diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:34:51 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:34:51 -0700 |
| commit | eba7ddff9ef69d2305f603a2fd9c8300f5847318 (patch) | |
| tree | cc8159d815dfbb21a3b2474d6df59c01c96817a3 /27397-8.txt | |
Diffstat (limited to '27397-8.txt')
| -rw-r--r-- | 27397-8.txt | 8795 |
1 files changed, 8795 insertions, 0 deletions
diff --git a/27397-8.txt b/27397-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a5893d7 --- /dev/null +++ b/27397-8.txt @@ -0,0 +1,8795 @@ +The Project Gutenberg EBook of De wonderstraal, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De wonderstraal + gevolgd door Tien uren op jacht + +Author: Jules Verne + +Release Date: December 3, 2008 [EBook #27397] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDERSTRAAL *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + Wonderreizen. + + Jules Verne + + De Wonderstraal + + + Gevolgd door + + Tien uren op jacht. + + + + Amsterdam + Uitgevers-Maatschappy "Elsevier" + 1914. + + + + + + +I. + +BROEDER SAM EN BROEDER SIB. + + +»Bet!" + +»Beth!" + +»Bess!" + +»Betsy!" + +»Betty!" + +Dat waren de namen, die achtereenvolgens in de prachtige »hall" van +Helenaburg weerklonken. Dat geroep was een onveranderlijke gewoonte +van broeder Sam en van broeder Sib, wanneer zij de huishoudster van +het buitenverblijf noodig hadden. + +Maar in dit oogenblik deden die verkleinwoordjes van Elisabeth evenmin +de waardige draagster daarvan te voorschijn komen, als wanneer hare +heerschappen haar bij den naam voluit geroepen hadden. + +Het was de intendant Partridge in persoon, die zich met de muts in +de hand aan de deur der hall vertoonde. + +Zich tot de roependen, twee personen van fatsoenlijk uiterlijk, +wendende, die op den kozijnmuur zaten van een venster, welker drie +glazen als ruitvormige vakken buiten den gevel der woning uitstaken: + +»Roepen de heeren juffrouw Bess?" zei hij; »maar die is niet op het +buitenverblijf." + +»Waar is zij dan, Partridge?" + +»Zij vergezelt miss Campbell, die in het park wandelt." + +Partridge vertrok hoogst ernstig op een teeken, dat hem beide +personen gaven. + +Die personen waren broeder Sam en broeder Sib,--verkleinwoorden, +afkomstig van hunne doopnamen Samuel en Sebastiaan--de ooms van +Miss Campbell. Het waren Schotten van het oude ras, Schotten van een +ouden Clan der Hooglanden, zij telden te zamen honderd twaalf jaar, +en scheelden slechts vijftien maanden met elkander. Sam was de oudste, +Sib de jongste. + +Om die twee typen van eer, goedheid en toewijding bij uitnemendheid met +weinige trekken te schetsen, zal het voldoende zijn mede te deelen, dat +hun geheele bestaan aan hunne nicht gewijd was. Zij waren de broeders +van hare moeder, die, nadat zij na een kortstondig huwelijksgeluk +van slechts een jaar, weduwe geworden was, door een snelverloopende +ziekte in het graf gesleept werd. Sam en Sib Melvill bleven dus alleen +op de wereld als verzorgers van het kleine weeskind. Door dezelfde +verteedering verbonden, leefden zij voort, dachten aan en droomden +over niets anders dan het jonge meisje. + +Voor haar waren zij ongetrouwd gebleven, het moet er bij verteld +worden: zonder eenig berouw; want zij behoorden tot die goedige wezens, +die geen andere rol op dit onderaardsche te vervullen hebben dan die +van voogd. En dat was nog niet genoeg gezegd: de oudste had zich tot +vader, de jongste tot moeder van het kind gesteld. Het gebeurde dan +ook, dat miss Campbell er toe kwam hen heel natuurlijk te groeten +met een: + +»Dag papa Sam! hoe vaart mama Sib?" + +Met wie zou men die beide ooms beter hebben kunnen vergelijken, +behoudens hunne geschiktheid voor de zaken, dan met die twee liefdadige +kooplieden, zoo goed, zoo eender van gedachten, zoo minzaam, als +de broeders Cheeryble uit de London-City, de twee meest volmaakte +wezens, die uit het vruchtbare brein van Dickens geboren werden. Het +zou onmogelijk geweest zijn, een meer nauwkeurige gelijkenis te +treffen, al moest men den schrijver ook beschuldigen, dat type aan +het meesterstuk: Nikolaas Nickleby geheeten, ontleend te hebben; +niemand zou zich over dit plagiaat te beklagen hebben. + +Sam en Sib Melvill, door het huwelijk hunner zuster vermaagschapt aan +een zijtak van het oude stamhuis der Campbells, hadden elkander nooit +verlaten. Dezelfde opvoeding had hen zedelijk aan elkander gelijk doen +worden. Zij hadden te zamen hetzelfde onderwijs in hetzelfde college +en in dezelfde klas genoten. Daar zij over het algemeen dezelfde +denkbeelden over alle zaken verkondigden in geheel overeenkomstige +uitingen, zoo kon de een steeds den volzin van den anderen eindigen met +dezelfde uitdrukkingen, onderstreept en gezinteekend door dezelfde +gebaren. In 't kort, die twee wezens vormden slechts één, hoewel +er eenig onderscheid in hun lichamelijk gestel te bespeuren was. En +inderdaad, Sam was iets grooter dan Sib en Sib was iets dikker dan +Sam; maar overigens zouden zij hunne grijze haren hebben kunnen +verwisselen, zonder het grondkarakter van hun eerlijk gezicht aan +te tasten, waarop de geheele adeldom der afstammelingen van den Clan +der Melvill's geschreven stond. + +Zal ook verteld moeten worden, dat in de snede hunner eenvoudige +en ouderwetsche kleeding, in de keus van de stoffen daarvoor van +goed engelsch laken, zij een gelijken smaak aan den dag legden, +behalve dat--wie zal die geringe afwijking kunnen verklaren?--Sam de +donkerblauwe en Sib donker kastanjekleur scheen te verkiezen. + +Werkelijk, wie zou niet in een innigen omgang met die twee fatsoenlijke +lieden hebben willen leven? Gewoon als zij waren, met denzelfden pas +in het leven voort te stappen, zouden zij ongetwijfeld, op weinigen +afstand van elkander, stil blijven staan, wanneer het uur van de +groote levenshalte gekomen zou zijn. In ieder geval waren die twee +zuilen van het stamhuis der Melvill's nog stevig. Zij zouden nog langen +tijd het oude gebouw van hun ras schragen, dat van de veertiende eeuw +dagteekende, dat episch tijdperk van Robert Bruce en van Wallace, +heldentijdperk, waarin Schotland zijn onafhankelijkheid tegenover +Engeland betwistte. + +Maar al hadden Sam en Sib ook al niet de gelegenheid gehad om voor het +welzijn van hun land te strijden, al vlood hun minder bewogen leven +ook al heen in de kalmte van dat onbekommerd bestaan, hetwelk door het +bezitten van een vermogen te weeg gebracht wordt, zoo moet men hen +daarvan geen verwijt maken of meenen, dat zij ontaard waren. Neen, +zij vervolgden, door wel te doen, de edelaardige overleveringen +hunner voorouders. + +Zij waren dan ook met de goede gezondheid, die zij genoten, en zich +geen enkele levens-onregelmatigheid te verwijten hebbende, bestemd +om, zonder oud naar geest en lichaam te worden, een hoogen ouderdom +te bereiken. + +Wellicht kon hun één gebrek ten laste gelegd worden,--wie toch is +volmaakt op deze aarde?--en dat was, dat zij hunne gesprekken tooiden +met beeldspraken en aanhalingen, aan den beroemden kasteelbewoner van +Abbotsford ontleend, en meer bepaaldelijk aan de epische gedichten van +Ossian, waarmee zij dweepten. Maar wie zou hun dat in het vaderland +van Fingal en van Walter Scott tot grief gemaakt hebben? + +Om hunne schets met een laatsten potloodstreek te eindigen, moet +medegedeeld worden, dat zij groote snuifverbruikers waren. Nu is het +bij niemand onbekend, dat het uithangbord der tabaksverkoopers voor +het meerendeel een moedigen Schot voorstelt, die, in het nationaal +kostuum gekleed, met de snuifdoos in de hand afgebeeld is. Welnu, de +gebroeders Melvill zouden waardiglijk overgebracht hebben kunnen worden +op de met verf bekladde zinken platen, die boven de tabakswinkels in +den wind krassen. Zij snoven zooveel en zelfs meer dan iemand, wie ook, +aan deze of gene zijde van de Tweed. Maar, kenmerkende bijzonderheid, +zij bezaten slechts één snuifdoos, die evenwel bijzonder groot was. Dat +draagbaar voorwerp ging steeds uit den zak van den eenen in dien van +den anderen over. Dit was als een band tusschen hen beiden. Er zal +wel niet bijgevoegd behoeven te worden, dat zij minstens tien keeren +in het uur de behoefte gevoelden, het overheerlijke nikotiaansche +kruid, dat zij uit Frankrijk lieten komen, te gebruiken. Wanneer de +een de snuifdoos uit de diepte van zijn rok voor den dag haalde, dan +haakten beiden naar een goed snuifje, en wanneer zij moesten niezen, +dan zeiden zij beiden: »God zegene u!" + +Overigens waren de broeders, Sam en Sib, waarlijk kinderen, wanneer +het de werkelijkheid des levens betrof. Zij waren zeer weinig op +de hoogte der wereldsche en geheel en al niet op het gebied van +nijverheids-, geld- of handelszaken. Zij beweerden dan ook niet, +er iets van te begrijpen. Op staatkundig gebied waren zij nog minder +thuis, hoewel zij wellicht Jakobus-Gezinden mochten heeten, die eenige +vooringenomenheid jegens het regeerend huis van Hannover koesterden +en een gedachte wijdden aan den laatsten der Stuarts, zooals een +Franschman aan den laatsten koning uit het huis van Valois zou kunnen +denken. Maar in gevoels-kwestiën waren zij geheel vreemdelingen. + +En toch hadden de gebroeders Melvill slechts één gedachte namelijk +een helderen blik te slaan in het hart van miss Campbell, haar meest +geheime gedachten te ontraadselen, die gedachten te besturen als het +moest, die te ontwikkelen als het noodig was, om haar eindelijk aan +een braven jongen hunner keus uit te huwelijken, die niet anders doen +kon, dan haar gelukkig maken. + +Moest men hen gelooven, wanneer men de zaak hoorde bepraten, dan +hadden zij juist zoo'n braven jongen gevonden, wien die aangename +taak op dit ondermaansche zou ten deel vallen. + +»Helena is alzoo uit, broeder Sib?" + +»Ja, broeder Sam, maar daar slaat het vijf uur, zij zal dus weldra +te huis komen." + +»En zoodra zij te huis zal zijn...." + +»Zal het zaak zijn, broeder Sam, een zeer ernstig gesprek met haar +te hebben." + +»Binnen weinige weken, broeder Sib, zal onze dochter den leeftijd +van achttien jaar bereikt hebben." + +»Den leeftijd van Diana Vernon, broeder Sam. Is zij niet even +bekoorlijk als de aanbiddenswaardige heldin van Rob Roy?" + +»Ja, broeder Sib, en door de bevalligheid harer manieren...." + +»Door haar geestesgaven...." + +»Door de oorspronkelijkheid harer denkbeelden...." + +»Brengt zij meer Diana Vernon in herinnering dan Flora Mac Ivor, +de groote en indrukwekkende figuur van Waverley!" + +De gebroeders Melvill, trotsch op hunnen nationalen romanschrijver, +haalden nog eenige andere heldinnennamen aan uit den Oudheidkundige, +uit Guy Mannering, uit den Abt, uit het Klooster, uit de Mooie Meid +van Perth, uit het Kasteel van Kenilworth enz.; maar alle moesten +volgens hunne meening den eerepalm aan miss Campbell laten. + +»Het is een jonge rozenstruik, die wat snel opgeschoten is, broeder +Sib, en die...." + +»Een steun gegeven moet worden, broeder Sam. Ik heb mij laten zeggen, +dat de beste steun voor een jong meisje...." + +»Klaarblijkelijk een echtgenoot is, broeder Sib, want die schiet +wortel naast den rozenstruik...." + +»En groeit natuurlijk met den struik voort, broeder, dien hij +beschermen moet!" + +Met hun beiden hadden de gebroeders Melvill als ooms die beeldspraak +gevonden, die, goed bekeken, toch aan den Volmaakten Hovenier ontleend +was. Zij waren er ongetwijfeld tevreden over; want zij wekte een +zelfden glimlach van tevredenheid op hunne goedige gezichten. De +gemeenschappelijke snuifdoos werd door broeder Sib te voorschijn +gebracht, die er voorzichtig twee vingers in bracht, waarna hij ze aan +broeder Sam overreikte, die, na een flink snuifje genomen te hebben, +haar in den zak stak. + +»Wij komen dus geheel en al overeen, broeder Sam?" + +»Zooals altijd, broeder Sib." + +»Zelfs bij de keus van een steun?" + +»Zou men een meer met Helena overeenstemmend wezen vinden, een die +meer in haar smaak kan vallen dan die jeugdige geleerde, die ons +herhaaldelijk zulke waardige...." + +»En zulke ernstige gevoelens jegens haar liet blijken?" + +»Dat zou inderdaad moeilijk zijn. Hij is goed onderwezen, heeft zijn +graden op de Hooge Scholen van Oxford en Edinburg behaald...." + +»Hij is knap natuurkundige als Tyndall...." + +»Scheikundige als Faraday...." + +»Hij kent het waarom van alle zaken op dit ondermaansche, broeder +Sam...." + +»Hij zal niet betrapt worden op haperen, laat het welk moeilijk +vraagstuk ook zijn, broeder Sib...." + +»Hij stamt af van een belangrijke familie uit het graafschap Fife en +is daarenboven bezitter van een voldoend vermogen...." + +»Zonder van zijn uiterlijk te spreken, dat zelfs met zijn aluminiumbril +zeer aangenaam is!" + +Al waren de brilleglazen van dien held ook in staal, nickel of goud +gevat geweest, dan zouden de gebroeders Melvill dat nog niet als +een koopvernietigend gebrek beschouwd hebben. Het is waar, dat die +gezichtkundige toestellen aan jeugdige geleerden goed staan en zij +hun ietwat ernstig uiterlijk naar wensch voltooien. + +Maar zou die gegradueerde der bovengenoemde Hooge Scholen, die +natuur- en scheikundige, aan miss Campbell bevallen! Neen, wanneer +miss Campbell op Diana Vernon geleek. De lezer weet het toch. Diana +Vernon koesterde geen ander gevoel voor haren geleerden neef Raleigh, +dan dat eener bescheiden vriendschap. Zij trouwt hem dan ook niet op +het einde van den roman. + +Mooi! maar dat kon de twee broeders niet verontrusten. Zij waren +geheel en al behept met de onervarenheid van oude jongeheeren, die +geheel onbevoegd zijn in zulke zaken te oordeelen. + +»Zij hebben elkander reeds dikwijls ontmoet, broeder Sib; en onze +jonge vriend scheen niet ongevoelig voor de schoonheid van Helena." + +»Dat geloof ik wel, broeder Sam! Had de goddelijke Ossian hare +deugden, hare schoonheid en hare bevalligheid te verheerlijken gehad, +dan zou hij haar Moina genoemd hebben, dat wil zeggen: door iedereen +bemind...." + +»Tenzij hij haar Fiona genoemd had, broeder Sib, dat wil zeggen: +de onvergetelijke schoone uit de gaëlische tijdperken." + +»Had hij geen voorgevoel van het bestaan onzer Helena, broeder Sam, +toen hij schreef: »Zij verlaat hare schuilplaats, waar zij in het +geheim zuchtte en verschijnt, getooid met hare schoonheid, als de +maan in het oosten op den rand eener wolk...." + +»En het schitterende harer bekoorlijkheden omgeeft haar als +lichtstralen, broeder Sib, en het geschuifel van haar lichten tred +is welgevallig voor het oor, evenals een heerlijke muziek!" + +Gelukkig, dat de beide broeders daarbij hunne aanhalingen staakten +en uit den nevelachtigen hemel der barden tot het werkelijke leven +terugkeerden. + +»Dat is zeker," zei de een, »wanneer Helena onzen jeugdigen geleerde +bevalt, hij hare genegenheid wel zal verwerven." + +»En dat zij van haren kant, broeder Sib, hem nog niet al die +opmerkzaamheid geschonken heeft, die de verheven hoedanigheden, +waarmede hem de natuur zoo rijkelijk bedeeld heeft, verdienen...." + +»Dat enkel daaraan te wijten is, broeder Sib, dat wij haar nog niet +hebben medegedeeld dat het tijd wordt voor haar om aan het huwelijk +te denken." + +»Maar wanneer wij eenmaal haar denkbeelden op dat onderwerp zullen +gevestigd hebben, verondersteld dan ook al, dat zij eenigen tegenzin, +niet tegen den echtgenoot, maar tegen den echtelijken staat zou +hebben...." + +»Dan zal zij toch dadelijk »ja" antwoorden, broeder Sam...." + +»Zoo als die uitmuntende Benedictus, broeder Sib, die na lang weerstand +geboden te hebben...." + +»In de ontknooping van »Veel geschreeuw en luttel wol" eindigt met +Beatrix te trouwen!" + +Zoo bedisselden de goede ooms van miss Campbell die zaak, en die +aangegeven ontknooping scheen hun even natuurlijk toe als die uit +het komediestuk van Shakespeare. + +Beiden waren als op een gegeven teeken tegelijkertijd opgestaan en +keken elkander met een fijn glimlachje aan. Zij wreven zich de handen +op de maat. Dat huwelijk was een geklonken zaak! Welke moeielijkheid +zou zich nog kunnen voordoen? De jonkman had hun de hand van het jonge +meisje gevraagd en deze zou wel haar antwoord geven, een antwoord, +waaromtrent zij zich niet te bekommeren hadden. Alle vormelijkheid +was in acht genomen, men had slechts den dag vast te stellen. + +En waarlijk, dat zou een schoone dag en een fraaie plechtigheid +zijn. Zij zou te Glasgow voltrokken worden, maar niet in de kathedraal +van Sint Mungo, de eenige kerk van Schotland, die met Sint Magnus der +Orkaden in het hervormingstijdperk ongeschonden was gebleven. Neen! zij +was een te lomp gevaarte en bij gevolg niet vroolijk genoeg voor een +huwelijk, dat volgens de gebroeders Melvill een ontluiking der jeugd, +een uitstraling van liefde moet zijn. Men zou eerder Sint Andries +of Sint Enoch of zelfs Sint George kiezen, die tot bidplaats van het +meest fatsoenlijke kwartier der stad diende. + +Broeder Sam en broeder Sib gingen voort met het ontwikkelen van +hunne plannen en gebruikten daarbij een spreekwijze, die meer van een +alleenspraak dan van een gesprek had, omdat het steeds de opvolging +van dezelfde denkbeelden was, die op dezelfde wijze uitgedrukt +werden. Onderwijl zij zoo praatten, vestigden zich door de ramen +hunne blikken op het fraai geboomte, waaronder miss Campbell thans +wandelde, op de groene grasperken, door beekjes met ruischend water +omzoomd, op de lucht met haren lichtgevenden nevel, die in de Schotsche +Hooglanden schijnt te huis te behooren. Zij keken elkander niet aan, +dat was onnoodig; maar door een soort van hartelijk instinct gedreven, +grepen zij van tijd tot tijd elkanders arm, drukten elkander de hand, +alsof zij door de een of andere magnetische strooming, de mededeeling +hunner gedachten wilden bevorderen. + +Ja! dat zou prachtig zijn! De zaken zouden grootsch en adellijk +behandeld worden. De arme lieden van West-George Street, die daar even +goed als elders te vinden zijn, zouden bij het feest niet vergeten +worden. Mocht miss Campbell, tegen ieders vermoeden in, wenschen, +dat het huwelijk meer eenvoudig zou voltrokken worden, dan zou zij +moeite hebben om hare ooms reden te doen verstaan, en die ooms zouden +het wel tegen haar opnemen en hunne plannen doordrijven, al was dat +ook voor den eersten keer in hun leven. Neen! zij zouden noch daarin, +noch in eenig ander geval toegeven. Met de grootste plechtigheid zouden +de genoodigden bij het verlovingsmaal volgens het oude gebruik »den +dronk op den dakbalk" uitbrengen. En de arm van broeder Sam rondde +zich even als die van broeder Sib, alsof zij reeds bezig waren, +dien beroemden Schotschen dronk in te stellen. + +De deur der hall ging in dit oogenblik open, en een jong meisje +verscheen met roosjes op de wangen, het gevolg van een vluggen renloop +in het park. Hare hand zwaaide een opengeslagen dagblad. Zij wendde +zich tot de gebroeders Melvill en vereerde beiden met twee kussen. + +»Goeden morgen, oom Sam," zei zij. + +»Goeden morgen, lieve dochter." + +»En hoe vaart oom Sib?" + +»Opperbest!" + +»Helena," zei broeder Sam, »wij hebben iets met je te bedisselen." + +»Te bedisselen! Wat te bedisselen? Kom, welke samenzwering hebben +mijn oompjes gesmeed?" vroeg miss Campbell, wier blikken niet zonder +ondeugendheid van den een naar den anderen schoten. + +»Ge kent dat jonge mensch, den heer Aristobulus Beerenkooi?" + +»Dien ken ik." + +»Mishaagt hij je?" + +»Waarom zou hij mij mishagen, oom Sam?" + +»Dan bevalt hij je?" + +»Waarom zou hij mij bevallen, oom Sib?" + +»Wel, omdat broeder Sam en ik, na rijpe overweging, hem je tot +echtgenoot voorstellen." + +»Ik trouwen! ik!" riep miss Campbell met den meest welluidenden lach, +die ooit binnen de muren der hall weerklonken had. + +»Je wilt niet trouwen?" vroeg broeder Sam. + +»Neen!" + +»Nooit?..." vroeg broeder Sib. + +»Nooit!" antwoordde miss Campbell met een ernstig gezicht, dat wel in +tegenspraak met haar lachend mondje was. »Nooit! mijn lieve ooms... ten +minste zoo lang ik niet gezien heb..." + +»Wat dan?" vroegen broeder Sam en broeder Sib als om strijd. + +»Zoo lang ik den Groenen Straal niet zal gezien hebben." + + + + + + +II. + +HELENA CAMPBELL. + + +Het buitenverblijf, door miss Campbell en de gebroeders Melvill +bewoond, was gelegen op drie mijlen van het kleine gehucht Helenaburg, +op den oever van Gare-Loch, een van die schilderachtige inkeepingen, +waardoor de boorden van de Clyde grillig ingesneden zijn. + +Gedurende het winterseizoen bewoonden de gebroeders Melvill te Glasgow +een aanzienlijk huis in West-George Street in het aristokratisch +kwartier der nieuwe stad, niet ver van Blythswood Square. Daar +verbleven zij zes maanden van het jaar, tenzij een gril van Helena, +waaraan zij zich steeds zonder tegenspartelen onderwierpen, hen tot +een langdurig uitstapje naar den kant van Italië, van Spanje of van +Frankrijk noopte. Gedurende zulke reizen zagen zij slechts door de +oogen van het jonge meisje, gingen waarheen zij wenschte te gaan, +hielden halt, wanneer zij zulks verkoos, en bewonderden slechts dat, +wat zij harer aandacht waardig keurde. Wanneer miss Campbell haar +reisindrukken òf met eenige potloodhalen òf met eenige inktregels in +haar album had overgebracht, dan keerden de brave ooms onderworpen +naar het Vereenigd Koninkrijk terug, en betrokken weer, evenwel niet +zonder innerlijke voldoening, de gemakkelijk ingerichte woning in +West-George Street. + +Wanneer een drietal weken van de maand Mei verloopen waren, gevoelden +broeder Sam en broeder Sib een niet te bedwingen verlangen om naar +buiten te gaan. Dat verlangen overviel hen steeds juist op het +oogenblik, dat miss Campbell ook het niet te bedwingen verlangen te +kennen gaf, om niet alleen Glasgow, maar ook het rumoer eener groote +nijverheidsstad vaarwel te kunnen zeggen; om de bedrijvigheid te +kunnen ontvluchten der handelaren, die niet zelden zelfs tot in de +nabijheid van Blythswood Square, het deftige kwartier, doordrong; +om eindelijk een minder met rook bezwangerden hemel te kunnen zien, +om een minder met koolzuur bezwangerde lucht te kunnen inademen dan die +der oude hoofdstad van Schotland, welker handels-belangrijkheid eenige +eeuwen geleden door de »Tabacco Lords", de tabaklords, gesticht werd. + +Dan vertrok alles, heerschap en bedienden, naar het buitenverblijf, +dat hoogstens op een twintigtal mijlen verwijderd lag. Het was een +fraai plekje, dat dorpje Helenaburg. Men heeft er een badplaats van +gemaakt, die zeer gezocht was door hen, die tijd genoeg hadden om +de wandelingen langs de Clyde af te wisselen met uitstapjes naar het +Katrinemeer en het Lhomondmeer, die zoo dierbaar aan de toeristen zijn. + +Op een mijl van het dorp en op den oever van het Gare-Loch, hadden +de gebroeders Melvill een plekje uitgezocht om hun buitenverblijf +te bouwen te midden van prachtig geboomte en te midden van +murmelende beekjes, op een golvend terrein, welks oppervlakte als +voor het aanleggen van een park bestemd scheen. Frisch lommer, +groene grasperken, boschjes van dicht en verschillend struikgewas, +bloembeddingen, weilanden, welker »gezondheids-gras" voornamelijk voor +de bevoorrechte schaapjes groeide, vijvers met hunne spiegelgladde +oppervlakten, bevolkt met wilde zwanen, die bevallige vogels, waarvan +Wordsworth zong: + + + »De zwaan dobbert dubbel, hij en zijn beeld!" + + +Alles eindelijk wat de natuur bekoorlijks voor de oogen kan te zaam +brengen, zonder dat de menschenhand zich in die schikkingen verraadt; +zoodanig was het zomerverblijf van die welgestelde familie. + +Er moet nog bijgevoegd worden, dat van dat gedeelte van het park, boven +het Gare-Loch gelegen, het uitzicht behoorlijk was. Vooreerst rustte +het oog aan het uiteinde van dien smallen inham op het schiereiland +Roseheat, waarop zich een fraaie italiaansche villa verhief, die +aan den hertog van Argyle toebehoorde. Links vertoonde het gehucht +Helenaburg de golvende lijn van hare huizen, waarboven een paar +klokkentorens uitstaken, met zijn sierlijke pier zich uitstrekkende +boven de wateren van den inham, ten behoeve der stoombooten; en +daarachter, op dien achtergrond, de kustheuvels, waarop vriendelijk +eenige schilderachtige woningen verrezen. Vlak tegenover, op den +linkeroever der Clyde, verrezen Glasgow-haven, de bouwvallen van het +Kasteel Newark, Greenock en daar rondom een woud van masten met hunne +veelkleurige vlaggen, waardoor een zeer afwisselend panorama ontstond, +hetwelk het oog aangenaam boeide. + +En dat gezicht werd nog fraaier, wanneer men den voornaamsten toren van +het buitenverblijf beklom, waardoor de gezichteinder zich aanmerkelijk +uitbreidde. + +De vierkante toren, met zijn veruitspringende torentjes, in vorm +op peperbussen gelijkende, op drie zijner hoeken, was versierd met +schietgaten en rondgaande galerijen, terwijl zijn bovenvlak verdedigd +was door een borstwering, die als kantwerk in steen uitgehouwen +was. De vierde hoek sloot aan een achtkantig torentje, waarop de +vlaggestok verrees, waaraan het dundoek wapperde, dat zich in het +Vereenigd Koninkrijk boven alle woningen en boven alle vaartuigen +ontplooit. Die soort van wachttoren, van nieuwere dagteekening, +beheerschte alzoo het geheel der gebouwen, die tot het buitenverblijf +behoorden, met zijn grillige daken, met zijn vensterramen, die nog +grilliger aangebracht waren, met zijn veelvlakkige gevelnokken, met +zijn vooruitstekende gedeelten, met zijn slingerende arabesken langs +de vensterkozijnen, en met zijn keurig bewerkte schoorsteenen, alle +vindingrijke ornamenten, die soms een bevallig uiterlijk verleenden, +en aan den anglo-saksischen bouwtrant eigen zijn. + +Het was op het bovenste plat van dat torentje, dat miss Campbell +gaarne gansche uren zat te mijmeren onder de plooien van de nationale +vlag, die onder de bries van de Firth of de Clyde wapperde. Zij had +zich daar een lief toevluchtsoord bereid, waar zij kon zitten lezen, +schrijven en slapen bij ieder weer van dat veranderlijk klimaat van +Schotland. Zij zat dan beschut voor den wind, de zonnestralen en den +regen. Daar moest men haar meestal gaan zoeken. Was zij daar niet, +dan dwaalde zij luimig door de lanen van het park, dan eens alleen, dan +eens in gezelschap van juffrouw Bess, tenzij zij te paard, gevolgd door +Partridge, de naburige streek doorholde en zij dien trouwen dienaar +een taai stuk werk gaf om niet bij zoo'n rit ten achter te blijven. + +Onder de talrijke bediening van het buitenverblijf moeten wij een +oogenblik bij die twee eerlijke dienaren verwijlen, die sedert hunne +jeugd de familie Campbell aankleefden. + +Elisabeth, de »Luckie", de moeder, zooals de huishoudster in de +Hooglanden genoemd wordt, telde net zooveel levensjaren als zij +sleutels aan haren sleutelbos droeg, en dat waren er welgeteld zeven +en veertig. Zij was een degelijke huisbestierster, ernstig, regelmatig +als een uurwerk, en voor hare taak die het geheele huishouden bestreek, +berekend. Soms verbeeldde zij zich de gebroeders Melvill grootgebracht +te hebben, hoewel die ouder waren dan zij; maar voor miss Campbell +had zij voorzeker moederlijke zorgen. + +Naast die kostelijke intendante blonk de Schot Partridge uit, als een +dienaar, die geheel aan zijn meesters gewijd, en steeds getrouw was +aan de oude gewoonten van zijn clan. Steeds was hij in het ouderfelijk +kostuum der bergbewoners gekleed. Hij droeg de gestreepte blauwe muts, +den kilt en den ruitkleurigen tartaan, die hem over den philibey en +den pouch, dit laatste een soort van langharigen zak, tot op de knieën +reikte, de hooge beenkousen, die door linten ruitvormig over de kuiten +opgehouden werden, en eindelijk de broguen, een soort schoeisel van +koehuid vervaardigd, die hem voor sandalen dienden. + +Wat zou er met eene juffrouw Bess, om het huis te bestieren, en een +Partridge, om het te bewaken, meer noodig zijn geweest om van den +huiselijken vrede op dit ondermaansche verzekerd te zijn? + +Men zal het reeds opgemerkt hebben dat, toen Partridge op het geroep +van de gebroeders Melvill toeschoot, hij »miss Campbell" gezegd had +toen hij van het jonge meisje sprak. + +Wanneer de brave Schot haar miss Helena genoemd had, dat wil zeggen, +wanneer hij haar met haar doopnaam aangeduid had, zou hij inbreuk +gemaakt hebben op de regels, die de trapsgewijze ondergeschiktheid +regelen, inbreuk die in het bijzonder door het woord: »snobbisme" +aangeduid wordt. + +En werkelijk de oudste of de eenige dochter uit een fatsoenlijke +familie wordt zelfs in hare meest teedere jeugd nimmer met haren +doopnaam aangesproken. Ware miss Campbell de dochter van een pair, +dan zou zij lady Helena geheeten hebben; maar de tak der Campbells, +waartoe zij behoorde, was slechts een zijtak en nog wel een zeer +verwijderde zijtak van den hoofdstam, die in den paladijn sir Colin +Campbell tot de kruistochten terug te voeren was. In het verloop van +eeuwen hadden zich vertakkingen van den algemeenen stamboom van den +roemvollen voorzaat afgescheiden, maar zich aangesloten bij de Clans +van Argyle, van Breadalbane, van Lochnel en bij anderen; maar hoe +verwijderd ook van den hoofdstam, voelde zich Helena toch trotsch op +het bloed dier roemrijke familie, dat haar vanwege haren vader in de +aderen vloot. + +Maar al was zij maar eenvoudig miss Campbell, zoo was zij toch +een echte Schotsche, een dier edelaardige meisjes van Thulé, met +blauwe oogen en blonde haren, welker portret, geschetst door Findon +of Edwards, en temidden der afbeeldingen van Minna, van Brenda, van +Amy Robsart, van Flora Mac Ivor, van Diana Vernon, van miss Wardour, +van Catherina Glover, van Mary Avenel geplaatst, de keepsake niet +onwaardig zou geweest zijn, waarin Engelschen de schoonste vrouwentypen +van hunnen grooten romanschrijver bijeen brengen. + +En inderdaad, miss Campbell was een overheerlijk wezen. Men bewonderde +haar fraai gesneden gelaat, hare blauwe oogen,--van dat blauw der +Schotsche meren,--haar bevallige gestalte, niet te groot en niet +te klein, haren tred, die eenige fierheid verried, haar geheel +uiterlijk, dat nadenken kenschetste, tenzij een weinig spotlust +hare gelaatstrekken kwam verhelderen, en men moest bekennen dat haar +geheele wezen den stempel droeg van bevalligheid en voornaamheid. + +Maar miss Campbell was niet alleen schoon, zij bezat ook een goed +karakter. Hoewel rijk vanwege hare ooms, liet zij zich daarop niets +voorstaan. En liefdadig was zij, zoo liefdadig, dat zij scheen het +gaëlisch spreekwoord tot daadwerkelijkheid te willen maken: »dat de +geopende hand steeds gevuld zij!" + +Vóór alles was zij gehecht aan haar provincie, aan haren clan, aan +haar familie. Zij was eene Schotsche met hart en ziel. Zij zou de +voorkeur gegeven hebben aan den meest nederigen der Sawneys boven den +meest voornamen der John Bulls. Haar vaderlandsliefde trilde als de +snaren eener harp, wanneer de stem eens bergbewoners den omtrek met +het een of andere nationale pibroch der Hooglanden deed weerklinken. + +De Maistre heeft ergens gezegd: »Er bestaan in ons twee wezens: +eerst het ik en dan de andere." + +Het »ik" van miss Campbell was een ernstig, bezonnen wezen, dat het +bestaan meer uit het oogpunt der verplichtingen dan uit het oogpunt +der rechten beschouwde. + +De »andere" van miss Campbell was een romanesk, een avontuurlijk +wezen, dat een weinig tot lichtgeloovigheid overhelde, en veel van +de wonder-verhalen hield, die zoo gemakkelijk in het vaderland +van Fingal ontluiken. Daarin verried zich haar maagschap met de +Lindamires, die aanbiddenswaardige heldinnen uit de ridder-romans, +en bezocht als zoodanig de omliggende glens alleen om »den doedelzak +van Strathdearne", zooals de Hooglanders het zuchten van den wind in +eenzame lanen noemen, te hooren. + +Broeder Sam en broeder Sib hielden evenveel van die beide zoo +verschillende wezens, die in miss Campbell huisden; maar toch +moet bekend worden, dat, hoewel zij zich bekoord gevoelden door het +ernstige schepseltje, zij soms van streek geraakten door de onverwachte +snedige antwoorden, de grillige omzwervingen in het denkbeeldige, +de plotselinge omdolingen in het rijk der droomen van het andere wezen. + +En was het dat luimige wezen niet, dat op het voorstel der beide +broeders, het zoo zonderlinge antwoord gaf: + +»Ik trouwen! ik!" had het »ik!" uitgeroepen. »Ik de echtgenoot van +mijnheer Beerenkooi worden! Wij zullen daarover eens denken.... en +er later over spreken!" + +»Nooit!...." had die andere geroepen. »Nooit!.... zoolang ik den +Groenen Straal niet zal gezien hebben!" + +De gebroeders Melvill keken elkander aan, zonder er iets van te +begrijpen. Broeder Sam nam het oogenblik waar, dat Miss Campbell op +een grooten Gothischen armstoel, die bij het venster stond, plaats nam, +om te vragen: + +»Wat wil zij met dien Groenen Straal zeggen?" + +»En waarom wil zij dien straal zien?" vroeg broeder Sib. + +Waarom? Men zal het vernemen. + + + + + + +III. + +HET ARTIKEL UIT DE »MORNING POST." + + +Ziehier, wat de liefhebbers van natuurkundige aardigheden dien dag +in de »Morning Post" hadden gelezen: + +»Hebt gij wel eens een zons-ondergang boven een zee-horizon +waargenomen? Voorzeker, nietwaar? Hebt gij dat zoo schoone +natuurtafereel gevolgd, tot dat de bovenrand der zonneschijf, +de watervlakte rakende, op het punt is te verdwijnen? Zeer +waarschijnlijk. Maar hebt gij dan het natuurverschijnsel opgemerkt, +dat zich in het allerlaatste oogenblik voordoet, waarin de schitterende +zon haar laatsten straal doet zien, bij een geheel zuivere lucht, +die van iederen nevel vrij is? Dat wellicht niet. Welnu, de eerste +maal dat gij in de gelegenheid zult zijn,--en die gelegenheid doet +zich zeer zelden voor,--om die waarneming te doen, dan zal het geen +roode straal zijn, die volgens uwe meening op het netvlies van uw oog +zal weerkaatsten, maar het zal een groene zijn, van een wonderlijk +groen, een groen dat geen schilder op zijn verfbord kan te voorschijn +tooveren, een groen, welker natuur nimmer bij de zoo afgewisselde +kleurmenging van het plantenrijk, noch bij de schakeering van de +helderste zeeën is waargenomen kunnen worden! Wanneer er groen in +het Paradijs bestaat, dan kan het niet anders dan dat groen zijn, +wat dan ongetwijfeld het groen der Hoop is!" + +Zoo luidde het artikel van de Morning Post, dagblad, hetwelk Miss +Campbell bij haar binnentreden in de hall in de hand hield. Dat +artikel was voldoende geweest om haar op te winden. + +Met een geestdriftvolle stem las zij dan ook de weinige regels die +met hare stembuiging als een lyrische lofzang de schoonheden van den +Groenen Straal bezongen, aan hare ooms voor. + +Maar wat miss Campbell hun verzweeg, was dat die Groene Straal +overeenkwam met een oude legende, welker innige beteekenis haar tot +nu toe ontsnapt was. Het was een raadselachtige legende, te midden +van zoovele andere, die in de Hooglanden verteld worden en waarbij te +verstaan werd gegeven, dat die straal de macht had, den sterveling, +die hem gezien had, de gaaf te verleenen zich in hartzaken niet te +kunnen vergissen. Door zijne verschijning werden alle onwaarheden en +droombeelden vernietigd, zoodat hij, die het geluk had hem eens waar +te nemen, helder in zijn eigen hart en in dat van anderen kon lezen. + +Dat de lezer de dichterlijke lichtgeloovigheid eener jeugdige +Schotsche vergeve, die in haar brein door de lezing van dat artikel +in de Morning Post weer opgewekt was. + +Toen broeder Sam en broeder Sib miss Campbell zoo hoorden, keken zij +elkander verbouwereerd met verbazend wijd opengespalkte oogen aan. Tot +nu toe hadden zij het leven genoten zonder dien Groenen Straal gezien +te hebben, en zij meenden, dat men het best zonder hem kon stellen. Dit +was evenwel de meening van Helena niet, die de gewichtigste daad haars +levens van de waarneming van dat natuurverschijnsel, eenig onder allen, +afhankelijk stelde. + +»Dus, dat is het wat men »de Groene Straal" noemt?" vroeg broeder Sam, +terwijl hij zachtkens met hoofd knikte. + +»Ja, oom Sam," antwoordde miss Campbell. + +»Dien ge volstrekt zien wilt?" vroeg broeder Sib. + +»Met uw verlof, dien ik zien zal, waarde ooms, en zoo spoedig mogelijk, +met uw welnemen." + +»En dan, als ge hem gezien zult hebben?...." + +»Als ik hem gezien zal hebben?.... Wel, dan kunnen wij over mijnheer +Aristobulus Beerenkooi praten." + +Broeder Sam en broeder Sib keken elkander ter sluiks aan en een +glimlach van verstandhouding krulde hunne lippen. + +»Kom, laten wij den Groenen Straal gaan zien," zei de een. + +»Kom, zonder een oogenblik te loor te laten gaan!" zei de ander. + +Maar miss Campbell weerhield hen met een handgebaar, toen zij het +venster der hall wilden openen. + +»Wij moeten op zons-ondergang wachten," zei zij. + +»Van avond dus...." knikte broeder Sam. + +»En dat de zon in een zeer zuiveren dampkring ondergaat," vervolgde +miss Campbell. + +»Welnu, na het middagmaal zullen wij alle drie naar de punt van +Rosenheat wandelen...." + +»Of nog beter, wij zullen eenvoudig den toren van het buitenverblijf +beklimmen," zei broeder Sam. + +»Op Rosenheat-punt, zoowel als op dien toren," antwoordde miss +Campbell, »hebben wij geen ander vergezicht dan dat van de oeverstreek +der Clyde. Wij moeten evenwel de zon zien ondergaan op zee, wanneer zij +achter de wateroppervlakte verdwijnt. Mijn oompjes zijn dus gehouden +mij in den kortst mogelijken tijd voor zoo'n zeegezicht te brengen!" + +Met haar allerliefsten glimlach op de lippen sprak miss Campbell, +evenwel zoo ernstig, dat de gebroeders Melvill aan een zoo te berde +gebrachte vordering geen weerstand kon bieden. + +»Er is toch geen haast bij?...." meende broeder Sam evenwel in het +midden te moeten brengen. + +Broeder Sib schoot te hulp, door er bij te voegen: + +»Oh! wij hebben den tijd...." + +Miss Campbell schudde het bevallige hoofdje. + +»Neen, wij hebben niet den tijd," antwoordde zij, »integendeel, +er is veel haast bij." + +»Werkelijk? Zou dat belangstelling voor mijnheer Aristobulus Beerenkooi +zijn?...." vroeg broeder Sam. + +»Wiens geluk, zooals het schijnt, van de waarneming van den Groenen +Straal afhangt?...." meende broeder Sib. + +»Kom die gekheid! Neen, er is haast bij, lieve ooms! omdat wij reeds +in Augustus zijn," antwoordde miss Campbell, »en de nevels weldra +onze Schotsche lucht zullen komen bederven! Wij moeten van de weinige +schoone avonden gebruik maken, die het einde van den zomer en het +begin van den herfst ons schenken zullen! Nu, wanneer vertrekken wij?" + +Zooveel was zeker, dat wanneer miss Campbell in dat jaar den Groenen +Straal nog wilde waarnemen, er geen tijd te verliezen was. Alles wat +den broeders overbleef te doen, en dat nog wel zonder een dag verloren +te laten gaan, was zich onmiddellijk naar het een of andere punt van +de Schotsche kust te begeven, die op het westen lag, zich daar zoo +gemakkelijk mogelijk in te richten, om iederen avond den ondergang der +zon te gaan waarnemen en haren laatsten straal te bespieden. Wellicht +dat dan miss Campbell, met een weinig geluk, haren wensch, die niet +van grilligheid vrij te pleiten was, in vervulling zou zien komen, +wanneer namelijk de lucht tot de waarneming van het natuurverschijnsel +wilde medewerken, wat wel een tref zoude zijn, want, zooals de Morning +Post zei, kon die waarneming tot de zeer zeldzame gerekend worden. + +En dat dagblad was voorzeker goed ingelicht. + +Vooreerst gold het nu te zoeken en te kiezen een strook der westkust, +vanwaar het natuurverschijnsel zichtbaar zoude zijn. Maar om die te +vinden, moest men de baai der Clyde verlaten. + +Want die geheele inham, die de monding der Firth of Clyde vormt, is +als bezaaid met hinderpalen, die het gezichtsveld begrenzen. Hier zijn +het de Bute's Kiles en het Arran-eiland, elders weer de schiereilanden +van Knapdale, van Gantyre, van Jura en van Islay, alle reusachtige +verbrokkelingen van rotsen in een gewelddadig geologisch tijdperk, +die een soort van eilanden-zee ten westen van het graafschap Argyle +vormen. Onmogelijk zou het zijn, daar een segment van den zee-horizon +te vinden, waarop de blik een zonsondergang kon waarnemen. + +Dus wilde men Schotland niet verlaten, dan moest men òf meer +noordwaarts òf meer zuidwaarts trekken. Men had een onmetelijk +onderzoekingsveld voor zich, maar slechts weinig tijd om vóór de +herfstnevelen klaar te zijn. Naar welke streek zou men trekken? Dat +kon miss Campbell niets schelen. Of het de kust van Ierland, de kust +van Frankrijk, de kust van Noorwegen, van Spanje of van Portugal mocht +zijn, zij zou overal heen gegaan zijn, waar zij de afscheidsstralen +der ondergaande zon had kunnen opvangen. En of dit de gebroeders +Melvill gelegen of niet gelegen kwam, daarom bekreunde zij zich niet, +zij moesten met haar meê! + +De beide ooms, na een blik--maar welk een blik van diplomatische +geslepenheid!--met elkander gewisseld te hebben, haastten zich het +woord te nemen. + +»Welnu, liefste Helena," zei broeder Sam. »Het is zeer gemakkelijk +aan uw wensch te voldoen. Kom, laten wij naar Oban gaan." + +»Nergens zullen wij voorzeker beter zijn, dan te Oban," bevestigde +broeder Sib. + +»Welnu, dan maar naar Oban," antwoordde miss Campbell. »Maar is daar +te Oban een zeehorizon?" + +»Dat zou ik meenen!" riep broeder Sam uit. + +»Eerder twee dan een!" bevestigde broeder Sib met een uitroep. + +»Welnu, dan maar op reis!" + +»Ja, over drie dagen," zei een der ooms. + +»Neen over twee dagen," zei de andere, die het noodig oordeelde +inschikkelijkheid te betoonen. + +»Wat over twee dagen! Neen, morgen reeds!" antwoordde miss Campbell, +die opstond, toen de klok voor het middagmaal zich liet hooren. + +»Morgen.... wel ja.... morgen!" zei broeder Sam. + +»Ik wou er al zijn," betuigde broeder Sib. + +Zij spraken waarheid maar waarom die haast? Omdat Aristobulus +Beerenkooi besloten had de zomermaanden te Oban door te brengen, +en daar reeds sedert veertien dagen was. Miss Campbell, die deze +bijzonderheid niet wist, zou zich daar in de nabijheid van dat +jonge mensch bevinden, die onder de geleerdste, maar ook--en dat +gisten de gebroeders Melvill niet--onder de vervelendste wezens +kon meetellen. Daar, dachten de beide slimmerds, zal miss Campbell, +na zich vruchteloos de oogen vermoeid te hebben met het waarnemen +van zonsondergangen, hare gril opgeven en eindigen met haar sierlijk +gehandschoend handje in de meer plompe hand van haren aanstaande te +leggen. En al had Helena dat alles ook kunnen gissen, dan zou zij toch +vertrokken zijn; want de tegenwoordigheid van Aristobulus Beerenkooi +kon haar niet van streek brengen. + +»Bet!" + +»Beth!" + +»Bess!" + +»Betsy!" + +»Betty!" + +Die reeks van namen weerklonk weer in de hall. Maar ditmaal verscheen +juffrouw Bess en ontving de bevelen om den volgenden morgen voor een +dadelijk vertrek klaar te zijn. + +En werkelijk men moest zich haasten: de barometer, die op dertig +en drie tiende streep (769 mm.) stond, kondigde mooi weer aan, dat +eenigen tijd zou duren. Wanneer men 's morgens vroeg vertrok, zou +men nog tijdig genoeg te Oban aankomen om den zonsondergang te zien. + +Juffrouw Bess en Partridge hadden nu met dat ophanden zijnde +vertrek natuurlijk de handen vol. De zeven-en-veertig sleutels van +de huishoudster tikten en weerklonken in haar zak als de halsbellen +van een spaansch muildier. + +Hoe veel kasten en laden moesten niet geopend, maar vooral gesloten +worden! Wellicht zou het buitenverblijf te Helenaburg lang leeg staan, +wie zou dat kunnen voorspellen? Moest er geen rekening gehouden +worden met het grillig karakter van miss Campbell? En wanneer dat +overheerlijke persoontje het in het hoofdje kreeg haren Groenen +Straal te achtervolgen? En wanneer die Groene Straal met een soort +van behaagzucht behept was en zich verborgen hield? En wanneer de +omstreken van Oban niet de noodige helderheid van lucht aanboden, +toch zoo noodzakelijk om zoo'n waarneming te doen gelukken? En wanneer +men een anderen observatiepost moest kiezen, op een meer zuidelijk +gelegen kuststreek, hetzij van Schotland, hetzij van Engeland, +hetzij van Ierland, hetzij zelfs van het vaste land? Men zou den +volgenden morgen vertrekken, dat was overeengekomen, dat stond vast; +maar wanneer zou men op het buitenverblijf terugkeeren? Binnen een +of binnen zes maanden? binnen een of over zes jaar? + +»Waartoe toch die inval om dien Groenen Straal te willen zien?" vroeg +juffrouw Bess aan Partridge, die zijn best deed om haar te helpen. + +»Ik weet het niet," antwoordde Partridge, »maar dat moet toch niet +zonder belangrijkheid zijn; want onze jonge meesteres doet niets zonder +er goede redenen voor te hebben. Dat weet gij trouwens, mavourneen." + +Mavourneen is een uitdrukking, waarvan men zich in Schotland gaarne +bedient. Het komt nagenoeg met de Hollandsche uitdrukking van »mijn +waarde" overeen. En het was vooral aan de uitmuntende huishoudster +niet ongevallig, aldus door den braven Schot betiteld te worden. + +»Ik ben het met u eens, Partridge," antwoordde zij, »dat die gril +van onze miss Campbell, zonder dat wij zulks vermoeden kunnen, een +geheime gedachte tot grondslag heeft." + +»Maar welke?" + +»Weet ik het? Daar zit òf een formeele weigering, òf minstens een +uitstel ten opzichte van de plannen harer ooms achter!" + +»Zoudt ge kunnen denken? Ik begrijp inderdaad ook niet," was de +meening van Partridge, »waarom die heeren Melvill zoo zeer ingenomen +zijn met dien mijnheer Beerenkooi. Komaan, zeg eens ronduit, zou dat +wel een goed echtgenoot voor onze jonge juffrouw wezen?" + +»Wees daarvan overtuigd," antwoordde de huishoudster, »dat wanneer +die meneer haar maar half aanstaat, zij hem in 't geheel niet tot +echtgenoot zal aannemen. Zij zal met haar fijn bekje »neen" tegen haar +ooms zeggen, terwijl zij hun een hartelijken kus op beide wangen zal +geven, en die ooms zullen dan de verbaasden spelen, dat zij ook maar +een oogenblik een gedachte hebben kunnen wijden aan zoo'n minnaar, +wiens pretenties mij volstrekt niet aanstaan." + +»En mij ook niet, mavourneen!" + +»Ziet ge, Partridge, het hartje van miss Campbell is als die lade +daar, goed gesloten onder haar zekerheidsslot. Zij alleen bezit er +den sleutel van, en wil iemand die lade openen, dan moet zij dien +sleutel vrijwillig afstaan...." + +»Tenzij men haar dien ontfutselt;" viel Partridge met een +geheimzinnigen maar toch toestemmenden glimlach in. + +»O! dien ontfutselt men haar zoo niet, of zij moet hem zich willen +laten ontfutselen," antwoordde juffrouw Bess, »en ik mag lijden dat +de wind mijn muts afrukke en haar op de punt van den klokkentoren +van Sint Mungo brenge, wanneer onze jonge dame ooit dien mijnheer +Beerenkooi tot man neemt." + +»Een Zuidelijke!" riep Partridge met ietwat kleinachting in zijn +stem. »Een Southern, die, al is hij ook in Schotland geboren, toch +steeds aan de andere zijde der Tweed gewoond heeft!" + +Juffrouw Bess schudde met het hoofd bij het hooren dier woorden. Die +twee Hooglanders begrepen elkander opperbest. Voor hen maakten de +Laaglanders, in weerwil van alle Unie-verdragen, ter nauwernood deel +uit van Oud-Caledonië. Komaan, zij konden zich niet onder de bepaalde +voorstanders van die huwelijks-plannen rekenen. Zij hoopten op beter +voor miss Campbell. Al was dat huwelijk nog zoo voegzaam, volgens hen +was voegzaamheid voor zoo'n verbintenis voor het leven niet voldoende. + +»Och! Partridge!" riep juffrouw Bess uit, »de oude gebruiken der +bergbewoners waren nog de beste, en de gewoonten van onze oude Clans +waren volgens mij een betere waarborg voor het geluk bij huwelijken +dan de tegenwoordige. Vindt gij ook niet?" + +»Nooit hebt gij meer waarheid gesproken, mavourneen!" antwoordde +Partridge ernstig. »Toen liet men het hart meer spreken; thans +zoekt men slechts geld! Het geld heeft zijn waarde, voorzeker, maar +toegenegenheid, innige toegenegenheid is toch beter!" + +»Juist Partridge, en toen wilde men elkander vooral kennen, alvorens in +het huwelijksbootje te stappen. Herinnert gij u nog wat op de kermis +van Sint-Olla te Hirkwall placht te gebeuren? Gedurende den geheelen +tijd dat de kermis duurde, en zelfs sedert het begin van Augustus +reeds, vormden de jonge lieden paartjes en die paartjes werden +»broertje en zusje van den eersten Augustus" genoemd. Broertje en +zusje! vormt dat niet een zacht geleidelijken overgang om man en vrouw +te worden: En waarachtig, het is juist heden de eerste Augustus, dag +waarop die paartjes zich vormden, en eindelijk de kermis van Sint-Olla +begon. Och! dat God toch die prettige lieve kermis weer terug bracht!" + +»Dat het Opperwezen u verhoore!" sprak Partridge met indrukwekkend +gebaar. »Wanneer oom Sib en oom Sam ooit zoo'n paartje met het een +of ander aardig Schotsch meisje gevormd hadden, dan zouden zij aan +het algemeen noodlot niet ontkomen zijn en miss Campbell zou dan twee +tantes meer tellen in hare maagschap!" + +»Daar ben ik ook zeker van," antwoordde juffrouw Bess met vuur. »Maar +laat nu miss Campbell eens zoo'n paartje vormen met dien mijnheer +Beerenkooi, dan zal de Clyde eerder van Helenaburg naar Glasgow terug +stroomen, dan dat zoo iets tot een huwelijk zou leiden. Binnen acht +dagen had het »zusje" het »broertje" naar de pomp gejaagd. + +Zonder uittewijden omtrent de onwelvoeglijkheden, die plaats konden +hebben bij zulk een gemeenzaamheid als door de gebruiken van Hirkwall, +die trouwens uitgeroeid zijn, aangemoedigd werden, willen wij ons +bepalen tot de mededeeling dat juffrouw Bess door de omstandigheden +wellicht in het gelijk zou worden gesteld. Maar miss Campbell en +mijnheer Aristobulus Beerenkooi vormden geen paartje van »broertje +en zusje van den eersten Augustus", zoodat, wanneer het ooit tot een +huwelijk kwam, de verloofden nimmer in de gelegenheid waren geweest +elkander te leeren kennen, zooals gebeurd zou zijn, wanneer zij het +proefvuur van de kermis van Sint-Olla zouden doorstaan hebben! + +Hoe het ook zij, de kermissen werden vroeger ingesteld om de zaken, +niet om de huwelijken te bevorderen. Wij kunnen dus juffrouw Bess en +Partridge aan hun gejammer over den goeden ouden tijd overlaten. Wij +kunnen er echter bijvoegen, dat die twee al babbelende hun werk +ijverig voortzetten en geen oogenblik lieten verloren gaan. + +Het vertrek was dus besloten. De plek, waar men het buitenzijn zou +gaan genieten, was gekozen. De gebroeders Melvill en miss Campbell +zouden reeds den volgenden morgen in de dagbladen voor het »High +life" onder de rubriek »aangekomen vreemdelingen" in de badplaats +Oban voorkomen. Maar hoe zou men de reis derwaarts maken? Dit was +het vraagstuk, dat ter oplossing overbleef. + +Twee verschillende wegen stonden open, om zich naar dat kleine +plaatsje te begeven, dat aan de zeeëngte van Mull gelegen is op een +paar honderd mijl ten noordwesten van Glasgow. + +De eerste dier wegen is de weg over land. De reiziger begeeft zich naar +Bowling, dan langs Dumbarton en den rechteroever van de Leven tot bij +Balloch, hetwelk gelegen is aan het uiteinde van het meer Lhomond. Dat +schoonste der Schotsche meren met zijn dertigtal eilanden en zijn +historische oevers, vervuld met de herinneringen aan de Mac-Gregors, +aan Mac-Farlanes, wordt doorsneden. Men is dan ten volle in het +schilderachtige land van Rob Roy en van Robert Bruce. Dalmaly wordt +dan bereikt, en van daar wordt de reis voortgezet langs een straatweg, +die langs berghellingen voert en soms ter halver hoogte daar langs +opstijgt; die zich boven en langs bergstroomen en fiords slingert +te midden van die eerste voorsprongen van den Grampianbergketen, +te midden der glens, overal met heidebloempjes overdekt, gestoffeerd +met denneboomen, met eiken, met beuken en met berkeboomen en daalt de +opgetogen toerist van het hoogland neder bij de kuststreek van Oban, +die, wat schilderachtigheid betreft, aan de meest beroemde van de +geheele Atlantische zeekust dienaangaande niets te benijden heeft. + +Dat is een overheerlijk uitstapje, dat door ieder reiziger in Schotland +gemaakt is of moet gemaakt worden. Maar op dien geheelen weg geniet +men nergens een zee-horizon. Toen dan ook de gebroeders Melvill dien +weg voorsloegen, bemerkten zij ras dat dit vergeefsche moeite was. + +De tweede weg, die genomen kan worden, is tegelijkertijd een rivier- +en een zeeweg. Eerst moet de Clyde afgezakt worden tot waar zij de +baai ontmoet, die aan haar haren naam ontleent. Dan voert de weg +tusschen de eilanden en eilandjes door, die den grilligen archipel +den vorm geven van een overgroote hand van een menschengeraamte, dat +daar op dat gedeelte van den Oceaan schijnt te rusten. Men vaart dan +langs die reuzenhand op tot aan de haven van Oban. Die weg was wel +verleidelijk voor miss Campbell, voor wien de goddelijke streek der +Lhomond- en Katrine-meren geen geheimen meer bezat. Daarenboven zou zij +langs de zeeëngten tusschen de eilanden en in de baaien vergezichten +naar den kant van het westen hebben, welker omtrek duidelijk door die +lijn aangegeven wordt, waar land en water elkander schijnen te raken. + +Welnu, zou het onmogelijk zijn om alsdan gedurende dien overtocht bij +zonsondergang, wanneer de kim geheel zuiver zou zijn, dien Groenen +Straal op te vangen, welker schittering ter nauwernood het vijfde +gedeelte eener seconde duurt? + +»Gij begrijpt toch, oom Sam," zei miss Campbell hoog ernstig, »en +ook gij, Oom Sib, gij begrijpt toch, dat die flikkering slechts een +oogenblik duurt. Welnu, wanneer ik gezien heb, wat ik wensch te zien, +dan is de reis ten einde, dan is het onnoodig om verder naar Oban +door te reizen en zich daar in te richten." + +Ziedaar juist wat de gebroeders Melvill niet wenschten. Zij verlangden +eenigen tijd te Oban te blijven--de lezer herinnert zich waarschijnlijk +nog waarom--en hoopten, dat een te spoedige verschijning van den +Groenen Straal hunne plannen niet zou komen dwarsboomen. + +Daar evenwel miss Campbell beslissende stem in het kapittel had, +en zij voor de zeereis stemde, werd deze boven de landreis met +meerderheid van stemmen verkozen. + +»De duivel hale dien Groenen Straal!" zei broeder Sam, toen Helena +de hall verlaten had. + +»En dat hij hen medeneme, die hem uitgedacht hebben," voegde broeder +Sib er bij. + + + + + + +IV. + +DE CLYDE STROOMAFWAARTS. + + +Daags daarna, den 2den Augustus al heel vroeg, stapte miss Campbell, +vergezeld door hare ooms, de gebroeders Melvill en gevolgd door +Partridge en juffrouw Bess, op het station van de spoorwegbaan van +Helenaburg in den trein. Men zou zich te Glasgow inschepen op de +stoomboot, die den dagelijkschen dienst tusschen die stad en Oban +verricht, en geen andere plaats aan de kust gelegen aandoet. + +Tegen zeven uur bracht de trein onze vijf reizigers in het +aankomst-station te Glasgow aan, van waar een rijtuig hen naar +Broomielaw Bridge vervoerde. + +Daar wachtte de stoomboot Columbia reeds de passagiers. Een dikke rook +ontsnapte uit haar beide schoorsteenen en vermengde zich met den dikken +nevel, die nog over de Clyde hing. Maar die morgendampen begonnen zich +op te lossen, en de loodkleurachtige schijf der zon vertoonde reeds +eenige gulden schakeeringen. Dat was de voorbode van een schoonen dag. + +Miss Campbell en haar reisgenooten scheepten zich dadelijk in, nadat +hun bagage behoorlijk verzorgd en aan boord gebracht was. + +De bel liet in dit oogenblik haar derde en laatste geklingel +weergalmen om de te-laat-komers tot spoed aan te zetten. Daarop zette +de machinist de machine aan; de schoepen der raderen sloegen een paar +slagen vooruit, een paar achteruit, en wierpen groote golven geelachtig +water omhoog, waarna een scherp fluitje weerklonk. De trossen werden +toen losgegooid en de Columbia schoot weldra in den stoomdraad vooruit. + +De reizigers, die in het Vereenigd Koninkrijk reden tot klachten +meenen te hebben, handelen veelal onbillijk. Want het zijn prachtige +vaartuigen, die hen vanwege de stoomboot-maatschappijen ter beschikking +worden gesteld. Er is niet zoo'n smalle waterstroom, geen zoo'n klein +meer, geen zoo'n zeeboezemtje, welks oppervlakten niet dagelijks +doorploegd worden door bevallige stoomvaartuigen. Het is dan ook +hoegenaamd niet bevreemdend, dat de Clyde in dat opzicht onder de +meest begunstigde behoort. Langs de Broomielaw Street, alwaar de +aanlegplaats of beter de stoomboot-kade gevonden wordt, wemelt het +letterlijk van stoomvaartuigen, die met hunne met de levendigste +kleuren beschilderde raderkasten, waarin het verguldsel strijd voert +met het Cinaber-geel, steeds stoom op hebben en gereed zijn om in +alle richtingen te vertrekken. + +De Columbia maakte op den algemeenen regel geen uitzondering. Zij was +zeer lang, zeer scherp van boeg en vertoonde een zuivere waterlijn. Zij +had een krachtvolle machine, die raderen van een machtigen omvang in +beweging bracht, en was een vaartuig van groote snelheid. Inwendig +heerschte de meest mogelijke comfort in de salons en eetkamers. Op het +dek was een halfdek aangebracht dat behoorlijk tegen de zonnestralen +beschut was door een tent, sierlijk gefestonneerd, waaronder zich +banken en stoelen met zachte kussens bevonden. Dat was een bekoorlijk +plekje, waar de reizigers een uitmuntend uitzicht genoten en geen +last hadden van rook of andere onaangename geuren. + +Aan reizigers was geen gebrek. Zij kwamen zoowat van alle kanten +opdagen, zoowel van Schotland als van Engeland. De maand Augustus +is de meest gunstige voor de uitstapjes. Vooral die op de Clyde en +naar de Hebriden vallen buitengewoon in den smaak. Er bevonden zich +daar op dat dek een paar van die huisgezinnen op groot compleet, +wier echtvereeniging buitengewoon edelmoedig door den hemel gezegend +was; zeer vroolijke jonge meisjes en meer bedaarde jonge mannen, +ook kinderen, die evenwel reeds eenigermate met de verrassingen van +het omzwervend leven vertrouwd geraakt waren; verder predikanten, +die steeds zoo talrijk aan boord der stoombooten aanwezig zijn, met +den hoogen zijden hoed op het hoofd, den zwarten jas met staanden +kraag aan, de witte das, boven het vest prijkende, om den hals; verder +eenige pachters met de Schotsche muts getooid en door hun zwaren stap +aan de oude »Bonnet-lords" herinnerende van een zestig jaar geleden; +dan nog een half dozijn vreemdelingen, waaronder Duitschers, die zelfs +buiten Duitschland hunne zwaarwichtigheid niet verliezen, en twee of +drie Franschen, wier geestige beminnelijkheid hen zelfs niet buiten +Frankrijk verlaat. + +Wanneer miss Campbell als de meeste harer landgenooten gehandeld had +en zich, zoodra zij aan boord kwam, in het een of ander hoekje had +neergezet, om dit gedurende de geheele reis niet meer te verlaten, +en zelfs het hoofd niet te durven omkeeren, dan zou zij van de oevers +der Clyde slechts dat gezien hebben, wat zich recht voor hare oogen +voorbij bewoog. Maar zij had pret er in om heen en weer te trippelen, +nu eens op het voorschip, dan weer op het achterschip. Zij beschouwde +de steden, de burchten, de dorpen en gehuchten, waarmede die oevers +als bezaaid zijn. Hieruit volgde de noodzakelijkheid, dat broeder Sam +en broeder Sib, die haar overal vergezelden, haar vragen beantwoorden, +haar opmerkingen en waarnemingen goedkeurden of bevestigden, tusschen +Glasgow en Oban geen oogenblik rust hadden. Zij dachten er evenwel niet +aan zich daarover te beklagen, dat was aan hun baantje van eerewacht +van het jonge meisje verbonden, en zij volgden haar als uit instinct, +terwijl zij elkander een snuifje aanboden, dat meewerkte om hen in +goede luim te houden. + +Juffrouw Bess en Partridge hadden op het voorste gedeelte van het +halfdek plaats genomen en keuvelden vriendschappelijk over den ouden +tijd, over de in onbruik geraakte zeden en gewoonten, over de clans, +die in ontbinding geraakten. Waar waren die zoo te betreuren tijden +van weleer? Toen verdween de zuivere gezichteinder van de Clyde +nog niet achter de uitgebraakte rookwolken van de fabrieken; haar +oevers weerklonken niet van de doffe slagen, te weeg gebracht door +de stoomhamers; haar kalme wateren werden niet opgezweept door die +machtige inspanning van de duizenden stoom-paarden-krachten! + +»O! die tijd zal terugkomen!" zei juffrouw Bess met innige overtuiging +in hare stem. »En misschien vroeger dan wij denken." + +»Het is te hopen," antwoordde Partridge ernstig en deftig, »en +met hem zullen wij de oude zeden en gewoonte onzer voorouders zien +terugkeeren!" + +De oevers der Clyde ontrolden zich middelerwijl voor hen, die zich aan +boord der Columbia bevonden, met snelheid van voren naar achteren, +evenals de tafereelen van een beweeglijk panorama. Ter rechterzijde +vertoonden zich het dorpje Patrick, aan de uitwatering van de Kelvin, +met zijn uitgestrekte dokken, waarin de ijzeren zeeschepen vervaardigd +worden, die zich vlak tegenover de dokken van Goivan, op den anderen +oever der Clyde gelegen, bevonden. Wat een gehamer en een getiktak +op ijzeren platen, welke machtige rook- en stoomwolken daar, die +het gehoor en het gezicht van Partridge en van zijn gezellin zoo +onaangenaam aandeden! + +Maar al dat nijverheids-spektakel, al die kolendamp zou langzamerhand +ophouden en voor het oog verdwijnen. In plaats van scheepstimmerwerven, +van overdekte dokken, van hooge fabrieksschoorsteenen, van die +reusachtige ijzeren stellingen, die zoozeer op vergroote kooien van +een zoölogischen tuin van mastodonten en andere voorwereldlijke +dieren gelijken, begonnen behaaglijke woningen te verschijnen, +buitenverblijven, onder het groene loof van hoog geboomte verscholen +villa's van de anglo-saksische bouworde, die zich als verspreid op +de omliggende heuvelen verhieven. Het was toen als een onafgebroken +opvolging van fraaie villa's en kasteelen, die zich als gezaaid op +een groenen band van de eene tot de andere stad ontrolden. + +Na den ouden koninklijken burcht van Renfrew, op den linkeroever van de +rivier gelegen, voorbij gestoomd te zijn, kwamen de dicht begroeide +heuvels van Kilpatrick ter rechterzijde boven het dorp van dien +naam te voorschijn. Langs die plek kan geen Ierlander voorbijgaan, +zonder zich het hoofd te ontblooten, want daar is Sint-Patrick, +de beschermheilige van Ierland, geboren. + +De Clyde begon van rivier of stroom, die zij tot nu toe slechts +geweest was, nu een ware zeearm te worden. Juffrouw Bess en +Partridge groetten eerbiedig de bouwvallen van Douglas-Castle, die +eenige oude herinneringen uit de geschiedenis van Schotland in hun +brein te voorschijn riepen; maar hunne oogen wendden zich af van +de zuil die opgericht werd ter eere van Harry Bell, den uitvinder +en de vervaardiger van het eerste schip, dat zich met behulp van +werktuigen bewoog en welks raderen door hun geklepper deze stille +wateren beroerden. + +Eenige mijlen verder aanschouwden de reizigers, met hun Murray in de +hand, het kasteel van Dumbarton, dat zich op een basaltrots van meer +dan vijfhonderd voet hoogte verheft. + +Een der beide kegelvormige toppen, door die rots gedragen, en wel de +hoogste, wordt nog de »Troon van Wallace", naar een der helden van +den onafhankelijkheidsoorlog, genoemd. + +Juist op dit oogenblik begon een heer, die boven op de loopbrug +stond,--zonder dat hij daartoe uitgenoodigd was, maar ook zonder dat +iemand zulks onaangenaam vond--een kleine geschiedkundige verhandeling, +ter voorlichting van zijn reisgezellen + +Een half uur later kon niemand van hen, die zich aan boord van +de Columbia bevonden, tenzij dat hij met doofheid geslagen was, +onbekendheid voorwenden met de omstandigheid, dat de Romeinen Dumbarton +zeer waarschijnlijk versterkt hadden; dat die historische rotsklomp +in het begin der dertiende eeuw in een koninklijke vesting herschapen +werd; dat hij, bevoordeeld door het Unie-traktaat, tot de vier sterke +plaatsen van het koninkrijk Schotland behoort, die niet ontmanteld +mogen worden; dat Maria Stuart van uit die haven in 1548 naar Frankrijk +vertrok, om daar door haar huwelijk met Frans den Tweeden, koningin +voor één dag te zijn, dat daar eindelijk Napoleon in 1845 had moeten +opgesloten worden, voor dat het ministerie Castlereagh tot een besluit +kwam, den grooten man naar Sint Helena te verbannen. + +»Zoo'n verhandeling is zeer leerrijk." + +»Leerrijk en belangwekkend," antwoordde broeder Sib. »Die gentleman +verdient ten volle onze loftuigingen!" + +En inderdaad, de beide ooms hadden geen enkel woord van de geheele +verhandeling willen missen. Zij achtten zich dan ook verplicht, dien +geïmproviseerden professor in de geschiedenis een blijk hunner innige +tevredenheid te geven. Miss Campbell, in haar gedachten verzonken, +had niets gehoord van die geschiedenis-les in de vlucht. Zoo iets +kon haar, althans in deze oogenblikken, niet boeien. Zij gunde +zelfs geen blik aan de bouwvallen van het kasteel van Cadross, +dat op den rechteroever van den stroom gelegen was, en waar Robert +Bruce stierf. Een zee-gezichteinder, dat was het wat hare oogen +tot nu toe te vergeefs zochten. Zij zou dien evenwel niet zien, +voor dat de Columbia uit die voortdurende opvolging van oevers, van +voorgebergten, van kuststreken, die de baai van de Clyde omzoomen, +te voorschijn zou getreden zijn. Daarenboven, de Columbia stoomde +thans het dorpje Helenaburg voorbij. Port-Glasgow, de bouwvallen van +het kasteel van Newark, het schiereiland Rosenheat, dat alles was +haar bekend, dat zag het jonge meisje iederen dag uit de ramen van +haar buitenverblijf. Zij vroeg zich dan ook af, of de stoomboot niet +op de grillig aangelegde waterpartijen van haar park voer. + +En waarom zouden haar oog en haar gedachten, toen het vaartuig verder +gekomen was, verdwalen te midden van honderden schepen, die zich +in de havenkommen van Greenock bij de uitwatering van den stroom als +verdrongen? Wat kon het haar schelen, dat de onsterfelijke Watt geboren +was in die stad van veertig duizend zielen, die als de nijverheids- +en handels-voorkamer van Glasgow te beschouwen is? Waarom toch zou zij +drie mijl verder, haar blikken laten rusten op het dorp Gouroch ter +linkerzijde, of op het dorp Dunoon ter rechter zijde, op de getande +en bochtige fiords, die zoo diepe inhammen in de kuststreken van +het graafschap van Argyle vormen en die aan de kust van Noorwegen +gelijk stellen? + +Neen! miss Campbell zocht met ongeduldig oog de bouwvallen +van den toren van Leven. Hoopte zij er een geestverschijning te +ontwaren? Geenszins, maar zij wilde de eerste zijn, die den vuurtoren +in het oog kreeg van Clock, die den uitgang van de Firth of Clyde +verlicht. + +De vuurtoren verscheen eindelijk als een reuzenlamp, toen het +stoomschip een hoek, dien de kuststreek vormde, rondde. + +»Clock, oom Sam," zeide zij. »Clock, Clock!" + +»Ja, Clock," antwoordde broeder Sam met de nauwkeurigheid van een +Hooglandsche echo. + +»De zee, oom Sib!" + +»Ja, inderdaad de zee," antwoordde broeder Sib. + +»O! wat is dat mooi!" riepen de beide ooms te gelijk. + +Het was alsof zij de zee voor den eersten keer van hun leven +aanschouwden. + +Neen, er was geen vergissing mogelijk. Toen de baai zich voor het oog +opende, vertoonde zich daar goed en wel een uitgestrekte zee-horizon. + +Maar de zon had nog niet eens de helft van haar loopbaan +afgelegd. Onder den zes en vijftigsten breedtegraad moesten nog +minstens zeven uur verloopen, alvorens zij in de zilte golven zou +onderduiken,--dus nog zeven uur van ongeduldig wachten voor miss +Campbell. Daarenboven, die gezichteinder strekte zich in het zuidwesten +uit, dat wil zeggen over dat segment van den cirkelboog, waarin +de zonneschijf zich bij haar ondergaan niet laat zien dan bij den +winterzonnestilstand. Daar moest dus de verschijning van den Groenen +Straal niet gezocht worden; neen men zou den blik meer westelijk, zelfs +ietswat naar het noorden moeten richten, daar de eerste Augustusdagen +de dag- en nachtevening van September zes weken voorafgaan. + +Maar dat kwam er minder op aan. Het was de zee, die zich thans voor +het oog van miss Campbell uitstrekte. Tusschen de Cambray-eilanden, +daar voorbij het groote eiland van Bute, welks scherpe omtrekken door +een lichten nevel afgerond werden, dan voorbij de kleine toppen en +ruggen van Aisla-Craig en der Arran-bergen, vormden de hemel en de +zee te zamen een lijn zoo zuiver, alsof zij langs de liniaal met een +fijn aangepunt potlood getrokken was. + +Miss Campbell nam dien gezichteinder waar, terwijl zij er hare geheele +gedachten aan wijdde, en sprak daarbij geen woord. Zij stond rechtop +en onbeweeglijk op de loopbrug, en de zon vormde aan haar voeten +een zeer verkorte schaduw van haar persoon. Met het oog scheen zij +de lengte van den boog te meten, dien de dagvorstin nog scheidde +van het punt waar zij in de wateren van den hybridischen archipel +zou ondergaan.... Wanneer slechts in dat oogenblik de hemel, zoo +helder thans, niet door de dampen van den schemeravond verduisterd +zoude worden! + +Een stem ontvoerde de jeugdige dweepster aan hare droomerijen. + +»Het is tijd," zei broeder Sib. + +»Tijd! welke tijd, waarde oompjes?" + +»Tijd om te ontbijten," zei broeder Sam. + +»Kom, laten wij dan ontbijten!" antwoordde miss Campbell. + + + + + + +V. + +VAN DE EENE BOOT OP DE ANDERE. + + +Na het half-koude, half-warme maal, waaruit het ontbijt bestond--dat, +tusschen twee haakjes gezegd, overheerlijk was--en in het eetsalon van +de Columbia voorgediend werd, stegen miss Campbell en de gebroeders +Melvill andermaal op het dek. + +Helena kon een kreet van teleurstelling niet weerhouden, toen zij +haar plaats op het halfdek weer ingenomen had. + +»Waar is mijn zee-horizon?" vroeg zij. + +Hare ooms moesten bekennen, dat die horizon er niet meer was. Sedert +eenige minuten was hij verdwenen. De stoomboot, die noordelijk voorlag, +stevende op dat oogenblik door de Straat van Kyles of van Bute. + +»Dat is niet mooi, oom Sam!" sprak Miss Campbell met een lichten +toon van verwijt in de stem en met een zweem van pruilen op de +schoone lippen. + +»Maar, mijn lief kind...." + +»Dat zal ik niet licht vergeten, oom Sib!" + +De twee broeders wisten geen antwoord te geven, en toch kon men hun +de schuld niet geven, dat de Columbia, na haren koers gewijzigd te +hebben, verder noordwaarts stevende. + +Er bestaan inderdaad twee wegen, of beter twee vaarwaters, die nog +al sterk uiteenloopen, om over zee van Glasgow naar Oban te geraken. + +De een--die door de Columbia niet ingeslagen was--is de langste. Die +voert langs Bothesay, de hoofdplaats van het eiland Bute, welke +natuurlijk aangedaan wordt. Dat stadje wordt beheerscht door een +oud kasteel, dat uit de elfde eeuw dagteekent, en is in het westen +omgeven door hooge glens, die haar haven tegen de stormwinden uit +volle zee dekken. Van Rothesay kan de stoomboot verder de Clyde-baai +afzakken, vervolgens de wester kuststreek van het Bute-eiland langs +stevenen, groot en klein Cumbray in het gezicht loopen en verder +in die richting voortstoomen, totdat de meest zuidelijke punt van +het eiland Arran bereikt is. Dat eiland behoort in zijn geheel, +van zijn grondvesten van rotslagen tot op den top van den Goatfell, +die zich op nagenoeg achthonderd meter boven de oppervlakte der zee +verheft, aan den hertog van Hamilton. Bij die zuidpunt gekomen, +legt de roerganger zijn roer te boord, totdat de weststreek van +het kompas met de zeilstreek overeenkomt, waardoor het eiland Arran +gerond wordt. Men stevent verder rond om den grooten vinger van het +schiereiland Cantyre, om langs de westkust daarvan op te stoomen, +waarna men in de Gigha-engte komt, die het smalste gedeelte uitmaakt +van de Sond-straat, die tusschen de eilanden Islay en Jura doorvoert, +waarna men in het meest opene gedeelte, van de Forth- of Lorn-baai +geraakt, welker teruggetrokken hoek zich een weinig boven Oban sluit. + +Goed gerekend, wanneer miss Campbell eenige reden tot pruilen had, dan +zouden de beide ooms toch ook reden hebben om te betreuren, dat die weg +niet was ingeslagen. Wanneer men toch die kuststreek van het eiland +Islay gevolgd had, dan zouden zij met eigen oogen gezien hebben de +verblijfplaats der Mac Donalds, die, in het begin der zeventiende eeuw +overwonnen en verjaagd, de plaats moesten ruimen voor de Campbells. Bij +het gezicht van de plaats, waar die historische feiten voorgevallen +waren, die de beide broeders van nabij betroffen, zouden zij niet +alleen hun hart hebben voelen kloppen, maar ook Juffrouw Bess en +Partridge zouden hunne aandoening niet meester gebleven zijn. + +En wat miss Campbell betrof, voor haar oogen zou die zoo zeer betreurde +gezichteinder zich gedurende veel langer tijd uitgestrekt hebben. Want +inderdaad, van de punt van de Arran tot aan het voorgebergte van +Cantyre heeft men de volle zee in het zuiden en van die punt van +Cantyre tot aan het uiteinde van Islay heeft men de volle zee in het +westen, dat wil zeggen die vloeibare onmetelijkheid, die slechts op +een afstand van ruim drie duizend mijl door het Amerikaansch vasteland +begrensd wordt. + +Maar die weg is, zooals gezegd werd, de langste; hij is ook de meest +moeitevolle en niet van gevaren ontbloot. Men heeft met dat slag +van toeristen rekening moeten houden, die afgeschrikt worden door de +gebeurlijkheden van een overtocht soms bij ruw weer, wanneer de zee +veelal hol staat in die streken der Hebriden. + +De ingenieurs hebben dan ook, in navolging van de Lesseps de gedachte +geopperd en uitgevoerd, om van dat schiereiland Cantyre een eiland +te maken. Onder hunne leiding werd het kanaal van Crinan in het +noordelijkste gedeelte van het schiereiland gegraven. Daardoor wordt de +reis minstens tweehonderd mijl bekort, en een vaartuig heeft slechts +drie of vier uur noodig om het door te stevenen. + +Door dien weg zou de Columbia tusschen al die inhammen en zeeëngten, +met geen ander uitzicht dan kale stranden, dan bergen en wouden, +den overtocht van Glasgow naar Oban beëindigen. Van al de passagiers +aan boord was miss Campbell zeer waarschijnlijk de eenige die de niet +gevolgde reisroute betreurde, maar zij moest wel in het onvermijdelijke +berusten. Daarenboven zou zij dien zee-gezichteinder niet weervinden, +wanneer men eenige uren later het kanaal van Crinan zou verlaten +hebben, nog lang voordat de zon de kim met haar schijf zou aanraken? + +Terzelfder tijd, toen de naplakkers aan tafel de eetzaal verlieten +om zich op het dek te begeven, stoomde de Columbia het kleine eiland +Elbangreig voorbij, hetwelk aan den ingang van Loch Ridden gelegen +is. Op dat eilandje bestaat een versterkte plaats, die tot laatste +schuiloord strekte aan den hertog van Argyle, toen die held, ten +onder gebracht in den strijd voor de staatkundige en godsdienstige +onafhankelijkheid van Schotland naar Edinburg gebracht werd, om daar +het leven onder de valbijl zijns vaderlands te laten. + +Toen stevende de stoomboot zuidwaarts, alsof zij op haar schreden wilde +terugkeeren, volvoerde den doortocht door de zeeëngte van Bute, te +midden van dat bewonderenswaardige panorama van eilanden, die òf kaal +en onvruchtbaar, òf met zwaar bosch bedekt waren, en welker scherpe en +woeste omtrekken door een lichten nevel verzacht waren. Eindelijk na +de kaap Ardlamont gerond te hebben, werd de noordwaartsche richting +hernomen door Loch Fyne waarbij het dorp East-Farbert op de kust van +Cantyre gelegen, ter linkerzijde gelaten werd. Vervolgens werd Kaap +Ardrishaig voorbijgestoomd, en zoo het gehucht Lochgilphead bereikt, +waar zich de monding van het kanaal Crinan bevindt. + +Daar moesten de reizigers de Columbia verlaten, omdat zij van te +groot charter was voor de vaart op het kanaal. Door dien doorsteek, +die een sterk waterverval heeft, waardoor niet minder dan vijftien +sluizen benoodigd zijn op haar lengte van slechts negen mijl, kunnen +slechts smalle vaartuigen van weinig diepgang varen. + +De kleine stoomboot the Linnet wachtte de passagiers van de +Columbia. De overscheping had in weinige oogenblikken plaats. Ieder +zocht een goed plekje op het halfdek, waarop men evenwel zeer +opeengedrongen zat. Daarna stoomde the Linnet met spoed tusschen +de kanaaloevers voort, terwijl een »bagpiper", een doedelzakartist, +in het nationaal kostuum gekleed, zijn bevreemdend instrument liet +weerklinken. Niets weemoediger dan die vreemdsoortige muziek, welker +ontwikkeling slechts de uitgestrektheid van een octaaf bereikt en +waarbij de gevoelsnoot ontbreekt even als in de deuntjes uit den tijd +der vervlogen eeuwen. + +Het is een bevallige vaart op dit kanaal, dat nu eens tusschen +hooge oevers is uitgegraven, dan eens langs de hellingen van een met +heideplanten begroeiden heuvel voert, waaraan het als vastgehaakt +schijnt; dat hier een uitgestrekt vlak bouwland doorsnijdt, om elders +weer tusschen de zware muren van de schutkolken besloten te worden. In +het sas is er telkenmale oponthoud. Terwijl de sluiswachters zich +haasten om het vaartuig te schutten, komen jonge lieden, jonge meisjes +en kinderen de reizigers met beleefden groet versch gewonnen melk +aanbieden, en babbelen daarbij de gaëlische volkstaal, die door de +Kelten vroeger algemeen gebruikt werd, en meestal onverstaanbaar is, +zelfs voor Engelsche ooren. + +Zes uren later--er had oponthoud plaats gehad bij een sluis, welker +deuren slecht sloten--waren de gehuchten en de pachthoeven van dit +wel wat droefgeestig land, alsook de uitgestrekte moerassen van de +Add, die op den rechteroever van het kanaal, aangetroffen werden, +voorbij gestevend. The Linnet stopte een oogenblik later bij het +dorp Ballanoch. Daar had een tweede overscheping plaats en werden de +passagiers van de Columbia de passagiers van de Glengarry. Die boot +stevende noordwestwaarts, om de baai van Crinan uittestoomen en de +punt te ronden, waarop zich het oude feodale kasteel van Duntroon +Castle verheft. + +Sedert men het eiland Bute voorbijgestevend was, alwaar men er een +stukje van had kunnen snappen, was geen zee-gezichteinder meer te +zien geweest. + +Men kan begrijpen welk ongeduld miss Campbell bezielde. Op die wateren, +wier gezichtskring overal begrensd was, kon zij zich verbeelden ten +volle in Schotland te zijn, in de meerstreken, te midden van het land +van Rob Roy. Overal werden schilderachtige eilanden aangetroffen, +met hunne zachte afrondingen en begroeid met berke- en beukeboomen. + +Eindelijk stevende de Glengarry de noorder punt van het eiland Jura +om, en toen vertoonde zich de zee tusschen dit punt en het eilandje +Scarba, dat er als afgescheurd is in al haar uitgestrektheid, tot +waar de hemel de waterlijn schijnt te ontmoeten. + +»Daar is ze! waarde Helena!" riep broeder Sam, terwijl hij de hand +naar het westen uitstrekte. + +»Het was waarachtig onze schuld niet," vervolgde broeder Sib, »dat +die verwenschte eilanden, die de oude Nick hale! ze voor uwe oogen +verborgen." + +»Vergiffenis zij u geschonken, waarde oompjes," antwoordde miss +Campbell met een bekoorlijken glimlach. »Maar... dat het niet weer +gebeure!" + + + + + + +VI. + +DE KOLK VAN CORRYVREKAN. + + +Het was toen ongeveer zes uur des avonds. De zon had nog slechts vier +vijfden van haar loopbaan volbracht. Ongetwijfeld zou de Glengarry, +voor dat de dagvorstin in de wateren van den Atlantischen Oceaan +onderduiken zou, te Oban aangekomen zijn. Miss Campbell kon dus +hoop koesteren, dat haar wenschen ten opzichte van den Groenen Straal +denzelfden avond vervuld zouden worden. Want waarachtig, het uitspansel +vertoonde zich zonder wolken of nevels, en scheen voor de waarneming +van dat natuurverschijnsel als geknipt, terwijl de zee-horizon tusschen +de eilanden Oronsay, Colonsay, en Huil gedurende het overige gedeelte +van den overtocht volmaakt zichtbaar zou blijven. + +Maar een geheel onvoorzien voorval zou den gang van de stoomboot +eenigermate komen vertragen. + +Miss Campbell, geheel ingenomen door haar vast denkbeeld, dat haar +niet begaf, hield het oog sterk gevestigd op dat gedeelte van den +gezichteinder. Zij alleen merkte dan ook op, hoe woelig de zee tusschen +de punt van het eiland Jura en het eilandje Scarba was. Terzelfder tijd +bereikte een ver verwijderd geluid, als van golven die tegen elkaar in +klotsten, haar oor. En toch rimpelde een flauwe bries ternauwernood +de watervlakte, die er olieachtig uitzag, zoo kalm was zij, zelfs +toen zij door den boeg van het stoomvaartuig gesneden werd. + +»Wat veroorzaakt die woeligheid en dat gedruisch?" vroeg miss Campbell +aan hare ooms. + +Maar hare ooms konden haar onmogelijk antwoorden, want zij zelf +begrepen evenmin als zij, wat daar op drie mijl afstand van hem in +dien nauwen doorgang voorviel. + +Miss Campbell wendde zich toen tot den kapitein, die in dat oogenblik +op de loopbrug op en neer wandelde, en vroeg hem naar de oorzaak van +dat golfgeklots, dat zich zoo helder zien en hooren liet. + +»Dat wordt eenvoudig door den opkomenden vloed veroorzaakt," antwoordde +de kapitein. »Dat geluid, wat gij hoort, is afkomstig van de kolk +van Corryvrekan. + +»Maar het weer is overheerlijk," merkte miss Campbell op, »en de +bries laat zich ternauwernood voelen." + +»Het weer heeft ook geen invloed op dat natuurverschijnsel. Het +wordt veroorzaakt door de opkomende zee, die bij het doorkomen uit +den Jura-Sond geen anderen doortocht vindt dan tusschen de beide +eilanden Jura en Scarba. In dien doortocht stort de vloed zich met +een buitengewoon groote kracht, en het zou zeer gevaarlijk zijn voor +een eenigszins klein vaartuig, zich er in te wagen." + +De kolk van Corryvrekan is te recht gevreesd in die streken, en wordt +als een der meest merkwaardige plekken van den Hebriden-archipel +genoemd. Zij is wellicht te vergelijken met de kolk van Sein, die +door de verenging van de zee tusschen den weg van dien naam en de +baai der Trépassés op de kust van Bretagne of met de kolk Blanchart, +die door de wateren der Hoofden gevormd wordt, welke zich tusschen +het eiland Aurigny en den vasten wal van Cherbourg storten. De legende +verzekert, dat zij haar naam verschuldigd is aan een Scandinavischen +prins, wier schip daar ter plaatse in de Keltische tijden met man en +muis verging. Het is inderdaad een gevaarlijke doortocht, waarin veel +schepen schipbreuk geleden hebben en die, wat ongelukken betreft, +de vergelijking met den noodlottigen Maalstroom op de kusten van +Noorwegen doorstaan kan. + +Miss Campbell hield middelerwijl niet op met naar de hevige golvingen +van die kolk te kijken, toen eensklaps haar aandacht meer in het +bijzonder geboeid werd door een punt in die zeeëngte. Eerst meende +zij dat daar een rots boven de watervlakte uitstak, maar hetgeen zij +zag ging met de hevige golvingen der zee op en neer. + +»Zie, zie toch, kapitein," zei het jonge meisje, »indien dat geen +rots is, wat is het dan?" + +»Waarlijk," antwoordde de kapitein, »een rots is het niet. Het kan +niet anders dan een stuk wrakhout zijn, dat door den stroom meegevoerd +is of het is ook wel...." + +En zijn kijker grijpende: + +»Een sloep!" riep hij uit. + +»Een sloep!" kreet miss Campbell. + +»Ja!.... ik vergis mij niet!.... Een sloep op de wateren van de +Corryvrekan-kolk!.... Oh, zij zal vergaan, dat kan niet anders!" + +Toen de kapitein die woorden meer uitschreeuwde dan wel zei verdrongen +zich de passagiers op de loopbrug en keken allen in de richting van de +kolk. Er was geen twijfel meer mogelijk! Het vaartuig was ongetwijfeld +door den stroom in de zeeëngte meegesleurd. Dat was zeer zeker door +den opkomenden vloed veroorzaakt. Het bevond zich thans in de werking +der zuiging van de tegenstroomingen en liep zijn ondergang te gemoet. + +Aller blikken waren op dat punt van de kolk gevestigd, hetwelk op +vier of vijf mijl van de Glengarry gelegen was. + +»Waarschijnlijk is het maar een sloep, die losgeraakt en afgedreven +is," was de bemerking van een der passagiers. + +»Neen, dat is het niet! want ik zie er een man in," antwoordde +een ander. + +»Een man.... twee mannen!" riep Partridge, die in de nabijheid van +miss Campbell post gevat had. + +En inderdaad daar waren twee menschen in die sloep. Zij waren +hun vaartuig niet meer meester. Het weinigje bries, dat van de +landzijde woei, was onmachtig om hun zeil te vullen en hen buiten de +omstroomingen te voeren, en met de riemen was het onmogelijk uit de +schrikkelijke zuiging van de Corryvrekan-kolk te geraken. + +»Kapitein!" riep miss Campbell, »wij kunnen die ongelukkigen toch +niet onder onze oogen laten omkomen.... Zij zijn verloren, wanneer +men hen aan hun lot overlaat!.... Zij moeten geholpen worden!.... daar +valt niets aan te doen!.... het moet!...." + +Allen die aan boord waren, koesterden dezelfde gedachten, die het +edele meisje uitte. Het antwoord van den kapitein werd dan ook +angstvallig afgewacht. + +»De Glengarry," sprak hij, »mag zich niet te midden van de +Corryvrekan-kolk wagen. Maar wij zullen zoo veel als mogelijk is +naderen, misschien komen wij dan binnen het bereik dier sloep!" + +En zich tot de passagiers keerende, scheen hij een teeken van +goedkeuring te verzoeken. + +Miss Campbell ging tot hem. + +»Het moet, kapitein, het moet!...." zeide zij met opgewonden stem en +gebaar. »Mijn reisgenooten zijn van dezelfde meening!.... Het geldt +twee menschenlevens, die gij redden kunt! Och! kapitein! .... Ik +smeek er u om!...." + +»Ja!.... ja!...." riepen eenige der passagiers, opgewekt en bewogen +door de warme tusschenkomst van dat jonge meisje. + +De kapitein greep zijn kijker, nam met de uiterste nauwkeurigheid de +richting van de stroomingen in de zeeëngte waar; toen zich tot den +roerganger wendende, die bij hem aan het stuurrad op de brug stond: + +»Opgelet bij het sturen!" zei hij. »Het roer stuurboord te boord!" + +Het stoomschip wendde onder de werking van het roer naar het westen. De +machinist kreeg bevel om zijn stoomkleppen te bezwaren en alle kracht +aan te wenden. Weldra schoot de Glengarry de uiterste punt van het +eiland Jura ter linkerzijde voorbij. + +Niemand sprak aan boord. Aller oogen waren angstvallig op dat +vaartuigje gevestigd, hetwelk al meer en meer zichtbaar werd. + +Het was slechts een kleine visschersloep, waarvan men den mast had +neergelaten om den terugstoot te vermijden der hevige schokken, +door de golven teweeggebracht. + +Een der twee mannen, die zich in de sloep bevonden, lag in +het achterste gedeelte uitgestrekt; de andere roeide met alle +inspanning van krachten, en trachtte buiten den kring der zuiging te +geraken. Wanneer hij daarin niet slaagde, waren beide verloren! + +De Glengarry kwam een half uur later op de grens van de Corryvrekankolk +en begon door den invloed der golven sterk te stampen, maar niemand +aan boord toonde zich ontevreden; hoewel de snelheid der stroomingen +wel van dien aard was, dat zij eenvoudige toeristen zou hebben kunnen +afschrikken. + +Inderdaad, in dit gedeelte van de zeeëngte vertoonde zich de zee wit +van het schuim, alsof een dichtgereefd marszeilskoeltje woei. Men +zag slechts een uitgestrekte oppervlakte van schuim, die tengevolge +van de weinige diepte der wateren, door grondzeeën in hooge zuilen +werd opgeworpen. + +De sloep was nog slechts op een halve mijl verwijderd. Diegene van +de twee mannen, die roeide, deed de uiterste inspanning om buiten +de neerstroomingen te geraken. Hij begreep, dat de Glengarry hem te +hulp kwam, maar hij besefte ook dat de stoomboot niet veel verder kon +komen, en dat het dus van zijn krachten afhankelijk was, om haar te +bereiken. Wat zijn makker betrof, deze lag steeds in het achterste +gedeelte der sloep uitgestrekt en scheen buiten kennis te zijn. + +Miss Campbell, aan de grootste opgewondenheid ten prooi, wendde geen +oog af van dat vaartuig welks nood zij het eerste aangeduid had op de +golven van de kolk, waarheen de Glengarry op haar vurige smeekingen +thans stevende. + +De toestand werd middelerwijl bedenkelijker, en het was te vreezen dat +de stoomboot niet bij tijds zou aankomen. Zij kon nog slechts met half +werk vooruitslaan, ten einde belangrijke averij te voorkomen en toch +dreigden reeds de zeeën, die over den boeg sloegen, de stookplaats +der machine te bereiken, en deden dus het gevaar ontstaan van de +vuren te blusschen, hetgeen een schrikkelijke gebeurlijkheid moest +genoemd worden, daar te midden van die wilde stroomingen. + +De kapitein, die zich aan de bruggestutten vastgekneld hield, waakte er +voor, dat zijn schip niet buiten het vaarwater kwam, en manoeuvreerde +met alle behendigheid om niet dwarszee's te geraken. + +Middelerwijl gelukte het de sloep niet om buiten de neerstroomingen +te komen. Soms verdween zij plotseling achter een breker; in een +ander oogenblik werd zij door de ronddraaiende stroomingen van de +kolk, die evenredig in kracht toenamen, meegesleurd en stevende in +een kring rond met de snelheid van een voortgeschoten pijl, of nog +beter uitgedrukt, met de snelheid van een steen, die door den slinger +rondggedraaid wordt, alvorens hem te laten ontsnappen. + +»Sneller! nog sneller!" riep miss Campbell, die haar +gemoedsaandoeningen niet kon onderdrukken. + +Maar op het gezicht van die vreeselijke golven, die tegen de boot +aansloegen, lieten reeds eenige vrouwelijke passagiers angstkreten +hooren. De kapitein, de verantwoordelijkheid begrijpende, die hij +droeg, aarzelde om verder binnen den kring van de Corryvrekan-kolk +te dringen. + +En toch, de afstand, die de sloep van de Glengarry scheidde, +bedroeg thans in dat oogenblik nog slechts een halve kabellengte of +ongeveer drie honderd voet; men kon dan ook van boord gemakkelijk de +ongelukkigen onderscheiden, die daar met hunne sloep naar hun verderf +werden meegesleurd. + +Het was een oud zeeman en een jongmensch. De eerste lag in het +achterste gedeelte van het vaartuig uitgestrekt, de andere roeide +met inspanning van alle krachten. + +Een vreeselijke golf klotste in dit oogenblik tegen de wanden van de +Glengarry en maakte haar toestand vrij moeielijk. + +En waarlijk, de kapitein kon niet verder de zeeëngte instevenen, en +hij moest zoo manoeuvreeren, dat hij met den kop in den stroom bleef, +hetgeen niet zonder moeielijkheid te veroorzaken, ten uitvoer gebracht +kon worden. + +Plotseling gleed de sloep, na een oogenblik op de kruin van een hooge +golf verschenen te zijn, omlaag en verdween voor ieders oog. + +Een kreet weerklonk aan boord. Een kreet van angst en schrik! + +Was het vaartuig omgeslagen en gezonken?.... Neen, daar verscheen het +weer op den rug van een andere golf en een nieuwe inspanning van den +roeier bracht het iets nader bij de stoomboot. + +»Flink! flink doorgeroeid!!" riepen de zeelieden, die op de voorplecht +van het schip stonden. + +En zij zwaaiden rollen touw en bespiedden het gunstige oogenblik om +die in de sloep te werpen. + +Plotseling gaf de kapitein, die eenig glad water tusschen +de keerstroomingen opmerkte, bevel aan den machinist om de meest +mogelijke stoomkracht aan te wenden. De snelheid der Glengarry nam +spoedig toe en het schip stevende koen tusschen de beide eilanden +in, terwijl de sloep van haren kant ook eenigermate naderde. Toen +werden de touwen voortgeslingerd, door den roeier gegrepen en om den +mast bevestigd. De Glengarry sloeg vervolgens met kracht achteruit, +om des te eerder uit de wieling te geraken, terwijl de sloep, langs +zij getrokken, zoo door haar gesleept werd. + +Toen eerst wierp de jongeling de riemen neer, tilde zijn makker in +de armen op, en werd die oude zeeman met behulp der matrozen van de +boot aan boord geheschen. Terwijl de sloep naar de Corryvrekan-kolk +voortgesleurd werd, had een groote golf haar een hevigen slag +toegebracht, die haar buiten staat gesteld had, verder de inspanningen +van den jonkman te steunen, waardoor deze laatste geheel en al aan +eigen krachten was overgelaten. + +Deze was middelerwijl op het dek van de Glengarry gesprongen. Hij had +niets van zijn tegenwoordigheid van geest verloren, zijn gelaat ademde +rustige kalmte en zijn geheele houding gaf te kennen dat zedelijke +moed hem evenmin ontbrak als physieke, en hem aangeboren scheen. + +Hij beijverde zich dan ook dadelijk om zijn makker behoorlijk te doen +verzorgen. Dat was de eigenaar van de sloep. Een flink glas brandewijn +bracht dezen weer spoedig op de been. + +»Mijnheer Olivier!" zei hij. + +»Oh! mijn ouwe zeeman," antwoordde de jongeling. »En die klap van +die golf?.... Hoe is het er mee?...." + +»Dat's niets! Ik heb wel wat anders beleefd! Ik voel er niets meer +van!...." + +»Den hemel zij dank!... maar mijn onvoorzichtigheid om steeds vooruit +te stevenen, zou ons duur te staan hebben kunnen komen!... maar wij +zijn gered!" + +»Met uwe hulp, mijnheer Olivier." + +»Neen.... met Gods hulp!" + +En de jonkman, den ouden zeerob aan zijn borst drukkende, poogde niet +zijn aandoeningen te bedwingen, maar uitte ze vrij en zag ze trouwens +door al de omstanders gedeeld. + +Toen, zich tot den kapitein van de Glengarry wendende, die in dat +oogenblik juist de trap van de loopbrug afklom: + +»Kapitein," zeide hij, »ik zal u nimmer mijn dankbaarheid voor den +dienst, dien gij ons bewezen hebt, voldoende kunnen betuigen..." + +»Ik heb slechts mijn plicht gedaan, mijnheer," antwoordde de +gezagvoerder, »en om de waarheid te huldigen, moet ik verklaren, +dat mijn passagiers meer recht op uw dankbetuigingen hebben dan ik." + +De jonkman drukte den kapitein hartelijk de hand; toen zijn hoed +afnemende, groette hij al de passagiers met een uiterst bevallig +gebaar. + +Daarvan hield hij zich overtuigd, dat zonder de tusschenkomst van de +Glengarry, zijn makker en hij, voortgesleurd tot in het middelpunt +van de Corryvrekan-kolk, ellendig omgekomen zouden zijn. + +Miss Campbell had middelerwijl gemeend zich gedurende die +beleefdheidswisselingen een weinig te moeten terugtrekken. Zij +verlangde niet dat het deel, hetwelk zij aan de ontknooping van die +dramatische redding gehad had, ter sprake kwam. Daarom vertoefde zij +vóór op de loopbrug, toen haar eensklaps, alsof haar grilligheid weer +de bovenhand genomen had, die woorden ontsnapten, terwijl zij zich +naar het westen keerde: + +»En de Groene Straal?.... En de zon?" + +»Geen zon meer!" zei broeder Sam. + +»En geen straal!" zei broeder Sib. + +En waarlijk, het was te laat. De zonneschijf, die achter een +gezichteinder van een bewonderenswaardige zuiverheid ondergegaan was, +had haren Groenen Straal, onopgemerkt door iedereen, in het luchtruim +laten schitteren. Maar in dat oogenblik dwaalden de gedachten van miss +Campbell elders, en haar verstrooide blik had deze gelegenheid gemist, +die wellicht zich zoo spoedig niet meer zou voordoen! + +»Het is jammer!" mompelde zij binnensmonds, zonder eenige spijt +evenwel bij de herinnering aan hetgeen er plaats had gehad. + +De Glengarry manoeuvreerde intusschen, om uit de zeeëngte van de +Corryvrekan-kolk te komen, en hernam haren noordwaartschen koers. Toen +wisselde de oude zeeman een hartelijken maar laatsten handdruk met +zijn makker, stapte in zijn sloep, heesch zijn zeil en vertrok naar +het eiland Jura. + +Wat den jonkman betreft, wiens »dorlach", een soort van lederen +reisvalies, aan 't dek gebracht was, hij was een toerist te meer, +die door de Glengarry naar Oban zou overgevoerd worden. + +De stoomboot, na de eilanden Shuna en Luing, waar de rijke leigroeven, +toebehoorende aan den markies van Breadalbane, aangetroffen worden, +rechts te hebben laten liggen, stevende langs het eiland Seil, hetwelk +dat gedeelte van de Schotsche kust dekt. Daarna stoomde het vaartuig +de Firth van Lorne binnen, voer tusschen het vulkanische eiland +Kerrera en de vaste kust door, en wierp eindelijk zijn trossen uit, +om aan de staketpalen van de haven van Oban gemeerd te worden. + + + + + + +VII. + +ARISTOBULUS BEERENKOOI. + + +Zelfs wanneer Oban op zijn strand een zoo groote menigte badgasten +zou aangetrokken hebben als de badplaatsen te Brighton, Margate of +Ramsgate, dan nog zou een zoo belangwekkend persoon, als Aristobulus +Beerenkooi was, eenig opzien veroorzaakt hebben. + +Zonder nu op één lijn met die mededingsters geplaatst te kunnen worden, +is toch Oban een badplaats, die door de leegloopers van het Vereenigd +Koninkrijk zeer gezocht is. Hare ligging aan de zeeëngte van Mull, +gedekt tegen de westenwinden, wier rechtstreeksche invloed door het +eiland Kerrera getemperd wordt, trekt zeer veel vreemdelingen aan. Een +gedeelte daarvan komt om herstel van krachten in hare heilzame wateren +zoeken, de anderen komen daar als in een lustoord, een centraalpunt, +vanwaar de wegen naar Glasgow, Inverness en de meest merkwaardige +eilanden der Hebriden uitgaan. Er moet nog bijgevoegd worden, dat Oban +geen soort hospitaal is, zooals zoovele andere badplaatsen zijn. Het +meerendeel van hen, die er het warme jaargetij komen doorbrengen, +is zeer welvarend, en men loopt er geen gevaar, zooals in sommige +andere »Kurorten", zijn whistje met twee zieken en een »doode" te +moeten maken. + +Oban telt ter nauwernood een honderd vijftig jarig bestaan. Zij +vertoont dus in haar bouworde, in de afwerking en inrichting harer +woningen, in de gedaante harer openbare pleinen en in de rechtlijnige +richting harer straten, den stempel van den modernen tijd. Toch +wijst de bouworde van de kerk, waarboven een fraaie klokkentoren +zich verheft, op het Normandische tijdvak, terwijl het oude kasteel +van Dunolly, welks muren geheel met klimop bedekt zijn, zich op een +alleenstaande rots, ten noorden van de plaats gelegen, verheft en het +heerlijke panorama van witte huizen en veelkleurige villa's, die op de +hellingen van den achtergrond verrijzen, de stille wateren van de baai, +waarop bevallige pleizierjachten voor hunne ankers liggen te wiegelen, +een schilderachtig geheel opleveren, dat het oog boeit en verrukt. + +Ook dit jaar ontbraken in de maand Augustus noch de vreemdelingen, +noch de toeristen, noch de badlustigen in de kleine stad Oban. In +het vreemdelingenboek van een der beste hotels van de plaats prijkte +reeds sedert verscheidene weken tusschen veelvuldige namen die van +Aristobulus Beerenkooi van Dumfries (Neder-Schotland). + +Het was een personage, die acht-en-twintig jaar telde en nimmer +jong was geweest, maar waarschijnlijk ook nooit oud zou worden. Hij +was klaarblijkelijk in den leeftijd geboren, dien hij zijn geheel +leven lang zou schijnen te bezitten. Hij was noch van fraaie noch +van leelijke gestalte, had een onbeduidend gelaat, waarboven al te +blonde haren voor een man sluik neerhingen. Achter zijn brilglazen +ontwaarde men een paar kippige oogen zonder glans, waartusschen een +korte dikke neus neerdaalde, die niet de neus van dat aangezicht scheen +te zijn. Van de honderd dertig duizend haren, die ieder fatsoenlijk +menschenhoofd moet dragen, bleven hem nog slechts zestig duizend +slechte over. Een ringbaard omlijstte zijn wangen en zijn kin, waardoor +hij wel eenige gelijkenis op een aap vertoonde. Zoo hij werkelijk een +aap geweest ware, zou hij een mooie sim geweest zijn, misschien wel +van de soort, die als schakel in de keten der Darwinisten ontbreekt, +waarmede zij pogen den mensch van het dier te laten afstammen. + +Aristobulus Beerenkooi was rijk aan geld, maar nog rijker aan +denkbeelden. Voor een jong geleerde, die slechts anderen met zijn +algemeene kennis, en zijn akademische graden van Oxford, Edinburg en +Londen kan vervelen, was hij veel te geleerd. Hij was meer doorkneed +in de natuurwetenschappen, in de scheikunde, in de sterrenkunde, +in de wiskunde, dan wel in de letterkunde. Hij was zeer met zich +zelven ingenomen en het scheelde maar bitter weinig om een dwaas te +mogen heeten. Zijn voornaamste gewoonte, die tot een ware monomanie +aangegroeid was, bestond daarin, dat hij gevraagd of ongevraagd, +te pas of te onpas, verklaring wilde leveren van alles, wat de +natuurwetenschappen raakte. Hij was in één woord een pedant wezen, +wiens omgang van onaangenamen aard was. Men lachte niet over hem, +omdat hij volstrekt niet lachverwekkend was, maar wellicht lachte +men hem uit, omdat hij zich bespottelijk aanstelde. Niemand mocht +minder aanspraak maken dan dat jongmensch op de toepassing der +spreuk van de Engelsche vrijmetselaren! Audi, vide, tace, hetgeen +zeggen wil: hoor, zie, zwijg. Hij hoorde niet, hij zag niet, en +zweeg nooit. Men kon gevoegelijk in dit land van Walter Scott een +gelegenheids-vergelijking gebruiken, en beweren dat Aristobulus +Beerenkooi, met zijn daadwerkelijken nijverheidszin, oneindig meer +den schout Nicol Jarvie in herinnering bracht, dan zijn dichterlijken +neef Rob Roy Mac Gregor. + +En welke dochter der Schotsche Hooglanden, zonder van miss Campbell +een uitzondering te maken, zou niet de voorkeur aan Rob Roy dan aan +Nicol Jarvie gegeven hebben? + +Zoo zag Aristobulus Beerenkooi er uit, en zoo was hij bewerktuigd. Hoe +nu de gebroeders Melvill op dat pedante wezen verzot hadden kunnen +worden, en wel zoodanig, dat zij er aan dachten hunnen neef er van +te maken, is onmogelijk te verklaren. Hoe was het hem toch gelukt, +die waardige zestigjarige grijsaards te behagen? Misschien wel alleen +door de eerste te zijn, die omtrent hunne nicht huwelijksneigingen +had laten blijken. In een soort van kinderlijke verrukking had broeder +Sam ongetwijfeld tegen broeder Sib gezegd: + +»Ziedaar een jonkman, die rijk is en een onafhankelijk fortuin bezit, +welke van erfenissen van bloedverwanten en nabestaanden afkomstig +is, die tot een aanzienlijke familie behoort en daarenboven +een buitengewoon geleerde is! Dat zal een uitmuntende partij +voor onze lieve Helena zijn! Dat huwelijk zal van een leien dak +loopen." Gedurende de uren, die hem bij zijn verblijf op Helenaburg als +vrijaf zouden gegund worden, zou de jeugdige geleerde in staat zijn, +de snuifdoos aan broeder Sib over te reiken, na haar met een droog +tikje dicht gemaakt te hebben, wat dan een punt moest beteekenen, +achter zijn ontboezeming geplaatst, en zeggen wilde: + +»Ziedaar een beklonken zaak!" + +De gebroeders Melvill meenden dan ook al heel slim te werk gegaan te +zijn, door miss Campbell, dank zij hare zonderlinge gril ten opzichte +van den Groenen Straal, naar Oban geleid te hebben. Daar zoude haar +samenzijn met Aristobulus Beerenkooi, dat door zijn afwezigheid +kortstondig verbroken was, hervat kunnen worden, zonder den schijn +te hebben dat zulks voorbereid was. + +Voor de schoonste vertrekken in Caledonian Hotel hadden de +gebroeders Melvill en miss Campbell het buitenverblijf te Helenaburg +verwisseld. Mocht hun verblijf te Oban van eenigen duur worden, +dan zou het wellicht voegzaam zijn, de een of andere villa, gelegen +op de hoogten die de stad beheerschten, te huren. Maar middelerwijl +dat daartoe beslist zoude worden, was men met behulp van juffrouw +Bess en van Partridge zoo gemakkelijk mogelijk ingericht bij baas +Mac Fyne. Later zou men verder zien. + +Daags na hunne aankomst te Oban verlieten de gebroeders Melvill des +morgens ten negen uur het Caledonian Hotel, dat op den zeeoever bijna +tegenover het staketsel gelegen is. Miss Campbell sliep nog in hare +kamer op de eerste verdieping, en bevroedde niet dat hare ooms op +het pad waren om Aristobulus Beerenkooi op te zoeken. + +Die twee onafscheidelijke broertjes gingen het strand langs, en daar +zij wisten, dat hun »pretendent" in een der hotels logeerde, die +ten noorden van de baai gebouwd zijn, richtten zij dan ook derwaarts +hunne schreden. + +Men zal wel moeten aannemen, dat een voorgevoel hen geleidde; want +waarlijk, tien minuten na hun hotel verlaten te hebben, ontmoetten +zij Aristobulus Beerenkooi, die zijn dagelijksche wetenschappelijke +wandeling maakte, en een banalen, werktuigelijken handdruk met hen +wisselde, terwijl hij de bewegingen van den stijgenden vloed gadesloeg. + +»Mijnheer Beerenkooi!" zeiden de gebroeders Melvill met plichtpleging. + +»Mijne heeren Melvill!" antwoordde Aristobulus met een gemaaktheid +van stem, die verwondering moest aanduiden. »Gij.... heeren +Melvill.... hier.... te Oban?" + +»Sedert gisteren avond!" zei broeder Sam. + +»En het verheugt ons, u in goede gezondheid aan te treffen, mijnheer +Beerenkooi," zeide broeder Sib. + +»Waarlijk, ik dank u, heeren.--Maar hebt gij reeds kennis genomen +van het telegram, dat zooeven aangekomen is?" + +»Een telegram?" vroeg broeder Sam. »Zou het ministerie Gladstone +reeds?...." + +»Het geldt volstrekt niet het ministerie Gladstone," antwoordde +Aristobulus Beerenkooi met tamelijk wel uitgesproken kleinachting, +»maar wel een weerkundig telegram." + +»Waarlijk!" riepen de beide ooms te gelijkertijd uit. + +»Ja zeker! er is geseind, dat het depressie centrum van Swinemunde +noordwaarts voortgeschreden en aanmerkelijk in diepte toegenomen +is. Dat centrum bevindt zich thans in de nabijheid van Stokholm, waar +de barometer ruim een duim,--wat ongeveer vijf en twintig millimeter +vertegenwoordigt, om de taal der geleerden te spreken--gedaald is en +alzoo op acht en twintig en zes tiende duim staat, hetwelk overeenkomt +met een stand van zevenhonderd zes en twintig millimeter. Heeft +ook al de luchtdruk in Engeland en in Schotland weinig verandering +ondergaan, zoo is zij toch een tiende te Valencia en twee tiende te +Stornoway verminderd." + +»Maar wat moet uit die depressie?...." vroeg broeder Sam. + +»Besloten worden?...." vulde broeder Sib aan. + +»Dat het mooi weer niet standvastig is," antwoordde Aristobulus +Beerenkooi, »en dat de lucht weldra betrekken zal onder den invloed +van den zuidwestenwind, die de dampen van den Noord-Atlantischen +Oceaan met zich voeren zal." + +De gebroeders Melvill bedankten den jongen geleerde voor de mededeeling +van die belangwekkende voorspellingen, en leidden er de gevolgtrekking +uit af, dat de Groene Straal wel eens op zich kon laten wachten, +wat hun niet onaangenaam was, daar dat hun verblijf te Oban zou rekken. + +»En het doel van uwe komst, mijne heeren, is?".... vroeg Aristobulus +Beerenkooi, die zijn volzin zelf afbrak om een keisteen op te rapen, +dien hij met de grootste aandacht bekeek. + +De beide ooms wachtten zich wel die belangrijke studie te storen. + +Maar toen die keisteen de verzameling van een menigte andere in den zak +van den jongen geleerde was gaan vermeerderen, antwoordde broeder Sib. + +»Het doel van onze komst is zeer natuurlijk om hier eenige dagen door +te brengen." + +»En wij moeten er bij voegen, dat miss Campbell ons vergezeld +heeft...." zei broeder Sam. + +»Ah!.... miss Campbell!" antwoordde Aristobulus Beerenkooi. »Ik +geloof dat die keisteen uit het gaëlische tijdperk afkomstig is. Er +zijn sporen te zien van.... Maar waarlijk, het zal mij verheugen +miss Campbell weer te zien!.... sporen van meteorisch ijzer.--De +luchtgesteldheid hier, die buitengewoon zacht is, zal haar uitermate +goed doen." + +»Zij geniet een goede gezondheid en is hier niet om herstel van eenige +ziekte te zoeken." + +»Om het even," antwoordde Aristobulus Beerenkooi. De atmosfeer is +hier overheerlijk. Nul, komma, een en twintig zuurstof, en nul, +komma, negen en zeventig stikstof met een weinig waterdamp gemengd, +zeer voordeelig voor de gezondheid. Wat het koolzuur betreft, er zijn +slechts sporen aanwezig in de lucht, die ik iederen morgen ontleed." + +De gebroeders Melvill meenden in die verhandeling, een lieve +bezorgdheid ten opzichte van miss Campbell te bemerken. + +»Maar," vroeg Aristobulus Beerenkooi, »indien gij niet voor +gezondheidsredenen hier gekomen zijt, mag ik dan weten, mijne heeren, +waarom gij uw buitenverblijf te Helenaburg verlaten hebt?" + +»Wij hebben geen enkele reden om, in de verhouding, waarin wij tot +elkander staan, dat voor u te verbergen...." antwoordde broeder Sib. + +»Kan ik dus in die verhuizing een overigens natuurlijk verlangen +ontwaren," viel de jonge geleerde den spreker in de rede, »om tot +een samenkomst met miss Campbell mede te werken, die de gelegenheid +kan openen elkander beter te leeren kennen en dat tot wederzijdsche +achting zal moeten leiden?" + +»Voorzeker," antwoordde broeder Sam. »Wij hebben gedacht, dat zoo +het doel sneller bereikt zou worden." + +»Ik keur uwe handeling goed, mijne heeren," antwoordde Aristobulus +Beerenkooi. »Hier op dit onzijdig terrein zullen miss Campbell en ik +bij gelegenheid kunnen spreken over de oorzaken van het op en neergaan +der zee, van de windrichtingen, van de hoogte der golven, van het +verspringen der getijen en over meer andere natuurverschijnselen, +waarin zij ten zeerste belang moet stellen!" + +Nadat de gebroeders Melvill een glimlach van voldoening gewisseld +hadden, bogen zij bij wijze van toestemming. Zij verklaarden verder, +dat zij zich gelukkig zouden achten, wanneer zij, na hun terugkeer +op het buitenverblijf Helenaburg, den jongen geleerde onder een meer +dierbaren titel dan dien van gast zouden kunnen ontvangen. Aristobulus +Beerenkooi antwoordde, dat hij zich alsdan des te gelukkiger +zoude gevoelen, daar het gouvernement belangrijke baggerwerken, +juist tusschen Helenaburg en Greenock wilde doen uitvoeren, welke +werken onder geheel nieuwe omstandigheden door middel van elektrische +werktuigen zouden worden tot stand gebracht. Dus, wanneer hij eenmaal +zijn verblijf op Helenaburg gevestigd had, zou hij de toepassing van +die werktuigen waarnemen en den uitslag daarvan berekenen kunnen. + +De gebroeders Melvill erkenden gaarne, dat die samenloop van +omstandigheden hunnen plannen ten goede zou komen en het geheel en +al in hun kader paste. + +En daarop hadden zij een snuifje genomen om de gemeenschappelijke +verschillende tijdperken van dien uiterst belangwekkenden arbeid gade +te slaan. + +»Maar," vroeg Aristobulus Beerenkooi, »gij hebt ongetwijfeld het een +of ander voorwendsel bedacht, om mij hier te Oban te komen ontmoeten." + +»Inderdaad," antwoordde broeder Sib, »en dat voorwendsel heeft miss +Campbell zelf ons aan de hand gedaan." + +»Zoo," zei de jonge geleerde, »en dat is....? + +»Het geldt de waarneming van een natuurverschijnsel, dat zich slechts +onder bepaalde gelegenheden voordoet, en dat te Helenaburg onmogelijk +kan voorkomen." + +»Waarlijk! heeren," hernam Aristobulus Beerenkooi, terwijl hij met +duim en vinger zijn bril recht op zijn neus zette. »Daarin ligt +het bewijs, dat er tusschen miss Campbell en mij wel eenige innige +met elkaar overeenkomende verwantschap bestaat!--Mag ik ook weten +welk natuurverschijnsel het is, dat op het buitenverblijf niet kan +waargenomen worden?" + +»Dat natuurverschijnsel? Wel, is eenvoudig de Groene Straal," +antwoordde broeder Sam. + +»De Groene Straal?" vroeg Aristobulus Beerenkooi niet zonder +verwondering. »Daarvan heb ik nimmer hooren spreken. Is het mij +vergund te vragen, wat die Groene Straal beduidt?" + +De beide broeders Melvill legden hem zoo goed zij konden uit, waarin +het natuurverschijnsel bestond, dat door de Morning Post onlangs +onder de aandacht van het publiek was gebracht. + +»Pouah!" riep Aristobulus Beerenkooi, »dat is slechts een aardigheid +zonder eenig belang, die tot het kinderachtige domein van de +vermakelijke natuurkunde behoort." + +»Miss Campbell is slechts een jong meisje," antwoordde broeder Sib, +»en zij schijnt een buitengewoon groot belang in dit natuurverschijnsel +te stellen." + +»Want zij wil niet trouwen, heeft zij verzekerd, voor dat zij het +gezien heeft," vulde broeder Sam aan. + +»Welnu, heeren," antwoordde Aristobulus Beerenkooi, »wij zullen hem +haar toonen, dien Groenen Straal!" + +Na die verzekering wandelden de drie mannen door de weilanden, die +zich langs het strand uitstrekten en waardoor een pad zich slingerde, +naar Caledonian-Hotel terug. + +Aristobulus Beerenkooi liet de gelegenheid niet ontsnappen om +de gebroeders Melvill te doen opmerken, hoezeer de geest der +vrouwen behagen schept in nietigheden, waaruit hij in groote +trekken voortredeneerende, tot de gevolgtrekking kwam van hetgeen +verricht zou moeten worden om hunne niet goed opgevatte opvoeding te +verbeteren. Hij verwierp de stelling, dat de hersenen der vrouw minder +met hersenzelfstandigheid zouden bedeeld zijn dan die van den man, +en dat door het groote verschil in de bewerktuiging der kwabben, +de vrouw nimmer zoude kunnen geraken tot opvatting van grootsche +denkbeelden. Neen, zoover ging hij niet; hij meende integendeel dat +door een voortgezet onderwijs verandering in dien toestand te weeg +zou te brengen zijn; hoewel hij van een anderen kant niet loochenen +kon, dat sedert de vrouw in de Schepping verschenen was, nimmer +een harer zich onderscheiden had door eenige dier uitvindingen, +die bij voorbeeld Aristoteles, Euclides, Harvey, Hahnenman, Pascal, +Newton, Laplace, Arago, Humphrey-Davy, Edison, Pasteur enz., beroemd +gemaakt hebben. Eindelijk verdiepte hij zich in de uitlegging van +verscheidene natuurtafereelen en redekavelde de omni re scibili, +zonder meer omtrent miss Campbell te gewagen. + +De gebroeders Melvill hoorden eerlijk toe en deden dat zooveel te +eerder, daar het voor hen onmogelijk was een woord tusschen beiden +te brengen in die alleenspraak, waarbij Aristobulus Beerenkooi +zonder rustpunt voortdraafde en die hij doorspekte met gebiedend en +schoolmeesterachtig gehemm! + +Zoo naderden zij het Caledonian-Hotel tot op ongeveer een honderd pas, +en bleven toen een poos staan, om afscheid van elkaar te nemen. + +Middelerwijl bevond zich een zeker iemand aan het venster +harer kamer. Zij scheen geheel in de war, ja geheel van haar stuk +gebracht. Zij keek nu eens vóór haar dan weer rechts of links en scheen +met het dwalend oog een horizon te zoeken, die zij niet kon ontdekken. + +Eensklaps bemerkte miss Campbell--want zij was die zeker iemand--hare +ooms. Dadelijk werd het venster met levendig gebaar gesloten en +verscheen het jonge meisje eenige oogenblikken later op het strand, +de armen half gekruist over de borst, met ernstig gelaat en het +voorhoofd bezwangerd van verwijtingen. De gebroeders Melvill keken +elkander aan. Tegen wien had Helena iets? Was het de tegenwoordigheid +van Aristobulus Beerenkooi, die deze verschijnselen van abnormale +opwinding veroorzaakte? + +De jeugdige geleerde naderde intusschen en groette miss Campbell met +een buiging zoo stijf als die van een knipmes. + +»Aristobulus Beerenkooi...." zeide broeder Sam, die den jonkman +vormelijk en met plichtpleging voorstelde. + +»Die door een wonder van toevalligheid.... zich juist te Oban +bevindt...." voegde broeder Sib er bij. + +»Ah?.... mijnheer Beerenkooi?".... mompelde het jonge meisje, terwijl +zij zijn groet ter nauwernood beantwoordde. + +Toen zich tot de gebroeders Melvill wendend, die daar uit het veld +geslagen stonden en niet wisten wat te zeggen of welke houding aan +te nemen: + +»Mijn ooms!" sprak zij met gestrengheid. + +»Lieve Helena!" antwoordden de beide ooms met den zelfden toon van +waarneembare ongerustheid in stem en gebaren. + +»Zijn wij wel te Oban?" vroeg zij. + +»Te Oban?.... Wel zeker." + +»Te Oban.... aan de zee der Hebriden gelegen?" + +»Voorzeker." + +»Welnu, over een uur zullen wij er niet meer zijn!" + +»Over een uur?...." + +»Ik had om een zee-horizon verzocht?" + +»Ongetwijfeld, lieve meid...." + +»Wilt gij dan zoo vriendelijk wezen, mij dien te wijzen?" + +Ontzet draaiden en keerden de gebroeders Melvill zich om en keken rond. + +Vóór hen, noch in het zuidwesten, noch in het noordwesten was eenige +doorgang tusschen de eilanden, die in volle zee lagen, te bespeuren, +geen plekje waar hemel en water in elkander liepen. + +De eilanden Seil, Kerrera, Kismore vormden een onafgebroken slagboom, +die de kim onzichtbaar maakte. De erkenning moest volgen, dat de +beloofde en verzochte horizon aan het landschap van Oban ontbrak. + +De twee broeders hadden dat niet eens bemerkt bij hunne wandeling langs +het strand. Toen zij hunne misvatting inzagen, lieten zij dan ook die +twee Schotsche uitroepingen hooren, die een waarlijke teleurstelling, +gemengd met ietwat kwade luim, levendig aanduidden: + +»Pooh!" zei een. + +»Pswha!" antwoordde de andere. + + + + + + +VIII. + +EEN TELEURSTELLEND WOLKJE. + + +Een opheldering was noodzakelijk geworden; maar daar Aristobulus +Beerenkooi met die opheldering niets te maken had, groette miss +Campbell hem koel en keerde naar het Caledonian Hotel terug. + +Aristobulus Beerenkooi had het jonge meisje niet minder koel +teruggegroet. Klaarblijkelijk voelde hij zich gekrenkt, dat hij in +mededinging met een straal gekomen was, van welke kleur die dan ook +wezen mocht. + +Hij keerde langs het strand naar zijn hotel terug, terwijl hij een +redevoering voor zich zelven in de meest gepaste bewoordingen hield. + +Broeder Sam en broeder Sib waren volstrekt niet in hun +knollentuin. Toen zij dan ook in het kleine salon waren binnengetreden, +wachtten zij met gebukten hoofde tot dat het jonge meisje hun het +woord zoude toevoegen. + +De opheldering was kort maar uitermate helder. Men was te Oban gekomen +om een zuivere kim te zien en men zag er niets of zoo weinig van, +dat het der moeite niet waard was er van te spreken. + +De beide ooms konden zich slechts op hun goede trouw beroepen. Zij +kenden Oban in het geheel niet! Wie had kunnen denken dat de zee, +de ware zee daar niet te vinden was! En toch wemelde het van +badgasten. Dat was misschien het eenige punt der kust, waar, ten +gevolge van dien ongelukkigen Hebriden-archipel, de kringvormige lijn, +waar hemel en water elkander schijnen te raken, niet te zien was. + +»Welnu," zei miss Campbell op een toon, dien zij zoo gestreng mogelijk +trachtte te uiten, »men had een ander punt dan Oban moeten kiezen, +al had daaraan het voordeel opgeofferd moeten worden van de ontmoeting +met mijnheer Aristobulus Beerenkooi!" + +De broeders Melvill bogen instinctmatig het hoofd en beantwoordden +dien rechtstreekschen aanval niet. + +»Wij gaan onze beschikkingen treffen," zei miss Campbell, »en heden +vertrekken wij nog!" + +»Welnu, vertrekken wij dan!" antwoordden de twee ooms, die hunne +onbezonnenheid slechts door een geheel lijdelijke gehoorzaamheid +konden trachten goed te maken. + +En volgens ouder gewoonte weerklonken weer de uitroepen: + +»Bet!" + +»Beth!" + +»Bess!" + +»Betsy!" + +»Betty!" + +Juffrouw Bess verscheen, vergezeld van Partridge. Beiden werden +dadelijk op de hoogte gesteld, en bij ondervinding wetende, dat +hunne jonge meesteres steeds gelijk moest hebben, vroegen zij zelfs +de redenen van dat overhaaste vertrek niet. + +Maar men had zonder baas Mac-Fyne, den eigenaar van het Caledonian +Hotel, gerekend. + +Men zou zelfs in het gastvrije Schotland weinig menschenkennis ten +opzichte van die achtenswaardige nijverheidslieden aan den dag leggen, +wanneer men een hunner in staat zou achten een gezin, bestaande uit +drie heerschappen en twee bedienden, te laten vertrekken, zonder alles +in het werk gesteld te hebben, om dat te behouden. En dat gebeurde +juist in deze omstandigheid. + +Toen baas Mac-Fyne op de hoogte van deze ernstige zaak gebracht was, +verklaarde hij deftig, dat alles ten algemeenen genoegen geschikt +kon worden, zonder nog van zijn bizonder genoegen te spreken, dat +hij smaken zou, wanneer hij zoo edele reizigers zoo lang mogelijk +ten zijnent behouden mocht. + +Wat verlangde miss Campbell en wat eischten bijgevolg de heeren +Sib en Sam Melvill? Een onbeperkt zeegezicht met uitgestrekten +gezichteinder. Niets gemakkelijker te verschaffen dan dat, daar het +slechts gold dien gezichteinder bij zons-ondergang waar te nemen. Dat +kon men van het strand van Oban niet doen! Dat is zoo! Maar zou het +voldoende zijn naar het eiland Kerrera over te steken? Neen. Het +groote eiland Mull zou ook dáár een beletsel zijn, om iets meer +dan een klein hoekje van den Atlantischen Oceaan waar te nemen, +dat bovendien nog in het zuidwesten bespeurd werd. Maar wanneer men +de kust langs wandelde, dan kwam men bij het eiland Seil, dat door +middel van eene brug met de Schotsche kust verbonden was, waarlangs +men de noordelijkste punt van het eiland kon bereiken. Daar kon +niets den gezichtskring naar den westkant en over twee vijfden van +de noordstreken van het kompas belemmeren. + +Om nu op dat eiland over te gaan, gold het slechts een eenvoudige +wandeling van vier of vijf mijl, niet meer. En wanneer het weder +gunstig was, dan kon een overheerlijk rijtuig miss Campbell en haar +gevolg in een of in anderhalf uur overbrengen. + +Tot bevestiging van zijn beweren, toonde de waard de kaart op groote +schaal, die in het voorportaal van het hotel aan den wand hing. Miss +Campbell kon zich dus overtuigen, dat baas Mac-Fyne geen praatjes +verkocht. En werkelijk, meer zeewaarts van het eiland Seil opende zich +een breede sector, die een derde gedeelte van die gezichteinder-lijn +bevatte, waarachter de zon wegduikt gedurende de weken, die de dag- +en nachtevening voorafgaan of onmiddellijk volgen. + +De zaak kwam dan ook tot groote voldoening van baas Mac-Fyne en tot +groot gemak van de gebroeders Melvill in orde. Miss Campbell verleende +edelmoedig vergiffenis en liet zich geen enkele onaangename toespeling +op de tegenwoordigheid van Aristobulus Beerenkooi weer ontsnappen. + +»Maar," merkte broeder Sam op, »het is toch op zijn minst genomen +zonderling, dat een zee-gezichteinder te Oban ontbreekt!" + +»De natuur is zoo grillig!" antwoordde broeder Sib. + +Aristobulus gevoelde zich ongetwijfeld zeer gelukkig, toen hij vernam, +dat miss Campbell niet elders een meer gunstige plek zou gaan opzoeken +voor haar meteorologische waarnemingen. Maar hij was zoo verdiept +in zijn vraagstukken, dat hij vergat van zijn tevredenheid te doen +blijken. + +Het grillige schoone kind weet hem waarschijnlijk dank voor die +bescheidenheid, want hoewel zij geheel onverschillig voor hem bleef, +ontving zij hem toch minder koel dan bij hunne eerste ontmoeting. + +Intusschen was er een lichte verandering in den toestand van den +dampkring gekomen. Wel bleef het weer op onveranderlijk »mooi", +maar toch benevelden eenige wolken, die door de middaghitte verdreven +werden, bij zonsop- en ondergang den gezichteinder. Het was dus vrij +overbodig op het eiland Seil een waarnemingspost te gaan zoeken. Dat +zou volkomen verloren moeite zijn en men moest derhalve geduld oefenen. + +Miss Campbell liet hare ooms gedurende die lange dagen in gezelschap +van den bruidegom hunner keuze, en ging, somtijds door juffrouw Bess +vergezeld, maar meestal alleen op het strand van de baai dwalen. Zij +ontvluchtte volgaarne die geheele menigte van leegloopers, die de +vlottende bevolking in de badplaatsen van de geheele wereld uitmaakt, +zooals geheele huisgezinnen, wier eenige bezigheid daarin bestaat om +de zee te zien rijzen en dalen, terwijl meisjes en jongens zich met +een vrijpostigheid van houdingen, alleen in Brittannië in zwang, +in het natte zand rondwentelen; of wel ernstige en flegmatische +heeren, die in hun soms al te oorspronkelijk badkostuum rondkuieren, +en welker voornaamste bedrijvigheid kan genoemd worden, zich dagelijks +gedurende zes minuten in het zoute water van den Oceaan te dompelen; +of ook wel heeren en dames van groote achtbaarheid, die stijf en +onbeweeglijk in de teenen badstoelen gedoken, in die soort boeken +met veelkleurige bordpapieren omslagen en dien fijnen druk, waarvan +de Engelsche uitgevers eenigermate misbruik maken, zitten te turen; +verder van die voetreizigers met den kijker aan een riem over den +schouder hangende, en den helmhoed op het hoofd, de kuiten met lange +slobkousen bedekt, het zonnescherm in de hand, die vandaag aangekomen, +morgen reeds vertrokken zullen zijn. En dan te midden van die menigte, +wemelende nijverheidsbeoefenaars, wier nijverheidstoestellen bij +uitstek vervoerbaar zijn, als: elektriek-mannen, die de liefhebbers +voor een paar stuivers een aangename kitteling of een minder +aangenamen schok doen ondergaan; artisten, wier draaiorgels op +wielen, de landsdeuntjes met verwrongen Fransche airs afwisselen; +photografen in de open lucht, die bij dozijnen de oogenblikkelijke +afdrukken afleveren aan de families, die zich voor zoo'n gelegenheid +gegroepeerd hebben laten opnemen; fruitventers met hunne zwarte jassen +en fruitventsters met hare bloemruikers op den hoed, die hunne kleine +karretjes voortduwen, waarin het schoonste ooft der wereld ligt te +pronken; eindelijk minnestreels met hunne grijnzende gezichten onder +de laag schoensmeer, die het bedekt, geven volksvoorstellingen en +gillen te midden van een groep kinderen, eigenaardige klaagliederen, +welker refreinen door allen met den meesten ernst herhaald worden. + +Neen, dat gewriemel van het badgastleven had voor miss Campbell +geen geheimen meer en trok haar ook niet aan. Zij vermeed zoo veel +mogelijk die gaanden en komenden, die elkander zoo vreemd schenen, +alsof zij van de vier uiteinden van Europa waren te zamen gebracht. + +Wanneer hare ooms dan ook, eenigszins ongerust, haar bij zich wenschten +te hebben, dan moesten zij haar op een eenzaam strandgedeelte, +bij voorbeeld op een der vooruitspringende landspitsen, die de baai +begrenzen, gaan zoeken. + +Daar zat miss Campbell dan, als de peinzende Mina uit den Zeeschuimer +met den elleboog op eenige vooruitstekende punt van een rots geleund, +het hoofd in de eene hand, en door de andere bessen latende glijden, +die zij tusschen de steenen geplukt had, alwaar de struikjes, waaraan +zij groeiden, gevonden werden. Haar verstrooide blik zweefde van +een »stack", welker rotsachtige top zich loodrecht verhief, naar de +een of andere donkere grot, een van die »helgers", zoo als men ze in +Schotland noemt, waarin de zee bij stijgenden vloed zoo'n brullend +geluid kon doen hooren. + +In de verte zaten zeeraven, als in gelid gerangschikt, met de +onbeweeglijkheid alsof ze in steen gehouwen waren. Het jonge meisje +volgde hen met den blik, wanneer zij in hunne rust gestoord opvlogen +en over de kleine getijgolfjes met de punten hunner vleugels scheerden. + +Waaraan dacht dan het jonge meisje? Aristobulus Beerenkooi zou +ongetwijfeld de onbeschaamdheid hebben, de meening te koesteren, dat +zij aan hem hare gedachten wijdde, welke meening door de beide ooms +in hunnen kinderlijken eenvoud zoude gedeeld zijn. En toch konden +zij zich vergist hebben. + +In haar herinneringen doemden dan de gebeurtenissen bij +de Corryvrekan-kolk op. Zij zag andermaal die sloep in nood, de +Glengarry, die de zeeëngte inschoot, om hulp te bieden. Zij voelde +andermaal de aandoeningen, die haar hart zoo hadden doen kloppen, +die dat hart zoo hadden samengesnoerd, wanneer de schipbreukelingen +in de uitholling tusschen twee golven verdwenen.... Dan verscheen de +redding haar vervolgens voor den geest, het zoo behendig uitgeworpen +touw, die bevallige jonkman, die minder ontroerd was dan zij, en kalm +en glimlachend op het dek sprong, terwijl hij de passagiers van de +boot met vriendelijk gebaar groette. + +Voor een dichterlijk brein bestond daar de kiem van een roman, +maar het had er alles van, alsof de roman bij het eerste hoofdstuk +zou blijven steken. Het begonnen boekdeel was plotseling tusschen de +schoone handen van miss Campbell dichtgeslagen. Op welke bladzij zoude +zij het weer kunnen openen, nu »haar held," aan den een of anderen +Wodan uit de Gaëlische heldentijdperken gelijk, verdwenen en niet +meer te voorschijn getreden was? + +Maar had zij hem wel te midden van die onverschillige menigte, +die op het strand van Oban wemelden, gezocht? Misschien. Maar, +had zij hem gevonden? Neen. Hij zou haar ongetwijfeld niet kunnen +herkennen. Om welke reden zou hij haar aan boord van de Glengarry +opgemerkt hebben? Waarom zou hij tot haar gekomen zijn? Hoe zou hij +hebben kunnen raden, dat hij zijn redding grootendeels aan haar +verschuldigd was? En zij was het toch, die vóór alle anderen het +vaartuigje in nood ontwaard had; zij was het, die den kapitein het +eerst gesmeekt had, hulp te gaan bieden. En in werkelijkheid was die +omstandigheid haar dien avond zeer waarschijnlijk op de waarneming +van den Groenen Straal te staan gekomen! + +Dit was inderdaad zoo goed als zeker. + +Gedurende de drie eerste dagen na de aankomst der familie Melvill +te Oban, zou de dampkring de wanhoop opgewekt hebben van de +sterrenkundigen der sterrenwachten van Edinburg of Greenwich. Het was +of het uitspansel met katoenvlokken bekleed was door den nevel, die +nog meer misleidde en teleurstelde dan wolken het konden doen. Noch +kijkers, noch telescopen van de meest machtige afmetingen, noch de +reflector van Cambridge, evenmin als die van Parsontown, zouden +er in geslaagd zijn, het oog gelegenheid te geven dien nevel te +doorboren. De zon alleen zou de kracht bezitten haar stralen er door +te schieten; maar bij haren ondergang verdikte zich die nevel bij +den gezichteinder. Het geheele westen werd dan met het heerlijkste +en schitterendste purper overgoten, en het was dan den Groenen Straal +onmogelijk, het netvlies van het oog des waarnemers te bereiken. + +In de droomerijen van miss Campbell smolten, ten gevolge van haar +grillige verbeelding, de schipbreukeling van de Corryvrekan-kolk met +den Groenen Straal tot één wezen te zamen. Dat was zeker, dat noch de +een noch de andere te bespeuren was. Bedekten de nevelen den eenen, +de andere was achter een stipt incognito verscholen. + +De gebroeders Melvill kwamen slecht terecht, wanneer zij hunne nicht +geduld meenden te moeten aanprijzen. Miss Campbell zag er niet +tegen op, om hen voor die dampkrings-afwijkingen aansprakelijk +te stellen. Zij gaven dan de schuld aan den voortreffelijken +aneroïde-barometer, dien zij van Helenaburg medegebracht +hadden, en welker naald maar geen verhoogden luchtdruk wilde +aanwijzen. Waarlijk! zij hadden hunne gemeenschappelijke snuifdoos +wel willen weggeven, om bij den ondergang van de schoone dagvorstin +een heldere kim te mogen waarnemen. + +Wat de geleerde Beerenkooi betreft, hij had eens, toen de nevelen, +die het uitspansel bezwangerden, besproken werden, de overgroote +onhandigheid, hunne vorming geheel natuurlijk te vinden. Dat voerde +hem er geleidelijk toe, een kleine natuurkundige verhandeling in +tegenwoordigheid van miss Campbell te houden. Hij sprak over de vorming +der wolken in het algemeen, over hunne beweging wanneer het afnemen der +warmte hen den gezichteinder nabij brengt, over den blaasjesvormigen +toestand van den waterdamp, van de wetenschappelijke verdeeling der +wolken in nimbi, strati, cumuli en cyrry! Het is onnoodig te zeggen, +dat het jonge meisje geen enkel oogenblik naar dat geleerd gewauwel +luisterde. + +En dat liet zij zoo nadrukkelijk merken, dat de gebroeders Melvill +niet wisten, welke houding zij gedurende die ontijdige verhandeling +zouden aannemen! + +Ja! miss Campbell bracht den jeugdigen geleerde in den letterlijken +zin des woords van zijn stuk. Eerst keek zij met voordacht een geheel +anderen kant uit, om Aristobulus Beerenkooi niet te hooren; toen hief +zij onafgewend den blik op het kasteel Dunolly, om hem niet aan te +zien; eindelijk bekeek zij de punten van haar fijne badschoentjes, +wat het teeken is van de minst vermomde onverschilligheid, het bewijs +van de meest mogelijke geringschatting, die een Schotsche schoone +aan den dag kan leggen, zoo wel voor hetgeen de woordvoerder zegt +als voor zijn eigen persoon. + +Aristobulus Beerenkooi, die in den regel niemand anders zag of hoorde +dan zich zelf, en die ook nimmer voor iemand anders dan voor zich +zelven sprak, ontwaarde de bewegingen van het jonge meisje niet, +of deed althans alsof hij er niets van merkte. + +Zoo gingen de dagen van den derden tot en met den zesden Augustus +om. Gedurende dien laatsten dag evenwel rees de barometer tot overgroot +genoegen van de gebroeders Melvill eenige strepen boven »veranderlijk." + +De volgende dag kondigde zich onder de meest gunstige voorteekens +aan. De zon scheen des morgens ten tien ure met luisterrijken glans, +en het uitspansel weerspiegelde met de meest onberispelijke zuiverheid +zijn azuurblauw in de wateren der zee. + +Zulk een gelegenheid kon miss Campbell niet laten ontsnappen. Een +sierlijk rijtuig stond steeds ter harer beschikking in de stalhouderij +van het Caledonian Hotel. Het was nú het oogenblik of nooit om daarvan +gebruik te maken. + +Het was omstreeks vijf uur in den namiddag, toen miss Campbell en de +gebroeders Melvill plaats namen in de kalès, die door een behendigen +koetsier, gewoon aan het rijden met »de vier," gemend werd. Partridge +klom in den achterbak en de vier paarden, door het uiteinde der zweep +lichtelijk gekitteld, sprongen in galop en vlogen den weg van Oban +naar Glachan op. + +Aristobulus Beerenkooi was tot zijn groote spijt--niet van miss +Campbell--verhinderd van de partij te zijn, daar zijn tijd ingenomen +werd door het opstellen van een belangrijk wetenschappelijk rapport. + +Het uitstapje viel in allen deele overheerlijk uit. Het rijtuig +hield den weg langs de kust, die zich langs de zeeëngte uitstrekt, +die het eiland Kerrera van de Schotsche kust scheidt. Dat eiland, +van vulkanischen oorsprong, was zeer schilderachtig, maar had een +groot gebrek in het oog van miss Campbell, en dat was, dat het den +zeegezichteinder geheel bedekte. Daar evenwel slechts vier en een +halve mijl af te leggen waren in die omstandigheden, leenden deze er +zich allergunstigst toe om de harmonische omtrekken van dat eiland te +bewonderen, die zich op een helder lichten achtergrond afteekenden, +en waarboven de bouwvallen uitstaken van het Deensche kasteel hetwelk +het zuidelijk uiteinde bekroonde. + +»Dat was voorheen de residentie der Mac-Douglas van Lorne," merkte +broeder Sam op. + +»Voor onze familie heeft dat kasteel groote historische herinneringen," +vervolgde broeder Sib; »want het werd door de Campbells vernietigd, +die het verbrandden, na al de bewoners zonder mededoogen over de +kling gejaagd te hebben!" + +Dat schitterende wapenfeit scheen voornamelijk de goedkeuring van +Partridge weg te dragen. Althans hij klapte ter eere van den Clan +zachtkens in de handen. + +Toen men het eiland Kerrera voorbijgereden was, sloeg het rijtuig +een smallen weg in, die zachtjes heuvel op en heuvel af naar het dorp +Glachan voerde. Daar werd een landengte overgestoken in den vorm eener +brug, die over het nauwe vaarwater toegang verleende en het eiland +Seil met het Schotsche vastland verbond. De tochtgenooten beklommen, +na hun rijtuig beneden in een ravijn gelaten te hebben, de vrij +scherpe helling van een heuvel en gingen zitten op het buitenboord +van een rotsachtigen rand, die den zoom der kuststreek uitmaakte. + +Ditmaal kon niets den blik der waarnemers, naar het westen gekeerd, +hinderen. Noch het eilandje Eastdale, noch dat van Inish, dat als bij +het eiland Seil gerand ligt. Tusschen kaap Ardanalish en het eiland +Mull, een der grootsten van den Hebriden-archipel, in het noordwesten +en het eiland Colonsay in het zuidwesten, vertoonde zich een breed +zeevak, waarlangs de zon weldra haar stralen in de oppervlakte zou +dompelen. + +Geheel in gedachten verdiept, zat miss Campbell iets vóór hare beide +ooms. Eenige roofvogels, arenden of valken, die deze eenzaamheid alleen +bevolkten, zweefden boven de »dens", soort van dalen, uitgehold als +trechters met rotsachtige wanden. + +Volgens sterrentijd zou de zon in dit tijdperk des jaars, en op deze +breedte, ten zeven ure vier en vijftig minuten ondergaan, juist in +de richting van kaap Ardanalish. + +Eenige weken later evenwel, zou het onmogelijk zijn, de dagvorstin +achter de waterlijn te zien verdwijnen; want dan zou het eiland +Colonsay haar bij het ondergaan voor het oog verbergen. + +Dien avond dus, waren tijd en plaats uitmuntend voor de waarneming +van het natuurverschijnsel gekozen. + +In dat oogenblik schreed de zon in een schuine richting op den zuiver +ontwikkelden horizon toe. + +De oogen verdroegen moeielijk den glans van hare schijf, die thans +vuurrood scheen, en door de wateren in een langen gulden lichtstreep +weerkaatst werd. + +En toch, noch miss Campbell, noch hare ooms zouden er toe overgegaan +zijn met de oogleden te knippen, neen, zelfs niet gedurende een +ondeelbaar oogenblik. + +Maar voor dat de zonneschijn den gezichteinder met haren benedenrand +aangeraakt had, stiet miss Campbell een kreet van teleurstelling uit. + +Een kleine wolk was verschenen, fijn als een streep, lang als de +wimpel van een oorlogsschip. Die wolk sneed de zonneschijf in twee +gelijke deelen en scheen met haar naar de kim te dalen. + +Het was alsof een windzuchtje, hoe licht ook, voldoende zou zijn om +dat wolkje te verdrijven, op te lossen!... maar dat zuchtje kwam niet. + +En toen de zon tot een zeer kleinen boog teruggebracht was, die +boven de watervlakte zweefde, toen was het dat uiterst ijle wolkje, +dat ter plaatse waar de dagvorstin wegdook, de kim benevelde. + +Onmogelijk had de Groene Straal, gebroken zijnde door die kleine wolk, +het netvlies der waarnemers kunnen bereiken. + + + + + + +IX. + +PRAATJES VAN JUFFROUW BESS. + + +De terugtocht naar Oban werd in alle stilte volbracht. Miss Campbell +sprak geen enkel woord; en de gebroeders Melvill durfden den mond +niet roeren. Het was toch hunne schuld niet, dat die jobswolk juist +verschenen was om den laatsten zonnestraal te verdooven. Maar men +moest daarom niet wanhopen. Men had nog ruim zes weken van het fraaie +seizoen voor den boeg. Het zou toch ongelukkig genoemd moeten worden, +wanneer gedurende den geheelen herfsttijd geen enkele schoonen dag +met onbenevelden gezichteinder zou verschijnen! + +Toch was daar een bewonderenswaardige zonsondergang verloren gegaan, +en, moest men het weerglas gelooven, dan zou een dergelijke niet zoo +spoedig weer verschijnen. En inderdaad, gedurende de nacht liep de +grillige wijzer van den aneroïde-barometer zachtkens terug tot op +»veranderlijk". Maar wat nog door iedereen mooi weer genoemd werd, +kon miss Campbell onmogelijk voldoen. + +Daags daarna, den 8sten Augustus, werden de zonnestralen door warme +neveldampen gebroken en was de middagbries ditmaal niet in staat +om die dampen te verdrijven. Een schitterend purper kleurde des +avonds het uitspansel. Al de nuanceeringen smolten in elkander, van +af het chromaatgeel tot het donkere ultramarijn, en vervormden den +gezichteinder tot een schitterend en veelkleurig schilders-palet. Onder +haren sluier van kleine vlakvormige wolken, tintte de zon bij haren +ondergang den achtergrond van de kuststreek met al de kleuren van +het spectrum, behalve met die, welke de grillige en bijgeloovige miss +Campbell wenschte te zien. + +En dat was zoo den volgenden en daarop volgende dagen. De kalès +bleef dus in het koetshuis van het hotel. Wat zou het ook geven +een waarneming te gemoet te ijlen, die door den toestand des hemels +onmogelijk te doen was. De hoogten van het eiland Seil konden niet +meer begunstigd zijn dan het strand van Oban, en het was beter een +zekere teleurstelling te vermijden. + +Zonder nu meer kwaad geluimd te zijn dan betamelijk was, vergenoegde +miss Campbell zich bij het vallen van den avond naar hare kamer te +gaan, om daar over die weinig bereidwillige zon te pruilen. Zij +rustte dan uit van haar langdurige wandelingen en droomde met de +oogen open. Waarover? Over het sprookje dat zich aan den Groenen +Straal vastknoopte? Zou zij dien straal nog noodig hebben om helder +in haar hart te kunnen lezen? In haar hart? neen wellicht! maar in +dat van iemand anders? + +Dien dag had Helena, vergezeld van juffrouw Bess, hare wandeling tot +bij de bouwvallen van Dunolly-Castle uitgestrekt, om daar verstrooiing +voor haar teleurstelling te vinden. Daar gezeten aan den voet van een +hoogen muur, die geheel en dik met klimop begroeid was, ontwikkelde +zich voor haar het meest bewonderenswaardige vergezicht op de baai van +Oban, op de woeste landouwen van Kerrera, op de eilandjes die zich als +gezaaid op de oppervlakte der Hebridenzee vertoonden, op het groote +eiland Mull, welker westelijke rotsbeddingen de eerste aanvallen +te verduren hebben van de stormen, die uit den West-Atlantischen +Oceaan opdoemen. + +Miss Campbell keek naar dat prachtige vergezicht, dat daar aan haar +voeten uitgespreid lag. Maar zag zij het wel? Was er niet eenige +herinnering, die niet naliet haar te verstrooien? In ieder geval, +dit kan verzekerd worden, dat het het beeld van Aristobulus Beerenkooi +niet was, dat haar kwelde. En waarlijk, dat jeugdige pedante wezen zou +niets in zijn knollentuin geweest zijn, wanneer hij de praatjes, die +juffrouw Bess dien dag, hem betreffende, maakte, had kunnen aanhooren. + +»Hij staat mij niets aan," herhaalde zij. »Neen! hij staat mij +niets aan. Hij denkt er slechts aan zich zelven te behagen? Wat een +vertooning zou die man op Helenaburg geven? Hij behoort tot den clan +der »Mac-Egoïsten" of ik heb er geen verstand meer van. Hoe hebben +de heeren Melvill ooit de gedachte kunnen koesteren, om daarvan hun +neef te willen maken? Partridge mag hem evenmin lijden als ik, en +Partridge is geen domoor! op lange na niet! Komaan, miss Campbell, +vertel eens, bevalt hij u?" + +»Over wien spreekt ge?" vroeg het jonge meisje, dat naar de praatjes +van juffrouw Bess in het geheel niet geluisterd had. + +»Wel, van hem, aan wien gij onmogelijk denken kunt, al was het maar +ter wille van den clan!" + +»En wie is het dan toch, aan wien zou ik niet kunnen denken?" + +»Heere mijn tijd! aan mijnheer Aristobulus, die beter zou doen op den +anderen oever der Tweed te gaan kijken of er ooit Campbells bestaan +hebben, die op Beerenkooien verlekkerd waren." + +Gewoonlijk was juffrouw Bess niet op haar mondje gevallen; toch moest +zij zeer opgewonden zijn, om zoo in tegenspraak met hare meesters te +geraken. Het is waar, het geschiedde uit genegenheid voor hare jonge +meesteres! Zij gevoelde daarenboven wel, dat Helena niets anders dan +onverschilligheid voor dien pretendent in het hart koesterde. Maar +van een anderen kant kon zij niet gissen, dat die onverschilligheid +door een meer levendig gevoel voor een ander versterkt werd. + +Misschien kwam een zweempje argwaan bij juffrouw Bess dienaangaande +op, toen miss Campbell haar vroeg, of zij te Oban, dat jonge mensch +terug gezien had, wien de Glengarry zoo gelukkiglijk hulp en redding +verleend had. + +»Neen, miss Campbell," antwoordde juffrouw Bess, »ik heb hem niet +gezien; maar Partridge vermeent hem opgemerkt te hebben...." + +»Wanneer?" + +»Gisteren op den weg naar Dalmaly. Hij kwam met den randsel op +den rug terug, even als een artist, die op reis is! Ah! dat is +een onvoorzichtig jong mensch! Zich zoo in de nabijheid van de +Corryvrekan-kolk te wagen! dat is een slecht voorteeken voor de +toekomst. Er zal niet altijd een vaartuig in de nabijheid zijn om +hem hulp te bieden, en dan overkomt hem een ongeluk!" + +»Zoudt ge dat gelooven, juffrouw Bess? Ja, hij is onvoorzichtig +geweest; maar hij betoonde moed te bezitten in die omstandigheden, en +bij het gevaar, waarin hij zich bevond, begaf hem zijn koelbloedigheid +geen enkel oogenblik!" + +»Dat's mogelijk," hernam juffrouw Bess; »maar voorzeker heeft dat +jongmensch nimmer geweten, dat hij zijn redding aan u te danken +heeft. Anders zou hij toch minstens bij zijn aankomst tot u gekomen +zijn, om u te bedanken...." + +»Mij bedanken?" vroeg miss Campbell. »Mij bedanken? En waarvoor? Ik +heb voor hem slechts gedaan, wat ik voor ieder ander en wat ook ieder +ander in mijn plaats zou gedaan hebben." + +»Zoudt gij hem herkennen?" vroeg juffrouw Bess, terwijl zij het jonge +meisje oplettend aankeek. + +»Voorzeker," antwoordde miss Campbell openhartig, »en ik wil wel +bekennen, dat het karakter van dien man, de bedaarde moed, dien hij bij +zijn verschijnen op het dek ten toon spreidde, alsof hij een oogenblik +te voren niet aan den dood ontsnapt was, de hartelijke woorden, die +hij tot zijn bejaarden metgezel sprak, terwijl hij dezen aan zijn +borst drukte, dat dit alles mij levendig getroffen heeft!" + +»Maar op wien gelijkt hij toch?" vroeg de waardige +huishoudster. »Waarlijk, ik kan hem niet te huis brengen; maar dat +weet ik zeker, dat hij niet op dien mijnheer Aristobulus Beerenkooi +gelijkt." + +Miss Campbell vergenoegde zich met te glimlachen zonder te +antwoorden. Zij stond vervolgens op, bleef een oogenblik onbeweeglijk, +en liet een laatsten blik tot aan de hoogten van het eiland Mull waren; +toen daalde zij, steeds vergezeld van juffrouw Bess, het stille pad +af, dat haar op den weg naar Oban terugvoerde. + +Dien dag ging de zon onder te midden van een soort lichtende +stofdeeltjes, die zich, aan een net van luchtig tulleweefsel gelijk, +langs den gezichteinder uitstrekte, en werd de laatste straal der +dagvorstin door de avondnevelen opgeslorpt. + +Miss Campbell keerde dus naar het hotel terug en deed het diner dat +hare ooms ter harer eer besteld hadden, weinig eer aan. Zij maakte +daarna een kleine wandeling op het strand en keerde toen naar haar +kamer terug. + + + + + + +X. + +EEN CROQUET-PARTIJ. + + +Ja, het moet erkend worden! de gebroeders Melvill begonnen de dagen te +tellen; het zou niet lang meer duren of zij zouden de uren tellen. Dat +ging volstrekt niet zoo als zij het verlangden. Zichtbaar werd hunne +nicht door de verveling overmeesterd. De behoefte aan eenzaamheid, +die haar overviel, de weinige voorkomendheid, die zij den geleerden +Beerenkooi betoonde, wat deze zich minder aantrok, dan zij zelven +deden, dat alles was niet geschikt om hun verblijf te Oban te +veraangenamen. Zij wisten niet wat te verzinnen, om afwisseling +in die eentonigheid te brengen. Te vergeefs bespiedden zij iedere +weersverandering. Zij vertelden elkander, dat miss Campbell, wanneer +eenmaal aan haren wensch voldaan was, meer handelbaar althans voor +hen zou worden. + +Want het is ergerlijk om te vertellen; sedert twee dagen vergat +Helena--meer afgetrokken dan gewoonlijk--de twee oudjes hunnen +morgenkus te geven, die hen voor het overige gedeelte van den dag in +zoo'n goede luim bracht. + +De barometer evenwel bleef ongevoelig voor de verwijten der beide ooms +en weigerde een aanstaande weersverandering te voorspellen. Met hoeveel +zorgen zij ook wel tienmaal per dag met een kleinen, korten slag op het +werktuig tikten, om een wijzer-slingering te veroorzaken, helaas! de +wijzer steeg geen enkele streep! O! die barometers! fatale dingen! + +Intusschen baarde het vernuftig brein der gebroeders Melvill een +denkbeeld. In den namiddag van den 11den Augustus kwam hun in de +gedachte, een partij croquet aan miss Campbell voor te stellen, ten +einde haar, zoo mogelijk, eenige verstrooiing te bezorgen. Helena +weigerde niet, hoewel zij wist, dat Aristobulus Beerenkooi meê zou +doen; maar zij wist dat zij met haar toestemming hare ooms zeer veel +genoegen zou doen. + +Hier dient gezegd, dat broeder Sam zoowel als broeder Sib, er een eer +in stelde, den roem weg te dragen van tot de eerste spelers gerekend +te worden in dit spel, hetwelk in het Vereenigd Koninkrijk zoo zeer +geliefkoosd is. Dat spel is niets anders, zooals men weet, dan het +oude »mail", dat meer geschikt gemaakt is voor de vrouwelijke jeugd. + +Juist waren er te Oban verscheidene banen geopend, en kon een ieder +zich in de geheimen van het croquet-spel inwijden. Dat men zich +in het meerendeel der badplaatsen vergenoegt met een baan min of +meer gewaterpast, op een grasveld of op het strand, bewijst het +min-eischende der spelers of hun weinigen ijver voor deze edele +uitspanning. Hier waren de banen niet zanderig; maar met graszoden +belegd, zooals het behoort. Het waren zoogenaamde »croquet-grounds", +die iederen avond door middel van sproeipompen bevochtigd en iederen +morgen met een bijzonder werktuig gewalsd werden, zoodat zij er zacht +en glad uitzagen als zijden stof, die gemangeld was. Kleine steenen +teerlings, die met de oppervlakte van den grond gelijk kwamen, waren +bestemd om er èn de paaltjes èn de ringen in te planten. Een grachtje, +eenige duimen diep gegraven, begrensde daarenboven iedere baan, die +haar twaalf honderd vierkante meters besloeg, een uitgestrektheid, +die voor de ontwikkeling van het spel noodig is. Hoe dikwijls hadden +de gebroeders Melvill niet met geheim verlangen, ja met afgunst, de +jongelieden en de jonge meisjes waargenomen, die zich op de fraaie +banen oefenden. Maar welk genot ook voor hen, toen miss Campbell hunne +uitnoodiging aannam. Zij zouden haar dus eenige afleiding kunnen +bezorgen en te gelijkertijd hun zoo geliefkoosd spel beoefenen te +midden van een groot aantal toeschouwers, die hun hier, evenmin als +te Helenaburg zouden ontbreken. Die ijdele gekken! + +Toen Aristobulus Beerenkooi verwittigd werd, stemde hij er in toe zijn +werkzaamheden te schorsen, en verscheen op het bepaalde uur in het +strijdperk. Hij had de verwaandheid te meenen, dat hij theoretisch +zoowel als praktisch sterk in het croquet-spel was, dat hij het als +wetenschappelijk man, als meet- en wiskundige, in één woord door a + +b speelde, zooals het een ijdel xhoofd betaamde. + +Wat miss Campbell maar half aanstond, was dat zij dien jeugdigen pedant +natuurlijk tot partner zoude hebben. En kon dat ook wel anders? Zou zij +haar beide ooms het verdriet aandoen, om hen in den strijd te scheiden, +om hen den een' tegenover den anderen te plaatsen, zij die steeds zoo +met hart en ziel vereenigd waren, die nooit dan als partners te samen +gespeeld hadden? Neen, dat zou zij niet over haar hart kunnen krijgen. + +»Wat ben ik gelukkig," zei Aristobulus Beerenkooi in den beginne, +»uw meespeler te zijn, en wanneer gij mij toestaat, dan zal ik de +bepaalde oorzaken van de bewegingen der ballen uitleggen...." + +»Mijnheer Beerenkooi," antwoordde Helena, terwijl zij hem een oogenblik +terzijde nam, »wij moeten mijn ooms laten winnen." + +»Winnen?...." + +»Ja... maar zonder zulks te laten merken." + +»Maar, miss Campbell...." + +»Zij zouden zich te ongelukkig gevoelen, wanneer zij verloren." + +»Maar.... met uw verlof!..." antwoordde Aristobulus Beerenkooi, +»dat croquet-spel is mij meetkundig bekend, daarop kan ik mij +verhoovaardigen! Ik heb het verband der rechte lijnen, en de waarde +der kromme lijnen berekend, en ik meen de pretentie te mogen koesteren, +dat...." + +»En ik koester geenerlei pretentie, dan om aan onze tegenstanders +aangenaam te zijn. Zij zijn daarenboven zeer sterk in het croquet-spel, +zijt dus gewaarschuwd; want ik geloof niet, dat al uw geleerdheid in +het krijt kan treden met hunne behendigheid." + +»Dat zullen wij zien," mompelde Aristobulus Beerenkooi, wien geen +overweging, welke ook, kon overhalen, zich vrijwillig te laten +overwinnen, zelfs niet wanneer het gold miss Campbell aangenaam +te zijn. + +Middelerwijl was de kist, waarin de piketten, de teekens, de ringen, +de ballen en de houten hamers besloten waren, door een der bedienden +op den »crocket ground" gebracht. + +De ringen, ten getale van negen, werden ruitvormig op de kleine +teerlingsteenen geplaatst, en de beide piketten wezen de uiteinden +aan van de groote as van die ruit. + +»Nu moeten wij trekken," zei broeder Sam. + +De marken werden in een hoed gedaan en ieder trok er een blindweg. + +Het lot had de navolgende kleuren voor de volgorde der partij +uitgedeeld: een blauwen bal en hamer aan broeder Sam, een rooden bal +en hamer aan Beerenkooi, een gelen bal en hamer aan broeder Sib en +eindelijk een groenen bal en hamer aan miss Campbell. + +»In afwachting dat de straal van dezelfde kleur voor mij verschijne," +lachte zij. »Dat is waarlijk een goed voorteeken!" + +Het was aan broeder Sam om te beginnen, hetgeen hij deed, na eerst +een duchtig snuifje met zijn partner gewisseld te hebben. + +Gij moest hem hebben kunnen zien, het lichaam noch te rechtop noch +te veel voorover gebogen, het hoofd licht gedraaid, om den bal op +de goede plaats te kunnen treffen, de beide handen, de een naast de +andere op den steel van den hamer, de linker onder, de rechter boven, +de beenen tegen elkander gesloten, de knieën lichtelijk doorgebogen, +om veerkrachtig den invloed van den slag tegen te gaan, de linkervoet +geplaatst vóór den bal, de rechtervoet eenigszins achterwaarts! In +één woord, het type van den echten croquetspeler! + +Toen verhief broeder Sam zijn hamer. Zachtkens liet hij hem een halven +cirkel beschrijven, toen gaf hij zijn bal, die juist op achttien +duim van den »fock" of eersten piketpaal geplaatst was, een slag, en +had niet noodig om dienzelfden eersten slag driemaal uit te voeren, +een recht dat hem onbetwistbaar toekwam. + +En waarlijk, zijn bal, behendig voortgestuwd, vloog onder den eersten +ring en daarna onder den tweeden ring door, een andere slag bracht +den bal onder door den derden ring en het was eerst bij den vierden, +dat hij bleef liggen, omdat hij te veel het ijzer geraakt had. + +Dat was prachtig voor een eerste begin. Een vleiend gemompel liet +zich dan ook onder de toeschouwers hooren, die buiten het grachtsboord +stonden hetwelk de bezode baan omgaf. + +Het was toen de beurt van Aristobulus Beerenkooi om te spelen. Dat +liep minder gelukkig af. Gebrek aan behendigheid of ongeluk, hoe het +ook zij, hij moest driemaal overdoen, alvorens zijn bal onder den +eersten ring door te brengen, maar hij miste den tweeden. + +»Wellicht heeft die bal geen gelijkmatig evenwicht," legde hij aan +miss Campbell uit. In dat geval doet het zwaartepunt, dat buiten het +middelpunt gelegen is, den bal in zijn baan afwijken." + +»Aan u, oom Sib, om te spelen!" riep miss Campbell, zonder naar die +wetenschappelijke uitlegging te luisteren. + +Broeder Sib was zijn broeder Sam ten volle waardig. Zijn bal vloog door +twee ringen heen en bleef bij dien van Aristobulus Beerenkooi liggen, +die hem, nadat hij hem geroqueerd had, dat wil zeggen: achterwaarts +geslagen, behulpzaam was om door den derden ring te komen, waarna hij +den bal van den jongen geleerde andermaal roqueerde. Deze laatste +vertoonde een uitdrukking op het gelaat, alsof hij zeggen wilde: +»dat zullen we straks beter doen". Eindelijk lei broeder Sib de +beide ballen naast elkander, zette den voet op zijn eigen bal, en gaf +dien een forschen slag met den hamer, om dien van zijn tegenpartij +te croquetteeren, dat wil zeggen, dat hij hem door den terugslag op +ruim zestig pas ver over de grensgracht voortstuwde. + +Aristobulus Beerenkooi moest zijn bal naloopen, maar hij deed dat met +deftigheid, als een bezonnen mensch, en wachtte daarna in de houding +van een generaal, die nadenkt en een grooten slag voorbereidt. + +Miss Campbell plaatste op hare beurt haar groenen bal en deed hem +behendig de beide eerste ringen doorgaan. + +De partij werd zoo voortgezet en verliep op de meest gunstige wijze +voor de gebroeders Melvill, die hun hart konden ophalen met de +ballen van hunne tegenpartij te roqueeren en te croqueeren. Welk een +moord! Zij gaven elkaar kleine teekens, zij verstonden elkander op +een blik, zonder noodig te hebben te spreken, en geraakten eindelijk +tot groot genoegen van hunne nicht, maar tot groot ongenoegen van +Aristobulus Beerenkooi, in het voordeel. + +Toen miss Campbell evenwel, nadat het spel ongeveer vijf minuten +geduurd had, bemerkte, dat zij genoegzaam ten achteren was; begon +zij meer ernstig te spelen en ontwikkelde meer behendigheid dan +haar partner, die haar niettemin zijn wetenschappelijke raadgevingen +niet onthield. + +»De weerkaatsingshoek," zeide hij tot het jonge meisje, »is gelijk +aan den invallingshoek, en dat zal u de richting, die de ballen nemen +moeten aanduiden. Gij moet dus uw voordeel doen met...." + +»Doet gij er uw voordeel maar mede," antwoordde miss Campbell +hem. »Kijk mijnheer, ik ben u al drie ringen vooruit!" + +En waarlijk, Aristobulus Beerenkooi bleef erbarmelijk achter. Tien +maal had hij reeds getracht door den dubbelen middenring te geraken +zonder dat het hem gelukt was. Hij gaf toen de schuld aan dien ring; +hij liet hem rechtbuigen en de opening wijzigen en beproefde toen +andermaal zijn goed geluk. Maar dat was hem al evenmin gunstig. Zijn +bal raakte telkenmale het ijzer, en de arme Aristobulus slaagde niet +er door te komen. + +Waarlijk, miss Campbell zou redenen gehad hebben, zich over haren +partner te beklagen. Zij speelde zeer goed en verdiende ten volle de +loftuigingen, waarmede hare ooms niet kwistig omsprongen. Er was niets +bekoorlijkers te zien, dan haar zoo ongedwongen overgave aan dit spel, +dat zich uitmuntend leent, om de bevalligheden des lichaams te doen +uitkomen. Haar rechter voet half opgeheven bij de punt, ten einde +haren bal in het oogenblik van croqueeren in bedwang te houden; hare +armen kittig afgerond, wanneer zij den hamer een halven boog liet +beschrijven; de opgewektheid van haar lief gelaat, dat lichtelijk +naar den grond gekeerd was; haar fraaie leest, die veerkrachtig +heerlijk zich bewoog; alles vormde een geheel, dat aanbiddelijk en wel +beschouwenswaard was. En toch zag Aristobulus Beerenkooi er niets van. + +Het moet erkend, dat die jeugdige geleerde woedend was. En inderdaad, +de gebroeders Melvill hadden thans een voorsprong, die bijna onmogelijk +meer in te halen was. De afwisselingen van het croquetspel zijn evenwel +zoo onverwacht, dat men aan de overwinning nimmer moet wanhopen. + +De partij werd dus onder die ongelijke omstandigheden voortgezet, +toen plotseling een gebeurtenis plaats greep. + +De gelegenheid opende zich voor Aristobulus Beerenkooi, om den bal +van broeder Sam, die door den middenring reeds terug gekomen was, +waarvoor hij halsstarrig liggen bleef, te roqueeren. Hij gevoelde zich +waarlijk ontstemd, hoewel hij moeite deed, om er niets van voor de +omstanders te laten blijken, en wilde zich door een meesterstuk weer +verheffen. Voornamelijk wilde hij zijn tegenpartij met gelijke munt +betalen, en zijn bal buiten de grenzen van de baan zenden. Hij plaatste +dus zijn bal tegen dien van broeder Sam, hij zorgde er voor, dat de +beide ballen elkander aanraakten, door de grassprietjes er nauwkeurig +tusschen weg te nemen, hij plaatste zijn linker voet op zijn bal en, +zijn hamer bijna een geheelen boog latende beschrijven om meer kracht +aan den slag te geven, zwaaide hij gezwind met dit werktuig. + +Maar welken schreeuw ontsnapte hem! Het was een gehuil van pijn! De +hamer, slecht bestuurd, had niet den bal, maar den enkel van den +lomperd geraakt, die daar nu stond op éen been rond te hinken, terwijl +hij, ongetwijfeld zeer natuurlijk, kreten uitstiet, die hem evenwel +vrij bespottelijk maakten. + +De gebroeders Melvill ijlden tot hem. Gelukkig had het leer van zijn +halve laars den slag gebroken; de kneuzing had dan ook eigenlijk niet +veel te beteekenen. Maar Aristobulus Beerenkooi vermeende aldus zijn +ongelukkig wedervaren te moeten uitleggen: + +»De straal, door mijn hamer voorgesteld," zei hij doceerende, +terwijl hij een grijns van pijn niet kon onderdrukken, »heeft een +concentrischen cirkel beschreven, ten opzichte van dien, welke den +tangens van den grond had moeten uitmaken, door dat ik den straal te +kort nam. Vandaar de schok...." + +»En dus zullen wij de partij maar opgeven?" viel miss Campbell hem +vragenderwijs in de rede. + +»De partij opgeven?" riep Aristobulus Beerenkooi uit. »Ons +gewonnen geven? Dat nooit! Wanneer men de kansformules van de +waarschijnlijkheids-rekening betracht, zal men zien, dat...." + +»Welnu, laat ons dan doorspelen!" antwoordde miss Campbell. + +Maar alle kansformules der wereld zouden niet veel kansen verschaft +hebben aan de tegenstanders van de twee ooms. Reeds was broeder Sam +»rover", dat wil zeggen, dat hij zijn bal door al de ringen gebracht +had, en den »besan" of het aankomstpaaltje geraakt had, zoodat zijn +spel nog maar bestond in het croqueeren en roqeeren van al de ballen, +die hem daartoe wenschelijk voorkwamen. + +En inderdaad was de partij eenige oogenblikken later onherroepelijk +gewonnen, en triomfeerden de gebroeders Melvill, maar met +bescheidenheid, zoo als het grooten meesters betaamt. Wat den grooten +Aristobulus Beerenkooi aangaat, dien was het, in weerwil van zijn +aanmatiging, niet gelukt zijn bal door den middenring te brengen. + +Toen wilde miss Campbell waarschijnlijk meer spijt te kennen geven, dan +zij werkelijk gevoelde, en bracht zij haren bal een flinken slag met +haren hamer toe, zonder evenwel eenigermate de richting te berekenen. + +De bal vloog buiten den omtrek der baan, door het grachtje +aangegeven. Hij rolde naar den kant der zee, trof een strandkeisteen, +sprong op en--zooals Aristobulus Beerenkooi zou zeggen,--onder den +invloed zijner zwaarte, vermenigvuldigd met het vierkant der snelheid, +bereikte hij aldus het strand. + +Maar daar trof hij al zeer ongelukkig! + +Een jeugdig artist zat daar voor zijn schildersezel en was bezig +een zeegezicht te schetsen, dat door de zuiderpunt van de reede van +Oban begrensd werd. De bal vloog midden in het doek en besmeerde +haar groen kleed met al de kleuren van het palet, dat hij rakelings +voorbij snorde, wierp den schildersezel omver en stuwde dien eenige +passen voort. + +De jonge schilder keerde zich om en sprak bedaard: + +»Het is gewoonte, alvorens een bombardement te beginnen, de menschen +te waarschuwen! Wij zijn waarlijk hier niet veilig!" + +Miss Campbell, die een voorgevoel van het ongeluk had, nog vóór de +bal zijn doel bereikte, snelde zoo hard zij kon naar het strand. + +»Och! mijnheer," sprak zij tot den jeugdigen kunstenaar, »wil mij +mijn onhandigheid vergeven!" + +De jonkman stond op en groette het mooie meisje, dat geheel beteuterd +vóór hem stond, en haar verontschuldigingen stamelde.... + +Het was de schipbreukeling van de Corryvrekan-kolk! + + + + + + +XI. + +OLIVIER SINCLAIR. + + +Olivier Sinclair was een »mooi man," volgens de vroeger gebruikelijke +uitdrukking in Schotland, wanneer van flinke, behendige en vlugge +jongelieden gesproken wordt. Maar die uitdrukking was hier niet +alleen toepasselijk op het innerlijke, maar ook op het uiterlijke +van den jonkman. + +Laatste afstammeling uit een achtenswaardige familie van Edinburg, +was deze jeugdige spruit uit het Noordsch Athene, de zoon van een +ouden raadsheer in de hoofdstad van Mid-Lothian. Al vroeg ouderloos, +was hij opgevoed geworden door zijn oom, een der vier baljuws van +het stedelijk bestuur, en had zeer goede studiën aan de Hooge School +gemaakt. Toen hij twintig jaar oud was, en ten gevolge van een +matig fortuin geheel onafhankelijk, voelde hij den wensch opkomen, +om de wereld te zien, en bezocht dientengevolge de voornaamste staten +van Europa, van Indië en van Amerika, en nam de beroemde Revue van +Edinburg herhaaldelijk volgaarne zijn reis-aanteekeningen in hare +kolommen op. Hij was een verdienstelijk schilder, die, wanneer hij +slechts wilde, voor zijn werken hooge prijzen zou kunnen verwerven, +en was ook dichter op zijn tijd. Wie is dat niet in dien zaligen +leeftijd der jeugd, waarin alles iemand toelacht? Hij had een warm +hart, daarenboven een kunstenaarsziel, en behaagde iedereen, zonder +moeite daarvoor te doen en zonder opgeblazenheid. + +In de hoofdstad van Oud-Caledonië is het niet moeielijk in het +huwelijk te treden. Want de getal-verhoudingen der beide geslachten +zijn daar zeer ongelijk, en het zwakkere staat, wat getalsterkte +aangaat, ver boven het sterkere. Een goed onderwezen en opgevoed, +beminnelijk jongmensch, van een aangenaam uiterlijk, kan daar meer +dan één rijke erfdochter naar zijn smaak aantreffen. + +En toch scheen Olivier Sinclair, hoewel hij reeds zes en twintig jaar +oud was, nog geen roeping voor het huwelijksleven te gevoelen. Kwam hem +het levenspad te nauw voor om dit, elleboog tegen elleboog gesloten, +af te wandelen? Voorzeker neen, maar het is meer waarschijnlijk, +dat hij er meer van hield de dwars- of zijwegen in te slaan, volgens +zijn luim voort te schrijden, een luim die met zijn kunstenaarsziel +wel eens grillig kon genoemd worden. Het voorkomen van Olivier +Sinclair was echter wel geschikt, om nog meer dan enkel een gevoel +van overeenstemming bij de een of andere jonge blonde dochter van +Schotland op te wekken. Zijn elegante leest, zijn open gelaat, +zijn vrijmoedig uiterlijk, zijn mannelijke wezenstrekken, die van +veel wilskracht getuigden, hoewel de oogopslag van zachtmoedigheid +sprak, de bevalligheid zijner bewegingen, de voornaamheid zijner +manieren, de gemakkelijke en geestige wijze om zich uit te drukken, +de ongedwongenheid van zijn gang, de glimlach, die hem om de lippen +speelde, dat alles in één woord moest een jeugdig hart tot hem +aantrekken. Hij giste al die voordeelen niet, was volstrekt niet +verwaand of kwasterig, en dacht er niet aan zijn bestaan aan een +ander vast te ketenen. Maar niet alleen dat zijn uiterlijk een zoo +gunstige waardeering bij den vrouwelijken Clan van »Auld Reeky" [1] +ondervond, hij was ook zeer gezien bij de gezellen zijner jeugd, bij +zijn medestudenten van de Hoogeschool, en had, volgens de overschoone +gaëlische uitdrukking, den naam verworven, van »nimmer den rug naar +vriend of vijand toe te keeren." + +Evenwel moet erkend worden, dat hij juist dien dag bij den aanval +den rug naar miss Campbell toekeerde. Het is waar, miss Campbell was +noch zijn vijandin noch zijn vriendin. Op de plaats, die hij innam, +had hij dan ook den bal onmogelijk kunnen zien aankomen, die door +het jonge meisje zoo heftig was voortgestuwd. Zoo kon het gebeuren, +dat die nieuwe soort granaat het doek in het volle midden trof en +het geheele schilderstoestel het onderste boven wierp. + +Reeds bij den eersten blik had miss Campbell haren »held" van de +Corryvrekan-kolk herkend, maar de held kon onmogelijk de jeugdige +passagieres van de Glengarry herkennen. Ter nauwernood had hij +miss Campbell bij het einde van den overtocht van het eiland Scarba +naar Oban aan boord ontwaard. Indien hij evenwel geweten had, welk +persoonlijk aandeel zij aan zijn redding genomen had, dan zou hij +haar, al was het maar uit beleefdheid, van harte bedankt hebben: +maar hij wist het niet, en waarschijnlijk zou hij daaromtrent altijd +onkundig blijven. + +Want inderdaad, dien zelfden dag verbood--ja, dit is het woord--verbood +miss Campbell uitdrukkelijk, zoowel aan hare ooms als aan juffrouw +Bess, alsook aan Partridge, ooit in tegenwoordigheid van dien jonkman, +eenige toespeling te maken op hetgeen vóór en na de redding aan boord +van de Glengarry was voorgevallen. + +Middelerwijl hadden de gebroeders Melvill na dat ongelukkig toeval +met den bal, zich bij hunne nicht vervoegd, en waren zoo mogelijk +nog meer uit het veld geslagen dan het jonge meisje. Zij begonnen +met verontschuldigingen te stamelen jegens den jongen schilder, +toen deze hen in de rede viel, zeggende: + +»Mejuffrouw... Mijnheeren... ik verzeker u, dat het zoo veel woorden +niet waard is!" + +»Mijnheer..." zei broeder Sib met aandrang. »Wij zijn waarlijk +ontsteld...." + +»En wanneer de ramp onherstelbaar is, zooals het zich laat aanzien +...." voegde Sam er bij. + +»Het is slechts een klein ongeluk en geen ramp!" antwoordde de jonkman +lachende. »Het was slechts kladwerk, anders niet: ik verzeker het +u. De bal heeft volkomen gerechtigheid gepleegd!" + +Olivier Sinclair sprak die woorden zoo welgemoed uit, dat de gebroeders +Melvill hem gaarne dadelijk de hand zouden gereikt hebben, wanneer +dat zoo zonder voorafgaande plichtpleging had kunnen geschieden. Nu +meenden zij verplicht te zijn de een aan den anderen voor te stellen, +zoo als dat onder fatsoenlijke lieden betaamt. + +»Mijnheer Samuel Melvill," zei de een. + +»Mijnheer Sebastiaan Melvill," zei de ander. + +»En hunne nicht, miss Campbell," voegde Helena er bij, die zich er +niet om bekreunde of zij wellicht ook de welvoegelijkheid te kort deed, +door zich zelve voor te stellen. + +Dat was een uitnoodiging tot den jonkman gericht, om ook zijn namen +en kwaliteit bekend te maken. + +»Miss Campbell en mijn heeren Melvill," sprak hij met den meest +mogelijken ernst, »ik zou kunnen volstaan met te zeggen, dat ik »Fock" +heet, zoo als een der piketpaaltjes van uw spel, daar ik door den bal +ben aangeraakt geworden. Maar openhartig, ik heet Olivier Sinclair." + +»Mijnheer Sinclair," hernam miss Campbell, die niet recht wist, hoe zij +dit antwoord moest opvatten. »Nogmaals bied ik u mijn verontschuldiging +aan voor..." + +»En de onze ook," riepen de gebroeders Melvill. + +»Miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair, »ik herhaal dat het +niets te beduiden heeft. Ik zocht een effect van deinende golven op +het doek te brengen, en het is waarschijnlijk dat uw bal, even als de +spons van ik weet niet meer welken schilder der oudheid, het gezochte +effekt heeft te weeg gebracht, wat mijn penseel niet kan bereiken." + +Dat werd op zoo'n vriendelijken toon gezegd, dat miss Campbell en de +gebroeders Melvill moesten lachen. + +Olivier Sinclair raapte het doek op, dat evenwel geheel onbruikbaar +gemaakt was. Hij moest dus opnieuw beginnen. + +Het zal niet overbodig zijn op te merken, dat Aristobulus Beerenkooi +zich weerhouden had, aan de wisseling van die verontschuldigingen en +beleefdheidsvormen deel te nemen. + +De partij was geëindigd en de jeugdige geleerde was nijdig, dat hij +zijn theoretische kennis niet in overeenstemming met zijn practische +bekwaamheid had kunnen brengen. Hij nam afscheid om weer naar zijn +hotel terug te keeren; men zou hem in drie, vier dagen niet ziet, +want hij vertrok naar het eiland Luing, een der kleine Hebriden, +dat ten zuiden van het eiland Seil gelegen was, en alwaar hij uit +een geologisch oogpunt de rijke leigroeven wilde bestudeeren. + +Hij kon zich dus niet overgeven aan zijn uitleggingen over de +projectielen-baan, wat hij voorzeker zou gedaan hebben, wanneer de +gelegenheid zich daartoe had voorgedaan. + +Olivier Sinclair vernam toen, dat hij niet geheel en al een onbekende +was voor de gasten van Caledonian Hotel, en hij werd vervolgens op +de hoogte gebracht omtrent de bizonderheden van den overtocht der +Glengarry. + +»Wat, miss Campbell, en gij mijn heeren!" riep hij uit, gij waart aan +boord van dat stoomschip, hetwelk mij zoo juist van pas opgevischt +heeft?" + +»Ja, mijnheer Sinclair." + +»En gij hebt ons wel angstig gemaakt," zei broeder Sib, »toen wij +door een groot toeval uw schuitje ontwaarden, als verloren te midden +van den maalstroom van de Corryvrekan-kolk." + +»Neen, geen toeval maar goddelijke bestiering," zei broeder Sam, +»en waarschijnlijk zonder de tusschenkomst van...." + +Door een teeken gaf miss Campbell te kennen, dat zij niet als +redster wenschte op te treden. De rol van onze lieve Vrouw der +Schipbreukelingen zou zij nimmer willen vervullen. + +»Maar mijnheer Sinclair, hoe kon die oude visscher, die u vergezelde, +zoo onvoorzichtig zijn," vroeg broeder Sam, »om zijn vaartuig in die +vreeselijke stroomingen te sturen?...." + +»Welker gevaren hij toch moest kennen, daar hij in deze streken te +huis hoort?" vulde broeder Sib aan. + +»Schort uw oordeel, heeren Melvill," antwoordde Olivier Sinclair. »de +onvoorzichtigheid kwam van mijn kant, en is mij alleen te wijten. Een +oogenblik vreesde ik, dat ik oorzaak van den dood van dien braven kerel +zou zijn! Maar er waren zulke wonderlijke kleuren op de oppervlakte +van die keerstroomingen, waar de zee aan een onmetelijk kantwerk +gelijk was, uitgespreid op een blauwzijden ondergrond! En zonder er +gevaar in te zien, naderde ik al meer en meer, om te midden van dat +lichtend schuim eenige nieuwe schakeeringen op te vangen. En ik ging +al meer en meer vooruit, steeds vooruit. De oude visscher bespeurde +het gevaar wel, hij hield mij vertoogen, hij wilde naar de kust +van het eiland Jura terugkeeren; maar ik had er geen ooren naar, +totdat ons vaartuig in den stroom geraakte en onweerstaanbaar naar +de kolk gesleept werd. Wij wilden die aantrekkingskracht weerstand +bieden!.... Mijn makker werd door een golf gewond, en kon mij dus +niet meer helpen, en ongetwijfeld zonder de aankomst van de Glengarry, +zonder de toewijding van haren kapitein, zonder de menschlievendheid +der passagiers zouden wij, mijn visscher en ik, reeds tot de legende +behooren, en onze namen op de doodenlijst van de Corryvrekan-kolk +prijken!" + +Miss Campbell had, zonder een woord te laten ontsnappen, den jonkman +aangehoord. Verscheidene malen vestigde zij haar schoone oogen op +hem. Hij van zijn kant vermeed haar met zijn blikken te hinderen. Zij +kon een glimlach niet onderdrukken, toen hij zijn jacht, of beter +zijn visscherij op zeeschakeeringen schetste. Vervolgde zij ook +niet een dergelijk droombeeld, wel is waar minder gevaarlijk? Was de +jacht op den groenen Straal ook niet een jacht op een schakeering, +niet der zee maar van het luchtgewelf? Zelfs de gebroeders Melvill +maakten er de opmerking van en verhaalden het motief, dat hen naar +Oban gevoerd had, namelijk de waarneming van een natuurverschijnsel, +waarvan men den aard aan den jongen schilder mededeelde. + +»De Groene Straal!" riep Sinclair uit. + +»Zoudt gij hem reeds gezien hebben, mijnheer?" vroeg het jonge meisje +levendig. »Zoudt gij hem reeds gezien hebben?" + +»Neen, miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik weet zelfs niet +of er ergens een Groene Straal bestaat! Neen, waarlijk niet! Welnu, +ook ik wensch hem thans te zien. De zon zal geen enkele maal meer +achter de kim wegduiken, zonder dat ik daarvan getuige zal zijn! En +ik zweer bij Sint Dunstan! dat ik geen ander groen op mijn palet zal +gebruiken, dan het groen van dien laatsten straal!" + +Het was moeilijk uit te maken, of Olivier Sinclair hier niet een weinig +spot bedoelde, of dat hij zich door zijn kunstzin liet vervoeren. Een +geheime stem fluisterde miss Campbell toe, dat de jonkman niet spotte. + +»Mijnheer Sinclair," sprak zij, »de Groene Straal is mijn eigendom +niet. Hij schittert voor iedereen! Hij verliest niets in waarde, +omdat hij zich aan verschillende belangstellenden te gelijkertijd +vertoont. Wij zouden dus kunnen trachten hem samen te zien." + +»Zeer gaarne, miss Campbell!" + +»Maar, gij zult zeer veel geduld moeten oefenen." + +»Welnu, dat zullen wij! Wij zullen...." + +»Niet mogen vreezen om pijn aan de oogen te krijgen," zei broeder Sam. + +»Mij dunkt dat de Groene Straal wel waard is, dat er aan te wagen," +antwoordde Olivier Sinclair, »en ik zal Oban niet verlaten, zonder +hem gezien te hebben, dat beloof ik." + +»Wij zijn reeds naar het eiland Seil gegaan, om dien Straal +waartenemen, maar een klein wolkje benevelde de kim, juist op het +oogenblik toen de zon onderging." + +»Dat was een ware noodlottigheid!" + +»Ja, inderdaad een noodlottigheid, mijnheer Sinclair; want sedert +dien dag hebben wij geen volmaakt helderen dampkring meer gehad." + +»Wij moeten den moed niet laten zakken, miss Campbell. De zomer is nog +niet ten einde en voor dat het kwade seizoen zal ingetreden zijn, zal +de zon wel de mildheid hebben ons haren Groenen Straal te vertoonen, +weest daar verzekerd van." + +»Moet ik u alles bekennen, mijnheer Sinclair?" hernam miss +Campbell. »Welnu, wij zouden in den avondstond van den 2den Augustus +dien Groenen Straal zeker op de kim van de Corryvrekan kolk hebben +kunnen waarnemen, wanneer onze aandacht niet ware afgeleid door een +zekere redding...." + +»Wat, miss Campbell, ik zou lomp genoeg geweest zijn om in zoo'n +oogenblik uw blikken af te leiden! mijn dwaze onvoorzichtigheid komt +u den Groenen Straal te staan. Maar dan moet ik u verontschuldiging +aanbieden, en ik betuig u hiermede mijn leedwezen over die ontijdige +verschijning van mijn persoon! Wees verzekerd, dat het niet weer +zal gebeuren." + +En men keuvelde over koetjes en kalfjes, terwijl men naar het +Caledonian Hotel terug wandelde, waarin ook Olivier Sinclair zeer +toevallig den vorigen avond, bij zijn terugkeer van een uitstapje in +de omstreken van Dalmaly, zijn intrek had genomen. Het jonge mensch, +wiens ronde manieren en wiens aanstekelijke opgeruimdheid de gebroeders +Melvill volstrekt niet mishaagden, kwam in den loop van het gesprek +er toe om van Edinburg en van zijn oom den baljuw Patrick Oldimer te +praten. Toen bleek het, dat de gebroeders Melvill vroeger gedurende +eenige jaren met den baljuw Oldimer hadden omgegaan. Weleer hadden +vriendschappelijke banden tusschen de beide familiën bestaan, +die alleen door den verren afstand van elkander gestaakt waren +geworden. Men was elkander dus niet meer vreemd. Olivier Sinclair +ontving dan ook de uitnoodiging om de vriendschapsbanden met de +Melvills te vernieuwen, wat hij gaarne deed, vooral omdat er geen +enkele reden bestond, om zich elders dan te Oban te vestigen. Hij +verklaarde dan ook, dat hij er blijven wilde, om deel te nemen aan +de opsporing van den befaamden Straal. + +Miss Campbell, de gebroeders Melvill en hij ontmoetten elkander +veelvuldig op het strand van Oban in de daarop volgende +dagen. Te zamen deden zij waarnemingen omtrent de vermoedelijke +weersveranderingen. Tien keeren op een dag raadpleegden zij den +barometer, die wel eenige neiging tot stijgen vertoonde. En waarlijk, +in den morgen van den 14den Augustus overschreed de beminnenswaardige +wijzer van het instrument dertig duim en zeven tiende. + +Met welk gevoel van tevredenheid bracht Olivier Sinclair die goede +tijding aan miss Campbell! De hemel was helder en rein als het oog +eener madonna. Een fraai azuur tintte het uitspansel, zacht overgaande +in de meest uiteenloopende nuanceeringen van af het indigo- tot het +ultramarijn-blauw! Geen enkele damp van hygrometrischen aard was te +bespeuren. Het vooruitzicht bestond, dat de avond overheerlijk zou +zijn, en dat men een zonsondergang zou genieten, zoo scherp zuiver, +als de sterrenkundigen van eenige sterrenwacht zouden kunnen verlangen! + +»Als wij nu bij zonsondergang onzen straal niet zien zullen, dan +moeten wij blind zijn!" zei Olivier Sinclair. + +»Hoort gij, waarde oompjes!" zei miss Campbell. »Hoort gij wel, +het zal van avond plaats hebben!" + +Men kwam overeen dat men vóór het diner naar het eiland Seil zou +vertrekken, wat dan ook tegen ongeveer vijf uur geschiedde. + +Miss Campbell zat overgelukkig met den niet minder gelukkigen Olivier +Sinclair en de gebroeders Melvill, die zich ook al vroolijk en tevreden +gevoelden in het rijtuig, dat hen over den schilderachtigen weg naar +Glachan voerde. Men zou waarlijk kunnen beweren, dat zij de zon met +zich op den bok van het rijtuig voerden, en het vierspan, dat flink +voortspoedde, de vurige paarden van Apollo, den god des dags, waren! + +Op het eiland Seil aangekomen, hadden de reeds bij voorbaat verrukte +waarnemers een gezichteinder voor zich, waarvan de helderheid door +niets bevlekt werd. Zij kozen tot waarnemingspost het uiteinde van +een zeer smalle kaap, die zich een mijl ver in zee uitstrekte en twee +kleine inhammen in de kust van elkander scheidde. Niets kon daar over +een vierde gedeelte van den gezichtseindersboog het panorama van het +westen belemmeren. + +»Hij kan ons dus niet ontsnappen, die grillige straal, die zoo veel +preutschheid aan den dag legt om zich te laten zien," zei Olivier +Sinclair. + +»Dat geloof ik ook," antwoordde broeder Sam. + +»En ik ben er zeker van," vulde broeder Sib aan. + +»En ik hoop het," uitte miss Campbell, terwijl zij den vlekkeloozen +hemel en de zee beschouwde, die zich daar eenzaam voor haar +uitstrekte. Waarlijk, alles kondigde aan dat het natuurverschijnsel +zich bij zonsondergang in al zijn pracht zou vertoonen. Reeds daalde +de schitterende dagvorstin langs een schuine lijn, en bevond zich nog +slechts weinige graden boven den horizon. Haar roode schijf tintte +den achtergrond van het uitspansel gelijkmatig als met vuur en trok +een lange verblindende streep over de oppervlakte van het kalme water +der zee. + +Allen stonden daar opgetogen over dat fraaie gezicht, de verschijning +af te wachten, en zagen de zon, die langzaam, aan een overgrooten +luchtsteen gelijk, onderdook. Plotseling ontsnapte een onwillekeurige +kreet aan miss Campbell, die met een angstigen uitroep, door de +gebroeders Melvill en door Olivier Sinclair uitgestooten, beantwoord +werd. + +Een sloep kwam van achter het eilandje Eastdale, dat in de nabijheid +als aan den voet van het eiland Seil gelegen is. Die sloep stevende +langzaam westwaarts. Haar zeil, als in een vuurscherm gevat, stak +helder boven de kim uit. Zou dat nu de zon gaan bedekken, juist op +het oogenblik, dat zij zou ondergaan? + +Het was hier een kwestie van seconden. Men kon niet meer terug, om +rechts of links een andere waarnemingsplek te kiezen, ten einde de zon +weer ongehinderd te kunnen aanschouwen. Daartoe was geen tijd meer, +de geringe oppervlakte der kaap liet niet toe zich zoover te bewegen +om weer in de as der zon te geraken. + +Miss Campbell was wanhopig over dien tegenspoed. Zij liep heen en weer +over de rotsen, terwijl Olivier Sinclair door buitensporige gebaren +de aandacht van den opvarende dier sloep tot zich zocht te trekken, +en zoo hard hij kon schreeuwde, dat zij hun zeil zouden strijken. + +Alles te vergeefs. Men zag hem niet en men kon hem onmogelijk +hooren. De sloep, door een zachte bries voortgestuwd, stevende steeds +westwaarts op. + +Juist toen de bovenrand der zonneschijf zou verdwijnen, gleed het +zeil der sloep tusschen haar en de toeschouwers, en werd zij door +dat ondoorzichtbaar trapezium bedekt. + +Dat was een ware teleurstelling! Ditmaal had de Groene Straal te +midden van die zuivere kim geschitterd. Hij was evenwel afgestuit op +dat lompje zeil, zonder het voorgebergte te kunnen bereiken, alwaar +zoo vele blikken hem gretig bespiedden. + +Miss Campbell, Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill stonden +daar als versteend op die plek, teleurgesteld als zij waren, en meer +verbitterd dan zulk een ongelukkig toeval eigenlijk wel waard was. Zij +vergaten werkelijk heen te gaan, en verwenschten dat vaartuig en de +personen die er in waren. + +De sloep legde evenwel aan in een kleine kreek van het eiland Seil, +die zich aan den voet van het voorgebergte bevond. + +Een passagier sprong daaruit in dit oogenblik, en liet aan boord twee +zeelieden, die hem van het eiland Luing langs den weg der volle zee +overgevoerd hadden. Hij naderde langs het strand en beklom de voorste +rotsen, met het doel om het uiteinde der kaap te bereiken. + +De onwelkome gast had voorzeker de groep waarnemers, die op het plat +van het voorgebergte stond, herkend; want hij groette de aanwezigen +met een gebaar dat een zekere gemeenzaamheid verried. + +»Mijnheer Beerenkooi!" riep miss Campbell. + +»Hij! was hij het?!" riepen de gebroeders Melvill. + +»Wie kan die mijnheer zijn?" dacht Olivier Sinclair. + +Ja, het was Aristobulus Beerenkooi in persoon, die een wetenschappelijk +uitstapje, dat verscheidene dagen geduurd had, naar het eiland Luing +had gemaakt. + +Het zal wel onnoodig zijn te zeggen, hoedanig hij verwelkomd werd door +hen, wier dierbaarsten wensch hij in zijn vervulling had verijdeld. + +Broeder Sam en broeder Sib vergaten in zooverre de welvoegelijkheid, +dat zij er zelfs niet aan dachten Olivier Sinclair aan Aristobulus +Beerenkooi voor te stellen. Zij sloegen beiden de oogen neer en +vermochten tegenover Helena's ontevredenheid den blik niet te slaan +op dien aanstaande hunner keuze. + +Miss Campbell, de kleine handjes te zamen geknepen, de armen over de +borst gekruist, keek hem aan met bliksemende oogen, zonder een woord te +spreken. Eindelijk na een poos ontsnapten deze woorden aan haren mond: + +»Mijnheer Beerenkooi, gij hadt kunnen nalaten zoo van pas te komen +om een onhandigheid te bedrijven." + + + + + + +XII. + +NIEUWE PLANNEN. + + +De terugtocht naar Oban werd onder veel minder aangename omstandigheden +volbracht dan de heenreis naar het eiland Seil. Men was vertrokken +in den waan van een goeden uitslag te verkrijgen en men kwam terug +onder den invloed eener teleurstelling. + +Kon de tegenspoed, die miss Campbell ondervond, door iets gelenigd +worden, dan was het dat hij door Aristobulus Beerenkooi veroorzaakt +was. Zij had het recht dien grooten schuldige met verwijten te +overladen, en hem de uitwerksels van haren toorn te doen gevoelen. En +zij maakte van dat recht gebruik. De gebroeders Melvill zouden het +niet gewaagd hebben, hem bij haar te verontschuldigen. Neen! het +vaartuig van dien lomperd, waaraan niemand zijn aandacht geschonken +had, was gekomen juist op het oogenblik, dat de zon haar laatsten +straal schoot, om den horizon voor de waarnemers te bedekken! Ziet, +dat zijn van die zaken, die niet vergeten kunnen worden! + +Het behoeft niet gezegd, dat Aristobulus Beerenkooi die, na die +lompheid, zich nog een spotternij met betrekking tot den Groenen +Straal veroorloofd had, weer in zijn sloep was gestapt, om naar +Oban terug te zeilen. En hij had daarin zeer wijselijk gehandeld; +want meer dan waarschijnlijk zou men hem geen plaats in de kalès, +zelfs niet in het bakje van achteren, aangeboden hebben. + +Zoo had dus de Zonsondergang tweemaal plaats gehad, onder +omstandigheden, waarbij de waarneming van het natuurverschijnsel +een onmogelijkheid bleek. Reeds twee maal had de vurige blik van +miss Campbell zich te vergeefs blootgesteld aan de schitterende +liefkoozingen der dagvorstin, die een beneveling van haar gezicht +voor den duur van eenige uren veroorzaakten! Eerst had de redding +van Olivier Sinclair, nu de voorbijtocht van Aristobulus Beerenkooi +haar een gelegenheid doen missen, die zich wellicht in langen tijd +niet weer zou voordoen! In beide gevallen waren, wel is waar, die +verhinderende omstandigheden niet gelijk geweest, waardoor zij den +eenen met zooveel vuur verontschuldigde, als zij den andere hard +viel. Wie zou den moed hebben, haar van partijdigheid te betichten? + +Den volgenden ochtend wandelde Olivier Sinclair, in zijn droomerijen +verzonken, op het strand te Oban. + +Wie was toch die mijnheer Aristobulus Beerenkooi! Een bloedverwant +van miss Campbell en der gebroeders Melvill? Of slechts een vriend? In +ieder geval was het toch een bekende in huis, dat was wel op te maken +uit de wijze waarop miss Campbell zich aan haar verwijtingen over zijn +onhandigheid overgegeven had. Welnu wat kon hem, Olivier Sinclair, +dat schelen? Wanneer hij wilde weten waaraan zich daaromtrent te +houden, dan had hij immers slechts broeder Sam of broeder Sib te +ondervragen.... Maar dit was het juist wat hij wenschte te vermijden +en wat hij dan ook niet deed. + +Toch ontbraken hem de gelegenheden daartoe niet; want iederen dag +ontmoette hij de twee broeders, die steeds te zamen wandelden; want +niemand kon er zich op beroemen ooit den eenen zonder den anderen +ontmoet te hebben. Somtijds begeleidden zij hunne nicht bij haar +wandelingen op het strand. Men keuvelde over duizenderlei zaken, maar +voornamelijk over het weer, hetgeen bij de gegeven omstandigheden +en personen precies geen onderwerp genoemd kan worden, om over +te praten zonder iets te zeggen. Zou men ooit nog in dit seizoen +een dier kalme avonden beleven, wier terugkeer men bespiedde om +weer naar het eiland Seil te gaan? Het was te betwijfelen. Want +inderdaad, sedert die twee prachtige avonden van den 2den en den +14den Augustus, heerschte slechts ongestadig weer, vertoonden zich +slechts onweerswolken; de warmte veroorzaakte dichte dampen bij de +kim, die door electriciteitsontladingen verscheurd werden, en zoo die +niet den gezichteinder bedekten, dan waren het dichte avondnevels, +in een woord, het alles te zamen was wel geschikt om een leerling +in de sterrenkunde die zich aan zijn kijker vastklemt en van een +herziening van de hemelkaart droomt, tot vertwijfeling te brengen! + +Waarom niet ronduit bekennen, dat de jonge schilder nu even zoo verzot +op den Groenen Straal was als miss Campbell? Hij had dat stokpaardje +in gezelschap van dat schoone lieve meisje bestegen. Hij dwaalde +thans met haar in de onmetelijke uitgestrektheid van het luchtruim +rond. Hij koesterde die gril met niet minder vuur, om niet te zeggen: +met niet minder ongeduld dan zijn jeugdige gezellin. Oh! hij was geen +Aristobulus Beerenkooi, wiens brein verloren was in de nevelachtige +hoogten en diepten der hoogere wetenschap en koesterde geen +geringschatting voor een eenvoudig optisch natuurverschijnsel. Beiden +begrepen elkander en beiden verlangden tot die zeldzaam bevoorrechte +wezens te hooren, die door de verschijning van den Groenen Straal +vereerd zouden worden. + +»O! wij zullen hem zien, miss Campbell," herhaalde Olivier Sinclair, +»wij zullen hem zien, al moest ik hem zelf gaan ontvonken! Want goed +gerekend, is het mijn schuld, dat hij u dien eersten keer ontsnapte, +en ik ben net zoo schuldig, als die mijnheer Beerenkooi.... uw +bloedverwant.... geloof ik?" + +»Neen.... mijn verloofde.... zoo als het schijnt," antwoordde dien +dag miss Campbell in de grootste verwarring, terwijl zij zich met +eenigen spoed verwijderde, om zich bij haar ooms te voegen, die te +zamen iets vooruit kuierden en elkander een snuifje aanboden. + +Haar verloofde! De uitwerking door dat eenvoudig antwoord, maar nog +meer door den toon, waarop het gegeven werd, op Olivier Sinclair +te weeg gebracht, was merkwaardig! Welnu, wat zou dat? waarom +zou dat jeugdige pedante wezen haar verloofde niet zijn? Onder die +omstandigheden kon ten minste zijn tegenwoordigheid te Oban verklaard +worden. Dat hij zoo onbehendig geweest was, om zijn persoon tusschen +de ondergaande zon en miss Campbell te plaatsen, daaruit volgde nog +niet... Wat volgde daar niet uit? Waarachtig, Olivier Sinclair zou wel +verlegen gestaan hebben, wanneer hij die vraag had moeten beantwoorden. + +Na twee dagen afwezig geweest te zijn, was Aristobulus Beerenkooi +intusschen weer te voorschijn gekomen. Olivier Sinclair zag hem +verscheidene malen, als hij in gezelschap der gebroeders Melvill +wandelde, die hem geen kwaad hart hadden blijven toedragen. Hij scheen +goed bevriend met hen te zijn. De jeugdige geleerde en de jeugdige +artist hadden elkander reeds herhaaldelijk, hetzij op het strand, +hetzij in de salons van het Caledonian-Hôtel ontmoet. Eindelijk waren +de twee ooms er toe overgegaan hen aan elkander voor te stellen. + +»Mijnheer Aristobulus Beerenkooi, van Dumfries!" + +»Mijnheer Olivier Sinclair, van Edinburg!" + +Die plichtpleging had den beiden jongelieden een middelmatigen groet +gekost, een van die eenvoudige hoofdbuigingen, waaraan het lichaam in +een bovenmatige stijve houding geen deel neemt. Klaarblijkelijk zou +nimmer eenige sympathie tusschen die twee uiteenloopende karakters +geboren worden. De een verdiepte zich in 's Blaue hinein, alsof hij +sterren wilde plukken; de andere beijverde zich, de loopbanen van die +sterren te berekenen; de een als artist zocht geen wetenschappelijken +roem te verwerven, de andere vervaardigde zich van de wetenschap een +voetstuk, waarop hij de houding van een beroemd man aannam. + +Wat miss Campbell aangaat, zij mokte tegen Aristobulus Beerenkooi. Was +hij in de nabijheid, dan deed zij of zij zijn tegenwoordigheid +niet bemerkte; ging hij voorbij, dan wendde zij zichtbaar het hoofd +af. In één woord, zij bejegende hem met al de stijfheid der Britsche +vormelijkheid. De gebroeders Melvill gaven zich veel moeite om weer +goed te maken, wat het schoone kind bedierf. Volgens hun meening zou +dat alles wel weer te recht komen, vooral wanneer die grillige straal +zich maar wilde vertoonen. + +In afwachting daarvan nam Aristobulus Beerenkooi Olivier Sinclair met +scherpen blik op, over zijn brilleglazen heen. Dat is een zeer gewone +wijze van handelen bij de kortzichtigen, die steeds willen waarnemen +en zien, zonder er den schijn van te hebben. En wat nam hij waar? De +overgroote zucht van den jonkman om zich in de nabijheid van miss +Campbell te bevinden, het vriendelijk onthaal, dat het jonge meisje +hem bij iedere gelegenheid bereidde. Dit alles stond hem voorzeker +niet aan. Maar aan zijn bekoorlijkheden niet twijfelende, was hij +niet ongerust, en hield zich op den achtergrond. + +Bij den ongestadigen dampkring, bij den barometer, welks wijzer geen +rustpunt kon vinden, en zich slechts in de nabijheid van »veranderlijk" +bewoog, werd aller geduld wel op een harde proef gesteld. Er werden +nog twee of drie uitstapjes naar het eiland Seil ondernomen, in de +hoop om, al was het maar voor weinige oogenblikken, bij zonsondergang +een geheel wolkeloozen horizon aan te treffen. Het was vergeefsche +moeite! Het eenige wat de teleurstelling lenigde, was dat Aristobulus +Beerenkooi er geen deel aan nam. Zoo werd het 23 Augustus, zonder +dat het luchtverschijnsel de moeite genomen had, zich te vertoonen. + +Toen werd die gril een allesbeheerschend denkbeeld, dat ieder ander +uitsloot. Het had er wel wat van of onze bekenden bezeten waren. Zij +droomden er dag en nacht van en wel zoo, dat er voor een nieuwe soort +monomanie gevreesd werd, en dat in een tijd dat die soorten reeds +ontelbaar zijn. Onder dien geestesdwang, veranderden alle kleuren in +een eenige: de blauwe hemel scheen groen, de wegen waren groen, het +strand was groen, de rotsen waren groen, het water en de wijn waren +zelfs groen als absinth. De gebroeders Melvill verbeeldden zich, dat +zij in het groen gekleed waren, en zagen elkander voor groote groene +papegaaien aan, die groene snuif uit een groene snuifdoos snoven. In +één woord was het een groene waanzin! Zij waren allen met een soort +daltonisme geslagen, en de professoren in oog- en gezichtkunde zouden +daar een heerlijk onderwerp aangetroffen hebben, om zeer belangrijke +behandelingen in hun oogheelkundige werken op te nemen. Dat kon niet +lang meer zoo duren. + +Olivier Sinclair kwam gelukkig op een gedachte. + +»Miss Campbell," zei hij dien dag, »en gij heeren Melvill, vergeeft +mij, maar mij dunkt, dat wij, alles wel beschouwd, zeer slecht te +Oban zijn om het natuurverschijnsel in kwestie waar te kunnen nemen." + +»Aan wien de schuld?" vroeg miss Campbell, waarbij zij met strengen +blik de beide misdadigers monsterde, die de oogen verlegen neersloegen. + +»Hier te Oban is geen zeehorizon!" hernam de jonge schilder. »Vandaar +de verplichting om dien op het eiland Seil te gaan opzoeken, op gevaar +af om er niet te zijn, wanneer wij er wezen moesten!" + +»Dat 's helder als de dag!" antwoordde miss Campbell. »Inderdaad, +ik begrijp niet, waarom mijn ooms juist dit verschrikkelijk oord voor +onze waarneming gekozen hebben!" + +»Waardste Helena!" prevelde oom Sam, die in zijn verlegenheid eigenlijk +niet wist wat te antwoorden. »Wij hadden gedacht...." + +»Ja.... wij hadden.... hetzelfde gedacht...." vulde broeder Sib aan, +alsof hij hem te hulp wilde komen. + +»Dat de zon zich verwaardigen zou, ook ten aanschouwe van Oban, +in de golven onder te gaan...." + +»Daar Oban toch aan den zeeoever gelegen is!" + +»Dat alles hebben mijn ooms slecht bedacht," antwoordde miss Campbell, +»zeer slecht bedacht, daar de zon, zooals gij ziet, er niet in zee +ondergaat." + +»Waarlijk!" hernam broeder Sam. »Er doen zich van die ongelukseilanden +voor, die den gezichtskring beperken!" + +»Gij hadt toch het plan niet om die eilanden te doen +springen....?" vroeg miss Campbell. + +»O! als dat mogelijk was geweest, zou het reeds geschied +zijn!" antwoordde broeder Sib op vastberaden toon. + +»Wij kunnen toch op het eiland Seil niet gaan kampeeren!" merkte +broeder Sam op. + +»En waarom niet?" + +»Waarde Helena, als ge dat volstrekt wilt...." + +»Ja, volstrekt!" + +»Kom, laten wij dan vertrekken!" antwoordden broeder Sam en broeder +Sib met gelatenheid. + +En die beide goedige onderworpen wezens verklaarden, dat zij gereed +waren om dadelijk Oban te verlaten. Maar Olivier Sinclair kwam +tusschen beiden. + +»Miss Campbell," zei hij, »veroorloof mij, dat ik in meening met u +verschil. Er valt heel wat beters te doen, dan zich op het eiland +Seil te gaan vestigen." + +»Spreek, mijnheer Sinclair, en wanneer uw raad beter is, dan zullen +mijn ooms niet weigeren hem op te volgen, daarvan ben ik verzekerd." + +De gebroeders Melvill maakten een hoofdbuiging, die zóó volmaakt +gelijktijdig was, dat die twee ooms nooit meer op elkander geleken +dan in dat oogenblik. + +»Het eiland Seil," hernam Olivier Sinclair, »is waarlijk niet geschikt +om er te kunnen wonen, al was het maar voor weinige dagen. Zijt +gij in de noodzakelijkheid om geduld te oefenen, miss Campbell, +dan behoeft gij dat toch niet ten koste van uw welzijn te doen. Ik +heb bovendien opgemerkt, dat ook te Seil de gezichteinder door de +gesteldheid der kusten eenigermate beperkt is. Wanneer wij tegen +aller verwachting langer moeten wachten dan wij hopen, wanneer ons +verblijf tot eenige weken zou moeten aangroeien, zou de zon, die thans +meer en meer naar het zuiden afzakt, achter het eiland Colonsay of +achter het eiland Oronsay of zelfs achter het groote Islay ondergaan, +en zou onze waarneming ook door gebrek aan een voldoende kim even +onmogelijk worden." + +»Waarlijk," zei Miss Campbell, »dat zou de genadeslag moeten heeten!" + +»Maar dien kunnen wij ontgaan, wanneer wij een oord opzoeken, buiten +den Hebriden-archipel gelegen, een oord, dat de onmetelijkheid van +den geheelen Atlantischen Oceaan voor zich heeft." + +»Kent gij zoo'n oord, mijnheer Sinclair?" vroeg miss Campbell met +levendigheid. + +De gebroeders Melvill hingen aan de lippen van den jonkman. Wat ging +hij antwoorden? Waarheen voor den drommel zou die gril hunner nicht +hen bij slot van rekening voeren? Op welke uiterste grens van de +beschaafde wereld zouden zij zich moeten vestigen, om aan dat vreemde +verlangen te voldoen? + +Olivier Sinclair stelde hen al dadelijk gerust, althans voorshands. + +»Er bestaat een oord, miss Campbell," zei hij, »niet ver van hier, dat +naar mijn meening alle mogelijke voorwaarden in zich vereenigt. Het +is achter de hoogten van Mull gelegen, die nu den gezichteinder van +Oban ten Westen beperken. Het is een der kleine Hebriden-eilanden, +dat het verste in den Atlantischen Oceaan uitspringt, het is het +bekoorlijke eiland Jona." + +»Jona!" riep miss Campbell uit. »Jona! hoort ge niet, oom Sam, oom +Sib? Zijn we er nog niet?" + +»Wij zullen er morgen zijn," antwoordde broeder Sib. + +»Morgen vóór zonsondergang," bevestigde broeder Sam. + +»Kom, op reis dan!" zei miss Campbell, »en vinden wij te Jona dien +uitgestrekten gezichteinder niet, dien wij verlangen, dan zullen +wij een ander punt der kuststrook opzoeken van af John O'Groats, +het meest noordelijke einde van Schotland tot Landsend, de meest +zuidelijke punt van Engeland toe en als wij dan niet vinden, dan...!" + +»Wel dan zullen wij een reis rondom de wereld maken, dat is zeer +eenvoudig," lachte Olivier Sinclair. + + + + + + +XIII. + +DE HEERLIJKHEDEN DER ZEE. + + +Het was de kastelein van Caledonian-Hotel, die zich wanhopig aanstelde, +toen hij het besluit zijner gasten vernam. Oh! als hij er de macht +toe had, hoe zou baas Mac Fyne al die eilanden en die eilandjes, +die het uitzicht van Oban aan de zeezijde benemen, hebben laten uit +elkaar springen. Hij troostte zich evenwel, toen zij vertrokken waren +met aan de andere gasten zijn leedwezen te betuigen, dat hij zulke +dwazen geherbergd had. + +Te acht uur des morgens stapten de gebroeders Melvill, miss Campbell, +juffrouw Bess en Partridge aan boord van den »swift-Steamer Pioneer," +zooals dat vaartuig op de prospectussen genoemd werd en dat het +eiland Mull zoude rondvaren, om Jona en Staffa aan te doen en des +avonds weer te Oban terug te zijn. + +Olivier Sinclair was zijn tochtgenooten vooruitgesneld, had spoedig +de inschepingsplaats bereikt en wachtte hen op de brug, die zich van +de eene raderkast van de stoomboot tot de andere uitstrekte. + +Ten opzichte van Aristobulus Beerenkooi was geen sprake van deze reis +geweest. De gebroeders Melvill hadden hem toch van dat overhaaste +vertrek verwittigd. Dat was een eenvoudige beleefdheidsvorm, en wij +weten het, die heeren waren de meest beleefden van de geheele wereld. + +Aristobulus Beerenkooi had de mededeeling van de beide ooms nog al +koel aangehoord en had zich eenvoudig met een dankbetuiging vergenoegd, +zonder zich over zijne plannen uit te laten. + +De gebroeders Melvill hadden dan ook afscheid van hem genomen met +de gedachte, dat, al toonde hun gunsteling ook een groote mate van +terughouding, en al had miss Campbell een soort van afkeer tegen hem +opgevat, dat alles vergeten zou zijn, wanneer maar bij het eindigen van +een fraaien herfstdag de zon onberispelijk zou zijn ondergegaan. Dat +was ten minste hunne opvatting, en het eiland Jona zou hen niet in +den steek laten. + +Toen al de passagiers aan boord waren, werden na het derde gegil van +de stoomfluit de trossen losgegooid, en stevende de Pioneer de baai +uit, om zuidwaarts door de zeeëngte van Kerrera te sturen. + +Er was een groot aantal van die toeristen aan boord, die twee of +driemaal 's weeks, door dat overheerlijk uitstapje rondom het eiland +Mull aangetrokken worden. Miss Campbell en haar metgezellen zouden +hen reeds bij de eerste aanlegplaats verlaten. + +En inderdaad, zij waren ongeduldig om te Jona aan te komen, in dat +nieuwe oord, alwaar zij hunne waarnemingen zouden hervatten. Het weer +was prachtig en de zee kalm als een meer. De overtocht zou gunstig +zijn. Wanneer deze avond de verwezenlijking van hun verlangen niet +medebracht, welnu! het besluit was genomen; zij zouden zich op het +eiland inrichten en geduldig afwachten. Daar zou het scherm steeds +omhoog gehaald en allen tot de voorstelling gereed zijn. Alleen slecht +weer zou tot uitstel doen besluiten. + +Om kort te gaan, vóór het middaguur zou het doel der reis bereikt +zijn. De vlugge Pioneer stevende de straat Kerrera door, rondde +de zuid-punt van het eiland, doorkliefde de Firth of Lorne in haar +breedste gedeelte, liet het eiland Colonsay met zijn oude abdy, die +door de beroemde Lords der eilanden in de veertiende eeuw gesticht +werd, ter linkerzij liggen, stoomde langs de zuidkust van Mull, welk +eiland als een buitensporige groote krab scheen, die gestrand zoude +zijn, en wier ééne schaar zich lichtelijk naar het zuidwesten wendde. + +De Ben More vertoonde zich gedurende een kort oogenblik ter hoogte +ongeveer van drie duizend vijf honderd voet boven de verafgelegen +heuvelen, die zich woest en steil voordeden, terwijl hun hellingen +slechts het heidekruid tot natuurlijke bedekking had, en zijn ronde +top die weilanden beheerschte, welke met rundvee als bezaaid zijn. De +Ardanalish-top bedekte hem plotseling voor het gezicht met zijn +zware massa. + +Toen trad het schilderachtige Jona in het noord-westen op den +voorgrond, op het uiteinde van den zuidelijken knijper van Mull +gelegen. De Atlantische oceaan, strekte zich verder onmetelijk en +verheven naar het westen uit. + +»Houdt gij van den Oceaan, mijnheer Sinclair?" vroeg miss Campbell +aan haren jeugdigen metgezel, die bij haar op de brug van de Pioneer +gezeten was en met haar dat prachtige schouwspel bewonderde. + +»Of ik van den Oceaan houd, miss Campbell?!" riep hij uit. »Jazeker, +en ik behoor niet tot de ongevoeligen, die er het gezicht eentonig +van vinden! Voor mij bestaat er niets, wat meer afwisseling biedt +dan zijn aanblik; maar men moet hem onder zijn verschillend voorkomen +weten te beschouwen. Waarlijk, de zee vertoont zooveel verschillende +nuanceeringen, die zoo verwonderlijk geleidelijk in elkander smelten, +dat het voor den schilder de grootste moeielijkheid oplevert, dat +geheel, hetwelk zoo eentonig schijnt en toch zoo afwisselend is, weer +te geven. Het is veel moeilijker dan het schilderen van een gelaat, +hoe beweeglijk de trekken zich ook mogen voordoen." + +»Ja waarlijk," zei miss Campbell, »de zee verandert voortdurend van +gedaante onder het minste zuchtje, dat voorbijsnelt, en onder de +lichtstralen, die haar op ieder uur van den dag onder verschillende +hoeken treffen." + +»Zie haar thans, miss Campbell," hernam Olivier Sinclair. »Zij +is nu volmaakt kalm! Zou men niet zeggen het fraaie gelaat eener +ingeslapen schoone, waarvan niets de reinheid besmet. Zij vertoont +geen enkelen rimpel; zij is jong, zij is schoon! Of liever, het is +een onmetelijke spiegel, waarin het uitspansel weerkaatst, en waarin +God zich zien kan!" + +»Ja, een spiegel, maar waarvan de glans, helaas, te dikwijls door +den adem des storms verdoofd wordt," vulde miss Campbell aan. + +»Maar dat is het, wat de groote afwisseling in het voorkomen van den +Oceaan vormt!" antwoordde Olivier Sinclair. »Laat de wind slechts +matig opsteken, dan zal dat gelaat veranderen; het zal zich met +rimpels overdekken, het schuim der golftoppen zullen het als met +witte haren tooien, in een oogenblik zal het veranderd schijnen, +het zal een eeuw tellen, maar immer indrukwekkend blijven met zijn +grillige lichteffecten, en zijn borduursels van helder wit schuim!" + +»Gelooft gij, mijnheer Sinclair," vroeg miss Campbell, »dat een +schilder, een groot schilder meen ik, er in slagen zou al de +schoonheden der zee op het doek te brengen?" + +»Neen, dat geloof ik niet, miss Campbell! Hoe zou hij dat kunnen? De +zee heeft werkelijk geen kleur. Zij is slechts een weerkaatsing van den +hemel! Is zij blauw? Toch kan men haar met blauw niet weergeven! Is zij +groen? Neen, ook met groen niet! Men zou haar eerder kunnen treffen, +wanneer zij woedend is, wanneer zij somber, vaalbleek, boos is. Dan +is het alsof de hemel al die wolken in de wateren mengt, die hij er +boven uitgespannen houdt. Oh! miss Campbell, hoe meer ik den Oceaan +beschouw, hoe meer verheven ik hem vind. Oceaan! dat woord zegt alles; +dat beteekent onmetelijkheid! Hij verbergt in zijn schoot de onpeilbare +diepten, onbegrensde weilanden, waarbij de onze ledig en verlaten +schijnen, zegt Darwin. Wat zijn, in vergelijking met hem, de meest +uitgestrekte vastlanden? Het zijn slechts eilanden, die hij met zijn +wateren omgeeft. Hij bedekt vier vijfden van den aardbol! Door een +soort van onafgebroken omloop--even als een levend schepsel, welks +hart bij de evenachtslijn klopt--voedt hij zich zelf met de dampen, +die van hem uitgaan. Hij onderhoudt de bronnen, die door de stroomen +tot hem wederkeeren, of die in vorm van regen den schoot weer bereiken, +waaruit zij geboren werden! Ja, de Oceaan, dat is de onbegrensdheid, +de onmetelijkheid, die men niet ziet, maar die men gevoelt, volgens +de uitdrukking des dichters, onmetelijk als de ruimte, die hij in +zijn wateren weerkaatst!" + +»Oh! ik hoor u zoo gaarne met die geestdrift spreken, mijnheer +Sinclair," antwoordde miss Campbell, en wezenlijk, »ik deel die +geestdrift ten volle! Ja, ik houd evenveel van de zee als gij!" + +»En zoudt gij niet vreezen haar gevaren te trotseeren?" vroeg Olivier +Sinclair. + +»Neen waarlijk niet, ik zou niet bang zijn! Kan men vrees koesteren +voor hetgeen men bewondert?" + +»Gij zoudt een moedige reizigster zijn!" + +»Misschien, mijnheer Sinclair," antwoordde miss Campbell. »In +ieder geval, van al de reizen, welker verhalen ik gelezen heb, +geef ik de voorkeur aan die, welke ontdekkingen in de verre zeeën +tot doel hebben. Hoe dikwijls heb ik die niet in gezelschap met de +groote zeevaarders doorgestevend! Hoe dikwijls ben ik niet met hen +dat onmetelijk onbekende ingedrongen--wel is waar in de gedachte +slechts, maar ik ken, dunkt mij, niets meer benijdenswaardig, dan de +levensbestemming van die zeehelden, die zoo groote ontdekkingen deden, +zoo groote zaken tot stand brachten!" + +»Ja, miss Campbell, er is in de geschiedenis der menschheid niets +schooner dan die ontdekkingen! Den Atlantischen Oceaan voor de eerste +maal met Columbus oversteken; de Stille Zuidzee met Magelaan en Tasman, +de Poolzeeën met Parry, Franklin, d'Urville, Heemskerk en zoo veel +anderen! Oh! wat een droom! Ik kan geen vaartuig zien vertrekken, of +het een oorlog- of een koopvaardijschip of een eenvoudige visscherspink +is, zonder dat mijn geheele wezen trilt, zonder dat ik een onmetelijk +verlangen in mij voel opkomen, om mij aan boord in te schepen! Ik +geloof, dat ik in de wieg gelegd ben, om zeeman te zijn, en dat die +loopbaan niet de mijne geworden is, betreur ik dagelijks innig!" + +»Maar hebt gij minstens op zee gereisd?" vroeg miss Campbell. + +»Zooveel het mij mogelijk geweest is," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik +heb de Middellandsche zee bezocht van af Straat Gibraltar tot de +Levantsche stapelplaaten; ik heb den Atlantischen Oceaan een weinig +doorkruist tot Noord-Amerika; vervolgens heb ik de Noordelijke zeeën +van Europa bevaren, en ik kan er mij op beroemen, dat ik al deze +wateren hier ken, die de natuur zoowel aan Engeland als aan Schotland +zoo mild verkwist heeft...." + +»Zoo mild en zoo prachtig, mijnheer Sinclair!" + +»Ja zeker, miss Campbell, en ik weet geen land te vergelijken +met deze streken onzer Hebriden, waartusschen ons stoomschip ons +doorvoert! Het is een ware archipel, wel is waar met een minder +blauwen hemel dan de Oostersche, maar meer dichterlijk, wanneer +hij in zijn geheel genomen wordt met zijn woest rotsgesteente, +met zijn nevelachtigen dampkring. De grieksche archipel heeft het +licht geschonken aan een heel gezelschap van goden en godinnen. Dat +is zoo. Maar gij zult gelieven op te merken, dat het slechts zeer +burgerlijke godheden waren, die nog al positief waren uitgevallen, +en van een stoffelijk bestaan hielden, en daarbij in weerwil van hun +pretmaken, goed aanteekening hielden van de uitgaven. Volgens mij was +de Olympus aan een salon gelijk, waarvan de bezoekers, hoewel goden, +toch nog al uiteenloopend van stand waren, zoodat het gezelschap +wel gemêleerd was. Het was een vergadering van goden die te veel +op menschen geleken, wier zwakheden hun aankleefden! Zoo is het +niet op onze Hebriden. Die zijn het verblijf van bovennatuurlijke +wezens! De scandinavische godheden zijn onstoffelijk, éthérisch, zij +hebben ontastbare vormen, maar geen lichamen. Daar is Odin, Ossian, +Fingal, in éen woord, de geheele zwerm dier dichterlijke geesten, +uit de Sagas-boeken ontsnapt! Wat zijn die figuren schoon, die in +onze herinnering te midden der nevelen der poolzeeën, te midden der +noordsche sneeuwstormen kunnen te voorschijn getooverd worden! Dat is +een meer goddelijke Olympus dan die grieksche poespas. De onze heeft +niets aardsch, en zoekt men naar een waardig verblijf voor zulke +gasten, dan moeten de Hebriden gekozen worden. Ja, miss Campbell, +het zou hier zijn, dat ik onze godheden zou gaan aanbidden, en als +echte zoon van ons Oud-Caledonië, zou ik onzen archipel met zijn +twee honderd eilanden, zijn met dampen bezwangerd uitspansel, zijn +woeste vloedgetijen, die de warmte van den Golfstroom aanbrengen, +niet ruilen voor al de eilanden-zeeën van het Oosten!" + +»En hij behoort ons Schotten der Hooglanden wel toe!" antwoordde miss +Campbell, geheel ontvlamd door de vurige geestdrift van den jongen man, +»aan ons, Schotten van het graafschap Argyle. Ah! mijnheer Sinclair, +evenals gij bemin ik onzen Caledonischen archipel hartstochtelijk! Hij +is overheerlijk, en ik bemin die eilandenzee tot in haar woede!" + +»En die woede is inderdaad verheven!" juichte Olivier Sinclair. »Niets +weerstaat het geweld der windvlagen, die er op los stormen, na +ongehinderd een ruimte van drie duizend mijl afgelegd te hebben! Het +is de Amerikaansche kust, die tegenover de Schotsche kust gelegen +is! Wanneer daar, aan de overzij van den Atlantischen Oceaan, de +groote stormen ontstaan, dan ontketenen zij hier de aanvallen der +aanrollende golven en de huilende winden, die zich op westelijk +Europa storten. Maar wat kunnen zij tegen onze Hebriden, die veel +stoutmoediger zijn dan die man, van wien Livingstone spreekt, die geen +leeuwen vreesde maar die bang was voor den oceaan. Nu, onze eilanden +behoeven niet bang te zijn; zij, met hun stevige graniet-grondvesten, +kunnen lachen om het geweld van storm en zee!..." + +»De zee!.... Een scheikundige verbinding van zuurstof met waterstof, +met anderhalf percent chloruur van sodium! Niets zoo schoon als de +woede van chloruur van sodium!" + +Miss Campbell en Olivier hadden zich bij het hooren van die woorden, +die blijkbaar tot hen gericht waren, en als een antwoord op hun +geestdrift klonken, omgekeerd. + +Aristobulus Beerenkooi stond daar achter hen op de brug. + +Dat lastige mensch had het verlangen niet kunnen weerstaan, om te +gelijkertijd met miss Campbell Oban te verlaten, omdat hij wist dat +Olivier Sinclair haar naar Jona begeleidde. Hij had dan ook gezorgd +vóór hen aan boord te zijn, en had zich gedurende den geheelen +overtocht in het salon opgehouden, en kwam nu naar boven toen het +eiland in het gezicht was. + +De woede van het chloruur van sodium! Welk een wetenschappelijke +vuistslag in de droomerijen van Olivier Sinclair en miss Campbell! + + + + + + +XIV. + +HET LEVEN TE JONA. + + +Intusschen kwam Jona--dat oudtijds het Golfeiland genoemd werd--met +zijn heuvel, die den Abt heette, en een hoogte van niet meer dan vier +honderd voet boven de oppervlakte der zee bereikte, al meer en meer +te voorschijn, en naderde de stoomboot het thans met snelheid. + +Het was ongeveer middag, toen de Pioneer bij een kleinen dam aanlegde, +die van rotsen opgetrokken was, welke ter nauwernood vierkant bekapt +waren, en er slijmerig groen van het water uitzagen. De passagiers +ontscheepten, het meerendeel evenwel slechts kortstondig, om een uur +later weer te vertrekken, en langs de zeeëngte van Mull naar Oban +terug te keeren; de anderen evenwel, slechts weinigen--de lezer weet +hoeveel--met het doel om te Jona te verblijven. + +Eigenlijk heeft het eiland geen haven. Een steenen kade beschermt +een kleinen inham tegen de deining uit volle zee. Dat is alles. Daar +zoeken gedurende het fraaie seizoen eenige plezierjachten en de +visschersschuiten, die deze streken afvisschen, bescherming tegen +den machtigen golfslag. + +Miss Campbell en haar reisgezellen, lieten de overige toeristen, +die slechts twee uur voor zich hebben om het eiland te bezichtigen, +aan hun lot over, en beijverden zich onverwijld om een doelmatig +onderkomen te vinden. + +Men moest evenwel niet te veeleischend zijn. Te Jona is de comfort, +welke in de rijke steden van het Vereenigd Koninkrijk aangetroffen +wordt, nagenoeg onbekend. + +En inderdaad, het geheele eiland Jona heeft geen grootere +uitgestrektheid dan van drie mijl lengte, en van één breedte, en telt +ter nauwernood vijfhonderd inwoners. De hertog van Argyle, wien het +eiland toebehoort, trekt er van een inkomen slechts eenige honderden +ponden. Een stad, of een dorp, zelfs een gehucht bestaat er eigenlijk +niet. Eenige verspreide huizen, voor het meerendeel slechts hutten, +schilderachtig zoo men wil, maar bekrompen oorspronkelijk, bijna zonder +vensters, terwijl het daglicht slechts door de deur toegang heeft, +met een gat in het dak, dat de rol van schoorsteen vervult, met muren, +kaal en naakt, van klipsteen opgetrokken, met een dakbedekking van +riet of van heidekruid, dat met grofvezelig zeewier wordt saamgehouden. + +Wie zou echter kunnen gelooven, dat Jona in de eerste tijdperken van +de Scandinavische geschiedenis de bakermat is geweest der Druïden? Wie +zou kunnen gissen, dat na hen Sint Columban--de Ierlander, wiens naam +het eiland ook draagt--er in de zesde eeuw het eerste klooster in +Schotland stichtte, met het doel om van daar uit de nieuwe leer van +Christus te prediken, en dat monniken van Cluny daar woonden, tot +dat de Hervorming ingevoerd werd. Maar waar thans die uitgestrekte +gebouwen te vinden, die vroeger de kweekschool waren, waaruit de +bisschoppen en de groote abten van het geheele Vereenigde Koninkrijk +voortsproten? Waar thans te vinden, te midden van de hoopen puin, de +overblijfselen van de boekerij, die zoo rijk aan oude archiefstukken +was, zoo rijk aan allerlei handschriften, betrekking hebbende op de +romeinsche geschiedenis, en waaraan toen der tijd de geleerden zich +kwamen laven? Neen! thans bestaan slechts puinhoopen en bouwvallen, +waar vroeger de beschaving, die het noorden van Europa zoo veranderen +zou, hare wieg had staan. Van het Sint Columba van voorheen blijft +niets dan het tegenwoordige Jona over, dat Jona met zijn weinige +ruwe boeren, die met moeite op dien zandgrond een middelmatigen oogst +van gerst, koren en aardappelen teelen, met zijn weinige visschers, +wier sloepen de vischrijke wateren der kleine Hebriden beploegen. + +»Vindt miss Campbell," vroeg Aristobulus Beerenkooi op smadelijken +toon, »dat dit nest hier op het eerste gezicht een vergelijking met +Oban kan doorstaan?" + +»Wel zeker, en het is boven Oban te verkiezen!" antwoordde miss +Campbell, hoewel zij er ongetwijfeld bij dacht, dat er een bewoner +te veel op het eiland zoude wezen. + +Bij gebrek van een Casino of van een hotel slaagden de gebroeders +Melvill er in, een herberg te ontdekken, die dragelijk was. Zij werd +gewoonlijk in beslag genomen door de toeristen, die zich niet tevreden +lieten stellen met den tijd, dien de boot hun beschikbaar liet om de +druïdische en christelijke bouwvallen van Jona te bezichtigen. Zij +namen dus dienzelfden dag hun intrek in het Wapen van Duncan, terwijl +Olivier Sinclair en Aristobulus Beerenkooi ieder voor zich een zoo +goed mogelijk onderkomen in een visschershut zochten. + +Maar miss Campbell, het bedorven kind, was zoodanig in haar nopjes in +haar kleine kamer, welker vensters op het westen en op de zee uitzagen, +alsof zij zich op het boventerras van het hooge torentje van Helenaburg +bevond; in ieder geval was zij er liever dan in het salon van het +Caledonian Hôtel. Als zij aan haar venster zat, dan ontwikkelde +zich voor haren blik een gezichteinder, welks cirkelvorm door geen +enkel eilandje gebroken werd, en met een beetje verbeeldingskracht +kon zij zich op drie mijl afstands de Amerikaansche kust voor oogen +tooveren, hoewel die aan de andere zijde van den Atlantischen Oceaan +was gelegen. Waarlijk, de zon had daar een schoone gelegenheid, +om in al haar pracht onder te gaan! + +Het gemeenschappelijk leven was dus gemakkelijk en spoedig +geregeld. Men zou gezamenlijk de maaltijden in de eetkamer van +de herberg nuttigen. Volgens een oud eerbiedwaardig gebruik namen +juffrouw Bess en Partridge bij hun meesters plaats aan tafel. Misschien +liet Aristobulus Beerenkooi daarover eenige verwondering blijken, +Olivier Sinclair vond dat heel natuurlijk. Hij had zelfs reeds eenige +genegenheid opgevat voor die beide dienaren, die ook hem begonnen +lief te krijgen. + +Toen leidde dat gezin het oude Schotsche bestaan in zijn geheele +eenvoudigheid. Na de wandeluren rondom en door het eiland, na de +verhandelingen over den ouden tijd, waartusschen Aristobulus Beerenkooi +nimmer naliet zijn moderne wetenschap te luchten, vereenigde men zich +aan het gemeenschappelijk diner dat te twaalf uur en aan het avondmaal, +dat te acht uur genuttigd werd. Dan kwam de zonsondergang, en miss +Campbell ging dien steeds waarnemen, welk weer het ook was. Het kan +toch zijn, wie weet dat een opening zich in de lagere wolkenmassa +voordeed, een scheur, een spleet, in één woord, een kleine ruimte om +den laatsten straal doortocht te verleenen. + +Maar welke maaltijden deed men daar te Jona! De Caledonische +lekkerbekken van Walter Scott bij het diner van Fergus Mac-Gregor, +of bij het avondmaal van Oldbeck den Oudheidkundige, zouden geen +aanmerkingen te maken hebben gehad op de spijzen, die volgens de +kookwijze van het oude Schotland toebereid waren. Juffrouw Bess en +Partridge gevoelden zich alsof zij in den loop der tijden een eeuw +terug gevoerd waren en achtten zich gelukkig, alsof zij ten tijde +hunner voorouders geleefd hadden. Broeder Sam en broeder Sib ontvingen +met een genadig goedkeuren en met een blijkbaar genoegen de heerlijke +gerechten, die vroeger bij de familie Melvill in eere waren. + +En ziehier de gesprekken die in de eetkamer plaats vonden: + +»Nog een weinig van die »cakes" van havermeel, die anders smakelijker +zijn dan de dodderige gebakken van Glasgow." + +»Nog een weinig van die »sowens", die nog steeds door de bergbewoners +in de Hooglanden gegeten worden." + +»Nog wat van die »haggis", die door onzen grooten dichter Burns +waardiglijk als de eerste, de beste, de meest vaderlandlievende van +al de puddings van geheel Schotland in zijn verzen bezongen is." + +»Nog wat van die »cockylecky!" O! al is de haan, die het bestanddeel +er van uitmaakt, een weinig taai, de er bij gevoegde peertjes zijn +overheerlijk." + +»Mag ik voor de derde maal van dien »hotpotch", die beter smaakt dan +welke schotel ook van Helenaburg!" + +Waarachtig men at goed in het Wapen van Duncan. Men moest evenwel +alle twee dagen voorraad opdoen van de stoombooten, die den dienst +langs de kleine Hebriden verrichten. Maar men dronk ook goed. + +Men moest de gebroeders Melvill zien met het glas in de hand, elkanders +gezondheid drinken en zich inschenken uit de groote kannen, die een +inhoud van niet minder dan vier engelsche pinten hebben en waarin +de »usquebaugh", het nationale bier bij uitnemendheid, schuimde, +of de »hummok", die bepaald voor hen gebrouwen werd! En de whisky, +uit gerot graan getrokken, waarvan de gisting zich in de maag der +drinkebroers schijnt voort te zetten! En had ook al het krachtige bier +ontbroken, dan nog zouden zij zich met eenvoudige »mum", uit graan +gestookt, vergenoegd hebben, of wel met »two-penny", die altijd met +een glaasje gin opgefleurd kon worden. Waarlijk zij dachten er niet +aan de sherry en den portwijn van de kelders van Helenaburg of van +Glasgow te betreuren! + +En al beklaagde Aristobulus Beerenkooi, meer verslaafd aan het moderne +comfort, zich ook meer dan betamelijk was, niemand bewees hem de eer +zijn klacht aan te hooren. + +Viel hèm de tijd lang, voor de anderen snelde hij met spoed heen en +mejuffrouw Campbell pruttelde niet meer over de dampen die iederen +avond de kim benevelden. + +Neen, Jona is niet groot; maar is er wel veel ruimte noodig voor +hem, die slechts zuivere lucht zoekt? Kan men de onmetelijkheid van +een koninklijk park niet in een kleinen tuin vinden? Men wandelde +dus. Olivier Sinclair nam hier en daar dan een landschap op. Miss +Campbell keek bij het schilderen toe en zoo vloog de tijd om. + +De 26, 27, 28 en 29ste Augustus snelden voorbij zonder een oogenblik +verveling veroorzaakt te hebben. Dat oorspronkelijk bestaan kwam +geheel met het wilde eiland overeen, welks woeste rotsen voortdurend +door de golven van den Oceaan gebeukt werden. + +Miss Campbell gevoelde zich gelukkig, de nieuwsgierige, praatzuchtige +wereld der badplaatsen ontvlucht te zijn. Zij ging uit, zoo als zij +in het park van Helenaburg rondgedrenteld zou hebben, gekleed met +het »rokelay," hetwelk haar als een mantille omgaf en het kapsel +met de eenige »snod" versierd, een lint in de haren gewonden, dat +den jeugdigen schotschen schoonen zoo lief staat. Olivier Sinclair +bewonderde natuurlijk haar bevalligheid, en de bekoorlijkheid van haar +persoon. Hij ondervond die aantrekkingskracht en gevoelde heel goed, +waarheen die hem zou voeren. Dikwijls dwaalden beiden tot aan het +uiterste einde van het strand van het eiland. Zij keuvelden dan, zij +keken, zij droomden, en bevonden zich, soms onbewust, aan de uiterste +grens, waar de golven het zeewier komen lekken. Bij zwermen vlogen +dan de schotsche duikertjes, de »tamnie-mories" op, wier eenzaamheid +zij stoorden, de »pictarnies", die kleine vischjes bespieden, welke +door de aanrollende vloedgolf op het strand geworpen worden en de +Bussan-vogels, wier zwarte vederen-tooi door witte vleugeltoppen en +gelen kop en hals aangenaam afgewisseld wordt, en die de voornaamste +vertegenwoordigers zijn der zwemvliesvoetigen van de vogelenwereld +der Hebriden. + +Wanneer dan na zonsondergang, die nog steeds door eenige dampen +beneveld werd, de avond inviel, welke bekoorlijkheid was er dan niet +voor miss Campbell en de haren, om de eerste uren van den stillen +nacht op het eenzame strand door te brengen! Zij zagen dan de sterren +aan den horizon verschijnen en met haar keerden al de herinneringen +uit de gedichten van Ossian weer. Te midden van de plechtige stilte +hoorden miss Campbell en Olivier Sinclair de twee broeders beurtelings +de coupletten over den ongelukkigen Fingal, dien bardenzang opzeggen: + +»O ster, gezellin van den nacht, wier schitterend gelaat door de +westelijke wolken heenboort en die als in een vurige baan op het +hemel-azuur voortschrijdt, zeg, wat ziet gij in de vlakte?" + +»De stormwind, die over dag loeide, zwijgt; de bedarende golfslag +kruipt als het ware aan den voet der rotsen; de avondmuggen, op +hunne lichte vleugelen gedragen, vervullen de stilte der lucht met +hun gegons." + +»Schitterende ster, wat aanschouwt gij in de vlakte? Maar ik zie u +reeds met een glimlach den horizon naderen. Vaarwel, stilzwijgende +ster, vaarwel!" + +En dan zwegen broeder Sam en broeder Sib en dan keerden allen naar +hunne kleine kamer in de herberg terug. + +Hoe weinig helderziend de gebroeders Melvill ook waren, zoo zagen +zij toch, dat Aristobulus Beerenkooi juist in de meening van miss +Campbell verloor, wat Olivier Sinclair er in won. De beide jongelieden +vermeden elkander zooveel mogelijk. De twee ooms beijverden zich dan +ook om, niet zonder moeite, die kleine wereld vereenigd te houden, om +toenaderingen te bewerken, op gevaar af zich aan een kippenkuur hunner +nicht bloot te stellen. Ja, zij zou gelukkig geweest zijn, wanneer +Beerenkooi en Sinclair elkander zochten, in plaats van elkaar te +ontvluchten, in plaats van een min of meer smadelijke terughoudendheid +jegens elkander in acht te nemen. Verbeeldden die goede sullen zich +dan, dat alle menschen broeders zijn en nog wel zij, zooals zij waren! + +Zij manoeuvreerden evenwel zoo goed, dat overeengekomen werd, op den +30sten Augustus gezamenlijk de bouwvallen van de kerk, van het klooster +en van het kerkhof te gaan zien, die ten noordoosten en ten zuiden +van den Abtheuvel gelegen zijn. Deze wandeling die ternauwernood +twee uren vereischt, was nog niet door de nieuwe gasten van Jona +ondernomen. Dat kan als een inbreuk op den eerbied aangemerkt worden +jegens de legendarische schimmen van de kluizenaar-monniken, die +eertijds de hutten der kuststreek bevolkten, een gebrek aan achting +voor de groote dooden uit de koninklijke huizen, sedert Fergus II +tot aan Macbeth. + + + + + + +XV. + +DE BOUWVALLEN VAN JONA. + + +Miss Campbell, de gebroeders Melvill en de twee jongelieden +vertrokken den gezegden dag terstond na het ontbijt. Het was zeer +fraai herfstweder. Ieder oogenblik drong, of beter nog, zijpelde een +lichtstraal, als ontsnapt aan den kerker, door de scheuren in het +dikke wolkendak, om dan een poos daarna weer te verdwijnen. Onder +de afwisseling van licht en donker vertoonden de bouwvallen, die dit +gedeelte van het eiland bekronen, en de zoo schilderachtig gegroepeerde +rotsen van de kuststrook, en de verstrooid liggende huizen op het +dalend en rijzend terrein van Jona, alsook in de verte de zee, +die er als gestreept onder de liefkoozingen van een briesje uitzag, +zich telkenmale onder een vernieuwd voorkomen en vroolijkten onder +den invloed der zon op. + +Het was niet de toeristendag. Daags te voren had de stoomboot een +vijftigtal ontscheept; ongetwijfeld zou zij den volgenden dag een +gelijk getal overbrengen; maar heden behoorde het eiland Jona geheel +en al aan haar nieuwe bewoners. Men zou dus niemand bij de bouwvallen +aantreffen. + +In een vroolijke stemming werd de weg afgelegd. De opgeruimdheid +van broeder Sam en van broeder Sib was voor de twee jongelieden +aanstekelijk geweest. Zij koutten, zij gingen en kwamen, verwijderden +zich en verschenen weer te midden van de kleine rotsachtige paden, +tusschen de lage bouwvallen van muren, van gedroogden steen +vervaardigd. + +Alles ging dus naar wensch, toen men vlak voor den kruisberg van +Mac Lean stil hield. Dit fraaie rotsblok, uit een stuk rood graniet +bestaande, is veertien voet hoog en beheerscht den straatweg van Main +Street. Het is het eenig overblijfsel der drie honderd zestig kruisen, +die tot aan het tijdperk der Hervorming op het eiland in het midden +der XVIe eeuw geplaatst werden. + +Olivier Sinclair wilde zeer natuurlijk een schets maken van dien +monumentalen steen, die goed afgewerkt is en een fraai effekt maakt +te midden eener dorre vlakte, die met een grijsachtig gras bekleed is. + +Miss Campbell, de gebroeders Melvill en hij hadden op een vijftig pas +afstand van den kruisberg plaats genomen, om er een algemeen overzicht +van te genieten. Olivier Sinclair ging op een afgebrokkelden kleinen +muur zitten en begon de eerste omtrekken van het terrein, waarop het +kruis van Mac Lean zich verhief, te schetsen. + +Eenige oogenblikken later kwam het hun voor, alsof een menschelijk +wezen poogde de eerste grondvesten van dien kruisberg te beklimmen. + +»Wat komt die ongenoode gast nu hier doen?" vroeg Olivier. »Als hij +nog in een monnikspij gehuld was, zou hij met dat monument overeenkomen +en kon ik hem aan den voet van dat oude kruis laten knielen." + +»Het is eenvoudig een nieuwsgierige, die u wat hinderen gaat, mijnheer +Sinclair," zei miss Campbell. + +»Maar is het Aristobulus Beerenkooi niet, die ons vooruitgesneld +is?" vroeg broeder Sam. + +»Ja, hij is het," zei broeder Sib. + +En inderdaad het was Aristobulus Beerenkooi, die op het voetstuk +van den kruisberg was geklommen en de rots met duchtige hamerslagen +aanviel. + +Miss Campbell was verwoed over dat ongegeneerde van den mineralogist +en ging dadelijk tot hem. + +»Wat doet gij daar, mijnheer?" vroeg zij. + +»Zooals gij ziet, miss Campbell," antwoordde Aristobulus Beerenkooi, +»ik poog een stuk van dat graniet af te slaan." + +»Waartoe die gekheid? Ik dacht dat de tijd der beeldstormers voorbij +was!" + +»Ik ben geen beeldstormer, maar een geoloog," antwoordde Aristobulus +Beerenkooi, »en als zoodanig wensch ik het samenstel van dat blok +te kennen." + +Een nog hardere slag met den hamer had het schendend werk +volbracht. Een stuk steen van het voetstuk rolde op den grond. + +Aristobulus Beerenkooi raapte het op, en op het vermeerderend +gezichtsvermogen van zijn bril niet vertrouwende, greep hij een loep +uit haren koker en bracht die bij zijn oog. + +»Net als ik dacht," zeide hij. »Het is rood graniet van zeer fijnen +ineengedrongen korrel en bezit veel weerstandsvermogen. Die moet +afkomstig zijn van het Nonneneiland en is geheel gelijk aan de +granietsoort, welke de bouwmeesters in de XIIde eeuw bezigden om de +kathedraal van Jona op te richten. + +En Aristobulus Beerenkooi liet zich een zoo schoone gelegenheid niet +ontsnappen om zich in een archeologische verhandeling te verdiepen, +welke de gebroeders Melvill, toen zij zich bij hem vervoegd hadden, +meenden te moeten aanhooren. + +Miss Campbell was, zonder veel omslag te maken naar Olivier Sinclair +teruggekeerd en allen bevonden zich, toen de teekening klaar was, +in het portaal de kathedraal bij elkander. + +Dat monument was een zeer samengesteld gebouw, gevormd door twee aan +elkander gekoppelde kerken, welker dikke muren en stevige pilaren +als rotsen, de aanvallen van dit ruwe klimaat sedert dertien honderd +jaren weerstaan hadden. + +De bezoekers wandelden gedurende eenige oogenblikken in de eerste +kerk, die van romaanschen oorsprong blijkt, afgaande op den boog harer +gewelven; vervolgens in de tweede, die als een gothisch gebouw van de +XIIde eeuw erkend werd en het middenschip met de kruisvleugels der +eerste vormde. Zij drentelden zoo te midden dier bouwvallen, gingen +van het eene tijdperk tot het andere over, en betraden de groote +vierkante vloersteenen, welker voegen de aarde lieten ontzien. Hier +waren het grafdeksels, elders grafsteenen, die de hoeken van het +gebouw met hun uitgebeitelde beelden versierden. + +Uit dit alles, dat zich gestreng en ernstig voordeed, sprak de +dichterlijkheid der vervlogen tijden. + +Miss Campbell, Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill hadden niet +bespeurd, dat hun geleerde metgezel was achtergebleven. Zij drongen +door tot onder het dikke gewelf van den vierkanten toren. Dit gewelf +beheerschte vroeger het portaal der eerste kerk en verhief zich later +bij het aansluitingspunt der twee kerken. + +Eenige oogenblikken later werden regelmatige stappen, die op den +luid weerklinkenden vloer dreunden, waargenomen als van iemand die +zwaarwichtig voortschreed, even als het standbeeld van den Kommandeur +in de zaal van Don Juan. + +Het was Aristobulus Beerenkooi, die met zijn meetkundigen pas, de +uitgestrektheid der kathedraal opnam. + +»Een honderd en zestig van het oosten naar het westen," zei hij en +noteerde dat getal in zijn zakboekje, terwijl hij de tweede kerk +binnentrad. + +»Ah! zijt gij het, mijnheer Beerenkooi!" riep miss Campbell +spottend. »Na den mineralogist de landmeter?" + +»En zeventig voet slechts langs de aslijn der kruisvleugels," +antwoordde Aristobulus Beerenkooi. + +»En hoeveel duim?" vroeg Olivier Sinclair. + +Aristobulus Beerenkooi keek Sinclair aan als iemand, die niet recht +weet of hij zich boos zal maken of niet. De gebroeders Melvill kwamen +evenwel ter geschikter ure tusschen beiden en noodigden miss Campbell +en de beide jongelieden uit, hen bij het bezoeken van het klooster +te vergezellen. + +Dit gebouw heeft slechts onherkenbare overblijfselen nagelaten, +hoewel het de verminkingen der Hervorming overleefd heeft. Na dat +tijdvak diende het tot vereenigingspunt van eenige stiftsdames van +Sint Augustijn, waaraan de Staat die schuilplaats aanwees. Het zijn +thans slechts nog maar ellendige bouwvallen van een klooster, door de +stormen geteisterd, die noch gewelven, noch bogen, noch romaansche +pilaren bezitten, om straffeloos de ruwheden van dit noordsche +luchtgestel te kunnen trotseeren. + +De bezoekers konden evenwel, na de overblijfselen van het klooster, dat +vroeger zoo bloeiend was, bezocht te hebben, de kapel nog bewonderen, +die beter bewaard was gebleven. Aristobulus Beerenkooi vermeende +die niet te behoeven op te meten. Aan die kapel, die of later of +hechter gebouwd was dan de eet- en slaapzalen van het klooster, +ontbrak alleen het dak. Het koor, dat evenwel geheel ongeschonden is, +wordt door de oudheidkundigen, als een bouwstuk van groote verdiensten, +zeer gewaardeerd. + +In het westergedeelte daarvan wordt het graf aangetroffen van haar, +die de laatste abdis der gemeenschap was. Op den zwartmarmeren +zerksteen is tusschen twee engelen een heilige Maagd uitgebeiteld, +die het kind Jezus in hare armen draagt. + +»Even als de Maagd op den Stoel en de Madonna van Sint Sixtus, de twee +eenige O. L. Vrouwenbeelden van Raphael zonder neergeslagen oogleden, +kijkt ook deze rechtuit terwijl een glimlach uit hare oogen straalt!" + +Deze opmerking werd door miss Campbell zeer ter snede gemaakt. Zij had +echter geen ander gevolg dan op de lippen van Aristobulus Beerenkooi +een trek van vrij duidelijke spotternij en van minachting te voorschijn +te roepen. + +»Waar hebt gij ooit gezien, miss Campbell," vroeg hij, »dat een +glimlach uit iemands oogen kan stralen?" + +Wellicht had miss Campbell wel trek hem te antwoorden, dat men bij hem +zoo iets niet kon waarnemen, wanneer men hem aankeek. Zij zweeg echter. + +»Het is een algemeen verspreide dwaling," sprak Aristobulus Beerenkooi +op een toon, alsof hij ex cathedra doceerde, »wanneer men van den +glimlach der oogen spreekt. De gezichtsorganen zijn juist geheel +misdeeld van uitdrukking, zoo als ons de gezichtkunde leert. Ten +bewijze: stel een masker voor een gelaat en bekijk dan de oogen door +de daarin overeenkomstige gaten, en ik tart u alsdan uit te maken, +of dat gelaat opgeruimdheid, droefgeestigheid of toorn verraadt." + +»Ah! waarlijk?" vroeg broeder Sam, die in de les belang scheen +te stellen. + +»Hé! dat wist ik niet!" vulde broeder Sib aan. + +»Het is toch zoo," hernam Aristobulus Beerenkooi. »Wanneer ik een +masker had, dan...." + +Maar dat vreemdsoortig jongmensch had geen masker, de proefneming +kon dus niet afdoend geschieden, om iederen twijfel weg te nemen. + +Daarenboven hadden miss Campbell en Olivier Sinclair reeds het klooster +verlaten en richtten hunne schreden naar het kerkhof van Jona. + +Die plek werd de relikwiekast van Oban genaamd, ter herinnering aan +den makker van Sint Columban, wien men de stichting van de kapel +verschuldigd is, welker bouwvallen te midden van den doodenakker +verrijzen. + +Dat terrein, bezaaid met grafsteenen, is een wonderlijke plek, waar +acht en veertig schotsche koningen, acht onderkoningen der Hebriden, +vier onderkoningen van Ierland en een koning van Frankrijk den eeuwigen +slaap slapen. Van laatstbedoelde is de naam verloren geraakt, alsof +hij reeds tot de voorhistorische tijden behoort. Men zou die plek bij +een Druïdenveld hebben kunnen vergelijken, waarvan steenen monumenten +door grafsteenen vervangen zouden zijn. Daartusschen strekt zich de +granietsteen uit, die het graf dekt van Duncan, den Schotschen koning, +die door het sombere treurspel van Macbeth vereeuwigd is. Op sommige +dier steenen zijn slechts eenvoudige geometrische figuren gebeiteld, +op anderen zijn eenige woeste Celtische koningen voorgesteld, die +daar stijf als een lijk uitgestrekt liggen. + +Welke herinneringen doemen uit dien doodenakker van Jona op! Welk +een terugkeer tot het verledene doorkruist het denkvermogen bij het +betreden van die koninklijke begraafplaats! + +En hoe zou het mogelijk zijn, zich dit vers van Ossian niet te +herinneren, dat den dichter hier ter plaatse ongetwijfeld bezield +heeft? + +»Vreemdeling, gij betreedt een met helden overdekten grond. Bezing +somwijlen den roem van die gedenkwaardige dooden. Dat hunne lichte +schimmen zich rondom u mogen verblijden!" + +Miss Campbell en hare metgezellen waren geheel oogen, maar zwegen. Zij +werden niet gedwongen de verveling van een beëedigden gids te +ondervinden, die den sluier der geschiedenis voor de toeristen +opheft. Zij konden zich verbeelden die afstammelingen van den +beheerscher der eilanden van Angus Og, den metgezel van Robert Bruce, +den wapenbroeder van dien held, die voor de onafhankelijkheid zijns +lands streed, voor zich te zien. + +»O! wat zou ik hier gaarne bij het vallen van den avond terugkomen," +zei miss Campbell. »Mij dunkt, dat dit het gunstigste tijdstip +zou wezen, om die herinneringen op te roepen! O, ik zou dan het +ontzielde lichaam van den ongelukkigen Duncan zien aandragen. Ik zou +dan de gesprekken der doodgravers hooren, terwijl zij hem in het +graf legden, in de aarde, die aan zijn voorouders gewijd is. Wel, +mijnheer Sinclair, zou dat het goede oogenblik niet zijn, om de +geesten, die de koninklijke begraafplaats bewaken, op te roepen?" + +»Ja, miss Campbell, en ik meen dat zij niet zouden kunnen weigeren +op uwe stem te verschijnen." + +»Hoe, miss Campbell, gelooft gij aan geesten?" riep Aristobulus +Beerenkooi uit. + +»Ja, daar geloof ik aan, mijnheer; als echte Schotsche, geloof ik +aan geesten!" antwoordde miss Campbell. + +»Maar gij weet toch, dat dit slechts denkbeeldig is, dat niets van +al dat wonderbaarlijke in werkelijkheid bestaat!" + +»En als ik er aan wil gelooven!" antwoordde miss Campbell onder den +aandrang van een ontijdige zucht tot tegenspraak. »En als ik er behagen +in schep om te gelooven aan de huis-brownies, die den huiselijken haard +bewaken, aan de heksen, wier betoovering toe te schrijven is aan de +runische verzen, die zij uitgalmen, aan de Valkyriën, de noodlottige +jonkvrouwen uit de scandinavische mythologie, die de lijken der +gesneuvelde strijders van het slagveld weghalen, aan die goedige +toovergodinnen, door onzen dichter Burns in onsterfelijke verzen +bezongen, die door geen waren zoon der Hooglanden vergeten worden: + +»Heden nacht dansen de feeën op Casselis Dawnans of begeven zij zich +bij het bleeke maanlicht naar Colzean, om te gaan dwalen in de Coves +te midden der rotsen en der beken." + +»Maar miss Campbell," hernam de stijfhoofdige dwaas, »denkt gij +dan, dat de dichters zelven aan die droombeelden hunner verbeelding +gelooven?" + +»Zeer zeker, mijnheer," antwoordde Olivier Sinclair. »Ware dat niet, +dan zou hunnen dichtstukken een valsche klank aankleven, zoo als +iedere gedachte die niet uit een onwrikbare overtuiging geboren is." + +»Zoo, gij ook, mijnheer," grinnikte Aristobulus Beerenkooi. »Ik wist +wel dat gij schilder, maar niet dat gij dichter waart." + +»Dat staat geheel en al gelijk!" viel miss Campbell in. »De kunst is +slechts één onder verschillende vormen!" + +»Maar neen.... neen!.... dat is onaanneembaar!.... Gij kunt aan al +die fabelen der oude barden niet gelooven! Hunne gekrenkte hersenen +riepen slechts denkbeeldige godheden in het leven!" + +»Oh! mijnheer Beerenkooi!" riep broeder Sam zeer gebelgd +uit. »Mishandel zoo onze voorouders niet, die ons oud Schotland +hebben bezongen!" + +»Leen er liever het oor aan," zei broeder Sib, die de gelegenheid +niet liet voorbijgaan om aanhalingen te doen uit het door hen beiden +zoo geliefkoosd dichtstuk: + +»Ik dweep met den zang der barden. Het is voor mij bekoorlijk naar +de verhalen uit lang vervlogen tijden te luisteren. Die zijn voor +mij als de heilige kalmte van den morgenstond, als de verkwikkelijke +frischheid van den dauw, die de heuvelen bevochtigt...." + +»Wanneer de zon nog slechts matte stralen op hare hellingen werpt," +vulde broeder Sam aan. »Zij zijn voor mij, even als het stille en +blauwachtige meer in de diepte van het dal!" + +De beide ooms zouden ongetwijfeld voortgegaan zijn met de verrukkelijke +verzen van Ossian aan te halen, wanneer slechts Aristobulus Beerenkooi +niet goedgevonden had, hen plotseling in de rede te vallen: + +»Mijne heeren!" vroeg hij, »hebt gij wel ooit eens een dier geesten +ontmoet, die u zoo verrukken? Neen! En zijn ze te zien? Ook niet, +nietwaar?" + +»Daarin dwaalt gij, mijnheer," antwoordde miss Campbell, die haren +tegenstanders geen haarbreed wilde toegeven, »en ik beklaag u, dat +gij ze nog nimmer bespeurd hebt. Men ziet ze verschijnen door geheel +Schotland. Zij glijden langs de verlaten glens; zij stijgen op uit +de diepte der ravijnen; zij zweven huppelend langs de oppervlakte der +meren; zij spelen in de vreedzame wateren der Hebriden; zij dartelen +te midden van de stormen, die de noordsche winter hier aanbrengt. En +ziet ge, die Groene Straal, dien ik zoo hardnekkig najaag, waarom +zou die niet de sjerp kunnen zijn van de een of andere Valkyrie, +die bij den horizont in de wateren der zee sleept? + +»Waarachtig niet!" riep Aristobulus Beerenkooi uit. »Neen, dat niet! Ik +zal u uitleggen, wat uw Groene Straal is...." + +»Doe het niet, mijnheer," antwoordde miss Campbell met drift, »ik +wil het niet weten!" + +»Jawel, jawel!" riep Aristobulus Beerenkooi, geheel en al meegesleept +door zijn geest van dispuut. + +»Ik verbied het u stellig!...." + +»Ik zal het u toch zeggen, miss Campbell. Wanneer de laatste straal, +dien de zon werpt, als de bovenrand van hare schijf den horizon raakt, +groen is, dan komt dit wellicht uit het feit, dat hij door eene dunne +waterlaag van de zee glijdt en daarvan de kleur opneemt...." + +»Zwijg...., mijnheer Beerenkooi!...." + +»Of het moest zijn, dat de groene kleur geheel natuurlijk volgde +op het purperrood van de schijf na haar plotselinge verdwijning, en +waarvan het netvlies van ons oog den indruk bewaard heeft. Gij weet, +dat in de gezichtkunde het groen de aanvullingskleur is van het rood!" + +»Och mijnheer, uw natuurkundige redeneeringen...." + +»Mijn redeneeringen komen geheel en al met den aard der dingen +overeen," antwoordde Aristobulus Beerenkooi. »Ik ben juist bezig +een verhandeling over dit onderwerp op te stellen, die ik eerstdaags +zal uitgeven." + +»Kom, laten wij weggaan!" zei miss Campbell, werkelijk vertoornd, +tot hare ooms. »Die mijnheer Beerenkooi zou mij met zijn uitleggingen +mijn Groenen Straal bederven!" + +Olivier Sinclair wendde zich toen tot den pedanten geleerde: + +»Mijnheer," zei hij, »ik denk dat uw verhandeling nopens den Groenen +Straal voorzeker belangrijk zal zijn; maar veroorloof mij u op een +anderen arbeid te wijzen, die misschien nog belangwekkender is." + +»En welke dan, mijnheer?" vroeg Aristobulus Beerenkooi, terwijl hij +zich op zijn hakken verhief, evenals een haan op zijn sporen. + +»Gij zult voorzeker weten, dat eenige geleerden het zoo belangrijke +vraagstuk: Over den invloed van den staart der visschen op de golvingen +der zee wetenschappelijk behandeld hebben?...." + +»Mijnheer!!!...." + +»Welnu, er is nog een ander werk, dat ik u ook in het bizonder +aanbeveel, om in geleerde overweging te worden genomen. Dat luidt: +Over den invloed van de blaasinstrumenten op het ontstaan der stormen." + + + + + + +XVI. + +TWEE GEWEERSCHOTEN. + + +Daags daarna en ook in de eerste daarop volgende dagen van September +zag men Aristobulus Beerenkooi niet weerom. Had hij Jona met de +toeristen-boot verlaten, nadat het besef bij hem wakker was geworden, +dat hij vergeefsche moeite aanwendde om de genegenheid van miss +Campbell te winnen? Dat kon niemand zeggen. Hij deed in ieder geval +goed, zich niet te vertoonen; want hij was niet meer onverschillig +voor het jonge meisje, hij boezemde haar thans een soort van afkeer +in. Het dichterlijk waas had hij aan haren straal ontrukt, haren droom +belichaamd, de fladderende sjerp eener Valkyrie was door hem in een +dom gezichtkundig verschijnsel veranderd! Zij zou hem wellicht alles +hebben vergeven, alles, maar dat niet! + +De gebroeders Melvill konden zelfs geen verlof bekomen, om na te gaan +waar Aristobulus Beerenkooi was gebleven. + +Waartoe zou dat ook dienen? Wat zouden de broeders hem te zeggen +hebben, en welke hoop konden zij nog koesteren? Viel er nog te +denken aan de voorgenomen vereeniging tusschen twee wezens van +nature zoo afkeerig van elkander, die zoo gescheiden waren als het +plat proza dit is van de verheven poëzie. Hij met zijn waanzin, +om alles onder wetenschappelijke formules te willen brengen, zij +met haar droombeelden, die haar slechts in een denkbeeldige wereld +lieten verwijlen en haar de oorzaken en gevolgen deden minachten, +om zich slechts aan haar dichterlijke indrukken te kunnen overgeven. + +Partridge intusschen, daartoe aangezet door juffrouw Bess, vernam dat +de »jonge oude geleerde," zooals hij hem noemde, nog niet vertrokken +was, maar nog steeds zijn visschershut opzocht, alwaar hij eenzaam +zijn maaltijden gebruikte. + +Maar dat deed er niet toe; het voornaamste was, dat men Aristobulus +Beerenkooi niet meer zag. De waarheid in deze was, dat wanneer hij +opgesloten in zijn kamer zich niet onledig hield met het een of ander +hoogstgewichtig wetenschappelijk vraagstuk, hij met het geweer op +den rug op het strand ronddwaalde en daar zijn kwade luim bot vierde +te midden van een waar bloedbad, op arme zwarte kuifduikers of op +meeuwen, die aan niets schuld hadden, gepleegd. Zou hij nog eenige +hoop koesteren? Spiegelde hij zich voor, dat miss Campbell, wanneer +eenmaal haar gril ten opzichte van den Groenen Straal bevredigd was, +tot betere gevoelens zou terugkeeren. Bij dat lieve persoontje, was, +wel beschouwd, alles mogelijk. + +Maar er overkwam hem eens een vrij onaangenaam voorval, dat hem zeer +slecht had kunnen bekomen, zonder de zoo edelmoedige als onverwachte +tusschenkomst van zijn mededinger. + +Dit viel voor in den namiddag van den 2den September. Aristobulus had +zich op weg begeven om de rotsen te bestudeeren, die het uiterste +uiteinde van de zuidelijke punt van Jona uitmaken. Een van die +granietmassa's, een »stack", trok in 't bizonder zijn aandacht, en +wel zoodanig, dat hij besloot den top daarvan te beklimmen. Dit kon +wel onvoorzichtig genoemd worden, want de rots was zeer glibberig en +bood geen plekje aan, waarop de voet zou kunnen rusten of waaraan de +hand zich kon vastklemmen. + +Toch liet Aristobulus Beerenkooi zich niet afschrikken. Hij begon dus +langs de wanden naar boven te klimmen en kon met behulp van eenige +struiken, die tusschen de rotsaderen wortel hadden geschoten, zich +naar boven hijschen. Hij bereikte zoo, evenwel niet zonder moeite, +den top van dien stack. + +Eenmaal daar aangekomen, hield hij zich met zijn mineralogischen +arbeid onledig. Maar toen hij weer omlaag wilde klimmen, was de +moeielijkheid grooter. En inderdaad, nadat hij zorgvuldig opgespoord +had, langs welken kant van den wand hij zich naar beneden zou laten +glijden, wilde hij daartoe overgaan. Maar juist in dat oogenblik +gleed zijn voet uit en rolde hij, zonder zich te kunnen weerhouden, +naar beneden. Hij zou in de zware branding die aan den voet der rots +bruiste, terecht gekomen zijn, wanneer hij niet door een afgebroken +boomstam gestuit was. + +Aristobulus Beerenkooi bevond zich toen in een toestand, die hoewel +gevaarlijk, toch belachelijk was. Hij kon niet naar boven klimmen, +maar ook niet neerdalen. + +Zoo verstreek een geruime tijd--meer dan een uur,--en wie weet +wat gebeurd zou zijn, wanneer Olivier Sinclair, die met zijn +schildersrandsel op den rug rondkuierde, in dit oogenblik niet +voorbijgekomen was. Deze hoorde geschreeuw en stond stil om te +luisteren. Toen hij evenwel Aristobulus Beerenkooi, dertig voet +hoog in de lucht vastgehaakt, zich zag bewegen als een draaipop in +een Jan-Klaassen-spel, kon hij eerst, zooals wel te begrijpen valt, +zijn lachen niet bedwingen, maar daarna aarzelde hij geen oogenblik om +alles te wagen, ten einde hem uit dien noodlottigen toestand te redden. + +Dat ging evenwel niet zonder moeielijkheid. Olivier Sinclair moest +op den top van den stack klimmen, om den hangenden Beerenkooi weder +naar boven te hijschen, ten einde hem vervolgens aan den anderen kant +weer naar beneden te laten. + +»Mijnheer Sinclair", zei Aristobulus Beerenkooi, zoodra hij weer +vasten grond onder de voeten voelde, »ik had den hellingshoek van +dien wand met de loodlijn fout berekend. Van daar dat ik uitgleed en +zoo vasthaakte...." + +»Mijnheer Beerenkooi," antwoordde Olivier Sinclair, »ik ben gelukkig, +dat het toeval mij veroorloofd heeft u te hulp te kunnen komen!" + +»Laat mij ten minste u bedanken...." + +»Och, het heeft zooveel niet om het lijf, mijnheer. Gij zoudt net +zoo gehandeld hebben als ik in dit geval." + +»Ongetwijfeld!" + +»Welnu, bij voorkomende gelegenheid houd ik mij aanbevolen!" + +En de twee jongelieden scheidden van elkander. + +Olivier Sinclair meende over dit voorval, waaraan hij geen te groot +gewicht hechtte, te moeten zwijgen. Ook Aristobulus Beerenkooi sprak +er niet over. Maar daar hij nog al aan zijn ongeschonden huid gehecht +was, voelde hij zich toch dankbaar gestemd jegens zijn mededinger, +die hem uit dien naren toestand gered had. + +Hoe ging het intusschen met den beruchten Straal? Het moest erkend +worden, dat hij zich vreemdsoortig genoeg uitnoodigen liet! En toch +was er geen tijd meer te verliezen. De herfst zou niet nalaten zijn +nevelsluier aan den hemel uit te spreiden. Dan zouden er geen heldere +avonden meer bestaan; want September is er zeer gierig mede onder +deze hooge breedte. Dan geen scherpe kim meer, die eerder met den +passer van een landmeter getrokken scheen dan met het penseel van een +schilder. Zou de hoop moeten opgegeven worden, het natuurverschijnsel +te zien, dat tot zooveel verhuizingen aanleiding had gegeven? Zou +men de waarneming tot het volgende jaar moeten uitstellen? Of moest +men haar hardnekkig in andere luchtstreken gaan vervolgen? + +Waarlijk, het was zoowel voor miss Campbell als voor Olivier Sinclair +om er kregel van te worden. Beiden waren ernstig woedend dat de +gezichteinder der Hebriden steeds beneveld was. + +Zoo gingen de vier eerste dagen van de nevelachtige Septembermaand +voorbij. + +Iederen avond waren miss Campbell, Olivier Sinclair, broeder Sam, +broeder Sib, juffrouw Bess en Partridge, op de een of andere rots +waartegen de golfjes klotsten, gezeten, en woonden den ondergang bij +der zon, die meestal plaats had te midden van bewonderenswaardige +lichteffecten, oneindig prachtvoller, dan wanneer de hemel volmaakt +helder ware geweest. + +Een kunstenaarsziel moet de verheven schouwspelen toejuichen, die +zich iederen avond bij het dalen der zon ontwikkelen, wanneer de +oogenverblindende kleurenschaal, die als van de eene wolk tot de +andere overgaat, van het violette af, dat in het toppunt verschijnt, +tot het gulden rood van den horizon, zich voor het oog vertoont, +wanneer de vuurweerkaatsingen zich op de wolken als op gloeiende +rotsen laten waarnemen, wanneer die wolken de zonneschijf schijnen +aantetasten en haar laatste stralen opslorpen, vooral die welke onze +waarnemers zoo gaarne gezien hadden. + +Wanneer dan na de verdwijning van de dagvorstin allen opstonden, +dan gevoelden zij zich teleurgesteld, evenals de toeschouwers van +een tooverballet, waarvan het sloteffect door de schuld van den +tooneelwerktuigkundige gemist was, en keerden zij naar de herberg +»het wapen van Duncan" terug. + +»Tot morgen!" zei miss Campbell. + +»Tot morgen!" antwoordden de beide ooms. »Wij hebben een voorgevoel, +dat morgen...." + +Iederen avond hadden de gebroeders Melvill een voorgevoel en iederen +avond kwam dat bedrogen uit. + +De dag van den 5den September begon evenwel prachtig. De morgennevel +loste zich door de warmte van de eerste zonnestralen op. + +De wijzer van den barometer, die reeds sedert eenige dagen +vooruitgaande was, rees nog en bleef op »bestendig". Het was niet meer +warm genoeg om de luchttrilling te doen ontstaan, die in de heete +zomerdagen wordt waargenomen. De droogte van den dampkring was dien +dag bij de oppervlakte der zee gelijk aan die, welke op een berg, +eenige duizenden voeten hoog, te midden van ijle lucht te vinden was. + +Het zou onmogelijk zijn de angstige spanning te schetsen, waarmede +allen de verschillende overgangstijdperken op dien dag nagingen. Met +welk kloppend hart zij uitkeken of niet eenige wolk in het uitspansel +was te bespeuren, is niet te beschrijven. En het zou vermetel genoemd +moeten worden, te trachten weer te geven, met welke benauwdheid zij +de zonnebaan gadesloegen. + +Gelukkig blies de bries zacht, maar bestendig van de landzij. Terwijl +zij over de bergen heenstreek of langs de oppervlakte der weilanden +gleed, kon zij geen waterdeelen opnemen, zooals zij doet, wanneer +zij over den uitgestrekten Oceaan waait en die zij dan ook aanbrengt, +wanneer zij van den zeekant komt. + +Maar wat viel die dag lang! Miss Campbell kon onmogelijk rustig op +haar plaats blijven. Zij gaf niets om de warmte, maar trippelde heen +en weer, terwijl Olivier Sinclair op de hoogste punten van het eiland +ronddwaalde, om een ruimeren gezichtskring te hebben. De twee ooms +snoven met hun beiden een geheele snuifdoos leeg en Partridge, alsof +hij een schildwacht op post was, had de houding aangenomen van een +onbezoldigd rijksveldwachter, die de hemelsche dreven moest bewaken. + +Men was overeengekomen, dien dag te vijf uur te dineeren, om bij tijds +op den waarnemingspost te kunnen zijn. De zon zou eerst ten zes uren +negen en veertig minuten ondergaan, men zou dan tijd genoeg hebben, +om haar op dat oogenblik te kunnen volgen. + +»Ik geloof, dat wij den straal dezen keer te pakken krijgen!" zei +broeder Sam, terwijl hij zich in de handen wreef. + +»Dat geloof ik ook!" bevestigde broeder Sib, met hetzelfde gebaar. + +Tegen drie uur ongeveer ontstond er een loos alarm. Een dikke +nevelvlok, met den vorm van een saamgepakte wolk, kwam in het oosten +op en dreef door de landbries voortgestuwd naar den Oceaan. + +Miss Campbell zag haar het eerst. Zij kon een kreet van teleurstelling +niet onderdrukken. + +»O! het is alleen die wolk," zei een harer ooms. »Van die hebben wij +niets te vreezen. Zij zal spoedig opgelost worden...." + +»Of zij spoedt sneller dan de zon voort," beaamde Olivier Sinclair, +»en zal vóór haar achter den horizon verdwijnen." + +»Maar is de wolk de voorloopster niet van een mistbank?" vroeg miss +Campbell. + +»Dat zullen we moeten afwachten." + +Olivier Sinclair spoedde zich wat hij loopen kon, naar de +kloosterbouwvallen. Van daar kon zijn blik meer oostwaarts tot ver +achter de bergen van Mull doordringen. + +Die bergen staken scherp af tegen het blauw der lucht, hun kam scheen +een met potlood getrokken lijn op een volmaakt zuiveren achtergrond. + +Er waren geen andere dampen in het uitspansel, en de scherpe omtrek +van den Ben More, die zich op drie duizend voet boven de oppervlakte +van de zee verheft, was door geen nevellagen verduisterd. + +Olivier Sinclair kwam een half uur later met geruststellende +verzekeringen terug. Die wolk was slechts een verloren vlokje in de +ruimte. In den drogen dampkring zou zij zich niet kunnen uitbreiden +en onderweg wel opgelost worden. + +De witachtige vlok schreed evenwel naar het zenith voort. Het verwekte +algemeen misnoegen, dat die wolk juist de baan der zon volgde. Zij +naderde haar reeds onder den invloed der bries. Terwijl zij in de +ruimte voortgleed, wijzigden zich haar vormen onder den aandrang van +de tegenbewegingen in den luchtstroom. Eerst had zij den vorm van een +hondskop, daarna van een platvisch, zoo iets als van een reuzenrog; +toen rolde zij zich op als een bal, was donker in het midden en +schitterend aan haren zoom. Eindelijk bereikte zij de zonneschijf en +schoof er voor. + +Een kreet ontsnapte miss Campbell. Zij strekte haar beide armen ten +hemel uit. + +De schitterende dagvorstin, achter dat gordijn van dampen verborgen, +schoot geen enkele harer stralen op het eiland af. Jona, buiten +den direkten uitstralingskegel gelegen, was door een breede schaduw +omsluierd. + +Maar die groote schaduw verplaatste zich. De zon verscheen weer in +haren vollen glans. De wolk daalde naar den horizon. Zij zou dien +zelfs niet bereiken; zij verdween als door een opening, die in den +hemel als het ware geboord was. + +»Eindelijk is zij weg!" riep het jonge meisje, »en God geve, dat zij +door geen andere gevolgd worde!" + +»Neen, miss Campbell, wees daaromtrent gerustgesteld," antwoordde +Olivier Sinclair. »Dat die wolk zoo spoedig en op deze wijze verdwenen +is, kan als bewijs gerekend worden, dat er geen andere dampen in de +lucht zijn, en dus de ruimte in het westen volmaakt zuiver is." + +Ten zes uur des avonds waren de waarnemers op een open plek +gegroepeerd, op hun post. + +Dat was een plek op het noordelijkste uiteinde van het eiland, +op den hoogsten top van den Abtsheuvel. Van dien top kon de blik +in het oosten als in een kring het hooger gedeelte van het eiland +Mull omvatten. Ten noorden verscheen het eilandje Staffa als een +ontzaglijke schildpadschaal, die in de Hebridische wateren gestrand +zou zijn. Iets verder verschenen Elva en Gometra als afgescheurde +gedeelten van de kuststreek van het groote eiland. Naar den kant van +het westen, het zuidwesten en het noordwesten was niets te zien dan de +onmetelijke zee. De zon daalde snel langs een schuine baan. De omtrek +van den gezichteinder vertoonde zich zwart, alsof hij met Chineeschen +inkt was getrokken. Aan den tegenovergestelden kant glinsterden al +de vensters van Jona vlammend, als de weerkaatsing van een brand, +welker vlammen met gulden spitsen woedden. + +Miss Campbell en Olivier Sinclair, de gebroeders Melvill, juffrouw Bess +en Partridge, geboeid door dat overschoone schouwspel, zaten eerbiedig +stilzwijgend neder. Zij aanschouwden, terwijl zij de oogleden half +toeknepen, de schijf, die zich bij de waterlijn afplatte en den vorm +aannam van een scharlaken halven bol. Er was geen spoor van damp aan +den zeekant te zien. + +»Ik geloof, dat wij hem ditmaal te pakken hebben," begon broeder Sam. + +»Ik geloof het ook," antwoordde broeder Sib. + +»Stil, waarde ooms!..." riep miss Campbell. + +Zij zwegen en hielden hun adem in, alsof zij vreesden dat de +waterdeelen daarvan zich zouden kunnen verdichten en den vorm aannemen +eener wolk om den zonneschijn te benevelen. + +De zon had reeds den horizon met haren onderrand aangeraakt. Zij +verbreidde en verstrooide zich alsof zij inwendig met een lichtgevende +vloeistof gevuld was. + +Allen zogen als het ware hare laatste stralen op. + +Zoo moet Arago hebben zitten turen, toen hij in de woestenijen van +Palma op de kust van Spanje, het vuursignaal bespiedde, dat op den +top van het eiland Ivika moest verschijnen, om hem te veroorlooven +den laatsten driehoek zijner graadmeting te sluiten. + +Eindelijk bleef nog een klein segment van den bovensten boog boven +de watervlakte over. Nog weinige seconden, en de laatste straal zou +schitteren voor de oogen, die gereed waren hem op te vangen, en het +paradijsachtig groen laten schijnen!... + +Plotseling werden twee geweerschoten vernomen, die beneden aan den +heuvel te midden der rotsen van de kuststrook weerklonken. Men zag een +rookwolkje, tusschen welks kronkels een zwerm van zeevogels: meeuwen, +stormvogels en eiders, door ontijdige geweerschoten verschrikt, +rondfladderde. + +Die wolk steeg recht op en schoof als een gordijn tusschen den +gezichteinder en het eiland; zij zweefde voor de ondergaande zon, +juist op het oogenblik, dat zij haar laatsten lichtstraal over de +oppervlakte der wateren schoot. + +Men kon in dit oogenblik den onvermijdelijken Aristobulus Beerenkooi +op een punt van de steile kust bespeuren, die met het nog rookend +geweer in de handen, den vogelenzwerm met de oogen volgde. + +»O! ditmaal hebben we er genoeg van!" riep broeder Sib uit. + +»Neen, wij hebben er te veel van!" riep broeder Sam. + +»Ik had hem aan zijn rots moeten laten hangen," mompelde Olivier +Sinclair. »Dan zou hij ten minste hier niet zijn." + +Miss Campbell, staroogende en met de lippen op elkaar geklemd, sprak +geen enkel woord. + +Andermaal had zij door de schuld van Aristobulus Beerenkooi den +Groenen straal gemist. + + + + + + +XVII. + +AAN BOORD VAN DE »CLORINDA". + + +Den volgenden morgen reeds ten zes uur vertrok uit de kleine haven van +Jona de Clorinda, een bevallig vaartuig van vijfenveertig of vijftig +ton, dat bij een lichte noordwesterbries, met stuurboordshalzen over, +zoo scherp mogelijk bij den wind de open zee trachtte te bereiken. + +De Clorinda had miss Campbell, Olivier Sinclair, broeder Sam, broeder +Sib, juffrouw Bess en Partridge aan boord. + +Er behoeft niet bijgevoegd, dat de onhandige Aristobulus Beerenkooi +te huis was gelaten. + +Ziehier wat men overeengekomen was en waartoe men onmiddellijk na +het voorval van daags te voren had besloten. + +Terwijl men den Abtsheuvel afdaalde om zich naar de herberg te begeven, +had miss Campbell kortaf gezegd: + +»Waarde ooms, daar mijnheer Beerenkooi in weerwil van alles, te +Jona wenscht te blijven, zullen wij mijnheer Aristobulus Beerenkooi +te Jona laten. Door zijn schuld hebben wij een eerste maal te Oban, +een tweede maal hier te Jona onze waarneming gemist. Wij blijven geen +oogenblik langer op een plaats waar die lastige man zijn onhandigheid +laat blijken." + +Tegen dit voorstel, zoo kortaf en helder uitgesproken, hadden de +gebroeders Melvill niets in het midden te brengen. Zij deelden ook het +algemeen misnoegen en verwenschten Aristobulus Beerenkooi. De toekomst +was inderdaad voor hun gunsteling verloren. Nooit zou miss Campbell +voortaan iets van hem willen hooren. Zij gevoelden het, zij moesten +de hoop op de vervulling van hun plan, dat onmogelijk geworden was, +laten varen. + +»Welnu, alles wel beschouwd," merkte broeder Sam tot broeder Sib, +dien hij tot een apartje genoodigd had, zacht fluisterend op, »zulke +onvoorzichtige beloften zijn geen ijzeren handboeien!" + +Wat met andere woorden beteekende, dat men nimmer door een +voorbarig uitgesproken toezegging zich onherroepelijk gebonden kan +achten. Broeder Sib had dan ook met een afdoend gebaar zijn goedkeuring +aan dit Schotsche spreekwoord geschonken. + +Toen men elkander goeden nacht wenschte in de algemeene zaal van het +wapen van Duncan, had miss Campbell gezegd: + +»Wij zullen morgen ochtend vertrekken; ik blijf geen dag meer hier!" + +»Goed, dat is uitgemaakt, waarde Helena," antwoordde broeder Sam; +»maar waarheen zullen wij gaan?" + +»Dat is mij onverschillig. Slechts daarheen, waar wij zeker zijn dien +mijnheer Beerenkooi niet te ontmoeten." + +»Het is dus van groot gewicht dat niemand wete, dat wij Jona verlaten +en nog minder waar we naar toe gaan. Zou de Schotsche kust niet ergens +een onbewoonde en onbewoonbare plek kunnen aanbieden, waar wij onze +waarnemingen konden voortzetten?" + +Voorzeker zouden de gebroeders Melvill met hun tweeën die dubbele +vraag, die noch uitvluchten, noch nevengedachten gedoogde, niet hebben +kunnen beantwoorden. + +Maar Olivier Sinclair was daar--en gelukkig ook. + +»Miss Campbell," zei hij, »alles kan terecht komen. Ziehier, hoe. Hier +in de nabijheid is een eiland, of beter gezegd een eilandje gelegen, +dat voor onze waarnemingen zeer geschikt is. Op dat eilandje zal geen +mensch ons komen storen." + +»Hoe heet dat eiland?" + +»Staffa is de naam. Gij kunt het van hier zien op hoogstens twee +mijlen afstands ten noorden van Jona." + +»Kan men er leven, en bestaat er mogelijkheid om er heen te +komen?" vroeg miss Campbell. + +»Ja, en zeer gemakkelijk zelfs," antwoordde Olivier Sinclair. »Ik heb +in de haven van Jona een van die jachten gezien, die steeds gereed +zijn om zee te kiezen, zooals men in iedere engelsche haven gedurende +het zomerseizoen aantreft. De kapitein en verdere bemanning zijn +geheel ter beschikking van den eersten den besten toerist, die hunne +diensten, hetzij voor het Kanaal, voor de Noordzee of voor de Iersche +zee wenscht te gebruiken. Welnu, wat belet ons, om dat jacht te huren, +er de noodige provisiën voor een veertien dagen in te schepen, daar +Staffa hoegenaamd geen hulpmiddelen aanbiedt, en reeds morgen bij +het aanbreken van den dag te vertrekken?" + +»Mijnheer Sinclair," hernam miss Campbell, »wanneer wij morgen +dit eiland in het geheim verlaten zullen hebben, zal ik u oprechte +dankbaarheid verschuldigd zijn." + +»Morgen vóór het middaguur zullen wij, wanneer ten minste wat bries, +bij het doorkomen der zon, opsteekt, te Staffa zijn," betuigde +Olivier Sinclair. »Daar zullen wij, behalve op de toeristendagen, +die tweemaal per week plaats hebben en dan slechts een uur duren, +door niemand gestoord worden." + +Volgens oude gewoonte der gebroeders Melvill, klonken de bijnamen +van de huishoudster weer: + +»Bet!" + +»Beth!" + +»Bess!" + +»Betsy!" + +»Betty!" + +Juffrouw Bess verscheen ditmaal terstond. + +»Wij vertrekken morgen!" zei broeder Sam. + +»Morgen, bij het krieken van den dag!" vulde broeder Sib aan. + +Dat was voldoende; zonder naar meer te vragen, beijverden juffrouw Bess +en Partridge zich, alles dadelijk voor het vertrek gereed te maken. + +Middelerwijl ging Olivier Sinclair naar de haven en trof daar de +noodige beschikkingen met John Olduck. + +John Olduck was de kapitein van de Clorinda, een echte zeerob met zijn +ouderwetsch mutsje met gouden lis op het hoofd, zijn buisje met metalen +knoopen en zijn broek van grof blauw laken. Zoodra de zaak haar beslag +had gekregen, beijverden hij en zijn zes matrozen zich, om alles voor +het vertrek in gereedheid te brengen. Het was uitgelezen volk, dat +aan boord was, en zich gedurende den winter aan de visscherij wijdde, +maar des zomers een bemanning van een onbetwistbare voortreffelijkheid +boven al de zeelieden van andere landen voor de pleiziervaart leverde. + +Ten zes uur des morgens scheepten zich de nieuwe passagiers van de +Clorinda in, zonder iets, aan wien ook, gezegd te hebben, omtrent +de bestemming van het jacht. Men had zich meester gemaakt van al de +levensmiddelen, versch vleesch of verduurzaamd en van al de dranken, +die maar te krijgen waren. Daarenboven zou de kok van de Clorinda +nog steeds het hulpmiddel hebben om den voorraad aan te vullen uit de +stoomboot, die den geregelden dienst van Oban naar Staffa onderhoudt. + +Miss Campbell had bij het aanbreken van den dag bezit genomen van een +lief en bevallig kamertje, dat zich in het achteruit van het jacht +bevond. De beide broeders betrokken de hutten van de »Main Cabin," +die in de nabijheid van het salon in het breedste gedeelte van het +schip zeer gemakkelijk ingericht waren. Olivier Sinclair had een hut +achter de groote trap, die naar het salon voerde. Ter weerszijde +van de eetzaal, waarin de groote mast stond, beschikten juffrouw +Bess en Partridge ieder over een kribkooi. Meer vooruit stond de +keuken in wier nabijheid de kok logeerde. Nog verder vooruit bevond +zich het matrozen-logies, waarin de noodige hangmatten voor de zes +matrozen. Niets ontbrak aan dit fraaie vaartuig, dat door Rotsey en +Cowes gebouwd was. Bij gladde zee en stijve bries had het steeds eer +ingelegd tijdens de zeilwedstrijden van de »Royal Thames yacht Club." + +Het was een waar genoegen voor allen, toen de Clorinda zeil gemaakt +had en, nadat haar anker gelicht was, den wind begon te vatten in +haar groot zeil, haar achterzeil, haar stagfok en vlieger. Zij boog +bevallig onder den druk der bries, zonder dat haar witgeschuurd dek, +van Canada-pijnboomen dekbalken vervaardigd, ook maar een spatje +overnam van de golfjes, welke door den steven gesneden werden, die +zich loodrecht boven de waterlijn verhief. + +De afstand, die deze beiden Hebriden-eilanden Jona en Staffa van +elkander scheidt, is zeer klein. Met goeden wind zouden twintig à +vijfentwintig minuten voldoende zijn geweest om dien af te leggen voor +een jacht, dat zonder moeite en zonder met zeil overladen te worden, +zijn acht mijlen loopt in het uur. Maar het had in dit oogenblik den +wind, die slechts flauw blies, tegen; de eb liep en het was tegen een +vrij merkbaren stroom in, dat gelaveerd moest worden om ter hoogte +van Staffa te komen. + +Maar dat alles kon miss Campbell weinig schelen. Dat de Clorinda +onder zeil was, kon als het voornaamste gerekend worden. Een uur +later was Jona in den morgennevel verdwenen en met dat eiland ook +het verafschuwde beeld van dien plezier-bederver, wiens naam Helena +zelfs wilde vergeten. + +Openhartig bekende zij dat aan haar ooms: + +»Heb ik geen gelijk, papa Sam?" + +»Volkomen gelijk, mijn waarde Helena." + +»En keurt mama Sib mijn meening niet goed?" + +»Ten volle." + +»Welnu," voegde zij er bij, terwijl zij aan ieder hunner een zoen gaf, +»gij moet mij toch toegeven, dat ooms, die mij zoo'n man wilden doen +huwen, een wonderlijk denkbeeld gekoesterd hebben." + +Beiden ontkenden het niet. + +Alles wel beschouwd, was het een overheerlijke spelevaart, waaraan +slechts het gebrek kleefde van te kort te duren. Maar wie belette +die te verlengen en het vaartuig den Groenen Straal te gemoet te +laten gaan, hem in den vollen Atlantischen Oceaan op te zoeken? Maar +neen! Men was overeengekomen naar Staffa te stevenen, en John Olduck +nam zijn maatregelen, om dit eilandje, dat het meest beroemde van al de +Hebridische eilanden is, bij het doorkomen van den vloed te bereiken. + +Tegen acht uur, werd het eerste ontbijt, bestaande uit thee, boter en +»sandwich's" in de eetzaal van de Clorinda voorgezet. De gasten allen +goed gemutst, deden de tafel aan boord alle eer aan en betreurden +den wal niet. Die ondankbaren! + +Toen miss Campbell op het dek terug kwam, was het jacht over stag +gegaan en lag bakboord over. Het stevende naar den prachtigen vuurtoren +terug, die op de Skerryvoren rots gebouwd is en op honderd vijftig +voet boven hoogwater zijn licht van den eersten rang des nachts laat +schijnen. De bries stak op; de Clorinda worstelde onder haar groote +waterzeilen tegen den stroom, maar won weinig in de richting van +Staffa. En toch, zij »schoor als over de veeren", om de schotsche +uitdrukking te bezigen voor de snelheid van haar vaart. + +Miss Campbell had zich op een van de dikke kussens van grof linnen +uitgestrekt, die aan boord van alle britsche pleizier-vaartuigen +worden aangetroffen. Zij was verrukt over die snelheid van beweging, +die noch door het geschok van een straatweg, noch door het getril +van een spoorweg veronaangenaamd werd, over de snelheid, als van een +schaatsenrijder, die met volle vaart over de spiegelgladde oppervlakte +heenglijdt van een bevroren meer. Niets was bevalliger te zien dan +de elegante Clorinda, die lichtelijk over één zij gebogen, met de +deining op en neer ging. Soms scheen zij in de lucht te zweven als +een buitengewoon groote vogel, die door zijn machtige wieken wordt +gedragen. + +De zee, waarop men voer, was van het noorden naar het zuiden door de +groote Hebriden en ten oosten door de vaste kust gedekt. Zij vormt daar +een binnenwater, welks oppervlakte door de bries nog niet was bewogen. + +Het jacht liep in schuine richting op het eiland Staffa aan, dat zich +voordoet als een groote dikke rots, die eenzaam meer zeewaarts van het +eiland Mull is gelegen en zich niet hooger dan honderd voet boven de +hoogste springvloeden verheft. Men kon gelooven, dat die rots het was, +die van plaats veranderde en nu eens haar steile basaltachtige oevers +van den westkant en dan weer de ruwe opeenstapeling van rotsblokken op +haren oostkant te zien gaf. Door een soort van gezichtsbedrog scheen +zij te draaien op haar grondvlak naar gelang de hoeken, waaronder de +Clorinda haar nu eens naderde en dan zich weer van haar verwijderde. + +Toch won het jacht een weinig, in weerwil van den stroom en van +de bries. Wanneer het buiten de uiterste punten van Mull westwaarts +opstevende, dan schudde de zee het heviger, maar het hield zich daarbij +uitstekend tegen den golfslag, die uit volle zee aanrolde. Bij den +volgenden slag kwam het weer in stiller water, die het bewoog als +ware het de wieg van een pasgeboren kind. + +Tegen elf uur was de Clorinda genoegzaam in het noorden opgestoken om +te kunnen afhouden op Staffa. De schooten werden gevierd, de vlieger +gegeid en de kapitein maakte zich gereed om ten anker te gaan. + +Er is geen haven te Staffa, maar het is bij alle winden aldaar +gemakkelijk langs de steile oostkust te glijden, te midden van de +grillig verspreide rotsen ten tijde der schommelingen van de aardkorst +in de geologische tijdperken. Evenwel zou het bij zeer bar weer een +zeer slecht vaarwater zijn voor een vaartuig van een zekeren diepgang. + +De Clorinda stevende dus vrij dicht langs een opeenhooping van +zware basaltrotsen. Zij bewoog zich behendig, liet ter eene zijde +de Bouchaillie rots liggen, aan wier voet bij den lagen stand der +eb, de prismatische zuilen, die als in bundels zijn samengevat +boven water uitsteken, aan de andere zijde den straatweg, die ter +linkerzij langs de kuststrook voert. Daar is de beste ankerplaats +van het geheele eiland, daar nemen de sloepen de toeristen weer op, +die zij aangebracht hebben, na hun wandeling op de hoogten van Staffa. + +De Clorinda drong een kleine kreek binnen, bijna aan den ingang van de +Clam-Shell-grot gelegen. De zeilen werden geborgen en weldra plompte +het anker in het water en vond een goeden ankergrond. + +Miss Campbell en haar metgezellen ontscheepten een oogenblik later op +de eerste treden van basalt ter linkerzijde van de grot. Een houten +trap, voorzien van een stevige leuning, voerde van de oppervlakte +der zee tot op den afgeronden top van het eiland. + +Allen klommen daar langs op en bereikten het bovenste plat. + +Zij waren alzoo eindelijk te Staffa en zoodanig van de bewoonde wereld +afgescheiden, alsof een storm hen op het meest verlaten eiland der +Stille Zuidzee had geworpen. + + + + + + +XVIII. + +STAFFA. + + +Staffa is maar een eilandje, dat 's waar; maar de natuur heeft er +het meest belangwekkende van den geheelen Hebriden-Archipel van +gemaakt. Het groote eivormige rotsblok, dat een mijl lang en een +halve breed is, verbergt onder zijn korst bewonderenswaardige grotten +van basaltischen oorsprong. Het is dan ook een zeer gezocht punt van +samenkomst, zoowel voor de geologen, als voor de toeristen. Noch miss +Campbell noch de gebroeders Melvill hadden evenwel vroeger Staffa +bezocht. Alleen Olivier Sinclair kende er de bewonderenswaardigheden +van. Hij was dus de aangewezen persoon om de eer van het eiland op te +houden, waarheen zij gekomen waren om voor eenige dagen gastvrijheid +te genieten. + +De rots heeft alleen het aanzijn te danken aan de kristalvorming van +een overgrooten basaltknoest, die daar in de eerste tijdperken van +wording der aardkorst gestold is. En dat dagteekent niet van gisteren; +want volgens de waarnemingen van Hemholtz--welke als gevolgtrekkingen +van de proefnemingen van Bisschof over de afkoeling van den basalt, +die niet in gesmolten toestand heeft kunnen voorkomen dan bij een hitte +van twee duizend graden, te beschouwen zijn--is er niet minder noodig +geweest om de geheele afkoeling van dat blok te bewerken, dan drie +honderd vijftig millioen jaren. Het is dus fabelachtig lang geleden, +dat de aarde na eerst in den gasvormigen, daarna in den vloeibaren +toestand bestaan te hebben, begon met een vaste korst te vertoonen. + +Zoo Aristobulus Beerenkooi tegenwoordig ware geweest, zou hij +stof te over hebben gehad voor de een of andere verhandeling over +de verschijnselen uit de geologische tijdperken. Maar gelukkig was +hij ver af; miss Campbell dacht niet meer aan hem en, broeder Sam +fluisterde in het oor van broeder Sib: + +»Men moet die vlieg stil op den muur laten zitten." + +Schotsch spreekwoord: gelijk aan het Nederlandsche: »men moet geen +slapende honden wakker maken.". + +Men vergenoegde zich met rond te kijken en men keek elkaar ook +eens aan. + +»Wij moeten eerst bezit nemen van ons nieuw domein," zei Olivier +Sinclair. + +»Zonder uit het oog te verliezen, waarom wij er gekomen zijn," sprak +miss Campbell met een bekoorlijken glimlach. + +»Zonder dat uit het oog te verliezen, zou ik meenen!" bevestigde +Olivier Sinclair. »Kom, laat ons een waarnemingspost kiezen en nagaan +welken gezichteinder zich westwaarts van ons eiland uitstrekt." + +»Zeker," zei miss Campbell. »Maar de lucht is een weinig beneveld +vandaag. Ik geloof niet, dat wij gunstige verwachtingen van den +zons-ondergang te koesteren hebben." + +»Wij kunnen wachten, miss Campbell, en willen dit, desnoods totdat +de equinoxiable stormen intreden." + +»Ja, wij zullen wachten!" verzekerden de gebroeders Melvill,... »tenzij +Helena bevelen geeft te vertrekken." + +»Oh! ik heb geen haast," antwoordde het jonge meisje, dat zich +sedert hun vertrek van Jona zeer gelukkig gevoelde. »Neen, ik heb +geen haast. De ligging van dit eilandje is heerlijk. Een villa, die +hier op dit weiland, dat zich als een fraai groen tapijt uitstrekt, +gebouwd werd, zou niet onaangenaam te bewonen zijn, zelfs wanneer +de windvlagen, die Amerika ons zoo mild toezendt, over de rotsen van +Staffa huilen." + +»Hm! hm! die moeten toch schrikkelijk zijn, hier op die uiterste +grens van den Atlantischen Oceaan!" zei broeder Sib. + +»En dat zijn ze ook waarlijk," verzekerde Olivier Sinclair. »Staffa +staat geheel en al bloot aan al de winden, die uit volle zee waaien +en biedt slechts eenige beschutting op zijn oosterstrand aan, aan de +zijde, waar de Clorinda voor anker ligt. Het slechte seizoen duurt +negen maanden van de twaalf op dit gedeelte van den Atlantischen +Oceaan. + +»Dat is zeker de reden," merkte broeder Sam op, »dat wij geen enkelen +boom bespeuren. Iedere plant moet hier op dit plateau te niet gaan, +wanneer zij zich slechts weinige voeten boven den grond verheft." + +»Welnu, zou het u niet kunnen bekoren, hier op dit eilandje twee of +drie zomermaanden door te brengen?" vroeg miss Campbell.--»Gij moest +Staffa koopen, oompjeslief, wanneer Staffa te koop is." + +Broeder Sam en broeder Sib hadden reeds de hand in den zak gestoken, +alsof het dadelijk gold, dien aankoop komptant te betalen en handelden +daarbij als ooms, die geen enkele gril hunner nicht onvervuld willen +laten. + +»Wien behoort Staffa?" vroeg broeder Sib. + +»Aan de familie der Mac Donald's," antwoordde Olivier Sinclair. »Zij +verpacht het voor twaalf pond (honderd vier en veertig gulden) 's +jaars; maar ik geloof, dat zij het voor geen som ter wereld zouden +willen verkoopen." + +»Dat 's jammer!" zei miss Campbell, die, zooals men weet, van een +geestdriftvolle geaardheid was en zich nu in een geestesvervoering +bevond, die haar opgetogenheid nog vermeerderde. + +Al keuvelende doorkruisten de nieuwe gasten van Staffa de oneffen +oppervlakte van hun eiland, die hier en daar met groenende grasstrooken +bedeeld is. Het was de dag niet, door de Stoomvaart-maatschappij te +Oban bestemd voor het bezoek der kleine Hebriden. Miss Campbell en haar +geleiders hadden dan ook niets te vreezen van lastige toeristen. Zij +bevonden zich alleen op de eenzame rots. Eenige paarden van zeer klein +ras en enkele zwarte koeien graasden er en vonden in het magere gras +niet veel voedsel. Hier en daar staken lava-beddingen door de dunne +humuslaag heen. Geen herder paste op die dieren en bewaakte men de +viervoetige eilandbewoners, dan was het van uit de verte--misschien +van Jona of zelfs van de kuststrook van Mull, dat vijftien mijlen +oostwaarts gelegen is. + +Er was ook geen huis te bekennen. Alleen stonden er de overblijfselen +eener hut, welke door de verschrikkelijke stormen, die zich +gewoonlijk tusschen de herfst- en lente-evening ontketenen, verwoest +was. Waarlijk, twaalf pond was een mooie pachtschat voor eenige +bunders weiland, dat er geschoren uitzag, alsof het oud fluweel was, +dat tot op den ketting was versleten. + +Het onderzoek van de oppervlakte van het eilandje was gauw genoeg +afgeloopen; men kon toen overgaan om den gezichteinder waar te nemen. + +Klaarblijkelijk had men dien avond niets van den zonsondergang +te verwachten. Met de veranderlijkheid, die de Septemberdagen +kenschetsen, was de hemel, die daags te voren zoo helder was, weer +geheel beneveld. Tegen zes uur vertoonden zich eenige roodachtige +wolken, van de soort, die een aanstaande storing in den dampkring +aanduiden, en ontdekten zij den westelijken horizon. De gebroeders +Melvill moesten zelfs, hoewel tot hun leedwezen, erkennen dat de +aneroïde barometer van de Clorinda naar »veranderlijk" terugkeerde, +en zelfs een neiging vertoonde dat te overschrijden. + +Allen keerden dan ook naar boord terug, nadat de zon was ondergegaan +achter een donkere kim, die door de deinende golven, welke uit volle +zee aanrolden, nog onzuiverder gemaakt was. De nacht werd rustig +doorgebracht in de kleine kreek, die door de ribben van Clam-Shell +gevormd was. + +Daags daarna, den 7den September, werd tot een zeer ernstige +verkenning van het eilandje besloten. Na het onderzoek van het +bovendek, betaamde het, dat hetgeen er onder zat ook doorsnuffeld +werd. Moest men den tijd niet dooden, nu door een waar noodlot--alleen +aan Aristobulus Beerenkooi te wijten--tot nu toe de waarneming van het +natuurverschijnsel verhinderd was? Daarenboven, zou men het uitstapje +naar de grotten, die dat onnoozel eilandje der Hebriden zoo beroemd +gemaakt hebben, niet behoeven te betreuren. + +Allereerst werd dien dag overgegaan om den kelder van Clam-Shell, +voor welks opening het jacht ten anker lag te onderzoeken. De kok nam, +op raadgeving van Olivier Sinclair, alle voorbereidende maatregelen om +zelfs het ontbijt daarin te kunnen voordienen. Daar zouden de gasten +wanen, in het hol van een schip opgesloten te zitten. En inderdaad, +die veertig of vijftig voet lange prisma's, die als het geraamte +der grot vormden, konden zeer wel met de gebinten van een schip +vergeleken worden. + +De grot, welke dertig voet hoog, vijftien breed en honderd diep was, +kon gemakkelijk binnen gedrongen worden. Haar opening is nagenoeg +oostwaarts gekeerd, waardoor zij tegen de stormvlagen gedekt is. De +groote golven, die door de orkanen in de andere grotten van het +eilandje gezweept worden, konden haar niet bereiken. Maar zij was +daarom wellicht niet minder belangwekkend. + +En toch is de aard van die basaltbogen, die eerder door 's menschen +handen dan door de natuur gevormd schijnen, wel geschikt om bewondering +uit te lokken. + +Miss Campbell was zeer opgetogen over haar bezoek aan die grot. Olivier +Sinclair deed haar de schoonheden van Clam Shell opmerken, met minder +wetenschappelijken omhaal den Aristobulus Beerenkooi zulks zou gedaan +hebben, maar daarentegen met meer kunstzin voorzeker. + +»Ik wenschte wel een herinnering aan ons bezoek aan de Clam-Shell-grot +te hebben," zei miss Campbell. + +»Niets is gemakkelijker," antwoordde Olivier Sinclair. + +En met weinige potloodstreepen vervaardigde hij een schets van de +grot genomen van de rots, die aan het uiteinde van den basaltweg +uitsteekt. De opening der grot, het uiterlijke van een overgroot +zee-zoogdier, dat afgaande op de wanden tot geraamte vergaan was; +de lichte trap, die naar den top van het eiland voert; het zoo stille +en zoo heldere water bij den ingang en waarin de geheele basaltmassa +zich spiegelt, dat alles werd heel kunstig op een albumblaadje te +voorschijn getooverd. + +De jeugdige schilder plaatste aan den voet der teekening het navolgend +onderschrift, dat volstrekt niet schaden kon: + + + Olivier Sinclair aan Miss Campbell. + + Staffa, 7 September 1881. + + +Toen het ontbijt genuttigd was, liet John Olduck de grootste der twee +sloepen van de Clorinda optuigen. De passagiers stapten er in, en, de +schilderachtige oevers van het eiland omzeilende, begaven zij zich naar +de grot de Schuit, aldus genaamd, omdat de zee de geheele binnenruimte +bespoelt en men er niet zonder vaartuig binnen kan dringen. + +Deze grot is op het zuidwestelijk gedeelte van het eiland gelegen. Bij +eenigszins hooggaande deining, zoude het zeer onvoorzichtig zijn +er in te varen; want dan is de beweging van het water daarbinnen +hevig. Maar dien dag was de wind nog niet opgestoken, hoewel het +dreigend weer was. Het bezoek aan die grot leverde dus geen gevaar op. + +Juist toen de sloep van de Clorinda vóór de opening van die diepe +uitholling was aangekomen, liet de stoomboot, met toeristen van Oban +bevracht, haar anker in het gezicht van het eiland vallen. Gelukkig +zouden onze vrienden, gedurende het tijdsverloop van twee uur, dat +Staffa aan de passagiers van de Pioneer toebehoorde, niet gehinderd +worden. Zij bleven onopgemerkt in hunne grot de Schuit, terwijl de +anderen het voorgeschreven bezoek aan de Fingalsgrot brachten en de +oppervlakte van het eiland doorkruisten. De gelegenheid ontbrak dus, +om met die wel wat levendige bezoekers in aanraking te komen, waarover +miss Campbell en haar metgezellen niet rouwig waren. En inderdaad, +waarom zou Aristobulus Beerenkooi, nadat zijn reisgezellen zoo +plotseling verdwenen waren, niet aan boord van de stoomboot, die te +Jona aanlegde, gestapt zijn, om naar Oban terug te keeren. Van alle +ontmoetingen, was men er wel op uit om die te mijden. + +Maar hoe het ook zij, of de teleurgestelde minnaar zich bevond onder +de bezoekers van den 7den September of niet, zooveel is zeker, dat +geen enkele op Staffa was teruggebleven, toen de stoomboot vertrokken +was. Toen miss Campbell, de gebroeders Melvill en Olivier Sinclair +uit de lange schacht traden, uit een soort tunnel zonder uitgang, +die in het basalt zou geboord zijn, was de kalmte op het rotsige +eiland Staffa, daar aan de uiterste grens van den Atlantischen Oceaan, +weergekeerd. + +Men gewaagt van een zeker aantal beroemde spelonken, die in +menige streek van den aardbol, maar voornamelijk in de vulkanische +aardlagen worden aangetroffen. Zij zijn, naarmate van hun oorsprong, +onderscheiden in neptunische of plutonische. + +En inderdaad, de eene soort van die holen is gevormd door de uitwerking +van het water, dat zelfs de granietmassa's invreet, afslijt, oplost, +zelfs zoodanig, dat uitgestrekte holen ontstaan. Zoo zijn de grotten +van Crozen in Bretagne, die van Bonifacio op Corsica, van Morghatten +in Noorwegen, van Sint Michiel te Gibraltar, van Saratchel op de kust +van het eiland Wight, van Han en Rochefort in België, van Tourana in +de steile marmerkust van Cochinchina. + +De andere soort, op geheel andere wijze gevormd, heeft haar ontstaan te +danken aan de inkrimping der graniet- of basalt-wanden, teweeggebracht +door de afkoeling van de heete rotsen in het plutonisch tijdperk. Zij +bezitten in den regel een grootscher karakter, dat aan de grotten +van neptunischen oorsprong ontbreekt. + +Bij de eerste heeft de natuur, haar grondbeginselen steeds getrouw, +krachtsinspanning, bij de tweede tijd bezuinigd. + +Onder de plutonische grotten, die door de werking van het vuur ontstaan +zijn, behoort in de eerste plaats genoemd de Fingal's grot--de Fingal's +kelder, zooals de prozaïsche uitdrukking der Engelschen luidt. + +Aan het bezoek van dat wereldwonder zou de volgende dag worden gewijd. + + + + + + +XIX. + +DE FINGAL'S GROT. + + +Indien de kapitein van de Clorinda gedurende de laatste vier en twintig +uren zich in een der havens van het Vereenigd Koninkrijk bevonden +had, zou hij kennis hebben bekomen van een meteorologisch bericht, +dat weinig geruststellends bevatte voor de schepen, die zich zeilende +of stoomende op dit gedeelte van den Atlantischen Oceaan bevonden. + +En inderdaad, de telegraaf van New-York had een stormvlaag +aangekondigd. Die stormvlaag dreigde, na den Atlantischen Oceaan van +het westen naar het noord-oosten te zijn overgestoken, zich met alle +woestheid op de kusten van Ierland en Schotland te werpen, alvorens +haar krachten op de kusten van Noorwegen te verspillen. + +Maar bij gebrek aan dat weerbericht, duidde de barometer van het +jacht toch een groote atmospherische stoornis aan, waarmede ieder +voorzichtig zeeman rekening moest houden. + +Dien morgen van den 8sten September dus beklom John Olduck, nog al +verontrust, den rotsrand, die Staffa in het westen begrenst, ten +einde den toestand van de zee en van den dampkring te onderzoeken. + +Wolken met zeer onscherpe vormen, eigenlijk meer nevelflarden joegen +reeds met groote snelheid door de luchtruimte. De bries stak meer +en meer op en zou weldra aangroeien tot storm. De zee, met schuim +overdekt, was melkwit. De golven braken met kracht op de basaltkegels, +die den grondslag van het eilandje vormen. + +John Olduck was lang niet gerustgesteld. Hoewel de Clorinda in de +kreek van Clam Shell eenigermate gedekt lag, zoo was dit toch geen +veilige ankerplaats, zelfs voor een vaartuig van geringe afmeting. De +aandrang van het water, dat tusschen de eilandjes en den ooster +straatweg gezweept werd, moest een zeer gevaarlijke branding doen +ontstaan, die den toestand van het jacht hachelijk zou maken. Het +was dus zaak een besluit te nemen, en dat wel spoedig ook, althans +voor dat de doorgangen tusschen de eilandjes door den zwaren golfslag +ontoegankelijk zouden zijn. + +Toen de kapitein aan boord terug was, vond hij zijn passagiers op het +dek vereenigd. Hij deelde hun zijn vermoedens mede en wees hen op de +noodzakelijkheid om zoo spoedig mogelijk het anker te lichten. Draalde +men daarmede, dan was het te vreezen, dat men een onhoudbare zee zou +vinden in de engte van vijftien mijlen breed, die Staffa van het +eiland Mull scheidt. En men moest achter dat eiland een toevlucht +gaan zoeken, meer in het bizonder in de kleine haven van Achnagraig, +waar de Clorinda niets dan de winden uit volle zee had te vreezen. + +»Staffa verlaten!" begon miss Campbell uit te roepen. »Zoo'n heerlijken +gezichteinder prijsgeven!" + +»Ik geloof, dat het zeer gevaarlijk zou zijn hier op de ankerplaats +van Clam Shell te blijven," antwoordde John Olduck. + +»Maar als het moet! waarde Helena," zei broeder Sam. + +»Ja, als het moet!" herhaalde broeder Sib. + +Olivier Sinclair, die het ongenoegen bespeurde, dat het overhaast +vertrek bij miss Campbell te weeg bracht, kwam tusschenbeide. + +»Kapitein Olduck," vroeg hij, »hoelang kan die storm duren?" + +»In dit jaargetij," antwoordde de kapitein, »hoogstens twee of +drie dagen." + +»En gij oordeelt het vertrek noodzakelijk?" + +»Noodzakelijk en daarbij spoed dringend!" + +»Wat zijn dan uw plannen?" + +»Om terstond onder zeil te gaan. Met den meer en meer opstekenden +wind zullen wij, voor dat de avond invalt, te Achnagraig zijn. Wij +kunnen te Staffa weerom komen, wanneer de storm overgewaaid is. + +»Maar waarom niet naar Jona teruggekeerd, wat de Clorinda binnen het +uur zou kunnen bereiken?" vroeg broeder Sam. + +»Neen... neen... in Godsnaam niet naar Jona!" riep miss Campbell, +die reeds de schaduw van Aristobulus Beerenkooi zag opdoemen. + +»Wij zouden in de haven van Jona niet veiliger zijn dan hier op de +ankerplaats van Staffa," merkte John Olduck op. + +»Welnu, vertrek, kapitein," zei Olivier Sinclair, »vertrek onmiddellijk +naar Achnagraig en laat ons hier te Staffa." + +»Hier te Staffa," antwoordde John Olduck. »Hier te Staffa, waar gij +zelfs geen huis hebt om in te schuilen!" + +»Zou de grot van Clam-Shell voor die weinige dagen niet voldoende +zijn?" hernam Olivier Sinclair. »Welk gebrek zullen wij daarin +hebben? Geen nietwaar? Wij hebben aan boord voldoenden leeftocht, +wij hebben het beddegoed onzer kooien, wij hebben kleêren genoeg tot +wisseling. Dat alles kan onmiddellijk ontscheept worden. En eindelijk +een kok; welnu, die zal niets liever doen dan bij ons blijven." + +»Ja!... ja!..." juichte miss Campbell, terwijl zij van vervoering +in de handen klapte. »Vertrek terstond met uw jacht naar Achnagraig +en laat ons hier te Staffa achter. Wij zullen hier als verlatenen +op een woest eiland zijn. Wij zullen er het leven van vrijwillige +schipbreukelingen leiden. Wij zullen den terugkeer van de Clorinda +bespieden met evenveel ontroering, met evenveel benauwdheden, met +evenveel doodsangsten als Robinson Crusoë ondervonden heeft, toen hij +een schip in volle zee ontwaarde en met inspanning van zijn geheel +gezichtsvermogen uitkeek of dat vaartuig zijn eiland naderde. Wat +zijn wij hier komen doen? Een roman in de werkelijkheid beleven, is +het niet zoo, mijnheer Sinclair? En, waarde oompjes, wat zal er meer +romanesk te bedenken zijn dan onze toestand hier? Daarenboven een +storm, een windvlaag doorstaan op dit dichterlijk eiland, het woelen +te mogen aanschouwen van deze noordelijke zee, den verheven strijd +der ontketende elementen te kunnen waarnemen. O! ik zou het mij mijn +geheele leven lang verwijten, zulke grootste natuurtafereelen gemist +te hebben! Vertrek dus, kapitein Olduck, wij blijven hier en zullen +u afwachten!" + +»Maar..." begonnen de gebroeders Melvill, wien dit vreesachtig woord +bijna te gelijker tijd ontsnapte. + +»Ik meen, dat de oompjes een tegenwerping willen maken," viel miss +Campbell in. »Ik geloof echter een middel te hebben om die tegenwerping +te bestrijden, en hen onfeilbaar tot mijn gevoelen over te halen." + +Zij stond op en gaf aan ieder hunner den morgenzoen. + +»Ziedaar, dat is voor u, oom Sam!" + +»En dit voor u, oom Sib!" + +»Ik wed dat niemand uwer nog iets in te brengen zal hebben!" + +De goede ooms dachten er niet meer aan nog een enkele tegenwerping te +maken. Zoodra het hunne nicht voegde om te Staffa te blijven, waarom +zou men dat verlangen niet inwilligen? Het kwam hun vreemd voor, +dat zij niet allereerst dat zoo eenvoudig, zoo natuurlijk denkbeeld +opgevat hadden, dat zoo goed aller belangen en aller inzichten +waarborgde en voldeed? + +Maar het denkbeeld was van Olivier Sinclair uitgegaan, en miss Campbell +vermeende hem daarvoor in het bizonder te moeten bedanken. + +Toen het besluit om te blijven genomen was, ontscheepten de matrozen +de voorwerpen, die voor het verblijf der toeristen op het eiland +benoodigd waren. Clam Shell was spoedig tot een voorloopige woning +hervormd en werd met den weidschen naam van Melvill House gedoopt. Men +zou er evengoed, ja zelfs beter zijn dan in de herberg van Jona. De kok +beijverde zich een doelmatige plek voor zijn keukenwerkzaamheden bij +den ingang der grot op te sporen, en vond die achter een uitstekende +rots, die tot dat doel klaarblijkelijk geschapen was. + +Toen verlieten miss Campbell met Olivier Sinclair en de gebroeders +Melvill, alsook juffrouw Bess en Partridge, de Clorinda, en liet John +Olduck het anker lichten, na de kleine vlet van het jacht, die den +toeristen van groot nut kon zijn om van de eene rots naar de andere +te komen, ter hunner beschikking gesteld te hebben. + +Een uur later was de Clorinda met dubbel gereefde zeilen en met +neergelaten stengen en onder haar stormfok onder weg en manoeuvreerde, +om het eiland Mull ten noorden te ronden, ten einde Achnagraig +langs de zeeëngte, die dat eiland van den vasten wal scheidt, te +bereiken. Haar passagiers, op het hoogste punt van Staffa staande, +volgden haar met de oogen, zoolang hun zulks mogelijk was. Onder den +druk van den wind stuurboord overhellende, geleek zij een witte meeuw, +die met rappe wiek de golftoppen scheert. Een half uur later was zij +achter het eilandje Gometra verdwenen. + +Maar, hoewel het weer dreigde, de dampkring was niet geheel en al +beneveld. De zon drong nog door de groote wolkenscheuren, die de wind +in het zenith veroorzaakte. Men kon nog over het eiland wandelen +en den voet der basaltrotsen, waarop het rust, rondom volgen. Het +eerste verlangen, dat miss Campbell te kennen gaf, was met hare ooms, +de gebroeders Melvill, evenwel onder geleidde van Olivier Sinclair, +de grot van Fingal te bezoeken. + +De toeristen, die van den kant van Jona aankomen, doen dit gewoonlijk +met de sloepen van de stoomboot van Oban. De mogelijkheid bestaat +evenwel, om tot in haar volle diepte door te dringen, wanneer men op +de rotsen ter rechter zijde ontscheepte, waar die als het ware eene +soort bruikbare kaai vormden. Men kon zelfs op dien oever zonder +vaartuig komen. + +Olivier Sinclair besloot dan ook om de grot langs dien kant binnen +te dringen, zonder de vlet van de Clorinda te gebruiken. + +Men verliet dus Clam Shell. Men nam den natuurlijken weg, die de +oostkust van het eiland omzoomt. Het uiteinde der loodrecht vlak +naast elkander staande achtkante spijlen of zuilen vormde, alsof +een ingenieur er zich mede bemoeid had, een stevigen en volkomen +drogen straatweg aan den voet der groote rotsen. De wandeling werd +al keuvelende afgelegd, terwijl men de eilandjes bewonderde, die +soms door de branding werden gestreeld en wier grondvlak toch in het +groene water tot op een groote diepte was te ontwaren. Er is geen +bewonderenswaardiger pad uittedenken dan de weg, die naar die grot +voert, welke overwaard is door den een of anderen held uit de Duizend +en één nacht bewoond te worden. + +Bij het zuid-oostelijke uiteinde van het eiland aangekomen, deed +Olivier Sinclair zijn metgezellen eenige natuurlijke treden opklimmen, +die de eeretrap van een paleis niet zouden ontsierd hebben. + +In den hoek van het trapportaal verheffen zich de buitenpijlers, die, +even als de zuilen van den kleinen tempel van Vesta te Rome, zich +tegen de wanden der grot groepeeren, maar zoodanig naast elkander +geplaatst zijn, dat zij het ruwe van den achtergrond bemantelen. Op +hun toppeneind rust het ontzaglijk rotsgevaarte, dat dien hoek van +het eilandje vormt. De schuine kloofvlakken dier rotsen, die volgens +de meetkundige doorsnee der sluitsteenen van een verwulfsel schijnen +gevormd te zijn, steken zonderling af bij den loodrechten stand der +zuilen, die haar dragen. + +Aan den voet van die traptreden rees en daalde de zee, wel is waar +nog rustig, maar toch reeds minder kalm en reeds onder den invloed +van het weer buiten, even als door de ademhaling van een levend wezen +bewogen. Daar weerkaatsten de geheele grondvesten van de vervaarlijke +rotsmassa hun beeld en wierpen een zwartachtige schaduw op de golvende +wateren. + +Op het boventrapportaal aangekomen, wendde Olivier Sinclair links om +en toonde aan miss Campbell een soort smalle kade, of beter een door +de natuur gevormde bank, die den wand tot bij het binnenste uiteinde +der grot volgde. Eene leuning, gedragen door ijzeren spijlen, die in +het basalt verankerd waren, diende tot handgeleide tusschen wand en +den scherpen rotskant van die smalle kade. + +»Oh!" zei miss Campbell, »die leuning bederft wel wat het tooverpaleis +van Fingal." + +»Maar wanneer zij nuttig is, moet men haar gebruiken," zei broeder Sam. + +»En zie, ik gebruik haar," vulde broeder Sib aan. + +Op raad van hun gids stonden de bezoekers een oogenblik stil bij den +ingang van Fingals' spelonk. + +Voor hen opende zich iets als een kerkgewelf, hoog en diep, gevuld +met een geheimzinnig halfduister. De afstand van de beide zijwanden, +aan het zeevlak genomen, bedroeg ongeveer vier en dertig voet. Ter +rechter en ter linker zijde verborgen basaltzuilen, de eene tegen de +andere gedrongen, zooals wel in sommige kathedralen uit het laatste +gedeelte van het gothische tijdperk waargenomen wordt, de massa der +stutmuren. Op de kapiteelen dier zuilen rustten de hellingen van +een onmetelijk ogiefvormig gewelf, dat bij haar sluitstuk zich ruim +vijftig voet boven den gemiddelden stand der water-oppervlakte verhief. + +Miss Campbell en hare metgezellen, opgetogen bij dat eerste gezicht, +moesten zich met geweld ontrukken aan hunne bewonderende beschouwing, +om dit uitsteeksel, dat de innerlijke bank vormde te volgen. + +Daar rangschikten zich in volmaakte orde honderden prismatische +zuilen, van ongelijken omvang, geheel gelijk aan de voortbrengselen +eener reusachtige kristalvorming. De fijne scherpe kanten komen zoo +zuiver uit, alsof de beitel eens beeldhouwers ze bewerkt heeft. In +de inspringende hoeken der eene sluiten de uitspringende hoeken der +anderen aan. Deze zijn drievlakkig, de andere vier- vijf- zes- en +zelfs zeven- en achtvlakkig, hetgeen bij de algemeene uniformiteit +van het bouwstuk toch eene afwisseling aanbiedt, die den kunstzin +der natuur voordeelig doet uitkomen. + +Het licht, van buiten binnendringende, speelt op al die veelvlakkige +hoeken. Op het binnenwater als door een spiegel teruggekaatst, +gevoed als het ware op de schitterende vlakken der onderzeesche +gesteenten, door de waterplanten groen of somber rood en helder geel +getint, ontlokte dat licht duizende schitteringen op de hoeken en +uitstekende punten der basaltrotsen, die de innerlijke nokken van dit +overgelijkelijk onderaardsche gewelf met onregelmatige vakken tooide. + +Binnen die grot heerschte een klankvolle stilte,--wanneer deze +twee woorden in zoo ééne uitdrukking aan elkander mogen gekoppeld +worden.--Dat is eene stilte, aan diepe holen eigen, die de bezoekers +niet poogden te storen. Slechts de wind deed er een stroom van +langgerekte akkoorden hooren, die uit eene droefgeestige serie van +halfnoten schijnen te bestaan, welke zich verheffen en dan langzaam +wegsterven. Men zou meenen al die prisma's onder dien machtigen +adem te hooren weerklinken evenals de triltonen van een machtigen +harp. Wellicht is aan dat zonderling geluid, de naam van An-Na-Vine, +»de geheimzinnige grot," zooals die spelonk in de keltische taal +genoemd wordt, te danken. + +»En welke naam zou haar beter voegen?" vroeg Olivier Sinclair, »daar +Fingal de vader van Ossian was, wiens genie de poëzie en de muziek +als in ééne kunst heeft weten te vereenigen." + +»Voorzeker," antwoordde broeder Sam, »maar zoo als Ossian het zelf +zeide: »Wanneer zal mijn oor den zang der barden hooren? Wanneer zal +mijn hart trillen en kloppen bij het verhaal van de heldendaden mijner +voorvaderen. De harp doet de bosschen van Sebora niet meer weergalmen!" + +»Ja," vulde broeder Sib aan, »het paleis is thans eenzaam en verlaten, +en de echo's zullen de gezangen van weleer niet meer herhalen!" + +De geheele diepte der grot wordt op ongeveer honderdvijftig voet +geschat. Op den achtergrond van het hooge gewelf, verschijnt een +soort van buffetorgel, waarop een zeker aantal zuilen verrijzen van +minder omvang dan die bij den ingang, maar even volmaakt van lijnen +als de laatstbedoelde. + +Daar wilden miss Campbell, Olivier Sinclair en de beide ooms een +oogenblik verwijlen. + +Van dat punt was het verschiet, dat zich naar den kant van de +volle lucht opende, bewonderenswaardig. Het water, als doortrokken +van lichtdeelen, gaf de gesteldheid te zien van den onderzeeschen +bodem der grot, die uit de toppeneinden van vier- tot zevenvlakkige +zuilen bestond, welke zoodanig in elkander passen, dat zij als de +vlakken van een mozaiekwerk aansluiten; op de zijwanden vertoonden +zich verwonderlijke licht- en schaduweffekten. Alles verdween, +doofde uit, wanneer een wolk voor den ingang der grot als voor het +voorgedeelte van een tooneel voorbijgleed. Maar alles schitterde +ook daarentegen en verlevendigde onder de zeven prisma-kleuren, +wanneer een zonnestraal, door het kristalheldere water van den bodem +teruggekaatst, in lichtgevende strooken tot zelfs het sluitstuk van +het bovengewelf bescheen. + +Buiten de grot brak de zee op de eerste grondvesten van den +reusachtigen boog. Die omlijsting, zwart als een boordsel van +ebbenhout, maakt geen inbreuk hoegenaamd op de fraaiheden van +den achtergrond. Daar buiten verscheen de gezichteinder bij de +aanraking van den hemel met het water in zijn geheelen luister, met het +vergezicht op Jona, waar, op een afstand van twee mijlen, de bouwvallen +van zijn klooster zich als wit uitgebeeld tegen de lucht afteekenden. + +Allen, opgetogen over de tooverachtige tooneelversiering, wisten niet, +hoe hunne bewonderende gevoelens te uiten. + +»Welk tooverpaleis!" zei eindelijk miss Campbell, »en wat zou de man, +met een prozaïschen geest bedeeld zijn, die weigeren mocht te gelooven, +dat God het geschapen heeft voor de luchtgeesten en waternimfen. Voor +wien toch zouden die tonen van de groote aeolische harp, door den adem +der winden voortgebracht, weerklinken? Is dat niet de bovennatuurlijke +muziek, die Waverley in zijn droomen hoorde; de stem van Selma, waarvan +de zanger de akkoorden onder noten gebracht heeft, om er zijn helden +mede te verrukken?" + +»Gij hebt gelijk, miss Campbell," antwoordde Olivier Sinclair, »en +ongetwijfeld heeft Walter Scott, wanneer hij zijn beelden in dat +dichterlijk verleden der Schotsche Hooglanden zocht, aan het paleis +van Fingal gedacht." + +»Hier zou ik de schim van Ossian wenschen op te roepen," hernam het +jonge meisje geestdrift vol. »Waarom zou de onzichtbare bard, na een +slaap van vijftien eeuwen niet op mijn stem verschijnen? O! het is +mij een weelderige behoefte te denken, dat die ongelukkige, blind als +Homerus, dichter evenals hij, meer dan eens, wanneer hij de heldendaden +van zijn tijdperk bezong een toevlucht in dit paleis heeft gezocht, +dat nog den naam zijn vaders draagt! Hier hebben ongetwijfeld de echo's +van Fingal zijn epische en lyrische ontboezemingen in den zuiversten +gaëlischen tongval herhaald. Gelooft gij niet, mijnheer Sinclair, +dat Ossian neergezeten was op de plek, waarop wij ons thans bevinden +en dat de tonen zijner harp zich met de ruwe klanken van Selma's stem +vermengd hebben?" + +»Hoe zou het mogelijk zijn," antwoordde Olivier Sinclair, »geen geloof +te slaan aan hetgeen gij met zoo innige overtuiging zegt?" + +»Indien ik hem opriep?" mompelde miss Campbell. + +En met haar frissche stem liet zij herhaalde malen den naam van den +ouden bard te midden der windtrillingen weerklinken. + +Maar al was het innig verlangen van miss Campbell ook groot, en al +had zij hem ook tot driemaal toe opgeroepen, de echo alleen antwoordde +haar. De schim van Ossian verscheen niet in zijn vaderlijk paleis. + +De zon was middelerwijl achter dikke dampen verdwenen. De grot werd +met zwarte schaduwen vervuld; de zee begon buiten op te komen, haar +lange deininggolven kwamen reeds breken op de laatste basaltlagen in +het achterste gedeelte der grot. + +De bezoekers betraden dus weer het smalle pad, dat reeds meer dan half +met de spatten der golven overdekt was. Ze sloegen den hoek van het +eilandje om, waartegen de wind van uit volle zee met kracht loeide; +toen bevonden zij zich, althans voor het oogenblik, in veiligheid op +den straatweg. + +Tijdens de twee uren, dat zij in de grot vertoefden, was het slechte +weer aanmerkelijk toegenomen. De windvlagen wakkerden aan, terwijl zij +zich op de kusten van Schotland wierpen, en dreigden aan te groeien +tot een orkaan. + +Maar miss Campbell en haar tochtgenooten, beschermd als zij waren door +de basaltkusten, konden gemakkelijk de grot van Clam Shell bereiken. + +Den volgenden dag vertoonde de kwikkolom van den barometer een nieuwe +daling en ontketende zich de wind met groote woestheid. Zware en zwarte +wolken vervulden het luchtruim, terwijl zij het aardrijk naderden. + +Het regende nog niet, maar de zon bleef onzichtbaar en vertoonde zich +zelfs niet bij korte tusschenpoozen. + +Miss Campbell scheen niet zoo teleurgesteld door het slechte weder, +als men meende te moeten duchten. Het verblijf op een verlaten eiland, +dat door den storm gezweept werd, kwam met haar warmbloedig gestel +overeen. Als een heldin van Walter Scott vond zij er genoegen in +tusschen de rotsen van Staffa meestal alleen rond te dolen, en was +dan in haren nieuwen gedachtenkring afgetrokken. Iedereen eerbiedigde +haar zucht tot eenzaamheid. + +Zij was ook verscheidene malen naar de grot van Fingal, welker +dichterlijke vreemdsoortigheid haar aantrok, teruggekeerd. Daar bracht +zij geheele uren in mijmering door en hield al heel weinig rekening +met de aanbevelingen, die haar gedaan waren, om er niet onvoorzichtig +in te dringen. + +Daags daarna, den 9den September, bevond het maximum van de +dampkringspressie zich ter hoogte van de Schotsche kusten. In de +nabijheid van dat stormcentrum verplaatsten zich de luchtlagen met +een weergaloos geweld. Het was in den volsten zin des woords een +orkaan. Niets zou hem op de bovenste punt van het eiland kunnen +weerstand bieden. + +Tegen zeven uur des avonds, tijdstip, waarop het diner in Clam Shell +werd opgedragen, hadden Olivier Sinclair en de gebroeders Melvill +alle redenen om zich zeer ongerust te gevoelen. + +Miss Campbell was tegen drie uur uitgegaan, zonder te zeggen waarheen, +en nog was zij niet terug gekeerd. + +Men oefende geduld tot zes uur, evenwel niet zonder dat de angstige +ongerustheid voortdurend stijgende was. Miss Campbell kwam echter +niet opdagen. + +Olivier Sinclair was herhaalde malen op het bovenplat van het eiland +geklommen, zonder haar te bespeuren.... + +De storm loeide met een onvergelijkelijke woede en de zee zweepte +met haar torenhoog opgejaagde golven zonder verpoozen het gedeelte +van het eilandje, dat naar het zuidwesten gekeerd was. + +»Ongelukkige miss Campbell!" riep Olivier Sinclair eensklaps uit; +»wanneer zij nog in de grot van Fingal is, dan moet zij er uitgehaald +worden of zij is verloren!" + + + + + + +XX. + +ALLES TER WILLE VAN MISS CAMPBELL! + + +Eenige oogenblikken later kwam Olivier Sinclair, nadat hij den +straatweg met versnelden pas had afgelegd, voor den ingang der grot +aan, ter plaatse, waar de basalt-trap zich verheft. + +De gebroeders Melvill en ook Partridge waren hem op de hielen gevolgd. + +Juffrouw Bess was te Clam Shell gebleven, om alles onder +onuitsprekelijke angsten voor de ontvangst van Helena, wanneer zij +terugkwam, voor te bereiden. + +De zee was nu dermate gezwollen, dat zij het bovenste trapportaal +bereikte. Zij sloeg reeds over de leuning en belemmerde iederen +toegang langs het pad. + +Uit de onmogelijkheid om binnen de grot te kunnen dringen volgde +natuurlijk ook de onwaarschijnlijke kans om er uit te kunnen komen. Was +miss Campbell daar binnen, dan was zij gevangen! Maar hoe zou men +dit te weten komen? + +»Helena! Helena!" + +Zou die naam, uitgegalmd te midden van het onafgebroken geklots der +golven, wel kans hebben om gehoord te worden? Het was inderdaad +een gedonder èn van den wind èn van de zee, die zich daar met +onbeschrijfelijk geweld binnen die grot stortte. Noch geluid, noch +oog waren machtig genoeg, om daar thans door te dringen. + +»Misschien is miss Campbell daar niet in," zei broeder Sam, die zich +aan die hoop wenschte vast te klemmen. + +»Waar zou ze dan zijn?" vroeg broeder Sib. + +»Ja juist, waar zou zij dan zijn!" riep Olivier Sinclair uit. »Heb +ik haar dan niet te vergeefs op het plat van het eiland, en te midden +van de rotsen langs het strand, ja overal gezocht? Zou zij niet reeds +bij ons teruggekomen zijn, wanneer dit mogelijk ware?" + +»Neen zij is daar!.... daar!" + +En men herinnerde zich het geestdriftvolle maar vermetel onbezonnen +verlangen, dat het jonge meisje verscheidene malen had aan den dag +gelegd, om eens een storm in de grot van Fingal te kunnen bijwonen. Had +zij dan vergeten, dat de zee, door den orkaan opgezweept, daar binnen +moest dringen, haar met haar razende golven tot aan het gewelf vullen +en er een gevangenis van zou maken, welker deur met geen geweld was +open te breken? + +Wat kon men nu beproeven, om bij haar te komen en haar te redden? + +Onder den aandrang van den orkaan, die dezen hoek van het eilandje +met volle kracht geeselde, verhieven zich de golven soms tot bij het +bovenste gedeelte van het gewelf. Daar braken zij met een oorverdoovend +geraas. Het te veel binnen gedrongen water werd door den terugstoot +naar buiten geworpen en viel in schuimende stroomen terug op de +buitenste rotsen, even als de waterstralen van den Niagara-val. Maar +het benedenste gedeelte der golven, onder den machtigen aandrang van de +deining uit volle zee, stortte zich met de kracht van een bergstroom, +wiens afsluitdijk plotseling bezweken is, binnen de grot. Het was +dus tegen den achterwand zelf der spelonk, dat de zee klotste met +oorverdoovend geweld. + +Op welke plek daar binnen zou miss Campbell een toevlucht, die voor +dien golfslag veilig zou zijn, hebben gevonden? De opening der +grot was geheel en al aan de woede der wilde baren blootgesteld, +die bij hunne uitstrooming, zoowel als bij hun binnenkomen, het pad +onweerstaanbaar moesten schoonvegen. + +En toch, men trachtte nog te twijfelen, of het jonge meisje daar +zou zijn. Hoe zou zij weerstand hebben kunnen bieden aan zoo'n +binnendringen der woedende zee in dit slop zonder uitgang? Was haar +verminkt en verscheurd lichaam, door den terugstroom meegesleurd, +niet reeds naar buiten gevoerd? Had de aanrollende zee, die langs de +kust liep, haar reeds snel meegesleept onder langs den straatweg en +de klippen, tot bij de grot van Clam Shell? + +»Helena! Helena!!" + +Die naam weerklonk onophoudelijk te midden van het geloei van den +wind, het gedonder en het geklots der golven. Maar geen kreet die +daarop antwoord gaf, of ook antwoord kon geven. + +»Neen! neen! zij is niet in die grot!" herhaalden de gebroeders +Melvill als wanhopigen. + +»Jawel, zij is er!" bevestigde Olivier Sinclair met overtuiging. + +En met den vinger wees hij op een stuk stof, dat door den terugloop +der golven op een der basalttreden geslingerd werd. + +Olivier Sinclair stormde de trap af, om die lap te bezichtigen. + +Het was de »snod," het Schotsche lint, dat miss Campbell in heur +haren droeg. + +Was thans nog twijfel mogelijk? + +Maar wanneer dat lint haar ontrukt had kunnen worden, was miss Campbell +dan niet door denzelfden golfslag tegen de wanden van Fingal's spelonk +verbrijzeld en verpletterd? + +»Oh! ik moet het weten?" riep Olivier Sinclair uit. + +En van een terugstrooming der golven gebruikmakende, die het pad +halverwege ontblootte, greep hij de eerste spijlen der trapleuning; +maar een onmetelijke watermassa stortte zich op hem, sloeg hem van +de been en smakte hem op het trapportaal neer. + +Wanneer Partridge zich niet met het grootste levensgevaar op +hem geworpen en hem gegrepen had, Olivier Sinclair ware tot op de +benedenste treden naar onderen gerold en zou de zee hem medegesleept +hebben, zonder dat het mogelijk was, hem hulp te verleenen. + +De jonkman was opgestaan, maar voelde zijn ijver, om binnen de grot +te dringen, niet verkoelen. + +»Miss Campbell is daar!" herhaalde hij voortdurend. »Zij is levend daar +binnen, dewijl haar lichaam niet naar buiten geworpen is, even als dit +lapje stof! Het is dus niet onmogelijk dat zij een toevlucht binnen +een of andere uitholling gevonden zal hebben! Maar haar krachten +zullen weldra uitgeput zijn! Zij zal onmogelijk weerstand kunnen +bieden tot op het oogenblik, dat de eb zal ingetreden zijn!... Wij +moeten haar dus bereiken!" + +»Ik zal gaan!" zei Partridge. + +»Neen!... ik!" antwoordde Olivier Sinclair. + +Een uiterste middel om bij miss Campbell te komen, zou door hem +beproefd worden. Evenwel zelfs dat middel zou ter nauwernood één kans +van slagen aanbieden tegen negen en negentig anderen van mislukken. + +»Wacht ons hier, heeren," zei hij tot de gebroeders Melvill. »Binnen +vijf minuten zijn wij terug. Kom Partridge!" + +De beide ooms bleven daar op dien uithoek van het eilandje +wachten, beschut boven op de steile kust, alwaar de zee hen niet +kon bereiken. Olivier Sinclair en Partridge spoedden intusschen in +allerijl voort naar de grot van Clam Shell. + +Vijf minuten later verschenen de jonkman en de oude dienaar weer; +zij sleepten de kleine vlet van de Clorinda, die kapitein Olduck ten +gerieve der toeristen had achtergelaten, over den straatweg voort. + +Zou Olivier Sinclair zich door de zee binnen de grot laten stuwen, +nu men langs den landweg daar niet kon inkomen? + +Ja, dat ging hij beproeven. Hij aarzelde evenwel niet. Het schuitje +werd beneden bij de trap, achter een der basalttreden, buiten de +branding gebracht. + +»Ik ga met u!" zei Partridge. + +»Neen," zei Olivier Sinclair. »Dat kan niet. De kleine vlet mag niet +noodeloos worden overladen. Is miss Campbell nog levend, dan zouden +drie menschen in dat vaartuigje moeten. Neen, ik zal mij alleen +wel behelpen!" + +»Olivier!" riepen de twee broeders, die hunne snikken niet konden +bedwingen. »Olivier! o Olivier! red onze dochter!" + +De jonkman drukte hun de hand, sprong in de vlet, zette zich op +de middenbank, greep de beide roeiriemen en bereikte behendig de +terugstrooming; hij wachtte het aanrollen af eener groote baar, +die hem vlak voor de Fingal's grot bracht. + +De vlet werd door deze omhoog getild; maar Olivier Sinclair slaagde +er in haar, door een behendige behandeling der roeiriemen, op den +kop der golf te houden. Ware ze dwarszee's geraakt, dan zou zij +onvermijdelijk hebben moeten omslaan. + +Die eerste maal heesch de zee het nietige vaartuig bijna tot bij de +hoogte op van het gewelf. Men kon vreezen, dat de notendop zich tegen +de rotsmassa zou verpletteren, maar toen de golf terugliep sleepte +zij dien in haar onweerstaanbare strooming naar volle zee mede. + +Drie maal werd de sloep zoo opgetild en met reuzenkracht naar de +grot gestuwd. Maar telkens werd ze weer achteruit gesleurd, zonder +zich een doortocht te hebben kunnen banen door de watermassa, die den +ingang versperde. Olivier Sinclair, geheel en al kalm, en zich zelven +volkomen meester, hield de vlet met zijn roeiriemen in evenwicht. + +Eindelijk tilde een hoogere golftop het nietig vaartuig op. Het +balanceerde een ondeelbaar oogenblik, ter hoogte bijna van het +bovenplat van het eiland, op den rug van dien vloeibaren berg. Toen +ontstond een schrikkelijk diepe voor, tot aan den voet der grot, en +werd Olivier Sinclair in schuine richting voortgestuwd, alsof hij de +hellingen van een machtigen waterval afdaalde. + +Een kreet van schrik ontsnapte aan al de getuigen van dit vreeselijk +tooneel. Het was alsof het vaartuig werkelijk en onweerstaanbaar +tegen de basaltzuilen van den linker hoek aan den ingang der grot +ging verbrijzeld worden. + +Maar de kloeke jongeling gaf met zijn roeiriemen steun aan zijn +vlet. Gedurende een kortstondig oogenblik verscheen de ingang als +genaakbaar en schoot hij met de snelheid van een voortgedreven +pijl vooruit, alvorens de zee teruggerold en zich in een overgroote +baar omgekruld kon hebben, en verdween hij voor aller oogen in het +innerlijke der donkere grot. + +Een seconde later plofte de watermassa als een onmetelijke sneeuwval +neer en sloeg tot aan den uitersten bovenkant van het eilandje. + +Zou de vlet nu tegen den achterwand van de grot verbrijzeld zijn en +moest men nu twee slachtoffers van dien storm te betreuren hebben in +plaats van een? + +Toch was daar niets van aan. Olivier Sinclair was met groote snelheid +voortgeschoten, zonder de ongelijke zoldering van het gewelf te +raken. Hij had zich in het vaartuig plat op den buik moeten werpen, om +den schok met de basaltbundels, die omlaag hingen en van alle kanten +uitstaken, te ontgaan. Dat was hem gelukt. In minder dan een seconde +had hij den tegenovergestelden rotswand bereikt en koesterde slechts +ééne vrees, namelijk die van door den terugloop der watermassa weer +naar buiten te worden meegesleept, zonder zich aan eenig uitstekend +punt daarbinnen te hebben kunnen vastklemmen. + +Gelukkig stootte de vlet, door eene baar voortgestuwd, welker kracht +door een teruggolving zeer verzwakt was, tegen de zuilen die het +buffetorgel vormden, waarvan wij vroeger spraken, en dat tegen +den achterwand van Fingal's kelder verrees, en werd meer dan half +verbrijzeld door den schok. Maar Olivier Sinclair had gelegenheid een +stuk basalt met de hand te grijpen en zich daaraan met de wanhopige +kracht eens drenkelings vast te klemmen. Een oogenblik later kon hij +zich omhoog hijschen en buiten het bereik der zee zijn werk vervolgen. + +Terstond daarop werd de ontredderde vlet door een terugrollende +baar medegevoerd en naar buiten geslingerd. Toen zij dat wrak zagen +verschijnen, konden de gebroeders Melvill en ook Partridge niet anders +meenen, dan dat de koene redder zelf was omgekomen. + + + + + + +XXI. + +STORM IN EENE GROT. + + +Olivier Sinclair was geheel ongedeerd en voor het oogenblik in +veiligheid. De duisternis was evenwel zoo groot in de grot, dat hij +daarin niets kon onderscheiden. Het schemerlicht kon slechts van de +tusschenruimte van twee golven gebruik maken, wanneer de ingang van +de watermassa eenigermate bevrijd was, om de grot binnen te dringen. + +Olivier Sinclair trachtte evenwel te ontdekken, waar miss Campbell +een toevlucht had kunnen vinden.... Die poging was echter te vergeefs. + +Hij riep: + +»Miss Campbell! miss Campbell!" + +Hoe te beschrijven, wat er in hem omging toen hij een hemelsche stem +hem hoorde antwoorden: + +»Mijnheer Olivier! mijnheer Olivier!" + +Miss Campbell was in leven. + +Maar op welke plek had zij zich buiten het bereik van het stormloopen +der golven en dus in veiligheid kunnen stellen? Olivier Sinclair +trachtte over het pad met alle voorzichtigheid de geheele Fingal's +spelonk rond te kruipen. + +In den linker wand had een holte in het basalt eene oneffenheid +veroorzaakt, die de gedaante had van eene nis. Daar waren de zuilen +van elkander geweken en hadden een schuilplaats gevormd, die bij hare +opening vrij breed was, maar zich langzamerhand zoodanig vernauwde, +dat slechts ruimte voor één persoon er in aangetroffen werd. De +legende verleende aan die uitholling den naam van: »Fingal's armstoel." + +Het was in die schuilplaats, dat miss Campbell, door het +binnenstormende water overvallen, eene toevlucht had gezocht. + +Weinige uren vroeger was bij eb de ingang van de grot gemakkelijk +toegankelijk geweest, en had het onvoorzichtige meisje haar gewoon +bezoek daar afgelegd. Daarbinnen gaf zij zich aan hare mijmeringen +over, begreep het gevaar niet, waarmee de opkomende vloed haar +bedreigde, en had zij niets opgemerkt van hetgeen buiten omging. Hoe +schrok zij, toen zij de grot willende verlaten, geen uitgang meer +door het binnenstroomende water kon vinden. + +Toch verloor miss Campbell het hoofd niet. Zij zocht een schuilplaats +te bereiken, en na twee of drie vruchtelooze pogingen om op het +buitenste trapportaal te komen, kon zij eindelijk, niet zonder wel +twintigmaal gevaar geloopen te hebben meegesleurd te worden, in dien +armstoel van Fingal dringen. + +Daar vond Olivier Sinclair haar ineen gedoken, maar buiten het bereik +der stortzeeën. + +»Oh! miss Campbell!" riep hij, »hoe hebt gij zoo onvoorzichtig kunnen +zijn, om u zoo bij het begin van een storm bloot te stellen. Bij +God! wij waanden u verloren!" + +»En gij zijt gekomen om mij te redden, mijnheer Olivier," hernam miss +Campbell, meer getroffen door het edele moedbetoon van den jonkman, +dan verschrikt over de gevaren, die zij geloopen had of nog kon loopen! + +»Ik ben gekomen om u uit een neteligen toestand te redden, miss +Campbell," antwoordde Olivier Sinclair met vuur, »en met Gods hulp +zal ik slagen!--Gij zijt toch niet bang?" + +»Of ik bang ben?.... neen!.... Nu gij bij mij zijt, vrees ik niets +meer. En.... daarenboven, kon een ander gevoel dan bewondering mij +bezielen bij den aanblik van zoo'n schouwspel?.... Kijk!" + +Miss Campbell was tot achter in haar smalle schuilplaats terug +geweken. Olivier Sinclair, die voor haar recht overeind stond, +trachtte haar, zoo goed hem zulks mogelijk was, te beschutten, +wanneer eene golf woedender dan de vorige, haar dreigde te bereiken. + +Beiden zwegen in dezen plechtigen stond. Had Olivier Sinclair wel +noodig uit te spreken, wat er omging in zijn hart? En zouden woorden +wel bij machte geweest zijn, om uit te drukken wat miss Campbell +gevoelde? + +De jonkman zag evenwel met een onuitsprekelijken angst, niet voor +hem maar voor miss Campbell, de gevaren van buiten vermeerderen. Hij +moest begrijpen, toen hij het gehuil van den wind en het geklots +en gedonder der zee hoorde, dat de storm zich met verdubbelde woede +ontketende. Hij zag het peil der wateren stijgen onder den invloed +van het getij, dat nog verscheidene uren zou aanhouden. + +Tot waar zou de vloed, welken de golfslag uit volle zee een +buitengewone hoogte zou verleenen, stijgen? Dat kon onmogelijk iemand +voorspellen. Maar het was duidelijk zichtbaar, dat de grot zich +langzamerhand vulde. Indien daarbinnen geen volslagen duisternis +heerschte, had dit hierin zijn oorzaak, dat de golfkuiven als het +ware door het licht van buiten waren doorweven, en dat hier en daar +phosphoresceerende lichtplekken als elektrische straalbundels, die +zich aan de hoeken en oneffenheden der basaltblokken vasthechtten, +in de watermassa schitterden, die de scherpe hoeken der prisma's +als met vuur overdekten en bij haar terugijlen een twijfelachtige +loodkleurige schemering achterlieten. + +Wanneer de schelle verschijning van die verlichting plaats had, +keerde zich Olivier Sinclair tot miss Campbell, en zag hij haar aan +met een ontroering, die niet enkel aan het besef van het gevaar, +waarin zij verkeerde, was toe te schrijven. + +Miss Campbell glimlachte zwijgend en verkeerde geheel onder den indruk +van dit schouwspel van een storm in een grot! + +Maar in dat oogenblik sloeg een machtigere deininggolf tot bij de +uitholling van Fingal's armstoel. Olivier Sinclair meende, dat zij +beiden uit hun toevluchtsoord gesleurd zouden worden. + +Hij vatte het jonge meisje in zijn armen, als een prooi, die de +woedende zee hem trachtte te ontrukken. + +»Olivier! Olivier!" schreeuwde het jonge meisje in een oogenblik van +radeloozen angst, dien zij niet had kunnen bedwingen. + +»Vrees niets, Helena!" antwoordde Olivier Sinclair. »Ik zal u +beschermen, Helena!.... ik zal...." + +Ja, hij zeide dat: Ik zal u beschermen: Maar hoe? Hoe zou hij haar +aan het machtig geweld der stortzeeën kunnen ontvoeren, wanneer hunne +woede aangroeide, wanneer de wateren nog hooger stegen, wanneer de +toevluchtsplaats in dien armstoel onhoudbaar werd? Op welke andere +plek zou hij redding zoeken? Waar zou hij een schuilplaats vinden +buiten het bereik van dien monsterachtigen opstand der zee. Alle +die gebeurlijkheden verschenen voor hem in hare schrikkelijke +werkelijkheid. + +Maar hij moest boven alles koelbloedig zijn. Olivier Sinclair beijverde +zich dan ook kloekhartig om zich zelven meester te blijven. + +En hij moest dat te eerder, nu het te voorzien was, dat zoo niet de +zedelijke moed, dan toch de lichaamskracht het jonge meisje eindelijk +zou ontzinken. Olivier Sinclair voelde reeds, dat zij langzamerhand +zwakker werd en ging bezwijken. Hij wilde haar geruststellen, hoewel +hijzelf zich de hoop voelde begeven. + +»Helena.... dierbare Helena!" lispte hij, »toen ik naar Oban +terugkeerde.... vernam ik.... dat gij het waart.... dat ik aan u +mijne redding uit de Corryvrekankolk heb te danken!" + +»Wat?.... Olivier.... gij wist!...." stamelde miss Campbell, met +uiterst zwakke stem. + +»Ja, lieve!.... en ik voel heden mijn schuld!.... O! ik zal u uit de +Fingal's grot redden!" + +Maar hoe kon Olivier Sinclair van redding spreken in een oogenblik, +dat de watermassa met geweld aan den voet hunner schuilplaats +neerplofte! Hij slaagde er zelfs gebrekkig in, om zijn gezellin tegen +de spatten te beveiligen. Twee of driemaal was hij op het punt van door +den golfslag meegesleurd te worden.... En dat hij nog weerstand bood, +was het gevolg eener bovenmenschelijke poging; hij voelde immers de +armen van miss Campbell, die zijn leest krampachtig omknelden. Hij +begreep, dat zij onvermijdelijk met hem voortgesleept zou worden. + +Het kon half tien des avonds zijn. De storm moest zijn hoogste +punt van geweld bereikt hebben. En waarlijk, de stijgende wateren +stortten zich met de onbedwingbare onstuimigheid van een lawine in +Fingal's spelonk. De schok dier watermassa op den achterwand en op +de zijwanden der grot, veroorzaakte zoo'n oorverdoovend geraas, en +zoodanig was het geweld der golven, dat stukken basalt van de wanden +werden afgescheurd, bij hunnen val in het witte, lichtgevende schuim +plompten en daarin zwarte gaten vormden. + +Zouden onder dien aanval, wiens hevigheid niet te beschrijven is, de +zuilen stuk voor stuk losgerukt en in den afgrond neervallen? Zou het +gewelf gevaar loopen van intestorten? Alles was in die oogenblikken +voorwaar te vreezen. Olivier Sinclair voelde zich dan ook door een +niet te overwinnen duizeling bevangen, waartegen hij zich trachtte te +verzetten. Dit werd veroorzaakt, door dat de lucht soms ontbrak. Wel +werd zij in overvloed de grot binnengestuwd, wanneer de golven +binnenstormden, maar somwijlen was het alsof die zelfde golven de lucht +weer opslorpten, wanneer zij bij haren terugloop naar buiten ijlden. + +Miss Campbell, geheel en al uitgeput, voelde in die omstandigheden +hare krachten haar begeven en viel in zwijm. + +»Olivier!... Olivier!..." lispte zij, terwijl zij in zijn armen gleed. + +Olivier Sinclair had zich met het jonge meisje in het diepste gedeelte +van de schuilplaats neergehurkt. Hij ondersteunde miss Campbell, +hij dekte haar met zijn lichaam tegen de stortzeeën, hij worstelde, +terwijl hij zich tegen de uitstekende gedeelten der basaltrotsen +stutte, te midden eener duisternis, die nog zwarter scheen door +de tusschenpoozingen van phosphoresceerend licht te midden van het +onafgebroken gedonder, veroorzaakt door het voortdurend geklots en +geschok, vermengd met geloei en gesis. Neen, het was thans Selma's +stem niet meer, die in het paleis van Fingal weerklonk! Het geleek +veel meer een verschrikkelijk gehuil en geblaf van Kamschatka-honden, +die, volgens de uitdrukking van Michelet, in groote troepen en bij +duizendtallen, gedurende de lange winternachten tegen de loeiende +branding huilen en aldus met de woedende Noordelijke ijs-zee een +wedstrijd aangaan. + +Eindelijk, eindelijk begon de eb in te treden en de zee +te dalen. Olivier Sinclair merkte op, dat met de daling der +water-oppervlakte ook de deining-golven, die uit volle zee aanrolden, +eenigszins, nog wel niet veel, bedaarden. Maar de duisternis in de grot +was toen zoo groot, dat het buiten betrekkelijk licht was. In die halve +duisternis begon de zwarte opening der spelonk, die niet meer door de +aanrollende watermassa bedekt werd, zich flauw te vertoonen. Weldra +bereikten nog maar de spatten en de fijne stofregen van de branding +den armstoel van Fingal. Het was thans geen wurgende en alles met +zich voortsleurende stortzee meer. De hoop keerde in het hart van +Olivier Sinclair terug. + +Te rekenen naar het volzee-getij, kan aangenomen worden, dat het +middernachtuur reeds voorbij was. Nog twee uren, en het pad zou niet +meer schoongeveegd worden door de zweepende golfkoppen. Het moest dan +weer begaanbaar worden. Het was van belang zich bijtijds hiervan te +verzekeren. En eindelijk, na lang wachten, was het zoover gekomen. + +Het oogenblik om de grot te verlaten was aangebroken. + +Maar miss Campbell was nog niet uit haar onmacht ontwaakt. Geheel +krachteloos als zij was, nam Olivier Sinclair haar in zijn armen op, +liet zich toen buiten den armstoel van Fingal glijden en begon het +smalle pad te volgen, waarvan de ijzeren leuningspijlen onder het +geweld der zee afgewrongen, afgesleurd of verbroken waren. + +Wanneer een golf op hem aanrolde, bleef hij een oogenblik staan of +trad ook wel onder den aandrang een of meer passen terug. + +Eindelijk, op het oogenblik, dat Olivier Sinclair den buitensten hoek +zou bereiken, sloeg nogmaals een laatste monstergolf over hem heen en +omhulde hem met zijn waterstralen geheel en al. Hij dacht niet anders, +dan dat hij met miss Campbell tegen den rotswand zou verpletterd of +in de loeiende kolk aan zijn voeten worden meegesleept.... + +Maar door een laatste inspanning, gelukte het hem weerstand te bieden +en, gebruik makende van de verademing, die de terugvloeiende golf +hem schonk, stormde hij de grot uit. + +In minder dan geen tijd had hij den hoek der steile kust bereikt, +waar de gebroeders Melvill, Partridge en ook juffrouw Bess, welke +laatste zich in haar ongeduld bij hen vervoegd had, den geheelen +nacht post hadden gevat. + +Olivier en Helena waren gered. + +Maar daar week de overspanning van zedelijke en lichamelijke +geestkracht, die Olivier Sinclair tot nu toe geschraagd had, op +haar beurt eindelijk ook. Hij viel buiten kennis aan den voet der +rotsen neer, nadat hij miss Campbell in de armen van juffrouw Bess +had overgegeven. + +Zonder zijn toewijding en zijn moed zou Helena de grot van Fingal +niet levend hebben verlaten. + + + + + + +XXII. + +DE GROENE STRAAL. + + +Eenige minuten later kwam miss Campbell, onder den invloed van de +frischheid der lucht, in de grot van Clam Shell tot haar zelve. Het +was alsof zij uit een droom ontwaakte, maar uit een droom, waarin +het beeld van Olivier Sinclair de heldenrol vervuld had. Er was haar +geen herinnering hoegenaamd bijgebleven van de gevaren, waarin haar +onvoorzichtigheid haar gebracht had. + +Zij was nog niet in staat te spreken; maar toen zij Olivier Sinclair +te zien kreeg, blonken tranen van dankbaarheid onder haar schoone +oogwimpers en reikte zij de hand aan haren redder. + +Broeder Sam en broeder Sib omhelsden, zonder een enkel woord te kunnen +uitbrengen, den jonkman in een gezamenlijke omarming, Juffrouw Bess +neeg en neeg nogmaals voor hem, en den goeden Partridge ontbrak +waarachtig de lust niet om hem te kussen. + +Toen nam gelukkig de vermoeienis de overhand. Allen verwisselden hun +kleedingstukken, die òf door het zeewater òf door den regen doorweekt +waren, en sliepen in, om een zeer rustigen nacht door te brengen. + +Maar de indrukken, die allen dien dag hadden opgedaan, zouden zoowel +voor de handelende personen in het drama, dat tot schouwtooneel de +legendarische grot van Fingal gehad had, als voor de toeschouwers, +onuitwischbaar in hun geheugen achterblijven. + +Daags daarna, terwijl miss Campbell op haar bedje rustte, dat in den +achtergrond der Clam Shell grot voor haar gespreid was, wandelden de +gebroeders Melvill arm in arm over den nabij gelegen straatweg. Zij +spraken niet; maar hadden zij wel noodig te spreken om hun geheel +overeenkomstige gedachten te vertolken? Beiden bewogen te gelijkertijd +het hoofd op en neer, wanneer zij bevestigden; van rechts naar links, +wanneer zij ontkenden. En konden zij anders bevestigen, dan dat Olivier +Sinclair zijn leven had veil gehad om het onvoorzichtige jonge meisje +te redden? En wat ontkenden zij? Dat hunne oorspronkelijke plannen, +om miss Helena uit te huwelijken, thans onuitvoerbaar waren. In dat +stommetjes-spel werden nog wel andere zaken medegedeeld, waarvan +broeder Sam en broeder Sib de vervulling thans in een naaste toekomst +te gemoet zagen. Voor hen was Olivier niet meer Olivier. Hij was +niets minder dan Amin, de meest volmaakte held uit de zoo heldhaftige +gaëlische heldengedichten. + +Olivier Sinclair was van zijn kant ten prooi aan een geheel natuurlijke +opgewondenheid. Een soort van uiterst kiesch gevoel bracht hem er toe, +om alleen te willen zijn. Het zou thans een knellend gevoel voor +hem zijn geweest, zich in tegenwoordigheid der gebroeders Melvill +te bevinden, alsof zijne tegenwoordigheid alleen den prijs voor zijn +toewijding van hen eischte. + +Hij wandelde dan ook, na de grot van Clam Shell verlaten te hebben, +geheel alleen op het plateau van Staffa. + +Al zijne gedachten voerden hem in dit oogenblik als van zelf naar +miss Campbell. Hij herinnerde zich zelf de gevaren niet, die hij had +geloopen, die hij vrijwillig met haar had gedeeld. Wat hij zich van +dien vreeselijken nacht herinnerde, waren de uren, in het bijzijn +van Helena in dat donker toevluchtsoord doorgebracht, toen hij haar +in zijn armen hield gesloten, om haar aan het geweld der baren te +ontrukken. Hij zag bij het phosphoresceerend lichten der golven het +gelaat van dat overschoone jonge meisje voor zich, het gelaat, dat +wel ietwat bleek uitzag, niet door vrees, maar door vermoeienis, het +gelaat dat boven de woedende zee en de kokende waterkolken verrees als +de geest der stormen! Hij hoorde haar met een bewogen stem vragen: »Hoe +wist gij het?" toen hij haar had gezegd: »Ik weet wat gij gedaan hebt, +toen ik op het punt was om in de Corryvrekan-kolk om te komen! Hij +vond zich terug in die smalle toevluchtsplaats, die als een nis veeleer +gemaakt was, om een of ander koud steenen beeld te bevatten; de plaats +waar twee jonge liefdevolle wezens geleden en, de een tegen den anderen +aangedrukt, gedurende lange uren geworsteld hadden. Daar was het zelfs +niet meer Sinclair en miss Campbell geweest. Daar hadden zij elkander +Olivier en Helena genoemd, alsof zij in het oogenblik, waarin de dood +hen naderde, zich aan een ander leven wilden vastklemmen! + +Zoo openbaarden zich de meest opgewonden en de meest verhitte +denkbeelden in het brein van den jonkman, toen hij daar op dat plateau +van het eiland Staffa rondwandelde. Hoe groot zijn verlangen ook was om +naar miss Campbell terug te keeren, zoo weerhield hem een overkomelijke +macht ondanks hem zelven; omdat hij in hare tegenwoordigheid zijne +gedachte niet zou hebben kunnen verbergend, en hij zich voorgenomen +had te zwijgen. + +Intusschen was het weder, zooals het gewoonlijk na plotseling +ingetreden en plotseling verdwenen dampkrings-stoornissen geschiedt, +bewonderenswaardig schoon geworden, en de hemel volmaakt helder en +zuiver. Zeer dikwijls, ja veelal laten die dampkrings-zuiveringen +door de zuidwestenwinden veroorzaakt, geen sporen na, en schenken zij +aan de ruimte het prachtvolle ultramarijn blauw terug, dat slechts +door een onvergelijkelijke zuiverheid kan ontstaan. De zon had het +toppunt harer baan overschreden, zonder dat de geringste nevel den +horizon had verduisterd. + +Olivier Sinclair wandelde alzoo met een verhit brein, te midden dier +machtige uitstraling, die door het bovenvlak van het eiland weerkaatst +werd. Hij baadde te midden van die warme uitstroomingen, hij ademde +de zeebries in en hardde zich in dien levendmakenden dampkring. + +Plotseling kwam een gedachte bij hem op, toen hij den helderen +gezichteinder beschouwde, die zich daar voor hem onmetelijk +uitstrekte--een gedachte, die hem te midden van al de andere, die +zijn brein thans vervulden, ontschoten was. + +»De Groene Straal!" riep hij uit. »Wanneer ooit de hemel zich tot +onze waarneming leent, dan is het van daag! Geen enkele wolk! geen +enkel nevelblokje! En het is niet waarschijnlijk, dat er komen zullen, +na dien schrikkelijken storm van gisteren, die alle dampen naar het +oosten gedreven heeft. En miss Campbell, die niet gist, dat de avond +van dezen dag haar een allerprachtigsten zons-ondergang bereidt!.... Ik +zal.... ja, ik zal haar zonder verwijl moeten waarschuwen...." + +Olivier Sinclair gevoelde zich gelukkig, zoo'n natuurlijk voorwendsel +gevonden te hebben om bij Helena terug te komen en spoedde zich naar +de grot van Clam Shell. + +Hij bevond zich eenige oogenblikken later in het bijzijn van miss +Campbell en haar beide ooms, die haar met innige toegenegenheid +aankeken, terwijl juffrouw Bess haar bij de hand hield. + +»Wel, voelt gij u beter, miss Campbell?...." vroeg hij. »Ja,.... ik +zie het,.... de krachten zijn teruggekomen!" + +»Ja, mijnheer Olivier," antwoordde miss Campbell trillend, toen zij +den jonkman ontwaarde. + +»Ik meen, dat gij wel zoudt doen," hernam Olivier Sinclair, »wanneer +gij boven op het vlak een weinig van de lichte bries gingt inademen, +die door den storm van gisteren gezuiverd is. De zon schijnt +overheerlijk. Zij zal u verwarmen." + +»Mijnheer Sinclair heeft gelijk," zei broeder Sam. + +»Geheel en al gelijk," vulde broeder Sib aan. + +»En als ik alles moet zeggen," ging Olivier Sinclair voort, »dan kon +ik er bijvoegen, dat, wanneer mijn voorgevoelens mij niet bedriegen, +ik geloof, dat gij binnen weinige uren uw dierbaarsten wensch zult +vervuld zien." + +»Mijn dierbaarste wensch?" mompelde miss Campbell, schier onhoorbaar, +alsof zij zich zelve een antwoord gaf op een geheime gedachte. + +»Ja... de hemel is merkwaardig helder en zuiver, en het is zeer +waarschijnlijk, dat de zon achter een wolkenloozen gezichteinder +zal ondergaan!" + +»Zou het mogelijk zijn?" riep broeder Sam uit. + +»Waarachtig, zou het mogelijk zijn?" schreeuwde broeder Sib hem na. + +»En, er is reden te gelooven," vervolgde Olivier Sinclair, »dat gij +dezen eigen avond den Groenen Straal zult kunnen waarnemen." + +»Den Groenen Straal!...." antwoordde miss Campbell. + +Het scheen, dat zij in haar verward geheugen zocht, wat die straal +wel kon zijn. + +»Ah.... dat 's waar ook!...." zeide zij. »Wij zijn hier te Staffa +gekomen om den Groenen Straal waar te nemen!" + +»Komaan! komaan!" zei broeder Sam, die verheugd was, dat een +gelegenheid zich opdeed om het jonge meisje aan de matheid te +onttrekken, die haar sedert het voorval in de grot van Fingal +overvallen had. »Komaan, naar den anderen kant van het eiland!" + +»En wij zullen straks bij onze terugkomst des te smakelijker dineeren," +vulde broeder Sib vroolijk aan. + +Het was toen vijf uur in den namiddag. + +De geheele familie, waaronder ook juffrouw Bess en Partridge begrepen +waren, verliet toen, onder geleide van Olivier Sinclair, terstond +de grot van Clam Shell, klom langs de houten trap omhoog en bereikte +spoedig den rand van het bovenplateau. + +Men had de vreugde van de beide ooms moeten kunnen zien, toen zij den +prachtvollen hemel aanschouwden, waarlangs de schitterende dagvorstin +langzaam daalde. Misschien overdreven zij thans; maar neen, nimmer, +neen nimmer! hadden zij zooveel geestdrift voor het natuurverschijnsel +aan den dag gelegd als nu. Het scheen eer, dat niet voor miss +Campbell, maar voor hen al die verhuizingen hadden plaats gehad, en +zoo veel beproevingen van allerhanden aard, sedert het verlaten van +het buitenverblijf te Helenaburg tot hier op Staffa ondergaan waren, +waarbij Jona en Oban niet behoefden vergeten te worden! + +En waarlijk, de ondergang der zon beloofde dien avond zoo wonderschoon +te zijn, dat de meest ongevoelige, de meest practische, de meest +prozaïsche koopman van the City of London, of der handelaren van +Cannongate het zeepanorama zou bewonderd hebben, dat zich daar voor +zijn oogen ontrolde. + +Miss Campbell voelde zich herleven in dien dampkring, die door de +zoutdeelen van de zee, welke door een lichte bries uit volle zee +overgebracht werden, bezwangerd was. Haar mooie oogen openden zich +zoo groot mogelijk voor het fraaie tafereel van den Atlantischen +Oceaan. Op haar wangen, die door de vermoeienissen van den vorigen +dag verbleekt waren, ontloken weer de rooskleurige tinten van haar +Schotsch bloed! O, wat was zij schoon! Welke bekoorlijkheid straalde +van haar geheele wezen uit! Olivier Sinclair trad een weinig naar +achteren en beschouwde haar in stilte en hij, die vroeger zonder +eenige verlegenheid uren lang haar op haar wandelingen had kunnen +vergezellen, voelde zich thans verward, met een angstig gevoel in +het hart, en bemerkte dat hij haar ter nauwernood durfde aankijken! + +Wat de gebroeders Melvill betreft, zij waren bepaaldelijk even +stralend als de zon zelve. Zij richtten het woord met geestdrift +tot de dagvorstin. Zij noodigden haar uit om achter een wolkeloozen +horizon onder te gaan. Zij smeekten haar hun haar laatsten straal +bij het einde van dezen fraaien dag te schenken. + +En toen kwamen de herinneringen aan de dichtstukken van Ossian voor +den dag, die zij vers voor vers, ieder op zijn beurt, opdreunden: + +»O gij, die boven onze hoofden zweeft, rond als het schild onzer +voorvaderen, zeg ons, van waar komen uw stralen, o! goddelijke zon? Van +waar komt uw eeuwig licht?" + +»Gij schrijdt voorwaarts vol majesteit en vol schoonheid op uw baan! De +sterren verdwijnen in het uitspansel! De bleeke en koude maan verbergt +zich in de westersche golven! Gij alleen beweegt u, o zon!" + +»Wie zou uw tochtgenoot zijn op uw baan! De maan verliest zich in de +diepte der hemelen? Gij alleen blijft steeds dezelfde! Gij verblijdt +u zonder ophouden in uw schitterende loopbaan!" + +»Als de donder rolt en de bliksemflits schiet, dan komt gij in +uw schoonheid achter de wolken uit en gij bespot den storm en het +onweder!" + +Allen schreden in dien geestdriftvollen toestand naar het uiterste +uiteinde van het plateau van Staffa voort, van waar men een gezicht +heeft op de volle zee. Daar namen zij plaats en zetten zich op de +buitenste rotsblokken, en hadden ze een gezichteinder voor zich, +waarvan niets de zoo fijne lijn, die door de vereeniging van de lucht +met het water schijnt getrokken te zijn, zou verduisteren. + +En dezen keer zou er geen Aristobulus Beerenkooi zijn, die het zeil +van zijn vaartuig zou komen schuiven voor of een vlucht watervogels +zou opjagen tusschen de ondergaande zon en het eilandje Staffa! + +Intusschen viel met het vallen van den avond ook de bries, en de +laatste deininggolven kwamen in het op en neer gaan der branding aan +den voet der rotsen sterven. Verder op naar buiten verscheen de zee +als een spiegel en had zij dat olieachtig uiterlijk, dat door geen +enkele rimpel gebroken werd. + +Alles liep dus wonderbaarlijk te zamen, alle omstandigheden hielpen +mede om de verschijning van den Groenen Straal gemakkelijk te doen +waarnemen. + +Maar zie, een half uur later strekte Partridge de hand naar het Zuiden +uit en riep: + +»Een zeil!" + +Een zeil! Zou dat dezen keer ook voor de zonneschijf voorbijschuiven +op het oogenblik, dat zij in de golven zou onderduiken? Waarlijk, +dat zou meer dan kwade kans moeten genoemd worden! + +Het vaartuig stevende de zeeëngte uit, die het eiland Jona van de +kaap van Mull scheidt. Het gleed, met den wind vlak van achteren, +vooruit eerder onder den invloed van den opkomenden vloed dan onder den +druk eener bries, welker laatste zuchtjes ternauwernood het zeiltuig +konden vullen. + +»Het is de Clorinda," zei Olivier Sinclair, »en daar zij koers zet +om ten oosten van Staffa voor anker te komen, zoo zal zij binnen door +varen en onze waarneming niet kunnen hinderen." + +Het was inderdaad de Clorinda, die na het eiland Mull langs het zuiden +omgezeild te hebben, haar ankerplaats in de kreek van Clam Shell weer +kwam opzoeken. + +Aller blikken wendden zich toen weer naar den horizon in het westen. + +De zon daalde reeds met de snelheid, die zij bij het naderen der zee +schijnt aan te nemen. Op de oppervlakte van het water beefde een lange +zilverstreep, voortgebracht door de zonneschijf, welker aanblik nog +onverdragelijk was. Weldra ging zij van de kleur van mat goud, die zij +aannam bij het dalen, tot het helderkleurig goud over. Wanneer men de +oogen sloot, schitterden op het netvlies langwerpige roode ruiten en +gele cirkels, die elkander kruisten als de vluchtige tinten van een +kaleidoscoop. Lichte golvende ribben streepten die soort komeetstaart, +welke de weerkaatsing op de oppervlakte van het water te voorschijn +tooverde. Het water vertoonde zich als bezaaid met vlokjes verzilverde +loovertjes, welker glans verbleekte bij het naderen van den oever. + +Er was geen spoor te bekennen van wolk of van nevel of van damp, hoe +ijl ook op den geheelen omtrek van den gezichteinder, Niets bedierf +de zuiverheid dier cirkellijn, die met een passer niet fijner op het +fraaiste wit velijn papier had kunnen getrokken worden. + +Allen zaten daar onbeweeglijk, meer ontroerd dan men wel meenen zou +en zij zelf wel wilden bekennen, den bol aan te staren, die zich in +schuine richting naar den horizon bewoog. Hij daalde nog meer, en +bleef toen als boven den afgrond een oogenblik hangen. Toen begon de +misvorming van de schijf, die door de straalbreking gewijzigd werd, +zich langzamerhand te vertoonen. Zij verbreedde ten koste van haar +loodrechte doorsnede, en herinnerde aan den vorm van een Etruskische +vaas met ronden buik, welker voetstuk in het water dompelt. + +Er kon geen twijfel meer over de verschijning van het +natuurverschijnsel geopperd worden. Niets zou den bewonderenswaardigen +ondergang van de schitterende dagvorstin storen. Niets zou haar +laatste stralen komen breken of onderscheppen! + +Weldra was de helft der zon achter de horizonslijn verdwenen. Eenige +schitterende stralenbundels, aan gouden pijlen gelijk, kwamen de +voorste rotsen van Staffa treffen. + +Meer achterwaarts hulden zich de steile kusten van Mull en de top +van den Ben More in het purper, en was het of zij met vuur waren +aangeraakt. Zij gloeiden. + +Eindelijk was er niets meer te zien dan een uiterst fijn segment +van den bovenboog der zonneschijf, dat nu ook de oppervlakte der zee +begon aan te raken. + +Nog een seconde van gespannen verwachting. + +»De Groene Straal! de Groene Straal!" riepen als uit één mond de +gebroeders Melvill, juffrouw Bess en Partridge, wier netvlies gedurende +het vierde gedeelte van een seconde als gedrenkt was geworden door +die onvergelijkelijke tint van vloeibaar smaragd. + +Olivier en Helena alleen hadden niets van het natuurverschijnsel +gezien, dat thans eerst, na zooveel vruchtelooze waarnemingen, +eindelijk zich voordeed! + +Op het oogenblik, dat de zon haren laatsten straal het luchtruim +inzond, kruisten beider blikken elkander, en vergaten de gelukkigen +alles, wat om hen heen gebeurde, bij de beschouwing, waarin zij +verzonken waren. + +Maar Helena had de zwarte schittering, den zwarten straal waargenomen, +die de oogen van den jonkman schoten, en Olivier had den zacht blauwen +glans niet laten verloren gaan, die aan het oog van het jonge meisje +ontsnapte! + +De zon was thans geheel en al ondergegaan. Helena noch Olivier hadden +den Groenen Straal gezien! + + + + + + +XXIII. + +BESLUIT. + + +Den volgenden morgen, den 12den September, lichtte de Clorinda het +anker en ging onder zeil. Zij had een fraaie zee en een gunstige bries, +en stevende met volle zeilen naar het zuidwesten van den Archipel +der Hebriden. Weldra verdwenen Staffa, Jona, de noordkaap van Mull +achter den hoogen rotsoever van het grootste dier eilanden. + +De passagiers van het jacht ontscheepten na een zeer voorspoedigen +overtocht in de kleine haven van Oban, gingen vervolgens met den +spoortrein van Oban naar Dalmaly en van Dalmaly naar Glasgow, dwars +door het meest schilderachtige gedeelte der Hooglanden, en kwamen +zoo op het buitenverblijf van Helenaburg terug. + +Achttien dagen later werd een huwelijk met groote plechtigheid in de +kerk van Sint-George te Glasgow gesloten. Het moet erkend worden, +dat het niet het huwelijk was van Aristobulus Beerenkooi met miss +Campbell. Neen, de bruidegom was Olivier Sinclair, en broeder Sam +en broeder Sib betoonden zich niet minder vergenoegd daarover dan +hun nicht. + +Dat deze vereeniging, onder zulke omstandigheden ontloken en gesloten, +alle waarborgen van geluk aanbood, zal wel niet behoeven gezegd +te worden. Het buitenverblijf te Helenaburg, de fraaie woning in +de West-George Street te Glasgow, zelfs de geheele wereld waren +ter nauwernood voldoende om zooveel geluk te bevatten. En toch dat +geheele geluk was in de grot van Fingal, wat zeg ik, in den armstoel +van Fingal besloten geweest. + +Van dien laatsten avond, daar boven op het bovenvlak van Staffa +doorgebracht, wilde Olivier Sinclair, hoewel hij het zoo gezochte +natuurverschijnsel niet ontwaard had, de herinnering op het doek +verduurzamen. Op een dag stelde hij dan ook »een zonsondergang" ten +toon, van een bizonder effekt, waarin een soort van groenen straal, +die uitermate scherp zich voordeed, alsof hij met vloeibare smaragd +geschilderd was, bizonder de aandacht trok, en de bewondering opwekte. + +Die schilderij lokte natuurlijk terstond bevreemding en getwist +uit. De een beweerde, dat daar een natuurlijk verschijnsel op +bewonderenswaardige wijze was weergegeven, terwijl de ander stokstijf +vasthield, dat die straal slechts fantasie was, dat de natuur dien +nimmer voortbracht. + +Dit laatste verwekte grooten toorn bij de beide ooms, die den straal +gezien hadden, verzekerden zij, en gaven dus den jongen schilder +gelijk. + +»En zelfs," zei oom Sam, met innige overtuiging, »het is beter een +geschilderden Groenen Straal te zien dan...." + +»Een natuurlijken," vulde broeder Sib aan: »want wanneer men verplicht +is zoovele zons-ondergangen, den eenen na den anderen, waar te nemen, +doet dat wel pijn aan de oogen." + +En daarin hadden de gebroeders Melvill gelijk. + +Twee maanden later wandelden de beide jeugdige echtgenooten met hunne +ouders langs de oevers der Clyde, voor het park van het buitenverblijf, +toen zij op het onverwachtst Aristobulus Beerenkooi ontmoetten. + +De jeugdige geleerde, die de werken tot uitdieping der rivier met +belangstelling volgde, was juist op weg om zich naar de spoorweghalte +van Helenaburg te begeven, toen hij zijn oude reismakkers van Oban +ontwaarde. + +Wij zouden Aristobulus Beerenkooi uitermate miskennen, wanneer wij +beweerden, dat hij onder de onverschilligheid van miss Campbell +voor zijn persoon had geleden. Hij ondervond dan ook hoegenaamd +geen verlegenheid, toen hij zich in tegenwoordigheid van mistress +Sinclair bevond. + +Men groette elkander vormelijk en Aristobulus Beerenkooi bood den +jeugdigen echtgenooten zijn beleefde gelukwenschen aan. + +Toen de gebroeders Melvill die gunstige geestesgesteldheid bemerkten, +deden zij volstrekt geen moeite om te verbergen, hoe gelukkig zij +zich over het gesloten huwelijk gevoelden. + +»Zóó, zóó gelukkig," zei broeder Sam, »dat ik mij, wanneer ik alleen +ben, soms op een glimlach betrap!".... + +»En ik, dat ik soms tranen van geluk moet vergieten!" zei broeder Sib. + +»Zoo, zoo mijne heeren," merkte Aristobulus Beerenkooi op, »gij moet +dus erkennen, dat gij minstens eenmaal in uw leven in oneenigheid +waart. De een weent en de ander glimlacht...." + +»Welnu, dat is voor hen geheel en al hetzelfde, mijnheer Beerenkooi," +merkte Olivier Sinclair op. + +»Geheel en al hetzelfde, niet waar oompjes?" bevestigde de jonge vrouw, +terwijl zij de hand aan het waardig broederpaar reikte. + +»Hoe? geheel en al hetzelfde?" antwoordde Aristobulus Beerenkooi op +dien toon van verstandelijke meerderheid, die hem zoo uitstekend +afging. »Waarlijk niet!.... Volstrekt niet!.... Want, wat is +een glimlach? Een willekeurige uitdrukking van het gelaat en een +willekeurige samentrekking van de aangezichts-zenuwen, waarbij de +ademhalingswerktuigen nagenoeg niets te verrichten hebben; terwijl +de tranen.... + +»Welnu de tranen?".... vroeg mistress Sinclair. + +»Slechts een vloeistof zijn, die den oogappel verduistert. Die +vloeistof is samengesteld uit chloruur van sodium, phosphorzure kalk +en chloorsoda!" + +»Scheikundig gesproken, hebt gij gelijk, mijnheer," zei Olivier +Sinclair, »maar uit dat oogpunt alleen." + +»Dat onderscheid vat ik niet," antwoordde Aristobulus Beerenkooi vrij +scherp en bits. + +En met de stijfheid van een meetkundige groetende, stapte hij met +afgemeten treden naar de spoorhalte toe. Men gevoelde zich gelukkig, +hem kwijt te zijn. + +»Die dwaze mijnheer Beerenkooi!" zei mistress Sinclair, »die de +gevoelszaken uit een scheikundig oogpunt wil uitleggen, zooals hij +met den Groenen Straal heeft gedaan." + +»Ja, maar, waarde Helena, terzake!" antwoordde Olivier Sinclair, +»wij hebben den straal niet gezien, dien wij toch zoo gaarne hadden +willen waarnemen!" + +»Wij hebben veel beter gezien," lispte de jonge vrouw heel zacht. »Wij +hebben het geluk zelf gezien. Het geluk, dat volgens de legende aan de +waarneming van dat natuurverschijnsel verbonden zou zijn.... En daar +wij het gevonden hebben, laat ons dat genoeg zijn, en het opsporen +van den Groenen Straal overlaten aan hen, die dat geluk niet kennen, +maar er kennis meê willen maken." + + +Einde van den Wonderstraal. + + + + + + + +TIEN UREN OP JACHT. + + + + + + +TIEN UREN OP JACHT. + +EENVOUDIGE GRILLIGE INVAL. + + +Schets door Gédéon. + + + +I. + + +Er zijn menschen, die niet van jagers houden, en die hebben wellicht +niet geheel en al ongelijk. + +Komt het misschien daar vandaan, dat het dien heeren niet tegenstaat +het wild, dat zij zullen eten, met eigen handen te dooden en zij dus +als slachters optreden? + +Of zou die mindere sympathie ook daaruit kunnen voortkomen, dat de +heeren jagers er te veel van houden om, te hooi en te gras, steeds +en altijd, te pas of te onpas, over hunne jagers-heldendaden te praten? + +Ik voor mij hel wel naar die laatstaangehaalde reden over. + +Het is nu zoo wat twintig jaren geleden, dat ik mij aan het +eerstbedoelde misdrijf heb schuldig gemaakt. Ik heb gejaagd! Ja, +ik heb gejaagd!.... En om mij daarvoor te straffen, zal ik mij aan +het tweede misdrijf schuldig maken: ik zal u mijn jachtavonturen +haarfijn vertellen. + +O! moge dit verhaal, dit oprecht en waarachtig relaas, mijne +medemenschen voor immer er van afschrikken, om met een weitasch op +den rug, met een patroontasch op den buik aan den gordel bevestigd, +met het geweer onder den arm, achter den staart van een hond over het +veld aantedraven! Maar ik reken er weinig op, dat moet ik bekennen! Des +ondanks begin ik. + + + +II. + + +Een guitig wijsgeer heeft ergens in zijn werken gezegd: Schaf u +noch buitenverblijf, noch rijtuig, noch paarden, noch jachtterreinen +aan. Gij zult steeds vrienden aantreffen, die het ten uwen gebruike +zullen bezitten!" + +Het is door de toepassing van dien stelregel, dat ik een uitnoodiging +ontving, om mijn eerste proeven in de behandeling der wapens op +gereserveerde jachtterreinen, in het Somme-departement gelegen, +afteleggen, zonder dat ik van die terreinen eigenaar was. + +Het was op het einde van de maand Augustus, als ik mij niet vergis +van het jaar 1859. Een besluit van den departements-prefekt had de +opening der jacht op den daaropvolgenden dag bepaald. Die plechtige +dagteekening was in onze goede stad Amiens, waar zelfs de kleinste +winkelier, de geringste handwerksman het een of ander geweer bezit, +waarmee hij in den jachttijd langs 's heeren wegen slentert, stellig +reeds sedert de laatste zes weken met het meeste ongeduld verwacht. + +De bolleboozen van het vak, zij die de jacht tot een hartstocht +hadden laten aangroeien, zoowel als de schutters van den derden en +vierden rang, de behendigen, die raken ook zonder te mikken, zoowel +als de onhandigen, die mikken zonder ooit te raken, de domooren zoowel +als de jagers »van de bovenste plank," di primo cartello, zeggen de +Italianen, bereidden alles voor dien grooten dag der jachtopening +voor. Zij rustten zich uit, zij zorgden voor de mondbehoeften, +zij verleidden elkander. Als zij dachten, dan was het slechts om +aan kwartels te denken; als zij spraken, dan was het slechts om +over het haas te praten; als zij droomden, droomden zij slechts van +patrijzen! Vrouw, kinderen, huisgezin, nabestaanden, vrienden, dat +alles was vergeten! Staatkunde, kunsten, letterkunde, landbouw, handel, +wetenschappen, alles verdween in 't niet bij de voorbereidingen voor +dien grooten dag, waarin de dwepers zich met roem gingen beladen, +en het vermaak gingen genieten, dat door Joseph Prudhomme met een +grond van waarheid, een barbaarsch tijdverdrijf! is genoemd. + +Nu bevond zich onder de weinige vrienden, die ik te Amiens bezat, +een die als doortrapt jager bekend stond. Het was een aardige vent, in +weerwil dat hij ambtenaar was. Wanneer hij zich naar zijn kantoor moest +begeven, beweerde hij steeds eenigermate aan jicht te sukkelen. Maar +had hij een verlof gekregen, om de jachtopening bij te wonen, dan +was hij zoo vlug ter been als iemand. + +Die vriend heette Bretignot. + +Eenige dagen vóór den grooten dag, kwam mij Bretignot opzoeken, mij, +die van den prins geen kwaad dacht. + +»Gij hebt nimmer gejaagd, nietwaar?" vroeg hij mij op dien toon +van meerderheid, die op twee deelen welwillendheid acht deelen +geringschatting bevatten. + +»Nooit, Bretignot," antwoordde ik. »En ik denk er niet aan, om..." + +»Welnu, kom de jachtopening met mij mee maken," viel Bretignot in. »Wij +kunnen gaan jagen op tweehonderd hectaren gereserveerde jachtterreinen, +waar wild in overvloed is. Ik heb het recht een genoodigde mee te +brengen. Gij zijt mijn genoodigde; want ik noodig u uit en dus, +ik neem u mee!" + +»Maar ik heb...." zei ik aarzelend. + +»Geen geweer!" + +»Neen, Bretignot, en ik heb er zelfs nooit aan gedacht." + +»O! dat maakt niets uit. Ik zal u er een leenen, een geweer met +laadstok, een tromplader wel is waar, maar dat toch een haas op +tachtig passen afstands neerlegt." + +»Onder voorwaarde van het te raken!" hernam ik lachende. + +»Natuurlijk!--Maar dat geweer zal goed genoeg voor u zijn." + +»Te goed, Bretignot!" + +»Maar gij zult geen hond hebben! dien kan ik u niet verschaffen." + +»O! die is geheel onnoodig, zoolang ik een haan [2] aan mijn geweer +heb, zou de hond overkompleet zijn!" + +Mijn vriend Bretignot keek mij met een zuurzoet gezicht aan. Hij +houdt er niet van, die waarde vriend, dat men met jachtzaken den spot +drijft. Die zijn hem heilig! + +Eindelijk verloren zijn wenkbrauwen hunne rimpels. + +»Welnu, gij komt, niet waar?" zeide hij. + +»Als gij er op gesteld zijt!".... antwoordde ik zonder eenige +geestdrift. + +»Jawel, jawel!...." meende hij. »Men moet toch zoo iets eens in zijn +leven bijgewoond hebben. Wij zullen Zaterdagavond vertrekken. Ik +reken op u." + +En ziedaar, hoe ik aangeworven was voor die verwenschte jachtpartij, +die mij nog lang zal heugen. + +Ik beken, dat de voorbereidingen mij niet erg verontrustten. Ik +liet er, bij mijn ziel, geen uur slapens voor. En toch, moet +ik de geheele waarheid zeggen, dan valt mede te deelen, dat de +nieuwsgierigheids-duivel mij wel een weinig bekroop. Zou zoo'n +jachtopening dan zoo belangwekkend zijn? Wat er ook van aan zij, +ik deed mij zelven de belofte, dat ik minder handelend zou optreden; +maar daarentegen als nieuwsgierige liefhebber meer de jagers zoowel +als het jachtvermaak zou gadeslaan. Liet ik mij ook al overhalen, om +mij met een geweer te beladen, dan was dat om een niet te zot figuur +te maken voor die Nimrods, wier heldendaden ik op uitnoodiging van +Bretignot moest komen bewonderen. + +Ik moet er bijvoegen, dat, al leende hij mij ook een geweer, +een kruithoorn, een hagelzak, hij nimmer gewag gemaakt had van +een weitasch. Ik moest dus dit voorwerp zelf aanschaffen, wat de +meeste jagers wel zouden kunnen ontberen. Ik zocht er een uit de +hand te koopen. Maar jawel, die moeite was te vergeefs. De prijzen +der weitasschen waren stijgende. Alle waren uitverkocht. Ik moest +dus een nieuwe aanschaffen, maar onder de bepaalde voorwaarde, dat +de verkooper haar zou terugnemen--met vijftig procent verlies voor +mij--wanneer er geen wild in geborgen was geweest. + +De koopman keek mij aan, glimlachte, maar nam de voorwaarde aan. + +»Wie weet evenwel?" dacht ik. + +De ijdelheid is de wereld nog niet uit! + + + +III. + + +Op den aangeduiden dag, dat wil zeggen daags vóór de jachtopening, +was ik op de plaats van samenkomst, die mij door Bretignot op het +Perigord-plein aangewezen was, des avonds ten zes uur aanwezig. Daar +nam ik als de achtste--de honden niet medegerekend--plaats in de +rotonde van een postwagen. + +Bretignot en zijne jachtgezellen--ik durfde mij nog niet als een +hunner meerekenen--zaten prachtig onder het traditioneele tuig. Het +waren voortreffelijke typen, die wel de waarneming waard waren. Eenigen +hunner waren ernstig, in afwachting wat den volgenden dag gebeuren zou; +anderen waren opgeruimd, babbelzuchtig en richtten reeds met den mond +een moorddadig bloedbad onder het wild van de gemeente Hérissart aan. + +Er waren daar een half dozijn mannen aanwezig, die tot de meest +beroemde schutters van de hoofdplaats van Picardië gerekend werden. Ik +kende hen ternauwernood bij naam. Mijn vriend Bretignot moest mij +dan ook vormelijk voorstellen. + +Vooreerst maakte ik kennis met Maximon, een groote uitgedroogde vent, +die in het gewone leven voor het zachtste karakter kon doorgaan; maar +die de wreedaardigheid in persoon was, zoodra hij een geweer onder +den arm had. Hij was een van die jagers, van wie men beweert, dat zij +desnoods een hunner makkers zouden doodschieten om niet platzak te +huis te komen. Maximon sprak niet, hij was steeds in gedachten van +hoogere orde verzonken. + +Bij dat belangwekkend personage stond Duranchelle. Welk een +tegenstelling, mijn God! Duranchelle was dik en kort, tusschen de +vijfenvijftig en zestig jaar oud en zoo doof, dat hij den knal van +zijn eigen geweer niet hoorde. Toch maakte hij aanspraak op alle +twijfelachtige schoten, zonder ooit van toegeven te weten. Men had +hem dan ook al eens een dooden haas met een ongeladen geweer laten +schieten, een van die jagers-aardigheden, die gedurende zes maanden +het gesprek uitmaken van de gezelschappen in de sociëteiten en der +tables d'hôte in de hotels. + +Ik moest den krachtigen handdruk ondergaan van Matifat, die wel de +grootste opsnijder van jagerheldendaden was. Hij sprak nimmer van +iets anders. En welke tusschenwerpsels en welke klanknabootsingen +hij daarbij bezigde! De kreet der jonge patrijs, het geblaf van +den hond, de losbarsting van het geweer! Pan! pan! pan! In den regel +bezigde hij drie »pans" voor een geweer met twee loopen. En dan, welke +gebaren! Nu eens maakte zijn hand zwaaiende bewegingen om de zig-zags +van het wild na te bootsen, dan weer bogen zijn knieën, rondde zich +zijn rug om het schot vaster te maken, met den linker arm gestrekt, +terwijl de rechterarm bij de borst gebracht was om het aanleggen van +het geweer aan te duiden! Pan! pan! pan! En wat vielen er dan dieren, +zoowel viervoetige als gevogelte. Hoeveel hazen werden dan niet met +kogels neergeveld! Hij miste er geen enkelen!--Ik liep zelfs gevaar, +door zijn gebaren gedood te worden. + +Maar wat men moest hooren, dat was wanneer Matifat met zijn vriend +Pontcloué praatte. Dat waren twee vingers van één hand; wat niet +belette dat zij elkander processen aandeden, wanneer de een den voet +op het gereserveerde jachtterrein van den anderen zette. + +»Hoeveel hazen ik verleden jaar geschoten heb," verhaalde Matifat, +terwijl de hotsende postwagen de reis naar Hérissart voortzette, »ja, +hoeveel hazen ik geschoten heb, is niet te tellen!" + +»Kijk, dat is net als ik!" dacht ik. + +»En ik dan, Matifat!" antwoordde Pontcloué. »Herinnert ge u den +laatsten keer nog wel, dat wij te samen in de nabijheid van Argoeuves +zijn gaan jagen? Nou! die patrijzen daar!" + +»O! ik zie nog de eerste, die het toeval vlak midden door mijn schot +hagel voerde!" + +»En ik de tweede, waarvan de veeren zoo afvlogen, dat haar niets +anders dan het vel over de beenderen moet overgebleven zijn!" + +»En dan die andere, die door mijn hond nimmer in de akkervoor, waarin +zij toch ongetwijfeld moest vallen, is gevonden. + +En dan die, die ik de brutaliteit had, op honderd passen te schieten, +wel overtuigd als ik was, haar geraakt te hebben!" + +»En die andere dan, die ik met mijn twee schoten... pan! pan! pan! in +de klaver heb doen rollen, maar waarvan mijn hond bij het inslikken +ongelukkig slechts een hap maakte!" + +»En dan de vlucht, die juist opging, toen ik mijn geweer +herhaalde! brr! brrr! O wat een jacht, mijn vrienden, wat een jacht!" + +Ik telde in stilte, en had ik goed geteld? Welnu, dan was het bewijs +er, dat van alle patrijzen, die Pontcloué en Matifat geschoten hadden, +geen enkele in hunne weitasch terecht was gekomen. Maar ik durfde niets +te zeggen, omdat ik wat bloo uitgevallen ben in tegenwoordigheid van +menschen, die het beter weten dan ik. En toch, als het er op aankwam +om mis te schieten, welnu, bij Joost! dat kon ik ook. + +Wat de andere jagers betreft, ik heb hunne namen vergeten; maar als +ik mij niet vergis, dan werd een hunner met den naam van Baccari +aangeduid; »omdat hij steeds schoot zonder ooit iets neer te leggen." + +Waarlijk, wie weet of ik dien bijnaam ook niet zou gaan +verdienen! Komaan dan! Waarachtig, de eerzucht bekroop mij. Ik begon +ongeduldig te verlangen dat het morgen was. + + + +IV. + + +Die morgen kwam. Maar, o God! welken nacht heb ik in de herberg van +Hérissart doorgebracht! + +Een enkele kamer voor acht personen! Ellendige stroozakken die voor +bedden moesten dienen, waarin een meer wild opleverende jacht te +houden zou zijn geweest, dan op de privatieve jachtterreinen van +de gemeente. Walgelijk ongedierte, dat broederlijk met de honden +gedeeld werd, die dicht bij de bedden sliepen en den houten vloer +deden dreunen door hun gekrab! + +En ik, die in mijn eenvoudigheid aan de waardin, een oude Picardische +vrouw, met vuil, slordig, kroezelig haar op het hoofd, gevraagd had +of er geen vlooien op haar slaapzaal waren! + +»Vlooien!" had zij geantwoord. »Neen, waarachtig niet!.... Als die +er waren, zouden de weegluizen ze opeten!" + +Ontsteld door dat antwoord, had ik besloten, den nacht door te +brengen op een kreupelen stoel, die bij iedere beweging ellendig +piepte en kraakte. Ik had dan ook een gevoel alsof ik gekookt was, +toen de dag aanbrak. + +Natuurlijk was ik de eerste op. Brétignot, Matifat, Pontcloué, +Duvauchelle en al de anderen snorkten nog. Evenals al de onervaren +jagers, die vóór den dageraad op weg willen gaan, was ik ongeduldig +om, zonder zelfs ontbeten te hebben, in de vlakte op het jachtveld +te komen. Maar de meesters in de kunst--die ik eerbiedig den een +na den anderen wakker maakte,--brachten mij tot bedaren en lachten +mijn ongeduld van een eerstbeginnende uit. Zij wisten, die slimmerds, +dat bij het aanbreken van den dag de patrijs, wier vleugels nog nat +van den dauw zijn, zeer moeilijk te naderen is, en dat, wanneer zij +opvliegt, zij ongaarne weer neerkomt. + +Men moest wachten, totdat de zon al de dauwdroppels opgedroogd, +»al de dageraadstranen opgedronken had," zeiden de jagers. + +Eindelijk, na een voorloopig ontbijt en na de onvermijdelijke teug +op de valreep, verliet men de herberg, terwijl een ieder zich de +kuiten krabde. Toen begaf men zich naar de vlakte, waar de privatieve +jachtterreinen begonnen. + +Toen wij den rand daarvan bereikt hadden, riep Brétignot mij een +oogenblik alleen en zei: + +»Draag je geweer nu goed, zoo schuins vooroverhellend met den loop +naar den grond gekeerd en doe je best om niemand te dooden." + +»Ja, ik zal mijn best doen," antwoordde ik, zonder mij door deze +belofte te willen verbinden. »Maar tot wederdienst bereid, niet waar, +waarde vriend?" + +Brétignot haalde minachtend de schouders op. + +Eindelijk waren wij op jacht--een geheel vrije jacht.--Ieder deed +zooals hij goed vond. + +Het was een vrij leelijk land, het land van Hérissart, nog leelijker +dan de naam aanduidt. Het was daarenboven niet zoo wildrijk als +wel beweerd werd. Men had er wel haas gezien, beweerde Matifat. En +Pontcloué voegde er bij, dat men er het haas, meer dan twaalf op het +dozijn, met den buik op den grond had zien liggen. + +Met het uitzicht op zoo'n heerlijke jacht, waren alle heeren goed +gemutst. + +Men stapte steeds voorwaarts. Het was een prachtig weer. Eenige +zonnestralen drongen door de morgennevels, wier rolvormige massa's +zich bij den gezichteinder ophoopten. Geschreeuw, gepiep, geklok +werd overal gehoord. Er waren vogels, die loodrecht uit de akkervoren +opgingen en in de lucht verdwenen, evenals raketballen, die door een +plotseling ontspannen veer worden voortgedreven. + +Meer dan eens had ik, niet in staat mij te bedwingen, mijn geweer in +den aanslag gebracht. + +»Niet schieten! niet schieten!" riep mijn vriend Brétignot, die +onbemerkt mij gadesloeg, mij toe. + +»Waarom niet? Zijn het geen kwartels?" + +»Neen, het zijn leeuwerikken! Niet schieten!" + +Ik zal maar onvermeld laten, dat Maximon, Duvauchelle, Pontcloué, +Matifat en de twee anderen mij schuinsche blikken toewierpen. Toen +waren zij voorzichtig zijwaarts afgetrokken, met hunne honden die, +met den neus omlaag, in de spurrie- en klavervelden snuffelden, en +wier omgebogen staarteinden kwispelend boven het groen verschenen +als zooveel vraagteekens die ik niet beantwoorden kon. + +Ik dacht, dat de heeren ongaarne in de gevaarlijke nabijheid bleven +van een nieuweling, wiens geweer hen eenigermate bang voor hun +kuiten maakte. + +»Te drommel! draag je geweer toch beter!" herhaalde Brétignot op het +oogenblik, dat hij zich van mij verwijderde. + +»Wel, ik draag het niet slechter dan een ander!" antwoordde ik, +een weinig door die overdaad van aanbevelingen geprikkeld. + +Brétignot haalde ten tweede male de schouders op en verwijderde zich in +schuinsche richting. Daar ik geen lust gevoelde om achter te blijven, +versnelde ik den pas. + + + +V. + + +Ik had mijn metgezellen ingehaald. Maar om hen niet meer te +verontrusten, droeg ik mijn jachtroer op den schouder, met de kolf +omhoog. + +Wat zagen die jagers van professie er prachtig uit in hun tenue; wit +vest met ruime fluweelen pantalon, breede schoenen met bespijkerde +zolen, die buiten het overleer uitstaken, linnen kuitendekkers, die +de wollen kousen bedekten--wol is beter dan katoen,--daar het laatste +ontvellingen veroorzaakt, waarvan ik de ondervinding opdeed. Ik was +er ver van af, even mooi onder mijn gelegenheidstuig te pronken; +maar men kan van een eerstbeginnende niet vergen, dat hij al dadelijk +onberispelijk in het pak zit. + +Intusschen zag ik niets op het gebied van wild. Toch moesten op dit +privatief jachtveld een menigte kwartels voorkomen, ook patrijzen +en wachtelkoningen, verder ook haas, waarvan mijn tochtgenooten den +mond vol hadden. Zoo althans beweerden al die jagers, en het moest +wel waar zijn, daar zij het zeiden. + +»Maar," had vriend Brétignot aanbevolen, »vermijd een vollen haas te +schieten! Dat is een jager onwaardig!" + +Vol of leeg, dat de drommel mij hale, als ik er onderscheid in had +kunnen zien, ik, die geen konijn van een gootkat, zelfs als hazenpeper +toebereid, weet te onderscheiden! + +Brétignot eindelijk, die er op stond, dat ik als zijn genoodigde hem +eer zou aandoen, voegde er bij; + +»Een laatste opmerking, die niet van belang ontbloot is, wanneer je +op een haas schiet." + +»Als er een voorbijkomt!" merkte ik spottend op. + +»Er zullen er wel voorbijkomen," antwoordde Brétignot koeltjes. + +»Welnu, herinner je dat, tengevolge van zijn vorming, een haas sneller +loopt, wanneer hij een helling opijlt, dan wanneer hij naar beneden +vlucht. Je moet daarmee rekening houden voor 't richten van je schot." + +»Je doet goed te waarschuwen, vriend Brétignot," antwoordde ik. »Die +opmerking zal niet te loor gaan, en ik beloof je, dat ik ze te pas +zal brengen!" + +Maar innerlijk dacht ik, dat, al vlucht hij zelfs eene helling af, +een haas toch nog te hard moet loopen, dan dat mijn doodelijk lood +hem zou kunnen bereiken om hem te stuiten in zijn vaart. + +»Op jacht! op jacht!" riep toen Maximon. »Wij zijn hier niet om +eerstbeginnenden met de zuigflesch op te voeden!" + +Met de zuigflesch! Verschrikkelijk mensch, die Maximon! Maar, ik +durfde niet te antwoorden. + +Voor ons strekte zich, zoover het gezicht ook ter rechter en ter +linker zijde dragen kon, een groote vlakte uit. De honden waren +vooruit gestoven. Hunne meesters hadden zich verspreid. Ik deed +alle mogelijke moeite om hen niet uit het oog te verliezen. En +inderdaad, één denkbeeld plaagde mij: het was: dat mijn makkers, allen +grappenmakers, de lust niet zouden kunnen bedwingen mij een poets te +bakken. Mijn onervarenheid zou dit eenigermate wettigen. Ik herinnerde +mij onwillekeurig een koddige geschiedenis van een nieuweling, dien +zijn vrienden lieten schieten op een konijn van bordpapier, dat op zijn +achterste in een dichten struik gezeten, spottenderwijs op een trom +sloeg! O! ik zou van schaamte gestorven zijn, na zoo'n verschalking! + +Men stapte middelerwijl, wel wat op goed geluk, over de graanstoppels +voort. Men volgde de honden, die zich naar een terreinverhooging +begaven, welke op drie of vier kilometer het uitzicht begrensde, +en waarvan de kruin met kleine boomen begroeid was. + +Wat ik ook deed, al die platvoeten, die aan den moeielijken bodem +der moerassen en der omgeploegde akkers gewoon waren, stapten nog +sneller voort dan ik, en wel zoo, dat ik weldra op een afstand +geraakte. Brétignot zelf, die eerst den pas ingehouden had om mij +niet aan mijn treurig lot over te laten, had weer zijn tred versneld, +daar hij deel wilde nemen aan de eerste geweerschoten, die knallen +zouden. Ik neem het je niet kwalijk, vriend Brétignot. Je instinct was +sterker dan je vriendschap, het sleurde je onweerstaanbaar voort.... En +weldra zag ik van mijn makkers niets meer dan de hoofden, die zich +als even zooveel schoppenazen boven de struiken vertoonden. + +Hoe het kwam, weet ik niet, maar twee uren nadat wij de herberg +van Hérissart verlaten hadden, had ik nog geen enkele losbranding +gehoord. Neen, geen enkele! Wat een wrevel, welke verwijten en +tegenverwijten, welk getier dat bij den terugkeer zou geven, wanneer +dan de weitasschen zoo plat als bij het heengaan zouden zijn! + +Welnu, men geloove mij al of niet, maar mij werd het toeval beschoren, +het eerste schot aftegeven. Ik zal de schande beleven om te vertellen +in welke omstandigheden dat gebeurde. + +Moet ik het bekennen? mijn geweer was nog niet eens geladen. Was het +de echte zorgeloosheid van een eerstbeginnende? Neen, waarachtig +niet! het was een kwestie van eigenliefde. Daar ik vreesde mij +vreeselijk onhandig bij het laden te betoonen, had ik willen wachten +tot ik alleen zou zijn om dat te doen. + +Dus bij afwezigheid van alle getuigen, opende ik mijn kruithoorn, +stortte in den linkerloop een flinke lading, waarop ik een prop papier +aanzette en waarna ik er een goede maat hagel op deed. Ik zag op geen +korrel! Want, wie weet! misschien met één hagelkorreltje meer vermijdt +men platzak te huis te komen! Ik zette toen de lading met den laadstok +flink aan, en eindelijk, o! overmaat van onvoorzichtigheid! bracht +ik een slaghoedje op het schoorsteentje van den loop, dien ik zoo +even had gevuld. + +Toen dat gedaan was, begon ik dezelfde bewerking met den +rechterloop. Maar, wat was dat voor een losbranding, terwijl ik +aanzette! Het schot was afgegaan. De geheele eerste lading was mij +vlak langs het gezicht gevlogen. Ik had vergeten den linkerhaan op +het slaghoedje neer te laten en een schok was voldoende geweest om +dezen te doen overgaan! + +Dat zulks een waarschuwing zij voor eerstbeginnenden! Ik had +de jachtopening kunnen berucht maken met een betreurenswaardig +ongeluk! Wat zou dat een buitenkansje geweest zijn voor de gemengde +berichten in de plattelands-dagbladen! + +En toch, indien in het oogenblik toen het schot bij ongeluk afging, +indien--ja, nu ik er aan denk--indien in de richting van de lading +het een of ander wild voorbij gesneld ware, welnu dan zou ik dat +neergelegd hebben!.... Dat was misschien een kans geweest, die niet +meer zou terugkomen. + + + +VI. + + +Intusschen hadden Brétignot en zijn makkers de terreinafscheiding +bereikt. Zij hielden daar stand en beraadslaagden, wat er te doen +viel om de booze fortuin te bezweren. Ik haalde hen in, na mijn geweer +ditmaal met de noodige voorzorg te hebben geladen. + +Het was Maximon, die het woord tot mij richtte, maar op een hoogen +toon, zooals het een meester voegt. + +»Heb jij geschoten?" vroeg hij. + +»Ja!.... dat is te zeggen.... ja!.... ik heb geschoten...." + +»Een patrijs?" + +»Ja, een patrijs!" + +Voor niets ter wereld zou ik mijn onhandigheid voor deze vierschaar +hebben willen erkennen. + +»En waar is die patrijs?" vroeg Maximon, terwijl hij mijn weitasch +met den loop van zijn geweer aanraakte. + +»Verloren!" antwoordde ik onbeschaamd weg. »Wat is er aan te doen? Ik +had geen hond! O, als ik een hond had gehad!" + +Komaan, komaan! met zoo'n gevatheid, kon het niet missen of ik moest +een echte jager worden! + +Plotseling werd de ondervraging, waaraan ik onderworpen werd, +afgebroken. De hond van Pontcloué had op minder dan tien passen +een kwartel doen opgaan. Onwillekeurig en bij instinct als men wil, +legde ik aan.... en pan! zoo als Matifat zeide. + +Maar welken klap ontving ik, omdat ik de kolf slecht tegen den schouder +had gesteund,--een van die klappen, waaromtrent men wel is waar, +niemand rekenschap kan vragen of niemand uitdagen! Maar mijn schot +was oogenblikkelijk door een ander gevolgd, door dat van Pontcloué. + +De kwartel viel, als een zeef doorboord, en de hond bracht haar aan +zijn meester, die hem in zijn weitasch borg. + +Men had de eerlijkheid niet eens, om er aan te denken, dat ik toch +ook eenig deel had aan dien moord. Maar ik zei niets. De lezer weet, +dat ik van natuur blood ben uitgevallen tegenover menschen, die meer +van de zaken weet dan ik. + +Waarachtig, deze eerste gunstige uitslag had al die razende +wildverdelgers verlekkerd gemaakt. Denk toch eens! Na drie uren +jagens één kwartel voor zeven jagers! Neen, het was niet mogelijk, +dat op deze rijke jachtgronden van Hérissart er nog niet een zou zijn, +die wanneer het gelukte haar te dooden, bijna een derden kwartel per +jager zou geven. + +Toen de terreinafscheidingen overschreden waren, bevond men zich +andermaal op pas omgeploegde gronden. Wat mij betreft, ik houd niets +van die ploegijzervoren, die iemand tot vreeselijk vermoeiende stappen +noodzaken, noch van de kleverige klei, waarop de voet uitglijdt en +omzwikt. Ik zou daarboven het asphalt der boulevards verkiezen. + +Onze bende stapte met haren troep jachthonden nog zoo twee uren voort, +zonder iets te zien. De wenkbrauwen fronsten zich reeds. Een soort +woeste prikkelbaarheid begon zich over de geringste nietigheden lucht +te geven, over een graszode, waartegen de voet aanschopte, over een +hond, die een ander in den weg liep. In het kort, de ondubbelzinnige +kenmerken van algemeenen wrevel waren voorhanden. + +Eindelijk zagen wij een vlucht patrijzen op veertig passen boven +een beetwortelveld. Men noemde die vlucht een kompagnie. Ik heb +er geen verstand van, maar als dat een kompagnie was, dan was zij +op groot inkompleet; want inderdaad, zij bestond slechts uit twee +jonge patrijzen. + +Maar dat was minder. Ik schoot erop los, en ook dezen keer werd +mijn geweerschot door twee andere onmiddellijk gevolgd. Pontcloué en +Matifat hadden het buskruit laten spreken. + +Een der arme vogels viel. De andere vloog met spoed weg en streek weer +op meer dan een kilometer afstand achter een sterke terreingolving +neer. + +O! ellendige patrijs! van welk krakeel waart gij niet schuld! Welke +betreurenswaardige woordenwisselingen hadden er plaats tusschen +Pontcloué en Matifat. Ieder hunner beweerde de moordenaar te +zijn. Vandaar dan ook de bittere antwoorden aan elkander! Welke +kwetsende verdachtmakingen! En welke benamingen! »Inpakker!.... hij +meent dat alles maar voor hem is!...." »Naar den duivel met die lieden, +die geen schaamte gevoelen!.... Dat is de laatste maal dat men te +zamen zou jagen!...." en andere lieflijkheden met een picardische saus, +die mijn pen weigert weer te geven. + +De waarheid is, dat beide geweerschoten van de twee heeren te +gelijkertijd waren losgebrand. + +Er was nog wel een derde schot geweest, dat een oogenblik voor de +anderen geknald had. Maar--daarover was niet te redekavelen--hoe kon +het aanneembaar zijn, dat de patrijs door mij gedood was? Begrijp +eens door een schooljongen! + +Ik meende dan ook niet tusschen beiden te moeten komen in den twist +tusschen Pontcloué en Matifat, zelfs niet met het edelmoedig voornemen +hen te verzoenen. Ook stond ik mijn belangen niet voor, maar dat +komt omdat ik van natuur blood ben en... Gij kent het vervolg van +dien volzin. + + + +VII. + + +Eindelijk was het middaguur tot groote voldoening onzer magen +aangebroken. Men maakte halt aan den voet eener helling onder de +schaduw van een ouden olmboom. De geweren en de weitasschen--de +laatste helaas! zeer plat--werden op zij gezet. Toen ontbeet men, +om eenigermate de krachten te herstellen, die sedert het vertrek zoo +nutteloos verspild waren. + +Goed beschouwd, was het een droefgeestig maal. Er weerklonken net +zooveel beschuldigingen over en weer, als er happen in den mond werden +gestoken. Het was een akelig land!... Een welbewaakt jachtterrein?--Ja, +wat door de wilddieven werd afgestroopt!.... Men moest die schuimers +opknoopen! Eén aan iederen boom, en met een vel papier op de borst +tot afschrik!... De jacht werd een onmogelijkheid!... Binnen twee +jaren zou er geen wild meer zijn!... Waarom de jacht niet gedurende +eenigen tijd verboden!... Ja!... Neen!... Ja!... In één woord, al +het gezeur van jagers, die sedert den dageraad niets geschoten hebben! + +Toen begon andermaal de twist tusschen Pontcloué en Matifat over +die patrijs. Er mengden zich anderen in het gekibbel, en waarachtig, +men was op het punt elkaar in de haren te vliegen! + +Eindelijk, Goddank! togen wij een uur later weer op weg, goed gevoederd +en goed gedrenkt, zooals men hier te lande zegt. Men zou misschien nu +vóór het diner gelukkiger zijn. Waar is de jager, die niet een weinig +hoop blijft koesteren, wanneer hij het geluid der oude patrijs hoort, +die haar kleintjes roept, om ze voor het invallen van den nacht +te verzamelen. + +Wij waren dan weer op weg. De honden, even knorrig als wij, waren +vooruitgestoven. Hunne meesters schreeuwden hen achterna met zulke +schrikkelijke geluiden, dat zij op kommando's van de engelsche +marine geleken. + +Ik volgde met onzekeren tred. Ik begon mij bek-af te gevoelen. Mijn +weitasch, hoe plat zij ook was, bengelde loodzwaar tegen mijn +lenden. Mijn geweer, thans van een ongeloofelijke zwaarte deed mij mijn +wandelstok betreuren. Ik had gaarne mijn kruithoorn en hageltasch, +voorwerpen die het mij uitermate lastig maakten, te dragen gegeven +aan een paar van de kleine boerenjongens, die mij volgden en mij +spottend vroegen: »hoeveel van die viervoetige beesten ik al geschoten +had?" Maar ik durfde niet uit eigenliefde. + +Zoo gingen nog twee uren, nog twee doodelijk lange uren voorbij. Onze +beenen hadden wel vijftien kilometers afgelegd. Wat mij als zeker +en vast voorkwam, was dat ik eerder met het spit in de lenden zou +terugkeeren, dan een half dozijn kwartels thuis kon brengen. + +Plotseling laat zich een gesuis hooren, dat mij van mijn stuk +brengt. O! dezen keer is het waarlijk een kompagnie patrijzen, die +bij een struik opvliegt. Algemeen geweervuur! Willekeurig vuur! Op +zijn minst knalden vijftien schoten, waaronder het mijne. + +Te midden van den rook, weerklinkt een kreet! Ik kijk... + +Het is een boer, wiens rechterwang zich zoo dik vertoonde, alsof hij +aan dien kant een noot in den mond had. + +»Mooi zoo! een ongeluk!" riep Brétignot. + +»Dat mankeert er nog maar aan!" schreeuwde Duvauchelle. + +Dat was alles wat hun dat »misdrijf" ontlokte, van verwondingen +toegebracht te hebben, zonder het voornemen te hebben den dood +te berokkenen," zooals het wetboek zegt. En die menschen, zonder +gevoel, zonder hart, liepen op hunne honden toe, die twee patrijzen +aanbrachten, die slechts gekwetst waren, en die zij met den hiel hunner +laarzen afmaakten. O! ik wensch hun hetzelfde genot toe--wanneer zij +ooit het leven moeten laten! + +En gedurende dien tijd stond de boer daar steeds met zijn dikke wang +en kon niet spreken. + +Maar daar kwamen Brétignot en zijn makkers op hunne schreden terug. + +»Welnu, brave man, wat is er?" vroeg Maximon op beschermenden toon. + +»Wat er is? Ziet gij dat niet? Hij heeft een hagelschot in de wang", +antwoordde ik. + +»Och, dat is niets!" hernam Duvauchelle, »dat is volstrekt niets!" + +»Jawel!... jawel!..." zei de boer, die de belangrijkheid van zijn +verwonding door een verschrikkelijk leelijk gegrijns meende te moeten +onderstreepen. + +»En wie is zoo onhandig geweest om dien armen drommel te +kwetsen?" vroeg Brétignot, wiens uitvorschende blik op mij bleef +rusten. + +»Heb jij niet geschoten?" vroeg mij Maximon. + +»Ja, ik heb geschoten,... net als iedereen." + +»Welnu, dan is de zaak uitgemaakt!" riep Duvauchelle. + +»Hoe, uitgemaakt?" vroeg ik. + +»Ja, jij bent een even onhandig jager als Napoleon I," zei Pontcloué, +die het keizerrijk verfoeide. + +»Ik!" riep ik. »Ik!..." + +»Niemand anders kan het zijn!" sprak Brétignot gestreng. + +»Inderdaad, die mijnheer is een gevaarlijk mensch!" meende Matifat. + +»En wanneer men zoo'n knoeier is, dan weigert men de uitnoodigingen, +die men ontvangt, vanwaar zij ook mochten komen!" + +En daarmee maakten de heeren er zich van af. + +Ik begreep hen. Zij lieten den gewonde voor mijn rekening. + +Er viel niet te aarzelen. Ik legde het hoofd in den schoot. Ik +haalde mijn beurs voor den dag en bood dien braven boer tien franken +aan. Merkwaardig was de uitwerking van dat geneesmiddel op den +gewonde. Zijn gezwollen wang slonk onmiddellijk. Ik ben overtuigd +dat hij de noot, die hij achter de kiezen had, ingeslikt heeft. + +»Het gaat nu beter?!" vroeg ik. + +»O! la... la!... O! daar komt het weer!"... antwoordde hij, terwijl +de wang weer opzwol; »maar nu de andere, de linker". + +»Neen, neen," riep ik. »Eén gekwetste wang is voor ditmaal genoeg." + +En ik ging heen. + + + +VIII. + + +Terwijl ik zoo mijn rekening met dien slimmen Piccardiër boer +vereffende, waren de anderen vooruitgestapt. Zij hadden mij daarenboven +genoegzaam te verstaan gegeven dat men volstrekt niet veilig was in de +nabijheid van zoo'n lomperd als ik. De meest eenvoudige voorzichtigheid +maande hen, zich van mij te verwijderen. + +Brétignot zelf, gestreng maar onrechtvaardig, liet mij aan mijn +lot over, alsof ik een heksenmeester was, die met het kwade oog +is bedeeld. Allen verdwenen weldra achter een klein bosch ter +linkerzij. En om de waarheid te zeggen, ik was er niet rouwig om. Ik +zou nu slechts verantwoordelijk voor mijn eigen daden zijn! + +Ik zat dus alleen, alleen te midden van die vlakte, die niet te +overzien was. Groote God! wat kwam ik er ook doen met al dat tuig op +mijn schouders! Geen enkele patrijs, die mij tot het lossen van een +schot uitnoodigde! Geen enkel haas, wiens »lepels" ik kon ontwaren, +zoo als de jagers zich in hun vreemdsoortige taal uitdrukken. Instede +van in mijn kabinet lekkertjes te zitten lezen of schrijven of zelfs +niets te doen, stond ik hier! + +Ik stapte doelloos voorwaarts. Ik zocht de gebaande paden op, en +verkoos die boven de omploegde akkers. Ik ging telkenmale gedurende +tien minuten zitten en stapte daarna weer gedurende twintig minuten +voort. Er was geen huis binnen een straal van vijf kilometers te +zien. Geen torenspits stak boven den gezichteinder uit. Ik bevond me +in een woestenij. Van tijd tot tijd verhief zich dreigend een paal +met het spottend opschrift: Privatieve jacht. + +Privatieve? toch niet voor het wild voorzeker: want daarvan was geen +spoor te ontdekken! + +Ik stapte maar voort, droomende, philosopheerende, met het geweer aan +den riem over den schouder hangende, en legde daarbij een vlugheid aan +den dag, alsof ik een lamgeschoten vlerk had. De zon daalde, niet vlug +genoeg volgens mijn verlangen. Had een nieuwe Josua haar, in weerwil +der cosmografische wetten, andermaal in haar dagelijksche loopbaan ten +genoege van mijn razende metgezellen doen stilstaan? Zou de nacht dan +nooit haar vleugelen over dien ellendigen jachtopeningsdag uitspreiden? + + + +IX. + + +Maar er is een grens aan alles, zelfs aan privatieve jachtterreinen. Ik +kreeg een bosch in het gezicht, dat de vlakte afsloot. Nog een +kilometer, en ik zou het bereiken. + +Ik stapte dus voort, evenwel zonder den pas te versnellen. Die +kilometer werd ook afgelegd, en ik kwam bij den rand van het bosch aan. + +In de verte, maar zeer in de verte, knalden de geweerschoten als een +slotbouquet van een luisterrijk vuurwerk. + +»Hoeveel dooden zij van dat arme wild!" dacht ik. »Waarachtig, zij +willen niets voor het volgende jachtseizoen overlaten!" + +En hoe veranderlijk de mensch toch kan zijn! Toen kwam het denkbeeld +bij mij op, dat ik in het bosch misschien gelukkiger zou wezen +dan op de vlakte. In de boomkruinen konden toch nog altijd van die +onschuldige musschen te schieten zijn, die, behoorlijk opgepend, +door de beste gaarkeukens aan hunne klanten voor vette leeuwerikken +of vinken voorgezet worden. + +Ik volgde toen de boschpaden, die op den grooten weg voerden. + +Waarlijk, de jachtduivel had bezit van uwen onderdanigen dienaar +genomen. Ja, ik droeg mijn geweer niet meer over den schouder. Ik +had het met zorg geladen en droeg het met gespannen haan, terwijl ik +angstig en oplettend keek rechts en links. + +Maar niets! De musschen wantrouwden waarschijnlijk de Parijzer +gaarkeuken en hielden zich schuil. Ik legde een of twee malen +aan.... Het waren slechts bladeren, die onder de bries zich bewogen en, +wel beschouwd, mocht ik mij toch niet veroorloven bladeren te schieten! + +Het was toen vijf uur. Ik wist, dat ik binnen veertig minuten in +de herberg terug zou zijn, waar wij zouden dineeren, alvorens in +den postwagen plaats te nemen, die ons allen, menschen en beesten, +levenden en dooden, naar Amiens moest terugbrengen. + +Ik bleef dus het voornaamste boschpad volgen, dat in schuine richting +naar Hérissart voerde en keek daarbij waakzaam rond. + +Plotseling bleef ik staan.... Het hart klopte mij sneller in den +boezem! + +Onder een struik, op vijftig passen afstand, tusschen de doornen en +ruigten, zag ik voorwaar iets. + +Het was zwartachtig, met een zilverachtigen rand, en vertoonde een +plek van levendig rood, evenals een vurig oog, dat mij aankeek! + +Voorzeker een viervoetig wild of wel een groote vogel--dat kon ik +niet uitmaken--was hier neergekomen. Ik aarzelde tusschen een haas, +een volwassene voorzeker, en een fazantenhen. Welnu, waarom niet? Kijk, +dat zou mij in het bizonder in den dunk mijner makkers doen stijgen, +wanneer ik met een fazant in de weitasch terugkwam! + +Ik naderde dan ook zeer voorzichtig, met het geweer, gereed om aan +te leggen. Ik hield mijn adem in. Ik voelde mij ontroerd, nog erger +ontroerd dan Duvauchelle, Maximon en Brétignot het te samen konden +zijn. + +Toen ik eindelijk op een gepasten afstand was gekomen,--op twintig +passen ongeveer,--knielde ik, om van mijn schot zeker te zijn, +bracht de kolf van het geweer aan den schouder, deed het rechteroog +flink open, sloot het linker, en zorgvuldig door den inkeep van het +viziertoestel langs den bovenrand van den vizierkorrel naar het wild +mikkende, drukte ik op den trekker en gaf vuur. + +»Geraakt!" riep ik buiten mij zelven. »En ditmaal zal niemand er zijn +om mij mijn schot te betwisten!" + +En inderdaad, ik had goed gezien, ja! met mijn eigen oogen gezien, +hoe de veeren, of beter de haren er afstoven! + +Bij gebrek aan een hond, liep ik naar den struik en stortte mij op het +wild, dat onbeweeglijk daar lag en geen teeken meer gaf van leven! Ik +raapte het op.... + +Het was een marechausseehoed, geheel met zilver geboord, met een roode +kokarde er op, waarvan het rood mij als een oog scheen aantestaren. + + + +X. + + +In dit oogenblik stond een lang lichaam, dat op het gras uitgestrekt +lag, op. Met schrik herkende ik de blauwe pantalon met zwarte +naadstreep, de donkere uniformjas met verzilverde knoopen, den gelen +buikriem en het ledergoed van Pandoor, die door mijn ongelukkig schot +gewekt was. + +»Zoodat gij thans marechaussee-hoeden schiet?" zei hij met die +stembuiging en tongval, die het geheele gild kenmerkt. + +»Marechaussee, ik verzeker u!" antwoordde ik stotterend. + +»Zoodat gij zelfs de kokarde vlak in het midden geraakt hebt!" + +»Marechaussee.... ik dacht.... dat het een haas was!.... Een ijdel +droombeeld!.... Maar ik bied u vergoeding aan!" + +»Waarlijk!.... Zoodat een marechaussee-hoed zeer duur is.... vooral +wanneer hij zonder jacht-akte aangeschoten is." + +Ik werd bleek. Al mijn bloed stroomde naar het hart terug. O, dat +was het netelige punt! + +»Zoodat gij een jachtakte hebt?" vroeg Pandoor. + +»Een jachtakte?" + +»Ja, een jachtakte! Gij weet toch wel wat een jachtakte is?" + +Waarachtig, ik had geen jachtakte! Ik had gemeend, dat ik voor een +enkelen dag jagens het zonder dat zou hebben kunnen doen. Evenwel ik +betuigde,--hetgeen men steeds bij dergelijke gelegenheden betuigt,--dat +ik mijn jachtakte vergeten had. + +Een meesterlijke en voorname glimlach van ongeloovigheid krulde de +lip van den vertegenwoordiger der wet. + +»Zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op te maken!" zei hij, +op den meer milden toon van iemand, die een buitenkansje in het +verschiet heeft. + +»Waarom een proces-verbaal? Morgen zend ik u die jachtakte, mijn +brave marechaussee, en...." + +»Ik weet er alles van; zoodat ik genoodzaakt ben proces-verbaal op +te maken!" + +»Welnu maak proces-verbaal op, als gij toch ongevoelig zijt voor de +smeekbeden van een eerstbeginnende." + +Een gevoelig maréchaussée zou geen maréchaussée meer zijn. Deze bracht +een zakboekje te voorschijn, dat in een geel perkament gewikkeld was. + +»Zoodat gij heet?" vroeg hij mij. + +Drommels! ja. Het was mij bekend, dat het in dergelijke wichtige +gevallen gebruikelijk is aan de autoriteit den naam van een vriend +op te geven. Als ik toen op dat tijdstip de eer had gehad lid te zijn +van het een of ander letterkundig genootschap, zou ik geen oogenblik +geaarzeld hebben den naam van een mijner collega's op te geven. Maar +ik vergenoegde mij thans, slechts den naam te noemen van een mijner +oudste vrienden te Parijs, een pianist met groot talent. De brave +kerel zat waarschijnlijk in dat oogenblik voor zijn instrument zich +te oefenen, en kon onmogelijk gissen, dat men bezig was proces-verbaal +tegen hem op te maken ter zake van een jachtdelikt. + +Pandoor schreef zorgvuldig den naam van dat slachtoffer op, zijn +beroep, zijn ouderdom, en zijn woonplaats en verder adres. Toen +verzocht hij mij beleefd, hem mijn geweer toe te vertrouwen, waaraan +ik onmiddellijk en volijverig voldeed. Dat was zoo veel minder gewicht +te dragen. Ik verzocht hem zelfs, om ook de weitasch, den kruithoorn +en den hagelzak onder de verbeurdverklaarde goederen op te nemen. Maar +dat weigerde hij met een belangeloosheid, die ik betreurde. + +Bleef nu het voorval met des maréchaussée's hoed over. Die kwestie +werd onverwijld middels een goudstuk ten genoegen van beide partijen +geregeld. + +»Het is jammer," zei ik, »het was een goed onderhouden hoed!" + +»Een bijna nieuwe hoed!" antwoordde Pandoor. »Zoodat ik hem gekocht +heb, zes jaren geleden van een brigadier, die gepensionneerd werd." + +En na hem met een voorschriftmatig gebaar op het hoofd geplaatst +te hebben, stapte de deftige maréchaussée, terwijl hij het lichaam +loodrecht op de heupen geplaatst hield, en deze laatsten balanceerde, +den eenen kant op, terwijl ik naar den anderen kant ging. + +Een uur later had ik de herberg bereikt, waar ik zoo goed mogelijk +de afwezigheid van mijn geweer verborg, en waar ik ook geen enkel +woord over dat ongeval repte. + +Laat mij er bij vertellen, dat mijn metgezellen een kwartel en twee +patrijzen voor hun zevenen meegebracht hadden. Pontcloué en Matifat +waren sedert hunnen twist voortaan doodvijanden. Zij hadden elkander +met vuistslagen toegetakeld, ter zake van het haas, dat nog liep. + + + +XI. + + +Dat is de lijst der aandoeningen, die ik op dien gedenkwaardigen +dag ondervond. Ik had misschien een kwartel en misschien een patrijs +gedood. Ik had misschien een boer verwond, maar ik had zeer zeker een +maréchaussée's hoed doorboord. Ik was jagende, zonder jachtakte betrapt +geworden. Er was een proces-verbaal tegen mij opgemaakt, maar op een +andersmans naam! Ik had het gezag bedrogen!!! Wat kon een nieuweling +in de edele kunst der Andersons en der Pertuisets meer overkomen. + +Het is buiten kijf, dat mijn vriend de pianist onaangenaam verrast +is geweest, toen hem beteekend werd, dat hij voor het kantongerecht +te Doullens moest verschijnen. Ik vernam sedert, dat het hem niet +mogelijk geweest was een alibi te bewijzen. Dientengevolge was hij +tot zestien franken boete en tot de kosten veroordeeld, welke laatsten +nog wel ééns die som bedroegen. + +Ik haast mij aan mijn verhaal toe te voegen, dat hij eenigen tijd +daarna een postwissel ontving onder de leus van: Restitutie, groot +twee-en-dertig francs, die hem zijn onkosten vergoedde. Nooit heeft +hij vernomen en zal ook nooit vernemen, van wien die postwissel kwam; +maar hij is door het kantonrechterlijk vonnis gebrandmerkt, hij is +thans bij de justitie bekend. + + + +XII. + + +Ik houd niet van de jagers; ik heb het reeds aan het begin van deze +schets verklaard. Ik houd vooral niet van hen, omdat zij steeds hun +jachtavonturen vertellen. Nu heb ik de mijne verhaald. Vergeef het mij, +het zal niet weer gebeuren. + +Die tocht is de eerste geweest en zal ook de laatste zijn, door +den schrijver ondernomen. Er is mij evenwel een herinnering van +bijgebleven, die veel op innigen wrok gelijkt. Zoo vaak ik dan ook +een jager ontmoet, die met het geweer onder den arm achter zijn hond +voortstapt, laat ik nooit na hem een goede jacht toe te wenschen. Men +beweert dat dit een kwaad voorteeken is, en zeker tegenspoed berokkend. + + +EINDE. + + + + + + +INHOUD. + + + I. Broeder Sam en broeder Sib + II. Helena Campbell + III. Het artikel uit de »Morning Post" + IV. De Clyde stroomafwaarts + V. Van de eene boot op de andere + VI. De kolk van Corryvrekan + VII. Aristobulus Beerenkooi + VIII. Een teleurstellend wolkje + IX. Praatjes van Juffrouw Bess + X. Eene Croquet-partij + XI. Olivier Sinclair + XII. Nieuwe plannen + XIII. De heerlijkheden der zee + XIV. Het leven te Jona + XV. De bouwvallen van Jona + XVI. Twee geweerschoten + XVII. Aan boord van de »Clorinda" + XVIII. Staffa + XIX. De Fingal's grot + XX. Alles ter wille van miss Campbell + XXI. Een storm in eene grot + XXII. De Groene Straal + XXIII. Besluit + + + Tien uren op jacht. Eenvoudige grillige inval + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Auld Reeky beteekent oude berookte, en is een bijnaam van Edinburg. + +[2] Noot van den Vertaler. De haan van een geweer heet in het Fransch +ook chien. De Fransche woordspeling is hier niet weer te geven. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De wonderstraal, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE WONDERSTRAAL *** + +***** This file should be named 27397-8.txt or 27397-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/7/3/9/27397/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
