summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/27397-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '27397-8.txt')
-rw-r--r--27397-8.txt8795
1 files changed, 8795 insertions, 0 deletions
diff --git a/27397-8.txt b/27397-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a5893d7
--- /dev/null
+++ b/27397-8.txt
@@ -0,0 +1,8795 @@
+The Project Gutenberg EBook of De wonderstraal, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De wonderstraal
+ gevolgd door Tien uren op jacht
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: December 3, 2008 [EBook #27397]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDERSTRAAL ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+ Wonderreizen.
+
+ Jules Verne
+
+ De Wonderstraal
+
+
+ Gevolgd door
+
+ Tien uren op jacht.
+
+
+
+ Amsterdam
+ Uitgevers-Maatschappy "Elsevier"
+ 1914.
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+BROEDER SAM EN BROEDER SIB.
+
+
+»Bet!"
+
+»Beth!"
+
+»Bess!"
+
+»Betsy!"
+
+»Betty!"
+
+Dat waren de namen, die achtereenvolgens in de prachtige »hall" van
+Helenaburg weerklonken. Dat geroep was een onveranderlijke gewoonte
+van broeder Sam en van broeder Sib, wanneer zij de huishoudster van
+het buitenverblijf noodig hadden.
+
+Maar in dit oogenblik deden die verkleinwoordjes van Elisabeth evenmin
+de waardige draagster daarvan te voorschijn komen, als wanneer hare
+heerschappen haar bij den naam voluit geroepen hadden.
+
+Het was de intendant Partridge in persoon, die zich met de muts in
+de hand aan de deur der hall vertoonde.
+
+Zich tot de roependen, twee personen van fatsoenlijk uiterlijk,
+wendende, die op den kozijnmuur zaten van een venster, welker drie
+glazen als ruitvormige vakken buiten den gevel der woning uitstaken:
+
+»Roepen de heeren juffrouw Bess?" zei hij; »maar die is niet op het
+buitenverblijf."
+
+»Waar is zij dan, Partridge?"
+
+»Zij vergezelt miss Campbell, die in het park wandelt."
+
+Partridge vertrok hoogst ernstig op een teeken, dat hem beide
+personen gaven.
+
+Die personen waren broeder Sam en broeder Sib,--verkleinwoorden,
+afkomstig van hunne doopnamen Samuel en Sebastiaan--de ooms van
+Miss Campbell. Het waren Schotten van het oude ras, Schotten van een
+ouden Clan der Hooglanden, zij telden te zamen honderd twaalf jaar,
+en scheelden slechts vijftien maanden met elkander. Sam was de oudste,
+Sib de jongste.
+
+Om die twee typen van eer, goedheid en toewijding bij uitnemendheid met
+weinige trekken te schetsen, zal het voldoende zijn mede te deelen, dat
+hun geheele bestaan aan hunne nicht gewijd was. Zij waren de broeders
+van hare moeder, die, nadat zij na een kortstondig huwelijksgeluk
+van slechts een jaar, weduwe geworden was, door een snelverloopende
+ziekte in het graf gesleept werd. Sam en Sib Melvill bleven dus alleen
+op de wereld als verzorgers van het kleine weeskind. Door dezelfde
+verteedering verbonden, leefden zij voort, dachten aan en droomden
+over niets anders dan het jonge meisje.
+
+Voor haar waren zij ongetrouwd gebleven, het moet er bij verteld
+worden: zonder eenig berouw; want zij behoorden tot die goedige wezens,
+die geen andere rol op dit onderaardsche te vervullen hebben dan die
+van voogd. En dat was nog niet genoeg gezegd: de oudste had zich tot
+vader, de jongste tot moeder van het kind gesteld. Het gebeurde dan
+ook, dat miss Campbell er toe kwam hen heel natuurlijk te groeten
+met een:
+
+»Dag papa Sam! hoe vaart mama Sib?"
+
+Met wie zou men die beide ooms beter hebben kunnen vergelijken,
+behoudens hunne geschiktheid voor de zaken, dan met die twee liefdadige
+kooplieden, zoo goed, zoo eender van gedachten, zoo minzaam, als
+de broeders Cheeryble uit de London-City, de twee meest volmaakte
+wezens, die uit het vruchtbare brein van Dickens geboren werden. Het
+zou onmogelijk geweest zijn, een meer nauwkeurige gelijkenis te
+treffen, al moest men den schrijver ook beschuldigen, dat type aan
+het meesterstuk: Nikolaas Nickleby geheeten, ontleend te hebben;
+niemand zou zich over dit plagiaat te beklagen hebben.
+
+Sam en Sib Melvill, door het huwelijk hunner zuster vermaagschapt aan
+een zijtak van het oude stamhuis der Campbells, hadden elkander nooit
+verlaten. Dezelfde opvoeding had hen zedelijk aan elkander gelijk doen
+worden. Zij hadden te zamen hetzelfde onderwijs in hetzelfde college
+en in dezelfde klas genoten. Daar zij over het algemeen dezelfde
+denkbeelden over alle zaken verkondigden in geheel overeenkomstige
+uitingen, zoo kon de een steeds den volzin van den anderen eindigen met
+dezelfde uitdrukkingen, onderstreept en gezinteekend door dezelfde
+gebaren. In 't kort, die twee wezens vormden slechts één, hoewel
+er eenig onderscheid in hun lichamelijk gestel te bespeuren was. En
+inderdaad, Sam was iets grooter dan Sib en Sib was iets dikker dan
+Sam; maar overigens zouden zij hunne grijze haren hebben kunnen
+verwisselen, zonder het grondkarakter van hun eerlijk gezicht aan
+te tasten, waarop de geheele adeldom der afstammelingen van den Clan
+der Melvill's geschreven stond.
+
+Zal ook verteld moeten worden, dat in de snede hunner eenvoudige
+en ouderwetsche kleeding, in de keus van de stoffen daarvoor van
+goed engelsch laken, zij een gelijken smaak aan den dag legden,
+behalve dat--wie zal die geringe afwijking kunnen verklaren?--Sam de
+donkerblauwe en Sib donker kastanjekleur scheen te verkiezen.
+
+Werkelijk, wie zou niet in een innigen omgang met die twee fatsoenlijke
+lieden hebben willen leven? Gewoon als zij waren, met denzelfden pas
+in het leven voort te stappen, zouden zij ongetwijfeld, op weinigen
+afstand van elkander, stil blijven staan, wanneer het uur van de
+groote levenshalte gekomen zou zijn. In ieder geval waren die twee
+zuilen van het stamhuis der Melvill's nog stevig. Zij zouden nog langen
+tijd het oude gebouw van hun ras schragen, dat van de veertiende eeuw
+dagteekende, dat episch tijdperk van Robert Bruce en van Wallace,
+heldentijdperk, waarin Schotland zijn onafhankelijkheid tegenover
+Engeland betwistte.
+
+Maar al hadden Sam en Sib ook al niet de gelegenheid gehad om voor het
+welzijn van hun land te strijden, al vlood hun minder bewogen leven
+ook al heen in de kalmte van dat onbekommerd bestaan, hetwelk door het
+bezitten van een vermogen te weeg gebracht wordt, zoo moet men hen
+daarvan geen verwijt maken of meenen, dat zij ontaard waren. Neen,
+zij vervolgden, door wel te doen, de edelaardige overleveringen
+hunner voorouders.
+
+Zij waren dan ook met de goede gezondheid, die zij genoten, en zich
+geen enkele levens-onregelmatigheid te verwijten hebbende, bestemd
+om, zonder oud naar geest en lichaam te worden, een hoogen ouderdom
+te bereiken.
+
+Wellicht kon hun één gebrek ten laste gelegd worden,--wie toch is
+volmaakt op deze aarde?--en dat was, dat zij hunne gesprekken tooiden
+met beeldspraken en aanhalingen, aan den beroemden kasteelbewoner van
+Abbotsford ontleend, en meer bepaaldelijk aan de epische gedichten van
+Ossian, waarmee zij dweepten. Maar wie zou hun dat in het vaderland
+van Fingal en van Walter Scott tot grief gemaakt hebben?
+
+Om hunne schets met een laatsten potloodstreek te eindigen, moet
+medegedeeld worden, dat zij groote snuifverbruikers waren. Nu is het
+bij niemand onbekend, dat het uithangbord der tabaksverkoopers voor
+het meerendeel een moedigen Schot voorstelt, die, in het nationaal
+kostuum gekleed, met de snuifdoos in de hand afgebeeld is. Welnu, de
+gebroeders Melvill zouden waardiglijk overgebracht hebben kunnen worden
+op de met verf bekladde zinken platen, die boven de tabakswinkels in
+den wind krassen. Zij snoven zooveel en zelfs meer dan iemand, wie ook,
+aan deze of gene zijde van de Tweed. Maar, kenmerkende bijzonderheid,
+zij bezaten slechts één snuifdoos, die evenwel bijzonder groot was. Dat
+draagbaar voorwerp ging steeds uit den zak van den eenen in dien van
+den anderen over. Dit was als een band tusschen hen beiden. Er zal
+wel niet bijgevoegd behoeven te worden, dat zij minstens tien keeren
+in het uur de behoefte gevoelden, het overheerlijke nikotiaansche
+kruid, dat zij uit Frankrijk lieten komen, te gebruiken. Wanneer de
+een de snuifdoos uit de diepte van zijn rok voor den dag haalde, dan
+haakten beiden naar een goed snuifje, en wanneer zij moesten niezen,
+dan zeiden zij beiden: »God zegene u!"
+
+Overigens waren de broeders, Sam en Sib, waarlijk kinderen, wanneer
+het de werkelijkheid des levens betrof. Zij waren zeer weinig op
+de hoogte der wereldsche en geheel en al niet op het gebied van
+nijverheids-, geld- of handelszaken. Zij beweerden dan ook niet,
+er iets van te begrijpen. Op staatkundig gebied waren zij nog minder
+thuis, hoewel zij wellicht Jakobus-Gezinden mochten heeten, die eenige
+vooringenomenheid jegens het regeerend huis van Hannover koesterden
+en een gedachte wijdden aan den laatsten der Stuarts, zooals een
+Franschman aan den laatsten koning uit het huis van Valois zou kunnen
+denken. Maar in gevoels-kwestiën waren zij geheel vreemdelingen.
+
+En toch hadden de gebroeders Melvill slechts één gedachte namelijk
+een helderen blik te slaan in het hart van miss Campbell, haar meest
+geheime gedachten te ontraadselen, die gedachten te besturen als het
+moest, die te ontwikkelen als het noodig was, om haar eindelijk aan
+een braven jongen hunner keus uit te huwelijken, die niet anders doen
+kon, dan haar gelukkig maken.
+
+Moest men hen gelooven, wanneer men de zaak hoorde bepraten, dan
+hadden zij juist zoo'n braven jongen gevonden, wien die aangename
+taak op dit ondermaansche zou ten deel vallen.
+
+»Helena is alzoo uit, broeder Sib?"
+
+»Ja, broeder Sam, maar daar slaat het vijf uur, zij zal dus weldra
+te huis komen."
+
+»En zoodra zij te huis zal zijn...."
+
+»Zal het zaak zijn, broeder Sam, een zeer ernstig gesprek met haar
+te hebben."
+
+»Binnen weinige weken, broeder Sib, zal onze dochter den leeftijd
+van achttien jaar bereikt hebben."
+
+»Den leeftijd van Diana Vernon, broeder Sam. Is zij niet even
+bekoorlijk als de aanbiddenswaardige heldin van Rob Roy?"
+
+»Ja, broeder Sib, en door de bevalligheid harer manieren...."
+
+»Door haar geestesgaven...."
+
+»Door de oorspronkelijkheid harer denkbeelden...."
+
+»Brengt zij meer Diana Vernon in herinnering dan Flora Mac Ivor,
+de groote en indrukwekkende figuur van Waverley!"
+
+De gebroeders Melvill, trotsch op hunnen nationalen romanschrijver,
+haalden nog eenige andere heldinnennamen aan uit den Oudheidkundige,
+uit Guy Mannering, uit den Abt, uit het Klooster, uit de Mooie Meid
+van Perth, uit het Kasteel van Kenilworth enz.; maar alle moesten
+volgens hunne meening den eerepalm aan miss Campbell laten.
+
+»Het is een jonge rozenstruik, die wat snel opgeschoten is, broeder
+Sib, en die...."
+
+»Een steun gegeven moet worden, broeder Sam. Ik heb mij laten zeggen,
+dat de beste steun voor een jong meisje...."
+
+»Klaarblijkelijk een echtgenoot is, broeder Sib, want die schiet
+wortel naast den rozenstruik...."
+
+»En groeit natuurlijk met den struik voort, broeder, dien hij
+beschermen moet!"
+
+Met hun beiden hadden de gebroeders Melvill als ooms die beeldspraak
+gevonden, die, goed bekeken, toch aan den Volmaakten Hovenier ontleend
+was. Zij waren er ongetwijfeld tevreden over; want zij wekte een
+zelfden glimlach van tevredenheid op hunne goedige gezichten. De
+gemeenschappelijke snuifdoos werd door broeder Sib te voorschijn
+gebracht, die er voorzichtig twee vingers in bracht, waarna hij ze aan
+broeder Sam overreikte, die, na een flink snuifje genomen te hebben,
+haar in den zak stak.
+
+»Wij komen dus geheel en al overeen, broeder Sam?"
+
+»Zooals altijd, broeder Sib."
+
+»Zelfs bij de keus van een steun?"
+
+»Zou men een meer met Helena overeenstemmend wezen vinden, een die
+meer in haar smaak kan vallen dan die jeugdige geleerde, die ons
+herhaaldelijk zulke waardige...."
+
+»En zulke ernstige gevoelens jegens haar liet blijken?"
+
+»Dat zou inderdaad moeilijk zijn. Hij is goed onderwezen, heeft zijn
+graden op de Hooge Scholen van Oxford en Edinburg behaald...."
+
+»Hij is knap natuurkundige als Tyndall...."
+
+»Scheikundige als Faraday...."
+
+»Hij kent het waarom van alle zaken op dit ondermaansche, broeder
+Sam...."
+
+»Hij zal niet betrapt worden op haperen, laat het welk moeilijk
+vraagstuk ook zijn, broeder Sib...."
+
+»Hij stamt af van een belangrijke familie uit het graafschap Fife en
+is daarenboven bezitter van een voldoend vermogen...."
+
+»Zonder van zijn uiterlijk te spreken, dat zelfs met zijn aluminiumbril
+zeer aangenaam is!"
+
+Al waren de brilleglazen van dien held ook in staal, nickel of goud
+gevat geweest, dan zouden de gebroeders Melvill dat nog niet als
+een koopvernietigend gebrek beschouwd hebben. Het is waar, dat die
+gezichtkundige toestellen aan jeugdige geleerden goed staan en zij
+hun ietwat ernstig uiterlijk naar wensch voltooien.
+
+Maar zou die gegradueerde der bovengenoemde Hooge Scholen, die
+natuur- en scheikundige, aan miss Campbell bevallen! Neen, wanneer
+miss Campbell op Diana Vernon geleek. De lezer weet het toch. Diana
+Vernon koesterde geen ander gevoel voor haren geleerden neef Raleigh,
+dan dat eener bescheiden vriendschap. Zij trouwt hem dan ook niet op
+het einde van den roman.
+
+Mooi! maar dat kon de twee broeders niet verontrusten. Zij waren
+geheel en al behept met de onervarenheid van oude jongeheeren, die
+geheel onbevoegd zijn in zulke zaken te oordeelen.
+
+»Zij hebben elkander reeds dikwijls ontmoet, broeder Sib; en onze
+jonge vriend scheen niet ongevoelig voor de schoonheid van Helena."
+
+»Dat geloof ik wel, broeder Sam! Had de goddelijke Ossian hare
+deugden, hare schoonheid en hare bevalligheid te verheerlijken gehad,
+dan zou hij haar Moina genoemd hebben, dat wil zeggen: door iedereen
+bemind...."
+
+»Tenzij hij haar Fiona genoemd had, broeder Sib, dat wil zeggen:
+de onvergetelijke schoone uit de gaëlische tijdperken."
+
+»Had hij geen voorgevoel van het bestaan onzer Helena, broeder Sam,
+toen hij schreef: »Zij verlaat hare schuilplaats, waar zij in het
+geheim zuchtte en verschijnt, getooid met hare schoonheid, als de
+maan in het oosten op den rand eener wolk...."
+
+»En het schitterende harer bekoorlijkheden omgeeft haar als
+lichtstralen, broeder Sib, en het geschuifel van haar lichten tred
+is welgevallig voor het oor, evenals een heerlijke muziek!"
+
+Gelukkig, dat de beide broeders daarbij hunne aanhalingen staakten
+en uit den nevelachtigen hemel der barden tot het werkelijke leven
+terugkeerden.
+
+»Dat is zeker," zei de een, »wanneer Helena onzen jeugdigen geleerde
+bevalt, hij hare genegenheid wel zal verwerven."
+
+»En dat zij van haren kant, broeder Sib, hem nog niet al die
+opmerkzaamheid geschonken heeft, die de verheven hoedanigheden,
+waarmede hem de natuur zoo rijkelijk bedeeld heeft, verdienen...."
+
+»Dat enkel daaraan te wijten is, broeder Sib, dat wij haar nog niet
+hebben medegedeeld dat het tijd wordt voor haar om aan het huwelijk
+te denken."
+
+»Maar wanneer wij eenmaal haar denkbeelden op dat onderwerp zullen
+gevestigd hebben, verondersteld dan ook al, dat zij eenigen tegenzin,
+niet tegen den echtgenoot, maar tegen den echtelijken staat zou
+hebben...."
+
+»Dan zal zij toch dadelijk »ja" antwoorden, broeder Sam...."
+
+»Zoo als die uitmuntende Benedictus, broeder Sib, die na lang weerstand
+geboden te hebben...."
+
+»In de ontknooping van »Veel geschreeuw en luttel wol" eindigt met
+Beatrix te trouwen!"
+
+Zoo bedisselden de goede ooms van miss Campbell die zaak, en die
+aangegeven ontknooping scheen hun even natuurlijk toe als die uit
+het komediestuk van Shakespeare.
+
+Beiden waren als op een gegeven teeken tegelijkertijd opgestaan en
+keken elkander met een fijn glimlachje aan. Zij wreven zich de handen
+op de maat. Dat huwelijk was een geklonken zaak! Welke moeielijkheid
+zou zich nog kunnen voordoen? De jonkman had hun de hand van het jonge
+meisje gevraagd en deze zou wel haar antwoord geven, een antwoord,
+waaromtrent zij zich niet te bekommeren hadden. Alle vormelijkheid
+was in acht genomen, men had slechts den dag vast te stellen.
+
+En waarlijk, dat zou een schoone dag en een fraaie plechtigheid
+zijn. Zij zou te Glasgow voltrokken worden, maar niet in de kathedraal
+van Sint Mungo, de eenige kerk van Schotland, die met Sint Magnus der
+Orkaden in het hervormingstijdperk ongeschonden was gebleven. Neen! zij
+was een te lomp gevaarte en bij gevolg niet vroolijk genoeg voor een
+huwelijk, dat volgens de gebroeders Melvill een ontluiking der jeugd,
+een uitstraling van liefde moet zijn. Men zou eerder Sint Andries
+of Sint Enoch of zelfs Sint George kiezen, die tot bidplaats van het
+meest fatsoenlijke kwartier der stad diende.
+
+Broeder Sam en broeder Sib gingen voort met het ontwikkelen van
+hunne plannen en gebruikten daarbij een spreekwijze, die meer van een
+alleenspraak dan van een gesprek had, omdat het steeds de opvolging
+van dezelfde denkbeelden was, die op dezelfde wijze uitgedrukt
+werden. Onderwijl zij zoo praatten, vestigden zich door de ramen
+hunne blikken op het fraai geboomte, waaronder miss Campbell thans
+wandelde, op de groene grasperken, door beekjes met ruischend water
+omzoomd, op de lucht met haren lichtgevenden nevel, die in de Schotsche
+Hooglanden schijnt te huis te behooren. Zij keken elkander niet aan,
+dat was onnoodig; maar door een soort van hartelijk instinct gedreven,
+grepen zij van tijd tot tijd elkanders arm, drukten elkander de hand,
+alsof zij door de een of andere magnetische strooming, de mededeeling
+hunner gedachten wilden bevorderen.
+
+Ja! dat zou prachtig zijn! De zaken zouden grootsch en adellijk
+behandeld worden. De arme lieden van West-George Street, die daar even
+goed als elders te vinden zijn, zouden bij het feest niet vergeten
+worden. Mocht miss Campbell, tegen ieders vermoeden in, wenschen,
+dat het huwelijk meer eenvoudig zou voltrokken worden, dan zou zij
+moeite hebben om hare ooms reden te doen verstaan, en die ooms zouden
+het wel tegen haar opnemen en hunne plannen doordrijven, al was dat
+ook voor den eersten keer in hun leven. Neen! zij zouden noch daarin,
+noch in eenig ander geval toegeven. Met de grootste plechtigheid zouden
+de genoodigden bij het verlovingsmaal volgens het oude gebruik »den
+dronk op den dakbalk" uitbrengen. En de arm van broeder Sam rondde
+zich even als die van broeder Sib, alsof zij reeds bezig waren,
+dien beroemden Schotschen dronk in te stellen.
+
+De deur der hall ging in dit oogenblik open, en een jong meisje
+verscheen met roosjes op de wangen, het gevolg van een vluggen renloop
+in het park. Hare hand zwaaide een opengeslagen dagblad. Zij wendde
+zich tot de gebroeders Melvill en vereerde beiden met twee kussen.
+
+»Goeden morgen, oom Sam," zei zij.
+
+»Goeden morgen, lieve dochter."
+
+»En hoe vaart oom Sib?"
+
+»Opperbest!"
+
+»Helena," zei broeder Sam, »wij hebben iets met je te bedisselen."
+
+»Te bedisselen! Wat te bedisselen? Kom, welke samenzwering hebben
+mijn oompjes gesmeed?" vroeg miss Campbell, wier blikken niet zonder
+ondeugendheid van den een naar den anderen schoten.
+
+»Ge kent dat jonge mensch, den heer Aristobulus Beerenkooi?"
+
+»Dien ken ik."
+
+»Mishaagt hij je?"
+
+»Waarom zou hij mij mishagen, oom Sam?"
+
+»Dan bevalt hij je?"
+
+»Waarom zou hij mij bevallen, oom Sib?"
+
+»Wel, omdat broeder Sam en ik, na rijpe overweging, hem je tot
+echtgenoot voorstellen."
+
+»Ik trouwen! ik!" riep miss Campbell met den meest welluidenden lach,
+die ooit binnen de muren der hall weerklonken had.
+
+»Je wilt niet trouwen?" vroeg broeder Sam.
+
+»Neen!"
+
+»Nooit?..." vroeg broeder Sib.
+
+»Nooit!" antwoordde miss Campbell met een ernstig gezicht, dat wel in
+tegenspraak met haar lachend mondje was. »Nooit! mijn lieve ooms... ten
+minste zoo lang ik niet gezien heb..."
+
+»Wat dan?" vroegen broeder Sam en broeder Sib als om strijd.
+
+»Zoo lang ik den Groenen Straal niet zal gezien hebben."
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+HELENA CAMPBELL.
+
+
+Het buitenverblijf, door miss Campbell en de gebroeders Melvill
+bewoond, was gelegen op drie mijlen van het kleine gehucht Helenaburg,
+op den oever van Gare-Loch, een van die schilderachtige inkeepingen,
+waardoor de boorden van de Clyde grillig ingesneden zijn.
+
+Gedurende het winterseizoen bewoonden de gebroeders Melvill te Glasgow
+een aanzienlijk huis in West-George Street in het aristokratisch
+kwartier der nieuwe stad, niet ver van Blythswood Square. Daar
+verbleven zij zes maanden van het jaar, tenzij een gril van Helena,
+waaraan zij zich steeds zonder tegenspartelen onderwierpen, hen tot
+een langdurig uitstapje naar den kant van Italië, van Spanje of van
+Frankrijk noopte. Gedurende zulke reizen zagen zij slechts door de
+oogen van het jonge meisje, gingen waarheen zij wenschte te gaan,
+hielden halt, wanneer zij zulks verkoos, en bewonderden slechts dat,
+wat zij harer aandacht waardig keurde. Wanneer miss Campbell haar
+reisindrukken òf met eenige potloodhalen òf met eenige inktregels in
+haar album had overgebracht, dan keerden de brave ooms onderworpen
+naar het Vereenigd Koninkrijk terug, en betrokken weer, evenwel niet
+zonder innerlijke voldoening, de gemakkelijk ingerichte woning in
+West-George Street.
+
+Wanneer een drietal weken van de maand Mei verloopen waren, gevoelden
+broeder Sam en broeder Sib een niet te bedwingen verlangen om naar
+buiten te gaan. Dat verlangen overviel hen steeds juist op het
+oogenblik, dat miss Campbell ook het niet te bedwingen verlangen te
+kennen gaf, om niet alleen Glasgow, maar ook het rumoer eener groote
+nijverheidsstad vaarwel te kunnen zeggen; om de bedrijvigheid te
+kunnen ontvluchten der handelaren, die niet zelden zelfs tot in de
+nabijheid van Blythswood Square, het deftige kwartier, doordrong;
+om eindelijk een minder met rook bezwangerden hemel te kunnen zien,
+om een minder met koolzuur bezwangerde lucht te kunnen inademen dan die
+der oude hoofdstad van Schotland, welker handels-belangrijkheid eenige
+eeuwen geleden door de »Tabacco Lords", de tabaklords, gesticht werd.
+
+Dan vertrok alles, heerschap en bedienden, naar het buitenverblijf,
+dat hoogstens op een twintigtal mijlen verwijderd lag. Het was een
+fraai plekje, dat dorpje Helenaburg. Men heeft er een badplaats van
+gemaakt, die zeer gezocht was door hen, die tijd genoeg hadden om
+de wandelingen langs de Clyde af te wisselen met uitstapjes naar het
+Katrinemeer en het Lhomondmeer, die zoo dierbaar aan de toeristen zijn.
+
+Op een mijl van het dorp en op den oever van het Gare-Loch, hadden
+de gebroeders Melvill een plekje uitgezocht om hun buitenverblijf
+te bouwen te midden van prachtig geboomte en te midden van
+murmelende beekjes, op een golvend terrein, welks oppervlakte als
+voor het aanleggen van een park bestemd scheen. Frisch lommer,
+groene grasperken, boschjes van dicht en verschillend struikgewas,
+bloembeddingen, weilanden, welker »gezondheids-gras" voornamelijk voor
+de bevoorrechte schaapjes groeide, vijvers met hunne spiegelgladde
+oppervlakten, bevolkt met wilde zwanen, die bevallige vogels, waarvan
+Wordsworth zong:
+
+
+ »De zwaan dobbert dubbel, hij en zijn beeld!"
+
+
+Alles eindelijk wat de natuur bekoorlijks voor de oogen kan te zaam
+brengen, zonder dat de menschenhand zich in die schikkingen verraadt;
+zoodanig was het zomerverblijf van die welgestelde familie.
+
+Er moet nog bijgevoegd worden, dat van dat gedeelte van het park, boven
+het Gare-Loch gelegen, het uitzicht behoorlijk was. Vooreerst rustte
+het oog aan het uiteinde van dien smallen inham op het schiereiland
+Roseheat, waarop zich een fraaie italiaansche villa verhief, die
+aan den hertog van Argyle toebehoorde. Links vertoonde het gehucht
+Helenaburg de golvende lijn van hare huizen, waarboven een paar
+klokkentorens uitstaken, met zijn sierlijke pier zich uitstrekkende
+boven de wateren van den inham, ten behoeve der stoombooten; en
+daarachter, op dien achtergrond, de kustheuvels, waarop vriendelijk
+eenige schilderachtige woningen verrezen. Vlak tegenover, op den
+linkeroever der Clyde, verrezen Glasgow-haven, de bouwvallen van het
+Kasteel Newark, Greenock en daar rondom een woud van masten met hunne
+veelkleurige vlaggen, waardoor een zeer afwisselend panorama ontstond,
+hetwelk het oog aangenaam boeide.
+
+En dat gezicht werd nog fraaier, wanneer men den voornaamsten toren van
+het buitenverblijf beklom, waardoor de gezichteinder zich aanmerkelijk
+uitbreidde.
+
+De vierkante toren, met zijn veruitspringende torentjes, in vorm
+op peperbussen gelijkende, op drie zijner hoeken, was versierd met
+schietgaten en rondgaande galerijen, terwijl zijn bovenvlak verdedigd
+was door een borstwering, die als kantwerk in steen uitgehouwen
+was. De vierde hoek sloot aan een achtkantig torentje, waarop de
+vlaggestok verrees, waaraan het dundoek wapperde, dat zich in het
+Vereenigd Koninkrijk boven alle woningen en boven alle vaartuigen
+ontplooit. Die soort van wachttoren, van nieuwere dagteekening,
+beheerschte alzoo het geheel der gebouwen, die tot het buitenverblijf
+behoorden, met zijn grillige daken, met zijn vensterramen, die nog
+grilliger aangebracht waren, met zijn veelvlakkige gevelnokken, met
+zijn vooruitstekende gedeelten, met zijn slingerende arabesken langs
+de vensterkozijnen, en met zijn keurig bewerkte schoorsteenen, alle
+vindingrijke ornamenten, die soms een bevallig uiterlijk verleenden,
+en aan den anglo-saksischen bouwtrant eigen zijn.
+
+Het was op het bovenste plat van dat torentje, dat miss Campbell
+gaarne gansche uren zat te mijmeren onder de plooien van de nationale
+vlag, die onder de bries van de Firth of de Clyde wapperde. Zij had
+zich daar een lief toevluchtsoord bereid, waar zij kon zitten lezen,
+schrijven en slapen bij ieder weer van dat veranderlijk klimaat van
+Schotland. Zij zat dan beschut voor den wind, de zonnestralen en den
+regen. Daar moest men haar meestal gaan zoeken. Was zij daar niet,
+dan dwaalde zij luimig door de lanen van het park, dan eens alleen, dan
+eens in gezelschap van juffrouw Bess, tenzij zij te paard, gevolgd door
+Partridge, de naburige streek doorholde en zij dien trouwen dienaar
+een taai stuk werk gaf om niet bij zoo'n rit ten achter te blijven.
+
+Onder de talrijke bediening van het buitenverblijf moeten wij een
+oogenblik bij die twee eerlijke dienaren verwijlen, die sedert hunne
+jeugd de familie Campbell aankleefden.
+
+Elisabeth, de »Luckie", de moeder, zooals de huishoudster in de
+Hooglanden genoemd wordt, telde net zooveel levensjaren als zij
+sleutels aan haren sleutelbos droeg, en dat waren er welgeteld zeven
+en veertig. Zij was een degelijke huisbestierster, ernstig, regelmatig
+als een uurwerk, en voor hare taak die het geheele huishouden bestreek,
+berekend. Soms verbeeldde zij zich de gebroeders Melvill grootgebracht
+te hebben, hoewel die ouder waren dan zij; maar voor miss Campbell
+had zij voorzeker moederlijke zorgen.
+
+Naast die kostelijke intendante blonk de Schot Partridge uit, als een
+dienaar, die geheel aan zijn meesters gewijd, en steeds getrouw was
+aan de oude gewoonten van zijn clan. Steeds was hij in het ouderfelijk
+kostuum der bergbewoners gekleed. Hij droeg de gestreepte blauwe muts,
+den kilt en den ruitkleurigen tartaan, die hem over den philibey en
+den pouch, dit laatste een soort van langharigen zak, tot op de knieën
+reikte, de hooge beenkousen, die door linten ruitvormig over de kuiten
+opgehouden werden, en eindelijk de broguen, een soort schoeisel van
+koehuid vervaardigd, die hem voor sandalen dienden.
+
+Wat zou er met eene juffrouw Bess, om het huis te bestieren, en een
+Partridge, om het te bewaken, meer noodig zijn geweest om van den
+huiselijken vrede op dit ondermaansche verzekerd te zijn?
+
+Men zal het reeds opgemerkt hebben dat, toen Partridge op het geroep
+van de gebroeders Melvill toeschoot, hij »miss Campbell" gezegd had
+toen hij van het jonge meisje sprak.
+
+Wanneer de brave Schot haar miss Helena genoemd had, dat wil zeggen,
+wanneer hij haar met haar doopnaam aangeduid had, zou hij inbreuk
+gemaakt hebben op de regels, die de trapsgewijze ondergeschiktheid
+regelen, inbreuk die in het bijzonder door het woord: »snobbisme"
+aangeduid wordt.
+
+En werkelijk de oudste of de eenige dochter uit een fatsoenlijke
+familie wordt zelfs in hare meest teedere jeugd nimmer met haren
+doopnaam aangesproken. Ware miss Campbell de dochter van een pair,
+dan zou zij lady Helena geheeten hebben; maar de tak der Campbells,
+waartoe zij behoorde, was slechts een zijtak en nog wel een zeer
+verwijderde zijtak van den hoofdstam, die in den paladijn sir Colin
+Campbell tot de kruistochten terug te voeren was. In het verloop van
+eeuwen hadden zich vertakkingen van den algemeenen stamboom van den
+roemvollen voorzaat afgescheiden, maar zich aangesloten bij de Clans
+van Argyle, van Breadalbane, van Lochnel en bij anderen; maar hoe
+verwijderd ook van den hoofdstam, voelde zich Helena toch trotsch op
+het bloed dier roemrijke familie, dat haar vanwege haren vader in de
+aderen vloot.
+
+Maar al was zij maar eenvoudig miss Campbell, zoo was zij toch
+een echte Schotsche, een dier edelaardige meisjes van Thulé, met
+blauwe oogen en blonde haren, welker portret, geschetst door Findon
+of Edwards, en temidden der afbeeldingen van Minna, van Brenda, van
+Amy Robsart, van Flora Mac Ivor, van Diana Vernon, van miss Wardour,
+van Catherina Glover, van Mary Avenel geplaatst, de keepsake niet
+onwaardig zou geweest zijn, waarin Engelschen de schoonste vrouwentypen
+van hunnen grooten romanschrijver bijeen brengen.
+
+En inderdaad, miss Campbell was een overheerlijk wezen. Men bewonderde
+haar fraai gesneden gelaat, hare blauwe oogen,--van dat blauw der
+Schotsche meren,--haar bevallige gestalte, niet te groot en niet
+te klein, haren tred, die eenige fierheid verried, haar geheel
+uiterlijk, dat nadenken kenschetste, tenzij een weinig spotlust
+hare gelaatstrekken kwam verhelderen, en men moest bekennen dat haar
+geheele wezen den stempel droeg van bevalligheid en voornaamheid.
+
+Maar miss Campbell was niet alleen schoon, zij bezat ook een goed
+karakter. Hoewel rijk vanwege hare ooms, liet zij zich daarop niets
+voorstaan. En liefdadig was zij, zoo liefdadig, dat zij scheen het
+gaëlisch spreekwoord tot daadwerkelijkheid te willen maken: »dat de
+geopende hand steeds gevuld zij!"
+
+Vóór alles was zij gehecht aan haar provincie, aan haren clan, aan
+haar familie. Zij was eene Schotsche met hart en ziel. Zij zou de
+voorkeur gegeven hebben aan den meest nederigen der Sawneys boven den
+meest voornamen der John Bulls. Haar vaderlandsliefde trilde als de
+snaren eener harp, wanneer de stem eens bergbewoners den omtrek met
+het een of andere nationale pibroch der Hooglanden deed weerklinken.
+
+De Maistre heeft ergens gezegd: »Er bestaan in ons twee wezens:
+eerst het ik en dan de andere."
+
+Het »ik" van miss Campbell was een ernstig, bezonnen wezen, dat het
+bestaan meer uit het oogpunt der verplichtingen dan uit het oogpunt
+der rechten beschouwde.
+
+De »andere" van miss Campbell was een romanesk, een avontuurlijk
+wezen, dat een weinig tot lichtgeloovigheid overhelde, en veel van
+de wonder-verhalen hield, die zoo gemakkelijk in het vaderland
+van Fingal ontluiken. Daarin verried zich haar maagschap met de
+Lindamires, die aanbiddenswaardige heldinnen uit de ridder-romans,
+en bezocht als zoodanig de omliggende glens alleen om »den doedelzak
+van Strathdearne", zooals de Hooglanders het zuchten van den wind in
+eenzame lanen noemen, te hooren.
+
+Broeder Sam en broeder Sib hielden evenveel van die beide zoo
+verschillende wezens, die in miss Campbell huisden; maar toch
+moet bekend worden, dat, hoewel zij zich bekoord gevoelden door het
+ernstige schepseltje, zij soms van streek geraakten door de onverwachte
+snedige antwoorden, de grillige omzwervingen in het denkbeeldige,
+de plotselinge omdolingen in het rijk der droomen van het andere wezen.
+
+En was het dat luimige wezen niet, dat op het voorstel der beide
+broeders, het zoo zonderlinge antwoord gaf:
+
+»Ik trouwen! ik!" had het »ik!" uitgeroepen. »Ik de echtgenoot van
+mijnheer Beerenkooi worden! Wij zullen daarover eens denken.... en
+er later over spreken!"
+
+»Nooit!...." had die andere geroepen. »Nooit!.... zoolang ik den
+Groenen Straal niet zal gezien hebben!"
+
+De gebroeders Melvill keken elkander aan, zonder er iets van te
+begrijpen. Broeder Sam nam het oogenblik waar, dat Miss Campbell op
+een grooten Gothischen armstoel, die bij het venster stond, plaats nam,
+om te vragen:
+
+»Wat wil zij met dien Groenen Straal zeggen?"
+
+»En waarom wil zij dien straal zien?" vroeg broeder Sib.
+
+Waarom? Men zal het vernemen.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+HET ARTIKEL UIT DE »MORNING POST."
+
+
+Ziehier, wat de liefhebbers van natuurkundige aardigheden dien dag
+in de »Morning Post" hadden gelezen:
+
+»Hebt gij wel eens een zons-ondergang boven een zee-horizon
+waargenomen? Voorzeker, nietwaar? Hebt gij dat zoo schoone
+natuurtafereel gevolgd, tot dat de bovenrand der zonneschijf,
+de watervlakte rakende, op het punt is te verdwijnen? Zeer
+waarschijnlijk. Maar hebt gij dan het natuurverschijnsel opgemerkt,
+dat zich in het allerlaatste oogenblik voordoet, waarin de schitterende
+zon haar laatsten straal doet zien, bij een geheel zuivere lucht,
+die van iederen nevel vrij is? Dat wellicht niet. Welnu, de eerste
+maal dat gij in de gelegenheid zult zijn,--en die gelegenheid doet
+zich zeer zelden voor,--om die waarneming te doen, dan zal het geen
+roode straal zijn, die volgens uwe meening op het netvlies van uw oog
+zal weerkaatsten, maar het zal een groene zijn, van een wonderlijk
+groen, een groen dat geen schilder op zijn verfbord kan te voorschijn
+tooveren, een groen, welker natuur nimmer bij de zoo afgewisselde
+kleurmenging van het plantenrijk, noch bij de schakeering van de
+helderste zeeën is waargenomen kunnen worden! Wanneer er groen in
+het Paradijs bestaat, dan kan het niet anders dan dat groen zijn,
+wat dan ongetwijfeld het groen der Hoop is!"
+
+Zoo luidde het artikel van de Morning Post, dagblad, hetwelk Miss
+Campbell bij haar binnentreden in de hall in de hand hield. Dat
+artikel was voldoende geweest om haar op te winden.
+
+Met een geestdriftvolle stem las zij dan ook de weinige regels die
+met hare stembuiging als een lyrische lofzang de schoonheden van den
+Groenen Straal bezongen, aan hare ooms voor.
+
+Maar wat miss Campbell hun verzweeg, was dat die Groene Straal
+overeenkwam met een oude legende, welker innige beteekenis haar tot
+nu toe ontsnapt was. Het was een raadselachtige legende, te midden
+van zoovele andere, die in de Hooglanden verteld worden en waarbij te
+verstaan werd gegeven, dat die straal de macht had, den sterveling,
+die hem gezien had, de gaaf te verleenen zich in hartzaken niet te
+kunnen vergissen. Door zijne verschijning werden alle onwaarheden en
+droombeelden vernietigd, zoodat hij, die het geluk had hem eens waar
+te nemen, helder in zijn eigen hart en in dat van anderen kon lezen.
+
+Dat de lezer de dichterlijke lichtgeloovigheid eener jeugdige
+Schotsche vergeve, die in haar brein door de lezing van dat artikel
+in de Morning Post weer opgewekt was.
+
+Toen broeder Sam en broeder Sib miss Campbell zoo hoorden, keken zij
+elkander verbouwereerd met verbazend wijd opengespalkte oogen aan. Tot
+nu toe hadden zij het leven genoten zonder dien Groenen Straal gezien
+te hebben, en zij meenden, dat men het best zonder hem kon stellen. Dit
+was evenwel de meening van Helena niet, die de gewichtigste daad haars
+levens van de waarneming van dat natuurverschijnsel, eenig onder allen,
+afhankelijk stelde.
+
+»Dus, dat is het wat men »de Groene Straal" noemt?" vroeg broeder Sam,
+terwijl hij zachtkens met hoofd knikte.
+
+»Ja, oom Sam," antwoordde miss Campbell.
+
+»Dien ge volstrekt zien wilt?" vroeg broeder Sib.
+
+»Met uw verlof, dien ik zien zal, waarde ooms, en zoo spoedig mogelijk,
+met uw welnemen."
+
+»En dan, als ge hem gezien zult hebben?...."
+
+»Als ik hem gezien zal hebben?.... Wel, dan kunnen wij over mijnheer
+Aristobulus Beerenkooi praten."
+
+Broeder Sam en broeder Sib keken elkander ter sluiks aan en een
+glimlach van verstandhouding krulde hunne lippen.
+
+»Kom, laten wij den Groenen Straal gaan zien," zei de een.
+
+»Kom, zonder een oogenblik te loor te laten gaan!" zei de ander.
+
+Maar miss Campbell weerhield hen met een handgebaar, toen zij het
+venster der hall wilden openen.
+
+»Wij moeten op zons-ondergang wachten," zei zij.
+
+»Van avond dus...." knikte broeder Sam.
+
+»En dat de zon in een zeer zuiveren dampkring ondergaat," vervolgde
+miss Campbell.
+
+»Welnu, na het middagmaal zullen wij alle drie naar de punt van
+Rosenheat wandelen...."
+
+»Of nog beter, wij zullen eenvoudig den toren van het buitenverblijf
+beklimmen," zei broeder Sam.
+
+»Op Rosenheat-punt, zoowel als op dien toren," antwoordde miss
+Campbell, »hebben wij geen ander vergezicht dan dat van de oeverstreek
+der Clyde. Wij moeten evenwel de zon zien ondergaan op zee, wanneer zij
+achter de wateroppervlakte verdwijnt. Mijn oompjes zijn dus gehouden
+mij in den kortst mogelijken tijd voor zoo'n zeegezicht te brengen!"
+
+Met haar allerliefsten glimlach op de lippen sprak miss Campbell,
+evenwel zoo ernstig, dat de gebroeders Melvill aan een zoo te berde
+gebrachte vordering geen weerstand kon bieden.
+
+»Er is toch geen haast bij?...." meende broeder Sam evenwel in het
+midden te moeten brengen.
+
+Broeder Sib schoot te hulp, door er bij te voegen:
+
+»Oh! wij hebben den tijd...."
+
+Miss Campbell schudde het bevallige hoofdje.
+
+»Neen, wij hebben niet den tijd," antwoordde zij, »integendeel,
+er is veel haast bij."
+
+»Werkelijk? Zou dat belangstelling voor mijnheer Aristobulus Beerenkooi
+zijn?...." vroeg broeder Sam.
+
+»Wiens geluk, zooals het schijnt, van de waarneming van den Groenen
+Straal afhangt?...." meende broeder Sib.
+
+»Kom die gekheid! Neen, er is haast bij, lieve ooms! omdat wij reeds
+in Augustus zijn," antwoordde miss Campbell, »en de nevels weldra
+onze Schotsche lucht zullen komen bederven! Wij moeten van de weinige
+schoone avonden gebruik maken, die het einde van den zomer en het
+begin van den herfst ons schenken zullen! Nu, wanneer vertrekken wij?"
+
+Zooveel was zeker, dat wanneer miss Campbell in dat jaar den Groenen
+Straal nog wilde waarnemen, er geen tijd te verliezen was. Alles wat
+den broeders overbleef te doen, en dat nog wel zonder een dag verloren
+te laten gaan, was zich onmiddellijk naar het een of andere punt van
+de Schotsche kust te begeven, die op het westen lag, zich daar zoo
+gemakkelijk mogelijk in te richten, om iederen avond den ondergang der
+zon te gaan waarnemen en haren laatsten straal te bespieden. Wellicht
+dat dan miss Campbell, met een weinig geluk, haren wensch, die niet
+van grilligheid vrij te pleiten was, in vervulling zou zien komen,
+wanneer namelijk de lucht tot de waarneming van het natuurverschijnsel
+wilde medewerken, wat wel een tref zoude zijn, want, zooals de Morning
+Post zei, kon die waarneming tot de zeer zeldzame gerekend worden.
+
+En dat dagblad was voorzeker goed ingelicht.
+
+Vooreerst gold het nu te zoeken en te kiezen een strook der westkust,
+vanwaar het natuurverschijnsel zichtbaar zoude zijn. Maar om die te
+vinden, moest men de baai der Clyde verlaten.
+
+Want die geheele inham, die de monding der Firth of Clyde vormt, is
+als bezaaid met hinderpalen, die het gezichtsveld begrenzen. Hier zijn
+het de Bute's Kiles en het Arran-eiland, elders weer de schiereilanden
+van Knapdale, van Gantyre, van Jura en van Islay, alle reusachtige
+verbrokkelingen van rotsen in een gewelddadig geologisch tijdperk,
+die een soort van eilanden-zee ten westen van het graafschap Argyle
+vormen. Onmogelijk zou het zijn, daar een segment van den zee-horizon
+te vinden, waarop de blik een zonsondergang kon waarnemen.
+
+Dus wilde men Schotland niet verlaten, dan moest men òf meer
+noordwaarts òf meer zuidwaarts trekken. Men had een onmetelijk
+onderzoekingsveld voor zich, maar slechts weinig tijd om vóór de
+herfstnevelen klaar te zijn. Naar welke streek zou men trekken? Dat
+kon miss Campbell niets schelen. Of het de kust van Ierland, de kust
+van Frankrijk, de kust van Noorwegen, van Spanje of van Portugal mocht
+zijn, zij zou overal heen gegaan zijn, waar zij de afscheidsstralen
+der ondergaande zon had kunnen opvangen. En of dit de gebroeders
+Melvill gelegen of niet gelegen kwam, daarom bekreunde zij zich niet,
+zij moesten met haar meê!
+
+De beide ooms, na een blik--maar welk een blik van diplomatische
+geslepenheid!--met elkander gewisseld te hebben, haastten zich het
+woord te nemen.
+
+»Welnu, liefste Helena," zei broeder Sam. »Het is zeer gemakkelijk
+aan uw wensch te voldoen. Kom, laten wij naar Oban gaan."
+
+»Nergens zullen wij voorzeker beter zijn, dan te Oban," bevestigde
+broeder Sib.
+
+»Welnu, dan maar naar Oban," antwoordde miss Campbell. »Maar is daar
+te Oban een zeehorizon?"
+
+»Dat zou ik meenen!" riep broeder Sam uit.
+
+»Eerder twee dan een!" bevestigde broeder Sib met een uitroep.
+
+»Welnu, dan maar op reis!"
+
+»Ja, over drie dagen," zei een der ooms.
+
+»Neen over twee dagen," zei de andere, die het noodig oordeelde
+inschikkelijkheid te betoonen.
+
+»Wat over twee dagen! Neen, morgen reeds!" antwoordde miss Campbell,
+die opstond, toen de klok voor het middagmaal zich liet hooren.
+
+»Morgen.... wel ja.... morgen!" zei broeder Sam.
+
+»Ik wou er al zijn," betuigde broeder Sib.
+
+Zij spraken waarheid maar waarom die haast? Omdat Aristobulus
+Beerenkooi besloten had de zomermaanden te Oban door te brengen,
+en daar reeds sedert veertien dagen was. Miss Campbell, die deze
+bijzonderheid niet wist, zou zich daar in de nabijheid van dat
+jonge mensch bevinden, die onder de geleerdste, maar ook--en dat
+gisten de gebroeders Melvill niet--onder de vervelendste wezens
+kon meetellen. Daar, dachten de beide slimmerds, zal miss Campbell,
+na zich vruchteloos de oogen vermoeid te hebben met het waarnemen
+van zonsondergangen, hare gril opgeven en eindigen met haar sierlijk
+gehandschoend handje in de meer plompe hand van haren aanstaande te
+leggen. En al had Helena dat alles ook kunnen gissen, dan zou zij toch
+vertrokken zijn; want de tegenwoordigheid van Aristobulus Beerenkooi
+kon haar niet van streek brengen.
+
+»Bet!"
+
+»Beth!"
+
+»Bess!"
+
+»Betsy!"
+
+»Betty!"
+
+Die reeks van namen weerklonk weer in de hall. Maar ditmaal verscheen
+juffrouw Bess en ontving de bevelen om den volgenden morgen voor een
+dadelijk vertrek klaar te zijn.
+
+En werkelijk men moest zich haasten: de barometer, die op dertig
+en drie tiende streep (769 mm.) stond, kondigde mooi weer aan, dat
+eenigen tijd zou duren. Wanneer men 's morgens vroeg vertrok, zou
+men nog tijdig genoeg te Oban aankomen om den zonsondergang te zien.
+
+Juffrouw Bess en Partridge hadden nu met dat ophanden zijnde
+vertrek natuurlijk de handen vol. De zeven-en-veertig sleutels van
+de huishoudster tikten en weerklonken in haar zak als de halsbellen
+van een spaansch muildier.
+
+Hoe veel kasten en laden moesten niet geopend, maar vooral gesloten
+worden! Wellicht zou het buitenverblijf te Helenaburg lang leeg staan,
+wie zou dat kunnen voorspellen? Moest er geen rekening gehouden
+worden met het grillig karakter van miss Campbell? En wanneer dat
+overheerlijke persoontje het in het hoofdje kreeg haren Groenen
+Straal te achtervolgen? En wanneer die Groene Straal met een soort
+van behaagzucht behept was en zich verborgen hield? En wanneer de
+omstreken van Oban niet de noodige helderheid van lucht aanboden,
+toch zoo noodzakelijk om zoo'n waarneming te doen gelukken? En wanneer
+men een anderen observatiepost moest kiezen, op een meer zuidelijk
+gelegen kuststreek, hetzij van Schotland, hetzij van Engeland,
+hetzij van Ierland, hetzij zelfs van het vaste land? Men zou den
+volgenden morgen vertrekken, dat was overeengekomen, dat stond vast;
+maar wanneer zou men op het buitenverblijf terugkeeren? Binnen een
+of binnen zes maanden? binnen een of over zes jaar?
+
+»Waartoe toch die inval om dien Groenen Straal te willen zien?" vroeg
+juffrouw Bess aan Partridge, die zijn best deed om haar te helpen.
+
+»Ik weet het niet," antwoordde Partridge, »maar dat moet toch niet
+zonder belangrijkheid zijn; want onze jonge meesteres doet niets zonder
+er goede redenen voor te hebben. Dat weet gij trouwens, mavourneen."
+
+Mavourneen is een uitdrukking, waarvan men zich in Schotland gaarne
+bedient. Het komt nagenoeg met de Hollandsche uitdrukking van »mijn
+waarde" overeen. En het was vooral aan de uitmuntende huishoudster
+niet ongevallig, aldus door den braven Schot betiteld te worden.
+
+»Ik ben het met u eens, Partridge," antwoordde zij, »dat die gril
+van onze miss Campbell, zonder dat wij zulks vermoeden kunnen, een
+geheime gedachte tot grondslag heeft."
+
+»Maar welke?"
+
+»Weet ik het? Daar zit òf een formeele weigering, òf minstens een
+uitstel ten opzichte van de plannen harer ooms achter!"
+
+»Zoudt ge kunnen denken? Ik begrijp inderdaad ook niet," was de
+meening van Partridge, »waarom die heeren Melvill zoo zeer ingenomen
+zijn met dien mijnheer Beerenkooi. Komaan, zeg eens ronduit, zou dat
+wel een goed echtgenoot voor onze jonge juffrouw wezen?"
+
+»Wees daarvan overtuigd," antwoordde de huishoudster, »dat wanneer
+die meneer haar maar half aanstaat, zij hem in 't geheel niet tot
+echtgenoot zal aannemen. Zij zal met haar fijn bekje »neen" tegen haar
+ooms zeggen, terwijl zij hun een hartelijken kus op beide wangen zal
+geven, en die ooms zullen dan de verbaasden spelen, dat zij ook maar
+een oogenblik een gedachte hebben kunnen wijden aan zoo'n minnaar,
+wiens pretenties mij volstrekt niet aanstaan."
+
+»En mij ook niet, mavourneen!"
+
+»Ziet ge, Partridge, het hartje van miss Campbell is als die lade
+daar, goed gesloten onder haar zekerheidsslot. Zij alleen bezit er
+den sleutel van, en wil iemand die lade openen, dan moet zij dien
+sleutel vrijwillig afstaan...."
+
+»Tenzij men haar dien ontfutselt;" viel Partridge met een
+geheimzinnigen maar toch toestemmenden glimlach in.
+
+»O! dien ontfutselt men haar zoo niet, of zij moet hem zich willen
+laten ontfutselen," antwoordde juffrouw Bess, »en ik mag lijden dat
+de wind mijn muts afrukke en haar op de punt van den klokkentoren
+van Sint Mungo brenge, wanneer onze jonge dame ooit dien mijnheer
+Beerenkooi tot man neemt."
+
+»Een Zuidelijke!" riep Partridge met ietwat kleinachting in zijn
+stem. »Een Southern, die, al is hij ook in Schotland geboren, toch
+steeds aan de andere zijde der Tweed gewoond heeft!"
+
+Juffrouw Bess schudde met het hoofd bij het hooren dier woorden. Die
+twee Hooglanders begrepen elkander opperbest. Voor hen maakten de
+Laaglanders, in weerwil van alle Unie-verdragen, ter nauwernood deel
+uit van Oud-Caledonië. Komaan, zij konden zich niet onder de bepaalde
+voorstanders van die huwelijks-plannen rekenen. Zij hoopten op beter
+voor miss Campbell. Al was dat huwelijk nog zoo voegzaam, volgens hen
+was voegzaamheid voor zoo'n verbintenis voor het leven niet voldoende.
+
+»Och! Partridge!" riep juffrouw Bess uit, »de oude gebruiken der
+bergbewoners waren nog de beste, en de gewoonten van onze oude Clans
+waren volgens mij een betere waarborg voor het geluk bij huwelijken
+dan de tegenwoordige. Vindt gij ook niet?"
+
+»Nooit hebt gij meer waarheid gesproken, mavourneen!" antwoordde
+Partridge ernstig. »Toen liet men het hart meer spreken; thans
+zoekt men slechts geld! Het geld heeft zijn waarde, voorzeker, maar
+toegenegenheid, innige toegenegenheid is toch beter!"
+
+»Juist Partridge, en toen wilde men elkander vooral kennen, alvorens in
+het huwelijksbootje te stappen. Herinnert gij u nog wat op de kermis
+van Sint-Olla te Hirkwall placht te gebeuren? Gedurende den geheelen
+tijd dat de kermis duurde, en zelfs sedert het begin van Augustus
+reeds, vormden de jonge lieden paartjes en die paartjes werden
+»broertje en zusje van den eersten Augustus" genoemd. Broertje en
+zusje! vormt dat niet een zacht geleidelijken overgang om man en vrouw
+te worden: En waarachtig, het is juist heden de eerste Augustus, dag
+waarop die paartjes zich vormden, en eindelijk de kermis van Sint-Olla
+begon. Och! dat God toch die prettige lieve kermis weer terug bracht!"
+
+»Dat het Opperwezen u verhoore!" sprak Partridge met indrukwekkend
+gebaar. »Wanneer oom Sib en oom Sam ooit zoo'n paartje met het een
+of ander aardig Schotsch meisje gevormd hadden, dan zouden zij aan
+het algemeen noodlot niet ontkomen zijn en miss Campbell zou dan twee
+tantes meer tellen in hare maagschap!"
+
+»Daar ben ik ook zeker van," antwoordde juffrouw Bess met vuur. »Maar
+laat nu miss Campbell eens zoo'n paartje vormen met dien mijnheer
+Beerenkooi, dan zal de Clyde eerder van Helenaburg naar Glasgow terug
+stroomen, dan dat zoo iets tot een huwelijk zou leiden. Binnen acht
+dagen had het »zusje" het »broertje" naar de pomp gejaagd.
+
+Zonder uittewijden omtrent de onwelvoeglijkheden, die plaats konden
+hebben bij zulk een gemeenzaamheid als door de gebruiken van Hirkwall,
+die trouwens uitgeroeid zijn, aangemoedigd werden, willen wij ons
+bepalen tot de mededeeling dat juffrouw Bess door de omstandigheden
+wellicht in het gelijk zou worden gesteld. Maar miss Campbell en
+mijnheer Aristobulus Beerenkooi vormden geen paartje van »broertje
+en zusje van den eersten Augustus", zoodat, wanneer het ooit tot een
+huwelijk kwam, de verloofden nimmer in de gelegenheid waren geweest
+elkander te leeren kennen, zooals gebeurd zou zijn, wanneer zij het
+proefvuur van de kermis van Sint-Olla zouden doorstaan hebben!
+
+Hoe het ook zij, de kermissen werden vroeger ingesteld om de zaken,
+niet om de huwelijken te bevorderen. Wij kunnen dus juffrouw Bess en
+Partridge aan hun gejammer over den goeden ouden tijd overlaten. Wij
+kunnen er echter bijvoegen, dat die twee al babbelende hun werk
+ijverig voortzetten en geen oogenblik lieten verloren gaan.
+
+Het vertrek was dus besloten. De plek, waar men het buitenzijn zou
+gaan genieten, was gekozen. De gebroeders Melvill en miss Campbell
+zouden reeds den volgenden morgen in de dagbladen voor het »High
+life" onder de rubriek »aangekomen vreemdelingen" in de badplaats
+Oban voorkomen. Maar hoe zou men de reis derwaarts maken? Dit was
+het vraagstuk, dat ter oplossing overbleef.
+
+Twee verschillende wegen stonden open, om zich naar dat kleine
+plaatsje te begeven, dat aan de zeeëngte van Mull gelegen is op een
+paar honderd mijl ten noordwesten van Glasgow.
+
+De eerste dier wegen is de weg over land. De reiziger begeeft zich naar
+Bowling, dan langs Dumbarton en den rechteroever van de Leven tot bij
+Balloch, hetwelk gelegen is aan het uiteinde van het meer Lhomond. Dat
+schoonste der Schotsche meren met zijn dertigtal eilanden en zijn
+historische oevers, vervuld met de herinneringen aan de Mac-Gregors,
+aan Mac-Farlanes, wordt doorsneden. Men is dan ten volle in het
+schilderachtige land van Rob Roy en van Robert Bruce. Dalmaly wordt
+dan bereikt, en van daar wordt de reis voortgezet langs een straatweg,
+die langs berghellingen voert en soms ter halver hoogte daar langs
+opstijgt; die zich boven en langs bergstroomen en fiords slingert
+te midden van die eerste voorsprongen van den Grampianbergketen,
+te midden der glens, overal met heidebloempjes overdekt, gestoffeerd
+met denneboomen, met eiken, met beuken en met berkeboomen en daalt de
+opgetogen toerist van het hoogland neder bij de kuststreek van Oban,
+die, wat schilderachtigheid betreft, aan de meest beroemde van de
+geheele Atlantische zeekust dienaangaande niets te benijden heeft.
+
+Dat is een overheerlijk uitstapje, dat door ieder reiziger in Schotland
+gemaakt is of moet gemaakt worden. Maar op dien geheelen weg geniet
+men nergens een zee-horizon. Toen dan ook de gebroeders Melvill dien
+weg voorsloegen, bemerkten zij ras dat dit vergeefsche moeite was.
+
+De tweede weg, die genomen kan worden, is tegelijkertijd een rivier-
+en een zeeweg. Eerst moet de Clyde afgezakt worden tot waar zij de
+baai ontmoet, die aan haar haren naam ontleent. Dan voert de weg
+tusschen de eilanden en eilandjes door, die den grilligen archipel
+den vorm geven van een overgroote hand van een menschengeraamte, dat
+daar op dat gedeelte van den Oceaan schijnt te rusten. Men vaart dan
+langs die reuzenhand op tot aan de haven van Oban. Die weg was wel
+verleidelijk voor miss Campbell, voor wien de goddelijke streek der
+Lhomond- en Katrine-meren geen geheimen meer bezat. Daarenboven zou zij
+langs de zeeëngten tusschen de eilanden en in de baaien vergezichten
+naar den kant van het westen hebben, welker omtrek duidelijk door die
+lijn aangegeven wordt, waar land en water elkander schijnen te raken.
+
+Welnu, zou het onmogelijk zijn om alsdan gedurende dien overtocht bij
+zonsondergang, wanneer de kim geheel zuiver zou zijn, dien Groenen
+Straal op te vangen, welker schittering ter nauwernood het vijfde
+gedeelte eener seconde duurt?
+
+»Gij begrijpt toch, oom Sam," zei miss Campbell hoog ernstig, »en
+ook gij, Oom Sib, gij begrijpt toch, dat die flikkering slechts een
+oogenblik duurt. Welnu, wanneer ik gezien heb, wat ik wensch te zien,
+dan is de reis ten einde, dan is het onnoodig om verder naar Oban
+door te reizen en zich daar in te richten."
+
+Ziedaar juist wat de gebroeders Melvill niet wenschten. Zij verlangden
+eenigen tijd te Oban te blijven--de lezer herinnert zich waarschijnlijk
+nog waarom--en hoopten, dat een te spoedige verschijning van den
+Groenen Straal hunne plannen niet zou komen dwarsboomen.
+
+Daar evenwel miss Campbell beslissende stem in het kapittel had,
+en zij voor de zeereis stemde, werd deze boven de landreis met
+meerderheid van stemmen verkozen.
+
+»De duivel hale dien Groenen Straal!" zei broeder Sam, toen Helena
+de hall verlaten had.
+
+»En dat hij hen medeneme, die hem uitgedacht hebben," voegde broeder
+Sib er bij.
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+DE CLYDE STROOMAFWAARTS.
+
+
+Daags daarna, den 2den Augustus al heel vroeg, stapte miss Campbell,
+vergezeld door hare ooms, de gebroeders Melvill en gevolgd door
+Partridge en juffrouw Bess, op het station van de spoorwegbaan van
+Helenaburg in den trein. Men zou zich te Glasgow inschepen op de
+stoomboot, die den dagelijkschen dienst tusschen die stad en Oban
+verricht, en geen andere plaats aan de kust gelegen aandoet.
+
+Tegen zeven uur bracht de trein onze vijf reizigers in het
+aankomst-station te Glasgow aan, van waar een rijtuig hen naar
+Broomielaw Bridge vervoerde.
+
+Daar wachtte de stoomboot Columbia reeds de passagiers. Een dikke rook
+ontsnapte uit haar beide schoorsteenen en vermengde zich met den dikken
+nevel, die nog over de Clyde hing. Maar die morgendampen begonnen zich
+op te lossen, en de loodkleurachtige schijf der zon vertoonde reeds
+eenige gulden schakeeringen. Dat was de voorbode van een schoonen dag.
+
+Miss Campbell en haar reisgenooten scheepten zich dadelijk in, nadat
+hun bagage behoorlijk verzorgd en aan boord gebracht was.
+
+De bel liet in dit oogenblik haar derde en laatste geklingel
+weergalmen om de te-laat-komers tot spoed aan te zetten. Daarop zette
+de machinist de machine aan; de schoepen der raderen sloegen een paar
+slagen vooruit, een paar achteruit, en wierpen groote golven geelachtig
+water omhoog, waarna een scherp fluitje weerklonk. De trossen werden
+toen losgegooid en de Columbia schoot weldra in den stoomdraad vooruit.
+
+De reizigers, die in het Vereenigd Koninkrijk reden tot klachten
+meenen te hebben, handelen veelal onbillijk. Want het zijn prachtige
+vaartuigen, die hen vanwege de stoomboot-maatschappijen ter beschikking
+worden gesteld. Er is niet zoo'n smalle waterstroom, geen zoo'n klein
+meer, geen zoo'n zeeboezemtje, welks oppervlakten niet dagelijks
+doorploegd worden door bevallige stoomvaartuigen. Het is dan ook
+hoegenaamd niet bevreemdend, dat de Clyde in dat opzicht onder de
+meest begunstigde behoort. Langs de Broomielaw Street, alwaar de
+aanlegplaats of beter de stoomboot-kade gevonden wordt, wemelt het
+letterlijk van stoomvaartuigen, die met hunne met de levendigste
+kleuren beschilderde raderkasten, waarin het verguldsel strijd voert
+met het Cinaber-geel, steeds stoom op hebben en gereed zijn om in
+alle richtingen te vertrekken.
+
+De Columbia maakte op den algemeenen regel geen uitzondering. Zij was
+zeer lang, zeer scherp van boeg en vertoonde een zuivere waterlijn. Zij
+had een krachtvolle machine, die raderen van een machtigen omvang in
+beweging bracht, en was een vaartuig van groote snelheid. Inwendig
+heerschte de meest mogelijke comfort in de salons en eetkamers. Op het
+dek was een halfdek aangebracht dat behoorlijk tegen de zonnestralen
+beschut was door een tent, sierlijk gefestonneerd, waaronder zich
+banken en stoelen met zachte kussens bevonden. Dat was een bekoorlijk
+plekje, waar de reizigers een uitmuntend uitzicht genoten en geen
+last hadden van rook of andere onaangename geuren.
+
+Aan reizigers was geen gebrek. Zij kwamen zoowat van alle kanten
+opdagen, zoowel van Schotland als van Engeland. De maand Augustus
+is de meest gunstige voor de uitstapjes. Vooral die op de Clyde en
+naar de Hebriden vallen buitengewoon in den smaak. Er bevonden zich
+daar op dat dek een paar van die huisgezinnen op groot compleet,
+wier echtvereeniging buitengewoon edelmoedig door den hemel gezegend
+was; zeer vroolijke jonge meisjes en meer bedaarde jonge mannen,
+ook kinderen, die evenwel reeds eenigermate met de verrassingen van
+het omzwervend leven vertrouwd geraakt waren; verder predikanten,
+die steeds zoo talrijk aan boord der stoombooten aanwezig zijn, met
+den hoogen zijden hoed op het hoofd, den zwarten jas met staanden
+kraag aan, de witte das, boven het vest prijkende, om den hals; verder
+eenige pachters met de Schotsche muts getooid en door hun zwaren stap
+aan de oude »Bonnet-lords" herinnerende van een zestig jaar geleden;
+dan nog een half dozijn vreemdelingen, waaronder Duitschers, die zelfs
+buiten Duitschland hunne zwaarwichtigheid niet verliezen, en twee of
+drie Franschen, wier geestige beminnelijkheid hen zelfs niet buiten
+Frankrijk verlaat.
+
+Wanneer miss Campbell als de meeste harer landgenooten gehandeld had
+en zich, zoodra zij aan boord kwam, in het een of ander hoekje had
+neergezet, om dit gedurende de geheele reis niet meer te verlaten,
+en zelfs het hoofd niet te durven omkeeren, dan zou zij van de oevers
+der Clyde slechts dat gezien hebben, wat zich recht voor hare oogen
+voorbij bewoog. Maar zij had pret er in om heen en weer te trippelen,
+nu eens op het voorschip, dan weer op het achterschip. Zij beschouwde
+de steden, de burchten, de dorpen en gehuchten, waarmede die oevers
+als bezaaid zijn. Hieruit volgde de noodzakelijkheid, dat broeder Sam
+en broeder Sib, die haar overal vergezelden, haar vragen beantwoorden,
+haar opmerkingen en waarnemingen goedkeurden of bevestigden, tusschen
+Glasgow en Oban geen oogenblik rust hadden. Zij dachten er evenwel niet
+aan zich daarover te beklagen, dat was aan hun baantje van eerewacht
+van het jonge meisje verbonden, en zij volgden haar als uit instinct,
+terwijl zij elkander een snuifje aanboden, dat meewerkte om hen in
+goede luim te houden.
+
+Juffrouw Bess en Partridge hadden op het voorste gedeelte van het
+halfdek plaats genomen en keuvelden vriendschappelijk over den ouden
+tijd, over de in onbruik geraakte zeden en gewoonten, over de clans,
+die in ontbinding geraakten. Waar waren die zoo te betreuren tijden
+van weleer? Toen verdween de zuivere gezichteinder van de Clyde
+nog niet achter de uitgebraakte rookwolken van de fabrieken; haar
+oevers weerklonken niet van de doffe slagen, te weeg gebracht door
+de stoomhamers; haar kalme wateren werden niet opgezweept door die
+machtige inspanning van de duizenden stoom-paarden-krachten!
+
+»O! die tijd zal terugkomen!" zei juffrouw Bess met innige overtuiging
+in hare stem. »En misschien vroeger dan wij denken."
+
+»Het is te hopen," antwoordde Partridge ernstig en deftig, »en
+met hem zullen wij de oude zeden en gewoonte onzer voorouders zien
+terugkeeren!"
+
+De oevers der Clyde ontrolden zich middelerwijl voor hen, die zich aan
+boord der Columbia bevonden, met snelheid van voren naar achteren,
+evenals de tafereelen van een beweeglijk panorama. Ter rechterzijde
+vertoonden zich het dorpje Patrick, aan de uitwatering van de Kelvin,
+met zijn uitgestrekte dokken, waarin de ijzeren zeeschepen vervaardigd
+worden, die zich vlak tegenover de dokken van Goivan, op den anderen
+oever der Clyde gelegen, bevonden. Wat een gehamer en een getiktak
+op ijzeren platen, welke machtige rook- en stoomwolken daar, die
+het gehoor en het gezicht van Partridge en van zijn gezellin zoo
+onaangenaam aandeden!
+
+Maar al dat nijverheids-spektakel, al die kolendamp zou langzamerhand
+ophouden en voor het oog verdwijnen. In plaats van scheepstimmerwerven,
+van overdekte dokken, van hooge fabrieksschoorsteenen, van die
+reusachtige ijzeren stellingen, die zoozeer op vergroote kooien van
+een zoölogischen tuin van mastodonten en andere voorwereldlijke
+dieren gelijken, begonnen behaaglijke woningen te verschijnen,
+buitenverblijven, onder het groene loof van hoog geboomte verscholen
+villa's van de anglo-saksische bouworde, die zich als verspreid op
+de omliggende heuvelen verhieven. Het was toen als een onafgebroken
+opvolging van fraaie villa's en kasteelen, die zich als gezaaid op
+een groenen band van de eene tot de andere stad ontrolden.
+
+Na den ouden koninklijken burcht van Renfrew, op den linkeroever van de
+rivier gelegen, voorbij gestoomd te zijn, kwamen de dicht begroeide
+heuvels van Kilpatrick ter rechterzijde boven het dorp van dien
+naam te voorschijn. Langs die plek kan geen Ierlander voorbijgaan,
+zonder zich het hoofd te ontblooten, want daar is Sint-Patrick,
+de beschermheilige van Ierland, geboren.
+
+De Clyde begon van rivier of stroom, die zij tot nu toe slechts
+geweest was, nu een ware zeearm te worden. Juffrouw Bess en
+Partridge groetten eerbiedig de bouwvallen van Douglas-Castle, die
+eenige oude herinneringen uit de geschiedenis van Schotland in hun
+brein te voorschijn riepen; maar hunne oogen wendden zich af van
+de zuil die opgericht werd ter eere van Harry Bell, den uitvinder
+en de vervaardiger van het eerste schip, dat zich met behulp van
+werktuigen bewoog en welks raderen door hun geklepper deze stille
+wateren beroerden.
+
+Eenige mijlen verder aanschouwden de reizigers, met hun Murray in de
+hand, het kasteel van Dumbarton, dat zich op een basaltrots van meer
+dan vijfhonderd voet hoogte verheft.
+
+Een der beide kegelvormige toppen, door die rots gedragen, en wel de
+hoogste, wordt nog de »Troon van Wallace", naar een der helden van
+den onafhankelijkheidsoorlog, genoemd.
+
+Juist op dit oogenblik begon een heer, die boven op de loopbrug
+stond,--zonder dat hij daartoe uitgenoodigd was, maar ook zonder dat
+iemand zulks onaangenaam vond--een kleine geschiedkundige verhandeling,
+ter voorlichting van zijn reisgezellen
+
+Een half uur later kon niemand van hen, die zich aan boord van
+de Columbia bevonden, tenzij dat hij met doofheid geslagen was,
+onbekendheid voorwenden met de omstandigheid, dat de Romeinen Dumbarton
+zeer waarschijnlijk versterkt hadden; dat die historische rotsklomp
+in het begin der dertiende eeuw in een koninklijke vesting herschapen
+werd; dat hij, bevoordeeld door het Unie-traktaat, tot de vier sterke
+plaatsen van het koninkrijk Schotland behoort, die niet ontmanteld
+mogen worden; dat Maria Stuart van uit die haven in 1548 naar Frankrijk
+vertrok, om daar door haar huwelijk met Frans den Tweeden, koningin
+voor één dag te zijn, dat daar eindelijk Napoleon in 1845 had moeten
+opgesloten worden, voor dat het ministerie Castlereagh tot een besluit
+kwam, den grooten man naar Sint Helena te verbannen.
+
+»Zoo'n verhandeling is zeer leerrijk."
+
+»Leerrijk en belangwekkend," antwoordde broeder Sib. »Die gentleman
+verdient ten volle onze loftuigingen!"
+
+En inderdaad, de beide ooms hadden geen enkel woord van de geheele
+verhandeling willen missen. Zij achtten zich dan ook verplicht, dien
+geïmproviseerden professor in de geschiedenis een blijk hunner innige
+tevredenheid te geven. Miss Campbell, in haar gedachten verzonken,
+had niets gehoord van die geschiedenis-les in de vlucht. Zoo iets
+kon haar, althans in deze oogenblikken, niet boeien. Zij gunde
+zelfs geen blik aan de bouwvallen van het kasteel van Cadross,
+dat op den rechteroever van den stroom gelegen was, en waar Robert
+Bruce stierf. Een zee-gezichteinder, dat was het wat hare oogen
+tot nu toe te vergeefs zochten. Zij zou dien evenwel niet zien,
+voor dat de Columbia uit die voortdurende opvolging van oevers, van
+voorgebergten, van kuststreken, die de baai van de Clyde omzoomen,
+te voorschijn zou getreden zijn. Daarenboven, de Columbia stoomde
+thans het dorpje Helenaburg voorbij. Port-Glasgow, de bouwvallen van
+het kasteel van Newark, het schiereiland Rosenheat, dat alles was
+haar bekend, dat zag het jonge meisje iederen dag uit de ramen van
+haar buitenverblijf. Zij vroeg zich dan ook af, of de stoomboot niet
+op de grillig aangelegde waterpartijen van haar park voer.
+
+En waarom zouden haar oog en haar gedachten, toen het vaartuig verder
+gekomen was, verdwalen te midden van honderden schepen, die zich
+in de havenkommen van Greenock bij de uitwatering van den stroom als
+verdrongen? Wat kon het haar schelen, dat de onsterfelijke Watt geboren
+was in die stad van veertig duizend zielen, die als de nijverheids-
+en handels-voorkamer van Glasgow te beschouwen is? Waarom toch zou zij
+drie mijl verder, haar blikken laten rusten op het dorp Gouroch ter
+linkerzijde, of op het dorp Dunoon ter rechter zijde, op de getande
+en bochtige fiords, die zoo diepe inhammen in de kuststreken van
+het graafschap van Argyle vormen en die aan de kust van Noorwegen
+gelijk stellen?
+
+Neen! miss Campbell zocht met ongeduldig oog de bouwvallen
+van den toren van Leven. Hoopte zij er een geestverschijning te
+ontwaren? Geenszins, maar zij wilde de eerste zijn, die den vuurtoren
+in het oog kreeg van Clock, die den uitgang van de Firth of Clyde
+verlicht.
+
+De vuurtoren verscheen eindelijk als een reuzenlamp, toen het
+stoomschip een hoek, dien de kuststreek vormde, rondde.
+
+»Clock, oom Sam," zeide zij. »Clock, Clock!"
+
+»Ja, Clock," antwoordde broeder Sam met de nauwkeurigheid van een
+Hooglandsche echo.
+
+»De zee, oom Sib!"
+
+»Ja, inderdaad de zee," antwoordde broeder Sib.
+
+»O! wat is dat mooi!" riepen de beide ooms te gelijk.
+
+Het was alsof zij de zee voor den eersten keer van hun leven
+aanschouwden.
+
+Neen, er was geen vergissing mogelijk. Toen de baai zich voor het oog
+opende, vertoonde zich daar goed en wel een uitgestrekte zee-horizon.
+
+Maar de zon had nog niet eens de helft van haar loopbaan
+afgelegd. Onder den zes en vijftigsten breedtegraad moesten nog
+minstens zeven uur verloopen, alvorens zij in de zilte golven zou
+onderduiken,--dus nog zeven uur van ongeduldig wachten voor miss
+Campbell. Daarenboven, die gezichteinder strekte zich in het zuidwesten
+uit, dat wil zeggen over dat segment van den cirkelboog, waarin
+de zonneschijf zich bij haar ondergaan niet laat zien dan bij den
+winterzonnestilstand. Daar moest dus de verschijning van den Groenen
+Straal niet gezocht worden; neen men zou den blik meer westelijk, zelfs
+ietswat naar het noorden moeten richten, daar de eerste Augustusdagen
+de dag- en nachtevening van September zes weken voorafgaan.
+
+Maar dat kwam er minder op aan. Het was de zee, die zich thans voor
+het oog van miss Campbell uitstrekte. Tusschen de Cambray-eilanden,
+daar voorbij het groote eiland van Bute, welks scherpe omtrekken door
+een lichten nevel afgerond werden, dan voorbij de kleine toppen en
+ruggen van Aisla-Craig en der Arran-bergen, vormden de hemel en de
+zee te zamen een lijn zoo zuiver, alsof zij langs de liniaal met een
+fijn aangepunt potlood getrokken was.
+
+Miss Campbell nam dien gezichteinder waar, terwijl zij er hare geheele
+gedachten aan wijdde, en sprak daarbij geen woord. Zij stond rechtop
+en onbeweeglijk op de loopbrug, en de zon vormde aan haar voeten
+een zeer verkorte schaduw van haar persoon. Met het oog scheen zij
+de lengte van den boog te meten, dien de dagvorstin nog scheidde
+van het punt waar zij in de wateren van den hybridischen archipel
+zou ondergaan.... Wanneer slechts in dat oogenblik de hemel, zoo
+helder thans, niet door de dampen van den schemeravond verduisterd
+zoude worden!
+
+Een stem ontvoerde de jeugdige dweepster aan hare droomerijen.
+
+»Het is tijd," zei broeder Sib.
+
+»Tijd! welke tijd, waarde oompjes?"
+
+»Tijd om te ontbijten," zei broeder Sam.
+
+»Kom, laten wij dan ontbijten!" antwoordde miss Campbell.
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+VAN DE EENE BOOT OP DE ANDERE.
+
+
+Na het half-koude, half-warme maal, waaruit het ontbijt bestond--dat,
+tusschen twee haakjes gezegd, overheerlijk was--en in het eetsalon van
+de Columbia voorgediend werd, stegen miss Campbell en de gebroeders
+Melvill andermaal op het dek.
+
+Helena kon een kreet van teleurstelling niet weerhouden, toen zij
+haar plaats op het halfdek weer ingenomen had.
+
+»Waar is mijn zee-horizon?" vroeg zij.
+
+Hare ooms moesten bekennen, dat die horizon er niet meer was. Sedert
+eenige minuten was hij verdwenen. De stoomboot, die noordelijk voorlag,
+stevende op dat oogenblik door de Straat van Kyles of van Bute.
+
+»Dat is niet mooi, oom Sam!" sprak Miss Campbell met een lichten
+toon van verwijt in de stem en met een zweem van pruilen op de
+schoone lippen.
+
+»Maar, mijn lief kind...."
+
+»Dat zal ik niet licht vergeten, oom Sib!"
+
+De twee broeders wisten geen antwoord te geven, en toch kon men hun
+de schuld niet geven, dat de Columbia, na haren koers gewijzigd te
+hebben, verder noordwaarts stevende.
+
+Er bestaan inderdaad twee wegen, of beter twee vaarwaters, die nog
+al sterk uiteenloopen, om over zee van Glasgow naar Oban te geraken.
+
+De een--die door de Columbia niet ingeslagen was--is de langste. Die
+voert langs Bothesay, de hoofdplaats van het eiland Bute, welke
+natuurlijk aangedaan wordt. Dat stadje wordt beheerscht door een
+oud kasteel, dat uit de elfde eeuw dagteekent, en is in het westen
+omgeven door hooge glens, die haar haven tegen de stormwinden uit
+volle zee dekken. Van Rothesay kan de stoomboot verder de Clyde-baai
+afzakken, vervolgens de wester kuststreek van het Bute-eiland langs
+stevenen, groot en klein Cumbray in het gezicht loopen en verder
+in die richting voortstoomen, totdat de meest zuidelijke punt van
+het eiland Arran bereikt is. Dat eiland behoort in zijn geheel,
+van zijn grondvesten van rotslagen tot op den top van den Goatfell,
+die zich op nagenoeg achthonderd meter boven de oppervlakte der zee
+verheft, aan den hertog van Hamilton. Bij die zuidpunt gekomen,
+legt de roerganger zijn roer te boord, totdat de weststreek van
+het kompas met de zeilstreek overeenkomt, waardoor het eiland Arran
+gerond wordt. Men stevent verder rond om den grooten vinger van het
+schiereiland Cantyre, om langs de westkust daarvan op te stoomen,
+waarna men in de Gigha-engte komt, die het smalste gedeelte uitmaakt
+van de Sond-straat, die tusschen de eilanden Islay en Jura doorvoert,
+waarna men in het meest opene gedeelte, van de Forth- of Lorn-baai
+geraakt, welker teruggetrokken hoek zich een weinig boven Oban sluit.
+
+Goed gerekend, wanneer miss Campbell eenige reden tot pruilen had, dan
+zouden de beide ooms toch ook reden hebben om te betreuren, dat die weg
+niet was ingeslagen. Wanneer men toch die kuststreek van het eiland
+Islay gevolgd had, dan zouden zij met eigen oogen gezien hebben de
+verblijfplaats der Mac Donalds, die, in het begin der zeventiende eeuw
+overwonnen en verjaagd, de plaats moesten ruimen voor de Campbells. Bij
+het gezicht van de plaats, waar die historische feiten voorgevallen
+waren, die de beide broeders van nabij betroffen, zouden zij niet
+alleen hun hart hebben voelen kloppen, maar ook Juffrouw Bess en
+Partridge zouden hunne aandoening niet meester gebleven zijn.
+
+En wat miss Campbell betrof, voor haar oogen zou die zoo zeer betreurde
+gezichteinder zich gedurende veel langer tijd uitgestrekt hebben. Want
+inderdaad, van de punt van de Arran tot aan het voorgebergte van
+Cantyre heeft men de volle zee in het zuiden en van die punt van
+Cantyre tot aan het uiteinde van Islay heeft men de volle zee in het
+westen, dat wil zeggen die vloeibare onmetelijkheid, die slechts op
+een afstand van ruim drie duizend mijl door het Amerikaansch vasteland
+begrensd wordt.
+
+Maar die weg is, zooals gezegd werd, de langste; hij is ook de meest
+moeitevolle en niet van gevaren ontbloot. Men heeft met dat slag
+van toeristen rekening moeten houden, die afgeschrikt worden door de
+gebeurlijkheden van een overtocht soms bij ruw weer, wanneer de zee
+veelal hol staat in die streken der Hebriden.
+
+De ingenieurs hebben dan ook, in navolging van de Lesseps de gedachte
+geopperd en uitgevoerd, om van dat schiereiland Cantyre een eiland
+te maken. Onder hunne leiding werd het kanaal van Crinan in het
+noordelijkste gedeelte van het schiereiland gegraven. Daardoor wordt de
+reis minstens tweehonderd mijl bekort, en een vaartuig heeft slechts
+drie of vier uur noodig om het door te stevenen.
+
+Door dien weg zou de Columbia tusschen al die inhammen en zeeëngten,
+met geen ander uitzicht dan kale stranden, dan bergen en wouden,
+den overtocht van Glasgow naar Oban beëindigen. Van al de passagiers
+aan boord was miss Campbell zeer waarschijnlijk de eenige die de niet
+gevolgde reisroute betreurde, maar zij moest wel in het onvermijdelijke
+berusten. Daarenboven zou zij dien zee-gezichteinder niet weervinden,
+wanneer men eenige uren later het kanaal van Crinan zou verlaten
+hebben, nog lang voordat de zon de kim met haar schijf zou aanraken?
+
+Terzelfder tijd, toen de naplakkers aan tafel de eetzaal verlieten
+om zich op het dek te begeven, stoomde de Columbia het kleine eiland
+Elbangreig voorbij, hetwelk aan den ingang van Loch Ridden gelegen
+is. Op dat eilandje bestaat een versterkte plaats, die tot laatste
+schuiloord strekte aan den hertog van Argyle, toen die held, ten
+onder gebracht in den strijd voor de staatkundige en godsdienstige
+onafhankelijkheid van Schotland naar Edinburg gebracht werd, om daar
+het leven onder de valbijl zijns vaderlands te laten.
+
+Toen stevende de stoomboot zuidwaarts, alsof zij op haar schreden wilde
+terugkeeren, volvoerde den doortocht door de zeeëngte van Bute, te
+midden van dat bewonderenswaardige panorama van eilanden, die òf kaal
+en onvruchtbaar, òf met zwaar bosch bedekt waren, en welker scherpe en
+woeste omtrekken door een lichten nevel verzacht waren. Eindelijk na
+de kaap Ardlamont gerond te hebben, werd de noordwaartsche richting
+hernomen door Loch Fyne waarbij het dorp East-Farbert op de kust van
+Cantyre gelegen, ter linkerzijde gelaten werd. Vervolgens werd Kaap
+Ardrishaig voorbijgestoomd, en zoo het gehucht Lochgilphead bereikt,
+waar zich de monding van het kanaal Crinan bevindt.
+
+Daar moesten de reizigers de Columbia verlaten, omdat zij van te
+groot charter was voor de vaart op het kanaal. Door dien doorsteek,
+die een sterk waterverval heeft, waardoor niet minder dan vijftien
+sluizen benoodigd zijn op haar lengte van slechts negen mijl, kunnen
+slechts smalle vaartuigen van weinig diepgang varen.
+
+De kleine stoomboot the Linnet wachtte de passagiers van de
+Columbia. De overscheping had in weinige oogenblikken plaats. Ieder
+zocht een goed plekje op het halfdek, waarop men evenwel zeer
+opeengedrongen zat. Daarna stoomde the Linnet met spoed tusschen
+de kanaaloevers voort, terwijl een »bagpiper", een doedelzakartist,
+in het nationaal kostuum gekleed, zijn bevreemdend instrument liet
+weerklinken. Niets weemoediger dan die vreemdsoortige muziek, welker
+ontwikkeling slechts de uitgestrektheid van een octaaf bereikt en
+waarbij de gevoelsnoot ontbreekt even als in de deuntjes uit den tijd
+der vervlogen eeuwen.
+
+Het is een bevallige vaart op dit kanaal, dat nu eens tusschen
+hooge oevers is uitgegraven, dan eens langs de hellingen van een met
+heideplanten begroeiden heuvel voert, waaraan het als vastgehaakt
+schijnt; dat hier een uitgestrekt vlak bouwland doorsnijdt, om elders
+weer tusschen de zware muren van de schutkolken besloten te worden. In
+het sas is er telkenmale oponthoud. Terwijl de sluiswachters zich
+haasten om het vaartuig te schutten, komen jonge lieden, jonge meisjes
+en kinderen de reizigers met beleefden groet versch gewonnen melk
+aanbieden, en babbelen daarbij de gaëlische volkstaal, die door de
+Kelten vroeger algemeen gebruikt werd, en meestal onverstaanbaar is,
+zelfs voor Engelsche ooren.
+
+Zes uren later--er had oponthoud plaats gehad bij een sluis, welker
+deuren slecht sloten--waren de gehuchten en de pachthoeven van dit
+wel wat droefgeestig land, alsook de uitgestrekte moerassen van de
+Add, die op den rechteroever van het kanaal, aangetroffen werden,
+voorbij gestevend. The Linnet stopte een oogenblik later bij het
+dorp Ballanoch. Daar had een tweede overscheping plaats en werden de
+passagiers van de Columbia de passagiers van de Glengarry. Die boot
+stevende noordwestwaarts, om de baai van Crinan uittestoomen en de
+punt te ronden, waarop zich het oude feodale kasteel van Duntroon
+Castle verheft.
+
+Sedert men het eiland Bute voorbijgestevend was, alwaar men er een
+stukje van had kunnen snappen, was geen zee-gezichteinder meer te
+zien geweest.
+
+Men kan begrijpen welk ongeduld miss Campbell bezielde. Op die wateren,
+wier gezichtskring overal begrensd was, kon zij zich verbeelden ten
+volle in Schotland te zijn, in de meerstreken, te midden van het land
+van Rob Roy. Overal werden schilderachtige eilanden aangetroffen,
+met hunne zachte afrondingen en begroeid met berke- en beukeboomen.
+
+Eindelijk stevende de Glengarry de noorder punt van het eiland Jura
+om, en toen vertoonde zich de zee tusschen dit punt en het eilandje
+Scarba, dat er als afgescheurd is in al haar uitgestrektheid, tot
+waar de hemel de waterlijn schijnt te ontmoeten.
+
+»Daar is ze! waarde Helena!" riep broeder Sam, terwijl hij de hand
+naar het westen uitstrekte.
+
+»Het was waarachtig onze schuld niet," vervolgde broeder Sib, »dat
+die verwenschte eilanden, die de oude Nick hale! ze voor uwe oogen
+verborgen."
+
+»Vergiffenis zij u geschonken, waarde oompjes," antwoordde miss
+Campbell met een bekoorlijken glimlach. »Maar... dat het niet weer
+gebeure!"
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+DE KOLK VAN CORRYVREKAN.
+
+
+Het was toen ongeveer zes uur des avonds. De zon had nog slechts vier
+vijfden van haar loopbaan volbracht. Ongetwijfeld zou de Glengarry,
+voor dat de dagvorstin in de wateren van den Atlantischen Oceaan
+onderduiken zou, te Oban aangekomen zijn. Miss Campbell kon dus
+hoop koesteren, dat haar wenschen ten opzichte van den Groenen Straal
+denzelfden avond vervuld zouden worden. Want waarachtig, het uitspansel
+vertoonde zich zonder wolken of nevels, en scheen voor de waarneming
+van dat natuurverschijnsel als geknipt, terwijl de zee-horizon tusschen
+de eilanden Oronsay, Colonsay, en Huil gedurende het overige gedeelte
+van den overtocht volmaakt zichtbaar zou blijven.
+
+Maar een geheel onvoorzien voorval zou den gang van de stoomboot
+eenigermate komen vertragen.
+
+Miss Campbell, geheel ingenomen door haar vast denkbeeld, dat haar
+niet begaf, hield het oog sterk gevestigd op dat gedeelte van den
+gezichteinder. Zij alleen merkte dan ook op, hoe woelig de zee tusschen
+de punt van het eiland Jura en het eilandje Scarba was. Terzelfder tijd
+bereikte een ver verwijderd geluid, als van golven die tegen elkaar in
+klotsten, haar oor. En toch rimpelde een flauwe bries ternauwernood
+de watervlakte, die er olieachtig uitzag, zoo kalm was zij, zelfs
+toen zij door den boeg van het stoomvaartuig gesneden werd.
+
+»Wat veroorzaakt die woeligheid en dat gedruisch?" vroeg miss Campbell
+aan hare ooms.
+
+Maar hare ooms konden haar onmogelijk antwoorden, want zij zelf
+begrepen evenmin als zij, wat daar op drie mijl afstand van hem in
+dien nauwen doorgang voorviel.
+
+Miss Campbell wendde zich toen tot den kapitein, die in dat oogenblik
+op de loopbrug op en neer wandelde, en vroeg hem naar de oorzaak van
+dat golfgeklots, dat zich zoo helder zien en hooren liet.
+
+»Dat wordt eenvoudig door den opkomenden vloed veroorzaakt," antwoordde
+de kapitein. »Dat geluid, wat gij hoort, is afkomstig van de kolk
+van Corryvrekan.
+
+»Maar het weer is overheerlijk," merkte miss Campbell op, »en de
+bries laat zich ternauwernood voelen."
+
+»Het weer heeft ook geen invloed op dat natuurverschijnsel. Het
+wordt veroorzaakt door de opkomende zee, die bij het doorkomen uit
+den Jura-Sond geen anderen doortocht vindt dan tusschen de beide
+eilanden Jura en Scarba. In dien doortocht stort de vloed zich met
+een buitengewoon groote kracht, en het zou zeer gevaarlijk zijn voor
+een eenigszins klein vaartuig, zich er in te wagen."
+
+De kolk van Corryvrekan is te recht gevreesd in die streken, en wordt
+als een der meest merkwaardige plekken van den Hebriden-archipel
+genoemd. Zij is wellicht te vergelijken met de kolk van Sein, die
+door de verenging van de zee tusschen den weg van dien naam en de
+baai der Trépassés op de kust van Bretagne of met de kolk Blanchart,
+die door de wateren der Hoofden gevormd wordt, welke zich tusschen
+het eiland Aurigny en den vasten wal van Cherbourg storten. De legende
+verzekert, dat zij haar naam verschuldigd is aan een Scandinavischen
+prins, wier schip daar ter plaatse in de Keltische tijden met man en
+muis verging. Het is inderdaad een gevaarlijke doortocht, waarin veel
+schepen schipbreuk geleden hebben en die, wat ongelukken betreft,
+de vergelijking met den noodlottigen Maalstroom op de kusten van
+Noorwegen doorstaan kan.
+
+Miss Campbell hield middelerwijl niet op met naar de hevige golvingen
+van die kolk te kijken, toen eensklaps haar aandacht meer in het
+bijzonder geboeid werd door een punt in die zeeëngte. Eerst meende
+zij dat daar een rots boven de watervlakte uitstak, maar hetgeen zij
+zag ging met de hevige golvingen der zee op en neer.
+
+»Zie, zie toch, kapitein," zei het jonge meisje, »indien dat geen
+rots is, wat is het dan?"
+
+»Waarlijk," antwoordde de kapitein, »een rots is het niet. Het kan
+niet anders dan een stuk wrakhout zijn, dat door den stroom meegevoerd
+is of het is ook wel...."
+
+En zijn kijker grijpende:
+
+»Een sloep!" riep hij uit.
+
+»Een sloep!" kreet miss Campbell.
+
+»Ja!.... ik vergis mij niet!.... Een sloep op de wateren van de
+Corryvrekan-kolk!.... Oh, zij zal vergaan, dat kan niet anders!"
+
+Toen de kapitein die woorden meer uitschreeuwde dan wel zei verdrongen
+zich de passagiers op de loopbrug en keken allen in de richting van de
+kolk. Er was geen twijfel meer mogelijk! Het vaartuig was ongetwijfeld
+door den stroom in de zeeëngte meegesleurd. Dat was zeer zeker door
+den opkomenden vloed veroorzaakt. Het bevond zich thans in de werking
+der zuiging van de tegenstroomingen en liep zijn ondergang te gemoet.
+
+Aller blikken waren op dat punt van de kolk gevestigd, hetwelk op
+vier of vijf mijl van de Glengarry gelegen was.
+
+»Waarschijnlijk is het maar een sloep, die losgeraakt en afgedreven
+is," was de bemerking van een der passagiers.
+
+»Neen, dat is het niet! want ik zie er een man in," antwoordde
+een ander.
+
+»Een man.... twee mannen!" riep Partridge, die in de nabijheid van
+miss Campbell post gevat had.
+
+En inderdaad daar waren twee menschen in die sloep. Zij waren
+hun vaartuig niet meer meester. Het weinigje bries, dat van de
+landzijde woei, was onmachtig om hun zeil te vullen en hen buiten de
+omstroomingen te voeren, en met de riemen was het onmogelijk uit de
+schrikkelijke zuiging van de Corryvrekan-kolk te geraken.
+
+»Kapitein!" riep miss Campbell, »wij kunnen die ongelukkigen toch
+niet onder onze oogen laten omkomen.... Zij zijn verloren, wanneer
+men hen aan hun lot overlaat!.... Zij moeten geholpen worden!.... daar
+valt niets aan te doen!.... het moet!...."
+
+Allen die aan boord waren, koesterden dezelfde gedachten, die het
+edele meisje uitte. Het antwoord van den kapitein werd dan ook
+angstvallig afgewacht.
+
+»De Glengarry," sprak hij, »mag zich niet te midden van de
+Corryvrekan-kolk wagen. Maar wij zullen zoo veel als mogelijk is
+naderen, misschien komen wij dan binnen het bereik dier sloep!"
+
+En zich tot de passagiers keerende, scheen hij een teeken van
+goedkeuring te verzoeken.
+
+Miss Campbell ging tot hem.
+
+»Het moet, kapitein, het moet!...." zeide zij met opgewonden stem en
+gebaar. »Mijn reisgenooten zijn van dezelfde meening!.... Het geldt
+twee menschenlevens, die gij redden kunt! Och! kapitein! .... Ik
+smeek er u om!...."
+
+»Ja!.... ja!...." riepen eenige der passagiers, opgewekt en bewogen
+door de warme tusschenkomst van dat jonge meisje.
+
+De kapitein greep zijn kijker, nam met de uiterste nauwkeurigheid de
+richting van de stroomingen in de zeeëngte waar; toen zich tot den
+roerganger wendende, die bij hem aan het stuurrad op de brug stond:
+
+»Opgelet bij het sturen!" zei hij. »Het roer stuurboord te boord!"
+
+Het stoomschip wendde onder de werking van het roer naar het westen. De
+machinist kreeg bevel om zijn stoomkleppen te bezwaren en alle kracht
+aan te wenden. Weldra schoot de Glengarry de uiterste punt van het
+eiland Jura ter linkerzijde voorbij.
+
+Niemand sprak aan boord. Aller oogen waren angstvallig op dat
+vaartuigje gevestigd, hetwelk al meer en meer zichtbaar werd.
+
+Het was slechts een kleine visschersloep, waarvan men den mast had
+neergelaten om den terugstoot te vermijden der hevige schokken,
+door de golven teweeggebracht.
+
+Een der twee mannen, die zich in de sloep bevonden, lag in
+het achterste gedeelte uitgestrekt; de andere roeide met alle
+inspanning van krachten, en trachtte buiten den kring der zuiging te
+geraken. Wanneer hij daarin niet slaagde, waren beide verloren!
+
+De Glengarry kwam een half uur later op de grens van de Corryvrekankolk
+en begon door den invloed der golven sterk te stampen, maar niemand
+aan boord toonde zich ontevreden; hoewel de snelheid der stroomingen
+wel van dien aard was, dat zij eenvoudige toeristen zou hebben kunnen
+afschrikken.
+
+Inderdaad, in dit gedeelte van de zeeëngte vertoonde zich de zee wit
+van het schuim, alsof een dichtgereefd marszeilskoeltje woei. Men
+zag slechts een uitgestrekte oppervlakte van schuim, die tengevolge
+van de weinige diepte der wateren, door grondzeeën in hooge zuilen
+werd opgeworpen.
+
+De sloep was nog slechts op een halve mijl verwijderd. Diegene van
+de twee mannen, die roeide, deed de uiterste inspanning om buiten
+de neerstroomingen te geraken. Hij begreep, dat de Glengarry hem te
+hulp kwam, maar hij besefte ook dat de stoomboot niet veel verder kon
+komen, en dat het dus van zijn krachten afhankelijk was, om haar te
+bereiken. Wat zijn makker betrof, deze lag steeds in het achterste
+gedeelte der sloep uitgestrekt en scheen buiten kennis te zijn.
+
+Miss Campbell, aan de grootste opgewondenheid ten prooi, wendde geen
+oog af van dat vaartuig welks nood zij het eerste aangeduid had op de
+golven van de kolk, waarheen de Glengarry op haar vurige smeekingen
+thans stevende.
+
+De toestand werd middelerwijl bedenkelijker, en het was te vreezen dat
+de stoomboot niet bij tijds zou aankomen. Zij kon nog slechts met half
+werk vooruitslaan, ten einde belangrijke averij te voorkomen en toch
+dreigden reeds de zeeën, die over den boeg sloegen, de stookplaats
+der machine te bereiken, en deden dus het gevaar ontstaan van de
+vuren te blusschen, hetgeen een schrikkelijke gebeurlijkheid moest
+genoemd worden, daar te midden van die wilde stroomingen.
+
+De kapitein, die zich aan de bruggestutten vastgekneld hield, waakte er
+voor, dat zijn schip niet buiten het vaarwater kwam, en manoeuvreerde
+met alle behendigheid om niet dwarszee's te geraken.
+
+Middelerwijl gelukte het de sloep niet om buiten de neerstroomingen
+te komen. Soms verdween zij plotseling achter een breker; in een
+ander oogenblik werd zij door de ronddraaiende stroomingen van de
+kolk, die evenredig in kracht toenamen, meegesleurd en stevende in
+een kring rond met de snelheid van een voortgeschoten pijl, of nog
+beter uitgedrukt, met de snelheid van een steen, die door den slinger
+rondggedraaid wordt, alvorens hem te laten ontsnappen.
+
+»Sneller! nog sneller!" riep miss Campbell, die haar
+gemoedsaandoeningen niet kon onderdrukken.
+
+Maar op het gezicht van die vreeselijke golven, die tegen de boot
+aansloegen, lieten reeds eenige vrouwelijke passagiers angstkreten
+hooren. De kapitein, de verantwoordelijkheid begrijpende, die hij
+droeg, aarzelde om verder binnen den kring van de Corryvrekan-kolk
+te dringen.
+
+En toch, de afstand, die de sloep van de Glengarry scheidde,
+bedroeg thans in dat oogenblik nog slechts een halve kabellengte of
+ongeveer drie honderd voet; men kon dan ook van boord gemakkelijk de
+ongelukkigen onderscheiden, die daar met hunne sloep naar hun verderf
+werden meegesleurd.
+
+Het was een oud zeeman en een jongmensch. De eerste lag in het
+achterste gedeelte van het vaartuig uitgestrekt, de andere roeide
+met inspanning van alle krachten.
+
+Een vreeselijke golf klotste in dit oogenblik tegen de wanden van de
+Glengarry en maakte haar toestand vrij moeielijk.
+
+En waarlijk, de kapitein kon niet verder de zeeëngte instevenen, en
+hij moest zoo manoeuvreeren, dat hij met den kop in den stroom bleef,
+hetgeen niet zonder moeielijkheid te veroorzaken, ten uitvoer gebracht
+kon worden.
+
+Plotseling gleed de sloep, na een oogenblik op de kruin van een hooge
+golf verschenen te zijn, omlaag en verdween voor ieders oog.
+
+Een kreet weerklonk aan boord. Een kreet van angst en schrik!
+
+Was het vaartuig omgeslagen en gezonken?.... Neen, daar verscheen het
+weer op den rug van een andere golf en een nieuwe inspanning van den
+roeier bracht het iets nader bij de stoomboot.
+
+»Flink! flink doorgeroeid!!" riepen de zeelieden, die op de voorplecht
+van het schip stonden.
+
+En zij zwaaiden rollen touw en bespiedden het gunstige oogenblik om
+die in de sloep te werpen.
+
+Plotseling gaf de kapitein, die eenig glad water tusschen
+de keerstroomingen opmerkte, bevel aan den machinist om de meest
+mogelijke stoomkracht aan te wenden. De snelheid der Glengarry nam
+spoedig toe en het schip stevende koen tusschen de beide eilanden
+in, terwijl de sloep van haren kant ook eenigermate naderde. Toen
+werden de touwen voortgeslingerd, door den roeier gegrepen en om den
+mast bevestigd. De Glengarry sloeg vervolgens met kracht achteruit,
+om des te eerder uit de wieling te geraken, terwijl de sloep, langs
+zij getrokken, zoo door haar gesleept werd.
+
+Toen eerst wierp de jongeling de riemen neer, tilde zijn makker in
+de armen op, en werd die oude zeeman met behulp der matrozen van de
+boot aan boord geheschen. Terwijl de sloep naar de Corryvrekan-kolk
+voortgesleurd werd, had een groote golf haar een hevigen slag
+toegebracht, die haar buiten staat gesteld had, verder de inspanningen
+van den jonkman te steunen, waardoor deze laatste geheel en al aan
+eigen krachten was overgelaten.
+
+Deze was middelerwijl op het dek van de Glengarry gesprongen. Hij had
+niets van zijn tegenwoordigheid van geest verloren, zijn gelaat ademde
+rustige kalmte en zijn geheele houding gaf te kennen dat zedelijke
+moed hem evenmin ontbrak als physieke, en hem aangeboren scheen.
+
+Hij beijverde zich dan ook dadelijk om zijn makker behoorlijk te doen
+verzorgen. Dat was de eigenaar van de sloep. Een flink glas brandewijn
+bracht dezen weer spoedig op de been.
+
+»Mijnheer Olivier!" zei hij.
+
+»Oh! mijn ouwe zeeman," antwoordde de jongeling. »En die klap van
+die golf?.... Hoe is het er mee?...."
+
+»Dat's niets! Ik heb wel wat anders beleefd! Ik voel er niets meer
+van!...."
+
+»Den hemel zij dank!... maar mijn onvoorzichtigheid om steeds vooruit
+te stevenen, zou ons duur te staan hebben kunnen komen!... maar wij
+zijn gered!"
+
+»Met uwe hulp, mijnheer Olivier."
+
+»Neen.... met Gods hulp!"
+
+En de jonkman, den ouden zeerob aan zijn borst drukkende, poogde niet
+zijn aandoeningen te bedwingen, maar uitte ze vrij en zag ze trouwens
+door al de omstanders gedeeld.
+
+Toen, zich tot den kapitein van de Glengarry wendende, die in dat
+oogenblik juist de trap van de loopbrug afklom:
+
+»Kapitein," zeide hij, »ik zal u nimmer mijn dankbaarheid voor den
+dienst, dien gij ons bewezen hebt, voldoende kunnen betuigen..."
+
+»Ik heb slechts mijn plicht gedaan, mijnheer," antwoordde de
+gezagvoerder, »en om de waarheid te huldigen, moet ik verklaren,
+dat mijn passagiers meer recht op uw dankbetuigingen hebben dan ik."
+
+De jonkman drukte den kapitein hartelijk de hand; toen zijn hoed
+afnemende, groette hij al de passagiers met een uiterst bevallig
+gebaar.
+
+Daarvan hield hij zich overtuigd, dat zonder de tusschenkomst van de
+Glengarry, zijn makker en hij, voortgesleurd tot in het middelpunt
+van de Corryvrekan-kolk, ellendig omgekomen zouden zijn.
+
+Miss Campbell had middelerwijl gemeend zich gedurende die
+beleefdheidswisselingen een weinig te moeten terugtrekken. Zij
+verlangde niet dat het deel, hetwelk zij aan de ontknooping van die
+dramatische redding gehad had, ter sprake kwam. Daarom vertoefde zij
+vóór op de loopbrug, toen haar eensklaps, alsof haar grilligheid weer
+de bovenhand genomen had, die woorden ontsnapten, terwijl zij zich
+naar het westen keerde:
+
+»En de Groene Straal?.... En de zon?"
+
+»Geen zon meer!" zei broeder Sam.
+
+»En geen straal!" zei broeder Sib.
+
+En waarlijk, het was te laat. De zonneschijf, die achter een
+gezichteinder van een bewonderenswaardige zuiverheid ondergegaan was,
+had haren Groenen Straal, onopgemerkt door iedereen, in het luchtruim
+laten schitteren. Maar in dat oogenblik dwaalden de gedachten van miss
+Campbell elders, en haar verstrooide blik had deze gelegenheid gemist,
+die wellicht zich zoo spoedig niet meer zou voordoen!
+
+»Het is jammer!" mompelde zij binnensmonds, zonder eenige spijt
+evenwel bij de herinnering aan hetgeen er plaats had gehad.
+
+De Glengarry manoeuvreerde intusschen, om uit de zeeëngte van de
+Corryvrekan-kolk te komen, en hernam haren noordwaartschen koers. Toen
+wisselde de oude zeeman een hartelijken maar laatsten handdruk met
+zijn makker, stapte in zijn sloep, heesch zijn zeil en vertrok naar
+het eiland Jura.
+
+Wat den jonkman betreft, wiens »dorlach", een soort van lederen
+reisvalies, aan 't dek gebracht was, hij was een toerist te meer,
+die door de Glengarry naar Oban zou overgevoerd worden.
+
+De stoomboot, na de eilanden Shuna en Luing, waar de rijke leigroeven,
+toebehoorende aan den markies van Breadalbane, aangetroffen worden,
+rechts te hebben laten liggen, stevende langs het eiland Seil, hetwelk
+dat gedeelte van de Schotsche kust dekt. Daarna stoomde het vaartuig
+de Firth van Lorne binnen, voer tusschen het vulkanische eiland
+Kerrera en de vaste kust door, en wierp eindelijk zijn trossen uit,
+om aan de staketpalen van de haven van Oban gemeerd te worden.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+ARISTOBULUS BEERENKOOI.
+
+
+Zelfs wanneer Oban op zijn strand een zoo groote menigte badgasten
+zou aangetrokken hebben als de badplaatsen te Brighton, Margate of
+Ramsgate, dan nog zou een zoo belangwekkend persoon, als Aristobulus
+Beerenkooi was, eenig opzien veroorzaakt hebben.
+
+Zonder nu op één lijn met die mededingsters geplaatst te kunnen worden,
+is toch Oban een badplaats, die door de leegloopers van het Vereenigd
+Koninkrijk zeer gezocht is. Hare ligging aan de zeeëngte van Mull,
+gedekt tegen de westenwinden, wier rechtstreeksche invloed door het
+eiland Kerrera getemperd wordt, trekt zeer veel vreemdelingen aan. Een
+gedeelte daarvan komt om herstel van krachten in hare heilzame wateren
+zoeken, de anderen komen daar als in een lustoord, een centraalpunt,
+vanwaar de wegen naar Glasgow, Inverness en de meest merkwaardige
+eilanden der Hebriden uitgaan. Er moet nog bijgevoegd worden, dat Oban
+geen soort hospitaal is, zooals zoovele andere badplaatsen zijn. Het
+meerendeel van hen, die er het warme jaargetij komen doorbrengen,
+is zeer welvarend, en men loopt er geen gevaar, zooals in sommige
+andere »Kurorten", zijn whistje met twee zieken en een »doode" te
+moeten maken.
+
+Oban telt ter nauwernood een honderd vijftig jarig bestaan. Zij
+vertoont dus in haar bouworde, in de afwerking en inrichting harer
+woningen, in de gedaante harer openbare pleinen en in de rechtlijnige
+richting harer straten, den stempel van den modernen tijd. Toch
+wijst de bouworde van de kerk, waarboven een fraaie klokkentoren
+zich verheft, op het Normandische tijdvak, terwijl het oude kasteel
+van Dunolly, welks muren geheel met klimop bedekt zijn, zich op een
+alleenstaande rots, ten noorden van de plaats gelegen, verheft en het
+heerlijke panorama van witte huizen en veelkleurige villa's, die op de
+hellingen van den achtergrond verrijzen, de stille wateren van de baai,
+waarop bevallige pleizierjachten voor hunne ankers liggen te wiegelen,
+een schilderachtig geheel opleveren, dat het oog boeit en verrukt.
+
+Ook dit jaar ontbraken in de maand Augustus noch de vreemdelingen,
+noch de toeristen, noch de badlustigen in de kleine stad Oban. In
+het vreemdelingenboek van een der beste hotels van de plaats prijkte
+reeds sedert verscheidene weken tusschen veelvuldige namen die van
+Aristobulus Beerenkooi van Dumfries (Neder-Schotland).
+
+Het was een personage, die acht-en-twintig jaar telde en nimmer
+jong was geweest, maar waarschijnlijk ook nooit oud zou worden. Hij
+was klaarblijkelijk in den leeftijd geboren, dien hij zijn geheel
+leven lang zou schijnen te bezitten. Hij was noch van fraaie noch
+van leelijke gestalte, had een onbeduidend gelaat, waarboven al te
+blonde haren voor een man sluik neerhingen. Achter zijn brilglazen
+ontwaarde men een paar kippige oogen zonder glans, waartusschen een
+korte dikke neus neerdaalde, die niet de neus van dat aangezicht scheen
+te zijn. Van de honderd dertig duizend haren, die ieder fatsoenlijk
+menschenhoofd moet dragen, bleven hem nog slechts zestig duizend
+slechte over. Een ringbaard omlijstte zijn wangen en zijn kin, waardoor
+hij wel eenige gelijkenis op een aap vertoonde. Zoo hij werkelijk een
+aap geweest ware, zou hij een mooie sim geweest zijn, misschien wel
+van de soort, die als schakel in de keten der Darwinisten ontbreekt,
+waarmede zij pogen den mensch van het dier te laten afstammen.
+
+Aristobulus Beerenkooi was rijk aan geld, maar nog rijker aan
+denkbeelden. Voor een jong geleerde, die slechts anderen met zijn
+algemeene kennis, en zijn akademische graden van Oxford, Edinburg en
+Londen kan vervelen, was hij veel te geleerd. Hij was meer doorkneed
+in de natuurwetenschappen, in de scheikunde, in de sterrenkunde,
+in de wiskunde, dan wel in de letterkunde. Hij was zeer met zich
+zelven ingenomen en het scheelde maar bitter weinig om een dwaas te
+mogen heeten. Zijn voornaamste gewoonte, die tot een ware monomanie
+aangegroeid was, bestond daarin, dat hij gevraagd of ongevraagd,
+te pas of te onpas, verklaring wilde leveren van alles, wat de
+natuurwetenschappen raakte. Hij was in één woord een pedant wezen,
+wiens omgang van onaangenamen aard was. Men lachte niet over hem,
+omdat hij volstrekt niet lachverwekkend was, maar wellicht lachte
+men hem uit, omdat hij zich bespottelijk aanstelde. Niemand mocht
+minder aanspraak maken dan dat jongmensch op de toepassing der
+spreuk van de Engelsche vrijmetselaren! Audi, vide, tace, hetgeen
+zeggen wil: hoor, zie, zwijg. Hij hoorde niet, hij zag niet, en
+zweeg nooit. Men kon gevoegelijk in dit land van Walter Scott een
+gelegenheids-vergelijking gebruiken, en beweren dat Aristobulus
+Beerenkooi, met zijn daadwerkelijken nijverheidszin, oneindig meer
+den schout Nicol Jarvie in herinnering bracht, dan zijn dichterlijken
+neef Rob Roy Mac Gregor.
+
+En welke dochter der Schotsche Hooglanden, zonder van miss Campbell
+een uitzondering te maken, zou niet de voorkeur aan Rob Roy dan aan
+Nicol Jarvie gegeven hebben?
+
+Zoo zag Aristobulus Beerenkooi er uit, en zoo was hij bewerktuigd. Hoe
+nu de gebroeders Melvill op dat pedante wezen verzot hadden kunnen
+worden, en wel zoodanig, dat zij er aan dachten hunnen neef er van
+te maken, is onmogelijk te verklaren. Hoe was het hem toch gelukt,
+die waardige zestigjarige grijsaards te behagen? Misschien wel alleen
+door de eerste te zijn, die omtrent hunne nicht huwelijksneigingen
+had laten blijken. In een soort van kinderlijke verrukking had broeder
+Sam ongetwijfeld tegen broeder Sib gezegd:
+
+»Ziedaar een jonkman, die rijk is en een onafhankelijk fortuin bezit,
+welke van erfenissen van bloedverwanten en nabestaanden afkomstig
+is, die tot een aanzienlijke familie behoort en daarenboven
+een buitengewoon geleerde is! Dat zal een uitmuntende partij
+voor onze lieve Helena zijn! Dat huwelijk zal van een leien dak
+loopen." Gedurende de uren, die hem bij zijn verblijf op Helenaburg als
+vrijaf zouden gegund worden, zou de jeugdige geleerde in staat zijn,
+de snuifdoos aan broeder Sib over te reiken, na haar met een droog
+tikje dicht gemaakt te hebben, wat dan een punt moest beteekenen,
+achter zijn ontboezeming geplaatst, en zeggen wilde:
+
+»Ziedaar een beklonken zaak!"
+
+De gebroeders Melvill meenden dan ook al heel slim te werk gegaan te
+zijn, door miss Campbell, dank zij hare zonderlinge gril ten opzichte
+van den Groenen Straal, naar Oban geleid te hebben. Daar zoude haar
+samenzijn met Aristobulus Beerenkooi, dat door zijn afwezigheid
+kortstondig verbroken was, hervat kunnen worden, zonder den schijn
+te hebben dat zulks voorbereid was.
+
+Voor de schoonste vertrekken in Caledonian Hotel hadden de
+gebroeders Melvill en miss Campbell het buitenverblijf te Helenaburg
+verwisseld. Mocht hun verblijf te Oban van eenigen duur worden,
+dan zou het wellicht voegzaam zijn, de een of andere villa, gelegen
+op de hoogten die de stad beheerschten, te huren. Maar middelerwijl
+dat daartoe beslist zoude worden, was men met behulp van juffrouw
+Bess en van Partridge zoo gemakkelijk mogelijk ingericht bij baas
+Mac Fyne. Later zou men verder zien.
+
+Daags na hunne aankomst te Oban verlieten de gebroeders Melvill des
+morgens ten negen uur het Caledonian Hotel, dat op den zeeoever bijna
+tegenover het staketsel gelegen is. Miss Campbell sliep nog in hare
+kamer op de eerste verdieping, en bevroedde niet dat hare ooms op
+het pad waren om Aristobulus Beerenkooi op te zoeken.
+
+Die twee onafscheidelijke broertjes gingen het strand langs, en daar
+zij wisten, dat hun »pretendent" in een der hotels logeerde, die
+ten noorden van de baai gebouwd zijn, richtten zij dan ook derwaarts
+hunne schreden.
+
+Men zal wel moeten aannemen, dat een voorgevoel hen geleidde; want
+waarlijk, tien minuten na hun hotel verlaten te hebben, ontmoetten
+zij Aristobulus Beerenkooi, die zijn dagelijksche wetenschappelijke
+wandeling maakte, en een banalen, werktuigelijken handdruk met hen
+wisselde, terwijl hij de bewegingen van den stijgenden vloed gadesloeg.
+
+»Mijnheer Beerenkooi!" zeiden de gebroeders Melvill met plichtpleging.
+
+»Mijne heeren Melvill!" antwoordde Aristobulus met een gemaaktheid
+van stem, die verwondering moest aanduiden. »Gij.... heeren
+Melvill.... hier.... te Oban?"
+
+»Sedert gisteren avond!" zei broeder Sam.
+
+»En het verheugt ons, u in goede gezondheid aan te treffen, mijnheer
+Beerenkooi," zeide broeder Sib.
+
+»Waarlijk, ik dank u, heeren.--Maar hebt gij reeds kennis genomen
+van het telegram, dat zooeven aangekomen is?"
+
+»Een telegram?" vroeg broeder Sam. »Zou het ministerie Gladstone
+reeds?...."
+
+»Het geldt volstrekt niet het ministerie Gladstone," antwoordde
+Aristobulus Beerenkooi met tamelijk wel uitgesproken kleinachting,
+»maar wel een weerkundig telegram."
+
+»Waarlijk!" riepen de beide ooms te gelijkertijd uit.
+
+»Ja zeker! er is geseind, dat het depressie centrum van Swinemunde
+noordwaarts voortgeschreden en aanmerkelijk in diepte toegenomen
+is. Dat centrum bevindt zich thans in de nabijheid van Stokholm, waar
+de barometer ruim een duim,--wat ongeveer vijf en twintig millimeter
+vertegenwoordigt, om de taal der geleerden te spreken--gedaald is en
+alzoo op acht en twintig en zes tiende duim staat, hetwelk overeenkomt
+met een stand van zevenhonderd zes en twintig millimeter. Heeft
+ook al de luchtdruk in Engeland en in Schotland weinig verandering
+ondergaan, zoo is zij toch een tiende te Valencia en twee tiende te
+Stornoway verminderd."
+
+»Maar wat moet uit die depressie?...." vroeg broeder Sam.
+
+»Besloten worden?...." vulde broeder Sib aan.
+
+»Dat het mooi weer niet standvastig is," antwoordde Aristobulus
+Beerenkooi, »en dat de lucht weldra betrekken zal onder den invloed
+van den zuidwestenwind, die de dampen van den Noord-Atlantischen
+Oceaan met zich voeren zal."
+
+De gebroeders Melvill bedankten den jongen geleerde voor de mededeeling
+van die belangwekkende voorspellingen, en leidden er de gevolgtrekking
+uit af, dat de Groene Straal wel eens op zich kon laten wachten,
+wat hun niet onaangenaam was, daar dat hun verblijf te Oban zou rekken.
+
+»En het doel van uwe komst, mijne heeren, is?".... vroeg Aristobulus
+Beerenkooi, die zijn volzin zelf afbrak om een keisteen op te rapen,
+dien hij met de grootste aandacht bekeek.
+
+De beide ooms wachtten zich wel die belangrijke studie te storen.
+
+Maar toen die keisteen de verzameling van een menigte andere in den zak
+van den jongen geleerde was gaan vermeerderen, antwoordde broeder Sib.
+
+»Het doel van onze komst is zeer natuurlijk om hier eenige dagen door
+te brengen."
+
+»En wij moeten er bij voegen, dat miss Campbell ons vergezeld
+heeft...." zei broeder Sam.
+
+»Ah!.... miss Campbell!" antwoordde Aristobulus Beerenkooi. »Ik
+geloof dat die keisteen uit het gaëlische tijdperk afkomstig is. Er
+zijn sporen te zien van.... Maar waarlijk, het zal mij verheugen
+miss Campbell weer te zien!.... sporen van meteorisch ijzer.--De
+luchtgesteldheid hier, die buitengewoon zacht is, zal haar uitermate
+goed doen."
+
+»Zij geniet een goede gezondheid en is hier niet om herstel van eenige
+ziekte te zoeken."
+
+»Om het even," antwoordde Aristobulus Beerenkooi. De atmosfeer is
+hier overheerlijk. Nul, komma, een en twintig zuurstof, en nul,
+komma, negen en zeventig stikstof met een weinig waterdamp gemengd,
+zeer voordeelig voor de gezondheid. Wat het koolzuur betreft, er zijn
+slechts sporen aanwezig in de lucht, die ik iederen morgen ontleed."
+
+De gebroeders Melvill meenden in die verhandeling, een lieve
+bezorgdheid ten opzichte van miss Campbell te bemerken.
+
+»Maar," vroeg Aristobulus Beerenkooi, »indien gij niet voor
+gezondheidsredenen hier gekomen zijt, mag ik dan weten, mijne heeren,
+waarom gij uw buitenverblijf te Helenaburg verlaten hebt?"
+
+»Wij hebben geen enkele reden om, in de verhouding, waarin wij tot
+elkander staan, dat voor u te verbergen...." antwoordde broeder Sib.
+
+»Kan ik dus in die verhuizing een overigens natuurlijk verlangen
+ontwaren," viel de jonge geleerde den spreker in de rede, »om tot
+een samenkomst met miss Campbell mede te werken, die de gelegenheid
+kan openen elkander beter te leeren kennen en dat tot wederzijdsche
+achting zal moeten leiden?"
+
+»Voorzeker," antwoordde broeder Sam. »Wij hebben gedacht, dat zoo
+het doel sneller bereikt zou worden."
+
+»Ik keur uwe handeling goed, mijne heeren," antwoordde Aristobulus
+Beerenkooi. »Hier op dit onzijdig terrein zullen miss Campbell en ik
+bij gelegenheid kunnen spreken over de oorzaken van het op en neergaan
+der zee, van de windrichtingen, van de hoogte der golven, van het
+verspringen der getijen en over meer andere natuurverschijnselen,
+waarin zij ten zeerste belang moet stellen!"
+
+Nadat de gebroeders Melvill een glimlach van voldoening gewisseld
+hadden, bogen zij bij wijze van toestemming. Zij verklaarden verder,
+dat zij zich gelukkig zouden achten, wanneer zij, na hun terugkeer
+op het buitenverblijf Helenaburg, den jongen geleerde onder een meer
+dierbaren titel dan dien van gast zouden kunnen ontvangen. Aristobulus
+Beerenkooi antwoordde, dat hij zich alsdan des te gelukkiger
+zoude gevoelen, daar het gouvernement belangrijke baggerwerken,
+juist tusschen Helenaburg en Greenock wilde doen uitvoeren, welke
+werken onder geheel nieuwe omstandigheden door middel van elektrische
+werktuigen zouden worden tot stand gebracht. Dus, wanneer hij eenmaal
+zijn verblijf op Helenaburg gevestigd had, zou hij de toepassing van
+die werktuigen waarnemen en den uitslag daarvan berekenen kunnen.
+
+De gebroeders Melvill erkenden gaarne, dat die samenloop van
+omstandigheden hunnen plannen ten goede zou komen en het geheel en
+al in hun kader paste.
+
+En daarop hadden zij een snuifje genomen om de gemeenschappelijke
+verschillende tijdperken van dien uiterst belangwekkenden arbeid gade
+te slaan.
+
+»Maar," vroeg Aristobulus Beerenkooi, »gij hebt ongetwijfeld het een
+of ander voorwendsel bedacht, om mij hier te Oban te komen ontmoeten."
+
+»Inderdaad," antwoordde broeder Sib, »en dat voorwendsel heeft miss
+Campbell zelf ons aan de hand gedaan."
+
+»Zoo," zei de jonge geleerde, »en dat is....?
+
+»Het geldt de waarneming van een natuurverschijnsel, dat zich slechts
+onder bepaalde gelegenheden voordoet, en dat te Helenaburg onmogelijk
+kan voorkomen."
+
+»Waarlijk! heeren," hernam Aristobulus Beerenkooi, terwijl hij met
+duim en vinger zijn bril recht op zijn neus zette. »Daarin ligt
+het bewijs, dat er tusschen miss Campbell en mij wel eenige innige
+met elkaar overeenkomende verwantschap bestaat!--Mag ik ook weten
+welk natuurverschijnsel het is, dat op het buitenverblijf niet kan
+waargenomen worden?"
+
+»Dat natuurverschijnsel? Wel, is eenvoudig de Groene Straal,"
+antwoordde broeder Sam.
+
+»De Groene Straal?" vroeg Aristobulus Beerenkooi niet zonder
+verwondering. »Daarvan heb ik nimmer hooren spreken. Is het mij
+vergund te vragen, wat die Groene Straal beduidt?"
+
+De beide broeders Melvill legden hem zoo goed zij konden uit, waarin
+het natuurverschijnsel bestond, dat door de Morning Post onlangs
+onder de aandacht van het publiek was gebracht.
+
+»Pouah!" riep Aristobulus Beerenkooi, »dat is slechts een aardigheid
+zonder eenig belang, die tot het kinderachtige domein van de
+vermakelijke natuurkunde behoort."
+
+»Miss Campbell is slechts een jong meisje," antwoordde broeder Sib,
+»en zij schijnt een buitengewoon groot belang in dit natuurverschijnsel
+te stellen."
+
+»Want zij wil niet trouwen, heeft zij verzekerd, voor dat zij het
+gezien heeft," vulde broeder Sam aan.
+
+»Welnu, heeren," antwoordde Aristobulus Beerenkooi, »wij zullen hem
+haar toonen, dien Groenen Straal!"
+
+Na die verzekering wandelden de drie mannen door de weilanden, die
+zich langs het strand uitstrekten en waardoor een pad zich slingerde,
+naar Caledonian-Hotel terug.
+
+Aristobulus Beerenkooi liet de gelegenheid niet ontsnappen om
+de gebroeders Melvill te doen opmerken, hoezeer de geest der
+vrouwen behagen schept in nietigheden, waaruit hij in groote
+trekken voortredeneerende, tot de gevolgtrekking kwam van hetgeen
+verricht zou moeten worden om hunne niet goed opgevatte opvoeding te
+verbeteren. Hij verwierp de stelling, dat de hersenen der vrouw minder
+met hersenzelfstandigheid zouden bedeeld zijn dan die van den man,
+en dat door het groote verschil in de bewerktuiging der kwabben,
+de vrouw nimmer zoude kunnen geraken tot opvatting van grootsche
+denkbeelden. Neen, zoover ging hij niet; hij meende integendeel dat
+door een voortgezet onderwijs verandering in dien toestand te weeg
+zou te brengen zijn; hoewel hij van een anderen kant niet loochenen
+kon, dat sedert de vrouw in de Schepping verschenen was, nimmer
+een harer zich onderscheiden had door eenige dier uitvindingen,
+die bij voorbeeld Aristoteles, Euclides, Harvey, Hahnenman, Pascal,
+Newton, Laplace, Arago, Humphrey-Davy, Edison, Pasteur enz., beroemd
+gemaakt hebben. Eindelijk verdiepte hij zich in de uitlegging van
+verscheidene natuurtafereelen en redekavelde de omni re scibili,
+zonder meer omtrent miss Campbell te gewagen.
+
+De gebroeders Melvill hoorden eerlijk toe en deden dat zooveel te
+eerder, daar het voor hen onmogelijk was een woord tusschen beiden
+te brengen in die alleenspraak, waarbij Aristobulus Beerenkooi
+zonder rustpunt voortdraafde en die hij doorspekte met gebiedend en
+schoolmeesterachtig gehemm!
+
+Zoo naderden zij het Caledonian-Hotel tot op ongeveer een honderd pas,
+en bleven toen een poos staan, om afscheid van elkaar te nemen.
+
+Middelerwijl bevond zich een zeker iemand aan het venster
+harer kamer. Zij scheen geheel in de war, ja geheel van haar stuk
+gebracht. Zij keek nu eens vóór haar dan weer rechts of links en scheen
+met het dwalend oog een horizon te zoeken, die zij niet kon ontdekken.
+
+Eensklaps bemerkte miss Campbell--want zij was die zeker iemand--hare
+ooms. Dadelijk werd het venster met levendig gebaar gesloten en
+verscheen het jonge meisje eenige oogenblikken later op het strand,
+de armen half gekruist over de borst, met ernstig gelaat en het
+voorhoofd bezwangerd van verwijtingen. De gebroeders Melvill keken
+elkander aan. Tegen wien had Helena iets? Was het de tegenwoordigheid
+van Aristobulus Beerenkooi, die deze verschijnselen van abnormale
+opwinding veroorzaakte?
+
+De jeugdige geleerde naderde intusschen en groette miss Campbell met
+een buiging zoo stijf als die van een knipmes.
+
+»Aristobulus Beerenkooi...." zeide broeder Sam, die den jonkman
+vormelijk en met plichtpleging voorstelde.
+
+»Die door een wonder van toevalligheid.... zich juist te Oban
+bevindt...." voegde broeder Sib er bij.
+
+»Ah?.... mijnheer Beerenkooi?".... mompelde het jonge meisje, terwijl
+zij zijn groet ter nauwernood beantwoordde.
+
+Toen zich tot de gebroeders Melvill wendend, die daar uit het veld
+geslagen stonden en niet wisten wat te zeggen of welke houding aan
+te nemen:
+
+»Mijn ooms!" sprak zij met gestrengheid.
+
+»Lieve Helena!" antwoordden de beide ooms met den zelfden toon van
+waarneembare ongerustheid in stem en gebaren.
+
+»Zijn wij wel te Oban?" vroeg zij.
+
+»Te Oban?.... Wel zeker."
+
+»Te Oban.... aan de zee der Hebriden gelegen?"
+
+»Voorzeker."
+
+»Welnu, over een uur zullen wij er niet meer zijn!"
+
+»Over een uur?...."
+
+»Ik had om een zee-horizon verzocht?"
+
+»Ongetwijfeld, lieve meid...."
+
+»Wilt gij dan zoo vriendelijk wezen, mij dien te wijzen?"
+
+Ontzet draaiden en keerden de gebroeders Melvill zich om en keken rond.
+
+Vóór hen, noch in het zuidwesten, noch in het noordwesten was eenige
+doorgang tusschen de eilanden, die in volle zee lagen, te bespeuren,
+geen plekje waar hemel en water in elkander liepen.
+
+De eilanden Seil, Kerrera, Kismore vormden een onafgebroken slagboom,
+die de kim onzichtbaar maakte. De erkenning moest volgen, dat de
+beloofde en verzochte horizon aan het landschap van Oban ontbrak.
+
+De twee broeders hadden dat niet eens bemerkt bij hunne wandeling langs
+het strand. Toen zij hunne misvatting inzagen, lieten zij dan ook die
+twee Schotsche uitroepingen hooren, die een waarlijke teleurstelling,
+gemengd met ietwat kwade luim, levendig aanduidden:
+
+»Pooh!" zei een.
+
+»Pswha!" antwoordde de andere.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+EEN TELEURSTELLEND WOLKJE.
+
+
+Een opheldering was noodzakelijk geworden; maar daar Aristobulus
+Beerenkooi met die opheldering niets te maken had, groette miss
+Campbell hem koel en keerde naar het Caledonian Hotel terug.
+
+Aristobulus Beerenkooi had het jonge meisje niet minder koel
+teruggegroet. Klaarblijkelijk voelde hij zich gekrenkt, dat hij in
+mededinging met een straal gekomen was, van welke kleur die dan ook
+wezen mocht.
+
+Hij keerde langs het strand naar zijn hotel terug, terwijl hij een
+redevoering voor zich zelven in de meest gepaste bewoordingen hield.
+
+Broeder Sam en broeder Sib waren volstrekt niet in hun
+knollentuin. Toen zij dan ook in het kleine salon waren binnengetreden,
+wachtten zij met gebukten hoofde tot dat het jonge meisje hun het
+woord zoude toevoegen.
+
+De opheldering was kort maar uitermate helder. Men was te Oban gekomen
+om een zuivere kim te zien en men zag er niets of zoo weinig van,
+dat het der moeite niet waard was er van te spreken.
+
+De beide ooms konden zich slechts op hun goede trouw beroepen. Zij
+kenden Oban in het geheel niet! Wie had kunnen denken dat de zee,
+de ware zee daar niet te vinden was! En toch wemelde het van
+badgasten. Dat was misschien het eenige punt der kust, waar, ten
+gevolge van dien ongelukkigen Hebriden-archipel, de kringvormige lijn,
+waar hemel en water elkander schijnen te raken, niet te zien was.
+
+»Welnu," zei miss Campbell op een toon, dien zij zoo gestreng mogelijk
+trachtte te uiten, »men had een ander punt dan Oban moeten kiezen,
+al had daaraan het voordeel opgeofferd moeten worden van de ontmoeting
+met mijnheer Aristobulus Beerenkooi!"
+
+De broeders Melvill bogen instinctmatig het hoofd en beantwoordden
+dien rechtstreekschen aanval niet.
+
+»Wij gaan onze beschikkingen treffen," zei miss Campbell, »en heden
+vertrekken wij nog!"
+
+»Welnu, vertrekken wij dan!" antwoordden de twee ooms, die hunne
+onbezonnenheid slechts door een geheel lijdelijke gehoorzaamheid
+konden trachten goed te maken.
+
+En volgens ouder gewoonte weerklonken weer de uitroepen:
+
+»Bet!"
+
+»Beth!"
+
+»Bess!"
+
+»Betsy!"
+
+»Betty!"
+
+Juffrouw Bess verscheen, vergezeld van Partridge. Beiden werden
+dadelijk op de hoogte gesteld, en bij ondervinding wetende, dat
+hunne jonge meesteres steeds gelijk moest hebben, vroegen zij zelfs
+de redenen van dat overhaaste vertrek niet.
+
+Maar men had zonder baas Mac-Fyne, den eigenaar van het Caledonian
+Hotel, gerekend.
+
+Men zou zelfs in het gastvrije Schotland weinig menschenkennis ten
+opzichte van die achtenswaardige nijverheidslieden aan den dag leggen,
+wanneer men een hunner in staat zou achten een gezin, bestaande uit
+drie heerschappen en twee bedienden, te laten vertrekken, zonder alles
+in het werk gesteld te hebben, om dat te behouden. En dat gebeurde
+juist in deze omstandigheid.
+
+Toen baas Mac-Fyne op de hoogte van deze ernstige zaak gebracht was,
+verklaarde hij deftig, dat alles ten algemeenen genoegen geschikt
+kon worden, zonder nog van zijn bizonder genoegen te spreken, dat
+hij smaken zou, wanneer hij zoo edele reizigers zoo lang mogelijk
+ten zijnent behouden mocht.
+
+Wat verlangde miss Campbell en wat eischten bijgevolg de heeren
+Sib en Sam Melvill? Een onbeperkt zeegezicht met uitgestrekten
+gezichteinder. Niets gemakkelijker te verschaffen dan dat, daar het
+slechts gold dien gezichteinder bij zons-ondergang waar te nemen. Dat
+kon men van het strand van Oban niet doen! Dat is zoo! Maar zou het
+voldoende zijn naar het eiland Kerrera over te steken? Neen. Het
+groote eiland Mull zou ook dáár een beletsel zijn, om iets meer
+dan een klein hoekje van den Atlantischen Oceaan waar te nemen,
+dat bovendien nog in het zuidwesten bespeurd werd. Maar wanneer men
+de kust langs wandelde, dan kwam men bij het eiland Seil, dat door
+middel van eene brug met de Schotsche kust verbonden was, waarlangs
+men de noordelijkste punt van het eiland kon bereiken. Daar kon
+niets den gezichtskring naar den westkant en over twee vijfden van
+de noordstreken van het kompas belemmeren.
+
+Om nu op dat eiland over te gaan, gold het slechts een eenvoudige
+wandeling van vier of vijf mijl, niet meer. En wanneer het weder
+gunstig was, dan kon een overheerlijk rijtuig miss Campbell en haar
+gevolg in een of in anderhalf uur overbrengen.
+
+Tot bevestiging van zijn beweren, toonde de waard de kaart op groote
+schaal, die in het voorportaal van het hotel aan den wand hing. Miss
+Campbell kon zich dus overtuigen, dat baas Mac-Fyne geen praatjes
+verkocht. En werkelijk, meer zeewaarts van het eiland Seil opende zich
+een breede sector, die een derde gedeelte van die gezichteinder-lijn
+bevatte, waarachter de zon wegduikt gedurende de weken, die de dag-
+en nachtevening voorafgaan of onmiddellijk volgen.
+
+De zaak kwam dan ook tot groote voldoening van baas Mac-Fyne en tot
+groot gemak van de gebroeders Melvill in orde. Miss Campbell verleende
+edelmoedig vergiffenis en liet zich geen enkele onaangename toespeling
+op de tegenwoordigheid van Aristobulus Beerenkooi weer ontsnappen.
+
+»Maar," merkte broeder Sam op, »het is toch op zijn minst genomen
+zonderling, dat een zee-gezichteinder te Oban ontbreekt!"
+
+»De natuur is zoo grillig!" antwoordde broeder Sib.
+
+Aristobulus gevoelde zich ongetwijfeld zeer gelukkig, toen hij vernam,
+dat miss Campbell niet elders een meer gunstige plek zou gaan opzoeken
+voor haar meteorologische waarnemingen. Maar hij was zoo verdiept
+in zijn vraagstukken, dat hij vergat van zijn tevredenheid te doen
+blijken.
+
+Het grillige schoone kind weet hem waarschijnlijk dank voor die
+bescheidenheid, want hoewel zij geheel onverschillig voor hem bleef,
+ontving zij hem toch minder koel dan bij hunne eerste ontmoeting.
+
+Intusschen was er een lichte verandering in den toestand van den
+dampkring gekomen. Wel bleef het weer op onveranderlijk »mooi",
+maar toch benevelden eenige wolken, die door de middaghitte verdreven
+werden, bij zonsop- en ondergang den gezichteinder. Het was dus vrij
+overbodig op het eiland Seil een waarnemingspost te gaan zoeken. Dat
+zou volkomen verloren moeite zijn en men moest derhalve geduld oefenen.
+
+Miss Campbell liet hare ooms gedurende die lange dagen in gezelschap
+van den bruidegom hunner keuze, en ging, somtijds door juffrouw Bess
+vergezeld, maar meestal alleen op het strand van de baai dwalen. Zij
+ontvluchtte volgaarne die geheele menigte van leegloopers, die de
+vlottende bevolking in de badplaatsen van de geheele wereld uitmaakt,
+zooals geheele huisgezinnen, wier eenige bezigheid daarin bestaat om
+de zee te zien rijzen en dalen, terwijl meisjes en jongens zich met
+een vrijpostigheid van houdingen, alleen in Brittannië in zwang,
+in het natte zand rondwentelen; of wel ernstige en flegmatische
+heeren, die in hun soms al te oorspronkelijk badkostuum rondkuieren,
+en welker voornaamste bedrijvigheid kan genoemd worden, zich dagelijks
+gedurende zes minuten in het zoute water van den Oceaan te dompelen;
+of ook wel heeren en dames van groote achtbaarheid, die stijf en
+onbeweeglijk in de teenen badstoelen gedoken, in die soort boeken
+met veelkleurige bordpapieren omslagen en dien fijnen druk, waarvan
+de Engelsche uitgevers eenigermate misbruik maken, zitten te turen;
+verder van die voetreizigers met den kijker aan een riem over den
+schouder hangende, en den helmhoed op het hoofd, de kuiten met lange
+slobkousen bedekt, het zonnescherm in de hand, die vandaag aangekomen,
+morgen reeds vertrokken zullen zijn. En dan te midden van die menigte,
+wemelende nijverheidsbeoefenaars, wier nijverheidstoestellen bij
+uitstek vervoerbaar zijn, als: elektriek-mannen, die de liefhebbers
+voor een paar stuivers een aangename kitteling of een minder
+aangenamen schok doen ondergaan; artisten, wier draaiorgels op
+wielen, de landsdeuntjes met verwrongen Fransche airs afwisselen;
+photografen in de open lucht, die bij dozijnen de oogenblikkelijke
+afdrukken afleveren aan de families, die zich voor zoo'n gelegenheid
+gegroepeerd hebben laten opnemen; fruitventers met hunne zwarte jassen
+en fruitventsters met hare bloemruikers op den hoed, die hunne kleine
+karretjes voortduwen, waarin het schoonste ooft der wereld ligt te
+pronken; eindelijk minnestreels met hunne grijnzende gezichten onder
+de laag schoensmeer, die het bedekt, geven volksvoorstellingen en
+gillen te midden van een groep kinderen, eigenaardige klaagliederen,
+welker refreinen door allen met den meesten ernst herhaald worden.
+
+Neen, dat gewriemel van het badgastleven had voor miss Campbell
+geen geheimen meer en trok haar ook niet aan. Zij vermeed zoo veel
+mogelijk die gaanden en komenden, die elkander zoo vreemd schenen,
+alsof zij van de vier uiteinden van Europa waren te zamen gebracht.
+
+Wanneer hare ooms dan ook, eenigszins ongerust, haar bij zich wenschten
+te hebben, dan moesten zij haar op een eenzaam strandgedeelte,
+bij voorbeeld op een der vooruitspringende landspitsen, die de baai
+begrenzen, gaan zoeken.
+
+Daar zat miss Campbell dan, als de peinzende Mina uit den Zeeschuimer
+met den elleboog op eenige vooruitstekende punt van een rots geleund,
+het hoofd in de eene hand, en door de andere bessen latende glijden,
+die zij tusschen de steenen geplukt had, alwaar de struikjes, waaraan
+zij groeiden, gevonden werden. Haar verstrooide blik zweefde van
+een »stack", welker rotsachtige top zich loodrecht verhief, naar de
+een of andere donkere grot, een van die »helgers", zoo als men ze in
+Schotland noemt, waarin de zee bij stijgenden vloed zoo'n brullend
+geluid kon doen hooren.
+
+In de verte zaten zeeraven, als in gelid gerangschikt, met de
+onbeweeglijkheid alsof ze in steen gehouwen waren. Het jonge meisje
+volgde hen met den blik, wanneer zij in hunne rust gestoord opvlogen
+en over de kleine getijgolfjes met de punten hunner vleugels scheerden.
+
+Waaraan dacht dan het jonge meisje? Aristobulus Beerenkooi zou
+ongetwijfeld de onbeschaamdheid hebben, de meening te koesteren, dat
+zij aan hem hare gedachten wijdde, welke meening door de beide ooms
+in hunnen kinderlijken eenvoud zoude gedeeld zijn. En toch konden
+zij zich vergist hebben.
+
+In haar herinneringen doemden dan de gebeurtenissen bij
+de Corryvrekan-kolk op. Zij zag andermaal die sloep in nood, de
+Glengarry, die de zeeëngte inschoot, om hulp te bieden. Zij voelde
+andermaal de aandoeningen, die haar hart zoo hadden doen kloppen,
+die dat hart zoo hadden samengesnoerd, wanneer de schipbreukelingen
+in de uitholling tusschen twee golven verdwenen.... Dan verscheen de
+redding haar vervolgens voor den geest, het zoo behendig uitgeworpen
+touw, die bevallige jonkman, die minder ontroerd was dan zij, en kalm
+en glimlachend op het dek sprong, terwijl hij de passagiers van de
+boot met vriendelijk gebaar groette.
+
+Voor een dichterlijk brein bestond daar de kiem van een roman,
+maar het had er alles van, alsof de roman bij het eerste hoofdstuk
+zou blijven steken. Het begonnen boekdeel was plotseling tusschen de
+schoone handen van miss Campbell dichtgeslagen. Op welke bladzij zoude
+zij het weer kunnen openen, nu »haar held," aan den een of anderen
+Wodan uit de Gaëlische heldentijdperken gelijk, verdwenen en niet
+meer te voorschijn getreden was?
+
+Maar had zij hem wel te midden van die onverschillige menigte,
+die op het strand van Oban wemelden, gezocht? Misschien. Maar,
+had zij hem gevonden? Neen. Hij zou haar ongetwijfeld niet kunnen
+herkennen. Om welke reden zou hij haar aan boord van de Glengarry
+opgemerkt hebben? Waarom zou hij tot haar gekomen zijn? Hoe zou hij
+hebben kunnen raden, dat hij zijn redding grootendeels aan haar
+verschuldigd was? En zij was het toch, die vóór alle anderen het
+vaartuigje in nood ontwaard had; zij was het, die den kapitein het
+eerst gesmeekt had, hulp te gaan bieden. En in werkelijkheid was die
+omstandigheid haar dien avond zeer waarschijnlijk op de waarneming
+van den Groenen Straal te staan gekomen!
+
+Dit was inderdaad zoo goed als zeker.
+
+Gedurende de drie eerste dagen na de aankomst der familie Melvill
+te Oban, zou de dampkring de wanhoop opgewekt hebben van de
+sterrenkundigen der sterrenwachten van Edinburg of Greenwich. Het was
+of het uitspansel met katoenvlokken bekleed was door den nevel, die
+nog meer misleidde en teleurstelde dan wolken het konden doen. Noch
+kijkers, noch telescopen van de meest machtige afmetingen, noch de
+reflector van Cambridge, evenmin als die van Parsontown, zouden
+er in geslaagd zijn, het oog gelegenheid te geven dien nevel te
+doorboren. De zon alleen zou de kracht bezitten haar stralen er door
+te schieten; maar bij haren ondergang verdikte zich die nevel bij
+den gezichteinder. Het geheele westen werd dan met het heerlijkste
+en schitterendste purper overgoten, en het was dan den Groenen Straal
+onmogelijk, het netvlies van het oog des waarnemers te bereiken.
+
+In de droomerijen van miss Campbell smolten, ten gevolge van haar
+grillige verbeelding, de schipbreukeling van de Corryvrekan-kolk met
+den Groenen Straal tot één wezen te zamen. Dat was zeker, dat noch de
+een noch de andere te bespeuren was. Bedekten de nevelen den eenen,
+de andere was achter een stipt incognito verscholen.
+
+De gebroeders Melvill kwamen slecht terecht, wanneer zij hunne nicht
+geduld meenden te moeten aanprijzen. Miss Campbell zag er niet
+tegen op, om hen voor die dampkrings-afwijkingen aansprakelijk
+te stellen. Zij gaven dan de schuld aan den voortreffelijken
+aneroïde-barometer, dien zij van Helenaburg medegebracht
+hadden, en welker naald maar geen verhoogden luchtdruk wilde
+aanwijzen. Waarlijk! zij hadden hunne gemeenschappelijke snuifdoos
+wel willen weggeven, om bij den ondergang van de schoone dagvorstin
+een heldere kim te mogen waarnemen.
+
+Wat de geleerde Beerenkooi betreft, hij had eens, toen de nevelen,
+die het uitspansel bezwangerden, besproken werden, de overgroote
+onhandigheid, hunne vorming geheel natuurlijk te vinden. Dat voerde
+hem er geleidelijk toe, een kleine natuurkundige verhandeling in
+tegenwoordigheid van miss Campbell te houden. Hij sprak over de vorming
+der wolken in het algemeen, over hunne beweging wanneer het afnemen der
+warmte hen den gezichteinder nabij brengt, over den blaasjesvormigen
+toestand van den waterdamp, van de wetenschappelijke verdeeling der
+wolken in nimbi, strati, cumuli en cyrry! Het is onnoodig te zeggen,
+dat het jonge meisje geen enkel oogenblik naar dat geleerd gewauwel
+luisterde.
+
+En dat liet zij zoo nadrukkelijk merken, dat de gebroeders Melvill
+niet wisten, welke houding zij gedurende die ontijdige verhandeling
+zouden aannemen!
+
+Ja! miss Campbell bracht den jeugdigen geleerde in den letterlijken
+zin des woords van zijn stuk. Eerst keek zij met voordacht een geheel
+anderen kant uit, om Aristobulus Beerenkooi niet te hooren; toen hief
+zij onafgewend den blik op het kasteel Dunolly, om hem niet aan te
+zien; eindelijk bekeek zij de punten van haar fijne badschoentjes,
+wat het teeken is van de minst vermomde onverschilligheid, het bewijs
+van de meest mogelijke geringschatting, die een Schotsche schoone
+aan den dag kan leggen, zoo wel voor hetgeen de woordvoerder zegt
+als voor zijn eigen persoon.
+
+Aristobulus Beerenkooi, die in den regel niemand anders zag of hoorde
+dan zich zelf, en die ook nimmer voor iemand anders dan voor zich
+zelven sprak, ontwaarde de bewegingen van het jonge meisje niet,
+of deed althans alsof hij er niets van merkte.
+
+Zoo gingen de dagen van den derden tot en met den zesden Augustus
+om. Gedurende dien laatsten dag evenwel rees de barometer tot overgroot
+genoegen van de gebroeders Melvill eenige strepen boven »veranderlijk."
+
+De volgende dag kondigde zich onder de meest gunstige voorteekens
+aan. De zon scheen des morgens ten tien ure met luisterrijken glans,
+en het uitspansel weerspiegelde met de meest onberispelijke zuiverheid
+zijn azuurblauw in de wateren der zee.
+
+Zulk een gelegenheid kon miss Campbell niet laten ontsnappen. Een
+sierlijk rijtuig stond steeds ter harer beschikking in de stalhouderij
+van het Caledonian Hotel. Het was nú het oogenblik of nooit om daarvan
+gebruik te maken.
+
+Het was omstreeks vijf uur in den namiddag, toen miss Campbell en de
+gebroeders Melvill plaats namen in de kalès, die door een behendigen
+koetsier, gewoon aan het rijden met »de vier," gemend werd. Partridge
+klom in den achterbak en de vier paarden, door het uiteinde der zweep
+lichtelijk gekitteld, sprongen in galop en vlogen den weg van Oban
+naar Glachan op.
+
+Aristobulus Beerenkooi was tot zijn groote spijt--niet van miss
+Campbell--verhinderd van de partij te zijn, daar zijn tijd ingenomen
+werd door het opstellen van een belangrijk wetenschappelijk rapport.
+
+Het uitstapje viel in allen deele overheerlijk uit. Het rijtuig
+hield den weg langs de kust, die zich langs de zeeëngte uitstrekt,
+die het eiland Kerrera van de Schotsche kust scheidt. Dat eiland,
+van vulkanischen oorsprong, was zeer schilderachtig, maar had een
+groot gebrek in het oog van miss Campbell, en dat was, dat het den
+zeegezichteinder geheel bedekte. Daar evenwel slechts vier en een
+halve mijl af te leggen waren in die omstandigheden, leenden deze er
+zich allergunstigst toe om de harmonische omtrekken van dat eiland te
+bewonderen, die zich op een helder lichten achtergrond afteekenden,
+en waarboven de bouwvallen uitstaken van het Deensche kasteel hetwelk
+het zuidelijk uiteinde bekroonde.
+
+»Dat was voorheen de residentie der Mac-Douglas van Lorne," merkte
+broeder Sam op.
+
+»Voor onze familie heeft dat kasteel groote historische herinneringen,"
+vervolgde broeder Sib; »want het werd door de Campbells vernietigd,
+die het verbrandden, na al de bewoners zonder mededoogen over de
+kling gejaagd te hebben!"
+
+Dat schitterende wapenfeit scheen voornamelijk de goedkeuring van
+Partridge weg te dragen. Althans hij klapte ter eere van den Clan
+zachtkens in de handen.
+
+Toen men het eiland Kerrera voorbijgereden was, sloeg het rijtuig
+een smallen weg in, die zachtjes heuvel op en heuvel af naar het dorp
+Glachan voerde. Daar werd een landengte overgestoken in den vorm eener
+brug, die over het nauwe vaarwater toegang verleende en het eiland
+Seil met het Schotsche vastland verbond. De tochtgenooten beklommen,
+na hun rijtuig beneden in een ravijn gelaten te hebben, de vrij
+scherpe helling van een heuvel en gingen zitten op het buitenboord
+van een rotsachtigen rand, die den zoom der kuststreek uitmaakte.
+
+Ditmaal kon niets den blik der waarnemers, naar het westen gekeerd,
+hinderen. Noch het eilandje Eastdale, noch dat van Inish, dat als bij
+het eiland Seil gerand ligt. Tusschen kaap Ardanalish en het eiland
+Mull, een der grootsten van den Hebriden-archipel, in het noordwesten
+en het eiland Colonsay in het zuidwesten, vertoonde zich een breed
+zeevak, waarlangs de zon weldra haar stralen in de oppervlakte zou
+dompelen.
+
+Geheel in gedachten verdiept, zat miss Campbell iets vóór hare beide
+ooms. Eenige roofvogels, arenden of valken, die deze eenzaamheid alleen
+bevolkten, zweefden boven de »dens", soort van dalen, uitgehold als
+trechters met rotsachtige wanden.
+
+Volgens sterrentijd zou de zon in dit tijdperk des jaars, en op deze
+breedte, ten zeven ure vier en vijftig minuten ondergaan, juist in
+de richting van kaap Ardanalish.
+
+Eenige weken later evenwel, zou het onmogelijk zijn, de dagvorstin
+achter de waterlijn te zien verdwijnen; want dan zou het eiland
+Colonsay haar bij het ondergaan voor het oog verbergen.
+
+Dien avond dus, waren tijd en plaats uitmuntend voor de waarneming
+van het natuurverschijnsel gekozen.
+
+In dat oogenblik schreed de zon in een schuine richting op den zuiver
+ontwikkelden horizon toe.
+
+De oogen verdroegen moeielijk den glans van hare schijf, die thans
+vuurrood scheen, en door de wateren in een langen gulden lichtstreep
+weerkaatst werd.
+
+En toch, noch miss Campbell, noch hare ooms zouden er toe overgegaan
+zijn met de oogleden te knippen, neen, zelfs niet gedurende een
+ondeelbaar oogenblik.
+
+Maar voor dat de zonneschijn den gezichteinder met haren benedenrand
+aangeraakt had, stiet miss Campbell een kreet van teleurstelling uit.
+
+Een kleine wolk was verschenen, fijn als een streep, lang als de
+wimpel van een oorlogsschip. Die wolk sneed de zonneschijf in twee
+gelijke deelen en scheen met haar naar de kim te dalen.
+
+Het was alsof een windzuchtje, hoe licht ook, voldoende zou zijn om
+dat wolkje te verdrijven, op te lossen!... maar dat zuchtje kwam niet.
+
+En toen de zon tot een zeer kleinen boog teruggebracht was, die
+boven de watervlakte zweefde, toen was het dat uiterst ijle wolkje,
+dat ter plaatse waar de dagvorstin wegdook, de kim benevelde.
+
+Onmogelijk had de Groene Straal, gebroken zijnde door die kleine wolk,
+het netvlies der waarnemers kunnen bereiken.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+PRAATJES VAN JUFFROUW BESS.
+
+
+De terugtocht naar Oban werd in alle stilte volbracht. Miss Campbell
+sprak geen enkel woord; en de gebroeders Melvill durfden den mond
+niet roeren. Het was toch hunne schuld niet, dat die jobswolk juist
+verschenen was om den laatsten zonnestraal te verdooven. Maar men
+moest daarom niet wanhopen. Men had nog ruim zes weken van het fraaie
+seizoen voor den boeg. Het zou toch ongelukkig genoemd moeten worden,
+wanneer gedurende den geheelen herfsttijd geen enkele schoonen dag
+met onbenevelden gezichteinder zou verschijnen!
+
+Toch was daar een bewonderenswaardige zonsondergang verloren gegaan,
+en, moest men het weerglas gelooven, dan zou een dergelijke niet zoo
+spoedig weer verschijnen. En inderdaad, gedurende de nacht liep de
+grillige wijzer van den aneroïde-barometer zachtkens terug tot op
+»veranderlijk". Maar wat nog door iedereen mooi weer genoemd werd,
+kon miss Campbell onmogelijk voldoen.
+
+Daags daarna, den 8sten Augustus, werden de zonnestralen door warme
+neveldampen gebroken en was de middagbries ditmaal niet in staat
+om die dampen te verdrijven. Een schitterend purper kleurde des
+avonds het uitspansel. Al de nuanceeringen smolten in elkander, van
+af het chromaatgeel tot het donkere ultramarijn, en vervormden den
+gezichteinder tot een schitterend en veelkleurig schilders-palet. Onder
+haren sluier van kleine vlakvormige wolken, tintte de zon bij haren
+ondergang den achtergrond van de kuststreek met al de kleuren van
+het spectrum, behalve met die, welke de grillige en bijgeloovige miss
+Campbell wenschte te zien.
+
+En dat was zoo den volgenden en daarop volgende dagen. De kalès
+bleef dus in het koetshuis van het hotel. Wat zou het ook geven
+een waarneming te gemoet te ijlen, die door den toestand des hemels
+onmogelijk te doen was. De hoogten van het eiland Seil konden niet
+meer begunstigd zijn dan het strand van Oban, en het was beter een
+zekere teleurstelling te vermijden.
+
+Zonder nu meer kwaad geluimd te zijn dan betamelijk was, vergenoegde
+miss Campbell zich bij het vallen van den avond naar hare kamer te
+gaan, om daar over die weinig bereidwillige zon te pruilen. Zij
+rustte dan uit van haar langdurige wandelingen en droomde met de
+oogen open. Waarover? Over het sprookje dat zich aan den Groenen
+Straal vastknoopte? Zou zij dien straal nog noodig hebben om helder
+in haar hart te kunnen lezen? In haar hart? neen wellicht! maar in
+dat van iemand anders?
+
+Dien dag had Helena, vergezeld van juffrouw Bess, hare wandeling tot
+bij de bouwvallen van Dunolly-Castle uitgestrekt, om daar verstrooiing
+voor haar teleurstelling te vinden. Daar gezeten aan den voet van een
+hoogen muur, die geheel en dik met klimop begroeid was, ontwikkelde
+zich voor haar het meest bewonderenswaardige vergezicht op de baai van
+Oban, op de woeste landouwen van Kerrera, op de eilandjes die zich als
+gezaaid op de oppervlakte der Hebridenzee vertoonden, op het groote
+eiland Mull, welker westelijke rotsbeddingen de eerste aanvallen
+te verduren hebben van de stormen, die uit den West-Atlantischen
+Oceaan opdoemen.
+
+Miss Campbell keek naar dat prachtige vergezicht, dat daar aan haar
+voeten uitgespreid lag. Maar zag zij het wel? Was er niet eenige
+herinnering, die niet naliet haar te verstrooien? In ieder geval,
+dit kan verzekerd worden, dat het het beeld van Aristobulus Beerenkooi
+niet was, dat haar kwelde. En waarlijk, dat jeugdige pedante wezen zou
+niets in zijn knollentuin geweest zijn, wanneer hij de praatjes, die
+juffrouw Bess dien dag, hem betreffende, maakte, had kunnen aanhooren.
+
+»Hij staat mij niets aan," herhaalde zij. »Neen! hij staat mij
+niets aan. Hij denkt er slechts aan zich zelven te behagen? Wat een
+vertooning zou die man op Helenaburg geven? Hij behoort tot den clan
+der »Mac-Egoïsten" of ik heb er geen verstand meer van. Hoe hebben
+de heeren Melvill ooit de gedachte kunnen koesteren, om daarvan hun
+neef te willen maken? Partridge mag hem evenmin lijden als ik, en
+Partridge is geen domoor! op lange na niet! Komaan, miss Campbell,
+vertel eens, bevalt hij u?"
+
+»Over wien spreekt ge?" vroeg het jonge meisje, dat naar de praatjes
+van juffrouw Bess in het geheel niet geluisterd had.
+
+»Wel, van hem, aan wien gij onmogelijk denken kunt, al was het maar
+ter wille van den clan!"
+
+»En wie is het dan toch, aan wien zou ik niet kunnen denken?"
+
+»Heere mijn tijd! aan mijnheer Aristobulus, die beter zou doen op den
+anderen oever der Tweed te gaan kijken of er ooit Campbells bestaan
+hebben, die op Beerenkooien verlekkerd waren."
+
+Gewoonlijk was juffrouw Bess niet op haar mondje gevallen; toch moest
+zij zeer opgewonden zijn, om zoo in tegenspraak met hare meesters te
+geraken. Het is waar, het geschiedde uit genegenheid voor hare jonge
+meesteres! Zij gevoelde daarenboven wel, dat Helena niets anders dan
+onverschilligheid voor dien pretendent in het hart koesterde. Maar
+van een anderen kant kon zij niet gissen, dat die onverschilligheid
+door een meer levendig gevoel voor een ander versterkt werd.
+
+Misschien kwam een zweempje argwaan bij juffrouw Bess dienaangaande
+op, toen miss Campbell haar vroeg, of zij te Oban, dat jonge mensch
+terug gezien had, wien de Glengarry zoo gelukkiglijk hulp en redding
+verleend had.
+
+»Neen, miss Campbell," antwoordde juffrouw Bess, »ik heb hem niet
+gezien; maar Partridge vermeent hem opgemerkt te hebben...."
+
+»Wanneer?"
+
+»Gisteren op den weg naar Dalmaly. Hij kwam met den randsel op
+den rug terug, even als een artist, die op reis is! Ah! dat is
+een onvoorzichtig jong mensch! Zich zoo in de nabijheid van de
+Corryvrekan-kolk te wagen! dat is een slecht voorteeken voor de
+toekomst. Er zal niet altijd een vaartuig in de nabijheid zijn om
+hem hulp te bieden, en dan overkomt hem een ongeluk!"
+
+»Zoudt ge dat gelooven, juffrouw Bess? Ja, hij is onvoorzichtig
+geweest; maar hij betoonde moed te bezitten in die omstandigheden, en
+bij het gevaar, waarin hij zich bevond, begaf hem zijn koelbloedigheid
+geen enkel oogenblik!"
+
+»Dat's mogelijk," hernam juffrouw Bess; »maar voorzeker heeft dat
+jongmensch nimmer geweten, dat hij zijn redding aan u te danken
+heeft. Anders zou hij toch minstens bij zijn aankomst tot u gekomen
+zijn, om u te bedanken...."
+
+»Mij bedanken?" vroeg miss Campbell. »Mij bedanken? En waarvoor? Ik
+heb voor hem slechts gedaan, wat ik voor ieder ander en wat ook ieder
+ander in mijn plaats zou gedaan hebben."
+
+»Zoudt gij hem herkennen?" vroeg juffrouw Bess, terwijl zij het jonge
+meisje oplettend aankeek.
+
+»Voorzeker," antwoordde miss Campbell openhartig, »en ik wil wel
+bekennen, dat het karakter van dien man, de bedaarde moed, dien hij bij
+zijn verschijnen op het dek ten toon spreidde, alsof hij een oogenblik
+te voren niet aan den dood ontsnapt was, de hartelijke woorden, die
+hij tot zijn bejaarden metgezel sprak, terwijl hij dezen aan zijn
+borst drukte, dat dit alles mij levendig getroffen heeft!"
+
+»Maar op wien gelijkt hij toch?" vroeg de waardige
+huishoudster. »Waarlijk, ik kan hem niet te huis brengen; maar dat
+weet ik zeker, dat hij niet op dien mijnheer Aristobulus Beerenkooi
+gelijkt."
+
+Miss Campbell vergenoegde zich met te glimlachen zonder te
+antwoorden. Zij stond vervolgens op, bleef een oogenblik onbeweeglijk,
+en liet een laatsten blik tot aan de hoogten van het eiland Mull waren;
+toen daalde zij, steeds vergezeld van juffrouw Bess, het stille pad
+af, dat haar op den weg naar Oban terugvoerde.
+
+Dien dag ging de zon onder te midden van een soort lichtende
+stofdeeltjes, die zich, aan een net van luchtig tulleweefsel gelijk,
+langs den gezichteinder uitstrekte, en werd de laatste straal der
+dagvorstin door de avondnevelen opgeslorpt.
+
+Miss Campbell keerde dus naar het hotel terug en deed het diner dat
+hare ooms ter harer eer besteld hadden, weinig eer aan. Zij maakte
+daarna een kleine wandeling op het strand en keerde toen naar haar
+kamer terug.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+EEN CROQUET-PARTIJ.
+
+
+Ja, het moet erkend worden! de gebroeders Melvill begonnen de dagen te
+tellen; het zou niet lang meer duren of zij zouden de uren tellen. Dat
+ging volstrekt niet zoo als zij het verlangden. Zichtbaar werd hunne
+nicht door de verveling overmeesterd. De behoefte aan eenzaamheid,
+die haar overviel, de weinige voorkomendheid, die zij den geleerden
+Beerenkooi betoonde, wat deze zich minder aantrok, dan zij zelven
+deden, dat alles was niet geschikt om hun verblijf te Oban te
+veraangenamen. Zij wisten niet wat te verzinnen, om afwisseling
+in die eentonigheid te brengen. Te vergeefs bespiedden zij iedere
+weersverandering. Zij vertelden elkander, dat miss Campbell, wanneer
+eenmaal aan haren wensch voldaan was, meer handelbaar althans voor
+hen zou worden.
+
+Want het is ergerlijk om te vertellen; sedert twee dagen vergat
+Helena--meer afgetrokken dan gewoonlijk--de twee oudjes hunnen
+morgenkus te geven, die hen voor het overige gedeelte van den dag in
+zoo'n goede luim bracht.
+
+De barometer evenwel bleef ongevoelig voor de verwijten der beide ooms
+en weigerde een aanstaande weersverandering te voorspellen. Met hoeveel
+zorgen zij ook wel tienmaal per dag met een kleinen, korten slag op het
+werktuig tikten, om een wijzer-slingering te veroorzaken, helaas! de
+wijzer steeg geen enkele streep! O! die barometers! fatale dingen!
+
+Intusschen baarde het vernuftig brein der gebroeders Melvill een
+denkbeeld. In den namiddag van den 11den Augustus kwam hun in de
+gedachte, een partij croquet aan miss Campbell voor te stellen, ten
+einde haar, zoo mogelijk, eenige verstrooiing te bezorgen. Helena
+weigerde niet, hoewel zij wist, dat Aristobulus Beerenkooi meê zou
+doen; maar zij wist dat zij met haar toestemming hare ooms zeer veel
+genoegen zou doen.
+
+Hier dient gezegd, dat broeder Sam zoowel als broeder Sib, er een eer
+in stelde, den roem weg te dragen van tot de eerste spelers gerekend
+te worden in dit spel, hetwelk in het Vereenigd Koninkrijk zoo zeer
+geliefkoosd is. Dat spel is niets anders, zooals men weet, dan het
+oude »mail", dat meer geschikt gemaakt is voor de vrouwelijke jeugd.
+
+Juist waren er te Oban verscheidene banen geopend, en kon een ieder
+zich in de geheimen van het croquet-spel inwijden. Dat men zich
+in het meerendeel der badplaatsen vergenoegt met een baan min of
+meer gewaterpast, op een grasveld of op het strand, bewijst het
+min-eischende der spelers of hun weinigen ijver voor deze edele
+uitspanning. Hier waren de banen niet zanderig; maar met graszoden
+belegd, zooals het behoort. Het waren zoogenaamde »croquet-grounds",
+die iederen avond door middel van sproeipompen bevochtigd en iederen
+morgen met een bijzonder werktuig gewalsd werden, zoodat zij er zacht
+en glad uitzagen als zijden stof, die gemangeld was. Kleine steenen
+teerlings, die met de oppervlakte van den grond gelijk kwamen, waren
+bestemd om er èn de paaltjes èn de ringen in te planten. Een grachtje,
+eenige duimen diep gegraven, begrensde daarenboven iedere baan, die
+haar twaalf honderd vierkante meters besloeg, een uitgestrektheid,
+die voor de ontwikkeling van het spel noodig is. Hoe dikwijls hadden
+de gebroeders Melvill niet met geheim verlangen, ja met afgunst, de
+jongelieden en de jonge meisjes waargenomen, die zich op de fraaie
+banen oefenden. Maar welk genot ook voor hen, toen miss Campbell hunne
+uitnoodiging aannam. Zij zouden haar dus eenige afleiding kunnen
+bezorgen en te gelijkertijd hun zoo geliefkoosd spel beoefenen te
+midden van een groot aantal toeschouwers, die hun hier, evenmin als
+te Helenaburg zouden ontbreken. Die ijdele gekken!
+
+Toen Aristobulus Beerenkooi verwittigd werd, stemde hij er in toe zijn
+werkzaamheden te schorsen, en verscheen op het bepaalde uur in het
+strijdperk. Hij had de verwaandheid te meenen, dat hij theoretisch
+zoowel als praktisch sterk in het croquet-spel was, dat hij het als
+wetenschappelijk man, als meet- en wiskundige, in één woord door a +
+b speelde, zooals het een ijdel xhoofd betaamde.
+
+Wat miss Campbell maar half aanstond, was dat zij dien jeugdigen pedant
+natuurlijk tot partner zoude hebben. En kon dat ook wel anders? Zou zij
+haar beide ooms het verdriet aandoen, om hen in den strijd te scheiden,
+om hen den een' tegenover den anderen te plaatsen, zij die steeds zoo
+met hart en ziel vereenigd waren, die nooit dan als partners te samen
+gespeeld hadden? Neen, dat zou zij niet over haar hart kunnen krijgen.
+
+»Wat ben ik gelukkig," zei Aristobulus Beerenkooi in den beginne,
+»uw meespeler te zijn, en wanneer gij mij toestaat, dan zal ik de
+bepaalde oorzaken van de bewegingen der ballen uitleggen...."
+
+»Mijnheer Beerenkooi," antwoordde Helena, terwijl zij hem een oogenblik
+terzijde nam, »wij moeten mijn ooms laten winnen."
+
+»Winnen?...."
+
+»Ja... maar zonder zulks te laten merken."
+
+»Maar, miss Campbell...."
+
+»Zij zouden zich te ongelukkig gevoelen, wanneer zij verloren."
+
+»Maar.... met uw verlof!..." antwoordde Aristobulus Beerenkooi,
+»dat croquet-spel is mij meetkundig bekend, daarop kan ik mij
+verhoovaardigen! Ik heb het verband der rechte lijnen, en de waarde
+der kromme lijnen berekend, en ik meen de pretentie te mogen koesteren,
+dat...."
+
+»En ik koester geenerlei pretentie, dan om aan onze tegenstanders
+aangenaam te zijn. Zij zijn daarenboven zeer sterk in het croquet-spel,
+zijt dus gewaarschuwd; want ik geloof niet, dat al uw geleerdheid in
+het krijt kan treden met hunne behendigheid."
+
+»Dat zullen wij zien," mompelde Aristobulus Beerenkooi, wien geen
+overweging, welke ook, kon overhalen, zich vrijwillig te laten
+overwinnen, zelfs niet wanneer het gold miss Campbell aangenaam
+te zijn.
+
+Middelerwijl was de kist, waarin de piketten, de teekens, de ringen,
+de ballen en de houten hamers besloten waren, door een der bedienden
+op den »crocket ground" gebracht.
+
+De ringen, ten getale van negen, werden ruitvormig op de kleine
+teerlingsteenen geplaatst, en de beide piketten wezen de uiteinden
+aan van de groote as van die ruit.
+
+»Nu moeten wij trekken," zei broeder Sam.
+
+De marken werden in een hoed gedaan en ieder trok er een blindweg.
+
+Het lot had de navolgende kleuren voor de volgorde der partij
+uitgedeeld: een blauwen bal en hamer aan broeder Sam, een rooden bal
+en hamer aan Beerenkooi, een gelen bal en hamer aan broeder Sib en
+eindelijk een groenen bal en hamer aan miss Campbell.
+
+»In afwachting dat de straal van dezelfde kleur voor mij verschijne,"
+lachte zij. »Dat is waarlijk een goed voorteeken!"
+
+Het was aan broeder Sam om te beginnen, hetgeen hij deed, na eerst
+een duchtig snuifje met zijn partner gewisseld te hebben.
+
+Gij moest hem hebben kunnen zien, het lichaam noch te rechtop noch
+te veel voorover gebogen, het hoofd licht gedraaid, om den bal op
+de goede plaats te kunnen treffen, de beide handen, de een naast de
+andere op den steel van den hamer, de linker onder, de rechter boven,
+de beenen tegen elkander gesloten, de knieën lichtelijk doorgebogen,
+om veerkrachtig den invloed van den slag tegen te gaan, de linkervoet
+geplaatst vóór den bal, de rechtervoet eenigszins achterwaarts! In
+één woord, het type van den echten croquetspeler!
+
+Toen verhief broeder Sam zijn hamer. Zachtkens liet hij hem een halven
+cirkel beschrijven, toen gaf hij zijn bal, die juist op achttien
+duim van den »fock" of eersten piketpaal geplaatst was, een slag, en
+had niet noodig om dienzelfden eersten slag driemaal uit te voeren,
+een recht dat hem onbetwistbaar toekwam.
+
+En waarlijk, zijn bal, behendig voortgestuwd, vloog onder den eersten
+ring en daarna onder den tweeden ring door, een andere slag bracht
+den bal onder door den derden ring en het was eerst bij den vierden,
+dat hij bleef liggen, omdat hij te veel het ijzer geraakt had.
+
+Dat was prachtig voor een eerste begin. Een vleiend gemompel liet
+zich dan ook onder de toeschouwers hooren, die buiten het grachtsboord
+stonden hetwelk de bezode baan omgaf.
+
+Het was toen de beurt van Aristobulus Beerenkooi om te spelen. Dat
+liep minder gelukkig af. Gebrek aan behendigheid of ongeluk, hoe het
+ook zij, hij moest driemaal overdoen, alvorens zijn bal onder den
+eersten ring door te brengen, maar hij miste den tweeden.
+
+»Wellicht heeft die bal geen gelijkmatig evenwicht," legde hij aan
+miss Campbell uit. In dat geval doet het zwaartepunt, dat buiten het
+middelpunt gelegen is, den bal in zijn baan afwijken."
+
+»Aan u, oom Sib, om te spelen!" riep miss Campbell, zonder naar die
+wetenschappelijke uitlegging te luisteren.
+
+Broeder Sib was zijn broeder Sam ten volle waardig. Zijn bal vloog door
+twee ringen heen en bleef bij dien van Aristobulus Beerenkooi liggen,
+die hem, nadat hij hem geroqueerd had, dat wil zeggen: achterwaarts
+geslagen, behulpzaam was om door den derden ring te komen, waarna hij
+den bal van den jongen geleerde andermaal roqueerde. Deze laatste
+vertoonde een uitdrukking op het gelaat, alsof hij zeggen wilde:
+»dat zullen we straks beter doen". Eindelijk lei broeder Sib de
+beide ballen naast elkander, zette den voet op zijn eigen bal, en gaf
+dien een forschen slag met den hamer, om dien van zijn tegenpartij
+te croquetteeren, dat wil zeggen, dat hij hem door den terugslag op
+ruim zestig pas ver over de grensgracht voortstuwde.
+
+Aristobulus Beerenkooi moest zijn bal naloopen, maar hij deed dat met
+deftigheid, als een bezonnen mensch, en wachtte daarna in de houding
+van een generaal, die nadenkt en een grooten slag voorbereidt.
+
+Miss Campbell plaatste op hare beurt haar groenen bal en deed hem
+behendig de beide eerste ringen doorgaan.
+
+De partij werd zoo voortgezet en verliep op de meest gunstige wijze
+voor de gebroeders Melvill, die hun hart konden ophalen met de
+ballen van hunne tegenpartij te roqueeren en te croqueeren. Welk een
+moord! Zij gaven elkaar kleine teekens, zij verstonden elkander op
+een blik, zonder noodig te hebben te spreken, en geraakten eindelijk
+tot groot genoegen van hunne nicht, maar tot groot ongenoegen van
+Aristobulus Beerenkooi, in het voordeel.
+
+Toen miss Campbell evenwel, nadat het spel ongeveer vijf minuten
+geduurd had, bemerkte, dat zij genoegzaam ten achteren was; begon
+zij meer ernstig te spelen en ontwikkelde meer behendigheid dan
+haar partner, die haar niettemin zijn wetenschappelijke raadgevingen
+niet onthield.
+
+»De weerkaatsingshoek," zeide hij tot het jonge meisje, »is gelijk
+aan den invallingshoek, en dat zal u de richting, die de ballen nemen
+moeten aanduiden. Gij moet dus uw voordeel doen met...."
+
+»Doet gij er uw voordeel maar mede," antwoordde miss Campbell
+hem. »Kijk mijnheer, ik ben u al drie ringen vooruit!"
+
+En waarlijk, Aristobulus Beerenkooi bleef erbarmelijk achter. Tien
+maal had hij reeds getracht door den dubbelen middenring te geraken
+zonder dat het hem gelukt was. Hij gaf toen de schuld aan dien ring;
+hij liet hem rechtbuigen en de opening wijzigen en beproefde toen
+andermaal zijn goed geluk. Maar dat was hem al evenmin gunstig. Zijn
+bal raakte telkenmale het ijzer, en de arme Aristobulus slaagde niet
+er door te komen.
+
+Waarlijk, miss Campbell zou redenen gehad hebben, zich over haren
+partner te beklagen. Zij speelde zeer goed en verdiende ten volle de
+loftuigingen, waarmede hare ooms niet kwistig omsprongen. Er was niets
+bekoorlijkers te zien, dan haar zoo ongedwongen overgave aan dit spel,
+dat zich uitmuntend leent, om de bevalligheden des lichaams te doen
+uitkomen. Haar rechter voet half opgeheven bij de punt, ten einde
+haren bal in het oogenblik van croqueeren in bedwang te houden; hare
+armen kittig afgerond, wanneer zij den hamer een halven boog liet
+beschrijven; de opgewektheid van haar lief gelaat, dat lichtelijk
+naar den grond gekeerd was; haar fraaie leest, die veerkrachtig
+heerlijk zich bewoog; alles vormde een geheel, dat aanbiddelijk en wel
+beschouwenswaard was. En toch zag Aristobulus Beerenkooi er niets van.
+
+Het moet erkend, dat die jeugdige geleerde woedend was. En inderdaad,
+de gebroeders Melvill hadden thans een voorsprong, die bijna onmogelijk
+meer in te halen was. De afwisselingen van het croquetspel zijn evenwel
+zoo onverwacht, dat men aan de overwinning nimmer moet wanhopen.
+
+De partij werd dus onder die ongelijke omstandigheden voortgezet,
+toen plotseling een gebeurtenis plaats greep.
+
+De gelegenheid opende zich voor Aristobulus Beerenkooi, om den bal
+van broeder Sam, die door den middenring reeds terug gekomen was,
+waarvoor hij halsstarrig liggen bleef, te roqueeren. Hij gevoelde zich
+waarlijk ontstemd, hoewel hij moeite deed, om er niets van voor de
+omstanders te laten blijken, en wilde zich door een meesterstuk weer
+verheffen. Voornamelijk wilde hij zijn tegenpartij met gelijke munt
+betalen, en zijn bal buiten de grenzen van de baan zenden. Hij plaatste
+dus zijn bal tegen dien van broeder Sam, hij zorgde er voor, dat de
+beide ballen elkander aanraakten, door de grassprietjes er nauwkeurig
+tusschen weg te nemen, hij plaatste zijn linker voet op zijn bal en,
+zijn hamer bijna een geheelen boog latende beschrijven om meer kracht
+aan den slag te geven, zwaaide hij gezwind met dit werktuig.
+
+Maar welken schreeuw ontsnapte hem! Het was een gehuil van pijn! De
+hamer, slecht bestuurd, had niet den bal, maar den enkel van den
+lomperd geraakt, die daar nu stond op éen been rond te hinken, terwijl
+hij, ongetwijfeld zeer natuurlijk, kreten uitstiet, die hem evenwel
+vrij bespottelijk maakten.
+
+De gebroeders Melvill ijlden tot hem. Gelukkig had het leer van zijn
+halve laars den slag gebroken; de kneuzing had dan ook eigenlijk niet
+veel te beteekenen. Maar Aristobulus Beerenkooi vermeende aldus zijn
+ongelukkig wedervaren te moeten uitleggen:
+
+»De straal, door mijn hamer voorgesteld," zei hij doceerende,
+terwijl hij een grijns van pijn niet kon onderdrukken, »heeft een
+concentrischen cirkel beschreven, ten opzichte van dien, welke den
+tangens van den grond had moeten uitmaken, door dat ik den straal te
+kort nam. Vandaar de schok...."
+
+»En dus zullen wij de partij maar opgeven?" viel miss Campbell hem
+vragenderwijs in de rede.
+
+»De partij opgeven?" riep Aristobulus Beerenkooi uit. »Ons
+gewonnen geven? Dat nooit! Wanneer men de kansformules van de
+waarschijnlijkheids-rekening betracht, zal men zien, dat...."
+
+»Welnu, laat ons dan doorspelen!" antwoordde miss Campbell.
+
+Maar alle kansformules der wereld zouden niet veel kansen verschaft
+hebben aan de tegenstanders van de twee ooms. Reeds was broeder Sam
+»rover", dat wil zeggen, dat hij zijn bal door al de ringen gebracht
+had, en den »besan" of het aankomstpaaltje geraakt had, zoodat zijn
+spel nog maar bestond in het croqueeren en roqeeren van al de ballen,
+die hem daartoe wenschelijk voorkwamen.
+
+En inderdaad was de partij eenige oogenblikken later onherroepelijk
+gewonnen, en triomfeerden de gebroeders Melvill, maar met
+bescheidenheid, zoo als het grooten meesters betaamt. Wat den grooten
+Aristobulus Beerenkooi aangaat, dien was het, in weerwil van zijn
+aanmatiging, niet gelukt zijn bal door den middenring te brengen.
+
+Toen wilde miss Campbell waarschijnlijk meer spijt te kennen geven, dan
+zij werkelijk gevoelde, en bracht zij haren bal een flinken slag met
+haren hamer toe, zonder evenwel eenigermate de richting te berekenen.
+
+De bal vloog buiten den omtrek der baan, door het grachtje
+aangegeven. Hij rolde naar den kant der zee, trof een strandkeisteen,
+sprong op en--zooals Aristobulus Beerenkooi zou zeggen,--onder den
+invloed zijner zwaarte, vermenigvuldigd met het vierkant der snelheid,
+bereikte hij aldus het strand.
+
+Maar daar trof hij al zeer ongelukkig!
+
+Een jeugdig artist zat daar voor zijn schildersezel en was bezig
+een zeegezicht te schetsen, dat door de zuiderpunt van de reede van
+Oban begrensd werd. De bal vloog midden in het doek en besmeerde
+haar groen kleed met al de kleuren van het palet, dat hij rakelings
+voorbij snorde, wierp den schildersezel omver en stuwde dien eenige
+passen voort.
+
+De jonge schilder keerde zich om en sprak bedaard:
+
+»Het is gewoonte, alvorens een bombardement te beginnen, de menschen
+te waarschuwen! Wij zijn waarlijk hier niet veilig!"
+
+Miss Campbell, die een voorgevoel van het ongeluk had, nog vóór de
+bal zijn doel bereikte, snelde zoo hard zij kon naar het strand.
+
+»Och! mijnheer," sprak zij tot den jeugdigen kunstenaar, »wil mij
+mijn onhandigheid vergeven!"
+
+De jonkman stond op en groette het mooie meisje, dat geheel beteuterd
+vóór hem stond, en haar verontschuldigingen stamelde....
+
+Het was de schipbreukeling van de Corryvrekan-kolk!
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+OLIVIER SINCLAIR.
+
+
+Olivier Sinclair was een »mooi man," volgens de vroeger gebruikelijke
+uitdrukking in Schotland, wanneer van flinke, behendige en vlugge
+jongelieden gesproken wordt. Maar die uitdrukking was hier niet
+alleen toepasselijk op het innerlijke, maar ook op het uiterlijke
+van den jonkman.
+
+Laatste afstammeling uit een achtenswaardige familie van Edinburg,
+was deze jeugdige spruit uit het Noordsch Athene, de zoon van een
+ouden raadsheer in de hoofdstad van Mid-Lothian. Al vroeg ouderloos,
+was hij opgevoed geworden door zijn oom, een der vier baljuws van
+het stedelijk bestuur, en had zeer goede studiën aan de Hooge School
+gemaakt. Toen hij twintig jaar oud was, en ten gevolge van een
+matig fortuin geheel onafhankelijk, voelde hij den wensch opkomen,
+om de wereld te zien, en bezocht dientengevolge de voornaamste staten
+van Europa, van Indië en van Amerika, en nam de beroemde Revue van
+Edinburg herhaaldelijk volgaarne zijn reis-aanteekeningen in hare
+kolommen op. Hij was een verdienstelijk schilder, die, wanneer hij
+slechts wilde, voor zijn werken hooge prijzen zou kunnen verwerven,
+en was ook dichter op zijn tijd. Wie is dat niet in dien zaligen
+leeftijd der jeugd, waarin alles iemand toelacht? Hij had een warm
+hart, daarenboven een kunstenaarsziel, en behaagde iedereen, zonder
+moeite daarvoor te doen en zonder opgeblazenheid.
+
+In de hoofdstad van Oud-Caledonië is het niet moeielijk in het
+huwelijk te treden. Want de getal-verhoudingen der beide geslachten
+zijn daar zeer ongelijk, en het zwakkere staat, wat getalsterkte
+aangaat, ver boven het sterkere. Een goed onderwezen en opgevoed,
+beminnelijk jongmensch, van een aangenaam uiterlijk, kan daar meer
+dan één rijke erfdochter naar zijn smaak aantreffen.
+
+En toch scheen Olivier Sinclair, hoewel hij reeds zes en twintig jaar
+oud was, nog geen roeping voor het huwelijksleven te gevoelen. Kwam hem
+het levenspad te nauw voor om dit, elleboog tegen elleboog gesloten,
+af te wandelen? Voorzeker neen, maar het is meer waarschijnlijk,
+dat hij er meer van hield de dwars- of zijwegen in te slaan, volgens
+zijn luim voort te schrijden, een luim die met zijn kunstenaarsziel
+wel eens grillig kon genoemd worden. Het voorkomen van Olivier
+Sinclair was echter wel geschikt, om nog meer dan enkel een gevoel
+van overeenstemming bij de een of andere jonge blonde dochter van
+Schotland op te wekken. Zijn elegante leest, zijn open gelaat,
+zijn vrijmoedig uiterlijk, zijn mannelijke wezenstrekken, die van
+veel wilskracht getuigden, hoewel de oogopslag van zachtmoedigheid
+sprak, de bevalligheid zijner bewegingen, de voornaamheid zijner
+manieren, de gemakkelijke en geestige wijze om zich uit te drukken,
+de ongedwongenheid van zijn gang, de glimlach, die hem om de lippen
+speelde, dat alles in één woord moest een jeugdig hart tot hem
+aantrekken. Hij giste al die voordeelen niet, was volstrekt niet
+verwaand of kwasterig, en dacht er niet aan zijn bestaan aan een
+ander vast te ketenen. Maar niet alleen dat zijn uiterlijk een zoo
+gunstige waardeering bij den vrouwelijken Clan van »Auld Reeky" [1]
+ondervond, hij was ook zeer gezien bij de gezellen zijner jeugd, bij
+zijn medestudenten van de Hoogeschool, en had, volgens de overschoone
+gaëlische uitdrukking, den naam verworven, van »nimmer den rug naar
+vriend of vijand toe te keeren."
+
+Evenwel moet erkend worden, dat hij juist dien dag bij den aanval
+den rug naar miss Campbell toekeerde. Het is waar, miss Campbell was
+noch zijn vijandin noch zijn vriendin. Op de plaats, die hij innam,
+had hij dan ook den bal onmogelijk kunnen zien aankomen, die door
+het jonge meisje zoo heftig was voortgestuwd. Zoo kon het gebeuren,
+dat die nieuwe soort granaat het doek in het volle midden trof en
+het geheele schilderstoestel het onderste boven wierp.
+
+Reeds bij den eersten blik had miss Campbell haren »held" van de
+Corryvrekan-kolk herkend, maar de held kon onmogelijk de jeugdige
+passagieres van de Glengarry herkennen. Ter nauwernood had hij
+miss Campbell bij het einde van den overtocht van het eiland Scarba
+naar Oban aan boord ontwaard. Indien hij evenwel geweten had, welk
+persoonlijk aandeel zij aan zijn redding genomen had, dan zou hij
+haar, al was het maar uit beleefdheid, van harte bedankt hebben:
+maar hij wist het niet, en waarschijnlijk zou hij daaromtrent altijd
+onkundig blijven.
+
+Want inderdaad, dien zelfden dag verbood--ja, dit is het woord--verbood
+miss Campbell uitdrukkelijk, zoowel aan hare ooms als aan juffrouw
+Bess, alsook aan Partridge, ooit in tegenwoordigheid van dien jonkman,
+eenige toespeling te maken op hetgeen vóór en na de redding aan boord
+van de Glengarry was voorgevallen.
+
+Middelerwijl hadden de gebroeders Melvill na dat ongelukkig toeval
+met den bal, zich bij hunne nicht vervoegd, en waren zoo mogelijk
+nog meer uit het veld geslagen dan het jonge meisje. Zij begonnen
+met verontschuldigingen te stamelen jegens den jongen schilder,
+toen deze hen in de rede viel, zeggende:
+
+»Mejuffrouw... Mijnheeren... ik verzeker u, dat het zoo veel woorden
+niet waard is!"
+
+»Mijnheer..." zei broeder Sib met aandrang. »Wij zijn waarlijk
+ontsteld...."
+
+»En wanneer de ramp onherstelbaar is, zooals het zich laat aanzien
+...." voegde Sam er bij.
+
+»Het is slechts een klein ongeluk en geen ramp!" antwoordde de jonkman
+lachende. »Het was slechts kladwerk, anders niet: ik verzeker het
+u. De bal heeft volkomen gerechtigheid gepleegd!"
+
+Olivier Sinclair sprak die woorden zoo welgemoed uit, dat de gebroeders
+Melvill hem gaarne dadelijk de hand zouden gereikt hebben, wanneer
+dat zoo zonder voorafgaande plichtpleging had kunnen geschieden. Nu
+meenden zij verplicht te zijn de een aan den anderen voor te stellen,
+zoo als dat onder fatsoenlijke lieden betaamt.
+
+»Mijnheer Samuel Melvill," zei de een.
+
+»Mijnheer Sebastiaan Melvill," zei de ander.
+
+»En hunne nicht, miss Campbell," voegde Helena er bij, die zich er
+niet om bekreunde of zij wellicht ook de welvoegelijkheid te kort deed,
+door zich zelve voor te stellen.
+
+Dat was een uitnoodiging tot den jonkman gericht, om ook zijn namen
+en kwaliteit bekend te maken.
+
+»Miss Campbell en mijn heeren Melvill," sprak hij met den meest
+mogelijken ernst, »ik zou kunnen volstaan met te zeggen, dat ik »Fock"
+heet, zoo als een der piketpaaltjes van uw spel, daar ik door den bal
+ben aangeraakt geworden. Maar openhartig, ik heet Olivier Sinclair."
+
+»Mijnheer Sinclair," hernam miss Campbell, die niet recht wist, hoe zij
+dit antwoord moest opvatten. »Nogmaals bied ik u mijn verontschuldiging
+aan voor..."
+
+»En de onze ook," riepen de gebroeders Melvill.
+
+»Miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair, »ik herhaal dat het
+niets te beduiden heeft. Ik zocht een effect van deinende golven op
+het doek te brengen, en het is waarschijnlijk dat uw bal, even als de
+spons van ik weet niet meer welken schilder der oudheid, het gezochte
+effekt heeft te weeg gebracht, wat mijn penseel niet kan bereiken."
+
+Dat werd op zoo'n vriendelijken toon gezegd, dat miss Campbell en de
+gebroeders Melvill moesten lachen.
+
+Olivier Sinclair raapte het doek op, dat evenwel geheel onbruikbaar
+gemaakt was. Hij moest dus opnieuw beginnen.
+
+Het zal niet overbodig zijn op te merken, dat Aristobulus Beerenkooi
+zich weerhouden had, aan de wisseling van die verontschuldigingen en
+beleefdheidsvormen deel te nemen.
+
+De partij was geëindigd en de jeugdige geleerde was nijdig, dat hij
+zijn theoretische kennis niet in overeenstemming met zijn practische
+bekwaamheid had kunnen brengen. Hij nam afscheid om weer naar zijn
+hotel terug te keeren; men zou hem in drie, vier dagen niet ziet,
+want hij vertrok naar het eiland Luing, een der kleine Hebriden,
+dat ten zuiden van het eiland Seil gelegen was, en alwaar hij uit
+een geologisch oogpunt de rijke leigroeven wilde bestudeeren.
+
+Hij kon zich dus niet overgeven aan zijn uitleggingen over de
+projectielen-baan, wat hij voorzeker zou gedaan hebben, wanneer de
+gelegenheid zich daartoe had voorgedaan.
+
+Olivier Sinclair vernam toen, dat hij niet geheel en al een onbekende
+was voor de gasten van Caledonian Hotel, en hij werd vervolgens op
+de hoogte gebracht omtrent de bizonderheden van den overtocht der
+Glengarry.
+
+»Wat, miss Campbell, en gij mijn heeren!" riep hij uit, gij waart aan
+boord van dat stoomschip, hetwelk mij zoo juist van pas opgevischt
+heeft?"
+
+»Ja, mijnheer Sinclair."
+
+»En gij hebt ons wel angstig gemaakt," zei broeder Sib, »toen wij
+door een groot toeval uw schuitje ontwaarden, als verloren te midden
+van den maalstroom van de Corryvrekan-kolk."
+
+»Neen, geen toeval maar goddelijke bestiering," zei broeder Sam,
+»en waarschijnlijk zonder de tusschenkomst van...."
+
+Door een teeken gaf miss Campbell te kennen, dat zij niet als
+redster wenschte op te treden. De rol van onze lieve Vrouw der
+Schipbreukelingen zou zij nimmer willen vervullen.
+
+»Maar mijnheer Sinclair, hoe kon die oude visscher, die u vergezelde,
+zoo onvoorzichtig zijn," vroeg broeder Sam, »om zijn vaartuig in die
+vreeselijke stroomingen te sturen?...."
+
+»Welker gevaren hij toch moest kennen, daar hij in deze streken te
+huis hoort?" vulde broeder Sib aan.
+
+»Schort uw oordeel, heeren Melvill," antwoordde Olivier Sinclair. »de
+onvoorzichtigheid kwam van mijn kant, en is mij alleen te wijten. Een
+oogenblik vreesde ik, dat ik oorzaak van den dood van dien braven kerel
+zou zijn! Maar er waren zulke wonderlijke kleuren op de oppervlakte
+van die keerstroomingen, waar de zee aan een onmetelijk kantwerk
+gelijk was, uitgespreid op een blauwzijden ondergrond! En zonder er
+gevaar in te zien, naderde ik al meer en meer, om te midden van dat
+lichtend schuim eenige nieuwe schakeeringen op te vangen. En ik ging
+al meer en meer vooruit, steeds vooruit. De oude visscher bespeurde
+het gevaar wel, hij hield mij vertoogen, hij wilde naar de kust
+van het eiland Jura terugkeeren; maar ik had er geen ooren naar,
+totdat ons vaartuig in den stroom geraakte en onweerstaanbaar naar
+de kolk gesleept werd. Wij wilden die aantrekkingskracht weerstand
+bieden!.... Mijn makker werd door een golf gewond, en kon mij dus
+niet meer helpen, en ongetwijfeld zonder de aankomst van de Glengarry,
+zonder de toewijding van haren kapitein, zonder de menschlievendheid
+der passagiers zouden wij, mijn visscher en ik, reeds tot de legende
+behooren, en onze namen op de doodenlijst van de Corryvrekan-kolk
+prijken!"
+
+Miss Campbell had, zonder een woord te laten ontsnappen, den jonkman
+aangehoord. Verscheidene malen vestigde zij haar schoone oogen op
+hem. Hij van zijn kant vermeed haar met zijn blikken te hinderen. Zij
+kon een glimlach niet onderdrukken, toen hij zijn jacht, of beter
+zijn visscherij op zeeschakeeringen schetste. Vervolgde zij ook
+niet een dergelijk droombeeld, wel is waar minder gevaarlijk? Was de
+jacht op den groenen Straal ook niet een jacht op een schakeering,
+niet der zee maar van het luchtgewelf? Zelfs de gebroeders Melvill
+maakten er de opmerking van en verhaalden het motief, dat hen naar
+Oban gevoerd had, namelijk de waarneming van een natuurverschijnsel,
+waarvan men den aard aan den jongen schilder mededeelde.
+
+»De Groene Straal!" riep Sinclair uit.
+
+»Zoudt gij hem reeds gezien hebben, mijnheer?" vroeg het jonge meisje
+levendig. »Zoudt gij hem reeds gezien hebben?"
+
+»Neen, miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik weet zelfs niet
+of er ergens een Groene Straal bestaat! Neen, waarlijk niet! Welnu,
+ook ik wensch hem thans te zien. De zon zal geen enkele maal meer
+achter de kim wegduiken, zonder dat ik daarvan getuige zal zijn! En
+ik zweer bij Sint Dunstan! dat ik geen ander groen op mijn palet zal
+gebruiken, dan het groen van dien laatsten straal!"
+
+Het was moeilijk uit te maken, of Olivier Sinclair hier niet een weinig
+spot bedoelde, of dat hij zich door zijn kunstzin liet vervoeren. Een
+geheime stem fluisterde miss Campbell toe, dat de jonkman niet spotte.
+
+»Mijnheer Sinclair," sprak zij, »de Groene Straal is mijn eigendom
+niet. Hij schittert voor iedereen! Hij verliest niets in waarde,
+omdat hij zich aan verschillende belangstellenden te gelijkertijd
+vertoont. Wij zouden dus kunnen trachten hem samen te zien."
+
+»Zeer gaarne, miss Campbell!"
+
+»Maar, gij zult zeer veel geduld moeten oefenen."
+
+»Welnu, dat zullen wij! Wij zullen...."
+
+»Niet mogen vreezen om pijn aan de oogen te krijgen," zei broeder Sam.
+
+»Mij dunkt dat de Groene Straal wel waard is, dat er aan te wagen,"
+antwoordde Olivier Sinclair, »en ik zal Oban niet verlaten, zonder
+hem gezien te hebben, dat beloof ik."
+
+»Wij zijn reeds naar het eiland Seil gegaan, om dien Straal
+waartenemen, maar een klein wolkje benevelde de kim, juist op het
+oogenblik toen de zon onderging."
+
+»Dat was een ware noodlottigheid!"
+
+»Ja, inderdaad een noodlottigheid, mijnheer Sinclair; want sedert
+dien dag hebben wij geen volmaakt helderen dampkring meer gehad."
+
+»Wij moeten den moed niet laten zakken, miss Campbell. De zomer is nog
+niet ten einde en voor dat het kwade seizoen zal ingetreden zijn, zal
+de zon wel de mildheid hebben ons haren Groenen Straal te vertoonen,
+weest daar verzekerd van."
+
+»Moet ik u alles bekennen, mijnheer Sinclair?" hernam miss
+Campbell. »Welnu, wij zouden in den avondstond van den 2den Augustus
+dien Groenen Straal zeker op de kim van de Corryvrekan kolk hebben
+kunnen waarnemen, wanneer onze aandacht niet ware afgeleid door een
+zekere redding...."
+
+»Wat, miss Campbell, ik zou lomp genoeg geweest zijn om in zoo'n
+oogenblik uw blikken af te leiden! mijn dwaze onvoorzichtigheid komt
+u den Groenen Straal te staan. Maar dan moet ik u verontschuldiging
+aanbieden, en ik betuig u hiermede mijn leedwezen over die ontijdige
+verschijning van mijn persoon! Wees verzekerd, dat het niet weer
+zal gebeuren."
+
+En men keuvelde over koetjes en kalfjes, terwijl men naar het
+Caledonian Hotel terug wandelde, waarin ook Olivier Sinclair zeer
+toevallig den vorigen avond, bij zijn terugkeer van een uitstapje in
+de omstreken van Dalmaly, zijn intrek had genomen. Het jonge mensch,
+wiens ronde manieren en wiens aanstekelijke opgeruimdheid de gebroeders
+Melvill volstrekt niet mishaagden, kwam in den loop van het gesprek
+er toe om van Edinburg en van zijn oom den baljuw Patrick Oldimer te
+praten. Toen bleek het, dat de gebroeders Melvill vroeger gedurende
+eenige jaren met den baljuw Oldimer hadden omgegaan. Weleer hadden
+vriendschappelijke banden tusschen de beide familiën bestaan,
+die alleen door den verren afstand van elkander gestaakt waren
+geworden. Men was elkander dus niet meer vreemd. Olivier Sinclair
+ontving dan ook de uitnoodiging om de vriendschapsbanden met de
+Melvills te vernieuwen, wat hij gaarne deed, vooral omdat er geen
+enkele reden bestond, om zich elders dan te Oban te vestigen. Hij
+verklaarde dan ook, dat hij er blijven wilde, om deel te nemen aan
+de opsporing van den befaamden Straal.
+
+Miss Campbell, de gebroeders Melvill en hij ontmoetten elkander
+veelvuldig op het strand van Oban in de daarop volgende
+dagen. Te zamen deden zij waarnemingen omtrent de vermoedelijke
+weersveranderingen. Tien keeren op een dag raadpleegden zij den
+barometer, die wel eenige neiging tot stijgen vertoonde. En waarlijk,
+in den morgen van den 14den Augustus overschreed de beminnenswaardige
+wijzer van het instrument dertig duim en zeven tiende.
+
+Met welk gevoel van tevredenheid bracht Olivier Sinclair die goede
+tijding aan miss Campbell! De hemel was helder en rein als het oog
+eener madonna. Een fraai azuur tintte het uitspansel, zacht overgaande
+in de meest uiteenloopende nuanceeringen van af het indigo- tot het
+ultramarijn-blauw! Geen enkele damp van hygrometrischen aard was te
+bespeuren. Het vooruitzicht bestond, dat de avond overheerlijk zou
+zijn, en dat men een zonsondergang zou genieten, zoo scherp zuiver,
+als de sterrenkundigen van eenige sterrenwacht zouden kunnen verlangen!
+
+»Als wij nu bij zonsondergang onzen straal niet zien zullen, dan
+moeten wij blind zijn!" zei Olivier Sinclair.
+
+»Hoort gij, waarde oompjes!" zei miss Campbell. »Hoort gij wel,
+het zal van avond plaats hebben!"
+
+Men kwam overeen dat men vóór het diner naar het eiland Seil zou
+vertrekken, wat dan ook tegen ongeveer vijf uur geschiedde.
+
+Miss Campbell zat overgelukkig met den niet minder gelukkigen Olivier
+Sinclair en de gebroeders Melvill, die zich ook al vroolijk en tevreden
+gevoelden in het rijtuig, dat hen over den schilderachtigen weg naar
+Glachan voerde. Men zou waarlijk kunnen beweren, dat zij de zon met
+zich op den bok van het rijtuig voerden, en het vierspan, dat flink
+voortspoedde, de vurige paarden van Apollo, den god des dags, waren!
+
+Op het eiland Seil aangekomen, hadden de reeds bij voorbaat verrukte
+waarnemers een gezichteinder voor zich, waarvan de helderheid door
+niets bevlekt werd. Zij kozen tot waarnemingspost het uiteinde van
+een zeer smalle kaap, die zich een mijl ver in zee uitstrekte en twee
+kleine inhammen in de kust van elkander scheidde. Niets kon daar over
+een vierde gedeelte van den gezichtseindersboog het panorama van het
+westen belemmeren.
+
+»Hij kan ons dus niet ontsnappen, die grillige straal, die zoo veel
+preutschheid aan den dag legt om zich te laten zien," zei Olivier
+Sinclair.
+
+»Dat geloof ik ook," antwoordde broeder Sam.
+
+»En ik ben er zeker van," vulde broeder Sib aan.
+
+»En ik hoop het," uitte miss Campbell, terwijl zij den vlekkeloozen
+hemel en de zee beschouwde, die zich daar eenzaam voor haar
+uitstrekte. Waarlijk, alles kondigde aan dat het natuurverschijnsel
+zich bij zonsondergang in al zijn pracht zou vertoonen. Reeds daalde
+de schitterende dagvorstin langs een schuine lijn, en bevond zich nog
+slechts weinige graden boven den horizon. Haar roode schijf tintte
+den achtergrond van het uitspansel gelijkmatig als met vuur en trok
+een lange verblindende streep over de oppervlakte van het kalme water
+der zee.
+
+Allen stonden daar opgetogen over dat fraaie gezicht, de verschijning
+af te wachten, en zagen de zon, die langzaam, aan een overgrooten
+luchtsteen gelijk, onderdook. Plotseling ontsnapte een onwillekeurige
+kreet aan miss Campbell, die met een angstigen uitroep, door de
+gebroeders Melvill en door Olivier Sinclair uitgestooten, beantwoord
+werd.
+
+Een sloep kwam van achter het eilandje Eastdale, dat in de nabijheid
+als aan den voet van het eiland Seil gelegen is. Die sloep stevende
+langzaam westwaarts. Haar zeil, als in een vuurscherm gevat, stak
+helder boven de kim uit. Zou dat nu de zon gaan bedekken, juist op
+het oogenblik, dat zij zou ondergaan?
+
+Het was hier een kwestie van seconden. Men kon niet meer terug, om
+rechts of links een andere waarnemingsplek te kiezen, ten einde de zon
+weer ongehinderd te kunnen aanschouwen. Daartoe was geen tijd meer,
+de geringe oppervlakte der kaap liet niet toe zich zoover te bewegen
+om weer in de as der zon te geraken.
+
+Miss Campbell was wanhopig over dien tegenspoed. Zij liep heen en weer
+over de rotsen, terwijl Olivier Sinclair door buitensporige gebaren
+de aandacht van den opvarende dier sloep tot zich zocht te trekken,
+en zoo hard hij kon schreeuwde, dat zij hun zeil zouden strijken.
+
+Alles te vergeefs. Men zag hem niet en men kon hem onmogelijk
+hooren. De sloep, door een zachte bries voortgestuwd, stevende steeds
+westwaarts op.
+
+Juist toen de bovenrand der zonneschijf zou verdwijnen, gleed het
+zeil der sloep tusschen haar en de toeschouwers, en werd zij door
+dat ondoorzichtbaar trapezium bedekt.
+
+Dat was een ware teleurstelling! Ditmaal had de Groene Straal te
+midden van die zuivere kim geschitterd. Hij was evenwel afgestuit op
+dat lompje zeil, zonder het voorgebergte te kunnen bereiken, alwaar
+zoo vele blikken hem gretig bespiedden.
+
+Miss Campbell, Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill stonden
+daar als versteend op die plek, teleurgesteld als zij waren, en meer
+verbitterd dan zulk een ongelukkig toeval eigenlijk wel waard was. Zij
+vergaten werkelijk heen te gaan, en verwenschten dat vaartuig en de
+personen die er in waren.
+
+De sloep legde evenwel aan in een kleine kreek van het eiland Seil,
+die zich aan den voet van het voorgebergte bevond.
+
+Een passagier sprong daaruit in dit oogenblik, en liet aan boord twee
+zeelieden, die hem van het eiland Luing langs den weg der volle zee
+overgevoerd hadden. Hij naderde langs het strand en beklom de voorste
+rotsen, met het doel om het uiteinde der kaap te bereiken.
+
+De onwelkome gast had voorzeker de groep waarnemers, die op het plat
+van het voorgebergte stond, herkend; want hij groette de aanwezigen
+met een gebaar dat een zekere gemeenzaamheid verried.
+
+»Mijnheer Beerenkooi!" riep miss Campbell.
+
+»Hij! was hij het?!" riepen de gebroeders Melvill.
+
+»Wie kan die mijnheer zijn?" dacht Olivier Sinclair.
+
+Ja, het was Aristobulus Beerenkooi in persoon, die een wetenschappelijk
+uitstapje, dat verscheidene dagen geduurd had, naar het eiland Luing
+had gemaakt.
+
+Het zal wel onnoodig zijn te zeggen, hoedanig hij verwelkomd werd door
+hen, wier dierbaarsten wensch hij in zijn vervulling had verijdeld.
+
+Broeder Sam en broeder Sib vergaten in zooverre de welvoegelijkheid,
+dat zij er zelfs niet aan dachten Olivier Sinclair aan Aristobulus
+Beerenkooi voor te stellen. Zij sloegen beiden de oogen neer en
+vermochten tegenover Helena's ontevredenheid den blik niet te slaan
+op dien aanstaande hunner keuze.
+
+Miss Campbell, de kleine handjes te zamen geknepen, de armen over de
+borst gekruist, keek hem aan met bliksemende oogen, zonder een woord te
+spreken. Eindelijk na een poos ontsnapten deze woorden aan haren mond:
+
+»Mijnheer Beerenkooi, gij hadt kunnen nalaten zoo van pas te komen
+om een onhandigheid te bedrijven."
+
+
+
+
+
+
+XII.
+
+NIEUWE PLANNEN.
+
+
+De terugtocht naar Oban werd onder veel minder aangename omstandigheden
+volbracht dan de heenreis naar het eiland Seil. Men was vertrokken
+in den waan van een goeden uitslag te verkrijgen en men kwam terug
+onder den invloed eener teleurstelling.
+
+Kon de tegenspoed, die miss Campbell ondervond, door iets gelenigd
+worden, dan was het dat hij door Aristobulus Beerenkooi veroorzaakt
+was. Zij had het recht dien grooten schuldige met verwijten te
+overladen, en hem de uitwerksels van haren toorn te doen gevoelen. En
+zij maakte van dat recht gebruik. De gebroeders Melvill zouden het
+niet gewaagd hebben, hem bij haar te verontschuldigen. Neen! het
+vaartuig van dien lomperd, waaraan niemand zijn aandacht geschonken
+had, was gekomen juist op het oogenblik, dat de zon haar laatsten
+straal schoot, om den horizon voor de waarnemers te bedekken! Ziet,
+dat zijn van die zaken, die niet vergeten kunnen worden!
+
+Het behoeft niet gezegd, dat Aristobulus Beerenkooi die, na die
+lompheid, zich nog een spotternij met betrekking tot den Groenen
+Straal veroorloofd had, weer in zijn sloep was gestapt, om naar
+Oban terug te zeilen. En hij had daarin zeer wijselijk gehandeld;
+want meer dan waarschijnlijk zou men hem geen plaats in de kalès,
+zelfs niet in het bakje van achteren, aangeboden hebben.
+
+Zoo had dus de Zonsondergang tweemaal plaats gehad, onder
+omstandigheden, waarbij de waarneming van het natuurverschijnsel
+een onmogelijkheid bleek. Reeds twee maal had de vurige blik van
+miss Campbell zich te vergeefs blootgesteld aan de schitterende
+liefkoozingen der dagvorstin, die een beneveling van haar gezicht
+voor den duur van eenige uren veroorzaakten! Eerst had de redding
+van Olivier Sinclair, nu de voorbijtocht van Aristobulus Beerenkooi
+haar een gelegenheid doen missen, die zich wellicht in langen tijd
+niet weer zou voordoen! In beide gevallen waren, wel is waar, die
+verhinderende omstandigheden niet gelijk geweest, waardoor zij den
+eenen met zooveel vuur verontschuldigde, als zij den andere hard
+viel. Wie zou den moed hebben, haar van partijdigheid te betichten?
+
+Den volgenden ochtend wandelde Olivier Sinclair, in zijn droomerijen
+verzonken, op het strand te Oban.
+
+Wie was toch die mijnheer Aristobulus Beerenkooi! Een bloedverwant
+van miss Campbell en der gebroeders Melvill? Of slechts een vriend? In
+ieder geval was het toch een bekende in huis, dat was wel op te maken
+uit de wijze waarop miss Campbell zich aan haar verwijtingen over zijn
+onhandigheid overgegeven had. Welnu wat kon hem, Olivier Sinclair,
+dat schelen? Wanneer hij wilde weten waaraan zich daaromtrent te
+houden, dan had hij immers slechts broeder Sam of broeder Sib te
+ondervragen.... Maar dit was het juist wat hij wenschte te vermijden
+en wat hij dan ook niet deed.
+
+Toch ontbraken hem de gelegenheden daartoe niet; want iederen dag
+ontmoette hij de twee broeders, die steeds te zamen wandelden; want
+niemand kon er zich op beroemen ooit den eenen zonder den anderen
+ontmoet te hebben. Somtijds begeleidden zij hunne nicht bij haar
+wandelingen op het strand. Men keuvelde over duizenderlei zaken, maar
+voornamelijk over het weer, hetgeen bij de gegeven omstandigheden
+en personen precies geen onderwerp genoemd kan worden, om over
+te praten zonder iets te zeggen. Zou men ooit nog in dit seizoen
+een dier kalme avonden beleven, wier terugkeer men bespiedde om
+weer naar het eiland Seil te gaan? Het was te betwijfelen. Want
+inderdaad, sedert die twee prachtige avonden van den 2den en den
+14den Augustus, heerschte slechts ongestadig weer, vertoonden zich
+slechts onweerswolken; de warmte veroorzaakte dichte dampen bij de
+kim, die door electriciteitsontladingen verscheurd werden, en zoo die
+niet den gezichteinder bedekten, dan waren het dichte avondnevels,
+in een woord, het alles te zamen was wel geschikt om een leerling
+in de sterrenkunde die zich aan zijn kijker vastklemt en van een
+herziening van de hemelkaart droomt, tot vertwijfeling te brengen!
+
+Waarom niet ronduit bekennen, dat de jonge schilder nu even zoo verzot
+op den Groenen Straal was als miss Campbell? Hij had dat stokpaardje
+in gezelschap van dat schoone lieve meisje bestegen. Hij dwaalde
+thans met haar in de onmetelijke uitgestrektheid van het luchtruim
+rond. Hij koesterde die gril met niet minder vuur, om niet te zeggen:
+met niet minder ongeduld dan zijn jeugdige gezellin. Oh! hij was geen
+Aristobulus Beerenkooi, wiens brein verloren was in de nevelachtige
+hoogten en diepten der hoogere wetenschap en koesterde geen
+geringschatting voor een eenvoudig optisch natuurverschijnsel. Beiden
+begrepen elkander en beiden verlangden tot die zeldzaam bevoorrechte
+wezens te hooren, die door de verschijning van den Groenen Straal
+vereerd zouden worden.
+
+»O! wij zullen hem zien, miss Campbell," herhaalde Olivier Sinclair,
+»wij zullen hem zien, al moest ik hem zelf gaan ontvonken! Want goed
+gerekend, is het mijn schuld, dat hij u dien eersten keer ontsnapte,
+en ik ben net zoo schuldig, als die mijnheer Beerenkooi.... uw
+bloedverwant.... geloof ik?"
+
+»Neen.... mijn verloofde.... zoo als het schijnt," antwoordde dien
+dag miss Campbell in de grootste verwarring, terwijl zij zich met
+eenigen spoed verwijderde, om zich bij haar ooms te voegen, die te
+zamen iets vooruit kuierden en elkander een snuifje aanboden.
+
+Haar verloofde! De uitwerking door dat eenvoudig antwoord, maar nog
+meer door den toon, waarop het gegeven werd, op Olivier Sinclair
+te weeg gebracht, was merkwaardig! Welnu, wat zou dat? waarom
+zou dat jeugdige pedante wezen haar verloofde niet zijn? Onder die
+omstandigheden kon ten minste zijn tegenwoordigheid te Oban verklaard
+worden. Dat hij zoo onbehendig geweest was, om zijn persoon tusschen
+de ondergaande zon en miss Campbell te plaatsen, daaruit volgde nog
+niet... Wat volgde daar niet uit? Waarachtig, Olivier Sinclair zou wel
+verlegen gestaan hebben, wanneer hij die vraag had moeten beantwoorden.
+
+Na twee dagen afwezig geweest te zijn, was Aristobulus Beerenkooi
+intusschen weer te voorschijn gekomen. Olivier Sinclair zag hem
+verscheidene malen, als hij in gezelschap der gebroeders Melvill
+wandelde, die hem geen kwaad hart hadden blijven toedragen. Hij scheen
+goed bevriend met hen te zijn. De jeugdige geleerde en de jeugdige
+artist hadden elkander reeds herhaaldelijk, hetzij op het strand,
+hetzij in de salons van het Caledonian-Hôtel ontmoet. Eindelijk waren
+de twee ooms er toe overgegaan hen aan elkander voor te stellen.
+
+»Mijnheer Aristobulus Beerenkooi, van Dumfries!"
+
+»Mijnheer Olivier Sinclair, van Edinburg!"
+
+Die plichtpleging had den beiden jongelieden een middelmatigen groet
+gekost, een van die eenvoudige hoofdbuigingen, waaraan het lichaam in
+een bovenmatige stijve houding geen deel neemt. Klaarblijkelijk zou
+nimmer eenige sympathie tusschen die twee uiteenloopende karakters
+geboren worden. De een verdiepte zich in 's Blaue hinein, alsof hij
+sterren wilde plukken; de andere beijverde zich, de loopbanen van die
+sterren te berekenen; de een als artist zocht geen wetenschappelijken
+roem te verwerven, de andere vervaardigde zich van de wetenschap een
+voetstuk, waarop hij de houding van een beroemd man aannam.
+
+Wat miss Campbell aangaat, zij mokte tegen Aristobulus Beerenkooi. Was
+hij in de nabijheid, dan deed zij of zij zijn tegenwoordigheid
+niet bemerkte; ging hij voorbij, dan wendde zij zichtbaar het hoofd
+af. In één woord, zij bejegende hem met al de stijfheid der Britsche
+vormelijkheid. De gebroeders Melvill gaven zich veel moeite om weer
+goed te maken, wat het schoone kind bedierf. Volgens hun meening zou
+dat alles wel weer te recht komen, vooral wanneer die grillige straal
+zich maar wilde vertoonen.
+
+In afwachting daarvan nam Aristobulus Beerenkooi Olivier Sinclair met
+scherpen blik op, over zijn brilleglazen heen. Dat is een zeer gewone
+wijze van handelen bij de kortzichtigen, die steeds willen waarnemen
+en zien, zonder er den schijn van te hebben. En wat nam hij waar? De
+overgroote zucht van den jonkman om zich in de nabijheid van miss
+Campbell te bevinden, het vriendelijk onthaal, dat het jonge meisje
+hem bij iedere gelegenheid bereidde. Dit alles stond hem voorzeker
+niet aan. Maar aan zijn bekoorlijkheden niet twijfelende, was hij
+niet ongerust, en hield zich op den achtergrond.
+
+Bij den ongestadigen dampkring, bij den barometer, welks wijzer geen
+rustpunt kon vinden, en zich slechts in de nabijheid van »veranderlijk"
+bewoog, werd aller geduld wel op een harde proef gesteld. Er werden
+nog twee of drie uitstapjes naar het eiland Seil ondernomen, in de
+hoop om, al was het maar voor weinige oogenblikken, bij zonsondergang
+een geheel wolkeloozen horizon aan te treffen. Het was vergeefsche
+moeite! Het eenige wat de teleurstelling lenigde, was dat Aristobulus
+Beerenkooi er geen deel aan nam. Zoo werd het 23 Augustus, zonder
+dat het luchtverschijnsel de moeite genomen had, zich te vertoonen.
+
+Toen werd die gril een allesbeheerschend denkbeeld, dat ieder ander
+uitsloot. Het had er wel wat van of onze bekenden bezeten waren. Zij
+droomden er dag en nacht van en wel zoo, dat er voor een nieuwe soort
+monomanie gevreesd werd, en dat in een tijd dat die soorten reeds
+ontelbaar zijn. Onder dien geestesdwang, veranderden alle kleuren in
+een eenige: de blauwe hemel scheen groen, de wegen waren groen, het
+strand was groen, de rotsen waren groen, het water en de wijn waren
+zelfs groen als absinth. De gebroeders Melvill verbeeldden zich, dat
+zij in het groen gekleed waren, en zagen elkander voor groote groene
+papegaaien aan, die groene snuif uit een groene snuifdoos snoven. In
+één woord was het een groene waanzin! Zij waren allen met een soort
+daltonisme geslagen, en de professoren in oog- en gezichtkunde zouden
+daar een heerlijk onderwerp aangetroffen hebben, om zeer belangrijke
+behandelingen in hun oogheelkundige werken op te nemen. Dat kon niet
+lang meer zoo duren.
+
+Olivier Sinclair kwam gelukkig op een gedachte.
+
+»Miss Campbell," zei hij dien dag, »en gij heeren Melvill, vergeeft
+mij, maar mij dunkt, dat wij, alles wel beschouwd, zeer slecht te
+Oban zijn om het natuurverschijnsel in kwestie waar te kunnen nemen."
+
+»Aan wien de schuld?" vroeg miss Campbell, waarbij zij met strengen
+blik de beide misdadigers monsterde, die de oogen verlegen neersloegen.
+
+»Hier te Oban is geen zeehorizon!" hernam de jonge schilder. »Vandaar
+de verplichting om dien op het eiland Seil te gaan opzoeken, op gevaar
+af om er niet te zijn, wanneer wij er wezen moesten!"
+
+»Dat 's helder als de dag!" antwoordde miss Campbell. »Inderdaad,
+ik begrijp niet, waarom mijn ooms juist dit verschrikkelijk oord voor
+onze waarneming gekozen hebben!"
+
+»Waardste Helena!" prevelde oom Sam, die in zijn verlegenheid eigenlijk
+niet wist wat te antwoorden. »Wij hadden gedacht...."
+
+»Ja.... wij hadden.... hetzelfde gedacht...." vulde broeder Sib aan,
+alsof hij hem te hulp wilde komen.
+
+»Dat de zon zich verwaardigen zou, ook ten aanschouwe van Oban,
+in de golven onder te gaan...."
+
+»Daar Oban toch aan den zeeoever gelegen is!"
+
+»Dat alles hebben mijn ooms slecht bedacht," antwoordde miss Campbell,
+»zeer slecht bedacht, daar de zon, zooals gij ziet, er niet in zee
+ondergaat."
+
+»Waarlijk!" hernam broeder Sam. »Er doen zich van die ongelukseilanden
+voor, die den gezichtskring beperken!"
+
+»Gij hadt toch het plan niet om die eilanden te doen
+springen....?" vroeg miss Campbell.
+
+»O! als dat mogelijk was geweest, zou het reeds geschied
+zijn!" antwoordde broeder Sib op vastberaden toon.
+
+»Wij kunnen toch op het eiland Seil niet gaan kampeeren!" merkte
+broeder Sam op.
+
+»En waarom niet?"
+
+»Waarde Helena, als ge dat volstrekt wilt...."
+
+»Ja, volstrekt!"
+
+»Kom, laten wij dan vertrekken!" antwoordden broeder Sam en broeder
+Sib met gelatenheid.
+
+En die beide goedige onderworpen wezens verklaarden, dat zij gereed
+waren om dadelijk Oban te verlaten. Maar Olivier Sinclair kwam
+tusschen beiden.
+
+»Miss Campbell," zei hij, »veroorloof mij, dat ik in meening met u
+verschil. Er valt heel wat beters te doen, dan zich op het eiland
+Seil te gaan vestigen."
+
+»Spreek, mijnheer Sinclair, en wanneer uw raad beter is, dan zullen
+mijn ooms niet weigeren hem op te volgen, daarvan ben ik verzekerd."
+
+De gebroeders Melvill maakten een hoofdbuiging, die zóó volmaakt
+gelijktijdig was, dat die twee ooms nooit meer op elkander geleken
+dan in dat oogenblik.
+
+»Het eiland Seil," hernam Olivier Sinclair, »is waarlijk niet geschikt
+om er te kunnen wonen, al was het maar voor weinige dagen. Zijt
+gij in de noodzakelijkheid om geduld te oefenen, miss Campbell,
+dan behoeft gij dat toch niet ten koste van uw welzijn te doen. Ik
+heb bovendien opgemerkt, dat ook te Seil de gezichteinder door de
+gesteldheid der kusten eenigermate beperkt is. Wanneer wij tegen
+aller verwachting langer moeten wachten dan wij hopen, wanneer ons
+verblijf tot eenige weken zou moeten aangroeien, zou de zon, die thans
+meer en meer naar het zuiden afzakt, achter het eiland Colonsay of
+achter het eiland Oronsay of zelfs achter het groote Islay ondergaan,
+en zou onze waarneming ook door gebrek aan een voldoende kim even
+onmogelijk worden."
+
+»Waarlijk," zei Miss Campbell, »dat zou de genadeslag moeten heeten!"
+
+»Maar dien kunnen wij ontgaan, wanneer wij een oord opzoeken, buiten
+den Hebriden-archipel gelegen, een oord, dat de onmetelijkheid van
+den geheelen Atlantischen Oceaan voor zich heeft."
+
+»Kent gij zoo'n oord, mijnheer Sinclair?" vroeg miss Campbell met
+levendigheid.
+
+De gebroeders Melvill hingen aan de lippen van den jonkman. Wat ging
+hij antwoorden? Waarheen voor den drommel zou die gril hunner nicht
+hen bij slot van rekening voeren? Op welke uiterste grens van de
+beschaafde wereld zouden zij zich moeten vestigen, om aan dat vreemde
+verlangen te voldoen?
+
+Olivier Sinclair stelde hen al dadelijk gerust, althans voorshands.
+
+»Er bestaat een oord, miss Campbell," zei hij, »niet ver van hier, dat
+naar mijn meening alle mogelijke voorwaarden in zich vereenigt. Het
+is achter de hoogten van Mull gelegen, die nu den gezichteinder van
+Oban ten Westen beperken. Het is een der kleine Hebriden-eilanden,
+dat het verste in den Atlantischen Oceaan uitspringt, het is het
+bekoorlijke eiland Jona."
+
+»Jona!" riep miss Campbell uit. »Jona! hoort ge niet, oom Sam, oom
+Sib? Zijn we er nog niet?"
+
+»Wij zullen er morgen zijn," antwoordde broeder Sib.
+
+»Morgen vóór zonsondergang," bevestigde broeder Sam.
+
+»Kom, op reis dan!" zei miss Campbell, »en vinden wij te Jona dien
+uitgestrekten gezichteinder niet, dien wij verlangen, dan zullen
+wij een ander punt der kuststrook opzoeken van af John O'Groats,
+het meest noordelijke einde van Schotland tot Landsend, de meest
+zuidelijke punt van Engeland toe en als wij dan niet vinden, dan...!"
+
+»Wel dan zullen wij een reis rondom de wereld maken, dat is zeer
+eenvoudig," lachte Olivier Sinclair.
+
+
+
+
+
+
+XIII.
+
+DE HEERLIJKHEDEN DER ZEE.
+
+
+Het was de kastelein van Caledonian-Hotel, die zich wanhopig aanstelde,
+toen hij het besluit zijner gasten vernam. Oh! als hij er de macht
+toe had, hoe zou baas Mac Fyne al die eilanden en die eilandjes,
+die het uitzicht van Oban aan de zeezijde benemen, hebben laten uit
+elkaar springen. Hij troostte zich evenwel, toen zij vertrokken waren
+met aan de andere gasten zijn leedwezen te betuigen, dat hij zulke
+dwazen geherbergd had.
+
+Te acht uur des morgens stapten de gebroeders Melvill, miss Campbell,
+juffrouw Bess en Partridge aan boord van den »swift-Steamer Pioneer,"
+zooals dat vaartuig op de prospectussen genoemd werd en dat het
+eiland Mull zoude rondvaren, om Jona en Staffa aan te doen en des
+avonds weer te Oban terug te zijn.
+
+Olivier Sinclair was zijn tochtgenooten vooruitgesneld, had spoedig
+de inschepingsplaats bereikt en wachtte hen op de brug, die zich van
+de eene raderkast van de stoomboot tot de andere uitstrekte.
+
+Ten opzichte van Aristobulus Beerenkooi was geen sprake van deze reis
+geweest. De gebroeders Melvill hadden hem toch van dat overhaaste
+vertrek verwittigd. Dat was een eenvoudige beleefdheidsvorm, en wij
+weten het, die heeren waren de meest beleefden van de geheele wereld.
+
+Aristobulus Beerenkooi had de mededeeling van de beide ooms nog al
+koel aangehoord en had zich eenvoudig met een dankbetuiging vergenoegd,
+zonder zich over zijne plannen uit te laten.
+
+De gebroeders Melvill hadden dan ook afscheid van hem genomen met
+de gedachte, dat, al toonde hun gunsteling ook een groote mate van
+terughouding, en al had miss Campbell een soort van afkeer tegen hem
+opgevat, dat alles vergeten zou zijn, wanneer maar bij het eindigen van
+een fraaien herfstdag de zon onberispelijk zou zijn ondergegaan. Dat
+was ten minste hunne opvatting, en het eiland Jona zou hen niet in
+den steek laten.
+
+Toen al de passagiers aan boord waren, werden na het derde gegil van
+de stoomfluit de trossen losgegooid, en stevende de Pioneer de baai
+uit, om zuidwaarts door de zeeëngte van Kerrera te sturen.
+
+Er was een groot aantal van die toeristen aan boord, die twee of
+driemaal 's weeks, door dat overheerlijk uitstapje rondom het eiland
+Mull aangetrokken worden. Miss Campbell en haar metgezellen zouden
+hen reeds bij de eerste aanlegplaats verlaten.
+
+En inderdaad, zij waren ongeduldig om te Jona aan te komen, in dat
+nieuwe oord, alwaar zij hunne waarnemingen zouden hervatten. Het weer
+was prachtig en de zee kalm als een meer. De overtocht zou gunstig
+zijn. Wanneer deze avond de verwezenlijking van hun verlangen niet
+medebracht, welnu! het besluit was genomen; zij zouden zich op het
+eiland inrichten en geduldig afwachten. Daar zou het scherm steeds
+omhoog gehaald en allen tot de voorstelling gereed zijn. Alleen slecht
+weer zou tot uitstel doen besluiten.
+
+Om kort te gaan, vóór het middaguur zou het doel der reis bereikt
+zijn. De vlugge Pioneer stevende de straat Kerrera door, rondde
+de zuid-punt van het eiland, doorkliefde de Firth of Lorne in haar
+breedste gedeelte, liet het eiland Colonsay met zijn oude abdy, die
+door de beroemde Lords der eilanden in de veertiende eeuw gesticht
+werd, ter linkerzij liggen, stoomde langs de zuidkust van Mull, welk
+eiland als een buitensporige groote krab scheen, die gestrand zoude
+zijn, en wier ééne schaar zich lichtelijk naar het zuidwesten wendde.
+
+De Ben More vertoonde zich gedurende een kort oogenblik ter hoogte
+ongeveer van drie duizend vijf honderd voet boven de verafgelegen
+heuvelen, die zich woest en steil voordeden, terwijl hun hellingen
+slechts het heidekruid tot natuurlijke bedekking had, en zijn ronde
+top die weilanden beheerschte, welke met rundvee als bezaaid zijn. De
+Ardanalish-top bedekte hem plotseling voor het gezicht met zijn
+zware massa.
+
+Toen trad het schilderachtige Jona in het noord-westen op den
+voorgrond, op het uiteinde van den zuidelijken knijper van Mull
+gelegen. De Atlantische oceaan, strekte zich verder onmetelijk en
+verheven naar het westen uit.
+
+»Houdt gij van den Oceaan, mijnheer Sinclair?" vroeg miss Campbell
+aan haren jeugdigen metgezel, die bij haar op de brug van de Pioneer
+gezeten was en met haar dat prachtige schouwspel bewonderde.
+
+»Of ik van den Oceaan houd, miss Campbell?!" riep hij uit. »Jazeker,
+en ik behoor niet tot de ongevoeligen, die er het gezicht eentonig
+van vinden! Voor mij bestaat er niets, wat meer afwisseling biedt
+dan zijn aanblik; maar men moet hem onder zijn verschillend voorkomen
+weten te beschouwen. Waarlijk, de zee vertoont zooveel verschillende
+nuanceeringen, die zoo verwonderlijk geleidelijk in elkander smelten,
+dat het voor den schilder de grootste moeielijkheid oplevert, dat
+geheel, hetwelk zoo eentonig schijnt en toch zoo afwisselend is, weer
+te geven. Het is veel moeilijker dan het schilderen van een gelaat,
+hoe beweeglijk de trekken zich ook mogen voordoen."
+
+»Ja waarlijk," zei miss Campbell, »de zee verandert voortdurend van
+gedaante onder het minste zuchtje, dat voorbijsnelt, en onder de
+lichtstralen, die haar op ieder uur van den dag onder verschillende
+hoeken treffen."
+
+»Zie haar thans, miss Campbell," hernam Olivier Sinclair. »Zij
+is nu volmaakt kalm! Zou men niet zeggen het fraaie gelaat eener
+ingeslapen schoone, waarvan niets de reinheid besmet. Zij vertoont
+geen enkelen rimpel; zij is jong, zij is schoon! Of liever, het is
+een onmetelijke spiegel, waarin het uitspansel weerkaatst, en waarin
+God zich zien kan!"
+
+»Ja, een spiegel, maar waarvan de glans, helaas, te dikwijls door
+den adem des storms verdoofd wordt," vulde miss Campbell aan.
+
+»Maar dat is het, wat de groote afwisseling in het voorkomen van den
+Oceaan vormt!" antwoordde Olivier Sinclair. »Laat de wind slechts
+matig opsteken, dan zal dat gelaat veranderen; het zal zich met
+rimpels overdekken, het schuim der golftoppen zullen het als met
+witte haren tooien, in een oogenblik zal het veranderd schijnen,
+het zal een eeuw tellen, maar immer indrukwekkend blijven met zijn
+grillige lichteffecten, en zijn borduursels van helder wit schuim!"
+
+»Gelooft gij, mijnheer Sinclair," vroeg miss Campbell, »dat een
+schilder, een groot schilder meen ik, er in slagen zou al de
+schoonheden der zee op het doek te brengen?"
+
+»Neen, dat geloof ik niet, miss Campbell! Hoe zou hij dat kunnen? De
+zee heeft werkelijk geen kleur. Zij is slechts een weerkaatsing van den
+hemel! Is zij blauw? Toch kan men haar met blauw niet weergeven! Is zij
+groen? Neen, ook met groen niet! Men zou haar eerder kunnen treffen,
+wanneer zij woedend is, wanneer zij somber, vaalbleek, boos is. Dan
+is het alsof de hemel al die wolken in de wateren mengt, die hij er
+boven uitgespannen houdt. Oh! miss Campbell, hoe meer ik den Oceaan
+beschouw, hoe meer verheven ik hem vind. Oceaan! dat woord zegt alles;
+dat beteekent onmetelijkheid! Hij verbergt in zijn schoot de onpeilbare
+diepten, onbegrensde weilanden, waarbij de onze ledig en verlaten
+schijnen, zegt Darwin. Wat zijn, in vergelijking met hem, de meest
+uitgestrekte vastlanden? Het zijn slechts eilanden, die hij met zijn
+wateren omgeeft. Hij bedekt vier vijfden van den aardbol! Door een
+soort van onafgebroken omloop--even als een levend schepsel, welks
+hart bij de evenachtslijn klopt--voedt hij zich zelf met de dampen,
+die van hem uitgaan. Hij onderhoudt de bronnen, die door de stroomen
+tot hem wederkeeren, of die in vorm van regen den schoot weer bereiken,
+waaruit zij geboren werden! Ja, de Oceaan, dat is de onbegrensdheid,
+de onmetelijkheid, die men niet ziet, maar die men gevoelt, volgens
+de uitdrukking des dichters, onmetelijk als de ruimte, die hij in
+zijn wateren weerkaatst!"
+
+»Oh! ik hoor u zoo gaarne met die geestdrift spreken, mijnheer
+Sinclair," antwoordde miss Campbell, en wezenlijk, »ik deel die
+geestdrift ten volle! Ja, ik houd evenveel van de zee als gij!"
+
+»En zoudt gij niet vreezen haar gevaren te trotseeren?" vroeg Olivier
+Sinclair.
+
+»Neen waarlijk niet, ik zou niet bang zijn! Kan men vrees koesteren
+voor hetgeen men bewondert?"
+
+»Gij zoudt een moedige reizigster zijn!"
+
+»Misschien, mijnheer Sinclair," antwoordde miss Campbell. »In
+ieder geval, van al de reizen, welker verhalen ik gelezen heb,
+geef ik de voorkeur aan die, welke ontdekkingen in de verre zeeën
+tot doel hebben. Hoe dikwijls heb ik die niet in gezelschap met de
+groote zeevaarders doorgestevend! Hoe dikwijls ben ik niet met hen
+dat onmetelijk onbekende ingedrongen--wel is waar in de gedachte
+slechts, maar ik ken, dunkt mij, niets meer benijdenswaardig, dan de
+levensbestemming van die zeehelden, die zoo groote ontdekkingen deden,
+zoo groote zaken tot stand brachten!"
+
+»Ja, miss Campbell, er is in de geschiedenis der menschheid niets
+schooner dan die ontdekkingen! Den Atlantischen Oceaan voor de eerste
+maal met Columbus oversteken; de Stille Zuidzee met Magelaan en Tasman,
+de Poolzeeën met Parry, Franklin, d'Urville, Heemskerk en zoo veel
+anderen! Oh! wat een droom! Ik kan geen vaartuig zien vertrekken, of
+het een oorlog- of een koopvaardijschip of een eenvoudige visscherspink
+is, zonder dat mijn geheele wezen trilt, zonder dat ik een onmetelijk
+verlangen in mij voel opkomen, om mij aan boord in te schepen! Ik
+geloof, dat ik in de wieg gelegd ben, om zeeman te zijn, en dat die
+loopbaan niet de mijne geworden is, betreur ik dagelijks innig!"
+
+»Maar hebt gij minstens op zee gereisd?" vroeg miss Campbell.
+
+»Zooveel het mij mogelijk geweest is," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik
+heb de Middellandsche zee bezocht van af Straat Gibraltar tot de
+Levantsche stapelplaaten; ik heb den Atlantischen Oceaan een weinig
+doorkruist tot Noord-Amerika; vervolgens heb ik de Noordelijke zeeën
+van Europa bevaren, en ik kan er mij op beroemen, dat ik al deze
+wateren hier ken, die de natuur zoowel aan Engeland als aan Schotland
+zoo mild verkwist heeft...."
+
+»Zoo mild en zoo prachtig, mijnheer Sinclair!"
+
+»Ja zeker, miss Campbell, en ik weet geen land te vergelijken
+met deze streken onzer Hebriden, waartusschen ons stoomschip ons
+doorvoert! Het is een ware archipel, wel is waar met een minder
+blauwen hemel dan de Oostersche, maar meer dichterlijk, wanneer
+hij in zijn geheel genomen wordt met zijn woest rotsgesteente,
+met zijn nevelachtigen dampkring. De grieksche archipel heeft het
+licht geschonken aan een heel gezelschap van goden en godinnen. Dat
+is zoo. Maar gij zult gelieven op te merken, dat het slechts zeer
+burgerlijke godheden waren, die nog al positief waren uitgevallen,
+en van een stoffelijk bestaan hielden, en daarbij in weerwil van hun
+pretmaken, goed aanteekening hielden van de uitgaven. Volgens mij was
+de Olympus aan een salon gelijk, waarvan de bezoekers, hoewel goden,
+toch nog al uiteenloopend van stand waren, zoodat het gezelschap
+wel gemêleerd was. Het was een vergadering van goden die te veel
+op menschen geleken, wier zwakheden hun aankleefden! Zoo is het
+niet op onze Hebriden. Die zijn het verblijf van bovennatuurlijke
+wezens! De scandinavische godheden zijn onstoffelijk, éthérisch, zij
+hebben ontastbare vormen, maar geen lichamen. Daar is Odin, Ossian,
+Fingal, in éen woord, de geheele zwerm dier dichterlijke geesten,
+uit de Sagas-boeken ontsnapt! Wat zijn die figuren schoon, die in
+onze herinnering te midden der nevelen der poolzeeën, te midden der
+noordsche sneeuwstormen kunnen te voorschijn getooverd worden! Dat is
+een meer goddelijke Olympus dan die grieksche poespas. De onze heeft
+niets aardsch, en zoekt men naar een waardig verblijf voor zulke
+gasten, dan moeten de Hebriden gekozen worden. Ja, miss Campbell,
+het zou hier zijn, dat ik onze godheden zou gaan aanbidden, en als
+echte zoon van ons Oud-Caledonië, zou ik onzen archipel met zijn
+twee honderd eilanden, zijn met dampen bezwangerd uitspansel, zijn
+woeste vloedgetijen, die de warmte van den Golfstroom aanbrengen,
+niet ruilen voor al de eilanden-zeeën van het Oosten!"
+
+»En hij behoort ons Schotten der Hooglanden wel toe!" antwoordde miss
+Campbell, geheel ontvlamd door de vurige geestdrift van den jongen man,
+»aan ons, Schotten van het graafschap Argyle. Ah! mijnheer Sinclair,
+evenals gij bemin ik onzen Caledonischen archipel hartstochtelijk! Hij
+is overheerlijk, en ik bemin die eilandenzee tot in haar woede!"
+
+»En die woede is inderdaad verheven!" juichte Olivier Sinclair. »Niets
+weerstaat het geweld der windvlagen, die er op los stormen, na
+ongehinderd een ruimte van drie duizend mijl afgelegd te hebben! Het
+is de Amerikaansche kust, die tegenover de Schotsche kust gelegen
+is! Wanneer daar, aan de overzij van den Atlantischen Oceaan, de
+groote stormen ontstaan, dan ontketenen zij hier de aanvallen der
+aanrollende golven en de huilende winden, die zich op westelijk
+Europa storten. Maar wat kunnen zij tegen onze Hebriden, die veel
+stoutmoediger zijn dan die man, van wien Livingstone spreekt, die geen
+leeuwen vreesde maar die bang was voor den oceaan. Nu, onze eilanden
+behoeven niet bang te zijn; zij, met hun stevige graniet-grondvesten,
+kunnen lachen om het geweld van storm en zee!..."
+
+»De zee!.... Een scheikundige verbinding van zuurstof met waterstof,
+met anderhalf percent chloruur van sodium! Niets zoo schoon als de
+woede van chloruur van sodium!"
+
+Miss Campbell en Olivier hadden zich bij het hooren van die woorden,
+die blijkbaar tot hen gericht waren, en als een antwoord op hun
+geestdrift klonken, omgekeerd.
+
+Aristobulus Beerenkooi stond daar achter hen op de brug.
+
+Dat lastige mensch had het verlangen niet kunnen weerstaan, om te
+gelijkertijd met miss Campbell Oban te verlaten, omdat hij wist dat
+Olivier Sinclair haar naar Jona begeleidde. Hij had dan ook gezorgd
+vóór hen aan boord te zijn, en had zich gedurende den geheelen
+overtocht in het salon opgehouden, en kwam nu naar boven toen het
+eiland in het gezicht was.
+
+De woede van het chloruur van sodium! Welk een wetenschappelijke
+vuistslag in de droomerijen van Olivier Sinclair en miss Campbell!
+
+
+
+
+
+
+XIV.
+
+HET LEVEN TE JONA.
+
+
+Intusschen kwam Jona--dat oudtijds het Golfeiland genoemd werd--met
+zijn heuvel, die den Abt heette, en een hoogte van niet meer dan vier
+honderd voet boven de oppervlakte der zee bereikte, al meer en meer
+te voorschijn, en naderde de stoomboot het thans met snelheid.
+
+Het was ongeveer middag, toen de Pioneer bij een kleinen dam aanlegde,
+die van rotsen opgetrokken was, welke ter nauwernood vierkant bekapt
+waren, en er slijmerig groen van het water uitzagen. De passagiers
+ontscheepten, het meerendeel evenwel slechts kortstondig, om een uur
+later weer te vertrekken, en langs de zeeëngte van Mull naar Oban
+terug te keeren; de anderen evenwel, slechts weinigen--de lezer weet
+hoeveel--met het doel om te Jona te verblijven.
+
+Eigenlijk heeft het eiland geen haven. Een steenen kade beschermt
+een kleinen inham tegen de deining uit volle zee. Dat is alles. Daar
+zoeken gedurende het fraaie seizoen eenige plezierjachten en de
+visschersschuiten, die deze streken afvisschen, bescherming tegen
+den machtigen golfslag.
+
+Miss Campbell en haar reisgezellen, lieten de overige toeristen,
+die slechts twee uur voor zich hebben om het eiland te bezichtigen,
+aan hun lot over, en beijverden zich onverwijld om een doelmatig
+onderkomen te vinden.
+
+Men moest evenwel niet te veeleischend zijn. Te Jona is de comfort,
+welke in de rijke steden van het Vereenigd Koninkrijk aangetroffen
+wordt, nagenoeg onbekend.
+
+En inderdaad, het geheele eiland Jona heeft geen grootere
+uitgestrektheid dan van drie mijl lengte, en van één breedte, en telt
+ter nauwernood vijfhonderd inwoners. De hertog van Argyle, wien het
+eiland toebehoort, trekt er van een inkomen slechts eenige honderden
+ponden. Een stad, of een dorp, zelfs een gehucht bestaat er eigenlijk
+niet. Eenige verspreide huizen, voor het meerendeel slechts hutten,
+schilderachtig zoo men wil, maar bekrompen oorspronkelijk, bijna zonder
+vensters, terwijl het daglicht slechts door de deur toegang heeft,
+met een gat in het dak, dat de rol van schoorsteen vervult, met muren,
+kaal en naakt, van klipsteen opgetrokken, met een dakbedekking van
+riet of van heidekruid, dat met grofvezelig zeewier wordt saamgehouden.
+
+Wie zou echter kunnen gelooven, dat Jona in de eerste tijdperken van
+de Scandinavische geschiedenis de bakermat is geweest der Druïden? Wie
+zou kunnen gissen, dat na hen Sint Columban--de Ierlander, wiens naam
+het eiland ook draagt--er in de zesde eeuw het eerste klooster in
+Schotland stichtte, met het doel om van daar uit de nieuwe leer van
+Christus te prediken, en dat monniken van Cluny daar woonden, tot
+dat de Hervorming ingevoerd werd. Maar waar thans die uitgestrekte
+gebouwen te vinden, die vroeger de kweekschool waren, waaruit de
+bisschoppen en de groote abten van het geheele Vereenigde Koninkrijk
+voortsproten? Waar thans te vinden, te midden van de hoopen puin, de
+overblijfselen van de boekerij, die zoo rijk aan oude archiefstukken
+was, zoo rijk aan allerlei handschriften, betrekking hebbende op de
+romeinsche geschiedenis, en waaraan toen der tijd de geleerden zich
+kwamen laven? Neen! thans bestaan slechts puinhoopen en bouwvallen,
+waar vroeger de beschaving, die het noorden van Europa zoo veranderen
+zou, hare wieg had staan. Van het Sint Columba van voorheen blijft
+niets dan het tegenwoordige Jona over, dat Jona met zijn weinige
+ruwe boeren, die met moeite op dien zandgrond een middelmatigen oogst
+van gerst, koren en aardappelen teelen, met zijn weinige visschers,
+wier sloepen de vischrijke wateren der kleine Hebriden beploegen.
+
+»Vindt miss Campbell," vroeg Aristobulus Beerenkooi op smadelijken
+toon, »dat dit nest hier op het eerste gezicht een vergelijking met
+Oban kan doorstaan?"
+
+»Wel zeker, en het is boven Oban te verkiezen!" antwoordde miss
+Campbell, hoewel zij er ongetwijfeld bij dacht, dat er een bewoner
+te veel op het eiland zoude wezen.
+
+Bij gebrek van een Casino of van een hotel slaagden de gebroeders
+Melvill er in, een herberg te ontdekken, die dragelijk was. Zij werd
+gewoonlijk in beslag genomen door de toeristen, die zich niet tevreden
+lieten stellen met den tijd, dien de boot hun beschikbaar liet om de
+druïdische en christelijke bouwvallen van Jona te bezichtigen. Zij
+namen dus dienzelfden dag hun intrek in het Wapen van Duncan, terwijl
+Olivier Sinclair en Aristobulus Beerenkooi ieder voor zich een zoo
+goed mogelijk onderkomen in een visschershut zochten.
+
+Maar miss Campbell, het bedorven kind, was zoodanig in haar nopjes in
+haar kleine kamer, welker vensters op het westen en op de zee uitzagen,
+alsof zij zich op het boventerras van het hooge torentje van Helenaburg
+bevond; in ieder geval was zij er liever dan in het salon van het
+Caledonian Hôtel. Als zij aan haar venster zat, dan ontwikkelde
+zich voor haren blik een gezichteinder, welks cirkelvorm door geen
+enkel eilandje gebroken werd, en met een beetje verbeeldingskracht
+kon zij zich op drie mijl afstands de Amerikaansche kust voor oogen
+tooveren, hoewel die aan de andere zijde van den Atlantischen Oceaan
+was gelegen. Waarlijk, de zon had daar een schoone gelegenheid,
+om in al haar pracht onder te gaan!
+
+Het gemeenschappelijk leven was dus gemakkelijk en spoedig
+geregeld. Men zou gezamenlijk de maaltijden in de eetkamer van
+de herberg nuttigen. Volgens een oud eerbiedwaardig gebruik namen
+juffrouw Bess en Partridge bij hun meesters plaats aan tafel. Misschien
+liet Aristobulus Beerenkooi daarover eenige verwondering blijken,
+Olivier Sinclair vond dat heel natuurlijk. Hij had zelfs reeds eenige
+genegenheid opgevat voor die beide dienaren, die ook hem begonnen
+lief te krijgen.
+
+Toen leidde dat gezin het oude Schotsche bestaan in zijn geheele
+eenvoudigheid. Na de wandeluren rondom en door het eiland, na de
+verhandelingen over den ouden tijd, waartusschen Aristobulus Beerenkooi
+nimmer naliet zijn moderne wetenschap te luchten, vereenigde men zich
+aan het gemeenschappelijk diner dat te twaalf uur en aan het avondmaal,
+dat te acht uur genuttigd werd. Dan kwam de zonsondergang, en miss
+Campbell ging dien steeds waarnemen, welk weer het ook was. Het kan
+toch zijn, wie weet dat een opening zich in de lagere wolkenmassa
+voordeed, een scheur, een spleet, in één woord, een kleine ruimte om
+den laatsten straal doortocht te verleenen.
+
+Maar welke maaltijden deed men daar te Jona! De Caledonische
+lekkerbekken van Walter Scott bij het diner van Fergus Mac-Gregor,
+of bij het avondmaal van Oldbeck den Oudheidkundige, zouden geen
+aanmerkingen te maken hebben gehad op de spijzen, die volgens de
+kookwijze van het oude Schotland toebereid waren. Juffrouw Bess en
+Partridge gevoelden zich alsof zij in den loop der tijden een eeuw
+terug gevoerd waren en achtten zich gelukkig, alsof zij ten tijde
+hunner voorouders geleefd hadden. Broeder Sam en broeder Sib ontvingen
+met een genadig goedkeuren en met een blijkbaar genoegen de heerlijke
+gerechten, die vroeger bij de familie Melvill in eere waren.
+
+En ziehier de gesprekken die in de eetkamer plaats vonden:
+
+»Nog een weinig van die »cakes" van havermeel, die anders smakelijker
+zijn dan de dodderige gebakken van Glasgow."
+
+»Nog een weinig van die »sowens", die nog steeds door de bergbewoners
+in de Hooglanden gegeten worden."
+
+»Nog wat van die »haggis", die door onzen grooten dichter Burns
+waardiglijk als de eerste, de beste, de meest vaderlandlievende van
+al de puddings van geheel Schotland in zijn verzen bezongen is."
+
+»Nog wat van die »cockylecky!" O! al is de haan, die het bestanddeel
+er van uitmaakt, een weinig taai, de er bij gevoegde peertjes zijn
+overheerlijk."
+
+»Mag ik voor de derde maal van dien »hotpotch", die beter smaakt dan
+welke schotel ook van Helenaburg!"
+
+Waarachtig men at goed in het Wapen van Duncan. Men moest evenwel
+alle twee dagen voorraad opdoen van de stoombooten, die den dienst
+langs de kleine Hebriden verrichten. Maar men dronk ook goed.
+
+Men moest de gebroeders Melvill zien met het glas in de hand, elkanders
+gezondheid drinken en zich inschenken uit de groote kannen, die een
+inhoud van niet minder dan vier engelsche pinten hebben en waarin
+de »usquebaugh", het nationale bier bij uitnemendheid, schuimde,
+of de »hummok", die bepaald voor hen gebrouwen werd! En de whisky,
+uit gerot graan getrokken, waarvan de gisting zich in de maag der
+drinkebroers schijnt voort te zetten! En had ook al het krachtige bier
+ontbroken, dan nog zouden zij zich met eenvoudige »mum", uit graan
+gestookt, vergenoegd hebben, of wel met »two-penny", die altijd met
+een glaasje gin opgefleurd kon worden. Waarlijk zij dachten er niet
+aan de sherry en den portwijn van de kelders van Helenaburg of van
+Glasgow te betreuren!
+
+En al beklaagde Aristobulus Beerenkooi, meer verslaafd aan het moderne
+comfort, zich ook meer dan betamelijk was, niemand bewees hem de eer
+zijn klacht aan te hooren.
+
+Viel hèm de tijd lang, voor de anderen snelde hij met spoed heen en
+mejuffrouw Campbell pruttelde niet meer over de dampen die iederen
+avond de kim benevelden.
+
+Neen, Jona is niet groot; maar is er wel veel ruimte noodig voor
+hem, die slechts zuivere lucht zoekt? Kan men de onmetelijkheid van
+een koninklijk park niet in een kleinen tuin vinden? Men wandelde
+dus. Olivier Sinclair nam hier en daar dan een landschap op. Miss
+Campbell keek bij het schilderen toe en zoo vloog de tijd om.
+
+De 26, 27, 28 en 29ste Augustus snelden voorbij zonder een oogenblik
+verveling veroorzaakt te hebben. Dat oorspronkelijk bestaan kwam
+geheel met het wilde eiland overeen, welks woeste rotsen voortdurend
+door de golven van den Oceaan gebeukt werden.
+
+Miss Campbell gevoelde zich gelukkig, de nieuwsgierige, praatzuchtige
+wereld der badplaatsen ontvlucht te zijn. Zij ging uit, zoo als zij
+in het park van Helenaburg rondgedrenteld zou hebben, gekleed met
+het »rokelay," hetwelk haar als een mantille omgaf en het kapsel
+met de eenige »snod" versierd, een lint in de haren gewonden, dat
+den jeugdigen schotschen schoonen zoo lief staat. Olivier Sinclair
+bewonderde natuurlijk haar bevalligheid, en de bekoorlijkheid van haar
+persoon. Hij ondervond die aantrekkingskracht en gevoelde heel goed,
+waarheen die hem zou voeren. Dikwijls dwaalden beiden tot aan het
+uiterste einde van het strand van het eiland. Zij keuvelden dan, zij
+keken, zij droomden, en bevonden zich, soms onbewust, aan de uiterste
+grens, waar de golven het zeewier komen lekken. Bij zwermen vlogen
+dan de schotsche duikertjes, de »tamnie-mories" op, wier eenzaamheid
+zij stoorden, de »pictarnies", die kleine vischjes bespieden, welke
+door de aanrollende vloedgolf op het strand geworpen worden en de
+Bussan-vogels, wier zwarte vederen-tooi door witte vleugeltoppen en
+gelen kop en hals aangenaam afgewisseld wordt, en die de voornaamste
+vertegenwoordigers zijn der zwemvliesvoetigen van de vogelenwereld
+der Hebriden.
+
+Wanneer dan na zonsondergang, die nog steeds door eenige dampen
+beneveld werd, de avond inviel, welke bekoorlijkheid was er dan niet
+voor miss Campbell en de haren, om de eerste uren van den stillen
+nacht op het eenzame strand door te brengen! Zij zagen dan de sterren
+aan den horizon verschijnen en met haar keerden al de herinneringen
+uit de gedichten van Ossian weer. Te midden van de plechtige stilte
+hoorden miss Campbell en Olivier Sinclair de twee broeders beurtelings
+de coupletten over den ongelukkigen Fingal, dien bardenzang opzeggen:
+
+»O ster, gezellin van den nacht, wier schitterend gelaat door de
+westelijke wolken heenboort en die als in een vurige baan op het
+hemel-azuur voortschrijdt, zeg, wat ziet gij in de vlakte?"
+
+»De stormwind, die over dag loeide, zwijgt; de bedarende golfslag
+kruipt als het ware aan den voet der rotsen; de avondmuggen, op
+hunne lichte vleugelen gedragen, vervullen de stilte der lucht met
+hun gegons."
+
+»Schitterende ster, wat aanschouwt gij in de vlakte? Maar ik zie u
+reeds met een glimlach den horizon naderen. Vaarwel, stilzwijgende
+ster, vaarwel!"
+
+En dan zwegen broeder Sam en broeder Sib en dan keerden allen naar
+hunne kleine kamer in de herberg terug.
+
+Hoe weinig helderziend de gebroeders Melvill ook waren, zoo zagen
+zij toch, dat Aristobulus Beerenkooi juist in de meening van miss
+Campbell verloor, wat Olivier Sinclair er in won. De beide jongelieden
+vermeden elkander zooveel mogelijk. De twee ooms beijverden zich dan
+ook om, niet zonder moeite, die kleine wereld vereenigd te houden, om
+toenaderingen te bewerken, op gevaar af zich aan een kippenkuur hunner
+nicht bloot te stellen. Ja, zij zou gelukkig geweest zijn, wanneer
+Beerenkooi en Sinclair elkander zochten, in plaats van elkaar te
+ontvluchten, in plaats van een min of meer smadelijke terughoudendheid
+jegens elkander in acht te nemen. Verbeeldden die goede sullen zich
+dan, dat alle menschen broeders zijn en nog wel zij, zooals zij waren!
+
+Zij manoeuvreerden evenwel zoo goed, dat overeengekomen werd, op den
+30sten Augustus gezamenlijk de bouwvallen van de kerk, van het klooster
+en van het kerkhof te gaan zien, die ten noordoosten en ten zuiden
+van den Abtheuvel gelegen zijn. Deze wandeling die ternauwernood
+twee uren vereischt, was nog niet door de nieuwe gasten van Jona
+ondernomen. Dat kan als een inbreuk op den eerbied aangemerkt worden
+jegens de legendarische schimmen van de kluizenaar-monniken, die
+eertijds de hutten der kuststreek bevolkten, een gebrek aan achting
+voor de groote dooden uit de koninklijke huizen, sedert Fergus II
+tot aan Macbeth.
+
+
+
+
+
+
+XV.
+
+DE BOUWVALLEN VAN JONA.
+
+
+Miss Campbell, de gebroeders Melvill en de twee jongelieden
+vertrokken den gezegden dag terstond na het ontbijt. Het was zeer
+fraai herfstweder. Ieder oogenblik drong, of beter nog, zijpelde een
+lichtstraal, als ontsnapt aan den kerker, door de scheuren in het
+dikke wolkendak, om dan een poos daarna weer te verdwijnen. Onder
+de afwisseling van licht en donker vertoonden de bouwvallen, die dit
+gedeelte van het eiland bekronen, en de zoo schilderachtig gegroepeerde
+rotsen van de kuststrook, en de verstrooid liggende huizen op het
+dalend en rijzend terrein van Jona, alsook in de verte de zee,
+die er als gestreept onder de liefkoozingen van een briesje uitzag,
+zich telkenmale onder een vernieuwd voorkomen en vroolijkten onder
+den invloed der zon op.
+
+Het was niet de toeristendag. Daags te voren had de stoomboot een
+vijftigtal ontscheept; ongetwijfeld zou zij den volgenden dag een
+gelijk getal overbrengen; maar heden behoorde het eiland Jona geheel
+en al aan haar nieuwe bewoners. Men zou dus niemand bij de bouwvallen
+aantreffen.
+
+In een vroolijke stemming werd de weg afgelegd. De opgeruimdheid
+van broeder Sam en van broeder Sib was voor de twee jongelieden
+aanstekelijk geweest. Zij koutten, zij gingen en kwamen, verwijderden
+zich en verschenen weer te midden van de kleine rotsachtige paden,
+tusschen de lage bouwvallen van muren, van gedroogden steen
+vervaardigd.
+
+Alles ging dus naar wensch, toen men vlak voor den kruisberg van
+Mac Lean stil hield. Dit fraaie rotsblok, uit een stuk rood graniet
+bestaande, is veertien voet hoog en beheerscht den straatweg van Main
+Street. Het is het eenig overblijfsel der drie honderd zestig kruisen,
+die tot aan het tijdperk der Hervorming op het eiland in het midden
+der XVIe eeuw geplaatst werden.
+
+Olivier Sinclair wilde zeer natuurlijk een schets maken van dien
+monumentalen steen, die goed afgewerkt is en een fraai effekt maakt
+te midden eener dorre vlakte, die met een grijsachtig gras bekleed is.
+
+Miss Campbell, de gebroeders Melvill en hij hadden op een vijftig pas
+afstand van den kruisberg plaats genomen, om er een algemeen overzicht
+van te genieten. Olivier Sinclair ging op een afgebrokkelden kleinen
+muur zitten en begon de eerste omtrekken van het terrein, waarop het
+kruis van Mac Lean zich verhief, te schetsen.
+
+Eenige oogenblikken later kwam het hun voor, alsof een menschelijk
+wezen poogde de eerste grondvesten van dien kruisberg te beklimmen.
+
+»Wat komt die ongenoode gast nu hier doen?" vroeg Olivier. »Als hij
+nog in een monnikspij gehuld was, zou hij met dat monument overeenkomen
+en kon ik hem aan den voet van dat oude kruis laten knielen."
+
+»Het is eenvoudig een nieuwsgierige, die u wat hinderen gaat, mijnheer
+Sinclair," zei miss Campbell.
+
+»Maar is het Aristobulus Beerenkooi niet, die ons vooruitgesneld
+is?" vroeg broeder Sam.
+
+»Ja, hij is het," zei broeder Sib.
+
+En inderdaad het was Aristobulus Beerenkooi, die op het voetstuk
+van den kruisberg was geklommen en de rots met duchtige hamerslagen
+aanviel.
+
+Miss Campbell was verwoed over dat ongegeneerde van den mineralogist
+en ging dadelijk tot hem.
+
+»Wat doet gij daar, mijnheer?" vroeg zij.
+
+»Zooals gij ziet, miss Campbell," antwoordde Aristobulus Beerenkooi,
+»ik poog een stuk van dat graniet af te slaan."
+
+»Waartoe die gekheid? Ik dacht dat de tijd der beeldstormers voorbij
+was!"
+
+»Ik ben geen beeldstormer, maar een geoloog," antwoordde Aristobulus
+Beerenkooi, »en als zoodanig wensch ik het samenstel van dat blok
+te kennen."
+
+Een nog hardere slag met den hamer had het schendend werk
+volbracht. Een stuk steen van het voetstuk rolde op den grond.
+
+Aristobulus Beerenkooi raapte het op, en op het vermeerderend
+gezichtsvermogen van zijn bril niet vertrouwende, greep hij een loep
+uit haren koker en bracht die bij zijn oog.
+
+»Net als ik dacht," zeide hij. »Het is rood graniet van zeer fijnen
+ineengedrongen korrel en bezit veel weerstandsvermogen. Die moet
+afkomstig zijn van het Nonneneiland en is geheel gelijk aan de
+granietsoort, welke de bouwmeesters in de XIIde eeuw bezigden om de
+kathedraal van Jona op te richten.
+
+En Aristobulus Beerenkooi liet zich een zoo schoone gelegenheid niet
+ontsnappen om zich in een archeologische verhandeling te verdiepen,
+welke de gebroeders Melvill, toen zij zich bij hem vervoegd hadden,
+meenden te moeten aanhooren.
+
+Miss Campbell was, zonder veel omslag te maken naar Olivier Sinclair
+teruggekeerd en allen bevonden zich, toen de teekening klaar was,
+in het portaal de kathedraal bij elkander.
+
+Dat monument was een zeer samengesteld gebouw, gevormd door twee aan
+elkander gekoppelde kerken, welker dikke muren en stevige pilaren
+als rotsen, de aanvallen van dit ruwe klimaat sedert dertien honderd
+jaren weerstaan hadden.
+
+De bezoekers wandelden gedurende eenige oogenblikken in de eerste
+kerk, die van romaanschen oorsprong blijkt, afgaande op den boog harer
+gewelven; vervolgens in de tweede, die als een gothisch gebouw van de
+XIIde eeuw erkend werd en het middenschip met de kruisvleugels der
+eerste vormde. Zij drentelden zoo te midden dier bouwvallen, gingen
+van het eene tijdperk tot het andere over, en betraden de groote
+vierkante vloersteenen, welker voegen de aarde lieten ontzien. Hier
+waren het grafdeksels, elders grafsteenen, die de hoeken van het
+gebouw met hun uitgebeitelde beelden versierden.
+
+Uit dit alles, dat zich gestreng en ernstig voordeed, sprak de
+dichterlijkheid der vervlogen tijden.
+
+Miss Campbell, Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill hadden niet
+bespeurd, dat hun geleerde metgezel was achtergebleven. Zij drongen
+door tot onder het dikke gewelf van den vierkanten toren. Dit gewelf
+beheerschte vroeger het portaal der eerste kerk en verhief zich later
+bij het aansluitingspunt der twee kerken.
+
+Eenige oogenblikken later werden regelmatige stappen, die op den
+luid weerklinkenden vloer dreunden, waargenomen als van iemand die
+zwaarwichtig voortschreed, even als het standbeeld van den Kommandeur
+in de zaal van Don Juan.
+
+Het was Aristobulus Beerenkooi, die met zijn meetkundigen pas, de
+uitgestrektheid der kathedraal opnam.
+
+»Een honderd en zestig van het oosten naar het westen," zei hij en
+noteerde dat getal in zijn zakboekje, terwijl hij de tweede kerk
+binnentrad.
+
+»Ah! zijt gij het, mijnheer Beerenkooi!" riep miss Campbell
+spottend. »Na den mineralogist de landmeter?"
+
+»En zeventig voet slechts langs de aslijn der kruisvleugels,"
+antwoordde Aristobulus Beerenkooi.
+
+»En hoeveel duim?" vroeg Olivier Sinclair.
+
+Aristobulus Beerenkooi keek Sinclair aan als iemand, die niet recht
+weet of hij zich boos zal maken of niet. De gebroeders Melvill kwamen
+evenwel ter geschikter ure tusschen beiden en noodigden miss Campbell
+en de beide jongelieden uit, hen bij het bezoeken van het klooster
+te vergezellen.
+
+Dit gebouw heeft slechts onherkenbare overblijfselen nagelaten,
+hoewel het de verminkingen der Hervorming overleefd heeft. Na dat
+tijdvak diende het tot vereenigingspunt van eenige stiftsdames van
+Sint Augustijn, waaraan de Staat die schuilplaats aanwees. Het zijn
+thans slechts nog maar ellendige bouwvallen van een klooster, door de
+stormen geteisterd, die noch gewelven, noch bogen, noch romaansche
+pilaren bezitten, om straffeloos de ruwheden van dit noordsche
+luchtgestel te kunnen trotseeren.
+
+De bezoekers konden evenwel, na de overblijfselen van het klooster, dat
+vroeger zoo bloeiend was, bezocht te hebben, de kapel nog bewonderen,
+die beter bewaard was gebleven. Aristobulus Beerenkooi vermeende
+die niet te behoeven op te meten. Aan die kapel, die of later of
+hechter gebouwd was dan de eet- en slaapzalen van het klooster,
+ontbrak alleen het dak. Het koor, dat evenwel geheel ongeschonden is,
+wordt door de oudheidkundigen, als een bouwstuk van groote verdiensten,
+zeer gewaardeerd.
+
+In het westergedeelte daarvan wordt het graf aangetroffen van haar,
+die de laatste abdis der gemeenschap was. Op den zwartmarmeren
+zerksteen is tusschen twee engelen een heilige Maagd uitgebeiteld,
+die het kind Jezus in hare armen draagt.
+
+»Even als de Maagd op den Stoel en de Madonna van Sint Sixtus, de twee
+eenige O. L. Vrouwenbeelden van Raphael zonder neergeslagen oogleden,
+kijkt ook deze rechtuit terwijl een glimlach uit hare oogen straalt!"
+
+Deze opmerking werd door miss Campbell zeer ter snede gemaakt. Zij had
+echter geen ander gevolg dan op de lippen van Aristobulus Beerenkooi
+een trek van vrij duidelijke spotternij en van minachting te voorschijn
+te roepen.
+
+»Waar hebt gij ooit gezien, miss Campbell," vroeg hij, »dat een
+glimlach uit iemands oogen kan stralen?"
+
+Wellicht had miss Campbell wel trek hem te antwoorden, dat men bij hem
+zoo iets niet kon waarnemen, wanneer men hem aankeek. Zij zweeg echter.
+
+»Het is een algemeen verspreide dwaling," sprak Aristobulus Beerenkooi
+op een toon, alsof hij ex cathedra doceerde, »wanneer men van den
+glimlach der oogen spreekt. De gezichtsorganen zijn juist geheel
+misdeeld van uitdrukking, zoo als ons de gezichtkunde leert. Ten
+bewijze: stel een masker voor een gelaat en bekijk dan de oogen door
+de daarin overeenkomstige gaten, en ik tart u alsdan uit te maken,
+of dat gelaat opgeruimdheid, droefgeestigheid of toorn verraadt."
+
+»Ah! waarlijk?" vroeg broeder Sam, die in de les belang scheen
+te stellen.
+
+»Hé! dat wist ik niet!" vulde broeder Sib aan.
+
+»Het is toch zoo," hernam Aristobulus Beerenkooi. »Wanneer ik een
+masker had, dan...."
+
+Maar dat vreemdsoortig jongmensch had geen masker, de proefneming
+kon dus niet afdoend geschieden, om iederen twijfel weg te nemen.
+
+Daarenboven hadden miss Campbell en Olivier Sinclair reeds het klooster
+verlaten en richtten hunne schreden naar het kerkhof van Jona.
+
+Die plek werd de relikwiekast van Oban genaamd, ter herinnering aan
+den makker van Sint Columban, wien men de stichting van de kapel
+verschuldigd is, welker bouwvallen te midden van den doodenakker
+verrijzen.
+
+Dat terrein, bezaaid met grafsteenen, is een wonderlijke plek, waar
+acht en veertig schotsche koningen, acht onderkoningen der Hebriden,
+vier onderkoningen van Ierland en een koning van Frankrijk den eeuwigen
+slaap slapen. Van laatstbedoelde is de naam verloren geraakt, alsof
+hij reeds tot de voorhistorische tijden behoort. Men zou die plek bij
+een Druïdenveld hebben kunnen vergelijken, waarvan steenen monumenten
+door grafsteenen vervangen zouden zijn. Daartusschen strekt zich de
+granietsteen uit, die het graf dekt van Duncan, den Schotschen koning,
+die door het sombere treurspel van Macbeth vereeuwigd is. Op sommige
+dier steenen zijn slechts eenvoudige geometrische figuren gebeiteld,
+op anderen zijn eenige woeste Celtische koningen voorgesteld, die
+daar stijf als een lijk uitgestrekt liggen.
+
+Welke herinneringen doemen uit dien doodenakker van Jona op! Welk
+een terugkeer tot het verledene doorkruist het denkvermogen bij het
+betreden van die koninklijke begraafplaats!
+
+En hoe zou het mogelijk zijn, zich dit vers van Ossian niet te
+herinneren, dat den dichter hier ter plaatse ongetwijfeld bezield
+heeft?
+
+»Vreemdeling, gij betreedt een met helden overdekten grond. Bezing
+somwijlen den roem van die gedenkwaardige dooden. Dat hunne lichte
+schimmen zich rondom u mogen verblijden!"
+
+Miss Campbell en hare metgezellen waren geheel oogen, maar zwegen. Zij
+werden niet gedwongen de verveling van een beëedigden gids te
+ondervinden, die den sluier der geschiedenis voor de toeristen
+opheft. Zij konden zich verbeelden die afstammelingen van den
+beheerscher der eilanden van Angus Og, den metgezel van Robert Bruce,
+den wapenbroeder van dien held, die voor de onafhankelijkheid zijns
+lands streed, voor zich te zien.
+
+»O! wat zou ik hier gaarne bij het vallen van den avond terugkomen,"
+zei miss Campbell. »Mij dunkt, dat dit het gunstigste tijdstip
+zou wezen, om die herinneringen op te roepen! O, ik zou dan het
+ontzielde lichaam van den ongelukkigen Duncan zien aandragen. Ik zou
+dan de gesprekken der doodgravers hooren, terwijl zij hem in het
+graf legden, in de aarde, die aan zijn voorouders gewijd is. Wel,
+mijnheer Sinclair, zou dat het goede oogenblik niet zijn, om de
+geesten, die de koninklijke begraafplaats bewaken, op te roepen?"
+
+»Ja, miss Campbell, en ik meen dat zij niet zouden kunnen weigeren
+op uwe stem te verschijnen."
+
+»Hoe, miss Campbell, gelooft gij aan geesten?" riep Aristobulus
+Beerenkooi uit.
+
+»Ja, daar geloof ik aan, mijnheer; als echte Schotsche, geloof ik
+aan geesten!" antwoordde miss Campbell.
+
+»Maar gij weet toch, dat dit slechts denkbeeldig is, dat niets van
+al dat wonderbaarlijke in werkelijkheid bestaat!"
+
+»En als ik er aan wil gelooven!" antwoordde miss Campbell onder den
+aandrang van een ontijdige zucht tot tegenspraak. »En als ik er behagen
+in schep om te gelooven aan de huis-brownies, die den huiselijken haard
+bewaken, aan de heksen, wier betoovering toe te schrijven is aan de
+runische verzen, die zij uitgalmen, aan de Valkyriën, de noodlottige
+jonkvrouwen uit de scandinavische mythologie, die de lijken der
+gesneuvelde strijders van het slagveld weghalen, aan die goedige
+toovergodinnen, door onzen dichter Burns in onsterfelijke verzen
+bezongen, die door geen waren zoon der Hooglanden vergeten worden:
+
+»Heden nacht dansen de feeën op Casselis Dawnans of begeven zij zich
+bij het bleeke maanlicht naar Colzean, om te gaan dwalen in de Coves
+te midden der rotsen en der beken."
+
+»Maar miss Campbell," hernam de stijfhoofdige dwaas, »denkt gij
+dan, dat de dichters zelven aan die droombeelden hunner verbeelding
+gelooven?"
+
+»Zeer zeker, mijnheer," antwoordde Olivier Sinclair. »Ware dat niet,
+dan zou hunnen dichtstukken een valsche klank aankleven, zoo als
+iedere gedachte die niet uit een onwrikbare overtuiging geboren is."
+
+»Zoo, gij ook, mijnheer," grinnikte Aristobulus Beerenkooi. »Ik wist
+wel dat gij schilder, maar niet dat gij dichter waart."
+
+»Dat staat geheel en al gelijk!" viel miss Campbell in. »De kunst is
+slechts één onder verschillende vormen!"
+
+»Maar neen.... neen!.... dat is onaanneembaar!.... Gij kunt aan al
+die fabelen der oude barden niet gelooven! Hunne gekrenkte hersenen
+riepen slechts denkbeeldige godheden in het leven!"
+
+»Oh! mijnheer Beerenkooi!" riep broeder Sam zeer gebelgd
+uit. »Mishandel zoo onze voorouders niet, die ons oud Schotland
+hebben bezongen!"
+
+»Leen er liever het oor aan," zei broeder Sib, die de gelegenheid
+niet liet voorbijgaan om aanhalingen te doen uit het door hen beiden
+zoo geliefkoosd dichtstuk:
+
+»Ik dweep met den zang der barden. Het is voor mij bekoorlijk naar
+de verhalen uit lang vervlogen tijden te luisteren. Die zijn voor
+mij als de heilige kalmte van den morgenstond, als de verkwikkelijke
+frischheid van den dauw, die de heuvelen bevochtigt...."
+
+»Wanneer de zon nog slechts matte stralen op hare hellingen werpt,"
+vulde broeder Sam aan. »Zij zijn voor mij, even als het stille en
+blauwachtige meer in de diepte van het dal!"
+
+De beide ooms zouden ongetwijfeld voortgegaan zijn met de verrukkelijke
+verzen van Ossian aan te halen, wanneer slechts Aristobulus Beerenkooi
+niet goedgevonden had, hen plotseling in de rede te vallen:
+
+»Mijne heeren!" vroeg hij, »hebt gij wel ooit eens een dier geesten
+ontmoet, die u zoo verrukken? Neen! En zijn ze te zien? Ook niet,
+nietwaar?"
+
+»Daarin dwaalt gij, mijnheer," antwoordde miss Campbell, die haren
+tegenstanders geen haarbreed wilde toegeven, »en ik beklaag u, dat
+gij ze nog nimmer bespeurd hebt. Men ziet ze verschijnen door geheel
+Schotland. Zij glijden langs de verlaten glens; zij stijgen op uit
+de diepte der ravijnen; zij zweven huppelend langs de oppervlakte der
+meren; zij spelen in de vreedzame wateren der Hebriden; zij dartelen
+te midden van de stormen, die de noordsche winter hier aanbrengt. En
+ziet ge, die Groene Straal, dien ik zoo hardnekkig najaag, waarom
+zou die niet de sjerp kunnen zijn van de een of andere Valkyrie,
+die bij den horizont in de wateren der zee sleept?
+
+»Waarachtig niet!" riep Aristobulus Beerenkooi uit. »Neen, dat niet! Ik
+zal u uitleggen, wat uw Groene Straal is...."
+
+»Doe het niet, mijnheer," antwoordde miss Campbell met drift, »ik
+wil het niet weten!"
+
+»Jawel, jawel!" riep Aristobulus Beerenkooi, geheel en al meegesleept
+door zijn geest van dispuut.
+
+»Ik verbied het u stellig!...."
+
+»Ik zal het u toch zeggen, miss Campbell. Wanneer de laatste straal,
+dien de zon werpt, als de bovenrand van hare schijf den horizon raakt,
+groen is, dan komt dit wellicht uit het feit, dat hij door eene dunne
+waterlaag van de zee glijdt en daarvan de kleur opneemt...."
+
+»Zwijg...., mijnheer Beerenkooi!...."
+
+»Of het moest zijn, dat de groene kleur geheel natuurlijk volgde
+op het purperrood van de schijf na haar plotselinge verdwijning, en
+waarvan het netvlies van ons oog den indruk bewaard heeft. Gij weet,
+dat in de gezichtkunde het groen de aanvullingskleur is van het rood!"
+
+»Och mijnheer, uw natuurkundige redeneeringen...."
+
+»Mijn redeneeringen komen geheel en al met den aard der dingen
+overeen," antwoordde Aristobulus Beerenkooi. »Ik ben juist bezig
+een verhandeling over dit onderwerp op te stellen, die ik eerstdaags
+zal uitgeven."
+
+»Kom, laten wij weggaan!" zei miss Campbell, werkelijk vertoornd,
+tot hare ooms. »Die mijnheer Beerenkooi zou mij met zijn uitleggingen
+mijn Groenen Straal bederven!"
+
+Olivier Sinclair wendde zich toen tot den pedanten geleerde:
+
+»Mijnheer," zei hij, »ik denk dat uw verhandeling nopens den Groenen
+Straal voorzeker belangrijk zal zijn; maar veroorloof mij u op een
+anderen arbeid te wijzen, die misschien nog belangwekkender is."
+
+»En welke dan, mijnheer?" vroeg Aristobulus Beerenkooi, terwijl hij
+zich op zijn hakken verhief, evenals een haan op zijn sporen.
+
+»Gij zult voorzeker weten, dat eenige geleerden het zoo belangrijke
+vraagstuk: Over den invloed van den staart der visschen op de golvingen
+der zee wetenschappelijk behandeld hebben?...."
+
+»Mijnheer!!!...."
+
+»Welnu, er is nog een ander werk, dat ik u ook in het bizonder
+aanbeveel, om in geleerde overweging te worden genomen. Dat luidt:
+Over den invloed van de blaasinstrumenten op het ontstaan der stormen."
+
+
+
+
+
+
+XVI.
+
+TWEE GEWEERSCHOTEN.
+
+
+Daags daarna en ook in de eerste daarop volgende dagen van September
+zag men Aristobulus Beerenkooi niet weerom. Had hij Jona met de
+toeristen-boot verlaten, nadat het besef bij hem wakker was geworden,
+dat hij vergeefsche moeite aanwendde om de genegenheid van miss
+Campbell te winnen? Dat kon niemand zeggen. Hij deed in ieder geval
+goed, zich niet te vertoonen; want hij was niet meer onverschillig
+voor het jonge meisje, hij boezemde haar thans een soort van afkeer
+in. Het dichterlijk waas had hij aan haren straal ontrukt, haren droom
+belichaamd, de fladderende sjerp eener Valkyrie was door hem in een
+dom gezichtkundig verschijnsel veranderd! Zij zou hem wellicht alles
+hebben vergeven, alles, maar dat niet!
+
+De gebroeders Melvill konden zelfs geen verlof bekomen, om na te gaan
+waar Aristobulus Beerenkooi was gebleven.
+
+Waartoe zou dat ook dienen? Wat zouden de broeders hem te zeggen
+hebben, en welke hoop konden zij nog koesteren? Viel er nog te
+denken aan de voorgenomen vereeniging tusschen twee wezens van
+nature zoo afkeerig van elkander, die zoo gescheiden waren als het
+plat proza dit is van de verheven poëzie. Hij met zijn waanzin,
+om alles onder wetenschappelijke formules te willen brengen, zij
+met haar droombeelden, die haar slechts in een denkbeeldige wereld
+lieten verwijlen en haar de oorzaken en gevolgen deden minachten,
+om zich slechts aan haar dichterlijke indrukken te kunnen overgeven.
+
+Partridge intusschen, daartoe aangezet door juffrouw Bess, vernam dat
+de »jonge oude geleerde," zooals hij hem noemde, nog niet vertrokken
+was, maar nog steeds zijn visschershut opzocht, alwaar hij eenzaam
+zijn maaltijden gebruikte.
+
+Maar dat deed er niet toe; het voornaamste was, dat men Aristobulus
+Beerenkooi niet meer zag. De waarheid in deze was, dat wanneer hij
+opgesloten in zijn kamer zich niet onledig hield met het een of ander
+hoogstgewichtig wetenschappelijk vraagstuk, hij met het geweer op
+den rug op het strand ronddwaalde en daar zijn kwade luim bot vierde
+te midden van een waar bloedbad, op arme zwarte kuifduikers of op
+meeuwen, die aan niets schuld hadden, gepleegd. Zou hij nog eenige
+hoop koesteren? Spiegelde hij zich voor, dat miss Campbell, wanneer
+eenmaal haar gril ten opzichte van den Groenen Straal bevredigd was,
+tot betere gevoelens zou terugkeeren. Bij dat lieve persoontje, was,
+wel beschouwd, alles mogelijk.
+
+Maar er overkwam hem eens een vrij onaangenaam voorval, dat hem zeer
+slecht had kunnen bekomen, zonder de zoo edelmoedige als onverwachte
+tusschenkomst van zijn mededinger.
+
+Dit viel voor in den namiddag van den 2den September. Aristobulus had
+zich op weg begeven om de rotsen te bestudeeren, die het uiterste
+uiteinde van de zuidelijke punt van Jona uitmaken. Een van die
+granietmassa's, een »stack", trok in 't bizonder zijn aandacht, en
+wel zoodanig, dat hij besloot den top daarvan te beklimmen. Dit kon
+wel onvoorzichtig genoemd worden, want de rots was zeer glibberig en
+bood geen plekje aan, waarop de voet zou kunnen rusten of waaraan de
+hand zich kon vastklemmen.
+
+Toch liet Aristobulus Beerenkooi zich niet afschrikken. Hij begon dus
+langs de wanden naar boven te klimmen en kon met behulp van eenige
+struiken, die tusschen de rotsaderen wortel hadden geschoten, zich
+naar boven hijschen. Hij bereikte zoo, evenwel niet zonder moeite,
+den top van dien stack.
+
+Eenmaal daar aangekomen, hield hij zich met zijn mineralogischen
+arbeid onledig. Maar toen hij weer omlaag wilde klimmen, was de
+moeielijkheid grooter. En inderdaad, nadat hij zorgvuldig opgespoord
+had, langs welken kant van den wand hij zich naar beneden zou laten
+glijden, wilde hij daartoe overgaan. Maar juist in dat oogenblik
+gleed zijn voet uit en rolde hij, zonder zich te kunnen weerhouden,
+naar beneden. Hij zou in de zware branding die aan den voet der rots
+bruiste, terecht gekomen zijn, wanneer hij niet door een afgebroken
+boomstam gestuit was.
+
+Aristobulus Beerenkooi bevond zich toen in een toestand, die hoewel
+gevaarlijk, toch belachelijk was. Hij kon niet naar boven klimmen,
+maar ook niet neerdalen.
+
+Zoo verstreek een geruime tijd--meer dan een uur,--en wie weet
+wat gebeurd zou zijn, wanneer Olivier Sinclair, die met zijn
+schildersrandsel op den rug rondkuierde, in dit oogenblik niet
+voorbijgekomen was. Deze hoorde geschreeuw en stond stil om te
+luisteren. Toen hij evenwel Aristobulus Beerenkooi, dertig voet
+hoog in de lucht vastgehaakt, zich zag bewegen als een draaipop in
+een Jan-Klaassen-spel, kon hij eerst, zooals wel te begrijpen valt,
+zijn lachen niet bedwingen, maar daarna aarzelde hij geen oogenblik om
+alles te wagen, ten einde hem uit dien noodlottigen toestand te redden.
+
+Dat ging evenwel niet zonder moeielijkheid. Olivier Sinclair moest
+op den top van den stack klimmen, om den hangenden Beerenkooi weder
+naar boven te hijschen, ten einde hem vervolgens aan den anderen kant
+weer naar beneden te laten.
+
+»Mijnheer Sinclair", zei Aristobulus Beerenkooi, zoodra hij weer
+vasten grond onder de voeten voelde, »ik had den hellingshoek van
+dien wand met de loodlijn fout berekend. Van daar dat ik uitgleed en
+zoo vasthaakte...."
+
+»Mijnheer Beerenkooi," antwoordde Olivier Sinclair, »ik ben gelukkig,
+dat het toeval mij veroorloofd heeft u te hulp te kunnen komen!"
+
+»Laat mij ten minste u bedanken...."
+
+»Och, het heeft zooveel niet om het lijf, mijnheer. Gij zoudt net
+zoo gehandeld hebben als ik in dit geval."
+
+»Ongetwijfeld!"
+
+»Welnu, bij voorkomende gelegenheid houd ik mij aanbevolen!"
+
+En de twee jongelieden scheidden van elkander.
+
+Olivier Sinclair meende over dit voorval, waaraan hij geen te groot
+gewicht hechtte, te moeten zwijgen. Ook Aristobulus Beerenkooi sprak
+er niet over. Maar daar hij nog al aan zijn ongeschonden huid gehecht
+was, voelde hij zich toch dankbaar gestemd jegens zijn mededinger,
+die hem uit dien naren toestand gered had.
+
+Hoe ging het intusschen met den beruchten Straal? Het moest erkend
+worden, dat hij zich vreemdsoortig genoeg uitnoodigen liet! En toch
+was er geen tijd meer te verliezen. De herfst zou niet nalaten zijn
+nevelsluier aan den hemel uit te spreiden. Dan zouden er geen heldere
+avonden meer bestaan; want September is er zeer gierig mede onder
+deze hooge breedte. Dan geen scherpe kim meer, die eerder met den
+passer van een landmeter getrokken scheen dan met het penseel van een
+schilder. Zou de hoop moeten opgegeven worden, het natuurverschijnsel
+te zien, dat tot zooveel verhuizingen aanleiding had gegeven? Zou
+men de waarneming tot het volgende jaar moeten uitstellen? Of moest
+men haar hardnekkig in andere luchtstreken gaan vervolgen?
+
+Waarlijk, het was zoowel voor miss Campbell als voor Olivier Sinclair
+om er kregel van te worden. Beiden waren ernstig woedend dat de
+gezichteinder der Hebriden steeds beneveld was.
+
+Zoo gingen de vier eerste dagen van de nevelachtige Septembermaand
+voorbij.
+
+Iederen avond waren miss Campbell, Olivier Sinclair, broeder Sam,
+broeder Sib, juffrouw Bess en Partridge, op de een of andere rots
+waartegen de golfjes klotsten, gezeten, en woonden den ondergang bij
+der zon, die meestal plaats had te midden van bewonderenswaardige
+lichteffecten, oneindig prachtvoller, dan wanneer de hemel volmaakt
+helder ware geweest.
+
+Een kunstenaarsziel moet de verheven schouwspelen toejuichen, die
+zich iederen avond bij het dalen der zon ontwikkelen, wanneer de
+oogenverblindende kleurenschaal, die als van de eene wolk tot de
+andere overgaat, van het violette af, dat in het toppunt verschijnt,
+tot het gulden rood van den horizon, zich voor het oog vertoont,
+wanneer de vuurweerkaatsingen zich op de wolken als op gloeiende
+rotsen laten waarnemen, wanneer die wolken de zonneschijf schijnen
+aantetasten en haar laatste stralen opslorpen, vooral die welke onze
+waarnemers zoo gaarne gezien hadden.
+
+Wanneer dan na de verdwijning van de dagvorstin allen opstonden,
+dan gevoelden zij zich teleurgesteld, evenals de toeschouwers van
+een tooverballet, waarvan het sloteffect door de schuld van den
+tooneelwerktuigkundige gemist was, en keerden zij naar de herberg
+»het wapen van Duncan" terug.
+
+»Tot morgen!" zei miss Campbell.
+
+»Tot morgen!" antwoordden de beide ooms. »Wij hebben een voorgevoel,
+dat morgen...."
+
+Iederen avond hadden de gebroeders Melvill een voorgevoel en iederen
+avond kwam dat bedrogen uit.
+
+De dag van den 5den September begon evenwel prachtig. De morgennevel
+loste zich door de warmte van de eerste zonnestralen op.
+
+De wijzer van den barometer, die reeds sedert eenige dagen
+vooruitgaande was, rees nog en bleef op »bestendig". Het was niet meer
+warm genoeg om de luchttrilling te doen ontstaan, die in de heete
+zomerdagen wordt waargenomen. De droogte van den dampkring was dien
+dag bij de oppervlakte der zee gelijk aan die, welke op een berg,
+eenige duizenden voeten hoog, te midden van ijle lucht te vinden was.
+
+Het zou onmogelijk zijn de angstige spanning te schetsen, waarmede
+allen de verschillende overgangstijdperken op dien dag nagingen. Met
+welk kloppend hart zij uitkeken of niet eenige wolk in het uitspansel
+was te bespeuren, is niet te beschrijven. En het zou vermetel genoemd
+moeten worden, te trachten weer te geven, met welke benauwdheid zij
+de zonnebaan gadesloegen.
+
+Gelukkig blies de bries zacht, maar bestendig van de landzij. Terwijl
+zij over de bergen heenstreek of langs de oppervlakte der weilanden
+gleed, kon zij geen waterdeelen opnemen, zooals zij doet, wanneer
+zij over den uitgestrekten Oceaan waait en die zij dan ook aanbrengt,
+wanneer zij van den zeekant komt.
+
+Maar wat viel die dag lang! Miss Campbell kon onmogelijk rustig op
+haar plaats blijven. Zij gaf niets om de warmte, maar trippelde heen
+en weer, terwijl Olivier Sinclair op de hoogste punten van het eiland
+ronddwaalde, om een ruimeren gezichtskring te hebben. De twee ooms
+snoven met hun beiden een geheele snuifdoos leeg en Partridge, alsof
+hij een schildwacht op post was, had de houding aangenomen van een
+onbezoldigd rijksveldwachter, die de hemelsche dreven moest bewaken.
+
+Men was overeengekomen, dien dag te vijf uur te dineeren, om bij tijds
+op den waarnemingspost te kunnen zijn. De zon zou eerst ten zes uren
+negen en veertig minuten ondergaan, men zou dan tijd genoeg hebben,
+om haar op dat oogenblik te kunnen volgen.
+
+»Ik geloof, dat wij den straal dezen keer te pakken krijgen!" zei
+broeder Sam, terwijl hij zich in de handen wreef.
+
+»Dat geloof ik ook!" bevestigde broeder Sib, met hetzelfde gebaar.
+
+Tegen drie uur ongeveer ontstond er een loos alarm. Een dikke
+nevelvlok, met den vorm van een saamgepakte wolk, kwam in het oosten
+op en dreef door de landbries voortgestuwd naar den Oceaan.
+
+Miss Campbell zag haar het eerst. Zij kon een kreet van teleurstelling
+niet onderdrukken.
+
+»O! het is alleen die wolk," zei een harer ooms. »Van die hebben wij
+niets te vreezen. Zij zal spoedig opgelost worden...."
+
+»Of zij spoedt sneller dan de zon voort," beaamde Olivier Sinclair,
+»en zal vóór haar achter den horizon verdwijnen."
+
+»Maar is de wolk de voorloopster niet van een mistbank?" vroeg miss
+Campbell.
+
+»Dat zullen we moeten afwachten."
+
+Olivier Sinclair spoedde zich wat hij loopen kon, naar de
+kloosterbouwvallen. Van daar kon zijn blik meer oostwaarts tot ver
+achter de bergen van Mull doordringen.
+
+Die bergen staken scherp af tegen het blauw der lucht, hun kam scheen
+een met potlood getrokken lijn op een volmaakt zuiveren achtergrond.
+
+Er waren geen andere dampen in het uitspansel, en de scherpe omtrek
+van den Ben More, die zich op drie duizend voet boven de oppervlakte
+van de zee verheft, was door geen nevellagen verduisterd.
+
+Olivier Sinclair kwam een half uur later met geruststellende
+verzekeringen terug. Die wolk was slechts een verloren vlokje in de
+ruimte. In den drogen dampkring zou zij zich niet kunnen uitbreiden
+en onderweg wel opgelost worden.
+
+De witachtige vlok schreed evenwel naar het zenith voort. Het verwekte
+algemeen misnoegen, dat die wolk juist de baan der zon volgde. Zij
+naderde haar reeds onder den invloed der bries. Terwijl zij in de
+ruimte voortgleed, wijzigden zich haar vormen onder den aandrang van
+de tegenbewegingen in den luchtstroom. Eerst had zij den vorm van een
+hondskop, daarna van een platvisch, zoo iets als van een reuzenrog;
+toen rolde zij zich op als een bal, was donker in het midden en
+schitterend aan haren zoom. Eindelijk bereikte zij de zonneschijf en
+schoof er voor.
+
+Een kreet ontsnapte miss Campbell. Zij strekte haar beide armen ten
+hemel uit.
+
+De schitterende dagvorstin, achter dat gordijn van dampen verborgen,
+schoot geen enkele harer stralen op het eiland af. Jona, buiten
+den direkten uitstralingskegel gelegen, was door een breede schaduw
+omsluierd.
+
+Maar die groote schaduw verplaatste zich. De zon verscheen weer in
+haren vollen glans. De wolk daalde naar den horizon. Zij zou dien
+zelfs niet bereiken; zij verdween als door een opening, die in den
+hemel als het ware geboord was.
+
+»Eindelijk is zij weg!" riep het jonge meisje, »en God geve, dat zij
+door geen andere gevolgd worde!"
+
+»Neen, miss Campbell, wees daaromtrent gerustgesteld," antwoordde
+Olivier Sinclair. »Dat die wolk zoo spoedig en op deze wijze verdwenen
+is, kan als bewijs gerekend worden, dat er geen andere dampen in de
+lucht zijn, en dus de ruimte in het westen volmaakt zuiver is."
+
+Ten zes uur des avonds waren de waarnemers op een open plek
+gegroepeerd, op hun post.
+
+Dat was een plek op het noordelijkste uiteinde van het eiland,
+op den hoogsten top van den Abtsheuvel. Van dien top kon de blik
+in het oosten als in een kring het hooger gedeelte van het eiland
+Mull omvatten. Ten noorden verscheen het eilandje Staffa als een
+ontzaglijke schildpadschaal, die in de Hebridische wateren gestrand
+zou zijn. Iets verder verschenen Elva en Gometra als afgescheurde
+gedeelten van de kuststreek van het groote eiland. Naar den kant van
+het westen, het zuidwesten en het noordwesten was niets te zien dan de
+onmetelijke zee. De zon daalde snel langs een schuine baan. De omtrek
+van den gezichteinder vertoonde zich zwart, alsof hij met Chineeschen
+inkt was getrokken. Aan den tegenovergestelden kant glinsterden al
+de vensters van Jona vlammend, als de weerkaatsing van een brand,
+welker vlammen met gulden spitsen woedden.
+
+Miss Campbell en Olivier Sinclair, de gebroeders Melvill, juffrouw Bess
+en Partridge, geboeid door dat overschoone schouwspel, zaten eerbiedig
+stilzwijgend neder. Zij aanschouwden, terwijl zij de oogleden half
+toeknepen, de schijf, die zich bij de waterlijn afplatte en den vorm
+aannam van een scharlaken halven bol. Er was geen spoor van damp aan
+den zeekant te zien.
+
+»Ik geloof, dat wij hem ditmaal te pakken hebben," begon broeder Sam.
+
+»Ik geloof het ook," antwoordde broeder Sib.
+
+»Stil, waarde ooms!..." riep miss Campbell.
+
+Zij zwegen en hielden hun adem in, alsof zij vreesden dat de
+waterdeelen daarvan zich zouden kunnen verdichten en den vorm aannemen
+eener wolk om den zonneschijn te benevelen.
+
+De zon had reeds den horizon met haren onderrand aangeraakt. Zij
+verbreidde en verstrooide zich alsof zij inwendig met een lichtgevende
+vloeistof gevuld was.
+
+Allen zogen als het ware hare laatste stralen op.
+
+Zoo moet Arago hebben zitten turen, toen hij in de woestenijen van
+Palma op de kust van Spanje, het vuursignaal bespiedde, dat op den
+top van het eiland Ivika moest verschijnen, om hem te veroorlooven
+den laatsten driehoek zijner graadmeting te sluiten.
+
+Eindelijk bleef nog een klein segment van den bovensten boog boven
+de watervlakte over. Nog weinige seconden, en de laatste straal zou
+schitteren voor de oogen, die gereed waren hem op te vangen, en het
+paradijsachtig groen laten schijnen!...
+
+Plotseling werden twee geweerschoten vernomen, die beneden aan den
+heuvel te midden der rotsen van de kuststrook weerklonken. Men zag een
+rookwolkje, tusschen welks kronkels een zwerm van zeevogels: meeuwen,
+stormvogels en eiders, door ontijdige geweerschoten verschrikt,
+rondfladderde.
+
+Die wolk steeg recht op en schoof als een gordijn tusschen den
+gezichteinder en het eiland; zij zweefde voor de ondergaande zon,
+juist op het oogenblik, dat zij haar laatsten lichtstraal over de
+oppervlakte der wateren schoot.
+
+Men kon in dit oogenblik den onvermijdelijken Aristobulus Beerenkooi
+op een punt van de steile kust bespeuren, die met het nog rookend
+geweer in de handen, den vogelenzwerm met de oogen volgde.
+
+»O! ditmaal hebben we er genoeg van!" riep broeder Sib uit.
+
+»Neen, wij hebben er te veel van!" riep broeder Sam.
+
+»Ik had hem aan zijn rots moeten laten hangen," mompelde Olivier
+Sinclair. »Dan zou hij ten minste hier niet zijn."
+
+Miss Campbell, staroogende en met de lippen op elkaar geklemd, sprak
+geen enkel woord.
+
+Andermaal had zij door de schuld van Aristobulus Beerenkooi den
+Groenen straal gemist.
+
+
+
+
+
+
+XVII.
+
+AAN BOORD VAN DE »CLORINDA".
+
+
+Den volgenden morgen reeds ten zes uur vertrok uit de kleine haven van
+Jona de Clorinda, een bevallig vaartuig van vijfenveertig of vijftig
+ton, dat bij een lichte noordwesterbries, met stuurboordshalzen over,
+zoo scherp mogelijk bij den wind de open zee trachtte te bereiken.
+
+De Clorinda had miss Campbell, Olivier Sinclair, broeder Sam, broeder
+Sib, juffrouw Bess en Partridge aan boord.
+
+Er behoeft niet bijgevoegd, dat de onhandige Aristobulus Beerenkooi
+te huis was gelaten.
+
+Ziehier wat men overeengekomen was en waartoe men onmiddellijk na
+het voorval van daags te voren had besloten.
+
+Terwijl men den Abtsheuvel afdaalde om zich naar de herberg te begeven,
+had miss Campbell kortaf gezegd:
+
+»Waarde ooms, daar mijnheer Beerenkooi in weerwil van alles, te
+Jona wenscht te blijven, zullen wij mijnheer Aristobulus Beerenkooi
+te Jona laten. Door zijn schuld hebben wij een eerste maal te Oban,
+een tweede maal hier te Jona onze waarneming gemist. Wij blijven geen
+oogenblik langer op een plaats waar die lastige man zijn onhandigheid
+laat blijken."
+
+Tegen dit voorstel, zoo kortaf en helder uitgesproken, hadden de
+gebroeders Melvill niets in het midden te brengen. Zij deelden ook het
+algemeen misnoegen en verwenschten Aristobulus Beerenkooi. De toekomst
+was inderdaad voor hun gunsteling verloren. Nooit zou miss Campbell
+voortaan iets van hem willen hooren. Zij gevoelden het, zij moesten
+de hoop op de vervulling van hun plan, dat onmogelijk geworden was,
+laten varen.
+
+»Welnu, alles wel beschouwd," merkte broeder Sam tot broeder Sib,
+dien hij tot een apartje genoodigd had, zacht fluisterend op, »zulke
+onvoorzichtige beloften zijn geen ijzeren handboeien!"
+
+Wat met andere woorden beteekende, dat men nimmer door een
+voorbarig uitgesproken toezegging zich onherroepelijk gebonden kan
+achten. Broeder Sib had dan ook met een afdoend gebaar zijn goedkeuring
+aan dit Schotsche spreekwoord geschonken.
+
+Toen men elkander goeden nacht wenschte in de algemeene zaal van het
+wapen van Duncan, had miss Campbell gezegd:
+
+»Wij zullen morgen ochtend vertrekken; ik blijf geen dag meer hier!"
+
+»Goed, dat is uitgemaakt, waarde Helena," antwoordde broeder Sam;
+»maar waarheen zullen wij gaan?"
+
+»Dat is mij onverschillig. Slechts daarheen, waar wij zeker zijn dien
+mijnheer Beerenkooi niet te ontmoeten."
+
+»Het is dus van groot gewicht dat niemand wete, dat wij Jona verlaten
+en nog minder waar we naar toe gaan. Zou de Schotsche kust niet ergens
+een onbewoonde en onbewoonbare plek kunnen aanbieden, waar wij onze
+waarnemingen konden voortzetten?"
+
+Voorzeker zouden de gebroeders Melvill met hun tweeën die dubbele
+vraag, die noch uitvluchten, noch nevengedachten gedoogde, niet hebben
+kunnen beantwoorden.
+
+Maar Olivier Sinclair was daar--en gelukkig ook.
+
+»Miss Campbell," zei hij, »alles kan terecht komen. Ziehier, hoe. Hier
+in de nabijheid is een eiland, of beter gezegd een eilandje gelegen,
+dat voor onze waarnemingen zeer geschikt is. Op dat eilandje zal geen
+mensch ons komen storen."
+
+»Hoe heet dat eiland?"
+
+»Staffa is de naam. Gij kunt het van hier zien op hoogstens twee
+mijlen afstands ten noorden van Jona."
+
+»Kan men er leven, en bestaat er mogelijkheid om er heen te
+komen?" vroeg miss Campbell.
+
+»Ja, en zeer gemakkelijk zelfs," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik heb
+in de haven van Jona een van die jachten gezien, die steeds gereed
+zijn om zee te kiezen, zooals men in iedere engelsche haven gedurende
+het zomerseizoen aantreft. De kapitein en verdere bemanning zijn
+geheel ter beschikking van den eersten den besten toerist, die hunne
+diensten, hetzij voor het Kanaal, voor de Noordzee of voor de Iersche
+zee wenscht te gebruiken. Welnu, wat belet ons, om dat jacht te huren,
+er de noodige provisiën voor een veertien dagen in te schepen, daar
+Staffa hoegenaamd geen hulpmiddelen aanbiedt, en reeds morgen bij
+het aanbreken van den dag te vertrekken?"
+
+»Mijnheer Sinclair," hernam miss Campbell, »wanneer wij morgen
+dit eiland in het geheim verlaten zullen hebben, zal ik u oprechte
+dankbaarheid verschuldigd zijn."
+
+»Morgen vóór het middaguur zullen wij, wanneer ten minste wat bries,
+bij het doorkomen der zon, opsteekt, te Staffa zijn," betuigde
+Olivier Sinclair. »Daar zullen wij, behalve op de toeristendagen,
+die tweemaal per week plaats hebben en dan slechts een uur duren,
+door niemand gestoord worden."
+
+Volgens oude gewoonte der gebroeders Melvill, klonken de bijnamen
+van de huishoudster weer:
+
+»Bet!"
+
+»Beth!"
+
+»Bess!"
+
+»Betsy!"
+
+»Betty!"
+
+Juffrouw Bess verscheen ditmaal terstond.
+
+»Wij vertrekken morgen!" zei broeder Sam.
+
+»Morgen, bij het krieken van den dag!" vulde broeder Sib aan.
+
+Dat was voldoende; zonder naar meer te vragen, beijverden juffrouw Bess
+en Partridge zich, alles dadelijk voor het vertrek gereed te maken.
+
+Middelerwijl ging Olivier Sinclair naar de haven en trof daar de
+noodige beschikkingen met John Olduck.
+
+John Olduck was de kapitein van de Clorinda, een echte zeerob met zijn
+ouderwetsch mutsje met gouden lis op het hoofd, zijn buisje met metalen
+knoopen en zijn broek van grof blauw laken. Zoodra de zaak haar beslag
+had gekregen, beijverden hij en zijn zes matrozen zich, om alles voor
+het vertrek in gereedheid te brengen. Het was uitgelezen volk, dat
+aan boord was, en zich gedurende den winter aan de visscherij wijdde,
+maar des zomers een bemanning van een onbetwistbare voortreffelijkheid
+boven al de zeelieden van andere landen voor de pleiziervaart leverde.
+
+Ten zes uur des morgens scheepten zich de nieuwe passagiers van de
+Clorinda in, zonder iets, aan wien ook, gezegd te hebben, omtrent
+de bestemming van het jacht. Men had zich meester gemaakt van al de
+levensmiddelen, versch vleesch of verduurzaamd en van al de dranken,
+die maar te krijgen waren. Daarenboven zou de kok van de Clorinda
+nog steeds het hulpmiddel hebben om den voorraad aan te vullen uit de
+stoomboot, die den geregelden dienst van Oban naar Staffa onderhoudt.
+
+Miss Campbell had bij het aanbreken van den dag bezit genomen van een
+lief en bevallig kamertje, dat zich in het achteruit van het jacht
+bevond. De beide broeders betrokken de hutten van de »Main Cabin,"
+die in de nabijheid van het salon in het breedste gedeelte van het
+schip zeer gemakkelijk ingericht waren. Olivier Sinclair had een hut
+achter de groote trap, die naar het salon voerde. Ter weerszijde
+van de eetzaal, waarin de groote mast stond, beschikten juffrouw
+Bess en Partridge ieder over een kribkooi. Meer vooruit stond de
+keuken in wier nabijheid de kok logeerde. Nog verder vooruit bevond
+zich het matrozen-logies, waarin de noodige hangmatten voor de zes
+matrozen. Niets ontbrak aan dit fraaie vaartuig, dat door Rotsey en
+Cowes gebouwd was. Bij gladde zee en stijve bries had het steeds eer
+ingelegd tijdens de zeilwedstrijden van de »Royal Thames yacht Club."
+
+Het was een waar genoegen voor allen, toen de Clorinda zeil gemaakt
+had en, nadat haar anker gelicht was, den wind begon te vatten in
+haar groot zeil, haar achterzeil, haar stagfok en vlieger. Zij boog
+bevallig onder den druk der bries, zonder dat haar witgeschuurd dek,
+van Canada-pijnboomen dekbalken vervaardigd, ook maar een spatje
+overnam van de golfjes, welke door den steven gesneden werden, die
+zich loodrecht boven de waterlijn verhief.
+
+De afstand, die deze beiden Hebriden-eilanden Jona en Staffa van
+elkander scheidt, is zeer klein. Met goeden wind zouden twintig à
+vijfentwintig minuten voldoende zijn geweest om dien af te leggen voor
+een jacht, dat zonder moeite en zonder met zeil overladen te worden,
+zijn acht mijlen loopt in het uur. Maar het had in dit oogenblik den
+wind, die slechts flauw blies, tegen; de eb liep en het was tegen een
+vrij merkbaren stroom in, dat gelaveerd moest worden om ter hoogte
+van Staffa te komen.
+
+Maar dat alles kon miss Campbell weinig schelen. Dat de Clorinda
+onder zeil was, kon als het voornaamste gerekend worden. Een uur
+later was Jona in den morgennevel verdwenen en met dat eiland ook
+het verafschuwde beeld van dien plezier-bederver, wiens naam Helena
+zelfs wilde vergeten.
+
+Openhartig bekende zij dat aan haar ooms:
+
+»Heb ik geen gelijk, papa Sam?"
+
+»Volkomen gelijk, mijn waarde Helena."
+
+»En keurt mama Sib mijn meening niet goed?"
+
+»Ten volle."
+
+»Welnu," voegde zij er bij, terwijl zij aan ieder hunner een zoen gaf,
+»gij moet mij toch toegeven, dat ooms, die mij zoo'n man wilden doen
+huwen, een wonderlijk denkbeeld gekoesterd hebben."
+
+Beiden ontkenden het niet.
+
+Alles wel beschouwd, was het een overheerlijke spelevaart, waaraan
+slechts het gebrek kleefde van te kort te duren. Maar wie belette
+die te verlengen en het vaartuig den Groenen Straal te gemoet te
+laten gaan, hem in den vollen Atlantischen Oceaan op te zoeken? Maar
+neen! Men was overeengekomen naar Staffa te stevenen, en John Olduck
+nam zijn maatregelen, om dit eilandje, dat het meest beroemde van al de
+Hebridische eilanden is, bij het doorkomen van den vloed te bereiken.
+
+Tegen acht uur, werd het eerste ontbijt, bestaande uit thee, boter en
+»sandwich's" in de eetzaal van de Clorinda voorgezet. De gasten allen
+goed gemutst, deden de tafel aan boord alle eer aan en betreurden
+den wal niet. Die ondankbaren!
+
+Toen miss Campbell op het dek terug kwam, was het jacht over stag
+gegaan en lag bakboord over. Het stevende naar den prachtigen vuurtoren
+terug, die op de Skerryvoren rots gebouwd is en op honderd vijftig
+voet boven hoogwater zijn licht van den eersten rang des nachts laat
+schijnen. De bries stak op; de Clorinda worstelde onder haar groote
+waterzeilen tegen den stroom, maar won weinig in de richting van
+Staffa. En toch, zij »schoor als over de veeren", om de schotsche
+uitdrukking te bezigen voor de snelheid van haar vaart.
+
+Miss Campbell had zich op een van de dikke kussens van grof linnen
+uitgestrekt, die aan boord van alle britsche pleizier-vaartuigen
+worden aangetroffen. Zij was verrukt over die snelheid van beweging,
+die noch door het geschok van een straatweg, noch door het getril
+van een spoorweg veronaangenaamd werd, over de snelheid, als van een
+schaatsenrijder, die met volle vaart over de spiegelgladde oppervlakte
+heenglijdt van een bevroren meer. Niets was bevalliger te zien dan
+de elegante Clorinda, die lichtelijk over één zij gebogen, met de
+deining op en neer ging. Soms scheen zij in de lucht te zweven als
+een buitengewoon groote vogel, die door zijn machtige wieken wordt
+gedragen.
+
+De zee, waarop men voer, was van het noorden naar het zuiden door de
+groote Hebriden en ten oosten door de vaste kust gedekt. Zij vormt daar
+een binnenwater, welks oppervlakte door de bries nog niet was bewogen.
+
+Het jacht liep in schuine richting op het eiland Staffa aan, dat zich
+voordoet als een groote dikke rots, die eenzaam meer zeewaarts van het
+eiland Mull is gelegen en zich niet hooger dan honderd voet boven de
+hoogste springvloeden verheft. Men kon gelooven, dat die rots het was,
+die van plaats veranderde en nu eens haar steile basaltachtige oevers
+van den westkant en dan weer de ruwe opeenstapeling van rotsblokken op
+haren oostkant te zien gaf. Door een soort van gezichtsbedrog scheen
+zij te draaien op haar grondvlak naar gelang de hoeken, waaronder de
+Clorinda haar nu eens naderde en dan zich weer van haar verwijderde.
+
+Toch won het jacht een weinig, in weerwil van den stroom en van
+de bries. Wanneer het buiten de uiterste punten van Mull westwaarts
+opstevende, dan schudde de zee het heviger, maar het hield zich daarbij
+uitstekend tegen den golfslag, die uit volle zee aanrolde. Bij den
+volgenden slag kwam het weer in stiller water, die het bewoog als
+ware het de wieg van een pasgeboren kind.
+
+Tegen elf uur was de Clorinda genoegzaam in het noorden opgestoken om
+te kunnen afhouden op Staffa. De schooten werden gevierd, de vlieger
+gegeid en de kapitein maakte zich gereed om ten anker te gaan.
+
+Er is geen haven te Staffa, maar het is bij alle winden aldaar
+gemakkelijk langs de steile oostkust te glijden, te midden van de
+grillig verspreide rotsen ten tijde der schommelingen van de aardkorst
+in de geologische tijdperken. Evenwel zou het bij zeer bar weer een
+zeer slecht vaarwater zijn voor een vaartuig van een zekeren diepgang.
+
+De Clorinda stevende dus vrij dicht langs een opeenhooping van
+zware basaltrotsen. Zij bewoog zich behendig, liet ter eene zijde
+de Bouchaillie rots liggen, aan wier voet bij den lagen stand der
+eb, de prismatische zuilen, die als in bundels zijn samengevat
+boven water uitsteken, aan de andere zijde den straatweg, die ter
+linkerzij langs de kuststrook voert. Daar is de beste ankerplaats
+van het geheele eiland, daar nemen de sloepen de toeristen weer op,
+die zij aangebracht hebben, na hun wandeling op de hoogten van Staffa.
+
+De Clorinda drong een kleine kreek binnen, bijna aan den ingang van de
+Clam-Shell-grot gelegen. De zeilen werden geborgen en weldra plompte
+het anker in het water en vond een goeden ankergrond.
+
+Miss Campbell en haar metgezellen ontscheepten een oogenblik later op
+de eerste treden van basalt ter linkerzijde van de grot. Een houten
+trap, voorzien van een stevige leuning, voerde van de oppervlakte
+der zee tot op den afgeronden top van het eiland.
+
+Allen klommen daar langs op en bereikten het bovenste plat.
+
+Zij waren alzoo eindelijk te Staffa en zoodanig van de bewoonde wereld
+afgescheiden, alsof een storm hen op het meest verlaten eiland der
+Stille Zuidzee had geworpen.
+
+
+
+
+
+
+XVIII.
+
+STAFFA.
+
+
+Staffa is maar een eilandje, dat 's waar; maar de natuur heeft er
+het meest belangwekkende van den geheelen Hebriden-Archipel van
+gemaakt. Het groote eivormige rotsblok, dat een mijl lang en een
+halve breed is, verbergt onder zijn korst bewonderenswaardige grotten
+van basaltischen oorsprong. Het is dan ook een zeer gezocht punt van
+samenkomst, zoowel voor de geologen, als voor de toeristen. Noch miss
+Campbell noch de gebroeders Melvill hadden evenwel vroeger Staffa
+bezocht. Alleen Olivier Sinclair kende er de bewonderenswaardigheden
+van. Hij was dus de aangewezen persoon om de eer van het eiland op te
+houden, waarheen zij gekomen waren om voor eenige dagen gastvrijheid
+te genieten.
+
+De rots heeft alleen het aanzijn te danken aan de kristalvorming van
+een overgrooten basaltknoest, die daar in de eerste tijdperken van
+wording der aardkorst gestold is. En dat dagteekent niet van gisteren;
+want volgens de waarnemingen van Hemholtz--welke als gevolgtrekkingen
+van de proefnemingen van Bisschof over de afkoeling van den basalt,
+die niet in gesmolten toestand heeft kunnen voorkomen dan bij een hitte
+van twee duizend graden, te beschouwen zijn--is er niet minder noodig
+geweest om de geheele afkoeling van dat blok te bewerken, dan drie
+honderd vijftig millioen jaren. Het is dus fabelachtig lang geleden,
+dat de aarde na eerst in den gasvormigen, daarna in den vloeibaren
+toestand bestaan te hebben, begon met een vaste korst te vertoonen.
+
+Zoo Aristobulus Beerenkooi tegenwoordig ware geweest, zou hij
+stof te over hebben gehad voor de een of andere verhandeling over
+de verschijnselen uit de geologische tijdperken. Maar gelukkig was
+hij ver af; miss Campbell dacht niet meer aan hem en, broeder Sam
+fluisterde in het oor van broeder Sib:
+
+»Men moet die vlieg stil op den muur laten zitten."
+
+Schotsch spreekwoord: gelijk aan het Nederlandsche: »men moet geen
+slapende honden wakker maken.".
+
+Men vergenoegde zich met rond te kijken en men keek elkaar ook
+eens aan.
+
+»Wij moeten eerst bezit nemen van ons nieuw domein," zei Olivier
+Sinclair.
+
+»Zonder uit het oog te verliezen, waarom wij er gekomen zijn," sprak
+miss Campbell met een bekoorlijken glimlach.
+
+»Zonder dat uit het oog te verliezen, zou ik meenen!" bevestigde
+Olivier Sinclair. »Kom, laat ons een waarnemingspost kiezen en nagaan
+welken gezichteinder zich westwaarts van ons eiland uitstrekt."
+
+»Zeker," zei miss Campbell. »Maar de lucht is een weinig beneveld
+vandaag. Ik geloof niet, dat wij gunstige verwachtingen van den
+zons-ondergang te koesteren hebben."
+
+»Wij kunnen wachten, miss Campbell, en willen dit, desnoods totdat
+de equinoxiable stormen intreden."
+
+»Ja, wij zullen wachten!" verzekerden de gebroeders Melvill,... »tenzij
+Helena bevelen geeft te vertrekken."
+
+»Oh! ik heb geen haast," antwoordde het jonge meisje, dat zich
+sedert hun vertrek van Jona zeer gelukkig gevoelde. »Neen, ik heb
+geen haast. De ligging van dit eilandje is heerlijk. Een villa, die
+hier op dit weiland, dat zich als een fraai groen tapijt uitstrekt,
+gebouwd werd, zou niet onaangenaam te bewonen zijn, zelfs wanneer
+de windvlagen, die Amerika ons zoo mild toezendt, over de rotsen van
+Staffa huilen."
+
+»Hm! hm! die moeten toch schrikkelijk zijn, hier op die uiterste
+grens van den Atlantischen Oceaan!" zei broeder Sib.
+
+»En dat zijn ze ook waarlijk," verzekerde Olivier Sinclair. »Staffa
+staat geheel en al bloot aan al de winden, die uit volle zee waaien
+en biedt slechts eenige beschutting op zijn oosterstrand aan, aan de
+zijde, waar de Clorinda voor anker ligt. Het slechte seizoen duurt
+negen maanden van de twaalf op dit gedeelte van den Atlantischen
+Oceaan.
+
+»Dat is zeker de reden," merkte broeder Sam op, »dat wij geen enkelen
+boom bespeuren. Iedere plant moet hier op dit plateau te niet gaan,
+wanneer zij zich slechts weinige voeten boven den grond verheft."
+
+»Welnu, zou het u niet kunnen bekoren, hier op dit eilandje twee of
+drie zomermaanden door te brengen?" vroeg miss Campbell.--»Gij moest
+Staffa koopen, oompjeslief, wanneer Staffa te koop is."
+
+Broeder Sam en broeder Sib hadden reeds de hand in den zak gestoken,
+alsof het dadelijk gold, dien aankoop komptant te betalen en handelden
+daarbij als ooms, die geen enkele gril hunner nicht onvervuld willen
+laten.
+
+»Wien behoort Staffa?" vroeg broeder Sib.
+
+»Aan de familie der Mac Donald's," antwoordde Olivier Sinclair. »Zij
+verpacht het voor twaalf pond (honderd vier en veertig gulden) 's
+jaars; maar ik geloof, dat zij het voor geen som ter wereld zouden
+willen verkoopen."
+
+»Dat 's jammer!" zei miss Campbell, die, zooals men weet, van een
+geestdriftvolle geaardheid was en zich nu in een geestesvervoering
+bevond, die haar opgetogenheid nog vermeerderde.
+
+Al keuvelende doorkruisten de nieuwe gasten van Staffa de oneffen
+oppervlakte van hun eiland, die hier en daar met groenende grasstrooken
+bedeeld is. Het was de dag niet, door de Stoomvaart-maatschappij te
+Oban bestemd voor het bezoek der kleine Hebriden. Miss Campbell en haar
+geleiders hadden dan ook niets te vreezen van lastige toeristen. Zij
+bevonden zich alleen op de eenzame rots. Eenige paarden van zeer klein
+ras en enkele zwarte koeien graasden er en vonden in het magere gras
+niet veel voedsel. Hier en daar staken lava-beddingen door de dunne
+humuslaag heen. Geen herder paste op die dieren en bewaakte men de
+viervoetige eilandbewoners, dan was het van uit de verte--misschien
+van Jona of zelfs van de kuststrook van Mull, dat vijftien mijlen
+oostwaarts gelegen is.
+
+Er was ook geen huis te bekennen. Alleen stonden er de overblijfselen
+eener hut, welke door de verschrikkelijke stormen, die zich
+gewoonlijk tusschen de herfst- en lente-evening ontketenen, verwoest
+was. Waarlijk, twaalf pond was een mooie pachtschat voor eenige
+bunders weiland, dat er geschoren uitzag, alsof het oud fluweel was,
+dat tot op den ketting was versleten.
+
+Het onderzoek van de oppervlakte van het eilandje was gauw genoeg
+afgeloopen; men kon toen overgaan om den gezichteinder waar te nemen.
+
+Klaarblijkelijk had men dien avond niets van den zonsondergang
+te verwachten. Met de veranderlijkheid, die de Septemberdagen
+kenschetsen, was de hemel, die daags te voren zoo helder was, weer
+geheel beneveld. Tegen zes uur vertoonden zich eenige roodachtige
+wolken, van de soort, die een aanstaande storing in den dampkring
+aanduiden, en ontdekten zij den westelijken horizon. De gebroeders
+Melvill moesten zelfs, hoewel tot hun leedwezen, erkennen dat de
+aneroïde barometer van de Clorinda naar »veranderlijk" terugkeerde,
+en zelfs een neiging vertoonde dat te overschrijden.
+
+Allen keerden dan ook naar boord terug, nadat de zon was ondergegaan
+achter een donkere kim, die door de deinende golven, welke uit volle
+zee aanrolden, nog onzuiverder gemaakt was. De nacht werd rustig
+doorgebracht in de kleine kreek, die door de ribben van Clam-Shell
+gevormd was.
+
+Daags daarna, den 7den September, werd tot een zeer ernstige
+verkenning van het eilandje besloten. Na het onderzoek van het
+bovendek, betaamde het, dat hetgeen er onder zat ook doorsnuffeld
+werd. Moest men den tijd niet dooden, nu door een waar noodlot--alleen
+aan Aristobulus Beerenkooi te wijten--tot nu toe de waarneming van het
+natuurverschijnsel verhinderd was? Daarenboven, zou men het uitstapje
+naar de grotten, die dat onnoozel eilandje der Hebriden zoo beroemd
+gemaakt hebben, niet behoeven te betreuren.
+
+Allereerst werd dien dag overgegaan om den kelder van Clam-Shell,
+voor welks opening het jacht ten anker lag te onderzoeken. De kok nam,
+op raadgeving van Olivier Sinclair, alle voorbereidende maatregelen om
+zelfs het ontbijt daarin te kunnen voordienen. Daar zouden de gasten
+wanen, in het hol van een schip opgesloten te zitten. En inderdaad,
+die veertig of vijftig voet lange prisma's, die als het geraamte
+der grot vormden, konden zeer wel met de gebinten van een schip
+vergeleken worden.
+
+De grot, welke dertig voet hoog, vijftien breed en honderd diep was,
+kon gemakkelijk binnen gedrongen worden. Haar opening is nagenoeg
+oostwaarts gekeerd, waardoor zij tegen de stormvlagen gedekt is. De
+groote golven, die door de orkanen in de andere grotten van het
+eilandje gezweept worden, konden haar niet bereiken. Maar zij was
+daarom wellicht niet minder belangwekkend.
+
+En toch is de aard van die basaltbogen, die eerder door 's menschen
+handen dan door de natuur gevormd schijnen, wel geschikt om bewondering
+uit te lokken.
+
+Miss Campbell was zeer opgetogen over haar bezoek aan die grot. Olivier
+Sinclair deed haar de schoonheden van Clam Shell opmerken, met minder
+wetenschappelijken omhaal den Aristobulus Beerenkooi zulks zou gedaan
+hebben, maar daarentegen met meer kunstzin voorzeker.
+
+»Ik wenschte wel een herinnering aan ons bezoek aan de Clam-Shell-grot
+te hebben," zei miss Campbell.
+
+»Niets is gemakkelijker," antwoordde Olivier Sinclair.
+
+En met weinige potloodstreepen vervaardigde hij een schets van de
+grot genomen van de rots, die aan het uiteinde van den basaltweg
+uitsteekt. De opening der grot, het uiterlijke van een overgroot
+zee-zoogdier, dat afgaande op de wanden tot geraamte vergaan was;
+de lichte trap, die naar den top van het eiland voert; het zoo stille
+en zoo heldere water bij den ingang en waarin de geheele basaltmassa
+zich spiegelt, dat alles werd heel kunstig op een albumblaadje te
+voorschijn getooverd.
+
+De jeugdige schilder plaatste aan den voet der teekening het navolgend
+onderschrift, dat volstrekt niet schaden kon:
+
+
+ Olivier Sinclair aan Miss Campbell.
+
+ Staffa, 7 September 1881.
+
+
+Toen het ontbijt genuttigd was, liet John Olduck de grootste der twee
+sloepen van de Clorinda optuigen. De passagiers stapten er in, en, de
+schilderachtige oevers van het eiland omzeilende, begaven zij zich naar
+de grot de Schuit, aldus genaamd, omdat de zee de geheele binnenruimte
+bespoelt en men er niet zonder vaartuig binnen kan dringen.
+
+Deze grot is op het zuidwestelijk gedeelte van het eiland gelegen. Bij
+eenigszins hooggaande deining, zoude het zeer onvoorzichtig zijn
+er in te varen; want dan is de beweging van het water daarbinnen
+hevig. Maar dien dag was de wind nog niet opgestoken, hoewel het
+dreigend weer was. Het bezoek aan die grot leverde dus geen gevaar op.
+
+Juist toen de sloep van de Clorinda vóór de opening van die diepe
+uitholling was aangekomen, liet de stoomboot, met toeristen van Oban
+bevracht, haar anker in het gezicht van het eiland vallen. Gelukkig
+zouden onze vrienden, gedurende het tijdsverloop van twee uur, dat
+Staffa aan de passagiers van de Pioneer toebehoorde, niet gehinderd
+worden. Zij bleven onopgemerkt in hunne grot de Schuit, terwijl de
+anderen het voorgeschreven bezoek aan de Fingalsgrot brachten en de
+oppervlakte van het eiland doorkruisten. De gelegenheid ontbrak dus,
+om met die wel wat levendige bezoekers in aanraking te komen, waarover
+miss Campbell en haar metgezellen niet rouwig waren. En inderdaad,
+waarom zou Aristobulus Beerenkooi, nadat zijn reisgezellen zoo
+plotseling verdwenen waren, niet aan boord van de stoomboot, die te
+Jona aanlegde, gestapt zijn, om naar Oban terug te keeren. Van alle
+ontmoetingen, was men er wel op uit om die te mijden.
+
+Maar hoe het ook zij, of de teleurgestelde minnaar zich bevond onder
+de bezoekers van den 7den September of niet, zooveel is zeker, dat
+geen enkele op Staffa was teruggebleven, toen de stoomboot vertrokken
+was. Toen miss Campbell, de gebroeders Melvill en Olivier Sinclair
+uit de lange schacht traden, uit een soort tunnel zonder uitgang,
+die in het basalt zou geboord zijn, was de kalmte op het rotsige
+eiland Staffa, daar aan de uiterste grens van den Atlantischen Oceaan,
+weergekeerd.
+
+Men gewaagt van een zeker aantal beroemde spelonken, die in
+menige streek van den aardbol, maar voornamelijk in de vulkanische
+aardlagen worden aangetroffen. Zij zijn, naarmate van hun oorsprong,
+onderscheiden in neptunische of plutonische.
+
+En inderdaad, de eene soort van die holen is gevormd door de uitwerking
+van het water, dat zelfs de granietmassa's invreet, afslijt, oplost,
+zelfs zoodanig, dat uitgestrekte holen ontstaan. Zoo zijn de grotten
+van Crozen in Bretagne, die van Bonifacio op Corsica, van Morghatten
+in Noorwegen, van Sint Michiel te Gibraltar, van Saratchel op de kust
+van het eiland Wight, van Han en Rochefort in België, van Tourana in
+de steile marmerkust van Cochinchina.
+
+De andere soort, op geheel andere wijze gevormd, heeft haar ontstaan te
+danken aan de inkrimping der graniet- of basalt-wanden, teweeggebracht
+door de afkoeling van de heete rotsen in het plutonisch tijdperk. Zij
+bezitten in den regel een grootscher karakter, dat aan de grotten
+van neptunischen oorsprong ontbreekt.
+
+Bij de eerste heeft de natuur, haar grondbeginselen steeds getrouw,
+krachtsinspanning, bij de tweede tijd bezuinigd.
+
+Onder de plutonische grotten, die door de werking van het vuur ontstaan
+zijn, behoort in de eerste plaats genoemd de Fingal's grot--de Fingal's
+kelder, zooals de prozaïsche uitdrukking der Engelschen luidt.
+
+Aan het bezoek van dat wereldwonder zou de volgende dag worden gewijd.
+
+
+
+
+
+
+XIX.
+
+DE FINGAL'S GROT.
+
+
+Indien de kapitein van de Clorinda gedurende de laatste vier en twintig
+uren zich in een der havens van het Vereenigd Koninkrijk bevonden
+had, zou hij kennis hebben bekomen van een meteorologisch bericht,
+dat weinig geruststellends bevatte voor de schepen, die zich zeilende
+of stoomende op dit gedeelte van den Atlantischen Oceaan bevonden.
+
+En inderdaad, de telegraaf van New-York had een stormvlaag
+aangekondigd. Die stormvlaag dreigde, na den Atlantischen Oceaan van
+het westen naar het noord-oosten te zijn overgestoken, zich met alle
+woestheid op de kusten van Ierland en Schotland te werpen, alvorens
+haar krachten op de kusten van Noorwegen te verspillen.
+
+Maar bij gebrek aan dat weerbericht, duidde de barometer van het
+jacht toch een groote atmospherische stoornis aan, waarmede ieder
+voorzichtig zeeman rekening moest houden.
+
+Dien morgen van den 8sten September dus beklom John Olduck, nog al
+verontrust, den rotsrand, die Staffa in het westen begrenst, ten
+einde den toestand van de zee en van den dampkring te onderzoeken.
+
+Wolken met zeer onscherpe vormen, eigenlijk meer nevelflarden joegen
+reeds met groote snelheid door de luchtruimte. De bries stak meer
+en meer op en zou weldra aangroeien tot storm. De zee, met schuim
+overdekt, was melkwit. De golven braken met kracht op de basaltkegels,
+die den grondslag van het eilandje vormen.
+
+John Olduck was lang niet gerustgesteld. Hoewel de Clorinda in de
+kreek van Clam Shell eenigermate gedekt lag, zoo was dit toch geen
+veilige ankerplaats, zelfs voor een vaartuig van geringe afmeting. De
+aandrang van het water, dat tusschen de eilandjes en den ooster
+straatweg gezweept werd, moest een zeer gevaarlijke branding doen
+ontstaan, die den toestand van het jacht hachelijk zou maken. Het
+was dus zaak een besluit te nemen, en dat wel spoedig ook, althans
+voor dat de doorgangen tusschen de eilandjes door den zwaren golfslag
+ontoegankelijk zouden zijn.
+
+Toen de kapitein aan boord terug was, vond hij zijn passagiers op het
+dek vereenigd. Hij deelde hun zijn vermoedens mede en wees hen op de
+noodzakelijkheid om zoo spoedig mogelijk het anker te lichten. Draalde
+men daarmede, dan was het te vreezen, dat men een onhoudbare zee zou
+vinden in de engte van vijftien mijlen breed, die Staffa van het
+eiland Mull scheidt. En men moest achter dat eiland een toevlucht
+gaan zoeken, meer in het bizonder in de kleine haven van Achnagraig,
+waar de Clorinda niets dan de winden uit volle zee had te vreezen.
+
+»Staffa verlaten!" begon miss Campbell uit te roepen. »Zoo'n heerlijken
+gezichteinder prijsgeven!"
+
+»Ik geloof, dat het zeer gevaarlijk zou zijn hier op de ankerplaats
+van Clam Shell te blijven," antwoordde John Olduck.
+
+»Maar als het moet! waarde Helena," zei broeder Sam.
+
+»Ja, als het moet!" herhaalde broeder Sib.
+
+Olivier Sinclair, die het ongenoegen bespeurde, dat het overhaast
+vertrek bij miss Campbell te weeg bracht, kwam tusschenbeide.
+
+»Kapitein Olduck," vroeg hij, »hoelang kan die storm duren?"
+
+»In dit jaargetij," antwoordde de kapitein, »hoogstens twee of
+drie dagen."
+
+»En gij oordeelt het vertrek noodzakelijk?"
+
+»Noodzakelijk en daarbij spoed dringend!"
+
+»Wat zijn dan uw plannen?"
+
+»Om terstond onder zeil te gaan. Met den meer en meer opstekenden
+wind zullen wij, voor dat de avond invalt, te Achnagraig zijn. Wij
+kunnen te Staffa weerom komen, wanneer de storm overgewaaid is.
+
+»Maar waarom niet naar Jona teruggekeerd, wat de Clorinda binnen het
+uur zou kunnen bereiken?" vroeg broeder Sam.
+
+»Neen... neen... in Godsnaam niet naar Jona!" riep miss Campbell,
+die reeds de schaduw van Aristobulus Beerenkooi zag opdoemen.
+
+»Wij zouden in de haven van Jona niet veiliger zijn dan hier op de
+ankerplaats van Staffa," merkte John Olduck op.
+
+»Welnu, vertrek, kapitein," zei Olivier Sinclair, »vertrek onmiddellijk
+naar Achnagraig en laat ons hier te Staffa."
+
+»Hier te Staffa," antwoordde John Olduck. »Hier te Staffa, waar gij
+zelfs geen huis hebt om in te schuilen!"
+
+»Zou de grot van Clam-Shell voor die weinige dagen niet voldoende
+zijn?" hernam Olivier Sinclair. »Welk gebrek zullen wij daarin
+hebben? Geen nietwaar? Wij hebben aan boord voldoenden leeftocht,
+wij hebben het beddegoed onzer kooien, wij hebben kleêren genoeg tot
+wisseling. Dat alles kan onmiddellijk ontscheept worden. En eindelijk
+een kok; welnu, die zal niets liever doen dan bij ons blijven."
+
+»Ja!... ja!..." juichte miss Campbell, terwijl zij van vervoering
+in de handen klapte. »Vertrek terstond met uw jacht naar Achnagraig
+en laat ons hier te Staffa achter. Wij zullen hier als verlatenen
+op een woest eiland zijn. Wij zullen er het leven van vrijwillige
+schipbreukelingen leiden. Wij zullen den terugkeer van de Clorinda
+bespieden met evenveel ontroering, met evenveel benauwdheden, met
+evenveel doodsangsten als Robinson Crusoë ondervonden heeft, toen hij
+een schip in volle zee ontwaarde en met inspanning van zijn geheel
+gezichtsvermogen uitkeek of dat vaartuig zijn eiland naderde. Wat
+zijn wij hier komen doen? Een roman in de werkelijkheid beleven, is
+het niet zoo, mijnheer Sinclair? En, waarde oompjes, wat zal er meer
+romanesk te bedenken zijn dan onze toestand hier? Daarenboven een
+storm, een windvlaag doorstaan op dit dichterlijk eiland, het woelen
+te mogen aanschouwen van deze noordelijke zee, den verheven strijd
+der ontketende elementen te kunnen waarnemen. O! ik zou het mij mijn
+geheele leven lang verwijten, zulke grootste natuurtafereelen gemist
+te hebben! Vertrek dus, kapitein Olduck, wij blijven hier en zullen
+u afwachten!"
+
+»Maar..." begonnen de gebroeders Melvill, wien dit vreesachtig woord
+bijna te gelijker tijd ontsnapte.
+
+»Ik meen, dat de oompjes een tegenwerping willen maken," viel miss
+Campbell in. »Ik geloof echter een middel te hebben om die tegenwerping
+te bestrijden, en hen onfeilbaar tot mijn gevoelen over te halen."
+
+Zij stond op en gaf aan ieder hunner den morgenzoen.
+
+»Ziedaar, dat is voor u, oom Sam!"
+
+»En dit voor u, oom Sib!"
+
+»Ik wed dat niemand uwer nog iets in te brengen zal hebben!"
+
+De goede ooms dachten er niet meer aan nog een enkele tegenwerping te
+maken. Zoodra het hunne nicht voegde om te Staffa te blijven, waarom
+zou men dat verlangen niet inwilligen? Het kwam hun vreemd voor,
+dat zij niet allereerst dat zoo eenvoudig, zoo natuurlijk denkbeeld
+opgevat hadden, dat zoo goed aller belangen en aller inzichten
+waarborgde en voldeed?
+
+Maar het denkbeeld was van Olivier Sinclair uitgegaan, en miss Campbell
+vermeende hem daarvoor in het bizonder te moeten bedanken.
+
+Toen het besluit om te blijven genomen was, ontscheepten de matrozen
+de voorwerpen, die voor het verblijf der toeristen op het eiland
+benoodigd waren. Clam Shell was spoedig tot een voorloopige woning
+hervormd en werd met den weidschen naam van Melvill House gedoopt. Men
+zou er evengoed, ja zelfs beter zijn dan in de herberg van Jona. De kok
+beijverde zich een doelmatige plek voor zijn keukenwerkzaamheden bij
+den ingang der grot op te sporen, en vond die achter een uitstekende
+rots, die tot dat doel klaarblijkelijk geschapen was.
+
+Toen verlieten miss Campbell met Olivier Sinclair en de gebroeders
+Melvill, alsook juffrouw Bess en Partridge, de Clorinda, en liet John
+Olduck het anker lichten, na de kleine vlet van het jacht, die den
+toeristen van groot nut kon zijn om van de eene rots naar de andere
+te komen, ter hunner beschikking gesteld te hebben.
+
+Een uur later was de Clorinda met dubbel gereefde zeilen en met
+neergelaten stengen en onder haar stormfok onder weg en manoeuvreerde,
+om het eiland Mull ten noorden te ronden, ten einde Achnagraig
+langs de zeeëngte, die dat eiland van den vasten wal scheidt, te
+bereiken. Haar passagiers, op het hoogste punt van Staffa staande,
+volgden haar met de oogen, zoolang hun zulks mogelijk was. Onder den
+druk van den wind stuurboord overhellende, geleek zij een witte meeuw,
+die met rappe wiek de golftoppen scheert. Een half uur later was zij
+achter het eilandje Gometra verdwenen.
+
+Maar, hoewel het weer dreigde, de dampkring was niet geheel en al
+beneveld. De zon drong nog door de groote wolkenscheuren, die de wind
+in het zenith veroorzaakte. Men kon nog over het eiland wandelen
+en den voet der basaltrotsen, waarop het rust, rondom volgen. Het
+eerste verlangen, dat miss Campbell te kennen gaf, was met hare ooms,
+de gebroeders Melvill, evenwel onder geleidde van Olivier Sinclair,
+de grot van Fingal te bezoeken.
+
+De toeristen, die van den kant van Jona aankomen, doen dit gewoonlijk
+met de sloepen van de stoomboot van Oban. De mogelijkheid bestaat
+evenwel, om tot in haar volle diepte door te dringen, wanneer men op
+de rotsen ter rechter zijde ontscheepte, waar die als het ware eene
+soort bruikbare kaai vormden. Men kon zelfs op dien oever zonder
+vaartuig komen.
+
+Olivier Sinclair besloot dan ook om de grot langs dien kant binnen
+te dringen, zonder de vlet van de Clorinda te gebruiken.
+
+Men verliet dus Clam Shell. Men nam den natuurlijken weg, die de
+oostkust van het eiland omzoomt. Het uiteinde der loodrecht vlak
+naast elkander staande achtkante spijlen of zuilen vormde, alsof
+een ingenieur er zich mede bemoeid had, een stevigen en volkomen
+drogen straatweg aan den voet der groote rotsen. De wandeling werd
+al keuvelende afgelegd, terwijl men de eilandjes bewonderde, die
+soms door de branding werden gestreeld en wier grondvlak toch in het
+groene water tot op een groote diepte was te ontwaren. Er is geen
+bewonderenswaardiger pad uittedenken dan de weg, die naar die grot
+voert, welke overwaard is door den een of anderen held uit de Duizend
+en één nacht bewoond te worden.
+
+Bij het zuid-oostelijke uiteinde van het eiland aangekomen, deed
+Olivier Sinclair zijn metgezellen eenige natuurlijke treden opklimmen,
+die de eeretrap van een paleis niet zouden ontsierd hebben.
+
+In den hoek van het trapportaal verheffen zich de buitenpijlers, die,
+even als de zuilen van den kleinen tempel van Vesta te Rome, zich
+tegen de wanden der grot groepeeren, maar zoodanig naast elkander
+geplaatst zijn, dat zij het ruwe van den achtergrond bemantelen. Op
+hun toppeneind rust het ontzaglijk rotsgevaarte, dat dien hoek van
+het eilandje vormt. De schuine kloofvlakken dier rotsen, die volgens
+de meetkundige doorsnee der sluitsteenen van een verwulfsel schijnen
+gevormd te zijn, steken zonderling af bij den loodrechten stand der
+zuilen, die haar dragen.
+
+Aan den voet van die traptreden rees en daalde de zee, wel is waar
+nog rustig, maar toch reeds minder kalm en reeds onder den invloed
+van het weer buiten, even als door de ademhaling van een levend wezen
+bewogen. Daar weerkaatsten de geheele grondvesten van de vervaarlijke
+rotsmassa hun beeld en wierpen een zwartachtige schaduw op de golvende
+wateren.
+
+Op het boventrapportaal aangekomen, wendde Olivier Sinclair links om
+en toonde aan miss Campbell een soort smalle kade, of beter een door
+de natuur gevormde bank, die den wand tot bij het binnenste uiteinde
+der grot volgde. Eene leuning, gedragen door ijzeren spijlen, die in
+het basalt verankerd waren, diende tot handgeleide tusschen wand en
+den scherpen rotskant van die smalle kade.
+
+»Oh!" zei miss Campbell, »die leuning bederft wel wat het tooverpaleis
+van Fingal."
+
+»Maar wanneer zij nuttig is, moet men haar gebruiken," zei broeder Sam.
+
+»En zie, ik gebruik haar," vulde broeder Sib aan.
+
+Op raad van hun gids stonden de bezoekers een oogenblik stil bij den
+ingang van Fingals' spelonk.
+
+Voor hen opende zich iets als een kerkgewelf, hoog en diep, gevuld
+met een geheimzinnig halfduister. De afstand van de beide zijwanden,
+aan het zeevlak genomen, bedroeg ongeveer vier en dertig voet. Ter
+rechter en ter linker zijde verborgen basaltzuilen, de eene tegen de
+andere gedrongen, zooals wel in sommige kathedralen uit het laatste
+gedeelte van het gothische tijdperk waargenomen wordt, de massa der
+stutmuren. Op de kapiteelen dier zuilen rustten de hellingen van
+een onmetelijk ogiefvormig gewelf, dat bij haar sluitstuk zich ruim
+vijftig voet boven den gemiddelden stand der water-oppervlakte verhief.
+
+Miss Campbell en hare metgezellen, opgetogen bij dat eerste gezicht,
+moesten zich met geweld ontrukken aan hunne bewonderende beschouwing,
+om dit uitsteeksel, dat de innerlijke bank vormde te volgen.
+
+Daar rangschikten zich in volmaakte orde honderden prismatische
+zuilen, van ongelijken omvang, geheel gelijk aan de voortbrengselen
+eener reusachtige kristalvorming. De fijne scherpe kanten komen zoo
+zuiver uit, alsof de beitel eens beeldhouwers ze bewerkt heeft. In
+de inspringende hoeken der eene sluiten de uitspringende hoeken der
+anderen aan. Deze zijn drievlakkig, de andere vier- vijf- zes- en
+zelfs zeven- en achtvlakkig, hetgeen bij de algemeene uniformiteit
+van het bouwstuk toch eene afwisseling aanbiedt, die den kunstzin
+der natuur voordeelig doet uitkomen.
+
+Het licht, van buiten binnendringende, speelt op al die veelvlakkige
+hoeken. Op het binnenwater als door een spiegel teruggekaatst,
+gevoed als het ware op de schitterende vlakken der onderzeesche
+gesteenten, door de waterplanten groen of somber rood en helder geel
+getint, ontlokte dat licht duizende schitteringen op de hoeken en
+uitstekende punten der basaltrotsen, die de innerlijke nokken van dit
+overgelijkelijk onderaardsche gewelf met onregelmatige vakken tooide.
+
+Binnen die grot heerschte een klankvolle stilte,--wanneer deze
+twee woorden in zoo ééne uitdrukking aan elkander mogen gekoppeld
+worden.--Dat is eene stilte, aan diepe holen eigen, die de bezoekers
+niet poogden te storen. Slechts de wind deed er een stroom van
+langgerekte akkoorden hooren, die uit eene droefgeestige serie van
+halfnoten schijnen te bestaan, welke zich verheffen en dan langzaam
+wegsterven. Men zou meenen al die prisma's onder dien machtigen
+adem te hooren weerklinken evenals de triltonen van een machtigen
+harp. Wellicht is aan dat zonderling geluid, de naam van An-Na-Vine,
+»de geheimzinnige grot," zooals die spelonk in de keltische taal
+genoemd wordt, te danken.
+
+»En welke naam zou haar beter voegen?" vroeg Olivier Sinclair, »daar
+Fingal de vader van Ossian was, wiens genie de poëzie en de muziek
+als in ééne kunst heeft weten te vereenigen."
+
+»Voorzeker," antwoordde broeder Sam, »maar zoo als Ossian het zelf
+zeide: »Wanneer zal mijn oor den zang der barden hooren? Wanneer zal
+mijn hart trillen en kloppen bij het verhaal van de heldendaden mijner
+voorvaderen. De harp doet de bosschen van Sebora niet meer weergalmen!"
+
+»Ja," vulde broeder Sib aan, »het paleis is thans eenzaam en verlaten,
+en de echo's zullen de gezangen van weleer niet meer herhalen!"
+
+De geheele diepte der grot wordt op ongeveer honderdvijftig voet
+geschat. Op den achtergrond van het hooge gewelf, verschijnt een
+soort van buffetorgel, waarop een zeker aantal zuilen verrijzen van
+minder omvang dan die bij den ingang, maar even volmaakt van lijnen
+als de laatstbedoelde.
+
+Daar wilden miss Campbell, Olivier Sinclair en de beide ooms een
+oogenblik verwijlen.
+
+Van dat punt was het verschiet, dat zich naar den kant van de
+volle lucht opende, bewonderenswaardig. Het water, als doortrokken
+van lichtdeelen, gaf de gesteldheid te zien van den onderzeeschen
+bodem der grot, die uit de toppeneinden van vier- tot zevenvlakkige
+zuilen bestond, welke zoodanig in elkander passen, dat zij als de
+vlakken van een mozaiekwerk aansluiten; op de zijwanden vertoonden
+zich verwonderlijke licht- en schaduweffekten. Alles verdween,
+doofde uit, wanneer een wolk voor den ingang der grot als voor het
+voorgedeelte van een tooneel voorbijgleed. Maar alles schitterde
+ook daarentegen en verlevendigde onder de zeven prisma-kleuren,
+wanneer een zonnestraal, door het kristalheldere water van den bodem
+teruggekaatst, in lichtgevende strooken tot zelfs het sluitstuk van
+het bovengewelf bescheen.
+
+Buiten de grot brak de zee op de eerste grondvesten van den
+reusachtigen boog. Die omlijsting, zwart als een boordsel van
+ebbenhout, maakt geen inbreuk hoegenaamd op de fraaiheden van
+den achtergrond. Daar buiten verscheen de gezichteinder bij de
+aanraking van den hemel met het water in zijn geheelen luister, met het
+vergezicht op Jona, waar, op een afstand van twee mijlen, de bouwvallen
+van zijn klooster zich als wit uitgebeeld tegen de lucht afteekenden.
+
+Allen, opgetogen over de tooverachtige tooneelversiering, wisten niet,
+hoe hunne bewonderende gevoelens te uiten.
+
+»Welk tooverpaleis!" zei eindelijk miss Campbell, »en wat zou de man,
+met een prozaïschen geest bedeeld zijn, die weigeren mocht te gelooven,
+dat God het geschapen heeft voor de luchtgeesten en waternimfen. Voor
+wien toch zouden die tonen van de groote aeolische harp, door den adem
+der winden voortgebracht, weerklinken? Is dat niet de bovennatuurlijke
+muziek, die Waverley in zijn droomen hoorde; de stem van Selma, waarvan
+de zanger de akkoorden onder noten gebracht heeft, om er zijn helden
+mede te verrukken?"
+
+»Gij hebt gelijk, miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair, »en
+ongetwijfeld heeft Walter Scott, wanneer hij zijn beelden in dat
+dichterlijk verleden der Schotsche Hooglanden zocht, aan het paleis
+van Fingal gedacht."
+
+»Hier zou ik de schim van Ossian wenschen op te roepen," hernam het
+jonge meisje geestdrift vol. »Waarom zou de onzichtbare bard, na een
+slaap van vijftien eeuwen niet op mijn stem verschijnen? O! het is
+mij een weelderige behoefte te denken, dat die ongelukkige, blind als
+Homerus, dichter evenals hij, meer dan eens, wanneer hij de heldendaden
+van zijn tijdperk bezong een toevlucht in dit paleis heeft gezocht,
+dat nog den naam zijn vaders draagt! Hier hebben ongetwijfeld de echo's
+van Fingal zijn epische en lyrische ontboezemingen in den zuiversten
+gaëlischen tongval herhaald. Gelooft gij niet, mijnheer Sinclair,
+dat Ossian neergezeten was op de plek, waarop wij ons thans bevinden
+en dat de tonen zijner harp zich met de ruwe klanken van Selma's stem
+vermengd hebben?"
+
+»Hoe zou het mogelijk zijn," antwoordde Olivier Sinclair, »geen geloof
+te slaan aan hetgeen gij met zoo innige overtuiging zegt?"
+
+»Indien ik hem opriep?" mompelde miss Campbell.
+
+En met haar frissche stem liet zij herhaalde malen den naam van den
+ouden bard te midden der windtrillingen weerklinken.
+
+Maar al was het innig verlangen van miss Campbell ook groot, en al
+had zij hem ook tot driemaal toe opgeroepen, de echo alleen antwoordde
+haar. De schim van Ossian verscheen niet in zijn vaderlijk paleis.
+
+De zon was middelerwijl achter dikke dampen verdwenen. De grot werd
+met zwarte schaduwen vervuld; de zee begon buiten op te komen, haar
+lange deininggolven kwamen reeds breken op de laatste basaltlagen in
+het achterste gedeelte der grot.
+
+De bezoekers betraden dus weer het smalle pad, dat reeds meer dan half
+met de spatten der golven overdekt was. Ze sloegen den hoek van het
+eilandje om, waartegen de wind van uit volle zee met kracht loeide;
+toen bevonden zij zich, althans voor het oogenblik, in veiligheid op
+den straatweg.
+
+Tijdens de twee uren, dat zij in de grot vertoefden, was het slechte
+weer aanmerkelijk toegenomen. De windvlagen wakkerden aan, terwijl zij
+zich op de kusten van Schotland wierpen, en dreigden aan te groeien
+tot een orkaan.
+
+Maar miss Campbell en haar tochtgenooten, beschermd als zij waren door
+de basaltkusten, konden gemakkelijk de grot van Clam Shell bereiken.
+
+Den volgenden dag vertoonde de kwikkolom van den barometer een nieuwe
+daling en ontketende zich de wind met groote woestheid. Zware en zwarte
+wolken vervulden het luchtruim, terwijl zij het aardrijk naderden.
+
+Het regende nog niet, maar de zon bleef onzichtbaar en vertoonde zich
+zelfs niet bij korte tusschenpoozen.
+
+Miss Campbell scheen niet zoo teleurgesteld door het slechte weder,
+als men meende te moeten duchten. Het verblijf op een verlaten eiland,
+dat door den storm gezweept werd, kwam met haar warmbloedig gestel
+overeen. Als een heldin van Walter Scott vond zij er genoegen in
+tusschen de rotsen van Staffa meestal alleen rond te dolen, en was
+dan in haren nieuwen gedachtenkring afgetrokken. Iedereen eerbiedigde
+haar zucht tot eenzaamheid.
+
+Zij was ook verscheidene malen naar de grot van Fingal, welker
+dichterlijke vreemdsoortigheid haar aantrok, teruggekeerd. Daar bracht
+zij geheele uren in mijmering door en hield al heel weinig rekening
+met de aanbevelingen, die haar gedaan waren, om er niet onvoorzichtig
+in te dringen.
+
+Daags daarna, den 9den September, bevond het maximum van de
+dampkringspressie zich ter hoogte van de Schotsche kusten. In de
+nabijheid van dat stormcentrum verplaatsten zich de luchtlagen met
+een weergaloos geweld. Het was in den volsten zin des woords een
+orkaan. Niets zou hem op de bovenste punt van het eiland kunnen
+weerstand bieden.
+
+Tegen zeven uur des avonds, tijdstip, waarop het diner in Clam Shell
+werd opgedragen, hadden Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill
+alle redenen om zich zeer ongerust te gevoelen.
+
+Miss Campbell was tegen drie uur uitgegaan, zonder te zeggen waarheen,
+en nog was zij niet terug gekeerd.
+
+Men oefende geduld tot zes uur, evenwel niet zonder dat de angstige
+ongerustheid voortdurend stijgende was. Miss Campbell kwam echter
+niet opdagen.
+
+Olivier Sinclair was herhaalde malen op het bovenplat van het eiland
+geklommen, zonder haar te bespeuren....
+
+De storm loeide met een onvergelijkelijke woede en de zee zweepte
+met haar torenhoog opgejaagde golven zonder verpoozen het gedeelte
+van het eilandje, dat naar het zuidwesten gekeerd was.
+
+»Ongelukkige miss Campbell!" riep Olivier Sinclair eensklaps uit;
+»wanneer zij nog in de grot van Fingal is, dan moet zij er uitgehaald
+worden of zij is verloren!"
+
+
+
+
+
+
+XX.
+
+ALLES TER WILLE VAN MISS CAMPBELL!
+
+
+Eenige oogenblikken later kwam Olivier Sinclair, nadat hij den
+straatweg met versnelden pas had afgelegd, voor den ingang der grot
+aan, ter plaatse, waar de basalt-trap zich verheft.
+
+De gebroeders Melvill en ook Partridge waren hem op de hielen gevolgd.
+
+Juffrouw Bess was te Clam Shell gebleven, om alles onder
+onuitsprekelijke angsten voor de ontvangst van Helena, wanneer zij
+terugkwam, voor te bereiden.
+
+De zee was nu dermate gezwollen, dat zij het bovenste trapportaal
+bereikte. Zij sloeg reeds over de leuning en belemmerde iederen
+toegang langs het pad.
+
+Uit de onmogelijkheid om binnen de grot te kunnen dringen volgde
+natuurlijk ook de onwaarschijnlijke kans om er uit te kunnen komen. Was
+miss Campbell daar binnen, dan was zij gevangen! Maar hoe zou men
+dit te weten komen?
+
+»Helena! Helena!"
+
+Zou die naam, uitgegalmd te midden van het onafgebroken geklots der
+golven, wel kans hebben om gehoord te worden? Het was inderdaad
+een gedonder èn van den wind èn van de zee, die zich daar met
+onbeschrijfelijk geweld binnen die grot stortte. Noch geluid, noch
+oog waren machtig genoeg, om daar thans door te dringen.
+
+»Misschien is miss Campbell daar niet in," zei broeder Sam, die zich
+aan die hoop wenschte vast te klemmen.
+
+»Waar zou ze dan zijn?" vroeg broeder Sib.
+
+»Ja juist, waar zou zij dan zijn!" riep Olivier Sinclair uit. »Heb
+ik haar dan niet te vergeefs op het plat van het eiland, en te midden
+van de rotsen langs het strand, ja overal gezocht? Zou zij niet reeds
+bij ons teruggekomen zijn, wanneer dit mogelijk ware?"
+
+»Neen zij is daar!.... daar!"
+
+En men herinnerde zich het geestdriftvolle maar vermetel onbezonnen
+verlangen, dat het jonge meisje verscheidene malen had aan den dag
+gelegd, om eens een storm in de grot van Fingal te kunnen bijwonen. Had
+zij dan vergeten, dat de zee, door den orkaan opgezweept, daar binnen
+moest dringen, haar met haar razende golven tot aan het gewelf vullen
+en er een gevangenis van zou maken, welker deur met geen geweld was
+open te breken?
+
+Wat kon men nu beproeven, om bij haar te komen en haar te redden?
+
+Onder den aandrang van den orkaan, die dezen hoek van het eilandje
+met volle kracht geeselde, verhieven zich de golven soms tot bij het
+bovenste gedeelte van het gewelf. Daar braken zij met een oorverdoovend
+geraas. Het te veel binnen gedrongen water werd door den terugstoot
+naar buiten geworpen en viel in schuimende stroomen terug op de
+buitenste rotsen, even als de waterstralen van den Niagara-val. Maar
+het benedenste gedeelte der golven, onder den machtigen aandrang van de
+deining uit volle zee, stortte zich met de kracht van een bergstroom,
+wiens afsluitdijk plotseling bezweken is, binnen de grot. Het was
+dus tegen den achterwand zelf der spelonk, dat de zee klotste met
+oorverdoovend geweld.
+
+Op welke plek daar binnen zou miss Campbell een toevlucht, die voor
+dien golfslag veilig zou zijn, hebben gevonden? De opening der
+grot was geheel en al aan de woede der wilde baren blootgesteld,
+die bij hunne uitstrooming, zoowel als bij hun binnenkomen, het pad
+onweerstaanbaar moesten schoonvegen.
+
+En toch, men trachtte nog te twijfelen, of het jonge meisje daar
+zou zijn. Hoe zou zij weerstand hebben kunnen bieden aan zoo'n
+binnendringen der woedende zee in dit slop zonder uitgang? Was haar
+verminkt en verscheurd lichaam, door den terugstroom meegesleurd,
+niet reeds naar buiten gevoerd? Had de aanrollende zee, die langs de
+kust liep, haar reeds snel meegesleept onder langs den straatweg en
+de klippen, tot bij de grot van Clam Shell?
+
+»Helena! Helena!!"
+
+Die naam weerklonk onophoudelijk te midden van het geloei van den
+wind, het gedonder en het geklots der golven. Maar geen kreet die
+daarop antwoord gaf, of ook antwoord kon geven.
+
+»Neen! neen! zij is niet in die grot!" herhaalden de gebroeders
+Melvill als wanhopigen.
+
+»Jawel, zij is er!" bevestigde Olivier Sinclair met overtuiging.
+
+En met den vinger wees hij op een stuk stof, dat door den terugloop
+der golven op een der basalttreden geslingerd werd.
+
+Olivier Sinclair stormde de trap af, om die lap te bezichtigen.
+
+Het was de »snod," het Schotsche lint, dat miss Campbell in heur
+haren droeg.
+
+Was thans nog twijfel mogelijk?
+
+Maar wanneer dat lint haar ontrukt had kunnen worden, was miss Campbell
+dan niet door denzelfden golfslag tegen de wanden van Fingal's spelonk
+verbrijzeld en verpletterd?
+
+»Oh! ik moet het weten?" riep Olivier Sinclair uit.
+
+En van een terugstrooming der golven gebruikmakende, die het pad
+halverwege ontblootte, greep hij de eerste spijlen der trapleuning;
+maar een onmetelijke watermassa stortte zich op hem, sloeg hem van
+de been en smakte hem op het trapportaal neer.
+
+Wanneer Partridge zich niet met het grootste levensgevaar op
+hem geworpen en hem gegrepen had, Olivier Sinclair ware tot op de
+benedenste treden naar onderen gerold en zou de zee hem medegesleept
+hebben, zonder dat het mogelijk was, hem hulp te verleenen.
+
+De jonkman was opgestaan, maar voelde zijn ijver, om binnen de grot
+te dringen, niet verkoelen.
+
+»Miss Campbell is daar!" herhaalde hij voortdurend. »Zij is levend daar
+binnen, dewijl haar lichaam niet naar buiten geworpen is, even als dit
+lapje stof! Het is dus niet onmogelijk dat zij een toevlucht binnen
+een of andere uitholling gevonden zal hebben! Maar haar krachten
+zullen weldra uitgeput zijn! Zij zal onmogelijk weerstand kunnen
+bieden tot op het oogenblik, dat de eb zal ingetreden zijn!... Wij
+moeten haar dus bereiken!"
+
+»Ik zal gaan!" zei Partridge.
+
+»Neen!... ik!" antwoordde Olivier Sinclair.
+
+Een uiterste middel om bij miss Campbell te komen, zou door hem
+beproefd worden. Evenwel zelfs dat middel zou ter nauwernood één kans
+van slagen aanbieden tegen negen en negentig anderen van mislukken.
+
+»Wacht ons hier, heeren," zei hij tot de gebroeders Melvill. »Binnen
+vijf minuten zijn wij terug. Kom Partridge!"
+
+De beide ooms bleven daar op dien uithoek van het eilandje
+wachten, beschut boven op de steile kust, alwaar de zee hen niet
+kon bereiken. Olivier Sinclair en Partridge spoedden intusschen in
+allerijl voort naar de grot van Clam Shell.
+
+Vijf minuten later verschenen de jonkman en de oude dienaar weer;
+zij sleepten de kleine vlet van de Clorinda, die kapitein Olduck ten
+gerieve der toeristen had achtergelaten, over den straatweg voort.
+
+Zou Olivier Sinclair zich door de zee binnen de grot laten stuwen,
+nu men langs den landweg daar niet kon inkomen?
+
+Ja, dat ging hij beproeven. Hij aarzelde evenwel niet. Het schuitje
+werd beneden bij de trap, achter een der basalttreden, buiten de
+branding gebracht.
+
+»Ik ga met u!" zei Partridge.
+
+»Neen," zei Olivier Sinclair. »Dat kan niet. De kleine vlet mag niet
+noodeloos worden overladen. Is miss Campbell nog levend, dan zouden
+drie menschen in dat vaartuigje moeten. Neen, ik zal mij alleen
+wel behelpen!"
+
+»Olivier!" riepen de twee broeders, die hunne snikken niet konden
+bedwingen. »Olivier! o Olivier! red onze dochter!"
+
+De jonkman drukte hun de hand, sprong in de vlet, zette zich op
+de middenbank, greep de beide roeiriemen en bereikte behendig de
+terugstrooming; hij wachtte het aanrollen af eener groote baar,
+die hem vlak voor de Fingal's grot bracht.
+
+De vlet werd door deze omhoog getild; maar Olivier Sinclair slaagde
+er in haar, door een behendige behandeling der roeiriemen, op den
+kop der golf te houden. Ware ze dwarszee's geraakt, dan zou zij
+onvermijdelijk hebben moeten omslaan.
+
+Die eerste maal heesch de zee het nietige vaartuig bijna tot bij de
+hoogte op van het gewelf. Men kon vreezen, dat de notendop zich tegen
+de rotsmassa zou verpletteren, maar toen de golf terugliep sleepte
+zij dien in haar onweerstaanbare strooming naar volle zee mede.
+
+Drie maal werd de sloep zoo opgetild en met reuzenkracht naar de
+grot gestuwd. Maar telkens werd ze weer achteruit gesleurd, zonder
+zich een doortocht te hebben kunnen banen door de watermassa, die den
+ingang versperde. Olivier Sinclair, geheel en al kalm, en zich zelven
+volkomen meester, hield de vlet met zijn roeiriemen in evenwicht.
+
+Eindelijk tilde een hoogere golftop het nietig vaartuig op. Het
+balanceerde een ondeelbaar oogenblik, ter hoogte bijna van het
+bovenplat van het eiland, op den rug van dien vloeibaren berg. Toen
+ontstond een schrikkelijk diepe voor, tot aan den voet der grot, en
+werd Olivier Sinclair in schuine richting voortgestuwd, alsof hij de
+hellingen van een machtigen waterval afdaalde.
+
+Een kreet van schrik ontsnapte aan al de getuigen van dit vreeselijk
+tooneel. Het was alsof het vaartuig werkelijk en onweerstaanbaar
+tegen de basaltzuilen van den linker hoek aan den ingang der grot
+ging verbrijzeld worden.
+
+Maar de kloeke jongeling gaf met zijn roeiriemen steun aan zijn
+vlet. Gedurende een kortstondig oogenblik verscheen de ingang als
+genaakbaar en schoot hij met de snelheid van een voortgedreven
+pijl vooruit, alvorens de zee teruggerold en zich in een overgroote
+baar omgekruld kon hebben, en verdween hij voor aller oogen in het
+innerlijke der donkere grot.
+
+Een seconde later plofte de watermassa als een onmetelijke sneeuwval
+neer en sloeg tot aan den uitersten bovenkant van het eilandje.
+
+Zou de vlet nu tegen den achterwand van de grot verbrijzeld zijn en
+moest men nu twee slachtoffers van dien storm te betreuren hebben in
+plaats van een?
+
+Toch was daar niets van aan. Olivier Sinclair was met groote snelheid
+voortgeschoten, zonder de ongelijke zoldering van het gewelf te
+raken. Hij had zich in het vaartuig plat op den buik moeten werpen, om
+den schok met de basaltbundels, die omlaag hingen en van alle kanten
+uitstaken, te ontgaan. Dat was hem gelukt. In minder dan een seconde
+had hij den tegenovergestelden rotswand bereikt en koesterde slechts
+ééne vrees, namelijk die van door den terugloop der watermassa weer
+naar buiten te worden meegesleept, zonder zich aan eenig uitstekend
+punt daarbinnen te hebben kunnen vastklemmen.
+
+Gelukkig stootte de vlet, door eene baar voortgestuwd, welker kracht
+door een teruggolving zeer verzwakt was, tegen de zuilen die het
+buffetorgel vormden, waarvan wij vroeger spraken, en dat tegen
+den achterwand van Fingal's kelder verrees, en werd meer dan half
+verbrijzeld door den schok. Maar Olivier Sinclair had gelegenheid een
+stuk basalt met de hand te grijpen en zich daaraan met de wanhopige
+kracht eens drenkelings vast te klemmen. Een oogenblik later kon hij
+zich omhoog hijschen en buiten het bereik der zee zijn werk vervolgen.
+
+Terstond daarop werd de ontredderde vlet door een terugrollende
+baar medegevoerd en naar buiten geslingerd. Toen zij dat wrak zagen
+verschijnen, konden de gebroeders Melvill en ook Partridge niet anders
+meenen, dan dat de koene redder zelf was omgekomen.
+
+
+
+
+
+
+XXI.
+
+STORM IN EENE GROT.
+
+
+Olivier Sinclair was geheel ongedeerd en voor het oogenblik in
+veiligheid. De duisternis was evenwel zoo groot in de grot, dat hij
+daarin niets kon onderscheiden. Het schemerlicht kon slechts van de
+tusschenruimte van twee golven gebruik maken, wanneer de ingang van
+de watermassa eenigermate bevrijd was, om de grot binnen te dringen.
+
+Olivier Sinclair trachtte evenwel te ontdekken, waar miss Campbell
+een toevlucht had kunnen vinden.... Die poging was echter te vergeefs.
+
+Hij riep:
+
+»Miss Campbell! miss Campbell!"
+
+Hoe te beschrijven, wat er in hem omging toen hij een hemelsche stem
+hem hoorde antwoorden:
+
+»Mijnheer Olivier! mijnheer Olivier!"
+
+Miss Campbell was in leven.
+
+Maar op welke plek had zij zich buiten het bereik van het stormloopen
+der golven en dus in veiligheid kunnen stellen? Olivier Sinclair
+trachtte over het pad met alle voorzichtigheid de geheele Fingal's
+spelonk rond te kruipen.
+
+In den linker wand had een holte in het basalt eene oneffenheid
+veroorzaakt, die de gedaante had van eene nis. Daar waren de zuilen
+van elkander geweken en hadden een schuilplaats gevormd, die bij hare
+opening vrij breed was, maar zich langzamerhand zoodanig vernauwde,
+dat slechts ruimte voor één persoon er in aangetroffen werd. De
+legende verleende aan die uitholling den naam van: »Fingal's armstoel."
+
+Het was in die schuilplaats, dat miss Campbell, door het
+binnenstormende water overvallen, eene toevlucht had gezocht.
+
+Weinige uren vroeger was bij eb de ingang van de grot gemakkelijk
+toegankelijk geweest, en had het onvoorzichtige meisje haar gewoon
+bezoek daar afgelegd. Daarbinnen gaf zij zich aan hare mijmeringen
+over, begreep het gevaar niet, waarmee de opkomende vloed haar
+bedreigde, en had zij niets opgemerkt van hetgeen buiten omging. Hoe
+schrok zij, toen zij de grot willende verlaten, geen uitgang meer
+door het binnenstroomende water kon vinden.
+
+Toch verloor miss Campbell het hoofd niet. Zij zocht een schuilplaats
+te bereiken, en na twee of drie vruchtelooze pogingen om op het
+buitenste trapportaal te komen, kon zij eindelijk, niet zonder wel
+twintigmaal gevaar geloopen te hebben meegesleurd te worden, in dien
+armstoel van Fingal dringen.
+
+Daar vond Olivier Sinclair haar ineen gedoken, maar buiten het bereik
+der stortzeeën.
+
+»Oh! miss Campbell!" riep hij, »hoe hebt gij zoo onvoorzichtig kunnen
+zijn, om u zoo bij het begin van een storm bloot te stellen. Bij
+God! wij waanden u verloren!"
+
+»En gij zijt gekomen om mij te redden, mijnheer Olivier," hernam miss
+Campbell, meer getroffen door het edele moedbetoon van den jonkman,
+dan verschrikt over de gevaren, die zij geloopen had of nog kon loopen!
+
+»Ik ben gekomen om u uit een neteligen toestand te redden, miss
+Campbell," antwoordde Olivier Sinclair met vuur, »en met Gods hulp
+zal ik slagen!--Gij zijt toch niet bang?"
+
+»Of ik bang ben?.... neen!.... Nu gij bij mij zijt, vrees ik niets
+meer. En.... daarenboven, kon een ander gevoel dan bewondering mij
+bezielen bij den aanblik van zoo'n schouwspel?.... Kijk!"
+
+Miss Campbell was tot achter in haar smalle schuilplaats terug
+geweken. Olivier Sinclair, die voor haar recht overeind stond,
+trachtte haar, zoo goed hem zulks mogelijk was, te beschutten,
+wanneer eene golf woedender dan de vorige, haar dreigde te bereiken.
+
+Beiden zwegen in dezen plechtigen stond. Had Olivier Sinclair wel
+noodig uit te spreken, wat er omging in zijn hart? En zouden woorden
+wel bij machte geweest zijn, om uit te drukken wat miss Campbell
+gevoelde?
+
+De jonkman zag evenwel met een onuitsprekelijken angst, niet voor
+hem maar voor miss Campbell, de gevaren van buiten vermeerderen. Hij
+moest begrijpen, toen hij het gehuil van den wind en het geklots
+en gedonder der zee hoorde, dat de storm zich met verdubbelde woede
+ontketende. Hij zag het peil der wateren stijgen onder den invloed
+van het getij, dat nog verscheidene uren zou aanhouden.
+
+Tot waar zou de vloed, welken de golfslag uit volle zee een
+buitengewone hoogte zou verleenen, stijgen? Dat kon onmogelijk iemand
+voorspellen. Maar het was duidelijk zichtbaar, dat de grot zich
+langzamerhand vulde. Indien daarbinnen geen volslagen duisternis
+heerschte, had dit hierin zijn oorzaak, dat de golfkuiven als het
+ware door het licht van buiten waren doorweven, en dat hier en daar
+phosphoresceerende lichtplekken als elektrische straalbundels, die
+zich aan de hoeken en oneffenheden der basaltblokken vasthechtten,
+in de watermassa schitterden, die de scherpe hoeken der prisma's
+als met vuur overdekten en bij haar terugijlen een twijfelachtige
+loodkleurige schemering achterlieten.
+
+Wanneer de schelle verschijning van die verlichting plaats had,
+keerde zich Olivier Sinclair tot miss Campbell, en zag hij haar aan
+met een ontroering, die niet enkel aan het besef van het gevaar,
+waarin zij verkeerde, was toe te schrijven.
+
+Miss Campbell glimlachte zwijgend en verkeerde geheel onder den indruk
+van dit schouwspel van een storm in een grot!
+
+Maar in dat oogenblik sloeg een machtigere deininggolf tot bij de
+uitholling van Fingal's armstoel. Olivier Sinclair meende, dat zij
+beiden uit hun toevluchtsoord gesleurd zouden worden.
+
+Hij vatte het jonge meisje in zijn armen, als een prooi, die de
+woedende zee hem trachtte te ontrukken.
+
+»Olivier! Olivier!" schreeuwde het jonge meisje in een oogenblik van
+radeloozen angst, dien zij niet had kunnen bedwingen.
+
+»Vrees niets, Helena!" antwoordde Olivier Sinclair. »Ik zal u
+beschermen, Helena!.... ik zal...."
+
+Ja, hij zeide dat: Ik zal u beschermen: Maar hoe? Hoe zou hij haar
+aan het machtig geweld der stortzeeën kunnen ontvoeren, wanneer hunne
+woede aangroeide, wanneer de wateren nog hooger stegen, wanneer de
+toevluchtsplaats in dien armstoel onhoudbaar werd? Op welke andere
+plek zou hij redding zoeken? Waar zou hij een schuilplaats vinden
+buiten het bereik van dien monsterachtigen opstand der zee. Alle
+die gebeurlijkheden verschenen voor hem in hare schrikkelijke
+werkelijkheid.
+
+Maar hij moest boven alles koelbloedig zijn. Olivier Sinclair beijverde
+zich dan ook kloekhartig om zich zelven meester te blijven.
+
+En hij moest dat te eerder, nu het te voorzien was, dat zoo niet de
+zedelijke moed, dan toch de lichaamskracht het jonge meisje eindelijk
+zou ontzinken. Olivier Sinclair voelde reeds, dat zij langzamerhand
+zwakker werd en ging bezwijken. Hij wilde haar geruststellen, hoewel
+hijzelf zich de hoop voelde begeven.
+
+»Helena.... dierbare Helena!" lispte hij, »toen ik naar Oban
+terugkeerde.... vernam ik.... dat gij het waart.... dat ik aan u
+mijne redding uit de Corryvrekankolk heb te danken!"
+
+»Wat?.... Olivier.... gij wist!...." stamelde miss Campbell, met
+uiterst zwakke stem.
+
+»Ja, lieve!.... en ik voel heden mijn schuld!.... O! ik zal u uit de
+Fingal's grot redden!"
+
+Maar hoe kon Olivier Sinclair van redding spreken in een oogenblik,
+dat de watermassa met geweld aan den voet hunner schuilplaats
+neerplofte! Hij slaagde er zelfs gebrekkig in, om zijn gezellin tegen
+de spatten te beveiligen. Twee of driemaal was hij op het punt van door
+den golfslag meegesleurd te worden.... En dat hij nog weerstand bood,
+was het gevolg eener bovenmenschelijke poging; hij voelde immers de
+armen van miss Campbell, die zijn leest krampachtig omknelden. Hij
+begreep, dat zij onvermijdelijk met hem voortgesleept zou worden.
+
+Het kon half tien des avonds zijn. De storm moest zijn hoogste
+punt van geweld bereikt hebben. En waarlijk, de stijgende wateren
+stortten zich met de onbedwingbare onstuimigheid van een lawine in
+Fingal's spelonk. De schok dier watermassa op den achterwand en op
+de zijwanden der grot, veroorzaakte zoo'n oorverdoovend geraas, en
+zoodanig was het geweld der golven, dat stukken basalt van de wanden
+werden afgescheurd, bij hunnen val in het witte, lichtgevende schuim
+plompten en daarin zwarte gaten vormden.
+
+Zouden onder dien aanval, wiens hevigheid niet te beschrijven is, de
+zuilen stuk voor stuk losgerukt en in den afgrond neervallen? Zou het
+gewelf gevaar loopen van intestorten? Alles was in die oogenblikken
+voorwaar te vreezen. Olivier Sinclair voelde zich dan ook door een
+niet te overwinnen duizeling bevangen, waartegen hij zich trachtte te
+verzetten. Dit werd veroorzaakt, door dat de lucht soms ontbrak. Wel
+werd zij in overvloed de grot binnengestuwd, wanneer de golven
+binnenstormden, maar somwijlen was het alsof die zelfde golven de lucht
+weer opslorpten, wanneer zij bij haren terugloop naar buiten ijlden.
+
+Miss Campbell, geheel en al uitgeput, voelde in die omstandigheden
+hare krachten haar begeven en viel in zwijm.
+
+»Olivier!... Olivier!..." lispte zij, terwijl zij in zijn armen gleed.
+
+Olivier Sinclair had zich met het jonge meisje in het diepste gedeelte
+van de schuilplaats neergehurkt. Hij ondersteunde miss Campbell,
+hij dekte haar met zijn lichaam tegen de stortzeeën, hij worstelde,
+terwijl hij zich tegen de uitstekende gedeelten der basaltrotsen
+stutte, te midden eener duisternis, die nog zwarter scheen door
+de tusschenpoozingen van phosphoresceerend licht te midden van het
+onafgebroken gedonder, veroorzaakt door het voortdurend geklots en
+geschok, vermengd met geloei en gesis. Neen, het was thans Selma's
+stem niet meer, die in het paleis van Fingal weerklonk! Het geleek
+veel meer een verschrikkelijk gehuil en geblaf van Kamschatka-honden,
+die, volgens de uitdrukking van Michelet, in groote troepen en bij
+duizendtallen, gedurende de lange winternachten tegen de loeiende
+branding huilen en aldus met de woedende Noordelijke ijs-zee een
+wedstrijd aangaan.
+
+Eindelijk, eindelijk begon de eb in te treden en de zee
+te dalen. Olivier Sinclair merkte op, dat met de daling der
+water-oppervlakte ook de deining-golven, die uit volle zee aanrolden,
+eenigszins, nog wel niet veel, bedaarden. Maar de duisternis in de grot
+was toen zoo groot, dat het buiten betrekkelijk licht was. In die halve
+duisternis begon de zwarte opening der spelonk, die niet meer door de
+aanrollende watermassa bedekt werd, zich flauw te vertoonen. Weldra
+bereikten nog maar de spatten en de fijne stofregen van de branding
+den armstoel van Fingal. Het was thans geen wurgende en alles met
+zich voortsleurende stortzee meer. De hoop keerde in het hart van
+Olivier Sinclair terug.
+
+Te rekenen naar het volzee-getij, kan aangenomen worden, dat het
+middernachtuur reeds voorbij was. Nog twee uren, en het pad zou niet
+meer schoongeveegd worden door de zweepende golfkoppen. Het moest dan
+weer begaanbaar worden. Het was van belang zich bijtijds hiervan te
+verzekeren. En eindelijk, na lang wachten, was het zoover gekomen.
+
+Het oogenblik om de grot te verlaten was aangebroken.
+
+Maar miss Campbell was nog niet uit haar onmacht ontwaakt. Geheel
+krachteloos als zij was, nam Olivier Sinclair haar in zijn armen op,
+liet zich toen buiten den armstoel van Fingal glijden en begon het
+smalle pad te volgen, waarvan de ijzeren leuningspijlen onder het
+geweld der zee afgewrongen, afgesleurd of verbroken waren.
+
+Wanneer een golf op hem aanrolde, bleef hij een oogenblik staan of
+trad ook wel onder den aandrang een of meer passen terug.
+
+Eindelijk, op het oogenblik, dat Olivier Sinclair den buitensten hoek
+zou bereiken, sloeg nogmaals een laatste monstergolf over hem heen en
+omhulde hem met zijn waterstralen geheel en al. Hij dacht niet anders,
+dan dat hij met miss Campbell tegen den rotswand zou verpletterd of
+in de loeiende kolk aan zijn voeten worden meegesleept....
+
+Maar door een laatste inspanning, gelukte het hem weerstand te bieden
+en, gebruik makende van de verademing, die de terugvloeiende golf
+hem schonk, stormde hij de grot uit.
+
+In minder dan geen tijd had hij den hoek der steile kust bereikt,
+waar de gebroeders Melvill, Partridge en ook juffrouw Bess, welke
+laatste zich in haar ongeduld bij hen vervoegd had, den geheelen
+nacht post hadden gevat.
+
+Olivier en Helena waren gered.
+
+Maar daar week de overspanning van zedelijke en lichamelijke
+geestkracht, die Olivier Sinclair tot nu toe geschraagd had, op
+haar beurt eindelijk ook. Hij viel buiten kennis aan den voet der
+rotsen neer, nadat hij miss Campbell in de armen van juffrouw Bess
+had overgegeven.
+
+Zonder zijn toewijding en zijn moed zou Helena de grot van Fingal
+niet levend hebben verlaten.
+
+
+
+
+
+
+XXII.
+
+DE GROENE STRAAL.
+
+
+Eenige minuten later kwam miss Campbell, onder den invloed van de
+frischheid der lucht, in de grot van Clam Shell tot haar zelve. Het
+was alsof zij uit een droom ontwaakte, maar uit een droom, waarin
+het beeld van Olivier Sinclair de heldenrol vervuld had. Er was haar
+geen herinnering hoegenaamd bijgebleven van de gevaren, waarin haar
+onvoorzichtigheid haar gebracht had.
+
+Zij was nog niet in staat te spreken; maar toen zij Olivier Sinclair
+te zien kreeg, blonken tranen van dankbaarheid onder haar schoone
+oogwimpers en reikte zij de hand aan haren redder.
+
+Broeder Sam en broeder Sib omhelsden, zonder een enkel woord te kunnen
+uitbrengen, den jonkman in een gezamenlijke omarming, Juffrouw Bess
+neeg en neeg nogmaals voor hem, en den goeden Partridge ontbrak
+waarachtig de lust niet om hem te kussen.
+
+Toen nam gelukkig de vermoeienis de overhand. Allen verwisselden hun
+kleedingstukken, die òf door het zeewater òf door den regen doorweekt
+waren, en sliepen in, om een zeer rustigen nacht door te brengen.
+
+Maar de indrukken, die allen dien dag hadden opgedaan, zouden zoowel
+voor de handelende personen in het drama, dat tot schouwtooneel de
+legendarische grot van Fingal gehad had, als voor de toeschouwers,
+onuitwischbaar in hun geheugen achterblijven.
+
+Daags daarna, terwijl miss Campbell op haar bedje rustte, dat in den
+achtergrond der Clam Shell grot voor haar gespreid was, wandelden de
+gebroeders Melvill arm in arm over den nabij gelegen straatweg. Zij
+spraken niet; maar hadden zij wel noodig te spreken om hun geheel
+overeenkomstige gedachten te vertolken? Beiden bewogen te gelijkertijd
+het hoofd op en neer, wanneer zij bevestigden; van rechts naar links,
+wanneer zij ontkenden. En konden zij anders bevestigen, dan dat Olivier
+Sinclair zijn leven had veil gehad om het onvoorzichtige jonge meisje
+te redden? En wat ontkenden zij? Dat hunne oorspronkelijke plannen,
+om miss Helena uit te huwelijken, thans onuitvoerbaar waren. In dat
+stommetjes-spel werden nog wel andere zaken medegedeeld, waarvan
+broeder Sam en broeder Sib de vervulling thans in een naaste toekomst
+te gemoet zagen. Voor hen was Olivier niet meer Olivier. Hij was
+niets minder dan Amin, de meest volmaakte held uit de zoo heldhaftige
+gaëlische heldengedichten.
+
+Olivier Sinclair was van zijn kant ten prooi aan een geheel natuurlijke
+opgewondenheid. Een soort van uiterst kiesch gevoel bracht hem er toe,
+om alleen te willen zijn. Het zou thans een knellend gevoel voor
+hem zijn geweest, zich in tegenwoordigheid der gebroeders Melvill
+te bevinden, alsof zijne tegenwoordigheid alleen den prijs voor zijn
+toewijding van hen eischte.
+
+Hij wandelde dan ook, na de grot van Clam Shell verlaten te hebben,
+geheel alleen op het plateau van Staffa.
+
+Al zijne gedachten voerden hem in dit oogenblik als van zelf naar
+miss Campbell. Hij herinnerde zich zelf de gevaren niet, die hij had
+geloopen, die hij vrijwillig met haar had gedeeld. Wat hij zich van
+dien vreeselijken nacht herinnerde, waren de uren, in het bijzijn
+van Helena in dat donker toevluchtsoord doorgebracht, toen hij haar
+in zijn armen hield gesloten, om haar aan het geweld der baren te
+ontrukken. Hij zag bij het phosphoresceerend lichten der golven het
+gelaat van dat overschoone jonge meisje voor zich, het gelaat, dat
+wel ietwat bleek uitzag, niet door vrees, maar door vermoeienis, het
+gelaat dat boven de woedende zee en de kokende waterkolken verrees als
+de geest der stormen! Hij hoorde haar met een bewogen stem vragen: »Hoe
+wist gij het?" toen hij haar had gezegd: »Ik weet wat gij gedaan hebt,
+toen ik op het punt was om in de Corryvrekan-kolk om te komen! Hij
+vond zich terug in die smalle toevluchtsplaats, die als een nis veeleer
+gemaakt was, om een of ander koud steenen beeld te bevatten; de plaats
+waar twee jonge liefdevolle wezens geleden en, de een tegen den anderen
+aangedrukt, gedurende lange uren geworsteld hadden. Daar was het zelfs
+niet meer Sinclair en miss Campbell geweest. Daar hadden zij elkander
+Olivier en Helena genoemd, alsof zij in het oogenblik, waarin de dood
+hen naderde, zich aan een ander leven wilden vastklemmen!
+
+Zoo openbaarden zich de meest opgewonden en de meest verhitte
+denkbeelden in het brein van den jonkman, toen hij daar op dat plateau
+van het eiland Staffa rondwandelde. Hoe groot zijn verlangen ook was om
+naar miss Campbell terug te keeren, zoo weerhield hem een overkomelijke
+macht ondanks hem zelven; omdat hij in hare tegenwoordigheid zijne
+gedachte niet zou hebben kunnen verbergend, en hij zich voorgenomen
+had te zwijgen.
+
+Intusschen was het weder, zooals het gewoonlijk na plotseling
+ingetreden en plotseling verdwenen dampkrings-stoornissen geschiedt,
+bewonderenswaardig schoon geworden, en de hemel volmaakt helder en
+zuiver. Zeer dikwijls, ja veelal laten die dampkrings-zuiveringen
+door de zuidwestenwinden veroorzaakt, geen sporen na, en schenken zij
+aan de ruimte het prachtvolle ultramarijn blauw terug, dat slechts
+door een onvergelijkelijke zuiverheid kan ontstaan. De zon had het
+toppunt harer baan overschreden, zonder dat de geringste nevel den
+horizon had verduisterd.
+
+Olivier Sinclair wandelde alzoo met een verhit brein, te midden dier
+machtige uitstraling, die door het bovenvlak van het eiland weerkaatst
+werd. Hij baadde te midden van die warme uitstroomingen, hij ademde
+de zeebries in en hardde zich in dien levendmakenden dampkring.
+
+Plotseling kwam een gedachte bij hem op, toen hij den helderen
+gezichteinder beschouwde, die zich daar voor hem onmetelijk
+uitstrekte--een gedachte, die hem te midden van al de andere, die
+zijn brein thans vervulden, ontschoten was.
+
+»De Groene Straal!" riep hij uit. »Wanneer ooit de hemel zich tot
+onze waarneming leent, dan is het van daag! Geen enkele wolk! geen
+enkel nevelblokje! En het is niet waarschijnlijk, dat er komen zullen,
+na dien schrikkelijken storm van gisteren, die alle dampen naar het
+oosten gedreven heeft. En miss Campbell, die niet gist, dat de avond
+van dezen dag haar een allerprachtigsten zons-ondergang bereidt!.... Ik
+zal.... ja, ik zal haar zonder verwijl moeten waarschuwen...."
+
+Olivier Sinclair gevoelde zich gelukkig, zoo'n natuurlijk voorwendsel
+gevonden te hebben om bij Helena terug te komen en spoedde zich naar
+de grot van Clam Shell.
+
+Hij bevond zich eenige oogenblikken later in het bijzijn van miss
+Campbell en haar beide ooms, die haar met innige toegenegenheid
+aankeken, terwijl juffrouw Bess haar bij de hand hield.
+
+»Wel, voelt gij u beter, miss Campbell?...." vroeg hij. »Ja,.... ik
+zie het,.... de krachten zijn teruggekomen!"
+
+»Ja, mijnheer Olivier," antwoordde miss Campbell trillend, toen zij
+den jonkman ontwaarde.
+
+»Ik meen, dat gij wel zoudt doen," hernam Olivier Sinclair, »wanneer
+gij boven op het vlak een weinig van de lichte bries gingt inademen,
+die door den storm van gisteren gezuiverd is. De zon schijnt
+overheerlijk. Zij zal u verwarmen."
+
+»Mijnheer Sinclair heeft gelijk," zei broeder Sam.
+
+»Geheel en al gelijk," vulde broeder Sib aan.
+
+»En als ik alles moet zeggen," ging Olivier Sinclair voort, »dan kon
+ik er bijvoegen, dat, wanneer mijn voorgevoelens mij niet bedriegen,
+ik geloof, dat gij binnen weinige uren uw dierbaarsten wensch zult
+vervuld zien."
+
+»Mijn dierbaarste wensch?" mompelde miss Campbell, schier onhoorbaar,
+alsof zij zich zelve een antwoord gaf op een geheime gedachte.
+
+»Ja... de hemel is merkwaardig helder en zuiver, en het is zeer
+waarschijnlijk, dat de zon achter een wolkenloozen gezichteinder
+zal ondergaan!"
+
+»Zou het mogelijk zijn?" riep broeder Sam uit.
+
+»Waarachtig, zou het mogelijk zijn?" schreeuwde broeder Sib hem na.
+
+»En, er is reden te gelooven," vervolgde Olivier Sinclair, »dat gij
+dezen eigen avond den Groenen Straal zult kunnen waarnemen."
+
+»Den Groenen Straal!...." antwoordde miss Campbell.
+
+Het scheen, dat zij in haar verward geheugen zocht, wat die straal
+wel kon zijn.
+
+»Ah.... dat 's waar ook!...." zeide zij. »Wij zijn hier te Staffa
+gekomen om den Groenen Straal waar te nemen!"
+
+»Komaan! komaan!" zei broeder Sam, die verheugd was, dat een
+gelegenheid zich opdeed om het jonge meisje aan de matheid te
+onttrekken, die haar sedert het voorval in de grot van Fingal
+overvallen had. »Komaan, naar den anderen kant van het eiland!"
+
+»En wij zullen straks bij onze terugkomst des te smakelijker dineeren,"
+vulde broeder Sib vroolijk aan.
+
+Het was toen vijf uur in den namiddag.
+
+De geheele familie, waaronder ook juffrouw Bess en Partridge begrepen
+waren, verliet toen, onder geleide van Olivier Sinclair, terstond
+de grot van Clam Shell, klom langs de houten trap omhoog en bereikte
+spoedig den rand van het bovenplateau.
+
+Men had de vreugde van de beide ooms moeten kunnen zien, toen zij den
+prachtvollen hemel aanschouwden, waarlangs de schitterende dagvorstin
+langzaam daalde. Misschien overdreven zij thans; maar neen, nimmer,
+neen nimmer! hadden zij zooveel geestdrift voor het natuurverschijnsel
+aan den dag gelegd als nu. Het scheen eer, dat niet voor miss
+Campbell, maar voor hen al die verhuizingen hadden plaats gehad, en
+zoo veel beproevingen van allerhanden aard, sedert het verlaten van
+het buitenverblijf te Helenaburg tot hier op Staffa ondergaan waren,
+waarbij Jona en Oban niet behoefden vergeten te worden!
+
+En waarlijk, de ondergang der zon beloofde dien avond zoo wonderschoon
+te zijn, dat de meest ongevoelige, de meest practische, de meest
+prozaïsche koopman van the City of London, of der handelaren van
+Cannongate het zeepanorama zou bewonderd hebben, dat zich daar voor
+zijn oogen ontrolde.
+
+Miss Campbell voelde zich herleven in dien dampkring, die door de
+zoutdeelen van de zee, welke door een lichte bries uit volle zee
+overgebracht werden, bezwangerd was. Haar mooie oogen openden zich
+zoo groot mogelijk voor het fraaie tafereel van den Atlantischen
+Oceaan. Op haar wangen, die door de vermoeienissen van den vorigen
+dag verbleekt waren, ontloken weer de rooskleurige tinten van haar
+Schotsch bloed! O, wat was zij schoon! Welke bekoorlijkheid straalde
+van haar geheele wezen uit! Olivier Sinclair trad een weinig naar
+achteren en beschouwde haar in stilte en hij, die vroeger zonder
+eenige verlegenheid uren lang haar op haar wandelingen had kunnen
+vergezellen, voelde zich thans verward, met een angstig gevoel in
+het hart, en bemerkte dat hij haar ter nauwernood durfde aankijken!
+
+Wat de gebroeders Melvill betreft, zij waren bepaaldelijk even
+stralend als de zon zelve. Zij richtten het woord met geestdrift
+tot de dagvorstin. Zij noodigden haar uit om achter een wolkeloozen
+horizon onder te gaan. Zij smeekten haar hun haar laatsten straal
+bij het einde van dezen fraaien dag te schenken.
+
+En toen kwamen de herinneringen aan de dichtstukken van Ossian voor
+den dag, die zij vers voor vers, ieder op zijn beurt, opdreunden:
+
+»O gij, die boven onze hoofden zweeft, rond als het schild onzer
+voorvaderen, zeg ons, van waar komen uw stralen, o! goddelijke zon? Van
+waar komt uw eeuwig licht?"
+
+»Gij schrijdt voorwaarts vol majesteit en vol schoonheid op uw baan! De
+sterren verdwijnen in het uitspansel! De bleeke en koude maan verbergt
+zich in de westersche golven! Gij alleen beweegt u, o zon!"
+
+»Wie zou uw tochtgenoot zijn op uw baan! De maan verliest zich in de
+diepte der hemelen? Gij alleen blijft steeds dezelfde! Gij verblijdt
+u zonder ophouden in uw schitterende loopbaan!"
+
+»Als de donder rolt en de bliksemflits schiet, dan komt gij in
+uw schoonheid achter de wolken uit en gij bespot den storm en het
+onweder!"
+
+Allen schreden in dien geestdriftvollen toestand naar het uiterste
+uiteinde van het plateau van Staffa voort, van waar men een gezicht
+heeft op de volle zee. Daar namen zij plaats en zetten zich op de
+buitenste rotsblokken, en hadden ze een gezichteinder voor zich,
+waarvan niets de zoo fijne lijn, die door de vereeniging van de lucht
+met het water schijnt getrokken te zijn, zou verduisteren.
+
+En dezen keer zou er geen Aristobulus Beerenkooi zijn, die het zeil
+van zijn vaartuig zou komen schuiven voor of een vlucht watervogels
+zou opjagen tusschen de ondergaande zon en het eilandje Staffa!
+
+Intusschen viel met het vallen van den avond ook de bries, en de
+laatste deininggolven kwamen in het op en neer gaan der branding aan
+den voet der rotsen sterven. Verder op naar buiten verscheen de zee
+als een spiegel en had zij dat olieachtig uiterlijk, dat door geen
+enkele rimpel gebroken werd.
+
+Alles liep dus wonderbaarlijk te zamen, alle omstandigheden hielpen
+mede om de verschijning van den Groenen Straal gemakkelijk te doen
+waarnemen.
+
+Maar zie, een half uur later strekte Partridge de hand naar het Zuiden
+uit en riep:
+
+»Een zeil!"
+
+Een zeil! Zou dat dezen keer ook voor de zonneschijf voorbijschuiven
+op het oogenblik, dat zij in de golven zou onderduiken? Waarlijk,
+dat zou meer dan kwade kans moeten genoemd worden!
+
+Het vaartuig stevende de zeeëngte uit, die het eiland Jona van de
+kaap van Mull scheidt. Het gleed, met den wind vlak van achteren,
+vooruit eerder onder den invloed van den opkomenden vloed dan onder den
+druk eener bries, welker laatste zuchtjes ternauwernood het zeiltuig
+konden vullen.
+
+»Het is de Clorinda," zei Olivier Sinclair, »en daar zij koers zet
+om ten oosten van Staffa voor anker te komen, zoo zal zij binnen door
+varen en onze waarneming niet kunnen hinderen."
+
+Het was inderdaad de Clorinda, die na het eiland Mull langs het zuiden
+omgezeild te hebben, haar ankerplaats in de kreek van Clam Shell weer
+kwam opzoeken.
+
+Aller blikken wendden zich toen weer naar den horizon in het westen.
+
+De zon daalde reeds met de snelheid, die zij bij het naderen der zee
+schijnt aan te nemen. Op de oppervlakte van het water beefde een lange
+zilverstreep, voortgebracht door de zonneschijf, welker aanblik nog
+onverdragelijk was. Weldra ging zij van de kleur van mat goud, die zij
+aannam bij het dalen, tot het helderkleurig goud over. Wanneer men de
+oogen sloot, schitterden op het netvlies langwerpige roode ruiten en
+gele cirkels, die elkander kruisten als de vluchtige tinten van een
+kaleidoscoop. Lichte golvende ribben streepten die soort komeetstaart,
+welke de weerkaatsing op de oppervlakte van het water te voorschijn
+tooverde. Het water vertoonde zich als bezaaid met vlokjes verzilverde
+loovertjes, welker glans verbleekte bij het naderen van den oever.
+
+Er was geen spoor te bekennen van wolk of van nevel of van damp, hoe
+ijl ook op den geheelen omtrek van den gezichteinder, Niets bedierf
+de zuiverheid dier cirkellijn, die met een passer niet fijner op het
+fraaiste wit velijn papier had kunnen getrokken worden.
+
+Allen zaten daar onbeweeglijk, meer ontroerd dan men wel meenen zou
+en zij zelf wel wilden bekennen, den bol aan te staren, die zich in
+schuine richting naar den horizon bewoog. Hij daalde nog meer, en
+bleef toen als boven den afgrond een oogenblik hangen. Toen begon de
+misvorming van de schijf, die door de straalbreking gewijzigd werd,
+zich langzamerhand te vertoonen. Zij verbreedde ten koste van haar
+loodrechte doorsnede, en herinnerde aan den vorm van een Etruskische
+vaas met ronden buik, welker voetstuk in het water dompelt.
+
+Er kon geen twijfel meer over de verschijning van het
+natuurverschijnsel geopperd worden. Niets zou den bewonderenswaardigen
+ondergang van de schitterende dagvorstin storen. Niets zou haar
+laatste stralen komen breken of onderscheppen!
+
+Weldra was de helft der zon achter de horizonslijn verdwenen. Eenige
+schitterende stralenbundels, aan gouden pijlen gelijk, kwamen de
+voorste rotsen van Staffa treffen.
+
+Meer achterwaarts hulden zich de steile kusten van Mull en de top
+van den Ben More in het purper, en was het of zij met vuur waren
+aangeraakt. Zij gloeiden.
+
+Eindelijk was er niets meer te zien dan een uiterst fijn segment
+van den bovenboog der zonneschijf, dat nu ook de oppervlakte der zee
+begon aan te raken.
+
+Nog een seconde van gespannen verwachting.
+
+»De Groene Straal! de Groene Straal!" riepen als uit één mond de
+gebroeders Melvill, juffrouw Bess en Partridge, wier netvlies gedurende
+het vierde gedeelte van een seconde als gedrenkt was geworden door
+die onvergelijkelijke tint van vloeibaar smaragd.
+
+Olivier en Helena alleen hadden niets van het natuurverschijnsel
+gezien, dat thans eerst, na zooveel vruchtelooze waarnemingen,
+eindelijk zich voordeed!
+
+Op het oogenblik, dat de zon haren laatsten straal het luchtruim
+inzond, kruisten beider blikken elkander, en vergaten de gelukkigen
+alles, wat om hen heen gebeurde, bij de beschouwing, waarin zij
+verzonken waren.
+
+Maar Helena had de zwarte schittering, den zwarten straal waargenomen,
+die de oogen van den jonkman schoten, en Olivier had den zacht blauwen
+glans niet laten verloren gaan, die aan het oog van het jonge meisje
+ontsnapte!
+
+De zon was thans geheel en al ondergegaan. Helena noch Olivier hadden
+den Groenen Straal gezien!
+
+
+
+
+
+
+XXIII.
+
+BESLUIT.
+
+
+Den volgenden morgen, den 12den September, lichtte de Clorinda het
+anker en ging onder zeil. Zij had een fraaie zee en een gunstige bries,
+en stevende met volle zeilen naar het zuidwesten van den Archipel
+der Hebriden. Weldra verdwenen Staffa, Jona, de noordkaap van Mull
+achter den hoogen rotsoever van het grootste dier eilanden.
+
+De passagiers van het jacht ontscheepten na een zeer voorspoedigen
+overtocht in de kleine haven van Oban, gingen vervolgens met den
+spoortrein van Oban naar Dalmaly en van Dalmaly naar Glasgow, dwars
+door het meest schilderachtige gedeelte der Hooglanden, en kwamen
+zoo op het buitenverblijf van Helenaburg terug.
+
+Achttien dagen later werd een huwelijk met groote plechtigheid in de
+kerk van Sint-George te Glasgow gesloten. Het moet erkend worden,
+dat het niet het huwelijk was van Aristobulus Beerenkooi met miss
+Campbell. Neen, de bruidegom was Olivier Sinclair, en broeder Sam
+en broeder Sib betoonden zich niet minder vergenoegd daarover dan
+hun nicht.
+
+Dat deze vereeniging, onder zulke omstandigheden ontloken en gesloten,
+alle waarborgen van geluk aanbood, zal wel niet behoeven gezegd
+te worden. Het buitenverblijf te Helenaburg, de fraaie woning in
+de West-George Street te Glasgow, zelfs de geheele wereld waren
+ter nauwernood voldoende om zooveel geluk te bevatten. En toch dat
+geheele geluk was in de grot van Fingal, wat zeg ik, in den armstoel
+van Fingal besloten geweest.
+
+Van dien laatsten avond, daar boven op het bovenvlak van Staffa
+doorgebracht, wilde Olivier Sinclair, hoewel hij het zoo gezochte
+natuurverschijnsel niet ontwaard had, de herinnering op het doek
+verduurzamen. Op een dag stelde hij dan ook »een zonsondergang" ten
+toon, van een bizonder effekt, waarin een soort van groenen straal,
+die uitermate scherp zich voordeed, alsof hij met vloeibare smaragd
+geschilderd was, bizonder de aandacht trok, en de bewondering opwekte.
+
+Die schilderij lokte natuurlijk terstond bevreemding en getwist
+uit. De een beweerde, dat daar een natuurlijk verschijnsel op
+bewonderenswaardige wijze was weergegeven, terwijl de ander stokstijf
+vasthield, dat die straal slechts fantasie was, dat de natuur dien
+nimmer voortbracht.
+
+Dit laatste verwekte grooten toorn bij de beide ooms, die den straal
+gezien hadden, verzekerden zij, en gaven dus den jongen schilder
+gelijk.
+
+»En zelfs," zei oom Sam, met innige overtuiging, »het is beter een
+geschilderden Groenen Straal te zien dan...."
+
+»Een natuurlijken," vulde broeder Sib aan: »want wanneer men verplicht
+is zoovele zons-ondergangen, den eenen na den anderen, waar te nemen,
+doet dat wel pijn aan de oogen."
+
+En daarin hadden de gebroeders Melvill gelijk.
+
+Twee maanden later wandelden de beide jeugdige echtgenooten met hunne
+ouders langs de oevers der Clyde, voor het park van het buitenverblijf,
+toen zij op het onverwachtst Aristobulus Beerenkooi ontmoetten.
+
+De jeugdige geleerde, die de werken tot uitdieping der rivier met
+belangstelling volgde, was juist op weg om zich naar de spoorweghalte
+van Helenaburg te begeven, toen hij zijn oude reismakkers van Oban
+ontwaarde.
+
+Wij zouden Aristobulus Beerenkooi uitermate miskennen, wanneer wij
+beweerden, dat hij onder de onverschilligheid van miss Campbell
+voor zijn persoon had geleden. Hij ondervond dan ook hoegenaamd
+geen verlegenheid, toen hij zich in tegenwoordigheid van mistress
+Sinclair bevond.
+
+Men groette elkander vormelijk en Aristobulus Beerenkooi bood den
+jeugdigen echtgenooten zijn beleefde gelukwenschen aan.
+
+Toen de gebroeders Melvill die gunstige geestesgesteldheid bemerkten,
+deden zij volstrekt geen moeite om te verbergen, hoe gelukkig zij
+zich over het gesloten huwelijk gevoelden.
+
+»Zóó, zóó gelukkig," zei broeder Sam, »dat ik mij, wanneer ik alleen
+ben, soms op een glimlach betrap!"....
+
+»En ik, dat ik soms tranen van geluk moet vergieten!" zei broeder Sib.
+
+»Zoo, zoo mijne heeren," merkte Aristobulus Beerenkooi op, »gij moet
+dus erkennen, dat gij minstens eenmaal in uw leven in oneenigheid
+waart. De een weent en de ander glimlacht...."
+
+»Welnu, dat is voor hen geheel en al hetzelfde, mijnheer Beerenkooi,"
+merkte Olivier Sinclair op.
+
+»Geheel en al hetzelfde, niet waar oompjes?" bevestigde de jonge vrouw,
+terwijl zij de hand aan het waardig broederpaar reikte.
+
+»Hoe? geheel en al hetzelfde?" antwoordde Aristobulus Beerenkooi op
+dien toon van verstandelijke meerderheid, die hem zoo uitstekend
+afging. »Waarlijk niet!.... Volstrekt niet!.... Want, wat is
+een glimlach? Een willekeurige uitdrukking van het gelaat en een
+willekeurige samentrekking van de aangezichts-zenuwen, waarbij de
+ademhalingswerktuigen nagenoeg niets te verrichten hebben; terwijl
+de tranen....
+
+»Welnu de tranen?".... vroeg mistress Sinclair.
+
+»Slechts een vloeistof zijn, die den oogappel verduistert. Die
+vloeistof is samengesteld uit chloruur van sodium, phosphorzure kalk
+en chloorsoda!"
+
+»Scheikundig gesproken, hebt gij gelijk, mijnheer," zei Olivier
+Sinclair, »maar uit dat oogpunt alleen."
+
+»Dat onderscheid vat ik niet," antwoordde Aristobulus Beerenkooi vrij
+scherp en bits.
+
+En met de stijfheid van een meetkundige groetende, stapte hij met
+afgemeten treden naar de spoorhalte toe. Men gevoelde zich gelukkig,
+hem kwijt te zijn.
+
+»Die dwaze mijnheer Beerenkooi!" zei mistress Sinclair, »die de
+gevoelszaken uit een scheikundig oogpunt wil uitleggen, zooals hij
+met den Groenen Straal heeft gedaan."
+
+»Ja, maar, waarde Helena, terzake!" antwoordde Olivier Sinclair,
+»wij hebben den straal niet gezien, dien wij toch zoo gaarne hadden
+willen waarnemen!"
+
+»Wij hebben veel beter gezien," lispte de jonge vrouw heel zacht. »Wij
+hebben het geluk zelf gezien. Het geluk, dat volgens de legende aan de
+waarneming van dat natuurverschijnsel verbonden zou zijn.... En daar
+wij het gevonden hebben, laat ons dat genoeg zijn, en het opsporen
+van den Groenen Straal overlaten aan hen, die dat geluk niet kennen,
+maar er kennis meê willen maken."
+
+
+Einde van den Wonderstraal.
+
+
+
+
+
+
+
+TIEN UREN OP JACHT.
+
+
+
+
+
+
+TIEN UREN OP JACHT.
+
+EENVOUDIGE GRILLIGE INVAL.
+
+
+Schets door Gédéon.
+
+
+
+I.
+
+
+Er zijn menschen, die niet van jagers houden, en die hebben wellicht
+niet geheel en al ongelijk.
+
+Komt het misschien daar vandaan, dat het dien heeren niet tegenstaat
+het wild, dat zij zullen eten, met eigen handen te dooden en zij dus
+als slachters optreden?
+
+Of zou die mindere sympathie ook daaruit kunnen voortkomen, dat de
+heeren jagers er te veel van houden om, te hooi en te gras, steeds
+en altijd, te pas of te onpas, over hunne jagers-heldendaden te praten?
+
+Ik voor mij hel wel naar die laatstaangehaalde reden over.
+
+Het is nu zoo wat twintig jaren geleden, dat ik mij aan het
+eerstbedoelde misdrijf heb schuldig gemaakt. Ik heb gejaagd! Ja,
+ik heb gejaagd!.... En om mij daarvoor te straffen, zal ik mij aan
+het tweede misdrijf schuldig maken: ik zal u mijn jachtavonturen
+haarfijn vertellen.
+
+O! moge dit verhaal, dit oprecht en waarachtig relaas, mijne
+medemenschen voor immer er van afschrikken, om met een weitasch op
+den rug, met een patroontasch op den buik aan den gordel bevestigd,
+met het geweer onder den arm, achter den staart van een hond over het
+veld aantedraven! Maar ik reken er weinig op, dat moet ik bekennen! Des
+ondanks begin ik.
+
+
+
+II.
+
+
+Een guitig wijsgeer heeft ergens in zijn werken gezegd: Schaf u
+noch buitenverblijf, noch rijtuig, noch paarden, noch jachtterreinen
+aan. Gij zult steeds vrienden aantreffen, die het ten uwen gebruike
+zullen bezitten!"
+
+Het is door de toepassing van dien stelregel, dat ik een uitnoodiging
+ontving, om mijn eerste proeven in de behandeling der wapens op
+gereserveerde jachtterreinen, in het Somme-departement gelegen,
+afteleggen, zonder dat ik van die terreinen eigenaar was.
+
+Het was op het einde van de maand Augustus, als ik mij niet vergis
+van het jaar 1859. Een besluit van den departements-prefekt had de
+opening der jacht op den daaropvolgenden dag bepaald. Die plechtige
+dagteekening was in onze goede stad Amiens, waar zelfs de kleinste
+winkelier, de geringste handwerksman het een of ander geweer bezit,
+waarmee hij in den jachttijd langs 's heeren wegen slentert, stellig
+reeds sedert de laatste zes weken met het meeste ongeduld verwacht.
+
+De bolleboozen van het vak, zij die de jacht tot een hartstocht
+hadden laten aangroeien, zoowel als de schutters van den derden en
+vierden rang, de behendigen, die raken ook zonder te mikken, zoowel
+als de onhandigen, die mikken zonder ooit te raken, de domooren zoowel
+als de jagers »van de bovenste plank," di primo cartello, zeggen de
+Italianen, bereidden alles voor dien grooten dag der jachtopening
+voor. Zij rustten zich uit, zij zorgden voor de mondbehoeften,
+zij verleidden elkander. Als zij dachten, dan was het slechts om
+aan kwartels te denken; als zij spraken, dan was het slechts om
+over het haas te praten; als zij droomden, droomden zij slechts van
+patrijzen! Vrouw, kinderen, huisgezin, nabestaanden, vrienden, dat
+alles was vergeten! Staatkunde, kunsten, letterkunde, landbouw, handel,
+wetenschappen, alles verdween in 't niet bij de voorbereidingen voor
+dien grooten dag, waarin de dwepers zich met roem gingen beladen,
+en het vermaak gingen genieten, dat door Joseph Prudhomme met een
+grond van waarheid, een barbaarsch tijdverdrijf! is genoemd.
+
+Nu bevond zich onder de weinige vrienden, die ik te Amiens bezat,
+een die als doortrapt jager bekend stond. Het was een aardige vent, in
+weerwil dat hij ambtenaar was. Wanneer hij zich naar zijn kantoor moest
+begeven, beweerde hij steeds eenigermate aan jicht te sukkelen. Maar
+had hij een verlof gekregen, om de jachtopening bij te wonen, dan
+was hij zoo vlug ter been als iemand.
+
+Die vriend heette Bretignot.
+
+Eenige dagen vóór den grooten dag, kwam mij Bretignot opzoeken, mij,
+die van den prins geen kwaad dacht.
+
+»Gij hebt nimmer gejaagd, nietwaar?" vroeg hij mij op dien toon
+van meerderheid, die op twee deelen welwillendheid acht deelen
+geringschatting bevatten.
+
+»Nooit, Bretignot," antwoordde ik. »En ik denk er niet aan, om..."
+
+»Welnu, kom de jachtopening met mij mee maken," viel Bretignot in. »Wij
+kunnen gaan jagen op tweehonderd hectaren gereserveerde jachtterreinen,
+waar wild in overvloed is. Ik heb het recht een genoodigde mee te
+brengen. Gij zijt mijn genoodigde; want ik noodig u uit en dus,
+ik neem u mee!"
+
+»Maar ik heb...." zei ik aarzelend.
+
+»Geen geweer!"
+
+»Neen, Bretignot, en ik heb er zelfs nooit aan gedacht."
+
+»O! dat maakt niets uit. Ik zal u er een leenen, een geweer met
+laadstok, een tromplader wel is waar, maar dat toch een haas op
+tachtig passen afstands neerlegt."
+
+»Onder voorwaarde van het te raken!" hernam ik lachende.
+
+»Natuurlijk!--Maar dat geweer zal goed genoeg voor u zijn."
+
+»Te goed, Bretignot!"
+
+»Maar gij zult geen hond hebben! dien kan ik u niet verschaffen."
+
+»O! die is geheel onnoodig, zoolang ik een haan [2] aan mijn geweer
+heb, zou de hond overkompleet zijn!"
+
+Mijn vriend Bretignot keek mij met een zuurzoet gezicht aan. Hij
+houdt er niet van, die waarde vriend, dat men met jachtzaken den spot
+drijft. Die zijn hem heilig!
+
+Eindelijk verloren zijn wenkbrauwen hunne rimpels.
+
+»Welnu, gij komt, niet waar?" zeide hij.
+
+»Als gij er op gesteld zijt!".... antwoordde ik zonder eenige
+geestdrift.
+
+»Jawel, jawel!...." meende hij. »Men moet toch zoo iets eens in zijn
+leven bijgewoond hebben. Wij zullen Zaterdagavond vertrekken. Ik
+reken op u."
+
+En ziedaar, hoe ik aangeworven was voor die verwenschte jachtpartij,
+die mij nog lang zal heugen.
+
+Ik beken, dat de voorbereidingen mij niet erg verontrustten. Ik
+liet er, bij mijn ziel, geen uur slapens voor. En toch, moet
+ik de geheele waarheid zeggen, dan valt mede te deelen, dat de
+nieuwsgierigheids-duivel mij wel een weinig bekroop. Zou zoo'n
+jachtopening dan zoo belangwekkend zijn? Wat er ook van aan zij,
+ik deed mij zelven de belofte, dat ik minder handelend zou optreden;
+maar daarentegen als nieuwsgierige liefhebber meer de jagers zoowel
+als het jachtvermaak zou gadeslaan. Liet ik mij ook al overhalen, om
+mij met een geweer te beladen, dan was dat om een niet te zot figuur
+te maken voor die Nimrods, wier heldendaden ik op uitnoodiging van
+Bretignot moest komen bewonderen.
+
+Ik moet er bijvoegen, dat, al leende hij mij ook een geweer,
+een kruithoorn, een hagelzak, hij nimmer gewag gemaakt had van
+een weitasch. Ik moest dus dit voorwerp zelf aanschaffen, wat de
+meeste jagers wel zouden kunnen ontberen. Ik zocht er een uit de
+hand te koopen. Maar jawel, die moeite was te vergeefs. De prijzen
+der weitasschen waren stijgende. Alle waren uitverkocht. Ik moest
+dus een nieuwe aanschaffen, maar onder de bepaalde voorwaarde, dat
+de verkooper haar zou terugnemen--met vijftig procent verlies voor
+mij--wanneer er geen wild in geborgen was geweest.
+
+De koopman keek mij aan, glimlachte, maar nam de voorwaarde aan.
+
+»Wie weet evenwel?" dacht ik.
+
+De ijdelheid is de wereld nog niet uit!
+
+
+
+III.
+
+
+Op den aangeduiden dag, dat wil zeggen daags vóór de jachtopening,
+was ik op de plaats van samenkomst, die mij door Bretignot op het
+Perigord-plein aangewezen was, des avonds ten zes uur aanwezig. Daar
+nam ik als de achtste--de honden niet medegerekend--plaats in de
+rotonde van een postwagen.
+
+Bretignot en zijne jachtgezellen--ik durfde mij nog niet als een
+hunner meerekenen--zaten prachtig onder het traditioneele tuig. Het
+waren voortreffelijke typen, die wel de waarneming waard waren. Eenigen
+hunner waren ernstig, in afwachting wat den volgenden dag gebeuren zou;
+anderen waren opgeruimd, babbelzuchtig en richtten reeds met den mond
+een moorddadig bloedbad onder het wild van de gemeente Hérissart aan.
+
+Er waren daar een half dozijn mannen aanwezig, die tot de meest
+beroemde schutters van de hoofdplaats van Picardië gerekend werden. Ik
+kende hen ternauwernood bij naam. Mijn vriend Bretignot moest mij
+dan ook vormelijk voorstellen.
+
+Vooreerst maakte ik kennis met Maximon, een groote uitgedroogde vent,
+die in het gewone leven voor het zachtste karakter kon doorgaan; maar
+die de wreedaardigheid in persoon was, zoodra hij een geweer onder
+den arm had. Hij was een van die jagers, van wie men beweert, dat zij
+desnoods een hunner makkers zouden doodschieten om niet platzak te
+huis te komen. Maximon sprak niet, hij was steeds in gedachten van
+hoogere orde verzonken.
+
+Bij dat belangwekkend personage stond Duranchelle. Welk een
+tegenstelling, mijn God! Duranchelle was dik en kort, tusschen de
+vijfenvijftig en zestig jaar oud en zoo doof, dat hij den knal van
+zijn eigen geweer niet hoorde. Toch maakte hij aanspraak op alle
+twijfelachtige schoten, zonder ooit van toegeven te weten. Men had
+hem dan ook al eens een dooden haas met een ongeladen geweer laten
+schieten, een van die jagers-aardigheden, die gedurende zes maanden
+het gesprek uitmaken van de gezelschappen in de sociëteiten en der
+tables d'hôte in de hotels.
+
+Ik moest den krachtigen handdruk ondergaan van Matifat, die wel de
+grootste opsnijder van jagerheldendaden was. Hij sprak nimmer van
+iets anders. En welke tusschenwerpsels en welke klanknabootsingen
+hij daarbij bezigde! De kreet der jonge patrijs, het geblaf van
+den hond, de losbarsting van het geweer! Pan! pan! pan! In den regel
+bezigde hij drie »pans" voor een geweer met twee loopen. En dan, welke
+gebaren! Nu eens maakte zijn hand zwaaiende bewegingen om de zig-zags
+van het wild na te bootsen, dan weer bogen zijn knieën, rondde zich
+zijn rug om het schot vaster te maken, met den linker arm gestrekt,
+terwijl de rechterarm bij de borst gebracht was om het aanleggen van
+het geweer aan te duiden! Pan! pan! pan! En wat vielen er dan dieren,
+zoowel viervoetige als gevogelte. Hoeveel hazen werden dan niet met
+kogels neergeveld! Hij miste er geen enkelen!--Ik liep zelfs gevaar,
+door zijn gebaren gedood te worden.
+
+Maar wat men moest hooren, dat was wanneer Matifat met zijn vriend
+Pontcloué praatte. Dat waren twee vingers van één hand; wat niet
+belette dat zij elkander processen aandeden, wanneer de een den voet
+op het gereserveerde jachtterrein van den anderen zette.
+
+»Hoeveel hazen ik verleden jaar geschoten heb," verhaalde Matifat,
+terwijl de hotsende postwagen de reis naar Hérissart voortzette, »ja,
+hoeveel hazen ik geschoten heb, is niet te tellen!"
+
+»Kijk, dat is net als ik!" dacht ik.
+
+»En ik dan, Matifat!" antwoordde Pontcloué. »Herinnert ge u den
+laatsten keer nog wel, dat wij te samen in de nabijheid van Argoeuves
+zijn gaan jagen? Nou! die patrijzen daar!"
+
+»O! ik zie nog de eerste, die het toeval vlak midden door mijn schot
+hagel voerde!"
+
+»En ik de tweede, waarvan de veeren zoo afvlogen, dat haar niets
+anders dan het vel over de beenderen moet overgebleven zijn!"
+
+»En dan die andere, die door mijn hond nimmer in de akkervoor, waarin
+zij toch ongetwijfeld moest vallen, is gevonden.
+
+En dan die, die ik de brutaliteit had, op honderd passen te schieten,
+wel overtuigd als ik was, haar geraakt te hebben!"
+
+»En die andere dan, die ik met mijn twee schoten... pan! pan! pan! in
+de klaver heb doen rollen, maar waarvan mijn hond bij het inslikken
+ongelukkig slechts een hap maakte!"
+
+»En dan de vlucht, die juist opging, toen ik mijn geweer
+herhaalde! brr! brrr! O wat een jacht, mijn vrienden, wat een jacht!"
+
+Ik telde in stilte, en had ik goed geteld? Welnu, dan was het bewijs
+er, dat van alle patrijzen, die Pontcloué en Matifat geschoten hadden,
+geen enkele in hunne weitasch terecht was gekomen. Maar ik durfde niets
+te zeggen, omdat ik wat bloo uitgevallen ben in tegenwoordigheid van
+menschen, die het beter weten dan ik. En toch, als het er op aankwam
+om mis te schieten, welnu, bij Joost! dat kon ik ook.
+
+Wat de andere jagers betreft, ik heb hunne namen vergeten; maar als
+ik mij niet vergis, dan werd een hunner met den naam van Baccari
+aangeduid; »omdat hij steeds schoot zonder ooit iets neer te leggen."
+
+Waarlijk, wie weet of ik dien bijnaam ook niet zou gaan
+verdienen! Komaan dan! Waarachtig, de eerzucht bekroop mij. Ik begon
+ongeduldig te verlangen dat het morgen was.
+
+
+
+IV.
+
+
+Die morgen kwam. Maar, o God! welken nacht heb ik in de herberg van
+Hérissart doorgebracht!
+
+Een enkele kamer voor acht personen! Ellendige stroozakken die voor
+bedden moesten dienen, waarin een meer wild opleverende jacht te
+houden zou zijn geweest, dan op de privatieve jachtterreinen van
+de gemeente. Walgelijk ongedierte, dat broederlijk met de honden
+gedeeld werd, die dicht bij de bedden sliepen en den houten vloer
+deden dreunen door hun gekrab!
+
+En ik, die in mijn eenvoudigheid aan de waardin, een oude Picardische
+vrouw, met vuil, slordig, kroezelig haar op het hoofd, gevraagd had
+of er geen vlooien op haar slaapzaal waren!
+
+»Vlooien!" had zij geantwoord. »Neen, waarachtig niet!.... Als die
+er waren, zouden de weegluizen ze opeten!"
+
+Ontsteld door dat antwoord, had ik besloten, den nacht door te
+brengen op een kreupelen stoel, die bij iedere beweging ellendig
+piepte en kraakte. Ik had dan ook een gevoel alsof ik gekookt was,
+toen de dag aanbrak.
+
+Natuurlijk was ik de eerste op. Brétignot, Matifat, Pontcloué,
+Duvauchelle en al de anderen snorkten nog. Evenals al de onervaren
+jagers, die vóór den dageraad op weg willen gaan, was ik ongeduldig
+om, zonder zelfs ontbeten te hebben, in de vlakte op het jachtveld
+te komen. Maar de meesters in de kunst--die ik eerbiedig den een
+na den anderen wakker maakte,--brachten mij tot bedaren en lachten
+mijn ongeduld van een eerstbeginnende uit. Zij wisten, die slimmerds,
+dat bij het aanbreken van den dag de patrijs, wier vleugels nog nat
+van den dauw zijn, zeer moeilijk te naderen is, en dat, wanneer zij
+opvliegt, zij ongaarne weer neerkomt.
+
+Men moest wachten, totdat de zon al de dauwdroppels opgedroogd,
+»al de dageraadstranen opgedronken had," zeiden de jagers.
+
+Eindelijk, na een voorloopig ontbijt en na de onvermijdelijke teug
+op de valreep, verliet men de herberg, terwijl een ieder zich de
+kuiten krabde. Toen begaf men zich naar de vlakte, waar de privatieve
+jachtterreinen begonnen.
+
+Toen wij den rand daarvan bereikt hadden, riep Brétignot mij een
+oogenblik alleen en zei:
+
+»Draag je geweer nu goed, zoo schuins vooroverhellend met den loop
+naar den grond gekeerd en doe je best om niemand te dooden."
+
+»Ja, ik zal mijn best doen," antwoordde ik, zonder mij door deze
+belofte te willen verbinden. »Maar tot wederdienst bereid, niet waar,
+waarde vriend?"
+
+Brétignot haalde minachtend de schouders op.
+
+Eindelijk waren wij op jacht--een geheel vrije jacht.--Ieder deed
+zooals hij goed vond.
+
+Het was een vrij leelijk land, het land van Hérissart, nog leelijker
+dan de naam aanduidt. Het was daarenboven niet zoo wildrijk als
+wel beweerd werd. Men had er wel haas gezien, beweerde Matifat. En
+Pontcloué voegde er bij, dat men er het haas, meer dan twaalf op het
+dozijn, met den buik op den grond had zien liggen.
+
+Met het uitzicht op zoo'n heerlijke jacht, waren alle heeren goed
+gemutst.
+
+Men stapte steeds voorwaarts. Het was een prachtig weer. Eenige
+zonnestralen drongen door de morgennevels, wier rolvormige massa's
+zich bij den gezichteinder ophoopten. Geschreeuw, gepiep, geklok
+werd overal gehoord. Er waren vogels, die loodrecht uit de akkervoren
+opgingen en in de lucht verdwenen, evenals raketballen, die door een
+plotseling ontspannen veer worden voortgedreven.
+
+Meer dan eens had ik, niet in staat mij te bedwingen, mijn geweer in
+den aanslag gebracht.
+
+»Niet schieten! niet schieten!" riep mijn vriend Brétignot, die
+onbemerkt mij gadesloeg, mij toe.
+
+»Waarom niet? Zijn het geen kwartels?"
+
+»Neen, het zijn leeuwerikken! Niet schieten!"
+
+Ik zal maar onvermeld laten, dat Maximon, Duvauchelle, Pontcloué,
+Matifat en de twee anderen mij schuinsche blikken toewierpen. Toen
+waren zij voorzichtig zijwaarts afgetrokken, met hunne honden die,
+met den neus omlaag, in de spurrie- en klavervelden snuffelden, en
+wier omgebogen staarteinden kwispelend boven het groen verschenen
+als zooveel vraagteekens die ik niet beantwoorden kon.
+
+Ik dacht, dat de heeren ongaarne in de gevaarlijke nabijheid bleven
+van een nieuweling, wiens geweer hen eenigermate bang voor hun
+kuiten maakte.
+
+»Te drommel! draag je geweer toch beter!" herhaalde Brétignot op het
+oogenblik, dat hij zich van mij verwijderde.
+
+»Wel, ik draag het niet slechter dan een ander!" antwoordde ik,
+een weinig door die overdaad van aanbevelingen geprikkeld.
+
+Brétignot haalde ten tweede male de schouders op en verwijderde zich in
+schuinsche richting. Daar ik geen lust gevoelde om achter te blijven,
+versnelde ik den pas.
+
+
+
+V.
+
+
+Ik had mijn metgezellen ingehaald. Maar om hen niet meer te
+verontrusten, droeg ik mijn jachtroer op den schouder, met de kolf
+omhoog.
+
+Wat zagen die jagers van professie er prachtig uit in hun tenue; wit
+vest met ruime fluweelen pantalon, breede schoenen met bespijkerde
+zolen, die buiten het overleer uitstaken, linnen kuitendekkers, die
+de wollen kousen bedekten--wol is beter dan katoen,--daar het laatste
+ontvellingen veroorzaakt, waarvan ik de ondervinding opdeed. Ik was
+er ver van af, even mooi onder mijn gelegenheidstuig te pronken;
+maar men kan van een eerstbeginnende niet vergen, dat hij al dadelijk
+onberispelijk in het pak zit.
+
+Intusschen zag ik niets op het gebied van wild. Toch moesten op dit
+privatief jachtveld een menigte kwartels voorkomen, ook patrijzen
+en wachtelkoningen, verder ook haas, waarvan mijn tochtgenooten den
+mond vol hadden. Zoo althans beweerden al die jagers, en het moest
+wel waar zijn, daar zij het zeiden.
+
+»Maar," had vriend Brétignot aanbevolen, »vermijd een vollen haas te
+schieten! Dat is een jager onwaardig!"
+
+Vol of leeg, dat de drommel mij hale, als ik er onderscheid in had
+kunnen zien, ik, die geen konijn van een gootkat, zelfs als hazenpeper
+toebereid, weet te onderscheiden!
+
+Brétignot eindelijk, die er op stond, dat ik als zijn genoodigde hem
+eer zou aandoen, voegde er bij;
+
+»Een laatste opmerking, die niet van belang ontbloot is, wanneer je
+op een haas schiet."
+
+»Als er een voorbijkomt!" merkte ik spottend op.
+
+»Er zullen er wel voorbijkomen," antwoordde Brétignot koeltjes.
+
+»Welnu, herinner je dat, tengevolge van zijn vorming, een haas sneller
+loopt, wanneer hij een helling opijlt, dan wanneer hij naar beneden
+vlucht. Je moet daarmee rekening houden voor 't richten van je schot."
+
+»Je doet goed te waarschuwen, vriend Brétignot," antwoordde ik. »Die
+opmerking zal niet te loor gaan, en ik beloof je, dat ik ze te pas
+zal brengen!"
+
+Maar innerlijk dacht ik, dat, al vlucht hij zelfs eene helling af,
+een haas toch nog te hard moet loopen, dan dat mijn doodelijk lood
+hem zou kunnen bereiken om hem te stuiten in zijn vaart.
+
+»Op jacht! op jacht!" riep toen Maximon. »Wij zijn hier niet om
+eerstbeginnenden met de zuigflesch op te voeden!"
+
+Met de zuigflesch! Verschrikkelijk mensch, die Maximon! Maar, ik
+durfde niet te antwoorden.
+
+Voor ons strekte zich, zoover het gezicht ook ter rechter en ter
+linker zijde dragen kon, een groote vlakte uit. De honden waren
+vooruit gestoven. Hunne meesters hadden zich verspreid. Ik deed
+alle mogelijke moeite om hen niet uit het oog te verliezen. En
+inderdaad, één denkbeeld plaagde mij: het was: dat mijn makkers, allen
+grappenmakers, de lust niet zouden kunnen bedwingen mij een poets te
+bakken. Mijn onervarenheid zou dit eenigermate wettigen. Ik herinnerde
+mij onwillekeurig een koddige geschiedenis van een nieuweling, dien
+zijn vrienden lieten schieten op een konijn van bordpapier, dat op zijn
+achterste in een dichten struik gezeten, spottenderwijs op een trom
+sloeg! O! ik zou van schaamte gestorven zijn, na zoo'n verschalking!
+
+Men stapte middelerwijl, wel wat op goed geluk, over de graanstoppels
+voort. Men volgde de honden, die zich naar een terreinverhooging
+begaven, welke op drie of vier kilometer het uitzicht begrensde,
+en waarvan de kruin met kleine boomen begroeid was.
+
+Wat ik ook deed, al die platvoeten, die aan den moeielijken bodem
+der moerassen en der omgeploegde akkers gewoon waren, stapten nog
+sneller voort dan ik, en wel zoo, dat ik weldra op een afstand
+geraakte. Brétignot zelf, die eerst den pas ingehouden had om mij
+niet aan mijn treurig lot over te laten, had weer zijn tred versneld,
+daar hij deel wilde nemen aan de eerste geweerschoten, die knallen
+zouden. Ik neem het je niet kwalijk, vriend Brétignot. Je instinct was
+sterker dan je vriendschap, het sleurde je onweerstaanbaar voort.... En
+weldra zag ik van mijn makkers niets meer dan de hoofden, die zich
+als even zooveel schoppenazen boven de struiken vertoonden.
+
+Hoe het kwam, weet ik niet, maar twee uren nadat wij de herberg
+van Hérissart verlaten hadden, had ik nog geen enkele losbranding
+gehoord. Neen, geen enkele! Wat een wrevel, welke verwijten en
+tegenverwijten, welk getier dat bij den terugkeer zou geven, wanneer
+dan de weitasschen zoo plat als bij het heengaan zouden zijn!
+
+Welnu, men geloove mij al of niet, maar mij werd het toeval beschoren,
+het eerste schot aftegeven. Ik zal de schande beleven om te vertellen
+in welke omstandigheden dat gebeurde.
+
+Moet ik het bekennen? mijn geweer was nog niet eens geladen. Was het
+de echte zorgeloosheid van een eerstbeginnende? Neen, waarachtig
+niet! het was een kwestie van eigenliefde. Daar ik vreesde mij
+vreeselijk onhandig bij het laden te betoonen, had ik willen wachten
+tot ik alleen zou zijn om dat te doen.
+
+Dus bij afwezigheid van alle getuigen, opende ik mijn kruithoorn,
+stortte in den linkerloop een flinke lading, waarop ik een prop papier
+aanzette en waarna ik er een goede maat hagel op deed. Ik zag op geen
+korrel! Want, wie weet! misschien met één hagelkorreltje meer vermijdt
+men platzak te huis te komen! Ik zette toen de lading met den laadstok
+flink aan, en eindelijk, o! overmaat van onvoorzichtigheid! bracht
+ik een slaghoedje op het schoorsteentje van den loop, dien ik zoo
+even had gevuld.
+
+Toen dat gedaan was, begon ik dezelfde bewerking met den
+rechterloop. Maar, wat was dat voor een losbranding, terwijl ik
+aanzette! Het schot was afgegaan. De geheele eerste lading was mij
+vlak langs het gezicht gevlogen. Ik had vergeten den linkerhaan op
+het slaghoedje neer te laten en een schok was voldoende geweest om
+dezen te doen overgaan!
+
+Dat zulks een waarschuwing zij voor eerstbeginnenden! Ik had
+de jachtopening kunnen berucht maken met een betreurenswaardig
+ongeluk! Wat zou dat een buitenkansje geweest zijn voor de gemengde
+berichten in de plattelands-dagbladen!
+
+En toch, indien in het oogenblik toen het schot bij ongeluk afging,
+indien--ja, nu ik er aan denk--indien in de richting van de lading
+het een of ander wild voorbij gesneld ware, welnu dan zou ik dat
+neergelegd hebben!.... Dat was misschien een kans geweest, die niet
+meer zou terugkomen.
+
+
+
+VI.
+
+
+Intusschen hadden Brétignot en zijn makkers de terreinafscheiding
+bereikt. Zij hielden daar stand en beraadslaagden, wat er te doen
+viel om de booze fortuin te bezweren. Ik haalde hen in, na mijn geweer
+ditmaal met de noodige voorzorg te hebben geladen.
+
+Het was Maximon, die het woord tot mij richtte, maar op een hoogen
+toon, zooals het een meester voegt.
+
+»Heb jij geschoten?" vroeg hij.
+
+»Ja!.... dat is te zeggen.... ja!.... ik heb geschoten...."
+
+»Een patrijs?"
+
+»Ja, een patrijs!"
+
+Voor niets ter wereld zou ik mijn onhandigheid voor deze vierschaar
+hebben willen erkennen.
+
+»En waar is die patrijs?" vroeg Maximon, terwijl hij mijn weitasch
+met den loop van zijn geweer aanraakte.
+
+»Verloren!" antwoordde ik onbeschaamd weg. »Wat is er aan te doen? Ik
+had geen hond! O, als ik een hond had gehad!"
+
+Komaan, komaan! met zoo'n gevatheid, kon het niet missen of ik moest
+een echte jager worden!
+
+Plotseling werd de ondervraging, waaraan ik onderworpen werd,
+afgebroken. De hond van Pontcloué had op minder dan tien passen
+een kwartel doen opgaan. Onwillekeurig en bij instinct als men wil,
+legde ik aan.... en pan! zoo als Matifat zeide.
+
+Maar welken klap ontving ik, omdat ik de kolf slecht tegen den schouder
+had gesteund,--een van die klappen, waaromtrent men wel is waar,
+niemand rekenschap kan vragen of niemand uitdagen! Maar mijn schot
+was oogenblikkelijk door een ander gevolgd, door dat van Pontcloué.
+
+De kwartel viel, als een zeef doorboord, en de hond bracht haar aan
+zijn meester, die hem in zijn weitasch borg.
+
+Men had de eerlijkheid niet eens, om er aan te denken, dat ik toch
+ook eenig deel had aan dien moord. Maar ik zei niets. De lezer weet,
+dat ik van natuur blood ben uitgevallen tegenover menschen, die meer
+van de zaken weet dan ik.
+
+Waarachtig, deze eerste gunstige uitslag had al die razende
+wildverdelgers verlekkerd gemaakt. Denk toch eens! Na drie uren
+jagens één kwartel voor zeven jagers! Neen, het was niet mogelijk,
+dat op deze rijke jachtgronden van Hérissart er nog niet een zou zijn,
+die wanneer het gelukte haar te dooden, bijna een derden kwartel per
+jager zou geven.
+
+Toen de terreinafscheidingen overschreden waren, bevond men zich
+andermaal op pas omgeploegde gronden. Wat mij betreft, ik houd niets
+van die ploegijzervoren, die iemand tot vreeselijk vermoeiende stappen
+noodzaken, noch van de kleverige klei, waarop de voet uitglijdt en
+omzwikt. Ik zou daarboven het asphalt der boulevards verkiezen.
+
+Onze bende stapte met haren troep jachthonden nog zoo twee uren voort,
+zonder iets te zien. De wenkbrauwen fronsten zich reeds. Een soort
+woeste prikkelbaarheid begon zich over de geringste nietigheden lucht
+te geven, over een graszode, waartegen de voet aanschopte, over een
+hond, die een ander in den weg liep. In het kort, de ondubbelzinnige
+kenmerken van algemeenen wrevel waren voorhanden.
+
+Eindelijk zagen wij een vlucht patrijzen op veertig passen boven
+een beetwortelveld. Men noemde die vlucht een kompagnie. Ik heb
+er geen verstand van, maar als dat een kompagnie was, dan was zij
+op groot inkompleet; want inderdaad, zij bestond slechts uit twee
+jonge patrijzen.
+
+Maar dat was minder. Ik schoot erop los, en ook dezen keer werd
+mijn geweerschot door twee andere onmiddellijk gevolgd. Pontcloué en
+Matifat hadden het buskruit laten spreken.
+
+Een der arme vogels viel. De andere vloog met spoed weg en streek weer
+op meer dan een kilometer afstand achter een sterke terreingolving
+neer.
+
+O! ellendige patrijs! van welk krakeel waart gij niet schuld! Welke
+betreurenswaardige woordenwisselingen hadden er plaats tusschen
+Pontcloué en Matifat. Ieder hunner beweerde de moordenaar te
+zijn. Vandaar dan ook de bittere antwoorden aan elkander! Welke
+kwetsende verdachtmakingen! En welke benamingen! »Inpakker!.... hij
+meent dat alles maar voor hem is!...." »Naar den duivel met die lieden,
+die geen schaamte gevoelen!.... Dat is de laatste maal dat men te
+zamen zou jagen!...." en andere lieflijkheden met een picardische saus,
+die mijn pen weigert weer te geven.
+
+De waarheid is, dat beide geweerschoten van de twee heeren te
+gelijkertijd waren losgebrand.
+
+Er was nog wel een derde schot geweest, dat een oogenblik voor de
+anderen geknald had. Maar--daarover was niet te redekavelen--hoe kon
+het aanneembaar zijn, dat de patrijs door mij gedood was? Begrijp
+eens door een schooljongen!
+
+Ik meende dan ook niet tusschen beiden te moeten komen in den twist
+tusschen Pontcloué en Matifat, zelfs niet met het edelmoedig voornemen
+hen te verzoenen. Ook stond ik mijn belangen niet voor, maar dat
+komt omdat ik van natuur blood ben en... Gij kent het vervolg van
+dien volzin.
+
+
+
+VII.
+
+
+Eindelijk was het middaguur tot groote voldoening onzer magen
+aangebroken. Men maakte halt aan den voet eener helling onder de
+schaduw van een ouden olmboom. De geweren en de weitasschen--de
+laatste helaas! zeer plat--werden op zij gezet. Toen ontbeet men,
+om eenigermate de krachten te herstellen, die sedert het vertrek zoo
+nutteloos verspild waren.
+
+Goed beschouwd, was het een droefgeestig maal. Er weerklonken net
+zooveel beschuldigingen over en weer, als er happen in den mond werden
+gestoken. Het was een akelig land!... Een welbewaakt jachtterrein?--Ja,
+wat door de wilddieven werd afgestroopt!.... Men moest die schuimers
+opknoopen! Eén aan iederen boom, en met een vel papier op de borst
+tot afschrik!... De jacht werd een onmogelijkheid!... Binnen twee
+jaren zou er geen wild meer zijn!... Waarom de jacht niet gedurende
+eenigen tijd verboden!... Ja!... Neen!... Ja!... In één woord, al
+het gezeur van jagers, die sedert den dageraad niets geschoten hebben!
+
+Toen begon andermaal de twist tusschen Pontcloué en Matifat over
+die patrijs. Er mengden zich anderen in het gekibbel, en waarachtig,
+men was op het punt elkaar in de haren te vliegen!
+
+Eindelijk, Goddank! togen wij een uur later weer op weg, goed gevoederd
+en goed gedrenkt, zooals men hier te lande zegt. Men zou misschien nu
+vóór het diner gelukkiger zijn. Waar is de jager, die niet een weinig
+hoop blijft koesteren, wanneer hij het geluid der oude patrijs hoort,
+die haar kleintjes roept, om ze voor het invallen van den nacht
+te verzamelen.
+
+Wij waren dan weer op weg. De honden, even knorrig als wij, waren
+vooruitgestoven. Hunne meesters schreeuwden hen achterna met zulke
+schrikkelijke geluiden, dat zij op kommando's van de engelsche
+marine geleken.
+
+Ik volgde met onzekeren tred. Ik begon mij bek-af te gevoelen. Mijn
+weitasch, hoe plat zij ook was, bengelde loodzwaar tegen mijn
+lenden. Mijn geweer, thans van een ongeloofelijke zwaarte deed mij mijn
+wandelstok betreuren. Ik had gaarne mijn kruithoorn en hageltasch,
+voorwerpen die het mij uitermate lastig maakten, te dragen gegeven
+aan een paar van de kleine boerenjongens, die mij volgden en mij
+spottend vroegen: »hoeveel van die viervoetige beesten ik al geschoten
+had?" Maar ik durfde niet uit eigenliefde.
+
+Zoo gingen nog twee uren, nog twee doodelijk lange uren voorbij. Onze
+beenen hadden wel vijftien kilometers afgelegd. Wat mij als zeker
+en vast voorkwam, was dat ik eerder met het spit in de lenden zou
+terugkeeren, dan een half dozijn kwartels thuis kon brengen.
+
+Plotseling laat zich een gesuis hooren, dat mij van mijn stuk
+brengt. O! dezen keer is het waarlijk een kompagnie patrijzen, die
+bij een struik opvliegt. Algemeen geweervuur! Willekeurig vuur! Op
+zijn minst knalden vijftien schoten, waaronder het mijne.
+
+Te midden van den rook, weerklinkt een kreet! Ik kijk...
+
+Het is een boer, wiens rechterwang zich zoo dik vertoonde, alsof hij
+aan dien kant een noot in den mond had.
+
+»Mooi zoo! een ongeluk!" riep Brétignot.
+
+»Dat mankeert er nog maar aan!" schreeuwde Duvauchelle.
+
+Dat was alles wat hun dat »misdrijf" ontlokte, van verwondingen
+toegebracht te hebben, zonder het voornemen te hebben den dood
+te berokkenen," zooals het wetboek zegt. En die menschen, zonder
+gevoel, zonder hart, liepen op hunne honden toe, die twee patrijzen
+aanbrachten, die slechts gekwetst waren, en die zij met den hiel hunner
+laarzen afmaakten. O! ik wensch hun hetzelfde genot toe--wanneer zij
+ooit het leven moeten laten!
+
+En gedurende dien tijd stond de boer daar steeds met zijn dikke wang
+en kon niet spreken.
+
+Maar daar kwamen Brétignot en zijn makkers op hunne schreden terug.
+
+»Welnu, brave man, wat is er?" vroeg Maximon op beschermenden toon.
+
+»Wat er is? Ziet gij dat niet? Hij heeft een hagelschot in de wang",
+antwoordde ik.
+
+»Och, dat is niets!" hernam Duvauchelle, »dat is volstrekt niets!"
+
+»Jawel!... jawel!..." zei de boer, die de belangrijkheid van zijn
+verwonding door een verschrikkelijk leelijk gegrijns meende te moeten
+onderstreepen.
+
+»En wie is zoo onhandig geweest om dien armen drommel te
+kwetsen?" vroeg Brétignot, wiens uitvorschende blik op mij bleef
+rusten.
+
+»Heb jij niet geschoten?" vroeg mij Maximon.
+
+»Ja, ik heb geschoten,... net als iedereen."
+
+»Welnu, dan is de zaak uitgemaakt!" riep Duvauchelle.
+
+»Hoe, uitgemaakt?" vroeg ik.
+
+»Ja, jij bent een even onhandig jager als Napoleon I," zei Pontcloué,
+die het keizerrijk verfoeide.
+
+»Ik!" riep ik. »Ik!..."
+
+»Niemand anders kan het zijn!" sprak Brétignot gestreng.
+
+»Inderdaad, die mijnheer is een gevaarlijk mensch!" meende Matifat.
+
+»En wanneer men zoo'n knoeier is, dan weigert men de uitnoodigingen,
+die men ontvangt, vanwaar zij ook mochten komen!"
+
+En daarmee maakten de heeren er zich van af.
+
+Ik begreep hen. Zij lieten den gewonde voor mijn rekening.
+
+Er viel niet te aarzelen. Ik legde het hoofd in den schoot. Ik
+haalde mijn beurs voor den dag en bood dien braven boer tien franken
+aan. Merkwaardig was de uitwerking van dat geneesmiddel op den
+gewonde. Zijn gezwollen wang slonk onmiddellijk. Ik ben overtuigd
+dat hij de noot, die hij achter de kiezen had, ingeslikt heeft.
+
+»Het gaat nu beter?!" vroeg ik.
+
+»O! la... la!... O! daar komt het weer!"... antwoordde hij, terwijl
+de wang weer opzwol; »maar nu de andere, de linker".
+
+»Neen, neen," riep ik. »Eén gekwetste wang is voor ditmaal genoeg."
+
+En ik ging heen.
+
+
+
+VIII.
+
+
+Terwijl ik zoo mijn rekening met dien slimmen Piccardiër boer
+vereffende, waren de anderen vooruitgestapt. Zij hadden mij daarenboven
+genoegzaam te verstaan gegeven dat men volstrekt niet veilig was in de
+nabijheid van zoo'n lomperd als ik. De meest eenvoudige voorzichtigheid
+maande hen, zich van mij te verwijderen.
+
+Brétignot zelf, gestreng maar onrechtvaardig, liet mij aan mijn
+lot over, alsof ik een heksenmeester was, die met het kwade oog
+is bedeeld. Allen verdwenen weldra achter een klein bosch ter
+linkerzij. En om de waarheid te zeggen, ik was er niet rouwig om. Ik
+zou nu slechts verantwoordelijk voor mijn eigen daden zijn!
+
+Ik zat dus alleen, alleen te midden van die vlakte, die niet te
+overzien was. Groote God! wat kwam ik er ook doen met al dat tuig op
+mijn schouders! Geen enkele patrijs, die mij tot het lossen van een
+schot uitnoodigde! Geen enkel haas, wiens »lepels" ik kon ontwaren,
+zoo als de jagers zich in hun vreemdsoortige taal uitdrukken. Instede
+van in mijn kabinet lekkertjes te zitten lezen of schrijven of zelfs
+niets te doen, stond ik hier!
+
+Ik stapte doelloos voorwaarts. Ik zocht de gebaande paden op, en
+verkoos die boven de omploegde akkers. Ik ging telkenmale gedurende
+tien minuten zitten en stapte daarna weer gedurende twintig minuten
+voort. Er was geen huis binnen een straal van vijf kilometers te
+zien. Geen torenspits stak boven den gezichteinder uit. Ik bevond me
+in een woestenij. Van tijd tot tijd verhief zich dreigend een paal
+met het spottend opschrift: Privatieve jacht.
+
+Privatieve? toch niet voor het wild voorzeker: want daarvan was geen
+spoor te ontdekken!
+
+Ik stapte maar voort, droomende, philosopheerende, met het geweer aan
+den riem over den schouder hangende, en legde daarbij een vlugheid aan
+den dag, alsof ik een lamgeschoten vlerk had. De zon daalde, niet vlug
+genoeg volgens mijn verlangen. Had een nieuwe Josua haar, in weerwil
+der cosmografische wetten, andermaal in haar dagelijksche loopbaan ten
+genoege van mijn razende metgezellen doen stilstaan? Zou de nacht dan
+nooit haar vleugelen over dien ellendigen jachtopeningsdag uitspreiden?
+
+
+
+IX.
+
+
+Maar er is een grens aan alles, zelfs aan privatieve jachtterreinen. Ik
+kreeg een bosch in het gezicht, dat de vlakte afsloot. Nog een
+kilometer, en ik zou het bereiken.
+
+Ik stapte dus voort, evenwel zonder den pas te versnellen. Die
+kilometer werd ook afgelegd, en ik kwam bij den rand van het bosch aan.
+
+In de verte, maar zeer in de verte, knalden de geweerschoten als een
+slotbouquet van een luisterrijk vuurwerk.
+
+»Hoeveel dooden zij van dat arme wild!" dacht ik. »Waarachtig, zij
+willen niets voor het volgende jachtseizoen overlaten!"
+
+En hoe veranderlijk de mensch toch kan zijn! Toen kwam het denkbeeld
+bij mij op, dat ik in het bosch misschien gelukkiger zou wezen
+dan op de vlakte. In de boomkruinen konden toch nog altijd van die
+onschuldige musschen te schieten zijn, die, behoorlijk opgepend,
+door de beste gaarkeukens aan hunne klanten voor vette leeuwerikken
+of vinken voorgezet worden.
+
+Ik volgde toen de boschpaden, die op den grooten weg voerden.
+
+Waarlijk, de jachtduivel had bezit van uwen onderdanigen dienaar
+genomen. Ja, ik droeg mijn geweer niet meer over den schouder. Ik
+had het met zorg geladen en droeg het met gespannen haan, terwijl ik
+angstig en oplettend keek rechts en links.
+
+Maar niets! De musschen wantrouwden waarschijnlijk de Parijzer
+gaarkeuken en hielden zich schuil. Ik legde een of twee malen
+aan.... Het waren slechts bladeren, die onder de bries zich bewogen en,
+wel beschouwd, mocht ik mij toch niet veroorloven bladeren te schieten!
+
+Het was toen vijf uur. Ik wist, dat ik binnen veertig minuten in
+de herberg terug zou zijn, waar wij zouden dineeren, alvorens in
+den postwagen plaats te nemen, die ons allen, menschen en beesten,
+levenden en dooden, naar Amiens moest terugbrengen.
+
+Ik bleef dus het voornaamste boschpad volgen, dat in schuine richting
+naar Hérissart voerde en keek daarbij waakzaam rond.
+
+Plotseling bleef ik staan.... Het hart klopte mij sneller in den
+boezem!
+
+Onder een struik, op vijftig passen afstand, tusschen de doornen en
+ruigten, zag ik voorwaar iets.
+
+Het was zwartachtig, met een zilverachtigen rand, en vertoonde een
+plek van levendig rood, evenals een vurig oog, dat mij aankeek!
+
+Voorzeker een viervoetig wild of wel een groote vogel--dat kon ik
+niet uitmaken--was hier neergekomen. Ik aarzelde tusschen een haas,
+een volwassene voorzeker, en een fazantenhen. Welnu, waarom niet? Kijk,
+dat zou mij in het bizonder in den dunk mijner makkers doen stijgen,
+wanneer ik met een fazant in de weitasch terugkwam!
+
+Ik naderde dan ook zeer voorzichtig, met het geweer, gereed om aan
+te leggen. Ik hield mijn adem in. Ik voelde mij ontroerd, nog erger
+ontroerd dan Duvauchelle, Maximon en Brétignot het te samen konden
+zijn.
+
+Toen ik eindelijk op een gepasten afstand was gekomen,--op twintig
+passen ongeveer,--knielde ik, om van mijn schot zeker te zijn,
+bracht de kolf van het geweer aan den schouder, deed het rechteroog
+flink open, sloot het linker, en zorgvuldig door den inkeep van het
+viziertoestel langs den bovenrand van den vizierkorrel naar het wild
+mikkende, drukte ik op den trekker en gaf vuur.
+
+»Geraakt!" riep ik buiten mij zelven. »En ditmaal zal niemand er zijn
+om mij mijn schot te betwisten!"
+
+En inderdaad, ik had goed gezien, ja! met mijn eigen oogen gezien,
+hoe de veeren, of beter de haren er afstoven!
+
+Bij gebrek aan een hond, liep ik naar den struik en stortte mij op het
+wild, dat onbeweeglijk daar lag en geen teeken meer gaf van leven! Ik
+raapte het op....
+
+Het was een marechausseehoed, geheel met zilver geboord, met een roode
+kokarde er op, waarvan het rood mij als een oog scheen aantestaren.
+
+
+
+X.
+
+
+In dit oogenblik stond een lang lichaam, dat op het gras uitgestrekt
+lag, op. Met schrik herkende ik de blauwe pantalon met zwarte
+naadstreep, de donkere uniformjas met verzilverde knoopen, den gelen
+buikriem en het ledergoed van Pandoor, die door mijn ongelukkig schot
+gewekt was.
+
+»Zoodat gij thans marechaussee-hoeden schiet?" zei hij met die
+stembuiging en tongval, die het geheele gild kenmerkt.
+
+»Marechaussee, ik verzeker u!" antwoordde ik stotterend.
+
+»Zoodat gij zelfs de kokarde vlak in het midden geraakt hebt!"
+
+»Marechaussee.... ik dacht.... dat het een haas was!.... Een ijdel
+droombeeld!.... Maar ik bied u vergoeding aan!"
+
+»Waarlijk!.... Zoodat een marechaussee-hoed zeer duur is.... vooral
+wanneer hij zonder jacht-akte aangeschoten is."
+
+Ik werd bleek. Al mijn bloed stroomde naar het hart terug. O, dat
+was het netelige punt!
+
+»Zoodat gij een jachtakte hebt?" vroeg Pandoor.
+
+»Een jachtakte?"
+
+»Ja, een jachtakte! Gij weet toch wel wat een jachtakte is?"
+
+Waarachtig, ik had geen jachtakte! Ik had gemeend, dat ik voor een
+enkelen dag jagens het zonder dat zou hebben kunnen doen. Evenwel ik
+betuigde,--hetgeen men steeds bij dergelijke gelegenheden betuigt,--dat
+ik mijn jachtakte vergeten had.
+
+Een meesterlijke en voorname glimlach van ongeloovigheid krulde de
+lip van den vertegenwoordiger der wet.
+
+»Zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op te maken!" zei hij,
+op den meer milden toon van iemand, die een buitenkansje in het
+verschiet heeft.
+
+»Waarom een proces-verbaal? Morgen zend ik u die jachtakte, mijn
+brave marechaussee, en...."
+
+»Ik weet er alles van; zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op
+te maken!"
+
+»Welnu maak proces-verbaal op, als gij toch ongevoelig zijt voor de
+smeekbeden van een eerstbeginnende."
+
+Een gevoelig maréchaussée zou geen maréchaussée meer zijn. Deze bracht
+een zakboekje te voorschijn, dat in een geel perkament gewikkeld was.
+
+»Zoodat gij heet?" vroeg hij mij.
+
+Drommels! ja. Het was mij bekend, dat het in dergelijke wichtige
+gevallen gebruikelijk is aan de autoriteit den naam van een vriend
+op te geven. Als ik toen op dat tijdstip de eer had gehad lid te zijn
+van het een of ander letterkundig genootschap, zou ik geen oogenblik
+geaarzeld hebben den naam van een mijner collega's op te geven. Maar
+ik vergenoegde mij thans, slechts den naam te noemen van een mijner
+oudste vrienden te Parijs, een pianist met groot talent. De brave
+kerel zat waarschijnlijk in dat oogenblik voor zijn instrument zich
+te oefenen, en kon onmogelijk gissen, dat men bezig was proces-verbaal
+tegen hem op te maken ter zake van een jachtdelikt.
+
+Pandoor schreef zorgvuldig den naam van dat slachtoffer op, zijn
+beroep, zijn ouderdom, en zijn woonplaats en verder adres. Toen
+verzocht hij mij beleefd, hem mijn geweer toe te vertrouwen, waaraan
+ik onmiddellijk en volijverig voldeed. Dat was zoo veel minder gewicht
+te dragen. Ik verzocht hem zelfs, om ook de weitasch, den kruithoorn
+en den hagelzak onder de verbeurdverklaarde goederen op te nemen. Maar
+dat weigerde hij met een belangeloosheid, die ik betreurde.
+
+Bleef nu het voorval met des maréchaussée's hoed over. Die kwestie
+werd onverwijld middels een goudstuk ten genoegen van beide partijen
+geregeld.
+
+»Het is jammer," zei ik, »het was een goed onderhouden hoed!"
+
+»Een bijna nieuwe hoed!" antwoordde Pandoor. »Zoodat ik hem gekocht
+heb, zes jaren geleden van een brigadier, die gepensionneerd werd."
+
+En na hem met een voorschriftmatig gebaar op het hoofd geplaatst
+te hebben, stapte de deftige maréchaussée, terwijl hij het lichaam
+loodrecht op de heupen geplaatst hield, en deze laatsten balanceerde,
+den eenen kant op, terwijl ik naar den anderen kant ging.
+
+Een uur later had ik de herberg bereikt, waar ik zoo goed mogelijk
+de afwezigheid van mijn geweer verborg, en waar ik ook geen enkel
+woord over dat ongeval repte.
+
+Laat mij er bij vertellen, dat mijn metgezellen een kwartel en twee
+patrijzen voor hun zevenen meegebracht hadden. Pontcloué en Matifat
+waren sedert hunnen twist voortaan doodvijanden. Zij hadden elkander
+met vuistslagen toegetakeld, ter zake van het haas, dat nog liep.
+
+
+
+XI.
+
+
+Dat is de lijst der aandoeningen, die ik op dien gedenkwaardigen
+dag ondervond. Ik had misschien een kwartel en misschien een patrijs
+gedood. Ik had misschien een boer verwond, maar ik had zeer zeker een
+maréchaussée's hoed doorboord. Ik was jagende, zonder jachtakte betrapt
+geworden. Er was een proces-verbaal tegen mij opgemaakt, maar op een
+andersmans naam! Ik had het gezag bedrogen!!! Wat kon een nieuweling
+in de edele kunst der Andersons en der Pertuisets meer overkomen.
+
+Het is buiten kijf, dat mijn vriend de pianist onaangenaam verrast
+is geweest, toen hem beteekend werd, dat hij voor het kantongerecht
+te Doullens moest verschijnen. Ik vernam sedert, dat het hem niet
+mogelijk geweest was een alibi te bewijzen. Dientengevolge was hij
+tot zestien franken boete en tot de kosten veroordeeld, welke laatsten
+nog wel ééns die som bedroegen.
+
+Ik haast mij aan mijn verhaal toe te voegen, dat hij eenigen tijd
+daarna een postwissel ontving onder de leus van: Restitutie, groot
+twee-en-dertig francs, die hem zijn onkosten vergoedde. Nooit heeft
+hij vernomen en zal ook nooit vernemen, van wien die postwissel kwam;
+maar hij is door het kantonrechterlijk vonnis gebrandmerkt, hij is
+thans bij de justitie bekend.
+
+
+
+XII.
+
+
+Ik houd niet van de jagers; ik heb het reeds aan het begin van deze
+schets verklaard. Ik houd vooral niet van hen, omdat zij steeds hun
+jachtavonturen vertellen. Nu heb ik de mijne verhaald. Vergeef het mij,
+het zal niet weer gebeuren.
+
+Die tocht is de eerste geweest en zal ook de laatste zijn, door
+den schrijver ondernomen. Er is mij evenwel een herinnering van
+bijgebleven, die veel op innigen wrok gelijkt. Zoo vaak ik dan ook
+een jager ontmoet, die met het geweer onder den arm achter zijn hond
+voortstapt, laat ik nooit na hem een goede jacht toe te wenschen. Men
+beweert dat dit een kwaad voorteeken is, en zeker tegenspoed berokkend.
+
+
+EINDE.
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ I. Broeder Sam en broeder Sib
+ II. Helena Campbell
+ III. Het artikel uit de »Morning Post"
+ IV. De Clyde stroomafwaarts
+ V. Van de eene boot op de andere
+ VI. De kolk van Corryvrekan
+ VII. Aristobulus Beerenkooi
+ VIII. Een teleurstellend wolkje
+ IX. Praatjes van Juffrouw Bess
+ X. Eene Croquet-partij
+ XI. Olivier Sinclair
+ XII. Nieuwe plannen
+ XIII. De heerlijkheden der zee
+ XIV. Het leven te Jona
+ XV. De bouwvallen van Jona
+ XVI. Twee geweerschoten
+ XVII. Aan boord van de »Clorinda"
+ XVIII. Staffa
+ XIX. De Fingal's grot
+ XX. Alles ter wille van miss Campbell
+ XXI. Een storm in eene grot
+ XXII. De Groene Straal
+ XXIII. Besluit
+
+
+ Tien uren op jacht. Eenvoudige grillige inval
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Auld Reeky beteekent oude berookte, en is een bijnaam van Edinburg.
+
+[2] Noot van den Vertaler. De haan van een geweer heet in het Fransch
+ook chien. De Fransche woordspeling is hier niet weer te geven.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De wonderstraal, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDERSTRAAL ***
+
+***** This file should be named 27397-8.txt or 27397-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/7/3/9/27397/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.