summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:36:52 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:36:52 -0700
commit78b5ca5fa67b212a6e4e2c1bfdeb41212357ca37 (patch)
tree9c66f668d2f207f3e125ef8ff860577ff2aa1f24
initial commit of ebook 27972HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--27972-8.txt3399
-rw-r--r--27972-8.zipbin0 -> 78270 bytes
-rw-r--r--27972-h.zipbin0 -> 2492296 bytes
-rw-r--r--27972-h/27972-h.htm3485
-rw-r--r--27972-h/images/iw1904-137.gifbin0 -> 2984 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/o1904-032.gifbin0 -> 570 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/o1904-072.gifbin0 -> 738 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/o1904-160.gifbin0 -> 565 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-017-1.jpgbin0 -> 84629 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-017-2.jpgbin0 -> 31257 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-020.jpgbin0 -> 122859 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-021.jpgbin0 -> 110668 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-024.jpgbin0 -> 63468 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-025.jpgbin0 -> 97068 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-028.jpgbin0 -> 116904 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-029.jpgbin0 -> 86080 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-032.jpgbin0 -> 109225 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-137.jpgbin0 -> 80529 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-140-1.jpgbin0 -> 99319 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-140-2.jpgbin0 -> 90695 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-141-1.jpgbin0 -> 55814 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-141-2.jpgbin0 -> 43932 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-143.jpgbin0 -> 76458 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-144-1.jpgbin0 -> 57447 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-144-2.jpgbin0 -> 76118 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-145-1.jpgbin0 -> 72385 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-145-2.jpgbin0 -> 65385 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-149.jpgbin0 -> 189770 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-151-1.jpgbin0 -> 42984 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-151-2.jpgbin0 -> 55535 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-152.jpgbin0 -> 73308 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-153.jpgbin0 -> 44341 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-156.jpgbin0 -> 73470 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-157-1.jpgbin0 -> 94529 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-157-2.jpgbin0 -> 97312 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-160-1.jpgbin0 -> 88323 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/p1904-160-2.jpgbin0 -> 91660 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/t1904-017.gifbin0 -> 4539 bytes
-rw-r--r--27972-h/images/t1904-137.gifbin0 -> 3093 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0001.pngbin0 -> 79569 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0003.pngbin0 -> 124834 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0018a.pngbin0 -> 128922 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0018b.pngbin0 -> 127402 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0019a.pngbin0 -> 123945 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0019b.pngbin0 -> 129965 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0020.pngbin0 -> 279182 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0021.pngbin0 -> 163497 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0022a.pngbin0 -> 131882 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0022b.pngbin0 -> 132380 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0023a.pngbin0 -> 123378 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0023b.pngbin0 -> 122464 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0024.pngbin0 -> 281494 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0025.pngbin0 -> 329887 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0026a.pngbin0 -> 125513 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0026b.pngbin0 -> 120851 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0027a.pngbin0 -> 128416 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0027b.pngbin0 -> 127495 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0028.pngbin0 -> 228529 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0029.pngbin0 -> 189880 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0030a.pngbin0 -> 125962 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0030b.pngbin0 -> 125808 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0031a.pngbin0 -> 125742 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0031b.pngbin0 -> 123627 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0032.pngbin0 -> 287754 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0033.pngbin0 -> 125376 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0137.pngbin0 -> 94096 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0138a.pngbin0 -> 126089 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0138b.pngbin0 -> 124438 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0139a.pngbin0 -> 129175 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0139b.pngbin0 -> 129570 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0140.pngbin0 -> 300969 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0141.pngbin0 -> 239761 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0142a.pngbin0 -> 129539 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0142b.pngbin0 -> 127778 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0143.pngbin0 -> 256005 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0144.pngbin0 -> 282746 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0145.pngbin0 -> 287118 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0146a.pngbin0 -> 123058 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0146b.pngbin0 -> 127859 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0147a.pngbin0 -> 127992 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0147b.pngbin0 -> 128407 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0148a.pngbin0 -> 123409 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0148b.pngbin0 -> 123244 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0149.pngbin0 -> 276304 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0150a.pngbin0 -> 127048 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0150b.pngbin0 -> 128479 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0151.pngbin0 -> 300062 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0152.pngbin0 -> 272785 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0153.pngbin0 -> 256690 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0154a.pngbin0 -> 120894 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0154b.pngbin0 -> 122083 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0155a.pngbin0 -> 123550 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0155b.pngbin0 -> 125222 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0156.pngbin0 -> 255440 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0157.pngbin0 -> 237014 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0158a.pngbin0 -> 127053 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0158b.pngbin0 -> 126651 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0159a.pngbin0 -> 126643 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0159b.pngbin0 -> 127531 bytes
-rw-r--r--27972-page-images/0160.pngbin0 -> 209020 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
103 files changed, 6900 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/27972-8.txt b/27972-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..af81e8e
--- /dev/null
+++ b/27972-8.txt
@@ -0,0 +1,3399 @@
+Project Gutenberg's Van Batavia naar Atjeh, dwars door Sumatra, by F. Bernard
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van Batavia naar Atjeh, dwars door Sumatra
+ De Aarde en haar Volken, 1904
+
+Author: F. Bernard
+
+Release Date: February 3, 2009 [EBook #27972]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN BATAVIA NAAR ATJEH ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+VAN BATAVIA NAAR ATJEH
+
+DWARS DOOR SUMATRA.
+
+Naar het Fransch van F. Bernard.
+
+
+ Batavia, 7 April.
+
+Morgen zullen wij uit Batavia vertrekken. Ik heb bijna den geheelen dag
+in de stad rondgeloopen, want ik wil het beeld van deze plaats diep in
+mijn geheugen prenten. Later zal ik onder den donkeren europeeschen
+hemel in den winter 't schitterend vizioen oproepen; dan zal ik de
+wandeling van vandaag nog eens overdoen en in de gesloten huiskamer,
+beschut voor den scherpen wind en den ijskouden regen, zal ik het
+indolente leven van dit schoone land opnieuw genieten.
+
+Ik kom zoo juist na het gewone zware middag-maal uit het hôtel. De
+straten zijn ledig. De copieuse rijsttafel maakt de Europeanen suf;
+ieder gaat slapen of rusten in de ruime slaapkamers met een minimum van
+kleeding. De Maleiers zelf zoeken ook de schaduw en spelen of babbelen,
+neergehurkt aan den voet der boomen of op de steenen der verlaten
+galerijen. Een dos-à-dos, het ongemakkelijke, javaansche rijtuigje,
+voert mij zachtjes aan door de lanen. Hier is het Koningsplein;
+de groote grasvlakte breidt haar groen tapijt uit tot aan de lijn
+van mooie boomen vóór en rondom het Museum. De huizen zijn in 't
+groen verscholen; men ziet maar nauwelijks hier en daar een stukje
+witten muur of een groot, ingedeukt dak. Zelfs de winkels verbergen
+bescheiden hun uitstallingen in tuinen aan den weg.
+
+Boven op een begroeiden heuvel ziet men de citadel van prins Frederik
+met de oude wallen en de steenen bijgebouwen, verscholen weer als een
+kostbaar sieraad in een étui van groen fluweel. De Tji Liwong slaat
+er een band omheen van rood oker. Dat riviertje, waarin kokospalmen,
+zich vooroverbuigend, spiegelen en waar prachtige bamboezuilen naast
+oprijzen, is zeer ongelijk van stemming. Wanneer de geweldige regens
+neerstorten op de flanken van den Salak en den Gedeh vullen plotseling
+de snelvlietende wateren de nauwe bedding. Oudtijds werden bij zoo'n
+aanval de benedenwijken van de stad met slijkerige golven overstroomd;
+maar thans is 't grillige riviertje beteugeld en tot rede gebracht; de
+sluis van pasar Baroe houdt 't niveau op behoorlijke hoogte; kanalen
+stellen de Tji Liwong bovendien met de Kali Baroe in gemeenschap
+en met de Krokot, en een wijde doorgang voert het heftig stroomende
+water rechtstreeks naar de zee.
+
+Al die kanalen, natuurlijke en kunstmatige waterwegen, loopen door
+de stad. Dat van Rijswijk wordt ingesloten tusschen twee roode muren,
+en 's avonds gaan de javaansche vrouwen en meisjes er baden. Zij gaan
+langzaam langs de trappen naar beneden, de sarong, reikend tot onder
+de armen, bedekt de borst, en als de kabaja eenmaal is afgelegd, komen
+fijne, ronde schouders te voorschijn en fraaie, gevulde vormen. De
+Hollanders, die, als de zon onder is, lui langs den weg flaneeren,
+wijden niet veel aandacht aan het schouwspel, en amusant is het,
+de tegenstelling op te merken tusschen die wandelaars met hun bleeke
+gelaatskleur en flegmatieke bewegingen, in hun toegeknoopte europeesche
+kleêren, en de gebronsde inboorlingen, die, luidruchtig spelend,
+'t slijkerige water op doen spatten.
+
+Nu, na den middag, is alles verlaten en stil. Boven de sluis breidt de
+rivier haar klaren, stillen spiegel uit. Het weêr is drukkend en de
+warmte hinderlijk. De schitterende zon werpt onbewegelijke schaduwen
+neer; de glinsterende bladeren bewegen zich niet en 't koeltje,
+dat strakjes naar de verre vulkanen melkwitte nevels voor zich uit
+zal stuwen, is nog niet opgestoken. Zacht word ik voortgereden, als
+door een tuin, tot Meester Cornelis. Dat is een voorstad van Batavia
+aan twee zijden van een weg, omzoomd met de prachtigste boomen. Hier
+ziet men de laatste uitloopers van de bergen. Verderop en tot aan
+Buitenzorg rijst de grond gestadig; men ziet geen scherpe kammen, geen
+vooruitspringende rotsen, geen indrukwekkende kloven, maar afgeronde,
+zachte vormen en lange hellingen, waar de rijstvelden als op groene
+terrassen tegen aan liggen.
+
+Dit kalme land heeft nochtans tragische dagen gekend. Hier had in
+1811 de beslissende slag plaats, waardoor de Engelschen met één slag
+het gansche eiland veroverden. De nieuwe stad Weltevreden, pas door
+Daendels in het leven geroepen, moest worden ontruimd, en men moest
+zich haasten, om in Meester Cornelis een versterkt kamp op te slaan,
+dat door zijn gebrekkige, voorloopige inrichting niet hardnekkig kon
+worden verdedigd.
+
+Nu wij die herinnering hebben opgeroepen, doemt er een heldenhistorie
+uit het verleden op. Op dit wonderschoone land hebben allerlei
+veroveraars bij beurten het oog laten vallen.
+
+Eerst waren het de Hindoes in de duistere tijden, door legenden aan
+de vergetelheid onttrokken.
+
+Hadji Saka, vorst van Astina, komt aan wal op een woest eiland,
+Noesa Kindang, waar Raksasa's wonen, en fabelachtige zegepralen
+volgen hem op zijn weg. En plotseling verrijst het rijk Brambanan;
+prachtige steden komen als uit den grond op, en de "Duizend Tempels"
+verkondigen de grootheid van de nieuwe goden.
+
+Het rijk valt uiteen bij den dood van den held; elk zijner zonen
+regeert over een provincie, en weldra zetten bloedige oorlogen tusschen
+de broeders heel Java in vuur en vlam. Zij duren door verschillende
+geslachten voort. Eens zocht Tandoeran, koning van Papajaran, door
+zijn broer verslagen en verjaagd, een schuilplaats in 't onmetelijk
+woud, dat groeit in de vallei van Kediri; drie trouwe dienaars
+hebben hem gevolgd; zij zullen voor hem de bittere vruchten van den
+modjoboom plukken en de vorst, door een orakel plotseling terecht
+gewezen, sticht op die verlaten plek de nieuwe hoofdstad Modjopahit,
+d.w.z. bittere boom. Dan volgt de snelle ontwikkeling; van alle zijden
+komen avonturiers zich scharen onder 't vaandel van den balling,
+het jonge koninkrijk breidt zich door schitterende triomfen uit,
+het reikt tot ver over de straten, die Java scheiden van de andere
+eilanden, tot aan Palembang zelfs en op de Menangkabo, en de vloten
+van Modjopahit zullen Singapore, de Leeuwenstad, zelfs gaan veroveren.
+
+In de 15de eeuw had het rijk zijn hoogtepunt bereikt; maar de
+onderworpen volken sluiten zich aaneen tegen den overheerscher. Een
+sterke band, die van den Islam, sluit de bondgenooten vast aaneen,
+en het gebouw begint te wankelen, stort in en uit de versnipperde
+deelen ontstaan een aantal rijken, als het koninkrijk Bantam, het
+sultanaat Demak, 't beroemde rijk Mataram. Doch daar verschijnt een
+geduchte vijand ten tooneele, de vloot van Albuquerque heeft Malakka
+gebombardeerd en Maghelaens is op de Molukken ontscheept. Het verre
+Europa neemt bezit van de nieuw ontdekte wereld, en paus Alexander
+verdeelt het land tusschen de Spanjaarden en de Portugeezen. Dag op dag
+zetten stoutmoedige zeevaarders koers naar de wondereilanden. Op het
+eind der 16de eeuw sluit admiraal Houtman een verdrag met den koning
+van Bantam, en weldra verrijst Batavia op de ruïnen van 't in brand
+gestoken Jakatra. Dadelijk vestigen de nieuwe heeren, de Hollanders,
+zich er en nemen er blijvend bezit van. Ondanks allerlei aanvallen,
+oorlogen en opstanden zal Insulinde hun niet weer ontsnappen.
+
+Sporen van dit oude, grootsche verleden bedekken hier en daar den
+grond; boeddhistische en brahmaïstische tempels zijn nog aanwezig en
+worden ook nog opgericht, want de Islam heeft de oude goden niet geheel
+doen vergeten. Te Singosari, te Brambanan en bij den Boroboedoer heb ik
+vóór verminkte beelden en omgeworpen basreliefs Javanen zien knielen,
+en beschroomd legden zij er offers neer, die den hemel gunstig moeten
+stemmen en de aarde vruchtbaar moeten maken. Bij den Tjandi Brambanan
+hebben Siva en Doerga nog hun vereerders en hun priesters, en niemand
+zou de hand durven slaan aan de steenen die verweeren, om het werk
+des tijds tegen te gaan of herstellingen aan te brengen. Ondanks alles
+zien deze ruïnen er niet somber uit; de zon beschijnt ze en zorgt voor
+een mooie belichting; de doffe kleur van het gesteente smelt weg bij
+'t helder licht van den stralenden dag.
+
+De gewone landbouwer hanteert zijn ploeg en verplant zijn rijst tot
+vlak bij de heilige plaatsen, waar oudtijds pelgrims zich verdrongen
+of de triomphators kwamen danken. De Tjandi Kalassan spiegelt zich
+in 't stille water van de natte rijstvelden; de tempel is omslingerd
+door lianen en klimplanten, die liefkoozend vertrouwelijk zich om de
+godenbeelden leggen.
+
+De kolossale ruïnen van den Boroboedoer liggen op een heuvel achter
+een gordijn van boomen, en van het hoogste punt ziet men het mooie dal
+der Progo zich uitbreiden; de dorpen onder kokospalmen schuilgaand,
+de groene velden, waar de waterplassen fonkelen als schilden; aan
+den horizon de mooie, hooge bergen, de zuivere, afgeronde vormen
+van den Soembing en den Merapi, met bosch bedekt, oprijzend in de
+zonnige lucht. Al dit land is te zeer levend en vruchtbaar, dan dat
+het lang de wreede herinnering zou kunnen bewaren aan de vroegere
+rampen. Als 't menschenwerk te niet gaat, neemt de natuur er bezit
+van. In het oude paleis van Djokjokarta kost het moeite de vormen
+en de inrichting van het gebouw te onderkennen tusschen den wirwar
+van bamboes en van palmen. Hier en daar hangt nog een stuk muur over
+een esplanade, ziet men een poort, die gapend toegang geeft tot een
+kronkelende gang, en naakte kinderen spelen en dartelen in de felle
+zon op de opeengehoopte steenen. Hoe zou men kunnen stilstaan bij
+vroegere tragische tooneelen te midden van zoo schitterende décors.
+
+
+
+Mijn rijtuig heeft mij langzaam weder in de oude stad
+teruggebracht. Wij rijden langs een kanaal, pas gegraven en in een
+rechte lijn verloopend, waaraan huisjes staan onder kokospalmen. Nu
+en dan verdwijnen de huisjes, en er komt een zwijgend bosch, waar uit
+den met gras bedekten grond veel slanke zuilen opgaan. Het lijkt, of
+men zeer ver verwijderd is van een moderne stad, maar de rails en de
+draden van de electrische tram maken spoedig een eind aan die verkeerde
+gissing. Hier, in deze lage vlakte, kampeerden tot tweemaal toe de
+legers van Mataram; tweemaal hebben de stoere verdedigers van Batavia
+hun vijanden zien vluchten, door het moorddadig beleg geheel uitgeput.
+
+De inhalige kooplieden uit vroeger tijden wisten ook door andere
+middelen hun veroveringen te behouden. Aan den weg ziet men nog een
+monument van hun barbaarsch recht, namelijk het huis van Pieter
+Eberfeld. Een gepleisterd doodshoofd, grijnzend en doorboord
+met een ijzeren staaf, met een opschrift in het Hollandsch en 't
+Maleisch, roept de verschrikkelijke geschiedenis in de herinnering
+terug. Een oostenrijksch avonturier had met inlandsche hoofden een
+complot gesmeed, om de Hollanders te verdrijven; zijn dochter,
+die een hollandsch officier beminde, maakte het geheim bekend,
+en de afschuwelijke straf werd voltrokken; Eberfeld werd gespietst
+en in den muur van zijn eigen huis ingemetseld, welk huis niet mag
+worden aangeraakt en dat, door de planten geheel en al bedekt, aan
+den eenzamen weg ligt sedert de stichting van Weltevreden.
+
+Door de gapende, scheef hangende deur kan men den tuin zien, waar in
+het wild wat boomen groeien en waar de Maleiers uit den omtrek vrij de
+vruchten komen plukken. Aan één dier boomen werd misschien de dochter
+van den ongelukkige opgehangen, en ik stel mij voor, hoe het drama daar
+is afgespeeld, nu 150 jaar geleden onder den brandenden zonneschijn,
+onverbiddelijk als de menschen van toen. Ik denk aan Eberfeld, die
+door de geschiedenis als een verrader is gebrandmerkt, en die, zoo
+het succes zijn daad bekroond had, de gevierde stichter zou geworden
+zijn van een tweede paradijs; aan die heftige en tragische liefde en
+het geheim, dat haar ontrukt werd; aan de straf, de onverschillige
+of wreede rechters, die een plicht volbrachten of hun wraak koelden,
+terwijl ze de een oogenblik bedreigde schatten beschermden.
+
+Van die onverbiddelijke rechters slapen enkelen hier zeer dichtbij,
+rondom de oude kerk, onder de grafsteenen en de zware metalen
+platen, waarop de woorden herinneren aan het gedane werk. Dit is
+de oude stad. Een menigte grachten loopen erdoor en er omheen. In
+de Europeesche wijk staan de massieve huizen langs de Kali Besar en
+aan de overzij is de kampong, de chineesche wijk. De koelies en de
+kooplieden rusten uit op de stoepen. De zon begint reeds te dalen en
+de hollandsche kooplieden zijn naar Weltevreden teruggekeerd. Elken
+avond houdt na vijf uur alle werk op, en het leven van arbeid wordt
+eerst hervat tegen morgen acht of negen uur.
+
+Hier is, evenals te Singapore en Bangkok, alle handel in 't groot
+en in 't klein in handen van Chineezen. Zij zijn al sinds de tiende
+eeuw trouwe bezoekers dezer streken. Toen Batavia pas gebouwd was,
+vestigden zij er zich in menigte. Zij waren niet altijd zoo vreedzaam
+gestemd als tegenwoordig. Zij verdroegen niet lijdzaam de vele
+onrechtvaardigheden en verkozen niet, de grillen en de heftigheden
+der veroveraars te verdragen.
+
+In 1737 sloten zich een groot aantal Chineezen aaneen en wapenden
+zich in een naburig dorp, waarna het leger van de opstandelingen de
+stad aanviel. De rustige Chineezen hadden hun kantoren niet verlaten;
+toen het bevel daartoe gegeven werd, hadden zij zich in hun huizen
+opgesloten. Door hun aantal scheen het, dat zij wel gevaarlijk konden
+worden, en men besloot, zich van hen te ontdoen. De gouverneur-generaal
+Valckenier gaf, radeloos van angst, bevel tot den moord. Terwijl de
+opstandelingen, teruggedrongen na den eersten aanval, op den terugtocht
+waren, voltrok het garnizoen van Batavia, versterkt met ontscheepte
+matrozen, het vonnis. Er had een ganschen nacht en een geheelen dag
+een afschuwelijke, laffe slachting plaats. In het hospitaal zelfs
+werden vijfhonderd zieke Chineezen geworgd. Bijna negen duizend
+ongelukkigen werden gedood.
+
+In de stad, die in een slachthuis was veranderd, riepen het vergoten
+bloed en de opeengehoopte lijken wrekende epidemieën in het leven. De
+oorlog breidde zich uit, bereikte de naburige provincies, en in 't
+verlaten Batavia stond alle handel stil. Dit wekte, meer misschien
+dan afschuw van de misdaad, de verontwaardiging van de Oost-Indische
+Compagnie. Valckenier werd gevangen genomen en veroordeeld; maar
+het dossier van de zaak en het vonnis, dat de doodstraf verlangde,
+gingen verloren in 1744 bij de schipbreuk van de Streyer. Valckenier
+stierf eenige jaren daarna vóór het einde van het proces.
+
+Sedert dien tijd zijn de Chineezen teruggekomen. Op het eiland
+overtreft hun aantal tegenwoordig het cijfer van 250 000; alleen te
+Batavia telt men 28 000. Op dit late uur geven zij alleen nog eenige
+levendigheid aan de oude straten, die mij tot aan de citadel voeren, al
+sinds jaren ontmanteld. De groote poort staat nog overeind, zorgvuldig
+wit geverfd met vier zwarte urnen er op, en in de nissen twee beelden
+van woeste krijgers. In het gras, op de plek der geslechte wallen
+liggen nog enkele oude kanonnen van gietijzer. Een ervan, van vrij
+groot kaliber, geniet hier een zekere vereering. Het stuk heeft, naar
+'t schijnt, wonderbaarlijke eigenschappen; 't geeft den vrouwen, die
+geen kinderen hebben, kans op nakroost, en maleische dames vervullen
+er haar godsdienstplichten. Voor 't oogenblik echter heeft het oude
+kanon rust en is door de geloovigen verlaten.
+
+Hier en daar verrijzen tusschen de boomen groote, stille, gesloten
+gebouwen, die echter goed zijn onderhouden. Dat zijn de oude kazernes,
+die nu als winkels in gebruik zijn. En dan, voorbij de citadel, volgt
+de haven. In die nauwe en vuile kom legden vroeger de schepen aan,
+die in zoo grooten getale het oostersche Venetië bezochten. Zij gingen
+door tusschen de beide havenhoofden, die tot in zee voortloopen te
+midden van moerassen. Daaruit rijzen de bladeren van de palmen, die
+in 't water groeien, op onder de kanonnen van de batterijen, wier
+vormen men nog onder 't groen terug kan vinden. Tegenwoordig gaan
+alle booten naar Tandjong Priok, de nieuwe haven, en hier is alles
+dood, somber en stil in het flauwe licht van een regenachtigen avond,
+en ik keer met voldoening terug naar Weltevreden, de levende stad.
+
+
+ Aan boord van de Speelman, 9 April.
+
+Gisteren om vier uur zijn wij uit Tandjong Priok vertrokken. Enkele
+vrienden, landgenooten, met wie wij hier kennis hebben gemaakt en die
+wij, hoop ik, in Frankrijk zullen weerzien, hebben ons vergezeld trots
+de drukkende hitte. Ik heb Java zonder al te veel smart vaarwel gezegd,
+en ik gevoel volstrekt niet dien weemoed bij het scheiden, dien vele
+anderen hebben gevoeld. Ik hecht mij aan de menschen, niet aan de
+dingen. Aan landen, waar ik gewoond heb, maar waar ik geen menschen,
+die mij dierbaar zijn, achterlaat, gevoel ik mij slechts door zwakke
+banden gebonden. Het ontroert mij niet, als ik een eenmaal afgelegden
+weg weer betreed of bekende plaatsen terugzie, en als ik er een nieuwe
+vreugde vind, komt dat niet uit gevoelsoorzaken. Ik ben geen slaaf
+van mijn gewoonten; ik heb de ziel van een vagebond. Reizen opent de
+poort der droomen voor mij, omdat ik het onbekende zal binnengaan.
+
+Die liefde voor verandering en voor iets nieuws verleent aan ieder
+afscheid een zekeren glans. En daarbij ben ik op Java min of meer
+teleurgesteld geworden. Ik heb mij het land dikwijls voorgesteld
+als een geheimzinnig en gevaarlijk oord; en ik vond er integendeel
+de vriendelijkste, zonnigste landschappen, een vreedzame, onderworpen
+bevolking, die een kalm, eentonig leven leidt, juist als de veroveraars
+ook doen.
+
+Toch heeft mijn jongste uitstapje een diepen indruk op mij gemaakt. Er
+was mij een geestdriftige beschrijving gegeven van de baai van
+Palaboean Ratoe, en ik heb van enkele vrije dagen gebruik gemaakt,
+om dat wonder te gaan zien, vóór het vertrek der Speelman.
+
+De spoorweg bracht mij naar Tji Badak, tusschen Buitenzorg en
+Soekaboemi, en van daar gingen we per rijtuig langs een steenachtigen
+weg tot aan den oever der zee. Dit is, naar 't schijnt, het nog
+woeste Java, en de Indische Oceaan bespoelt hier een met bosch bedekte
+rotsachtige kust. Wij hebben den nacht doorgebracht in de pasangrahan,
+en zoodra het dag was, begaven we ons op weg om weer te Soekaboemi
+te komen door Pasawahan en Bodjong Lopang. Wij staken eerst op een
+primitief vlot een rivier over, de Tji Mandiri, en volgden daarna
+den linkeroever tot de monding.
+
+De weg loopt daarna door een nauw dal en stijgt dan snel tot meer
+dan 1000 M. hoogte. Naarmate men hooger komt, krijgt men de geheele
+baai te zien, en weldra doet zich een prachtige aanblik voor, de
+mooiste stellig, dien ik op Java heb genoten. Eerst ziet men het
+dal, dat we pas zijn doorgegaan en de met bosch bedekte hellingen,
+de dichtbebladerde boomen van zoo verschillende soort, de lianen,
+die ze verbinden en er zich omheen slingeren; dan lager een gehuchtje
+tusschen palmen, slanke boomen, die hun pluimen wuiven in den wind
+en verderop de diepe en blauwe zee. Nauwelijks wordt de oppervlakte
+door een enkel rimpeltje bewogen, en de zachtgeronde kust vloeit samen
+met het witte schuim, dat het zand omzoomt; dan treft de lichtgroene
+tint der rijstvelden, en andere landen, geel reeds en gereed om te
+worden geoogst, en heuvels weer, gekroond met wouden. Aan hun voet
+stroomt de rivier, die rood en troebel water voert en zich niet wil
+vereenigen met het kristalheldere water van de zee, en eindelijk op
+den achtergrond de blauwe bergen, welker toppen zich aaneensluiten tot
+den horizon. En dat alles onder een prachtigen hemel, schitterenden
+zonneschijn en onbewogen, doorschijnende lucht, zonder een spoor van
+nevel of damp en zonder dat toch 't een of ander hard en onafgerond
+schijnt. 't Is een kalm en vredig stemmend landschap, een tooneel,
+dat men zich telkens voor den geest roept en dat eigenlijk niet door
+een beschrijving is weer te geven.
+
+Het vertrek van Tandjong Priok biedt niet zooveel moois aan. Dikke
+nevels verbergen den horizon, en een laag wolken verbergt de beide
+tweelingvulkanen, Salak en Gedeh, waarvan wij eenige maanden geleden op
+den morgen onzer aankomst de zuivere omtrekken mochten bewonderen. De
+Speelman is uit de haven vertrokken. Het schip vaart op korten afstand
+langs een lage kust, waarvoor een rij van eilandjes liggen. Een dicht
+plantenkleed loopt tot aan zee. Op dezen vruchtbaren grond is er geen
+brokje slijk en geen hoekje steen, of de plantengroei legt er beslag
+op. Het is, of Java uit den oceaan is opgestegen in den ouden tijd,
+geheel met groen en bloeiend leven overtogen.
+
+De residentie, welker kust wij zien, is toch niet een der schoonste
+van Java; het is integendeel de armste en de minst bevolkte;
+'t is Bantam, waar de Hollanders zich het eerst vestigden. In
+de vlakte zijn bijna alle gronden, en wel de allervruchtbaarste,
+aan Europeanen en Chineezen verkocht, een manier van Daendels en
+Raffles om de schatkist te vullen. Ofschoon zij op die wijze over
+directe hulpmiddelen beschikten, hebben ze de taak van hun opvolgers
+bemoeilijkt, want de toestand, zooals hij nu is, drukt zwaar op de
+bevolking. Waarom den grond te bewerken, als de opbrengst een vreemden
+meester moet verrijken? De landbouwer van Bantam kan zich niet daarin
+schikken. Hij trekt ergens anders heen en zoekt in andere residenties
+gronden, die nog vrij zijn. Diegenen, die achterblijven, hebben niet
+het zorgelooze karakter der andere Javanen; zij zijn heftig van aard,
+en hun godsdienst is strenger. De mohammedaansche dweepzucht, die niet
+veel op Java voorkomt, wordt hier aangetroffen, en nog pas weinige
+jaren geleden werd een resident er het slachtoffer van.
+
+Vroeger trachtten de inlandsche hoofden, die zelf arm waren te midden
+van een uitgeputte bevolking, door allerlei middelen, wettige en
+onwettige, hun rang op te houden. Toen het stelsel der gedwongen
+cultures in zwang was, trok de Javaan, die meedoogenloos geplunderd
+werd door zijn hoofden en door een onverzadelijke regeering,
+de Soendastraat over en zocht een schuilplaats in de Lampongs;
+er vormden zich benden, troepen arme wanhopigen, die, naar wraak
+dorstend, het land verwoestten.
+
+Sedert dertig jaren is intusschen alles anders geworden. In deze
+ongelukkige residentie heeft een bewonderenswaardig man gediend,
+en zijn geest, die het goede zocht, waagde zich aan een ongelijken
+strijd, waarin hij niettemin overwinnaar bleef. Men heeft mij
+eenige dagen geleden te Rangkas Betoeng het huis laten zien,
+waarin Multatuli woonde. Douwes Dekker was vijf-en-veertig jaren
+geleden assistent-resident van Lebak. Hij was een onbevreesd en
+gevaarlijk ambtenaar, omdat zijn beginselen in strijd kwamen met wat
+de administratie eischte. Hij meende, dat zijn plichten als ambtenaar
+en zijn plichten als mensch niet met elkander in tegenspraak konden
+zijn, en op den dag, dat het onrecht, begaan door den regent van Lebak,
+hem bekend werd, stelde hij zich er niet mee tevreden, het eenvoudig
+te berichten aan zijn superieur in de hiërarchie. Hij zou vóór alles
+recht erlangen, niet om het recht alleen, maar omdat menschen leden
+en hij hun ellende wilde doen ophouden. Men verzocht hem te zwijgen;
+de plicht van een ambtenaar was dood eenvoudig; die bestond in
+'t laten verbouwen van koffie en die zoo goedkoop mogelijk te doen
+betalen. De inlandsche hoofden waren bij die verheven taak helpers,
+die men moest ontzien.
+
+Als de regent van Lebak al iets op zijn kerfstok had, dat
+beteekende weinig; hij bewees diensten, en dat was waarborg genoeg
+van moraliteit. Douwes Dekker hield vol, werd verplaatst, viel in
+ongenade, moest zijn ontslag vragen en ging heen. Gedurende vele
+jaren heeft hij in Nederland ellende en honger gekend, en erger,
+het sarcasme en het beleedigende medelijden. Multatuli, "ik heb
+veel geleden", dat is wel de rechte naam voor een apostel. Niets
+heeft hem ontmoedigd. Onvermoeid heeft hij geroepen; hij heeft het
+stelsel van roof en onderdrukking blootgelegd, en zijn adem heeft het
+trotsch gebouw van onrechtvaardigheid ter neer geworpen. Hij had alle
+menschelijke machten tegen zich, de ijdelheid der staatslieden, de
+hebzucht der handelaars, de hatelijke inertie van de administratieve
+machine, de lafheid van de eerlijke menschen, maar hij heeft
+gezegevierd. In geheel Nederland heeft iedereen medelijden gekregen
+met den ongelukkigen en zoo lang reeds onderdrukten inlander. Niemand
+wilde meer iets weten van een kolonisatiesysteem, waarbij de rijkdommen
+betaald werden met de tranen der Javanen. Ik heb het voltooide werk
+aanschouwd. Wat tegenwoordig de hollandsche bestuurswijze kenmerkt en
+haar een edelmoedig karakter verleent, is de aanhoudende zorg voor
+den inboorling, den kleinen man, die zoowel tegen anderen als tegen
+zichzelven beschermd moet worden.
+
+Aan dien onbuigbaren man moet ik telkens denken. Hij zag vóór zich
+de beide wegen, den eenen rustig, kalm en zachtkens dalend naar de
+lage landen, den anderen steil en moeilijk naar de hoogten van het
+leven, en hij heeft den tweeden gekozen. Als hij geleden heeft, hij
+heeft toch ook bovenmenschelijke blijdschap gesmaakt; hij heeft zijn
+ideaal verwezenlijkt gezien. Over dat voorbeeld moet ik nadenken,
+een tooverdrank, waarvan ik kracht en beteekenis begin te begrijpen.
+
+Het is nacht geworden, en de boot glijdt voort in de dikke
+duisternis. Enkele passagiers luisteren naar de schreeuwerige tonen
+van een grammophoon. Op het dek hurken inlanders. Onder hen is ook een
+troep reizende muzikanten; zij gaan naar Padang en zijn de houders
+van den schat der oude melodieën en der legendarische gedichten. Op
+ons verzoek gaan ze spelen. Het orkest, de gamelang, bestaat uit
+instrumenten van allerlei vorm en allerlei soort. Een ervan, een
+reeks van gongs, op muzikale tonen gezet, geeft aardige muziek, nu
+en dan afgebroken door het heftige en brutale geroffel der trommen
+van vel of hout. Meisjes zijn aan het dansen. Zij hebben een costuum
+van doorschijnende stof aangetrokken met gouden pailletten en dragen
+een uitgebreid kapsel, waaronder ze als gebukt gaan, met een diadeem,
+van achteren als een helm opstaand.
+
+Ook hebben ze een masker voor, blauw, rood of zwart, met spitsen
+neus en gebogen wenkbrauwen, welks trekken eenvoudige gevoelens,
+vreugde of smart te kennen geven. Zij dansen, en de muzikanten zingen;
+onbekende woorden vliegen heen en weer, de stemmen rijzen en dalen bij
+beurten. De danseressen wiegen zich rechts en links, met de voeten
+dicht bijeen of gekruist; met uitgespreide armen bewegen zij het
+hoofd, buigen het lichaam, verroeren handen en vingers in zonderlinge,
+stijve gebaren en dan leggen ze van tijd tot tijd een paar passen af
+met theatrale groote stappen en uitdagend opgeheven hoofd.
+
+Wat verbeeldt dit alles? wat zeggen ze? De stemmen worden zachter,
+sterven weg. Dezelfde zuivere, melancholieke toon keert geregeld terug
+en wordt door een slag op een metalen gong voortgebracht. Het lied,
+dat er wordt gezongen, het tooneel, dat ze opvoeren, 't zij kwijnend
+of hartstochtelijk, ieder van ons mag het uitleggen naar zijn eigen
+fantazie. De koddige schaduwen, die daar zich bewegen in 't onzekere
+licht van eenige lantaarns, schijnen zich op te lossen in niets;
+het lijken spoken, getuigend van een verdwenen verleden, van doode
+koninkrijken en voorbijgegane liefde, van heldendaden en nutteloos
+vergoten bloed. Zij wekken in ons atavistische herinneringen, duistere
+gedachten, onduidelijke wenschen en terwijl de danseressen buigen en
+ons groeten, terwijl de duisternis al dieper wordt en de muziek zwijgt,
+word ik nog gewiegd door den droom, dien het dansen en zingen opriep.
+
+
+ Aan boord van de Speelman, 10 April.
+
+De Speelman haast zich niet. Gisteren zouden wij te Telok Betong
+hebben moeten aankomen om zes uur in den morgen; averij aan de machine
+deed ons de vaart vertragen, en we zijn pas om tien uur op de reede
+aangekomen. Wij hebben geen tijd, aan wal te gaan en moeten ons
+tevreden stellen met uit de verte de kust te beschouwen. Wij liggen
+achter in een driehoekige baai, in 't Zuiden afgesloten door een rij
+eilandjes. De met bosch bedekte bergen dalen rechtstreeks neer in zee;
+hooge toppen van 1000 à 1200 M. schijnen den ingang van de haven te
+bewaken. In het Zuiden kan men door de opening, die wij juist zijn
+doorgegaan ten westen van het eiland Sebesi, een alleenstaanden kegel
+zien van grijze kleur, dat is de Krakatau.
+
+Deze rustige berg, boven stille wateren oprijzend, heeft zeventien
+jaren geleden een der vreeselijkste catastrophen veroorzaakt. Sinds
+1680 had de vulkaan niet gewerkt. De zeelieden, die uit Europa kwamen,
+begroetten altijd reeds van verre den eenzamen berg; hij kondigde hun
+'t einde aan der reis. In Maart 1883 is plotseling het monster wakker
+geworden. De inboorlingen uit het land in de buurt zagen met verbazing
+den vederbos van rook, die wuifde door de lucht. Zij waren aan zoo'n
+schouwspel wel gewend, en het boezemde hun geen schrik meer in.
+
+Van de eene naar de andere zijde over Java en Sumatra strekken zich
+twee rijen van vulkanen uit; elk van die heeft zijn eigen legende,
+zijn lange perioden van rust en zijn uitbarstingen van woede. De
+woede van den Krakatau leek niet zoo erg verschrikkelijk. Er
+lagen op zijn hellingen geen dorpen en geen aanplantingen, en de
+beschermende zee isoleerde dezen vulkaan. Maar met iederen nieuwen
+dag namen de verschijnselen in hevigheid toe. In de maand Augustus
+wierp de berg dikke wolken asch uit; lavastroomen vloeiden over den
+kraterrand; het eeuwenoude bosch op de hellingen begon te branden
+als een reuzentoorts. Een planter, die toen op Java woonde in de
+Preanger Regentschappen, vertelde mij van den schrik en den angst,
+die gedurende enkele dagen allen vervulden.
+
+Men had in de richting van Batavia een dichte wolk zien opkomen,
+die langzamerhand grooter werd en al het land overdekte. Het leek,
+of zij niet door den wind werd voortgedreven. De zware rookkolommen
+stapelden zich op, en het werd donker, donkere nacht met een fijne,
+ongrijpbare asch, die onophoudelijk neerdaalde. De menschen hadden
+zich, bevend van angst, in hun huizen opgesloten.
+
+In die duisternis, die volle vijftig uren duurde, hoorde men
+ontzettende ontploffingen. Te Singapore meende men, dat de vulkaan
+van de Karimon Java-eilanden werkte; te Saigon geloofde ieder,
+dat in de Golf van Siam de eskaders elkaâr een donderend gevecht
+aandeden. Op de kusten van Java en Sumatra wachtten de doodelijke
+verschrikte bewoners op de ontknooping. Hoe zou het gevaar zich
+ten slotte voordoen? Stortte de grond onder hen in en zouden nieuwe
+kraters worden gevormd? Niemand durfde vluchten in de duisternis; de
+opgehoopte asch lag hier en daar als een bed van een meter hoogte; de
+onzichtbare vulkaan ging maar voort met donderen; woedend sloeg daarna
+de regen neer. Het gevaar leek nog dreigender in het binnenland dan
+hier aan het strand, waar de vastgemaakte booten nog op het uiterst
+oogenblik redding mogelijk zouden maken--en toch, juist uit zee is de
+ramp opgestegen. Plotseling stortte de krater van den Krakatau in;
+reuzengolven stoven op en kwamen dreigend op de kust aan. In den
+trechter, door de baai van Telok Betong gevormd, kwam een dertig
+meter hooge muur van water breken op de kust. Tot aan den voet der
+bergen veegde de vloedgolf dorpen weg en tuinen; zij nam schepen op en
+smeet ze neer op het land, en als het water zich had teruggetrokken,
+liet het in de verwoeste streek duizenden dooden achter. De vulkaan
+was van vorm en van plaats veranderd; waar vroeger zijn hoogste top
+verrees, gaapte nu een afgrond in de zee van 300 M. diepte, en nieuwe
+eilanden waren ontstaan tusschen de ruïnen van den berg.
+
+Wij zijn slechts weinige uren te Telok Betong gebleven en gingen van
+daar naar Engano. Zonder ons te haasten, voeren we door tusschen de
+eilanden, die de baai afsluiten; het waren pyramiden van groen en van
+den top tot den voet spiegelt al dat gebladerte zich in de zee. Toen
+daarna de laatste kaap was omgezeild, volgden wij verder op korten
+afstand de kust. De zee is hier om dezen tijd van het jaar zoo stil
+als in een meer. Links wijken de laatste toppen van Java in den grijzen
+nevel. En vreemd, eerst op dat oogenblik speet het mij, dat de zoo snel
+volbrachte reis was afgeloopen. Dat land, dat ik zoozeer had gewenscht
+te zien en dat ik zeker nooit weer zal aanschouwen, mijn verbeelding
+begon het nu te vervormen tot iets wonderschoons. Misschien heb ik de
+vriendelijkste of treffendste punten niet gezien, mogelijk ook had ik
+er langer moeten blijven en er moeten leven op een andere manier. Java
+fluistert haar geheimen en geeft haar zoete bekoring slechts voor
+diegenen, die er trouw aan zijn en zich geheel willen geven.
+
+Het wordt avond; de grijze lucht en de zee smelten samen; enkele
+zachtrood gekleurde wolken drijven door de lucht; andere komen
+op aan den horizon. Ieder ondervindt den invloed van dit heerlijke
+uur. Geluidloos klieft het schip de golven, en een parelmoeren schuim
+volgt het op zijn weg.
+
+In zulk een lauwe atmosfeer en 't uniforme licht beginnen droomen
+zich weer van den geest meester te maken. De straat daarginder
+is de Soendastraat en zij roept duizend machtige beelden op. In
+deze zee, waar zooveel groote schepen in de jaren van de eerste
+ontdekkingsreizen zijn vergaan, moet men wel denken aan de heldhaftige
+expedities, door avonturiers van vroeger op 't getouw gezet. Mooie
+verzen over de conquistadores spelen door mijn brein. Hier was het
+land van goud en specerijen, het land, dat geurig en welriekend
+was als geen; de wondereilanden, die hun schatten slechts voor de
+stoutmoedigen beschikbaar hadden. Naar deze stranden zetten koers die
+heldenkapiteins, wier uren van triomf ik tracht mij voor den geest te
+roepen. Hier, op den nu zoo rustigen bodem, stapten zij aan wal bij
+'t bulderen der verouderde kanonnen, en bij 't verlaten van hun schepen
+zagen zij de volken vluchten. Koningen bogen zich voor deze toovenaars,
+die onverschrokkenen, gekomen uit het Westen, uit die verre streken,
+waar de zon des avonds schuilgaat.
+
+Het komt mij voor, dat in dien tijd de natuur met nog veel machtiger
+bekoring op de helden moet hebben gewerkt. Zij zagen er niets leelijks
+en niets kleins, en toen de verovering voltooid was en de buit was
+meegevoerd, toen togen de avonturiers op nieuwe tochten uit, op wankele
+schepen over onbekende zeeën, weer op de zoek naar nieuwe stranden,
+waar hen nieuwe zegepralen wachtten.
+
+Ik weet wel, dat de meeste dezer helden niet meer waren dan bandieten,
+ruw en wreed, dat niet van poëzie hun ziel vervuld was, noch hun
+hart van medegevoel. De menschelijke inhaligheid kwam toen met zeer
+naïeve felheid aan den dag; recht, menschelijkheid en al die groote
+woorden, die ons aangenaam in de ooren klinken, vielen in de stilte
+neer en wekten in 't geheel geen echo's. De wereld behoorde aan de
+christenvolken; de grond met zijn rijkdommen en met de ongeloovigen,
+die er woonden. Er bestond geen zedelijke band; de veroveraar bezat
+de macht, en hij was in 't bezit der waarheid.
+
+Ieder wenschte voor zich een aandeel aan 't onmetelijke gebied, waarvan
+men bij elken stap, dien men deed, de grenzen zag terugwijken. Bij
+deze jacht naar winst, waarop de volken van Europa elkander de
+aarde betwistten, hield ieder zijn deel angstvallig vast door alle
+mogelijke middelen. De wegen, leidend naar de nieuwe landen, waar de
+zware galjoenen zich langs bewogen, moesten een geheim blijven. De
+ruwe kaarten, waar de schippers, zoo goed en zoo kwaad als het ging,
+hun gang op afteekenden, waren nationaal eigendom, en 't was verraad,
+ze aan vreemdelingen af te staan of bekend te maken.
+
+Met zweep en brandmerk en verbanning werden de schuldigen of de
+onvoorzichtigen gestraft. Die blanke menschen, die de volken van het
+Oosten elken dag zagen aankomen in hun landen en die de zonen schenen
+van een zelfde ras, leverden elkander op alle zeeën de verwoedste
+gevechten, en voor hun schreden zonken koninkrijken in het niet en
+oude beschavingen vielen tot stof ineen.
+
+Maar in onze herinnering blijven wij niet toeven bij de begane
+wreedheden. Hoe komt het toch, dat die ruwe klanten uit de historie
+voor ons oprijzen, omstraald door een helder licht? Dat is, omdat
+elk van ons hun iets van zijn eigen ziel geeft. Wij wenschen te
+gelooven, dat zij door een ideaal werden geleid. Als wij, bewoonden
+zij sombere landen, waar 't banale leven niet genoeg was voor hun
+ziel. Zij stikten in de enge gevangenis, waarin het lot hen had
+geplaatst, waar vooroordeelen en allerlei belangen hen vasthielden;
+zij scheurden zich los, gingen heen, verder en altijd verder, om
+nieuwe landen te zoeken en krachtiger, vuriger zonnen. Ze hadden
+hun ketenen verbroken, en de verworven vrijheid steeg hun naar het
+hoofd. Wie onzer zou zoo'n schoonen droom niet willen leven?
+
+
+ Aan boord van de Speelman, 10 April.
+
+Hedenmorgen zijn wij tegen tien uur te Engano aangekomen. Wij hebben
+in een kalme baai het anker uitgeworpen, waar drie eilandjes ons
+tegen de hooge zeeën beschutten. Een kring van brekers, waar de
+zee geweldig bruist en schuimt, omringt ons in een nauwen cirkel,
+en slechts met moeite kunnen we nog de doorvaart herkennen, die ons
+den toegang heeft verleend.
+
+Pas hadden we het anker uitgeworpen, of van elk eiland staken booten
+van wal, met roeiers bemand. De inboorlingen, die erin waren gezeten,
+moedigden elkander aan met schelle kreten. Ze zijn halfnaakt en
+vertoonen ons stevige lichamen met sterke spieren. De gelaatstrekken
+zijn energiek en woest; de diepliggende oogen fonkelen onder zware
+wenkbrauwen, die het smalle voorhoofd begrenzen; de jukbeenderen
+steken vooruit, en de benedenkaak is zwaar en vierkant. Een lap stof
+houdt het haar in bedwang en omgeeft het voorhoofd als een hoofddoek,
+en aan den achterkant vallen krullen neer in den nek.
+
+Dit zijn mooie, forsche kerels, die men zou willen zien, getatoeëerd
+voor den oorlog en met lans of knots gewapend. Ze zijn aan boord
+gekomen, op een manier, die denken doet aan de vermeestering van een
+gemakkelijke prooi. Met zulke lenige bewegingen moeten indertijd,
+als Cook en La Pérouse een nieuw eiland ontdekten, de inboorlingen
+vol nieuwsgierigheid hun schepen hebben bestormd. Deze wilden hebben
+intusschen in 't minst geen booze bedoelingen; zij komen eenvoudig
+maar copra tegen rijst inwisselen. Zij brengen ook vruchten mee,
+visschen die er vreemd uitzien, vol stekels, en prachtige schelpen,
+met parelmoer belegd. Achterop elke schuit staat een Chinees,
+de onvermijdelijke tusschenpersoon in deze streken, en leidt de
+bewegingen van het vaartuig.
+
+Vroeger waren de Eugano-eilanden sterk bevolkt. Vijftig jaar
+geleden woonden de inboorlingen er nog vreedzaam en van de wereld
+afgezonderd. Ze leefden van jacht en vischvangst, kenden nog niet de
+bewerking van het ijzer en wisten niets van het bestaan van tabak
+en alcohol. Als er een schip vóór hun dorpen verscheen, gedroegen
+zij zich gastvrij en vriendelijk. Maar de menschen van Sumatra
+minachtten hen als wilden, en ze zijn dan ook sedert dien tijd in
+beschaving vooruitgegaan. Ze kunnen flink drinken en zijn jaloersche
+echtgenooten geworden. Een jonge contrôleur, die een tournée er heeft
+gedaan, vertelt mij, dat hij van geen vrouw het aangezicht te zien
+heeft gekregen. Toch zijn de meisjes van Engano mooi en flink gebouwd.
+
+De veldwinnende beschaving heeft nog andere gevolgen gehad. De
+bevolking vermindert onrustbarend in aantal. Ziekten hebben zoo erge
+verwoestingen aangericht, dat er niet veel meer dan 600 inwoners
+zijn. Welke kwaal decimeert hier de menschen, die er toch zoo sterk
+en flink uitzien? Niemand kan het mij zeggen. De inboorlingen meenen,
+dat booze geesten hen met hun haat vervolgen. Zij hebben het groote
+eiland verlaten en hebben een schuilplaats gezocht op de kleinere,
+minder ongezonde eilanden. Dat zijn manden van groen, even slechts
+zich verheffend boven het doorschijnend heldere water. Eerst ziet men
+een dun zandlijntje, dat als goud schittert, dan een hoopje struiken,
+afgeronde groepen en daarachter de dicht bijeen staande stammen en de
+groene vederbossen van de kokospalmen. Ik zie nergens andere boomen,
+en onder palmen staan ook de huizen aan het strand.
+
+Links van ons breidt het grootste eiland zich uit, geheel met bosch
+bedekt. Hier en daar op het strand wijzen boschjes kokospalmen nog de
+plek der vroegere dorpen aan. Als ik zulke streken zie, zoo mooi en zoo
+woest, krijg ik lust, mij naar land te laten roeien, aan wal te gaan
+op die smalle zandige kust, die een gordel vormt om het woud heen en
+mij op goed geluk diep in het bosch te wagen. Ik weet wel, dat ik er
+moerassen zal vinden en planten met scherpe dorens en verraderlijke
+lianen, die u tegenhouden en u de voeten binden, en weerzinwekkende
+insecten, en toch wordt het een lastige kwelling, dat men aan zulk
+een wensch niet kan voldoen. Zou 't zijn, doordat ik ben geboren in
+een dor en door de zon verschroeid land? Ik weet het niet; maar ik heb
+een hartstochtelijke vereering voor het woud. Die zware mantel die den
+grond verbergt, die massa's donker gebladerte, de smalle, donkere paden
+lokken mij aan door hun geheimzinnigheid. Ook heb ik vroeger reeds
+een tijd lang in het bosch geleefd, een vrij en ongebonden leven,
+en ik heb daarvan, geloof ik, iets ziekelijks behouden, dat mij van
+tijd tot tijd er altijd naar zal doen terugverlangen.
+
+Wij hebben Eugano zooeven verlaten en zetten koers naar Benkoelen,
+welks hooge kust wij weldra langzaam uit de wateren zien oprijzen.
+
+
+ Padang, 20 April.
+
+Wij zijn te Padang al sedert den 12den. We hebben reeds een
+eerste uitstapje gedaan en zijn gisteren hier teruggekomen, om de
+voorbereiding voor een tweede te houden, een langer en bezwaarlijker
+tocht.
+
+Van Eugano tot Padang had de reis een zeer alledaagsch verloop. Het
+was een kalme vaart over een slapende zee met eenige uren oponthoud
+te Benkoelen. Dat is een klein, zeer stil stadje, waar een weg begint
+dwars door Sumatra bij Palembang uitkomend. De huizen der chineesche
+wijk staan tot dicht aan zee, en de dikke palen, die de balkons en
+de veranda's dragen, worden door het water bespoeld. Daarachter zijn
+het residentiehuis en de woningen der Europeanen door groote tuinen
+omgeven, aan beide zijden van de stille straten.
+
+Boven het strand verrijst een oude citadel en enkele ouderwetsche
+kanonnen kijken melancholiek in zee. Het is 't fort Marlborough,
+reeds meer dan een eeuw geleden gebouwd door de Engelschen. Zij
+waren er in 1796 in getrokken en hielden zich er lang staande. De
+verdragen van 1814 hadden hen verplicht, aan Nederland Java en wat
+er bij behoorde, terug te geven. Men wist toen in Europa nog niet,
+welk een kostbaren schat sir Stamford Raffles voor zijn land veroverd
+had. Evenals Clive had hij gedroomd, het rijk uit te breiden en als
+Clive was hij in de functie van eenvoudig ambtenaartje begonnen op de
+kantoren der Indische Compagnie en als Clive had hij met zijn genie de
+hooge ambtenaren voor zijn idee gewonnen. In 1807 droeg lord Minto,
+gouverneur-generaal van Britsch-Indië, hem op, zich in verbinding te
+stellen met de maleische vorsten op Sumatra en Java. In 1811, op het
+oogenblik dat admiraal Stapford op Malakka een expeditie naar Batavia
+voorbereidde, onderhandelde Raffles met den sultan van Palembang, de
+radja's van Bali en Lombok en den regent van Madoera. De nederlaag
+van 't fransch-hollandsche leger werd kort daarna gevolgd door de
+onderwerping aan Engeland van alle inlandsche vorsten.
+
+Benoemd tot luitenant-gouverneur van Java, begon Raffles het land
+te organiseeren. Hij ging langs nieuwe wegen met een energie en
+een ijver, die verwonderlijk waren, en zette het werk voort, dat
+door Daendels was begonnen. Den 24sten Mei 1814 werd hij als door
+een bliksemslag getroffen; de val van het keizerrijk in Frankrijk
+gaf aan Nederland zijn onafhankelijkheid terug, en Engeland gaf
+aan het nieuwe koninkrijk alle koloniën weer, die het op 1 Januari
+1803 in bezit had gehad, behalve Kaap de Goede Hoop en Demerary. De
+terugkeer van Napoleon van Elba deed op onverwachte wijze Raffles'
+moed herleven. Hij richtte tot de engelsche Indische Compagnie een
+vurige smeekbede, trachtte aan te toonen, welke rijkdommen men uit den
+heerlijken bodem van Insulinde halen kon; maar 't was te vergeefs. Hij
+moest buigen en met een bloedend hart het door hem voor zijn vaderland
+gewonnen terrein opgeven.
+
+Toch deed Raffles nog geen afstand van zijn droom. Benkoelen en
+Padang waren bezet geweest van 1796 af, en Raffles weigerde die
+terug te geven. Het gansche zuidelijke deel van Sumatra was nog niet
+in handen van de Nederlanders of behoorde hun ten minste slechts in
+naam. Nauwelijks op 40 K.M. afstands van Benkoelen begon het dal der
+Moesi. Van Kepahang tot aan de Bankastraat strekte zich een prachtig
+net van waterwegen uit, dat bevaarbaar was en rechtstreeks door het
+koninkrijk Palembang de tallooze booten met specerijen, tambangangs
+en bidars met acht roeiers, en pantolans met dertig roeiers kon
+vervoeren. Reeds in 1811 was de radja van Palembang tegen de Hollanders
+opgestaan; drie jaren lang had ook Engeland zonder vrucht gestreden
+tegen het rebellenhoofd Mahmoed Badder Eddin. Nu zouden de rollen
+omgekeerd worden, Raffles zou, als hij te Benkoelen gevestigd was,
+in 't geheim de opstandelingen kunnen steunen. De Hollanders zouden
+een oorlog moede worden, die maar niet wilde eindigen. Misschien zou
+men tot een overeenkomst besluiten, waarbij Engeland een vergoeding
+krijgen kon voor het verlies van Java.
+
+Het had niet veel gescheeld, of het plan van Raffles zou geslaagd
+zijn. In Juni 1819 viel Badder Eddin Palembang aan, en het garnizoen
+ontkwam slechts aan een uitmoording, door zich overhaast in te
+schepen. Twee expedities werden uitgerust van Batavia uit, maar
+leden een nederlaag tegen de versterkingen, op 't eiland Gambora
+opgericht. De oproerlingen zonden tegen de hollandsche vloot veel rakit
+api uit, vlotten, beladen met ontvlambare stoffen, en de oorlogsschepen
+stieten op de versperringen, in de rivier aangebracht. Om Palembang te
+hernemen, moest men een vloot van 118 schepen uitrusten en vierhonderd
+vuurmonden op de kust richten. Ondanks de onderwerping van Badder
+Eddin brak de opstand weldra weder uit; maar in 1824 werd een nieuw
+verdrag tusschen Engeland en Nederland gesloten. Het laatste land
+herkreeg Benkoelen en Padang en deed afstand van Malakka en van
+zijn laatste bezittingen in Voor-Indië. Voor de tweede maal vielen
+de plannen van Raffles in duigen; de onbuigbare man scheen bestemd,
+om wreed door het lot te worden behandeld. Toch is niet alles weg van
+wat hij heeft willen in het leven roepen; in de maand Februari 1819
+had Raffles op een eilandje, dat bij het sultanaat Johore behoorde,
+de engelsche vlag geplant op de moskee van Singapore.
+
+Aan al die dingen denk ik vóór de wallen van 't fort Marlborough,
+waar nederlandsche soldaten mij wantrouwig aanzien. Op het strand zijn
+chineesche koelies bezig, waren te lossen. De zee is laag; de sloepen
+zitten op eenigen afstand van den wal vast, en de arbeiders, tot het
+middel in het water, nemen bij het werk een gedwongen bad. Maleiers
+zien, in gehurkte houding, onverschillig naar de gele heeren, die het
+zich druk maken en voorzichtig de zware kisten sjouwen. Zij zijn vrije
+mannen, en zoo'n slavenbestaan schijnt hun verachtelijk. Op den oever
+dringt een dichte menigte samen. Een jonge, te Padang wonende Chinees
+heeft zich van hier een vrouw gehaald, en de bruiloftstoet doet hun
+uitgeleide. De vrouwen dragen een kleeding, half chineesch en half
+maleisch, met een overvloed van groote sieraden, en de mannen pronken
+in alpacajasjes en vilthoeden. Uiterst voorzichtig neemt het paartje
+plaats in onze sloep en parasols en zakdoeken worden ten afscheid
+gewuifd. De jonge vrouw, met haar gepoederd gezichtje, lange fijne
+wimpers en geverfde lippen, neemt met een gedwongen glimlachje de
+goede wenschen in ontvangst.
+
+Tot Padang gaat de Speelman vrij dicht langs de kust. Prachtige
+bergen rijzen kloek omhoog, en hoe dichter wij bij Padang komen,
+des te smaller wordt het strand, waar boschjes groen de dorpen
+aanwijzen. De hooge Barisanketen is als een wal, die uit zee zich
+verheft. Zij zendt naar het strand steile uitloopers, roode rotsen,
+met groen bekleed en plotseling afdalend in de golven. Hier en daar
+treedt de berg achteruit en laat een blauwe, bochtige baai vrij, en
+men ziet het estuarium met de zandige landtong en de stille lagune;
+reeksen palmen wuiven in den wind, en de soepele bladeren glinsteren
+in de zon. Mooi wisselen de tinten in het landschap van het blauw
+der zee tot dat des hemels.
+
+Eerst komen bamboeboschjes en kokospalmen, dan groote boomen met
+hun donker loof en de groote brokken geheimzinnige schaduw; het
+gordijn, door 't bosch gevormd, waarachter een zware violette tint
+zich uitbreidt. Het land lijkt wonderschoon, en de ongeloofelijke
+groeikracht der natuur trekt den Europeaan bijzonder sterk. De natuur,
+die ons zulke tooneelen te zien geeft, oefent een onweerstaanbare
+bekoring uit. Ik kan mij voorstellen, dat in zulk een land 't
+bestaan van dichter of van wijsgeer in een voortdurenden toestand van
+contemplatie kan verloopen; dat pantheïsme ten grondslag ligt aan al
+de godsdiensten en dat men dan als 't eind van alles en als hoogste
+belooning gaat beschouwen de oplossing in het niet.
+
+Wij zijn niet ontscheept te Padang, maar in Emmahaven, in een ronde
+baai die wijd naar 't Zuiden open is en naar het Westen door een
+uitlooper van het gebergte wordt beschut. Op de plaats, waar nu de
+lange kaden liggen, zag men weinige jaren geleden niets dan een moeras
+met wortelboomen en pandanuspalmen. Lichte, gele en witte vlekken
+ziet men op de hellingen; dat zijn de steengroeven, en noordwaarts
+laat een opening den spoorweg door. Een hoog gebouw van ijzer steekt
+met scherpe lijnen tegen de lucht af en strekt tot boven de zee een
+langen arm uit, alsof die bij een reuzenbalans behoorde. Daar gaan
+de treinen over, getrokken door kleine locomotieven, en door lange
+kokers van plaatijzer worden dan de schepen er beneden gevuld met
+steenkool te midden van een dicht, zwart stof.
+
+Enkele minuten sporens hebben ons in Padang gebracht. Is dit een
+stad? Zeker, en nog wel de belangrijkste van Sumatra, maar hoe
+verschillend is zij van wat wij gewoon zijn. Evenals Batavia is het
+een park vol lange lanen. De huizen zijn van hout, staan op palen
+en worden met riet gedekt. Maar ze zijn geriefelijk en niet al te
+warm. De lucht blaast er vrij doorheen onder het hooge dak; de zon,
+door een bladerdak teruggehouden, schijnt niet al te fel op den met
+dicht gras begroeiden grond. Aan zee ziet men de bloemperken van een
+engelschen tuin.
+
+De niet zeer diepe rivier van Padang loopt langs de chineesche wijk;
+de lichte bootjes kunnen er varen, terwijl de wind de bruine zeilen
+bolt. Zij leggen aan en brengen vruchten, hout en visch. Zij wagen
+zich op zee ook langs de gevaarlijke kust, terwijl de zwaarbeladen
+schuiten stroomaf worden geboomd in het riviertje. Een kleine heuvel
+aan de kust is de Apenberg, waar aan den mond van de rivier veel
+schepen dansen op de golven.
+
+Den 16den April vertrokken wij naar het binnenland, de Padangsche
+Bovenlanden. Twee wegen leiden erheen, één recht naar 't Oosten
+over den Soebangpas en naar 't Singkarameer, en een andere, die
+eerst langs de kust gaat, dan het dal der Anei volgt en uitkomt te
+Padang-Pandjang. De spoorweg volgt die tweede route en wij gingen
+dien op de heenreis.
+
+De trein gaat eerst 40 K.M. lang door een vlak land, waar groote
+rivieren stroomen, de zee is dichtbij, en men kan haar zien door
+openingen van het dichte gordijn van boomen. Weldra naderen wij de
+bergen en rijden langs hooge rotsen van donkere kleur. De dorpen liggen
+alle dicht aan de rivier, en de vlakke uitgestrektheid der onder water
+gezette rijstvelden weerkaatst de ronde bergtoppen en het woud, dat
+zij dragen. Evenals op den dag van onze aankomst worden we verrukt
+door de weelderigheid van den plantengroei. Er is een eindelooze
+verscheidenheid van vormen en kleuren.
+
+De slanke, bewegelijke stam en de elegante pluim van den kokospalm
+wisselen af met sagopalmen, arengpalmen, en het fijne, lichte
+kantwerk van de bamboeboschjes. Tusschen de groote, satijnzachte
+bananenbladeren ziet men honderden onbekende boomen met lichte of
+donkere, doffe en glanzende, groote en kleine bladeren. Daar hecht
+het bosch zich aan de hellingen met rechte en bochtige stammen,
+kolossen met uitgespreide bladeren en reuzenwortels, geplant in
+de weerspannige rots, als wonderlijke krabben grijpend, en lianen,
+als slingers afhangend en alles omstrikkend.
+
+Aan den voet der rotsen in 't moeras staan waterplanten en in 't
+bosch overheerschen de varens en mossen, tegen takken en stammen
+hun bleeke tinten spreidend, terwijl orchideeën leven op de hen
+voedende schorslaag. Tallooze parasieten ziet men er; iedere plant
+heeft haar eigen woekerplanten, van welke ieder weer de voedster is
+van een andere.
+
+Zoo'n dichte plantengroei bezet geheel Sumatra en vormt om 't eiland
+als een gordel van leven. Daarin snijden de rivieren diepe groeven,
+'t Verraderlijke water ondermijnt de rotsen, want elke druppel werkt
+aan die taak, en op den tijd der hevige regens, storten er groote
+watervallen neer van de hooge plateaux in wolken van schuim, omhoog
+en weer omhoog springend; zilveren linten hangen langs de hellingen
+en in de spleten en kloven, verdwijnen hier en komen daar weer te
+voorschijn. De berg stort bij stukjes en beetjes in; brokken van
+bosschen hangen scheef op de hellingen, en reuzenboomen vallen om met
+donderend geweld, terwijl het water vroolijk zich voortspoedt met de
+overblijfselen, ze opneemt en weer liggen laat, om ze daarna weer op te
+nemen. En te midden der ruïnen van een bosch gaan de verborgen zaden
+opnieuw ontkiemen, op den bij uitstek vruchtbaren grond ontstaat een
+nieuwe boschvegetatie, en 't woud zal alle sporen van de afschuiving
+bedekken, zooals de rivier weer in het dieper wordend bed zal vloeien
+tusschen muren van groen.
+
+Zoo heeft zich ook de Anei een weg gebaand, en de spoorweg maakt van
+zijn dal gebruik. Men komt even voorbij Kajoetanam in de Kloof. De
+tandradspoorweg knarst tegen de hoogte op, en de locomotief rookt en
+blaast met luid geraas. Zij bevindt zich achter aan den trein, dien zij
+vooruit duwt, en van 't balkon van den wagen zien we den kronkelenden
+weg vóór ons. De lenige rivier slingert en kronkelt van den eenen kant
+naar den anderen door het smalle dal. Het heldere, schitterende water
+liefkoost vele steenen en vloeit met zangerige muziek al voort, tot
+het plotseling bij eenig beletsel, dat in den weg komt, hoog opbruist
+en zich onderdoor een uitweg baant. Watervallen storten van de rotsen,
+dertig of veertig meter boven ons hoofd, en de wind zendt ons het fijn
+verdeelde water als stof toe. De spoorweg gaat eenige malen over den
+stroom, dan ziet men onder den trein het witte schuim, en bij elke
+nieuwe bocht verandert het prachtige landschap. Het eerste station
+binnen de Kloof bestaat uit twee of drie huisjes tusschen palmen en
+bananen. Een andere halte staat tusschen steile wanden ingesloten als
+in een put, en men vraagt zich af, hoe men erbinnen is gekomen en hoe
+men er weer uit zal raken. Dan komen bruggen en een kleine tunnel en
+altijd het bruisen van den stroom en de wirwar van boomen, die zich
+buigen over 't water. De zon werpt op de natte bladeren glansen als
+van metaal en doet de schuimwolken fonkelen.
+
+Hier en daar zijn de sporen te zien der woede van de Anei. Instortingen
+en resten van bruggen, door den stroom meegesleept en andere
+bewijzen, dat de stroom 't geduld werk van de menschen in één slag
+vernielde. Een jaar na de inwijding van de lijn waren de nadeelen,
+door een plotselinge overstrooming teweeggebracht, zoo ernstig, dat
+de herstellingen een som van f 600 000 eischten. Ik heb te Padang
+photografieën gezien, genomen op den morgen na de ramp. Zij zouden
+elken europeeschen ingenieur van schrik ontzet doen staan. De weg is
+meegesleurd over honderden meters lengte; de berg is onder de lijn
+weggegleden tot in de bedding der rivier. Rails en dwarsliggers hangen
+scheef of overdekken nog leêge ruimten en afgronden, stations in puin
+en afgebroken bruggen, zoo ziet het er uit. Men is heel spoedig aan
+het werk der herstelling begonnen, en al is men den stroom niet gansch
+en al meester geworden, men heeft in zekere mate zich toch weten te
+beveiligen tegen zijn kuren.
+
+Het rijden door de Kloof gaat langzaam. Van Kajoetanam tot
+Padang-Pandjang is de afstand slechts 15 K.M.; maar de weg gaat
+omhoog en stijgt zelfs 640 meter op dat korte traject. Het wordt
+al gauw koeler, en op open plekken in het bosch zien we dorpen. Wij
+rijden over de Anei een laatste maal over een hooge brug met bogen;
+de hellingen worden minder steil; plantages liggen aan de lijn en
+wij zijn te Padang-Pandjang.
+
+Dat is een stadje, op een smallen bergkam, die juist de waterscheiding
+is tusschen de beide hellingen van Sumatra. In vogelvlucht zijn
+we niet meer dan 30 K.M. van de kust en nog op den rand van het
+plateau. Eigenlijk is die naam plateau of hoogvlakte hier niet
+juist. De Bovenlanden hebben een onregelmatige oppervlakte, sterk
+golvend en doorsneden door diepe dalen, waarnaast zich hooge toppen
+verheffen. Drie mooie bergen heeft men boven Padang-Pandjang,
+den Tandekat en den Singgalang in het Westen, den Merapi in het
+Noordoosten. Het klimaat zou hier op dit plekje volmaakt zijn,
+als het niet zoo verbazend veel regende. De morgens zijn zeer mooi;
+maar van negen uur af komen nevels op en vereenigen zich alle in de
+Anei-kloof. Zij kruipen tegen de helling der bergen op en onttrekken
+langzamerhand alles aan het oog, ook de zee, die men nog even te voren
+in de verte zag glinsteren. De massa wordt zwaarder, en weldra rust
+een zware deken op het land, die tegen den middag zich in stroomen
+van regen oplost. Het duurt niet zoo heel lang; maar de zon vertoont
+zich niet weer, en in het grijze licht biedt de landstreek met haar
+afgeronde vormen en 't eentonig groen der weiden en der bosschen een
+vervelend en eenvormig schouwspel aan. Ik zou bijna vergeten, dat ik
+mij op Sumatra bevind, als ik niet vóór mij te midden van palmen en
+bamboes de maleische huizen zag met hun zoo karakteristieke daken.
+
+Die huizen staan op hooge palen; ze zijn gemaakt van hout en bamboes en
+aan elke punt zijn de randen opgewipt, zooals de voor- en achtersteven
+van een schip. Ze zijn gekroond met een gebogen dak, dat twee hooge,
+scherpe punten naar den hemel richt als reuzenhorens. In den voorgevel
+zijn vensters zonder luiken en vóór de deur is een klein afdak, op
+licht houtwerk rustend. De muren zijn wit of rood gekalkt en dragen
+zwarte teekeningen en ruwe ornamenten, versieringen van stukken glas
+of koper. Aan elke zijde van het hoofdgebouw staan lagere bijgebouwen,
+symmetrisch tegenover elkander en alle op dezelfde wijze gebouwd,
+terwijl het lagere dak onder het hoogere wegschuilt als de eene schub
+onder de andere. In de buurt staan ook nog de rijstschuren, dat zijn
+kleine vierkante gebouwtjes op palen en met een dak als dat der huizen.
+
+Van Padang-Pandjang af ziet men overal die aardige huizen met hun
+torens. Wij hebben er ons slechts eenige uren opgehouden en vertrokken
+weer na het déjeûner. De weg blijft voortdurend stijgen. Zij rijst tot
+1154 M., om den pas over te gaan, die den Singgalang en den Merapi
+scheidt. Rechts van ons daalt de bodem snel, en in de diepte strekt
+zich het meer van Singkara uit, door nevels omsloten.
+
+Van Kota Baroe af dalen wij weer naar Fort de Kock, dat wij tegen vijf
+uur bereiken. Het regent en wij kunnen niet anders dan een schuilplaats
+zoeken in het hôtel. Men is er niet naar wensch gelogeerd. Ook waren
+nu de prettigste kamers bezet en wij werden ondergebracht in een
+bijgebouw, dat vergiftigd was door ratten. Den heelen nacht maakten de
+beesten een helsch spektakel. Wolken muggen gonsden in dit paradijs,
+dat een ver van liefelijken indruk op mij maakte.
+
+Den volgenden morgen al vroeg zetten wij onzen tocht voort naar
+Pajacombo. Wij gingen voorloopig maar eens op verkenning uit en
+wilden later hierheen terugkeeren, om meer in 't bijzonder de
+détails te bestudeeren van de vragen, die ons interesseeren. Wij
+gaan eerst over een plateau, dat zich naar het Oosten uitstrekt
+in zachte hellingen. Het land is bewonderenswaardig goed bebouwd,
+en de rijstvelden strekken zich uit tot op de zijden van den
+Merapi. Daarachter verrijst de Singgalang; van boven is de berg met
+bosch bedekt; maar aan den voet en tot halverhoogte volgen dorpen en
+plantages elkaâr op. Op een deel van het traject volgde de spoor den
+gewonen weg; de rails en de tandraderen liepen langs een der zijden,
+en wij passeerden heele rijen inlanders met ossenkarretjes, op weg
+naar de markt.
+
+Daarna daalden we in een rechte lijn, 7 K.M. lang, een geleidelijke
+helling, zonder twijfel in overoude tijden ontstaan bij een geweldige
+lava-uitstorting. Links en rechts hebben steile kalkbergen en
+zandsteenrotsen den nu vastgelegden stroom beteugeld. Zwarte brokken
+steen lagen overal verspreid. Aan den voet dier helling zagen we een
+smallen doorgang tusschen twee rotsen, en deze brachten ons in de
+vlakte van Pajacombo.
+
+Wij gingen naar die plaats, om er den assistent-resident te spreken en
+met zijn hulp een programma samen te stellen voor onze reis. Toen ons
+bezoek was afgeloopen, hebben wij dadelijk weer den trein genomen en
+zijn naar Padang-Pandjang teruggekeerd. Op die plaats splitst zich de
+spoorweg, en een tak gaat naar Solok en van daar naar de kolenmijnen
+van Sawah-Loento. Die waren het hoofddoel van ons eerste uitstapje. De
+trein daalt langzaam langs een zeer steile helling; aan de stations
+wachten kolentreinen, die op hun beurt op den weg worden gebracht en
+met moeite door zware locomotieven worden gesleept.
+
+Beneden lag het mooie dal der Soempoer, vol dorpen en
+rijstvelden. Links van ons liep het terrein geregeld omhoog,
+doorsneden met diepe kloven, en tot zoo ver het oog reikt zien we
+koffie, aangeplant rondom de woningen. De regen, de hardnekkige
+regen, is weer begonnen; de wolken kruipen tegen den Merapi op
+en een dichte sluier overdekt de rijstvelden, omhult en verbergt
+den top der bergen. Nu rijden wij langs het meer van Singkara. De
+groote watermassa ligt daar onbewegelijk in een somber en eentonig
+licht. De regen houdt op; maar de mist wischt alle omtrekken uit,
+en 't landschap, dat onder een helderen zonneschijn er opgewekt en
+vroolijk moet uitzien, schijnt ingeslapen, somber en doodsch als een
+noordelijk landschap in den nevel.
+
+De hoogten rondom het meer laten tusschen hun voet en het meer slechts
+een smalle ruimte over; krachtige waterstroomen hebben de rotswanden
+uitgehouwen, en een eindelooze menigte kloven vertakken zich in
+allerlei richtingen. Wat door het water van de bergen meegevoerd is,
+hoopt zich op tot reuzenkegels van puin, kegels, die 50 of 60 M. hoog
+worden en zich langzaam verplaatsen. Bij iedere regenbui komt er een
+stroom van zand en steenen neer tot op den spoorweg en bedekt dien
+soms geheel. Een lage brug is over de Ombilienrivier gelegd bij den
+uitgang van het meer. Het prachtige water is onvergelijkelijk helder,
+blauw als saffieren en volkomen rein. Zwarte rotsen verheffen zich
+en bij hun aanraking gaan de golven hoog; de gansche oppervlakte
+van het meer plooit zich en krijgt metaalglansen met veranderlijken
+weerschijn. Aan het uiteinde van het meer komen we in een dal met
+vlakken bodem en gaan dan, ongemerkt weer stijgend, naar Solok.
+
+Oudtijds strekte het meer zich uit tot daar. Het had zijn afvloeiing
+over de terreinplooi, die even boven het stadje merkbaar is, en
+het water stroomde weg door de Lassi, voordat nog eenige schok of 't
+geregelde werk der erosie later de bres had gemaakt of langzaam die had
+uitgehold, waar nu de Ombilienrivier zich voordoet. Tegenwoordig is de
+Lassi niet meer dan een helder beekje, kronkelend in een bochtig dal,
+waar afgeronde heuvels aan de kanten staan, met aanplantingen bezet;
+die er een gestreept aanzien aan geven.
+
+Dorpen liggen aan de oevers te midden van weelderigen plantengroei,
+en rijstvelden vormen er reuzentrappen tegen de bergen op. Hoog
+boven steken kalkbergen 't hoofd omhoog, bedekt met struikgewas. Aan
+alle kanten springen watervallen, hier en daar zich vereenigend tot
+kleine meertjes, om dan weer voort te stroomen in een smalle bedding
+en vervolgens met donderend geraas naar beneden te storten.
+
+Wij hebben te Solok gelogeerd en zijn in den vroegen morgen weer
+vertrokken. Enkele kilometers ver dalen we langs de Lassi, maar dan
+gaat de weg weer omhoog, een nauwe kloof opent zich, wordt nauwer,
+en een tunnel, 800 à 900 M. lang, is door den berg gegraven. Zoo
+komen wij in het dal van Sawah Loento.
+
+De steenkoollagen breiden zich over een zeer groote oppervlakte uit,
+en het dal van de Ombilienrivier loopt er in zijn geheele lengte
+door. Alleen het zuidelijk gedeelte wordt geëxploiteerd. De kool
+ligt een honderdtal meters boven de bedding der Loento in drie
+evenwijdige lagen, waarvan de laagste 6 à 8 M. dik is. Er wordt
+gewerkt in galerijen, en de steenkool, uit de mijn gehaald, wordt
+eerst op een Decauvillespoor gebracht in wagentjes, door buffels
+getrokken, tot op een afstand van ongeveer 1500 M., naar de loods,
+om te worden geschift. Daarna gaat zij rechtstreeks in de waggons,
+waarin het vervoer naar Emmahaven plaats heeft.
+
+Wij stijgen met moeite langs het smalle, naar de mijn voerende
+pad. Boven bedekken plassen zwart slijk den grond, en de buffels, die
+de wagentjes trekken, plassen er met genoegen in rond. Zij staan bij
+onzen aanblik stil, verschrikt en dom uit hun oogen starend. Hun kop is
+gebogen en spoedig hervatten zij den langzamen gang, terwijl de breede
+pooten, zwaar op den grond gezet, het slijkerige water doen opspatten.
+
+Wij hebben een tochtje door de mijn gedaan tusschen de schitterend
+zwarte wanden. Het was in de gangen verstikkend heet ondanks de
+ventilatoren, en wij waren blij; toen we het daglicht terugzagen. De
+mijnwerkers, meest Chineezen en Maleiers, werken stil voort. De meeste
+Maleiers zijn dwangarbeiders, en het zware werk, waaraan ze niet
+gewend zijn, valt hun zwaar. Zij verlangen naar de zon en de wijde
+velden. De andere, de Chineezen, in stukwerk betaald, doen hun best
+bij den lucratieven arbeid. De loodsen, waar de werklieden wonen,
+liggen op den linkeroever van de Loento. De dwangarbeiders werken
+onder toezicht van opzichters, die zelf ook tot de veroordeelden
+behooren, maar wier overwicht door allen wordt erkend. Daarbij zijn de
+arme drommels van werklui niet moeilijk te leiden; de ballingschap,
+waartoe ze zijn veroordeeld, dooft hun energie, en de koorts, die in
+dit weinig bebouwde dal veel voorkomt, sloopt hun krachten ondanks
+de zorg voor de hygiëne, en slechts een enkele maal heeft er eens
+een vechtpartij plaats, die meestal met een misdaad eindigt.
+
+Groote drukte heerscht er op de terreinen der maatschappij. Ofschoon
+de kool van vrij slechte hoedanigheid is, vermeerderen de productie
+en de verkoop met elken dag. Tegenwoordig bereikt de hoeveelheid,
+die gewonnen wordt, per maand 18 000 ton en bijna 3000 mijnwerkers
+vinden werk in de mijnen. Die laatste behooren aan den staat,
+en deze exploiteert tevens den spoorweg, terwijl een ingenieur
+belast is met het toezicht op de werkzaamheden en op de werken in de
+Emmahaven. Wij zijn te Sawah Loento 156 K.M. van de haven verwijderd;
+in vogelvlucht bedraagt de afstand echter niet meer dan 58 K.M. Ook
+had men eerst gedacht, Solok rechtstreeks met Padang te verbinden
+door den Soebangpas; maar men heeft er de voorkeur aan gegeven,
+langs Padang-Padjang te gaan, om zoodoende tegelijk de streek van
+Fort de Kock en Pajacombo te helpen. Na ons bezoek aan de mijn,
+zijn wij naar Solok teruggegaan, om er te logeeren.
+
+Solok is geen stad, maar een groot dorp; het land eromheen is nog
+weinig bebouwd, en de beschaving heeft er nog niet haar taak verricht,
+zooals op Java. De wilde dieren zijn er nog niet verdwenen; wij zagen
+in de societeit een jongen tijger, die twee dagen te voren gevangen
+was. Hij is achter in den tuin in een zware kooi geplaatst, en zoodra
+hij ons ziet, werpt hij zich met een enkelen sprong naar voren tegen
+de tralies en ontvangt ons dus op zijn gewone vriendelijke manier. De
+honger en de opium hebben hem nog niet veranderd in den grooten,
+kalmen lobbes, dien men weldra in den een of anderen europeeschen
+dierentuin zal bewonderen. Hij is lenig, en zenuwachtig rekt hij
+zijn spieren; de oogen vlammen en de lip wordt opgetrokken, terwijl
+een dof gebrul uit den open muil komt, en de neusgaten trillen van
+begeerte bij den reuk van het levend menschenvleesch, dat de klauwen
+zouden willen verscheuren.
+
+
+
+Wij hebben acht dagen in de Padangsche Bovenlanden doorgebracht
+en zijn nu gereed om te vertrekken. Na ons eerste uitstapje zijn
+wij te Padang slechts één dag gebleven. Het is er niet vroolijk,
+ten minste niet voor vreemdelingen. De beide hôtels, het Atjeh- en
+'t Oranjehôtel, zijn ellendige hokken, waar alle comfort ontbreekt
+en de keuken armzalig is.
+
+Wij waren afgestapt in het Atjehhôtel. Een groot vierkant gebouw
+op hooge palen staat midden op een met boomen beplant plein. Een
+reuzenveranda, met wat tafels en schommelstoelen neemt het vóórgedeelte
+in. De eetzaal is aan de andere zijde en een gang leidt erheen,
+waar de kamers op uitkomen. Aan een der zijden van het plein staat
+een langgerekt gebouw met smalle kamertjes; daar logeeren wij. De
+wanden en de beschotten zijn van hout en dus dringt de warmte overal
+door, terwijl men de stemmen van het eene eind tot het andere kan
+hooren. De ratten wandelen er rond en schijnen verlekkerd op het
+leder van mijn laarzen en het linnen onzer kleeding. Den geheelen dag
+is het hôtel doodstil en als ingedut. Alleen tegen vijf uur komt er
+eenige beweging. Ieder stapt in nonchalant costuum langzaam de steile
+trappen af en begeeft zich naar de badkamers. Het is een belachelijke
+optocht. De mannen dragen een korte, witte jas en een wijde broek van
+javaansche stof met groote, zwarte teekeningen op bruinen of blauwen
+grond. De vrouwen zijn gedrapeerd in veelkleurige sarongs, die in
+oprechtheid de vormen weergeven en laten zich door hun echtvriend
+naar de badkamer geleiden. Hij draagt den handdoek voor haar en ziet
+met welgevallen op haar neer.
+
+Maar zulke tooneeltjes waren niet voldoende om ons te Padang terug
+te houden, en wij voltooiden haastig onze toebereidselen voor het
+vertrek. Wij hebben besloten, hier niet terug te komen. Wij willen
+naar Deli en Atjeh gaan; doch wij zouden niet anders kunnen nemen
+dan de boot van 10 Mei, en dus geven we er de voorkeur aan, onze reis
+recht naar het Oosten te vervolgen en zoo te Bengkalis uit te komen
+aan de oostkust van Sumatra.
+
+Wij zijn den 21 sten April uit Padang vertrokken en kwamen op den
+middag te Fort de Kock. Dat is de hoofdstad van de Bovenlanden, en het
+grootste gedeelte van de troepen is er in garnizoen. De stad is midden
+in een kom gebouwd, een laagte, eertijds door een meer gevuld; in 't
+Westen, Zuiden en Noorden sluiten hooge bergen den horizon af. Naar
+het Oosten daarentegen scheidt een lichte golving in het terrein het
+bekken van de Masang van dat der Sinamar en der vlakte van Pajacombo.
+
+De vruchtbare grond bestaat uit betrekkelijk jongen, zachten zandsteen,
+waar de beken diepe gleuven in uithollen, en vooral naar het Noorden
+ziet men overal groote kloven met steile wanden. In 't begin van de
+vorige eeuw bedekten nog dichte wouden de bergen en de zijden van
+de dalen, en dit land was meer dan eenig ander gunstig gelegen voor
+den wreeden guerilla-oorlog met zijn hinderlagen en zijn verraad,
+die hier zoo langen tijd heeft gewoed.
+
+De bewoners der Bovenlanden zijn Maleiers. In verren legendarischen
+tijd kwamen zij over de straat van Malakka, voeren de rivieren op en
+stichtten over het geheele eiland een oneindige menigte koninkrijkjes,
+die door de moeilijkheden van het terrein en de bezwaren van 't verkeer
+ieder op zichzelf bleven staan. Hier heerschten langen tijd de vorsten
+van Menangkabau. Hun bestuur was nooit dat van een geweldenaar en de
+oude staatsinrichting is nog niet verdwenen. De inboorlingen vormen
+verschillende stammen, ieder met zijn eigen hoofd, wien een raad ter
+zijde staat. De stammen sluiten zich aaneen tot een gemeenschap, en
+die kleine confederaties worden aangeduid met het aantal der dorpen,
+die ertoe behooren. Zoo heeft men de 50 Kota's, de 12 Kota's, de 5
+Kota's. Die kleine staten worden bestuurd òf door een radjah òf door
+een Raad, waarin de invloedrijke hoofden der verschillende stammen
+zitting hebben. Elke stam beheert nauwgezet zijn eigen rijkdommen en
+tracht die te behouden. Deze Maleiers leven onder het stelsel van
+het matriarchaat, en geen man mag een vrouw nemen van buiten het
+gebied zijner Kota; de kinderen behooren aan de moeder en moeten
+hare goederen erven. Als een man zijn dorp verlaat, behooren zijn
+bezittingen aan de kinderen zijner zuster.
+
+De Islam is de eenige godsdienst; maar de Maleiers zijn geen
+dwepers. De godsdienstoorlogen hebben intusschen 't land niet
+gespaard. In 1803 gaven drie uit Mekka teruggekeerde hadji's voor,
+dat zij op Sumatra de heilige leer in haar oorspronkelijke zuiverheid
+moesten herstellen. Spoedig verzamelden zij om zich de geloovigen,
+die zij door woorden en beloften voor zich wisten te winnen. Zij
+droegen witte kleederen, zooals vroeger de portugeesche zendelingen
+van Malakka droegen, en het volk gaf hun den naam van Padri's of Orang
+poetih, d.i. witte menschen. Binnen weinige jaren hadden ze een leger
+van aanhangers gevormd, en een hunner hoofden begon als Mohammed met
+het zwaard het geloof uit te breiden. De vorsten van Menangkabau
+werden vermoord; Bondjol werd de heilige stad, en de zegevierende
+Padri's waren meester van de geheele Bovenlanden. In 1820 kwamen
+eenige maleische hoofden te Padang de bescherming der nederlandsche
+troepen tegen de Padri's vragen, en toen begon een bloedige strijd,
+die bijna dertig jaren heeft geduurd.
+
+Gedurende die periode bepaalden zich de vijandelijkheden tot een vrij
+beperkt gebied rondom Padang-Pandjang, Fort van der Capellen, Fort
+de Kock, Bondjol en Rau. 't Zou moeilijk zijn, de geschiedenis van
+dien tijd te boek te stellen. Er viel niet een leger te overwinnen,
+maar een geheel volk; soldaten kwamen als uit den grond op. De dorpen
+waren vestingen met hooge verschansingen en ondoordringbare heiningen
+van doornstruiken en toegespitste bamboeversperringen. Tusschen de
+verschillende dorpen vond men dikwijls lange reeksen van afsluitingen;
+op bepaalde afstanden waren palissadeeringen aangebracht en scherpe
+randjoes staken overal uit den grond op.
+
+Diepe kuilen lagen veelal vóór zulke versperringen en deden zich
+plotseling voor in verschillende hoeken van het gevechtsterrein. Achter
+heiningen scholen de Padri's en richtten van daar door lange
+bamboekokers hun geweren op de vijanden. Het gansche vernuftige
+verdedigingssysteem, dat de zeeroovers uit Indo-China tegen ons,
+Franschen, hebben gebruikt, was misschien een erfdeel van hun
+annamitische voorouders, dat dezen ontleend hadden aan de maleische
+overweldigers uit de achtste eeuw.
+
+De tallooze episoden uit den Padri-oorlog gelijken zeer veel op
+elkander, 't Zijn altijd vermoeiende marschen en verkenningstochten,
+een plotselinge aanval uit een hinderlaag, bestormingen van stellingen,
+die met de artillerie van dien tijd niet te nemen waren en die men in
+een bloedig gevecht van man tegen man moest vermeesteren. De overwonnen
+vijand vluchtte, verscheen weer en bleek onvermoeibaar. Dan weer
+volgde een periode van rust, die op vrede scheen te zullen uitloopen,
+en de Maleiers keerden tot hun rijstvelden terug.
+
+Intusschen deden geheimzinnige woorden en spreuken de ronde; er werden
+verraderlijke plannen gemaakt, en opnieuw weerklonk de oproep tot
+den oorlog. In een oogwenk stond alles weer in vuur en vlam.
+
+Op het eind van 1832 scheen alles afgeloopen. De in het dal van
+Bondjol gevestigde posten en die bij Rau schenen voldoende te zijn
+om de verdragen te doen eerbiedigen, zooals ze met de maleische
+vorsten gesloten waren. Eenige maanden gaan voorbij, en plotseling
+verspreidt zich het gerucht, dat eenige soldaten, die uit Bondjol
+waren vertrokken, verdwenen waren.
+
+De gouverneur der Bovenlanden begeeft zich naar Pisang, 20 K.M. ten
+noorden van Fort-de-Kock, om een onderzoek in te stellen. Bij zijn
+nadering nemen de bewoners de vlucht. In den nacht zien de soldaten aan
+alle zijden op de hoogten vuren ontsteken; het zijn signalen, die van
+'t eene punt naar het andere worden overgebracht. Des morgens ging
+een vreeselijke tijding rond; de post van Bondjol en die van Loeboe
+Sikaping zijn verwoest en de beide garnizoenen vermoord. Rondom de
+kleine colonne rijzen plotseling ontelbare vijanden op, en de kolonel
+moest stap voor stap van Pisang tot Agam een gedenkwaardigen terugtocht
+doen uitvoeren, waarbij van de 110 man 71 op het terrein bleven.
+
+De kommandant van het fort Amerongen, kapitein Engelbert, naar Priaman
+geroepen, had zonder argwaan zich op weg begeven. In de dorpen vroeg
+hij levensmiddelen en dragers. De onbewegelijke gezichten van de
+bewoners gaven in 't geheel geen vijandige gezindheid te kennen. In
+één dorp weigerden echter de notabelen koelies te leveren; zij gaven
+Engelbert den raad, naar Loeboe Sikapin te gaan, waar hij ze zeker
+wel zou kunnen krijgen. Hij haast zich erheen; de post ligt in puin,
+en de grond is overdekt met verminkte lijken. Engelbert verliest den
+moed niet. Hij wijkt in de bergen, en acht dagen lang dwaalt hij er
+met weinige soldaten door de bosschen rond. Dicht bij een dorp wordt
+hij opgemerkt door een vrouw, die de Padri's waarschuwt. Een wolk van
+vijanden gaat op de Europeanenjacht; een woeste bende omringt hem en
+één voor één vallen verscheiden inlanders. Als door een wonder werd
+Engelbert niet gewond; de Padri's deinzen terug, stom van verbazing,
+hem onkwetsbaar achtend. Zonder dichtbij te durven komen, werpen zij
+hem uit de verte met steenen en assegaaien, en toen hij eindelijk
+gewond ineenzinkt, treedt een der hoofden naar voren en doodt hem.
+
+Binnen enkele dagen had de opstand zich over de geheele Bovenlanden
+uitgebreid; er verliepen meer dan tien jaren, vóór hij voor goed
+gedempt was. Rondom Fort-de-Kock en in het geheele district van
+Agam ontmoet men bij elke schrede herinneringen aan vroeger bedreven
+heldendaden. Bij Padang-Pandjang roept u een monument den heldendood
+te binnen van de verdedigers van Goengoer Malintang. Het garnizoen
+van dien post bestond uit een vijftigtal soldaten onder bevel van
+luitenant Banzer. Het was in het begin van 1833, toen op een morgen
+bij het aanbreken van den dag een menigte Padri's, die zich in den
+nacht verzameld hadden, den post vermeesterden, vóór zelfs nog hunne
+nadering bemerkt was. Ondanks de verwarring bij zulk een onverwachten
+overval, was de kleine colonne zoo gelukkig, binnen de vesting zich
+te verschansen. Alle andere bouwwerken werden in brand gestoken,
+en de vlammen beletten de Maleiers onmiddellijk tot den aanval over
+te gaan en dus een beslissing uit te lokken.
+
+Maar de Hollanders waren er slecht aan toe; zij hadden patronen, doch
+geen levensmiddelen en geen water. Een inlandsch soldaat wilde zich
+opofferen, door een telegram naar Fort-de-Kock te brengen. Nauwelijks
+buiten de verschansing, werd hij ontdekt door de opstandelingen;
+men herkende eenige dagen later zijn verminkt lijk.
+
+Vier dagen lang hield de bezetting tegen alle aanvallen stand. Op den
+avond van den vijfden dag besloot de commandant, den post op te geven
+en zich een doortocht te banen. Er waren slechts 33 man meer over,
+bijna allen gewond, hongerig en, wat den toestand zeer verergerde,
+vier-en-veertig vrouwen en kinderen waren met de verdedigers van
+den post opgesloten. Toen de avond gekomen was, verlieten allen hun
+schuilplaats en waagden zich in de duisternis. Twee dagen later nam
+een sterke colonne, die hun te hulp gezonden was, de overlevenden in
+haar armen op, één officier, zeven of acht man en eenige kinderen; de
+overigen waren in handen gevallen van de Padri's of waren door tijgers
+verscheurd. Drie gewonden, te ernstig gekwetst, om hun kameraden te
+volgen, waren op den post gebleven. Zij heetten Schelling, Marten
+en Sosmito. Op het oogenblik, toen de zegevierende opstandelingen de
+vesting binnen gingen, staken de drie helden den brand in het kruit
+en werden met hun vijanden begraven onder de ruïnen van het fort.
+
+Sedert lang is er een eind gekomen aan dien ruwen oorlog. De Hollanders
+hebben den overwonnenen geen te zware voorwaarden gesteld. De Maleiers
+hebben hun instellingen behouden, alsook hun hoofden en hun grond. Ze
+zijn vrije mannen; dat verkondigen zij luide, en zij spreken Javaansch,
+maar met minachting in hun stem. De verdragen leggen hun geen andere
+verplichting op, dan het onderhoud der wegen en het planten van
+koffie. Zij onderwerpen zich daar gracelijk aan en weten er partij
+van te trekken.
+
+Het zijn bekwame landbouwers en slimme kooplieden, zóó zelfs, dat de
+Chineezen niet wagen, met hen in concurrentie te treden. Op marktdagen
+ziet men lange rijen inboorlingen zich langs de wegen voortspoeden. De
+mannen hebben een fiere, opgerichte houding en zij slaan den blik
+niet neer; er spreekt in 't minst geen nederigheid uit hun wezen,
+als zij een Europeaan ontmoeten. Enkelen hebben een vogelkooitje in de
+hand met een doek erover, waaraan zijden eikels hangen. Daarin hebben
+ze hun kati-tiran, den gelukaanbrengenden vogel van de grootte eener
+duif, den beschermgeest, in bijna elke woning te vinden. Hij doet de
+ondernemingen slagen, behoedt de gezinnen voor ziekten en den oogst
+voor droogte. Zijn deugdelijkheid duurt intusschen niet eeuwig. Na vier
+jaren verliest hij al zijn macht, en vóór dien fatalen termijn geeft
+zijn meester hem den dood en beweent hem. Het stoffelijk overschot
+wordt gebalsemd en in het dak van de woning vastgemaakt boven den
+huiselijken haard dien hij beschermde, en men haast zich op den
+volgenden passerdag een anderen goeden genius te koopen.
+
+Die marktdagen zijn altijd in maleische landen dagen van drukte. Er
+komt dan een woelige, dichte menigte samen. De karren, met buffels of
+ossen bespannen, blijven op den weg of aan de rivier staan. Onder de
+groote, veelkleurige parasols zijn schitterende vruchten uitgestald,
+dan aardewerk, katoenen stoffen, koek en sieraden. Die reuzenvrucht,
+welker leelijke geur onder de boomen blijft hangen, is de doerian;
+onder de ruwe, geheel met puntige stekels bezette schil ligt het witte,
+roomige vruchtvleesch; er behoort moed toe, om ervan te proeven. Een
+allerdwaaste gril schijnt het van de natuur, dat uitgezocht lekkere,
+sappige vruchtvleesch te hebben voorzien van dien verschrikkelijken
+geur. Stoutmoedige lekkerbekken vinden al bij de eerste poging om te
+proeven, voldoende belooning; ik heb het zoo ver niet kunnen brengen.
+
+Daarnaast liggen manggostans. In den bruinrooden schotel ligt iets,
+wat op een stuk sneeuw lijkt, en in den mond smelt en vervliegt het
+fijne, ijskoude goedje, om er een eigenaardigen, geurigen smaak achter
+te laten. En dan zijn er de zware trossen bananen, de pompelmoezen
+met de breede sneden, waaruit roze zaden te voorschijn komen, de
+gebroken kokosnoten, waarin het parelmoer van den inhoud blinkt en de
+vuurroode spaansche pepers, als stukken glanzig koraal. Onder een boom
+kijken gehurkte mannen naar kati-tirans, welker groote macht door den
+koopman luide wordt geprezen. Vrouwen verkoopen vreemde dranken en
+stukken kleverige waar, die zwart of rood gekleurd is; zij schenken
+koffie van afgetrokken koffiebladeren, die aan bamboe zijn geregen
+en waarvan de stukken overal op den grond verspreid liggen. Pakjes
+lichtbruine tabak, in banaan- of pisangbladeren gewikkeld, worden
+verkocht en kinderen knippen smalle, dunne reepjes, waarin de rookers
+hun sigaretten rollen. Op de wegen krioelt het van Maleiers, en velen
+ziet men met groote apen aan een touw, die gehoorzaam in de hooge
+kokospalmen klimmen, om de rijpe noten te plukken.
+
+Langzaam bewegen zich de vrouwen door de volte. Zij dragen de lange
+kabaai en den sarong, met goudgalon afgezet. Op het hoofd hebben
+ze een grooten tulband of hoofddoek, die opzij breed uitslaat als
+twee vleugels; de beide einden hangen van achteren neer; een sjerp
+is op den rechterschouder vastgemaakt en om de borst geslagen, en
+allen dragen lasten op het opgeheven hoofd. Ze loopen vlug langs
+de buitenwegen, met hun zware sieraden om de armen en op de borst,
+dunne, maar talrijke gouden ringen, diademen, oorringen in den vorm
+van schijven, colliers van bonte kralen, opengewerkte ceintuurs
+en mooie, vlakke gouden sieraden. Sumatra is het land der kundige
+goudsmeden, waar Victor Hugo de lamp van Zim Zizim liet versieren. Bij
+Fort-de-Kock, op de eerste hellingen van den Singgalang, ciseleeren
+de bewoners van het dorp Kota Gedang geduldig allerlei sieraden; zij
+maken ook wondermooie stoffen, waarop met filigraanwerk borduursels
+zijn aangebracht, en hun subtiele kunst vervult de aardige meisjes
+van dit mooie land met bewondering en begeerte naar 't bezit.
+
+Fort-de-Kock ligt op 930 M. hoogte en heeft een zeer aangename
+temperatuur. Toch is de gezondheidstoestand er ver van volmaakt;
+koortsaanvallen komen veelvuldig voor. De nederlandsche dokters
+schrijven die toe aan de tallooze muskieten, die rondvliegen boven de
+plassen der rijstvelden, rondom de stad een reusachtig, kunstmatig
+moeras vormend. Uit dat oogpunt is Padang-Pandjang, ofschoon veel
+lager gelegen, veel meer begunstigd. De steilte van de hellingen
+bevordert er den afloop van het water, en dank zij den overvloedigen
+en geregeld vallenden regen heeft men er geen groote afwisseling
+van temperatuur. Ondanks de muggen hebben echter de Europeanen van
+Fort-de-Kock de gebruinde tint en den veerkrachtigen gang, die op
+een krachtige gezondheid wijzen.
+
+Het zijn meest menschen met verlof, en er gaan en komen ook veel
+officieren uit Atjeh. Er is een nog al talrijk garnizoen, en de troepen
+hebben het er geriefelijk en eenvoudig, met het comfort en de zorg voor
+een doelmatige leefwijze, die ik reeds op Java heb waargenomen. De
+kazernen zijn kleine, lage gebouwen, die niets gemeen hebben met
+de reuzentabernakels, door ons met groote kosten in Saïgon, Hanoï,
+Dakar en Saint-Louis opgericht. Men is in onze koloniën nog onder
+den invloed van oude ideeën, die vroeger bij tropische hygiëne den
+toon aangaven. Men meende toen, dat de moeraskoorts te wijten was aan
+kiemen, die uit den grond kwamen, en dat men dus de benedenverdiepingen
+altijd moest bestemmen voor winkels, magazijnen of kantoren, om op de
+bovenverdiepingen te slapen en te wonen. Tegenwoordig is men het er
+over eens, dat het overbrengen van de moeraskoortskiemen plaats heeft
+door een soort van mug, en dat het er weinig toe doet, of men één of
+vijf meter boven den grond slaapt; men kan in beide gevallen malaria
+krijgen. Die waarheid schijnt door hollandsche dokters en ingenieurs
+reeds lang te zijn geraden. Men kan zoowel op Java als op Sumatra de
+huizen met meer dan één verdieping tellen, en, wat merkwaardig is,
+juist in de oude wijken van het oude Batavia, die als zeer ongezond
+te boek staan, en in de thans verlaten straatjes van Samarang en van
+Soerabaya vindt men nog hooge huizen.
+
+Hier vindt ieder, dat er niets zoo afkeurenswaardig is als zich op te
+hoopen in de nauwe ruimte van een gemetseld gebouw. Ieder wil vóór
+alle dingen een eigen huis hebben met lucht en ruimte en een tuin,
+waarin men kan gaan wandelen, zonder dertig trappen af te gaan en
+lastige medehuurders te ontmoeten.
+
+De grond kost hier haast niets, en er is geen reden, om alles
+in de hoogte te bouwen, zooals in de europeesche steden. In
+Nederlandsch-Indië beslaan de kazernen altijd een groote oppervlakte;
+zij liggen niet binnen in de steden, zooals te Saïgon of te Hanoï,
+maar buiten. De zeer talrijke gebouwen zijn gewoonlijk opgericht langs
+een zacht hellend terrein, dat goed gedraineerd is en doorsneden
+wordt door diepe geulen van cement, waar steeds overvloedig water
+door vloeit. Er zijn groote bloemperken, boomgroepen en overvloed
+van frissche lucht, en achter ieder paviljoen heeft men een voldoend
+aantal badkamertjes. Die hokjes, waar bij ons zoo weinig werk van
+wordt gemaakt, worden hier en in de engelsche koloniën als zaken van
+groote beteekenis beschouwd. Er is geen huis of huisje, hoe klein
+ook, of het heeft het kamertje, met witgekalkte muren, waar men een
+gemetselden bak met helder water vindt en een emmertje of schep,
+om zich een overvloedige douche te geven.
+
+Buiten de kazernen heeft men de societeit of liever de societeiten,
+die van de onderofficieren en die der soldaten. De officieren zelf
+gaan naar de Club, de Harmonie, waar ook de civiele ambtenaren der
+plaats lid van zijn; maar de soldaten hebben ook hun eigen kring. Ze
+hebben hun lees- en speelzalen en restauraties; hun velden voor
+balspel en lawntennis en ze hebben nog veel meer, dat onzen soldaten
+wordt onthouden, en waaruit het zich misschien laat verklaren, dat de
+gezondheidstoestand in Nederlandsch-Indië beter is dan in Indo-China,
+en dat de europeesche soldaten er gaarne zes jaar blijven, terwijl
+in Cochinchina men onze troepen maar met moeite tot een tweejarig
+verblijf kan dwingen.
+
+'s Avonds komt men overal knappe militairen tegen in bruine uniformen,
+met een aardig javaansch meisje aan de hand of om het middel gevat,
+zij met een schitterenden, bonten hoofddoek en pronkend met haar
+lichtgekleurde parasol. In de kazerne gaan de vrouwen vrij uit en in
+naar hunne "mannen", en er is een aparte keuken voor haar, waar ieder
+van haar eigenhandig den maaltijd voor haar heer en meester bereidt. De
+slaapruimten zijn in tweeën gescheiden, die voor de vrijgezellen en
+die voor de gezinnen. De officieren, die mij rondleidden, prezen hoog
+die vrijheid, die zij aan hun soldaten toestonden en die zij onmisbaar
+achtten, om het heimwee te keeren en al die andere treurige dingen,
+en ik geloof dat zij gelijk hebben.
+
+Niet dat ik juist zulk een systeem zou wenschen toegepast te zien in
+onze koloniën. Men moet rekening houden met karakter en temperament. De
+Hollanders stellen zich hier tevreden met een zeer rustig en eentonig
+leven. Ik heb te Magelang een groot aantal officieren ontmoet, die
+er nooit aan hadden gedacht, op eenige kilometers afstands de ruïnen
+van Boroboedoer te gaan bekijken. Ook te Fort-de-Kock, te Batavia
+en elders gaat men weinig uit. Toch zijn de omstreken prachtig. Wij
+zijn er op gesteld geweest, het Manindjoemeer en den krater van den
+Merapi te bezoeken.
+
+We vertrokken te paard, den 22sten April in de vroegte. Bij 't
+verlaten der stad daalden wij eerst af in een diepe kloof, waardoor
+een zijtak van de Masang vloeit, de Si Anoq. De rivier kronkelt in de
+diepte van een 2 à 300 M. breed dal, door witte wanden omsloten, die
+loodrecht 100 M. hoog oprijzen. Dit dal heet het Karbouwengat. Wij
+waden door den stroom naar de overzij en volgen den oever tot de
+samenvloeiing met een ander riviertje, dat op dezelfde manier wordt
+overgestoken. In den morgennevel maken die lichtgekleurde rotsen met
+hun scherpe kammen en als gebeeldhouwde vormen een diepen indruk. Elk
+waterstraaltje heeft in den zachten zandsteen een diepe gleuf gegroefd,
+waar allerlei planten in groeien. Hier en daar staan afzonderlijke
+blokken, met boomen gekroond.
+
+Boven van het plateau overzien we de grillige kloof, een nauwe,
+bochtige engte, zooals er hier zoovele zijn. Zij vormen voorgebergten
+en eilandjes met groene hoogvlakten, waar buffels loopen te grazen. Wij
+dalen weldra af in het dal der Masang. Bamboes en struikgewas wijst
+nog de plek aan, waar vroeger zware versterkingen aangebracht waren,
+nu door de vele regens met den grond gelijk gemaakt.
+
+Er is bij het dorp Matoea een pasangrahan, waar we onze bagage
+achterlaten, en waar wij zullen logeeren. De inlandsche mantri
+of opzichter wachtte er ons; hij heeft versche paarden voor ons
+gehuurd en na eenige minuten rust zetten we den tocht voort. Het
+land is bekoorlijk. Rechts en links van den weg stijgt de grond
+geleidelijk, en er doen zich afgeronde heuvels voor, op hun top
+met bosch bedekt. Beneden liggen kampongs met huizenrijen langs de
+rijstvelden, en overal zien we lichte daken met opgewipte randen, die
+zoo aanstonds schijnen te zullen wegvliegen. Achter den onregelmatigen
+bergkam, die den horizon dicht bij ons afsluit, stijgen dampen op en
+verspreiden zich naar alle kanten. Wij gaan steeds hooger; 't is of
+het doel voor ons terugwijkt, en plotseling zinkt dan de grond als
+onder onze voeten weg, we zien het Manindjoemeer.
+
+De cirkel, waarin rustig het meer ligt, is een oude krater van
+reusachtige afmetingen. Het meer zelf is 16 KM. lang en 8 KM. breed. De
+wal er omheen, door het water afgebrokkeld, rijst 11 à 1200 M. hoog
+boven de oevers van het meer. De bres, waar de weg doorheen gaat en
+waarlangs wij zullen dalen, is een der laagste punten en toch baadt het
+dorp Manindjoe in het heldere water zijn laatste huizen 700 M. boven
+ons. De hellingen zijn aan den kant van het meer verbazend steil, met
+diepe kloven er in, en de weg slingert zich om bergen heen, waar op
+verschillende hoogten rijstvelden gelegen zijn, met tuinen er omheen.
+
+Ongelukkig is de lucht donker en dreigend. Over het meer ligt een dikke
+nevelsluier. Men ziet in 't Zuiden slechts een zwarten muur, oprijzend
+boven nog zwarter water, waar vaalwitte dampen over slieren. Nu en dan
+verlichten bliksemstralen de wanden van de kloof, en men stelt zich het
+schrikwekkend tooneel voor, dat deze omgeving zou vertoonen, wanneer
+eens gloeiende lavastroomen er hun dreigende golven door mochten
+storten. Naar het Noorden verlicht een bleeke lichtstraal gouden
+rijstvelden, palmbosschen, daken van wit plaatijzer en het woud, dat al
+dichter wordt en zich tot in onze nabijheid voortzet. Wij dalen snel
+langs zeer steile, afkortende paden, waar trots den glibberigen grond
+de paarden snel voortgaan; ze zijn behendig en vlug als geiten. Er is
+geen wind; men ziet nauwelijks enkele rimpeltjes op de oppervlakte
+van het water, waarboven rook hangt; dan plotseling beginnen enkele
+druppels te vallen. Wij zijn in het bosch in een smalle kloof, waar
+de bladeren ons in 't voorbijgaan in het aangezicht slaan. Op eens
+stort de zware regen neer, een diluviaansche stortvloed, en wij komen
+druipend van het water te Manindjoe aan.
+
+De contrôleur van Manindjoe had vooruit bericht gekregen van
+onze aankomst. De buitengewone vriendelijkheid van zijn ontvangst
+doet ons al heel spoedig onze minder aangename ervaring vergeten,
+en daar wij het betreuren, dat we van het mooie landschap door den
+mist slechts zoo weinig hebben kunnen waarnemen, haalt hij ons over,
+tot den volgenden dag te blijven. Bij het opgaan der zon zullen wij
+van een helderen hemel genieten, en dan zullen wij dus het meer in
+verschillenden tooi kunnen zien. Wij nemen het vriendelijk aanbod
+aan. Een bediende wordt naar Matoea gezonden, om onze bagage te
+halen. We brengen den namiddag door in een aangenaam dolce far niente,
+waarop de lange rit van des morgens ons ook wel eenig recht geeft. Het
+heeft opgehouden met regenen. Wij doen een klein roeitochtje op het
+meer. Het diepe, onbewegelijke water opent zijn afgronden onder ons,
+en het is zoo helder, dat, als men zich over den rand van 't bootje
+buigt, men diezelfde lichte, niet onaangename duizeling gewaar wordt,
+die men ervaart bij 't neerzien in de diepte vanaf een groote hoogte.
+
+De avond valt, een heerlijke avond van een uitgezochte stilte;
+slechts enkele roodachtige strepen kleuren 't effengrijze kleed van
+den hemel. Het meer slaapt in, en zijn rust wordt door niets gestoord;
+geen zuchtje wind, geen kreet, en alleen een paar beschroomde lichtjes
+stralen langs de oevers onder de hooge palmenzuilen.
+
+Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag hebben wij
+Manindjoe bijna met een gevoel van leedwezen verlaten. Wat zou men
+in dit rustig stralend paradijs, deze welriekende, zachte lucht een
+liefelijk en zoet bestaan kunnen leiden! Geen enkel hoekje van de
+wijde wereld heeft mij nog ooit zoo sterk het gevoel gegeven van een
+vredig geluksbestaan en volmaakte rust.
+
+Wij stijgen langzaam en komen weldra buiten de schaduw, door de
+hooge boomen geworpen. Aan onze voeten breidt zich een bosch van
+kokospalmen uit, en met een regelmatige beweging wiegelen zich de
+lange palmboomen. Het is helder weêr; de zon bestraalt de bergen en
+het meer. Nu ziet men de watermassa in haar volle uitgestrektheid. De
+zuidelijke oever schijnt woest en eenzaam; de bergen en het bosch
+sluiten onmiddellijk aan bij het meer, dat hier het diepst is, en
+waarin vooruitspringende deelen van 't gebergte kapen vormen.
+
+Tegenover ons opent zich een spleet, alsof men met een bijlslag een
+opening in 't gebergte had geslagen en daar, op die plek, vloeit het
+overtollige water in watervallen naar beneden. Aan beide zijden van
+den nauwen doorgang liggen twee eilandjes als wachters. In het Noorden
+daarentegen breiden zich gouden velden uit langs zachter hellingen tot
+aan den zoom van het woud. Het meer ligt in de bergen gevat als een
+saffier in een juweelkistje, waarin verscheiden kostbare steenen. Op
+de oppervlakte van het water tintelen enkele gouden strepen. Hier
+en daar wekt de zon een weerschijn op het metalen dak der huizen,
+die verspreid liggen in 't groen.
+
+De weg loopt soms langs zulke steile hellingen, dat men vlak onder zijn
+voeten den afgrond ziet, waarin het blauwe water dartelt. De gansche
+omgeving spiegelt zich in den helderen hemel. Maar op eens beginnen
+witte nevels te rijzen; er gaan schaduwen over de oppervlakte van het
+meer, welks wateren een zwarte tint aannemen, 't Is of zij beven onder
+de vurige liefkoozing der zon. Als wij boven op den top van den berg
+zijn aangekomen, stralen in 't schitterend licht nog de heldere kleuren
+van de rijstvelden, terwijl in het Zuiden alles ligt gedompeld in een
+geheimzinnigen nevel, contrast van zeldzame, indrukwekkende schoonheid.
+
+Wij schenken nog een laatsten blik aan dit onvergelijkelijk heerlijk
+beeld; dan blaast een gure wind over de randen van den krater, en wij
+spoeden ons terug naar Matoea en naar Fort-de-Kock. Het onweêr dreigt,
+en op den steilen weg, die opgaat boven de Si Anoq, zetten wij onze
+paarden aan, om de stortbui nog te ontgaan.
+
+Bij onze aankomst te Fort-de-Kock vinden wij in het hôtel een
+inlandsch hoofd, den laras van Soengai Poear, die op verzoek van een
+onzer vrienden de taak op zich heeft genomen, ons uitstapje naar den
+Merapi voor te bereiden en gidsen en dragers te huren.
+
+Den volgenden dag zijn wij tegen den middag naar Soengai Poear
+vertrokken en hebben daar een déjeûner gebruikt. De laras zet ons een
+uitstekenden maaltijd voor, waarbij wij wel speciaal melding mogen
+maken van de geurige gerechten, bereid van gedroogd hertenvleesch en
+op de aangenaamste wijze gekruid.
+
+Een mijner medereizigers is te Fort-de-Kock gebleven. Hij heeft
+een wonde aan den voet gekregen, en daar die nogal ernstig lijkt,
+heeft hij zichzelven rust opgelegd. Dus zijn we maar met ons tweeën,
+en wij ondernemen de bestijging om drie uur in den namiddag. Wij
+zijn op 1100 M. hoogte, en wij moeten den nacht doorbrengen in een
+hut op een hoogte van ongeveer 2000 M. De weg is eerst vrij goed;
+maar weldra hebben wij het eind ervan bereikt, en nu gaat het verder
+over een wreedaardig moeilijk, steenachtig pad, dat al steiler wordt,
+naarmate wij hooger komen. Om half zes hebben we eindelijk het doel
+bereikt en gevoelen ons doodmoe. De nevel heeft zich verspreid, en wij
+zien onder ons lange gelijkmatige, kale hellingen en dan, nog lager,
+koffie-aanplantingen rondom Soengai Poear en in de verte Fort-de-Kock.
+
+De koude nacht gaat rustig voorbij. Vóór het dag is, ben ik op en
+begeef mij weer op weg. In langen tijd is er niemand door deze jungle
+getrokken, vol varens, en verraderlijke slingerplanten, vol ook van
+grassen, die snijdend scherp, en van struiken, die zwaar gedoornd
+zijn. Hier en daar is het voetpad geheel verdwenen, en de gidsen gaan
+het terugzoeken; sluipen, plat op hun buik liggend, onder de struiken
+door en maken met hun kapmessen een smallen doorgang. Verraderlijke
+kuilen gapen onverwacht, en telkens zinkt de voet in 't ledige weg,
+waarna men een buiteling maakt in het natte gras. Het is nog geen dag,
+en er schitteren nog enkele sterren. Als wij omkijken, zien we achter
+ons boven de vlakte witte wolken hangen.
+
+Eindelijk, na anderhalf uur, verlaten wij het bosch en de struiken. Er
+ligt niets anders vóór ons dan de 200 M. hooge helling, waarlangs
+de puimsteen en de zwarte lavastroomen zijn gevloeid, die nu onder
+onze voeten in beweging komen. De bestijging gaat toch nog al snel,
+en wij zijn gekomen op een plateau, weer door een wal omgeven. Een
+tweede hoogte verrijst iets verder, en als men die over is, ziet men
+in een ondiepe kom, in het midden waarvan de opening is van den krater.
+
+Het is een zwarte put met een middellijn van 200 à 300 M., en waaruit
+zonder geraas dikke dampen opstijgen. Ik loop er omheen. Naar het
+Zuiden is de kraterrand wat hooger en dunner, en een scherpe punt
+steekt boven de gapende diepte uit. Men komt daar langs een smalle
+trap, in het gesteente uitgehouwen, zoo smal, dat men zijn handen
+te hulp roept bij het stijgen, en vóór ik boven ben, houd ik even
+op. Aan weerszijden gaapt de afgrond; zwavelige dampen doen iemand
+bijna stikken. De enkele treden, die nog moeten worden afgelegd,
+zijn pas breed genoeg, dat ik er mijn voet kan plaatsen, en de
+vochtige kleverige grond biedt in 't geheel geen stevigheid. Ik ga
+weer eenige meters naar omlaag en rust uit op een smal plateautje,
+van waar ik een heerlijk panorama kan overzien.
+
+Al spoedig breekt de dag aan. Een bleek schijnsel neemt bezit van den
+hemel. Een windzuchtje voert de laatste wolkjes weg; de vlakte richt
+zich op uit de schaduw, en 't is of zij bij 't lichter worden tot ons
+nadert. Dit is 't ontwaken. Verwarde geluiden worden al duidelijker
+en duidelijker, en de wind, die uit zee komt, voert de klanken van
+de diepe dalen tot ons. De hooge top, het hoogst gelegen punt van den
+Merapi, verbergt naar het Oosten dat deel van den horizon, waar de zon
+rood schittert. Het lijkt, of een smalle purperen band licht wordt,
+en op den top van den Singgalang tegenover ons teekenen de boomen
+zich tegen de lucht af.
+
+Het licht neemt toe, het blonde licht; het neemt bezit van de
+dalen, terwijl beneden ons nog groote, zwarte schaduwen de bosschen
+vullen. In de verte zien we de zee haar kalme golven voortrollen,
+en al duidelijker worden de lichttintelingen, die erover spelen. Wij
+zien de bochten van het strand; en de schitterend witte lijn van zand
+wordt duidelijk zichtbaar vóór de donkere massa's groen. De bergen
+rijzen met hun groenen last van bosschen naar den hemel op.
+
+De Anei-kloven openen zich, en de rivier trekt er een schitterende
+streep van schuim doorheen. De huizen van Padang-Pandjang liggen wit te
+midden van bloemperken. Het Singkarameer vertoont zich in het Zuiden,
+en de hoogten aan den rechteroever worden bestraald door de heldere
+zon, terwijl die aan den linkeroever in de schaduw blijven met hun
+scherpe kammen. De vlakte van Fort-de-Kock, bezaaid met dorpen,
+ligt uitgespreid vóór ons, met haar rijstvelden en haar kloven met
+hun witte wanden. Het stilstaand water op het land weerkaatst het
+licht als een metalen spiegel en beekjes schitteren met vluchtige
+heldere lichtjes. Een krans van bergen doet zich voor, de Tandikat,
+de Singgalang, waarop dunne, teêre boomen rondom een kleinen vijver
+staan; zoo lijkt de grillig omrande schelp, die het Manindjoemeer
+omvat houdt. Dan volgen de Ophirberg en de kalkbergen en wonderlijk
+gevormde rotsen van Pajacombo, en in het Zuiden in de verte de
+glorierijke Indrapoera, de reus van het eiland, die de groote vallei
+van Korintji beheerscht.
+
+Aan mijn voeten daalt de donkere helling met violette tinten
+duizelingwekkend snel tot de eerste boomen van het woud. Er
+raken blokken los; zij rollen, springen voort en verdwijnen onder
+'t schaduwrijke boschgewelf. Aan den anderen kant opent zich de
+schrikwekkende muil van het monster; hij braakt geluidloos witte dampen
+uit, en de wanden van den krater zijn gestreept met gele lijnen van
+een zwavelkleur. Deze berg is heilig en wordt hoog vereerd. Hier,
+zegt de legende, verborgen zich de eerste menschen, toen ze vluchtten
+voor de wateren, waarmee de zondvloed de aarde overdekte. De woede van
+den Merapi heeft iets profetisch en iets goddelijks in zich. Als het
+"roode vuur" (Merah api = rood vuur) op den top van den berg ontstoken
+is, als de stroomen lava vloeien en de dorpen met de aanplantingen
+verwoesten, dan worden andere ongelukken, nog veel zwaarder rampen,
+voorbereid. In den tijd van den Padri-oorlog waren de uitbarstingen
+voor de Maleiers zekere voorteekenen van een nederlaag.
+
+Er is nauwelijks een uur verloopen, nog maar zeven uur, en in den
+zonneschijn merkt men al, hoe het dagelijksch onweêr dreigt. Een nog
+onmerkbare nevel doet de omtrekken vervloeien en verzacht de tinten;
+een ongrijpbare damp breidt zich over het landschap uit. Plotseling
+ontstaan er dichte wolkenbrokken, alsof ze zoo op eenmaal, met één
+slag, geboren worden, geheel en al afgerond als reuzenblokken wit
+marmer. Zij breiden zich uit en stooten tegen elkaâr, om zich tot
+een geheel te vereenigen. De machtige adem van het woud roept hen in
+het leven.
+
+Zoo ver het oog reikt, vloeien de wolkengolven, witter dan de
+onbevlekte sneeuw, en met den windstoot komen donkerder golven
+opzetten en vloeien op hun beurt met andere samen. Te midden van deze
+schitterende zee steken de toppen der bergen als eilanden omhoog;
+de aarde daar beneden is verdwenen, en de zon schittert nog voor
+ons alleen.
+
+Dit schouwspel is niet nieuw voor mij. Ik herinner mij het uitstapje
+naar den Bromo en de witte nevels, uit den reuzenbeker van den Dasar
+opstijgend, evenals den krater, waarover ik mij heen gebogen heb
+en waaruit ik het doodsgerochel van het monster tot mij heb hooren
+opstijgen.
+
+Maar wij moeten weg, ons in den nevel dompelen. Het dalen gaat nog
+moeilijker dan het stijgen. Op den gladden grond, bedekt met natte
+bladeren, kunnen de knieën bijna niet voort van inspanning. Wij komen,
+met slijk overdekt, in de schuilhut aan, waar mijn reismakker rustig
+op mij zit te wachten, en wij vervolgen den tocht naar beneden met
+onzekere schreden; soms vlug, door ons eigen gewicht getrokken,
+om eindelijk te Soengar Boeloe den trein te vinden, die ons naar
+Fort-de-Kock terugvoert.
+
+
+ Siak, 10 Mei.
+
+Wij hebben Fort-de-Kock den 26sten April verlaten en zijn naar
+Pajacombo gegaan, over Padang-Pandjang en Fort Van der Capellen, dus in
+'t Zuiden om den Merapi heen trekkend. Onze tocht is zonder incidenten
+afgeloopen en liep langs uitstekende wegen, waarover onze karretjes
+rolden zonder eenigszins te stooten, hoewel de snelheid buitengewoon
+groot was. Koffietuinen breiden zich uit op de hellingen der bergen;
+rijstvelden en dorpen liggen, zoo ver het oog reikt, over de vlakte
+verspreid, en altijd hebben we tot Pajacombo hetzelfde eentonige,
+maar altijd schoone landschap voor oogen.
+
+Wij hadden uit Pajacombo den eersten Mei moeten vertrekken, maar hebben
+er nog één dag langer moeten blijven. De reis, die wij willen doen,
+is, naar men zegt, nog al lastig en wij hebben niet zonder moeite ten
+slotte machtiging gekregen, om haar te ondernemen. Wij moeten door
+streken trekken, die nog niet geheel onderworpen zijn. De staatjes
+aan de oostkust zijn nog bijna alle onafhankelijk, en de Hollanders
+willen hun niet met geweld een gezag opdringen, waarvan ze niet gediend
+zijn. Zij beweren echter, dat men hun zoo duidelijk de voordeelen van
+het europeesch bestuur zal doen begrijpen, dat alle stammen één voor
+één uit vrije verkiezing zullen vragen, om ervan te mogen genieten.
+
+Dit laatste nu gebeurt werkelijk dikwijls. Op dit oogenblik heeft zoo
+juist de radjah van Goenoeng Sahilan zijn onderwerping aangeboden aan
+den adsistent-resident van Bengkalis. De Nederlandsche regeering heeft
+die nog niet aangenomen. In alle dingen vermijdt zij overhaasting,
+die zou kunnen uitloopen op een langen, moeilijken oorlog in streken,
+die ongezond en dun bevolkt zijn. De aanbieding van den radjah schijnt
+onvoldoende; men wil buitendien nog de toestemming van het volk. Binnen
+enkele dagen zal de adsistent-resident van Bengkalis een bezoek gaan
+brengen aan den stam der Goenoeng Sahilan; hij zal dan de dorpshoofden
+bezoeken, zal hun ware bedoelingen trachten te leeren kennen en zal
+geen besluit nemen dan na rijpe overweging. Het zijn weer nieuwe
+kinderen, die men gaat aannemen, geen vijanden, die men onderwerpt.
+
+De methode van zachtheid is echter niet altijd voldoende. Er zijn
+oproerige stammen, die soms op hollandsch grondgebied invallen
+doen. Zulk een feit heeft nog voor eenige maanden plaats gehad. De
+inwoners der Lima Kota hebben het huis van een Europeaan overrompeld,
+een prospector, en hebben den eigenaar vermoord. Men heeft toen
+een expeditie moeten ondernemen, te eerder wijl het slachtoffer
+een Engelschman was, en de bestraffing der schuldigen kon worden
+geëischt. Een sterke kolonne, uit Siak vertrokken, heeft de Lima
+Kota in de vorige maand November afgeloopen en legde een post aan te
+Bengkinang aan de Kampar.
+
+Van de bovenlanden leiden vele natuurlijke wegen naar de oostkust. Van
+'t Zuiden te beginnen, heeft men eerst het dal der Batang Hari,
+welke rivier zich met de Korintji vereenigt, om de Djambi te vormen;
+dan de Indragiri, waarvan de Ombilien, die uit het Singkarameer komt,
+de voornaamste arm is; vervolgens de Kampar en dan ten slotte de beide
+Taboengs, de Taboeng Kanan en de Taboeng Keri, die zich vereenigen
+en de rivier, de Siak, vormen.
+
+Wij konden noch het dal der Djambi, noch dat der Indragiri nemen, want
+men had ons op ons verzoek een formeele weigering doen toekomen. Het
+Kampardal werd als te gevaarlijk beschouwd, en te Batavia had men
+gemeend, ons geen machtiging te mogen verleenen voor een reis door een
+gebied, waarvan de pacificatie nog slechts weinige weken oud was. Bij
+gevolg hadden wij moeten besluiten, rechtstreeks naar de Taboeg Keri
+te gaan bij Batoe Gadjah en dan daarna naar Siak te reizen. Maar
+de adsistent-resident van Pajacombo gaf ons omtrent de toestanden
+in de Lima Kota zulke geruststellende berichten, dat wij besloten,
+nog eens weer ons reisplan te veranderen.
+
+Pajacombo ligt aan de Sinamar, een zijtak van de Ombilien. De weg,
+dien wij zullen volgen, moet ons te Kota Baroe brengen, 45 K.M. ten
+noorden van Pajacombo en aan de oevers van de Soengai Mahé, zijtak
+van de Kampar. Van daar moeten wij in een prauw de Soengai Mahé,
+af varen en daarna ook de Kampar tot Bengkinang en Teratak Boeloe,
+dan over land naar Pakan Baroe gaan aan de Siakrivier en die laatste
+volgen tot Bengkalis.
+
+Om dien tocht ongehinderd te kunnen volbrengen, hebben wij natuurlijk
+de inlandsche hoofden moeten verwittigen van onze komst, en tevens
+daarvan kennis geven aan den commandant van den post Bengkinang. Door
+een ongelukkig toeval, zooals er zich trouwens nog al eens voordoet,
+was de telegraaflijn, die Pajacombo met Bengkinang verbindt, gebroken
+en daardoor waren wij genoodzaakt, ons vertrek één dag te verschuiven.
+
+Pajacombo is een zeer groot dorp, gelegen midden in een vrij
+uitgestrekte vlakte, waar kokospalmen groeien en waar rijstvelden zijn
+aangelegd. Hoewel de hoogte nauwelijks 500 M. bedraagt, is het klimaat
+er verrukkelijk. Rondom verheffen zich hooge bergen, en op de hellingen
+van den 2240 M. hoogen Sago heeft men te midden der koffietuinen
+een pasangrahan gebouwd, waar de inwoners van het plaatsje, als het
+noodig is, een koelere-luchtkuur kunnen doormaken. Zoo'n door de zorg
+van de regeering gestichte en door haar onderhouden pasangrahan is,
+wat in de engelsche koloniën het dak bungalow of het resthouse is.
+
+De Europeanen zijn er niet zeer talrijk. Buiten den adsistent-resident
+heeft men er den luitenant-commandant van 't kleine garnizoen,
+een dokter en een veearts. De regeering heeft dichtbij de plaats
+een stoeterij laten aanleggen, een zeer eenvoudige inrichting, waar
+men geen dure gebouwen heeft gesticht zooals in andere landen. Alles
+heeft te zamen f 3000 gekost, maar de gebouwen zijn dan ook van hout
+en met riet gedekt. Er zijn twee-en-twintig hengsten van verschillend
+ras, sandelhouts van 't eiland Soemba, de grootste en de beroemdste,
+dan makassars en bataks, gekozen uit de beste dieren, en toch is hun
+gemiddelde prijs niet meer dan f 300. De hengsten zijn verspreid in de
+aan Pajacombo grenzende districten, en de plaatsen zijn zóó gekozen,
+dat de inspectie gemakkelijk in een paar dagen kan afloopen. De
+eigenaars der merriën ontvangen een premie, als de jonge veulens mooi
+en goed verzorgd zijn.
+
+Er is slechts één Europeaan, een veearts, aan de stoeterij
+verbonden. De geheele inrichting en het personeel, dat erbij is
+aangesteld, kosten den staat niet meer dan f 800 per maand. De
+inrichting heeft uitstekende resultaten opgeleverd; zij bestaat nog
+slechts twee jaar en reeds zijn er rondom Pajacombo 270 uitstekende
+veulens geboren. 't Is waar, de Maleiers uit deze streken hebben
+altijd aan veeteelt gedaan, en hier is men niet op het dwaze denkbeeld
+gekomen, om een stoeterij te organiseeren in het land, waar noch
+weiden, noch paarden zijn, 't geen tegen alle gezond verstand in,
+wel eens geprobeerd is in andere, niet-hollandsche koloniën.
+
+De markt te Pajacombo is een der drukste uit de geheele Padangsche
+Bovenlanden; wij kochten er wat proviand voor onderweg. Men ziet
+er een dichte menigte menschen, die veel leven brengt in de stad en
+veel vroolijkheid. Pajacombo is dan ook de meest gezochte post van
+heel Sumatra. Het klimaat had ik al te voren hooren roemen, evenals
+de schoonheid en beminnelijkheid der vrouwen.
+
+Den 2den Mei om zes uur 's morgens, zijn we van Pajacombo
+vertrokken. In het Noorden wordt de vlakte afgesloten door een wal,
+die 1500 M. hoog is en dien wij moeten over trekken, om het bekken
+van de Kampar te bereiken. Verscheiden dalen dringen in het bergland
+door en voeren naar den top der bergen. Wij hebben eergisteren
+een tocht gedaan naar de Harran-kloven, een zeer nauwen doorgang
+tusschen hemelhooge bergwanden, waar schuimende watervallen zich
+langs nederstorten. Wij gaan vandaag door het dal der Ajer Poetih.
+
+In rijtuigen worden we eerst naar Loeboek Bengkoeang gebracht, 12 palen
+van Pajacombo verwijderd (een paal is 1500 M.); daar stijgen we te
+paard en beginnen het steile pad te beklimmen, dat langs de zijden van
+het dal slingert. De grond bestaat uit ruwe conglomeraten en steile
+hoogten rijzen boven de rivier omhoog. Een menigte watervalletjes
+vallen dartelend neer in den helderen zonneschijn, en hun geraas,
+dat door de rotsen wordt weerkaatst, vult heel het dal. Hier en daar
+is een lichte hangende brug over de Ajer Poetih geslagen.
+
+Een vrij dicht plantenkleed bedekt de hellingen, van de oppervlakte
+van het stroompje af tot op den top der hoogten. Wij komen langzaam
+vooruit op het pad, dat door de regens veel geleden heeft, en nu door
+ploegen Maleiers hersteld wordt. Na een uur komen we aan den top van
+den berg. Wij zien neer in de laagte, waar de rivier haar water uit
+ontvangt, een ronde kom, waardoor de Ayer Poetih grillig slingerend
+voortglijdt. Daar heb ik de dwaasheid, mijn paard op den slechten weg
+te laten galoppeeren! Het glijdt uit en valt op den houten vloer van
+een bruggetje. Mijn been komt onder het dier, mijn hoed rolt ver weg
+in de diepte van de kloof, en ik sta op met ernstige kneuzingen en
+een lange snede over den arm en het been.
+
+Wij houden ons eenige oogenblikken op in een hut aan den kant van
+den weg. Het heet hier Oeloe Ayer. Wij zijn op een hoogte van 950
+M. De pas, dien wij over moeten trekken, is op niet meer dan eenige
+honderden meters afstands, en wij zullen vlug dalen naar Kota Baroe
+op 20 K.M. van hier; we zijn daar slechts 66 M. boven het oppervlak
+der zee dus midden in den oven. Van af de pashoogte zien wij eerst
+vóór ons lijnen van achtereenvolgende heuvelreeksen, die langzamerhand
+lager worden, dan in de verte een zee van gebladerte, een oceaan van
+groen, donkergroen, dat in breede golven zich uitbreidt verder en
+verder tot aan den horizon.
+
+Dit is het reuzenwoud, dat de vlakte bedekt en waar wij door zullen
+trekken. Van de helling der bergen te beginnen, gaat het voort tot
+op 250 K.M. afstands van hier, tot de oevers, die aan de straat van
+Malakka grenzen. Wij blijven eenige oogenblikken boven. Dit woeste,
+donkere landschap maakt diepen indruk op ons. Nergens is eenig spoor te
+ontdekken van de aanwezigheid of van de werkzaamheid der menschen. Geen
+stukje ontgonnen land, geen nog zoo klein rookkolommetje. Dicht
+opeengedrongen staan de boomen, die den ongebruikten, onontgonnen
+bodem bedekken en zonder twijfel zullen in hun schaduw gevaarlijke
+en dreigende dieren huizen. De dorst naar avonturen; de begeerte en
+'t verlangen naar nieuwe ervaringen; de drang naar het onbekende,
+zooals ieder dien in zich voelt; herinneringen van vroegere lectuur; de
+droomen, in de kindsheid gedroomd, alles wordt in ons wakker en dreigt
+ons te doen stikken. In de voorbijgegane eeuwen heeft dit trotsche woud
+domein veroverd, en niemand heeft het nog een voetbreed gronds betwist.
+
+Geen weg voert door het woud, dan enkel de diepten, die de rivieren
+zich er hebben uitgeslepen; de zon, de moerassen en de koortsen zijn de
+schutsengelen van het woud. Zijn uur heeft nog niet geslagen, 't uur,
+waarop de menschen er met bijl en hakmes zullen binnendringen of met
+brandende toortsen. Ik zie in mijn verbeelding een nauwe, donkere, lage
+gang van groen, waarin de booten in de schaduw wegglijden. Morgen zal
+zoo'n boot ons meevoeren. Zoo droom ik, en mijn verbeelding maakt
+den droom aangrijpend en steeds indrukwekkender, misschien om de
+werkelijkheid te bederven.
+
+Wij dalen eindelijk door korte valleien naar een terrein van leisteen,
+waar het pad afschuwelijk glad is. Het land is verlaten. In de diepten
+en op de bergtoppen groeit het woud met volle kracht. Maar ter halver
+hoogte ziet men hier en daar een voetpad; vuren of woudbranden,
+ontstoken door de inboorlingen, hebben er niets overgelaten dan
+struiken en hoog gras. Onze achterste dragers steken in 't voorbijgaan
+die jungle in brand. De roode vlam loopt langs de hellingen; de
+dikke rook stijgt in groote kringen op, het bamboes knapt, als of
+het ontploft, en onze Maleiers leggen eene kinderlijke vreugde aan
+den dag, als zij de verraderlijke doornstruiken zien verdwijnen,
+waarin des avonds zich de tijger verschuilt, om van daar uit zijn
+prooi te beloeren.
+
+Tallooze apen van verschillende soorten bevolken de kleinste boschjes,
+en hun geschreeuw gaat ons voor en vergezelt ons. Wij komen te Kota
+Alam, een onder palmen verscholen dorpje aan een mooie rivier, die met
+ondiepe bedding over steenen dartelt. Wij zijn bijna juist onder den
+evenaar. Het dal wordt afgesloten door bergen, die de zonnestralen
+terugkaatsen. Wij rusten in de hitte dan ook eenige oogenblikken in
+een hut en drinken met graagte het heldere, frissche, suikerhoudende
+water van de kokosnoten.
+
+Weer volgt er, als wij het gehucht hebben verlaten, een pas. De
+Soengai Alam heeft zich in den zachten zandsteen een diep dal
+uitgegraven. Reuzenblokken, keurig afgeslepen naar regelmatige
+vormen, brengen afwisseling in de loodrechte lijnen der rotsen;
+de zwarte schaduwen, die zij werpen, lijken op zware, kolossale
+architraven. Gapende spleten geven toegang tot galerijen in het
+gebergte. Een groep van titanische bouwwerken is hier onder een
+schitterende zon geheel met een groen kleed behangen. Bij 't verlaten
+van het dal komen we op een golvende hoogvlakte, met struikgewas
+bedekt, en een vrij goede weg over een rooden, harden bodem brengt
+ons te Kota Baroe.
+
+
+
+Kota Baroe ligt aan de Soengai Mahé. Een controleur had er zijn
+standplaats vóór de expeditie der Lima Kota, en zijn huis, dat zeer
+geriefelijk is ingericht, staat 5 à 600 M. van de rivier verwijderd
+op de eerste heuvels aan den rand der jungle, buiten het bereik der
+overstroomingen. De tijger zwerft 's avonds in den omtrek rond, en
+zoodra de zon achter de bergen ondergaat, hoort men in de verte de
+rauwe kreten van het jagende roofdier.
+
+Wij vertrekken den volgenden dag in booten. Het opbreken vordert
+langzaam. Het zal moeilijk gaan, ergens wezens aan te treffen,
+die slapper en trager en langzamer zijn dan de Maleiers uit deze
+streken. Zij schijnen de indolentie van de Oosterlingen te voegen
+bij het phlegma van de Hollanders, en men vindt in deze landen buiten
+kijf de nonchalantste kleurlingen en de luiste inboorlingen. Wij zijn
+reeds op bij het aanbreken van den dag; maar het is acht uur eer wij
+kunnen vertrekken en de bijeengebrachte bagage eindelijk in de booten
+is gebracht.
+
+De rivier is een zestigtal meters breed en stuwt in diepe bedding een
+snelvlietenden stroom voort tusschen verlatene, met bosch begroeide
+oevers. Van tijd tot tijd doet een plotselinge vernauwing of een
+rotsmassa in den stroom een versnelling ontstaan. Het kookt en bruist
+daar, en de stuurman heeft moeite de boot door den nauwen doorgang
+te voeren; de voorsteven plonst in het schuim, nevels stijgen op, en
+onze roeiers zetten de beweging der riemen voort in een stille kom,
+waar 't kalme water vreedzaam sluimert tusschen de rotsen.
+
+Wij dalen vlug door het woud; de laatste boomen buigen hun takken
+naar de rivier, waarin hun wortels zich baden. Men ziet niet anders
+dan dit eerste gordijn, niets dan lianen, die zich om elkander heen
+strengelen, en de rijzige stammen, die loodrecht oprijzen. Troepen
+apen springen vroolijk van tak op tak en zien ons komen; maar dan,
+door een plotselingen schrik overmand, springen ze weg en vluchten in
+het dichtste kreupelhout. Het is mooi weêr en in de groene galerij,
+waar wij door varen, verfrischt ons een aangename koelte. De blauwe
+lucht straalt over de boomen op den top der rotsen, en groote, roode
+arenden vliegen op met breeden vleugelslag, beschrijven cirkels in
+de lucht en blijven boven onze hoofden zweven.
+
+Tegen half één komen wij te Moeara Mahé bij de samenvloeiing van de
+Soengai Mahé met de Kampar. Er wordt ons verteld, dat wij dienzelfden
+avond te Bengkinang zullen kunnen zijn, om daar te logeeren, maar de
+schatting van de afstanden is zeer uiteenloopend en verschilt van een
+enkelen tot een drievoudigen afstand. Er zijn er, die beweren, dat
+wij er in drie uren kunnen zijn, en anderen zeggen, dat we tien uren
+noodig hebben. In die omstandigheden is het verstandiger, tot morgen
+te wachten. Bovendien is onze bagage nog niet aangekomen; wij hebben
+niet gegeten, en die ceremonie mag toch niet worden overgeslagen.
+
+Op den oever der rivier staat een ellendige hut, omringd door een
+hooge bamboe-palissade. Er zijn een rieten dak, een houten vloer
+en wanden van boomschors. Binnen rusten een paar ruwe bedden van
+gezaagde planken op schragen, een dikke laag stof bedekt de muren en
+den vloer, en er kruipen verschillende insecten rond, die wij eerst
+moeten verwijderen. Ieder doet mee aan die jacht, en wij gaan op een
+klopjacht tegen een monsterachtigen duizendpoot, waarvan het lijk,
+toen wij de maat namen, 22 c.M. lang is.
+
+Ik beproef, 's avonds op de echte jacht te gaan, hoewel de kneuzingen
+van mijn val van gisteren nog zeer pijnlijk zijn. Achter het huis
+gaat de weg langs, die naar Batoe Bersoerat leidt en verder naar Batoe
+Gadjah aan de Taboeng Keri; dien volgde ik eenige kilometers ver. Dicht
+jungle bedekt de streek, en ik kan nergens een pad vinden en geen
+enkel spoor, dat er binnen leidt. Ik weet niet, of het wild schaarsch
+is of dat het er zich overvloedig ophoudt; mijn gidsen beweren, dat
+er herten zijn en wilde zwijnen in grooten getale. Ik tref het dan
+al heel ongelukkig, of brengen ze mij niet op de plaatsen, die het
+best geschikt zijn voor de jacht? Ik hoor noch zie iets. Een diepe
+stilte zweeft over het woud, en ik kom druipend van zweet thuis,
+zonder één schot gelost te hebben.
+
+Het vertrek den volgenden morgen gaat wat vlugger dan den eersten
+dag. Wij steken de Kampar over, om dadelijk aan den overkant onzen weg
+te vervolgen. Er is bij de samenvloeiing zelve een stroomversnelling
+of liever een waterval, waar de roeiers niet door willen gaan, zonder
+dat ze eerst de lading aan wal hebben gebracht. Dus moeten we onze
+pakken en kisten transporteeren tot beneden aan de watervallen. Wij
+vinden er een alleraardigst bootje met een dek en met een lichte
+zonnetent aan de achterzijde. De controleur van Bengkinang heeft
+het ons toegezonden. De andere booten, met kracht geroeid, schieten
+als pijlen tusschen de rotsen door, waar het woedende water schuimt
+en opspringt; ze scharen zich daarna langs den wal en wij zetten
+den tocht voort. Het is hetzelfde landschap als gisteren; dezelfde
+opeenvolging van vernauwingen en verwijdingen. Spoedig wordt echter
+het geheele dal breeder; de stroom krijgt een rustiger karakter; maar
+er verrijst weer een lijn van heuvels vóór ons, en daarna nog een,
+en de rivier, die er zich een weg doorheen baant, rijst en schuimt
+en slaat met kracht tegen de rotsen.
+
+Dit zijn de laatste golven van den oceaan van bergen, die hier dichtbij
+zijn einde vindt, daar waar de aanvang is der oneindige vlakte. Wij
+krijgen te Poeloe Gedang andere roeiers. Er was daar bij het dorp een
+post, die er gevestigd werd ten tijde van de expeditie tegen de Lima
+Kota, en dien men opgegeven heeft na de stichting van Bengkinang. Er
+is niets van over dan enkele ellendige hutten en aan den oever der
+rivier een koepeltje, waar de commandant waarschijnlijk des avonds
+een hypothetisch koeltje ging opvangen. Dichtbij Poeloe Gedang woonde
+de Europeaan, dien de menschen uit Lima Kota verleden jaar hebben
+vermoord. Hij was prospector en werd uitgezonden, om te onderzoeken of
+er goudmijnen waren. Hij gedroeg zich, naar het schijnt, wreedaardig
+en leidde een losbandig leven, hetgeen de Hollanders eenvoudig hieraan
+toeschrijven, dat hij een Engelschman was. In zijn woning werd hij
+'s nachts overvallen en met bijlslagen letterlijk doodgehakt.
+
+Boven Poeloe Gedang volgen wij nog één of twee kilometers ver den voet
+der heuvels en komen dan op de vlakte uit. Ik wacht noch voortdurend op
+het echte oerwoud, dat woeste, majestueuse, dat mijn voorkeur heeft;
+maar ik vind langs de oevers slechts kleine, grazige hoogten en de
+grens van het bosch wijkt aan beide zijden ver terug, zoodat men maar
+nauwelijks hier en daar de toppen van de boomen kan onderscheiden. Wij
+overschrijden de grenzen van de Lima Kota, en bereiken het eerste dorp.
+
+
+
+De Lima Kota zijn een samenvoeging van vijf districten, Koeok, Salo,
+Bengkinang, Air Tiris en Roembio. Het grootste van die districten,
+dat van Bengkinang, wordt bewoond door ongeveer 4 à 5000 inwoners. In
+ieder gehucht zijn de huizen geplaatst langs de rivier en liggen
+verspreid over een smalle strook gronds, die met kokospalmen beplant
+is. Daarachter verbouwen de Maleiers rijst op hun niet al te goed
+verzorgde rijstvelden, en verderop strekt zicht eindeloos ver het
+bosch uit. Er zijn in ieder dorp een zeker aantal datoes of edelen,
+die maar over betrekkelijk weinig invloed beschikken, en als er niet
+voortdurend strijd was tusschen de naburige kota's, zouden de menschen
+hier in een staat van zorgelooze anarchie kunnen leven.
+
+Te Salo ontmoeten we den controleur en den kapitein van de troepen
+te Bengkinang, die ons te gemoet zijn gereisd, en om één uur komen
+we bij den post aan. Op den oever staan, op een rij, het huis van den
+controleur, dan dat van den dokter, den kapitein, den luitenant. Alle
+woningen, op palen gebouwd, twee meter ongeveer boven den grond,
+zijn vrij geriefelijk ingericht, maar de soldaten zijn in zeer
+treurige hutjes ondergebracht. De inlandsche soldaten wonen in
+maleische hutten, en daar er onder hen getrouwden zijn, heeft men
+voor hen onder de woningen op den grond kleine verblijven ingericht,
+afschuwelijk laag en nauw, waar zij toch met genoegen schijnen te
+huizen; maar die verscheiden dieren hardnekkig zouden weigeren te
+betrekken. Het is echter slechts een voorloopige maatregel, en men
+gaat er weldra verbetering in brengen.
+
+Bijna alle officieren zijn getrouwd, en ondanks de eenzaamheid van
+dezen post en den primitieven toestand van het land, hebben hun vrouwen
+hen vol heldenmoed gevolgd. Het leven is er niet vroolijk, dat is waar;
+maar ieder aanvaardt het zonder zich te beklagen, en daar men er goede,
+moreele toestanden heeft, is de gezondheidstoestand ook voldoende.
+
+Onze komst is nog al een gewichtige gebeurtenis. Men heeft ons
+huisvesting aangeboden, zoo goed en zoo kwaad als het ging in een klein
+vertrekje, en te recht heeft men ons geen geriefelijker, prettiger
+kamers afgestaan, want wij zijn slechts doortrekkende reizigers,
+terwijl de anderen hier blijvend zijn. Onze beide bedden, geplakt
+tegen den wand van boomschors, vullen onze geheele ruimte, en de zon,
+die door breede spleten binnenschijnt, maakt er een gloeienden oven
+van, waar wij bij de siësta op de matten liggen met brandend hoofd
+en kloppende aderen, door ons oververhitte bloed.
+
+Des avonds brak er gelukkig een onweêr los van ongehoorde hevigheid;
+de wolken, door den stormwind voortgedreven, barstten en goten een
+waren zondvloed uit. De door de bui verlaagde temperatuur staat ons dan
+toe, zonder al te groote vermoeidheid deel te nemen aan den copieusen
+maaltijd, ons door het garnizoen van Bengkinang aangeboden.
+
+Den volgenden en den daarop volgenden dag gaan wij verder de Kampar
+af. De rivier beschrijft veel bochten door een vlakke streek van
+hopelooze eentonigheid. Yan tijd tot tijd beschut een boschje van
+palmen op den oever eenige verspreide hutten, en dan volgt het bosch,
+niet dicht hier, maar nogal schraal en afgebroken door moerassige
+vlakten, waar buffelkudden grazen. Het traagvloeiende water loopt om
+zandbanken heen, waar krokodillen lange sporen hebben achtergelaten;
+maar te vergeefs tracht ik die leelijke dieren te zien te krijgen en
+te schieten. Toen de roeiers vroegen, of ze een weinig rust mochten
+nemen, legden wij aan bij een dorp. De Maleiers zien ons nieuwsgierig
+aan, maar leggen in het minst geen vijandelijke stemming aan den dag.
+
+Het is ons intusschen niet mogelijk, levensmiddelen te koopen. Wij
+hadden gehoopt kippen en eieren te krijgen; maar wij moeten ons
+tevreden stellen met rijst en ingemaakte dingen. Onze bedienden maken
+een afschuwelijk smakend maal gereed, waarvan rijst en kokosolie
+hoofdbestanddeelen zijn en dat wij toch maar inzwelgen, gekruid
+met een massa specerijen. Zoo geeft iedere maaltijd aanleiding tot
+hevigen dorst, dien wij niet durven lesschen met het slijkerige water
+der rivier.
+
+Wij hebben den nacht van den 5den Mei gesleten in de woning van den
+radja van Tambang. Dat hooge personnage is afwezig; hij is sinds
+eenige dagen op reis naar Siak; maar te oordeelen naar het paleis,
+dat hij bewoont, is hij niet een van die pompeuze opperhoofden,
+waarmee de verhalen uit het Oosten opgesmukt zijn. Zijn huis is in
+niets verschillend van die zijner onderdanen. Het is een nauwe en
+vuile hut. Onze vier legersteden, want de controleur van Bengkinang is
+met ons gegaan, staan in het eenige vertrek, dat er geheel door wordt
+ingenomen, zoodat wij om beurten naar bed moeten gaan en opstaan. Vóór
+het huis staat de baleh-baleh, een lange bank, waar, op de dagen van
+den Grooten Raad, de datoes van Tambang voor hun beraadslagingen
+samenkomen. Op den oever staan op een plank, tegen een kokospalm
+gespijkerd, in 't Maleisch de naam en de titel van dit oord te lezen.
+
+Den 6den Mei, om één uur in den namiddag, zijn we te Teratak
+Batoe gekomen. Van dat dorp gaan alle booten uit, die de Lima
+Kota en de Goenong Sahilan van levensmiddelen moeten voorzien. Het
+binnenvaren van de Kampar is zeer moeilijk voor de jonken, komend
+uit Singapore. De rivier ligt vol zandbanken, die bewegelijk zijn
+en zich snel verplaatsen en bij vloed is het er een zeer gevaarlijk
+vaarwater. Zelden waagt een boot het, de bank over te varen. Alle
+handel gaat langs de rivier de Siak, die beter bevaarbaar is en wel
+tot aan de samenvloeiing van de beide Taboengs.
+
+Gewoonlijk worden de goederen ontscheept te Pekan Baroe en daarna
+op den rug van koelies naar Teratak Batoe gebracht. Wij zullen
+morgen denzelfden weg in tegenovergestelde richting volgen. Het is
+een vrij druk dorp en wij kunnen er zonder bezwaar ons van dragers
+voorzien. Den 7den nemen wij bij het aanbreken van den dag afscheid
+van den controleur van Bengkinang, die weer naar zijn post terugkeert
+en wij maken ons tot het vertrek gereed. De etappe is niet bijzonder
+lang, slechts 20 KM., maar wij willen graag ter plaatse zijn vóór
+het te warm is. Wij doen ons best, de koelies bijeen te krijgen. Ze
+komen één voor één aanzetten, zonder zich te haasten, en ieder kiest
+zijn pak. Er komen daar eindelooze twistgesprekken uit voort, en niet
+eerder dan acht uur zijn ze er mee gereed.
+
+Eindelijk zien wij den laatsten man verdwijnen, die op zijn hoofd al
+pruttelend het zwaarste van onze valiezen draagt, hem door de anderen
+overgelaten. Wij gaan op onze beurt uit Teratak Batoe. Om wat tijd
+te winnen, gaan we eerst per boot op weg. Wij volgen in zeer kleine
+bootjes een arroyo, dat is een soort van smal kanaaltje, dat zich in
+het onder water staande woud verliest. Zoo varen wij vijf kilometer
+ver door een berceau van boomen en slingerplanten. De doorgang is
+nauwelijks drie of vier meter breed. Knoestige stammen reiken over het
+water, en wij buigen de hoofden en de ruggen, om ons niet te stooten.
+
+De roeiers bewegen kalmpjes de pagaaien naar rechts en links; het
+oog dringt door onder een donker gewelf, waarin dicht opeenstaande
+zuilen van allerlei afmeting en allerlei vorm uit den grond oprijzen,
+waar een vaal, rottend plantenkleed gespreid ligt. Een volkomen stilte
+heerscht in het woud. Men hoort noch het lied van een vogel, noch 't
+geluid van een insect. De boot glijdt zonder moeite over het zwarte
+water. Bijwijlen verlicht een plotselinge helderheid de veelkleurige
+kleedingstukken van de roeiers der eerste boot, en de bedding der
+arroyo, met groen mos bedekt, verspreidt glanzen als van fluweel. Dan
+op eens zijn we weer in de schaduw. Dezelfde fantastische omgeving
+volgt ons een heelen tijd en 't is, of we in een tooverwereld zijn,
+waar alle echte leven ontbreekt. Het komt ons voor, dat het dorp,
+dat we nog zoo kort geleden hebben verlaten, nu van ons gescheiden is
+door een onmetelijk wijde vlakte. Dit is een wereld buiten ons; domein
+der plant, en de menschen, eenzaam en alleen in deze groene wereld,
+komen zwijgend onder den indruk der souvereiniteit van het woud.
+
+Nu gaan wij in den brandenden zonneschijn verder. Het harde gras
+breekt bros af onder onze schreden en slaat ons nu en dan in het
+gezicht. Aan beide kanten hebben herhaalde branden den grond bedekt
+met zwarte resten van boomen. De vlammen hebben hun verwoestingen niet
+zeer ver uitgestrekt. Zij hebben hun eind gevonden aan den voet van den
+groenen muur in de laagte, daar, waar de sappen door de takken dringen
+en van de groene twijgen in lange slingers de lianen afhangen. Het
+voetpad, dat zachte golvingen vertoont, stijgt over een heuvel en
+loopt dan verder 't woud in. Omgevallen boomstammen liggen op den
+weg, half ondergedompeld in het dikke, vuile slib. Men loopt hier
+angstig en aarzelend en zoekt van boom tot boom naar vaste steunsels
+voor den voet. Het is zwaar werk, zulk een tocht in de overweldigende
+hitte. Geen enkel zuchtje beweegt de bladeren en een warme wolk hangt
+boven den grond.
+
+Inboorlingen komen ons tegen, moeilijk loopend met zware lasten
+op het hoofd. Wij nemen wat rust bij een hut aan den rand van het
+bosch, onder hooge palmen. Onze gidsen brengen ons kokosnoten. Met een
+enkelen slag van hun mes slaan zij er een stuk van de groene schil af,
+ontblooten het hout en in het inwendige doet zich het doorschijnende
+vocht nog helderder voor, doordat het witte ivoor van 't vruchtvleesch
+zich er in spiegelt, en wij drinken met lange teugen den heerlijken,
+frisschen drank.
+
+Wij vertrekken; bij een bocht van het pad zien we tusschen 't hooge
+gras een troep reizigers haastig op ons afkomen. Een van hen draagt
+den witten helmhoed van de Europeanen, 't Is de controleur van Siak,
+die ons tegemoet komt. Wij zijn dichtbij het doel, en van een kleine
+hoogte overzien we de rijstvelden rondom Pekan Baroe. Het dorp is niet
+anders dan een straat, die loodrecht op de rivier staat. De palen,
+die de laatste huizen schragen, staan met hun voeten in het natte
+slijk, dat bij hoog water overstroomd is; de straat zelve is met een
+houten vloer bedekt, die tot de aanlegplaats door loopt.
+
+Pekan Baroe is een belangrijke marktplaats. Er wordt een vrij levendige
+handel gedreven in boschproducten, en die handel is bijna geheel in
+handen der Chineezen. Men vindt die menschen overal, in alle huizen,
+sommigen rustig hun lange pijp rookend, anderen druk, bewegelijk en
+met duizend kleinigheden bezig. Enkelen van hen zijn aan de rivier
+bezig, met hun hielen ballen guttah percha te kneden; ze houden zich
+met beide handen vast aan touwen, bevestigd aan de zoldering van een
+loodsje en balanceeren op lachwekkende, gehaaste manier.
+
+Een stoomsloep brengt ons naar Siak. De vloed komt op, en wij varen
+langzaam tegen den stroom. De rivier biedt een treffende tegenstelling
+aan met de Kampar; zij heeft niet de grillige bochten en zandbanken en
+de gele leemen wanden van de bedding, aanhoudend ondermijnd door den
+stroom. Neen, de rivier, de Siak, vloeit recht naar zee; het zeer diepe
+water is sterk bruin gekleurd door de tannine van de vele wortels,
+die erin ondergedompeld zijn. Bosch bedekt de oevers en daalt tot het
+water af, waar het zich even in waagt, en een lijn van rietstengels en
+pandanen is vooruitgeschoven, half onder water staande. De onvruchtbare
+en gele grond is nergens te zien; er is geen rots, geen eiland te
+bespeuren; de rivier opent door het bosch een statigen weg.
+
+De boomen spiegelen zich in het kalme water met verrassende
+duidelijkheid. Het geheele landschap vertoont slechts drie kleuren,
+'t roodachtig bruin van 't water, het donkergroen van 't woud, het
+diepe blauw van de lucht. Het is zeer helder weder. De zon gaat snel
+onder; de maan komt op; een streep van vlammend licht loopt over de
+rivier, waar wij een spoor doorsnijden, dat met vreemde lichtsprankels
+flikkert. In den maneschijn dreef de rivier zilveren golfjes voort;
+er hangt een lichte nevel, die de boomen teeder omhult, terwijl die
+laatste even huiveren onder het lauwe koeltje, dat uit zee komt. Tegen
+elf uur worden in de verte enkele lichten zichtbaar, roode punten op
+de hoogte van het water. Wij gaan in een wit, eentonig licht verder,
+dat rustig de stad, de rivier en het slapende woud beschijnt.
+
+
+
+De sultan van Siak was oudtijds een machtig souverein. Twee eeuwen
+geleden strekte zijn gezag zich uit over Asahan, Langkat en Deli. De
+afstammeling van die doorluchtige vorsten heeft ons onder een soort
+van loods de graven van zijn voorouders laten zien, van wie één,
+Achmed de Groote, zelfs het machtige koninkrijk Atjeh onderworpen
+heeft. Hij bestuurt tegenwoordig niet anders dan de armoedige, bijna
+verlaten streek, die besproeid wordt door de beide Taboengs.
+
+Hij woont in een paleis, dat in moorschen stijl is gebouwd en op
+eenigen afstand der rivier in een tuin staat. De meubels, door de
+eene of andere duitsche firma geleverd, zijn van een formidabel
+slechten smaak; in den grooten salon ziet men kristallen fauteuils
+met kussens van rood fluweel, en alles weerkaatst het felle licht,
+dat binnenstroomt door breede vensters, waar zware gordijnen naast
+hangen. Portretten van den sultan hangen aan de muren; hij is in
+europeesche costumes voorgesteld. Op deftige ontvangdagen draagt hij
+de uniform van generaal met zeer veel goudborduursel. Hij is eenige
+jaren geleden naar Europa gegaan en heeft zijn portret laten maken
+in elke hoofdstad, die hij met een bezoek vereerde.
+
+Aan Parijs heeft hij een ontroerende herinnering behouden. Hij vertelt
+mij van de wandelingen en rijtoeren, die hij er gedaan heeft en van
+de mooie vrouwen, die hij er heeft ontmoet, en zonder twijfel zijn de
+vrouwelijke bekenden, die hij er heeft gekregen, door zijn raadgevers
+in groote naïveteit gekozen, want hij beklaagt zich erover, dat hij ze
+niet altijd belangeloos heeft bevonden. Ik vraag den sultan, of hij
+niet binnen kort weer een reis naar 't Westen gaat ondernemen, maar
+hij zucht eens en legt mij uit, in hoe slechten staat zijn financiën
+zijn, die hij vergelijkt met de verbazend hooge inkomsten zijner
+neven, de vorsten van Langkat en Deli. Hij hoopt, dat eens een paar
+op avonturen uitgaande kolonisten uit den ondankbaren grond, dien hij
+bezit, heerlijke plantages zullen tooveren of ongehoord rijke mijnen,
+en op dien dag zullen zijn opgestapelde schatten hem vergunnen het
+leven te leiden, dat hij wenscht. Hij begunstigt dan ook uit al zijn
+macht de ondernemingen en de proeven der nederlandsche regeering.
+
+Siak viert op dit oogenblik feest. De sultan huwt twee zijner nichtjes
+uit, en talrijke bezoekers zijn gekomen uit alle kleine staten,
+die verspreid zijn langs de kusten van Malakka en Sumatra. De stad
+is gebouwd op den linkeroever der rivier; het is een groot dorp,
+welks bewoners enkel leven van de boschproducten en de mildheid van
+den vorst. De controleur en de luitenant die bevel voert over het
+kleine garnizoen, zijn gevestigd op den rechteroever, en de rivier
+stuwt haar golven tegen de smalle reeks van woningen.
+
+Wij hebben bij den controleur de vriendelijkste ontvangst gevonden,
+en na de dagen van onze bezwaarlijke reis zijn de beleefdheden en
+attenties der lieve, jonge vrouw des huizes een verkwikking en doen
+ons de rust, die wij zoo noodig hebben, nog te meer waardeeren. Wij
+moeten hier drie dagen blijven en zijn letterlijk gevangenen; er is
+geen andere weg dan de rivier en wij moeten op de eerstvolgende boot
+wachten, die ons naar Bengkalis en naar Singapore zal brengen.
+
+Onze drie dagen worden gebruikt voor het in orde brengen van
+onze reisnotities. We gaan 's avonds naar den schouwburg van den
+sultan. Een troep, uit Penang gekomen, speelt perzische stukken,
+waarin peri's strijden om de liefde van een vorst. De woorden
+worden in 't Maleisch gezegd; maar de muziek is voor een groot deel
+ontleend aan het zigeuner-répertoire, en het is verrassend, hier,
+in dit achterafhoekje van Sumatra, te luisteren naar walsen, welke
+wij den vorigen zomer maar al te dikwijls hoorden in de cafés op den
+boulevard en in de tenten van het Bois de Boulogne.
+
+Het orkest, bestaande uit één piano en twee violen, wordt gedirigeerd
+door een Pers, gekleed in witte broek en lange jas, karikatuurachtige
+persoonlijkheid van zeer bijzondere magerheid. Hoewel wij nu nog
+maar vijf maanden in Indië hebben vertoefd, kunnen wij gemakkelijk
+de ontwikkeling der intrige volgen; zoo gemakkelijk leert men het
+Maleisch. Het publiek is mild met zijn toejuichingen voor de min of
+meer onkiesche grappen van den eersten acteur. Dicht in onze buurt
+lacht de radja van Tambang, bij wien wij gisteren gelogeerd hebben, dat
+hem de tranen over de wangen vloeien, en neemt op den grooten stoel,
+waarop hij gehurkt zit, houdingen aan van een oestiti. De vorst van
+Goenong Sahilan, een nog zeer jonge man met een ziekelijk uiterlijk,
+kijkt met een begeerigen blik naar de blijken van een weelde, die
+hij ook spoedig zal leeren kennen, als zijn onderdanen de bewondering
+deelen, die hij gevoelt voor de administratie der Hollanders.
+
+Morgen vroeg verlaten wij Siak; de boot, die ons zal meenemen, is
+zoo juist gepasseerd, stroomopvarend naar Pekan Baroe. 't Is een
+chineesche stoomboot, de Pekang, akelig vuil. Wij zullen het er niet
+te best hebben; maar wij moeten wel besluiten, er toch maar gebruik
+van te maken, om niet nog weer vier dagen hier te blijven wachten.
+
+
+ Penang, 2 Juni.
+
+Nu loopt onze reis op het eind. Wij zijn gisteren te Penang aangekomen
+uit Olehleh, en wij zullen naar Singapore terugkeeren, om daar op de
+paketboot te gaan, die ons naar Frankrijk moet terugbrengen.
+
+Den 11den Mei zijn we uit Siak vertrokken, om tien uur 's morgens en
+we zijn allereerst naar Bengkalis gegaan. De rivier biedt tot aan haar
+monding denzelfden aanblik aan als boven Siak. Het woud blijft overal
+de oevers volgen in doodsche, sombere rust, en 't bruine water golft en
+trilt bij het voorbijvaren van onze boot tot aan het zwaar gebladerte,
+dat zich spiegelt in het water, waar het door bespoeld wordt.
+
+Wij bespeuren intusschen hier en daar enkele vrij uitgestrekte
+ontgonnen gebieden; het zijn nieuw aangelegde aanplantingen van
+sagoboomen. Booten liggen aan de oevers gemeerd en langs lichte
+ladders worden ze bestegen. Kinderen schreeuwen en vermaken zich
+aan den waterkant, zonder zich om de kaaimannen te bekommeren, of
+zitten in hun primitief costuum op 't eind van de planken bruggen
+ons verwonderd aan te kijken.
+
+Wij hebben ons twee uren te Bengkalis opgehouden; de stad is gebouwd
+op de westkust van het eilandje en kijkt dus in de richting van het
+groote eiland. De chineesche wijk is nog al uitgestrekt, en enkele
+fraaie huizen toonen aan, dat de handel er nog belangrijk is. Het
+eiland ligt geheel in een wieg van groen. In het binnenland heeft men
+enkele aanplantingen van gutta-perchaboomen, en rondom de woningen
+staan langs den weg, dien wij volgen, reusachtige sagopalmen. Die
+zijn een kenmerk voor het eiland, en nergens hebben wij die palmen
+zulke afmetingen zien aannemen.
+
+Onze overtocht over de straat van Malakka is hoogst onaangenaam
+geweest. Wij hebben er een hevige bui gehad. Onze boot, die ingericht
+is voor 't varen op rivieren, meet slechts 90 ton, en den geheelen
+nacht wordt zij hevig geslingerd door de golven; zij helt onder den
+aanval van den wind onrustbarend over en richt zich met moeite weer
+op, zoodat men elk oogenblik bang moet zijn voor een kanteling. Er
+zijn geen hutten, en wij brengen den nacht op het dek door, terwijl
+beneden de Chineezen en Maleiers, opeengehoopt in de drie rijen boven
+elkaâr gelegen kooien, den ellendigen strijd tegen zeeziekte voeren.
+
+
+
+Wij nemen te Singapore de boot, die de oostkust van Sumatra bedient,
+en den 18den Mei om vijf uur 's morgens leggen we aan te Belawan,
+in de baai van Deli.
+
+De staten Serdang, Langkat en Deli hebben zich in de laatste dertig
+jaar buitengewoon snel ontwikkeld en hebben dien bloei alleen aan de
+tabakscultuur te danken. De plantages beslaan tegenwoordig meer dan
+300 000 hectaren. Degenen, die het initiatief hebben genomen voor
+deze cultuur, waren Franschen, de gebroeders Guigné, zooals ook aan
+den overkant van de straat van Malakka Franschen in den staat Perak de
+eerste tinmijnen hebben ontdekt en geëxploiteerd. Het voorbeeld, door
+onze landgenooten gegeven, heeft bij ons geen navolgers gevonden; maar
+het heeft voor de Nederlanders als voorbeeld wonderen gedaan. Bijna
+alle ondernemingen behooren aan maatschappijen, die te Amsterdam
+gevestigd zijn, en waarvan één, de Delimaatschappij, reusachtige
+winsten heeft gemaakt. Het woud bedekte vroeger de geheele streek;
+het beslaat nog heel wat ruimte in de buurt der zee, waar de bodem
+te laag is, om in cultuur te worden gebracht. De aanlegplaatsen en
+entrepôts van Belawan zijn gebouwd aan den rechteroever van een breede
+rivier, welker oevers onder een dichten plantengroei verdwijnen.
+
+Achter de magazijnen staat het station van den spoorweg. Wij nemen
+den trein van negen uur en zijn om tien uur te Medan, hoofdstad van
+den staat Deli en zetel van de regeering van 't Gouvernement van
+Sumatra's Oostkust.
+
+De stad gelijkt op alle andere, die wij reeds op Java en Sumatra hebben
+gezien. De huizen, bijna alle van hout, staan op ongeveer twee meter
+hooge massieve en gemetselde palen; de straten zijn breed, met mooie
+boomen beplant, en, wat iets bijzonders is in Indië, hebben electrisch
+licht. Maar zoo al de aanblik van buiten af dezelfde is als in die
+steden van luiheid en ledigheid, het voorkomen van de bewoners en de
+wijze van leven zijn totaal verschillend.
+
+In het hôtel, dat het meest in trek is bij kolonisten en reizigers
+van allerlei nationaliteiten, heeft men engelsche gewoonten
+aangenomen. Geen "rijsttafel", geen lange siësta's na den middag;
+de Europeanen zijn altijd bezig, verteerd van ijver; de energieke
+gezichten zijn verbrand van de zon, de koortsig haastige bewegingen
+wijzen op een leven vol ambitie. Hier niets van de zachte traagheid,
+de vreedzame kalmte der kleurlingen van Batavia. Op enkele terreinen
+ziet men tennis spelen, en groote velden vereenigen des avonds bij
+lamplicht de jongelui, die zich in 't voetbalspel oefenen. In de
+straten ontmoet men inboorlingen uit aller heeren landen, Maleiers,
+Javanen, Chineezen, Tamilen, Bengalen, allen druk bezig, lasten
+dragend of zware wagens geleidend.
+
+Het stelsel, waarnaar men hier te werk gaat bij het exploiteeren
+en kolonizeeren van provincies, die armoedig en verlaten waren, is
+niet hetzelfde als dat, waarvan ik op Java de uitwerking heb kunnen
+gadeslaan. Op Java maakten de dichtheid der bevolking en de snelle
+toeneming bijzondere maatregelen noodig. Na de treurige periode
+der gedwongen cultures hebben de Hollanders onder den edelmoedigen
+invloed van de liberale partij vóór alle dingen den inboorlingen
+zijn eigendom willen waarborgen en zijn bestaan willen verzekeren,
+door ook voor toekomstige geslachten grond beschikbaar te houden,
+waar de nieuwe dorpen later kunnen worden gebouwd. De rijstcultuur is
+op Java, als in het uiterste Oosten overal, de hoofdcultuur, en men
+heeft die niet willen bemoeilijken, noch tusschen den grond, die het
+kostbaar graangewas voortbrengt, en den inboorling, die oogst en eet,
+een parasietisch tusschenpersoon plaatsen.
+
+Het systeem der vrije concessies, in onze koloniën zoo algemeen
+verspreid, bestaat nergens in Nederlandsch-Indië. De Europeanen
+kunnen alleen gronden in huur krijgen, en die gronden worden alleen
+verstrekt in erfpacht voor ten hoogste 75 jaren. Er zijn buitendien
+nog op Java belangrijke restricties in het stelsel aan te wijzen;
+zoo bijvoorbeeld, dat alle landen in de vlakte en alle, die zich
+uitstrekken langs de zachte hellingen der bergen, alle, die onder
+water gezet kunnen worden, in één woord alle, waarop rijst kan worden
+verbouwd, voor Javanen beschikbaar blijven en nooit door een Europeaan
+bezet kunnen worden. De kolonist kan alleen een concessie krijgen voor
+de hooggelegen landen, de met bosch begroeide bergen en kloven, de
+districten, waar de maagdelijke bodem geschikt is voor de ontwikkeling
+van speciale gewassen, als de koffie-, de thee- en de kinaplant.
+
+Toch zijn er culturen, die enkel in het laagland kunnen worden
+ondernomen, en die de Javaan alleen niet in staat zou zijn, op
+rationeele wijze te bebouwen, die van suikerriet bij voorbeeld en van
+tabak en indigo. De Hollanders hebben dit probleem op zeer vindingrijke
+en besliste wijze opgelost, zonder van hun beginselen iets te laten
+varen en zonder de belangen der inlanders te schaden, noch afbreuk te
+doen aan die der Europeanen. De kolonisten sluiten overeenkomsten met
+de javaansche eigenaars, die beloven om gedurende één of meer seizoenen
+suikerriet of tabak te verbouwen onder toezicht van den industriëel,
+die het geoogste product in zijn fabriek verwerkt. Gewoonlijk ontvangt
+de Javaan een vaste som, die de huur voor zijn gronden voorstelt en
+verkoopt zijn oogst aan den hollandschen planter tegen een vastgesteld
+tarief, dat bij contract geregeld wordt. Het is dan een soort van
+commanditaire vennootschap, en het stelsel biedt het voordeel, dat
+het tegelijk den inboorling iets leert en hem behoedt voor verarming.
+
+In die omstandigheden heeft de Europeaan, zooals men ziet, zich niet
+te bekommeren om de ontginning van den maagdelijken grond, noch om
+de indienstneming van arbeiders. Het is echter niet overal op Java
+aldus. Bij de boschexploitatie bij voorbeeld, moet men arbeiders in
+daghuur nemen, en in streken, waar een dichte bevolking woont, kan
+daar nooit moeilijkheid mee komen, op voorwaarde dat de werklieden
+goed worden behandeld en behoorlijk worden betaald. Ik heb bij Blora
+groote djatibosschen gezien, die teakhout leveren, waar de koelies
+allen Chineezen waren, die zonder moeite te Semarang waren te krijgen.
+
+Op Deli zouden de planters veel ernstiger bezwaren ontmoeten, en zij
+hebben die kunnen overwinnen door hun bewonderenswaardige volharding,
+een associatiegeest, dien men bij ons ver moet zoeken, en door de
+macht van het geld. De bodem was er van den voet der bergen tot de zee
+bedekt met moerassige bosschen; hij is bijna overal drooggelegd en in
+cultuur gebracht. Reusachtige concessies zijn uitgegeven; de sultans
+van Deli, Langkat en Serdang, hebben de gronden verhuurd tegen een
+eerste storting van 4 à 5 dollars de bouw en een jaarlijksche pacht
+van 1 dollar. De regeering bemoeide zich met niets dan met het innen
+der belasting en de rechtsspraak en liet verder alles over aan het
+particulier initiatief. Dat laatste heeft er alles in het leven
+geroepen, wegen, bruggen, aanlegplaatsen en de nog niet voltooide
+haven van Belawan, den spoorwegen de stad zelve, die gebouwd is op
+moerassige terreinen, nu ontgonnen en drooggelegd.
+
+De maleische bevolking, die er dun gezaaid was en daarenboven lui
+was van aard, weigerde te werken. Er is niet aan gedacht, haar
+daartoe te noodzaken, zooals in zooveel andere koloniën gebeurt;
+niemand heeft de invoering van een vermomde slavernij voorgesteld;
+geen heeft de roeping gevoeld, als moralist op te treden en den
+inboorling te verbeteren, door hem te zetten aan een werk, waarvan
+de Europeaan de vruchten zou hebben geplukt; omdat er geen arbeiders
+waren, heeft men ze ingevoerd. De planters hebben zich vereenigd,
+riepen een bureau van emigratie in het leven en huren nu de koelies
+in Swatow en in Canton. Vroeger sloten zij daar contracten door
+tusschenkomst van europeesche agenten, die in genoemde havensteden
+woonden; nu zenden zij zelf naar China mandoers, vroegere chineesche
+bedienden, die zich op beter voorwaarden met de recruteering belasten.
+
+De koelies worden bij hun aankomst ingeschreven op de hoofdplaats;
+hun signalement wordt genoteerd, en de administratie verschaft hun een
+pas. Eerst worden zij voorloopig gehuisvest in loodsen en later over
+de plantages verdeeld. Zij teekenen een contract voor den tijd van drie
+jaren in het bijzijn van den resident of controleur en den chineeschen
+kapitein. Zij hebben bij 't vertrek uit China enkele dollars handgeld
+ontvangen; de planters geven hun nog 15 of 20 gulden en reiken
+kleederen en gereedschap uit. De werver ontvangt van zijn kant een
+premie van 12 à 15 dollars per koelie. Neemt men daarbij de kosten
+van vervoer in aanmerking, dan komt elke chineesche arbeider aldus op
+75 dollars. Men sluit zonder moeite zulke contracten af, en de meeste
+arbeiders blijven op Sumatra en hernieuwen hun verbintenis. Er zijn
+in dit vrije land geen heeren en slaven, er zijn patroons en arbeiders.
+
+De secretaris-generaal van de Delimaatschappij, de heer de C., heeft
+ons alle inlichtingen gegeven, die wij hem hebben gevraagd en heeft
+ons rondgeleid met onuitputtelijke welwillendheid. Wij hebben de
+magazijnen met hem bezocht en 't hospitaal en ook het huis voor de
+koelies die aan ongeneeslijke ziekten lijden, en daarna hebben wij
+een wandeling over een tabaksplantage gemaakt.
+
+Het goed heette Helvetia. Het ligt op den oever der Delirivier en
+beslaat een oppervlakte van 6000 bouws, dus van 6000 maal 7091 M2. Aan
+het hoofd staat een administrateur, die zes europeesche ambtenaren
+onder zich gesteld ziet. Het terrein is in tien perceelen verdeeld,
+en jaarlijks wordt één dier perceelen in cultuur gebracht; de andere
+worden aan hun lot overgelaten en worden weer gebruikt, als ze aan
+de beurt zijn. Op enkele stukken wordt djati geplant, die na vijf of
+zes jaar mooie boompjes levert voor den bouw der droogschuren. Een
+weg doorsnijdt de plantage en loopt door alle perceelen. Elk daarvan
+is in secties verdeeld, die onder het toezicht van de Europeanen staan.
+
+Men begint eerst met het bosch te kappen één jaar te voren; dan bewerkt
+men den grond met den stoomploeg en keert de kluiten tweemaal met de
+spade. Het zoo voorbereide terrein wordt door diepe geulen verdeeld,
+voor den afvoer van het water en voor een splitsing in stukken van
+ongeveer 1 bouw. Elk deel wordt aan een Chinees toegewezen, die het
+zaad ontvangt, het laat uitzaaien, toezicht houdt op de kweekbedden,
+op het uitplanten en de verzorging, om na zeventig dagen te laten
+oogsten, blad voor blad, en de administrateur koopt de opbrengst
+tegen tarieven, die in het arbeidscontract zijn opgenomen.
+
+De huizen der opzichters en die der koelies worden elke twee jaren
+afgebroken en elders weer opgebouwd. Zij liggen altijd op de grens van
+twee perceelen, die na elkander in bewerking moeten worden genomen. De
+loodsen of droogschuren zijn vervaardigd van hout en bamboe en zijn
+met riet gedekt. Men gebruikt bij het bouwen gewoonlijk òf Bataks òf
+inboorlingen van Borneo uit de buurt van Banjermasin. Javanen moeten in
+'t bijzonder voor het draineeringswerk zorgen; Klings of Klingaleezen,
+dat zijn Tamilen van de kust van Malabar, rijden de wagens en verzorgen
+de trekossen, die in Siam of Birma worden gekocht.
+
+Na den oogst worden alle koelies saâmgeroepen naar het midden der
+plantage, waar zich het groote gebouw bevindt, van hout en steen
+opgetrokken en wel 150 M. lang en met plaatijzeren dak, waar de tabak
+behandeld wordt. De koelieverblijven zijn afzonderlijke gebouwen, waar
+de menschen naar ras en godsdienst bijeengevoegd zijn. De Chineezen
+wonen in ruime barakken in groepen van dertig à vijf-en-dertig,
+onder toezicht van een mandoer, geboortig uit dezelfde provincie,
+die 1/30 of 1/35 van hun totaal salaris ontvangt. Elke Chinees
+beschikt over ongeveer 8 vierkante meters en kan zich daar zelf van
+licht materiaal, als hout en bamboe, dat te zijner beschikking wordt
+gesteld, een afgesloten ruimte timmeren. Achter de woningen liggen de
+keukens, de putten en de badvijvers, tenzij de rivier onmiddellijk
+in de buurt is. De hoofdopzichter der Chineezen woont bij hen in
+een eigen paviljoen en ontvangt 1/30 van alle salarissen. Er zijn op
+de plantage enkele pagoden, één of meer, naar het aantal Chineezen,
+en de administratie zorgt ervoor, die uitstekend te onderhouden.
+
+De plantage, die wij bezoeken, geeft werk aan ongeveer 550 Chineezen,
+200 Javanen, 30 Klingaleezen; de grond brengt gemiddeld 12 pikols
+tabak per bouw, dat is ongeveer 1000 K.G. per hectare, en de prijs
+daalt nooit onder 100 gulden per pikol of 1.75 franc per pond.
+
+
+
+Wij hebben eenige dagen doorgebracht in de omstreken van Medan,
+en we hebben verschillende; plantages bezocht, die in ongelijke
+omstandigheden verkeerden, maar welker algemeene organisatie bijna
+overal dezelfde is. Een dier ondernemingen, nog van jongen datum,
+ligt te Koeala Bingei. De dit jaar beplante secties zijn pas op
+het bosch veroverd. Overal zien wij verkoolde stammen; er zijn
+ook veel boomen geveld en de Chineezen zijn ijverig in de weer,
+er de wortels van op te ruimen en de resten te verbranden. Aan den
+overkant van den weg, waarlangs mijn gastheer mij per automobiel
+een ritje laat maken, is nog het maagdelijk woud onaangetast. De
+leemhoudende grond staat onder water; het is een moeras, waar de
+rivier in tijden van hoogen waterstand zich in ontlast; maar reeds
+zijn er afvoerkanalen gegraven. Het afvloeiende water is zwart of
+rood en sterk tanninehoudend. Langzamerhand zal, als de regens den
+grond hebben uitgewasschen, het water helderder worden. Weldra zal
+dan het drooggelegde moeras geschikt zijn als bouwgrond; het dichte
+woud zal verdwijnen, en nieuwe velden zullen op de overblijfselen
+zich uitbreiden.
+
+Te Koeala Besilan, waarheen wij ons vervolgens hebben begeven, is
+de administrateur, de heer Cosnac, een Franschman; hij ontvangt ons
+met open armen. Twee andere landgenooten van ons wonen in de buurt,
+en wij brengen in hun gezelschap twee prettige dagen door. Ze zijn
+vol werklust en energie. Zij rekenen alleen op eigen kracht en vragen
+niets van het bestuur, en mijn eenige ergernis is, dat dergelijke
+kolonisten op deze wijze aan onze eigen bezittingen ontrouw worden.
+
+Dit geheele gedeelte van Sumatra geeft ons aldus een merkwaardig
+voorbeeld van een woest en zoo goed als verlaten oord, door
+menschelijke werkzaamheid binnen het vierde van een eeuw veranderd
+in een grooten tuin, zonder een van die heftigheden of misbruiken,
+die op koloniale ondernemingen vaak een zwarte vlek werpen. Wij zullen
+in de aangrenzende provincies een geheel tegenovergestelden toestand
+vinden, een oorlog, die nu al 27 jaren met onverbiddelijke strengheid
+gevoerd wordt tegen het rijk van Atjeh.
+
+Reeds herhaalde malen zijn wij bij vorige reizen langs deze gevaarlijke
+kust gevaren; dezen keer zullen wij in het land binnendringen. Wij
+hebben vergunning gevraagd, om te Segli aan wal te gaan op de oostkust
+en over land Kota Radja en Olehleh te bereiken. Een klein adviesjacht
+haalt ons 26 Mei af en zet ons den volgenden morgen om tien uur aan
+wal bij den post te Segli.
+
+Het koninkrijk Atjeh heeft oudtijds 't Oosten met zijn glorie
+vervuld. In de 17de eeuw verjoeg sultan Ibrahim, veroveraar van Pasei
+en van Pedir, de Portugeezen uit Sumatra en bracht den krijg over
+naar hun bezittingen op Malakka. In de tijdruimte van veertig jaar
+bombardeerden de atjehsche vloten vijfmaal de stad Malakka. In 1739
+namen zij in de haven zeven portugeesche schepen, en de sultan zond
+als een bespotting de matrozen en de soldaten van de bemanning terug
+met afgesneden neuzen en ooren. Engeland en Frankrijk zonden toen
+gezantschappen naar Iskender Moeda, den nieuwen Alexander. Admiraal
+de Beaulieu heeft de pracht van het paleis, waar hij ontvangen werd,
+beschreven en de reusachtige citadel, welker omtrek meer dan een
+halve mijl groot was. Ook troffen hem de fabelachtige schatten
+van den sultan, de danseressen, behangen met edelgesteenten, de
+geweldige artillerie en cavalerie, de tweehonderd strijdolifanten en
+de driehonderd goudsmeden, die onafgebroken bezig waren, onschatbare
+gesteenten voor den vorst te ciseleeren. In het midden van die eeuw
+waren de atjehsche zeelieden de stoutmoedigste zeeroovers, die ooit de
+zeeën onveilig hebben gemaakt. Lang weifelden de Hollanders eer zij
+een oorlog begonnen, waarvan zij zich de moeilijkheden en bezwaren niet
+ontveinsden. Herhaaldelijk zonden zij naar Kota Radja gezantschappen,
+die door den sultan met beleedigende hoogheid werden ontvangen. Jaar
+op jaar werden handelsvaartuigen aangevallen en uitgeplunderd. In
+1873 moest men den weg van vrede en overreding verlaten; de oorlog
+werd den 26sten Maart verklaard.
+
+De eerste expeditie was niet gelukkig. De Nederlandsche troepen
+bestonden slechts uit vier bataljons en één batterij. Zij landden
+op 6 April te Kota Tjermin ten noorden van Olehleh, nauwelijks 3 1/2
+KM. van Kota Radja verwijderd. Het terrein, door smalle, moerassige
+wegen doorsneden, lag vol dorpen, die beschermd werden door hooge
+heiningen van toegespitst bamboe. Den 10den stieten de Hollanders
+na een reeks bloedige gevechten op de versterkingen rondom de groote
+moskee en maakten zich er van meester. Toen ze genoodzaakt werden die
+te ontruimen, kwamen ze den 12den terug en drongen er opnieuw binnen,
+maar de hoofdbevelhebber, generaal Köhler, werd gedood, en den 17den
+April namen de Hollanders den terugtocht aan en scheepten zich weer
+in, nadat ze te vergeefs beproefd hadden, den omtrek van den Kraton,
+de citadel, te verkennen.
+
+Den 7den December daaraanvolgende ging een geheele divisie, van 7000
+man ongeveer, aan land op het Atjehsche kustgebied, niet ver van de
+monding der Atjehrivier. Er waren 45 dagen noodig voor de verovering
+van het terrein, dat zich tot den kraton uitstrekte. Men trok als
+blinden voort over den met hindernissen overdekten grond, met hoog
+gras of suikerrietvelden begroeid. Den 26sten December ontstaat er een
+verwoed gevecht. Het middelpunt der stelling, waartegen de Hollanders
+hardnekkig vochten, was een hooge verschansing, waarvan men den top
+flauw tusschen het struikgewas kon onderscheiden. Het bleek echter,
+dat de rivier er den voet van bespoelde en de sterkte scheidde van
+de aanvallers, op wie een vernietigend vuur werd gericht.
+
+Tot op den laatsten dag was men niet zeker van de juiste ligging der
+versterking. De verkenningen, die werden gedaan, leidden er slechts
+toe, dat de uitgezonden manschappen in het dichtste kreupelhout
+plotseling besprongen werden door wilden met kris en klewang. Als
+woeste dwepers sloegen ze op de soldaten, en lagen ze geveld ter aarde,
+dan nog waren hun laatste stuiptrekkingen van bedreigingen vergezeld.
+
+Generaal van Swieten had getracht, onderhandelingen met den sultan aan
+te knoopen. Een Javaan, Mas Soemo Wikidjo, offerde zich op, door zich
+met het overbrengen van een brief te belasten. Afschuwelijk gemarteld,
+werd hij begraven, vóór hij nog geheel dood was; met bovenmenschelijke
+inspanning werkte hij zich los uit zijn graf en sleepte zich naar
+de hollandsche linie, waar hij, bij de voorhoede aangekomen, den
+geest gaf.
+
+Toen eenmaal de citadel vermeesterd was, dacht men den oorlog ten
+einde. De sultan was aan de cholera gestorven, zonder een erfgenaam na
+te laten. Generaal van Swieten geloofde, dat het verzet in 't vervolg
+geen aanvoerders zou kunnen vinden. Hij lokte de terugroeping van
+een groot deel der troepen uit. Zijn opvolger, kolonel Pel, behield
+slechts 3000 man. De verovering van Kota Radja had aan de Hollanders
+gekost acht-en-twintig officieren en duizend vier-en-twintig soldaten,
+die gedood waren of gestorven aan hun wonden.
+
+De weinige troepen, in den kraton achtergebleven, werden er weldra
+belegerd. De Hollanders hadden gehoopt, slechts een hoogmoedig vorst
+te moeten vernederen; zij vonden tegenover zich een wanhopig, tot
+het uiterste gedreven volk, dat hartstochtelijk op zijn vrijheid was
+gesteld. Eén man, Panglima Polem, was de ziel van het verzet, maar
+de organisatie bij de Atjehers was toch zóó, dat zijn verdwijning
+niets aan de zaak zou hebben veranderd. Het land is in provincies
+of sagi's verdeeld, door een panglima bestuurd, en deze provincies
+worden op hun beurt door districten gevormd, die genoemd worden naar
+het aantal dorpen of moekims, waaruit ze bestaan. De districtshoofden
+hebben over hun onderdanen en hun vazallen een onbeperkt gezag,
+en men zou met elk van hen afzonderlijk hebben moeten onderhandelen.
+
+Weldra verrezen er in de omstreken van Kota Radja een menigte bentings
+of forten, en de gemeenschap met de kust werd nog voortdurend
+bedreigd. Elken dag hoorde men van nieuwe gevechten; nauwelijks
+had men een taak ten einde gebracht en een nieuwe versterking doen
+verrijzen, of een eind verder moest weer worden opgetreden, zoodat het
+terrein voet voor voet moest worden veroverd. In Juni 1875, achttien
+maanden na den val van den kraton, besloeg het door de Hollanders
+bezette grondgebied nauwelijks een dertigtal vierkante kilometers,
+en de troepen hadden er, om zich te verdedigen, acht-en-dertig
+posten moeten vestigen. De vijandelijkheden duurden voort, en de
+oorlog had een karakter, van zoo groote verbittering blijk gevend,
+dat er voortaan geen overleg tusschen beide volken mogelijk was,
+en de breuk onherstelbaar moest heeten.
+
+Tegen het midden van 1877 gelukte het generaal Pel, eindelijk een
+serie posten in 't leven te roepen en die onderling te verbinden,
+zoodat er rondom Kota Radja tot aan de zee een beschermende gordel van
+versterkingen ontstond. In dien kring, waarvan de grootste middellijn
+niet langer was dan tien kilometer, zijn de Hollanders gedurende
+twintig jaren opgesloten moeten blijven.
+
+Sedert eenige jaren zijn nu echter de troepen versterkt, en onder
+hun energieken leider, den opperbevelhebber generaal Van Heutsz,
+is de verovering van het dal der Atjehrivier voltooid. Tegenwoordig
+leidt een spoorweg naar Selimoen op 40 K.M. afstands van de zee. Een
+andere, beginnend bij Segli, loopt naar het binnenland voort tot
+Padang Tidji, en een derde lijn loopt langs de kust en moet later op
+Medan aansluiten.
+
+Toch is de pacificatie van Atjeh nog ver van volledig. Met moeite
+gelukt het, de orde te handhaven in een beperkt gebied rondom enkele
+dorpen, als Telok Semaweh, Edi, Melaboe. Het onmetelijke grondgebied
+van 't rijk Atjeh, dat een vierde van het eiland Sumatra beslaat, is
+eigenlijk nog voor 't grootste gedeelte onbekend. Over een lengte van
+500 K.M. is alles woest buiten een smalle strook lands langs de zee
+en de straat van Malakka. De kaarten vertoonen slechts enkele hooge
+toppen, die van de kust af te zien zijn op grooten afstand, en in de
+geheimzinnige valleien, die naar het binnenland voortloopen, zullen
+de opstandelingen nog langen tijd een veilige schuilplaats vinden.
+
+
+
+Wij zijn slechts twee uren te Segli gebleven, en we zijn per spoor
+naar Padang Tidji vertrokken. Wij reizen met een detachement, dat
+van een verkenningstocht terugkeert. De officieren en ook de dokter
+dragen allen een ontbloote sabel in de hand, want in dezen oorlog van
+hinderlagen is elke ontmoeting een gevecht, dat beslist moet worden in
+een strijd van man tegen man. Hoewel de Atjehers met geweren gewapend
+zijn, houden ze zich graag aan de tactiek, die hun vroeger zoo dikwijls
+de overwinning bezorgde. Zij werpen zich na een eersten aanval verwoed
+op den vijand, en als die laatste een geoefend krijger is, met goede
+geweren gewapend, is zulk een methode vernietigend voor wie er zich
+van bedienen. In dit land met zijn vele bezwaren, met dicht struikgewas
+begroeid, zoo geschikt voor hinderlagen, zou een voorzichtige vijand,
+zooals bij voorbeeld de vroegere zeeroovers uit Boven Tonkin, aan de
+Hollanders spoedig onherstelbare verliezen toebrengen.
+
+Padang Tidji is een voorloopige post op de plek, waar vroeger
+Panglima Polem woonde. Men ziet nog midden in het kamp de graven van
+de voorvaderen van dezen heftigen Europeanenvijand. Het garnizoen
+bestaat gewoonlijk uit één bataljon; maar op dit oogenblik zijn drie
+compagnieën op verkenning uit. De inrichting is dood eenvoudig. Enkele
+simpele hutten staan regelmatig in een vierkant met zijden van 150
+M. lang en zijn omgeven door een palissade met prikkeldraad. Daar de
+meeste soldaten getrouwd zijn, vindt men op dit oogenblik in den post
+ongeveer 150 mannen en 470 vrouwen of kinderen, wat wel een origineel
+verschijnsel mag heeten.
+
+Er wordt ons verteld, dat een troep van tweehonderd Atjehers den weg
+naar Selimoen dien morgen is overgetrokken.
+
+Een detachement infanterie en een peloton cavalerie zijn hun te gemoet
+getrokken. Om drie uur keeren de ruiters terug; de Atjehers hebben
+zich, zonder tegenstand te bieden, teruggetrokken, na eenige schoten
+te hebben gelost. Twee gevangenen, wier handen gebonden zijn aan het
+zadel van een paard, loopen in trotsche houding, met kalm, uitdagend
+gezicht. Men schrijft aan de Atjehers graag allerlei ondeugden toe;
+men zegt dat ze liegen en spelen, dronkaards en luilakken zijn;
+maar het zijn stellig en zeker dappere kerels.
+
+Den volgenden morgen vertrekken wij om zeven uur te paard naar Selimoen
+onder het geleide van een peloton cavalerie. De tocht is nog al lang,
+ongeveer 42 K.M. Wij hebben in 't geheel geen berichten uit Selimoen,
+want de telegraaflijn is in het ongereede. Zulke ongevallen komen
+dikwijls voor. Niet alleen werpen de Atjehers de palen soms omver;
+maar de olifanten, die hier nog al talrijk zijn, maken zich er
+ook aan schuldig. De luitenant, die bij ons was, vertelt, dat hij
+nooit dien weg aflegt, zonder zulk een tweebeenigen of vierbeenigen,
+hardnekkigen vijand van de telegraaf te ontmoeten. Dezen keer echter
+gingen wij door een verlaten streek, waar niets eenige afwisseling
+bood, en tot zijn groote spijt kon de luitenant ons geen staaltje
+laten zien van het werken der hollandsche cavalerie.
+
+Van Padang Tidji af loopt de weg in rechte lijn door de vlakte, drie
+kilometers ver. Hij volgt dan een langen, kronkelenden bergkam, en
+wij dalen en stijgen bij afwisseling over een steenachtigen grond,
+met hoog gras bedekt. Rechts en links is het terrein ontboscht, en
+laat een vrij uitzicht toe. Alleen in de diepte der kloven is een
+mooie plantengroei te zien, en wij houden dikwijls stil onder hooge
+boomen, waar de paarden zich aan een riviertje kunnen laven. Rechts
+verrijst een alleenstaande piek, links een keten van blauwe bergen
+en boven stort zich, schitterend in de zon, een groote waterval neer
+in de bosschen. Het is buitengewoon warm; de kale hellingen zenden
+ons de zonnestralen terug; maar de luitenant schijnt er weinig last
+van te hebben. De paarden zijn vermoeid, en wij moeten den gang
+wat inhouden. Het land is geheel verlaten; de Atjehers zijn totaal
+verdwenen, naar het schijnt. Zij verschijnen, hoor ik, alleen nog
+op dezen weg, om de gemeenschap tusschen Kota Radja en Segli te
+bemoeilijken. Men ziet geen spoor van eenige cultuur; al lang moet
+ieder dorp hier verdwenen zijn; er zijn geen levensmiddelen te krijgen
+in dit verlaten oord.
+
+Tegen half één houden wij stil bij een gehuchtje, nadat we door
+een breede rivier hebben moeten waden. Er is geen mensch te zien
+in de huizen. Een paar vrouwen op den weg zien ons vijandig aan en
+verwaardigen zich niet, te antwoorden op de vragen, die haar worden
+gedaan. Een inlandsch soldaat klimt in een kokospalm en doet een
+regen van noten vallen, zoodat wij onzen dorst kunnen lesschen. Een
+uur later zijn we, doornat van zweet, te Selimoen.
+
+Deze post ligt uitstekend, hoog aan den oever der rivier. De gebouwen
+zijn van steen opgetrokken en zijn ruim en geriefelijk. Het garnizoen
+bestond verleden jaar uit een bataljon infanterie, een sectie
+artillerie, en een peloton cavalerie; dit jaar bepaalt het zich tot
+een divisie marechaussee. Dat is een bijzonder corps, gerecruteerd
+uit de inlandsche soldaten, die zich onderscheiden hebben door hun
+dapperheid, hun kracht, hun weerstandsvermogen tegen vermoeienis
+en hun behendigheid in het schieten. Elke divisie staat onder het
+bevel van een kapitein en omvat twaalf brigades. Elke brigade wordt
+gevormd door een europeeschen en een inlandschen onderofficier, een
+korporaal en zeventien man. Een luitenant heeft vier brigades onder
+zijn bevel. De mannen zijn gewapend met een karabijn en een korte
+sabel. Hun oorlogskreet, die bij de Atjehers zeer gevreesd is, luidt:
+"Potong kapala!" (De hoofden af!) Die divisies vormen speciale troepen,
+bestand tegen lange marschen, gewend aan den hinderlagenoorlog, zooals
+die hier gevoerd wordt; zij bestaan nog niet lang, maar bewijzen
+uitstekende diensten.
+
+Ze zijn onafgebroken op marsch en beschermen doeltreffend de streken,
+waar ze werkzaam zijn, tegen invallen van den bij uitstek mobielen
+vijand, maar dien zij in bewegelijkheid op zijde streven.
+
+Om half drie hebben wij den trein naar Kota Radja genomen. De spoorweg
+is door de genie gebouwd en volgt voortdurend den linkeroever der
+rivier. Het vrij breede dal wordt begrensd door bergen, welker eerste
+hellingen ontboscht zijn. De zeer talrijke dorpen liggen in het groen
+verscholen, te midden van palmen en bamboeboschjes, en de rijstvelden,
+die ze van elkaâr scheiden, zijn op die wijs omgeven door levende,
+ondoordringbare hagen. De troepen, die zich vroeger in die doorgangen
+waagden, kregen een geweervuur op korten afstand van een onzichtbaren
+vijand, weggedoken in 't moeras en beproefden te vergeefs, aanvallend
+op te treden. Bij het dorp Lambaroe en het rijstveld van Kajoe Leh
+werd een detachement van zestig man overvallen en geheel vernietigd,
+en de luitenant, die het bevel voerde, hoewel maar licht gewond,
+kwam te vallen en verdronk in het slijkerige water. Op dit oogenblik
+geniet de Atjehvallei een bijna volkomen rust. Toch zijn er nog wel
+schermutselingen, en wij zien te Indrapoera een brigade marechaussee,
+die uit den trein stapt en zich vlug op weg begeeft, om dezen nacht in
+'t bergland te patrouilleeren.
+
+Wij betreden te Lambaroe de ruimte, waar zoo langen tijd de hollandsche
+troepen opgesloten moesten blijven. De post Lambaroe, omgeven door een
+hooge, ijzeren palissade, wordt met de naburige posten verbonden door
+een spoorweg, die rondom Kota Radja den boog van een cirkel beschrijft
+en uitkomt aan de zee, aan den eenen kant te Lamtih, aan den anderen
+te Pakang Kroen Tjoet. Op die lijn waren veertien posten gevestigd,
+en andere spoorwegen, als stralen er van uitgaande, sloten zich bij
+de hoofdlijn aan.
+
+Aan de stations langs de lijn zien we slechts een klein aantal
+inboorlingen. Het zijn vooral vrouwen; de mannen, die onverzoenlijker
+zijn, vertoonen zich bijna niet, en halfnaakte kinderen schelden de
+reizigers uit en voeren met gebalde vuisten woeste, dreigende dansen
+uit. Al is er dan rust, een echte pacificatie kan men dit niet noemen.
+
+Wij zijn slechts twee dagen te Kota Radja gebleven. Het is een
+uitsluitend militaire stad, aan beide oevers der rivier gebouwd,
+rondom den ouden kraton. Het is er verstikkend warm, en niets houdt er
+ons terug. Niet hier is het interessante leven van Atjeh te zien. Men
+zou de posten moeten kunnen bezoeken, het leven leeren kennen van de
+troepen, binnen in het onbekende land doordringen, en dat alles is
+ons verboden. Een boot, de Maha, vertrekt van Olehleh den 30sten Mei
+en wij nemen daarop passage. Wij vertrekken van Kota Radja om vijf
+uur 's avonds. Een zeeofficier, dien wij bij aankomst in de haven
+ontmoeten, noodt ons zeer vriendelijk, met hem te dineeren. Zoo is
+onze laatste herinnering aan Sumatra er een van gastvrijheid.
+
+Wij zijn na den maaltijd aan boord gegaan. In de haven, die volkomen
+open is, schommelt onze boot op de golven. Wij varen langs de
+kust en langs 't eiland Poeloe Weh, zien op de steile, met bosch
+bedekte hellingen, die de kleine Sabangbaai beschermen, waar men
+op het kleine eilandje een kolenstation heeft gevestigd. Achter ons
+blinkt melancholiek de vuurtoren en blijft lang zichtbaar. De maan,
+pas opgekomen, beschijnt de trage golven, die zachtjes deinen op
+en neer. De hooge bergen staan scherp geteekend tegen den helderen
+hemel. Daar stijgen fijne nevels omhoog; de horizon schijnt te wijken,
+en het wonderland, waar ik zonder twijfel nooit meer den voet zal
+zetten, verdwijnt langzaam uit ons oog.
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Van Batavia naar Atjeh, dwars door
+Sumatra, by F. Bernard
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN BATAVIA NAAR ATJEH ***
+
+***** This file should be named 27972-8.txt or 27972-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/7/9/7/27972/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/27972-8.zip b/27972-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..bdec020
--- /dev/null
+++ b/27972-8.zip
Binary files differ
diff --git a/27972-h.zip b/27972-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..0e588f9
--- /dev/null
+++ b/27972-h.zip
Binary files differ
diff --git a/27972-h/27972-h.htm b/27972-h/27972-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..4986262
--- /dev/null
+++ b/27972-h/27972-h.htm
@@ -0,0 +1,3485 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Van Batavia naar Atjeh</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="F. Bernard">
+<meta name="DC.Creator" content="F. Bernard">
+<meta name="DC.Title" content="Van Batavia naar Atjeh">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+
+.red
+{
+color: red;
+}
+
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.centertable
+{
+/* center the table */
+margin: 0px auto;
+}
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+
+.fraktur
+{
+font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+
+.poem
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsdisc { list-style-type: disc; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+
+
+
+
+
+/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Van Batavia naar Atjeh, dwars door Sumatra, by F. Bernard
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van Batavia naar Atjeh, dwars door Sumatra
+ De Aarde en haar Volken, 1904
+
+Author: F. Bernard
+
+Release Date: February 3, 2009 [EBook #27972]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN BATAVIA NAAR ATJEH ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="body"><span class="pagenum">[<a id="xd0e83" href="#xd0e83">17</a>]</span><div class="div1">
+<div class="figure"><img border="0" src="images/t1904-017.gif" alt="Roma Sacra." width="638" height="86"></div>
+<p class="byline&#xA; aligncenter">Naar het Fransch van <span class="smallcaps">F. Bernard</span>.
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-017-1.jpg" alt="Een weg op Java. Buffelkarren." width="720" height="360"><p class="figureHead">Een weg op Java. Buffelkarren.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="alignright"><i>Batavia, 7 April</i>.
+
+
+</p>
+<p>Morgen zullen wij uit Batavia vertrekken. Ik heb bijna den geheelen dag in de stad rondgeloopen, want ik wil het beeld van
+deze plaats diep in mijn geheugen prenten. Later zal ik onder den donkeren europeeschen hemel in den winter &#8217;t schitterend
+vizioen oproepen; dan zal ik de wandeling van vandaag nog eens overdoen en in de gesloten huiskamer, beschut voor den scherpen
+wind en den ijskouden regen, zal ik het indolente leven van dit schoone land opnieuw genieten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 313px"><img border="0" src="images/p1904-017-2.jpg" alt="Een koelie te Batavia." width="313" height="408"><p class="figureHead">Een koelie te Batavia.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik kom zoo juist na het gewone zware middag-maal uit het h&ocirc;tel. De straten zijn ledig. De copieuse rijsttafel maakt de Europeanen
+suf; ieder gaat slapen of rusten in de ruime slaapkamers met een minimum van kleeding. De Maleiers zelf zoeken ook de schaduw
+en spelen of babbelen, neergehurkt aan den voet der boomen of op de steenen der verlaten galerijen. Een dos-&agrave;-dos, het ongemakkelijke,
+javaansche rijtuigje, voert mij zachtjes aan door de lanen. Hier is het Koningsplein; de groote grasvlakte breidt haar groen
+tapijt uit tot aan de lijn van mooie boomen v&oacute;&oacute;r en rondom het Museum. De huizen zijn in &#8217;t groen verscholen; men ziet maar
+nauwelijks hier en daar een stukje witten muur of een groot, ingedeukt dak. Zelfs de winkels verbergen bescheiden hun uitstallingen
+in tuinen aan den weg.
+
+</p>
+<p>Boven op een begroeiden heuvel ziet men de citadel van prins Frederik met de oude wallen en de steenen bijgebouwen, verscholen
+weer als een kostbaar sieraad in een &eacute;tui van groen fluweel. De Tji Liwong slaat er een band omheen van rood oker. Dat riviertje,
+waarin kokospalmen, zich vooroverbuigend, spiegelen en waar prachtige bamboezuilen naast oprijzen, is zeer ongelijk van stemming.
+Wanneer de geweldige regens neerstorten op de flanken van den Salak en den Gedeh vullen plotseling de snelvlietende wateren
+de nauwe bedding. Oudtijds werden bij zoo&#8217;n aanval de benedenwijken van de stad met slijkerige golven overstroomd; maar thans
+is &#8217;t grillige riviertje beteugeld en tot rede gebracht; de sluis van pasar Baroe houdt &#8217;t niveau op behoorlijke hoogte; kanalen
+stellen de Tji Liwong bovendien <span class="pagenum">[<a id="xd0e114" href="#xd0e114">18</a>]</span>met de Kali Baroe in gemeenschap en met de Krokot, en een wijde doorgang voert het heftig stroomende water rechtstreeks naar
+de zee.
+
+</p>
+<p>Al die kanalen, natuurlijke en kunstmatige waterwegen, loopen door de stad. Dat van Rijswijk wordt ingesloten tusschen twee
+roode muren, en &#8217;s avonds gaan de javaansche vrouwen en meisjes er baden. Zij gaan langzaam langs de trappen naar beneden,
+de sarong, reikend tot onder de armen, bedekt de borst, en als de kabaja eenmaal is afgelegd, komen fijne, ronde schouders
+te voorschijn en fraaie, gevulde vormen. De Hollanders, die, als de zon onder is, lui langs den weg flaneeren, wijden niet
+veel aandacht aan het schouwspel, en amusant is het, de tegenstelling op te merken tusschen die wandelaars met hun bleeke
+gelaatskleur en flegmatieke bewegingen, in hun toegeknoopte europeesche kle&ecirc;ren, en de gebronsde inboorlingen, die, luidruchtig
+spelend, &#8217;t slijkerige water op doen spatten.
+
+</p>
+<p>Nu, na den middag, is alles verlaten en stil. Boven de sluis breidt de rivier haar klaren, stillen spiegel uit. Het we&ecirc;r is
+drukkend en de warmte hinderlijk. De schitterende zon werpt onbewegelijke schaduwen neer; de glinsterende bladeren bewegen
+zich niet en &#8217;t koeltje, dat strakjes naar de verre vulkanen melkwitte nevels voor zich uit zal stuwen, is nog niet opgestoken.
+Zacht word ik voortgereden, als door een tuin, tot Meester Cornelis. Dat is een voorstad van Batavia aan twee zijden van een
+weg, omzoomd met de prachtigste boomen. Hier ziet men de laatste uitloopers van de bergen. Verderop en tot aan Buitenzorg
+rijst de grond gestadig; men ziet geen scherpe kammen, geen vooruitspringende rotsen, geen indrukwekkende kloven, maar afgeronde,
+zachte vormen en lange hellingen, waar de rijstvelden als op groene terrassen tegen aan liggen.
+
+</p>
+<p>Dit kalme land heeft nochtans tragische dagen gekend. Hier had in 1811 de beslissende slag plaats, waardoor de Engelschen
+met &eacute;&eacute;n slag het gansche eiland veroverden. De nieuwe stad Weltevreden, pas door Daendels in het leven geroepen, moest worden
+ontruimd, en men moest zich haasten, om in Meester Cornelis een versterkt kamp op te slaan, dat door zijn gebrekkige, voorloopige
+inrichting niet hardnekkig kon worden verdedigd.
+
+</p>
+<p>Nu wij die herinnering hebben opgeroepen, doemt er een heldenhistorie uit het verleden op. Op dit wonderschoone land hebben
+allerlei veroveraars bij beurten het oog laten vallen.
+
+</p>
+<p>Eerst waren het de Hindoes in de duistere tijden, door legenden aan de vergetelheid onttrokken.
+
+</p>
+<p>Hadji Saka, vorst van Astina, komt aan wal op een woest eiland, Noesa Kindang, waar Raksasa&#8217;s wonen, en fabelachtige zegepralen
+volgen hem op zijn weg. En plotseling verrijst het rijk Brambanan; prachtige steden komen als uit den grond op, en de &#8220;Duizend
+Tempels&#8221; verkondigen de grootheid van de nieuwe goden.
+
+</p>
+<p>Het rijk valt uiteen bij den dood van den held; elk zijner zonen regeert over een provincie, en weldra zetten bloedige oorlogen
+tusschen de broeders heel Java in vuur en vlam. Zij duren door verschillende geslachten voort. Eens zocht Tandoeran, koning
+van Papajaran, door zijn broer verslagen en verjaagd, een schuilplaats in &#8217;t onmetelijk woud, dat groeit in de vallei van
+Kediri; drie trouwe dienaars hebben hem gevolgd; zij zullen voor hem de bittere vruchten van den modjoboom plukken en de vorst,
+door een orakel plotseling terecht gewezen, sticht op die verlaten plek de nieuwe hoofdstad Modjopahit, d.w.z. bittere boom.
+Dan volgt de snelle ontwikkeling; van alle zijden komen avonturiers zich scharen onder &#8217;t vaandel van den balling, het jonge
+koninkrijk breidt zich door schitterende triomfen uit, het reikt tot ver over de straten, die Java scheiden van de andere
+eilanden, tot aan Palembang zelfs en op de Menangkabo, en de vloten van Modjopahit zullen Singapore, de Leeuwenstad, zelfs
+gaan veroveren.
+
+</p>
+<p>In de 15de eeuw had het rijk zijn hoogtepunt bereikt; maar de onderworpen volken sluiten zich aaneen tegen den overheerscher.
+Een sterke band, die van den Islam, sluit de bondgenooten vast aaneen, en het gebouw begint te wankelen, stort in en uit de
+versnipperde deelen ontstaan een aantal rijken, als het koninkrijk Bantam, het sultanaat Demak, &#8217;t beroemde rijk Mataram.
+Doch daar verschijnt een geduchte vijand ten tooneele, de vloot van Albuquerque heeft Malakka gebombardeerd en Maghelaens
+is op de Molukken ontscheept. Het verre Europa neemt bezit van de nieuw ontdekte wereld, en paus Alexander verdeelt het land
+tusschen de Spanjaarden en de Portugeezen. Dag op dag zetten stoutmoedige zeevaarders koers naar de wondereilanden. Op het
+eind der 16de eeuw sluit admiraal Houtman een verdrag met den koning van Bantam, en weldra verrijst Batavia op de ru&iuml;nen van
+&#8217;t in brand gestoken Jakatra. Dadelijk vestigen de nieuwe heeren, de Hollanders, zich er en nemen er blijvend bezit van. Ondanks
+allerlei aanvallen, oorlogen en opstanden zal Insulinde hun niet weer ontsnappen.
+
+</p>
+<p>Sporen van dit oude, grootsche verleden bedekken hier en daar den grond; boeddhistische en brahma&iuml;stische tempels zijn nog
+aanwezig en worden ook nog opgericht, want de Islam heeft de oude goden niet geheel doen vergeten. Te Singosari, te Brambanan
+en bij den Boroboedoer heb ik v&oacute;&oacute;r verminkte beelden en omgeworpen basreliefs Javanen zien knielen, en beschroomd legden zij
+er offers neer, die den hemel gunstig moeten stemmen en de aarde vruchtbaar moeten maken. Bij den Tjandi Brambanan hebben
+Siva en Doerga nog hun vereerders en hun priesters, en niemand zou de hand durven slaan aan de steenen die verweeren, om het
+werk des tijds tegen te gaan of herstellingen aan te brengen. Ondanks alles zien deze ru&iuml;nen er niet somber uit; de zon beschijnt
+ze en zorgt voor een mooie belichting; de doffe kleur van het gesteente smelt weg bij &#8217;t helder licht van den stralenden dag.
+
+</p>
+<p>De gewone landbouwer hanteert zijn ploeg en verplant zijn rijst tot vlak bij de heilige plaatsen, waar oudtijds pelgrims zich
+verdrongen of de triomphators kwamen danken. De Tjandi Kalassan spiegelt zich in &#8217;t stille water van de natte rijstvelden;
+de tempel is omslingerd door lianen en klimplanten, die liefkoozend vertrouwelijk zich om de godenbeelden leggen.
+
+</p>
+<p>De kolossale ru&iuml;nen van den Boroboedoer liggen op een heuvel achter een gordijn van boomen, en van <span class="pagenum">[<a id="xd0e138" href="#xd0e138">19</a>]</span>het hoogste punt ziet men het mooie dal der Progo zich uitbreiden; de dorpen onder kokospalmen schuilgaand, de groene velden,
+waar de waterplassen fonkelen als schilden; aan den horizon de mooie, hooge bergen, de zuivere, afgeronde vormen van den Soembing
+en den Merapi, met bosch bedekt, oprijzend in de zonnige lucht. Al dit land is te zeer levend en vruchtbaar, dan dat het lang
+de wreede herinnering zou kunnen bewaren aan de vroegere rampen. Als &#8217;t menschenwerk te niet gaat, neemt de natuur er bezit
+van. In het oude paleis van Djokjokarta kost het moeite de vormen en de inrichting van het gebouw te onderkennen tusschen
+den wirwar van bamboes en van palmen. Hier en daar hangt nog een stuk muur over een esplanade, ziet men een poort, die gapend
+toegang geeft tot een kronkelende gang, en naakte kinderen spelen en dartelen in de felle zon op de opeengehoopte steenen.
+Hoe zou men kunnen stilstaan bij vroegere tragische tooneelen te midden van zoo schitterende d&eacute;cors.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Mijn rijtuig heeft mij langzaam weder in de oude stad teruggebracht. Wij rijden langs een kanaal, pas gegraven en in een rechte
+lijn verloopend, waaraan huisjes staan onder kokospalmen. Nu en dan verdwijnen de huisjes, en er komt een zwijgend bosch,
+waar uit den met gras bedekten grond veel slanke zuilen opgaan. Het lijkt, of men zeer ver verwijderd is van een moderne stad,
+maar de rails en de draden van de electrische tram maken spoedig een eind aan die verkeerde gissing. Hier, in deze lage vlakte,
+kampeerden tot tweemaal toe de legers van Mataram; tweemaal hebben de stoere verdedigers van Batavia hun vijanden zien vluchten,
+door het moorddadig beleg geheel uitgeput.
+
+</p>
+<p>De inhalige kooplieden uit vroeger tijden wisten ook door andere middelen hun veroveringen te behouden. Aan den weg ziet men
+nog een monument van hun barbaarsch recht, namelijk het huis van Pieter Eberfeld. Een gepleisterd doodshoofd, grijnzend en
+doorboord met een ijzeren staaf, met een opschrift in het Hollandsch en &#8217;t Maleisch, roept de verschrikkelijke geschiedenis
+in de herinnering terug. Een oostenrijksch avonturier had met inlandsche hoofden een complot gesmeed, om de Hollanders te
+verdrijven; zijn dochter, die een hollandsch officier beminde, maakte het geheim bekend, en de afschuwelijke straf werd voltrokken;
+Eberfeld werd gespietst en in den muur van zijn eigen huis ingemetseld, welk huis niet mag worden aangeraakt en dat, door
+de planten geheel en al bedekt, aan den eenzamen weg ligt sedert de stichting van Weltevreden.
+
+</p>
+<p>Door de gapende, scheef hangende deur kan men den tuin zien, waar in het wild wat boomen groeien en waar de Maleiers uit den
+omtrek vrij de vruchten komen plukken. Aan &eacute;&eacute;n dier boomen werd misschien de dochter van den ongelukkige opgehangen, en ik
+stel mij voor, hoe het drama daar is afgespeeld, nu 150 jaar geleden onder den brandenden zonneschijn, onverbiddelijk als
+de menschen van toen. Ik denk aan Eberfeld, die door de geschiedenis als een verrader is gebrandmerkt, en die, zoo het succes
+zijn daad bekroond had, de gevierde stichter zou geworden zijn van een tweede paradijs; aan die heftige en tragische liefde
+en het geheim, dat haar ontrukt werd; aan de straf, de onverschillige of wreede rechters, die een plicht volbrachten of hun
+wraak koelden, terwijl ze de een oogenblik bedreigde schatten beschermden.
+
+</p>
+<p>Van die onverbiddelijke rechters slapen enkelen hier zeer dichtbij, rondom de oude kerk, onder de grafsteenen en de zware
+metalen platen, waarop de woorden herinneren aan het gedane werk. Dit is de oude stad. Een menigte grachten loopen erdoor
+en er omheen. In de Europeesche wijk staan de massieve huizen langs de Kali Besar en aan de overzij is de kampong, de chineesche
+wijk. De koelies en de kooplieden rusten uit op de stoepen. De zon begint reeds te dalen en de hollandsche kooplieden zijn
+naar Weltevreden teruggekeerd. Elken avond houdt na vijf uur alle werk op, en het leven van arbeid wordt eerst hervat tegen
+morgen acht of negen uur.
+
+</p>
+<p>Hier is, evenals te Singapore en Bangkok, alle handel in &#8217;t groot en in &#8217;t klein in handen van Chineezen. Zij zijn al sinds
+de tiende eeuw trouwe bezoekers dezer streken. Toen Batavia pas gebouwd was, vestigden zij er zich in menigte. Zij waren niet
+altijd zoo vreedzaam gestemd als tegenwoordig. Zij verdroegen niet lijdzaam de vele onrechtvaardigheden en verkozen niet,
+de grillen en de heftigheden der veroveraars te verdragen.
+
+</p>
+<p>In 1737 sloten zich een groot aantal Chineezen aaneen en wapenden zich in een naburig dorp, waarna het leger van de opstandelingen
+de stad aanviel. De rustige Chineezen hadden hun kantoren niet verlaten; toen het bevel daartoe gegeven werd, hadden zij zich
+in hun huizen opgesloten. Door hun aantal scheen het, dat zij wel gevaarlijk konden worden, en men besloot, zich van hen te
+ontdoen. De gouverneur-generaal Valckenier gaf, radeloos van angst, bevel tot den moord. Terwijl de opstandelingen, teruggedrongen
+na den eersten aanval, op den terugtocht waren, voltrok het garnizoen van Batavia, versterkt met ontscheepte matrozen, het
+vonnis. Er had een ganschen nacht en een geheelen dag een afschuwelijke, laffe slachting plaats. In het hospitaal zelfs werden
+vijfhonderd zieke Chineezen geworgd. Bijna negen duizend ongelukkigen werden gedood.
+
+</p>
+<p>In de stad, die in een slachthuis was veranderd, riepen het vergoten bloed en de opeengehoopte lijken wrekende epidemie&euml;n
+in het leven. De oorlog breidde zich uit, bereikte de naburige provincies, en in &#8217;t verlaten Batavia stond alle handel stil.
+Dit wekte, meer misschien dan afschuw van de misdaad, de verontwaardiging van de Oost-Indische Compagnie. Valckenier werd
+gevangen genomen en veroordeeld; maar het dossier van de zaak en het vonnis, dat de doodstraf verlangde, gingen verloren in
+1744 bij de schipbreuk van de <i>Streyer</i>. Valckenier stierf eenige jaren daarna v&oacute;&oacute;r het einde van het proces.
+
+</p>
+<p>Sedert dien tijd zijn de Chineezen teruggekomen. Op het eiland overtreft hun aantal tegenwoordig het cijfer van 250 000; alleen
+te Batavia telt men 28 000. Op dit late uur geven zij alleen nog eenige levendigheid aan de oude straten, die mij tot aan
+de citadel voeren, al sinds jaren ontmanteld. De groote poort staat nog overeind, zorgvuldig wit geverfd met vier zwarte urnen
+er op, en in de nissen twee beelden van woeste krijgers. In het gras, op de plek der <span class="pagenum">[<a id="xd0e161" href="#xd0e161">20</a>]</span>geslechte wallen liggen nog enkele oude kanonnen van gietijzer. Een ervan, van vrij groot kaliber, geniet hier een zekere
+vereering. Het stuk heeft, naar &#8217;t schijnt, wonderbaarlijke eigenschappen; &#8217;t geeft den vrouwen, die geen kinderen hebben,
+kans op nakroost, en maleische dames vervullen er haar godsdienstplichten. Voor &#8217;t oogenblik echter heeft het oude kanon rust
+en is door de geloovigen verlaten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-020.jpg" alt="Panorama aan de baai van Palaboean Ratoe." width="720" height="548"><p class="figureHead">Panorama aan de baai van Palaboean Ratoe.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hier en daar verrijzen tusschen de boomen groote, stille, gesloten gebouwen, die echter goed zijn onderhouden. Dat zijn de
+oude kazernes, die nu als winkels in gebruik zijn<span class="corr" id="xd0e170" title="Niet in bron">.</span> En dan, voorbij de citadel, volgt de haven. In die nauwe en vuile kom legden vroeger de schepen aan, die in zoo grooten getale
+het oostersche Veneti&euml; bezochten. Zij gingen door tusschen de beide havenhoofden, die tot in zee voortloopen te midden van
+moerassen. Daaruit rijzen de bladeren van de palmen, die in &#8217;t water groeien, op onder de kanonnen van de batterijen, wier
+vormen men nog onder &#8217;t groen terug kan vinden. Tegenwoordig gaan alle booten naar Tandjong Priok, de nieuwe haven, en hier
+is alles dood, somber en stil in het flauwe licht van een regenachtigen avond, en ik keer met voldoening terug naar Weltevreden,
+de levende stad.
+
+
+</p>
+<p class="alignright">Aan boord van de <i>Speelman</i>, 9 April.
+
+
+</p>
+<p>Gisteren om vier uur zijn wij uit Tandjong Priok vertrokken. Enkele vrienden, landgenooten, met wie wij hier kennis hebben
+gemaakt en die wij, hoop ik, in Frankrijk zullen weerzien, hebben ons vergezeld trots de drukkende hitte. Ik heb Java zonder
+al te veel smart vaarwel gezegd, en ik gevoel volstrekt niet dien weemoed bij het scheiden, dien vele anderen hebben gevoeld.
+Ik hecht mij aan de menschen, niet aan de dingen. Aan landen, waar ik gewoond heb, maar waar ik geen menschen, die mij dierbaar
+zijn, achterlaat, gevoel ik mij slechts door zwakke banden gebonden. Het ontroert mij niet, als ik een eenmaal afgelegden
+weg weer betreed of bekende plaatsen terugzie, en als ik er een nieuwe vreugde vind, komt dat niet uit gevoelsoorzaken. Ik
+ben geen slaaf van mijn gewoonten; ik heb de ziel van een vagebond. Reizen opent de poort der droomen voor mij, omdat ik het
+onbekende zal binnengaan.
+
+</p>
+<p>Die liefde voor verandering en voor iets nieuws verleent aan ieder afscheid een zekeren glans. En daarbij ben ik op Java min
+of meer teleurgesteld geworden. Ik heb mij het land dikwijls voorgesteld als een geheimzinnig en gevaarlijk oord; en ik vond
+er integendeel de vriendelijkste, zonnigste landschappen, een vreedzame, onderworpen bevolking, die een kalm, eentonig leven
+leidt, juist als de veroveraars ook doen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-021.jpg" alt="De markt is op Java, als overal elders, een plaats van samenkomst." width="720" height="481"><p class="figureHead">De markt is op Java, als overal elders, een plaats van samenkomst.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Toch heeft mijn jongste uitstapje een diepen indruk op mij gemaakt. Er was mij een geestdriftige beschrijving <span class="pagenum">[<a id="xd0e189" href="#xd0e189">22</a>]</span>gegeven van de baai van Palaboean Ratoe, en ik heb van enkele vrije dagen gebruik gemaakt, om dat wonder te gaan zien, v&oacute;&oacute;r
+het vertrek der <i>Speelman</i>.
+
+</p>
+<p>De spoorweg bracht mij naar Tji Badak, tusschen Buitenzorg en Soekaboemi, en van daar gingen we per rijtuig langs een steenachtigen
+weg tot aan den oever der zee. Dit is, naar &#8217;t schijnt, het nog woeste Java, en de Indische Oceaan bespoelt hier een met bosch
+bedekte rotsachtige kust. Wij hebben den nacht doorgebracht in de pasangrahan, en zoodra het dag was, begaven we ons op weg
+om weer te Soekaboemi te komen door Pasawahan en Bodjong Lopang. Wij staken eerst op een primitief vlot een rivier over, de
+Tji Mandiri, en volgden daarna den linkeroever tot de monding.
+
+</p>
+<p>De weg loopt daarna door een nauw dal en stijgt dan snel tot meer dan 1000 M. hoogte. Naarmate men hooger komt, krijgt men
+de geheele baai te zien, en weldra doet zich een prachtige aanblik voor, de mooiste stellig, dien ik op Java heb genoten.
+Eerst ziet men het dal, dat we pas zijn doorgegaan en de met bosch bedekte hellingen, de dichtbebladerde boomen van zoo verschillende
+soort, de lianen, die ze verbinden en er zich omheen slingeren; dan lager een gehuchtje tusschen palmen, slanke boomen, die
+hun pluimen wuiven in den wind en verderop de diepe en blauwe zee. Nauwelijks wordt de oppervlakte door een enkel rimpeltje
+bewogen, en de zachtgeronde kust vloeit samen met het witte schuim, dat het zand omzoomt; dan treft de lichtgroene tint der
+rijstvelden, en andere landen, geel reeds en gereed om te worden geoogst, en heuvels weer, gekroond met wouden. Aan hun voet
+stroomt de rivier, die rood en troebel water voert en zich niet wil vereenigen met het kristalheldere water van de zee, en
+eindelijk op den achtergrond de blauwe bergen, welker toppen zich aaneensluiten tot den horizon. En dat alles onder een prachtigen
+hemel, schitterenden zonneschijn en onbewogen, doorschijnende lucht, zonder een spoor van nevel of damp en zonder dat toch
+&#8217;t een of ander hard en onafgerond schijnt. &#8217;t Is een kalm en vredig stemmend landschap, een tooneel, dat men zich telkens
+voor den geest roept en dat eigenlijk niet door een beschrijving is weer te geven.
+
+</p>
+<p>Het vertrek van Tandjong Priok biedt niet zooveel moois aan. Dikke nevels verbergen den horizon, en een laag wolken verbergt
+de beide tweelingvulkanen, Salak en Gedeh, waarvan wij eenige maanden geleden op den morgen onzer aankomst de zuivere omtrekken
+mochten bewonderen. De <i>Speelman</i> is uit de haven vertrokken. Het schip vaart op korten afstand langs een lage kust, waarvoor een rij van eilandjes liggen.
+Een dicht plantenkleed loopt tot aan zee. Op dezen vruchtbaren grond is er geen brokje slijk en geen hoekje steen, of de plantengroei
+legt er beslag op. Het is, of Java uit den oceaan is opgestegen in den ouden tijd, geheel met groen en bloeiend leven overtogen.
+
+</p>
+<p>De residentie, welker kust wij zien, is toch niet een der schoonste van Java; het is integendeel de armste en de minst bevolkte;
+&#8217;t is Bantam, waar de Hollanders zich het eerst vestigden. In de vlakte zijn bijna alle gronden, en wel de allervruchtbaarste,
+aan Europeanen en Chineezen verkocht, een manier van Daendels en Raffles om de schatkist te vullen. Ofschoon zij op die wijze
+over directe hulpmiddelen beschikten, hebben ze de taak van hun opvolgers bemoeilijkt, want de toestand, zooals hij nu is,
+drukt zwaar op de bevolking. Waarom den grond te bewerken, als de opbrengst een vreemden meester moet verrijken? De landbouwer
+van Bantam kan zich niet daarin schikken. Hij trekt ergens anders heen en zoekt in andere residenties gronden, die nog vrij
+zijn. Diegenen, die achterblijven, hebben niet het zorgelooze karakter der andere Javanen; zij zijn heftig van aard, en hun
+godsdienst is strenger. De mohammedaansche dweepzucht, die niet veel op Java voorkomt, wordt hier aangetroffen, en nog pas
+weinige jaren geleden werd een resident er het slachtoffer van.
+
+</p>
+<p>Vroeger trachtten de inlandsche hoofden, die zelf arm waren te midden van een uitgeputte bevolking, door allerlei middelen,
+wettige en onwettige, hun rang op te houden. Toen het stelsel der gedwongen cultures in zwang was, trok de Javaan, die meedoogenloos
+geplunderd werd door zijn hoofden en door een onverzadelijke regeering, de Soendastraat over en zocht een schuilplaats in
+de Lampongs; er vormden zich benden, troepen arme wanhopigen, die, naar wraak dorstend, het land verwoestten.
+
+</p>
+<p>Sedert dertig jaren is intusschen alles anders geworden. In deze ongelukkige residentie heeft een bewonderenswaardig man gediend,
+en zijn geest, die het goede zocht, waagde zich aan een ongelijken strijd, waarin hij niettemin overwinnaar bleef. Men heeft
+mij eenige dagen geleden te Rangkas Betoeng het huis laten zien, waarin Multatuli woonde. Douwes Dekker was vijf-en-veertig
+jaren geleden assistent-resident van Lebak. Hij was een onbevreesd en gevaarlijk ambtenaar, omdat zijn beginselen in strijd
+kwamen met wat de administratie eischte. Hij meende, dat zijn plichten als ambtenaar en zijn plichten als mensch niet met
+elkander in tegenspraak konden zijn, en op den dag, dat het onrecht, begaan door den regent van Lebak, hem bekend werd, stelde
+hij zich er niet mee tevreden, het eenvoudig te berichten aan zijn superieur in de hi&euml;rarchie. Hij zou v&oacute;&oacute;r alles recht erlangen,
+niet om het recht alleen, maar omdat menschen leden en hij hun ellende wilde doen ophouden. Men verzocht hem te zwijgen; de
+plicht van een ambtenaar was dood eenvoudig; die bestond in &#8217;t laten verbouwen van koffie en die zoo goedkoop mogelijk te
+doen betalen. De inlandsche hoofden waren bij die verheven taak helpers, die men moest ontzien.
+
+</p>
+<p>Als de regent van Lebak al iets op zijn kerfstok had, dat beteekende weinig; hij bewees diensten, en dat was waarborg genoeg
+van moraliteit. Douwes Dekker hield vol, werd verplaatst, viel in ongenade, moest zijn ontslag vragen en ging heen. Gedurende
+vele jaren heeft hij in Nederland ellende en honger gekend, en erger, het sarcasme en het beleedigende medelijden. Multatuli,
+&#8220;ik heb veel geleden&#8221;, dat is wel de rechte naam voor een apostel. Niets heeft hem ontmoedigd. Onvermoeid heeft hij geroepen;
+hij heeft het stelsel van roof en onderdrukking blootgelegd, <span class="pagenum">[<a id="xd0e211" href="#xd0e211">23</a>]</span>en zijn adem heeft het trotsch gebouw van onrechtvaardigheid ter neer geworpen. Hij had alle menschelijke machten tegen zich,
+de ijdelheid der staatslieden, de hebzucht der handelaars, de hatelijke inertie van de administratieve machine, de lafheid
+van de eerlijke menschen, maar hij heeft gezegevierd. In geheel Nederland heeft iedereen medelijden gekregen met den ongelukkigen
+en zoo lang reeds onderdrukten inlander. Niemand wilde meer iets weten van een kolonisatiesysteem, waarbij de rijkdommen betaald
+werden met de tranen der Javanen. Ik heb het voltooide werk aanschouwd. Wat tegenwoordig de hollandsche bestuurswijze kenmerkt
+en haar een edelmoedig karakter verleent, is de aanhoudende zorg voor den inboorling, den kleinen man, die zoowel tegen anderen
+als tegen zichzelven beschermd moet worden.
+
+</p>
+<p>Aan dien onbuigbaren man moet ik telkens denken. Hij zag v&oacute;&oacute;r zich de beide wegen, den eenen rustig, kalm en zachtkens dalend
+naar de lage landen, den anderen steil en moeilijk naar de hoogten van het leven, en hij heeft den tweeden gekozen. Als hij
+geleden heeft, hij heeft toch ook bovenmenschelijke blijdschap gesmaakt; hij heeft zijn ideaal verwezenlijkt gezien. Over
+dat voorbeeld moet ik nadenken, een tooverdrank, waarvan ik kracht en beteekenis begin te begrijpen.
+
+</p>
+<p>Het is nacht geworden, en de boot glijdt voort in de dikke duisternis. Enkele passagiers luisteren naar de schreeuwerige tonen
+van een grammophoon. Op het dek hurken inlanders. Onder hen is ook een troep reizende muzikanten; zij gaan naar Padang en
+zijn de houders van den schat der oude melodie&euml;n en der legendarische gedichten. Op ons verzoek gaan ze spelen. Het orkest,
+de gamelang, bestaat uit instrumenten van allerlei vorm en allerlei soort. Een ervan, een reeks van gongs, op muzikale tonen
+gezet, geeft aardige muziek, nu en dan afgebroken door het heftige en brutale geroffel der trommen van vel of hout. Meisjes
+zijn aan het dansen. Zij hebben een costuum van doorschijnende stof aangetrokken met gouden pailletten en dragen een uitgebreid
+kapsel, waaronder ze als gebukt gaan, met een diadeem, van achteren als een helm opstaand.
+
+</p>
+<p>Ook hebben ze een masker voor, blauw, rood of zwart, met spitsen neus en gebogen wenkbrauwen, welks trekken eenvoudige gevoelens,
+vreugde of smart te kennen geven. Zij dansen, en de muzikanten zingen; onbekende woorden vliegen heen en weer, de stemmen
+rijzen en dalen bij beurten. De danseressen wiegen zich rechts en links, met de voeten dicht bijeen of gekruist; met uitgespreide
+armen bewegen zij het hoofd, buigen het lichaam, verroeren handen en vingers in zonderlinge, stijve gebaren en dan leggen
+ze van tijd tot tijd een paar passen af met theatrale groote stappen en uitdagend opgeheven hoofd.
+
+</p>
+<p>Wat verbeeldt dit alles? wat zeggen ze? De stemmen worden zachter, sterven weg. Dezelfde zuivere, melancholieke toon keert
+geregeld terug en wordt door een slag op een metalen gong voortgebracht. Het lied, dat er wordt gezongen, het tooneel, dat
+ze opvoeren, &#8217;t zij kwijnend of hartstochtelijk, ieder van ons mag het uitleggen naar zijn eigen fantazie. De koddige schaduwen,
+die daar zich bewegen in &#8217;t onzekere licht van eenige lantaarns, schijnen zich op te lossen in niets; het lijken spoken, getuigend
+van een verdwenen verleden, van doode koninkrijken en voorbijgegane liefde, van heldendaden en nutteloos vergoten bloed. Zij
+wekken in ons atavistische herinneringen, duistere gedachten, onduidelijke wenschen en terwijl de danseressen buigen en ons
+groeten, terwijl de duisternis al dieper wordt en de muziek zwijgt, word ik nog gewiegd door den droom, dien het dansen en
+zingen opriep.
+
+
+</p>
+<p class="alignright">Aan boord van de <i>Speelman</i>, 10 April.
+
+
+</p>
+<p>De <i>Speelman</i> haast zich niet. Gisteren zouden wij te Telok Betong hebben moeten aankomen om zes uur in den morgen; averij aan de machine
+deed ons de vaart vertragen, en we zijn pas om tien uur op de reede aangekomen. Wij hebben geen tijd, aan wal te gaan en moeten
+ons tevreden stellen met uit de verte de kust te beschouwen. Wij liggen achter in een driehoekige baai, in &#8217;t Zuiden afgesloten
+door een rij eilandjes. De met bosch bedekte bergen dalen rechtstreeks neer in zee; hooge toppen van 1000 &agrave; 1200 M. schijnen
+den ingang van de haven te bewaken. In het Zuiden kan men door de opening, die wij juist zijn doorgegaan ten westen van het
+eiland Sebesi, een alleenstaanden kegel zien van grijze kleur, dat is de Krakatau.
+
+</p>
+<p>Deze rustige berg, boven stille wateren oprijzend, heeft zeventien jaren geleden een der vreeselijkste catastrophen veroorzaakt.
+Sinds 1680 had de vulkaan niet gewerkt. De zeelieden, die uit Europa kwamen, begroetten altijd reeds van verre den eenzamen
+berg; hij kondigde hun &#8217;t einde aan der reis. In Maart 1883 is plotseling het monster wakker geworden. De inboorlingen uit
+het land in de buurt zagen met verbazing den vederbos van rook, die wuifde door de lucht. Zij waren aan zoo&#8217;n schouwspel wel
+gewend, en het boezemde hun geen schrik meer in.
+
+</p>
+<p>Van de eene naar de andere zijde over Java en Sumatra strekken zich twee rijen van vulkanen uit; elk van die heeft zijn eigen
+legende, zijn lange perioden van rust en zijn uitbarstingen van woede. De woede van den Krakatau leek niet zoo erg verschrikkelijk.
+Er lagen op zijn hellingen geen dorpen en geen aanplantingen, en de beschermende zee isoleerde dezen vulkaan. Maar met iederen
+nieuwen dag namen de verschijnselen in hevigheid toe. In de maand Augustus wierp de berg dikke wolken asch uit; lavastroomen
+vloeiden over den kraterrand; het eeuwenoude bosch op de hellingen begon te branden als een reuzentoorts. Een planter, die
+toen op Java woonde in de Preanger Regentschappen, vertelde mij van den schrik en den angst, die gedurende enkele dagen allen
+vervulden.
+
+</p>
+<p>Men had in de richting van Batavia een dichte wolk zien opkomen, die langzamerhand grooter werd en al het land overdekte.
+Het leek, of zij niet door den wind werd voortgedreven. De zware rookkolommen stapelden zich op, en het werd donker, donkere
+nacht met een fijne, ongrijpbare asch, die onophoudelijk neerdaalde. De menschen hadden zich, bevend van angst, in hun huizen
+opgesloten.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e237" href="#xd0e237">13</a>]</span></p>
+<p>In die duisternis, die volle vijftig uren duurde, hoorde men ontzettende ontploffingen. Te Singapore meende men, dat de vulkaan
+van de Karimon Java-eilanden werkte; te Saigon geloofde ieder, dat in de Golf van Siam de eskaders elka&acirc;r een donderend gevecht
+aandeden. Op de kusten van Java en Sumatra wachtten de doodelijke verschrikte bewoners op de ontknooping. Hoe zou het gevaar
+zich ten slotte voordoen? Stortte de grond onder hen in en zouden nieuwe kraters worden gevormd? Niemand durfde vluchten in
+de duisternis; de opgehoopte asch lag hier en daar als een bed van een meter hoogte; de onzichtbare vulkaan ging maar voort
+met donderen; woedend sloeg daarna de regen neer. Het gevaar leek nog dreigender in het binnenland dan hier aan het strand,
+waar de vastgemaakte booten nog op het uiterst oogenblik redding mogelijk zouden maken&#8212;en toch, juist uit zee is de ramp opgestegen.
+Plotseling stortte de krater van den Krakatau in; reuzengolven stoven op en kwamen dreigend op de kust aan. In den trechter,
+door de baai van Telok Betong gevormd, kwam een dertig meter hooge muur van water breken op de kust. Tot aan den voet der
+bergen veegde de vloedgolf dorpen weg en tuinen; zij nam schepen op en smeet ze neer op het land, en als het water zich had
+teruggetrokken, liet het in de verwoeste streek duizenden dooden achter. De vulkaan was van vorm en van plaats veranderd;
+waar vroeger zijn hoogste top verrees, gaapte nu een afgrond in de zee van 300 M. diepte, en nieuwe eilanden waren ontstaan
+tusschen de ru&iuml;nen van den berg.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-024.jpg" alt="Rij van buffelkarren in een straat te Batavia." width="533" height="406"><p class="figureHead">Rij van buffelkarren in een straat te Batavia.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zijn slechts weinige uren te Telok Betong gebleven en gingen van daar naar Engano. Zonder ons te haasten, voeren we door
+tusschen de eilanden, die de baai afsluiten; het waren pyramiden van groen en van den top tot den voet spiegelt al dat gebladerte
+zich in de zee. Toen daarna de laatste kaap was omgezeild, volgden wij verder op korten afstand de kust. De zee is hier om
+dezen tijd van het jaar zoo stil als in een meer. Links wijken de laatste toppen van Java in den grijzen nevel. En vreemd,
+eerst op dat oogenblik speet het mij, dat de zoo snel volbrachte reis was afgeloopen. Dat land, dat ik zoozeer had gewenscht
+te zien en dat ik zeker nooit weer zal aanschouwen, mijn verbeelding begon het nu te vervormen tot iets wonderschoons. Misschien
+heb ik de vriendelijkste of treffendste punten niet gezien, mogelijk ook had ik er langer moeten blijven en er moeten leven
+op een andere manier. Java fluistert haar geheimen en geeft haar zoete bekoring slechts voor diegenen, die er trouw aan zijn
+en zich geheel willen geven.
+
+</p>
+<p>Het wordt avond; de grijze lucht en de zee smelten samen; enkele zachtrood gekleurde wolken drijven door de lucht; andere
+komen op aan den horizon. Ieder ondervindt den invloed van dit heerlijke uur. Geluidloos klieft het schip de golven, en een
+parelmoeren schuim volgt het op zijn weg.
+
+</p>
+<p>In zulk een lauwe atmosfeer en &#8217;t uniforme licht beginnen droomen zich weer van den geest meester te maken. De straat daarginder
+is de Soendastraat en zij roept duizend machtige beelden op. In deze zee, waar zooveel groote schepen in de jaren van de eerste
+ontdekkingsreizen zijn vergaan, moet men wel denken aan de heldhaftige expedities, door avonturiers van vroeger op &#8217;t getouw
+gezet. Mooie verzen over de conquistadores spelen door mijn brein. Hier was het land van goud en specerijen, het land, dat
+geurig en welriekend was als geen; de wondereilanden, die hun schatten slechts voor de stoutmoedigen beschikbaar hadden. Naar
+deze stranden zetten koers die heldenkapiteins, wier uren van triomf ik tracht mij voor den geest te roepen. Hier, op den
+nu zoo rustigen bodem, stapten zij aan wal bij &#8217;t bulderen der verouderde kanonnen, en bij &#8217;t verlaten van hun schepen zagen
+zij de volken vluchten. Koningen bogen zich voor deze toovenaars, die onverschrokkenen, gekomen uit het Westen, uit die verre
+streken, waar de zon des avonds schuilgaat.
+
+</p>
+<p>Het komt mij voor, dat in dien tijd de natuur met nog veel machtiger bekoring op de helden moet hebben gewerkt. Zij zagen
+er niets leelijks en niets kleins, en toen de verovering voltooid was en de buit was meegevoerd, toen togen de avonturiers
+op nieuwe tochten uit, op wankele schepen over onbekende zee&euml;n, weer op de zoek naar nieuwe stranden, waar hen nieuwe zegepralen
+wachtten.
+
+</p>
+<p>Ik weet wel, dat de meeste dezer helden niet meer waren dan bandieten, ruw en wreed, dat niet van po&euml;zie hun ziel vervuld
+was, noch hun hart van medegevoel. De menschelijke inhaligheid kwam toen met zeer na&iuml;eve felheid aan den dag; recht, menschelijkheid
+en al die groote woorden, die ons aangenaam in de ooren klinken, vielen in de stilte neer en wekten in &#8217;t geheel geen echo&#8217;s.
+De wereld behoorde aan de christenvolken; de grond met zijn rijkdommen en met de ongeloovigen, die er woonden. Er bestond
+geen zedelijke band; de veroveraar bezat de macht, en hij was in &#8217;t bezit der waarheid.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e255" href="#xd0e255">25</a>]</span></p>
+<p>Ieder wenschte voor zich een aandeel aan &#8217;t onmetelijke gebied, waarvan men bij elken stap, dien men deed, de grenzen zag
+terugwijken. Bij deze jacht naar winst, waarop de volken van Europa elkander de aarde betwistten, hield ieder zijn deel angstvallig
+vast door alle mogelijke middelen. De wegen, leidend naar de nieuwe landen, waar de zware galjoenen zich langs bewogen, moesten
+een geheim blijven. De ruwe kaarten, waar de schippers, zoo goed en zoo kwaad als het ging, hun gang op afteekenden, waren
+nationaal eigendom, en &#8217;t was verraad, ze aan vreemdelingen af te staan of bekend te maken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-025.jpg" alt="Chineesche koelies aan &#8217;t ontschepen van goederen te Benkoelen." width="720" height="504"><p class="figureHead">Chineesche koelies aan &#8217;t ontschepen van goederen te Benkoelen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Met zweep en brandmerk en verbanning werden de schuldigen of de onvoorzichtigen gestraft. Die blanke menschen, die de volken
+van het Oosten elken dag zagen aankomen in hun landen en die de zonen schenen van een zelfde ras, leverden elkander op alle
+zee&euml;n de verwoedste gevechten, en voor hun schreden zonken koninkrijken in het niet en oude beschavingen vielen tot stof ineen.
+
+</p>
+<p>Maar in onze herinnering blijven wij niet toeven bij de begane wreedheden. Hoe komt het toch, dat die ruwe klanten uit de
+historie voor ons oprijzen, omstraald door een helder licht? Dat is, omdat elk van ons hun iets van zijn eigen ziel geeft.
+Wij wenschen te gelooven, dat zij door een ideaal werden geleid. Als wij, bewoonden zij sombere landen, waar &#8217;t banale leven
+niet genoeg was voor hun ziel. Zij stikten in de enge gevangenis, waarin het lot hen had geplaatst, waar vooroordeelen en
+allerlei belangen hen vasthielden; zij scheurden zich los, gingen heen, verder en altijd verder, om nieuwe landen te zoeken
+en krachtiger, vuriger zonnen. Ze hadden hun ketenen verbroken, en de verworven vrijheid steeg hun naar het hoofd. Wie onzer
+zou zoo&#8217;n schoonen droom niet willen leven?
+
+
+</p>
+<p class="alignright">Aan boord van de <i>Speelman</i>, 10 April.
+
+
+</p>
+<p>Hedenmorgen zijn wij tegen tien uur te Engano aangekomen. Wij hebben in een kalme baai het anker uitgeworpen, waar drie eilandjes
+ons tegen de hooge zee&euml;n beschutten. Een kring van brekers, waar de zee geweldig bruist en schuimt, omringt ons in een nauwen
+cirkel, en slechts met moeite kunnen we nog de doorvaart herkennen, die ons den toegang heeft verleend.
+
+</p>
+<p>Pas hadden we het anker uitgeworpen, of van elk eiland staken booten van wal, met roeiers bemand. De inboorlingen, die erin
+waren gezeten, moedigden elkander aan met schelle kreten. Ze zijn halfnaakt en vertoonen ons stevige lichamen met sterke spieren.
+De gelaatstrekken zijn energiek en woest; de diepliggende oogen fonkelen onder zware wenkbrauwen, die het smalle voorhoofd
+begrenzen; de jukbeenderen steken vooruit, en de benedenkaak is zwaar en vierkant. Een lap stof houdt het haar in bedwang
+en omgeeft het voorhoofd als een hoofddoek, en aan den achterkant vallen krullen neer in den nek.
+
+</p>
+<p>Dit zijn mooie, forsche kerels, die men zou willen zien, getatoe&euml;erd voor den oorlog en met lans of knots gewapend. Ze zijn
+aan boord gekomen, op <span class="pagenum">[<a id="xd0e278" href="#xd0e278">26</a>]</span>een manier, die denken doet aan de vermeestering van een gemakkelijke prooi. Met zulke lenige bewegingen moeten indertijd,
+als Cook en La P&eacute;rouse een nieuw eiland ontdekten, de inboorlingen vol nieuwsgierigheid hun schepen hebben bestormd. Deze
+wilden hebben intusschen in &#8217;t minst geen booze bedoelingen; zij komen eenvoudig maar copra tegen rijst inwisselen. Zij brengen
+ook vruchten mee, visschen die er vreemd uitzien, vol stekels, en prachtige schelpen, met parelmoer belegd. Achterop elke
+schuit staat een Chinees, de onvermijdelijke tusschenpersoon in deze streken, en leidt de bewegingen van het vaartuig.
+
+</p>
+<p>Vroeger waren de Eugano-eilanden sterk bevolkt. Vijftig jaar geleden woonden de inboorlingen er nog vreedzaam en van de wereld
+afgezonderd. Ze leefden van jacht en vischvangst, kenden nog niet de bewerking van het ijzer en wisten niets van het bestaan
+van tabak en alcohol. Als er een schip v&oacute;&oacute;r hun dorpen verscheen, gedroegen zij zich gastvrij en vriendelijk. Maar de menschen
+van Sumatra minachtten hen als wilden, en ze zijn dan ook sedert dien tijd in beschaving vooruitgegaan. Ze kunnen flink drinken
+en zijn jaloersche echtgenooten geworden. Een jonge contr&ocirc;leur, die een tourn&eacute;e er heeft gedaan, vertelt mij, dat hij van
+geen vrouw het aangezicht te zien heeft gekregen. Toch zijn de meisjes van Engano mooi en flink gebouwd.
+
+</p>
+<p>De veldwinnende beschaving heeft nog andere gevolgen gehad. De bevolking vermindert onrustbarend in aantal. Ziekten hebben
+zoo erge verwoestingen aangericht, dat er niet veel meer dan 600 inwoners zijn. Welke kwaal decimeert hier de menschen, die
+er toch zoo sterk en flink uitzien? Niemand kan het mij zeggen. De inboorlingen meenen, dat booze geesten hen met hun haat
+vervolgen. Zij hebben het groote eiland verlaten en hebben een schuilplaats gezocht op de kleinere, minder ongezonde eilanden.
+Dat zijn manden van groen, even slechts zich verheffend boven het doorschijnend heldere water. Eerst ziet men een dun zandlijntje,
+dat als goud schittert, dan een hoopje struiken, afgeronde groepen en daarachter de dicht bijeen staande stammen en de groene
+vederbossen van de kokospalmen. Ik zie nergens andere boomen, en onder palmen staan ook de huizen aan het strand.
+
+</p>
+<p>Links van ons breidt het grootste eiland zich uit, geheel met bosch bedekt. Hier en daar op het strand wijzen boschjes kokospalmen
+nog de plek der vroegere dorpen aan. Als ik zulke streken zie, zoo mooi en zoo woest, krijg ik lust, mij naar land te laten
+roeien, aan wal te gaan op die smalle zandige kust, die een gordel vormt om het woud heen en mij op goed geluk diep in het
+bosch te wagen. Ik weet wel, dat ik er moerassen zal vinden en planten met scherpe dorens en verraderlijke lianen, die u tegenhouden
+en u de voeten binden, en weerzinwekkende insecten, en toch wordt het een lastige kwelling, dat men aan zulk een wensch niet
+kan voldoen. Zou &#8217;t zijn, doordat ik ben geboren in een dor en door de zon verschroeid land? Ik weet het niet; maar ik heb
+een hartstochtelijke vereering voor het woud. Die zware mantel die den grond verbergt, die massa&#8217;s donker gebladerte, de smalle,
+donkere paden lokken mij aan door hun geheimzinnigheid. Ook heb ik vroeger reeds een tijd lang in het bosch geleefd, een vrij
+en ongebonden leven, en ik heb daarvan, geloof ik, iets ziekelijks behouden, dat mij van tijd tot tijd er altijd naar zal
+doen terugverlangen.
+
+</p>
+<p>Wij hebben Eugano zooeven verlaten en zetten koers naar Benkoelen, welks hooge kust wij weldra langzaam uit de wateren zien
+oprijzen.
+
+
+
+</p>
+<p class="alignright">Padang, 20 April.
+
+
+</p>
+<p>Wij zijn te Padang al sedert den 12den. We hebben reeds een eerste uitstapje gedaan en zijn gisteren hier teruggekomen, om
+de voorbereiding voor een tweede te houden, een langer en bezwaarlijker tocht.
+
+</p>
+<p>Van Eugano tot Padang had de reis een zeer alledaagsch verloop. Het was een kalme vaart over een slapende zee met eenige uren
+oponthoud te Benkoelen. Dat is een klein, zeer stil stadje, waar een weg begint dwars door Sumatra bij Palembang uitkomend.
+De huizen der chineesche wijk staan tot dicht aan zee, en de dikke palen, die de balkons en de veranda&#8217;s dragen, worden door
+het water bespoeld. Daarachter zijn het residentiehuis en de woningen der Europeanen door groote tuinen omgeven, aan beide
+zijden van de stille straten.
+
+</p>
+<p>Boven het strand verrijst een oude citadel en enkele ouderwetsche kanonnen kijken melancholiek in zee. Het is &#8217;t fort Marlborough,
+reeds meer dan een eeuw geleden gebouwd door de Engelschen. Zij waren er in 1796 in getrokken en hielden zich er lang staande.
+De verdragen van 1814 hadden hen verplicht, aan Nederland Java en wat er bij behoorde, terug te geven. Men wist toen in Europa
+nog niet, welk een kostbaren schat sir Stamford Raffles voor zijn land veroverd had. Evenals Clive had hij gedroomd, het rijk
+uit te breiden en als Clive was hij in de functie van eenvoudig ambtenaartje begonnen op de kantoren der Indische Compagnie
+en als Clive had hij met zijn genie de hooge ambtenaren voor zijn idee gewonnen. In 1807 droeg lord Minto, gouverneur-generaal
+van Britsch-Indi&euml;, hem op, zich in verbinding te stellen met de maleische vorsten op Sumatra en Java. In 1811, op het oogenblik
+dat admiraal Stapford op Malakka een expeditie naar Batavia voorbereidde, onderhandelde Raffles met den sultan van Palembang,
+de radja&#8217;s van Bali en Lombok en den regent van Madoera. De nederlaag van &#8217;t fransch-hollandsche leger werd kort daarna gevolgd
+door de onderwerping aan Engeland van alle inlandsche vorsten.
+
+</p>
+<p>Benoemd tot luitenant-gouverneur van Java, begon Raffles het land te organiseeren. Hij ging langs nieuwe wegen met een energie
+en een ijver, die verwonderlijk waren, en zette het werk voort, dat door Daendels was begonnen. Den 24sten Mei 1814 werd hij
+als door een bliksemslag getroffen; de val van het keizerrijk in Frankrijk gaf aan Nederland zijn onafhankelijkheid terug,
+en Engeland gaf aan het nieuwe koninkrijk alle koloni&euml;n weer, die het op 1 Januari 1803 in bezit had gehad, behalve Kaap de
+Goede Hoop en Demerary. De terugkeer van Napoleon van Elba deed op onverwachte wijze <span class="pagenum">[<a id="xd0e298" href="#xd0e298">27</a>]</span>Raffles&#8217; moed herleven. Hij richtte tot de engelsche Indische Compagnie een vurige smeekbede, trachtte aan te toonen, welke
+rijkdommen men uit den heerlijken bodem van Insulinde halen kon; maar &#8217;t was te vergeefs. Hij moest buigen en met een bloedend
+hart het door hem voor zijn vaderland gewonnen terrein opgeven.
+
+</p>
+<p>Toch deed Raffles nog geen afstand van zijn droom. Benkoelen en Padang waren bezet geweest van 1796 af, en Raffles weigerde
+die terug te geven. Het gansche zuidelijke deel van Sumatra was nog niet in handen van de Nederlanders of behoorde hun ten
+minste slechts in naam. Nauwelijks op 40 K.M. afstands van Benkoelen begon het dal der Moesi. Van Kepahang tot aan de Bankastraat
+strekte zich een prachtig net van waterwegen uit, dat bevaarbaar was en rechtstreeks door het koninkrijk Palembang de tallooze
+booten met specerijen, tambangangs en bidars met acht roeiers, en pantolans met dertig roeiers kon vervoeren. Reeds in 1811
+was de radja van Palembang tegen de Hollanders opgestaan; drie jaren lang had ook Engeland zonder vrucht gestreden tegen het
+rebellenhoofd Mahmoed Badder Eddin. Nu zouden de rollen omgekeerd worden, Raffles zou, als hij te Benkoelen gevestigd was,
+in &#8217;t geheim de opstandelingen kunnen steunen. De Hollanders zouden een oorlog moede worden, die maar niet wilde eindigen.
+Misschien zou men tot een overeenkomst besluiten, waarbij Engeland een vergoeding krijgen kon voor het verlies van Java.
+
+</p>
+<p>Het had niet veel gescheeld, of het plan van Raffles zou geslaagd zijn. In Juni 1819 viel Badder Eddin Palembang aan, en het
+garnizoen ontkwam slechts aan een uitmoording, door zich overhaast in te schepen. Twee expedities werden uitgerust van Batavia
+uit, maar leden een nederlaag tegen de versterkingen, op &#8217;t eiland Gambora opgericht. De oproerlingen zonden tegen de hollandsche
+vloot veel <i>rakit api</i> uit, vlotten, beladen met ontvlambare stoffen, en de oorlogsschepen stieten op de versperringen, in de rivier aangebracht.
+Om Palembang te hernemen, moest men een vloot van 118 schepen uitrusten en vierhonderd vuurmonden op de kust richten. Ondanks
+de onderwerping van Badder Eddin brak de opstand weldra weder uit; maar in 1824 werd een nieuw verdrag tusschen Engeland en
+Nederland gesloten. Het laatste land herkreeg Benkoelen en Padang en deed afstand van Malakka en van zijn laatste bezittingen
+in Voor-Indi&euml;. Voor de tweede maal vielen de plannen van Raffles in duigen; de onbuigbare man scheen bestemd, om wreed door
+het lot te worden behandeld. Toch is niet alles weg van wat hij heeft willen in het leven roepen; in de maand Februari 1819
+had Raffles op een eilandje, dat bij het sultanaat Johore behoorde, de engelsche vlag geplant op de moskee van Singapore.
+
+</p>
+<p>Aan al die dingen denk ik v&oacute;&oacute;r de wallen van &#8217;t fort Marlborough, waar nederlandsche soldaten mij wantrouwig aanzien. Op het
+strand zijn chineesche koelies bezig, waren te lossen. De zee is laag; de sloepen zitten op eenigen afstand van den wal vast,
+en de arbeiders, tot het middel in het water, nemen bij het werk een gedwongen bad. Maleiers zien, in gehurkte houding, <span class="corr" id="xd0e309" title="Bron: onverschill&iuml;g">onverschillig</span> naar de gele heeren, die het zich druk maken en voorzichtig de zware kisten sjouwen. Zij zijn vrije mannen, en zoo&#8217;n slavenbestaan
+schijnt hun verachtelijk. Op den oever dringt een dichte menigte samen. Een jonge, te Padang wonende Chinees heeft zich van
+hier een vrouw gehaald, en de bruiloftstoet doet hun uitgeleide. De vrouwen dragen een kleeding, half chineesch en half maleisch,
+met een overvloed van groote sieraden, en de mannen pronken in alpacajasjes en vilthoeden. Uiterst voorzichtig neemt het paartje
+plaats in onze sloep en parasols en zakdoeken worden ten afscheid gewuifd. De jonge vrouw, met haar gepoederd gezichtje, lange
+fijne wimpers en geverfde lippen, neemt met een gedwongen glimlachje de goede wenschen in ontvangst.
+
+</p>
+<p>Tot Padang gaat de <i>Speelman</i> vrij dicht langs de kust. Prachtige bergen rijzen kloek omhoog, en hoe dichter wij bij Padang komen, des te smaller wordt
+het strand, waar boschjes groen de dorpen aanwijzen. De hooge Barisanketen is als een wal, die uit zee zich verheft. Zij zendt
+naar het strand steile uitloopers, roode rotsen, met groen bekleed en plotseling afdalend in de golven. Hier en daar treedt
+de berg achteruit en laat een blauwe, bochtige baai vrij, en men ziet het estuarium met de zandige landtong en de stille lagune;
+reeksen palmen wuiven in den wind, en de soepele bladeren glinsteren in de zon. Mooi wisselen de tinten in het landschap van
+het blauw der zee tot dat des hemels.
+
+</p>
+<p>Eerst komen bamboeboschjes en kokospalmen, dan groote boomen met hun donker loof en de groote brokken geheimzinnige schaduw;
+het gordijn, door &#8217;t bosch gevormd, waarachter een zware violette tint zich uitbreidt. Het land lijkt wonderschoon, en de
+ongeloofelijke groeikracht der natuur trekt den Europeaan bijzonder sterk. De natuur, die ons zulke tooneelen te zien geeft,
+oefent een onweerstaanbare bekoring uit. Ik kan mij voorstellen, dat in zulk een land &#8217;t bestaan van dichter of van wijsgeer
+in een voortdurenden toestand van contemplatie kan verloopen; dat panthe&iuml;sme ten grondslag ligt aan al de godsdiensten en
+dat men dan als &#8217;t eind van alles en als hoogste belooning gaat beschouwen de oplossing in het niet.
+
+</p>
+<p>Wij zijn niet ontscheept te Padang, maar in Emmahaven, in een ronde baai die wijd naar &#8217;t Zuiden open is en naar het Westen
+door een uitlooper van het gebergte wordt beschut. Op de plaats, waar nu de lange kaden liggen, zag men weinige jaren geleden
+niets dan een moeras met wortelboomen en pandanuspalmen. Lichte, gele en witte vlekken ziet men op de hellingen; dat zijn
+de steengroeven, en noordwaarts laat een opening den spoorweg door. Een hoog gebouw van ijzer steekt met scherpe lijnen tegen
+de lucht af en strekt tot boven de zee een langen arm uit, alsof die bij een reuzenbalans behoorde. Daar gaan de treinen over,
+getrokken door kleine locomotieven, en door lange kokers van plaatijzer worden dan de schepen er beneden gevuld met steenkool
+te midden van een dicht, zwart stof.
+
+</p>
+<p>Enkele minuten sporens hebben ons in Padang gebracht. Is dit een stad? Zeker, en nog wel de belangrijkste van Sumatra, maar
+hoe verschillend is zij van wat wij gewoon zijn. Evenals Batavia is <span class="pagenum">[<a id="xd0e323" href="#xd0e323">28</a>]</span>het een park vol lange lanen. De huizen zijn van hout, staan op palen en worden met riet gedekt. Maar ze zijn geriefelijk
+en niet al te warm. De lucht blaast er vrij doorheen onder het hooge dak; de zon, door een bladerdak teruggehouden, schijnt
+niet al te fel op den met dicht gras begroeiden grond. Aan zee ziet men de bloemperken van een engelschen tuin.
+
+</p>
+<p>De niet zeer diepe rivier van Padang loopt langs de chineesche wijk; de lichte bootjes kunnen er varen, terwijl de wind de
+bruine zeilen bolt. Zij leggen aan en brengen vruchten, hout en visch. Zij wagen zich op zee ook langs de gevaarlijke kust,
+terwijl de zwaarbeladen schuiten stroomaf worden geboomd in het riviertje. Een kleine heuvel aan de kust is de Apenberg, waar
+aan den mond van de rivier veel schepen dansen op de golven.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-028.jpg" alt="Maleische watermolen in Midden-Sumatra." width="720" height="570"><p class="figureHead">Maleische watermolen in Midden-Sumatra.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 16den April vertrokken wij naar het binnenland, de Padangsche Bovenlanden. Twee wegen leiden erheen, &eacute;&eacute;n recht naar &#8217;t
+Oosten over den Soebangpas en naar &#8217;t Singkarameer, en een andere, die eerst langs de kust gaat, dan het dal der Anei volgt
+en uitkomt te Padang-Pandjang. De spoorweg volgt die tweede route en wij gingen dien op de heenreis.
+
+</p>
+<p>De trein gaat eerst 40 K.M. lang door een vlak land, waar groote rivieren stroomen, de zee is dichtbij, en men kan haar zien
+door openingen van het dichte gordijn van boomen. Weldra naderen wij de bergen en rijden langs hooge rotsen van donkere kleur.
+De dorpen liggen alle dicht aan de rivier, en de vlakke uitgestrektheid der onder water gezette rijstvelden weerkaatst de
+ronde bergtoppen en het woud, dat zij dragen. Evenals op den dag van onze aankomst worden we verrukt door de weelderigheid
+van den plantengroei. Er is een eindelooze verscheidenheid van vormen en kleuren.
+
+</p>
+<p>De slanke, bewegelijke stam en de elegante pluim van den kokospalm wisselen af met sagopalmen, arengpalmen, en het fijne,
+lichte kantwerk van de bamboeboschjes. Tusschen de groote, satijnzachte bananenbladeren ziet men honderden onbekende boomen
+met lichte of donkere, doffe en glanzende, groote en kleine bladeren. Daar hecht het bosch zich aan de hellingen met rechte
+en bochtige stammen, kolossen met uitgespreide bladeren en reuzenwortels, geplant in de weerspannige rots, als wonderlijke
+krabben grijpend, en lianen, als slingers afhangend en alles omstrikkend.
+
+</p>
+<p>Aan den voet der rotsen in &#8217;t moeras staan waterplanten en in &#8217;t bosch overheerschen de varens en mossen, tegen takken en
+stammen hun bleeke tinten spreidend, terwijl orchidee&euml;n leven op de hen voedende schorslaag. Tallooze parasieten ziet men
+er; iedere plant heeft haar eigen woekerplanten, van welke ieder weer de voedster is van een andere.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-029.jpg" alt="Inboorlingen van het eiland Engano, die zakken copra tegen rijst inwisselen." width="720" height="481"><p class="figureHead">Inboorlingen van het eiland Engano, die zakken copra tegen rijst inwisselen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zoo&#8217;n dichte plantengroei bezet geheel Sumatra en vormt om &#8217;t eiland als een gordel van leven. Daarin snijden de rivieren
+diepe groeven, &#8217;t Verraderlijke water ondermijnt de rotsen, want elke druppel werkt aan die taak, en op den tijd der hevige
+regens, storten er groote watervallen neer van de hooge plateaux in wolken van schuim, omhoog en weer omhoog springend; zilveren
+linten hangen langs de hellingen en in de spleten en kloven, verdwijnen hier en komen daar weer te voorschijn. De berg stort
+bij stukjes en beetjes in; brokken van bosschen hangen scheef op de hellingen, en reuzenboomen vallen <span class="pagenum">[<a id="xd0e347" href="#xd0e347">30</a>]</span>om met donderend geweld, terwijl het water vroolijk zich voortspoedt met de overblijfselen, ze opneemt en weer liggen laat,
+om ze daarna weer op te nemen. En te midden der ru&iuml;nen van een bosch gaan de verborgen zaden opnieuw ontkiemen, op den bij
+uitstek vruchtbaren grond ontstaat een nieuwe boschvegetatie, en &#8217;t woud zal alle sporen van de afschuiving bedekken, zooals
+de rivier weer in het dieper wordend bed zal vloeien tusschen muren van groen.
+
+</p>
+<p>Zoo heeft zich ook de Anei een weg gebaand, en de spoorweg maakt van zijn dal gebruik. Men komt even voorbij Kajoetanam in
+de Kloof. De tandradspoorweg knarst tegen de hoogte op, en de locomotief rookt en blaast met luid geraas. Zij bevindt zich
+achter aan den trein, dien zij vooruit duwt, en van &#8217;t balkon van den wagen zien we den kronkelenden weg v&oacute;&oacute;r ons. De lenige
+rivier slingert en kronkelt van den eenen kant naar den anderen door het smalle dal. Het heldere, schitterende water liefkoost
+vele steenen en vloeit met zangerige muziek al voort, tot het plotseling bij eenig beletsel, dat in den weg komt, hoog opbruist
+en zich onderdoor een uitweg baant. Watervallen storten van de rotsen, dertig of veertig meter boven ons hoofd, en de wind
+zendt ons het fijn verdeelde water als stof toe. De spoorweg gaat eenige malen over den stroom, dan ziet men onder den trein
+het witte schuim, en bij elke nieuwe bocht verandert het prachtige landschap. Het eerste station binnen de Kloof bestaat uit
+twee of drie huisjes tusschen palmen en bananen. Een andere halte staat tusschen steile wanden ingesloten als in een put,
+en men vraagt zich af, hoe men erbinnen is gekomen en hoe men er weer uit zal raken. Dan komen bruggen en een kleine tunnel
+en altijd het bruisen van den stroom en de wirwar van boomen, die zich buigen over &#8217;t water. De zon werpt op de natte bladeren
+glansen als van metaal en doet de schuimwolken fonkelen.
+
+</p>
+<p>Hier en daar zijn de sporen te zien der woede van de Anei. Instortingen en resten van bruggen, door den stroom meegesleept
+en andere bewijzen, dat de stroom &#8217;t geduld werk van de menschen in &eacute;&eacute;n slag vernielde. Een jaar na de inwijding van de lijn
+waren de nadeelen, door een plotselinge overstrooming teweeggebracht, zoo ernstig, dat de herstellingen een som van &#402; 600
+000 eischten. Ik heb te Padang photografie&euml;n gezien, genomen op den morgen na de ramp. Zij zouden elken europeeschen ingenieur
+van schrik ontzet doen staan. De weg is meegesleurd over honderden meters lengte; de berg is onder de lijn weggegleden tot
+in de bedding der rivier. Rails en dwarsliggers hangen scheef of overdekken nog le&ecirc;ge ruimten en afgronden, stations in puin
+en afgebroken bruggen, zoo ziet het er uit. Men is heel spoedig aan het werk der herstelling begonnen, en al is men den stroom
+niet gansch en al meester geworden, men heeft in zekere mate zich toch weten te beveiligen tegen zijn kuren.
+
+</p>
+<p>Het rijden door de Kloof gaat langzaam. Van Kajoetanam tot Padang-Pandjang is de afstand slechts 15 K.M.; maar de weg gaat
+omhoog en stijgt zelfs 640 meter op dat korte traject. Het wordt al gauw koeler, en op open plekken in het bosch zien we dorpen.
+Wij rijden over de Anei een laatste maal over een hooge brug met bogen; de hellingen worden minder steil; plantages liggen
+aan de lijn en wij zijn te Padang-Pandjang.
+
+</p>
+<p>Dat is een stadje, op een smallen bergkam, die juist de waterscheiding is tusschen de beide hellingen van Sumatra. In vogelvlucht
+zijn we niet meer dan 30 K.M. van de kust en nog op den rand van het plateau. Eigenlijk is die naam plateau of hoogvlakte
+hier niet juist. De Bovenlanden hebben een onregelmatige oppervlakte, sterk golvend en doorsneden door diepe dalen, waarnaast
+zich hooge toppen verheffen. Drie mooie bergen heeft men boven Padang-Pandjang, den Tandekat en den Singgalang in het Westen,
+den Merapi in het Noordoosten. Het klimaat zou hier op dit plekje volmaakt zijn, als het niet zoo verbazend veel regende.
+De morgens zijn zeer mooi; maar van negen uur af komen nevels op en vereenigen zich alle in de Anei-kloof. Zij kruipen tegen
+de helling der bergen op en onttrekken langzamerhand alles aan het oog, ook de zee, die men nog even te voren in de verte
+zag glinsteren. De massa wordt zwaarder, en weldra rust een zware deken op het land, die tegen den middag zich in stroomen
+van regen oplost. Het duurt niet zoo heel lang; maar de zon vertoont zich niet weer, en in het grijze licht biedt de landstreek
+met haar afgeronde vormen en &#8217;t eentonig groen der weiden en der bosschen een vervelend en eenvormig schouwspel aan. Ik zou
+bijna vergeten, dat ik mij op Sumatra bevind, als ik niet v&oacute;&oacute;r mij te midden van palmen en bamboes de maleische huizen zag
+met hun zoo karakteristieke daken.
+
+</p>
+<p>Die huizen staan op hooge palen; ze zijn gemaakt van hout en bamboes en aan elke punt zijn de randen opgewipt, zooals de voor-
+en achtersteven van een schip. Ze zijn gekroond met een gebogen dak, dat twee hooge, scherpe punten naar den hemel richt als
+reuzenhorens. In den voorgevel zijn vensters zonder luiken en v&oacute;&oacute;r de deur is een klein afdak, op licht houtwerk rustend.
+De muren zijn wit of rood gekalkt en dragen zwarte teekeningen en ruwe ornamenten, versieringen van stukken glas of koper.
+Aan elke zijde van het hoofdgebouw staan lagere bijgebouwen, symmetrisch tegenover elkander en alle op dezelfde wijze gebouwd,
+terwijl het lagere dak onder het hoogere wegschuilt als de eene schub onder de andere. In de buurt staan ook nog de rijstschuren,
+dat zijn kleine vierkante gebouwtjes op palen en met een dak als dat der huizen.
+
+</p>
+<p>Van Padang-Pandjang af ziet men overal die aardige huizen met hun torens. Wij hebben er ons slechts eenige uren opgehouden
+en vertrokken weer na het d&eacute;je&ucirc;ner. De weg blijft voortdurend stijgen. Zij rijst tot 1154 M., om den pas over te gaan, die
+den Singgalang en den Merapi scheidt. Rechts van ons daalt de bodem snel, en in de diepte strekt zich het meer van Singkara
+uit, door nevels omsloten.
+
+</p>
+<p>Van Kota Baroe af dalen wij weer naar Fort de Kock, dat wij tegen vijf uur bereiken. Het regent en wij kunnen niet anders
+dan een schuilplaats zoeken in het h&ocirc;tel. Men is er niet naar wensch gelogeerd. Ook waren nu de prettigste kamers bezet en
+wij werden ondergebracht in een bijgebouw, dat <span class="pagenum">[<a id="xd0e363" href="#xd0e363">31</a>]</span>vergiftigd was door ratten. Den heelen nacht maakten de beesten een helsch spektakel. Wolken muggen gonsden in dit paradijs,
+dat een ver van liefelijken indruk op mij maakte.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen al vroeg zetten wij onzen tocht voort naar Pajacombo. Wij gingen voorloopig maar eens op verkenning uit
+en wilden later hierheen terugkeeren, om meer in &#8217;t bijzonder de d&eacute;tails te bestudeeren van de vragen, die ons interesseeren.
+Wij gaan eerst over een plateau, dat zich naar het Oosten uitstrekt in zachte hellingen. Het land is bewonderenswaardig goed
+bebouwd, en de rijstvelden strekken zich uit tot op de zijden van den Merapi. Daarachter verrijst de Singgalang; van boven
+is de berg met bosch bedekt; maar aan den voet en tot halverhoogte volgen dorpen en plantages elka&acirc;r op. Op een deel van het
+traject volgde de spoor den gewonen weg; de rails en de tandraderen liepen langs een der zijden, en wij passeerden heele rijen
+inlanders met ossenkarretjes, op weg naar de markt.
+
+</p>
+<p>Daarna daalden we in een rechte lijn, 7 K.M. lang, een geleidelijke helling, zonder twijfel in overoude tijden ontstaan bij
+een geweldige lava-uitstorting. Links en rechts hebben steile kalkbergen en zandsteenrotsen den nu vastgelegden stroom beteugeld.
+Zwarte brokken steen lagen overal verspreid. Aan den voet dier helling zagen we een smallen doorgang tusschen twee rotsen,
+en deze brachten ons in de vlakte van Pajacombo.
+
+</p>
+<p>Wij gingen naar die plaats, om er den assistent-resident te spreken en met zijn hulp een programma samen te stellen voor onze
+reis. Toen ons bezoek was afgeloopen, hebben wij dadelijk weer den trein genomen en zijn naar Padang-Pandjang teruggekeerd.
+Op die plaats splitst zich de spoorweg, en een tak gaat naar Solok en van daar naar de kolenmijnen van Sawah-Loento. Die waren
+het hoofddoel van ons eerste uitstapje. De trein daalt langzaam langs een zeer steile helling; aan de stations wachten kolentreinen,
+die op hun beurt op den weg worden gebracht en met moeite door zware locomotieven worden gesleept.
+
+</p>
+<p>Beneden lag het mooie dal der Soempoer, vol dorpen en rijstvelden. Links van ons liep het terrein geregeld omhoog, doorsneden
+met diepe kloven, en tot zoo ver het oog reikt zien we koffie, aangeplant rondom de woningen. De regen, de hardnekkige regen,
+is weer begonnen; de wolken kruipen tegen den Merapi op en een dichte sluier overdekt de rijstvelden, omhult en verbergt den
+top der bergen. Nu rijden wij langs het meer van Singkara. De groote watermassa ligt daar onbewegelijk in een somber en eentonig
+licht. De regen houdt op; maar de mist wischt alle omtrekken uit, en &#8217;t landschap, dat onder een helderen zonneschijn er opgewekt
+en vroolijk moet uitzien, schijnt ingeslapen, somber en doodsch als een noordelijk landschap in den nevel.
+
+</p>
+<p>De hoogten rondom het meer laten tusschen hun voet en het meer slechts een smalle ruimte over; krachtige waterstroomen hebben
+de rotswanden uitgehouwen, en een eindelooze menigte kloven vertakken zich in allerlei richtingen. Wat door het water van
+de bergen meegevoerd is, hoopt zich op tot reuzenkegels van puin, kegels, die 50 of 60 M. hoog worden en zich langzaam verplaatsen.
+Bij iedere regenbui komt er een stroom van zand en steenen neer tot op den spoorweg en bedekt dien soms geheel. Een lage brug
+is over de Ombilienrivier gelegd bij den uitgang van het meer. Het prachtige water is onvergelijkelijk helder, blauw als saffieren
+en volkomen rein. Zwarte rotsen verheffen zich en bij hun aanraking gaan de golven hoog; de gansche oppervlakte van het meer
+plooit zich en krijgt metaalglansen met veranderlijken weerschijn. Aan het uiteinde van het meer komen we in een dal met vlakken
+bodem en gaan dan, ongemerkt weer stijgend, naar Solok.
+
+</p>
+<p>Oudtijds strekte het meer zich uit tot daar. Het had zijn afvloeiing over de terreinplooi, die even boven het stadje merkbaar
+is, en het water stroomde weg door de Lassi, voordat nog eenige schok of &#8217;t geregelde werk der erosie later de bres had gemaakt
+of langzaam die had uitgehold, waar nu de Ombilienrivier zich voordoet. Tegenwoordig is de Lassi niet meer dan een helder
+beekje, kronkelend in een bochtig dal, waar afgeronde heuvels aan de kanten staan, met aanplantingen bezet; die er een gestreept
+aanzien aan geven.
+
+</p>
+<p>Dorpen liggen aan de oevers te midden van weelderigen plantengroei, en rijstvelden vormen er reuzentrappen tegen de bergen
+op. Hoog boven steken kalkbergen &#8217;t hoofd omhoog, bedekt met struikgewas. Aan alle kanten springen watervallen, hier en daar
+zich vereenigend tot kleine meertjes, om dan weer voort te stroomen in een smalle bedding en vervolgens met donderend geraas
+naar beneden te storten.
+
+</p>
+<p>Wij hebben te Solok gelogeerd en zijn in den vroegen morgen weer vertrokken. Enkele kilometers ver dalen we langs de Lassi,
+maar dan gaat de weg weer omhoog, een nauwe kloof opent zich, wordt nauwer, en een tunnel, 800 &agrave; 900 M. lang, is door den
+berg gegraven. Zoo komen wij in het dal van Sawah Loento.
+
+</p>
+<p>De steenkoollagen breiden zich over een zeer groote oppervlakte uit, en het dal van de Ombilienrivier loopt er in zijn geheele
+lengte door. Alleen het zuidelijk gedeelte wordt ge&euml;xploiteerd. De kool ligt een honderdtal meters boven de bedding der Loento
+in drie evenwijdige lagen, waarvan de laagste 6 &agrave; 8 M. dik is. Er wordt gewerkt in galerijen, en de steenkool, uit de mijn
+gehaald, wordt eerst op een Decauvillespoor gebracht in wagentjes, door buffels getrokken, tot op een afstand van ongeveer
+1500 M., naar de loods, om te worden geschift. Daarna gaat zij rechtstreeks in de waggons, waarin het vervoer naar Emmahaven
+plaats heeft.
+
+</p>
+<p>Wij stijgen met moeite langs het smalle, naar de mijn voerende pad. Boven bedekken plassen zwart slijk den grond, en de buffels,
+die de wagentjes trekken, plassen er met genoegen in rond. Zij staan bij onzen aanblik stil, verschrikt en dom uit hun oogen
+starend. Hun kop is gebogen en spoedig hervatten zij den langzamen gang, terwijl de breede pooten, zwaar op den grond gezet,
+het slijkerige water doen opspatten.
+
+</p>
+<p>Wij hebben een tochtje door de mijn gedaan tusschen de schitterend zwarte wanden. Het was in <span class="pagenum">[<a id="xd0e387" href="#xd0e387">32</a>]</span>de gangen verstikkend heet ondanks de ventilatoren, en wij waren blij; toen we het daglicht terugzagen. De mijnwerkers, meest
+Chineezen en Maleiers, werken stil voort. De meeste Maleiers zijn dwangarbeiders, en het zware werk, waaraan ze niet gewend
+zijn, valt hun zwaar. Zij verlangen naar de zon en de wijde velden. De andere, de Chineezen, in stukwerk betaald, doen hun
+best bij den lucratieven arbeid. De loodsen, waar de werklieden wonen, liggen op den linkeroever van de Loento. De dwangarbeiders
+werken onder toezicht van opzichters, die zelf ook tot de veroordeelden behooren, maar wier overwicht door allen wordt erkend.
+Daarbij zijn de arme drommels van werklui niet moeilijk te leiden; de ballingschap, waartoe ze zijn veroordeeld, dooft hun
+energie, en de koorts, die in dit weinig bebouwde dal veel voorkomt, sloopt hun krachten ondanks de zorg voor de hygi&euml;ne,
+en slechts een enkele maal heeft er eens een vechtpartij plaats, die meestal met een misdaad eindigt.
+
+</p>
+<p>Groote drukte heerscht er op de terreinen der maatschappij. Ofschoon de kool van vrij slechte hoedanigheid is, vermeerderen
+de productie en de verkoop met elken dag. Tegenwoordig bereikt de hoeveelheid, die gewonnen wordt, per maand 18 000 ton en
+bijna 3000 mijnwerkers vinden werk in de mijnen. Die laatste behooren aan den staat, en deze exploiteert tevens den spoorweg,
+terwijl een ingenieur belast is met het toezicht op de werkzaamheden en op de werken in de Emmahaven. Wij zijn te Sawah Loento
+156 K.M. van de haven verwijderd; in vogelvlucht bedraagt de afstand echter niet meer dan 58 K.M. Ook had men eerst gedacht,
+Solok rechtstreeks met Padang te verbinden door den Soebangpas; maar men heeft er de voorkeur aan gegeven, langs Padang-Padjang
+te gaan, om zoodoende tegelijk de streek van Fort de Kock en Pajacombo te helpen. Na ons bezoek aan de mijn, zijn wij naar
+Solok teruggegaan, om er te logeeren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-032.jpg" alt="Moskee en woningen aan den voet van den Singgalang." width="720" height="546"><p class="figureHead">Moskee en woningen aan den voet van den Singgalang.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Solok is geen stad, maar een groot dorp; het land eromheen is nog weinig bebouwd, en de beschaving heeft er nog niet haar
+taak verricht, zooals op Java. De wilde dieren zijn er nog niet verdwenen; wij zagen in de societeit een jongen tijger, die
+twee dagen te voren gevangen was. Hij is achter in den tuin in een zware kooi geplaatst, en zoodra hij ons ziet, werpt hij
+zich met een enkelen sprong naar voren tegen de tralies en ontvangt ons dus op zijn gewone vriendelijke manier. De honger
+en de opium hebben hem nog niet veranderd in den grooten, kalmen lobbes, dien men weldra in den een of anderen europeeschen
+dierentuin zal bewonderen. Hij is lenig, en zenuwachtig rekt hij zijn spieren; de oogen vlammen en de lip wordt opgetrokken,
+terwijl een dof gebrul uit den open muil komt, en de neusgaten trillen van begeerte bij den reuk van het levend menschenvleesch,
+dat de klauwen zouden willen verscheuren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1904-032.gif" alt="Ornament." width="181" height="16"></div><p>
+
+
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e403" href="#xd0e403">137</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-137.jpg" alt="Dorp tusschen fort Van der Capellen en Pajacombo." width="720" height="424"><p class="figureHead">Dorp tusschen fort Van der Capellen en Pajacombo.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p style="&#xA; background: url(images/iw1904-137.gif) no-repeat top left;&#xA; &#xA; padding-top: 60px;&#xA; "><span style="&#xA; float: left;&#xA; width: 100px;&#xA; height: 90px;&#xA; background: url(images/iw1904-137.gif) no-repeat;&#xA; &#xA; background-position: 0px -60px;&#xA; &#xA; text-align: right;&#xA; color: white;&#xA; ">W</span>ij hebben acht dagen in de Padangsche Bovenlanden doorgebracht en zijn nu gereed om te vertrekken. Na ons eerste uitstapje
+zijn wij te Padang slechts &eacute;&eacute;n dag gebleven. Het is er niet vroolijk, ten minste niet voor vreemdelingen. De beide h&ocirc;tels,
+het Atjeh- en &#8217;t Oranjeh&ocirc;tel, zijn ellendige hokken, waar alle comfort ontbreekt en de keuken armzalig is.
+
+</p>
+<p>Wij waren afgestapt in het Atjehh&ocirc;tel. Een groot vierkant gebouw op hooge palen staat midden op een met boomen beplant plein.
+Een reuzenveranda, met wat tafels en schommelstoelen neemt het v&oacute;&oacute;rgedeelte in. De eetzaal is aan de andere zijde en een gang
+leidt erheen, waar de kamers op uitkomen. Aan een der zijden van het plein staat een langgerekt gebouw met smalle kamertjes;
+daar logeeren wij. De wanden en de beschotten zijn van hout en dus dringt de warmte overal door, terwijl men de stemmen van
+het eene eind tot het andere kan hooren. De ratten wandelen er rond en schijnen verlekkerd op het leder van mijn laarzen en
+het linnen onzer kleeding. Den geheelen dag is het h&ocirc;tel doodstil en als ingedut. Alleen tegen vijf uur komt er eenige beweging.
+Ieder stapt in nonchalant costuum langzaam de steile trappen af en begeeft zich naar de badkamers. Het is een belachelijke
+optocht. De mannen dragen een korte, witte jas en een wijde broek van javaansche stof met groote, zwarte teekeningen op bruinen
+of blauwen grond. De vrouwen zijn gedrapeerd in veelkleurige sarongs, die in oprechtheid de vormen weergeven en laten zich
+door hun echtvriend naar de badkamer geleiden. Hij draagt den handdoek voor haar en ziet met welgevallen op haar neer.
+
+</p>
+<p>Maar zulke tooneeltjes waren niet voldoende om ons te Padang terug te houden, en wij voltooiden haastig onze toebereidselen
+voor het vertrek. Wij hebben besloten, hier niet terug te komen. Wij willen naar Deli en Atjeh gaan; doch wij zouden niet
+anders kunnen nemen dan de boot van 10 Mei, en dus geven we er de voorkeur aan, onze reis recht naar het Oosten te vervolgen
+en zoo te Bengkalis uit te komen aan de oostkust van Sumatra.
+
+</p>
+<p>Wij zijn den 21 sten April uit Padang vertrokken en kwamen op den middag te Fort de Kock. Dat is de hoofdstad van de Bovenlanden,
+en het grootste <span class="pagenum">[<a id="xd0e417" href="#xd0e417">138</a>]</span>gedeelte van de troepen is er in garnizoen. De stad is midden in een kom gebouwd, een laagte, eertijds door een meer gevuld;
+in &#8217;t Westen, Zuiden en Noorden sluiten hooge bergen den horizon af. Naar het Oosten daarentegen scheidt een lichte golving
+in het terrein het bekken van de Masang van dat der Sinamar en der vlakte van Pajacombo.
+
+</p>
+<p>De vruchtbare grond bestaat uit betrekkelijk jongen, zachten zandsteen, waar de beken diepe gleuven in uithollen, en vooral
+naar het Noorden ziet men overal groote kloven met steile wanden. In &#8217;t begin van de vorige eeuw bedekten nog dichte wouden
+de bergen en de zijden van de dalen, en dit land was meer dan eenig ander gunstig gelegen voor den wreeden guerilla-oorlog
+met zijn hinderlagen en zijn verraad, die hier zoo langen tijd heeft gewoed.
+
+</p>
+<p>De bewoners der Bovenlanden zijn Maleiers. In verren legendarischen tijd kwamen zij over de straat van Malakka, voeren de
+rivieren op en stichtten over het geheele eiland een oneindige menigte koninkrijkjes, die door de moeilijkheden van het terrein
+en de bezwaren van &#8217;t verkeer ieder op zichzelf bleven staan. Hier heerschten langen tijd de vorsten van Menangkabau. Hun
+bestuur was nooit dat van een geweldenaar en de oude staatsinrichting is nog niet verdwenen. De inboorlingen vormen verschillende
+stammen, ieder met zijn eigen hoofd, wien een raad ter zijde staat. De stammen sluiten zich aaneen tot een gemeenschap, en
+die kleine confederaties worden aangeduid met het aantal der dorpen, die ertoe behooren. Zoo heeft men de 50 Kota&#8217;s, de 12
+Kota&#8217;s, de 5 Kota&#8217;s. Die kleine staten worden bestuurd &ograve;f door een radjah &ograve;f door een Raad, waarin de invloedrijke hoofden
+der verschillende stammen zitting hebben. Elke stam beheert nauwgezet zijn eigen rijkdommen en tracht die te behouden. Deze
+Maleiers leven onder het stelsel van het matriarchaat, en geen man mag een vrouw nemen van buiten het gebied zijner Kota;
+de kinderen behooren aan de moeder en moeten hare goederen erven. Als een man zijn dorp verlaat, behooren zijn bezittingen
+aan de kinderen zijner zuster.
+
+</p>
+<p>De Islam is de eenige godsdienst; maar de Maleiers zijn geen dwepers. De godsdienstoorlogen hebben intusschen &#8217;t land niet
+gespaard. In 1803 gaven drie uit Mekka teruggekeerde hadji&#8217;s voor, dat zij op Sumatra de heilige leer in haar oorspronkelijke
+zuiverheid moesten herstellen. Spoedig verzamelden zij om zich de geloovigen, die zij door woorden en beloften voor zich wisten
+te winnen. Zij droegen witte kleederen, zooals vroeger de portugeesche zendelingen van Malakka droegen, en het volk gaf hun
+den naam van Padri&#8217;s of Orang poetih, d.i. witte menschen. Binnen weinige jaren hadden ze een leger van aanhangers gevormd,
+en een hunner hoofden begon als Mohammed met het zwaard het geloof uit te breiden. De vorsten van Menangkabau werden vermoord;
+Bondjol werd de heilige stad, en de zegevierende Padri&#8217;s waren meester van de geheele Bovenlanden. In 1820 kwamen eenige maleische
+hoofden te Padang de bescherming der nederlandsche troepen tegen de Padri&#8217;s vragen, en toen begon een bloedige strijd, die
+bijna dertig jaren heeft geduurd.
+
+</p>
+<p>Gedurende die periode bepaalden zich de vijandelijkheden tot een vrij beperkt gebied rondom Padang-Pandjang, Fort van der
+Capellen, Fort de Kock, Bondjol en Rau. &#8217;t Zou moeilijk zijn, de geschiedenis van dien tijd te boek te stellen. Er viel niet
+een leger te overwinnen, maar een geheel volk; soldaten kwamen als uit den grond op. De dorpen waren vestingen met hooge verschansingen
+en ondoordringbare heiningen van doornstruiken en toegespitste bamboeversperringen. Tusschen de verschillende dorpen vond
+men dikwijls lange reeksen van afsluitingen; op bepaalde afstanden waren palissadeeringen aangebracht en scherpe randjoes
+staken overal uit den grond op.
+
+</p>
+<p>Diepe kuilen lagen veelal v&oacute;&oacute;r zulke versperringen en deden zich plotseling voor in verschillende hoeken van het gevechtsterrein.
+Achter heiningen scholen de Padri&#8217;s en richtten van daar door lange bamboekokers hun geweren op de vijanden. Het gansche vernuftige
+verdedigingssysteem, dat de zeeroovers uit Indo-China tegen ons, Franschen, hebben gebruikt, was misschien een erfdeel van
+hun annamitische voorouders, dat dezen ontleend hadden aan de maleische overweldigers uit de achtste eeuw.
+
+</p>
+<p>De tallooze episoden uit den Padri-oorlog gelijken zeer veel op elkander, &#8217;t Zijn altijd vermoeiende marschen en verkenningstochten,
+een plotselinge aanval uit een hinderlaag, bestormingen van stellingen, die met de artillerie van dien tijd niet te nemen
+waren en die men in een bloedig gevecht van man tegen man moest vermeesteren. De overwonnen vijand vluchtte, verscheen weer
+en bleek onvermoeibaar. Dan weer volgde een periode van rust, die op vrede scheen te zullen uitloopen, en de Maleiers keerden
+tot hun rijstvelden terug.
+
+</p>
+<p>Intusschen deden geheimzinnige woorden en spreuken de ronde; er werden verraderlijke plannen gemaakt, en opnieuw weerklonk
+de oproep tot den oorlog. In een oogwenk stond alles weer in vuur en vlam.
+
+</p>
+<p>Op het eind van 1832 scheen alles afgeloopen. De in het dal van Bondjol gevestigde posten en die bij Rau schenen voldoende
+te zijn om de verdragen te doen eerbiedigen, zooals ze met de maleische vorsten gesloten waren. Eenige maanden gaan voorbij,
+en plotseling verspreidt zich het gerucht, dat eenige soldaten, die uit Bondjol waren vertrokken, verdwenen waren.
+
+</p>
+<p>De gouverneur der Bovenlanden begeeft zich naar Pisang, 20 K.M. ten noorden van Fort-de-Kock, om een onderzoek in te stellen.
+Bij zijn nadering nemen de bewoners de vlucht. In den nacht zien de soldaten aan alle zijden op de hoogten vuren ontsteken;
+het zijn signalen, die van &#8217;t eene punt naar het andere worden overgebracht. Des morgens ging een vreeselijke tijding rond;
+de post van Bondjol en die van Loeboe Sikaping zijn verwoest en de beide garnizoenen vermoord. Rondom de kleine colonne rijzen
+plotseling ontelbare vijanden op, en de kolonel moest stap voor stap van Pisang tot Agam een gedenkwaardigen terugtocht doen
+uitvoeren, waarbij van de 110 man 71 op het terrein bleven.
+
+</p>
+<p>De kommandant van het fort Amerongen, kapitein Engelbert, naar Priaman geroepen, had zonder argwaan <span class="pagenum">[<a id="xd0e439" href="#xd0e439">139</a>]</span>zich op weg begeven. In de dorpen vroeg hij levensmiddelen en dragers. De onbewegelijke gezichten van de bewoners gaven in
+&#8217;t geheel geen vijandige gezindheid te kennen. In &eacute;&eacute;n dorp weigerden echter de notabelen koelies te leveren; zij gaven Engelbert
+den raad, naar Loeboe Sikapin te gaan, waar hij ze zeker wel zou kunnen krijgen. Hij haast zich erheen; de post ligt in puin,
+en de grond is overdekt met verminkte lijken. Engelbert verliest den moed niet. Hij wijkt in de bergen, en acht dagen lang
+dwaalt hij er met weinige soldaten door de bosschen rond. Dicht bij een dorp wordt hij opgemerkt door een vrouw, die de Padri&#8217;s
+waarschuwt. Een wolk van vijanden gaat op de Europeanenjacht; een woeste bende omringt hem en &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n vallen verscheiden
+inlanders. Als door een wonder werd Engelbert niet gewond; de Padri&#8217;s deinzen terug, stom van verbazing, hem onkwetsbaar achtend.
+Zonder dichtbij te durven komen, werpen zij hem uit de verte met steenen en assegaaien, en toen hij eindelijk gewond ineenzinkt,
+treedt een der hoofden naar voren en doodt hem.
+
+</p>
+<p>Binnen enkele dagen had de opstand zich over de geheele Bovenlanden uitgebreid; er verliepen meer dan tien jaren, v&oacute;&oacute;r hij
+voor goed gedempt was. Rondom Fort-de-Kock en in het geheele district van Agam ontmoet men bij elke schrede herinneringen
+aan vroeger bedreven heldendaden. Bij Padang-Pandjang roept u een monument den heldendood te binnen van de verdedigers van
+Goengoer Malintang. Het garnizoen van dien post bestond uit een vijftigtal soldaten onder bevel van luitenant Banzer. Het
+was in het begin van 1833, toen op een morgen bij het aanbreken van den dag een menigte Padri&#8217;s, die zich in den nacht verzameld
+hadden, den post vermeesterden, v&oacute;&oacute;r zelfs nog hunne nadering bemerkt was. Ondanks de verwarring bij zulk een onverwachten
+overval, was de kleine colonne zoo gelukkig, binnen de vesting zich te verschansen. Alle andere bouwwerken werden in brand
+gestoken, en de vlammen beletten de Maleiers onmiddellijk tot den aanval over te gaan en dus een beslissing uit te lokken.
+
+</p>
+<p>Maar de Hollanders waren er slecht aan toe; zij hadden patronen, doch geen levensmiddelen en geen water. Een inlandsch soldaat
+wilde zich opofferen, door een telegram naar Fort-de-Kock te brengen. Nauwelijks buiten de verschansing, werd hij ontdekt
+door de opstandelingen; men herkende eenige dagen later zijn verminkt lijk.
+
+</p>
+<p>Vier dagen lang hield de bezetting tegen alle aanvallen stand. Op den avond van den vijfden dag besloot de commandant, den
+post op te geven en zich een doortocht te banen. Er waren slechts 33 man meer over, bijna allen gewond, hongerig en, wat den
+toestand zeer verergerde, vier-en-veertig vrouwen en kinderen waren met de verdedigers van den post opgesloten. Toen de avond
+gekomen was, verlieten allen hun schuilplaats en waagden zich in de duisternis. Twee dagen later nam een sterke colonne, die
+hun te hulp gezonden was, de overlevenden in haar armen op, &eacute;&eacute;n officier, zeven of acht man en eenige kinderen; de overigen
+waren in handen gevallen van de Padri&#8217;s of waren door tijgers verscheurd. Drie gewonden, te ernstig gekwetst, om hun kameraden
+te volgen, waren op den post gebleven. Zij heetten Schelling, Marten en Sosmito. Op het oogenblik, toen de zegevierende opstandelingen
+de vesting binnen gingen, staken de drie helden den brand in het kruit en werden met hun vijanden begraven onder de ru&iuml;nen
+van het fort.
+
+</p>
+<p>Sedert lang is er een eind gekomen aan dien ruwen oorlog. De Hollanders hebben den overwonnenen geen te zware voorwaarden
+gesteld. De Maleiers hebben hun instellingen behouden, alsook hun hoofden en hun grond. Ze zijn vrije mannen; dat verkondigen
+zij luide, en zij spreken Javaansch, maar met minachting in hun stem. De verdragen leggen hun geen andere verplichting op,
+dan het onderhoud der wegen en het planten van koffie. Zij onderwerpen zich daar gracelijk aan en weten er partij van te trekken.
+
+</p>
+<p>Het zijn bekwame landbouwers en slimme kooplieden, z&oacute;&oacute; zelfs, dat de Chineezen niet wagen, met hen in concurrentie te treden.
+Op marktdagen ziet men lange rijen inboorlingen zich langs de wegen voortspoeden. De mannen hebben een fiere, opgerichte houding
+en zij slaan den blik niet neer; er spreekt in &#8217;t minst geen nederigheid uit hun wezen, als zij een Europeaan ontmoeten. Enkelen
+hebben een vogelkooitje in de hand met een doek erover, waaraan zijden eikels hangen. Daarin hebben ze hun kati-tiran, den
+gelukaanbrengenden vogel van de grootte eener duif, den beschermgeest, in bijna elke woning te vinden. Hij doet de ondernemingen
+slagen, behoedt de gezinnen voor ziekten en den oogst voor droogte. Zijn deugdelijkheid duurt intusschen niet eeuwig. Na vier
+jaren verliest hij al zijn macht, en v&oacute;&oacute;r dien fatalen termijn geeft zijn meester hem den dood en beweent hem. Het stoffelijk
+overschot wordt gebalsemd en in het dak van de woning vastgemaakt boven den huiselijken haard dien hij beschermde, en men
+haast zich op den volgenden passerdag een anderen goeden genius te koopen.
+
+</p>
+<p>Die marktdagen zijn altijd in maleische landen dagen van drukte. Er komt dan een woelige, dichte menigte samen. De karren,
+met buffels of ossen bespannen, blijven op den weg of aan de rivier staan. Onder de groote, veelkleurige parasols zijn schitterende
+vruchten uitgestald, dan aardewerk, katoenen stoffen, koek en sieraden. Die reuzenvrucht, welker leelijke geur onder de boomen
+blijft hangen, is de doerian; onder de ruwe, geheel met puntige stekels bezette schil ligt het witte, roomige vruchtvleesch;
+er behoort moed toe, om ervan te proeven. Een allerdwaaste gril schijnt het van de natuur, dat uitgezocht lekkere, sappige
+vruchtvleesch te hebben voorzien van dien verschrikkelijken geur. Stoutmoedige lekkerbekken vinden al bij de eerste poging
+om te proeven, voldoende belooning; ik heb het zoo ver niet kunnen brengen.
+
+</p>
+<p>Daarnaast liggen manggostans. In den bruinrooden schotel ligt iets, wat op een stuk sneeuw lijkt, en in den mond smelt en
+vervliegt het fijne, ijskoude goedje, om er een eigenaardigen, geurigen smaak achter te laten. En dan zijn er de zware trossen
+bananen, de pompelmoezen met de breede sneden, waaruit <span class="corr" id="xd0e455" title="Bron: rose">roze</span> zaden te voorschijn komen, de gebroken kokosnoten, waarin het parelmoer van den inhoud <span class="pagenum">[<a id="xd0e458" href="#xd0e458">140</a>]</span>blinkt en de vuurroode spaansche pepers, als stukken glanzig koraal. Onder een boom kijken gehurkte mannen naar kati-tirans,
+welker groote macht door den koopman luide wordt geprezen. Vrouwen verkoopen vreemde dranken en stukken kleverige waar, die
+zwart of rood gekleurd is; zij schenken koffie van afgetrokken koffiebladeren, die aan bamboe zijn geregen en waarvan de stukken
+overal op den grond verspreid liggen. Pakjes lichtbruine tabak, in banaan- of pisangbladeren gewikkeld, worden verkocht en
+kinderen knippen smalle, dunne reepjes, waarin de rookers hun sigaretten rollen. Op de wegen krioelt het van Maleiers, en
+velen ziet men met groote apen aan een touw, die gehoorzaam in de hooge kokospalmen klimmen, om de rijpe noten te plukken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-140-1.jpg" alt="Inboorlingen op weg naar de markt." width="720" height="488"><p class="figureHead">Inboorlingen op weg naar de markt.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Langzaam bewegen zich de vrouwen door de volte. Zij dragen de lange kabaai en den sarong, met goudgalon afgezet. Op het hoofd
+hebben ze een grooten tulband of hoofddoek, die opzij breed uitslaat als twee vleugels; de beide einden hangen van achteren
+neer; een sjerp is op den rechterschouder vastgemaakt en om de borst geslagen, en allen dragen lasten op het opgeheven hoofd.
+Ze loopen vlug langs de buitenwegen, met hun zware sieraden om de armen en op de borst, dunne, maar talrijke gouden ringen,
+diademen, oorringen in den vorm van schijven, colliers van bonte kralen, opengewerkte ceintuurs en mooie, vlakke gouden sieraden.
+Sumatra is het land der kundige goudsmeden, waar Victor Hugo de lamp van Zim Zizim liet versieren. Bij Fort-de-Kock, op de
+eerste hellingen van den Singgalang, ciseleeren de bewoners van het dorp Kota Gedang geduldig allerlei sieraden; zij maken
+ook wondermooie stoffen, waarop met filigraanwerk borduursels zijn aangebracht, en hun subtiele kunst vervult de aardige meisjes
+van dit mooie land met bewondering en begeerte naar &#8217;t bezit.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-140-2.jpg" alt="Vruchtenovervloed op den passar." width="720" height="414"><p class="figureHead">Vruchtenovervloed op den passar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Fort-de-Kock ligt op 930 M. hoogte en heeft een zeer aangename temperatuur. Toch is de gezondheidstoestand er ver van volmaakt;
+koortsaanvallen komen veelvuldig voor. De nederlandsche dokters schrijven die toe aan de tallooze muskieten, die rondvliegen
+boven de plassen der rijstvelden, rondom de stad een reusachtig, kunstmatig moeras vormend. Uit dat oogpunt is Padang-Pandjang,
+ofschoon veel lager gelegen, veel meer begunstigd. De steilte van de hellingen bevordert er den afloop van het water, en
+dank zij den overvloedigen en geregeld vallenden regen heeft men er geen groote afwisseling van temperatuur. Ondanks de muggen
+hebben echter de <span class="pagenum">[<a id="xd0e474" href="#xd0e474">141</a>]</span>Europeanen van Fort-de-Kock de gebruinde tint en den veerkrachtigen gang, die op een krachtige gezondheid wijzen.
+
+</p>
+<p>Het zijn meest menschen met verlof, en er gaan en komen ook veel officieren uit Atjeh. Er is een nog al talrijk garnizoen,
+en de troepen hebben het er geriefelijk en eenvoudig, met het comfort en de zorg voor een doelmatige leefwijze, die ik reeds
+op Java heb waargenomen. De kazernen zijn kleine, lage gebouwen, die niets gemeen hebben met de reuzentabernakels, door ons
+met groote kosten in Sa&iuml;gon, Hano&iuml;, Dakar en Saint-Louis opgericht. Men is in onze koloni&euml;n nog onder den invloed van oude
+idee&euml;n, die vroeger bij tropische hygi&euml;ne den toon aangaven. Men meende toen, dat de moeraskoorts te wijten was aan kiemen,
+die uit den grond kwamen, en dat men dus de benedenverdiepingen altijd moest bestemmen voor winkels, magazijnen of kantoren,
+om op de bovenverdiepingen te slapen en te wonen. Tegenwoordig is men het er over eens, dat het overbrengen van de moeraskoortskiemen
+plaats heeft door een soort van mug, en dat het er weinig toe doet, of men &eacute;&eacute;n of vijf meter boven den grond slaapt; men kan
+in beide gevallen malaria krijgen. Die waarheid schijnt door hollandsche dokters en ingenieurs reeds lang te zijn geraden.
+Men kan zoowel op Java als op Sumatra de huizen met meer dan &eacute;&eacute;n verdieping tellen, en, wat merkwaardig is, juist in de oude
+wijken van het oude Batavia, die als zeer ongezond te boek staan, en in de thans verlaten straatjes van Samarang en van Soerabaya
+vindt men nog hooge huizen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 434px"><img border="0" src="images/p1904-141-1.jpg" alt="Woning van twee subalterne officieren." width="434" height="395"><p class="figureHead">Woning van twee subalterne officieren.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hier vindt ieder, dat er niets zoo afkeurenswaardig is als zich op te hoopen in de nauwe ruimte van een gemetseld gebouw.
+Ieder wil v&oacute;&oacute;r alle dingen een eigen huis hebben met lucht en ruimte en een tuin, waarin men kan gaan wandelen, zonder dertig
+trappen af te gaan en lastige medehuurders te ontmoeten.
+
+</p>
+<p>De grond kost hier haast niets, en er is geen reden, om alles in de hoogte te bouwen, zooals in de europeesche steden. In
+Nederlandsch-Indi&euml; beslaan de kazernen altijd een groote oppervlakte; zij liggen niet binnen in de steden, zooals te Sa&iuml;gon
+of te Hano&iuml;, maar buiten. De zeer talrijke gebouwen zijn gewoonlijk opgericht langs een zacht hellend terrein, dat goed gedraineerd
+is en doorsneden wordt door diepe geulen van cement, waar steeds overvloedig water door vloeit. Er zijn groote bloemperken,
+boomgroepen en overvloed van frissche lucht, en achter ieder paviljoen heeft men een voldoend aantal badkamertjes. Die hokjes,
+waar bij ons zoo weinig werk van wordt gemaakt, worden hier en in de engelsche koloni&euml;n als zaken van groote beteekenis beschouwd.
+Er is geen huis of huisje, hoe klein ook, of het heeft het kamertje, met witgekalkte muren, waar men een gemetselden bak met
+helder water vindt en een emmertje of schep, om zich een overvloedige douche te geven.
+
+</p>
+<p>Buiten de kazernen heeft men de societeit of liever de societeiten, die van de onderofficieren en die der soldaten. De officieren
+zelf gaan naar de Club, de Harmonie, waar ook de civiele ambtenaren der plaats lid van zijn; maar de soldaten hebben ook hun
+eigen kring. Ze hebben hun lees- en speelzalen en restauraties; hun velden voor balspel en lawntennis en ze hebben nog veel
+meer, dat onzen soldaten wordt onthouden, en waaruit het zich misschien laat verklaren, dat de gezondheidstoestand in Nederlandsch-Indi&euml;
+beter is dan in Indo-China, en dat de europeesche soldaten er gaarne zes jaar blijven, terwijl in Cochinchina men onze troepen
+maar met moeite tot een tweejarig verblijf kan dwingen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 428px"><img border="0" src="images/p1904-141-2.jpg" alt="Chambr&eacute;e in een kazerne te Fort-de-Kock." width="428" height="377"><p class="figureHead">Chambr&eacute;e in een kazerne te Fort-de-Kock.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds komt men overal knappe militairen tegen in bruine uniformen, met een aardig javaansch meisje aan de hand of om het
+middel gevat, zij met een schitterenden, bonten hoofddoek en pronkend met haar lichtgekleurde parasol. In de kazerne gaan
+de vrouwen vrij uit en in naar hunne &#8220;mannen&#8221;, en er is een aparte keuken voor haar, waar ieder van haar eigenhandig den maaltijd
+voor haar heer en meester bereidt. De slaapruimten zijn in twee&euml;n gescheiden, die voor de vrijgezellen en die voor de gezinnen.
+De officieren, die mij rondleidden, prezen hoog die vrijheid, die zij aan hun soldaten toestonden en die zij onmisbaar achtten,
+om het heimwee te <span class="pagenum">[<a id="xd0e496" href="#xd0e496">142</a>]</span>keeren en al die andere treurige dingen, en ik geloof dat zij gelijk hebben.
+
+</p>
+<p>Niet dat ik juist zulk een systeem zou wenschen toegepast te zien in onze koloni&euml;n. Men moet rekening houden met karakter
+en temperament. De Hollanders stellen zich hier tevreden met een zeer rustig en eentonig leven. Ik heb te Magelang een groot
+aantal officieren ontmoet, die er nooit aan hadden gedacht, op eenige kilometers afstands de ru&iuml;nen van Boroboedoer te gaan
+bekijken. Ook te Fort-de-Kock, te Batavia en elders gaat men weinig uit. Toch zijn de omstreken prachtig. Wij zijn er op gesteld
+geweest, het Manindjoemeer en den krater van den Merapi te bezoeken.
+
+</p>
+<p>We vertrokken te paard, den 22sten April in de vroegte. Bij &#8217;t verlaten der stad daalden wij eerst af in een diepe kloof,
+waardoor een zijtak van de Masang vloeit, de Si Anoq. De rivier kronkelt in de diepte van een 2 &agrave; 300 M. breed dal, door witte
+wanden omsloten, die loodrecht 100 M. hoog oprijzen. Dit dal heet het Karbouwengat. Wij waden door den stroom naar de overzij
+en volgen den oever tot de samenvloeiing met een ander riviertje, dat op dezelfde manier wordt overgestoken. In den morgennevel
+maken die lichtgekleurde rotsen met hun scherpe kammen en als gebeeldhouwde vormen een diepen indruk. Elk waterstraaltje heeft
+in den zachten zandsteen een diepe gleuf gegroefd, waar allerlei planten in groeien. Hier en daar staan afzonderlijke blokken,
+met boomen gekroond.
+
+</p>
+<p>Boven van het plateau overzien we de grillige kloof, een nauwe, bochtige engte, zooals er hier zoovele zijn. Zij vormen voorgebergten
+en eilandjes met groene hoogvlakten, waar buffels loopen te grazen. Wij dalen weldra af in het dal der Masang. Bamboes en
+struikgewas wijst nog de plek aan, waar vroeger zware versterkingen aangebracht waren, nu door de vele regens met den grond
+gelijk gemaakt.
+
+</p>
+<p>Er is bij het dorp Matoea een pasangrahan, waar we onze bagage achterlaten, en waar wij zullen logeeren. De inlandsche mantri
+of opzichter wachtte er ons; hij heeft versche paarden voor ons gehuurd en na eenige minuten rust zetten we den tocht voort.
+Het land is bekoorlijk. Rechts en links van den weg stijgt de grond geleidelijk, en er doen zich afgeronde heuvels voor, op
+hun top met bosch bedekt. Beneden liggen kampongs met huizenrijen langs de rijstvelden, en overal zien we lichte daken met
+opgewipte randen, die zoo aanstonds schijnen te zullen wegvliegen. Achter den onregelmatigen bergkam, die den horizon dicht
+bij ons afsluit, stijgen dampen op en verspreiden zich naar alle kanten. Wij gaan steeds hooger; &#8217;t is of het doel voor ons
+terugwijkt, en plotseling zinkt dan de grond als onder onze voeten weg, we zien het Manindjoemeer.
+
+</p>
+<p>De cirkel, waarin rustig het meer ligt, is een oude krater van reusachtige afmetingen. Het meer zelf is 16 KM. lang en 8 KM.
+breed. De wal er omheen, door het water afgebrokkeld, rijst 11 &agrave; 1200 M. hoog boven de oevers van het meer. De bres, waar
+de weg doorheen gaat en waarlangs wij zullen dalen, is een der laagste punten en toch baadt het dorp Manindjoe in het heldere
+water zijn laatste huizen 700 M. boven ons. De hellingen zijn aan den kant van het meer verbazend steil, met diepe kloven
+er in, en de weg slingert zich om bergen heen, waar op verschillende hoogten rijstvelden gelegen zijn, met tuinen er omheen.
+
+</p>
+<p>Ongelukkig is de lucht donker en dreigend. Over het meer ligt een dikke nevelsluier. Men ziet in &#8217;t Zuiden slechts een zwarten
+muur, oprijzend boven nog zwarter water, waar vaalwitte dampen over slieren. Nu en dan verlichten bliksemstralen de wanden
+van de kloof, en men stelt zich het schrikwekkend tooneel voor, dat deze omgeving zou vertoonen, wanneer eens gloeiende lavastroomen
+er hun dreigende golven door mochten storten. Naar het Noorden verlicht een bleeke lichtstraal gouden rijstvelden, palmbosschen,
+daken van wit plaatijzer en het woud, dat al dichter wordt en zich tot in onze nabijheid voortzet. Wij dalen snel langs zeer
+steile, afkortende paden, waar trots den glibberigen grond de paarden snel voortgaan; ze zijn behendig en vlug als geiten.
+Er is geen wind; men ziet nauwelijks enkele rimpeltjes op de oppervlakte van het water, waarboven rook hangt; dan plotseling
+beginnen enkele druppels te vallen. Wij zijn in het bosch in een smalle kloof, waar de bladeren ons in &#8217;t voorbijgaan in het
+aangezicht slaan. Op eens stort de zware regen neer, een diluviaansche stortvloed, en wij komen druipend van het water te
+Manindjoe aan.
+
+</p>
+<p>De contr&ocirc;leur van Manindjoe had vooruit bericht gekregen van onze aankomst. De buitengewone vriendelijkheid van zijn ontvangst
+doet ons al heel spoedig onze minder aangename ervaring vergeten, en daar wij het betreuren, dat we van het mooie landschap
+door den mist slechts zoo weinig hebben kunnen waarnemen, haalt hij ons over, tot den volgenden dag te blijven. Bij het opgaan
+der zon zullen wij van een helderen hemel genieten, en dan zullen wij dus het meer in verschillenden tooi kunnen zien. Wij
+nemen het vriendelijk aanbod aan. Een bediende wordt naar Matoea gezonden, om onze bagage te halen. We brengen den namiddag
+door in een aangenaam dolce far niente, waarop de lange rit van des morgens ons ook wel eenig recht geeft. Het heeft opgehouden
+met regenen. Wij doen een klein roeitochtje op het meer. Het diepe, onbewegelijke water opent zijn afgronden onder ons, en
+het is zoo helder, dat, als men zich over den rand van &#8217;t bootje buigt, men diezelfde lichte, niet onaangename duizeling gewaar
+wordt, die men ervaart bij &#8217;t neerzien in de diepte vanaf een groote hoogte.
+
+</p>
+<p>De avond valt, een heerlijke avond van een uitgezochte stilte; slechts enkele roodachtige strepen kleuren &#8217;t effengrijze kleed
+van den hemel. Het meer slaapt in, en zijn rust wordt door niets gestoord; geen zuchtje wind, geen kreet, en alleen een paar
+beschroomde lichtjes stralen langs de oevers onder de hooge palmenzuilen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag hebben wij Manindjoe bijna met een gevoel van leedwezen verlaten. Wat zou
+men in dit rustig stralend paradijs, deze welriekende, zachte lucht een liefelijk en zoet bestaan kunnen leiden! Geen enkel
+hoekje van de wijde wereld heeft mij nog ooit zoo sterk het gevoel gegeven van een vredig geluksbestaan en volmaakte rust.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e516" href="#xd0e516">143</a>]</span></p>
+<p>Wij stijgen langzaam en komen weldra buiten de schaduw, door de hooge boomen geworpen. Aan onze voeten breidt zich een bosch
+van kokospalmen uit, en met een regelmatige beweging wiegelen zich de lange palmboomen. Het is helder we&ecirc;r; de zon bestraalt
+de bergen en het meer. Nu ziet men de watermassa in haar volle uitgestrektheid. De zuidelijke oever schijnt woest en eenzaam;
+de bergen en het bosch sluiten onmiddellijk aan bij het meer, dat hier het diepst is, en waarin vooruitspringende deelen van
+&#8217;t gebergte kapen vormen.
+
+</p>
+<p>Tegenover ons opent zich een spleet, alsof men met een bijlslag een opening in &#8217;t gebergte had geslagen en daar, op die plek,
+vloeit het overtollige water in watervallen naar beneden. Aan beide zijden van den nauwen doorgang liggen twee eilandjes als
+wachters. In het Noorden daarentegen breiden zich gouden velden uit langs zachter hellingen tot aan den zoom van het woud.
+Het meer ligt in de bergen gevat als een saffier in een juweelkistje, waarin verscheiden kostbare steenen. Op de oppervlakte
+van het water tintelen enkele gouden strepen. Hier en daar wekt de zon een weerschijn op het metalen dak der huizen, die verspreid
+liggen in &#8217;t groen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-143.jpg" alt="Het Manindjoemeer." width="720" height="416"><p class="figureHead">Het Manindjoemeer.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De weg loopt soms langs zulke steile hellingen, dat men vlak onder zijn voeten den afgrond ziet, waarin het blauwe water dartelt.
+De gansche omgeving spiegelt zich in den helderen hemel. Maar op eens beginnen witte nevels te rijzen; er gaan schaduwen over
+de oppervlakte van het meer, welks wateren een zwarte tint aannemen, &#8217;t Is of zij beven onder de vurige liefkoozing der zon.
+Als wij boven op den top van den berg zijn aangekomen, stralen in &#8217;t schitterend licht nog de heldere kleuren van de rijstvelden,
+terwijl in het Zuiden alles ligt gedompeld in een geheimzinnigen nevel, contrast van zeldzame, indrukwekkende schoonheid.
+
+</p>
+<p>Wij schenken nog een laatsten blik aan dit onvergelijkelijk heerlijk beeld; dan blaast een gure wind over de randen van den
+krater, en wij spoeden ons terug naar Matoea en naar Fort-de-Kock. Het onwe&ecirc;r dreigt, en op den steilen weg, die opgaat boven
+de Si Anoq, zetten wij onze paarden aan, om de stortbui nog te ontgaan.
+
+</p>
+<p>Bij onze aankomst te Fort-de-Kock vinden wij in het h&ocirc;tel een inlandsch hoofd, den laras van Soengai Poear, die op verzoek
+van een onzer vrienden de taak op zich heeft genomen, ons uitstapje naar den Merapi voor te bereiden en gidsen en dragers
+te huren<span class="corr" id="xd0e532" title="Niet in bron">.</span>
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag zijn wij tegen den middag naar Soengai Poear vertrokken en hebben daar een d&eacute;je&ucirc;ner gebruikt. De laras zet
+ons een uitstekenden maaltijd voor, waarbij wij wel speciaal melding mogen maken van de geurige gerechten, bereid van gedroogd
+hertenvleesch en op de aangenaamste wijze gekruid.
+
+</p>
+<p>Een mijner medereizigers is te Fort-de-Kock gebleven. Hij heeft een wonde aan den voet gekregen, en daar die nogal ernstig
+lijkt, heeft hij zichzelven rust opgelegd. Dus zijn we maar met ons twee&euml;n, en wij ondernemen de bestijging om drie uur in
+den namiddag. Wij zijn op 1100 M. hoogte, en wij moeten den nacht doorbrengen in een hut op een hoogte van ongeveer 2000 M.
+De weg is eerst vrij goed; maar weldra hebben wij het eind ervan bereikt, en nu gaat het verder over een wreedaardig moeilijk,
+steenachtig pad, dat al steiler wordt, naarmate wij hooger komen. Om half zes hebben we eindelijk het doel bereikt en gevoelen
+ons doodmoe. De nevel heeft zich verspreid, en wij zien onder ons lange gelijkmatige, kale hellingen en dan, nog lager, koffie-aanplantingen
+rondom Soengai Poear en in de verte Fort-de-Kock.
+
+</p>
+<p>De koude nacht gaat rustig voorbij. V&oacute;&oacute;r het dag is, ben ik op en begeef mij weer op weg. In langen tijd is er niemand door
+deze jungle getrokken, vol varens, en verraderlijke slingerplanten, vol ook van grassen, die snijdend scherp, en van struiken,
+die zwaar gedoornd zijn. Hier en daar is het voetpad geheel verdwenen, en de gidsen gaan het terugzoeken; <span class="pagenum">[<a id="xd0e541" href="#xd0e541">144</a>]</span>sluipen, plat op hun buik liggend, onder de struiken door en maken met hun kapmessen een smallen doorgang. Verraderlijke kuilen
+gapen onverwacht, en telkens zinkt de voet in &#8217;t ledige weg, waarna men een buiteling maakt in het natte gras. Het is nog
+geen dag, en er schitteren nog enkele sterren. Als wij omkijken, zien we achter ons boven de vlakte witte wolken hangen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 432px"><img border="0" src="images/p1904-144-1.jpg" alt="Krater van den Merapi." width="432" height="498"><p class="figureHead">Krater van den Merapi.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Eindelijk, na anderhalf uur, verlaten wij het bosch en de struiken. Er ligt niets anders v&oacute;&oacute;r ons dan de 200 M. hooge helling,
+waarlangs de puimsteen en de zwarte lavastroomen zijn gevloeid, die nu onder onze voeten in beweging komen. De bestijging
+gaat toch nog al snel, en wij zijn gekomen op een plateau, weer door een wal omgeven. Een tweede hoogte verrijst iets verder,
+en als men die over is, ziet men in een ondiepe kom, in het midden waarvan de opening is van den krater.
+
+</p>
+<p>Het is een zwarte put met een middellijn van 200 &agrave; 300 M., en waaruit zonder geraas dikke dampen opstijgen. Ik loop er omheen.
+Naar het Zuiden is de kraterrand wat hooger en dunner, en een scherpe punt steekt boven de gapende diepte uit. Men komt daar
+langs een smalle trap, in het gesteente uitgehouwen, zoo smal, dat men zijn handen te hulp roept bij het stijgen, en v&oacute;&oacute;r
+ik boven ben, houd ik even op. Aan weerszijden gaapt de afgrond; zwavelige dampen doen iemand bijna stikken. De enkele treden,
+die nog moeten worden afgelegd, zijn pas breed genoeg, dat ik er mijn voet kan plaatsen, en de vochtige kleverige grond biedt
+in &#8217;t geheel geen stevigheid. Ik ga weer eenige meters naar omlaag en rust uit op een smal plateautje, van waar ik een heerlijk
+panorama kan overzien.
+
+</p>
+<p>Al spoedig breekt de dag aan. Een bleek schijnsel neemt bezit van den hemel. Een windzuchtje voert de laatste wolkjes weg;
+de vlakte richt zich op uit de schaduw, en &#8217;t is of zij bij &#8217;t lichter worden tot ons nadert. Dit is &#8217;t ontwaken. Verwarde
+geluiden worden al duidelijker en duidelijker, en de wind, die uit zee komt, voert de klanken van de diepe dalen tot ons.
+De hooge top, het hoogst gelegen punt van den Merapi, verbergt naar het Oosten dat deel van den horizon, waar de zon rood
+schittert. Het lijkt, of een smalle purperen band licht wordt, en op den top van den Singgalang tegenover ons teekenen de
+boomen zich tegen de lucht af.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-144-2.jpg" alt="Ik herinner mij het uitstapje naar den Bromo." width="720" height="487"><p class="figureHead">Ik herinner mij het uitstapje naar den Bromo.</p>
+</div><p>
+
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e559" href="#xd0e559">145</a>]</span></p>
+<p>Het licht neemt toe, het blonde licht; het neemt bezit van de dalen, terwijl beneden ons nog groote, zwarte schaduwen de bosschen
+vullen. In de verte zien we de zee haar kalme golven voortrollen, en al duidelijker worden de lichttintelingen, die erover
+spelen. Wij zien de bochten van het strand; en de schitterend witte lijn van zand wordt duidelijk zichtbaar v&oacute;&oacute;r de donkere
+massa&#8217;s groen. De bergen rijzen met hun groenen last van bosschen naar den hemel op.
+
+</p>
+<p>De Anei-kloven openen zich, en de rivier trekt er een schitterende streep van schuim doorheen. De huizen van Padang-Pandjang
+liggen wit te midden van bloemperken. Het Singkarameer vertoont zich in het Zuiden, en de hoogten aan den rechteroever worden
+bestraald door de heldere zon, terwijl die aan den linkeroever in de schaduw blijven met hun scherpe kammen. De vlakte van
+Fort-de-Kock, bezaaid met dorpen, ligt uitgespreid v&oacute;&oacute;r ons, met haar rijstvelden en haar kloven met hun witte wanden. Het
+stilstaand water op het land weerkaatst het licht als een metalen spiegel en beekjes schitteren met vluchtige heldere lichtjes.
+Een krans van bergen doet zich voor, de Tandikat, de Singgalang, waarop dunne, te&ecirc;re boomen rondom een kleinen vijver staan;
+zoo lijkt de grillig omrande schelp, die het Manindjoemeer omvat houdt. Dan volgen de Ophirberg en de kalkbergen en wonderlijk
+gevormde rotsen van Pajacombo, en in het Zuiden in de verte de glorierijke Indrapoera, de reus van het eiland, die de groote
+vallei van Korintji beheerscht.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 427px"><img border="0" src="images/p1904-145-1.jpg" alt="In de Harrau-kloof." width="427" height="570"><p class="figureHead">In de Harrau-kloof.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan mijn voeten daalt de donkere helling met violette tinten duizelingwekkend snel tot de eerste boomen van het woud. Er raken
+blokken los; zij rollen, springen voort en verdwijnen onder &#8217;t schaduwrijke boschgewelf. Aan den anderen kant opent zich de
+schrikwekkende muil van het monster; hij braakt geluidloos witte dampen uit, en de wanden van den krater zijn gestreept met
+gele lijnen van een zwavelkleur. Deze berg is heilig en wordt hoog vereerd. Hier, zegt de legende, verborgen zich de eerste
+menschen, toen ze vluchtten voor de wateren, waarmee de zondvloed de aarde overdekte. De woede van den Merapi heeft iets profetisch
+en iets goddelijks in zich. Als het &#8220;roode vuur&#8221; (<i>Merah api</i> = rood vuur) op den top van den berg ontstoken is, als de stroomen lava vloeien en de dorpen met de aanplantingen verwoesten,
+dan worden andere ongelukken, nog veel zwaarder rampen, voorbereid. In den tijd van den Padri-oorlog waren de uitbarstingen
+voor de Maleiers zekere voorteekenen van een nederlaag.
+
+</p>
+<p>Er is nauwelijks een uur verloopen, nog maar zeven uur, en in den zonneschijn merkt men al, hoe het dagelijksch onwe&ecirc;r dreigt.
+Een nog onmerkbare nevel doet de omtrekken vervloeien en verzacht de tinten; een ongrijpbare damp breidt zich over het landschap
+uit. Plotseling ontstaan er dichte wolkenbrokken, alsof ze zoo op eenmaal, met &eacute;&eacute;n slag, geboren worden, geheel en al afgerond
+als reuzenblokken wit marmer. Zij breiden zich uit en stooten tegen elka&acirc;r, om zich tot een geheel te vereenigen. De machtige
+adem van het woud roept hen in het leven.
+
+</p>
+<p>Zoo ver het oog reikt, vloeien de wolkengolven, witter dan de onbevlekte sneeuw, en met den windstoot komen donkerder golven
+opzetten en vloeien op hun beurt met andere samen. Te midden van deze schitterende zee steken de toppen der bergen als eilanden
+omhoog; de aarde daar beneden is verdwenen, en de zon schittert nog voor ons alleen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 431px"><img border="0" src="images/p1904-145-2.jpg" alt="Huizen aan de rivier." width="431" height="503"><p class="figureHead">Huizen aan de rivier.</p>
+</div><p>
+
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e583" href="#xd0e583">146</a>]</span></p>
+<p>Dit schouwspel is niet nieuw voor mij. Ik herinner mij het uitstapje naar den Bromo en de witte nevels, uit den reuzenbeker
+van den Dasar opstijgend, evenals den krater, waarover ik mij heen gebogen heb en waaruit ik het doodsgerochel van het monster
+tot mij heb hooren opstijgen.
+
+</p>
+<p>Maar wij moeten weg, ons in den nevel dompelen. Het dalen gaat nog moeilijker dan het stijgen. Op den gladden grond, bedekt
+met natte bladeren, kunnen de knie&euml;n bijna niet voort van inspanning. Wij komen, met slijk overdekt, in de schuilhut aan,
+waar mijn reismakker rustig op mij zit te wachten, en wij vervolgen den tocht naar beneden met onzekere schreden; soms vlug,
+door ons eigen gewicht getrokken, om eindelijk te Soengar Boeloe den trein te vinden, die ons naar Fort-de-Kock terugvoert.
+
+
+</p>
+<p class="alignright"><i>Siak</i>, 10 Mei.
+
+
+</p>
+<p>Wij hebben Fort-de-Kock den 26sten April verlaten en zijn naar Pajacombo gegaan, over Padang-Pandjang en Fort Van der Capellen,
+dus in &#8217;t Zuiden om den Merapi heen trekkend. Onze tocht is zonder incidenten afgeloopen en liep langs uitstekende wegen,
+waarover onze karretjes rolden zonder eenigszins te stooten, hoewel de snelheid buitengewoon groot was. Koffietuinen breiden
+zich uit op de hellingen der bergen; rijstvelden en dorpen liggen, zoo ver het oog reikt, over de vlakte verspreid, en altijd
+hebben we tot Pajacombo hetzelfde eentonige, maar altijd schoone landschap voor oogen.
+
+</p>
+<p>Wij hadden uit Pajacombo den eersten Mei moeten vertrekken, maar hebben er nog &eacute;&eacute;n dag langer moeten blijven. De reis, die
+wij willen doen, is, naar men zegt, nog al lastig en wij hebben niet zonder moeite ten slotte machtiging gekregen, om haar
+te ondernemen. Wij moeten door streken trekken, die nog niet geheel onderworpen zijn. De staatjes aan de oostkust zijn nog
+bijna alle onafhankelijk, en de Hollanders willen hun niet met geweld een gezag opdringen, waarvan ze niet gediend zijn. Zij
+beweren echter, dat men hun zoo duidelijk de voordeelen van het europeesch bestuur zal doen begrijpen, dat alle stammen &eacute;&eacute;n
+voor &eacute;&eacute;n uit vrije verkiezing zullen vragen, om ervan te mogen genieten.
+
+</p>
+<p>Dit laatste nu gebeurt werkelijk dikwijls. Op dit oogenblik heeft zoo juist de radjah van Goenoeng Sahilan zijn onderwerping
+aangeboden aan den adsistent-resident van Bengkalis. De Nederlandsche regeering heeft die nog niet aangenomen. In alle dingen
+vermijdt zij overhaasting, die zou kunnen uitloopen op een langen, moeilijken oorlog in streken, die ongezond en dun bevolkt
+zijn. De aanbieding van den radjah schijnt onvoldoende; men wil buitendien nog de toestemming van het volk. Binnen enkele
+dagen zal de adsistent-resident van Bengkalis een bezoek gaan brengen aan den stam der Goenoeng Sahilan; hij zal dan de dorpshoofden
+bezoeken, zal hun ware bedoelingen trachten te leeren kennen en zal geen besluit nemen dan na rijpe overweging. Het zijn weer
+nieuwe kinderen, die men gaat aannemen, geen vijanden, die men onderwerpt.
+
+</p>
+<p>De methode van zachtheid is echter niet altijd voldoende. Er zijn oproerige stammen, die soms op hollandsch grondgebied invallen
+doen. Zulk een feit heeft nog voor eenige maanden plaats gehad. De inwoners der Lima Kota hebben het huis van een Europeaan
+overrompeld, een prospector, en hebben den eigenaar vermoord. Men heeft toen een expeditie moeten ondernemen, te eerder wijl
+het slachtoffer een Engelschman was, en de bestraffing der schuldigen kon worden ge&euml;ischt. Een sterke kolonne, uit Siak vertrokken,
+heeft de Lima Kota in de vorige maand November afgeloopen en legde een post aan te <span class="corr" id="xd0e600" title="Bron: Bengkimang">Bengkinang</span> aan de Kampar.
+
+</p>
+<p>Van de bovenlanden leiden vele natuurlijke wegen naar de oostkust. Van &#8217;t Zuiden te beginnen, heeft men eerst het dal der
+Batang Hari, welke rivier zich met de Korintji vereenigt, om de Djambi te vormen; dan de Indragiri, waarvan de Ombilien, die
+uit het Singkarameer komt, de voornaamste arm is; vervolgens de Kampar en dan ten slotte de beide Taboengs, de Taboeng Kanan
+en de Taboeng Keri, die zich vereenigen en de rivier, de Siak, vormen.
+
+</p>
+<p>Wij konden noch het dal der Djambi, noch dat der Indragiri nemen, want men had ons op ons verzoek een formeele weigering doen
+toekomen. Het Kampardal werd als te gevaarlijk beschouwd, en te Batavia had men gemeend, ons geen machtiging te mogen verleenen
+voor een reis door een gebied, waarvan de pacificatie nog slechts weinige weken oud was. Bij gevolg <span class="corr" id="xd0e607" title="Bron: haddden">hadden</span> wij moeten besluiten, rechtstreeks naar de Taboeg Keri te gaan bij Batoe Gadjah en dan daarna naar Siak te reizen. Maar de
+adsistent-resident van Pajacombo gaf ons omtrent de toestanden in de Lima Kota zulke geruststellende berichten, dat wij besloten,
+nog eens weer ons reisplan te veranderen.
+
+</p>
+<p>Pajacombo ligt aan de Sinamar, een zijtak van de Ombilien. De weg, dien wij zullen volgen, moet ons te Kota Baroe brengen,
+45 K.M. ten noorden van Pajacombo en aan de oevers van de Soengai Mah&eacute;, zijtak van de Kampar. Van daar moeten wij in een prauw
+de Soengai Mah&eacute;, af varen en daarna ook de Kampar tot Bengkinang en Teratak Boeloe, dan over land naar Pakan Baroe gaan aan
+de Siakrivier en die laatste volgen tot Bengkalis.
+
+</p>
+<p>Om dien tocht ongehinderd te kunnen volbrengen, hebben wij natuurlijk de inlandsche hoofden moeten verwittigen van onze komst,
+en tevens daarvan kennis geven aan den commandant van den post Bengkinang. Door een ongelukkig toeval, zooals er zich trouwens
+nog al eens voordoet, was de telegraaflijn, die Pajacombo met <span class="corr" id="xd0e614" title="Bron: Benkinang">Bengkinang</span> verbindt, gebroken en daardoor waren wij genoodzaakt, ons vertrek &eacute;&eacute;n dag te verschuiven.
+
+</p>
+<p>Pajacombo is een zeer groot dorp, gelegen midden in een vrij uitgestrekte vlakte, waar kokospalmen groeien en waar rijstvelden
+zijn aangelegd. Hoewel de hoogte nauwelijks 500 M. bedraagt, is het klimaat er verrukkelijk. Rondom verheffen zich hooge bergen,
+en op de hellingen van den 2240 M. hoogen Sago heeft men te midden der koffietuinen een pasangrahan gebouwd, waar de inwoners
+van het plaatsje, als het noodig is, een koelere-luchtkuur kunnen doormaken. Zoo&#8217;n door de zorg van de regeering gestichte
+en door haar onderhouden pasangrahan is, wat in de engelsche koloni&euml;n het <i>dak bungalow</i> of het <i lang="en">resthouse</i> is.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e625" href="#xd0e625">147</a>]</span></p>
+<p>De Europeanen zijn er niet zeer talrijk. Buiten den adsistent-resident heeft men er den luitenant-commandant van &#8217;t kleine
+garnizoen, een dokter en een veearts. De regeering heeft dichtbij de plaats een stoeterij laten aanleggen, een zeer eenvoudige
+inrichting, waar men geen dure gebouwen heeft gesticht zooals in andere landen. Alles heeft te zamen &#402; 3000 gekost, maar de
+gebouwen zijn dan ook van hout en met riet gedekt. Er zijn twee-en-twintig hengsten van verschillend ras, sandelhouts van
+&#8217;t eiland Soemba, de grootste en de beroemdste, dan makassars en bataks, gekozen uit de beste dieren, en toch is hun gemiddelde
+prijs niet meer dan &#402; 300. De hengsten zijn verspreid in de aan Pajacombo grenzende districten, en de plaatsen zijn z&oacute;&oacute; gekozen,
+dat de inspectie gemakkelijk in een paar dagen kan afloopen. De eigenaars der merri&euml;n ontvangen een premie, als de jonge veulens
+mooi en goed verzorgd zijn.
+
+</p>
+<p>Er is slechts &eacute;&eacute;n Europeaan, een veearts, aan de stoeterij verbonden. De geheele inrichting en het personeel, dat erbij is
+aangesteld, kosten den staat niet meer dan &#402; 800 per maand. De inrichting heeft uitstekende resultaten opgeleverd; zij bestaat
+nog slechts twee jaar en reeds zijn er rondom Pajacombo 270 uitstekende veulens geboren. &#8217;t Is waar, de Maleiers uit deze
+streken hebben altijd aan veeteelt gedaan, en hier is men niet op het dwaze denkbeeld gekomen, om een stoeterij te organiseeren
+in het land, waar noch weiden, noch paarden zijn, &#8217;t geen tegen alle gezond verstand in, wel eens geprobeerd is in andere,
+niet-hollandsche koloni&euml;n.
+
+</p>
+<p>De markt te Pajacombo is een der drukste uit de geheele Padangsche Bovenlanden; wij kochten er wat proviand voor onderweg.
+Men ziet er een dichte menigte menschen, die veel leven brengt in de stad en veel vroolijkheid. Pajacombo is dan ook de meest
+gezochte post van heel Sumatra. Het klimaat had ik al te voren hooren roemen, evenals de schoonheid en beminnelijkheid der
+vrouwen.
+
+</p>
+<p>Den 2den Mei om zes uur <span class="corr" id="xd0e634" title="Bron: &#8217;smorgens">&#8217;s morgens</span>, zijn we van Pajacombo vertrokken. In het Noorden wordt de vlakte afgesloten door een wal, die 1500 M. hoog is en dien wij
+moeten over trekken, om het bekken van de Kampar te bereiken. Verscheiden dalen dringen in het bergland door en voeren naar
+den top der bergen. Wij hebben eergisteren een tocht gedaan naar de Harran-kloven, een zeer nauwen doorgang tusschen hemelhooge
+bergwanden, waar schuimende watervallen zich langs nederstorten. Wij gaan vandaag door het dal der Ajer Poetih.
+
+</p>
+<p>In rijtuigen worden we eerst naar Loeboek Bengkoeang gebracht, 12 palen van Pajacombo verwijderd (een paal is 1500 M.); daar
+stijgen we te paard en beginnen het steile pad te beklimmen, dat langs de zijden van het dal slingert. De grond bestaat uit
+ruwe conglomeraten en steile hoogten rijzen boven de rivier omhoog. Een menigte watervalletjes vallen dartelend neer in den
+helderen zonneschijn, en hun geraas, dat door de rotsen wordt weerkaatst, vult heel het dal. Hier en daar is een lichte hangende
+brug over de Ajer Poetih geslagen.
+
+</p>
+<p>Een vrij dicht plantenkleed bedekt de hellingen, van de oppervlakte van het stroompje af tot op den top der hoogten. Wij komen
+langzaam vooruit op het pad, dat door de regens veel geleden heeft, en nu door ploegen Maleiers hersteld wordt. Na een uur
+komen we aan den top van den berg. Wij zien neer in de laagte, waar de rivier haar water uit ontvangt, een ronde kom, waardoor
+de Ayer Poetih grillig slingerend voortglijdt. Daar heb ik de dwaasheid, mijn paard op den slechten weg te laten galoppeeren!
+Het glijdt uit en valt op den houten vloer van een bruggetje. Mijn been komt onder het dier, mijn hoed rolt ver weg in de
+diepte van de kloof, en ik sta op met ernstige kneuzingen en een lange snede over den arm en het been.
+
+</p>
+<p>Wij houden ons eenige oogenblikken op in een hut aan den kant van den weg. Het heet hier Oeloe Ayer. Wij zijn op een hoogte
+van 950 M. De pas, dien wij over moeten trekken, is op niet meer dan eenige honderden meters afstands, en wij zullen vlug
+dalen naar Kota Baroe op 20 K.M. van hier; we zijn daar slechts 66 M. boven het oppervlak der zee dus midden in den oven.
+Van af de pashoogte zien wij eerst v&oacute;&oacute;r ons lijnen van achtereenvolgende heuvelreeksen, die langzamerhand lager worden, dan
+in de verte een zee van gebladerte, een oceaan van groen, donkergroen, dat in breede golven zich uitbreidt verder en verder
+tot aan den horizon.
+
+</p>
+<p>Dit is het reuzenwoud, dat de vlakte bedekt en waar wij door zullen trekken. Van de helling der bergen te beginnen, gaat het
+voort tot op 250 K.M. afstands van hier, tot de oevers, die aan de straat van Malakka grenzen. Wij blijven eenige oogenblikken
+boven. Dit woeste, donkere landschap maakt diepen indruk op ons. Nergens is eenig spoor te ontdekken van de aanwezigheid of
+van de werkzaamheid der menschen. Geen stukje ontgonnen land, geen nog zoo klein rookkolommetje. Dicht opeengedrongen staan
+de boomen, die den ongebruikten, onontgonnen bodem bedekken en zonder twijfel zullen in hun schaduw gevaarlijke en dreigende
+dieren huizen. De dorst naar avonturen; de begeerte en &#8217;t verlangen naar nieuwe ervaringen; de drang naar het onbekende, zooals
+ieder dien in zich voelt; herinneringen van vroegere lectuur; de droomen, in de kindsheid gedroomd, alles wordt in ons wakker
+en dreigt ons te doen stikken. In de voorbijgegane eeuwen heeft dit trotsche woud domein veroverd, en niemand heeft het nog
+een voetbreed gronds betwist.
+
+</p>
+<p>Geen weg voert door het woud, dan enkel de diepten, die de rivieren zich er hebben uitgeslepen; de zon, de moerassen en de
+koortsen zijn de schutsengelen van het woud. Zijn uur heeft nog niet geslagen, &#8217;t uur, waarop de menschen er met bijl en hakmes
+zullen binnendringen of met brandende toortsen. Ik zie in mijn verbeelding een nauwe, donkere, lage gang van groen, waarin
+de booten in de schaduw wegglijden. Morgen zal zoo&#8217;n boot ons meevoeren. Zoo droom ik, en mijn verbeelding maakt den droom
+aangrijpend en steeds indrukwekkender, misschien om de werkelijkheid te bederven.
+
+</p>
+<p>Wij dalen eindelijk door korte valleien naar een terrein van leisteen, waar het pad afschuwelijk glad is. Het land is verlaten.
+In de diepten en op de bergtoppen groeit het woud met volle kracht. Maar <span class="pagenum">[<a id="xd0e649" href="#xd0e649">148</a>]</span>ter halver hoogte ziet men hier en daar een voetpad; vuren of woudbranden, ontstoken door de inboorlingen, hebben er niets
+overgelaten dan struiken en hoog gras. Onze achterste dragers steken in &#8217;t voorbijgaan die jungle in brand. De roode vlam
+loopt langs de hellingen; de dikke rook stijgt in groote kringen op, het bamboes knapt, als of het ontploft, en onze Maleiers
+leggen eene kinderlijke vreugde aan den dag, als zij de verraderlijke doornstruiken zien verdwijnen, waarin des avonds zich
+de tijger verschuilt, om van daar uit zijn prooi te beloeren.
+
+</p>
+<p>Tallooze apen van verschillende soorten bevolken de kleinste boschjes, en hun geschreeuw gaat ons voor en vergezelt ons. Wij
+komen te Kota Alam, een onder palmen verscholen dorpje aan een mooie rivier, die met ondiepe bedding over steenen dartelt.
+Wij zijn bijna juist onder den evenaar. Het dal wordt afgesloten door bergen, die de zonnestralen terugkaatsen. Wij rusten
+in de hitte dan ook eenige oogenblikken in een hut en drinken met graagte het heldere, frissche, suikerhoudende water van
+de kokosnoten.
+
+</p>
+<p>Weer volgt er, als wij het gehucht hebben verlaten, een pas. De Soengai Alam heeft zich in den zachten zandsteen een diep
+dal uitgegraven. Reuzenblokken, keurig afgeslepen naar regelmatige vormen, brengen afwisseling in de loodrechte lijnen der
+rotsen; de zwarte schaduwen, die zij werpen, lijken op zware, kolossale architraven. Gapende spleten geven toegang tot galerijen
+in het gebergte. Een groep van titanische bouwwerken is hier onder een schitterende zon geheel met een groen kleed behangen.
+Bij &#8217;t verlaten van het dal komen we op een golvende hoogvlakte, met struikgewas bedekt, en een vrij goede weg over een rooden,
+harden bodem brengt ons te Kota Baroe.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Kota Baroe ligt aan de Soengai Mah&eacute;. Een controleur had er zijn standplaats v&oacute;&oacute;r de expeditie der Lima Kota, en zijn huis,
+dat zeer geriefelijk is ingericht, staat 5 &agrave; 600 M. van de rivier verwijderd op de eerste heuvels aan den rand der jungle,
+buiten het bereik der overstroomingen. De tijger zwerft &#8217;s avonds in den omtrek rond, en zoodra de zon achter de bergen ondergaat,
+hoort men in de verte de rauwe kreten van het jagende roofdier.
+
+</p>
+<p>Wij vertrekken den volgenden dag in booten. Het opbreken vordert langzaam. Het zal moeilijk gaan, ergens wezens aan te treffen,
+die slapper en trager en langzamer zijn dan de Maleiers uit deze streken. Zij schijnen de indolentie van de Oosterlingen te
+voegen bij het phlegma van de Hollanders, en men vindt in deze landen buiten kijf de nonchalantste kleurlingen en de luiste
+inboorlingen. Wij zijn reeds op bij het aanbreken van den dag; maar het is acht uur eer wij kunnen vertrekken en de bijeengebrachte
+bagage eindelijk in de booten is gebracht.
+
+</p>
+<p>De rivier is een zestigtal meters breed en stuwt in diepe bedding een snelvlietenden stroom voort tusschen verlatene, met
+bosch begroeide oevers. Van tijd tot tijd doet een plotselinge vernauwing of een rotsmassa in den stroom een versnelling ontstaan.
+Het kookt en bruist daar, en de stuurman heeft moeite de boot door den nauwen doorgang te voeren; de voorsteven plonst in
+het schuim, nevels stijgen op, en onze roeiers zetten de beweging der riemen voort in een stille kom, waar &#8217;t kalme water
+vreedzaam sluimert tusschen de rotsen.
+
+</p>
+<p>Wij dalen vlug door het woud; de laatste boomen buigen hun takken naar de rivier, waarin hun wortels zich baden. Men ziet
+niet anders dan dit eerste gordijn, niets dan lianen, die zich om elkander heen strengelen, en de rijzige stammen, die loodrecht
+oprijzen. Troepen apen springen vroolijk van tak op tak en zien ons komen; maar dan, door een plotselingen schrik overmand,
+springen ze weg en vluchten in het dichtste kreupelhout. Het is mooi we&ecirc;r en in de groene galerij, waar wij door varen, verfrischt
+ons een aangename koelte. De blauwe lucht straalt over de boomen op den top der rotsen, en groote, roode arenden vliegen op
+met breeden vleugelslag, beschrijven cirkels in de lucht en blijven boven onze hoofden zweven.
+
+</p>
+<p>Tegen half &eacute;&eacute;n komen wij te Moeara Mah&eacute; bij de samenvloeiing van de Soengai Mah&eacute; met de Kampar. Er wordt ons verteld, dat
+wij dienzelfden avond te Bengkinang zullen kunnen zijn, om daar te logeeren, maar de schatting van de afstanden is zeer uiteenloopend
+en verschilt van een enkelen tot een drievoudigen afstand. Er zijn er, die beweren, dat wij er in drie uren kunnen zijn, en
+anderen zeggen, dat we tien uren noodig hebben. In die omstandigheden is het verstandiger, tot morgen te wachten. Bovendien
+is onze bagage nog niet aangekomen; wij hebben niet gegeten, en die ceremonie mag toch niet worden overgeslagen.
+
+</p>
+<p>Op den oever der rivier staat een ellendige hut, omringd door een hooge bamboe-palissade. Er zijn een rieten dak, een houten
+vloer en wanden van boomschors. Binnen rusten een paar ruwe bedden van gezaagde planken op schragen, een dikke laag stof bedekt
+de muren en den vloer, en er kruipen verschillende insecten rond, die wij eerst moeten verwijderen. Ieder doet mee aan die
+jacht, en wij gaan op een klopjacht tegen een monsterachtigen duizendpoot, waarvan het lijk, toen wij de maat namen, 22 c.M.
+lang is.
+
+</p>
+<p>Ik beproef, &#8217;s avonds op de echte jacht te gaan, hoewel de kneuzingen van mijn val van gisteren nog zeer pijnlijk zijn. Achter
+het huis gaat de weg langs, die naar Batoe Bersoerat leidt en verder naar Batoe Gadjah aan de Taboeng Keri; dien volgde ik
+eenige kilometers ver. Dicht jungle bedekt de streek, en ik kan nergens een pad vinden en geen enkel spoor, dat er binnen
+leidt. Ik weet niet, of het wild schaarsch is of dat het er zich overvloedig ophoudt; mijn gidsen beweren, dat er herten zijn
+en wilde zwijnen in grooten getale. Ik tref het dan al heel ongelukkig, of brengen ze mij niet op de plaatsen, die het best
+geschikt zijn voor de jacht? Ik hoor noch zie iets. Een diepe stilte zweeft over het woud, en ik kom druipend van zweet thuis,
+zonder &eacute;&eacute;n schot gelost te hebben.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-149.jpg" alt="Onze roeiers nemen rust. De booten gemeerd aan een zijtak van de Kampar." width="691" height="1024"><p class="figureHead">Onze roeiers nemen rust. De booten gemeerd aan een zijtak van de Kampar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het vertrek den volgenden morgen gaat wat vlugger dan den eersten dag. Wij steken de Kampar over, om dadelijk aan den overkant
+onzen weg te vervolgen. Er is bij de samenvloeiing zelve een <span class="pagenum">[<a id="xd0e678" href="#xd0e678">150</a>]</span>stroomversnelling of liever een waterval, waar de roeiers niet door willen gaan, zonder dat ze eerst de lading aan wal hebben
+gebracht. Dus moeten we onze pakken en kisten transporteeren tot beneden aan de watervallen. Wij vinden er een alleraardigst
+bootje met een dek en met een lichte zonnetent aan de achterzijde. De controleur van Bengkinang heeft het ons toegezonden.
+De andere booten, met kracht geroeid, schieten als pijlen tusschen de rotsen door, waar het woedende water schuimt en opspringt;
+ze scharen zich daarna langs den wal en wij zetten den tocht voort. Het is hetzelfde landschap als gisteren; dezelfde opeenvolging
+van vernauwingen en verwijdingen. Spoedig wordt echter het geheele dal breeder; de stroom krijgt een rustiger karakter; maar
+er verrijst weer een lijn van heuvels v&oacute;&oacute;r ons, en daarna nog een, en de rivier, die er zich een weg doorheen baant, rijst
+en schuimt en slaat met kracht tegen de rotsen.
+
+</p>
+<p>Dit zijn de laatste golven van den oceaan van bergen, die hier dichtbij zijn einde vindt, daar waar de aanvang is der oneindige
+vlakte. Wij krijgen te Poeloe Gedang andere roeiers. Er was daar bij het dorp een post, die er gevestigd werd ten tijde van
+de expeditie tegen de Lima Kota, en dien men opgegeven heeft na de stichting van Bengkinang. Er is niets van over dan enkele
+ellendige hutten en aan den oever der rivier een koepeltje, waar de commandant waarschijnlijk des avonds een hypothetisch
+koeltje ging opvangen. Dichtbij Poeloe Gedang woonde de Europeaan, dien de menschen uit Lima Kota verleden jaar hebben vermoord.
+Hij was prospector en werd uitgezonden, om te onderzoeken of er goudmijnen waren. Hij gedroeg zich, naar het schijnt, wreedaardig
+en leidde een losbandig leven, hetgeen de Hollanders eenvoudig hieraan toeschrijven, dat hij een Engelschman was. In zijn
+woning werd hij &#8217;s nachts overvallen en met bijlslagen letterlijk doodgehakt.
+
+</p>
+<p>Boven Poeloe Gedang volgen wij nog &eacute;&eacute;n of twee kilometers ver den voet der heuvels en komen dan op de vlakte uit. Ik wacht
+noch voortdurend op het echte oerwoud, dat woeste, majestueuse, dat mijn voorkeur heeft; maar ik vind langs de oevers slechts
+kleine, grazige hoogten en de grens van het bosch wijkt aan beide zijden ver terug, zoodat men maar nauwelijks hier en daar
+de toppen van de boomen kan onderscheiden. Wij overschrijden de grenzen van de Lima Kota, en bereiken het eerste dorp.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>De Lima Kota zijn een samenvoeging van vijf districten, Koeok, Salo, Bengkinang, Air Tiris en Roembio. Het grootste van die
+districten, dat van Bengkinang, wordt bewoond door ongeveer 4 &agrave; 5000 inwoners. In ieder gehucht zijn de huizen geplaatst langs
+de rivier en liggen verspreid over een smalle strook gronds, die met kokospalmen beplant is. Daarachter verbouwen de Maleiers
+rijst op hun niet al te goed verzorgde rijstvelden, en verderop strekt zicht eindeloos ver het bosch uit. Er zijn in ieder
+dorp een zeker aantal datoes of edelen, die maar over betrekkelijk weinig invloed beschikken, en als er niet voortdurend strijd
+was tusschen de naburige kota&#8217;s, zouden de menschen hier in een staat van zorgelooze anarchie kunnen leven.
+
+</p>
+<p>Te Salo ontmoeten we den controleur en den kapitein van de troepen te Bengkinang, die ons te gemoet zijn gereisd, en om &eacute;&eacute;n
+uur komen we bij den post aan. Op den oever staan, op een rij, het huis van den controleur, dan dat van den dokter, den kapitein,
+den luitenant. Alle woningen, op palen gebouwd, twee meter ongeveer boven den grond, zijn vrij geriefelijk ingericht, maar
+de soldaten zijn in zeer treurige hutjes ondergebracht. De inlandsche soldaten wonen in maleische hutten, en daar er onder
+hen getrouwden zijn, heeft men voor hen onder de woningen op den grond kleine verblijven ingericht, afschuwelijk laag en nauw,
+waar zij toch met genoegen schijnen te huizen; maar die verscheiden dieren hardnekkig zouden weigeren te betrekken. Het is
+echter slechts een voorloopige maatregel, en men gaat er weldra verbetering in brengen.
+
+</p>
+<p>Bijna alle officieren zijn getrouwd, en ondanks de eenzaamheid van dezen post en den primitieven toestand van het land, hebben
+hun vrouwen hen vol heldenmoed gevolgd. Het leven is er niet vroolijk, dat is waar; maar ieder aanvaardt het zonder zich te
+beklagen, en daar men er goede, moreele toestanden heeft, is de gezondheidstoestand ook voldoende.
+
+</p>
+<p>Onze komst is nog al een gewichtige gebeurtenis. Men heeft ons huisvesting aangeboden, zoo goed en zoo kwaad als het ging
+in een klein vertrekje, en te recht heeft men ons geen geriefelijker, prettiger kamers afgestaan, want wij zijn slechts doortrekkende
+reizigers, terwijl de anderen hier blijvend zijn. Onze beide bedden, geplakt tegen den wand van boomschors, vullen onze geheele
+ruimte, en de zon, die door breede spleten binnenschijnt, maakt er een gloeienden oven van, waar wij bij de si&euml;sta op de matten
+liggen met brandend hoofd en kloppende aderen, door ons oververhitte bloed.
+
+</p>
+<p>Des avonds brak er gelukkig een onwe&ecirc;r los van ongehoorde hevigheid; de wolken, door den stormwind voortgedreven, <span class="corr" id="xd0e696" title="Bron: barsten">barstten</span> en goten een waren zondvloed uit. De door de bui verlaagde temperatuur staat ons dan toe, zonder al te groote vermoeidheid
+deel te nemen aan den copieusen maaltijd, ons door het garnizoen van Bengkinang aangeboden.
+
+</p>
+<p>Den volgenden en den daarop volgenden dag gaan wij verder de Kampar af. De rivier beschrijft veel bochten door een vlakke
+streek van hopelooze eentonigheid. Yan tijd tot tijd beschut een boschje van palmen op den oever eenige verspreide hutten,
+en dan volgt het bosch, niet dicht hier, maar nogal schraal en afgebroken door moerassige vlakten, waar buffelkudden grazen.
+Het traagvloeiende water loopt om zandbanken heen, waar krokodillen lange sporen hebben achtergelaten; maar te vergeefs tracht
+ik die leelijke dieren te zien te krijgen en te schieten. Toen de roeiers vroegen, of ze een weinig rust mochten nemen, legden
+wij aan bij een dorp. De Maleiers zien ons nieuwsgierig aan, maar leggen in het minst geen vijandelijke stemming aan den dag.
+
+</p>
+<p>Het is ons intusschen niet mogelijk, levensmiddelen te koopen. Wij hadden gehoopt kippen en eieren te krijgen; maar wij moeten
+ons tevreden <span class="pagenum">[<a id="xd0e703" href="#xd0e703">151</a>]</span>stellen met rijst en ingemaakte dingen. Onze bedienden maken een afschuwelijk smakend maal gereed, waarvan rijst en kokosolie
+hoofdbestanddeelen zijn en dat wij toch maar inzwelgen, gekruid met een massa specerijen. Zoo geeft iedere maaltijd aanleiding
+tot hevigen dorst, dien wij niet durven lesschen met het slijkerige water der rivier.
+
+</p>
+<p>Wij hebben den nacht van den 5den Mei gesleten in de woning van den radja van Tambang. Dat hooge personnage is afwezig; hij
+is sinds eenige dagen op reis naar Siak; maar te oordeelen naar het paleis, dat hij bewoont, is hij niet een van die pompeuze
+opperhoofden, waarmee de verhalen uit het Oosten opgesmukt zijn. Zijn huis is in niets verschillend van die zijner onderdanen.
+Het is een nauwe en vuile hut. Onze vier legersteden, want de controleur van Bengkinang is met ons gegaan, staan in het eenige
+vertrek, dat er geheel door wordt ingenomen, zoodat wij om beurten naar bed moeten gaan en opstaan. V&oacute;&oacute;r het huis staat de
+baleh-baleh, een lange bank, waar, op de dagen van den Grooten Raad, de datoes van Tambang voor hun beraadslagingen samenkomen.
+Op den oever staan op een plank, tegen een kokospalm gespijkerd, in &#8217;t Maleisch de naam en de titel van dit oord te lezen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 435px"><img border="0" src="images/p1904-151-1.jpg" alt="Houtbestrating te Pekan Baroe." width="435" height="320"><p class="figureHead">Houtbestrating te Pekan Baroe.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 6den Mei, om &eacute;&eacute;n uur in den namiddag, zijn we te Teratak Batoe gekomen. Van dat dorp gaan alle booten uit, die de Lima
+Kota en de Goenong Sahilan van levensmiddelen moeten voorzien. Het binnenvaren van de Kampar is zeer moeilijk voor de jonken,
+komend uit Singapore. De rivier ligt vol zandbanken, die bewegelijk zijn en zich snel verplaatsen en bij vloed is het er een
+zeer gevaarlijk vaarwater. Zelden waagt een boot het, de bank over te varen. Alle handel gaat langs de rivier de Siak, die
+beter bevaarbaar is en wel tot aan de samenvloeiing van de beide Taboengs.
+
+</p>
+<p>Gewoonlijk worden de goederen ontscheept te Pekan Baroe en daarna op den rug van koelies naar Teratak Batoe gebracht. Wij
+zullen morgen denzelfden weg in tegenovergestelde richting volgen. Het is een vrij druk dorp en wij kunnen er zonder bezwaar
+ons van dragers voorzien. Den 7den nemen wij bij het aanbreken van den dag afscheid van den controleur van Bengkinang, die
+weer naar zijn post terugkeert en wij maken ons tot het vertrek gereed. De <span class="corr" id="xd0e716" title="Bron: etape">etappe</span> is niet bijzonder lang, slechts 20 KM., maar wij willen graag ter plaatse zijn v&oacute;&oacute;r het te warm is. Wij doen ons best, de
+koelies bijeen te krijgen. Ze komen &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n aanzetten, zonder zich te haasten, en ieder kiest zijn pak. Er komen daar
+eindelooze twistgesprekken uit voort, en niet eerder dan acht uur zijn ze er mee gereed.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 435px"><img border="0" src="images/p1904-151-2.jpg" alt="Huis van den controleur in Siak." width="435" height="413"><p class="figureHead">Huis van den controleur in Siak.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Eindelijk zien wij den laatsten man verdwijnen, die op zijn hoofd al pruttelend het zwaarste van onze valiezen draagt, hem
+door de anderen overgelaten. Wij gaan op onze beurt uit Teratak Batoe. Om wat tijd te winnen, gaan we eerst per boot op weg.
+Wij volgen in zeer kleine bootjes een arroyo, dat is een soort van smal kanaaltje, dat zich in het onder water staande woud
+verliest. Zoo varen wij vijf kilometer ver door een berceau van boomen en slingerplanten. De doorgang is nauwelijks drie of
+vier meter breed. Knoestige stammen reiken over het water, en wij buigen de hoofden en de ruggen, om ons niet te stooten.
+
+</p>
+<p>De roeiers bewegen kalmpjes de pagaaien naar rechts en links; het oog dringt door onder een donker gewelf, waarin dicht opeenstaande
+zuilen van allerlei afmeting en allerlei vorm uit den grond oprijzen, waar een vaal, rottend plantenkleed gespreid ligt. Een
+volkomen stilte heerscht in het woud. Men hoort noch het lied van een vogel, noch &#8217;t geluid van een insect. De boot glijdt
+zonder moeite over het zwarte water. Bijwijlen verlicht een plotselinge helderheid de veelkleurige kleedingstukken van de
+roeiers der eerste boot, en de bedding der arroyo, met groen mos bedekt, verspreidt glanzen als van fluweel. Dan op eens zijn
+we weer in de schaduw. Dezelfde fantastische omgeving volgt ons een heelen tijd en &#8217;t is, of we in een tooverwereld zijn,
+waar alle echte leven ontbreekt. Het komt ons voor, dat het dorp, dat we nog zoo kort geleden hebben verlaten, nu van ons
+gescheiden is door een onmetelijk wijde vlakte. Dit is een wereld buiten ons; domein der plant, en de menschen, eenzaam en
+alleen in deze groene <span class="pagenum">[<a id="xd0e728" href="#xd0e728">152</a>]</span>wereld, komen zwijgend onder den indruk der souvereiniteit van het woud.
+
+</p>
+<p>Nu gaan wij in den brandenden zonneschijn verder. Het harde gras breekt bros af onder onze schreden en slaat ons nu en dan
+in het gezicht. Aan beide kanten hebben herhaalde branden den grond bedekt met zwarte resten van boomen. De vlammen hebben
+hun verwoestingen niet zeer ver uitgestrekt. Zij hebben hun eind gevonden aan den voet van den groenen muur in de laagte,
+daar, waar de sappen door de takken dringen en van de groene twijgen in lange slingers de lianen afhangen. Het voetpad, dat
+zachte golvingen vertoont, stijgt over een heuvel en loopt dan verder &#8217;t woud in. Omgevallen boomstammen liggen op den weg,
+half ondergedompeld in het dikke, vuile slib. Men loopt hier angstig en aarzelend en zoekt van boom tot boom naar vaste steunsels
+voor den voet. Het is zwaar werk, zulk een tocht in de overweldigende hitte. Geen enkel zuchtje beweegt de bladeren en een
+warme wolk hangt boven den grond.
+
+</p>
+<p>Inboorlingen komen ons tegen, moeilijk loopend met zware lasten op het hoofd. Wij nemen wat rust bij een hut aan den rand
+van het bosch, onder hooge palmen. Onze gidsen brengen ons kokosnoten. Met een enkelen slag van hun mes slaan zij er een stuk
+van de groene schil af, ontblooten het hout en in het inwendige doet zich het doorschijnende vocht nog helderder voor, doordat
+het witte ivoor van &#8217;t vruchtvleesch zich er in spiegelt, en wij drinken met lange teugen den heerlijken, frisschen drank.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 435px"><img border="0" src="images/p1904-152.jpg" alt="Kristallen meubels in den salon van den sultan van Siak." width="435" height="572"><p class="figureHead">Kristallen meubels in den salon van den sultan van Siak.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij vertrekken; bij een bocht van het pad zien we tusschen &#8217;t hooge gras een troep reizigers haastig op ons afkomen. Een van
+hen draagt den witten helmhoed van de Europeanen, &#8217;t Is de controleur van Siak, die ons tegemoet komt. Wij zijn dichtbij het
+doel, en van een kleine hoogte overzien we de rijstvelden rondom Pekan Baroe. Het dorp is niet anders dan een straat, die
+loodrecht op de rivier staat. De palen, die de laatste huizen schragen, staan met hun voeten in het natte slijk, dat bij hoog
+water overstroomd is; de straat zelve is met een houten vloer bedekt, die tot de aanlegplaats door loopt.
+
+</p>
+<p>Pekan Baroe is een belangrijke marktplaats. Er wordt een vrij levendige handel gedreven in boschproducten, en die handel is
+bijna geheel in handen der Chineezen. Men vindt die menschen overal, in alle huizen, sommigen rustig hun lange pijp rookend,
+anderen druk, bewegelijk en met duizend kleinigheden bezig. Enkelen van hen zijn aan de rivier bezig, met hun hielen ballen
+guttah percha te kneden; ze houden zich met beide handen vast aan touwen, bevestigd aan de zoldering van een loodsje en balanceeren
+op lachwekkende, gehaaste manier.
+
+</p>
+<p>Een stoomsloep brengt ons naar Siak. De vloed komt op, en wij varen langzaam tegen den stroom. De rivier biedt een treffende
+tegenstelling aan met de Kampar; zij heeft niet de grillige bochten en zandbanken en de gele leemen wanden van de bedding,
+aanhoudend ondermijnd door den stroom. Neen, de rivier, de Siak, vloeit recht naar zee; het zeer diepe water is sterk bruin
+gekleurd door de tannine van de vele wortels, die erin ondergedompeld zijn. Bosch bedekt de oevers en daalt tot het water
+af, waar het zich even in waagt, en een lijn van rietstengels en pandanen is vooruitgeschoven, half onder water staande. De
+onvruchtbare en gele grond is nergens te zien; er is geen rots, geen eiland te bespeuren; de rivier opent door het bosch een
+statigen weg.
+
+</p>
+<p>De boomen spiegelen zich in het kalme water met verrassende duidelijkheid. Het geheele landschap vertoont slechts drie kleuren,
+&#8217;t roodachtig bruin van &#8217;t water, het donkergroen van &#8217;t woud, het diepe blauw van de lucht. Het is zeer helder weder. De
+zon gaat snel onder; de maan komt op; een streep van vlammend licht loopt over de rivier, waar wij een spoor doorsnijden,
+dat met vreemde lichtsprankels flikkert. In den maneschijn dreef de rivier zilveren golfjes voort; er hangt een lichte nevel,
+die de boomen teeder omhult, terwijl die laatste even huiveren onder het lauwe koeltje, dat uit zee komt. Tegen elf uur worden
+in de verte enkele lichten zichtbaar, roode punten op de hoogte van het water. Wij gaan in een wit, eentonig licht verder,
+dat rustig de stad, de rivier en het slapende woud beschijnt.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>De sultan van Siak was oudtijds een machtig souverein. Twee eeuwen geleden strekte zijn gezag zich uit over Asahan, Langkat
+en Deli. De afstammeling van die doorluchtige vorsten heeft ons onder een soort van loods de graven van zijn voorouders laten
+zien, van wie &eacute;&eacute;n, Achmed de Groote, zelfs het machtige koninkrijk Atjeh onderworpen heeft. Hij bestuurt tegenwoordig niet
+anders dan de armoedige, bijna verlaten streek, die besproeid wordt door de beide Taboengs.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e751" href="#xd0e751">153</a>]</span></p>
+<p>Hij woont in een paleis, dat in moorschen stijl is gebouwd en op eenigen afstand der rivier in een tuin staat. De meubels,
+door de eene of andere duitsche firma geleverd, zijn van een formidabel slechten smaak; in den grooten salon ziet men kristallen
+fauteuils met kussens van rood fluweel, en alles weerkaatst het felle licht, dat binnenstroomt door breede vensters, waar
+zware gordijnen naast hangen. Portretten van den sultan hangen aan de muren; hij is in europeesche costumes voorgesteld. Op
+deftige ontvangdagen draagt hij de uniform van generaal met zeer veel goudborduursel. Hij is eenige jaren geleden naar Europa
+gegaan en heeft zijn portret laten maken in elke hoofdstad, die hij met een bezoek vereerde.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 431px"><img border="0" src="images/p1904-153.jpg" alt="Chineesche koelies aan het werk." width="431" height="328"><p class="figureHead">Chineesche koelies aan het werk.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan Parijs heeft hij een ontroerende herinnering behouden. Hij vertelt mij van de wandelingen en rijtoeren, die hij er gedaan
+heeft en van de mooie vrouwen, die hij er heeft ontmoet, en zonder twijfel zijn de vrouwelijke bekenden, die hij er heeft
+gekregen, door zijn raadgevers in groote na&iuml;veteit gekozen, want hij beklaagt zich erover, dat hij ze niet altijd belangeloos
+heeft bevonden. Ik vraag den sultan, of hij niet binnen kort weer een reis naar &#8217;t Westen gaat ondernemen, maar hij zucht
+eens en legt mij uit, in hoe slechten staat zijn financi&euml;n zijn, die hij vergelijkt met de verbazend hooge inkomsten zijner
+neven, de vorsten van Langkat en Deli. Hij hoopt, dat eens een paar op avonturen uitgaande kolonisten uit den ondankbaren
+grond, dien hij bezit, heerlijke plantages zullen tooveren of ongehoord rijke mijnen, en op dien dag zullen zijn opgestapelde
+schatten hem vergunnen het leven te leiden, dat hij wenscht. Hij begunstigt dan ook uit al zijn macht de ondernemingen en
+de proeven der nederlandsche regeering.
+
+</p>
+<p>Siak viert op dit oogenblik feest. De sultan huwt twee zijner nichtjes uit, en talrijke bezoekers zijn gekomen uit alle kleine
+staten, die verspreid zijn langs de kusten van Malakka en Sumatra. De stad is gebouwd op den linkeroever der rivier; het is
+een groot dorp, welks bewoners enkel leven van de boschproducten en de mildheid van den vorst. De controleur en de luitenant
+die bevel voert over het kleine garnizoen, zijn gevestigd op den rechteroever, en de rivier stuwt haar golven tegen de smalle
+reeks van woningen.
+
+</p>
+<p>Wij hebben bij den controleur de vriendelijkste ontvangst gevonden, en na de dagen van onze bezwaarlijke reis zijn de beleefdheden
+en attenties der lieve, jonge vrouw des huizes een verkwikking en doen ons de rust, die wij zoo noodig hebben, nog te meer
+waardeeren. Wij moeten hier drie dagen blijven en zijn letterlijk gevangenen; er is geen andere weg dan de rivier en wij moeten
+op de eerstvolgende boot wachten, die ons naar Bengkalis en naar Singapore zal brengen.
+
+</p>
+<p>Onze drie dagen worden gebruikt voor het in orde brengen van onze reisnotities. We gaan &#8217;s avonds naar den schouwburg van
+den sultan. Een troep, uit Penang gekomen, speelt perzische stukken, waarin peri&#8217;s strijden om de liefde van een vorst. De
+woorden worden in &#8217;t Maleisch gezegd; maar de muziek is voor een groot deel ontleend aan het <span class="corr" id="xd0e767" title="Bron: zigeunner-r&eacute;pertoire">zigeuner-r&eacute;pertoire</span>, en het is verrassend, hier, in dit achterafhoekje van Sumatra, te luisteren naar walsen, welke wij den vorigen zomer maar
+al te dikwijls hoorden in de caf&eacute;s op den boulevard en in de tenten van het Bois de Boulogne.
+
+</p>
+<p>Het orkest, bestaande uit &eacute;&eacute;n piano en twee violen, wordt gedirigeerd door een Pers, gekleed in witte broek en lange jas,
+karikatuurachtige persoonlijkheid van zeer bijzondere magerheid. Hoewel wij nu nog maar vijf maanden in Indi&euml; hebben vertoefd,
+kunnen wij gemakkelijk de ontwikkeling der intrige volgen; zoo gemakkelijk leert men het Maleisch. Het publiek is mild met
+zijn toejuichingen voor de min of meer onkiesche grappen van den eersten acteur. Dicht in onze buurt lacht de radja van Tambang,
+bij wien wij gisteren gelogeerd hebben, dat hem de tranen over de wangen vloeien, en neemt op den grooten stoel, waarop hij
+gehurkt zit, houdingen aan van een oestiti. De vorst van Goenong Sahilan, een nog zeer jonge man met een ziekelijk uiterlijk,
+kijkt met een begeerigen blik naar de blijken van een weelde, die hij ook spoedig zal leeren kennen, als zijn onderdanen de
+bewondering deelen, die hij gevoelt voor de administratie der Hollanders.
+
+</p>
+<p>Morgen vroeg verlaten wij Siak; de boot, die ons zal meenemen, is zoo juist gepasseerd, stroomopvarend naar Pekan Baroe. &#8217;t
+Is een chineesche stoomboot, de <i>Pekang</i>, akelig vuil. Wij zullen het er niet te best hebben; maar wij moeten wel besluiten, er toch maar gebruik van te maken, om
+niet nog weer vier dagen hier te blijven wachten.
+
+
+
+</p>
+<p class="alignright"><i>Penang</i>, 2 Juni.
+
+
+</p>
+<p>Nu loopt onze reis op het eind. Wij zijn gisteren te Penang aangekomen uit Olehleh, en wij zullen naar Singapore terugkeeren,
+om daar op de paketboot te gaan, die ons naar Frankrijk moet terugbrengen.
+
+</p>
+<p>Den 11den Mei zijn we uit Siak vertrokken, om tien uur &#8217;s morgens en we zijn allereerst naar Bengkalis gegaan. De rivier biedt
+tot aan haar monding denzelfden aanblik aan als boven Siak. Het woud blijft overal de oevers volgen in doodsche, sombere <span class="pagenum">[<a id="xd0e785" href="#xd0e785">154</a>]</span>rust, en &#8217;t bruine water golft en trilt bij het voorbijvaren van onze boot tot aan het zwaar gebladerte, dat zich spiegelt
+in het water, waar het door bespoeld wordt.
+
+</p>
+<p>Wij bespeuren intusschen hier en daar enkele vrij uitgestrekte ontgonnen gebieden; het zijn nieuw aangelegde aanplantingen
+van sagoboomen. Booten liggen aan de oevers gemeerd en langs lichte ladders worden ze bestegen. Kinderen schreeuwen en vermaken
+zich aan den waterkant, zonder zich om de kaaimannen te bekommeren, of zitten in hun primitief costuum op &#8217;t eind van de planken
+bruggen ons verwonderd aan te kijken.
+
+</p>
+<p>Wij hebben ons twee uren te Bengkalis opgehouden; de stad is gebouwd op de westkust van het eilandje en kijkt dus in de richting
+van het groote eiland. De chineesche wijk is nog al uitgestrekt, en enkele fraaie huizen toonen aan, dat de handel er nog
+belangrijk is. Het eiland ligt geheel in een wieg van groen. In het binnenland heeft men enkele aanplantingen van gutta-perchaboomen,
+en rondom de woningen staan langs den weg, dien wij volgen, reusachtige sagopalmen. Die zijn een kenmerk voor het eiland,
+en nergens hebben wij die palmen zulke afmetingen zien aannemen.
+
+</p>
+<p>Onze overtocht over de straat van Malakka is hoogst onaangenaam geweest. Wij hebben er een hevige bui gehad. Onze boot, die
+ingericht is voor &#8217;t varen op rivieren, meet slechts 90 ton, en den geheelen nacht wordt zij hevig geslingerd door de golven;
+zij helt onder den aanval van den wind onrustbarend over en richt zich met moeite weer op, zoodat men elk oogenblik bang moet
+zijn voor een kanteling. Er zijn geen hutten, en wij brengen den nacht op het dek door, terwijl beneden de Chineezen en Maleiers,
+opeengehoopt in de drie rijen boven elka&acirc;r gelegen kooien, den ellendigen strijd tegen zeeziekte voeren.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Wij nemen te Singapore de boot, die de oostkust van Sumatra bedient, en den 18den Mei om vijf uur &#8217;s morgens leggen we aan
+te Belawan, in de baai van Deli.
+
+</p>
+<p>De staten Serdang, Langkat en Deli hebben zich in de laatste dertig jaar buitengewoon snel ontwikkeld en hebben dien bloei
+alleen aan de tabakscultuur te danken. De plantages beslaan tegenwoordig meer dan 300 000 hectaren. Degenen, die het initiatief
+hebben genomen voor deze cultuur, waren Franschen, de gebroeders Guign&eacute;, zooals ook aan den overkant van de straat van Malakka
+Franschen in den staat Perak de eerste tinmijnen hebben ontdekt en ge&euml;xploiteerd. Het voorbeeld, door onze landgenooten gegeven,
+heeft bij ons geen navolgers gevonden; maar het heeft voor de Nederlanders als voorbeeld wonderen gedaan. Bijna alle ondernemingen
+behooren aan maatschappijen, die te Amsterdam gevestigd zijn, en waarvan &eacute;&eacute;n, de Delimaatschappij, reusachtige winsten heeft
+gemaakt. Het woud bedekte vroeger de geheele streek; het beslaat nog heel wat ruimte in de buurt der zee, waar de bodem te
+laag is, om in cultuur te worden gebracht. De aanlegplaatsen en entrep&ocirc;ts van Belawan zijn gebouwd aan den rechteroever van
+een breede rivier, welker oevers onder een dichten plantengroei verdwijnen.
+
+</p>
+<p>Achter de magazijnen staat het station van den spoorweg. Wij nemen den trein van negen uur en zijn om tien uur te Medan, hoofdstad
+van den staat Deli en zetel van de regeering van &#8217;t Gouvernement van Sumatra&#8217;s Oostkust.
+
+</p>
+<p>De stad gelijkt op alle andere, die wij reeds op Java en Sumatra hebben gezien. De huizen, bijna alle van hout, staan op ongeveer
+twee meter hooge massieve en gemetselde palen; de straten zijn breed, met mooie boomen beplant, en, wat iets bijzonders is
+in Indi&euml;, hebben electrisch licht. Maar zoo al de aanblik van buiten af dezelfde is als in die steden van luiheid en ledigheid,
+het voorkomen van de bewoners en de wijze van leven zijn totaal verschillend.
+
+</p>
+<p>In het h&ocirc;tel, dat het meest in trek is bij kolonisten en reizigers van allerlei nationaliteiten, heeft men engelsche gewoonten
+aangenomen. Geen &#8220;rijsttafel&#8221;, geen lange si&euml;sta&#8217;s na den middag; de Europeanen zijn altijd bezig, verteerd van ijver; de
+energieke gezichten zijn verbrand van de zon, de koortsig haastige bewegingen wijzen op een leven vol ambitie. Hier niets
+van de zachte traagheid, de vreedzame kalmte der kleurlingen van Batavia. Op enkele terreinen ziet men tennis spelen, en groote
+velden vereenigen des avonds bij lamplicht de jongelui, die zich in &#8217;t voetbalspel oefenen. In de straten ontmoet men inboorlingen
+uit aller heeren landen, Maleiers, Javanen, Chineezen, Tamilen, Bengalen, allen druk bezig, lasten dragend of zware wagens
+geleidend.
+
+</p>
+<p>Het stelsel, waarnaar men hier te werk gaat bij het exploiteeren en kolonizeeren van provincies, die armoedig en verlaten
+waren, is niet hetzelfde als dat, waarvan ik op Java de uitwerking heb kunnen gadeslaan. Op Java maakten de dichtheid der
+bevolking en de snelle toeneming bijzondere maatregelen noodig. Na de treurige periode der gedwongen cultures hebben de Hollanders
+onder den edelmoedigen invloed van de liberale partij v&oacute;&oacute;r alle dingen den inboorlingen zijn eigendom willen waarborgen en
+zijn bestaan willen verzekeren, door ook voor toekomstige geslachten grond beschikbaar te houden, waar de nieuwe dorpen later
+kunnen worden gebouwd. De rijstcultuur is op Java, als in het uiterste Oosten overal, de hoofdcultuur, en men heeft die niet
+willen bemoeilijken, noch tusschen den grond, die het kostbaar graangewas voortbrengt, en den inboorling, die oogst en eet,
+een parasietisch tusschenpersoon plaatsen.
+
+</p>
+<p>Het systeem der vrije concessies, in onze koloni&euml;n zoo algemeen verspreid, bestaat nergens in Nederlandsch-Indi&euml;. De Europeanen
+kunnen alleen gronden in huur krijgen, en die gronden worden alleen verstrekt in erfpacht voor ten hoogste 75 jaren. Er zijn
+buitendien nog op Java belangrijke restricties in het stelsel aan te wijzen; zoo bijvoorbeeld, dat alle landen in de vlakte
+en alle, die zich uitstrekken langs de zachte hellingen der bergen, alle, die onder water gezet kunnen worden, in &eacute;&eacute;n woord
+alle, waarop rijst kan worden verbouwd, voor Javanen beschikbaar blijven en nooit door een Europeaan bezet kunnen worden.
+De kolonist kan alleen een <span class="pagenum">[<a id="xd0e809" href="#xd0e809">155</a>]</span>concessie krijgen voor de hooggelegen landen, de met bosch begroeide bergen en kloven, de districten, waar de maagdelijke
+bodem geschikt is voor de ontwikkeling van speciale gewassen, als de koffie-<span class="corr" id="xd0e811" title="Niet in bron">,</span> de thee- en de kinaplant.
+
+</p>
+<p>Toch zijn er culturen, die enkel in het laagland kunnen worden ondernomen, en die de Javaan alleen niet in staat zou zijn,
+op rationeele wijze te bebouwen, die van suikerriet bij voorbeeld en van tabak en indigo. De Hollanders hebben dit probleem
+op zeer vindingrijke en besliste wijze opgelost, zonder van hun beginselen iets te laten varen en zonder de belangen der inlanders
+te schaden, noch afbreuk te doen aan die der Europeanen. De kolonisten sluiten overeenkomsten met de javaansche eigenaars,
+die beloven om gedurende &eacute;&eacute;n of meer seizoenen suikerriet of tabak te verbouwen onder toezicht van den industri&euml;el, die het
+geoogste product in zijn fabriek verwerkt. Gewoonlijk ontvangt de Javaan een vaste som, die de huur voor zijn gronden voorstelt
+en verkoopt zijn oogst aan den hollandschen planter tegen een vastgesteld tarief, dat bij contract geregeld wordt. Het is
+dan een soort van commanditaire vennootschap, en het stelsel biedt het voordeel, dat het tegelijk den inboorling iets leert
+en hem behoedt voor verarming.
+
+</p>
+<p>In die omstandigheden heeft de Europeaan, zooals men ziet, zich niet te bekommeren om de ontginning van den maagdelijken grond,
+noch om de indienstneming van arbeiders. Het is echter niet overal op Java aldus. Bij de boschexploitatie bij voorbeeld, moet
+men arbeiders in daghuur nemen, en in streken, waar een dichte bevolking woont, kan daar nooit moeilijkheid mee komen, op
+voorwaarde dat de werklieden goed worden behandeld en behoorlijk worden betaald. Ik heb bij Blora groote djatibosschen gezien,
+die teakhout leveren, waar de koelies allen Chineezen waren, die zonder moeite te Semarang waren te krijgen.
+
+</p>
+<p>Op Deli zouden de planters veel ernstiger bezwaren ontmoeten, en zij hebben die kunnen overwinnen door hun bewonderenswaardige
+volharding, een associatiegeest, dien men bij ons ver moet zoeken, en door de macht van het geld. De bodem was er van den
+voet der bergen tot de zee bedekt met moerassige bosschen; hij is bijna overal drooggelegd en in cultuur gebracht. Reusachtige
+concessies zijn uitgegeven; de sultans van Deli, Langkat en Serdang, hebben de gronden verhuurd tegen een eerste storting
+van 4 &agrave; 5 dollars de bouw en een jaarlijksche pacht van 1 dollar. De regeering bemoeide zich met niets dan met het innen der
+belasting en de rechtsspraak en liet verder alles over aan het particulier initiatief. Dat laatste heeft er alles in het leven
+geroepen, wegen, bruggen, aanlegplaatsen en de nog niet voltooide haven van Belawan, den spoorwegen de stad zelve, die gebouwd
+is op moerassige terreinen, nu ontgonnen en drooggelegd.
+
+</p>
+<p>De maleische bevolking, die er dun gezaaid was en daarenboven lui was van aard, weigerde te werken. Er is niet aan gedacht,
+haar daartoe te noodzaken, zooals in zooveel andere koloni&euml;n gebeurt; niemand heeft de <span class="corr" id="xd0e822" title="Bron: invoerring">invoering</span> van een vermomde slavernij voorgesteld; geen heeft de roeping gevoeld, als moralist op te treden en den inboorling te verbeteren,
+door hem te zetten aan een werk, waarvan de Europeaan de vruchten zou hebben geplukt; omdat er geen arbeiders waren, heeft
+men ze ingevoerd. De planters hebben zich vereenigd, riepen een bureau van emigratie in het leven en huren nu de koelies in
+Swatow en in Canton. Vroeger sloten zij daar contracten door tusschenkomst van europeesche agenten, die in genoemde havensteden
+woonden; nu zenden zij zelf naar China mandoers, vroegere chineesche bedienden, die zich op beter voorwaarden met de recruteering
+belasten.
+
+</p>
+<p>De koelies worden bij hun aankomst ingeschreven op de hoofdplaats; hun signalement wordt genoteerd, en de administratie verschaft
+hun een pas. Eerst worden zij voorloopig gehuisvest in loodsen en later over de plantages verdeeld. Zij teekenen een contract
+voor den tijd van drie jaren in het bijzijn van den resident of controleur en den chineeschen kapitein. Zij hebben bij &#8217;t
+vertrek uit China enkele dollars handgeld ontvangen; de planters geven hun nog 15 of 20 gulden en reiken kleederen en gereedschap
+uit. De werver ontvangt van zijn kant een premie van 12 &agrave; 15 dollars per koelie. Neemt men daarbij de kosten van vervoer in
+aanmerking, dan komt elke chineesche arbeider aldus op 75 dollars. Men sluit zonder moeite zulke contracten af, en de meeste
+arbeiders blijven op Sumatra en hernieuwen hun verbintenis. Er zijn in dit vrije land geen heeren en slaven, er zijn patroons
+en arbeiders.
+
+</p>
+<p>De secretaris-generaal van de Delimaatschappij, de heer de C., heeft ons alle inlichtingen gegeven, die wij hem hebben gevraagd
+en heeft ons rondgeleid met onuitputtelijke welwillendheid. Wij hebben de magazijnen met hem bezocht en &#8217;t hospitaal en ook
+het huis voor de koelies die aan ongeneeslijke ziekten lijden, en daarna hebben wij een wandeling over een tabaksplantage
+gemaakt.
+
+</p>
+<p>Het goed heette Helvetia. Het ligt op den oever der Delirivier en beslaat een oppervlakte van 6000 bouws, dus van 6000 maal
+7091 M<sup>2</sup>. Aan het hoofd staat een administrateur, die zes europeesche ambtenaren onder zich gesteld ziet. Het terrein is in tien perceelen
+verdeeld, en jaarlijks wordt &eacute;&eacute;n dier perceelen in cultuur gebracht; de andere worden aan hun lot overgelaten en worden weer
+gebruikt, als ze aan de beurt zijn. Op enkele stukken wordt djati geplant, die na vijf of zes jaar mooie boompjes levert voor
+den bouw der droogschuren. Een weg doorsnijdt de plantage en loopt door alle perceelen. Elk daarvan is in secties verdeeld,
+die onder het toezicht van de Europeanen staan.
+
+</p>
+<p>Men begint eerst met het bosch te kappen &eacute;&eacute;n jaar te voren; dan bewerkt men den grond met den stoomploeg en keert de kluiten
+tweemaal met de spade. Het zoo voorbereide terrein wordt door diepe geulen verdeeld, voor den afvoer van het water en voor
+een splitsing in stukken van ongeveer 1 bouw. Elk deel wordt aan een Chinees toegewezen, die het zaad ontvangt, het laat uitzaaien,
+toezicht houdt op de kweekbedden, op het uitplanten en de verzorging, om na zeventig dagen te laten oogsten, blad voor blad,
+en de administrateur koopt de opbrengst <span class="pagenum">[<a id="xd0e836" href="#xd0e836">156</a>]</span>tegen tarieven, die in het arbeidscontract zijn opgenomen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 432px"><img border="0" src="images/p1904-156.jpg" alt="Verkenningspatrouille in Atjeh, een rivier doorwadend." width="432" height="586"><p class="figureHead">Verkenningspatrouille in Atjeh, een rivier doorwadend.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De huizen der opzichters en die der koelies worden elke twee jaren afgebroken en elders weer opgebouwd. Zij liggen altijd
+op de grens van twee perceelen, die na elkander in bewerking moeten worden genomen. De loodsen of droogschuren zijn vervaardigd
+van hout en bamboe en zijn met riet gedekt. Men gebruikt bij het bouwen gewoonlijk &ograve;f Bataks &ograve;f inboorlingen van Borneo uit
+de buurt van Banjermasin. Javanen moeten in &#8217;t bijzonder voor het draineeringswerk zorgen; Klings of Klingaleezen, dat zijn
+Tamilen van de kust van Malabar, rijden de wagens en verzorgen de trekossen, die in Siam of Birma worden gekocht.
+
+</p>
+<p>Na den oogst worden alle koelies sa&acirc;mgeroepen naar het midden der plantage, waar zich het groote gebouw bevindt, van hout
+en steen opgetrokken en wel 150 M. lang en met plaatijzeren dak, waar de tabak behandeld wordt. De koelieverblijven zijn afzonderlijke
+gebouwen, waar de menschen naar ras en godsdienst bijeengevoegd zijn. De Chineezen wonen in ruime barakken in groepen van
+dertig &agrave; vijf-en-dertig, onder toezicht van een mandoer, geboortig uit dezelfde provincie, die 1/30 of 1/35 van hun totaal
+salaris ontvangt. Elke Chinees beschikt over ongeveer 8 vierkante meters en kan zich daar zelf van licht materiaal, als hout
+en bamboe, dat te zijner beschikking wordt gesteld, een afgesloten ruimte timmeren. Achter de woningen liggen de keukens,
+de putten en de badvijvers, tenzij de rivier onmiddellijk in de buurt is. De hoofdopzichter der Chineezen woont bij hen in
+een eigen paviljoen en ontvangt 1/30 van alle salarissen. Er zijn op de plantage enkele pagoden, &eacute;&eacute;n of meer, naar het aantal
+Chineezen, en de administratie zorgt ervoor, die uitstekend te onderhouden.
+
+</p>
+<p>De plantage, die wij bezoeken, geeft werk aan ongeveer 550 Chineezen, 200 Javanen, 30 Klingaleezen; de grond brengt gemiddeld
+12 pikols tabak per bouw, dat is ongeveer 1000 K.G. per hectare, en de prijs daalt nooit onder 100 gulden per pikol of 1.75
+franc per pond.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Wij hebben eenige dagen doorgebracht in de omstreken van Medan, en we hebben verschillende; plantages bezocht, die in ongelijke
+omstandigheden verkeerden, maar welker algemeene organisatie bijna overal dezelfde is. Een dier ondernemingen, nog van jongen
+datum, ligt te Koeala Bingei. De dit jaar beplante secties zijn pas op het bosch veroverd. Overal zien wij verkoolde stammen;
+er zijn ook veel boomen geveld en de Chineezen zijn ijverig in de weer, er de wortels van op te ruimen en de resten te verbranden.
+Aan den overkant van den weg, waarlangs mijn gastheer mij per automobiel een ritje laat maken, is nog het maagdelijk woud
+onaangetast. De leemhoudende grond staat onder water; het is een moeras, waar de rivier in tijden van hoogen waterstand zich
+in ontlast; maar reeds zijn er afvoerkanalen gegraven. Het afvloeiende water is zwart of rood en sterk tanninehoudend. Langzamerhand
+zal, als de regens den grond hebben uitgewasschen, het water helderder worden. Weldra zal dan het drooggelegde moeras geschikt
+zijn als bouwgrond; het dichte woud zal verdwijnen, en nieuwe velden zullen op de overblijfselen zich uitbreiden.
+
+</p>
+<p>Te Koeala Besilan, waarheen wij ons vervolgens hebben begeven, is de administrateur, de heer Cosnac, een Franschman; hij ontvangt
+ons met open armen. Twee andere landgenooten van ons wonen in de buurt, en wij brengen in hun gezelschap twee prettige dagen
+door. Ze zijn vol werklust en energie. Zij rekenen alleen op eigen kracht en vragen niets van het bestuur, en mijn eenige
+ergernis is, dat dergelijke kolonisten op deze wijze aan onze eigen bezittingen ontrouw worden.
+
+</p>
+<p>Dit geheele gedeelte van Sumatra geeft ons aldus een merkwaardig voorbeeld van een woest en zoo goed als verlaten oord, door
+menschelijke werkzaamheid binnen het vierde van een eeuw veranderd in een grooten tuin, zonder een van die heftigheden of
+misbruiken, die op koloniale ondernemingen vaak een zwarte vlek werpen. Wij zullen in de aangrenzende provincies een geheel
+tegenovergestelden toestand vinden, een oorlog, die nu al 27 jaren met onverbiddelijke strengheid gevoerd wordt tegen het
+rijk van Atjeh.
+
+</p>
+<p>Reeds herhaalde malen zijn wij bij vorige reizen langs deze gevaarlijke kust gevaren; dezen keer zullen wij in het land binnendringen.
+Wij hebben vergunning gevraagd, om te Segli aan wal te gaan op de oostkust en over land Kota Radja en Olehleh te bereiken.
+Een klein adviesjacht haalt ons 26 Mei af en zet ons den volgenden morgen om tien uur aan wal bij den post te Segli.
+
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e859" href="#xd0e859">157</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-157-1.jpg" alt="Versterkt atjehsch dorp." width="720" height="416"><p class="figureHead">Versterkt atjehsch dorp.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het koninkrijk Atjeh heeft oudtijds &#8217;t Oosten met zijn glorie vervuld. In de 17de eeuw verjoeg sultan Ibrahim, veroveraar
+van Pasei en van Pedir, de Portugeezen uit Sumatra en bracht den krijg over naar hun bezittingen op Malakka. In de tijdruimte
+van veertig jaar bombardeerden de atjehsche vloten vijfmaal de stad Malakka. In 1739 namen zij in de haven zeven portugeesche
+schepen, en de sultan zond als een bespotting de matrozen en de soldaten van de bemanning terug met afgesneden neuzen en ooren.
+Engeland en Frankrijk zonden toen gezantschappen naar Iskender Moeda, den nieuwen Alexander. Admiraal de Beaulieu heeft de
+pracht van het paleis, waar hij ontvangen werd, beschreven en de reusachtige citadel, welker omtrek meer dan een halve mijl
+groot was. Ook troffen hem de fabelachtige schatten van den sultan, de danseressen, behangen met edelgesteenten, de geweldige
+artillerie en cavalerie, de tweehonderd strijdolifanten en de driehonderd goudsmeden, die onafgebroken bezig waren, onschatbare
+gesteenten voor den vorst te ciseleeren. In het midden van die eeuw waren de atjehsche zeelieden de stoutmoedigste zeeroovers,
+die ooit de zee&euml;n onveilig hebben gemaakt. Lang weifelden de Hollanders eer zij een oorlog begonnen, waarvan zij zich de
+moeilijkheden en bezwaren niet ontveinsden. Herhaaldelijk zonden zij naar Kota Radja gezantschappen, die door den sultan met
+beleedigende hoogheid werden ontvangen. Jaar op jaar werden handelsvaartuigen aangevallen en uitgeplunderd. In 1873 moest
+men den weg van vrede en overreding verlaten; de oorlog werd den 26sten Maart verklaard.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-157-2.jpg" alt="Een peloton cavallerie in Atjeh." width="720" height="414"><p class="figureHead">Een peloton cavallerie in Atjeh.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De eerste expeditie was niet gelukkig. De Nederlandsche troepen bestonden slechts uit vier bataljons en &eacute;&eacute;n batterij. Zij
+landden op 6 April te Kota Tjermin ten noorden van Olehleh, nauwelijks 3&frac12; KM. van Kota Radja verwijderd. Het terrein, door
+smalle, moerassige wegen doorsneden, lag vol dorpen, die beschermd werden door hooge heiningen van toegespitst bamboe. Den
+10den stieten de Hollanders na een reeks bloedige gevechten op de versterkingen rondom de groote moskee en maakten zich er
+van meester. Toen ze genoodzaakt werden die te ontruimen, kwamen ze den 12den terug en drongen er opnieuw binnen, maar de
+hoofdbevelhebber, generaal K&ouml;hler, werd gedood, en den 17den April namen de Hollanders den terugtocht aan en scheepten zich
+weer <span class="pagenum">[<a id="xd0e874" href="#xd0e874">158</a>]</span>in, nadat ze te vergeefs beproefd hadden, den omtrek van den Kraton, de citadel, te verkennen.
+
+</p>
+<p>Den 7den December daaraanvolgende ging een geheele divisie, van 7000 man ongeveer, aan land op het Atjehsche kustgebied, niet
+ver van de monding der Atjehrivier. Er waren 45 dagen noodig voor de verovering van het terrein, dat zich tot den kraton uitstrekte.
+Men trok als blinden voort over den met hindernissen overdekten grond, met hoog gras of suikerrietvelden begroeid. Den 26sten
+December ontstaat er een verwoed gevecht. Het middelpunt der stelling, waartegen de Hollanders hardnekkig vochten, was een
+hooge verschansing, waarvan men den top flauw tusschen het struikgewas kon onderscheiden. Het bleek echter, dat de rivier
+er den voet van bespoelde en de sterkte scheidde van de aanvallers, op wie een vernietigend vuur werd gericht.
+
+</p>
+<p>Tot op den laatsten dag was men niet zeker van de juiste ligging der versterking. De verkenningen, die werden gedaan, leidden
+er slechts toe, dat de uitgezonden manschappen in het dichtste kreupelhout plotseling besprongen werden door wilden met kris
+en klewang. Als woeste dwepers sloegen ze op de soldaten, en lagen ze geveld ter aarde, dan nog waren hun laatste stuiptrekkingen
+van bedreigingen vergezeld.
+
+</p>
+<p>Generaal van Swieten had getracht, onderhandelingen met den sultan aan te knoopen. Een Javaan, Mas Soemo Wikidjo, offerde
+zich op, door zich met het overbrengen van een brief te belasten. Afschuwelijk gemarteld, werd hij begraven, v&oacute;&oacute;r hij nog
+geheel dood was; met bovenmenschelijke inspanning werkte hij zich los uit zijn graf en sleepte zich naar de hollandsche linie,
+waar hij, bij de voorhoede aangekomen, den geest gaf.
+
+</p>
+<p>Toen eenmaal de citadel vermeesterd was, dacht men den oorlog ten einde. De sultan was aan de cholera gestorven, zonder een
+erfgenaam na te laten. Generaal van Swieten geloofde, dat het verzet in &#8217;t vervolg geen aanvoerders zou kunnen vinden. Hij
+lokte de terugroeping van een groot deel der troepen uit. Zijn opvolger, kolonel Pel, behield slechts 3000 man. De verovering
+van Kota Radja had aan de Hollanders gekost acht-en-twintig officieren en <span class="corr" id="xd0e884" title="Bron: duizendvier-en-twintig">duizend vier-en-twintig</span> soldaten, die gedood waren of gestorven aan hun wonden.
+
+</p>
+<p>De weinige troepen, in den kraton achtergebleven, werden er weldra belegerd. De Hollanders hadden gehoopt, slechts een hoogmoedig
+vorst te moeten vernederen; zij vonden tegenover zich een wanhopig, tot het uiterste gedreven volk, dat hartstochtelijk op
+zijn vrijheid was gesteld. E&eacute;n man, Panglima Polem, was de ziel van het verzet, maar de organisatie bij de Atjehers was toch
+z&oacute;&oacute;, dat zijn verdwijning niets aan de zaak zou hebben veranderd. Het land is in provincies of sagi&#8217;s verdeeld, door een panglima
+bestuurd, en deze provincies worden op hun beurt door districten gevormd, die genoemd worden naar het aantal dorpen of moekims,
+waaruit ze bestaan. De districtshoofden hebben over hun onderdanen en hun vazallen een onbeperkt gezag, en men zou met elk
+van hen afzonderlijk hebben moeten onderhandelen.
+
+</p>
+<p>Weldra verrezen er in de omstreken van Kota Radja een menigte bentings of forten, en de gemeenschap met de kust werd nog voortdurend
+bedreigd. Elken dag hoorde men van nieuwe gevechten; nauwelijks had men een taak ten einde gebracht en een nieuwe versterking
+doen verrijzen, of een eind verder moest weer worden opgetreden, zoodat het terrein voet voor voet moest worden veroverd.
+In Juni 1875, achttien maanden na den val van den kraton, besloeg het door de Hollanders bezette grondgebied nauwelijks een
+dertigtal vierkante kilometers, en de troepen hadden er, om zich te verdedigen, acht-en-dertig posten moeten vestigen. De
+vijandelijkheden duurden voort, en de oorlog had een karakter, van zoo groote verbittering blijk gevend, dat er voortaan geen
+overleg tusschen beide volken mogelijk was, en de breuk onherstelbaar moest heeten.
+
+</p>
+<p>Tegen het midden <span class="corr" id="xd0e893" title="Bron: ven">van</span> 1877 gelukte het generaal Pel, eindelijk een serie posten in &#8217;t leven te roepen en die onderling te verbinden, zoodat er
+rondom Kota Radja tot aan de zee een beschermende gordel van versterkingen ontstond. In dien kring, waarvan de grootste middellijn
+niet langer was dan tien kilometer, zijn de Hollanders gedurende twintig jaren opgesloten moeten blijven.
+
+</p>
+<p>Sedert eenige jaren zijn nu echter de troepen versterkt, en onder hun energieken leider, den opperbevelhebber generaal Van
+Heutsz, is de verovering van het dal der Atjehrivier voltooid. Tegenwoordig leidt een spoorweg naar Selimoen op 40 K.M. afstands
+van de zee. Een andere, beginnend bij Segli, loopt naar het binnenland voort tot Padang Tidji, en een derde lijn loopt langs
+de kust en moet later op Medan aansluiten.
+
+</p>
+<p>Toch is de pacificatie van Atjeh nog ver van volledig. Met moeite gelukt het, de orde te handhaven in een beperkt gebied rondom
+enkele dorpen, als Telok Semaweh, Edi, Melaboe. Het onmetelijke grondgebied van &#8217;t rijk Atjeh, dat een vierde van het eiland
+Sumatra beslaat, is eigenlijk nog voor &#8217;t grootste gedeelte onbekend. Over een lengte van 500 K.M. is alles woest buiten een
+smalle strook lands langs de zee en de straat van Malakka. De kaarten vertoonen slechts enkele hooge toppen, die van de kust
+af te zien zijn op grooten afstand, en in de geheimzinnige valleien, die naar het binnenland voortloopen, zullen de opstandelingen
+nog langen tijd een veilige schuilplaats vinden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Wij zijn slechts twee uren te Segli gebleven, en we zijn per spoor naar Padang Tidji vertrokken. Wij reizen met een detachement,
+dat van een verkenningstocht terugkeert. De officieren en ook de dokter dragen allen een ontbloote sabel in de hand, want
+in dezen oorlog van hinderlagen is elke ontmoeting een gevecht, dat beslist moet worden in een strijd van man tegen man. Hoewel
+de Atjehers met geweren gewapend zijn, houden ze zich graag aan de tactiek, die hun vroeger zoo dikwijls de overwinning bezorgde.
+Zij werpen zich na een eersten aanval verwoed op den vijand, en als die laatste een geoefend krijger is, met goede geweren
+gewapend, is zulk een methode vernietigend voor wie er zich van bedienen. In dit land met zijn vele bezwaren, met dicht struikgewas
+begroeid, zoo geschikt voor hinderlagen, zou een voorzichtige <span class="pagenum">[<a id="xd0e904" href="#xd0e904">159</a>]</span>vijand, zooals bij voorbeeld de vroegere zeeroovers uit Boven Tonkin, aan de Hollanders spoedig onherstelbare verliezen toebrengen.
+
+</p>
+<p>Padang Tidji is een voorloopige post op de plek, waar vroeger Panglima Polem woonde. Men ziet nog midden in het kamp de graven
+van de voorvaderen van dezen heftigen Europeanenvijand. Het garnizoen bestaat gewoonlijk uit &eacute;&eacute;n bataljon; maar op dit oogenblik
+zijn drie compagnie&euml;n op verkenning uit. De inrichting is dood eenvoudig. Enkele simpele hutten staan regelmatig in een vierkant
+met zijden van 150 M. lang en zijn omgeven door een palissade met prikkeldraad. Daar de meeste soldaten getrouwd zijn, vindt
+men op dit oogenblik in den post ongeveer 150 mannen en 470 vrouwen of kinderen, wat wel een origineel verschijnsel mag heeten.
+
+</p>
+<p>Er wordt ons verteld, dat een troep van tweehonderd Atjehers den weg naar Selimoen dien morgen is overgetrokken.
+
+</p>
+<p>Een detachement infanterie en een <span class="corr" id="xd0e912" title="Bron: peleton">peloton</span> cavalerie zijn hun te gemoet getrokken. Om drie uur keeren de ruiters terug; de Atjehers hebben zich, zonder tegenstand te
+bieden, teruggetrokken, na eenige schoten te hebben gelost. Twee gevangenen, wier handen gebonden zijn aan het zadel van een
+paard, loopen in trotsche houding, met kalm, uitdagend gezicht. Men schrijft aan de Atjehers graag allerlei ondeugden toe;
+men zegt dat ze liegen en spelen, dronkaards en luilakken zijn; maar het zijn stellig en zeker dappere kerels.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen vertrekken wij om zeven uur te paard naar Selimoen onder het geleide van een peloton cavalerie. De tocht
+is nog al lang, ongeveer 42 K.M. Wij hebben in &#8217;t geheel geen berichten uit Selimoen, want de telegraaflijn is in het ongereede.
+Zulke ongevallen komen dikwijls voor. Niet alleen werpen de Atjehers de palen soms omver; maar de olifanten, die hier nog
+al talrijk zijn, maken zich er ook aan schuldig. De luitenant, die bij ons was, vertelt, dat hij nooit dien weg aflegt, zonder
+zulk een tweebeenigen of vierbeenigen, hardnekkigen vijand van de telegraaf te ontmoeten. Dezen keer echter gingen wij door
+een verlaten streek, waar niets eenige afwisseling bood, en tot zijn groote spijt kon de luitenant ons geen staaltje laten
+zien van het werken der hollandsche cavalerie.
+
+</p>
+<p>Van Padang Tidji af loopt de weg in rechte lijn door de vlakte, drie kilometers ver. Hij volgt dan een langen, kronkelenden
+bergkam, en wij dalen en stijgen bij afwisseling over een steenachtigen grond, met hoog gras bedekt. Rechts en links is het
+terrein ontboscht, en laat een vrij uitzicht toe. Alleen in de diepte der kloven is een mooie plantengroei te zien, en wij
+houden dikwijls stil onder hooge boomen, waar de paarden zich aan een riviertje kunnen laven. Rechts verrijst een alleenstaande
+piek, links een keten van blauwe bergen en boven stort zich, schitterend in de zon, een groote waterval neer in de bosschen.
+Het is buitengewoon warm; de kale hellingen zenden ons de zonnestralen terug; maar de luitenant schijnt er weinig last van
+te hebben. De paarden zijn vermoeid, en wij moeten den gang wat inhouden. Het land is geheel verlaten; de Atjehers zijn totaal
+verdwenen, naar het schijnt. Zij verschijnen, hoor ik, alleen nog op dezen weg, om de gemeenschap tusschen Kota Radja en Segli
+te bemoeilijken. Men ziet geen spoor van eenige cultuur; al lang moet ieder dorp hier verdwenen zijn; er zijn geen levensmiddelen
+te krijgen in dit verlaten oord.
+
+</p>
+<p>Tegen half &eacute;&eacute;n houden wij stil bij een gehuchtje, nadat we door een breede rivier hebben moeten waden. Er is geen mensch te
+zien in de huizen. Een paar vrouwen op den weg zien ons vijandig aan en verwaardigen zich niet, te antwoorden op de vragen,
+die haar worden gedaan. Een inlandsch soldaat klimt in een kokospalm en doet een regen van noten vallen, zoodat wij onzen
+dorst kunnen lesschen. Een uur later zijn we, doornat van zweet, te Selimoen.
+
+</p>
+<p>Deze post ligt uitstekend, hoog aan den oever der rivier. De gebouwen zijn van steen opgetrokken en zijn ruim en geriefelijk.
+Het garnizoen bestond verleden jaar uit een bataljon infanterie, een sectie artillerie, en een peloton cavalerie; dit jaar
+bepaalt het zich tot een divisie marechaussee. Dat is een bijzonder corps, gerecruteerd uit de inlandsche soldaten, die zich
+onderscheiden hebben door hun dapperheid, hun kracht, hun weerstandsvermogen tegen vermoeienis en hun behendigheid in het
+schieten. Elke divisie staat onder het bevel van een kapitein en omvat twaalf brigades. Elke brigade wordt gevormd door een
+europeeschen en een inlandschen onderofficier, een korporaal en zeventien man. Een luitenant heeft vier brigades onder zijn
+bevel. De mannen zijn gewapend met een karabijn en een korte sabel. Hun oorlogskreet, die bij de Atjehers zeer gevreesd is,
+luidt: &#8221;<i>Potong kapala!</i>&#8221; (De hoofden af!) Die divisies vormen speciale troepen, bestand tegen lange marschen, gewend aan den hinderlagenoorlog, zooals
+die hier gevoerd wordt; zij bestaan nog niet lang, maar bewijzen uitstekende diensten.
+
+</p>
+<p>Ze zijn onafgebroken op marsch en beschermen doeltreffend de streken, waar ze werkzaam zijn, tegen invallen van den bij uitstek
+mobielen vijand, maar dien zij in bewegelijkheid op zijde streven.
+
+</p>
+<p>Om half drie hebben wij den trein naar Kota Radja genomen. De spoorweg is door de genie gebouwd en volgt voortdurend den linkeroever
+der rivier. Het vrij breede dal wordt begrensd door bergen, welker eerste hellingen ontboscht zijn. De zeer talrijke dorpen
+liggen in het groen verscholen, te midden van palmen en bamboeboschjes, en de rijstvelden, die ze van elka&acirc;r scheiden, zijn
+op die wijs omgeven door levende, ondoordringbare hagen. De troepen, die zich vroeger in die doorgangen waagden, kregen een
+geweervuur op korten afstand van een onzichtbaren vijand, weggedoken in &#8217;t moeras en beproefden te vergeefs, aanvallend op
+te treden. Bij het dorp Lambaroe en het rijstveld van Kajoe Leh werd een detachement van zestig man overvallen en geheel vernietigd,
+en de luitenant, die het bevel voerde, hoewel maar licht gewond, kwam te vallen en verdronk in het slijkerige water. Op dit
+oogenblik geniet de Atjehvallei een bijna volkomen rust. Toch zijn er nog wel schermutselingen, en wij zien te Indrapoera
+een brigade marechaussee, die uit den trein stapt en zich vlug op weg begeeft, om dezen nacht in &#8217;t bergland te patrouilleeren.
+<span class="pagenum">[<a id="xd0e930" href="#xd0e930">160</a>]</span></p>
+<p>Wij betreden te Lambaroe de ruimte, waar zoo langen tijd de hollandsche troepen opgesloten moesten blijven. De post Lambaroe,
+omgeven door een hooge, ijzeren palissade, wordt met de naburige posten verbonden door een spoorweg, die rondom Kota Radja
+den boog van een cirkel beschrijft en uitkomt aan de zee, aan den eenen kant te Lamtih, aan den anderen te Pakang Kroen Tjoet.
+Op die lijn waren veertien posten gevestigd, en andere spoorwegen, als stralen er van uitgaande, sloten zich bij de hoofdlijn
+aan.
+
+</p>
+<p>Aan de stations langs de lijn zien we slechts een klein aantal inboorlingen. Het zijn vooral vrouwen; de mannen, die onverzoenlijker
+zijn, vertoonen zich bijna niet, en halfnaakte kinderen schelden de reizigers uit en voeren met gebalde vuisten woeste, dreigende
+dansen uit. Al is er dan rust, een echte pacificatie kan men dit niet noemen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-160-1.jpg" alt="Een laan te Kota Radja." width="694" height="462"><p class="figureHead">Een laan te Kota Radja.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zijn slechts twee dagen te Kota Radja gebleven. Het is een uitsluitend militaire stad, aan beide oevers der rivier gebouwd,
+rondom den ouden kraton. Het is er verstikkend warm, en niets houdt er ons terug. Niet hier is het interessante leven van
+Atjeh te zien. Men zou de posten moeten kunnen bezoeken, het leven leeren kennen van de troepen, binnen in het onbekende land
+doordringen, en dat alles is ons verboden. Een boot, de <i>Maha</i>, vertrekt van Olehleh den 30sten Mei en wij nemen daarop passage. Wij vertrekken van Kota Radja om vijf uur &#8217;s avonds. Een
+zeeofficier, dien wij bij aankomst in de haven ontmoeten, noodt ons zeer vriendelijk, met hem te dineeren. Zoo is onze laatste
+herinnering aan Sumatra er een van gastvrijheid.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1904-160-2.jpg" alt="Een groep Atjehers." width="720" height="414"><p class="figureHead">Een groep <span class="corr" id="xd0e949" title="Bron: Atjineezen">Atjehers</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zijn na den maaltijd aan boord gegaan. In de haven, die volkomen open is, schommelt onze boot op de golven. Wij varen
+langs de kust en langs &#8217;t eiland Poeloe Weh, zien op de steile, met bosch bedekte hellingen, die de kleine Sabangbaai beschermen,
+waar men op het kleine eilandje een kolenstation heeft gevestigd. Achter ons blinkt melancholiek de vuurtoren en blijft lang
+zichtbaar. De maan, pas opgekomen, beschijnt de trage golven, die zachtjes deinen op en neer. De hooge bergen staan scherp
+geteekend tegen den helderen hemel. Daar stijgen fijne nevels omhoog; de horizon schijnt te wijken, en het wonderland, waar
+ik zonder twijfel nooit meer den voet zal zetten, verdwijnt langzaam uit ons oog.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1904-160.gif" alt="Ornament." width="300" height="16"></div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ol class="lsoff">
+<li>2009-01-13 Begonnen.
+
+</li>
+</ol>
+<h3>Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e170">20</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e309">27</a></td>
+<td width="40%">onverschill&iuml;g</td>
+<td width="40%">onverschillig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e455">139</a></td>
+<td width="40%">rose</td>
+<td width="40%">roze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e532">143</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e600">146</a></td>
+<td width="40%">Bengkimang</td>
+<td width="40%">Bengkinang</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e607">146</a></td>
+<td width="40%">haddden</td>
+<td width="40%">hadden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e614">146</a></td>
+<td width="40%">Benkinang</td>
+<td width="40%">Bengkinang</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e634">147</a></td>
+<td width="40%">&#8217;smorgens</td>
+<td width="40%">&#8217;s morgens</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e696">150</a></td>
+<td width="40%">barsten</td>
+<td width="40%">barstten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e716">151</a></td>
+<td width="40%">etape</td>
+<td width="40%">etappe</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e767">153</a></td>
+<td width="40%">zigeunner-r&eacute;pertoire</td>
+<td width="40%">zigeuner-r&eacute;pertoire</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e811">155</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e822">155</a></td>
+<td width="40%">invoerring</td>
+<td width="40%">invoering</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e884">158</a></td>
+<td width="40%">duizendvier-en-twintig</td>
+<td width="40%">duizend vier-en-twintig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e893">158</a></td>
+<td width="40%">ven</td>
+<td width="40%">van</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e912">159</a></td>
+<td width="40%">peleton</td>
+<td width="40%">peloton</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e949">160</a></td>
+<td width="40%">Atjineezen</td>
+<td width="40%">Atjehers</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Van Batavia naar Atjeh, dwars door
+Sumatra, by F. Bernard
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN BATAVIA NAAR ATJEH ***
+
+***** This file should be named 27972-h.htm or 27972-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/7/9/7/27972/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/27972-h/images/iw1904-137.gif b/27972-h/images/iw1904-137.gif
new file mode 100644
index 0000000..7c4b5f3
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/iw1904-137.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/o1904-032.gif b/27972-h/images/o1904-032.gif
new file mode 100644
index 0000000..966eebe
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/o1904-032.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/o1904-072.gif b/27972-h/images/o1904-072.gif
new file mode 100644
index 0000000..4b44554
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/o1904-072.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/o1904-160.gif b/27972-h/images/o1904-160.gif
new file mode 100644
index 0000000..6f2a6e1
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/o1904-160.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-017-1.jpg b/27972-h/images/p1904-017-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f93cee
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-017-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-017-2.jpg b/27972-h/images/p1904-017-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..931cc1a
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-017-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-020.jpg b/27972-h/images/p1904-020.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5f295bf
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-020.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-021.jpg b/27972-h/images/p1904-021.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8a90a68
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-021.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-024.jpg b/27972-h/images/p1904-024.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1f38492
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-024.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-025.jpg b/27972-h/images/p1904-025.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4e7a9f8
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-025.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-028.jpg b/27972-h/images/p1904-028.jpg
new file mode 100644
index 0000000..699d3aa
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-028.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-029.jpg b/27972-h/images/p1904-029.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0aaf68c
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-029.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-032.jpg b/27972-h/images/p1904-032.jpg
new file mode 100644
index 0000000..95b87f9
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-032.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-137.jpg b/27972-h/images/p1904-137.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2685b4b
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-137.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-140-1.jpg b/27972-h/images/p1904-140-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..954614b
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-140-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-140-2.jpg b/27972-h/images/p1904-140-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9231f98
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-140-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-141-1.jpg b/27972-h/images/p1904-141-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ae1b305
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-141-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-141-2.jpg b/27972-h/images/p1904-141-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..450663b
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-141-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-143.jpg b/27972-h/images/p1904-143.jpg
new file mode 100644
index 0000000..73bf0f6
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-143.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-144-1.jpg b/27972-h/images/p1904-144-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6439efe
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-144-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-144-2.jpg b/27972-h/images/p1904-144-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cb3c04d
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-144-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-145-1.jpg b/27972-h/images/p1904-145-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..958f1e7
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-145-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-145-2.jpg b/27972-h/images/p1904-145-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..34c9d57
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-145-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-149.jpg b/27972-h/images/p1904-149.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f8b8ae2
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-149.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-151-1.jpg b/27972-h/images/p1904-151-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d0eab04
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-151-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-151-2.jpg b/27972-h/images/p1904-151-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..428fd92
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-151-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-152.jpg b/27972-h/images/p1904-152.jpg
new file mode 100644
index 0000000..17e8d32
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-152.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-153.jpg b/27972-h/images/p1904-153.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d19c364
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-153.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-156.jpg b/27972-h/images/p1904-156.jpg
new file mode 100644
index 0000000..61aad1b
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-156.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-157-1.jpg b/27972-h/images/p1904-157-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5caa937
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-157-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-157-2.jpg b/27972-h/images/p1904-157-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..89db231
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-157-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-160-1.jpg b/27972-h/images/p1904-160-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3709709
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-160-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/p1904-160-2.jpg b/27972-h/images/p1904-160-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..960b375
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/p1904-160-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/t1904-017.gif b/27972-h/images/t1904-017.gif
new file mode 100644
index 0000000..22377ef
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/t1904-017.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-h/images/t1904-137.gif b/27972-h/images/t1904-137.gif
new file mode 100644
index 0000000..89633b6
--- /dev/null
+++ b/27972-h/images/t1904-137.gif
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0001.png b/27972-page-images/0001.png
new file mode 100644
index 0000000..e5f251e
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0001.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0003.png b/27972-page-images/0003.png
new file mode 100644
index 0000000..2693919
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0003.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0018a.png b/27972-page-images/0018a.png
new file mode 100644
index 0000000..2e5f8ca
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0018a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0018b.png b/27972-page-images/0018b.png
new file mode 100644
index 0000000..af9fcc8
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0018b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0019a.png b/27972-page-images/0019a.png
new file mode 100644
index 0000000..19ec1c3
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0019a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0019b.png b/27972-page-images/0019b.png
new file mode 100644
index 0000000..8ed36f5
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0019b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0020.png b/27972-page-images/0020.png
new file mode 100644
index 0000000..8c821d3
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0020.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0021.png b/27972-page-images/0021.png
new file mode 100644
index 0000000..f0cd1a2
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0021.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0022a.png b/27972-page-images/0022a.png
new file mode 100644
index 0000000..e7be915
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0022a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0022b.png b/27972-page-images/0022b.png
new file mode 100644
index 0000000..b5fd4b5
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0022b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0023a.png b/27972-page-images/0023a.png
new file mode 100644
index 0000000..f26bfac
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0023a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0023b.png b/27972-page-images/0023b.png
new file mode 100644
index 0000000..11593bd
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0023b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0024.png b/27972-page-images/0024.png
new file mode 100644
index 0000000..93e12d4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0024.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0025.png b/27972-page-images/0025.png
new file mode 100644
index 0000000..54ec558
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0025.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0026a.png b/27972-page-images/0026a.png
new file mode 100644
index 0000000..fe2e6a9
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0026a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0026b.png b/27972-page-images/0026b.png
new file mode 100644
index 0000000..a32cb8b
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0026b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0027a.png b/27972-page-images/0027a.png
new file mode 100644
index 0000000..5fcb05d
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0027a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0027b.png b/27972-page-images/0027b.png
new file mode 100644
index 0000000..6e264b8
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0027b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0028.png b/27972-page-images/0028.png
new file mode 100644
index 0000000..326fbd5
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0028.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0029.png b/27972-page-images/0029.png
new file mode 100644
index 0000000..849b39b
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0029.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0030a.png b/27972-page-images/0030a.png
new file mode 100644
index 0000000..5b37fde
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0030a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0030b.png b/27972-page-images/0030b.png
new file mode 100644
index 0000000..f1b70bd
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0030b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0031a.png b/27972-page-images/0031a.png
new file mode 100644
index 0000000..c207df4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0031a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0031b.png b/27972-page-images/0031b.png
new file mode 100644
index 0000000..503aae2
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0031b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0032.png b/27972-page-images/0032.png
new file mode 100644
index 0000000..f9d5ec5
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0032.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0033.png b/27972-page-images/0033.png
new file mode 100644
index 0000000..4a74819
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0033.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0137.png b/27972-page-images/0137.png
new file mode 100644
index 0000000..445101a
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0137.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0138a.png b/27972-page-images/0138a.png
new file mode 100644
index 0000000..28da3c4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0138a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0138b.png b/27972-page-images/0138b.png
new file mode 100644
index 0000000..6360b97
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0138b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0139a.png b/27972-page-images/0139a.png
new file mode 100644
index 0000000..516c44a
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0139a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0139b.png b/27972-page-images/0139b.png
new file mode 100644
index 0000000..c99bad1
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0139b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0140.png b/27972-page-images/0140.png
new file mode 100644
index 0000000..9af42ee
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0140.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0141.png b/27972-page-images/0141.png
new file mode 100644
index 0000000..db063dd
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0141.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0142a.png b/27972-page-images/0142a.png
new file mode 100644
index 0000000..18af513
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0142a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0142b.png b/27972-page-images/0142b.png
new file mode 100644
index 0000000..272f963
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0142b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0143.png b/27972-page-images/0143.png
new file mode 100644
index 0000000..3255923
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0143.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0144.png b/27972-page-images/0144.png
new file mode 100644
index 0000000..47562d6
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0144.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0145.png b/27972-page-images/0145.png
new file mode 100644
index 0000000..b65295d
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0145.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0146a.png b/27972-page-images/0146a.png
new file mode 100644
index 0000000..cdccfa6
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0146a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0146b.png b/27972-page-images/0146b.png
new file mode 100644
index 0000000..68b6f61
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0146b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0147a.png b/27972-page-images/0147a.png
new file mode 100644
index 0000000..aeddb8a
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0147a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0147b.png b/27972-page-images/0147b.png
new file mode 100644
index 0000000..740f348
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0147b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0148a.png b/27972-page-images/0148a.png
new file mode 100644
index 0000000..bc12112
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0148a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0148b.png b/27972-page-images/0148b.png
new file mode 100644
index 0000000..d355331
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0148b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0149.png b/27972-page-images/0149.png
new file mode 100644
index 0000000..a92fdaf
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0149.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0150a.png b/27972-page-images/0150a.png
new file mode 100644
index 0000000..4b5c3d4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0150a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0150b.png b/27972-page-images/0150b.png
new file mode 100644
index 0000000..ad493eb
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0150b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0151.png b/27972-page-images/0151.png
new file mode 100644
index 0000000..fac7c0a
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0151.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0152.png b/27972-page-images/0152.png
new file mode 100644
index 0000000..329ca9f
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0152.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0153.png b/27972-page-images/0153.png
new file mode 100644
index 0000000..49a99f6
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0153.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0154a.png b/27972-page-images/0154a.png
new file mode 100644
index 0000000..d83c78d
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0154a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0154b.png b/27972-page-images/0154b.png
new file mode 100644
index 0000000..1daff64
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0154b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0155a.png b/27972-page-images/0155a.png
new file mode 100644
index 0000000..9e5b2d6
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0155a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0155b.png b/27972-page-images/0155b.png
new file mode 100644
index 0000000..3f6992c
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0155b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0156.png b/27972-page-images/0156.png
new file mode 100644
index 0000000..c087a93
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0156.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0157.png b/27972-page-images/0157.png
new file mode 100644
index 0000000..149be1a
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0157.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0158a.png b/27972-page-images/0158a.png
new file mode 100644
index 0000000..dac23c4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0158a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0158b.png b/27972-page-images/0158b.png
new file mode 100644
index 0000000..7c4baf4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0158b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0159a.png b/27972-page-images/0159a.png
new file mode 100644
index 0000000..4ee430d
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0159a.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0159b.png b/27972-page-images/0159b.png
new file mode 100644
index 0000000..3f6e924
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0159b.png
Binary files differ
diff --git a/27972-page-images/0160.png b/27972-page-images/0160.png
new file mode 100644
index 0000000..2ea63b4
--- /dev/null
+++ b/27972-page-images/0160.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..1d555aa
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #27972 (https://www.gutenberg.org/ebooks/27972)