht volstrekt niet
+laat verblinden,&mdash;kalm steekt hij de gouden beker, die hem voorgehouden
+wordt, bij zich, met de woorden, dat zulks de gewoonte is bij Alexander
+van Macedonië. Dan over zijn grootmoedigheid en zijn beminnelikheid. Hij
+behandelt de moeder en de echtgenote van de koning van Perzië zeer goed
+en neemt Roxana, de dochter tot vrouw. Vreedzaam bezoekt hij het land
+der Amazonen en die betalen hem schatting. Na Porus, de koning der
+Indiërs overwonnen en geveld te hebben, voert hij in alle vormen een
+briefwisseling met diens schoondochter Candace, die hem geschenken doet
+toekomen en in 't geheim zelfs zijn portret laat schilderen. Alexander
+komt er later toe haar hulp te verlenen tegen de vijand, en daar hij de
+dood van Porus op zijn geweten heeft, durft hij zich niet anders dan
+vermomd naar diens rijk op reis begeven, waar hij zo de residentie van
+de koningin bezoekt; maar zij herkent hem door zijn portret, doch
+verraadt hem niet aan haar hovelingen en ontvangt hem vriendelik. Overal
+is Alexander de dappere krijgsman, maar nog meer de verstandige, slimme
+veldheer en nog 't allermeest de geestige, galante, edelmoedige vorst.</p>
+
+<p>Maar ook is hij de personificatie van de onverzadigbare drang naar
+onderzoek en de onverschrokken lust naar avonturen. Wat de ouden in hun
+wildste fantasie voor vreemds hadden wensen te zien, is in de tochten
+van Alexander verpersoonlikt. Dieper en dieper dringt het leger Azië
+binnen en de wonderen worden steeds groter. Daar zijn allerlei
+merkwaardige mensen en dieren; b.v. de ichthyofagi, een bron waarin men
+dode vissen dompelt waarop ze weer levend worden, eilanden in de zee die
+plotseling duiken en zo enorme vissen blijken te zijn, sprekende bomen
+op de zon en de maan. Op een berg, door een muur van saphir omgeven,
+komen Alexander en zijn mannen in een prachtige tempel, waar allerlei
+vreemde dingen te zien zijn: een karbonkel verlicht de ruimte, een vogel
+uit een gouden kooi roept hun waarschuwende<span class="pagenum" title="138"></span><a id="p_138"></a> woorden tegen, op een
+vergulden ligbank rust een in zijde gekleed persoon met een gesluierd
+gezicht. Niettegenstaande de waarschuwingen wil Alexander de vogel en de
+karbonkel grijpen, maar nu begint de man op de rustbank zich te bewegen,
+en terwijl Alexander steeds nog kalm zijn verschrikte volgelingen
+uitnodigt plaats te nemen en te gaan eten en drinken, barst er nu op
+eens een verschrikkelik onweer los en hoort men een hels lawaai van
+fluiten en pauken en cymbalen,&mdash;de gehele berg begint te roken en
+ijlings vluchten allen. Alexander daalt zelf in een glazen klok op de
+bodem van de zee neer om de diepte na te sporen en hij laat een
+vernuftig mechanisme maken waardoor hij zich met behulp van gebonden
+griffioenen in de lucht op kan heffen om de hoogte te onderzoeken.</p>
+
+<p>Dit was nu alles natuurlik net iets voor de Middeleeuwen. Maar reeds aan
+het einde van de oudheid was een asceties-religieuze opvatting op de
+voorgrond gekomen, voor welke die gehele geschiedenis van Alexander
+niets anders was dan één groot voorbeeld van menselike
+onverzadigbaarheid, ijdele eergierigheid en verwaande nieuwsgierigheid.
+Met de gymnosophisten van Indië, boedhistiese filosofen, behandelt
+Alexander diepzinnige vraagstukken als de kwestie welke van de twee er
+eerder was: de nacht of de dag, en of er meer levenden zijn dan doden of
+omgekeerd. Voor hen die in Maja en in het Nirwana geloofden, is
+Alexander slechts de wereldse ijdelheid en begeerte die tot niets
+leiden. En deze opvatting gaat ook op de middeleeuwse geestelikheid
+over. Evenals Caesar in talrijke middeleeuwse verzen van zijn graf uit
+spreekt en er de mensheid aan herinnert dat hij zich nu met een klein
+plekje aarde moet vergenoegen en een steen, hij, voor wie de gehele
+wereld in zijn leven niet groot genoeg was, zo vlocht de monniksgeest
+episoden in de Alexander-gedichten in, die aan de parabelen van de
+Talmud en het Oosten waren ontleend en die als &bdquo;memento mori&rdquo;
+waarschuwende woorden tot de veroveraar der wereld moesten spreken.
+Wanneer hij van zijn expeditie naar de bodem van de zee terugkomt, is
+hij in ernstige overpeinzingen verzonken. Ook daar, bij de vissen, heeft
+hij gezien dat de groten de kleinen opeten, en ook daar zitten
+begeerlikheid en hebzucht aan het roer en zijn de wortel van alle kwaad.
+Een andermaal hoort hij een boer van een bron vertellen die wijsheid
+verleent, maar hij die begerig is, moet er niet van drinken, want voor
+zo iemand wordt die een vergift dat krankzinnig maakt. Alexander beveelt
+de boer terstond hem naar<span class="pagenum" title="139"></span><a id="p_139"></a> die bron te brengen. Op weg daarheen komen
+zij voorbij een landgoed, waarover de boer vertelt dat de verkoper, een
+arme edelman en de koper, een burger, in edelmoedigheid met elkaar
+schijnen te wedijveren, daar geen van tweeën zich een schat van 100 ton
+gouds wil toeëigenen, die men daarop begraven heeft gevonden. &bdquo;Die man
+is gewoon gek, die burger,&rdquo; roept Alexander uit, &bdquo;in zijn plaats zou ik
+er geen dukaat van terug gegeven hebben.&rdquo; Waarop de boer zegt dat hij
+Alexander dan niet durft raden uit die bron te drinken en werkelik
+vloeit er dan ook, als ze naderbij komen, bloed uit in plaats van
+water.&mdash;Ergens anders lezen zij dat het leger van Alexander bij een
+enorm gesloten kasteel komt, niets meer of minder dan het aardse
+paradijs. Een paar van zijn mannen kloppen aan en eisen uit naam van
+Alexander het betalen van een schatting. Nadat zij lang zijn blijven
+kloppen, wordt er een klein luikje open gedaan en geeft een oud man hun
+daardoor een steen, waarin een mensenoog gegrift staat. Een oude Jood
+verklaart daarop aan Alexander dat die steen zo zwaar is dat al het goud
+der wereld er niet tegen opweegt; maar wanneer men slechts het oog met
+een weinig slijk bedekt, wordt de steen heel licht. Dat is een simbool
+van het menselik oog dat door al het goud der wereld niet verzadigd
+wordt, maar welks begerigheid pas niet meer opgewekt wordt, wanneer het
+onder de aarde ligt. De eerste van die parabels is uit het Arabies, de
+tweede uit de Talmud.</p>
+
+<p>Ofschoon, de ridderlike opvatting laat zich aan Oosterse wijsheid weinig
+gelegen liggen. Die houdt zich aan Alexander als hij uitroept: &bdquo;ons erf
+is, onder het hemelblauw, de hele aard, wat mij zo pijnlik treft en mij
+zo zeer bezwaart, is dat de wereld werd gebouwd op al te eng een
+rots,&mdash;God schiep te klein de aard voor mannentrots.&rdquo; Of aan het schone
+antwoord dat de Macedoniese koning de gymnosofisten geeft, wanneer die
+hem vragen waarom hij zo heen en weer trekt, ofschoon hij toch gelijk
+alle andere mensen sterven moet: &bdquo;Dat wordt slechts door de hoogste
+voorzienigheid bestuurd, en wij zijn haar dienaren, die uit moeten
+voeren wat die beveelt; de zee komt niet in beweging tenzij de wind er
+over heen strijkt. Ik zou gaarne willen rusten, maar Hij die mijn geest
+bestuurt, laat dat mij niet toe,&rdquo;&mdash;het antwoord van een heldengeest op
+de bezwaren van de burgerlikheid, die <span xml:lang="fr">Tegnèr</span> zo prachtig beschreven
+heeft in zijn gedicht over &bdquo;Alexander aan de Hydaspes&rdquo;. En door zijn
+gehele optreden protesteert Alexander ook tegen de geestelike
+beschuldigingen van onverzadelike <span class="pagenum" title="140"></span><a id="p_140"></a>hebzucht. Porus biedt Alexander
+schatten als hij, Porus, zijn rijk terug krijgt; in de antieke bronnen
+neemt Alexander het goud aan, maar in de Franse ridderroman geeft hij
+Porus zijn rijk voor niets terug. &bdquo;Een begerig man kan nooit een rijk
+veroveren, hij zal integendeel kwijt raken wat hij heeft. Indien mijne
+volkeren mij lief hebben, is het vanwege mijn vrijgevigheid. Ik geef
+allen wat zij hebben willen.&rdquo; Alexander is alleen daarom onverzadelik in
+het nemen, omdat het geven een passie voor hem is geworden. Hij wordt
+het voorbeeld in de middeleeuwen, van ridderlike, vorstelike &bdquo;<span xml:lang="fr">largesse</span>&rdquo;.
+Reeds toen hij 11 jaar oud was bedolf hij de groten des rijks zo zeer
+onder zijn geschenken, dat ze zijn vader kwamen waarschuwen: &bdquo;Indien hij
+Heer was over de gehele wereld, zou hij die binnen 14 dagen weg geven.&rdquo;
+Waar hij ook komt, overal deelt hij uit, rechts en links, dikwels geeft
+hij zo ook het land dat hij veroverd heeft terug. Aan een jongleur die
+zijn eigen liederen op de fluit akkompagneert, geeft hij een gehele stad
+ten geschenke,&mdash;een antiek motief waaraan een geheel nieuwe wending
+gegeven is; een andere keer schenkt hij een ridder die een kleinigheid
+vraagt, een geheel land, en wanneer de ander, geheel en al in de war,
+zegt dat hij liever geld en kleeren wil hebben, voegt Alexander hem
+verachtelik toe: &bdquo;Ik ken u niet, en het hart in uw lijf niet,&mdash;maar zo
+zijn nu de geschenken welke de koning van Macedonië geeft&rdquo;; (vgl.
+Seneca: <span xml:lang="la">De Beneficiis</span>, II, 16). Eens komt een Aziaties &bdquo;baron&rdquo; klagen
+dat hij door zijn leenheer verongelijkt is; dadelik trekt Alexander
+daarheen, hoewel zijn weg daar niet langs liep en verschaft hem recht;
+een andere keer, als hij een stad veroverd heeft, laat hij zich
+bewegen,&mdash;hij is immers de &bdquo;bloem der hoofsheid&rdquo;&mdash;door de tranen van de
+schone gevangen hertogsdochter, als hij merkt hoe haar blik voortdurend
+op een der mannelike gevangenen blijft rusten, ondervraagt hij ze beiden
+en wanneer hij hoort dat zij elkaar trouw liefhebben, schenkt hij hun de
+vrijheid en geeft een feest bij hun huwelik.</p>
+
+<p>Want gelanterie tegen de vrouwen hoort meer dan iets anders tot zijn
+ridderlike vorstendeugden. Het erotiese element neemt hoe langer hoe
+groter plaats in. In de episode met Candace die Alexander's portret laat
+maken en die door hem incognito bezocht wordt, was in de antieke versie
+dat element in 't geheel niet aanwezig, daar vond men niets dan
+galanterie en grootmoedigheid van twee vijanden tegenover elkaar. Maar
+in de middeleeuwse roman is zij op Alexander verliefd geworden door<span class="pagenum" title="141"></span><a id="p_141"></a> de
+roem die er van hem uitstraalde en als hij haar bezoekt, biedt zij hem
+zelf onverholen dadelik haar liefde aan, die hij dan ook volop te
+genieten krijgt. Met veel détails schilderen die romans dan ook het
+bezoek in het land der Amazonen. Allerliefst is hoe de koningin het
+leger van Alexander twee maagden tegemoet zendt, Flore en Beauté, met
+geschenken en beloften van hulde. Koket gekleed&mdash;de tedere huid is door
+het open kleed te zien&mdash;trekken ze op weg en zingen onder het rijden een
+lied van de schone jongeling die zijn eigen schaduw in het water zag en
+van verlangen daarnaar verteerde; zij komen twee van Alexander's
+baronnen tegen en vragen die met hen mede naar 't kamp te willen gaan.
+Onder veel plichtplegingen leiden de ridders hun paarden bij de teugels,
+eerst stribbelen de jonge meisjes een beetje tegen, maar zij laten zich
+toch al heel gauw een kusje ontstelen, en wanneer zij hun boodschap bij
+Alexander verricht hebben&mdash;hij komplimenteert o. a. hun koningin over de
+verstandige zet om zulke schone gezanten af te vaardigen&mdash;vragen de
+ridders verlof aan Alexander, met de twee jonkvrouwen te mogen trouwen,
+die daar meer dan bereid toe zijn. Later komt de koningin der Amazonen
+zelf op bezoek, en Alexander ontvangt haar met veel praal; zij en haar
+vrouwen voeren allerlei gymnastiese spelen uit en zij werpt haar
+overkleed af om haar lichaam onder het spel beter te laten uitkomen.</p>
+
+<p>De drang naar avonturen en de lust naar ontdekkingen brengen Alexander
+meer en meer oostwaarts en hoe verder hij daarheen doordringt, des te
+merkwaardiger dingen krijgt hij te zien. Wat over die tocht van
+Alexander het nodige licht werpt en het een nieuwe glans bijzet, is het
+verlangen als in de tijden der kruistochten naar het Oosten. Talrijke
+merkwaardigheden die de kruisvaarders bij de Saracenen gezien hebben of
+waar ze over hebben horen spreken, worden nu gebruikt om aan de
+beschrijving van Alexander's tochten lokale kleur bij te zetten.
+Bijvoorbeeld de grote prachtig versierde tenten die de Saracenen
+gebruikten en die nog in onze dagen tot de luxe-voorwerpen van het
+Oosten behoren; de kruisvaarders hadden er meer dan een zo veroverd en
+Europese vorsten kregen die wel van Oosterse prinsen ten geschenke. Of
+fraaie grafmonumenten, kostbaar van buiten zo wel als van binnen
+versierd, met eeuwig brandende lampen, die door magneten vrij in de
+grafkamer blijven zweven en dergelijke dingen meer,&mdash;dit kan iets
+geweest zijn wat de kruisvaarders zich nog van antieke en Oosterse
+grafmonumenten<span class="pagenum" title="142"></span><a id="p_142"></a> herinnerden of&mdash;een echo van de vele verhalen die over
+het graf van de profeet in Mekka liepen. Tenslotte allerlei mechaniese
+kunstwerken, die in het keizerlik paleis te Byzantium of in de paleizen
+der Saracenen-vorsten zulk een indruk op de reizigers gemaakt hadden.
+Kronieken en sagen vloeien over van de gedetailleerde beschrijvingen
+daarvan. Reeds Haroen al Rashid moet Karel de Grote automatiese
+speelwerken gezonden hebben; in het paleis der Kalifen te Bagdad was een
+gouden boom te zien met zingende metalen vogels; om die boom heen
+voerden automatiese ruiters toernooien op, en van die zelfde kracht was
+het kunst en vliegwerk aan het hof van Byzantium, zo als dat in
+gedichten en kronieken beschreven staat. En dit alles komt ook overal in
+de Alexander-romans voor. Beschrijvingen van fantastiese
+natuurmerkwaardigheden, waar men op de kruistochten kennis mede had
+gemaakt, werden ook in de verhalen die daarover al in de oude bronnen te
+vinden waren, ingevlochten. Evenals de kruisvaarders, werd het leger van
+Alexander, wanneer het zich des avonds om de vuren bij een bron in de
+woestijn had nedergeslagen, plotseling gealarmeerd door het bericht dat
+alle dieren der woestijn daar hun dorst kwamen lessen, en in grote
+scharen kwamen ze dan aanzetten, witte leeuwen, schorpioenen en andere.
+Of wel hoort het leger plotseling in de duisternis tot zijn grote schrik
+als een tromgeroffel boven hen&mdash;dat zijn de vleugelslagen van grote
+scharen gieren of andere roofvogels. Ook aan de Keltiese sagen hebben de
+Alexander-romans blijkbaar fantastiese trekken ontleend. Wij worden
+altans sterk aan de Bretonse romans herinnerd, wanneer het leger over
+&bdquo;<span xml:lang="fr">le tertre avantureux</span>&rdquo; trekt, waar de dapperen lafaards worden, en de
+laffen moedig, of door een betoverd dal waar niemand zijn weg door en
+uit kan vinden, totdat ze eindelik na allerlei toverkunsten, door een
+duivel geholpen worden, die Alexander onder een steen vandaan haalt,
+waar hij gevangen zit.</p>
+
+<p>Maar het verst naar het Oosten zijn de schoonste wonderen te
+vinden&mdash;daar ginds aan de uiterste rand van de aarde, waar men van de
+bergen van Indië uit de zee-ring kan zien die de aarde omgeeft. Hier
+vindt men de zonne- en maan-bomen die Alexander zijn spoedige dood
+voorspellen. Hier is de &bdquo;fontein der verjonging&rdquo;,&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">fontaine de
+Jouvence</span>&rdquo;,&mdash;die waarover de Priester Johannes ook spreekt in zijn brief
+aan de Griekse keizer; dat is een zij-rivier van een der stromen in het
+Paradijs. Alexander en zijn mannen baden zich daar in en krijgen dan hun
+jeugd terug. Hier, in 't Oosten, zijn ook de merkwaardigste bossen<span class="pagenum" title="143"></span><a id="p_143"></a> te
+vinden, van welker gekruide lucht de mensen leven en waarin de
+mandragora en andere wonderplanten groeien. Daaruit klinkt Alexander en
+zijn mannen zulk een wonderbaarlik schoon gezang tegemoet, dat zij al
+hun smart en bekommernis vergeten, &bdquo;alles wat hun van kindsbeen af voor
+kwaads overkomen is&rdquo; en zij ontdekken daar in 't bos de aanvalligste
+meisjes die daar lachend onder de bomen spelen. Dat zijn bosnymfen die
+in 't voorjaar uit de knoppen van de bomen ontstaan, doch alleen maar
+onder de schaduw der bomen kunnen leven,&mdash;zeker wel een Oosterse sage.
+Het leger slaat zich in dat bos neer en de soldaten van Alexander kiezen
+elk zulk een nymf uit die zij zich tot vrouw nemen en zo leven zij in
+vreugde en genot. Maar als dan het najaar komt en de bloemen verwelken
+en de bladeren vallen,&mdash;dan verteren ook,&mdash;smartelijk als het is om aan
+te zien&mdash;de lieve kleine wezentjes en sterven ze. Verdrietig trekken de
+soldaten verder.</p>
+
+<p>Als een ideaal van vorstelike grootmoedigheid en drang naar ridderlike
+avonturen bleef die figuur van Alexander voor de gehele fantasie der
+Middeleeuwen leven en zijn leven werd steeds weer in rijmkronieken,
+romans en volksboeken beschreven. En van de tijd der kruistochten over
+Marco Polo tot Columbus toe, is het Indië uit de Alexander-literatuur
+dat de schrijvers voorzweeft als het aardse paradijs en het doelwit van
+aller reisverlangens; nog nà de ontdekking van Amerika zocht men in
+Florida naar de &bdquo;<span xml:lang="fr">fontaine de Jouvence</span>&rdquo;.</p>
+
+<h2><a id="XII"></a>XII.</h2>
+
+<p class="subh2">ROMANTIES-KLASSIEKE LITERATUUR.</p>
+
+<p>Alexander&mdash;dat was half middeleeuws, half Oosters-antiek werk. De
+oudheid zelf was, zoals wij gezien hebben, voor de fantasie der
+Middeleeuwen nooit geheel dood geweest. De grote massa had van munten en
+ivoorwerk en andere kleinodiën, van half vergane beelden en reliëfs een
+wazige voorstelling van Griekse goden en Romeinse keizers en de fantasie
+der studerende klerken was vervuld van een bonte menigte barokke beelden
+van de Griekse mythenwereld en Romeinse geschiedenis. Maar vooral stond
+men toch onder de invloed van de dekadente, vervallen oudheid; er waren
+half-barbaarse triomfbogen en sarkofagen uit de latere keizertijd over
+en bovendien had men mythografen en de<span class="pagenum" title="144"></span><a id="p_144"></a> lexicografen en de florilegia
+uit de rhetoren-scholen die in 't bizonder bestudeerd werden. De Griekse
+oudheid&mdash;Homerus zowel als de treurspeldichters&mdash;lag helemaal buiten hun
+gezichtseinder; de schrijvers der Latijnse Gouden Eeuw&mdash;misschien zelfs
+Ovidius en Virgilius&mdash;werden meest in latere prosa-bewerkingen of
+uittreksels gelezen en in de nationalistiese interpretaties der
+grammatici was Uranus tot een koninklike sterrekundige geworden, Medusa
+tot een Libyse vorstin en Aeolus tot een weerprofeet en uitvinder van de
+zeilen op de schepen. Reeds lang hadden zich hier en daar geesteliken
+geamuseerd met een episode uit Ovidius of Virgilius in Latijnse verzen
+te behandelen, maar van omstreeks het jaar 1100 af brengen de
+rondtrekkende scholieren en halfgestudeerde speellieden talrijke
+voorstellingen uit de oudheid in omloop. Aan de hoven zong men of
+vertelde men van Narcissus en van Orfeus, of de geschiedenis van Dido en
+Aeneas; dergelijke verhalen worden nu ook overal in de geestelike romans
+ingevlochten. Enkele van die berijmde vertellingen naar Ovidius zijn in
+'t Frans en Engels tot ons gekomen; ook nog fragmenten van komplete
+vertalingen in het Frans en Duits van Ovidius' &bdquo;<span xml:lang="la">Metamorphoses</span>&rdquo;. In de
+&bdquo;<span xml:lang="la">Gesta Romanorum</span>&rdquo;, een Latijnse verzameling van kleine
+prozavertellingen, en de vele bewerkingen daarvan in de volkstaal van
+verschillende landen, vinden we ook nog verschillende motieven van
+Ovidius en Livius terug.</p>
+
+<p>Het is een geromantiseerde klassieke literatuur&mdash;barok ingekleed,
+grillig en vreemd&mdash;soms erg nuchter en zonder enig begrip er van, in
+huiselike middeleeuwse toestanden omgezet, soms daarentegen door vrome
+geesteliken tot in een ideale sfeer opgeheven of door de fantasie der
+speellieden tot het niveau van de gewoonste avontuurtjes teruggebracht.</p>
+
+<p>Eerst zijn er dan hele massa's goden en godinnen. Men raakt de kluts bij
+al die namen gemakkelik kwijt: Apollo en Apelles, Cybele en Sibylle zijn
+licht te verwarren; sommigen dachten eigelik, zoals b.v. de kerkvaders,
+dat zij duivels waren,&mdash;zo werd er b.v. gezegd dat Apollo door de
+Saracenen aangebeden en vereerd werd, even goed als Mahomed en
+Tervagaunt en al die andere duivelse goden van hen&mdash;maar anderen
+beweerden dat Apollo een speelman geweest was, die ook een uitstekend
+jager was en de mensen à raison van zoveel de toekomst voorspelde.
+Tovenaars en boze wezens waren het in elk geval; men moest maar eens bij
+Meester Ovidius lezen, hoe Jupiter zich in alle gedaanten om kon toveren
+en wat een hoereerder en<span class="pagenum" title="145"></span><a id="p_145"></a> Sodomiet hij was. Maar het was toch maar het
+beste op goede voet met hen te staan, daar wist Paulus van mee te
+spreken, toen de hele familie uit de Olympus met hun rijke gaven aan
+kwam zetten,&mdash;Apollo met apoteek-zalf, Ceres met een massa zakken koren,
+Pallas met een hele vracht boeken.</p>
+
+<p>Dan was er al die andere hekserij en duivelskunsten, waar de klerken der
+oudheid van wisten te vertellen. Waternymfen zoals die ook in Bretagne
+voorkwamen; zeemeerminnen en sirenen die &bdquo;een lied zingen dat musica
+heet, en dat de schippers in 't verderf stort&rdquo;; de kleine duivel Spin
+(d. w. z. Sfinks) die alle mensen in de afgrond wierp, welke zijn
+raadsels niet konden oplossen; de tovenaar Virgilius die even ervaren
+was in de zwarte kunst als Merlijn bij de Britten, en allerlei snuggere
+mechanismen op 't Capitool te Rome aanbracht ter bescherming van het
+Romeinse rijk. Toverij moet er ook geschuild hebben, dacht de <span xml:lang="fr">trouvère</span>,
+in die geschiedenis van een vorst die een witte koe bezat die zulke
+heerlike melk gaf en die hij door een man met honderd ogen liet bewaken,
+of in het verhaal van de koningsdochter Ariadne, wier vrijers allemaal
+naar een grote tuin gebracht werden, die zodanig ingericht was dat
+niemand er weer uit wist te komen, terwijl er nog een lelik beest van
+een leeuw ook in huis hield. Maar 't alleraardigste in al die klassieke
+feeënverhalen was dat van koning Orpheus wiens koningin Heurodis naar 't
+onderaardse feeënrijk van Pluto weggevoerd was. Wanhopend trekt Orpheus
+weg en leeft als een wildeman alleen in 't bos: alleen zijn harp heeft
+hij meegenomen en alle wilde dieren komen naar hem luisteren als hij
+daar op speelt. Dikwels ziet hij daar in de stilte van het bos de
+Alfenkoning op jacht met zijn gehele gevolg en onder de vrolike dames
+daaronder ontdekt hij op een zekere dag zijn geroofde vrouw. In zijn
+speelmanskleedij gaat hij met de stoet mede door een opening in de berg
+naar het prachtige slot van de Alfenkoning en dààr speelt Orpheus zó
+schoon voor de koning en het hof dat hij permissie kreeg zijn Heurodis
+weer naar zijn eigen koninkrijk mede te nemen. (De Engelse <span xml:lang="en">Sir Orfeo</span>
+naar een verloren Frans <i xml:lang="fr">lai</i>.)</p>
+
+<p>Even als nu de ridderverhalen uit zijn eigen tijd tekenden zich voor de
+<span xml:lang="fr">trouvère</span> al die mooie aandoenlike liefdesgeschiedenissen af, waar
+Ovidius van vertelde,&mdash;van Prinses Atalante die met haar vrijers een
+wedloop aanging en hoe een arm ridder die won omdat hij een rozenkrans,
+een zijden ceintuur en een gouden bal bij zich had gestoken die hij
+onderweg liet vallen; van Pyramus <span class="pagenum" title="146"></span><a id="p_146"></a>en Thisbe die niettegenstaande &bdquo;die
+huote&rdquo; (de bewakers) in het groene bos elkaar zouden ontmoeten, maar zo
+ongelukkig om het leven kwamen, maar vooral de schone geschiedenis van
+Narcissus: dat was een allerheerlikste jonge man, met haar, zo verguld
+dat een jonkvrouw het als gouddraad had kunnen gebruiken om mede te
+borduren, en met een mond die alle vrouwen een &bdquo;kus mij&rdquo; scheen toe te
+roepen, en ogen die reeds menige jonkvrouw gewond moesten hebben. De
+vorstendochter zit aan het raam in haar vaders slot en wordt door Amor's
+pijl verwond wanneer hij voorbij komt; slapeloos wentelt zij zich op
+haar sponde heen en weer, zodat zij haar kamenier moet roepen om 't bed
+over te maken, de volgende dag gaat zij in 't bos wandelen, en ontmoet
+daar de ridder en bekent hem stamelend en blozend haar liefde,&mdash;alleen
+om door de hardvochtige jongeling uitgelachen te worden. Maar de straf
+van de God der liefde blijft niet uit. Als hij, vermoeid van de jacht,
+zich bij een boom neer heeft gelegd, wordt hij door zijn eigen beeld
+bekoord en versmacht van ongelukkige liefde; de vorstendochter komt de
+stervende jongeling nog eens opzoeken,&mdash;met gebroken hart vindt men haar
+later over 's jongelings lijk.</p>
+
+<p>En zo zijn er nog zeer vele geschiedenissen. Maar tot gehele grote
+romans zwollen de vertellingen op van de drie meest belangrijke
+gebeurtenissen in de oudheid: de strijd om Thebe, waar Statius in zijn
+heldendicht van had verteld, de stichting van het Romeinse rijk door
+Aeneas waar Virgilius van had gezongen en de verovering van Troje waar
+Dares en Dictys een betrouwbare schildering van gegeven hadden. Deze
+romans werden in het midden van de 12<sup>de</sup> eeuw in Frankrijk geschreven,
+ergens aan de kant van Anjou-Poitou.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De twee epopeeën van Virgilius en Statius werden met ernst en ijverig
+door de middeleeuwse literair-ontwikkelde geesteliken gelezen. Vooral
+Virgilius was reeds van de laatste jaren der oudheid het Latijns
+leesboek bij uitnemendheid voor alle scholen geweest, elke regel van de
+Aeneis werd literair en uit een grammaties oogpunt verklaard; op het
+toneel en in natuurschilderingen en geweven behangsels werden Dido en
+Aeneas roerend afgebeeld en wat de Sofisten begonnen hadden, zetten de
+middeleeuwse geesteliken voort: het gedicht werd allegories opgevat en
+geïnterpreteerd. Zo was het vol van alle menselike wijsheid, als een
+fabel symbolies aangeduid,&mdash;beweerde de kerk&mdash;en terwijl<span class="pagenum" title="147"></span><a id="p_147"></a> velen in
+Virgilius de grote tovenaar en duizendkunstenaar zagen, en zijn boek
+opsloegen om de voorspellingen er in, verklaarden anderen dat hij
+Kristen was en verwezen daarvoor naar de bekende vierde Ecloga, waarin
+de Mantuaan de zege van het kristendom voorspeld had. Zo werd ook
+Statius tot een kristen gemaakt en de Thebaïde was niet minder beroemd
+en alom bekend dan de Aeneide.</p>
+
+<p>Maar als de twee Latijnse heldengedichten nu tot onderhoudende romans
+voor ridders en hun dames omgewerkt worden, zet de schrijver de deftige
+hexameters en de epiese kunststijl eerst en vooral in een gewone
+verteltrant en in achtlettergrepige rijmkroniekverzen om, waardoor alles
+in een meer flegmatiese toon gestemd wordt en tot een heel wat lagere
+sfeer afdaalt. &bdquo;<span xml:lang="la">Infandum regina, jubes renovare dolorem,</span>&rdquo; wordt tot
+&bdquo;Vrouwe zegt hij, al mijn smarte wekt gij weer van harte.&rdquo; &bdquo;<span xml:lang="la">Et hæc
+meminisse juvabit</span>&rdquo; heet nu: &bdquo;Eens zal het u vreugde schenken,&mdash;hier weer
+aan terug te denken,&mdash;dan deelt gij dikwels vrolik mee, 't kwaad door U
+geleên op zee.&rdquo; &bdquo;<span xml:lang="la">Manet alta mente repostum&mdash;judicium Paridis spretæque
+injuria formae,</span>&rdquo; luidt: &bdquo;Juno, de hemelkoningin,&mdash;voor hen met afgunst
+in den zin, had een gevoel van grote haat, voor elk die kwam uit Troja's
+staat, sinds Paris 't oordeel had gesproken,&mdash;moest zij op Troja's macht
+gewroken.&rdquo; De machtige kaskaden van 't oude rhythme zijn tot een vulgair
+kabbelen en babbelen geworden. Zo wordt ook de gehele inkleding van de
+epiese stijl weggeworpen: de vergelijkingen, de epitheta en de andere
+rhetoriese figuren. En daarmede gaat ook het gehele mythologiese
+godenapparaat overboord, dat er ook bij de Romeinse kunstdichters reeds
+heel losjes bij hing en geheel verdwenen moet zijn in de
+proza-bewerkingen voor schoolgebruik die de Middeleeuwse dichters
+waarschijnlik gekend hebben. Wanneer Fama naar koning Euander ijlt met
+de boodschap van Pallas' dood, wordt dit in de vertaling dat de koning
+mannen uitzendt om nieuws te horen waar zij mee naar huis moeten komen.
+In plaats van Iris in Virgilius komen gewone spionnen, zelfs de rol van
+Venus in de Aeneis wordt eigelik niet veel meer dan die van een
+goedgezinde fee, en terwijl bij Virgilius Camilla een amazone is, die de
+kunst van bovennatuurlike sport verstond, wordt zij hier een gewone
+jonkvrouw uit de ridderwereld die paard rijdt en de wapens weet te
+hanteren.</p>
+
+<p>In 't algemeen ziet de Middeleeuwse dichter wat hij bij Virgilius en
+Statius leest, in het licht van zijn eigen tijd en interpreteert<span class="pagenum" title="148"></span><a id="p_148"></a> hij de
+woorden naar de betekenis die ze voor zijn eigen tijd hebben,&mdash;tekent
+hij en kleurt hij alles volgens de opvattingen der tijdgenoten. Wanneer
+hij van Thebe en Carthago leest, ziet hij de tinnen op de muren voor
+zich, ophaalbruggen en torens op de stadspoorten die elk door een graaf
+bewaakt worden. De tempels zijn voor hem gelijk Romaanse kerken, de
+soldaten zijn ridders. Amphiareus wordt in zijn verbeelding tot een
+aartsbisschop in helm en maliënkolder, gelijk Turpijn in het &bdquo;Chanson de
+Roland&rdquo;. Uitdrukkelik wordt hij met Turpijn vergeleken, gelijk Tydeus
+met Roland, des morgens, wanneer de torenwachter op zijn horen blaast en
+de nachtegalen in de pijnbomen slaan, komt Tydeus aangereden, kaarsrecht
+zit hij op zijn paard uit Gascogne, met de lans recht naar boven, met
+gulden sporen, met zijn zwaard dat Wieland gesmeed en meester Vulcanus
+geslepen heeft,&mdash;precies als Roland voor zijn schare bij Roncevaux. De
+Sibylle wordt een gerimpelde heks die de kunst van de &bdquo;necromantie&rdquo;
+verstaat. Wanneer Ismene, de zuster van Eteokles haar geliefde verloren
+heeft, gaat zij in een klooster en haar broeder verleent dat klooster
+molens en het recht tot visserij in de rivieren die daar voorbij
+vlieten. Nog meer wordt in de miniaturen der handschriften alles
+gemoderniseerd. Wanneer de boodschapper bijv. bij Aeneas komt, treft hij
+die aan het schaken.</p>
+
+<p>In vele opzichten ging het dan ook zeer gemakkelik om de oude
+heldenfeiten in de sfeer der &bdquo;chansons de geste&rdquo; over te
+brengen,&mdash;vooral omdat het Romeinse kunst-epos een naïeve oude
+sagawereld behandelde die in meer dan één punt op het zelfde
+beschavings-niveau stond als de Franse heldendichten. Wanneer Oedipus
+als de moordenaar van Laius diens weduwe nog met bloedige handen tracht
+te verzoenen door haar te huwen, dan is dat een erg barbarisme voor de
+zo zeer gekultiveerde dichter uit de Romeinse keizertijd, maar voor het
+publiek van de Franse heldenpoëzie was het gewoon en natuurlik. Evenzo
+dat de koning van Argos, de avond zelf van de aankomst der verbannen
+vreemdelingen, zijn dochters in de zaal doet leiden en ze aan de gasten
+ten huwelik biedt. Op zulke punten vonden de Franse <span xml:lang="fr">trouvère</span> en de
+rhapsode van de oorspronkelike oude Griekse heldensage elkaar weer
+achter de artistieke behandeling van Statius. Of wanneer Tydeus met de
+gezanten voor Thebe komt en gewapend de zaal binnenrijdt, waar de koning
+met zijn mannen zit te eten,&mdash;wanneer Tydeus hun daar zijn uitdaging
+naar 't hoofd slingert, waarop ze elkaar over en weer met bedreigingen
+<span class="pagenum" title="149"></span><a id="p_149"></a>overladen, en wanneer hij dan op de terugweg in een hinderlaag valt,
+maar er zich dapper doorslaat,&mdash;dan is dit presies als het de afgezant
+van Karel de Grote verging in een van de Franse heldendichten.</p>
+
+<p>Maar toch is er genoeg nieuws en merkwaardigs dat de fantasie van de
+Middeleeuwse dichter boeit. Feitelik leert hij van de antieke kunst de
+wereld van buiten te schetsen en te schilderen. Terwijl de oude
+kronieken droog waren en grauw en ook de heldendichten nog het
+schilderachtige misten, leert nu de roman van Virgilius en Statius de
+kunst van het beschrijven. Ofschoon,&mdash;zelfs nu vinden wij er nog geen
+uitwerking in détails van gewone dagelikse dingen. Waar Virgilius
+homeries schildert hoe de mannen van Aeneas vonken uit steen slaan, de
+sintels in bladen bewaren enz., daar roept de <span xml:lang="fr">trouvère</span> alleen maar: &bdquo;zij
+legden een vuur aan en bereidden een maaltijd.&rdquo; Het elegies-romantiese
+natuurgevoel van de stadsbewoner kent hij niet. Als Virgilius van de
+sombere rotsen en schrikaanjagende bossen van de Libyse kust vertelt of
+hoe de bladeren in 't najaar vallen en de kraanvogels voor 't vertrek
+bijéén komen, laat de roman dit weg. Maar wel heeft die van Virgilius en
+Statius geleerd de kleerdrachten en wapenrustingen te beschrijven, een
+kamp of een storm op zee, offers in de tempel of gymnastiekspelen. En
+dan tracht de schrijver alle beschrijvingen te overtreffen door de
+pracht van zijn wapenen en tenten, grafmonumenten of kunst- en
+vliegwerk,&mdash;presies als in de Alexanderroman. Op het kapitool van
+Karthago worden van die zelfde toverwerken aangebracht die volgens de
+&bdquo;<span xml:lang="la">Mirabilia urbis Romae</span>&rdquo; op het kapitool van het oude Rome te vinden
+waren; Karthago heeft magneten als muren&mdash;evenals er volgens de reizen
+van Sindbad de zeeman, magneet-bergen (volgens de verhalen van een
+Spaanse jood: glazen muren) om Damascus zijn. Men tracht Virgilius te
+overtreffen bij het schilderen van de ongure détails van het nederdalen
+in de hel, waarbij Charon tot een duivel wordt. Allerlei
+natuur-merkwaardigheden worden er in gevoegd: uit het schuim op de bek
+van Cerberus groeit een vergift, dat stiefmoeders aan hun stiefkinderen
+geven. De mannen van Aeneas vangen kleine visjes waar ze rood purper uit
+halen,&mdash;het zwarte purper krijgen ze daarentegen uit een slang die
+krokodil heet, enz.</p>
+
+<p>Evenals in de Alexanderromans, ontleent men ook trekken aan de
+kruistochten om een Oosterse lokale kleur te scheppen. Meer dan een
+episode is uit de kronieken en heldendichten over de<span class="pagenum" title="150"></span><a id="p_150"></a> kruistochten, naar
+'t schijnt, overgenomen. Daarin vindt men b.v. zulk een verhaal als van
+een troep oude grijze soldaten die op het kritiese ogenblik in een
+gevecht de kruisvaarders ter hulp waren gesneld,&mdash;niemand wist waar
+vandaan,&mdash;in de geestelike kronieken is het een hemelse heerschare van
+in het wit geklede martelaars (&bdquo;<span xml:lang="la">militum Christi cohors candida</span>&rdquo; is
+immers de oude naam der martelaars), in het heldengedicht zijn het
+alleen maar veteranen die hun witte baard over hun kolder hebben laten
+vallen, zoals in de Chanson de Roland de oude krijgslieden van Karel de
+Grote doen. Die hulp door oude grijze mannen vinden wij ook weer in de
+&bdquo;Zeven tegen Thebe&rdquo; terug. Evenzo kan men in een episode van diezelfde
+roman een vertelling uit de kruistocht herkennen van een der emirs van
+Antiochië, wiens zoon door de Franken gevangen was genomen, maar
+grootmoedig naar zijn vader terug gezonden wordt met rijke geschenken,
+waarop deze tot dank de stad verraderlik aan Bohemund overgaf.</p>
+
+<p>Maar het schelst komt het verschil van sfeer tussen het Latijnse epos en
+de roman van de <span xml:lang="fr">trouvères</span> uit bij de behandeling van zielstoestanden.
+Daar staat elegante kultuur tegenover naïeve natuur. Een jongeling die
+met Ismene, de zuster des konings, verloofd is, wordt stervend uit de
+slag naar huis gedragen en vraagt om nog slechts ééns, voor 't laatst,
+zijn bruid te mogen zien. Bij de antieke dichter houdt een gevoel van
+schaamte om haar liefde en smart op straat te tonen, de jonge vorstelike
+maagd in haar vertwijfeling terug; haar moeder moet haar dwingen zich
+naar zijn sponde te begeven en zo lang er mensen tegenwoordig zijn,
+staat zij stil en kalm bij de stervende; eerst wanneer zij met de dode
+alleen is, werpt zij zich jammerend op de baar neder en geeft haar
+gevoelens lucht. In het Franse gedicht is het jonge meisje op het punt
+van angst te bezwijmen, maar ijlt dan naar de baar van de stervende.
+Daar valt zij dan als dood om, &bdquo;koud als ijs en groen als klimop&rdquo;,
+slechts merken de omstanders op dat er aan haar nek nog een ader is die
+licht klopt; wanneer zij weer tot zich zelf komt, durft haar moeder haar
+niet naar het lijk te laten brengen, maar Ismene verklaart dat als zij
+'t niet te zien krijgt, haar hart van smart zal barsten. Lang daarna
+blijft ze nog in aandoenlike klachten bij de dode zitten wenen. Dat zijn
+naïeve, frisse menselike gevoelens tegenover stijve antieke &bdquo;<span xml:lang="de">Sitte</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Maar van de gehele tragiese grootheid in de sage over Thebe, van de
+misdaden en de lotgevallen van een mensengeslacht die de Romeinse
+rhetoricus gevoelde en trachtte te bewaren, blijft bij<span class="pagenum" title="151"></span><a id="p_151"></a> de middeleeuwse
+geestelike niet veel meer over dan het aandoenlike en het
+moreel-didaktiese. Hij schrijft&mdash;zo vertelt hij&mdash;om door een
+afschuwwekkend voorbeeld te tonen hoe vreselik hij gestraft wordt die
+&bdquo;tegen de natuur&rdquo; handelt, en hoe vreselik de vloek eens vaders werken
+kan. Maar meest wordt de tragiek toch slechts aandoenlik. De kolossale
+Tydeus zal b.v. de piep-jonge Aton in de strijd ontmoeten, de verloofde
+van Ismene. Bij Statius verwaardigt hij zich niet werkelik met de jongen
+te vechten, maar werpt in 't voorbijgaan honend een speer naar hem,
+waardoor hij hem dodelik wondt, waarop hij kalm verder loopt, en
+versmaadt het lijk te plunderen, gelijk een leeuw het bloed van het
+kleine vee niet lust, maar alleen dat van de stier wil drinken. In de
+Franse Roman daarentegen waagt Tydeus niet Aton kwaad te doen;&mdash;om vele
+redenen, zegt hij lachend, wil ik niet met je vechten, gij zijt zo
+schoon en nog zo jong en bijna ongewapend; gij had liever thuis moeten
+blijven; je geliefde zou er geen plezier in hebben als wij samen vechten
+gingen. Woedend over die spot, slaat de jonge man er nu op los, zodat
+Tydeus zich zelf verweren moet, hij wil hem alleen maar even op zijn
+schild slaan, maar kent zijn eigen kracht niet goed en, dodelik gewond,
+stort de ander neer. De reus voelt zich daar heel en al ongelukkig over,
+maar de verslagene erkent dat Tydeus zonder schuld is en wordt nu
+stervend door de mannen van Tydeus naar Thebe gedragen.</p>
+
+<p>Reeds bij Statius wordt er een zachtere toon aangeslagen,&mdash;hij was meer
+bij Ovidius dan bij Virgilius in de leer geweest&mdash;en nu toont de
+romanschrijver alle mogelike voorliefde voor het aandoenlike, het
+gracieuse, het galante en het erotiese. In Atys en in Parthenopaeus, de
+vrijers van Ismene en Antigone, had Statius de ephebus getekend, zeer
+jeugdig nog, die de rijpe oudheid zo graag zag, en in kunst en poëzie
+vereerde. De schoonheid van de 15-jarige wordt in de ridderromans in
+meer details aangegeven: zijn gezicht is witter dan &bdquo;sneeuw op de
+takken&rdquo;, met een zachte blos er over heen, de levende, heldere ogen zijn
+vol vrolikheid, de volle kin zonder baard; zijn haar is omwonden met een
+groen zijden lint, ook zijn kleêren zijn van zijde. Wanneer de
+heldengedichten de knaap in strijd schilderden, was dat alleen om te
+doen zien wat een waaghals hij was en hoe hij vurig en woest de anderen
+in kracht trachtte te overtreffen. Hier daarentegen worden de lezers er
+aan herinnerd wat er voor een fijne jonkvrouwelike wang achter de helm
+en een tenger lichaampje onder de<span class="pagenum" title="152"></span><a id="p_152"></a> maliënkolder zit, en hoe de knaap
+onder het gevecht naar zijn geliefde verlangt zo als zij naar hem. Juist
+gelijk de heldenpoëzij de amazones, de &bdquo;schildmaagden&rdquo; bewondert, omdat
+zij zich werkelik boven hun geslacht hebben weten te verheffen en de
+mannen gelijk geworden zijn,&mdash;zo ook nog de Camilla van
+Virgilius&mdash;terwijl daarentegen de ridderroman de gedachten meer in 't
+bizonder vestigt op de naakte jonkvrouwelike huid onder de maliënkolder
+en er de nadruk op legt hoe Camilla niettegenstaande alles vrouw is
+gebleven, schoon en beminnelik: overdag duldde zij geen vrouw in haar
+nabijheid, maar 's nachts kwam geen man haar maagdelik vertrek binnen.</p>
+
+<p>Het galant erotiese verknoeit, verwatert de wilde tragiek. Bij Statius
+ijlt Jokaste, de oude moeder der twee strijdende broeders in de vroege
+morgenstond, bleek met ongekamd hangende haren&mdash;een Erinye om aan te
+zien&mdash;naar het vijandelike kamp, steunend op haar dochters; haar borst
+is naakt en onder wild weeklagen slaat zij haar armen aan 't bloeden;
+woest klopt zij op de poort en baant zich niettegenstaande alle
+tegenstand een weg tot de koningstent waar zij haar klachten en boosheid
+over haar zoon uitstort. Maar in de roman trekt zij netjes zo als 't
+hoort met een gezantschap op weg, vergezeld van haar twee schone, fraai
+uitgedoste dochters; voorname jongelingen leiden de paarden der dames.
+Evenals Flore en Beauté in de Alexanderromans maken ze onderweg kennis
+met een paar van de vreemde ridders die ze naar het kamp vergezellen.
+Een van hen is de jonge vorst Parthenopaeus die &bdquo;naar de Franse mode&rdquo;
+gekleed is. Die wordt terstond op de schone Antigone verliefd, wier
+lichaam door het eenvoudig blanke purperen gewaad heen te zien komt, en
+dat bovendien tot aan de gordel toe open staat; heur haar is omwonden
+met zilverdraad. Onderweg voeren ze een levendige conversatie, zonder
+onfatsoenlike woorden, maar toch ook niet al te ernstig of deftig,
+integendeel schertsend en vriendschappelik. Hij vraagt haar dadelik of
+zij zijn vriendin wil zijn. Trots maar beleefd antwoordt zij dat die
+liefde wel wat al te spoedig in zijn werk zou gaan; zo iets kan men aan
+herderinnetjes vragen en aan andere lichte vrouwen, maar zij is maagd en
+koningsdochter en kan zich niet zo vlug tot zo iets lenen. &bdquo;Maar daarom
+zeg ik niet&rdquo; voegt zij er met haar aangeboren natuurlikheid bij&mdash;&bdquo;en
+daar durf ik gerust voor uitkomen, dat ik u niet zeer lief kan hebben,
+indien gij van mijn eigen stand waart, en het uitgemaakt was dat ik uw
+vrouw zou worden. Want schoon zijt gij voor alle anderen<span class="pagenum" title="153"></span><a id="p_153"></a> en nooit zag
+ik zulk een edel heer.&rdquo; Niets van dit alles vindt men bij Statius. Nu
+vertelt Parthenopaeus dat hij uit een koninklik geslacht is en dan
+vraagt zij hem er met haar moeder over te willen spreken. Die vindt
+alles zelf wel goed, maar zij wil toch de zaak eerst thuis met Eteokles
+overleggen en zo rijden ze verder; zo weinig bekommeren de jongelui zich
+over de vredesonderhandelingen dat zij wensten dat de tocht naar 't kamp
+nog lang zou duren. En als dan daarna Jokaste in de tent des konings
+over de &bdquo;overeenkomst&rdquo; onderhandelt, blijven de jonge ridders haar
+dochters gezelschap houden en maken ze 't hof (<span xml:lang="fr">doneier</span>) en ze vragen God
+de onderhandelingen niet al te gauw ten einde te brengen. Ismene, die in
+een goede leerschool geweest is, doet niets dan disputeren en weet haar
+tongetje aardig te roeren; zij verdedigt het standpunt van Thebe,
+terwijl Antigone met 't oog op Parthenopæus steeds aan de kant der
+Grieken staat. Zo oppervlakkig is het tragiese konflikt in Antigone
+voorgesteld. Wanneer de onderhandelingen mislukt zijn en de strijd
+opnieuw ontbrandt, zendt Parthenopæus het paard van een verslagen
+Thebaan als trofee naar zijn dame&mdash;zij en Ismene zitten juist onder de
+schaduw van een pijnboom naar het gevecht te kijken&mdash;en Antigone zendt
+hem haar groeten terug met een betuiging van haar gevoelens van
+liefde.&mdash;Intussen volgt Ismene met haar ogen de heldendaden van haar
+geliefde, de Thebaan Aton,&mdash;zij herkent hem aan de zijden mouw die hij
+als haar ridder draagt&mdash;en zij raakt door die heldendaden zo zeer in
+vervoering dat zij zweert hem te zullen belonen: Of ik nu een domheid
+bega of niet, maar ik geloof toch dat ik bij hem zal slapen.</p>
+
+<p>Ook koning Eteokles had een liefdesavontuur, hij maakt de dochter van
+een zijner aanvoerders het hof,&mdash;en de aard van zijn verhouding tot haar
+wordt nog aangegeven door het zeer weinig fatsoenlike portret van zijn
+geliefde dat hij voor de grap op zijn schild heeft laten aanbrengen (ook
+graaf Willem van Poitou liet zijn vriendin op zijn schild afbeelden; hij
+wilde haar in de slag dragen die hem zo dikwels in het bed gedragen
+had). Zij had heel lang de gebeden van haar koning weerstaan, maar eens
+had haar vader een verraad begaan, en nu stond zijn leven op 't spel en
+Antigone leidde nu de jonge maagd naar haar broeder. Een
+pikant-aandoenlike scène,&mdash;die, gelijk zo dikwels in de middeleeuwse
+romans veel naïefs en ruws achter sentimentaliteit verbergt. Wij horen
+hoe schoon zij in haar verdriet is; van haar haar dat zij zich niet de
+moeite gegeven heeft op te maken; de<span class="pagenum" title="154"></span><a id="p_154"></a> kleine zachte mond welks volle
+lippen als gemaakt zijn om te kussen; haar ogen, glimlachend en vol
+liefde, die nu bedauwd zijn; haar tranen, schoner dan de glimlach van
+andere vrouwen; onschuldig ziet zij er uit, haar woorden klinken zacht.
+De koning kan zich nauweliks inhouden om haar niet vriendelik te gemoet
+te snellen, maar hij verliest zijn waardigheid niet uit 't oog en wil
+haar nu geen medelijden tonen die dit nooit voor hem had. Maar Antigone
+zal haar voorspraak zijn, en zij raadt hun aan elkaar barmhartigheid te
+tonen en zij slaagt er in de verzoening te weeg te brengen. En van nu af
+is Salamandre de vriendin des konings, dikwels trekt hij ten strijde om
+in haar ogen uit te blinken; wanneer ze alleen zijn, beloont zij hem
+daarvoor.</p>
+
+<p>Maar bij een kamp, werpt Parthenopaeus de koning van zijn paard&mdash;doden
+wil hij hem niet, want hij hoopt immers zijn zwager te worden&mdash;maar
+verraderlik velt een van 's konings trawanten de jonge held, tot grote
+smart van Eteokles die zelf zijn zuster's hand voor hem bestemd had.
+Boven in een van de torens zitten juist Antigone en Salamandre bij hun
+borduurraam naar de strijd te kijken; vergeefs tracht de laatste de
+wanhopige koningsdochter in te houden.&mdash;&bdquo;Gij zijt van koninklijk
+geslacht,&rdquo; zegt zij eigenaardig genoeg, &bdquo;en moet u kunnen beheersen,
+opdat men u niet lake,&rdquo;&mdash;maar nog geen week later heeft Antigone zich
+dood geweend.</p>
+
+<p>Dit alles is er bijgevoegd en de elegante figuur van de jeugdige
+Parthenopaeus ging even als de jonge liefde van Aton en Ismene reeds in
+de laatste helft van de 12<sup>de</sup> eeuw in de gemeenschappelike poëtiese
+schatkamer van de lyriek der troubadours en hun romans over.</p>
+
+<p>Maar in de &bdquo;Roman van Aeneas&rdquo; kwamen er twee liefdes-episodes voor
+waarbij die in de roman van Thebe in 't niet verzonken. De gehele
+nationale achtergrond waarop in het Romeinse epos de avonturen van
+Aeneas zich aftekenen en van waar ze verlicht worden, is in de
+middeleeuwse roman natuurlik verdwenen. De Aeneis toch was een Romeins
+nationaal gedicht, geschreven ter verheerliking van het Romeinse
+keizerschap om de stichting van het rijk aan het overoude, eerwaardige
+Ilium te verbinden en het onder de bescherming der eeuwige machten te
+plaatsen; dat alle avonturen van Aeneas, van de val van Ilium af tot de
+opoffering van Dido toe, schakels zijn in de keten van een goddelike
+wereldorde, die tot het Augustiaanse keizerrijk leiden moet,&mdash;dat is de
+idee die grootheid en waardigheid, ethiek en pathos<span class="pagenum" title="155"></span><a id="p_155"></a> over alle personen
+en gebeurtenissen van het gedicht werpt. Maar in de Middeleeuwse roman
+schrompelden die reuzenafmetingen in tot een heel weinig belangrijk
+geschiedenisje van een vluchteling, die met enige schepen omdwaalt,
+gastvrij door een koningin ontvangen wordt, die hem lief heeft, maar die
+hij trouweloos verlaat, waarop hij grond in Latium verwerft en in de
+strijd het rijk en de koningsdochter weet te veroveren. Een avontuurlike
+roman zoals b.v. Apollonius van Tyrus dat geweest was, en zonder dat er
+sprake is van noodlot of een missie. De enige hoofdepisode is zijn
+liefdebetrekking tot de koningin van Carthago. De vorstin die evenals
+Medea in de oude saga een vreemdeling haar liefde schenkt maar door hem
+verlaten wordt, heeft bij Virgilius een myties-heroiese grootheid over
+zich en er is iets van een natuurmacht, iets van een noodlot in de
+liefde van die twee en haar dood. In de Franse roman daarentegen is het
+niets dan een avontuurtje tussen een man en een vrouw, die hun luimen
+volgen en zelf hun noodlot bezegelen. Naïef wordt er eerst verhaald hoe
+Aeneas, vergezeld door Ascanius, op bezoek komt in het slot van Dido; in
+de roman bepaalt zich de goddelike interventie tot het feit dat Venus
+het gift van de liefde op de lippen van de knaap uitgegoten heeft, en
+terwijl onder het bezoek dan eens de gastvrouw, dan eens de vader dat
+lieve kind kussen, zuigen ze beiden de liefde in. Vooral vlamt die in
+Dido op en als zij des avonds hare gasten op 't slot naar bed heeft
+gebracht, &bdquo;kan zij er zich nauweliks toe brengen weg te gaan&rdquo;. Familiaar
+en realisties wordt dan haar slapelooze nacht geschilderd. Waar
+Virgilius zich vergenoegt met te zeggen dat &bdquo;de liefde-onrust gunt geen
+slaap haar in de ogen&rdquo;, gaapt hier de heldin, rekt zich uit, zucht,
+denkt er over na hoe hij was en wat hij zeide; zij zoent het hoofdkussen
+en omhelst het, terwijl zij zich verbeeldt dat zij hem naakt in haar
+armen sluit. Met zulke détails schilderde ook de troubadour van Provence
+de slapeloze nacht van zijn geliefde. Met de dageraad staat ze op en
+roept haar kamenier niet, maar ijlt terstond naar haar zuster Anna. Bij
+Virgilius houdt zij dan een lange pathetiese rede tot haar zuster
+volgens alle regelen van de kunst, over haar liefde tot de vreemdeling,
+maar ook over de eed die zij haar gestorven echtgenoot gezworen had dat
+zij eeuwig weduwe zou blijven. Naïef, maar natuurgetrouw heet het in de
+roman: &bdquo;Anna, ik geloof dat ik niet langer kan blijven leven,
+zuster!&rdquo;&mdash;&bdquo;Wat is er dan gebeurd?&rdquo;&mdash;&bdquo;Ik ben mijzelf niet meer, ik kan
+het niet meer verbergen: ik heb lief.&rdquo;&mdash;&bdquo;En <span class="pagenum" title="156"></span><a id="p_156"></a>wie is het?&rdquo;&mdash;&bdquo;Dit zal ik
+je zeggen, het is voorwaar hij...&rdquo; Maar wanneer zij zijn naam zal
+noemen, valt zij in zwijm en kan zij pas later voortgaan. Haar zuster
+antwoordt ook niet in zulk een deftige speech als de Anna van Virgilius,
+maar tracht haar te doen begrijpen,&mdash;prakties en cynies, als later zo
+dikwels de koppelaarsters in de ridderromans&mdash;dat die trouw jegens een
+afgestorvene nu niet zo heel veel betekent, dat zij van hem toch geen
+plezier kan hebben of een erfgenaam krijgen; het is een goed waar woord:
+&bdquo;laat de doden voor de doden en de levenden voor de levenden zorgen.&rdquo; Er
+moet toch ook iemand zijn om het land te verdedigen.</p>
+
+<p>Nu geeft de koningin zich geheel en al aan haar passie over en onder het
+samenzijn met Aeneas groeit die de volgende dagen steeds aan; zij weet
+niet wat zij doet, vraagt haar gast duizend maal hetzelfde en vertelt
+hem los en vast, alleen maar om met hem te kunnen praten. Om haar
+gedachten te verzetten&mdash;hier worden de gebeurtenissen weer, als
+gewoonlik bij de Middeleeuwse dichters, zuiver psychologies gemotiveerd
+zonder het Virgiliaanse godenapparaat&mdash;arrangeert zij een jachtpartij.
+En gedurende die jacht is het dan dat Aeneas en Dido in een grot een
+schuilplaats zoeken voor een onweer. &bdquo;Die dag was het begin van dood en
+ongeluk; om decorum en haar reputatie geeft zij niet meer, zij vraagt
+niet om heimelike liefde, zij spreekt van een huwelik en verschoont haar
+val met deze naam.&rdquo; In die kuise algemene bewoordingen duidt Virgilius
+aan wat de <span xml:lang="fr">trouvère</span> zich niet geneert rond uit te zeggen: &bdquo;Daar zijn die
+twee nu alleen tesamen, hij doet met haar wat hem lust, veel geweld
+hoeft hij niet te gebruiken. De koningin weigert hem niets, maar geeft
+hem zijn wil; lang had zij er zelf naar verlangd.&rdquo; Bij Virgilius waar
+alles goddelik bestierd is met het oog op de missie van Aeneas, is het
+eigelik alleen Dido die lief heeft en wanneer Mercurius kort daarna
+Aeneas beveelt verder te trekken, gehoorzaamt deze zonder aarzelen. Maar
+hier voelt hij twijfel en gewetenswroeging, voor dat hij zijn besluit
+nemen kan. En 't duurt niet lang of Dido doorziet zijn plannen. Bij
+Virgilius raast Dido dan als een furie of een Bacchante in het paleis en
+de stad rond en giet in lange tirades haar klachten over de verrader
+uit, haar verwijten, haar woede en haar vloek: zij wenst zijn dood en
+verzekert dat zij als een zwarte furie om zijn lijkstoet zal fladderen.
+Anders bij de Franse Dido, zij is in 't kristendom opgevoed en in de
+wereld der baronnen en spreekt met heel wat meer vrouwelike
+ingetogenheid <span class="pagenum" title="157"></span><a id="p_157"></a>en zachtheid, zij smeekt om medelijden, vraagt hem of zij
+iets misdaan heeft, is bang voor haar baronnen die er al lang boos over
+waren dat zij zich met de vreemdeling ingelaten heeft, en zegt dat het
+haar dood zal zijn. Wanneer Aeneas weg zeilt, gaat zij de vrijwillige
+vlammendood tegemoet op die zelfde kussens waarop zij zijn liefde
+genoten heeft en kust het bed en zijn feestklederen, ten teken dat zij
+hem vergeven heeft. Terwijl de vlammen haar schone, blanke, zachte
+lichaam lekken, is &bdquo;Aeneas&rdquo; het enige woord dat zij er nog uit kan
+krijgen. Haar as wordt in een urn gedaan waarop geschreven staat: &bdquo;Hier
+rust Dido die voor haar liefde in den dood ging; nooit was er een betere
+heiden, als zij alleen maar niet plotseling door liefde was getroffen,
+maar haar liefde was misdaad.&rdquo; Terwijl Virgilius in Dido's dood alleen
+maar een grote hartstocht zag in haar schoonheid als natuurmacht, werd
+die voor de middeleeuwse dichter een voorwerp van aandoening en
+medelijden, een zedelik afschuwwekkend, maar ook stichtelik voorbeeld.</p>
+
+<p>Later landt Aeneas dan in Latium, waar koning Latinus heel spoedig
+geneigd blijkt de vreemdeling als zijn schoonzoon en erfgenaam aan te
+nemen, terwijl de koningin haar dochter Lavinia aan koning Turnus wil
+geven, die oudere rechten op haar kan laten gelden. De betrekking tussen
+Aeneas en Lavinia, bij Virgilius vluchtig aangeduid, maar misschien meer
+uitgewerkt in een niet overgeleverd later Latijns gedicht, wordt in de
+roman aangegrepen als een welkome aanleiding om daar weer een andere
+lang uitgesponnen liefdesgeschiedenis aan vast te knopen, waarin het
+onschuldige verliefdheidje van de jonge koningsdochter een schone
+tegenstelling vormt met de hete, ervaren passie van de vorstelike
+weduwe.</p>
+
+<p>Lavinia's moeder wil haar kind liefde voor Turnus doen voelen en tracht
+haar nu te verklaren wat liefde eigelik voor een eigenaardige koorts is.
+Maar als 't jonge meisje die beschrijving hoort, is 't enige wat zij
+daaruit afleidt, dat zij zich die ziekte wel van 't lijf zal weten te
+houden. Dan verklaart haar moeder verder hoe die ziekte juist zijn
+geneesmiddel in zich draagt, hoe er vreugde welt uit tranen en uit het
+bittere, zoet; laat zij maar even naar 't beeld van Amor kijken, die
+heeft pijlen maar ook een doos met zalf tegen de wonden door de pijlen
+veroorzaakt. Dit helpt alles niets, het jonge meisje wil haar rust
+bewaren. Deze hele scène herinnert aan de zoetsappige naïeveteit in
+&bdquo;Daphnis en Chloë&rdquo; of andere latere klassieke liefderomans. Intussen
+krijgt Lavinia<span class="pagenum" title="158"></span><a id="p_158"></a> onder een wapenstilstand van uit haar torenkamer Aeneas
+in het oog in het vijandelik kamp, en op 't zelfde ogenblik wordt zij
+door een liefdepijl gewond. Zij opent haar kamerdeur om hem beter te
+kunnen zien en vraagt nu zich zelf af&mdash;evenals Chloë&mdash;wat er toch
+eigelik is. Zou dat de ziekte zijn waar moeder onlangs over sprak? Maar
+waar zou de medicijn dan blijven die Amor, zoals moeder zeide,
+medebracht? Ik ben bang dat de doos verloren is en de zalf weg! Maar ik
+moet verbergen wat mij scheelt. Moeder zal woedend zijn dat ik de
+erfvijand liefheb. En zij blijft zo in zich zelf praten; daar komt het
+innerlike drama van het gehele zieleleven te voorschijn, waar de
+klassieken en de geestelike literatuur het oog der middeleeuwse
+schrijvers voor geopend hebben en die de romans van nu af, in eindeloze
+spitsvondige dialogen met zich zelf, trachten weer te geven. Een
+ogenblik denkt zij er werkelik aan zich tussen Turnus en Aeneas te
+verdelen, maar zij zet die lelike gedachte van zich af: ware liefde gaat
+slechts van één tot één; men kan tegen velen glimlachen, maar hij die
+meer dan een wil liefhebben, houdt zich niet aan de voorschriften der
+liefde. Zij denkt er over een boodschap naar Aeneas te sturen maar durft
+toch de eerste stap niet doen, hij mag toch niet denken dat zij
+lichtvaardig is. De gehele dag zit zij te staren in de richting die hij
+genomen heeft, en 's nachts ligt zij slapeloos te klagen dat Amor zo
+wreed is een arm, weerloos jong meisje te overvallen. Wanneer de
+koningin de volgende dag haar dochter zo bleek en afgevallen ziet
+verschijnen, begrijpt zij heel gauw wat haar scheelt en letter voor
+letter&mdash;in hele korte vragen en antwoorden, bijna als in de Latijnse
+komedies&mdash;weet zij de naam van het &bdquo;voorwerp&rdquo; uit Lavinia te halen.
+Verbitterd dat dit nu juist Aeneas moet zijn, tracht zij Lavinia tot
+andere gedachten te brengen door de ruwste en verschrikkelikste
+beschuldigingen tegen hem in te brengen, hoe Aeneas aan de paederastie
+doet,&mdash;ook dit duidt op een laat klassieke bron voor deze episode. Maar
+het helpt alles niet; wanneer het jonge meisje alleen gebleven is,
+schrijft zij een brief &bdquo;<span xml:lang="fr">tot en latin</span>&rdquo;, waarin zij Aeneas haar liefde
+bekent en om de zijne vraagt. Zij bindt die brief aan een pijl en weet
+door een list een boogschutter er toe te krijgen die naar het
+vijandelike kamp te schieten. Die liefdegroet is wel enigsins
+onvoorzichtig, maar bereikt toch zijn doel. De pijl valt naast Aeneas
+neer, die ziet de brief, leest die en kijkt in de richting van de toren
+waar zij hem kushanden toe staat te werpen. Als in de Noordfranse
+romances is het jonge meisje het nog dat het initiatief<span class="pagenum" title="159"></span><a id="p_159"></a> neemt; wij zijn
+nog niet tot het troubadour-standpunt gekomen. Aeneas neemt de
+toenadering goed op en staat van nu af dikwels naar de toren te kijken,
+tegenover zijn mannen doet hij heel naïef, net alsof het de toren zelf
+is die hij bewondert, maar zij begrijpen er alles van en plagen hem met
+allerlei toespelingen. Maar het is ook hier altijd de vrouw die 't meest
+door de liefde geplaagd wordt als in 't geval van Dido; maar <i>hij</i> vindt
+niet dat het geheel en al met zijn waardigheid strookt om te laten
+merken dat hij verliefd is en hij laat zich daarom soms een ganse dag
+niet zien. &bdquo;Hij die een vrouw wil liefhebben, zo redeneert hij, moet
+zijn hart niet al te haastig voor haar openen, hij moet zich enigsins op
+een afstand houden, want als de vrouw weet dat zij de sterkste is,
+krijgt hij dat spoedig te voelen.&rdquo; Wanhopig begint Lavinia hem reeds van
+al dat slechte te verdenken dat haar moeder haar voorgelogen heeft en
+besluit hem van nu af te haten,&mdash;&bdquo;als ik hem tenminste van ganser harte
+haten kàn&rdquo;; maar wanneer zij hem tegen de avond voorbij ziet rijden,
+zelf onder de indruk van wat zijn liefde hem doet ontberen, krijgt zij
+berouw over haar boosheid. &bdquo;Ach! het duurt te lang voor hij zijn recht
+van mij opeist. Zoete vriend, te voet zou ik naar uw tent willen gaan,
+het zou mij een genot zijn smart voor u te voelen.&rdquo; Het is als 't gevoel
+voor <span xml:lang="fr">Abélard</span> voor Héloise die zijn slavin wilde zijn. Zelfs als Aeneas
+eindelik Turnus, zijn mededinger, geveld heeft en recht heeft op het
+rijk en de prinses, houdt hij haar nog lang in haar smartelike
+onzekerheid; uit een soort trots of een soort verfijnde wreedheid wacht
+hij nog met zijn bezoek bij haar, en zij is verdrietig, daar zij denken
+moet dat hij haar veracht omdat zij de eerste stap gedaan heeft. Totdat
+ten slotte de kroningsfeestelikheden en de bruiloft op één dag plaats
+hebben.</p>
+
+<p>De episoden van Dido en Aeneas zowel als Lavinia en Aeneas bleven een
+voorbeeld voor talrijke latere ridderromans. Dit was over het algemeen
+ook met de roman van Aeneas het geval, niet alleen wat betreft de
+schilderachtige beschrijvingen, maar ook wat de levendige gesprekken
+aangaat, pikant gepointeerd, toen reeds echt Frans-spiritueel.</p>
+
+<p>Maar ook deze roman werd in de schaduw gesteld door een andere en latere
+navolger&mdash;het enorme werk van <span xml:lang="fr">Benoît de St. More</span>&mdash;de &bdquo;Roman van Troje&rdquo;,
+een gedicht uit ± 1160 en dat in vele opzichten onder de invloed van
+zijn twee voorgangers staat.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Van alle verhalen uit de oudheid was er geen één dat de Middeleeuwen <span class="pagenum" title="160"></span><a id="p_160"></a>zo
+bezig hield als dat van Troje. Evenals de Romeinen van de gevluchte
+Trojanen heetten af te stammen, zo trachtten zowel patriciese
+geslachten, enkele steden, als verschillende volken&mdash;Franken zowel als
+Britten&mdash;hun oorsprong tot Troje op te voeren. Reeds in de 7<sup>de</sup> eeuw
+kan men in de kroniek van Fredegarius lezen dat de Franken van Francio,
+de zoon van koning Priamus afstammen en in de offisiële dokumenten der
+Franse koningen komt die bewering voortdurend weer voor den dag. In een
+kroniek van de 9<sup>de</sup> eeuw beweren de Britten van hun kant ook van Troje
+te komen door een afstammeling van Aeneas, genaamd Brutus, waar ook de
+naam Britten dan vandaan zou komen. En er waren ook reeds heel wat
+Latijnse kronieken en Latijnse gedichten over de val van Troje
+geschreven, vóór een geestelike zich er nu toe aangordde om een berijmde
+roman over de beroemdste van alle klassieke verhalen te schrijven.</p>
+
+<p>Zijn bron was niet Homerus, maar twee Latijnse prosawerken, die
+respektievelik Dares en Dictys als schrijver noemden en die vrij korte
+uittreksels schijnen te zijn van Griekse of Latijnse werken uit de
+latere classiciteit.</p>
+
+<p>Het was een heel wat andere vorm waarin de geschiedenis van de
+verovering van Troje zich hier deed kennen dan bij Homerus. Alle twee de
+schrijvers doen zich voor als betrouwbare historici die zelf als
+ooggetuigen de gebeurtenissen hebben bijgewoond, dageliks hun dagboek
+daarover hebben bijgeschreven&mdash;Dares aan de kant der Trojanen, Dictys
+bij de Grieken&mdash;en die nu droog, kort en nauwkeurig, alles mededelen
+zoals dat een geschiedkundige uit de school van Thucydides en Sallustius
+past, zonder de partijdige leugens of de poëtiese fabelen van Homerus,
+en dus ook zonder de godenwereld die hij er zo kinderachtig bij haalt.
+<span xml:lang="fr">Benoît de St. More</span> in zijn Roman van Troje, gelooft vast en zeker dat
+zijn autoriteiten zelf in het Griekse en Trojaanse kamp rond hebben
+gedoold, maar dat verhindert niet dat hij zelf de droge mededelingen van
+zijn geschiedschrijvers met alle details aanvult die hij maar te pakken
+krijgen kan. Hij is uitstekend thuis in de wereld der Franse
+heldendichten en er lopen hem gedurig formulen en citaten daaruit in de
+pen; gevechten en verwondingen schildert hij ook met grote kennis van
+zaken en er ligt over zijn verzen iets van het strijdgenot zelf, de
+&bdquo;<span xml:lang="la">gaudia certaminis</span>&rdquo; der heldendichten, wanneer er in de horen geblazen
+wordt, de wapens in de zon schitteren, de banieren over het strijdgewoel
+waaien en de zwaarden tegen de helmen dreunen; het is dan ook zeker<span class="pagenum" title="161"></span><a id="p_161"></a> wel
+uit zijn hart gesproken wanneer een der helden van de oorlogszuchtige
+geestelike zegt: dat men nooit naar priesterraad luisteren mag, dat zijn
+altijd lafaards, die moeten thuis blijven, in de kerk bidden en zich
+niet met ridders bemoeien. Maar de romanticus die hij is, weet heel goed
+dat het leven in de Griekse oudheid er anders uitzag dan in Frankrijk
+ten tijde van Lodewijk de zevende en hij amuseert zich zelf zowel als
+zijn lezers met alle fraaiigheden op te dissen die hij maar vinden kan.
+Hij vertelt van lijkverbranding en de spelen die daar bij plaats hadden,
+&bdquo;want dezulken lees ik dat men in die dagen arrangeerde wanneer er een
+held gestorven was.&rdquo; Aan de verhalen over de kruistochten en aan het
+Oosten ontleent hij&mdash;evenals zijn voorgangers&mdash;heel wat exotiese kleur,
+nog meer bovennatuurlike natuurkunde en stukjes naïeve middeleeuwse
+kosmografie. Alles wat oud is en vreemd en merkwaardig, is voor hem één
+en hij zwelgt er gewoon in. Wat weet hij al niet te vertellen? Van de
+stad Troje, waar alles van marmer is en de straten geplaveid waren en
+gedeeltelik overdekt, zodat men er lopen kon zonder vuil te worden. Over
+het slot van Priamus dat hij bij zijn beschrijving versiert in de trant
+van de tempel van Salomo in het Boek der Koningen, of van het
+zonnepaleis bij Ovidius of het keizerlik paleis te Byzantium; in elke
+zuil en in elk kapiteel zijn bloemen- en dieren-versieringen
+gebeeldhouwd (als in de Romaanse kerken), de ramen zijn van kristal en
+in de kamers vindt men gouden standbeelden. Bizonder merkwaardig is &bdquo;de
+Kamer der Schoonheid&rdquo; die haar licht alleen kreeg van al de edelstenen,
+waarvan de vloer en de muren, de zuilen en de zoldering samengesteld
+waren&mdash;dezelfde waar ook het nieuwe Jerusalem in de openbaring van
+Johannes mede was opgebouwd,&mdash;en aan de zuilen waren weer beelden
+aangebracht die gelijk automaten dansten en speelden, bloemen op de
+grond strooiden en welriekende geuren verspreidden. Dan vertelt onze
+geestelike verder van al de prachtige en wonderbare kleêrdrachten die de
+Trojaanse dames aan hadden&mdash;al de nieuwe kleurrijke stoffen van de
+Levant met bonte patronen&mdash;en over de kleedij der soldaten, hun wapens
+en hun prachtige fantastiese schildversieringen, de met edelstenen
+bezette gouden helmen, hoeden van Indiese vogelveren, de mantel van
+Hektor uit rood laken van Saragossa, met vergulde leeuwen bedekt, met
+hermelijn gevoerd en met een rand van zwart sabelbont; de witte zijden
+paardendekken met vergulde bellen; strijdwagens van ivoor, de wielen van
+ebbenhout met goud beslagen. Zulke wonderwerken zijn dan natuurlik<span class="pagenum" title="162"></span><a id="p_162"></a> door
+tovenaars gemaakt of een geschenk van feeën. Wij horen ook van Centauren
+die aan het gevecht deelnamen en met pijl en boog schieten,&mdash;gelijk men
+ze onder de figuren van de dierenriem der Romaanse kerkportalen in steen
+uitgehouwen kan zien. Ten slotte vindt Benoît nog gelegenheid om, naar
+een fabuleuze wereldbeschrijving van voor de tijd van Karel de Grote,
+een heel overzicht te leveren over de merkwaardige landen en rivieren en
+volkeren van het Oosten.</p>
+
+<p>Ook de persoon zijner helden weet hij te beschrijven tot in de kleinste
+détails. Hier had hij de eigen woorden van Dares om zich aan te houden.
+Bij Dares en zeker ook wel bij Dictys waren er een hele reeks
+karakteristieken te vinden van alle personen, hun innerlik zo wel als
+hun uiterlik,&mdash;in de compendia die tot ons gekomen zijn, werken die met
+de nauwkeurige opgave van alle kentekenen als een soort offisiële pas.
+Het is waarschijnlik een soort uitvinding der rhetoren, net als de
+nauwkeurige beschrijvingen die men er plezier in had van kunstwerken te
+geven,&mdash;dergelijke voorstellingen van de optredende personen door een
+korte opgave van uiterlike en innerlike trekken kennen trouwens ook de
+IJslandse sagen. Van Grieken zowel als Trojanen worden door onze exacte,
+realistiese geschiedschrijvers de eigenaardigheden, maar ook de
+ondeugden opgesomd. Helena heeft een moedervlek, Briseis wordt enigsins
+ontsierd door haar samengegroeide wenkbrauwen, en er is ook iets niet in
+orde met Priamus die enigsins vreemd spreekt. Neoptolemos heeft een te
+dikke buik en grote ronde ogen; die had de rechten bestudeerd en kon
+verzen maken; de kleine dikke roodharige Aeneas is wel verstandig, maar
+denkt altijd 't eerst aan zijn eigen voordeel. Paris die anders zo
+schoon is, loopt toch met een enigsins kromme rug. Zelfs van Hektor kan
+men bij Dares lezen dat hij scheel is en stottert. En zo moet ook de
+<span xml:lang="fr">trouvère</span> wel in alle eerlikheid toegeven dat zijn lievelingsheld &bdquo;wel
+iets schoner had kunnen zijn&rdquo; en dat hij niet alleen iets of wat
+stotterde maar ook aan beide ogen scheel zag,&mdash;&bdquo;wat hem toch volstrekt
+niet misstaat&rdquo; haast hij zich er bij te voegen. En niettegenstaande al
+die kleine gebreken houdt hij de baronnen van de 12<sup>de</sup> eeuw toch al
+die Grieken en Trojanen voor als de typen van &bdquo;hoofsheid&rdquo; en
+ridderlikheid. De <span xml:lang="fr">trouvère</span> wil juist in zijn gedicht de grotere
+beschaving der Grieken als een ideaal zijn tijdgenoten voorhouden. Hij
+doet b.v. uitkomen hoe daar in de oude tijd de gezanten zeker konden
+zijn dat ze nooit overlast zouden lijden,&mdash;iets wat hun in de Franse<span class="pagenum" title="163"></span><a id="p_163"></a>
+&bdquo;<span xml:lang="fr">chansons de geste</span>&rdquo; voortdurend overkomt. Hij prijst Achilles in
+tegenstelling met de baronnen der heldenpoëzij daarvoor, dat hij nooit
+nà tafel onder een beker wijn zou blijven zitten pochen. Wanneer
+Achilles en Hektor voor de tweekamp tegenover elkaar komen te staan,
+beginnen zij eerst alle twee te snoeven en te dreigen&mdash;zoals dat in de
+heldenpoëzie gewoonte was&mdash;maar Hektor breekt plotseling af en zegt dat
+hij zijn mond niet vuil wil maken met dingen waardoor de mens niet beter
+wordt. Theseus waarschuwt in het gevecht Hektor dat hij zich in de hitte
+van het gevecht te ver van zijn mannen gewaagd heeft, later krijgt
+Hektor gelegenheid hem een dergelijke dienst te bewijzen. Maar de
+<span xml:lang="fr">trouvère</span> vindt het heel lelik wanneer Hektor eens een gevallen vijand
+plundert,&mdash;iets wat de krijgers in de heldengedichten kalm doen en men
+ook op het wandtapijt van <span xml:lang="fr">Bayeux</span> ziet gebeuren.</p>
+
+<p>De Trojanen&mdash;aan wier zijde <span xml:lang="fr">Benoît</span> staat evenals de gehele
+Middeleeuwen&mdash;overtreffen de Grieken in hoofse vormen. Elke avond,
+wanneer zij de strijd verlaten en hun wapenrustingen uitgetrokken
+hebben, worden ze tot fijngekultiveerde mensen. Wanneer Hektor thuis
+komt, gaat hij eerst zijn mannen in hun nachtverblijf opzoeken, en geeft
+order om de gewonden goed te verzorgen en spreekt hun moed in. Dan pas
+gaat hij naar zijn kasteel en dan trachten de dames om strijd hem zijn
+wapenrusting uit te trekken,&mdash;nooit zouden zijn schildknapen dat mogen
+doen. Eens komt hij gewond thuis, het valt hun lastig hem zijn bebloede
+rok uit te trekken, zijn echtgenote Andromache weent, en hij wordt in
+een prachtig bed gelegd in de &bdquo;<span xml:lang="fr">chambre de beauté</span>&rdquo;, waar een beroemd
+geneesheer de wonden komt behandelen. Vóór hij in slaap valt, komt zijn
+oude vader, &bdquo;de edele, hoofse koning Priamus&rdquo;, angstig naar hem
+informeren, maar Hektor antwoordt geruststellend. Steeds wordt de oude
+man grote eerbied bewezen; de kinderen zijn er altijd op uit hem zo min
+mogelik verdriet te doen en wanneer de koningin der Amazonen, na de dood
+van Hektor, de stad ter hulpe snelt, is zij vol medelijden met de oude
+koning, want hij weent groteliks over de zonen die hij verloren heeft.
+En als een goede, edele vrouw troost zij hem zo goed als ze kan. Gelijk
+het ook in de raadsvergaderingen heel wat meer parlementair en beschaafd
+toe gaat dan b.v. in het Rolandslied&mdash;Hektor is het met een voorslag
+niet eens en argumenteert er tegen, maar zegt ten slotte dat hij zich
+natuurlik niet wil verzetten tegen wat de anderen het beste zouden
+vinden,&mdash;zo is er ook altijd de<span class="pagenum" title="164"></span><a id="p_164"></a> warmste, schoonste verhouding tussen
+alle leden der koninklike familie, de schoondochters inkluis. Iedereen
+kust daar iedereen,&mdash;en overal. Angstig volgen de dames overdag de
+strijd van de muren af, 's avonds komen de vorsten de dames in de &bdquo;kamer
+der schoonheid&rdquo; bezoeken; hier praten ze gezellig met elkaar en de oude
+koningin maant alle aanwezigen in bewogen woorden aan om &bdquo;<span xml:lang="fr">lor cors, lor
+terre et lor aveir</span>&rdquo; eensgezind te verdedigen. Tegenover Helena zijn
+allen louter galanterie; reeds dadelik toen zij naar Troje kwam, was
+koning Priamus haar tegemoet gereden en had haar paard bij de teugel de
+stad ingeleid; nooit krijgt zij het minste verwijt te horen, hoogstens
+kan Hektor eens op een manier, die ons niet heel delikaat lijkt, een
+grap verkopen over &bdquo;haar twee echtgenoten&rdquo;, die zij nu samen kan zien
+vechten.</p>
+
+<p>Hoofse beminnelikheid, een milde zachte humaniteit is het voor Benoît
+waar men de ware adel aan herkent. Reeds die hiervoor genoemde
+&bdquo;signalementen&rdquo; hadden dit bizonder doen uitkomen, maar de geesteliken
+gaan hierin veel verder. Achilles was &bdquo;nimmer zwaarmoedig en korzelig,
+maar opgewekt, milddadig en royaal&rdquo;,&mdash;Patroklus is een innemend,
+beminnelik ridder, die niets gesteld is op boosheid en verdriet; van de
+dikke Polidarius heet het daarentegen dat hij zwaarmoedig was en nooit
+van vrolikheid hield, wat een berisping verdient. Priamus wordt geprezen
+wegens zijn zachte lieve stem en omdat hij zo veel hield van liederen en
+geschiedenisjes. Maar vóór allen is Hektor het ideaal van een ridder.
+Zijn &bdquo;cortesie&rdquo; is zo groot dat Grieken zowel als Trojanen in
+vergelijking met hem &bdquo;gewone boeren&rdquo; zijn, nooit gebruikte hij lelike
+woorden of sprak hij kwaad, altijd toonde hij zelfbeheersing, alleen gaf
+hij te graag alles weg, en gaf niets om goud of paarden of edelstenen,
+&bdquo;alleen zijn edel gemoed hield hij voor zich&rdquo;.</p>
+
+<p>Maar toch,&mdash;de natuur gaat boven de leer, en telkens als de <span xml:lang="fr">trouvère</span>
+zich eens goed en van nabij in de stof inleeft, vergeet hij dat hij zich
+in een hogere, meer ideale sfeer moet bewegen en dan haalt hij, evenals
+de dichter van de roman van Aeneas, alles in de nuchtere naïeve
+werkelikheid neer waar hij thuis hoorde.</p>
+
+<p>Een van de schoonste scènes van de Ilias is die waar Hektor naar zijn
+woning gegaan is om voor de strijd van zijn vrouw afscheid te nemen,
+maar haar met zijn kind en de voedster tegen komt, vol onrust en angst.
+Zij smeekt hem om thuis te blijven. &bdquo;Vrouwe, dit alles bekommert mij
+ook,&rdquo; antwoordt hij, maar het is zijn plicht om ten strijde te
+trekken... en dan wil hij zijn jongen in de armen nemen, maar die is
+bang voor 't &bdquo;golvende, de<span class="pagenum" title="165"></span><a id="p_165"></a> helmkam dekkende paardhaar&rdquo; en kruipt weg,
+zodat vader en moeder elkaar in een gelukkige glimlach over hun kind
+ontmoeten. Nu neemt Hektor zijn helm af en kust zijn jongen en wiegt hem
+in zijn armen, bidt voor hem tot de goden en legt hem dan weer aan
+moeder's borst, door haar tranen heen glimlacht zij en drukt hem tegen
+zich aan. Dan scheiden ze van elkander, en zij gaat de zware weg naar
+huis; &bdquo;zijn vrouw ging talmende huiswaarts, telkens het hoofd weer
+wendend en hevige tranen vergietend&rdquo;. Van deze hoogte&mdash;de meest
+gevoelvolle innigheid, maar beheerst door natuurlike adel en een zuiver
+plichtgevoel&mdash;was reeds de voorstelling bij Dares diep gezonken.
+Andromache heeft in haar dromen voorspellingen gekregen en heeft Hektor
+gebeden thuis te blijven, maar hij verwijt haar die &bdquo;vrouwelike woorden&rdquo;
+en in haar angst zendt zij iemand naar Priamus met de vraag zijn zoon te
+verbieden die dag ten strijde te trekken. Als Hektor dat hoort bromt hij
+op zijn vrouw en beveelt haar zijn wapens te halen. Vergeefs tracht
+Andromache op zijn gemoed te werken door hem de knaap toe te steken,
+haar klachten doen de mensen er bij komen en nu ijlt zij zelf weg naar
+Priamus... Bij <span xml:lang="fr">Benoît</span> eindelik is alle hoogheid uit die scènes
+verdwenen, die zijn zo brutaal en woest dat de hoofse Hektor niet meer
+te herkennen is. &bdquo;Dat verwachtte ik wel dat er geen greintje gezond
+verstand meer in je is,&rdquo; zegt hij hard tot zijn vrouw, en het scheelde
+niet veel, zegt de dichter of hij had zijn vrouw geslagen. De oude
+Hekuba komt er nu bij en tracht de held tot betere gedachten te brengen,
+maar hij doet niets dan bedreigingen tegen zijn vrouw uiten. Terwijl hij
+zijn wapenrusting aantrekt, slaat zij zich wanhopend op haar borst,
+trekt zich de haren uit, werpt zich voor haar man op de knieën, terwijl
+hij juist zijn kniestukken aangordt, en houdt hem het kind smekend vóór,
+&bdquo;dat kleine kind, dat gij uit uw eigen vlees gewekt hebt&rdquo; en dat nu
+vaderloos zal worden. Maar Hektor is woedend en wil weg. Schreeuwend
+ijlt Andromache de stad door naar Priamus; als de oude man haar
+aangehoord heeft, zucht hij bang en diep, kijkt voor zich heen, tranen
+biggelen op zijn kin en kleêren; met moeite stijgt hij te paard en rijdt
+weg. Midden op de straat treft hij zijn zoon, &bdquo;zwetend van boosheid&rdquo;,
+met een rood gezicht en opgezwollen ogen, alsof hij geweend had. Nu
+verbiedt hij hem te gaan strijden, en brommende en scheldende op die
+gekke vrouwen moet Hektor naar huis terug; niemand durft hem aankijken
+en hij is er niet toe te brengen zijn wapenrusting af te leggen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="166"></span><a id="p_166"></a></p>
+
+<p>Van het hoge van Homerus en de &bdquo;<span xml:lang="de">Sitte</span>&rdquo; is hier niets meer over, maar de
+middeleeuwse dichter heeft alles fris en zelfstandig beleefd. Maar
+evenals in de roman van Aeneas is het toch vooral in het liefdeleven dat
+de innerlike wereld, die tot nu toe alleen de theologen hadden nagegaan,
+zich nu voor de fantasie van de dichter opent. Nog meer dan de &bdquo;<span xml:lang="fr">roman
+d'Enée</span>&rdquo; zou de roman van Troje een voorbeeld voor de lateren worden door
+zijn beroemde schilderingen, waarin het vrouwenhart zijn liefdeleven
+blootlegt.</p>
+
+<p>Het is Medea, de Colchiese koningsdochter, die op de vreemdeling
+verliefd wordt, welke zij in haar vaders burcht ziet. Tegen de nacht
+beraamt zij een ontmoeting met Jason. Ongeduldig zit zij in haar kamer
+te wachten, kijkt steeds weer of de maan nog niet op is en gaat aan de
+zaal staan luisteren of de mannen zich nog niet gereed maken om naar bed
+te gaan. &bdquo;Hebben die nu gezworen dat zij nooit naar bed zullen gaan?&mdash;de
+nacht is weldra half voorbij&rdquo;, klaagt zij. Nu begint zij zich een beetje
+over zich zelf te schamen, gaat op haar bed zitten, staat weer op, opent
+het raam en merkt dat de maan al op is. Nu wordt het in de grote zaal
+ook stil, zij ziet dat de kamerdienaars daar de bedden al opmaken, en
+tegelijk ziet zij dat Jason zich ook te slapen legt; nu zendt zij haar
+oude cameriere om hem te halen. Maar de dienstmaagd zegt haar dat zij nu
+in bed moet gaan liggen, &bdquo;dat is veel meer zoals het hoort&rdquo;, en doen
+alsof zij slaapt. Dat doet ze dan ook en speelt een hele komedie wanneer
+hij komt; gemelik en bedeesd vraagt zij wat hij wil, nu was zij na al
+dat lawaai in de zaal juist zo heerlik in slaap gevallen. In alle vormen
+van de troubadour &bdquo;geeft&rdquo; Jason &bdquo;zich aan haar over&rdquo; als zijn heerseres
+&bdquo;en smeekt haar zijn eed van hulde te aanvaarden als haar getrouwe
+vazal&rdquo;. En wanneer hij haar bij het beeld ener godheid zijn trouw
+bezworen heeft, brengen ze samen de nacht in liefdegenot door. Dat is
+een Medea, die van <span xml:lang="fr">Benoît</span>, welke heel ver afstaat van de kuise en trotse
+jonge Medea van de Griekse dichter, Apollonius van Rhodus, in wier ziel
+de hartstocht langzamerhand de overmacht krijgt en zelfs heel wat anders
+is dan die van Ovidius in wie verstand met hartstocht strijdt. Die van
+<span xml:lang="fr">Benoît</span> is misschien nog 't meest verwant aan de Saraceense vrouw uit de
+gedichten der kruistochten of de dochter van de Wildeman in de oude
+verhalen: de heidin die woest op de gevangen held verliefd wordt, hem
+verlost en zo nodig helpt om haar eigen vader te doden.</p>
+
+<p>Fijner en meer gecompliceerd is de liefde in een andere episode<span class="pagenum" title="167"></span><a id="p_167"></a>
+geschilderd, die de grootste literair-historiese betekenis gehad heeft.
+De geschiedenis van Troilus en Briseis geeft in een kort
+bestek&mdash;waarschijnlik niet door <span xml:lang="fr">Benoît</span> zelf gevonden, maar iets wat hem
+in een uitgebreider versie van Dares voorlag dan die welke wij nu
+kennen&mdash;een staaltje van alles wat Ovidius geleerd had over de
+onbestendigheid en de erotiese behaagzucht van de vrouw. Het lag voor de
+hand Helena zelf als het type van vrouwelike zwakheid en veranderlikheid
+op te vatten en dat had Ovidius in zijn &bdquo;Heroiden&rdquo; dan ook gedaan. De
+brief waarmede zij op de liefdebetuigingen van Paris antwoordt, die hij
+haar in de handen heeft weten te spelen, terwijl hij te Sparta als gast
+vertoeft, is een meesterstuk van koketterie en slimheid en
+wispelturigheid. Zij begint hem met verwijten te overladen dat hij haar
+zo beledigt en de gastvrijheid zo misbruikt en wijst verontwaardigd zijn
+aanzoek af. Maar dan voegt zij er bij dat zij eigelik al lang de taal
+zijner ogen en zijn zuchten verstaan heeft en dat zij gelezen had wat
+hij in de wijn geschreven had die er op tafel gemorst was; zij was heus
+bang geweest dat haar man iets gemerkt zou hebben. Zij geeft toe: hij is
+schoon... laat er een woordje van los dat hij ook niet de eerste is die
+om haar gezucht heeft,... spreekt van haar man... van haar reputatie...
+laat onbewust&mdash;of waarschijnlik met opzet&mdash;merken hoe verliefd zij zelf
+is... en zegt ten slotte dat Paris in elk geval veel te haastig in zijn
+werk gaan wil en oogsten wil terwijl het gras nog groen is; ofschoon...
+de gelegenheid nu juist schoon is terwijl haar man juist afwezig is...
+en zegt dat, mocht hij haar nog iets mede te delen hebben, hij verzocht
+wordt gebruik te maken van twee van haar maagden die zij hem als trouwe
+en ook betrouwbare helpers noemt.</p>
+
+<p>Maar al ligt nu ook de skepsis van de libertijn Ovidius aan de figuur
+van Briseis ten grondslag, toch heeft de Oosterse verachting voor de
+vrouw en de angst der monniken voor haar er ook toe bijgedragen. Het
+monnikenkristendom dat de vrouwen vijandelik tegenover stond, kreeg er
+nooit genoeg van de trouweloosheid van de vrouw af te schilderen en om
+naar de talrijke spreekwoorden en exempelen daarvan in de bijbel te
+verwijzen, van Eva tot Dalila. En door de Latijnse verzamelingen van
+vertelsels, zoals de geschiedenis van de Zeven Wijzen, zowel als langs
+de mondelinge weg werden de Middeleeuwen met een rijke keur van
+histories voorzien over de sluwheid en de valsheid van de vrouw. Die
+geschiedenis welke de Middeleeuwen het best kende was het relaas dat men
+al bij de Latijnse schrijver Petronius vindt<span class="pagenum" title="168"></span><a id="p_168"></a> onder de titel van &bdquo;de
+Weduwe van Ephesus&rdquo;, een weduwe die zich ontroostbaar in het
+grafmonument van haar man heeft opgesloten, maar zich al een van de
+eerste nachten aan een soldaat geeft, die op het kerkhof onder een paar
+galgen de wacht houdt, terwijl zij zelfs medehelpt om het lijk van haar
+man aan de galg te hangen, in plaats van een dief die heeft weten te
+ontkomen, om op die manier de soldaat voor straf te vrijwaren.</p>
+
+<p>Briseis is de dochter van Calchas. Haar vader heeft de Trojanen verlaten
+en zich bij de Grieken aangesloten, maar zij is te Troje achtergelaten
+en tussen haar en Prins Troilus is er een zekere verstandhouding. Zij is
+schoon, vriendelik, zachtaardig, hij is elegant, opgeruimd en zacht, met
+ogen die van vreugde en tevredenheid schitteren. Maar wanneer er
+gevangenen uitgeleverd zullen worden, verlangen de Grieken dat ook de
+dochter van Calchas teruggezonden zal worden en de Trojanen moeten dat
+beloven. Briseis is wanhopend, de laatste nacht brengt zij met Troilus
+onder omhelzingen en tranen door; met die tranen die uit de ogen
+neerstromen vermengen zij hun kussen, zoals zo dikwels in de Griekse
+romans. Twee gelieven te scheiden, roept de dichter vol medelijden uit,
+is een zonde daar men hard voor moet boeten. De volgende morgen moet zij
+nu alles inpakken, zij kleedt zich in haar fraaiste plunje&mdash;haar kleed
+is uit Indië, het heeft zeven kleuren&mdash;gaat van alle koninklike
+prinsessen afscheid nemen en trekt weg door verscheidene prinsen
+vergezeld. Troilus houdt de leidsels van haar paard vast. Bij het
+afscheid beloven Troilus en zij elkaar eeuwig trouw, maar de dichter
+voorspelt dat zij hem spoedig vergeten zal; kuisheid en schoonheid gaan
+zelden samen,&mdash;zegt Salomo. Nu komen verscheidene Griekse ridders haar
+tegemoet, o.a. de elegante Diomedes. Hij wordt dadelik op haar verliefd
+en terwijl zij samen verder rijden, biedt hij haar aan haar ridder en
+vriend te worden, als zij nu eenzaam onder al die vreemden zal zijn; nog
+nooit&mdash;verzekert hij&mdash;heeft hij aldus tot een vrouw gesproken,&mdash; zij is
+de eerste die indruk op hem heeft gemaakt en hij wil alles doen om haar
+in haar smart te troosten. Maar Briseis antwoordt hem dat zij terecht
+zéér lichtvaardig zou schijnen, indien zij een man die zij in 't geheel
+niet kent, haar liefde schonk; liefde brengt ook veel ongeluk mede,
+&bdquo;tegen éen die lacht zijn er zes die wenen&rdquo; en de mannen bedriegen een
+meisje zo licht. &bdquo;Maar gij zijt van hoge geboorte en welopgevoed en
+indien ik ooit iemand zou liefhebben, zou het niemand anders zijn dan
+gij!&rdquo; Diomedes stelt<span class="pagenum" title="169"></span><a id="p_169"></a> zich, vrij natuurlik, hier mede tevreden, hij ziet
+nu wel dat zij &bdquo;<span xml:lang="fr">n'esteit mie trop salvage</span>&rdquo;. Hij begeleidt haar nu naar
+haar vader's tent en neemt dan afscheid. Nu komen er vele Grieken haar
+een bezoek brengen die Briseis zeer beleefd ontvangt. Er zijn nog geen
+vier dagen vervlogen of zij voelt al geen lust meer om terug te keren.
+Maar kort daarop verovert Diomedes het paard van Troilus en zendt het
+haar als een groet van haar vroegere vriend,&mdash;een courtoisie die haar
+toch wel wat grof lijkt; zij laat hem antwoorden dat Troilus een beter
+ridder is dan hij en zijn beurt wel komen zal. Maar, voegt zij er bij,
+zij kan niet haten zo als zij moest, hem die haar lief heeft. En 't
+duurt ook niet lang voor Troilus op zijn beurt het paard van Diomedes
+machtig weet te worden en Diomedes, meer en meer verliefd, laat zijn
+hoofd nu hangen,&mdash;zo treurig er uit ziende als een sperwer bij 't ruien.
+Briseis merkt wel hoe hij lijdt, maar zo is nu eenmaal de aard van de
+vrouw, dat, wanneer zij merkt dat gij haar lief hebt, dan werpt zij u
+alleen maar aanmatigende blikken toe, en hier, zoals zo dikwels, stoot
+de dichter een harte-zucht voor eigen rekening uit. Maar intussen,
+Briseis zou eigelik graag Diomedes het paard van Troilus terug gegeven
+hebben, als dat maar aanging,&mdash;opdat hij zich wederom in de strijd zou
+kunnen onderscheiden&mdash;zij wil het zelf ook eigelik graag kwijt, daar de
+Grieken de spot drijven met dit geschenk dat zij op zulk een
+eigenaardige wijze van haar vroegere geliefde gekregen heeft; eindelik
+slaagt zij er in hem op een fijne manier onder de vorm van een plagerij,
+aan Diomedes zijn geschenk terug te geven. Nu voelt zij zich gelukkig,
+dat zij hem helemaal in haar net gevangen heeft en schenkt hem ook nog
+haar mouw als banier. &bdquo;Van nu af&mdash;merkt de <span xml:lang="fr">trouvère</span> op&mdash;moet 't Troilus
+duidelik zijn dat hij niet meer op haar liefde staat kan maken.&rdquo; Troilus
+wordt dan ook razend van woede wanneer hij bij het gevecht Diomedes met
+die banier ziet, die hem 't duidelikst bewijs is van de trouweloosheid
+van zijn geliefde, en onder ruwe scheldwoorden aan haar adres, houwt hij
+op haar nieuwe ridder los. Lelik gewond wordt Diomedes naar huis terug
+gebracht, maar nu houdt Briseis zich ook niet langer in: zonder zich aan
+bedreigingen van haar vader of aan de praatjes te storen, ijlt zij naar
+de tent van de zieke. Onderweg heeft zij een hevige innerlike strijd te
+doorstaan, zij noemt zich zelf trouweloos, &bdquo;om mijnentwil zullen de
+vrouwen heel wat over hun valsheid moeten horen, en het is wel waar dat
+mijn aard wel wat àl te veranderlik is.&rdquo; Maar&mdash;antwoordt zij zich
+zelf&mdash;nu <span class="pagenum" title="170"></span><a id="p_170"></a>kan ik nooit meer terug, nu heb ik mijn nieuwe vriend mijn
+gehele hart gegeven en nu moet ik trachten hem trouw te blijven. Had men
+mij te Troje laten blijven, dan was dit alles niet gebeurd. Maar hier
+ben ik zonder vriend, niemand kan mij raad geven, en ik kan toch ook
+niet altijd hier blijven lopen treuren! God geve Troilus alles goeds,
+maar nu wij elkaar niet meer lief kunnen hebben, geef ik mij liever aan
+Diomedes... kon ik maar vergeten wat er gebeurd is, dat drukt toch wel
+zwaar op mijn geweten.</p>
+
+<p>Heel erg zwaar neemt de <span xml:lang="fr">trouvère</span> de trouweloosheid van Briseis blijkbaar
+niet op. De vrouwen zijn voor hem toch maar het zwakke frivole geslacht,
+waar men niet te veel van verwachten mag: in 't algemeen kan men zeggen
+dat uit de manier waarop hij &bdquo;de zoete zonde&rdquo; beschouwt, die hele
+lichtzinnige weekhartigheid blijkt die de ganse ridderromantiek
+kenmerkt, en nergens ziet men duideliker dan hier, hoezeer <span xml:lang="fr">Benoît</span> al het
+geestelike afgelegd heeft en zich in de armen van &bdquo;<span xml:lang="de">Frau Welt</span>&rdquo; heeft
+geworpen.</p>
+
+<p>Bovendien, Briseis is feitelik maar een dochter van een priester, die
+toch niet anders was dan de bijzit van Prins Troilus. Daarentegen heeft
+de dichter in Polyxena, een van de dochters van Priamus, de echte
+tegenhanger geschilderd van de trotse prinses uit de Roman van Thebe,
+Antigone, en in het gevoel van Achilles voor haar heeft hij een liefde
+getekend meer ridderlik van aard dan die van Diomedes, zowel als van
+Aeneas. Onder een wapenstilstand is Achilles over gekomen om een
+plechtigheid bij te wonen die bij de Trojanen plaats heeft ter ere van
+Hektor die gedood is; daarbij krijgt hij Polyxena te zien en staat de
+gehele tijd als aan de plek genageld van verrukking. Als zij weg is,
+rijdt hij diep in gedachten naar huis. In een lange monoloog klaagt hij
+dan over zijn hopeloze liefde: er is niemand die de Trojanen zo zeer
+haten als hem die Hektor de dood had gegeven. Nu zendt hij een paar
+vertrouwde mannen naar koningin Hekuba en belooft alle mogelike
+boetedoening voor de dood van Hektor, als hij Polyxena maar de zijne mag
+worden. De jonge maagd was daar zelf bij tegenwoordig, maar als
+welopgevoed meisje, hoort zij dat aan zonder een woord mede te spreken.
+Priamus heeft wel bezwaren, van geboorte en rang vindt hij n.l. Achilles
+heel wat minder dan een Trojaanse koningsdochter, maar hij geeft toch
+zijn toestemming, indien Achilles bij de Grieken het beleg op kan doen
+heffen en zij aftrekken. In die tussentijd geeft Achilles thuis lucht
+aan zijn gevoelens in klachten over de macht van Amor en op de wijze der
+troubadours noemt hij zijn aangebedene<span class="pagenum" title="171"></span><a id="p_171"></a> &bdquo;verheerlikte geest&rdquo;, &bdquo;glans der
+schoonheid&rdquo; en dergelijke. Nu tracht hij de Grieken te bewegen naar huis
+te trekken en wanneer hem dat niet gelukt, blijft hij mokkend in zijn
+tent thuis. Maar ten slotte, wanneer de Grieken al te erg in 't nauw
+gebracht worden, kan hij toch niet meer achterblijven en werpt
+zich&mdash;hevige verwijten van &bdquo;Amor&rdquo; die zich openbaart, en zijn
+zelfverwijt wegens zijn verraad jegens de schone&mdash;toch weer in de
+strijd. Van haar kant voelt Polyxena zich in stilte ook zeer ongelukkig;
+van dat huwelik had zij nu al zo lang horen spreken, dat zij nu juist
+haar zinnen daarop was gaan zetten. Maar nu beraamt Hekuba verraad. Zij
+laat Achilles weten dat hij Polyxena toch kan krijgen en vraagt hem 's
+nachts bij een tempel buiten de stad te komen. En even als Amor Leander,
+de geliefde van Hero van zijn verstand beroofde, zo nu ook Achilles.
+Romanties wordt de eenzame tocht in de maneschijn van hem en zijn
+volgelingen beschreven, naar de verlaten, eenzame plaats waar de
+koningin een hinderlaag heeft aangebracht en waar de held nu zijn dood
+vindt. Onder groot weeklagen wordt zijn lijk begraven en de Grieken
+richten een gedenkteken voor hem op, waarop zij Polyxena afbeelden, over
+hem wenende. Aandoenlik is het ook te lezen hoe later, na de inneming
+van Troje, de Grieken wreedaardig de maagd op het graf van Achilles
+offeren. &bdquo;Laat de dood mij maar nemen,&rdquo; zegt de trotse koningsdochter,
+&bdquo;ik verweer er mij niet tegen, hier schenk ik die een jonkvrouw zo
+schoon als ooit een koningszoon verwierf.&rdquo;</p>
+
+<p>Polyxena en Antigone, Dido en Medea, Ismene en Lavinia, en ten slotte
+Briseis, het is een hele vrouwengalerij&mdash;hooggeboren trots, woest
+hartstochtelik, zacht onschuldig, koket wisselvallig&mdash;welke die romans
+hun tijdgenoten voor zetten.</p>
+
+<h2><a id="XIII"></a>XIII.</h2>
+
+<p class="subh2">GRIEKS-OOSTERSE VERTELKUNST.</p>
+
+<p>Zoals wij gezien hebben waren de klassieken al halverwege voor de
+<span xml:lang="fr">trouvère</span> der Middeleeuwen geromantiseerd door de Grieks-Oosterse
+vertelkunst, waardoor alleen hij in de regel de klassieken te zien
+kreeg,&mdash;bijv. door de Egyptiese historie van Alexander of door de romans
+over Troje uit de periode van het verval der oudheid. De overdreven
+beschrijvingen, de avontuurlike fantasie, de dialektiese zielsanalyse en
+het galant-sentimentele<span class="pagenum" title="172"></span><a id="p_172"></a> erotiese element,&mdash;dat waren alles duidelike
+sporen van dat verval der klassieken en hun Asiatisering. Daaruit was in
+de Oost-Romeinse wereld een vertelkunst ontstaan, van wier stam de
+Griekse en Byzantijnse roman en de romantiese Oosterse verhalen, b.v. de
+1001 nacht, slechts verschillende vertakkingen zijn, door een en het
+zelfde sap gevoed. En reeds lang hadden de klerken, gelijk wij gezien
+hebben, zich Latijnse vertalingen van Griekse romans als &bdquo;Apollonius van
+Tyrus&rdquo; weten te verschaffen, zoals die van de vriendschapsproef of van
+de goede raad op reis. Nu, ten tijde van de kruistochten, wordt de
+romanhonger der leken door de Grieks-Oosterse vertellingsliteratuur
+gestild zowel door Latijnse vertalingen er van, als door mondelinge
+verhalen. En door haar kunstvorm en haar geest zowel als door haar
+onderwerpen, zou die al heel spoedig nog vruchtbaarder voor de
+ridderromans blijken te zijn dan de klassieken dit geweest waren. Veel
+uit onze moderne roman, de opbouw en de liefde-intriges stammen direkt
+uit de Aetiopiese verhalen van Heliodorus of de novellenkunst van
+Bagdad.</p>
+
+<p>Een laat, zeer ingewikkeld literatuur-genre was de Griekse roman, zoals
+die jaren na Kristus bloeide&mdash;&bdquo;Verhalen uit Babylon&rdquo;,&mdash;&bdquo;Verhalen uit
+Ephese&rdquo;,&mdash;&bdquo;Aetiopiese Verhalen&rdquo;,&mdash;&bdquo;Leukippe en Chlitophoon&rdquo;,&mdash;&bdquo;Chaereas
+en Kallirhoe&rdquo;,&mdash;de pastorale roman &bdquo;Daphnis en Chloë&rdquo;, en hoe die ook
+alle heten. Aan de ene kant een nakomeling van een overrijpe en
+verouderende kultuur&mdash;zonder kracht en frisheid, zonder natuurlikheid en
+oorspronkelikheid, vroeg rijp vroeg wijs, gekunsteld, verzwakt, maar
+niet zonder fijnheid in denken en gevoel, en geboren met beschaving en
+kunst. Maar tegelijkertijd een kind, die roman, van die zekere tijd van
+barbaarse en chaotiese vernieuwing en kultuurmenging, waarin het
+kristendom zijn laatste wereldvernieuwende vorm zou krijgen, en zo,
+doordrongen van kinderlike lust naar avonturen en een ruwe barbaarsheid,
+maar ook met de dageraad van een nieuwe levensopvatting in zich en een
+geheel nieuw stel gevoelstonen.</p>
+
+<p>Die romans beschrijven altijd het partikuliere leven; het vaderland,
+politiek en alle maatschappelike kwesties liggen buiten hun horizont.
+Met geschiedenis en godsdienst staan ze in geen verband, hebben geen de
+minste pretensie een beschrijving van werkelike gebeurtenissen te geven,
+en de goden behandelen ze ook vrij wel niet anders dan als een poëtiese
+fictie. Wat zulk een roman wil, is de fantasie met een ingewikkelde en
+spannende handeling en<span class="pagenum" title="173"></span><a id="p_173"></a> merkwaardige avonturen gaande te houden,
+medelijden op te wekken voor een hartroerende geschiedenis, soms ook
+daardoor een wijze levensfilosofie aan de man te brengen en de moraal te
+helpen opbouwen.</p>
+
+<p>Dikwels begint de roman met een scène tussen twee jongelui die op elkaar
+verliefd worden. Zij treffen elkaar bijv. bij een feest in de tempel,
+waar men voor een optocht of dans of voor spelen bijeen gekomen is.
+Beiden zijn zeer jong, maagdelik, naïef onschuldig,&mdash;geen van beiden
+hebben van de liefde iets willen weten; zij is een der maagden van die
+tempel, hij jager. Er zit hier een weinig verering der overkultuur in
+van het naïef-ongekunstelde, en een geraffineerd plezier om de onschuld
+in de mysteries der liefde in te wijden, maar er is ook een zeker
+verlangen in die tijd naar een verjongingskuur der reinheid. Beiden, hij
+en zij, schitteren boven alle andere jongelingen en maagden uit, hun
+namen zijn &bdquo;Bloem&rdquo; en &bdquo;Gratie&rdquo;, &bdquo;Anthia&rdquo;, <ins class="corr" id="corr26" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Chariklea&rdquo;, hij is van
+voorname familie, zijn klederdracht en zijn wapenrusting worden
+geschilderd bijna als die van een Middeleeuws ridder, als zulk een
+ridder blinkt hij uit bij het rijden en de spelen, en ontvangt de
+lauwerkrans uit de hand van de schoonste maagd. Zij heeft een krans om
+haar gouden haar en draagt een met goud gestikt purperen gewaad. Amor
+straft ze nu wegens hun miskenning van zijn macht en steekt bij de
+eerste blik hun beider harten in lichte laaie. Mysties-platonies heet
+het bij deze gelegenheid hoe de hele natuur van liefde doordrongen was:
+de aantrekkingskracht van de magneet is een soort liefde, de rivieren
+worden er ook door liefde toe gebracht zich in elkaar uit te storten, en
+wanneer de mannelike palm alleen staat, ver weg van een vrouwelike,
+droogt die door liefde-verlangen uit! Door het oog vloeit het beeld der
+schoonheid in de ziel, zodat ziel met ziel verenigd wordt, zelfs als de
+lichamen gescheiden zijn. De jongelieden voelen die verliefdheid eerst
+als een soort ziekte; geheel in gepeins verzonken zitten zij bij het
+feestmaal aan, blozen, verbleken, gaan zelfs ziek naar bed. Heel naïef
+hebben zij er gewoonlik geen idee van wat hun scheelt, totdat een meer
+ervaren oudere vriend ze inlicht. Of wel dolen ze in de vrije natuur
+rond, klagen tot de maan, snijden de naam van de geliefde in de
+boomschors en trachten de toekomst uit de bloemen te lezen. Zij leven
+van elkaars blikken of handdrukken; hij drinkt van de zelfde kant van de
+beker waar zij haar lippen gezet heeft, of kust de fluit waarop zij
+geblazen heeft. Er loopt ook veel<span class="pagenum" title="174"></span><a id="p_174"></a> eroties geflikflooi onder door. Hij
+mag een krekel aanpakken die op haar borst gevallen is, en als hij haar
+eens op een dag een toverformule hoort murmelen over de arm van haar
+dienstmaagd die door een bij gestoken is, dan beweert hij in zijn lippen
+gestoken te zijn, opdat zij dan met haar lippen dicht bij de zijne komen
+zal.</p>
+
+<p>Het jonge meisje is wel eerst wat bleu, maar heeft toch niet al te veel
+aanmoediging nodig, zij is het ook dikwels die er wat op weet te vinden,
+hetzij dat zij haar cameriere er toe weet te krijgen haar te helpen of
+dat zij degeen die haar bewaakt een slaapmiddel toedient. Met
+Grieks-zinnelike verfijndheid wordt het genot geschilderd dat de kus
+geeft,&mdash;lang daarna kan de jongeling de kus nog op zijn lippen voelen.
+Maar dat genot is meer dan eens met filosofiese sentimentaliteit
+gepaard. De kus is het eerste zoete dat de geliefde te genieten krijgt,
+want het wordt door het schoonste deel van het lichaam
+voortgebracht,&mdash;de mond is immers het orgaan van de stem, en de stem is
+de afschaduwing van de ziel; door de aanraking der lippen vliet het
+genot in de ziel, zo goed als de ziel tot het zoete genot van de kus op
+wordt getrokken. &bdquo;Nooit heb ik zulk een zielegenot gesmaakt, en toen pas
+wist ik dat er geen genot was dat met de liefdekus vergeleken kan
+worden.&rdquo; En de jongelieden generen zich ook niet alle andere
+liefdevruchten te plukken.</p>
+
+<p>Of wel vluchten zij met elkaar en trouwen. Of wel voelen de ouders dat
+&bdquo;het beter is, teneinde de onterende naam van de zinnelike begeerte te
+ontgaan, daarboven de wettelike banden van een eerbare vereniging te
+verkiezen en de ziekte der hartstocht in een huwelik om te zetten.&rdquo; Maar
+dan komen, na de idylle, de avonturen, de verwikkelingen en de
+beproevingen. Nu trekken zij op weg,&mdash;hetzij ze op de vlucht gaan, of
+dat een van beiden zijn ouders wil gaan bezoeken, of dat hij of zij bij
+vreemden opgevoed is, of zelfs, als dat alles niet kan, is er een
+orakelspreuk volgens welke zij na de bruiloft een reis moeten
+ondernemen. En op die reis raken ze dan van elkaar af, hetzij door
+schipbreuk of door een overval van zeerovers. Ook kan het motief zijn
+dat de jonge vrouw door boze tongen belasterd is en de man haar als
+ontrouw weg zendt; dan dwaalt zij de wereld om, maar hij komt daarna
+haar onschuld te weten en gaat ook ronddolen om haar te zoeken. En
+altijd dwalen ze alle beiden, elk op zijn eigen houtje, in de wereld
+rond, krijgen beiden de wisselvalligheden van het lot te verduren en
+zoeken elkaar overal. En op dit weefsel wordt nu verder doorgeborduurd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="175"></span><a id="p_175"></a></p>
+
+<p>Reisverhalen en berichten over vreemde landen en zeeën waren altijd bij
+het Griekse volk van zeevaarders en handelaren geliefd en in trek
+geweest. Bij Homerus zowel als bij Herodotus en de Latijnse bewerkingen
+van Virgilius, vindt men een bezinksel van al de verhalen van matrozen
+en handelsreizigers, waar het de Grieken nooit verveelde naar te
+luisteren. Maar nu is de Hellenistiese tijd van de wereld zo veel groter
+en zo veel bonter geworden dan ooit tevoren, en ook het verlangen om de
+wereld te leren kennen, zoveel sterker en zoveel gemakkeliker te
+voldoen. En uit Indië kwam er weer aanvoer van nieuwe zeemansverhalen
+over tochten naar Ceylon en andere merkwaardige landen,&mdash;dezelfde
+verhalen waaruit de Arabieren later de geschiedenis van Sindbad samen
+zouden stellen; uit Aegypte en Perzië, uit Scythië en het &bdquo;uiterste
+Thule&rdquo; kwam al meer en meer kennis en stof. Natuurkundigen en geografen
+kompileerden grote verzamelingen van &bdquo;Paradoxa&rdquo;, allerlei merkwaardige
+gebeurtenissen, verhalen van dieren, planten, stenen, natuurfenomenen
+uit alle landen der wereld en de filosofen droomden temidden van hun
+Griekse overkultuur van een paradijs onder de gelukkige natuurvolkeren,
+en voor hun ogen stond het land der Hyperboraeën in 't Noorden, Atlantis
+in het Westen, of Indië ver in het Oosten als het ideaal van wijsheid en
+geluk. En van dit alles vindt men ook veel in de Griekse romans terug.
+Op hun reizen zien de geliefden vreemde klederdrachten en gewoonten,
+merkwaardige dieren en mensen; de lezer krijgt een beschrijving van de
+overstroming van de Nijl en van Aegyptiese toverformules, van
+kunstwerken te Delfi, Perziese hoven, Skytiese tempelfeesten, en veel
+van de magie en de toverij, waar de tijden zo vol van waren, vindt men
+in de romans weer. In de scholen der Sofisten en de rhetoren had zich
+een bloeiende beschrijvingskunst ontwikkeld die zich aan allerlei
+zeldzame en moeilike onderwerpen oefende, en het zijn de &bdquo;opstellen&rdquo; der
+leerlingen van die rhetorenscholen, die wij als delen van die romans
+aantreffen.</p>
+
+<p>In die scholen was ook die fantasie en smaak geboren, welke de romanheld
+zich in allerlei extraordinaire avonturen en zielstoestanden doet
+storten. Bijvoorbeeld een rhetories beschreven zeestorm, een schipbreuk
+of een merkwaardige redding, dramatiese overvallen van piraten met
+daarop volgende gevangenschap en slavernij; plotselinge ontmoetingen,
+een even plotseling van elkaar afraken, verkledingen en vergissingen en
+herkenningsscènes. Zoals reeds in de nieuwere Attiese blijspelen wordt
+de knoop<span class="pagenum" title="176"></span><a id="p_176"></a> door allerlei romantiese motieven gelegd: kinderen die
+uitbesteed zijn geweest of geroofd waren geworden en ten slotte aan een
+moedervlek herkend worden of aan de doek waarin ze gewikkeld waren;
+mensen die erg op elkaar lijken en verwisseld worden, slavinnen die vrij
+geborenen blijken te zijn; mensen die als dood beweend worden en dan op
+eens nog tot de levenden blijken te behoren. En als een weifelen tussen
+dergelijke motieven wordt de handeling opgebouwd; het ene brengt die
+vooruit, het andere houdt die tegen. De twee geliefden lopen elkaar als
+gekken elk in een ander werelddeel te zoeken en schrijven elkaars naam
+op alle Hermeszuilen aan de weg voor het geval dat de ander daar ook
+voorbij mocht komen; of zij zijn vlak bij elkaar zonder er iets van te
+vermoeden, b.v. in hetzelfde huis door éen enkele muur gescheiden,
+spreken met elkaar zonder dat ze weten wie ze voor zich hebben, of wel
+de jongeling vindt een vrouwenlijk en meent dat het zijn geliefde is,
+hij begraaft het en is diep wanhopend, ofschoon zij het helemaal niet
+is; allerlei boze mensen trachten ze in het ongeluk te storten. Maar
+tegenover dit alles hebben de geliefden hun trouw te stellen, hun geduld
+en hun volharden. Maar zij <i>maken</i> hun eigen lot niet als helden die de
+kracht om te handelen bezitten, zij <i>ondergaan</i> hun lot. Beiden zuchten
+en wenen, klagen en verlangen in huilerige sentimentaliteit. De held
+zowel als de heldin vinden hun troost daarin dat ze overal waar zij
+komen gevoelvolle harten in hun lijden inwijden en in hun gevangenschap
+ontmoeten ze lotgenoten met wie zij hun tranen mengen, terwijl elk met
+zijn geschiedenis voor de dag komt en de anderen met de verhalen van
+zijn eigen ongeluk tracht te overbluffen. Met verfijnd materialisme
+krijgt men te horen &bdquo;welk een smachtende schoonheid tranen aan een maagd
+schenken: het wit en het zwart in het oog vloeit te samen, terwijl het
+oog als een bron zwelt; het wit glinstert als een narcis, het zwarte
+gloeit als een viooltje, en de tranen die in het oog samengedrongen
+worden schijnen te glimlachen.&rdquo; Is de maagd schoon en wordt zij door hem
+die haar ziet wenen, bemind, dan &bdquo;kunnen zijn ogen niet laten de hare te
+volgen, want de schoonheid die in de ogen der geliefde troont, vloeit
+daaruit in die van de toeschouwer over en trekt de tranenvloed tot zich;
+de schoonheid glijdt in de ziel van de toeschouwer over, maar de tranen
+behoudt hij in zijn oog, die wil hij niet afwissen, zijn geliefde moet
+die kunnen zien.&rdquo; Zelfs in de bruidsnacht liggen de twee gelieven samen
+te wenen in een soort melankolieke sentimentaliteit. <span class="pagenum" title="177"></span><a id="p_177"></a>Hij drinkt haar
+tranen, die hem zoet zijn en hem genezen, en zij legt zijn haar op haar
+eigen ogen opdat ook zijn haar de &bdquo;liefdedrank&rdquo; moge drinken; dan kust
+zij zijn ogen: &bdquo;Gij hebt mij veel kwaad gedaan toen gij eerst mijn hart
+gewond hebt, maar gij hebt mij ook veel goed gedaan, toen gij mijn beeld
+de weg naar zijn hart weest. Daarom kus ik u; maar nu moet gij hem ook
+nooit een schonere vrouw laten zien die hem van mij af zou doen keren.&rdquo;</p>
+
+<p>Tot de moeilikheden der twee gelieven hoort ook dat zij overal belaagd
+worden wegens hun schoonheid en hun beminnelikheid; zij, door tyrannen
+of rovers of door een lompe herder in wiens hut zij toevlucht gezocht
+heeft; hij, door vorstinnen in wier handen hij gevangen is geraakt. Maar
+hun trouw en hun kuisheid zijn in de regel tegen alle verzoeking
+bestand. Er is iets kristeliks in het gewicht dat in die romans op de
+kuisheid gelegd wordt. Tegenover al de pogingen der vorstinnen om hem te
+verleiden, staat hij als een Josef, en zij bewaart haar deugd als een
+ware heilige, in het bordeel zowel als tegenover alle dreigementen van
+een tyran: &bdquo;Laat de martelwerktuigen maar brengen, laat het rad maar
+komen, hier zijn mijn handen; neem de zweep maar in de hand, hier is
+mijn rug. Een nieuwe kamp zal voor uwe ogen beginnen: niettegenstaande
+alle folteringen zal een vrouw alléén in haar strijd zegevieren.&rdquo;</p>
+
+<p>En altijd overwint ten slotte de deugd en de liefde van het jonge paar.
+De onschuld en de tranen der schone roeren de tyran en de woeste rover,
+&bdquo;die geen echte barbaar van zeden en manieren was, maar die de stempel
+van een zekere beschaving droeg&rdquo;; hij is &bdquo;de edele rover&rdquo; die slechts
+tot zulk een leven gedreven is door het onrecht dat zijn familie hem
+aangedaan heeft, en &bdquo;ook de handen van barbaren voelen weerzin, naar het
+schijnt, om zich aan schoonheid te vergrijpen en door de aanblik van de
+gratie wordt zelfs het boze oog weer vriendelik.&rdquo; De gevangen schone
+wordt galant door de zegevierende vorst behandeld, dikwels zucht hij van
+liefde voor haar, maar geeft grootmoedig alle rechten op haar op wanneer
+haar harte-vriend weer opduikt; een andere even grootmoedige koning die
+haar geliefde gevangen heeft genomen, hoort diens klachten, doet zich
+zijn treurige liefdesavonturen vertellen en laat hem vrij, ja, wat meer
+zegt, geeft hem reisgeld mede om zijn beminde te kunnen gaan zoeken.</p>
+
+<p>De geliefden zijn bovendien niet afkerig van zich door allerlei streken
+uit hun moeilikheden te helpen. Wat de romans verheerliken <span class="pagenum" title="178"></span><a id="p_178"></a>is niet de
+moed van de krijgsman, maar list. Een van de bronnen waar de Griekse
+roman veel aan ontleend heeft is die literatuur van novellen over list
+en bedrog die van de oudste tijden zo populair bij de handeldrijvende
+Grieken geweest was. De schelmstukken van Odysseus werden het eerst
+opgeschreven; in de bewerking door Herodotus van de Aegyptiese
+dievenverhalen heeft men een specimen van de bijdrage die het Oosten
+hiervoor leverde en in de zogenaamde &bdquo;Milesiese&rdquo; vertellingen over
+liefde en list van Aristides van Milete, stamt veel uit Griekenland en
+het Oosten. Vooral toont het jonge meisje in die Griekse romans zich
+zeer vindingrijk en zonder scrupules; in 't algemeen laat zij het hoofd
+minder hangen dan de zeer weinig mannelike held. Of wel smeert zij haar
+gezicht vol met roet, en gaat in lompen gekleed en met een bedelrok op
+stap om haar geliefde te zoeken; of wel drinkt zij een slaapdrank,
+waardoor ze een tijd lang voor dood ligt, zodat zij niet meer met de
+gehate bruidegom hoeft te trouwen; soms legt zij een dubbelzinnige eed
+af; zo nodig koketteert zij hevig met de tyran en belooft zelfs hem na
+een zeker tijdsverloop te zullen nemen, om dan in die tussentijd de kans
+schoon te zien en te verdwijnen.</p>
+
+<p>Maar alles eindigt ook goed, dat hoort nu eenmaal bij het genre van die
+romans evenals bij de komedie. Het zelfde spel van de grillen van het
+noodlot, de zelfde &bdquo;Tyche&rdquo;, die alle berekening trotseert en alle
+plannen in duigen doet vallen, die nu eens de geliefden door een
+onzinnige orakelspreuk naar Oost en West uit elkaar drijft, ze dàn weer
+verblindt, zodat ze hun geluk niet vlak voor zich zien liggen, maar zich
+met opzet in 't ongeluk storten,&mdash;diezelfde geluksgodin zal toch altijd
+tenslotte ouders en kinderen elkaar terug doen vinden, de vrije geboorte
+van de slavin voor den dag, en de onschuld van de ten onrechte verdachte
+echtgenote aan het licht doen komen, en de twee geliefden ten slotte,
+bevend van aandoening in elkaars armen laten vallen. En de zelfde
+overdaad van tranen die zij in hun ellende hebben geplengd, is nu hun
+liefdesgeluk gewijd. Alles wat zij doorstaan hebben was slechts een
+loutering, die ze hun geluk meer waard zal maken,&mdash;of een raffinement
+dat de liefde èn bij hen zelf èn bij de lezers wat moet aanwakkeren!</p>
+
+<p>En dit alles is toebereid met een kunst van onderhouden die voor lange
+tijden de techniek van onze romans bepaald heeft. Gewoonlik komt de
+lezer eerst in een merkwaardige, vreemde situatie, waardoor zijn
+nieuwsgierigheid en belangstelling opgewekt worden,<span class="pagenum" title="179"></span><a id="p_179"></a> zonder dat hij
+eigelik weet hoe en waarom. Twee reizigers treffen elkaar bijv. in een
+herberg en de een vertelt de ander een geschiedenis die hem onlangs
+overkomen is. De ander, wie men toch zou denken dat dit alles niets
+aanging, luistert in stijgende spanning, vraagt, raakt in de war en
+verwijdert zich om zijn aandoening te verbergen. Wanneer hij terugkomt
+om het slot van 't verhaal te horen of b.v. te vragen waar de personen
+in kwestie heen getrokken zijn, deelt de waard hem tot zijn diepe
+vertwijfeling mede dat de ander juist per schip vertrokken is. Langzaam,
+en stukje voor stukje begint de lezer iets van de vóórgeschiedenis te
+snappen, later krijgt hij nog een paar draden te pakken; de handeling
+kan hij tot een zeker ogenblik volgen, dan, juist als de situatie zeer
+spannend is, laat de schrijver die los en plagerig volgt hij nu weer een
+ander persoon op diens weg; voortdurend worden er nieuwe episoden
+ingewerkt; net als in die Chinese doosjes wordt in elke historie altijd
+weer een andere gevoegd, iedere nieuwe persoon die optreedt vertelt ook
+weer zijn geschiedenis, die de lezer zich dikwels ietwat geïrriteerd af
+doet vragen wat dit daar nu weer mee te maken heeft, maar die toch
+tenslotte van afdoende betekenis voor de hoofdhandeling kan blijken te
+zijn... en zo is de lezer in één voortdurende spanning en wordt hij
+voortgezweept, in de war gebracht, geërgerd, verder gebracht...
+teruggehouden... maar de roman laat hij niet los voordat hij aan 't
+einde gekomen is!</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Een vervolg op die Griekse roman vormen, naar het schijnt, in de
+Byzantijnse tijd, andere romans die wij niet kennen, maar waaraan via
+het Latijn, Franse en Duitse romans hun oorsprong danken. Maar deze
+romanliteratuur is, zoals wij reeds zagen, slechts één enkele tak van de
+rijke, mondelinge en schriftelike vertelkunst die zich in de
+Grieks-Oosterse wereld ontwikkelde. En door de collecties van Latijnse
+verhalen die wij al meer dan eens genoemd hebben, zowel als nog meer
+langs mondelinge en schriftelike wegen die wij nu niet meer kunnen
+nagaan, kwamen er talrijke Oosters-Griekse verhalen tot de Middeleeuwen
+van het genre dat wij nu uit de grote schatkamers van Oosterse
+vertellingen kennen, waarvan de &bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; een van de
+grootste en laatste is, maar die ook in 't Persies tot hele
+gedetaljeerde liefderomans uit werden gewerkt.</p>
+
+<p>Die vertellingen zijn al even onkrijgshaftig als de Griekse romans, en
+ofschoon anders in elkaar gezet, zijn het dezelfde<span class="pagenum" title="180"></span><a id="p_180"></a> onderwerpen die
+daarin met voorliefde behandeld worden. Het zijn verhalen van
+sentimentele liefde, zielegrootheid, onschuldig lijden, list en vernuft,
+vreemde spelingen van het noodlot en de merkwaardigste gevallen van
+toverij.</p>
+
+<p>Dat element van toverij ontbrak niet in de latere klassieke periode&mdash;de
+toverdrank van Medea en Circe en de toverroman van Apuleius en zijn
+&bdquo;gouden Ezel&rdquo; staan verre van alleen&mdash;maar vooral door de Oosterse
+vertellingen maakten de Middeleeuwen kennis met alle soorten van
+tovermotieven waar ze rijkelik gebruik van konden maken. Daar had men
+allerlei geesten en toverdieren; bronnen waar men niet uit mocht drinken
+of er stak een hevige storm op, of een enorme geest kwam de stoutmoedige
+tot een tweestrijd uitdagen; mensen die door toverij tot stenen en
+dieren gemaakt worden; toverslotten, waarin niemand wegens spoken en
+heksen durfde overnachten; feeën die hun menselike geliefden naar hun
+rijk ontvoerden. En er waren spiegels en bronnen waarmede men de
+kuisheid van een vrouw op de proef kon stellen en toverkussens die men
+in 't bed legde en die dan de man als van steen maakten in de armen van
+de vrouw.</p>
+
+<p>Voor de Middeleeuwen waren alle &bdquo;Wijzen van het Oosten&rdquo; Tovenaars en
+Magiërs evenzo zeer als de Philosofen van de klassieken: Hippocrates en
+Virgilius, zo wel als koning Salomo en al de wijzen der Oosterse
+novellen. Die maakten vernuftige mekanismen, ze konden zien wat er op
+andere plaatsen geschiedde, konden de gedachten van anderen lezen en te
+weten komen wat anderen in 't schild voerden, misdaden opsporen, en zeer
+talrijk waren de bewijzen van scherpzinnigheid waar de Midrasch en de
+Talmud der Joden of de Arabiese sprookjesverzamelingen van verhaalden.</p>
+
+<p>Maar slimmer dan zelfs de wijste man was toch dikwels de vrouw, waar het
+er op aan kwam om de mannen te bedriegen. Een wijze als Hippocrates werd
+door zijn vrouw vergiftigd; Virgilius de Tovenaar zou een listige vrouw
+in 't geheim ontmoeten en toen hij zich in een mand naar haar vertrek
+zou laten hijsen, liet zij hem midden in de lucht hangen tot spot voor
+iedereen. Van de vrouw van Salomo vertellen Joodse sagen en Byzantijnse
+romans, hoe de sluwe vrouw en de verstandige bultenaar Morolf, Salomo's
+broeder en helper elkaar steeds weer in list trachten te overtreffen.
+Van de gemalin van Caesar zowel als van die van Constantijn wordt
+verteld hoe zij hem met haar twaalf camerieres bedroog die verklede
+mannen waren, totdat een der wijzen haar schaamteloosheid <span class="pagenum" title="181"></span><a id="p_181"></a>aan 't licht
+bracht. Een vrouw neemt een slaapdrank in en geeft zich zo voor dood
+uit, ze wordt begraven en door haar geliefde weggevoerd. Een ander laat
+een geheime gang graven tussen het huis van haar man en dat van diens
+vriend, die tegelijk haar geliefde is. De vriend presenteert haar nu in
+zijn eigen huis als zijn eigen vrouw; de bedrogene kan zijn eigen ogen
+niet geloven, maar de vriend verklaart dat er alleen maar een
+merkwaardige gelijkenis in 't spel is; als hij naar huis wil gaan zal
+hij zijn eigen vrouw thuis vinden,&mdash;wat dan ook uit komt. Een derde
+heeft het ongeluk dat een geleerde ekster de echtgenoot vertelt, wat zij
+in zijn afwezigheid heeft uitgevoerd, maar de vrouw weet op alles raad
+en slaagt er gemakkelik in door een zeker experiment hem te overtuigen
+dat die eksters maar leugenbeesten zijn, zodat hij ze nu ook niet kan
+vertrouwen.</p>
+
+<p>Meestal kan men die Oosterse verhalen van vrouwenlist waar ze in de
+Europeese novellen, b.v. de Franse <span xml:lang="fr">fabliaux</span> overgegaan zijn, daaraan
+herkennen dat ze zo paradoxaal lijken, zo kunstig, en in de aangewende
+middeltjes zo tegen alle gezond verstand in schijnen te druisen,
+vergeleken met de nuchterder, natuurliker Europese geschiedenissen. Het
+zelfde gemis aan respekt, beter: het zelfde genot in het
+paradoxaal-onwaarschijnlike kenmerkt ook die talrijke Oosterse
+geschiedenissen over het merkwaardige spel van het toeval of, als men
+wil, over de wonderbare wegen en de almacht van het Noodlot. Van de
+Duizend-en-één-Nacht kent een ieder genoeg dergelijke verhalen over de
+vreemdste combinaties van het toeval. Alle toevalligheden hebben b.v. zo
+zeer samengezworen naar 't schijnt om een volkomen reine vrouw in de
+schijn van schuld te brengen, dat ook alleen maar een even merkwaardig
+toeval haar onschuld aan den dag kan brengen. Of&mdash;en dit is een historie
+die in veel versies in de Middeleeuwen bekend was&mdash;men heeft de keizer
+voorspeld dat een arm kind dat juist geboren wordt, zijn schoonzoon en
+erfgenaam zal worden en wat de keizer ook keer op keer probeert om de
+voorspelling te doen falen, alles werkt daarentegen juist samen om die
+wel te doen uitkomen.</p>
+
+<p>Maar de Oosterse fantasie zoekt ook buiten de grenzen van het
+natuurlike, op het gebied van het zieleleven haar weg naar overspanning
+en paradoks. Vrienden die elkaar in zelfopoffering, vijanden die elkaar
+in grootmoedigheid trachten te overtreffen, liefde die alle beproevingen
+doorstaat, de zwartste ondank, de blankste edelmoedigheid. Een jongeling
+woont bij een getrouwde<span class="pagenum" title="182"></span><a id="p_182"></a> vriend, diens vrouw begint te sukkelen en
+vertelt eindelik aan haar man dat zij van liefde voor de jonge
+huisgenoot vergaat. De man neemt nu zijn jonge vriend in 't vertrouwen,
+en die... weet zich een melaatse ziekte op de hals te halen om zodoende
+bij de vrouw zijns vriends de liefde te doen overgaan die de schone
+verhouding tussen hen drieën in de war had gebracht. Romanties is die
+liefde vooral en sentimenteel&mdash;veel meer zelfs dan in de Griekse romans.
+Als in deze laatste zijn de geliefden in de regel zeer jong. Hij wordt
+op iemand verliefd die hij nooit gezien heeft, op haar portret, op haar
+beeld dat hij in zijn dromen gezien heeft, of hoogstens heeft hij een
+glimp van haar achter het tralievenster gehad. Hij legt zich op zijn bed
+en wordt zieker en zieker en bij zijn onmannelik gedrag moet nu een
+vriend of de ene of andere koppelaarster voor hem handelen. Het feit dat
+in 't Oosten de vrouw altijd bewaakt wordt en van allen afgesloten
+leeft, geeft een hoogst romanties tintje aan de verhouding tussen de
+geslachten en brengt noodzakelik gevaarlike avonturen, zowel als het
+gebruik van tussenpersonen met zich meê, en wanneer b.v. de held als een
+slavin verkleed de harem binnen is gesmokkeld, of in een mand met
+bloemen naar boven is gehesen, dan wordt die gelegenheid ook terstond
+aangegrepen, daar was die zeldzaam genoeg voor en duur genoeg gekocht,
+om terstond op alle liefdegenot aanspraak te maken.&mdash;Maar meestal doolt
+hij lang in de grootste ellende rond; de ongelukkige jonge man wordt
+waanzinnig van verdriet; hij of zij worden als in de Griekse romans als
+slaven verkocht of door rovers weggevoerd en pas na jarenlange
+tegenspoeden, en na er veel tranen en zuchten bij te hebben gelaten,
+komen zij tot hun welverdiende geluk.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Hier en daar vindt men nu motieven uit die Griekse en Oosterse
+vertellingsliteratuur in de gehele Ridderromantiek,&mdash;in wat vooraf gaat
+hebben wij ze al gevonden en wij zullen er in wat volgt geregeld weer
+aantreffen. Maar als direkte afstammelingen daarvan doet zich heel
+duidelik een reeks romans en vertellingen kennen,&mdash;door de
+kinderachtig-zoetsappige liefde die daarin optreedt, of door een
+spesiale soort van avonturen en spel van het noodlot, of wel door de
+buitengewoon extravagante geschiedenissen van toverij en vrouwenlist.</p>
+
+<p>Een van de hoofdmotieven in de Griekse romans was, zoals wij zagen, dat
+twee gelieven, of man en vrouw door een toeval, op reis van elkaar
+gescheiden raken, of door rovers overvallen worden,<span class="pagenum" title="183"></span><a id="p_183"></a> en terwijl zij
+elkaar trouw de gehele wereld over blijven zoeken, hebben zij al de
+wisselvalligheden der fortuin en al de wereldse ellende te verduren. In
+de Franse romans (van de 12<sup>de</sup> of begin 13<sup>de</sup> eeuw) zo als Floris en
+<span xml:lang="fr">Blanchefleur, Aucassin</span> en <span xml:lang="fr">Nicolette, Escoufle, Guillaume</span> van Palermo,
+worden histories van dat genre als in de ridderliteratuur behandeld.</p>
+
+<p>De ridderromans beginnen met de opvoeding van de held of heldin van
+kindsbeen af aan een vorstelik hof te schilderen. Of wel is het de zoon
+van een edelman, <span xml:lang="fr">Guillaume</span>, die aan het hof van de keizer van Italië
+opgroeit met 's keizers dochter <span xml:lang="fr">Alis</span>, of de dochter van een
+kristen-ridder, <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>, is gevangen bij het hof van een
+Spaans-Moors koning en groeit daar op met prins Floris. Zoet wordt de
+schoonheid en de liefelikheid der kinderen geschilderd,&mdash;evenals in de
+sentimentele legenden van het Kindeke Jezus uit die tijd, of op de
+groepen van de &bdquo;Madonna met het kind&rdquo; waar de Franse kunst de
+kerkportalen mee begon te versieren. De jongen, drie jaar oud, lijkt met
+zijn blonde haar een engel, allen zijn dol op hem en hij zit voortdurend
+op de rug van de schildknapen en ridders. Wanneer zijn moeder hem naar
+'t hof zal zenden, neemt zij hem de laatste nacht nog bij zich in bed en
+als de jongen weg rijdt, legt zij een zacht kussen op zijn zadel. Aan
+het hof komt de jonge keizersdochter hem met haar speelkameraadjes te
+gemoet, hij groet zoals hij dat van zijn moeder geleerd heeft en de
+eerste ontmoeting der kinderen is vol gratieuse verlegenheid. Aldoor
+zijn <span xml:lang="fr">Guillaume</span> en <span xml:lang="fr">Alis</span> of Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> samen; hij is vol
+attenties en beleefd, heeft nooit lelike woorden of vloeken in zijn
+mond, en zij zingt en naait en heeft er plezier in steeds maar gordels
+en beurzen weg te geven die zij geborduurd heeft. Samen spelen zij in
+een tuin, terwijl &bdquo;de vogeltjes van de liefde zingen&rdquo;. Als de een lezen
+moet leren, moet de ander meê doen en dan leren ze dat uit de &bdquo;heidense
+liefdeboeken&rdquo; en schrijven met zilveren en gouden stiften over
+vogelengezang en bloemen en liefde op ivoren tafelen (ook in de
+&bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; schrijven een jongen en een meisje elkaar verzen
+vol liefdebetuigingen, zodra de onderwijzer hun de rug toekeert). Zij
+noemt hem &bdquo;vriend&rdquo; of &bdquo;broeder&rdquo;, maar men kon aan de kleur op haar
+gezicht en de ogen zien welke naam haar 't zoetst klonk; wanneer zij
+&bdquo;vriend&rdquo; zegt, zucht zij en worden haar ogen eens zo klein van schattige
+schuchterheid.</p>
+
+<p>En zo groeien zij op. Hij doet dienst als page, munt uit bij de
+ridderspelen, in 't schaken en bij 't bakspel, in hoofsheid en<span class="pagenum" title="184"></span><a id="p_184"></a>
+mildheid. Zij wordt maagd,&mdash;de kleine vaste ronde borstappeltjes zijn
+als &bdquo;Waalse noten&rdquo;, haar tengere middeltje kan men met de twee handen
+omspannen; haar lichaam is zo blank dat wanneer zij met blote benen op
+de weide door de morgendauw loopt, de madeliefjes, met haar vergeleken,
+grijs schijnen. Hun gevoelens worden ook inniger. Wanneer hij eens een
+ogenblikje van haar af is, worden haar ogen helemaal &bdquo;rond&rdquo; en kijkt
+haar hart door 't raam van het oog om hem na te staren; en als zij eens
+op een dag in de tuin wandelend, de jonge man ziet liggen slapen, kan
+zij niet nalaten hem te kussen, maar nu heeft hij juist van haar liggen
+dromen en droomt op het zelfde ogenblik dat zij hem een roos geeft en nu
+wordt hij wakker en begroet haar beleefd. En het duurt niet lang of zij
+kussen en liefkozen elkaar en menige nacht brengt <span xml:lang="fr">Alis</span> slapeloos door
+als zij bedenkt hoe dikwels haar vriend haar borstjes en haar lijf onder
+haar kleren heeft gestreeld en haar &bdquo;schone lenden&rdquo; heeft geliefkoosd.</p>
+
+<p>Het verschil in stand heeft weinig voor de gelieven te zeggen, en in elk
+geval brengt de liefde ze daar licht over heen, of zij nu 's keizers
+dochter is of hij vorstenzoon en zij van mindere stand. Maar de lelike
+ouders kunnen die <span xml:lang="fr">mésaillance</span> niet toelaten. Daarom vluchten b.v.
+<span xml:lang="fr">Guillaume</span> en <span xml:lang="fr">Alis</span> (in &bdquo;<span xml:lang="fr">Escoufle</span>&rdquo;) eens op een nacht, aan haar
+beddelakens laat zij zich uit het raam van haar kamer neerglijden en op
+muilezels rijden zij de weg op. En de muilezels bleven aldoor vlak tegen
+elkaar aanlopen; de twee gelieven hadden pret en liefkoosden elkaar, dan
+eens nam hij haar hand, dan aaide hij haar over de wangen; &bdquo;wat heb ik
+die maan toch lief,&rdquo; zegt hij, &bdquo;die beschijnt uw schone aangezicht.&rdquo;&mdash;En
+de dichter barst uit: &bdquo;Wel hebben die twee, vader en moeder, goud en
+goed op 't spel gezet om de roepstem huns harten gehoor te geven!&rdquo;
+Vergeefs worden de vluchtelingen nagezeten, vrolik en wel rijden ze de
+wereld rond, in de herbergen krijgen ze volop eten en drinken op reis
+mee, buiten in de heerlike vrije natuur spreiden zij hun tafellaken...
+Maar, ééns op een dag, wanneer zij zich bij een bron waarbij ze gegeten
+hebben, te slapen heeft gelegd, en hij bezig is haar aangezicht tegen de
+zon te beschutten, dan schiet plotseling een wouw uit de lucht op zijn
+beurs af waarin een ring is die zijn geliefde hem juist geschonken
+heeft,&mdash;een trek die ook in de &bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; te vinden
+is&mdash;<span xml:lang="fr">Guillaume</span> springt dadelik te paard hem achterna, <span xml:lang="fr">Alis</span> wordt wakker
+en is nu eenzaam door haar trouweloze schaker achtergelaten,&mdash;wanhopend
+gaat zij nu ook op weg,&mdash;natuurlik<span class="pagenum" title="185"></span><a id="p_185"></a> juist de verkeerde kant op. En zo
+krijgen wij weer de gewone situatie: twee gelieven die op goed geluk
+elkaar in de wijde wereld gaan zoeken.</p>
+
+<p>Wanneer de koning der Moren in &bdquo;Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>&rdquo; merkt dat het
+tussen zijn zoon en het jonge kristen-meisje wat al te warm wordt, zendt
+hij de prins weg in een verre stad naar school, het meisje wordt aan
+vreemde kooplieden verkocht en de koning en koningin laten een prachtig
+grafmonument oprichten, dat Floris wanneer hij thuis komt, als het graf
+van die arme overleden <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> wordt getoond. Dit motief komt ook
+in de &bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; voor. Zijn ouders die denken dat het gevaar
+nu geweken is, laten het graf versieren met schone herinneringen aan de
+jeugdige liefde van die twee kinderen: twee beelden die hem en haar
+voorstellen en die door de wind bewogen, elkaar goudbloemen geven,
+terwijl zij de woorden spreken: &bdquo;Kus mij, mijne schone!&rdquo; Maar Floris
+laat zich niet troosten,&mdash;&bdquo;de liefde heeft een kruid in zijn hart
+geplant, dat steeds in bloei stond en dat zo zoet rook, dat hij daar
+alles door vergat&rdquo;, hij beklaagt zich overal en gelijk de held in de
+Griekse romans, besluit hij zich van kant te maken en wel met een
+zilveren schrijfstift, die zijn geliefde hem geschonken heeft; dan zal
+hij zo naar het &bdquo;<span xml:lang="fr">camp flori</span>&rdquo; komen en met zijn vriendin bloemen
+plukken,&mdash;dat zijn waarschijnlijk de affodil-bedden in de klassieke
+onderwereld. Nu moeten zijn ouders de waarheid wel bekennen en zij laten
+'t hem aan niets ontbreken als hij nu de wereld in trekt om zijn
+<span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> te zoeken. Als een koopman verkleed, gaat hij op
+weg,&mdash;gelijk de prins in &bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; die zijn geschaakte
+geliefde achterna trekt. (Latere versies vinden blijkbaar die verkleding
+als koopman niet deftig genoeg en laten de prins op reis gaan als een
+vorstenzoon met een gevolg van ridders).</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> is verkocht geworden aan de &bdquo;admiraal&rdquo; van Babylon die haar
+in zijn &bdquo;vrouwentoren&rdquo; opsluit,&mdash;blijkbaar een soort Oosterse
+harem&mdash;waar er 140 kamers zijn met jonge meisjes die bediend en bewaakt
+worden door eunuchen. Elk op de beurt moest naar de &bdquo;lever&rdquo; van de
+admiraal en als het bewijs van hun kuisheid geleverd is, worden ze voor
+één jaar de favorite,&mdash;hierop worden ze onthoofd, want de despoot wil
+niet dat iemand anders een vrouw zal bezitten die eens de zijne geweest
+is. Dit is alles volkomen Oosters. Na lang vergeefs zoeken zit Floris in
+een herberg en terwijl allen om hem heen vrolik<span class="pagenum" title="186"></span><a id="p_186"></a> praten en eten, denkt
+hij alleen maar aan zijn &bdquo;Wittebloem&rdquo; en zucht en weet niet wat hij eet.
+De waardin merkt dit en stoot haar man in de zij,&mdash;&bdquo;bij God, dat is geen
+koopman, dat is een jonge edelman.&rdquo; Dan begint zij een vriendelik
+gesprek met hem en vertelt hem in de loop daarvan dat er voor enige tijd
+hier een meisje was komen logeren die erg op hem leek en die
+<span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> heette en aldoor zat te zuchten over een zekere Floris. De
+jonge &bdquo;koopman&rdquo; raakt helemaal in de war hierdoor, gooit de wijnkan op
+de tafel om, maar geeft de waardin een gouden beker tot beloning voor
+haar mededeling en trakteert het gehele gezelschap op wijn. Dan haast
+hij zich weg in de richting waar de waardin van vertelde, komt weer bij
+een vriendelike waard en waardin,&mdash;zijn eigenaardige jeugdige schoonheid
+wekt aller medelijden en welwillendheid,&mdash;en ten slotte komt hij
+werkelik te Babylon, waar zij in de &bdquo;vrouwentoren&rdquo; van de admiraal zit.
+Hij maakt kennis met de portier van de toren, speelt schaak met hem, en
+geeft hem ook een gouden beker ten geschenke, waarop de man hem in een
+bloemenmand naar boven hijst. Vrolik en wel springt hij de mand uit,
+maar ongelukkig is hij bij vergissing niet in de kamer van <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>
+terecht gekomen maar in die van een harer vriendinnetjes. Van schrik
+schreeuwt zij eerst luid, maar weet toch de andere meisjes die ijlings
+aan komen zetten weg te krijgen,&mdash;'t was maar een kapelletje dat uit de
+bloemen op was gevlogen. En dan roept ze <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>,&mdash;zij heeft n.l.
+dadelik begrepen dat het haar vriend is die gekomen is. Sprakeloos
+vallen ze in elkaars armen en de volgende dagen brengen die twee
+gelieven in één liefderoes in <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>'s vertrek door. Maar zo komt
+het dat zij meer dan eens haar plicht vergeet om op de &bdquo;lever&rdquo; van de
+admiraal te verschijnen; zij worden samen in bed ontdekt,&mdash;allerliefst
+is het dat de admiraal eerst meent dat het een meisje is, dat daar bij
+<span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> ligt, maar als zij de borst van de bedgenoot zien, weten ze
+dat het een jongen is. Nu moeten ze beiden verbrand worden,&mdash;Floris
+heeft een toverring bij zich, die hij <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> aan de vinger wil
+steken, zodat zij altans gered kan worden; maar geen van beiden wil
+alléén gered worden en dus werpen ze de ring weg en worden naar de
+brandstapel geleid. Maar&mdash;de admiraal krijgt de hele historie te horen,
+hoe zij elkaar in leven en dood trouw zijn gebleven en dan wordt hij,
+gelijk zo dikwels met de tyran in de Griekse romans het geval is, zo
+zeer door medelijden bevangen dat hij ze beiden vrij laat en&mdash;Floris
+zelfs tot ridder slaat! Nu trekken<span class="pagenum" title="187"></span><a id="p_187"></a> Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> vol geluk
+naar Spanje, waar Floris de troon bestijgt en ter ere van zijn
+kristelike vrouw zelf haar geloof aanneemt.</p>
+
+<p>Het gehele gedicht is in een zachte, schone sprookjestoon geschreven; de
+bloemennamen van de held en heldin schijnen direkt van dergelijke
+personennamen in Griekse romans vertaald, misschien is het helemaal
+oorspronkelik niets anders dan een bloemensprookje geweest. Het schijnt
+in twee verschillende versies naar West-Europa gekomen te zijn, en daar
+zijn dan twee groepen van die roman uit ontstaan, waarvan de éne in veel
+ruwer lijnen opgetrokken is, niet alleen wat de boosheid van Floris'
+vader betreft, maar ook de ongelukken van <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>: in 't algemeen
+schijnt deze groep voor de smaak van een groter, meer populair publiek
+bestemd.</p>
+
+<p>Een heel bizondere bewerking heeft de sage ondergaan in de kleine
+&bdquo;<span xml:lang="fr">chante-fable</span>&rdquo; van &bdquo;<span xml:lang="fr">Aucassin</span> en <span xml:lang="fr">Nicolette</span>&rdquo;. In dit liefelike gedicht
+zijn de verzen met uitzondering van de meest lyriese passages in proza
+overgebracht, iets wat verder in 't Oud-Frans niet voor schijnt te
+komen,&mdash;hoewel dat natuurlik bij de voordracht der berijmde romans door
+de <span xml:lang="fr">trouvères</span> feitelik meer dan eens plaats gegrepen zal hebben,&mdash;en door
+zoo van de banden van 't vers vrijgemaakt te zijn, is de vertelling tot
+een kompleet sprookje geworden, alle waarschijnlikheid over boord
+gooiende en op de alleraardigste manier een romantiese droom mengelend
+met de nuchtere werkelikheid des levens, een dwepen zo erg, dat de boog
+wel eens al te zeer gespannen blijkt en barst&mdash;met de meest naïeve
+natuurlikheid, de zoetste zwaarmoedigheid met schelmse en ondeugende
+vrolikheid. Hier is het 't meisje die tot de Moorse stam behoort, maar
+zij is gekerstend geworden en opgevoed te Beaucaire, waar de zoon van de
+graaf haar lief krijgt. De graaf laat het meisje in een toren opsluiten
+om haar later geheel te doen verdwijnen, en zijn zoon die zich van zijn
+passie niet wil laten genezen, werpt hij in de gevangenis; maar
+Nicolette weet door middel van haar beddelakens uit haar toren te
+ontvluchten, sluipt naar de gevangenis van <span xml:lang="fr">Aucassin</span> toe, waar zij door
+een spleet in de muur haar vriend te spreken krijgt, totdat de
+torenwachter die hen vol sympathie heeft gadegeslagen, haar waarschuwt
+dat de nachtwachter uit de stad op zijn ronde nadert. <span xml:lang="fr">Nicolette</span> moet
+over de muur en de gracht naar 't bos vluchten en zendt een groet aan
+<span xml:lang="fr">Aucassin</span>, die als hij ook uit de gevangenis ontsnapt is, daar ook heen
+snelt, en nu leven ze een<span class="pagenum" title="188"></span><a id="p_188"></a> romantiese natuuridylle in 't bos. Maar dan
+gaan ze op reis,&mdash;in de beschrijving van de vreemde landen met de
+merkwaardige zeden, waar ze door trokken, klinkt als een echo en bijna
+als een parodie van de exotiese reisverhalen der Griekse romans&mdash;zij
+raken in slavernij, worden onder een storm van elkaar gescheiden, en
+<span xml:lang="fr">Aucassin</span> komt in zijn eigen rijk terug; maar zijn leven is een en al
+zwaarmoedigheid, totdat eens op een dag zijn <span xml:lang="fr">Nicolette</span>, verkleed als een
+arme speelman (gelijk de helden in een Griekse roman) naar <span xml:lang="fr">Beaucaire</span>
+komt en zich weer bekend maakt...</p>
+
+<p>Dit kinderlike en populaire volkssprookje zal eigelik wel niet voor de
+hogere kringen van de ridderromantiek bestemd zijn geweest; maar de
+fijne tederheid, de heidense sensualiteit, de schone mensenliefde, welke
+die gehele klasse van de Grieks-getinte romans kenmerken, die wij hier
+onderzoeken, laat zich nergens liefeliker kennen dan in &bdquo;<span xml:lang="fr">Aucassin</span> en
+<span xml:lang="fr">Nicolette</span>&rdquo;&mdash;waarbij dan nog een bijna ziekelike innigheid komt, een
+overspannen dweperij, die echt Middeleeuws-romanties is.</p>
+
+<p>Heel wat beter aan Europese toestanden aangepast is het verdere verloop
+der handeling in &bdquo;<span xml:lang="fr">l'Escoufle</span>&rdquo;, daar wij afscheid van namen toen de wouw
+in 't bos <span xml:lang="fr">Guillaume</span> en <span xml:lang="fr">Alis</span> had gescheiden. Bij haar rondzwerven komt de
+dochter van de keizer te Montpellier, waar zij met een arme vriendin een
+tijd woont en de kost verdient met haar prachtig handwerk. Zij borduurt
+b.v. zijden beurzen die de edellieden uit de omtrek aan hun dames ten
+geschenke geven; zij geneert zich ook niet het haar van de Heren te gaan
+wassen, al heel gauw is zij overal bekend wegens haar vriendelikheid en
+haar schoonheid, zo zeer dat het huis van de twee dames een hele salon
+wordt, waar de gehele adel uit de buurt de artistieke schone het hof
+komen maken, zodat de adelike dames erg jaloers worden. Eindelik komt
+zij als een soort dame van gezelschap of een hoger genre van dienstmaagd
+in huis bij een grafelike familie. Hier krijgen wij de beschrijving van
+een gezellige, naïeve scène,&mdash;de heer des huizes is 's avonds van de
+jacht thuis gekomen en maakt het zich gezellig bij de haard, waar men
+appelen braadt,&mdash;om beter te kunnen &bdquo;<span xml:lang="fr">gratter</span>&rdquo; heeft hij alleen maar zijn
+broek aangehouden en zijn hoofd rust in <span xml:lang="fr">Alis'</span> schoot;&mdash;de familie zit om
+hem heen en ze praten over koetjes en kalfjes. Een vertelt van die
+vreemde rare man die daar nu in de stad in 't hotel woont en die vandaag
+op de jacht meegeholpen heeft; er was ergens een wouw gevangen en zodra
+de jonge man die gezien had, had hij diens hart uit zijn borst<span class="pagenum" title="189"></span><a id="p_189"></a> gerukt
+en dat opgegeten. De graaf wordt nieuwsgierig en laat de man bij zich
+roepen, die dan vertelt waarom hij de wouwen zo haat... En terwijl hij
+daar zijn historie staat te vertellen, herkent <span xml:lang="fr">Alis</span> hem op eens... de
+rest kan men gissen!&mdash;Het is de levendigste beschrijving van het
+dagelikse ridderlike leven der 12<sup>de</sup> eeuw, die men zich wensen kan, en
+toch: niet alleen daarin dat <span xml:lang="fr">Alis</span> zeer sterk aan de odalisken doet
+denken, maar ook in de episode van de man die zijn zonderlinge manier
+van optreden moet komen verklaren, kan men moeilik iets anders dan een
+Oosterse bron van de scène zien.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Is het motief van de scheiding der twee gelieven en van hun hereniging
+een der grondformules van de liefderoman gebleven, het andere motief dat
+van de Grieks-Oosterse vertellingskunst in de ridderromantiek over is
+gegaan, heeft zich niet minder vruchtbaar getoond voor de
+wereldliteratuur. Dat is 't motief van de echtgenote die onschuldig van
+ontrouw verdacht en weggejaagd wordt; haar onschuld komt echter voor den
+dag en het gelukt haar man de verschoppelinge te vinden en haar weer in
+ere te herstellen. Het is een roman-formule waar het werkelike leven
+dikwels genoeg de stof voor geleverd heeft en die werkelik bizonder
+geschikt is om tot het gevoel en de fantasie te spreken: de reine
+onschuld die door duivelse boosheid zwart gemaakt wordt; de goedige
+echtgenoot, een man van eer, maar die door schijnbaar sterke bewijzen
+verblind, er toe komt groot onrecht te doen&mdash;de waarheid eerst onder de
+voeten getreden, maar die ten slotte triomfeert. Van verschillende
+trekken die nu in de &bdquo;Duizend-en-één-Nacht&rdquo; te vinden zijn tot de
+geschiedenis van Suzanna in het boek van Daniël, van de historie van
+Lucretia bij Livius tot de Griekse roman van Chaereas en Kallirhoe,
+boden het Oosten en de klassieken genoeg uitgangspunten. In de
+middeleeuwse kronieken en heldendichten kan men dergelijke
+geschiedenissen lezen over allerlei koninginnen, Angelsaksiese, Franse
+en Duitse; in de legenden waren die op heiligen overgebracht. Maar die
+vorm van het motief, waarin de middeleeuwse ridderromans het
+behandelen&mdash;de Franse &bdquo;roman van de violette moedervlek&rdquo;, &bdquo;de Graaf van
+Poitiers&rdquo;, de &bdquo;roman van Rozenvlek&rdquo;, de Duitse &bdquo;roman van de twee
+kooplieden&rdquo;&mdash;heeft de eigenaardigheid dat een weddenschap of in elk
+geval een dispuut tussen de man en diens vrienden over de trouw zijner
+echtgenoot het uitgangspunt vormen; het &bdquo;bewijs&rdquo; dat de lasteraar haar
+gunst genoten zou hebben<span class="pagenum" title="190"></span><a id="p_190"></a> is dat hij weet aan te geven waar zij een
+moedervlek op 't lichaam draagt, of haar slaapkamer kan beschrijven of
+een ring van haar kan vertonen. De weddenschap of het dispuut als
+uitgangspunt hebben wij ook in de geschiedenis van Lucretia en iets
+dergelijks vinden wij in vele Oosterse histories; schijnbare bewijzen
+van ontrouw die de echtgenoot in de war brengen, hebben wij ook reeds in
+Griekse romans en Oosterse vertellingen. En die ganse half wrede, half
+moraliserende sentimentaliteit die in het motief ligt, draagt een
+Oosterse stempel.</p>
+
+<p>De &bdquo;Graaf van <span xml:lang="fr">Poitiers</span>&rdquo; is de oudste, nog vrij ruwe versie, de &bdquo;Roman
+van de violette moedervlek&rdquo;, de fijne ridderliker bewerking. De koning
+van Frankrijk houdt een feest voor zijn hof en zijn baronnen. Terwijl
+zij zitten te praten en te zingen, beroemt de graaf van <span xml:lang="fr">Nevers</span>,&mdash;of van
+<span xml:lang="fr">Poitiers</span>&mdash;zich op de trouw en de deugd van zijn geliefde <span xml:lang="fr">Oriaut</span> (in de
+oudste roman is het zijn vrouw) en zingt haar lof. Een edelman, een
+intrigant, graaf Lysiart van Forest, spot met zijn vertrouwen en beweert
+dat hij binnen korten tijd het bewijs zal brengen dat hij de liefde der
+schone genoten heeft. Zij wedden om hun graafschappen en graaf Lysiart
+rijdt naar het slot van <span xml:lang="fr">Oriaut</span> met de groeten van haar geliefde en de
+boodschap dat zij verzocht wordt hem goed te ontvangen. Oriaut staat
+juist als hij komt in het raam van haar torenkamer naar het gezang der
+vogeltjes te luisteren en liederen van <span xml:lang="fr">Poitou</span> te zingen terwijl zij
+aldoor aan haar hartevriend denkt. Zij ontvangt hem zeer vriendelik en
+geeft hem een kamer op het slot, maar wanneer hij woorden van liefde
+loslaat, wijst zij hem eens voor altijd af. (In de oudere roman toont
+hij zijn liefde door onder de maaltijd elk stuk te grijpen waar zij al
+van gegeten heeft, haar op de voeten te trappen en haar om 't lijf en
+aan de borsten te pakken). Maar <span xml:lang="fr">Oriaut</span> heeft een sluwe oude kamenier; de
+graaf weet haar om te kopen dat zij hem door een gat laat kijken terwijl
+de schone een bad neemt. En nu ziet hij dat zij een violette moedervlek
+op haar ene borst heeft. (In de oudere versie weet de cameriere hem haar
+ring te verschaffen, wat van haar haar en een stuk van haar kleed). Met
+dit &bdquo;bewijs&rdquo; voorzien, ijlt de verrader nu naar 't hof, waar hij nu vol
+jubel de ridder met al zijn vertrouwen beschaamt en zijn leen van hem
+wint.</p>
+
+<p>Zonder enig verder onderzoek jaagt de ridder zijn geliefde nu natuurlik
+weg. En nu krijgen wij weer de gewone situatie voor die romans. Terwijl
+zij n.l. in de wereld ronddoolt, gezocht voor haar schoonheid en belaagd
+voor haar deugd die zij bewaart,<span class="pagenum" title="191"></span><a id="p_191"></a> merkt hij al heel spoedig hoe hij
+bedrogen is. Nu is het zijn beurt om met Othello zijn &bdquo;<span xml:lang="en">Fool! fool! fool!
+fool!</span>&rdquo; te roepen en hij trekt ook de wereld in om zijn verongelijkte
+geliefde te zoeken. Zijn zwerftochten worden in lieve kleine episoden
+beschreven. Hij ligt b.v. ziek in het huis van een burger, van verdriet
+uitgeteerd en de schone dochter van de gastheer zit bij zijn bed te
+naaien, terwijl zij de ballade van <span xml:lang="fr">Oriaut</span> en <span xml:lang="fr">Renaut</span> zingt. Als hij de
+naam van zijn beminde hoort, wordt hij dadelik opgefrist wakker, nu wil
+hij opstaan om te gaan zoeken en hij begint in bed al een minnezang te
+zingen. Nu vraagt het jonge meisje hem of hij zich beter voelt en hij
+polst haar of zij wel weet van wie zij zong,&mdash;zodat zij begint te
+begrijpen dat wat hem scheelt &bdquo;<span xml:lang="fr">mal d'amour</span>&rdquo; is. Dan vertelt hij haar
+zijn hele geschiedenis en wil dadelik op weg. Maar de familie wil hem
+niet loslaten vóór hij goed en wel beter en wat aangesterkt is; de
+vriendelike mensen willen geen betaling van hem aannemen. Als hij ergens
+anders komt, wordt de dochter van een hertog verliefd op hem, haar
+dienstmaagd geeft hem een toverdrank te drinken, zodat hij zijn <span xml:lang="fr">Oriaut</span>
+vergeet... Reeds is het huwelik bepaald, maar eens op een dag, wanneer
+hij in 't bos op jacht is en hij een van de liederen van <span xml:lang="fr">Bernard de
+Ventadour</span> neuriet, vangt zijn sperwer een leeuwerik die&mdash;<span xml:lang="fr">Oriaut</span>'s ring
+om zijn hals heeft! Nu wordt zijn herinnering weer levend, zijn liefde
+neemt de kamp op tegen de toverdrank en zegeviert. Weer trekt hij de
+wereld in en <ins class="corr" id="corr27" title="Bron: vind">vindt</ins> haar juist als zij op de brandstapel
+staat&mdash;een gewone trek in een Griekse roman&mdash;; zij moet sterven voor een
+misdaad, waar boze mensen haar van beschuldigd hebben.</p>
+
+<p>Zoals men ziet, vervolgt het noodlot de onschuldige vrouw overal in de
+wereld en van dergelijke door alle ongeluk getroffene, door de mannen
+belaagde en door boze medeschepselen van allerlei misdaden beschuldigde
+vrouwen, weten vele ridderlike romans en vertellingen op Oosterse manier
+te vertellen. De heldin wordt b.v. door haar eigen vader belaagd en
+houwt haar ene hand af om zo haar schoonheid in diskrediet te brengen;
+zij moet de vlammendood sterven, maar vlucht in een boot zonder roer de
+zee op; trouwt, maar wordt door haar schoonmoeder vervolgd, of wordt als
+kindermeisje beschuldigd het haar toevertrouwde kind omgebracht te
+hebben;&mdash;maar altijd brengt de genade van de voorzienigheid haar door
+alle beproevingen heen. Het is een hele literatuur over de vervolgde en
+onderdrukte vrouwen die haar oorsprong heeft in laat-Griekse
+sentimentaliteit en Oosterse martellust, <span class="pagenum" title="192"></span><a id="p_192"></a>maar in de middeleeuwse romans
+neemt die een belangrijke plaats in bij de strijd van het kristendom om
+de harten te verweken en de zeden te verzachten, en bij het werk van de
+poëzie, om de ruwe baronnen als ridders de vrouw te doen eren.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In schelle tegenstelling met de geest in deze romans staan al de
+Oosterse verhalen over de sluwheid der vrouw die terzelfder tijd de
+Westerse literatuur binnen drongen. Die kwamen geheel en al overeen met
+al de anekdoten over vrouwen die uit zichzelf in Galliese aarde ontstaan
+en gegroeid waren; alleen waren de inheemse &bdquo;<span xml:lang="fr">fabliaux</span>&rdquo; nog al
+humoristies en schuin, en meer ironies-skepties, terwijl er in de
+Oosterse een sombere, lage passie op te merken viel. Populaire
+speelmans-liederen in 't Frans en Duits bewerkten ook <span xml:lang="la">con amore</span> de
+Oosters-Byzantijnse geschiedenissen van de ontrouwe echtgenote van
+koning Salomo en de sluwe bultenaar Morolf. Nu namen ook de ridderromans
+Oosterse verhalen van dat genre ter behandeling op. Maar zij wagen zich
+aan het kunststuk om die verhalen met een nieuwe geest te bezielen;
+openlik nemen zij het voor de vrouw en de liefde op en geven hun ten
+slotte de zege.</p>
+
+<p>Een van de oudste ridderromans heet Eracle en is in 1160 door <span xml:lang="fr">Gautier</span>
+van <span xml:lang="fr">Arras</span> op grond van geestelike Oosterse legenden en
+Oosters-Byzantijnse vertellingen geschreven. De roman begint in
+religieus-stichtelike trant, door van een vroom Romeins echtpaar te
+vertellen&mdash;de man is senator. Zij leven kinderloos, totdat een engel
+zich voor hen openbaart die hun zekere intieme mededelingen doet,
+waaruit ze leren hoe zij hun nachtelik samenzijn de gewenste vrucht
+kunnen doen dragen. Schuchter volgen ze die voorschriften en er wordt
+hun dan ook een jongen geboren. Op de dag dat 't kind gedoopt zal worden
+kwam er een engel aanvliegen die een brief van God op de wieg legt; die
+mag niet geopend worden vóór de jongen die zelf kan lezen. Maar dat
+duurt niet erg lang, zo voorlik is het kind,&mdash;en in die brief schenkt
+God hem drie bovenmenselike gaven: hij zou verstand hebben van
+edelstenen, paarden en vrouwen,&mdash;de drie dingen waar een Oosterling
+altijd het meeste op gesteld was iets van te weten. Nu sterft de senator
+en de weduwe ziet zich genoodzaakt door geldgebrek haar kind te
+verkopen,&mdash;&bdquo;zoals dat in die dagen zo veel gebeurde&rdquo;; zij stelt zich
+bovendien voor&mdash;zo luidt de verontschuldiging van de schrijver&mdash;het geld
+uitsluitend voor zielemissen voor haar man te gebruiken. Roerend als in
+de<span class="pagenum" title="193"></span><a id="p_193"></a> legenden wordt beschreven hoe zij de strik om de hals van de jongen
+legt en zachtmoedig als een lammetje laat hij zich naar de slavenmarkt
+brengen. Hij landt weldra aan het hof van de keizer aan, waar hij
+spoedig gelegenheid krijgt om zijn kunst te tonen, die de keizer op de
+proef stelt&mdash;eerst met stenen, dan met paarden. Telkens laadt de jongen
+eerst de spot van alle aanwezigen op zich door zijn keuze; hij laat de
+grootste en aanzienlikste edelstenen liggen en pas later blijkt het dat
+daar &bdquo;de worm&rdquo; in zat; hij gaat de beste paarden voorbij en kiest een
+onaanzienlike klepper, maar overwint toch alle anderen met hem bij de
+wedrennen. Hij komt nu, als een bij de Oosterse hoven aangestelde
+&bdquo;Wijze&rdquo;, tot grote eer en moet o. a. voor zijn heer en meester een
+keizerin kiezen. Dat gaat weer helemaal op zijn Oosters toe, als in het
+boek van Esther. Alle groten van het rijk krijgen bevel zich met hun
+jonge dochters naar de hoofdstad te begeven. Dat wordt daar buiten de
+stad een heel kamp en als een kermis, en de gespannen verwachting der
+jonge meisjes, en hoe jaloers zij op elkaar zijn, wordt buitengewoon
+levendig beschreven,&mdash;ook hun verwanten en bekenden, hoe die al het hof
+maken aan degene van wie men verwacht dat zij keizerin zal worden, enz.
+Eracle loopt langs al de opgestelde meisjes; ieder die iets op haar
+geweten heeft, beeft onder zijn blik, hij doorziet hun lichtvaardige en
+domme gedachten en gaat, het hoofd schuddend, ze allen voorbij zonder er
+één uit te kiezen. Maar op de terugweg ziet hij een arm klein meisje de
+straat oversteken; hij volgt haar naar het eenvoudige huis waar zij bij
+een tante woont en kondigt hun aan dat zij koningin moet worden. Men
+voelt met welk een sympathie de dichter de vreugde in dat bescheiden
+milieu schildert, de onschuld van 't kleine meisje, de voorbereiding van
+haar uitzet, en de pracht van de bruiloft zelf. Als keizerin verovert
+zij weldra allen door haar vrome ootmoed en gratie.</p>
+
+<p>Maar nu slaat de toon van de vertelling om; het is duidelik dat 't
+vervolg uit een heel andere bron stamt, de inspiratie is geheel anders.
+De keizer moet ten oorlog en om zeker te zijn van zijn gemalin, zet hij
+haar in een toren met een lijfwacht van 24 ridders; zij heeft een bed in
+'t midden van de toren en de ridders slapen in een kring er om heen. Op
+die manier worden de vrouwen dikwels in de Oosterse vertellingen
+bewaakt, zo ook de dochter van Pompeius in de &bdquo;<span xml:lang="la">Gesta Romanorum</span>&rdquo;. Maar de
+ridderlike dichter ziet in die strenge beledigende bewaking een<span class="pagenum" title="194"></span><a id="p_194"></a>
+onrecht, dat de keizer zijn vrouw aandoet en dat verontschuldigt wat er
+nu gebeurt. Eracle heeft daar sterk tegen gewaarschuwd; men past 't best
+op een vrouw door haar vertrouwen te tonen, dwang en verveling, zegt
+hij, kan tot allerlei verkeerds leiden. En nu gebeurt dan ook&mdash;echt
+Oosters-paradoxaal&mdash;dat de deugdzame en zo uitstekend bewaakte vrouw
+toch toont de Eva te zijn die zij is en dat &bdquo;vrouwenlist zonder einde
+is&rdquo;. Er moet een feest plaats hebben waar de keizerin volgens oude
+gewoonte bij tegenwoordig moet zijn, en waar zij onder volle bewaking
+heen gebracht wordt. Maar onder de jongelui van goeden huize die voor de
+vorstin zingen en dansen en aan de wedstrijden mede doen, trekt de jonge
+Parides weldra haar aandacht en in een ogenblik is zij evenzeer op hem
+als hij op haar verliefd. Fijn en fris worden beider gedachten
+beschreven: zij zit er over te peinzen hoe zij hem zal laten merken wat
+zij voelt; zij mag toch wel hopen dat hij haar blikken begrepen zal
+hebben, en zulk een edel gemoed als 't zijne moet toch de hoogte in
+willen en niet vervaard zijn om zijn gedachten tot een vorstin op te
+heffen; gelijk-gestemde zielen als de hunne moeten elkaar toch onder
+duizenden kunnen verstaan. Als zij nu zondigt, is het toch in elk geval
+de keizer die haar 't eerst onrecht aangedaan heeft, en de liefde wekt
+toch zo dikwels edele deugden in de mens op, dat zij zich toch wel voor
+God daarvoor zullen kunnen verantwoorden, zelfs als die op zich zelf
+misschien zonde is. De keizerin zit nu in haar wachttoren te verlangen,
+terwijl de jongeling zich, op zijn Oosters, op zijn bed legt en van
+liefde verteert. Maar nu komt er, ook op Oosterse wijze, een vriendelike
+oude buurvrouw die hem de pols voelt, hem vraagt wat hem scheelt en al
+heel gauw merkt wie het voorwerp van zijn gevoelens is. En de volgende
+dag gaat de oude vrouw met een mandje kersen naar de keizerin en begint
+een praatje met haar... zij beklaagt haar omdat zij zo van allen
+afgesloten leeft, en weet net zo lang te vragen tot zij begrijpt hoe de
+zaken staan en vertelt dan van die jonge man die van liefde verteert. In
+een pastei die de keizerin de volgende dag aan de vrouw laat brengen om
+voor de kersen te bedanken, ligt een mededeling hoe de ontmoeting plaats
+zal kunnen hebben. In de woning van de oude vrouw wordt een onderaardse
+kamer gegraven en daar wordt Parides in verborgen. Wanneer de keizerin
+nu, enige dagen daarna, bij een groot feest, met haar escorte daar
+voorbijrijdt, heeft zij 't ongeluk van haar paard te vallen, haar
+rijkleed erg vuil te maken en haar been te<span class="pagenum" title="195"></span><a id="p_195"></a> bezeren, zodat zij in 't
+huis van de oude ondergebracht moet worden. En dan wordt ook alles
+volgens 't programma afgewerkt,&mdash;dat natuurlik ook van Oosterse
+oorsprong is: &bdquo;<span xml:lang="fr">Ne sait, qu'il fait, qui femme gaite.</span>&rdquo;</p>
+
+<p>Maar natuurlik weet de wijze Eracle die met de keizer en het leger van
+huis is, dadelik wat er gebeurt en vertelt dit aan zijn meester. Deze
+ijlt spoorslags terug en neemt de schuldigen in verhoor. Zij erkennen
+beiden 't gebeurde, maar zij verklaart dat zij alles wil doen om haar
+geliefde te bezitten en ook hij is bereid voor zijn liefde te
+sterven,&mdash;&bdquo;dat is geen schande.&rdquo; En wanneer dan bovendien Eracle de
+keizer nog voorhoudt dat hij zelf aan alles medeschuldig is, door zijn
+tyrannieke behandeling van zijn echtgenote, dan laat de grootmoedige
+Oosterse despoot die hij is, zich welwillend van zijn echtgenote
+scheiden en verenigt de twee gelieven... En dan glijdt de roman weer in
+een geestelike legendesfeer over.</p>
+
+<p>Oosterse vrouwenlist, ontrouw van een Griekse keizerin, maar met de
+sympathie der lezers aan de kant van echtbreuk en de vrouw,&mdash;dat is ook
+het onderwerp van een der eerste romans van <span xml:lang="fr">Gautier</span>'s grote
+mededingers,&mdash;de &bdquo;<span xml:lang="fr">Cligès</span>&rdquo; van <span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span>. Het is haar neef die
+de keizerin hier bemint, en haar voedster, die de toverkunst verstaat,
+bereidt eerst een toverdrank die de keizer verhindert het huwelik te
+&bdquo;consumeren&rdquo; wanneer hij 's nachts bij haar komt en daarna een andere
+die de keizerin in een slaap brengt die op de dood gelijkt, waarna zij
+zich laat schaken,&mdash;evenals dit uit de geschiedenis van koning Salomo's
+echtgenote in de Oosterse vertellingen bekend is; wij kennen het uit de
+geschiedenis van Romeo en Julia.</p>
+
+<p>Maar in een roman als &bdquo;<span xml:lang="fr">Cligès</span>&rdquo; is het, gelijk wij later zullen zien,
+alleen maar de uiterlike handeling, de machinerie er van, die uit het
+Oosten stamt. Van deze, zoals van zo veel andere romans die alleen in
+wat voorafgaat beschouwd zijn als een Europeisering van Grieks-Oosterse
+vertellingskunst, geldt het dat ze veel meer op te vatten zijn als
+geheel originele ridderlike romanpoëzie die eenvoudig &bdquo;<span xml:lang="fr">prend son bien où
+il le trouve</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Maar nog een vreemd element&mdash;en niet 't minst belangrijke&mdash;zou die
+romanpoëzie beïnvloeden, vóór die haar volle romantiese geur en kleur
+zou krijgen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="196"></span><a id="p_196"></a></p>
+
+<h2><a id="XIV"></a>XIV.</h2>
+
+<p class="subh2" xml:lang="fr">MATIÈRE DE BRETAGNE.</p>
+
+<p>De ridderromantiek ontvouwde zich voor 't eerst ten volle in het
+Engels-Normandiese rijk dat immers in het midden van de 12<sup>de</sup> eeuw
+Groot-Brittannië en het gehele West-Frankrijk omvatte en waar de taal
+van de heersende klassen het Frans was. Hier vond men de grootste
+welstand en het sterkste geestelik leven, hier kwamen het koningsschap
+en de adel der leenheren pas tot hun grootste recht, hier was de
+volksmenging en de kultuurmenging, waar de romantiek uit ontstond het
+rijkst.</p>
+
+<p>In het door de Noormannen veroverde rijk kwam het koningsschap in
+Engeland met Willem de Veroveraar en zijn opvolgers tot een macht zoals
+die sedert de tijd van Karel de Grote niet gezien was. Een rijk waarin
+een kleine klasse van veroveraars een veel groter massa, de
+oorspronkelike bevolking, er onder wil houden, moet noodzakelik streng
+monarchies en militaristies georganiseerd worden. En de krachtige, niet
+al te makke koningen die ze waren, wisten de organisatie dan ook flink
+door te voeren. Zware belastingen vulden 's konings schatkist, grote
+goederen en jachtrechten maakten de baronnen rijk en machtig, maar de
+koning liet allen, ook de vazallen zijner vazallen, aan zichzelf de eed
+van trouw zweren en oefende een niet geringe despotiese macht over de
+adel uit doordat hij zich het recht van voogdij en om huweliken te
+sluiten voorbehield; ook de gehele rechtspleging en het gehele bestuur
+hielden de koningen alleen in hun hand; gelijk ook de geestelikheid hun
+gehoorzaam gereedschap was. Voortdurend staken zij het Kanaal over en
+onderdrukten Angelsaksen en Britten en de baronnen van Normandië; razend
+van woede zodat hun aderen er van opzwollen, als iemand ook maar kikte
+of tegenstand trachtte te bieden, ontembaar in hun wreedheid, zelfs
+tegen hun naaste bloedverwanten, ontoombaar in hun lusten en begeerten,
+als zij op de jacht het koren der boeren neertrapten, hun echtgenoten
+wegzonden of er talrijke bijzitten op na hielden, maar ook, als goede
+koningen voor hun soldaten, goud onder hun mannen uitstrooiende en er
+genot in vindend royaal en vlot te leven en schitterende feesten te
+geven. In het begin van de 12<sup>de</sup> eeuw hield Hendrik I een hof, waar de
+meest elegante feesten en tournooien gegeven werden en waar men de dames
+het hof maakte<span class="pagenum" title="197"></span><a id="p_197"></a> zoals in die tijd anders zo goed als niet voorkwam
+behalve in Provence en Languedoc.</p>
+
+<p>Na een periode van burgeroorlogen die de Noormannen, Britten en
+Angelsaksen geheel tot één volk deden samensmelten, dat zich Engelsen
+noemde, maar waarin Frans de taal van de hogere klassen was, kwam toen
+ongeveer 1150 met Hendrik II, het huis van <span xml:lang="fr">Anjou</span> aan de regering, dat
+der <span xml:lang="fr">Plantagenets</span>. Onder hem zagen de Normandiese koningen de hoogste
+verwezenliking van hun eergierige plannen. Van moederszijde een
+afstammeling van Willem de Veroveraar, had hij van zijn vader <span xml:lang="fr">Anjou</span>
+geërfd, zowel als <span xml:lang="fr">Touraine</span> en <span xml:lang="fr">Maine</span>. Door zijn echtgenote, koningin
+Alienor (Eleonora), een prinses van <span xml:lang="fr">Poitou</span>, die eerst met de koning van
+Frankrijk getrouwd was geweest, kreeg Hendrik ook nog het graafschap
+Poitou en het hertogdom Aquitanië, d. w. z. geheel Zuid-West-Frankrijk
+in zijn bezit. Zijn machtig West-Europese rijk dat zich van de
+Orkney-eilanden tot aan de Pyreneeën uitstrekte, overschaduwde geheel en
+al de Franse koning te Parijs met zijn nog slechts beperkte macht. En de
+verbindingen van het koningshuis strekten zich over geheel Europa uit.
+De oudste zoon van Hendrik, die onderkoning over Engeland was, trouwde
+met de dochter van de Franse koning, de tweede zoon, Richard
+Leeuwenhart, huwde de dochter van de koning van Aragon, de oudste van
+zijn eigen dochters trouwde met de machtige hertog Hendrik van Saksen en
+werd de moeder van een aanstaand Duits keizer, een andere prinses werd
+koningin van Castilië, een derde trouwde met de rijke koning van
+Sicilië. Het was in Hendriks hand dat alle draden van de Europese
+politiek samen schenen te komen.</p>
+
+<p>Van uiterlik was de koning zelf een echte Noorman uit het geslacht van
+de Veroveraar: vierkant, maar met een rond hoofd, met een vuurrood
+gezicht vol sproeten, en rood haar. Maar even als zijn korte
+schoudermantel&mdash;die hem de naam van &bdquo;kortmantel&rdquo; verschaft had&mdash;uit
+<span xml:lang="fr">Anjou</span> kwam, zo duidden ook veel van zijn eigenaardigheden er op dat de
+man zelf daar ook uit stamde: zijn soberheid, zijn levendigheid en zijn
+drang naar ontwikkeling. Zijn werklust had iets koortsachtigs: altijd
+zat hij in 't zadel, nooit was hij langer dan één week op één plaats in
+zijn rijk, zijn gevolg was altijd veel eerder moe dan hij; zelfs als hij
+'s avonds in zijn kwartier aangekomen was, liep hij nog heen en weer te
+redeneren, zelfs onder de mis kon men hem nog edikten zien zitten
+uitvaardigen. Ook zijn zucht naar kennis was zonder perken, Latijn sprak
+hij even goed als Frans en hij verstond veel<span class="pagenum" title="198"></span><a id="p_198"></a> andere talen; als hij geen
+zwaard op jacht in de hand had of met zijn raad vergaderde, zat hij in
+een boek verdiept of te disputeren met zijn klerken.</p>
+
+<p>Het rijk waarvan hij aan het hoofd stond, nam enorm in bloei toe. Nu
+Engeland door de Noormannen veel van zijn geïsoleerdheid verloren had en
+op 't punt stond zich tot &bdquo;het Australië van Europa&rdquo; te ontwikkelen, zou
+het de Vlaamse en Italiaanse lakenindustrie van wol voorzien en maakte
+het ontwakende handelsleven steden als <span xml:lang="en">York, Nottingham, Gloucester</span> en
+vooral Londen, van vlekken tot rijke burger-gemeenten. En welk een enige
+vermenging van intelligente nationaliteiten vond er nu niet in dat rijk
+plaats! De Noormannen die reeds door hun verfransing zulk een
+merkwaardige ontfankelikheid en drang tot ontwikkeling aan den dag
+gelegd hadden, en die zich bij alle gelegenheden door hun levendigheid
+en hun moed de voorgangers van Europa toonden. De Kelten die reeds in de
+6<sup>de</sup>&ndash;8<sup>e</sup> eeuw in Wales en Ierland een buitengewoon rijke en
+merkwaardige kultuur gehad hadden en de Angelsaksen die in de
+8<sup>e</sup>&ndash;10<sup>e</sup> eeuw hun zeker niet minder belangrijk
+bloeitijdperk gekend hadden,&mdash;en wel alle twee in een tijd dat de rest
+van Europa de zoetste slaap der onwetendheid sliep. En eindelik <span xml:lang="fr">Poitou</span>,
+in West-Frankrijk, dat de beste scholen had van die tijd en de meest
+originele literatuur en dat waarschijnlik de wieg geweest is van de
+troubadour-poëzie die zo snel naar Zuid-Frankrijk oversloeg om daar pas
+tot bloei te komen. In de streek van <span xml:lang="fr">Poitou</span> was het, zoals men zich
+herinneren zal, dat juist nu, in de tijd van Hendrik II, de roman van
+Aeneas, de Alexanderroman, de roman van Thebe en de Trojeroman door
+<span xml:lang="fr">Benoît de St. More</span> geschreven werden. En in het Engels-Normandiese rijk
+was het ook, zoals wij gezien hebben, dat de belangstelling der baronnen
+in de historie het eerst rijmkronieken in het leven riep, die de
+Latijnse geestelike annalen voor leken toegankelik maakten.</p>
+
+<p>Het was, zoals men zich herinneren zal, in de eerste plaats, de kroniek
+van <span xml:lang="en">Geoffrey</span> van <span xml:lang="en">Monmouth</span>, een geestelike uit Wales over de &bdquo;<span xml:lang="la">Historia
+Regum Britanniae</span>&rdquo;, welke de Normandiese vorsten en vorstinnen door hun
+klerken in Franse verzen over lieten zetten. Patriot en vol verdriet
+over de ondergang der Britten, maar toch veel voelend voor de
+Normandiërs, welke immers een einde hadden gemaakt aan de macht van de
+Angelsaksen en de Denen op het eiland, dichtte <span xml:lang="en">Geoffrey</span> uit de volheid
+van zijn rijke fantasie en zijn grote geleerdheid; voor het Britse volk<span class="pagenum" title="199"></span><a id="p_199"></a>
+toverde hij uit de overleveringen van Wales een sage van hun stralend
+verleden op, en&mdash;of dat nu een diplomatieke zet was of uit &bdquo;eerlike
+ambitie&rdquo;&mdash;weefde hij het verleden van de Fransen en zijn eigene
+landgenoten zo volkomen samen alsof de schrijver op het standpunt van de
+Normandies-Engelse koningspolitiek stond. De Britten, beweerde hij,
+stammen van de Romanen en Trojanen evengoed als de Fransen, waren een
+even geciviliseerde natie als zij en vooral niet te verwarren met
+Angelsaksen en Denen. In hun glanstijd, onder koning Arthur, had het
+rijk der Britten èn Engeland èn 't grootste deel van Frankrijk omvat,
+presies als nu het Normandies-Engelse rijk. En in die zelfde koning
+Arthur, wiens schitterende hof hij blijkbaar in de beeltenis van het hof
+van zijn tijdgenoot Hendrik de Eerste beschreef, schilderde <span xml:lang="en">Geoffrey</span>
+voor het nieuwe rijk de grote held van het nationale verleden, die
+helemaal niet onder deed voor Karel de Grote, waar de &bdquo;<span xml:lang="fr">Franceis de
+France</span>&rdquo; in hun &bdquo;<span xml:lang="fr">Chansons de geste</span>&rdquo; zo trots op waren.</p>
+
+<p>Geoffrey is de Nestor van een groep geleerde Engelse geesteliken die
+zich nu als om strijd aangorden de wereld van het Britse verleden voor
+de Fransen en Europa te openen. Toen <span xml:lang="en">Geoffrey</span> zag welk een sukses zijn
+kroniek had, verraste hij de geleerde wereld ook met de merkwaardige
+voorspellingen van Merlijn, de oude wijze van Wales, die, zoals blijken
+zou, volkomen de gebeurtenissen tot zijn eigen tijd toe had voorspeld.
+En nu kwam Giraldus Cambrensis, geboren op een adellik familieslot in
+Wales, maar met half Normandies, half Brits bloed in zijn aderen;
+resoluut wierp hij de algemene zware pedanterie der geesteliken van zich
+af en praatte er in zijn Latijnse geschriften over Wales en Ierland
+lustig op los, vertellend van de vele natuurwonderen, van de
+merkwaardige zeden en gewoonten, over de gave der voorspelling van zijn
+landgenoten en al het mirakuleuse dat in zijn eigen land als in de lucht
+lag. Dan was er <span xml:lang="en">Walter Map</span>, ook van adel en uit Wales, aartsdiaken te
+Oxford; in zijn geschrift hoopte hij als in een soort rommelkamer
+allerlei anekdoten en merkwaardigheden op, die hij gehoord had of
+gelezen en zich herinnerde, en de geleerde schrijver heeft er toch ook
+plezier in allerlei volksverhalen weer te geven over dwergen en
+kabouters, over &bdquo;Harlekijn&rdquo; en over feeën die zich door ridders laten
+beminnen, maar ze laten lopen zodra die dat aan de grote klok hangen.
+Misschien was het ook <span xml:lang="en">Walter Map</span> die de merkwaardige graal-histories in
+elkaar heeft gezet, uit Keltiese, Oosterse en Kristelike elementen
+samengesteld, welke in die tijd juist in omloop kwamen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="200"></span><a id="p_200"></a></p>
+
+<p>Zowel Walther als Giraldus waren kapellaans aan het hof van koning
+Hendrik de Tweede en ofschoon zij in 't Latijn schreven, richtten zij
+zich tot de hofkringen. Evenals onder de Otto's in Duitsland zijn er
+blijkbaar heel wat ontwikkelden onder de hoge adel geweest, die evenals
+de koning zelf Latijn verstonden. En het is een hele geestelike
+&bdquo;Keltiese beweging&rdquo; waar deze ijverige Britse geesteliken propaganda
+voor maken. Giraldus las zelfs zijn werk, drie dagen lang, aan een
+auditorium voor, dat hij te Oxford bij elkaar had gehaald, en&mdash;ontving
+bij die gelegenheid zijn toehoorders allerroyaalst!</p>
+
+<p>Maar van nog groter betekenis dan deze geleerde propaganda was de
+invloed der Brits-Bretonse speellieden en vertellers uit Wales en
+Bretagne. De &bdquo;Bretonse&rdquo; melodieën waren al heel vroeg wijd en zijd
+bekend geworden en tegelijk daarmeê werden zeker ook veel van die
+volksliederen die er bij gezongen werden, door talenkundige speellieden
+in 't Engels en Frans overgebracht en in elk geval werden de sagen welke
+die liederen behandelden wel in diezelfde kringen in proza naverteld.
+Reeds vóór dat de Noormannen naar Engeland trokken, hadden ze zich,
+intelligent en ontfankelik als ze waren, al in verbinding gesteld met
+het naburige Bretanje en toen ze een mensenleeftijd vóór ze naar
+Engeland gingen, naar Zuid-Italië waren getrokken, brachten ze reeds de
+namen van helden uit hun sagen met zich mede; reeds in de 11<sup>de</sup> eeuw
+vindt men in Italië Arthur en Gawain als doopnamen. Maar vooral nu, na
+de samensmelting tot één volk, is een grote invloed van poëzie en sage
+niet te miskennen.</p>
+
+<p>En die Keltiese sagen en gedichten spraken voor zich zelf. Voor de
+mensen die smachtten naar romantiek, zou zich daarvan nu een gehele
+wereld openen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Kelten waren toch ook de Fransen eens geweest en in den grond was hun
+aard, niettegenstaande al hun romanisering, toch helemaal Gallies
+gebleven; de karakteristiek welke de Latijnse schrijvers van de Galliërs
+geven&mdash;hun sanguiniteit en hun levendigheid, hun zin voor opschik, hun
+opgewektheid, hun gezellige omgang,&mdash;dit alles past nog op den huidigen
+dag op de Fransen. Trots het Latijn en het Kristendom en de heerschappij
+der Franken, hadden zich ook nog overblijfselen van de oude Keltiese
+godsdienst der Druïden bewaard. De oude priesterkaste, waarvan er zelfs
+in 't jaar 700 nog geheime genootschappen bestonden, bleef zijn bestaan
+voortzetten als tovenaars die de<span class="pagenum" title="201"></span><a id="p_201"></a> magiese kruiden kenden en de oude
+toverformules. Nog trokken tegen Nieuwjaar, evenals vroeger, de mensen
+in de maneschijn naar buiten om de heilige mistelstruik te zoeken. En in
+de bronnen woonden nog altijd feeën die met geschenken bij de wieg der
+pasgeborenen aan kwamen zetten en die de eenzaam in 't bos rondzwervende
+jonge mannen in hun alfendans meesleepten.</p>
+
+<p>Maar ginds in Ierland en Cornwalles en Wales leefden er massa's Keltiese
+sagen en gedichten en door immigratie uit Cornwalles in de 6<sup>de</sup> eeuw
+was nu ook de noord-westelike streek van Frankrijk, Bretagne, weer voor
+de Keltiese wereld teruggewonnen. Toen de Noormannen naar Engeland
+kwamen, vond men in de Ierse kloosters grote perkament-folianten&mdash;ze
+zijn er nog tot op den huidigen dag&mdash;waarin de monniken de oude sagen
+opgeschreven hadden over de heldendaden van <span xml:lang="en">Cuchulain</span>, de voornaamste
+Ierse held, en over de strijd tussen de mannen uit Ulster en <span xml:lang="en">Connaught</span>,
+of die tussen de koningen van Erin en hun huurlingen, de mannen van
+Fionn, wier voornaamste helden Fin en Ossian waren. In bepaalde direkte
+verbinding met de Ierse sagen kwamen de veroveraars niet te staan, maar
+er bestond in Wales een overeenkomstige poëzie, die wij nog in haar vorm
+van vóór 1100 kennen, n.l. in de oudste delen van de oudste manuskripten
+uit Wales, het zogenaamde &bdquo;zwarte&rdquo; en het &bdquo;rode Boek&rdquo;. Dit zijn ten dele
+kunstmatige lofzangen over vorsten, strijdzangen, en bardenliederen die,
+geakkompagneerd door de harp, in de grote feestzaal gezongen werden
+evenals de Noorse liederen der skalden; ten dele zijn het
+volkssprookjes: de Mabinogion, op oude sagen en mythen gebouwd.
+Onmiskenbaar slaat ons uit deze poëzie het eigenaardig Keltiese
+tegemoet.</p>
+
+<p>Er ligt iets vaags over die poëzie in haar lyriek en fantasie. Vaste
+omtrekken of een massa détails te geven is haar zaak niet; personen en
+gebeurtenissen vloeien in 't vage, immateriële over, schijnen als
+visioenen voorbij 't oog te trekken. Maar ze worden door een rijk en
+levendig gevoel gedragen, dat alles in lyriese kleuren-tonen beeldt en
+een losgelaten fantasie die alles naar haar eigen bandeloze luimen
+omvormt.</p>
+
+<p>Er schuilt een elegiese, romantiese stemming achter veel van die
+bardenliederen. Stap voor stap zijn de Kelten dan ook uit Europa
+verdreven, eerst naar 't Westen, toen op de eilanden,&mdash;door de Romeinen,
+de Germanen, door Angelen en Denen. Klagend staat de bard uit Wales aan
+de graven der krijgers en herdenkt de dappere gevallenen. Klagend
+spreekt de oude dichter, nu hij<span class="pagenum" title="202"></span><a id="p_202"></a> in zijn ouderdom een kruk draagt, over
+wat hij kon en deed in de dagen van zijn volle kracht, en over zijn
+liefde. Maar van de werkelikheid, het nu, ijlt de fantasie òf de
+toekomst tegemoet wanneer de sagekoning uit de glanstijd die nu op het
+feeëneiland wegens zijn wonden verzorgd wordt, wanneer koning Arthur op
+zal staan en de oude Britten-heerschappij weer zal vestigen, of zij gaat
+terug naar de oude tijd,&mdash;&bdquo;ouder dan enige geschiedenis, die in enig
+boek geschreven is&rdquo;. Van oude heidense sagen die de gekerstende inwoners
+van Ierland en Wales niet meer verstaan, bouwt de fantasie lustige,
+luchtige sprookjes op, woest en barbaars, maar vervluchtigd en vormloos
+als vage, stralende dromen. Geweldig kijven de helden van Ulster en
+<span xml:lang="en">Connaught</span> met elkaar, of de witte stier van Ulster of de bruine van
+<span xml:lang="en">Connaught</span> sterker is en schoner; ook al om de een of andere jacht-twist
+wordt er hevig gestreden, of over een paar varkens, over een oorvijg, of
+wie het eerste stuk vlees krijgen zal; en als de reus uit de slag thuis
+komt, is hij zo verhit door zijn woeste razernij dat hij dadelik moet
+baden om af te koelen;&mdash;drie kuipen gaan er aan, want de eerste twee
+worden dadelik door zijn lichaam aan 't koken gebracht. Op de
+wonderlikste expedities trekt de held uit; de gekste, onmogelikste
+opdrachten worden hem door Penkawr gegeven vóór hij de schone Olwen
+krijgt, maar hij volbrengt ze alle; hij loopt ook zo licht dat geen
+grassprietje zich onder zijn voet buigt; en hij kan de mier horen
+wanneer die 's morgens zijn nest verlaat. Tachtig jaar lang zitten die
+reuzen in de Wonderbare zaal te eten en te drinken zonder dat zij merken
+dat er meer dan één uur verlopen is. Onverzadigbaar is voor mannen en
+vrouwen beiden de liefde; de vrouw vraagt gewoon de man in wie zij
+behagen vindt, en <span xml:lang="en">Cuchulain</span> maakt de vrouwen van Ulster zo gek op hem
+verliefd, dat de mannen terwille van hun huiselike vrede zelf er op uit
+trekken om hem de schoonste vrouw in de wereld te verschaffen. Maar wij
+horen ook van de jongeling die van stom liefdelijden versmacht of die
+slechts in zijn droom een schoonheid heeft gezien die hem zo zeer met
+liefde vervult, dat er geen stukje in een van zijn beenderen is, of geen
+plaatsje op het binnenste van zijn nagel dat niet van liefde doortrokken
+is. Door toverij wordt er een vrouw gevormd uit louter bloemen, uit de
+brem en de spirea en andere bloemen die daar groeien, zij krijgt de naam
+van &bdquo;Bloemenaangezicht&rdquo;&mdash;<span xml:lang="de">Blodenwedd</span>&mdash;en wekt bij een ieder liefde op.
+Overal wordt er veel met kleuren gewerkt. De kleedij des konings is
+gelijk de wazige Mei-morgen, wisselend<span class="pagenum" title="203"></span><a id="p_203"></a> van kleur; de winden hebben een
+kleur: uit 't Oosten komt de rode wind, uit 't Zuiden de witte, uit 't
+Noorden de zwarte en uit het Westen de dikke, grauwe mist-wind. Ook de
+geïllumineerde handschriften en oude wettelike dokumenten bewijzen welk
+een lyries gevoel voor kleur de Kelten hadden. Pracht en rijkdom, gouden
+sieraden en geborduurde en geweven stoffen, prachtige sloten en zalen en
+feesten, dit alles ziet men in hun sagen schitteren. En wij horen van
+allerlei wonderen,&mdash;van een toverketel die door de adem van meisjes
+verwarmd wordt; wanneer de ledematen van de dode krijgslieden daarin
+worden gelegd, groeien ze weer aan elkaar en worden ze weer levend; en
+van een tovervat dat altijd vol is met eten en de dingen die alle
+behoeften tevreden kunnen stellen; van toverlanden waar alle wensen
+vervuld worden en van &bdquo;Avalon&rdquo; het &bdquo;appeleneiland&rdquo; der eeuwige jeugd,
+heel ver weg in het Westen.</p>
+
+<p>Een vage romantiese fantasie omgeeft overal de werkelikheid met die
+wereld welke niet gezien wordt. Staande tegenover de heldere
+aanschouwingskunst der Latijnse volkeren, bestond daar bij dat ras een
+fantasie die overal het onzichtbare zoekt, dat wat slechts mystiese
+voorstellingen opwekt. Een levendige romantiese natuur-poëzie gaat er
+door de sagen en sprookjes zowel als de liederen,&mdash;een poëzie van het
+mistige klimaat en de altijd omslaande winden en de Atlantiese Oceaan,
+van bos en heide, dat zoveel plaats in 't land inneemt. &bdquo;Een roep van de
+bulderende zee komt tot mij, een roep van de bulderende zee jaagt mij
+des nachts op van mijn leger... Raad eens waaraan ik denk: Een sterk
+wezen, zonder vlees, zonder been, zonder hoofd, zonder voeten; het wordt
+nooit ouder dan het is; de zee wordt wit wanneer het komt. Hij is op 't
+veld, hij is in het bos, zonder hand, zonder voet, hij ziet niet en
+wordt door niemand gezien... Van 't Noorden komt de winterwind, laag en
+kort is nu de baan van de zon, de varens in het bos zijn geel, de golven
+van de zee brullen, de wilde gans laat zijn gewone kreet horen, de vorst
+bijt hem in zijn vleugels. Het is de tijd nu van het ijs en treurig zijn
+mijn woorden.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar zien wij hoe een volk van jagers met de natuur en de jaargetijden
+vertrouwd is. Met de wilde woeste vlakten waarop het heidekruid in de
+wind golft, en vooral met het bos: de grauwe eiken en de hazelbosjes, de
+herten die op de open plekken in 't bos grazen, de wilde zwijnen daar
+waar het 't dichtst is, de arend in de toppen der bomen. Steeds horen
+wij van de passie waarmede <span class="pagenum" title="204"></span><a id="p_204"></a>er gejaagd wordt,&mdash;op wilde zwijnen, wolven
+en herten. Van de jonge man die in de eenzaamheid van 't bos geboren en
+getogen is, geen mensen kent, maar wel alle natuurgeluiden en de taal
+der dieren, die hij met zijn fluit tot zich kan halen. Van de witte
+toverhinde, waar alle jagers het op verzien hebben. Van de fantastiese
+bosman die de jagers soms op een heuvel in het oerbos vinden, de Deense
+sagafiguur &bdquo;Dier-mens&rdquo; die met een knots in zijn hand het wilde, vreemde
+vee bewaakt... Vooral van de feeën die de jager aantreft wanneer hij een
+dier vervolgt en daardoor zijn jachtgezelschap kwijt raakt. Bij een
+meertje of een bron ziet hij een nymf daarin baden. En dan is òf zij het
+die zijn liefde verlangt en hem, wanneer hij niet wil, betovert en aan
+het ziekbed kluistert, of wel steelt hij haar kleêren die op de oever
+liggen en zo krijgt hij haar met geweld tot zijn wil.</p>
+
+<p>Soms worden de mensen door de feeën zelfs naar hun rijk meegelokt. Een
+geloof in een land van gelukzaligheid en onsterfelikheid ergens in 't
+Westen komt overal in de Keltiese sagawereld te voorschijn. Enkele
+uitverkorenen onder de stervelingen zijn daar wel al eens op bezoek
+geweest. Een gewond krijgsman legt zich b.v. in een boot neer en laat
+zich dan door weer en wind maar drijven, waarop hij dan in het feeënrijk
+komt, waar zijn wonden verbonden worden. Dat gebeurde b.v. met koning
+Arthur. Hij die uit het feeënrijk terugkomt, meent dat hij maar één dag
+weg geweest is, maar dan kunnen er honderden jaren verlopen zijn. Eens
+toen Bran, door zijn krijgers en hoofdmannen omgeven, in zijn hal zat,
+stond er plotseling een vrouw voor hem, een afgezant uit het Geluksland,
+die in wonderbare verzen van de heerlikheid in dat eiland zong&mdash;waar de
+witte zeepaarden (de golven) omheen spelen en uit hun manen kristallen
+droppels naar de kust spatten; waar de vogels in oude, bloeiende bomen
+zingen, waar ze spelen op de vlakte, onder het genot van <span xml:lang="de">Wein, Weib</span> en
+<span xml:lang="de">Gesang</span>; alles in geluk en in zonneschijn, &bdquo;zonder enige mist&rdquo;, zonder
+verdriet, en ziekte en dood, waar alles gelijk de zoetste muziek in de
+oren klinkt... In een kristelik kleed is een reis naar dat land
+beschreven in de verhalen van de Heilige Brandanus, en in een heidense
+variant als de tochten van Maël Duin. Hier komen ze aan allerlei
+fantastiese eilanden: het eiland van de grote mieren en de grote vogels,
+het eiland der zwarte Wenenden en der Lachenden, het eiland waar alles
+van kleur verandert en het eiland van de verschrikkelike smeden, de &bdquo;<span xml:lang="fr">ile
+des forgerons</span>&rdquo;, waar er geen gras groeit, maar waar men overal<span class="pagenum" title="205"></span><a id="p_205"></a> sintels
+vindt en hamerslagen hoort en blaasbalgen van de onderaardse
+smidsen,&mdash;men denkt hier allicht aan de Hekla en IJsland.</p>
+
+<p>Dat zijn van die verhalen zoals alle zeevarende volkeren ze kennen; de
+Indiërs en de Grieken hebben die zowel als de IJslanders, en het is
+duidelik dat er al van zeer oude tijden verband is tussen die verhalen:
+men herkent allerlei motieven in die Ierse wonderbare reisverhalen òf
+uit de &bdquo;Indica&rdquo; van Megasthenes, òf uit de reizen van Sindbad, of uit de
+Odyssee en Virgilius.</p>
+
+<p>De gehele lucht is er vol van toverij en magie; wat Ierland voor de
+Scandinaven was, vonden de Fransen in Wales: het land van tovenaars. De
+kern van de godsdienst der Druïden was dan ook het geloof in de magie;
+de Druïden hadden in hun cultus de goden zo goed als afgezet en
+beheersten nu zelf de wereld. Niet de krijgslieden maar die priesters en
+tovenaars waren de eigelike heersers in hun maatschappij. En sage en
+gezang vertellen van hun doen. Ze lopen langs de zee en vinden
+voorspellingen in de golven en de stemmen der zeevogels; donkere
+profetiën vertellen van een bos dat over de zee zal komen (een mastbos)
+over de rode en de witte draak die samen zullen vechten (Saksen en
+Britten). De figuur van Merlijn werd het inbegrip voor Wales van
+voorspelling en toverkunst. In zijn haat voor de mensheid was hij naar
+de bossen van <span xml:lang="en">Northumberland</span> gevlucht en daar voorspelde hij nu alles
+wat er gebeuren zou. In de bardenpoëzie wemelt het van mystiese
+versraadsels en die is ook doortrokken van een vreemd geloof in de
+zielsverhuizing: &bdquo;Ik heb vele gedaanten aangenomen, ik ben een traan
+geweest in de lucht, de verste van alle sterren, een woord, een boek,
+een kaarslicht, een wild zwijn, een geluid in de slag, een golf op de
+woeste kust,&rdquo;&mdash;men ziet hoe vreemd onwezenlik de meesten van die
+personificaties zijn. Door allerlei bezweringsformules kunnen de
+tovenaars de wil van de mens buigen, kwaad over het hoofd van de
+vijanden brengen, zich zelf en anderen in allerlei gedaanten omtoveren,
+en een mist op de heide of prachtige kastelen te voorschijn toveren en
+dit ook weer laten verdwijnen. Die toverij schijnt vooral op de heide te
+bloeien,&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">la lande aventureuse</span>&rdquo;, waar we in de Franse romans uit
+Bretanje zo veel van horen.</p>
+
+<p>Ongemengd was dit Keltiese element nu niet. Niet alleen de reis van
+Brandanus, maar de hele literatuur van Ierland en Wales was al vroeg
+doordrongen van antieke en Oosterse elementen en dikwels ook kristelike.
+Driehonderd en vijftig jaar lang hadden de Romeinen in Engeland geheerst
+en tot op den huidigen dag<span class="pagenum" title="206"></span><a id="p_206"></a> toe tonen ruïnes en opgravingen hoe grondig
+ze de Latinisering aangepakt hadden. Evenals de hele latere Romeinse
+wereld, was ook hier in 't uiterste Noord-westen de Romeinse kultuur
+sterk met Oosterse elementen vermengd. Een prefekt&mdash;weet men
+toevallig&mdash;was van Nicomedia, een tribuun uit Syrië, dikwels kwamen
+garnizoenen uit Azië hierheen en in <span xml:lang="en">Northumberland</span> heeft men altaren
+gevonden voor de Perziese Mithra, te Cambridge voor de Syriese Astarte,
+te York voor de Aegyptiese Serapis. De Keltiese kristelike kerk was in
+de 6<sup>de</sup>&ndash;8<sup>e</sup> eeuw, een tijd, verder van alle kultuur ontbloot, de
+enige in Europa om niet alleen aan Latijn te doen, maar ook aan Grieks;
+de Ierse kloosters hebben een hoofdaandeel aan het bewaren van de
+antieke literatuur. En een bizondere band schijnt ook die Westerse kerk
+met de Oosterse gehad te hebben; het kristendom der Ierse monniken
+draagt in vele opzichten meer een Oosters dan een Latijns karakter.</p>
+
+<p>Toen <span xml:lang="en">Geoffrey</span> de Britten van Brutus liet afstammen en van de Romeinen,
+was dat nog niet zo helemaal zonder enige reden. Onder de (jongere)
+&bdquo;Mabinogion&rdquo; vindt men verhalen die niets dan fantasiën over de tijd der
+Romeinen zijn,&mdash;b.v. over een keizer van Rome die met 32 koningen op
+jacht gaat en van een toverschip droomt, een tovereiland, een toverslot
+en een toverachtig schoon meisje en dan laat hij de hele wereld afzoeken
+totdat hij eindelik in Brittanië komt en de maagd vindt. Zo zijn er ook
+zelfs in het oudste deel van de Mabinogion, voortdurend trekken die
+opvallend aan <ins class="corr" id="corr28" title="Bron: Oostere">Oosterse</ins> motieven doen denken, zo b.v. de
+&bdquo;Vriendschapsproef&rdquo;,&mdash;twee vrienden die elkaars plaats innemen, maar
+tegenover elkaars echtgenoot vriendentrouw bewaren&mdash;of wel de
+geschiedenis van Ali Baba en de oliezakken die wij herkennen, of wel
+verwoeste prachtige toversloten, waar de bezoeker tot steen wordt, zodra
+hij een gouden schaal aanraakt. Bij het &bdquo;Appelen-eiland&rdquo; van de Eeuwige
+Jeugd in het Westen denkt men allicht aan de appelen der Hesperiden en
+de eilanden der zaligen, en er loopt een verhaal van een held die &bdquo;het
+land waar niemand ooit vandaan komt&rdquo; binnengedrongen was en daar met een
+vrouw vandaan was gekomen, waarbij natuurlik iedereen aan de
+geschiedenis van Orpheus en Eurydice denkt. Merlijn wordt ook al heel
+gauw verdoopt en heet dan als de zoon van een Romeins konsul Ambrosius,
+veel trekjes die zijn list betreffen en zijn helderziendheid, zijn
+eenvoudig op hem overgebracht van de verhalen van Indiese, Griekse en
+Hebreeuwse wijzen&mdash;van Midas en Silenus, van koning Salomo en de vorst<span class="pagenum" title="207"></span><a id="p_207"></a>
+der Geesten, Aschmedai&mdash;terwijl zijn &bdquo;Profetiën&rdquo;, die Geoffrey uitgaf,
+vol van reminiscenties van Lucanus zijn en van de Sibellijnse boeken.</p>
+
+<p>Eindelik schijnen ook verschillende Germaanse elementen de Keltiese
+sagen binnengedrongen te zijn&mdash;het is onzeker of dat nu de Noorse
+Vikingen, de Angelsaksen of de Denen en Noormannen zijn die ze gebracht
+hebben. Nu eens herkent men trekken uit de sage van Siegfried, dan uit
+die van <span xml:lang="de">Völund-Wieland</span>&mdash;of wel zijn het Germaanse namen die men
+plotseling te midden van zuiver Keltiese aantreft.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Maar hoe deze &bdquo;<span xml:lang="fr">Matière de Bretagne</span>&rdquo; ook samengeweven is,&mdash;daarin opende
+zich voor de Franse <span xml:lang="fr">trouvères</span> van het Engels-Normandiese rijk een wereld
+van poëzie die hen en hun publiek in verrukking moest brengen. Die
+wereld was hun nieuw en vreemd en daar lag een mysties perspektief, een
+geheimzinnige ondertoon van halfvergeten mythen en sagen achter die
+verhalen, welke de fantasie romanties in beweging moest brengen. En met
+die vreemde stof kon men ongegeneerd omspringen en doen wat men wilde,
+zonder door traditie of piëteit gebonden te zijn; dat alles kwam in
+losse onsamenhangende saga-motieven uit het Westen aanfladderen en elke
+dichter kon dat aan elkaar flansen, presies zoals hij zelf wilde. Dat
+was iets anders dan dat gescharrel met die romans van Karel de Grote,
+waar de stof met zulk een piëteit en histories nauwkeurig behandeld
+moest worden, of een Latijns boek voor zich te hebben dat men volgen
+moest!</p>
+
+<p>En wonderbaarlik scheen die &bdquo;Bretonse stof&rdquo; met de poëtiese smaak dier
+tijden overeen te stemmen. Hier streed men niet in geordende scharen
+voor goederen of voor land en rijk, maar de helden trokken&mdash;presies als
+de kruisridders en de vaganten in hun eigen wereld&mdash;op eigen hand op weg
+om avonturen op te zoeken. En nu waren het eens niet die eeuwige
+Saracenen daar ze mee moesten vechten, maar monsters en wildemannen,&mdash;en
+voor al die magie en toverij en dergelijke avonturen, daar hoorde een
+andere soort moed toe, een &bdquo;nouveau frisson&rdquo; die zij de zenuwen gaven.
+Er lag een geur van natuurromantiek over deze poëzie van bos, heide en
+oceaan en een glans en een kleurenpracht en sprookjesrijkdom over die
+Keltiese fantasiewereld, welke bijna de vergelijking met de Alexander-
+en Troje-romans kon doorstaan. En per slot van rekening leken die
+Keltiese sagen de Fransen meer van hun eigen vlees en bloed dan de
+Frankies-Germaanse <span class="pagenum" title="208"></span><a id="p_208"></a>epiek der baronnenwereld. Er was een levendigheid en
+een fijne genotzucht in die Keltiese poëzie, een vrolik opgewekt
+samenleven en zulk een sterk erotiese aanleg kwam daar in te voorschijn,
+dat de Fransen zich daar zeer aan verwant moesten voelen. Hier waren
+schitterende feesten, vooral ook aan het hof, een sappig &bdquo;<span xml:lang="fr">esprit
+gaulois</span>&rdquo;, en een gepassioneerd &bdquo;<span xml:lang="fr">feminisme</span>&rdquo;,&mdash;te midden van al die
+barbaarse woestheid lijkt het bijna een eerste schets van het leven der
+Franse edelen in de 12<sup>de</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Een kleine groep van ridderlike dichters die in het Anglo-Normandiese
+rijk werkten en die, ten dele direkt, maar ten dele ook door middel van
+Engelse en Latijnse vertalingen de Britse en Bretonse sagewereld
+trachtten te leren kennen, brachten van het midden der 12<sup>de</sup> eeuw af,
+&bdquo;<span xml:lang="fr">la Matière de Bretagne</span>&rdquo; in de kring van het Franse geestesleven en wel
+met het gevolg dat niet alleen de &bdquo;<span xml:lang="fr">Matière de France</span>&rdquo; (de nationale
+heldenpoëzie) maar ook de &bdquo;<span xml:lang="fr">Matière de Rome</span>&rdquo; (de onder antieke invloed
+staande romans) door de nieuwe modepoëzie vrijwel in de schaduw werd
+gesteld.</p>
+
+<p>Maar feitelik was het niet zo zeer de &bdquo;<span xml:lang="fr">Matière de Bretagne</span>&rdquo; die
+Frankrijk veroverde als wel de Franse riddermaatschappij wier eigen
+dichterlik genie de Keltiese stof in zichzelf op wist te nemen.</p>
+
+<h2><a id="XV"></a>XV.</h2>
+
+<p class="subh2" xml:lang="fr">MARIE DE FRANCE.</p>
+
+<p>In het begin vergenoegde men er zich mede in kleine berijmde
+vertellingen de stof neer te leggen die men in de liederen der Bretonse
+en Britse speellieden getroffen had of door de &bdquo;<span xml:lang="fr">fableors</span>&rdquo; had horen
+vertellen. Het woord &bdquo;<span xml:lang="fr">lai</span>&rdquo;, van Keltiese oorsprong, kwam in gebruik voor
+die berijmde novellen welke hun stof uit den vreemde haalden en die door
+hun karakter en hun geest zich meer in 't bizonder tot de hogere kringen
+richtten, spesiaal waarschijnlijk tot de dames.</p>
+
+<p>De oudste en fraaiste van die lais, waarvan de stof dus Brits was, waren
+door een dame gedicht wier naam Marie was en die in 't eigelike
+koninkrijk Frankrijk geboren was, maar onder de regering van Hendrik II,
+in Engeland woonde en hem haar novellen opdroeg. Evenals de oude
+romancen, schijnen ook de lais dikwels door vrouwen geschreven te zijn.
+<span class="pagenum" title="209"></span><a id="p_209"></a>In een Noorse bewerking uit de 13<sup>de</sup> eeuw van een Franse lai, heet
+het dat Willem de Veroveraar eens met zijn mannen aan de Normandiese
+kust lag, terwijl storm hen verhinderde naar Engeland over te steken;
+toen verdreef hij de tijd met jacht en feesten en om te zorgen dat die
+niet vergeten zouden worden, zond hij enige harpspelers naar een dame in
+Bretagne die bekend was door de schone <span xml:lang="fr">lais</span> die zij dichtte, en liet
+haar uitnodigen, op een fraaie melodie daar gedichten over te maken; dat
+deed zij en leerde de harpspelers 't gedicht zowel als de melodie. Zo
+maakte ook Iseut gedichten over haar ontmoetingen met Tristan. Marie was
+literair ontwikkeld, zij vertaalde fabelen uit het Engels en legenden
+uit het Latijn en zoals zij in de proloog voor haar lais vertelt, had
+zij er eerst over gedacht een goed geschiedwerk uit het Latijn te
+vertalen, maar daar er nu zovelen juist met dergelijke dingen bezig
+waren, had zij liever willen vertellen wat zij van Bretonse verhalen
+gehoord of gelezen had. Bij die &bdquo;dergelijke dingen&rdquo; denkt zij
+waarschijnlik aan zo iets als de Roman van Aeneas, er zijn allerlei
+reminiscenties in haar <span xml:lang="fr">lais</span> juist aan die roman te vinden, evenals aan
+Ovidius. Een zekere kennis van de Provençaalse erotiese poëzie der
+troubadours schijnt zij al vroeg gehad te hebben. Dichteres van
+betekenis was zij niet; er is iets bleeks en damesachtigs over haar
+stijl, iets konventioneels in haar karakteristiek; maar bevallig en met
+gemak geeft zij de Keltiese stof in Franse verzen weer,&mdash;in hoeverre zij
+zelf voor dit alles verantwoordelik is, of wat zij dankt aan een ander,
+Frans of Engels, die tusschen haar en de sagestof in staat, dat laat
+zich niet gemakkelik uit maken; zij zelf schijnt in elk geval geen
+Kelties gekend te hebben. Maar&mdash;zij wist een eigenaardige romantiese
+geur van 't ver-affe en 't wonderbaarlike over die vreemde, niet altijd
+meer goed begrepen motieven te leggen; zij voelt de poëzie van zee en
+bos, zoals die over de Keltiese sagen ligt, en overal legt zij nadruk op
+het erotiese en het sentimentele en het vergroot eigelik alleen maar de
+poëtiese charme, wanneer trekjes uit de Aeneas-roman of Ovidius of zelfs
+motieven van de Grieks-Oosterse vertellingen in de Keltiese stof
+ingeweven zijn.</p>
+
+<p>Verscheidene Keltiese sagen behandelden b.v. de verhouding der mensen in
+zake de liefde betreffende, tot de onsterfeliken. Mannen die b.v. uit
+het land des Doods opgestaan zijn of mannen uit het onderaardse
+feeënland die een vrouw onder de sterfeliken liefhebben. Of, gewoonlik,
+feeën die sterfelike mannen hun liefde aanbieden. Maar wanneer de zaak
+bekend wordt is 't uit,&mdash;gelijk <span class="pagenum" title="210"></span><a id="p_210"></a>altijd bij de onderaardsen: wanneer
+niet-ingewijden 't zien of de zaak bij de naam genoemd wordt, dan
+verdwijnt alles. Zulk een sage was nu net iets voor de sentimentele
+romantiese smaak dier dagen. <span xml:lang="fr">Lanval</span>, een gedicht van <span xml:lang="fr">Marie de France</span>
+evenals verschillende lais van onbekende schrijvers, behandelen dat tema
+met allerlei variaties. Er is b.v. een ridder die alleen het bos
+doorrijdt,&mdash;hij is op jacht van zijn gezelschap afgeraakt of hij dwaalt
+alleen maar wat om, b.v. omdat hij bedroefd is over het feit dat de
+koning zijn diensten niet goed beloont. Hij viert de teugel, en weldra
+heeft 't paard hem in 't dichtst van 't woud gebracht; het is heerlik
+weer en de vogels zingen in de middaguren, maar hij hoort er niet naar.
+Op eens is het hem alsof hij honden hoort aanslaan of een glimp van het
+witte hert krijgt, dan zet hij de hoorn voor de mond zodat het luid door
+'t bos weergalmt... Maar hij is steeds alleen in de betovering van 't
+eenzame bos. Zo komt hij dan aan een bron waar hij een badende fee
+verrast, hij bemachtigt haar klederen en zo krijgt hij haar in zijn
+macht en heeft haar zo aldra tot zijn wil,&mdash;als in de sage van <span xml:lang="de">Völund
+(Wieland)</span>. Of wel wordt hij door haar aangezocht en laat hij zich naar
+haar tent of haar slot voeren, waar hij haar liefde geniet, volop eten
+en drinken krijgt zowel als de kostbaarste kleren en goud. Zulke feeën
+die prinsen naar hun feeën-kastelen ontvoeren, kenden ook de Oosterse
+verhalen; met een Middeleeuws-Latijnse verzameling van zulke
+geschiedenissen (de Delopathos) heeft een van die lais merkwaardige
+punten van overeenkomst en die zelfde <span xml:lang="fr">lai (Guingamor)</span> schildert ook de
+pracht van marmer en ivoor in dat slot en de muziekfeesten, met echt
+Oosterse kleuren. Het einde van de historie, om er dat even bij te
+voegen, is zeer karakteristiek. Wanneer de ridder daar drie &bdquo;dagen&rdquo; bij
+die fee door heeft gebracht, begint hij naar huis te verlangen en wil
+weg, maar nu vertelt de fee hem dat er reeds 300 jaar verlopen zijn en
+zo vindt hij dan ook 't bos en alles heel anders wanneer hij weer in de
+wereld terugkomt. Niettegenstaande dat de fee hem er tegen gewaarschuwd
+heeft, eet hij toch onderweg van de vruchten van een appelboom en
+daardoor valt plotseling de ouderdom op hem en wordt hij een oud
+mannetje,&mdash;door van 't aardse voedsel te gebruiken is hij n.l. ook weer
+onder de aardse wet der sterfelikheid gekomen,&mdash;evenals zij die naar 't
+dodenrijk trekken ook aan de wetten daarvan onderworpen zijn, zodra zij
+daar eten. (Verg. de appelen van Persephone en de sage van koning
+Hadding uit Saxo).</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="211"></span><a id="p_211"></a></p>
+
+<p>In de andere <span xml:lang="fr">lais</span> keert de ridder na een &bdquo;<span xml:lang="fr">heure du berger</span>&rdquo;, naar de
+mensenwereld terug, maar nu is hij altijd rijk en opgewekt en heeft nog
+steeds, wanneer hij maar wil, ontmoetingen met zijn geliefde; alleen
+heeft de onderaardse schone hem verboden op straffe van haar te moeten
+verliezen, iets van deze zaak te vertellen. Maar nu wordt ongelukkig de
+koningin op de jonge ridder verliefd. Met haar vrouwen komt de koningin
+de tuin in, waar de ridders dadelik de dames het hof gaan maken, maar
+hij, de schoonste van allen, houdt zich alleen op een afstand; ofwel
+komt de koningin eens door de voorhal waar zij hem bij het raam ziet
+zitten schaak spelen, terwijl een zonnestraal daardoor op zijn
+aangezicht valt en er een nieuwe glans op werpt. Zij laat hem roepen,
+tracht hem te verleiden door hem haar liefde aan te bieden en is diep
+gekwetst wanneer de jongeling die afwijst,&mdash;in een dier <span xml:lang="fr">lais</span> in de eigen
+woorden van een lange passage uit Cicero's &bdquo;<span xml:lang="la">De Amicitia</span>&rdquo;. In onbeheerste
+razernij barst de koningin nu in allerlei eerrovende beschuldigingen uit
+(wij volgen hier de versie uit <span xml:lang="fr">Marie de France</span>, waar de gebeurtenissen
+het natuurlikst met elkaar in verband schijnen te staan),&mdash;dat <span xml:lang="fr">Lanval</span>
+zeker niet om jonge vrouwen geeft omdat hij natuurlik van knapen
+houdt,&mdash;de dichteres zal dat wel uit de Roman van Aeneas hebben&mdash;en om
+zijn eer te wreken komt <span xml:lang="fr">Lanval</span> er nu toe te zeggen dat hij een ander
+liefheeft die veel schoner is. In een veel plompere, misschien wel
+oorspronkelike versie is het de koning die bij een groot gastmaal, zijn
+koningin geheel ontkleed op een bankje ten toon stelt, zoals Ahasverus
+dat ook wilde, opdat de ridders haar kunnen bewonderen en haar gemaal
+benijden; wat zij dan ook allen plichtschuldig doen, behalve onze jonge
+ridder die, wanneer de koning hem uitvorst, er iets over los laat dat
+hij er een kent die nog schoner is.&mdash;In beide gevallen moet de ridder
+binnen een zekere vastgestelde tijd zijn bewering waar maken, anders
+moet hij voor zijn brutale pocherij sterven. Wanhopend loopt hij nu
+rond, niet alleen omdat hij nu sterven moet, maar ook wijl hij zijn
+woord tegenover zijn geliefde gebroken heeft. Maar de laatste dag komt
+er een prachtige stoet van maagden aanzetten die de bewondering der
+hovelingen opwekken en ten slotte de feeënkoningin op een wit paard, in
+een wit gewaad, maar zo dat haar gehele lichaam door alle aanwezigen te
+zien komt,&mdash;Venus noch Dido noch Lavinia waren schoner dan zij,&mdash;zo
+wonderbaarlik schoon is zij dat allen erkennen moeten dat de jonge man
+niet gepocht heeft. Maar hij blijft apart staan, omdat hij zich<span class="pagenum" title="212"></span><a id="p_212"></a> schaamt
+over zijn gebroken belofte en zij is dan ook eerst niet geneigd hem
+genade te schenken, maar 't eindigt er toch mede dat hij met haar
+meegaat naar het feeënrijk en nu voor goed.</p>
+
+<p>Ook dit alles: dat de ridder naar de mensenwereld teruggaat, zich zijn
+geheim laat afpersen, enz., wordt in Oosterse sprookjes van de fee
+Peribanu verteld; er is hier verband met Griekse mythen van Amor en
+Psyche en de Duitse sagen over <span xml:lang="de">Tannhaüser</span> in de Venusberg. Even duister
+als de sage zelf is voorlopig ook nog het verband tusschen de
+verschillende vormen er van. Wat het omgekeerde geval betreft van een
+aardse vrouw die een onsterfelike man toebehoort, in die klasse valt
+<span xml:lang="fr">Marie de France's lai</span> over <span xml:lang="fr">Yonec</span>. Maar hier is de bewerkster zich maar
+half bewust dat zij met een onsterfelike te doen heeft en dat het land
+in kwestie het hiernamaals is; de personen uit die sage maakt zij,
+zonder het echter geheel van de mystiek te ontdoen, tot echte gewone
+mensen en ridders.</p>
+
+<p>De jonge echtgenote van een ridder is in een toren opgesloten en
+&bdquo;verspilt haar schoonheid met tranen&rdquo;. Op een morgen in de maand April
+ligt zij klagend naar de heldere zon te kijken. Dat die akelige jaloerse
+oude man van haar dan ook nooit schijnt te kunnen sterven. Dat er dan
+ook nooit bij haar eens een van die ridders komt, waar men hier in
+Bretanje altijd van spreekt, die de dames komen &bdquo;troosten&rdquo; zonder dat
+hun reputatie daar onder lijdt. Op 't zelfde ogenblik dat zij die wens
+uitspreekt, ziet zij in 't venster de schaduw&mdash;zeer schilderachtig wordt
+dit verteld&mdash;van een grote vogel, die vlak daarop de kamer in komt
+vliegen. Zodra de vogel en zij elkaar aankijken, wordt hij tot een
+ridder (in de &bdquo;<span xml:lang="fr">Oiseau Bleu</span>&rdquo; en ook in een Deens volkslied en een
+sprookje komt dat zelfde motief voor); nooit, beweert hij, heeft hij
+iemand anders dan haar liefgehad, maar hij zou zijn rijk niet hebben
+kunnen verlaten en bij haar komen indien haar wens hem niet geroepen
+had. Hier zien wij duidelik 't mytiese dat hier aan ten grondslag ligt,
+en de dame durft zich niet met hem inlaten, vóór zij de zekerheid
+verkregen heeft dat hij geen kwade geest is, nu weet de kristelike
+auteur er zeer naïef en onbeholpen niets beter op dan de ridder het H.
+Avondmaal in de toren te laten gebruiken! Dan schenkt de vrouwe hem haar
+liefde en&mdash;evenals de fee bij de ridder,&mdash;komt hij van nu af telkens
+wanneer zij dat wenst; alleen moet hij zorgen dat nooit iemand hem ziet.
+Lang genieten zij nu van elkaars omarmingen, totdat de echtgenoot zich
+er over begint te verbazen dat de schoonheid van<span class="pagenum" title="213"></span><a id="p_213"></a> zijn troosteloze vrouw
+nu op eens weer zo opbloeit; hij laat haar bespieden en als hij hoort
+dat er dikwels een grote vogel bij haar komt, laat hij ijzeren punten in
+'t raam slaan. En wanneer de vogelridder dan de volgende keer komt heeft
+hij zich bezeerd en valt bloedend op haar bed neer, evenals in de Deense
+ballade, de knaap <span xml:lang="fr">Germand</span> in zijn veêren kleêren tot zijn geliefde komt,
+alleen om te sterven, daar de harpij onderweg zijn hartebloed gedronken
+heeft. Ook de ridder zegt dat hij nu naar huis moet vliegen om in zijn
+eigen rijk te sterven, maar zij zal een zoon baren die hem zal wreken.
+Met kreten van smart springt zij hem uit het raam na; in haar hemd volgt
+zij zijn bloedige sporen; het wordt een lange tocht&mdash;men begrijpt dat
+het oorspronkelik de reis naar het doodsrijk was die zij daar
+ondernam,&mdash;door een bergengte... over met bloed besprenkelde weiden...
+door een stad waar geen mens op straat te zien is... tot in een kasteel
+waar zij hem stervend te bed vindt liggen. Maar zij mag dáar niet
+blijven, zegt zij, als de mensen haar zagen zouden zij haar afmaken
+omdat zij schuldig is aan zijn dood; maar hij geeft haar een ring die
+maakt dat haar man niets van haar afwezigheid zal merken, en een zwaard
+dat zij aan hun zoon moet geven om daarmeê zijn dood te wreken...</p>
+
+<p>Meer en meer verdwijnt de Keltiese achtergrond uit de vertellingen van
+<span xml:lang="fr">Marie de France</span>. Een bezoek in het feeënrijk is oorspronkelik ook wel
+het onderwerp van de <span xml:lang="fr">Lai</span> van <span xml:lang="fr">Guigemar</span> geweest, maar de gehele
+détail-schildering wijst in de richting van de Grieks-Oosterse kunst. De
+jonge <span xml:lang="fr">Guigemar</span> die altijd de liefde van zich afgeworpen heeft, schiet
+eens op de jacht op een witte hinde, maar de pijl slaat op hem zelf
+terug en verwond hem,&mdash;blijkbaar is de hinde door een fee gezonden om
+hem voor zijn gevoelloosheid te straffen, evenals Amor bij Ovidius de
+god van de jacht treft omdat die de liefde veracht heeft. En de hinde
+voorspelt hem dat slechts een trouwe liefde hem zal kunnen genezen.
+Somber dwaalt <span xml:lang="fr">Guigemar</span> nu van zijn mannen af om bij het zeestrand een
+prachtig wonderschip te treffen,&mdash;er is niemand aan boord. Nieuwsgierig
+maar niet zonder enige angst gaat hij er heen en vindt daar een prachtig
+bed (het wordt beschreven zo prachtig als dat van Salomo in het Hooglied
+en dat van Hektor in de roman van Troje), hij gaat er even op liggen
+omdat hij door zijn wonden vermoeid is en als hij weer opstaat is hij al
+in het ruime sop. Dat soort van tover-mystiek is echt Kelties. Hij landt
+aan de voet van een groene marmeren toren. Daar houdt<span class="pagenum" title="214"></span><a id="p_214"></a> een oude man zijn
+vrouw gevangen, slechts een jong meisje en een oude ontmande klerk zijn
+daar bij haar,&mdash;dat zijn natuurlik voorstellingen van een harem en
+eunuchen die de dichteres hier voorzweefden. De twee vrouwen vinden de
+jongeling op dek liggen slapen; hij lijkt dood, maar als de jonge vrouw
+haar hand op zijn borst legt, merkt zij dat die nog warm is, nu slaat
+hij ook zijn ogen op en zij brengen hem binnen waar hij in het bed van
+de maagd gelegd en goed verzorgd wordt. <span xml:lang="fr">Marie</span>, die voor alles allerlei
+zedige omschrijvingen weet te vinden en die altijd in de kleinste
+kleinigheden de zedigheid in acht neemt, laat ze een mantel als een
+gordijn voor dat bed hangen, want er is maar één kamer in die toren. Nu
+vergeet hij al heel gauw zijn wonden, maar hij wordt daarentegen nu door
+de liefdepijl getroffen, en de jonge vrouw niet minder. Het meisje helpt
+ze, en ofschoon hij zich eigelik erg geneert,&mdash;want, zegt de
+sentimentele <span xml:lang="fr">Marie de France</span>, hij was niet een van die lichtzinnige
+ridders die de ware liefde bespotten&mdash;waagt hij 't eindelik met zijn
+gevoelens voor den dag te komen. Eerst wijst zij hem lachend af,&mdash;zij
+moet van Antigone uit de roman van Thebe geleerd hebben dat men eerst en
+vooral moet tonen er niet &bdquo;zo maar één&rdquo; te zijn die men met een natte
+vinger kan lijmen; maar de ridder antwoordt, en het is <span xml:lang="fr">Marie</span>'s eigen
+fijne vrouwelikheid die door zijn woorden spreekt,&mdash;: &bdquo;Vrouwe, wees niet
+boos dat ik dit zeg. Een lichtzinnige vrouw moet zich lang laten smeken
+om haar waar op prijs te stellen, opdat men gelove dat het de eerste
+keer is dat zij zich lokken laat. Maar een edele vrouw, die een man
+vindt van wie zij houdt, heeft zich niet trots op een afstand te houden,
+maar mag hem liefhebben en zich met hem verheugen.&rdquo; De dame geeft dan
+ook al heel gauw toe, en zij kussen elkaar en omhelzen elkaar en &bdquo;wat
+daar verder zo bij hoort&rdquo;. Maar de echtgenoot krijgt de lucht van wat er
+in die toren gebeurt en <span xml:lang="fr">Guigemar</span> moet nu vertrekken. Wederkerig geven
+zij elkaar beloften van trouw, maar hij legt toch een kuisheidsgordel om
+haar lijf&mdash;dat wijst ook op Asië en Aegypte&mdash;en zij legt een knoop in
+zijn hemd die zij alleen los zal kunnen maken... Verder horen wij hoe
+beiden hun trouw bewaren, hoe zij haar man verlaat en bij een andere
+ridder in huis komt die tracht haar in zijn macht te krijgen, maar hij
+kan haar gordel al evenmin los krijgen als alle vrouwen van Bretagne de
+knoop in 't hemd van <span xml:lang="fr">Guigemar</span> los kunnen maken. Ten slotte vinden zij
+elkaar en worden ze verenigd,&mdash;aandoenlik wordt geschilderd hoe zij
+elkaar gaandeweg <span class="pagenum" title="215"></span><a id="p_215"></a>herkennen, fijn is ook de droefheid beschreven van de
+ridder in wiens huis zij opgenomen was geworden en die nu getuige is van
+de vreugde van hun wederzien. Ook hierin is er veel dat aan
+Grieks-Oosterse romans herinnert met hun verliefde maar toch zo humane
+despoten...</p>
+
+<p>Over 't algemeen put <span xml:lang="fr">Marie</span> nu langzamerhand haar stof zo wat uit alle
+bronnen, terwijl zij die alleen maar in Engeland of Bretagne lokaliseert
+en er haar zachte sentimentele geest in legt. Zij neemt b.v. een
+vulgaire anekdote over echtbreuk en een geliefde die zich in een badkuip
+aan het kokende water brandt, maar brengt die in hoger sfeer over, door
+er een sentimentele troubadour-liefde in te leggen en vol aandoening het
+ongelukkig einde der gelieven te bewenen. Zij neemt een verhaal dat in
+'t middeleeuws Latijn voorkwam en van Oosterse oorsprong schijnt, over
+de jalousie van een echtgenoot die zo hevig was dat hij eens een
+nachtegaal door vier paarden in stukken deed rijten omdat haar gezang
+zijn vrouws hart in tederheid deed smelten en haar zo tot liefde
+verlokte. Daar maakt zij nu een aandoenlike kleine natuur-romantiese
+geschiedenis van: De echtgenote van de ridder en haar vriend zitten in
+een nacht vol maneschijn elk voor zijn venster naar elkander te kijken
+en naar 't gezang van de nachtegaal te luisteren&mdash;hun tuinen grenzen aan
+elkaar, zij kunnen nu met elkaar spreken maar zij zijn nog nooit samen
+geweest. De ruwe echtgenoot is boos dat zijn vrouw 's nachts zo dikwels
+opstaat en naar 't gezang der vogelen luistert,&mdash;'t is de nachtegaal
+zegt zij n.l. die maakt dat zij geen oog dicht kan doen&mdash;en daarom zet
+hij een vogelknip voor de verstoorder van zijn vrede uit en eens op een
+dag kan hij vol triomf haar de bloedige vogel in de schoot werpen. Maar
+de dame zendt het kleine lichaampje in fluweel gehuld naar haar vriend
+met de boodschap dat zij nu niet langer 's nachts bij het raam durft te
+gaan zitten en hij legt het lijkje in een gouden kistje en draagt het
+als een herinnering op zijn borst...</p>
+
+<p>Helemaal tot kleine romans groeien ten slotte hier de vertellingen aan,
+die naar het schijnt niets Kelties in zich hebben en waar het overdreven
+fantastiese geheel op de achtergrond treedt voor de zuiver menselike
+hartegevoelens. Beide handelen ze over vrouwen wier liefde zo vol
+zelfverlochening is dat zij zich voor het geluk van hun geliefde
+opofferen door voor een andere vrouw plaats te maken. Maar het is zeker
+<span xml:lang="fr">Marie</span>'s eigen gevoelige idealisme, dat dit in de onderwerpen gelegd
+heeft die zij opvatte.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="216"></span><a id="p_216"></a></p>
+
+<p>Overal in alle landen treft men verhalen&mdash;die misschien op een oud
+sprookje terug gaan&mdash;van de jonge vorstendochter die bestemd was om de
+bruid van een prins te worden, maar die dan juist daar vóor geschaakt
+wordt en die dan na velerhande avonturen pas herkend en erkend wordt
+juist op 't ogenblik dat een van haar zusters met de vorst trouwen zou
+voor wie zij zelf bestemd was. Uit dit motief is het gedicht van <span xml:lang="fr">Marie</span>,
+De Esch&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">Le Fraisne</span>&rdquo;&mdash;ontstaan. Het is een vondeling, die Esch heet
+naar de boom waaronder zij gevonden werd,&mdash;zij wordt in een klooster
+opgevoed, maar heeft een vorst lief die in de buurt woont en vlucht uit
+het klooster om op zijn slot als zijn bijzit te gaan leven. Zij zijn
+zeer gelukkig samen, maar dan verlangen ongelukkig de baronnen van de
+vorst dat hij nu een huwelik in zijn stand aan zal gaan om een erfgenaam
+het leven te geven. Hij wordt er dan ook toe gebracht om de hand van de
+dochter van een zijner ridderlike naburen te vragen. De bruiloft wordt
+vastgesteld en de moeder komt naar het kasteel om de voorbereidselen te
+treffen en o. a. om de bijzit weg te jagen. Maar ze wordt verrast en
+geheel ingenomen door de liefelikheid van het jonge meisje, dat zacht en
+geduldig aan alles medehelpt, zijn dienaars zegt hoe hij gewoon is het
+te hebben, ook b.v. zelfs zijn bruidsbed helpt gereed maken &bdquo;want dat
+wist zij zo heel goed&rdquo; en als zij geen linnengoed vindt dat mooi genoeg
+is voor hem, gaat zij zelf van haar eigen linnengoed uit haar kast
+halen. Maar wat zij daar nu uithaalt is juist het goed waar zij in
+gewikkeld was toen zij in 't klooster opgenomen was. En&mdash;de moeder van
+de bruid kijkt en kijkt,&mdash;ze kent dat goed! Dat was 't zelfde linnen
+waarin zij zo lang geleden haar eigen kind te vondeling legde, toen zij
+niet had durven erkennen dat zij een tweeling gekregen had, omdat zij
+altijd volgehouden had dat dit op ontrouw van de vrouw duidde. &bdquo;Esch&rdquo; is
+dus haar eigen kind, de tweelingzuster van de bruid (Hazel)... En nu
+komt er verklaring en vreugde,&mdash;gejubel!&mdash;en Esch wordt de bruid in
+plaats van haar zuster.</p>
+
+<p>Het is de zachte vrouwelikheid, de aandoenlike verzaking van de liefde
+die hier verheerlikt wordt&mdash;zoals die reeds in talrijke legenden van
+vrouwelike heiligen door het Kristendom verheerlikt was geworden, zowel
+als in de Indiese en Griekse poëzie. Maar zo lang als de opoffering aan
+een Godsvrucht te danken was die zich van de wereld afwendt, zolang de
+stempel van de slavernij nog op de vrouw drukte, kon de verzaking niet
+het karakter van<span class="pagenum" title="217"></span><a id="p_217"></a> die vrijwillig verlochenende liefde dragen als hier in
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Fraisne</span>&rdquo;. Na <span xml:lang="fr">Marie de France</span> wordt de geduldige Geliefde een
+lievelingstema voor de poëzie der middeleeuwen en ook van de latere
+tijd; de verwantschap met de lais van Marie laat zich vooral niet
+lochenen voor de schone Engelse en Noordse balladen van &bdquo;De schone
+Anna&mdash;<span xml:lang="en">fair Annet</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>In het Deense volkslied is de ridder blijkbaar van plan ze alle beiden
+aan te houden, en hij vraagt kalm zijn bruid wat zij zijn &bdquo;<span xml:lang="dk">fryndinne</span>&rdquo;
+voor geschenk denkt te geven en omgekeerd. In de tijd van de
+kruistochten, kwam het, zoals wij al gezien hebben, dikwels genoeg voor
+dat de echtgenote meer of minder vrijwillig zich in een soort <span xml:lang="fr">ménage à
+trois</span> moest schikken, wanneer haar ridder van zijn reizen met een vrouw
+thuis kwam die hij in verre landen gehuwd had. Dat is het tema van de
+grootste en fijnst uitgevoerde vertelling van <span xml:lang="fr">Marie de France</span>, die van
+Eliduc.</p>
+
+<p>Ridder Eliduc van Bretagne heeft zijn vrouw en zijn haardstede moeten
+verlaten en is naar Engeland getogen waar hij de Koning van Exeter in de
+oorlog gevolgd is. De koningsdochter wordt op hem verliefd en spreekt
+vriendelik met hem en ook de ridder kan van zijn kant niet nalaten naar
+de zoete woorden der prinses te luisteren, maar wil zijn vrouw toch niet
+vergeten. De prinses zendt hem een kamerjonker met geschenken om te zien
+of hij haar lief heeft,&mdash;zó kan men nu eigelik niets er over te weten
+komen, voegt de dichteres er met een zekere skeptiese mensenkennis aan
+toe, die dikwels door haar sentimentaliteit heen breekt; nog nooit zag
+ik een ridder die geen geschenken aanneemt. Levendig als bij Ovidius
+wordt de twijfel der prinses beschreven, of zij die geschenken durft
+zenden of niet, en haar ongeduld om 't resultaat te horen. Eliduc neemt
+alles aan, maar zegt &bdquo;niets zonder dank&rdquo; en biedt de boodschapper geld;
+zo weet de Prinses nog niet wat zij geloven moet. Zij heeft n.l. geen
+idee dat ook het hart van de ridder in diepe nood verkeert, hij kan niet
+meer voor zich zelf verbergen dat hij haar lief heeft, maar toch wil hij
+zijn trouw jegens zijn echtgenote bewaren. En hij wil ook wel op goede
+voet met de prinses staan en haar eens kussen, maar ook niets meer. Eens
+zit de koning schaak te spelen en laat zijn dochter binnen komen om
+Eliduc bezig te houden. Zij gaan apart in een hoek van de zaal
+zitten&mdash;de scène doet denken aan die tusschen Jason en Medea in de roman
+van Troje&mdash;zij zijn beiden wat gegeneerd en 't gesprek vlot volstrekt
+niet. Eindelik stamelt hij een woord van dank voor haar geschenken<span class="pagenum" title="218"></span><a id="p_218"></a> en
+nu biecht zij op dat zij die zond, omdat zij hem lief heeft en niemand
+anders wil hebben. Hij legt zijn gevoelens nu ook bloot maar&mdash;voegt er
+bij&mdash;wanneer de oorlog gedaan is moet hij naar huis terug. Zij legde
+zich daar bij neer en van toen af zagen zij elkaar dikwels en hielden
+veel van elkander.</p>
+
+<p>Maar nu wordt Eliduc naar Bretagne teruggeroepen, omdat zijn eigen
+koning zijn hulp tegen hun vijanden nodig heeft. Hij moet weg. Het doet
+hem verdriet voor zijn vriendin, maar er is niets tussen hen geweest dan
+vriendelike woorden en gaven, geen dwaasheden of iets oneerbaars, maar
+zij die niet wist dat hij getrouwd was, bleef hopen. Men ziet hoe fijn
+de kleuren gemengd zijn, hoe delicaat Marie de halfheid in de verhouding
+weet te tekenen: hij heeft de eerste schrede niet gedaan, alleen is hij
+niet sterk genoeg geweest om de avances der jonge dame af te wijzen; hij
+heeft alles nog binnen de grenzen van het fatsoen weten te houden, maar
+heeft 't niet over zich kunnen verkrijgen te zeggen dat hij daar ginds
+in den lande van overzee getrouwd was. Nu voelt hij met smart dat het
+hart van een hunner of misschien wel van beiden bij de scheiding moet
+breken, en besluit alles aan de beslissing van de prinses zelf over te
+laten. Eerst neemt hij afscheid van de Koning en gaat dan naar de
+dochter om haar alles te vertellen. Maar ongelukkig valt zij dadelik in
+zwijm zodra zij van afscheid nemen hoort spreken en nu kan onze held
+niet anders doen dan haar in zijn armen nemen en kussen: &bdquo;Mijn zoete
+vriendin, laat ik U alleen dit maar zeggen: gij zijt de mijne in leven
+en dood.&rdquo; Haar dadelik meenemen&mdash;wat zij eigelik wilde&mdash;kan hij niet;
+hij staat in haars vaders diensten dat zou trouwbreuk zijn; wel kan hij
+terugkomen als hij een vrij man is en dan kan hij haar schaken, zonder
+dat zijn eer daar onder lijdt. Nu wisselen ze ringen, kussen elkaar...
+en zo zijn al zijn schone voornemens door haar tranen gesmolten&mdash;zoals
+het de man zo dikwels gaat die komt om zulk een verhouding af te breken.</p>
+
+<p>Eliduc komt thuis en wordt door allen goed ontvangen, vooral door zijn
+trouwe echtgenote; maar hij loopt stil en in overpeinzingen rond en zij
+vraagt in haar verdriet of iemand haar misschien belasterd heeft. Als
+hij nu zijn koning bijgestaan heeft, gaat hij, zoals hij beloofd heeft,
+naar Exeter terug en schaakt daar de koningsdochter. Er steekt een storm
+op zee op en de bemanning mompelt iets over&mdash;even als in de geschiedenis
+van Jonas&mdash;dat er zeker een schuldige aan boord is, die geofferd zal
+moeten worden;&mdash;natuurlik is zij dat, de vrouw die 't met een getrouwde<span class="pagenum" title="219"></span><a id="p_219"></a>
+man houdt. De prinses bezwijmt van schrik, ook omdat zij hoort dat hij
+gehuwd is; woedend slaat Eliduc de schipper tegen den grond en neemt
+zelf 't roer over, hij weet het schip ook veilig aan land te brengen,
+maar... zijn geliefde ligt daar nog altijd dood voor hem. Wanhopend
+neemt hij haar in zijn armen en draagt haar naar een verlaten grafkapel
+waar hij haar voor 't altaar op een baar legt; hij heeft de moed niet
+het lichaam te begraven, lang blijft hij over haar gebogen zitten klagen
+en zweert dat hij nooit meer wapenen zal dragen, maar monnik wil worden.
+Als zij hem niet lief had gehad, zucht hij, had zij nu een koningskroon
+gedragen... Nu rijdt hij naar huis, maar altijd keek hij even somber en
+elke morgen na de mis reed hij naar die kapel en ging bij 't lijk van
+zijn geliefde zitten die merkwaardig genoeg er altijd even fris en
+schoon uitzag. Zijn bedroefde vrouw laat haar man's wegen bespieden en
+in gezelschap van een dienaar gaat zij eens de kapel binnen, waar zij
+het meisje ziet liggen als een pas ontloken rozenknop; zij neemt het
+lijkkleed weg en bewondert haar schone lichaam. Zij verbaast zich nu
+niet meer over de smart van haar man en heeft innig medelijden met hem;
+droef geresigneerd voelt zij ook heel goed dat zij zijn liefde nooit
+meer terug zal kunnen krijgen. Wenend zit zij bij het lijk van haar
+mededingster,&mdash;een situatie vol grootse, dichterlike schoonheid. Daar
+komt in de stilte een wezel aanlopen over de stenen in de vervallen
+kerk. Haar dienaar slaat die met een stok dood. Maar 't duurt niet lang
+of het vrouwtje van de wezel komt met een rode bloem in haar mond
+aanlopen en zodra zij het mannetje daarmee aangeraakt heeft, is die weer
+levend. (Een natuurmerkwaardigheid waar klassieken zowel als Oosterse
+schrijvers van weten te vertellen). Nu beveelt de vrouw haar dienaar de
+rode bloem op te nemen, nauweliks heeft zij die op de lippen der
+afgestorvene gelegd of die ontwaakt met een diepe zucht uit haar lange
+slaap. Maar wat volgt is nog schoner; de vreemdelinge klaagt haar nood,
+hoe zij een man lief heeft gehad en met hem gevlucht was en hoe zij toen
+hoorde dat hij getrouwd was; de vrouw van de ridder moet haar nu zelf
+troosten door te vertellen hoe innig veel verdriet die man hier over
+heeft en hoe weinig hij van zijn echtgenote houdt. Zij heeft al dadelik
+haar besluit genomen; die twee moeten elkaar toebehoren, zij zal zelf de
+sluier aannemen. Dat weet de heldhaftige vrouw ook door te zetten en
+Eliduc &bdquo;<span xml:lang="fr">dulcement sa femme mercie</span>&rdquo;, wat werkelik ook niet te veel is.
+Maar 't duurde niet lang&mdash;eindigt de dichteres<span class="pagenum" title="220"></span><a id="p_220"></a> die hier enigsins
+kristelik begint te worden en schijnt te vinden dat Eliduc er wat al te
+gemakkelik af is gekomen&mdash;of hij volgde met zijn prinses het voorbeeld
+van de vrouw en zij gaan ook in een klooster. En in het klooster
+ontvangt de echtgenote haar opvolgster als een zuster!</p>
+
+<p>Waar <span xml:lang="fr">Marie de France</span> deze geschiedenis misschien vandaan heeft, is niet
+van veel belang; zoals zij die hier vertelt, zonder sterke kleuren en
+zonder diepe kracht, met een licht lopende damespen, is het toch wel
+degelik haar eigen werk geworden; er zit in die vertelling juist dat
+mengsel van voorname wereldlikheid en fijne, ironiese zielekennis, van
+een gevoelvol verheven menselikheid en fijn, subtiel moreel gevoel,&mdash;die
+ook later weer de echt Franse liefderoman zal karakteriseren.</p>
+
+<p>De <span xml:lang="fr">Lais</span> van <span xml:lang="fr">Marie de France</span> vormen daartoe de bekoorlikste inleiding.</p>
+
+<h2><a id="XVI"></a>XVI.</h2>
+
+<p class="subh2">TRISTAN EN ISOLDE.</p>
+
+<p>Uit vele van die populaire speelmanslais ontstonden romans. Van de
+liefde van Tristan en Isolde is er gezongen en gedicht in die oude <span xml:lang="fr">lais</span>,
+waardoor die paar gelieven uit Cornwall reeds aan de oudste Provençaalse
+troubadours bekend waren. En weldra stonden zij voor de middeleeuwen als
+omstraald door een nog hogere poëzie dan zelfs Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> of
+Aeneas en Dido in de oudheid. &bdquo;Nooit,&rdquo; heet het in de oudste versie, die
+men heeft kunnen opdiepen (Berol's bron), &bdquo;hadden anderen elkaar zo lief
+en kochten de liefde zo duur.&rdquo; Het noodlot had ze door één teug aan
+liefde en ongeluk gewijd, en zo stond het paar voor alle gevoelige
+harten met een dubbele aureool omgeven; hun liefde was misdadig, altans
+volgens de vromen van de Ridderromantiek, maar ze waren toch enigsins te
+verontschuldigen door het onwederstaanbare van hun schone passie en ze
+werden toch ook door al hun ellende gelouterd. Evenals St. Preux en
+Julie of Werther en Lotte voor hun tijdgenoten, waren Tristan en Isolde
+voor de middeleeuwen martelaars der liefde, onschuldige offers van de
+moraal der burgerlik kristelike maatschappij,&mdash;maar in de ogen van alle
+jongeren was hun lot toch eigelik benijdenswaardig, en stonden ze toch
+in geluk ver boven dat van de gewone burger.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="221"></span><a id="p_221"></a></p>
+
+<p>Geen motief is zo dikwels in de romans gebruikt geworden als dit, maar
+er heeft een merkwaardig noodlot op de overlevering er van gerust. Van
+de oudste versies is er geen een over; de oudste die wij hebben zijn
+fragmenten van twee Franse berijmde romans die uit 't Anglo-Normandiese
+rijk stammen, die van Berol en van Thomas, uit de jaren 1160&ndash;1170; dan
+zijn er een paar latere Franse berijmde bewerkingen verloren gegaan,
+maar wij hebben een proza-roman uit de 13<sup>de</sup> eeuw over; in 't Duits
+bestaan er berijmde bewerkingen van Eilhart v. Oberge (1190) en Gotfried
+van Strassburg (ongeveer 1210) en twee vervolgen; vervolgens is er een
+Middel-Engels-gedicht, Sir Tristrem, een IJslandse sage en enkele late
+volksboeken. Met grote kunst heeft de Franse filologie echter aan
+Frankrijk van dit alles teruggegeven wat haar toekomt, door de vreemde
+versies in twee groepen in te delen, die respektievelik op Berol en
+Thomas terug gaan, en heeft uit wat aan de versies van elke groep gemeen
+is, de twee Anglo-Normandiese romans kunnen rekonstrueren om de paar
+fragmenten heen die wij er feitelik alleen maar van bezitten. Zij
+zijn&mdash;zoals wij zagen&mdash;omtrent van de tijd van Marie de France. Berol is
+meer populair en die staat waarschijnlik ook wel dichter bij 't
+oorspronkelike. Thomas is meer ridderlik. Terwijl 't vooral Eilhart is
+die ons Berol kan helpen reconstrueren, hoort zowel de roman van
+Gotfried, als die van Sir Tristrem en de IJslandse sage tot de groep
+afstammelingen van Thomas. De groei van de Ridderromantiek laat zich
+heel goed volgen als men de twee groepen Berol-Eilhart en
+Thomas-Gotfried met elkaar vergelijkt.</p>
+
+<p>Dat er oorspronkelik een sage uit Cornwall of uit West-Schotland aan ten
+grondslag ligt, staat buiten alle twijfel. Ook is 't zeker dat er zich
+al heel vroeg om die oorspronkelike sage-stam andere motieven en
+anekdoten geslingerd hebben, tendele reeds op Keltiese grond, maar ook
+later in de Franse versies, uit de oudheid en het Oosten, uit Frankrijk
+zelf en uit Duitsland. Zoals het werk van Berol en Thomas eeuwen lang
+alle landen rond is getrokken, kan de stof door zijn hele kleur en toon
+maar tot zekere hoogte Kelties genoemd worden. Reeds de namen zijn
+kosmopolities. Iseut beschouwen sommigen als Germaans evenals andere
+vormen met Is-, misschien voor Ishilde, maar in elk geval is de naam al
+zéér spoedig als Kelties gevoeld; haar vader Gormond heeft zeker een
+Scandinaviese naam, ook Morolt lijkt Germaans. <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>, Tristan's
+moeder is natuurlik Frans, Isolde's dienstmaagd <span xml:lang="fr">Brangién</span><span class="pagenum" title="222"></span><a id="p_222"></a> (= witborst)
+daarentegen Kelties. Marc, de oom is Kelties en betekent paard; dat
+heeft aanleiding gegeven tot het sprookje dat hij paardenoren had,&mdash;een
+trek die in vele volkssagen voorkomt, maar nu wordt ook de geschiedenis
+van koning Midas zijn ezelsoren en het geheim dat hij aan 't riet
+toevertrouwde op koning Marc overgedragen. Eindelik is Tristan
+oorspronkelik Kelties (Drostan, maar de gelijkenis met 't Frans &bdquo;<span xml:lang="fr">triste</span>&rdquo;
+heeft invloed op de naam gehad en een zeker elegies-tragies kleurtje
+over de Franse Tristan gelegd die Drostan uit Cornwall zeker miste). Die
+Drostan schijnt een held van 't zeer populaire &bdquo;<span xml:lang="de">Schlau-kopf</span>&rdquo;-type
+geweest te zijn&mdash;gelijk Odysseus of Jakob uit de Bijbel&mdash;een slimme
+schelm, die door het noodlot vervolgd wordt, maar handig en gewikst zich
+door alles heen weet te slaan. Hij was de duizend-kunstenaar die zwemmen
+kon, vechten, draken doden, die kon springen zo hoog als niemand anders
+(in Cornwall wees men de rots waarvan hij zijn enorme beroemde sprong
+gedaan had); een man even uitstekend als jager als in de kunst het wild
+te bereiden, als harpspeler als in de kunst om vogelenstemmen na te
+bootsen. En de verhouding waarin hij tot de vrouw van zijn oom stond was
+slechts een van de wijzen waarop het noodlot hem vervolgde, maar waarop
+hij ook zijn listige streken kon vertonen.</p>
+
+<p>Er is een voorhistorie over de afstamming en de jeugd van Tristan, maar
+die er later aan toegevoegd schijnt, op motieven zo wat van alle kanten
+bijeengeschraapt en in een ridderlike en sentimenteel-avontuurlike geest
+geschreven. Een ridder uit Wales of Bretagne houdt zich een tijd aan 't
+hof van koning Marc op, de beroemde legendariese koning van Cornwall of
+Engeland. De zuster van de koning wordt op hem verliefd&mdash;de naïeve
+monologen en koket-sentimentele gesprekken doen aan de Aeneas-roman
+denken&mdash;terwijl hij na een gevecht gewond is, wordt zij in 't geheim en
+onder tranen bij hem zwanger, dan vlucht zij met hem naar zijn eigen
+land. Maar daar valt hij nu in de strijd tegen zijn vijanden, die nu
+zijn goederen in bezit nemen en de wanhopende weduwe baart nu in smart
+de in smart ontvangen zoon, die bovendien bij de geboorte zijn moeder
+het leven kost. Tristan werd de erveloze knaap genoemd en zijn leven zal
+die naam der smarte waar maken. In 't geheim door een trouwe dienaar
+opgevoed, wordt hij door kooplieden met een schip ontvoerd, maar weet te
+ontvluchten en aan land te komen,&mdash;bij koning Marc, waar hij aan 't hof
+in grote gunst komt. Ten slotte wordt 't hem en de koning bekend wie hij
+eigelik is en de koning<span class="pagenum" title="223"></span><a id="p_223"></a> stelt zijn neef tot erfgenaam over zijn rijk
+aan; maar eerst trekt de jonge held er op uit om zijn vaderlik erfdeel
+terug te winnen, alleen echter om dat land aan zijn trouwe pleegvader
+over te dragen. In de volkssagen en de heldenpoëzie zijn er veel helden
+aan wier jeugd dit alles sterk herinnert, maar ook met de roman van
+Appolonius van Tyrus en die van Ruodlieb heeft onze geschiedenis menige
+trek gemeen.</p>
+
+<p>En nu begint de eigelike roman daarmede dat Tristan, als hij weer naar
+'t rijk van koning Marc teruggekomen is, het heldenstuk uitvoert om in
+een tweegevecht de reus Morolt te doden, die uit Ierland gekomen was om
+het jaarlikse tribuut voor zijn zwager, de koning van Ierland en de
+Romeinse senaat op te eisen. Hier als ook nog elders is duidelik de
+kroniek van <span xml:lang="en">Geoffrey</span> van <span xml:lang="en">Monmouth</span> gebruikt en wel naar de Franse
+berijmde bewerking van <span xml:lang="fr">Wace</span>; het motief is bovendien algemeen genoeg in
+de heldenpoëzie. Het wordt een duel, volgens alle regelen van de kunst
+op een eiland gevochten. De reus wordt door een geweldige slag op zijn
+voorhoofd geveld&mdash;een stuk van Tristan's zwaard blijft hem in de schedel
+zitten&mdash;maar hij krijgt nog net de gelegenheid zijn overwinnaar een houw
+met een vergiftigd zwaard te geven en er stervend bij te voegen dat
+alleen zijn eigen zuster, koningin Isolde van Ierland, dit genezen kan.</p>
+
+<p>Nu wordt Tristan ernstig ziek,&mdash;niemand kan zijn wonden helen, waar
+bovendien een onuitstaanbare stank uit opstijgt,&mdash;iets wat Gotfried
+overslaat omdat &bdquo;zo iets niet goed past in de hoofse toon&rdquo;. Gelijk
+gewonde helden dat in de Keltiese sage dikwels doen, legt hij zich op
+een schip en laat dat maar ergens heendrijven; het komt in Ierland
+terecht. Men ziet hoe weinig doorwerkt de stof is, hij wist n.l. zelf
+dat hij dáár alleen genezing zou vinden. Als degeen die de dood van
+Morolt op zijn geweten heeft, durft hij zich toch niet te kennen te
+geven; hij verkleedt zich nu weer als koopman, of&mdash;zoals de ridderlike
+versies 't liever voorstellen&mdash;als een harpspeler en komt zo in het
+paleis van de koning waar hij zich Tantris noemt en door de koningin
+verzorgd en genezen wordt. Uit dankbaarheid daarvoor geeft, volgens de
+ridderlike bewerking, Tantris aan 's konings dochter Isolde les in het
+harpspel, in de kunst lais te dichten, in het schrijven en in goede
+manieren (<span xml:lang="la">moralitas</span>), zodat haar vader zijn gasten dikwels door zijn
+jonge dochter kon laten bezighouden. Steeds bevreesd dat hij herkend zal
+worden, vertrekt Tristan terstond als hij zich weer beter voelt,
+ofschoon de<span class="pagenum" title="224"></span><a id="p_224"></a> koningin de wellevende vreemdeling graag nog wat gehouden
+had.</p>
+
+<p>Nu leefde Tristan weer aan het hof van Koning Marc. Maar de baronnen die
+jaloers op Tristan zijn dat hij de troon zou erven, brachten er de
+koning toch nog toe weer een vrouw te zoeken. Alleraardigst is een hier
+ingevoegd sprookjesmotief. Terwijl zij bezig zijn de Koning over te
+halen, fladderen een paar zwaluwen het venster binnen en een daarvan
+laat een goudgeel vrouwenhaar uit zijn bek vallen. De Koning raapt het
+op en zegt dat als hij dan toch trouwen moet, dan wil hij de jonkvrouw
+hebben aan wie dat haar toebehoort. En Tristan neemt op zich de schone
+met het gouden haar voor hem te gaan vinden, die niemand anders blijkt
+dan de prinses van Ierland. Maar de ridderlike bewerkingen verwerpen
+deze trek als een onwaardige uitvinding der speellieden; Tristan zelf
+had bij zijn thuiskomst de schoonheid van de jonge Isolde in zulke hoge
+tonen geprezen en bovendien wensten de baronnen Tristan juist naar
+Ierland te zenden omdat zij wisten dat er daar levensgevaar voor hem
+schuilde.</p>
+
+<p>Zo trekt Tristan daar nu weer heen, te midden van het gevaar. Hij kwam
+op een gunstig oogenblik. Een draak hield juist vreselik op het eiland
+huis, elke dag moest er een jonge maagd aan hem geofferd worden en de
+Koning had laten weten dat hij die de draak wist te dooden, de prinses
+ten huwelik zou krijgen,&mdash;een in de Griekse en Germaanse sagenwereld
+zeer bekend motief. Tristan, gelijk gewoonlik als een koopman verkleed,
+trekt er incognito op uit en doodt het monster door een stoot in zijn
+muil&mdash;in het hart zegt <ins class="corr" id="corr29" title="Bron: Golfried">Gotfried</ins> meer in overeenstemming
+met ridderlike opvattingen&mdash;snijdt zijn tong uit en steekt die in zijn
+broekzak&mdash;legt die op zijn borst, zegt Gotfried, maar&mdash;nu trekt het
+vergif zijn lichaam door en niet ver van de draak valt Tristan zelf in
+zwijm. De Seneskalk des konings, een slecht mens, komt langs het lijk
+van de draak, en eigent zich de eer toe die gedood te hebben, rijdt vol
+triumf naar huis en eist Isolde voor zich op. Zij is wanhopend over het
+vooruitzicht met die man te moeten trouwen en zij kan bovendien ook niet
+geloven dat hij zulk een heldendaad heeft kunnen volbrengen en zij gaat
+met haar moeder het gevelde dier bekijken. Daar vinden ze nu de
+vreemdeling met de tong van het ondier; zij nemen hem mee naar huis waar
+hij verpleegd wordt en dan komt hij met zijn trofee voor den dag en
+bewijst tot groote schande van de Seneskalk hoe die ze allen heeft
+willen bedriegen. Dit is duidelik een geheel op zich zelf staande sage
+die vrij onhandig in het gedicht ingevlochten is,<span class="pagenum" title="225"></span><a id="p_225"></a> het wordt ook in een
+apart Kelties gedicht gevonden over &bdquo;De held en het hert met de witte
+poot&rdquo;; misschien is het ook verwant aan de Griekse geschiedenis van
+Alkatoos, die op die zelfde manier zich door de tong van het monster als
+de geen doet kennen die het gedood heeft, inplaats van een ander die hem
+die eer wil roven. De sage is in haar grondtrekken zeer algemeen.</p>
+
+<p>Maar intussen is het opgehelderd wie Tantris is. Eens zit hij naakt in
+het bad en Isolde staat er bij met hem te praten, terwijl zij er zich
+over ergert dat die man, zo schoon als hij is, toch niets dan een
+koopman is. Nu gaat zij naar zijn wapens kijken die daar hangen, en ziet
+het zwaard dat nog de sporen draagt van de houw die Morolt er mee
+gekregen heeft&mdash;op eens krijgt zij een ingeving, zij haalt het stukje
+dat in het hoofd van Morolt is blijven zitten en dat zij bewaard
+heeft,&mdash;kijk! Dat past presies en op 't zelfde ogenblik wordt het haar
+op eens duidelik dat Tantris natuurlik hetzelfde is als Tristan. En zij
+neemt dadelik het besluit hem, zoals hij daar in het bad zit, te doden.
+Een echt pikante situatie, die de ridderlike versies in detail
+uitwerken: die naakte held geheel in de macht van het jonge meisje.
+Tristan herinnert er haar aan dat hij haar zal moeten helpen, nu de
+Seneskalk beweert de draak gedood te hebben en haar hand eist. De jonge
+maagd voert een innerlike tweestrijd, zij moest de moordenaar van haar
+moeders broeder haten, maar haar &bdquo;<span xml:lang="de">milde wîplichheit</span>&rdquo; zoals Gotfried
+zegt, waagt het niet toe te slaan. Nu komt de moeder er bij en wordt van
+de zaak op de hoogte gebracht; beiden zijn vol twijfel, als de een iets
+besluit, houdt de ander haar terug, ook <span xml:lang="fr">Brangien</span> stelt zich op de
+voorgrond en wil als Isolde's &bdquo;<span xml:lang="fr">cameriere</span>&rdquo; ook een duit <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: mêe">meê</ins> in
+'t zakje doen. Tristan verlaat nu het bad en knielt &bdquo;voor de schone rij
+der vrouwen&rdquo;, die galant door de Duitser met de zon, de maan en de
+dageraad vergeleken worden. <span xml:lang="fr">Brangien</span> brengt er het drietal toe elkaar de
+kus der verzoening te geven,&mdash;het maakt vooral indruk als Tristan
+mededeelt dat het uit naam van de Koning van Cornwall is dat hij om de
+hand van Isolde komt vragen.</p>
+
+<p>Isoldes vader gaat op dat huwelik in en met grote pracht en praal wordt
+de prinses, door <span xml:lang="fr">Brangien</span> begeleid, met Tristan over de zee gezonden. Er
+is tot nu toe geen sprake van liefde tussen die twee, wel zegt Gotfried
+iets van tedere gevoelens tussen hen, maar het wordt toch nog als iets
+dat van zelf spreekt beschouwd, dat Isolde met vreugde de Koningin van
+Koning Marc zal worden. In de voorgeschiedenis <span class="pagenum" title="226"></span><a id="p_226"></a>zijn er
+sprookjesmotieven en reminiscenties van allerlei heldensagen. De
+eigelike handeling begint pas waar Tristan en Isolde uit Ierland
+vertrekken, nadat Tristan voor zijn oom de hand van de Ierse
+koningsdochter gevraagd heeft.</p>
+
+<p>Isoldes moeder heeft <span xml:lang="fr">Brangien</span> een minnedrank meegegeven die zij de
+jonggehuwden de avond van het huwelik moet doen drinken om hun
+huweliksgeluk te bezegelen. Van zulke minnedrankjes vertelde
+Ovidius,&mdash;Circe zowel als Medea hadden die gebrouwen. En nu heeft de
+tragiese vergissing plaats. Isolde heeft heimwee en is bedroefd. Tristan
+komt haar dikwels gezelschap houden en troosten. Eens wanneer het schip
+door windstilte genoodzaakt is geworden een haven binnen te lopen en de
+meesten aan land zijn gegaan, wil een van Isoldes maagden hun een glas
+wijn inschenken om bij de hitte hun dorst te laven. &bdquo;Doch neen! het was
+geen wijn, ofschoon het dit wel scheen. Het was de eeuw'ge smarte, de
+eindeloze hartenood, en beiden bracht die ook de dood&rdquo;, barst Gotfried
+uit. Te laat ontdekt <span xml:lang="fr">Brangien</span> wat er gebeurd is. &bdquo;Die drank die wordt
+beider dood.&rdquo; En inderdaad blijkt nu ook al ras dat &bdquo;<span xml:lang="de">der Welt Unmusze</span>&rdquo;,
+de grote onruststichter der wereld, hun beider gemoed is binnen
+gedrongen. Gotfried laat ze eerst nog wat tegenstribbelen maar &bdquo;de ogen
+en de harten naderen elkaar steelsgewijze,&rdquo;&mdash;de liefde&mdash;die &bdquo;kleurster&rdquo;
+maakt ze beiden dan rood, dan bleek. Zij is het die per slot van
+rekening het initiatief neemt, maar echt op de manier van jonge meisjes,
+met allerlei omwegen: levensmoede gaat zij tegen hem aan leunen en laat
+haar hoofd op zijn borst nederzinken, zodat hij haar met zijn arm omvat.
+&bdquo;Wat scheelt er aan?&rdquo; vraagt hij. <ins class="corr" id="corr31" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>&bdquo;<span xml:lang="fr">L'amer</span>&rdquo; is het dat mij wee
+doet&rdquo;; en nu spekuleert hij er over welke drie betekenissen dat woord
+hebben kan. Bedoelt zij &bdquo;de zee&rdquo;? Is het &bdquo;de bittere&rdquo; wind? vraagt hij
+daarna, maar zij is het die de derde betekenis noemen moet:&mdash;het is &bdquo;de
+liefde&rdquo;. &bdquo;Mijn beminde, zo is het ook mij gegaan,&rdquo; zegt hij dan. Het is
+zeker een vrij oud spel over die woorden, waarschijnlik al uit 't
+Latijn. En dan wordt Tristan&mdash;gelijk Gotfried het zoet-sentimenteel
+beschrijft, in de trant van &bdquo;Daphnis en Chloë&rdquo;&mdash;door de geneesheer
+Liefde naar de legerstede van Isolde geleid en biedt Amor hun elkaar aan
+als medicijn voor hun ziekte.</p>
+
+<p>En hier is het punt waar alles om draait. Een gewone vergissing, iets
+wat niemand gewild heeft, brengt de hele tragedie aan de gang. Iets
+dergeliks hoorde in de grote Heldenepiek niet thuis,<span class="pagenum" title="227"></span><a id="p_227"></a> noch in de Ilias,
+noch in de <span xml:lang="de">Völsungensage</span>, noch in de Chanson de Roland; dit is een
+roman-truc,&mdash;vooral in de Grieks-Oosterse romans is het prototype van
+dergelike vergissingen door drankjes te vinden. Zulk een toeval kan niet
+als de hoogste tragiek werken, een die met noodzakelikheid uit de
+oorzakelike samenhang voortgekomen werkt, integendeel komt er zo iets in
+de eigelike zin van het woord pikants in ons gevoel van verdriet, omdat
+we voortdurend voelen dat het ongeluk per slot van rekening even goed
+niet had kunnen gebeuren en hoe onzinnig het eigelik is en hoe het
+zonder enige reden op de slachtoffers neer is gekomen. Maar voor het
+middeleeuws bewustzijn is zulk een toeval géén toeval, maar het mystieke
+noodlot. En juist daarom, omdat het geheel niets anders dan toeval is,
+valt er iets plechtigs, bijna iets heiligs over de liefde en de dood van
+Tristan en Isolde, het zijn geen menselike grillen of invallende
+gedachten die de verschillende personen in elkaars armen werpen of in
+het ongeluk voeren, maar mystieke machten in wier hand de wil slechts
+was is. Die tweezijdige houding tegenover de geschiedenis van Tristan en
+Isolde kan men in de Middeleeuwen overal opmerken. Voor Berol is het
+niets anders dan een gewoon tover-toeval; voor hem duurt de werking er
+van dan ook maar een bepaald aantal jaren. En tegenover zulk een
+opvatting komen de erotici van professie met een protest in de echte
+stijl der troubadours, dat men zo iets liefde zou durven noemen. In
+tegenstelling met de klassieken die de liefde als een soort ziekte
+beschouwden, een noodlot dat de mensen overvalt, leerden namelik de
+troubadours dat de liefde een vrijwillige kultus van de vrouw is, een
+uiting van een moreel willen en dus een deugd, een verdienste, en meer
+dan één ridderlik dichter legt er dan ook, zoals wij zien zullen, de
+nadruk op, dat hun paar geliefden zich niet door een minnedrankje de
+liefde aangedronken heeft, maar dat die het gevolg is van hun vrije
+neiging. Velen hunner staat echter vaag een zekere opvatting voor de
+geest, volgens welke die liefdedrank alleen maar een simbool is van de
+natuurmacht der liefde,&mdash;zo, vrij zeker, voor Thomas en Gotfried voor
+wie de werking ervan ook niet tot een bepaalde tijd beperkt is. Wanneer
+het naïeve bewustzijn de plotseling opkomende liefde en de omstandigheid
+dat er geen ontkomen aan is, verklaren kan als de werking van runen, of
+andere tovermiddelen of als die van een pijl door een godheid
+afgeschoten, dan moest dit alles voor het meer ontwikkelde bewustzijn
+eenvoudig tot poëtiese uitdrukkingen worden van een natuurmacht<span class="pagenum" title="228"></span><a id="p_228"></a> die,
+zich boven verstand en wil verheffend, zich door de liefde openbaart en
+juist daardoor dat gevoel boven wet en recht stelde. Deze opvatting
+schemert al in de minnepoëzie der ridderromantiek door en die ligt ten
+allen tijde aan de romantiek ten grondslag; de burgerlike samenleving en
+de kristelike moraal hebben ook voortdurend tegen die gevaarlike teoriën
+moeten kampen.</p>
+
+<p>Nu nadert het schip juist deze burgerlike samenleving, gelijk Isolde
+haar bruiloft. Zij is ongerust omdat zij niet als maagd het bruidsbed
+kan bestijgen en daarom haalt zij er haar camerière toe over haar eigen
+plaats in de huweliksnacht in te nemen,&mdash;een onderschuiving die in vele
+verhalen, o. a. in meer dan een Deens volkslied, voorkomt. Heel naïef
+krijgen de lezers te horen hoe de koning ietwat onder de invloed van de
+wijn is en hoe Tristan terstond de kaarsen uitblaast. Maar wanneer het
+paar zo van de diensten van <span xml:lang="fr">Brangien</span> geprofiteerd heeft, vinden ze het
+toch onaangenaam dat zij in hun geheim ingewijd is, en ruw en gevoelloos
+wordt verhaald van de voorbereiding die Isolde treft om de trouwe
+dienares kwijt te raken. Zij zendt haar het bos in met moordenaars die
+haar moeten ombrengen. Maar die volbrengen het stuk niet. <span xml:lang="fr">Brangien</span>
+brengt hun n.l. in 't bos aan het verstand dat haar hele misdaad daarin
+bestond dat zij haar meesteres haar eigen bruidslinnen heeft laten
+gebruiken, wijl dat van de hoge vrouw gekreukeld was; de moordenaars
+keren terug en laten de koningin een hindetong zien voor die van het
+meisje en vertellen haar ook wat die in het bos gezegd heeft. Die fijne
+beeldspraak die zo heel Oosters-bijbels klinkt, doet Isolde zo aan dat
+zij hevig berouw begint te gevoelen en de moordenaars bekennen nu de
+waarheid. <span xml:lang="fr">Brangien</span> wordt teruggeroepen en is van nu af de vertrouwde en
+de hulp der gelieven.</p>
+
+<p>Die nemen namelik kalm hun maatregelen om hun relaties achter de rug van
+haar man en zijn oom voort te zetten. En van nu af begint er een
+voortdurende kamp. De twee gelieven kunnen niet zonder elkaar leven, zij
+proberen dit ook in 't geheel niet; maar Tristan heeft vijanden aan het
+hof&mdash;vooral is er daar een kwaadaardige dwerg zoals de Keltiese sage die
+kent&mdash;die de verhouding ontdekken, die aan de goede koning verklikken en
+de geliefden in de val trachten te lokken, die zij lang weten te
+vermijden&mdash;<span xml:lang="fr">Brangien</span> staat tegenover de dwerg aan hun zijde&mdash;maar waar
+zij eindelik eens invliegen; dan wordt Tristan verbannen maar hij weet
+de zaak toch gaande te houden en wordt spoedig weer in genade
+aangenomen. Oorspronkelik zal de hele geschiedenis,&mdash;er <span class="pagenum" title="229"></span><a id="p_229"></a>werd al op
+gezinspeeld&mdash;door de sage volstrekt niet zo sentimenteel-tragies opgevat
+zijn, de grote virtuositeit van de slimme held bestaat juist daarin dat
+hij zulke stukjes klaar weet te spelen en het slachtoffer nog een lange
+neus op de koop toe weet te bezorgen, en wat de echtbreuk in het geval
+betreft, over deze &bdquo;komedie&rdquo; heeft de volksfantasie altijd de nodige
+anekdoten te vertellen gehad; vooral de Galliese humor heeft voor dat
+tema altijd grote voorliefde aan den dag gelegd. Het enige wat de
+Tristan-roman met de krasse verhalen over de bedrogen echtgenoot wist te
+doen, was ze in een sentimenteel licht te stellen, wat gelijk wij zagen
+ook de grote kunst van <span xml:lang="fr">Marie de France</span> was. De minnedrank komt dan ook
+goed te pas om de onschuldige gelieven in een beter daglicht te stellen;
+zij weten beiden dat zij geen verantwoording voor 't gebeurde hebben, en
+dat hun alles toegestaan is&mdash;en dat voelt de lezer ook. Maar hun liefde
+staat ook daardoor hoger dan de grove komiek der <span xml:lang="fr">fabliaux</span> doordat de
+echtgenoot niet opgeofferd wordt. In de sage zal deze koning der
+ezelsoren niet anders dan de goedgelovige nar geweest zijn, lichtgelovig
+tegenover Isolde en die zich ook even licht door de verklikkers laat
+ophitsen. Bij Berol verwijt koning Artus hem ook dat hij wispelturig is
+en veel te gauw toegeeft. Maar niet alleen de dichters, ook zij die hem
+bedriegen erkennen dat hij welwillend is en toegevend, en groot is de
+sympathie van allen voor de &bdquo;<span xml:lang="de">einvalt</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">wegelôse</span>&rdquo; koning, zoals
+Gotfried hem noemt. &bdquo;Slechts zijn grote liefde voor u,&rdquo; zegt <span xml:lang="fr">Brangien</span>
+eens tegen haar meesteres, &bdquo;maakte hem zo toegeeflik voor u, maar gij
+beloont hem slecht.&rdquo;</p>
+
+<p>In talrijke episoden krijgen wij het spel en het tegenspel te zien. De
+koning heeft Tristan van het hof verbannen en de geliefden versmachten
+van verdriet, nu zij van elkaar gescheiden zijn. Edoch, Tristan weet
+raad. Er stroomt een rivier langs&mdash;of oorspronkelik door&mdash;het vertrek
+van Isolde (zo eigenaardig en primitief was het Keltiese huis van bouw)
+en door middel van zaagsel dat tekens vormt en de rivier afdrijft, laat
+hij haar weten hoe zij elkaar zullen vinden,&mdash;een list die reeds in een
+oude Ierse sage voorkomt.</p>
+
+<p>De dwerg is te weten gekomen dat zij elkaar 's nachts bij maneschijn aan
+de oever van een meertje in het bos zullen ontmoeten. Koning Marc is met
+een pijl en boog gewapend in een boom geklommen daar dicht bij om ze te
+beloeren,&mdash;in de oorspronkelike versies van de sage vindt men, naar het
+schijnt, nog geen lans of paard. Tristan komt eerst en ziet de schaduw
+van<span class="pagenum" title="230"></span><a id="p_230"></a> de koning in het water. Hij staat als op gloeiende kolen en durft
+niets te laten merken, maar is vol angst hoe alles aflopen zal wanneer
+Isolde ook komt. Maar, ook zij ziet de schaduw en nu beginnen ze door
+een gelukkige inval van beide kanten, en tot stichting van de koning in
+de boom, een aandoenlik gesprek over de laster waaraan hun onschuldige
+vriendschap blootstaat en Tristan smeekt de koningin zijn voorspraak bij
+de koning te willen zijn&mdash;vooral over een som gelds om zijn harnas terug
+te krijgen dat hij heeft moeten verpanden&mdash;; maar zij zegt dat zij
+dit niet durft,&mdash;zo alleen en vreemd als zij zich aan het hof
+voelt. De echtgenoot wordt zo aangedaan dat hij, zoals hij naderhand
+vertelt, bijna uit de boom was gevallen. De volgende dag neemt hij
+Isolde in verhoor en na een kleine komedie, waar zij prachtig toneel
+speelt, wordt zijn neef weer in genade aangenomen. Maar <span xml:lang="fr">Brangien</span>
+moraliseert over het mirakel dat God voor hen gedaan heeft&mdash;op een
+manier waarvan men eigelik niet weet of het Godsbespotting of naïef laks
+kristendom is&mdash;hij is een goed vader die geen hart heeft hen kwaad te
+doen die &bdquo;<span xml:lang="fr">buen et loyal</span>&rdquo; zijn.</p>
+
+<p>Een ander maal heeft een dwerg meel tussen de bedden gestrooid; de
+koning, Isolde en Tristan slapen n.l. in hetzelfde vertrek en er wordt
+vermoed dat Tristan 's morgens het bed van Isolde bezoekt wanneer de
+koning vroeg opgestaan en uitgegaan is. Maar de gelieven hebben dat meel
+gezien en met een enorme sprong weet Tristan direkt uit zijn bed in dat
+van Isolde te komen. Maar ongelukkig was hij kort te voren door een wild
+zwijn gewond (volgens de meer ridderlike versie heeft hij zich juist
+adergelaten) en nu springt de wond open en komt er bloed op het laken
+van Isolde en zo wordt alles toch ontdekt, ofschoon hij heel onschuldig
+in zijn eigen bed ligt te snurken wanneer er anderen binnen komen. &bdquo;Ach,
+God, welk een smart,&rdquo; roept de dichter uit&mdash;&bdquo;dat de koningin de lakens
+niet weggedaan had.&rdquo;</p>
+
+<p>Isolde moet nu een eed afleggen om door een godsgericht haar onschuld te
+bewijzen. Ten einde op de plaats des gerechts te komen, moet zij met
+haar gevolg een rivier over. Aan de oever staat een schurftige bedelaar
+en wanneer de koningin nu landen zal, vraagt hij haar uit de boot te
+mogen dragen. Zij omvat hem nu met haar armen en benen want zij heeft
+dadelik Tristan herkend; hij had haar ook laten weten dat zij maar
+goeden moed zou houden. En wanneer zij nu aankomt, kan zij kalm de eed
+afleggen dat zij nooit een andere man dan de koning haar Heer<span class="pagenum" title="231"></span><a id="p_231"></a> en
+Meester in haar armen heeft gehad en,&mdash;ja, dan ook nog die
+schurftachtige bedelaar van daar straks,&mdash;en doorstaat zij met glans de
+ijzerproef.&mdash;Reeds in de oude Indiese vertellingen en later in Griekse
+romans hadden loze geliefden dergelijke dubbelzinnige eden afgelegd.
+Daar ziet men alweer, roept naar aanleiding hiervan de antiklerikaal
+Gotfried tot de geestelikheid met haar &bdquo;vrome bedriegerijen&rdquo;,&mdash;daar ziet
+men alweer dat Kristus zich tot alles leent, hij is als een mouw die men
+kan draaien en wenden, presies zo als men wil, evengoed tot bedrog als
+tot waarheid!</p>
+
+<p>Maar,&mdash;de koning kan, niettegenstaande dit alles toch niet blind blijven
+voor wat er tussen die twee gebeurt. Hij ziet het, zo als Gotfried het
+sentimenteel uitdrukt, aan hun blikken, hun groeten, hun handen die zij
+zo dikwijls tegen het hart drukken. Weer volgt er een breuk en wordt het
+paar veroordeeld. Bij Berol geschiedt dit op zeer ruwe manier. Tristan
+wordt naar de brandstapel geleid, maar als hij onderweg permissie heeft
+gekregen om een kleine kapel in te gaan om te bidden, weet hij met een
+koene sprong het raam uit te springen naar een steile rots en zich zo te
+redden, Isolde zal ook verbrand worden, maar op weg komt de stoet een
+troep melaatsen voorbij en hun geleider stelt de koning voor de zondares
+aan hen over te leveren. De melaatsen die in de middeleeuwen in
+voortdurende vleselike lust bleken te leven, konden haar nu allen
+bezitten en dat zou nog de beste spot voor zulk een verwende prinses
+zijn. Zonder zich een ogenblik te bedenken levert de koning haar uit en
+trots trekken zij met de wenende verder. Maar uit een hinderlaag komt
+Tristan op eens te voorschijn en verdrijft de schare; Berol, dichter van
+de beginnende ridderlikheid als hij is, zegt dat Tristan zich volstrekt
+niet verwaardigde zijn zwaard te trekken, zoals vroegere dichters hebben
+beweerd, zijn getrouwe vriend en makker ranselde er met een knuppel op
+los en dat was genoeg. Dan trekt hij met zijn geredde geliefde het bos
+in.</p>
+
+<p>Thomas laat dit alles weg; alleen doet de koning beiden in de ban,
+Tristan voorziet zich alleen maar van wat geld; neemt zijn harp, zijn
+hoorn, zijn degen en zijn hond mede en vol verrukking gaan de twee
+gelieven zonder enig protest, hand in hand op weg.</p>
+
+<p>Het bos is altijd het toevluchtsoord voor alle vogelvrij verklaarden
+geweest;&mdash;in Engelse liederen van Robin Hood als in de IJslandse
+ballingsschapsverhalen. Even als daarin wordt ook in &bdquo;Tristan en Isolde&rdquo;
+de vrijheidsromantiek in het Robinson-achtige natuurleven<span class="pagenum" title="232"></span><a id="p_232"></a> in het diepe
+bos gepoëtiseerd. De geliefden bouwen zich nu een verborgen loofhut,
+vertelt Berol, en Tristan gaat op jacht na zijn hond zo gedresseerd te
+hebben dat die het wild grijpt zonder te blaffen; hij kan ook al de
+vogelgeluiden na doen zodat die zich om hem verzamelen. Liefde tot de
+dieren komt hier, evenals bij Marie de France, sterk op de voorgrond als
+een schakel in de keten der ontwikkeling van de sentimentaliteit en het
+natuurgevoel. Bij Gotfried, misschien reeds bij Thomas&mdash;komt zelfs het
+Rousseau-achtige dwepen met de natuur van de hoveling hier en daar te
+voorschijn. De twee geliefden leven alleen van hun liefde, dat is de
+enige spijs en drank waar ze iets om geven, hun hof is de linde, de
+weide en het gezang der nachtegalen. Wat niet weg neemt dat Berol ze,
+eigelik heel gek, een prachtige &bdquo;liefdegrot&rdquo; in het diepst van het woud
+in laat richten, en hij zich geen moeite spaart om de marmeren muren, de
+glans der edelstenen en het bed van kristal te schilderen&mdash;alles in de
+trant van de &bdquo;Chambre de beauté&rdquo; der Trojaromans&mdash;maar hij legt er een
+diepe allegoriese betekenis in en vertelt vol aandoening dat hij zelf
+dikwels in zulk een liefdegrot geweest is, ofschoon hij nooit Cornwall
+bezocht heeft,&mdash;hij was dikwels op jacht gegaan maar dan, zonder enig
+wild te vangen, altijd in die grot terecht gekomen. Des morgens, vertelt
+hij nu verder, wandelde het paar wat rond, of zat naar het kabbelende
+beekje te luisteren en volgde de golfjes met hun ogen. Wanneer de zon
+hoger aan de horizont kwam, gingen zij onder de lindenboom zitten die
+bij hun grot groeide, en dan suisde de wind koel door het schaduwrijke
+loof, terwijl zij elkaar droeve liefde-verhalen deden uit Ovidius. Ook
+vermaakten zij zich met te spelen en op de jacht te gaan. Zo gingen ze
+eens op een morgen hand in hand op weg; alle vogelen in het bos
+begroetten hen met hun kunstigste trillers, lachend keken de bloemen hun
+in 't gezicht, de dauw fonkelde in het morgenlicht en koelde hun voeten.
+Het was alsof de gehele natuur ze vaarwel wilde zeggen. Zij zijn n.l. in
+een onrustige stemming; de vorige dag hebben ze hondengeblaf gehoord en
+ze zijn bang dat de koning in de buurt op jacht is.</p>
+
+<p>En zo is het,&mdash;de koning jaagt; hij wil proberen de zwaarmoedigheid te
+verdrijven die op hem rust sedert zijn vrouw hem verlaten heeft, die hij
+nog steeds lief heeft. En in de namiddag, wanneer de gelieven in hun
+woning liggen te slapen, komt een der jagers daar toevallig voorbij,
+kijkt door een reet en ziet ze liggen... dadelik haalt hij de koning,
+die aan komt sluipen om<span class="pagenum" title="233"></span><a id="p_233"></a> de schuldigen te doden. Maar gelukkig liggen ze
+daar, geheel gekleed, met het blote zwaard tussen hen in, als de
+gepersonifieerde onschuld. Geen luchtje roert zich, geen blaadje beeft,
+door het bladerdak dringt een zonnestraal en verguldt het aangezicht van
+Isolde, &bdquo;zo slapen de twee gelieven, die denken aan geen kwaad, zij
+hebben niemand dan zich zelf hier in 't land.&rdquo; Het getrokken zwaard
+tussen de gelieven,&mdash;dat is het overoude teken van onschuld, dat men
+reeds in &bdquo;<span xml:lang="fr">Amis</span> en <span xml:lang="fr">Amiles</span>&rdquo; vindt, zowel als in de &bdquo;<span xml:lang="de">Völsungensage</span>&rdquo;, maar
+hier is het òf een bloot toeval dat ze zo liggen, òf een list, omdat zij
+wel vermoeden dat de koning op jacht is. En de brave koning loopt er dan
+ook in! Reeds heeft hij zijn zwaard opgeheven, maar ontroerd laat hij
+het vallen, vol liefde blijft hij zijn schone Isolde weer aan staren;
+hij besluit zich weer even ongemerkt te verwijderen, maar hij wil ze een
+teken achterlaten dat hij er geweest is en hun geen kwaad wenst,&mdash;even
+als David wanneer hij Saul in 't hol heeft gevonden. Hij ziet hoe haar
+teêre huid door de zon gekleurd wordt en trekt een van zijn handschoenen
+uit die hij voor haar gelaat hangt; ook neemt hij een van haar ringen
+weg,&mdash;ach! haar vingers zijn zo mager geworden dat dit gemakkelik genoeg
+gaat&mdash;en doet een der zijnen daarvoor in de plaats aan haar vinger; ook
+wisselt hij zwaarden. Een dergelike geschiedenis van een goedige
+echtgenoot vindt men in de oude troubadour-biografieën en is ook in de
+moderne literatuur te vinden.</p>
+
+<p>Maar nu houdt de werking van de liefdedrank op; de drie jaar gedurende
+welke die volgens Berol werken zou, zijn verlopen. Op een dag dat
+Tristan op jacht is, begint het hem te vervelen dat hij niets te doen
+heeft en geen heldendaden meer verricht. En Isolde krijgt nu berouw dat
+zij haar koninklike waardigheid en het rijke hofleven voor al deze
+ellende heeft laten varen en zij zijn het er over eens dat zij hebben
+&bdquo;<span xml:lang="fr">male usé notre jovente</span>&rdquo;. Nu zoeken zij een eremiet in de buurt op die
+reeds te voren getracht had op hun gemoed te werken,&mdash;zij beriepen zich
+toen op die minnedrank&mdash;ook nu nog verklaart Isolde dat zij geen
+berouw heeft, maar dat zij toch bereid zijn elkaar te verlaten. En de
+eremiet staat dadelik met een zeer ruim biechtvader-geweten paraat. God
+vergeeft alles zegt hij, hoe erg 't ook is, en luister nu eens,
+koningin, om de zonde te bedekken en de schande weg te nemen is een
+klein beetje &bdquo;<span xml:lang="fr">bel mentir</span>&rdquo; nu niet altijd zo heel verkeerd.
+En door zijn raad en medewerking wordt de zaak al heel spoedig
+zo geschikt dat Isolde weer tot haar vroegere eer en waardigheid<span class="pagenum" title="234"></span><a id="p_234"></a> komt,
+als zij verzekert dat er nooit iets anders dan gepaste
+vriendschapsgevoelens tussen hen beiden geweest zijn; maar Tristan moet
+het hof verlaten en ten strijde trekken. De Koning wil hem geld
+medegeven, maar dat weigert hij en na afscheid van Isolde genomen te
+hebben, trekt hij trots op weg; zolang Isolde hem kan zien, wendt zij
+het oog niet van hem af en zij heeft hem beloofd dat, zodra hij om haar
+zendt, muur noch toren haar terug zal houden.</p>
+
+<p>Anders loopt het in de ridderlike versies, waar de werking van de
+minnedrank niet aan een bepaalde tijd gebonden is. Nog eenmaal worden de
+geliefden in genade aangenomen; fijn verklaart Gotfried hoe de Koning,
+door zijn eigen begeerte verblind, &bdquo;weet en toch niet weten wil&rdquo; wat er
+steeds tussen hen is; op die manier, vervolgt hij met een vrij slappe
+moraal, is het 's Konings eigen schuld dat het gaat zo als het gaat;
+bedriegen doen ze hem eigelik niet, zo open als alles in 't werk gaat.
+Maar eindelik vindt men ze eens op een warme zomermiddag in de tuin in
+een situatie, die geen de minste twijfel meer over laten kán en nu moet
+Tristan definitief weg. &bdquo;<span xml:lang="fr">Nos cors partir or convient,&mdash;mais l'amor ne
+partira nient,</span>&rdquo; zeggen zij tot elkaar.</p>
+
+<p>Tristan gaat nu naar Bretagne&mdash;het is steeds in het &bdquo;Keltiese hoekje&rdquo;
+dat die historie zich beweegt: Wales, Cornwall, Ierland en Bretagne, met
+de golven van de Atlantiese zee als brug tussen dit alles&mdash;; en hier is
+het nu dat Tristan een andere Isolde huwt,&mdash;<span xml:lang="fr">Iseut aux blanches mains.</span>
+Hij wordt n.l. bevriend met Kaherdin, de zoon van de hertog, en spreekt
+dikwels diens zuster naar wier vertrek Kaherdin hem placht te brengen.
+Haar naam ontroert hem sterk, hij maakt haar 't hof en dicht op haar:
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Isot ma drue, Isot ma mie&mdash;en vus ma mort, en vus ma vie</span>&rdquo;; hij denkt
+aan zijn eigen Isolde, maar zij denkt aan hem; &bdquo;die arme vrouw&rdquo; meent
+dat zij bemind wordt, wat Gotfried zeer gevoelvol schildert en
+veroorlooft zichzelf al meer en meer toenaderingen, en Tristan is eerst
+op haar gesteld omdat zij nieuw voedsel aan zijn weemoed geeft, maar ten
+slotte vindt hij troost en vergetelheid bij haar.&mdash;Of deze tweezijdige
+verbinding een overblijfsel is van een zonnemyte laat zich niet
+uitmaken; in &bdquo;Eliduc&rdquo; zien wij de held evenzo tussen twee vrouwen
+verdeeld; de een in Engeland, de ander in Bretagne en ook daar waren hun
+namen ongeveer dezelfde. In elk geval is het een verfijnd sentimenteel
+onderwerp en in de ridderlike versie van Thomas licht Tristan zijn
+zielestrijd in lange monologen toe, in de trant van die in<span class="pagenum" title="235"></span><a id="p_235"></a> de roman van
+Troje; maar het is een zeer origineel stuk psychologie, naïef-ruw niet
+alleen, maar smachtend als 't in zijn ongemengde oprechtheid is.</p>
+
+<p>Isolde&mdash;zegt Tristan zich zelf&mdash;kan nu toch zeker niet meer zo naar mij
+verlangen; nu heeft zij immers haar man met wie zij de liefde leert
+kennen. Tot andere gedachten is zij zeker niet gekomen, dan zou ik 't
+wel gevoeld hebben, evenals zij 't gevoeld zou hebben als dit met mij 't
+geval was.&mdash;Hier hebben wij het geloof in een wisselwerking uit de verte
+tussen verwante zielen (dat reeds in de naïeve verhalen uit de
+volkssagen bekend is) hoe de thuisgeblevenen aan een achtergelaten
+haarlok of kleed kunnen zien hoe het de ander gaat;&mdash;een motief dat zeer
+vaak in de liefderomans opgenomen wordt als een soort mise-en-scène van
+de steeds zeer voorkomende bewering van de lyriese dichter dat hij met
+zijn geliefde &bdquo;van hart verruild&rdquo; heeft.&mdash;Maar,&mdash;gaat Tristan tegen zich
+zelf door&mdash;dàt zij bezig is van mij af te gaan, is zeker, anders zou zij
+wel om mij gezonden hebben. Als zij nu elke nacht door haar man omhelsd
+wordt, zal zij mij niet langer missen, en moet ze er langzamerhand toe
+komen hem lief te hebben. Ik wil dan ook maar trouwen en zien of ik bij
+die andere mijn lust kan vinden zonder haar werkelik lief te hebben. In
+een dergelijke wraak, merkt de schrijver hierbij op, zit eigelik liefde
+zo wel als toorn, hij doet wat hij eigelik niet wilde!</p>
+
+<p>En zo huwt hij dan Isolde Withand,&mdash;maar als 't er op aan komt, kan hij
+het niet over zich verkrijgen bij haar te gaan. De gedachte aan zijn
+ware Isolde houdt hem terug en hij vindt er een geraffineerde
+zelfplagerij in, getrouwd te zijn en zich toch te onthouden. Hij
+verlangde steeds naar Cornwall en daarginds verlangde Isolde niet
+minder. Zij zit daar &bdquo;lais&rdquo; te zingen, en op haar harp te spelen; &bdquo;zoet
+zingt de vrouwe, en de stem voegt zich naar het snarenspel, schoon zijn
+haar handen, haar lied is lief, zoet is haar stem en de tonen zacht.&rdquo; Er
+stijgt een wonderlik weemoedige stemming uit die fraaie verzen op: &bdquo;<span xml:lang="fr">La
+dame chante dulcement,&mdash;la voiz accord a l'estrument,&mdash;les mains sunt
+beles, li lais bons,&mdash;dulce la voiz et bas li tons.</span>&rdquo; Eens krijgt zij een
+hond van haar vriend ten geschenke, met bellen om zijn nek; die heeft
+een vorst hem geschonken en wanneer die bellen weerklinken, vergeet men
+zijn verdriet, daarom zendt Tristan die aan zijn vriendin, opdat zij hem
+niet zal missen. Isolde is heel blij met haar hond, maar&mdash;als zij merkt
+dat zij door het gerinkel <span class="pagenum" title="236"></span><a id="p_236"></a>der bellen haar vriend vergeet, neemt zij
+haar hond de halsband af en werpt die in het water: zij wenst geen
+troost terwijl hij lijdt. Zulke vergetelheidbrengende feeëngaven waren
+blijkbaar een oud dichtermotief, maar de asceties sentimentele draai er
+aan is zeker aan de roman te danken. In Bretagne heeft Tristan ergens in
+'t woud een geheime grot die hij door grote meesters in de kunst van
+vergulde beelden van Isolde en <span xml:lang="fr">Brangien</span> heeft laten voorzien; dat zijn
+van die mekaniese kunstwerken als in de Troja-romans, die verspreiden
+heerlike geuren en daar gaat Tristan dikwels heen om het beeld van zijn
+geliefde te omhelzen en harer te gedenken. Dergelijke ietwat ongure
+geschiedenissen van vrouwenstandbeelden die mannen als levende vrouwen
+omhelzen, zijn uit de latere klassieke schrijvers in de Graalroman en de
+kronieken overgegaan en wijzen misschien op een zeker ruw volksgeloof
+met betrekking tot naakte antieke vrouwenbeelden.</p>
+
+<p>Isolde Withand droeg haar jonkvrouwelike stand in het huwelik met
+berusting. Slechts door een toeval komt zij er toe haar broeder op de
+hoogte te brengen, waarbij de schrijver een motief uit een oud-Ierse
+sage gebruikt. Nu heeft Kaherdin een verklaring met Tristan, die zich
+voor zijn verdediging op de omstandigheid beroept dat hij een vriendin
+heeft die zo schoon is dat zelfs haar cameriere nog de zuster van
+Kaherdin overtreft,&mdash;bijna presies hetzelfde wat <span xml:lang="fr">Lanval</span> in de &bdquo;<span xml:lang="fr">lai</span>&rdquo; van
+<span xml:lang="fr">Marie de France</span> te zijner verdediging aanvoerde toen men hem zijn
+onverschilligheid voor vrouwen verweet. Maar dat gelooft Kaherdin niet
+voor hij 't ziet! En zo trekt hij met Tristan op naar Cornwall, waar
+deze laatste weer Isolde in 't geheim ontmoet, terwijl Kaherdin en
+<span xml:lang="fr">Brangien</span> weldra het tweede paar vormen. Dergelike verhalen komen er meer
+voor in de roman; veel van wat in deze motieven in de heldendichten en
+de vroegere litteratuur in 't algemeen voorkwam, van <span xml:lang="fr">Renaud de
+Montauban</span>, Grettir uit de IJslandse verhalen, Robin Hood en andere
+bannelingen die in 't geheim hun land bezoeken, wordt nu weder op
+Tristan overgedragen. Eens staat hij in haar tuin en bootst de klagende
+tonen van de nachtegaal na, zo zoet &bdquo;dat er geen hart is, zelfs niet dat
+van een moordenaar, dat er niet door vermurwd wordt&rdquo;, en zij hoort
+dadelik dat het haar vriend is. Een volgende keer komt hij, alsof hij
+een krankzinnige was, met het sap van allerlei wortels besmeerd, een
+knuppel in zijn hand en als een wildeman gekleed, in de grote zaal van
+koning Marc, waar hij in bedekte woorden maar alsof het die van een
+krankzinnige waren, er vermaak in schept, de<span class="pagenum" title="237"></span><a id="p_237"></a> koning van zijn liefde en
+die van de koningin te vertellen. &bdquo;Geef mij uw koningin,&rdquo; zegt hij, &bdquo;ik
+zal haar naar een kristallen paleis boven de wolken brengen, waar de zon
+doorheen schijnt, waar de wind niet bij kan komen, naar dat slot zal ik
+mijn geliefde brengen&rdquo;, en hij herinnert de koningin aan de geschiedenis
+van de draak, aan de beker waar zij beiden uit gedronken hebben... de
+koningin raakt helemaal in de war en begrijpt er niets van. Zij vlucht
+naar haar kamer, de &bdquo;krankzinnige&rdquo; weet daar ook zijn weg heen te
+vinden; daar wil hij haar omhelzen, zeggend dat hij haar eigen Tristan
+is,&mdash;maar zij deinst terug, in die vreemde kleedij en met zijn valse
+stem kan zij hem niet herkennen. Nu spreekt hij haar van nog meer, waar
+alleen zij beiden van af weten, uit hun samenleven in het bos, en vraagt
+dan zijn oude trouwe hond te zien. En die alleen herkent dadelik zijn
+meester, trekt zijn touw stuk, likt hem en blaft... iets wat weer aan de
+hond van Odysseus herinnert waar die terug komt... Nog veel meer
+sentimentele episoden komen in de latere prozaroman de verlangens en de
+smart der twee gescheiden gelieven schilderen. Daar wordt Tristan
+bovendien nog door jaloesie geplaagd, omdat hij meent ontdekt te hebben
+dat zijn Isolde nu Kaherdin, zijn zwager uit Bretagne liefheeft, nu is
+het geen aanstellerij, maar wordt hij echt krankzinnig van verdriet, en
+gaat in het bos bij een beek zitten wenen en zijn zwanenzang dichten. Nu
+wil Isolde zich op haar beurt van 't leven beroven, evenals Dido;
+opgeschikt als op haar kroningsdag sluipt zij de tuin in om &bdquo;in
+schoonheid te sterven&rdquo; op die heerlike zomerdag. Zij staat reeds wenend
+gereed om in het zwaard van Tristan te vallen dat zij tegen een boom aan
+heeft gezet, wanneer de koning, die haar gangen na heeft laten gaan,
+aankomt en haar plannen verijdelt...</p>
+
+<p>Tenslotte wordt Tristan in Bretagne door een vergiftigd zwaard gewond:
+kruiden helpen niet meer en hij roept Kaherdin bij zich en smeekt hem
+Isolde aan haar belofte te willen gaan herinneren en dat het nu tijd is
+te komen. Hij kan haar maar 40 dagen tijd geven, daarna zal zij hem
+slechts als lijk vinden. En evenals een vergiftigde wonde eens de
+aanleiding was dat hij hulp zocht bij de koningin van Ierland Isolde, zo
+kan hij nu alleen maar redding vinden bij de dochter Isolde. Wanneer zij
+mee terugkomt zullen zij witte zeilen heisen, anders zwarte. Maar aan
+Isolde Withand mag alleen slechts gezegd worden dat het een ervaren
+vrouwelik geneeskundige is die ze halen. Ongelukkig heeft de echtgenote
+buiten gestaan en alles gehoord: &bdquo;al te gruwelik zal zij zich<span class="pagenum" title="238"></span><a id="p_238"></a> wreken op
+hem die zij boven alles lief heeft&rdquo;. Maar zij doet alsof zij niets weet
+en blijft zeer vriendelik.</p>
+
+<p>Tristan ligt te verlangen,&mdash;laat zijn bed naar 't strand brengen en
+&bdquo;houdt er alleen het leven nog maar in&rdquo; om zijn geliefde terug te zien.
+Zij is dadelik op reis gegaan en is dan ook al dicht bij de kust van
+Bretagne. Maar er steekt een storm op, het schip dreigt te vergaan. Als
+zij nu haar vriend nog maar weergezien had, klaagt Isolde, zou zij
+gaarne sterven. Maar zo is de liefde, dat niemand van ons smart kan
+voelen of sterven zonder dat het de ander ook zo gaat. Als wij maar in
+elkaars armen konden sterven, in één kist neergelegd worden. Ofschoon,
+als ik nu hier in zee verdrink, zal Tristan zeker ook op zee sterven
+(steeds weer die gedachte aan hetzelfde lot voor de verwante zielen) en
+wie weet of dan niet een vis ons beiden verslindt en misschien vangt
+iemand dan die vis en herkent die onze lichamen en begraaft ons te
+samen!... Maar wat praat ik... als God ons nu maar te samen bracht,
+zodat ik hem òf genezen kon òf dat wij te samen in dezelfde doodsangst
+konden sterven.</p>
+
+<p>Ondertussen ligt Tristan aan wal zich in ellende en verlangen op zijn
+sponde te wenden en te keren; het loopt op het uiterste. Listig komt nu
+zijn vrouw hem vertellen dat het schip in 't gezicht is,&mdash;wat ook
+werkelik waar is. Is het wel zeker, vraagt Tristan met ingehouden adem,
+en welke kleuren hebben de zeilen? &bdquo;Helemaal zwart&rdquo;. Nooit had Tristan
+groter smart gevoeld, hij keerde zich af; Isolde had dus niet willen
+komen. Drie maal fluisterde hij zuchtend haar naam en toen stierf
+hij.&mdash;Zonder twijfel zijn het de zwart en witte zeilen van de Griekse
+Theseus-sage die men hier terug vindt, ook zeker wel een andere antieke
+mythe,&mdash;van Paris die vóór Helena, de geneeskundige nymph Oenone bemind
+had en dodelik gewond bij haar om hulp komt vragen. En evenals het een
+&bdquo;toevallige&rdquo; vergissing is welke die twee in liefde samen bracht, zo is
+ook het slot van de tragedie het gevolg van een &bdquo;toevallige&rdquo; vergissing.
+Want dat het uit jaloesie zou zijn dat Isolde Withand zwart in plaats
+van wit zegt, is blijkbaar slechts een latere, ridderlik, sentimentele
+motivering; in de primitiefste vorm van het gedicht is het slechts de
+gril van een vrouw om iets anders dan anders te zeggen.</p>
+
+<p>Juist in die versie van Eilhart, is het slot ook het eenvoudigst en het
+schoonst. Wanneer Isolde nu aan land komt en de klachten over de dood
+van Tristan hoort, roept zij alleen maar uit: &bdquo;Wee mij! O Tristan! hij
+is dood!&rdquo;; zij verbleekte niet en werd niet<span class="pagenum" title="239"></span><a id="p_239"></a> rood. Ook weende zij niet
+mee, maar haar harte deed haar zo zeer. Bij 't lijk ligt de andere
+Isolde luid te jammeren, onschuldig als zij (in deze versie) aan zijn
+dood is. Zonder tranen komt de ware Isolde naar binnen en zegt: &bdquo;Vrouwe,
+sta op! Laat mij er bij. Geloof mij, ik heb meer recht om hier te wenen
+dan gij. Ik heb hem meer liefgehad.&rdquo; En dan valt zij neer en sterft stil
+aan zijn zijde.</p>
+
+<p>Maar op het graf aan Isolde werd een rozenstruik geplant, op dat van
+Tristan een wijnrank. Over de graven slingerden die zich samen en hoe er
+ook aan gekapt werd, die waren niet van elkaar af te houden. Een oude
+zeer verbreide volksoverlevering, die oorspronkelik misschien wel op de
+opvatting terug gaat van een werkelike verandering in planten van de
+afgestorvenen, maar die in elk geval het schoonste simbool er van is dat
+zij in het leven ook niet van elkander af konden.</p>
+
+<h2><a id="XVII"></a>XVII.</h2>
+
+<p class="subh2">FRANSE RIDDERLIKHEID.</p>
+
+<p>Ridderlikheid en hoofse vormen&mdash;zegt een Noord-Frans dichter uit het
+einde van de 12<sup>de</sup> eeuw&mdash;waren eerst te huis in Griekenland, toen
+kwamen ze naar Rome, nu zijn ze naar Frankrijk getrokken, en mogen ze
+daar steeds blijven. En het werd ook feitelik overal erkend dat
+Frankrijk nu de zetel van alle &bdquo;<span xml:lang="fr">Chevalerie</span>&rdquo; en alle &bdquo;<span xml:lang="fr">Courtoisie</span>&rdquo; was.
+Naast het hof van Hendrik II en Eleonora, zijn gemalin uit<span xml:lang="fr"> Poitou</span>, waren
+er de vorstelike hoven in Vlaanderen en Champagne, in Neder-Lotharingen
+en Henegouwen,&mdash;dan een massa kleine hoven in Noord-Frankrijk en&mdash;een
+mensengeslacht later&mdash;dat van de koning te Parijs, waar het ridderleven
+en de ridderpoëzie tot de grootste bloei kwamen. Alle literaire en
+kultuur-invloeden die wij in het voorafgaande onderzocht hebben, werden
+hier samengevoegd tot één organies geheel.</p>
+
+<p>Zoals wij reeds opmerkten, kon men invloed van de Provençaalse
+troubadours en hun minnedichten vinden niet alleen in de Troja-romans
+die door een klerk aan het hof van Hendrik II geschreven waren, maar ook
+hier en daar in de lais van <span xml:lang="fr">Marie de France</span> en de Tristan van <span xml:lang="fr">Thomas</span>.
+Koningin Eleonora, de kleindochter van Graaf <span xml:lang="fr">Guillaume</span> IX van <span xml:lang="fr">Poitou</span>,
+een troubadour<span class="pagenum" title="240"></span><a id="p_240"></a> van talent, en die zelf haar grootvaders schitterende en
+beminnelike sosiale talenten geërfd had, was meer dan alle anderen de
+schakel tussen Zuid-Frans en Noord-Frans. Evenals zij haar eerste
+gemaal, koning Lodewijk van Frankrijk verlaten had&mdash;&bdquo;een monnik, maar
+geen vorst&rdquo; zeide zij van hem&mdash;werd de verhouding tussen koning Hendrik
+en haar ook al heel spoedig slecht. Hij had meer dan één bijzit,&mdash;o. a.
+de beroemde &bdquo;schone Rozemonde&rdquo; waar zoveel sagen van lopen&mdash;en zij
+intrigeerde en zette zijn zoon net zo lang tegen hem op, totdat de
+koning haar, alsof zij gevangen was, steeds liet bewaken. Maar vóór die
+katastrofe hield zij hof te Rouaan, te Londen en Limoges waar zij
+massa's tot zich trok, o. a. vele troubadours. Zo was b.v. <span xml:lang="fr">Bernard de
+Ventadour</span> haar gast te Rouaan, waar hij minneliederen aan haar dichtte;
+&bdquo;de jonge, vrolike, voortreffelike koningin,&rdquo; zegt de oude biografie,
+&bdquo;ontving hem met genoegen en maakte hem tot de &bdquo;<span xml:lang="es">seignor de tota lo soa
+cort.</span>&rdquo;<ins class="corr" id="corr32" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> Haar zoon Richard die zich geheel als Zuid-Fransman
+voelde, ging voortdurend met troubadours om. <span xml:lang="fr">Bertrand de Born</span> was eerst
+zijn bittere vijand, maar werd later door de jonge vorst gewonnen en
+bezocht hem te Rouaan. Een andere troubadour volgde hem op de kruistocht
+en bij de dood van Richard weerklonk Frankrijk van de liederen der
+troubadours te zijner ere. Zelf was hij ook troubadour, o. a. had hij
+het in zijn zangen met de <span xml:lang="fr">Dauphin</span> van <span xml:lang="fr">Auvergne</span> aan de stok of met de
+koning van Frankrijk en schreef een fraaie klaagzang over zijn
+gevangenschap in Oostenrijk; hij schijnt even gemakkelik in het
+Provençaals als in het Frans gedicht te hebben.</p>
+
+<p>Er waren vele persoonlike verbindingen geweest tussen de Noord-Franse
+hoven en die van <span xml:lang="fr">Anjou</span> en het Anglo-Normandiese rijk. Een Vlaamse
+prinses was de gemalin van Hendrik I van Engeland geweest en vele werken
+der Anglo-Normandiese literatuur waren aan haar opgedragen. Het
+graafschap Champagne werd met het Midden-Franse graafschap <span xml:lang="fr">Blois</span>
+verenigd onder een zoon van de zo literaire vorstin van <span xml:lang="fr">Blois</span>. Een
+prinses van Anjou trouwde met een graaf van Vlaanderen en werd de moeder
+van de literaire Mecenas, Philip van de Elzas. Maar vooral waren het de
+dochters van koningin Eleonora die evenals hun moeder in het Noorden van
+Frankrijk een soort missionairs werden voor de Provençaalse kultuur.
+Marie huwde met de graaf van Champagne en hield in de jaren 1160&ndash;1180
+een zeer gezocht hof te Troyes; haar zuster Aelis trouwde met de graaf
+van <span xml:lang="fr">Blois</span>, een broeder van Marie's echtgenoot. En elk bracht in haar
+kring de<span class="pagenum" title="241"></span><a id="p_241"></a> minnedichten der troubadours in de mode bij de Noord-Franse
+dames en heren.</p>
+
+<p>Provençaalse melodieën en liederen waren daar reeds vroeger gezongen
+geworden; ze gingen onder de naam van &bdquo;<span xml:lang="fr">sons poitevins</span>&rdquo;; ook troubadours
+kwamen er wel eens. Maar sedert de laatste dertig jaren van de 12<sup>de</sup>
+eeuw kwam aan de grote en kleine Franse hoven een adelike hoflyriek op
+en in bloei, volkomen in de trant van de troubadours. Evenals in het
+Zuiden, had men ook in het Noorden dichters van allerlei stand: naast
+een vorst als graaf <span xml:lang="fr">Thibaut</span> van Champagne, een leenheer als <span xml:lang="fr">Conon</span> van
+<span xml:lang="fr">Bethune</span>, vond men de slotheer van <span xml:lang="fr">Coucy</span>, ridders als <span xml:lang="fr">Gace Brulé</span> en
+burgerlike <span xml:lang="fr">trouvères</span> als <span xml:lang="fr">Jean Bodel</span> van Arras. De troubadours werden
+nagevolgd in de kunstige versvorm, in de conventionele poëtiese stijl,
+en zelfs in de ootmoedige vrouwendienst die er de inhoud van uitmaakte.
+Alleen was het Noordfrans een veel minder vormrijke taal, en de
+Noordfranse volksaard geheel anders dan die der Zuidelingen, en zo er al
+heel gauw iets kunstigs en conventioneels in de Provençaalse troubadours
+kwam, de imitatie der Noordfranse heren was eigelik al niet veel meer
+dan een echt dilettantengezelschapsspelletje. En het zijn ook zo goed
+als uitsluitend de erotiese en maatschappelike genres waar men zich daar
+op toelegt: voor de politieke <i xml:lang="es">sirventes</i> is de bodem daar minder
+geschikt. Enkele van die minneliederen vertonen iets persoonliks. In de
+liederen van de graaf van <span xml:lang="fr">Bethune</span> zijn er hier en daar zeer originele
+beelden; op zijn zegel ziet men hem in volle wapenrusting voor zijn dame
+knielen, terwijl hij haar hand als een vasal vastgrijpt, die zijn
+leenheer huldigt. Een tijd lang leefde hij aan het hof van Marie te
+Troyes en bezong haar, maar werd door &bdquo;de Fransen&rdquo; voor de gek gehouden
+wegens zijn dialekt van Artois. De burchtgraaf van <span xml:lang="fr">Coucy</span> schreef
+gedichten ter ere van de vrouwe van Fayel die een zeer natuurlike
+verknochtheid aan &bdquo;<span xml:lang="fr">ma très douce chière amie</span>&rdquo; ademen; mijn liefde, zegt
+hij, is zo vermetel als het kind dat schreeuwt &bdquo;<span xml:lang="fr">por la bele estoile
+avoir&mdash;k'il voit haut et cler seoir</span>&rdquo;. Graaf <span xml:lang="fr">Thibaut</span> die op bescheiden
+afstand zelfs een hulde bracht aan koningin Blanca van Kastilië, de
+trotse moeder van Lodewijk de Heilige, toont in vele zijner liederen
+heel wat smaak voor geleerde allegorieën en mythologie, maar toch ook
+een ware aanleg voor liefde en echt Franse fijngevoeligheid. Mijn
+liederen&mdash;zegt hij&mdash;zijn vol gramschap en smart, ik weet niet of ik
+zingen zal of wenen. Ik weet niet hoe ik het met mijn trouweloze schone
+heb, maar &bdquo;<span xml:lang="fr">un peu la hais<span class="pagenum" title="242"></span><a id="p_242"></a> trop amoureusement</span>&rdquo;. En wanneer de dichters,
+zoals b.v.<span xml:lang="fr"> Richard de Semilli</span>, vrijere versvormen gebruiken, zingen ze
+dikwels heel vrolik en fris. <span xml:lang="fr">Richard</span> vertelt b.v. hoe hij zijn dame in
+gezelschap van anderen langs de Seine wandelend is tegengekomen&mdash;haar
+voetje is zo klein en haar schoentje zo netjes en zij loopt er zo keurig
+op&mdash;, en dan geeft hij een genoegelike schildering van een
+damestoernooi: de hele uitrusting, brokstukken van een levendige
+woordenwisseling, en angstig voor zijn dames roept hij als een soort
+refrein voor elke strofe een nieuwe heilige aan met zijn &bdquo;<span xml:lang="fr">Gardés moi mes
+dame, mes Sire Saint...</span>&rdquo;</p>
+
+<p>Maar anders is alles vrij bleek en banaal. De hele stijl, met zijn
+smachtende hyperbolen, die de verliefde vleier in de mond van een
+Zuid-Franse heel natuurlik staan, worden bij de Noordeling koude
+conventie. Het is het verstand dat droog de beelden over het hart
+doorwerkt, dat bij de aangebedene in gevangenschap verwijlt, en waar zij
+voor zorgen moet, en stroo en brood moet verschaffen in de
+gevangenis,&mdash;of over haar schoonheid die als een pijl de toeschouwer het
+oog doorboort: haar ogen zijn de pijlspits, haar wenkbrauwen de boog en
+haar lokken de veren der pijl. Slechts nu en dan duikt er een fris uit
+het ridderleven gegrepen vergelijking op. Over het algemeen is het
+slechts het spirituele en het subtiele in de liefde dat de Noordfranse
+geest bizonder op prijs stelt en ontwikkelt. Parijs was niet voor niets
+de zetel der scholastiek. Al de scherpzinnigheid waarmede men in de
+scholen van Parijs abstrakte begrippen definieerde of geestelike
+verschijnselen analyseerde, werden ook al heel vroeg door de lyrici op
+het liefdeleven toegepast, en men kleedt in de lyriek evenzeer als in de
+scholastiek zijn gedachten in allegoriese abstracties en
+personificaties. Nu treden in de gedachten niet alleen &bdquo;<span xml:lang="fr">Prix</span>&rdquo; en
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Honneur</span>&rdquo; als handelende en sprekende personages op, maar ook <span xml:lang="fr">&bdquo;Attente&rdquo;,
+&bdquo;Espoir&rdquo;, &bdquo;Pitié&rdquo;</span> en &bdquo;<span xml:lang="fr">Doux-Semblant</span>&rdquo; en het hart van de schone wordt tot
+een gevangenis, waarvan &bdquo;<span xml:lang="fr">Bon-Espoir</span>&rdquo; de boeien zijn, het slot:
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Bel-voir</span>&rdquo; en de cipiers: &bdquo;<span xml:lang="fr">Beau-Semblant</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Dangier</span>&rdquo;. Een poëties
+genre waarin men bizonder uitmuntte was die nabootsing van de
+Provençaalsche versdebatten over het een of ander eroties vraagstuk dat,
+merkwaardig genoeg met de naam van &bdquo;<span xml:lang="fr">jeux-partis</span>&rdquo; wordt aangeduid. Zulke
+debatten werden er dikwels aan het hof van <span xml:lang="fr">Thibaut</span> van Champagne
+gevoerd. &bdquo;Welk echtgenoot is het meest te beklagen,&mdash;was één vraag&mdash;hij
+die vermoedens of hij die zekerheid heeft? Welke van twee gelieven is
+het ongelukkigst, hij die het gezicht of die<span class="pagenum" title="243"></span><a id="p_243"></a> het gehoor mist? Welke
+dame bemint het vurigste: zij die uit angst voor haar vriend hem
+verbiedt aan een toernooi deel te nemen, of zij die hem met 't oog op
+zijn eer daartoe aanzet?<ins class="corr" id="corr33" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> Gezelschapsspelletjes, waarin wel veel
+kinderachtigs steekt maar toch ook dezelfde belangstelling voor
+psychologiese en morele kasuistiek die steeds de toon is aan blijven
+geven in de Franse salons van <span xml:lang="fr">Marguérite de Navarre</span> tot de tijd van de
+<span xml:lang="fr">Précieuses</span> en van de dagen van <span xml:lang="fr">Marivaux</span> tot die van <span xml:lang="fr">Bourget</span>.</p>
+
+<p>In dergelijke liefdedebatten heeft Marie van Champagne dikwels met haar
+dames als hoogste rechter gefungeerd en &bdquo;vonnissen&rdquo; moeten &bdquo;vellen&rdquo;,
+evenals haar moeder, koningin Eleonore of de burggravin Ermengarde van
+Narbonne dat in Zuid-Frankrijk gedaan hadden. Ook zullen Noord-Franse
+ridders en dames meer dan eens voor Marie of voor gravin Margaretha van
+Vlaanderen of koningin Aelis van Frankrijk gekomen zijn met een greep
+uit het werkelike leven, om te vragen hoe men volgens hoofse
+Provençaalse opvattingen in die gevallen moest oordelen of handelen,
+zoals men ook naar de nieuwe mode kwam informeren. Er is b.v. een page
+die <span xml:lang="fr">postillon d'amour</span> geweest is voor zijn meester, een ridder, bij een
+dame. Maar nu zijn de page en de dame verliefd op elkaar geworden. Wat
+moet men nu met zoo'n paar misdadigers beginnen? En gravin Marie
+antwoordt: zij zijn goed genoeg om elkaar te mogen behouden, maar zij
+kunnen niet meer in de goede kringen geduld worden. Een dame heeft een
+jonge man tot zich genomen, een ridder, waar de schaaf nog zo goed als
+in 't geheel niet over gegaan was, heeft hem toegelaten haar te dienen
+en heeft hem nu zo ver gebracht dat hij een voorbeeld van goede manieren
+en zeden is geworden; nu komt een andere dame die hem haar liefde biedt,
+de ridder keert zich nu tot deze en veronachtzaamt zijn weldoenster. Wat
+moet men van zo iets denken? En de gravin van Vlaanderen zegt: de dame
+zowel als de ridder hebben zeer verkeerd gehandeld; door de ridder zo op
+te voeden heeft de dame het recht verworven hem voor zich te houden.</p>
+
+<p>Deze en dergelijke oordeelvellingen vindt men in een kurieus Latijns
+boekje van ongeveer 1200 opgenomen, gevormd: &bdquo;<span xml:lang="la">De arte amandi</span>&rdquo;,
+geschreven door een geestelike, Andreas, die aan het hof te Parijs
+werkte en die alles opschreef voor een jong man uit de hoge standen om
+hem te waarschuwen tegen het betreden van de wegen der liefde, maar hem
+toch ook (en dit is het wat verreweg het grootste deel van 't boek
+uitmaakt) eens<span class="pagenum" title="244"></span><a id="p_244"></a> goed op de hoogte te brengen van alles wat tot die
+nieuwe &bdquo;<span xml:lang="fr">Comme-il-faut</span>-liefde&rdquo; hoort. Het boekje geeft zeer duidelik de
+geest der scholastieken weer, die zo ook de kunst der hoop en liefde
+doordringt, ze in sisteem zet en in optima forma tot een <i>leer</i> maakt.
+Onze klerk heeft een groot materiaal bijeen verzameld van dergelijke
+rijm-debatten uit de Provençaalse en Noord-Franse dichters en van
+exempelen uit allerlei ridderromans, waaruit hij nu met fijne dialektiek
+maar grove pedanterie een leerstelsel voor de hogere kringen op tracht
+te bouwen. Zo geeft hij b.v. een hele collectie formules, voor de
+verschillende standen, in welke bewoordingen &bdquo;hij&rdquo; &bdquo;haar&rdquo; moet vragen en
+hoe zij moet antwoorden. En er zijn allerlei rubrieken: een niet-edelman
+die evenzo een burgerlike dame vraagt, of een adelike dame of een van de
+hoge adel of zelfs een vorstin! Dan: een gewoon ridder die tot een
+burgervrouw spreekt of een ridderlike dame of een vorstin enz. enz.
+Volgens die verschillende mogelikheden is de toon eerbiedig of
+opdringend, gewoon of met de nodige fraaie wendingen aan de kant van de
+vrijer en meer eerbiedig of vereerd of uit de hoogte bij de dame. En
+achter het stijve Latijn kan men dikwils de levende taal, en de
+omgangstoon van de verschillende maatschappelike standen onderscheiden.
+Verder geeft de geestelike ook een &bdquo;Wetboek der Liefde&rdquo; zo als een
+ridder dat van het hof van koning Artus heet gehaald te hebben. Onder de
+31 voorschriften daaruit&mdash;die Andreas uit de troubadourlyriek en de
+ridderromans getrokken heeft&mdash;zijn er als volgt: dat de liefde geheim
+gehouden moet worden, dat het huwelik geen geldige reden is te weigeren
+een ander lief te hebben, dat men maar één te gelijk liefhebben kan,
+maar heel goed door méér dan één bemind kan worden, dat niemand zonder
+goede reden er van af moet zien iemand lief te hebben en dat men twee
+jaar lang over zijn afgestorven geliefde moet treuren. Men ziet er ook
+uit dat de ware minnaar slecht moet slapen en weinig eetlust hebben, dat
+hij verbleekt wanneer hij zijn geliefde ziet, dat hij alleen maar
+plezier hebben moet in wat zijn aangebedene hem vrijwillig toestaat,
+maar dat hij natuurlik jaloers is en haar bij de geringste aanleiding
+van het ergste verdenkt. Psychologiese waarneming en een zeker morele
+fijngevoeligheid, gelijk men ziet, naast zuiver conventionele regels,
+als voor een nieuw gezelschapsspel.</p>
+
+<p>Wordt nu troubadour-erotiek in het Noord-Franse riddergezelschap van
+zijn lyries karakter ontdaan en gemaakt tot een spirituele
+gevoels-analyse en sentimentele moraalleer, Noord-Frankrijk is<span class="pagenum" title="245"></span><a id="p_245"></a> toch aan
+de andere kant het tehuis van de oude epiese heldengedichten, en de
+mannelike zijde van de ridderkultuur kwam hier, in het leven zowel als
+in de literatuur, heel wat meer tot ontwikkeling dan in Zuid-Frankrijk.</p>
+
+<p>De Anglo-Normandiese koningen waren meer en meer de vorstenidealen naar
+het hart der ridders geworden: dapper en eergierig, vrijgevig en
+prachtlievend. Reeds Hendrik I had een grote naam van ridderlikheid
+verkregen, toen hij na een slag bij <span xml:lang="fr">Noyon</span>, tegen zijn leenheer, de
+koning van Frankrijk, grootmoedig alle gevangenen vrij liet, die als
+vazallen van hem en de koning van Frankrijk, hun plicht jegens hun hoge
+leenheer vóór hadden laten gaan. Zijn schitterend hof in de jaren
+1130&ndash;40 had kleur geleend aan de schilderingen door <span xml:lang="en">Geoffrey</span> van
+<span xml:lang="en">Monmouth</span> en <span xml:lang="fr">Wace</span> van het Sagehof van koning Arthur. Maar nog meer werden
+de tijdgenoten verblind door de overdadige pracht, die Hendrik II ten
+toon zou spreiden om zijn koningswaardigheid op te houden,&mdash;het bonte
+weelderige gevolg, waarmede <span xml:lang="en">Thomas à Beckett</span>, de kanselier, op
+gezantschapsreizen zijn intocht in Franse steden hield, of de bijna
+Byzantijnse feestdos en het ceremonieel waarmede <span xml:lang="fr">Richard C&oelig;ur de Lion</span>
+te Westminster gekroond werd. Van zijn jeugd af was <span xml:lang="fr">Richard</span> voor zijn
+tijd de incarnatie van ridderlikheid en vorstendeugd. Goed bezien was
+hij, oproermaker als zoon en als vazal, eigelik volstrekt geen goed
+voorbeeld, net zo min als echtgenoot en als koning over een rijk dat hij
+geheel en al verwaarloosde. Maar hij was statig van postuur en geweldig
+sterk, was zeer op het uiterlike gesteld, was altijd opgewekt en
+onvervaard, &bdquo;vrijgevig als Titus, welbespraakt als Nestor,&rdquo; een man die
+tengevolge van een ogenblikkelike inval, zonder het voor en tegen te
+overwegen, zich in het een of ander schitterend avontuur zou storten,
+roekeloos dapper, de eer boven alles stellend, daarbij niet zonder een
+zekere altans schijnbare ijver voor de zaak der kerk. Geheel en al
+romanties was de glans die op hem viel toen hij, de afgod der
+troubadours, de belhamel van Zuid-Frankrijk, op éénmaal, vlak nà zijn
+kroning op een kruistocht trok. Gelijktijdige berichten schilderen hem
+in alle poëtiese heerlikheid op die kruistocht: weg galopperende op zijn
+edel Spaans paard&mdash;&bdquo;een schilder kon het niet fraaier gemaakt
+hebben&rdquo;&mdash;in zijn rozenrode mantel met halve manen er in genaaid en zijn
+geborduurde scharlakenrode hoed met prachtige wapens en gulden sporen;
+streng de hand houdende aan tucht en orde in het leger&mdash;&bdquo;geen van 't
+andere geslacht mochten mede trekken behalve wasvrouwen, die zo moesten
+zijn dat ze<span class="pagenum" title="246"></span><a id="p_246"></a> niemand tot de zonde konden verleiden&rdquo;; stoutmoedig zich in
+de avontuurlikste tochten stortende en Philip Augustus geheel
+overschaduwende; de edele koning Saladin bewondering afdwingende en
+trachtend hem in beleefdheden en grootmoedigheid te overtreffen; ten
+slotte door de jaloerse Franse koning verlaten en in zijn land door zijn
+broeder verraden, vermomd door Duitsland heen terug ijlend waar hij
+lange tijd in smadelike gevangenschap gehouden werd door de Duitse
+keizer.</p>
+
+<p>Van die figuur van Koning Saladin straalde de tijdgenoten een even
+schitterende glans van ridderlike poëzie te gemoet. De gedichten wisten
+te vertellen hoe hij zich door Bertran de Born in de ridderlike liefde
+liet onderwijzen en hoe hij zich door een gevangen genomen ridder de
+wetten van de Ridderlikheid liet uitleggen en de ridderslag ontving met
+een simboliese verklaring van al de ceremoniën daarvan.</p>
+
+<p>De Noord-Franse vorsten en ridders trachtten zowel door uiterlike glans
+als door hun schitterend optreden aan de wedstrijden voor de prijs der
+Ridderlikheid deel te nemen. Zeer beroemd werd een feest dat Graaf
+Boudewijn V van Henegouwen gaf toen zijn zoon tot ridder geslagen was,
+de toernooien te <span xml:lang="fr">Soissons</span> van Augustus 1175 en van <span xml:lang="fr">Trasignies</span> in 1169,
+maar de glorie van het grote feest dat de Keizer van Duitsland in 1184
+te Mainz had gearrangeerd, toen zijn zoon de ridderslag ontving, had
+toch alle andere overtroffen en een massa Noord-Franse vorsten en
+ridders namen daar aan deel. En van Gotfried van Bouillon en Boudewijn
+van Vlaanderen af tot de ridders toe die Konstantinopel in 1204
+veroverden en in 1214 de zegepraal bij Bouvines behaalden, vertellen de
+kronieken van een hele reeks schitterende Noord-Franse ridderfiguren.</p>
+
+<p>De ridderschap als zodanig werd meer en meer door de Noord-Franse
+juristen en ceremoniemeesters georganiseerd en gevormd. De graden door
+welke de jongeling tot de ridderwaardigheid komt, de ceremoniën van de
+ridderslag, heraldiek en de regels voor het steekspel&mdash;dit alles werd in
+de praktijk vastgesteld, maar dan in de theorie verder uitgewerkt. En in
+Latijnse verhandelingen en Franse leerdichten werd een ideaal van de
+ridderlikheid ontwikkeld waartoe de adel hun zonen trachtte op te
+voeden. Een der geesteliken van Hendrik II, John of Salisbury leert in
+zijn groot werk &bdquo;Polycraticus&rdquo; dat de soldatenstand even goed een missie
+heeft als de geestelikheid, maar evenals slechts zij waarlik geesteliken
+zijn die de H. wijding ontvangen hebben, zo<span class="pagenum" title="247"></span><a id="p_247"></a> zijn alle krijgslieden die
+niet tot ridder geordend zijn, slechts indringers en rovers. De
+ordinatie bestaat voor hen in de omgording met het zwaard en de
+ridderslag; het is een sakrament even als dat van de priester. De missie
+van de geordineerde krijgsman is de kerk te beschermen, de priesters te
+eren, kinderen en zwakken tegen overmacht te beschutten en zijn bloed in
+de strijd voor anderen te vergieten. Mannen die hun vorst zo dienen zijn
+heilig en het is een schone zede dat de Ridder op de dag waarop hij met
+het zwaard omgord wordt, naar de kerk gaat, daar zijn zwaard op het
+altaar legt en daardoor zijn gang aan de dienst Gods wijdt. De
+geestelike &bdquo;<span xml:lang="fr">Doctrinals</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Enseignements</span>&rdquo; die als paddestoelen
+opschieten, willen gewoonlik volstrekt niet ridders tot monniken maken.
+Zij schelden integendeel de vorsten flink uit, wanneer die geen hof
+houden en feesten geven, hun ridders niet eren en de kunst niet verstaan
+om &bdquo;<span xml:lang="fr">biau despendre</span>&rdquo;, zoals de Duitse keizer dat deed bij zijn glorierijk
+feest te Mainz. Zij schrijven handleidingen voor het schaken en de jacht
+voor, die bij de opvoeding in al wat ridderlik is te pas komen, en tot
+de ware ridderlijkheid rekenen ze ook de kwestie van <ins class="corr" id="corr34" title="Bron: klêeren">kleêren</ins>, strijd
+en toernooien. &bdquo;Men moet zo leven dat er over je gesproken
+wordt&rdquo; zingen de ridderlike dichters, moeite en strijd moet men
+niet schuwen, &bdquo;het gemak is voor de eer de dood,&mdash;de ere eist
+voor 't lichaam nood&rdquo;, men moet 't gevaar opzoeken en avonturen,
+om te &bdquo;<span xml:lang="fr">valoir</span>&rdquo;, d. w. z. te tonen dat men iemand is, en wáár
+men toe deugt. Maar de riddereer wordt meer en meer tot de kern van het
+ridderwezen, en er wordt een fijnere en ook hogere moraal in gelegd. Het
+krijgsmansleven bouwt al uit zich zelf een eremoraal op; het gevoel van
+sterkte en de moed scheppen eerlikheid en een zekere grootmoedigheid,
+kameraadschap en discipline ontwikkelen standvastigheid en trouw. In het
+nationale heldenepos dat in het noorden van Frankrijk nog in de zalen
+der ridderhuizen weerklonk, was die militaire eremoraal steeds
+verheerlikt geworden. Maar die wordt nu verder ontwikkeld door de steeds
+omdwalende ridderschap, door de hogere kringen en door de
+scholastiek&mdash;ontwikkelt men alleen in de richting van het humane en
+het geraffineerd spitsvondige, maar ook van sterk overdreven ijdele
+bravades. De kerk leert dat de ridder vrouwen en zwakken moet
+beschermen, goud en goederen voor zijn deugd en zijn eer op moet
+offeren, grootmoedig zijn vijanden moet vergeven. Het maatschappelik
+leven legt fijngevoeligheid, bescheidenheid, hoffelikheid, en vrouwendienst
+in het<span class="pagenum" title="248"></span><a id="p_248"></a> begrip der
+riddereer, maar ook kleingeestige geraaktheid en ijdelheid. Door de
+tournooien en het leven der rondtrekkende ridders wordt men aan menige
+bravade gewend, een voortdurend geraffineerd op de spits drijven van het
+begrip van eer en menig geval van lichtvaardig spelen met leven en
+ledematen. Het begrip van de riddereer wordt tot een doctrine en krijgt
+zijn wetboek evenals de leer van de ridderliefde.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In de rijke Noord-Franse en Vlaamse beemden waar reeds vroeger een
+letterkundig leven bloeide, ontvouwt zich nu een geweldige productie van
+romans, een konkurrent van die heldenpoëzie, wel in vele opzichten ook
+als literatuur een vervolg en een nabootsing er van, maar toch in de
+eerste plaats in bewuste tegenstelling <ins class="corr" id="corr35" title="Bron: daarmêe">daarmeê</ins>. Van alle
+kanten vloeide de stof bijeen. De kruistochten waarin de adel van
+Vlaanderen en Lotharingen het voornaamste aandeel had, brachten een
+voortdurende verbinding met Byzantium en het Oosten. De vorsten van
+Lotharingen werden koningen van Jeruzalem, de handelsverbindingen der
+Vlaamse steden met het Oosten via Venetië vermenigvuldigden zich en
+werden bezegeld, toen graaf Boudewijn op de vierde kruistocht Keizer van
+het Byzantijnse rijk werd. De epiek der kruistochten en de
+Grieks-Oosterse romans die wij in &bdquo;Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Escoufle</span>&rdquo;
+geschetst hebben, waren ook juist toen in dat zelfde Noord-Frankrijk
+geschreven. Van het Anglo-Normandiese rijk kwamen toen ook juist de
+Bretonse sagen en gedichten en uit Midden-Frankrijk werden de Alexander-
+en Troja-romans <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: geimporteerd">geïmporteerd</ins>. In die gehele
+romantiese stof werd nu juist hier de professionele ridderlikheid
+ingewerkt en de van de Provençaalse hoven ingevoerde liefdepoëzie, en
+daardoor is het dat de ridderromantiek tot de volle ontwikkeling komen
+kan.</p>
+
+<h2><a id="XVIII"></a>XVIII.</h2>
+
+<p class="subh2">BRETONSE ROMANS.</p>
+
+<p>&bdquo;Bretonse Romans&rdquo; werden de meesten van die Noord-Franse romans uit het
+einde van de 12<sup>de</sup> en het begin van de 13<sup>de</sup> eeuw genoemd. Die
+speelden altijd in de wereld van &bdquo;de twee Bretagnes&rdquo; en waren opgebouwd
+op stoffen en motieven uit de Keltiese sagenwereld, maar vermengden die
+met talrijke antieke en Oosterse<span class="pagenum" title="249"></span><a id="p_249"></a> elementen, waardoor ze hun dichterlike
+fantasie de vrije loop lieten. Enkele namen dier schrijvers&mdash;<span xml:lang="fr">Chrestien
+de Troyes, Raoul de Houdenc, Renaut de Beaujeu, Guillaume le Clerc</span> zijn
+tot ons gekomen, maar verreweg het grootste getal van die romans zijn
+anoniem,&mdash;die van <span xml:lang="fr">Durmart le Galois, Meraugis de Portlesguez, Ider,
+Gliglois, Perceval, Gauvain, Chevalier as deus epees, le Bel Desconu</span> en
+hoe al die andere helden van de Arturcyclus heten.</p>
+
+<p>Reeds <span xml:lang="fr">Geoffrey</span> van <span xml:lang="en">Monmouth</span> en <span xml:lang="fr">Wace</span> hadden tegenover Karel de Grote, met
+zijn hof te Aken of te Laon en zijn twaalf paladijnen, een andere held
+opgesteld, Artus, de oude sagekoning uit Cornwall met zijn hof te
+Carduel (in Cumberland) en zijn ridders van de Tafelronde. En hij is 't
+dan ook die de roman met zijn hof tot hun centrum maakt. In vele
+opzichten is er een scherpe tegenstelling tussen die twee. Karel was de
+witgebaarde, oer-oude keizer &bdquo;<span xml:lang="fr">au fier vis</span>&rdquo; altijd in de wapenen en in
+krijg voor de zaak van de kristenheid, geweldig in de strijd, van woede
+bulderend in zijn raad, maar ook vol majesteit in zijn ouderdom en zijn
+heiligheid ingesloten, als de gezalfde Gods en diens vertrouwensman, die
+de openbaringen van de hemel ontving en door de hemelse mirakelen
+gesteund werd. Artus is &bdquo;<span xml:lang="fr">le bon roi</span>&rdquo;, schoon, en in zijn optreden
+helemaal een jonge man, maar iemand die, al kon hij, als het er op aan
+kwam, dapper genoeg zijn, toch niet aldoor maar ten strijde trok, in de
+regel zit hij vreedzaam op zijn kasteel, vrolik en gezellig, alleen maar
+aan feesten denkend; sombere gezichten om zich heen kan hij niet dulden,
+verklaart hij. Hij woont de mis bij en doet aan alle uiterlike
+ceremoniën mede, maar er ligt niets van de priester over hem, hij staat
+in geen mystiese verhouding tot de hemel, integendeel representeert hij
+de hele wereldlike ridderlikheid, &bdquo;<span xml:lang="de">die Welt</span>&rdquo; die zich geheel van de kerk
+los heeft gemaakt. Hij is een voorbeeld van vorstelike gastvrijheid en
+milddadigheid, een tweede Alexander. Zijn hof en zijn tafel staan voor
+allen open, hij strooit gaven om zich heen; wanneer Tristan als een
+bedelaar naar het hof komt en om een mantel vraagt, doet hij dadelik
+zijn eigen mantel af en geeft hem die. Tegen allen is hij hoofs en
+hoffelik. Hij zou het niet in zijn hoofd krijgen om, gelijk Keizer
+Karel, &bdquo;Houd je mond&rdquo; tegen zijn aartsbisschop te zeggen en zijn Roland
+om de oren te slaan; integendeel tracht hij altijd vrede tussen de
+ridders te stichten. Wanneer er dames op bezoek komen, ijlt hij ze
+tegemoet en helpt ze zelf uit het zadel. Hij is grootmoedig, zijn werk
+is om de beschermer van alle zwakken te zijn, degeen die alle onrecht
+goed<span class="pagenum" title="250"></span><a id="p_250"></a> maakt. Dageliks komen er dan ook aan het hof die zijn hulp komen
+inroepen en niemand trekt ongehoord weg. Vooral zijn dat vrouwen wier
+echtgenoot ze verlaten heeft of die overlast geleden hebben of beledigd
+zijn; want Artus is vooral de ridder der vrouwen en aan zijn hof heerst
+de vrouw en bloeit de vrouwendienst.</p>
+
+<p>Artur en zijn gemalin Guenievre zitten aan tafel op de twee ereplaatsen,
+en om die ronde tafel heen alle ridders zonder onderscheid van rang.
+Zijn neef Gawein is het voorbeeld van een held, de bloem der
+ridderschap, de &bdquo;<span xml:lang="fr">chevalier sans peur et sans reproche</span>&rdquo;. Hij is het
+schild van allen die in moeilikheden zijn, die altijd op 't laatste
+ogenblik hulp brengt, de ideale vriend die de held bijstaat zo die hem
+bij zijn grote daden nodig heeft. Hij is hoofs, opgewekt, heeft de
+vrouwen lief maar nog meer de strijd; altijd wordt hij geroemd wegens
+&bdquo;<span xml:lang="fr">mesure</span>&rdquo;,&mdash;zijn takt en zelfbeheersing&mdash;en met bizondere hoogachting
+behandelen de dichters hem wanneer zij hem &bdquo;<span xml:lang="fr">Monseigneur</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Messire
+Gauvain</span>&rdquo; noemen. Zijn beroemdste avontuur is dat met de groene
+Ridder&mdash;een oude Keltiese bosreus, die geheel in 't groen gekleed, op
+een groen paard gezeten op het Nieuwjaarsfeest bij koning Artus
+verscheen en de aanwezigen uitdaagde tot een wedstrijd in moed en
+kracht. Hij bood aan, zijn hals een ridder voor te houden die dan toe
+mocht houwen, op voorwaarde dat hij een jaar daarna zich op die wijze
+tot beschikking van &bdquo;<span xml:lang="en">The Green Knight</span>&rdquo; zou stellen. Niemand durft de
+uitdaging aannemen, behalve Gawein. Die slaat de reus het hoofd af
+maar... maar dood-kalm zet die het weer op en roept Gawein tegen het
+volgende Nieuwjaar een tot weerziens toe bij &bdquo;de groene Kapel&rdquo;; daar
+moet Gawein de slag in ontvangst nemen. Ofschoon het zo goed als de dood
+voor hem betekent, gaat die toch tegen het volgend jaar, zo als hij nu
+eenmaal beloofd heeft, op reis om de groene kapel te zoeken; gedurende
+zijn tocht wordt ook zijn loyaliteit als vriend o.a. tegenover
+verleiding van vrouwen, op de proef gesteld,&mdash;zoals naderhand blijkt
+door de groene ridder zelf&mdash;; dàt is zeker het oude Oosterse motief van
+de &bdquo;Vriendschaps-proef&rdquo;. En de onvervaardheid en trouw van Gawein
+bestaan die proef goed; slechts een kleine vlek komt er op het schild
+van zijn eer, maar daar pijnt hij zich dan ook evenzeer over als
+koningin Dagmar uit het volksliedje deed omdat zij eens op een Zondag
+haar zijden mouwen had vastgemaakt!</p>
+
+<p>Dan komt Iwein, de ridder met de Leeuw die eens een leeuw gered had die
+met een slang vocht; nu is Iwein gelijk Androkles<span class="pagenum" title="251"></span><a id="p_251"></a> of Hieronymus overal
+door het dankbare dier vergezeld dat hem op kritiese ogenblikken
+bijstaat. En dan zijn er Lancelot en Perceval op wie wij terug komen. De
+grappenmaker is Key, de drossaert. Oorspronkelik was hij niet
+onsympathiek getekend, hij is dapper maar al te doldriest, met wat al te
+veel vertrouwen op zich zelf; hij moet altijd absoluut elk avontuurtje
+aan 't hof aanpakken maar hij delft altijd het onderspit. Naderhand
+wordt hij kwaadaardig, laf en vals, de onruststichter wiens vergiftigde
+tong vooral de dames van 't hof belastert.</p>
+
+<p>Ook de ridders van Arthur vormen reeds in hun uiterlik in vele opzichten
+een tegenstelling met de paladijnen van Karel de Grote. Wel zijn ze
+sterk en breedgeschouderd als Karels <span xml:lang="fr">pairs</span>, maar waar bij de
+beschrijving van hun figuur spesiaal de nadruk op gelegd wordt is juist
+het slanke en elegante: het smalle middel, de lange smalle vingers, de
+hoge wreef zijn bizondere aristocratiese schoonheidstekenen. De
+Arthur-ridders hebben blonde lokken maar géén baard; de uitdrukking van
+hun gezicht is niet gelijk die der Paladijnen &bdquo;<span xml:lang="fr">fier, hardi</span>&rdquo; maar schoon
+en rein: &bdquo;<span xml:lang="fr">face tendre, chière riante, vis joyos</span>&rdquo;; &bdquo;hij scheen helderder
+dan een edelsteen&rdquo; staat er ergens; het aangezicht heeft een bloeiende
+kleur, is &bdquo;als de roos een morgen in Mei&rdquo;. Het oog is stralend, zacht;
+de mond is klein, maar heeft gevulde lippen, die is &bdquo;als een
+meisjesmond&rdquo;, de kin heeft kuiltjes, de hals is lang, gevuld en &bdquo;wit als
+die van een meisje&rdquo;. De gestalte van de Arthur-ridder tekent kracht
+zowel als bevalligheid en deugt voor de strijd even goed als voor het
+hofleven en de liefde.</p>
+
+<p>En aan het hof van Arthur leeft men in vreugde en genot. Dan zijn het
+toernooien, dan jachtpartijen. Terwijl de koning 's middags na de
+maaltijd zijn slaapje doet, zien wij het gezelschap in een kring zich
+aangenaam bezig houden met vertellen van hun ondervindingen; het
+gezelschap wordt door de koningin gepresideerd, Key begint weer op te
+spelen en wordt door haar op zijn plaats gezet. Of wij treffen ze in hun
+tenten in het bos onder een van die dagen lang durende jachtpartijen.
+Hij die er in slaagt het witte hert te vellen, heeft het recht de
+schoonste dame aan het hof te kussen,&mdash;in de oude Keltiese sagen mocht
+de overwinnaar zich bij de maaltijd het mooiste stuk vlees afsnijden!</p>
+
+<p>Maar het hof van koning Artus is slechts het uitgangspunt en de laatste
+scène der Arthur-romans. Zijn ridders zijn niet geschapen voor een
+gezellig hofleven van niets doen dan genieten. Zij moeten de wereld in,
+en avonturen zoeken, om later&mdash;zoals een van<span class="pagenum" title="252"></span><a id="p_252"></a> hen zegt&mdash;iets te hebben
+om in gezelschap van te kunnen vertellen. Meer dan eens verklaart Arthur
+'s morgens dat hij zijn eten niet aan wil roeren &bdquo;vóór er het een of
+ander gebeurd is&rdquo;. En dat laat dan in de regel ook niet lang op zich
+wachten. Dan komt er b.v. zoals wij reeds zagen, een vrouw klagen dat de
+een of andere reus haar vriend weg is komen halen of geweld tegen haar
+gepleegd heeft. Of omgekeerd is een vrouw aan haar vriend ontstolen
+geworden. Of er komt een reus de ridders tot 't een of ander uitdagen.
+Een der dames krijgt het in haar hoofd dat zij het wonderhert met de
+witte benen moet hebben, dat ergens in het diepst van het woud door vier
+leeuwen bewaakt wordt. Of er komt een jonkvrouw uit Ierland aanzetten
+die de helden hun werkeloosheid verwijt; zij moesten maar eens naar haar
+eiland komen, naar een kasteel dat zo vol met spoken is, dat niemand er
+durft overnachten. En de romans trachten elkaar langzamerhand met het
+vreemdste, meest spannende begin te overtroeven. Midden in de zaal
+vertoont zich b.v. opeens een schaakbord van zilver en ivoor dat even
+plotseling weer verdwijnt. Arthur verklaart dadelik dat hij dat absoluut
+hebben moet. Of er vliegt plotseling een wit hert dwars door de zaal,
+daarachter een hond en een jonkvrouw; een ridder weet de hond te pakken,
+een ander grijpt de jonkvrouw die hij mede neemt, en nu krijgen
+natuurlik terstond drie ridders van de Tafelronde bevel van de koning,
+de een om het hert op te sporen en twee anderen om de geroofde hond en
+de maagd na te zetten. Of eindelik: er komt een boot aanzetten die landt
+met niets dan een lijk er op, waarin de punt van een lans vast zit; in
+de hand van de dode zit een brief waarin de verslagene verlangt door hem
+gewroken te worden die het stuk van de lans uit het lijk kan trekken,
+maar hij zal dit onmogelik kunnen doen, staat er verder, tenzij met de
+hulp van een ander die er in slaagt de ringen van de vingers van het
+lijk af te halen.</p>
+
+<p>En dan trekken de ridders er op uit om de avonturen te bestaan die zich
+zo voor kunnen doen. Maar dikwels worden die gezocht door de een of
+andere jongeling die juist dezelfde dag aan 't hof is gekomen en die van
+Koning Arthur permissie krijgt daar zijn krachten op te beproeven. En
+dan gaat het de weg op,&mdash;de wijde wereld in,&mdash;gelijk men in de Griekse
+romans op zee voer, zo hier te land. Alleen zijn het niet zoals dáár,
+lijdende helden en heldinnen die door het noodlot van de ene kant van de
+wereld naar de andere kant gestuurd worden, gevangen worden genomen, in
+slavernij verkocht, enz. en zonder tegenstand zich<span class="pagenum" title="253"></span><a id="p_253"></a> aan alles wat hun
+overkomt maar onderwerpen; hier zijn het energieke, moedige ridders die
+zelf die avonturen zoeken en de strijd met beide handen aangrijpen. Wat
+die romans geven in de poëzie van de gehele tijd der kruistochten en van
+de omzwervende losbandige ridderschap&mdash;dat zelfde onberekenbare leven,
+zo rijk in afwisseling, van de zwerver en de vagebond dat er in onze
+tijd ook nu nog een klein beetje inzit, dezelfde geest die
+<span xml:lang="la">Simplicissimus</span> te voorschijn heeft geroepen en <span xml:lang="en">Gil Blas, Peregrine
+Pickle, Wilhelm Meister en Kenelm Chillingly</span>,&mdash;een geest die in een tijd
+vooral dat het onrustige bloed zich nog niet naar vaste regels in de
+samenleving voegen kon, de bijwegen onveilig maakte en de herbergen met
+reizigers uit alle klassen der maatschappij vulde. De werkelikheid is in
+die Bretonse romans nog maar heel vaag aangegeven en veel feitelike
+aanduidingen over de reis krijgen wij ook niet; evenmin als in de
+Keltiese sagen worden er bepaalde plaatsen genoemd, de reis gaat in &bdquo;<span xml:lang="fr">la
+blanche lande</span>&rdquo;, door &bdquo;<span xml:lang="fr">la forêt aventureuse</span>&rdquo;, voorbij &bdquo;<span xml:lang="fr">l'orgueillus
+castel fort</span>&rdquo;, en gewoonlik zijn er nog zelfs geen herbergen, waar men
+overnachten kan, maar klopt men bij de een of andere arme &bdquo;<span xml:lang="fr">vavasseur</span>&rdquo;
+aan, of slaapt in een vervallen &bdquo;<span xml:lang="fr">tour des merveilles.</span>&rdquo; In dit leven aan
+de grote weg staat alles op losse schroeven en draagt elke schrede de
+kiem van gevaar in zich. Wanneer men een bos intreedt&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">s'enforester</span>&rdquo;
+zoals dit met een bijzondere term luidt&mdash;is het altijd met een beklemd
+gevoel van angst voor rovers; komt men aan een kruisweg, kiest men maar
+op goed geluk een dier wegen. Gewoonlik treft men daar wel de een of
+ander die weet te vertellen dat de ene weg veilig is en goed, de andere
+daarentegen vol bezwaren en gevaren, zo dat niemand daar levend over
+schijnt te kunnen komen. Waarop de ridder dan als van zelfsprekend die
+laatste weg kiest. Door zijn drang tot avonturen laat de man zich zonder
+enig vast plan steeds weer van zijn doel afbrengen; door alles wat hij
+onderweg tegenkomt laat hij zich ophouden. Iets van de weg af, in het
+bos, hoort hij kreten en als hij dan een ridder aan ziet komen rijden
+met een dame dwars over het paard heen geworpen, dan moet hij die
+natuurlik achterna. Of hij komt aan een brug waar een ridder zich bij
+geposteerd heeft, en ieder die er over wil, moet verklaren dat de dame
+van die ridder schoner is dan de zijne of zij moeten duelleren. Of wel
+men komt aan een slot waar een ridder woont die van alle voorbijgaanden
+schatting vordert. Dit laatste is iets wat maar al te zeer uit het
+werkelike leven gegrepen was.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="254"></span><a id="p_254"></a></p>
+
+<p>Soms herkent men in die trekken met moeite nog de een of andere oude
+sage of sprookje. Maar heel dikwels zijn het niets dan kleine
+bedenkseltjes. &bdquo;<span xml:lang="fr">Les contes de Bretagne sont si vains et plaisants</span>&rdquo;, heet
+het. Men voelt het sterk aan die romans dat ze al heel eigenaardig en
+lichtvaardig omspringen met allerlei vreemde sagen en sprookjesmotieven
+die absoluut geen wortel in het volk zelf hadden, die niet begrepen
+werden in die samenhang en zo ook niet op de rechte waarde geschat, maar
+alleen als stof dienden voor de spelende fantasie. Er was niets van het
+&bdquo;<span xml:lang="de">Erdgeruch</span>&rdquo; der verhalen van Karel de Grote over de Bretonse romans, het
+waren niets dan vluchtige, fladderende luchtspiegelingen. Al heel gauw
+kwam het er eigelik maar op aan elkaar in verrassende en de
+nieuwsgierigheid prikkelende &bdquo;<span xml:lang="fr">Aventures</span>&rdquo; te overtreffen. Alle mogelike
+bizarreriën hoopt men op elkaar. Een ridder komt aan een herberg waar de
+waard zijn gasten de gekste en meest absurde bevelen geeft en iedereen
+doodslaat die niet gehoorzaamt; de ridder volbrengt zonder kikken al
+zijn bevelen en het slot is dat hij zijn dochter ten huwelik krijgt; dit
+schijnt een sprookje uit Wales te zijn, dat van Kilhwch. Een andermaal
+komt de zoekende een ridder tegen die met een dame rondtrekt die er als
+een lichte vogelverschrikker uitziet, maar tegenover wie hij vol van
+alle mogelike galanterieën is en op wie hij zeer jaloers schijnt. Ginds
+komt een dame aan, die met haar kleeren te binnenste buiten gekeerd,
+achteruit op een paard rijdt, dit alles om zich zelf te straffen omdat
+zij tegen een zekere ridder onvriendelik geweest is.</p>
+
+<p>Evenals in de Griekse romans wordt de handeling nog verder gecompliceerd
+door allerlei misverstand en vergissingen. Men loopt elkaar mis: de
+ridder die de dame vergezellen zal raakt haar onderweg kwijt en wanneer
+hij dan bij zijn zoeken naar haar in een herberg komt is zij daar net
+vandaan getrokken en niemand weet waar heen. Nog meer vergissingen
+hebben er plaats en nog groter verwarring ontstaat er omdat alle ridders
+in hun dichtgesloten wapenrusting er presies 't zelfde als een &bdquo;ijzeren
+wezen&rdquo; uitzien, dat alleen maar te herkennen is aan het wapenschild of
+helmteken en die dus volkomen incognito zijn wanneer ze dit verbergen;
+ook de dames zijn gemakkelik te verwisselen waar het gelaat zo dikwels
+bijna geheel door de hoofdtooi bedekt is. Daardoor strijdt men dikwels
+met de verkeerde ridder, misschien wel met zijn beste vriend, of wel
+schaakt men de verkeerde dame. En verder spelen intriganten de<span class="pagenum" title="255"></span><a id="p_255"></a> gelieven
+vervalste brieven in de handen om kwaad bloed te zetten.</p>
+
+<p>Maar daarbij komen dan nog allerlei bovennatuurlike dingen. Zo is er
+b.v. een slot met een &bdquo;<span xml:lang="fr">lit perilleux</span>&rdquo; waarin de ridder natuurlik dadelik
+vraagt te mogen overnachten, te middernacht schiet er een vlammende
+speer het venster in en doorboort de dekens, bijna was hij zelf gedood.
+In een ander slot waar hij komt, &bdquo;<span xml:lang="fr">la gaste cité</span>&rdquo;, zijn duizend vensters,
+in elk venster staat een jongleur met zijn snareninstrument en een
+brandende kaars; het is een toverslot en een vroede man heeft Guinglain
+de enige manier laten weten waarop die betovering op zal houden: hij
+moet steeds met een heftige vervloeking antwoorden op de vriendelike
+begroetingen waarmee hij ontvangen wordt, en dan moet hij in de grote
+zaal wachten. Dat doet hij dan ook. De ene reusachtige tovenaar na de
+ander komt binnen, maar wordt zo door de ridder overwonnen. Nu gaan
+opeens alle kaarsen der jongleurs uit, in de duisternis hoort men ongure
+geluiden, en de ridder wordt bang en maakt het teken des kruises. Een
+ogenblik daarna komt er een slang binnenkronkelen, met vuurspugende ogen
+maar een heerlike vrouwenmond. En die moet de ridder kussen; met die
+&bdquo;<span xml:lang="fr">fier baiser</span>&rdquo; is het met de tovenarij uit, en de slang wordt een
+allerliefste prinses. Of er borrelt <ins class="corr" id="corr37" title="Bron: ergers">ergens</ins> een bron op onder een fraaie
+boom die nooit zijn bladen verliest; er hangt een gouden beker bij. Als
+de ridder water in die beker doet en 't daarna op stenen voor die bron
+leeg giet, steekt er een geweldige storm op. Maar 't wordt gauw weer
+kalm, en dan wordt de lucht helder en heerst er een wondere stilte,
+alleen is de boom vol van de prachtigste vogelenzang. Maar dan komt er
+een wildeman met groot lawaai aanzetten die van de ridder rekenschap
+vordert omdat hij die storm veroorzaakt heeft; met zijn leven moet hij
+daarvoor boeten.</p>
+
+<p>Die bovennatuurlike dingen zijn een mengsel van Keltiese, Oosterse en
+alle mogelike andere sprookjesmotieven. De brommende reus en de storm
+komen in de 1001-nacht voor; de boom met de heerlike vogelenzang stamt
+uit de legende van de H. Brandanus, die een gekerstende bewerking is van
+oude Keltiese sagen. De slang die door een kus tot een prinses wordt,
+schijnt Byzantijns-Oosters; in de reizen van Mandeville wordt die
+historie van de dochter van Hippocrates verteld,&mdash;misschien door een
+vermakelike vergissing, hij had n.l. een zoon die Draco heette. In een
+episode van &bdquo;<span xml:lang="fr">laide semblance</span>&rdquo;, een monster welks aanblik niemand
+uithouden kon, is de Medusa sage te herkennen. En als wij ergens<span class="pagenum" title="256"></span><a id="p_256"></a> anders
+van een ridder lezen die naar een onderaards vertrek van een slot
+gebracht wordt, waar hij een speer in zijn hand krijgt die zijn krachten
+wegneemt, en een ring aan zijn vinger die vergetelheid brengt, en die
+voor het weefgetouw gezet wordt en allerlei keukenwerk voor een dame
+moet verrichten, dan is men geneigd te geloven dat hier een antieke bron
+voor te vinden is, literair of door afbeeldingen, in de geschiedenis van
+Heracles en Omphale. Maar van Keltiese sagen en gedichten stammen zonder
+twijfel de boze dwergen, de schone heksen, de wilde reuzen, &bdquo;de
+gevaarlike heide&rdquo; en &bdquo;het avontuurlike bos&rdquo;.</p>
+
+<p>Zelfs blijken dikwels hele Keltiese mythen achter de handeling dier
+Bretonse romans te staan. Dat is het juist wat de achtergrond er van zo
+vol stemming maakt en er een perspektief in legt dat de fantasie zo
+aanzet, dat men er een andere bovennatuurlike wereld achter voelt, die
+de schrijver zelf niet kent of die hij altans verkeerd begrijpt, maar
+die dan juist door zijn poging om die menselik te maken, des te
+fantastieser en vreemder wordt. Daar lezen wij b.v. van een burchtvrouwe
+die haar slot door een ridder laat bewaken; die moet met allen vechten
+die naar het kasteel komen, totdat hij door iemand overwonnen zal
+worden, dan komt hij vrij, maar de overwinnaar moet nu de wacht
+overnemen tot hij op zijn beurt weer afgelost wordt. Ergens anders lezen
+wij dat de ridders die haar bewaken de een na de ander als beloning haar
+trouwen, zodat de burchtvrouwe op die manier steeds de moordenaar van
+haar man huwt. Weer in een ander werk wordt diezelfde geschiedenis nu
+vrij sentimenteel zo verhaald dat het een dame is die, om haar minnaar
+alleen voor zich te hebben, hem de belofte heeft afgeperst dat hij in
+een tuin bij haar blijven zal totdat iemand hem overwonnen heeft; nu
+kampt hij met allen die de tuin in willen dringen en stelt de hoofden
+van de overwonnenen op de tuinmuur ten toon, maar zelf verlangt hij er
+eigelik alleen maar naar om eindelik eens het onderspit te delven om zo
+van zijn vervelend baantje verlost te worden. Men voelt licht dat al die
+versies niets zijn dan pogingen om de Keltiese sagen in mensenfiguren te
+belichamen van feeën die mannen naar hun rijk halen en als minnaars bij
+zich houden, hoezeer die ook naar hun eigen land verlangen; totdat er
+weer andere sterfeliken komen en de eerste minnaar doden, of aan wien de
+fee nu haar liefde schenkt.&mdash;Dikwels horen wij ook van de gemalin van
+Arthur, die door een vreemde koning geschaakt wordt, maar door ridder
+Lancelot wordt gered, maar er wordt zoveel vreemds van<span class="pagenum" title="257"></span><a id="p_257"></a> dit land verteld
+&bdquo;waarvan niemand terug keert&rdquo;, van een brug zo smal als de scherpe kant
+van een zwaard, waar men over moet om er in te komen, enz., dat de lezer
+een vaag gevoel krijgt dat dit oorspronkelik niets anders dan het
+Dodenrijk is geweest, waar een levende uit teruggehaald moest
+worden,&mdash;een mytiese stof reeds uit de oertijd die in Griekse sagen van
+Persephone en Eurydice teruggevonden wordt, zowel als in Perziese mythen
+en kristelike visioenen van het hiernamaals, maar vooral in Ierse sagen
+van reizen naar het land der onsterfeliken. Er is ook nog een historie
+van een jonge knaap,&mdash;Tyolet heet hij in een &bdquo;<span xml:lang="fr">lai</span>&rdquo;&mdash;die geboren en
+getogen is in de eenzaamheid van het bos en die nu de wereld opzoekt,
+naïef en onschuldig, alleen maar geholpen door de goede raad van zijn
+moeder en wien uit de dagen van zijn leven in het bos een merkwaardige
+macht over alle dieren bij gebleven is.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Het was in de bewerking van <span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span> dat deze &bdquo;Bretonse&rdquo;
+stofmassa de meest volledige verfransing onderging en tot een
+aristokratiese sosiale roman werd. <span xml:lang="fr">Chrestien</span> was de toonaangevende,
+misschien ook de oudste schrijver van die Bretonse romans. Hij schreef
+tussen de jaren 1160 en 1190 en leefde waarschijnlik als een &bdquo;<span xml:lang="fr">heraut
+d'armes</span>&rdquo;, aan het hof van Maria van Champagne en dat van Philip van
+Vlaanderen; aan elk van hen heeft hij werken opgedragen. Van de gewone
+kennis der geesteliken was heel wat de zijne; hij kende zijn Ovidius en
+debuteerde met een vertaling van diens &bdquo;Minnekunst&rdquo; en enkele van de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Metamorphoses</span>&rdquo;, hij was bekend met de Aeneas- en Troja-romans en
+schreef, zoals wij al gezien hebben, een roman &bdquo;<span xml:lang="fr">Cligès</span>&rdquo; op enkele
+Grieks-Oosterse verhalen. Maar van betekenis is hij voornamelik door
+vier romans met Britse en Bretonse stof ten grondslag: &bdquo;Erec en Enide,
+De ridder met de kar, Iwein, de ridder met de Leeuw en Perceval.&rdquo;</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">Chrestien</span> schijnt mij van burgerlike afkomst te zijn; hij is vol
+belangstelling en bewondering voor het ridderlike hofleven en maakt zijn
+kunst tot één en al verheerliking daarvan en verkondigt er de idealen
+van. Zijn romans zijn eerst en vooral zedeschilderingen van het elegante
+leven der edelen van de 12<sup>de</sup> eeuw. Overal heeft hij het licht van de
+werkelikheid op de vage, fantastiese sagen laten schijnen en maakt hij
+de losse schetsjes van de <i xml:lang="fr">contes</i> en <i xml:lang="fr">lais</i> die zijn bronnen waren, tot
+uitvoerige levensbeelden. Overal heeft zijn fantasie gevraagd: &bdquo;wáár
+gebeurde dat?&mdash;hoe<span class="pagenum" title="258"></span><a id="p_258"></a> is dat gekomen?&mdash;wàt zeide hij?&mdash;hoe zag dit of dat
+er uit?&rdquo; En zo worden de voorstellingen overal aanschouwelik, en meer en
+meer gedétailleerd en worden ze tot hele portretten, beschrijvingen,
+gesprekken en scènes. Het &bdquo;<span xml:lang="fr">Chanson de Roland</span>&rdquo; vertelt ons heel wat over
+de tijdgeest, maar heel weinig over het dageliks leven en de zeden en
+gewoonten van de 12<sup>de</sup> eeuw; daarvoor is de toon van 't heldendicht te
+verheven, en de vorm te stijf. In de gewone, levendige, onderhoudende
+romans van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> treedt ons daarentegen de gehele atmosfeer van het
+omgevende leven tegemoet en uit zijn romans kan men het &bdquo;<span xml:lang="de">höfische leben</span>&rdquo;
+van zijn tijd reconstrueren, wat dan ook meer dan eens geschied is! Bij
+een bezoek aan de franse burcht, komt men over de ophaalbrug, onder de
+valpoort door op de binnenplaats, dan in de boomgaard, de trappen op,
+zuilegangen door, in de grote zaal en de andere vertrekken en ziet hoe
+dit alles ingericht is. Wij zien het jonge meisje in de hof haar ouders
+zitten voorlezen; in de grote werkzaal zitten talrijke dienstmaagden en
+gevangen vrouwen de gehele dag te weven. Wij zitten aan bij een
+feestmaaltijd en bewonderen het servies en de spijzen; wij doen aan
+jachtpartijen mede waarbij ons de wapenen en alles wat er bij te pas
+komt vertoond wordt, wij wonen toernooien bij, waar wij de verschillende
+banieren en deviezen leren kennen en wij krijgen de techniese verklaring
+te horen van allerlei houwen en stoten. Overal komt de wapenheraut en de
+ceremoniemeester voor den dag, maar wat wij óók zien, is, dat de
+schrijver niet in al die heerlikheid opgevoed schijnt. Het grootste deel
+van de attraktie zijner romans zal wel bestaan hebben in de zeer
+zaakkundige beschrijvingen van alles wat het &bdquo;<span xml:lang="en">high-life</span>&rdquo; van zijn tijd
+betrof. Terecht heeft men hem de <span xml:lang="fr">Paul Bourget</span> van die tijd genoemd.
+Evenals deze overdrijft <span xml:lang="fr">Chrestien</span> ook heel dikwels de rijkdom en de
+<span xml:lang="fr">elegance</span>,&mdash;de prachtige kleedij en sieraden der ridders en hun dames, de
+zeldzame paarden en de kostbare wapenen. Het is uit de roman van Troje
+en, met dat werk als schakel, uit de Latijnse poëzie en de Griekse roman
+dat <span xml:lang="fr">Chrestien</span> die vele overdreven beschrijvingen met zo al te veel
+details geleerd heeft; vooral in de stereotype schilderingen van tuinen
+met exotiese planten herkent men dikwels de vreemde bronnen,&mdash;de hof is
+n.l. zo ongeveer het enigste in de natuur waar <span xml:lang="fr">Chrestien</span> oog voor heeft.</p>
+
+<p>Maar waar de perceptie zo nauwkeurig en uitvoerig te werk gaat, is geen
+plaats voor die scala van gebeurtenissen en episoden waar de
+lichtvoetige fantasie der Bretonse vertellingen zich zo<span class="pagenum" title="259"></span><a id="p_259"></a> gemakkelik over
+beweegt. Met die zelfde innerlike drang tot klaarheid die men later ook
+bij <span xml:lang="fr">Racine</span> en het Frans klassisisme opmerkt, verstaat <span xml:lang="fr">Chrestien</span> de kunst
+zijn stof te simplificeren. Waar het bij hem voornamelik op aankomt,
+zijn volstrekt niet de uiterlike gebeurtenissen, maar het zieleleven
+waar handelingen uit voortspruiten en waarop die inwerken. Er is een
+overwegend dramaties element in de romans van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>. Bij elke roman
+die hij schrijft nemen de gesprekken een grotere plaats in evenals de
+psychiese monologen en dialogen. Reeds in de Aeneas-roman zagen wij dat
+de lange retoriese tiraden van Virgilius tot levendige, voortdurend
+afwisselende vragen en antwoorden geworden zijn, hier bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span> zijn
+het dialogen geheel in de trant van een blijspel, b.v. die van het
+Mysterie van Adam, uit dezelfde tijd, waarin Eva door de slang verleid
+wordt. Midden in een indirekt verhaal slaat <span xml:lang="fr">Chrestien</span> opeens in de
+levendigste dialoog over en geeft de woorden weer zoals ze vielen. En de
+gesprekken zijn dikwels heel levendig en geestig, vooral wat de vrouwen
+zeggen is vol Frans <i xml:lang="fr">esprit</i>. Daarbij komen dan nog de monologen en de
+gesprekken waardoor de personen ons hun innerlik doen kennen. Ook dat
+kunstmiddeltje had <span xml:lang="fr">Chrestien</span> van de romans geleerd die de antieken
+nabootsten. Maar duidelik heeft de lyriek der Provençaalsche troubadours
+hier ook als voorbeeld gediend; meer dan één van de monologen van
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span>'s minnaars is niets dan een lied der troubadours in
+acht-lettergrepige verzen omgezet. Ook de hele geestelike dialektiek is
+<span xml:lang="fr">Chrestiens</span>' leraar geweest in dialogiese analyse van zielstoestanden, de
+dramatiese voorstelling van met elkaar in konflikt komende opvattingen.
+Er is een sterk element van scholastiese dialektiek en spirituele
+pedanterie in de manier waarop hij zijn gedachten aan de man brengt;
+liefde en haat, vermetelheid en vrijgevigheid treden als personen op en
+schelden elkander uit of vliegen elkaar aan en er wordt over 't algemeen
+kinderachtig veel met woorden geschermd in plaats van met gedachten
+gevochten. Maar dikwels wordt de sofisterij van het hart zeer levendig
+weergegeven, wanneer de passie zich van schijngronden bedient om
+verstand en plichtgevoel er onder te brengen. En aldoor volgt de dichter
+alles wat er geschiedt met zijn psychologiese fantasie en zijn
+sympathie. Hij verstaat levendig de kunst om het ongeduld weer te geven
+van een die lang wachten moet of de gewetensbezwaren van een twijfelaar
+en hij jubelt met de verzoende geliefden wanneer ze &bdquo;met elkaar
+wedijveren hoe ze elkander het meest plezier kunnen<span class="pagenum" title="260"></span><a id="p_260"></a> doen&rdquo;, of wanneer
+Gawein plotseling zijn lang ontbeerde vriend Lancelot naar hem toe ziet
+komen rijden, van zijn paard springt en hem omhelst: Gawein &bdquo;was zo
+verrast alsof Lancelot uit de wolken was komen vallen en hij zou zelfs
+niet graag tot koning gekozen willen zijn in plaats van Lancelot te
+zien&rdquo;.</p>
+
+<p>Overal in zijn kunst wordt <span xml:lang="fr">Chrestien</span> door zijn persoonlikheid in twee
+verschillende richtingen getrokken. Er is een realisties nuchter
+verstand in hem dat het vreemde element assimileert aan wat hem
+familiaar is en bekend, het hoge aan het lage. Maar er is ook een drang
+naar het ideale in hem die hem steeds zijn onderwerpen doet opsmukken,
+verfijnen en veredelen. Zijn fantasie leeft steeds onder de vorsten en
+edelen, hij schildert slechts rijkdom en schoonheid, en tovert zich en
+zijn publiek het verleden als een ideale avontuurlike wereld voor de
+ogen. Laten wij van de tegenwoordige tijden maar niet spreken, zegt
+hij,&mdash;die kennen geen ware ridderlikheid meer en geen ware liefde, maar
+laat ons spreken van hen die <i>waren</i>; een dode edelman is meer waard dan
+een levende ellendeling; laten wij spreken van de gulden tijden van
+koning Artus, toen het leven was zo als het zijn moet. Toen waren er
+feesten,&mdash;&bdquo;niets ontbrak er toen van wat genot geeft of 's mensen harte
+vreugde brengt&rdquo;; toen waren er vrouwen,&mdash;&bdquo;nooit zag men een schoner
+paar&rdquo;, &bdquo;God schiep in <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span> zijn meesterwerk&rdquo;; toen waren er
+paarden,&mdash;&bdquo;geen koning of keizer bezit zulk een prachtig paard&rdquo;,&mdash;&bdquo;dat
+is 100 Mark, ja, wel 100.000 Mark in goud waard.&rdquo; In zulk een idealisme
+wordt elke karakteristiek van personen en toestanden uitgewist. Maar als
+hij aan 't werk is, vergeet Meester <span xml:lang="fr">Chrestien</span> gelukkig dat hij
+Hofdichter is en Artus moet bezingen en geïnspireerd door zijn naieve en
+realistiese vertellingskunst, schildert hij zonder zich te generen, hoe
+de ridder achter de valdeur gevangen zat als in een rotteval, hoe een
+der strijders een hele karbonade uit zijn tegenstander kerft en hoe die
+zich liever een tand uit wou laten trekken dan door te vechten. Vooral
+tegenover de vrouw en de liefde komt zo zijn realistiese en ironiese
+blik op de menselike natuur duidelik voor den dag. Hij vindt het gewoon
+&bdquo;onzin&rdquo; om te beweren, zoals <span xml:lang="en">Thomas</span> in zijn Tristan doet, dat de ene
+geliefde op een afstand kan voelen wat de ander denkt, omdat &bdquo;zijn hart
+bij haar en 't hare bij hem is.&rdquo; En hij heeft er plezier in alle
+voorbeelden op te noemen van de trouweloosheid en veranderlikheid van de
+vrouw en tekent een beeld van haar dat heel wat verschilt van dat der
+troubadours. Maar toch zijn<span class="pagenum" title="261"></span><a id="p_261"></a> <span xml:lang="fr">Chrestien</span>'s romans er op uit om in de
+Bretonse sagestof het idealisme van de liefde en de riddereer te leggen
+die hij aan de adel verkondigt. Het is een sentimenteel, maar misschien
+ook tot zekere hoogte een logies idealisme: het is zijn dialekties
+verstand dat er een genoegen in vindt om die opvatting van de liefde en
+de eer welke hij in de ridderlike poëzie al gevonden had, zo subtiel
+mogelik ten spits te drijven en logies in al zijn konsekwenties door te
+voeren. Zo als dit voor een ceremoniemeester en wapenheraut past, stelt
+hij in zijn romans alle regels der riddereer op en interpreteert ze als
+een streng jurist; maar als de hofdichter van Marie van Champagne
+huldigt hij tegelijk ook de religie van de mode-liefde en waakt er
+nauwkeurig over dat aan alle eisen daarvan voldaan wordt. En met zijn
+dramatiese dichtergave weet hij in zijn romans het konflikt tussen
+riddereer en ridderliefde ten top te drijven.</p>
+
+<p>In &bdquo;Erec en Enide&rdquo; wordt verhaald hoe Erec, een der ridders van koning
+Artus, door de dwerg van een onbekend ridder gehoond is geworden. Zijn
+riddereer verbood hem de dwerg dadelik te tuchtigen, maar nu gaat hij
+naar een stad waar hij die ridder in een toernooi zal ontmoeten.
+Gezellig pratend vertelt <span xml:lang="fr">Chrestien</span> hoe Erec bij een arme &bdquo;<span xml:lang="fr">Vavassor</span>&rdquo; met
+een witte baard, zijn intrek neemt die droef in zijn eenzaamheid voor
+zijn huis zit. Zijn gastheer heet hem dadelik welkom en roept zijn vrouw
+en dochter van haar huiselik werk en beveelt het jonge meisje voor het
+paard van de ridder te zorgen en dat op stal te zetten. Zij is zeer
+armoedig gekleed en treedt schuchter voor de gast, maar haar zeldzame
+schoonheid lijkt dubbel schoon in haar nederig kleed. Als zij het paard
+verzorgd heeft, leidt zij de ridder bij de hand naar de kamer die de
+moeder intussen zo fraai mogelik voor hem in orde heeft gebracht. En
+daar zet Erec zich nu tussen zijn gastheer en diens dochter op het met
+tapijten bedekte bed voor een helder brandend vuur, terwijl de enige
+dienstmaagd van de familie het avondeten toebereidt. Erec vindt het
+meisje hoe langer hoe liever en de vader vertelt met naieve trots hoe
+velen haar al gevraagd hebben, maar zij is zo schoon dat hij haar niet
+geven wil tenzij er een echte koningszoon komt die haar hebben wil. Nu
+maakt de gast zich bekend als Erec, de zoon van koning Lac, een der
+ridders van de Tafelronde en vraagt dat de dochter morgen bij het
+toernooi zijn dame moge zijn. De gastheer en de hele familie zijn
+natuurlik allemaal even blij als vereerd en voor de avond om is, is de
+zaak uitgemaakt dat Enide met Erec trouwen gaat.<span class="pagenum" title="262"></span><a id="p_262"></a> Stil en bedeesd zit
+het jonge meisje daar, innig gelukkig bij de gedachte dat zij koningin
+zal worden. De volgende morgen helpt zij hem bij het aantrekken van zijn
+wapenrusting, &bdquo;dat liet zij zich niet twee maal vragen,&rdquo; zegt de dichter
+schelms, en Erec overwint in de strijd en geeft haar de prijs: een
+sperwer. De volgende dag trekt Erec met Enide naar het hof van koning
+Artus. Erec vraagt dat zij haar armoedig kleed aan zal houden, niet
+alleen omdat hij dit wel pikant vindt, maar ook omdat hij zeer
+ridderlijk haar uitzet door koningin Guenievre wil laten bezorgen; het
+enige dat zij mede neemt is de sperwer die niet uit haar hand te krijgen
+is, en waarin ze de hele tocht door een kinderlik plezier heeft, terwijl
+Erec zich steeds dicht tegen zijn schone aandrukt en niet moe wordt haar
+aan te zien, vol ongeduld om haar aan het hof voor te stellen en zijn
+lotgevallen te vertellen...</p>
+
+<p>En nu vertelt de schrijver, alles in de prachtigste kleuren, van de
+schitterende bruiloft en van het jonge paar en hun huweliksgeluk. Maar
+nu komt pas het eigelike onderwerp: het konflikt in Erec tussen de
+minnaar en de ridder. Naïef en familiaar verhaalt <span xml:lang="fr">Chrestien</span> ons hoe Erec
+meer en meer verwijfd wordt; hij is niet van Enide af te slaan en staat
+soms niet voor 12 uur op. Zijn mannen beginnen daar over te mopperen en
+eens op een morgen hoort hij hoe Enide tegen zich zelf ligt te klagen
+dat zij schande en oneer over haar man gebracht heeft door hem van zijn
+ridderlike daden af te houden. Als Erec met moeite uit haar gekregen
+heeft wat er van hem verteld wordt, ontwaakt zijn trots en zijn
+gramschap en zijn gekrenkte riddereer doet hem in zijn overspanning een
+plotseling besluit nemen. Nu zal hij haar en de wereld eens tonen wat
+het voor een man is die zij verdenken en tegelijkertijd zal hij haar
+vertrouwen en gehoorzaamheid op de proef stellen. Hij laat zich zijn
+volle wapenrusting aandoen en zonder enige verklaring, bars en met een
+paar woorden, beveelt hij zijn vrouw haar schoonste kleed aan te
+trekken; nu gaan zij te samen de wereld in. Het enige teken van
+tederheid dat hij aan den dag legt, is dat hij zijn vader opdraagt voor
+Enide te zorgen, voor het geval dat zij alleen terug zou komen. Nu laat
+hij haar steeds een eind vóór hem uit rijden en verbiedt hij haar streng
+tegen hem te spreken of hem te waarschuwen, welk gevaar zij ook moge
+vrezen. Zijn bedoeling daarmee is haar als een soort lokvogel te laten
+dienen en zo allerlei roofridders en strijders te krijgen die Erec in
+nieuwe gevaren zullen brengen en nieuwe avonturen zullen bezorgen. Er
+wordt nu geschilderd hoe ze rondtrekken; <span class="pagenum" title="263"></span><a id="p_263"></a>overdag mag de arme Enide geen
+woord tegen haar geliefde man zeggen en des avonds in de herbergen
+behandelt hij haar als zijn schildknaap en moet zij het werk van een
+stalknecht doen. Keer op keer is haar man aan gevaren blootgesteld door
+haar schoonheid; òf het zijn drie roofridders die hem overvallen, òf wel
+een burchtheer in een ander slot waar ze overnachten, wordt verliefd op
+Enide en wil Erec ombrengen... En keer op keer vergeet zij in angst voor
+haar man zijn verbod of veronachtzaamt het, waarschuwt hem en redt
+daardoor zijn leven; maar hij wordt elke keer weer meer vergramd over
+haar ongehoorzaamheid en haar wantrouwen,&mdash;hij zal zich wel weten te
+redden zonder hulp van vrouwen! Maar,&mdash;haar liefde is toch steeds
+sterker dan haar vrees voor zijn gramschap. Dit is feitelik een oud
+motief uit de heldenpoëzie en de sprookjesliteratuur: een hond of een
+paard dat door zijn blaffen of hinniken zijn heer voor een gevaar wil
+waarschuwen die de bedoeling van het trouwe dier niet begrijpt en het
+daarom met slagen dreigt of werkelik slaat, maar de liefde van het dier
+is steeds sterker dan de vrees en de gehoorzaamheid; pas op 't
+allerlaatste ogenblik, misschien pas als het te laat is of hij zijn
+trouwe vriend gedood heeft, bemerkt hij het gevaar. Hier is het nu de
+vrouw die haar heer die hondentrouw bewijst of die nederige liefde
+toont. Het motief is ook verwant met die talrijke verhalen op het
+(latere) Griseldis-motief van een man die zijn echtgenote op de proef
+wil stellen, haar verstoot, haar een andere vrouw laat dienen die hij
+voorgeeft te willen huwen, die haar beveelt hem als staljongen te volgen
+en die hij op stroo aan het voeteneinde van zijn bed laat slapen...
+alleen om haar later tot groter eer en waardigheid op te heffen.
+Tenslotte, wanneer Erec dodelik gewond bewusteloos voor dood nederligt
+en Enide juist door een burchtheer gedwongen zal worden hem te trouwen,
+komt Erec door haar kreten weer tot bewustzijn, vliegt op en bevrijdt
+haar... Zij omhelzen elkaar; aangedaan dankt hij zijn Enide&mdash;telkens
+wanneer zij ongehoorzaam was had zij in werkelikheid hem eigelik weer
+een bewijs van haar liefde gegeven en van nu af leven zij in een en al
+geluk zonder de minste wolkjes.</p>
+
+<p>Hier was het de vrouw,&mdash;in de volgende roman van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> &bdquo;Ivan, de
+ridder met de leeuw&rdquo;, is het de man die door een hardvochtige geliefde
+gepijnigd wordt, waar die de proef door zijn onderdanige liefde bestaat;
+en ook in deze roman is het weer het konflikt tusschen de eisen der
+liefde en die der riddereer<span class="pagenum" title="264"></span><a id="p_264"></a> voor een leven van heldendaden, dat de
+handeling in beweging brengt. Maar het begin behandelt toch een ander
+onderwerp,&mdash;dat duidelik de reeds hiervoor genoemde sage van feeënliefde
+is, maar op menselike wezens overgebracht, zodat het bijna onherkenbaar
+is. <span xml:lang="fr">Chrestien</span>'s bewerking van dit motief werd door zijn tijdgenoten
+beschouwd als een meesterstuk in vrouwen-psychologie.</p>
+
+<p>Ivan heeft met een gouden beker water uit een betoverde bron geschept,
+met de eigenaar van die bron gestreden en hem dadelik gewond. De gewonde
+vliedt naar zijn burcht terug, Ivan zit hem op de hielen... maar is
+juist de poort door binnengedrongen, wanneer die achter hem dicht slaat,
+voor hem valt een hamei neer en... zo zit hij gevangen! De burchtgravin
+en de dienstbaren zijn gelukkig zo druk bezig met hun meester die in de
+ridderzaal ligt te sterven, dat zij hem niet opmerken, alleen een der
+camerieres heeft hem gezien en wat nog beter uitkomt, eens toen zij met
+een boodschap naar het hof van Artus was gekomen, had Ivan haar een
+kleine beleefdheid kunnen bewijzen; als dank voor die ridderlikheid
+belooft zij niet alleen hem niet te verraden, maar zij geeft hem ook een
+ring die hem onzichtbaar maakt. Met die ring aan zijn vinger loopt hij
+nu veilig overal het kasteel door. Wanneer Ivan de zaal inkomt, springen
+de wonden van de dode open en begint het lijk te bloeden,&mdash;een zeker
+teken dat de moordenaar in de nabijheid is&mdash;maar de mensen zoeken hem
+vergeefs. Maar daar staat nu Ivan, en kijkt de wanhopend verdrietige
+weduwe aan, de schone &bdquo;<span xml:lang="fr">Dame de la Fontaine</span>&rdquo; en voelt de liefde voor haar
+ontwaken. Echt een pikante en sentimentele situatie: de overwinnaar
+overwonnen door de echtgenote van zijn verslagen vijand, in de macht van
+haar die hem meer dan allen haat. Betoverd door zijn liefde is het hem
+onmogelik de plaats te verlaten die meer dan een ander vol gevaren voor
+hem is. Wanneer Lunette, de cameriere hem de open deur wijst, kan hij 't
+niet over zich krijgen het slot te verlaten, hoe hopeloos zijn liefde
+hem ook voor moet komen. In lange monologen horen wij in detail al het
+paradoxale van zijn toestand en hoe sentimenteel hij nu volkomen in de
+war is gebracht. Nu maakt hij Lunette tot zijn vertrouwde en deze, een
+van het echte koppelaarster-soort (verwant aan de dienstmaagd van Medea
+en Dido's zuster in de antieke romans) beweert kans te zien er haar
+meesteres toe te brengen de moordenaar van haar echtgenoot lief te
+krijgen. In de feeënsage die hier aan ten grondslag ligt, was het heel
+natuurlik dat elke ridder die opnieuw de<span class="pagenum" title="265"></span><a id="p_265"></a> Meester van de bron werd, ook
+de watergeest daarvan, de fee, zou bezitten; het wordt pas stotend en
+paradoksaal wanneer dit op menselike wezens overgebracht wordt. Toch kan
+dit het publiek van de heldenpoëzie niet ongelofelik voorgekomen zijn,
+zo min als de lezers van onze oude balladen; voor hen was het iets heel
+gewoons dat een moordenaar als boetedoening en schadevergoeding de
+weduwe of de dochter van de verslagene huwde. Maar de prototype van
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> was niet zo zeer de Oosterse cyniese vertelling van de
+gemakkelik te troosten weduwe van Ephesus, als Jokaste die, in de Roman
+van Thebe, de moordenaar van haar man huwt, of Dido, die er door haar
+zuster toe gebracht wordt haar belofte van trouw tegenover haar
+gestorven gemaal te breken, of de wispelturige trouweloze Briseis in de
+roman van Troje. Het is vooral zeker de episode van Briseis die
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> heeft willen overtreffen door een nog schitterender
+schildering der veranderlikheid van het vrouwenhart en hoe dat zich
+onder alle omstandigheden voor de liefde vinden laat. Het meisje dat
+blijkbaar tegen haar meesteres zeggen mag wat ze wil, begint een praatje
+met haar: dat het toch niets geeft of ze daar nu al blijft zitten wenen,
+zij moet er liever over denken hoe zij de bron en het kasteel nu kan
+beschermen, zij kan toch gemakkelik weer een even goed heer en meester
+krijgen als hij die ze nu verloren heeft. Haar meesteres, die, gelijk
+alle vrouwen, &bdquo;weigert wat ze in haar hart eigelik wil&rdquo;, zendt het
+meisje weg en verbiedt haar zulke dingen te zeggen. Maar ze denkt er
+toch steeds aan en voelt al wat berouw dat zij Lunette verboden heeft er
+op terug te komen. Gelukkig begint die er kalm de volgende keer toch
+weer over en verklaart dat het een voorname vrouw als haar meesteres
+niet past zo lang te wenen en vraagt of zij misschien denkt dat er geen
+moediger mannen zijn dan hij die nu gevallen is?&mdash;&bdquo;Ja,&mdash;en wie zou dat
+dan zijn?&rdquo;&mdash;&bdquo;Ik zeg 't niet want dan wordt u maar boos!&rdquo;&mdash;De vrouwe
+belooft van niet. En nu begint Lunette: &bdquo;Iemand die een ander velt, moet
+een beter en sterker ridder zijn dan de verslagene, en dus...&rdquo; &bdquo;Weg, uit
+mijn ogen! afschuwelik wezen!&rdquo;&mdash;barst de meesteres uit,&mdash;maar
+desniettegenstaande ligt zij toch een hele nacht over de zaak na te
+denken en reeds begint zij in haar hart zijn zaak te
+bepleiten.<ins class="corr" id="corr38" title="Bron: &rdquo;"></ins> &bdquo;Als de mensen mij maar niet uit
+zouden lachen!&rdquo; Maar wanneer Lunette haar de volgende dag vertelt dat de
+man niemand anders is dan Ivan, de beroemde Artus-ridder, dan is de dame
+op eens vuur en vlam. &bdquo;Hoe gauw zou hij hier kunnen<span class="pagenum" title="266"></span><a id="p_266"></a> komen?&rdquo;&mdash;en
+ofschoon Lunette hem in haar bereik heeft, laat zij toch haar vrouwe een
+hele dag lang in spanning op hem wachten vóór zij haar Ivan brengt.
+Wanneer die voor haar verschijnt weet hij nog van niets en is hevig
+bevreesd voor zijn leven, ofschoon Lunette hem schelms verteld heeft dat
+haar meesteres hem in een niet zeer onaangename gevangenis wil zetten.
+Hij moet nu ook niet met zijn mond vol tanden blijven staan maar...
+flink voor den dag komen. Hij gaat nu recht op haar af, werpt zich voor
+haar op de knieën en geeft zich aan haar genade over,... vertelt dat het
+liefde voor haar is die hem op het kasteel heeft doen blijven; en
+eindelik stelt zij hem kort maar bondig en zakelik voor de verdediger
+van de burcht te worden en daarmede... haar man! Dan roept zij haar
+baronnen bij elkaar, speelt een scène voor hen en weet het zo in te
+richten dat zij haar dwingen een nieuwe echtgenoot te kiezen,&mdash;waarop
+zij met Ivan voor den dag komt en hen de eed van trouw aan hem doet
+afleggen.</p>
+
+<p>Hoe naïef dit hele stuk psychologiese roman de moderne tijd ook kan
+schijnen,&mdash;de mensen <i>waren</i> nu eenmaal naïever en meer ongekunsteld in
+die dagen, en de analyse van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> komt tegenover de werkelikheid
+misschien niet zo heel veel tekort. Maar nu komt als de eigelike inhoud
+van de roman, het moment dat Iwein's vriend Gawein hem al heel gauw
+verwijt dat hij &bdquo;luiwammest&rdquo; en in zijn liefde het ridderleven vergeet
+en nu vraagt en krijgt Iwein een jaar permissie van zijn vrouw. Maar de
+vriendschap met Gawein, het genot dat hij nu weer in het ridderleven
+schept en dan ook zijn ridderplichten die hem steeds weer de
+ongelukkigen ter hulp doet snellen die in nood verkeren, dit alles maakt
+dat hij langer dan een jaar uitblijft&mdash;de plichten der liefde worden nu
+voor die der riddereer verzuimd&mdash;en nu krijgt hij bericht van zijn dame
+dat zij hem niet meer zien wil. In wanhoop en berouw vliedt Iwein nu
+naar het bos en leeft daar als een wildeman, wordt waanzinnig van
+verdriet en het is niet dan na veel ellende doorstaan en vele
+heldendaden bedreven te hebben dat hij alweer door de slimheid van
+Lunette zich in genade bij zijn vrouw weet te doen aannemen.</p>
+
+<p>Dat de vrouw hier supérieur, de meesteres is en de man de ootmoedige
+dienaar, terwijl in &bdquo;Erec en Enide&rdquo; de toestand juist omgekeerd was,
+komt in hoofdzaak hierdoor dat Enide een arm meisje was dat tot een
+plaats aan de zijde van een vorst opgeheven wordt, terwijl de &bdquo;<span xml:lang="fr">Dame de
+la Fontaine</span>&rdquo; de regerende vorstin is en Iwein haar &bdquo;man&rdquo; d. w. in dit
+geval zeggen haar &bdquo;vasal&rdquo; was.<span class="pagenum" title="267"></span><a id="p_267"></a>
+Maar in de volgende roman van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>
+zien wij de Provençaalse vrouwenverering reeds geheel en al door hem in
+de Britse sagenwereld ingewerkt en paradoksaal tot het uiterste
+gedreven. En hier is het nu de Keltiese sage van iemand die naar het
+Dodenrijk ontvoerd wordt maar die weer voor het leven gewonnen wordt,
+waar de dichter een volkomen menselik ridderverhaal op geborduurd heeft.
+De geschiedenis der ontvoering van Artur's gemalin door een vreemde
+koning was een oude schakel in de Britse Arthur-verhalen en daarmede
+smolt de Keltiese Orfeus-mythe samen; Guenievre is het, die weggevoerd
+wordt en Lancelot die haar terug haalt. Nu wordt Lancelot tot de neef
+van de koning gemaakt en hij vereert en aanbidt de vrouw van zijn
+oom,&mdash;evenals Tristan die van zijn oom Marc. Ook hier draait alles
+feitelik om een konflikt tusschen riddereer en liefde,&mdash;een zuiver
+simbolies konflikt tussen die twee tot het uiterste gevoerde begrippen.
+Lancelot hunkert er slechts naar te weten te komen waar zijn aangebeden
+koningin heen gevoerd is en dat land zelf te betreden, maar hij is zijn
+paard kwijt geraakt en staat wanhopend te kijken wanneer er juist een
+dwerg voorbij komt op een kar: als de ridder nu maar op wil zitten, zal
+de dwerg hem de weg naar de koningin wijzen. In zijn sterk ongeduldig
+verlangen begaat nu ridder Lancelot door zijn liefde voor Guenievre de
+voor een ridder zo uiterst vernederende handeling werkelik op de kar
+plaats te nemen,&mdash;iets waar hij duur voor zal moeten boeten. In de oude
+sage is er zeker ook iets van een wagen geweest,&mdash;misschien wel de
+doodswagen, waar er voor de ridder een grote zelfoverwinning voor nodig
+was om die te bestijgen, om zo in het doodsrijk te komen. En dit zal
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> òf niet hebben begrepen òf niet hebben kunnen gebruiken, in
+plaats waarvan hij met al het formalisme van een ceremoniemeester, een
+heel simbool maakt dat Lancelot liefde boven riddereer stelt, wat per
+slot van rekening toch maar een kleine inbreuk was op de
+riddergewoonten: dat hij in een kar reed in plaats van te paard. Overal
+waar hij nu voortaan heengaat, heeft men van zijn tocht op de kar
+gehoord en wordt hij met spot en hoon overladen, ja, wanneer hij
+eindelik, na allerlei avonturen en heldendaden, alles om zijn liefde
+vergetend, de koningin weet te vinden en haar te bevrijden, dan keert
+ook zij haar ridder en redder de rug toe: hij heeft zijn riddereer
+geschonden en daardoor haar eer. (Anderen verstaan daarentegen de tekst
+zo dat de koningin er integendeel boos over is omdat Lancelot even
+<i>geaarzeld</i> heeft van<span class="pagenum" title="268"></span><a id="p_268"></a> de kar gebruik te maken). Zwijgend en ootmoedig
+buigt hij zich voor haar ongenade, die hem geen woord van verklaring
+zelfs gunt en lang zwerft hij wanhopend rond totdat hij na nieuwe daden
+en gebroken in zijn ootmoed eindelik toch in genade aangenomen wordt.
+Met nieuwe, heel bizondere kleuren is die ootmoedige liefde van Lancelot
+geschilderd; niettegenstaande de invloed der troubadours is die, als men
+het zo uitdrukken mag, meer noordelik-blond dan de door hen geschilderde
+liefde; het is een heel romanties-dromende ingenomenheid, een verlangend
+smachten, waar de jongeling mede rondloopt. Vele maagden trachten hem
+onderweg te verleiden of te dwingen, maar &bdquo;een ridder heeft maar één
+hart en het zijne is niet langer bij hem&rdquo;, in alle situaties bewaart hij
+zijn kuisheid, als b.v. ergens de jonge schone gastvrouw hem haar bed
+laat delen, houdt hij voorzichtig zijn ondergoed aan. Eens op een morgen
+vindt hij een ivoren kam op de weg liggen, met goudgeel vrouwenhaar er
+in&mdash;&bdquo;ik weet niet van wie die is&rdquo;, zegt de schrijver schelms&mdash;dadelik
+valt hij in zwijm van aandoening, daarna haalt hij er netjes alle haren
+uit, drukt die tegen zijn ogen, mond en voorhoofd en bergt ze op zijn
+borst. Van haar kant heeft Guenievre er plezier in de bescheiden
+page-liefde van de jongeling naar haar zin te zetten en op een verfijnde
+proef te stellen. Eens wanneer Lancelot&mdash;incognito, alleen de koningin
+herkent hem&mdash;met grote kranigheid op een toernooi strijdt dat enige
+dagen duurt, zendt zij hem op een morgen heimelik bevel dat hij die dag
+slecht moet vechten en niettegenstaande hij in zijn eergierigheid hevige
+lust heeft om zich zo goed mogelik voor te doen, geeft hij toch aan de
+luimen van zijn aangebedene toe en laat zich door de anderen uitlachen.
+Als een want in haar hand, als een hond voor haar voet wil zij hem
+hebben. Eindelik weet hij haar toch 's nachts te ontmoeten; hij drukt de
+ijzeren tralies van haar raam uit elkaar en werkt zich naar binnen, niet
+zonder zijn hand te kneuzen en aan het bloeden gekregen te hebben,&mdash;een
+herinnering misschien wel aan de<span xml:lang="fr"> Yonec</span> van <span xml:lang="fr">Marie de France</span>. Als hij het
+bed van de koningin bereikt &bdquo;buigt hij zich eerst aanbiddend neder, want
+hij gelooft in geen heilig lichaam zoals aan het hare&rdquo;&mdash;men ziet hoe
+blasfemies de liefde kan zijn&mdash;en na een nacht vol, gelijk de auteur het
+mysties uitdrukt, van een soort wellust &bdquo;die nooit zijns gelijke heeft
+gehad en die ik mijn leven lang zal verzwijgen&rdquo;, na zulk een liefdenacht
+staat hij op, terwijl de koningin nog slaapt, maar voor hij weg sluipt,
+&bdquo;valt hij eerst<span class="pagenum" title="269"></span><a id="p_269"></a> nog weer voor het bed op zijn knie; hij voelt zich
+geheel als een martelaar en hij doet als bevond hij zich voor een
+altaar&rdquo;. Het pathologiese element waar wij in de knielende onderwerping
+der troubadours aan de vrouw reeds de eerste sporen van tegen zijn
+gekomen, is hier bijna onguur van perversiteit geworden.</p>
+
+<p>Niettegenstaande de oude mytiese stof nu zo op mensen overgedragen is,
+ligt er toch nog een zekere vaag-mystiese atmosfeer over de
+gebeurtenissen en de personen in dit gedicht van Lancelot. Pas wanneer
+we ver in de historie gekomen zijn, krijgen wij te horen, en dan nog
+maar helemaal in het voorbijgaan, wie de &bdquo;Ridder met de kam&rdquo; zoals
+Lancelot genoemd wordt, eigelik is (een kunstmiddeltje om de
+nieuwsgierigheid op te wekken, waar <span xml:lang="fr">Chrestien</span> ook elders met graagte
+gebruik van maakt) en de hele verhouding tussen hem en Gawein, die ook
+op zoek naar avonturen is, wordt geheel en al in het donker gehouden: de
+eerste schijnt de laatste te kennen maar niet omgekeerd; de verhouding
+tussen Lancelot en de koningin is ook al vaag en onduidelik en de
+Mysteries in het land van koning Gorre, aan de overzijde van de
+&bdquo;Zwaardbrug&rdquo;, worden al meer en meer dromerig-onbegrijpelik, hoe verder
+de held op zijn tochten komt. Het is duidelik dat de dichter zelf, met
+al zijn gevoel voor de nuchtere werkelikheid voor goed in de mysteries
+der Keltiese sagen-wereld bevangen is geraakt; <span xml:lang="fr">Chrestien</span> zowel als zijn
+lezers voelen dat wij ons hier eigelik in de onwerkelike wereld van het
+hiernamaals bevinden. En in zijn laatste inkomplete roman &bdquo;Perceval van
+Wales&rdquo; verdwaalt de dichter nog dieper in het land der wonderbare
+fantasie.</p>
+
+<p>&bdquo;Perceval&rdquo; verhaalt van de knaap die in het bos grootgebracht wordt,
+waar zijn moeder, de weduwe van een ridder, hem ver van de wereld heeft
+opgevoed, opdat hij niet gelijk zijn vader en diens broeders een vroege
+dood op het slagveld zal vinden. Eens in de lente als de jongen in het
+bos rijdt en alles om hem heen van vreugde straalt, zo dat zijn hart in
+zijn borst breder schijnt uit te slaan, hoort hij tussen de eikenbomen
+door het kletteren van metaal, er komt een schitterend licht uit de
+diepte van het bos en vijf ridders springen langs hem heen. Dat moeten
+de engelen zijn waarvan zijn moeder hem verteld heeft, die schoner zijn
+dan al het andere behalve God. Hij knielt neêr en wil ze aanbidden. Maar
+zij houden stil en vragen hem naar de weg en heel levendig wordt het nu
+beschreven hoe de knaap, in stomme verbazing, hun allerlei vragen stelt
+over hun wapenrusting, hun paarden enz., terwijl de ridders al
+ongeduldiger worden omdat zij niets van hem<span class="pagenum" title="270"></span><a id="p_270"></a> te weten kunnen komen,&mdash;&bdquo;al
+die lui uit Wales zijn ook zo dom,&rdquo; zegt een van hen. Wanneer hij bij
+zijn moeder thuis komt is hij niet uitgepraat over die hemelse wezens
+die zich ridders noemen en tevergeefs tracht de moeder in haar angst hem
+aan zijn verstand te brengen dat dit een soort engelen zijn die de
+mensen dood slaan. Het geeft allemaal niets, als de zoon nu hoort dat
+zijn vader ook ridder was, wil hij absoluut ook de wereld in en ridder
+worden.</p>
+
+<p>Met een zwaar gemoed gaat zijn moeder nu ook voor zijn uitrusting
+zorgen, het wordt een zeer huiselike, komiek boerachtige uitrusting, en
+zij geeft hem allerlei raad voor het leven mede, praktiese dingen en
+zedelike voorschriften, regels op de hoofsheid en goede manieren
+betrekking hebbend, als in de Oosterse verhalen en Ruodlieb, alleen iets
+ridderliker. En zo trekt de jongen de wereld in, zonder te vermoeden dat
+zijn moeder van verdriet in zwijm valt. En waar hij nu ook komt, overal
+tracht hij de levensregels van zijn moeder in praktijk te brengen, &bdquo;dat
+heeft mijn moeder mij nu zo voorgehouden,&rdquo; zegt hij eenvoudig. En die
+voorschriften brengt hij dan op zulk een naïef-onwetende manier in
+toepassing dat hij voortdurend tegen &bdquo;de goede toon&rdquo; handelt, maar door
+zijn gezonde onbedorven natuur komt hij toch vooruit, en steeds tracht
+hij zich volgens de raad van zijn moeder te volmaken en zich altijd bij
+de &bdquo;<span xml:lang="fr">prudhommes</span>&rdquo; te houden. Hij komt aan het hof van koning Arthur, waar
+&bdquo;<span xml:lang="fr">le valet sauvage</span>&rdquo;, zoals de dichter hem noemt, dadelik zonder blikken
+of blozen eist een uitrusting te krijgen en tot ridder geslagen te
+worden. Als hij juist op dat ogenblik een ridder in een rode
+wapenrusting zich ongepast tegen de koningin ziet gedragen, slaat hij
+hem met zijn eigenaardige werpspiets uit Wales ter neer en trekt nu
+diens wapenrusting aan. Maar hij wil zijn eigengemaakte kleeren toch
+niet afleggen en zo moet men de jongen, die natuurlik aan dit alles niet
+gewend is, helpen die nieuwe wapenrusting over zijn eigen kleeren aan te
+trekken, en als &bdquo;de roode ridder&rdquo;&mdash;zijn eigen ware naam kent hij
+niet&mdash;trekt hij nu verder de wereld in. Hij komt een oude burchtheer
+tegen, Goneman, die hem uitnodigt mee naar zijn slot te gaan, hem tot
+ridder slaat en verder voor zijn opvoeding zorgt, door hem een stel
+nieuwe levensregels mede te geven,&mdash;niet alleen voorschriften uit de
+ridderlik-religieuse moraal: de weerlozen te hulp te komen, in de kerken
+te bidden, geen overwonnen vijand te doden, maar ook die op goede
+manieren betrekking hebben, b.v. dat men niet te veel moet spreken of
+vragen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="271"></span><a id="p_271"></a></p>
+
+<p>Maar hij trekt weer verder om zijn &bdquo;<span xml:lang="de">Lehr- und Wanderjahre</span>&rdquo; voort te
+zetten. En nu krijgt hij ook les in de liefde. Op een kasteel treft hij
+de heerseres, een jong meisje dat lelik door vijandelike naburen in het
+nauw wordt gebracht. Hij verslaat al haar vijanden en het duurt niet
+lang of het jonge meisje behandelt hem zo vriendelik dat zij tedere
+gevoelens bij de onwetende en onschuldige knaap weet op te wekken; die
+episode is in al haar naïeveteit zéér lief en fijn geschilderd. Maar
+voorlopig moet &bdquo;de rode ridder&rdquo; verder, nu wil hij zijn lieve moeder
+bezoeken, eindelik is het verlangen naar haar in hem ontwaakt.</p>
+
+<p>Maar vergeefs gaat hij de &bdquo;<span xml:lang="fr">gaste forèt</span>&rdquo; zoeken waar zijn moeder woonde.
+Maar wel komt hij aan een geheimzinnig slot. Een man die stond te vissen
+heeft hem daar heen gebracht en hij wordt nu een zaal binnengeleid waar
+op een bed voor een vuur een oude man ligt wien blijkbaar al zijn
+krachten begeven hebben. Beleefd vraagt hij de gast hem dan ook te
+verontschuldigen als hij niet opstaat, en begint een gesprek met hem.
+Onderwijl komt een dienaar zijn meester een zwaard brengen van zijn
+nicht, en de gastheer vereert dit aan de rode Ridder. Daarna komt er een
+ander met een blinkende lans, waar bloed afdruipt; nieuwsgierig is hij
+op 't punt te vragen wat dit alles te betekenen heeft, maar hij
+herinnert zich Goneman's raad en zwijgt. Ten slotte komen er twee
+dienaren met hoge kandelaars en tussen hen in loopt een maagd die een
+&bdquo;graal&rdquo; in haar handen draagt; de glans van die graal overtreft verre
+die van de kaarsen. Een vlak, zilveren bordje, een soort voetstuk, wordt
+achter de graal aangedragen. Weer weet de ridder zijn nieuwsgierigheid
+te bedwingen en de stoet verdwijnt door een andere deur. Geen woord
+wordt over dit alles gewisseld en nu wordt er een prachtige maaltijd
+binnengebracht; daarna wordt de gast naar zijn legerstede gebracht. Maar
+de volgende morgen als hij wakker wordt is het gehele kasteel als
+uitgestorven, de zalen zijn afgesloten, alleen ziet hij zijn paard
+gezadeld staan waarop hij verder rijdt...</p>
+
+<p>Dit was de Graalburg waar hij in geweest was, krijgt Perceval (die zich
+nu plotseling zijn naam herinnert) naderhand te weten, en het was heel
+erg jammer dat hij niets gevraagd heeft. Maar, zoals een heremiet hem
+weet te vertellen, dat hij er niet toe kwam te vragen, dat was de straf
+omdat hij zo hardvochtig van zijn wenende moeder weggetrokken was, die
+van verdriet over zijn vertrek gestorven is; de zieke Graalkoning was
+een der twee broeders van zijn moeder, hij, de heremiet zelf, is de
+ander...<span class="pagenum" title="272"></span><a id="p_272"></a> Maar meer krijgen wij bij onze schrijver niet te weten, de pen
+is hem ontvallen en zo laat <span xml:lang="fr">Chrestien</span> het aan talrijke andere dichters
+over de Graalsage verder uit te werken.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De dichterlike richting waarin <span xml:lang="fr">Chrestien</span> die &bdquo;Bretonse&rdquo; stof vorm had
+gegeven, werd voortdurend meer en meer karakteristiek voor die geweldige
+massa van &bdquo;Bretonse Romans&rdquo;. Aan de ene kant vinden wij daarin een zeer
+realistiese, lustig-frivole schildering van de zeden van de adel en van
+het ongebonden, avontuurlike leven langs 's Heren wegen. Wij krijgen
+verhalen van kroningsfeesten en bruiloften en de ontvangst in een stad
+van een geliefd vorstenpaar; wij zien ook de dame aan haar toilet, hoe
+zij half ligt, half zit op een ligbank, terwijl de ene dienstmaagd met
+een ivoren kam haar de lange blonde haren kamt, de andere haar een
+spiegel voorhoudt terwijl zij een bloemenkrans in de hand heeft, en wij
+wonen hele gesprekken bij tussen dames en heren bij de ontvangst op het
+kasteel. Hier en daar merkt men pogingen om een zekere uiterlike en
+innerlike karakteristiek in de personennamen te leggen: <span xml:lang="fr">Guinaut</span> de
+blonde, <span xml:lang="fr">Madian</span> de trotse, &bdquo;<span xml:lang="fr">le beau-tenebreux&rdquo;, &bdquo;le beau-hardi</span>&rdquo;, of de
+mensen allerlei capricieuse eigenaardigheden te geven; ook vindt men nu
+karikaturen van een lelike dame, een monsterlike dwerg, en&mdash;in de
+proza-romans&mdash;&bdquo;problematiese naturen&rdquo; met allerlei eigenschappen die
+aantrekken of afstoten goed dooreengemengd, b.v. zulke figuren als
+Morgane, de zuster van koning Claudas en Arthur.</p>
+
+<p>Die romans geven gewoonlik een soort elegante kroniek van de
+maatschappij, en het beeld dat zij van de adellike zeden geven is nu
+niet bepaald stichtelik. De dame is maar al te verleidelik met haar
+koketteren; wanneer zij met een cavalier samen uitrijdt, spreekt zij
+over liefde en zingt Britse &bdquo;<span xml:lang="fr">lais</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">retrouenges</span>&rdquo; voor hem, doet onder
+het gesprek haar halsdoek af, of maakt een paar knopen los van haar
+kleed &bdquo;omdat het zo warm is&rdquo; zodat haar gezicht en blanke hals te zien
+komen en kiest bij voorkeur gezellige, schaduwrijke plekjes uit om even
+rust te houden. Of zij komt 's morgens een praatje bij hem maken op de
+rand van zijn bed. Maar ook de ridder is niet bang om het initiatief te
+nemen. Tegen bedtijd komt hij b.v. een der dames op het kasteel
+bezoeken; zij zit in haar kamer gouddraad op te winden; hij gaat naast
+haar zitten, laat het gouddraad tussen zijn vingers door glijden en
+vraagt haar naar haar werk... en dan eindigt het er al licht mede dat
+hij daar 's nachts blijft. En zo is het werkelik<span class="pagenum" title="273"></span><a id="p_273"></a> geen wonder dat als er
+eens een man met een wondermantel aan het hof van koning Artus komt,
+welke slechts <i>die</i> dame past die zich niets te verwijten heeft, en een
+andere keer een man met een drinkbeker waarvan alleen die man kan
+drinken zonder te morsen, wiens echtgenote zijn eer nooit bezoedeld
+heeft,&mdash;dat dan blijkt, tot schrik van enkelen, maar tot groot vermaak
+van de meesten, dat de mantel zo goed als geen enkele dame past en geen
+echtgenoot uit de horen kan drinken.</p>
+
+<p>Maar vooral het rondtrekken en het leven langs 's Heren wegen en in de
+herbergen werkt verslappend op alle zeden. Hier is een herberg waar de
+dochter van de waard 's nachts de gast haar gezelschap opdringt, ginds
+een slot waar de Heer zich zo door de vrouwen der reizigers voor zijn
+gastvrijheid laat betalen. In het land waar Lancelot doortrekt was het
+gewoonte dat een jonkvrouw, die alleen reisde, niet zonder hevige straf
+verkracht kon worden&mdash;ofschoon dat toch voortdurend voorkomt&mdash;wanneer
+zij daarentegen een ridder mede had als begeleider, mag hij die deze
+laatste overwint op haar liefde aanspraak maken. Een ruw ridder,
+<span xml:lang="fr">Agravain</span>, heeft juist de begeleidende ridder van zulk een rondtrekkende
+dame gedood; nu gebiedt hij haar van haar paard te komen, gooit haar op
+de grond en rukt haar de kleêren van het lijf, maar als hij dan ziet dat
+haar lichaam vol builen zit, beveelt hij haar in plompe hoon maar weer
+op te staan, haar zal hij waarachtig geen kwaad doen. Maar gelijk wij al
+gezien hebben, is er maar al te dikwels geen geweld nodig. Een ridder
+stelt eens zijn dame en zijn hond op de proef en ziet met weemoed dat
+zijn schone dadelik met een vreemde ridder meegaat, terwijl zijn hond
+hem trouw blijft. En veel van de meest beroemde ridders hebben op hun
+tochten het ene avontuurtje na het andere; waar een ridder als de
+vrolike Gawein zich vertoont, wedijveren alle dames om zijn gunst.
+Overal hebben Gawein en andere ridders dan ook kinderen waar zij niet
+van weten en die ook hun vader niet kennen, wanneer zij de wereld in
+trekken; het is zeker niet zonder goede reden dat die romans zo dikwels
+over dergelike heldenzonen handelen, die hun vader gaan zoeken en die
+tenslotte herkennen in Gawein of een ander ridder van de tafelronde.</p>
+
+<p>Maar met dit frivole realisme mengt zich, evenals bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, overal
+in de Artus-romans een sentimentele vrouwenverering en een hooggespannen
+gevoel van riddereer. Drie broeders, koningszonen, rijden het bos door
+en de één vraagt de ander wat hij<span class="pagenum" title="274"></span><a id="p_274"></a> doen zou als zij nu de schone dochter
+van de waard bij wie zij 's nachts gelogeerd hadden, eens alleen in het
+bos aantroffen. Nu, zegt de een, dat begrijpt hij toch ook wel, hij zal
+nooit een gelegenheid voorbij laten gaan om van een vrouw zijn lust te
+hebben, een ridder die dat niet doet met of zonder geweld betekent ook
+niet veel. Maar de ander ontwikkelt hiertegenover zijn sentimentele
+smachtende opvatting van de liefde. Deze laatste hoort tot de klasse van
+sentimentele minnaars als Lancelot, <span xml:lang="fr">Gliglois</span>, Ider, Claris en <span xml:lang="it">tutti
+quanti</span>. <span xml:lang="fr">Gliglois</span> is een jonge page die Gawein zijn schone gezonden heeft
+om haar te dienen, maar die nu zelf gloeiend op haar verliefd wordt, nu
+hij dageliks in haar nabijheid is en haar aan tafel en bij haar toilet
+dient. Zij merkt hoe de knaap vergeet voor te snijden, hoe zijn handen
+beven wanneer hij haar kleêren vast moet maken; zij heeft er plezier in
+met zijn hopeloos bedeesde liefde te koketteren, hem gruwelik te plagen
+en hem zeer hardvochtig zich half dood naast haar paard te laten
+lopen... en tòch per slot, wanneer zij hem genoeg gepijnigd en op de
+proef gesteld heeft, plotseling zijn &bdquo;<span xml:lang="fr">perseverance</span>&rdquo; te belonen met haar
+hand en haar hart.&mdash;Claris is de arme jonge ridder die op de koningin
+verliefd wordt; als hij eens zwaar gewond ter neder ligt, heeft de
+broeder van de koningin aan wie hij eens zijn geheim toevertrouwd heeft,
+er zijn zuster toe weten te krijgen hem te bezoeken. Overweldigd door
+zijn vreugde vat hij nu moed haar zijn gevoelens te doen kennen, maar
+zij wijst hem streng terug, zodat de zieke voor dood in zwijm valt. Nu
+krijgt haar medelijden de overhand, zij buigt zich over hem en kust hem.
+Die kus doet hem weer herleven, en op voorspraak van haar broeder stemt
+de koningin er in toe zijn &bdquo;<span xml:lang="fr">amie</span>&rdquo; te worden; alleen moet hij beloven
+zich tevreden te stellen met &bdquo;<span xml:lang="fr">l'acoler et le besier</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Ook de liefde in de echtbreuk wordt langzamerhand heel smachtend-elegies
+en sentimenteel-moreel behandeld,&mdash;vooral in de twee uitvoerige
+prozaromans van Lancelot en Tristan. In plaats van de versvorm komt nl.
+nu en dan het proza te voorschijn&mdash;een bleek, dun proza wel is waar, dat
+toch een eigenaardig ceremoniële <span xml:lang="fr">elegance</span> vertoont, een eigenaardig
+smachtende gratie die goed bij de gekunsteldheid en de sentimentaliteit
+van de toon past. Lang dweept de jonge Lancelot in stilte met de
+koningin, hij kan niet, gelijk de levendige Zuid-Fransen, zijn gevoelens
+in een sierlike hulde uiten, hij valt bijna in zwijm wanneer zij hem
+haar hand geeft, en zij is het die de eerste fijne en diskrete
+toenadering moet doen,&mdash;allerliefst is<span class="pagenum" title="275"></span><a id="p_275"></a> b.v. de boodschap die zij hem
+zendt, wanneer hij een verre tocht gaat ondernemen, dat hij zich voor
+onwaardige liefde moet wachten, want &bdquo;hoe hoger een ridder zijn wensen
+stelt, des te meer stijgt hij zelf in waarde.&rdquo; Tenslotte moet een vriend
+de postillon van Lancelots gevoelens zijn en in tegenwoordigheid harer
+maagden, geeft de koningin hem een kus. Op die kus en een &bdquo;<span xml:lang="fr">beau doux
+ami</span>&rdquo; kan de gelukkige minnaar lang leven. Op zijn tochten kan hij een
+hele dag stil in zijn liefdedromen weggezonken, zich door zijn paard
+laten leiden, zonder dat hij zelf weet waarheen, evenals de koningin
+zelf in haar torenvenster kan staan dromen van al de vreugde die haar
+het hart doet overstromen. De geliefden ontmoeten elkaar maar weinig en
+kort, gewoonlik moeten zij tevreden zijn met op een afstand voor elkaar
+te zuchten en naar elkaar te smachten, en zelfs wanneer zij bij elkaar
+zijn, vergiet hun liefde meestal nog tranen omdat zij door het ijzeren
+hek van het huwelik van elkaar gescheiden zijn. Zij lijden onder het
+halve en het verborgene in hun verhouding en de koning zelf heeft
+medelijden met hen. Zelfs is Artus bereid hem zijn gemalin af te staan,
+alleen om Lancelot's vriendschap te behouden. Elk der twee gelieven
+heeft een vertrouwde, een vriend of een vriendin, voor wie zij hun hart
+uitstorten en die zich met hen verheugen en met hen wenen en de koningin
+weet van die twee vertrouwden een paartje te maken, evenals wij dit met
+Kaherdin en <span xml:lang="fr">Brangien</span> in &bdquo;Tristan&rdquo; zagen gebeuren. Boze mensen zaaien
+door vervalste brieven het zaad der verdenking tussen Tristan en Isolde,
+als tussen Lancelot en Guenievre en wat uitdrukkelik in het wetboek der
+liefde van Andreas Capellanus voorgeschreven is,&mdash;de geliefden geloven
+altijd dadelik het allerergste van elkaar en zijn te trots om een
+verklaring te zoeken of zich zelf te rechtvaardigen. Zij willen zich uit
+wanhoop doden, maar dan weten de confidenten een verklaring of een
+verzoening te weeg te brengen. En Lancelot is werkelik het voorbeeld van
+een &bdquo;<span xml:lang="fr">loyal amant</span>&rdquo;. Wanneer men hem met de woorden &bdquo;uw vriendin zal het
+nooit te weten komen&rdquo; tracht te verleiden, antwoordt hij: &bdquo;Mijn hart zal
+het te weten komen en dat is één met het hare&rdquo;, en als iemand hem eens
+een kus heeft ontstolen, gaat hij zich wanhopend aan een beek staan
+wassen, veegt zijn lippen af en spoelt zijn mond om,&mdash;gelijk een heilige
+in de oude legenden dit gedaan zou hebben.</p>
+
+<p>Lijnrecht tegenover die sentimentele liefde staat echter bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>
+als bij anderen, een ander ideaal prinsiepe, dat van de<span class="pagenum" title="276"></span><a id="p_276"></a> hooggespannen
+en ten top gedreven cultus van de eer. Konden echte helden der
+heldensage bang worden, deze onwerkelike ridders weten niet wat vrees
+is; konden de eersten verstand aan den dag leggen en list vertonen, de
+laatsten verachten zulke dingen. Wanneer er gezanten de grote zaal van
+Artus binnenkomen, pochend en vol drukte zoals er dat in de heldensage
+bij hoort, dan antwoordt de koning zachtmoedig glimlachend: &bdquo;Vriend, zeg
+ons uw boodschap; dat zal niemand u verhinderen.&rdquo; De ridders van de
+Tafelronde moeten elke bede op voorhand inwilligen en keer op keer
+worden Artus zo wel als zijn helden in de pijnlikste verlegenheid
+gebracht wanneer de bede iets absoluut onmogeliks blijkt te beogen, en
+meer dan eens worden zij door die onbezonnen beloften genoodzaakt een
+onrechtvaardige zaak te bevorderen. Met poenerige trotsmoedigheid zet de
+ridder zijn dame op het spel, zodra iemand hem maar uitdaagt om haar te
+strijden. Komt er een vreemde strijdridder aan het hof van Artus, die
+een ieder uitdaagt die maar wil om met hem om de koningin te vechten,
+dan neemt Artus dit dadelik aan. Guenievre wordt dadelik als het
+voorwerp van de strijd naar een weide gebracht en wie ook maar wil van
+de ridders, al was het ook ridder Key, die om zijn ongelukken bekend is,
+mag haar verdedigen. In de strijd zelf geeft de ridder zijn tegenstander
+allerlei voordelen en is er op uit de fijnste ere-regels voor de strijd
+op te stellen. Onder de ridders geldt ook de stijfste
+beleefdheidsetikette en elk woord dat niet &bdquo;<span xml:lang="fr">convenable</span>&rdquo; is of elk
+onbeleefd antwoord betekent zoveel als een uitdaging in een duel. Vooral
+is hoofsheid tegen de dames een ridderplicht; een dame niet te groeten
+is een misdaad, die gezoend moet worden; de hand aan een vrouw te
+slaan&mdash;zelfs al zou zij daar zelf schuld aan zijn doordat zij zich
+tussen de strijdenden geworpen had&mdash;eist een lange tijd van
+boetedoening.</p>
+
+<p>Een nieuwe ridderlike deugd, die de ridders van koning Artus op de meest
+geraffineerde wijze beoefenen is de bescheidenheid; die hebben ze uit de
+heilige legenden geleerd. Nooit zullen ze zich ook maar enigermate op de
+voorgrond stellen, altijd, zo mogelik, hun heldendaden anoniem
+volbrengen, in een onbekende wapenrusting, men moet ze bespioneren om
+gelegenheid te krijgen ze te bedanken. Schoon is b.v. ook een scène
+waarin Gawein een zijner broeders treft, zonder dat die hem kent. De
+broeder vraagt de Artusridder over de Tafelronde uit, wie de beste is,
+enz.... steeds in de hoop Gawein te horen prijzen. Maar Gawein noemt
+allen anderen een voor één op, maar nooit zijn eigen naam, waar<span class="pagenum" title="277"></span><a id="p_277"></a> de
+ander zich hevig over ergert. En Lancelot zowel als andere helden hebben
+er een bepaald plezier in om zich zelf te plagen, en zich te doen
+miskennen, zich voor te doen als of ze voor iets niet deugden en zich
+door anderen in de schaduw te doen stellen; zachtmoedig houden zij zich
+op de achtergrond, totdat ze van de nood een deugd moeten maken en ze
+zich plotseling in al hun kracht vertonen.</p>
+
+<p>En de Artusromans hebben er plezier in, evenals <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, de ridder met
+zijn eigen geweten in konflikt te brengen, waardoor verschillende
+kwesties van eer of de eisen van de riddereer en die der liefde
+tegenover elkaar komen te staan, zo dat de ridder genoodzaakt wordt een
+dier eisen te overtreden en daarvoor gestraft wordt òf dat hij zich door
+de ene of andere subtiliteit uit de slag moet trekken. Hij heeft b.v.
+juist een tegenstander overwonnen en die ligt nu weerloos onder hem; nu
+komt een dame aanzetten die om een gunst vraagt welke de ridder haar
+natuurlik dadelik toestaat,&mdash;nu vraagt zij om het hoofd van de
+overwonnene. Eerloos zou het zijn de weerloze te doden, maar zijn
+belofte aan de dame mag een ridder ook niet breken; hij geeft dus de
+ridder zijn wapenen terug en begint een nieuwe kamp met hem, waarin hij
+hem overwint. Of Gawein heeft een ridder verslagen die een vrouw geweld
+aan heeft gedaan. Des avonds komt hij aan een kasteel waar hij
+allervriendelikst ontvangen wordt. Maar aan het eind van de maaltijd
+wordt het lijk van de verslagene binnengebracht en nu blijkt het dat het
+de zoon van zijn gastheer is die Gawein gedood heeft; het bloed dat uit
+de wonden vloeit toont wie de moordenaar is en hij tracht dit dan ook
+niet te ontkennen. Eerst wil zijn gastheer hem nu doden, maar dan
+herinnert hij zich de eisen der gastvrijheid, laat hem de volgende
+morgen wegtrekken, om hem dan pas te vervolgen en wraak te zoeken.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De proza-roman van Lancelot is van de monniksgeest doortrokken. Lange
+uitwijdingen over dogma's breken het verhaal overal af en voortdurend
+wordt de kristelike missie van de ridderschap op de voorgrond gebracht.
+Van zonde, berouw en boetedoening is de liefdeshistorie van Lancelot en
+Guenievre vol, en de gehele elegiese sentimentaliteit waarmede hun
+moeilikheden geschilderd worden heeft een kristelike legendentoon over
+zich. De schroomvallige nauwgezetheid en de spitsvondige dialektiek
+waarmede de ridder aan de eisen van de eer tracht te voldoen,<span class="pagenum" title="278"></span><a id="p_278"></a> het diepe
+schuldbewustzijn dat de minste tekortkoming aan die eisen in het gemoed
+van die ridder achterlaat,&mdash;dat is alles ook van kristelike oorsprong.
+En de roman eindigt er dan ook meê dat Guenievre zich in een klooster
+terugtrekt en Lancelot zijn leven als een vrome eremiet eindigt.</p>
+
+<p>Vele zijn over het algemeen de pogingen van de geestelikheid geweest om
+de ridderpoëzie van de kristelike geest te doordringen. Wij hebben
+&bdquo;<span xml:lang="fr">lais</span>&rdquo; die een kristelike morele kleur over de heidense Keltiese sagen
+trachten te leggen; wij hebben romans waarin de kristelike mirakelen
+tegen heidense toverij strijden of waar het teken des kruises de ridder
+uit de handen der spoken redt. Maar de belangrijkste poging om een
+beslist kristelike ridderromantiek tegenover de wereldlike te zetten,
+deden de monniken in de Graalromans. Tegenover de ridders van de
+Tafelronde kwam de heilige ridderschap van de Graal te staan, tegenover
+de jacht op avonturen en eer, die van de Graal, &bdquo;<span xml:lang="fr">la quète du graal</span>&rdquo;, een
+jacht op die levenskroon welke slechts de volmaakte ridder zonder blaam
+zou kunnen bereiken. En niet minder avontuurlik,&mdash;neen! nog
+avontuurliker en wonderliker, nog meer vervuld van heldendaden en
+ridderlikheid dan al die Artur-romans werd die Graal-romantiek in de
+werken van <span xml:lang="fr">Chrestiens</span>' navolgers, de Duitser <span xml:lang="de">Wolfram von Eischenbach</span>,
+die in een groot gedicht een verloren Franse versroman nabootst, in de
+berijmde Graalromans van <span xml:lang="fr">Robert de Boron</span>, een Anglo-Normandies dichter
+en ten slotte in de grote prozaromans die ten dele aan <span xml:lang="en">Walter Mapes</span>
+toegeschreven worden.</p>
+
+<p>In die overweldigende massa van vers en proza golft er een chaotiese
+menigte van voorstellingen, van alle kanten te samen gevloeid en die
+elkaar dikwels tegenspreken. Maar de <ins class="corr" id="corr39" title="Bron: hooftrekken">hoofdtrekken</ins>
+zullen wel zo ongeveer de volgende zijn:</p>
+
+<p>De schaal, het bekken of de schotel waarvan Kristus bij het laatste
+avondmaal zeide: &bdquo;Die de hand met mij in den schotel doopt, die zal mij
+verraden&rdquo;, heeft steeds een wonderbare kracht behouden, niet alleen om
+de goeden en de reinen voedsel te geven en hen tevreden te stellen maar
+ook om de zonden te ontsluieren door geen onreinen in de buurt te kunnen
+dulden. Die schotel kwam in het bezit van de vrome Josef van Arimathea
+die er het bloed van de Gekruisigde in bewaarde. Toen hij gedurende de
+Kristen-vervolgingen in de gevangenis geworpen was, werd hij
+wonderbaarlik voortdurend door den schotel gevoed, en Kristus openbaarde
+zich voor hem en leerde hem de ritus van de Mis<span class="pagenum" title="279"></span><a id="p_279"></a> en de mystiese
+betekenis er van. Toen stichtte Josef een broederschap van die &bdquo;Graal&rdquo;
+zoals het genoemd werd en van een Tafelronde, ter herinnering aan het
+laatste Avondmaal. De Graal verschaft voedsel, maar hij die alleen uit
+nieuwsgierigheid er in kijken wil of die zich aan de tafel neerzet
+zonder er recht op te hebben, wordt gewond of verblind door hemelse
+wapenen. De Graalbroeders trekken als zendelingen de wereld in en ten
+slotte trekken zij op hemels bevel naar Engeland om dat land te
+kerstenen. Overal wordt hun tocht door mirakelen en mysteriën
+gekenmerkt, zij vinden het toverzwaard van koning Salomon; ter loutering
+van hun zonden worden enkelen hunner met toverschepen naar tovereilanden
+gebracht: een der leden van de broederschap heet Brons en wordt &bdquo;de
+rijke visser&rdquo; genoemd, omdat hij een vis gevangen heeft waar een heel
+gezelschap mee gevoed is geworden.&mdash;Petrus wordt in de H. Schrift een
+&bdquo;visser der mensen&rdquo; genoemd en de vis is ook het symbool van Kristus&mdash;,
+een ander wordt door een bloeddruipende lans in zijn voet gewond, hetzij
+omdat hij op een heilige plaats is gaan slapen of omdat hij in de
+schotel gekeken heeft, of het is door het zwaard van Salomon dat hij
+gewond wordt. Intussen is de Graal van Josef van Arimathea in andere
+handen overgegaan en die wordt ten slotte in een onbekend slot, ergens
+in het westen van Engeland, bewaard opdat die niet in de handen der
+woeste Saksen vallen zal.</p>
+
+<p>Daar zit nu een Graalkoning die te bewaken... hij is ziek, maar hij kan
+niet sterven of beter worden, vóór een rein, edel man naar de Graal en
+de bloedende lans komt vragen. In navolging van de broederschap van de
+Graal is nu Artur's ridderschap van de Tafelronde gesticht geworden om
+de Graal te zoeken. Merlijn is de stichter er van; hij was eigelik een
+afgezant van de Hel, uit een maagd geboren om zo een tegenhanger van
+Kristus te vormen en had als deze bovennatuurlike macht gekregen; maar
+het goede in hem had de overhand gekregen over het daemoniese in hem. Zo
+zijn de ridders van de Tafelronde een wereldlike ridderschap die naar
+ideële volmaking streven en de beste ridders zoeken overal de wereld af
+naar de Graal. Door zijn liefde voor de koningin heeft Lancelot zich
+onwaardig gemaakt om die te vinden; het is òf Percival òf&mdash;volgens
+anderen&mdash;<span xml:lang="en">Galahad</span>, de zoon van Lancelot, die eindelik als de reine ridder
+zonder smetten, het kasteel weet te bereiken, de vragen stelt en
+Graalkoning wordt.</p>
+
+<p>Dat schijnen de grote trekken te zijn. Het is een vreemd mengelmoes <span class="pagenum" title="280"></span><a id="p_280"></a>van
+trekken uit alle kanten. Zeker zijn er Keltiese sage-elementen bij.
+Zoals wij reeds gezien hebben waren er oude Ierse verhalen van een ketel
+waarin altijd genoeg te eten was, en van andere merkwaardige talismans
+als een lans en een zwaard; verder de sage van de gewonde koning Artus
+die nog steeds in leven is op het tovereiland Avalon, en er zijn zonder
+kwestie sagen bij de Britten in omloop geweest van de romantiese jacht
+die hun helden de gehele wereld door maakten op wonderbare
+talismans,&mdash;evenals Jason het gulden Vlies was gaan zoeken, Herkules de
+appelen der Hesperiden, Thor de wonderbare ketel van Hymir en de appelen
+van Idun, of de helden van de Kalevala de molen van Sampo. Perceval
+schijnt oorspronkelik er op uit getrokken te zijn om een toverzwaard te
+zoeken waarmede hij de moord op zijn vader zou wreken; andere helden
+zochten de wonderbare ketel die weer welvaart zou brengen in een land
+dat onder een vloek had gelegen of die een zieke koning de gezondheid
+weer zou geven.</p>
+
+<p>En geesteliken hebben nu die Keltiese sagen in verband gebracht met
+kristelike legenden. Apocryfe evangelieën waaronder dat van Nicodemus
+het voornaamste is, vertelden van Josef van Arimathea, die de
+beschermheilige der ridders werd en vooral van Brittannië en van oude
+kristelike Broederschappen. Vervolgens: evenals alle andere relikwieën
+uit het leven van Kristus&mdash;zijn rok, de zweetdoek van Veronica, de lans
+van Longinus, het kruishout en de kruisnagels&mdash;zette de avondmaalschotel
+ten tijde der kruistochten de fantasie in hoge mate in beweging en ook
+alweer als die andere relikwieën werd het op verschillende plaatsen
+vertoond, b.v. te Constantinopel en te Genua. Verder moest het bloed van
+Kristus in de opvattingen van die dagen wel een grote rol spelen. In
+overeenstemming met de oude begrippen van bloedwraak was het 't storten
+van Kristenbloed zelf dat voor de mensheid de eigelike verzoening
+betekende. Dat zij die het lichaam van de dode Heiland gewassen hadden,
+dat kostbare vocht niet zouden hebben bewaard, waarin toch altijd zulk
+een merkwaardige kracht moest zijn blijven wonen, dat scheen de mensen
+volkomen onbegrijpelik: op vele plaatsen beweerde men dan ook een weinig
+bloed van Kristus te bezitten, zo kreeg b.v. in het jaar 1247 koning
+Hendrik III van de patriarch van Jerusalem een kristallen buisje met een
+weinig van het heilige bloed er in, dat in de familie van de patriarch,
+van de tijd van Josef van Arimathea af, van vader op zoon overgegaan
+was. Bij de communie gebruikte men dit bloed<span class="pagenum" title="281"></span><a id="p_281"></a> ook, en het was juist in
+de dagen der Kruistochten dat het krasse materialisme der Middeleeuwen
+als vaststaand aannam dat het brood en de wijn door de mis werkelik tot
+het lichaam en het bloed van Kristus werden. De naam graal was
+waarschijnlik bedorven Middeleeuws-latijn, en de substantie
+waarschijnlik een samensmelting van de schotel en de kelk die bij het H.
+Avondmaal gebruikt waren, in oude miniaturen wordt die als een kelk
+afgebeeld en het schijnt ook dat een en ander der mystiese liturgie der
+mis, misschien wel bizonder zoals de kruisvaarders die in de Oosterse
+kristelike kerk bediend zagen, de stof gegeven heeft voor vele
+Graal-mysterieën.</p>
+
+<p>Over het algemeen kan men zeggen dat de kruistochten het voornaamste
+element voor de Graalpoëzie geleverd hebben. Er zijn talrijke Oosterse
+elementen in de fraaie détails. Verschillende van de mystiese
+merkwaardigheden van de Graalburcht doen denken aan wat de &bdquo;Priester
+Johannes&rdquo; in de (onechte) Latijnsche brief aan de Keizer van Byzantium
+vertelde van zijn geheimzinnige reis naar de binnenlanden van Azië, of
+aan een nieuw Babylonies rijk waar te Byzantium van gefabeld werd,&mdash;waar
+de Griekse afgezanten bv. een heilige kerk gezien hadden die altijd met
+water van het graf van Kristus gevuld bleef, en waar onzichtbare stemmen
+en mystiese opschriften de vreemdelingen altijd op weg hielpen&mdash;evenals
+in de Graalromans. Maar die hele Broederschap van de Graal schijnt te
+danken aan voorstellingen over de orde der Tempeliers, met hun prachtige
+residentie in de &bdquo;Tempel van Salomon&rdquo;, hun verschillende religieuse
+mysterieën en hun half priesterlike ridderschap. In een geschrift &bdquo;<span xml:lang="la">De
+laude novae militiae</span>&rdquo; verheerlikte <span xml:lang="fr">Bernard de Clairvaux</span> die
+krijgshaftige Broederschap &bdquo;die ik niet weet of ik monniken of ridders
+moet noemen&rdquo;,&mdash;&bdquo;zachtmoediger dan het lam, wilder dan de leeuw;<ins class="corr" id="corr40" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>
+leefden die te zamen in kuisheid, soberheid en eendracht, terwijl zij
+wonderen van heldendaden bedreven tegenover de ongelovigen. In de
+verloren Franse Perceval-roman van &bdquo;Kyot uit Provence&rdquo;&mdash;die <span xml:lang="de">Wolfram von
+Eschenbach</span> als zijn bron noemt, wordt de Graal ook, duidelik genoeg,
+door een Broederschap van heilige ongetrouwde &bdquo;Tempelridders&rdquo; bewaakt.</p>
+
+<p>Maar evenals de Tempelheren al heel spoedig als separatisten en ketters
+bij de Kerk in miskrediet en in ongenade vielen, zo was goed beschouwd
+de gehele Graal-poëzie tegenover de Roomse kerk ook ketters. De leden
+vormden toch eigelik een priesterschap zonder door de kerk geordineerd
+te zijn, met hun<span class="pagenum" title="282"></span><a id="p_282"></a> eigen sakramenten en hun eigen heiligdommen, terwijl
+zij de kerk die ze niet nodig hadden ook niet als hun overheid erkenden.
+De grote prozaroman over de H. Graal beweert zelfs brutaalweg van
+Kristus zelf te stammen als een evangelie even heilig als dat van de
+kerk. En een duidelik Anglikaanse tendens beheerste het gehele gedicht;
+de Britse kerk heeft te bogen, èn op een bizonder hoge ouderdom en een
+bizondere heiligheid, geheel onafhankelijk van de Paus te Rome. Er is
+ook heel veel grond om met de middeleeuwen aan te nemen dat deze en
+dergelijke trekken te danken zijn aan <span xml:lang="en">Walter Mapes</span>, bekend als diplomaat
+en de hoogbegaafde kapellaan van Hendrik II. Evenals het trotse
+nationale Anglo-normandiese rijk van Hendrik II de figuur van
+Koning Artus als een pendant van Karel de Grote voor de Fransen voelde,
+zo is de Graal-legende zeker wel een poging om in de fantasie een
+nationaal Engels Kristendom te scheppen.</p>
+
+<p>Maar, hoe dit nu ook zij, een feit is het dat de Graalromans een
+legendaries-mysties en een asketies-moreel element in de ridderromantiek
+brachten en tussen de Bretonse romans in, waarmede ze veel van de
+ridderlikheid en het sosiale en het fantastiese element gemeen hebben,
+zowel als de drang naar avonturen langs de grote weg, waren de
+Graalromans bizonder in trek en werden ze met een spesiale eerbied
+ontvangen. Na de ridder-romantiek van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, menselik-wereldlik en
+met haar drang naar strijd en liefde, met intérieurs van het <span xml:lang="en">high-life</span>
+van die tijd en met avonturen waar niets &bdquo;achter&rdquo; stak, naïef rechtuit
+en in bepaalde, duidelike, glasheldere omtrekken,&mdash;volgde er in de
+Graalromans een ridderlik geestelike romantiek van een diepzinniger en
+meer metafysies karakter en met een dieper en verder strekkend
+fantasie-perspektief in zich. Met grote kunst wordt de fantasie der
+lezers steeds in een mystiese atmosfeer zwevend gehouden. Er zijn bv.
+geheimen die Jesus Josef van Arimathea in het oor gefluisterd heeft en
+die niet bekend gemaakt mogen worden, of duistere voorspellingen die
+niet verwezenlikt zullen worden voor &bdquo;de dag komt, waarop de ridder met
+twee zwaarden de droevige slag zal slaan waardoor alle wonderen van de
+Graal zich voor het koninkrijk van Logres zullen openbaren en alle die
+ellende op Groot-Brittanië zal vallen&rdquo;. Of we horen van
+mysterieën die men aan profane oren niet durft toevertrouwen, maar die
+&bdquo;opgeschreven gevonden kunnen worden in het boek der klerken, waarin
+alles opgetekend staat over de grote heimelikheid die<span class="pagenum" title="283"></span><a id="p_283"></a> &bdquo;de Graal&rdquo; heet.&rdquo;
+Of we krijgen wonderen te aanschouwen die heel wat irreëler en
+bovennatuurliker zijn dan de reuzen en dwergen van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>: er wordt u
+een slot voorgetoverd in plaats waarvan er plotseling een dorre heide
+verschijnt; een meer, als dat waarin de &bdquo;<span xml:lang="fr">Dame du Lac</span>&rdquo; woonde en dat dan
+weer een bos blijkt te zijn; stemmen, opschriften die een waarschuwing
+of een voorspelling bevatten, onzichtbare handen die iemand trekken of
+terughouden, die iemand een slag met een zwaard op de schouders geven,
+of die als de geesten der spiritisten, iemand in de wang knijpen, zo dat
+er een litteken van blijft zitten. Ook wat er op de kastelen voor
+toverij gebeurt, is heel wat dromeriger en geheimzinniger in de
+Graalroman dan bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>. In donkere gangen tast men zijn weg,
+deuren vliegen open en slaan weer toe, men hoort het geratel van ketenen
+en ongure helse geluiden... Hier is een drempel waar de ridder met geen
+macht ter wereld over heen kan komen, daar ziet men een put open staan,
+waar giftige gassen en duivelse stank uit komen... het doet zo wat
+denken aan de ongemotiveerde en absoluut onbegrijpelike manier waarop
+men bij een nachtmerrie in zijn dromen van het kastje naar de muur wordt
+gestuurd.</p>
+
+<p>Maar steeds weer voert die atmosfeer van mystiek naar een hiernamaals en
+altijd klinkt er een moraal-religieuse toon doorheen. Het zijn geen
+heidense maar kristelike spookverschijningen die men hier in alle
+soorten vindt. Kisten wier deksel zich opent en waar vlammen uitslaan;
+te middernacht in de kerk, wordt de ridder met geselslagen van
+onzichtbare geesten ontvangen of moet hij strijden met vormloze
+spookverschijningen; of wel is het buiten op het kerkhof dat hij
+jammerkreten uit de graven op hoort stijgen, hij wentelt grafstenen weg
+en bevrijdt jonge meisjes die daar door duivels opgesloten werden om hun
+lusten te dienen. Duivels die in de vorm van schone vrouwen mensen
+trachten te verleiden, ridders voor hun zonden door straffende mirakelen
+getuchtigd. Dikwels zijn het mirakuleuze illustratiën van het een of
+ander dogma; een brood dat zich bij het gebruiken van het Avondmaal in
+een levend kinderlichaam veranderd, welks bloed in de kelk vloeit
+terwijl hemelse stemmen bevelen dat het in tweeën gesneden en verteerd
+moet worden. Dwars door de gesloten deuren en vensters van een vertrek
+komt op eens een wonderschone knaap, die ook op die zelfde wijze weer
+verdwijnt; een stem verklaart dat hij die dit wonder gezien heeft zich
+nu ook niet meer er over verbazen mag dat Jesus uit het lichaam<span class="pagenum" title="284"></span><a id="p_284"></a> ener
+maagd geboren kon worden. Dikwels laat zich nog heel goed aantonen dat
+er aan zulke verhalen een heidense Keltiese sage ten grondslag ligt,
+maar waar de geesteliken een symbolies-kristelike uitlegging aan gegeven
+hebben.</p>
+
+<p>Een fatalisme vol geheimzinnigheden dat half Oosters schijnt te zijn,
+maar ten dele ook op de kristelike leer der voorzienigheid gebouwd, rust
+op alles wat wij zien gebeuren. Alles is voorspeld en staat met
+&bdquo;çhaldæiese&rdquo; schrifttekenen in het &bdquo;Boek van het Noodlot&rdquo;; de menselike
+vrije wil is maar een illusie, het zijnde hemelse machten die de mensen
+blindelings, volgens ondoorgrondelike besluiten hun pad doen betreden.
+Eens vindt Lancelot ergens een grafsteen met zijn naam en zijn
+afstamming er op aangegeven, die hem onbekend waren, en er staat bij dat
+hier zijn graf zal staan. Er komt ergens een schip zonder zeilen
+aanzetten, op het dek ligt een wapenrusting met een schriftelike
+mededeling dat de wijze Salomon duizende jaren geleden het schip gebouwd
+heeft en het de wereld in heeft gezonden, waar het rond zou dwalen tot
+het de persoon zou vinden voor wie schip en wapenrusting bestemd waren.
+Het zwaard is prachtig maar het hangt aan een versleten hennepen koord
+en er staat bij dat het steeds daaraan gedragen moet worden, totdat een
+koningsdochter er een ander voor in de plaats maakt van wat zij bij zich
+draagt en het meeste liefheeft en zij zal het zwaard dan ook pas zijn
+ware naam geven.</p>
+
+<p>De monniksgeest die wij reeds in de roman van Lancelot op de voorgrond
+zagen komen, beheerst de Graal-poëzie al meer en meer. Reeds in de
+&bdquo;Perceval&rdquo; van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> was er op de sexuele kuisheid van de knaap en
+zijn misdaad jegens zijn moeder sterk de nadruk gelegd; maar in het
+gedicht van Robert de Boron en in de proza-romans dringt het ascetisme
+overal door. In alle verhalen over de voorhistorie van de Graal, speelt
+de vrouw bijna in 't geheel geen rol en waar ze optreedt wordt ze
+meestal als het lagere wezen voorgesteld dat alleen maar tot het kwade
+verleidt, evenals in de legenden en in de Oosterse bronnen. En in de
+verhalen die &bdquo;la quête du Graal&rdquo; schilderen, het zoeken der
+Tafelronde-ridders naar het kasteel waar men de Graal bewaart, wordt
+sexuele reinheid en maagdelikheid absoluut geëist van hem die
+Graalkoning worden zal. &bdquo;Hij moet goed zijn in de ogen van God en in die
+van de wereld. In de wereld moet hij goed zijn als hij, die vervuld is
+van alle goede eigenschappen: eer, schoonheid en moed, en in Gods ogen
+moet hij goed zijn, want hij moet vervuld zijn van barmhartigheid en
+vroomheid en hij moet ook<span class="pagenum" title="285"></span><a id="p_285"></a> het zuiverste voorbeeld van kuisheid genoemd
+kunnen worden.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar hier overschrijden wij dan de grenzen der ridderromantiek. De
+mystiek en het idealisme van de Graal krijgt meer en meer een volkomen
+kristelik-geestelike kleur,&mdash;wordt meer en meer geestesverwant met die
+kruistocht der Albigensen, waardoor het vrolike Zuid-Frankrijk als de
+aren voor de zeis werd neergemaaid, of met Lodewijk de Heilige, die geen
+<span xml:lang="fr">trouvères</span> of minnestreels aan zijn hof duldde.</p>
+
+<h2><a id="XIX"></a>XIX.</h2>
+
+<p class="subh2">DUITSE RIDDERROMANTIEK.</p>
+
+<p>De Ridderromantiek is geheel en al op Franse bodem ontkiemd en in
+Frankrijks lucht groot geworden en haar levensloop kan in de Franse
+literatuur zelf nagegaan worden van de tijd dat zij knoppen zet en
+bloeit af, totdat zij zaad schiet en verkwijnt toe. Maar&mdash;zoals wij
+reeds in het begin gezien hebben&mdash;de sosiale en geestelike voorwaarden
+waren zo ongeveer dezelfde in Duitsland en de ontwikkeling der kultuur
+en literatuur zou daar in hoofdzaak langs dezelfde ontwikkelingslijnen
+gaan als in Frankrijk, zodat de enorme Franse invloed die zich weldra
+aan gene zijde van de Rijn deed gelden, eigelik slechts die geestelike
+krachten in beweging bracht en vorm gaf, welke uit zich zelf al op
+Duitse bodem ontstaan en gegroeid waren, en dan ook niettegenstaande
+alle verfransing tot zekere hoogte een Duits karakter bewaarden.</p>
+
+<p>Zoals bij de Zuid- en Noord-Franse vorstenhoven, kwamen ook in het
+Duitsland der 12<sup>de</sup> eeuw de kleine edellieden aan de hoven der Welfen
+in Brunswijk en Beieren bij elkaar, te Weenen, in Zwaben en op de
+Wartburg, aan die der Babensbergers, der <span xml:lang="de">Staufen</span> en der graven van
+Thüringen en daar ontstond even als in Frankrijk een sosiaal leven en
+een sosiale kultuur. De Latijnse roman &bdquo;Ruodlieb&rdquo; toonde, zoals wij
+gezien hebben, niet alleen hoe ver men in de 11<sup>de</sup> eeuw reeds aan de
+Beierse hoven gekomen was, maar ook vooral welke levensidealen de
+geesteliken de baronnen voor ogen hielden. Evenals wij dit bij de Noord-
+en Zuid-Franse hoven zagen gebeuren, werd ook aan die der Duitse vorsten
+het volkslied het voorwerp van een fijnere, meer aristokratiese
+behandeling en de edellieden van beider kunne dichtten dansliederen en
+minneliederen over ridders en dames die elkaar verlaten moeten, en
+&bdquo;<span xml:lang="de">Liebesgrüsze</span>&rdquo; die ze elkaar in de verte<span class="pagenum" title="286"></span><a id="p_286"></a> zenden,&mdash;de dame is in de
+regel degeen die vraagt, de ridder gedraagt zich koel, zoals het zijn
+waardigheid van man past&mdash;; de zanger zelf staat op het voorplein van de
+burcht voor de dames en heren te zingen. En ten slotte: evenals weer in
+Frankrijk, begonnen ook aan het hof der Welfiese hertogen te Regensburg
+klerken de Latijnse kronieken der geesteliken tot Duitse rijmkronieken
+om te werken, als de Kaiserkroniek, rijk aan romanachtige onderhoudende
+stof, terwijl tegelijkertijd de omzwervende speellieden in Frankenland
+en Beieren evenals in Frankrijk zelf de oude heldengedichten gingen
+moderniseren en romantiseren door ze naar het Oosten te verleggen en ze
+met herinneringen aan de kruistochten op te smukken,&mdash;verliefde
+Saraceense schonen, Oosterse pracht en wonderen. Uit de tijd der Ottonen
+waren er toch genoeg verbindingen tussen het Duits-Romeinse Keizerrijk
+en Byzantium en lang vóór dat Duitsland door de tweede kruistocht aan
+die religieuse tochten mee was gaan doen, hadden vorsten en ridders,
+vooral juist uit Beieren, aan zulk een tocht naar het Heilige Land deel
+genomen.</p>
+
+<p>Maar de begonnen zelfstandige ontwikkeling werd al meer en meer onder
+een direkte, veelzijdige invloed van de Franse kultuur gebracht. Die
+gehele nieuwe grote religieuse stroming van de 12<sup>de</sup> eeuw was Frans
+van oorsprong en de monniken van <span xml:lang="fr">Cluny</span> die ook in Duitsland het kerkelik
+leven beheersten, brachten de Franse geest en vorming met zich. Een
+reeks huweliken met Franse prinsessen introduceerden het Fransdom aan de
+vorstenhoven. Op het huwelik van Hendrik III met Agnes van Poitou,
+volgde later dat van Hendrik V met een Anglo-Normandiese en dat van
+Frederik Barbarossa met een Bourgondiese prinses en Hendrik de Leeuw van
+Saksen huwde met de zuster van <span xml:lang="fr">Richard Coeur de Lion</span>. Zowel Bourgondië
+als Provence kwamen onder de Duitse Keizerskroon en toen Frederik
+Barbarossa de reis door Provence ondernam om zich te laten huldigen of
+met oorlogszuchtige doeleinden naar Zuid-Italië trok, mag men wel
+aannemen dat zijn volgelingen allerlei Romaanse modes en zeden hebben
+leren kennen en overnemen, en dat troubadours hem op zijn feesten hun
+opwachting zijn komen maken en Duitse hofzangers een lesje in hun kunst
+hebben gegeven. Uit Noord-Italië trokken ook klerken zowel als die
+troubadours uit Provence over de oude Alpenwegen op naar de gastvrije
+hoven van Bohemen en Hongarije; de Donau-streken werden voortdurend
+bereisd door Fransen die over land naar Byzantium of het Heilige Land
+wilden. Maar vooral<span class="pagenum" title="287"></span><a id="p_287"></a> was de benedenloop van de Rijn: de Nederlanden,
+Neder-Lotharingen, zowel als Vlaanderen, de plaats waar Frans en Duits
+samenkwamen. Niet alleen Henegouwen en Brabant maar ook Lotharingen
+hoorden onder het Duitse Keizerrijk maar waren altans overwegend Frans
+in taal en kultuur en namen een aktief deel aan het opbloeien der
+ridderromantiek die zich in het naburige Vlaanderen en Champagne aan het
+ontwikkelen was. Langs al die wegen drong het Fransdom binnen.</p>
+
+<p>En de superioriteit van dat Franse element werd bereidwillig door de
+Duitsers erkend die met het grote adaptatievermogen dat zij steeds
+hebben behouden, zich er vlijtig aan begonnen aan te passen. De bouw en
+de inrichting der kastelen, de klederdracht en de spijzen der edelen
+werden Frans. De hogere standen engageerden Franse geesteliken om hun
+kinderen Frans te leren of zonden ze met een gouverneur naar Frankrijk
+om daar de taal te leren, evenals ook Duitse studenten de Franse scholen
+gingen bezoeken. Door een reeks leerdichten, beantwoordende aan de
+Franse &bdquo;<span xml:lang="fr">castoiements</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">doctrinals</span>&rdquo;, trachtten Duitse geesteliken hun
+landgenoten in Franse &bdquo;<span xml:lang="de">Sitte</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Zucht</span>&rdquo; in te wijden en zij vormden het
+woord &bdquo;<span xml:lang="de">höfisch</span>&rdquo;, beantwoordende aan het Franse &bdquo;<span xml:lang="fr">courtois</span>&rdquo;. In 1127 werd
+te Würzburg het eerste toernooi op Duitse bodem gegeven op Franse leest
+geschoeid, en in diezelfde tijd begonnen ook de vormen en ceremonieën
+van het Ridderwezen een Frans karakter aan te nemen. En in verband
+hiermede begon men nu de erotiese poëzie der troubadours en de
+ridderromans langs verschillende wegen in het Duits te vertalen,&mdash;en het
+zal buitengewoon leerrijk zijn die wegen schrede voor schrede na te
+gaan.</p>
+
+<p>Gewoonlik waren het persoonlike en maatschappelike verbindingen der
+vorsten die de aanleiding waren tot dergelijke vertalingen en
+bewerkingen. Op een reis in Frankrijk in 1131 had Hendrik de Stoute het
+Rolandslied leren kennen en bij zijn thuiskomst droegen hij en de
+hertogin aan een priester Konrad op dit in Duitse verzen te vertalen.
+Ongeveer gelijktijdig hiermede bewerkte een zekere <span xml:lang="de">Pfaffe Lamprecht</span>, die
+aan de Rijn in de buurt van Straatsburg thuis hoorde, de Provençaalse
+Alexanderroman in het Duits. Maar degeen wie toch eigelik de eer toekomt
+die ridderomans in Duitsland geïntroduceerd te hebben, was <span xml:lang="de">Heinrich von
+Veldeke</span>, die in de Nederlanden uit een ridderlik geslacht geboren en
+getogen was, maar dicht bij de Franse taalgrens. Voor een gravin van
+Kleef bewerkte hij de Aeneasroman in Duitse verzen.<span class="pagenum" title="288"></span><a id="p_288"></a> Toen zij met de
+landgraaf Lodewijk van Thüringen trouwde, was het een dier graven van
+Thüringen die het nog onvoltooide manuskript mede naar huis nam en eerst
+toen de dichter negen jaar later zelf naar Thüringen kwam, kreeg hij het
+van de literaire landgraaf Herman terug met de opdracht het te
+voltooien. En die zelfde graaf Herman gaf nu zijn wens te kennen de
+Trojaroman, die men als een soort vóórgeschiedenis van die van Aeneas
+beschouwde, ook in het Duits vertaald te zien. Een graaf van <span xml:lang="de">Leiningen</span>
+wist de Franse roman machtig te worden en droeg een jonge geestelike uit
+<span xml:lang="de">Fritzlar</span> op die te verduitsen. Een ander onderdaan van de Landgraaf, een
+der geesteliken uit het klooster Jechaburg in Thüringen, kreeg nu het
+idee de <span xml:lang="la">Metamorphoses</span> van Ovidius in Duitse verzen te vertalen. En zo
+verplant de beweging zich, stap voor stap, van de Nederlanden naar het
+hof op de Wartburg.</p>
+
+<p>Een andere zetel van de Franse kultuur was, zoals wij zagen reeds ten
+tijde van Hendrik de Stoute, het hof der Welfen te Regensburg; later
+bevorderde de Anglo-Normandiese gemalin van Hendrik de Leeuw nog de
+invloed van haar geboorteland sterker. Zo vertaalde b.v. een van 's
+hertogen &bdquo;Dienstmannen&rdquo; <span xml:lang="de">Eilhart van Oberge</span>, uit het Brunswijkse, het ons
+bekende gedicht van Tristan en Isolde.</p>
+
+<p>In Zwaben en aan de Bovenrijn hadden de <span xml:lang="de">Staufen</span> hun eigelik machtsgebied
+en Frederik Barbarossa resideerde gewoonlik in de Keizerlike Palts, te
+Hagenau, Gelnhausen of Ingelheim. Het grote feest dat hij op Pinkster
+van 1184 te Mainz gaf naar aanleiding van de ridderslag&mdash;de
+&bdquo;<span xml:lang="de">Schwertleite</span>&rdquo;&mdash;van zijn zoons, kwamen vorsten en edellieden uit
+Frankrijk en Duitsland te zamen en die glorieuse dagen te Mainz wijdden
+om zo te zeggen de gouden eeuw der Ridderromantiek voor Duitsland in.
+Een der mannen van Barbarossa, een ridder <span xml:lang="de">von Hausen</span> uit de Rijnstreken
+die in de dienst van de Keiser naar Frankrijk zowel als in Italië kwam,
+vertaalde de minne-poëzie der Provençaalse troubadours in het Duits en
+veel andere keizerlike <ins class="corr" id="corr41" title="Bron: amtenaren">ambtenaren</ins> die ook in de Romaanse
+landen reisden volgden zijn voorbeeld. Andere ridders uit de Rijnstreek
+en Zwaben zochten hun voorbeelden in Noord-Frankrijk, zo richtte <span xml:lang="de">Reinmar
+von Hagenau</span> uit de Elzas zich voor zijn minneliederen hoofdzakelik naar
+de Noord-Franse lyriek. Daar heeft ook de eerste grote man van de Duitse
+ridderroman gereisd, <span xml:lang="de">Hartmann</span>, waarschijnlik in de dienst van zijn
+meester, de heer von Aue, zelf vertelt hij ons dat hij zijn ridderlike
+Liefdeleer daar van daan meebracht, die hij in een poëtiese zendbrief
+(ein &bdquo;<span xml:lang="de">Büchlein</span>&rdquo;) ontvouwde, <span class="pagenum" title="289"></span><a id="p_289"></a>zo wel als twee der ridderromans van
+<span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span> die hij elegant verduitste: Erec en Iwein.</p>
+
+<p>Tussen die verschillende haardsteden der kultuur in Zwaben,
+Rijn-Frankenland, Thüringen en het hof der Beierse hertogen was er nu
+een sterk, levendig literair verkeer, en van die vaste punten breidde de
+ridderromantiek zich over andere delen van Duitsland uit. Een der Franse
+edelen, een dier gijzelaars die tegen de loslating van <span xml:lang="fr">Richard
+Coeur-de-Lion</span> uit de gevangenschap des keizers gesteld waren, gaf een
+handschrift van de roman van Lancelot aan een geestelike uit <span xml:lang="de">Thurgau</span>,
+die dit later in het Duits trachtte weer te geven op het voetspoor van
+<span xml:lang="de">Hartmann von Aue</span>'s romans. Een waardiger navolger en mededinger kreeg
+<span xml:lang="de">Hartmann</span> intussen in een ridder uit het Beierse Frankenland, <span xml:lang="de">Wolfram von
+Eschenbach</span>, die heel lang aan het hof van de landgraaf <span xml:lang="de">Herman von
+Thüringen</span> leefde en werkte; althans één van de romans die Wolfram
+bewerkte was hem door die landgraaf besteld. Ook de troubadour-poëzie
+verplantte zich tegelijk van de Rijnstreek naar de hoven van Thüringen,
+waar <span xml:lang="de">Heinrich von Moringen</span> de leider werd van een locale school van
+minnezangers.</p>
+
+<p>En eindelik komt de beurt aan het Beiers-Oostenrijkse Duitsland, waar de
+eigen nationale kultuur zich nog het langst tegen de indringer verzet
+had,&mdash;waar de oude heldenliederen van Siegfried en Krimhilde en
+<span xml:lang="de">Wolfdietrich</span> nog voortdurend in de grote hal der kastelen weerklonken en
+waar het inheemse minnelied nog steeds aan de hoven gekultiveerd werd.
+Uit de Rijnstreek kwam de <ins class="corr" id="corr42" title="Bron: zoeven">zoëven</ins> genoemde <span xml:lang="de">Reinmar</span> van
+<span xml:lang="de">Hagenau</span> naar het hof der Babensbergers te Weenen en charmeerde allen
+door zijn vreemde koloratuur en niet lang daarna was het Oostenrijk dat
+in Walther von der Vogelweide de fraaiste liederen der ridderlyriek
+voort zou brengen. Uit Midden-Duitsland kwam de rondzwervende zanger
+<span xml:lang="de">Stricker</span> naar Oostenrijk met zijn eigengemaakte Artur-romans en het was
+ook daar dat later de vrouwendienst en het rondzwervende ridderleven het
+verst gedreven werden, zelfs bijna tot een karikatuur, door <span xml:lang="de">Ulrich von
+Lichtenstein</span>. Zelden zal een literaire modebeweging zo aardig stap voor
+stap in haar ontwikkeling gevolgd kunnen worden. Maar het waren toch
+voortdurend de Rijnlanden die de meest echt-Franse en de meest elegante
+ridderlikheid opleverden: de klassieke ridderroman in de &bdquo;Tristan en
+Isolde&rdquo; van Gottfried van Straatsburg, fijne ridderlike verhaaltjes in
+de &bdquo;<span xml:lang="de">Mären</span>&rdquo; van <span xml:lang="de">Konrad von Würzburg</span> die te Straatsburg en Bazel werkte.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="290"></span><a id="p_290"></a></p>
+
+<p>De bewerking door <span xml:lang="de">Hartman von Aue</span> der romans van <span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span>
+toont al dadelik ook zeer duidelik de punten waarin de Duitse en Franse
+ridderromans altijd van elkaar verschild hebben. Bij de Fransman is de
+ridderwereld een stuk van zijn eigen inheemse kultuur, die met de tijd
+en de grond gegroeid is en die de burgerzoon uit <span xml:lang="fr">Troyes</span> met bewondering
+aan de vorstenhoven om zich heen gadeslaat. Voor de Duitse ridder is
+daarentegen die ridderkultuur een vreemde mode en fijne manier van leven
+en voelen, waarin hij zich zelf heeft moeten inwerken en opvoeden en
+waarin hij nu door zijn dichtwerk zijn landgenoten een kursus geven wil.
+Waar <span xml:lang="fr">Chrestien</span> naïef en fris beschrijft wat hij zelf gezien heeft en
+natuurlik menselik voelt, dikwels met zijn eigen burgerlikheid, daar
+heeft Hartmann aan de ene kant een zekere ingeboren fijnere
+ridderlikheid in zich, maar aan de andere kant kontroleert en
+&bdquo;stiliseert&rdquo; hij ook aldoor en idealiseert alles wat hij schildert
+volgens een ideaal der ridderlikheid dat hij zijn lezers duidelik wil
+maken; in de gehele verhouding tot zijn stof is hij niet-naïef,
+gereflekteerd, &bdquo;sentimenteel&rdquo;. En dan: de Fransman werkt in de
+&bdquo;grondstof&rdquo; der sagen, die hij hun eerste vorm geeft, de Duitser is de
+bewerker die het essentiële van het werk afgedaan vindt en die het nu
+fijner kan maken,&mdash;die ongelijkheden kan effenen, het overbodige er uit
+kan laten, gebreken in de motivering kan aanvullen,&mdash;maar die er ook
+licht toe komt het er wat dik op te leggen, het te veel uit te spinnen
+en te overladen, of te veel en te geraffineerd te verfraaien. In
+vergelijking met <span xml:lang="fr">Chrestien</span> is de schildering van <span xml:lang="de">Hartmann</span> meer kunstig
+maar ook meer gekunsteld.&mdash;Maar bovendien komt hier ook het verschil van
+ras reeds op de voorgrond dat later de gehele Franse en Duitse
+literatuur kenmerken zal. De Fransman heeft het nuchtere soliede gevoel
+voor de werkelikheid van de Latijnse naties; met al zijn zintuigen leeft
+hij in het uiterlike leven mede dat hij evenals zijn medemensen neemt
+zoals zij zijn en hij heeft daarenboven een sosiaal simpatiek karakter,
+dat zich in de gemoedsbewegingen zijner personen inleeft, en levendig
+alle scènes dramatiseert: de aanleg van de Franse geest voor roman en
+drama doet zich bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span> reeds duidelik kennen. Het Germaanse
+karakter van de Duitser beschouwt de dingen en neemt ze van buiten waar,
+veel minder levendig en massief, hij leeft meer in zijn eigen
+voorstellingen en gevoelens en hij idealiseert het leven en de mensen
+naar zijn eigen dromen en idealen: de lyriese, idealistiese,
+rekonstruerende aanleg van de Duitse geest openbaart zich reeds bij
+Hartmann.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="291"></span><a id="p_291"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Mij lust het u te laten horen, dingen, die het zéér waard is te
+bezingen,&rdquo; zo begint <span xml:lang="fr">Chrestien</span> zijn vertelling in naïeve &bdquo;<span xml:lang="de">Lust zu
+fabulieren</span>&rdquo;. Daarentegen schrijft Hartmann om aan te tonen &bdquo;hoe hem die
+zich op de ware voortreffelikheid spitst, geluk en ere steeds zullen
+begeleiden&rdquo;. Waar dus <span xml:lang="fr">Chrestien</span> de scène zeer aanschouwelik schildert en
+de gebeurtenissen dramaties voorstelt, is <span xml:lang="de">Hartmann</span> er steeds op bedacht
+alles zo goed mogelik het ideale ridderleven te doen illustreren en de
+lezers tot voorbeeld te doen strekken. Het konflikt tussen riddereer en
+liefde dat de romans van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> behandelen, wordt bij de Duitser
+diepzinnig tot een moreel probleem, waarbij de begrippen Eer en Trouw
+zeer sterk op de voorgrond treden: Door zijn gelofte te breken is Iwein
+een verrader geworden, een &bdquo;<span xml:lang="de">triuweloser man</span>&rdquo; welke allen zullen
+verachten die &bdquo;Trouw en Eer liefhebben&rdquo;. En aldoor past <span xml:lang="de">Hartmann</span> op dat
+alles volgens de ridderlike gewoonte en hoofsgepast geschiedt. Hij
+verwerpt de realistiese jolige vergelijkingen en allerlei triviale of
+naturalistiese détails over strijd of eten of kleeren, bizonderheden
+waar de speellieden uit het heldenepos zich gaarne in vermeiden.
+Daarentegen zijn een ideaal ridderpaard of een ridderburcht, een
+tournooi of een jachtpartij onderwerpen die blijkbaar beter bij zijn
+stand passen en die hij met voorliefde schildert. Waar <span xml:lang="fr">Chrestien</span> de een
+of andere ontvangst levendig weergeeft, doceert daarentegen Hartmann hoe
+de ware gastvrijheid zijn moet in tegenstelling met een die men tegen
+zijn zin, gemelik zich laat afdwingen. Wanneer <span xml:lang="fr">Chrestien</span> mededeelt dat
+Lunette bij de dienstmaagden zo geliefd was omdat zij hun de afgedragen
+japonnen van de prinses gaf, of dat het bruidskleed dat de koningin
+Enide ten geschenke gaf, nooit te voren gebruikt was geweest, en dat hij
+de koningin haar zelf laat verzekeren dat die wel meer dan 100 mark
+waard is, dan laat Hartmann dergelike burgerlike naïeveteiten eenvoudig
+weg, evenals het tussen de burchtvrouwe en haar cameriere, tussen de
+edellieden en de kleine burgers bij hem ook veel minder vertrouwelik,
+veel deftiger toegaat dan bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>.</p>
+
+<p>In duizend kleinigheden merkt men groter takt en fijngevoeligheid bij de
+Duitse edelman en diens betere opvoeding en vormen. Zo is b.v. de gehele
+scène waar Erec bij de arme <span xml:lang="fr">Vavassor</span> intrekt en diens dochter wint,
+geretoucheerd met een massa fijne trekjes: dat het jonge meisje eigelik
+als stalknecht dienst doet, geneert de dichter evenzeer als Erec zelf;
+haar schuchtere (<span xml:lang="de">bliuchliche</span>) blikken naar hun gast en diens
+verliefdheid worden veel fijner dan<span class="pagenum" title="292"></span><a id="p_292"></a> in het Frans weergegeven en bij
+<span xml:lang="de">Hartmann</span> treedt de voorname ridder met veel groter kiesheid tegenover
+zijn gastheer op. En zo gaat het steeds; de uiterlike vormen zijn fijner
+en netter geworden, en in plaats van het vertrouwelike &bdquo;zoete, lieve
+vriendin&rdquo; wordt in het Duits de vorm &bdquo;<span xml:lang="de">Frau</span>&rdquo; gebruikt waar hij haar
+aanspreekt en ook in bescheidenheid, takt en fijngevoeligheid staan de
+mensen hoger dan die van de eenvoudige Franse <span xml:lang="fr">trouvère</span>.</p>
+
+<p>Verder is de Duitser harteliker en ook meer zoetsappig-sentimenteel. De
+vrouwen van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> kunnen een drastiese passie tonen die bij de
+Duitser tot een stille eerbare sentimentaliteit wordt. En overal komt er
+een warme zachte gevoelstoon over wat er verteld wordt: de vriendschap
+tussen Iwein en Gawein heeft een volkomen sentimenteel karakter en er
+zijn aardige beelden uit het familieleven, hier en daar een stukje
+Duitse humor, een roerend afscheid van huis, een roerend weerzien van
+twee geliefden. &bdquo;Hun mond was stom, hun harte zong,&mdash;het droeg een
+vreugdekrone,&rdquo;&mdash;heet het lyries.</p>
+
+<p>Vooral is de vrouwenverering en de liefde heel wat
+zoetsappig-sentimenteler bij <span xml:lang="de">Hartmann</span> dan bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>.
+Zoetig-galant&mdash;&bdquo;zoet&rdquo; is een van zijn lievelingswoorden&mdash;is hij aldoor
+bij de beproevingen van Enide, en dat zijn ook alle mensen met wie zij
+in aanraking komt; zelfs het paard vindt dat zijn voeder beter smaakt
+wanneer het hem toegediend wordt door de witte handen van zulk een
+&bdquo;zoete&rdquo; stalknecht. Hij voegt er een lange roerende monoloog in waarin
+Enide verklaart zich van kant te willen maken, zij vraagt de dood om
+haar te komen huwen terwijl zij nog jong en fris is, en zij roept de
+dieren des wouds aan om haar op te komen eten;&mdash;waren zij werkelik
+gekomen, zegt de dichter, dan zouden zij alleen maar vol medelijden met
+haar geweend hebben. Veel meer dan bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span> wordt het daarom bij
+<span xml:lang="de">Hartmann</span> een sentimentele proef waarop de echtgenoot zijn vrouws liefde
+stelt en terwijl het Franse gedicht daarmee eindigt dat Erec Enide
+vergeeft, is het slot van het Duitse dat Erec haar om vergiffenis
+smeekt. Evenzoo wordt in de &bdquo;Iwein&rdquo; het avontuur van de held met de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Dame de la Fontaine</span>&rdquo; wier echtgenoot hij gedood heeft, door de Duitser
+veel sentimenteler geschilderd en hogerop genomen dan bij de Fransman.
+Dat een vrouw de moordenaar van haar man huwt is voor <span xml:lang="fr">Chrestien</span> niet
+meer dan een nieuw bewijs er voor dat de vrouw honderd keer van opinie
+verandert en morgen weer anders denkt dan vandaag en feitelik gebeurt
+dit ook alleen om de praktiese reden het kasteel weer een beschermer<span class="pagenum" title="293"></span><a id="p_293"></a> te
+geven. Voor <span xml:lang="de">Hartmann</span> is het daarentegen &bdquo;<span xml:lang="de">die gewaltige Minne</span>&rdquo; die de
+burchtvrouwe in haar macht krijgt ofschoon zij Iwein nog volstrekt niet
+gezien heeft. De dichter wil het verhaal idealiseren en
+sentimentaliseren, maar maakt het daardoor eigelik alleen maar
+ergerliker.</p>
+
+<p>Op zijn eigen sentimenteel-Duitse manier legt <span xml:lang="de">Hartmann</span> ook een
+kristelike kleur over zijn ridderromantiek. Zijn stijl is doortrokken
+van geestelike en bijbelse voorstellingen en God is steeds galant en
+sentimenteel voor de smeekbeden van een &bdquo;zoete-meisjesmond&rdquo;. Enide wordt
+een echte heilige, omzweefd door hemelse allegoriese wezens. Als boete
+tot zekere hoogte voor zijn profane gedichten legde Hartmann er zich in
+zijn latere jaren op toe Legenden in een half ridderlike, avontuurlike
+sentimentele, half aestetiese stichtelike stijl om te werken. De kleine
+H. Gregorius is als kind in de kloosterschool door zijn beminnelikheid
+en zachtheid eigelik een vrome pendant van de Florissen en <span xml:lang="fr">Guillaumes</span>
+der Grieks gekleurde Franse romans onder hun verblijf aan het hof. En in
+&bdquo;<span xml:lang="de">der arme Heinrich</span>&rdquo; is het dochtertje van de boerenkinkel dat leven en
+bloed over heeft om de melaatse vorstenzoon te genezen, nauw verwant aan
+het burgermeisje van <span xml:lang="fr">Marie de France</span>, dat zich voor haar geliefde ridder
+opoffert. Maar er is in die Oedipus-achtige Gregorius-geschiedenis zowel
+als in &bdquo;<span xml:lang="de">der arme Heinrich</span>&rdquo; een mystiek, een drang naar de
+martelaarskroon en een verlangen naar het hiernamaals, die tonen hoe
+sterk de Duitse ridderromantiek nog in het teken van de levensopvatting
+der geesteliken staat.</p>
+
+<p>Maar &bdquo;<span xml:lang="de">Frau Welt</span>&rdquo; steekt het hoofd al meer en meer op aan de Duitse hoven
+zo wel als aan de Franse. In zijn jonge dagen geneerde Hartmann zich
+niet een veelvuldig gebruik te maken van een der
+lievelingsvoorstellingen der geestelike literatuur: een dialoog tussen
+het lichaam en het hart, om de levensregelen der ridderlike liefdekunst
+te verklaren en hij schreef ook troubadour-liederen. Het oudste Duitse
+minnelied staat over het algemeen bij <span xml:lang="de">Friedrich von Hausen, Heinrich von
+Veldeke, Heinrich von Moringen</span> of <span xml:lang="de">Reinmar von Hagenau</span> in dezelfde
+verhouding tot zijn romaanse bronnen als de romans van <span xml:lang="de">Hartmann von Aue</span>
+tot de hunne.</p>
+
+<p>Reeds te voren waren de minneliederen aan de Duitse hoven in zwang
+geweest en de erotiese poëzie der romaanse troubadours had die niet
+geheel en al kunnen verdringen, zo min als de Duitse zeden zich volkomen
+naar de Franse lieten vervormen. Maar: de in één strofe paarwijze
+rijmende verzen werden nu vervangen <span class="pagenum" title="294"></span><a id="p_294"></a>door de kunstige versmelodieën met
+hun vlug rhythme, dat maar heel slecht paste bij het stijve zware Duits
+door hun talrijke, door elkaar geslingerde rijmen, de getelde
+lettergrepen en hun in drieën verdeelde strofen. Men voerde de nieuwe
+dichterlike stijl in met de hele vrouwendienst. Men zeide van het
+lichaam der Schone dat het &bdquo;<span xml:lang="de">wolgetan</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">minneclich</span>&rdquo; was, evenals de
+Provençaalse dichters het &bdquo;<span xml:lang="es">ben estans</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="es">amoros</span>&rdquo; genoemd hadden, men
+prees haar &bdquo;<span xml:lang="de">Tugend</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Guote</span>&rdquo; in plaats van &bdquo;<span xml:lang="es">pretz</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="es">bontatz</span>&rdquo;, bad
+om genade en zwoer hulde als vasal, kultiveerde &bdquo;<span xml:lang="de">tougen Minne</span>&rdquo;, beloofde
+&bdquo;<span xml:lang="de">Verswîgenheit</span>&rdquo; en klaagde over &bdquo;<span xml:lang="de">die huote</span>&rdquo;, &bdquo;<span xml:lang="de">die nîdaere</span>&rdquo;, juist zoals
+de troubadours de geheimhouding (&bdquo;<span xml:lang="es">lo celar</span>&rdquo;) als voorwaarde opstellen
+voor de ridderliefde en zij tegen de &bdquo;<span xml:lang="es">gardadors</span>&rdquo;, de wachters, al de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">envios</span>&rdquo;, de ijverzuchtigen, en de sluwe &bdquo;<span xml:lang="fr">lauzengiers</span>&rdquo;, de lasteraars,
+te velde trokken. Ook het bekende arsenaal der beeldspraak: de pijlen
+van de blikken die het hart door het oog wonden, en de personificatie
+der liefde vinden wij bij de Duitsers terug. Maar het meeste voelt men
+toch als geleende veren en dat past soms heel slecht bij de Duitse
+toestanden. De Duitse zangers zijn geen afhankelike hofpoëten die hun
+meesteres moeten bezingen en haar daarom natuurlik hun vazallenhulde
+bieden en die alle mogelike reden hebben tot bescheiden ootmoed en
+discretie voor het geval zij zich verwaardigt hen te begunstigen. Het
+zijn integendeel voorname edellieden en welgestelde hovelingen en de
+vrouwen hebben er geen politieke en sosiale machtspositie als in
+Zuid-Frankrijk. De zangers verbergen de naam hunner aangebedene dan ook
+niet en dikwels zal het ook een ongetrouwd jong meisje geweest zijn dat
+zij openlik, en in eer en deugd het hof maakten. En zo ontmoeten wij bij
+die onderdanige huldigingsgedichten der dames naar de nieuwe mode bv.
+nog steeds die oude &bdquo;<span xml:lang="de">Frauenstrophen</span>&rdquo; waarin de vrouw zich niet geneert
+haar liefdesverlangens en smeekbeden bloot te leggen en uit te spreken
+of zich eerst voorneemt zoals 't past, trots zich op een afstand te
+houden, maar weldra overslaat en eigelik niets liever verlangt dan naakt
+in zijn armen te liggen.</p>
+
+<p>Maar over 't algemeen kan men toch zeggen dat overal Duitse tonen door
+de conventionele nabootsing heen breken. Heel ver van de vormen der
+troubadourpoëzie is bv. de jolige platduitse humor in meer dan één van
+Hendrik van Veldekes platduitse liederen: het jonge meisje dat haar
+aanbidder weg heeft moeten zenden omdat hij &bdquo;<span xml:lang="de">lose minne</span>&rdquo; van haar durfde
+vragen; zij vindt het vervelend<span class="pagenum" title="295"></span><a id="p_295"></a> dat hij niet zo is geweest als zij van
+hem verwachtte maar zij neemt het zijn &bdquo;ziek gemoed&rdquo; niet kwalik,
+verheugt zich op de komende zomer en heeft plezier in vrolike,
+onschuldige &bdquo;<span xml:lang="de">bliskap</span>&rdquo;. Of het huiselike, klagende innige der liederen
+van Albrecht van Johannesdorff, terwijl hij op een kruistocht naar zijn
+geliefde terug verlangt: &bdquo;Hoe liefde begint dat weet ik wel; hoe die
+ophoudt weet ik niet... Mijn eerste liefde zal mijn laatste zijn... God
+geve dat ik haar in ere terug moge vinden als ik weer thuis kom, dan is
+mijn beste wens vervuld. Indien zij onderwijl haar leven veranderd mocht
+hebben, dan wens ik zelf op reis om te komen! Een ding raad ik haar, dat
+haar woorden oprecht mogen klinken en dat zij zich eerlik
+&bdquo;<span xml:lang="de">einvalteclîche</span>&rdquo; gedrage tegenover mij.&rdquo; Zeer Duits gekleurd is
+tenslotte ook <span xml:lang="de">Reinmar von Hagenau</span>'s slechts weinig gepassioneerde maar
+lyries sentimentele aanbidding van het &bdquo;<span xml:lang="de">ewig weibliche.</span>&rdquo;&mdash;&bdquo;Met passende
+klachten en zonder aanstoot te geven&rdquo; (<span xml:lang="de">ân arge site</span>) zal hij zijn
+ongelukkige liefde dragen; hoe lang hij ook leeft, zijn gehele bestaan
+zal aan haar gewijd zijn, en niet alleen aan haar, maar aan de vrouw in
+'t algemeen wijdt hij zijn lied. &bdquo;Wel u vrouw, wat een reine naam, zo
+zoet t'erkennen en zo zoet te zeggen, zo veel als gij kunt, kan er geen
+volbrengen, uw lof geen mens volprijzen kan, hij die gij lief hebt is
+een zalig man, één vreugd is hem het leven. De hele wereld geeft gij
+lust en moed, waarom hebt gij nooit het minste mij gegeven?&rdquo; Die
+verering van de vrouw in het algemeen, in plaats van &bdquo;een&rdquo; vrouw is een
+spesiaal Duitse vorm van de liefdepoëzie der troubadours,&mdash;een groot
+deel van het verschil tussen de Franse en Duitse minneliederen ligt in
+die verschillende opvatting uitgedrukt.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Zoals al gezegd is, trok <span xml:lang="de">Reinmar von Hagenau</span> naar Weenen en zijn
+leerling was Walther von der Vogelweide. De ridderromans van <span xml:lang="de">Hartmann</span>
+vonden ook hun weg oostwaarts en in Beiers Frankenland vond hij een
+navolger in <span xml:lang="de">Wolfram von Eschenbach</span>. In deze beiden, de twee eerste
+geesten onder de dichters der Duitse middeleeuwen, vindt de
+ridderromantiek het Duitsdom in zijn krachtigste vorm, zoals die in het
+Zuid-Oosten bloeide en de Nationale poëzie zoals die zich in het
+Nevelingenlied en het repertoire der scholastici vagantes vertoonde.</p>
+
+<p>Walther von der Vogelweide was niet zoals de vroegere minnezangers een
+adelik dilettant, die de Romaanse troubadourpoëzie als een
+gezelschapsspelletje beschouwde; hij behoorde wel tot de<span class="pagenum" title="296"></span><a id="p_296"></a> adel, maar was
+zonder enig fortuin, zodat hij als een mindere van de rondtrekkende
+speellieden door muziek en zang de kost moest verdienen. Zijn lied komt
+voort uit het populaire speelmanslied en dat der vaganten, zoals dit bij
+de oudere Provençaalse troubadours het geval was, en zodoende is hij
+feitelik een veel zuiverder pendant daarvan dan hun directe navolgers
+dit waren. Hij zong ter ere van de Heren die hem onderhielden,
+verdedigde hun politiek en viel hun vijanden aan; bij alle
+gebeurtenissen van den dag meende hij ook een woordje meê te moeten
+spreken in wat wij nu berijmde pamfletten zouden noemen, en hij dichtte
+&bdquo;<span xml:lang="de">Sprüche</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Sinngedichte</span>&rdquo;, zoals de oude speellieden gedaan hadden; en
+evenals deze ontzag hij zich niet bedelverzen te zingen of spotverzen op
+zijn mededingers. Eerst leefde hij aan het hof te Weenen en prees de
+vrijgevigheid van Hertog Frederik als groter dan die van Koning Artus;
+maar toen de nieuwe hertog minder belang in poëzie bleek te stellen,
+trok Walther weg en stelde in een gedicht Weenen voor als klagende over
+het verval van een glansrijke periode. Een tijd lang was hij de &bdquo;man&rdquo;
+van <span xml:lang="de">Hermann von Thüringen</span> en hemelde hem op als de &bdquo;Bloem van Thüringen&rdquo;
+die steeds heerlik riekt en schittert, wanneer alle andere hoven reeds
+lang niet meer bloeien; al kostte een vat goede wijn ook wel 1000 pond,
+bij de landgraaf zou de beker van geen ridder leeg staan! Ook met andere
+kleine vorstenhoven stond hij in verbinding, maar hij sloot zich toch
+meer en meer bij de keizers aan: eerst bij Philip van Zwaben, wiens zaak
+hij voorstond tegen de Paus en de tegen-keizer Otto, terwijl hij niet
+nalaat tegelijk om een paar druppels van de zegen der vrijgevigheid te
+vragen en hij de royaliteit van een Saladin en Richard Leeuwenhart de
+keizer als voorbeeld voor ogen stelt. Na de moord op Philip koos Walther
+de partij van keizer Otto maar verliet die weer voor Frederik II,&mdash;wel
+ietwat te veel volgens de lijfspreuk der rondzwervende zangers: &bdquo;wiens
+brood ik eet, diens woord ik spreek,&rdquo; terwijl hij zich bovendien maar al
+te dikwels zijn &bdquo;zangerloon&rdquo; door bedelarijen en dreigementen wist te
+doen geven, en hij ook meer dan eens danig van zich afsprak tegenover
+&bdquo;<span xml:lang="de">Hr. Wichmann</span>&rdquo; of <span xml:lang="de">Nidhardt</span> of hoe die andere &bdquo;<span xml:lang="en">Professionals</span>&rdquo; heetten die
+hem concurrentie aan wilden doen.</p>
+
+<p>Alle stemmingen der &bdquo;<span xml:lang="es">Vagantes</span>&rdquo; heeft hij doorleefd en geeft daar
+uitdrukking aan in een lyriese poëzie, heel wat vrijer, persoonliker en
+rijker dan die uit de gedichten van hovelingen als Friedrich von Hausen
+of <span xml:lang="de">Heinrich von Moringen</span> spreekt. Hij heeft de druk<span class="pagenum" title="297"></span><a id="p_297"></a> van de winter
+gevoeld en de vreugde wanneer &bdquo;het seizoen&rdquo; weer begon, zoals de
+vagantes en een Meester &bdquo;<span xml:lang="de">Spervogel</span>&rdquo; of &bdquo;<span xml:lang="de">Suchenwirt</span>&rdquo; en andere vogels van
+enigsins verdacht allooi ze gevoeld hebben. De wintertijd, wanneer de
+wereld van geel, rood en blauw, bleek en grijs geworden is en de kraaien
+krijsen en de vorst de kleine vogeltjes en de arme mensen plaagt. Als
+hij die strenge tijd nu maar verslapen kon, tot hij de meisjes weer met
+de bal kon zien spelen en de boer aan zijn veldarbeid ging! Zoete zomer,
+waar blijft ge? Zo lui te liggen en als in de ijzers geslagen, dat is
+alsof je een monnikspij aantrekt. Het bittere gevoel van geen thuis te
+hebben heeft hij gekend, hij smacht er naar eindelik eens niet zijn
+brood bij vreemden te eten, maar nog eenmaal zijn voeten onder zijn
+eigen tafel te steken en als gastheer begroet te worden door zijn
+vrienden, en wanneer hij eindelik op latere leeftijd een stukje land
+heeft weten af te troggelen, kent zijn vreugde geen grenzen. &bdquo;<span xml:lang="de">Ich han
+min lehen, al die Werlt, ich han min lehen</span>&rdquo; en nu vreest hij geen vorst
+meer in zijn tenen!&mdash;Ook de aanvallen van doodsangst en walg van het
+leven kent Walther als zo menig andere Bohémien,&mdash;wanneer hij &bdquo;<span xml:lang="de">Frau
+Welt</span>&rdquo; vaarwel zegt en de onvriendelike waard zijn groeten zendt en dat
+hij zijn schulden nu betaald heeft en zijn naam nu van het zwarte bord
+verdwijnen kan,&mdash;&bdquo;ik zou liever geld van een Jood lenen dan <i>hem</i> nog
+langer iets schuldig zijn; hij zegt niets vóór hij je plotseling de deur
+uitzet als men niet betalen kan.&rdquo; Of wanneer hij,&mdash;gelijk zo menig
+vagebond vroeger of later, b.v. Villon&mdash;in een ogenblik van weemoed al
+zijn roerende goederen vermaakt, voordat hij &bdquo;<span xml:lang="de">fare</span>&rdquo; moet, opdat er geen
+twist tussen zijn erfgenamen kome&mdash;al zijn ongelukken aan zijn vijanden,
+zijn beslommeringen aan de leugenaars; aan de vrouwen schenkt hij zijn
+hele verlangende liefde!&mdash;Maar in den regel is het toch de vreugde die
+hij bezingt, de jeugd, de natuur en de liefde, zoals de vaganten dat
+deden. Waar de &bdquo;<span xml:lang="de">höfische</span>&rdquo; lyriek liefst elegies het hoofd laat hangen,
+daar is Walther de zanger van de vreugde. De ouden van dagen mogen hun
+leeftijd voelen, maar zij mogen de wereld niet ook oud maken; waarom
+hebben de jongeren hun jonge sterke lichaam als het niet is om de
+vreugde te kultiveren? Is men jong en rijk op de koop toe, kan niemand u
+overwinnen en dan moest men in de lucht zweven van plezier. Mij die arm
+is heeft Vrouw Fortuna toch meer opgewektheid gegeven dan den rijke. Hij
+die beslommeringen heeft moest maar eens aan goede vrouwen denken en het
+schitterende <span class="pagenum" title="298"></span><a id="p_298"></a>jaargetijde, dan raakt hij zijn nachtmerrie wel kwijt.</p>
+
+<p>Walther is dol op de natuur en leeft daar heel wat meer vóór en ìn, dan
+de echte Hofzangers. Hij bezingt het bontgekleurde tapijt der heide,
+wanneer die zich over haar winterzorg begint te schamen en bloost als
+zij het bos ziet groenen. Maar meer nog houdt hij van het bos zelf en
+het allermeest van de vriendelike weiden en de velden, waar de
+grassprietjes in de spelende zonneschijn staan te lachen en de bloemen
+en de klaver met elkaar schijnen te wedijveren wie het hoogst op schiet.
+Indien ik zulk een zalige dag als deze voorbij liet gaan, dan was ik wel
+gek,&mdash;barst hij in overstromende lentevreugde uit. God zegene u allen en
+wenst gijlieden mij nu ook maar veel geluk!&mdash;Op een warme zomerdag zocht
+hij de schaduw onder een boom op een weide bij een beekje&mdash;in zijn
+gedicht gebruikt hij bijna dezelfde woorden als een Latijns
+Vagantenlied&mdash;en daar valt hij in slaap en droomt hoe hij over alle
+rijken der wereld heerst en hoe zijn ziel uit alle beslommeringen
+weggerukt wordt en ten hemel stijgt,&mdash;tot een domme kraai hem tot de
+nuchtere werkelikheid terug roept.</p>
+
+<p>Ook in zijn minneliederen bleef Walther in verbinding met de speellieden
+en de dansliederen. Offisieel was het zijn werk het hof te amuseren en
+daarvoor heeft hij zeer zeker de hofminneliederen van zijn leraar
+<span xml:lang="de">Reinmar von Hagenau</span> nagedicht. Hij voelt zulk een gedicht heel wat
+sterker dan de vroegere minnezangers als iets dat <i>besteld</i> is en noemt
+het zijn taak in die toonaard en die geest te zingen zoals het <i>volk</i>
+het wenst: &bdquo;<span xml:lang="de">swie sî sint, sô wil ich sin,&mdash;daz si niht verdrieze mîn.</span>&rdquo;
+Voor hem hoort het tot de hoofse omgangsmanieren om zich één met de
+mensen te voelen met wie men samen is, en hij is bang om uitgelachen te
+worden wanneer hij alleen vrolik is terwijl al de lui om hem heen
+bedroefd zijn. En zo zingt hij ter ere van de voorname vrouwen en maakt
+zich de heraut van hun schoonheid; maar hij doet het voor zangerloon al
+is het maar een vriendelike &bdquo;<span xml:lang="de">gruoz</span>&rdquo; en hij verklaart ronduit dat hij hun
+de rug toekeert indien zij dat niet voor hem over hebben en dan zullen
+zij ook gauw genoeg merken dat het met hun goede reputatie uit is. Maar
+hij geeft de conventionele, de Provençaalse dichters nageaapte
+vrouwendienst en de hele stijl die daarmeê in verband staat, toch heel
+spoedig op. In plaats van het &bdquo;Vrouwe&rdquo;&mdash;het &bdquo;<span xml:lang="la">domina</span>&rdquo;, meesteres, der
+troubadours&mdash;gebruikt hij in een fraai gedicht: &bdquo;<span xml:lang="de">Wîp</span>&rdquo; als de erenaam der
+vrouw,&mdash;de natuurlike naam van het geslacht in plaats van de
+conventionele aanduiding van de<span class="pagenum" title="299"></span><a id="p_299"></a> stand en hij verheerlikt de
+&bdquo;echtgenote&rdquo; in plaats van de &bdquo;vriendin&rdquo;. Mooi en natuurlik, zoals nog
+geen een dichter vóór hem, geeft Walther uitdrukking aan zijn echt
+rechtstreeks plezier in de schoonheid der vrouw: schoner gezicht zelfs
+dan de pracht der zomerweide is hem de schone reine vrouw, wanneer zij
+in een nette dracht en fijne witte hoofdtooi ten feeste opgaat, in fiere
+houding en door haar maagden begeleid, maar nu en dan toch eens
+vriendelik omkijkend,&mdash;een zonne tussen sterren. Met het beeld der
+uiterlike schoonheid vermengt zich hier reeds de hoofse zedigheid en de
+innerlike schoonheid der ziel. Maar nog inniger&mdash;en in verzen die nog
+heden geschreven hadden kunnen zijn&mdash;wordt de liefde der vrouw
+verheerlikt als de beste balsem voor het verlangend hart van de man.
+&bdquo;Zalig verlangen, haar heb ik gevonden,&mdash;in mijn hart, daar keerde zij
+in,&mdash;heel mijn gemoed heeft zij betoverd, gebonden, mij beroofd van
+bewustzijn en zin&mdash;Nooit meer kan ik van haar scheiden, door haar
+goedheid en haar gratie, en haar rode mondje dat zo zoetjes lacht.&rdquo;
+&bdquo;Maar,&rdquo; gaat Walther verder door, &bdquo;liefde is slechts liefde wanneer die
+door beiden gedeeld wordt, die moet het geluk van twee uitmaken; als die
+er eén ongelukkig maakt, dan heet die ten onrechte liefde,&rdquo;&mdash;voor de
+sentimentele elegiese troubadour die zich in zijn eigen smachten
+verkneutert, voelt Walter niets. &bdquo;Liefde is niet goed voor één alleen,
+daar moeten er twee voor zijn, en wel zo dat die de twee harten
+doordringt maar ook niet meer.&rdquo; En de vrouw en de man moeten hetzelfde
+in die liefde voelen: jubelt de man dat &bdquo;het geluk dat een man ten deel
+kan vallen, werd het mijne, toen zij mij eerlik rechtuit verklaarde dat
+ik haar na aan het hart lag&rdquo;, even openlik erkent de vrouw dat zij in
+hem ook &bdquo;<span xml:lang="de">wîbes heil</span>&rdquo; gevonden heeft, het geluk dat voor de vrouw
+weggelegd is. Voor beiden moet de liefde iets zijn wat ze in de goede
+zeden opvoedt: <i>hij</i> komt tot haar en bidt haar er met &bdquo;<span xml:lang="fr">Maze</span>&rdquo; de schaaf
+bij hem over te laten gaan, maar nu verklaart zij bescheiden dat hij
+even goed aan haar heel wat op te voeden zal vinden; en dan vertelt
+<i>hij</i> haar wat de man bij de vrouw verwacht: trouw en zedigheid, maar
+tegelijkertijd opgewektheid en beminnelikheid, en <i>zij</i> hem wat de vrouw
+graag in de man ziet: vrolikheid, maar gelijkmatigheid van karakter en
+trouwe toewijding. En vrouwen die zo kunnen beminnen en ook zo bemind
+kunnen worden, die vindt men, volgens Walther, alléén in Duitsland: vele
+landen heb ik gezien, maar nooit nog vond mijn hart smaak in vreemde
+zede; Duitse zedigheid gaat boven alles, van<span class="pagenum" title="300"></span><a id="p_300"></a> de Elbe tot de Rijn, en
+helemaal tot Hongarije, daar vindt men de besten als ik tenminste iets
+van geestesgaven en lichaamsschoonheid af weet; hij die deugd en reine
+liefde zoekt, moet naar ons land komen.</p>
+
+<p>Dikwels gaat Walther ook van de conventionele &bdquo;<span xml:lang="de">hohe minne</span>&rdquo; der hogere
+kringen op &bdquo;<span xml:lang="de">die niedere minne</span>&rdquo; over en bezingt dan burgerdochters en
+boerenmeisjes in een fris gedichtje in de volkstoon. &bdquo;<span xml:lang="de">Herzeliebes
+frowelîn,</span>&rdquo; zingt hij, &bdquo;de mensen maken er aanmerking op dat ik mijn
+snaren zo laag stem, maar zij die zo spreken, hebben nooit liefgehad.
+Zij die aardse goederen nastreven of schoonheid, voelen de ware liefde
+niet. De liefde maakt de vrouw haar schoonheid uit en laat ze maar
+praten, ik heb liever jou ring van glaspareltjes dan de gouden ring van
+een koningin...&rdquo; &bdquo;Neem deze krans,&rdquo; zeide hij in een heerlike droom die
+hij verleden had, tegen een &bdquo;<span xml:lang="de">wôl getanen maget</span>&rdquo;, en met blozende kaken
+en neergeslagen ogen nam zij die als een schuchter kind en &bdquo;geschiedde
+er meer, dan bewaar ik dat in mijn heimelikheid.&rdquo; Nooit was groter
+vreugde mijn, de bloemen daalden van de bomen over ons in het gras
+neder,&mdash;toen het eilacy! dag werd en ik uit mijn droom ontwaakte. En nu
+loop ik alle meisjes sterk in de ogen te kijken of zij er ook bij is,
+van wie ik droomde. &bdquo;Wie weet of zij hier niet bij is, bij deze dans?
+Wees zo goed, o schonen, uw hoed wat op te schuiven, ach! zag ik haar
+maar met haar krans!&rdquo;&mdash;Schelms en lief zingt ook het jonge meisje hoe
+zij en haar vriend zich onder de linde op de weide een plaatsje
+uitgezocht hebben. Menigeen die daar voorbijkomt zal moeten lachen als
+hij ziet hoe het gras en de bloemen er uit zien! Aan de rozen zal hij
+het kunnen zien waar mijn hoofd lag. Als iemand wist dat hij bij mij
+gelegen had, zou ik mij dood schamen en wat hij met mij deed, dat hoeft
+niemand te weten behalve hij en ik en een klein vogeltje. Tietewiet! dat
+zit hier niet ver vandaan!</p>
+
+<p>Dat is artistiek verfijnde volkskunst. En zo staan ook Walther's
+politieke &bdquo;Dienst&rdquo;-gedichten duidelik in verband met de oude populaire
+dicht-genres der Speellieden. Van de heidense tijden af waren
+volksdichters gewoon geweest de een of andere gedachte uit te spreken in
+de scherpe, treffende kernachtige vorm van een korte strofe gekleed, die
+òf op een bepaalde gebeurtenis sloeg òf van meer algemeen satiriese of
+morele aard was en soms een zekere leerstelling door een &bdquo;exempel&rdquo;
+illustreerde. In dergelijke &bdquo;<span xml:lang="de">Sprüche</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Bîspeln</span>&rdquo; geeft Walther
+gewoonlik zijn politieke<span class="pagenum" title="301"></span><a id="p_301"></a> journalistiek ten beste en heft daardoor ook
+zijn schimpdichten en zijn bedelpoëzie boven die van het ogenblik tot de
+waardigheid van werkelik diepere dichtkunst op, een poësie soms
+satiries, filosoferend of moraliserend. In zijn korte kernachtige
+&bdquo;zinnekens&rdquo; verstond hij de kunst de kern van de Duitse nationale
+politiek bloot te leggen, die hij voorstond en om het &bdquo;los van Rome&rdquo;, de
+grondgedachte der <span xml:lang="de">Hohenstaufen</span>, in alle toonaarden te variëren, van
+energies pathos tot bloedige hoon en bittere komiek&mdash;en dat steeds weer
+in nieuwe beelden en vormen die zelfs de kunst van de beste &bdquo;<span xml:lang="es">Sirventes</span>&rdquo;
+der troubadours overtreffen. Men ziet dadelik dat hij hier uit zijn
+eigen volle nationale overtuiging spreekt. En in zijn meer algemene
+morele berijmde beschouwingen legde hij zijn gehele etiese
+levensbeschouwing bloot met als idealen twee deugden: &bdquo;<span xml:lang="fr">Maze</span>&rdquo; de deugd
+der ridderlike vormen en &bdquo;<span xml:lang="de">Staete</span>&rdquo;, de voornaamste der oude Germaanse
+deugden. &bdquo;<span xml:lang="fr">Maze</span>&rdquo; is evenals het Franse &bdquo;<span xml:lang="fr">mesure</span>&rdquo; in het algemeen
+hoofsheid, fatsoen, zedelike tucht. &bdquo;<span xml:lang="fr">Unmaze</span>&rdquo; legt zowel de vrouw aan den
+dag die als een man optreedt, als omgekeerd de man die zich als een
+vrouw aanstelt, zowel de ridder die als een monnik leeft, als de monnik
+die de allures van een ridder aanneemt, zowel hij die zich boven zijn
+stand wil verheffen als hij die zo lang drinkt tot zijn tong dubbel
+slaat en hij niet meer op zijn benen kan staan. En tot &bdquo;<span xml:lang="fr">Maze</span>&rdquo; hoort vóór
+alles, Gode te geven wat Godes is en de wereld wat der wereld is, &bdquo;<span xml:lang="de">Gotes
+hulde</span>&rdquo; dus te zoeken zowel als &bdquo;<span xml:lang="de">weltlich ere</span>&rdquo;,&mdash;goed te onderscheiden
+tussen de hemel die Gods is en de aarde die des Keizers is. Maar nog
+hoger schittert toch &bdquo;<span xml:lang="de">Staete</span>&rdquo;. Walther's ideaal: &bdquo;<span xml:lang="de">Staete</span>&rdquo; betekent de
+mannelike vastberadenheid, de opene integriteit, de onbuigzaamheid en
+trouw die reeds Tacitus zo bij de Germanen prees,&mdash;trouw tegen zich zelf
+zowel als tegen anderen. De man moet uit één stuk zijn, en &bdquo;vierkant&rdquo;,
+wat de Grieken &bdquo;tetragonos&rdquo; en de Romeinen &bdquo;quadratus&rdquo; noemen, evenals
+nog in 't Frans carré, zijn zin moet vast zijn als steen, en rechtuit,
+zo recht als de pijl uit een boog,&mdash;niet glad als ijs of een aal,&mdash;zijn
+woord moet zonder tweetongigheid zijn, beter één eerlik Neen! dan twee
+gelogen Ja's, zijn hart zonder valsheid, zoet als de avondschemering die
+een heldere dag voor morgen voorspelt,&mdash;de ware man wordt nooit
+&bdquo;nieuw&rdquo;,&mdash;wien hij éénmaal wel wil, wil hij ook wel voor altijd.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Aan het hof van <span xml:lang="de">Hermann van Thüringen</span> trof Walther de dichter van de
+Parzival, <i xml:lang="de">Wolfram von Eschenbach</i>, die in de lyriek<span class="pagenum" title="302"></span><a id="p_302"></a> een dergelike
+plaats inneemt als Walther, terwijl hij zich ook in een krachtige Duitse
+geest aan de ridderromantiek wijdde. Evenals Walther is hij van adel,
+maar zonder geld; hij is geboren, zegt hij, tot &bdquo;<span xml:lang="de">Schiltes Ambet</span>&rdquo; en laat
+er zich zelfs erg op voorstaan dat hij heel weinig gelezen heeft en niet
+kan schrijven. Hij is uit Beieren en verklaart dat &bdquo;wij Beieren zijn
+dapper, maar verstand en hoofse vormen is niet iets voor ons&rdquo;. Toch
+heeft hij met zijn grote drang naar ontwikkeling en vormen getracht zich
+het hele evangelium van het nieuwe Fransdom eigen te maken, zowel als
+allerlei geleerdheid over landen en volkeren en natuurfenomenen, gelijk
+hij zich ook brutaalweg inlaat met allerlei geheimzinnige teologiese
+bespiegelingen. En met al de verachting van een krijgsman voor boeken,
+heeft hij als de echte autodidact die hij is, er altijd plezier in zijn
+half verteerde wijsheid uit te kramen. Zijn taal is doorspekt met Franse
+woorden en eigengemaakte Franse uitdrukkingen en hij kan op de
+vermakelikste manier het &bdquo;<span xml:lang="fr">gaste forest soutaine</span>&rdquo; van zijn Franse bron
+tot &bdquo;de woestijn in Soltâne&rdquo; maken en &bdquo;<span xml:lang="fr">Une dame gisait</span>&rdquo; tot &bdquo;Vrouwe
+Jeschute&rdquo; en soms steekt hij zelf de gek met zijn Beiers Frans. IJverig
+heeft hij <span xml:lang="de">Heinrich von Veldeke</span> en <span xml:lang="de">Hartmann von Aue</span> bestudeerd en met hen
+als leermeesters tracht hij zichzelf en zijn landgenoten naar de nieuwe
+moderne ridderlikheid te vormen. Maar veel van de oude bekende
+heldenzangen hoort hij nog in zijn oor klinken en hij kent de oude
+heldensagen goed en wij vinden al de karakteristieke uitdrukkingen
+daaruit, als &bdquo;<span xml:lang="de">Degen</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Recken</span>&rdquo;, &bdquo;<span xml:lang="de">balt</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">ellenthaft</span>&rdquo; in zijn
+ridderstijl terug. Het was geen toeval dat hij het niet beneden zich
+achtte om een van de wildste oud-Franse Heldendichten&mdash;<span xml:lang="fr">Aliscans</span>&mdash;te
+bewerken, ofschoon, dat dient er bij gezegd, in een merkwaardig
+ridderromanties kleed!</p>
+
+<p>Er is een frisse, kernachtige kracht, een flinke durf in die Beierse
+ridder en zanger. Aan de levende ridderwereld van de oorlog en de jacht
+en het paard en het zwaard, ontleent hij krachtige en schilderachtige
+beelden voor alles wat hij uit wil drukken. De morgenzon heeft zijn
+klauwen door de wolken geslagen en stijgt met macht; trouw zit in het
+maagdelik gemoed, vèr-blikkend als de helderziende valk; voor een van
+zijn personen breekt de &bdquo;kling der vreugde&rdquo; plotseling dwars door bij
+het heft, voor een ander is de smart reeds zo ver van honk gereden dat
+geen speer die meer in kan halen. Maar er is ook een brede Beierse humor
+in hem, sterk verwant aan die van de gedichten<span class="pagenum" title="303"></span><a id="p_303"></a> der speellieden. Midden
+in zijn verhaal vallen er hem woordspelingen of barokke vergelijkingen
+in, of kan hij niet nalaten zijn eigen personen voor de gek te houden;
+soms krijgen wij op eens een vermakelike scène aan het hof van Thüringen
+of uit zijn eigen levensgeschiedenis of tapt hij een hatelikheid op de
+stereotiepe beschrijvingen van andere dichters. En gewoonlik geneert hij
+zich niet,&mdash;hij toont zich de man die hij is en er zit niet weinig
+zinnelikheid in hem. Zijn grapjes draaien daarom dikwels om het
+geslachtsleven en zijn dubbelzinnigheden zijn gewoonlik grof en als hij
+er maar even kans toe ziet, beschrijft hij graag de vrouwelike vormen en
+een nacht van liefde. Zijn ridders en vrouwen en meisjes munten meestal
+uit door een grote mate van zinnelikheid en zijn ridders hebben het
+voortdurend over vrouwen en behandelen ze meer op de wijze der baronnen
+dan echt ridderlik.</p>
+
+<p>Gemoedelikheid en karakter is er genoeg in het werk van Wolfram. Hij
+heeft het warme frisse gemoedsleven van de Zuid-Duitser en zijn poëzie
+ziet de wereld door een glimlach en tranen en voelt voor het geluk en
+het ongeluk der mensen waar zijn pen van schrijft. Humor, idyllen,
+sentimentaliteit, alle straalbrekingen van het gemoedsleven zijn er in
+de poëzie van <span xml:lang="de">Wolfram von Eschenbach</span> evenals in die van <span xml:lang="de">Goethe</span> of <span xml:lang="fr">Jean
+Paul</span>. De hele Parzival door wordt de belangstelling van de lezer gaande
+gehouden door aardige kleine scènes en episoden: nu eens wordt er
+humoristies de treurige hongerkuur geschilderd die de bezetting van een
+belegerde burcht moet verduren, dan eens is het een ridder die Parzival
+op zijn kasteel ontvangt en met de bedachtzaamheid van een familievader
+zijn schuchter jong dochtertje en de knappe vreemde ridder samen tracht
+te brengen. Of Gaweins zeer jonge zuster, die voor het eerst in haar
+leven met een ridder spreekt, en om beurten rood en bleek wordt wanneer
+die haar zeer dierbare groeten komt brengen van niemand meer of minder
+dan de Koning zelf, voor wie zij reeds lang in het geheim gezucht heeft.
+En overal in het boek schitteren beelden en vergelijkingen die van een
+bizondere sentimentele vlucht der fantasie getuigen: De groene vreugde
+van Parzival wordt volkomen ontkleurd,&mdash;de gedachte aan Sigune trok de
+vreugde te voorschijn uit het hart van de held gelijk de bij de
+zoetigheid uit de bloemen zuigt,&mdash;de sterren begonnen zich te vertonen,
+de boodschappers van de nacht, die haar voorafgaan om haar herberg te
+bereiden.</p>
+
+<p>Maar die zoete kern is bij Wolfram in een verwonderlik harde<span class="pagenum" title="304"></span><a id="p_304"></a> schil
+verborgen. Zijn stijl is even hortend en stotend, even verward en met
+presies zulke uitwassen als de Duitse taal zelf met zijn ophoping van
+sisklanken en harde konsonanten en zijn in elkaar gedraaide zinsbouw.
+Evenals de verzen van de IJslandse Skalden zijn die van Wolfram vol van
+de meest capricieuse onvoldragen en geheel en al mankgaande beelden die
+een merkwaardige neiging vertonen om in onverteerbare klompen samen te
+groeien of zich in onontwasbare knopen door elkaar te slingeren. Zijn
+fantasie is even groot als zijn smaak barok is, hij houdt er van
+allerlei kunstige omschrijvingen te bedenken en heeft plezier in de
+wonderlikste vergelijkingen: het is alsof hij er een eer in stelt alles
+op zijn eigen manier te zeggen en het de lezer zo lastig mogelik te
+maken om hem te volgen. Wolfram is een echte Germaan die zijn hoed
+draagt zo als hem dat nu eenmaal belieft, en die nog trots is op zijn
+eigenaardigheden ook.</p>
+
+<p>In de Franse romans van Parzival vond de Beiers-Frankiese dichter een
+voorbeeld dat hem in het hart grijpen moest. Daar leest men immers hoe
+een jonge, naieve, onbeschaafde bewoner van Valois,&mdash;maar dat is nu
+juist, zegt Wolfram, alsof wij zeggen zouden: een Beier&mdash;langzamerhand
+in de ridderlikheid ingewijd en tot een voorbeeldig ridder gemaakt
+wordt; hier vond men nu juist zulk een kursus in goede zeden en
+ridderlik denken als Wolfram zelf wenste te doorlopen en zijn
+landgenoten voor te kunnen houden. Het zou zijn levenswerk worden om die
+gedichten in het Duits over te brengen en Wolfram's Parzival werd het
+belangrijkste en meest echt-Duitse werk van de Duitse ridderromantiek.
+Nu is het natuurlik op dit ogenblik heel moeilik met zekerheid aan te
+geven wàt er in dat werk van hem is en wat hij aan de Franse bronnen te
+danken heeft. Als een dier bronnen noemt Wolfram naast het gedicht van
+<span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span> vooral &bdquo;Kyot van Provence&rdquo; (waarschijnlik <span xml:lang="fr">Guiot</span>)
+maar dat gedicht is niet tot ons gekomen. Maar in hoofdtrekken kan men
+toch wel aan ieder het zijne geven.</p>
+
+<p>Die Franse schrijver zal van <span xml:lang="fr">Anjou</span> geweest zijn, hij heeft altans ter
+ere van het <span xml:lang="fr">Angevin</span>-Engelse koningshuis Parzival een prins van <span xml:lang="fr">Anjou</span> tot
+vader gegeven en er een hele voorgeschiedenis bij geschreven over diens
+heldendaden in Azië en zijn huwelik met een koningin der Moren,&mdash;alles
+in de gewone stijl van de epiek der Kruistochten. Trouwens, hij heeft er
+veel Oosterse elementen der Kruistochten bijgevoegd, citeert Arabiese
+werken die hij in het Latijn gelezen heeft en is een van degenen geweest
+<span class="pagenum" title="305"></span><a id="p_305"></a>die het meest gedaan hebben om de Graalromantiek met geestelike mystiek
+te doortrekken; hij zal dan ook wel een geestelike geweest zijn. De
+Graal is nu niet meer een schotel, maar een steen met allerlei
+wonderbare eigenschappen. Die bezaten ook volgens de Oosterlingen vele
+edelstenen en meteoorstenen, en zowel te Mekka als in Phoeniciese steden
+en in Klein-Azië aanbad men in de oudheid heilige stenen. En de
+Alchimisten hebben het altijd over de &bdquo;Steen der Wijzen&rdquo;. Een heel
+merkwaardig verhaal hangt <span xml:lang="fr">Guiot</span> (Kyot) nu op over de Graalsteen die uit
+de Hemel naar de aarde gebracht was en eerst bewaakt was door de Engelen
+die als &bdquo;neutralen&rdquo; uit de Hemel verbannen waren geworden, maar die nu
+bewaakt werd op een kasteel &bdquo;<span xml:lang="fr">Mont Sauvage</span>&rdquo; (of <span xml:lang="la">Mons Salvationis</span>) en
+bediend door een ridderschap van kuise Tempelridders. Elke Goede Vrijdag
+wordt de wonderbaarlike kracht van de Steen vernieuwd door een oblaat
+waarmeê een duif uit de Hemel aan komt vliegen. De eerste Graalkoning
+was Titurel, de tegenwoordige is Amfortas maar die is tot straf voor een
+zondige liefde met ziekte geslagen. In het algemeen is de Graalmystiek
+in dit werk heel wat meer geestelik-asceties en Oosters gekleurd dan die
+van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>. Er is ook een mystieke tovenaars-figuur ingevoegd, die
+van <span xml:lang="fr">Clincheor</span> (<span xml:lang="de">Klinschor</span>)&mdash;een soort Merlijn maar een boosaardig
+halfmens&mdash;die op &bdquo;<span xml:lang="fr">Chateau Merveille</span>&rdquo; woont; en uit een Brabantse sage is
+de Zwanenridder <span xml:lang="de">Lohengrin</span> er bij gehaald die een onschuldig aangeklaagde
+prinses redt en door Kyot tot ridder van de Graal gemaakt is en de zoon
+van Parzival heet.</p>
+
+<p>Dit ridderlik-geestelike gedicht is het nu dat Wolfram verduitst heeft
+en vrij bewerkt in overeenstemming met zijn eigen karakter en
+persoonlikheid. Veel meer dan de Graalmystiek is de geschiedenis van
+Parzival zelf voor hem hoofdzaak en daardoor is die bij hem veel dieper
+en tot een wereldlike &bdquo;<span xml:lang="de">Erziehungsroman</span>&rdquo; geworden zo als later &bdquo;<span xml:lang="de">Wilhelm
+Meister</span>&rdquo; en in dramatiese vorm &bdquo;<span xml:lang="de">Faust</span>&rdquo; dat is. Wat hij van Parzival
+maakt is, als men het zo uitdrukken mag, de &bdquo;<span xml:lang="en">perfect gentleman</span>&rdquo;, niet
+alleen in uiterlike ridderlikheid waar het voor <span xml:lang="fr">Chrestien</span> bijna alleen
+op aan kwam, maar vooral in de hogere vorming van het hart en het
+karakter, in een volle en echte menselikheid zoals het ideaal daarvan
+zich voor een Beiers ridder voor moest doen.</p>
+
+<p>De jonge, in het bos geboren en getogen knaap is hier niet alleen zoals
+voor de Fransman, een simpel onbeschaafd jongeling uit Wales die door de
+wereld afgeslepen moet worden; Wolfram<span class="pagenum" title="306"></span><a id="p_306"></a> herkent zich zelf en zijn eigen
+Beieren in die frisse oprechte kinderlikheid en bekijkt met hartelike
+welwillendheid zijn onervarenheid en eerlikheid, waarachter hij alle
+deugden van hart en karakter vermoedt. Reeds in het begin van zijn werk
+begroet hij zijn held als &bdquo;<span xml:lang="de">traeclîche wîs</span>&rdquo;,&mdash;hij die traag rijpt en
+langzaam, maar dan ook des te heerliker vrucht geeft. Zo hadden de
+Germaanse heldensagen er steeds behagen in geschept hun helden voor te
+stellen&mdash;wat van Beowulf verhaald wordt, geldt ook van vele andere
+helden, hoe ze in hun jeugd eigelik wat achterlik waren en geminacht
+werden, zoals dit ook bij ons in het Noorden zo dikwels met de rijkste
+naturen werkelik voorkomt. Juist onhandigheid en naïeveteit zijn de
+eigenschappen waar Wolfram veel voor voelt als de karakteristieke
+kentekenen van jeugdigheid en onbedorvenheid. Zijn &bdquo;<span xml:lang="de">süeziu jugent</span>&rdquo;
+brengt hem in verrukking; hij is &bdquo;<span xml:lang="de">tumb und wert</span>&rdquo;, hij is &bdquo;<span xml:lang="de">gein valscher
+fuore ein tor</span>&rdquo;, een dwaas tegenover alle valse streken,&mdash;zoals Thor dat
+in Jotunheim is.</p>
+
+<p>Een echt Duits lyries dwepend jongeling is hij ook, die Parzival van
+Wolfram, wanneer hij in de eenzaamheid van het bos ronddwaalt en zijn
+borst uit voelt zetten bij het zoet gekweel der vogeltjes, dat zijn hart
+doordringt; wenend loopt hij naar zijn moeder en kan haar niet verklaren
+waarom hij weent. Dat is hetzelfde verlangen om weg te komen, dat reeds
+&bdquo;zijn linkerborst doet zwellen&rdquo; evenals dat hetwelk zijn vader er uit
+dreef en later ook de jongeling zelf er uit zou jagen&mdash;alle vlakten
+waren hem nog te eng, al het groen scheen hem verlept, zoals het ergens
+over hem heet. Een verwonderlik dromerige zwaarmoedigheid en dwepend
+verlangen blijft de Duitse Graalheld aan de eenzaamheid wijden en aan
+rusteloos smachten; in gedachten verzonken, leeft hij op meer dan een
+plaats, soms raakt hij helemaal zijn hoofd kwijt; die hele figuur
+schijnt als een uitwerking van het oude Keltiese sprookjesmotief dat
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> reeds voor Parzival gebruikt heeft, maar dat Wolfram veel
+verder uitwerkt: de held die op zijn omzwervingen een zekere dag in
+gepeins verzinkt bij het zien van een paar bloeddruppels in de witte
+sneeuw, die nu het gezicht van zijn geliefde voor zich ziet en de gehele
+dag door daar blijft staan, in smachtend verlangen verzonken.</p>
+
+<p>Nu gaat Parzival de wereld in en verlaat zijn moeder. Maar reeds bij
+zijn eerste stappen veroorzaakt hij, zonder het te willen en zonder het
+te weten, ongeluk op ongeluk door zijn naïeve onachtzaamheid en
+gedachteloosheid en hoopt de ene schuld op<span class="pagenum" title="307"></span><a id="p_307"></a> de andere; door zijn moeder
+te verlaten legt hij haar in het graf, hij doodt een zijner
+bloedverwanten om diens wapenrusting machtig te worden en is de oorzaak
+dat Jeschute door haar man verdacht en hard behandeld wordt. Maar dat
+gebeurt alles terwijl hij eerlik meent de raad van zijn moeder te
+volgen: &bdquo;<span xml:lang="de">sus riet mîn muoter</span>&rdquo; zegt hij telkens weer, en zijn &bdquo;zoete
+jeugd&rdquo;, zijn goed hart, zijn flink karakter komen altijd weer te
+voorschijn en winnen de harten van allen. Alles wat hij nodig heeft is
+slechts dat hij door onderricht en ervaring wijzer worden moge.</p>
+
+<p>Onderricht,&mdash;dat geeft hem evenals bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, de oude ridder
+<span xml:lang="de">Gurnemanz</span> en op zijn tochten treft de jongeling ridders en dames wier
+optreden een voorbeeld is voor hem&mdash;en voor Wolfram's lezers. Het
+gedicht is om zo te zeggen één kursus in uiterlike vormen en als in het
+geval van Hartmann tracht ook hier de Duitse leerling zijn Franse
+leermeester in pedant ceremonieel te overtreffen. Ridder Key, de
+drossaart van Arthur, die in de Bretonse romans altijd uitgelachen
+wordt, verdedigt Wolfram omdat hij zo goed de etikette in acht doet
+nemen; het hof van de Thüringse landgraaf zou zulk een ceremoniemeester
+uitstekend kunnen gebruiken. Dames en ridders trachten elkaar in het
+gedicht in tucht en hoofsheid de loef af te steken, en zelfs wanneer
+Gawein na een gevecht doodvermoeid ter neder ligt en geen lid verroeren
+kan, maakt hij nog duizend excuses tegen de jonge meisjes die hem
+verzorgen dat hij daar zo &bdquo;<span xml:lang="de">ungezogenlîche</span>&rdquo; blijft liggen. &bdquo;<span xml:lang="de">Gezogenlich</span>&rdquo;
+en &bdquo;<span xml:lang="de">Vuoge</span>&rdquo; zijn de uitdrukkingen voor dat zekere &bdquo;decorum&rdquo; dat Wolfram
+najaagt. Maar behalve in de uiterlike riddervormen geeft de Gurnemanz
+van Wolfram, veel meer dan die van <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, Parzival ook diepere
+morele levensregels ten beste: karaktervastheid en ootmoed,
+barmhartigheid voor hen die in nood zijn, achting voor de vrouw, trouw
+in de liefde,&mdash;dat zijn de deugden die hij hem voorhoudt en aanprijst.
+En bij Wolfram is het dan ook juist door een afwijken van die diepere
+moraal dat Parzival eerst zondigt, om daarna, als hij het weer goed
+gemaakt heeft, te zegevieren.</p>
+
+<p>Uit de handen van <span xml:lang="de">Gurnemanz</span> en na diens onderwijs genoten te hebben,
+komt Parzival aan het slot van de jonge ridderdochter <span xml:lang="de">Kundwiramur</span> waar
+hij zijn opvoeding in de liefde-kunst ontvangen zal. Ook in de min deed
+Wolfram zijn best zich volgens de nieuwe ridderlike smaak te vormen,
+maar die komt met zijn natuur heel weinig overeen. Als hij op zijn Frans
+frivool wil zijn, wordt hij onbehagelik wellustig, als hij charmant wil
+zijn, wordt hij zoetig<span class="pagenum" title="308"></span><a id="p_308"></a> geaffekteerd,&mdash;men vergelijke b.v. de episode
+van Gawein-Obilote bij de beide schrijvers. Zo is ook het jonge meisje
+op het slot dat de knaap de liefde wil leren kennen, veel gracieuser in
+het Frans en onschuldiger in haar natuurlikheid,&mdash;bij Wolfram ligt er
+iets zoets, wellustigs over de episode. Maar daar staat iets tegenover
+dat werkelik Scandinavies-Germaans genoemd mag worden. Wanneer in de
+huweliksnacht de jongeling te schuchter is en te veel er op uit zijn
+bruid te sparen, om dadelijk aan zijn wensen toe te geven, dan stelt hij
+zich met lichte liefkozingen tevreden, maar de jonge bruid bindt toch de
+volgende dag zich de &bdquo;Vrouwenband&rdquo; om het voorhoofd en weet niet beter
+of zij is vrouw geworden, zo goed als een ander!</p>
+
+<p>Wanneer Parzival aan de Graalburg komt, verzuimt hij bij Wolfram zowel
+als bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>, de vraag te stellen die een einde aan de betovering
+zou maken. Dit oud sprookjes-motief is bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span> een bewijs van
+Parzival's naïeveteit en onbeschaafdheid; hij heeft de waarschuwing van
+Gurnemanz om zijn vraaglust niet te veel bot te vieren, al te letterlik
+opgevat en laat alle merkwaardige dingen gebeuren zonder de vraag te
+stellen die men van een gast die zijn wereld kent had mogen verwachten.
+Maar Wolfram geeft het geheel een veel moreler en sentimenteler draai.
+Niet naar de Graal en de lans had Parzival moeten vragen, maar als gast
+had hij met deelneming en medelijden naar de ziekte van de lijdende
+koning moeten informeren. Door een al te streng vasthouden aan de
+uiterlikheden van <span xml:lang="de">Gurnemanz</span>'s voorschriften verzuimt hij zijn plicht als
+man. Het is dus alleen nog maar het uiterlike, de schil der
+ridderlikheid die hij zich eigen heeft gemaakt; hij laat de stem des
+harten verstikken in leeg conventionalisme, en daarin steekt zijn fout.
+En als hij dan hoort wat hij al niet door dat verzuim verspeeld heeft en
+gesmaad wordt voor wat hij juist als fijne riddervormen beschouwde, dan
+raakt hij helemaal de kluts kwijt en zo vervalt hij dan in een veel
+groter zonde, die waarvan Wolfram juist leert dat het 't grootste gevaar
+voor de mensheid is,&mdash;dan komt de twijfel bij hem op,&mdash;d. w. z. dan
+begint hij te twijfelen aan de hemelse rechtvaardigheid en hij komt tot
+oproer tegen God, in plaats van zich ootmoedig onder de hem opgelegde
+beproevingen te buigen. En hier zien wij de eis van de religieuse
+opvoeding der ridders waarschijnlik uit Wolfram's geestelike Franse bron
+te voorschijn komen. Dit ontbreekt Parzival n.l. nog maar, zegt Wolfram
+en hierin herkent men hem terstond, als er maar echte mannenaard en
+trouw tegen<span class="pagenum" title="309"></span><a id="p_309"></a> zich zelf in de mens zit, dan werkt hij zich wel uit die
+twijfel en die vertwijfeling vandaan, en komt zeer zeker tot de troost
+van God. &bdquo;<span xml:lang="de">Wert gedinge,</span>&rdquo; d. w. z. een edel vertrouwend streven, zegt
+Wolfram, is een groot geluk in dit leven zowel als
+hiernamaals.<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: &rdquo;"></ins> &bdquo;<span xml:lang="de">Wer immer strebend sich bemüht,
+den können wir erlösen,</span>&rdquo; zoals het heet van een ander die zich ook van
+God losgemaakt heeft, maar die tengevolge van zijn morele kracht toch
+door strijd tot redding weet te komen. En zo buigt ook Parzival na
+jarenlang nutteloos omzwerven tenslotte gewillig zijn ridderlik mandom
+onder de wil van God. Nu is zijn zedelike opvoeding pas geëindigd, de
+hoogste ridderlikheid bereikt en als de volmaakte ridder weet hij de
+toverij te doen wijken en wordt hij zelf tot Graalkoning
+<ins class="corr" id="corr44" title="Bron: uftgeroepen">uitgeroepen</ins>.</p>
+
+<p>Dit alles is niet helder doordacht en de oude stof heeft er zich maar
+half toe kunnen lenen om de gedachtengang in levende handeling om te
+zetten. In tegenstelling met Gawein die, gelijk reeds bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span>,
+niet anders doet dan op krijgs- en liefdesavontuurtjes uittrekken, is de
+Graalheld Persival de naar volmaaktheid strevende, ideale ridder. Maar
+hij wordt geen monnik-ridder, hij wil, evenals Wolfram, voldoen aan de
+eisen van God maar ook van de wereld. Wolfram leefde namelik midden in
+de voortdurende strijd tussen Keizer en Paus en hij voelt met zijn
+karakter, even diep als Dante, de grote tegenstelling tussen die twee
+levensopvattingen, maar wil, ook gelijk Dante, leven voor een krachtige
+dualiteit. Dit was trouwens toch in 't algemeen het programma van de
+ridder-romantiek: &bdquo;Voor &sbquo;<span xml:lang="fr">Dieu</span>&rsquo; en voor &sbquo;<span xml:lang="fr">le Siècle</span>&rsquo; te leven, goed te
+zijn voor God en in de ogen der wereld&rdquo;,&mdash;dat is het ideaal der Franse
+ridderromans. &bdquo;Het lichaam moet voor de wereld leven, het hart moet naar
+God streven,&rdquo; de mens moet tegelijkertijd &bdquo;<span xml:lang="de">die beiden ê</span>&rdquo; (<span xml:lang="fr">fas et jus</span>)
+nastreven&mdash;zo leren de Duitse ridderlike leerdichten, want, gelijk
+Frederik Barbarossa een oproerige stad toevoegde die religie in de
+politiek wilde mengen: &bdquo;Aangaande den hemel, de hemel is des Heeren;
+maar de aarde heeft Hij der menschen kinderen gegeven&rdquo; (Ps. 115, 16).
+Dit programma zal Parzival illustreren. De hermiet schrijft hem voor dat
+hij niet alleen God moet liefhebben, maar ook dienen moet &bdquo;<span xml:lang="de">umbe wibes
+gruoz</span>&rdquo;, de ridderschap moet vooral &bdquo;<span xml:lang="de">des lîbes prîs</span>&rdquo; nastreven evenals
+&bdquo;<span xml:lang="de">der sêle pardîs</span>&rdquo;. En zo is Parzivals ziel ook verdeeld tussen verlangen
+naar de Graal en naar zijn geliefde Kundwiramur.</p>
+
+<p>Niet de religie maar een zuiver menselike moraal is feitelik het<span class="pagenum" title="310"></span><a id="p_310"></a>
+hoogste voor Wolfram. Het is dan ook een zeer weinig kerkelik Kristendom
+dat er in het gedicht doorstraalt. De kuise vrouwelikheid van de
+Moren-koningin is, volgens de dichter, haar doop en was Parzivals moeder
+niet te voren gedoopt geweest, dan zou zij &bdquo;in haar moedermelk&rdquo; gedoopt
+zijn geworden, d. w. z. door haar moederliefde. En gelijk in de figuur
+van Parzival het mannelik ideaal verheerlikt wordt als trouw tegenover
+zich zelf, &bdquo;<span xml:lang="de">Staete</span>&rdquo;, de deugd der Duitse karaktervastheid die ook
+Wolfram verheerlikt had, zo wordt in een reeks vrouwenfiguren het ideaal
+der zuivere &bdquo;<span xml:lang="de">wîplichkeit</span>&rdquo; getekend als trouw tegenover de geliefde man.
+Vol smart voelt de dichter dat er zoveel valse vrouwen de reine naam van
+&bdquo;<span xml:lang="de">wîp</span>&rdquo; dragen, waar alleen de trouwe vrouw recht op heeft; en ergens
+noemt hij alle trouwe vrouwen op die hij in zijn gedicht geschilderd
+heeft,&mdash;van de koningin der Moren af tot Parzival's moeder toe wier hart
+barstte &bdquo;in liefdetrouw&rdquo; en die daarom zeker tot de vreugde des hemels
+ingegaan is, van Ieschute die onschuldig als zij is, haar mans
+mishandeling geduldig draagt, tot <span xml:lang="de">Kundwiramur</span>, die als een Solveig op
+haar rondzwervende man blijft zitten wachten&mdash;maar met twee kinderen&mdash;en
+hem met roerende vreugde ontvangt zonder een enkel verwijt. Maar het
+allervleiendst wordt de vrouwentrouw getekend in de figuur van
+Sigune&mdash;zij die eens in een gril, zoals de dames in de ridderromans die
+zo dikwels hebben, haar liefhebbende ridder in de dood heeft gezonden en
+die nu ontroostbaar bij zijn lijk zit te wenen&mdash;die daar nog altijd weer
+zit, telkens als Parzival op zijn zwerftochten haar weer aantreft,
+totdat hij haar ten laatste dood over zijn lichaam vindt liggen. In een
+aparte cyclus&mdash;de hoogste openbaring van Wolfram's fantasie en
+lyriek&mdash;verhaalde hij naderhand de liefdesgeschiedenis van Sigune en
+Schiotulander van hun kindsheid af toen zij samen opgroeiden tot op het
+ogenblik dat zij uit pure nieuwsgierigheid, omdat zij weten wou wat er
+op de halsband van een jachthond geschreven staat, haar hartevriend in
+de strijd zendt waarin hij vallen zou. Er is hier ook een zekere zoetige
+sentimentaliteit en een geaffekteerde naïeveteit in die poëzie van
+Wolfram, maar er ligt ook iets als men 't zo uitdrukken mag,
+Scandinavies-blonds, iets smachtends over de liefde dier twee jonge
+lieden, iets dat meer verwant is aan de gevoelens van Fritjof en
+Ingeborg dan aan die van Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>. En de trouw waarmede
+zij zo lang boete doet voor haar flauwe koketterie is, evenals Wolfram's
+schildering van &bdquo;<span xml:lang="fr">Dame orgueilluse</span>&rdquo;, is het echt-menselike protest van de
+dichter tegen de frivoliteit van de ridderliefde. Overal in Wolfram's
+poëzie<span class="pagenum" title="311"></span><a id="p_311"></a> komt ook de verheerliking van het huwelik mooi door de literaire
+galanterie heen op de voorgrond. Waar hij ook rondzwerft, denkt hij aan
+zijn armoedig slot, zijn vrouw en zijn kinderen en één van zijn
+&bdquo;<span xml:lang="de">Tagelieder</span>&rdquo; waarin de minnaar bij het breken van de dageraad uit de
+kamer van zijn geliefde weg moet sluipen, breekt af met een hartezucht:
+hoeveel heerliker dan zulk een heimelik gestolen liefde toch die is,
+welke &bdquo;<span xml:lang="de">ein offen suëze wirtes wîp</span>&rdquo; schenken kan.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Maar het zou niet de verduitsing der ridderromantiek door Wolfram en
+door Walther zijn die de aard en het karakter der latere literatuur
+bepaalde. Sterker en sterker werd de invloed van de Rijnstreken. Zelfs
+het oude Duitse heldenepos dat nog steeds aan de hoven van Oostenrijk in
+ere stond, ondergaat de invloed van de ridderromantiek, zoals dat b.v.
+met het Nevelingenlied en de Gudrun het geval was. Wel zijn de
+grondtonen en de grondstof en het oorspronkelik celweefsel gebleven maar
+over de barbaarsheid en de naïeveteit van de toestanden is door de
+ridderlike bewerkers een blinkend net van fijne, hoofse levensvormen en
+zeden geworpen: klederdrachten en feesten, de toernooien en de gehele
+omgangstoon is die van het nieuwe hofleven en door het wilde heroisme en
+het tragiese pathos zijn er tonen gemengd uit de liefdelyriek van het
+minnelied en de ridderromans van Hartmann von Aue: men denke slechts aan
+de verliefdheid van Siegfried en Chrimhilde aan het hof te Worms of de
+innerlike strijd van Markgraaf Rüdiger waar hij weifelt tussen riddereer
+en leenmanstrouw, volkomen in de trant van die van Iwein.</p>
+
+<p>En met de derde grote naam van de Duitse poëzie der Middeleeuwen,
+<i xml:lang="de">Gottfried von Strassburg</i>,&mdash;dus uit het meest verfranste deel van
+Duitsland&mdash;werd de invloed van de Franse ridderromantiek zo goed als
+kompleet. Hier stelt de schrijver zich niet tevreden met een nabootsing
+van uiterlikheden als van een scholier gelijk in Hartmann, of met een
+<span xml:lang="fr">barok alliage</span> van vreemde en eigen stof als bij Wolfram; de &bdquo;Tristan en
+Isolde&rdquo; van Gottfried sloot zich zoals wij reeds gezien hebben, innig
+aan het Franse gedicht aan, maar werkte zelfstandig op die stof voort,
+welke op zoveel krachten in Frankrijk beslag had gelegd, en wel
+hoofdzakelik in dezelfde richting. Zijn gedicht over Tristan betekent de
+hoogste kunstmatige afronding die de stof in de middeleeuwen ten deel
+gevallen is, en daarom is het dat wij die reeds vroeger hier behandeld
+hebben als een schakel,&mdash;de laatste&mdash;in de keten der Franse bewerkingen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="312"></span><a id="p_312"></a></p>
+
+<p>Enkele van de fouten die de Duitse vertalingen van Hartmann
+aankleefden, vindt men ook wel bij Gottfried. Het breedsprakige
+uitrekken van elke trek in het origineel, het pedante de ander steeds
+trachten te overtreffen in sierlikheid en ceremonieel, als wanneer de
+<span xml:lang="fr">précieuses</span> der provincie die der hoofdstad naäpen&mdash;het spitsvondige
+spelen met allegorieën en de schoolmeesterachtige moralisaties. Waar hij
+er maar gelegenheid toe vindt&mdash;zelfs ook waar die er eigelik niet
+is&mdash;geeft de schrijver ons een hele cursus in de kunst om het wild toe
+te bereiden of een uitvoerige allegoriese verklaring van de &bdquo;deugden&rdquo;
+waar Tristan's ridderkleed uit is samengeweven; en wanneer de blikken
+van Isolde alles in de zaal &bdquo;schaak zetten&rdquo; of Tristan's hart verzegeld
+wordt met &bdquo;de zegel der liefde&rdquo;, dan herkennen wij de Duitser en zien
+hoe zwaar op de hand die worden kan, wanneer hij aan Frans &bdquo;<span xml:lang="fr">esprit</span>&rdquo; wil
+gaan meedoen. Niet minder Duits is daarentegen het lyriese smachten en
+de romantiese fantasie die zulk een glans werpt over de Tristan van
+Gottfried. Zijn taal kan soms een hele symboliese gevoelskleur krijgen,
+als hij van woorden spreekt die door het oor klinken en in het harte
+lachen of die het hart verkwikkende schaduw brengen als het
+sappig-groene lindenblad. De natuurromantiek die zijn schildering van
+Tristan en Isolde's bosleven bezielt, bezit een eigenaardig Germaans
+karakter. Het doet sterk aan <span xml:lang="de">Heine</span> denken waar Gottfried &bdquo;<span xml:lang="de">diu senfte
+süeze sumerzît</span>&rdquo; verheerlikt die &bdquo;zo zoet&rdquo; de weide heeft versierd; het
+groene gras, &bdquo;de vriend van de Meimaand&rdquo; dat zulk een &bdquo;<span xml:lang="de">wunneclîchiu
+sumerkleit</span>&rdquo; aan had getrokken, de schitterende bloemen die de mensen &bdquo;<span xml:lang="de">sô
+rehte suoze lachende</span>&rdquo; aankeken en &bdquo;de zalige nachtegaal&rdquo; die met zulk
+een overstromende vreugde (&bdquo;<span xml:lang="de">übermüete</span>&rdquo;) zijn trillers sloeg dat alle
+harten er van verrukt werden. Een verfijnd genot in muziekale schoonheid
+is ook overal in het gedicht op te merken. Wij horen een en ander over
+Tristan's kunst om op de hoorn te blazen en wanneer hij op de harp
+speelt, vertelt de dichter niet alleen welke prachtige zoete tonen hij
+te voorschijn wist te lokken, maar ook hoe zeer het tokkelen zijn
+zachte, slanke, lange hermelijn-witte vingers uit deed komen.</p>
+
+<p>Een smachtend lyriese toon klinkt er vooral door de minne-poëzie van
+Gottfried; dat is reeds de echte Duitse &bdquo;<span xml:lang="de">Ueberschwänglichkeit</span>&rdquo;. De held
+is een &bdquo;vreugde verspreidende zon&rdquo;, een &bdquo;<span xml:lang="de">Werltwunne</span>&rdquo;, hij leeft slechts
+in zijn rijke gevoelsleven, &bdquo;zweeft in de lucht zijns harten&rdquo;, op alle
+praktiese verstandsredenen en nuttigheidsgronden ziet hij met verachting
+neer, en<span class="pagenum" title="313"></span><a id="p_313"></a> dat hij in zijn jongensjaren wat school- en boekenwijsheid
+geleerd heeft, vindt hij eigelik zonde en jammer, een ingrijpen in de
+vrijheid van de dweepzieke jongeling, een verdorren van de bloei zijner
+vreugde. Met extase schildert de dichter de zaligheid der liefde wanneer
+hij zijn &bdquo;<span xml:lang="de">kaiserlîches wîp</span>&rdquo; omhelst en haar mond &bdquo;honderdduizend maal&rdquo;
+kust,&mdash;op een zeker ogenblik krijgen we een hele hymne aan de liefde;
+als ik aan de liefde denk&mdash;zegt hij&mdash;ofschoon ik dat geluk nog maar
+weinig ken, dan zwelt mijn hart op en alles in mij verlangt dan naar
+iets hoogs, iets boven de wolken. Maar sentimenteel weet hij van 't
+begin tot het einde de tonen van de smart en de dood in de liefdemuziek
+in te leggen. De liefde is een religie, voor de liefde is alles
+veroorloofd, alle wetten moeten voor de liefde wijken, zelfs Kristus kan
+de ware liefde heel gemakkelik naar haar hand zetten. Maar de enige
+inwijding in de liefde, de noodzakelike prijs er voor is lijden en het
+lijden is de grootste waarde. Daarom wendt zijn gedicht zich niet tot de
+velen die alleen vreugde vragen en genot; alleen tot die uitverkorenen
+die &bdquo;<span xml:lang="de">diu senfte herzesmerzen</span>&rdquo; kennen, tot &bdquo;<span xml:lang="de">den edelen senedæren</span>&rdquo;, de
+edele verlangende gemoederen die het zoete van de liefde kennen, alleen
+tot troost voor <i>hen</i> en om een ogenblik slechts de zware smart van hen
+af te wentelen, vertelt hij van Tristan,&mdash;van hem wien het gegeven was
+in volle mate twee dingen te bereiken: lijden en geluk. Hier zijn wij
+bij de Tristan en Isolde-romantiek van Wagner.</p>
+
+<p><span xml:lang="de">Gottfried von Strassburg</span> is de bloem der ridderlike kultuur in
+Duitsland. Een natuur vatbaar voor ontwikkeling en die het in zich had
+om wat hij doen moest, ook harmonies af te maken,&mdash;zoals Raphael en
+Racine dat voor hun tijd waren&mdash;geen baanbrekende vernieuwer, geen
+&bdquo;oer-eigen origineel genie&rdquo; als Wolfram, wiens gehele persoonlikheid
+Gottfried een afschuw was en de enige tegen wie de Straatsburger zich
+kwaadaardig toont,&mdash;maar goed belezen in de klassieken, volkomen thuis
+in 't Frans,&mdash;hij is de enige dier Duitsers die geen vertaalfouten
+maakt,&mdash;met een levend poëties gevoel, een fijne aestetiese smaak, een
+plooibaar en volkomen artistiek gevoel voor vormen; tegelijk een man van
+de wereld, volkomen thuis in de hogere ridderkringen, met een aangeboren
+zin voor de hofkultuur en de uiterlike kentekenen er van,&mdash;een fijne
+nobele natuur, een echt gevoelig mens. Zijn gedicht van Tristan
+openbaart meer dan eens meer goedheid des harten en meer geweten dan de
+Franse bewerkingen van de stof.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="314"></span><a id="p_314"></a></p>
+
+<p>Met Gottfried is de Duitse ridderromantiek even hoog gestegen als de
+Franse en zijn volgelingen overtreffen hem even min als die van
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> van <span xml:lang="fr">Troyes</span> deze laatste.</p>
+
+<h2><a id="XX"></a>XX.</h2>
+
+<p class="subh2">IDEAAL HUMANISME.</p>
+
+<p>In haar korte bloeitijd die in het einde van de 12<sup>de</sup> en het grootste
+deel van de 13<sup>de</sup> eeuw valt, ontvouwt de ridderromantiek zich op haar
+hoogste punt tot wat men zou kunnen noemen een soort ideaal humanisme.</p>
+
+<p>De hele kultuur van de middeleeuwen komt in het Frankrijk van Philips
+Augustus en Lodewijk de Heilige en het Duitsland der laatste
+<span xml:lang="de">Hohenstaufen</span> tot een korte harmonie in een edele en schone
+menselikheid,&mdash;een classiciteit zo goed als die der Grieken en Romeinen.
+Alles wat er van de kunst dier dagen tot ons gekomen is, draagt die
+stempel. De Gotiese katedralen van de Rijnstreken en Noord-Frankrijk met
+hun lichte gewelfde, feestelik stemmende ruimten, de slanke pijlers en
+bogen, het kleurrijke stralende licht door ruiten en rosetten. De schone
+glasmozaieken der kerken van Tours en Bourges met de reine diepe
+kleuren, de eenvoudige, duidelike omtrekken der figuren en de hele
+ideale klassieke stijl die wat te vertellen heeft, dezelfde die wij in
+de edele eenvoudige miniaturen van de zogenaamde Bijbel van Lodewijk de
+Heilige terugvinden. De Madonnabeelden en die der Apostelen op de
+kerkfaçaden van Rheims en Amiens, de reliefbeelden van de dood van Maria
+op de Notre-Dame te Parijs of de Dom van Straatsburg,&mdash;afbeeldingen van
+de mens van een even vrije natuurlikheid en hoge adel als die van de
+klassieken. Of &bdquo;de heilige kapel&rdquo; te Parijs met het feestelik fijne
+samenspel van licht en kleuren, ruimte en lijnen en met de reine en
+nobele ornamentiek der muren. In het museum van <span xml:lang="fr">Cluny</span> te Parijs of het
+&bdquo;<span xml:lang="de">Germanisches Museum</span>&rdquo; te Neurenberg getuigen kleine voorwerpen&mdash;een
+ivoren kam, een kandelaar, een muurtapijt&mdash;van de edele en fijne
+schoonheidskultuur der 13<sup>de</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Op dezelfde wijze wordt de ridderromantiek op haar hoogste punt slechts
+tot een geïdealiseerde uitdrukking van de edele en fijne menselikheid
+die in de eerste kultuurcentra van die dagen te voorschijn kwam. Vele
+romans en korte ridderlike berijmde<span class="pagenum" title="315"></span><a id="p_315"></a> novellen laten nu meer en meer de
+wonderbaarlike producten der fantasie vallen die de ridderromantiek uit
+Keltiese en Oosterse bronnen ontleend had en de kinderachtige
+avontuurtjes die ze van de Griekse romans geleend hadden; ook de
+geaffekteerde, overspannen troubadourpoëzie geven ze op, zowel als de
+zoetige sentimentaliteit der Bretonse romans en hun andere
+extravagances,&mdash;feitelik ontdoen ze zich van alles wat spesiaal
+ridderromantiek was en worden zo tot heel natuurlike, menselike,
+verhalen uit het leven der Franse en Duitse edelen, een ideale
+afspiegeling van de werkelike kultuur der hoge kringen en een
+interpretatie van de fijne gevoelige menselikheid die het leven in de
+beste ogenblikken kon verwerkeliken. En in een reeks leerdichten worden
+geformuleerd, niet langer gelijk vroeger, de voorschriften der
+geestelike paedagogen, hoe men de &bdquo;fijne wereld&rdquo; opvoeden moet, maar
+omgekeerd, regels voor goede manieren, opgesteld door die zelfde
+geesteliken tengevolge van wat ze zelf in die kringen hadden kunnen
+opmerken en leren.</p>
+
+<p>Die &bdquo;kringen&rdquo;,&mdash;dat zijn de uitverkorene edelen,&mdash;over die alleen is het
+de moeite waard te spreken: een dode edelman is meer waard, heet het,
+dan een levende burger. En het enige leven waar men iets aan heeft is
+dan ook dat in die kringen; men moet &bdquo;<span xml:lang="de">sich gesellen</span>&rdquo;, anders wordt men
+&bdquo;<span xml:lang="fr">sauvage</span>&rdquo;,&mdash;&bdquo;ongemanierd&rdquo;, zoals Parzival of Iwein dit werden in de
+eenzaamheid van het bos. Een hogere stand die slechts leeft voor een
+luxe, leven van vrije, schone, fijne menselikheid,&mdash;een &bdquo;liberaal&rdquo; leven
+in tegenstelling dat der &bdquo;<span xml:lang="fr">illiberale</span>&rdquo; werkers, der <i xml:lang="fr">banausoi</i>,&mdash;dat is
+de ridderwereld, gelijk de Griekse aristocratie van de
+&bdquo;edelvoortreffeliken&rdquo;&mdash;de &bdquo;kalokagathoi&rdquo;&mdash;dat was. &bdquo;<span xml:lang="fr">Le vilain</span>&rdquo;&mdash;zo leert
+een riddergedicht&mdash;leeft alleen maar om te zwoegen en te sparen, te
+pruttelen en te schelden,&mdash;hij spreekt niet en hij zingt niet, als de
+hond die slechts bijt; hij voelt niets voor bloemen en vogels, en alles
+wat schoon is en schittert, ergert hem alleen maar, zijn hele leven is
+één wanklank in de harmonie des hemels,&mdash;Gods vrolike, gelukkige engelen
+hebben niets met zulk een grove plebejer uit te staan. De &bdquo;edelgeborene&rdquo;
+daarentegen, die God zelf met zijn schone handen uit een edeler
+natuurstof gevormd heeft en die ook verder een goede opvoeding in
+gezelschap van nette mensen gehad heeft, die leeft alleen maar voor
+alles wat schoon is en edel en goed.</p>
+
+<p>Waar men in de eerste plaats voor leeft, is om de schoonheid van het
+leven te genieten en het nog schoner te maken. De<span class="pagenum" title="316"></span><a id="p_316"></a> natuur werpt men een
+vriendelike blik toe, maar verder niet. Meest is het nog in tuinen en
+parken dat men de natuur liefheeft,&mdash;men bezingt de roos als het
+zinnebeeld van het liefdegenot, het madeliefje van de trouw; in de
+Duitse liederen is de linde de boom van de zomer en de liefde. Onder de
+vogels zijn de meest geliefden de nachtegaal van Marie de France, de
+leeuwerik van Bernard de Ventadour en de zwaluw die een lok van Isolde's
+gulden haren uit Ierland haalde. Maar ook het jachtleven opent de ridder
+het oog voor de natuur: men vindt b.v. een beschrijving van de
+dauw-natte morgenstond, de slaperige middagstilte in het diepe groene
+bos, de slanke ree, het enorme wilde zwijn en de roofvogels in de toppen
+der bomen. De reiger en de valk&mdash;&bdquo;<span xml:lang="en">the gentil faucon</span>&rdquo; noemt Chaucer
+hem&mdash;is de lievelingsvogel van de ridders zowel als de dames. &bdquo;Die vogel
+doet mij 't harte goed&rdquo;, heet het in een gedicht ter ere van de valk,
+&bdquo;als ik die op mijn hand zie zitten, zacht en hoofs, of wanneer die zo
+&bdquo;edel&rdquo; vliegt; alleen daarom sta ik gaarne 's morgens vroeg op.&rdquo; En de
+borst van een valk,&mdash;zwelt die niet even schoon als een vrouwenboezem?
+En kan de blik van een schone vrouw stralender zijn dan die van de
+ridderlike jachtvogel? Menig ridder twijfelt of hij meer van zijn valk
+houdt of van zijn dame en er lopen verhalen hoe een dame uit jaloesie de
+valk van haar ridder de nek omdraait of hoe de arme ridder bij de
+ontvangst van zijn dame genoodzaakt wordt haar het allerzwaarste offer
+te brengen: zijn valk te doden en haar die bij de maaltijd voor te
+zetten. Of een page die in een alleraardigste kleine vertelling door
+liefde verkwijnt voor de echtgenote van zijn meester; zij heeft vergeefs
+getracht hem weer moed in te spreken, en wanneer haar man dan vraagt wat
+er eigelik bij hem aan scheelt, begint de dame aan het ziekbed van de
+jongeling en tot diens grote schrik, te vertellen hoe de knaap haar
+aldoor achtervolgd heeft en gesmeekt om... zijn meesters lievelingsvalk,
+maar dat zij die toch niet heeft durven geven. Maar de ridder verklaart
+dat hij hem liever al de valken zal geven die hij bezit, dan hem zo van
+ellende te zien verteren en nu belooft de meesteres de zieke dat hij dus
+de valk krijgen zal waar hij zo naar gezucht heeft.</p>
+
+<p>Meer dan de natuur is het 't hofleven op de burcht dat de ridderkultuur
+schoner tracht te maken en dat de ridderromans verheerliken. Een
+eenvoudige, fijne smaak heeft nu in het leven zowel als in de romans die
+massa van bonte Oosterse pracht vervangen die b.v. de Troja-romans bij
+hunne beschrijvingen op<span class="pagenum" title="317"></span><a id="p_317"></a> elkaar stapelden; maar feestelik en schitterend
+ziet zoo'n slot er toch uit. De muren blauw met gouden sterren of met
+tafrelen versierd of wel hele schilderingen met voorstellingen naar de
+ridderromans; ook in de muurtapijten zijn zulke scènes uit die boeken
+geborduurd. De vloer is van groen marmer &bdquo;als een weide met gras&rdquo; of
+grote lemen platen met bloemdekoraties of wapenschilden er in gebeiteld.
+Op deuren en zolderingen zijn dieren of bloemen uitgesneden; kunstig
+smids-werk; weinig maar smaakvol versierde ligbanken en taboeretten;
+vele kleuren en een sierlike rijkdom van détails, maar zuiver en deftig
+van smaak.</p>
+
+<p>Een deftige smaak vertoont zich ook in de klederdrachten der ridders en
+der dames in de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw, waardoor ze ook sterk
+verschilden van de barbaarse tijd der roofridders en van de
+geraffineerde extravagance der 14<sup>de</sup> eeuw. Een lange mantel van donker
+purper met gouden sterren er op, werd om het lijf door een zijden koord
+samengebonden en van boven door een gouden gesp; de voering van
+hermelijn met zwarte sterren, om de open hals sabelbont, op het haar een
+krans van bloemen, aan welks kant twee geëmailleerde gouden gespen aan
+zijn gebracht,&mdash;zo ziet de heldin bij <span xml:lang="fr">Chrestien</span> er in haar bruidstooi
+uit. Zorgvuldig worden de kleuren van dat gewaad zo uitgezocht dat ze
+niet vloeken en dat ze bij de teint en de kleur van het haar passen, met
+dezelfde zin voor schoonheid als bij het draperen van de beelden wordt
+er voor gezorgd,&mdash;voor zover we uit de beschrijvingen der romans op
+kunnen maken&mdash;dat de kledij goed in de vouwen valt en er wordt
+voortdurend op gewezen dat hoe mooier het meisje is, des te eenvoudiger
+moet de klederdracht zijn. Met zéér geringe afwijkingen wordt hetzelfde
+kleed en mantel door man en vrouw gedragen, door jong zowel als oud,
+gelijk ook de gladgeschoren baard het verschil tussen leeftijd en
+geslacht uitwist, de dracht waarmede men in het openbaar verschijnt,
+maakt allen als 't kan slechts tot mensen, alleen de stof en de snit
+laat diskreet de waardigheid en de leeftijd doorschijnen, de gratie van
+de vrouw en de lichte elegantie van de jongeling. Ook in de wapenrusting
+en wat de man verder voor de oorlog nodig heeft,&mdash;wat men b.v. op de
+zegels uit die tijd goed kan bestuderen&mdash;openbaart zich een zuiverheid
+en een adel van smaak die zowel de tijd die er aan vooraf gaat als die
+welke er na komt, zeer in dit opzicht overtreft.</p>
+
+<p>De vormen der samenleving worden ook schoner en edeler,&mdash;van de pedant
+aangeleerde regelen voor goede manieren die men<span class="pagenum" title="318"></span><a id="p_318"></a> uit het buitenland en
+van de geesteliken ontvangen had, worden ze nu tot een werkelike
+wellevendheid, gedragen door takt en fijngevoelige vriendelikheid.
+&bdquo;<span xml:lang="es">Cortezia</span>&rdquo;&mdash;zegt een ridder uit Provence&mdash;&bdquo;bestaat dáárin dat men zich
+door woord en optreden bemind weet te maken, en hoofs is hij die weet te
+doen wat anderen aangenaam is; hoofsheid vertoont zich in klederdracht
+en vriendelike tegemoetkoming, in het onthaal en in liefde.&rdquo; De Duitse
+woorden &bdquo;<span xml:lang="de">Tugend</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">gezogentlich</span>&rdquo; slaan op uiterlike zowel als
+innerlike eigenschappen. &bdquo;Iemand die op hoofse wijze een ander een beker
+aan kan bieden,&rdquo; zegt een moralist, &bdquo;en zijn handen houdt zoals het
+hoort, van zo iemand zeggen de mensen dadelik: &bdquo;wat een welopgevoede
+knaap is dat toch, die is zeker deugdzaam, zie eens hoe deugdzaam hij
+zich gedraagt&rdquo;.<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> En een Duits boekje over &bdquo;tafelmanieren&rdquo; zegt:
+&bdquo;Verloren is geen opgevoed man, heb ik wel horen zeggen, nooit kan een
+onopgevoede een plaats in de hemel verkrijgen.&rdquo; Nu komt het er niet
+alleen op aan om &bdquo;wel bedankt&rdquo; te zeggen of &bdquo;Goeden-dag&rdquo;, of zijn mond
+goed af te drogen, neen, men moet zich nu netjes houden en rechtop lopen
+&bdquo;als een waskaars&rdquo; of &bdquo;als een jonge scheut op een tak&rdquo;&mdash;en daarvoor
+zijn schermoefeningen goed, heet het,&mdash;en men moet de conversatie goed
+gaande weten te houden&mdash;in de romans vindt men menig gesprek tussen gast
+en gastheer waarin die elkaar in beleefdheidsfrases trachten te
+overtreffen&mdash;en men moet zich licht en bevallig weten te bewegen en zich
+fijn en netjes gedragen. Het is duidelik dat de omgangsvormen bepaald
+werden door hetzelfde tegen elkaar doen opwegen van een conventionele
+vormelikheid en de natuurlijke vrijheid die bijvoorbeeld ook de figuren
+kenmerkt op miniaturen en ivoorwerk. De houding, gestes en andere
+bewegingen hebben nog een traditionele betekenis om het gesproken woord
+kracht bij te zetten en te illustreren, even simbolies ongeveer als bij
+de oude rechtspleging: door de vinger op te heffen maakt men op iets
+opmerkzaam, in diepe gedachten steunt men zijn kin op de hand, en dat
+twee goede vrienden elkaar omhelzen wanneer ze elkaar ergens ontmoeten
+en samen in een vensternis gaan zitten praten, hoorde evengoed tot de
+overgeleverde &bdquo;goede toon&rdquo; als dat een rechter op zijn rechterstoel
+zitten moest als een &bdquo;<span xml:lang="de">grisgrimmender löwe</span>&rdquo; en met <ins class="corr" id="corr46" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>de rechtervoet
+over de linker geworpen.&rdquo;</p>
+
+<p>Een samengaan van &bdquo;<span xml:lang="de">Tucht</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Gemeite</span>&rdquo;, d. w. z. van eerbare tucht en
+opgewekte vriendelikheid is het ideaal voor de verschijning in 't
+publiek. Te hard lachen en te hard schreeuwen als men<span class="pagenum" title="319"></span><a id="p_319"></a> klaagt is al even
+ongepast; een vrouw moet met half open mond lachen, en al is ze ook nog
+zo zeer onder de indruk van het een of ander, moet ze toch goed oppassen
+dat haar hoofdtooi netjes blijft zitten,&mdash;als Walther klaagt dat de
+wereld in de war is, drukt hij dit zo uit: &bdquo;Wee, u, wereld, wat zit uw
+hoofddoek tegenwoordig slecht!&rdquo;&mdash;zacht en licht moet de vrouw
+voortzweven (&bdquo;<span xml:lang="de">schleichen</span>&rdquo;), liefst met een zekere gratieuse zwaai
+(&bdquo;<span xml:lang="de">swanc</span>&rdquo;); het hoofd ietwat op zij&mdash;zoals men dat op de Mariabeelden kan
+zien; en de ene kant van haar kleed moet zij op een bepaalde wijze
+opnemen. Zij mag niet te veel rondgluren maar een zekere schuchtere,
+half nieuwsgierige blik past een jong meisje wel, zegt Walther. Een
+voorbeeld van menselike &bdquo;<span xml:lang="de">Tucht</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="de">Gemeite</span>&rdquo; is de manier waarop Isolde
+en haar moeder, de koningin, de zaal binnentreden in de koningsburcht,
+zoals Gottfried dit schildert. Slank als een den is de prinses, haar
+bruine fluwelen kleed is om het middel vastgesnoerd en voegt zich lenig
+om de lichaamsvormen, met haar linkerhand houdt ze een paarlen snoer
+vast dat de mantel op haar borst vast bindt, zo dat ze volgens de hoofse
+zeden die met twee vingers samenhoudt; bevallig &bdquo;zweeft&rdquo; ze nu met haar
+moeder naar binnen, men volgt hen met de ogen en langzaam en gelijk op
+doorlopen de blikken der twee vorstinnen de zaal, zo dat elk der
+aanwezigen een blik krijgt en in aller harten brengen ze onrust; de
+moeder begroet de anderen met een woord, de dochter, zo als het past,
+buigt zwijgend.</p>
+
+<p>Steeds fijner worden de wenken die Provençaalse en Franse didaktiese
+gedichten de dames geven voor hun optreden in de wereld&mdash;&bdquo;Het hof der
+Liefde&rdquo;,&mdash;&bdquo;De God der Liefde&rdquo;,<ins class="corr" id="corr47" title="Bron: &nbsp;">&mdash;</ins>&bdquo;De Sleutel der Liefde&rdquo;,&mdash;&bdquo;De
+Kunst der Liefde&rdquo; en wat die alle heten,&mdash;de Liefde wordt nl. altijd
+beschouwd als de bloem van het wereldse &bdquo;<span xml:lang="fr">Savoir-vivre</span>&rdquo;. Dergelijke
+leerdichten bewerkte een halfduitse geestelike in Italië in Duitse
+verzen en zond die naar zijn land onder de titel &bdquo;De Walse Gast&rdquo;,&mdash;en
+kort daarop volgde een &bdquo;<span xml:lang="de">Winsbecker</span>&rdquo; en een &bdquo;<span xml:lang="de">Winsbeckerin</span>&rdquo; met <i>hun</i>
+raad. Een geslacht later was er een notaris uit Florence die aan Franse
+hoven verwijld had en die, toen hij thuis gekomen was, een leerdicht
+schreef om zijn vrouwelike landgenoten Franse manieren te leren. En nu
+zijn het niet meer zo als vroeger elementaire regels die ze daar te
+lezen krijgen: wanneer ze zich verschonen moeten en dergelijke
+dingen&mdash;ofschoon &bdquo;er zijn dames die geloven dat reinheid een teken van
+losse zeden is&rdquo;&mdash;hij schrijft vooral over<span class="pagenum" title="320"></span><a id="p_320"></a> de kunst om maatschappelike
+talenten te vormen. De dame moet leren zingen en als zij een aangename
+stem heeft, moet zij zich niet laten bidden, maar gewillig een lied ten
+beste geven; ten dans moet zij gaan &bdquo;<span xml:lang="fr">à petit pas, simple et mollet</span>&rdquo;, zij
+moet kunnen schaken en de teerlingbak spelen, waarbij het er minder voor
+haar op aan komt goed, dan wel met gratie te spelen en zij mag voor al
+niet boos worden als zij verliest,&mdash;de vrouw die boos wordt en dat in
+woorden toont, verdient de naam van &bdquo;<span xml:lang="fr">dame</span>&rdquo; niet. Vooral moet zij de
+kunst verstaan van een gesprek te voeren, &bdquo;<span xml:lang="fr">car nul chose tant
+n'afole&mdash;coeur d'homme que douce parole</span>&rdquo;, zij moet, gelijk een
+Zuid-frans gedicht het fijn uitdrukt, zo kunnen spreken, zo kunnen
+converseren dat de ander bij zijn afscheid, de indruk meeneemt dat hij
+geestig geweest is, zelfs al is hij niet meer dan een dwaas, en zij moet
+een gesprek dat haar mishaagt af kunnen breken of het een andere draai
+te geven, zonder iemand te stoten; dan kan zij hem b.v. vragen of hij de
+vrouwen uit Gascogne of die uit Engeland schoner vindt en welke opinie
+hij dan ook heeft, kan zij het tegenovergestelde beweren om zo een
+dispuut aan de gang te krijgen. Zeer fijne regels worden er b.v. ook
+gegeven over de kwestie hoe een bruid zich gedragen moet. Bij het
+wisselen van de ringen moet zij terughoudend zijn, bijna angstig, haar
+hand niet al te gretig naar de ring uitsteken en slechts met een zachte
+stem &bdquo;ja&rdquo; zeggen. Het is ook verstandig als zij thuis reeds iets eet, zo
+dat zij bij de huweliksmaaltijd zich meer in kan houden, en wanneer zij
+het vertrek binnenkomt waar de bruidegom is, moet zij eerst doen alsof
+zij hem niet ziet, dat is echt &bdquo;hoofs&rdquo;.</p>
+
+<p>Opgewektheid, vriendelikheid, zachtheid, dat is voor de man zo wel als
+voor de vrouw de hoofdzaak bij de omgang; het is er de kultuur dier
+dagen dan ook altijd om te doen, ruwheid en brutaliteit te onderdrukken.
+De Tristan van Gottfried is de verpersoonliking van de vriendelikheid;
+wij lezen van hem dat hij graag een ieder op zijn handen wil dragen en
+voor allen tracht te leven, &bdquo;wat iemand uit het gezelschap ook maar
+voorsloeg was hij dadelik bereid te doen.&rdquo; Ook <span xml:lang="fr">Aucassin</span> is de
+beminnelikheid zelf; door zijn zachtmoedigheid en hoofsheid ontwapent de
+jonge edelknaap volkomen de lompe kolenbranders en herders die hem
+onbeschoft aan hebben gesproken. Een zoetige liefheid hoort tot de goede
+toon tussen ridders en hun dames: &bdquo;Schone Heer&rdquo;,&mdash;&bdquo;Schone
+Dame&rdquo;,&mdash;&bdquo;Lieve, zoete vriend&rdquo;,&mdash;&bdquo;God zegene U&rdquo;, en kussen en een
+omhelzing horen tot de omgangs<span class="pagenum" title="321"></span><a id="p_321"></a>vormen, evenals er in de brievenstijl
+allerlei sierlike wendingen en zwierige zwaaien voorkomen die in de
+&bdquo;brievenboeken&rdquo; aangegeven zijn.</p>
+
+<p>Een vrolik &bdquo;leven en laten leven&rdquo; hoort verder tot de &bdquo;liberale&rdquo;
+ridderlike opvattingen. Al wat treurig is en ruw, wordt glad gemaakt, al
+wat somber is en donker wordt verlicht en verzacht in deze adelswereld
+van spel en schoonheid. Ouderdom en dood is iets waar de ridderpoëzie
+maar zo min mogelik over denkt; de dood die zulk een tragiese pathos in
+de oude heldenpoëzie gebracht had, komt hier bijna niet voor, en de
+eerbied waarmede de ouderdom daar ginds omstraald werd is hier
+verdwenen&mdash;het is b.v. bepaald vermakelik te zien hoe ongepast in de
+Parzival van Wolfram de oude moeder van koning Arthur behandeld wordt en
+terzijde gezet, voor de jongere dames. Schoonheid, jeugd en vreugde
+moeten regeren. Hoog en rijk moet er geleefd worden,&mdash;alle sparen en
+alle zuinigheid maakt de geest bekrompen en zet &bdquo;banausties&rdquo; stof op de
+vingers. Men moet &bdquo;gast-ere&rdquo; aan den dag leggen zowel als &bdquo;hus-ere&rdquo;,&mdash;d.
+w. z. milddadigheid en gastvrijheid bij feestelike gelegenheden tonen,
+en zelf een gepaste weelde in zijn huishouding ten toon spreiden. En het
+is niet langer genoeg vrijgevig te zijn, men mag een echte
+welwillendheid en fijngevoeligheid eisen in de manier <i>waarop</i> men
+geeft. Van een edele vorstin lezen wij: zij heeft er meer door fraaie
+woorden gewonnen, dan anderen door grote gaven, en zo vriendelik geeft
+zij haar geschenk dat dit voor dubbele gave telt. En omgekeerd worden
+die gastheren gelaakt, die over niets met hun gasten spreken dan over de
+slechte tijden en hoe weinig er te verdienen valt, zodat de gasten het
+niet anders dan bezwaarlik moeten vinden zich zo te laten onthalen.</p>
+
+<p>&bdquo;<span xml:lang="fr">Les vilains</span>&rdquo;,&mdash;dat zijn de gemelike knorrepotten die altijd in de
+contramine zijn, en die noch zelf willen leven noch anderen laten leven.
+Maar God is met de opgewekten en welwilligen, &bdquo;<span xml:lang="fr">les courtois</span>&rdquo;; hij zelf
+en zijn engelen zijn schoner en opgewekter dan alle anderen en hij heeft
+alle jonge paren en alle vrouwen lief. Hoe graag zou hij b.v. niet
+<span xml:lang="fr">Nicolette</span> daarboven in den hemel bij zich gehad hebben<ins class="corr" id="corr48" title="Bron: .">,</ins> &bdquo;om in
+den avondstond als een licht voor hem te schijnen&rdquo;! En jonkvrouw
+Maria&mdash;men merke maar op hoe schoon en liefderijk zij er uit ziet, die
+zal zeker de jonge ridderknaap niet weigeren wat hij zo graag zou
+wensen. Als schitterende feestzalen schijnen de Gotiese kerken. &bdquo;Het oog
+weet niet waarheen het 't eerst de blik zal wenden. De zoldering is<span class="pagenum" title="322"></span><a id="p_322"></a>
+groen als een tapijt, de muren verbeelden het paradijs, de vensters
+wekken bewondering door de schone kleuren van het glas en het rijk
+versierde werk... Het is alsof men naar de hemel verplaatst is en zich
+in een der schoonste zalen van het paradijs bevindt.&rdquo; Hier, bij het
+heldere schijnsel der waskaarsen en het schone misgezang der
+geesteliken, wordt de ziel tot liefde gestemd en hier heeft men
+gelegenheid de schonen te zien, die iemand een glimlach of een knik
+geven of in het geheim de hand drukken en de zeer gewillige biechtvader
+heeft er niets op tegen de smeekbeden van de minnaars te verhoren, of de
+geliefden samen te brengen ten spijt van boze ouders of brutale
+echtgenoten.</p>
+
+<p>Alle goede, zachte gevoelens van menselike simpatie zijn het die de
+ridderlike hofkultuur ontwikkelen wil, en die de ridder-romantiek
+verheerlikt. De wapenen zijn niet minder geëerd dan vroeger, de roeping
+van de ridder is &bdquo;<span xml:lang="de">Schiltes Ambt</span>&rdquo; en het is het schild dat hem verplicht
+zijn eer onbevlekt te houden; wil men in teugelloosheid leven en zijn
+schild met oneer bevlekken, dan doet men beter het maar aan de wand te
+laten hangen. Maar wat de ridder op den weg der eer zal vergezellen dat
+is, lezen wij: &bdquo;de gedachte aan een reine vrouw.&rdquo; En korter en korter
+worden in de schoonste riddergedichten de beschrijvingen van de strijd,
+meer en meer idealiseert de ridderromantiek zich tot hetzelfde schone,
+gevoelvolle humanisme waar het kristendom zich in de Gotiese beeldende
+kunst en de Marialegenden der 13<sup>de</sup> eeuw in omzet. In werkelikheid is
+ook die bloem der ridderkultuur ontsproten uit de sentimentaliteit der
+kristelike legenden zowel als uit de zoetige humaniteit van Ovidius en
+de Griekse romans en uit de vrouwen-atmosfeer van het maatschappelike
+hofleven.</p>
+
+<p>In de heldenpoëzie hadden de personen er zich op beroemd wanneer zij een
+hart hadden als een steen zo hard en als een noot zo klein. In een
+asceties gedicht uit de 12<sup>de</sup> eeuw klaagde een monnik over zijn
+oproerig gek hart dat nooit de ziel met rust laat; het is niet 't
+lichaam maar het hart dat de zonde veroorzaakt, en nu had hij zelf,
+ongelukkig voor zijn zielsrust, een hart gekregen dat groot genoeg was
+voor duizend mensen. Maar nu berispt de ridderlike dichter hem, die &bdquo;een
+hart van hout heeft&rdquo;. Het hart is het lievelingetje dier dagen geworden,
+naar welks bewegingen men luistert, naar welks welzijn men steeds
+informeert, en waar men trots op is als men het zijne groter, zachter,
+rijker noemen kan dan dat van anderen en welks bevelen men zonder
+aarzelen opvolgt. &bdquo;<span xml:lang="fr">Pitié</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Gentilesse</span>&rdquo; zijn in het Frans, &bdquo;<span xml:lang="de">Güte</span><span class="pagenum" title="323"></span><a id="p_323"></a>&rdquo; in
+'t Duits de termen voor de zachtheid en de ontvankelikheid voor simpatie
+van het hart en de woorden die Chaucer meer dan eens herhaalt: &bdquo;<span xml:lang="en">Pity
+renneth sone in gentil heart</span>&rdquo; kon het motto zijn van de ridderpoëzie.</p>
+
+<p>Het zijn alle vormen van &bdquo;<span xml:lang="de">Güte</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">Pitié</span>&rdquo; die de Duitse en Franse
+vertellingen van de 13<sup>de</sup> eeuw verheerliken. De roerende trouw van een
+oude dienaar jegens zijn ridder die tot armoede vervallen is (<span xml:lang="de">Der Junker
+und der treue Heinrich</span>, vgl. Flore en Jehanne); opofferende vriendschap,
+(Engelhart); de leenman van keizer Otto die in een rijksakte verbannen
+verklaard is, maar gelegenheid vindt om het leven van zijn leenheer te
+redden en zich met hem verzoent (<span xml:lang="de">Otto mit dem Barte</span>); de onschuldig
+aangeklaagde prinses voor wie geen ridder in het perk durft te treden
+tegen de machtige aanklager, totdat op het beslissende ogenblik een
+Arthur of Graalridder als redder op het toneel komt en de beschuldiger
+nederslaat (het allerschoonst in de Lohengrin). Maar in de eerste plaats
+is het toch de min in alle soorten en graden waar de romans en
+vertellingen over handelen; de liefde is de bloem van het ridderleven en
+de gehele edele menselikheid.</p>
+
+<p>Denk b.v. aan dat heel kleine meisje dat Gawein bij een toernooi tot
+zijn dame gemaakt heeft, opdat zij evengoed een ridder hebben zou als
+haar oudere zuster. Haar vader laat haar een mouw van rood fluweel
+maken, die het kind de volgende morgen zelf haar ridder brengen moet om
+in de strijd op zijn lans te dragen, zoals dat gewoonte was, en zij kan
+van ongeduld haast niet slapen, staat ook vroeg op en brengt hem de
+mouw. Met kloppend hart volgt zij haar ridder in het gevecht en is
+verrukt te zien dat hij haar zusters kavalier geheel in de schaduw
+stelt, en wanneer hij thuiskomt staat zij aan zijn stijgbeugel om hem te
+bedanken. Gawein moet verder de wereld in maar belooft voor haar als
+haar ridder te komen strijden, wanneer zij in haar nood hem een
+boodschap zendt en het kleine meisje kust zijn voet opdat hij aan haar
+zal denken waar hij ook komt (<span xml:lang="fr">Chrestien</span>'s &bdquo;Perceval&rdquo; en Wolfram's
+Parzival).</p>
+
+<p>Of het zeer jonge meisje dat nieuwsgierig de wereldt inkijkt, maar nog
+jonkvrouwelik schuchter, niets van de liefde weten wil. Haar vader heeft
+haar opgedragen om de vreemde gast zo goed mogelik bezig te houden en zo
+neemt zij hem dan ook bij de hand en wijst hem in het kasteel rond. Hij
+vraagt haar uit of zij al een vriend heeft, maar zij antwoordt
+wijsneuzerig dat de tijd voor zulke gekheid nog niet gekomen is; als zij
+wou had ze al<span class="pagenum" title="324"></span><a id="p_324"></a> heel goed een &bdquo;<span xml:lang="fr">ami bel et gent</span>&rdquo; kunnen hebben, maar daar
+heeft ze nu nog geen zin in. Maar daarentegen wil ze graag mensen
+ontmoeten die de liefde gekend hebben en daarvoor geleden hebben, zodat
+zij op die manier wat ervaring in dat opzicht op kan doen. Glimlachend
+luistert de ridder naar dat voorzichtige jonge meisje en maakt haar een
+paar komplimentjes (<span xml:lang="fr">Chrestien</span>'s &bdquo;Perceval&rdquo;).</p>
+
+<p>Dan lezen we van een bakvisje dat haar eerste kleine hartewonde krijgt.
+Het is de uitverkorene van haar nichtje op wie zij in stilte verliefd
+wordt. Zij heeft hem helpen oppassen en aan zijn ridderdracht naaien en
+&bdquo;zolang heeft zij nu naar zijn ogen en zijn gezicht gekeken, en zijn
+handen en zijn lichaam dat het haar wee begint te doen.&rdquo; De ridder ziet
+dat wel, maar vindt dat het haar alleen maar goed kan doen iets van
+hartsverdriet te leren kennen. Zij is er altijd bij om hem zijn
+wapenrusting aan te helpen trekken; hoe zwaar het haar ook valt, is het
+haar toch aangenaam met iets van hem bezig te zijn. Hoe meer het huwelik
+nadert, des te dieper wordt de stille smart van het meisje; zonder iets
+te zeggen legt zij haar zuster's hand op haar hart, opdat zij merken zal
+hoe haar het harte klopt. Maar de ridder heeft toch goed gezien, het was
+alleen maar een &bdquo;proefpijltje&rdquo; dat Amor op haar afgezonden had om haar
+kinderhart te wekken. Wanneer een arme maar uitstekende ridder even
+daarna om haar komt met de klacht dat hij haar helaas geen rijkdom heeft
+aan te bieden, antwoordt zij: &bdquo;Mijn liefde hangt niet aan goed of geld,
+maar behoort een ridder even beminnelik als dapper.&rdquo; Terwijl zij dit
+zegt,&mdash;waarschuwt nu de dichter&mdash;denkt zij nog aan haar aangebeden
+ridder, maar meer en meer gaan haar gedachten toch naar de ander. En het
+duurt niet lang voor die haar hand en hart gewonnen heeft (Parthenopaeus
+van <span xml:lang="fr">Blois</span>).</p>
+
+<p>En tegenover het heel jong meisje staat de even jeugdige knaap, de
+page,&mdash;&bdquo;<span xml:lang="fr">le valet</span>&rdquo; of &bdquo;<span xml:lang="de">das Kind</span>&rdquo;. Het is als de verliefdheid van een
+student en een jong meisje in onze tijd&mdash;die schuchtere liefde tussen
+Alexander en Soredamor, waar bij een moederlike vriendin ze te hulp moet
+komen. Zij is de hofdame van de koningin en hij een vreemde vorstenzoon,
+op bezoek aan 't hof; zij zijn beiden&mdash;voor de eerste maal&mdash;verliefd,
+tot over de oren, maar ze generen zich gruwelik voor elkaar. Op een
+avond in gezelschap zitten ze bij elkaar, maar hij houdt zijn hand onder
+zijn gezicht en zegt niets, en zij wou graag tegen hem spreken, maar hoe
+zal zij hem noemen? Hoe zoet zou het niet zijn als zij hem &bdquo;vriend&rdquo;
+durfde noemen&mdash;maar heeft ze daar recht op? een ding weet<span class="pagenum" title="325"></span><a id="p_325"></a> zij wel, dat
+als hij haar &bdquo;vriendin&rdquo; noemde, dit geen onwaarheid zou zijn. Maar
+waarom hem niet bij de naam noemen? Maar die heeft zo veel en zulke
+zware lettergrepen, zij voelt dat zij in haar bedeesdheid er midden in
+zou blijven steken. Als zij dat gemakkelik en liever &bdquo;<span xml:lang="fr">mon doux ami</span>&rdquo; er
+maar uit kon krijgen... De koningin krijgt dikwels bezoek van de prins
+en daar mag Soredamor dan bij zijn; de koningin heeft hem een met goud
+gestikt kleed ten geschenke gegeven en daar heeft Soredamor aan helpen
+borduren zonder te weten voor wie het bestemd was. Uit de aardigheid
+heeft het jonge meisje van haar eigen guldenhaar tussen het gouddraad
+ingewerkt en wanneer zij eens op een dag met z'n drieën bij elkaar
+zitten en de koningin naar Alexanders kleed kijkt, ontdekt zij het
+gouden haar; het gouddraad er naast wordt geheel door de glans er van
+overtroffen. Glimlachend roept zij het jonge meisje er bij, alle twee
+worden om beurten rood en wit en weten uit puur geluk dat ze zo dicht
+bij elkaar zijn niet hoe ze zich zullen houden en de koningin die dit
+ziet, begrijpt nu alles en vertelt hun wat hun scheelt. &bdquo;Kijk eens naar
+dat kleed,&rdquo; zegt zij, &bdquo;en vertel wie daar aan gewerkt heeft en of zij er
+niet iets van haar zelf bij gegeven heeft.&rdquo; En Soredamor is tegelijk
+verrukt en ongelukkig dat ze nu met de verklaring voor den dag moet
+komen, maar Alexander kan zich nauweliks inhouden om het gouden haar
+niet, waar zij beiden bij zijn, te kussen (<span xml:lang="fr">Chrestien: &bdquo;<span xml:lang="fr">Cligès</span>&rdquo;</span>).</p>
+
+<p>Alles lokte ook tot liefde,&mdash;de gehele atmosfeer van de ridderhoven was
+vol van liefde. Op alle muren en wandtapijten trof het oog scènes uit
+Ovidius of uit &bdquo;Tristan en Isolde&rdquo;,&mdash;een Duits gedicht &bdquo;Het Gordijn&rdquo;
+behandelt een hele serie van dergelijke liefdegeschiedenissen die op een
+bedgordijn afgebeeld waren. Op ivoren kammen en toiletdozen vond men
+zoetige, kleine Amorbeeldjes, op drinkbekers stond te lezen: &bdquo;<span xml:lang="de">Liebes
+langer Mangel&mdash;das ist der Herzen Angel</span>&rdquo;, op gespen kon men (antieke?)
+stenen vinden met Amor en Venus er in uitgesneden; verzen over de &bdquo;zoete
+moeite van de liefde&rdquo; waren met kralen op de klederen der ridders en hun
+dames geborduurd. Om liefde speelt men en van liefde zingt men, en de
+romans zijn het meest geliefde tijdverdrijf voor allen. Menige ridder
+gaat het als de Heer van Gravenberg van wie het heet dat hij de gehele
+dag op zijn kamer romans zit te lezen over avonturen en liefde, en
+iedereen is het er over eens dat het lezen van romans de beste opvoeding
+voor de jeugd is en de ouderen van dagen van alle &bdquo;<span xml:lang="fr">vilainie</span>&rdquo;<span class="pagenum" title="326"></span><a id="p_326"></a> afhoudt.
+&bdquo;Men mint beter als men over liefde hoort zingen en lezen&rdquo; en het is
+door die roman dat de jonge knaap leert dat het nu tijd voor hem is om
+er op uit te trekken en een &bdquo;voorwerp&rdquo; te zoeken. Romans en leerdichten
+vertellen van de verschillende soorten van liefde: &bdquo;<span xml:lang="de">twingende minne</span>&rdquo;&mdash;de
+woeste passie der zinnen, die &bdquo;glibberig als ijs&rdquo; is en de &bdquo;<span xml:lang="de">hohe minne</span>&rdquo;,
+die van het hart. Van de lage liefde die aan het verlangen naar geld te
+danken is, de grote die door de goede naam der dame ontstaat, en de
+allerbeste liefde,&mdash;dat is de &bdquo;goedwil&rdquo; (<span xml:lang="fr">bonne volonté</span>) die plotseling
+uit het diepste van het hart opwelt.<ins class="corr" id="corr49" title="Bron: &rdquo;"></ins> Van de
+verschillende stadiën van de liefde: het ontwaken er van, het dieper
+worden er van, door de zekerheid dat men weder bemind wordt en de
+consumatie er van wanneer men gekomen is tot &bdquo;<span xml:lang="fr">le baiser et l'accoler</span>&rdquo;.
+Hoe een man merken kan of een dame hem liefheeft; zij durft zich
+natuurlik niet het eerst uitspreken, maar als zij met het oog half toe
+geloken, ietwat knipogend hem een blik van helderste zonnestralen
+toezendt, is dit een zeker teken. Ook de dame krijgt allerlei lessen hoe
+zij haar aanbidder op de proef kan stellen, hoe zij hem geleidelik hoop
+mag geven&mdash;welke kleine geschenken zij, zonder zich te compromitteren
+kan aannemen&mdash;hoe zij, in geval van geheime correspondentie met bleke
+inkt moet schrijven en alleen op kleine wassen tafelen waar het schrift
+onduidelik is, evenals zij altijd van zich zelf als <i>hij</i> en van haar
+minnaar als <i>zij</i> moet spreken,&mdash;hoeveel van haar lichaam zij haar
+aanbidder mag laten zien en aanraken; ook allerlei intieme voorschriften
+voor de verschillende stadia van haar overgave en de aestethiek van het
+eroties genot.</p>
+
+<p>Met alle mogelike variaties is het referein dat &bdquo;de jonge man die niet
+lief heeft, verspilt zijn tijd&rdquo;, en &bdquo;de dame die niet iets of wat
+zondigt, waar zou die later wanneer ze ouder geworden is, berouw over
+hebben?&rdquo;&mdash;Bovendien: is liefde zonde, dan brengt die zonde toch zoveel
+goeds met zich, dat God die licht vergeeft. &bdquo;<span xml:lang="fr">Pitié</span>&rdquo; is het de plicht van
+alle Kristenen, vooral van de vrouwen aan den dag te leggen, het is
+tegen de natuur dat een vrouw zich hard en ongevoelig zou tonen, het is
+niets minder dan doodslag om een aanbidder tot wanhoop en zelfmoord te
+brengen door zijn smeekbede niet te verhoren. Hoe was het niet dat een
+oude vrouw (in de &bdquo;<span xml:lang="fr">Gesta Romanorum</span>&rdquo;) een al te ongevoelig meisje een
+doodsschrik op het lijf joeg door haar een hond te laten zien die
+niemand anders was dan haar eigen dochter, die God in een hond veranderd
+had tot straf dat het<span class="pagenum" title="327"></span><a id="p_327"></a> meisje haar aanbidder zelfmoord had doen plegen!
+Zo had ook een ridder eens buiten een schare vrouwen gezien, die, in
+lompen gehuld met gewonde, nakende voeten op uitgehongerde, zwarte
+paarden door het bos reden,&mdash;dat waren vrouwen die gedurende hun leven
+niet hadden willen liefhebben en die nu zo gestraft werden, terwijl er
+een andere schare aan kwam rijden, schoon versierd met rozenkrans en op
+krachtige witte paarden, elk in een zoet gesprek met een vriend; dat
+waren zij die zo beloond werden voor een leven, gewijd aan fijne
+ridderlike liefde.</p>
+
+<p>Van een dergelijke liefde berichten de romans en de berijmde verhalen
+uit die tijd in het oneindige. De motieven worden midden uit het leven
+van &bdquo;de hogere kringen&rdquo; genomen en dikwels worden de verhalen door
+bekende met name genoemde personen verteld; veel van de verhalen uit
+Provence geven zich gewoon uit voor biografieën van troubadours en vele
+geschiedenissen worden ook aan de naam van adelike Noordfranse of Duitse
+minnezangers vastgeknoopt. Soms zijn het niets dan anekdoten van een
+stukje <span xml:lang="fr">courtoisie</span>, een geestig antwoord of een galant idee. Bijvoorbeeld
+een verhaal van een <span xml:lang="fr">liaison</span> tussen een troubadour, <span xml:lang="fr">Guillaume</span> van
+<span xml:lang="fr">Cabestaing</span> en de Gravin van <span xml:lang="fr">Roussillon</span> en hoe haar zuster zo goed de
+schijn op zich laadt dat zij de geliefde van de troubadour is, dat haar
+zuster feitelik jaloers wordt. Hoe een ridder, vermoeid van een
+toernooi, zich verslaapt en daardoor een geheime ontmoeting met een dame
+mist, maar hoe galant en spirituëel hij haar zijne verontschuldiging
+aanbiedt, zodat alleen zij verstaat wat hij bedoelt en hem vergiffenis
+schenkt. Een soort &bdquo;<span xml:lang="de">Proverbe</span>&rdquo;, als van <span xml:lang="fr">de Musset</span>, heeft men in de kleine
+&bdquo;<span xml:lang="fr">lai de l'ombre</span>&rdquo;. De dame heeft aan een ridder die haar sterk het hof
+maakt, weerstand kunnen bieden, maar nu heeft hij, zonder dat zij het
+weet onder menig een &bdquo;<span xml:lang="fr">bel mot plaisant et poli</span>&rdquo; zijn ring aan haar
+vinger weten te schuiven. Dat ontdekt zij later en eist dat hij die
+terug zal nemen. Zij zitten op de rand van de put in de burchttuin, als
+hij genoodzaakt wordt de compromitterende ring aan te nemen; &bdquo;die is er
+niet zwarter op geworden door aan zulk een schone vinger te zitten,&rdquo;
+zegt hij droevig glimlachend en als hij haar beeld zich op de bodem van
+de put in het water ziet spiegelen, voegt hij er bij dat hij die nu ook
+niet meer dragen wil, maar dat zijn lieve vriendin de ring nu moet
+hebben, zij, die hij, na haar, het liefste heeft. De dame is ietwat
+vertoornd er over dat hij zo een ander op de achtergrond schijnt te
+hebben, maar op hetzelfde ogenblik werpt hij de ring in het water voor
+haar beeld.<span class="pagenum" title="328"></span><a id="p_328"></a> &bdquo;Zie, nu mijn dame de ring niet wil hebben, is die voor
+haar daarginds&rdquo;, &bdquo;Welk een gelukkige inval,&rdquo; zegt de dichter, &bdquo;was die
+galanterie niet!&rdquo; De dame kijkt naar beneden in de put en wordt geroerd:
+&bdquo;Uwe zoete woorden en uw grappig idee en het geschenk dat gij mijn beeld
+geschonken hebt, doen mij geheel anders hierover denken; daar hebt gij
+mijn ring: ik veronderstel dat gij er niet minder op gesteld zult zijn,
+al is die ook minder fraai dan die welke gij opgeofferd hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>Een werkelike echtbreuk-roman is de Provençaalse &bdquo;<span xml:lang="es">Flamenca</span>&rdquo;. De jonge
+<span xml:lang="fr">Guillaume de Nevers</span> heeft zo veel horen spreken van Flamenca, de vrome,
+jonge echtgenote van de brutale <span xml:lang="fr">Seigneur de Bourbon</span>, dat hij het besluit
+neemt de ongeziene Schone lief te hebben. Hij neemt een kamer in een
+herberg vlak tegenover de burchttoren, waarin zij opgesloten gehouden
+wordt, en geïnspireerd door de nabijheid der geliefde, groeit zijn
+romantiese liefde voor haar aan tot dweperij van de zelfde telepatiese
+aard als die wij bij Tristan tegen zijn gekomen. Wanneer hij vanuit zijn
+venster naar haar toren kijkt, valt hij in een soort bezwijming en in
+die tijd is zijn ziel bij haar in de toren en houdt haar in de armen
+zonder dat zij 't zelf vermoedt. Slechts na enkele ogenblikken ziet zijn
+bekommerde dienaar een glimlach over het bewusteloze gezicht spelen en
+de geest er langzamerhand weer in terugkeren, met een weerspiegeling
+over zich van het geluk dat die genoten heeft. Om met de dame in
+verbinding te komen weet hij van een gewillige priester de toelating te
+verkrijgen de koordienst in de kerk te verrichten waar zij de mis hoort,
+en dat hij het werk van de geestelike op zich mag nemen die rondgaat en
+de gemeente het brevier laat kussen. Bij dat werk heeft hij allerlei
+ogenblikken van verrukking. Wanneer hij het zonnelicht op Flamenca's
+haar ziet vallen, jubelt hij met zijn schone stem dubbel mede in het
+koorgezang. Wanneer zij haar hand ontbloot om het teken des kruises te
+maken, dan loopt het de minnaar als ijs langs de rug &bdquo;alsof men in al te
+koud water baadt&rdquo;. Nu waagt hij het een eigenaardig soort van gesprek in
+te leiden, wanneer hij haar het brevier tot kussen aanbiedt. De eerste
+keer zucht hij alleen maar diep, en thuis gekomen vertelt Flamenca haar
+maagden van die schone geestelike en zijn zuchten, waarop de meisjes
+dadelik gereed staan met hun raad: de volgende maal moet zij vragen
+waarom hij zo zucht. En zo ontwikkelt zich het gesprek, elke keer dat
+zij in de kerk komt slechts een paar woorden van een der beide partijen
+en telkens wordt er thuis in<span class="pagenum" title="329"></span><a id="p_329"></a> het vrouwenvertrek ijverig gedebatteerd,
+wat de geestelike gezegd heeft en hoeveel aanmoediging hun meesteres hem
+de volgende keer in haar antwoord geven mag, totdat zij elkaar
+langzamerhand beginnen te begrijpen en afspreken hoe de echtgenoot het
+best bedrogen zal kunnen worden.</p>
+
+<p>In Noord-Frankrijk worden de minneliederen van de Heer van <span xml:lang="fr">Coucy</span> aan de
+Vrouwe van <span xml:lang="fr">Fayel</span> het onderwerp van een hele roman die wij gedeeltelik
+terugvinden in de allerliefste &bdquo;<span xml:lang="de">Herzmäre</span>&rdquo; van Koenraad van Würzburg. Die
+eindigt met het barbaarse sage-motief dat men ook in Indiese en Keltiese
+en vele andere sprookjes vindt,&mdash;dat de echtgenoot zijn vrouw het hart
+van haar minnaar te eten geeft en haar dan, als het op is, vertelt wat
+voor een lekkernij zij voor zich gehad heeft, waarop zij zweert van nu
+af geen voedsel meer tot zich te nemen. Maar afgezien van dit tragiese
+slot beweegt de historie zich geheel en al in de vormen van het
+geciviliseerde hofleven en schetst de verhouding der twee hoofdpersonen
+door alle gewone fases heen, van het eerste bezoek af waar zij, in de
+afwezigheid van haar gemaal, het gesprek een andere draai geeft telkens
+wanneer zij vrezen moet dat de Heer van <span xml:lang="fr">Coucy</span> aan tafel met zijn
+liefdesverklaring voor den dag zal komen, tot op het ogenblik dat een
+andere dame, wier avances de ridder afgewezen heeft, eens met de
+scherpzinnigheid van de jalousie de blikken opvangt die de geliefden
+elkaar in 't geheim toewerpen en alles aan de echtgenoot verklikt.</p>
+
+<p>Maar liefde die met het huwelik in konflikt komt is nu niet langer het
+enige wat interesseert. Men heeft nu het konventionele standpunt
+verlaten van het geloof dat de poëtiese ridderlike liefde niet met het
+proza van het huwelik samen kan gaan; een fijnere moraal begint zich aan
+het halve en het valse in gestolen liefde te stoten en een inniger
+opvatting der liefde tracht tot solieder, zekerder huwelikstoestanden te
+leiden. Men zal zich herinneren hoe de echtgenote in het gedicht van
+<span xml:lang="fr">Marie de France</span> &bdquo;Eliduc&rdquo; haar recht op haar eigen echtgenoot opgaf ten
+voordele van de verbinding die hij in 't buitenland aangegaan had,
+ofschoon hij wist dat hij elders gebonden was. Op dit gedicht van Marie
+schreef <span xml:lang="fr">Gautier</span> van <span xml:lang="fr">Arras</span> een roman maar met karakteristieke
+veranderingen. <span xml:lang="fr">Ille</span> verlaat zijn innig geliefde vrouw Galeron uit
+wanhoop dat hij bij een toernooi zijn ene oog kwijt is geraakt; hij kan
+niet geloven dat zij steeds liefde zal kunnen blijven voelen voor iemand
+die zo ontsierd is, en trekt stil weg naar een vreemd land. Een zeer
+onhandig idee, dat blijkbaar in verband staat met een<span class="pagenum" title="330"></span><a id="p_330"></a> oordeel in het
+boek van Andreas Capellanus over de &bdquo;Kunst der Liefde&rdquo; en ook weer
+gevonden wordt in een Duits gedicht: &bdquo;De getrouwe Echtgenote&rdquo;; maar er
+moest iets zijn om <span xml:lang="fr">Illes</span> vertrek van zijn huis te verklaren. Ille komt
+te Rome en maakt zich zo verdienstelik dat de Paus en de keizer hem een
+geschikte partij vinden voor de dochter van de keizer. Maar het is
+alleen op de verantwoording van de Paus en na lang Galeron gezocht te
+hebben, die intussen ook haar tehuis verlaten heeft, dat <span xml:lang="fr">Ille</span> in het
+nieuwe huwelik toestemt, en wanneer dan Galeron in de St. Pieterskerk
+opduikt, juist op het ogenblik dat de bruidsstoet daar aankomt, bedenkt
+Ille zich geen ogenblik om de keizerdochter in de steek te laten en met
+zijn vrouw naar huis te trekken, niettegenstaande die bereid is hem op
+te geven. Eerst na jaren geeft Galeron zich na een gevaarlike bevalling
+aan God en wordt non, en nu kan <span xml:lang="fr">Ille</span> zich met zijn geliefde prinses
+laten verenigen. Het verschil ten gunste van Marie wat betreft de
+<ins class="corr" id="corr50" title="Bron: morale">morele</ins> verantwoordelikheid en fijngevoeligheid is duidelik.</p>
+
+<p>Nog duideliker is het dat de <span xml:lang="fr">Cligès</span> van <span xml:lang="fr">Chrestien</span> als een morele
+tegenhanger van de Tristan-romans bedoeld is. Evenals hier wordt ook in
+de <span xml:lang="fr">Cligès</span> een neef verliefd op de bruid die hij voor de koning, zijn
+oom, gaat halen. Maar behalve dat <span xml:lang="fr">Cligès</span> volstrekt niet door
+dankbaarheid aan zijn oom gebonden was, zoals dit met Tristan het geval
+was,&mdash;integendeel is zijn erfrecht op de troon door zijn oom met geweld
+terzijde gezet&mdash;verklaart ook Felice, de koningin, dadelik uitdrukkelik
+dat zij niet, wat Isolde zo met vreugde deed, haar lichaam tussen
+echtgenoot en minnaar wil delen: &bdquo;hij die het hart heeft, zal ook het
+lichaam genieten.&rdquo; En zo geeft zij zich ook pas aan <span xml:lang="fr">Cligès</span>, wanneer haar
+min, die de kunst der toverij verstaat, de keizer een toverdrank gegeven
+heeft die maakt dat hij het huwelik niet heeft kunnen consumeren. En de
+twee gelieven zoeken dan ook niets beter dan een openbaar, wettig
+huwelik voor de verborgen liaison in de plaats te stellen, wat hun dan
+per slot van rekening ook gelukt, als de keizer uit de weg geruimd is.
+Maar zelfs als echtgenote&mdash;heet het, volkomen tegen de wetten van de
+ridderlike erotiek indruisend&mdash;bleef zij zijn dame en vriendin. Zo
+antwoordt ook de echtgenote in &bdquo;Erec en Enide&rdquo; demonstratief aan iemand
+die haar vraagt of zij de vrouw of de vriendin van de held is:
+&bdquo;Echtgenote èn vriendin.&rdquo;</p>
+
+<p>In vele romans van de 13<sup>de</sup> eeuw kan men nagaan hoe de verfijning van
+de erotiese moraal en het dieper en inniger gevoel<span class="pagenum" title="331"></span><a id="p_331"></a> dat voor de andere
+min in de plaats komt, als vanzelf van de konventionele troubadourliefde
+tot het huwelik voert. De vorstenzoon, <span xml:lang="fr">Durmart le Gallois</span>, die begint
+met een losse verbintenis met de vrouw van den drossaete, ondergaat b.v.
+langzamerhand een morele loutering en opvoeding en eindigt met zijn
+dame, de Ierse vorstin, de hand voor het altaar te reiken. &bdquo;De meesten,&rdquo;
+zegt de dichter, &bdquo;laken hem die met zijn minnares trouwt, maar die
+voelen de ware, echte liefde niet, want hoger is dàt geluk te achten dat
+onverminderd genoten kan worden, dan dat hetwelk men slechts voor een
+ogenblik leent, en het moet voor ieder zéér pijnlik aandoen zijn
+vriendin vlak voor zijn ogen door een ander te moeten zien kussen en
+omhelzen.&rdquo; En vooral in Duitsland bezingen de voornaamste dichters
+eigelik steeds de lof van het huwelik ten spijt van de conventie der
+riddererotiek, terwijl de leerdichten als in de geest van Luther
+verklaren dat het hoogste geluk in de wereld is een goede en trouwe
+vrouw te bezitten en dat de wil van man en vrouw &bdquo;van het hart en tot
+het hart gaat&rdquo;.</p>
+
+<p>Ook uit menig andere conventie der ridderromantiek ziet men zich
+langzamerhand een fijnere en gezonder liefdemoraal ontwikkelen. B.v. uit
+de argumenten tegen die echtgenoten welke zonder het minste vertrouwen
+op hun vrouw, dadelik in alle laster tegen hen en hun eer
+geloven&mdash;gelijk in de &bdquo;<span xml:lang="fr">Roman de la Violette</span>&rdquo;&mdash;uit de oppositie tegen de
+dames die de ridder tot speelbal van hun luimen maken en hen die ze
+liefhebben door hun grillen plagen; of wel wendt dan de ridder zich ten
+slotte van haar af, als hij genoeg heeft van haar koketterie, of wel
+betaalt hij haar in gelijke munt door haar liefde op een dergelike proef
+te stellen, als die waarmede zij hem in haar koketterie geplaagd heeft.
+Allerliefst bestaat beider liefde de proef in een klein verhaal: &bdquo;De
+drie ridders en de mantel.&rdquo; De dame heeft haar drie aanbidders gezegd
+dat zij hèm voor zou trekken, die bij een toernooi haar mantel wil
+aantrekken in plaats van een wapenrusting. Slechts bij één der drie is
+de liefde daar sterk genoeg voor en hij komt zegevierend terug, maar met
+zware wonden. Maar nu verlangt hij van haar dat zij op een feest die
+bloedige mantel over haar feestdracht dragen zal. En haar liefde is even
+sterk als de zijne, zij offert haar ijdelheid op evenals hij zijn leven
+op het spel gezet had.</p>
+
+<p>Of men lette op hoe vaak morele fijngevoeligheid en hooggespannen
+idealisme de ridderroman op zijn best in het oude feeën-motief leggen
+kan, dat wij al zo dikwels hebben zien behandelen: <span class="pagenum" title="332"></span><a id="p_332"></a>de ridder die
+verraadt dat hij in het geheim de gunst van de fee genoten heeft. In de
+&bdquo;Parthenopaeus van <span xml:lang="fr">Blois</span>&rdquo; is de fee tot een prinses van Konstantinopel
+geworden, die de toverkunst machtig geworden is, haar minnaar is de
+jonge ridder van <span xml:lang="fr">Blois</span>. Wanneer hij er zich toe laat verleiden haar
+gebod van geheimhouding te overtreden, verbant zij hem uit haar ogen,
+niettegenstaande al zijn berouw en de smeekbeden van haar zuster; haar
+verwond hart, haar teleurgesteld vertrouwen vloeien over van smart en
+boosheid. &bdquo;Zuster,&rdquo; zegt zij, &bdquo;gij kent de liefde slecht, de liefde met
+haar vreugde en smart; één enkele smart die een vriend ons berokkent,
+doet meer kwaad dan vijf die een vijand ons veroorzaakt.&rdquo; Maar even diep
+is dan ook haar berouw en haar zelfverwijt, als het blijkt dat zij hem
+tot vertwijfeling gebracht heeft. &bdquo;Wie zijn vriend hoogmoedig afwijst,
+wanneer hij onder tranen om genade bidt,&rdquo; zegt zij, &bdquo;moet niet éénmaal
+sterven, maar langzaam de uitterende dood voelen naderen.&rdquo; Eerst wanneer
+beiden door hun beproevingen gelouterd zijn, worden zij voor goed
+vereenigd.</p>
+
+<p>Dit feeën-motief wordt geheel in de werkelikheid opgenomen in de kleine
+vertelling van &bdquo;<span xml:lang="fr">La Châtelaine de Vergy</span>&rdquo;,&mdash;misschien de fijnste bloem der
+ridderpoëzie. Misschien ligt er iets dat werkelik aan het Bourgondiese
+hof gebeurd is aan ten grondslag. Aan het hof van een Hertog leeft een
+jong ridder, de lieveling van de vorst en de vreugde van het hof. Ook de
+hertogin werpt haar ogen op hem; lang tracht zij hem zeer diskreet haar
+gunst te tonen, en in fijne, passende bewoordingen geeft zij hem haar
+gevoelens te kennen, maar hij doet haar in alle hoffelikheid begrijpen
+dat hij er niet over kan denken het vertrouwen van zijn meester te
+beschamen. En nu gaat de hertogin diep gekrenkt naar haar echtgenoot om
+de knaap te belasteren en te zeggen dat hij haar met oneerbare
+bedoelingen heeft trachten te naderen. De hertog kan zijn oren nauweliks
+geloven en hij laat de ridder nu alleen bij zich komen om hem aan een
+verhoor te onderwerpen; het is duidelik dat de jongen verliefd is, maar
+hij zweert dat hij onschuldig is en de hertog wil hem heel graag
+geloven, maar op wie kan het dan zijn dat hij verliefd is? Slechts als
+hij hem dat wil zeggen, kan hij zijn wantrouwen doen verdwijnen. En zo
+lang dringt hij aan en zo ongelukkig voelt de knaap zich dat hij in een
+vals licht voor zijn meester zou staan, dat hij ten slotte met het
+geheim voor den dag komt: het is de nicht van de hertog, de
+Burchtgravinne van <span xml:lang="fr">Vergy</span> en hij die elkaar al lang<span class="pagenum" title="333"></span><a id="p_333"></a> in het geheim bemind
+hebben, maar ze hebben gezworen er het stilzwijgen over te bewaren. De
+vorst zweert van zijn kant dat het geheim niet over zijn lippen zal
+komen en neemt de gelegenheid waar, om, ongezien, de ontmoeting van het
+jonge paar in de tuin bij te wonen. Hoger dan ooit te voren staat de
+jongeling nu bij de hertog in de gunst, wat, gelijk te verwachten was,
+de verbazing en zelfs de verbittering van de hertogin wekt. In een
+vluchtig geschetst nachtelik idyllies ogenblik weet de jaloerse vrouw
+eindelik haar gemaal met moeite het geheim te ontlokken. Zij, een
+hertogin, versmaad voor een simpele burchtgravin,&mdash;dat is een
+belediging, die gewroken moet worden. Kort daarna is er een groot feest
+aan het hof van de hertog en onder de gasten uit de buurt is ook de
+burchtgravin. Vriendelik wordt zij door de hertogin ontvangen, maar
+wanneer de dames zich na het middagmaal teruggetrokken hebben om zich
+voor het bal te kleden, dan kan de gastvrouw niet nalaten met een kleine
+hatelikheid voor den dag te komen die de jonge vrouw het hart doorboort,
+omdat die het haar duidelik maakt dat haar geliefde hun geheim verraden
+heeft. Als de andere dames die niets gemerkt hebben, ten dans gaan,
+trekt zij zich, diep in 't hart getroffen, in een kleine kleedkamer
+terug: zij is verraden door haar minnaar, verraden aan de hertogin,&mdash;dus
+is zij het nu die hij liefheeft. Zij werpt zich op een bed en onder
+wenen en klagen breekt haar hart van verdriet met de woorden: &bdquo;Gode
+beveel ik u, zoete vriend.&rdquo; Ondertussen heeft haar ridder haar overal
+bij de dans gezocht en in de vertrekken; eindelik vindt hij haar op het
+bed in die kleine kamer. Zijn kwade geweten doet hem reeds vermoeden wat
+er gebeurd is en dat wordt hem door een kamermeisje bevestigd die de
+dame heeft horen klagen, en als de rest van het gezelschap aan komt
+ijlen, wordt de ridder, doorboord door zijn zwaard, op het lichaam van
+zijn geliefde gevonden. Maar de vorst trekt het zwaard uit het lichaam
+van de dode en midden onder het feest stoot hij het in zijn
+vrouw,&mdash;daarop neemt hij het kruis en trekt naar het heilige land.</p>
+
+<p>Alles wat de ridderromantiek aan fijne kennis van het maatschappelik
+leven kent en fijne aristokratiese mensenkennis, komt rein en schoon in
+deze kleine berijmde vertelling voor den dag, die nog heden ten dage
+geleefd en gedicht had kunnen worden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="334"></span><a id="p_334"></a></p>
+
+<h2><a id="XXI"></a>XXI.</h2>
+
+<p class="subh2">HET EINDE DER RIDDERROMANTIEK.</p>
+
+<p>Gelijk de glanstijd van de ridderadel, duurde ook de bloeitijd van de
+ridderromantiek slechts zeer kort. In het laatst der middeleeuwen was
+het de kerk, de universiteit en de burgergeest die het geestesleven
+zouden beheersen. Deze drie machten waren het die in de 14<sup>de</sup> en
+15<sup>de</sup> eeuw de dood van de ridderromantiek veroorzaakten.</p>
+
+<p>In de latere Graalromans zagen wij haar in de dienst treden van de
+kristelike mystiek en ascetiese monnikengeest. Lancelot en Guenievre
+doen ten slotte boete in cel en kluis; Perceval ligt &bdquo;bevend als een
+blad&rdquo; aan de zijde van zijn vrouw die hij voor God en de mensen getrouwd
+heeft, van pure vrees de vreugde des hemels te missen, als hij zich aan
+vleselike lust overgeeft; heilige mirakelen en de valstrikken des
+duivels omgeven de maagdelike Galaad bij zijn zoeken naar de Graal; en
+in het Duitse gedicht &bdquo;De jonge Titurel&rdquo; worden de Graal-tempel en de
+Graal-dienst tot een mysties symboliese idealisering van het nieuwe
+Gotiese kerkgebouw en de kristelike godsdienst. Handige geesteliken
+beginnen over het algemeen de wereldlikheid tot de Ere Gods te wenden,
+door de ridderromans en de minneliederen of de &bdquo;<span xml:lang="la">ars amandi</span>&rdquo; te
+&bdquo;moraliseren&rdquo; en te &bdquo;spiritualiseren&rdquo; en ze tot geestelike allegorieën
+te maken; er worden &bdquo;geestelike toernooien&rdquo; en ridderromans geschreven
+over de reis naar de Hel en het Paradijs. Menig ridderlik dichter kreeg
+zelf scrupules: zowel <span xml:lang="fr">Chrestien de Troyes</span> als <span xml:lang="de">Hartmann von Aue</span> schreven
+legenden als boetedoening voor hun ridderromans en meer dan een
+minnezanger eindigde op een kruistocht of in het klooster. In het
+gedicht van <span xml:lang="de">Konrath von Würzburg</span>, &bdquo;'s Werelds loon&rdquo;, krijgt een
+ridderlik minnezanger bezoek van &bdquo;<span xml:lang="de">Frau Welt</span>&rdquo; die hij steeds gediend
+heeft, haar schoonheid en beminnelikheid betoveren hem volkomen, maar
+als zij zich omkeert, ziet hij hoe haar rug geheel opgegeten is door
+vergiftige slangen, en vol walging maakt hij zich nu van haar af en
+neemt het kruis.</p>
+
+<p>Nog werkzamer middelen dan allegorieën en waarschuwingen werden tegen de
+verwilderde kinderen der wereld gebruikt. De 13<sup>de</sup> eeuw is die van
+Innocentius III en Lodewijk de Heilige, van de orden der bedelmonniken
+<span class="pagenum" title="335"></span><a id="p_335"></a>en van de Inquisitie; de 14<sup>de</sup> eeuw is die der mystiek, van de zwarte
+dood, en van de geselbroeders en noch in de ogen van Lodewijk de
+Heilige, noch in die van Bonaventura, zou de roman van Lancelot genade
+kunnen vinden die Paolo en Francesca tot &bdquo;de zoete zonde&rdquo; verleidde.
+Vooral was het de schone jolige ridderkultuur van geheel Zuid-Frankrijk
+die vertrapt werd, toen het kruisleger van <span xml:lang="fr">Simon de Montfort</span> als een
+gesel Gods zich over de ketterse steden en het land der troubadourhoven
+stortte. &bdquo;Ik was gewoon aan zang en vrolikheid, aan ridderlikheid en
+vriendelikheid, klaagt de troubadour,&mdash;de wereld was vrolik en de
+vrouwen mooi en lief en een ieder legde zich slechts toe op wat edel was
+en schoon. Maar nu is alles veranderd, ik word gelaakt en veroordeeld
+voor alles waar ik vroeger voor geprezen werd en nu zegt men dat gulden
+stoffen niet voor vrouwen passen en dat men de genade Gods vinden zal
+door witte pijen en zwarte kleêren.&rdquo; Zeer plotseling verstomde de rijke
+fijne zangkunst of moest zich voor moraliserende leerdichten laten
+gebruiken, slechts een paar troubadours waren er voor te vinden om de
+liefdelyriek te gebruiken voor de verkondiging van een
+platonies-kristelike, mysties-spiritualistiese godsdienst der
+liefde,&mdash;zoals die zich later verder ontwikkelde uit de Italiaanse
+<ins class="corr" id="corr51" title="Bron: renaisssance">renaissance</ins>-lyriek, in Dantes
+&bdquo;<a href="https://www.gutenberg.org/files/28029/28029-h/28029-h.htm" title="Dit boek is via https://www.gutenberg.org als e-boek #28029 beschikbaar." xml:lang="la">Vita nuova</a>&rdquo; en
+Petrarca's &bdquo;<span xml:lang="fr">Canzoniere</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Intussen kwam de kerk zelf ook met een literatuur voor den dag die het
+publiek interesseerde. Van de ridderromans wendde men zich tot de
+&bdquo;<span xml:lang="la">Legenda Aurea</span>&rdquo;, Bonaventura's &bdquo;Beschouwingen&rdquo;, <span xml:lang="fr">Jacques de Vitry</span>'s
+verzameling van stichtelike &bdquo;exempelen&rdquo; en door de boetpredikanten die
+uit het volk voorkwamen en vóor het volk spraken, zowel als door de
+grote mysteries werd het kermispubliek toch meer en meer van de
+speellieden en de &bdquo;<span xml:lang="fr">conteors</span>&rdquo; afgetrokken.</p>
+
+<p>Maar tegelijkertijd kreeg de ridderromantiek het hard te verantwoorden
+op de Universiteit,&mdash;door de geleerdheid en de scholastiek. Een
+geografiese en natuurwetenschappelike literatuur in de volkstaal zou
+weldra de ridderromans geheel overtreffen door haar verhalen over alle
+merkwaardige landen en volkeren, van alle wonderbare planten en dieren
+en mirakuleuze stenen. De romantiese fantasiehonger had zich
+langzamerhand ontwikkeld tot een werkelike dorst naar wetenschap en tot
+een ontwakende drang naar onderzoek, en allerlei soort <span xml:lang="fr">&bdquo;Mappemondes&rdquo;,
+&bdquo;Miroirs du monde&rdquo;</span>, bestiarieën en lapidarieën of de reisbeschrijvingen
+van een Marco Polo en Mandeville trokken weldra de belangstelling
+<span class="pagenum" title="336"></span><a id="p_336"></a>sterker tot zich dan de merkwaardigheden van de Alexanderromans of de
+Parzivalgedichten. Op dezelfde manier leidden de ridderromans tot een
+historiese literatuur die meer en meer de belangstelling van die romans
+af, en tot zich trok. Reeds de schrijver van &bdquo;de roman van Troje&rdquo; begon
+op zijn ouden dag een kroniek der Normandiese Hertogen te schrijven, en
+gebruikte de kleuren der ridderromantiek om te beschrijven hoe hertog
+Richard tot ridder geslagen werd of de liefdegeschiedenis te vertellen
+van Robert van Normandië en het schone burgermeisje dat hij aan de was
+had zien staan. In <span xml:lang="fr">Villehardouin</span>, in de werken van de Minstreel uit
+Rheims, en later in de kronieken van <span xml:lang="fr">Froissart</span> ontwikkelt zich een
+ridderlik romantiese kunst om de geschiedenis te schrijven, met
+schitterende beschrijvingen van de feesten der Bourgondiese hertogen en
+het hofleven der Engelse Plantagenets of van de heldenfeiten en de
+Oosterse lust naar avonturen op de kruistocht naar Konstantinopel. De
+overgang van roman naar historie komt duidelik aan den dag in een werk
+als de &bdquo;Roman de Hem&rdquo; van een Sarrasijn in de 13<sup>de</sup> eeuw. Feitelik is
+dit niet anders dan een uitvoerige beschrijving van een toernooi, dat de
+dichter bijgewoond heeft, hij beschrijft alle deelnemers onder hun
+werkelike namen, ofschoon in een gril zijner fantasie een paar
+Arthurridders er bij gehaald worden. In zijn inleiding prijst de
+schrijver ook bizonder die dame op wier bevel het gedicht geschreven
+werd, omdat zij niet is gelijk die dames die zich allerlei leugens &bdquo;bij
+elkaar laten lappen die de geest alleen maar bederven&rdquo;, maar die zulke
+&bdquo;<span xml:lang="fr">romans d'aventure</span>&rdquo; als &bdquo;<span xml:lang="fr">Cligès</span>&rdquo; en &bdquo;Parcival&rdquo; versmaden.</p>
+
+<p>Maar het was toch vooral de didaktiek en de scholastiek die van de
+Universiteit komende, de ridderromantiek zouden verstikken. Er was,
+zoals wij al gezien hebben, reeds vroeg een scholasties element in de
+minnepoëzie der troubadours gekomen en in zelfstandige leerdichten zowel
+als overal in de ridderromans waren er stukken te vinden waar men een
+lesje in de ridderlikheid en de hoofsheid kon krijgen. Meer en meer
+verdroogt nu echter dat frisse gevoel in de lyriek en verdwijnt de
+levende fantasie uit de romans en in plaats daarvan komen morele
+allegorieën en een spitsvondige dialektiek in die lyriek, in de romans
+en nog meer in de zelfstandige leerdichten. Reeds in de jongste
+klassiciteit floreerden erotiese en morele allegorieën&mdash;het slot van
+Venus en de rechtbank van Venus, vrouw Philosophia die Boethius in zijn
+gevangenis komt troosten, of de bruiloft van<span class="pagenum" title="337"></span><a id="p_337"></a> Philologia en Mercurius
+bij <span xml:lang="la">Martianus Capella</span>&mdash;en meer en meer ziet men die allegorieën in de
+theologie der middeleeuwen verschijnen, en daaruit dringt nu de zin om
+eigenschappen te personifieren en abstrakte begrippen af te beelden in
+de wereldlike ridderpoëzie door, in Noord- en Zuid-Frankrijk zo ook als
+in Duitschland. De Godin der Liefde zit in haar paleis omgeven door
+Vreugde, Schaamte, Hoop enz. en houdt een leerrijke voordracht voor hen.
+De dichter ontmoet op zijn wandeling allerlei allegoriese personen en
+heeft leerrijke gesprekken met hen. Of wel wordt de belegering van &bdquo;de
+Burcht der Liefde&rdquo; in alle stadia geschilderd. Het is vooral in
+Noord-Frankrijk&mdash;Parijs was immers de hoofdzetel van de Scholastiek&mdash;dat
+wij de moraal der ridderlikheid aanschouwelijk zagen maken door de
+allegorie, of het wezen der liefde in zijn bestanddeelen zagen oplossen
+die alle allegories gekleed waren. En wij zagen ook hoe in het leerboek
+over de &bdquo;gepaste&rdquo; liefde &bdquo;De <span xml:lang="la">arte honeste amandi</span>&rdquo; van de Kapellaan
+Andreas, de regels van de ridderlikheid en de ridderliefde
+gesistematiseerd waren, als wetten werden geformuleerd en subtiel in
+scholasties-juridiese geest vertolkt; in een gedicht als &bdquo;het Dierenboek
+der Liefde&rdquo; van <span xml:lang="fr">Richard de Fournival</span>, maakt de minnaar van alle
+berichten uit de bestiaria over merkwaardige dieren gebruik om
+allegories de merkwaardige eigenschappen van de liefde en de aangebedene
+te beschrijven en zij antwoordt door nog weer andere morele vertolkingen
+van die dierenverhalen te citeren!</p>
+
+<p>Maar de beroemdste en fijnste, meest poëtiese scholastisering van de
+ridderromantiek is toch de &bdquo;<span xml:lang="fr">Roman de la Rose</span>&rdquo; die een jonge geestelik
+opgevoede edelman uit Orleans omstreeks het jaar 1240 geschreven had.
+Daarin lezen we, hoe de dichter&mdash;in zijn droom&mdash;vrolik en met liefde in
+het hart, de stad uitwandelt om van het gezang der vogelen en het
+voorjaar te genieten, en bij een tuin komt die door een hoge muur
+omgeven is zodat men er niet in kan komen. Buiten op de muur zijn de
+ondeugden afgebeeld die er buiten moeten blijven: haat en laagheid,
+gierigheid en afgunst, droefenis en ouderdom; want dit is het rijk van
+de ridderlik-hoofse liefde, dat slechts open staat voor de edel
+geborenen, rijken, welopgevoeden en jongen. &bdquo;<span xml:lang="fr">Dame Oiseuse</span>&rdquo; is de
+portierster, d. w. z. dat alleen een leven in lediggang als dat van de
+hogere klassen daar toegang verschaft. Zij vraagt de dichter vriendelik
+de tuin in ogenschouw te willen nemen; het is haar zuster &bdquo;<span xml:lang="fr">Déduit</span>&rdquo; die
+hem heeft aangelegd. In de tuin gekomen, vindt hij zich weldra omringd
+door een uitgelezen gezelschap van<span class="pagenum" title="338"></span><a id="p_338"></a> spelende en dansende Dames en Heren,
+&bdquo;Juffrouw Beleefdheid&rdquo;, &bdquo;Rijkdom&rdquo;, die zijn vriendin &bdquo;Vrolikheid&rdquo; bij de
+hand geleidt, &bdquo;Vrijgevigheid&rdquo;, die als een ridder van Arthur's
+Tafelronde gekleed is, &bdquo;Jeugd&rdquo;, een lief klein meisje van 12 jaar dat
+argeloos-onschuldig haar minnaar voor aller ogen kust, en eindelik
+&bdquo;Amor&rdquo; zelf, een jong ridder in een kleed met bloemen, die door zijn
+page &bdquo;Zoete Blik&rdquo; begeleid is en met &bdquo;Vrouwe Schoonheid&rdquo; danst, die
+prachtig is als de maneschijn, onstoffelik als de dauw, eerbaar als een
+bruid en wit als een lelie. Terwijl de dichter een roos achter een heg
+staat te bewonderen, schiet Amor een pijl op hem af die hem in zijn hart
+wondt, en knielend moet de dichter nu de Liefdegod als zijn leenheer
+huldigen. Om volkomen zeker te zijn, zet die bovendien nog een slot op
+zijn hart en steekt de sleutel in zijn zak, waarop hij zijn vazal een
+reeks voorschriften geeft, hoe hij zich bij de liefde gedragen
+moet,&mdash;vele er van kinderachtig, maar enkele toch ook fijn en schoon&mdash;,
+en om hem te troosten krijgt hij &bdquo;Zoete Gedachte&rdquo;, &bdquo;Zoete Woorden&rdquo; en
+&bdquo;Zoete Blik&rdquo; bij zich. Gewond sleept de dichter zich nu naar de roos en
+vergeet zijn wonde door daar op te blijven zitten staren en er de geur
+van op te snuiven; een vriendelike man (<span xml:lang="fr">Bel-accueil</span>) biedt aan hem te
+helpen als hij beloven kan de roos niet te plukken maar alleen zich met
+de aanblik en de geur er van tevreden te stellen, maar hij kan aan de
+verleiding geen weerstand bieden en wil over de heg springen,&mdash;als de
+&bdquo;bewaker&rdquo; (<span xml:lang="fr">Dangier</span>) te voorschijn komt en hem overvalt, met behulp van
+&bdquo;Kwade tongen&rdquo;, &bdquo;Schrik&rdquo; en &bdquo;Schuchterheid&rdquo;... Een hele
+liefde-geschiedenis, zoals men ziet, en een soort psychologie der
+verliefdheid in een allegorie ingekleed; de fijnste essens der
+riddererotiek, die zonder de geur te verliezen in de verschillende
+samenstellende delen ontleed is en op flessen gezet.</p>
+
+<p>Maar midden in zijn verhaal was de dichter er uitgescheden, en een
+mensenleeftijd later of iets meer, was er een welvarende, geleerde
+burger van Parijs, <span xml:lang="fr">Jean de Meung</span>, die het handschrift in zijn bezit
+kreeg en het voortzette. En met hem kwam er een hele nieuwe geest in het
+werk, die van een grof verstands-realisme, dat de sierlike rozentuin
+lelik zou maken. Want terwijl de minnaar staat te jammeren, komt &bdquo;Het
+Verstand&rdquo; hem eens de les lezen. Liefde komt slechts uit een &bdquo;<span xml:lang="fr">passion
+desordonnée</span>&rdquo; voort en is een soort krankzinnigheid die de man uit
+natuurdrift overvalt, terwille van de voortplanting. En als zulk een
+natuurdrift moet die gehoorzaamd worden, maar als het niet wegens die
+blinde passie was, zou het verstand werkelik geen plezier vinden in die
+onbekookte<span class="pagenum" title="339"></span><a id="p_339"></a> praatjesmaaksters die men vrouwen noemt en die de poëten nog
+verheerliken!,&mdash;het is alleen maar hun opschik die ons zand in de ogen
+strooit, en al de sentimentaliteit waarmede de liefde zich omgeeft,
+betekent eigelik niets! Als priester der natuur treedt ook &bdquo;Genius&rdquo; op
+en verkondigt zijn: &bdquo;Vermenigvuldigt u&rdquo;. Alle vrouwen zijn voor alle
+mannen en het is al te dwaas te geloven dat <span xml:lang="fr">Robicon</span> voor <span xml:lang="fr">Mariote</span>
+geschapen is of <span xml:lang="fr">Mariote</span> voor <span xml:lang="fr">Robicon</span>. Meer en meer brengen de lange
+gesprekken die de dichter heeft met &bdquo;Verstand&rdquo;, met de &bdquo;Vriend&rdquo; en
+&bdquo;Valse Schijn&rdquo;, hem uit de atmosfeer van de rozentuin weg, maar op alle
+gebied is het romantiek en sentimentaliteit en de gekunsteldheid in de
+overspanning der hele ridderkultuur die aangegrepen wordt&mdash;alles in naam
+van kultuur en verstand, van utiliteit en verlichting en van een
+demokratiese burgerlikheid. &bdquo;Laten wij nu toch eens even verstandig
+trachten te zijn!&rdquo; daar komt het alles op neer. Geen adel en geen
+rijkdom,&mdash;de mensen zijn van nature gelijk; geen weelde in eten en
+klederdracht, geen preutsheid en geen affectatie, geen bederven van de
+natuur door opvoeding en konventie, niet al dat blanketten en maskeren
+van de naaktheid van het geslachtsleven, niet al die hoogdravendheid en
+gekheid van het ridderwezen,&mdash;laten wij natuurlik zijn en waar, en de
+werkelikheid onder de ogen zien.</p>
+
+<p>En onder talrijke vormen laat de burgerlike geest in de zich
+ontwikkelende steden een dergelijke taal tegenover de ridderromantiek
+horen. Zeker, de burgers proberen de ridderromantiek zo wel als de
+ridderlyriek tot de hunne te maken en die bewust of onbewust te
+verburgerliken. De werklieden vormen een zangersgilde te Toulouse, te
+Gent en te Neurenberg en maken zo een handwerk op rijm van de
+minneliederen der troubadours met moraliserende, spitsburgerlike inhoud.
+En de ridderromans werden omgewerkt tot lompe, kinderachtige
+volksboeken, tot vermaak van het volk. Maar tegelijkertijd wordt de
+poëzie der ridders en hun romantiek voortdurend geparodieerd evenals de
+ridderadel met hoon en toorn aangevallen wordt. Van de latere
+riddergedichten waren er al vele die in zelf-ironie gespot hadden over
+de afstand tussen het hooggespannen ridderlike idealisme en de steeds
+meer en meer armer wordende werkelikheid in de ridderwereld. En in
+Chaucers nobele <span xml:lang="en">Sir Thopas</span> of in de kleine <span xml:lang="fr">Jean de Saintré</span> in de Franse
+roman van de 15<sup>de</sup> eeuw worden de ronddolende ridders geparodieerd en
+gehoond, presies als later in de ridderepopeën der Italiaanse
+Renaissance-dichters. In Duitse gedichten willen ridders meê doen<span class="pagenum" title="340"></span><a id="p_340"></a> aan
+de dans met boerendochters, maar ze worden met spot de deur gewezen door
+de landelike schoonheden als zij ze het hof willen maken, en lopen een
+pak slaag op van de boerenjongens. Alle aanstellerij in de minnepoëzie
+der troubadours kan men in de gedichten der Florentijnse burgers
+geparodieerd vinden. En hoe meer de adel zelf ekonomies, moreel en
+militair in verval kwam, des te meer lachen de burgers ze uit. Het
+eclatante fiasco van de Franse adel in de honderdjarige oorlog doet een
+stroom van spot op hun hoofden nederdalen,&mdash;hoe de Duitse ridders in het
+laatste deel der Middeleeuwen eigelik tot gemene struikrovers gezonken
+waren, vindt men reeds midden in de 13<sup>de</sup> eeuw getekend in een
+allerliefste kleine novelle &bdquo;<span xml:lang="de">Meier Helmbrecht</span>&rdquo; waar het eerlike werkzame
+leven van de boer in een heldere tegenstelling geplaatst is tot het
+vervallen ridderwezen, waar de ridders rijp zijn voor de dood van een
+struikrover aan de galg.</p>
+
+<p>En dit verval van de adel, ekonomies, militair, politiek en moreel,
+brengt ook van zelf dat van de ridderromantiek mede. Wel is waar schoot
+die eerst nog veel meer en meer eksentriese loten. Zo overtrof b.v. de
+Duitse ridder Ulrich von Lichtenstein alle vroegere minnedichters in
+dwaasheid, toen hij een lid van zijn vinger afhakte en dat zijn
+aangebedene zond, of als &bdquo;Vrouw Venus&rdquo; verkleed, geheel Duitsland
+doortrok en bij alle toernooien ter ere van zijn dame streed&mdash;gelijk hij
+dit alles zelf in zijn autobiografiese roman &bdquo;Vrouwendienst&rdquo; verhaald
+heeft. De eindeloze Franse roman &bdquo;<span xml:lang="fr">Perceforest</span>&rdquo; uit de 14<sup>de</sup> eeuw en de
+Spaans-Portugese Amadis romans uit de 15<sup>de</sup> eeuw gaven nog eens en wel
+in de meest paradoxale ten spits gedreven vorm alle idealen van de
+ridderromantiek bij elkaar en alle lievelingsmotieven uit de
+ridderromans. Aan het Bourgondiese hertogelike hof trachtte men evenzo
+in de 15<sup>de</sup> eeuw de ridderlike glansperiode van de Tafelronde te doen
+herleven door prachtige toernooien, kunstmatige hoflyriek en ridderlike
+&bdquo;<span xml:lang="fr">voeux du faisan</span>&rdquo; over de kruistochten tegen de Turken. En
+toch,&mdash;evenals het niet de ridderlike politiek der Bourgondiese hertogen
+was die de zegepraal zou behalen, maar de zeer burgerlike politiek van
+Lodewijk XI, zo waren het niet de laatste verwaterde ridderromans en
+minnedichten in de stijl der troubadours, maar de burgerlike realistiese
+farce of novelle of Villon's burgerlik-realistiese lyriek waaruit de
+levende ziel van de 15<sup>de</sup> eeuw sprak. Terwijl de ridderromantiek zich
+over de andere landen van Europa uitbreidde en nog in de 15<sup>de</sup> eeuw
+nieuwe zelfstandige loten schoot, in de Scandinaviese ridderballaden, in
+Spaanse<span class="pagenum" title="341"></span><a id="p_341"></a> romances van de Cid, in de Engelse Arturroman van Malory,
+allerlei spruiten van de ridderromantiek die wij hier niet verder kunnen
+vervolgen,&mdash;waren hun sappen uitgedroogd in de landen zelf waar zij
+thuis hoort, de leidende landen wat de kultuur der middeleeuwen betreft:
+Frankrijk en Duitsland.</p>
+
+<p>Zo nauw was de Ridderromantiek aan een bepaald maatschappelik en
+geestelik leven der middeleeuwen verbonden, dat die in haar
+oorspronkelike vormen met de middeleeuwen ten grave <i>moest</i> dalen. Maar
+in die romantiek, en verborgen onder wat daarvan aan plaats en tijd
+gebonden was, lagen algemene dichterlike kultuurwaarden die altijd tot
+het levende eigendom der mensheid zouden blijven behoren. Meer en meer
+is men toch ook van de opvatting teruggekomen dat de renaissance een
+volkomen breken met de Middeleeuwen zou betekenen. Evenals het
+middeleeuwse kristendom en de stedelike kultuur, maakt ook de ridderlike
+vorming een deel van de moderne kultuur uit. Indien men de inslag van de
+ridderlikheid door de schering van het maatschappelike geestesleven van
+een latere tijd of die van de ridderromantiek in haar latere literaire
+ontwikkeling heen wilde nagaan, zou dit betekenen dat een aanzienlik
+deel van de geschiedenis der moderne kultuur geschreven was. Het
+ridderlike krijgsmansideaal en het ridderlike begrip van eer zijn niet
+alleen nu nog springlevend in de militaire stand, maar maakt een vrij
+essentieel deel uit van onze burgerlike mannelike moraal en de
+middeleeuwse begrippen &bdquo;<span xml:lang="fr">Chevalier</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="fr">gentilhomme</span>&rdquo; met de bijsmaak van
+eer en hoofsheid die deze woorden hebben, zijn langzamerhand tot het
+&bdquo;<span xml:lang="fr">cavalier</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="en">gentleman</span>&rdquo; van onze tijd geworden. En zo zijn, van een
+zuiver literair standpunt uit, de ridders van Ariosto, Tasso en Spenser,
+die de wereld rondtrekken en ter ere van hun Angelica, Armida of
+Gloriana strijden, de direkte afstammelingen van de ridders van
+<span xml:lang="fr">Chrestien</span> en Wolfram, maar ook de galante Alexander de Grote van <span xml:lang="fr">Mlle de
+Scudéry</span>, de Cid van Corneille, ja zelfs Hernani van Victor Hugo en Don
+Carlos van <span xml:lang="de">Schiller</span> hebben nog het bloed in hun aderen van Arthur's
+ridders van de Tafelronde. En verder: de Provençaalse en Franse &bdquo;Hoven
+van Liefde&rdquo; waar de dames presideerden, werden voortgezet in de hoven
+van Margareta van Navarre en de Italiaanse literaire vorstinnen, zowel
+als in de Franse salons der 17<sup>de</sup> en 18<sup>de</sup> eeuw en de minneliederen
+der troubadours weerklinken in het Italiaanse sosiale leven als
+sonnetten van Petrarca, evenzeer als de spiritueel-sentimentele liederen
+van <span xml:lang="fr">Charles d'Orléans</span> bij het hof van <span xml:lang="fr">Blois,</span> en<span class="pagenum" title="342"></span><a id="p_342"></a> de liefdelyriek van
+<span xml:lang="en">Sidney</span> en <span xml:lang="en">Spenser</span> aan het hof van <span xml:lang="en">Elisabeth</span>. Ja, zelfs de minneliederen
+van de Musset en <span xml:lang="fr">Lamartine</span>, van Klopstock en van <span xml:lang="de">Heine</span> hebben nog veel
+in zich dat aan de &bdquo;Liefdekunst&rdquo; der troubadours herinnert. En
+tenslotte: de middeleeuwse liefderoman&mdash;met zijn sentimentaliteit, zijn
+romaneske intrigue-fantasie en zijn belangstelling om de grillige
+roeringen van het hart na te sporen&mdash;brengt ons tot Boccacio en Ariosto,
+Chaucer en Shakespeare, Margareta van Navarre en Racine en daaruit
+vinden wij die met zijn motieven en gehele toonscala in talrijke moderne
+romans, novellen en drama's terug. De episode van Troïlus en Briseïs in
+de roman van Troje werd als voorbeeld van de grillen van de liefde en
+het vrouwenhart eerst en veel dieper gebruikt door Boccacio en Chaucer,
+en later door Shakespeare; bij diezelfde drie grote dichters der
+renaissance werden de onschuldig lijdende en zich liefderijk opofferende
+vrouwen heerlik gepoëtiseerd in figuren als Griseldis of Imogen. De
+meest sentimentele van Boccacio's novellen en de meest romantiese van
+Shakespeare's blijspelen zijn op de Middeleeuwse intrigen gebouwd, maar
+met roerender toon en dieper zielestudie,&mdash;van Floris en <span xml:lang="fr">Blanchefleur</span>,
+Appollonius van Tyrus, <span xml:lang="de">Die Herzmäre</span> en de roman van Lancelot. Ariosto's
+van liefde razende Roeland en de heldin Bradamante in panser en
+kuras,&mdash;Chaucer's &bdquo;<span xml:lang="en">Fair Emily</span>&rdquo; op een schone Meimorgen, en <span xml:lang="en">Spencer's
+Britomartis</span> die de wereld doortrekt om een ontvoerde geliefde te zoeken
+wier beeld zij in een spiegel gezien heeft,&mdash;Tasso's kokette en
+ijverzuchtige Armida... aan al dergelijke figuren kunnen wij zien hoe ze
+direkt uit middeleeuwse ridderromans stammen en op hun beurt weer leiden
+tot <span xml:lang="fr">Racine</span>'s despotiese en jaloerse prinsessen, tot de desperate
+minnaars der romantiek en <span xml:lang="en">Tennyson's &bdquo;fair Elaine</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Het moderne geestesleven zou nog verder ten achter gestaan hebben in
+morele verfijning en maatschappelike vormen, de moderne poëzie zou heel
+wat armer geweest zijn aan sentimentaliteit en een eigenaardig soort
+romanfantasie, indien het adelike hofleven der 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuw
+niet geleefd was en de gedichten der troubadours en de ridderromans
+nooit geschreven waren. Soms lijkt het zelfs wel eens alsof al onze hang
+naar het populaire en natuurlike en over het algemeen onze tijd van
+&bdquo;feiten&rdquo; en &bdquo;een gezonde brutaliteit&rdquo; nog heel wat zou kunnen leren van
+adel en ridderlikheid, fijne hoofsheid en zelfopofferende innigheid, van
+die oude verhalen van Eer en Liefde ten spijt van alle gezond verstand
+en langer dan het leven.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="343"></span><a id="p_343"></a></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+<h2 class="h2inh"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+<table class="toc" summary="inhoudsopgave">
+ <tbody>
+ <tr><td class="tdr"></td><td></td><td class="tdr size80">Bladz.</td></tr>
+ <tr><td class="tdr"></td><td class="tdl">Inleiding</td><td class="tdr"><a href="#p_v"><span class="smcap">V</span></a></td></tr>
+ <tr><td class="tdc size80">Hoofdstuk</td><td></td><td></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#I">I.</a></td><td class="tdl">Van Baron-burcht tot Ridderhof</td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#II">II.</a></td><td class="tdl">Kristelike Gevoelskultuur</td><td class="tdr"><a href="#p_9">9</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#III">III.</a></td><td class="tdl">Wereldlike Kultuur</td><td class="tdr"><a href="#p_21">21</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#IV">IV.</a></td><td class="tdl">Hofkultuur</td><td class="tdr"><a href="#p_32">32</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#V">V.</a></td><td class="tdl">&bdquo;Salon-Poëzie&rdquo; der Ridderkringen</td><td class="tdr"><a href="#p_44">44</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#VI">VI.</a></td><td class="tdl">Zuid-Frankrijk</td><td class="tdr"><a href="#p_58">58</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#VII">VII.</a></td><td class="tdl">De Kunst der Troubadours</td><td class="tdr"><a href="#p_69">69</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td class="tdl">Minnekunst</td><td class="tdr"><a href="#p_93">93</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#IX">IX.</a></td><td class="tdl">Geestelike Romans</td><td class="tdr"><a href="#p_110">110</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#X">X.</a></td><td class="tdl">De Romantiek der Kruistochten</td><td class="tdr"><a href="#p_121">121</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XI">XI.</a></td><td class="tdl">De Alexander-Romans</td><td class="tdr"><a href="#p_132">132</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XII">XII.</a></td><td class="tdl">Romanties-Klassieke Literatuur</td><td class="tdr"><a href="#p_143">143</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XIII">XIII.</a></td><td class="tdl">Grieks-Oosterse Vertelkunst</td><td class="tdr"><a href="#p_171">171</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XIV">XIV.</a></td><td class="tdl" xml:lang="fr">Matière de Bretagne</td><td class="tdr"><a href="#p_196">196</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XV">XV.</a></td><td class="tdl" xml:lang="fr">Marie de France</td><td class="tdr"><a href="#p_208">208</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XVI">XVI.</a></td><td class="tdl">Tristan en Isolde</td><td class="tdr"><a href="#p_220">220</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XVII">XVII.</a></td><td class="tdl">Franse Ridderlikheid</td><td class="tdr"><a href="#p_239">239</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XVIII">XVIII.</a></td><td class="tdl">Bretonse Romans</td><td class="tdr"><a href="#p_248">248</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XIX">XIX.</a></td><td class="tdl">Duitse Ridderromantiek</td><td class="tdr"><a href="#p_285">285</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XX">XX.</a></td><td class="tdl">Ideaal Humanisme</td><td class="tdr"><a href="#p_314">314</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr"><a href="#XXI">XXI.</a></td><td class="tdl">Het Einde der Ridderromantiek</td><td class="tdr"><a href="#p_334">334</a></td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 2</a></td><td class="td4">er er</td><td class="td4">er</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 12</a></td><td class="td4">grote</td><td class="td4">Grote</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 14</a></td><td class="td4">hospi-pitalen</td><td class="td4">hospitalen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 14</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 18</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 21</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 33</a></td><td class="td4">vau</td><td class="td4">van</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 40</a></td><td class="td4">al</td><td class="td4">als</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 42</a></td><td class="td4">ontiwkkeling</td><td class="td4">ontwikkeling</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 44</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 49</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 49</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 49</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 54</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 56</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 73</a></td><td class="td4">word</td><td class="td4">wordt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 78</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;e</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 79</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 105</a></td><td class="td4">licht</td><td class="td4">ligt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 111</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 115</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 119</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 124</a></td><td class="td4">griffoenen</td><td class="td4">griffioenen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 132</a></td><td class="td4">drink</td><td class="td4">drinkt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 136</a></td><td class="td4">scéne</td><td class="td4">scène</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 173</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 191</a></td><td class="td4">vind</td><td class="td4">vindt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 206</a></td><td class="td4">Oostere</td><td class="td4">Oosterse</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 224</a></td><td class="td4">Golfried</td><td class="td4">Gotfried</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 225</a></td><td class="td4">mêe</td><td class="td4">meê</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 226</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 240</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 243</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 247</a></td><td class="td4">klêeren</td><td class="td4">kleêren</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 248</a></td><td class="td4">daarmêe</td><td class="td4">daarmeê</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 248</a></td><td class="td4">geimporteerd</td><td class="td4">geïmporteerd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 255</a></td><td class="td4">ergers</td><td class="td4">ergens</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 265</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 278</a></td><td class="td4">hooftrekken</td><td class="td4">hoofdtrekken</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 281</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 288</a></td><td class="td4">amtenaren</td><td class="td4">ambtenaren</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 289</a></td><td class="td4">zoeven</td><td class="td4">zoëven</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 309</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 309</a></td><td class="td4">uftgeroepen</td><td class="td4">uitgeroepen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 318</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 318</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 319</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">&mdash;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 321</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 326</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 330</a></td><td class="td4">morale</td><td class="td4">morele</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 335</a></td><td class="td4">renaisssance</td><td class="td4">renaissance</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Ridderromantiek der Franse en
+Duitse Middeleeuwen, by Valdemar Vedel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERROMANTIEK DER FRANSE ***
+
+***** This file should be named 33332-h.htm or 33332-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/3/3/3/33332/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/33332-h/images/cover.jpg b/33332-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e4eb97c
--- /dev/null
+++ b/33332-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/33332-h/images/spine.jpg b/33332-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0a74c12
--- /dev/null
+++ b/33332-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..93afabb
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #33332 (https://www.gutenberg.org/ebooks/33332)